VN Forum 2007-4 - Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties

Commentaren

Transcriptie

VN Forum 2007-4 - Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties
2007/4
In dit nummer o.m.:
NVVN viert vierde lustrum
Nieuwe poging VN bij Irak
te betrekken
Alvaro de Soto en de VN (2)
Aids-bestrijding en
mensenrechten
Spetterende nacht van de VN
Signalementen
VN Forum 2007/4
De redactie van VN Forum bestaat uit:
drs Marloes Geboers, Tjerk Halbertsma Msc,
ir Arend Meerburg, Adriënne Schillemans
Inhoud
Hoofdredacteur
drs Carel H. Jansen
NVVN viert lustrum
door Yvonne Donders
1
Theo van Boven kijkt terug op
lange carrière bij VN
verslag van Adriënne Schillemans
3
VN: jeugdig elan van ‘sweet sixt(y)een’
door Paul de Waart
9
Een strijdster van het eerste uur voor
aandacht voor de VN in het onderwijs
door C.H. Jansen
14
Nieuwe poging VN nauwer bij Irak
te betrekken
door C.H. Jansen
18
Het VN-verdragssysteem voor de
Rechten van de Mens
samenvatting Adriënne Schillemans
van AIV-rapport
21
Alvaro de Soto doet boekje open over
VN-politiek in Midden-Oosten (2)
vertaling en bewerking C.H. Jansen
25
Eindredactie en produktie
drs Peter A. Schregardus
Redactieraad
Tjerk Halbertsma Msc, drs Ruud Hoff,
mr Eppo Jansen, mr Toon Schmeink
Redactieadres
VN Forum, Postbus 93539, 2509 AM Den Haag
Inhoudelijke opmerkingen of eventueel in het
blad te plaatsen opinies, brieven of artikelen
kunnen per e-mail verzonden worden aan Carel
H. Jansen, adres: [email protected]
Druk
Ervee design & drukwerk bv, Zoetermeer
Uitgave
VN Forum is een uitgave van de Nederlandse
Vereniging voor de Verenigde Naties (NVVN).
VN Forum verschijnt vier maal per jaar. Kopij dient
ingezonden te worden minimaal veertien dagen voor
de deadline, d.w.z. vóór 1 maart, 1 juni, 1 september of
1 december.
De in de bijdragen neergelegde opvattingen blijven
voor de verantwoordelijkheid van de schrijvers en
geven niet noodzakelijkerwijs de mening van de NVVN
en/of de redactie weer. Het overnemen van een artikel
uit dit tijdschrift is, mits met bronvermelding, toegestaan.
Abonnementen
Bij het lidmaatschap van de NVVN is toezending van
VN Forum inbegrepen. Losse abonnementen E 35 per
jaar: schrijf naar het NVVN-secretariaat voor aanmelding als abonnee. Abonnementen worden automatisch
verlengd, tenzij vóór 1 december schriftelijke opzegging heeft plaats gevonden.
NVVN
De Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties
(NVVN) stelt zich ten doel het bevorderen van de doelstellingen van de Verenigde Naties in Nederland, teneinde de bevolking bewust te maken van de noodzaak
van internationale samenwerking en de opbouw van
een wereldrechtsorde. De NVVN is lid van de World
Federation of United Nations Associations (WFUNA).
Het lidmaatschap staat open voor een ieder. Kijk voor
informatie op de achterpagina of op www.nvvn.nl of
neem contact op met het secretariaat van de NVVN,
Postbus 93539, 2509 AM Den Haag; telefoon 070 374 66 02.
Secretaris Christine Snoeks.
Omslag G. Wielaard Studio, Den Haag
e
BZ-briefing voor de 62 Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties
verslag van Arend Meerburg
38
Wereldwijde AIDS-bestrijding gebaseerd
op de rechten van de mens
door Adriënne Schillemans
41
Spetterende Nacht van de
Verenigde Naties
46
Signalementen
49
VN Forum 2007 - 4
1
NVVN viert lustrum
November jl. heeft de NVVN haar twintigjarig bestaan gevierd. Na het verdwijnen van de Vereniging voor de Internationale Rechtsorde (VIRO) werd
in 1987 besloten een nieuwe vereniging op te richten om, zoals de statuten zeggen, “de doelstellingen van de Verenigde Naties in Nederland te
bevorderen en uit te dragen, teneinde de bevolking bewust te maken van
de noodzaak van internationale samenwerking en de opbouw van een
wereldrechtsorde”.
De Verenigde Naties zelf bestaan al heel wat langer, thans
62 jaar. Mijn voorganger, Louk de la Rive Box, vroeg zich
onlangs in dit blad af of de VN niet zo langzamerhand de
pensioengerechtigde leeftijd beginnen te naderen. Zijn de
VN nog wel relevant in de veranderde tijd?
Ook minister-president Balkenende sprak in de laatste
Algemene Vergadering van de VN over het belang van de
VN. Hij benadrukte drie thema’s die volgens de Nederlandse regering cruciaal zijn voor succes of falen van de
volkerenorganisatie: respect (voor de rechten van de
mens en de internationale rechtsorde), verantwoordelijkheid (voor de planeet en voor vrede en veiligheid) en relevantie (door versterking en hervorming van de VN). De
relevantie van de VN moet volgens Balkenende vooral worden vergroot door versterking van de internationale rechtsorde. Hij doelde hiermee op de beëindiging van straffeloosheid door de diverse internationale instellingen, die – niet geheel toevallig –
grotendeels in Den Haag functioneren. De lustrumbijeenkomst van de NVVN werd
dan ook niet voor niets gehouden in het Vredespaleis, de zetel van een van de oudste
VN-instellingen, het Internationaal Gerechtshof, dat zich bij uitstek bezighoudt met de
internationale rechtsorde. Balkenende pleitte ook voor hervorming van de VN, in het
bijzonder van de Veiligheidsraad, om het belang van de organisatie te vergroten.
Louk Box vindt het hervormen van het systeem van secundair belang en ik ben het
met hem eens. Het is, zoals hij het ook zegt, niet primair een gebrek van het VN-apparaat, maar een gebrek van de lidstaten. Het gedrag van de lidstaten moet worden veranderd. Volgens Box is de wereld dermate veranderd dat de VN niet op de oude
manier, als bondgenootschap van soevereine staten, kunnen functioneren. Box pleit
voor nieuwe coalities, bondgenootschappen met maatschappelijke soevereiniteit,
voor wat hij noemt “civilaterale samenwerking” tussen maatschappelijke organisaties. De VN zouden het middelpunt moeten worden van deze maatschappelijke soevereiniteit.
2
VN Forum 2007 - 4
Wat zou de rol van de NVVN in deze “civilaterale samenwerking” kunnen zijn? Is de
NVVN eigenlijk nog wel relevant? De NVVN is geen grote organisatie. Zij is niet te vergelijken met de grote United Nations Associations, zoals in de Verenigde Staten of het
Verenigd Koninkrijk, die zelfs een groot aantal vaste werknemers in dienst hebben. De
NVVN leidde ook lange tijd een nogal armlastig bestaan. Met slechts de contributie
van de leden en een sporadische bijdrage van een sponsor moesten de activiteiten
worden georganiseerd. Gelukkig kan de NVVN nu met steun van het NCDO meer en
betere activiteiten organiseren. Wij moeten ons echter als bestuur steeds blijven afvragen of dat wat wij organiseren wel het juiste is en overeenkomt met dat wat de leden
willen. De opkomst bij het lustrum, ruim 60 personen, gaf in elk geval een positief
beeld.
De NVVN wil graag bijdragen aan vergroting van het draagvlak voor internationale
samenwerking en het debat stimuleren over verbetering en versterking van de VN.
Hoe dat het beste kan worden gedaan, is in het bestuur een doorlopend punt van discussie. Wie zijn onze doelgroepen en hoe kunnen we die het beste bereiken? In hoeverre is het voor de NVVN, met haar diversiteit van leden en meningen, mogelijk
actief te zijn in bepaalde politieke debatten? Hoe kan de samenwerking van de NVVN
met andere maatschappelijke organisaties worden versterkt? Het zijn belangrijke vragen die direct raken aan het debat over de relevantie van de NVVN.
De NVVN bestaat 20 jaar en wordt dus langzaam volwassen. Ik denk dat zij nog steeds
zeer relevant is en kan blijven. De NVVN is de afgelopen maanden actief geweest met
de cursus in samenwerking met Instituut Clingendael en zij was prominent aanwezig
tijdens de ‘Nacht van de VN’. Deze Nacht toonde wederom aan hoeveel jongeren geïnteresseerd zijn in de VN en in internationale samenwerking. In november heeft de eerste bijeenkomst plaatsgevonden van de NVVN Young Professionals for International
Cooperation (YPIC), ook een belangrijke doelgroep. Ik moedig u allen aan met ons
mee te blijven denken over hoe we de NVVN zo relevant en interessant mogelijk kunnen houden.
De NVVN probeert in elk geval met haar tijd mee te gaan. Zij beschikt inmiddels over
een nieuwe huisstijl en een verbeterde website: www.nvvn.nl. Ook VN Forum zal het
komende jaar in een nieuw jasje worden gestoken. VN Forum levert als tijdschrift al
jaren een belangrijke bijdrage aan het Nederlandse debat over de VN. De redactie
slaagt er steeds weer in een hoge kwaliteit te waarborgen. Ik wil vanaf deze positie de
redactie van VN Forum, speciaal de heer Carel Jansen, heel hartelijk bedanken voor
haar inzet.
Yvonne Donders
Voorzitter van de NVVN
VN Forum 2007 - 4
3
NVVN viert lustrum in Vredespaleis
Theo van Boven kijkt terug op lange carrière bij VN
Verslag Adriënne Schillemans
Vrijdag 12 oktober jl. vierde de Nederlandse Vereniging van de Verenigde Naties
(NVVN) haar 20-jarig bestaan. Dit vond plaats in het Vredespaleis te Den Haag.
Belangstellenden kregen, alvorens het officiële gedeelte begon, een rondleiding door het
Vredespaleis aangeboden. Vervolgens was het de beurt aan Theo van Boven om terug te
blikken op zijn loopbaan, die begon bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en later in
tal van organen van de Verenigde Naties. Ook nam hij de gelegenheid om eens te filosoferen over de lezing die Louk de la Rive Box bij zijn afscheid als voorzitter van de NVVN
dit voorjaar hield, onder de titel ‘VN: pensioengerechtigd?’ (zie VN-Forum 2007/2, en het
commentaar van Paul de Waart in dit nummer). Ter afsluiting van de lustrumviering vertelde Mies Brouwer een aantal anekdotes over haar ervaringen met het Vredespaleis en
haar plaats vanaf het begin bij de oprichting en het verder vormgeven van de NVVN als
lid van het bestuur (zie ook haar relaas in dit nummer van VN-Forum).
Van Bovens lange betrokkenheid
bij de VN
Van Boven herinnerde zich nog toen hij een
middelbare scholier was, hij een leraar had die
helemaal bevlogen was van de Verenigde
Naties. Ook kon hij nog de bijeenkomst van de
VIRO, de voorganger van de NVVN, in 1951
herinneren. “Het was een bijeenkomst die plaats
vond in het establishment ‘Boslust’ aan het
Bezuidenhout. Daar sprak vol vuur de heer Van
Heuven Goedhart, toen Hoge Commissaris van
de Vluchtelingen, die de aanwezigen een breder
overzicht gaf van de Verenigde Naties. Ook
hiervan herinner ik me dat deze man heel erg
blij was met de toen pas aangenomen ‘Uniting
for Peace’-resolutie, een resolutie van de Algemene Vergadering die in feite tot doel had dat in
geval de Veiligheidsraad geblokkeerd was door
een veto – destijds bijna altijd van de Sovjetunie
– ook de Algemene Vergadering besluiten kon
nemen op het gebied van vrede en veiligheid.
Later is deze resolutie weer in onbruik geraakt,
omdat door de opkomende Derde-Wereldlanden
in de Algemene Vergadering twijfel rees over
deze resolutie.”
Van Boven vertelde dat hij van 1960 tot 2004,
zo’n kleine 45 jaar, in diverse hoedanigheden
betrokken is geweest bij de VN en dan vooral in
de sfeer van de rechten van de mens. Hij begon
zijn loopbaan als departementsambtenaar op het
Ministerie van Buitenlandse Zaken. Later was
hij vertegenwoordiger van Nederland in verscheidene VN-organen, in het bijzonder de
Commissie voor de Rechten van de Mens.
Daarna was Van Boven een aantal jaren VNambtenaar in de hoedanigheid van Directeur
van de Divisie voor de Rechten van de Mens in
Genève. Na deze periode is hij in een aantal
functies onafhankelijk deskundige geweest,
zoals voor de CERD (het Comité dat toezicht
houdt op de naleving van het anti-racismeverdrag), in de Subcommissie van de Rechten van
4
de Mens en als speciale rapporteur inzake folteren. Ook was hij in de opstartperiode een jaar
griffier van het Joegoslavië Tribunaal. Daar tussendoor kwam hij weer even onder instructies
van Buitenlandse Zaken te staan, nl. in 1998 bij
de conferentie ter oprichting van het Internationaal Strafhof in Rome, waar hij de eigenlijke
Nederlandse vertegenwoordiger, Adriaan Bos,
die ziek was, verving.
Een aantal impressies
Toen Van Boven in 1960 aan zijn loopbaan begon, kwam hij allereerst terecht op de Directie
internationale organisaties van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Deze Directie hield
zich vooral bezig met de Verenigde Naties en de
Gespecialiseerde Organisaties. Een van de dingen die hem terstond opviel, was de grote betrokkenheid van zijn collega’s bij de Verenigde
Naties. Zij geloofden in het werk van de VN en
dat werkte aanstekelijk. Opmerkelijk voor Van
Boven was ook de oriëntatie van Nederland op
like-minded countries (zoals dat op BuZa werd
genoemd), in het bijzonder de Scandinavische
landen en Canada. Dit kwam doordat de samenwerking met de landen van de latere Europese
Unie (toen EEG) nog niet veel voorstelde. Wat
toen ook anders was, zo vervolgde Van Boven
zijn lezing, was dat er in die tijd een vaste correspondent zat in New York, Bernard Person,
die een wekelijks commentaar gaf over de VN.
Er zijn tegenwoordig maar weinig media die
een vaste correspondent bij de VN hebben. We
worden eigenlijk maar mondjesmaat geïnformeerd in de media over wat daar gaande is,
moet Van Boven tot zijn teleurstelling vaststellen.
In die beginperiode op Buitenlandse Zaken viel
hem meer op. Zo constateerde hij dat belangrijke persoonlijkheden uit de Nederlandse samenleving werden ingeschakeld bij het werk van de
VN, zoals Jan Tinbergen (econoom) en Bert
Röling (polemoloog). “Dat waren mensen die
door hun kennis en inzichten een bijzondere bijdrage leveren. De VN wordt thans overwegend
VN Forum 2007 - 4
behartigd door diplomaten. Al zijn er natuurlijk
ook nog wel jeugdvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van vakbonden en vrouwenorganisaties die deel uitmaken van Nederlandse
delegaties. De rol van parlementariërs was vroeger een andere. Toen waren Kamerleden als
Ruijgers, Beaufort en anderen heel erg betrokken. Ook uit kringen van wetenschap en maatschappij was er een grotere betrokkenheid dan
nu en dat werd gestimuleerd vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken.”
Nederland was in die tijd wat behoudend in zijn
opstelling tegenover het mensenrechten-beleid.
Dit kwam o.a. door het Nieuw-Guinea-vraagstuk. Nederland worstelde met zijn koloniaal
verleden. Van Boven herinnerde zich nog dat in
de Kamer in de jaren ‘50 debatten werden gevoerd over het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. “Toen werd er gezegd: ja, dat
is goed voor anderen, voor die mediterrane landen en dergelijke, die hebben dat nog nodig.
Wij eigenlijk niet, wij hebben al een voldoende
ontwikkeld rechtssysteem. Het is gebleken dat
dat toch anders lag dan werd verondersteld. Die
houding dat wij zo goed zijn, tref je nog wel
aan.”
Een van de zaken waar Van Boven zich voor
heeft ingezet in de 17 jaar dat hij bij Buitenlandse Zaken heeft gewerkt, was het bevorderen
van het klachtrecht. Hij kreeg daarvoor de ruimte en Nederland heeft daarin een doorslaggevende rol kunnen spelen. Voorts het aankaarten
van de situatie in Chili en de kwestie van Godsdienstvrijheid. Hij ontmoette in de VN-Commissie van de Rechten van de Mens vooraanstaande figuren als René Cassin (Frankrijk), Sir
Samuel Hooze (Verenigd Koninkrijk) en Hernan
Santa Crux (Chili) – persoonlijkheden die in die
VN-Commissie een eigen inbreng leverden.
Na die 17 jaar volgde Herman Burgers hem op
bij Buitenlandse Zaken. Burgers heeft, naar de
mening van Van Boven, een hele belangrijke
bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van
internationale normen, waarbij hij ook het be-
VN Forum 2007 - 4
leid uitstippelde op het gebied van de rechten
van de mens. De nota Mensenrechten in het
Buitenlands Beleid uit 1979 is voornamelijk
door hem geschreven en is nog steeds een toonaangevend document op het gebied van het
mensenrechtenbeleid.
VN-ambtenaar
Over de vijf jaar waarin hij werkzaam was als
Directeur van de Rechten van de Mens in
Genève zegt Van Boven: “Ik denk dat, als ik zo
terugkijk op die ongeveer 45 jaar dat ik me met
de Verenigde Naties heb beziggehouden, intern
en ook extern, deze vijf jaar voor mij de belangrijkste periode is geweest, waarin je toch in een
sleutelpositie zit en – achter de schermen of niet
achter de schermen – invloed kon uitoefenen.
Toen ik voor het eerst een stafvergadering hield,
heb ik artikel 100 van het VN-Handvest geciteerd. Ik achtte dat nodig in dat gezelschap,
omdat ik wist dat vele ambtenaren bindingen
hadden met hun regeringen en zeker daar soms
zaten als zetbazen van een regering. Ik hecht
bijzonder aan het feit dat je als internationaal
ambtenaar een onafhankelijke positie inneemt.
Dat artikel 100 luidt als volgt :
1. Bij de vervulling van hun taak vragen, noch
ontvangen, de Secretaris-Generaal en het personeel aanwijzingen van enige regering of van
enige andere autoriteit buiten de Organisatie.
Zij onthouden zich van alle activiteiten die
afbreuk zouden kunnen doen aan hun positie als
internationale ambtenaren die uitsluitend aan de
Organisatie verantwoording verschuldigd zijn.
2. Elk Lid van de Verenigde Naties neemt de
verplichting op zich het uitsluitend internationale karakter van de taken van de SecretarisGeneraal en van het personeel te eerbiedigen en
niet te trachten hen te beïnvloeden bij de uitvoering van hun taak.”
Waar Van Boven als Directeur bij de Verenigde
Naties ook tegenaan liep, waren de schaarse
middelen waarmee hij moest werken: 0,7% van
het totale VN-budget was uitgetrokken voor
het Kantoor van de Rechten van de Mens in
5
Genève. Een heel bescheiden bedrag en daar
werd niet of nauwelijks aan getornd. Ook niet
toen Jimmy Carter, die de mensenrechten hoog
in het vaandel droeg, president van de Verenigde Staten was. Dan het personeelsbeleid, dat erg
stroef verliep binnen de organisatie van de
Verenigde Naties. Het kostte Van Boven ontzettend veel moeite de juiste mensen te rekruteren.
Hij was afhankelijk van quotaregelingen en de
onderhandelingen met de Russische personeelschef verliepen niet altijd even gemakkelijk.
Wanneer Van Boven een voorstel deed voor een
ambtenaar, kwam deze personeelschef weer aan
met iemand uit Oekraïne, Wit-Rusland of Rusland zelf. Het was altijd schipperen om de
goede mensen binnen te halen. Daarnaast leek
het wel dat de goede kandidaten nooit een permanent contract kregen. Je kon je mensen met
een tijdelijk contract nooit verzekeren dat ze
aan het eind van de volgende maand nog wel in
dienst waren. Juist in die tijd, toen allerlei zaken
gingen spelen omtrent speciale opdrachten,
zoals onderzoeken in Argentinië en Chili, merkte je ook dat er allerlei krachten binnen de organisatie hun best deden bepaalde bestemmingen
van geld binnen de organisatie weer tegen te
houden. Dat maakte het erg ongrijpbaar en
onzichtbaar in het bureaucratische systeem.
Politieke intriges
Politieke intriges bleven Van Boven niet bespaard. “Ik heb een plaatsvervanger gehad,
waarmee ik overigens een nauwe samenwerking
probeerde te ontwikkelen, die mij bleek af te
luisteren. Bepaalde gesprekken zijn er geweest
die hij toen aan een andere medewerker heeft
laten horen. Dat is toen aan het licht gekomen.
De VN hebben zogenaamd een soort schijnonderzoek ingesteld, maar dat leidde niet tot
resultaat, terwijl het bewijs mijns inziens evident was. Die man werkte hoogstwaarschijnlijk
voor de CIA. Ik heb toen op een bepaald
moment geëist dat dat niet meer kon. Daar heeft
Secretaris-Generaal Waldheim in die tijd erg
mee zitten worstelen, ook al omdat Waldheims
hoogste prioriteit zijn eigen herverkiezing was.
VN Forum 2007 - 4
6
Theo van Boven in het Vredespaleis (foto Ulrich Münstermann)
Het enige persoonlijke gesprek dat ik met hem
had in New York over die zaak leidde ertoe dat
ik dreigde met: ‘Als u tolereert in uw organisatie dat er afgeluisterd wordt, dan zal ik mijn
gevolgen daaruit trekken.’ Dat heeft toen wel
het effect gehad dat die persoon inderdaad weg
moest. Ik denk dat deze situatie ook nog een rol
heeft gespeeld bij mijn latere gedwongen vertrek.”
Bij zijn aantreden als Directeur van het Kantoor
van de Rechten van de Mens had Van Boven een
verzoek ingediend bij Secretaris-Generaal Waldheim om op te kunnen komen voor individuele
gevallen, bij wijze van good offices. Hij kreeg
echter van Waldheim te horen dat die dat tot zijn
eigen taak rekende. Wat Van Boven in die tijd
ook irriteerde, was dat klachten die op VNbureaus ergens in de wereld werden neergelegd,
niet naar hem werden doorgestuurd. Ze bleven
gewoon op die voorlichtingsbureaus liggen,
omdat men daar de instelling had van ‘wij zijn
een bureau dat informatie verschaft over de
Verenigde Naties, maar geen klachten in ontvangst neemt’. Van Boven heeft hierin verandering proberen te brengen, toen nog zonder resultaat.
Dan de situatie in Cambodja, die Van Boven als
een nederlaag heeft ervaren. Daar speelde in
zijn tijd de genocide af onder het bewind van
Pol Pot en, zoals we ook in Rwanda hebben
gezien, was het heel moeilijk met effectieve
oplossingen te komen. Van Boven heeft geprobeerd de zaak in Cambodja aan de orde te stellen, maar stuitte toen op tegenstand van Russen,
Amerikanen en Chinezen, die de zaak om uiteenlopende redenen onder tafel wilden houden.
De invloed van de Verenigde Staten heeft Van
Boven altijd als zwaar ondervonden. Dit gold
ook voor Latijns-Amerika. Wanneer dictaturen
ten tijde van het presidentschap van Reagan
genoeg anti-communistisch waren, dan waren
het bondgenoten. Wat deze landen deden op het
gebied van de rechten van de mens, werd daaraan ondergeschikt gemaakt.
“Al met al heb ik kunnen bevorderen, uiteraard
in samenwerking met anderen, dat er speciale
onderzoeksprocedures, rapporteurs en werkgroepen kwamen die openstonden voor slachtoffers. Dus te zorgen programma’s relevant te
laten zijn voor de werkelijkheid, zodat niet kon
worden gezegd dat de VN alleen maar een
praatclub was.” Ook heeft Van Boven niet-gouvernementele organisaties altijd als partners in
zijn werk beschouwd.
VN Forum 2007 - 4
Onafhankelijk deskundige
Als onafhankelijk deskundige moet men afgaan
op eigen kennis en eigen inzichten. Je bent ook
gebonden aan normen, zoals deze zijn neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens en in latere verdragen.” Van Boven
heeft collectief gewerkt, met anderen in een
orgaan, zoals in een verdragscomité en een subcommissie, maar ook individueel als speciaal
rapporteur. Dat laatste vond hij moeilijker,
vooral omdat hij als rapporteur tegen folteren
in confronterende en conflictueuze situaties terecht kon komen. Zo overkwam hem dat hij
door een Algerijnse ambassadeur publiekelijk
werd bekritiseerd, omdat hij, volgens die ambassadeur, dik geld verdiende aan zijn betrekkingen met NGO’s. “Dit was beneden alle peil,”
vertelde Van Boven. “Toen heeft de Deputy
Hoge Commissaris, Bertrand Ramcharan, het
voor mij opgenomen.”
Een andere netelige situatie ondervond Van
Boven in Spanje. Hij had gerapporteerd over
klachten omtrent folteringen die in Spanje hadden plaatsgevonden. Spanje nodigde Van Boven
daarop uit; voordat hij aankwam in Spanje, had
hij in een regeringsvriendelijke krant echter
gelezen dat het doel van zijn bezoek slechts was
te bevestigen dat die klachten allemaal verzinsels waren. “Er waren mensen in Spanje die mij
in feite weigerden te ontmoeten. Die dachten:
als dat zijn rol is, dan heeft dat geen zin. Een
aantal forensische doktoren weigerden toen mij
te ontmoeten. Ik kwam in mijn rapport, dat ik
overigens in gematigde termen had geschreven,
tot kritische bevindingen die overeenkwamen
met wat door Amnesty International en Human
Rights Watch, en ook door de Straatburgse
organen, was geconstateerd. Toen heeft Spanje
een enorme diplomatieke campagne tegen mij
gevoerd. Ik werd bekritiseerd dat ik niet geloofwaardig was, dat ik geen gezond oordeel had en
dergelijke. De Spanjaarden zijn zelfs uit de
Commissie weggelopen toen ik mijn rapport
inleidde. Ik werd weliswaar gesteund door landen als Zwitserland, Noorwegen en Nieuw-
7
Zeeland, maar de Europese Unie hield zich
afzijdig en hield de handen boven het hoofd van
één van haar lid-staten.”
Als het om mensenrechten gaat, heb je enerzijds
politieke organen nodig om beslissingen te
nemen met een beleidskarakter, anderzijds is
het heel belangrijk een onafhankelijke controle
te hebben door experts die de feitelijk situaties
beoordelen, benadrukte Van Boven. Dat zijn
twee complementaire systemen. “We hebben nu
een Mensenrechtenraad, en wat mij opvalt is
dat de interstatelijke controle, het interstatelijk
karakter, lijkt te zijn toegenomen ten nadele van
de positie van onafhankelijke experts. Ik noem
een gedragscode die is ingesteld waardoor de
onafhankelijke experts als het ware onder een
soort voogdij kunnen worden gesteld. Vroeger
had de Sub-Commissie initiatiefrecht bij het
instellen van een onderzoek. Nu kan een adviserend orgaan uitsluitend werkzaamheden uitvoeren op verzoek van de Raad.”
Louk Box’ afscheidsrede
Tot slot ging Van Boven in op de lezing van de
vroegere voorzitter van de NVVN, Louk de La
Rive Box. “Louk Box stelde de vraag of de
VN pensioengerechtigd is. Terecht schildert hij
enige ontwikkelingen in de wereld. De wereld
van 2008 is een andere dan die van 1945. Box
pleit er ook voor dat nu allerlei maatschappelijke organen, non-state actors, een steeds grotere
rol spelen in een globaliserende samenleving en
dat de VN niet alleen maar een samenwerkingsverband van soevereine staten moeten zijn,
maar dat er een mondiale ‘civilaterale’ samenwerking zou moeten ontstaan. Dat betekent dus
dat er ook bij de VN een grotere betrokkenheid
moet zijn bij samenwerkingsorganen in de civil
society. Daar ben ik voorstander van. Het zou
betekenen dat het hele systeem van wat nu heet
‘consultatieve status van NGO’s’, dat aanvankelijk alleen voorzien was in het kader van de
Economische-Sociale Raad, een bredere basis
krijgt. Ik zou uitbreiding van die consultatieve
status tot het gehele veld van de VN willen
8
voorstellen. Een ander idee, in navolging van
Louks denkbeelden, zou kunnen zijn dat er een
parlementair orgaan wordt geschapen, een parlementaire assemblee, om parlementariërs nauwer
bij de VN te betrekken. Er is een groepering die
dit voorstaat, onder leiding van de heer Boutros
Ghali. Een punt dat Louk Box terecht signaleert,
is dat er zo weinig publiek debat is over de VN,
terwijl Nederland toch heel wat investeert in vredesoperaties, veiligheidskwesties en ontwikkelingssamenwerking via de Verenigde Naties. De
betrokkenheid bij en bijdragen van Nederland in
de VN zijn groot, maar het heeft weinig weerslag
in de publieke discussie.
Louk Box schetst ook drie Amerikaanse modellen. Allereerst het neoconservatieve model van
Bush en de zijnen. Het ultieme fiasco was natuurlijk Irak. Eerst hadden ze de VN buiten
beeld gelaten, maar toen het daar niet goed ging
deed men toch weer een beroep op de VN.
Daar zit natuurlijk een grote tegenstrijdigheid
in: eerst de VN buiten de orde plaatsen en er
daarna toch weer een beroep op doen. Daalder
en consorten willen een organisatie van democratische landen. Dat is dan misschien een
nieuw Noord-Atlantisch politiek bondgenootschap van de machtige en welvarende landen.
Maar wat moet je dan met China, dat land wordt
ook steeds machtiger, en dan de andere landen
in Afrika en Azië? Ik vind dat de VN een universele organisatie moeten blijven. Niet dat alleen
democratieën ervan lid kunnen zijn. Je kunt die
andere landen toch niet buiten de orde van de
VN plaatsen? De VN is een universele organisatie die universele waarden en normen afkondigt
en vastlegt. Fukuyama heeft terecht gezegd dat
de VN legitimiteit moet verlenen aan bepaalde
acties, operaties, en aan bepaald beleid. Het
gaat hier om universele waarden, zoals ik al eerder zei. Ook op het punt van conflictbeheersing
en duurzame ontwikkeling blijft de VN een
onmisbaar forum en instrument, ondanks de
gebreken die aan de organisatie kleven.
Ondanks sommige teleurstellingen en negatieve
ervaringen blijf ik, sinds mijn tijd als scholier,
VN Forum 2007 - 4
een groot voorstander van de Verenigde Naties
en ik denk dat ik velen aan mijn zijde tref van
diegenen die hier vanmiddag aanwezig zijn.”
Prof. mr. Theo van Boven (1934) werd in 1982
benoemd tot hoogleraar Internationaal Recht
aan de Universiteit Maastricht. In 1999 ging hij
met emeritaat. Van 1970 tot 1975 was hij vaste
vertegenwoordiger van Nederland bij de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties.
In 1977 werd hij benoemd tot directeur van het
VN-mensenrechtenbureau in Genève. Van
Boven is of was lid van talloze nationale en
internationale (VN-)gremia op het gebied van
de mensenrechten.
VN Forum 2007 - 4
9
VN: jeugdig elan van ‘sweet sixt(y)een’
door Paul de Waart
De lustrumviering van de NVVN op 12 oktober 2007 gaf alle aanleiding om na te praten over het boeiende pleidooi van Louk Box, in zijn afscheidsrede als NVVN-voorzitter, voor maatschappelijke soevereiniteit als hoeksteen van internationale samenwerking. Hij vatte daarin drie alternatieven van Amerikaanse makelij samen onder de uitdagende vraagstelling: VN pensioengerechtigd? Bush’s Neoconservatief unilateralisme, Fukuyama’s Multi-multilateralisme en Daalder’s Concert van Democratieën.1 De
feestredenaar Theo van Boven vond de Amerikaanse afschrijving van de VN voorbarig.2 Ook ondergetekende, die op uitnodiging van het vernieuwde NVVN-bestuur
mocht optreden als coreferent van de inleider, vindt de Amerikaanse kritiek misplaatst.
Eigentijdse invulling soevereiniteit
Volgens het VN-Handvest is de VN-organisatie
gebaseerd op het beginsel van de soevereine
gelijkheid van al haar leden. Dat uitgangspunt
sluit op zich zelf niet uit dat de soevereiniteit
van de leden maatschappelijk is. Het gaat er
alleen om dat alle leden gelijke aanspraak kunnen doen gelden op de rechten en voordelen die
uit het lidmaatschap voortvloeien en in gelijke
mate de verplichtingen uit het VN-Handvest te
goeder trouw moeten nakomen. Het Handvest
laat zich niet uit over de reikwijdte en inhoud
van soevereiniteit, maar beperkt zich tot de
opmerking dat het Handvest de VN niet de
bevoegdheid geeft “tussenbeide te komen in
aangelegenheden, die wezenlijk onder de nationale rechtsmacht van een staat vallen”. Wat
wezenlijk onder de nationale rechtsmacht van
een staat valt, hangt af van nationale en internationale politieke, economische en sociale ontwikkelingen. In zoverre heeft het Handvest van
meet af aan ruimte geboden voor maatschappelijke soevereiniteit als hoeksteen van internationale samenwerking.
Van de maatschappelijke eigentijdse invulling
van soevereiniteit is inventief gebruik gemaakt
door zowel staten en hun organisaties als de
civil society en haar organisaties, alsmede de
wereldmarkt bij het tot stand brengen van internationale samenwerking “bij het oplossen van
internationale vraagstukken van economische,
sociale, culturele of humanitaire aard, alsmede
bij het bevorderen en stimuleren van eerbied
voor de rechten van de mens en voor de fundamentele vrijheden voor allen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of godsdienst”. In
deze omschrijving van internationale samenwerking schittert de handhaving van internationale vrede en veiligheid door afwezigheid, hoewel die handhaving de eerste doelstelling van
de VN is. In de omschrijving van die doelstelling valt op dat er geen verwijzing is naar het tot
stand brengen van internationale samenwerking, maar van het nemen van “doeltreffende
gezamenlijke maatregelen ter voorkoming en
opheffing van bedreigingen van de vrede en ter
onderdrukking van daden van agressie of andere vormen van verbreking van de vrede”.3 Die
doeltreffendheid en gezamenlijkheid zijn aangewezen op de besluitvaardigheid van de leden
van de Veiligheidsraad, vooral de permanente
leden. Dat het daaraan schort, is te wijten aan
het feit dat in dit opzicht de wereld van 2010
niet verschilt van die van 1945.
10
Bush’s Neoconservatief unilateralisme
De wereld van vandaag wordt nog steeds overheerst door de overgangsregelingen betreffende
de veiligheid uit het VN-Handvest. Deze regelingen geven de partijen bij de Moskou Verklaring van de Vier Mogendheden van 30 oktober
1943 – China, Groot-Brittannië, de toenmalige
Sovjetunie (thans Russische Federatie) en de
Verenigde Staten – evenals Frankrijk de bevoegdheid met elkaar overleg te plegen “met het oog
op zulk gemeenschappelijk optreden namens de
organisatie als nodig kan zijn”. De bevoegdheid
geldt zolang er geen bijzondere overeenkomsten zijn gesloten “die naar het oordeel van de
Veiligheidsraad, deze Raad in staat stellen een
aanvang te maken met de uitvoering van de
taken ingevolge het in artikel 42 bepaalde”.4
Dergelijke overeenkomsten zijn niet tot stand
gekomen en het ziet er niet naar uit dat de toekomst daarin verandering zal brengen. De vraag
is wat er gebeurt als een van de permanente
leden het gezamenlijk overleg over optreden
namens de Organisatie door een van de permanente leden door een veto torpedeert. De praktijk wijst uit dat permanente leden zich dan het
recht voorbehouden tot eenzijdige actie over te
gaan, al dan niet gesteund door bondgenoten. Er
zijn allerlei juridische argumenten aan te voeren
voor de stelling dat de overgangsregelingen uit
de tijd zijn, maar zolang zij niet officieel zijn
geschrapt of door het Internationaal Gerechtshof buiten werking zijn gesteld, kan Bush’s
neoconservatief unilateralisme ernaar blijven
handelen, is het niet naar de letter dan toch naar
de geest: in 1945 om te voorkomen dat de toenmalige vijanden van de geallieerden misbruik
zouden maken van de machteloosheid van de
Veiligheidsraad, thans om te voorkomen dat
internationale terroristen hetzelfde doen. Volgens Box betekent dit in wezen dat “indien de
grondslagen van het neoconservatisme worden
gevolgd, de VN dienen te worden afgeschaft
behalve als de kosten van die operatie hoger zijn
dan de te verwachten baten”.5 Hij gaat er daarmee aan voorbij dat de Veiligheidsraad niet zo
maar een van de vijf hoofdorganen van de VN
VN Forum 2007 - 4
is, maar de kern vormt van het VN-systeem,
beschermd door het vetorecht van de permanente leden.
Fukuyama’s Muli-multilateralisme
Fukuyama ziet over het hoofd dat de permanente leden van de Veiligheidsraad destijds welbewust de effectiviteit van de VN ten aanzien van
het optreden van de Veiligheidsraad met betrekking tot bedreiging van vrede, verbreking van
vrede en daden van agressie hebben opgeofferd
aan de zorg om het bewaren van de (schijn van)
legitimiteit van hun eigen manoeuvreerruimte
op dat gebied. In Moskou hadden de opstellers
van de Verklaring van Vier Naties in 1943 de
noodzaak erkend “of establishing at the earliest
practicable date a general international organization, based on the principle of the sovereign
equality of all peace-loving states, and open to
membership by all such states, large and small,
for the maintenance of international peace and
security”.6 Na afloop van hun conferentie in
Yalta in februari 1945 lieten Churchill, Roosevelt en Stalin er geen misverstand over bestaan
dat “the key body in the United Nations for preserving world peace was to be the Security
Council”.7 Dat verklaart dat de Algemene Vergadering geen aanbevelingen mag doen in geschillen of situaties, zolang de Veiligheidsraad
“de hem krachtens dit Handvest opgedragen
taken uitvoert”.8 Het verklaart ook dat de Algemene Vergadering, indien de Veiligheidsraad in
gebreke blijft, slechts aanbevelingen kan doen
aan de lidstaten voor militaire actie buiten de
Veiligheidsraad om.9 Het verklaart ten slotte dat
de permanente leden zich niet de les laten lezen
door het Internationaal Gerechtshof in zogenaamde politieke kwesties, waartoe de Raad in
ieder geval de handhaving van vrede en veiligheid rekent.
Van de permanente leden van de Veiligheidsraad hebben China en de Russische Federatie
nimmer de verplichte rechtsmacht van het
Internationaal Gerechtshof aanvaard, terwijl
Frankrijk en de Verenigde Staten hun aanvaar-
VN Forum 2007 - 4
11
gen met bindende besluiten buiten werking te
stellen. Het Hof van Justitie van de Europese
Gemeenschappen heeft zich intussen wel onbevoegd verklaard maatregelen ter bestrijding van
terrorisme te toetsen aan besluiten van de
Veiligheidsraad.11 Anders dan een uitspraak van
het Internationaal Gerechtshof is hiermee echter
het laatste woord niet gesproken. Bovendien
gaat het om besluiten van de Veiligheidsraad,
niet om die van individuele permanente leden.
Daalder’s Concert van democratieën
Paul de Waart (foto Ulrich Münstermann)
ding hebben ingetrokken nadat het Hof zich
bevoegd had verklaard zich uit te spreken over
proeven met kernwapens (Frankrijk) en geweldgebruik tegen Nicaragua (de Verenigde Staten).
Het Hof zelf heeft de positie van de Veiligheidsraad versterkt door in 1992 het verzoek
van Libië te weigeren om voorlopige voorzieningen te treffen in zijn geschil met GrootBrittannië en de Verenigde Staten over de toepasselijkheid van het luchtvaartverdrag van
Montreal uit 1971.10 Weliswaar heeft het Hof in
1998 beslist dat het beroep van Groot-Brittannië
en de Verenigde Staten op de resoluties van de
Veiligheidsraad tegen Libië de bevoegdheid van
het Hof om zich uit te spreken over de hoofdzaak van het geschil niet in de weg stond, maar
een eindoordeel is ons onthouden omdat partijen na die uitspraak de zaak van de rol hebben
gehaald. We blijven dus in onzekerheid over de
bevoegdheid van de Veiligheidsraad om verdra-
Kern van de zaak is en blijft dat het VNHandvest van meet af aan welbewust ruimte
heeft gelaten voor unilateralisme van de permanente leden van de Veiligheidsraad bij de handhaving van internationale vrede en veiligheid,
indien deze Raad door een veto van een of meer
permanente leden dan wel vanwege onvoldoende steun van de niet-permanente leden geen
besluiten kan nemen. In dat opzicht biedt het
Amerikaanse neoconservatisme niets nieuws
onder de zon, ook niet wat betreft het denken in
‘good regimes’ en ‘bad regimes’ (rogue states).
In 1945 overheerste de tweedeling in oorspronkelijke leden van de VN – d.w.z. de staten die
hebben deelgenomen aan de conferentie van de
Verenigde Naties in San Francisco – en vijandelijke staten, te weten staten die tijdens de
Tweede Wereldoorlog de vijanden zijn geweest
van een van de staten die het VN-Handvest hebben ondertekend (de oorspronkelijk leden).12
Naast deze tweedeling introduceerde het VNHandvest de categorie van vredelievende staten,
voor wie het lidmaatschap openstaat indien zij
“naar het oordeel van de Organisatie in staat en
bereid zijn” de verplichtingen die in het VNHandvest zijn vervat, na te komen.13 Lang niet
alle oorspronkelijke leden hadden een democratisch karakter naar Amerikaanse snit. Voor de
later toetredende vredelievende staten leed een
Amerikaanse poging schipbreuk om te eisen dat
zij democratisch zijn. Naar het oordeel van het
Internationaal Gerechtshof zijn de voorwaarden
van het VN-Handvest in dat opzicht limitatief.14
12
In zijn uitspraak in het geschil tussen Nicaragua
en de VN heeft het Hof bepaald dat het volkenrecht staten niet verplicht om democratisch te
zijn. In de Millennium Verklaring spreken staten daar nu wel een voorkeur voor uit. Al met al
doet Daalder de VN in historische en juridische
zin onrecht met zijn argument dat de volkerenorganisatie alle legitimiteit heeft verloren door
het ondemocratisch karakter van de meeste
leden.
Prijs van universaliteit
De oorspronkelijke lidstaten van de VN, vooral
de huidige permanente leden van de Veiligheidsraad, waren zich in 1945 maar al te zeer
bewust dat de VN niet én democratisch én universeel konden zijn. Dat uitgangspunt hield het
weloverwogen risico in dat de VN een juiste
balans tussen legitimiteit en efficiency niet
altijd kunnen waarborgen. De pretentie was en
is niet meer maar ook niet minder dan een centrum te bieden aan naties voor de harmonisatie
van hun optreden wat betreft het verwezenlijken
van de gemeenschappelijke doelstellingen van
de VN.15 Het idee van een wereldregering is van
meet af aan expliciet verworpen. Mede daarom
zijn de bepalingen betreffende schorsing en uitstoting van een lidstaat (nog) niet toegepast.16
Het zou onrechtmatig en ook onbillijk zijn de
betekenis van de VN achteraf daarop te beoordelen. De kracht van de VN schuilt juist in het
aanbieden van een ontmoetingsplaats aan soevereine staten. De veerkracht blijkt daarbij uit
de toenemende bereidheid van de soevereine
staten tot hun ontmoetingsplaats ook de civil
society in ruime zin toe te laten, met uitzondering van het terrein van (handhaving van) internationale vrede en veiligheid.
Wat kan de NVVN doen?
Van Boven slaat de spijker op de kop wanneer
hij in zijn reactie op de afscheidsrede van Box
onderstreept dat de betrokkenheid van Nederland bij de VN groot is, maar weinig neerslag
heeft in de publieke discussie. De NVVN zou
VN Forum 2007 - 4
dat debat kunnen aanzwengelen door te bepleiten dat voortaan parlementariërs met een eigen
mandaat van de Tweede Kamer deel uitmaken
van de delegatie naar de Algemene Vergadering
van de VN en dat zij vervolgens in het parlement verantwoording afleggen over hun deelname aan de besluitvorming en over het stemgedrag van de delegatie. Een dergelijke ontwikkeling sluit het VN-Handvest niet uit. Zij bevordert het democratisch karakter van de VN ten
minste in Nederland en op termijn wellicht ook
in andere landen. Van Boven wijst er terecht op
dat de VN universeel moeten blijven. Dat sluit
echter niet uit dat de NVVN de VN stimuleert
zich te bezinnen op de voorwaarden voor toelating van nieuwe leden en handhaving van het
lidmaatschap van zittende leden die bij voortduring de beginselen van het VN-Handvest schenden. Ook moet de NVVN erop (blijven) aandringen dat Nederland bij respectbetuigingen
aan het adres van het volkenrecht, het niet bij
woorden laat. De afwijzing van de bevoegdheid
van het Hof de NAVO-bombardementen op
Joegoslavië te beoordelen, is in dat opzicht een
gemiste kans geweest. Het zelfde geldt voor het
gebrek aan Nederlandse steun voor de adviesaanvrage van de AVVN over de bouw van de
muur door Israël op bezet Palestijns gebied en
aan de opvolging van dat advies.
De NVVN kan bijdragen tot een betere combinatie van effectiviteit en legitimiteit in de VN
bij het streven naar positieve vrede en veiligheid
voor iedereen waar ook ter wereld. Daaraan
doet niet af dat een realistische kijk op het gebruik van geweld in VN-verband het geweldsmonopolie van staten niet over het hoofd mag
zien. Zelfs de beroemde pleitbezorger van overheid op afstand in een vrije markt, Adam Smith,
wiens The Wealth of Nations uit 1776 nog
steeds als toonaangevend geldt in de hedendaagse ‘global village’, rekende de verdediging
van het land tot de drie kerntaken/-plichten van
de overheid.17 In dat opzicht is er geen wereld
van verschil tussen toen en nu. Buiten de handhaving van (negatieve) vrede en veiligheid op
nationaal en internationaal niveau echter, is dat
VN Forum 2007 - 4
stellig het geval. Daar hebben de VN zich juist
sinds hun oprichting en vooral na de val van de
Berlijnse muur in 1989 ontwikkeld tot een ontmoetingsplaats van zowel staten als de civil
society in de ruimste zin van het woord.18
Kortom, Louk Box kan gerust zijn over de toekomst van de VN in de 21ste eeuw, mits hij niet
verwacht dat het geweldsmonopolie van staten
zal overgaan op de volkenorganisatie als
wereldregering. Daarvoor zijn de VN nu eenmaal niet in het leven geroepen. Het verbaast
dan ook niet dat geen van de vele auteurs die
hebben bijgedragen aan het Liber Amicorum
voor Kooijmans onder de titel State, Sovereignty, and International Governance van oordeel is
dat de soevereiniteit van staten een achterhaald
beginsel is van internationaal recht.19 Voor wie
dat onder ogen ziet, bieden de VN nog te veel
potentie om met pensioen te worden gestuurd.
Paul de Waart, oud-voorzitter van de NVVN,
met veel dank aan zijn afgetreden opvolger
Louk Box voor diens stimulerende wijze van
“vloeken in de kerk”.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
Zie VN Forum 2007/2, blz. 1-11.
Zie elders in dit nummer.
VN-Handvest, artikelen 1 en 2.
Idem, artikel 106. Artikel 42 geeft de Veiligheidsraad de
bevoegdheid over te gaan tot gewapende acties voor de
handhaving en het herstel van de internationale vrede en
veiligheid.
VN Forum 2007/2, blz. 5.
‘Moscow Four Nation Declaration on General Security’
van 30 oktober 1943, paragraaf 4.
Everyone’s United Nations, New York, negende druk,
1979, blz. 5.
VN-Handvest, artikel 12 (1).
A/Res/377 (V) van 3 november 1950, Uniting for Peace
Resolutie, paragraaf A 1.
Questions of Interpretation and Application of the 1971
Montreal Convention arising from the Aerial Incident at
Lockerbie (Libyan Arab Jamahiriya v. United Kingdom),
ICJ Reports, 1992, paragraaf 39.
Zie bijv. Zaak T-253/02 Chafiq Ayadi tegen Raad van de
Europese Unie, van 12 juli 2006, betreffende de verhouding tussen Europees veiligheidsbeleid en besluiten van
de Veiligheidsraad.
VN Handvest, artikelen 3, 53 en 107.
Idem, artikel 4.
Internationaal Gerechtshof, Advies over de toelating van
een staat tot het VN lidmaatschap, Advies aan de
Algemene Vergadering van de VN van 28 mei 1948.
VN-Handvest, artikel 1 (4).
13
16
17
18
19
Idem, Artikelen 5 en 6.
Adam Smith, The Wealth of Nations [1776], New York:
The Modern Library (The Cannan edition 1937), blz. 651.
De beide andere kerntaken/-plichten betreffen de rechtspleging en het onderhoud van openbare werken.
Willem van Genugten, Kees Homan, Nico Schrijver &
Paul de Waart, The United Nations of the Future:
Globalization with a Human Face, Amsterdam: KIT
Publishers, 2006, blz 19-25.
Marcel Brus, ‘Bridging the Gap between State
Sovereignty and International Governance: The Authority
of Law’, in: G. Kreijen (Editor in Chief), State,
Sovereignty, and International Governance, Oxford
University Press, 2002, blz. 21.
14
VN Forum 2007 - 4
Een strijdster van het eerste uur voor aandacht
voor de VN in het onderwijs
door Carel H. Jansen
Het vieren van een lustrum biedt de gelegenheid herinneringen op te halen aan de tijd
die achter ons ligt, en dat geldt uiteraard ook voor de NVVN. Nadat de eerste voorzitter van de vereniging, Paul de Waart, al in het eerste nummer van dit jaar zijn licht heeft
laten schijnen over het ontstaan van de vereniging, is nu de beurt aan Mies Brouwer
(1924), als lid van het eerste uur en bovendien als lid dat nog steeds zeer actief is.
De eerste vraag die bij mij opkwam toen ik haar
voor een gesprek had uitgenodigd, was waarom
een vereniging die nauw verbonden is aan de uit
1945 daterende Verenigde Naties, pas twintig
jaar bestaat. Tot de jaren zeventig bestond er
wel een Vereniging voor de Internationale
Rechtsorde (VIRO), maar die was toch niet specifiek gericht op de Verenigde Naties. Wel
weerspiegelde deze vereniging het ideaal dat
Nederland voor ogen stond: een wereld die
gebonden was aan een internationale rechtsorde. Traditiegetrouw heeft Nederland op dat
gebied ook altijd een belangrijke rol willen spelen, sinds Hugo de Groot de weg bereid heeft
voor het ontstaan van zo’n internationale rechtsorde. En het was ook Nederland dat bij de
oprichting van de Verenigde Naties had aangedrongen op het primaat van het recht als grondslag bij het nemen van besluiten door de nieuwe
volkerenorganisatie. Dat was te veel gevraagd
in een wereld waarin men toch vooral vertrouwde op politieke macht als het ging om het nemen
van beslissingen. Nederland had zich op de
oprichtingsvergadering in San Francisco samen
met enkele andere staten verzet tegen deze
opstelling, in het bijzonder tegen het aanwijzen
van vijf supermogendheden die in de Veiligheidsraad iedere hun onwelgevallige beslissing
met een veto konden tegenhouden. Dat onder
meer maakte dat de Nederlandse regering heel
sceptisch was over de nieuwe organisatie. Zij
geloofde, en naar later bleek terecht, dat het systeem onmiddellijk tekort zou schieten zodra een
Mies Brouwer (foto Ulrich Münstermann)
agressor een van de grote mogendheden zou
zijn of een land dat door een van die mogendheden in bescherming werd genomen. Ook in het
Nederlandse parlement waren bedenkingen te
horen, maar iedereen begreep dat je niet om de
nieuwe volkerenorganisatie heen kon en het
oprichtingsverdrag vastgelegd in het Handvest
werd, zonder hoofdelijke stemming maar ook
zonder veel geestdrift, aanvaard. Het Staatsblad
maakte daar op 16 november 1945 melding van.
De weinig enthousiaste ontvangst van de nieuwe volkerenorganisatie leidde er mogelijk toe
dat men in Nederland niet onmiddellijk klaar
stond om een vereniging als de NVVN op te
richten. In landen waar dat wel meteen gebeur-
VN Forum 2007 - 4
de, werd dat initiatief dikwijls door de overheden gesteund en met een subsidie beloond.
Deze verenigingen nemen tot op de dag van
vandaag dan ook een belangrijke plaats in. Dat
Nederland gezien bleef worden als een centrum
voor het internationaal recht leverde wel – en
dat al sinds vroeger tijden – op dat ons land de
vestigingsplaats werd voor menig instituut op
het gebied van het internationaal recht, zoals het
Internationaal Gerechtshof en tegenwoordig het
Internationaal Strafhof, maar het enthousiasme
voor de internationale organisatie op andere terreinen bleef over het algemeen gering – enkele
uitzonderingen, zoals Unicef, daargelaten – en
dat gold zeker ook voor het politieke lichaam
dat de VN tot op de dag van vandaag gebleven
is.
Oprichting NVVN
Toen het eenmaal zover was dat een aantal
NGO’s in Nederland in ging zien dat het toch
eigenlijk merkwaardig was dat dit land niet over
een vereniging beschikte die zich speciaal met
het wel en wee van de Verenigde Naties bezighield, was het al eind jaren tachtig. Vanaf maart
1986 kwamen zij regelmatig bijeen; dat resulteerde een jaar later al in de oprichting van de
NVVN. De NVVN nam zich voor de doelstellingen van de VN uit te dragen en de rol te versterken die dit instrument heeft voor de internationale samenwerking. De vereniging wilde werken “aan een brede doorstroming van nieuws en
voorlichtingsmateriaal van de VN en haar
gespecialiseerde organen, o.a. door middel van
het uitgeven van een nieuwsbulletin. Verder is
het de bedoeling om de rol van de Nederlandse
regering met betrekking tot de VN kritisch te
volgen,” zo stelde men bij de oprichting van de
NVVN.
Mies Brouwer was al enige tijd lid van de
Women League for Peace and Freedom
(WILPF), waar Adriënne van Melle als vredesactiviste een belangrijke rol speelde bij de
oprichting van de NVVN. Mies vertelde in die
kring over haar interessante bezoek aan het ge-
15
bouw van de VN in New York en werd prompt
door Adriënne gevraagd namens de WILPF als
afgevaardigde in het bestuur van de in 1987
opgerichte NVVN zitting te nemen. Daar zette
zij zich meteen in voor een aantal activiteiten
die ertoe moesten bijdragen dat de vereniging
snel zou uitgroeien naar 1000 leden. Dat leek
haar en de medeoprichters zeer wel mogelijk.
Maar het enthousiasme voor de VN viel nog
steeds behoorlijk tegen. Als docente geografie
had Mies die ervaring ook al op kunnen doen en
daar was niets aan veranderd. Zij dacht dat in
die kring wel veel belangstelling zou bestaan
voor het bijvoorbeeld sinds 1990 uitgegeven
jaarlijkse Human Development Report van het
UNDP, maar dat bleek ijdele hoop. Ze moest
zelfs constateren dat organisaties die zich bezighouden met de ontwikkeling van het wereldburgerschap in hun teksten geen aandacht aan de
VN besteedden.
Uit eigen ervaring en die van anderen wist Mies
dat de mensen daarmee ook niet grootgebracht
waren en ze besloot al snel dat daar een belangrijk werkterrein voor de NVVN lag. Kort nadat
ze tot het bestuur van de NVVN was toegetreden, maakte ze het onderwijs tot haar speciale
werkterrein, want als ergens mensen warm
gemaakt zouden kunnen worden voor een
belangrijke organisatie als de Verenigde Naties,
dan was het wel daar en wel in een zo vroeg
mogelijk stadium.
In 1988 schreef Mies een brief aan de eindexamencommissies voor aardrijkskunde en geschiedenis. Het was 8 november en ze begreep
dat ze al rijkelijk laat was met het vragen van
aandacht voor het belang van het examineren
van eindtermen die betrekking hadden op de
volkerenorganisatie. Voor het vak maatschappijleer waren de eindtermen al vastgesteld, wist ze,
maar wellicht was er bij die andere vakken nog
iets aan te doen. Zij wees in haar brief op artikel 26.2 van de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens, waarin staat:
26.2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling
van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van
16
de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de
vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de
Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
Verbijsterende onwetendheid
Mies constateerde in haar brief dat de onbekendheid met en de onwetendheid van vele
Nederlanders – en zeker de jongeren – met
betrekking tot de VN ‘rondweg verbijsterend’
is. “Een begrijpelijke veel gehoorde klacht uit
onderwijskringen is, dat er steeds nieuwe groeperingen een beroep op hen doen. In de VN kan
men evenwel dé vier grote thema’s, die nauw
met elkaar verweven zijn: vrede en veiligheid,
mensenrechten, ontwikkeling en milieu, bundelen,” zo stelde Mies.
Het VN-systeem komt in het lesmateriaal voor
aardrijkskunde en geschiedenis niet of nauwelijks aan de orde en dat vindt Mies Brouwer niet
terecht. “De toekomst zonder VN is ondenkbaar!”, schrijft ze. “Ons aller keuze is: de VN
bevorderen of deze tegenwerken. In het eerste
geval biedt het onderwerp ‘VN’ een tegenwicht
tegenover eventuele doemdenkers en tegenover
een dominantie van economische waarden,
mogelijk biedt het zelfs een soort van ideaal in
een tijd van secularisatie en onoverzichtelijkheid van de samenleving.” “In Zweden kent
men het instituut van VN-contactdocenten (lokaal en regionaal). Wij zijn daar ver van verwijderd, maar moeten wel een begin maken.” Veel
te bieden had Mies op dat moment nog niet: “Er
is enig lesmateriaal, al is het nog weinig.” Met
deze brief legde Mies het programma vast waarop ze zich in de jaren daarna vol ijver zou gaan
storten, al bleven onmiddellijke successen en
ook een antwoord op deze brief uit.
Dat laatste gold ook voor de brief die Mies op
27 januari 1989 schreef aan de toenmalige
minister van onderwijs, Deetman. Behalve de
UVRM legde Mies de minister ook de verplichting voor die Nederland op zich heeft genomen
met het ratificeren van het Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten:
VN Forum 2007 - 4
Artikel 13.2 De Staten die partij zijn bij dit Verdrag erkennen het recht van een ieder op onderwijs. Zij zijn van oordeel
dat het onderwijs gericht dient te zijn op de volledige ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid en van het besef
van haar waardigheid en dat het dient bij te dragen tot de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zij zijn voorts van oordeel dat het onderwijs een ieder
in staat dient te stellen een nuttige rol te vervullen in een
vrije samenleving en het begrip, de verdraagzaamheid en de
vriendschap onder alle volken en alle rasgemeenschappen,
etnische en godsdienstige groeperingen, alsmede de activiteiten van de Verenigde Naties voor de handhaving van de
vrede dient te bevorderen.
De minister toont geen belangstelling
“Wij dringen er bij u sterk op aan”, schreef de
vice-voorzitter van de NVVN mevrouw drs
Mies Brouwer aan de minister, “dat deze verplichting wordt nagekomen, zodat de Verenigde
Naties in ons onderwijs de plaats en aandacht
krijgt, die in overeenstemming zijn met genoemde artikelen.
In het bijzonder zouden wij u willen verzoeken
te bevorderen, dat binnen de ‘eindtermen basisvorming voortgezet onderwijs’ de Verenigde
Naties niet slechts terloops aan de orde komen,
maar expliciet met alle nauw met elkaar verbonden mondiale problemen (betreffende vrede en
veiligheid, mensenrechten, ontwikkeling en
milieubeheer).” Zij doet daarbij nog een aantal
concrete suggesties, maar tevergeefs. De minister toont geen belangstelling.
Mies Brouwer zou het niet opgeven, zoals blijkt
uit andere voorbeelden uit haar correspondentie. Eind jaren negentig kon zij zich daarbij ook
beroepen op ‘Call to Action’ van de CommissieCarlsson, die in zijn rapport Our global Neighbourhood de wereldbewoners oproept het VNsysteem te steunen. In de praktijk was er nog
steeds niets gebeurd en sprak Mies in 1997
opnieuw haar verontrusting uit over het volledig
ontbreken van de VN in onderwijscurricula en
bijvoorbeeld ook in de schema’s voor aardrijkskunde en geschiedenis. Ook dan verbindt zij de
noodzakelijkheid van belangstelling voor de
VN met het bestaan van een sterk geseculariseerde samenleving, waarin de volkerenorgani-
VN Forum 2007 - 4
17
satie een ideaal zou kunnen belichamen “dat
doemdenkers en gevoelens van machteloosheid
voorkomt”.
bescheiden clubje en het volgende jaar was het
dan ook al weer gedaan met de subsidie en het
kantoortje.
Het zou nog tot 2002 duren voordat de Onderwijscommissie als onderdeel van de NVVN tot
stand komt, waarin uiteraard Mies Brouwer een
bijzondere rol is gaan spelen. In feite is de
inhoud van haar streven dezelfde gebleven en
laat de doorbraak in het onderwijs op dit punt
nog steeds op zich wachten.
De leden kwamen in eerste instantie uit de
NGO’s die bij de oprichting van de NVVN
betrokken waren geweest, zoals de WILPF, de
Liga van de Rechten van de Mens, Vrouwen
voor Vrede, de Wereld Federalisten Beweging
Nederland en Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen. Hoogleraren als Paul
de Waart, Peter Baehr, Willem van Genugten en
Theo van Boven wierven onder studenten leden.
Een aparte ledenwerfactie was gericht op de
Nederlandse gemeenten die erop gewezen werden dat zij ook steeds meer met het buitenland
te maken kregen en derhalve best lid konden
worden van de NVVN. Het gelukte 15 kleinere
gemeenten over de streep te trekken, maar bij de
rest haalde men bakzeil. Mies ging er wel –
zoals in Joure (gem. Skarsterlân) – persoonlijk
op af de gemeente over te halen lid te worden,
maar niet altijd met succes dus. Het blijft moeilijk voldoende docenten (aardrijkskunde, economie, geschiedenis en maatschappijleer) te
vinden die belangstelling, kennis en/of tijd hebben zich in te zetten voor de VN in het onderwijs, verzucht Mies Brouwer.
Mies maakte veel reisjes en excursies met de
vereniging naar het buitenland. Veel indruk op
haar maakte haar bezoek aan het Millennium
Forum in New York, waar Kofi Annan de
NGO’s duidelijk erkende als partners in de civil
society. Ook bezocht zij bijeenkomsten van de
WFUNA in Athene, Wenen, Stockholm,
Barcelona en Brussel. Maar genânt vond ze het
dat zij als vertegenwoordiger van een NGO uit
een rijk land geen lid was van deze internationale federatie van VN-verenigingen, omdat de
NVVN de contributie niet kon opbrengen en zij
dus slechts als waarnemer zonder stemrecht
aanwezig mocht zijn. In 1995 leek er even licht
in deze duisternis te komen, toen de NVVN
opeens 100.000 gulden subsidie kreeg en zelfs
een jaar lang in staat was een kantoortje in te
richten in het T.M.C. Asser Instituut, waar tot
dan toe alleen de bestuursvergaderingen waren
gehouden. Maar het bleef slechts gaan om een
In Memoriam Adrienne van Melle-Hermans
Adrienne van Melle Hermans (1931) was een vredesactiviste in hart en nieren! O.a. betrokken bij en
actief in/op vredesconferenties in de DDR, de Sovjet-Unie en Tsjecho-Slowakije. In Nederland bij: Kerk
en Vrede, Molukse Vrouwen voor Vrede, Vrouwen voor Vrede, WILPF en LBVO. En dus ook in de
NVVN: onmiddellijk betrokken bij de oprichting o.l.v. de heer Kappeijne van de Coppello in 1987 en
actief in het bestuur, met name doordat ze met enkele anderen de eerste drie cursussen en de eerste
‘briefings’ van Buitenlandse Zaken over de komende vergadering van de AVVN organiseerde.
Sinds zich ongeveer vier jaar geleden een ernstige ziekte openbaarde, heeft ze nog enkele keren een vergadering voorgezeten en bleef ze ten slotte op bed meelezen en meedenken. Zij overleed op 27 augustus
2007.
Wij waren zeer onder de indruk en gedenken haar met groot respect!
Mies Brouwer
18
VN Forum 2007 - 4
Nieuwe poging VN nauwer bij Irak te betrekken
door C.H.Jansen
Met het aannemen van Resolutie 1770 (2007) op 10 augustus 2007 heeft de VN-Veiligheidsraad zich unaniem geschaard achter de poging van de Verenigde Staten c.s. de rol
van de VN in Irak nieuw leven in te blazen. De eerste poging van Washington de VN
nauwer te betrekken bij de Amerikaans-Britse bezetting van het land, dateert al van mei
2003 toen Resolutie 1483 werd aangenomen in een poging de aanval op Irak alsnog
gesanctioneerd te krijgen – nadat dat in februari vóór de Amerikaanse invasie in Irak
volledig mislukt was – door de VN een soort waarnemersrol toe te kennen. In een poging verdere spanningen met Washington te vermijden en beseffend dat er geen andere
opties beschikbaar waren, nam de Veiligheidsraad verscheidene resoluties aan, wat de
bezetting van Irak enige legitimiteit bezorgde. Zo werd erin toegestemd dat de bezetting gefinancierd zou worden uit Irakese olie-inkomsten. Resolutie 1483 erkende de
Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk als ‘bezettingsautoriteiten’. De leden die
zich tot nu toe tegen de oorlog hadden verzet, werden gepaaid met het voornemen de
VN een vitale rol in Irak toe te kennen.
De Amerikanen waren echter in het geheel niet
van plan het gezag in Irak aan de VN over
te dragen en dichtten de volkerenorganisatie
slechts een zeer marginale rol toe. De Hoge
Commissaris voor de Mensenrechten, Sergio
Vieira de Mello, werd door Secretaris-Generaal
Kofi Annan benoemd tot Speciale Vertegenwoordiger voor Irak. Deze probeerde de VN een
onafhankelijke rol te laten spelen, maar de
Amerikanen gaven hem slechts weinig bewegingsruimte en verwierpen voorstellen die
moesten leiden tot overleg met Irakezen die alle
partijen vertegenwoordigden.
Op 19 augustus 2003 reed een vrachtwagen vol
explosieven het VN-Hoofdkwartier in Bagdad
binnen. De Mello, 13 andere stafmedewerkers
van de VN en een aantal buitenstaanders kwamen daarbij om het leven. Deze aanslag leidde
tot een drastische vermindering van de staf in
Bagdad en tot verplaatsing van veel VN-personeel naar Jordanië en Koeweit.
In oktober 2003 ging de Veiligheidsraad
akkoord met de omvorming van de bezettingsmacht van Britten en Amerikanen in een ‘Multinationale strijdmacht’ (MNF) (S/Res/1511) in
ruil voor de Amerikaans-Britse belofte dat het
politieke proces in Irak spoedig zou leiden tot
verkiezingen en overdracht van de macht aan de
Irakezen, een mandaat dat tot twee keer toe verlengd werd, het laatst in 2006 (S/Res/1723),
zonder dat dit aan de commandostructuur van
de bezettingsmacht iets veranderde. Met het
aannemen van Resolutie 1511 werd dus opnieuw een poging gedaan de positie van de VN
in Irak te verbeteren. De multinationale strijdmacht kreeg daarom onder meer als taak de VNMissie te beschermen. Deze zou hierdoor een
betere bijdrage kunnen leveren op humanitair
en economisch gebied. De Verenigde Staten
werden verzocht de Veiligheidsraad ten minste
een keer per half jaar in te lichten over de vorderingen van deze multinationale strijdmacht.
Het vermocht Kofi Annan niet over te halen de
VN Forum 2007 - 4
VN opnieuw op grote schaal in te schakelen,
zoals president Bush gehoopt had.
In april 2004 keerde een deel van de VN-staf
naar Irak terug; het werd gehuisvest in de zwaar
beveiligde ‘groene zone’ van Bagdad, waar
onder meer ook de Irakese regering en de
Amerikaanse legerstaf zijn gevestigd. Thans
zijn bijna 300 internationale VN-stafleden en
393 nationale stafleden in Jordanië, Koeweit en
Irak gestationeerd.
Nieuwe poging
Sinds mei 2007 circuleren er in Washington
weer plannen de Irak-crisis te ‘internationaliseren’ en de VN nauwer bij de gebeurtenissen te
betrekken in een poging de Amerikaanse verantwoordelijkheid voor Iraks toekomst, alsmede de invloed die deze kwestie heeft op het
Amerikaanse electoraat, te verminderen. Op de
achtergrond speelt Washingtons bezorgdheid
dat het Amerikaanse veiligheidsoffensief onder
leiding van generaal David Petraeus uiteindelijk
onvoldoende effect zal sorteren en Iran de overhand krijgt in de clandestiene oorlog die achter
de schermen woedt. Hoewel het sektarisch
geweld in Bagdad sinds het Amerikaanse offensief van Petraeus in februari begon, is afgenomen, is er aan het geweld buiten de hoofdstad
allerminst een einde gekomen. Ook stelt men
wat dit betreft weinig vertrouwen in de Irakese
regering. Van terugtrekken wil Bush echter niet
weten; in plaats daarvan vatte Washington
opnieuw het plan op de VN een duidelijke rol
toe te kennen bij de overgang van Irak naar een
‘normale’ democratische staat, daarbij geholpen
door de humanitaire VN-organisaties, het
scheppen van een VN-commando en een mogelijk door moslims geleide vredesmacht. De veiligheid zou meer en meer in handen moeten
komen van Irakese troepen, bijgestaan door een
toenemend aantal Amerikaanse adviseurs.
Bush heeft meer vertrouwen in de VN nu Kofi
Annan, die het gewaagd heeft de Amerikaanse
inval in Irak als ‘onwettig’ te betitelen, vervan-
19
gen is door de Koreaan Ban Ki-moon, die zijn
baan vooral te danken heeft aan Amerikaanse
steun. Aan Zalmay Khalilzad, de vroegere
Amerikaanse ambassadeur in Bagdad en thans
Amerikaans ambassadeur bij de VN, is een
sleutelrol toebedacht. Van de nieuwe Franse
president Sarkozy verwacht Bush meer steun.
Ook de in Brussel gevestigde International
Crisis Group (ICG) leek op Bush’ hand toen het
de oprichting bepleitte van een ‘internationale
steungroep’ voor Irak, waarvan de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad deel zouden
moeten uitmaken. De ICG riep op tot aanstelling van een speciale VN-gezant om het nationale verzoeningsproces in Irak te leiden.
Nieuwe rol voor UNAMI
Met het unaniem aanvaarden van de door de
Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Slowakije
en Italië gesponsorde Resolutie 1770 lijkt Bush
zijn zin te krijgen. Het mandaat van de UN
Assistance Mission for Iraq (UNAMI) wordt er
twaalf maanden door verlengd, maar deelt de
VN ook een uitgebreider rol toe, bedoeld om de
rivaliserende facties in het land nader tot elkaar
te brengen, meer steun te verwerven bij de
omliggende landen en om de toenemende
humanitaire crisis aan te pakken. Het hoofd van
de UNAMI wordt gemachtigd de Irakese regering “te adviseren, te ondersteunen en bij te
staan”’, onder meer door het bevorderen van de
nationale dialoog en de politieke verzoening,
het herzien van de Grondwet, het afbakenen van
gebieden binnenslands en door iets te doen aan
de miljoenen Irakese vluchtelingen. Paragraaf 2
(c) mandateert de UNAMI de bescherming van
de mensenrechten te bevorderen en het recht in
Irak te helpen bijstellen om de ‘rule of law’ te
versterken. Daartoe zal de mensenrechtenorganisatie van de UNAMI de mensenrechtensituatie in Irak (blijven) volgen (er wordt al sinds
2003 ieder kwartaal rapport over de situatie uitgebracht). De Resolutie mandateert de VNorganisatie hulp te bieden bij de (weder-)
opbouw van de staats- en burgerlijke instellingen op dit terrein. Het zal daarbij nauw samen-
20
werken met nationale mensenrechtenactivisten
en direct contact zoeken met slachtoffers en
getuigen van schendingen van mensenrechten.
Problemen
Secretaris-Generaal Ban Ki-moon verwelkomde de resolutie, maar wees erop dat het toch
vooral de Irakezen zelf zijn die met hulp van de
internationale gemeenschap voor een vreedzame en voorspoedige toekomst moeten zorgen.
Hij zwaaide lof toe aan de dappere mannen en
vrouwen die de VN zijn blijven dienen en benadrukte dat hun veiligheid het voornaamste punt
van zorg blijft. In de wetenschap dat het VNpersoneel niet bepaald zit te wachten Irak
opnieuw in grote getale binnen te trekken, wees
hij er later op dat de veiligheidssituatie in
Bagdad eerst nog sterk verbeterd moet worden
alvorens hij de VN-staf daar kan uitbreiden. Hij
stelde in eerste instantie voor om in Bagdad een
klein kantoor te vestigen en mogelijkerwijs
delen van de staf in de toekomst in Basra en
Arbil te huisvesten. Nu was er van een stabiele
toestand naar zijn mening nog geen sprake.
Regionale samenwerking was van vitaal belang
om te komen tot verzoening en vermindering
van spanningen.
Veel VN-functionarissen tonen zich uitermate
bezorgd als het gaat om werken in Irak. De vakbond van het VN-stafpersoneel wil dat Ban
geen personeel meer naar Irak stuurt en dat hij
de mensen terughaalt die daar thans werken.
Het VN-stafcomité protesteerde tegen Ban’s
beslissing de organisatorische rol in Irak uit te
breiden uit vrees dat het VN-functionarissen zal
blootstellen aan terroristische aanvallen en het
instituut mee zou slepen in het Irakese conflict
van Amerikaanse makelij. Men vreest ook dat
Ban’s te nauwe banden met de Verenigde Staten
nadelig is voor zijn bindende rol binnen de verdeelde organisatie. Naar verluidt zou Ban ook
tegen een spoedige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak zijn. Ban’s pro-Amerikaanse houding in het Israëlisch-Palestijns conflict leidde al eerder tot het vertrek van VN-
VN Forum 2007 - 4
medewerker en onder-Secretaris-Generaal
Alvaro de Soto (zie elders in dit blad).
De Amerikaanse afgevaardigde bij de VN zei na
het aannemen van Resolutie 1770 dat deze een
belangrijke nieuwe fase markeerde in het bestaan van de volkerenorganisatie en sprak de
hoop uit dat het een begin zou zijn van een grotere internationale steun voor regering en volk
van Irak. De op de toekomst gerichte Resolutie
onderbouwde zijns inziens het wijdverbreid
geloof dat wat in Irak gebeurt strategische
gevolgen heeft, niet alleen voor de regio, maar
voor de gehele wereld. Andere woordvoerders
lieten zich in gelijke optimistische bewoordingen uit, hoewel ook de Russische woordvoerder, Vitaly Churkin, benadrukte dat veiligheidsmaatregelen vereist zijn om ervoor te kunnen
zorgen dat de VN zijn taak kan volbrengen. Dat
is volgens hem alleen mogelijk als de Irakese
regering echt werk maakt van het waarborgen
van vrede en ontwikkeling en door een grotere
betrokkenheid van de internationale gemeenschap. Hij bracht daarom nog eens het
Russische voorstel naar voren tot het organiseren van een internationale bijeenkomst over
Irak, waar deze kwestie geregeld kan worden.
Washington Post: Column Lynch,’UN Chief’s Dealings With
US Draw Fire’, 24 september 2007
Guardian Unlimited, Special Reports, Simon Tisdall, ‘Bush
may turn to UN in search for Iraq solution’, 23 mei 2007
UNAMI, Fact Sheet, 10 augustus 2007
UNAMI, Human Rights report, 01 April-30 June 2007
Global Policy Forum, War and Occupation in Iraq, New
York, juni 2007. [Dit biedt een uitvoerig overzicht van alles
wat betrekking heeft op de Amerikaans-Britse bezetting van
Irak sinds 2003].
Security Council, 5729th Meeting, 10 augustus 2007: ‘SC
expands UN role in Iraq as part of efforts to end strife, win
regional support, tackle humanitarian crisis’, Members adopt
Resolution 1770 (2007), Extending Mission’s Mandate by
12 Months.
Sky News, ‘UN Demand Iraq Security Improvements’, 23
september 2007
VN Forum 2007 - 4
21
Stapsgewijze versterking in een politiek geladen context
Het VN-verdragssysteem voor de
Rechten van de Mens
Samenvatting AIV-rapport no. 57, juli 2007, door Adriënne Schillemans
Medio 2006 vroeg de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) een advies over de ontwikkelingen binnen het
systeem van de Verenigde Naties op het terrein van de mensenrechten en meer specifiek over de plannen met betrekking tot de verdragsmechanismen en het voorgenomen
systeem van Universal Periodic Review. Hij vroeg de AIV een visie te ontwikkelen op
de hervorming van het systeem van verdragscomités. Hierbij verwees hij naar de door
de (voormalig) Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, in 2002 voorgestelde hervormingsagenda, de nieuwe VN-Mensenrechtenraad en de hervormingsvoorstellen van het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens
(HCRM) betreffende de verdragsmechanismen. In het bijzonder verwees hij naar het
VN-document Concept paper on the High Commissioner’s proposal for a Unified Treaty
Body1 dat een voorstel bevat voor het zoveel mogelijk samenvoegen van de bestaande
verdragscomités.2
Werkzaamheden verdragscomités
Alvorens de AIV zich toelegde op het vormen
van een visie over het zo optimaal mogelijk
laten functioneren van de verdragscomités binnen het mensenrechtenmechanisme van de
Verenigde Naties wilde het zich eerst verdiepen
in de complexe context waarin het verdragssysteem van de VN opereert.
landse regering dat deze inspanningen leiden tot
een groter aandeel van het toezicht door uit
onafhankelijke experts bestaande verdragsorganen, zodat de politieke component in toezicht
en controle op naleving van de rechten van de
mens wordt teruggedrongen. Men beseft echter
terdege dat ook de verdragsorganen afhankelijk
zijn van politieke (en andere) procedures en
instrumenten, zoals de Mensenrechtenraad.
De AIV vermeldt allereerst dat de Nederlandse
regering zich altijd met volle overtuiging en
koersvast heeft ingezet voor totstandkoming en
versterking van verdragsmechanismen op het
gebied van de mensenrechten. Uitgangspunt bij
die koers is dat mensenrechten universeel zijn
en dus voor iedereen, overal en altijd gelden en
dat juist om die universele werking mensenrechten een legitieme zorg zijn van de internationale gemeenschap. Het liefst ziet de Neder-
Het systeem van VN-verdragscomités is een
belangrijk instrument gebleken in de tenuitvoerlegging van internationale mensenrechtennormen. Zij leverden met hun jurisprudentie en
General Comments, bijgestaan door tal van
NGO’s, verdere precisering van de mensenrechtennormen, die vaak door een kerngroep van
staten werd opgepikt en omgezet in een ontwerp-verdrag. De uiteindelijke toepassing van
mensenrechtenverdragen is geen eenvoudige
22
zaak, omdat er altijd staten zijn die een andere
opvatting hebben over bepaalde normen en die
zich daarom niet houden aan de gemaakte
afspraken, zoals neergelegd in verdragen. Het
AIV-rapport noemt bijvoorbeeld de spanning
tussen het martelverbod en het opleggen van
traditionele lijfstraffen, zoals amputatie, het
verbod op discriminatie van vrouwen en de toepassing van het islamitisch recht. Juist het
nadenken over de interactie tussen de verdragsrechtelijke normenstelsels en nationale praktijken, alsook over verdere aanpassingen van de
normenstelsels aan de uitdagingen van de tijd,
noemt het AIV-rapport een van de essentiële
taken van de verdragscomités.
Hiaten
Hoewel veel staten intussen partij zijn geworden
bij internationale mensenrechtenverdragen,
soms met vérgaande voorbehouden of verklaringen (en er is ook altijd nog een kleine groep staten die zich geheel en al afzijdig houdt), tonen
de aantallen ratificaties een gemengd beeld. Zo
is geen enkele westerse staat partij bij het
Verdrag inzake de bescherming van Migre-rende
Werknemers en hun Gezinnen. Daaren-tegen telt
het Verdrag inzake de Rechten van het Kind 193
[de Verenigde Staten en Somalië hebben het verdrag niet geratificeerd, het Vaticaan en Niue
(Nieuw-Zeeland) wel] en het Verdrag inzake de
Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie
van Vrouwen 185 ratificaties. Ook ten aanzien
van klachtenprocedures is er een vertekend
beeld. Volgens de AIV is hiervoor een aantal
oorzaken aan te wijzen. Van sommige landen is
bekend dat zij onder druk van de internationale
gemeenschap partij zijn geworden bij een verdrag in plaats van uit politieke wil. Daarnaast
zijn er staten die individuele klachtmogelijkheden niet gebruiken of zelf niet hebben geaccepteerd. Bovendien is bij een aantal burgers deze
mogelijkheid niet bekend of men maakt er geen
gebruik van vanwege het juridisch niet-bindend
karakter van de uitspraken van de verdragscomités en de relatief hoge kosten die aan het indienen van een klacht verbonden zijn.
VN Forum 2007 - 4
Rapportageverplichting
Staten die aangesloten zijn bij de mensenrechtenverdragen hebben een periodieke rapportage-verplichting tegenover de verdragscomités.
De AIV is van oordeel dat bij het nadenken over
verbetering van de bestaande verdragsmechanismen de intentie zou moeten zijn door te dringen tot op het alledaags niveau waarop de rechten van de mens worden geschonden. Het zijn
voornamelijk de staten zelf die laks zijn met het
nakomen van rapportageverplichtingen om zich
aldus niet te hoeven verantwoorden voor bepaalde misstanden. Al sturen sommige staten hun
rapportage wel op tijd in, wil dit nog niet zeggen dat alles vermeldt staat. Schaduwrapportages van NGO’s zijn in dit licht meer dan welkom bij de verdragscomités.
De mensenrechtenverdragen zijn alle los van
elkaar tot stand gekomen en ieder verdrag stelt
weer andere eisen. De organisatorische en inhoudelijke coördinatie tussen de diverse comités heeft veel tijd gekost. Los daarvan beschrijft
het AIV-rapport nog andere oorzaken die van
invloed zijn op het functioneren van de verdragscomités. Zo is er te weinig ondersteuning
vanuit het Kantoor van de HRCM; vindt er,
door overlap van verdragscomités, nogal eens
duplicatie van rapporten plaats; kost de plenaire
behandeling van rapporten te veel tijd waardoor
de werkdruk alsmaar toeneemt, etc. De AIV
acht het wenselijk een geïntegreerd en geharmoniseerd systeem binnen de verdragscomités
te ontwikkelen.
Het is van groot belang dat de rechten van de
mens op nationaal niveau worden gewaarborgd
en dat het functioneren van het rapportagestelsel hierin een belangrijke rol vervult. De AIV is
van mening dat daartoe moet worden gekeken
of en in hoeverre het desbetreffende verdrag
doorwerkt in de nationale rechtsorde, op constitutioneel niveau en in de alledaagse rechtspraktijk. Er dient te worden nagegaan via welke
kanalen slachtoffers van mensenrechtenschendingen toegang hebben tot de rechtsgang. Kan
VN Forum 2007 - 4
dit rechtstreeks of door advocaten, via NGO’s,
kerken, vakbonden of vrouwengroepen? Daarnaast is het van belang hoe de interactie verloopt tussen de nationale staat en het internationale toezichthoudend orgaan. Hoe verloopt de
communicatie tussen de betrokken ministers en
het parlement in die staat en in hoeverre wordt
een regering door NGO’s en nationale mensenrechteninstituten ter verantwoording geroepen?
Zoals het AIV-rapport stelt, is het primaire doel
van de rapportageverplichtingen onder het verdragssysteem om door middel van een constructieve dialoog met staten-partijen, in een nietgepolitiseerde sfeer bij te dragen aan het versterken van de bescherming en het uitdragen
van de mensenrechten op nationaal niveau. De
effectiviteit van het rapportagestelsel staat of
valt dan ook met een vruchtbare wisselwerking
tussen het nationale en het internationale
niveau. Wanneer het internationale toezicht
onvoldoende is, zal men van deze gelegenheid
gebruik maken om niet al te veel tijd in de voorbereiding van de rapportage te steken. Omgekeerd, wanneer de totstandkoming van een rapportage een louter bureaucratische aangelegenheid is, ontbreekt de voorwaarde om tot een
constructieve dialoog op internationaal niveau
te komen.
Herziening VN-verdragssysteem
Aangezien destijds de huidige verdragsorganen
op ad hoc-basis ontwikkeld zijn, kan er, zeker
anno 2007, nog niet gesproken worden van een
effectief, geïntegreerd en ondeelbaar systeem.
Knelpunten die bestonden in de vorige eeuw,
zijn ook nu nog onverminderd aan de orde.
Pogingen om te komen tot een substantiële verbetering en versterking hebben tot nu toe weinig
opgeleverd. Ook de tijd die gemoeid was met de
oprichting van de nieuwe Mensenrechtenraad
ging ten koste van het door het in maart 2006
ingediende voorstel van de HCRM, ‘Single
Unified Standing Treaty Body’, waarin gepleit
werd voor omvorming van de huidige verdragsorganen tot één permanent verdragsorgaan; dit
23
voorstel kreeg overigens wel veel kritiek te verduren.
De AIV constateert dat bij het vormgeven van
de werkwijze en methoden van de ingestelde
Mensenrechtenraad in het huidige internationaal-politieke klimaat grote risico’s bestaan,
waarbij de verworvenheden uit het verleden
gemakkelijk verloren kunnen gaan. Het is dan
ook bepaald niet zeker dat de voorgestelde
samenvoeging van de bestaande zeven (en in de
toekomst tien) verdragsorganen tot één orgaan
inderdaad in de praktijk de bestaande problemen het hoofd zal kunnen bieden. De AIV heeft
grote zorgen omtrent de specifieke belangen en
omstandigheden van de verschillende groepen
rechthebbenden (zoals vrouwen, kinderen en
gehandicapten) en vraagt zich af of die wel
gewaarborgd blijven. Daarom is de AIV geen
voorstander van het creëren van één enkelvoudig permanent verdragsorgaan.
De AIV kijkt liever naar mogelijkheden die op
de korte en middellange termijn bereikt kunnen
worden. Zo is de AIV van mening dat de huidige comités hun inspanningen voor verdere harmonisering, coördinatie en integratie van de
diverse aspecten van hun mandaten verder moeten intensiveren. Voorts bepleit de AIV het nastreven van een optimale expertise, inzet en
onafhankelijkheid van de leden van de verdragsorganen; het harmoniseren van de procedures en werkmethoden; het vergroten van het
aantal bijeenkomsten van de voorzitters; het
ontwikkelen van een effectieve relatie met de
Mensenrechtenraad en het versterken van de
samenwerking met andere relevante actoren via
het Kantoor van de HCRM. De AIV heeft ook
twee meer ingrijpende voorstellen met betrekking tot klachtenprocedures, te weten:
• De samenvoeging van het Mensenrechtencomité en het Comité inzake Economische,
Sociale en Culturele Rechten, omdat hiermee
de ondeelbaarheid van alle mensenrechten
ook op institutionele wijze vorm krijgt. Ook
de samenvoeging van het Mensenrechten-
VN Forum 2007 - 4
24
comité en het Anti-Foltercomité zou mogelijk
zijn omdat de mandaten van deze twee comités voor een deel samenvallen.
• Wanneer in 2008 alle comités in Genève zullen vergaderen, zullen alle klachten onder de
bestaande klachtenprocedures binnenkomen
op het Kantoor van de HCRM, zodat dit Kantoor als een gemeenschappelijke postbus en
gemeenschappelijk secretariaat gaat functioneren. Een dergelijke werkwijze kan mogelijk bijdragen tot grotere zichtbaarheid van
het systeem, meer duidelijkheid voor de klager, een betere behandeling van klachten en
een duidelijker jurisprudentie. Op de langere
termijn zou dit wellicht kunnen leiden tot
de instelling van een gemeenschappelijke
‘klachtenkamer’.
Het ontwikkelen van een effectieve relatie van
de verdragscomités met de Mensenrechtenraad
zou tot stand kunnen komen door het Universal Periodic Review System (UPR). De Mensenrechtenraad zal de komende jaren het belangrijkste, politieke VN-forum zijn waarin de rechten van de mens in hun volle breedte aan de
orde kunnen worden gesteld. Belangrijk is dan
ook dat de verdragsorganen een optimale toegang hebben tot de Mensenrechtenraad. De AIV
vindt het wenselijk te streven naar betere
samenwerking en synergie tussen de verdragsorganen en de thematische rapporteurs en landenrapporteurs van de Mensenrechtenraad, aangezien deze door hun verzamelde informatie en
analyses van direct belang zijn voor de toezichthoudende verdragsorganen en het UPR.
De UPR zal worden gebaseerd op door de staat
verstrekte informatie; daarnaast zal het Kantoor
van de HCRM een compilatie maken van informatie, die onder andere in de rapporten van verdragsorganen over de desbetreffende staat is
opgenomen, alsmede van door NGO’s aangedragen informatie. De Mensenrechtenraad heeft
ervoor gekozen de UPR uit te laten voeren door
een Werkgroep. Deze bestaat uit alle leden van
de Mensenrechtenraad, inclusief drie rapporteurs, eveneens afkomstig uit de Mensenrech-
tenraad, die de toetsing door de Werkgroep
voorbereidt. Naar het advies van de AIV zou in
het kader van de UPR-dialoog met een staat de
Werkgroep c.q. de Mensenrechtenraad de volgende vragen moeten voorleggen:
• waarom de desbetreffende staat bepaalde VNmensenrechtenverdragen nog niet heeft geratificeerd;
• waarom die staat voorbehouden gemaakt
heeft en/of gehandhaafd heeft;
• waarom die staat zijn rapportageverplichting
niet nakomt;
• welke maatregelen die staat heeft genomen
ter implementatie van de concluding observations;
• waarom die staat bepaalde facultatieve toezichtprocedures (zoals de individuele klachtenprocedure en de onderzoeksprocedure)
nog niet heeft aanvaard;
• hoe die staat de naleving van uitspraken voor
individuele klachten door verdragsorganen
geregeld heeft.
De AIV is van mening dat op deze wijze de
UPR-dialoog met staten een unieke mogelijkheid biedt het verdragssyteem, in het bijzonder
het toezicht op de naleving van de rechten van
de mens door onafhankelijke deskundigen, verder te versterken, onder meer door bevordering
van universele ratificatie van VN-mensenrechtenverdragen en universele aanvaarding van
individuele klachtenprocedures en andere procedures van toezicht, daarmee recht doende aan
de oproepen van de Algemene Vergadering van
de VN en belangrijke internationale conferenties,
zoals de Wereldconferentie inzake de Rechten
van de Mens (Wenen, 1993).
1
2
UN Doc. HRI/MC/2006/CPR.1.
Verdragscomités bestaan bij de volgende verdragen:
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en
culturele rechten; Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten; Verdrag inzake de uitbanning
van alle vormen van rassendiscriminatie; Verdrag inzake
uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen; Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing; Verdrag
inzake de rechten van het kind; en Verdrag inzake de
bescherming van de rechten van migrerende werknemers
en hun familie.
VN Forum 2007 - 4
25
‘Het Kwartet in Midden-Oosten conflict geen bemiddelaar maar partij’
Alvaro de Soto doet boekje open over VN-politiek
in Midden-Oosten (2)
Vertaling en bewerking C.H. Jansen
Alvaro de Soto*, de Peruviaanse diplomaat die na 25 jaar trouwe dienst afscheid nam
van de Verenigde Naties, beschrijft in zijn voor de staf van de VN bedoelde End of
Mission Report de situatie in het Midden-Oosten, waar hij de laatste twee jaar van zijn
carrière deelnam aan de besprekingen van het Kwartet dat is opgezet om de vrede tussen de Palestijnen en Israël te bewerkstelligen. In het eerste deel (VN Forum 2007/3)
kwamen aan de orde: de situatie in de Gazastrook en de aanloop tot de Palestijnse verkiezingen, die op 25 januari 2006 uitmondden in een grote overwinning voor Hamas.
In dit tweede deel gaat het over de gevolgen van die verkiezingen en de houding die het
Kwartet daar tegenover aannam. Vervolgens gaat De Soto in op de positie van de VN
binnen het Kwartet, dat verder bestaat uit de Verenigde Staten, de Europese Unie en
Rusland.
Koude douche
Nauwelijks vijf dagen na de verkiezingen van
25 januari 2006 kregen de Palestijnen een koude douche in de vorm van een door het Kwartet
uitgegeven verklaring op een bijeenkomst in
Londen. Was het allesoverheersende punt in
september geweest of Hamas wel aan de verkiezingen zou mogen meedoen, nu was het de
vraag hoe men met het resultaat moest omgaan.
Niet dat de Palestijnen geheel onvoorbereid waren op de schok, schrijft De Soto: er hadden al
enige waarschuwingen geklonken in de twee
verklaringen die werden afgegeven na de teleconferenties tussen de Principalen, op 28 december 2005 en 26 januari 2006, de dag na de
verkiezingen. In de eerste verklaring deed het
Kwartet een beroep op al diegenen “die deel
willen nemen aan het politieke proces, af te zien
van geweld, Israëls bestaanrecht te erkennen, en
te ontwapenen”. Het Kwartet benadrukte zijn
zienswijze “dat een toekomstig kabinet van de
Palestijnse Autoriteit (PA) geen leden zou mo-
gen bevatten die niet gecommitteerd waren aan
de principes van Israëls bestaansrecht en veiligheid, en niet eenstemmig een einde wensten te
maken aan geweld en terrorisme”. In de tweede
verklaring, uitgegeven direct na de verkiezingen, zei het Kwartet: “Een ‘twee-staten-oplossing’ voor het conflict vereist van alle deelnemers aan het democratische proces dat zij geweld en terreur verwerpen, Israëls bestaanrecht
accepteren en dat zij ontwapenen zoals was
omschreven in de Road Map.”
De verklaring van 26 januari 2006 was in feite
een herhaling van wat ook op 28 december
2005 al was gezegd, maar ondermijnde De
Soto’s stelling dat de verkiezingsuitslag, hoe die
er ook uit zou komen te zien, welwillend bekeken zou moeten worden bij de verdere overwegingen van het Kwartet. Toen de verkiezingen
uitmondden in een regelrechte overwinning
voor Hamas – in verkiezingen waar de internationale gemeenschap op aangedrongen had en
die eerlijk waren verlopen – was er van een wel-
26
willende benadering door het Kwartet al snel
niets meer te merken. Op 29 januari kwamen de
Verenigde Staten met een ontwerp-verklaring,
die van het Kwartet in feite verlangde dat het
alle hulp aan de nieuwe PA zou intrekken, tenzij diens leden drie principes zouden onderschrijven: geweldloosheid, erkenning van de
staat Israël, en aanvaarding van de eerdere overeenkomsten en verplichtingen, waaronder de
Road Map [het voorstel van het Kwartet van
april 2003 om een einde aan het IsraëlischPalestijns conflict te maken]. Het was tamelijk
duidelijk dat de VN-Secretaris-Generaal niet
kon spreken voor de donoren als het ging om
intrekken van de hulp. De Soto stelde, met
goedkeuring van de op dat moment niet aanwezige Secretaris-Generaal, als noodmaatregel het
volgende voor: óf de verwijzing naar de herziening van de hulp geheel te schrappen óf de
beslissing uitsluitend over te laten aan de leden
van het Kwartet die tevens donor zijn.
De tegenstanders van het standpunt van De Soto
dreigden dat als de VN niet mee zouden werken
aan herziening van de hulpprogramma’s aan de
Palestijnen, dat ernstige consequenties zou hebben op het moment dat het VN-budget op
Capitol Hill ter sprake zou komen. Maar de
Amerikanen deden een stapje terug en haalden
de beslissing over dit onderwerp weg bij het
Kwartet. Dit zou nu alleen “tot de conclusie
komen dat het onvermijdelijk was dat toekomstige hulp voor enig nieuw kabinet zou worden
bezien door de donoren, en afgewogen worden
tegen de verplichting van de PA om zich te onthouden van geweld, de staat Israël te erkennen,
en eerdere overeenkomsten en verplichtingen,
inclusief de Road Map, te accepteren.” De EU
en Rusland legden zich daarbij neer. De Soto
wilde de rol die de VN ‘van nature’ toekomt in
stand houden en pleitte ten eerste voor een formulering die meer in overeenstemming zou zijn
met de steun die het Kwartet had gegeven aan
de strategie van co-optatie van Abbas, en ten
tweede voor een tekst die meer geschikt zou
zijn om aan Hamas over te brengen. Hierin zou
moeten staan “dat de internationale gemeen-
VN Forum 2007 - 4
schap het waardeert dat zij deel hebben genomen aan de verkiezingen met respect voor de
regels die daarvoor bestaan en dat zij de
‘Hudna’ – de wapenstilstand – hebben gerespecteerd, en dat wij in ernst hopen dat deze houding zal worden bestendigd, zodat de internationale gemeenschap de steun die ze de Palestijnen
altijd hebben gegeven, kunnen voortzetten.” Het
was volgens De Soto voorspelbaar dat deze
poging geen succes zou hebben. Vandaar de
onwenselijk bestraffende toon van de verklaring
van 30 januari, “waarvan we tot op de dag van
vandaag geen afstand hebben kunnen nemen”.
Deze verklaring transformeerde het Kwartet in
feite van een viertal dat de onderhandelingen
moest bevorderen en dat geleid werd door de
Road Map, tot een lichaam dat slechts sancties
oplegde aan een vrij gekozen regering van mensen onder bezetting, alsmede onhoudbare voorwaarden stelde voor een dialoog.
Principes zijn geen condities
De Soto heeft keer op keer aan de buitenwereld
duidelijk proberen te maken dat de door het
Kwartet genoemde principes (geen geweld; erkenning van Israël; aanvaarding van vroegere
akkoorden w.o. de Road Map) geen ‘condities’
waren. Voorzover dat door de Europese Unie en
de Verenigde Staten anders gezien wordt, ligt
dat naar zijn mening aan hun eigen wetgeving.
Het Kwartet heeft niet in die zin besloten.
Rusland verleent Hamas gastvrijheid in Moskou
en spreekt vrijuit met deze beweging en met de
Palestijnse Autoriteit. Veel regeringen van Eulidstaten voelen zich al enige tijd ongemakkelijk bij de huidige stand van zaken. Ze hebben
geprobeerd er onderuit te komen. Het aannemen
van het Temporary International Mechanism
was een poging aan hun groeiende onvrede
tegemoet te komen. Hierdoor was het mogelijk
de Palestijnen toch een vorm van hulp te bieden.
In juni 2006 ging het Kwartet daarmee akkoord,
hoewel de Amerikanen zich er aanvankelijk
tegen verzet hadden. Het wordt toch gezien als
een onbevredigend lapmiddel, zowel door de
Europeanen als door de Palestijnen. Toen de
VN Forum 2007 - 4
regering van nationale eenheid begin 2007 in
zicht leek te komen, steunden de VN deze evenals anderen. Dat Hamas niet zover te krijgen
was dat het de staat Israël erkende, was te verwachten en De Soto wijst erop dat Israël zich
ook nooit gecommitteerd heeft aan het recht van
de Palestijnen op een eigen staat. Het enige wat
het ooit gedaan heeft, is de erkenning van de
PLO als gesprekspartner. Wat we van de eenheidsregering vroegen, was dat zij zich in de
eerste plaats diende te houden aan een staakthet-vuren. Daartoe diende zij diverse veiligheidsorganisaties op te richten die het staakthet-vuren konden afdwingen en recht en orde
konden handhaven. De Soto neemt aan dat de
Europeanen ook wel in die richting wilden denken. Zij drongen erop aan de drie gevangen
genomen Israëlische soldaten vrij te laten,
omdat dat een verschuiving van het Europese
beleid en bij de Israëlische publieke opinie
teweeg zou kunnen brengen.
Uit de verklaring die het Kwartet op 2 februari
2007 afgaf, sprak echter nog steeds dezelfde
toon. Er stond nog steeds niets in over eisen die
ook aan Israël zouden kunnen worden gesteld,
bijvoorbeeld ten aanzien van de bevriezing van
de bouw van nederzettingen, ontmanteling van
niet geautoriseerde buitenposten van de vestigingen, het openen van Palestijnse instituties in
Oost-Jeruzalem en het de vertegenwoordigers
van de PA mogelijk maken zich vrijelijk te
bewegen, alsmede de verplichtingen volgens
internationaal recht, zoals ervoor te zorgen dat
de muur rond de bezette gebieden wordt
gebouwd op eigen grondgebied en niet op dat
van de Palestijnen, hetgeen het Internationaal
Gerechtshof heeft geadviseerd. Laat staan dat er
gewag werd gemaakt van Israëls verplichtingen
onder de vierde Conventie van Genève om het
welzijn van de bevolking in de bezette gebieden
te garanderen. Volgens De Soto verwerd de vereiste onpartijdigheid die men van een bemiddelende instantie zou mogen verwachten op een
ongekende manier tot onderdanigheid.
Op de persconferentie van 15 maart 2007 moest
27
De Soto tot zijn misnoegen constateren dat de
nieuwe Secretaris-Generaal, Ban Ki-moon, direct
na zijn ontmoeting met Abbas in Ramallah voor
het eerst expliciet met het begrip conditionaliteit aankwam, dat wil zeggen dat hij toekomstige ontmoetingen met de Palestijnse premier zou
laten afhangen van de vraag welke positie de
regering in zou nemen of welke acties deze zou
ondernemen. De Soto kon niet inzien waarom
het nodig was de positie van de VN verder in
gevaar te brengen, en evenmin waarom de grens
van conditionaliteit gepasseerd diende te worden. Men zou na de overeenkomst van Mecca,
waar besloten werd een regering van nationale
eenheid te vormen, juist hebben mogen verwachten dat de politieke teugels gevierd zouden
worden, niet aangehaald. Het feit dat Ban Kimoon dat standpunt innam, maakte een einde
aan De Soto’s voortdurende pogingen de VN
een betekenisvolle rol te laten spelen bij het helpen van Hamas zich te ontwikkelen als regeringspartij en zelfs als beweging. En daarmee
kwam ook een einde aan het zoeken naar een
oplossing voor het Israëlisch-Palestijns conflict.
“Mijn beslissing de VN te verlaten kwam voort
uit een aantal beweegredenen die steeds in aantal toenamen, maar achteraf bezien was dat
waarschijnlijk het breekpunt – het punt waarop
ik tot de conclusie kwam dat mijn poging om
enige vooruitgang te boeken, niet zou slagen.”
Verwoestende gevolgen
De door de Amerikanen bevolen totale boycot
van de nieuwe Palestijnse regering was spoedig
na de afkondiging een feit. De verwoestende
gevolgen van de positie die het Kwartet innam,
waren voorspeld door de UNSCO, the Office of
the UN Special Coordinator for the Middle East
Peace Process, in 1994 opgericht na de akkoorden van Oslo. De scherpe daling van de levensstandaard van de Palestijnen – vooral, maar niet
alleen in de Gazastrook – was desastreus, zowel
in humanitaire termen als ook wat betreft de
gevaarlijke verzwakking van de Palestijnse instituties die daarmee gepaard ging. Internationale bijstand, die geleidelijk meer was gericht
28
op ontwikkeling en institutionele hervormingen, is grotendeels teruggevallen op humanitaire hulp. De dienstenverlenende capaciteit van
de Palestijnse Autoriteit, die bestond uit duizenden dokters, verpleegsters en onderwijzers en
werknemers van de PA, heeft daar geweldig
onder geleden. Deze achteruitgang heeft gek
genoeg de al cruciale rol van de UNRWA en
de andere VN-organisaties nog beslissender gemaakt waar het gaat om het welzijn van de
Palestijnen. De aan de gang zijnde versterking
van de basis van de toekomstige Palestijnse
staat werd sterk ondermijnd. Voorts is het vermogen van het Palestijnse veiligheidsapparaat
te zorgen voor wet en orde, om maar niet te
spreken van het stoppen van de aanvallen op
Israël, geweldig achteruitgegaan – geen wonder,
gegeven het feit dat de veiligheidsstrijdkrachten, die hun leven in de waagschaal hebben
gesteld om die doelen te bereiken, geen salaris
meer ontvangen. Zo hebben de stappen die door
de internationale gemeenschap genomen zijn,
terwijl zij beoogden een Palestijnse eenheid tot
stand te brengen die in vrede zou leven met zijn
buur Israël, precies het tegendeel bereikt. Aldus
De Soto.
Behalve de schade in termen van internationale
hulp (dat is uiteindelijk op vrijwillige basis), is
er de schade die door Israël wordt veroorzaakt,
niettegenstaande zijn verantwoordelijkheden als
bezettende macht naar de bevolking toe, die
voortvloeien uit het internationaal recht. Het
gaat daarbij niet alleen om het doden van honderden burgers tijdens aanhoudende heftige invallen en de vernietiging van de infrastructuur,
in sommige gevallen opzettelijk, zoals de chirurgische aanvallen op de enige elektriciteitscentrale, als ook de bruggen in Gaza. Het gaat
ook om het stopzetten, sinds 22 februari, van de
overdracht aan de Palestijnse Autoriteit (PA)
van de BTW en de douanerechten die Israël
namens de Palestijnen vergaart; die overdracht
is met de PLO overeengekomen als vervolg op
de Oslo Akkoorden en vastgelegd in het Parijse
Protocol. Normaliter zorgt die overdracht voor
eenderde van de Palestijnse inkomsten. Het is
VN Forum 2007 - 4
de belangrijkste bron waaruit de ambtenaren
van de PA betaald worden. Terwijl de internationale gemeenschap van de Palestijnse regering vraagt dat het ‘eerder aangegane overeenkomsten en verplichtingen’ accepteert, berooft
Israël de PA van het vermogen de Palestijnse
bevolking van basale diensten te voorzien, een
duidelijke schending van een soortgelijke ‘eerdere overeenkomst’, alsmede van de verplichtingen die Israël heeft onder Internationaal Humanitair Recht om te zorgen voor het welzijn
van de bevolking wier land men bezet houdt.
Het afsnijden van de voornaamste bron van
inkomsten van de Palestijnse Autoriteit door
Israël is nooit de bedoeling geweest van drie
van de leden van het Kwartet. De Soto was de
eerste die een beroep deed op Israël dit niet te
doen, toen deze beslissing aan de internationale
vertegenwoordigers werd bekendgemaakt. De
EU heeft er sedertdien herhaaldelijk bij Israël
op aangedrongen de overdrachten te hervatten;
het totaal daarvan loopt thans zeker in de honderden miljoenen dollars. Het Kwartet werd
echter belet zich daar in het openbaar over uit te
laten, omdat de Verenigde Staten, zoals hun vertegenwoordigers ons hebben toevertrouwd, niet
willen dat Israël deze fondsen aan de Palestijnse
Autoriteit overgedraagt, zolang Hamas niet in
staat blijkt te zijn het gebruik van geweld op te
geven. “Men vraagt zich af of het geloofwaardig is het vermogen van een regering om zijn
verplichtingen na te komen, te beoordelen, als
die wordt beroofd van de voornaamste bron van
inkomsten waarop het ongetwijfeld recht heeft
krachtens een overeenkomst die gesteund wordt
door de Veiligheidsraad, en dat door een staat
die het vermogen van die regering en zijn bevolking om inkomsten te genereren voor een belangrijk deel onder controle heeft.” In feite wordt er
van de Palestijnse Autoriteit verwacht haar verplichtingen na te komen zonder over de attributen die bij het uitoefenen van de soevereiniteit
behoren te beschikken, zoals controle over de
grenzen, het monopolie van het gebruik van
geweld of toegang tot natuurlijke bronnen, laat
staan regelmatige belastinginkomsten.
VN Forum 2007 - 4
Een ander gevolg van de politiek van het
Kwartet is geweest dat iedere druk op Israël
werd weggenomen. Met alle aandacht toegespitst op het falen van Hamas is de Israëlische
kolonisatiepolitiek en het bouwen van de muur
op de Westelijke Jordaanoever onverminderd
doorgegaan. Problemen rond Iran en het ‘toenemen van de dreiging die van de Shia uitgaat’
hebben in het Westen de aandacht geheel afgeleid van de Palestijnse kwestie.
Regering op brede basis
Spoedig na de verkiezingen heeft Hamas het
verlangen uitgesproken een regering op brede
basis te vormen. De reacties van Fatah waren
verdeeld, maar voordat het idee vooruitgang
kon boeken, lieten de Amerikanen weten dat
Hamas alleen een regering moest vormen. “Ons
werd verteld dat de Verenigde Staten tegen
iedere ‘vervaging’ van de lijn waren die Hamas
scheidt van die Palestijnse politieke krachten
die zich hebben gecommitteerd aan de twee-statenoplossing,” schrijft De Soto. President Abbas
maakte spoedig duidelijk dat leden van Fatah
geen deel zouden uitmaken van een door Hamas
geleide regering. Dat vergemakkelijkte natuurlijk de voortgaande quarantaine van de ‘Hamasregering’.
Tegen het begin van de zomer van 2006 brachten de adviseurs rond Abbas een initiatief op
gang dat ten doel had – zoals ze ons privé duidelijk maakten – een ontijdig einde te maken
aan de door Hamas geleide regering door het
houden van een referendum onder de Palestijnse bevolking over de vraag of Abbas’ programma onderschreven diende te worden; dat programma stelt voor te onderhandelen over de
twee-statenoplossing in overeenstemming met
de Akkoorden van Oslo, en de verplichtingen
aangegaan door de PLO. Zij wilden van het
volk gedaan krijgen wat ze van de regering niet
gedaan hadden kunnen krijgen. Ondanks tegenstand van de Hamas-regering kondigde Abbas
het referendum aan, al noemde hij daarbij geen
datum. Hij hoopte dat de Hamas-regering daar-
29
mee alsnog overstag zou gaan, maar De Soto is
ervan overtuigd dat hij in feite vast wilde houden aan de strategie van co-optatie en dat hij
niet van plan was zich door zijn adviseurs te
laten leiden. Dat geldt ook voor het dreigement
vervroegde verkiezingen uit te schrijven, waartoe de Amerikanen hem in 2006 trachtten te
dwingen. Abbas was niet geneigd een regelrechte confrontatie met Hamas aan te gaan. De
Amerikanen, die schijnen te luisteren naar een
kleine kliek van Palestijnse gesprekspartners die
hen vertellen wat ze willen horen, schenen te
geloven dat Abbas iedere keer op het punt stond
Hamas aan te pakken, maar beoordeelden zowel
de man als de machtsbalans waarmee hij te
maken had, verkeerd.
De hernieuwde poging begin 2007 tot de vorming van een regering van nationale eenheid te
komen, maakte een einde aan dit soort manoeuvres. Een reeks van incidenten tussen december
2006 en februari 2007 tussen beide facties,
waarbij men dicht bij een burgeroorlog kwam,
wekte wijdverbreid alarm en had grote invloed,
niet alleen op het Palestijnse leiderschap van
zowel Hamas als Fatah, maar ook in het buitenland. Het schijnt koning Abdullah van SaoediArabië geïnspireerd te hebben tot het bijeenroepen van de leiders van beide partijen in Mecca,
onder wie eerste minister Hanniyeh, maar ook
de beruchte Khaled Mesbal, hoofd van het in
Damascus gevestigde politieke bureau van
Hamas. Een feit is dat Hamas en Fatah uit
Mecca terugkwamen met een akkoord over de
vorming van een eenheidsregering. Zoals eerder
was overeengekomen trad Hanniyeh binnen
enkele dagen af als premier en vroeg Abbas
hem een nieuwe regering te vormen in overeenstemming met het in Mecca bereikte akkoord.
Er traden nu ook enige onafhankelijken toe, iets
wat de Amerikanen tot dan toe hadden weten te
voorkomen. Er werd een Nationale Veiligheids
Raad opgezet, waarvan Hanniyeh ook deel ging
uitmaken.
Op het moment dat de Overeenkomst van
Mecca tot stand kwam en een coalitie tussen
30
Fatah en Hamas mogelijk leek te zijn gemaakt,
stuurden de Amerikanen duidelijk aan op een
confrontatie tussen beide facties. Dat ging zelfs
zó ver dat de Amerikaanse gezant een week
vóór Mecca op een bijeenkomst van gezanten in
Washington tot tweemaal toe verklaarde hoe
blij hij was met het geweld, waarbij hij doelde
op de bijna burgeroorlog in Gaza, waarbij burgers regelmatig werden gedood en gewond,
“omdat het betekent dat andere Palestijnen
weerstand bieden aan Hamas”. Onthoud dit alsjeblieft als iemand de volgende keer beargumenteert dat de Mecca-overeenkomst, in zoverre het een blijk van vooruitgang is, bewees dat
een jaar van druk ‘heeft gewerkt’ en dat we de
isolering van Hamas in stand moeten houden,
schrijft De Soto. “Integendeel,”, laat hij erop
volgen, “hetzelfde resultaat zou veel eerder hebben kunnen worden bereikt zonder een jaar
daartussenin, waarin zoveel schade is berokkend aan de Palestijnse instituties en waarin de
mensen in de bezette gebieden zo erg hebben
moeten lijden als gevolg van een politiek die
niet heeft gewerkt en waarvan menigeen van het
begin af aan wist dat het niet zou werken, en
die, daar twijfel ik niet aan, op zijn best buitengewoon kortzichtig is.”
Gesprekken Olmert-Abbas
Intussen is op Amerikaans aandringen overeengekomen dat Abbas en de Israëlische premier
Olmert iedere twee weken bijeen zullen komen.
De oorspronkelijke bedoeling was een forum te
scheppen voor beide partijen na een herhaalde
oproep van Abbas de blik op de toekomst te
richten. Dit was niet slechts een truc om de
Road Map te omzeilen, alsmede de daarin
beschreven fasen – waarbij in de derde fase
onderhandelingen zullen starten over de vluchtelingen, Jeruzalem en de grenzen. Eerder
scheen het een poging te bevestigen dat er
inderdaad sprake zal zijn van zo’n derde fase,
ondanks alle feiten die Israël inmiddels heeft
geschapen, zoals het vestigen van uitgebreide
en sterk bevolkte nederzettingen in de bezette
gebieden en de bouw van de muur. Abbas
VN Forum 2007 - 4
schijnt te geloven dat hij in dit opzicht overeenstemming kan bereiken en probeert bevestiging
te krijgen bij de Palestijnen over de wenselijkheid daarvan. Dat zou dan moeten leiden tot een
spoedig bereiken van de derde fase. Dat is geen
onredelijk verlangen van Abbas’ kant gezien. Of
het bereikbaar is of een utopie, is een andere
zaak, in het bijzonder gegeven de huidige
hachelijke situatie waarin Israël verkeert. Feit is
dat de Amerikaanse minister van buitenlandse
zaken Rice, de initiatiefneemster tot dergelijke
gesprekken, weinig steun vanuit het Witte Huis
krijgt en er herhaaldelijk op is gewezen dat zij
vooral geen grote druk op Israël mag uitoefenen. Olmert heeft tijdens bijeenkomsten naar
men zegt geweigerd in ernst over de uiteindelijke uitkomst van het proces van vredesonderhandelingen te discussiëren. Wel stemde Olmert op
een bijeenkomst in december erin toe $ 100 miljoen van de Palestijnse tegoeden over te dragen,
terwijl hij op de meest recente bijeenkomsten
gevoelig bleek voor verzoeken van Abbas om
over de meest vitale kwesties van gedachten te
wisselen. Gelet op wat er in het Winograd-rapport doorklinkt, blijft het vooruitzicht op de
voortgang in de besprekingen echter op zijn
best onzeker, schrijft De Soto, die nog niet kon
bevroeden dat Abbas, verbannen naar de Westelijke Jordaanoever na een staatsgreep van Hamas
in Gaza, weinig anders is overgebleven dan
deze lijn van bilateraal overleg te blijven volgen
(hoewel hij later toch ook weer contact opnam
met ‘gematigde’ leden van Hamas, omdat hij
begreep dat ieder akkoord met Israël waardeloos zou zijn zonder die partij bij de onderhandelingen te betrekken).
Kritiek op Palestijnen
De Soto spaart ook de Palestijnen zijn kritiek
niet; in het bijzonder hun onvermogen of onwilligheid zich aan hun verplichtingen die de Road
Map hen oplegt te houden, stelt hij aan de kaak.
De lijst van Palestijnse gewelddaden tegen
Israël en – onvergeeflijk en gruwelijk – tegen
Israëlische burgers zijn hen te verwijten. Arafats
erfenis in de vorm van een niet goed functione-
VN Forum 2007 - 4
rende Palestijnse Autoriteit, met rivaliserende
veiligheidslichamen die niet effectief optreden
om een minimum aan publieke veiligheid te
verzekeren, hing als een donkere wolk boven
alle pogingen om het politieke proces te bevorderen. Het op het toneel verschijnen van Hamas,
met zijn abominabele Handvest en beweerde
banden met het Iran-regime, draagt bij aan
Israëls gevoel van onveiligheid. Het is begrijpelijk dat de Israëliërs sceptisch zijn over waar dat
alles op uit moet draaien, schrijft De Soto.
Abbas heeft helaas niet het leiderschap getoond
om enige verbetering in het Palestijnse optreden
te kunnen brengen. Het is duidelijk dat Israël
nooit de schepping van een Palestijnse staat zal
toestaan zonder redelijke garanties dat het niet
verwordt tot een permanente lanceerbasis voor
aanvallen op Israël. De Soto heeft ook geen goed
woord over voor de daden van buitenlandse
mogendheden die doorgaan geld te geven aan
militante groepen en deze in de bezette gebieden aanmoedigen om raketten af te schieten en
zelfmoordcommando’s op pad te sturen, gericht
tegen de Israëlische bevolking. Het lijdt geen
twijfel dat de Palestijnse terreur de hardliners in
Israël versterkt en het vredeskamp verzwakt.
Maar het is ook waar dat Israëls beleid, of het zo
bedoeld is of niet, vaak op perverse wijze ontworpen schijnt te zijn om voortdurend acties
van Palestijnse militanten uit te lokken. De
bezetting/verzet-dynamiek moge een schoolvoorbeeld zijn van het kip-en-ei-verhaal en het
is moeilijk het Israëlische argument te weerleggen dat het gedwongen is op de Palestijnen in te
slaan omdat het zijn burgers moet beschermen.
Maar De Soto vraagt zich af of de Israëlische
autoriteiten beseffen dat zij jaar na jaar oogsten
wat ze zaaien en dat zij de geweld/repressiecyclus opstuwen tot een punt waarop het zichzelf in stand houdt. Als De Soto leest hoe de
Israëliërs in de zomer van 2006 blok voor blok
en huis voor huis in Beit Haroun doorzochten,
komt het hem voor dat een team van sociologen
en psychologen waarschijnlijk zou kunnen voorspellen hoeveel toekomstige martelaren (Shaheed) per blok werd gerekruteerd onder de kinde-
31
ren die moesten toezien hoe hun ouders werden
vernederd door de Israëlische soldaten die hun
huizen kwamen binnendenderen.
Niettemin, als Israël minder hardhandig zou
optreden en, meer to the point, zich in ernst zou
voorbereiden om een einde te maken aan de
bezetting, zou het zijn legitieme strijd tegen terrorisme eerder helpen dan belemmeren. Zoals
Annan in 2003 zei: “Terrorists thrive on
despair. The may gain recruits where peaceful
and legitimate ways of redressing grievance do
not exist, or appear to have been exhausted. By
this process, power is taken away from people
and placed in the hands of small and shadowly
groups. But the fact that a few wicked men or
women commit murder in its name does not
make a cause less just. Nor does it relieve us of
the obligation to deal with legitimate grievance.
On the contrary, terrorism will only be defeated
if we act to solve the political disputes and longstanding conflicts which generate support for it.
If we do not, we shall find ourselves acting as a
recruiting sergeant for the very terrorists we
seek to suppress.”
“Paradoxically, terrorist groups may actually
be sustained when, in responding to their outrages, governments cross the line and commit
outrages themselves....[Such acts] may be
exploited by terrorists to gain new followers,
and to generate cycles of violence in which they
thrive.....To compromise on the protection of
human rights would hand terrorists a victory
they cannot achieve on their own. The promotion and protection of human rights, as well as
the strict observance of international humanitarian law, should, therefore, be at the centre of
anti-terrorism strategies.”
[Kofi Annan, 22 september 2003, in zijn speech
voor de International Peace Academy]
Maar tot zijn spijt moet De Soto zeggen dat het
Kwartet niet aan zijn verantwoordelijkheid kan
ontsnappen de wanhoop gevoed te hebben. Wat
de Palestijnen – zowel Abbas als de Hamas –
een ‘belegering’ noemen die hen is overkomen
32
sinds de verkiezingen in januari 2006, wordt
over het algemeen in de straten van het bezette
Palestijnse grondgebied en in de ‘Arabische
straat’ gezien als een collectieve straf voor hun
democratische keuze, en wordt het Kwartet
gezien als de bestraffer. Er is voldoende bewijs
dat de belegering alleen dient om het Palestijnse
sentiment te radicaliseren, en dat deze een soort
institutionele chaos en sociaal lijden heeft
geschapen dat de radicale elementen versterkt.
Strikt genomen is het niet het Kwartet als zodanig dat de hulp heeft herzien en alle andere
beperkingen heeft opgelegd, maar zijn het de
Verenigde Staten, de EU en Israël die dat hebben gedaan. Wij kunnen er ons wel van distantiëren en er kritiek op hebben, maar voor de
Palestijnen en de Arabische publieke opinie is
dat gegoochel met woorden, het wast onze handen niet schoon. Onze reputatie is daardoor
beschadigd en het vertrouwen in de natuurlijke
rol die de VN in deze explosieve regio zouden
kunnen spelen, wordt er verder door ondermijnd.
Het Kwartet als diplomatiek
instrument
“Toen ik enige jaren geleden voor het eerst
hoorde over de vorming van het Kwartet, trof
het mij als een ingenieus diplomatiek experiment...”, schrijft De Soto in zijn End of Mission
Report. “Het idee van een mechanisme om de
onvergelijkbare diplomatieke inspanningen op
één lijn te brengen en mogelijke, elkaar in de
wielen rijdende, solo-optredens van belangrijke
actoren in het Midden-Oosten te ontmoedigen,
waar een schreeuwende behoefte bestaat aan
een soort politieagent die de bemiddelaars in
goede banen leidt, sprak mij erg aan. Bovendien
kon ik het charisma aanschouwen van de Secretaris-Generaal die, mogelijk voor de eerste keer
sinds Ralph Bunche [die in 1949 een wapenstilstand bewerkstelligde in de eerste ArabischIsraëlische oorlog], een diplomatieke rol voor
de VN in de regio herstelde. Omdat ik volledig
bezet was door de onderhandelingen over
Cyprus in die tijd en ik daarom niet met alle ins
VN Forum 2007 - 4
en outs van het Kwartet op de hoogte was, vermoedde ik dat het feit dat de VN deel uitmaakten van het Kwartet het bewijs en het hoogtepunt was van Secretaris-Generaal Annans riskante maar succesvolle inspanningen van jaren
om het vertrouwen van de Israël te herwinnen
door het te helpen verwelkomen in het regionale groepssysteem van de VN, en door het uitwissen van de resoluties van de Algemene Vergadering waarbij zionisme en racisme gelijk werden
gesteld, en (hoewel dit pas later kwam) de AV
ertoe te brengen de Holocaust te herdenken en
daardoor zijn unieke karakter in de analen van
de genocide te markeren.”
Wat ook het begin van het Kwartet moge geweest zijn, vandaag is het eerlijk gezegd een
soort vriendenclubje van de Verenigde Staten,
dat de Amerikanen alleen raadplegen als het hen
zo uitkomt, schrijft De Soto. Gestreefd wordt,
naar men zegt, naar een twee-statenoplossing,
waarbij vooral aan de Palestijnen voorwaarden
worden gesteld, hetgeen veel minder geldt voor
Israël. Een allesomvattende vrede met Israël
zou moeten betekenen dat die ook een vrede
met al zijn buren zou moeten inhouden, meent
De Soto, maar daar gaat het in het Kwartet nooit
over.
De Soto’s voorganger verklaarde de waarde van
het Kwartet als een bundeling van de Amerikaanse macht, de Europese economische prestaties, de historische rol van Rusland en de legitimiteit van de VN. Zolang de VN inderdaad
stonden voor legitimiteit en zich ervan verzekerd wisten dat uit de stellingname en de acties
van het Kwartet bleek dat men de VN die rol
toekende, was er niets aan de hand. Terwijl alle
staten gebonden zijn aan het internationaal
recht, is het aan de Secretaris-Generaal die legitimiteit te bewaken. Dat maakt hem uniek en
plaatst hem voor het voetlicht op een manier
die niet geldt voor een grote of middelgrote
mogendheid, een regionale organisatie of, wat
dat betreft, een NGO. De Secretaris-Generaal is
de normatieve bemiddelaar bij uitstek. Daaruit
volgt dat de diplomatieke daden van de Secre-
VN Forum 2007 - 4
33
De Soto krijgt bijval
Alvaro de Soto blijkt niet de enige hoge VN-functionaris te zijn die zijn misnoegen uit over de gang van
zaken bij het Midden-Oosten Kwartet. John Dugard, sinds 2001 Speciale Rapporteur van de VN op het
gebied van de mensenrechten in de Palestijnse gebieden, heeft ook de suggestie gedaan dat de VN het
Kwartet beter kan verlaten. Hij heeft zijn misnoegen geuit over de steeds slechter wordende humanitaire
situatie in de Gazastrook en de West Bank. De VN moeten zorgen dat uitspraak van het Internationaal
Gerechtshof uit 2004 tegen de bouw van de muur op de Westelijke Jordaanoever wordt uitgevoerd en dat
de eenheid tussen de Palestijnse facties van Hamas en Fatah wordt hersteld. “Als dit niet kan, zouden de
VN zich terug moeten trekken uit het Kwartet”. In een interview voor de BBC op maandag 15 oktober zei
Dugard dat het Kwartet niets heeft gedaan om de Palestijnse burgers te beschermen. In het rapport dat hij
in oktober de Algemene Vergadering van de VN zal aanbieden, zal dit ook te lezen zijn.
Hoewel menig functionaris in het New Yorkse VN-Hoofdkwartier Dugards zorgen over de slechte behandeling van de gewone Palestijnen deelt, zal er geen verandering komen in de houding van SecretarisGeneraal Ban Ki-moon tegenover het Kwartet, zo verwacht men in New York. Eerder dit jaar had Dugard
in een rapport aan de Algemene Vergadering de Israëlische politiek tegenover de Palestijnen vergeleken
met de Zuid-Afrikaanse Apartheid.
“Dugard is onafhankelijk en heeft het recht voor zijn mening uit te komen’, zei een woordvoerder van Ban
Ki-moon, “maar terugtrekking uit het Kwartet zal de zaken van de mensenrechten en de vrede geen goed
doen.” Zoals vele anderen is Dugard – gepensioneerde Zuid-Afrikaanse hoogleraar internationale betrekkingen – van mening dat het Kwartet door de jaren heen bewezen heeft niet effectief te zijn omdat het in
hoge mate beïnvloed wordt door de Verenigde Staten, een vervend aanhanger van Israël en zijn militaire
acties. Dugard erkent dat Israël’s veiligheid bedreigd wordt maar vindt de Israëlische reacties daarop disproportioneel. Volgens Ban Ki-moons woordvoerder weet die zijn onafhankelijkheid te bewaren en heeft
hij voortdurend aangedrongen op de heropening van de grensovergangen en zich uitgesproken tegen alle
pogingen van Israël de Palestijnse bevolking collectief te straffen.
Volgens de UNRWA (de VN-hulporganisatie voor Palestina) heeft 46 procent van de Palestijnen onvoldoende voedsel voor hun dagelijkse behoefte tengevolge van de Israëlische maatregelen en de blokkade van
de Gaza. Dugard kan zich niet voorstellen hoe de Palestijnen zouden kunnen overleven zonder de hulp van
de UNRWA. “Helaas hoor je op hoog politiek niveau in New York een heel ander verhaal”, aldus John
Dugard.
IPS, AP
taris-Generaal in het Midden-Oosten ten minste
deels geleid moeten worden door de mate waarin hij in staat is die normatieve rol te vervullen.
Als hij zich binnen het Kwartet gedraagt als de
andere spelers, loopt hij het risico het vertrouwen dat deel is van zijn ethos als SecretarisGeneraal, te schenden. Dat is niet alleen een
principiële zaak, het heeft ook praktische gevolgen voor de rol die de Secretaris-Generaal en
zijn vertegenwoordigers in het algemeen spelen.
In artikel 100, lid 2 van het VN-Handvest staat
dat elke lidstaat de verplichting op zich neemt
het uitsluitend internationale karakter van de
taken van de Secretaris-Generaal en van het personeel [van de VN] te eerbiedigen en niet te
trachten hen te beïnvloeden bij de uitvoering
van hun taak. Dat is, zegt De Soto, niet alleen
bedoeld om te voorkomen dat de SecretarisGeneraal onder druk wordt gezet, maar ook als
garantie dat de zwakkere lidstaten zich met een
gerust hart kunnen toevertrouwen aan de goede
diensten van deze functionaris. Een SecretarisGeneraal die de onafhankelijkheid van zijn rol,
zoals die is vastgelegd in het genoemde artikel
VN Forum 2007 - 4
34
van het Handvest, afbreuk doet, brengt het uitoefenen van die taak en de zaak van de vrede bij
conflicten – waar zijn optreden werkelijk een
verschil kan maken – in gevaar. “In de praktijk
betekent dat – en dat is mijn punt – dat als de
Secretaris-Generaal beïnvloed wordt en schijnt
te worden door deze of gene lidstaat, andere
leden en eigenlijk iedereen die partij is bij een
conflict dat afhankelijk is van de goede diensten
van de Secretaris-Generaal, terecht zullen aarzelen om vertrouwen in hem te stellen. Wat wij
in het Midden-Oosten doen, vindt zijn weerslag
elders in de wereld.”
De Secretaris-Generaal zit niet in het Kwartet
krachtens een mandaat van de Veiligheidsraad
of de Algemene Vergadering, noch vertegenwoordigt hij de lidstaten; hij zit daar eerder als
een resultaat van de opportunistische overweging dat hij in staat is de leden achter zich te
krijgen. Hij heeft blijkbaar de vrijheid iedere
positie in te nemen zonder de leden te hoeven
raadplegen, maar hij heeft de handicap dat hij
niet echt in staat is namens de VN als geheel te
spreken. Hij wordt in feite beperkt door het
Handvest, dat de achtergrond vormt waartegen
hij heeft te opereren. De handicaps en beperkingen van de Secretaris-Generaal hoeven niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat hij geen deel
kan uitmaken van het Kwartet, maar eerder dat
hij dient te beseffen te moeten handelen binnen
de grenzen die hem zijn gesteld. De SecretarisGeneraal heeft de plicht het internationale recht
hoog te houden, in het bijzonder de resoluties
van de VN – hij kan niet zomaar een politieke
richting bepalen, noch beschikt hij over de politieke beleidsruimte van een regeringsleider of
minister van buitenlandse zaken. Hij zou er in
het Kwartet voor kunnen pleiten dat het geen
verklaringen meer aflegt waaruit een eenzijdig
politiek standpunt blijkt. Het Kwartet zou dan
eerder een soort forum worden waar men gedachten uitwisselt en dat men kan raadplegen
over de te volgen politiek, meer zoiets als een
contactgroep die aldus kan vermijden dat zijn
leden in moeilijke situaties terechtkomen. We
moeten als VN niet proberen het politieke spel
mee te spelen. Zijn vertegenwoordiger zou geen
volledig lid hoeven te zijn, maar in een hoedanigheid aan de gesprekken deelnemen die het
hem mogelijk maakt iets in te brengen en te
adviseren zonder geassocieerd te worden met de
ingenomen posities. Aldus De Soto.
Elders zegt De Soto nog over de positie van de
VN binnen het Kwartet: “Misschien hebben we
ons achteraf gezien te veel laten meevoeren
door ons verlangen een politiek spel te kunnen
spelen in het Midden-Oosten. De SecretarisGeneraal zou zich daar, gezien zijn unieke
ambt, al helemaal niet toe mogen laten verleiden. De rol die hij heeft te spelen is daarvoor
niet geschikt en het plaatst hem in een moeilijke positie, waarbij onze verantwoordelijkheid
jegens de Palestijnen en het vredesproces in het
Midden-Oosten geofferd wordt op het altaar van
een verbeterde relatie met zekere lidstaten, hoe
belangrijk die ook moge zijn. Een manier van
omgaan met het Kwartet zou kunnen zijn in de
toekomst onze vertegenwoordiging daarin op
een lager niveau te brengen, met het argument
dat de prioriteiten van de Secretaris-Generaal
liggen bij conflicten waar zijn aanwezigheid op
diplomatiek gebied eerder een verschil maakt.
Syrië
“De VN plachten met iedereen te praten waarmee gepraat moet worden en het is niet aan het
Kwartet contacten van zijn leden met wie dan
ook in de weg te staan. Er is slechts één lid dat
de contacten met de Palestijnse Autoriteit actief
ontmoedigt, zodat de PA zich terecht zou kunnen afvragen of dat lid niet de oorzaak is van de
beslissing van de Secretaris-Generaal hun regering te mijden.” Deze opmerking geldt evenzeer
voor de contacten met Syrië. Er is geen resolutie van de Veiligheidsraad die contacten met de
regering van Syrië verbiedt. Syrisch grondgebied blijft bezet, tegen het internationaal recht
en resoluties van de Veiligheidsraad in. De
Veiligheidsraad bepleit een allesomvattende
regeling voor het Midden-Oostenconflict – dat
tussen Israël en zijn buren – waartoe ook het
VN Forum 2007 - 4
beëindigen van de bezetting van Syrisch grondgebied zou moeten horen, en daarom hoeft het
ook geen verbazing te wekken dat Damascus
denkt dat het beleid van de Secretaris-Generaal
niet ingegeven wordt door internationaal recht
of resoluties van de Veiligheidsraad, maar door
een of twee permanente leden van die Raad. De
rol die de VN zouden kunnen spelen, komt
daardoor in gevaar. De Soto was echter te verstaan gegeven dat hij Syrië op armlengte afstand
moest houden.
Het gebruikelijke idee is dat Israël met niet
meer dan één partij tegelijk kan onderhandelen.
Volgens De Soto was het juist onmogelijk te
veronderstellen dat de twee kwesties die hier
aan de orde zijn, van elkaar te scheiden zijn en
dat de ene partij rustig wacht tot de andere klaar
is. Volgens hem is het niet meer dan een nieuwe
smoes om niet te hoeven onderhandelen. In het
interim-rapport van het Winograd Comité, dat
de Israëlische oorlog tegen Hezbollah in Libanon onderzoekt, staat te lezen dat Israël militair
gezien superieur is aan zijn buren en dat er geen
noodzaak bestond erg hard te zoeken naar
manieren om tot stabiele lange-termijnafspraken met hen te komen.
De Soto kreeg te horen dat het belangrijkste wat
er aan de orde was, Syrië’s rol in Libanon was,
alsmede de uitvoering van Veiligheidsraadresolutie 1559 en de nieuwe resolutie 1701. Het
zou alleen maar afleiden als VN-functionarissen
met Syrië ook nog over iets anders zouden willen praten. De Soto werd slechts zijdelings op
de hoogte gesteld van de bevindingen van de
speciale VN-gezant, belast met de uitvoering
van resolutie 1559, die dateert uit 2004 en betrekking heeft op terugtrekking van Syrische
troepen uit Libanon. De Soto’s opdracht had
een bredere strekking en men zou, volgens hem,
hebben mogen verwachten dat hij ook op de
hoogte werd gehouden van hetgeen zich op een
ander niveau afspeelde, maar niets was minder
waar. Het VN-hoofdkwartier hield De Soto tegen
als hij probeerde de kanalen met Damascus
open te houden.
35
Gevolgen voor VN-personeel
De Soto heeft nog een punt. Iedereen die bij de
VN in het Midden-Oosten werkt – en misschien
ook elders – wordt achtervolgd door de aanval
op het VN-hoofdkwartier in Bagdad die in
augustus 2003 plaatsvond. Twijfelt er iemand
aan dat die aanval plaatsvond omdat de VN
gezien werden als verlengstuk van de Amerikaanse bezetters van Irak? De Soto bepleit niet
dat de VN hun hulp aan de Palestijnen in de
bezette gebieden om veiligheidsredenen intrekken. Zijn punt van zorg is het feit dat de VN in
de ogen van het publiek geassocieerd worden
met een politiek die weerzinwekkende gevolgen
heeft voor de Palestijnse bevolking, wat op den
duur de positie van het VN-personeel in gevaar
brengt. Ook voordat er sprake was van het huidige beleid van het Kwartet, hadden de medewerkers van de VN-programma’s en agentschappen al ernstige twijfel over de standpunten
die het Kwartet innam en de betrokkenheid van
de VN daarbij. Om al deze redenen komt De
Soto tot de conclusie dat de Secretaris-Generaal
zijn politieke rol bij het vredesproces in het
Midden-Oosten op zijn minst zou moeten verminderen, tenzij hij ertoe besluit bij zaken die
onder zijn jurisdictie vallen – zoals de vraag
met wie hij en zijn vertegenwoordiger onderhandelen – een duidelijk standpunt in te nemen
en zich daar sine qua non aan te houden.
De Secretaris-Generaal wil graag de indruk vestigen dat alles naar wens verloopt in de regio.
De Soto begrijpt dat, maar vindt wel dat de VN
niet voor hun eigen propaganda moeten zwichten. Successen blijven uit zolang die niet berusten op een grondige analyse van de situatie en
een gelijke behandeling van alle partijen. Het is
nauwelijks nodig iemand anders te benoemen
die zijn plaats in het Midden-Oosten kan innemen zolang er niet aan alle beperkingen een
einde komt of men alle pretenties laat varen
die behoren bij de functie van ‘Speciale Coördinator voor het Vredesproces in het MiddenOosten’. En als er een nieuwe gezant naar het
Midden-Oosten gestuurd wordt, dient de Secre-
VN Forum 2007 - 4
36
taris-Generaal geheel achter hem te staan en
voor hem geen geheimen te hebben, zoals De
Soto ervoer als hij van de Israëli’s dingen te
horen kreeg die op het VN-hoofdkwartier in
New York bekokstoofd waren zonder hem daarin te kennen.
Oplossing
Menigeen is ervan overtuigd dat de enige manier om uit het Israëlisch-Palestijns dilemma te
komen, is in fasen een einde te maken aan de
Israëlische bezetting. Eerst dienen de joodse
nederzettingen te worden verwijderd en een
Palestijnse staat gecreëerd te worden binnen
voorlopige grenzen. Dan kan de finale oplossing gevonden worden voor allerlei problemen
in onderhandelingen tussen beide staten. Dit is
volgens De Soto de enige manier om de gematigde Palestijnen aan de macht te brengen, terwijl we van de Israëli’s niet meer vragen dan ze
per keer kunnen bereiken.
Een moeilijk punt daarbij is dat het Israëlische
electorale systeem niet leidt tot regeringen met
een sterk mandaat. Intussen zoekt Israël zijn
toevlucht tot een rigide houding tegenover de
Palestijnen, door voorwaarden te stellen die
naar zij zelf zullen weten onhaalbaar zijn. Ongelukkig genoeg is de internationale gemeenschap wat haastig akkoord gegaan met de
Israëlische politiek van verwerping van die partijen die niet in een bepaald kader passen. Dat
maakt het moeilijk daarop terug te komen, zelfs
als Israël zou besluiten dat wel te doen. Israëls
‘rejectionisme’ strekt zich ook uit tot Syrië,
waarbij Olmert als klankbord van de Verenigde
Staten de positie inneemt dat Syrië weet wat het
moet doen om te bewijzen dat het een aanvaardbare onderhandelingspartner is en aandringt op
meegaandheid nog voordat er enig contact of
enige onderhandeling heeft plaatsgevonden.
Gelooft men nou echt dat Syrië bereid zou zijn
kaarten uit handen te geven nog voordat er van
onderhandelingen sprake is – zo maar voor
niets? Daartoe zouden de Israëliërs ook niet
bereid zijn.
De Soto heeft het gevoel dat, als hem was toegestaan met de PA-regering, Hamas en Syrië te
praten, hij meer respect bij de Israëlische
gesprekpartners zou hebben afgedwongen en de
VN een veel gezaghebbender en nuttiger rol
binnen het Kwartet gespeeld zouden kunnen
hebben. Wat de Israëliërs ook mogen zeggen
over een VN-dialoog met Syrië en de PA-regering, zij zijn afhankelijk van de VN, die over de
kanalen beschikken om een gesprek aan te gaan
wanneer het erop aankomt. Het VN-Secretariaat
bewees wat dat betreft opnieuw zijn nut in de
oorlog tussen Israël en Hezbollah in 2006. Als
er een crisis rond de hoogte van Golan zou uitbreken, zou het bijzonder handig zijn als de
Speciale Coördinator van de VN al contacten
zou hebben opgebouwd die nodig zijn om in
crisissituaties de spanningen te verminderen en
de poltieke aspecten van de zaak aan te pakken.
Positie van Israël
Israël heeft in feite weinig behoefte aan bemiddelaars en voelt zich uitstekend in staat onderhandelingen over vrede alleen af te doen. Alleen
de Amerikanen wordt vergund zo nu en dan de
helpende hand uit te steken. Tegelijk zijn de
Palestijnen, althans Fatah, tamelijk gewend aan
en zelfs tamelijk verlangend naar een sterke
Amerikaanse rol. De Israëliërs vertrouwen erop
dat de Amerikanen niet opeens onaangename
verrassingen voor hen in petto hebben (het is
overigens zo dat de Amerikanen voorstellen
meestal eerst aan de Israëliërs voorleggen, alvorens ermee naar de Palestijnen te gaan). De
Israëliërs hebben ook altijd gebruik gemaakt
van de unieke mogelijkheid invloed uit te oefenen op de Amerikaanse politiek. De Palestijnen
hebben de rol van de Amerikanen geaccepteerd
en zelfs aangemoedigd, omdat zij geloven dat
het alleen de Verenigde Staten zijn die Israël
ertoe kunnen brengen zijn afspraken na te
komen, zo er al iemand is die dat kan.
Intussen hebben de VN dezelfde houding tegenover Israël aangenomen als de Amerikanen altijd doen – behandel Israël met zeer grote toe-
VN Forum 2007 - 4
geeflijkheid, bijna tederheid. Hieruit blijkt het
vermogen van Israël de betrekkingen tussen de
VN en de Verenigde Staten te beïnvloeden. De
Israëlische missie bij de VN heeft naar De
Soto’s ervaring een onvergelijkbare toegang tot
het Secretariaat, zelfs op de hoogste niveaus, en
dat niet alleen maar vanwege de aanzienlijke
bekwaamheden van de permanente vertegenwoordiger. Het is gebruikelijk dat de VN, alvorens een bepaald standpunt in te nemen, eerst
aan Israël en de Verenigde Staten vragen hoe zij
zullen reageren, eerder dan zelf te bepalen wat
het juiste standpunt is. De Soto moet tot zijn
spijt toegeven dat hij zich daar ook wel eens
schuldig aan gemaakt heeft.
De Soto denkt eerlijk gezegd niet dat het in het
voordeel van Israël is als de VN nooit openlijk
met het land mogen praten over hun eigen missers als het gaat om het vredesproces. Een zachte aanpak zal wellicht leiden tot minder harde
aanvallen op de VN in zekere media, maar dat
bevordert nog niet het naderbij brengen van een
oplossing van Israëls conflict met de Palestijnen
of zijn Arabische buren. Toch zou die oplossing
van vitaal belang zijn. Helaas is het Israëlische
politieke systeem eerder gericht op onmiddellijke resultaten dan op Israëls lange-termijnbelangen. “We zijn geen vrienden van Israël als we
het land sterken in zijn illusie dat de Palestijnen
de enigen zijn die iets te verwijten valt, of dat
het voortdurend zijn verplichtingen onder de
bestaande overeenkomsten kan negeren zonder
daarvoor een internationale diplomatieke prijs
op korte termijn te riskeren en een bittere prijs
als het gaat om de veiligheid en identiteit op
lange termijn.” Aldus De Soto.
“Hoewel ik er niet aan twijfel of mijn beslissing
de VN te verlaten juist is geweest, kan ik niet
ontkennen dat ik dat met een bezwaard hart
doe.... Ik trad met vele illusies toe tot de VN
omdat ik het gevoel had dat de VN op zichzelf
een mijlpaal van menselijke vooruitgang zijn
aangezien zij verder proberen te gaan dan het
wankele systeem van staten dat volgde op de
Vrede van Westfalen [1648] in het scheppen van
37
iets dat meer is dan de som der delen, de
Lidstaten.”
* Alvaro de Soto (1943), Under-Secretary-General (1999);
United Nations Special Coordinator for the Middle East
Peace Process (2005) and Personal Representative of the
Secretary-General to the Palestinian Authority; Envoy to
the Quartet, End of Mission Report, Mei 2007
(Confidentieel)
Guardian, ‘Secret UN report condemns US for Middle
East failures’, 13 juni 2007
Nederlander Midden-Oostengezant VN
VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-moon heeft de
Nederlandse diplomaat Robert H. Serry (57)
benoemd tot de nieuwe Midden-Oosten-gezant
van de Verenigde Naties.
Serry volgt de Brit Michael Williams op, die
pas sinds september deze rol vervulde als opvolger van Alvaro de Soto.
Serry zal optreden als adviseur van de Secretaris-Generaal en namens de VN zitting nemen
in het Midden-Oosten Kwartet. Hij werkte eerder als Nederlandse ambassadeur in Oekraïne
en als diplomaat bij de NAVO in Brussel. Op
het ministerie van Buitenlandse Zaken was hij
hoofd van de Directie Midden-Oosten. Bij de
Kamerverkiezingen van 2006 stond hij 48ste
op de kandidatenlijst van de Partij van de Arbeid, te laag voor een kamerzetel.
Bron: ANP
VN Forum 2007 - 4
38
BZ-briefing voor de 62e Algemene Vergadering
van de Verenigde Naties (AVVN)
door Arend J. Meerburg1
1. Inleiding
2. Klimaat
Op 14 september 2007 werd op het Ministerie
van Buitenlandse Zaken aan enkele tientallen
leden van de NVVN de jaarlijkse briefing gegeven over de komende AVVN. Ook waren er
enkele niet-ambtelijke leden van de Nederlandse delegatie aanwezig, onder wie de vertegenwoordigster van de Nederlandse Vrouwenraad
en die van de vakbonden. Wanneer u dit verslag
leest, is de AVVN grotendeels voorbij, dus een
tikkeltje mosterd na de maaltijd. Niettemin lijkt
het nuttig enkele belangrijke prioriteiten voor
de regering en de Europese Unie als geheel aan
te stippen, ook met de mogelijkheid te kijken
wat er van de goede voornemens terecht is gekomen.
Naast de gebruikelijke aanwezigheid van de
minister van Buitenlandse Zaken bij het zogenaamde Algemeen Debat aan het begin van de
AVVN3 gaat ook minister-president Balkenende
vier dagen naar New York. Er is namelijk een
speciale zitting over het klimaatprobleem, waar
zo’n 80-90 regeringsleiders worden verwacht.
De minister-president zal daarin een sessie
voorzitten over ‘aanpassing’ aan klimaatverandering – ik neem aan vanwege onze langdurige
strijd met het hoge water.
De heldere en open briefing werd verzorgd door
Kees Rade, directeur van de Directie VN en
internationale Financiële instellingen (DVF);
Caspar Veldkamp, plaatsvervangend directeur
DVF; Peter van der Vliet, hoofd van de afdeling
Politieke en Juridische zaken van dezelfde
directie (DVF/PJ); en Sanne Kaasjager van de
Directie Economische en Ecologische Samenwerking (DES). De richtlijnen voor de delegatie
– die door de ministers Verhagen en Koenders
ook besproken zijn met de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken – zijn op
internet na te lezen.2 (Let ook op de daarbij
behorende bijlage met EU-prioriteiten.)
Hieronder zal ik vooral ingaan op enige punten
die in de briefing ter sprake kwamen, t.w. klimaat, reorganisatie van de VN (w.o. ‘One UN’),
mensenrechten en het Libanon Tribunaal. Andere onderwerpen, zoals ontwapening, komen in
de brief ter sprake.
Vooral naar aanleiding van de rapporten in de
loop der tijd van het wetenschappelijke International Panel on Climate Change (IPCC)
kwam de UN Framework Convention on
Climate Change (UNFCCC) tot stand, dat leidde tot het Kyoto Protocol, waarin o.m. regels
en beperkingen werden afgesproken over de
emissie van koolzuurgas. In 2012 loopt dit
Protocol af en het is dus zaak tijdig een nieuwe overeenkomst voor te bereiden, liefst ook
met belangrijke landen die tot nu toe niet meedoen (Verenigde Staten, China, enz.). De bijeenkomst op hoog niveau in New York moet
een positieve impuls geven aan de bijeenkomst
van partijen bij de UNFCCC op Bali aan het
eind van dit jaar, die dan het serieuze begin
moet vormen van onderhandelingen over een
nieuwe overeenkomst, die hopelijk in 2009
klaar is. Landen hebben vervolgens nog enkele jaren de tijd deze overeenkomst te ratificeren en zich voor te bereiden op de consequenties van de nieuwe afspraken. Nederland zet in
op 30% reductie van koolzuurgasemissies in
2020 (vergeleken met 1990), 20% duurzame
energie in 2020 en 2% per jaar minder energieverbruik.
VN Forum 2007 - 4
In dit verband werd ook vermeld dat de recente
bijeenkomst van regeringsleiders in het kader
van de Asian-Pacific Economic Cooperation
(APEC) in Australië van belang is, omdat belangrijke landen die nogal dwarslagen op het
gebied van klimaat (zoals de Verenigde Staten
en Australië) nu in positieve zin zijn opgeschoven.
3. Reorganisatie van de VN
Wat betreft ontwikkelingssamenwerking bestaat
sinds enige tijd de slogan ‘One UN’: dit houdt
onder meer in dat de vele VN-organisaties bij
hun activiteiten in een ontwikkelingsland veel
meer moeten samenwerken. Dit is bijvoorbeeld
te bereiken door in zo’n land één VN-vertegenwoordiger aan te stellen die de diverse agencies
coördineert, in overleg met het gastland, liefst
in één gebouw en zelfs met één budget.
Hiermee kunnen ook veel administratieve kosten (en project-auto’s) bespaard worden. In acht
landen wordt dit systeem thans beproefd. Niet
alle ontwikkelingslanden wensen echter mee te
werken: sommige zijn niet wars om agencies
tegen elkaar uit te spelen, terwijl er ook een algemene achterdocht bestaat over wat de donorlanden precies willen. Een mogelijke complicatie is ook dat er grote niet-gouvernementele
donoren komen, zoals de Gates Foundation, met
miljarden in kas die voor specifieke doelen worden geoormerkt.
Nederland hield recent een – naar eigen zeggen
succesvolle – regionale conferentie in proefland
Nicaragua over dit ‘One-UN concept’, waarbij
vertegenwoordigers uit heel Latijns-Amerika
aanwezig waren.
Nederland is voorstander van reorganisatie van
de Veiligheidsraad (VR), met het doel deze
meer representatief te maken, maar ik vermoed
dat daar voorlopig niet veel van terecht zal
komen. De structuur van het VN-Secretariaat
om vredesoperaties op te zetten en te leiden,
wordt thans aangepast. Dat was ook hard nodig
want er zijn nu meer dan 100.000 VN-troepen
39
in het veld, met een budget van zo’n vijf tot zes
miljard dollar per jaar.
Ook hecht onze regering veel belang aan de
Peace Building Commission (PBC), die voor en
met specifieke landen (‘fragile states’) plannen
smeedt voor wederopbouw na gewapende conflicten, vooral ook om te verhinderen dat de
chaos weer terugkeert. Voor Burundi is nu een
geïntegreerde vredesstrategie opgesteld, aan die
van Sierra Leone wordt gewerkt.
4. Mensenrechten
Er wordt nog hard gewerkt aan het effectief
maken van de nieuwe Mensenrechtenraad
(MRR), die in de plaats is gekomen van de
Mensenrechten Commissie. In de Raad heeft
het Westen minder invloed dan vroeger in de
Commissie. Nederland werd in de Raad herkozen en is nu tevens vice-voorzitter. Men wil die
positie gebruiken om o.m. goede procedures tot
stand te brengen, bijv. wat betreft het moeizame
proces van het aanpakken van specifieke landen
die zich niet aan de mensenrechten houden.
Hoewel de nieuwe Raad was bedoeld een betere structuur te krijgen om schendingen van
mensenrechten aan te pakken, is het maar de
vraag of dat tot nu toe is gelukt. De Verenigde
Staten willen niet eens meedoen aan de Raad.
Een bijkomende kwestie is dat in het verleden
NGO’s op het terrein van de mensenrechten een
belangrijke rol speelden rond de Mensenrechten
Commissie. De Raad vergadert veel vaker,
waardoor het voor de betrokken NGO’s moeilijker wordt de vinger aan de pols te houden en
informatie ‘in te schieten’.
5. Het Libanon Tribunaal
Er werd door de vertegenwoordigers van BZ
waardering uitgesproken voor het kritische artikel van Carel Jansen over deze kwestie in VN
Forum 2007/3. Onderstreept werd dat dit tribunaal uniek is: een aparte internationale rechtsspraak voor een belangrijke politieke moord
VN Forum 2007 - 4
40
met veel onschuldige slachtoffers. Juridisch is
de totstandkoming van dit tribunaal nogal wonderlijk, maar omdat er een besluit van de
Veiligheidsraad aan ten grondslag ligt, heeft de
regering een verzoek van de SG-VN een en
ander in Nederland te laten plaatsvinden, geaccepteerd. De regering wil immers ook onze
grondwet serieus nemen, één van de zeldzame
constituties die zegt de internationale rechtsorde te willen bevorderen.
Er wordt nu nog onderhandeld over een fors
aantal praktische en juridische kwesties. Waar
moet het tribunaal komen, in Den Haag of
elders? Is er nog ruimte in Den Haag, een stad
die natuurlijk zijn positie als juridische hoofdstad van de wereld graag wil versterken. Er
moet een zetelovereenkomst tussen Nederland
en de VN komen. Wie betaalt precies?: Libanon
49%, de rest moet uit vrijwillige bijdragen
komen. Waar moeten de schuldigen na veroordeling worden opgesloten? Niet in Nederland
dus! De verdere opbouw, met honderden medewerkers, aanklagers, rechters, enz. vergt natuurlijk ook nogal wat tijd – dus dat duurt mijns
inziens nog wel minstens een jaar.
6. Diversen
• Nederland draagt zo’n € 800 miljoen bij aan
de VN in zijn totaliteit, dus middels verplichte en vrijwillige bijdragen aan de diverse
organisaties en het VN-Secretariaat zelf.
• Naast eerdergenoemde onderwerpen als het
klimaat en de ‘fragile states’ zet minister voor
ontwikkelingssamenwerking Koenders in op
het verdelingsvraagstuk in vooral ontwikkelingslanden (de grote en groeiende kloof tussen arm en rijk) en ‘reproductive health and
rights’. Voor het laatste wordt al jaren veel
geld uitgetrokken, terwijl Nederland ook een
aparte Aids-ambassadeur heeft. Nederland
e.a. zetten daarbij in op preventie van aids
(voorlichting, voorbehoedsmiddelen, enz.),
terwijl de Verenigde Staten zeer grote bedragen ter beschikking stellen voor vooral medi-
cijnen als het kwaad al is geschiedt. Er wordt
ook aan andere ziekten hard gewerkt, zoals
malariabestrijding.
1
2
3
Ir A.J.Meerburg is lid van de redactie.
http://www.minbuza.nl/nl/actueel/brievenparlement,
2007/08/Kamerbrief-inzake-richtlijnen-voor-de.
Het Algemeen Debat heeft niets met een debat te maken:
het bestaat uit officiële verklaringen van de lidstaten. Wel
geeft de aanwezigheid van al die bewindslieden tegelijkertijd de mogelijkheid vele bilaterale en multilaterale
onderonsjes te houden, ook over onderwerpen die niets
met de VN te maken hebben.
VN Forum 2007 - 4
41
Interview met AIDS-ambassadeur Paul Bekkers
Wereldwijde AIDS-bestrijding gebaseerd op de
rechten van de mens
door Adriënne Schillemans
1 December is traditiegetrouw Wereld Aids Dag. Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de
eerste gevallen van Aids zich voordeden. Anno 2007 blijft de Aids-epidemie zich in een
rap tempo uitbreiden en vormt het één van de grootste bedreigingen die de mensheid
treft. De Aids-epidemie ondermijnt in toenemende mate niet alleen de ontwikkeling
binnen staten, maar leidt eveneens tot conflicten die een bedreiging vormen voor
de politieke en economische stabiliteit op mondiaal niveau. De sociaal-economische
gevolgen van Aids leiden tot meer armoede en ongelijkheid in de wereld. Vandaar dat
de Nederlandse regering aandringt op een op mensenrechten gebaseerde benadering
van de Aids-bestrijding. Hoe de Nederlandse regering dat ziet, vragen we aan de Aidsambassadeur Paul Bekkers.
De mensenrechtenaspecten zijn nogal onderbelicht in de wereldwijde bestrijding van hiv/aids.
Kunt u een aantal situaties noemen waarin dit
zeker het geval is?
Ja, die zijn onderbelicht, ik denk dat je dat
terecht kunt zeggen. Je kunt denken aan vrouwenrechten, vooral aan seksuele en reproductieve rechten, die zijn zeer nauw gerelateerd aan
de bestrijding van aids. Als wij kijken naar de
oorzaken dan valt op dat aids heel erg armoede
gerelateerd is. Het ligt sterk in de sociaal-culturele hoek en heeft te maken met machtsverhoudingen. Er is duidelijk sprake van een zogenoemde ‘feminisering’ van de epidemie, d.w.z.
het merendeel van de infecties, tot 70% (van de
nieuwe infecties), vindt plaats bij vrouwen. Hoe
komt dat? Vrouwen weten vaak niet hoe ze zich
moeten beschermen en als ze het al weten, dan
hebben ze geen toegang tot voorbehoedsmiddelen; als ze dat wel hebben, zijn ze, door hun
ondergeschikte positie, vaak niet in staat de
mannen ertoe te brengen een condoom te gebruiken. Dus worden die vrouwen toch besmet.
We zijn natuurlijk allemaal voor partnertrouw,
maar als mannen (wat in veel culturen voorkomt) buiten de deur bezig zijn geweest, dan
nemen ze het virus mee en infecteren hun eigen
vrouw. We moeten zorgen dat vrouwen zich
kunnen beschermen, dat ze toegang hebben tot
onderwijs, tot voorlichting, tot voorbehoedsmiddelen en in staat zijn gelijkwaardig in die
positie in het seksuele verkeer te onderhandelen. Dit is een voorbeeld van een gebied dat
onder de mensenrechten valt.
Nog andere kwetsbare groepen op het gebied
van hiv/aids-besmettingen zijn bijvoorbeeld
sekswerkers, drugsverslaafden en homoseksuelen. Deze groepen worden in veel landen nog
steeds gestigmatiseerd en dus niet volledig en
gelijkwaardig benaderd. Op dit vlak is ook nog
veel te winnen. Hoe kijkt u hier tegen aan?
Ook dit heeft zeker met mensenrechten te
maken. Hoewel, bij drugs is het lastig. De vraag
bijvoorbeeld of een drugsverslaafde recht heeft
op een schone naald? Of waar heeft een prosti-
42
tuee recht op? Natuurlijk op een goede behandeling en vooral op lichamelijke integriteit. Bij
vrouwenrechten is het evident dat aids-bestrijding direct te maken heeft met mensenrechten.
Dit is helder geformuleerd in zowel de recente
beleidsnotitie van Minister Koenders als in de
mensenrechtennotitie van Minister Verhagen
namens het kabinet. Denk verder ook aan seksueel geweld. Dat jonge meisjes (zoals dat in
zuidelijk Afrika het geval is), omdat het schoolgeld betaald moet worden, een wederdienst
moeten leveren aan de man die dat geld verstrekt, of dat ze misbruikt worden door leraren.
Hoe denkt u dit te kunnen bestrijden?
Mensenrechten zijn heel erg breed, maar hebben direct te maken met de oorzaken van de
aids-bestrijding. Ik wil er het volgende nog aan
toevoegen. Toegang tot een goede gezondheidszorg is een mensenrecht, heeft Kofi Annan eens
gezegd. Maar een heleboel mensen hebben die
toegang niet. Er is vaak een gebrekkige gezondheidsinfrastructuur, het ontbreekt aan goede ziekenhuizen en personeel, mensen moeten enorme afstanden afleggen alvorens zij een ziekenhuis bereiken. Bovendien is er vaak gebrek aan
voldoende medicijnen. Aids-remmers zorgen er
tegenwoordig voor dat iemand niet meer dood
hoeft te gaan aan hiv/aids; in onze maatschappij
is het een chronische ziekte geworden. Maar
zolang je geen toegang hebt tot die pillen, dan is
dat een vorm van schending van een mensenrecht. Iedereen heeft recht op een adequate
medische behandeling. Die pillen zijn beschikbaar, althans ze bestaan, maar hoe zorg je nu (en
daar wordt hard aan gewerkt) dat deze bij die
mensen terecht komen? Het is daarom zo belangrijk te werken aan onze internationale doelstelling: universele toegang tot preventie, zorg
en behandeling.
Er wordt ook geprobeerd landen die niet in
staat zijn die medicijnen te produceren, een
recht te verlenen die aids-remmers vanuit andere landen te importeren. Kunt u daar iets meer
over vertellen?
VN Forum 2007 - 4
Ja. Onder de World Trade Organization (WTO)
heb je het TRIPS-agreement. Dat gaat over intellectuele eigendom. Dan hebben we het over rechten van bedrijven die patent hebben op het fabriceren van die pillen. Nu zegt dat TRIPS-agreement dat hierop uitzonderingen mogelijk zijn:
wanneer bijvoorbeeld de publieke gezondheid in
een land dat rechtvaardigt, kan een land afzien
van het patentrecht van de eigen producenten,
maar ook van derden. Dan gaat het belang van de
publieke gezondheid boven bescherming van het
patentrecht. Daar zijn natuurlijk wel een paar
voorwaarden aan verbonden. Die landen kunnen
dan een beroep doen op die uitzonderingsregel
en kunnen de formule van het merkmedicijn
gebruiken en goedkoper generiek laten produceren. Generiek produceren betekent dat hetzelfde
medicijn dan niet onder een merknaam geproduceerd wordt. Een land als India is daarin een
grote producent. India produceert heel veel generieke medicijnen, die dus niet dat merkstempel
hebben, en die vele malen goedkoper beschikbaar zijn. Een land kan die generieke medicijnen
importeren met een beroep op de uitzonderingsregel. Nederland is er voorstander van dat, wanneer zo’n situatie zich voordoet, die landen daar
gebruik van kunnen maken. Sommige landen
maken nog geen gebruik van die regel, omdat ze
het gewoonweg niet goed weten, maar vooral
ook omdat ze bang zijn voor de problemen die
het oproept. Lobbies van de farmaceutische
industrie, waar voornamelijk de Verenigde Staten
nogal voor op de bres springen, proberen landen
te ontmoedigen van die uitzonderingsregel
gebruik te maken. Daarmee blijven in feite mensen onnodig verstoken van de noodzakelijke
medicijnen voor de bestrijding van aids. De
Europese Unie maakt zich, mede op aandringen
van Nederland, in toenemende mate sterk voor
het stimuleren van landen gebruik te maken van
die legale mogelijkheid het intellectuele-eigendomsrecht tijdelijk terzijde te leggen.
Zuidelijk Afrika lijkt in het bijzonder te zijn
getroffen. De gehele economische en sociale
infrastructuur staat daar op instorten. Kunt u
vertellen wat daar precies aan de hand is?
VN Forum 2007 - 4
In Botswana is de leeftijdsverwachting in 15 jaar
van 65 jaar naar 32 jaar gedaald: een halvering
derhalve. In Swaziland is, in de leeftijdscategorie van 15-49 jaar, dat het grootste deel van de
bevolking omvat, 40% hiv-positief. Dit zijn dramatische gegevens. Wat betekent dat? Hiv/aids
pakt juist die mensen die zich in het productiefste deel van hun leven bevinden: leerkrachten,
gezondheidswerkers, ouders (daardoor krijg je
ook wezen). Veel van hen worden uitgeschakeld.
Dit heeft natuurlijk ook economische gevolgen.
Zo verlies je als bedrijf niet alleen je arbeidskrachten, maar ook je afzetmarkt. Het heeft dus
naast humane gevolgen tevens allerlei andere
destructieve gevolgen. Een belangrijk aspect is
het wegvallen van traditionele sociale structuren. Als in het verleden een ouderlijk echtpaar
wegviel, werden de wezen automatisch opgenomen door grootouders. Maar wanneer ook de
opa’s en de oma’s uitvallen, dan houdt dat op.
Sommige oma’s hebben zich nu ontfermd over
een twintigtal kinderen. Al hun energie en spaarcentjes gaan op aan die kinderen; op een gegeven moment kunnen ze dat niet meer. Die eeuwenoude sociale opvangstructuur houdt dan op
te bestaan.
In sommige rapporten wereldwijd wordt vermeld dat de aids-epidemie nog maar in de kinderschoenen staat. M.a.w. de impact van deze
epidemie zal op langere termijn zo groot zijn
dat we rekening moeten houden met een doemscenario. Waar liggen volgens u de komende 10
tot 20 jaar de grootste knelpunten?
Een doemscenario, zo ver wil ik niet gaan. De
epidemie staat dan nog wel in de kinderschoenen, maar er is tevens sprake van een zeker stabilisatie. Die moet wel worden genuanceerd.
Want wat gebeurt er? In land x blijft het percentage hiv/aids-besmettingen bijvoorbeeld rond
de 30%. Het percentage neemt niet meer toe.
Maar die 30% betekent niet dat er geen nieuwe
besmettingen plaatsvinden. Integendeel, het
aantal nieuwe infecties is dan gelijk aan het aantal doden. Maar het is gelukkig niet zo dat een
land ophoudt te bestaan. Dat dachten we een
43
paar jaar geleden. Uitzonderingen daargelaten,
is de impact van hiv/aids in een land als Swaziland zo gigantisch dat daar reddingsoperaties
moeten worden uitgevoerd om het land te laten
voortbestaan. Maar kijk naar Zuid-Afrika dat,
ondanks het hoge aantal besmettingen, vooralsnog goed functioneert. Ik ben niet zo’n pessimist dat ik zeg: over 20 jaar is het helemaal vreselijk. We weten namelijk ook hoe we het moeten oplossen. Er zijn enorme stappen gezet in de
financiering van de aanpak van hiv/aids; die is
echt vertienvoudigd de afgelopen jaren. We
moeten nog wel méér doen om te zorgen dat er
voldoende middelen komen. Het is veel hoger
op de politieke agenda gekomen. Het heeft een
hoge prioriteit en landen zijn meer bereid iets te
doen. In sommige landen is zelfs sprake van
succesverhalen, zoals in Senegal en Haïti, waar
de prevalentie ook boven de 10% zat en daar
flink is afgezwakt tot zo’n 3% à 4%. Dat kan
dus ook.
Wanneer mensen op tijd die medicijnen krijgen,
kunnen ze ook hun leven rekken, waardoor ze in
staat zijn het gat dat kan ontstaan wanneer de
beroepsbevolking wegvalt, naar de volgende
generatie te overbruggen. Maar zorg dan wel
dat die volgende generatie zoveel mogelijk vrij
is van hiv/aids. Hoe denkt men dat aan te pakken?
Daarom richt de Nederlandse overheid zich
voornamelijk op preventie, het voorkomen van
besmettingen. Behandeling is belangrijk, dat is
onze plicht, maar we moeten vooral zorgen dat
er geen nieuwe besmettingen bijkomen. Daar
moet je aan werken. Het beleid van Minister
Koenders is daar ook helemaal op gericht. We
zijn er natuurlijk nog lang niet. Er moet nog
vreselijk veel gebeuren en er zijn ook allerlei
risico’s (zoals het feit dat we langzaam wennen
aan het drama aids, waardoor het kan gaan
dalen op de politieke agenda, dat is een risico en
dat mag niet gebeuren), maar ik denk dat het
probleem in de loop der jaren beheersbaar kan
worden.
44
Hoe denkt de Nederlandse regering hierop te
kunnen inspelen, ook met oog op de zesde
Millenniumdoelstelling die stelt dat in 2015
ziekten als hiv/aids, tuberculose en malaria een
halt toe zijn geroepen. Gaat dat ook lukken?
Het zal heel hard werken worden. Niet alleen
voor de VN-organisaties, maar ook voor de
Europese Unie, donorlanden, NGO’s, het bedrijfsleven en de landen die een hoge prevalentie hebben. Daar moet het per slot van rekening
wel allemaal gebeuren. Zolang we met zijn
allen bereid zijn daar flink aan te werken, is het
haalbaar. Nogmaals, er zijn de afgelopen jaren
de nodige successen geboekt, maar willen we
aids effectief aanpakken dan moet het nog verder geïntensiveerd worden. Voor ons is het heel
belangrijk; voor Minister Koenders is het een
hoge prioriteit. Hij richt zich daarbij vooral ook
op gender en de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Dat is zijn expliciete doelstelling, die direct te maken heeft met hiv/aidsbestrijding. Hij heeft gezegd: “Bij aids-bestrijding is Nederland al koploper en dat houd ik
zo.” Financieel zijn wij, per hoofd van de bevolking, de grootste donor ter wereld. Dat rechtvaardigt dat we redelijk veel van ons kunnen
laten horen. Namens Minister Koenders heb ik
laatst op een internationale bijeenkomst de G8
opgeroepen zich te committeren. We hebben
recht van spreken, omdat we op dit gebied een
grote speler zijn. Terecht worden we heel serieus genomen.
Wat is de Nederlandse inzet bij UNAIDS1,
UNFPA2?
Nederland is de grootste donor van UNAIDS en
UNFPA. Zij spelen een belangrijke rol in de
aids-bestrijding over de hele wereld. UNAIDS
is de koepel die ervoor zorgt dat die organisaties
die zich met aidsbestrijding bezighouden, daar
ingezet worden waar ze goed zijn. Zo moet
UNICEF zich vooral op kinderen richten. Lid
van UNAIDS zijn WHO, UNDP, Wereldbank
en tal van andere VN- en andere internationale
organisaties. Voor de prioriteit van Minister
VN Forum 2007 - 4
Koenders, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, is UNFPA de club om daar
invulling aan te geven; die is daar leidend in,
niet alleen binnen de VN-familie maar ook
internationaal. Wij werken veel met hen samen
als het gaat om family-planning en aandacht
voor vrouwen. Waar het om gaat is dat mensen,
mannen en vrouwen, zelf kunnen beslissen hoe
vaak en met wie zij seks willen hebben en hoeveel en wanneer dat ze kinderen willen. Als
grote donor hebben we een behoorlijke invloed
op de koers van deze organisaties.
Kunt u iets vertellen over internationale initiatieven, zoals GFATM3 en IPPF4?
Het Global Fund to Fight Aids, Tuberculosis
and Malaria (GFATM) is speciaal opgericht om
financiële middelen te generen. De internationale gemeenschap kwam er te laat achter dat er
veel te weinig geld beschikbaar was voor aidsbestrijding en ook voor TB en malaria. Toen
heeft Kofi Annan het initiatief genomen een
speciaal fonds op te richten om ervoor te zorgen
dat die middelen ter beschikking komen. Dat is
het Global Fund. Daar zit Nederland ook in het
bestuur. Het Global Fund is in staat gebleken de
zo noodzakelijke miljarden beschikbaar te krijgen. Het is de grote financier in landen en het
betrekt overheden, NGO’s, het bedrijfsleven en
allerlei andere organisaties bij de financiering
van allerlei projecten. Daarnaast financiert
Nederland zelf ook, bilateraal. Maar dat doen
we alleen daar waar we duidelijk verschil kunnen maken. De relatie van aids/hiv en TB? Mensen sterven eigenlijk niet aan aids, maar aan TB.
Aids verzwakt het immuunsysteem, waardoor
mensen veel vatbaarder zijn voor allerlei infecties. TB ligt op de loer, waardoor het aantal TBgevallen enorm toeneemt. Omdat er zo’n grote
toename van het aantal TB-gevallen en behandeling daarvan is, treedt er steeds meer resistentie op tegen bepaalde medicijnen. Dit zien we
vooral in Oost-Europa, waar mensen niet consequent zijn in het innemen van hun medicijnen.
Dat gaat niet goed; als we niet alert reageren, is
TB daar straks niet meer te controleren.
VN Forum 2007 - 4
Hoe ziet u de rol van NGO’s en het bedrijfsleven in de aids-bestrijding?
NGO’s maar ook het bedrijfsleven spelen een
belangrijke rol naast overheden zelf. Iedereen
heeft een rol te spelen. Zo moet de overheid zorgen dat de juiste medicijnen in een ziekenhuis
komen, terwijl NGO’s de rol moet vervullen
mensen te begeleiden bij het innemen van medicijnen.
Maar even terug, het begint bij het feit of iemand weet dat hij of zij seropositief is. Dat
betekent een test. Slechts één op de tien mensen
ter wereld die seropositief is, weet het. Vandaar
dat wij zeggen dat er veel meer testmogelijkheden moeten komen, het moet voor mensen gemakkelijker zijn zich te kunnen laten testen.
Maar dan heb je weer te maken met discriminatie en stigmatisering. Want wanneer iemand in
het verdomhoekje zit, zal hij of zij eerder zeggen: ik wil het liever niet weten. Wanneer iedereen weet dat ik seropositief ben, val ik straks
buiten de groep. Daar ligt een belangrijk stuk
van de problematiek. Mensen moeten zich kunnen laten testen zodat, wanneer ze positief zijn,
ze weten dat ze voorzichtig moeten zijn: dat ze
het virus niet overdragen en dat ze de medicijnen moeten innemen. Het is een heel complex
probleem. Als overheid spreken we andere overheden op hun verantwoordelijkheid aan en vragen de hoogste leiders zichzelf te laten testen.
Daar gaat een voorbeeldfunctie van uit. Want
als een hoge politicus of andere rolmodellen uit
de samenleving het doen, dan trek je het uit de
hoek dat aids eng en vies is.
De ILO5 is bezig op de werkplek een situatie te
creëren waar hiv/aids-besmettingen bespreekbaar zijn, zodat een werkgever medicijnen en
zorg kan aanbieden. Dat is nu nog niet in veel
gevallen aanwezig op de werkvloer. Hoe kan dat
bevorderd worden, denkt u?
We zien gelukkig een grote vooruitgang in, wat
we noemen, de workplace policy. Je ziet dat
Nederlandse bedrijven het daarin heel goed
doen. Heineken bijvoorbeeld, die in verscheide-
45
ne Afrikaanse landen bedrijven heeft, zorgt
ervoor dat de medewerkers van hun lokale productiefaciliteiten en fabrieken toegang hebben
tot testfaciliteiten en medische zorg, inclusief
die voor hiv/aids. Dit geldt niet alleen voor hun
werknemers, maar als het kan ook voor hun
familie. Ook onze ambassades werken op die
manier. Die hebben een eigen workplace policy.
Wij hebben de zorg op ons genomen dat alle
werknemers op de ambassades en hun familie in
al die landen toegang hebben tot testmogelijkheden, behandeling, begeleiding en aids-remmers. De mensen worden gestimuleerd daar
gebruik van te maken. Hier zijn de afgelopen
jaren grote stappen gezet.
1
2
3
4
5
Zie www.UNAIDS.org
Zie www.UNFPA.org
Zie www.theglobalfund.org
Zie www.IPPF.org
Zie www.ILO.org/global/themes/hivaids
46
VN Forum 2007 - 4
Spetterende Nacht van de Verenigde Naties
Oorlog, armoede, honger en ziekte. De wereld is verwikkeld in uitzichtloze conflicten
en de internationale verhoudingen staan op scherp. Wat valt er eigenlijk te vieren op de
63ste verjaardag van de Verenigde Naties?
Genoeg, zou je zeggen. Want de jaarlijkse Nacht
van de VN trok dit jaar meer bezoekers dan ooit.
Ruim 2400 jongeren kwamen naar de Amsterdamse uitgaansdriehoek Melkweg - Cine-center Sugar Factory voor een verkwikkende mix van
lezingen en debat, theater en muziek. Een programma vol grote namen, interessante sprekers en
een paar muzikale superacts, zoals Alamo Race
Track, Mala Vita en C-mon & Kypski.
De bezoekers van de Nacht willen een betere
wereld en gaan grote, complexe problemen niet
uit de weg. De Nacht ging over vrede en veiligheid en de millenniumdoelen. Speciale thema’s
waren daarbij de rol van sport in duurzame
ontwikkeling en die van het bedrijfsleven als
peace-builder in conflictgebieden.
Geloofwaardigheid
In 2004 vertrok Jan Pronk als bijzonder VN-gezant naar Soedan. Maar in 2006 zetten Soedanese autoriteiten Pronk het land uit toen hij op
zijn weblog zware kritiek had geuit op de Soedanese strijdkrachten en regering. Nu neemt hij
plaats in de grote gele fauteuil op het hoofdpodium in de Max. Paul Rosenmöller kijkt met
hem terug op deze bewogen tijd. Pronk: “Mijn
grootste frustratie is dat ik de tweeëneenhalf
miljoen mensen die in de vluchtelingenkampen
verblijven in de steek heb gelaten. Ik heb op een
politieke manier voor hen gevochten. En toen is
het fout gegaan. Ik was de regie kwijt. Zodra je
in de politiek de controle verliest, heb je een
fout gemaakt.”
Gefrustreerd, maar allerminst geknakt praat
Pronk verder, strijdlustig als altijd, over de nieu-
we machtsverhoudingen in de wereld, over het
functioneren van de Veiligheidsraad en de rol
van de VN in conflictgebieden. “De VN raakt
zijn geloofwaardigheid kwijt. De nieuwe machtsverhoudingen zien we niet weerspiegeld in de
samenstelling van de Veiligheidsraad.” Zo pleit
Pronk voor een ‘Europeaniseringsbeweging’ die
tot doel heeft de EU met één stem in de
Veiligheidsraad te laten deelnemen. “De andere
zetel kan worden vergeven aan een ontwikkelingsland.” Ook pleit hij voor een oplossing van
‘de moeder van alle conflicten’: Israël-Palestina. Hier moet de VN zich niet laten gelijkstellen
aan de EU, de VS en Rusland. Pronk: “De VN
loopt aan de leiband van de grote leden. Dat
zien de Arabieren.”
Handvest van de Aarde
Een andere prominente gast van de avond is
oud-premier Ruud Lubbers. Hij is inmiddels
een oude bekende op het drukbezochte evenement. En hij weet de weg in de Amsterdamse
Melkweg; als een geroutineerde popster baant
hij zich door kluwen groupies naar de Oude
Zaal. Lubbers verzorgt hier een college over
het Handvest van de Aarde, een soort manifest
voor duurzame ontwikkeling, dat milieubescherming, mensenrechten, vrede en ontwikkeling centraal stelt en met elkaar verbindt. De
twee jongerenvertegenwoordigers Sandra van
Beest en Erik Thijs Wedershoven treden op als
coreferent.
Even later schuift Lubbers aan bij publicist en
Zomergasten-presentator Joris Luyendijk. De
Max zit stampvol. Lubbers vertelt over zijn
werk als Hoge Commissaris voor de Vluchte-
VN Forum 2007 - 4
lingen, over de beperkingen van een politicus,
maar ook over meer levensbeschouwelijke zaken. Hij wijst zijn publiek er herhaaldelijk op
niet te veel van regeringen te verwachten. “Het
is onzin te denken dat de VN een soort wereldregering is die alles kan regelen. Bedrijven en
NGO’s zijn veel belangrijker dan vroeger.
Oefen dus ook dáár je invloed uit.” Hij heeft een
concreet advies: “Zorg dat je vooruitkomt in je
carrière, maar besef wel dat het belangrijkste
pas daarna komt. Hoe blijf je wereldwijd connecten? Hoe gedraag je je ten opzichte van je
omgeving? Hoe kies je positie?” Hij noemt verbondenheid als tegenwicht tegen de krachten
die de wereld constant dreigen te verdelen.
Lubbers’ citeert Augustinus van Hippo, een
theoloog en kerkvader uit de vijfde eeuw, die
met zijn uitspraak “wij zijn de tijden” een nog
altijd actueel appèl doet op ieders individuele
verantwoordelijkheid.
Jongerenvertegenwoordiger
De Nacht zou de Nacht niet zijn zonder de verkiezing van de nieuwe Nederlandse Jongerenvertegenwoordiger (JV). Nederland is een van
de dertien landen die een speciale jongerenvertegenwoordiger uitzenden naar de VN. De eerste JV was prinses Beatrix. Die werd nog benoemd. Tegenwoordig wordt de JV verkozen.
Vanavond nemen in een finale verkiezingsronde
drie kandidaten het tegen elkaar op. Het zijn
Jiska Jacobs, Wouter Thiebou en Elena Saputo.
Alle drie zijn ze met hun campagneteam naar
Amsterdam gekomen.
Wouter Thiebou wint uiteindelijk met een overtuigende meerderheid. Hij had met zijn campagne, die hij had opgebouwd rondom het
single issue schoon drinkwater, de meeste mensen weten te bereiken. Binnenkort volgt hij de
huidige vertegenwoordiger Sandra van Beest op
en vertrekt hij naar New York.
De Millenniumschoen
Waar de politiek soms faalt, slaagt de sport er
47
vaak in om culturele verschillen of tegenstellingen te overbruggen. Sport kan een belangrijk
middel zijn in duurzame ontwikkeling. Steeds
meer organisaties in Nederland zetten zich in
voor sport & ontwikkelingssamenwerking en
steeds vaker is dit een initiatief van een topsporter of zijn topsporters betrokken als ambassadeur bij een organisatie. Bijvoorbeeld Right to
Play van Johann Olav Koss. Na zijn olympische
successen in 1994 richtte de Noorse schaatser
een internationale humanitaire organisatie op
die door sport de ontwikkeling en gezondheid
van de jeugd in achtergestelde gebieden wil bevorderen. Andere voorbeelden zijn de Kalusha
foundation van oud-voetballer van PSV, Kalusha
Bwalya, de KNVB en Bike 4 All (ondersteund
door wielrenner Peter Winnen).
NCDO speelt in op deze ontwikkeling en reikt
daarom ieder jaar de Millenniumschoen Award
uit. Vorig jaar werd de Award uitgereikt aan
Aron Winter, die als ambassadeur van verschillende organisaties sterk betrokken is bij ontwikkelingssamenwerking. Dit jaar zijn er weer
diverse sporters genomineerd voor de Millenniumschoen Award.
Voor het eerst vindt de uitreiking plaats op de VNNacht. De presentatie is in handen van Mari
Carmen Oudendijk. Van de 18 genomineerden is
de top 5 bekend gemaakt. Dit zijn Clarence
Seedorf, Peter Winnen, Kalusha Bwalya, Lydia La
Rivière-Zijdel en de uiteindelijke winnaar Lornah
Kiplagat die de Millenniumschoen Award 2007 uit
handen van K1 fighter en ambassadeur van de
Millenniumschoen, Ernesto Hoost, uitgereikt
krijgt. Onlangs liep zij nog een spectaculair
wereldrecord op de halve marathon. De Millenniumschoen krijgt zij voor de meisjesschool die
zij, samen met haar man, in Kenia heeft opgericht.
Hun Lornah Kiplagat Foundation krijgt een
NCDO-subsidie van tienduizend euro.
Breaking news: boer koopt koe
In de Sugar Factory is men getuige van kleinschalig wereldnieuws, het nieuws dat ten on-
48
rechte maar zelden de voorpagina’s haalt. Breekbaar Nieuws is een theatervoorstelling over het
alledaagse leven in Afghanistan. Nu eens niet
het nieuws van weer een zelfmoordaanslag of
stuitend staaltje van corrupte willekeur, maar
alles over de Afghaanse Idols-winnaar, voetballende meisjes en de boer die weer een koe kan
kopen.
In het belendende Cinecenter gaat het over de
wereld van big politics. Staatssecretaris van
Economische Zaken Frank Heemskerk praat
met het publiek over onder meer het staatsbezoek aan India en hoe de Nederlandse regering
daar het thema kinderarbeid aan de orde kan
stellen. Heemskerk stelt vast dat het Nederlandse bedrijfsleven al heel ver is op het gebied
van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Koenders vliegt binnen
Het bleef even onzeker, maar dan komt ook
kabinetsgenoot Bert Koenders binnengevlogen.
Letterlijk, want de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking komt net terug van een bijeenkomst van de Veiligheidsraad in New York.
Hij kan direct verslag doen aan een publiek dat
bovengemiddeld geïnteresseerd is. Nederland
heeft zich op deze bijeenkomst in het bijzonder
sterk gemaakt voor de mensenrechten. Een
belangrijk thema dat hij persoonlijk aan de orde
heeft gesteld, was verkrachting en verminking
van vrouwen in conflictgebieden.
Koenders maakt deel uit van een panel met
Kiplagat en Koss. De politicus bevestigt de bindende kracht van sport. Hij noemt de kersverse
drager van de Millenniumschoen Kiplagat een
bijzonder ambassadeur voor de millenniumdoelen.
Een mooie nacht! En graag tot gauw
Nieuw deze Nacht is dat VPRO’s Club3voor12
een drie uur durende live registratie uitzendt.
Centraal opgesteld in de hal van de Melkweg
staat radiomaker Eric Corton achter de knop-
VN Forum 2007 - 4
pen. Hij interviewt politici, wereldgasten,
artiesten en bezoekers. Ook de muziek van talloze optredens gooit hij live de ether in.
Om één uur ‘s nachts moet Corton er een eind
aan maken. Met “een mooie nacht! en graag tot
gauw!” gaat bij hem de stekker eruit. Maar niet
in de twee concertzalen. Daar hebben de DJ’s
Laidback Luke en Aardvarck ieder beslag gelegd op twee draaitafels. Ze draaien door tot in
de kleine uurtjes. En boven in de Magneetbar is
de chaos echt compleet. Het inmiddels befaamde doe-het-zelf-partijtje bereikt een hilarisch
hoogtepunt met bizarre verkleedpartijen en de
band Hotel, die eerder nog in de Oude Zaal
optrad, en het nu nog eens dunnetjes overdoet.
Alles voor een gratis biertje. Een mooi eind aan
de vijfde editie van de Nacht van de VN.
De Nacht van de VN is een initiatief van NCDO (Nationale
Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame
Ontwikkeling), de NVVN (Nederlandse Vereniging voor de
Verenigde Naties) en campagnebureau BKB.
Het volledige verslag is ook te vinden op:
www.dewereldvandevn.nl
VN Forum 2007 - 4
49
SIGNALEMENTEN
door Tjerk Halbertsma en Carel Jansen
MDG-monitor
De United Nations Development Programme
(UNDP) heeft, in samenwerking met Google en
Cisco, een programma op internet geïnstalleerd
waardoor de vorderingen op het gebied van de
Millenniumdoelstellingen tot 2015 in de wereld
nauwgezet kunnen worden gevolgd. Het programma werd op 1 november door VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-moon, samen met Kemal
Dervis van het UNDP, Cisco vice-president Carlos Dominguez en Google’s ‘chief technologist
for Google Earth and Maps’ Michael T. Jones,
op een persconferentie in New York gelanceerd.
De site toont de meeste actuele gegevens, naast
commentaren op bestaande situaties en overzichtkaarten, en is te vinden op www.mdgmonitor.org.
Doel van het geheel is de materie toegankelijk
te maken voor een groter publiek en daardoor
de discussie over de Millenniumdoelstellingen
te bevorderen.
In 2000 kwamen de leiders van 189 landen met
elkaar overeen een gezamenlijke inspanning te
verrichten om de volgende doelstellingen op het
gebied van ontwikkeling in 2015 te hebben verwezenlijkt: het terugdringen van armoede en
honger in de wereld; het bereiken van basisonderwijs voor iedereen; het bevorderen van de
gelijkheid van man en vrouw en het versterken
van de positie van de vrouw; het terugdringen
van de kindersterfte; het verbeteren van de gezondheid van moeders; de bestrijding van HIV/Aids,
malaria en andere ziekten; het verzekeren van
een goed milieu; en het streven naar mondiale
samenwerking op het gebied van ontwikkeling.
UNDP werd als bewaker van het proces aangewezen en lanceert nu de MDG-Monitor als een
vernieuwende manier om de vooruitgang op de
voet te kunnen volgen en de bewustwording te
bevorderen.
Gemengde gevoelens bij het
Global Compact
In juli 2007 kwamen de leiders van multinationale ondernemingen in Genève voor hun jaarlijkse bijeenkomst bijeen om de resultaten te
bespreken van het Global Compact, het samenstel van ondernemingen dat zich in 2000 en volgende jaren in het kader van de VN verbonden
heeft zich in te zetten voor verbetering van de
arbeidsomstandigheden, de bedrijfsvoering en
het milieu, of althans een aantal aspecten daarvan. Directeur-generaal van de International Labour Organisation (ILO), Juan Somavia, benadrukte de rol van de arbeidsprincipes bij het
zakendoen door te zeggen dat menigeen zal willen getuigen dat respect voor de fundamentele
rechten van de werkenden, gezonde industriële
relaties en collectieve onderhandelingen over
arbeidsvoorwaarden alle deel uitmaken van een
succesvolle en duurzame onderneming. De ILO
zelf heeft daar een aantal instrumenten voor
ontwikkeld. Guy Ryder, secretaris-generaal van
de internationale federatie van vakbonden
(ITUC) bespeurde een positieve verandering in
die zin dat werkgevers bereid zijn hun verantwoordelijkheden te erkennen bij het aantrekken
van werknemers.
Niet iedereen is zo verrukt over de resultaten die
de overeenkomst tussen de VN en het internationale bedrijfsleven in het Global Compact, die
geheel stoelt op vrijwillige basis, heeft opgeleverd. Zo wijst ActionAid erop dat sinds 2000
slechts ruim 3000 internationale bedrijven van
de 77.000 bestaande multinationals in het kader
van het Global Compact zich hebben verplicht
ten minste een van de negen* aangegeven doelstellingen te verwezenlijken; voorts dat het
onverplichte karakter van deze verbintenis in de
praktijk betekent dat menig bedrijf het niet zo
nauw zal nemen met zijn eigen toezeggingen.
50
Zo doet Aftab Alam Khan van ActionAid een
boekje open over Anglo American, een van de
deelnemers aan het Global Compact, wiens
voorman Sir Mark Moody-Stuart tevens lid is
van de VN-Adviesraad van het Global Compact, aan het hoofd staat van een firma waarvan
een onderdeel (AngloGold Ashanti - AGA) in
Ghana verantwoordelijk is voor het vervuilen
van rivieren met arsenicum en ijzer, die bij de
goudwinning vrijkomen; voor het beroven van
de boeren van hun broodwinning door de vergiftiging van hun land met cyanide; en voor
hard en onmenselijk optreden van het bewakingspersoneel van de firma tegen mensen die
ervan verdacht worden illegaal goud te winnen
in het gebied dat het eigendom is van AGA. Een
ander onderdeel van Anglo American heeft het
in Zuid-Afrika met de bevolking aan de stok
gekregen, nadat zo’n 17.000 mensen onder
dwang zijn verplaatst naar gebieden waar geen
land of werk te vinden is. In de oorspronkelijke
woongebieden van deze mensen ging Anglo
American namelijk mijnbouwactiviteiten starten.
VN Forum 2007 - 4
3. freedom of association and recognition of the right to collective bargaining; 4. the elimination of all forms of forced
and compulsory labour; 5. the effective abolition of child
labour; 6. the elimination of discrimination in respect of
employment and occupation; 7. support a precautionary
approach to environmental challenges; 8. undertake initiatives to promote greater environmental responsibility; 9.
encourage the development and diffusion of environmentally friendly technologies.
Bronnen:
ILO Online, no 28, 16 juli 2007.
‘NGO’s Criticize “Blue Washing” by the Global Compact’,
GPF, 4 juli 2007
‘Global Compact Fails to Stop Corporate Human Rights
Violations, Says ActionAid’, GPF, 4 juli 2007
Libië en Vietnam lid
Veiligheidsraad
Voor veel NGO’s vormt het Global Compact
slechts een middel om zich tegen weinig kosten
een goede naam te bezorgen onder de vlag van
de VN. Zij wijzen erop dat men zich in dit kader
niet bezighoudt met sociaal-economische en
culturele aspecten. De principes die aan het
Compact ten grondslag liggen, zeggen niets
over de verantwoordelijkheden van bedrijven
wat betreft ontwikkeling, gender-discriminatie,
de positie van inheemse volkeren, transparantie
van de bedrijfsvoering en het ontduiken van
(plaatselijke) belastingen. De NGO’s zouden
ook graag zien dat de betrokken firma’s verplicht worden rekenschap af te leggen voor
mensenrechtenschendingen en dat er een effectief systeem komt om toezicht te houden op de
gang van zaken, met de mogelijkheid zonodig
sancties op te leggen.
Libië en Vietnam zijn op 16 oktober met grote
meerderheid door de Algemene Vergadering
van de VN voor twee jaar gekozen tot leden van
de Veiligheidsraad. Het is tekenend voor de veranderde situatie in de wereld dat twee voormalige vijanden van de Verenigde Staten thans
zonder problemen lid van de Veiligheidsraad
kunnen worden. Washington heeft nu contracten voor olieleveranties met beide staten lopen.
De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Condoleezza Rice, heeft onlangs een ontmoeting gehad met Ghadaffi’s zoon en is van
plan binnenkort een bezoek te brengen aan de
Libische leider. Het is voor het eerst in dertig
jaar dat een bezoek van Amerikaanse topdiplomaten aan Libië plaatsvindt. Nabestaanden van
de slachtoffers van de Lockerbie-ramp (een Libische bomaanslag op het vliegtuig waarin zij
zaten) spraken er hun teleurstelling over uit dat
Amerika de Libische kandidatuur voor de Veiligheidsraad niet, net als in 1995 en 2000, heeft
geblokkeerd, aangezien Libië nog steeds niet de
beloofde schadevergoeding van $ 10 miljoen per
slachtoffer heeft uitbetaald. Volgens een Libische diplomaat heeft Libië echter aan al zijn
verplichtingen voldaan.
* De negen principes van het Global Compact:
1. support and respect the protection of international human
rights within their sphere of influence; 2. make sure their
own corporations are not complicit in human rights abuses;
De verkiezing van Vietnam stuitte op minder
weerstand. In de Algemene Vergadering brachten 183 staten hun stem uit voor de Vietnamese
VN Forum 2007 - 4
kandidatuur, hoewel Vietnam een verklaard
tegenstander is van Amerikaanse pogingen
sancties op te leggen aan Iran en Birma. Het is
de eerste keer sinds Vietnam in 1977 lid van de
VN werd, dat het land lid van de Veiligheidsraad wordt.
Andere niet-permanente leden die per 1 januari
2008, voor een periode van twee jaar, in de Veiligheidsraad zijn gekozen, zijn: Burkina Faso,
Costa Rica en Kroatië.
Bron: Washington Post, 16 oktober 2007
ILO werkt aan versterking
weerbaarheid vakbonden
Van 8 tot en met 12 oktober 2007 is in Genève
een bijeenkomst van de Internationale Labour
Organisation (ILO) gewijd aan de training van
vakbondsleden om hun positie binnen het
bedrijfsleven te versterken en hun invloed op de
sociaal-economische ontwikkelingen te vergroten. Honderdvijftig vertegenwoordigers van vakbonden uit 45 landen namen aan de conferentie
deel. Sinds de laatste bijeenkomst in 1994 in
Helsingør is er door de toenemende globalisering zoveel veranderd, dat een nieuwe conferentie op dit terrein noodzakelijk werd geacht om
vakbondsleden weerbaarder te maken.
Dit alles gebeurt tegen een achtergrond die de
dialoog nu niet bepaald bevordert. In het eerste
jaarlijkse rapport dat in september 2007 is verschenen over de schending van vakbondsrechten, komt de International Trade Union Confederation met schokkende cijfers. In 2006 werden 144 vakbondsleden vermoord en werden
meer dan 5.000 mensen gearresteerd op grond
van vakbondsactiviteiten; voorts werden om
dezelfde redenen meer dan 8.000 mensen ontslagen. Het rapport maakt melding van uiteenlopende gradaties van schendingen van de vrijheid van vereniging in 134 landen.
51
Zesde zitting van de
VN-mensenrechtenraad (MRR)
Op 17 oktober 2007 zond de minister van buitenlandse zaken het verslag van de zesde zitting
van de VN-mensenrechtenraad (MRR) aan de
Tweede Kamer (Kamerstuk 2006-2007, 30800 V,
nr. 118). Hiermee informeerde hij de Kamer
over het verloop en de voorlopige resultaten van
het eerste deel van de MRR-zitting, die van 10
tot en met 28 september in Genève plaatsvond.
Het tweede deel van de zesde zitting zal vooralsnog van 10 tot en met 14 december plaatsvinden. De Raad zal dan een besluit nemen over de
mandaten van de Speciale Rapporteurs van de
VN voor Soedan en de Democratische Republiek Congo. Nederland zal hierbij aandringen
op verlenging van beide mandaten.
Nederland zal voorts via de voorzitter van de
Raad, de Hoge Commissaris, verzoeken de Raad
te informeren over haar bezoek aan Sri Lanka.
Nederland zal zich ervoor inspannen dat de
Raad zich in december uitspreekt over de mensenrechtensituatie in Sri Lanka. De Raad dient
voorts een besluit te nemen over het mandaat
van de Speciaal Rapporteur inzake vrijheid van
godsdienst en levensbeschouwing. Nederland
zal aandringen op verlenging van het mandaat.
De zevende zitting van de MRR zal waarschijnlijk in maart 2008 plaatsvinden.
Nieuwe mensenrechtenstrategie
In de op 6 november 2007 gepresenteerde nieuwe strategie ‘Naar een menswaardig bestaan –
een mensenrechtenstrategie voor het buitenlands beleid’, staan bijna honderd concrete maatregelen om het Nederlandse mensenrechtenbeleid in de volle breedte te intensiveren. Deze
maatregelen hebben onder meer betrekking op
de strijd tegen doodstraf en marteling, de vrijheid van godsdienst, de rechten van vrouwen en
kinderen, en het tegengaan van de discriminatie
van homoseksuelen. Minister van buitenlandse
zaken Verhagen wil daarbij mensenrechtenverdedigers politiek en praktisch ondersteunen.
VN Forum 2007 - 4
52
Dat gebeurt onder meer door de instelling van
een Mensenrechtenfonds, waarvoor het komend
jaar 20 miljoen euro beschikbaar is. Als eerbetoon aan diegenen die de moed hebben hun
stem voor mensenrechten te laten horen, stelt
Nederland een onderscheiding in – de Mensenrechten Tulp – die jaarlijks zal worden uitgereikt.
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken.
UNDP-rapport: de grootste
problemen van de planeet
blijven onopgelost
7 november 2007. In het nieuwe VN-rapport
‘Global Environment Outlook 4’ (GEO4) van
UNEP stelt deze organisatie dat in het bijzonder
de klimaatverandering, de vermindering van de
biodiversiteit en de uitdaging om de aangroeiende bevolking te voeden, de grootste bedreigingen voor de mensheid vormen. Het rapport
beschrijft wat er sinds 1987, het jaar van de
publicatie van het Brundlandt-rapport, is veranderd en welke acties de hoogste prioriteit hebben. Daarbij zijn ook fundamentele aanpassingen in onze sociale en economische structuren,
inclusief verandering van onze leefwijze, noodzakelijk – zo stelt het rapport.
Bron: UNEP; het rapport is via internet beschikbaar via
http://www.unep.org/geo/geo4/media/
VN-rapporteur Ziegler:
geen graanproducten voor
biobrandstof
De graanprijzen zullen in 2008 op een hoog
niveau blijven en zullen leiden tot verdere stijging van de kosten van voedingsmiddelen, zoals
brood, pasta, vlees en melk. Dat is de conclusie
van het tweejaarlijkse rapport ‘Food Outlook’
van de VN Landbouw- en Voedselorganisatie
FAO. “Zelden is er wereldwijd zo’n grote zorg
geweest wegens de prijsinflatie bij levensmid-
delen,” aldus de organisatie tijdens de presentatie van het rapport op 7 november jl. De oorzaken van de stijgende graanprijzen zijn te herleiden naar de productieproblemen/lage oogsten in
de belangrijkste graan-exporterende landen.
Daarnaast zijn het ook de hoge vraag naar biobrandstoffen en de toenemende transportkosten
die de prijzen voor voedingsmiddelen doen stijgen. De FAO verwacht dat door de hoge vraag
naar biobrandstoffen (ethanol) de vraag en de
prijs voor maïs, suiker, soja en palmolie de komende jaren sterk stijgen. Speciaal rapporteur
bij de VN, Jean Ziegler, is fel tegen het gebruik
van agrarische producten voor de productie van
biobrandstoffen. Zo viel in de Belgische krant
De Standaard van 7 november 2007 te lezen dat
volgens Ziegler het een misdaad tegen de mensheid zou zijn om grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie te gebruiken voor biobrandstoffen.
Bron: FAO en De Standaard
UNEP-rapport somber over
milieu
De toekomst van de mensheid loopt gevaar als
we er niet in slagen iets te doen aan de milieuproblemen, zoals klimaatverandering, het uitsterven der soorten en een groeiende bevolking.
Een rapport van de UN Environment Programma (UNEP), dat in oktober is verschenen, waarschuwt dat regeringen nog steeds niet de ernst
van de belangrijkste milieuproblemen willen
inzien. De studie, waarbij meer dan 1400 wetenschappers betrokken zijn, stelt vast dat de mensheid nog steeds aanzienlijk meer consumeert
dan de beschikbare bronnen toelaten. Ieder
mens op aarde heeft een derde meer land nodig
om aan zijn behoeften te voldoen dan de planeet
kan bieden, stelt het rapport vast.
Het rapport, getiteld ‘Global Envronment Outlook: Environment and Development’ laat zien
welke vorderingen bij het onderzoek zijn
geboekt sinds 1987, toen de eerste studie gewijd
VN Forum 2007 - 4
aan milieuproblemen verscheen. Er is sindsdien
wel iets bereikt. De internationale gemeenschap
heeft de schade weten terug te dringen die chemicaliën aan de ozonlaag toebrengen; Kyoto is
tot stand gekomen, alsmede een aantal andere
milieuverdragen; het aantal beschermde gebieden in de wereld is met 12 procent toegenomen.
“Maar al te vaak komt het antwoord op de problemen laat en is niet zodanig dat daaruit blijkt
dat men voldoende besef heeft van de omvang
van de problemen waar de mensen en het milieu
mee kampen”, zegt de directeur van de UNEP,
Achim Steiner.
Onomkeerbare schade zal aan het wereldklimaat worden toegebracht als de uitstoot van
schadelijke (broeikas-)gassen in 2050 niet met
50 procent teruggebracht zal zijn in vergelijking
met het niveau van 1990. Om dat te bereiken,
moeten de rijke landen hun emissies tegen 2050
met 60 tot 80 procent hebben teruggebracht en
ook de ontwikkelingslanden hun emissies in
belangrijke mate hebben teruggedrongen, meldt
het rapport.
In het 550 pagina’s tellende rapport hebben 400
wetenschappers de resultaten van hun onderzoek neergelegd, terwijl 1000 anderen deze
resultaten aan een ‘peer-review’ hebben onderworpen.
Bron: The Guardian, 26 oktober 2007
Annapolis: Abbas en Olmert
officieel in gesprek
De Palestijnse president Mahmoud Abbas en de
Israëlische premier Ehoud Olmert hebben hun
informele gesprekken, waarover Alvaro de Soto
schreef (zie pag. 30), op een door de Amerikanen in de Marine Academie van Annapolis
(Maryland) op 27 november belegde bijeenkomst omgezet in officiële onderhandelingen
over de vele geschilpunten tussen beiden. Dat
gebeurde onder druk van de Verenigde Staten,
waar president Bush vóór het aflopen van zijn
53
tweede ambtstermijn eind 2008 wil zien dat er
resultaat is bereikt. Behalve de Amerikanen
waren ook vertegenwoordigers van 48 andere
landen bij de eendaagse gebeurtenis aanwezig,
waaronder Saoedi-Arabië, Syrië en andere Arabische landen die, naar men aanneemt, vooral
bevreesd zijn dat het voortduren van het Israëlisch-Palestijnse conflict te veel in de kaart zal
spelen van de moslimextremisten, in het bijzonder Iran, dat Hamas en Hezbollah steunt, exponenten van dat extremisme in het MiddenOosten. Irak had geen gehoor gegeven aan de
Amerikaanse uitnodiging voor de bijeenkomst.
Dat gold ook voor Koeweit en Libië.
Bush laat de begeleiding van de onderhandelingen over aan zijn minister van buitenlandse
zaken Condoleezza Rice, die het initiatief heeft
genomen tot de besprekingen. Wel maakte hij
duidelijk dat het hem niet alleen te doen was om
de beëindiging van het Israëlisch-Palestijnse
conflict, maar vooral ook om de bestrijding van
het terrorisme en extremisme in het MiddenOosten. De meeste deelnemers spraken er hun
voldoening over uit dat Washington weer
betrokken wil zijn bij de onderhandelingen, wat
Bush tot nu toe had vermeden. Hamas veroordeelde de conferentie als een verspilling van tijd.
In de gezamenlijke verklaring die de vergadering werd voorgelegd, waren alle pijnpunten,
zoals de joodse nederzettingen, de positie van
Jeruzalem en het lot van de Palestijnse vluchtelingen, zorgvuldig vermeden. Ook werd er geen
gewag in gemaakt van VN-resoluties waarvan
verondersteld wordt dat ze de basis vormen van
toekomstige gesprekken. Ook de rol van het
Midden-Oosten Kwartet werd niet genoemd.
De in 2003 gelanceerde ‘Road Map’ die de weg
naar de vrede moest aangeven, bleef eveneens
onvermeld en de nu geschetste gang van zaken
is daar ook mee in strijd. Wel vermeld werd dat
Israël de uitbreiding van de joodse nederzettingen in de bezette gebieden moet beëindigen terwijl Palestijnse veiligheidstroepen zich moeten
keren tegen groepen die aanvallen doen op
Israëliërs.
54
Als bijzonderheid wordt aangemerkt dat Olmert
er toe overgehaald is te erkennen dat onderhandelingen moeten leiden tot het ontstaan van een
Palestijnse staat. De onderhandelingen daarover
zullen beide leiders iedere veertien dagen om
de tafel brengen, te beginnen op 12 december.
Abbas gaf aan dat alle hete hangijzers opgelost
dienen te worden om tot een vredesregeling te
kunnen komen. Olmert wees op de ondoelmatigheid van de Palestijnse veiligheidstroepen als
het er om gaat aanvallen op Israëlische burgers
en militairen tegen te gaan. Hij gaf echter ook
toe dat de positie van de Palestijnse vluchtelingen een rol speelt bij de houding van de
Palestijnen tegenover Israël. In de Gazastrook
organiseerde Hamas een protestdemonstratie
tegen de gang van zaken in Annapolis en wees
bij voorbaat ieder compromis met Israël van de
hand. De minister van buitenlandse zaken van
Saoedi-Arabië, prins Saud al Faisal, zei dat hij
zich verre hield van iedere normalisatie van de
betrekkingen met Israël in de nabije toekomst.
Bron: Washington Post: Glenn Kessler, ‘Mideast talks yield
promises to press on’, 28 november 2007
New York Times: Steven Lee Myers en Helene Cooper,
‘Israel and Palestinians set gool of treaty in 2008’, 28 november 2007
IPS: Ali Gharib, ‘Mideast: Much ado abour Annapolis
VN-rapport beschrijft
risico’s van niets-doen tegen
klimaatverandering
Het United Nations Intergovernmental Panel on
Climate Change (UNIPCC) heeft voor het eerst
zonder voorbehoud de duidelijke risico’s beschreven die de mensheid loopt als regeringen
na blijven laten belangrijke maatregelen te nemen tegen de klimaatveranderingen. Smeltend
ijs dat kan leiden tot snelle stijging van het zeeniveau en het uitsterven van grote aantal diersoorten, zelfs als de opwarming van de aarde
niet meer dan 1 tot 3 graden bedraagt.
Het rapport, dat in feite een samenvatting is van
de drie voorgaande rapporten, is van belang
VN Forum 2007 - 4
voor de klimaatconferentie die in december
op Bali gehouden wordt, zo veronderstelt men.
Daar wordt onderhandeld over een verdrag dat
het Kyoto-Protocol, dat in 2012 afloopt, moet
vervangen.
Het rapport gaat verder dan alle voorafgaande
rapporten, in die zin dat iedere twijfel aan de
klimaatverandering en de invloed daarop door
menselijk handelen wordt weggenomen. Het is
geschreven door een panel van wetenschappers,
hoewel de taal dikwijls is bijgesteld door afgevaardigden van 130 landen die naar de onderzoeksresultaten hebben gekeken. Vooral de
Verenigde Staten, China en India hadden bezwaren tegen sommige formuleringen. Volgens
sommige onderzoekers gaat het rapport echter
nog lang niet ver genoeg.
Wat de eerdere voorspellingen betreft, werden
de ergste scenario’s bewaarheid. Dat gold bijvoorbeeld voor de uitstoot van 8,4 gigaton koolstof die voor het jaar 2006 was voorspeld. De
onverwachte snelle groei van de koolstofemissies door India en China zouden in 2030 kunnen
leiden tot een rampzalige opwarming van de
aarde met 6 graden. Veel hoger dan de 1 tot 4
graden temperatuurstijging die het panel voor
het einde van de eeuw had verwacht. Amerika,
Saoedi-Arabië en China, die de uitkomsten van
het rapport trachtten te minimaliseren als het
ging om die invloed van de klimaatverandering
op de ontwikkelingslanden, stuitten ditmaal op
hevig verzet van de betrokkenen en de leden van
het panel.
De Verenigde Staten, die zich aanvankelijk hadden verzet tegen de komst naar de klimaatconferentie op Bali, zijn uiteindelijk toch overstag
gegaan en sturen een delegatie van 60 man naar
het Indonesische eiland, daartoe overgehaald
door de Indonesische president Susilo Bambang
Yudhoyono, die daarvoor speciaal naar New
York gekomen was.
Bron: New York Times, 17 november 2007
VN Forum 2007 - 4
Wereldbank wil prominente rol
van landbouw bij ontwikkeling
De Wereldbank riep op vrijdag 19 oktober op de
landbouw de centrale plaats in te laten nemen
bij de ontwikkelingspolitiek en heeft beloofd de
leningen aan deze sector op te voeren, waar de
bank toegelaten had dat deze in de jaren ’80 en
’90 daalden. “Het is nodig dat we de landbouw
een meer prominente rol laten spelen in het
bestuur van de bank”, zei Robert Zoelick, president van de Wereldbank ter gelegenheid van
het jaarlijkse rapport van de Bank. “Wereldwijd
moeten landen vitale hervormingen doorvoeren,
zoals het afbreken van storende subsidieregelingen en het openen van markten, terwijl groepen
in de civil society en speciaal de landbouworganisaties meer zeggenschap moeten krijgen bij
het formuleren van de landbouwagenda.”
In het rapport staat de lezen dat de verplichtingen jegens de landbouwsector in de jaren na
2000 al gestegen zijn tot 3,1 miljard dollar in
2007. Volgens het rapport is de groei van het
Bruto Nationale Product die toe te schrijven
is aan een verhoogde landbouwopbrengst, vier
keer effectiever als het gaat om het bestrijden
van de armoede dan de groei die voortkomt uit
andere sectoren. De Wereldbank chef-econoom
François Bourguignon zegt, verwijzend naar het
voortduren van de armoede op het platteland in
China en India: “Armoede wordt voor het grootste deel op het platteland bepaald en dat zal in
de komende tientallen jaren ook zo blijven.” Hij
waarschuwde dat het Millennium Doel om het
percentage van armen dat moet leven van minder dan 1 dollar per dag terug te dringen, in de
arme landen alleen bereikt zal worden als veel
meer aandacht wordt besteed aan de landbouw
als ontwikkelingsinstrument.
De ontwikkelingsorganisatie Oxfam International toonde zich verheugd over het rapport van
de Wereldbank waardoor de jarenlange verwaarlozing van de miljoenen mensen die in de
landbouw werken weer gecorrigeerd wordt. De
hulp die wereldwijd aan de landbouwsector
55
werd gegeven, daalde volgens Oxfam tussen
1987 en 2005 met tweederde, van 11,5 miljard
dollar tot 3,9 miljard. Maar Zoelick’s pleidooi
voor het vrijer maken van de handel, zoals ook
in de Doha-ronde is voorzien, is op zichzelf volgens Oxfam niet genoeg om de armoede te
bestrijden. Arme aardappel- en bonenboeren in
Peru kunnen nu eenmaal niet concurreren met
goedkoop graan en rijst die geïmporteerd zullen
gaan worden als de markt wordt opengesteld.
Onderdeel van de Doha-ronde was ook het afschaffen van de landbouwsubsidies in de rijke
landen, maar daar is het nog steeds niet van gekomen dankzij de machtige landbouwlobbies.
De NGO ActionAid, die de campagne leidt
tegen de honger in de wereld, verwierp het rapport van de Wereldbank omdat deze nog steeds
hamert op de vrije-markteconomie die de laatste 25 jaar tot niets dan ellende heeft geleid,
zelfs volgens de standaards van de Bank zelf.
“Deze benadering heeft niet alleen geleid tot
exorbitante prijzen voor kunstmest, ontoereikend transport en gebrek aan krediet, maar ook
tot een toenemende concentratie van landbezit
en de voedseldistributie in handen van de grote
landbouwconcerns,” beweerde Collins Magalasi
van ActionAid in Malawi.
Bron: AFP
IMF-rapport wijst op
groeiende ongelijkheid
Volgens de World Economic Outlook, een rapport gepubliceerd door het IMF, is optimisme
over de economische groei in de wereld op zijn
plaats. Van 2002 tot 2007 kon de economie zich
verheugen in de sterkste periode van duurzame
groei sinds het einde van de jaren ’60 en begin
jaren ’70, terwijl de inflatie op een laag niveau
bleef. De expansie van de economie was wijd
verbreid en werd gedeeld door alle landen.
Het rapport concentreert zich op de ‘globalisering en de ongelijkheid’ waar zelfs een apart
VN Forum 2007 - 4
56
hoofdstuk aan is gewijd. Uitgaande van de
‘Gini-coëfficient’, in het Human Development
Report opgenomen om de mate van ongelijkheid binnen een staat aan te geven, komt het
IMF-rapport tot de conclusie dat de ongelijkheid in de laatste tientallen jaren is toegenomen
in alle behalve de armste landen. Alleen in
Frankrijk schijnt de ongelijkheid gedaald te
zijn, terwijl die in de belangrijkste opkomende
staten juist de neiging heeft sterk toe te nemen,
vooral in China. Het vrijmaken van de handel
heeft duidelijk bijgedragen aan toename van het
verschil in inkomens. Het IMF is geneigd de
toenemende ongelijkheid echter vooral toe te
schrijven aan de veranderingen in de technologie en het toenemen van de kenniskloof.
Bron: Jamaica Gleaner (GPF)
VN-resolutie over doodstraf
De Verenigde Naties aanvaardden 15 november
2007 een resolutie over een moratorium op de
doodstraf. Deze resolutie, ingediend door onder
meer de Europese Unie, roept landen op een
moratorium in te stellen op uitvoering van de
doodstraf. Dit als een stap naar volledige
afschaffing ervan. Aangezien de wereldwijde
afschaffing van de doodstraf een van de hoofdpunten in het buitenlands beleid van Nederland
vormt, is Minister Verhagen van Buitenlandse
Zaken dan ook zeer verheugd over de aanvaarding. In zijn woorden: “Dat de resolutie is goedgekeurd, geeft aan dat er internationaal steun is
voor de volledige afschaffing van de doodstraf.
Ik beschouw dit als een belangrijke stap in de
goede richting”.
Tot vlak voor de stemming was het onzeker of
de resolutie in de huidige vorm zou worden aangenomen. Tegenstanders dienden amendementen in die de strekking zouden hebben ondergraven. Nederland heeft zich met succes ingezet
om juist de verwijzing naar volledige afschaffing van de doodstraf in de tekst te handhaven.
Tien jaar geleden lukte het de EU nog niet een
vergelijkbare resolutie door de VN aanvaard te
krijgen.
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
VN-wapenembargo’s falen
De 27 wapenembargo’s die de Verenigde Naties sinds 1990 hebben opgelegd, blijken niet of
nauwelijks te werken. Dit is de conclusie van
het op 28 november 2007 verschenen rapport
van het Zweedse onderzoeksinstituut Sipri, dat
zich bezighoudt met vredesvraagstukken. Zo
zou in driekwart van de gevallen de wapenembargo’s niet blijken te werken. aangezien de
onderzoekers constateerden dat er onverminderd wapens naar conflictgebieden blijven toestromen. Het doel van VN-wapenembargo’s is
tweeledig: enerzijds om te voorkomen dat gewapende conflicten verder uit de hand lopen,
anderzijds om politieke druk uit te oefenen op
regimes in de conflictgebieden. Sipri noemt het
wapenembargo in Irak overigens als een positieve uitzondering op de conclusies van het
rapport. De slagkracht van Saddam Hoesseins
krijgsmacht blijkt namelijk daadwerkelijk te
zijn aangetast door het embargo. Een ander probleem dat het onderzoek aanstipt, is het feit dat
landen die betrokken zijn bij een gewapend conflict, zoals (ex-)Joegoslavië, zelf wapens produceren waardoor een embargo bij voorbaat
gedoemd is te mislukken. VN-wapenembargo’s
hebben de meeste kans van slagen als in de
betrokken landen reeds VN-militairen aanwezig
zijn. Om de effectiviteit van VN-wapenembargo’s te verhogen. pleit Sipri ervoor dat VNlidstaten nationale wetgeving opstellen die nadrukkelijk verbiedt om VN-wapenembargo’s te
breken.
Bron: Dagblad Trouw
Samen met de VN gaat veel beter
De VN staat voor mensenrechten, ook voor betere gezondheidszorg, beter onderwijs, bestrijding
van armoede, bescherming van het milieu, sociale en economische ontwikkeling, handhaving
van vrede, bemiddeling bij conflicten, strijd tegen criminaliteit, terrorisme etc. De VN doet dat
allemaal op wereldniveau.
De Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties heeft leden nodig. De VN wordt nogal eens
in haar bestaan bedreigd omdat er machten zijn die de VN liever kwijt dan rijk zijn of die de
Organisatie gebruiken voor eigen doeleinden. Dat mag niet zo doorgaan. Internationale samenwerking van mensen die de VN een goed hart toedragen is daarom dringend noodzakelijk. De
VN heeft internationale steun nodig van mensen die weten waar het om gaat in onze wereld.
Laat dat blijken en wordt daarom lid van de NVVN.
Maak uw mening over de toekomst van de wereld duidelijk. Wordt daarom lid van de
Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties.
Stuur de bon in, of bel 070 374 66 02
Ja, ik kies, ik word lid van de NVVN
Naam (mevrouw/heer)
Straat
………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
Postcode …………………………… Woonplaats …………………………………………………………
Telefoon …………………………………………………………………………………………………………
E-mail
……………………………………………………………………………………………………………
Stuur mij een acceptgirokaart voor:
* …… een jaar lidmaatschap inclusief VN Forum € 35,* …… een jaar jongerenlidmaatschap (t/m 25 jaar) inclusief VN Forum € 20,* …… SIB leden € 10,* …… een jaar institutioneel lidmaatschap inclusief VN Forum € 70,-
Handtekening
* duidelijk aankruisen svp
Stuur deze bon vandaag nog in naar:
Secretariaat NVVN
Postbus 93539
2509 AM Den Haag