UNITÀ 6 Andiamo all`opera? Libro dello studente Per

Commentaren

Transcriptie

UNITÀ 6 Andiamo all`opera? Libro dello studente Per
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
(traduzione della Prof.ssa Patrizia Hoetjes-Nanni e della Prof.ssa Claudia de Waard)
De woorden, onderverdeeld per hoofdstuk, staan vermeld in de volgorde waarin ze voorkomen en
onder vermelding van het gedeelte en het subgedeelte waarin ze voorkomen. Wanneer de
lettergreep waarop het accent valt niet op de een na laatste lettergreep valt of in geval van
twijfel, wordt het accent aangegeven met een streepje onder de lettergreep (bijvoorbeeld:
dialogo, farmacia).
Abbreviazioni:
avverbio (avv.)
femminile (f.)
maschile (m.)
singolare (sg.)
plurale (pl.)
infinito (inf.)
passato prossimo (p.pr.)
participio passato (p.p.)
UNITÀ 6 Andiamo
all’opera?
Libro dello studente
Per cominciare
1
barbiere, il: kapper
In questa unità...
indefinito: onbepaald
A1
libretto: libretto (van een
opera)
detto tra noi: onder ons
gezegd
verso: vers, versregel
dal momento che...:
aangezien
godersi: genieten
in pace: in alle rust
atto: akte, bedrijf (theater)
A3
i ruoli sono capovolti: de
rollen zijn omgekeerd
capovolgere (p.p.
capovolto): omkeren
accomodarsi: plaatsnemen,
binnenkomen
A5
desueto: ouderwets,
verouderd
di lusso: luxe
A7
quadratino: hokje
B
fenomeno: fenomeen
B1
teatralità: theatraliteit,
overdrevenheid
curiosità: nieuwsgierigheid
coro: koor
ecclesiastico: kerkelijk
Afkortingen:
bijwoord (bijw)
vrouwelijk (vr)
mannelijk (m)
enkelvoud (enk)
meervoud (mv))
infinitief, hele werkwoord (ww)
voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)
voltooid deelwoord (v.dw.)
canto: gezang
gioventù, la: jeugd
affamato: hongerig
debuttare: debuteren
stagione: seizoen
al di là di...: behalve
brillante: briljant
dramma, il: drama
minaccia: bedreiging
tradimento: verraad
compagno: kameraad,
makker
malattia: ziekte
polmonare: van de longen
emorragia: bloeding
delirare: ijlen
sofferenza: pijn, lijden
personalità:
persoonlijkheid
debutto: debuut
aria: aria, lied (van een
opera)
recital, il: recital,
voordracht
antologia: bloemlezing
apparizione: verschijning
notorietà: bekendheid
socialmente (avv.): sociaal
beneficenza: liefdadigheid
partecipazione: deelname
stella: ster
B2
ostacolo: obstakel
B3
ispirare: inspireren
luccicare: glinsteren
terrazza: terras
schiarirsi: licht worden
sciogliere (p.p. sciolto):
smelten, oplossen
vena: ader
Edizioni Edilingua
lampara: lichtbak, sleepnet
met lichtbak
scia: kielzog
elica: propeller
dolore, il: pijn
morte, la: dood
lacrima: traan
affogare: verdrinken
mimica: mimiek
scordare: vergeten
voltarsi: zich omdraaien
splendere: schijnen,
schitteren
assai (avv.): (heel) veel
soffocare: stikken
B6
da parte mia: namens mij,
van me
B7
narrare: vertellen
tragico: tragisch
gelosia: jaloezie
manifestare: duidelijk
maken, kenbaar maken
C2
convenire (p.p.
convenuto): gunstig zijn,
het eens zijn
C4
contrariamente (avv.): in
tegenstelling tot
costruzione: bouw,
constructie
C5
completamente (avv.):
volledig, helemaal, geheel
a dirotto: aanhoudend,
hevig
D1
insolito: ongewoon
fischiare: fluiten
1
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
palco: podium
sostituto: vervanger
D2
trasmettere (p.p.
trasmesso):
uitzenden
giornale radio, il: het
(radio) nieuws
D3
sceneggiata: vertoning,
toneelstuk
rappresentazione:
voorstelling
prima: première
mondanità: mondaniteit
celeste: lichtblauw
gradire: op prijs stellen,
waarderen
vergogna: schaamte
platea: zaal, toeschouwers
primo tempo: eerste
bedrijf
applauso: applaus
fischio: fluit, gefluit
perplesso: perplex,
onthutst
intervallo: pauze
sovrintendente, il:
cultureel inspecteur van het
theater
rincrescimento: spijt
riscaldamento: warmingup, verwarming
intanto (avv.): in de
tussentijd
ripagare: belonen, terug
betalen
performance, la:
performance
accaduto: voorval,
gebeurtenis
buttare: gooien, werpen
di corsa: haastig, snel
rimborso: vergoeding
D4
radiofonico: radioD5
in corsivo:
schuingeschreven
corsivo: schuin, cursief
domattina (avv.): morgen
ochtend
tale: iemand
D6
appieno (avv.): helemaal
seno: boezem, borst
libare: drinken
piuma: veer
mutare: veranderen
amabile: beminnelijk,
aimabel
leggiadro: lieftallig,
bevallig
pianto: gehuil
riso: gelach
menzognero: leugenachtig
misero: ellendig, armzalig
affidarsi: zich
toevertrouwen aan
confidare: toevertrouwen,
vertrouwen op
mal cauto: onvoorzichtig
cauto: voorzichtig
brindare: proosten
prudente: voorzichtig
D8
mi danno proprio ai nervi:
ze werken op mijn zenuwen
E1
soprano, il: sopraan
orchestra: orkest
E3
botteghino: theaterkassa
o meno: of niet
E5
black out, il: black-out
Conosciamo l’Italia
L’opera italiana
non a caso: niet bij toeval
Gioacchino Rossini
ritirarsi: zich terugtrekken
buffo: grappig, komisch
gazza ladra: ekster
drammatico: dramatisch
Giacomo Puccini
trionfo: triomf, groot
succes
spensierato: onbezorgd
vicenda: gebeurtenis,
voorval
ruotare: draaien
amante: minnaar, minnares
suicidarsi: zelfmoord
plegen
Giuseppe Verdi
ali, le (sg. l’ala): vleugels
dorare: vergulden
ebreo: Joods
prigioniero: gevangen
Risorgimento:
(geschiedenis) perioden van
Italiaanse eenwording
patriottico: patriottisch,
vaderlandslievend
trilogia: drieluik, trilogie
per sbaglio: bij vergissing,
per abuis
sbaglio: vergissing
Edizioni Edilingua
eroe, l’ (m.): held
opporsi (p.p. opposto): zich
verzetten tegen
camelia: camelia (soort
bloem)
sventura: tegenspoed,
ongeluk
consolare: troosten
vespro: vesper, avonduur
patrioti, i (sg. il patriota):
patriotten
onorare: eren, vereren
lanciare: opperen,
lanceren, slaken
acrostico: letterwoord,
acroniem
destino: lot
ambientare: situeren
commozione: ontroering
spegnersi (p.p. spento):
overlijden, uitgaan, doven
melodramma, il: opera,
melodrama
cavalleria rusticana:
erecode van weleer onder
de Zuid-Italiaanse
boerenbevolking
cavalleria: cavalerie,
ruiterij
rusticano: landelijk, rustiek
questione d’onore:
erezaak
onore: eer
librettista: schrijver van
libretto’s
Glossario
sereno: onbezorgd, helder
preoccupazione: zorg
tematico: thematisch
stilistico: van/over de stijl
sacrificare: offeren,
opofferen
ideale, l’ (m.): ideaal
danno: schade
acronimo: acroniem,
letterwoord
accompagnamento:
begeleiding
Autovalutazione
peggiorare: verslechteren
Appendice grammaticale
esitare: aarzelen
Appendice situazioni
comunicative
B
pianta: plattegrond
contribuire: bijdragen
allestimento:
voorbereiding, organisatie
2
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
Quaderno degli esercizi
6
prendersela: ergens
beledigd over zijn
temere: vrezen
10
fare finta (di): net doen
alsof
13
avere cura (di): voor (..)
zorgen
16
fama: roem
17
connettivo: voegwoord
entusiasmare: enthousiast
maken
20
conservatorio:
Conservatorium
UNITÀ 7 Andiamo a
vivere in campagna
Libro dello studente
Per cominciare
2
inquinamento:
milieuvervuiling
smog, lo: smog
4
casetta: huisje
In questa unità...
immobiliare: onroerend
goed
ecologia: ecologie
associazione: vereniging
ambientalista:
milieuactivist
agriturismo: vakantie op
een boerderij
A1
inferno: hel
insopportabile:
onverdraaglijk
razza: ras, soort
ecologico: ecologisch
ecologista: ecologist,
milieuactivist
oggigiorno (avv.):
tegenwoordig
A4
a me fa molto comodo: het
komt van pas
irrespirabile: verstikkend
ma che ti è preso oggi?:
wat bezielt je vandaag?
B1
metro quadrato: vierkante
meter
costruzione: bouwwerk,
constructie
riscaldamento autonomo:
centrale verwarming per
wooneenheid
riscaldamento: verwarming
autonomo: zelfstandig,
onafhankelijk
ammobiliare: inrichten,
voorzien van meubels
B2
cucina abitabile:
woonkeuken
abitabile: bewoonbaar
doppi servizi: dubbele
badkamer/toilet
ripostiglio: berghok
cantina: kelder
termoautonomo: centrale
verwarming per
wooneenheid
recentissimo: zeer recent,
erg nieuw
edificazione: bouw
ampio: wijd, breed
abitativo: bewoonbaar
mq (metro quadro/
quadrato): vierkante
meter
riordinare: opruimen
d’epoca: antiek
monolocale:
eenkamerwoning
arredare: inrichten
angolo cottura, l’ (m.):
kookgedeelte
B4
marmo: marmer
pietra: steen
ceramica: keramiek
cemento: beton
C6
opuscolo: folder
ciclabile: fietspad
combinare: combineren,
samenvoegen
mobilità: mobiliteit
civiltà: beschaving
integrarsi: zich integreren
incoraggiare: aanmoedigen
attuazione: uitvoering
salvaguardare: beschermen
drastico: drastisch, krachtig
inquinante: vervuilend
incremento: stijging
coda: file
multa: bekeuring, boete
introvabile: onvindbaar
rapidamente (avv.): snel
Edizioni Edilingua
invivibile: onbewoonbaar,
onleefbaar
C8
liberamente (avv.):
vrijwillig
D1
misurare: meten
D2
ambientale: van het milieu
raccolta differenziata:
gescheiden afvalinzameling
differenziare:
onderscheiden, het verschil
bepalen
D3
attuale: actueel,
hedendaags
cortile, il: hof,
binnenplaats
a piedi nudi: op blote
voeten
nudo: bloot
prato: grasveld
respirare: ademen
scordarsi: vergeten
comperare: kopen
catrame, il: teer
erba: gras
criticare: bekritiseren,
kritiek leveren
D5
pallido: bleek
fantasma, il: spook
E1
impazzire: gek worden
eolico: betreffend de wind,
eolisch
geotermico: aardwarmte
idrogeno: waterstof
esperimento: experiment,
proef
elettricità: elektriciteit
alimentare: voeden
biodiesel, il: biodiesel
E2
impatto: botsing, invloed,
effect
occidente, l’ (m.): het
westen
fare la parte del leone: het
leeuwendeel op zich nemen
esaurimento: uitputting
paesi in via di sviluppo:
ontwikkelingslanden
subire: ondergaan,
slachtoffer zijn van
esclusivamente (avv.):
uitsluitend
ecosistema, l’ (m.):
ecosysteem
3
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
capacità: vermogen
pianeta, il: planeet
arco: boog, tijdbestek
generazione: generatie
allegramente (avv.): vrolijk
rigenerabile: opnieuw
maakbaar, hernieuwbaar
all’infinito: tot in het
oneindige
infinito: oneindig
prossimo al collasso:
collasso: op de rand van
instorting
umanità: mensheid
costringere (p.p.
costretto): dwingen,
verplichten
imbarcarsi: aan boord gaan
sopravvivere (p.p.
sopravvissuto): overleven
E3
effetto serra:
broeikaseffect
effetto: effect
serra: kas
spreco: verspilling
riciclare: recyclen,
hergebruiken
E5
single: single
scoraggiarsi: de moed
verliezen
F1
danneggiare: beschadigen
rinnovabile: hernieuwbaar
sprecare: verspillen
proteggere (p.p. protetto):
beschermen
in via d’estinzione: met
uitsterven bedreigd
estinzione: uitsterven
F2
al sicuro: veilig, in
veiligheid
F5
agenzia immobiliare:
makelaarskantoor
F6
scienziato: wetenschapper
priorità: prioriteit
Conosciamo l’Italia
Gli italiani e l’ambiente
L’agriturismo
agricolo: landbouwfattoria: boerderij
gradualmente (avv.):
geleidelijk
condividere (p.p.
condiviso): delen
nel corso di...: in de loop
van
a contatto con...: in
aanraking met, in contact
met,
contatto: contact,
aanraking
coltivare: verbouwen, telen
allevamento: veehouderij,
fokkerij
agrituristico: van de
vakantie bij een boerderij
molteplice: meervoudig
ristorazione: catering
didattico: didactisch
scolaresca: schoolklas
degustazione: het proeven
in crescita: in stijging
crescita: stijging
salvaguardia: behoud,
bescherming
rurale: plattelands
permanenza: verblijf
soggiornare: verblijven
imitare: nadoen
trattenere: vasthouden,
tegenhouden
Legambiente
tutela: behoud,
bescherming
difesa: bescherming
quotidianamente (avv.):
dagelijks
battaglia: strijd, slag
affiancare: naast elkaar
zetten
circolo: club, vereniging
campagna: campagne
goletta: schip
volontariato:
vrijwilligerswerk
spiaggia: strand
volontario: vrijwillig
parco nazionale: nationaal
park
coscienza: bewustzijn,
geweten
trekking, il: trekking
ecoturismo: ecotoerisme
paesaggio: landschap
escursionista: deelnemer
aan een excursie
sentiero: pad
Glossario
giudicare: beoordelen,
oordelen
riunirsi: bij elkaar komen,
zich verenigen
iniziativa: initiatief
Edizioni Edilingua
in funzione di...: ten
behoeve van
sensibilità: gevoeligheid
determinato: bepaald
Autovalutazione
riciclabile: geschikt voor
recycling
esaurirsi: op raken,
uitgeput raken
alluvione: overstroming
riciclaggio: recycling,
hergebruik
Appendice grammaticale
esperto: deskundig
Appendice situazioni
comunicative
B
delizioso: verrukkelijk
villetta: villaatje
bifamiliare: twee onder
een kap
immediatamente (avv.):
meteen, gelijk
terrazzo: terras
rustico: plattelands
deposito: berghok,
magazijn
allarme, l’ (m.): alarm
casolare, il: huis op het
platteland
divisibile: deelbaar
rifugio: schuilplaats
immergersi (p.p. immerso):
zich onderdompelen
sottotetto: vliering
nucleo: kern
Quaderno degli esercizi
1
aspettarsi: verwachten
2
cucciolo: puppy
3
da morire: heel veel, (in dit
geval: zich dood vervelen)
diffidente: argwanend
4
convegno: congres
8
rifiuti: afval
10
andare in pensione: met
pensioen gaan
indescrivibile:
onbeschrijflijk
11
extraurbano: buiten de
stad
4
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
14
urgente: dringend
17
critico: kritisch
18
degrado: verval,
achteruitgang
riciclaggio: recycling,
hergebruik
19
*chimico: chemisch
*naturalista: die zich inzet
voor de natuur
*biologo: bioloog
*principe, il: prins
UNITÀ 8 Tempo libero e
tecnologia
Libro dello studente
In questa unità...
congratularsi: feliciteren
disapprovazione: afkeuring
inventore: uitvinder
A1
stufo: beu, moe (essere
stufo di: genoeg hebben
van)
effetti: effecten
isolarsi: zich isoleren,
uitzonderen
estroverso: extrovert, open
socievole: sociaal
superficiale: oppervlakkig
c’entra: het heeft ermee te
maken (centrarci: er mee
te maken hebben)
pub, il: pub
realtà virtuale: virtuele
realiteit, virtual reality
virtuale: virtueel
a proposito: wat betreft
A5
riguardante: betreffend
A8
miliardario: miljardair
cieco: blind
lira: oude Italiaanse
munteenheid
miliardo: miljard
pensione: pensioen
lotteria: loterij
B1
reazione: reactie
B2
approvare: goedkeuren
B5
avvisare: waarschuwen
C3
segnalare: signaleren,
aangeven
megafono: megafoon
utente: gebruiker
imporre (p.p. imposto):
vereisen, voorschrijven
fase, la: fase
pionieristico: pioniersfrutto di...: resultaat,
gevolg van
consentire: toestaan,
(ver)gunnen
dichiarazione d’amore:
liefdesverklaring
dichiarazione: verklaring
cerimonioso: overdreven
beleefd
Ch.imo (Chiarissimo):
hooggeleerd
grottesco: grotesk
disegnino: kleine
tekeningen
canzoncina: liedjes
in confidenza:
confidentieel, vertrouwelijk
confidenza:
vertrouwelijkheid
punire: straffen
rassicurazione:
geruststelling
chiocciolina: at,
apenstaartje
rifilare: aansmeren
eccessivo: overdreven
sintassi, la: zinsbouw,
syntaxis
ortografia: spelling
perdonabile: te vergeven
virgolette:
aanhalingstekens
C5
indovinare: raden
abuso: misbruik
incollato: geplakt, gelijmd
dipendenza:
afhankelijkheid
patologia: pathologie,
ziekteleer
terapia: therapie
C6
tribunale, il: tribunaal
condannare: veroordelen
circostante: omliggend
curare: behandelen,
verzorgen
disintossicazione: het
afkicken, ontgiftiging
C7
ci sentiamo: tot horens
Edizioni Edilingua
pleonastico: overbodig,
pleonastisch
D1
pagina web: website
promozionale: reclame-,
verkoopcontrattuale: contractueel
ricaricare: opladen
assistenza: hulp, helpdesk
ricaricabile: oplaadbaar
videochiamata:
videotelefoontje
videominuto: videominuut
attivare: activeren
attivazione:
inwerkingstelling, activering
attivabile: te activeren
riacquistabile: verkrijgbaar
riacquistare: verkrijgen,
kopen
accedere: toegang hebben
tot
pubblicizzare: reclame
maken
D3
scommettere (p.p.
scommesso): wedden
D4
pesare: wegen
batteria: batterij
D5
individualmente (avv.):
los, apart
squillare: rinkelen,
overgaan
accorto (inf. accorgersi):
gemerkt (volt.dw. van
merken)
digerire: verteren
cosina: dingetje
essere alle prese con...: te
maken hebben met
essenza: essentie
squillo: gerinkel, (het)
overgaan
bloccarsi: blokkeren, vast
zitten
scostumato: onbeleefd
giustificare:
rechtvaardigen, verdedigen
disturbo: overlast
arrecare: toebrengen,
berokkenen
giovanotto: jongeman
partecipe: deelnemend
aan/in
approfittare: profiteren
van, gebruik maken van
piazzare: zetten, plaatsen
salutino: groet
5
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
pressappoco (avv.): om en
nabij
E1
stampante, la: printer
lettore cd, il: cd speler
altoparlante, l’ (m.):
luidspreker
processore: processor
memoria: geheugen
cavo: kabel
filo: draad
allegato: bijlage
E2
griglia: schema
tasto: kop, toets
E4
certificato: diploma,
certificaat
suoneria: ringtoon
giustificarsi: zich
verontschuldigen
Conosciamo l’Italia
Scienziati e inventori
italiani
contributo: bijdrage
progresso: vooruitgang
Galileo Galilei
fondatore: stichter
sperimentale:
experimenteel
meccanica: mechanisch
termoscopio: thermoscoop
ideare: bedenken,
verzinnen
compasso: passer
perfezionare:
perfectioneren,
vervolmaken
telescopio: telescoop
satellite, il: satelliet
Giove: Jupiter
macchie solari:
zonnevlekken
macchia: vlek
solare: van de zon
microscopio: microscoop
astronomico: astronomisch
Copernico: Copernicus
universo: universum, heelal
inquisizione: Inquisitie
carcere, il: gevangenis
rinnegare: afvallen,
verloochenen
copernicano: van
Copernicus
Alessandro Volta
volt, il: volt
unità di misura:
maateenheid
cattedra di fisica: leerstoel
fysica
cattedra: leerstoel
elettroforo: instrument om
elektrische ladingen te
verzamelen
accumulare: ophopen,
verzamelen
carica: lading
pratico: praktisch
Antonio Meucci
brevettare: octrooi
verkrijgen op
causa: rechtszaak
Guglielmo Marconi
intuire: aanvoelen,
doorhebben
onda: golf
elettromagnetico:
elektromagnetisch
trasmittente: zender,
seinapparaat
ricevente: ontvanger
impressionante:
indrukwekkend
radiotelegrafico:
radiotelegrafisch
Atlantico: Atlantische
Oceaan
dedicarsi (a): zich wijden
aan
perfezionamento:
vervolmaking
radiotelegrafia:
radiotelegrafie
praticamente (avv.):
feitelijk, in de praktijk
giustamente (avv.): terecht
influenzare: beïnvloeden
decisivo: beslissend,
doorslaggevend
scienza: wetenschap
definitivamente (avv.):
definitief
telegrafo: telegraaf
senza fili: draadloos
Leonardo da Vinci
elicottero: helikopter
ricostruzione: herstel,
wederopbouw
Glossario
intelligenza: intelligentie
circonferenza:
cirkelomtrek
eretico: eretisch
brevetto: octrooi, brevet
Autovalutazione
installazione: installatie
clic, il: klik
Edizioni Edilingua
Appendice
grammaticale
talvolta (avv.): soms
lamentoso: klaaglijk,
zeurderig
Appendice situazioni
comunicative
B
prospetto: overzicht
continuo: aanhoudend,
constant
esercitazione: oefening
immediato: direct
concetto: concept
padronanza: beheersing
partecipante: deelnemer
motore di ricerca, il:
zoekmachine
motore: motor
sicurezza: zekerheid
grafico: grafisch
formattazione: (het)
formatteren
modifica: verandering
gestione: leiding, bestuur
virus, il: virus
navigazione: (het) surfen
(op Internet)
formato: formaat
multimedialità:
multimedialiteit
opzione: optie
diurno: dag-, overdag
pomeridiano: middagquota: bijdrage
comprendente: bevattend
attestato di frequenza:
verklaring dat iemand de
lessen gevolgd heeft
attestato: verklaring,
bewijs
Quaderno degli esercizi
1
connessione: verbinding
6
ciecamente (avv.):
blindelings
9
applicazione: applicatie
dotare: voorzien van
mi gira la testa: ik ben
duizelig, draaierig
16
*al plasma: plasma*all’avanguardia:
vooroplopend,
vooruitstrevend
*avanguardia: avant-garde
6
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
*collegarsi: zich in
verbinding stellen, contact
maken
*contemporaneamente
(avv.): tegelijkertijd
*memorizzare: onthouden,
opslaan in het geheugen
UNITÀ 9 L’arte... è di
tutti!
Libro dello studente
Per cominciare
1
liuto: luit (mus.instrument)
Venere, la: Venus
3
meravigliarsi: zich
verwonderen
rubare: stelen
arrestare: aanhouden,
arresteren
guardiano: bewaker
fuggire: vluchten
In questa unità...
forma passiva: lijdende
vorm
passivo: passief, lijdend
passivante: passieverend
A1
restauro: restauratie,
herstel
Dio mio!: mijn God!
a quanto pare: zo te zien
chi si è visto si è visto: en
dan zien we wel
cifra: bedrag
imprenditore: ondernemer
commissionare: bestellen,
opdracht geven voor
custode: bewaker,
conciërge
interrogare: ondervragen
sullo sfondo: op de
achtergrond
sfondo: achtergrond
A2
sorprendere (p.p.
sorpreso): verrassen
incredibilmente (avv.):
ongelofelijk
scappare: vluchten
A3
riprendere (p.p. ripreso):
(hier) filmen, opnemen
clamoroso: sensationeel,
geruchtmakend
inviato: verslaggever
inestimabile: onschatbaar
Beni culturali: Culturele
goederen, Cultuur
bene, il: goed
al riguardo: wat dat betreft
A4
che fine hanno fatto...?:
waar zijn ze gebleven
A6
forma attiva: actieve vorm
dipingere (p.p. dipinto):
schilderen
zoo: zoo, dierentuin
concentrare: focussen,
richten
A7
comprensibile: begrijpelijk
collezionista: verzamelaar
inaugurare: openen,
inaugureren, inwijden
condurre (p.p. condotto):
leiden
A8
fabbricare: maken,
fabriceren
B2
assicurare: verzekeren
B4
risalire: achterhalen
viaggiatore: reiziger
B5
al più presto: zo snel
mogelijk, zo spoedig
mogelijk
B6
didascalia: onderschrift
scolpire: beeldhouwen
collocare: zetten,
neerzetten
affrescare: met fresco’s
beschilderen
volta: gewelf
affresco: fresco
giudizio universale: laatste
oordeel
universale: universeel,
algemeen
risistemazione:
herinrichting
cupola: koepel
figura: figuur
biblico: bijbels
giudice: rechter
riemergere (p.p. riemerso):
(weer) te voorschijn komen,
(weer) boven water komen
autentico: authentiek,
echt,
condanna: veroordeling,
vonnis
definitivo: definitief
Edizioni Edilingua
peccatore: zondaar
C2
finanziare: financieren,
bekostigen
gigante, il: reus
raffigurare: afbeelden
appariscente: opvallend,
opzichtig
semiaffondato:
halfgezonken
giacere: liggen
C4
riformulare: herformuleren
merce, la: goederen
quanto prima: zo snel
mogelijk
C5
annunciazione: (Maria)
aankondiging
adorazione: aanbidding
(door de Wijzen)
magi, i (sg. il magio):
Wijzen (uit het Oosten)
incompiuto: onvoltooid
al servizio di...: in dienst
van
scultore: beeldhouwer
scenografo:
decorontwerper
roccia: rots
enigmatico: raadselachtig
avanzare: aanvoeren
ammiratore: bewonderaar
applicare: toepassen
tecnica: techniek
sfumato: clair-obscur
chiaroscuro: clair-obscur
sperimentazione: (het)
experimenteren
anatomia: anatomie
astronomia: astronomie
idraulica: hydraulica
ottica: optica
carro armato: tank
rivoluzionario:
revolutionair
manoscritto: manuscript
schizzo: schets
pittura: schilderij
apostolo: apostel
Gesù: Jezus
D1
etichetta: label, etiket
divano tre posti:
driezitsbank
a partire da...: vanaf, om
te beginnen met
bontà: goedheid
stagionare: laten rijpen
7
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
confezionare: verpakken,
inpakken
D4
versione: versie
rondine, la: zwaluw
gallo: haan
topo: muis
confessare: opbiechten
nuocere (p.p.
nociuto/nuociuto): schaden
appetito: trek, eetlust
buoi, i (sg. il bue): ossen
panni: was
D7
sacrificio: offer
E1
per natura: van aard
lupa: wolvin
lupetto: welpje
disperazione: wanhoop
ammazzare: doden
mordere (p.p. morso):
bijten
grotta: grot
laggiù (avv.): daarginds
materasso: matras
petto: borst, boezem
mi mise una pulce
nell’orecchio: prikkelen,
argwaan wekken
pulce, la: vlo
morso: beet
bene, il: goed
ebbene: nou dan
religione: religie
F1
astratto: abstract
F2
natura morta: stilleven
ritratto: portret
F5
riproduzione: reproductie,
kopie
Conosciamo l’Italia
L’arte in Italia
movimento: beweging
Dal 1600 a oggi
reggia: Koninklijk paleis
nomi di spicco:
vooraanstaande namen,
vooraanstaand persoon
spicco: belang, gewicht
conversione: bekering
esercitare: uitoefenen
realista: realistisch
impegnato: geëngageerd
caratteristico:
karakteristiek
allungare: langer maken,
verlengen, uitrekken
lineare: lineair, rechtlijnig
risentire (di): onder de
invloed staan van, de
gevolgen ondervinden van
cubismo: kubisme
futurista: futurist
continuità: continuïteit
retro: achterkant
L’arte contemporanea
è... a portata di mano!
contemporaneo:
hedendaags
a portata di mano: binnen
handbereik
predecessore: voorganger
su commissione: in
opdracht
commissione: opdracht,
commissie
grattacielo: wolkenkrabber
estetica: esthetiek
degno: waardig, verdiend
eredità: erfenis
designer: designer,
ontwerper
sinuoso: gewelfd,
kronkelig, bochtig
scheggia: scherf
pendolino:
hogesnelheidstrein
futurismo: futurisme
Glossario
dinamismo: dynamiek
lodare: prijzen, loven
curva: bocht
ondulato: golvend
Autovalutazione
riallacciarsi: weer
aansluiten bij
Appendice
grammaticale
per corrispondenza: per
post
perifrastico: omschrijvend,
perifrastisch
Appendice situazioni
comunicative
suddividere (p.p.
suddiviso): onderverdelen
splendidamente (avv.):
schitterend
allestire: organiseren,
inrichten
offuscare: verduisteren
tramonto: zonsondergang
combattimento: gevecht
cruento: bloederig
gladiatore: gladiator
feroce: wild, woest
Edizioni Edilingua
cumulativo: totaal,
gecombineerd
validità: geldigheid
cripta: crypte
tomba: graf
visitatore: bezoeker
Quaderno degli esercizi
1
commettere (p.p.
commesso): begaan
inseguire: achtervolgen
6
antiquario: antiekhandelaar
restaurare: restaureren
8
confortevole: comfortabel
10
eseguire: uitvoeren
13
apposito: daarvoor bestemd
14
pinacoteca: museum,
schilderijenverzameling
15
casco: helm
proibire: verbieden
UNITÀ 10 Paese che vai,
problemi che trovi
Libro dello studente
Per cominciare
1
tizio: een of andere vent
porta blindata:
gepantserde deur
blindato: gepantserd,
geblindeerd
4
mascherare: maskeren,
verbloemen
In questa unità...
discorso diretto: directe
rede
discorso indiretto:
indirecte rede
A1
capitare: gebeuren
questura: hoofdbureau van
de politie
evidentemente (avv.):
blijkbaar
assurdo: absurd
all’opera: aan de slag
camion, il: vrachtwagen
trasloco: verhuizing
travestirsi: zich verkleden,
zich vermommen
8
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
facchino: kruier, verhuizer
che faccia tosta!: wat
brutaal!wat ombeschaamd!
tosto: hard, stoer, koppig
umidità: (lucht)vochtigheid
portone, il: voordeur (van
het gebouw)
colmo: toppunt
tranquillamente (avv.):
rustig
A3
disperato: wanhopig,
radeloos
toh: goh!
gentilmente (avv.):
vriendelijk
gentiluomo: heer,
gentleman
A6
passaggio: passage
cambiamento: verandering
permanere (p.p. permaso):
voortduren, blijven
B1
messa: mis
fare la comunione:
communie ontvangen
comunione: communie
vorrebbe dargliele: hij/zij
zou hem willen slaan
bastone, il: stok
bimbo: kind
arrendersi (p.p. arreso):
zich overgeven, zich
gewonnen geven
rispetto: respect
B2
droga: drugs, verdoving
middel
razzismo: racisme
aborto: abortus
divario: verschil, kloof
B4
infischiarsene: lak hebben
aan, aan zijn laars lappen
B6
indicatore: tijd en
ruimteaanduiding
C2
statistico: statistisch
tossicodipendente:
drugsverslaafde
in cura: onder behandeling
comunità: afkickcentrum,
gemeenschap,
laico: niet kerkelijk
C3
con me hai chiuso: ik wil
niets meer met jou te
maken hebben
C5
fatica: moeite
affetto: genegenheid,
liefde
struttura: structuur,
instantie
rimandare: uitstellen
diminuire: verminderen
via d’uscita: uitweg
malavita: onderwereld
traffico: verkeer
stupefacente, lo:
verdovingmiddel, drug
una volta per tutte: voor
eens en altijd
presidenza: premierschap,
presidentschap,
voorzitterschap
consiglio dei ministri:
ministerraad
stanchezza: vermoeidheid
sforzo: inspanning, moeite
spaccio: verkoop, dealen
D1
arresto: aanhouding,
arrestatie
prigione, la: gevangenis
delinquente: misdadiger,
crimineel
rapina: overval
spacciatore: drugsdealer
pena: straf
D2
CENSIS: Italiaans Centraal
Bureau voor de Statistiek
zingaro: zigeuner
microcriminalità: kleine
criminaliteit
criminale: crimineel
reato: wetovertreding
insicurezza: onzekerheid
D3
punizione: straf
evadere (p.p. evaso):
ontsnappen (uit de
gevangenis), vluchten
arresti domiciliari:
huisarrest
domiciliare: huiselijk
convivenza: (het)
samenleven, samenwonen
caserma: kazerne
maresciallo: sergeant,
maarschalk
militare: militair
evasione: ontsnapping
scontare: (een straf)
uitzitten
domicilio: woonplaats,
verblijfplaats
Edizioni Edilingua
galera: gevangenis
E1
rifarsi una vita: opnieuw
beginnen
primo ’900: begin 1900
E2
vu’ cumprà, il: (allochtone)
straatverkoper
affettuoso: liefdevol,
hartelijk
conciliare: op elkaar
afstemmen, combineren
compatrioti, i (sg. il
compatriota): landgenoten
ammucchiare: ophopen,
opstapelen
piroscafo: (stoom)boot
offesa: belediging
sbarcare: aan land gaan,
van boord gaan
fibra: karton
bottiglione, il:
tweeliterfles
brillantina: brillantine,
haarcreme
lucido: glimmend, glanzend
sceicco: sjeik
obolo: kleine gift
accendino: aansteker
lavavetri, il: ruitenwasser
crudeltà: wreedheid
alla ventura: aan hun lot
overlaten
ventura: toeval, lot, geluk
E3
selezionare: selecteren,
parola chiave: sleutelwoord
emigrato: emigrant
immigrare: immigreren
E4
odierno: hedendaags
E5
allenatore: trainer
F2
calo: daling
F3
incinta: zwanger
disgrazia: ongeluk,
tegenspoed
dittatura: dictatuur
omicidio: moord
assassinio: moord
sfida: uitdaging
annoiare: vervelen
battersi: vechten
avvertire: waarschuwen
vuoto: leegte
umiliazione: vernedering
violentare: verkrachten
buio: (het) donker
9
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
servirsi (di): gebruik maken
van
sguardo: blik
malvagio: gemeen, slecht
schiavitù, la: slavernij
ingiustizia: onrecht
muscolo: spier
saldo: sterk
fardello: last, vracht
tenerezza: tederheid
ordinare: bevelen
prepotente: bullebak,
bazig
F5
parità: gelijkheid
sesso: geslacht, sekse
G1
derivare: afgeleid worden
uit
minacciare: bedreigen
G3
giustizia: justitie
tradizionalista: iemand die
de traditie hoog houdt
G4
immaginario: denkbeeldig
possibilmente (avv.):
mogelijk
Conosciamo l’Italia
Aspetti e problemi
dell’Italia moderna
sottoccupazione: tekort
aan werkgelegenheid
precario: tijdelijk, onzeker
saltuario: onregelmatig
lavoro nero: zwart werk
determinato: bepaald
precludere (p.p. precluso):
belemmeren, uitsluiten
in definitiva: al met al, ten
slotte
profondo: diep
criminalità organizzata:
georganiseerde criminaliteit
Cosa Nostra: maffia
eclatante: opzienbarend,
opmerkelijk
affondare: diep in iets
steken
radice, la: wortels
corrompere (p.p. corrotto):
omkopen
omertà: stilzwijgen,
geslotenheid
boss: baas
mafioso: van de maffia
pentito: spijtoptant
pentirsi: brouw hebben,
spijt hebben
radicarsi: zich vastzetten
camorra: Napolitaanse
maffia
’ndrangheta: maffia uit
Calabrië
Sacra Corona Unita: maffia
uit Apulië
paese delle meraviglie:
wonderland
meraviglia: wonder
clandestino: illegaal
rigoroso: streng, rigoureus
istituzione: institutie,
instelling
sanitario: gezondheids-,
van de zorg
preoccupante: zorgelijk
crescente: groeiende
pensionato:
gepensioneerde
tutt’altro che...: alles
behalve
ottimistico: optimistisch
tendenza: tendens
leggermente (avv.):
lichtelijk
invertirsi: omkeren
temporaneo: tijdelijk
processo: proces
profugo: vluchteling
salario: salaris
scoraggiare: ontmoedigen
asiatico: Aziatisch
Glossario
provvisorio: tijdelijk
incerto: onzeker
impedire: belemmeren
ostacolare: hinderen,
belemmeren
risiedere: wonen,
verblijven
illegalmente (avv.): illegaal
inserirsi: zich aanpassen,
zich voegen bij
Autovalutazione
francamente (avv.): eerlijk
maleducato: onbeleefd,
onbeschoft
severo: streng
trullo: typisch rond gebouw
uit Apulië
Appendice
grammaticale
conseguenza: gevolg
enunciazione:
uiteenzetting
invariato: ongewijzigd,
onveranderd
Edizioni Edilingua
Quaderno degli esercizi
9
animalista:
dierenrechtenactivist
maleducato: slecht
opgevoed
pacifista: pacifist
12
tenerci: waarde echten
aan, op prijs stellen
13
effettuare: uitvoeren,
maken
14
fare i conti: met iem/iets
afrekenen
insultare: beledigen
intolleranza: intolerantie
xenofobo: xenofoob
17
*precariato: tijdelijke
overeenkomst
*dignità: waardigheid
UNITÀ 11 Che bello
leggere!
Libro dello studente
Per cominciare
1
commissario: commissaris
anonimo: anoniem
principe, il: Prins
tiranno: tiran
saggio: essay
3
segno zodiacale:
sterrenbeeld
zodiacale: zodiakaal,
dierenriemastrologia: astrologie
In questa unità...
oroscopo: horoscoop
parole alterate:
verkleinende en
vergrotende woorden
alterare: aantasten,
verdraaien, vervalsen
A
gemelli: Tweelingen
A1
confuso: in de war
ariete, l’ (m.): Ram
guastare: bederven,
beschadigen
cancro: Kreeft
10
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
è nato sotto il segno del...:
hij is geboren onder het
teken van(dierenriem)
vergine, la: Maagd
A3
sorridere (p.p. sorriso):
glimlachen
chiaro e tondo: ronduit
pesci: Vissen
resistere (p.p. resistito):
weerstand bieden,
volhouden
impermeabile: waterdicht
A5
simultaneo: gelijktijdig
A6
rimproverare: een
uitbrander geven, een
standje geven
promozione: promotie
B
di che segno sei?: welk
sterrenbeeld ben jij?
B1
capricorno: Steenbok
B2
passionalità: hartstocht
toro: Stier
semplicità: eenvoud
paziente: geduldig
sensibile: gevoelig
parole a doppio senso:
woorden met dubbele
betekenis
sognatore: dromerig
zodiaco: zodiak, dierenriem
esibire: tonen, pronken
met
esteriore: uiterlijk
interiore: innerlijk
seducente: verleidelijk
puntualità: stiptheid,
punctualiteit
altruismo:
onbaatzuchtigheid,
altruïsme
bilancia: Weegschaal
in compenso: aan de
andere kant
creativo: creatief
tollerante: tolerant
scontro: botsing
scorpione, lo: Schorpioen
provocatore: provocateur
ambizioso: ambitieus,
eerzuchtig
catturare: gevangen
nemen, vangen
riprendersi (p.p. ripreso):
er weer bovenop komen,
zich herstellen
sagittario: Boogschutter
buon umore: goed humeur
fidanzamento: verloving
concreto: praktisch
a lungo: voor lange tijd
ringiovanire: jonger maken
acquario: Waterman
eccentrico: excentriek
fantasioso: fantasierijk
stupire: verbazen
razionalità: verstand
imprevedibile:
onvoorspelbaar
B4
esclamativo: uitroepcompilare: invullen
modulo: formulier
in continuazione:
voortdurend
sintomo: symptoom
di mezzo: in het midden
B5
non penso che a lui: ik
denk alleen aan hem
C1
corrente, la: stroming
narratore: verteller
indifferente: onverschillig
ribaltare: kantelen, op zijn
kop zetten
ottimismo: optimisme
propagandare: propageren
borghesia: burgerij,
bourgeoisie
privo di...: zonder
noia: verveling
coniugale: echtelijk
borghese: burger,
bourgeois
orientarsi: zich oriënteren
psicoanalisi, l’ (f.):
psychoanalyse
giocoso: vrolijk, komisch
unirsi: zich aansluiten bij
ragno: spin
visconte, il: Burggraaf
dimezzare: halveren, in
tweeën delen
barone, il: Baron
cavaliere, il: ridder
inesistente: denkbeeldig
antenato: voorouder
definire: beschrijven,
definiëren
parodia: parodie
cavalleresco: ridder-,
ridderlijk
Edizioni Edilingua
allusione: zinspeling,
toespeling
fiabesco: fabelachtig
invisibile: onzichtbaar
liberazione: bevrijding
C3
sorridente: glimlachend
C5
laser, il: laser
D2
basarsi (su): zich baseren
op
oggettivo: objectief
relativo: relatief,
betrekkelijk
costante: voortdurend
mentire: liegen
ingannare: bedriegen
crearsi illusioni: zich
illusies maken
illusione: illusie
milionario: miljonair
riconoscere: erkennen,
herkennen
D3
compagnia: gezelschap
copione, il: script
mercato nero: zwarte
markt
arricchirsi: zich verrijken
fare l’amore: vrijen, de
liefde bedrijven
soldato: soldaat
tolleranza: tolerantie
sipario: doek, toneelgordijn
furioso: woest, hevig
irrefrenabile: onstuitbaar,
niet te remmen
palcoscenico: toneel
berretto: baret
a sonagli: met belletjes
sonaglio: (rinkel)belletje
D4
teatrino: poppenkast
librone: dik boek
ragazzaccio: kwajongen
D5
modificare: wijzigen,
veranderen
terminazione: uitgang
alterazione: woordvorming
d.m.v. vergrotende/
verkleinende/ liefkozende
uitgang
dimensione: grootte,
omvang
diminutivo: verkleinend
accrescitivo: vergrotend
peggiorativo:
verslechterend
11
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
dispregiativo: minachtend
parolaccia: scheldwoord
vezzeggiativo: liefkozend
E1
libraio: boekhandelaar
E3
storicamente (avv.):
historisch gezien
bene o male: bewust of
onbewust
invogliare: stimuleren tot,
aansporen tot
confrontarsi: zich meten
met
lettura: lectuur
casa editrice: uitgeverij
E5
tendere (a): streven naar
narrazione: vertelling,
verhaal
intreccio: plot
memoria: geheugen,
herinnering, memoires
biografia: biografie
e via via: geleidelijk,
langzamerhand
disdegnare: minachten,
verachten
tomo: pil (dik boek)
adesione: aansluiting
appassionante: pakkend,
spannend, boeiend
casuale: toevallig
gradevole: aangenaam
accostarsi: gaan staan
naast
sensazione: gevoel
accessorio: bijkomend,
bijkomstig
decorativo: decoratief,
voor de sier
impegnare: aan het werk
zetten, bezig houden,
boeien
abbronzato: gebruind
materassino: luchtbedje
cenno: gebaar
vago: vaag, onduidelijk
riabbassare: opnieuw
neerslaan
proseguimento:
voortzetting
d’un fiato: in één ruk
fiato: adem
capo: hoofd
amaro: bitter
staccarsi: losgaan, loslaten
minaccioso: bedreigend
voluminoso: omvangrijk
F1
tipografo: drukker
impaginare: de lay-out
maken van
redattrice: redactrice
editore: uitgever
grafico: graficus
Conosciamo l’Italia
La letteratura italiana
in breve
1300
divino: goddelijk
punto di riferimento:
referentiepunt
1500
poema, il: dichtwerk
addio: vaarwel
epica: epische poëzie
1700
locandiera: gastvrouw,
vrouwelijke herbergier
servitore: bediende
padrone, il: eigenaar, baas
1800
esaltare: verheerlijken
ostile: vijandig
prosa: proza
Verismo: Verisme (literaire
stroming)
analitico: analytisch
esito: resultaat
ugualmente (avv.): op
dezelfde wijze
pessimistico: pessimistisch
1900-1950
dare vita (a): (iets) in het
leven roepen,
illustre: vermaard
narrativa: verhalend proza
1950-2000
menzogna: leugen
sortilegio: tovenarij
anima mundi: (Latijn) ziel
van de wereld
anima: ziel
I premi Nobel
assegnare: toekennen
romanziera:
romanschrijfster
osso: bot
seppia: inktvis
a sorpresa: onverwachts
satirico: satirisch
accidentale: toevallig,
onvoorzien
anarchico: anarchist
promozione: reclame
Glossario
eroico: heroïsch
Edizioni Edilingua
caratterizzare: kenmerken
sentimento: gevoel
falsità: valsheid
magia: magie
incantesimo: betovering
Autovalutazione
pseudonimo: pseudoniem
Autovalutazione
generale
1
mansione: taak, functie
3
scultura: sculptuur
4
mancante: ontbrekend
compito in classe:
schriftelijke overhoring
irresponsabile:
onverantwoord
non posso dargli tutti i
torti: ik kan hem niet
helemaal ongelijk geven
rimpiangere (p.p.
rimpianto): het betreuren
5
urgente: dringend
ladruncolo: kruimeldief
portiera: conciërge,
vrouwelijke portier
duramente (avv.): hard
onestamente (avv.): eerlijk
7
competente: deskundig
bagnarsi: nat worden
memorizzare: onthouden
8
disordinato: slordig
Appendice
grammaticale
ossia: oftewel
assistente: assistent
vincente: winnend
Appendice situazioni
comunicative
A
avvincente: boeiend,
spannend
saggistica: essayistiek
individuo: individu
filosofico: filosofisch
complesso ingewikkeld,
gecompliceerd
linguistica: linguïstiek
spunto: idee, uitgangspunt
ombrellone: parasol
B
stupirsi: zich verbazen
sempreverde:
groenblijvend
12
Nuovo Progetto italiano 2b
WOORDENLIJST
ironia: ironie
paradosso: paradox,
ongerijmdheid
impegnativo: moeilijk,
ingewikkeld
Quaderno degli esercizi
3
essere a conoscenza (di):
op de hoogte zijn (van)
8
recensione: recensie
17
dettaglio: detail
Edizioni Edilingua
13

Vergelijkbare documenten

Olandese

Olandese stilistico: van/over de stijl sacrificare: offeren, opofferen ideale, l’ (m.): ideaal danno: schade acronimo: acroniem, letterwoord accompagnamento: begeleiding

Nadere informatie