Jaarverslag 2010

Commentaren

Transcriptie

Jaarverslag 2010
Lijst van afkortingen
www.elia.be
Inhoudstafel
een verantwoordelijke onderneming ten dienste
van de klanten en de gemeenschap
Zetel van de vennootschap Elia
Keizerslaan, 20, B-1000 Brussel
T +32 2 546 70 11 - F +32 2 546 70 10
[email protected]
Association pour la Promotion des Energies Renouvelables
BBEMG
Belgian BioElectroMagnetic Group
BREEAM
BRE Environmental Assessment Method
BRUGEL
Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CREG
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas
CWAPE
Commission Wallonne pour l’Energie
ICEDD
Institut de Conseil et d’Etudes pour le Développement Durable
ICNIRP
International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection
OVAM
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
VREG
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Electriciteits- en Gasmarkt
CWE
Central Western Europe
ENTSO-E
European Network of Transmission System Operators for Electricity
EMF
Elektromagnetische velden
GIS
Gas insulated switch gear
KB
Koninklijk Besluit
PBM
Persoonlijke Beschermingsmiddelen
PCB
Polychloorbifenyl
REG
Rationeel energiegebruik
Contactpersonen
Eva Suls, T +32 2 546 73 78
Axelle Pollet, T +32 2 546 75 11
JAARVERSLAG 2010
Concept en eindredactie
Elia, departement Communicatie
Grafische vormgeving en drukbegeleid
www.witvrouwen.be
Illustraties
Renaud Collin
Foto’s Elia
Olivier Polet, Alain Schroeder, Guy Van Hooveld,
Fototheek Elia
Foto’s 50Hertz
Jan Pauls, Andreas Teich, 50Hertz Library
Verantwoordelijke uitgever
Jacques Vandermeiren
kWh
Kilowattuur
Ce document est également disponible en français.
This document is also available in English.
Dieses Dokument ist auch auf Deutsch verfügbar.
MW
Megawatt
April 2011
MWh
Megawattuur (=1.000 kWh)
gWh
Gigawattuur (=1.000 MWh)
kV
Kilovolt (=1.000 Volt)
EXECUTIVE REPORT
Voorwoord* Profiel en waarden
Markante feiten in 2010* Vooruitzichten en uitdagingen voor 2011* De Elia groep in 2010: een strategische wending Het aandeel van Elia in 2010
2
4
6
10
12
14
ECONOMISCH VERSLAG
Netexploitatie
Infrastructuur
Investeringen
Het Elia-net in België Het net van 50Hertz Transmission in Duitsland
Internationale projecten Onderhoud van het net Werking van de markt
Preventief beheer van kritieke situaties op het net
De toekomst voorbereiden: onderzoek & ontwikkeling* 24
30
31
32
35
36
39
41
46
49
MILIEUVERSLAG
Milieudoelstellingen en -indicatoren
57
SOCIAAL VERSLAG
Personeelsbeleid
Veiligheid en welzijn van de werknemers
Relaties met stakeholders
71
76
81
CORPORATE GOVERNANCE
Samenstelling bestuursorganen*
Belangrijke gebeurtenissen in 2010* Gedragscode*
Vergoeding van de leden van de raad van bestuur
en het directiecomité* Beschrijving van de belangrijkste kenmerken
van de interne controle- en risicobeheersystemen* Beschrijving van de risico’s en onzekerheden waarmee
de onderneming wordt geconfronteerd* ELIA JAARVERSLAG 2010
APERe
FINANCIEEL VERSLAG
Geconsolideerde jaarrekening IFRS* Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening* Verslag van het college van commissarissen over
de geconsolideerde jaarrekening
Regelgeving en tarieven*
Informatie met betrekking tot de moedervennootschap*
GRI index Reportingparameters 86
91
95
96
100
102
108
113
152
154
158
161
164
*Deze hoofdstukken vormen het jaarverslag cf. artikel 119 Wetboek van vennootschappen
Lijst van afkortingen
www.elia.be
Inhoudstafel
een verantwoordelijke onderneming ten dienste
van de klanten en de gemeenschap
Zetel van de vennootschap Elia
Keizerslaan, 20, B-1000 Brussel
T +32 2 546 70 11 - F +32 2 546 70 10
[email protected]
Association pour la Promotion des Energies Renouvelables
BBEMG
Belgian BioElectroMagnetic Group
BREEAM
BRE Environmental Assessment Method
BRUGEL
Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CREG
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas
CWAPE
Commission Wallonne pour l’Energie
ICEDD
Institut de Conseil et d’Etudes pour le Développement Durable
ICNIRP
International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection
OVAM
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
VREG
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Electriciteits- en Gasmarkt
CWE
Central Western Europe
ENTSO-E
European Network of Transmission System Operators for Electricity
EMF
Elektromagnetische velden
GIS
Gas insulated switch gear
KB
Koninklijk Besluit
PBM
Persoonlijke Beschermingsmiddelen
PCB
Polychloorbifenyl
REG
Rationeel energiegebruik
Contactpersonen
Eva Suls, T +32 2 546 73 78
Axelle Pollet, T +32 2 546 75 11
JAARVERSLAG 2010
Concept en eindredactie
Elia, departement Communicatie
Grafische vormgeving en drukbegeleid
www.witvrouwen.be
Illustraties
Renaud Collin
Foto’s Elia
Olivier Polet, Alain Schroeder, Guy Van Hooveld,
Fototheek Elia
Foto’s 50Hertz
Jan Pauls, Andreas Teich, 50Hertz Library
Verantwoordelijke uitgever
Jacques Vandermeiren
kWh
Kilowattuur
Ce document est également disponible en français.
This document is also available in English.
Dieses Dokument ist auch auf Deutsch verfügbar.
MW
Megawatt
April 2011
MWh
Megawattuur (=1.000 kWh)
gWh
Gigawattuur (=1.000 MWh)
kV
Kilovolt (=1.000 Volt)
EXECUTIVE REPORT
Voorwoord* Profiel en waarden
Markante feiten in 2010* Vooruitzichten en uitdagingen voor 2011* De Elia groep in 2010: een strategische wending Het aandeel van Elia in 2010
2
4
6
10
12
14
ECONOMISCH VERSLAG
Netexploitatie
Infrastructuur
Investeringen
Het Elia-net in België Het net van 50Hertz Transmission in Duitsland
Internationale projecten Onderhoud van het net Werking van de markt
Preventief beheer van kritieke situaties op het net
De toekomst voorbereiden: onderzoek & ontwikkeling* 24
30
31
32
35
36
39
41
46
49
MILIEUVERSLAG
Milieudoelstellingen en -indicatoren
57
SOCIAAL VERSLAG
Personeelsbeleid
Veiligheid en welzijn van de werknemers
Relaties met stakeholders
71
76
81
CORPORATE GOVERNANCE
Samenstelling bestuursorganen*
Belangrijke gebeurtenissen in 2010* Gedragscode*
Vergoeding van de leden van de raad van bestuur
en het directiecomité* Beschrijving van de belangrijkste kenmerken
van de interne controle- en risicobeheersystemen* Beschrijving van de risico’s en onzekerheden waarmee
de onderneming wordt geconfronteerd* ELIA JAARVERSLAG 2010
APERe
FINANCIEEL VERSLAG
Geconsolideerde jaarrekening IFRS* Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening* Verslag van het college van commissarissen over
de geconsolideerde jaarrekening
Regelgeving en tarieven*
Informatie met betrekking tot de moedervennootschap*
GRI index Reportingparameters 86
91
95
96
100
102
108
113
152
154
158
161
164
*Deze hoofdstukken vormen het jaarverslag cf. artikel 119 Wetboek van vennootschappen
Denmark
Energinet.dk
Denmark
SchleswigHolstein
Legend
Rostock
Switching Station (in large part with transition to distribution system operators)
220 kV
Güstrow
Hamburg
Schwerin
Neubrandenburg
380 kV
MecklenburgWestern-Pomerania
380 kV planned / under construction
380 / 220 kV
Other companies
line
380 kV
line planned /
under construction
380 kV
line
220 kV
Operating voltage ( kV )
Other companies
Situation au
Stand op
1-1-2011
Brandenburg
Lower Saxony
PSE Operator
Poland
SaxonyAnhalt
Berlin
110
220
380 / 220 kV
HVDC/DC link
400 kV
Grid connection offshore
under construction
150 kV
Potsdam
TenneT
110
380+220
Magdeburg
System users :
Our customers include the regional distribution system operators as well as power
plants, pump storage plants, wind farms
and big industry connected to the transmission system.
Cottbus
Halle
Conventional power plant
( lignite- or hard-coal fired, nuclear
or gas turbine power plant )
Leipzig
110
Saxony
under construction
Legend
Pump storage plant
Dresden
Weimar
Switching Station (in large
part with tranErfurt
sition to distribution system operators)
Wind power plant onshore / offshore
planned / under construction
Frankfurt (Oder)
Eisenach
Hesse
Jena
Gera
220 kV
Chemnitz
Thuringia 380 kV
Zwickau
380 kV planned / under construction
ČEPS
Czech Republic
380 / 220 kV
Other companies
Bavaria
Netwerk Elia
line
380 kV
line planned /
under construction
380 kV
TenneT
Netwerk 50Hertz
over dit verslag
Een Europese groep ten dienste
van zijn klanten en de gemeenschap
De Elia groep vervult via zijn activiteiten van transmissienet­
beheerder voor elektriciteit in België en in Duitsland een taak
van openbare dienstverlening ten aanzien van zijn klanten en
de gehele gemeenschap.
Dat is een opdracht op lange termijn: de kwaliteit en de
betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening vrijwaren, het
evenwicht tussen vraag en aanbod op ieder ogenblik in stand
houden en onze infrastructuur aanpassen om de ontwikke­
ling van een betrouwbaar en performant elektrisch systeem
mogelijk te maken in overeenstemming met het huidige en het
toekomstige energie- en milieubeleid.
Op een moment waarop de cruciale rol van de transmissienet­
beheerders voor elektriciteit met betrekking tot de omzetting
van het energie- en milieubeleid op Europees niveau wordt
erkend, profileert de Elia groep zich meer dan ooit tevoren als
een maatschappelijk verantwoorde onderneming die streeft
naar een optimaal evenwicht tussen rendabiliteit (wat noodza­
kelijk is met het oog op onze investeringen en het innovatiever­
mogen dat de groep in de toekomst zal moeten ontplooien),
onze planeet (om de negatieve gevolgen voor het natuurlijke
leefmilieu zoveel mogelijk te beperken) en de mens (werkne­
mers, onderaannemers, omwonenden van onze installaties,
klanten en de volledige gemeenschap, meer bepaald de stake­
holders van onze activiteiten).
Deze drie pijlers – de mens, de planeet en de rendabili­
teit – staan centraal in het beleid van elke maatschappelijk
verantwoorde onderneming. Bij de Elia groep uit dat zich in
zijn gedrevenheid om een actieve rol te spelen in de energieuit­
dagingen van de 21ste eeuw. Dit gebeurt door te luisteren naar
en de dialoog aan te gaan met onze klanten, met
politieke besluitvormers en reguleringsinstanties,
verenigingen en de gemeenschap als geheel.
In dit jaarverslag 2010 wordt de balans opgemaakt
van de acties die op het niveau van de groep in
België en in Duitsland werden ondernomen om bij
te dragen tot de zekerheid van de elektriciteitsbe­
voorrading, het concurrentievermogen van onze
ondernemingen en het welzijn van de burgers te
verbeteren, de strijd tegen de klimaatverandering
aan te gaan, en tegelijk een billijke vergoeding voor
onze aandeelhouders te waarborgen.
In 2009 hebben we er voor het eerst voor een
aanpak volgens het Global Reporting Initiative (GRI)
geopteerd, om duidelijkheid en transparantie te
verzekeren. Met het jaarverslag 2010 geven wij dit
engagement concrete vorm, met de bedoeling dat
het aan de vereisten van niveau C van de metho­
dologie beantwoordt. En wij zijn vasberaden de
volgende jaren nog een stap verder te gaan!
2 + 3
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
voorwoord
van de voorzitter
van de raad van bestuur
De transmissienetbeheerders voor elektriciteit heb­
ben een essentieel aandeel in de totstandkoming
van het energielandschap van de volgende decen­
nia. Volgens Europees commissaris voor Energie,
Günther Oettinger, kunnen “de door Europa vast­
gestelde doelstellingen onmogelijk worden bereikt
zonder infrastructuur”. Met het oog hierop heeft hij
aangekondigd dat er een bedrag van 200 miljard
euro zal worden vrijgemaakt voor investeringen, met
name in de verdere ontwikkeling van de infrastruc­
tuur voor een transmissienet in de Noordzee, zodat
de elektriciteit die door offshore windmolenparken
wordt geproduceerd tot bij de verbruiker kan worden
gebracht. Daarnaast zullen de investeringsmiddelen
worden gebruikt om de interconnecties in ZuidWest-Europa te versterken, teneinde wind-, zonneen waterkrachtenergie naar de andere delen van het
continent te vervoeren.
Elia is zich ten volle bewust van deze uitdagingen en
heeft in 2010 twee belangrijke initiatieven genomen.
De onderneming heeft niet alleen een participatie van
60% verworven in de Duitse netbeheerder 50Hertz
Transmission, maar heeft ook een 20% participatie
genomen in de beurs APX-Belpex-Endex, na de
overdracht van de Belgische energiebeurs aan APXEndex. Voor deze transacties kon het directiecomité
rekenen op de actieve steun van de raad van bestuur
en van de publieke aandeelhouders, die opnieuw
hebben bevestigd dat ze wensen bij te dragen tot de
ontwikkeling van de netten, in België en in Europa.
Zo hebben ze de onderneming de middelen gegeven
om haar plaats in Europa te versterken – een plaats
die ze geleidelijk heeft verworven door haar expertise
en knowhow. Ook de financiële markten waren deze
overtuiging toegedaan. Dat blijkt uit de succesvolle
kapitaalverhoging die gekenmerkt wordt door een bevestiging
van het vertrouwen van de bestaande aandeelhouders.
Elia heeft in 2010 een ingrijpende gedaanteverandering onder­
gaan met het vertrek van Electrabel – GDF-Suez als aandeel­
houder – een logisch gevolg van de evolutie van de Europese
regelgeving, met het opvoeren van de participatie van Publi-T
in Elia en het verwerven van een 60% participatie door Elia in
50Hertz Transmission.
De groep beschikt vandaag over de nodige middelen om zijn
ambities ten aanzien van zijn klanten en de gemeenschap waar
te maken, overeenkomstig zijn mission statement: het creëren
van win-winsituaties en het ontwikkelen van de Europese elektri­
citeitsmarkt op betrouwbare, duurzame en efficiënte wijze.
Dat heeft de Elia groep in 2010 gedaan, zowel op het vlak van
zijn dagelijkse activiteiten door dag in dag uit één van de hoog­
ste niveaus van bevoorradingszekerheid in Europa te garande­
ren, én ook via grootschalige projecten, zoals de overname van
50Hertz uiteraard, maar ook het verankeren van de Belgische
energiebeurs in de groep APX-Belpex-Endex en het leveren van
een essentiële bijdrage aan de uitbreiding van de marktkoppe­
ling met negen landen uit Centraal-West- en Noord-Europa.
De Elia groep is klaar om nieuwe uitdagingen aan te gaan, zoals
de massale integratie van hernieuwbare energiebronnen in zijn
netten, de uitbreiding van de marktkoppeling met de intraday­
markt of de voorbereiding van de nieuwe tariefperiode 20122015!
Luc Van Nevel,
Voorzitter van de Raad van bestuur
voorwoord
van de voorzitter
van het directiecomité
Wij zullen 2010 herinneren als een jaar met een aan­
tal markante gebeurtenissen voor onze onderneming!
Zoals de windhoos die op 14 juli over België raasde:
het personeel van Elia heeft toen zijn goede naam
eer aangedaan door in enkele uren tijd de elektrici­
teitsbevoorrading in de getroffen gebieden te herstel­
len. Eveneens opmerkelijk zijn de publicatie van het
Federaal Ontwikkelingsplan voor het net volgens
het nieuwe concept, de voorstelling van het project
Stevin voor de versterking van de bevoorradingsze­
kerheid in West-Vlaanderen en voor de aansluiting
van de tweede fase van grote windmolenparken op
zee en de succesvolle start van de marktkoppeling
met 9 landen uit Centraal-West-Europa en Scandi­
navië… zonder de overname van 50Hertz Transmis­
sion te vergeten, of de overdracht van Belpex met
de verwerving van een participatie in APX-Endex, de
terugtrekking van de historische aandeelhouder uit
het bedrijfskapitaal en de kapitaalverhoging die eruit
voortvloeide!
Tegelijkertijd heeft Elia, binnen de vooropgestelde
termijnen, voor zijn klanten, de studies, aansluitin­
gen of netversterkingen gerealiseerd die zij nodig
hebben voor hun activiteiten. Daarnaast heeft Elia
zijn investeringsplannen en zijn onderhouds- en ver­
vangingsbeleid uitgevoerd -met inachtneming van de
veiligheid van het personeel, want in 2010 hebben
we op dit gebied het beste resultaat ooit geboekt.
Deze aaneenschakeling van mooie prestaties en
succes­sen is het resultaat van de professionele
aanpak van het personeel van de Elia groep, van zijn
wil om als een (h)echt team op te treden, van zijn
motivatie en passie voor onze opdracht van open­
bare dienstverlening, met name een heel jaar lang
zonder onderbreking elektriciteit te leveren, ongeacht
de omstandigheden!
Dankzij hun gedrevenheid is Elia uitgegroeid tot een transmissie­
netbeheerder van Europees formaat, die door zijn collega-netbe­
heerders wordt erkend en naar wie aandachtig wordt geluisterd
in de kring van spelers op de Europese elektriciteitsmarkt. Deze
voortrekkersrol blijkt uit talrijke acties, in eigen land en op Euro­
pees niveau, om bij tot dragen tot een efficiëntie en betrouwbare
interne elektriciteitsmarkt en het geharmoniseerde beheer van de
nationale transmissienetten te vergemakkelijken.
Door te anticiperen op de ontwikkelingen van het Europese elektri­
sche systeem en door er actief toe bij te dragen kan de Elia groep
zijn Belgische en Duitse klanten toegang bieden tot een zo breed
en divers mogelijke elektriciteitsmarkt. Door het groter wordende
aandeel van hernieuwbare energie zal het in de toekomst zaak
zijn nationale transmissienetten als één groot Europees net te
beheren. Onze participatie in 50Hertz Transmission geeft ons de
mogelijkheid om het verloop van deze gebeurtenissen te beïnvloe­
den, in het voordeel van onze klanten en van de Belgische en de
Duitse samenleving.
Vanuit aandeelhoudersperspectief heeft onze Europese aanpak
ons niet alleen in staat gesteld om het wetgevende en regulatoire
risico te diversifiëren, maar ook om nieuwe bronnen van organi­
sche groei aan te boren die in de lijn liggen van ons risicoprofiel.
Het feit dat de aandeelhouders hun vertrouwen in de onderneming
bij de kapitaalverhoging in juni hebben vernieuwd, bevestigt dat
we de juiste keuzes hebben gemaakt en dat onze visie op de
ontwikkeling van de onderneming op veel bijval kan rekenen.
Dat is de rol die we in de loop van de volgende jaren verder willen
ontwikkelen voor onze klanten, onze personeelsleden en onze
aandeelhouders. Dat is de ambitie die we met vereende krachten
willen waarmaken!
Daniel Dobbeni,
Voorzitter van het directiecomité
4 + 5
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
Elia Group
Business Development
Research & Development
Elia Transmission
50Hertz Transmission
profiel
De Elia groep is opgebouwd rond twee belangrijke
pijlers: Elia in België en 50Hertz Transmission in
Duitsland, twee transmissienetbeheerders voor
elektriciteit.
Elia, de beheerder van het transmissienet voor
elektriciteit in België, is op federaal niveau houder
van de licenties voor het net van 380 kV tot 150 kV
en in de drie gewesten van het land voor de netten
van 70 kV tot 30 kV.
50Hertz Transmission, een van de vier Duitse
transmissienetbeheerders (actief in Noord- en
Oost-Duitsland), is voor 60% in het bezit van Elia.
De overige 40% zijn in handen van Industry Fund
Management (IFM). De overname werd in mei
2010 afgerond na goedkeuring door de Europese
autoriteiten.
Dankzij deze transactie heeft de Elia groep een
plaats verworven in de top 5 van transmissienet­
beheerders voor elektriciteit in Europa. Door zijn
acties vervult de Elia groep in termen van onafhan­
kelijkheid een voorbeeldfunctie als motor voor de
ontwikkeling van de Europese markt. Daarnaast
onderscheidt de groep zich in positieve zin door zijn
engagement om de bevoorradingszekerheid van
elektriciteit te garanderen, alsook door zijn bijdrage
aan de integratie van energie die op basis van her­
nieuwbare energiebronnen wordt geproduceerd.
De groep handelt als één wettelijke entiteit onder de
naam Elia System Operator, een beursgenoteerde
onderneming (met een free float van 52,10%)
waarvan de gemeentelijke holding Publi-T de
referentieaandeelhouder is. De groep heeft in het
totaal nagenoeg 1.800 werknemers in dienst en draagt bij tot
de bevoorradingszekerheid van elektriciteit van bijna 30 miljoen
burgers in België en in Duitsland.
De voornaamste taak van de Elia groep bestaat erin te waken
over de veilige en betrouwbare transmissie van de door de pro­
ductie-eenheden geproduceerde elektriciteit naar de verbrui­
kers die zijn aangesloten op zijn netten in België en in Duitsland
(distributienetbeheerders en industriële grootverbruikers).
Door zijn strategische ligging op een punt waar de elektrici­
teitsmarkten van West-, Oost- en Noord-Europa samenko­
men, moet de Elia groep voortdurend toezien op het veilige
beheer van de invoer, de uitvoer en de transits van elektrische
energie op zijn netten in België en in Duitsland. De groep speelt
eveneens een cruciale rol in de totstandkoming van een echte
elektriciteitsmarkt in Europa, met name door zijn rechtstreekse
en onrechtstreekse participatie in de beurzen APX-BelpexEndex en EPEX.
De Elia groep biedt zijn klanten en de gemeenschap ook een
waaier van diensten aan, waaronder consultancy- en enginee­
ringactiviteiten voor bedrijven.
De zorg voor het milieu en de ondersteuning van het beleid
inzake duurzame ontwikkeling dat op Europees, nationaal en
regionaal niveau wordt uitgewerkt, maken deel uit van bedrijfs­
strategie. Verder tracht de groep de verschillende stakeholders
bij zijn activiteiten op nationaal en Europees niveau te betrekken.
De Elia groep past de corporate governance regels toe en
voert de bepalingen uit van de corporate governance code die
van toepassing zijn op beursgenoteerde ondernemingen.
Elia System Operator is sinds juni 2005 genoteerd op de gere­
glementeerde markt van Euronext Brussel.
waarden
“Wij zijn een team van professionals met de ambitie om winwinsituaties te creëren voor onze klanten en de gemeenschap
en de Europese elektriciteitsmarkt te ontwikkelen op betrouw­
bare, duurzame en efficiënte wijze.”
Zo luidt het “mission statement” dat in 2008 door Elia is op­
gesteld om aan elkeen binnen de onderneming een duidelijk
beeld te geven van de doelstellingen en uitdagingen, alsook
van de prioriteiten bij het aanwenden van onze human resour­
ces en financiële middelen.
Het mission statement plaatst de activiteiten van de groep in
de context van zijn openbare dienstverleningsopdracht ten
aanzien van zijn klanten, de economie en de gemeenschap als
geheel.
In dit verband heeft Elia zijn activiteiten in Europa in 2010
verder uitgebreid, met de overname van de Duitse transmissie­
netbeheerder 50Hertz Transmission.
Elia heeft het mission statement vertaald in een aantal onder­
nemingswaarden. Deze waarden zijn bepalend en van prioritair
belang voor de wijze waarop de werknemers van de onderne­
ming hun activiteiten uitoefenen en ontwikkelen, zowel binnen
de onderneming als tegenover de buitenwereld: ondernemend,
integer, empathisch en verantwoordelijk.
6 + 7
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
markante feiten
in 2010
Sociaal
Milieu
29 JANUARI: NIEUWE JOBSITE ONLINE
23 MAART: LANCERING VAN FRIENDS OF THE SUPERGRID
Elia is voortdurend op zoek naar talent met verschil­
lende profielen. Om hun aandacht te vestigen op
de brede waaier van carrièremogelijkheden binnen
onze onderneming lanceert Elia een volwaardige en
aantrekkelijke “jobsite” die ook een tool bevat om
online te solliciteren.
Friends of the Supergrid bestaat uit verschillende industriële
bedrijven, waaronder Elia, die hun krachten hebben gebundeld
om een sociale, politieke en regulatoire basis uit te werken voor
een toekomstig net op zee.
De lancering van de vereniging vindt plaats op 23 maart in de
hoofdzetel van Elia in Brussel.
Economisch
Milieu
12 MAART: AKKOORD OVER DE OVERNAME
VAN 50HERTZ TRANSMISSION
13 APRIL: EWIS STELT EINDVERSLAG VOOR
Elia, zijn financiële partner Industry Fund Manage­
ment (IFM) en de verkoper Vattenfall Europe maken
bekend dat ze een akkoord hebben ondertekend
over de overname door Elia en IFM van de Duitse
transmissienetbeheerder voor elektriciteit 50Hertz
Transmission.
Het consortium EWIS (“European Wind Integration Study”), een
initiatief van de Europese transmissienetbeheerders in samen­
werking met de Europese Commissie, presenteert na twee jaar
onderzoek de resultaten van zijn studie over de grootschalige
integratie van windenergie in de elektriciteitsnetten. Hubert
Lemmens, Chief Innovation Officer van Elia, stond in voor de
coördinatie van dit project.
Economisch
Economisch
22 MAART: INHULDIGING VAN HET NIEUWE
NATIONALE CONTROLECENTRUM
19 APRIL: VERANKERING VAN BELPEX IN APX-ENDEX
Het nieuwe nationale controlecentrum van Elia, het
zenuwcentrum van het beheer van het transmis­
sienet voor elektriciteit, wordt officieel geopend. Het
gebouw, dat volgens innoverende en geavanceerde
technologieën op het vlak van milieubeheer en
duurzame ontwikkeling is ontworpen, werd door het
Brusselse Instituut voor Milieubeheer (BIM) met de
titel “Voorbeeldgebouw” bekroond.
Elia en TenneT maken bekend dat ze hun respectieve partici­
paties in de Belgische energiebeurs Belpex overdragen aan
APX-Endex. Elia verwerft tegelijkertijd een participatie van
20% in het kapitaal van de groep APX-Belpex-Endex. Deze
integratie vormt een nieuwe belangrijke stap op weg naar een
geïntegreerde elektriciteitsmarkt in Noord-West-Europa.
Van links naar rechts: Jobsite online –
Overname van 50Hertz Transmission
– Inhuldiging van het nationaal
controlecentrum in aanwezigheid van
de minister voor Milieu en Energie
van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest – Lancering van Friends of
the Supergrid.
Milieu
Economisch
27 APRIL: ELIA TREEDT TOE TOT HET RENEWABLES
GRID INITIATIVE
19 MEI: 50HERTZ WORDT ONDERDEEL
VAN DE ELIA GROEP
Elia en zijn collega’s RTE, National Grid en Swissgrid ­vervoegen
het “Renewables Grid Initiative”. Deze organisatie wil de toe­
name van de productie van elektriciteit op basis van hernieuw­
bare energiebronnen bevorderen en de transmissiecapaciteit
die nodig is voor de ontwikkeling ervan uitbreiden. Bij dit pro­
ject zijn ook niet-gouvernementele organisaties als het World
Wildlife Fund en Germanwatch betrokken.
IFM en Elia nemen een participatie van respectie­
velijk 40% en 60% in 50Hertz, via hun dochteron­
derneming Eurogrid International die gevestigd is in
Brussel. Elia krijgt ook de operationele controle in
handen. De Elia groep verwerft hiermee een plaats
in de top 5 van de transmissienetbeheerders voor
elektriciteit in Europa.
Bestuurlijk
Milieu
11 MEI: GEWIJZIGDE SAMENSTELLING VAN DE RAAD
VAN BESTUUR VAN ELIA
18 MEI: TWENTIES OP KRUISSNELHEID
Als gevolg van de overdracht door Electrabel van 12,5% van het
kapitaal van Elia aan Publi-T dienen de bestuurders die Electrabel
vertegenwoordigden hun ontslag in. Zij worden vervangen door
drie nieuwe bestuursters: Jennifer Debatisse, Dominique Offergeld
en Leen Van den Neste. Luc Van Nevel, onafhankelijk bestuurder,
volgt Ronnie Belmans op als voorzitter van de raad van bestuur.
Bestuurlijk
De Europese Unie lanceert het project Twenties, dat
gericht is op het beproeven en implementeren van
nieuwe technologieën voor een veilige en efficiënte
integratie van de productie van windenergie in het
Europese transmissienet. Aan het project werken
26 partners mee, waaronder ook de Elia groep.
Economisch
22 JUNI: SUCCESVOLLE KAPITAALVERHOGING
18 MEI: ELECTRABEL / GDF-SUEZ TREKT ZICH TERUG
ALS AANDEELHOUDER VAN ELIA
Als gevolg van de evolutie van de markt en met name van de
bepalingen van het door Europa aangenomen derde pakket
maatregelen voor de oprichting van een interne elektriciteits­
markt, trekt Electrabel / GDF-Suez zich terug uit het kapitaal
van Elia door de verkoop van zijn participatie aan institutionele
investeerders. De free float van het Elia-aandeel wordt hiermee
op 52,10% gebracht.
De kapitaalverhoging die Elia heeft georganiseerd
om een participatie van 60% in de Duitse transmis­
sienetbeheerder 50Hertz Transmission te financie­
ren, is volledig onderschreven. De nieuwe aandelen
worden op 25 juni voor het eerst genoteerd.
8 + 9
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
Economisch
Sociaal
25 JUNI: INHULDIGING VAN DE VERSTERKING
AUBANGE-MOULAINE
1 SEPTEMBER: OPLEIDINGSCENTRUM
VOOR 50HERTZ TRANSMISSION
De interconnectie tussen Aubange (België) en Moulaine
(Frankrijk) werd uitgerust met een tweede draadstel op 220
kV. Dankzij het gebruik van hoogperformante geleiders kon
de transmissiecapaciteit meer dan verdubbeld worden, van
300 MW naar 800 MW. De officiële inhuldiging vindt plaats in
het hoogspanningsstation te Moulaine in aanwezigheid van
Dominique Maillard, voorzitter van het Directiecomité van RTE,
en Daniel Dobbeni, CEO van Elia.
50Hertz Transmission en de Technische Universiteit
Brandenburg te Cottbus, in de buurt van Berlijn,
bekrachtigen de oprichting van een opleidingscen­
trum voor de specialisten van het controlecentrum
die instaan voor het operationele beheer van het net
van 50Hertz Transmission.
Sociaal
11 OKTOBER: OP WEG NAAR BALTIC 2
13 JULI: BELGISCHE TRANSMISSIETARIEVEN BEHOREN
TOT DE LAAGSTE IN EUROPA
ENTSO-E publiceert een overzicht van de transmissietarieven
voor 2009 en 2010 in meer dan 30 Europese landen. Deze stu­
die, die door de werkgroep “Economisch kader” van ENTSO-E
werd uitgevoerd, toont duidelijk aan dat de tarieven van de
transmissienetbeheerder Elia tot de laagste in Europa behoren.
14 JULI: STORMWEER TREFT OOK
HET HOOGSPANNINGSNET VAN ELIA
Het hoogspanningsnet wordt niet ontzien door de windhozen
die in alle hevigheid over ons land razen. De 380 kV-intercon­
nectie Achêne-Lonny en één van de drie verbindingen die de
ondersteunende diensten van de kerncentrale van Tihange van
stroom voorzien, delen in de klappen. De teams van Elia zijn
in de nacht van 14 op 15 juli tot laat in de weer om de situatie
te verhelpen. Half augustus wordt er een noodlijn geïnstalleerd
en starten de werken om alles in zijn oorspronkelijke staat te
herstellen. Deze werkzaamheden zullen waarschijnlijk tegen het
einde van het eerste semester van 2011 klaar zijn.
Milieu
50Hertz Offshore, een dochteronderneming van
50Hertz Transmission, sluit een contract met Gene­
ral Cable Group, die zal instaan voor de productie
en de aanleg van een 120 kilometer lange onder­
zeese kabel voor de aansluiting tegen 2012 van
Baltic 2, het tweede windmolenpark in de Oostzee.
Baltic 2 zal elk jaar 1.200 GWh leveren en zal een
daling van de CO2-uitstoot met 900.000 ton moge­
lijk maken.
Economisch
14 OKTOBER: ELIA WORDT AANDEELHOUDER
VAN APX-ENDEX
De overdracht aan de internationale energiebeurs
APX-Endex van de respectieve belangen die Elia en
TenneT in Belpex hebben, wordt bevestigd. Belpex
wordt een volwaardige dochteronderneming van
APX-Endex, terwijl Elia voortaan een belang van
20% heeft in het kapitaal. Dit is een grote stap voor­
uit met het oog op de oprichting van een geïnte­
greerde elektriciteitsmarkt voor Noordwest-Europa.
Van links naar rechts: Inhuldiging
van de versterking AubangeMoulaine – Stormweer treft ook
het hoogspanningsnet – Elia wordt
aandeelhouder van APX-Endex –
Teams onder hoogspanning.
Milieu
Sociaal
22 OKTOBER: EUROPESE STEUN VOOR OFFSHORE
NET IN DE OOSTZEE
26 NOVEMBER: TERNA EN 50HERTZ
TRANSMISSION SLUITEN AAN BIJ CORESO
De Deense netbeheerder, Energinet.dk, en 50Hertz Transmis­
sion ontvangen van de Europese Commissie een subsidie van
150 miljoen euro voor hun gezamenlijke plannen om een off­
shore net tussen de windparken Kriegers Flak en Baltic 2 aan
te leggen. Deze aansluiting, respectievelijk naar Denemarken
en Duitsland, zal een eerste stap zijn in de totstandkoming van
een net in de Oostzee.
De Italiaanse transmissienetbeheerder Terna en
50Hertz Transmission vervoegen Elia, RTE (Frank­
rijk) en National Grid (Groot-Brittannië) als aan­
deelhouders van het technisch coördinatiecentrum
Coreso dat in 2009 in Brussel werd opgericht.
Dat betekent dat Coreso vooruitzichten opstelt
en toezicht houdt op de elektriciteitsstromen voor
een regio die 215 miljoen inwoners telt en meer
dan 40% van het elektriciteitsverbruik in de Unie
vertegenwoordigt.
Economisch
9 NOVEMBER: MARKTKOPPELING MET NEGEN LANDEN!
De prijskoppeling binnen de Centraal-West-Europese regio en
de volumekoppeling tussen deze regio en de Scandinavische
markt gaan gelijktijdig – én met succes – van start. Hierdoor
kunnen de verbruikers uit negen landen (Benelux, Frankrijk,
Duitsland, Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden)
voortaan profiteren van een grotere convergentie tussen de
groothandelsprijzen, dankzij een optimale toewijzing van de
transmissiecapaciteit tussen deze landen. Elia en 50Hertz
­hebben een cruciale bijdrage geleverd aan de voltooiing van
dit project.
Sociaal
25 EN 26 NOVEMBER: TEAMS ONDER HOOGSPANNING
Met de medewerking van de Crisiscel van de Belgische fede­
rale regering wordt een crisissituatie op het net gesimuleerd.
Deze oefening heeft tot doel te controleren of de taken en de
verantwoordelijkheden goed over de verschillende betrokkenen
zijn verdeeld en of de uit te voeren procedures naar behoren
werken, teneinde de situatie zo snel mogelijk bij te sturen.
Milieu
21 DECEMBER: AANSLUITINGSCAPACITEIT
VOOR HERNIEUWBARE ENERGIE
Op initiatief van de Vlaamse minister van Energie
biedt Elia aansluitingscontracten aan om onder
bepaalde voorwaarden ongeveer 114 MW op basis
van hernieuwbare energiebronnen geproduceerde
energie aan te sluiten. Dit in afwachting van de
indienststelling van de versterking die Elia heeft
gepland met het project Stevin.
10 + 11
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
vooruitzichten en
uitdagingen voor 2011
Omzetting van de nieuwe
Europese richtlijn
Integratie van 60% van de
dochteronderneming 50Hertz Transmission
De omzetting in nationale wetgeving van het “derde
pakket” van Europese richtlijnen voor de ontwik­
keling van een interne gas- en elektriciteitsmarkt
is gepland voor maart 2011. Met het oog op de
politieke situatie in België bestaat wel degelijk het ri­
sico dat deze datum niet zal worden gerespecteerd.
Het dient echter opgemerkt dat Elia nu al voldoet
aan de vereisten die in de richtlijn voorkomen met
betrekking tot de onafhankelijkheid en de onpartij­
digheid van een netbeheerder.
In 2011 zal de prille samenwerking tussen de diensten van
Elia in België en die van 50Hertz Transmission in Duitsland
worden voortgezet. Een van de voornaamste doelstellingen is
het afstemmen van het financiële beheer van 50Hertz op dat
van de Elia groep. Daarnaast wordt enerzijds gestreefd naar
een optimalisering van verschillende processen, voor onder
meer aankopen, informatica, de planning van netinvesteringen,
onderhoudsbeleid en human resources, en anderzijds naar de
uitwisseling van expertise op het gebied van de veilige integra­
tie van hernieuwbare energie.
Tweede meerjarige tariefperiode
Offshore netten, de elektriciteitssnelwegen
van de toekomst
Elia werkt sinds 1 januari 2008 met een systeem
van meerjarentarieven die voor 4 jaar vastliggen. De
eerste tariefperiode loopt af op 31 december 2011.
Volgens de bestaande procedure moet Elia voor
30 juni aan de federale regulator een tariefvoorstel
voorleggen voor de periode van 1 januari 2012
tot en met 31 december 2015. Dit voorstel wordt
vervolgens bestudeerd door de CREG. Na afloop
van deze procedure worden de tarieven vastgesteld
die vanaf 1 januari 2012 van toepassing zijn voor
onze klanten. In deze context is de omzetting van
het derde pakket Europese richtlijnen in Belgische
wetgeving binnen de door de Europese Commissie
vooropgestelde termijn een belangrijke stabiliteits­
factor.
De rol van de netbeheerders in de uitvoering van het energie­
beleid – waarbij sterk de nadruk wordt gelegd op een forse
vermindering van de CO2-uitstoot – is nog nooit zo duidelijk
geweest als vandaag. Voor de integratie van het belangrijk
aandeel aan hernieuwbare energiebronnen met een variabel
karakter moet op nooit eerder geziene schaal nieuwe transmis­
sie-infrastructuur worden ontwikkeld, zowel op zee als op het
vasteland. Deze transmissiecapaciteit is absoluut noodzakelijk,
zowel om de grote volumes energie te vervoeren die worden
geproduceerd op plaatsen die steeds verder verwijderd liggen
van de verbruikscentra als om de komst van het grote aantal
kleine en middelgrote productie-eenheden op te vangen die op
de distributienetten zijn aangesloten.
Om de integratie van het belangrijk aandeel
aan hernieuwbare energiebronnen met een
variabel karakter mogelijk te maken en aan de
Europese energiedoelstellingen te voldoen,
moet op nooit eerder geziene schaal nieuwe
transmissie-infrastructuur worden ontwikkeld
(zowel op zee als op het vasteland), moeten ook
de markten worden uitgebreid en de toekomstige
elektriciteitssnelwegen worden ontwikkeld.
Het financieren van investeringen, het bereiken van
de maatschappelijke consensus die noodzakelijk is
om bouwvergunningen te verkrijgen, het invoeren
van de meest geavanceerde technologieën voor het
beheer van alsmaar minder voorspelbare energie­
stromen (omdat ze afhankelijk zijn van de weersom­
standigheden), het ontwikkelen van competenties
en expertise in domeinen die zich razendsnel
ontwikkelen… dat zijn de uitdagingen waaraan de
Elia groep in 2011 en de daaropvolgende jaren het
hoofd zal moeten bieden.
Behoud van de netveiligheid
De voortdurende toename van de elektriciteitsuit­
wisselingen op het Europese transmissienet heeft
tevens tot gevolg dat de huidige werkwijzen voor
de exploitatie van de netten ter discussie worden
gesteld. De uitbreiding eind 2010 van Coreso, het
Europees regionaal coördinatiecentrum dat door
Elia samen met zijn Franse en Britse collega’s werd
opgericht, met het Italiaanse Terna en het Duitse
50Hertz is een van de initiatieven die tot doel heb­
ben om de betrouwbaarheid van de exploitatie
van de geïnterconnecteerde netten in CentraalWest-Europa te versterken. Met de overname van
50Hertz zet de groep – die zich op een scharnier­
punt bevindt tussen de West-, Oost- en NoordEuropese energiemarkt – zijn engagement verder
om de zekerheid van de elektriciteitsbevoorrading in
Europa te bevorderen, wat van essentieel belang is
voor onze economieën en gemeenschappen.
Uitbreiding van de markten
De succesvolle koppeling van de day-aheadmarkten van 9
Europese landen was in november 2010 een feit. Intussen
zijn de werkzaamheden gestart voor de uitbreiding van deze
koppeling tot Groot-Brittannië binnen de regionale markt
“Noord-West”. De netbeheerders en de elektriciteitsbeurzen
leveren eveneens een actieve bijdrage aan de integratie van de
intradaymarkten. Tegelijkertijd zal in de volgende jaren ook de
integratie van de energiebeurzen actief worden voortgezet. In
dit verband kunnen onder meer de verankering van de Belgi­
sche beurs Belpex binnen APX-Endex en de participatie van
Elia in het kapitaal van de groep als de belangrijkste realisaties
van 2010 worden beschouwd.
Nieuwe interconnecties
In het kader van Nemo, d.i. het project voor de aanleg van
een interconnectie tussen het net van Elia in België en dat van
National Grid in het Verenigd Koninkrijk, werd reeds aanzienlijke
vooruitgang geboekt. Verder bevestigen Elia en de Duitse net­
beheerder Amprion dat ze van plan zijn om een interconnec­
tieverbinding te bouwen tussen België en Duitsland. Door de
keuze van de technologie (gelijkstroom onder hoge spanning)
en het regelbare karakter van de interconnectie zou er sprake
zijn van een eerste segment voor een van de toekomstige
Europese elektriciteitssnelwegen. Deze zouden onder meer de
bevoorradingszekerheid moeten versterken en het concurren­
tievermogen van de Europese ondernemingen bevorderen.
12 + 13
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
de Elia groep in 2010
een strategische wending
In 2010 kent de evolutie van de onderneming een
opvallende wending: met de overname van 50Hertz
Transmission verruimt de Belgische netbeheerder
zijn activiteiten naar Europa. De “Elia groep” is
vandaag een van de vijf grootste transmissienetbe­
heerders voor elektriciteit in Europa.
Onafhankelijk, met een sterke
openbare verankering
Elia beantwoordt sinds zijn oprichting in juni 2001
grotendeels aan de vereisten op het gebied van
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van een
transmissienetbeheerder, zoals in de bepalingen
van de derde Europese richtlijn is vastgelegd.
Zo is Elia er niet alleen in geslaagd om een groot
aantal initiatieven te nemen om de werking van de
Belgische markt te verbeteren en de concurrentie
tussen Belgische en buitenlandse leveranciers te
vergroten, maar was de onderneming tegelijkertijd
in staat om een uitstekende bevoorradingskwaliteit
te handhaven.
De beursintroductie van 40% van het kapitaal in
2005 en de geleidelijke afbouw van het aandeel van
de historische aandeelhouder hebben in mei 2010
tot de terugtrekking van Electrabel – GDF-Suez uit
het kapitaal van Elia geleid, met een versterking van
de publieke verankering en de free float tot gevolg.
MOTOR VOOR INNOVATIE OP DE ELEKTRICITEITSMARKT
EN CENTRAAL IN HET EUROPESE NET
Door zijn geografische ligging vormt België het centrum van
het elektrische systeem van Centraal-West-Europa. Sinds zijn
oprichting heeft Elia voortdurend inspanningen geleverd om de
integratie van het Belgische net in de markt van Centraal-WestEuropa te versterken. In dit kader werd de interconnectiecapa­
citeit met Frankrijk en Nederland versterkt, om een grotere uit­
wisselingscapaciteit (in- en uitvoer) mogelijk te maken. Dat was
essentieel voor de instandhouding van de bevoorradingszeker­
heid en de totstandkoming van een concurrerende markt. Af­
gezien van deze investeringen heeft Elia nog tal van initiatieven
genomen, zoals de ontwikkeling van marktmechanismen als
de trilaterale marktkoppeling, de oprichting van de Belgische
elektriciteitsbeurs, alsook van CASC-EU, het eerste grensover­
schrijdende centrum voor de toewijzing van capaciteit via veilin­
gen, en van Coreso, het eerste gezamenlijk regionaal technisch
coördinatiecentrum van meerdere transmissienetbeheerders.
Elia heeft eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de
integratie van hernieuwbare energie.
De overname van 50Hertz is een logisch gevolg van deze Eu­
ropese aanpak, nu de integratie van de markten de nationale
grenzen duidelijk overschrijdt.
KLAAR VOOR DE INTEGRATIE VAN
HERNIEUWBARE ENERGIE
Door hun respectieve strategische ligging aan de Noord- en de
Oostzee bevinden Elia en 50Hertz zich in een ideale uitgangs­
positie om een belangrijke rol te spelen bij de integratie van
windenergie – zowel onshore (al op grote schaal aanwezig in
het net van 50Hertz) als offshore – en, afgezien daarvan, bij
de totstandkoming van toekomstige netten op zee en andere
elektriciteitssnelwegen om de energie- en klimaatdoelstellingen
van de Europese Unie te kunnen verwezenlijken.
TENNET GMBH
Hamburg
Planned Offshore Windfams
Power Plants
High voltage lines
Berlin
TENNET
Postdam
Leipzig
AMPRION
Dresden
EnBW
TNG
GROTERE TOEGEVOEGDE WAARDE VOOR
DE AANDEELHOUDERS
De activiteiten en het risicoprofiel van Elia en 50Hertz, twee
beheerders van het transmissienet voor elektriciteit, zijn verge­
lijkbaar. Dankzij de overname van 50Hertz Transmission kan de
Elia groep niet alleen een grotere diversificatie van het wetge­
vende en regulatoire risico garanderen, in het belang van de
aandeelhouder, maar ook perspectieven voor organische groei.
Een bredere dimensie voor Belpex,
de Belgische energiebeurs
2010 is ook een sleuteljaar geweest voor de
Belgische energiebeurs Belpex, die in 2006 werd
opgericht door Elia, Tennet (de Nederlandse net­
beheerder), RTE (de Franse netbeheerder), APX en
Powernext (respectievelijk de Nederlandse en de
Franse elektriciteitsbeurs).
VERBETERDE OPERATIONAL EXCELLENCE
Door het uitwisselen van hun best practices zullen Elia en
50Hertz Transmission perfect voorbereid zijn om het hoofd te
bieden aan de steeds grotere complexiteit van de elektrische
systemen in Europa door de stijging van de grensoverschrij­
dende uitwisselingen en het groeiend aandeel van hernieuw­
bare energie waarvan de productie sterk weersgebonden is.
Door op verschillende niveaus een uniforme aanpak uit te wer­
ken, met name op het gebied van aankopen, informatica en
het onderhoudsbeleid, zal de Elia groep zijn operational excel­
lence in de toekomst verder kunnen verbeteren, ten voordele
van de verbruiker en van zijn aandeelhouders.
De voor de overname van 50Hertz Transmission opgezette
financiële structuur leidt bovendien tot een volledige neutraliteit
inzake de tarieven, zowel in België als in Duitsland. Op deze
manier kunnen de belangen van de verbruikers in beide landen
veilig worden gesteld.
Elia en TenneT hebben ieder hun aandeel in Belpex
overgedragen aan APX-Endex (de andere aan­
deelhouders van Belpex hebben hun aandelen
verkocht). Elia heeft gelijktijdig een 20% participatie
in het kapitaal van APX-Belpex-Endex verworven en
is voortaan ook vertegenwoordigd in de bestuursor­
ganen van de groep. Deze nieuwe entiteit heeft een
belangrijke Europese dimensie door zijn aanwezig­
heid als energiebeurs – voor elektriciteit, gas en
groenestroomcertificaten – in België, Nederland en
het Verenigd Koninkrijk.
Deze operatie vormt een belangrijke stap met het
oog op de integratie van de elektriciteitsbeurzen op
de Noordwest-Europese markt en consolideert het
werk dat door Belpex en Elia wordt verricht in een
Europese context die voortdurend in ontwikkeling is.
14 + 15
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
Op 12 maart maken Elia en Industry
Funds Management (IFM), één van de
grootste beheerders van investeringen
in infrastructuur wereldwijd, bekend dat
ze een akkoord hebben ondertekend
over de overname van de Duitse
transmissienetbeheerder voor
elektriciteit 50Hertz Transmission van
Vattenfal Europe AG, de derde grootste
elektriciteitsproducent in Duitsland.
het aandeel van Elia
in 2010
Algemeen genomen was 2010 een redelijk stabiel beursjaar,
zeker in vergelijking met de afgelopen jaren, ondanks de
eurocrisis die vorige zomer door verschillende landen in ZuidEuropa werd teweeggebracht.
Het Elia-aandeel kende in 2010 een stijgende trend,
met een daling in mei en juni ten gevolge van een
aantal belangrijke operaties, zoals de volledige
terugtrekking van GDF-Suez uit het aandeelhou­
dersschap (door middel van de versnelde plaatsing
van de Elia-aandelen bij institutionele investeerders
op 18 mei), evenals de uitbetaling van een dividend
van € 1,38 op 21 mei en de aankondiging van een
kapitaalverhoging van € 299,4 miljoen tegen een
uitgifteprijs van € 24,80 op 3 juni.
De activiteiten van de groep zijn nu zowel in België als in Duits­
land gereguleerd. Het risicoprofiel van de onderneming is sterk
verbeterd dankzij de overname van 50Hertz Transmission,
aangezien hiermee een belangrijk deel van het wetgevende en
regulatoire risico werd gediversifieerd.
Dankzij deze succesvolle kapitaalverhoging heeft
het aandeel zich snel hersteld. In juli steeg het op­
nieuw tot ongeveer € 26,5. Deze positieve evolutie
heeft zich in de daaropvolgende maanden doorge­
zet, waardoor het beursjaar op 31 december met
een koers van € 28,66 kon worden afgesloten.
Sinds 1 januari 2008 werkt Elia in België met een systeem
van tarieven die voor vier jaar vastliggen. De tarieven van de
volgende regulatoire periode (2012-2015) worden in 2011 vast­
gesteld. In Duitsland duurt de regulatoire periode, die in 2009 is
ingegaan, vijf jaar, dus tot 2013.
■ Prijs
Prijs (€)
■ Volume
Volume (’000)
29
200
180
160
28
140
120
27
100
80
60
26
40
20
25
JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEPT
OCT
NOV
DEC
0
De activiteiten van de groep zijn
nu zowel in België als in Duitsland
gereguleerd. Het risicoprofiel van de
onderneming is sterk verbeterd dankzij
de overname van 50Hertz Transmission,
aangezien hiermee een belangrijk deel
van het wetgevende en regulatoire ­
risico werd gediversifieerd.
De liquiditeit van het aandeel steeg met ongeveer 115% (van
gemiddeld 10.717 aandelen per dag naar gemiddeld 23.096
aandelen per dag). Dat is vooral het gevolg van de stijging tot
meer dan 50% van het aantal vrij beschikbare aandelen (free
float) en het succes van de kapitaalverhoging.
Het Elia-aandeel sloot het jaar 2009 af op € 27,30. Eind 2010
bedroeg de slotkoers € 28,66. Het aandeel steeg in 2010 dus
met 4,98%. Rekening houdend met het dividend van € 1,38 is
het aandeel op jaarbasis met 10,04% gestegen.
De laagste koers van 2010 bedroeg € 23,92 en dateert van
8 juni 2010, terwijl de hoogste koers van € 29,45 in december
werd genoteerd.
Op jaarbasis heeft het Elia-aandeel in 2010 dus 2,31% beter
gepresteerd dan de Bel20-index die in datzelfde jaar met
2,67% is gestegen.
■ Elia ■ Bel20
109
108
107
106
105
104
103
102
101
100
99
98
97
96
95
94
93
92
91
JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEPT
OCT
NOV
DEC
16 + 17
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
■ Elia ■ Tema ■ Red Electrica ■ National Grid ■ DJ Utility index
115
110
105
100
95
90
85
80
75
70
JAN
FEB
MAA
APR
MEI
Afgezien van de Italiaanse netbeheerder Terna
(+6%) noteerde Elia het voorbije jaar betere
resultaten dan zijn Spaanse collega Red Electrica
(-8,2%) en dan de Britse netbeheerder National Grid
(-9,4%). Ter vergelijking kan hier nog aan toe wor­
den gevoegd dat de elektriciteitssector als geheel
in 2010 een terugval heeft gekend van 14,9% (zie
onderstaande grafiek).
Maand
Volume
JUN
JUL
SEPT
OCT
NOV
DEC
Met 60.355.217 uitstaande aandelen bedroeg de beurskapitali­
satie eind december € 1.729.780.519.
In 2010 werden op Euronext Brussel in totaal 5.958.886 Eliaaandelen verhandeld, of 18,95% van de vrij verhandelbare
aandelen.
Hieronder vindt u een overzicht van de maandstatistieken over
2010 van het Elia-aandeel op Euronext Brussel.
Slotkoers
(daggemiddelde)
AUG
Koers
Hoogste
Laagste
Onloopsnelheid
Beurskap.
Freefloat
in € m
Januari
12.178
27,35
29,00
27,05
1,25%
1.321
Februari
8.913
27,79
28,52
27,30
0,91%
1.342
Maart
11.233
27,83
28,77
27,58
1,32%
1.344
April
9.070
28,52
29,19
27,86
0,93%
1.377
Mei
25.974
26,49
28,90
25,54
2,80%
1.279
Juni
59.592
25,64
26,58
23,92
4,17%
1.548
Juli
30.315
26,41
27,20
25,50
2,12%
1.594
Augustus
14.866
26,78
26,95
26,20
1,04%
1.616
September
35.929
26,86
27,35
25,85
2,51%
1.621
Oktober
20.131
27,20
28,10
26,91
1,34%
1.642
November
24.738
27,23
27,75
27,00
1,73%
1.643
December
21.156
28,66
29,45
27,15
1,55%
1.730
2010
23.096
28,66
29,45
23,92
18,95%
1.730
Succesvolle kapitaalverhoging
met het oog op de financiering
van een participatie van 60%
in 50Hertz Transmission
Elia heeft in juni 2010 een kapitaalverhoging van
€ 299,4 miljoen gerealiseerd om de overname
(voor een bedrag van € 278,7 miljoen) van 60%
in 50Hertz, de Duitse transmissienetbeheerder
voor elektriciteit, te financieren. De operatie werd
begeleid door KBC Securities, ING, BNP Paribas
Fortis en Dexia. Er zijn roadshows georganiseerd
in Londen, Parijs en Brussel voor de institutionele
investeerders en in Brussel (Heizel) voor de retail.
Tijdens de inschrijvingsperiode met voorkeurrech­
ten tussen 4 en 18 juni 2010 kon voor elke vier
voorkeurrechten op één nieuw aandeel worden
ingeschreven tegen de uitgifteprijs van € 24,80.
Bij de uitoefening van dit voorkeurrecht werden
11.085.617 nieuwe aandelen onderschreven, dus
91,84% van het aangeboden volume van € 299,4
miljoen voor de retail.
Publi-T, Publipart en de Groep Arco hebben gebruik
gemaakt van hun voorkeurrecht en hebben respec­
tievelijk voor een bedrag van € 135,8 miljoen, € 7,6
miljoen en € 31,1 miljoen aandelen onderschreven.
De 3.941.704 niet-uitgeoefende rechten zijn op 22
juni in de vorm van scrips aan institutionele beleg­
gers aangeboden. Deze werden in minder dan een
uur verkocht tegen een prijs van € 0,20 per scrip,
waardoor de aankoopprijs van het aandeel € 25,60
bedroeg.
Alle 48.284.172 rechten zijn dus uitgeoefend en
de 12.071.043 nieuwe aandelen werden allemaal
onderschreven. Dit betekent dat de voorziene kapi­
taalverhoging ten belope van € 299,4 miljoen op 25
juni 2010 volledig is onderschreven. Op deze datum
werden de nieuwe aandelen met VVPR-strip ook
voor de eerste keer op de gereglementeerde markt
van Euronext Brussel genoteerd.
Aanstelling van twee liquiditeitsverschaffers
voor het Elia-aandeel
Elia heeft eind 2009 met KBC Securities en Bank Degroof,
beide officieel erkend door NYSE Euronext, een contract
van marktanimator of “liquidity provider” afgesloten. Deze
overeenkomst werd aangegaan om de liquiditeit van het Eliaaandeel te bevorderen.
Deze twee financiële instellingen zijn sinds 1 december 2009
voortdurend aanwezig in het orderboekje voor het Elia-aandeel
en treden zowel op bij verkoop als bij aankoop.
Het Elia-aandeel en zijn codes
AANDELENINDEXEN
Op 31 december 2010 was het Elia-aandeel opgenomen in de
Bel Mid-index. Het gewicht van Elia in deze index bedroeg op
dat ogenblik 4,05%. Het aandeel bekleedde daarmee de 7de
plaats in deze index.
Elia aandeel
op de beurs
Elia strips
op de beurs
Beurs
Euronext Brussel
Euronext Brussel
Index
BEL MID
-
Ticker
ELI
ELIS
BE 0003822393
BE 0005597688
ISIN
Code Bloomberg
ELI BB
ELI BB
Code Reuters
ELI BR
ELI BR
18 + 19
EXECUTIVE REPORT
ELIA 2010
In 2002 werd Vigeo opgericht door Nicole Notat. Intussen is
het uitgegroeid tot het belangrijkste Europese expertisebureau
op het gebied van analyse, notering en audit-advies aan
organisaties. Vigeo bekijkt hun manier van werken, hun praktijken
en resultaten en hoe zij inspelen op de uitdagingen op het vlak
van milieu, maatschappij en governance (“ESG3: Environmental,
Social en Governance). www.vigeo.com.
Duurzaam en maatschappelijk
verantwoord ondernemen
Transparantieregels en
kennisgeving van deelnemingen
Elia wil zich op dit gebied engageren en wil zijn beleggers
de garantie bieden dat ze uitsluitend investeren in duurzame
ondernemingen die een pioniersrol spelen of een voorbeeld­
functie hebben voor hun sector, en dit in alle domeinen van het
maatschappelijk verantwoord ondernemen.
In overeenstemming met de Belgische Transparan­
tiewet dienen deelnemingen van ten minste 5% (of
een veelvoud van 5%) in het totale aandelenkapitaal
zowel aan de CBFA als aan de betrokken onderne­
ming zelf te worden gemeld.
Elia is genoteerd door het extra-financiële agentschap Vigeo.
Op 11 mei 2010 hebben Publi-T en Publipart
bekendgemaakt dat hun respectieve participatie in
Elia 45,37% en 2,53% bedroeg. GDF-Suez heeft,
eveneens op 11 mei 2010, gemeld dat zijn parti­
cipatie gedaald was tot 11,74%. Op 21 mei 2010
heeft GDF-Suez meegedeeld dat zijn participatie in
Elia tot 0% was herleid.
Vigeo analyseert elk bedrijf op basis van de volgende
zes aspecten:
• relaties met klanten/leveranciers,
• mensenrechten,
• milieu,
• maatschappelijke betrokkenheid,
• corporate governance,
• human ressources.
Daarnaast is het Elia-aandeel ook opgenomen in het SNS SRI
Universum van Kempen en ASN Bank.
Op 25 juni 2010 heeft de Groep Arco laten weten
dat zijn participatie in Elia op dat moment 8,79%
bedroeg.
Structuur van het
aandeelhoudersschap
Op 31 december 2010 was de structuur van het
aandeelhoudersschap van Elia System Operator NV
als volgt:
Publi-T
Aandelen
% Aandelen
% Stemrechten
27.383.507
45,37
45,37
Publipart
1.526.756
2,53
2,53
Groep Arco
5.306.880
8,79
8,79
26.138.074
43,31
43,31
60.355.217
100,00
100,00
Overige free float
Totaal
Dividend
Beleggers
De raad van bestuur van Elia heeft op 24 februari 2011 beslist
om op de algemene vergadering van aandeelhouders van 10
mei 2011, in overeenstemming met het dividendbeleid en onder
voorbehoud van de goedkeuring van de winsttoewijzing door
de jaarlijkse algemene vergadering, een normaal dividend van
€ 84,5 miljoen, of € 1,40 per aandeel (bruto), voor te stellen.
Dit komt overeen met een nettobedrag van € 1,05 per aandeel
zonder VVPR-strip of van € 1,19 per aandeel met VVPR-strip.
Voor alle vragen over Elia en zijn aandeel kunt u
contact opnemen met:
De aandelen aan toonder zullen worden uitbetaald in de
kantoren van de volgende bankinstellingen: Fortis Bank, ING
België, KBC Bank en Dexia Bank. Voor de aandelen op effec­
tenrekeningen zullen de bank of de effectenagent automatisch
overgaan tot de uitkering van de dividenden. Voor de aandelen
op naam zal Elia het dividend rechtstreeks uitbetalen.
Dividendbeleid
Elia is statutair verplicht om minstens 85% van zijn winsten uit
te keren, na afhouding van 5% voor de wettelijke reserve.
Dit komt overeen met een uitbetalingsratio van 81% van de
gerapporteerde winst.
Elia
Departement Investor Relations
Keizerslaan 20
1000 Brussel
België
Tel.: +32 2 546 72 39
Fax: +32 2 546 71 80
E-mail: [email protected]
Op de website van Elia, www.elia.be, vindt u in drie
talen (Frans, Nederlands, Engels) informatie over
de groep (persberichten, jaarverslagen, aandelen­
koersen, kennisgevingen en dergelijke meer). In zijn
financiële nieuwsbrief “Investor News” geeft Elia de
beleggers actuele informatie over de onderneming.
Indien u deze nieuwsbrief via e-mail wenst te ont­
vangen, kunt u zich inschrijven op onze website.
Door de invoering van meerjarentarieven moet een deel van de
nettowinst die voortkomt uit het doorrekenen van de meer­
waarde van buitengebruikstellingen in de tarieven, verplicht
in het eigen vermogen worden gereserveerd. Hierdoor is de
globale uitbetalingsratio (pay-out) licht gedaald, maar is tegelij­
kertijd de (auto)financieringscapaciteit aanzienlijk toegenomen.
Financiële kalender
25 februari 2011 (08.00 uur)
Begin april 2011
10 mei 2011
13 mei 2011
25 mei 2011
26 augustus 2011 (08.00 uur)
15 november 2011
Publicatie van jaarcijfers 2010
Jaarverslag 2010 beschikbaar in pdf-formaat
Algemene vergadering
Tussentijdse verklaring 1ste kwartaal 2011
Betaling dividend over 2010 (coupon nr. 6)
Publicatie van halfjaarcijfers 2011
Tussentijdse verklaring 3de kwartaal 2011
economisch
verslag
Met het oog op de energie-uitdagingen van de 21ste eeuw spelen
de transmissienetbeheerders voor elektriciteit een cruciale rol
bij het verwezenlijken van de ambitieuze doelstellingen die de
Europese Unie heeft vastgelegd. In deze context nemen Elia en
50Hertz Transmission op proactieve wijze hun verantwoordelijkheid
ten dienste van hun klanten en van de gemeenschap, door zich
vandaag en in de toekomst voortdurend in te zetten voor de
bevoorradingzekerheid van elektriciteit.
22 + 23
Martine Verelst, European Market Integration, maakt
deel uit van het team dat actief heeft meegewerkt aan
het succes van de marktkoppeling die in november
2010 van start is gegaan.
“In november 2006 werd het startsein gegeven voor
de trilaterale marktkoppeling tussen Frankrijk, België
en Nederland. Ik was zelf bij de operationele kant van
dit project betrokken, aangezien ik in die periode ver­
antwoordelijk was voor de dienst Nominaties1. In juni
2007 werd door de ministers van Energie, de regu­
latoren, de elektriciteitsbeurzen, de marktpartijen en
de netbeheerders een “Memorandum of Understan­
ding” ondertekend, om de koppeling uit te breiden
tot Duitsland en het Groothertogdom Luxemburg
binnen de Centraal-West-Europese regio (CWE).”
In dit akkoord waren drie belangrijke aspecten opge­
nomen: het veilig stellen van de bevoorradingszeker­
heid, de harmonisatie van de veilingregels op lange
termijn en de totstandbrenging van een pentalaterale
marktkoppeling.
Er werd niet alleen een beroep gedaan op Martine
tijdens de ontwerpfase van de pentalaterale koppe­
ling, maar ook voor het project inzake de harmoni­
satie van de veilingregels op lange termijn. Na de
geboorte van haar eerste kindje werd ze begin 2010
ingezet bij de uitbreiding van de marktkoppeling.
“De ontwerpfase was achter de rug en we waren in
de implementatiefase beland. Op dat ogenblik stond
ik in voor de interne coördinatie tussen alle perso­
neelsleden binnen Elia die deel uitmaakten van de
verschillende werkgroepen van het project: experts
op het gebied van netbeheer voor de capaciteitsbe­
rekeningen, deskundigen op het vlak van marktme­
chanismen, uiteraard ook IT-specialisten, juristen en
experts op het gebied van regulatoire aangelegenhe­
den, communicatie, … ”
Dankzij deze aanpak hadden de verschillende actoren binnen Elia op elk
ogenblik een duidelijke kijk op de voortgang van de werkzaamheden – een
algemene visie die de grenzen van de verschillende betrokken disciplines
overschreed.
“We waren van meet af aan erg gemotiveerd, wellicht omdat we mee aan
de wieg hadden gestaan van de trilaterale koppeling die als een model voor
Europa werd beschouwd. Het was aan ons om te bewijzen hoe waardevol
deze aanpak was. Onze compromisbereidheid en ons oog voor het alge­
meen belang werden door de talrijke deelnemers aan dit pan-Europese
project erkend en gewaardeerd. Onze interne organisatie was eveneens
een onmiskenbare troef: een betere doorstroom van informatie, kortere be­
sluitvormingsprocedures, een efficiënte coördinatie, …”
Dat het een uiterst complex project was, ontkent Martine niet: “Er zaten
heel wat deelnemers rond de tafel – netbeheerders, energiebeurzen en re­
gulatoren – met zeer uiteenlopende benaderingen, verschillen op het vlak
van wetgeving, diverse gevoeligheden en soms ook tegengestelde belan­
gen tot gevolg.”
Toen de lancering nabij was, werd het besluit genomen om de CWE-kop­
peling uit te breiden tot de Scandinavische landen, waardoor nieuwe tech­
nische, juridische, regulatoire en financiële hindernissen dienden te worden
overwonnen.
“Gelukkig zijn de marktspelers ons hierin gevolgd en kregen we hun ver­
trouwen”, voegt Martine er nog aan toe.
Het hoogtepunt van dit project? “Dat was zonder twijfel de dag van de
lancering, toen ik in real time heb gezien dat alles perfect werkte en dat het
ons bovendien gelukt was om voor elk uur van de dag een koppeling tot
stand te brengen. De marktspelers hebben vandaag op transparante wijze
toegang tot een markt die zich uitstrekt van Frankrijk tot Finland. We zijn in
ons opzet geslaagd!”
Wat de volgende stappen zijn? De overgang van het bestaande model
voor capaciteitsberekening, dat in eerste instantie de voorkeur kreeg, naar
het “flow based”-model en de uitbreiding tot de regio North West Europe,
waartoe ook het Verenigd Koninkrijk behoort. Mooie vooruitzichten voor
Martine en haar collega’s van European Market Integration!
1 D
it is de dienst waar de evenwichtsverantwoordelijken elke dag, voor de daaropvolgende dag, hun programma’s voor de
uitwisseling van energie op het net indienen.
Martine Verelst
EUROPEAN MARKET INTEGRATION
24 + 25
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
netexploitatie
De exploitatie van het net behoort tot de kerntaken
van de Elia groep en van zijn twee polen, de twee
transmissienetbeheerders, waarvan de ene actief is
in België en de andere in het noorden en het oosten
van Duitsland. De exploitatie van het net wordt
gepland over verschillende tijdsbestekken, gaande
van een jaar tot D-1 voor het previsionele beheer,
tot de exploitatie in real time, 7 dagen op 7, 24 uur
per dag.
De nationale controlecentra staan in voor het
onmiddellijke evenwicht tussen de productie en het
verbruik, evenals voor de coördinatie van de ener­
giestromen op hun respectieve netten, in nauwe
samenwerking met de transmissienetbeheerders
van de buurlanden. De regionale controlecentra zien
met name toe op de kwaliteit van de bevoorrading
aan de distributienetbeheerders en de industriële
klanten die op het transmissienet zijn aangesloten.
Zij werken nauw samen met de teams op het terrein
die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van
het net.
Om deze taak naar behoren te kunnen uitvoeren,
zijn steeds sterker gespecialiseerde competenties
nodig: de exploitatie van het net maakt vandaag im­
mers deel uit van een Europees geheel. Zowel het
Belgische net van Elia als het Duitse net dat door
50Hertz Transmission wordt beheerd, zijn onderdeel
van het continentale net, dat synchroon gekoppeld
is, van Portugal tot Oekraïne!
Dankzij de liberalisering van de interne elektrici­
teitsmarkt zijn de uitwisselingen via dit net almaar
verder toegenomen. Dat komt onder andere door
de prijsverschillen tussen de verschillende nationale
markten. Het groeiende aandeel van energie op basis van
hernieuwbare energiebronnen, zoals deze afkomstig van grote
windmolenparken op zee die in de toekomst zullen worden
opgericht, zal de variabiliteit van de energiestromen op het net
vergroten. De geleidelijke invoering van balancingmechanismen
voor de intradaycapaciteit zal het mogelijk maken om in te spe­
len op de behoeften van deze spelers, door hen de mogelijk­
heid te bieden om hun productie op elk moment van de dag zo
goed mogelijk af te stemmen op het verbruik van hun klanten.
Dit zal tot een grotere variabiliteit van de energiestromen leiden,
wat impliceert dat door meerdere transmissiebeheerders op
een gecoördineerde manier operationele maatregelen zullen
moeten worden genomen om een betrouwbare en continue
bevoorrading te handhaven.
Met het oog hierop heeft Elia dwarsregeltransformatoren in
gebruik genomen. Dit zijn regelinstrumenten die het mogelijk
maken om de elektriciteitsstromen over een groter aantal
verbindingen van het Centraal-West-Europese net te verdelen.
Deze transformatoren, de grootste in Europa, zijn begin 2009
in dienst gesteld en dienen in nauw overleg met de transmis­
sienetbeheerders van de buurlanden te worden geëxploiteerd.
Elia richtte samen met zijn Franse en Britse collega’s RTE en
National Grid zo het regionaal technisch coördinatiecentrum
Coreso op in Brussel. Als Europees regionaal coördinatiecen­
trum evalueert Coreso wekelijks, dagelijks en in near real time
het risico op incidenten op het Centraal-West-Europese net.
Het waarschuwt de betrokken netbeheerders, waaronder Elia,
en stelt preventieve maatregelen voor, waarbij de dwarsregel­
transformatoren een cruciale rol spelen. In november 2010 zijn
de Italiaanse netbeheerder Terna en 50Hertz Transmission toe­
getreden tot Coreso. De reikwijdte van de geografische zone
die onder toezicht van Coreso staat, is hiermee verdubbeld.
De exploitatie van het net behoort tot de kerntaken
van de Elia groep en van zijn twee transmissienetbeheerders, de ene in België en de andere in het
noorden en het oosten van Duitsland. De exploitatie
van het net wordt gepland over verschillende tijdsbestekken voor het previsionele beheer, tot de exploitatie in real time, 7 dagen op 7, 24 uur per dag.
Lorenz Müller,
Portfolio Management, 50Hertz Transmission
Lorenz Müller staat intussen drie jaar aan het hoofd van het departement Portfolio Management van 50Hertz. Zijn team en hijzelf zijn
bevoegd voor de strategische en de conceptuele aspecten van de
ontwikkeling van de markt, de aankoop van energie en de ondersteunende diensten.
“In het kader van onze verantwoordelijkheden staan wij onder andere in
voor het bevorderen van de nationale elektriciteitsmarkt en de Europese
elektriciteitsmarkt, alsook voor het ondersteunen van de prioritaire integratie van hernieuwbare energiebronnen. In samenwerking met onze collega’s
van het departement System Management ontwikkelen en leveren wij
instrumenten voor systeembeheer, congestiebeheer en de integratie van
hernieuwbare energie.”
De uitvoering van de bovengenoemde activiteiten gebeurt in nauw overleg
met de politieke besluitvormers en de Duitse reguleringsinstanties die het
wettelijke kader voor deze operaties vastleggen. Lorenz en zijn team hebben op dit vlak al heel wat vooruitgang geboekt.
“Wij definiëren marktmodellen voor hernieuwbare stroom overeenkomstig
de bepalingen van het Duitse Decreet inzake hernieuwbare energie (EEG),
we ontwikkelen optimale procedures voor de aankoop van energie, de compensatie van verliezen en het regelvermogen, net als nieuwe instrumenten
voor het beheer van de mechanismen van de evenwichtseenheden. Daarnaast staan we in voor een aantal operationele taken, zoals de aankoop op
middellange en lange termijn van energie ter compensatie van netverliezen
en de organisatie van aanbestedingen voor het regelvermogen, zonder het
opstellen van vooruitzichten van liquiditeiten veroorzaakt door de ondersteuningsmaatregel voor hernieuwbare energie te vergeten. Gezien de omvang
van de volumes aan groene energie is dat geen eenvoudige opdracht. Wij
zijn vandaag al een van de belangrijkste spelers op de energiebeurs!”
26 + 27
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
■ 2008 ■ 2009 ■ 2010
GWh
9000
8000
7000
6000
5000
4000
3000
2000
1000
0
JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
50Hertz Transmission, dat zich op een scharnierpunt bevindt
tussen West-, Noord- en Oost-Europa, maakt tevens deel uit
van TSO Security Cooperation (TSC). Dit is een samenwer­
kingsinitiatief van 11 Europese netbeheerders dat tot doel heeft
het veilige beheer van de transmissienetten voor elektriciteit in
Centraal-Europa te bevorderen.
Coreso en TSC spelen allebei een actieve rol in de marktkop­
peling die in november 2010 tot negen landen werd uitgebreid
(Frankrijk, Benelux, Duitsland, Scandinavische landen).
Bevoorradingszekerheid
In België is de bevoorradingszekerheid ook in 2010 op een
hoog peil gebleven.
Het gemiddelde aantal onderbrekingen op het Elia-net per ver­
bruiker (Average Interruption Frequency 2) bedroeg 0,129, wat
overeenkomt met één onderbreking per klant om de 7,8 jaar.
De gemiddelde duur van de onderbrekingen bedroeg 37 minu­
ten en 24 seconden.
Verdeeld over alle klanten bedroeg de gemiddelde onder­
brekingsduur 4 minuten en 51 seconden per klant (Average
Interruption Time). Dit komt overeen met een gemiddelde
beschikbaarheid van meer dan 99,999%, wat een beter
resultaat is dan het gemiddelde van het afgelopen decennium.
België bevestigt zo jaar na jaar zijn positie in de kopgroep van
Europese landen waar de kwaliteit van de elektriciteitsbevoor­
rading het hoogst is.
In Duitsland vormde de integratie van een nog groter aandeel
van hernieuwbare energie de voornaamste uitdaging voor
de exploitatiezekerheid. Om het hoofd te bieden aan kritieke
situaties die het gevolg waren van een aanzienlijke productie
JUL
AUG
SEPT
OKT
NOV
DEC
van hernieuwbare energie (wind- en zonne-energie)
moest vaker gebruik worden gemaakt van de
bijzondere maatregelen die in de Duitse wetgeving
zijn voorzien (§ 13 EnWG). Minstens een van deze
maatregelen diende het afgelopen jaar gedurende
ongeveer 160 dagen te worden geactiveerd.
Dankzij de nauwe samenwerking tussen 50Hertz
Transmission en andere partijen die bij het elektri­
sche systeem zijn betrokken en dankzij de expertise
van het team van het controlecentrum werden in
2010 geen incidenten of onderbrekingen in de
elektriciteitsbevoorrading genoteerd.
Verbruik
Het elektriciteitsverbruik dat op de transmissienet­
ten voor elektriciteit wordt geregistreerd, geeft een
goed beeld van de economische activiteit. Dit ver­
klaart waarom de evolutie van het verbruik sinds het
begin van de economische crisis in oktober 2008
niet alleen door de Elia groep zelf met bijzondere
aandacht wordt gevolgd, maar ook door externe
waarnemers die op zoek zijn naar tekenen van
economisch herstel in Europa.
Verbruiksindex
In België is het verbruik 3 in de regelzone van Elia
met 5,8% gestegen, met name van 81,8 TWh in
2009 tot 86,6 TWh in 2010. De waarden die in de
loop van 2010 zijn opgetekend, lagen elke maand
hoger dan in dezelfde maand in 2009. Tot en met
oktober 2010 lagen ze evenwel lager dan in die­
zelfde maanden in 2008.
IN- EN UITVOER - ELIA GROEP
(GWh)
(GWh)
(GWh)
Change (%)
Change (%)
2010
2009
2008
2010-09
2010-08
Elia System Operator
FR
NL
LUX
import
3.167
1.832
7.386
72,9
-57,1
export
5.409
6.642
2.034
-18,6
165,9
import
7.383
5.787
8.119
27,6
-9,1
export
5.313
3.769
3.005
41,0
76,8
import
1.846
1.868
1.629
-1,2
13,3
export
1.122
910
1.518
23,2
-26,1
50Hertz Transmission
PL
CZ
DK
TenneT GmbH
import
167
134
95
-5
-4
export
5.331
5.616
5.576
24
75
import
2.922
2.314
1.438
26
103
export
494
914
1.307
-46
-62
import
691
1.284
1.973
-46
-65
export
2.742
1.800
777
52
253
import
14.067
13.301
13.819
6
2
export
20.874
22.498
22.558
-7
-7
Algemeen genomen is het verbruik in 2010 in
vergelijking met 2009 met 13,6% gestegen voor de
industriële klanten die rechtstreeks op het Elia-net
zijn aangesloten en met 1,4% voor de industriële,
professionele en residentiële klanten van de distri­
butienetbeheerders.
Er is echter nog steeds sprake van een daling van het
verbruik met ongeveer 2% ten opzichte van 2008.
In Duitsland bedroeg het eindverbruik in het net van
50Hertz 1.792.505 MWh op 31 december 2010.
In de loop van 2010 zijn de afnames van de eind­
klanten met 6% gestegen ten opzichte van 2009
(1.692.435 MWh).
Verbruikspieken
In België werd het hoogste verbruikspeil op het
Elia-net voor 2010 genoteerd op 1 december 2010
tussen 17.45 uur en 18.00 uur. Het bedroeg 13.845
MW. Dit maximum ligt 1,4% lager dan de absolute
recordwaarde die op 17 december 2007 werd
opgetekend (14.040 MW), maar is wel 2,3% hoger
dan de maximumwaarde van 2009 (13.531 MW op
8 januari 2009).
Het laagste verbruik (6.278 MW) werd op 25 juli
2010 tussen 6.15 uur en 6.30 uur gemeten en ligt
6,4% hoger dan de minimumwaarde voor 2009 die
op 26 juli 2009 werd opgetekend (5.901 MW).
In Duitsland werd op 25 november de maximale
belasting (10.336 MW) in de door 50Hertz gecon­
troleerde zone genoteerd.
In- en uitvoer
In de Belgische regelzone is in 2010 opnieuw meer ingevoerd
dan uitgevoerd. De in- en uitvoerbalans kwam uit op een nettoinvoer van 0,55 TWh, terwijl in 2009 een netto-uitvoer van 1,83
TW werd bereikt.
Hierbij moet worden opgemerkt dat er in 2009 een nettouitvoer van 2.792 GWh werd genoteerd. De toename van de
invoer die tot 2008 werd opgetekend – en die in 2009 een
omgekeerde tendens vertoonde, onder andere als gevolg van
de economische crisis – was dus in 2010 opnieuw zichtbaar.
De fysische uitwisselingen van elektriciteit met de buurlanden
bedroegen in 2010 24,24 TWh. Dit is een stijging met 16,5%
tegenover de 20,81 TWh van 2009.
Deze verschillen zijn het gevolg van een forse stijging van de
­invoer (+ 30,7%), voornamelijk uit Frankrijk (+ 72,9%).
De uitvoer is daarentegen veel minder sterk gestegen (+ 4,6%).
In Duitsland bedroeg de uitvoer uit de regelzone van 50Hertz
naar de naburige regelzones in Polen, de Tsjechische Repu­
bliek, Denemarken en het net van TenneT GmbH 29.442 GWh.
De invoer bedroeg 17.846 GWh.
2 D
e AIT is een indicator die van jaar tot jaar sterk kan variëren, afhankelijk van de plaats waar de
incidenten zich voordoen, de complexiteit ervan en het ogenblik waarop deze plaatsvinden. Zo kunnen er
bijvoorbeeld grote verschillen zijn tussen de vermogens die bij de getroffen klanten worden afgeschakeld.
Aangezien het aantal incidenten dat tot een stroomonderbreking leidt beperkt is, kunnen de globale
jaarcijfers niet echt als statistisch relevant worden beschouwd. Ze zijn dus geen goede uitgangsbasis
voor het formuleren van conclusies over de vastgestelde ontwikkelingen.
3 V erbruiksindicator: De Elia-verbruiksindex dekt het grootste deel van het elektriciteitsverbruik in België.
Hij omvat de volledige productie die op het Elia-net is aangesloten, alsook het saldo van de balans van
de in- en uitvoer. Het deel van het verbruik dat rechtstreeks wordt gevoed door de productie die op de
distributienetten is aangesloten, is niet in de index begrepen.
28 + 29
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Nettoafname van het net
De nettoafname omvat de energievolumes die op
het Elia-net worden afgenomen. Bij lokale produc­
tie wordt de geproduceerde elektrische energie of
een gedeelte daarvan rechtstreeks verbruikt op de
site van de industriële klant of van de distributie­
netbeheerder. In vergelijking met 2009 is de lokale
productie nauwelijks gewijzigd: ze is met amper
0,2% gestegen.
Aangezien lokaal geproduceerde en verbruikte
energie niet wordt afgenomen van het Elia-net, is
deze niet inbegrepen bij de nettoafname. Ze wordt
daarentegen wel opgenomen in de nationale ver­
bruiksindicator. Voor 2010 ligt de nettoafname 3,4%
hoger dan het niveau van 2009; ze evolueerde van
73.642 TWh in 2009 naar 76.165 TWh in 2010.
De jaarlijkse afnames op het net van 50Hertz be­
droegen in totaal 63,0 TWh in 2010. Deze omvatten
de totale hoeveelheid energie die door de klanten
van het net op zeer hoge spanning (380/220 kV)
werd afgenomen of van de transformatie van de
zeer hoge spanning naar hoogspanning op het
niveau van 50Hertz Transmission GmbH.
Het balancingmechanisme beantwoordt
aan de behoeften van de markt
Het evenwicht tussen productie en verbruik is in eerste
instantie afhankelijk van de marktpartijen en met name van
de evenwichtsverantwoordelijken (ARP’s of Access Respon­
sible Parties). Zij moeten zo goed mogelijk instaan voor het
evenwicht tussen de injecties en afnames op de injectie- en
afnamepunten. Daartoe moet elke evenwichtsverantwoordelijke
Elia de dag voordien in kennis stellen van alle energie-uitwisse­
lingen die hij per kwartuur op elk punt van het net zal uitvoeren,
ongeacht of het gaat om injecties of afnames, uitwisselingen
tussen evenwichtsverantwoordelijken of in- en uitvoer van
elektriciteit. Het resterende onevenwicht voor de Belgische re­
gelzone wordt door Elia in real time gecompenseerd. Hiervoor
doet de netbeheerder een beroep op de energiereserves die
contractueel beschikbaar zijn bij producenten en grootverbrui­
kers in België.
In België bedroegen de energievolumes die Elia in 2010 heeft
aangewend om het evenwicht van de zone te bewaren 844
GWh, ten opzichte van 718 GWh het jaar voordien.
De regelenergie die nodig was om het verschil tussen de
productie en het verbruik binnen de regelzone van 50Hertz te
compenseren, bedroeg 1.703 GWh in 2009 en 1.383 GWh in
2010.
Met de toetreding van Terna en
50Hertz in november is de zone
die onder toezicht van Coreso
staat fors uitgebreid. Ze dekt nu
meer dan 40 % van het totale
verbruik in Europa.
Coreso wordt nog belangrijker voor
de bevoorradingszekerheid in België
en Europa
Coreso is het eerste regionaal technisch coördinatiecentrum
dat op initiatief van meerdere transmissienetbeheerders
voor elektriciteit (Elia, RTE & National Grid) is opgericht. De
activiteiten van Coreso gingen op 16 februari 2009 in Brussel
van start. Het centrum levert prognoses over de veiligheid van
het net in Noord-West-Europa aan de controlecentra van de
betrokken transmissienetbeheerders. Coreso voert hiertoe vei­
ligheidsanalyses uit, simuleert verschillende scenario’s en stelt
gecoördineerde bijsturingsmaatregelen voor die de transmis­
sienetbeheerders kunnen ondernemen om de veiligheid van
het elektriciteitssysteem in de zone te beheersen. Het opera­
tionele team van Coreso werkt in ploegen en verzekert 24 uur
per dag onafgebroken de dienst. Het coördinatiecentrum levert
veiligheidsanalyses die elke 15 minuten worden geactualiseerd
op basis van de gegevens die door de transmissienetbeheer­
ders worden verstrekt (topologie, elektriciteitsstromen, span­
ning, productie en belasting, technische kenmerken van hun
netten) in de betrokken zone.
Terna, de Italiaanse transmissienetbeheerder voor elektriciteit,
en 50Hertz hebben de oprichters van Coreso in november
2010 vervoegd. Hierdoor telt het centrum voortaan vijf aan­
deelhouders, allemaal transmissienetbeheerders voor elektri­
citeit. De zone die door Coreso wordt gecontroleerd, werd op
deze manier uitgebreid tot 215 miljoen verbruikers, die meer
dan 40% van het elektriciteitsverbruik in de Europese Unie
vertegenwoordigen.
De coördinatiediensten die Coreso levert, hebben sinds de
oprichting van het centrum een belangrijke evolutie gekend, in
een Europese elektriciteitsmarkt die zich kenmerkt door een
echte transnationale dimensie en een toenemend aandeel van
hernieuwbare energie die per definitie een variabel karakter
heeft. Zo vervult Coreso als dienstverlener bijvoorbeeld een
belangrijke rol in het kader van de regionale marktkoppeling
tussen Frankrijk, de Benelux en Duitsland.
Door de deelname van National Grid kan ook
rekening worden gehouden met de energiestromen
op de gelijkstroomkabel IFA die Frankrijk met GrootBrittannië verbindt. Deze samenwerking anticipeert
op de ontwikkeling van toekomstige projecten voor
offshore windmolenparken en nieuwe gelijkstroom­
kabels tussen Groot-Brittannië en Centraal-WestEuropa.
Dat de aanwezigheid van Coreso in Europa een
grote meerwaarde betekent, heeft het centrum
al meermaals bewezen, bijvoorbeeld door in het
Europese elektrische systeem risicosituaties te
identificeren die alleen konden worden opgespoord
door het delen van informatie die verder reikt dan
de actieradius van de betrokken netbeheerders.
In dergelijke situaties is Coreso erin geslaagd om
preventief gecoördineerde en efficiënte oplossingen
voor te stellen.
TSO Security Cooperation (TSC)
TSO Security Cooperation is een samenwerkings­
initiatief van 11 Europese netbeheerders, waaronder
50Hertz Transmission, dat tot doel heeft het veilige
beheer van de transmissienetten voor elektriciteit in
Centraal-Europa te verbeteren. Het project voorziet
niet alleen in de oprichting van een permanente
groep van deskundigen (TSO Security Panel), maar
ook in het gebruik van een waarschuwingssysteem
in real team (Real-time Awareness and Alarm Sys­
tem) en de implementatie van een IT-platform voor
het uitwisselen van gegevens en het uitvoeren van
gezamenlijke veiligheidsberekeningen. TSC streeft
ernaar de veiligheid van de netexploitatie te vergro­
ten met het oog op de integratie van een belangrijk
aandeel van windenergie en de toename van de
grensoverschrijdende uitwisselingen.
30 + 31
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
infrastructuur
Lengte van het hoogspanningsnet in België
Lengte van het hoogspanningsnet
van 50Hertz
De cijfers zijn exclusief de netten waarvan Elia niet de
eigenaar is.
Op 1 januari 2011 bedroeg de totale lengte van het
transmissienet van 50Hertz (met uitzondering van
het net op 110 kV) 9.765 km (tegenover 9.755 km
op 1 januari 2010).
Voor de bovengrondse verbindingen is in de tabel de geografi­
sche lengte vermeld, d.w.z. de som van de geografische leng­
tes van alle luchtlijnen, ongeacht of deze in of buiten gebruik
zijn. Parallelle circuits zijn slechts één keer meegeteld.
Voor de ondergrondse kabels is in de tabel de elektrische
lengte vermeld, d.w.z. de som van de lengtes van de circuits
van alle verbindingen die in dienst zijn. Gebundelde circuits zijn
slechts één keer meegeteld.
LENGTE VAN DE HOOGSPANNINGSNETTEN VAN ELIA OP 1-1-2011
Spanning (kV)
Elia
Ondergrondse
verbindingen (km)
Bovengrondse
verbindingen (km)
Totaal (km)
2011
2010
2011
2010
2011
2010
891
380
-
-
891
891
891
220
-
-
297
297
297
297
150
427
415
2.008
2.008
2.435
2.423
70
280
282
2.382
2.338
2.662
2.670
36
1.927
1.928
8
8
1.935
1.936
30
141
140
22
22
163
162
2.775
2.765
5.608
5.614
8.383
8.379
2011
2010
2011
2010
2011
2010
380
55
55
6.830
6.815
6.885
6.870
220
3
3
2.862
2.867
2.865
2.870
110
2
2
23
23
25
25
400 (DC)
15
15
-
-
15
15
Totaal 50Hertz
75
75
9.715
9.705
9.790
9.780
Totaal Elia
50Hertz
investeringen
De Elia groep heeft verschillende drijfveren om te in­
vesteren in zijn transmissienetten: tegemoet komen
aan de aanvragen voor aansluitingen en netver­
sterkingen van industriële klanten en distributienet­
beheerders, inspelen op de evolutie van de vraag,
zowel wat de hoeveelheid afgenomen energie als
de locatie betreft, het vervangen van verouderde in­
stallaties of deze in overeenstemming brengen met
de milieunormen, bijdragen aan de openstelling van
de markt en de integratie van hernieuwbare energie
bevorderen. Alle infrastructuurprojecten worden uit­
gewerkt op basis van criteria die betrekking hebben
op de betrouwbaarheid, de economische efficiënte
en het duurzame karakter van de voorgestelde
oplossingen.
32 + 33
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
het Elia-net
in België
Ontwikkeling van de interconnecties
eenheden waarvoor alleen een oriëntatiestudie werd
uitgevoerd). Deze projecten, die voornamelijk door
nieuwe marktspelers worden beheerd, bevinden
zich in erg uiteenlopende ontwikkelingsstadia.
Het is evenwel niet zeker of al deze projecten in de
toekomst ook daadwerkelijk zullen worden gereali­
seerd.
In 2010 hebben Elia en RTE de versterking van de interconnec­
tie ingehuldigd die het hoogspanningsstation van Moulaine in
Frankrijk (Meurthe-et-Moselle) met dat van Aubange (Belgische
Ardennen) verbindt. Deze investering bestaat in de installatie
van een tweede circuit (draadstel) van 220.000 volt op een
bestaande elektrische lijn over een afstand van 15 km. Door
het gebruik van een nieuw type hoogtechnologische elektri­
sche geleiders, zowel op het nieuwe als op het bestaande
circuit, kon het transmissievermogen van elk circuit met meer
dan 20% worden verhoogd. Dankzij deze investering is de
uitwisselingscapaciteit tussen Frankrijk en België met ongeveer
10 tot 15% gestegen, zonder dat de aanleg van een nieuwe
elektriciteitslijn vereist was. Deze hogere uitwisselingscapaciteit
biedt bovendien meer mogelijkheden voor wederzijdse on­
dersteuning tussen de beide landen wanneer zich een ernstig
incident voordoet. Ze draagt tevens bij tot de ontwikkeling van
de geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt.
Om de aansluiting van de nieuwe productie-eenheid
van T-Power mogelijk te maken, heeft Elia in 2010
een aantal aanpassingen doorgevoerd in het 150
kV-station van Beringen. Hetzelfde geldt voor de
productie-eenheid van Exxon Mobile die na de
afloop van de noodzakelijke werkzaamheden op het
150 kV-station Scheldelaan kon worden aangeslo­
ten. In de loop van hetzelfde jaar heeft Elia ook een
150 kV-kabelverbinding aangelegd met het oog op
de aansluiting van de nieuwe eenheid van Marcinel­
le-Energie op het station van Monceau.
Aansluitingen op aanvraag van industriële
klanten en producenten
Netversterking als antwoord op de
evolutie van het elektriciteitsverbruik
In 2010 zijn tal van projecten voor de aansluiting van nieuwe
productie-eenheden voor elektriciteit bestudeerd. Zo heeft
Elia, in opdracht van klanten-producenten, oriëntatiestudies
(uitvoerbaarheid, kosten, …) gemaakt over de aansluiting van
geplande elektriciteitscentrales op het transmissienet. Deze
technische en economische studies zijn een belangrijk onder­
deel van de haalbaarheidsstudies van deze investeringen.
Er zijn in verschillende stations op het net projecten
uitgevoerd voor de versterking van het transforma­
tievermogen naar de middenspanning. Voorbeelden
hiervan zijn de stations Lokeren 36 kV, Elan 36 kV,
Wilsele 150 kV, Wingene 36 kV en Gosselies 150 kV.
De in 2010 behandelde dossiers voor de aansluiting van cen­
trale productiemiddelen vertegenwoordigen ongeveer 6.000
MW (met uitzondering van offshore projecten, projecten voor
decentrale productie en projecten voor centrale productie-
In het kader van deze investeringen wordt in de
hoogspanningsstations een transformator naar de
middenspanning geïnstalleerd, die het mogelijk
maakt om vanuit deze hoogspanningsstations in te
spelen op een groter verbruik op de distributienetten.
Het vernieuwings- en onder­
houdsprogramma van de
installaties werd voortgezet
in 2010.
Programma voor de vervanging
van uitrustingen
België mag zonder meer worden beschouwd
als een van de Europese landen met de beste
elektriciteitsbevoorrading. Dit is het resultaat van
de gekozen strategie voor het onderhoud van de
uitrustingen en voor de vervanging van infrastruc­
tuur waarvan de betrouwbaarheid op termijn zou
kunnen afnemen.
Het afgelopen jaar heeft Elia zijn programma voor
de vernieuwing van installaties verder ten uitvoer
gelegd. Hiertoe zijn tal van werkzaamheden uitge­
voerd:
• op 220 kV: onder meer de vervanging van het
bestaande hoogspanningsstation van Seraing
door een installatie van het type GIS;
• op 150 kV: onder andere de werken in de hoog­
spanningsstations van Dampremy en Monceau
(nog aan de gang);
• op 70 kV: bijvoorbeeld in Noordschote;
• op 36 kV: in Essegem, de vernieuwing van de
ondergrondse verbinding Eeklo-Waarschoot, …;
• in middenspanningscabines: bijvoorbeeld in
Burcht en Merksem.
Integratie van decentrale productie
en/of onshore productie uit
hernieuwbare energie
Het bestaande transmissienet beschikt over een
aanzienlijke capaciteit voor de aansluiting van
decentrale productie-eenheden. Om deze aanslui­
tingen mogelijk te maken, zijn in bepaalde gevallen
echter investeringen nodig op het niveau van de
transformatie of de versterking van de stations. Aan­
gezien de termijn voor het verkrijgen van vergunnin­
gen voor dit soort investeringen aanzienlijk korter is
dan in het geval van investeringen in ondergrondse
en bovengrondse verbindingen, is het over het alge­
meen mogelijk om de bovengenoemde werken uit te
voeren binnen termijnen die verenigbaar zijn met de
planning van de betrokken investeerders.
Zo heeft Elia, nadat het in eerste instantie de middenspan­
ningscabine van het hoogspanningsstation van Lier had uitge­
breid, de tertiaire wikkeling van de 150/70/15kV-transformator
in gebruik genomen, zodat de energie die wordt geproduceerd
door de decentrale eenheden die in de regio St. Katelijne
Waver-Kontich-Duffel-Lier op de middenspanning zijn aange­
sloten, rechtstreeks in het transmissienet kan worden geïnjec­
teerd. Omdat deze oplossing niet volstaat om aan de totale
behoefte te voldoen, worden ook nog andere mogelijkheden
onderzocht om het net verder te ontwikkelen.
Verder zijn twee 70 kV-kabels aangelegd tussen Beerse en
Merksplas/Koekhoven (die in een eerste fase op middenspan­
ning worden uitgebaat). Deze investering stelt de tuinbouw­
bedrijven die rond de gemeente Merksplan actief zijn, in staat
om hun plannen voor de ontwikkeling van warmtekrachtkop­
pelingsinstallaties met een totaal vermogen van 60 MW uit te
voeren.
Een ander project van Elia bestaat in de volledige vernieuwing
van het 70 kV-station van Monceau-en-Ardennes met het oog
op de aansluiting van decentrale productie in deze zone.
Er worden daarnaast nog andere netuitbreidingsprojecten
onderzocht, om de ontwikkeling van decentrale productieeenheden te vergemakkelijken. Voorbeelden hiervan zijn:
• de versterking van de 70 kV-lijnen in het oosten van de
provincie Luik (Butgenbach-Bévercé-Houffalize) met het
oog op de aansluiting van verschillende windmolenparken.
Deze lijnwerkzaamheden worden mogelijk gecombineerd
met de installatie van een 220/70 kV-transformator in MontLes-Houffalize;
• de verlenging van het net naar het noorden (over een
twintigtal kilometer) met het oog op de potentiële realisatie
van verschillende projecten voor warmtekrachtkoppelings­
installaties (al dan niet op biomassa) in het noorden van de
Kempen (Hoogstraten – Meer);
• het voorzien van een 150 kV-injectie in de regio van Rijke­
vorsel om de aansluiting van productie-eenheden op basis
van hernieuwbare energie mogelijk te maken. De op korte
termijn geplande investeringen bestaan uit de installatie van
een nieuwe 150/15 kV-transformator van 50 MVA in het
hoogspanningsstation van Rijkevorsel, evenals in de aanleg
van een 150 kV-kabel tussen Brecht (in aftakking op de
150 kV-lijn Massenhoven – Sint-Job) en Rijkevorsel.
34 + 35
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Het project Stevin heeft tot doel
de bevoorradingszekerheid in
de provincie West-Vlaanderen
en in het bijzonder in de regio
rond de haven van Zeebrugge te
versterken.
STEVIN: uitbreiding van het 380 kV-net
naar de kust
Met het project Stevin wenst Elia zijn 380 kV-net tussen
Zomergem en Zeebrugge uit te breiden om aan vier belang­
rijke doelstellingen te voldoen: de tweede fase van de offshore
windmolenparkenprojecten voor de Belgische kust aanslui­
ten, via een onderzeese kabel een interconnectie tussen het
Belgische en het Britse net aanleggen, decentrale productieeenheden op basis van hernieuwbare energie aansluiten en
de bevoorradingszekerheid in de provincie West-Vlaanderen
en in het bijzonder in de regio rond de haven van Zeebrugge
versterken.
Het jaar 2010 stond hoofdzakelijk in het teken van de opmaak
van de plan-MER of plan-milieueffectrapportage – op basis
van de aanbevelingen van de dienst MER van de Vlaamse
overheid – waarin bijkomende alternatieven en milieuaspecten
zijn opgenomen. Elia heeft dit plan-MER begin november bij de
autoriteiten van het Vlaamse Gewest ingediend.
In een volgende fase bestudeert de Vlaamse regering de
nieuwe infrastructuur en het tracé van de verbinding in termen
van ruimtelijke ordening. Dit gebeurt bij de opmaak van het
voorontwerp van het GRUP (Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoerings­
plan) waarbij het plan-MER in overweging wordt genomen.
De volgende publieke consultatie zal waarschijnlijk in de loop
van 2011 plaatsvinden. Indien de uitslag van de vergunnings­
procedure positief is, zouden de werken begin 2013 van start
moeten gaan. De indienststelling is eind 2014 gepland.
Federaal Ontwikkelingsplan
Op 15 september 2010 heeft Elia een eerste versie
van zijn ontwerp van Federaal Ontwikkelingsplan
2010-2020 voor advies ingediend bij de federale
regulator, de CREG, en de minister die bevoegd is
voor het mariene milieu.
Dit ontwerp van ontwikkelingsplan is opgesteld in
samenwerking met de Algemene Directie Energie
van de FOD “Economie, KMO, Middenstand en
Energie” en met het Federaal Planbureau en neemt
in het bijzonder elementen van de prospectieve
studie elektriciteit in aanmerking.
Het plan bevat een gedetailleerde schatting van de
behoeften op het gebied van de transmissiecapaci­
teit voor elektricteit, die gebaseerd is op een reeks
onderliggende hypothesen. Het is tevens afgestemd
op het tienjarig ontwikkelingsplan dat door ENTSOE wordt opgesteld.
Zoals in de wet van 13 februari 2006 is voorzien,
wordt deze voorlopige versie van het plan onder­
worpen aan een milieueffectenbeoordeling. Naar
verwachting zullen het ontwerp van ontwikkelings­
plan en het milieueffectenrapport in 2011 definitief
door de federale minister voor Energie worden
goedgekeurd.
Het offshore windmolenpark van Belwind kon al op het be­
staande Elia-net worden aangesloten dankzij de versterkingen
die met de verbinding Koksijde-Slijkens en de versterking van
het station Slijkens zijn gerealiseerd.
Plan de développement
fédéral
2010-2020
raal
Het Ontwikkelingsplan
bevat een gedetailleerde schatting van de
behoeften aan transmissiecapaciteit op basis van
verschillende hypotheses.
201
lan
ngsp
ikkeli
Ont0w-2020
Fede
het net van 50Hertz
Transmission
in Duitsland
50Hertz Transmission heeft zijn netinfrastructuur uitgebreid en
vernieuwd zoals in zijn investerings- en vervangingsplannen
was vastgelegd. Daarnaast heeft het binnen de vooropgestelde
termijnen een geheel van aansluitingsprojecten gerealiseerd.
Samen met de distributienetbeheerder envia Netz
werd vorige zomer de start gevierd van de bouw
van een nieuw hoogspanningsstation op de site van
Freiberg Noord.
Zo werd het hoogspanningsstation Bärwalde uitgebreid met
een aansluitingsveld voor de aansluiting van een eenheid van
ongeveer 600 MW op de site van Boxberg. In het hoogspan­
ningsstation Bentwisch is een aansluitingsveld van 150 kV
tot stand gebracht dat 50Hertz Offshore in staat stelt om het
eerste offshore windpark in de Baltische Zee, Baltic 1, aan te
sluiten.
De vernieuwingsprojecten in Neuenhagen (renovatie
van een 110 kV-station en een 380 kV-station) zijn
klaar. Momenteel wordt hard gewerkt aan de ver­
nieuwing en de uitbreiding van de hoogspannings­
stations van Vieselbach en Altenfeld (in het kader
van het project voor de zuidwestkoppeling).
Het eerste deel van de nieuwe bovengrondse 380 kV-verbin­
ding tussen Hamburg en Schwerin is een feit. Ook alle nieuwe
110 kV-stations die door deze luchtlijn van stroom worden
voorzien (eigendom van de distributienetbeheerder Wemag),
zijn in dienst gesteld.
Aansluitingen en toegang tot het net
Er lopen vergunningsprocedures voor enkele andere boven­
grondse verbindingen, zoals de lijn voor de zuidwestkoppeling
en de Uckermark-verbinding. Verder wordt op dit ogenblik nog
een aantal procedures voorbereid (noordelijke ring van Berlijn,
derde interconnectie met Polen).
Om tegemoet te komen aan de vraag van de distributienetbe­
heerder E.ON Edis is in het hoogspanningsstation Eisenhüt­
tenstadt het transformatievermogen uitgebreid. In opdracht
van de distributienetbeheerder Enso Netz is in het hoogspan­
ningsstation Dresden Zuid begonnen met de uitbreiding van de
transformatiecapaciteit, door de toevoeging van een bijkomen­
de 380/11-transformator.
In 2010 waren er bij 50Hertz Transmission 14
aanvragen in behandeling voor de aansluiting van
eenheden voor de productie en de opslag van
elektriciteit op zijn net. Deze aansluitingsaanvragen
betroffen 12 sites en waren goed voor een totaal
vermogen van ongeveer 12.150 MW.
In overeenstemming met de wettelijke bepalingen
(KraftNAV en Energy Act) is ook gestart met de
jaarlijkse opvolging van de status van de project­
aanvragen.
Er worden op dit ogenblik ongeveer 22 aanvragen
onderzocht voor de aansluiting van productieeenheden op basis van hernieuwbare energie (in het
kader van het EEG-decreet). Deze vertegenwoor­
digen een vermogen tot 5.500 MW. Het gaat om
14 aanvragen voor offshore productie-eenheden
en 8 aanvragen voor onshore productie-eenheden,
waaronder ook zonne-energieparken die tot 250
MW kunnen opwekken.
36 + 37
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Het eerste deel van de nieuwe
noordelijke verbinding tussen
Hamburg en Schwerin is een feit.
Alle nieuwe 110 kV-stations die
door deze luchtlijn van stroom
worden voorzien, zijn eveneens
in dienst gesteld.
50Hertz Transmission
heeft zijn netinfrastructuur uitgebreid en vernieuwd zoals in zijn
investerings- en vervangingsplannen was vastgelegd. Daarnaast heeft
het binnen de vooropgestelde termijnen een
­geheel van aansluitingsprojecten gerealiseerd.
Voor de productie-eenheden van Reuter West en
Rostock, evenals voor een ijzer- en staalfabriek in
Thuringen, is er een akkoord bereikt over de con­
tracten voor de aansluiting en de toegang tot het
net. Deze worden op 1 januari 2011 van kracht.
Derde interconnectie tussen
Duitsland en Polen
Op 23 oktober 2010 hebben PSE Operator en
50Hertz Transmission besloten om hun samenwer­
king in het kader van het project “Ger-Pol Power
Bridge” voort te zetten op basis van een algemeen
akkoord. De twee transmissienetbeheerders heb­
ben een voorbereidende verklaring ondertekend
waarin ze zich ertoe verbinden om zo spoedig mo­
gelijk een samenwerkingsovereenkomst te sluiten.
In dat akkoord moet een samenwerkingsstructuur
en een gedetailleerder plan worden vastgelegd. De
transmissienetbeheerders zijn ook van plan om een
financieringsaanvraag in te dienen bij de Europese
Unie, zodat het project sneller ten uitvoer kan wor­
den gelegd. Het samenwerkingsakkoord werd in
december 2010 in Warschau ondertekend, in aan­
wezigheid van Europese vertegenwoordigers, onder
wie de projectcoördinatoren, vertegenwoordigers
van de ministers en van de regelgevende instanties
van beide landen.
internationale
projecten
Interconnectie met Nederland
Interconnectie met Frankrijk
Bij de installatie van dwarsregeltransformatoren
werden ook de beveiligingen op de 380 kV-lijn van
Zandvliet naar het Nederlandse Borssele aange­
past, om ervoor te zorgen dat bij de uitbouw van
het net met een nieuw 380 kV-hoogspanningssta­
tion in Borssele deze verbinding als internationale
interconnectieverbinding tussen België en Neder­
land kan worden gebruikt.
Naast de installatie van het tweede draadstel op de bestaande
220 kV-verbinding tussen Aubange en Moulaine – die in
samenwerking met RTE werd gerealiseerd en in juni 2010 is
ingehuldigd – onderzoeken Elia en RTE samen de noodzaak
om de transmissiecapaciteit tussen Frankrijk en België verder
te versterken.
Interconnectie met Duitsland
Elia en de Duitse netbeheerder Amprion hebben
het afgelopen jaar verdergewerkt aan gedetailleerde
studies met het oog op de geplande aanleg van
een verbinding tussen België en Duitsland. Op basis
van de conclusies van deze studies staan de twee
netbeheerders positief ten aanzien van de ontwik­
keling van een rechtstreekse en regelbare intercon­
nectie van ongeveer 1000 MW tussen beide landen,
met een mogelijke uitvoering tegen 2016-2017.
Deze interconnectie ligt bovendien in de lijn van
het Europese beleid, aangezien ze de concurrentie
bevordert, de bevoorradingszekerheid verbetert en
bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellin­
gen inzake hernieuwbare energie op de Belgische
en de Duitse markt. In dit verband hebben de trans­
missienetbeheerders voor deze studie een subsidie
van de Europese Unie ontvangen. Deze verbinding
zal tussen het hoogspanningsstation van Lixhe in
België en dat van Verlautenheide in de regio van
Aken tot stand worden gebracht.
Interconnectie met
het Groothertogdom Luxemburg
De haalbaarheidsstudies voor de aanleg van een rechtstreekse
220 kV-verbinding tussen de netten van Elia en Creos (de
Luxemburgse netbeheerder) worden voortgezet. Diverse
varianten worden geanalyseerd in het licht van de ontwikke­
ling van de markthypotheses die voor de komende jaren wordt
vooropgesteld.
Interconnectie met Groot-Brittannië:
het project Nemo
Elia en National Grid hebben gezamenlijk verder onderzoek
verricht naar de aanleg van een verbinding tussen hun netten,
om de liquiditeit op de elektriciteitsmarkten te verhogen en de
bevoorradingszekerheid in zowel Groot-Brittannië als België te
ondersteunen.
De uitvoerbaarheid van het Nemo-project werd eind 2008
bevestigd en het eerste gedeelte van de ontwikkelingsfase van
deze verbinding ging in 2009 van start. In deze fase worden
niet alleen de technische aspecten van de verbinding preciezer
gedefinieerd, maar zijn ook de vergunningsprocedures gestart.
38 + 39
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Studie van de zeebodem
De zeebodem tussen België en Groot-Brittannië is –
in tegenstelling tot wat men zou verwachten – geen
uitgestrekte, regelmatige en gladde zandvlakte. De
diepte van de zee varieert van een paar tot ongeveer
honderd meter, de bodem is onregelmatig en bestaat
uit stuifduinen die zich met de zeestromingen verplaatsen. Het onderzoek moet duidelijk maken hoe
de kabels van de onderzeese verbinding hierin zo
goed mogelijk kunnen worden verankerd. Er bevindt
zich al een groot aantal kabels op de zeebodem
(voornamelijk telecommunicatieverbindingen) en over
elke kruising moet met de eigenaar van de kabel in
kwestie een individueel akkoord worden bereikt. Een
ander element waarmee ook rekening moet worden
gehouden, is het feit dat de zeebodem bezaaid is
met allerlei wrakstukken.
De technische studie zal naar alle waarschijnlijkheid in het
eerste semester van 2011 worden afgerond. De studie van de
zeebodem werd in 2010 bijna volledig voltooid. De experts die
met dit onderzoek zijn belast, buigen zich onder andere over
aspecten in verband met het warmtegeleidend vermogen van
de bodem, het meest geschikte traject, diverse technieken
voor de aanleg in functie van de toestand waarin de zeebodem
zich bevindt en de kruisingen met andere onderzeese kabels.
Dit project vorderde ook op het vlak van de regelgevende
aspecten die ermee verbonden zijn. Dat gebeurde in overleg
met de Engels regulator OFGEM en zijn Belgische evenknie, de
CREG.
De aankoopfase zou in 2012 moeten starten. Men verwacht
dat de verbinding ten vroegste in 2016 onder spanning zal
kunnen worden gezet.
De Nemo-verbinding zal uit twee grote delen
bestaan: een onderzees gedeelte (offshore) van
ongeveer 130 km en een gedeelte op het vaste­
land (onshore), dat aan weerszijden van het Kanaal
slechts enkele kilometers lang zal zijn tot aan de
aansluitingsstations. De gelijkstroomverbinding be­
staat uit twee afzonderlijke kabels (de ene met een
positieve en de andere met een negatieve spanning)
die als één geheel zullen worden uitgebaat. Beide
uiteinden worden verbonden met een hoogspan­
ningsstation (conversiestation) voor de AC/DC-om­
zetting (wisselstroom/gelijkstroom) en de aanslui­
ting op het 380 kV-net. De eigenlijke omvorming
verloopt via elektronische halfgeleidercomponenten.
De capaciteit van de verbinding zal tussen 700 en
1.300 MW bedragen, afhankelijk van de resultaten
van de studie die momenteel wordt uitgevoerd.
onderhoud
van het net
Preventief onderhoud van het net
Dankzij de knowhow van de teams die op het terrein het pre­
ventieve en curatieve onderhoud van het transmissienet uitvoe­
ren en de vervangingsinvesteringen die de voorbije decennia
werden gerealiseerd, bereikt de bevoorradingszekerheid sinds
meerdere jaren een bijzonder hoog performantieniveau.
Dit resultaat is het gevolg van een proactief beheer van de
incidentrisico’s. Dit beheer behelst een preventief onderhouds­
programma en een vervangingsbeleid. De technologieën en
de netinfrastructuurelementen zijn hier bepalend. Enerzijds put
de onderneming voor het opstellen van het onderhouds- en
vervangingsbeleid uit de terugkoppeling van ervaringen op het
terrein. Zo wordt er bij alle incidenten een specifieke analyse
gemaakt, ook al is er in de meeste gevallen geen sprake van
onderbreking van de voeding voor de klanten. Anderzijds wordt
er werk gemaakt van de verdere standaardisering en harmoni­
sering van de infrastructuurelementen, worden er operationele
databanken en werkprocedures opgesteld die zowel tot het
behoud van de kwaliteit als de verhoging van de productiviteit
bijdragen.
Voor de lijnen, kabels en masten omvat het preventieve onder­
houd verschillende vormen van inspectie. Zo worden de om en
bij de 20.000 masten meerdere keren per jaar gecontroleerd
met infrarood of met camera. Voor de hoogspanningsstations
wordt preventief onderhoud geprogrammeerd voor de zowat
11.600 onderdelen van de infrastructuur, die over het hele land
verspreid zijn. In 2010 hebben de teams op het terrein bijna
17.050 interventies uitgevoerd: preventief onderhoud (11.600),
inspecties (4.650) en wettelijke controles (800).
Wat de vervangingsinvesteringen betreft, wordt gezocht naar
een synergie tussen uitbreidings- en vervangingsinvesterin­
gen, evenals investeringen met het oog op de veiligheid van
de mensen. In 2010 is ongeveer 46,8 miljoen euro
geïnvesteerd in de vernieuwing van verouderde
uitrusting. Er werden op alle spanningsniveaus tal
van werken uitgevoerd, waaronder de vervanging
van vermogenschakelaars, railscheiders, lijnschei­
ders, vermogens- en spanningstransformatoren,
bliksemafleiders, meetkasten, beschermingsrelais
en telecontrolesystemen.
Voor deze onderhouds- en vervangingsactiviteiten
worden ongeveer 600 Elia-medewerkers ingezet.
Twee derde hiervan werkt op het terrein, terwijl één
derde technische en administratieve ondersteuning
verleent.
Interventies bij incidenten
De teams van Elia zijn ook 24 uur op 24 in touw
voor herstellingswerkzaamheden na incidenten.
Daarbij komen nog de interventies die vereist zijn
om installaties of personen in veiligheid te brengen.
Het personeel van Elia staat 7 dagen op 7 klaar om
snel in te grijpen op de plaats van een incident en
meteen herstellingen uit te voeren. Dit draagt recht­
streeks bij tot de bevoorradingskwaliteit van het net.
ACHÊNE: AANLEG VAN EEN NOODLIJN
Als gevolg van de bijzonder hevige onweders met
uitzonderlijke windhozen die op 14 juli 2010 in de
late namiddag over ons land raasden, hebben er
zich gelijktijdig meerdere incidenten voorgedaan op
het hoogspanningsnet. Door de windhozen kwa­
men verscheidene hoogspanningsmasten ten val of
raakten zwaar beschadigd; een twintigtal netele­
menten, op verschillende spanningsniveaus, werd
40 + 41
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Op 14 juli beschadigt
een windhoos meerdere
netelementen, met de aanleg
van een noodlijn op de
interconnectie Achêne-Lonny
tot gevolg.
hierdoor tijdelijk of definitief uitgeschakeld. De 380 kV-inter­
connectie Achêne-Lonny en een van de drie verbindingen die
de ondersteunende diensten van de kerncentrale van Tihange
van stroom voorzien, deelden in de klappen. Hierdoor werd de
elektriciteitsbevoorrading op bepaalde plaatsen onderbroken.
Er zijn in een groot aantal hoogspanningsstations spannings­
dips geregistreerd. Zo duurde het ongeveer 6 uur voor de
stroomvoorziening in het hoogspanningsstation van Dinant kon
worden hersteld.
Elia zette in Namen meteen een crisiscentrum op om de
werkzaamheden voor het veilig stellen van de installaties en het
hervoeden van de verbruikers in goede banen te leiden. Onze
teams zijn heel de nacht van 14 op 15 juli in de weer geweest
om de situatie te herstellen. Er werd gedurende enkele weken
extra personeel ingezet om de beschadigde uitrustingen uit de
weg te ruimen en het begin van de herstellingswerken voor te
bereiden.
Als gevolg van deze gebeurtenissen dienden de programma’s
voor de exploitatie van het net te worden herzien. In enkele
weken tijd werd in Achêne een noodlijn geïnstalleerd op de
380 kV-interconnectie Achêne-Lonny. Deze verbinding werd in
augustus in gebruik genomen toen het elektriciteitsverbruik na
de zomervakantie weer begon te stijgen. Deze ingreep heeft er,
samen met de in juni ingehuldigde versterking tussen Aubange
en Moulaine, toe geleid dat het capaciteitsverlies op de grens­
overschrijdende verbindingen kon worden gecompenseerd. De
beschadigde elektriciteitsvoorziening van de ondersteunende
diensten van de kerncentrale van Tihange werd tijdens de
herstellingsperiode geleverd door een tijdelijke aftakking op de
150 kV-verbinding vanuit Avernas. Gezien de omvang van de
schade zullen de herstellingswerkzaamheden pas in de loop
van het eerste semester van 2011 worden afgerond.
LINT: MASTEN HEROPGEBOUWD EN VERBINDING
OPNIEUW IN DIENST GESTELD!
Elia is niet bij de pakken blijven zitten na het incident
dat zich op 21 juli 2009 in Lint heeft voorgedaan.
Hierbij raakten tijdens een storm twee masten van
de dubbele 380 kV-verbinding Mercator-Massen­
hoven beschadigd, alsook de naburige 150 kV- en
70 kV-lijnen. Er werd besloten om een noodlijn
te installeren, om de betrouwbaarheid van de
elektriciteitsbevoorrading in een groot gedeelte van
Vlaanderen te kunnen blijven handhaven. Er werd in
overleg met de betrokken aannemers ook meteen
een planning opgesteld voor de definitieve herstel­
ling van de bestaande lijnen, zodat deze belangrijke
as in het hoogspanningsnet in de lente opnieuw
in gebruik zou kunnen worden genomen. In maart
2010 kon het eerste draadstel opnieuw in dienst
worden gesteld. Nadat de noodlijn werd ontman­
teld, kon eind april 2010 ook het tweede draadstel
weer in gebruik worden genomen.
werking
van de markt
Integratie van de Europese markten
De transmissienetbeheerders voor elektriciteit uit Duitsland,
België, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Neder­
land werken al meerdere jaren samen aan de uitvoering van
een project voor de ontwikkeling van een geïntegreerde elektri­
citeitsmarkt op het niveau van de regio “Centraal West Europa”
(CWE). Met het oog hierop werd in 2007 een Memorandum
of Understanding ondertekend. In 2009 zijn in deze zin al een
aantal belangrijke stappen gezet. De werken zijn voortgezet in
2010.
GEZAMENLIJKE CAPACITEITSBEREKENING
Sinds 18 mei 2009 coördineren de netbeheerders van de
CWE-regio hun berekeningen van maandelijkse in- en uit­
voercapaciteiten. Aan het begin van elke maand wisselen de
transmissienetbeheerders gegevens uit die nuttig zijn voor de
berekening van de grensoverschrijdende transmissiecapaci­
teit. Het gaat onder meer om informatie over verbindingen die
buiten dienst zijn wegens onderhoud of over grote productieeenheden die afgeschakeld zijn. De resultaten van deze
berekeningen worden vervolgens uitgewisseld en besproken
door de experts om een betrouwbare en veilige werking van
het CWE-net te waarborgen.
In het kader van de marktkoppeling werd een nieuwe gecoör­
dineerde procedure in gebruik genomen voor de D-1 capaci­
teitsberekening (vandaag voor morgen) op het niveau van de
regio CWE. Deze procedure werd bijna een jaar lang getest
en is sinds 8 november 2010 – de avond voor de start van de
marktkoppeling met vijf landen uit deze regio – volledig operati­
oneel. Dankzij dit mechanisme kan elke transmissienetbeheer­
der de veiligheid van het net controleren aan de hand van een
gezamenlijk netmodel.
Naast deze eerste voorstellen met betrekking tot
de uitwisselingscapaciteit (NTC of Net Transfert Ca­
pacity) maakt elke netbeheerder uit de CWE-zone
iedere avond een zo nauwkeurig mogelijke raming
van de situatie voor twee dagen later (D2CF: “2
days-ahead congestion forecast”). Deze bestan­
den bevatten gedetailleerde prognoses over onder
andere de topologie van het net, de productie en
het verbruik. Ze sturen ze elke avond door naar de
operatoren van Coreso, zodat zij zich een globaal
beeld van de situatie van het net kunnen vormen.
Dankzij dit gezamenlijke basismodel kan elke trans­
missienetbeheerder van de zone nagaan of een
maximaal gebruik van de uitwisselingscapaciteit, als
dat zich zou voordoen, op de verschillende grenzen
van de zone geen risico inhoudt voor de veiligheid
in de zone. Indien een potentieel probleem wordt
vastgesteld waarvoor geen oplossing voorhanden
is, worden de voorgestelde capaciteiten op geco­
ördineerde wijze naar beneden bijgesteld. Dankzij
deze controles die elke nacht in alle controlecentra
worden uitgevoerd, kunnen op de markt dagelijks
veilige uitwisselingscapaciteiten worden toegewe­
zen voor de geïnterconnecteerde netten van de
regio CWE.
INTEGRATIE VAN DE DAY-AHEADMARKTEN
Op 9 november 2010 is een cruciale stap gezet met
de gelijktijdige lancering van de prijskoppeling in de
Centraal-West-Europese regio (Benelux, Frankrijk,
Duitsland) en de volumekoppeling (Interim Tight
Volume Coupling) tussen deze regio en de Scandi­
navische markt (Denemarken, Finland, Noorwegen
en Zweden).
MARKTPRIJZEN - CWE REGIO
42 + 43
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
€/MWh
■ DE ■ BE ■ FR
■ NL
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
0
01/07 11/07 21/07 31/07 10/08 20/08 30/08 09/09 19/09 29/09 09/10 19/10 29/10 08/11 18/11 28/11 08/12 18/12 28/12
De CWE-prijskoppeling is een systeem dat de
mogelijkheid biedt om op basis van een centrale
module tegelijkertijd de uitwisselingsvolumes en
de marktprijzen te berekenen aan de hand van de
gegevens die door de transmissienetbeheerders
voor elektriciteit (Available Transfer Capacity op de
grenzen) en de energiebeurzen (verkoop- en aan­
koopaanbiedingen) worden verstrekt.
De tussentijdse oplossing “Interim Tight Volume
Coupling” (ITVC) is gebaseerd op het EMCC-kop­
pelingsmodel (“European Market Coupling Com­
pany”) voor de volumes tussen de Duitse grenzen
– en dus voortaan de volledige regio CWE – en
de Scandinavische markt via de interconnectoren
tussen Duitsland en respectievelijk Denemarken
en Zweden. Ook de interconnector NorNed tussen
Nederland en Noorwegen werd in januari 2011 in
deze volumekoppeling geïntegreerd.
Op de eerste dag waarop het mechanisme in
gebruik werd genomen, vertoonden de day-ahead­
prijzen voor het basisverbruik (baseload) binnen
de CWE-regio een convergentie voor alle uren van
de dag. De gemiddelde prijs van de elektriciteit die
op 10 november 2010 wordt geleverd, bedroeg
€ 51,21/MWh. De stromen op de ITVC-intercon­
nectoren tussen de Scandinavische landen en de
CWE-regio worden ten hoogste gedurende 23 van
de 24 uur gebruikt.
Dit systeem heeft in 2010 bijna twee maanden ge­
functioneerd. In deze periode waren alle zones van
de CWE-regio 61% van de tijd gekoppeld.
Ook de beurzen en de transmissienetbeheerders
van de CWE-regio zullen verder inspanningen leve­
ren om te evolueren naar een “flow-based”-model
voor capaciteitsberekeningen, aan de hand van een
simulatie van het verloop van de energiestromen met behulp
van een gezamenlijk CWE-netmodel.
GEHARMONISEERDE VEILINGREGELS
De lancering van de marktkoppeling in de regio “Central West
Europe” heeft ook een impact gehad op de geharmoniseerde
veilingregels die in november 2009 zijn ingevoerd voor de
toewijzing van transmissiecapaciteit op de grenzen tussen de
landen van deze regio – op jaarbasis, per maand en per dag.
De expliciete veiling van dagcapaciteit op de Duitse grenzen
is afgeschaft. Enkel als de resultaten van de prijskoppeling in
de CWE-regio niet tijdig zouden kunnen worden gepubliceerd,
worden door CASC-EU expliciete schaduwveilingen georgani­
seerd.
KOPPELING VAN DE DAY-AHEADMARKTEN
IN DE REGIO NOORD-WEST-EUROPA
De transmissienetbeheerders voor elektriciteit uit de NoordWest-Europese regio (NWE) hebben besloten om te starten
met een project voor de ontwikkeling en de implementatie van
één mechanisme voor de koppeling van de dagprijzen, met
als doel om de groothandelsmarkten van de Centraal-WestEuropese regio (CWE met Duitsland, België, Frankrijk, het
Groothertogdom Luxemburg en Nederland), van de Scandi­
navische regio (Nordic bestaande uit Finland, Denemarken,
Noorwegen en Zweden) en van Groot-Brittannië op duurzame
wijze te integreren.
INTEGRATIE VAN DE INTRADAYMARKTEN
Elia en zijn Nederlandse collega-netbeheerder TenneT zijn op
27 mei 2010 begonnen met de toewijzing van intradayca­
paciteit op hun gemeenschappelijke grens. De marktspelers
kunnen hierdoor soepeler reageren om hun evenwicht tussen
productie en verbruik bij te sturen, vooral bij onvoorziene
gebeurtenissen. In 2008 werd een analoog mechanisme inge­
voerd op de grens met Frankrijk.
Er wordt op dit ogenblik een vergelijkbaar initiatief onderzocht
voor de grenzen tussen de vijf landen van de regio CWE.
Op 9 november 2010
werden de prijskoppeling
in de Centraal-WestEuropese regio (Benelux,
Frankrijk, Duitsland) en de
volumekoppeling (ITVC)
tussen deze regio en de
Scandinavische markt
(Denemarken, Finland,
Noorwegen en Zweden)
gelijktijdig gelanceerd.
De interconnector
NorNed tussen Nederland
en Noorwegen werd
in januari 2011 in deze
volumekoppeling
geïntegreerd.
De intradaymarkten zijn een belangrijk instrument
voor de marktspelers, die hier gebruik van kunnen
maken om hun positie terug in evenwicht te brengen
in geval van veranderende voorwaarden met betrek­
king tot vraag en aanbod tussen het day-aheadsta­
dium en de operaties in real time. Dit aspect wordt
nog belangrijker met het oog op de toename van
de productiecapaciteit met een variabel karakter.
De mogelijkheid voor de marktspelers om hun
onevenwichten weg te werken, zou nog sterk kun­
nen worden verbeterd indien zij niet alleen gebruik
zouden kunnen maken van de liquiditeit die op de
nationale markten voorhanden is, maar ook van de
liquiditeit op de extranationale markten, in zoverre er
grensoverschrijdende capaciteit beschikbaar is.
Daarenboven biedt een goed functionerende grens­
overschrijdende intradaymarkt zowel voordelen voor
de netbeheerders als voor de marktspelers. Een
dergelijke markt zou immers een positief effect heb­
ben op het algemene onevenwicht in de regelzone
omdat de marktspelers voor het compenseren van
hun onevenwichten tegen concurrerendere prijzen
over liquiditeit kunnen beschikken.
INTEGRATIE VAN DE BELGISCHE
EN DE NEDERLANDSE INTRADAYMARKTEN
In de loop van 2010 hebben Elia, TenneT en de
energiebeurzen Belpex en APX-Endex samen een
systeem voor de impliciete toewijzing van intraday­
capaciteit op de grens tussen België en Nederland
ontwikkeld. De vier partners hebben een akkoord
bereikt over het gebruik van het tradingplatform
Elbas van Nord Pool Spot. De tests met het oog
op de invoering van het systeem zijn afgerond. Het
project werd begin 2011 gelanceerd.
PROJECT VOOR DE INTEGRATIE VAN DE
INTRADAYMARKTEN IN DE REGIO “NOORD-WEST-EUROPA”
Tot dusver bestaan in de Noord-West-Europese regio meer­
dere niet-gecoördineerde mechanismen voor de toewijzing van
intradaycapaciteit naast elkaar. Deze hebben zowel betrekking
op expliciete als op impliciete toewijzingen.
Gelet op de uiteenlopende ontwikkelingsniveaus en de ver­
schillende modellen van grensoverschrijdende intradaymarkten,
hebben de transmissienetbeheerders van de regio NWE (Am­
prion, Creos, Elia, EnBW TNG, Energinet.dk, Fingrid, National
Grid, RTE, Statnett, Svenska Kraftnät, TenneT B.V., TenneT
GmbH en 50Hertz Transmission) het project ‘NWE Intraday’
gelanceerd.
Dit project heeft tot doel een regionale intradaymarkt tot stand
te brengen op het niveau van Noord-West-Europa. Globaal ge­
nomen zal dit project de marktwerking vergemakkelijken door
een toename van de intradayliquiditeit op de energiebeurzen.
Hierdoor wordt tegelijkertijd ook de veiligheid van het elektri­
sche systeem in de regio versterkt.
De Belgische markt
NEGATIEVE PRIJZEN
Op 9 november 2010 zijn op Belpex en op alle andere beurzen
in de CWE-regio negatieve prijzen toegelaten in overeenstem­
ming met de regeling die op de Duitse markt geldt. Ten gevolge
van deze evolutie heeft Elia de activeringsprijs van een aantal
ondersteunende diensten en het onevenwichtstarief aange­
past. Deze aanpassingen hebben een gunstige impact op de
signalen die aan de markt worden gegeven in het geval van
een productieoverschot en leiden tot meer flexibiliteit, voorna­
melijk voor de producenten van hernieuwbare energie.
CLOSED DISTRIBUTION SYSTEMS
De Europese richtlijn 97/2009 voorziet in een nieuwe soort
speler: het “gesloten distributiesysteem” of “closed distribu­
44 + 45
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
tion system”. Dit is een net dat instaat voor de
distributie van elektriciteit binnen een geografisch
afgebakende industriële of commerciële locatie of
een locatie met gedeelde diensten. De klanten van
deze “private” netten moeten hun leverancier vrijelijk
kunnen kiezen.
In 2010 heeft de Users’ Group van Elia hierover
een advies geformuleerd aan het adres van de
Belgische autoriteiten. In deze tekst zijn voorstel­
len geformuleerd over de meest geschikte manier
om deze richtlijn en de richtsnoeren om te zetten
in een oplossing voor de betrokken industriële
klanten. Synergrid, de vereniging van netbeheerders
in België, heeft ook een advies uitgewerkt over dit
onderwerp. Dit advies, waarin het standpunt van
alle transmissie- en distributienetbeheerders wordt
uiteengezet, is overgelegd aan de federale en
regionale overheden. Verder onderzoekt Elia welke
praktische en contractuele voorwaarden dienen te
worden ingevoerd om te verzekeren dat de op het
Elia-net aangesloten “closed distribution systems”
in de praktijk kunnen functioneren.
De Duitse markt
“NETZREGELVERBUND”
In antwoord op een beslissing van de Duitse regu­
leringsinstantie BNetzA is 50Hertz Transmission er,
in samenwerking met de andere Duitse transmissie­
netbeheerders voor elektriciteit, in geslaagd om het
reguleringsmechanisme “Netzregelverbund” tot heel
Duitsland uit te breiden. Dit innovatieve balancing­
mechanisme, dat uniek is in het continentale Euro­
pese net, zal tegen mei 2011 volledig operationeel
zijn. Situaties waarbij in een bepaalde regelzone
sprake is van een productieoverschot, terwijl in een
andere regelzone een vermogenstekort ontstaat,
worden voortaan op een geïntegreerde manier met
elkaar in evenwicht gebracht, met een daling van de
globale kostprijs voor de verbruiker als gevolg.
Belpex, de Belgische energiebeurs
Belpex is de Belgische beurs voor de
handel op korte termijn van elektriciteit en
groenestroomcertificaten. Belpex biedt producenten,
leveranciers, industriële grootverbruikers en
handelaars de mogelijkheid om hun portefeuille
op korte termijn tegen een transparante en
internationaal concurrentiële prijs te optimaliseren.
Eind 2010 waren er op Belpex 36 marktspelers – producenten,
leveranciers, traders en banken – geregistreerd en actief.
Dat zijn er twee meer dan aan het einde van het jaar voordien.
Dankzij het succes van de trilaterale marktkoppeling die in 2006
werd gelanceerd, kan Belpex sinds zijn oprichting onafgebroken
positieve financiële resultaten voorleggen. Deze situatie heeft
zich in 2010 verder doorgezet en stelt de onderneming in staat
om haar Belgische en Europese klanten nieuwe producten aan
te bieden.
STIJGENDE VOLUMES
Na de daling die aan het einde van 2008 en tijdens de eerste
maanden van 2009 werd opgetekend – als gevolg van de
financiële en economische crisis – gaat het verbruik sinds eind
2009 en zeker in 2010 weer in stijgende lijn. Het aandeel van
de day-aheadmarkt van Belpex in het Belgische verbruik maakt
dezelfde evolutie door met een toename van 12,4% in 2009 tot
13,7% in 2010. Het uitgewisselde volume is gestegen van een
daggemiddelde van 27.782 MWh in 2009 naar 32.446 MWh in
2010.
Het recordvolume in 2010 dateert van 7 december met 80.607
MWh, of 27,1% van het gemiddelde dagverbruik op het Elia-net.
CONVERGERENDE PRIJZEN
Tijdens de opstartperiode van de trilaterale marktkoppeling (22
november 2006 tot 9 november 2010) zijn de prijzen op de
drie elektriciteitsbeurzen – EPEX Spot France, Belpex en APX –
gemiddeld gedurende 61,9% van de tijd gelijk geweest.
De gemiddelde prijs op de day-aheadmarkt van Belpex
bedroeg € 46,30 per MWh. Deze prijs lag iets hoger dan het
Nederlandse gemiddelde (€ 45,38/MWh), maar was lager dan
het Franse gemiddelde (€ 47,50/MWh). In 2010 waren de
Belgische en de Franse prijzen gedurende 84,9% van de tijd
gelijk, terwijl de Belgische en de Nederlandse beurzen gedu­
rende 72,9% van de tijd convergeerden. De prijzen op de drie
beurzen waren gedurende 59,1% van de tijd gelijk.
Tussen 9 november 2010 en het einde van dat jaar waren de
Duitse, Belgische, Franse en Nederlandse day-aheadprijzen
gedurende 55,1% van de tijd gelijk.
In diezelfde periode convergeerden de Belgische en de Franse
prijzen gedurende 97,7% van de tijd en de Belgische en
Nederlandse prijzen gedurende 69,3%. De prijsconvergentie
op de Belgische grenzen blijft dus hoog door de pentalaterale
CWE-koppeling. De marktkoppeling in de Centraal-WestEuropese regio vermindert tevens de prijsvolatiliteit, dankzij de
liquiditeit die op de spotmarkten in de CWE-regio aanwezig is.
Bovendien kon dankzij deze koppeling van de liquiditeit worden
vermeden dat er negatieve prijzen werden gevormd op mo­
menten waarop de vraag laag was en er tegelijkertijd in Duits­
land grote hoeveelheden energie op basis van hernieuwbare
Marktkoppeling
De marktkoppeling bundelt de aankooporders met de hoogste prijs met de verkooporders met de laagste
prijs op meerdere beurzen, ongeacht het land waar die orders werden ingebracht, maar wel rekening houdend met de beschikbare dagcapaciteit op de interconnecties. Dit heeft tot gevolg dat het goedkoopste
aanbod aan de vraag wordt gelinkt, onafhankelijk van het land waaruit dit aanbod afkomstig is. Of aan de
vraag in een bepaald land kan worden voldaan met een aanbod uit een ander land, hangt af van de dagcapaciteit die beschikbaar is op de interconnecties. Als deze volstaat, is de prijs op de verschillende markten
gelijk. Wanneer deze capaciteit ontoereikend is, blijven de prijsverschillen beperkt door de verzadiging van
de grenscapaciteiten.
In 2006 is met succes een trilaterale marktkoppeling tot stand gebracht tussen de Belgische, de Franse en
de Nederlandse energiebeurzen (respectievelijk Belpex, Powernext en APX) en de transmissienetbeheerders voor elektriciteit uit deze drie landen (Elia, RTE en TenneT). Dit mechanisme wordt op wereldvlak als
een echte referentie beschouwd. In november 2010 werd de marktkoppeling uitgebreid tot de CentraalWest-Europese regio (CWE waartoe Duitsland, België, Frankrijk en het Groothertogdom Luxemburg behoren). Tegelijkertijd is een volumekoppeling gelanceerd tussen de CWE-regio en de Scandinavische landen,
hetgeen neerkomt op de uitbreiding van de marktkoppeling tot negen Europese landen. De werken worden
nu voortgezet binnen de Noord-West-Europese regio, waar Groot-Brittannië onderdeel van is.
energiebronnen werden geproduceerd. In deze omstandighe­
den kunnen op een geïsoleerde spotmarkt negatieve prijzen
ontstaan, terwijl op een gekoppelde markt positieve prijzen
kunnen worden gehandhaafd dankzij de uitvoer.
De marktkoppeling genereerde dagelijks een optimaal gebruik
van de invoer- en uitvoercapaciteit op de grenzen tussen België
en Nederland en tussen België en Frankrijk, met een gemid­
deld invoervolume van 18.099 MWh per dag en een gemiddeld
uitvoervolume van 16.244 MWh per dag.
CONTINUE MARKTEN
Afgezien van de day-aheadmarkt biedt Belpex nog twee an­
dere marktsegmenten aan.
Het eerste marktsegment is de CIM of “Continuous Intraday
Market”. Het continue intradaysegment biedt een elektronisch
platform aan waarop de marktspelers alle onverwachte veran­
deringen in hun elektriciteitsportefeuille (door een panne van
een productie-eenheid, wijziging van de windvoorspellingen,
onverwachte stilstand bij een grote industriële klant, ...) tot vijf
minuten voor de levering kunnen verhandelen. Dit instrument
maakt bijgevolg een beter risicobeheer mogelijk voor de nieu­
we spelers en producenten die variabele energiebronnen, zoals
wind- en zonne-energie, gebruiken. De intradaymarkt heeft ook
het voorbije jaar een sterke groei gekend: in 2010 werd 275,6
GWh verhandeld, tegenover 193,6 GWh in 2009 en 94 GWh
in 2008. In het totaal zijn 6.896 contracten gesloten, tegenover
5.488 in 2009.
Belpex werkt nauw samen met een aantal Europese partners
om in de toekomst ook de intradaytoewijzing van grensover­
schrijdende transmissiecapaciteit impliciet te laten verlopen. Op
vraag van Elia en TenneT is Belpex begin 2011 overgegaan tot
de impliciete intradaytoewijzing van capaciteit op de intercon­
nectie tussen België en Nederland, in samenwerking met
APX-Endex. Dit type van toewijzing is een mooie aanvulling
op de bestaande producten. De intradaytoewijzing
voorziet in de mogelijkheid om het volledige Euro­
pese leveringsaanbod tot vlak voor het tijdstip van de
fysieke levering te kunnen verhandelen. Dit is in het
bijzonder nuttig voor de productie-eenheden op basis
van hernieuwbare energie met een variabel karakter.
BEURS VOOR GROENESTROOMCERTIFICATEN:
GCE 4
Belpex heeft in maart 2009 in Vlaanderen
en in mei 2009 in Wallonië een beurs voor
groenestroomcertificaten opgericht. Deze beurs
verhoogt de transparantie op de certificatenmarkt
en vergemakkelijkt de contacten tussen kopers
en verkopers. De beurs biedt gestandaardiseerde
producten aan, zowel voor groenestroom- als
voor warmtekrachtkoppelingscertificaten. De
samenwerking met de regionale regulatoren VREG
en CWAPE zorgt voor een gewaarborgde levering en
draagt bij tot de betrouwbare werking van de beurs.
Eind 2010 waren er op de GCE-markt 18 deelnemers
actief. Er werden in het totaal 22.358 certificaten ver­
handeld. Dit volume kan worden opgesplitst in 8.215
Vlaamse groenestroomcertificaten, 4.800 Vlaamse
warmtekrachtkoppelingscertificaten en 9.343 Waalse
groenestroomcertificaten. De gemiddelde prijs voor
de drie markten bedroeg respectievelijk € 101,3 per
GC, € 36 per WKKC en € 84,3 per GC. Net als in
2009 stonden de certificaatprijzen in 2010 zwaar on­
der druk door de verminderde vraag naar elektriciteit,
waardoor de vraag naar groenestroomcertificaten een
vergelijkbare terugval kende.
4 Green Certificates Exchange
46 + 47
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
preventief beheer
van kritieke situaties
op het net
Beheer van het evenwicht tussen
productie en verbruik
Het Belgische transmissienet voor elektriciteit
maakt deel uit van het elektriciteitsnet van het
Europese vasteland. Het is een geheel waarin de
elektriciteit vrij rondstroomt, van Portugal tot Polen
en in het oosten tot in Bulgarije en het verbindt 24
geïnterconnecteerde landen. Dit net op zeer hoge
spanning kan met de slagaders van het menselijk
lichaam worden vergeleken, aangezien het instaat
voor de elektriciteitstoevoer van de netten met een
lagere spanning die de elektriciteit uiteindelijk tot
bij de verbruikers brengen. Het grote Europese
transmissienet, dat uit ongeveer 305.000 kilometer
aan luchtlijnen bestaat, wordt uitgebaat door 41
transmissienetbeheerders. Om een betrouwbare
werking te garanderen, passen zij allemaal de­
zelfde technische regels toe die zijn opgesteld en
geregeld worden bijgewerkt door de vereniging
van transmissienetbeheerders voor elektriciteit,
ENTSO-E (European Network of Transmission
System Operators for Electricity). De interconnecties
tussen de nationale transmissienetten liggen aan de
basis van de interne elektriciteitsmarkt, aangezien
zij het mogelijk maken om heel Europa van stroom
te voorzien. Bijgevolg maken zij het mogelijk de
concurrentie te laten spelen tussen de leveranciers
en zorgen zij er ook voor aan dat een plaatselijke
panne in een grote productie-eenheid het hoofd kan
worden geboden. Als je vanuit de ruimte een foto
van dit net zou maken, zou het lijken alsof over heel
Europa een soort van visnet met grote asymmetri­
sche mazen gespannen is, waarin diverse soorten
productie-eenheden (elektriciteitscentrales, windtur­
bines, warmtekrachtkoppelingseenheden, ...) ener­
gie injecteren en waarvan op hetzelfde moment verschillende
soorten gebruikers (grote fabrieken, KMO’s, instellingen – zoals
ziekenhuizen – en gezinnen) energie afnemen.
Het is echter niet eenvoudig om elektriciteit in grote hoeveel­
heden op te slaan (behalve via pompcentrales). De elektri­
citeitsproductie moet daarom op ieder ogenblik gelijk zijn
aan het verbruik dat van dit grote net wordt afgenomen voor
de activiteiten en de behoeften van meer dan 500 miljoen
inwoners. Alle transmissienetbeheerders, zoals Elia en 50Hertz
Transmission, waken erover om dit evenwicht binnen een strikt
afgebakende regelband in stand te houden, met inachtneming
van gezamenlijke regels.
Elk van de 41 transmissienetbeheerders reserveert hiertoe bij de
producenten, een productiecapaciteit die hem in staat stelt om
de hoeveelheid in zijn net geïnjecteerde energie naar boven of
naar beneden bij te stellen. De aankoop van reservecapaciteit
gebeurt via een Europese aanbesteding. Deze productiecapaci­
teit verschilt in functie van de reactiesnelheid en de interventie­
duur. In de eerste plaats zijn bepaalde productie-eenheden erop
voorzien om hun productie vrijwel ogenblikkelijk aan te passen
aan verschillen tussen de referentiefrequentie (die in Europa 50
Hz bedraagt) en de op het net gemeten frequentie, die afhanke­
lijk is van het onmiddellijke onevenwicht tussen de hoeveelheden
energie die op het hele geïnterconnecteerde net geïnjecteerd
en afgenomen worden. Alle productie-eenheden die op het
grote Europese net zijn aangesloten – waar zij zich ook op het
Europese vasteland bevinden – kunnen op die manier samen
reageren om onmiddellijk een gelijktijdig verlies op te vangen van
3.000 MW (3 miljoen kW), wat overeenstemt met de capaciteit
van twee van de grootste productie-eenheden. De beheerders
van de netten waarop de uitgeschakelde centrales zijn aange­
sloten, schakelen vervolgens andere productiemiddelen in om
deze automatische interventiecapaciteit zo spoedig mogelijk te
herstellen, en dit tot de toestand weer genormaliseerd is.
Pompcentrale van Goldisthal. In een pompcentrale
worden twee reservoirs gebruikt voor de opslag van
water. Dit is één van de beschikbare oplossingen om
het evenwicht tussen de productie en het verbruik van
elektriciteit te bewaren.
Iedere netbeheerder moet tevens in staat zijn om
de goede werking van het elektriciteitssysteem in
zijn regelzone te herstellen, zelfs in geval van een
black-out, d.w.z. een totale onderbreking van de
elektriciteitsvoorziening in een uitgestrekt geogra­
fisch gebied.
Blackstart: de geleidelijke
wederopbouw van het net
Bij een onderbreking van de elektriciteitsbevoorra­
ding in een uitgestrekt geografisch gebied doet de
netbeheerder een beroep op productie-eenheden
die speciaal zijn uitgerust om autonoom te kunnen
herstarten, ook “blackstartcentrales” genoemd. Ie­
dere netbeheerder sluit contracten voor blackstart­
diensten af met producenten uit zijn zone en gaat
geregeld na of zij daadwerkelijk in staat zijn om op
zijn verzoek autonoom te herstarten. In 2010 heeft
Elia uitgebreide tests uitgevoerd bij drie centrales.
Dankzij deze capaciteit om te herstarten zonder
elektriciteitstoevoer vanuit het transmissienet bieden
deze productie-eenheden de mogelijkheid om een
steeds groter deel van het transmissienet geleide­
lijk aan opnieuw te bevoorraden en zo de andere
productie-eenheden weer op te starten. Daarbij
wordt er tegelijkertijd op toegezien dat steeds meer
verbruikers worden aangesloten, zodat de hoeveel­
heid geïnjecteerde energie en de hoeveelheid van
het net afgenomen energie steeds in evenwicht
blijven. Dit is een delicate oefening die in een crisis­
situatie bijzondere aandacht en expertise vereist van
het personeel van de netbeheerder!
Crisissimulatie: teams onder druk om de
waakzaamheid te testen en de procedures
te verbeteren
In een crisissituatie worden mensen opgeroepen om
de normale toestand te herstellen. De graad waarin ze
voorbereid zijn op die taak, is doorslaggevend. Elia heeft
sinds zijn oprichting een noodplan opgesteld dat de rollen
en verantwoordelijkheden van de verschillende betrokkenen
definieert wanneer zich een zwaar probleem zou voordoen op
het transmissienet. Deze procedures worden geregeld getest
tijdens simulatieoefeningen. In 2010 werd gedurende twee
dagen een oefening uitgevoerd, zowel op het terrein als in het
nationale crisiscentrum en in twee van de drie regionale centra.
De oefening, die de naam ‘High Voltage’ kreeg, ging uit van
een zeer realistisch scenario: vanaf donderdag werden door
het KMI stormwinden aangekondigd voor vrijdagochtend, de
buurlanden waren al zwaar getroffen, de eerste contacten
met het crisiscentrum van het ministerie van Binnenlandse
Zaken werden gelegd. De echte crisissituatie begon op vrijdag
met een aaneenschakeling van zeer realistische incidenten:
bomen die omvallen en lijnen beschadigen, oproepen van de
naburige transmissienetbeheerders, stroomonderbrekingen,
overstromingen, delen van het net die buiten dienst worden
gesteld, ziekenhuizen en industriële klanten zonder stroom,
ernstig verstoord treinverkeer, een getroffen Seveso-site,
omgevallen hoogspanningsmasten! Over het algemeen
hebben de teams van Elia de crisissituatie goed onder controle
gehouden, tot tevredenheid van onze ‘getroffen’ klanten. Uit de
debriefing van de dag kwamen enkele verbeteringspunten naar
voor, waarvoor intussen al actieplannen werden uitgewerkt.
Met deze simulatie werd het belang van een dergelijke oefening
voor alle betrokken partijen bevestigd.
48 + 49
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
Earth Hour: sensibiliseren om beter
te beheren
De actie Earth Hour vond dit jaar plaats op zaterdag 27 maart.
Wereldwijd hebben een honderdtal landen deelgenomen aan
deze actie die door het World Wildlife Fund werd georgani­
seerd. Met deze actie riep het WWF de bevolking, de bedrijven
en de overheden op om tussen 20.30 en 21.30 uur alle lichten
te doven, teneinde de klimaatverandering en de energieproble­
matiek onder de aandacht te brengen.
Net als in 2009 hadden Elia en zijn Europese collega-netbe­
heerders zich voorbereid op een mogelijk plots onevenwicht
tussen productie en verbruik. Bij Elia werd een gedeeltelijk
alarm geslagen om verscheidene operationele teams te mobili­
seren, om de crisisorganisatie in werking te stellen en de totale
in België beschikbare regelcapaciteit te reserveren. Bovendien
heeft Elia - met de hulp van de media en de instemming van
het WWF – de Belgische verbruikers opgeroepen om hun actie
in de tijd te spreiden. Tussen 18.30 en 21.00 uur registreerde
Elia een verbruik dat 200 MW lager lag dan de verwachtingen
voor een normale zaterdag.
Gezamenlijke studie met Fluxys, beheerder
van het transportnet voor gas
Deze gezamenlijke studie had tot doel om, in geval van een
black-outsituatie, de interacties tussen het elektriciteitstrans­
missienet en het gastransportnet te onderzoeken. Men moest
immers nagaan of de gasturbines, die voor een blackstartsitu­
atie zijn uitgerust, in een dergelijke uitzonderlijke situatie van
aardgas kunnen worden voorzien. De conclusies van de studie
bevestigen dat een regionale elektrische black-out een zeer
belangrijke impact kan hebben op het gastransportnet. Een
black-out zou echter de bevoorrading van de blackstartcentra­
les niet in gevaar brengen, aangezien het totale verbruik na een
elektrische black-out lager zou liggen dan het normale verbruik.
Om het risico nog verder te beperken, werden bovendien en­
kele aandachtspunten opgenomen in de heropbouwcode.
Om de elektriciteitsbevoorrading
in alle omstandigheden te verzekeren, wordt preventief een reeks
maatregelen en acties genomen.
Herziening van de heropbouwcode
De goede werking van het transmissienet voor elek­
triciteit is voor zowel de gemeenschap als voor de
continuïteit van de industriële en economische ac­
tiviteiten van vitaal belang. Het elektrische systeem
is ontworpen om op een zeer hoog betrouwbaar­
heidsniveau te werken, maar risico’s kunnen nooit
voor 100% worden uitgesloten. Vanuit dit oogpunt
is het dan ook nuttig om de heropbouwcodes van
de netten geregeld te herzien. In deze codes zijn
de operationele procedures vastgelegd die door
de controlecentra, de evenwichtsverantwoordelij­
ken, de netgebruikers en de andere netbeheerders
moeten worden uitgevoerd, wanneer het elektri­
citeitssysteem geheel of gedeeltelijk moet worden
heropgebouwd. In 2010 werden de heropbouwco­
des van Elia grondig herzien en afgestemd op de
ontwikkeling van het Belgische elektrische systeem.
De procedures zijn vereenvoudigd, de scenario’s
werden waar nodig aangepast en het betrokken
personeel werd bijgeschoold. De codes zullen begin
2011 aan de externe stakeholders worden bezorgd.
Samenwerking met de federale
crisiscel CGCCR
Elia werkt nauw samen met het Coördinatie- en
Crisiscentrum van de Regering (CGCCR) door
op regelmatige basis ervaringen uit te wisselen.
Daarnaast werd in het interne noodplan ook een
nieuwe procedure voor meldingen door Elia aan het
centrum opgenomen.
de toekomst
voorbereiden
onderzoek & ontwikkeling
Het verminderen van de CO2-uitstoot is een van de groot­
ste uitdagingen voor de 21ste eeuw. Hiervoor zijn belangrijke
veranderingen op het vlak van de productie en het verbruik van
elektriciteit noodzakelijk:
• de overstap naar hernieuwbare energiebronnen of energie­
bronnen met een lage CO2-uitstoot;
• het opvangen en opslaan van CO2 afkomstig van productieeenheden die fossiele brandstoffen gebruiken;
• het verhogen van de energie-efficiëntie en een dynamisch
beheer van de vraag.
De transmissienetbeheerders voor elektriciteit spelen een sleu­
telrol in deze ontwikkeling. De netten zullen ongetwijfeld aan
belang winnen doordat:
• de afstand tussen de grote productiecentra op basis van
hernieuwbare energie (op zee of buiten Europa gelegen) en
de verbruikscentra steeds groter wordt;
• de decentrale productie van elektriciteit toeneemt;
• energie-opslag (bijvoorbeeld in pompcentrales die zich in
bergachtige streken bevinden) wordt gebruikt om het varia­
bele karakter van bepaalde hernieuwbare energiebronnen,
zoals wind- en zonne-energie, te compenseren;
• geleidelijk wordt overgegaan op elektriciteit voor het goede­
ren- en personenvervoer en voor verwarming.
Elia heeft op deze evolutie ingespeeld door op het niveau van
de Elia groep een Directie Innovation and Knowledge Manage­
ment op te richten, die als opdracht heeft om:
1. actief mee te werken aan het programma voor Onderzoek
en Ontwikkeling dat in de Europese Unie wordt gereali­
seerd, zodat binnen de groep de vereiste vaardigheden en
kennis kunnen worden ontwikkeld;
2. een netwerk te creëren van onderzoekscentra en universi­
teiten in België, in Duitsland en, in ruimere zin, in Europa;
3. n
aambekendheid te verwerven op internati­
onaal niveau door actief deel te nemen aan
projecten die gericht zijn op het demonstreren
van nieuwe technologieën voor de ontwikkeling
en de exploitatie van de elektriciteitsnetten.
Zo heeft Elia in samenwerking met verscheidene
Europese partners een aantal nieuwe projectvoor­
stellen uitgewerkt. De projecten Ecogrid (demon­
stratie van intelligente netconcepten) en After (studie
van de kwetsbaarheid van elektrische systemen en
opstellen van terugvalmaatregelen) hebben groen
licht gekregen van de Europese Commissie en
zullen in de loop van 2011 van start gaan. Andere
projectvoorstellen worden momenteel door de
Commissie onderzocht.
Elia Group Innovation and
Knowledge Management
De Directie Innovation and Knowledge Management
heeft als taak de groep en al zijn medewerkers voor
te bereiden op de toekomstige uitdagingen van het
huidige en het toekomstige energiebeleid, exper­
tise op te bouwen op het gebied van de nieuwe
technologieën die door de constructeurs worden
voorgesteld alvorens ze in de netten te integreren,
zijn medewerkers in de mogelijkheid te stellen om
actief deel te nemen aan innovatieve activiteiten op
het vlak van de invoering van koolstofarme oplos­
singen in de elektriciteitssector, en ten slotte, een
ware kweekvijver te creëren voor de ontwikkeling en
de verankering van de kennis en de knowhow op
het gebied van netbeheer.
50 + 51
ECONOMISCH
VERSLAG
ELIA 2010
European Wind Integration
Study (EWIS)
Towards A Successful Integration
of Large Scale Wind Power
into European Electricity Grids
e x ecutive summ a ry
a n d r e c o m m e n d at i o n s
European Electricity Grid Initiative
(EEGI)
De conclusies van
deze studie over de
grootschalige integratie
van windenergie in
onze netten werden
gepubliceerd in 2010.
Europese projecten
EWIS
De transformatie van de elektriciteitsnetten vereist
een langetermijnvisie omdat de levensduur van de
investeringen in het net over het algemeen 25 tot 50
jaar bedraagt. Het project “European Electricity Grid
Initiative”, of EEGI, in het kader van het “Strategic
Energy Technology Plan” (SET-plan), is een van de
pijlers die de Europese Commissie in dit verband
heeft opgericht.
Elia en zijn dochteronderneming 50Hertz Transmis­
sion hebben, in samenwerking met de transmis­
sienetbeheerders RTE (Frankrijk), Red Electrica
(Spanje), TenneT (Nederland) en de Duitse TNB’s
Amprion en TenneT GmbH, evenals met 7 distribu­
tienetbeheerders, waaronder het Belgische Ores en
Eandis, intensief overleg gepleegd met de Commis­
sie en de diverse stakeholders om een ambitieus en
realistisch programma voor onderzoek en ontwik­
keling op te zetten. De vier krachtlijnen van dit
programma zijn: technische uitdagingen, aangele­
genheden met betrekking tot de elektriciteitsmarkt,
de integratie van hernieuwbare energiebronnen en
een actief beheer van de vraag, de problematiek
van de gegevensuitwisseling op pan-Europees ni­
veau en de aspecten met betrekking tot wetgeving
en regulering.
Een netwerk van onderzoekscentra
en universiteiten
Elia heeft in de loop der jaren verschillende part­
nerschappen met universiteiten gesloten om de
samenwerking over gemeenschappelijke onder­
zoeksthema’s te bevorderen. In dit kader verleent
Elia steun aan doctoraatsproefschriften aan de
betrokken universiteiten en werkt het samen met
deze instellingen aan Europese projecten.
De “European Wind Integration Study” (EWIS) werd opgezet
op initiatief van de netbeheerders en wordt gefinancierd in het
kader van het zesde kaderprogramma voor onderzoek van
de Europese Commissie. EWIS stelde zich tot doel om vanaf
2015 concrete oplossingen voor te stellen om de integratie van
de door windmolenparken geproduceerde energie met een
variabel karakter in het Europese energielandschap mogelijk
te maken en meer bepaald in de netten op zeer hoge span­
ning. Behalve verscheidene transmissienetbeheerders voor
elektriciteit, waaronder de Elia groep, maakte ook de Europese
vereniging van producenten van windenergie (European Wind
Energy Association – EWEA) deel uit van EWIS. EWIS telde
verschillende werkgroepen die zowel de technische als de
regelgevende en juridische aspecten bekeken en heeft in 2010
zijn eindverslag gepubliceerd. De voorgestelde resultaten wor­
den sindsdien beschouwd als referenties op dit gebied.
7MW-WEC-by11
Dit Europese project wil enerzijds de opkomst van windener­
gieproductie-eenheden met een groot vermogen promoten en
anderzijds een model ontwikkelen om de wind te voorspellen.
In het kader van dit project verricht Elia meer bepaald onder­
zoek naar het gebruik van een windmolenpark als instrument
dat tot de regeling van het transmissienet kan bijdragen. Be­
paalde windturbines kunnen immers bijdragen tot de productie
van reactieve energie, zelfs bij zwakke wind of bij windstil
weer. Als er zich op het net een incident voordoet, blijven deze
turbines aangesloten. Zodra het defect is verholpen, kunnen zij
opnieuw energie injecteren, wat de netbeheerder helpt om de
situatie te normaliseren. Dit toont aan dat het reactief vermo­
gen, en indien nodig het actief vermogen, vanuit het contro­
lecentrum van de netbeheerder kan worden geregeld. Op die
manier kan Elia de uitbaters van windmolenparken of andere
kleine producenten een bewakings- en regelservice bieden,
waardoor deze uitbaters de installatiekosten van een dispat­
ching niet zelf hoeven te dragen.
Ampacimon is een meetinstrument waarmee de
transmissiecapaciteit van
luchtlijnen kan worden
bepaald. Deze uitrusting zal
in het kader van het project
Twenties worden getest.
AMPACIMON
Dit project, dat in partnerschap met de Universiteit van Luik is
gerealiseerd, heeft geleid tot de ontwikkeling van een meetin­
strument dat het mogelijk maakt om de reserve aan transmis­
siecapaciteit van bovengrondse verbindingen te bepalen. De
meting die in real time wordt uitgevoerd, gaat uit van de trillin­
gen op de geleiders van de luchtlijn. De eerste meettoestellen
werden op het Elia-net geïnstalleerd voor een experiment op
ware schaal. Deze uitrusting zal eveneens in het kader van het
Europese project Twenties worden getest.
siecapaciteiten, vooral dankzij regelapparatuur als
dwarsregeltransformatoren, de optimalisering van
de capaciteit in functie van de beschikbare weersin­
formatie (bijvoorbeeld Ampacimon) en de stabiliteit
van het net. Verscheidene Belgische universiteiten
nemen deel aan dit programma: de KU Leuven, de
ULB en de Universiteit van Luik. Coreso, het regio­
naal technisch coördinatiecentrum, is eveneens bij
het studieprogramma betrokken.
OPTIMATE
SMARTLIFE
Het project OPTIMATE, dat eind 2009 voor drie jaar werd
gelanceerd, verenigt vijf transmissienetbeheerders en zeven
universiteiten en onderzoekscentra. Dit project is gericht op
het ontwikkelen van een simulatieplatform waarmee verschil­
lende elektriciteitsmarktmodellen kunnen worden vergeleken,
als voorbereiding op de massale integratie van hernieuwbare
energiebronnen in verschillende regionale markten. In 2010
werd er gewerkt aan het ontwerpen van het platform, op basis
van een vereenvoudigd model voor het Europese elektriciteits­
net, werden modellen opgesteld voor de prognoses van de
productie met een variabel karakter en werden de bestaande
en toekomstige marktmodellen geanalyseerd en gesyntheti­
seerd. In deze context heeft Elia zich in het bijzonder toegelegd
op de analyse van de Centraal-West-Europese regio.
Elia neemt deel aan de werkzaamheden van de
werkgroep “Smartlife”, die uit de voornaamste
transmissienetbeheerders, distributienetbeheerders
en onderzoekscentra bestaat. Deze werkgroep ont­
wikkelt verouderingsmodellen van de infrastructuur­
onderdelen van de netten om de resterende levens­
duur te evalueren, de uitbatingsrisico’s te analyseren
en de vervangingsstrategieën te optimaliseren, met
als doel de overgang van de bestaande netten naar
de netten van de toekomst voor te bereiden.
TWENTIES
Dit samenwerkingsproject, dat door de Europese Commis­
sie wordt gesteund, verenigt 26 partners: netbeheerders,
producenten, distributeurs, constructeurs en universiteiten. Het
omvat verscheidene demonstraties van innoverende technie­
ken, gaande van de opslag van elektriciteit en het beheer van
de vraag tot het leveren van ondersteunende diensten door de
productie-eenheden op basis van hernieuwbare energie. Elia
bestudeert met name de aspecten die betrekking hebben op
de flexibiliteit van de hoogspanningsnetten, gelet op de aan­
wezigheid van een aanzienlijke productie van elektriciteit met
een variabel karakter, en de optimalisering van de transmis­
SUPERGRID
De Elia groep volgt van nabij de internationale initi­
atieven met betrekking tot de ontwikkeling van de
toekomstige elektriciteitssnelwegen op gelijkstroom.
Deze maken het mogelijk om belangrijke hoeveel­
heden energie die in Noord- of Zuid-Europa worden
geproduceerd, op het net aan te sluiten en over
grote afstanden te vervoeren.
milieuverslag
Als transmissienetbeheerders voor elektriciteit vervullen Elia
en 50Hertz een voorbeeldfunctie ten aanzien van de markt en
de gemeenschap. De milieudimensie – de zorg voor de toekomst
van de planeet – is een essentieel onderdeel van alle activiteiten
van de groep.
54 + 55
Jürgen heeft al drie jaar de leiding over het departement
Offshore Aansluitingen. Dit is een sleutelpositie in een
belangrijk departement, aangezien de in Duitsland
verbruikte stroom tegen 2020 voor meer dan 30%
afkomstig moet zijn uit hernieuwbare energiebronnen.
De offshore parken in de Oostzee zullen in grote mate
tot de verwezenlijking van deze doelstelling bijdragen.
Hoe zal deze energie naar het vasteland worden
gebracht? Dat is de vraag waarop Jürgen en zijn team
een antwoord moeten vinden.
“Wij zijn belast met de aanleg en het beheer van de verbindingen en staan
in voor alle uitrustingen die nodig zijn om de windparken op zee op het
transmissienet aan te sluiten. 50Hertz Offshore heeft als taak de windmo­
lenparken in de Oostzee aan te sluiten.”
50Hertz Offshore verricht pionierswerk. “Het is de eerste keer dat windmo­
lenparken voor de Baltische kust in volle zee worden aangesloten op het
net op het vasteland en dit over zulke grote afstanden. Uiterst robuuste
kabels zullen, zowel in zee als op het land, instaan voor een betrouwbare
transmissie vanaf het in zee gelegen hoogspanningsplatform. De span­
ning zal er worden opgevoerd van 33 kV aan de uitgang van de turbines
tot 150 kV, een spanningsniveau dat een efficiënte elektriciteitstransmissie
mogelijk maakt.”
“Het windmolenpark Baltic 1 van de producent EnBW is het eerste wind­
molenpark op zee dat wij op ons elektrische systeem aansluiten”, legt
­Jürgen uit. Het bevindt zich op ongeveer 15 kilometer ten noorden van
het schiereiland Fischland-Darss-Zingst. Het zal worden aangesloten op
het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation, Bentwisch, in de buurt van
Rostock. De hiervoor vereiste werkzaamheden zijn in juli 2009 in Rostock
gestart. De werken op het vasteland zijn klaar; de aanleg van de kabels op
de zeebodem is aan de gang.
“Deze aansluiting draagt in belangrijke mate bij tot de bescherming van het
klimaat in Duitsland en in Europa. Dit windmolenpark levert de verbruiker
immers elektriciteit die wordt geproduceerd zonder CO2-uitstoot.”
Jürgen Siefert
HOOFD VAN HET DEPARTEMENT
OFFSHORE AANSLUITINGEN,
50HERTZ
56 + 57
MILIEUVERSLAG
ELIA 2010
Gaëlle Vervack,
Permits, Property & Environment
Gaëlle Vervack is biologe en bezit een master Milieubeheer. Zij stelt
haar vakkennis en haar passie ten dienste van een bedrijf als Elia,
omdat ze van oordeel is dat ze daar als milieudeskundige het best
op haar plaats is. “De kernactiviteit van Elia bestaat in het beheren
van het hoogspanningsnet en het in stand houden van de bevoorradingszekerheid. Dit betekent per definitie dat de belangrijkste zorg
van mijn collega’s het bewaken van de elektriciteitsvoorziening is.
Onze activiteiten bieden echter heel wat ruimte voor vooruitgang,
aangezien elektriciteit en alles wat ermee te maken heeft echt een
verschil kunnen maken voor een planeet die meer zorg draagt voor
zijn bewoners.”
Gaëlle draagt dagelijks haar steentje bij om deze gestructureerde aanpak
door te voeren. “Wat telt, is dat wij acties ontwikkelen die de milieuvriendelijkheid van onze kernactiviteiten verbeteren. Het gaat hier dus om de transmissie van elektriciteit, de bovengrondse en ondergrondse verbindingen, de
transformatiestations. Zo berekenen we op dit ogenblik de CO2-voetafdruk
van Elia. Hierdoor krijgen we een algemeen beeld van de uitstoot van alle
broeikasgassen die aan onze activiteiten verbonden zijn, kunnen we de
belangrijkste bronnen ervan identificeren en, belangrijker nog, waar nodig
maatregelen nemen om deze terug te dringen.”
Een voorbeeld van een actieterrein is het verminderen van de verwarming
van de hoogspanningsstations 1 door de installatie van een systeem met
gsm-besturing om de verwarming automatisch aan en uit te schakelen.
“Door dit systeem zullen de betrokken collega’s het warm genoeg hebben
wanneer ze werken uitvoeren in de stations, maar hebben we tegelijkertijd
de garantie dat het station enkel tijdens hun aanwezigheid wordt verwarmd.
Zo zullen we zowel ons energieverbruik als onze kosten kunnen terugschroeven, aangezien de gemiddelde temperatuur in de stations van 17°C
naar 10°C zal dalen, zonder nadelige gevolgen voor onze medewerkers.”
Andere acties worden nog onderzocht, zoals het opnemen van milieuclausules in de aankoopcontracten. “Wij analyseren momenteel de impact
van de eisen die wij aan onze leveranciers zouden kunnen stellen met
betrekking tot het gebruik van gerecycleerde materialen, milieuvriendelijke
technieken of de oorsprong van hun producten.”
Vindt Gaëlle dat ze een gemakkelijke opdracht heeft binnen Elia? “Het is
duidelijk dat wij voortdurend uitleg moeten geven, mensen moeten overtuigen en onze acties moeten promoten als wij willen dat ze daadwerkelijk
worden uitgevoerd. De mentaliteit is echter aan het veranderen en vooral
de uitdrukkelijke steun die wij van het directieteam krijgen, opent deuren
en maakt onze acties geloofwaardig.”
1 In de meeste hoogspanningsstations zijn er afgesloten ruimtes, zoals relaiszalen, waar de medewerkers van Elia
onderhoudswerken moeten uitvoeren.
Het nieuwe gebouw
zal het BREEAM-label
“Very Good” krijgen, niet
alleen omdat het weinig
grijze energie verbruikt en
een laag waterverbruik
heeft, maar ook omdat
het terrein eromheen is
aangelegd met aandacht
voor de biodiversiteit.
milieudoelstellingen
en -indicatoren
reference of competition :
2009/S 169-244462
date of competition :
11.01.2010
ARCHITECTURAL COMPETITION FOR ELIA NEW OFFICE FACILITY
sca
A R C H I T E C T E S A S S O C I E S sprl
sa
ARCADIS
belgium
avenue de l'observatoire 11e - 1180 bruxelles
Elia moet, zoals alle andere bedrijven, milieuver­
plichtingen navolgen bij de uitoefening van zijn ac­
tiviteiten. Het gaat meer bepaald om verplichtingen
tot sanering van vervuilde sites, afvalverwijdering,
het inkuipen van transformatoren om olielekken te
vermijden, het respecteren van de geluidsnormen
en de wetgevingen betreffende broeikasgassen en
asbest.
1. Energie
Elia wil ook een voorbeeldrol vervullen op het vlak
van rationeel energieverbruik en natuurbehoud en
-bescherming. Verder moet Elia er eveneens op
toezien dat zijn installaties en investeringsprojecten
door de gemeenschap worden aanvaard, zowel wat
betreft de impact op de mens en het milieu als wat
de economische efficiëntie en de kostprijs voor de
gemeenschap betreft.
Op de administratieve site aan de Vilvoordselaan, in de nabij­
heid van de Brusselse haven, waar zich onder andere het
nationaal controlecentrum bevindt, werden elektriciteitsmeters
geïnstalleerd om zo nauwkeurig mogelijk te kunnen bepalen
welke factoren tot een hoog energieverbruik leiden. Daarnaast
werd een complete studie verricht naar de installatie van een
warmtekrachtkoppelingscentrale op biomassa die de hele site
van elektriciteit zou kunnen voorzien.
Elia heeft dan ook heel wat initiatieven opgestart,
zoals streekeigen aanplantingen in de corridors
onder hoogspanningslijnen, natuurcompenserende
maatregelen, energieaudits voor de hoogspannings­
stations en de administratieve sites.
Bij het ontwerp van het nieuwe gebouw dat binnenkort op
deze site zal worden opgetrokken, is zo goed mogelijk reke­
ning gehouden met alle beginselen op het vlak van duurzaam
bouwen. Dit gebouw zal immers niet alleen heel energiezuinig
zijn (passief gebouw), maar zal tevens het BREEAM-label “Very
Good” krijgen. Dit label wordt toegekend aan gebouwen die
goed zijn voor de gezondheid van hun bewoners, weinig grijze
energie verbruiken, een laag waterverbruik hebben en waarvan
het terrein is aangelegd met oog voor biodiversiteit. De bouw­
vergunning werd in december 2010 aangevraagd.
De belangrijkste milieu-indicatoren voor de activi­
teiten van Elia en hun evolutie worden hieronder
weergegeven.
RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK EN HERNIEUWBARE
ENERGIE IN DE ADMINISTRATIEVE SITES
In het kader van een energieaudit werden de meest doeltref­
fende maatregelen geïdentificeerd om het energieverbruik in de
hoofdzetel van Elia te verminderen. Deze maatregelen zullen in
2011 worden ingevoerd.
VERMINDERING VAN HET ENERGIEVERBRUIK VOOR DE
VERWARMING VAN DE HOOGSPANNINGSSTATIONS
De voorbije twee jaar zijn verschillende audits en controles
verricht in verband met het energieverbruik voor de verwarming
van de hoogspanningsstations. Naar aanleiding hiervan werd
beslist om, bij wijze van test, in 25 hoogspanningsstations een
nieuw gsm-gestuurd systeem te installeren om de verwarming
SITE VIEWS (BACK VIEW)
view 04
58 + 59
MILIEUVERSLAG
ELIA 2010
Aanleg van masten in
samenwerking met de
vzw ‘Faune et Biotopes’,
een partnerschap dat in
2009 voor een periode
van drie jaar werd
aangegaan.
automatisch aan en uit te schakelen. Dankzij dit
systeem zal de temperatuur hoog genoeg zijn wan­
neer de personen die in de stations moeten werken
ter plaatse aankomen, maar zal de verwarming
lager worden gezet wanneer er niemand in het
station aanwezig is.
2. Biodiversiteit
IMPACT
Aanwezigheid in beschermde gebieden
Er is een nieuw systeem ingevoerd voor het beheer
van projecten in zones waar milieubeperkingen
gelden (bosregeling, Natura 2000, natuurreservaten,
...), om in deze gebieden beter rekening te houden
met de wettelijke milieunormen. Elia besteedt op
die manier bijzondere aandacht aan de fauna en de
flora in de corridors onder de luchtlijnen. De totale
lengte van deze corridors in de Natura 2000-zones
bedraagt meer dan 320 kilometer.
Studie om de impact van luchtlijnen op
de avifauna te verminderen
Elia heeft bij de vzw Natagora een studie besteld
om meer te weten te komen over de risico’s op bot­
singen en elektrocuties voor vogels door de aanwe­
zigheid van luchtlijnen. De resultaten worden tegen
midden 2011 verwacht. Zij zullen Elia in staat stellen
om te bepalen op welke delen van de bestaande
lijnen maatregelen moeten worden genomen om de
avifauna te beschermen. Uit dit onderzoek zal ook
blijken welke gebieden vermeden moeten worden
bij de aanleg of de verplaatsing van luchtlijnen.
Projets d’évaluation environnementale
In 2010 werden 36 projecten gestart voor de ver­
nieuwing en de uitbreiding van het transmissienet.
Om voor deze projecten vergunningen te verkrijgen,
zijn in bepaalde gevallen milieustudies nodig, afhan­
kelijk van de specifieke wetgeving in het betrokken
gewest, alsook van het type en de omvang van het
project.
Voor elk project in het Waalse Gewest wordt systematisch
een nota opgesteld met een beschrijving van de mogelijke
milieueffecten. In 2010 werd geen enkel project aangevat dat
beantwoordt aan de criteria (type, omvang) voor het uitvoeren
van een formele milieustudie.
In het Vlaamse Gewest werden de volgende milieustudies
uitgevoerd of opgestart:
• twee milieueffectbeoordelingen op planniveau
voor twee nieuwe hoogspanningsstations;
• twee milieustudies op planniveau voor twee projecten
betreffende nieuwe 380 kV-luchtlijnen;
• een milieustudie op projectniveau voor een tweede
draadstel op een 380 kV-luchtlijn.
COMPENSATIES VOOR HET LEEFMILIEU
Aanplantingen in de omgeving van onze installaties
In november 2009 nodigde Elia zijn medewerkers uit voor een
“natuurdag”. In het kader van dit project werden een lange
haag, een boomgaard en een uitgestrekte bloemenweide
aangeplant op een landbouwgrond waarvan Elia eigenaar is. In
2010 werden overtuigende resultaten geboekt. Alle planten zijn
goed gegroeid en vormen een toevluchtsoord dat van cruciaal
belang is voor het behoud van de biodiversiteit.
Voorts werd een elftal mastpercelen op ecologische wijze aan­
gelegd. Daarbij worden onder masten die zich in uitgestrekte
landbouwvlakten bevinden bloemenweiden, struiken of dek­
kende vegetatie aangeplant die voor de plaatselijke fauna als
schuilplaats kunnen dienen. Het project werd in 2009 en 2010
in samenwerking met de vzw “Faune et Biotopes” opgevolgd.
Op meerdere plaatsen werden zeer goede resultaten waarge­
nomen.
De mastpercelen die in de jaren negentig in de provincie Lim­
burg zijn aangelegd, werden ook gecontroleerd in 2010.
Als gevolg daarvan zullen in 2011 nieuwe aanplantingen ge­
beuren of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd.
Elk jaar worden rond de hoogspanningsstations inheemse
beschermende hagen (bestaande uit meidoorn, egelantier en
sleedoorn) geplant. Deze zorgen ervoor dat de installaties beter
in het landschap worden geïntegreerd en zijn tegelijk een gun­
stige habitat voor de plaatselijke fauna. Struiken met doornen
De Elia groep wil een voorbeeldrol vervullen
op het vlak van rationeel energieverbruik en
natuurbehoud en -bescherming. Elia heeft dan ook
heel wat initiatieven opgestart, zoals streekeigen
aanplantingen in de corridors onder hoogspanningslijnen, natuurcompenserende maatregelen,
energieaudits voor de hoogspanningsstations en
de administratieve sites.
3. Uitstoot en afval
Het onderhoud van de SF6-installaties wordt uit­
gevoerd door specifiek opgeleide teams, conform
de Europese verordening 305/2008. De eerste me­
dewerkers van Elia werden in 2010 gecertificeerd
krachtens het Vlaamse Besluit van 4 september
2009 over de certificering van technici die bepaalde
gefluoreerde broeikasgassen terugwinnen uit hoog­
spanningsinstallaties. Elia stelt voor deze certifi­
cering zijn experts (jury) en de uitrusting voor de
praktische proeven ter beschikking van Synergrid
(examencentrum).
BROEIKASGASSEN
SF6
GEVAARLIJK AFVAL
Verwijdering van pcb’s
SF6 is een gas dat al ruim 30 jaar wordt gebruikt in elektrisch
materiaal, vooral als elektrisch isolerend gas in toestellen voor
hoogspanning en zeer hoge spanning. Deze GIS-installaties
(Gas Insulated Switch gear) worden vaak gebruikt in dichtbe­
woonde gebieden, aangezien ze compacter zijn dan installaties
die de omgevingslucht als isolator gebruiken. Voor de midden­
spanningsinstallaties maakt Elia vooral gebruik van luchtledige
onderbrekingskamers, een alternatief voor SF6 dat niet voor
materiaal voor hoogspanning en zeer hoge spanning bestaat.
Elia heeft sinds eind 2005 geen enkele installatie
meer met een pcb-concentratie (polychloorbifenyl)
van meer dan 500 ppm. Er zijn wel nog transfor­
matoren met pcb-concentraties tot 500 ppm in ge­
bruik. Hoewel de wetgeving dit niet verplicht, heeft
Elia zich er vrijwillig toe verbonden om deze toestel­
len te decontamineren of ze te vervangen vóór het
einde van hun levensduur. De nodige budgetten zijn
vrijgemaakt om dit project naar behoren te kunnen
uitvoeren. In 2010 werden 8 transformatoren door
een erkende firma gesaneerd. In het totaal werd er
92 ton minerale olie gereinigd.
dienen tevens als barrière tegen eventuele indringers. Zo werd
in 2010 een meer dan 1000 meter lange haag aangeplant in
Aubange.
In Vlaanderen werden vijf extra nestkasten voor torenvalken
geïnstalleerd in de buurt van of in hoogspanningsstations. In
totaal werden 220 eieren geteld in de nestkasten die in 2010
werden gecontroleerd. Er werden 179 jongen geringd.
Omdat SF6 een broeikasgas is, heeft Elia een specifiek inves­
terings- en onderhoudsbeleid uitgewerkt om het risico op SF6lekken te beperken. De constructeurs moeten een zeer streng
maximaal lekpercentage garanderen voor de hele levensduur
van de installaties. Het onderhoudsbeleid streeft naar een mi­
nimum van manipulaties op de met SF6-gas gevulde comparti­
menten. Het geïnstalleerde volume SF6-gas in het Elia-net (van
36 kV tot en met 380 kV) bedraagt 54,4 ton. Het verbruik van
SF6-gas (vervanging of bijvullen bij lekken) wordt nauwkeurig
opgevolgd met een trackingsysteem voor elke individuele SF6gasfles. Het lekpercentage voor geheel het Elia-park bedroeg
in 2010 0,86%. Daarmee is Elia bij de beste netbeheerders in
Europa.
Asbest
Bij werkzaamheden in hoogspanningsstations kun­
nen kleine hoeveelheden vast asbest vrijkomen. Het
asbest wordt in aangepaste zakken verpakt en naar
een erkende verwerkingsplaats gebracht.
60 + 61
MILIEUVERSLAG
ELIA 2010
Batterijen
Batterijen zijn vergunningsplichtige installaties die
in heel wat hoogspanningsstations voorkomen. De
milieuwetgeving heeft hier vooral tot doel mogelijke
lekken van deze batterijen te vermijden. Elia scha­
kelt zoveel mogelijk over naar droge batterijen die
geen lekrisico’s met zich brengen. Open batterijen
vormen vandaag niet meer dan 20% van alle bat­
terijen die zich op het net bevinden.
Accidentele bodemverontreiniging
Elia beheert meer dan 12.000 grondpercelen,
verspreid over het hele land. Om al deze terreinen
afvalvrij te houden (sluikstorten) en om bij acciden­
tele verontreiniging de omgeving (bodem, grondwa­
ter, oppervlaktewater, …) te beschermen, doet Elia
7 dagen op 7 een beroep op een gespecialiseerd
bedrijf om alle verontreiniging zo spoedig mogelijk
op te ruimen. Onze operationele teams beschik­
ken bovendien over het nodige materiaal, zoals
absorberende matten, om onmiddellijk in te grijpen.
In 2010 vonden een vijftiental interventies plaats,
zoals het opruimen van een olievat dat per ongeluk
was omgestoten of van onderdelen die vernield
waren als gevolg van een incident in een hoogspan­
ningsstation.
4. Compliance
LAWAAI
De transformatoren in de hoogspanningsstations veroorzaken
geluid met een lage frequentie. Het geluidsniveau moet voldoen
aan de richtwaarden die bij wet zijn vastgelegd, afhankelijk
van de bestemming van de betrokken zone in de gewestplan­
nen. Elia gaat bij elke wijziging of uitbreiding van zijn installaties
op basis van simulaties na of de gestelde richtwaarden niet
worden overschreden. Indien nodig worden aanpassingen
doorgevoerd.
Elia geeft ook gevolg aan elke klacht van omwonenden aan­
gaande geluidshinder. Het betreft meestal lawaai dat wordt
voortgebracht door de hoogspanningsstations of dat afkomstig
is van elektrische geleiders, vooral bij mist of hevige regen­
buien. In 2010 noteerden we zeven klachten over hoogspan­
ningsstations en drie klachten over luchtlijnen. Na metingen
op het terrein bleken drie van deze klachten (twee over de
hoogspanningsstations en één over een luchtlijn) ongegrond. In
de andere gevallen werden specifieke metingen uitgevoerd of
is het onderzoek nog bezig. Zo werd een luchtlijn tijdelijk buiten
dienst gesteld voor de periode die nodig was om de bebake­
ningsbollen voor helikopters, die aan de basis lagen van het
probleem, te herstellen.
BODEMVERONTREINIGING
Bij de oprichting van Elia werden in Vlaanderen bodemonder­
zoeken uitgevoerd op ruim 200 sites, conform de Vlaamse
wetgeving op dit gebied. Uit die onderzoeken bleek dat een
transformator verantwoordelijk kon zijn voor een lokale veront­
reiniging met olie, maar dat deze weinig of geen risico inhield
voor het milieu. Op de sites waar een ernstige bodemverontrei­
niging werd vastgesteld, ging het om een historische vervuiling
die het gevolg is van vroegere industriële activiteiten of van
soortgelijke activiteiten die zich in de nabijheid bevinden of be­
vonden (gasfabrieken, hoogovens, chemie, ...). Van de elf sites
waarvoor een bodemsanering noodzakelijk is, zijn er reeds vier
gesaneerd. In de zeven overige gevallen is de sanering aan
de gang of werd een bodemsaneringsplan opgesteld. In 2010
werden twee van deze dossiers ingediend bij de Ovam.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest
hebben sinds kort een eigen bodemwetgeving. Elia heeft
proactief evaluaties en studies uitgevoerd in zijn hoogspan­
ningsstations om eventuele gevallen van verontreiniging op te
sporen. Op basis hiervan heeft Elia reeds beslist provisies aan
te leggen voor toekomstige uitgaven voor mogelijke bodemsa­
neringen, die geactualiseerd worden naarmate de wetgeving
evolueert. Deze gevallen beperken zich tot een tiental sites in
het Waalse Gewest en twee sites in het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest.
alescentiefilter. Dankzij deze filter kan beter worden
gewaarborgd dat de normen voor de kwaliteit van
het oppervlaktewater worden geëerbiedigd in geval
van lekken.
Sinds de Vlarem-wetgeving moet bij elke bestaande
transformator in het Vlaamse Gewest een inkuiping
worden aangebracht bij een eerste vernieuwing, wij­
ziging, vervanging of verplaatsing van de transfor­
mator. In de andere gevallen mag een transformator
zonder inkuiping behouden blijven tot het einde van
zijn levensduur. In het Waalse Gewest moeten alle
bestaande transformatoren uiterlijk in 2015 voorzien
zijn van een inkuiping en een koolwaterstofafschei­
der. In 2004 werd een investeringsprogramma
uitgewerkt om 540 vermogens- en 800 hulp- of
nulpunttransformatoren aan te passen.
MILIEUVERGUNNING
Elia beheert ongeveer 800 hoogspanningsstations, die vermo­
genstransformatoren en accu’s/batterijen bevatten waarvoor
een milieuvergunning vereist is. Jaarlijks worden ongeveer
40 vergunningen vernieuwd. Dit jaar werden in het Vlaamse
Gewest 29 aanvragen voor de vernieuwing van bestaande
vergunningen ingediend. Daarnaast werden 14 milieuvergun­
ningen aangevraagd voor nieuwe installaties.
5. Milieu-uitgaven
INVESTERINGEN
Inkuiping van transformatoren
Transformatoren bevatten grote hoeveelheden minerale olie.
Daarom worden nieuwe toestellen voorzien van een vloeistof­
dichte inkuiping en een koolwaterstofafscheider om bij een
eventueel lek verontreiniging van het milieu te voorkomen.
Sinds dit jaar installeert Elia behalve de afscheider ook een co­
In 2010 werden voor 48 transformatoren inkuipin­
gen aangebracht, wat neerkomt op een investering
van € 1.539.000. Naar aanleiding van de analyse
van de investeringsportefeuille begin 2010 is echter
gebleken dat de vooropgestelde doelstelling niet
binnen de geplande termijn zal worden bereikt als
het huidige tempo wordt aangehouden. Er werd
daarom een extra budget van € 8 miljoen ter be­
schikking gesteld, evenals de nodige ondersteuning
om de werken tijdig klaar te krijgen.
Geluidssanering
Om de geluidshinder voor de omwonenden te ver­
helpen, heeft Elia in 2010 € 225.000 geïnvesteerd
om het geluid van bepaalde vermogenstransforma­
toren te beperken.
62 + 63
MILIEUVERSLAG
ELIA 2010
Operationele kosten
OPLEIDINGEN
De specialisten van de Milieudienst volgen in de loop van het
jaar geregeld opleidingen om gelijke tred te houden met de
wijzigingen in de milieuwetgeving. Het opleidingscentrum or­
ganiseert voor het personeel van de operationele diensten ook
interne opleidingen over milieudisciplines die verband houden
met hun dagelijkse werkzaamheden. Ook voor de projectlei­
ders werd een opleiding georganiseerd waarbij niet alleen de
vergunningsproblematiek, maar ook andere milieugebonden
thema’s aan bod kwamen. Aan het probleem van geluidshin­
der werd een specifieke opleiding gewijd waarbij ook externe
experts aanwezig waren.
Elektrische en magnetische velden
De magnetische velden die het elektriciteitsnet voortbrengt,
hebben een zeer lage frequentie (50 Hz). Deze frequentie ligt
aanzienlijk lager dan bijvoorbeeld de frequentie van een mo­
biele telefoon of een microgolfoven. De intensiteit van dit veld
daalt zeer snel naarmate men zich van de bron verwijdert.
Bij de bevolking heerst een zekere ongerustheid over eventuele
effecten voor de menselijke gezondheid. Er wordt al veertig jaar
internationaal wetenschappelijk onderzoek verricht, maar er is
nog nooit een verband gevonden tussen magnetische velden
van 50 Hz en gezondheidsproblemen. Elia, dat zich bewust
is van zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de gemeen­
schap en zijn personeel, levert een actieve bijdrage om deze
wetenschappelijke kennis te verruimen. Elia heeft in 2009 zijn
samenwerkingsakkoord, dat volledige wetenschappelijke onaf­
hankelijkheid garandeert, vernieuwd met diverse onderzoeks­
centra en universiteiten die deel uitmaken van de Belgian BioE­
lectroMagnetic Group (BBEMG). De BBEMG bestudeert de
invloeden van elektrische en magnetische velden die worden
veroorzaakt door de transmissie en het gebruik van elektrische
energie in het dagelijkse leven en op het werk. Daarnaast heeft
Elia toegang tot de resultaten van internationaal hoogwaardig
onderzoek in dit domein via het Electric Power Research Insti­
tute in de Verenigde Staten.
Op verzoek van omwonenden voert Elia op het ter­
rein ook metingen uit naar magnetische velden. In
2010 werden ongeveer 200 veldmetingen uitge­
voerd naar aanleiding van ongeveer 250 vragen en
verzoeken.
Aangezien er in België op dit gebied geen specifieke
wetgeving bestaat, past Elia de Europese ICNIRPaanbevelingen en de aanbevelingen van de Raad
van de Europese Unie toe. Bij nieuwe investeringen
wordt er tijdens de onderzoeksfase een simulatie
van de magnetische velden gemaakt. Met behulp
van nieuwe technieken, zoals compacte mastar­
men, kan de invloedzone van het magnetisch veld
van luchtlijnen worden beperkt. Bovendien probeert
Elia in de mate van het mogelijke te vermijden dat er
nieuwe infrastructuur wordt aangelegd in bewoonde
gebieden.
Steun voor milieubeleid
DECENTRALE PRODUCTIE
Elia draagt bij tot de realisatie van de Europese,
Belgische en regionale doelstellingen op het vlak
van de integratie van hernieuwbare energiebron­
nen en ziet ook toe op de tijdige ontwikkeling van
de netten. Elia heeft zich, in samenwerking met de
distributienetbeheerders en de betrokken regionale
instanties, geëngageerd om te anticiperen op de
integratie van deze productie-eenheden in het kader
van de regionale initiatieven op het gebied van
duurzame ontwikkeling.
In Vlaanderen zijn verschillende geografische zones
geïdentificeerd voor de aansluiting van warmte­
krachtkoppelingsinstallaties voor de tuinbouw en
van productie-eenheden op basis van hernieuw­
Elia heeft zich in samenwerking met de
distributienetbeheerders en de betrokken regionale
instanties geëngageerd om te anticiperen op de
integratie van decentrale productie-eenheden in het
kader van de regionale initiatieven op het gebied
van duurzame ontwikkeling.
bare energie, met name in Merksplas, Lier en Rijkevorsel.
Momenteel loopt nog onderzoek voor de aansluiting van een
zone in het uiterste noorden van de Kempen (Hoogstraten –
Meer). Onder impuls van de Vlaamse minister van Energie en
in samenwerking met de VREG, de Vlaamse regulator, en de
distributienetbeheerders stelt Elia aansluitingscontracten voor
op voorwaarde dat het net veilig kan worden uitgebaat. Dankzij
deze aanpak kon 114 MW bijkomende transmissiecapaciteit
worden vrijgemaakt voor de aansluiting van 27 projecten,
die voordien op een wachtlijst stonden. Dankzij het project
Stevin zal het capaciteitsprobleem in de regio definitief worden
opgelost.
In Wallonië heeft de studie naar de mogelijkheden voor de in­
tegratie van productie uit windenergie (die Elia in partnerschap
met ICEDD en Apère heeft uitgevoerd) gewezen op een aan­
zienlijk potentieel, meer bepaald in de regio die het zuiden van
de provincie Luik en het noorden van de provincie Luxemburg
bestrijkt. In het Waalse Gewest bedraagt het potentieel van het
Elia-net 2.000 tot 3.000 MW, zonder dat hiervoor zware ver­
sterkingen van de bestaande infrastructuur nodig zijn. Elia voert
hierover doorlopende gesprekken met de bevoegde regionale
overheden om een optimaal ontwikkelingsscenario voor het net
uit te werken.
Rationeel energiegebruik (REG) en
hernieuwbare energiebronnen
PROMOTIE VAN RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK
BIJ ONZE KLANTEN
In het kader van zijn openbaredienstverplichtingen
in Vlaanderen voert Elia elk jaar een actieplan uit om
zijn industriële klanten aan te sporen tot rationeel
energiegebruik (REG). Elia stelt zijn klanten middelen
ter beschikking om op een recurrente manier en per
geleverde MWh 2,5% aan primaire energie te bespa­
ren. Het gaat hier om installaties die zijn aangesloten
op een spanningsniveau van 36 kV tot 70 kV.
De doelstelling voor 2010 was een besparing
van 45,2 GWh aan elektrische energie, terwijl er
in de praktijk een besparing van 27,1 GWh werd
gerealiseerd. Er werden 30 projecten ingediend en
onze klanten hebben zich ertoe verbonden om in 52
energiebesparingsprojecten te investeren. Tussen
2003 en eind december 2010 heeft Elia dankzij
zijn acties bij zijn industriële klanten alles bij elkaar
genomen een energiebesparing van 455 GWh
gerealiseerd. Dat komt overeen met een besparing
van zowat 148.000 ton CO2.
64 + 65
MILIEUVERSLAG
ELIA 2010
ONDERSTEUNING VAN HERNIEUWBARE
ENERGIEBRONNEN: INTEGRATIE VAN OFFSHORE
WINDMOLENPARKEN
Voor de windmolenparken in de Noordzee, zowel
de bestaande parken als degene in aanbouw,
neemt Elia deel aan de financiering van de onder­
zeese kabels naar rato van € 25 miljoen per aanslui­
ting. Elia past ook gunstigere maatregelen toe voor
de compensatie van productieafwijkingen en koopt,
conform de wetgeving, de groenestroomcertificaten
die aan deze entiteiten worden toegewezen.
Daarnaast heeft Elia zijn inspanningen op het vlak
van de integratie van productie-eenheden voor
windenergie voortgezet. Het gaat om een produc­
tiecapaciteit van ongeveer 2.000 MW tegen 2015.
Elia heeft met het oog hierop het project Stevin
opgestart dat tot doel heeft het 380 kV-net naar de
kust te versterken. Het jaar 2010 stond hoofdzake­
lijk in het teken van de opmaak van de plan-MER
of de plan-milieueffectrapportage – op basis van de
aanbevelingen van de dienst MER van de Vlaamse
overheid – waarin bijkomende alternatieven en mili­
euaspecten zijn opgenomen. Elia heeft dit ontwerp
van plan-MER begin november bij de autoriteiten
van het Vlaamse Gewest ingediend.
In de loop van het jaar werd het tweede offshore
windmolenpark, Belwind, op het Elia-net aangeslo­
ten dankzij voorafgaande versterkingen, zoals de
versterking van de verbinding Koksijde-Slijkens en
de versterking van de post Slijkens.
Elia heeft tevens verschillende samenwerkingsovereenkomsten
gesloten, teneinde een constructieve rol te kunnen spelen bij
de ontwikkeling van de toekomstige windmolenparken:
• deelname aan het project Friends of the Supergrid, een
initiatief dat in maart 2010 werd gelanceerd en waarin
meerdere industriële bedrijven hun krachten bundelen om
tot een sociale, politieke en regelgevende basis te komen
voor een toekomstig net op zee;
• deelname aan het Renewable Grid Initiative, dat de groei
wil bevorderen van de elektriciteitsproductie op basis van
hernieuwbare energiebronnen en van de hiervoor vereiste
transmissiecapaciteit;
• strategisch samenwerkingsakkoord met Alstom op het ge­
bied van intelligente netten en de integratie van hernieuw­
bare energiebronnen;
• samenwerkingsakkoord met 3E, Alstom Grid, CG Power
Systems, CMI, DEME Blue Energy en SAG, via Eurogrid
International, om actief bij te dragen tot de ontwikkeling
van de toekomstige infrastructuur voor een offshore net in
Europa.
ONDERSTEUNING VAN HERNIEUWBARE
ENERGIEBRONNEN: GROENESTROOMCERTIFICATEN
De federale en regionale wetgevers hebben marktmechanismen
bepaald om investeringen in elektriciteitsproductie op basis
van hernieuwbare energiebronnen aan te moedigen. Dit is het
geval voor “groenestroomcertificaten” die de regulator toekent
aan de producenten, en die de niet-vervuilende aard van de
geproduceerde elektriciteit bevestigen. De leveranciers leggen
jaarlijks een aantal van deze certificaten voor, volgens een door
de wetgever vastgestelde verhouding tot hun verkoop.
Als transmissienetbeheerder is Elia wettelijk verplicht
om de aangeboden certificaten tegen een mini­
mumtarief aan te kopen. Elia stelt deze certificaten
via tussenkomst van de Belgische beurs Belpex ter
beschikking van de markt. Het saldo, dat overeen­
komt met het verschil tussen de aankoopprijs van
Elia en de verkoopprijs op Belpex, wordt via de
transmissietarieven doorgerekend aan de verbrui­
kers.
50Hertz Transmission
Lancering van de studie “Ecologisch beheer van
bovengrondse verbindingen”
Voor de aanleg van luchtlijnen in beboste gebie­
den moeten vaak corridors worden vrijgemaakt. In
2010 startte 50Hertz Transmission met een studie
naar het ecologische beheer van luchtlijnen. De
studie werd uitgevoerd in samenwerking met lokale
partners om een gedifferentieerd bosbeheer op regi­
onaal niveau en een betere integratie van de lijnen
in het landschap mogelijk te maken. De studie werd
medegefinancierd door de Europese Unie.
De geplande aanleg van de Zuid-West intercon­
nectielijn tussen Halle en Schweinfurt was de
rechtstreekse aanleiding voor deze studie. Die had
tot doel de impact op de omgeving te beperken,
procedures voor landschapsbehoud uit te werken
en de beste methodologie te kiezen voor het be­
houd van het culturele en het natuurlijke erfgoed. De
studie bevat een voorstel voor een beheersconcept
op drie niveaus, dat aan de sites is aangepast, en
waarin doelstellingen, functies en ecologische en
maatschappelijke belangen zijn opgenomen.
De netbeheerders spelen
een belangrijke rol bij de
ontwikkeling van de netten
van de toekomst. De Elia
groep bereidt zich voor op
deze omwenteling.
sociaal
verslag
Een transmissienetbeheerder voor elektriciteit heeft een opdracht
van algemeen belang en staat niet alleen ten dienste van de
ondernemingen en van hun concurrentievermogen, maar ook
van de hele gemeenschap. Deze sociale dimensie komt tot uiting
in diverse aspecten via een engagement ten overstaan van alle
betrokken partijen, zowel intern als extern.
Deze dimensie vormt de kern van de activiteiten van de Elia groep.
68 + 69
Jan Bogaerts werkt voor het departement Safety
Support. Hij is technicus op het terrein en een echte
expert op het gebied van hoogspanning. Hij aarzelde
geen seconde toen hem na afloop van een opleiding
tot preventieadviseur werd voorgesteld om zich op de
veiligheid toe te leggen.
“Wij werken in een omgeving die per definitie geva­
ren inhoudt, legt hij vol overtuiging uit. Ik denk niet
alleen aan het elektrische risico, dat natuurlijk cen­
traal staat in ons werk maar ook bij alle werken op
hoogte - zowel in de masten als in onze hoogspan­
ningsstations - of bij graafwerken tijdens interventies
aan onze ondergrondse kabels. Al onze collega’s zijn
zich uiteraard bewust van deze risico’s, maar het zijn
en blijven terreinwerkers die in de eerste plaats ge­
ïnteresseerd zijn in techniek. Zij beschouwen onze
veiligheidsprocedures soms als administratieve
rompslomp. Ik vind het cruciaal om hen het belang
van deze regels en procedures te doen inzien omdat
deze ervoor zorgen dat ieder van ons ‘s avonds weer
veilig naar huis gaat.”
Hoe ziet een doorsnee werkdag van Jan eruit? Er zijn drie belangrijke delen:
het opstellen van veiligheidsprocedures, het geven van opleidingen en het
uitvoeren van reviews. De reviews voert Jan uit met flink wat begrip voor
zijn collega’s, met veel verantwoordelijkheidszin en de uitgesproken wil om
de praktijken constant te verbeteren. Jan is algemeen genomen al vroeg
op de been en komt op de door hem gekozen werf aan voor het begin van
de werken, zodat hij alle handelingen van nabij kan volgen, vanaf het buiten
dienst stellen en het in veiligheid stellen van de installaties. Met wie hij zoal
in contact komt? Met de schakelbevoegde, de veiligheidsbevoegde en de
werkleider(s).
“Ik check of de procedures juist worden toegepast, vanaf de voorberei­
dingsfase van de werken. Worden de aangepaste werkkledij en de per­
soonlijke beschermingsmiddelen gebruikt? Werden de stellingen geplaatst
zoals het hoort? Als een collega zich op hoogte bevindt, boven een andere
collega, heeft hij dan alle maatregelen getroffen om alle risico’s te voorko­
men? Zijn de werkzones juist afgebakend en wordt deze afbakening in acht
genomen?”
Hoewel de reviews een cijfermatige evaluatie bevatten – de resultaten gaan
er jaar na jaar op vooruit – is het niet zozeer de bedoeling om te “controle­
ren”, maar eerder om voortdurend na te gaan of de procedures nog aan­
gepast zijn en hoe ze nog kunnen worden verbeterd. “Onze installaties zijn
complex en zeer divers”, vertelt Jan. “Wij stellen geen procedures voor die
tot in het kleinste detail zijn vastgelegd, want dat zou tot een onbruikbare
dikke telefoongids leiden! Wij definiëren veeleer regels die van algemene
aard zijn en ontwikkelen de competenties, de ervaring en de veiligheidsre­
flexen van onze collega’s. Op die manier kunnen zij met kennis van zaken
moeilijke situaties inschatten en daar gepast op reageren.”
Jan Bogaerts
TECHNICUS OP HET TERREIN
SAFETY SUPPORT
70 + 71
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
Bianca Berger
Branding/Corporate Communications
50Hertz Transmission
Bianca Berger ging aan de slag bij 50Hertz in 2010, een bijzonder
boeiend jaar, niet alleen op het gebied van “branding”. Samen met
haar collega’s van de dienst Communicatie zorgt Bianca ervoor dat de
Elia groep op het nationale en internationale toneel onmiddellijk wordt
herkend en dat het merk 50Hertz door alle partners van de onderneming als een referentie wordt beschouwd.
Ze had geen beter moment kunnen kiezen om de rangen van 50Hertz te
vervoegen. “Ik had een jong merk ontdekt dat een solide plaats aan het
verwerven was, met zijn naam, zijn visuele aspect en zijn waarden. Door
onze nieuwe positie binnen de Elia groep kregen we de gelegenheid om
ons merk te verrijken met elementen die kenmerkend zijn voor de Elia
groep. Zo konden we een gemeenschappelijke identiteit ontwikkelen. De
waarden die verbonden zijn aan de twee merken en hun kleuren – het
energieke oranje en het meer technische grijs – gaan perfect samen. Onze
naam heeft meer betekenis gekregen door het logo van de Elia groep: het
grafische symbool voor energie, een krachtig element, het idee dat ons
verbindt.
Om er zeker van te zijn dat onze nieuwe visuele identiteit – na de “restyling” van ons logo – goed ingeburgerd raakt in het dagelijkse leven, hebben we samen richtlijnen opgesteld voor de visuele identiteit van de groep.
Dit zorgt er enerzijds voor dat de huisstijl van de Elia groep in al onze
publicaties duidelijk zichtbaar is, maar laat anderzijds voldoende ruimte
voor de specifieke behoeften van de twee ondernemingen. Wij zijn er trots
op dat ons merk onze identiteit van netbeheerder binnen de internationale
groep Elia zo goed weerspiegelt en dat onze collega’s zo positief op ons
nieuwe merk hebben gereageerd.
De corporate brochure waarin de Elia groep wordt voorgesteld, was
het startsein voor de nieuwe look van 50Hertz en zal ons dag in dag uit
begeleiden op onze weg naar een gedeelde identiteit. We kijken nu al vol
verwachting uit naar de première van onze bedrijfsfilm in 2011. Deze film
kwam tot stand dankzij de goede samenwerking met onze Belgische collega’s en bewijst dat onze merken samen perfect gelukkig zijn onder het
dak van de Elia groep”, voegt Bianca er nog enthousiast aan toe.
personeelsbeleid
Elia steunt voor het vervullen van zijn kerntaken op het pro­
fessionalisme en op de competenties van ongeveer 1.785
medewerkers (waarvan er 1.163 actief zijn in België). Meer dan
46% van alle personeelsleden werd pas na de oprichting van
de onderneming in 2001 aangeworven. Door deze dynamiek
ontstaat een belangrijke mix van ervaring en nieuwe talent.
De Elia groep staat voor verschillende uitdagingen in een con­
text die voortdurend en snel verandert:
• jongeren identificeren en aantrekken – vaak in technische
en zeer gespecialiseerde disciplines – en hen de knepen
bijbrengen van het vak van transmissienetbeheerder voor
elektriciteit: de traditionele vakkennis zoals deze op het vlak
van hoogspanning, maar ook nieuwe vakkennis zoals alles
wat te maken heeft met de intelligente netten, de markt­
werking of de regulering;
• de competenties van zijn interne medewerkers verder laten
evolueren en ze blijven ontwikkelen in specialisaties die er
elk jaar weer anders uitzien;
• zijn activiteiten met succes uitbreiden naar het internatio­
nale niveau;
• zijn innovatiemogelijkheden verder ontwikkelen;
• anticiperen op de behoeften van de onderneming op het
vlak van human resources, in een context die voortdurend
verandert, en de waaier aan competenties verruimen met
het oog op de verwachtingen van morgen;
• ervoor zorgen dat de nieuwe werkkrachten aansluiting
vinden bij de ervaren “anciens” die over kostbare kennis en
ervaring beschikken;
• mechanismen voor performancemanagement invoeren om
de medewerkers te motiveren en te laten evolueren, niet
alleen om aan hun persoonlijke verwachtingen te voldoen,
maar ook om aan de veranderende behoeften van de
groep tegemoet te komen.
Elia heeft in dit verband een beleidsvisie ontwikkeld
die niet alleen op rekrutering is gericht, maar ook op
retentie, competentiebeheer, opleiding, mobiliteit en
motivatie.
Dit beleid steunt op de waarden die gedefinieerd
zijn in het “mission statement” van de onderneming.
Deze vormen de fundamenten die Elia onmisbaar
en prioritair vindt: zij moeten worden weerspiegeld
in de manier waarop de medewerkers van de on­
derneming hun activiteiten uitoefenen, zowel binnen
de onderneming als ten aanzien van de buitenwe­
reld:
• ondernemingszin: actief zoeken naar mogelijkhe­
den en samen met anderen de stap durven zetten
naar verbetering, vernieuwing of opportuniteiten
om Elia te helpen groeien en zijn klanten beter te
dienen;
• empathie: openstaan voor de andere en luisteren
naar zijn gevoelens en mening; bereid zijn om an­
deren te begrijpen en toch je eigenheid bewaren;
• integriteit: anderen open, eerlijk en loyaal tege­
moet treden, met respect voor de persoon en zijn
professionele ethiek; je engageren en staan voor
wat je zegt;
• verantwoordelijkheid: weten hoe belangrijk je taak
is en ze dan ook goed uitvoeren met de hiervoor
noodzakelijke middelen en met aandacht voor de
mensen, de organisatorische beperkingen en de
resultaten.
72 + 73
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
SAMENSTELLING VAN ELIA OP 31/12/2010 1
Mannen
Directie
Vrouwen
Totaal
FTE
7
0
7
7
Kaderleden
292
74
366
359,60
Bedienden
646
144
790
770,07
Totaal
946
218
1.163
1.136,67
Rekrutering
Jobbeurzen
Elia realiseert elk jaar een belangrijk rekruteringspro­
gramma. In 2010 heeft de onderneming 65 nieuwe
medewerkers aangeworven, zowel voor de vervan­
ging van gepensioneerde werknemers als voor de
invulling van nieuwe functies.
Net als de vorige jaren waren de jobbeurzen een bijzonder
nuttig instrument voor de rekruteringsacties van onze onderne­
ming. Elia nam niet alleen deel aan Career Launch, de nationale
jobbeurs in de herfst, maar ook aan de belangrijkste jobevents
die door universiteiten en hogescholen worden georganiseerd.
Deelname aan deze evenementen brengt de rekruteringsspeci­
alisten van Elia in contact met jong talent. De jongeren worden
vervolgens aangemoedigd om deel te nemen aan de eerste
fase van de rekruteringsprocedure die op een zaterdag in de
maanden februari en maart doorgaat. Dit initiatief kreeg een
positieve respons van de studenten.
In België bestaat het personeelsbestand van Elia
voor meer dan 46% uit medewerkers die pas na de
oprichting van de onderneming in juni 2001 werden
aangeworven. Het aandeel van medewerkers met
meer dan tien jaar anciënniteit is geleidelijk over­
gegaan van 68% in 2002 naar 52,71% in 2010. Bij
Elia zijn 18,74% van de personeelsleden vrouwen.
Zij spelen een steeds belangrijkere rol in functies die
essentieel zijn voor de strategie en de toekomst van
de groep.
Top Employer 2011
Elia nam in 2010 voor het vierde jaar op rij deel aan
de “Top Employer”-enquête, een organisatie van
de onafhankelijke CRF-experts. En ook dit keer
werd voor het jaar 2011 het felbegeerde label “Top
Employer” in de wacht gesleept.
Voor deze selectie gelden vijf criteria: primaire
arbeidsvoorwaarden, opleidings- en trainingsmo­
gelijkheden, interne promotiekansen, secundaire
arbeidsvoorwaarden en bedrijfscultuur.
Deze titel, die aan 43 Belgische bedrijven werd toe­
gekend, is een extra troef om Elia als een voortreffe­
lijke werkgever te profileren op de arbeidsmarkt.
Partner van het onderwijs
De vakgebieden die bij Elia aan bod komen, vooral het vakge­
bied “hoogspanning”, vinden soms te weinig weerklank in de
opleidingsprogramma’s van scholen en universiteiten. Daarom
heeft Elia een partnerschapsbeleid met het onderwijs ontwik­
keld. Dit kan een specifieke meerwaarde betekenen voor
universiteiten en technische scholen: studenten kunnen in de
praktijk kennismaken met de verschillende disciplines van het
transmissienetbeheer. Deze leerervaring is zeer kostbaar voor
de studenten, terwijl ze Elia in staat stelt om jongeren warm te
maken voor de onderneming.
Elia Challenge
Elk jaar krijgen studenten van verscheidene technische scho­
len de kans om een eindwerk te maken over het vakgebied
“hoogspanning”. Specialisten van Elia begeleiden hen daarbij.
De deelname aan Elia Challenge omvat een bezoek aan een
hoogspanningsstation en de uitvoering van een project dat in
rechtstreeks verband staat met de hoogspanningstechnologie
en de activiteiten van Elia. De school ontvangt hiertoe een
financiële ondersteuning van Elia. De verschillende projecten
worden voorgesteld in aanwezigheid van leden van het ma­
nagementteam.
1 In deze cijfers zijn ook de medewerkers opgenomen van Eurogrid International, dat voor 60% een
dochteronderneming is van Elia.
Elia sleept voor
het vierde jaar op
rij de titel “Top
Employer” in de
wacht. – Partnerschap met het
onderwijs via
“Elia Challenge”.
Technical Education Trophy
In het schooljaar 2009-2010 organiseerde Elia voor de derde
keer de “Technical Education Trophy”, een wedstrijd voor laat­
stejaarsleerlingen van de richtingen elektriciteit, elektromecha­
nica en elektronica van het secundair technisch onderwijs.
Eerst worden via een schriftelijke vragenlijst aan alle scholen de
tien beste klassen van elke taalgemeenschap geselecteerd. Die
kunnen zich vervolgens met elkaar meten in een finale met tien
praktische en theoretische proeven, die in het Training Center
van Elia wordt georganiseerd. De eerste prijs ging dit jaar naar
het Institut Cardijn de Lorraine uit Aarlen (Franse Gemeen­
schap) en naar het V.T.I. Brugge (Vlaamse Gemeenschap). De
twee winnende teams mochten als beloning naar het weten­
schapsmuseum in Londen.
Voor het schooljaar 2010-2011 werd de Trophy in een nieuw
jasje gestoken. Elia heeft immers beslist om het initiatief in een
ruimere context te laten organiseren in samenwerking met
Jeugd, Cultuur en Wetenschap. De leerlingen van de laatste
jaren van alle richtingen van het secundair onderwijs werden
gecontacteerd en opgeroepen om een wetenschappelijk of
technisch project uit te werken dat ze op 29 en 30 april tijdens
wetenschapsEXPOsciences in Tour & Taxis in Brussel zullen
voorstellen. Door deze formule kan Elia er mee voor zorgen
dat nog meer jongeren de wetenschappelijke en technische
microbe te pakken krijgen.
Belgian Best Engineering Competition
Voor het derde jaar op rij heeft Elia zijn steun verleend aan het
initiatief van de Belgian Best Engineering Competition (BEBEC).
Deze wedstrijd wordt in het kader van de Board of European
Students in Technology (BEST) georganiseerd, een initiatief
van en voor technologiestudenten dat 83 lokale groepen uit 30
Europese landen verenigt.
Op 15 april 2010 was de grote dag aangebroken voor de win­
nende teams van de lokale wedstrijden die in elke universiteit
werden georganiseerd. In Durbuy namen zes teams van tel­
kens vier ingenieursstudenten van zes Belgische universiteiten
het tegen elkaar op in de finale van de BEBEC. De casestudy
over de grootschalige integratie van productie-eenheden op
basis van windenergie in de elektriciteitsnetten werd door Elia
uitgewerkt en begeleid. De zes deelnemende teams
hebben uitstekend werk geleverd: zij waren heel
creatief en hadden ook feeling voor communica­
tie. De winnaars van deze proef, het team van de
KULeuven, heeft zo een plaatsje in de Europese
eindstrijd van de EBEC-competitie veroverd.
Stages
Elia voert een stagebeleid voor laatstejaarsstuden­
ten van het secundair onderwijs, hogescholen en
universiteiten. Door middel van deze stages kunnen
de studenten kennismaken met de onderneming
en haar activiteiten. Via hun gesprekken met onze
medewerkers en door te proeven van de werksfeer
geraken ze misschien geboeid door onze beroeps­
mogelijkheden. Verder vormen deze stages een
ideale springplank om later een job in de wacht te
slepen binnen de Elia groep.
Bedrijfsbezoeken
Elia organiseert bedrijfsbezoeken voor geïnteres­
seerde groepen. Deze omvatten een algemene
presentatie over de onderneming, gevolgd door een
bezoek aan een controlecentrum en een hoog­
spanningsstation. Tijdens deze bezoeken kunnen
geïnteresseerden zich een beeld vormen van de
activiteiten van een transmissienetbeheerder voor
elektriciteit. Deze bezoeken gaan in principe door
op de site van Schaarbeek in de Brusselse kanaal­
zone, waar zich ook het Elia Training Center en het
nieuwe nationale controlecentrum bevinden.
Competentiebeheer
In het kader van zijn beleid op het vlak van
competentiebeheer werkt Elia op basis van een
competentiecatalogus. Deze bevat vijf generieke
competenties die voor alle medewerkers van Elia
werden gedefinieerd en die nauw aansluiten op de
bedrijfswaarden.
74 + 75
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
Opleiding van
jongeren, stages
en levenslang leren
maken deel uit van
het beleid van de
groep.
Voor de kaderleden zijn per functiefamilie aanvullende specifie­
ke competenties gedefinieerd. Voor de bedienden die na 2002
werden aangeworven, werden de competenties vervolledigd
met een beschrijving van de specifieke taken voor de verschil­
lende functiecategorieën.
Daarnaast biedt Elia zijn personeel onder bepaalde
voorwaarden (motivatiebrief, deelnemingscriteria,
…) de mogelijkheid om aan externe opleidingspro­
gramma‘s deel te nemen (bijvoorbeeld aan Vlerick).
ENKELE CIJFERS:
Over het algemeen komen deze competenties aan bod in ver­
schillende stadia van de loopbaan van een medewerker: tijdens
de evaluatie die plaatsvindt op het ogenblik van de rekrutering
of bij een functiewijziging, naar aanleiding van de ontwikke­
lingsgesprekken van de kaderleden (de ‘Midyear Review’ die
elke zomer plaatsvindt) en de bedienden (de jaarlijkse ‘Jobda­
te’), in de opleidingen die worden aangeboden om specifieke
competenties te ontwikkelen, …
Zowel de kaderleden als de bedienden die volgens het nieuwe
statuut worden aangeworven, volgen een performancema­
nagementproces. Dat omvat naast een gesprek bij het begin
van het jaar waarin de te realiseren doelstellingen en activiteiten
worden vastgelegd, ook een evaluatiegesprek aan het eind
van het jaar én een ontwikkelingsgesprek. Voor de bedienden
die nog volgens het oude statuut zijn aangeworven, bestaat
momenteel alleen het ontwikkelingsgesprek.
In de verschillende operationele directies werden eveneens
specifieke technische competentiecatalogi opgesteld.
Opleidingen
Elia biedt zijn medewerkers een waaier van opleidingen aan,
die zowel gericht zijn op gedragscompetenties (zoals as­
sertieve communicatie) als op de activiteiten van Elia. Enkele
voorbeelden hiervan zijn de opleidingscyclus “Campus Elia”,
de “Elia Business Game” waarvan specifieke versies zijn
gemaakt voor verschillende doelgroepen (middle management,
meesterschapspersoneel van Grid Services, …), de cursus “de
vakgebieden van Elia” en de taalcursussen.
De IT-afdeling organiseert ook specifieke opleidingen over
informatica en de voor de onderneming ontwikkelde tools.
Er werden ook opleidingstrajecten uitgewerkt voor bepaalde
specifieke doelgroepen: jonge kaderleden, middle managers,
assistenten van senior managers, starters in een bepaald
departement, projectleiders, …
Gemiddeld aantal uren opleiding per medewerker in
2010: 54,07 uur.
Learning coverage (minimaal één dag opleiding) in
2010: 73,43%.
Knowledge Management
De taak van het Departement Knowledge Manage­
ment bestaat erin te anticiperen op de behoeften
op het vlak van technische kennis, evenals de
onderneming aan te moedigen bij het verwerven,
ontwikkelen en in stand houden van deze kennis, in
nauwe samenwerking met het Departement Human
Resources.
Deze afdeling wil de onderneming uitrusten met de
nodige instrumenten om het verwerven en verder
ontwikkelen van deze technische kennis mogelijk te
maken en op efficiënte wijze te organiseren, alsook
om deze vaardigheden te laten renderen, up to date
te houden en door te geven.
Deze aanpak heeft tot doel ieder personeelslid van
de groep in staat te stellen om enerzijds zijn functie
en zijn taken op een professionele manier uit te voe­
ren en om zich anderzijds verder te ontplooien door
te leren van de ervaringen van zijn voorgangers en
collega’s en zich op deze manier voor te bereiden
op de toekomst van de onderneming.
Onder technische kennis wordt de specifieke
basiskennis verstaan die noodzakelijk is om de
metiers van Elia te kunnen uitvoeren en om nieuwe
ontwikkelingen en uitdagingen het hoofd te kunnen
bieden.
50Hertz heeft met
de Universiteit van
Cottbus een partnerschap ontwikkeld om
jongeren vertrouwd
te maken met het
vakterrein van de
transmissienetbeheerder.
In Duitsland
Ook 50Hertz Transmission neemt maatregelen om een wer­
komgeving te creëren die de onderneming in staat stelt om
nieuwe werknemers aan te trekken en op te leiden. Deze die­
nen niet alleen over vaardigheden in technische disciplines te
beschikken, maar moeten ook op de hoogte zijn van de markt­
werking en van aspecten in verband met regulering. Gezien de
leeftijdspiramide binnen 50Hertz wordt een programma voor
opvolging, competentieoverdracht en talentbeheer uitgevoerd.
REKRUTERING
Op 31 december 2010 werkten er 622 vaste personeelsle­
den en 20 personen met een leercontract voor 50Hertz. Het
aandeel vrouwelijke werknemers is goed voor 21,5% van het
personeelsbestand; 4% van de werknemers zijn personen met
een handicap.
De gemiddelde anciënniteit bedraagt 19,9 jaar en de gemid­
delde leeftijd 43,9 jaar. Bij het berekenen van dit laatste cijfer
werd al rekening gehouden met het grote aantal recente aan­
wervingen die niet alleen het gevolg zijn van de scheiding van
de historische eigenaar en de nieuwe activiteiten in het kader
van de integratie van hernieuwbare energie, maar ook met de
internationalisering van de energiemarkt.
PARTNERSCHAPPEN MET SCHOLEN EN UNIVERSITEITEN
Gelet op de uitdagingen waar de groep voor staat, heeft
50Hertz een academisch samenwerkingsinitiatief op touw ge­
zet waarbij tien partneruniversiteiten uit zijn geografische zone
betrokken zijn. Dankzij de ruime expertise op het gebied van
elektriciteitsnetten, hoogspanningsinfrastructuur en energie­
wetgeving waarover de professoren beschikken, kunnen ze
jonge talenten enthousiast maken voor het activiteitendomein
van 50Hertz Transmission. Er zijn samenwerkings­
akkoorden gesloten met de technische universitei­
ten van Berlijn, Maagdenburg en Cottbus.
Om deze contacten in de toekomst nog verder te
versterken, werd in 2010 aan de Universiteit van
Cottbus, een van de meest vooruitstrevende centra
op het vlak van Onderzoek & Ontwikkeling, een
leerstoel in het leven geroepen. Door middel van
conferenties en bezoeken aan onderzoekscentra of
operationele sites krijgen de uitwisselingen tussen
50Hertz Transmission en de academische wereld
een nieuwe impuls.
50Hertz biedt studenten eveneens de mogelijkheid
om hun kennis te verdiepen en beroepservaring
op te doen in het kader van stages, seminars en
eindwerken.
COMPETENTIE- EN KENNISBEHEER
In het licht van de uitdagingen waarop de groep
een antwoord moet vinden, hecht 50Hertz ook veel
belang aan de opleiding van zijn personeelsleden. In
2010 heeft elke werknemer gemiddeld aan 1,4 op­
leiding deelgenomen. Daarnaast werd een ontwik­
kelings- en opleidingcentrum opgericht.
50Hertz Transmission is eveneens van plan om in
de toekomst meer werknemers aan te nemen met
een technisch leercontract. Deze personen blijven
na afloop van hun stage nog minstens een jaar voor
de onderneming werken. Zo zijn er in 2010 meer­
dere stagiaires en doctorandi aangeworven.
SAMENSTELLING VAN 50HERTZ OP 31/12/2010
Directie
Mannen
Vrouwen
Totaal
FTE
4
0
4
-
Kaderleden
54
9
63
62,5
Bedienden
435
124
559
556,3
Totaal
489
133
622
618,8
76 + 77
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
veiligheid en welzijn
van de werknemers
présente
t
presenteer
Doelstelling “Geen enkele blessure”
De veiligheid en het welzijn van onze eigen medewerkers, van
de personeelsleden van de bedrijven waarmee we samenwer­
ken, van onze klanten en, in ruimere zin, van het grote publiek
zijn een absolute prioriteit voor Elia. De onderneming stelt alles
in het werk om te verzekeren dat haar installaties zo veilig en
zo betrouwbaar mogelijk zijn.
De Elia groep heeft zich tot doel gesteld het aantal ongevallen
en incidenten tot nul te herleiden.
Stop Think Act Review
Act Review
Stop Think
IN BELGIË
Elia behoort al verscheidene jaren tot de meest veilige industri­
ële ondernemingen, niet alleen in België, maar ook in Europa.
Deze resultaten bevestigen de aanpak die de onderneming
volgt om zowel de intrinsieke veiligheid van de installaties als
de operationele veiligheid bij de uitoefening van haar activiteiten
te verbeteren.
Dit bewijst ook dat het uitgangspunt van Elia, met name “elk
ongeval is er één te veel!”, volledig gegrond is. Voortdurend
inspanningen leveren om zelfs het meest onbeduidende on­
geval te vermijden, is en blijft de beste manier om een ernstig
arbeidsongeval te voorkomen. De gevolgen van een kleine
onoplettendheid of een onschuldige val kunnen zeer zwaar zijn.
Door permanent de aandacht te vestigen op dit principe en
met behulp van concrete acties, bewustmakingscampagnes
en maatregelen op het gebied van orde en netheid – zowel
in onze industriële installaties als op onze werven en in onze
kantoren – is het personeel van Elia erin geslaagd om het
aantal ongevallen door bijvoorbeeld struikel- en valpartijen sterk
te doen dalen.
Om op het vlak van veiligheid de hoogst mogelijke
resultaten te behalen, moeten de werknemers van
Elia op elk ogenblik met een kritische, constructieve
en open geest de regels, procedures en voorschrif­
ten toepassen en hun gedrag steeds aan de reële
situaties aanpassen.
Om deze permanente inspanningen te onder­
steunen, worden al meerdere jaren doelgerichte
campagnes opgezet. Het doel hiervan is de vei­
ligheidsreflexen van al onze medewerkers nog te
versterken, zodat veiligheid bij elk van hen een
tweede natuur wordt.
De in 2009 gelanceerde campagne werd in 2010
voortgezet, rond de vier kritieke momenten op het
gebied van veiligheid en kwaliteit in de werkvoorbe­
reiding en de werkuitvoering: STOP – THINK – ACT
– REVIEW. De grondige analyse van alle incidenten
die zich voordoen, draagt eveneens bij tot een ver­
betering van de procedures en werkmethodes.
De werknemers van de
service centers leggen heel
wat kilometers af met hun bedrijfswagen. Omdat veiligheid
op de weg een permanente
bekommernis is, volgen de
bestuurders van de onderneming een opleiding “Veilig
achter het stuur”.
Alleen door op dit terrein systematisch inspanningen te blijven
leveren, zal Elia op structurele wijze een hoog veiligheidsni­
veau kunnen verzekeren en bijgevolg de factor geluk kunnen
verkleinen.
personen getest op hun kennis van de gevaren en
de risico’s die aan werken in hoogspanningsinstal­
laties zijn verbonden.
Maatschappelijk engagement op veiligheidsvlak
Beloning voor veilige werkwijze van contractors
Om de veiligheidsreflex bij de contractors te stimuleren en
hun goede resultaten op het gebied van veiligheid te belonen,
gelden de aanbevelingen van het project “Safety Contractors”
voortaan voor een brede waaier van activiteiten, gaande van
elektrische montage en bouwkundige werken, via schilderwer­
ken of het onderhoud van plantengroei in de buurt van onze
installaties, tot graafwerkzaamheden en de aanleg van kabels.
Het model dat aanvankelijk werd ingevoerd, houdt bij de selec­
tie van aannemers en de toewijzing van opdrachten rekening
met een reeks objectieve veiligheids- en kwaliteitsparameters,
zowel wat de werkvoorbereiding als de uitvoering op het terrein
betreft. De resultaten worden geëvalueerd en besproken in het
kader van een open dialoog met de contractors. De aanpak
op het gebied van kwaliteit en veiligheid van zowel bestaande
contractors als van nieuwe kandidaten wordt aan een audit
onderworpen. Indien nodig wordt een actieplan uitgewerkt om
de werking en de resultaten van de betrokken contractors op
het door Elia beoogde niveau te brengen. Indien ondernemin­
gen zich niet voldoende schikken naar het veiligheidsbeleid van
Elia of voor de veiligheidsparameters en -resultaten niet het
vereiste niveau behalen, kan Elia zich genoodzaakt zien om de
samenwerking te beëindigen.
Verder werden de basismodules van de opleidingen die Elia
aan zijn contractors aanbiedt, bijgewerkt en afgestemd op de
noden van de specifieke doelgroepen. Er zijn in totaal 2.700
Niet alleen het personeel van Elia en van zijn con­
tractors moet rekening houden met de mogelijke
risico’s van werken nabij hoogspanning: dit geldt
ook voor elke persoon die in de buurt van onze
installaties komt. Op vraag van een aantal brand­
weerkorpsen heeft Elia sessies georganiseerd over
de specifieke risico’s en de noodzakelijke veilig­
heidsmaatregelen bij dringende interventies in de
nabijheid van onze installaties.
Elia stelt zijn infrastructuur ook geregeld ter be­
schikking van de hulpdiensten, zodat zij in een zo
realistisch mogelijke context oefeningen kunnen
uitvoeren.
IN DUITSLAND
Industriële veiligheid en gezondheid
Wat de industriële gezondheid betreft, heeft 50Hertz
zich tot op heden toegespitst op projecten die ver­
band houden met de controlecentra, het hoogspan­
ningsstation van Freiberg-Noord en het concept
van offshore bescherming en brand in de post van
Marzahn. Deze aanpak had tot doel een permanent
verbeteringsproces in te voeren op basis van de be­
oordeling van de operationele risico’s en instructies.
In deze context zijn aanbevelingen opgesteld op
het vlak van industriële gezondheid en veiligheid en
werd met de personeelsvertegenwoordiging een ak­
FREQUENTIEGRAAD EN ERNSTGRAAD
Frequentiegraad
2006
2007
Elia
8,0
Hoofdzetel
2,6
Service Area N
Service Area Z
Engineering
2008
2009
2010
2,7
5,1
2,8
0
2,7
0
14,6
2,8
5,8
17,5
11,3
3,3
0
Ernstgraad
2006
2007
2008
2009
2010
1,7
0,18
0
0,05
0,03
0,10
0,14
0,02
0
0,03
0
5,8
0
0
0,26
0,02
0,12
0,02
0
14,2
8,7
0
0
8,4
0,53
0,15
0,35
0,71
0,07
0
0,01
0
0
0
0
78 + 79
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
De nieuwe Elia-campagne
focust op 2 strategische
elementen: het engagement voor hernieuwbare
energie en de uitbouw
van de Europese elektriciteitsmarkt.
koord gesloten over preventie inzake de gezondheid
op het werk, de werkposten en de bescherming
van niet-rokers. Het project kreeg extra glans door
de certificering van het systeem voor het beheer
van de industriële veiligheid door de vereniging van
verzekeraars van werkgevers in Duitsland.
Ongevallenstatistieken
Er hebben zich in 2010 drie arbeidsongevallen
voorgedaan, met in totaal 90 dagen arbeidson­
geschiktheid tot gevolg. Dit komt neer op een onge­
vallenpercentage van 4,8 ‰ tegenover 6,7 ‰ in
2009. Drie andere ongevallen op weg naar het werk
hebben tot 30 dagen arbeidsongeschiktheid geleid.
Daarnaast waren er nog twee bijkomende ongeval­
len (samen 104 dagen arbeidsongeschiktheid) naar
aanleiding van sportieve activiteiten die door het
bedrijf worden aangeboden.
Het gebruik van een veiligheidspas voor contractors
werd contractueel vastgelegd voor alle diensten om
de industriële veiligheid op bouwterreinen te ver­
beteren (in het verleden hebben zich 14 ongevallen
met medewerkers van externe bedrijven voorge­
daan). Daarnaast werd het belang van de industriële
veiligheid en van de milieuvoorschriften bij de toewij­
zing van contracten opnieuw gedefinieerd.
Gezondheidsbeleid
Alle personeelsleden van 50Hertz hebben een
arbeidsgeneeskundig onderzoek ondergaan waarbij
ook de individuele gezondheidsrisico’s werden be­
oordeeld. Het programma voor welzijn op het werk
werd in 2010 voortgezet. Er zijn eveneens ergono­
mische maatregelen genomen.
De medewerkers van 50Hertz hebben ook de
mogelijkheid gehad om zich te laten inenten tegen
griep en om deel te nemen aan bloeddonaties.
Naar aanleiding van de gezondheids- en veilig­
heidsdag zijn er extra opleidingen en informatieses­
sies georganiseerd, zowel in de hoofdzetel als in de regionale
afdelingen.
Naambekendheidscampagne
In het licht van de klimaatuitdagingen en het ambitieuze
beleid dat zowel op Europees niveau als in de afzonderlijke
EU-lidstaten (waaronder België en zijn gewesten) wordt
gevoerd, is voor de netbeheerders meer dan ooit een cruciale
rol weggelegd indien de geïndustrialiseerde landen hun
doelstellingen met betrekking tot het toenemende aandeel
van hernieuwbare energie en het koolstofvrij maken van de
elektriciteitsproductie willen bereiken.
De netbeheerders moeten meer dan ooit tevoren aan de
verschillende stakeholders uitleggen hoe belangrijk hun rol
ten dienste van de economie en de gemeenschap is en welke
taak voor hen is weggelegd in het energielandschap van de
toekomst. Uit een kwalitatieve enquête onder de verschillende
partijen die bij zijn activiteiten zijn betrokken, kon Elia al in 2008
opmaken dat de stakeholders verwachten dat de netbeheerder
initiatieven neemt op het vlak van communicatie, verduidelijking
en informatieverstrekking. Het onderzoek heeft aangetoond dat
het voor Elia van groot belang is om:
• zich als een dynamische en toekomstgerichte werkgever te
profileren, zodat de onderneming de nieuwe medewerkers
kan aantrekken die nodig zijn om de efficiëntie en de kwali­
teit van haar dienstverlening te behouden;
• het vertrouwen te krijgen van de omwonenden van zijn in­
stallaties en van de overheden, evenals te kunnen rekenen
op de bereidheid om, door middel van een constructieve
dialoog, tot de meest geschikte oplossingen te komen;
• ervoor te zorgen dat de investeerders vertrouwen hebben in
de onderneming, zodat deze kan beschikken over het ka­
pitaal dat nodig is om de investeringen te realiseren die een
duurzame ontwikkeling van onze activiteiten garanderen;
• duidelijkheid te verschaffen over de rol van Elia als transmis­
sienetbeheerder voor elektriciteit, zowel op federaal niveau
als binnen de drie gewesten van dit land, zodat de burgers
deze rol beter begrijpen en Elia kunnen steunen.
De doelstelling van
het Elia Fonds: de
ondersteuning van
projecten die aan
mindervaliden een
transparante en
niet-discriminerende
toegang willen geven
tot vrijetijdsactiviteiten.
De overname van 50Hertz Transmission in 2010 vormde het
begin van een nieuw tijdperk. Met deze operatie kregen de
activiteiten van de onderneming niet alleen een internationale
dimensie, maar werden er ook nieuwe perspectieven gecre­
ëerd voor haar werknemers, klanten, aandeelhouders en voor
de hele gemeenschap.
In dit verband pakte Elia in 2010 uit met een nieuwe naambe­
kendheidscampagne rond twee belangrijke thema’s: de inter­
nationale samenwerking, om zijn klanten en de gemeenschap
in België nog beter van dienst te zijn, en de voorbereiding van
de netten van de toekomst, als antwoord op de uitdagingen op
het vlak van hernieuwbare energie.
Deze campagne viel uiteen in twee belangrijke delen: een
eerste golf in juni, op het moment van de kapitaalverhoging die
nodig was om de overname van 50Hertz Transmission te finan­
cieren, en een tweede golf in december, naar aanleiding van
de Klimaattop van Cancun. Elia maakte hierbij opnieuw gebruik
van de metafoor van het stopcontact – als symbool voor het
hoogspanningsnet – die voor de eerste campagne van 2008
werd ontwikkeld. Bij de campagne van 2010 lag de nadruk op
dezelfde media als in 2009: de schrijvende pers, de radio en
het internet. De campagne van Elia werd door de Europese
Commissie als voorbeeld aangehaald tijdens conferenties en
debatten over de ontwikkeling van het transmissienet voor
elektriciteit in Europa.
Maatschappelijke verantwoordelijkheid
van bedrijven
Omdat Elia het belangrijk vindt om zijn beleid en acties in de
toekomst nog beter te kunnen structureren, heeft het door de
specialisten van Business & Society, de Belgische referentie op
het vlak van Corporate Social Responsibility, een evaluatie (as­
sessment) laten uitvoeren van zijn prestaties op het gebied van
sociale verantwoordelijkheid.
Uit dit assessment blijkt dat Elia een maatschappe­
lijk verantwoorde onderneming is. In deze context
werd onder leiding van het Directiecomité voor de
hele groep een gecoördineerde aanpak ingevoerd.
Deze globale strategie zal in 2011 worden voltooid.
HET ELIA FONDS: ONTDEKKING EN
VERWONDERING VOOR IEDEREEN
Elia heeft vanaf zijn oprichting zijn missie ten dienste
van de bevoorradingszekerheid en de elektriciteits­
markt willen vertalen in een sociaal engagement.
In samenwerking met de ervaringsdeskundigen van
de Koning Boudewijnstichting, de partner bij uitstek
op dit vlak, werd in 2001 het Elia Fonds opgericht.
De Koning Boudewijnstichting staat eveneens in
voor het volledig onafhankelijke en transparante
beheer van het Fonds, in overeenstemming met de
waarden van de onderneming.
Het Elia Fonds richt zich tot minder mobiele per­
sonen in de ruime zin van het woord: mensen met
een mentale, motorische of sensoriële handicap,
senioren, gezinnen met jonge kinderen, ... Het
Fonds steunt projecten die aan deze doelgroe­
pen, op dezelfde wijze als aan andere personen,
een transparante en niet-discriminerende toegang
willen geven tot toeristische, culturele en sportieve
vrijetijdsactiviteiten.
Het Fonds geniet een jaarlijkse dotatie van onge­
veer € 250.000. Het is absoluut niet de bedoeling
om taken van de overheid over te nemen: het Elia
Fonds wil gewoon verder gaan dan de basisver­
plichtingen. In 2007 werd de doelstelling van het
Fonds lichtjes aangepast met de klemtoon op
verwondering en ontdekking.
80 + 81
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
Reeds een aantal jaren neemt
het personeel deel aan de
beklimming van een hoogspanningsmast: deze actie in het
kader van Télévie levert geld op
voor het goede doel.
In 2010 heeft een onafhankelijke jury 19 projecten
geselecteerd die in belangrijke mate bijdragen tot
de integratie van personen met een handicap in een
zo ruim mogelijke context.
• Het
•
Projecten 2010
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Les
enfants de Cothan partent à la pêche en
mer - Cothan asbl, Charleroi-Gosselies
Rare snuiters, een inclusief prentenboek voor
blinden, slechtziende, goedziende en dyslec­
tische kinderen - Blindenzorg Licht en Liefde,
Jabbeke
Contact Improvisation pour personnes déficien­
tes ­visuelles - Œuvre Nationale des Aveugles
Iedereen fietst! - BSBO De Horizon Aalst
La Troupe des ‘Décompressez-nous’ en Action !
- Renaissance asbl, Braine-l’Alleud
Zelfstandig zit skiën op Belgische in-door
sneeuwpisten voor personen met een eenzijdige
verlamming of complexe handicap - Anvasport,
Melle
Nous aussi sur la Petite Reine - Asbl La Clairière
Het Huis van Alijn werkt drempels weg voor
personen met een visuele beperking - Het Huis
van Alijn, Gent
Handicyclos - Latitude Junior asbl
Leren door doen: een traject met gezinsweek­
ends en jongerenvakanties - Nema vzw
Ein Kreativ Workshop für jedermann
- Jugendtreff Inside, Raeren-Eynatten
Start to Roll - Leuven Bears, Leuven
Tous artistes - Asbl Badje
Fietsproject in de noordrand Brussel en
Pajottenland - Katholiek Vereniging voor Gehan­
dicapten
Signes et Repères au Musée des Enfants
- Musée des Enfants, Ixelles
Audioguides voor mensen een beperking
in het Kasteel van Gaasbeek
Regards croisés sur le art&marges musée
- art&marges musée, Bruxelles
uur dat we niets van elkaar wisten - De Kerselaar vzw
‘Quand le corps se fait parure’
- Diffusion Culturelle des Musées royaux d’Art
et d’Histoire, Bruxelles
Triatlon voor personen met een beperking, de finale!
- Avalympics, Geel
• L’exposition
TÉLÉVIE
Net als de afgelopen jaren is een groep medewerkers van Elia
er in 2010 opnieuw in geslaagd om, ondanks de gure weers­
omstandigheden, veel volk op de been te brengen. Alle aanwe­
zigen werden uitgedaagd om hun angst te overwinnen en een
hoogspanningsmast van Elia te beklimmen waarop uiteraard
geen enkele geleider is aangesloten – een origineel idee!
Bovendien brengt elke beklimming geld in het laatje voor het
kankeronderzoek in het kader van de actie Télévie. Het spreekt
voor zich dat de beklimming goed werd begeleid, zowel door
vakmensen van Elia als door een groep paracommando‘s uit
de streek van Bergen. Zij waren bereid om op vrijwillige basis
de veiligheid van de deelnemers te garanderen.
INTERNATIONAAL ROLSTOELTENNISTOERNOOI
Voor het tweede jaar op rij heeft Elia zijn steun verleend aan de
Belgische Open Tenniskampioenschappen, een initiatief van
de Belgian Wheelchair Tennis Open. Dit rolstoeltennistoernooi,
waarvoor topsporters uit de hele wereld naar ons land afzak­
ken, maakt duidelijk in welke mate sport kan bijdragen tot de
integratie van personen met een beperkte mobiliteit.
In Duitsland
Dat 50Hertz Transmission begaan is met het welzijn van de
samenleving, blijkt uit het feit dat de onderneming in 2010 heeft
deelgenomen aan tal van regionale en lokale projecten van ge­
meenschappen die zich in de onmiddellijke omgeving van zijn
infrastructuur bevinden. De projecten die door 50Hertz worden
gesteund, zijn voornamelijk gericht op kinderen en jongeren,
evenals op milieubescherming.
relaties met
stakeholders
Elia stelt alles in het werk om een open en transparante dialoog
te voeren met de verschillende partijen die belang hebben bij
zijn activiteiten. Het gaat zowel om de klanten, leveranciers,
aandeelhouders, potentiële investeerders en besturen als om de
bevolking in haar geheel en de personeelsleden van de groep.
Relaties met de leveranciers
Elia bouwt met zijn leveranciers een relatie op die duurzaam en
goed is voor alle partijen. Het aankoopbeleid steunt daarom op
de volgende principes:
• objectieve selectieprocedure;
• voortdurende evaluatie en verbetering van de kwaliteit;
• continu zoeken naar nieuwe partners en innoverende
oplossingen;
• voorkeur voor leveranciers die onze doelstellingen onder­
schrijven om een veilig en betrouwbaar elektriciteitsnet uit
te baten, te onderhouden en verder uit te bouwen;
• voorkeur voor leveranciers die een optimale dienst verle­
nen, zowel voor onze externe als voor onze interne klanten;
• voorkeur voor leveranciers die hun kennis en ervaring
gebruiken om onze kosten te verlagen door de “total cost
of ownership” (totale eigenaarskosten) tot het minimum te
beperken;
• voorkeur voor globale aannemingscontracten en raamcon­
tracten waarbij de aankoop van goederen wordt gekoppeld
aan de levering van de bijbehorende diensten;
• voorkeur voor resultaatsverbintenissen (of “service level
agreements”) in plaats van middelenverbintenissen.
Daarnaast staan veiligheid en leefmilieu centraal in het beleid
van Elia en dus ook in zijn aankoopbeleid. Elia geeft daarom de
voorkeur aan leveranciers die een doorgedreven veiligheids- en
milieubeleid voeren. Het al dan niet beschikken over een cer­
tificaat of attest (type VCA, BeSaCC, ISO9001, ISO14000, …)
vormt dan ook een belangrijk criterium bij de keuze
van de leveranciers.
Relaties met de investeerders
Het departement Investor Relations heeft als missie
transparant te communiceren en een open dialoog
te voeren met de financiële analisten en met de
bestaande en potentiële investeerders. Er is sprake
van communicatie in twee richtingen tussen de
investeerders en de directie. Op deze manier kan
de onderneming niet alleen meer uitleg verschaffen
over haar resultaten, strategie en beslissingen, maar
is ze ook in staat om de bekommernissen van de
aandeelhouders en analisten en de perceptie van
de markt beter te begrijpen.
Er werden verschillende roadshows voor instituti­
onele beleggers georganiseerd in de belangrijkste
financiële centra in Europa. Elia heeft ook deelgeno­
men aan het Belgian Excellence Investment Seminar,
een gezamenlijke organisatie met NYSE en KBC
Securities in New York. Investeerders en analisten
kregen naast deze roadshows de mogelijkheid om
persoonlijk of tijdens teleconferenties vragen te
stellen aan de CEO en de CFO. Elia heeft daarnaast
ook deelgenomen aan talrijke nationale en internati­
onale investeringsconferenties. Elia heeft tevens oog
voor de particuliere belegger en neemt deel aan de
jaarlijkse evenementen van de Vlaamse Federatie van
Beleggingsclubs en Beleggers (VFB) in Antwerpen.
Een financiële informatiebrief “Investor News” levert
de beleggers op regelmatige basis de recentste
informatie over de onderneming.
82 + 83
SOCIAAL VERSLAG
ELIA 2010
Voorstelling tijdens de
Mittbestimmung - Roadshow
voor retailbeleggers in juni Klantendag 2010.
Rechts:
Maandelijkse elektronische
nieuwsbrief voor de klanten.
Relaties met de medewerkers
SOCIALE RELATIES
Akkoorden op het niveau van de sector
De activiteiten van de werkgeversorganisatie Sofedeg, die op
31 december 2009 werden stopgezet, zijn met ingang van 1
januari 2010 overgedragen aan twee andere werkgeversfede­
raties: Febeg voor de producenten en leveranciers en Synergrid
voor de transmissie- en distributienetbeheerders, waaronder
Elia. Om ervoor te zorgen dat de organisatie haar rol binnen het
Paritair Comité 326 naar behoren kan vervullen, biedt Synergrid
zijn leden diverse ondersteunende en adviserende diensten aan
op sociaal vlak. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
• het opstellen van overgangsmodaliteiten voor de collectieve
arbeidsovereenkomsten (cao’s) die zowel op het niveau van
de sector als op het niveau van de bedrijven zijn gesloten;
• het ondersteunen van de werking van de
werkgeversorganisaties met het oog op de voorbereiding
van de paritaire onderhandelingen;
• het helpen van leden bij het zoeken van oplossingen in
geval van sociale conflicten;
• het beheren van de sectorale paritaire organen.
De dialoog met de officiële personeelsvertegen­
woordigingen is op constructieve wijze en zonder
sociale conflicten verlopen.
50HERTZ TRANSMISSION
Via het systeem van Mittbestimmung onderhoudt
50Hertz Transmission nauwe en constructieve
betrekkingen met de organen voor personeelsver­
tegenwoordiging. In 2010 vonden de vierjaarlijkse
verkiezingen voor de Ondernemingsraad en de
Vertegenwoordiging van mindervaliden plaats. De
nieuwe Ondernemingsraad werd in zijn nieuwe
samenstelling officieel bekrachtigd op 26 april 2010.
Interne relaties binnen de
onderneming
Naast de sociale relaties zoals deze geformali­
seerd zijn in de officiële vertegenwoordigingen van
het personeel, schept Elia talrijke gelegenheden
tot ontmoeting, informatie en dialoog tussen zijn
werknemers.
Akkoorden op het niveau van de groep
Er zijn voor Elia System Operator en Elia Engineering onder­
nemings-CAO’s gesloten in verband met de omzetting van
CAO 90 (premie verbonden aan het bereiken van een reeks
collectieve resultaten). De gemeenschappelijke Ondernemings­
raad (Elia System Operator-Elia Asset en Elia Engineering) is
regelmatig bijeengekomen in 2010 en werd uitvoerig geïnfor­
meerd over de financiële en economische toestand van Elia
System Operator en van Elia Asset, alsook in het kader van de
jaarlijkse buitengewone algemene vergadering.
De drie Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk
(CPBW) van Elia en het CPBW van Elia Engineering hebben op
geregelde tijdstippen vergaderd, afzonderlijk of samen, in het bij­
zonder over het onthaal van nieuwe werknemers en het jaarlijkse
actieplan op het gebied van veiligheid 2011. Op initiatief van de
CPBW’s werd een gemeenschappelijke werkgroep “CAO100
– Preventiebeleid voor drugs en alcohol” opgericht, met als
doel een preventiebeleid uit te werken om het gebruik van deze
substanties op het werk tegen te gaan. In samenwerking met de
sociale partners werden in de drie vakbondsafvaardigingen van
Elia en in de vakbondsafvaardiging van Elia Engineering concrete
dossiers behandeld.
Deze worden georganiseerd op het niveau van de
hele onderneming (bijvoorbeeld ontmoetingen op
het terrein tussen de CEO en de personeelsleden
van Elia en 50Hertz), op het niveau van de speci­
fieke directies (gedecentraliseerde informatiesessies)
of via vergaderingen met departementen of teams.
Diverse communicatiekanalen (intranetsite, elektro­
nische nieuwsbrieven, bedrijfsblad, middagontmoe­
tingen, …) zorgen er verder voor dat de werkne­
mers van de groep geregeld worden geïnformeerd.
De medewerkers van de groep hebben ook de
gelegenheid om, met de steun van Elia, deel te
nemen aan sportmanifestaties (20 km van Brussel,
liefhebbersversies van de Ronde van Vlaanderen of
Luik-Bastenaken-Luik, …) of aan andere evene­
menten (zoals de “kaderdag”).
TEVREDENHEIDSENQUÊTE
Elia organiseert om de twee jaar een tevredenheid­
senquête onder zijn personeel. Hiertoe doet Elia een
beroep op een gespecialiseerde firma die de transparante en
anonieme verwerking van de resultaten verzekert. In het kader
van deze enquête worden twee belangrijke factoren gemeten: de
betrokkenheid van de werknemers bij de onderneming en hun
engagement bij het uitoefenen van hun functie. Sinds de eerste
opiniepeiling in 2004 zijn de resultaten elke keer gestegen.
2004
2006
2008
2010
Betrokkenheid bij de
onderneming
71
72
74
77
Engagement bij het uitoefe­
nen van de eigen functie
79
79
79
80
Op basis van deze resultaten is Elia één van de beste werkge­
vers in België.
Relaties met de klanten
Het Departement Customer Relations en de teams van ac­
count managers zijn een centrale schakel in de relaties tussen
Elia en zijn klanten. In samenwerking met een externe partner
organiseert Elia om de twee jaar een tevredenheidsenquête
voor zijn klanten. Op basis van de resultaten van deze enquête
probeert Elia de diensten die het aan zijn klanten aanbiedt
permanent te optimaliseren.
De laatste enquête werd eind 2009 gestart. Uit de resultaten
die in 2010 werden gepubliceerd, blijkt dat de tevredenheid bij
de evenwichtsverantwoordelijken en de distributienetbeheer­
ders aanzienlijk is gestegen. Wat zijn reputatie betreft, behoort
Elia tot de kopgroep binnen de sector van Europese nutsbe­
drijven. Het positieve imago van Elia is voornamelijk gebaseerd
op het professionalisme, de expertise en de betrouwbaarheid
van de onderneming.
De door Elia opgerichte Users’ Group is een uiterst geschikt
instrument voor uitwisselingen met de netgebruikers. De
tevredenheidsenquête heeft evenwel aangetoond dat er door
dit orgaan en zijn vertegenwoordigers niet voldoende informatie
ter beschikking werd gesteld van de netgebruikers. Elia heeft
daarom beslist om de communicatie te verbeteren door sinds
oktober 2010 alle voor de Users’ Group bestemde informatie
op zijn website te publiceren.
Elia organiseert jaarlijks een klantendag. De editie
van 2010 kreeg een Europese dimensie met onder­
werpen als de marktkoppeling, studies naar de inte­
gratie van windenergie, het derde pakket Europese
richtlijnen en de overname van 50Hertz.
De klanten ontvangen ook elke maand een elektro­
nische nieuwsbrief. Bovendien wordt gedetailleerde
informatie op transparante wijze aangeboden op de
website. Via het extranet van Elia hebben de klan­
ten op efficiënte, gebruiksvriendelijke en beveiligde
manier toegang tot de informatie en de toepassin­
gen die hen aanbelangen.
Relaties met de overheden, de
omwonenden en het grote publiek
Of het nu gaat om de concrete uitvoering van inves­
teringen, om onderhoudswerken of om noodinter­
venties, Elia informeert de omwonenden van zijn
installaties en de bevoegde overheden en besturen
steeds over de gebeurtenissen en de eventuele
gevolgen daarvan voor hun dagelijkse activiteiten.
Dat geldt des te meer bij werkzaamheden die door
onderaannemers of onderhoudsteams worden
uitgevoerd.
De aanwezigheid op het terrein bij informatiever­
gaderingen voor het publiek of de overheden, een
permanent bereikbare hulplijn via de regionale
technische secretariaten in Brussel, Merksem en
Namen, toegang tot de website www.elia.be, ... zijn
slechts enkele voorbeelden van de aandacht die
Elia besteedt aan elke omwonende of overheid die
meer informatie wenst.
De regionale technische secretariaten behandelen
ieder jaar ongeveer 50.000 vragen.
corporate
governance
Als transmissienetbeheerder is Elia gehouden tot specifieke
verplichtingen betreffende transparantie, neutraliteit en nietdiscriminatie ten opzichte van al zijn stakeholders.
86 + 87
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
samenstelling
bestuursorganen
Raad van bestuur 1
Behalve de specifieke bepalingen van de wetgeving betreffende de elektriciteitstransmissie heeft Elia System Operator
de Belgische Corporate Governance Code aangenomen als referentiecode.
VOORZITTER
• Luc Van Nevel
Benoemd als voorzitter op 11 mei
2010, onafhankelijk bestuurder
•
BESTUURDERS
• Jacqueline Boucher
•
Jennifer Debatisse
Onafhankelijk bestuurder
•
Benoemd als vicevoorzitter op
24 juni 2008 voor onbepaalde tijd,
Publi-T
•
•
Onafhankelijk bestuurder
•
Claude Grégoire
Publi-T
Thierry Willemarck
Benoemd als vicevoorzitter op
24 juni 2008 voor onbepaalde tijd,
onafhankelijk
Sophie Dutordoir
Electrabel, tot 11 mei 2010
•
•
•
Jean-Marie Laurent Josi
Onafhankelijk bestuurder
Dominique Offergeld
Publi-T, vanaf 11 mei 2010
Johan De Roo
Jacques de Smet
Jane Murphy
Onafhankelijk bestuurder,
vanaf 10 februari 2010
Clement De Meersman
Publi-T
VICEVOORZITTERS
• Francis Vermeiren
•
Publi-T, vanaf 11 mei 2010
•
Ingrid Lieten 3
Onafhankelijk bestuurder,
tot 10 februari 2010
Electrabel, tot 11 mei 2010
Ronnie Belmans
Voorzitter, Electrabel tot 11 mei
2010; erevoorzitter vanaf 11 mei
2010 2.
•
•
Leen Van den Neste
Publi-T, vanaf 11 mei 2010
Van links naar rechts:
Luc Van Nevel, Francis Vermeiren, Thierry Willemarck,
Jennifer Debatisse, Clement De Meersman,
Johan De Roo, Jacques de Smet, Claude Grégoire,
Jean-Marie Laurent Josi, Jane Murphy,
Dominique Offergeld en Leen Van den Neste
Corporate governancecomité
•
•
•
•
Thierry Willemarck, Voorzitter
Ingrid Lieten, tot 10 februari 2010 3
Jane Murphy, vanaf 25 februari 2010
Luc Van Nevel
Auditcomité
•
•
•
Clement De Meersman, président
Jacques de Smet
Claude Grégoire
1 H
et gaat hier om de samenstelling van de raden op 31 december 2010. De raden van bestuur tellen
sinds 13 januari 2011 14 leden. De twee nieuwe bestuurders die op 13 januari 2011 werden benoemd,
zijn Miriam Maes en Steve Stevaert.
2 Impliceert niet dat hij in de raad moet zetelen.
3 Ingrid Lieten heeft op 15 juli 2009 haar ontslag ingediend bij de raad van bestuur. Dit ontslag wordt
effectief wanneer er in haar vervanging wordt voorzien. Dit gebeurde op 10 februari 2010, toen de raad
van bestuur van Elia Jane Murphy als onafhankelijk bestuurder heeft gecoöpteerd.
Vergoedingscomité
•
•
•
•
Jean-Marie Laurent Josi, voorzitter
Jacques de Smet
Sophie Dutordoir, tot 11 mei 2010
Francis Vermeiren, vanaf 11 mei 2010
College van commissarissen
•
•
lynveld Peat Marwick Goerdeler Bedrijfsreviso­
K
ren, vertegenwoordigd door Alexis Palm
Ernst & Young Bedrijfsrevisoren, vertegenwoor­
digd door Jacques Vandernoot
88 + 89
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
Directiecomité
•
•
•
•
aniel Dobbeni, Voorzitter en Chief Executive Officer
D
Jacques Vandermeiren, Vicevoorzitter en Chief Corporate
Officer
Jan Gesquière, Chief Financial Officer
Hubert Lemmens, Directeur Grid Services tot 15/11/2010,
Chief Innovation Officer vanaf 15/11/2010
Roel Goethals, Directeur Transmission
tot 15/11/2010, Directeur European Activities
& Participations vanaf 15/11/2010
Frank Vandenberghe, Directeur Customers
& Market tot 15/11/2010, Directeur Energy
& Systems Management vanaf 15/11/2010
Markus Berger, Chief Executive Officer Elia ­Engineering en,
vanaf 15/11/2010, Directeur Asset Management
Naar aanleiding van het ontslag van Ronnie Belmans werd Luc van Nevel door de raden van 11
mei 2010 als Voorzitter benoemd voor onbepaalde
termijn. Bij dezelfde gelegenheid werd Ronnie Belmans als erevoorzitter benoemd voor onbepaalde
termijn.
BENOEMING VAN DE BESTUURDERS
De raden van bestuur van Elia System Operator en Elia Asset zijn elk samengesteld uit 12 leden. De twee raden hebben dezelfde leden. Zij vervullen geen directiefunctie bij Elia
System Operator noch bij Elia Asset 4. De helft van de leden
zijn onafhankelijke bestuurders die werden verkozen tijdens de
algemene vergadering en die een gunstig eensluidend advies
over hun onafhankelijkheid van de CREG hebben ontvangen.
In 2010 heeft de raad van bestuur de volgende
veranderingen ondergaan:
• Ingrid Lieten heeft haar ontslag ingediend bij
de raad van bestuur op 15 juli 2009. Dit onslag
wordt effectief wanneer in haar vervanging wordt
voorzien. Zij heeft afgezien van haar emolumenten en heeft de vergaderingen van de raad van
bestuur in 2010 niet meer bijgewoond.
• op 10 februari 2010 heeft de raad van bestuur
Elia Jane Murphy gecoöpteerd als onafhankelijk bestuurder. Zij vervangt Ingrid Lieten. Jane
Murphy werd definitief benoemd door de Algemene Vergadering van 11 mei 2010. De CREG
heeft een positief advies uitgevaardigd m.b.t.
haar benoeming;
• Ronnie Belmans, Jacqueline Boucher en Sophie
Dutordoir hebben hun ontslag ingediend na de
raad van bestuur die bijeenkwam onmiddellijk na
de algemene vergadering van aandeelhouders
van 11 mei 2010. Zij worden vervangen door
Jennifer Debatisse, Dominique Offergeld en
Leen Van den Neste.
In overeenstemming met de wettelijke en statutaire bepalingen
worden de raden van bestuur van Elia System Operator en Elia
Asset ondersteund door drie comités: een corporategovernancecomité, een auditcomité en een vergoedingscomité. De raden van bestuur zien toe op de efficiëntie van deze ondersteuningscomités. Bovendien heeft de raad van bestuur in 2010
twee tijdelijke ad-hoccomités opgericht teneinde het management van Elia in verschillende projecten te ondersteunen.
Alle bestuursmandaten verstrijken na afloop van de
algemene vergadering van 2011. De termijn van zes
jaar wijkt af van de periode van vier jaar die de Belgische Corporate Governance Code aanbeveelt en
is gerechtvaardigd wegens de technische, financiële
en juridische complexiteit die eigen is aan de taken
van de transmissienetbeheerder en die een langere
ervaring in deze materie vereisen.
•
•
•
SECRETARIS-GENERAAL
Pierre Bernard
Raad van bestuur
De mandaten van voorzitter en vicevoorzitters van de raden
van bestuur werden door de raden van bestuur van 24 juni
2008 voor onbepaalde termijn vernieuwd.
Van links naar rechts:
Jan Gesquière, Frank Vandenberghe,
Hubert Lemmens, Markus Berger,
Daniel Dobbeni, Jacques Vandermeiren,
Roel Goethals.
Het dient aangestipt dat de corporategovernancevoorschriften
m.b.t. de benoeming van de leden van de raden van bestuur
van Elia System Operator en Elia Asset onderworpen zijn aan
specifieke procedures voor de benoeming van onafhankelijke
en niet-onafhankelijke leden van de raad van bestuur en zijn
comités, alsook voor de rol van deze laatste. Deze bepalingen
worden vastgesteld door de wet van 29 april 1999 betreffende
de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten van de
vennootschap.
In de praktijk stelt het corporategovernancecomité een lijst
samen van onafhankelijke kandidaat-bestuurders. Het comité
onderzoekt het up-to-date curriculum vitae van elke kandidaat
en een verklaring op erewoord inzake de onafhankelijkheidscri­
teria die overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen
op Elia van toepassing zijn. De algemene vergadering benoemt
vervolgens de onafhankelijke bestuurders. De benoemingen
worden voor eensluidend advies inzake onafhankelijkheid voor­
gelegd aan de CREG, die over elke onafhankelijke bestuurder
haar advies moet uitbrengen.
Een gelijkaardige procedure is toepasbaar in geval van benoe­
ming door coöptatie door de raad van bestuur. Het corpora­
tegovernancecomité oefent dus de taken uit van een benoe­
mingscomité voor de onafhankelijke bestuurders.
BENOEMING VAN DE LEDEN VAN DE COMITÉS
De mandaten van de voorzitters, vicevoorzitters en leden van
de verschillende comités die de raad van bestuur ondersteu­
nen, werden door de raad van bestuur van 24 juni 2008 voor
onbepaalde tijd vernieuwd.
Jane Murphy werd door de raad van bestuur van 25 februari
2010 als lid van het corporategovernancecomité benoemd.
Francis Vermeiren werd door de raad van bestuur van 11 mei
2010 als lid van het vergoedingscomité benoemd. Hij vervangt
er Sophie Dutordoir.
Tijdelijke ad-hoccomités
Overeenkomstig artikel 522 van het Wetboek van
Vennootschappen heeft de raad van bestuur in
2010 verschillende tijdelijke ad-hoccomités op­
gericht om het management van Elia in bepaalde
dossiers bij te staan.
AD-HOCCOMITÉ ‘KAPITAALVERHOGING’
Dit comité werd opgericht om, indien nodig, het
directiecomité en de raad van bestuur bij te staan
bij de voorbereiding van de kapitaalverhoging ten
bedrage van maximaal € 300 miljoen (zie verderop
voor nadere toelichtingen).
De leden van dit comité zijn Clement De Meersman,
Jacques de Smet, Jean-Marie Laurent Josi, Jane
Murphy, Luc Van Nevel en Thierry Willemarck.
Dit comité heeft viermaal vergaderd.
AD-HOCCOMITÉ ‘SAMENSTELLING VAN DE RAAD
VAN BESTUUR’
Dit comité is samengesteld uit Clement De Meers­
man, Jacques de Smet, Jean-Marie Laurent Josi,
Jane Murphy, Luc Van Nevel en Thierry Willemarck.
Het heeft viermaal vergaderd. Zijn belangrijkste
taak bestond erin de modaliteiten te onderzoeken
die toepasbaar zijn op de statutaire wijzigingen die
nodig waren om het aantal leden van de raad van
bestuur op 14 te brengen.
4 H
et gaat hier om de samenstelling van de raden op 31 december 2010. De raden van
bestuur tellen sinds 13 januari 2011 14 leden. De twee nieuwe bestuurders die op
13 januari 2011 werden benoemd, zijn Miriam Maes en Steve Stevaert.
90 + 91
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
COLLEGE VAN COMMISSARISSEN
De algemene vergadering van 13 mei 2008 heeft Ernst &
Young Bedrijfsrevisoren en Klynveld Peat Marwick Goerdeler
Bedrijfsrevisoren benoemd als commissarissen. Zij worden
respectievelijk vertegenwoordigd door Jacques Vandernoot en
Alexis Palm.
De emolumenten van elk van de commissarissen werden
vastgelegd op € 111.250 per boekjaar van 12 maanden voor
de vennootschappen Elia System Operator, Elia Asset en Elia
Engineering. Dit bedrag is jaarlijks indexeerbaar. Zij werden
benoemd voor een periode van drie jaar. Hun mandaat ver­
strijkt na afloop van de gewone algemene vergadering van het
boekjaar dat werd afgesloten op 31 december 2010.
Er werden door de commissarissen bijkomende emolumenten
gevraagd van € 612.023,38 voor taken die werden verricht
m.b.t. de IFRS-rekeningen, fiscaal advies en andere speciale
opdrachten, in het bijzonder in het kader van de kapitaalverho­
ging.
ACTIVITEITENVERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Krachtens de wet van 29 april 1999 oefent de raad van bestuur
de volgende bevoegdheden uit:
• hij bepaalt het algemene beleid van de vennootschap;
• hij oefent de bevoegdheden uit die hem worden toegekend
door of krachtens het Wetboek van Vennootschappen, met
uitzondering van de bevoegdheden die aan het directieco­
mité worden toevertrouwd of overgedragen;
• hij staat in voor het algemene toezicht op het directieco­
mité met naleving van de wettelijke beperkingen inzake de
toegang tot de commerciële gegevens en andere vertrou­
welijke gegevens over de netgebruikers en de verwerking
van deze gegevens;
• hij oefent de bevoegdheden uit die hem door de statuten
worden toegekend.
In 2010 vergaderde de raad van bestuur van Elia
System Operator achtmaal. De raad van bestuur
van Elia Asset vergaderde in 2010 zevenmaal. De
volgende leden lieten zich op één of meer verga­
deringen van de raad verontschuldigen: Jacqueline
Boucher (30 maart 2010 en 11 mei 2010), Jennifer
Debatisse (26 augustus 2010), Sophie Dutordoir
(11 mei 2010), Claude Grégoire (25 maart 2010, 11
mei 2010, 25 mei 2010), Jean-Marie Laurent Josi
(25 mei 2010 en 25 november 2010) en Thierry Wil­
lemarck (10 februari 2010 en 25 november 2010).
Indien een lid niet aanwezig kan zijn, laat hij zich
over het algemeen vertegenwoordigen. In overeen­
stemming met de statutaire bepalingen kan schrif­
telijk een volmacht worden gegeven aan een ander
lid van de raad. Geen enkele volmachthouder kan
meer dan twee bestuurders vertegenwoordigen.
belangrijke
gebeurtenissen
in 2010
Vaststelling van de verwezenlijking van
de aan het personeel voorbehouden
kapitaalverhoging
De buitengewone algemene vergadering van Elia System
Operator van 14 oktober 2009 heeft besloten om over te gaan
tot een aan het personeel voorbehouden dubbele kapitaal­
verhoging. Deze bestond uit een eerste kapitaalverhoging in
2009 (“kapitaalverhoging 2009”) voor een maximumbedrag
van € 4.400.000, en een tweede kapitaalverhoging in 2010
(“kapitaalverhoging 2010”) voor een maximumbedrag van
€ 600.000. Hiervoor werden nieuwe aandelen categorie B
uitgegeven met opheffing van het voorkeurrecht van de be­
staande aandeelhouders ten gunste van de personeelsleden
van de vennootschap of haar dochterondernemingen. Dit kon
in voorkomend geval gebeuren beneden de pariwaarde van
bestaande aandelen van dezelfde categorie.
De buitengewone algemene vergadering heeft beslist om de
uitgifteprijs van de kapitaalverhoging 2009 en 2010 vast te stel­
len op een bedrag gelijk aan het gemiddelde van de slotkoer­
sen van de 30 kalenderdagen respectievelijk voorafgaand aan
30 oktober 2009 en 6 januari 2010, verminderd met 16,66%.
De kapitaalverhoging 2010 werd verwezenlijkt en onderschre­
ven voor een bedrag van € 317.492,39. Er werden 13.919
aandelen uitgegeven.
Het maatschappelijk kapitaal van Elia System Operator werd
verhoogd tot € 1.206.010.115,13 en het aantal aandelen
dat het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt, werd op
48.284.174 gebracht.
Verkoop van de aandelen van
Electrabel
Op 31 maart 2010 kondigden Publi-T en Electrabel
NV een akkoord aan betreffende de verkoop aan
Publi-T van 6.035.522 aandelen van de Maatschap­
pij tegen een prijs van € 26,5 per aandeel, voor een
totaal bedrag van € 159.941.333. Deze aandelen
vertegenwoordigen 12,5% van het maatschappelijk
kapitaal van de Maatschappij. Deze transactie werd
van kracht op 10 mei 2010. Electrabel heeft tevens
met ingang op 10 mei zijn resterende 5.670.655
aandelen categorie A geconverteerd in aandelen
categorie B.
Op 18 mei 2010 heeft Electrabel zijn resterende
aandelen van de Maatschappij op de markt
gebracht door middel van een accelerated book
building procedure, tegen een prijs van € 27 per
aandeel en voor een totale prijs van € 153 miljoen 5.
Deze aandelen vertegenwoordigen 11,74% van het
totaal aantal aandelen van de Maatschappij dat op
die datum in omloop was. Volgens een transparan­
tieverklaring van 11 mei 2010 handelt Electrabel
niet langer in overleg met Publi-T na de verkoop van
6.035.522 aandelen aan Publi-T en de conversie
van zijn resterende aandelen categorie A in aande­
len categorie B.
Bijgevolg werden op 19 februari 2010 artikelen 4.1 en 4.2
van de statuten voor een notaris gewijzigd, met name wat het
maatschappelijk kapitaal en het aantal aandelen betreft.
5 Bron: gezamenlijk persbericht GDF-Suez van 18 mei 2010.
92 + 93
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
Acquisitie van de Duitse
transmissienetbeheerder 50Hertz
Transmission GmbH en kapitaalverhoging
beslist op 11 mei 2010
Elia System Operator en Industry Funds Management Pty
(“IFM”) hebben via dochterondernemingen respectievelijk 60%
en 40% van het Duitse transmissienet 50Hertz Transmis­
sion GmbH verworven. De acquisitie werd op 19 mei 2010
afgerond.
Om deze acquisitie te financieren heeft Elia een kapitaalver­
hoging met openbaar aanbod gelanceerd van 12.071.043
aandelen voor een totaal bedrag van € 299,4 miljoen. De
kapitaalverhoging werd compleet onderschreven.
De buitengewone algemene vergadering van 11 mei 2010
heeft beslist om, onder de opschortende voorwaarde van de
realisatie (“closing”) van de private plaatsing en/of het openbaar
aanbod van de nieuwe aandelen van de vennootschap, het ka­
pitaal te verhogen met een maximum bedrag van driehonderd
miljoen euro (inclusief een eventuele uitgiftepremie) door de
uitgifte van nieuwe aandelen zonder nominale waarde waarop
in geld wordt ingeschreven en volledig volstort, van hetzelfde
type en dezelfde rechten en voordelen genietende als de be­
staande aandelen van de categorieën A, B en C en bovendien
met VVPR strips aangehecht (afzonderlijk verhandelbaar), en
die zullen delen in de winst van de vennootschap vanaf het
boekjaar dat aanving op 1 januari 2010. Nieuwe aandelen
waarop wordt ingeschreven door een houder van A-aandelen,
B-aandelen of C-aandelen zullen respectievelijk A-aandelen,
B-aandelen of C-aandelen zijn.
De private plaatsing en/of het openbaar aanbod zijn onderwor­
pen aan de volgende modaliteiten m.b.t. de inschrijvingsperi­
ode, de uitgifteprijs en het aantal aandelen, de opdeling van het
aanbod in tranches, de mogelijkheid van een uitgifteprijs be­
neden de boekwaarde, de positie van de bestaande aandeel­
houders en de verwezenlijking van de kapitaalverhoging indien
het bedrag waarvoor is ingeschreven lager is dan driehonderd
miljoen euro. De buitengewone algemene vergadering heeft
beslist tot opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande
aandeelhouders in het kader van deze kapitaalverhoging.
De buitengewone algemene vergadering heeft beslist volmacht
te verlenen aan de raad van bestuur, of twee van zijn leden,
gezamenlijk optredend, om, in overleg met het plaatsingssyndi­
caat en rekening houdend met het hoger vermelde besluit (i) de
inschrijvingstermijn vast te stellen, (ii) de uitgifteprijs en het aan­
tal uit te geven aandelen voor de kapitaalverhoging vast te stel­
len, (iii) de structuur van het aanbod en, in voorkomend geval,
de regels inzake de toewijzing van de aandelen nader te bepa­
len, (iv) de verwezenlijking van de opschortende voorwaarden
en de totstandkoming van de kapitaalverhoging bij authentieke
akte te doen vaststellen en de statuten dienovereenkomstig
aan te passen en (v) al het nodige te doen voor de toelating
tot de verhandeling van de nieuwe aandelen op de
gereglementeerde markt van Euronext Brussels.
De buitengewone algemene vergadering van 11
mei 2010 heeft tevens de volgende artikelen van de
statuten van de vennootschap gewijzigd:
• wijziging van de laatste zin van artikel 5.3 van de
statuten om te bepalen dat de aandelen cate­
gorie A en de aandelen categorie C die worden
omgezet in gedematerialiseerde aandelen,
kunnen worden verkocht op de beurs of onder
de vorm van een of meer block trades, van een
private plaatsing bij institutionele beleggers, een
openbaar aanbod of anderszins;
• wijziging van artikel 13.5 van de statuten om te
verduidelijken dat de voordrachtrechten van de
houders van A- en C-aandelen pro-rata zullen
worden bepaald in verhouding tot het aantal Aof C-aandelen dat zij bezitten ten opzichte van
het totaal aantal A- en C-aandelen;
• wijziging van artikel 4.2 van de statuten om vast
te stellen dat ingevolge de overdracht, ingevolge
een overeenkomst gesloten op 29 november
2007, door Electrabel van 1.441.851 aandelen
categorie A aan Publi-T, deze aandelen werden
omgezet in aandelen categorie C.
Vaststelling van de verwezenlijking
van de kapitaalverhoging
Op 25 juni 2010 werden het maatschappelijk
kapitaal en de samenstelling ervan voor een notaris
gewijzigd naar aanleiding van de vaststelling van de
verwezenlijking van de kapitaalverhoging middels
openbaar aanbod van aandelen. Het maatschap­
pelijk kapitaal werd verhoogd van € 299.361.866,40
(12.071.043 aandelen met VVPR-strips tegen
€ 24,80 per nieuw aandeel in een verhouding van
een nieuw aandeel voor vier voorkeurrechten) tot
€ 1.505.371.981,53. Het wordt vertegenwoordigd
door 60.355.217 aandelen, als volgt gespreid:
1.526.756 aandelen categorie A, 31.519.954
aandelen categorie B en 27.308.507 aandelen
categorie C.
Statutaire wijzigingen
De statuten van Elia System Operator werden op 19
februari 2010 gewijzigd om het kapitaal aan te pas­
sen naar aanleiding van de kapitaalverhoging 2010,
zoals hierboven beschreven. Ze werden eveneens
aangepast door de buitengewone algemene ver­
gadering van 11 mei 2010 (zie verderop) en van 25
juni 2010, zoals hierboven vermeld.
De wijziging van de statuten dient de regels na te leven die
hierover bepaald zijn door het Wetboek van Vennootschappen
en door de statuten van de vennootschap (in het bijzonder de
artikelen 28 en 29 van de statuten van Elia System Operator
en de artikelen 27 en 28 van Elia Asset). De volledige tekst van
de statuten kan op de website van de vennootschap geraad­
pleegd worden.
Toegestaan kapitaal
De buitengewone algemene vergadering van 11 mei 2010
heeft de raad van bestuur gemachtigd om het maatschappelijk
kapitaal in één of meer keren te verhogen met een bedrag van
300 miljoen euro. Deze machtiging was geldig tot 31 decem­
ber 2010 of, indien die datum eerst komt, tot wanneer de
algemene vergadering de kapitaalverhoging heeft uitgevoerd.
De raad van bestuur heeft geen gebruik gemaakt van het
toegestaan kapitaal.
Toepassing van artikel 524 van het Wetboek
van Vennootschappen
De procedure voorzien in artikel 524 van het Wetboek van
Vennootschappen werd door de raad van bestuur vroegtijdig
toegepast op 30 maart 2010.
De in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen
bedoelde hypothese werd uiteindelijk niet gerealiseerd en dit
artikel diende dus niet in concreto te worden toegepast.
Nieuwe aandeelhouders van Coreso NV
Terna Rete Elettrica Nazionale S.p.a., de Italiaanse transmis­
sienetbeheerder, en 50Hertz Transmission GmbH, een van de
vier transmissienetbeheerders in Duitsland, hebben Elia, RTE
en National Grid, respectievelijk de Belgische, Franse en Britse
TSO’s vervoegd als nieuwe aandeelhouders van Coreso NV,
het eerste gemeenschappelijk technisch coördinatiecentrum
voor verscheidene transmissienetbeheerders. Elia, RTE, Natio­
nal Grid en Terna bezitten voortaan elk 22,5% van het kapitaal.
50Hertz bezit 10% van het kapitaal.
Overdracht aan APX van de aandelen
van Elia System Operator in de
elektriciteitsbeurs Belpex
Op 19 april 2010 kondigde Elia System Operator aan dat het al
zijn aandelen in de Elektriciteitsbeurs Belpex NV, hetzij 60% van
het kapitaal van Belpex NV, overdraagt aan APX. Elia System
Operator kondigde tegelijkertijd ook aan dat het een participa­
tie van 20% van het kapitaal van APX heeft verwor­
ven. De Europese Commissie keurde de transactie
goed op 15 september 2010. De acquisitietransac­
ties werden van kracht op 13 oktober 2010.
Vergoedingscomité
Naast zijn gebruikelijke taken ter ondersteuning van
de raad van bestuur heeft het vergoedingscomité
krachtens de wet van 29 april 1999 ook de taak
om voor de raad van bestuur aanbevelingen te
formuleren over het vergoedingsbeleid en de
vergoedingen van de leden van het directiecomité.
Het vergoedingscomité heeft viermaal voltallig
vergaderd uitgezonderd op 25 november 2010 toen
Jean-Marie Laurent-Josi zich liet verontschuldigen.
Eenmaal per jaar evalueert de vennootschap haar
kaderpersoneel in overeenstemming met haar
performancemanagementbeleid. Dit beleid is ook
van toepassing op de leden van het directiecomité.
Op deze manier evalueert het vergoedingscomité
de leden van het directiecomité op basis van een
aantal kwantitatieve en kwalitatieve collectieve en
individuele doelstellingen.
Het dient aangestipt dat het variabele gedeelte
van de vergoedingen van het directiecomité werd
aangepast om rekening te houden met de invoering
van de meerjarentarieven. Het gevolg hiervan is dat
het loonbeleid van de leden van het directiecomité
sinds 2008 onder andere een een jaarlijkse variabele
vergoeding en een participatie op lange termijn
­(verbonden aan het behalen van factor Y) omvat.
De jaarlijkse variabele vergoeding bestaat uit twee
delen: de realisatie van kwantitatieve collectieve
doelstellingen en de persoonlijke prestaties, waaron­
der de vorderingen van de ondernemingsprojecten.
Het comité heeft ook de nieuwe wettelijke bepa­
lingen geanalyseerd betreffende het remuneratie­
verslag dat beursgenoteerde vennootschappen
moeten opstellen.
Het vergoedingscomité heeft tevens een herbeoor­
deling laten uitvoeren door de maatschappij Hay­
Group van vijf van de zeven functies van de leden
van het directiecomité, rekening houdend met de
talrijke veranderingen die in de onderneming heb­
ben plaatsgevonden sinds de functies van de leden
van het directiecomité eind 2003 voor het eerst
werden beoordeeld. Meer toelichtingen hierover
in het gedeelte “Vergoeding van de leden van het
directiecomité”.
94 + 95
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
Auditcomité
Naast zijn gebruikelijke bevoegdheid om assistentie te verlenen
aan de raad van bestuur, heeft het auditcomité krachtens de
wet van 29 april 1999 de taak de rekeningen na te kijken en de
budgetten te controleren, de audits op te volgen, de betrouw­
baarheid van de financiële informatie te evalueren, de interne
controle te beoordelen evenals de efficiëntie van de interne
risicobeheersystemen te controleren.
Krachtens artikel 96 van het Belgisch Wetboek van Vennoot­
schappen moet dit verslag de rechtvaardiging bevatten van de
onafhankelijkheid en de competentie op het gebied van boek­
houding en audit van ten minste één lid van het auditcomité.
Clement de Meersman, voorzitter van het auditcomité, is
onafhankelijk bestuurder en beschikt over een ruime ervaring
en vakkennis op het gebied van boekhouding en audit. Hij is
houder van een diploma van burgerlijk ingenieur elektromecha­
nica van de KU Leuven en een doctoraat toegepaste weten­
schappen van dezelfde universiteit. Hij heeft executive training
courses gevolgd aan het IMD (Zwitserland) en aan de Vlerick
Management School. Hij was visiting student researcher aan
het MIT (USA) en aan het Institute of Technology in Tokio. Hij
begon bij de KU Leuven te werken als assistent professor en
zette zijn niet-academische loopbaan voort bij een onderneming
die verbonden is aan Groupe Michelin voor de ontwikkeling,
productie en verkoop van hogeweerstandbanden. In 1986
verliet hij deze functie om zich bij de Nederlandse Groep DSM
te voegen als business unit director voor de ontwikkeling en
verkoop van plastics, composieten en highperformanceproduc­
ten voor de transport- en automobielsector. Begin 1994 werd
hij CEO van Deceuninck NV waar hij deze functie vervulde tot
in 2009. Clement De Meersman is tevens lid van de raad van
Deceuninck, Koramic Industries, ANL, Plasticvision, VKC en
Smartroof. Hij is lid van het raadgevend comité van Verhelst en
ING Kortrijk. Hij is ook lid geweest van de raad van bestuur van
Roularta.
Het auditcomité is bevoegd om een onderzoek in te stellen in
alle aangelegenheden die het aanbelangt. Daartoe beschikt het
over de nodige middelen, heeft het toegang tot alle informatie
met uitzondering van de commerciële gegevens betreffende de
netgebruikers en kan het bij interne en externe experts advies
inwinnen.
Het auditcomité heeft in 2010 vijfmaal vergaderd. De drie be­
stuurders die lid zijn van het comité waren telkens aanwezig met
uitzondering van het auditcomité van 6 mei waar dhr. Claude
Grégoire zich heeft laten verontschuldigen.
Het comité heeft de jaarrekening van 2009 onderzocht, zowel in
Belgian GAAP als in IFRS. Het comité heeft vervolgens de kwar­
taalresultaten van 31 maart 2010, de halfjaarlijkse resultaten van
30 juni 2010 en de cijfers over de eerste drie kwartalen van 30
september 2010 conform de Belgian GAAP en de IFRS-regels
geanalyseerd.
Het comité heeft kennis genomen van de uitgevoerde
audits en aanbevelingsopdrachten. Verder werd de
verdere uitbreiding rond het Risk Management bin­
nen de onderneming toegelicht en door het comité
aanvaard. Voor elk van de audits werd een actieplan
opgesteld om de kwaliteit van de procedures en van
de uitgevoerde controles te verbeteren en bijgevolg
de eraan verbonden risico’s te beperken. Het comité
heeft de actieplannen opgevolgd vanuit verschillende
invalshoeken (planning, resultaten, prioriteiten) en dit
onder andere op basis van een activiteitenverslag van
de dienst interne audit. Het comité kwam hierbij tot
het besluit dat deze actieplannen correct en binnen
de afgesproken termijnen werden uitgevoerd.
Het auditplan voor 2011 werd voorgesteld en door
het comité goedgekeurd.
Corporategovernancecomité
Naast zijn gebruikelijke bevoegdheid ter ondersteu­
ning van de raad van bestuur heeft het corporateg­
overnancecomité krachtens de wet van 29 april 1999
de taak kandidaten voor te stellen voor de mandaten
van onafhankelijk bestuurder, voorafgaande goedkeu­
ring te verlenen voor de benoeming van de leden van
het directiecomité, op verzoek van elke onafhankelijke
bestuurder, van de voorzitter van het directiecomité of
van de CREG, ieder belangenconflict te onderzoeken
tussen enerzijds de netbeheerder en anderzijds een
dominerende aandeelhouder of een met een domi­
nerende aandeelhouder geassocieerde of verbonden
onderneming, en daarover verslag uit te brengen.
Deze laatste opdracht heeft tot doel de onafhankelijk­
heid van de bestuurders te versterken in aanvulling
op de procedure voorzien in artikel 524 van het Wet­
boek van Vennootschappen, die de onderneming ook
toepast. Het comité heeft ook de opdracht zich uit te
spreken over gevallen van onverenigbaarheid bij de
leden van de directie en het personeel en te waken
over de toepassing van de bepalingen van artikelen
9 en 9ter van de wet van 29 april 1999 betreffende
de organisatie van de elektriciteitsmarkt, de efficiëntie
ervan te beoordelen in het licht van de doelstellingen
inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het
beheer van het transmissienet en hierover jaarlijks een
verslag in te dienen bij de CREG.
Het comité heeft in 2010 viermaal vergaderd. Alle
leden waren aanwezig op de vergaderingen.
Het comité wordt geregeld geïnformeerd over belang­
rijke dossiers zoals de aankoop van ondersteunende
diensten en de inhoud van de portefeuille met infra­
structuurprojecten, zodat het kan nakijken hoe het
staat met de openstelling van de elektriciteitsmarkt.
Dit gebeurt met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels.
Naast deze weerkerende onderwerpen worden naargelang van
de prioriteiten ook specifieke onderwerpen op de agenda van de
verschillende comités geplaatst.
taalverhogingen, de overdracht van de aandelen van
Elia System Operator in Belpex, de uitbreiding van
het aandeelhouderschap van Coreso en de overige
belangrijke gebeurtenissen, evenals de ontwikkeling
van internationale projecten.
EVALUATIE
De raad van bestuur van Elia System Operator heeft in 2007
een formele procedure georganiseerd voor de evaluatie van zijn
werking. Dit gebeurde in overeenstemming met de bepalingen
(artikel 4.11 en volgende) van de code inzake deugdelijk bestuur
van ondernemingen die van toepassing is op beursgenoteerde
ondernemingen in België, bekend als de “Belgische Corporate
Governance Code”. De volgende evaluatie zal plaatsvinden in
2011, voor zover de evaluatie die voor 2010 was voorzien is
uitgesteld naar aanleiding van de veranderde samenstelling van
de raad van bestuur.
Directiecomité
Het directiecomité werd ingevoerd op 29 juli 2003 krachtens
artikel 524bis van het Wetboek van Vennootschappen en de wet
van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteits­
markt.
Het directiecomité van de transmissienetbeheerder is, in over­
eenstemming met de wet van 29 april 1999, belast met het
beheer van het elektriciteitsnet, het dagelijkse beheer van de
netbeheerder, de uitoefening van de overige bevoegdheden die
de raad van bestuur toekent, evenals de uitoefening van de ove­
rige bevoegdheden die aan het directiecomité door de statuten
worden toegekend.
Het directiecomité houdt gewoonlijk ten minste één maal per
maand een formele vergadering. De leden komen ook wekelijks
samen in het kader van informele vergaderingen. Een lid dat
niet aanwezig kan zijn, laat zich gewoonlijk vertegenwoordigen.
Het afwezige lid kan schriftelijk volmacht geven aan een ander
lid van het directiecomité in overeenstemming met het interne
reglement van het directiecomité. Geen enkele volmachthouder
mag meer dan twee directieleden vertegenwoordigen. In 2010
heeft het directiecomité veertien maal vergaderd.
Het comité brengt ieder trimester aan de raad van bestuur
verslag uit over de financiële situatie van de vennootschap (meer
bepaald over de overeenstemming tussen het budget en de re­
sultaten) en op elke raad over het beheer van het transmissienet.
In het kader van het beheer van het transmissienet heeft het
directiecomité de raad van bestuur op de hoogte gehouden
van de ontwikkelingen van de wetgeving en de rechtspraak
die toepasbaar zijn op de vennootschap, van de belangrijke
beslissingen van de regulatoren en de besturen, alsook van het
netbeheer, de situatie van de filialen, de acquisitie van de Duitse
transmissienetbeheerder 50Hertz Transmission GmbH, de kapi­
GEDRAGSCODE
Elia beschikt over een gedragscode die moet worden
nageleefd door de personen die binnen de groep het
meest in aanmerking komen om toegang te krijgen
tot bevoorrechte informatie (“personen met voorken­
nis”). Deze gedragscode bevat een reeks regels die
een kader bieden voor de beursverrichtingen van
deze “personen met voorkennis” in overeenstem­
ming met de bepalingen in richtlijn 2003/6/EG betref­
fende de handel met voorkennis en marktmanipulatie
en in de wet van 2 augustus 2002 betreffende het
toezicht op de financiële sector en andere financiële
diensten. De raad van bestuur heeft de gedragscode
op 22 december 2005 goedgekeurd. De secretarisgeneraal dient erop toe te zien dat deze code en de
actualisering ervan naar behoren worden toegepast.
CORPORATE GOVERNANCE CHARTER
EN HUISHOUDELIJKE REGLEMENTEN VAN
DE DIVERSE COMITÉS
Het corporategovernancecharter en de huishou­
delijke reglementen van de raad van bestuur, het
directiecomité, het auditcomité, het vergoedingsco­
mité en het corporategovernancecomité werden op
25 mei 2010 door de raad van bestuur gewijzigd.
Het corporategovernancecharter kan op de website
van de maatschappij geraadpleegd worden (www.
elia.be).
REGLEMENTERING INZAKE TRANSPARANTIE KENNISGEVINGEN
Overeenkomstig de wet van 2 mei 2007 en het
Koninklijk Besluit van 14 februari 2008 betreffende
de bekendmaking van belangrijke participaties heeft
Elia in 2010 de volgende transparantieverklaringen
ontvangen:
• kennisgeving door Publi-T CVBA, Electrabel NV,
GDF Suez NV, Publipart NV en Publilec CVBA op
21 mei 2010;
• kennisgeving door Electrabel NV en GDF Suez NV
op 21 mei 2010;
• kennisgeving door de groep Arco (Arcofin CVBA,
Arcopar CVBA, Arcoplus CVBA, Auxipar NV, Arco­
syn NV, Interfinance CVBA) op 29 juni 2010.
De volledige tekst van deze kennisgevingen is be­
schikbaar op de website van Elia.
96 + 97
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
vergoeding
van de leden van
de raad van bestuur en
het directiecomité
Beleid voor de vergoeding en het
vergoedingsniveau van de bestuurders
EMOLUMENTEN
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft het beleid
inzake de vergoeding van de bestuurders goedgekeurd. Het
ontwerp van vergoedingsbeleid werd door de raad van bestuur
voorgesteld op grond van het ontwerp van vergoedingsbeleid
dat door het vergoedingscomité werd uitgewerkt.
Het totale bedrag van de vergoedingen die in 2010 aan de
twaalf bestuurders van Elia werden betaald, beloopt € 497.354
(€ 239.986 voor Elia System Operator en € 257.368 voor
Elia Asset), met inbegrip van de indexatie. De tabel hieronder
vermeldt de brutobedragen die individueel aan iedere
bestuurder werden toegekend voor Elia System Operator en
Elia Asset samen 6:
Ronnie Belmans
21.906 €
Jacqueline Boucher
14.604 €
Jennifer Debatisse
21.906 €
Clement De Meersman
41.593 € 7
Johan De Roo
29.677 € 8
Jacques de Smet
49.070 € 9
Sophie Dutordoir
21.614 €
Claude Grégoire
37.154 €
Ingrid Lieten
0 € 10
Jean-Marie Laurent Josi
40.659 € 11
Jane Murphy
48.136 € 12
Leen Van den Neste
21.906 €
Luc Van Nevel
36.979 € 13
Dominique Offergeld
21.906 €
Francis Vermeiren
39.118 € 14
Thierry Willemarck
51.126 €
Deze bedragen werden berekend op basis van 8
vergaderingen van de raad van bestuur van Elia
System Operator en 7 vergaderingen van de raad
van bestuur van Elia Asset in 2010. Het auditco­
mité en het vergoedingscomité hebben viermaal
vergaderd. Het corporategovernancecomité heeft
viermaal vergaderd.
Het aantal vergaderingen van de ad-hoccomités
wordt hierboven vermeld.
Dit zijn brutobedragen; zij omvatten de sociale las­
ten en andere inhoudingen die vervolgens moeten
worden uitgevoerd.
De vergoeding van de bestuurders bestaat uit een
basisvergoeding van € 25.000 per jaar (€ 12.500
voor Elia System Operator en € 12.500 voor Elia
Asset) en een bijkomende vergoeding van € 800
(€ 400 voor Elia System Operator en € 400 voor Elia
Asset) per bijkomende vergadering na de achtste
vergadering van de raad van bestuur binnen het­
zelfde jaar, met inbegrip van de vergaderingen met
de regulatoren. Deze twee vergoedingen worden
verhoogd met een supplement van 50% voor de
voorzitter en van 20% voor iedere vicevoorzitter van
de raad van bestuur.
6 W
anneer de bedragen voor Elia System Operator en Elia Asset van elkaar verschillen,
worden ze afzonderlijk vermeld in een voetnoot.
7 € 23.016 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 18.577 (ELIA ASSET)
8 € 15.072 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 14.605 (ELIA ASSET)
9 € 26.521 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 22.549 (ELIA ASSET)
10 Ingrid Lieten heeft op 15 juli 2009 haar ontslag ingediend bij de raad van bestuur. Dit ontslag wordt effectief wanneer er in haar vervanging wordt voorzien. Dit gebeurde
op 10 februari 2010, toen de raad van bestuur van Elia Jane Murphy als onafhankelijk
bestuurder heeft gecoöpteerd. Mevrouw Lieten heeft afgezien van haar vergoeding en
heeft in 2010 aan geen enkele vergadering deelgenomen.
11 € 22.082 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 18.577 (ELIA ASSET)
12 € 26.054 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 22.082 (ELIA ASSET)
13 € 18.723 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 18.256 (ELIA ASSET)
14 € 19.839 (ELIA SYSTEM OPERATOR) en € 19.279 (ELIA ASSET)
Er wordt eveneens een vaste aanvullende vergoeding van
€ 6.000 per jaar per comité (€ 3.000 voor Elia System Operator
en € 3.000 voor Elia Asset) toegekend aan de bestuurders die
lid zijn van een ondersteunend comité van de raad van bestuur.
In dit kader wordt een extra vergoeding van € 800 (€­ 400 voor
Elia System Operator en € 400 voor Elia Asset) toegekend
per extra vergadering van een comité die wordt bijgewoond
(m.a.w. per vergadering boven de drie vergaderingen waarop
de forfaitaire vergoedingen berekend zijn). Dit geldt ook voor de
vergaderingen met de regulatoren.
Deze vergoedingen dekken alle kosten en worden geboekt bij
de bedrijfskosten van de vennootschap. Ze worden jaarlijks
geïndexeerd op basis van de index van de consumptieprijzen.
Alle vergoedingen worden evenredig in verhouding met de duur
van het mandaat van bestuurder toegekend.
Op het einde van elk 1ste, 2de en 3de kwartaal wordt er een
voorschot op de jaarlijkse emolumenten aan de bestuurders
betaald. Het voorschot wordt berekend op grond van de geïn­
dexeerde basisvergoeding en in evenredige verhouding met de
duur van het bestuurdersmandaat tijdens het betrokken kwar­
taal. In december van het lopende jaar wordt er een afrekening
gemaakt die rekening houdt met de eventuele bijkomende
vergoedingen ter aanvulling van de basisvergoeding.
Er zijn geen andere voordelen in natura, aandelenopties, kre­
dieten of voorschotten voor de bestuurders voorzien.
Leden van het directiecomité - beleid voor
de vergoeding en het vergoedingsniveau
Op basis van de talrijke aanpassingen sinds de laat­
ste functieweging, zoals de beursgang in 2005, de
acquisitie van 50Hz Transmission, de verbreding en
internationalisering van de activiteiten en de interne
operationele structuuraanpassing werd beslist om
vijf functies binnen het directiecomité te herevalu­
eren. Het resultaat van deze opdracht werd op 22
december 2010 voorgesteld aan het vergoedings­
comité. De beslissing hierover wordt begin 2011
verwacht en zal gelden voor de vergoedingen van
2011.
Basissalaris
Er dient te worden opgemerkt dat alle leden van het
directiecomité van Elia het statuut van werknemer
hebben. Omwille van de algemene marktomstan­
digheden werd beslist om het recurrent loon voor
de leden van het directiecomité buiten inflatie in
2010 niet te verhogen.
Voor 2010 bedroeg het basissalaris van de voorzit­
ter van het directiecomité € 353.894,54. De recur­
rente bezoldiging betaald aan de andere leden van
het directiecomité bedroeg in totaal € 1.263.297,65
(respectievelijk € 660.404,65 voor Elia System Ope­
rator en 602.893 voor Elia Asset).
In totaal werd in 2010 aldus € 1.617.192,19 als
basissalaris uitgekeerd aan de leden van het direc­
tiecomité.
Variabele korte-termijn verloning
VERGOEDING
Het vergoedingscomité evalueert één maal per jaar de leden
van het directiecomité. De evolutie in het basissalaris is afhan­
kelijk van de positionering van elk directielid ten opzichte van
het referentieloon in de algemene markt en van de beoordeling
van de individuele prestaties. Sinds 2004 wordt de HayGroup
methodologie toegepast om het gewicht van elke directiefunc­
tie te bepalen en een marktconforme verloning te waarborgen.
In 2010 werd € 175.601,11 als variabele kortetermijn verloning uitbetaald aan de voorzitter van
het directiecomité en € 456.092,59 (respectieve­
lijk € 238.937,50 voor Elia System Operator en
€ 217.155,09 voor Elia Asset) aan de andere leden
van het directiecomité. Een deel van dit bedrag
werd in een extra pensioenplan gestort.
Totale jaarvergoeding
Het vergoedingscomité evalueert verder de leden van het
directiecomité op het einde van het jaar op een aantal kwalita­
tieve en kwantitatieve objectieven. Het variabele gedeelte van
de vergoeding bestaat sinds 2008 uit twee pijlers. De eerste
pijler is gebaseerd op het behalen van een aantal doelstellin­
gen die in het begin van elk jaar worden vastgelegd door het
vergoedingscomité, waarbij maximaal 25% van de variabele
vergoeding betrekking heeft op individuele objectieven en 75%
op het behalen van 6 collectieve doelstellingen (short-term
incentive plan). De tweede pijler van de variabele verloning is
gebaseerd op meerjarencriteria die vastgelegd worden voor 4
jaar. (long-term incentive plan).
Voor 2010 bedroeg de jaarvergoeding van de voor­
zitter van het directiecomité € 529.495,65, waarvan
33,16% betaald werd als variabele remuneratie. De
totale jaarvergoeding voor de andere leden van het
directiecomité bedroeg 1.719.390,24 (respectie­
velijk € 899.342,15 voor Elia System Operator en
€ 820.048,09 voor Elia Asset), waarvan 26,53%
betaald werd als variabele remuneratie.
In 2010 werd € 2.248.885,89 als totale jaarvergoe­
ding aan de leden van het directiecomité uitge­
keerd.
98 + 99
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
Andere variabele verloning
Het gedeelte van het long-term incentive plan dat
betrekking had op de realisatie van de financiële
doelstellingen voor 2008 en 2009, werd in 2010
uitbetaald, zoals voorzien in het plan. Het variabele
gedeelte bedroeg € 136.382 voor de voorzitter en
in totaal € 486.780 (respectievelijk € 254.467 voor
Elia System Operator en € 232.313 voor Elia Asset)
voor de andere leden van het directiecomité.
Naar aanleiding van de succesvolle realisatie van
een aantal uitzonderlijke projecten zoals de acqui­
sitie van 50 Hz Transmission, de kapitaalverhoging
en de verkoop van de participatie in de Belgische
energiebeurs Belpex en de daaropvolgende parti­
cipatie in APX-Endex, heeft het vergoedingscomité
beslist aan de leden van het directiecomité een
meervergoeding voor deze bijkomende prestaties
uit te betalen van in totaal € 387.213,68, waarvan
€ 81.831,47 aan de voorzitter en € 305.382,21 (res­
pectievelijk € 189.396,38 voor Elia System Operator
en € 115.985,83) aan de andere leden van het di­
rectiecomité. De vergoedingen werden bepaald op
basis van het aandeel in deze bijkomende prestaties
van elke directeur.
Stortingen in het extra-legaal pensioen
Sinds 2007 zijn alle pensioenplannen voor de
leden van het directiecomité “Defined Contribution”
plannen, waarbij het gestorte bedrag berekend
wordt op basis van de jaarlijkse verloning. In 2010
heeft Elia System Operator een totaal bedrag
van € 94.032,68 gestort voor de voorzitter van
het directiecomité. Voor de andere leden van het
directiecomité heeft Elia een bedrag gestort van €
283.272,07 (respectievelijk € 147.750,34 voor Elia
System Operator en € 135.521,73 voor Elia Asset).
Andere voordelen
De andere voordelen die toegekend worden aan de
leden van het directiecomité, zoals de waarborg
van inkomen in geval van langdurige ziekte en on­
geval, de dekking gezondheidszorgen en hospitali­
satie, de invaliditeits- en overlijdensverzekering, de
tarifaire voordelen, andere premies, de tussenkomst
in het openbaar vervoer, de terbeschikkingstelling
van een dienstwagen, kosten eigen aan de werk­
gever en andere kleine voordelen volgen de regels
die van toepassing zijn voor de kaderleden van de
onderneming.
De kosten van deze andere voordelen worden voor 2010 ge­
schat op € 31.748,88 voor de voorzitter. Voor de andere leden
van het directiecomité worden deze kosten voor 2010 geschat
op € 225.667,16 (respectievelijk € 104.968,49 voor Elia Sys­
tem Operator en € 120.699,27 voor Elia Asset).
Er werden in 2010 geen aandelenopties toegekend aan de
leden van het directiecomité van Elia.
Bepalingen van de arbeidsovereenkomsten van de leden van
het directiecomité
De bepalingen in de arbeidsovereenkomsten van de leden van
het directiecomité, met inbegrip van de voorzitter van het di­
rectiecomité, bevatten op het ogenblik van hun indiensttreding
geen bijzondere voorwaarden bij ontslag.
Aandelen in het bezit van de leden van het directiecomité en de
bestuurders
De voorzitter van het directiecomité van Elia System Operator
bezit 8.822 aandelen van Elia System Operator; de andere le­
den van het directiecomité verwierven samen 18.595 aandelen.
Elia heeft tot op heden geen langetermijnbeleid voor de toe­
kenning van aandelen ingevoerd.
Informatie die gegeven moeten
worden krachtens artikel 96 van het
Wetboek van Vennootschappen en het
artikel van 14 november 2007 betreffende
de verplichtingen van de emittenten van
financiële instrumenten die toegelaten
zijn tot verhandeling op een
gereglementeerde markt
Deze sectie bevat informatie die gegeven moeten worden
krachtens de eerder vermelde teksten en die niet in andere
delen van het jaarverslag voorkomt.
Alle aandelen van de vennootschappen Elia System Operator
en Elia Asset hebben dezelfde rechten, ongeacht tot welke
categorie ze behoren, behoudens wanneer de statuten anders
bepalen, in het bijzonder artikel 28.2 van Elia System Operator
en 27.2 van Elia Asset.
De overdrachten van aandelen worden geregeld door artikelen
9 en 10 van de statuten van Elia System Operator.
De raad van bestuur van Elia System Operator mag beslis­
sen over de verkrijging door de vennootschap van haar eigen
aandelen, zonder dat hiervoor een beslissing van de algemene
vergadering vereist is, wanneer de verkrijging noodzakelijk is ter
voorkoming van een dreigend ernstig nadeel voor de vennoot­
schap. De machtiging is gegeven voor een periode van drie
jaren te rekenen vanaf de publicatie van de beslissing van de
buitengewone algemene vergadering van 14 oktober 2009.
Structuur van het aandeelhouderschap
op de afsluitingsdatum
Op 31 december 2010 zag de aandeelhoudersstructuur van
Elia System Operator NV er als volgt uit:
Publi-T
Aandelen
% Aandelen
% Stemrechten
27.383.507
45,37
45,37
Publipart
1.526.756
2,53
2,53
Groep Arco
5.306.880
8,79
8,79
26.138.074
43,31
43,31
60.355.217
100,00
100,00
Overige free float
Totaal
Proces voor het opstellen van financiële
informatie en berichtgeving
Elia heeft alle nodige en beschikbare middelen ingezet om een
redelijke mate van zekerheid te bieden dat de intern en extern
gecommuniceerde financiële informatie het principe van waar­
heidsgetrouwheid respecteert en dit met inachtneming van het
wettelijke en reglementaire kader dat op Elia van toepassing is.
Het budgettair proces is een belangrijk onderdeel van het intern
controlesysteem dat is ingevoerd om de boekhoudkundige,
financiële en economische gegevens te evalueren en te contro­
leren, maar ook om de gereguleerde tarieven te bepalen. Het is
voor Elia van fundamenteel belang om betrouwbare budgetten
te kunnen opstellen, die rekening houden met tal van onzekere
factoren, zoals de windvoorspellingen en de afnamen op de
netten. Het proces voor het opstellen van de budgetten duidt
de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken depar­
tementen aan om op basis van de beschikbare gegevens zo
accuraat mogelijke voorspellingen te leveren. Deze budgetten
worden gecontroleerd door de hiërarchische verantwoordelij­
ken en vervolgens door de interne controleorganen en worden
uiteindelijk goedgekeurd door de bevoegde beheersorganen.
De regulatoren hebben ook een controlerende functie door
middel van de goedkeuring van het voorstel van meerjarenta­
rieven. De budgettaire opvolging is een collectieve doelstelling
voor heel de Elia groep en wordt voortdurend uitgevoerd door
de budgetverantwoordelijken en de beheerscontrole door mid­
del van instrumenten die geregeld worden getoetst.
Het proces voor de maandelijkse, driemaandelijkse en jaarlijkse
rapportering is gebaseerd op procedures m.b.t. de gebudget­
teerde en de reële elementen. De boekhouding en de conso­
lidatie gebeuren in overeenstemming met de boekhoudkun­
dige principes van de groep, die geregeld wordt
geüpdatet om rekening te houden met gewijzigde
interne en externe factoren. Deze rapportering gaat
uit van een planning en checklists die op voorhand
met de verschillende betrokken departementen
worden opgesteld. Het resultaat van dit proces
wordt geregeld gecontroleerd door het departement
beheerscontrole en de interne audit.
De dienst boekhouding stelt de financiële informa­
tie samen onder de verantwoordelijkheid van de
accounting manager op basis van het rapporte­
ringproces zoals het hierboven wordt beschreven.
Maandelijks worden de resultaten van de groep
besproken door de departementen boekhouding
en beheerscontrole, die ze analyseren en toetsen
aan de budgettaire, economische en historische
gegevens. Het eindresultaat wordt ter goedkeuring
voorgelegd aan het Directiecomité en de kwartaalen jaarresultaten worden systematisch ter goedkeu­
ring voorgelegd aan het auditcomité en de raad van
bestuur.
De medewerkers en de verantwoordelijken van de
dienst boekhouding en beheerscontrole passen
de principes toe die beschreven zijn in hoofdstuk 3
‘Sociaal verslag’.
100 + 101
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
beschrijving van de
belangrijkste kenmerken
van de interne
controle- en risicobeheersystemen
Context en doelstelling
De controleomgeving
Elia moet in een voortdurend evoluerende omgeving
instaan voor zijn verschillende rollen als marktfa­
cilitator en net- en infrastructuurbeheerder en dit
met inachtneming van de wetten en verordeningen
en beginselen van maatschappelijk verantwoord
ondernemen en corporate governance.
De controleomgeving van Elia vormt de ruggengraat van de
interne controle en het risicobeheer en steunt op verscheidene
punten: zijn strategie, zijn waarden, zijn ondernemingscultuur,
zijn personeel, zijn organisatie en zijn structuur.
In het kader van zijn opdrachten en de strategie
van de groep heeft Elia strategische doelstellingen
gedefinieerd die zich uiten in operationele doelstel­
lingen met variabele tijdsbestekken in de verschil­
lende niveaus van zijn organisatie.
Om de naleving van deze doelstellingen te waar­
borgen heeft Elia een corporategovernancesysteem
ingevoerd: een aangepast en dynamisch systeem
voor interne controle en beheer van de onderne­
mingsrisico’s.
De governancestructuur is nader toegelicht op
pagina 86. Het systeem voor interne controle en
beheer van de ondernemingsrisico’s steunt op 3
pijlers: de controleomgeving, het beheer van de
ondernemingsrisico’s en de controleactiviteiten en
toezichtorganen.
De belangrijkste risico’s van de Elia groep zijn ver­
meld en nader toegelicht op pagina 102.
Door middel van doorlopende transparante communicatie over
zijn strategie en de daaraan verbonden doelstellingen staat Elia
erop om het engagement van zijn medewerkers bij de uitoefe­
ning van hun diverse taken te waarborgen. Bovendien promoot
Elia constant zijn waarden en het imago van de onderneming,
zowel intern als naar buiten toe, om de ondernemingscultuur
voortdurend te versterken.
Elia ziet erop toe dat bij de organisatie van zijn activiteiten de
rollen en verantwoordelijkheden duidelijk zijn en door bekwame
personen worden uitgeoefend. Bovendien heeft Elia het refe­
rentiekader en de controlestructuur opgezet (controleorgaan,
regels, gedragscode, arbeidsreglement, huishoudelijk regle­
ment enz.) die nodig zijn om de risico’s die zijn activiteiten met
zich mee brengen, te beheersen.
Elia moet in een voortdurend evoluerende
omgeving instaan voor zijn verschillende
rollen als marktfacilitator en net- en
infrastructuurbeheerder en dit met inachtneming
van de wetten en verordeningen en beginselen
van maatschappelijk verantwoord ondernemen
en corporate governance.
Het beheer van de ondernemingsrisico’s
Het model voor het beheer van de ondernemingsrisico’s van
Elia (hierna aangeduid als ERM) is gebaseerd op COSO II en
de norm ISO31000 en kadert in de volgende visie: Protect
company value for its stakeholders and provide reasonable assurance to achieve objectives by developing the risk awareness
culture and coordinating means in an efficient, structured and
pragmatic way to manage risk.
Het ERM definieert een referentiekader, rollen en verantwoor­
delijkheden voor de verschillende actoren van de Elia groep
op het vlak van risicobeheer. Het auditcomité is het orgaan dat
de werkelijke efficiëntie van het ERM-proces controleert. Het
ziet er meer in het bijzonder op toe dat de maatregelen die
worden genomen om de strategische risico’s te beheren hun
doel bereiken. In het kader van ERM heeft Elia een cel voor
het risicobeheer opgericht die instaat voor het coördineren van
de risicobeheersactiviteiten en toeziet op de naleving van de
regels en het risicobeheersproces. Deze cel stimuleert ook de
cultuur van “risk awareness” aan de hand van een geheel van
concrete acties.
Het ERM-proces is cyclisch en bestaat uit twee belangrijke
etappes: het risico beoordelen (identificatie, analyse en evalu­
atie) en het risico behandelen (keuze, invoering en monitoring
van de ingreep). Het proces voorziet tevens in geregelde reva­
luaties, zowel intern als extern (peer review en benchmark).
De controleactiviteiten en
toezichtsorganen
De interne controle van Elia wordt voor alles uitge­
voerd en gewaarborgd door de governancestruc­
tuur, de bestuursorganen en de hiërarchische lijn.
Om deze controle efficiënt en doeltreffend te maken
werd een geheel van regels samengesteld, zoals de
scheiding van de machten, de ondertekeningsbe­
voegdheden, de rollen en verantwoordelijkheden,
de ethische regels enz. Daarbij komen nog alle
regels op het gebied van de performantie en de risi­
co’s in de organisatie, waaronder sleutelindicatoren
die door het uitvoerend comité worden opgevolgd.
De interne controleorganen, zoals het safety
management (dat de veiligheid van de werknemers
beoogt), de technische audit (die de veiligheid
van het net beoogt), de kwaliteitscontrole en de
interne audit spelen ook een belangrijke rol, omdat
zij een integere en onafhankelijke beoordeling van
de belangrijkste processen van de onderneming
waarborgen. De interne audit rapporteert aan het
auditcomité en onderwerpt zichzelf om de vijf jaar
aan een revaluatie door een onafhankelijk orga­
nisme (quality assurance review).
De externe controleorganen ten slotte, zoals het
college van bedrijfsrevisoren en de accreditatie- en
certificatieorganen, zijn evenveel bijkomende garan­
ties dat de Elia groep naar behoren functioneert en
dat zijn waarde wordt gevrijwaard.
102 + 103
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
beschrijving van de
risico’s en onzekerheden
waarmee de onderneming
wordt geconfronteerd
De dienst Interne Audit & Enterprise Risk Manage­
ment heeft in 2009 een pragmatisch en gecoördi­
neerd beleid opgezet om de relevante risico’s van
Elia te identificeren, te evalueren en te beheren.
Deze ERM-benadering (Elia Risk Management) wil
ook de bedrijfscultuur rond risicobeheer ontwik­
kelen.
1. Reglementaire risico’s en
inkomstenrisico’s
INTERNATIONAAL
Hoewel de transmissienetbeheerders voor elektrici­
teit binnen de Elia groep proactief anticiperen op de
Europese regelgeving, kunnen de nieuwe richtlijnen
en regels die op Europees niveau worden voorbe­
reid of die op omzetting in Belgisch en Duits recht
wachten, altijd bepaalde onzekerheden met zich
meebrengen.
Elia en 50Hertz behoren tot de Europese koplopers
volgens de kenmerken inzake onafhankelijkheid en
onpartijdigheid die deel uitmaken van het door de
Europese Commissie opgestelde “derde pakket” van
maatregelen voor de ontwikkeling van een interne
gas- en elektriciteitsmarkt. De omzetting van de be­
palingen van dit derde Europese pakket in Belgische
en Duitse wetgeving, die vóór maart 2011 moet
plaatsvinden, zorgt echter voor tijdelijke onzeker­
heid met betrekking tot het kader waarbinnen Elia en
50Hertz op middellange termijn zullen functioneren.
Elia en 50Hertz behoren daarenboven tot de stich­
tende leden van ENTSO-E, de Europese organisatie
van netbeheerders die in december 2008 werd
opgericht en die 41 transmissienetbeheerders uit 34 landen
verenigt, onder meer uit de landen van de Europese Unie. Deze
vereniging moet onder andere de rol op zich nemen van het
Europees Netwerk van Transmissienetbeheerders, die in het
derde pakket wordt vastgelegd. De CEO van de Elia groep
werd verkozen tot voorzitter van de vereniging, met een man­
daat van twee jaar.
NATIONAAL
Het Belgische wettelijke kader waarbinnen Elia zijn taken ver­
vult, werd vastgelegd bij de omzetting van de eerste Europese
richtlijn over de interne elektriciteitsmarkt in de Elektriciteits­
wet van 29 april 1999. De winst van de vennootschap wordt
in ruime mate bepaald door de wettelijk vastgelegde billijke
vergoeding. Met het reguleringsmechanisme dat sinds 1 januari
2008 op Elia van toepassing is, werden een “incentive” en
meerjarentarieven ingevoerd. Het resultaat van Elia wordt dus
elk jaar (positief of negatief) beïnvloed door de verwezenlijking
en/of de eventuele overschrijding van de efficiëntieverbete­
ringsfactor, de evolutie van de lineaire obligaties (OLO) en de
analyse van de regulator over eventuele kruissubsidiëringen
tussen de beheersbare en de niet-beheersbare kosten.
Anderzijds hangt de omzet van Elia ook af van de hoeveelheid
energie die via het net wordt vervoerd. De omzet wordt dus
rechtstreeks beïnvloed door het niveau van de economische
activiteit van zijn klanten. De daling van het verbruik van de
residentiële klanten als gevolg van de vertraging van de econo­
mische activiteit in 2009 heeft dus tot lagere inkomsten geleid
dan gepland in het door de regulator goedgekeurde budget.
Volgens de geldende wetgeving moeten dit tekort en de extra
kosten die uit de behoefte aan bijkomende financiering volgen,
gecompenseerd worden bij de vastlegging van de tarieven voor
de volgende regulatoire periode. Het effect op het elektriciteits­
verbruik van de verschillende klantsegmenten en de onzeker­
heid over de vooruitzichten voor herstel van de economische
activiteit bij de industriële klanten blijven dus een risico voor de
inkomsten op korte termijn van Elia. Dit kan op zijn beurt de
financiële positie van de onderneming beïnvloeden.
In het Duitse regulatoire kader waarbinnen 50Hertz zijn activi­
teiten uitoefent, zijn ook de inkomsten voor de activiteiten van
de transmissienetbeheerder vastgelegd. Dit kader is geba­
seerd is op een initiële raming van de kosten en werkt met een
inkomstenlimiet en met efficiëntiestimulansen. Het legt de net­
tarieven vast, waarbij ook een tarifaire vergoeding is inbegrepen
die gebaseerd is op een vast rendement op het geïnvesteerde
kapitaal voor een tariefperiode van vijf jaar. Het vergoedings­
niveau voor de volgende regulatoire periodes wordt later
bepaald. De Duitse regelgeving voorziet eveneens in een speci­
fieke vergoedingsregeling voor investeringen in het transmissie­
net, de zogeheten “investeringsbudgetten” (IB). In dit verband
moet 50Hertz een aanvraag tot goedkeuring van de investe­
ringsbudgetten indienen, om ervoor te zorgen dat het tijdens
de regulatoire periode een passende vergoeding zal krijgen. De
investeringsbudgetten voor verschillende investeringsprojecten
die 50Hertz overweegt, zitten nog in de goedkeuringsfase. Er
gelden specifieke regels voor de kosten en de inkomsten die
worden gegenereerd in het kader van steunregelingen voor
hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppelingsinstallaties.
De lange termijn voor de vergoeding van de reële kosten heeft
tot gevolg dat 50Hertz deze kosten moet voorfinancieren, wat
een impact kan hebben op zijn liquiditeitspositie.
REGIONAAL
Het reglementaire kader houdt in België ook risico’s in op regio­
naal vlak. Zo kunnen tegenstrijdigheden tussen de verschillen­
de regelgevingen, bijvoorbeeld wat de technische reglementen
betreft, voor Elia de uitoefening van zijn taken bemoeilijken. De
evolutie in de regelgeving en de wijzigingen die in de toekomst
zullen worden aangebracht, kunnen eveneens een impact
hebben op de aansprakelijkheid van de vennootschap bij een
stroomonderbreking of, in het kader van een eventuele staats­
hervorming, op de bevoegdheidsverdeling tussen het federale
en het regionale niveau (bijvoorbeeld de bevoegdheid inzake
de goedkeuring van de transmissietarieven).
2. Operationele risico’s
BEVOORRADINGSZEKERHEID
Om het evenwicht van het elektriciteitssysteem op elk ogenblik
te bewaren, houdt Elia rekening met een adequaat niveau
van reservecapaciteit en zoekt het naar de meest efficiënte en
rendabele manier om de beschikbaarheid van deze reserves
contractueel vast te leggen. Elia analyseert, zowel op nationaal
als op Europees niveau, hoe het toenemende aandeel van
productie-eenheden voor elektriciteit uit hernieuwbare bron­
nen met een variabel karakter in het elektrische systeem kan
worden geïntegreerd. De stijgende trend, ook op Europees
niveau, van het aantal eenheden op basis van warmtekracht­
koppeling en van hernieuwbare energie dat op de
distributienetten wordt aangesloten, en de toekom­
stige aansluiting van grote offshore windmolenpar­
ken brengen nieuwe uitdagingen mee op het vlak
van het operationele beheer van de netten en de
verdere uitbouw van de netinfrastructuren.
De ontwikkelingen die nodig zijn met het oog op
de bestaande en de toekomstige aansluitingen,
de veranderende tendensen in de afnames en de
versterking van de interconnectiecapaciteit zijn
afhankelijk van toelatingen en vergunningen die
door lokale, regionale, nationale en internationale
instanties moeten worden afgeleverd. Het tijdig
verkrijgen van deze vergunningen en goedkeuringen
vormt een risico voor de tijdige uitvoering van deze
projecten. Deze toelatingen en vergunningen kun­
nen daarenboven voor de bevoegde rechtbanken
en gerechtshoven worden betwist.
De toename van de kringstromen (loop flows) die
door de netten stromen, vereist dat een aanzienlijk
gedeelte van de transmissiecapaciteit wordt ge­
mobiliseerd. Met het oog hierop is er behoefte aan
Europese coördinatie, zowel in de planningsfase als
in real time (en de fase die daar net aan voorafgaat).
Om de hieraan verbonden risico’s te beperken,
moeten alle betrokken spelers in een internationale
context op efficiënte wijze samenwerken.
STROOMONDERBREKINGEN
Elia bewijst al meerdere jaren dat zijn transmissie­
net tot de meest betrouwbare in Europa behoort.
Toch kunnen zich in dit net, zoals in om het even
welk ander systeem, gebeurtenissen voordoen die
de goede werking van één of meerdere infrastruc­
tuurelementen onderbreken. In de meeste gevallen
hebben deze gebeurtenissen geen impact op de
stroomtoevoer van de verbruikers, omdat het door
Elia beheerde net een vermaasde structuur heeft.
Hierdoor kunnen de aangesloten verbruikers langs
verscheidene wegen worden bereikt. In extreme
gevallen kan het elektrische systeem door een inci­
dent echter gedeeltelijk of volledig uitvallen (lokale
of algemene black-out). Dergelijke onderbrekingen
kunnen het gevolg zijn van natuurlijke fenomenen
of onvoorziene gebeurtenissen, maar ook van ope­
rationele problemen in België of in het buitenland.
Elia houdt op geregelde tijdstippen crisisoefeningen
om optimaal op deze situaties te kunnen inspelen.
De algemene voorwaarden van de standaardcon­
tracten beperken de aansprakelijkheid van Elia tot
een redelijk niveau. Het verzekeringsbeleid streeft
overigens naar dekking van de financiële impact van
deze risico’s.
104 + 105
CORPORATE
GOVERNANCE
ELIA 2010
IT-RISICO
Het falen van het IT-netwerk of van de onder­
steunende IT-systemen voor het beheer van het
elektrische systeem kan problemen veroorzaken
op het gebied van de werking van het elektrische
systeem. Elia neemt de nodige maatregelen om
het IT-netwerk en de bijbehorende IT-systemen in
de mate van de technische en financiële mogelijk­
heden te ontdubbelen en te verbeteren. Elia heeft
Recovery-plannen opgesteld voor de meest cruciale
IT-systemen en test deze geregeld uit. Het is even­
wel onmogelijk om de eventualiteit van een storing
op componenten van het IT-net en de IT-systemen
volledig uit te sluiten. Voor Elia komt het erop aan
om bij problemen met deze systemen de impact
voor zijn klanten maximaal te beperken.
riteit voor de directie, het management en het personeel van
Elia. Er worden aanzienlijke middelen ingezet om de veiligheid
en het welzijn van deze personen te waarborgen. Met het oog
hierop wordt elk jaar een actieplan goedgekeurd en uitgevoerd
dat rekening houdt met de evolutie van de veiligheidscijfers.
RISICO’S VERBONDEN AAN DE INEFFICIËNTIE VAN INTERNE
CONTROLEMECHANISMEN
Elk intern proces beïnvloedt op zijn manier het bedrijfsresultaat.
Het stelsel van meerjarentarieven vergroot de noodzaak om de
globale efficiëntie van het bedrijf jaar na jaar nog te verbeteren.
Daarom wordt de doeltreffendheid van de interne processen
regelmatig gecontroleerd met behulp van prestatie-indicatoren
en/of audits, teneinde de gepaste controle ervan te garande­
ren. Dit aspect staat onder toezicht van het Auditcomité dat de
werkzaamheden van de dienst Interne Audit & Enterprise Risk
Management aanstuurt en opvolgt.
MILIEURISICO
De resultaten van Elia kunnen worden beïnvloed
door uitgaven die worden gedaan om aan de
milieuwetgeving te voldoen. Hetzelfde geldt voor
kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van
preventieve of remediërende maatregelen of om in
te gaan op de vragen van derden. Het milieubeleid
wordt uitgewerkt en op de voet gevolgd om deze
risico’s onder controle te houden. Elia legt aange­
paste provisies aan telkens als de aansprakelijkheid
van Elia met betrekking tot saneringskwesties in
het geding kan komen. Op dit moment worden
bijkomende analyses uitgevoerd die leiden tot de
herziening van de bestaande provisies of de aanleg
van nieuwe provisies.
RISICO’S OP JURIDISCHE GESCHILLEN
De vennootschap voert haar activiteiten op zoda­
nige wijze uit dat het risico op juridische geschillen
zoveel mogelijk wordt beperkt. Niettemin gebeurt
het dat de vennootschap betrokken raakt in juri­
dische geschillen. Indien nodig, worden hiervoor
gepaste provisies aangelegd.
3. Financiële risico’s
Bij de uitoefening van zijn activiteiten is de groep blootgesteld
aan uiteenlopende financiële risico’s : het marktrisico (meer
bepaald het interestrisico, het inflatierisico en een beperkt
wisselkoersrisico), het liquiditeitsrisico, het taxrisico 1 en het
kredietrisico.In het kader van zijn beleid inzake het beheer van
financiële risico’s, heeft de groep de verantwoordelijkheden en
procedures vastgelegd die in acht moeten worden genomen
voor het beheer van de financiële risico’s, meer bepaald met
betrekking tot de instrumenten die moeten worden aangewend
en de exploitatielimieten voor de beheersing van deze risico’s.
Het beleid inzake risicobeheer van de groep beoogt de risico’s
te identificeren en te analyseren waaraan de onderneming is
blootgesteld, de limieten en gepaste controles te bepalen, de
risico’s te bewaken en deze limieten na te leven. Deze proce­
dures en de betrokken systemen worden geregeld herzien op­
dat zij elke wijziging op het gebied van de marktomstandighe­
den en activiteiten van de groep in aanmerking zouden nemen.
De financiële impact van deze risico’s is beperkt aangezien Elia
en 50Hertz werken volgens het Belgische of Duitse regulatoire
kader. Zie hoofdstuk Regulatoir kader 2 p.154.
VEILIGHEID EN WELZIJN
Elia beheert installaties die schade kunnen veroor­
zaken aan de natuur of de mens. Deze installaties
kunnen bovendien het voorwerp zijn van ongeval­
len of agressie van buitenaf die ernstige gevolgen
kunnen hebben. Personen die in of in de buurt van
installaties voor elektriciteitstransmissie werken,
kunnen bij ongeval, fout of nalatigheid worden
blootgesteld aan het risico van elektrocutie. De
veiligheid en het welzijn van mensen (eigen per­
soneelsleden of derden) vormen een dagelijkse prio­
1 M
eer uitleg i.v.m. het taxrisico wordt in paragraaf 3.4 weergegeven.
2 De onzekerheid van de inkomsten ten gevolge van het afrekeningsmechanisme wordt
uitgelegd in paragraaf 5.5.
Om hun investeringen te financieren en hun doelstellingen op
korte en op lange termijn te bereiken, moeten Elia en 50Hertz
een beroep doen op de kapitaalmarkten. Gelet op de hui­
dige krediet- en kapitaalomstandigheden, in het bijzonder de
toegenomen kredietspread over de binnen- en buitenlandse
schuld- en aandelenmarkten, en gelet op de ongunstige en
aanhoudende beperkingen inzake de beschikbaarheid van
financiering, bestaat de mogelijkheid dat geen financiering kan
worden gevonden tegen aantrekkelijke voorwaarden, of zelfs
dat helemaal geen financiering kan worden gevonden. Dit kan
een nadelige invloed uitoefenen op de toekomstige groei van
Elia en 50Hertz en op het nastreven van hun doelstellingen. Elia
wordt gedeeltelijk gefinancierd met leningen met een vlottende
Elia bezit 60% van de aandelen van 50Hertz.
De overige 40% zijn in handen van IFM. Alle
belangrijke aspecten in verband met de activiteiten
van 50Hertz worden gezamenlijk door Elia en IFM
gecontroleerd.
5. Omgevingsfactoren
MACRO-ECONOMISCHE RISICO’S
rente. Hoewel een financieringsbeleid werd goedgekeurd dat
streeft naar een optimale verhouding tussen vaste en varia­
bele rentevoeten en hoewel geschikte financiële instrumenten
worden gebruikt om het financieel risico af te dekken, kan een
wijziging in de rentevoeten een impact hebben op de finan­
ciële lasten die in een volgende tariefreguleringsperiode (of in
dezelfde periode in geval van een uitzonderlijke wijziging in
de lasten) worden doorgerekend. De financiële lasten hangen
ook af van de kredietrating van de vennootschap. Elia kan
geen totale bescherming garanderen in geval van aanzienlijke
wijzigingen in de rentevoeten of in geval van verlaging van haar
rating of van de rating van Eurogrid GmbH.
Meer informatie vindt u in het Financiële verslag onder het
hoofdstuk ‘Beheer van financiële risico’s en derivaten’.
4A. Ontwikkeling van nieuwe activiteiten
Elia wil inspelen op elke nieuwe opportuniteit in verband met
de kernactiviteiten van de onderneming, binnen of buiten de
Belgische geregulariseerde context. Het opstarten van interna­
tionale projecten kan risico’s inhouden met betrekking tot de
buitenlandse regelgeving of onzekerheden met betrekking tot
de op te stellen businessplannen.
4B. Specifieke risico’s in verband met
de overname van 50Hertz door Elia
Wat de overname van 50Hertz door Elia en IFM (via Eurogrid
International CBVA en Eurogrid GmbH) betreft, kan niet worden
uitgesloten dat er slechts in beperkte mate of zelfs helemaal
geen beroep mogelijk is tegen Vattenfall met betrekking tot
bepaalde risico’s die verbonden zijn aan de activiteiten van
50Hertz. Bepaalde risico’s worden zelfs niet gedekt door de
voorstellingen en garanties of schadevergoedingen die door
Vattenfal zijn geleverd. 50Hertz handelt binnen het Duitse wet­
telijke en regulatoire kader en kan aan andere verplichtingen
worden onderworpen dan Elia. Elia bezit slechts 60% van de
aandelen van 50Hertz. De overige 40% zijn in handen van IFM.
Alle belangrijke aspecten in verband met de activiteiten van
50Hertz worden gezamenlijk door Elia en IFM gecontroleerd.
De gevolgen van de financiële crisis verhogen de
volatiliteit (zowel naar boven als naar beneden) van
de factoren die een invloed kunnen hebben op de
financiële resultaten (onder andere de Belgische
lineaire obligatie). Elia streeft naar een optimale
beheersing van de operationele risico’s die enerzijds
voortvloeien uit het feit dat de netten in België en
Duitsland in toenemende mate worden openge­
steld voor elektriciteitsstromen die in de lidstaten
van de Europese Unie geproduceerd en verbruikt
worden en die anderzijds verband houden met de
toenemende productie op basis van hernieuwbare
energiebronnen.
HR-RISICO
Elia voert een actief imago- en rekruteringsbeleid.
De onderneming streeft ernaar een adequaat
expertise- en kennisniveau te handhaven. Dit is een
voortdurende uitdaging in een arbeidsmarkt die
gespannen is wegens de hoge specialisatiegraad
van zijn activiteiten.
IMAGORISICO
Zeer algemeen kunnen zich bepaalde omstandighe­
den voordoen die het imago van het bedrijf negatief
kunnen beïnvloeden. Elia tracht de vertrouwelijkheid
van gegevens te garanderen met behulp van een
intern controlemechanisme. Het valt echter nooit
uit te sluiten dat externe partijen onoordeelkundig
omspringen met informatie waarover zij beschikken.
Dit kan een effect hebben op de beurskoers van de
onderneming.
OVERIGE
Elia is zich ervan bewust dat er nog andere risico’s
kunnen bestaan waarvan het bedrijf op dit moment
nog geen kennis heeft. Sommige risico’s kunnen
vandaag verwaarloosbaar lijken, maar dit sluit niet
uit dat ze in de toekomst belangrijker kunnen wor­
den. De hier gehanteerde onderverdeling beoogt
geen enkele indicatie van de potentiële gevolgen
van de opgesomde risico’s.
financieel
verslag
Gedetailleerde resultaten van het jaar 2010.
108 + 109
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
geconsolideerde
jaarrekening ifrs
Geconsolideerde winst- en verliesrekening (31.12.2010 – 31.12.2009)
(in € miljoen)
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Opbrengsten
Kostprijs verkopen
(3.1)
939,5
733,7
(3.2.1)
(5,9)
(5,6)
-
933,6
728,1
(3.1)
(3.2.1)
(3.2.2)
(3.2.3)
(3.2.4)
98,0
(457,2)
(133,9)
(127,5)
(31,1)
37,6
(303,5)
(124,4)
(102,1)
(9,9)
281,9
225,8
(5.1)
(3.2.1)
286,5
(8,0)
0,0
0,0
-
560,4
225,8
(3.3)
(123,2)
(120,5)
-
21,8
(145,0)
12,8
(133,2)
(3.5)
(1,2)
(1,0)
436,0
104,3
(3.4)
(34,0)
(20,0)
Winst op voortgezette bedrijfsactiviteiten
-
402,0
84,3
Winst over de verslagperiode
-
402,0
84,3
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de vennootschap
Minderheidsbelang
-
401,7
0,3
84,0
0,3
WINST OVER DE VERSLAGPERIODE
-
402,0
84,3
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
(3.6)
(3.6)
7,364
7,364
1,746
1,746
Brutowinst
Overige bedrijfsopbrengsten
Diensten en overige goederen
Personeelskosten
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen
Overige bedrijfskosten
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten voor niet-recurrente elementen (REBIT)
Winst op voordelige acquisitie
Niet-recurrente diensten en diverse goederen
RESULTAAT UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN (EBIT)
NETTOFINANCIERINGSLASTEN
Financieringsbaten
Financieringslasten
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogens­
mutatiemethode (na winstbelastingen)
Winst vóór winstbelastingen
Winstbelastingen
Winst per aandeel (in €)
Gewone winst per aandeel
Verwaterde winst per aandeel
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
-
402,0
84,3
(5.4)
(3,1)
(4,0)
(5.4)
1,1
1,4
(4.12)
25,9
(5,2)
(4.12)
(8,8)
15,1
1,8
(6,0)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
over het boekjaar
-
417,1
78,3
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van de vennootschap
Minderheidsbelang
-
416,8
0,3
78,0
0,3
TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE
­RESULTATEN OVER HET BOEKJAAR
-
417,1
78,3
(in € miljoen)
WINST OVER DE VERSLAGPERIODE
Niet-gerealiseerde resultaten
Effectief deel van veranderingen in de reële waarde
van ­kasstroomafdekkingen
Belastingen op effectief deel van veranderingen in de reële waarde
van kasstroom
Actuariële winsten en verliezen met betrekking tot toegezegde
­personeelsverplichtingen
Belastingen op actuariële winsten en verliezen met betrekking tot
toegezegde personeelsverplichtingen
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na winstbelastingen
110 + 111
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Geconsolideerde balans
(31.12.2010 – 31.12.2009)
ACTIVA
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
-
4.994,1
4.044,8
(4.1)
(4.2)
(4.3)
3.010,9
1.751,1
114,7
2.089,6
1.730,1
105,8
29,2
79,5
8,7
9,4
84,9
25,0
909,9
407,1
14,5
513,8
6,3
366,0
9,3
13,7
214,9
0,7
174,6
3,2
-
5.904,0
4.451,9
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
2.007,2
1.367,1
(4.10)
-
2.007,2
1.500,6
8,5
51,4
(20,7)
467,4
1.365,4
1.207,3
8,5
36,0
(18,7)
132,2
-
0,0
1,7
-
0,0
1,7
-
3.211,0
2.804,7
(4.11)
(4.12)
(5.4)
(4.13)
(4.6)
2.917,3
103,8
31,4
44,6
93,3
2.618,9
142,9
28,2
4,8
6,8
Overige verplichtingen
-
20,6
3,1
KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN
-
685,8
280,1
0,1
43,6
448,8
14,0
179,3
0,1
13,9
233,9
0,2
31,9
5.904,0
4.451,9
(in € miljoen)
VASTE ACTIVA
Materiële vaste activa
Immateriële activa
Handels- en overige vorderingen
Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Overige financiële vaste activa (incl. derivaten)
Uitgestelde belastingsvorderingen
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden
Handels- en overige vorderingen
Actuele belastingsvorderingen
Geldmiddelen en kasequivalenten
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten
TOTAAL ACTIVA
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
(in € miljoen)
(4.4)
(4.5)*
(4.6)
(4.7)
(4.8)*
(4.9)
(4.8)*
EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van
de vennootschap
Aandelenkapitaal
Uitgiftepremie
Reserves
Afdekkingsreserves
Ingehouden winsten
Minderheidsbelang
Minderheidsbelang
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
Personeelsbeloningen
Derivaten
Voorzieningen
Uitgestelde belastingsverplichtingen
Leningen en overige financieringsverplichtingen
Voorzieningen
Handelsschulden en overige schulden
Actuele belastingsverplichtingen
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
* Deze rubrieken omvatten herclassificaties van de cijfers op 31/12/2009 voor vergelijkingsdoeleinden.
(4.11)
(4.13)
(4.14)*
(4.15)*
-
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het
eigen vermogen
Aandelenkapitaal
Uitgifte
premie
Afdek­
kingsreserves
Inge­­­­­
houd­en
winst
1.202,1
8,5
(16,1)
153,5
1.348,1
1.6
1.349,7
-
-
-
84,0
-
84,0
-
0,1
-
84,1
-
-
-
(2,6)
-
(2,6)
-
(2,6)
0,0
0,0
(2,6)
(3,4)
(3,4)
(3,4)
(6,0)
0,0
(3,4)
(6,0)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over de verslagperiode
-
-
(2,6)
80,6
78,0
0,1
78,1
Transacties met eigenaars, rechtstreeks
verwerkt in het eigen vermogen
Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen
Dividenden eigenaars Vennootschap
5,2
-
0,0
-
0,0
0,0
(65,9)
5,2
(65,9)
0,0
-
5,2
(65,9)
Totaal transacties met eigenaars
5,2
0,0
0,0
(65,9)
(60,7)
0,0
(60,7)
STAND PER 31 DECEMBER 2009
1.207,3
8,5
(18,7)
168,2
1.365,4
1,7
1.367,1
STAND PER 1 JANUARI 2010
1.207,3
8,5
(18,7)
168,2
1,365.4
1,7
1.367,1
-
-
-
401,7
401,7
0,3
402,0
-
-
(2,0)
-
(2,0)
-
(2,0)
0,0
0,0
(2,0)
17,1
17,1
17,1
15,1
0,0
17,1
15,1
-
-
(2,0)
418,8
416,8
0,3
417,1
(in € miljoen)
STAND PER 1 JANUARI 2009
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over de verslagperiode
Winst of verlies
Toename reserves
Niet-gerealiseerde resultaten
Effectief deel van veranderingen in de reële
waarde van kasstroomafdekkingen (na
belasting)
Actuariële winsten (verliezen) m.b.t.
toegezegde personeelregelingen
(na belasting)
Totaal niet-gerealiseerde resultaten
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over de verslagperiode
Winst of verlies
Toename reserves
Niet-gerealiseerde resultaten
Effectief deel van veranderingen in de reële
waarde van kasstroomafdekkingen
(na belasting)
Actuariële winsten (verliezen) m.b.t.
toegezegde personeelregelingen
(na belasting)
Totaal niet-gerealiseerde resultaten
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over de verslagperiode
Minder­
Totaal
heids
eigen
Totaal belangen vermogen
Transacties met eigenaars, rechtstreeks
verwerkt in het eigen vermogen
Overgedragen resultaat Eurogrid GmbH op
acquisitiedatum
Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen
Kosten uitgifte gewone aandelen
Deconsolidatie minderheidsbelangen
Betaalde dividenden
-
-
-
(1,6)
(1,6)
-
(1,6)
299,7
(6,4)
-
0,0
-
0,0
-
0,0
(66,6)
299,7
(6,4)
(66,6)
0,0
(2,0)
-
299,7
(6,4)
(2,0)
(66,6)
Totaal transacties met eigenaars
293,3
0,0
0,0
(68,2)
225,1
(2,0)
223,1
1.500,6
8,5
(20,7)
518,8
2.007,3
0,0
2.007,3
STAND PER 31 DECEMBER 2010
112 + 113
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
per 31.12.2010 en per 31.12.2009
Toelichting
31.12.2010
31.12.2009
-
402,0
84,3
(3.3)
(3.4)
124,0
16,6
124,1
17,3
(3.5)
4.1 - 4.2)
(4.1 - 4.2)
(3.2.4)
(3.2.3)
(5.4)
(4.6)
(5.1)
1,2
114,5
7,6
1,0
-2,6
0,9
17,4
3,3
0,0
-286,5
1,0
97,7
3,5
0,7
-1,3
-2,4
2,6
0,5
0,9
0,0
-
399,4
328,9
(4.7)
(4.8)
(4.8)
(4.14)
(4.15)
0,3
-43,0
-12,7
119,2
60,1
-0,7
-14,9
0,0
-47,8
-7,1
-
123,9
-70,5
(3.3)
(3.4)
-135,7
-19,9
-102,0
-15,9
-
367,7
140,5
(4.1 - 4.2)
-199,5
-133,7
(5.1)
-278,8
0,0
(4.4)
(5.2)
(3.3)
-21,2
8,6
2,3
0,0
0,2
6,1
-
-488,6
-127,4
(4.10)
(4.10)
(4.10)
(4.11)
(5.7)
299,7
-6,5
-66,6
-210,0
297,6
-2,0
4,4
-0,1
-66,0
-927,9
1.123,8
0,0
Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten
-
312,2
134,2
NETTOTOENAME (AFNAME) VAN GELDMIDDELEN
EN KASEQUIVALENTEN
-
191,3
147,3
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december
Nettotoename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten
-
174,6
365,9
191,3
27,3
174,6
147,3
(in € miljoen)
KASSTROOM UIT BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst over de verslagperiode
Aanpassing voor:
Nettofinancieringslasten
Winstbelastingen
Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting
Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa
Overdracht van materiële en immateriële activa
Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vlottende activa
Mutatie voorzieningen
Waardering naar reële waarde van derivaten
Mutatie uitgestelde belastingen
Waardering naar reële waarde van financiële activa via resultaat
Mutatie overige niet-geldelijke posten
Winst op voordelige acquisitie
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
Mutatie
voorraden
handels- en overige vorderingen
overige vlottende activa
handelsschulden en overige te betalen posten
overige kortlopende verplichtingen
Wijzigingen in werkkapitaal
Betaalde rente
Betaalde winstbelastingen
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN
Verwerving van (im)materiële activa
Verwerving van dochteronderneming na aftrek van verworven
geldmiddelen
Verwervingen van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Winst op de verkoop van investeringen
Ontvangen rente
Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten
Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal
Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal
Betaald dividend (-)
Aflossing van opgenomen leningen (-)
Ontvangsten van opgenomen leningen (+)
Minderheidsbelangen
toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening
1. Algemene informatie en waarderingsbeleid
1.1. Verslaggevende entiteit
1.2. Conformiteitsverklaring
1.3. Functionele en presentatievaluta 1.4. Beoordelingen en schattingsonzekerheden 1.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur 1.6. Belangrijke grondslagen 1.6.1. Wijzigingen in grondslagen 1.6.2. Grondslagen voor consolidatie
1.6.3. Vreemde munten
1.6.4. Afgeleide financiële instrumenten
1.6.5. Voor afdekking gebruikte derivaten
1.6.6. Terreinen, gebouwen en uitrusting
1.6.7. Immateriële activa
1.6.8. Beleggingen
1.6.9. Handels- en overige vorderingen
1.6.10. Voorraden
1.6.11. Geldmiddelen en kasequivalenten
1.6.12. Bijzondere waardeverminderingen
1.6.13. Aandelenkapitaal
1.6.14. Rentedragende leningen
1.6.15. Personeelsbeloningen
1.6.16. Voorzieningen
1.6.17. Handels- en overige schulden
1.6.18. Kapitaalsubsidies
1.6.19. Opbrengsten
1.6.20. Uitgaven
1.6.21. Winstbelastingen
115
115
115
115
115
116
116
116
117
118
118
118
119
119
120
120
121
121
121
121
122
122
122
123
123
123
123
123
2. Gesegmenteerde rapportering
2.1. Segment Elia Transmission (België)
2.2. Segment 50Hertz Transmission (Duitsland)
2.3. Reconciliatie van de segmenten met het totaal van de groep
124
124
126
128
3. Elementen van de geconsolideerde resultatenrekening en niet-gerealiseerde resultaten 3.1. Bedrijfsopbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten
3.2. Bedrijfskosten
3.2.1. Grond- en hulpstoffen, diensten en overige goederen 3.2.2. Personeelskosten
3.2.3. Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijzigingen in voorzieningen
3.2.4. Overige bedrijfskosten
128
128
129
129
129
129
129
114 + 115
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
3.3. Financieringsbaten en -lasten
3.4. Winstbelastingen
3.5. Aandeel in de winst van geassocieerde ondernemingen 3.6. Gewone winst per aandeel 3.7. Niet-gerealiseerde resultaten
129
130
131
131
131
4. Elementen van de balans
4.1. Materiële vaste activa
4.2. Immateriële activa
4.3. Handels- en overige vorderingen op lange termijn 4.4. Investeringen verwerkt volgens vermogensmutatiemethode
4.5. Andere financiële activa
4.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
4.7. Voorraden
4.8. Handelsvorderingen en overige vorderingen
4.9. Geldmiddelen en kasequivalenten
4.10. Eigen vermogen
4.11. Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
4.12. Personeelsbeloningen
4.13. Voorzieningen
4.14. Handelsschulden en overige schulden
4.15. Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten
131
131
133
135
135
136
136
137
137
137
137
138
139
141
142
142
5. Diversen
5.1. Gevolgen van nieuwe bedrijfscombinaties
5.1.1. Overname in 2010
5.2. Deconsolidatie van Belpex nv/sa
5.3. Op aandelen gebaseerde betalingen 5.4. Beheer van financiële risico’s en derivaten
5.5. Investeringsverplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen
5.6. Informatie over verbonden partijen
5.7. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen 5.8. Gebeurtenissen na balansdatum
5.9. Niet-auditopdrachten uitgevoerd door de commissarissen 143
143
143
145
145
145
149
150
150
151
151
1. Algemene informatie en waarderingsbeleid
1.1. Verslaggevende entiteit
Elia System Operator nv (de ‘vennootschap’ ‘Elia’) is gevestigd
in België en heeft haar maatschappelijke zetel te Keizerslaan 20,
B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap voor het boekjaar 2010 omvat de jaarrekening van
de onderneming en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de ‘groep’) en het belang van de groep in joint ventures
en geassocieerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode.
De kerntaak van Elia is het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van de zeerhogespanningsnetten (380 kV, 220 kV en
150 kV) en hoogspanningsnetten (70 kV, 36 kV en 30 kV). Het
staat in voor de transmissie van elektriciteit van de producenten
in België of Duitsland of elders in Europa naar de klanten, met
name distributeurs en industriële grootverbruikers.
1.2. Conformiteitsverklaring
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de international financial reporting standards (IFRS) en
de interpretaties daarvan die door de International Accounting
Standards Board (IASB) zijn vastgelegd zoals aangenomen voor
gebruik in de Europese Unie. De groep heeft alle nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die gepubliceerd
werden door de IASB, die relevant zijn voor de activiteiten van
de groep en van kracht zijn voor boekjaren die aanvangen op 1
januari 2010.
de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, baten en
lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn
gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden redelijk geacht worden
en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling
van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden
voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige
schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes
beïnvloedt.
Informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden
en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die
het meest van invloed zijn op de geconsolideerde jaarrekening is
verwerkt in de volgende rubrieken van de toelichting:
•
1.3. Functionele en presentatievaluta
•
De jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoen euro (de functionele valuta van de groep), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.
1.4. Beoordelingen en
schattings­­onzeker­heden
De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten,
uitgezonderd afgeleide financiële instrumenten die tegen reële
waarde worden gewaardeerd. Vaste activa en activagroepen
die voor verkoop worden aangehouden, worden gewaardeerd
op de laagste van ofwel de boekwaarde ofwel de reële waarde
minus verkoopkosten en de personeelsbeloningen worden gewaardeerd aan actuariële waarde.
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met
IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen
en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op
•
•
vergedragen fiscale verliezen en overgedragen belastingkreO
dieten worden opgenomen als uitgestelde belastingverplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst
belastbare winst zal zijn waarmee deze ongebruikte fiscale
verliezen en ongebruikte belastingkredieten kunnen worden
verrekend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn
en mogelijkheden van belastingplanning op lange termijn.
Belastingvordering: op basis van het verslag van de externe
deskundigen is het erg waarschijnlijk dat de belastingvorderingen van Elia System Operator zullen worden gerecupereerd (zie toelichting 3.4- 4.6).
Kredietrisico van klanten: het management controleert
nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt
hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de
betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico’s (zie toelichting 4.8).
“Verplichtingen voor personeelsbeloningen: de verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenregelingen zijn
gebaseerd op actuariële veronderstellingen, zoals de verdisconteringvoet en het verwachte rendement op de fondsbeleggingen. Hierover zijn meer details opgenomen in toelichting 4.12.
Voorzieningen voor milieuaangelegenheden: op het einde
van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemvervuiling
op basis van het advies van een externe deskundige.
Voorzieningen voor “geschillen” en voor “gebruiksrechten
voor gronden” worden bepaald op basis van de waarde van
de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de
risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende
uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang en de
116 + 117
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
•
•
duur van het bijbehorende proces/procedures (zie toelichting 4.13).
Waardevermindering: de groep analyseert jaarlijks de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden waarvoor er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse
is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere de
evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de
marge en verdisconteringvoeten (zie toelichting 4.2).
Aanpassingen naar reële waarde voor bedrijfscombinaties:
in overeenstemming met IFRS 3 ‘bedrijfscombinaties’, waardeert de groep de activa, passiva en voorwaardelijke verplichtingen die worden overgenomen bij een bedrijfscombinatie opnieuw naar de reële waarde. Waar mogelijk vinden
aanpassingen naar reële waarde plaats op basis van externe
beoordelingen of waarderingsmodellen, bv. voor voorwaardelijke verplichtingen en immateriële activa die niet door het
overgenomen bedrijf werden verantwoord. Er worden vaak
interne benchmarks gebruikt voor de waardering van specifieke productie-uitrusting. Al deze waarderingsmethoden
zijn gebaseerd op verschillende veronderstellingen, zoals de
geschatte toekomstige kasstromen, de geschatte gebruiksduur, enz. (zie toelichting 5.1).
De hieronder uiteengezette grondslagen werden consistent
toegepast op alle periodes die in deze financiële verslaggeving
toegepast worden. De grondslagen werden toegepast door alle
entiteiten van de groep.
1.5. Goedkeuring door de raad van bestuur
De groep heeft de volgende interpretaties en aanpassingen toegepast:
•
•
De volgende nieuwe standaarden, aanpassingen en interpretaties worden van kracht voor het boekjaar dat start op 1 januari
2010 voor entiteiten met een kalenderjaar als boekjaar:
•
•
Volgende gewijzigde en nieuwe standaarden zijn van kracht
maar zijn niet relevant voor de groep:
•
•
•
1.6.1. WIJZIGINGEN IN GRONDSLAGEN
•
•
rondslag voor consolidatie – geassocieerde deelneG
mingen (joint ventures)
De definitie van ’joint ventures’ wordt vermeld in 1.6.3.
De vereisten zijn vastgelegd in IFRS 3 bedrijfscombinaties
(geldt voor bedrijfscombinaties die worden overgenomen op
of na het begin van het eerste boekjaar na 1 juli 2009). Het
effect van de overname van 50Hertz volgens IFRS 3 wordt
uiteengezet in sectie 5.1.
Segmentrapportering
Als gevolg van de overname van 50Hertz zijn de belangrijkste bedrijfsactiviteiten en de economische sector waarin
de groep actief is gewijzigd. Op grond van IFRS 8 heeft de
groep vanaf dit boekjaar segmentrapportering ingevoerd.
Sectie 2 bevat een gedetailleerde beschrijving van de segmentrapportering.
anpassing van IAS 7 kasstroomoverzicht (toepasbaar voor
A
boekjaren vanaf 1 januari 2010). De aanpassing van IAS 7
legt de uitsplitsing uit van kasstromen uit bedrijfs-, investerings- en financieringsactiviteiten. De groep heeft het gedeelte aan gekapitaliseerde intresten die geboekt staan als
activa, op grond van IAS 23, als bedrijfsactiviteit in plaats van
als onderdeel van een investeringsactiviteit gepresenteerd.
aanpassing van IAS 36 waardevermindering van activa (verbeteringen in de standaard van kracht vanaf 1 juli 2009, toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2010).
Geen van de bovenstaande aanpassingen in de grondslagen
voor financiële verslaggeving had een grote impact op de geconsolideerde jaarrekening.
Op 24 februari 2011 heeft de raad van bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.
1.6. Belangrijke grondslagen
IFRIC 18 overdrachten van activa van klanten (van kracht
vanaf 1 november 2009, de groep past deze standaard toe
sinds juli 2009).
Herziening van IFRS 3 bedrijfscombinaties (van kracht vanaf
1 juli 2009).
•
•
•
•
•
•
anpassing van IFRS 5 vaste activa die voor verkoop worA
den aangehouden en beëindigde bedrijfsactiviteiten (aanpassingen toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2010).
Aanpassing van IAS 17 leasingovereenkomsten (aanpassingen toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2010).
Aanpassing van IFRS 2 op aandelen gebaseerde betalingen
(aanpassingen toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari
2010).
IAS 39 financiële instrumenten: opname en waardering –
instrumenten die in aanmerking komen voor afdekking (toepasbaar vanaf 1 juli 2009).
IFRIC 12 concessieovereenkomsten (toepasbaar vanaf 1
april 2009).
IFRIC 15 contracten voor de bouw van vastgoed (toepasbaar vanaf 1 januari 2010).
IFRIC 16 afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit (toepasbaar vanaf 1 juli 2009).
IFRIC 17 uitkering van niet-cash activa aan eigenaars (toepasbaar vanaf 1 november 2009).
Verbeteringen aan IFRSs (gepubliceerd in april 2009) (toepasbaar op boekjaren vanaf 1 januari 2010).
De groep paste onderstaande normen en interpretaties, die
op de datum van de bekrachtiging van deze geconsolideerde
jaarrekening gepubliceerd, maar nog niet effectief waren, niet
voortijdig toe. De groep verwacht dat de toepassing van deze
normen en interpretaties in de toekomst geen grote impact zal
hebben op de jaarrekening van de groep tijdens de periode van
de eerste toepassing:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Aanpassing van IAS 32 financiële instrumenten: presentatie – classificatie van uitgegeven rechten (toepasbaar voor
boekjaren vanaf 1 februari 2010).
IFRIC 19 tenietgaan van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten (toepasbaar voor boekjaren vanaf
1 juli 2010).
Aanpassing van IAS 24 informatieverschaffing over verbonden partijen (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari
2011). Deze standaard vervangt IAS 24 informatieverschaffing over verbonden partijen zoals uitgegeven in 2003.
Aanpassing van IFRIC 14 IAS 19 de limiet voor een actief
uit hoofde van een toegezegde pensioenregeling, minimaal
vereiste dekkingsgraden en de wisselwerking hiertussen
– vooruitbetalingen in het kader van een minimaal vereiste
dekkingsgraad (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari
2011).
IFRS 9 financiële instrumenten (toepasbaar voor boekjaren
vanaf 1 januari 2013).
Aanpassing van IFRIC 13 loyaliteitsprogramma’s (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2011).
Aanpassing van IAS 27 de geconsolideerde jaarrekening
en de enkelvoudige jaarrekening (aanpassingen toepasbaar
voor boekjaren beginnend op of na 1 juli 2010).
Aanpassing van IFRS 1 eerste toepassing van IFRS — wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving in
het jaar van overgang / herwaardering als veronderstelde
kostprijs / gebruik van veronderstelde kostprijs voor activiteiten onderworpen aan prijsreguleringen (toepasbaar voor
boekjaren vanaf 1 januari 2011).
Aanpassing van IFRS 7 financiële instrumenten: informatieverschaffing – overdracht van financiële activa (toepasbaar
voor boekjaren vanaf 1 juli 2011).
Aanpassing van IAS 12 inkomstenbelastingen (toepasbaar
voor boekjaren vanaf 1 januari 2012).
Verbeteringen aan IFRSs (gepubliceerd in mei 2010) (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2011).
1.6.2. GRONDSLAGEN VOOR CONSOLIDATIE
1. Dochterondernemingen
Een dochteronderneming is een entiteit gecontroleerd door de
vennootschap. Zeggenschap bestaat wanneer de vennootschap de bevoegdheid heeft, rechtstreeks of onrechtstreeks,
om de financiële en operationele beleidslijnen van een entiteit
te bepalen om voordelen te verkrijgen uit haar activiteiten. Bij
het beoordelen van zeggenschap wordt rekening gehouden met
potentiële stemrechten die momenteel uitoefenbaar of converteerbaar zijn. De financiële staten van dochtervennootschap-
pen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf
de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat de
zeggenschap ophoudt. De grondslagen voor dochterondernemingen zijn waar nodig gewijzigd om ze overeen te laten komen
met de grondslagen die de groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs
als de minderheidsbelangen hierdoor een tekort op de balans
krijgen.
2. Geassocieerde deelnemingen
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap
heeft over de financiële en operationele beleidslijnen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de groep in
de totale opgenomen winsten en verliezen van geassocieerde
deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode, vanaf
de datum dat de invloed van betekenis aanvangt tot de datum
waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de groep in de verliezen zijn participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde van de
entiteit in de balans van de groep verminderd tot nul en worden
verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate
dat de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting
is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde deelneming.
3. Joint ventures
’Joint ventures’ verwijzen naar entiteiten waarover de vennootschap gezamenlijke controle heeft, opgericht tengevolge van
een contractuele overeenkomst en onderhevig aan de vereiste
goedkeuring voor strategische, financiële en operationele beslissingen. Investeringen in joint ventures worden proportioneel
geconsolideerd, waardoor een evenredig deel van de activa-,
passiva-, kosten- en opbrengstenrekeningen dienen in overeenstemming te zijn met IFRS zoals toegepast door Elia, maar
exclusief enige aankoopprijsallocatie, met gelijkaardige items in
de geconsolideerde cijfers ingedeeld in dezelfde categorie. De
gerealiseerde winst of verlies bij aanschaffing zal erkend worden als meerwaarde of als een winst op voordelige aankoop.
Indien, na de integratie, de joint venture een entiteit overneemt
die gecontroleerd wordt (gemachtigd is om, direct of indirect, de
financiële en operationele activiteiten van deze dochteronderneming te beheren ten einde de voordelen van de activiteiten te
verkrijgen), zullen de vereisten van IFRS 3 bedrijfscombinaties
dienen toegepast te worden.
118 + 119
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
4. Verlies van zeggenschap
Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de groep de activa
en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere vermogenscomponenten van de dochteronderneming van de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die
voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen
als winst of verlies. Als de groep een belang behoudt in een
vroegere dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waarde gewaardeerd op de dag waarop de groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als
een voor verkoop beschikbaar financieel actief, afhankelijk van
de invloed die de groep behoudt.
5. Eliminatie van intragroeptransacties
Intragroepsaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of
baten en lasten die voortvloeien uit intragroepsverrichtingen,
worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde
jaarrekening.
Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met
geassocieerde deelnemingen, worden geëlimineerd naar rato
van het belang dat de groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als nietgerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs
voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.
1.6.3. VREEMDE MUNTEN
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend tegen de
wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire
activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum
worden omgerekend naar euro tegen de wisselkoers die geldt
op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van
vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis
van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.
1.6.4. AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN
De groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In
overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de groep geen
derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de groep deze
ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor
hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname
gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en
verliesrekening opgenomen. Indien derivaten echter voor hedge
accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard
van de post die wordt afgedekt (zie grondslag 1.6.5).
De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de
groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum
te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en
van de groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is
de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum.
1.6.5. VOOR AFDEKKING GEBRUIKTE DERIVATEN
Kasstroomafdekking
Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking worden
rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor
zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als
last in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor ‘hedge accounting’, afloopt of wordt verkocht,
wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst
of het cumulatieve verlies dat eerder in het eigen vermogen was
opgenomen, blijft onderdeel uitmaken van de niet-gerealiseerde
resultaten totdat de verwachte transactie heeft plaatsgevonden.
Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt
het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag
overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit
wordt verantwoord. In andere gevallen wordt het onder de nietgerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar
de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.
Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt
als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het
waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen.
Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de
niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening
overgebracht.
Afdekking van monetaire activa en verplichtingen
Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in
vreemde valuta’s luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en -verliezen in de winst- en
verliesrekening opgenomen.
1.6.6. TERREINEN, GEBOUWEN EN UITRUSTING
Activa in eigendom
Onderdelen van terreinen, gebouwen en uitrusting worden uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toewijsbare
kosten waaronder de financieringskosten) verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie grondslag: 1.6.12). De kostprijs van zelf vervaardigde
activa omvat de kosten van materialen, van direct toewijsbare
personeelskosten en, waar relevant, van de initiële schatting van
de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en
het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn.
Wanneer onderdelen van een actiefbestanddeel inzake terreinen, gebouwen en uitrusting een verschillende gebruiksduur
hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke actiefbestanddelen
van terreinen, gebouwen en uitrusting.
Geleasede activa
Leasingovereenkomsten op grond waarvan de groep in wezen
alle risico’s en voordelen van eigendom op zich neemt, worden
geclassificeerd als financiële leasing. Vastgoed dat wordt gebruikt via financiële leasing, wordt gewaardeerd op de laagste
van ofwel de reële waarde ofwel de actuele waarde van de minimale leasebetalingen bij aanvang van de leasing, verminderd
met de cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere
waardeverminderingen (zie grondslag: 1.6.12). Leasebetalingen
worden geboekt zoals beschreven in grondslag (1.6.20).
Kosten na eerste opname
De groep neemt in de boekwaarde van een onderdeel van terreinen, gebouwen en uitrusting de kostprijs op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden
gemaakt, indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de groep
zullen toekomen, en indien de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. Alle overige kosten worden als een
uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening van zodra zij
worden gemaakt.
Afschrijvingen
Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk stuk van een actiefbestanddeel van terreinen, gebouwen en uitrusting. De terreinen worden niet afgeschreven.
De gebruikte afschrijvingspercentages zijn:
De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de
eventuele restwaarde van de terreinen, gebouwen en uitrusting
worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.
Administratieve gebouwen
Industriële gebouwen
Bovengrondse lijnen
Ondergrondse kabels
Onderstations (installaties en machines) Teletransmissie
Dispatching Overige gebouwen en uitrusting:
uitrusten van gehuurde gebouwen Voertuigen Gereedschappen en kantoormeubilair Hardware
2,00%
2,00 – 4,00%
2,00 – 4,00%
2,00 – 2,50%
2,50 – 4,00%
3,33 – 12,50%
4,00 - 10,00%
contractperiode
6,67 – 20,00%
6,67 – 20,00%
25,00 – 33,00%
Buitendienststellingen
Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval
van buitengebuikstelling of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of de afstoting worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de
verwijdering van het actief op de balans (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij afstoting en
de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en
verliesrekening gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.
1.6.7. IMMATERIËLE ACTIVA
Bedrijfscombinaties en goodwill
Goodwill is het positieve verschil tussen de aankoopprijs en het
aandeel van de groep in de netto reële waarde van de verworven identificeerbare activa en (voorwaardelijke) verplichtingen
van de dochteronderneming of geassocieerde deelneming op
het moment van de overname.
Alle bedrijfscombinaties worden boekhoudkundig verwerkt door
toepassing van de aankoopmethode. Goodwill vertegenwoordigt bedragen die ontstaan bij verwerving van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen.
Goodwill vertegenwoordigt het verschil tussen kostprijs van de
overname en de reële waarde van de overgenomen netto identificeerbare activa, verplichtingen en de voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.
Goodwill wordt uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill wordt
toegerekend aan kasstroomgenererende eenheden en wordt
niet afgeschreven maar er wordt jaarlijks getest of er sprake is
van bijzondere waardevermindering (zie grondslag: 1.6.12). Met
betrekking tot geassocieerde deelnemingen is de boekwaarde
van goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering
in de geassocieerde deelneming.
Negatieve goodwill (winst op voordelige acquisitie) die ontstaat
bij een overname, wordt rechtstreeks opgenomen in de winsten verliesrekening.
120 + 121
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Computer software
1.6.8. BELEGGINGEN
Softwarelicenties die verworven worden door de groep worden
uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie
grondslag: 1.6.12).
Elk type belegging wordt geboekt op de transactiedatum.
Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen
om intern software te ontwikkelen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:
•
•
•
•
e ontwikkelingskosten betrouwbaar bepaald kunnen word
den;
de software technisch en commercieel haalbaar is en de
toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn;
de groep van plan is - en over voldoende middelen beschikt
- om de ontwikkeling te voltooien;
de groep van plan is om de software actief te gebruiken.
Beleggingen in eigenvermogensinstrumenten
Beleggingen in eigenvermogensinstrumenten omvatten deelnemingen in ondernemingen waarin de groep noch zeggenschap
noch een belangrijke invloed heeft. Dit is het geval bij ondernemingen waarin de groep minder dan 20% van de stemrechten
bezit. De door de groep aangehouden beleggingen in eigenvermogensinstrumenten worden geklasseerd als voor verkoop beschikbaar, en worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij
de daaruit voortvloeiende veranderingen in reële waarde rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden verwerkt, behoudens bijzondere waardeverminderingsverliezen en valutakoerswinsten en -verliezen. Wanneer deze beleggingen niet langer in
de balans worden opgenomen, wordt de cumulatieve winst die,
of het cumulatieve verlies dat, rechtstreeks in het eigen vermogen is verwerkt, opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Beleggingen in schuldinstrumenten
De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe
personeelskosten en de indirecte kosten die direct toerekenbaar
zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige
kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op
het moment dat deze zich voordoen.
Uitgaven op aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of
vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte
gebruiksduur.
Beleggingen in schuldinstrumenten geklasseerd als aangehouden voor handelsdoeleinden of als beschikbaar voor verkoop,
worden geboekt aan reële waarde. Eventuele winsten of verliezen die hieruit voortvloeien, worden respectievelijk in de winsten verliesrekening of het eigen vermogen geboekt. De reële
waarde van deze beleggingen is hun genoteerde biedprijs aan
het einde van de verslagperiode. Waardeverminderingen alsook
winsten en verliezen met betrekking tot vreemde valuta worden
in de winst- en verliesrekening geboekt. Beleggingen in schuldinstrumenten die tot hun vervaldatum worden aangehouden,
worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
Uitgaven na eerste opname
Andere beleggingen
Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen die voortvloeien uit het
specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle andere uitgaven worden geboekt als uitgave van zodra zij gedaan zijn.
De andere beleggingen van de groep worden geklasseerd als
beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd aan reële
waarde. Eventuele winsten of de verliezen die hieruit voortvloeien, worden geboekt in het eigen vermogen. Waardeverminderingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt (zie
grondslag: 1.6.12).
Licenties, patenten en vergelijkbare rechten
Afschrijvingen
Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële
activa, tenzij deze onbepaald is. Met betrekking tot goodwill
en immateriële activa wordt systematisch op elke balansdatum
nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering.
Software wordt afgeschreven vanaf de datum dat zij beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:
Licenties: contractduur
Software en licenties:
20,00 – 25,00%
De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de
eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks
geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.
1.6.9. HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN
Bouwprojecten in uitvoering
Bouwprojecten in uitvoering wordt uitgedrukt aan kostprijs vermeerderd met winst naar rato van de voortgang van de werken, verminderd met een voorziening voor voorzienbare verliezen en verminderd met gefactureerde termijnen naar rato van
de voortgang van het project. De kostprijs omvat alle uitgaven
die rechtstreeks verband houden met specifieke projecten en
een toerekening van de gemaakte vaste en variabele indirecte
kosten in verband met de contractuele activiteiten van de groep
gebaseerd op normale operationele capaciteit.
Leasingvorderingen
Vorderingen met betrekking tot financiële leasingovereenkomsten worden bij de aanvang van het contract gewaardeerd aan
contante waarde van de toekomstige netto leasebetalingen. De
waarde van de vorderingen wordt over de looptijd van de leasingovereenkomst steeds verminderd met het bedrag van de
leasebetalingen dat betrekking heeft op de terugbetaling van de
hoofdsom.
Handels- en overige vorderingen
Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, min de nodige voorzieningen
voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.
1.6.10. VOORRADEN
Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kostprijs, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd
met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De
kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel
van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere
directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het
operationeel maken.
Opgenomen bijzondere waardeverminderingsverliezen met
betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst
toegerekend om de boekwaarde te verminderen van goodwill
toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en dan om
de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-rata basis.
Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen
de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor
toekomstige periodes om de herziene boekwaarde van het actief op zijn resterende levensduur toe te rekenen.
Berekening van de realiseerbare waarde
De realiseerbare waarde van immateriële activa en terreinen, gebouwen en uitrusting is gelijk aan de reële waarde verminderd
met de verkoopkosten, of de bedrijfswaarde indien deze hoger
is. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele
waarde aan de hand van een verdisconteringvoet vóór belasting
die een weerspiegeling is van de actuele markttaxaties van de
tijdswaarde van geld en de risico’s eigen aan het actief.
Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.
De activa van de groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa en de realiseerbare waarde is
bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.i.
het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit
is tevens het niveau waarop de groep zijn goodwill beheert en
economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.
1.6.11. GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Terugname van bijzondere waardeverminderingen
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kassaldi, banksaldi en direct opvraagbare deposito’s. Kaskredieten die direct
opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de groep, maken in het kasstroomoverzicht
deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.
Er gebeuren geen terugnemingen op bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill.
1.6.12. BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
Met betrekking tot andere activa wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies teruggenomen indien er een wijziging is
geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.
De boekwaarde van de activa van de groep, met uitzondering
van voorraden (zie grondslag 1.6.10) en uitgestelde belastingsvorderingen (zie grondslag: 1.6.21), worden op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor
een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing
bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt slechts herzien
in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan
de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.
Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt
de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.
1.6.13. AANDELENKAPITAAL
Transactiekosten
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen
telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in
de winst- en verliesrekening.
Dividenden
Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van de ontvangen kapitalen.
Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode
waarin zij vastgesteld zijn.
122 + 123
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
1.6.14. RENTEDRAGENDE LENINGEN
Personeelsbeloningen op lange termijn
Rentedragende leningen worden initieel verwerkt tegen reële
waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de
eerste opname worden rentedragende leningen gewaardeerd
tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij een verschil tussen de
kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieverentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen
over de looptijd van de leningen.
De nettoverplichting van de groep met betrekking tot personeelsbeloningen op lange termijn andere dan pensioenplannen wordt jaarlijks berekend volgens de ‘projected unit credit’methode door erkende actuarissen. De nettoverplichting is het
bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend
hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes en wordt verdisconteerd tot de contante waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking
hebbende activa wordt in mindering gebracht. De verdisconteringsvoet is het rendement aan het einde van de verslagperiode
van hoogwaardige obligaties waarvan de looptijd de termijn van
de verplichtingen van de groep benadert.
1.6.15. PERSONEELSBELONINGEN
Vaste bijdrage pensioenplannen
(toegezegde-bijdragenregeling)
Verplichtingen in verband met bijdragen aan pensioenplannen
op basis van toegezegde bijdragen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij verschuldigd
zijn.
Pensioenplannen met een te bereiken doel (toegezegde-pensioenregeling)
Voor plannen met een ‘te bereiken doel’ worden jaarlijks de
pensioenkosten voor elk plan afzonderlijk geschat op basis van
de ‘projected unit credit’-methode door erkende actuarissen.
Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die
werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in
het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten
worden verdisconteerd om de contante waarde ervan vast te
stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De verdisconteringsvoet is het rendement op
balansdatum op hoogwaardige obligaties die vervaldata hebben
die de termijnen van de verplichtingen van de groep benaderen.
Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat
betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het
verleden, lineair als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening over de gemiddelde periode totdat de beloningen
onvoorwaardelijk worden. In de mate dat de pensioenaanspraken onmiddellijk onvoorwaardelijk worden, wordt de last onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Alle actuariële winsten en verliezen op 1 januari 2004, de overgangsdatum naar IFRS, werden opgenomen via de openingsreserves. De actuariële winsten en verliezen worden volledig en
onmiddellijk als voorziening geboekt en beïnvloeden de winsten verliesrekening niet, maar worden rechtstreeks in het eigen
vermogen opgenomen. Het bedrag dat wordt opgenomen in
de winst- en verliesrekening bestaat uit toegerekende pensioenkosten, rentekosten, verwacht rendement op fondsbeleggingen
van het betrokken dienstjaar en pensioenkosten van verstreken
diensttijd.
Waar de berekening in een voordeel voor de groep resulteert,
wordt het opgenomen actief beperkt tot het saldo van kosten
van diensten in het verleden en de contante waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.
Personeelsbeloningen op korte termijn
Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de
daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een
verplichting verantwoord voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een
winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de groep een
in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg
van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
1.6.16. VOORZIENINGEN
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de
groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als
gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen vereist zal
zijn om de verplichting af te wikkelen waarvan een betrouwbare
schatting kan worden gemaakt. Indien het effect wezenlijk is,
worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een verdisconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige markttaxaties van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de
risico’s eigen aan de verplichting.
Indien de groep verwacht dat een (deel van de) voorziening kan
worden verhaald op een derde, wordt deze vergoeding alleen
opgenomen als een afzonderlijk actief indien deze vergoeding
vrijwel zeker is. De last die met een voorziening samenhangt,
wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na aftrek van
een eventuele vergoeding.
De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de
verwijderen van het actief worden, indien relevant, opgenomen
als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de
ontmanteling en de verwijdering van het actief, verdisconteerd
tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen.
Indien verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.
1.6.17. HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN
Financieringsbaten en -lasten
Handels- en overige schulden worden uitgedrukt aan geamortiseerde kostprijs.
De financieringslasten omvatten interesten op leningen, berekend volgens de effectieve rentevoetmethode,
wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die
wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de
afdekkingen van interestrisico’s, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa, alsook
verliezen uit afdekkingsineffectiviteit. Alle interesten en
andere gemaakte kosten met leningen of andere gemaakte transacties worden als financiële kosten geboekt
wanneer ze zich voordoen. De nettofinancieringslasten
omvatten interesten op leningen berekend aan de hand
van de methode van de effectieve rente en omrekeningsverschillen.
Baten uit interesten worden opgenomen in de winst- en
verliesrekening naarmate zij oplopen, aan de hand van de
methode van de effectieve rente. De rente-uitgavecomponent van betalingen uit hoofde van financiële leasings
wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening aan de
hand van de methode van de effectieve rente.
1.6.18. KAPITAALSUBSIDIES
Kapitaalsubsidies hebben betrekking op materiële activa en
worden getoond onder de overige verplichtingen. Deze subsidies worden enkel op de balans opgenomen indien men met
redelijke zekerheid kan stellen dat ze zullen ontvangen worden
en worden vervolgens systematisch in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de verwachte levensduur van de
desbetreffende activa.
1.6.19. OPBRENGSTEN
Opbrengsten worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat
de economische voordelen verbonden aan de transactie naar
de onderneming zullen vloeien, op voorwaarde dat de opbrengsten op een betrouwbare wijze ingeschat kunnen worden en de
inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is.
Verkochte goederen en geleverde diensten
Opbrengsten uit diensten en de verkoop van goederen worden
opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen.
Onderhanden projecten in uitvoering
Zodra het resultaat van een constructiecontract in uitvoering op
betrouwbare wijze kan geschat worden, worden contractuele
baten en lasten opgenomen in de winst- en verliesrekening naar
rato van het stadium van voltooiing van het contract. Een verwacht verlies op een contract wordt onmiddellijk opgenomen in
de winst- en verliesrekening.
1.6.21. WINSTBELASTINGEN
De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode
verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting
wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve
in de mate dat zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen.
De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de
verwachte te betalen belasting op de belastbare winst
voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die
zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en
alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.
Overdracht van activa van klanten
De ontvangsten van klanten (financiële tussenkomst) voor de
constructie van aansluitingen op het hoogspanningsnet worden
in de winst- en verliesrekening opgenomen naar rato van het
stadium van de realisatie van de onderliggende materiële vaste
activa.
1.6.20. EXPENSES
Betalingen uit hoofde van operationele leasing
Betalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair
opgenomen in de winst- en verliesrekening over de leaseperiode. Ontvangen vergoedingen als stimulering voor het sluiten van
leaseovereenkomsten worden in de winst- en verliesrekening
opgenomen als een integraal deel van de totale leasinguitgaven.
Betalingen uit hoofde van financiële leasing
Betalingen uit hoofde van financiële leasing worden deels als
financieringskosten en deels als aflossing van de uitstaande
schuld opgenomen. De financieringskosten worden aan iedere
periode van de leasingtermijn toegewezen, zodat dit resulteert
in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo
van de schuld.
Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op
basis van de balansmethode, waarbij een voorziening
wordt getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de
financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die
posten. Uitgestelde belastingverplichtingen worden niet
verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste
opname van activa of verplichtingen in een transactie die
geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst beïnvloedt, en verschillen die
verband houden met investeringen in dochterondernemingen en entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend voor zover het waarschijnlijk is
dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden
afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit
de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde
belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van
de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen,
124 + 125
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld
of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen
en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk
afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en deze vorderingen en
verplichtingen samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingverschuldigde entiteit, dan wel op verschillende belastingverschuldigde
entiteiten die voornemens zijn de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.
Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen
in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare
winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan
worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden
verminderd, in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat
het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd
zal worden.
Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering
van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de schuld
om het betrokken dividend te betalen.
2. Gesegmenteerde rapportering
Op grond van IFRS 8 en als gevolg van de overname van
50Hertz, is de aanduiding van segmenten waarover de groep
moet rapporteren, gewijzigd; de gesegmenteerde rapportering
is nu gebaseerd op de voornaamste bedrijfsactiviteiten en de
economische sector waarin de groep actief is.
Deze segmentering vormt de basis voor de interne managementrapportering van de vennootschap en het besluitvormend
orgaan is daarom het beste geplaatst om het type en het financiële profiel van zijn activa op een transparante manier te
beoordelen en te begrijpen.
De groep heeft de volgende bedrijfssegmenten bepaald op basis van de hierboven vermelde criteria:
•
•
E
lia Transmission (België), dat Elia System Operator en de
ondernemingen omvat waarvan de activiteiten rechtstreeks
zijn verbonden met de rol van de Belgische transmissienetbeheerder (d.w.z. De groep vóór de overname van 50Hertz);
50Hertz Transmission (Duitsland), dat Eurogrid International cvba en de ondernemingen omvat waarvan de activiteiten rechtstreeks zijn verbonden met de rol van de transmissienetbeheerder in Duitsland.
2.1. Segment Elia Transmission (België)
De opbrengsten uit netaansluitingen stegen met 2,4 % voornamelijk als gevolg van een toename van het aantal nieuwe
aansluitingen voor industriële klanten in 2010 in vergelijking met
vorig jaar.
De stijging van 5,7% van de opbrengsten uit het gebruik van
het net is een gevolg van de herneming eind 2009 van de Belgische economie die zich heeft voortgezet in 2010.
De opbrengsten uit ondersteunende diensten stegen met
6,7% als gevolg van de gestegen activiteit met hogere getransporteerde volumes tot gevolg.
De internationale inkomsten daalden met 2,4% t.o.v. 2010
voornamelijk als gevolg van een verdere optimalisatie van de
benutting van de grenscapaciteit door Elia en alle marktpartijen.
De sterke stijging van de overige bedrijfsopbrengsten
(+ 33,8%) is voornamelijk een gevolg van een stijging van technische diensten & expertise aan derden (+ € 1,3 miljoen) en de
toepassing van IAS 19 1 (+ €1,6 miljoen) en IFRIC 18 2 (+ € 9,2
miljoen).
In vergelijking met het eind 2007 door de CREG goedgekeurde
tarief voor 2010 met betrekking tot de niet-beheersbare kosten
en opbrengsten lag het operationele resultaat € 41,9 miljoen
hoger (= tarifair overschot), voornamelijk door lagere vennootschapsbelastingen (€ 19,5 miljoen), lagere aankopen voor ondersteunende diensten (€ 9,4 miljoen), lagere financiële lasten (€
0,9 miljoen), dividend HGRT (€ 0,5 miljoen), meerwaarde op de
verkoop van Belpex, Coreso & CASC (€ 9,7 miljoen), een lagere
indexatie dan gebudgetteerd (€ 4,3 miljoen) en hogere inkomsten hoofdzakelijk uit onevenwichtstarieven (€ 12,4 miljoen), dit
alles gedeeltelijk gecompenseerd door lagere veilinginkomsten
uit internationale transmissiecapaciteiten (€ -18,3 miljoen).
De EBITDA (+ 2,7%) en de EBIT (+ 1,7%) bleven eveneens
stabiel in vergelijking met 2009.
De netto financiële kosten (- 6,4%) werden positief beïnvloed
door de gerealiseerde meerwaarden op de verkoop van Belpex
(€ 8,4 miljoen), de moratoriuminteresten op de belastingsvordering van € 93,8 miljoen sinds 2008 (€ 6,6 miljoen) én een daling
van de netto financiële schuld met € 59,2 miljoen.
1IAS 19 : jaarlijkse herberekening van de recupereerbare kosten mbt toekomstige pensioenverplichtingen.
2IFRIC 18: overdracht van activa van klanten; tussenkomsten van klanten bij netaansluitingen worden in
IFRS integraal worden erkend als opbrengst en niet meer worden afgetrokken van het investeringsbedrag
zoals voordien.
KERNCIJFERS
31.12.2010
31.12.2009
763,3
(107,1)
336,8
229,6
17,0
(129,7)
(20,8)
94,6
771,3
(102,1)
327,9
225,8
12,7
(133,2)
(20,0)
84,0
Balanstotaal
Investeringsuitgaven
4.796,8
113,9
4.451,9
121,5
Netto financiële schuld
2.385,2
2.444,4
(in € miljoen)
RESULTATEN 2010
Bedrijfsopbrengsten
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen
EBITDA*
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (REBIT)
Financieringsbaten
Financieringslasten
Winstbelastingen
Nettowinst (aandeel van de eigenaars van de vennootschap)
BALANS
* EBITDA = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen
De bedrijfsopbrengsten van Elia Transmission in België zijn vergelijkbaar met deze in dezelfde periode vorig jaar. Volgende tabel
geeft een meer gedetailleerd beeld van de evolutie van de verschillende componenten van de bedrijfsopbrengsten.
31.12.2010
31.12.2009
Aansluitingen
Gebruik van het net
Terugneming van overschotten uit vorige boekjaren (beslissing regulator)
Ondersteunende diensten
Internationale inkomsten
Overige
33,6
539,2
34,1
115,2
28,0
50,3
32,8
509,9
22,8
108,0
28,7
37,6
Subtotaal
Afwijkingen van het goedgekeurde budget
800,4
(37,1)
739,8
31,5
TOTAAL
763,3
771,3
(in € miljoen)
DETAIL BEDRIJFSOPBRENGSTEN
126 + 127
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
De winstbelastingen stijgen minder snel dan de nettowinst
aangezien meerwaarden op financiële vaste activa (cfr. Belpex,
Coreso, CASC) belastingvrij zijn.
De geconsolideerde IFRS winst na winstbelasting
De geconsolideerde IFRS winst na winstbelasting stijgt met
12,6% van € 84 miljoen in 2009 tot € 94,6 miljoen in 2010 als
gevolg van volgende elementen 3:
1.Daling van de gereguleerde winst door lagere OLO
(- € 5,1 miljoen);
2.Verrekening in de tarieven van buitengebruikstellingen
vaste activa (+ € 0,8 miljoen);
3.Hogere bijkomende besparingen en opbrengsten (+ € 1,4
miljoen);
4.Beslissing CREG m.b.t. 2009 4 (- € 3,2 miljoen versus + €
0,3 miljoen in 2009);
5.Kosten kapitaalverhoging en overname 50Hertz (- € 7,0
miljoen);
6.Meerwaarde van verkoop Belpex en dividend HGRT
(twee financiële participaties die deel uitmaken van de RAB)
komen, na akkoord van de regulator, voor 60% ten goede
aan Elia (+ € 5,4 miljoen tegenover € 0,7 miljoen in 2009);
7.Toename IFRS-aanpassingen over 2010 (+ € 19,9 miljoen): deze toename heeft voornamelijk betrekking op het
kapitaliseren van de kosten voor de kapitaalverhoging (+ €
6,4 miljoen), de integrale meeropname in de opbrengsten
van tussenkomsten klanten (+ € 9,3 miljoen), terugname
van pensioenverplichtingen door jaarlijkse herberekening en
bijkomende stortingen (€ 17,2 miljoen) minus het netto-effect van de uitgestelde belastingen op alle IFRS boekingen
(€ -7,3 miljoen), minder geactiveerde software (€ -2 miljoen)
en Elia Re consolidatie (€ -2,4 miljoen).
Het balanstotaal steeg met 7,7% naar € 4.796,8 miljoen, voornamelijk door de kapitaalverhoging van € 293,3 miljoen van juni
2010.
De netto financiële schuld daalde met -2,4% of € 59,2 miljoen,
voornamelijk door het niet gebruikte gedeelte van de bovenvermelde kapitaalverhoging van juni 2010 en een daling van het
werkkapitaal.
3 Items 1-6 hebben betrekking op het regulatoire kader in België.
4De CREG heeft in een beslissing van 25 juni 2010 met betrekking tot 2009 aangegeven dat zij niet
akkoord gaat met bepaalde elementen van het resultaat (o.a. bijkomende gerealiseerde besparingen
zijn volgens de CREG bruto in plaats van netto, toepassingsmodaliteiten van contracten van blackstart
worden in vraag gesteld). Elia betwist meerdere bepalingen van deze beslissing en gaat hiertegen in
beroep.
2.2. Segment 50Hertz Transmission
(Duitsland)
De onderstaande tabel geeft de resultaten over 2010 van
50Hertz Transmission voor zijn activiteiten als transmissienetbeheerder in Duitsland volgens de international financial reporting
standards (IFRS).
De resultaten van 50Hertz Transmission, geconsolideerd op het
niveau van Eurogrid International, voor de periode juni tot en
met december 2010 werden opgenomen in de geconsolideerde
IFRS-cijfers van de Elia Groep per 31 december 2010 (60% proportionele consolidatie). De eerste 5 maanden zijn opgenomen
in het eigen vermogen (openingsbalans) en zijn dus ook ten
voordele van de aandeelhouders van Elia.
Om redenen van transparantie worden ook de cijfers vermeld
(pro forma) over de 12 maanden van 2010 volgens de international financial reporting standards (IFRS). Een vergelijking met
2009 is niet relevant enerzijds gezien de positieve regulatoire
aanpassingen die ingevoerd werden op 1 januari 2010 en anderzijds omdat 50Hertz Transmission nog deel uitmaakte van
de Vattenfall groep.
De verticale netwerktarieven betreffen opbrengsten voor het
gebruik van het 50Hertz net.
De horizontale netwerktarieven betreffen de opbrengsten voor
het gebruik van de zeekabel tussen Duitsland en Denemarken
(Kontek kabel) alsook alle veilinginkomsten van de transmissiecapaciteit aan de grens met Tsjechië en die het 50Hertznetwerk verbinden met TenneT GmbH in Duitsland.
De opbrengsten van ondersteunende diensten zijn vergelijkbaar met deze van Elia en betreffen voornamelijk doorrekeningen
aan gebruikers van kosten (reserverings- en balancingkosten)
die 50Hertz moet maken ten einde een continu evenwicht op
het netwerk te kunnen voorzien.
De overige bedrijfsopbrengsten betreffen voornamelijk
telecom­opbrengsten, ontvangen subsidies, geactiveerde kosten
van eigen werk, technische diensten en expertise aan derden en
tussenkomsten van klanten.
Als gevolg van de overname van 50Hertz Transmission dient
men de aankoopsom in de jaarrekening te verwerken. Onder
IFRS zal men een allocatie van de verworven goodwill of gain
on bargain purchase uitvoeren, met behulp van een aankoopprijstoewjizing (purchase price allocation of ‘PPA’). Bij een PPA
worden alle te identificeren bezittingen, schulden en (voorwaardelijke) verplichtingen aan reële waarde (fair value) gewaardeerd. Deze PPA oefening werd uitgevoerd op het niveau van
Eurogrid GmbH (Duitse financierings- en overnamestructuur
boven 50Hertz Transmission) en leverde Eurogrid GmbH een
éénmalige en definitieve winst (winst tengevolge een voordelige
acquisitie ) van € 477,5 miljoen op (zie toelichting 5.1).
(in € miljoen)
31.12.2010
Niet geauditeerde
proforma
12 maanden 2010
proportionele consolidatie 60%
proportionele consolidatie 60%
275,0
(20,3)
72,6
351,2
52,3
330,8
4,8
(15,3)
(13,2)
475,0
(38,9)
124,1
402,6
85,2
363,7
1,3
(17,7)
(23,7)
307,1
323,6
28,6
45,0
1.386,8
107,5
166,3
-
RESULTATEN 50HERTZ TRANSMISSION (DUITSLAND)
Bedrijfsopbrengsten
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen
REBITDA
EBITDA
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (REBIT)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten inclusief niet-recurrente items (EBIT)
Financieringsbaten
Financieringslasten
Winstbelastingen
Nettowinst inclusief niet-recurrente topics (aandeel van de eigenaars van
de vennootschap)
Nettowinst exclusief niet-recurrente topics (aandeel van de eigenaars van
de vennotschap)
BALANS
Balanstotaal
Investeringsuitgaven
Netto financiële schuld
De bedrijfsopbrengsten van 50Hertz Transmission worden meer gedetailleerd weergegeven in volgende tabel.
(in € miljoen)
Niet geauditeerde proforma
60% van 12 maanden 2010
DETAIL BEDRIJFSOPBRENGSTEN
Verticale netwerk tarieven
384,0
Horizontale netwerk tarieven
17,3
Ondersteunende diensten
76,4
Overige bedrijfsopbrengsten
28,4
Subtotaal
506,1
Afwijkingen van het goedgekeurde budget
(31,1)
TOTAAL
475,0
De netto financiële schuld bestaat enerzijds uit een 10-jarige
eurobond van € 500 miljoen die werd uitgegeven in oktober
2010 en anderzijds een liquiditeitspositie van € 219 miljoen. Van
deze bedragen werd dan 60% geconsolideerd.
128 + 129
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
2.3. Reconciliatie van de segmenten met het totaal van de groep
(miljoen €)
Elia Transmission
(België)
50Hertz Transmission
(Duitsland)
Consolidatie
herwerkingen
Elia
Groep
31.12.2010
31.12.2010
31.12.2010
31.12.2010
763,3
275,0
(0,8)
1,037,5
(107,1)
336,8
336,8
229,6
(20,3)
72,6
351,2
52,3
(0,1)
0,0
(0,1)
(0,1)
(127,5)
409,4
687,9
281,8
229,6
17,0
(129,7)
(20,8)
330,8
4,8
(15,3)
(13,2)
(0,1)
0,0
0,0
0,0
560,4
21,8
(145,0)
(34,0)
94,6
307,1
0,0
401,7
94,6
28,6
0,0
123,2
4.796,8
113,9
2.385,2
1.386,8
107,5
166,3
(279,7)
0,0
(0,1)
5.904,0
221,4
2.551,4
CONSOLIDATED RESULTS 2010
Bedrijfsopbrengsten
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen
REBITDA
EBITDA
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (REBIT)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten inclusief nietrecurrente items (EBIT)
Financieringsbaten
Financieringslasten
Winstbelastingen
Nettowinst inclusief niet-recurrente topics
(aandeel van de eigenaars van de vennootschap)
Nettowinst exclusief niet-recurrente topics
(aandeel van de eigenaars van de vennootschap)
BALANS
Balanstotaal
Investeringsuitgaven
Netto financiële schuld
Voor meer bijzonderheden m.b.t. de winst op voordelige acquisitie zie toelichting 5.1.
3. Elementen van de geconsolideerde resultatenrekening en niet-gerealiseerde resultaten
De cijfers voor 2009 hebben betrekking op de activiteiten van
Elia Transmission België, terwijl in de resultaten voor 2010 het
Duitse segment 50Hertz is opgenomen voor de periode van mei
tot december.
3.1. Bedrijfsopbrengsten en overige
­bedrijfsopbrengsten
Detail bedrijfsopbrengsten
Verkopen
Overige bedrijfsopbrengsten
Totaal bedrijfsopbrengsten
(in € miljoen)
2010
2009
939,5
98,0
733,7
37,6
1.037,5
771,3
In de volgende tabel zijn de ‘overige bedrijfsopbrengsten’ opgenomen:
2010
2009
Intern geproduceerde vaste activa
Bonus vorig boekjaar
Optimaal gebruik van activa
Diensten en technische expertise
Beweging op vordering ten gevolge van de
toepassing IAS 19
Overdracht van activa naar klanten
Subsidies
Offshore opbrengsten
Ontvangen schadevergoedingen
Activiteiten Belpex
Andere
13,4
0,0
11,6
5,7
13,2
0,0
10,0
3,2
(2,8)
14,4
1,8
4,0
3,7
2,9
43,3
(4,4)
2,7
0,0
0,0
0,0
4,2
8,7
Totaal overige opbrengsten
98,0
37,6
(in € miljoen)
De overige bedrijfsopbrengsten, sectie ‘overige’, bestaan voornamelijk uit opbrengsten uit de verkoop van materiële activa,
recupereerbare bedragen van vorderingen die door verzekeringsmaatschappijen zijn betaald, enz.
3.2. Bedrijfskosten
3.2.1. GROND- EN HULPSTOFFEN, DIENSTEN EN OVERIGE
GOEDEREN
(in € miljoen)
2010
2009
Aankoop van ondersteunende diensten
Grond- en hulpstoffen
Recurrente diensten en diverse goederen (excl. aankoop van ondersteunende
diensten)
Niet-recurrente diensten en diverse
goederen
267,3
5,9
155,6
5,6
189,9
147,9
8,0
0,0
Totaal
471,1
309,1
3.2.3. AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN,
WIJZIGINGEN IN VOORZIENINGEN
(in € miljoen)
2010
2009
Afschrijvingen van materiële activa
Afschrijvingen van immateriële activa
Totaal afschrijvingen
113,6
8,5
122,1
91,7
6,1
97,8
1,0
1,0
0,7
0,7
2,7
3,3
(1,7)
4,3
0,1
3,5
0,0
3,6
127,4
102,1
Waardeverminderingen op voorraden en
handelsvorderingen
Totaal waardeverminderingen
Voorzieningen inzake geschillen
Milieuvoorzieningen
Diverse voorzieningen
Totaal voorzieningen
Totaal
Het element aankoopkosten voor ondersteunende diensten
omvat de kosten voor diensten waarmee de groep de frequentie en spanning van het net onderhoudt en het evenwicht en
congestie beheert.
De diensten en diverse goederen hebben betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy, enz.
De niet-recurrente diensten en diverse goederen hebben betrekking op de eenmalige kosten voor de overname van 50Hertz.
Zie toelichting 5.1.1.
De voorzieningen worden in detail beschreven in toelichting
4.13.
3.2.4. OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN
2010
2009
Belastingen andere dan winstbelastingen
Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa
Overige
12,1
6,4
2,7
16,3
3,3
0,2
Totaal
31,1
9,9
(in € miljoen)
De ‘overige’ bedrijfskosten hebben voornamelijk betrekking op
de afhandeling van een vordering van € 11,4 miljoen en het resultaat van de beslissing van de CREG over het afrekeningmechanisme van 2009 (€ 4,9 miljoen) (zie toelichting 4.15).
3.2.2. PERSONEELSKOSTEN
(in € miljoen)
Bezoldigingen
Sociale lasten
Te bereiken doel bijdrageregelingen en
andere verplichtingen
Overige personeelsverplichtingen
Aandelenaankoopplannen met korting
Overige personeelskosten
Totaal
2010
2009
94,1
26,8
79,3
22,9
8,0
1,6
0,1
3,4
19,2
(1,5)
0,9
3,5
134,0
124,3
3.3. Financieringsbaten en -lasten
(in € miljoen)
Financieringsbaten
Interestbaten uit beleggingswaarden,
geldmiddelen en kasequivalenten
Nettomutatie reële waarde van beleggingswaarden
Diverse financiële baten
Financieringslasten
Interestlasten
Interestlasten of -baten derivaten
Diverse financiële lasten
Netto financieringslast
2010
2009
21,8
12,8
6,0
3,0
0,0
15,8
0,7
9,1
145,0
120,0
13,4
11,6
133,2
116,3
11,2
5,7
(123,2)
(120,4)
De stijging van de financieringsbaten met € 9,0 miljoen is voornamelijk het gevolg van de meerwaarde op de verkoop van het
aandeel in Belpex in oktober 2010 (zie toelichting 2.1, 5.2).
130 + 131
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
De financieringslasten stegen met 3,75%, voornamelijk als gevolg van de rentekosten van 50Hertz Transmission tijdens de
periode van juni tot december 2010.
Zie voor meer details over de netto schuld en leningen toelichting 4.11.
3.4. Winstbelastingen
OPGENOMEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING
De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastingslast:
(in € miljoen)
Verschuldigde winstbelastingen
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren
Totaal verschuldigde winstbelastingen
2010
2009
16,5
0,1
16,6
17,5
(0,1)
17,4
Uitgestelde belastingskosten
ontstaan en afwikkeling van tijdelijke
verschillen
Totaal uitgestelde winstbelastingen
17,4
17,4
2,6
2,6
Totaal verschuldigde winstbelasting in
winst -en verliesrekening
34,0
20,0
AANSLUITING VAN EFFECTIEF BELASTINGTARIEF
De winst (verlies) voor belastingen van de vennootschap vóór
belastingen verschilt als volgt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet en de werkelijke
winstbelasting van de geconsolideerde vennootschappen:
(in € miljoen)
2010
2009
Winst van het jaar
Totaal winstbelastingen
Winst vóór winstbelastingen
Verschuldigde winstbelastingen met
toepassing van het Belgisch belastingtarief
33,99%
Effect van belastingtarief in buitenland
Niet-aftrekbare kosten
Meerwaarde realisatie financiële vaste
activa
Opbrengsten vrijgesteld van winstbelasting
Aanpassingen m.b.t. voorafgaande jaren
Gecompenseerde fiscale verliezen
Gebruik van notionele interesten
402,0
34,0
436,0
84,3
20,0
104,3
148,2
(14,6)
1,9
35,4
0,0
1,7
(2,5)
(102,1)
0,1
(16,9)
19,9
0,0
0,6
(0,1)
(18,0)
0,4
Totale verschuldigde winstbelasting in
winst- en verliesrekening
34,0
20,0
Het element ‘meerwaarde op realisatie financiële vaste activa’
heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van het aandeel in
Belpex aan APX-Endex, en ‘opbrengsten vrijgesteld van winstbelasting’ bevat de belastingen op de winst op voordelige acquisitie (zie toelichting 5.1. en 5.2).
Naar aanleiding van een fiscale controle bij Elia heeft Elia begin 2008 een aanslagbiljet ontvangen om de resterende tarifaire
overschotten per 31 december 2004 te belasten. De betaalde
winstbelastingen bedragen € 85,3 miljoen, plus een administratieve verhoging van 10%. In samenspraak met zijn fiscale
raadsheer en met de CREG, en aangezien bij sectorgenoten
gelijkaardige tarifaire overschotten niet belast werden, heeft het
management van Elia besloten hiervoor een bezwaarschrift in te
dienen, dat echter door de fiscus verworpen werd. Elia claimt
het bedrag, inclusief moratoriuminteresten, nu integraal terug via
de juridische weg. In de loop van 2009 werd door de fiscus een
gelijkaardige beslissing genomen met betrekking tot de aangroei
van de tarifaire overschotten in 2006. Elia ontving een aanslagbiljet van € 22,7 miljoen, plus de administratieve verhoging van
10% en heeft besloten ook hiervoor, in analogie met het dossier
van 2004, een bezwaarschrift in te dienen.
De tarifaire overschotten die aan de basis lagen van deze bijkomende aanslagbiljetten worden systematisch in de tarieven verrekend in de komende jaren (teruggave aan de consumenten).
Daardoor is er sprake van een tijdsverschil met enerzijds een
overschot gegenereerd in het verleden en met anderzijds een
teruggave in de daaropvolgende jaren.
Indien dit dossier niet positief zou afgehandeld worden, zal de
betaalde vennootschapsbelasting op de resterende overschotten automatisch gecompenseerd worden met de ‘terug te vorderen belastingen’ op de geboekte teruggave aan consumenten
in 2005, 2006 en 2007 en volgende periodes. Daardoor kan het
basisbedrag van de vennootschapsbelasting volledig teruggevorderd worden. Indien er een resterend saldo zou zijn, dan zal
dit via het tarifaire mechanisme geneutraliseerd worden.
De uitgestelde winstbelastingen worden besproken in toelichting 4.6 (‘mutaties in de uitgestelde belastingsvorderingen en
-schulden ten gevolge van mutaties in de tijdelijke verschillen
gedurende het boekjaar’).
3.5. Aandeel in de winst van
geassocieerde ondernemingen
3.7. Niet-gerealiseerde resultaten
2010
2009
H.G.R.T. S.A.S.
APX-Endex
Coreso
(1,3)
0,1
0,0
(1,0)
0,0
0,0
Totaal
(1,2)
(1,0)
(in € miljoen)
De tabel hieronder analyseert de uitgestelde belastingen en de
wijzigingen in de reële waarde die in het eigen vermogen is geboekt voor elk element van de niet-gerealiseerde resultaten:
3.6. Gewone winst per aandeel
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan worden toegekend aan de gewone
aandeelhouders van de vennootschap (€ 401,7 miljoen) te delen
door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen tijdens
het jaar (54.549.957).
GEWOGEN GEMIDDELD AANTAL GEWONE AANDELEN
Uitgegeven gewone aandelen
per 1 januari
Effect van in december 2009
uitgegeven aandelen
Effect van in januari 2010
­uitgegeven aandelen
Effect van in juni 2010 uitgegeven
aandelen
Gewogen gemiddeld aantal
gewone aandelen per 31
december
De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde inkomsten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de resultatenrekening is opgenomen en de niet-gerealiseerde resultaten die in het
eigen vermogen zijn opgenomen. Niet-gerealiseerde resultaten
omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen die verschillen van veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar en
die worden geanalyseerd in het mutatieoverzicht van het eigen
vermogen.
2010
2009
48.270.255
48.076.949
-
5.825
12.045
-
6.267.657
-
(in € miljoen)
2010
2009
Derivaten
Actuariële winsten (verliezen) op voordelen voor het personeel
1,0
1,4
(8,8)
1,8
Totaal uitgestelde belastingen
(7,8)
3,2
2010
2009
Nettomutatie in de reële waarde van
renteswaps
3,1
3,9
Totaal
3,1
3,9
Verwerkt via:
Afdekkingsreserve
3,1
3,9
(in € miljoen)
De afdekkingsreserve wordt in detail besproken in
toelichting 5.4.
54.549.957
48.082.774
VERWATERDE WINST PER AANDEEL
De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal
gewone uitstaande aandelen, gecorrigeerd voor de gevolgen
van de opties die aan het personeel zijn toegekend.
De verwaterde winst is gelijk aan de gewone winst per aandeel,
aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.
EIGEN VERMOGEN PER AANDEEL
Het eigen vermogen per aandeel bedroeg € 36,80 per aandeel op 31 december 2010, ten opzichte van een waarde van
€ 28,40 per aandeel eind 2009.
4. Elementen van de
balans
4.1. Materiële vaste activa
(in € miljoen)
Hoogspanningsstations en –
transformatoren
Lijnen en kabels
Terreinen waarop stations, lijnen en
kabels zijn geïnstalleerd
Installaties voor de bediening van het net
Administratieve gebouwen, meubilair,
rollend materieel en overige activa
Totaal materiële vaste activa
2010
2009
1.515,8
1.202,6
1.167,2
760,9
93,0
130,7
70,9
31,4
68,9
59,2
3.011,0
2.089,6
132 + 133
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Terreinen
en
gebouwen
Machines en
installaties
Meubilair
en rollend
materieel
Overige
materiële
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Saldo per 1 januari 2009
Verworven via bedrijfscombinaties
Andere verwervingen
Buitengebruikstellingen
Overboekingen van ene post naar andere
132,1
0,0
7,0
(0,1)
4,1
3,878,5
0,0
50,6
(33,5)
87,7
121,2
0,0
2,6
(0,4)
0,0
10,6
0,0
0,3
0,0
0,3
149,3
0,0
67,2
0,0
(95,3)
4.291,7
0,0
127,7
(34,0)
(3,2)
SALDO PER 31 DECEMBER 2009
143,1
3.983,3
123,4
11,2
121,2
4.382,2
Saldo per 1 januari 2010
Verworven via bedrijfscombinaties
Andere verwervingen
Buitengebruikstellingen
Overboekingen van ene post naar andere
Deconsolidatie bedrijfscombinaties
143,1
48,0
5,5
(3,1)
1,2
0,0
3.983,3
703,1
70,6
(25,1)
76,6
0,0
123,4
9,9
3,4
(14,7)
2,7
0,0
11,2
0,0
0,1
0,0
(2,4)
0,0
121,2
86,9
113,6
0,0
(78,1)
0,0
4.382,2
847,9
193,2
(42,9)
0,0
0,0
SALDO PER 31 DECEMBER 2010
194,7
4.808,5
124,7
8,9
243,6
5.380,4
(in € miljoen)
AANSCHAFFINGSPRIJS
AFSCHRIJVING EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGSVERLIEZEN
Saldo per 1 januari 2009
Afschrijvingslast boekjaar
Andere verwervingen
Buitengebruikstellingen
Overboekingen van ene post naar andere
(20,7)
(1,2)
0,0
0,0
0,0
(2.088,4)
(86,8)
0,0
30,2
0,2
(112,6)
(3,4)
0,0
0,4
(9,6)
(0,3)
0,0
0,0
(0,2)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
(2.231,3)
(91,7)
0,0
30,5
0,0
SALDO PER 31 DECEMBER 2009
(21,9)
(2.144,8)
(115,6)
(10,1)
0,0
(2.292,5)
Saldo per 1 januari 2010
Afschrijvingslast boekjaar
Deconsolidatie bedrijfscombinaties
Andere verwervingen
Buitengebruikstellingen
Overboekingen van ene post naar andere
(21,9)
(2,0)
0,0
0,0
2,4
0,0
(2.144,8)
(107,0)
0,0
0,0
19,7
0,1
(115,6)
(4,4)
0,0
0,0
14,6
(3,0)
(10,1)
(0,2)
0,0
0,0
0,0
2,9
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
(2.292,5)
(113,6)
0,0
0,0
36,7
0,0
SALDO PER 31 DECEMBER 2010
(21,5)
(2.232,0)
(108,4)
(7,4)
0,0
(2.369,4)
Per 1 januari 2009
Per 31 december 2009
111,4
121,2
1.790,1
1.838,5
8,6
7,8
1,0
1,1
149,3
121,2
2.060,4
2.089,7
Per 1 januari 2010
Per 31 december 2010
121,2
173,1
1.838,5
2.576,5
7,8
16,2
1,1
1,4
121,2
243,6
2.089,7
3.010,9
BOEKWAARDE
De belangrijkste projecten in België zijn de versterking en/of uitbreiding van onderstations: Elsene (36 kV), Bruegel (380 kV),
Monceau (150 kV), Zandvliet (380 kV), Seraing (220 kV) en Berneau (220 kV), de vervanging van bovengrondse lijnen (Harmi­
gnies – Monceau (70 kV)) en de aanleg van ondergrondse kabels tussen Monceau en Marcinelle (150 kV) en tussen Beerse
en Koekhoven (70 kV).
De belangrijke projecten in Duitsland hebben betrekking op de
ontwikkeling van het landnet en bestaat uit de aanleg van bovengrondse lijnen/ondergrondse kabels voor de aansluiting van
de “Zuid-West Koppellijn” en de aansluitingen van de “Noordlijn”, de verbinding tussen Duitsland en Polen, de voltooiing van
het nieuwe controlecentrum en de uitbreiding van de 380/110
kV-onderstations Noord-Freiberg en Zuid-Dresden.
De offshore investeringsuitgaven in Duitsland omvatten de ondergrondse kabel voor aansluiting op de offshore windmolenparken, in het bijzonder Baltic 1 en de opstart van Baltic II.
De toepassing van de IAS 23-standaard voor de activering van
financieringskosten had een impact van € 0,6 miljoen op de
aanschaffingswaarde van de activa bij een gemiddelde rentevoet van 2,01%
De overige verplichtingen met betrekking tot de nieuwe investeringen worden beschreven in toelichting 5.5.
4.2. Immateriële activa
Goodwill
Software
Totaal
Stand per 1 januari 2009
Verworven via bedrijfscombinaties
Verworven, overige – intern ontwikkeld
Buitengebruikstellingen
1.707,8
0,0
0,0
0,0
29,6
0,0
9,2
0,0
1.737,4
0,0
9,2
0,0
STAND PER 31 DECEMBER 2009
1.707,8
38,8
1.746,6
Stand per 1 januari 2010
Verworven via bedrijfscombinaties
Verworven, overige – intern ontwikkeld
Deconsolidatie bedrijfscombinaties
Buitengebruikstellingen
1.707,8
0,0
0,0
0,0
0,0
38,8
19,4
10,9
(2,7)
0,0
1.746,6
19,4
10,9
(2,7)
0,0
STAND PER 31 DECEMBER 2010
1.707,8
66,4
1.774,2
Stand per 1 januari 2009
Afschrijvingen boekjaar
0,0
0,0
(10,4)
(6,1)
(10,4)
(6,1)
STAND PER 31 DECEMBER 2009
0,0
(16,5)
(16,5)
Stand per 1 januari 2010
Deconsolidatie bedrijfscombinaties
Afschrijvingen boekjaar
0,0
0,0
0,0
(16,5)
1,4
(8,1)
(16,5)
1,4
(8,1)
STAND PER 31 DECEMBER 2010
0,0
(23,2)
(23,2)
Per 1 januari 2009
Per 31 december 2009
1.707,8
1.707,8
19,2
22,3
1.727,0
1.730,1
Per 1 januari 2010
Per 31 december 2010
1.707,8
1.707,8
22,3
43,3
1.730,1
1.730,1
(in € miljoen)
AANSCHAFFINGSPRIJS
AFSCHRIJVINGEN EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGSVERLIEZEN
BOEKWAARDE
134 + 135
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Software omvat zowel IT-toepassingen die door de vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net en de
software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de groep.
Zie toelichting 3.2.3 voor de impact op de winst- en verliesrekening van de afschrijvingen op immateriële activa.
De goodwill van € 1.707,8 miljoen heeft betrekking op de volgende transacties uit het verleden:
(in € miljoen)
Verwerving belang Elia Asset door Elia
System Operator – 2002
Verwerving belang Elia Engineering
door Elia Asset – 2004
Totaal
2010
2009
1.700,1
1.700,1
7,7
7,7
1.707,8
1.707,8
TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR
KASSTROOMGENERERENDE EENHEDEN DIE GOODWILL
BEVATTEN
De verwerving van Elia Asset in 2002 voor een bedrag van EUR
3.304,1 miljoen resulteerde in een positief consolidatieverschil
voor de vennootschap van EUR 1.700,1 miljoen. Dit positief
consolidatieverschil is het resultaat van het verschil tussen de
aanschaffingswaarde van deze economische entiteit en de historische netto boekwaarde van de activa van Elia Asset. Het
verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i)
de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar,
(ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken
aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het netwerk op zeer
hoge spanning en de eigenaar is (of het gebruiksrecht heeft)
van 94% van het hoogspanningsnet, en dus enkel Elia het recht
heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia
beschikt over de knowhow van TNB. Op de datum van de overname, kon de kwalificatie of de kwantificatie in Euro van deze
elementen niet worden verricht op een objectieve, transparante
en betrouwbare basis. Het verschil kon dus niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd dus als niet-toegewezen
beschouwd. Zodoende werd het verschil erkend als goodwill
sinds de eerste toepassing van de IFRS op 31 december 2004.
Het gereguleerde kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de meerwaarde naar aanleiding van buitengebruikstellingen van vaste activa, zoals van toepassing sinds 2008 had
geen impact op deze boekhoudkundige verwerking.
De goodwill, zoals hierboven beschreven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004, zijn voor
de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen
aan de enige kasstroomgenererende eenheid toegewezen,
aangezien de inkomsten en kosten werden gegenereerd door
één activiteit, meer bepaald de gereguleerde activiteit in België,
die eveneens als één kasstroomgenererende eenheid zal beschouwd worden.
Ten gevolge hiervan heeft de vennootschap de boekwaarde van
de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004, werden jaarlijks toetsingen
op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd dewelke niet
resulteerden in de erkenning van enige waardeverminderingen.
Kasstroomgenerende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de hoogste
waarde van hun billijke waarde minus de verkoopkosten of de
bedrijfswaarde, waarbij volgende veronderstellingen en volgende waarderingsmethodes worden toegepast.
De bijzondere waardeverminderingstest werd uitgevoerd door
een onafhankelijke instelling en was gebaseerd op vier waarderingsmethoden en maakte gebruik van de volgende veronderstellingen (volgens de methode van de reële waarde minus
verkoopkosten):
1.verdiscontering van de toekomstige kasstromen waarbij de
“Regulated Asset Base” of “RAB” als basis werd gebruikt
voor de raming van de residuele waarde;
2.verdiscontering van de toekomstige dividenden;
3.vergelijking tussen eerder vermelde bijzondere waardeverminderingstests en diegene die worden gebruikt door een
aantal vergelijkbare West-Europese beursgenoteerde bedrijven, zoals Red Electrica España, Enagas, Terna, Fluxys,
Snam Rete Gas en National Grid;
4.marktwaardering op basis van de aandelenkoers van de
vennootschap.
De methode van toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden is gebaseerd op de laatste budgettering op lange termijn van 2007 waarbij het huidige mechanisme van de meerjarentariefplannen voor de periode 2008 – 2015 zoals beschreven
onder sectie 13.6 werd toegepast, en welke geëxtrapoleerd
werden tot 2018, gebruik makend van devolgende onderstellingen:
• (i) de periode 2008-2011: de opbrengst van de billijke vergoeding van de vennootschap (4.6% tot 4.9%), de verrekening in de tarieven van de meerwaarde naar aanleiding van
buitengebruikstellingen van vaste activa (EUR 14,2 miljoen),
een mogelijke opbrengst van de incentive van beheersbare
kosten;
• (ii) periode 2012 – 2015: de veronderstellingen zijn identiek
met 2008 – 2011, maar er is geen erkenning van de mogelijke opbrengst van de incentive van beheersbare kosten en
inclusief een stijging als gevolg van versnelde afschrijvingen
(EUR 8,2 miljoen);
• (iii) een onafgebroken groeiratio van de opbrengsten met
1,5% is toegepast op de cijfers van 2015 voor de periode
2015 – 2018. Het Management is van oordeel dat de extrapolatie van hun budget van 2015 tot 2018 terecht is zowel
gezien de gereguleerde drijfveren van haar activiteiten als het
feit dat de Belgische regulatoire omgeving een historische
consistentie vertoont.
De toegepaste verdisconteringsvoeten zijn 4,49% (kosten van
eigen vermogen ten belope van 7,55% en financieringskosten
ten belope van 4,5%) op basis van de tarieven voor Belgische
obligaties op 10 jaar voor de kosten van eigen vermogen, het
tarief voor euro swaps op 10 jaar voor de financieringskosten en
een belastingtarief van 33,99%.
De waarderingsoefening is beperkt tot de activiteiten van Elia.
De overname van 60% van 50Hertz en de emissierechten voor
€ 299,3 miljoen in juni 2010 om de overname te financieren, zijn
niet opgenomen in deze oefening (de waardering van deze verrichting wordt beschreven in toelichting 5.1).
Deze onafhankelijke analyses geven geen aanleiding tot het
boeken van een bijzondere waardevermindering in 2010 op de
goodwill. Op basis van wat op dit moment bekend is, zouden
redelijke wijzigingen in de belangrijke veronderstellingen (waaronder de verdisconteringsvoet en de OLO) niet leiden tot materiële waardeverminderingen voor de kasstroomgenererende
eenheid.
4.3. Handels- en overige vorderingen
op lange termijn
(in € miljoen)
2010
2009
Fiscale vorderingen
Overige vorderingen
111,9
2,8
105,3
0,4
114,7
105,7
Totaal
De vordering op lange termijn bestaat uit het basisbedrag van
de belastingsvordering van €93,8 miljoen en bevat tevens de
gecumuleerde moratoriumintresten die de groep in de toekomst
zou kunnen recupereren. Deze bedragen hebben uitsluitend betrekking op de fiscale controle van het boekjaar 2004 en daar
de eerste zitting van dit dossier voor de rechtbank pas gepland
is in 2011, werd dit als lange termijn vordering gekwalificeerd.
Volledige beschrijving is terug te vinden in toelichting 3.4.
4.4. Investeringen verwerkt volgens
­vermogensmutatiemethode
INVESTERINGEN IN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
2010
2009
Per 1 januari
Opname van dochteronderneming
Verkoop van dochteronderneming
Aandeel in (verlies)/winst
9,4
21,1
-0,1
-1,2
10,1
0,3
0,0
-1,0
Per 31 december
29,2
9,4
(in € miljoen)
Samenvatting van de financiële gegevens betreffende investeringen verwerkt volgens vermogensmutatiemethode, niet gecorrigeerd voor het percentage in eigendom van de groep:
Naam
Activa
Verplichtingen
Opbrengsten
Winst/verlies
% belang
H.G.R.T. S.A.S.
Coreso
31,1
2,4
0,1
1,3
7,1
3,4
1,7
0,1
24,5%
33,3%
TOTAAL
33,5
1,4
10,5
1,8
H.G.R.T. S.A.S.
APX-Endex
Coreso
31,8
937,0
2,8
0,1
902,7
1,5
0,0
30,7
3,5
2,6
2,7
0,1
TOTAAL
971,6
904,3
34,2
5,4
2009
2010
24,5%
20,0%
28,5%
136 + 137
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
4.6. Uitgestelde belastingvorderingen
en -verplichtingen
4.5. Andere financiële activa
2010
2009
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn
Overige
13,4
66,1
16,7
68,2
Totaal
79,5
84,9
(in € miljoen)
‘Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn’ worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de wijzigingen van de reële waarde in de winst- en verliesrekening. In 2010
werd een gedeelte van de belegging verkocht voor €3,3 miljoen.
Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in toelichting 5.4.
Het element ‘Overige’ heeft voornamelijk betrekking op een recupereerbaar bedrag van een deel van de pensioenverplichting
- zie toelichting 4.12.
IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGSVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN
(in € miljoen)
Vorderingen
2010
2009
2010
2009
Materiële activa
Immateriële activa
Voorraden
Rentedragende leningen
en overige langlopende
financieringsverplichtingen
Personeelsbeloningen
Voorzieningen
Overige posten
(2,9)
(7,4)
(1,1)
0,5
(7,1)
(1,0)
(61,1)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
9,8
32,5
0,1
(22,3)
8,6
47,7
0,1
(23,8)
0,0
0,9
(2,1)
(31,0)
0,0
0,0
0,0
(6,8)
8,7
25,0
(93,3)
(6,8)
Netto belastings­
vordering (–) /
­verplichting (+)
Verplichtingen
MUTATIES IN DE UITGESTELDE BELASTINGSVORDERINGEN EN -SCHULDEN TEN GEVOLGE VAN MUTATIES
IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR
(in € miljoen)
Materiële activa
Immateriële activa
Overige financiële vaste activa
Voorraden
Rentedragende leningen en overige
langlopende financieringsverplichtingen
Personeelsbeloningen
Voorzieningen
Overige posten
TOTAAL
(in € miljoen)
Materiële activa
Immateriële activa
Overige financiële vaste activa
Voorraden
Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
Personeelsbeloningen
Voorzieningen
Overige posten
TOTAAL
01.01.2009
Opgenomen
in winst/
verlies
Opgenomen
in eigen
vermogen
0,4
(6,1)
0,0
(0,9)
7,9
0,1
(1,0)
0,0
(0,1)
(0,6)
46,9
0,3
(30,8)
(1,0)
(0,2)
0,2
1,8
17,7
(2,6)
3,1
Verworven
via bedrijfs­
combinaties
31.12.2009
0,5
(7,1)
0,0
(1,0)
8,6
1,3
47,7
0,1
(30,6)
0,0
01.01.2010
18,2
31.12.2010
0,5
(7,1)
0,0
(1,0)
8,6
(9,6)
(0,3)
0,0
(0,1)
0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
1,1
(55,0)
0,0
0,0
0,0
0,0
(64,1)
(7,4)
0,0
(1,1)
9,9
47,7
0,1
(30,6)
(6,3)
(0,6)
(0,7)
(8,9)
0,0
0,0
0,8
(1,5)
(21,9)
33,3
(2,0)
(53,2)
18,2
(17,4)
(7,8)
(77.6)
(84,6)
EFFECT VAN DE MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN
GEDURENDE HET BOEKJAAR
De mutaties van de tijdelijke verschillen in het jaar worden opgenomen in de winst/verliesrekening als winstbelastingen (zie ook
toelichting 3.4).
De blootstelling van de groep aan krediet en valutarisico’s en
verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden
zijn aan handels- en andere vorderingen wordt getoond in toelichting 5.4.
DUBIEUZE DEBITEUREN
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGSVORDERINGEN
Voor de volgende posten zijn geen uitgestelde winstbelastingen
opgenomen in de balans:
(in € miljoen)
2010
2009
Notionele interestaftrek
Niet opgenomen belastingsvordering
(–) / verplichting (+)
122,3
111,4
122,3
111,4
De notionele interestaftrek die niet werd gebruikt, vervalt na zeven jaar. Voor deze verschillen werden geen belastingvorderingen in de balans opgenomen omdat het niet waarschijnlijk is dat
in de toekomst sprake zal zijn van belastbare winst die de groep
kan aanwenden voor de realisatie van deze vorderingen.
4.7. Voorraden
(in € miljoen)
2010
2009
Grond- en hulpstoffen
Geboekte waardeverminderingen
25,9
(11,4)
24,3
(10,6)
Totaal
14,5
13,7
De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor het onderhoud en de herstellingswerken van de
hoogspanningsstations, bovengrondse lijnen en de ondergrondse kabels van de groep.
4.8. Handelsvorderingen en overige
­vorderingen
(in € miljoen)
Projecten in opdracht van derden
Overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen
Heffingen
BTW, diverse belastingen
Diversen
Totaal
2010
2009
4,0
3,8
287,2
0,0
125,2
97,3
201,7
0,0
6,7
2,7
523,1
218,1
De stijging is het gevolg van de integratie van 50Hertz Transmission en heeft voornamelijk betrekking op de BTW op EEGactiviteiten die bij de fiscus moet worden gerecupereerd.
(in € miljoen)
2010
2009
Niet vervallen
Vervallen minder dan 30 dagen
Vervallen tussen 31 en 60 dagen
Vervallen tussen 61 dagen en één jaar
Meer dan één jaar
Totaal (excl. waardevermindering)
254,0
11,9
(5,8)
26,1
0,6
286,8
172,6
32,9
(4,1)
0,0
0,0
201,4
Dubieuze vorderingen
Geboekte waardevermindering
15,2
(14,9)
3,7
(3,4)
287,1
201,7
Totaal
4.9. Geldmiddelen en kasequivalenten
(in € miljoen)
2010
2009
Banksaldi
Direct opvraagbare deposito’s
128,7
237,2
60,6
114,0
365,9
174,6
Totaal
De kortetermijndeposito’s worden belegd voor periodes die
variëren van enkele dagen tot enkele weken afhankelijk van de
onmiddellijke cashbehoeften van de groep en brengen interesten op volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito’s.
De rentedragende beleggingen hebben aan het einde van de
verslagperiode een rente van 0,15% tot 1,70%. Een bedrag van
€ 30 miljoen is beperkt qua gebruik ten gevolge van contractuele voorwaarden verbonden aan een subsidie die de Europese
Gemeenschap heeft toegekend.
De banktegoeden brengen interest op tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de groep en de gevoeligheidsanalyse voor financiële
activa en verplichtingen worden besproken in toelichting 5.4.
4.10. Eigen vermogen
AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE
Aantal aandelen
Uitstaand per 1 januari
Uitgegeven tegen betaling in
contanten
Uitstaand per 31 december
– volstort
Gewone aandelen
2010
2009
48.270.255
48.076.949
12.084.962
193.306
60.355.217
48.270.255
138 + 139
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
In januari 2010 bood de Elia groep het personeel aan om in
te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator
NV (belastingtranche), waardoor het aandelenkapitaal met € 0,3
miljoen werd verhoogd en het aantal uitstaande aandelen met
13.919 aandelen zonder nominale waarde steeg.
Dividend
Na de balansdatum is door de raad van bestuur het onderstaande dividendvoorstel gedaan.
(in €)
Dividend per aandeel
Elia voerde een tweede kapitaalverhoging uit voor een nominaal
bedrag van € 299,4 miljoen tussen 8 en 18 juni 2010 om de
overname van 60% in de Duitse netbeheerder 50Hertz Transmission te financieren. Deze werd volledig onderschreven. Tijdens
de inschrijvingsperiode met voorkeurrechten voor bestaande
aandeelhouders, waarbij ze voor elke vier voorkeurrechten één
nieuw aandeel konden opnemen tegen een prijs van € 24,80,
werden 91,84% van de beschikbare aandelen (11.085.617 van
de 12.071.043 nieuwe aangeboden aandelen) onderschreven.
Op 22 juni 2010 werden de andere 3.941.704 rechten aan institutionele beleggers aangeboden in een plaatsing bij privé-investeerders. Alle resterende voorkeurrechten werden als scrips
verkocht voor € 0,20 per scrip, wat overeenkomt met een aankoopprijs van het aandeel van € 25,60. De nieuwe aandelen
werden voor het eerst genoteerd op 25 juni 2010.
Het kapitaal van Elia System Operator NV steeg van € 1.207,3
miljoen tot € 1.500,6 miljoen, rekening houdend met de kosten
voor kapitaalverhogingen.
RESERVES
Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van de moedervennootschap overgedragen
worden naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10%
van het kapitaal bedraagt.
In het kader van het tarifaire mechanisme moet Elia de in de tarieven verrekenende gerealiseerde meerwaarde naar aanleiding
van buitengebruikstellingen van vaste activa (daling van Regulated Asset Base) reserveren in het eigen vermogen.
Dit bedroeg in 2009 € 15,4 miljoen. De algemene vergadering
heeft op 11 mei 2010 beslist om dit bedrag in de wettelijke reserve op te nemen.
Op 31 december 2010 bedroeg de wettelijke reserve van Elia
groep € 51,4 miljoen. Deze reserve kan alleen uitgekeerd worden aan de aandeelhouders in het geval van een vereffening.
De raad van bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering
van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de
beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige
boekjaren van de moedervennootschap, inclusief de winst van
het boekjaar dat eindigde op 31 december 2010. De aandeelhouders moeten de hoogte van de dividenduitkering goedkeuren tijdens de algemene vergadering van de aandeelhouders.
Afdekkingsreserve
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroom-afdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die
nog niet hebben plaatsgevonden.
2010
2009
1,40
1,38
Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 11 mei
2010, keurde de raad van bestuur de uitkering goed van een
brutodividend van € 1,38 per aandeel, dat leidt tot een nettodividend van € 1,035 per aandeel of een nettodividend van €
1,173 per aandeel met een VVPR-strip, hetzij een totaal bedrag
van € 66,6 miljoen
Op de vergadering van de raad van bestuur van 24 februari
2011 wordt een brutodividend van € 1,40 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onderworpen aan de goedkeuring door de
aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op
10 mei 2011 en werd niet opgenomen als een verplichting in de
geconsolideerde jaarrekening van de groep.
Het totale dividend zal, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 24 februari 2011, €84,5 miljoen bedragen.
De nettowinst bevat ook de meerwaarde naar aanleiding van
buitendienststellingen van vaste activa van € 16,2 miljoen die
in het eigen vermogen moet worden geboekt. De raad van bestuur van 24 februari 2011 heeft beslist om aan de algemene
vergadering voor te stellen om dit bedrag te boeken als wettelijke reserve. Op 31 december 2010 was dit bedrag nog niet
opgenomen als reserve.
4.11. Leningen en overige langlopende
­financieringsverplichtingen
Hieronder wordt een globaal overzicht weergegeven van de leningen en de interestlasten:
(in € miljoen)
Lange termijnleningen
Toe te rekenen interest
2010
2009
2.848,9
2.550,5
68,4
68,4
Subtotaal lange termijnleningen
2.917,3
2.618,9
Korte termijnleningen
Toe te rekenen interest
Subtotaal korte termijnleningen
0,1
0,0
0,1
0,0
0,1
0,1
2.917,4
2.619,0
Totaal
Hieronder worden de vervaldagen en voorwaarden voor de desbetreffende leningen gegeven:
Vervaldag
(in € miljoen)
Aandeelhouderslening Schijf A
Uitgiften van obligatieleningen 2004
Uitgiften van obligatieleningen 2004
Uitgiften van obligatieleningen 2009
Uitgiften van obligatieleningen 2009
Uitgiften van obligatieleningen 2010
Europese Investeringsbank
Europese Investeringsbank
/
/
/
/
/
10 jaar
15 jaar
7 jaar
4 jaar
10 jaar
Boek­
waarde
2022
2014
2019
2016
2013
2020
2016
2017
495,8
499,1
498,7
498,4
499,3
297,6
40,0
20,0
TOTAAL
2.848,9
De informatie over de contractvervaldagen van de leningen en
(kortlopende en langlopende) financieringsverplichtingen van de
groep wordt hieronder gegeven:
(in € miljoen)
Aandeelhouders­
lening schijf A
Uitgiften van
­obligatieleningen
Europese Investeringsbank
Europese Investeringsbank
Totaal
Nomi- 1 jaar
nale
of
waarde minder
1-2
jaar
3-5
jaar
Meer
dan
5 jaar
495,8
0,0
0,0
0,0
495,8
2.300,0
0,0
0,0
1.000,0
1.300,0
40,0
0,0
0,0
0,0
40,0
20,0
0,0
0,0
0,0
20,0
2.855,8
0,0
0,0 1.000,0 1.855,8
Eurogrid GmbH heeft met succes een eerste schijf van € 500
miljoen uitgegeven 5 (schijf op 10 jaar) van zijn EMTN-eurobondprogramma van € 2,5 miljard. De opbrengsten van de uitgifte
zullen worden gebruikt voor algemene bedrijfsdoeleinden, waaronder het investeringsprogramma van zijn dochteronderneming, de Duitse transmissienetbeheerder 50Hertz Transmission
GmbH. Door de grote belangstelling van beleggers voor het
Eurogrid-krediet konden de bookrunners de prijs voor 10-jarige
obligaties zetten op mid-swap +127 bp (coupon van 3,93%).
4.12. Personeelsbeloningen
In België worden de rechten van het personeel van de gas- en
elektriciteitssector geregeld op grond van collectieve overeenkomsten.
Deze overeenkomsten voorzien in zogenaamde “aanvullende
pensioenen” op basis van het jaarsalaris en de loopbaan van
de werknemer in de onderneming. Als de medewerker overlijdt,
zijn deze aanvullende bedragen gedeeltelijk overdraagbaar naar
zijn erfopvolger (weduwe/wees). De toegekende beloningen zijn
Interestvoet Interestvoet Huidige proportie van
voor hedging na hedging
de interestvoet
2,19%
4,75%
5,25%
5,63%
4,50%
3,88%
4,27%
4,79%
4,90%
4,75%
5,25%
5,63%
4,50%
3,88%
4,27%
4,79%
Vast
Variabel
79,83%
100,00%
100,00%
100,00%
100,00%
100,00%
100,00%
100,00%
20,17%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
96,72%
3,28%
verbonden aan ’het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er noch een extern pensioenfonds noch een
groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden
opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden toegezegde pensioenregelingen genoemd.
De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel
aangeworven van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2001
en het management/uitvoerend kaderpersoneel aangeworven
voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen worden toegekend via
een pensioenstelsel ‘te bereiken doel pensioenregeling’. De verplichtingen in het kader van deze ‘te bereiken doel pensioenregeling’ worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen
voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.
Personeel dat op basis van een ‘salarisschaal’ wordt betaald
en is aangeworven na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, wordt gedekt door
pensioenplannen op basis van toegezegde bijdragen. Voor betalingen na 1 januari 2004 vereist de wet een gemiddeld jaarlijks
rendement over de loopbaan van ten minste 3,25% voor de bijdragen van de werkgever en 3,75% voor de bijdragen van de
werknemers, waarbij de werkgever een eventueel verlies moet
bijpassen. Aangezien het effectieve rendement op fondsbeleggingen tot nu toe hoger lag dan het gegarandeerde minimumrendement, is er geen voorziening aangelegd om een verlies te
dekken.
Elia Transmission België heeft ook vervroegde pensioenregelingen en andere beloningen na de tewerkstellingen, zoals een
dekking van medische kosten en kortingen op hun gas- en
elektriciteitsfactuur, naast andere beloningen op lange termijn
(jubileumpremies). Niet al deze beloningen worden gefinancierd.
5Een totaal bedrag van € 500 miljoen: na de toepassing van proportionele consolidatie wordt het bedrag
€ 300 miljoen.
140 + 141
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
50Hertz Transmission Duitsland heeft pensioenregelingen en
vervroegde pensioneringsregelingen die voornamelijk gebaseerd zijn op collectieve onderhandeling of overeenkomsten van
de ondernemingsraad. De toegekende beloningen of bijlagen
zijn afhankelijk van het loon en de anciënniteit van de deelnemers.
Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor
­personeelsbeloningen vermeld:
(in € miljoen)
2010
2009
Toegezegde pensioenregelingen
Plan voor vervroegd pensioen
Overige personeelsbeloningen
Subtotaal
Overige (herstructurering)
52,6
8,8
41,4
102,8
1,0
85,9
13,9
41,9
141,7
1,2
103,8
142,9
Totaal voorzieningen voor
­personeelsbeloningen
2010
2009
Geraamde schuld in verband met de beloningen bij begin van periode
Verworven via bedrijfscombinaties
Dienstkosten
Interestkosten
Bijdragen van werknemers aan het plan
Winsten (verliezen) op wijziging van regelingen
Winsten (verliezen) op afwikkeling of stopzetting van regelingen
Bijzondere beëindigingsbeloningen
Actuariële winsten (verliezen)
Betaalde beloningen
(236,9)
(17,0)
(5,8)
(9,9)
(0,6)
0,0
0,0
1,5
22,3
19,3
(240,0)
0,0
(5,8)
(11,9)
(0,6)
0,9
0,0
(5,5)
(5,5)
31,5
GERAAMDE SCHULD IN VERBAND MET DE BELONINGEN OP EINDE VAN PERIODE
(227,1)
(236,9)
Billijke waarde van fondsbeleggingen bij begin van periode
Verworven via bedrijfscombinaties
Verwachte (niet reële) opbrengst op fondsbeleggingen
Werkgeversbijdragen
Bijdragen deelnemers aan plan
Winsten (verliezen) op inperking, afwikkeling of stopzetting van regelingen
Actuariële winsten (verliezen) op voordelen op lange termijn
Betaalde beloningen
95,2
10,4
5,1
23,6
1,1
0,0
7,3
(18,5)
98,5
0,0
5,5
21,9
0,6
0,0
0,3
(31,5)
BILLIJKE WAARDE VAN FONDSBELEGGINGEN OP EINDE VAN PERIODE
124,2
95,3
(102,9)
(141,6)
Dienstkosten
Interestkosten
Bijdragen deelnemers aan plan
Verwachte opbrengst op fondsbeleggingen
Actuariële winsten (verliezen)
Bijzondere beëindigingsbeloningen
(5,8)
(9,9)
0,0
5,1
0,1
1,5
(5,8)
(11,9)
(0,6)
5,5
0,0
(4,6)
NETTO PERIODIEKE VOORDEELKOSTEN
(9,0)
(17,3)
(in € miljoen)
VERANDERING IN SCHULDEN IN VERBAND MET DE BELONINGEN
VERANDERING IN FONDSBELEGGINGEN
FINANCIERINGSSTATUS
FINANCIERINGSSTATUS VAN HET PLAN
NETTO PERIODIEKE PENSIOENKOSTEN
Actuariële veronderstellingen
2010
2009
Inflatiepercentage
Verdisconteringsvoet (zonder inflatie)
Loonstijgingspercentage
(zonder inflatie)
Opbrengst op deposito’s
(zonder inflatie)
Stijgingspercentage van
gezondheidsbeloningen
(pensioen en lopend)
2,00%
2,36%
2,00%
2,60%
2,00%
2,00%
5,25%
4,00%
1,00%
1,00%
Het verwacht rendement op fondsbeleggingen wordt voor elke
activacategorie bepaald. Elke activacategorie heeft een eigen
geschat rendementspercentage.
SENSITIVITEITSANALYSE
Een verandering in de medische kosten van 1% zou de volgende impact hebben:
(in € miljoen)
Totaal van de aan het dienstjaar
toegerekende pensioenkosten
Toegezegde pensioenverplichtingen
Toename
van 1%
Afname
van 1%
(1,9)
(0,2)
2,2
0,1
Een verhoging van 1% op het kortingspercentage en de inflatie
van de medische kosten zou de volgende impact hebben:
(in € miljoen)
Toegezegde pensioenverplichtingen
Disconteringsvoet
Inflatie
15,9
(16,5)
GEDETAILLEERD OVERZICHT VAN FONDSBELEGGINGEN
2010
2009
23,78%
54,34%
5,54%
16,34%
21,76%
55,23%
7,83%
15,18%
100,00%
100,00%
Aandelen
Obligaties
Vastgoed
Overige (inbegrepen monetair)
Totaal aan fondsbeleggingen
ACTUARIËLE WINSTEN EN VERLIEZEN GEBOEKT IN
­NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN
(in € miljoen)
2010
2009
Cumulatief bedrag per 1 januari
In de verslagperiode verwerkt
(15,7)
26,1
(10,5)
(5,2)
Cumulatief bedrag per 31 december
10,4
(15,7)
De tabel hieronder bevat een historisch overzicht van de belangrijkste indicatoren voor de afgelopen vijf jaar
2010
2009
2008
2007
2006
Actuariële schuld
(227,1)
Reële waarde
van de
fondsbeleggingen
124,3
Overschot of (tekort) (102,8)
(236,9)
(240,0)
(258,9)
(322,5)
95,2
(141,7)
98,5
(141,5)
116,9
(142,0)
143,1
(179,4)
(in € miljoen)
RECUPEREERBAAR BEDRAG IN TOEKOMSTIGE TARIEVEN
In overeenstemming met een studie uitgegeven door de CREG is
het nagenoeg zeker dat een gedeelte voor een bedrag van € 65,4
miljoen van de totale personeelsbeloningen door de CREG aanvaard zal worden als redelijke kosten en bijgevolg doorgerekend
zal worden in toekomstige tarieven. Aangezien dit bedrag door Elia
kan worden gerecupereerd van derde partijen, in overeenstemming met IFRS-waarderingsregels (IAS 19), wordt dit beschouwd
als een actiefbestanddeel. De verwerking hiervan gebeurt onder
de rubriek overige financiële activa (zie toelichting 4.5).
4.13. Voorzieningen
Gebruiksrecht
lijnen
Milieu
Geschillen
L 1 JANUARI 2009
10,3
4,7
15,0
Gedurende het boekjaar: dotatie voorzieningen
Gedurende het boekjaar: aanwending voorzieningen
Gedurende het boekjaar: terugname voorzieningen
Verdiscontering voorziening
9,6
(0,2)
(5,8)
0,0
0,4
0,0
(0,3)
0,0
10,0
(0,2)
(6,1)
0,0
STAND PER 31 DECEMBER 2009
13,9
4,8
0,0
18,7
Langlopend deel
Kortlopend deel
0,0
13,9
4,8
0,0
0,0
0,0
4,8
13,9
(in € miljoen)
Totaal
142 + 143
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
4.13. Voorzieningen (vervolg)
Milieu
Geschillen
Gebruiksrecht
lijnen
Totaal
STAND PER 1 JANUARI 2010
13,9
4,8
0,0
18,7
Verworven via bedrijfscombinaties
Gedurende het boekjaar: dotatie voorzieningen
Gedurende het boekjaar: aanwending voorzieningen
Gedurende het boekjaar: terugname voorzieningen
Verdiscontering voorziening
2,1
3,8
(0,4)
0,0
0,0
8,3
20,4
(2,2)
(3,4)
0,0
39,8
1,5
(0,4)
0,0
0,0
50,2
25,7
(3,0)
(3,4)
0,0
STAND PER 31 DECEMBER 2010
19,4
27,9
40,9
88,2
Langlopend deel
Kortlopend deel
1,9
17,5
7,3
20,6
35,4
5,5
44,6
43,6
(in € miljoen)
De fluctuatie in voorzieningen voor het milieu is toe te schrijven aan enerzijds verder bodemonderzoek en -sanering op bepaalde sites in Vlaanderen en anderzijds het gevolg van de kennisname van de eerste resultaten van de preventieve screening
van terreinen in het Brussels Hoofdstedelijk en Waals gewest.
De raming van de bedragen werden door een extern studiebureau uitgevoerd, rekening houdend met het BATNEEC-principe
(‘best beschikbare techniek zonder overdreven kostprijs’) (zie
het hoofdstuk ’Vervuiling’ voor meer details).
De voorziening voor geschillen is gebaseerd op de best
mogelijke inschatting van het management van de eventuele
kosten die Elia zou moeten dragen, ten gevolge van geschillen
waarvoor Elia door een derde partij gerechtelijk wordt vervolgd
of waarvoor zij betrokken is in een juridisch geschil.
De provisie ‘Gebruiksrechten voor gronden’ bestaat uit mogelijke betalingen aan grondeigenaars voor bovengrondse lijnen
die in het verleden zijn gebouwd door de vorige eigenaars van
50Hertz Transmission.
Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de
ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling.
De verwachte timing van de bijhorende kasuitstroom hangt af van
de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures.
De beweging van de voorzieningen wordt ook besproken in toelichting 3.2.3.
4.14. Handelsschulden en overige schulden
(in € miljoen)
2010
2009
Handelsschulden
BTW, diverse belastingsschulden
Bezoldigingen en sociale lasten
Dividend
Heffingen
Diversen
298,1
12,7
24,3
3,1
75,3
35,2
126,3
5,5
24,4
1,3
55,7
10,1
448,7
223,3
Totaal
Zoals beschreven in de inleiding is het niet relevant om 2009 te
vergelijken met 2010, maar de grote stijging van de handelsschulden en andere schulden is voornamelijk het gevolg van
‘onbetaalde leveranciersfacturen’ en de stijging in de heffingen
is voornamelijk het gevolg van nieuwe heffingen die in 2010 door
de overheidsinstanties zijn ingevoerd.
4.15. Overgedragen opbrengsten en toe
te rekenen kosten
(in € miljoen)
Toe te rekenen kosten en overgedragen
opbrengsten
Saldo afrekeningmechanisme België
Saldo afrekeningmechanisme Duitsland
Totaal overige kortlopende
­verplichtingen
2010
2009
61,1
49,9
68,3
0,0
31,9
0,0
179,3
31,9
De volgende tabel geeft een overzicht voor 2010.
België
Duitsland
(46,0)
(29,6)
14,2
(38,7)
Korting toekomstige tarieven
(31,8)
(68,3)
Moratoriuminteresten
vennootschapsbelasting boekjaar
2008
(18,1)
0,0
Saldo afrekeningmechanisme
(49,9)
(68,3)
(in € miljoen)
Terug te geven in huidige tarifaire
periode
Saldi vorige boekjaren terug te
vorderen via de toekomstige tarieven
- boekjaar nog te bepalen
5. Diversen
5.1. Gevolgen van nieuwe
bedrijfscombinaties
5.1.1. OVERNAME IN 2010
Beschrijving van de deal
Op 12 maart 2010 kondigden Elia en IFM de overname van
50Hertz van de Vattenfall-groep aan. Deze werd op 19 mei 2010
voltooid.
Ze omvatte alle aandelen van 50Hertz Transmission die werden
aangehouden, inclusief de volle dochteronderneming 50Hertz
Offshore en de twee minderheidsparticipaties in EMCC (20,0%)
en CAO (12,5%).
Totaal
(in miljoen €)
Immateriële activa
Materiële vaste activa
Overige financiële vaste activa
Voorraden
Handels- en overige vorderingen
Uitgestelde belastingsvorderingen
Geldmiddelen en kasequivalenten
Overige vlottende activa
Personeelsbeloningen
Voorzieningen
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
Handelsschulden en overige schulden
Uitgestelde belastingverplichtingen
Overige schulden op korte termijn
Identificeerbare netto activa
Winst op voordelige acquisitie
Betaald bedrag
Verworven geldmiddelen
NIEUWE BEDRIJFSCOMBINATIE
Met het oog op deze overname, richtten Elia en IFM de holding
Eurogrid International CVBA op. In totaal bezitten Elia System
Operator NV/SA en Elia Asset NV/SA 60% van de aandelen van
Eurogrid International (de laatste bezit één aandeel) en bezit IFM
Luxemburg 40% van de aandelen.
De aandelen van 50Hertz Transmission werden in 2010 overgenomen via Eurogrid GmbH, een Duitse besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid. Eurogrid GmbH is een volle
dochteronderneming van Eurogrid International.
De overnameprijs voor alle aandelen die 50Hertz in zijn bezit
had, bedroeg € 464,6 miljoen. Via Eurogrid GmbH betaalde Elia
€ 278,8 miljoen voor een participatie van 60%.
Tengevolge de aandeelhoudersovereenkomst met IFM, worden
de cijfers van 50Hertz voor 60% opgenomen in de cijfers van
Elia met behulp van de proportionele consolidatiemethode.
Boekwaarden voor
overname
Wijzigingen in
reële waarde
Opgenomen waarden
bij overname
32,4
1.413,8
0,3
2,9
222,6
0,0
0,0
88,2
(10,8)
(84,0)
0,0
(8,6)
0,0
0,0
0,0
2,5
0,0
0,0
0,0
0,0
32,4
1.405,2
0,3
2,9
222,6
2,5
0,0
88,2
(10,8)
(84,0)
0,0
(402,6)
(131,8)
(182,8)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
(402,6)
(131,8)
(182,8)
948,2
(6,1)
942,1
(477,5)
464,6
0,0
464,6
144 + 145
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Winst op voordelige acquisitie
Als gevolg van de overname van 50Hertz Transmission dient
men de aankoopsom in de jaarrekening te verwerken.
Volgens IFRS moet verworven goodwill of een winst op voordelige acquisitie worden toegerekend door een Purchase Price
Allocation of ‘PPA’ uit te voeren. Bij een PPA worden alle afzonderlijke identificeerbare activa en (voorlopige) verplichtingen aan
reële waarde gewaardeerd. Deze PPA-oefening werd uitgevoerd
voor Eurogrid GmbH (Duitse financierings- en overnamestructuur boven 50Hertz Transmission), waarbij de waarde van het eigen vermogen van 50Hertz werd vastgesteld op € 942,1 miljoen
en uiteindelijk leidt tot een winst op voordelige acquisitie van €
477,5 miljoen, waarvan 60% is opgenomen in de resultatenrekening van de groep.
Winst op voordelige acquisitie
100%
60%
Bedrag investering door moeder­
maatschappij (1)
Eigen vermogen 50Hertz per 31/05/2010 (2)
464,6
942,1
278,8
565,3
Winst op voordelige acquisitie per
31.12.2010 = [(2)-(1)]
477,5
286,5
Acquisitiekosten 50Hertz
-13,3
-8,0
464,2
278,5
(in € miljoen)
Totaal niet-recurrente elementen
Dit bedrag is in overeenstemming met de oorspronkelijke inschatting van de vennootschap van de reële waarde (“fair value”)
van de nettoactiva van 50 Hertz die varieert tussen EUR 890,3
miljoen en EUR 984,1 miljoen. Deze oorspronkelijke inschatting
werd uitgevoerd met de hulp van een onafhankelijke waarderingsexpert op basis van drie methodes en waarbij volgende
veronderstellingen werden toegepast:
• het verdisconteren van de toekomstige vrije kasstromen
(“FCF”) gebaseerd op de “Regulated Asset Base” of “RAB”
voor de inschatting van de residuele waarde van de toekomstige vrije kasstromen (“DCF-methode”); wegens de aard
van de onderneming kan de netto cash flow negatief zijn
tengevolge van voorziene investeringsplannen.
• het verdisconteren van toekomstige verwachtte dividenden
zoals geraamd door de vennootschap (“DDM-methode”).
Deze analyses zijn gebaseerd op financiële vooruitzichten (business plan) zoals voorbereid door het management (niet gecertificeerd door de onafhankelijke expert) voor de periode 20102028, rekening houdend met het huidige regulatoire kader zoals
beschreven in het hoofdstuk “Regulatoir kader en tarieven”. Het
bedrijfsplan houdt rekening met de verwachte positieve impact
van
• de implementatie en de inwerkingtreding vanaf 1 januari
2010 van het AusgleichMechV compensatiemechanisme ter
compensatie van de verplichtingen tot publieke dienstverlening gerelateerd aan de promotie van hernieuwbare energie
bronnen (EEG), die toelaat bepaalde kosten, gerelateerd aan
•
•
dit mechanisme, te beschouwen als doorrekenbare kosten
en om deze kosten op te nemen in de tarieven;
een verwachte positieve impact van de implementatie van
het “Korridor model” vanaf 1 januari 2010, die een nieuwe
behandeling voorziet van het grootste deel van systeemdiensten (regelenergie, compensatie van netverliezen, inschakeling), wat toelaat om de meeste van deze kosten op
te nemen in de opbrengstenlimiet;
een verdere optimalisatie van de kosten gerelateerd aan verschillende ondersteunende diensten (IT, verzekering, cash
pooling, consulting en andere ondersteunende diensten).
De toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden zijn gebaseerd op het bedrijfsplan voorbereid door het management
in de loop van het eerste kwartaal van 2010, waarbij het huidige Duitse tariefmechanisme werd toegepast voor de periode
2010–2028 ,waarbij uitgegaan werd van volgende onderstellingen:
• periode 2010–2018 wordt voornamelijk aangestuurd door
Elia’s en IFM’s investeringsoverzicht dat relatief hoge investeringen ten opzichte van het verleden bevat;
• voor de periode 2019–2028 eveneens gedreven door Elia’s
en IFM’s investeringsoverzicht, hoewel op een niveau dat
dichterbij ligt of zelfs onder de operationele kasstromen. De
netto RAB is nagenoeg op een constant niveau in de jaren
na 2021. De residuele waarde is gebaseerd op de netto RAB
waarde die verondersteld wordt stabiel te zijn in 2028. Basisassumpties zijn hiervoor dat de afschrijvingen evenwichtig
zijn met de investeringen en dat er geen wijzigingen zijn in
werkkapitaal.
Gezien dat de activiteit als “TNB” een activiteit is met langetermijnperspectieven, zijn de kasstromen geprojecteerd over de
periode 2010 – 2028.
De toegepaste verdisconteringsvoet van 5,7% ( kost van het eigen vermogen van 7,2% en kost van de schulden van 5,1%) is in
lijn met de gewogen gemiddelde kost van kapitaal (WACC) resulterend uit de toepassing van de kost van kapitaal na belastingen
en de kost van schuldenpercentages zoals vastgelegd door de
regulator BNetzA voor 50Hertz ( 5,8%), evenals de gewogen gemiddelde kost van kapitaal zoals gebruikt door de financiële analisten voor gelijkaardige ondernemingen. Voor de DDM-methode
werd een uitbetalingsratio van 100% van de winst onder Duitse
GAAP verondersteld (wat niet bindend is voor de eigenlijke toekomstige uitbetalingsratio).
De marktbenadering die wordt gebruikt is gebaseerd op de
verwachte EBIT en EBITDA (“Marktbenadering”); deze wordt
gebruikt door enkele vergelijkbare West-Europese beursgenoteerde ondernemingen, zoals Red Electrica Corporation SA,
Enagas, Terna, Fluxys, Snam Rete Gas, National Grid en Redes
Energiticas Nacionais S.A.
• De marktbenaderingsmethode werd voornamelijk gebruikt
om de resultaten van de DCF en DDM waarderingsmethoden te valideren.
De vennootschap gaat akkoord met de conclusies van haar onafhankelijke expert dat de DCF-methode beter de stabiliteit van
de activa ten opzichte van de residuele waarde weergeeft. Meer
in het bijzonder, werd de P/E multiple niet weerhouden door een
gebrek aan vergelijkbaarheid van gelijken ten gevolge van (onder
andere) verschillende regulatoire omgevingen, afschrijvingsmethodes en niet-gereguleerde inkomsten.
Bovendien, ten gevolge van het investeringsschema van 50Hertz
en eenmalige kosten, het geraamde netto-inkomen, verschillen
de EBIT en de EBITDA op significante wijze. Vooral het nettoresultaat vertoont een grote fluctuatie van jaar tot jaar, resulterend
in een brede range, wat de relevantie van de markbenadering
limiteert. Bijgevolg is de oorspronkelijke range van reële waarde
van nettoactiva in overeenstemming met de waarderingsrange
die resulteert uit de DCF-methode.
De te betalen acquisitieprijs voor 50Hertz is het resultaat van
onderhandelingen tussen de betrokken partijen volgend op
een competitief verkoopproces. Vattenfall heeft geen informatie
meegedeeld over de redenen waarom 50Hertz verkocht werd
met een winst op voordelige acquisitie. Volgens het jaarverslag
van Vattenfall over het boekjaar 2009 is hun schuldpositie gestegen gedurende de laatste jaren, terwijl hun cash-flow verminderde. Gelet op deze context heeft Vattenfall AB aangekondigd
dat ze de intentie hadden de winstgevendheid te verbeteren
door concrete maatregelen, onder andere het herzien van prioriteiten, verminderen van investeringen en afstoten van nietkernactiviteiten. Verder is Vattenfall onderworpen aan bepaalde
voorwaarden om activa af te stoten volgens het 3de pakket van
energiemaatregelen van de EU.
EFFECT VAN DE VERKOOP VAN BELPEX NV/SA OP DE
­FINANCIËLE POSITIE VAN DE GROEP
Totaal
(in miljoen €)
2010
Immateriële activa
Handels- en overige vorderingen
Geldmiddelen en kasequivalenten
Minderheidsbelangen
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
Handelsschulden en overige schulden
Overige schulden op korte termijn
(1,3)
(9,3)
(0,1)
2,0
5,0
1,9
0,1
Identificeerbare netto activa en verplichtingen
(1,7)
Bedrag ontvangen
Vervreemde geldmiddelen
11,4
(0,1)
Netto kasinstroom
11,3
5.3. Op aandelen gebaseerde betalingen
AANDELENAANKOOPPLANNEN MET KORTING
De groep heeft in 2010 aandelenkoopplannen met korting (Discounted Share Purchase Plans) aangeboden aan zijn personeel.
Dit resulteerde in een inschrijving voor een bedrag van € 0,3
miljoen. De gemiddelde koers gedurende één maand voor de
beslissing werd als basis genomen voor de bepaling van de intekenprijs. Deze bedroeg € 27,37 per aandeel. Na toepassing
van de korting van 16,7% werd de prijs vastgelegd op € 22,81
(zie toelichting 4.10).
Overnamekosten
De groep heeft overnamekosten ten belope van € 8 miljoen gemaakt. Deze bestaan uit de juridische vergoedingen en due
diligence-kosten. Deze kosten worden als niet-recurrente uitgaven gepresenteerd (zie toelichting 3.2.1).
5.4. Beheer van financiële risico’s
en derivaten
PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER
Bijdrage tot het resultaat van de groep
De bijdrage van Eurogrid GmbH (en verbonden ondernemingen)
tot de nettowinst vóór belastingen wordt beschreven in toelichting 2.2.
5.2. Deconsolidatie van Belpex nv/sa
In oktober 2010 verkocht Elia zijn volledige participatie van 60%
in zijn dochteronderneming Belpex NV/SA, de Belgische energiebeurs. De cijfers van Belpex NV/SA waren volledig geconsolideerd in de cijfers op 31 december 2009.
Elia en de Nederlandse transmissienetbeheerder TenneT BV
verkochten allebei hun aandelen in Belpex aan APX-Endex Holding BV, de Nederlandse energiebeurs. Deze operatie maakt
deel uit van de integratie van de energiebeurzen in de Noordwest-Europese regio.
Het is de bedoeling van de groep om elk van de risico’s te identificeren en om de strategieën te definiëren teneinde de economische impact op de resultaten van de groep te beheersen.
De dienst Interne Audit & Enterprise Risk Management bepaalt
de strategie inzake risicobeheer, controleert de risicoanalyse en
rapporteert aan het management en het auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te
bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op
te zetten.
Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt
in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt.
Het regelgevende kader waarin de groep functioneert, beperkt in
sterke mate de eventueel negatieve gevolgen voor de winst- en
verliesrekening (zie het hoofdstuk ‘Regelgeving & tarieven’). De
gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico, enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven verrekend worden.
146 + 147
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
KREDIETRISICO
Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen
ten opzichte van de vennootschap in het kader van een lening,
afdekking, vereffening en andere financiële activiteiten niet zullen
nakomen. De vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de
bedrijfsactiviteiten heeft de groep een actief kredietbeleid dat
rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom
worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.
Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van
afgeleide financiële instrumenten.
in € miljoen)
2010
2009
Leningen en vorderingen
Geldmiddelen en kasequivalenten
Beleggingen die voor verkoop
­beschikbaar zijn
287,0
366,0
201,7
174,6
13,4
16,7
0,0
(31,4)
0,0
(28,2)
635,0
364,8
Voor afdekking gebruikte renteswaps
Activa
Passiva
Totaal
Hieronder is de beweging in de tolerantie voor waardevermindering op leningen en vorderingen in de loop van het jaar opgenomen:
Dubieuze
debiteuren
Waardevermindering
Resterende
saldo
4,1
(3,4)
0,7
(0,4)
0,0
(0,4)
STAND PER 31 DECEMBER 2009
3,7
(3,4)
0,3
STAND PER 1 JANUARI 2010
3,7
(3,4)
0,3
Verworven via bedrijfscombinaties
Beweging van het boekjaar
0,0
11,5
0,0
(11,5)
0,0
0,0
STAND PER 31 DECEMBER 2010
15,2
(14,9)
0,3
(in € miljoen)
STAND PER 1 JANUARI 2009
Beweging van het boekjaar
Handelsvorderingen en andere vorderingen worden opgenomen
zonder rekening te houden met vorderingen waarvan de waarde
is verminderd. Het waardeverminderingsverlies dat in 2010 is
geboekt, heeft voornamelijk betrekking op een vereffening van
een vordering, die uiteindelijk in de toekomstige tarieven kon
worden gerecupereerd.
VALUTARISICO
De groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk wisselkoersrisico, noch transactioneel, noch met betrekking tot de omzetting
van vreemde munt in euro, aangezien hij geen buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1% van zijn kosten
uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.
LIQUIDITEITSRISICO
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de groep zijn financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De groep beperkt dit ri-
sico door de kasstromen op een continue basis te bewaken
en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten
aanwezig zijn.
Het is de bedoeling van de groep om een evenwicht te bewaren
tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het
gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma, enz. Voor financiering
op middellange tot lange termijn, gebruikt de groep obligaties.
Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren verspreid. De thesaurie van de groep beoordeelt vaak
zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.
Verwijzend naar de obligatie-uitgifte in 2009 en de recente uitgifte in september 2010 (zie toelichting 1.6.14) zou er voldoende
toegang moeten zijn tot financieringsbronnen.
Boekwaarde
(in € miljoen)
Niet-afgeleide financiële instrumenten
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
­obligaties
Niet door zakelijke zekerheid gedekte leningen
Handels- en overige verplichtingen
Contrac­
tuele kas­ 6 mnd of
stromen
minder
6-12
mnd
1-2
jaar
2-5
jaar
> 5 jaar
1.994,7
555,8
224,5
(2.601,4)
(742,2)
(224,5)
(100,3)
(8,0)
(224,5)
0,0
(6,7)
-
(100,6)
(16,0)
-
(1.249,0)
(48,0)
-
(1.151,5)
(663,5)
-
28,3
28,3
(64,8)
(64,8)
(6,6)
(6,6)
(5,8)
(5,8)
(11,4)
(11,4)
(23,2)
(23,2)
(17,7)
(17,7)
STAND PER 31 DECEMBER 2009
2.803,3
(3.632,9)
(339,4)
(12,5)
(128,0)
(1.320,2)
(1.832,7)
Niet-afgeleide financiële instrumenten
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
­obligaties
Niet door zakelijke zekerheid gedekte leningen
Handels- en overige verplichtingen
2.293,1
555,8
509,8
(2.916,0)
(726,8)
(510,2)
(106,1)
(8,6)
(509,8)
(5,8)
(6,7)
0,0
(112,4)
(16,0)
0,0
(1.237,0)
(48,0)
0,0
(1.454,7)
(647,5)
0,0
31,4
31,4
(49,9)
(49,9)
(6,2)
(6,2)
(5,6)
(5,6)
(8,7)
(8,7)
(17,7)
(17,7)
(11,8)
(11,8)
3.390,1
(4.202,9)
(630,7)
(18,1)
(137,1)
(1.302,7)
(2.114,0)
Afgeleide financiële verplichtingen
Voor afdekking gebruikte renteswaps
Waarvan cashflow hedges
Afgeleide financiële verplichtingen
Voor afdekking gebruikte renteswaps
Waarvan cashflow hedges
STAND PER 31 DECEMBER 2010
Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte kredietfaciliteiten gegeven:
Kredietlijnen
(in € miljoen)
Vervaldag
Beschikbaar
bedrag
Gemiddelde
interestvoet
Bedrag
Gebruikt
Niet gebruikt
Bevestigde kredietfaciliteiten
13.01.2011
125,0
Euribor + marge
bij afsluiten deal 0,0
125,0
Bevestigde kredietfaciliteiten
31.05.2013
60,0
Euribor + 1,50 % 0,0
60,0
Bevestigde kredietfaciliteiten
31.05.2013
210,0
Euribor + 1,20% 0,0
210,0
Niet bevestigde kredietfaciliteiten
-
70,0
Euribor + marge
bij afsluiten deal 0,0
70,0
Niet bevestigde kredietfaciliteiten
-
100,0
Euribor + marge
bij afluisten deal 0,0
100,0
Niet bevestigde kredietfaciliteiten
31.05.2013
30,0
Euribor + 1,20% 0,0
30,0
Europese Investeringsbank
-
125,0
Euribor + 0,05% 60,0
65,0
Belgian dematerialised treasury notes
-
250,0
Euribor + marge
bij afsluiten deal 0,0
250,0
TOTAAL
-
970,0
-
60,0
910,0
RENTERISICO
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige
kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als
gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking
op de schuldverplichtingen op lange termijn met vlottende rentevoeten van de groep.De groep beheert zijn renterisico met een
evenwichtige portefeuille van leningen en financiële verplichtin-
gen met vast en variabel tarief. Om dit te beheren gaat de groep
renteswaps aan waarbij de groep overeenkomt om op bepaalde
intervallen het verschil tussen de vaste en de variabele rentebedragen, die berekend zijn op basis van een afgesproken theoretische hoofdsom, om te wisselen. Deze swaps worden gebruikt
om de onderliggende schuldverplichtingen af te dekken.
De tabel (zie toelichting 4.11) geeft de gemiddelde rente op de
balansdatum aan.
148 + 149
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
SENSITIVITEITSANALYSE
Reële waarde hiërarchie
Op korte en lange termijn zullen wijzigingen in rentetarieven geen
invloed hebben op het geconsolideerde resultaat, daar de groep
functioneert in een regulatoir kader waarin de gevolgen van de
fluctuaties van de financiële lasten via de tarieven worden gerecupereerd.
De bovenvermelde reële waarde van de ‘sicavs’ behoort tot
niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op basis
van (onaangepaste) genoteerde marktprijzen in actieve markten
voor dergelijke instrumenten.
AFDEKKING
Alle afgeleide financiële instrumenten die de groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde
blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de strikte criteria van IAS 39 is voldaan,
beslist de groep geval per geval of hedge accounting zal worden toegepast. De volgende secties beschrijven de transacties
waarbij hedge accounting wordt toegepast. Per 31 december
2010 heeft de groep geen transacties die in aanmerking komen
voor hedge accounting.
De bovenvermelde reële waarde van de renteswaps behoort
tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op
input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar
zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categorie bevat
instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten; genoteerde
prijzen voor identieke of vergelijkbare instrumenten in markten
die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare
marktgegevens.
Schatting van de reële waarde
Reële waarden
In overeenstemming met de regels van hedge accounting, worden alle afgeleide financiële instrumenten aangemerkt als kasstroomafdekkingen en gewaardeerd tegen de reële waarde.
Bijgevolg wordt het gedeelte van de winst of het verlies op het
afgeleide financiële instrument, dat beschouwd kan worden als
een effectieve afdekking, rechtstreeks in het eigen vermogen
opgenomen (afdekkingsreserves).
De renteswaps hebben een rente variërend van 4,23% tot en
met 4,41%. Per 31 december 2010 had de groep afdekkingsinstrumenten met een gecontracteerd referentiebedrag van
€ 395,8 miljoen.
De netto reële waarde van de swaps per 31 december 2010 bedroeg € 31,4 miljoen en bestaat volledig uit verplichtingen. Deze
bedragen zijn opgenomen als derivaten tegen reële waarde.
Derivaten
Voor renteswaps worden opgaven van makelaars gehanteerd.
Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op contant gemaakte
kasstromen.
Rentedragende leningen
De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.
Financiële leaseverplichtingen
De reële waarde wordt geschat op de contante waarde van de
toekomstige kasstromen, verdisconteerd tegen de rente voor
homogene leaseovereenkomsten. De geschatte reële waarde
weerspiegelt de verandering in de rente.
KAPITAALRISICOBEHEER
Per 31 december 2010 zijn er geen financiële lasten opgenomen
in de winst- en verliesrekening voortvloeiend uit ineffectiviteit van
de kasstroomafdekkingen.
Het onderstaande overzicht bevat de reële waarden en de boekwaarden van de afgeleide financiële instrumenten. Aangezien de
lening een variabele interest heeft, is de boekwaarde van de lening gelijk aan de reële waarde.
(in € miljoen)
Sicav
Renteswaps:
Actief
Passief
Leningen
Totaal
Boekwaarde
Reële
waarde
Boekwaarde
Reële
waarde
2010
2010
2009
2009
13,4
13,4
16,7
0
16,7
0,0
0,0
31,4
395,8
0,0
31,4
395,8
28,2
395,8
28,2
395,8
440,6
440,6
440,7
440,7
Het doel van het kapitaalstructuurbeheer van de groep is het
behoud van de schuld- en eigenvermogenratio’s voor de gereguleerde activiteiten in overeenstemming met de vereisten
van het regulatoire kader (één derde eigen vermogen en twee
derden vreemd vermogen). Dankzij deze aanpak kan de groep
de liquiditeit op elk moment verzekeren via flexibele toegang tot
de kapitaalmarkten om strategische projecten te financieren en
een aantrekkelijke vergoeding aan te bieden aan de aandeelhouders.
Het dividendbeleid van de onderneming bestaat erin om de dividenduitkering te optimaliseren, echter rekening houdend met
het feit dat een deel van de winst die voortvloeit uit de verrekening in de tarieven van de meerwaarde naar aanleiding van
buitengebruikstellingen van materiële activa, verplicht gereserveerd moet worden. De reservering van deze winst bevordert
aanzienlijk de autofinancieringscapaciteit van de vennootschap
die nodig is om haar wettelijke opdracht uit te voeren.
De vennootschap biedt zijn personeelsleden de mogelijkheid
om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend aan
hen zijn voorbehouden. De kapitaalverhoging wordt beschreven
in toelichting 4.10.
5.5. Investeringsverplichtingen en
­voorwaardelijke verplichtingen
Volgende inkomsten met betrekking tot deze leaseovereenkomsten werden opgenomen in de resultatenrekening:
LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS
­LESSEE OPTREEDT
De groep huurt motorvoertuigen, IT-materiaal en kantoorgebouwen. De leaseovereenkomsten voor auto’s en IT-materiaal hebben een gemiddelde looptijd van drie jaar; de huurcontracten
voor gebouwen hebben een normale looptijd van negen jaar,
met de mogelijkheid om de huur vervolgens te vernieuwen.
Hieronder volgt een overzicht van de minimale leasebetalingen
voor de toekomst in het kader van niet-opzegbare operationele
leasing:
<1
jaar
1–5
jaar
>5
jaar
Gebouwen
Voertuigen, IT materiaal & diversen
Totaal per 31 december 2009
3,7
4,9
8,6
15,6
6,9
22,5
8,2
0,0
8,2
Gebouwen
Voertuigen, IT materiaal & diversen
5,2
6,2
21,1
6,2
2,8
0,0
Totaal per 31 december 2010
11,4
27,3
2,8
(in € miljoen)
(in € miljoen)
2010
2009
Telecom
Gebouwen
10,0
0,4
10,1
0,0
Totaal
10,4
10,1
Per 31 december 2010 had de groep investeringsverplichtingen
aangegaan ter waarde van € 472,5 miljoen voor de aankoop en
de installatie van materiële activa voor de verdere uitbouw van
zijn net.
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN
Afrekeningmechanisme
•
De volgende lasten voor deze leasecontracten zijn opgenomen
in de resultatenrekening:
(in € miljoen)
Gebouwen
Voertuigen, IT materiaal & diversen
Totaal
2010
2009
4,7
6,9
3,6
4,1
11,6
7,7
VERPLICHTINGEN LEASEOVEREENKOMSTEN –
GROEP ALS VERHUURDER
De groep heeft leaseovereenkomsten voor handelseigendommen aangegaan voor bepaalde materiële activa, voornamelijk
bestaande uit de optimalisatie van het gebruik van de sites en
hoogspanningsmasten. Deze overeenkomsten hebben resterende looptijden van minimaal negen jaar.
De toekomstige minimale te ontvangen huurinkomsten worden
als volgt samengevat:
(in € miljoen)
<1
jaar
1–5
jaar
>5
jaar
Telecom
Totaal per 31 december 2009
9,8
9,8
32,3
32,3
51,3
51,3
Telecom
Gebouwen
9,8
0,2
32,9
0,1
56,9
0,1
10,0
33,0
57,0
Totaal per 31 december 2010
•
De bepaling van het bedrag is opgenomen in het hoofdstuk
‘Regelgeving en tarieven’.
Toepassing IFRS.
De groep opereert in een gereguleerde omgeving die bepaalt
dat de tarieven het mogelijk maken een totaal aan opbrengsten
te realiseren dat bestaat uit:
1. een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;
2. alle niet-onredelijke kosten opgelopen door de groep.
Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op gebudgetteerde cijfers,
is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief zijn aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend
om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de
aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun
investering.
Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager
of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). De groep is ervan
overtuigd dat het overschot of tekort voortvloeiend uit het afrekeningmechanisme niet als een opbrengst of kost noch als een
onderdeel van het eigen vermogen mag worden beschouwd.
Op een gecumuleerde basis zou men kunnen argumenteren dat
het publiek een voorafbetaling (= overschot) gedaan heeft op
zijn toekomstig gebruik van het net. Het overschot (tekort) is als
zodanig geen provisie voor een toekomstig verlies (recuperatie)
van inkomsten maar een passiefschuld (vordering) aan (t.o.v.) de
gebruikers. Op basis van de elektriciteitswet is Elia van oordeel
dat het overschot (tekort) geen opbrengsten (kosten) vertegenwoordigt. Bijgevolg heeft de groep deze bedragen bedrag onder
de rubriek ‘Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten’ geboekt, ‘zie toelichting 4.15. Dit geeft de vermindering aan
in de toekomstige tarieven die door de regulator goedgekeurd
moeten worden.
Op dit moment zijn er geen definitieve IFRS-richtlijnen over de
berekening van het afrekeningmechanisme in een gereguleerde
context.
150 + 151
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
5.6. Informatie over verbonden partijen
De informatie die in het kader van de Belgische Corporate Governance Code wordt bekendgemaakt, wordt vermeld in het
bestuurverslag van de onderneming in dit jaarverslag.
TRANSACTIES MET LEIDINGGEVEND MANAGEMENT
Tot het leidinggevend managementpersoneel van de Elia groep
behoren de leden van het directiecomité. De leden van het directiecomité hebben het statuut van werknemers en de elementen van hun vergoeding zijn hieronder uiteengezet. Er bestaan
geen aandelenopties, kredieten of voorschotten ten gunste van
de bestuurders van de groep.
Vergoedingen leidinggevend management
2010
2009
Korte termijn personeelsbeloningen
Basisvergoedingen
Variabele vergoedingen
Vergoedingen na uitdiensttreding
Andere variabele vergoeding
1,6
0,6
0,4
0,9
1,7
0,5
0,4
0,0
Totale bruto vergoeding
3,5
2,6
7
0,5
27.487
7
0,4
23.989
(in € miljoen €)
Aantal personen
Gemiddelde bruto vergoeding per persoon
Aantal aandelen
TRANSACTIES MET GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Transacties tussen de onderneming en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd in de
consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.
In de boekjaren 2010 en 2009 waren er geen transacties tussen
Elia en HGRT of APX-Endex.
Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder
toegelicht.
2010
2009
Verkopen van goederen
Aankopen van goederen
Rente- en soortgelijke opbrengsten
3,7
1,6
0,0
1,3
1,4
0,0
Uitstaande balansposities tegenover
joint ventures en geassocieerde
­ondernemingen
Langetermijnvorderingen
Handelsvorderingen
Handelsschulden
0,0
1,7
1,6
0,0
0,3
0,1
(in € miljoen)
Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen
5.7. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen
DOCHTERONDERNEMINGEN
Elia System Operator NV/SA heeft rechtstreeks en onrechtstreeks over de volgende dochterondernemingen zeggenschap:
Naam
Land van vestging
Maatschappelijke zetel
Ondernemingsnummer
Belang %
2010
2009
Elia Asset NV
België
Keizerslaan 20
1000 Brussel
0475.028.202
99.99
99.99
Elia Engineering NV
België
Keizerslaan 20
1000 Brussel
0471.869.861
100.00
100.00
Belpex NV
België
Keizerinlaan 66
1000 Brussel
0874.978.602
-
60.00
Elia Re NV
Luxemburg
Rue de Merl 65
2146 Luxemburg
-
100.00
100.00
Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro en hebben dezelfde verslagdatum als Elia System Operator NV.
Naam
Land van vestiging
Maatschappelijke zetel
Ondernemingsnummer
Belang %
2010
2009
JOINT VENTURES
Eurogrid International CVBA
België
Keizerslaan 20
1000 Brussel
0823.637.886
60.00
-
Eurogrid GmbH
Duitsland
Eichenstraße 3a
12435 Berlin
HRB 68646
60.00
-
50Hertz Transmission GmbH
Duitsland
Eichenstraße 3a
12435 Berlin
HRB 84446
60.00
-
50Hertz Offshore GmbH
Duitsland
Eichenstraße 3a
12435 Berlin
HRB 108780 B
60.00
-
Gridlab GmbH
Duitsland
Sielowerstraße 5
03044 Cottbus
HRB 8821 CB
60.00
-
Frankrijk
1 Terrasse Bellini
F-92919 La Défense Cedex
438.262.800
RCS Nanterre
24.50
24.50
België
Kortenberglaan 71
B-1000 Brussel
808.569.630
28.49
33.3
Nederland
Strawinksylaan 729
NL-1077 XX Amsterdam
34.153.887
20.00
-
Luxemburg
2 Rue de Bitbourg
1273 Luxembourg-Hamm
B142.282
Luxembourg
9.46
14.29
EMCC European
Market Coupling
Duitsland
Hopfenmarkt 31
20457 Hamburg
HRB 106468
12.00
-
CAO Central Allocation
Office GmbH
Duitsland
Gute Änger 15
85356 Freising
HRB 174719
7.50
-
GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN DIE WORDEN GEBOEKT
VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE
H.G.R.T S.A.S.
(Holding de Gestionnaires
de Réseaux de Transport)
Coreso NV
APX-Endex Holding BV
ANDERE PARTICIPATIES
CASC-EU SA
5.8. Gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben zich geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan na
31 december 2010 die aanleiding geven tot een aanpassing of
vermelding in de boekhoudkundige gegevens in dit jaarverslag.
5.9. Niet-auditopdrachten uitgevoerd door
de commissarissen
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft de commissarissen Klynveld Peat Marwick Goerdeler Bedrijfsrevisoren
aangesteld (vertegenwoordigd door Alexis Palm KPMG Bedrijfsrevisoren BCVBA) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren (vertegen-
woordigd door Jacques Vandernoot) voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia System Operator NV/SA en
de audit van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator
NV/SA, Elia Asset NV/SA en Elia Engineering NV/SA.
De vergoedingen die aan de commissarissen zijn betaald voor
andere verplichtingen volgens de Belgische vennootschapswet
bedroegen € 10.975 voor het afgesloten jaar.
De vergoedingen aan de commissarissen voor andere activiteiten dan hierboven beschreven bedroegen € 569.182,38 voor
het jaar dat op 31 december 2010 werd afgesloten. Deze diensten hadden voornamelijk betrekking op de kapitaalverhoging,
de integratie van 50Hertz Transmission en belastingadvies.
De prestaties werden goedgekeurd door het Auditcomité.
152 + 153
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
verslag van het college
van commissarissen over
de geconsolideerde jaarrekening
154 + 155
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
regelgeving
en tarieven
1. Regelgeving – België
1.1 Federale wetgeving
De Elektriciteitswet, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, vormt de
algemene basis van en bevat de belangrijkste principes voor
de regelgeving, zoals de scheiding tussen de transmissieactiviteiten, het beheer en de toegang tot het transmissienet, de
tarifering en de oprichting van een regelgevende instantie. In enkele Koninklijke Besluiten zijn meer details opgenomen over de
elementen van de regelgeving.
1.2 Gewestelijke wetgeving
De drie gewesten van België zijn verantwoordelijk voor de distributie en lokale transmissie van elektriciteit over netten met
een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kV binnen hun
grondgebied, behalve voor de tariefbepaling, dat een federale
bevoegdheid is. Hun impact op het liberaliseringsproces is vergelijkbaar met de impact van de Elektriciteitswet op het federale niveau. De gewestdecreten zijn werden aangevuld met een
reeks andere regels die onder meer betrekking hebben op de
openbare dienstverlening, hernieuwbare energie, netbeheerders
en een goedkeuringsprocedure voor leveranciers.
1.3 Regelgevende instanties
Zoals voorgeschreven door het Europees recht, staat de Belgische elektriciteitsmarkt onder het toezicht en de controle van
onafhankelijke regelgevende instanties.
•
•
goedkeuring van de aanstelling van de onafhankelijke leden
van de Raad van Bestuur; en
goedkeuring van de tarieven voor aansluiting op, toegang tot
en gebruik van het net van Elia.
1.3.2 REGIONALE REGULATOREN
Het beheer van de elektriciteitsnetten met spanningen die gelijk
zijn aan of lager zijn dan 70 kV valt binnen de bevoegdheid van
de gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan een beheerder verplichten (met inbegrip van de Vennootschap wanneer hij deze
netten beheert) om een specifieke bepaling van de gewestelijke elektriciteitsregels na te leven, op straffe van administratieve
boetes of andere sancties. Op dit moment hebben de regionale
regulatoren geen bevoegdheid over de tariefbepaling, die uitsluitend een bevoegdheid van de CREG is.
1.4 Vaststellen van de tarieven
DE REGELGEVING INZAKE DE TARIEVEN
Elia ontleent het grootste deel van zijn inkomsten uit de gereguleerde tarieven voor het gebruik van het transmissienet (tariefontvangsten). Deze tarieven zijn vooraf goedgekeurd door de
CREG. Sinds 1 januari 2008 geldt een gereguleerd tarievenstelsel waarbij de goedgekeurde tarieven, behoudens uitzonderlijke
omstandigheden, gedurende een periode van 4 jaar van kracht
blijven. In december 2007 heeft de CREG de tarieven goedgekeurd die gelden voor de periode 2008-2011.
Het tarievenstelsel steunt op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudnormen (Be GAAP).
1.3.1 FEDERALE REGULATOR
De CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en
het Gas) is de federale regulator. Zijn bevoegdheden ten opzichte
van Elia omvatten onder andere:
• goedkeuring van de standaardvoorwaarden van de drie
belangrijkste contracten die de vennootschap op federaal
niveau gebruikt: aansluiting, toegang en ARP;
• goedkeuring van het capaciteitstoewijzingssysteem aan de
grenzen tussen België en de buurlanden;
De tarieven worden vastgesteld op basis van de gebudgetteerde kosten, verminderd met een bepaald aantal niet-tarifaire
opbrengsten en op basis van een raming van de volumes elektrische energie die van het net worden afgenomen.
Eén van de kosten waarmee rekening wordt gehouden, is de
verwachte waarde van de toegestane billijke vergoeding en de
verwachte waarden van de verschillende kostencategorieën,
waaronder de kosten waarover Elia een rechtstreekse controle
heeft (de ‘beheersbare kosten’) en de kosten waarover Elia geen
rechtstreekse controle heeft (de ‘niet-beheersbare kosten’).
Deel B
Indien het effectieve gemiddelde eigen vermogen van Elia hoger
is dan het referentie eigen vermogen, wordt voor het surplus een
verminderd percentage gehanteerd, dat berekend wordt door
toepassing van de formule: [(OLO n + 70 basispunten)].
Deel C
BILLIJKE VERGOEDING
De billijke vergoeding vergoedt het kapitaal dat in het net werd
geïnvesteerd. Voor deze vergoeding wordt de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerde actief gebruikt (Regulated
Asset Base - RAB). Deze wordt op jaarbasis berekend rekening
houdend met de nieuwe investeringen, de afschrijvingen en de
wijziging in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
Indien het geconsolideerde eigen vermogen meer dan 33%
van het gemiddelde gereguleerde actief vertegenwoordigt, wat
sinds 2008 en ook op dit ogenblik het geval is, wordt de billijke
vergoeding berekend volgens onderstaande formule:
• A: [33% x gemiddelde RAB x [(OLO n) + (beta x risicopremie)]] plus
• B: [(S — 33%) x gemiddelde RAB x (OLO n + 70 basispunten)] min
• C: correctie van de te hoge afschrijvingspercentages uit het
verleden, waarbij
- OLO n de interestvoet van de Belgische lineaire obligaties
op 10 jaar voor het desbetreffende jaar vertegenwoordigt;
- S = geconsolideerd eigen vermogen / RAB volgens de Belgische boekhoudnormen (Be GAAP);
- de Beta zal op termijn worden berekend op basis van
de noteringen van het Elia-aandeel in vergelijking met de
Bel20-index over een periode van 7 jaar. In een overgangsfase voorziet de tarifaire regelgeving het gebruik van de
beta van Electrabel voor de periode die voorafgaat aan de
beursintroductie van Elia. De waarde van de betaparameter is minstens 0,3.
Deel A
Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de
CREG voor het jaar ‘n’, is gelijk aan de som van de risicoloze
rente, dit wil zeggen de gemiddelde rente van de Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, en een premie voor het beursrisico die
wordt gewogen door de toepasselijke betafactor.
De regelgeving inzake de tarieven voorziet een risicopremie van
3,5%. Voor 2009 wordt de toepasselijke betafactor berekend op
basis van de historische beta van Electrabel, vergeleken met de
Bel20-index, over een periode van 7 jaar.
De CREG beveelt voor Elia een solvabiliteitsratio (gemiddeld eigen vermogen/gemiddelde van de gereguleerde activa) aan die
zo dicht mogelijk bij 33% ligt. Deze ratio (33%) wordt toegepast
op de gemiddelde waarde van het gereguleerde actief (RAB)
van Elia om het referentie eigen vermogen van Elia te bepalen.
Daarenboven heeft de CREG beslist jaarlijks de billijke vergoeding met €12,4 miljoen (vóór belastingen) te verminderen tot en
met 2012, wegens de te snelle afschrijvingen vóór de aanstelling
van Elia System Operator NV als transmissienetbeheerder, die zij
als overdreven beschouwt.
De regelgeving inzake de tarieven voorziet eveneens de mogelijkheid om een hoger vergoedingspercentage te bepalen voor
de kapitalen die geïnvesteerd zijn voor de financiering van bepaalde projecten van nationaal of Europees belang. Bij gebrek
aan een uitvoeringsbesluit voor deze bepaling van de Elektriciteitswet werd deze maatregel niet ingevoerd in 2010.
NIET-BEHEERSBARE KOSTEN
De kosten waarover Elia geen rechtstreekse controle heeft (de
‘niet-beheersbare kosten’) maken integraal deel uit van de kosten waarmee rekening wordt gehouden bij het uitwerken van de
tarieven. De tarieven worden vastgelegd op basis van de geraamde waarden van deze kosten.
Anderzijds worden de saldi met betrekking tot de (positieve of
negatieve) niet-beheersbare kosten, dit wil zeggen het verschil
tussen de reële en de geraamde kosten, vastgesteld ex-post en
wordt hun toekenning bepaald door een Koninklijk Besluit waarover in de Ministerraad een beslissing werd genomen.
BEHEERSBARE KOSTEN
De kosten waarover Elia rechtstreekse controle heeft (de ‘beheersbare kosten’) zijn onderworpen aan een incentive reguleringsmechanisme: op deze kosten wordt een factor toegepast
voor de verbetering van de productiviteit en de efficiëntie. Deze
factor geeft de inspanningen weer die Elia dient te leveren om
dergelijke kosten te beheren: de toegestane kosten voor het uitwerken van de tarieven worden vastgelegd na toepassing van
deze factor. Voor de periode 2008-2011 wordt de door Elia toe
te passen productiviteitsgroeifactor vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 18 december 2007. Voor 2010 bedroeg deze
inspanning € 7 miljoen. Anderzijds worden de saldi met betrekking tot de (positieve of negatieve) beheersbare kosten, dit wil
zeggen het verschil vastgesteld ex-post tussen de reële en de
toegestane kosten, in principe opgeteld bij of afgetrokken van
de billijke vergoeding.
156 + 157
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
2. Regelgeving in Duitsland
2.1 Toepasselijke wetgeving
De Duitse regelgeving voor de elektriciteitsmarkten is vastgelegd in verschillende wetten. De belangrijkste wet is de Duitse
Energiewet (Energiewirtschaftsgesetz — “EnWG”), die het algemene juridische kader bepaalt voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door
een aantal wetten, verordeningen en regelgevende besluiten,
die gedetailleerde regels over het huidige incentive reguleringsmechanisme, regelgevende boekhoudkundige methoden en
regelingen voor toegang tot het net bevatten, waaronder:
•
•
•
e verordening over de tarieven voor toegang tot het elektricid
teitsnet 2005 (Verordnung über die Entgelte für den Zugang
zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzentgeltverordnung — “StromNEV”)), zoals van tijd tot tijd gewijzigd, die,
onder andere, principes (Grundsätze) en methoden voor de
berekening van de nettarieven en de verdere verplichtingen
van netbeheerders vastlegt;
de verordening over de toegang tot het elektriciteitsnet 2005
(Verordnung über den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzzugangsverordnung — “StromNZV”)),
zoals van tijd tot tijd gewijzigd, en onlangs door Artikel 2,
eerste lid van de verordening van 17 oktober 2008, die, onder andere, verdere details bepaalt over het verlenen van
toegang tot de transmissienetten (en andere soorten van
netten) door het opzetten van een balancingmechanisme
(Bilanzkreissystem), de nominatie van elektriciteitsleveringen, regelenergie en verdere algemene verplichtingen, bv.
capaciteitstekorten (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, meting, minimumvereisten voor verschillende
soorten contracten en de plicht van bepaalde netbeheerders
om het balancingmechanisme voor hernieuwbare energie te
beheren; en
de verordening over de incentiveregulering 2007 (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorungsnetze (Anreizregulierungsverordnung — “ARegV”)), zoals
van tijd tot tijd gewijzigd, die de basisregels uiteenzet voor
incentiveregulering van transmissienetbeheerders en andere
netbeheerders (zoals hieronder verder is beschreven onder
“Tariefbepaling in Duitsland”). Het geeft ook een algemene
beschrijving van hoe de efficiëntie moet worden gebenchmarkt, welke kosten er bij de efficiëntiebenchmarking worden betrokken, de methode om inefficiëntie vast te stellen
en hoe dit zich vertaalt naar de jaarlijkse doelstellingen voor
hogere efficiëntie.
2.2 Regelgevende instanties in Duitsland
De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland
zijn het federale netwerkagentschap, (Bundesnetzagentur —
“BNetzA”) in Bonn voor netten waarop meer dan 100.000
netgebruikers direct of indirect zijn aangesloten en de specifieke regelgevende instanties in de respectieve federale staten
voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers direct
of indirect zijn aangesloten. De regelgevende instanties zijn,
onder andere, verantwoordelijk voor het op niet-discriminatoire
wijze verlenen van toegang aan derden tot de netten en het
controleren van de tarieven voor gebruik van de systemen die
de transmissienetbeheerders hanteren. 50Hertz en 50Hertz
Offshore vallen binnen de bevoegdheid van het BNetzA.
2.3 Vaststellen van de tarieven in Duitsland
Er is een nieuw tariefreguleringsmechanisme opgezet in Duitsland door de ARegV. Krachtens de ARegV, worden vanaf 1 januari 2009 nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde “inkomstenlimiet” zoals vastgesteld door het BNetzA te genereren
voor elke regulatoire periode en voor elke transmissienetbeheerder. De inkomstenlimiet wordt voornamelijk bepaald door de
kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige
regulatoire periode, behalve wanneer deze wordt aangepast in
specifieke gevallen die in de ARegV zijn bepaald. Het is aan de
netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke regulatoire periode duurt vijf
jaar en de eerste regulatoire periode is ingegaan op 1 januari
2009 en loopt af op 31 december 2013. De tarieven zijn openbaar en kunnen niet met klanten worden onderhandeld. Individuele tarieven worden slechts aan bepaalde klanten (in bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden
vermeld) toegestaan in overeenstemming met § 19 StromNEV
(bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet
deze individuele tarieven goedkeuren.
Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt als volgt in twee categorieën ingedeeld:
•
ermanent niet-beïnvloedbare kosten (Permanently Nonp
Influenceable Costs-“PNIC”): deze kosten zijn volledig
geïntegreerd in de “inkomstenlimiet” en worden volledig,
maar met een vertraging van twee jaar, gerecupereerd via
de nettarieven. PNIC omvatten het rendement op het eigen
vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgelegd op 0,8 procent van de geactiveerde investeringskosten
van de respectieve investeringen). De financieringskosten
die betrekking hebben op de investeringsbudgetten zijn op
dit moment geplafonneerd op het laagste bedrag tussen de
effectieve financieringskosten of de financieringskosten die
zijn berekend in overeenstemming met een gepubliceerde
richtlijn van het BNetzA. Bovendien omvatten de PNICkosten voor ondersteunende diensten, verliezen op het net
en inschakelingskosten. Deze kosten zijn opgenomen in de
inkomstenlimiet op basis van een procedureel reguleringsmechanisme dat door het BNetzA is bepaald in overeenstemming met § 11 Abs. 2 ARegV (FSV) die een incentive
biedt aan een netbeheerder om beter te presteren dan de
geplande kosten. Dat gebeurt via een bonus- en boetemechanisme. De kosten voor systeemdiensten zijn gebaseerd
op geplande kosten (rekening houdend met de evolutie van
de benodigde volumes en de prijsevolutie) in plaats van op
de opgelopen kosten in het basisjaar en daarom is alleen de
productiviteitsfactor van toepassing op deze kosten. Hoewel het mechanisme voor ondersteunende diensten en netverliezen voor de huidige regulatoire periode is vastgelegd,
moet het voor inschakelingskosten nog worden goedgekeurd voor de periode vanaf 2011. Bovendien kan dit model
in de tweede regulatoire periode vanaf 2014 worden goedgekeurd of gewijzigd;
•
tijdelijk niet-beïnvloedbare kosten (Temporaly non-influenceable Costs“TNIC”) en beïnvloedbare kosten (Influenceable
Costs“IC”): deze kosten omvatten het rendement op het
eigen vermogen, de afschrijvingen, de financieringskosten
en bedrijfsbelasting en zijn onderworpen aan een incentiveringsmechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en
dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op IC), een
productiviteitsgroeifactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNIC en IC) over een periode van vijf jaar omvat.
Bovendien voorziet het huidige incentivemechanisme de
toepassing van een kwaliteitsfactor, maar de criteria en het
implementatiemechanisme voor deze factor moeten nog
door het BNetzA worden beschreven. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënte
kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, zijn
de toegestane financieringskosten die verbonden zijn aan de
beïnvloedbare kosten geplafonneerd op het laagste bedrag
van de effectieve financieringskosten in het basisjaar of de
impliciete financieringskosten op basis van het gemiddelde
op 10 jaar van de Umlaufsrenditen festverzinslicher Wertpapiere inländischer Emittenten (10-jarig gemiddeld rendement
van de nationale vastrentende effecten dat door de Bundesbank wordt gepubliceerd) in het basisjaar.
Voor het rendement op het eigen vermogen, bevat de
wet- en regelgeving bepalingen over het toegestane rendement op het eigen vermogen. Dit wordt opgenomen in
de TNIC/IC voor wat de activa betreft die behoren tot de
regulated asset base (gereguleerde actief) en in de PNIC
voor wat de activa betreft die in de investeringsbudgetten zijn goedgekeurd. Voor de eerste regulatoire periode
(2009-2013), is het rendement op het eigen vermogen
vastgesteld op 7,56 procent voor investeringen vóór
2006 en 9,29 procent voor investeringen sinds 2006,
op basis van 40 procent van de totale inventariswaarde
als “gefinancierd door eigen vermogen” en waarbij de
rest als “quasi-schuld” wordt behandeld. Het rendement
op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting.
Naast de inkomstenlimiet, ontvangt 50Hertz een vergoeding voor kosten die zijn opgelopen in verband met de
verplichtingen inzake hernieuwbare energie, waaronder
EEG- en CHP/KWKG-verplichtingen, met inachtneming
van specifieke regulatoire mechanismen die gericht zijn
op een evenwichtige behandeling van uitgaven en inkomsten.
158 + 159
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
informatie met betrekking tot
de moedervennootschap
Uittreksels van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator NV, opgesteld in overeenstemming met de Belgische
boekhoudkundige normen worden hierna in verkorte vorm
weergegeven.
Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zal de
volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale
Bank van België.
Deze documenten zullen tevens beschikbaar worden gesteld
op Elia’s website, www.elia.be en kunnen op aanvraag worden
verkregen bij Elia System Operator NV, Keizerslaan 20, 1000
Brussel, België. Het college van revisoren maakte een verklaring
zonder voorbehoud met toelichtende paragraaf bij de statutaire
jaarrekening.
1. Balans na winstverdeling
ACTIVA
2010
2009
(in € miljoen)
VASTE ACTIVA
3.612,7
3.314,4
Financiële vaste activa
Verbonden ondernemeningen
Deelnemingen
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
Deelnemingen
Andere financiële vast activa
3.612,7
3.583,0
3.583,0
29,4
29,4
0,3
3.314,4
3.306,0
3.306,0
8,4
8,4
0,0
942,3
896,6
93,8
93,8
94,2
94,2
4,7
4,7
4,7
4,7
Vorderingen op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
602,1
165,4
436,7
627,4
198,1
429,3
Geldbeleggingen
Overige geldbeleggingen
120,0
120,0
103,3
103,3
Liquide middelen
99,3
55,9
Overlopende rekeningen
22,4
11,1
4.555,0
4.211,0
VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen op meer dan één jaar
Overige vorderingen
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Bestellingen in uitvoering
TOTAAL DER ACTIVA
PASSIVA
2010
2009
(in € miljoen)
EIGEN VERMOGEN
1.586,8
1.298,0
Kapitaal
Geplaatst kapitaal
1.505,4
1.505,4
1.205,7
1.205,7
8,5
8,5
67,6
67,6
51,4
51,4
Overgedragen winst
5,3
32,4
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN
3,0
3,5
Voorzieningen voor risico's en kosten
Overige risico's en kosten
3,0
3,0
3,5
3,5
SCHULDEN
2.965,2
2.909,5
Schulden op meer dan één jaar
Financiële schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Kredietinstellingen
Overige leningen
2.553,8
2.553,8
1.998,0
60,0
495,8
2.553,4
2.553,4
1.997,6
60,0
495,8
Schulden op ten hoogste één jaar
Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen
Financiële schulden
Kredietinstellingen
Handelsschulden
Leveranciers
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
Belastingen
Bezoldigingen en sociale lasten
Overige schulden
309,5
0,0
0,0
0,0
128,4
128,4
8,9
7,3
0,2
7,1
164,9
266,3
0,0
0,0
0,0
117,3
117,3
7,1
7,0
0,2
6,8
134,9
Overlopende rekeningen
101,9
89,8
4.555,0
4.211,0
Uitgiftepremies
Reserves
Wettelijke reserve
TOTAAL DER PASSIVA
160 + 161
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
2. Winst- en verliesrekening
(in € miljoen)
2010
2009
BEDRIJFSOPBRENGSTEN
723,2
744,4
Omzet
Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen
in uitvoering (toename +, afname -)
Andere bedrijfsopbrengsten
718,7
0,0
737,0
2,1
4,5
5,3
BEDRIJFSKOSTEN
(563,6)
(578,6)
Diensten en diverse goederen
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -)
(531,1)
(32,8)
0,3
(549,3)
(29,7)
0,4
159,6
165,8
53,6
46,7
6,9
70,1
55,5
14,6
(133,7)
(132,0)
(1,7)
(135,3)
(132,4)
(2,9)
79,5
100,6
9,7
0,4
9,7
0,0
0,0
0,4
Uitzonderlijke kosten
Andere uitzonderlijke kosten
(4,8)
(4,8)
0,0
0,0
WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING
84,4
101,0
(10,9)
(10,9)
0,0
(16,7)
(16,7)
0,0
73,5
84,3
BEDRIJFSWINST
Financiële opbrengsten
Opbrengsten uit financiële vaste activa
Opbrengsten uit vlottende active
Financiële kosten
Kosten van schulden
Andere financiële lasten
WINST UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING VOOR BELASTING
Uitzonderlijke opbrengsten
Meerwaarde realisatie vaste activa
Andere uitzonderlijke opbrengsten
Belastingen op het resultaat
Belastingen
Regularisatie van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belasting
WINST VAN HET BOEKJAAR
GRI-inhoudsopgave
PROFIEL
Indicator
Omschrijving
Pagina
1. STRATEGIE EN ANALYSE
1.1
Een verklaring van raad van bestuur over relevantie van duurzame ontwikkeling voor de
organisatie en haar strategie.
1, 2
2. ORGANISATIEPROFIEL
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
Naam van de organisatie.
Voornaamste merken, producten en/of diensten.
Operationele structuur van de organisatie, met inbegrip van divisies, dochterondernemingen en
samenwerkingsverbanden.
Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie.
Het aantal landen waar de organisatie actief is (met relevantie voor de duurzaamheidskwesties).
Eigendomsstructuur en de rechtsvorm.
2.7
2.8
fzetmarkten (geografische verdeling, sectoren en soorten klanten).
A
Omvang van de verslaggevende organisatie.
2.9
ignificante veranderingen tijdens de verslagperiode wat betreft omvang, structuur of
S
eigendom.
Onderscheidingen die tijdens de verslagperiode werden toegekend.
2.10
1
4
4, 115
163
4
150, 151, 158,
159
4
4, 72, 75, 152,
153
6 tot 9, 90 tot 93
6, 18, 72
3. VERSLAGPARAMETERS
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
3.6
3.8
3.12
erslagperiode waarop de verstrekte informatie betrekking heeft.
V
Datum van het meest recente verslag.
Verslaggevingscyclus (jaarlijks, tweejaarlijks, etc.).
Contactpunt voor vragen over het verslag of de inhoud ervan.
Proces voor het bepalen van de inhoud van het verslag, met inbegrip van: relevantie,
materialiteit en stakeholders.
Afbakening van het verslag.
Basis voor verslaggeving over samenwerkingsverbanden, dochterondernemingen in
gedeeltelijke eigendom, gehuurde faciliteiten, uitbestede activiteiten of andere entiteiten.
Inhoudsopgave.
163
163
163
1, 10, 11,
81 tot 83
163
115 tot 124
161, 162
162 + 163
FINANCIEEL VERSLAG
ELIA 2010
Indicator
Omschrijving
Pagina
4. BESTUUR, VERPLICHTINGEN EN BETROKKENHEID
4.1
4.2
4.3
4.4
4.14
4.15
e bestuursstructuur van de organisatie, met inbegrip van commissies die vallen onder het
D
hoogste bestuurslichaam.
Geef aan of de voorzitter van het hoogste bestuurslichaam eveneens een leidinggevende
functie heeft.
Voor organisaties met een enkelvoudige bestuursstructuur: vermeld het aantal onafhankelijke
en/of niet-leidinggevende leden van het hoogste bestuurslichaam.
Overlegorganen voor aandeelhouders en medewerkers voor aanbevelingen of
medezeggenschap op het hoogste bestuurslichaam.
Lijst van relevante groepen belanghebbenden voor de organisatie.
Basis voor inventarisatie en selectie van stakeholders.
86 tot 90
86
86
82, 93, 94
81 tot 84
72 , 73, 75
PERFORMANTIE-INDICATOREN
Indicator
Omschrijving
Pagina
EC1
irecte economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd, waaronder inkomsten,
D
operationele kosten, personeelsvergoedingen,donaties en overige maatschappelijke
investeringen, ingehouden winst en betalingen aan kapitaalverstrekkers en overheden.
128, 129
EC2
inanciële implicaties en andere risico’s en opportuniteiten voor de activiteiten van de
F
organisatie als gevolg van de klimaatverandering.
Ontwikkeling en gevolgen van investeringen in infrastructuur en diensten, voornamelijk
openbare investeringen die worden gerealiseerd via een commerciële prestatie, in natura of
kosteloos.
ECONOMISCH
EC8
24, 25, 49 tot 51
32 tot 36
MILIEU
EN5
EN6
EN7
EN11
EN12
EN14
EN18
EN22
EN26
EN30
nergie die bespaard is door besparingen en efficiëntieverbeteringen.
E
Initiatieven ten behoeve van energie-efficiëntie of op duurzame energie gebaseerde producten
en diensten, evenals verlagingen van de energie-eisen als resultaat van deze initiatieven.
Initiatieven ter verlaging van het indirecte energieverbruik en reeds gerealiseerde verlaging.
Locatie en oppervlakte van het land dat eigendom is, gehuurd wordt, beheerd wordt in of grenst
aan beschermde gebieden en gebieden met een hoge biodiversiteitswaarde buiten beschermde
gebieden.
Beschrijving van significante gevolgen van activiteiten, producten en diensten op de
biodiversiteit in beschermde gebieden en gebieden met een hoge biodiversiteitswaarde buiten
beschermde gebieden.
Strategieën, huidige maatregelen en toekomstige plannen voor het beheersen van de gevolgen
van de biodiversiteit.
Initiatieven ter verlaging van de emissie van broeikasgassen en gerealiseerde verlagingen.
Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode.
Initiatieven ter compensatie van de milieugevolgen van producten en diensten en de omvang
van deze compensatie.
Totale uitgaven en investeringen voor de bescherming van het milieu, naar type.
56, 57
64, 65
63
58
58
58
54, 59
59
59 tot 61
61
SOCIAAL: ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN EN VOLWAARDIG WERK
LA1
LA7
LA10
LA11
LA12
otale personeelsbestand naar type werk, arbeidsovereenkomst en regio.
T
Percentage arbeidsongevallen, beroepsziekten, afwezigheden, aantal verloren werkdagen en
aantal dodelijke ongevallen per geografische zone.
Gemiddeld aantal uren dat een werknemer per jaar besteedt aan opleidingen, onderverdeeld
naar werknemerscategorie.
Programma’s voor competentiemanagement en levenslang leren die de blijvende inzetbaarheid
van werknemers garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan.
Percentage medewerkers dat regelmatig wordt ingelicht omtrent prestatie- en
loopbaanontwikkeling.
72, 75
77, 78
74
74
73
verslaggevings­
parameters
Maatschappelijke zetel
Verslaggevingsperiode
Dit verslag beperkt zich tot Elia System Operator en Elia Asset,
die als één economische entiteit handelen onder de naam Elia,
en tot 50Hertz Transmission.
Dit jaarverslag behelst de periode van 1/1/2010 tot
31/12/2010.
De maatschappelijke zetel van
Elia System Operator en Elia Asset is gevestigd
Keizerslaan 20
te 1000 Brussel
De maatschappelijke zetel van
50Hertz Transmission GmbH is gevestigd
Eichenstraße 3A
12435 Berlin
De maatschappelijke zetel van
Eurogrid International is gevestigd
Kortenberglaan 71
te 1000 Brussel
Het is opgesteld volgens de principes van duurzaamheids­
verslaggeving zoals voorgeschreven in de GRI-richtlijnen.
Contact
Lise Mulpas
Corporate Communication
Keizerlaan 20
1000 Brussel
[email protected]
Tel. : 02 526 73 75
Fax : 02 546 72 90
Lijst van afkortingen
www.elia.be
Inhoudstafel
een verantwoordelijke onderneming ten dienste
van de klanten en de gemeenschap
Zetel van de vennootschap Elia
Keizerslaan, 20, B-1000 Brussel
T +32 2 546 70 11 - F +32 2 546 70 10
[email protected]
Association pour la Promotion des Energies Renouvelables
BBEMG
Belgian BioElectroMagnetic Group
BREEAM
BRE Environmental Assessment Method
BRUGEL
Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CREG
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas
CWAPE
Commission Wallonne pour l’Energie
ICEDD
Institut de Conseil et d’Etudes pour le Développement Durable
ICNIRP
International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection
OVAM
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
VREG
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Electriciteits- en Gasmarkt
CWE
Central Western Europe
ENTSO-E
European Network of Transmission System Operators for Electricity
EMF
Elektromagnetische velden
GIS
Gas insulated switch gear
KB
Koninklijk Besluit
PBM
Persoonlijke Beschermingsmiddelen
PCB
Polychloorbifenyl
REG
Rationeel energiegebruik
Contactpersonen
Eva Suls, T +32 2 546 73 78
Axelle Pollet, T +32 2 546 75 11
JAARVERSLAG 2010
Concept en eindredactie
Elia, departement Communicatie
Grafische vormgeving en drukbegeleid
www.witvrouwen.be
Illustraties
Renaud Collin
Foto’s Elia
Olivier Polet, Alain Schroeder, Guy Van Hooveld,
Fototheek Elia
Foto’s 50Hertz
Jan Pauls, Andreas Teich, 50Hertz Library
Verantwoordelijke uitgever
Jacques Vandermeiren
kWh
Kilowattuur
Ce document est également disponible en français.
This document is also available in English.
Dieses Dokument ist auch auf Deutsch verfügbar.
MW
Megawatt
April 2011
MWh
Megawattuur (=1.000 kWh)
gWh
Gigawattuur (=1.000 MWh)
kV
Kilovolt (=1.000 Volt)
EXECUTIVE REPORT
Voorwoord* Profiel en waarden
Markante feiten in 2010* Vooruitzichten en uitdagingen voor 2011* De Elia groep in 2010: een strategische wending Het aandeel van Elia in 2010
2
4
6
10
12
14
ECONOMISCH VERSLAG
Netexploitatie
Infrastructuur
Investeringen
Het Elia-net in België Het net van 50Hertz Transmission in Duitsland
Internationale projecten Onderhoud van het net Werking van de markt
Preventief beheer van kritieke situaties op het net
De toekomst voorbereiden: onderzoek & ontwikkeling* 24
30
31
32
35
36
39
41
46
49
MILIEUVERSLAG
Milieudoelstellingen en -indicatoren
57
SOCIAAL VERSLAG
Personeelsbeleid
Veiligheid en welzijn van de werknemers
Relaties met stakeholders
71
76
81
CORPORATE GOVERNANCE
Samenstelling bestuursorganen*
Belangrijke gebeurtenissen in 2010* Gedragscode*
Vergoeding van de leden van de raad van bestuur
en het directiecomité* Beschrijving van de belangrijkste kenmerken
van de interne controle- en risicobeheersystemen* Beschrijving van de risico’s en onzekerheden waarmee
de onderneming wordt geconfronteerd* ELIA JAARVERSLAG 2010
APERe
FINANCIEEL VERSLAG
Geconsolideerde jaarrekening IFRS* Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening* Verslag van het college van commissarissen over
de geconsolideerde jaarrekening
Regelgeving en tarieven*
Informatie met betrekking tot de moedervennootschap*
GRI index Reportingparameters 86
91
95
96
100
102
108
113
152
154
158
161
164
*Deze hoofdstukken vormen het jaarverslag cf. artikel 119 Wetboek van vennootschappen
Denmark
Energinet.dk
Denmark
SchleswigHolstein
Legend
Rostock
Switching Station (in large part with transition to distribution system operators)
220 kV
Güstrow
Hamburg
Schwerin
Neubrandenburg
380 kV
MecklenburgWestern-Pomerania
380 kV planned / under construction
380 / 220 kV
Other companies
line
380 kV
line planned /
under construction
380 kV
line
220 kV
Operating voltage ( kV )
Other companies
Situation au
Stand op
1-1-2011
Brandenburg
Lower Saxony
PSE Operator
Poland
SaxonyAnhalt
Berlin
110
220
380 / 220 kV
HVDC/DC link
400 kV
Grid connection offshore
under construction
150 kV
Potsdam
TenneT
110
380+220
Magdeburg
System users :
Our customers include the regional distribution system operators as well as power
plants, pump storage plants, wind farms
and big industry connected to the transmission system.
Cottbus
Halle
Conventional power plant
( lignite- or hard-coal fired, nuclear
or gas turbine power plant )
Leipzig
110
Saxony
under construction
Legend
Pump storage plant
Dresden
Weimar
Switching Station (in large
part with tranErfurt
sition to distribution system operators)
Wind power plant onshore / offshore
planned / under construction
Frankfurt (Oder)
Eisenach
Hesse
Jena
Gera
220 kV
Chemnitz
Thuringia 380 kV
Zwickau
380 kV planned / under construction
ČEPS
Czech Republic
380 / 220 kV
Other companies
Bavaria
Netwerk Elia
line
380 kV
line planned /
under construction
380 kV
TenneT
Netwerk 50Hertz
Lijst van afkortingen
www.elia.be
Inhoudstafel
een verantwoordelijke onderneming ten dienste
van de klanten en de gemeenschap
Zetel van de vennootschap Elia
Keizerslaan, 20, B-1000 Brussel
T +32 2 546 70 11 - F +32 2 546 70 10
[email protected]
Association pour la Promotion des Energies Renouvelables
BBEMG
Belgian BioElectroMagnetic Group
BREEAM
BRE Environmental Assessment Method
BRUGEL
Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CREG
Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas
CWAPE
Commission Wallonne pour l’Energie
ICEDD
Institut de Conseil et d’Etudes pour le Développement Durable
ICNIRP
International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection
OVAM
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
VREG
Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Electriciteits- en Gasmarkt
CWE
Central Western Europe
ENTSO-E
European Network of Transmission System Operators for Electricity
EMF
Elektromagnetische velden
GIS
Gas insulated switch gear
KB
Koninklijk Besluit
PBM
Persoonlijke Beschermingsmiddelen
PCB
Polychloorbifenyl
REG
Rationeel energiegebruik
Contactpersonen
Eva Suls, T +32 2 546 73 78
Axelle Pollet, T +32 2 546 75 11
JAARVERSLAG 2010
Concept en eindredactie
Elia, departement Communicatie
Grafische vormgeving en drukbegeleid
www.witvrouwen.be
Illustraties
Renaud Collin
Foto’s Elia
Olivier Polet, Alain Schroeder, Guy Van Hooveld,
Fototheek Elia
Foto’s 50Hertz
Jan Pauls, Andreas Teich, 50Hertz Library
Verantwoordelijke uitgever
Jacques Vandermeiren
kWh
Kilowattuur
Ce document est également disponible en français.
This document is also available in English.
Dieses Dokument ist auch auf Deutsch verfügbar.
MW
Megawatt
April 2011
MWh
Megawattuur (=1.000 kWh)
gWh
Gigawattuur (=1.000 MWh)
kV
Kilovolt (=1.000 Volt)
EXECUTIVE REPORT
Voorwoord* Profiel en waarden
Markante feiten in 2010* Vooruitzichten en uitdagingen voor 2011* De Elia groep in 2010: een strategische wending Het aandeel van Elia in 2010
2
4
6
10
12
14
ECONOMISCH VERSLAG
Netexploitatie
Infrastructuur
Investeringen
Het Elia-net in België Het net van 50Hertz Transmission in Duitsland
Internationale projecten Onderhoud van het net Werking van de markt
Preventief beheer van kritieke situaties op het net
De toekomst voorbereiden: onderzoek & ontwikkeling* 24
30
31
32
35
36
39
41
46
49
MILIEUVERSLAG
Milieudoelstellingen en -indicatoren
57
SOCIAAL VERSLAG
Personeelsbeleid
Veiligheid en welzijn van de werknemers
Relaties met stakeholders
71
76
81
CORPORATE GOVERNANCE
Samenstelling bestuursorganen*
Belangrijke gebeurtenissen in 2010* Gedragscode*
Vergoeding van de leden van de raad van bestuur
en het directiecomité* Beschrijving van de belangrijkste kenmerken
van de interne controle- en risicobeheersystemen* Beschrijving van de risico’s en onzekerheden waarmee
de onderneming wordt geconfronteerd* ELIA JAARVERSLAG 2010
APERe
FINANCIEEL VERSLAG
Geconsolideerde jaarrekening IFRS* Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening* Verslag van het college van commissarissen over
de geconsolideerde jaarrekening
Regelgeving en tarieven*
Informatie met betrekking tot de moedervennootschap*
GRI index Reportingparameters 86
91
95
96
100
102
108
113
152
154
158
161
164
*Deze hoofdstukken vormen het jaarverslag cf. artikel 119 Wetboek van vennootschappen

Vergelijkbare documenten

in het hart van de energietransitie - Elia Group

in het hart van de energietransitie - Elia Group ECONOMISCH VERSLAG Netexploitatie Infrastructuur Investeringen Het Elia-net in België Het net van 50Hertz Transmission in Duitsland Internationale projecten Onderhoud van het net Werking ...

Nadere informatie