Aanwijzingen voor veilig gebruik

Commentaren

Transcriptie

Aanwijzingen voor veilig gebruik
Aanwijzingen voor veilig gebruik
(Certificatienr:o VTT 08 ATEX 030X)
Hartelijk dank voor het kiezen van de Slam Hornet® Noodverlichting, een draagbare
werklamp voor uw werkplek. Het doel van deze handleiding is om u te voorzien van alle
noodzakelijke veiligheids- en productinformatie, zodat u uw werk gemakkelijk en zonder
risico's voor de gezondheid en veiligheid kunt verrichten.
(Certificatienr:o VTT 08 ATEX 030X)
www.optilight.com
2/16
Inhoud
Aanwijzingen voor veilig gebruik.............................................................................................................................. 1
1.
Introductie tot de Slam®Hornet Noodverlichting .............................................................................................. 4
1.1 Technische gegevens .................................................................................................................................... 4
1.2 Certificering van apparatuur ........................................................................................................................... 4
1.3 Standaard unit-constructie ............................................................................................................................. 5
1.4
Kwaliteit gegarandeerd ............................................................................................................................ 7
1.4.1 Algemeen................................................................................................................................................. 7
1.4.2 Individuele testrapporten ......................................................................................................................... 7
2.
Voorafgaand aan het gebruik ........................................................................................................................... 8
2.1 Selectie van de juiste apparatuur................................................................................................................... 8
2.1.1 Correct en bedoeld gebruik van de apparatuur...................................................................................... 8
2.1.2 Gebruikstoepassing (Zone XX) in overeenstemming met de categorie waarin de apparatuur valt ........ 8
2.1.3 Explosiegroep (IIA, IIB of IIC) in overeenstemming met apparatengroep (IIA, IIB of IIC)...................... 8
2.1.4 Temperatuursklasse van de apparatuur.................................................................................................. 9
2.1.5 Omgevingscriteria.................................................................................................................................... 9
3.
Gebruiksaanwijzing........................................................................................................................................... 9
3.1 Personeel ....................................................................................................................................................... 9
3.2 Voor het eerste gebruik van Slam ® Hornet Noodverlichting ........................................................................ 9
3.2 Visuele inspectie van de Slam®Hornet Noodverlichting.............................................................................. 10
3.4 Speciale aandacht bij 2-polig gebruik (24 V of 42 V) ................................................................................... 10
3.5 Aansluiting op de stroomvoorziening ........................................................................................................... 10
3.5.1 Eisen aan voeding (elektriciteit)............................................................................................................. 10
3.6 Het monteren van accessoires aan de Slam®Hornet.................................................................................. 11
3.7 Koppeling in series ....................................................................................................................................... 11
3.8 Speciale operationele kenmerken van Slam ® Hornet Noodverlichting ...................................................... 12
3.8.1 Functiediagram ...................................................................................................................................... 13
4.
Inspectie & Onderhoud ................................................................................................................................... 13
4.1 Na gebruik .................................................................................................................................................... 13
4.2 Onderhoud ................................................................................................................................................... 13
4.3 Testen .......................................................................................................................................................... 14
4.4 Reparatierapport .......................................................................................................................................... 14
www.optilight.com
www.atexor.com
3/16
4.5 Periodieke testen van Slam® Hornet Noodverlichting ................................................................................. 14
4.6 Meer informatie over het gebruik van elektrische apparaten voor omgevingen waar gasontploffingsgevaar
kan heersen........................................................................................................................................................ 15
Helpdesk............................................................................................................................................................. 16
www.optilight.com
www.atexor.com
4/16
1.
Introductie tot de Slam®Hornet
Noodverlichting
(Certificatienr:o VTT 08 ATEX 030X)
Deze handleiding leidt u door het selectieproces en gereedmaken van de Slam®Hornet Noodverlichting voor uw
werkplek. De handleiding heeft betrekking op de volgende Slam®-Hornet Noodverlichtingtypes:
1.1 Technische gegevens
Slam ® Hornet Noodverlichting 18W+40 W (verder CSHEM)
Afmetingen / mm
Model
Slam® Hornet Noodverlichting 18+40
W
L
Ø
1020
115
1.2 Certificering van apparatuur
De Slam® Hornet-serie is ontworpen, getest en gecertificeerd (volgens ATEX) voor
draagbaar gebruik. Hij heeft in het certificaat een "X"-merkteken voor bijzondere voorwaarden
t.a.v. veilig gebruik van de apparatuur. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik betekent:
•
•
•
Omgevingstemperatuur mogen -20° C --- + 40° C zijn zonder Ex-stekker
Met Ex-stekker idem als opgegeven voor de gebruikte stekker maar binnen -20 C --- + 40° C
De "Ib"-markering is nodig voor de interne beveiliging van de schakelaar in het noodvoedingscircuit. Er
is geen noodzaak voor Exi gerelateerde apparaten in de voeding van de armatuur
De apparatuur behoort correct te worden gebruikt volgens de specificaties, de documentatie
en de lokaal van toepassing zijnde wetten. Er kunnen lokale of nationale certificaten van deze
apparaten bestaan buiten de regio van de EU.
De hiervoor genoemde Slam® Hornet-types zijn als volgt gecertificeerd. U vindt eronder een
korte uitleg van het certificaat
www.optilight.com
www.atexor.com
5/16
CE0537
II 2 G
II 2 D
Ex e ib mb IIC T3 Gb
Ex t IIIC T 90 C Db
IP 66
CE0537 = Geldig productiekwaliteitssysteem goedgekeurd en aangemeld door de VTT (Finse
aangewezen keuringsinstantie, aangemeld bij EG)
= Gecertificeerd voor explosiegevaarlijke gebieden
II = Gecertificeerd voor gebruik in gebieden met uitzondering van mijnen
2 = Werktuigcategorie (geschikt voor zone 1 & 21 en zone 2 & 22)
G = Certificering rekening houdend met explosiegevaarlijke GASSEN
D = Certificering rekening houdend met explosiegevaarlijke STOFFEN
Verklaring van markeringen voor explosiegevaarlijk gebied ten gevolge van Gassen (Ex
e ib mb IIC T3 Gb):
Ex = Gecertificeerd voor gebruik in explosiegevaarlijke gebieden
e = Explosiebeveiligingsmethode verhoogde veiligheid (van bepaalde onderdelen)
ib = Explosiebeveiligingsmethode intrinsieke veiligheid (van bepaalde onderdelen)
mb = Explosiebeveiligingsmethode inkapseling (inkapselen van ontstekingsbronnen
bijvoorbeeld elektronische ballast)
IIC = Werktuigengroep (met inbegrip van explosiegevaarlijke gebieden van IIA, IIB en IIC
gassen)
T3 = Maximale binnentemperatuur van het apparaat is 200 ° C (binnen het bereik van
omgevingstemperaturen van -20 ° C - +40 ° C)
Gb = Explosie Protectie Level (EPL) markering voor "HOOG" beschermingsniveau.
Apparatuur voor atmosferen waar gasontploffingsgevaar kan heersen, deze apparatuur is
geen ontstekingsbron bij normale ingebruikname of bij te verwachten storingen.
Verklaring van de markeringen voor stofexplosiegevaarlijk gebied (Ex t IIIC T90 C Db):
Ex = Gecertificeerd voor gebruik in explosiegevaarlijke gebieden
t = Explosiebeschermingsmethode "bescherming door behuizing"
IIIC = Apparatengroep voor alle stof
T 90 C = maximale buitentemperatuur van de behuizing van het toestel bedraagt 90° C
(binnen het bereik van omgevingstemperaturen van -20 ° C - +40 ° C)
Db = Explosie Protectie Level (EPL) markering voor "HOOG" niveau van bescherming.
Apparatuur voor atmosferen waar STOFexplosiegevaar kan optreden, waarbij het apparaat
geen ontstekingsbron is bij normale ingebruikname of bij te verwachten storingen.
1.3 Standaard unit-constructie
De volgende lijst maakt u bekend met een aantal algemene kenmerken van het apparaat die
van belang zijn.
www.optilight.com
www.atexor.com
6/16
Uiteinden: Flexibele, plastic eind-onderdelen zorgen ervoor dat schokken worden
geabsorbeerd en het contact met de harde ondergrond wordt opgevangen in geval van een
val zelfs vanaf een hoog punt. De lichtconstructie is van invloed op het totale gewicht van het
apparaat.
Transparante PC-buis: Een polycarbonaten buis, duurzaam, flexibel en van lichtgewicht
plastic, zorgt voor gebruiksgemak. Een unieke anti-statische behandeling maakt het gebruik
van de PC in explosiegevaarlijke gebieden mogelijk.
Aluminium behuizing: Bijna alle Slam®Hornet-apparaten zijn gebaseerd op een solide maar
flexibel aluminium frame. Componenten zijn vastgezet met schroeven, waardoor het toestel
stevig en duurzaam is bij gebruik onder zware omstandigheden. Bovendien voert de
behuizing overmatige hitte af die uit het apparaat komt, dit komt de levensduur van het
apparaat ten goede.
Electronische ballast: Bescherming tegen laag-voltage (smart-functie) komt de
betrouwbaarheid en het gebruiksgemak ten goede, in het bijzonder als er wordt gewerkt met
transformatoren of met lange kabels.
Compacte fluorescentielamp (CFL): CFL zijn standaard types, maar ondergaan een
speciaal vonk-preventieproces (inkapseling) in de fabriek. Ze beschikken ook over een
componentcertificaat. De lichtkleur is koel wit en de kleurtemperatuur 4000 K - dit verblindt de
ogen van de gebruiker niet, maar zorgt voor het juiste licht, zodat de gebruiker zijn werk kan
voltooien.
Kabel: De standaardkabel van de Slam® Hornet-serie is H07BQ-F. Deze kabel heeft een
mantel van polyurethaan (PUR). PUR is goed bestand tegen chemische stoffen alsmede
mechanische slijtage. De gebruiker heeft echter de mogelijkheid om het kabeltype aan te
passen in overeenstemming met de eisen van de eigen werkplek.
Stopcontact: Optioneel ingebouwde stopcontacten (houders) voor het doorlussen van de
Slam® Hornet noodverlichtingapparaten.
Andere veel gebruikte accessoires (optioneel):
Antistatische beschermingslaag voor de PC-buis tegen inwerking van chemische spatten en
andere stoffen
Verstelbare riemen voor ophanging van de haspel.
Om de optionele accessoires te bekijken bezoek http://www.optilight.com fvoor meer
informatie of bel met +358 20 734 3250.
www.optilight.com
www.atexor.com
7/16
1.4 Kwaliteit gegarandeerd
1.4.1 Algemeen
De Slam® Hornet-serie is ontworpen, gecertificeerd, vervaardigd en beproefd volgens het
ISO 9001:2008 kwaliteitssysteem en voldoet ook aan aanvullende eisen volgens richtlijn
94/9/EC (ATEX). De Slam® Hornet-serie is ontworpen en getest volgens de laatste richtlijnen
en normen. De genoemde richtlijnen en normen van de betreffende productiedatum staan
vermeld op de verklaring van overeenstemming en zijn bij de levering inbegrepen.
1.4.2 Individuele testrapporten
Elk Slam®-apparaat heeft een eigen serienummer en is voorzien van een origineel,
individueel testrapport zodra het de fabriek verlaat. Het productiejaar is vermeld op het
typelabel van de apparatuur. De volgende tests voor Slam®-Hornet-apparaten zijn uitgevoerd
volgens normen voor draagbare armaturen in een explosiegevaarlijke omgeving. De
conformiteitsverklaring specificeert de relevante normen. Het testrapport dat is opgenomen in
de levering geeft de resultaten weer van de inspecties in de fabriek, die voor het betreffende
apparaat zijn gedaan. Het geeft de volgende tests weer:
PE-weerstandstest
Het doel van deze test is het meten van de weerstand van elke geleider.
Dit is een belangrijke test voor elektrische veiligheid maar ook voor beveiliging tegen explosiegevaar door
bijvoorbeeld de beheersing van statische elektriciteit.
De teststroom is 10 A (stroom) en de totale weerstand mag niet hoger zijn dan 0,5 ohm.
Hoogspanningstest (elektrische sterkte)
Het doel van deze test is het meten van lekstroom via de isolatie. Belangrijke test om kapotte onderdelen of
soortgelijke storingen te traceren die niet visueel kunnen worden opgespoord.
Toegepaste testspanning is 2130VDC. Maximale lekstroom is 5mA.
Gebruikstest
De verlichting is onderworpen aan schudden en trillingen - om te beoordelen of alle interne kabels goed zijn
aangesloten en componenten niet loslaten.
Operationele test van de verlichting en accessoires
Het apparaat wordt aangesloten en gecontroleerd of het goed werkt, nadat alle bovenstaande testen zijn
doorgevoerd.
Visuele inspectie
Een laatste check is uitgevoerd om te zien of alles in orde is (schroeven stevig bevestigd, draden aangesloten
en de vereiste markeringen aangebracht).
www.optilight.com
www.atexor.com
8/16
2.
Voorafgaand aan het gebruik
2.1 Selectie van de juiste apparatuur
U moet ervoor zorgen dat de apparatuur die u van plan bent te gebruiken in een explosiegevaarlijke omgeving
overeenstemt met de zone-indeling en voldoet aan andere gerelateerde veiligheidseisen. In ieder geval moeten
de volgende punten voor gebruik in acht worden genomen:
2.1.1 Correct en bedoeld gebruik van de apparatuur
Houd in gedachten wat de daadwerkelijke toepassing van de apparatuur is. Bijvoorbeeld als de apparatuur moet
kunnen worden verplaatst, wanneer deze is aangesloten op de stroomvoorziening, dan moet hij voor dat doel
ontworpen zijn. Indien het certificaat "draagbaar" vermeldt betekent dit dat de apparatuur geschikt en getest is
voor draagbaar gebruik. Indien het certificaat het begrip draagbaar niet vermeldt dan betekent dit, dat de
apparatuur niet verplaatst mag worden, als deze in gebruik is (betrouwbare bevestiging van apparatuur).
Slam® -apparaten zijn ontworpen en getest voor draagbaar gebruik.
2.1.2 Gebruikstoepassing (Zone XX) in overeenstemming met
de categorie waarin de apparatuur valt
De gebruiker beschikt over complete kennis over de veiligheidsclassificatie van zijn werkterrein. Om de
gebruiker te helpen het juiste apparaat te kiezen geeft de certificering een beschrijving weer van de categorie
waarin het apparaat valt. Voor explosiegevaarlijke gebieden zijn er drie apparatuurcategorieën: De Slam ®apparaten die in deze instructie worden genoemd vallen onder categorie 2.
Categorie 1: product is geschikt voor gebruik in zone 0, 1 en 2 / (20, 21 en 22)
Categorie 2: product is geschikt voor gebruik in zone 1 en 2 / (21 en 22)
Categorie 3: product is geschikt voor gebruik in zone 2 / (22)
2.1.3 Explosiegroep (IIA, IIB of IIC) in overeenstemming met
apparatengroep (IIA, IIB of IIC)
Deze informatie is van vitaal belang, omdat voor de ontsteking van de verschillende substanties (gassen)
verschillende hoeveelheden energie vereist zijn. De veiligheidseisen voor apparatuur zijn niet hetzelfde voor
verschillende substanties (bijvoorbeeld bij eisen m.b.t. statische elektriciteit). Om de selectie te vereenvoudigen
zijn de gassen onderverdeeld in drie verschillende groepen (IIA, IIB en IIC). Verdere informatie over de stoffen
kunnen worden gevonden van EN 60079 - 10.
Slam® -apparaten die in deze instructie worden genoemd vallen onder apparaten groep IIC.
www.optilight.com
www.atexor.com
9/16
2.1.4 Temperatuursklasse van de apparatuur
Let op de ontstekingstemperatuur (OT) van de stof die het explosiegevaar veroorzaakt op uw werkterrein.
Selecteer het apparaat op basis van de OT van de substantie. De temperatuur van de gekozen apparatuur moet
lager zijn dan OT. De hoogste temperatuur van de apparatuur wordt aangegeven door de indeling in
temperatuurklassen T1 tot T6.
Voorbeeld:
De OT van petroleum bedraagt ongeveer 250 Celsius .De maximaal toegestane temperatuursklasse van de
apparatuur bedraagt T3 (<200° C).
Slam®-apparaten die in deze instructie worden genoemd vallen in temperatuursklasse T3 (GASSEN).
Slam® -apparaten die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd hebben een maximale
oppervlaktetemperatuur van 90 ⁰ C (STOF)
2.1.5 Omgevingscriteria
Houd rekening met de geldende omgevingstemperatuur van het apparaat dat u gebruikt, omdat certificering
geldig is voor temperaturen tussen -20° C ---+ 40° C. Sommige Slam®-Hornet Noodverlichtingsarmaturen zijn
gecertificeerd voor temperaturen tussen - 40° C --- + 40° C. Zie typeplaatje van het product voor verdere
gegevens. Als de apparatuur wordt gebruikt bij andere temperaturen dan vermeld, kan de veiligheid niet worden
gegarandeerd.
Selectie en het gebruik van de apparatuur valt altijd onder de verantwoordelijkheid van
de gebruiker. Houdt u er rekening mee dat aan alle bovengenoemde criteria moet
worden voldaan bij het selecteren van de apparatuur.
Neem geen onnodige risico's.
3.
Gebruiksaanwijzing
3.1 Personeel
Het inzetten van de apparatuur wordt gecontroleerd en goedgekeurd door de operator. Het personeel dat het
apparaat gebruikt moet goedkeuring hebben van de operator of zijn vertegenwoordiger. In geval van verdere
instructies m.b.t. het gebruik van de apparatuur neemt u contact op met uw leverancier van deze apparatuur.
3.2 Voor het eerste gebruik van Slam ® Hornet Noodverlichting
Voor het eerste gebruik, moet u het apparaat 24 uur op het lichtnet / de transformator aansluiten om de accu
volledig op te laden. Dit is noodzakelijk om een maximale levensduur en capaciteit van de accu te verkrijgen.
Accu gaat 850 cycli of 3-5 jaar mee bij normaal gebruik.
www.optilight.com
www.atexor.com
10/16
3.2 Visuele inspectie van de Slam®Hornet Noodverlichting
Zoals voor alle apparatuur die gebruikt wordt in een explosiegevaarlijke zone, wordt aanbevolen dat, alvorens
het apparaat in de Ex-zone wordt gebracht, gecontroleerd is, dat het apparaat onbeschadigd is (bijvoorbeeld
geen losse, beschadigde of niet-aangesloten draden bevat).
In het geval dat er storingen of defecten aan het toestel worden geconstateerd, is het verboden om een dergelijk
apparaat mee te nemen of te gebruiken in een Ex-gebied totdat corrigerende maatregelen zijn getroffen.
3.4 Speciale aandacht bij 2-polig gebruik (24 V of 42 V)
Bepaalde Slam® Hornet Noodverlichtingsapparaten zijn ontworpen om te worden gebruikt in combinatie met
step-down transformatoren. Het gebruik van het Slam®Hornet Noodverlichtingsapparaat in combinatie met
transformatoren met 2-polige stopcontacten (zonder aarding / vereffening) stelt een aantal extra eisen aan het
apparaat zelf. Alle externe metalen en aluminium onderdelen van de Slam®Hornet Noodverlichting worden door
de fabrikant vervangen door plastic onderdelen of zijn uitgerust met plastic hoezen om elektrostatische oplading
en een daaruit voortvloeiend risico van een explosie te voorkomen. Vanwege de certificering van het product
kan dit alleen worden uitgevoerd door de fabrikant.
Informeer ons over uw behoefte aan 2-polig gebruik bij het plaatsen van uw bestelling. Producten die
oorspronkelijk vervaardigd zijn voor 3-polig gebruik kunnen later niet worden aangepast voor 2-polig gebruik
door de operator. Dergelijke modificaties mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of onder toezicht
van de fabrikant.
Let op! Gebrek aan potentiaalvereffening kan gevaar in de Ex-omgeving veroorzaken. Besteed daarom
bijzondere aandacht aan al uw installaties met metallische onderdelen. Statische oplading is vooral bekend van
standaarden met betrekking tot installaties in explosiegevaarlijke gebieden (bv. EN/IEC 60079-14).
3.5 Aansluiting op de stroomvoorziening
Het wordt aanbevolen dat het toestel eerst wordt aangesloten op het lichtnet / de transformator voor het
betreden van de explosiegevaarlijke omgeving. Potentiaalvereffening moet door de operator worden geregeld
voor betreding van een explosiegevaarlijke omgeving.
Slam® Hornet-eenheden met 2-polige voeding (zonder aarding) kunnen in een explosiegevaarlijke ruimte
worden gebracht zonder deze eerst aan te sluiten op de voeding.
3.5.1 Eisen aan voeding (elektriciteit)
Met de volgende belangrijke eisen moet rekening worden gehouden:
Voeding (voltage): Afwijking van de spanning (voltage) mag maximaal + / - 6% bedragen van de waarde
vermeld op het typelabel van het apparaat.
Stroom: Maximale stroom van het systeem is 16 A.
Frequentie: Standaard 50 Hz indien niet anders vermeld op het typelabel.
Zekering: De voeding heeft een zekering met een schakelvermogen van ten minste 1500 A
Bestudeer het typelabel voor verdere gegevens.
www.optilight.com
www.atexor.com
11/16
3.6 Het monteren van accessoires aan de Slam®Hornet
Atexor levert verschillende accessoires, maar in het geval u achteraf zelf accessoires wilt toevoegen aan het
Slam® Hornet Noodverlichting, let dan op de volgende punten:
1. De gebruiker is volledig verantwoordelijk voor het gebruik van de apparatuur inclusief service en
onderhoud
2. In het geval van het toevoegen van accessoires is het volgende verplicht:
a. De constructie van het gecertificeerde apparaat mag niet worden veranderd;
b. De IP-klasse van de eenheid mag niet minder worden;
3. Er wordt rekening gehouden met de statische elektriciteit (bijv. elektrostatische verbinding).
In het geval dat u voor de accessoires niet zelf uw eigen risico-evaluatie wilt uitvoeren, kijk dan naar het hele
scala aan accessoires op http://www.optilight.com
3.7 Koppeling in series
Bepaalde Slam® Hornet-apparaten kunnen uitgerust zijn met Ex-gecertificeerde aansluiting aangebracht in de
fabriek. Stekkers worden beschouwd als een optie, zodat ze aan het apparaat kunnen worden toegevoegd op
speciaal verzoek van de klant.
Ingebouwde stekkers worden aanbevolen wanneer het te verlichten gebied groot c.q. complex is of er niet
genoeg bedradingspunten beschikbaar zijn. Het koppelen van de eenheden in serie bespaart tijd, hoeveelheden
kabel en biedt de mogelijkheid een keten van licht te vormen om voldoende verlichting te bieden in de duisternis.
Als u de Slam®Hornet Noodverlichting in een serie aaneenschakelt, onderneem dan de volgende stappen:
1) Bij gebruik van een transformator, controleer de conditie en het vermogen om de juiste hoeveelheid
voltage en stroom te leveren.
2) Sluit het eerste toestel buiten het Ex-bereik aan
3) Verbind vervolgens één voor één de andere lampen met elkaar
4) De ingebouwde aansluiting is alleen voor het koppelen van Slam®Hornet Noodverlichtingsapparaten.
5) Bevestig ze met accessoires die u hebt geselecteerd
6) Breng de keten in de Ex-zone
Het aantal lampen dat met elkaar kunnen worden verbonden is afhankelijk van de voedingsspanning. Onder ziet
2
2
u algemene richtlijnen voor het doorlussen met 5 m 3x1.5mm (or 3x2.5mm ) kabel elk:
Voeding:
Aanbevolen
max. lading
230 V
2000 W
110 V
1000 W
42 V
500 W
www.optilight.com
Type armatuur
CSHEM1840 (58
W)
CSHEM1840 (58
W)
CSHEM1840 (58
W)
Aantal
aaneengeschakelde
armaturen
27
13
6
www.atexor.com
12/16
24 V
290 W
CSHEM1840 (58
W)
4
De ballast voor de Slam® Hornet Noodverlichting beschermt zichzelf tegen te hoge spanningsdalingen (talrijke
koppelingen) door zichzelf uit te schakelen. Als te veel eenheden met de keten verbonden zijn, worden sommige
eenheden van de keten uitgeschakeld. U kunt beginnen door het laatste apparaat uit de keten te halen.
Spanningspieken zijn schadelijker en kunnen de voorschakelapparatuur permanent beschadigen, als zij continu
aan overmatige pieken worden blootgesteld.
Als fluorescentiebuizen flikkeren wanneer de eenheden gekoppeld zijn, kan dat het gevolg van overmatig
koppelen zijn. Dit kan de levensduur van fluorescentiebuis aanzienlijk verkorten. Verwijder het laatste apparaat
uit de keten om de juiste werking van het apparaat te garanderen.
3.8 Speciale operationele kenmerken van Slam ® Hornet Noodverlichting
Sluit de armatuur aan op het net / de transformator. Druk op knop op het uiteinde om lampen
aan en uit te schakelen. De uit-knop heeft een geïntegreerd groen LED-lampje voor standby /
power om het vinden van deze knop in een donkere omgeving te vergemakkelijken, dit
indicatielampje staat aan. Alle Slam® Hornet Noodverlichting is uitgerust met een Li-Ion accu
zodat de 18W fluorescentielamp bij stroomuitval blijft branden. Door het gebruik van de
power-knop wordt de werking van de accu geregeld (ON / OFF). Accu wordt opgeladen
wanneer het apparaat is aangesloten op het net / de transformator. Optioneel rood LEDlampje (tussen fluorescentielampen) brandt tijdens het opladen. Accu is volledig opgeladen
wanneer het rode LED-lampje uit is.
www.optilight.com
www.atexor.com
13/16
3.8.1 Functiediagram
Indicatielampje status
Groene LED (power)
4.
Uit
Optionele rode LED
(opladen)
Uit
Status
Geen stroom
Aan
Uit
Aan / Accu volledig opgeladen
Aan
Aan
Aan / opladen
Inspectie & Onderhoud
4.1 Na gebruik
Neem de volgende stappen in acht nadat het Slam®-Hornet Noodverlichting uit het Ex-gebied is gehaald:
1) Reinig het apparaat met een vochtige doek (gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen);
2) Wijzig de anti-statische folie als er nog maar weinig licht doorheen komt of wanneer hij is beschadigd;
3) Voer een visuele controle uit op het apparaat (toestand van de kabel, PC-buis, vastheid van de
onderdelen)
4) Laat het apparaat drogen in de open lucht
4.2 Onderhoud
De volgende procedure moet worden uitgevoerd indien de Slam®Hornet Noodverlichting moet worden
gerepareerd:
1) Onderhoud mag uitsluitend worden uitgevoerd buiten het Ex-gebied;
www.optilight.com
www.atexor.com
14/16
2) De persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud moet een goede kennis hebben van de principes
van explosiebescherming en van de elektriciteitsleer.
3) Alleen originele onderdelen van de fabrikant mogen worden gebruikt. Houdt u er rekening mee dat er
geen onderdelen in deze eenheid zijn die kunnen worden gerepareerd met behulp van lijm, siliconen of
een andere vergelijkbare methode.
4) De groene kleur op transparante delen van de Slam® Hornet Noodverlichting kan worden beschadigd
als gevolg van externe invloeden, zoals oplosmiddelen of chemicaliën of mechanische stress. Als de
2
groene kleur is verdwenen op een oppervlak groter dan 100 cm moet het onderdeel worden vervangen.
De oppervlakteweerstand van de transparante delen moet liggen tussen de 1 MΩ - 1 GΩ.
5) Onderhoudsinstructies met uitvergrote diagrammen en onderdelenlijst zijn verkrijgbaar bij uw leverancier
en bij de fabrikant. Gelieve bij het aanvragen van onderhoudsinstructies onder meer het model en het
serienummer van het product aan te geven.
4.3 Testen
Tests dienen volgens EN 60079-19 te worden uitgevoerd voordat het gerepareerde apparaat weer wordt
gebruikt. Hieronder genoemde tests vinden plaats in aanvulling op de tests volgens EN 60079-19
•
•
•
•
PE-weerstandstest
Hoogspanningstest (500 VDC tussen Fase & Nul t.a.v. P/E geleider)
Operationele test
Gebruikstest van de apparatuur (trillingen, schudden)
Een goede test waarborgt een veilige bediening van gerepareerde apparatuur.
4.4 Reparatierapport
De operator is verantwoordelijk voor het op schrift up to date houden van de conditie van zijn apparatuur (EN
60079-14). Om de beschikbaarheid van deze belangrijke informatie te garanderen moet bij elke
reparatieprocedure een reparatierapport worden bijgehouden volgens EN 60079-19.
Uit dit rapport moet tenminste blijken:
• De persoon die het onderhoud heeft uitgevoerd;
• De datum waarop het onderhoud is gepleegd;
• De onderhoudsprocedure;
• Handtekening van de persoon die verantwoordelijk is voor aanvaarding van het onderhoud.
4.5 Periodieke testen van Slam® Hornet Noodverlichting
Vóór de test, moet de accu volledig worden opgeladen. Werking van de accu moet 4 keer per jaar worden
gecontroleerd door het onderbreken van de ingangsspanning. Als het apparaat op de accu werkt, moet dat
langer dan 45 minuten kunnen. Als dat niet het geval is, moet het apparaat worden nagekeken.
www.optilight.com
www.atexor.com
15/16
4.6 Meer informatie over het gebruik van elektrische apparaten voor
omgevingen waar gasontploffingsgevaar kan heersen
Houd rekening met de meest recente eisen voor de geldende normen. Gelieve ten minste de
volgende normen te bestuderen:
EN 60079-14 (Elektrische installaties in gevaarlijke gebieden)
EN 60079-10 (Classificatie van gevaarlijke gebieden)
EN 60079-17 (Inspectie en onderhoud van elektrische installaties in gevaarlijke gebieden)
EN 60079-19 (reparatie en revisie voor apparatuur gebruikt in potentieel explosieve
atmosferen)
www.optilight.com
www.atexor.com
16/16
Helpdesk
Mocht u enige twijfel hebben of een vraag, neemt u dan contact op met uw distributeur of de
fabrikant.
Contactgegevens:
Tel: +31 0183-309333
Fax: +31 0183-309335
E-mail [email protected]
Web: http://www.optilight.com
www.optilight.com
www.atexor.com

Vergelijkbare documenten

Series 50 - Opti-Light International

Series 50 - Opti-Light International T3 = Maximale binnentemperatuur van het apparaat is 200 ° C (binnen het bereik van omgevingstemperaturen van -20 ° C - +40 ° C) Gb = Explosie Protectie Level (EPL) markering voor "HOOG" bescherming...

Nadere informatie