Luipaardgekko Verzorging www.luipaardgekko.nl

Commentaren

Transcriptie

Luipaardgekko Verzorging www.luipaardgekko.nl
Luipaardgekko Verzorging
www.luipaardgekko.nl
De luipaardgekko
De afgelopen jaren is het houden van reptielen in populariteit gestegen, mede door
“pioniersoorten” als de luipaardgekko. Dankzij de redelijk eenvoudige verzorging en zijn
veerkracht is deze ooglidgekko niet meer weg te denken uit de hobby.
De luipaardgekko is een erg goede keuze als je overweegt voor het eerst reptielen te gaan
houden. Met een goede verzorging kun je jaren lang plezier hebben van je luipaardgekko’s.
De luipaardgekko (latijnse naam: Eublepharis macularius) komt voor in (half)droge gebieden
van Afghanistan, Pakistan, Iran en India. De luipaardgekko is een van de 700 soorten uit de
familie Geckonidae en behoort tot de onderfamilie Eublepharinae. De geslachtsnaam
(Eublepharis) heeft de luipaardgekko te danken aan zijn beweegbare oogleden. Eublepharis
betekent, letterlijk vertaald, echt ooglid. De soortnaam (macularius) betekent gevlekt.
Uiterlijk
Luipaardgekko’s kunnen maximaal 25 cm lang worden. De staart is net iets korter dan de kop
en romp samen. De staart lijkt verdeeld te zijn in schijven. Op de rug heeft de gekko allemaal
kleine bultjes en de buik is glad. Deze gekko’s wegen als ze volwassen zijn gemiddeld zo’n
60 gram, maar omdat ze in hun staart een vet voorraad op slaan kan deze gekko wel de 100
gram halen. Van origine hebben ze een witgele basiskleur met zwarte vlekken. Omdat de
luipaard gekko makkelijk te kweken is en al vele jaren als huisdier gehouden wordt, zijn er
door selectief kweken vele kleuren ontstaan. Zo zijn er onder andere albino’s, patroonloze en
leucistische (=blizzard) gekko’s verkrijgbaar. Voor meer soorten plus foto’s kun je op deze
website kijken. Luipaard gekko’s hebben op de tenen nagels en geen hechtlamellen waardoor
ze niet tegen wanden op kunnen klimmen.
Als huisdier
Luipaardgekko’s zijn ideale beginners dieren.
Tijdens het vervellen…
Ze zijn makkelijk te houden en je kunt er heel veel van leren. Met een beetje geduld kun je ze
heel “tam” krijgen. Let bij de aankoop van een dier altijd op wat je krijgt. Kijk in het
terrarium waar ze in zitten. Liggen er veel uitwerpselen in de bak en zit er nog water in het
drinkbakje? Zo kun je een idee krijgen van hoe ze verzorgd worden. Kijk goed naar het
uiterlijk van de dieren. Hebben ze hun staarten nog (zie hantering) en zijn de ogen niet
ingevallen. Je moet niet te veel kijken naar de kleur. Gekko’s vervellen eens in de zoveel tijd
en dan word hun huid eerst heel dof. Je kunt aan de winkelier vragen hoe oud de beestjes zijn.
Het is ook geen slecht idee om nakweek van een particulier te kopen. Op www.marktplaats.nl
staan regelmatig advertenties voor luipaardgekko’s (kijk bij ‘dieren/toebehoren’ en dan onder
‘reptielen/hagedissen/slangen’. Laat je niet te snel afschrikken door het feit dat het
nachtdieren zijn. Als je ze rond de zelfde tijd voert zullen ze na verloop van tijd op je staan te
wachten. Luipaardgekko’s kunnen gerust 10 jaar of ouder worden.
Hanteren
Jonge dieren zijn vaak onrustig en rennen snel weg maar naarmate ze ouder worden, worden
ze ook wat rustiger. Laat ze rustig aan je wennen en pak ze niet te vaak vast. Zo kunnen ze
last krijgen van stress en ziek worden! Als je ze je hand op lokt zullen ze na verloop van tijd
graag op je hand zitten. Het verschilt ook per dier hoe tam ze worden. Het ene dier is wat
schuwer dan het andere. Pas altijd op voor de staart. Gekko’s werpen bij gevaar hun staart af
(autotomie) als afleiding voor hun vijand. Als ze bij de staart vastgehouden worden zullen ze
deze afwerpen. Het groeit wel weer aan maar wordt nooit zo mooi meer als ervoor.
Rustig oppakken..
Geslachtsbepaling
Zo’n zes maanden na het uitkomen van het ei kun je het geslacht met blote oog bepalen. Je
kunt dit zien door de in v-vorm liggende pre-anale poriën tussen de achterpoten (zie plaatje
hier onder). Soms kun je na 6 maanden ook de vorming van de hemipenissen (de twee
verdikkingen bij de staartwortel) al zien maar let vooral op de poriën. Voor een redelijke
schatting van het geslacht kun je ook al kijken als ze een maand oud zijn. Let dan op
eventuele ontwikkeling van de poriën. Hierbij heb je een vergrootglas nodig die zo’n 10x
vergroot. Het is belangrijk om te weten of je een mannetje of vrouwtje hebt, omdat je
volgroeide mannetjes niet bij elkaar kunt houden. Doe je dit wel dan zal de sterkste overleven.
Zolang ze niet volgroeid zijn kun je ze wel bij elkaar houden maar ga alvast op zoek naar een
andere woning voor een van de twee.
Man
vrouw
Huisvesting
grootte
In een terrarium van 60x30x30 (lxbxh) kun je twee à drie gekko’s huisvesten. Maar iets groter
is vaak mooier, omdat het terrarium dan wat minder vol staat. Voor de hoogte van het
terrarium is 30 cm voldoende, maar meer mag natuurlijk. Hoewel ze regelmatig een
achterwand beklimmen zijn het geen echte klimmers. In hun natuurlijke omgeving leven ze
op de grond en tussen de rotsen. Als je voor elke gekko minimaal een oppervlakte van 500
vierkante cm uittrekt is dat voldoende.
achtergrond
Een achtergrond is belangrijk voor de dieren, dat geeft ze rust en zo voorkom je stress. De
meest gemakkelijke, maar niet de mooiste, manier is om de achtergrond zwarte te spuiten.
Mooier is dan nog om een foto achtergrond te kopen bij een terrarium speciaalzaak.
Het effect van cement met zand
Deze plak je dan aan de buitenkant van het terrarium. Iets wat ik zelf graag doe is een
achtergrond met cement maken. Je maakt wat cement aan en legt het terrarium op zijn kant.
Dan smeer je de achterwand in en als het nog nat is kun je er zand of ander materiaal naar
keuze tegen aan drukken. In plaats van cement kun je ook snelcement, tegellijm of gips
gebruiken. Kurk word ook vaak gebruikt. Kurk is makkelijk te bevestigen en niet al te duur,
maar het kan krom trekken. Daarnaast kunnen krekels er aan knagen en er achter gaan zitten.
Ook PUR-schuim is te gebruiken. Spuit het tegen de achterwand zoals je dat wilt en spuit met
een spuitbus het PUR-schuim in de gewenste kleur. Doe dit als het PUR nog niet hard is
geworden zodoende krijg je een lavasteen effect.
bodem
De goedkoopste oplossing is krant. Het is overal verkrijgbaar en geeft geen rotzooi. Dit is
goed te gebruiken in quarantaineterrarium of in een terrarium voor jonge dieren die nog niet
op een ander substraat mogen. Je kunt i.p.v. krant ook wc- of keukenpapier gebruiken maar
dit blijft wat minder goed liggen. Het moet regelmatig vervangen worden.
Het meest gebruikelijke is speelzand. Ook dit is niet duur en bij veel doe-het-zelf zaken voor
nog geen 2 euro per 25 kg te krijgen. Dit is voor luipaard gekko’s ook het natuurlijke
substraat (eigenlijk geen speelzand maar woestijnzand). Er moet wel op worden gelet dat de
gekko’s geen zand eten. Dit doen ze als ze een tekort hebben aan kalk. Zie hiervoor Voeding.
Zand moet een keer per jaar vervangen worden. In de meeste dierenwinkels waar ook
reptielen verkocht worden verkopen ze ook wel Repti Sand©. Dit is speciaal voor het
terrarium. Dit is ook goed, maar de prijs ligt wel een stukje hoger dan het speelzand. Gebruik
nooit zilverzand, dat is zo fijn dat het in lichaams openingen gaat zitten en ontstekingen
veroorzaakt. Houtsnippers of houtkrullen worden ook wel eens gebruikt, maar is af te
raden. Bij het voeren kunnen de gekko’s per ongeluk een krul of snipper binnen krijgen en
verstopt raken. Haal dit niet bij het tuincentrum, omdat daar vaak giftige stoffen in zitten. Als
je dit haalt kun je Repti bark© nemen. Het moet 4 keer per jaar vervangen worden.
temperatuur
De temperatuur dient overdag tussen de 25 en 35 °C gehouden te worden. Let er wel op: Dit
zijn uiterste waarden. Het terrarium mag dus nooit in zijn geheel zo warm of koud zijn. ‘s
Nachts behoort de temperatuur zo’n 20 tot 25 °C te zijn. Er zijn verschillende manieren om
deze temperatuur te realiseren. Ik zal ze hieronder even opsommen.
- Lamp/spot
- Verwarmingsmat
- Warmtekabel
- Warmtesteen
Om de temperatuur overdag te handhaven gebruik je de spot en/of lamp. Voor ‘s nachts kun je
de verwarmingsmat, warmtekabel of warmtesteen gebruiken (deze staan dan ook overdag
aan). Voor ‘s nachts kun je ook een lamp gebruiken. Neem dan een rode lamp. Dan heb je
echter wel twee tijdschakelaars nodig. De warmtemat en warmtekabel zijn alleen te gebruiken
met een glazen bodem. Er dient altijd een koude en een warme kant te zijn in het terrarium.
Leg de warmtemat of warmte kabel daarom altijd maar onder de helft van de bak. Gebruik de
warmtesteen het liefst in combinatie met een van de andere methoden. Alleen een
warmtesteen geeft ‘s nachts een onnatuurlijk effect, omdat het dan alleen op die steen warm
is. Sommige warmtestenen worden gewoon heel erg warm. Doordat de gekko’s langdurig op
die steen blijven liggen omdat de rest van de bak te koud is kunnen ze huidbeschadigingen of
zelfs lichte brandwonden oplopen. Als je een warmtemat onder je terrarium hebt, zorg er dan
voor dat er nog lucht onder kan komen. Doe je dit niet dan heb je kans dat door de
warmteophoping het glas barst. En belangrijk: Lees altijd eerst goed de gebruiksaanwijzing
van het product voor je het plaatst!
licht
Luipaard gekko’s vereisen geen speciaal licht. Iets wat niet vast staat, maar nog al eens de
ronde doet is dat de kleur intenser zou worden bij daglicht. Hiervoor zijn daglicht lampen
verkrijgbaar. Maar de gekko’s hebben het ook prima naar hun zin onder een gloeilamp. Koop
een tijdschakelaar (twee, indien je nachtlicht hebt) en laat het licht voor zo’n 12 uur per dag
aan staan. Houdt er wel rekening mee dat het nachtdieren zijn. Als je het licht van 8 tot 8
instelt kun je ze ‘s ochtends nog even zien en komen ze ‘s avonds ook niet al te laat weer voor
de dag (of nacht eigenlijk .
inrichting
Bij de inrichting kun je je creativiteit kwijt. Flagstones (platte rode stenen. verkrijgbaar bij het
tuincentrum) worden vaak gebruikt. Maar ook andere stenen kun je gebruiken. Luipaard
gekko’s graven graag, zorg dus dat de stenen stevig staan en niet om kunnen vallen. Maak
minimaal zoveel schuilplaatsen als er gekko’s zijn. Ook moet er een hokje zijn met wat
vochtig veenmos. Veenmos kun je bij de meeste tuincentra wel krijgen.
Ze drinken maar weinig
Een lege bak ijs is goed bruikbaar. Neem een donkere bak (of spuit hem donker) en leg hier
een laagje veenmos in. Een donkere bak geeft ze het gevoel dat ze ook daadwerkelijk verstopt
zitten. Besproei het mos een paar keer in de week. Dit is om te zorgen dat het vervellen goed
verloopt en als ze eieren leggen zullen ze dat hier in doen. Heb je dit niet dan zullen ze de
eieren in het zand leggen en als je er niet snel genoeg bij bent zijn ze uitgedroogd. Het zijn
schone dieren en kiezen altijd een hoekje om hun behoefte te doen. Als je een hoekje vrij
houdt zullen ze het daar doen en kun je het gemakkelijk opruimen. Er moet ook een bakje met
water staan. Ververs het water eens in de twee dagen. Als er een keertje een dag is dat het
water op is dan is dit verder geen probleem. Het zijn woestijndieren en kunnen gemakkelijk
een week zonder water. Als decoratie kun je er planten inzetten. Cactussen zijn geschikt, maar
mogen geen stekels hebben. Kunstplanten zijn ook goed bruikbaar. Andere planten zullen
vaak niet lang overleven in het droge klimaat.
Voeding
huiskrekel
Krekels worden het meest gevoerd aan luipaardgekko’s. Er zijn 4 soorten krekels die als
voedseldier worden gebruikt. De meest gevoerde daarvan is de huiskrekel (Acheta
Domestica). Deze krekels zijn bij elke terrariumspeciaalzaak en bij sommige dierenwinkels
verkrijgbaar. Meestal kost zo’n bakje iets meer dan 2 euro. Kijk voordat je ze koopt even of
niet de helft van de krekels al dood is. Ook is het handig om even aan de winkelier te vragen
op welke dag van de week hij de krekels binnen krijgt. Dan zijn de krekels het meest vers en
gaan ze het langst mee. Vaak zijn de krekels in vier maten verkrijgbaar, stof, klein, middel en
groot. Ook wel maat 5, 6, 7 en 8. Jonge gekko’s kun je stofkrekels voeren, als ze dan wat
groter worden kun je over gaan op klein en uiteindelijk op middel. De grootste maat is vaak
wat te groot en kun je beter alleen voor de kweek gebruiken. Als regel kun je nemen dat de
krekels die je voert niet groter zijn dan de kop van de gekko. Als je per twee volwassen
gekko’s een bakje koopt heb je genoeg voor een week. Koop niet voor twee weken krekels,
want je zult dan zien dat je de tweede week niet genoeg hebt. Hoeveel je voert hangt af van de
grootte van de gekko’s en de grootte van de krekels. Als je een keer in de twee dagen 10
krekels per gekko voert zit je meestal wel goed. Je krijgt snel genoeg door hoe veel je moet
voeren. Let op het gedrag, hebben ze geen honger meer dan zullen ze niet meer achter de
krekels aan gaan en hebben ze genoeg. Zorg er voor dat, vooral bij jonge gekko’s, er geen
krekels meer in de bak rondlopen. Als ze overdag slapen kan het zijn dat de krekels ze lastig
vallen en zelfs aan de tenen van de slapende dieren gaan knagen. Het gebeurt ook wel dat
gekko’s meer eten dan ze op kunnen. Dan vind je braakballen in de bak. Deze lijken op
uitwerpselen alleen kun je zien dat de krekel nog niet verteerd is. Als je deze vindt moet je
minder gaan voeren.
Als de krekels groter zijn tsjirpen (striduleren) ze. Dit zijn de mannetjes. Vrouwtjes kun je
herkennen aan de langere vleugels en de legboor, een zwart staafje aan het achterlijf.
Ontsnapte krekels kun je vangen met een kous om de stofzuigerslang. Je kunt ook een bakje
met zelfrijzend bakmeel en een bakje met water in de hoek van de kamer zetten. Je hoeft niet
bang te zijn voor een plaag, ontsnapte krekels zijn na een dag of twee ook dood. Je kunt deze
krekel ook goed zelf kweken.
andere krekels
Behalve de huiskrekel zijn en nog 3 soorten die ook wel als voedseldier gebruikt worden.
Hieronder worden ze kort beschreven.
De bandkrekel (Gryllodes sigillatus)
De bandkrekel is te herkennen aan de twee dwarsbanden. Verder lijkt deze krekel erg veel op
de huiskrekel. Het nadeel is dat de levenscyclus langer is en daardoor de kweek minder snel
gaat. Dit is ook de reden dat ze veel minder gebruikt worden. Deze soort tsjirpt ook meer dan
de huiskrekel.
De steppenkrekel (Gryllus assimilis)
De steppenkrekel heeft de zelfde kleur als de huiskrekel. Alleen wordt deze soort 3,5
centimeter groot. Ze tsjirpen minder dan de huiskrekel.
De tweevlekkige veldkrekel (Gryllus bimaculatus)
De tweevlekkige veldkrekel heeft dezelfde geslachtsnaam als de steppenkrekel (Gryllus) en
wordt ook even groot. Deze soort is zwart met twee gele vlekken op de vleugels. De
veldkrekel is agressiever dan andere krekels en tsjirpt ook een heel stuk harder.
meelwormen
Meelwormen zijn een stuk minder voedzaam dan de wasmot of krekel. Deze circa twee
centimeter lange worm is goudbruin van kleur en opgebouwd uit segmenten. De acht
millimeter lange eitjes waar deze worm uit komt, worden gelegd door de meeltor. Je kunt ze
één voor één voeren en er op letten dat ze worden opgegeten. Ze worden vaker aangeboden in
een voeder bakje met een opstaande rand van zo’n drie centimeter. Zo kunnen ze er niet uit
kruipen en zullen de gekko’s eten wanneer ze honger hebben. Over het algemeen worden
meelwormen gebruikt als bijvoer, maar er zijn ook kwekers die enkel en alleen meelwormen
voeren. De meningen zijn hier over verdeeld.
buffalowormen
Buffalowormen lijken erg veel op meelwormen, maar zijn een stuk kleiner. Ze hebben ook net
als meelwormen een lage voedingswaarde. Buffalowormen zijn ongeveer een centimeter lang
en ontwikkelen zich uiteindelijk tot de buffalokever. Deze wormen kun je op dezelfde manier
voeren als de meelworm. Alleen heb je bij de buffaloworm maar een opstaande rand van twee
centimeter nodig. Omdat ze zo klein zijn, zijn buffalowormen goed te gebruiken bij het
voeren van de jongen.
wasmotten
De larven van de wasmot worden ook regelmatig als voer aangeboden. Deze tot twee
centimeter lange larven hebben een hoge voedingswaarde, voer ze daarom niet te vaak, omdat
de gekko’s er snel dikker van worden. Dit kan vooral voor het mannetje niet gewenst zijn. Het
voordeel van deze larven is dat ze niet snel weg kruipen. Je kunt ze gemakkelijk uit het bakje
halen en zullen er niet uit springen zoals krekels dat doen. Ook zijn ze gemakkelijk te vangen
door de gekko’s. Het nadeel is dat het leuk kan zijn om je dieren te zien jagen op het voedsel
wat je niet zal zien bij het voeren van wasmotten.
kakkerlakken
Kakkerlakken maken een snelle opmars als voedseldieren.
Ze bieden een paar belangrijke voordelen boven krekels:
- ze maken geen geluid
- ze springen niet
- ze zijn voedzamer
- ze gaan langer mee
Een nadeel is wel dat de kweek stukken langzamer gaat dan bij krekels en dat hierdoor de
prijs doorgaans wat hoger ligt.
Ze blijven na ontsnapping doorgaans ook een stuk langer leven dan krekels, voorzichtigheid is
hierbij dus geboden!
Soorten die vaak worden aangeboden zijn:
- Redrunners (Blatta lateralis -Shelfordella tartara)
- Argentijnse kakkerlak (Blaptica dubia)
nestmuisjes
Ook nestmuizen en nestratten worden gevoerd aan luipaardgekko’s. Ze worden dan gevoerd
aan volwassen vrouwtjes om de voortplanting te stimuleren. Het skelet van de nestmuis of
nestrat bevat veel calcium wat nodig is voor het leggen van eieren. Deze dieren zijn wat
moeilijker te krijgen. Wat je wel veel ziet in dierenwinkels zijn ingevroren nestmuizen / ratten, maar je moet maar afwachten of jouw gekko die ook eet. Als een nestmuis/rat bij de
moeder wordt weggehaald blijft het nog zo’n 48 uur leven. Ze moeten dus snel gevoerd
worden. Je kunt ze heel sporadisch aanbieden aan je dieren, omdat ze hier heel snel dikker
van worden. Het is zeker geen voedsel voor alledag. Dit voedsel is ook niet noodzakelijk en
wordt maar zelden door particulieren gebruikt.
plantaardig
Ook al zijn luipaardgekko’s geen planteneters kun je ze toch heel af en toe wat zacht fruit
aanbieden. Niet alle gekko’s eten dit. Vaak kun je ze het leren eten, maar vraag je wel af
waarom je dat zou doen.
vitaminen en mineralen
Het is belangrijk dat je alles wat je voert (met uitzondering van nestmuizen / -ratten) bestuift
met calcium/vitaminen preparaat. Luipaardgekko’s hebben in de natuur een veel gevarieerder
dieet dan in het terrarium, daarom moet er een preparaat
Geen honger…?
van calcium en vitaminen(D3) worden gebruikt om het tekort aan te vullen. Het meest
gebruikelijke is in poedervorm, maar er is ook een oplosbaar preparaat voor in het drinkwater
verkrijgbaar wat gebruikt kan worden als aanvulling op de poedervorm. Er zijn veel
verschillende merken verkrijgbaar. Vaak hebben winkeliers een bekend merk en een
huismerk. Over het algemeen beiden goed van kwaliteit. Het bestuiven van je voedseldieren
kan wat moeite kosten. Het makkelijkst is om de dieren in een potje te doen met daar in wat
poeder. Dan de deksel erop en schudden. Soms moet je even wachten tot het poeder wat is
gezakt anders waait het weg en moet je het poeder sneller vervangen. Denk hier niet te
makkelijk over, veel luipaardgekko’s hebben een hoge tolerantie en er zal niets aan ze te zien
zijn als je dit niet doet, maar op den duur, en zeker als ze eieren gaan leggen, kan dit echt
gevaarlijk voor ze worden. De ziekte die hier het gevolg van is heet “rachitis”. Voor meer info
over rachitis kijk bij ziekte.
Kweek
geslachtsrijp
Het gewicht is belangrijker dan de leeftijd voor de geslachtsrijpheid van veel reptielen. Dit
geldt ook voor de luipaardgekko. Ze zullen geslachtrijp zijn zodra ze ongeveer 35 gram
wegen. In de praktijk is dit, afhankelijk van de temperatuur waarmee ze opgroeien, ergens
tussen de 10 maanden en 2 jaar. Veel kwekers beginnen pas met kweken zodra ze de 50 gram
hebben bereikt. Kweken is voor het vrouwtje heel intensief, daarom is het belangrijk dat ze
een vetvoorraad heeft.
condities
Behalve dat ze op het juiste gewicht moeten zijn, is het ook belangrijk dat ze gezond zijn. Een
gekko die kort geleden zijn staart is verloren moet je apart zetten tot de staart weer is
aangegroeid. Bedenk ook dat ei-leggende vrouwtjes meer behoefte hebben aan voedsel en
calcium/vitaminen. Veel kwekers hebben een kweekgroep. Dat houdt in dat ze een groter
terrarium hebben met daarin een mannetje met verschillende vrouwtjes. Voor kwekers is dit
voordelig, omdat je voor de kweek slechts één mannetjes nodig hebt. Ik benadruk nog maar
een keer dat er maar één mannetje per terrarium mag zijn.
eileg
Het broedseizoen is van januari tot en met september maar verschilt per gekko. Desondanks
kunnen luipaardgekko’s in gevangenschap het hele jaar door eieren leggen. Het is echter beter
om die drie maanden rust er in te houden om de vrouwtjes wat rust te geven, zodat ze weer op
sterkte zijn als het volgende broedseizoen begint. Dit kun je, als het niet vanzelf gaat, doen
door de temperatuur iets te verlagen.
Eileg in vochtig veenmos..
Per keer worden er twee eieren gelegd, een heel enkele keer komt het voor bij vooral jonge of
oude vrouwtjes dat ze maar één ei leggen. Het eerste broedseizoen zal een vrouwtje meestal
twee of drie keer twee eieren leggen. De jaren daarna wordt dit vijf of meer. Na een aantal
jaren zal het vrouwtje minder eieren leggen en als ze een jaar of 12 is helemaal stoppen met
leggen. Vanaf een aantal dagen voordat de eieren gelegd worden zijn de eieren zichtbaar door
de buikwand. Als het vrouwtje daar de gelegenheid voor heeft zal ze de eieren op een
vochtige plek leggen. Zet daarom een donker bakje met vochtig vermiculiet of veenmos in het
terrarium. Doe je dat niet dan zal ze de eieren in het zand neerleggen en drogen ze al snel uit.
Veenmos is bij de meeste tuincentra verkrijgbaar. Voor vermiculiet zul je naar een
dierenspeciaalzaak moeten.
broed
Eenmaal gelegde eieren moeten blijven liggen zoals ze liggen. Dit betekent niet dat je ze niet
kunt verplaatsen, maar dat je de bovenkant boven moet houden. Als het ei toch omgedraaid
wordt kan dit betekenen dat het embryo afsterft. Om er zeker van te zijn dat de bovenkant
boven blijft kan er met een stift een stip op de bovenkant van het ei gezet worden.
De eieren worden uitgebroed in een incubator. Incubators zijn er in verschillende soorten en
maten. Een ideale incubator is een oude ziekenhuis couveuse, maar is moeilijk verkrijgbaar en
een beetje te groot voor de hobbyist. Er zijn goede incubators verkrijgbaar bij de terrarium
speciaalzaken, maar vaker nog worden ze zelf gemaakt. Dit is redelijk gemakkelijk en niet erg
duur.
In de incubator kun je het zelfde substraat gebruiken als het bakje waar de eieren in gelegd
zijn. Het idee van een incubator is om de eieren op de juiste temperatuur en luchtvochtigheid
te houden. De eieren nemen vocht op uit de lucht en kunnen zodoende groeien. Het substraat
in de incubator mag niet te nat zijn. Dan kan het zijn dat de druk in het ei te groot wordt. Als
gevolg hiervan wordt het ei semi-transparant. Is het te droog dan zullen de eieren invallen.
Houdt de eieren de eerste tijd dus goed in de gaten, zodat je er tijdig bij bent als het verkeerd
gaat.
Test ruim van te voren je incubator! Een incubator kalibreren kost best wel wat tijd, begin er
dus tijdig mee. Het is beter om de eieren nog even in het terrarium te laten (mits ze in een
vochtig substraat liggen) en de incubator te testen, dan overhaast de eieren er in te plaatsen en
ze vervolgens te oververhitten. Laat de incubator een dag aan staan en check daarna
regelmatig de temperatuur. Wacht na elke verandering van de instelling van het
verwarmingselement minimaal een uur. Dan kan de nieuwe temperatuur tot stand komen en
krijg je geen jojo effect. Voor het kalibreren kun je een normale thermometer gebruiken.
Handiger is een digitale thermometer met een binnen en buiten sensor. Dan kun je van buiten
af gemakkelijk de temperatuur af lezen. Wel is het dan verstandig om nog een normale
thermometer te gebruiken ter controle, omdat zeker de goedkopere digitale thermometers nog
een redelijke afwijking kunnen hebben.
Links: een anderhalve maand oud ei dat elk
moment uit kan komen
Rechts: een ei van nog geen dag oud
Op het plaatje aan de rechter kant kun je zien dat een ei nog flink groeit nadat het gelegd is.
Het geslacht van de luipaardgekko wordt bepaald in de eerste twee weken van de incubatie.
Daarom is de temperatuur die gehandhaafd wordt in de incubator afhankelijk van het beoogde
doel. Bij 28°C komen er vooral vrouwtjes uit het ei kruipen, bij 32°C vooral mannetjes en bij
30.5°C half om half. Zodoende kan het geslacht redelijk bepaald worden. Ik zeg redelijk,
omdat dit nooit voor 100% op gaat. Ook bij 32°C kunnen er nog vrouwtjes uitkomen en dat
zelfde geldt voor mannetjes bij 28°C. Bovendien zijn de meeste incubators niet zo stabiel dat
je ze op de graad kunt afstellen. Hiervoor moet je met een ziekenhuis couveuse werken.
Helemaal zeker weten doe je het dus niet, maar je hebt wel een goede kans dat het beoogde
geslacht daadwerkelijk uit het ei komt. Bij zo’n 34°C ontwikkelen de eieren zich ook
overwegend tot vrouwtjes, maar dit is niet aan te raden, omdat de bovengrens van 35°C er erg
dicht bij zit. Het is ook gebleken dat vrouwtjes die geïncubeerd zijn bij een temperatuur van
32°C en hoger vaker agressief gedrag vertonen. De ondergrens ligt net onder de 24°C. De
temperatuur beïnvloed ook de duur van de incubatie. Bij 24°C komt het ei na zo’n 15 weken
uit en bij 32.5°C duurt het iets meer dan 5 weken. Bij temperaturen boven de 32.5°C duurt het
weer langer.
Een studie van Brian Viets heeft ook uitgewezen dat de incubatie temperatuur invloed heeft
op het pigment van de jongen. Het is gebleken dat luipaardgekko’s uitgebroed bij lagere
temperaturen duidelijk meer zwart pigment hebben dan hun broertjes en zusjes die bij hogere
temperaturen uitgebroed zijn.
jongen
Als de eieren eenmaal uitgekomen zijn, is het moeilijkste deel achter de rug. De huisvesting is
eenvoudig. Houdt ze het liefst apart of per twee. Zo voorkom je voedselcompetitie en is ook
de leeftijd bij te houden. Meer kan ook, maar zorg
Een net uitgekomen gekko naast een euro
dan voor voldoende voedsel en ruimte per dier. Gebruik keukenpapier of krant als substraat.
Het is niet verstandig ze op zand te houden, omdat verstoppingen door zand bij jonge gekko’s
niet zeldzaam zijn. Verder moet er altijd een bakje met schoon water staan en moet er een
schuilplek zijn. Iets wat niet noodzakelijk is, maar wel regelmatig wordt gedaan is een
schaaltje met het preparaat voor het voedsel in de bak te zetten, zodat ze hier eventueel tekort
aan calcium/vitaminen kunnen aanvullen. Pas uitgekomen jongen kunnen schreeuwen.
Oudere luipaardgekko’s zul je dit niet meer horen doen. Je kunt het geluid beluisteren door
Het geschreeuw van
een luipaardgekko jong.
op het play knopje te druken in het venster hier naast. Je hebt geen hele grote bak nodig, een
acht liter bak is prima voor de eerst maanden. Voor licht en temperatuur geldt het zelfde als
voor volwassen dieren. Voor iemand die meerdere bakken met jongen heeft is het handig om
de nachttemperatuur centraal te regelen. Dit kan door bijvoorbeeld de bakken in een kast te
zetten met daarin een gekleurde lamp. Voor overdag is het lastiger om het centraal te regelen,
omdat daglicht wel direct in de bak moet vallen en je ze dus niet boven elkaar zou kunnen
zetten.
Net uit het ei gekropen..
De eerste levensweek teren de jongen nog op de energievoorraad uit het ei (niet de eierschil!,
die kan verwijderd worden). Na ongeveer een week beginnen de jongen te eten. Voer ze elke
één of twee dagen de kleinste maat (zo’n 3 weken oude) krekels en vergeet niet deze te
bestuiven met het calcium/vitaminen preparaat. Ook kleine meelwormen en buffalowormen
kunnen aangeboden worden in een bakje met het calcium preparaat.
Morphs
tangerine hybino “sunglow”
Morph, betekent niks anders dan verschijningsvorm. Hoe zie het eruit?
Er bestaan tegenwoordig enorm veel kleurvariaties bij luipaardgekko’s. Dit zie je bij heel veel
gedomesticeerde dieren, denk maar eens aan de grote verscheidenheid van goudvissen. Je
hebt oranje, sluierstaarten, met dubbele staarten, grote ogen en nog veel meer. Dit komt door
de (kunstmatige) selectie die wij op de populatie uitoefenen bij het gericht op kleur of
eigenschap kweken.
Deze eigenschappen worden bepaald door genen in het DNA.
De eigenschap kan bepaald worden door één enkel gen, of een groep genen (polygenetisch).
Als de eigenschap bepaald wordt door 1 gen, kan deze eigenschap:
dominant overerven.
De eigenschap komt dan tot uitdrukking in de heterozygote en de homozygote vorm.
recessief overerven.
De eigenschap komt dan alleen tot uitdrukking in de homozygote vorm. In de heterozygote
vorm is er niks te zien.
intermediair of incompleet dominant overerven.
De eigenschappen komen verminderd tot uitdrukking, denk hierbij bijvoorbeeld aan een
kruising van een rode bloem en een witte bloem waarvan de nakomelingen roze bloemen
hebben.
Co-dominant overerven.
Bij co-dominantie komen beide dominante eigenschappen tot uiting in het fenotype. Denk
hierbij bijvoorbeeld aan een kruising van een rode bloem en een witte bloem waarvan de
nakomelingen bloemen hebben met zowel rode als witte vlekken.
Aan de basis van deze klassieke genetica liggen “de wetten van Mendel”.De monnik Gregor
Mendel stuitte door zijn onderzoek met het kruisen van bonen op deze wetmatigheden.
Er zijn maar een paar recessief overervende eigenschappen bekend bij luipaardgekko’s:
- Albino (Tremper)
- Albino (Rainwater)
- Albino (Bell)
- Patroonloos (vroeger ook wel leucistisch genoemd
- Blizzard (ware leucist)
- Eclipse
Er zijn ook enkele dominant overervende eigenschappen:
- Snow (Urban Gecko lijn)
- Enigma
Er zijn ook enkele intermediair of incompleet dominante overervende eigenschappen:
- Lijnkweek snow
- Gem snow
- Mack snow (Mack)
Er zijn ook enkele co-dominant overervende eigenschappen:
- Giant (Tremper)
Alle andere kleurveranderingen zijn polygenetisch en worden dus door meerdere genen
bepaald. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
- High yellow
- Tangerine
- Hypo(melanistisch)
- Jungle
- Striped
Eigenschappen die polygenetisch overervend zijn worden gecreëerd door lijnkweek. Dit
betekent dat alleen met de dieren wordt gekweekt die het sterkst de gewenste eigenschap
vertoont in hun fenotype. Op die manier versterkt de eigenschap zich steeds.Er zijn veel
andere kleurvarianten die een combinatie zijn van recessieve- en/of polygenetische
eigenschappen:
- Hybino (Hypomelanistische albino)
- Albino patroonloos
- Banana blizzard (patroonloos x leucistisch)
- Blazing blizard (albino x leucistisch)
Ziekte
stress
Een luipaardgekko zal bij benadering door mensen wegvluchten, het is geen knuffeldier als
een kat of konijn. Hanteren hoeft geen probleem te zijn zolang het dier niet overmatig wordt
vastgepakt of overdag wakker wordt gemaakt. Om stress te voorkomen is het verstandig om
het terrarium op een wat rustiger plekje in de kamer te plaatsen. Zet het dus bijvoorbeeld niet
naast de deur of de box van de radio. Zorg ook voor minimaal één schuilplek per dier. Een
dier dat last heeft van stress zal slecht eten en agressief reageren tegenover andere gekko’s.
Het medicijn is het eeuwenoude concept: rust. Pak het dier niet vast en let goed op het
eetgedrag. Bekijk ook of de uitwerpselen er normaal (bruine vaste keutels met een beetje wit
urinezuur) uit zien. Plaats het dier eventueel in quarantaine.
rachitis
Zoals al eerder genoemd bij vitaminen/mineralen is rachtis het gevolg van een tekort aan
calcium en/of vitaminen D3. Voor het skelet hebben ze calcium nodig. Vitaminen D3 helpt bij
de opname van calcium. Luipaardgekko’s zijn sterke dieren en hebben een hoge tolerantie ten
opzichte van andere, vaak gehouden, reptielen. Daarom zal een tekort niet gelijk opgemerkt
worden, maar kan desondanks heel gevaarlijk zijn. Vooral voor het vrouwtje tijdens de eileg.
Voor de opbouw van de eierschaal is extra calcium nodig. Zorg dus voor voldoende
calcium/vitaminen. Meer informatie over calcium/vitaminen zie vitaminen/mineralen. Een
voorteken van een tekort is het eten van zand of anders substraat. Zodoende proberen ze het
tekort aan te vullen wat kan leiden tot verstopping. Bij een tekort kunnen een of meerder van
de volgende symptomen zichtbaar zijn: sponsachtige, zwakke, misvormde botten (kromme
poten, verdikte onderarmen, gebroken kaken), slechte eieren, slechte uitkomst of mismaakte
(of dode) jongen. Rachtis is niet te genezen, voorkom het dus!
diarree
Diarree is te herkennen aan de onverteerde, en natte uitwerpselen, slecht of niet eten en
drinken en in enkele gevallen bloed in de uitwerpselen. Diarree is vaak het gevolg van een
bacterie of virus in het darmstelsel. Het moet serieus genomen worden. Neem het dier en wat
uitwerpselen mee naar een dierenarts. Die kan dan onderzoeken om wat voor bacterie het gaat
en het juiste medicijn voorschrijven of toedienen. Het niet opmerken of negeren van de ziekte
heeft vaak de dood tot gevolg.
verstoppingen
Verstoppingen kunnen om verschillende redenen ontstaan. Een vaak voorkomende
verstopping is door zand of ander substraat. Ook door verkeerde voeding kan een verstopping
ontstaan. Het eten van zand of ander substraat kan het gevolg zijn van een tekort aan
calcium/vitaminen. Het is geen vreemd gedrag van een luipaardgekko om een tekort te
proberen aan te vullen door substraat te eten. In hun natuurlijke leefomgeving is de grond
vaak kalkrijk. Om deze reden zijn er kwekers die het substraat mixen met calcium carbonaat.
Verstoppingen komen vaker voor bij jonge dieren. Houdt ze daarom de eerste maanden op
krant of keukenpapier.
longen
Longaandoeningen zoals longontsteking (pneumonie) gaan vaak gepaard met mondrot
(stomatitis). Overtollig slijm rond de bek duidt op een longaandoening. Mondrot is te
herkennen aan het gele pus in de bek. Een dier met deze symptomen moet altijd naar de
dierenarts gebracht worden voor een antibiotica en die zal je dan ook vertellen hoe je het dier
verder moet verzorgen. Longontsteking is vaak de oorzaak van tocht. Bekijk waar de tocht in
het terrarium vandaan komt en verhelp dit.
eileg
Het kan voorkomen dat het het vrouwtje niet lukt een van de twee eieren te leggen. Dit wordt
veroorzaakt door een tekort aan calcium en komt vaker voor bij zware vrouwtjes. Het ei er uit
proberen te masseren kan leiden tot onherstelbare schade en wordt niet aangeraden. Het ei zal
in de meeste gevallen operatief verwijdert moeten worden.
vervellen
Het kan voorkomen dat het vervellen niet volledig verloopt en dat er dus nog stukken vel
blijven vast zitten. Vooral voor de ogen en tenen kan dit gevaar opleveren. Die kunnen dan
ontstoken raken. De oorzaak is vaak de lage luchtvochtigheid. Zorg dus voor een bakje met
vochtig veenmos of vermiculiet in het terrarium. Trek nooit de huid er vanaf, omdat dit nog
vast kan zitten en een zeer onprettig gevoel voor de gekko is. Wees ook niet te snel bang dat
het vervellen niet goed verloopt. Het duurt even voordat de gehele huid er af is. Geef het
vervellen dus wel even de tijd.
staartverlies
Luipaardgekko’s hebben de mogelijkheid om bij gevaar hun staart af te werpen (autotomie).
Dit zullen ze ook doen als je ze bij hun staart vast houdt of in een gevecht met een
soortgenoot. In de natuur kan deze afleidingsmanoeuvre hen hun leven redden, maar
tegelijkertijd ook kosten. In de staart hebben ze water en vet reserves. Bij het loslaten laten ze
deze reserves dus ook los. Hierdoor zijn ze extra kwetsbaar. Een luipaardgekko die zijn staart
los laat, moet dan ook uit de groep gehaald worden en in een ander terrarium goed verzorgd
worden. Zorg voor een juiste temperatuur en voldoende voedsel. Er moet altijd water
aanwezig zijn. Houdt de gekko goed in de gaten en zodra de staart weer aangegroeid is, kan
hij weer terug bij de groep.
abcessen
Abcessen zijn knobbels met pus en treden op wanneer het dier een lage weerstand heeft. Als
je een beetje handig bent kun je met een schone scalpel de knobbel voorzichtig open snijden
en het pus verwijderen met een wattenstaafje. Smeer daarna de wond in met betadine-jodium
en plaats het dier in een quarantaine bak met als substraat krant of keukenpapier. Zodoende
blijft de wond schoon en kan het dier goed rusten. Heb je de spullen niet of denk je het niet te
kunnen, laat het dan doen door een dierenarts.
mijten
Mijten zijn bijzonder vervelend, omdat ze vrij lastig zijn weg te krijgen. Sowieso moet de
gehele bak worden ontsmet en het substraat moet vervangen worden. Mijten laten een
zilverachtige stof (de vervellingshuid van de mijten) achter op het dier waaraan je de
aanwezigheid van de mijten kunt opmerken. ‘s Nachts zullen ze te zien zijn als kleine donker
rode tot zwarte stipjes van een millimeter. Het dier en de omgeving zal behandeld moeten
worden met een ontsmettingsmiddel. Ga hiervoor langs de dierenarts.
verwondingen
Bij de juiste inrichting van het terrarium is het in principe niet mogelijk dat de gekko zichzelf
verwond. Mocht het nou toch gebeuren, maak de wond dan schoon met water en smeer het in
met betadine-jodium. Zet de betreffende gekko in quarantaine op krant of keukenpapier. Met
een beetje geluk komt de gekko er wel bovenop. Het is waarschijnlijk dat de gekko de eerste
dagen niet zal eten, maar probeer elke dag of hij wil eten. Verwijder wel de niet opgegeten
krekels, zodat die de slapende gekko niet kunnen verstoren. Er moet altijd water aanwezig
zijn en ook hierbij geldt dat rust het beste medicijn is.

Vergelijkbare documenten

Wetgeving

Wetgeving Domestica). Deze krekels zijn bij elke terrariumspeciaalzaak en bij sommige dierenwinkels verkrijgbaar. Meestal kost zo’n bakje iets meer dan 2 euro. Kijk voordat je ze koopt even of niet de helft ...

Nadere informatie