De inventaris kunt u hier inzien als PDF

Commentaren

Transcriptie

De inventaris kunt u hier inzien als PDF
INVENTARIS ARCHIEF
SCHIMMELPENNINCK
Nijenhuis, Diepenheim
Stichting Rutger Jan Schimmelpenninck
www.stichtingrjs.nl
Augustus 2015
Samengesteld door Jhr. A.J. Gevers & A.J. Mensema
Eerste afdeling: Stukken betreffende het archief en stukken van
genealogische, heraldische en geschiedkundige aard
I. Stukken betreffende het archief
II. Stukken betreffende de familie Schimmelpenninck
III. Stukken betreffende andere families en personen
IV. Stukken waarvan het verband niet blijkt
A.
B.
C.
D.
E.
Persoonlijke stukken
Zakelijke stukken
Poëzie
Portretten en afbeeldingen
Curiosa
Tweede afdeling: Stukken van persoonlijke aard
I. Stukken betreffende de familie Schimmelpenninck
A.
De familie Schimmelpenninck
1.
Gerrit Schimmelpenninck (1725-1804) trouwt 1758 Hermanna Koolhaas (1736-1807).
2.
Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) trouwt 1788 Catharina Nahuys (1770-1844).
a.
b.
c.
Privé-leven
i.
Algemeen
ii. Biografie
iii. Overlijden
Correspondentie.
i
Rutger Jan Schimmelpenninck.
(1). Ingekomen stukken.
(2). Uitgaande stukken.
ii. Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck.
Loopbaan
i.
Lid en president van het Revolutionair Comité te Amsterdam 1795
ii. Lid van de Nationale Vergadering 1796-1798.
iii. Extraordinaris minister plenipotentiaris te Parijs 1798-1802
(1). Aanstelling en infunctietreding
(2). Correspondentie
(a). Ingekomen stukken
(b). Uitgaande stukken
(i).
Algemeen
(ii). Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
(iii). Correspondentie met Bataafse ministers en particulieren.
(iv). Correspondentie met verschillende Franse ministeries.
(3). Vertrouwelijke stukken
(4). Diplomatieke stukken.
(a). De ‘Indische bezittingen’.
(b). Handel en nijverheid
(c). Neutraliteit
iv. Gezant bij de vredesonderhandelingen te Amiens 1800-1802.
(1). Aanstelling en infunctietreding.
(2). Correspondentie.
(a). Ingekomen stukken.
(i).
Algemeen.
(ii). Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
(iii). Correspondentie met Franse autoriteiten.
(b). Uitgaande stukken.
(i).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
1
d.
e.
f.
(ii). Correspondentie met de Engels gevolmachtigde.
(iii). Correspondentie met Franse autoriteiten.
(3). Diplomatieke stukken.
(4). Geschenken.
(5). Overige stukken.
v. Extraordinaris envoyée en minister plenipotentiaris te Londen 1802-1803.
(1). Aanstelling en infunctietreding.
(2). Correspondentie.
(a). Ingekomen stukken.
(b). Uitgaande stukken.
(i).
Algemeen.
(ii). Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
(iii). Correspondentie met de Britse autoriteiten.
(3). Diplomatieke zaken
vi. Ordinaris ambassadeur te Parijs 1803-1805.
(1). Aanstelling en infunctietreding.
(2). Correspondentie.
(a). Ingekomen stukken.
(b). Uitgaande stukken.
(i).
Algemeen.
(ii). Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
(3). Diplomatieke zaken.
(4). Financiën.
(5). Overige stukken.
vii. Raadpensionaris van het Bataafse Gemeenebest 1805-1806.
(1). Resoluties.
(2). Agenda’s.
(3). Ingekomen en uitgaande stukken.
(a). Algemeen.
(b). ‘Secrete’, geheime, brieven.
(c). ‘Franse brieven’.
(d). Overige ingekomen stukken.
(i).
Algemeen.
(ii). Staatsregeling
(iii). Belastingen
(iv). Bestuur
(α). Algemeen.
(β). Departementaal bestuur.
Algemeen.
Departement Overijssel.
Overige departementen.
(γ). Verschillende steden.
(v). Financiën
(vi). Handel en nijverheid.
(vii). Justitie.
(viii). Koloniën.
(ix). Marine
(x). Oorlog en defensie.
(4). Rekeningen en kwitanties.
viii. Grand Trésorier van de de Orde van de Drie Gulden Vliezen.
ix. Senator van de keizerlijke Franse Senaat te Parijs 1811-1813.
x. Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1815-1825.
Vermogenshandelingen.
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen.
ii. Familierechterlijke vermogenshandelingen.
iii. Nalatenschap.
(1). Regelgeving
(2). Roerende goederen
(3). Inventarisatie
(4). Verdeling
(5). Nasleep
Eerbewijzen en onderscheidingen
Documentatie met betrekking tot Rutger Jan Schimmelpenninck
i.
Afbeeldingen
ii. Gedichten op Rutger Jan Schimmelpenninck
iii. Gedichten op keizer Napoleon.
2
iv.
v.
Overige gedichten.
Verzamelde archivalia.
3.
Catharina Schimmelpenninck (1790-1842) trouwt 1810 Salomon baron Dedel (1775-1846).
4.
Gerrit graaf Schimmelpenninck (1794-1863) trouwt 1) 1815 Henrietta Euphemia Johanna Stulen (1796-1816), 2)
1819 Jeanette Philippine Frederique Caroline Constantine von Knobelsdorff (1796-1852), 3) 1855 Jkvr. Louise
Charlotte Jeanette van Schuylenburch (1802-1883).
a.
b.
c.
d.
e.
5.
Privé-leven
i.
Algemeen
ii. Biograaf van Rutger Jan Schimmelpenninck
iii. Overlijden
(1). Algemeen
(2). Biografie Gerrit Schimmelpenninck
Correspondentie
i.
Gerrit Schimmelpenninck
ii. Jeanette von Knobelsdorff
iii. Louise Charlotte Jeanette van Schuylenburch.
loopbaan
i.
Directeur 1824-1827, president 1827-1833 en lid van commissarissen 1835- N.V. Nederlandsche
Handel Maatschappij
ii. Secretaris van Staat 1834-1836
iii. Lid Eerste Kamer 1836-1849 en Tweede Kamer 1853-1854 der Staten-Generaal, Minister van Staat
1836-1863.
iv. Buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Sint Petersburg 1837-1840.
(1). Aanstelling, infunctietreding en ontslag.
(2). Correspondentie
(a). Ingekomen stukken
(b). Uitgaande stukken
(3). Diplomatieke stukken
(4). Financiën
(5). Overige stukken
v. Buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, 1846 - 1848 en 1848 - 1852.
(1). Aanstelling, infunctietreding en ontslag.
(2). Correspondentie.
(a). Ingekomen stukken.
(i).
Correspondentie met Nederlandse politici en particulieren.
(ii). Correspondentie met verschillende Engels autoriteiten, politici en particulieren.
(b). Uitgaande stukken.
(3). Vertrouwelijke stukken.
(4). Diplomatieke stukken.
(5). Overige stukken.
vi. Voorzitter van de ministerraad 1848
vii. Tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken 1848
viii. Tijdelijk minister van Financiën 1848
xi. Overige functies
Vermogenshandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
ii. Familierechtelijke vermogenshandelingen
iii. Nalatenschap
(1). Regelgeving
(2). Onroerende goederen
(3). Roerende goederen
(4). Correspondentie
(5). Verdeling
(6). Nasleep
Eerbewijzen en onderscheidingen
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck (1821-1893), trouwt 1849 Henriette Wilhelmine Elisabeth Melvil
(1827-1876).
a.
b.
Privé-leven
i.
Algemeen
ii. Overlijden
Correspondentie
3
c.
d.
e.
f.
Opleiding
Loopbaan
i.
Lid van de Koninklijke hofhouding
(1). Benoemingen
(2). Activiteiten
ii. Gemeenteraadslid van Amsterdam en Diepenheim
iii. Nationaal politicus
(1). Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1857-1866
(2) Minister van Financiën
(3). Politicus
(4). Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1873-1884 en 1884-1886
(5) Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1888-1891
iv. Lid en voorzitter van de Hoge Raad van Adel
v. Overige functies
(1). Lid Commissie ‘Algemeene Commissie van liquidatie der zaken betreffende de voormalige weesen momboirkamers’
(2) Lid van de Staatscommissie tot het onderzoeken der [Staats-]rekeningen
(3). Commissaris van de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij
(4). Lid Commissie tot oprichting van het Citadelmonument
(5). Overige
Vermogenhandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
ii. Familierechtelijke vermogenshandelingen
Eerbewijzen
i.
Nederlandse decoraties
ii. Buitenlandse decoraties
iii. Honoraire lidmaatschappen
(1). Nederland
(2). Buitenland
6.
Jhr. Ernest Herman Frederik Adriaan Schimmelpenninck (1823-1882), tr. 1853 Jkvr. Maria Jacoba Fabricius
(1831-1892)
7.
Jhr.mr. Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck (1825-1904), trouwt 1865 Woltera Geertruida gravin van
Limburg Stirum (1841-1877)
8.
a.
b.
Privé-leven
Correspondentie
c.
i.
Particuliere correspondentie
ii. Correspondentie als beheerder van het Westerflier
Persoonlijke vermogenshandelingen
Gérard Johan Philip graaf Schimmelpenninck (1851-1929), trouwt 1876 Jkvr. Cornelia Constantia van der Wyck
(1851-1931)
a.
b.
c.
d.
e.
f.
9.
Privé-leven
Correspondentie
Opleiding
Loopbaan
i.
Lid van de rechterlijke macht
ii. Lid van de Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van
Strafvordering
iii. Lid van de Koninklijke hofhouding
iv. Overige functies
Persoonlijke vermogenhandelingen
Eerbewijzen
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck (1855-1935), trouw 1935 Adriana Johanna Pauw van Wieldrecht (1865-1936)
10. Johanna P.F.C.C. gravin Schimmelpenninck (1857-1932), tr. 1887 Jhr.mr. Herman van der Wyck (1844-1909)
11. Lodewyk Hieronymus graaf Schimmelpenninck (1858-1942), trouwt 1887 Wallij Mariane Eugenie Lucius
(1864-1941).
a.
Privé-leven
4
b.
e.
Loopbaan
Vermogenhandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
ii. Familierechterlijke vermogenshandelingen
12. Jhr. Gerrit Johan Anne Schimmelpenninck (1854-1929), tr. 1881 Jkvr. Cécile Marie Steengracht (1855-1929)
13. Rutger Jan Eugen graaf Schimmelpenninck (1892-1945), trouwt 1918 Marie Therese Ruth von Meister
(1898-1981)
a.
b.
c.
d.
Privé-leven
Opleiding
Loopbaan
Vermogenshandelingen
14. Elisabeth A.E.M. gravin Schimmelpenninck (1919-****), trouwt 1)1942 (echtscheiding 1950) Jhr. Jacob Adriaan
van Kretschmar van Veen (1917-1993), 2) 1950 Johann Gottlieb Sillem (1893-1955), 3)1966 (echtscheiding 1968)
Johann Gottlieb van Marle (1901-1979)
15. Mr. Lodewyk Herbert graaf Schimmelpenninck (1921-2009), tr. 1) 1948 (echtscheiding 1978) Agnes Maria Sillem
(1927-****), tr. 2) 1981 mr. Anna Maria Louise Mulder (1935-****)
16. Rutger Jan Moritz Albert graaf Schimmelpenninck (1924-1993), trouwt 1) 1950 (echtscheiding 1960) Juliana
Anna barones Mackay (1925-2005), 2) 1960 (echtscheiding 1979) Louise Isabella Pahud de Mortanges (1928***), 3) 1980 Carmen Natalie Elisabeth Guth (1950-****)
II. Stukken betreffende aanverwante families
A.
Familie De Saint Amant
1.
Elisabeth Maria de Saint Amant (1735-1821), trouwt 1777 Godert Poosen (1730-1798).
2.
Jean Louis de Saint Amant (1704-1780), trouwt 1745 Cornelia Jacoba van Hardenbroek (1722-1813).
B
Familie Van Knobelsdorff
1.
Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff (1752-1820), trouwt 1781 Jkvr. Johanna Philippina Hermanna van
Dedem (1772-1860).
2.
Guillaume Adrien Antoine Constantin von Knobelsdorff (1802-1880)
3.
Frederik Willem Adriaan Karel baron van Knobelsdorff (1810-1894), trouwt 1836 Coenradine Wilhelmine barones
de Vos van Steenwijk (1814-1878).
C.
Familie Van Dedem
1.
Jhr. Frederik Gijsbert van Dedem, heer van de Gelder (1743-1820), trouwt 1771 Adriana Frederica Johanna Sloet
(1745-1815),
2.
(Jhr.) Antony Boldewijn Gijsbert van Dedem (1774-1825).
D
1.
Familie Melvil
Frances Melvil (1802-1869), trouwt 1) 1826 Henriette Sillem (1805-1827), trouwt (2 1854 Louise Sillem
(1808-1896).
Derde afdeling: Stukken van zakelijke aard
I. Gehele complex
A.
Financieel beheer
5
1.
Leggers en aanverwante stukken
2.
Beheer
3.
Belastingen
B.
Exploitatie gewassen en producten
C.
Verzekeringen
D.
Toegang tot het landgoed
II. Huis en havezate het Nijenhuis
A.
Verwerving, belening en vervreemding
B.
Het Nijenhuis
1.
Huis
a.
b.
c.
d.
2.
C.
1.
2.
Verbouwing van het Nijenhuis 1855-1856
Verbouwing van het Nijenhuis 1888-1890
Verbouwing en modernisering van het Nijenhuis 1913-1916 (1925)
i.
Verbouwing
ii. Modernisering
iii. Portretten
Verbouwing koetshuis, bouwhuis en stalling 1894-1897
Tuinen
Uitoefening van rechten
Jachtrechten
Recht van borgman van Diepenheim
a. Algemeen
b. Kerkelijke zaken
i.
Algemeen
ii. Predikantsplaats
iii. Financiën
iv. Pastorie
v. Kosterij
c. Burgerlijke zaken
i.
Algemeen
ii. Onderwijs
iii. Provisorij
III. Overige huizen en havezaten
A.
Havezate Pekkedam
B.
Havezate Westerflier
1.
Gehele complex
2.
Huis en havezate Westerflier
3.
Westervliersche Steenbakkerij in het Maserveld
4.
Recht van borgman van Goor
6
IV. Overige goederen en rechten
A.
Goederen en rechten in Overijssel
1.
Gemeente Deventer
2.
Gemeente Diepenheim
a.
b.
c.
d.
Meerdere secties
Sectie A (Genaamd Nyenhuis)
i.
Erven en goederen
ii. Losse landerijen
Sectie B (Genaamd Diepenheim)
i.
Erven en goederen
ii. Losse landerijen
Sectie C (Genaamd Kerspel)
3.
Gemeente Diepenveen
4.
Gemeente Markelo
a.
b.
c.
5.
Gemeente Wijhe
B.
1.
Sectie D (genaamd Oost Stokkum)
Sectie E (genaamd West Stokkum)
i.
Erven en goederen
ii. Losse landerijen
Sectie F (Genaamd Stokkummerbroek)
Goederen en rechten buiten Overijssel
Provincie Gelderland
a.
b.
c.
Gemeente Borculo / Gelselaar
Gemeente Geldermalsen / Gellicum
Gemeente Warnsveld
2.
Provincie Noord-Brabant
a. Gemeente Werkendam
3.
Provincie Noord-Holland
a.
b.
4.
Provincie Utrecht
a.
5.
Gemeente Rhenen
Provincie Zuid-Holland
a.
6.
Gemeente Amsterdam
Gemeente Haarlemmermeer
Gemeente ’s-Gravenhage
i.
Benoordenhoutseweg
ii. Bezuidenhout
iii. Boschkant
iv. Nassaulaan
v. Park Zorgvliet
vi. Waldorpsdwarsstraat
vii. Weissenbruchstraat
Duitsland
a.
i.
Hessen
Kreis Marburg / Schönstadt
7
Eerste afdeling: Stukken betreffende het archief en stukken
van genealogische, heraldische en geschiedkundige aard
$88$
I.
Stukken betreffende het archief
1.
‘Generale lijst der papieren van Rutger Jan Schimmelpenninck van 1798 tot 1806’, archiefinventaris, opgesteld
[ca. 1810].
1 omslag.
2720.
Lijst van de tijdelijk door prof.dr. H.T. Colenbrander naar het Algemeen Rijksarchief overgebrachte archivalia
betreffende Rutger Jan Schimmelpenninck, 1903.
1 stuk.
N.B. Het onderzoek van Colenbrander resulteerde in het boek: H.T. Colenbrander, Schimmelpenninck en koning Lodewijk (Amsterdam
1911).
2719.
Inventaris van het archief van Rutger Jan Schimmelpenninck ‘(2de gedeelte)’ en diens zoon Gerrit
Schimmelpenninck door prof.dr. H.T. Colenbrander, 1904.
1 katern.
2.
Brief van prof.dr. H.T. Colenbrander aan [Lodewyk H.] Schimmelpenninck betreffende de raadpleging van
archiefstukken op het Nijenhuis, 1915.
1 stuk.
3016.
Lijst van archiefstukken welke bewaard worden in de safe in de archiefkelder, [ca. 1940]. Met dubbelen en
bijlagen.
1 omslag.
2721.
Inventaris van het ‘Archief der Graven Schimmelpenninck van Nijenhuis’, gedeelte A, door S.J. Fockema
Andreae, typoscript, 1948.
1 katern.
2722.
Bewijs afgegeven door het Centraal Register van Familiearchieven te ’s-Gravenhage van de registratie van het
archief op het Nijenhuis, [1967].
1 stuk.
N.B. De collectie werd geregistreerd onder nummer 43.
3450.
Inventaris van een gedeelte van het archief, aanwezig in ‘de muurkast van de werkkamer’, ca. 1960. Fotokopie,
ca. 1973.
1 stuk.
II.
Stukken betreffende de familie Schimmelpenninck
1315.
Tekening van het alliantiewapen Schimmelpenninck-von Knobelsdorff, [19e eeuw].
1 stuk.
1330.
Aantekeningen betreffende enige inschrijvingen in de familiebijbel van de familie Schimmelpenninck, 19e
eeuw.
1 stuk.
N.B. Deze bijbel bevindt zich in de Collectie Schimmelpenninck bij het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle.
1332.
Genealogische aantekeningen betreffende de familie Schimmelpenninck, 19e eeuw.
1 omslag.
1689.
Afbeelding van het wapen Schimmelpenninck, [1848]. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk geknipt uit een paspoort uitgegeven door Gerrit Schimmelpenninck als minister van buitenlandse zaken.
8
1463.
Brieven ingekomen bij de heer en mevrouw G. Schimmelpenninck, 1841, 1849 en ongedateerd. Fotokopieën,
[vierde kwart 20e eeuw].
1 omslag.
2739.
Genealogische aantekeningen betreffende de familie Schimmelpenninck te Borculo, [2e helft 19e eeuw].
1 stuk.
III. Stukken betreffende andere families en personen
1975.
Brieven ingekomen bij ‘le comte de Loewendahl, maréchal de camp’ te Parijs van zijn neef Ferdinand von
Leiningen Westerburg te Grünstadt, 1787. Met genealogische overzichten betreffende het nageslacht van
koning Frederik van Denemarken.
1 omslag.
1311.
‘De beweerde afstamming der familiën Nahuijs en Van Nahuijs uit het dijnasten geslacht Ahaus uit den huize
Horstmar’, artikel gepubliceerd in De Nederlandsche Heraut, 1887. Gedrukt.
1 stuk.
1316.
Genealogische aantekeningen betreffende de familie Von Knobelsdorff, [19e eeuw].
1 omslag.
1317.
Afbeelding van het wapen Von Knobelsdorff, [19e eeuw]. Gedrukt.
1 stuk.
1326.
Genealogische aantekening betreffende Florentina Rengers, 19e eeuw.
1 stuk.
1329.
Staat van enige afstammelingen van Joachim Adolf van Rechteren en Margaretha van Haersolte met een
opgave van de vererving van een zilveren bouilloir, 19e eeuw. Met een afschrift.
2 stukken.
1331.
Genealogische aantekeningen betreffende de familie Melvil, 19e eeuw.
1 omslag.
1333.
Genealogische aantekeningen betreffende de familie Van de Poll, 19e eeuw.
1 stuk.
1327.
Aantekeningen betreffende de havezate De Gelder en de familie Van Dedem, 19e eeuw.
1 stuk.
1328.
Aantekeningen van [R.A.] van Hoevell betreffende het Nijenhuis, 19e eeuw.
1 stuk.
3110.
Stamreeks van Gerrit Schimmelpenninck betreffende zijn afstamming van de familie De Saint Amant,
opgesteld [ca. 1900].
1 stuk.
IV. Stukken waarvan het verband niet blijkt
A.
Persoonlijke stukken
2724.
Blaadjes met inschrijvingen uit een liber amicorum, 1605-1617.
2 stukken.
N.B. Met inschrijvingen van Barbara van Warmelo, Margaretha Sloet, Steven van Brienen, Maria van Voorst, Catharina van Eck en Ida
Sloet.
2723.
Vrijgeleide voor Coenraad Willem Sloet, afgegeven door Gerard Adolf Bentinck tot Brecklenkamp, 1672.
1 stuk.
9
N.B. Na de inval van de Munsterse troepen in 1672 werd Bentinck door bisschop Bernhard van Galen benoemd tot drost van Vollenhove.
Het betreft hier Coenraad Willem Sloet tot Lindenhorst († 1677), landrentmeester van Vollenhove 1648-1677.
2735.
Attestatie van [Justus] Boonaert, ‘matheseos magister’, dat Ferdinandus Fabri door hem is opgeleid en
bekwaam is om als landmeter te worden geadmitteerd, 1675.
1 stuk.
N.B. Fabri komt niet voor in: E. Muller en K. Zandvliet (red.), Admissies als landmeter in Nederland voor 1811 (Alphen aan den Rijn
1987).
2761.
Stukken betreffende de benoemingen en salariëring van Hendrik Johan Nies tot ‘cancelary-director’ en drost
van de heerlijkheid Wisch namens Adolph en Wilhelm Moritz van Nassau, 1676-1685.
1 omslag.
N.B. Deze stukken hebben toebehoord aan de achterkleinzoon van Nies, de heer Rasch, ontvanger te Venlo. Vermoedelijk was dat Henrick
Wijnand Jacob Rasch, rijksontvanger, overleden te Steenderen 3 december 1853, zoon van Henrich Wijnand Rasch en Jacoba Nies.
635.
Brieven van D (of B) Loises te Boulogne aan zijn broer, 1805.
2 stukken.
2734.
Paspoort voor de heer Loisel en zijn bedienden voor zijn reis naar Pecalongan, afgegeven door de resident te
Salatiga, 1829. Geviseerd door diverse autoriteiten, 1829.
1 stuk.
1340.
Brief ingekomen bij de heer Hoekwater te Delft van [M.] de la Barre te Breda, 1859.
1 stuk.
2955.
Brief ingekomen bij de heer Reinderhoff van H.B.L. Braam, inspecteur der Eerste Nederlandsche verzekeringmaatschappij op het leven en tegen invaliditeit, betreffende de tarieven van verschillende polissen, 1929.
1 stuk.
B.
Zakelijke stukken
2725.
Akte van transport door Margrete van den Zype c.s. aan Jan van Merstraten en zijn vrouw Cecilia van den
Zype, van een aandeel in een hofstad c.a., geheten Den Anthoenis, staande en gelegen in de Verwerstraat te
Brussel, 1614.
1 charter.
2749.
Akte van scheiding en deling van de nalatenschap van Joos en Niclaes de Rau, 1638.
1 charter.
N.B. de verdeling geschiedde voor de schepenen van de parochie van St. Matheus, in het nieuwe land van Gaesbeek, nabij Itterbeek
(België).
2863.
Coupons voor half-jaarlijkse rentebetalingen op een staatslening, 1797-1798.
1 omslag.
2637.
Prospectus van de Noord-Hollandsche Spoorweg-Maatschappij voor de aanleg van een spoorlijn van
Nieuwediep naar Amsterdam, 1856. Gedrukt.
1 stuk.
2629.
Jaarverslag van de Algemeene Maatschappij voor Handel en Nijverheid over 1865, behandeld in de
aandeelhoudersvergadering, 1866. Gedrukt.
1 stuk.
2478.
Prospectus voor de oprichting van een maatschappij ter exploitatie van een zilvermijn in Colorado (USA),
1873. Gedrukt.
1 stuk.
C.
Poëzie
226.
Gedichten van Horatius, bewerkt en vertaald door V.W. nsz, [ca. 1800]. Gedrukt.
1 omslag.
1277.
Gedicht in de Latijnse taal van D.J. van Lennep ter huldiging van Jeronimo de Bosch, 1802.
1 stuk.
10
N.B. Jeronimo de Bosch (1740-1811) was apotheker te Amsterdam en een bekende gelegenheidsdichter.
1038.
Springsguth’s enlarged Edition of the Trial of Richard Patch for the Wilful Murder of Mr. Isaac Blight, late
Ship-breaker of Deptford, uitgegeven te Londen, 1806. Gedrukt, met losse afbeeldingen.
3 stukken.
1245.
Gedicht ‘Louis Seize aux Français’, [1816].
1 stuk.
1203.
‘Bij de graven der geleerden’, gedicht door mevrouw ‘A.v.d.M.v.C’, [begin 19de eeuw].
1 stuk.
368.
Tekst van een lied met muzieknoten, [begin 19de eeuw].
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk ter gelegenheid van het huwelijk van een zekere Sophie.
1680.
‘Notice sur Pouschkin’, aantekeningen van N.N. over het leven en werk van de Russische dichter Pousjkin,
[1838].
1 stuk.
N.B. Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin (1799-1837) was de beroemde Russische dichter, die overleed na een duel te St. Petersburg op 10
februari 1837. De tegenpartij was George Charles d’Anthès, die geadopteerd was door Jacob Derk Borchard Anne baron van Heeckeren,
op dat ogenblik de Nederlandse gezant te St. Petersburg. Wegens deze betrokkenheid werd hij teruggeroepen. (I. Matthey, Eer verloren, al
verloren. Het duel in de Nederlandse geschiedenis (Zutphen 2012), p. 442-449.
2324.
‘Hij komt!’, tekst van het volksgezang door Constanter, 1853. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Ter gelegenheid van het bezoek van koning Willem III aan Amsterdam.
1431.
‘To the Bereaved’, religieuze overpeinzingen bij een sterfgeval, [ca. 1860]. Gedrukt.
1 stuk.
2146.
Franse gedichten, [ca. 1870].
3 stukken.
D.
Portretten en afbeeldingen
2127.
Allegorie op de geschiedschrijving, gravure van J. Punt, [1749]. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Frontispice uit J. Wagenaar, Vaderlandsche historie (Te Amsterdam by Isaak Tirion MDCCXLIX).
1310.
Afbeelding van ‘’t dorp Naaldwyk’, ingekleurd, met een gedicht, [1793]. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Uit: L. van Ollefen en R. Bakker, De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver (Amsterdam 1793).
2126.
Portretten van personen uit de vaderlandse geschiedenis, 18e eeuw.
1 pak.
N.B. Gesneden uit J. Wagenaar, Vaderlandsche historie.
376.
Afbeelding van een draagjuweel in de vorm van een zeemeermin, [ca. 1800]. Gedrukt.
1 stuk.
2740.
Afbeeldingen van enige belangrijke gebouwen in Madrid naar tekeningen van J[osé] Gomez [de Navia], [ca.
1800]. Gedrukt.
1 deeltje.
2128.
Portret van Henry Daniël Guyot, door P.J. Uydenbroek en S. Portman naar een tekening van G. de San, [1803].
Gedrukt.
1 stuk.
166.
Blindzegel van koning George III van Groot-Brittanië, [ca. 1818].
1 stuk.
1654.
Kaart met de waterhoogten in de Baai van Rumanzoff en de Baai van Malony Bodega, opgemeten 1818.
Gedrukt.
1 stuk.
11
2130.
Geaquarelleerde tekening van een jongeman in 17e eeuwse dracht, gesigneerd door ‘Auguste Garneray.F.An’,
[ca. 1820].
1 stuk.
N.B. Auguste-Simon Garneray (1785-1824) was een Franse schilder, illustrator en ontwerper, vooral van toneelcostuums.
2129.
Gravures naar schilderijen en een beeldhouwwerk, [ca. 1840]. Met een explicatie: ‘Examen des planches’.
1 omslag.
N.B. Er mist een afbeelding.
2143.
Afbeeldingen van een onbekende stad, litho’s, [ca. 1840].
2 stukken.
2444.
Geaquarelleerde tekening van een man (koning Willem III ?), [ca. 1860].
1 stuk.
1314.
Biografieën van Casparus en Wilhelm Coolhaas. Met een portret van Caspar Coolhaas, [1885].
1 stuk.
N.B. De biografieën komen mogelijk uit: B. Glasius, Godgeleerd Nederland. Biografisch Woordenboek van Nederlandsche Godgeleerden,
deel II (’s-Hertogenbosch 1853).
1318.
Afbeelding van het wapen van de familie [onbekend], [19e eeuw]. Getekend op perkament.
1 stuk.
E.
Curiosa
1974.
Brief van Karel V aan [ontbreekt] te Utrecht, 1516.
1 stuk.
N.B. Zwaar beschadigd. Vermoedelijk verzameld wegens de handtekening van Karel V.
3451.
Juridische adviezen van diverse rechtsgeleerden voor verschillende rechterlijke instanties in Overijssel en
Drenthe, 1685-1769.
1 band.
N.B. Voorin is ingebonden: Advysen rakende het Heerlyk Lheen, genaamd De Nyefenne, of Hemmemalheen; zynde het eenigste van die
natuur in de provintie van Friesland, 1765. Gedrukt.
2925.
Juridische adviezen van diverse rechtsgeleerden voor sententies in rechtszaken voor R.H. van Heerdt tot
Eversberg, verwalter-drost van Twente, 1748-1756.
1 deel.
1202.
Tekst van een religieuze overdenking over de dood, gehouden bij een oudjaarsdienst, [begin 19de eeuw].
1 katern.
1492.
J. Wilkenius-Remus, La quadrature du cercle, pratique, complete et constant, (Liège 1820). Gedrukt.
1 deeltje.
1247.
Aantekeningen uit krantenberichten betreffende de bestrijding van razernij, 1828.
1 stuk.
2219.
Rapport over een bezoek aan de universiteit van Utrecht door N.N., [1837]. Uittreksel.
1 stuk.
N.B. Overgeschreven uit de Revue des deux mondes van 15 februari 1837.
2479.
Waarachtige Physiologie van Amsterdam, tweede deel, blad 8 en 24, 1845 en 1846. Gedrukt.
2 katernen.
2323.
‘Opwekking tot het inleveren van Petitiën omtrent Nederlands dierbaarste belangen’, politiek betoog door
N.N., [1848]. Gedrukt.
1 stuk.
2325.
Brochure over een nieuw op te richten nieuwsblad onder de naam De ’s-Gravenhaagsche Nieuwsbode door I.J.
Lion, H.C. Suzan en J.A. de la Vieter, 1860. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Izaak Jacob Lion kocht in 1860 de ’s-Gravenhaagsche Nieuwsbode aan en deze krant zou later onder de naam Het Dagblad van ZuidHolland en ’s-Gravenhage verschijnen.
12
2139.
Biografie van Schelte van Heemstra (1807-1864) door ‘L’, overdruk uit het Dagblad van Zuidholland en ’s
Gravenhage, 1865. Met een portret.
2 stukken.
2220.
Toespraak van Petrus Regout voor de ‘oud-strijders voor de onafhankelijkheid van het Vaderland’ bij de eerstesteen-legging van een monument, 1869. Gedrukt.
1 stuk.
2226.
‘Verdediging van mijn, Anna Elberta van Wijk [….] op de aanklagt van Philipp Anton Ludwig von Roesgen von
Floss’, 1869. Gedrukt.
1 stuk.
2263.
Memorie van bezwaren tegen de invoering van een verplichte vaccinatie, [1890]. Gedrukt.
1 katern.
13
Tweede afdeling: Stukken van persoonlijke aard
I.
Stukken betreffende de familie Schimmelpenninck
A.
De familie Schimmelpenninck
1.
Gerrit Schimmelpenninck (1725-1804) trouwt 1758 Hermanna
Koolhaas (1736-1807).
Gerrit Schimmelpenninck, zoon van Gerrit Schimmelpenninck en Aaltje ten Cate, geb. Almelo 3 augustus 1725, wijnkoper te Deventer,
overl. Deventer 30 juni 1804, huwt Terwolde 27 maart 1758 Hermanna Koolhaas, geb. Deventer 21 oktober 1736, overl. Deventer 3
december 1807, dochter van Rutgerus Koolhaas en Hermina van Heek.
1705.
Akte van scheiding en deling van de nalatenschappen van Hermanna Koolhaas, weduwe van Gerrit
Schimmelpenninck, en van haar dochter Hermina Schimmelpenninck, 1809.
1 katern.
1708.
Akte van scheiding en deling van de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck Gzn, 1820.
1 stuk.
N.B. De handtekening van Rutger Jan Schimmelpenninck is uitgeknipt.
14
2.
Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) trouwt 1788 Catharina
Nahuys (1770-1844).
Mr. Rutger Jan Schimmelpenninck, zoon van Gerrit Schimmelpenninck, wijnkoper te Deventer, en Hermanna Koolhaas, geb. Deventer 31
oktober 1761, juris utrusque doctor Leiden 1784, geadmitteerd als advocaat voor het Hof van Holland 1785, advocaat en procureur te
Amsterdam 1785-, voorzitter provisionele regering van Amsterdam 1795, lid Nationale vergadering 1796-1797, extraordinaris minister
plenipotentiaris te Parijs 1798-1802, extraordinaris envoyée en minister plenipotentiaris te Londen 1802-1803, ordinaris ambassadeur te
Parijs 1803-1805, raadpensionaris van Holland 1805-1806, lid Franse senaat 1810-1813, lid Eerste Kamer der Staten-Generaal 1815-†,
directeur Koninklijke Maatschappij van Wetenschappen 1804-1808, directeur Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen 1807-(1809),
grootthesaurier Orde van de Drie Gulden Vliezen 1809-, overl. Amsterdam 15 februari 1825, huwt Amsterdam 26 augustus 1788 Catharina
Nahuys, geb. Monnickendam 26 december 1770, overl. havezate Nijenhuis, Diepenheim 22 maart 1844, dochter van Mr. Petrus Cornelis
Nahuys en Catharina de Saint Amand.
a.
Privé-leven.
i.
Algemeen
3431.
‘Een kort verslag van het caracter van Niccolo Machiavelli en van den geest zijner geschriften’, opstel van
[Rutger Jan Schimmelpenninck], [ca. 1780].
1 deeltje.
N.B. Met de opmerking van G[errit] S[chimmelpenninck]: ‘N.B. deze jeugdige productie van R.J.S. acht ik dat nimmer moet gepubliceerd
worden als zijnde verre beneden zijnen lateren waarde’.
4.
Collegedictaat over een gedeelte van het Corpus Juris Civillis, [ca. 1781].
1 omslag.
12.
Bewijs van toelating van Rutger Jan Schimmelpenninck als lid van de orde [Chevallerie de 5 épées] te Leiden,
1782.
1 stuk.
N.B. Betreft studentenvereniging.
3277.
Gedicht van Rutger Jan Schimmelpenninck te Leiden voor een niet nader aangeduide studievriend, 1783.
Afschrift, [ca. 1820].
1 stuk.
13.
Bewijs van admissie van Rutger Jan Schimmelpenninck als advocaat voor het Hof van Holland, 1785.
1 stuk.
23.
‘Annotanda 1783’, register van aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck over literatuur, boekenbezit,
staatkundige aangelegenheden en afschriften van enige brieven van hem aan A.S. Abbema te Utrecht,
1785-1786.
1 deeltje.
14.
Akte van benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck als tweede advocaat bij de Weeskamer te Amsterdam,
1786.
1 stuk.
15.
Bewijs van lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck van het Genootschap van Wapenhandel ‘Tot Nut
der Schuttery’ te Amsterdam, 1787.
1 stuk.
28.
Pleitreden ter verdediging van vier leden der Commissie ter bewaring der Inwendige Rust en tot de Defensie
van Amsterdam in 1787. Afschrift, 1788.
1 katern.
27.
Stukken betreffende de sluiting van het huwelijk van Rutger Jan Schimmelpenninck met Catharina Nahuys,
1788.
3 stukken.
17.
Bewijs van het afleggen der eed als advocaat door Rutger Jan Schimmelpenninck bij het Hof van Utrecht,
1789.
1 stuk.
3.
Register waarin door meerdere personen gedichten zijn afgeschreven, [ca. 1790].
15
1 deel.
1258.
Vergunning van burgemeesters en regeerders van Amsterdam voor de heer en mevrouw Schimmelpenninck om
hun dochter door J.P. Michell, medicinae doctor, te laten inenten, 1791.
1 stuk.
894.
Kwitantie van de koper- en blikslager Joh. van Vleuten te Amsterdam voor de advocaat Rutger Jan
Schimmelpenninck wegens een taartenpan, 1795.
1 stuk.
19.
Bewijs voor Rutger Jan Schimmelpenninck dat hij zich als stemgerechtigde heeft laten registreren, 1795.
1 stuk.
31.
‘100.000 livres assignaten meede uit Frankrijk gebragt’, verzameling waardepapieren, 1795.
1 omslag.
1292.
‘R.J. Schimmelpenninck Reipublicae Batavae apud Gallos Legato’, brief in het Latijn van Hieronimus de
Bosch aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1798.
1 stuk.
N.B. Jeronimo de Bosch (1740-1811) was apotheker te Amsterdam en een bekende gelegenheidsdichter.
****.
Opstellen van Rutger Jan Schimmelpenninck over gebeurtenissen tijdens zijn verblijf te Parijs als
extraordinaris minister plenipotentiaris, 1799 en 1802.
4 omslagen.
3430.
3434.
3432.
3436.
‘Pierre le Comopolite au Gouvernement François sur l’inconsidération de la Guerre contre
l’Angleterre’, [ca. 1799].
De gebeurtenissen van mei-oktober te Parijs, [1799].
‘Aanteekeningen over de Egyptische Expeditie’, [ca. 1802].
‘Beschouwing der gesteldheid van Frankrijk op het tijdstip der terugkomst van Bonaparte uit Egijpte’,
[ca. 1802].
1224.
‘Couplets pour la fête de Ste. Cathérine’, gedicht van P.H. Marion voor Catharina Nahuys, vrouw van Rutger
Jan Schimmelpenninck, 1802.
1 stuk.
1244.
Teksten van een tweetal liederen, gezongen bij een feest te Spa ter gelegenheid van de aangekondigde
wapenstilstand, [1802]. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Betreft de Vrede van Amiens. Exemplaar bestemd voor mevr. Schimmelpenninck
1037.
J. Heringa, Schriftmaatig onderzoek welk belang wij hebben in de rechte kennisse van Christus Jesus onzen
Heer ? en hoe wij ons jegens Hem gedragen moeten ? ([‘s-Gravenhage] 1804). Gedrukt.
1 deeltje.
N.B. Uitgegeven ter gelegenheid van een algemene vergadering van het Haagsch Genootschap tot Verdediging der voornaamste
Waarheden van den Christelijken Godsdienst, tegen hedendaagsche Bestrijders. Mogelijk was Rutger Jan Schimmelpenninck hierbij
betrokken.
658.
Notitie van F.C.D. te Amsterdam aan de Raadpensionaris met zijn zienswijze op de persoon Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1805.
1 stuk.
510,619. Akte van aanstelling door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Vlissingen van Rutger Jan
Schimmelpenninck tot directeur, 1805. Met bijlagen.
1 omslag.
1080, 1081.
Brieven van [J.H.] van der Palm en N.G. van Kampen te Leiden aan [H.] Wijnbeek, 1805 en 1816.
2 stukken.
N.B. Mogelijk verzameld.
1300.
Berigt wegens het wetgevend ligchaam en den staatsraad, [etc.], almanak voor de staatsinstellingen, het
Departementaal Bestuur van Holland en van de stad Den Haag, (Den Haag 1806). Gedrukt.
1 deeltje.
16
1082.
Koninklijk Besluit om de gerechtelijke uitspraken tegen Stuwart Jean Bruce te vernietigen en hem eerherstel te
verlenen, 1814. Afschrift. Met de deductie van Bruce tegen de Hooge Militaire Vierschaar, [1810].
1 stuk en 1 deel.
1039.
Manuscript van [H.G.] Nahuys, ‘Reizebeschrijving door eenige kleine gedeeltens der vier waereldsdeelen’,
deel I. In tweevoud.
1 omslag.
N.B. Waarschijnlijk van Huibert Gerard Nahuys, een broer van Catharina Schimmelpenninck-Nahuys.
****.
Stukken, gebruikt voor een eventuele verheffing van Rutger Jan Schimmelpenninck in de Nederlandse adel,
1812.
3 stukken.
N.B. Op grond van het algemene besluit van 1 maart 1808 ontving Schimmelpenninck als senator van het Franse keizerrijk een diploma als
Comte de l’Empire op 10 april 1811. Hij aanvaardde een verheffing echter niet, zoals blijkt uit een brief aan zijn zoon.
1697.
1698.
1699.
ii.
Uittreksel uit het doopregister van de gereformeerde kerk te Deventer van de doop van Rutger Jan
Schimmelpenninck in 1761, afgegeven 1812.
Uittreksel uit het doopregister van de gereformeerde kerk te Monnikendam betreffende de doop van
Catharina Nahuys in 1770, afgegeven 1812.
Uittreksel uit het doopregister van de Zuiderkerk te Amsterdam betreffende de doop van Gerrit
Schimmelpenninck in 1794, afgegeven 1812. Met een afschrift.
Biografie
1208, 1308.
G. van Lennep, ‘Notice Biographique sur R.J. Schimmelpenninck’, overdruk uit de Galerie historique des
Contemporains, ou Nouvelle Biographie, 1820. Met dubbelen
1 omslag.
3442.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende zijn politieke carrière, [ca. 1820].
1 stuk.
N.B. Het handschrift is echter van N.N.
3438.
Aantekeningen van N.N. betreffende Rutger Jan Schimmelpenninck als ambassadeur te Londen en als
Raadpensionnaris, [ca. 1820].
1 stuk.
1209.
Biografische schets van Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1825].
1 stuk.
1262.
Handtekeningen van Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, [eerste kwart 19e eeuw].
2 stukken.
3435.
Aantekeningen betreffende Rutger Jan Schimmelpenninck, getrokken ‘uit de Vaderlantsche Karakterkunde van
Van Kampen’, [ca. 1828].
1 stuk.
N.B. N.G. van Kampen, Vaderlandsche karakterkunde of karakterschetsen van tijdperken en personen uit de Nederlandsche geschiedenis
van de vroegste tijden tot op de Omwenteling van 1795 (Haarlem 1826-1828).
3433.
Biografie van Rutger Jan Schimmelpenninck door N.N., [ca. 1830]. Met een afschrift [gelijktijdig].
2 stukken.
3449.
Biografie van Gerrit Schimmelpenninck door N.N., [ca. 1860]. Incompleet.
1 stuk.
N.B. Behoort bij ‘plaat 75’.
iii.
Overlijden
1113.
Overlijdensannonce van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1825. Gedrukt. Met een dubbel.
2 stukken.
17
1210.
Aflevering van de Algemeene Konst- en Letter-bode, meldende het overlijden van Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1825. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Brieven van rouwbeklag van vorstelijke personen, ingekomen bij Catharina Nahuys, weduwe van Rutger Jan
Schimmelpenninck, naar aanleiding van diens overlijden, 1825.
2 omslagen.
1114.
1115.
****.
Koning Willem I, de Prins van Oranje en prins Frederik der Nederlanden.
Alexis vorst van Bentheim te Burgsteinfurt.
Brieven van rouwbeklag van naaste familieleden, ingekomen bij Catharina Nahuys, weduwe van Rutger Jan
Schimmelpenninck, naar aanleiding van diens overlijden, 1825.
14 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (alfabetisch):
1149. De heer en mevrouw Bruce-Schimmelpenninck te Deventer.
1148. G.S. Bruce te Leiden.
1169. L[eon] Loisel te Noorthey.
1118. Mevrouw A.P. Nahuys-Schrevelius te Utrecht.
1123. P.C. Nahuys te Utrecht.
1126. R.H. Nahuys te Utrecht.
1151, 1152.
Mevrouw H.G. Loisel-Nahuys te Maastricht, met een concept van antwoord.
1135. De heer en mevrouw Nahuys van Burgst-Crul te Burgst.
1182. P.C. de Saint Amant te Gorinchem.
1142. G. Schimmelpenninck Abzn.te Almelo.
1156. G. Schimmelpenninck Wzn. te Almelo.
1153. Mevrouw M. Schimmelpenninck-Walijen te Deventer.
1154. W. Schimmelpenninck Gzn. te Deventer.
1130. ‘nicht J.W.’.
****.
Brieven van rouwbeklag van verschillende personen, ingekomen bij Catharina Nahuys, weduwe van Rutger
Jan Schimmelpenninck, naar aanleiding van diens overlijden, 1825.
45 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (alfabetisch):
1188. Annemie Bentinck op Schoonheten.
1178. B.H. Bentinck tot Buckhorst te Zwolle.
1183. De gebroeders Blijdenstein te Enschede.
1121. E. ten Breujel te Diepenheim.
1145. [E.] Canneman te Den Haag.
1146,1147.
Mevrouw A.A. Cramer-Smissaert op Dijkhoff en haar ‘zuster Chrisje’ te Deventer.
1125. [Jan Pieter] van Wickevoort Crommelin op Berkenrode.
1192. Mevrouw de weduwe Dedel te Den Haag.
1199. Mevrouw Douwes-van Markel te IJsselstein.
1141. C. Fransen van Eck te Deventer.
1180. Hugo Gevers te Den Haag.
1172. De heer en mevrouw Maarten van der Goes te Ter Noot.
1196. J. Greve te Werkendam.
1175. P.J. Groen van Prinsterer te Den Haag.
1173. [D.J.F.] van Hogendorp tot Hofwegen te Tilburg.
1174. G.K. van Hogendorp te Den Haag.
1161. A. Hoynck van Papendrecht te Rotterdam.
1195. P.F. Hubrecht te Leiden, namens mevrouw Marius.
1164. [rentmeester W.] Mellink op Twickel.
1168. J.C. van der Mey (?) te Den Haag.
1144. De heer en mevrouw J. Mossel van Stralen-van Oldenbarneveld gent. Witte Tullingh.
1165. H.A. Nauta op Rikkerda.
1122. Mevrouw M.C. Nauta-Star Lichtenvoort te Groningen.
1189. W.G. van de Poll te Den Haag.
1138. P. de Raadt op Noorthey.
18
1124. H.J. Romenij te Zwolle.
1120. H. van Roijen te Den Haag.
1190. Mevrouw [C.L.A.A.] van Scheltinga-du Tour te Leeuwarden.
1117. [C.A.] Fannius Scholten te Den Haag.
1177. [F.W.] Sloet tot Warmelo op Warmelo.
1176. L.A. Sloet tot Warmelo op Huize Diepenheim.
1181. J. van Sleijden te Den Haag.
1129. G. van der Sluis-Hubert op het Westerflier.
1143. G.B. Stulen te Almelo.
1132. Mevrouw L. Verbeeck-Koolhaas te Deventer.
1140. A. Verwijs te Deventer.
1157. Eustache Servais Veugens te Maastricht.
1179. C. de Vos van Steenwijk te Zwolle.
1158. W.J. de Vries te Harderwijk.
1133. A.W. Walijen op Huize Vierakker.
1193. M.J. van Warmelo op het Nijenhuis.
1150. Mevrouw E. Willink-van Heijningen te Overtoom.
1160. J.L. Wolterbeek.
1119. H. Wijnbeek te Den Haag.
1206,1127.
[onleesbaar] te Den Haag.
****.
Brieven van rouwbeklag van verschillende vrienden en personen in het buitenland, ingekomen bij Catharina
Nahuys, weduwe van Rutger Jan Schimmelpenninck, naar aanleiding van diens overlijden, 1825.
24 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (alfabetisch):
1128. [J.H.] Appelius te Brussel.
1131. [M.] de Comps te Parijs.
1187. A.B.G. van Dedem van de Gelder en mevrouw [J.P.H.] van Knobelsdorff-van Dedem van de Gelder te
Nice.
1155. Charlotte Esterff te Brussel.
1191. A.R. Falck te Londen.
1201. H. Fagel te Parijs.
1166. [C.D.E.J.] Bangeman Huygens te Brussel.
1184. F. von Knobelsdorff te Berlijn.
1198. {N.N.] Labouchere te Parijs.
1136. [C.F.] van Maanen te Brussel.
1194. Marcon te Parijs.
1167. H.J. de Mey van Streefkerk te Brussel.
1137. W.J. van Reede te Brussel.
1197. J.G. graaf van Rechteren te Parijs.
1163. Ed. Renouard te Parijs.
1171. O. Repelaer van Driel te Brussel.
1185. [W.F.] Röell te Brussel.
1186. G.C. van Spaen te Wenen.
1170. Charles-Maurice de Talleyrand, prins van Benevento, te Parijs.
1134. [Vermin ?] te Brussel.
1139. [Warin ?] te Brussel.
1200. J. Werninck te Camberwell.
1159. N.N. (incompleet) te Madrid.
1162. [onleesbaar] te Parijs.
1116.
Brief van prof. Siegenbeek aan Catharina Nahuys, weduwe van Rutger Jan Schimmelpenninck, bij de
toezending van zijn in-memoriam in de vergadering der Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde, 1825.
Met concept van antwoord van haar en haar zoon, 1825.
3 stukken.
1801.
Brief van rouwbeklag, ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de hertog d’Aumont, eerste edelman bij de
Chambre du Roi, namens de Franse koning, bij het overlijden van zijn vader Rutger Jan Schimmelpenninck,
1825.
1 stuk.
19
1207.
Ontwerp voor een grafmonument voor Rutger Jan Schimmelpenninck [in de Nieuwe kerk te Amsterdam],
[1825].
1 stuk.
1204.
Tekst in de franse taal met een overweging over het verlies van een dierbare, [1825].
1 stuk.
1460.
Verslag van de bijzetting van het stoffelijk overschot van Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, overgenomen
uit het Algemeen Handelsblad, 1844.
1 stuk.
****.
Brieven van rouwbeklag, binnengekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, naar aanleiding van het overlijden van
zijn moeder Catharina Nahuys, weduwe van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1844.
3 stukken.
1612.
1836.
1611.
Prinses Marianne der Nederlanden, prinses van Pruisen.
A.M. Bentinck te Zwolle.
H.M. de Kock.
b.
Correspondentie.
i
Rutger Jan Schimmelpenninck.
(1).
Ingekomen stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van persoonlijke aard, 1782-1796.
5 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
5.
H. Fagel, 1782 en 1783.
7.
J.F. Martinet te Zutphen, 1794.
37.
Joseph Ephraim te ‘s-Gravenhage, 1796.
158.
John Adams te Den Haag, 1797.
159.
W.V. Murray, 1801.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw van hun kinderen, [ca. 1800]-1818.
2 omslagen.
Afzenders:
1248, 1250.
Gerrit Schimmelpenninck, [ca. 1800] en 1818.
1249,351, 352.
Catharina (Kitty, Cateau) Schimmelpenninck, [ca. 1800], 1801 en [1803].
233.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van onbekende afzenders betreffende een mogelijke
deelname van Schimmelpenninck aan een nieuw te vormen regering, [1802].
2 stukken.
3279.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck te Amsterdam aan Cateau (Catharina Nahuys), 1803. Afschrift, [ca.
1820].
1 stuk.
559.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Christiaan D.E.J. Bangeman Huygens te Kopenhagen
met de vraag peet te willen staan over zijn zoontje Rutger, 1805.
1 stuk.
20
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Carel Hendrik Verhuell te Amsterdam betreffende
familiezaken, 1805 en 1806.
2 omslagen.
589.
1035.
****.
Familiezaken, 1805.
Te bedanken voor deelneming in zijn verlies en de op handen zijnde regeringsverandering te
bespreken, 1806.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen naar aanleiding van zijn
aantreden als raadpensionaris, 1805.
5 omslagen.
468.
H.C. Cras, 1805.
437,438. De heer en mevrouw Noël-Boogaert te Parijs, met een bijlage, 1805.
613.
De generaal-majoor De Meijer te Den Haag, 1805.
624.
Brief van Gasp. Meijer te Bordeaux, 1805.
577.
[onleesbaar] te Parijs, 1805.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen met raadgevingen bij
oogkwalen, 1805.
4 omslagen.
615.
622.
649.
592.
****.
Barthol. Tersier te Haarlem, 1805.
N.N. te Amsterdam, 1805.
W.A. van Vloten te Amsterdam, 1805.
N.N. Porta te Parijs, 1805. Met bijlagen.
Aankondigingen, ontvangen door Rutger Jan Schimmelpenninck van enkele drukwerken, gedrukt, 1805.
2 stukken.
651.
De verschijning van een natuurkundig woordenboek, oorspronkelijk verschenen onder de naam van
Johan Samuel Traugott Gehler, 1805.
668.
Van A. Loosjes te Haarlem om de publicatie van de Nederlandse vertaling van de reis van Von
Humboldt en Bonpland aan te kondigen, 1805.
N.B. onder meer uitgegeven door de firma A. Loosjes te Haarlem en de firma Wed. J.C. Leeuwenstein & Co.
657.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van mevrouw Le Bron te Zeist waarin zij zich aanbiedt als
‘blanchiseuse’ bij Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, 1805.
1 stuk.
639.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn neef de luitenant-generaal Van Helden, 1805 en
1806.
4 stukken.
****.
Ingekomen overlijdensannonces bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1805-1806.
4 stukken.
Overledenen (chronologisch):
560.
Abraham Louyssen te Vlissingen, 1805.
609.
Frederik Wilhelm Pestel, hoogleraar in de rechten aan de universiteit van Leiden, 1805.
710.
Agatha Wilhelmina Simmers, vrouw van M. Hogewaard te Den Haag, 1806.
718.
Cecilia Glaudina Marcus, vrouw van Pieter van Lelyveld te Leiden, 1806. Met dorsaal concept van
antwoord.
1003.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Hugo Gevers te Dordrecht betreffende de toekomst van
het vaderland, 1806.
1 stuk.
524.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van B. Wolff te Amsterdam betreffende de vervaardiging
van een schilderij (voorstellende de Vrede van Amiens?), 1806.
1 stuk.
721.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van P. van Winter te Amsterdam om te bedanken voor de
toezending van Schimmelpennincks portret, 1806.
1 stuk.
21
474.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn vrouw Catharina Nahuys te Amsterdam, 1806.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen bij zijn terugtreding als
raadpensionaris, 1806.
3 stukken.
1065.
1068.
1070.
A. Hoynck van Papendrecht te Den Haag, 1806.
[Hendrik Merkus] de Kock te New York, 1806.
H.J. de Mey van Streefkerk te Leiden, 1806.
1073.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van koning Lodewijk Napoleon bij Schimmelpennincks
terugtreden als raadpensionaris, 1806. Met minuut van antwoord.
2 stukken.
1040.
Brievenboek van Rutger Jan Schimmelpenninck van ingekomen en uitgaande brieven, 1806-1810.
1 deel.
N.B. Slechts gedeeltelijk vol geschreven.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende bijzondere
zaken, 1806-1818.
16 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
1062. Brief van [Elias] Canneman te Den Haag betreffende Adriaan ten Cate, 1808.
1045.
1046.
1066.
1067.
1051.
1061.
1075.
1100.
1101.
525.
1071.
1044.
1048.
1257.
1259.
****.
N.B. Ten Cate was een protegé van Rutger Jan Schimmelpenninck.
De secretaris van de Koninglijke Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem bij de toezending van
een niet aanwezige Verhandeling, 1809.
A.J. Schimmelpenninck van der Oye te Zutphen met mededelingen over zijn verblijf te Batavia, 1809.
[C.G.] Hultman, tijdelijk te Lochem, om een visite te arrangeren, 1806.
J.M. Kemper te Leiden bij de toezending van een niet aanwezig, door Vinkeles vervaardigd portret
van [Willem] de Vos, 1810.
P.A. Brugmans te Amsterdam bij de toezending van een niet aanwezig geschrift, 1812.
Brief van D.G. van der Keessel te Leiden aan Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de studie van
zoon Gerrit te Leiden, 1812.
[A.W.C.] van Nagell te Den Haag betreffende de benoeming van [de gezant] te Kopenhagen, 1814.
N.B. De schoonzoon van Rutger Jan Schimmelpenninck, Salomon Dedel, werd op 31 oktober 1814 geaccrediteerd als
buitengewoon gezant aan het Hof te Kopenhagen.
De hertog De Bassano dat er niets gedaan kan worden aan de problemen van de familie
Schimmelpenninck, 1814.
De Franse Minister van Oorlog betreffende Schimmelpennincks neef Nauta, 1814.
De commandant van Parijs, betreffende de verblijfsvergunning voor de heren J. van Beeftingh en N.N.
Teesing, 1814.
C.J.C. Reuvens, meldende het overlijden van zijn vader, [1816]. Met een pentekening van een
[Griekse] vaas door ‘Prof. Reuvens’.
N.B. Mr. Jan Everard Reuvens (geb. 1763) werd op 22 juli 1816 te Brussel vermoord.
Joseph baron de Schimmelfenning te Wenen met familiaire informatie, 1817.
[G.K.] van Hogendorp met de mededeling dat zijn gezondheid een spoedig bezoek niet toestaat, 1818.
Duc de Cadore betreffende Schimmelpennincks schoonzoon Salomon Dedel, [ca. 1824].
De secretaris van Staat met de mededeling dat zijn zoon Gerrit Schimmelpenninck benoemd is tot
directeur van de Nederlandse Handel Maatschappij, 1824.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van persoonlijke en soms ook van zakelijke aard,
1807-1820.
5 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
1072. W. de Vos, doopsgezind predikant te Amsterdam, 1807.
1074. Joseph Bonaparte te Madrid, 1809 en 1810.
1063. Graaf Daru te Utrecht en Parijs, 1811.
1064. J.L. Farjon te Den Haag, 1811 en 1816.
446.
De aartsbisschop van Blois, 1814.
1077, 1251, 1252, 1253, 1254
22
Correspondentie van Rutger Jan Schimmelpenninck met Frederic von Knobelsdorff te Berlijn en Anthony van
Dedem tot de Gelder over het voorgenomen huwelijk van zijn zoon Gerrit Schimmelpenninck met Jeanette von
Knobelsdorff en het voeren van de grafelijke titel, 1818.
1 omslag.
(2).
Uitgaande stukken.
***.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan verschillende personen, 1784-1804.
5 omslagen.
N.B. Mogelijk later teruggegeven.
Geadresseerden (chronologisch):
6.
A.J. Cuperus te Amsterdam en Leiden, 1784, 1786 en [ongedateerd].
10.
Zijn neef [de heer Nahuys van Burgst], 1797.
45a.
Isaak Gogel, 1798.
42.
N.B. 24 sept. 1798, RGP4, nr. 416.
134.
Hugo Gevers te Dordrecht, 1800-1801.
328.
E. Canneman te Den Haag, 1804.
N.B. 26 maart 1801, RGP4, nr. 569 (= RGP83, p. 566, nr. 72).
‘Copia Brievenboek’, minuten van verzonden brieven van politieke en zakelijke aard, 1796 mei 14 – 17 april
1798.
1 deel.
N.B. Tussen november 1796 en augustus 1797 zijn bladzijden weggesneden.
170.
‘Particuliere correspondentie’, 1798 oktober 13 – 19 april 1803. Afschriften.
1 katern.
235.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de leden van de Wetgevende Vergadering te Den Haag
betreffende de grondwet, 1801. Afschrift in de Franse taal.
1 stuk.
350.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan J.A. Willink, 1804. Afschrift.
1 stuk.
1079.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan Maarten van der Goes te Den Haag, 1807. Minuten.
2 stukken.
1041.
Brieven door of namens Rutger Jan Schimmelpenninck verzonden, [1807]-1808. Kladden.
1 omslag.
1055.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan de president van de voorlopige regering de prins de
Benevent met het verzoek de Nederlandse gardes d’honneur vrij te laten, 1814. Minuut.
1 stuk.
1050,1053.
Rapport van Rutger Jan Schimmelpenninck voor H. Fagel, ambassadeur te Londen, betreffende aanspraken op
door Groot-Brittannië geconfisqueerde goederen, 1814. Met een antwoord van Fagel en een uittreksel van een
brief van Fagel aan P. Voûte, 1814.
4 stukken.
1056.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck te Amsterdam aan Willem de Clercq met herinneringen aan diens
grootvader Willem de Vos, 1824. Concept.
1 stuk.
ii.
Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck.
****.
Ingekomen brieven bij Catharina Nahuys van Rutger Jan Schimmelpenninck, zijn verloofde en later
echtgenote, 1787-1805.
5 omslagen.
25, 26. 1787-1788.
41.
1796-1797.
347.
1803.
23
348,157. 1804.
349.
N.B. Blijkens de doorlopende nummering ontbreken er enige brieven.
15 sept. 1804, RGP6, nr. 531 (=RGP89, p. 182, nr. 23); 17 sept. 1804, RGP6, nr. 532 (=RGP89, p. 183, nr. 25); 21 sept. 1804,
RGP6, nr. 534 (-RGP89, p. 187, nr. 27); 5 nov. 1804 (nr. 12), RGP6, nr. 552 (=RGP89, p. 211, nr. 54); 6 nov. 1804 (nr. 11),
RGP89, p. 212, nr. 55; 17 nov. 1804 (nr. 18), RGP6, nr. 558 (=RGP89, p. 215, nr. 62); 19 nov. 1804 (nr. 19), RGP89, p. 216, nr.
63; 8 dec. 1804, RGP6, nr. 566; 10 dec. 1804 (nr. 30), RGP6, nr. 569 (=RGP89, p. 218, nr. 73); 11 dec. 1804, RGP6, nr. 570; 17
dec. 1804 (nr. 34), RGP6, nr. 573 (=RGP89, p. 225, nr. 75); 21 dec. 1804 (nr. 36), RGP89, p. 226, nr. 78; 31 dec. 1804 (nr. 42),
RGP6, nr. 578 (=RGP89, p. 227, nr. 82).
1805.
N.B. Blijkens de doorlopende nummering ontbreken er enige brieven. Na 8 februari niet meer genummerd.
5 jan. 1805 (nr. 44), RGP6, nr. 580 (=RGP89, p. 229, nr. 86); 7 jan. 1805 (nr. 46), RGP6, nr. 582 (=RGP89, p. 230, nr. 88); 21
jan. 1805 (nr. 54), RGP89, p. 231, nr. 90; 26 febr. 1805, RGP6, nr. 590; 11 maart 1805, RGP89, p. 249, nr. 117; 12 maart 1805,
RGP89, p. 249, nr. 118; 13 maart 1805, RGP89, p. 250, nr. 120; 14 maart 1805, RGP6, nr. 599 (=RGP89, p. 250, nr. 121); 16
maart 1805, RGP89, p. 252, nr. 125; 4 april 1805, RGP89, p. 256, nr. 134.
****.
Ingekomen brieven bij Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, betreffende bijzondere
onderwerpen, 1795-1806.
7 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
1227. [De arts J.P.] Michell betreffende haar ziek kind, 1795.
1229. F. Moore te Londen betreffende de huur van een huis [in Londen], 1802, en een vanuit Richmond,
1811.
1231. N.N., namens Lord Hawkesbury, met het bericht dat er een vaartuig klaar ligt om haar te vervoeren,
1803.
353.
Maarten van der Goes, met het verzoek tot een onderhoud, 1803.
712.
F.S. Rijks te Den Haag met de vraag zijn juridische zaak bij de Raadpensionaris onder de aandacht te
willen brengen, 1806.
685.
Mevrouw Brinkman, weduwe Van der Streek, betreffende de oogkwaal van de Raadpensionaris, 1806.
1238. G.L. Farjon om haar te bedanken voor de toezending van haar portret, 1806.
****.
Ingekomen brieven bij Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, van persoonlijke aard,
1800-1814.
15 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
1237. Josefine hertogin d’Ossuna te Le Caprice, 1800.
1226. Anne Mignole (?) te Parijs, 1801.
1232. Annette (de Brignole), 1802 en 1803.
1230. J.N. de Azara te Parijs, mede namens de gravin d’Ossuna, 1803.
1223. Mr. Petrus Cornelis Nahuys, haar vader, 1804.
1228. [Martin] Lefebvre la Roche te Auteuil, [1804].
1239. A.R. Falck, [1804].
1225. Charles-Maurice de Talleyrand, [1805].
1233. Julie Bonaparte te Parijs, 1805.
1235. [Pieter Samuel] Dedel te Amsterdam, 1806.
1236. [Hendrik Merkus] de Kock te Den Helder, 1806.
1234. [Jean-Charles-Julien] Luce de Lancival te Parijs, [1806].
1240. [onleesbaar], 1811.
1241. De préfect van de Zuiderzee, 1813.
1242. Willem Emmery de Perponcher, 1814.
1246.
Brieven ontvangen en opgemaakt door Catharina Nahuys, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, bij de
ziekte en het overlijden van haar vader, 1804.
4 stukken.
N.B. De brief aan de arts Deijman heeft hij op verzoek terug gegeven. Deze brieven in een omslag met de tekst: ‘Papieren van aanbelang
voor mijn hart. ‘t Potlootje, dat er in is, is van mijne goede vader, die het altoos in zijn memorieboekje droeg’. Dit potlood is niet
aangetroffen.
1243.
Ingekomen brieven bij Catharina Nahuys, weduwe van Rutger Jan Schimmelpenninck van haar schoonzuster
J.E. Schimmelpenninck-Gülcher, 1827 en 1828. Met een minuut van antwoord, 1828, en een brief van Gerrit
Schimmelpenninck betreffende deze zaak, 1828.
4 stukken.
1967.
Brief ingekomen bij mevrouw Schimmelpenninck-Nahuys van haar schoondochter Jeanette von Knobelsdorff,
vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, 1841.
24
1 stuk.
c.
Loopbaan
i.
Lid en president van het Revolutionair Comité te Amsterdam 1795
36.
Brief van de curatoren van het Athenaeum Illustre te Amsterdam aan [J.H. van Swinden] met het verzoek aan
deze onderwijsinstelling les te komen geven, 1795.
1 stuk.
N.B. Een der leden van het curatorium was Rutger Jan Schimmelpenninck.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck, als lid van het Revolutionair Comité te Amsterdam,
1795-1798.
2 stukken.
8.
Het hoofd van de l’Armée du Nord [Moncey], 1795.
11.
Pieter Vreede, [1798].
N.B. Bon-Adrien Jeannot de Moncey (1754-1842) was Frans generaal, later maarschalk.
38.
Brief van het Comité revolutionair aan de stadsregering van Amsterdam betreffende de te nemen financiële
maatregelen, 1795.
1 stuk.
18.
Oproep voor Rutger Jan Schimmelpenninck van het Comité Revolutionair te Amsterdam voor een vergadering,
1795.
1 stuk.
113.
Publicaties van de Provisionele Representanten van het Volk van Holland, 1795. Gedrukt.
3 stukken.
ii.
Lid van de Nationale Vergadering 1796-1798.
3440.
Publicatie gearresteerd by het Provinciaal Bestuur van Holland, den 10. Augustus 1796, ter ampliatie en
alteratie van de publicatie van den 30 juny l.l. betrekkelyk de geldligting van de inkomsten der ingezetenen van
deze provincie (Den Haag 1796). Gedrukt.
1 katern.
44.
Publicatie wegens ‘eene geforceerde geld-negotie, gearresteerd den 17 july 1795’ (Den Haag 1795). Met een
bijlage.
2 deeltjes.
20.
Bewijs van toelating van Rutger Jan Schimmelpenninck als Representant in de Nationale Vergadering, 1796.
Met bijlagen.
3 stukken.
41a.
Brief van Johan Valckenaer te Parijs aan [Rutger Jan Schimmelpenninck], 1796.
1 stuk.
N.B. 13 juni 1796, RGP2, nr. 483.
43.
Almanac de l’an V de la Republique Française, uitgegeven door J.C. Leeuwenstyn te ’s-Gravenhage, 1796.
1 deeltje.
171.
'Trataat van offensive en defensive alliantie', gesloten te Aranjuez tussen Spanje, Frankrijk en de Bataafse
Republiek, 1797. Gedrukt.
1 stuk.
21.
Bewijs van verkiezing van Rutger Jan Schimmelpenninck als eerste vervanger van de representant J.G.H. Hahn
in de 2e Nationale Vergadering, 1797. Met bijlagen.
3 stukken.
N.B. J.G.H. (George) Hahn (1761-1822) was een Leidse advocaat met een scherpe tong en een vurig karakter.
25
22, 39. Oproepen aan Rutger Jan Schimmelpenninck van het Intermediair Bestuur der Bataafsche Republiek om naar
Den Haag te komen, 1798.
2 stukken.
40.
Brief van H. van Juchem aan [Rutger Jan Schimmelpenninck], waarin hij de staatsgreep meedeelt en vraagt om
te komen assisteren, 1798. Met een bijlage.
2 stukken.
45
Brief van Isaak Jan Alexander Gogel aan [Rutger Jan Schimmelpenninck], met concept van antwoord, 1798.
2 stukken.
N.B. 14 sept. 1798, RGP4, nr. 413; 17 sept. 1798, RGP4, nr. 414.
iii.
Extraordinaris minister plenipotentiaris te Parijs 1798-1802.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was buitengewoon gevolmachtigd minister te Parijs, van 13 juni 1798, buitengewoon ambassadeur te
Amiens, van december 1800 tot 27 maart 1801; daarna te Londen.
(1).
Aanstelling en infunctietreding.
100.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck als ambassadeur te Parijs, 1798.
1 omslag.
46.
Stukken betreffende de infunctietreding van Rutger Jan Schimmelpenninck als buitengewoon gevolmachtigd
minister der Bataafsche Republiek bij de Franse Republiek te Parijs, 1798.
1 omslag.
47.
‘Reglement van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nedelanden op de ambassaden en
andere commissien, soo buiten als binnen ‘slands, uittreksel uit de resoluties van de Staten Generaal’, 1700.
Gedrukt, met een dubbel.
2 katernen.
48.
Sleutel voor een geheimschrift, met bijbehorende uitleg, [1798].
2 stukken.
49.
Stukken betreffende de financiële verantwoording van Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn ambassade naar
Parijs, 1798.
1 omslag.
249.
Overeenkomst tussen de Franse en Bataafse regering betreffende de huisvesting van de wederzijdse legaties,
1802. Afschrift.
1 stuk.
(2).
Correspondentie.
(a).
Ingekomen stukken.
120.
Ingekomen brief bij [Rutger Jan Schimmelpenninck] van N.N., gevangen op Huis ten Bosch te Den Haag, met
het antwoord van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs, 1798.
2 stukken.
9.
Ingekomen brief bij N.N. [mogelijk Rutger Jan Schimmelpenninck] van J.W. de Winter te Parijs, 1798.
1 stuk.
122.
Briefwisseling tussen Johan Valkenaer in Spanje en Rutger Jan Schimmelpenninck, 1798-1800.
1 omslag.
N.B. 25 febr. 1800, RGP83, p. 492, nr. 5; 15 maart 1800, RGP83, p. 494, nr. 7.
116.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Franse minister van Binnenlandse Zaken als
begeleiding bij de toezending van de medaille, geslagen ter gelegenheid van de eerste steen legging van de
‘Colonne Nationale’, [1800].
1 stuk.
26
57.
Ingekomen brieven bij de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs, van de Eerste Commissaris
voor de Franse Troepen en van de Agent der buitenlandse betrekkingen, met bijlagen, 1800-1801.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1800-1803.
18 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (alfabetisch):
1267. Gemeentebestuur van Culemborg, 1802.
123.
Herman Willem Daendels te Den Haag, 1802.
N.B. 28 okt. 1802, RGP6, nr. 387.
121.
225.
1270.
1272.
1273.
1274.
1275.
1278.
130.
Isaak Gogel te Den Haag, met het antwoord van Rutger Jan Schimmelpenninck in concept, 1800.
Th. Gülcher, 1802.
Pieter de Haan en Imanuel Cortison te Amsterdam, 1802.
J.C. Hespe te Den Haag, 1802.
J.F. van Heijnen te Nantes, 1802.
Charles Higgins te Den Helder, 1802.
C.G. Hultman te Berlijn, 1802.
[F.] van Leyden van West Barendregt te Nantes, 1802.
J. Lublink, De Jong & Co. te Den Haag, 1802.
1280.
1281.
1282.
1285.
1286.
124.
1290.
[J.] Lublink te Den Haag, 1802.
P.P.J. Quint Ondaatje te Den Haag, 1802.
Michel Papineau, tolk-vertaler te Marseille, 1802.
[J.C.] Smissaert te Amsterdam, 1802.
J.H. van Swinden te Amsterdam, 1802.
Charles-Maurice de Talleyrand, te Wenen en Parijs, 1801-1803.
[S.I.] Wiselius, 1802.
N.B. Eigenlijk gericht aan de voorganger, maar door Schimmelpenninck overgenomen ter afdoening.
125.
Uitnodiging van Napoleon Bonaparte voor de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck om te komen jagen,
1802.
1 stuk.
1268.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G.C. le Maire te Estaples (Dept. Du Pas de Calais),
solliciterende naar de functie van consul, 1802. Met een begeleidende brief van Hugo Gevers te Dordrecht.
2 stukken.
1288.
Uitnodiging van de gevolmachtigd minister van de Verenigde Staten te Parijs aan Rutger Jan
Schimmelpenninck om te komen dineren, [1802].
1 stuk.
(b).
Uitgaande stukken.
(i).
Algemeen.
110.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck en/of zijn secretaris aan de leden van het Uitvoerend Bewind te
Den Haag, concepten, 1798 april 30 – 15 juni 1798.
1 omslag.
N.B. Genummerd 1 t/m 50.
****.
50.
‘Politique Correspondentie’ van de ambassadeur, afschriften, 1798-1800.
3 katernen.
167.
168.
1798 oktober 18 – 15 maart 1799.
1799 juni 21 – 31 december 1799.
169.
1800 januari 1 – 31 oktober 1800.
N.B. 20 sept. 1799, RGP4, nr. 472
‘Liste des Expéditions’, overzichten van verzonden brieven door de ambassadeur Schimmelpenninck,
1798-1802.
5 katernen.
N.B. Op een briefje: ‘Lijst der expedities, 1798 tot 1802. Van geen nut en dus niet op de generale lijst gebragt’.
27
(ii).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
N.B. Maarten van der Goes (1751-1826) was sedert 1798 secretaris van de agent en sedert 1801 secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken te Den Haag.
****.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck, ambassadeur te Parijs, aan de agent der Buitenlandse betrekkingen
te Den Haag, concepten, 1798-1802.
5 omslagen.
51.
53.
54.
1798 oktober 22 – 27 december 1799.
1800.
1801, januari – mei.
55.
1801, mei - december.
56.
1802.
N.B. 3 april 1801, RGP83, p. 568, nr. 76.
N.B. 25 mei 1801, RGP83, p. 591, nr. 98; 26 okt. 1801, RGP83, p. 654, nr. 155; 5 dec. 1801, RGP4, nr. 616.
N.B. Gedeeltelijk in de hand van de secretaris Smits.
****.
Brieven ingekomen bij de Agent der Buitenlandse Betrekkingen Maarten van der Goes van Rutger Jan
Schimmelpenninck te Parijs, 1798-1802.
5 omslagen.
N.B. Kort na het aftreden van Schimmelpenninck als Raadpensionaris (1806) hebben Schimmelpenninck en zijn vriend Van der Goes de
originele brieven aan elkaar uitgewisseld.
58.
1798.
59.
1799.
60.
61.
62.
N.B. 14 aug. 1798, RGP4, nr. 407; 9 nov. 1798, RGP4, nr. 428.
N.B. 9 april 1799, RGP4, nr. 449; 18 okt. 1799, RGP4, nr. 484; 1 nov. 1799, RGP4, nr. 490; 9 nov. 1799, RGP4, nr. 493; 18 nov.
1799, RGP4, nr. 497.
1800.
N.B. 6 jan. 1800, RGP$, nr. 506; 10 febr. 1800, RGP4, nr. 509; 14 febr. 1800, RGP4, nr. 512, 3 maart 1800, RGP4, nr. 516; 30
mei 1800, RGP4, nr. 528; 15 aug. 1800, RGP4, nr. 542 (= RGP83, p. 498, nr. 11); 24 okt. 1800, RGP4, nr. 544.
1801.
N.B. 13 febr. 1801, RGP4, nr. 555 (= RGP83, p. 516, nr. 23); 4 maart 1801, RGP4, nr. 558 (= RGP83, p. 528, nr. 40); 23 maart
1801, RGP4, nr. 568 (= RGP83, p. 564, nr. 70); 10 mei 1801, RGP4, nr. 574 (= RGP83, p. 579, nr. 86); 10 mei 1801, RGP4, nr.
575; 18 mei 1801, RGP4, nr. 577 (= RGP83, p. 585, nr. 91); 10 juni 1801, RGP4, nr. 582; 24 juli 1801, RGP4, nr. 586; 17 aug.
1801, RGP4, nr. 590; 21 aug. 1801, RGP83, p. 609, nr. 117; 19 okt. 1801, RGP4, nr. 605; 22 okt. 1801, RGP4, nr. 607; 12 nov.
1801, RGP4, nr. 611; 16 nov. 1801, RGP4, nr. 613; 30 nov. 1801, RGP4, nr. 615.
1802.
N.B. 24 mei 1802, RGP6, nr. 330; 2 juli 1802, RGP6, nr. 337; 6 juli 1802, RGP6, nr. 340; 27 juli 1802, RGP6, nr. 358; 9 aug.
1802, RGP6, nr. 366; 21 aug. 1802, RGP6, nr. 369; 28 aug. 1802, RGP6, nr. 371; 4 nov. 1802, RGP6, nr. 390.
153.
Brief van [Rutger Jan Schimmelpenninck] aan [Van der Goes], 1800. Concept.
1 stuk.
52.
‘Gecijferde brieven’, gecodeerde brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck, ambassadeur te Parijs, aan de
Agent der buitenlandse betrekkingen M. van der Goes te Den Haag, concepten, 1800-1801.
1 omslag.
N.B. 31 maart 1801, RGP4, nr. 570
117.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de secretaris van Staat voor de Buitenlandse Zaken betreffende de
luitenant-kolonel Van Dopff en de Erfprins van Oranje, 1802. Afschrift.
1 stuk.
(iii).
Correspondentie met Bataafse ministers en particulieren.
64.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan diverse Bataafse ministers en particulieren, 1799
maart 15 - juni 21. Afschriften.
1 katern.
127.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan verschillende personen, 1799-1800. Concepten.
1 omslag.
115.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan verschillende bewindspersonen en burgers, 1800. Concepten.
1 omslag.
141.
Brief van [Rutger Jan Schimmelpenninck] aan de Agent der Financiën, Isaac Jan Alexander Gogel, betreffende
de uitvoer van graan uit Hulster ambacht, 1800. Concept.
1 stuk.
28
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende bijzondere
onderwerpen, concepten, 1800.
6 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
156.
De heer Cordronier te Duinkerken om hem te bedanken voor het werk dat hij ten behoeve van Jean
Hoop heeft verricht, 1799.
138.
Johannes Goldberg betreffende de soepen van Rumffort, 1800.
139.
De firma Emmery & Van Ree te Duinkerken, [1800].
143.
De heer Cox, rentmeester der Bataafse Domeinen te Diest, en de inspecteur E. Temminck, betreffende
de juridische staat van die domeinen, 1800.
145.
[Johannes Hendricus] van der Palm betreffende boeken en manuscripten in de Nationale Bibliotheek,
1800.
150.
N.N. als begeleiding van een paspoort om naar Den Haag te reizen, [1800].
151.
Brief van N.N. aan N.N. betreffende de financiële vergoeding voor Joh. van Lodensteyn als gebenificiëerde
van de Fundatie Van Renswoude bij zijn stage bij ‘den beroemden kunstenaar Thelendaler’, [1800]. Concept.
1 stuk.
N.B. Johannes van Lodensteijn (1773-na 1811) ging 7 juni 1790 in de leer bij Gideon Thomas Bätz, orgel- en klaviermaker, en deed 24
mei 1797 examen in orgelmaken voor de Regentenvergadering van de Fundatie van Renswoude. Per 7 juli 1800 ging hij in de leer bij
Johann Wilhelm Freudenthaler te Parijs, een beroemde piano-forte bouwer. Op 28 april 1802 werd een piano-forte, door Van Lodensteijn in
Parijs gebouwd, in het Fundatiegebouw te Utrecht geplaatst.
154.
Brief van de ambassadeur aan de generaal Suljart de Leefdael betreffende Van Renisdorp, 1801. Minuut.
1 stuk.
N.B. Handschrift Matthijs Smits, chargé d’affaires.
(iv).
Correspondentie met verschillende Franse ministeries.
101.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan diverse Franse ministers, 1799. Concepten.
1 omslag.
****.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan diverse Franse ministers, afschriften en concepten,
1799.
12 omslagen.
76.
75.
65.
66.
67.
68.
69.
70.
71.
72.
73.
74.
****.
1799 januari.
1799 februari.
1799 maart.
1799 april.
1799 mei.
1799 juni.
1799 juli.
1799 augustus.
1799 september.
1799 oktober.
1799 november.
1799 december.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan diverse Franse ministers, afschriften en concepten,
1800.
11 omslagen.
N.B. De brieven over de maanden augustus-oktober zijn verzonden door admiraal Jan Willem de Winter, chargé d’affaires te Parijs.
79.
80.
81.
82.
83.
84.
85.
86.
87.
88.
1800 januari.
1800 februari.
1800 maart.
1800 april.
1800 mei.
1800 juni.
1800 juli.
1800 augustus en september.
1800 oktober.
1800 november.
29
89.
****.
1800 december.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan diverse Franse ministers, afschriften en concepten,
1801.
6 omslagen.
90.
91.
92.
93.
94.
95.
1801 januari.
1801 februari.
1801 maart.
1801 april, mei en juni.
1801 juli, augustus en september.
1801 oktober, november en december.
N.B. 27 okt. 1801, RGP83, p. 655, nr. 156.
77.
Brief van Matthijs Smits, chargé d’affaires, aan de Franse minister van Buitenlandse zaken, 1801. Concept.
1 stuk.
196.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Franse minister van Buitenlandse zaken, 1801. Concept.
1 stuk.
****.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan diverse Franse ministers, afschriften en concepten,
1802.
3 omslagen.
97.
98.
99.
****.
1802 1e kwartaal.
1802 2e kwartaal.
1802 3e kwartaal en oktober.
Brieven van de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck aan verschillende Franse autoriteiten betreffende
bijzondere onderwerpen, concepten, 1800-1802.
5 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
144.
De Franse minister van Buitenlandse zaken betreffende het Bataafse verzoek Jan Eykenbroeck te doen
arresteren, 1798.
78.
De Eerste Consul Napoleon Bonaparte als begeleiding van een toegezonden boek van Wyttenbach,
1800.
Al. Lezay te Saint Amour (Jura) met de mededeling dat diens verzoek is doorgezonden aan de
(Franse) minister van politie, 1800.
De Franse minister van binnenlandse zaken om het enige in Parijs verblijvende ‘compatriottes’
mogelijk te maken een feest bij te wonen, 1800.
N.N. betreffende de Eerste Consul en Charles-Maurice de Talleyerand, met bijlage, 1802.
142.
152.
135.
N.B. Vgl. S. Schama, Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden 1780-1813 (Amsterdam 1989), p. 470.
(3).
Vertrouwelijke stukken.
114.
Brieven van W. Buys, gevolmachtigd minister van de Bataafse Republiek te Parijs, aan diverse Franse
ministers, 1798. Concepten.
1 omslag.
N.B. Willem Berend Buys (1752-1832) was de voorganger van Schimmelpenninck en werd daarna agent (minister) van Buitenlandse
zaken te Den Haag.
****.
Brieven van de ambassadeur aan verschillende personen, concepten, 1798.
2 omslagen.
Geadresseerden (chronologisch):
103.
De Agent van Oorlog Gerrit Jan Pyman te Den Haag, 1798.
104.
Frederik Gijsbert van Dedem tot de Gelder, 1798.
105.
Aantekeningen betreffende de legering van 25.000 Franse soldaten in de Bataafse Republiek, [1798].
3 stukken.
111.
Brieven van de ambassadesecretaris aan de leden van het Uitvoerend Bewind te Den Haag, met de aanduiding
‘secreet’, [1798]. Concepten.
1 omslag.
N.B. Genummerd 1 t/m 27.
30
112.
Brief van W. Buys, agent van Buitenlandse zaken, aan de ambassadeur te Parijs, [1798].
1 stuk.
N.B. Genummerd 3.
****.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan [Maarten van der Goes] van vertrouwelijke of confidentiële
aard, concepten, 1798-1799.
2 omslagen en 1 pak.
107.
1798 oktober 13 – 31 december 1798.
108.
1799 januari 4 – 31 december 1799.
109.
1799 september 20 – 2 december 1799.
N.B. Genummerd 1 t/m 27.
N.B. Genummerd 28 t/m 155.
102.
Brief van Jean-Conrad Hottinguer te Parijs aan Rutger Jan Schimmelpenninck, ambassadeur, 1799. Met
concepten van antwoord.
3 stukken.
148.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de agent van Financiën der Bataafse Republiek ter begeleiding
van een brief van ‘den burger Jean-Conrad Hottinguer’, 1799. Concept.
1 stuk.
N.B. Jean-Conrad Hottinguer (1764-1841) was een vooraanstaande internationale bankier te Parijs.
140.
Brief van [Rutger Jan Schimmelpenninck] aan de heer Jan Willem Janssens, 1e commies voor de Franse
troepen te Den Haag, over het uitblijven van de betalingen van soldij, 1800. Concept.
1 stuk.
128.
Brief van de admiraal Jan Willem de Winter, chargé-d’affaires te Parijs, aan de generaal Éduard Mortier met
het verzoek enige landgenoten te willen ontvangen, 1800.
1 stuk.
126.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck met de oproep aanwezig te zijn op Het Loo voor een
bijeenkomst met Herman Willem Daendels en Jean-Baptiste Dumonceau, 1802.
1 stuk.
(4).
Diplomatieke stukken.
(a).
De ‘Indische bezittingen’.
173.
Stukken betreffende de totstandkoming van een handelsverdrag tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek,
1796-1799.
1 pak.
172.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan diverse autoriteiten betreffende ‘de Indische Bezittingen’,
1798-1799. Minuten.
1 pak.
129.
Brief van [Jan Willem] de Winter aan zijn broer T.R.C. de Winter, raad bij het Hof van Justitie te Batavia, om
de komst van een tweetal Franse officieren aan te kondigen, 1800. Concept.
1 stuk.
146.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Raad der Aziatische Bezittingen te Amsterdam, 1800.
Afschriften.
3 stukken.
133.
Ingekomen brief bij [Rutger Jan Schimmelpenninck] van N.N. betreffende ondermeer opgebrachte schepen
met goederen voor het zendelingsgenootschap aan de Kaap [de Goede Hoop], [1800].
1 stuk.
96.
Stukken betreffende de expeditie naar Batavia, ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck te
Parijs, 1801.
1 omslag.
31
131.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [Joséphine] Lapagerie Bonaparte te Malmaison om
hem te bedanken voor de bemiddeling bij de Oost-Indische Compagnie ter verkrijging van planten en zaden
van de Kaap de Goede Hoop, 1802.
1 stuk.
1269.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [Carel Hendrik van] Grasveld te Lissabon betreffende
de door Groot Brittannië overgenomen overzeese gebieden, 1802.
1 stuk.
1279.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van B. von Liebeherr op de rede van Hellevoet[sluis] bij
zijn vertrek naar de koloniën, 1802.
1 stuk.
(b).
Handel en nijverheid
106.
Mededelingen van Fulwan Shipwith en Joel Barlow aan de ‘directeur’ Merlin betreffende de handel met de
Verenigde Staten, [1798].
1 stuk.
149.
Brieven van de ambassadeur betreffende de firma Von Hemert, 1799. Concepten.
2 stukken.
136.
Verzoekschrift van de firma Pieter de Haan te Amsterdam aan de ambassadeur betreffende het schip de
Pieternella Geertruida, 1800.
1 stuk.
147.
Rekwest van N.N. aan de Consul Bonaparte om zijn in beslag genomen boot de Caninholm terug te krijgen,
1800. Klad.
1 stuk.
118.
Verzoek van de ambassadeur aan de Franse minister van Politie om aan de firma Van Dijk & Gevers een
exportvergunning te verlenen voor een hoeveelheid graan aan Groot-Brittannië, concept, 1800.
1 stuk.
137.
Rekening van Louis Berthoud, horlogier te Parijs, voor de ambassadeur van de Bataafse Republiek te Parijs,
wegens de levering van een drietal ‘montres marines à longitude’, 1801.
1 stuk.
(c).
Neutraliteit
174.
‘Project de neutralité’, ontwerp-tekst voor een neutraliteitsverdrag der Bataafse Republiek ten tijde van de
Engels-Russische inval, 1799. Concept.
1 omslag.
N.B. ‘Composée au mois de septembre 1799, peu jours après la première tentation infructueuse du general Brune pour déloger les Anglais
de la Nordhollande’.
N.B. ± 12 sept. 1799, RGP4, nr. 466.
iv.
Gezant bij de vredesonderhandelingen te Amiens 1800-1802.
N.B. De Vrede van Amiens van 27 maart 1802 maakte een einde aan de oorlog tussen Groot-Brittannië en de Franse republiek die
begonnen was met de Franse oorlogsverklaring van 1793.
Na eerdere pogingen om vrede te sluiten (bijvoorbeeld in 1797 in een conferentie te Rijsel) slaagde de conferentie te Amiens wel. Van
Engelse zijde werd onderhandeld door Lord Charles Cornwallis. De Franse delegatie werd geleid door Joseph Bonaparte. Daarnaast namen
er delegaties namens de Spaanse koning en het Bataafs Gemenebest - beide bondgenoten van de Franse Republiek - aan de
onderhandelingen deel. De Spaanse delegatie stond onder leiding van don Joseph-Nicolas d’Azara. Het Bataafs Gemenebest had Rutger
Jan Schimmelpenninck afgevaardigd. Het Ottomaanse rijk (bondgenoot van Engeland) trad op 13 mei 1802 tot het verdrag toe.
Het Bataafs Gemenebest raakte Ceylon definitief kwijt, maar kreeg de Kaap de Goede Hoop terug. Engeland gaf ook het streven naar het
herstel van het stadhouderschap in Nederland officieel op onder de voorwaarde dat het Huis van Nassau schadeloosgesteld zou worden. De
vrede hield niet lang stand. Na ruim een jaar verklaarden de Britten weer de oorlog aan Frankrijk. Een directe aanleiding voor de breuk
was de Britse weigering om Malta te ontruimen. De Derde Coalitieoorlog volgde in 1805.
(1).
Aanstelling en infunctietreding.
32
185.
Verklaring van het Uitvoerend Bewind van de Bataafse Republiek, dat Rutger Jan Schimmelpenninck
gemachtigd is om namens de Republiek aan de vredesbesprekingen te Luneville deel te nemen, 1800.
1 stuk.
186.
Verklaring van de regering van de Bataafse Republiek, dat Rutger Jan Schimmelpenninck namens de
Republiek zal deelnemen aan de onderhandelingen te Amiens, 1801.
1 stuk.
(2).
Correspondentie.
(a).
Ingekomen stukken.
(i).
Algemeen.
205.
Lijst van de codes in gebruik bij de correspondentie [betreffende de onderhandelingen te Amiens], [1801].
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1801-1802.
2 omslagen.
Afzenders (alfabetisch)
193, 208.
[Don Joseph-Nicolas d’Azara, ambassadeur van Spanje], 1801 en 1802.
191, 202.
Brief van Girolamo Lucchesini te Parijs, met een concept van antwoord, 1802.
N.B. Girolamo Marchese Lucchesini (1751-1825) was diplomaat in Pruisische dienst.
195.
Brief van Smissaert te Amsterdam aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1801. Afschrift.
1 stuk.
204,207. Brieven van [N.N. Lehoc] en [Michel de Comps] aan Rutger Jan Schimmelpenninck te Amiens, 1802.
1 omslag.
N.B. 3 jan. 1802, RGP4, nr. 620; 24 jan. 1802, RGP4, nr. 622; 26 jan. 1802, RGP4, nr. 623; 30 jan. 1802, RGP4, nr. 624; 1 febr. 1802,
RGP4, nr. 625; 1 febr. 1802, RGP4, nr. 626; 2 febr. 1802, RGP4, nr. 627; 3 febr. 1802, RGP4, nr. 629; 8 febr. 1802, RGP4, nr. 632; 15-16
febr. 1802, RGP4, nr. 634.
(ii).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
N.B. Maarten van der Goes (1751-1826) was sedert 1798 secretaris van de agent en sedert 1801 secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken te Den Haag.
197.
Brieven door of namens de Secretaris van Staat voor de Buitenlandse Zaken Van der Goes aan Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1801-1802.
1 omslag.
236.
Brieven van de Secretaris van Staat voor de Buitenlandse Zaken aan Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende
de onderhandelingen te Amiens, 1801-1802. Gelijktijdige afschriften.
1 stuk.
198.
'Particuliere brieven van de Hr. v.d. Goes, Secretaris van Buitenlandsche Zaken, aan den Ambassadeur
Schimmelpenninck', 1802.
1 omslag.
N.B. 7 febr. 1802, RGP4, nr. 631; 9-10 maart 1802, RGP4, nr. 638; 24 maart 1802, RGP4, nr. 642.
(iii).
Correspondentie met Franse autoriteiten.
189.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Franse minister van Oorlog, Louis-Alexandre
Berthier, 1803-1804.
2 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende Franse autoriteiten, 1803.
2 omslagen.
33
190.
De brigade-generaal Caulaincourt te St. Cloud, 1803.
192.
Jean-Etienne Marie Portalis te Calais, 1803.
N.B. Armans Augustin Louis de Caulainvourt (1773-1827) was een Franse generaal en raadsman van Napoleon Bonaparte.
N.B. Jean-Marie-Etienne Portalis (1746-1807) was een Franse staats- en rechtsgeleerde.
194.
Brief van Joseph Bonaparte aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1802.
1 stuk.
(b).
Uitgaande stukken.
(i).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
N.B. Maarten van der Goes (1751-1826) was sedert 1798 secretaris van de agent en sedert 1801 secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken te Den Haag.
187.
'Missiven, enz. [van Rutger Jan Schimmelpenninck] aan den Secretaris van Staat in 's Hage', brievenboek van
verzonden brieven, 1801-1802.
1 katern.
230.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs en Amiens aan de Secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken van de Bataafse Republiek, minuten met bijlagen, 1801-1802.
1 pak.
N.B. Genummerd 1-7.
2 febr. 1802, RGP4, nr. 628.
203,215. Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs en Amiens aan de Secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken betreffende de vredesonderhandelingen te Amiens, concepten, 1801-1802.
1 omslag.
N.B. ontbreekt brief nr. 3.
22 maart 1802, RGP4, nr. 639; 27 maart 1802, RGP4, nr. 643.
237.
Brieven van confidentiële aard van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Secretaris van Staat voor
Buitenlandse Zaken betreffende de onderhandelingen te Amiens, 1801-1802.
1 omslag.
N.B. Sommige brieven zijn gezegeld en lijken door de geadresseerde te zijn geopend.
N.B. 6 nov. 1801, RGP4, nr. 609; 20 nov. 1801, RGP4, nr. 614; 19 dec. 1801, RGP4, nr. 618; 8 jan. 1802, RGP4, nr. 621; 4 maart 1802,
RGP4, nr. 637; 22 maart 1802, RGP4, nr. 640; 22 maart 1802, RGP4, nr. 641; 27 maart 1802, RGP4, nr. 644; 29 maart 1802, RGP4, nr.
645.
(ii).
Correspondentie met de Engels gevolmachtigde.
N.B. De ‘Engelsche Plenipotentiair’ was Lord Charles Cornwallis, sedert 1786 ‘Marques Cornwallis’.
188.
'Notes, missiven, enz., enz., aan den Engelschen Plenipotentiar., alsmede deszelfs antwoorden', brievenboek
van door Rutger Jan Schimmelpenninck verzonden en ontvangen brieven, 1802.
1 katern.
N.B. Bevat slechts een drietal brieven.
(iii).
Correspondentie met Franse autoriteiten.
229.
'Notes, missiven, etc., etc., aan den Minister-Plenipotentiaris der Fransche Republiek, alsmede deszelfs
antwoorden', brievenboek van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1801-1802.
1 katern.
N.B. 4 febr. 1802, RGP4, nr. 630; 14 febr. 1802, RGP4, nr. 633; 24 febr. 1802, RGP4, nr. 635; 28 febr. 1802, RGP4, nr. 636.
210.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck [te Amiens] aan de Eerste Consul en anderen betreffende de
onderhandelingen te Amiens, minuten en afschriften, 1801-1802.
1 omslag.
N.B. genummerd a-g.
201.
Nota van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Franse minister van Buitenlandse zaken betreffende de
Bataafse koloniën, minuut, [1802].
1 katern.
206,217. Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Franse minister van Buitenlandse zaken, minuut en
afschriften, 1802.
4 stukken.
34
218.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Franse minister van Oorlog, afschrift, 1802.
1 stuk.
****.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan verschillende Franse autoriteiten, minuten en afschriften, 1802.
2 omslagen.
Geadresseerden (Alfabetisch):
200, 219.
Joseph Bonaparte.
199.
De Eerste Consul van Frankrijk Napoleon Bonaparte.
(3).
Diplomatieke stukken.
234,119,132,247.
Stukken betreffende de positie van het Huis van Oranje naar aanleiding van de vredesonderhandelingen,
1801-1802.
1 omslag.
N.B. 2 juli 1802, RGP6, nr. 338; 14 juli 1802, RGP6, nr. 349.
212.
Protocollen en nota's betreffende de onderhandelingen, 1802.
1 omslag.
228.
'Journaal van het Congres te Amiens', aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck, [1802].
3 katernen.
N.B. 8 dec. 1801-18 maart 1802, RGP4, nr. 603.
209.
Aantekeningen betreffende het ontwerp van verschillende artikelen van een op te stellen verdragtekst te
Amiens, 1802.
1 omslag.
211.
Teksten van verdragen, gesloten tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden, later de Bataafse Republiek,
en Frankrijk en van andere verdragen, gebruikt als retro-acta bij de onderhandelingen te Amiens, 1785-1801.
1 omslag.
213.
Tekst van het verdrag van Amiens, [1802]. Concept.
1 katern.
231.
Tekst van het verdrag van Amiens, 1802. Gedrukt, in de Engelse en Franse taal.
1 katern.
3437.
Aantekeningen van N.N. betreffende de Vrede van Amiens, [1802].
1 stuk.
227.
Proclamatie van het intermediair bestuur van Amsterdam betreffende de tot stand gekomen overeenkomst te
Amiens, 1802. Gedrukt.
1 stuk.
232.
Verklaring van Joseph Bonaparte en Rutger Jan Schimmelpenninck dat de ratificatie van de akte van
overeenkomst van het verdrag van Amiens correct is verlopen, [1802]. Met een begeleidend briefje van Joseph
Bonaparte.
2 stukken.
290.
Stukken betreffende nadere uitwerking van de Vrede van Amiens, 1803.
1 omslag.
238.
Gedicht van Jeronimo de Bosch op Rutger Jan Schimmelpenninck bij de viering van de Vrede van Amiens,
gedrukt, 1802.
1 stuk.
N.B. Jeronimo de Bosch (1740-1811) was apotheker te Amsterdam en een bekende gelegenheidsdichter.
(4).
Geschenken.
35
223.
Brieven van de Secretaris van Staat voor Buitenlandse Zaken te Den Haag aan Rutger Jan Schimmelpenninck
betreffende de te besteden gelden voor de geschenken aan de gezanten, 1802. Met concept van antwoord.
3 stukken.
****.
Stukken betreffende de geschenken aan de gezanten namens de Republiek aangeboden, 1802-1803.
3 omslagen.
222,292. Lord Charles Cornwallis, 1803.
220.
Joseph Bonaparte, 1802.
216,221. Don Joseph-Nicolas d’Azara, 1802.
(5).
Overige stukken.
****.
Gelukwensen, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, na de ondertekening van het verdrag van Amiens,
1802.
12 omslagen.
Afzenders:
1263. Het gemeentebestuur van Amiens, met concept van antwoord.
1264. Herm. Bosscha te Harderwijk.
1265. P. Burman te Amsterdam.
1266. [J.] Couperus te Den Haag.
224.
A.B.G. van Dedem van de Gelder te Florence.
1271. J.G.H. Hahn te Den Haag.
1276. Zijn zwager E.J.P. toe Laer te Amsterdam.
1283. Broer Jan Schimmelpenninck te Amsterdam.
1284. Moeder H. Schimmelpenninck-Koolhaas te Deventer.
1287. Jan Gabriël Tegelaar te Amsterdam.
1289. P. van Wachendorff van Rijn te Amsterdam met een gedichtje.
1291. [P.] van Woensel te Amsterdam.
v.
Extraordinaris envoyée en minister plenipotentiaris te Londen 1802-1803.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, van 8 december 1802 tot 14 juni
1803; daarna weer te Parijs.
(1).
Aanstelling en infunctietreding.
239.
Stukken betreffende de aanstelling van Rutger Jan Schimmelpenninck tot ambassadeur te Londen, 1802.
1 omslag.
260.
Instructie van het Staatsbewind voor Rutger Jan Schimmelpenninck als gevolmachtigd minister te Londen,
1802.
1 stuk.
261,251. Rapport van Dirk Wouter van Lynden, gezant van de Republiek der Verenigde Nederlanden aan het hof van de
koning van Groot-Brittannië over de periode 1784-1788. Afschrift [ca. 1802].
1 katern.
(2).
Correspondentie.
(a).
Ingekomen stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen van de Secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken, 1802-1803.
2 pakken.
258.
1802.
259.
1803.
N.B. Genummerd 1-8.
N.B. Genummerd 1-25.
36
255.
Ingekomen brieven van N.N. aan N.N. vanuit Berlijn, Hamburg en St. Petersburg, 1802-1804. Afschriften.
4 stukken.
299.
Documenten, gepresenteerd aan de beide Huizen van het Britse parlement, 18 mei 1803. Gedrukt.
1 omslag.
161.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Lord Cornwallis te Londen, waarin hij meedeelt dat het
personeel van The Tower op de hoogte is gebracht van het voorgenomen bezoek van Schimmelpenninck, 1803.
1 stuk.
243.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Britse regering met de mededeling dat de boot,
waarmee mevrouw Schimmelpenninck naar Engeland zal reizen, ongemoeid zal blijven, 1803.
1 stuk.
253,254. Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J. Bosscha betreffende mevrouw Van der Goes en de
internationale politiek, 1803. Met bijlagen.
3 stukken.
N.B. Johannes Bosscha was secretaris-generaal van het departement van Buitenlandse Zaken te Den Haag.
****.
Ingekomen brieven van Lord Hawksbury bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende verschillende
onderwerpen, 1803.
3 omslagen.
N.B. Charles Jenkinson, baron Hawksbury (1727-1808) – later Earl of Liverpool – was een Engelse staatsman, President of the Board of
Trade en intimus van de koning.
275.
160.
245.
****.
Betreffende de procedure voor de aanvraag van een paspoort, 1803.
Betreffende een brief van luitenant-generaal Dundas te Kaap de Goede Hoop aan Lord Hobart, 1803.
Betreffende Schimmelpennincks vertrek uit Londen, 1803.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen van verschillende Franse staatslieden, 1803.
2 omslagen.
Afzenders:
262.
[Antoine-François] Andréossy, [1803].
263.
244.
N.B. Antoine-François Andréossy (1761-1828) was een Franse generaal en ambassadeur te Londen.
[Joseph] Bonaparte te Mortefontaine, 1803.
Ingekomen brief bij de Secretaris van Staat voor Buitenlandse Zaken van R. Liston te Den Haag, 1803.
Afschrift.
1 stuk.
N.B. Kennelijk ter informatie doorgestuurd aan Schimmelpenninck. Sir Robert Liston (1742-1836) was Brits gezant te Den Haag.
286.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen van de Raad der Asiatische Bezittingen te
Amsterdam met het verzoek tot levering van zeekaarten, 1803.
1 stuk.
287.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van W. Bellingham c.s. betreffende de betaling van een
rekening van een Engelse officier te Kaap de Goede Hoop ten laste van de Bataafse Republiek, 1803.
1 stuk.
288.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van A.H. Cramer, commissaris van de Republiek op de
Bentheimse landdag, te Den Haag en E. de Lenthe betreffende het graafschap Bentheim, 1803.
4 stukken.
280.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de firma Kops & Coussemakers te Londen betreffende
de procedure aangaande de heer Van Braam, 1803. Met een brief van W.H. van Braam aan Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1803 en een van D.M.G. Heldewier.
3 stukken.
272.
Ingekomen brieven bij aan Rutger Jan Schimmelpenninck van de graaf Woronzow (Harley Street, Londen),
1803.
2 stukken.
N.B. Graaf Simon Romanovitsj Woronzow (1744-1832), was Russisch ambassadeur te Londen.
273.
Ingekomen brieven bij aan Rutger Jan Schimmelpenninck van C. Apostool te Londen, 1803.
2 stukken.
37
N.B. Cornelis Apostool (1762-1836) was Bataafs consul te Londen.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1803.
5 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (alfabetisch):
267.
James Baillie, 1803.
282.
Jacob Kloes te Londen, 1803.
264.
W.S. Pollard te Den Haag, 1803.
271.
P. van Winter Nzn,. te Amsterdam, 1803.
270.
N.N. te Amsterdam, 1803.
265.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J. de Chapeaurouge te Den Haag om hem te bedanken
voor de bemiddeling ter verkrijging van een paspoort voor Hamburg, 1803.
1 stuk.
268.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J.A. de Mist te Kaap de Goede Hoop om de heer
Bornard bij Schimmelpenninck te introduceren, 1803.
1 stuk.
(b).
Uitgaande stukken.
(i).
Algemeen.
250.
Lijstje van bij het Departement van Buitenlandse Zaken ingekomen brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck
te Londen, afschrift, 1803.
1 stuk.
(ii).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
N.B. Maarten van der Goes (1751-1826) was sedert 1798 secretaris van de agent en sedert 1801 secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken te Den Haag.
240.
Brievenboek van Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen van zijn verzonden brieven aan de Secretaris van
Staat voor Buitenlandse Zaken, 1802-1803.
1 deel.
257.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen aan de Secretaris van Staat voor Buitenlandse Zaken te
Den Haag, 1802-1803. Minuten.
1 pak.
N.B. Genummerd 1-54.
291.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen aan de Secretaris van Staat voor Buitenlandse Zaken
[Van der Goes], 1803.
3 stukken.
241.
Brieven van confidentiële aard van Rutger Jan Schimmelpenninck te Londen aan [Van der Goes], 1803.
1 omslag.
(iii).
Correspondentie met de Britse autoriteiten.
246.
Brievenboek van Rutger Jan Schimmelpenninck van door hem verzonden brieven aan leden van de Engelse
regering, 1803.
1 deel.
N.B. Grotendeels blanco.
295.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Britse regering met de mededeling dat C. Apostool als
handelsagent te Londen zal worden aangesteld, 1802. Concept.
1 stuk.
(3).
Diplomatieke zaken
38
289.
Stukken betreffende de onderhandelingen tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en de Britse regering over
opgebrachte schepen, 1802-1803.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over de confiscatie van
schepen, 1803.
10 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
277.
B. Spoelstra betreffende het schip van Bauke Marcus te Akkrum, dat door de autoriteiten was
gevorderd voor het transport van Engelse manschappen, 1803.
276,278,279.
Hub. Coerman te Den Haag betreffende zijn inbeslaggenomen schip, 1803. Met een bijlage, 1785
284.
R. May te Southwold (Suffolk) betreffende daar opgebrachte Hollandse schepen, 1803.
285.
Edward Jameson te Cork betreffende het schip Zuyderberg, 1803. Met een bijlage.
283.
G. Titsingh te Amsterdam betreffende een te Yarmouth opgebracht schip, 1803.
266.
Enige Nedelandse gedupeerden te Plymouth met het verzoek tot bemiddeling tot terugverkrijging van
hun in beslag genomen schepen, 1803. Met een bijlage.
269.
N.N. Willink jr. te Amsterdam betreffende het schip Jago, komende uit Batavia, 1803.
274.
A.E. van der Kun te Rijswijk over opgebrachte schepen, 1803.
281.
Dirk Langeveldt te Cornhill met een lijst van enige te Sheerness opgebrachte Hollandse schepen,
1803.
293.
Sidney Smits op de rede voor Texel, 1803.
242.
Stukken betreffende het vrijgeven van enige door Groot-Brittanië geconfisqueerde schepen, 1803.
3 stukken.
294.
Stukken betreffende de Indische bezittingen van de Bataafse Republiek, 1803.
2 stukken.
252.
Stukken betreffende de Franse bezetting van Walcheren en Vlissingen, 1803.
1 omslag.
vi.
Ordinaris ambassadeur te Parijs 1803-1805.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was ordinaris ambassadeur te Parijs, van 15 september 1803 tot februari 1805; daarna raadpensionaris
van het Bataafse Gemeenebest.
(1).
Aanstelling en infunctietreding.
300.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot ambassadeur te Parijs, 1803.
1 omslag.
329.
Brief van het Staatsbewind der Bataafse Republiek aan de Eerste Consul met de mededeling dat de missie van
Ch. de Vos van Steenwijk zal worden beëindigd en vervangen zal worden door Rutger Jan Schimmelpenninck,
1803. Afschrift.
1 stuk.
N.B. Carel de Vos van Steenwijk (1759-1830) was ordinaris ambassadeur te Parijs (1802-1803) en naderhand lid van het Wetgevend
Lichaam voor Drenthe te Den Haag en waarnemend raadpensionaris 4-18 juni 1806.
248.
Uittreksel uit het register der besluiten van het Staatsbewind der Bataafse Republiek betreffende de rang en
status van C.A. Verhuell tijdens zijn verblijf te Parijs, afschrift, 1803.
1 stuk.
N.B. Carel Hendrik Verhuell (1764-1845) was bevelhebber van een Bataafs Flotille en commissaris-generaal voor de zaken der Bataafse
marine bij de Eerste Consul te Parijs; naderhand minister van Marine onder Schimmelpenninck als raadpensionaris.
337.
Stukken betreffende de aanstelling van C. Apostool tot commissaris voor de uitwisseling van krijgsgevangenen
met Engeland, 1803.
1 omslag.
(2).
Correspondentie.
39
(a).
Ingekomen stukken.
325.
Brieven van C.G. Hultman aan de schout-bij-nacht C.H. Verhuell en de president van het Staatsbewind,
afschriften, 1803.
2 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1803-1805.
10 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
314.
E. Canneman te Den Haag, 1804.
N.B. 23 nov. 1804, RGP89, p. 218, nr. 66.
326.
323.
315.
317.
R.J. van der Capellen te Haarlem, 1805.
J.W. Janssens, gouverneur van Kaap de Goede Hoop, 1804.
N. van Marum, secretaris van de Bataafsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, 1804.
H. van Stralen te Den Haag, 1803-1804.
320.
316.
J.H. van Swinden te Amsterdam, 1803.
W. Queysen, [1804].
318.
319.
[C.E.] Vaillant te Amsterdam, 1803.
Joh. Valckenaer te Dijkenburg, 1803.
321.
[De vice-admiraal] Verhuell en diens broer, 1803-1804.
N.B. 29 okt. 1803, RGP6, nr. 469; 21 nov. 1803, RGP6, nr. 478; 6 nov. 1804, RGP6, nr. 553; 9 nov. 1804, RGP6, nr. 554.
N.B. 30 nov. 1804, RGP6, nr. 564.
N.B. 1 okt. 1803, RGP6, nr. 464.
N.B. 8 nov. 1803, RGP6, nr. 473; 17 nov. 1803, RGP6, nr. 476; 20 nov. 1803, RGP6, nr. 477; 13 dec. 1803, RGP6, nr. 488; 16
dec. 1803, RGP6, nr. 489; 25 jan. 1804, RGP6, nr. 494; 14 maart 1804, RGP6, nr. 501; 1 april 1804, RGP6, nr. 504; 17 mei
1804, RGP6, nr. 517; 2 juni 1804, RGP6, nr. 521; 30 aug. 1804, RGP6, nr. 526 (=RGP89, p. 175, nr. 10); 26 nov. 1804, RGP6,
nr. 561.
304,327. Brieven van de Secretaris van Staat voor Buitenlandse Zaken, Maarten van der Goes, te Den Haag aan [Rutger
Jan Schimmelpenninck te Parijs], 1804-1805.
4 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van enkele politici in Frankrijk, 1804-1805.
3 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
433.
De majoor-generaal Andréossy te Boulogne, 1804.
324.
322.
N.B. De generaal Andréossy zond hem dat jaar ook zijn Histoire du canal du Midi ou canal de Languedoc, welk boek zich met
de aanbiedingsbrief bevindt in de bibliotheek van het Nijenhuis.
De markies de Lucchsini, [1804].
Charles-Maurice de Talleyrand, 1804-1805.
N.B. 27 aug. 1804, RGP89, p. 174, nr. 8; 5 nov. 1804, RGP89, p. 211, nr. 53; 4 jan. 1805, RGP89, p. 228, nr. 85; 2 april 1805,
RGP6, nr. 601.
442.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Louis graaf van Bentheim, 1804 en 1805.
2 stukken.
487.
Brief van enige burgers van de stad Utrecht aan de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck, waarbij een
kopie van een nota aan de president en leden van het Staatsbewind, wordt toegezonden, 1805.
2 stukken.
N.B. 4 april 1805, RGP6, nr. 602 (=RGP89, p. 257, nr. 135).
583.
Brieven van J.M. Smits te Parijs (voormalige secretaris en chargé d’affaires) aan de Raadpensionaris, 1805.
2 stukken.
163.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de heer Esménard te St. Thomas (Martinique) en te
Parijs, 1803 en 1805.
2 stukken.
(b).
Uitgaande stukken.
(i).
Algemeen.
256.
Lijstje van bij het Departement van Buitenlandse Zaken ontvangen missives van Rutger Jan
Schimmelpenninck vanuit Parijs, 1803.
40
1 stuk.
344.
"Particuliere correspondentie’, brievenboek van verzonden en van enige ontvangen brieven door Rutger Jan
Schimmelpenninck te Parijs, 1803-1804.
1 katern.
N.B. Grotendeels onbeschreven.
(ii).
Correspondentie met de Bataafse agent der Buitenlandse betrekkingen.
N.B. Maarten van der Goes (1751-1826) was sedert 1798 secretaris van de agent en sedert 1801 secretaris van Staat voor Buitenlandse
Zaken te Den Haag.
63.
Brieven van [Carel de Vos van Steenwijk] aan [Maarten van der Goes], 1803.
1 omslag.
N.B. De Vos van Steenwijk was de ambtsvoorganger van Schimmelpenninck als gezant te Parijs.
N.B. 27 mei 1803, RGP6, nr. 446.
301.
‘Copieboek der Politique Correspondentie’, brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Secretaris van
Staat voor Buitenlandse Zaken en enige anderen, 7 okt 1803-2 jan 1804.
1 katern.
N.B. Grotendeels onbeschreven.
303,302, 312.
Brieven van confidentiële aard van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan de Secretaris van Staat voor
Buitenlandse Zaken, kladden en minuten, 1803-1805.
1 omslag.
N.B. 3 nov. 1803, RGP6, nr. 471; 11 jan. 1804, RGP6, nr. 492; 3 febr. 1804, RGP6, nr. 496; 4 april 1804, RGP6, nr. 507.
****.
‘Depêches van den ambassadeur R.J. Schimmelpenninck aan den Secretaris van Staat voor de Buitenlandsche
Zaaken M. van der Goes’, brievenboeken van verzonden brieven, 1803-1805.
7 katernen.
305.
306.
307.
308.
309.
310.
311.
343.
1803 oktober 3 - november 28.
1803 november 28 - 1804 januari 11.
1804 januari 11 - april 9.
1804 april 9 - juli 3.
1804 juli 3 - december 17.
1804 december 18, 1805 januari 7 - juni 7.
1805 juni 14 - augustus 2.
‘Particuliere correspondente’, brievenboek van enige door Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs verzonden
brieven, 1803-1804.
1 katern.
N.B. Grotendeels onbeschreven.
(3).
Diplomatieke zaken.
296.
‘Journaal, Parijs 1803’, verslag van Rutger Jan Schimmelpenninck na zijn benoeming te ambassadeur te Parijs,
1803.
1 deel.
N.B. Het verslag loopt van 23 september 1803 t/m 24 november 1803 (gesprek met de Eerste Consul). De rest van dit deel is blanco.
24 nov. 1803, RGP6, nr. 481
297.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende gesprekken met de Eerste Consul of met
Talleyrand, 1803.
2 stukken.
N.B. 24 juli 1803, RGP6, nr. 458; ± 1 nov. 1803, RGP6, nr. 470.
298.
Nota van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de staatsraad [Talleyrand] betreffende de kans op een nieuwe
breuk tussen Frankrijk en Engeland, [1803]. Fragment van concept.
1 stuk.
313.
Stukken betreffende het geschenk van de Eerste Consul Napoleon Bonaparte aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van een rijtuig met vier paarden, 1803.
3 stukken.
41
354.
Stukken betreffende de ontmoeting van Rutger Jan Schimmelpenninck met keizer Napoleon te Aken, 1804.
1 omslag.
N.B. 1 sept. 1804, RGP89, p. 176, nr. 11; 1 sept. 1804, RGP89, p. 176, nr. 13; 3 sept. 1804, RGP89, p. 177, nr. 15; 4 sept. 1804, RGP89, p.
179, nr. 17; 7 sept. 1804, RGP89, p. 179, nr. 18; 7 sept. 1804, RGP89, p. 179, nr. 19; 10 sept. 1804, RGP89, p. 181, nr. 21; 28 sept. 1804,
RGP89, p. 190, nr. 32.
214.
Nadere overeenkomst tussen de keizer van Frankrijk en de Bataafse Republiek als aanvulling op het verdrag
van 25 juni 1803, [1805]. Concept.
1 stuk.
330.
Lijst van door de Bataafse Republiek geleverde goederen ten behoeve van Franse instanties over de periode
januari 1795 - 6 mei 1797, [1798].
1 stuk.
331.
Nota van de Raad der Marine van de Bataafse Republiek aan het Staatsbewind over de z.g. Texelse Expeditie,
opgesteld ten behoeve van de ambassadeur te Parijs, 1803. Afschrift.
1 stuk.
335.
Nota van het Staatsbewind der Bataafse Republiek voor de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck om de
Eerste Consul er van te overtuigen dat de Republiek niet meer in staat is om aan de gewenste leveringen te
voldoen, 1803.
1 stuk.
336.
Akte van ratificatie van de overeenkomst tussen de Franse Republiek en de Bataafse Republiek over de
plaatsing en het onderhoud van 18.000 Franse soldaten in de Bataafse Republiek, 1803. Met een volmacht van
het Staatsbewind aan Rutger Jan Schimmelpenninck die overeenkomst te tekenen, 1803.
2 stukken.
332.
Afleveringen van de Gazette Nationale ou le Moniteur Universel, 1804.
2 stukken.
333.
Instructie voor de ‘plegtige bezending naar Parijs’ om keizer Napoleon Bonaparte geluk te wensen met zijn
troonsbestijging, 1804. Afschrift ten behoeve van ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck, 1804.
1 stuk.
334.
Staat van de begroting van het Staatsbewind der Bataafse Republiek voor het jaar 1805, toegezonden aan
Rutger Jan Schimmelpenninck, 1804.
1 stuk.
339.
Stukken betreffende de overeenkomst tussen het Staatsbewind en de Erfprins van Oranje betreffende de
vastgestelde schadevergoeding, 1804. Afschriften.
1 omslag.
N.B. Het betreft hier de Bijlagen A-D (gedeeltelijk in tweevoud) van een niet aanwezig memorandum.
340.
‘Charter voor de Asiatische Bezittingen van de Bataafsche Republiek’, Wet voor het Algemeen Gezag over de
Bezittingen en Etablissementen, 1804. Gedrukt.
1 katern.
338.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerrit Schimmelpenninck en een
onbekende betreffende de financiële toestand en de belastingen van de Bataafse Republiek, 1804. Met bijlagen,
1803-1804.
1 omslag.
(4).
Financiën.
346.
Gekwiteerde rekeningen van de heer Deschamps te Parijs voor de ambassadeur Rutger Jan Schimmelpenninck
wegens geleverde diensten en materialen, 1805.
3 stukken.
578.
Brieven van zijn voormalige secretaris J.M. Smits te Parijs over de afwikkeling van de financiën van de legatie
en de toezending van een brief van Alida Girauld en een van mevrouw Texier-Alstorphius, 1805.
3 stukken.
610.
Brief van P.E. Chandon te Parijs aan de Raadpensionaris betreffende een achterstallige betaling, 1805.
1 stuk.
42
(5).
Overige stukken.
341.
‘Sincêre avis à Pie VII, chef de l’eglise de Rome et aux autres prélats Francais Cato. Romaines, à l’gard d’un
traité traduit de Francais en Hollandais en forme de dialoge, par leur véritable amie M.M. la Fargue’, 1804.
1 stuk.
342.
‘Leerrede over de opopmerkzaemheid in de Oirdeele Gods en derselver oorzaken, voorgesteld den 14 April
1784 op den plegtige Bededag in Franse Kerk door den Eerw. en zeer geleerd Heer J.G.C. de la Saussaie,
prediker in die zelve Kerk, uit het Frans vertaa[l]t door M.M. la Fargue’, [1804].
1 stuk.
vii. Raadpensionaris van het Bataafse Gemeenebest 1805-1806.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was Raadpensionaris Bataafse Gemeenebest, van 29 april 1805 tot 4 juni
1806.
(1).
Resoluties.
1302.
Adres van Hun Hoog Mogende van de Bataafse Republiek aan Rutger Jan Schimmelpenninck na zijn
aanvaarding van het Raadpensionarisschap, 1805. Gedrukt.
1 stuk.
392, 1304.
Aanspraak van Zijne Excellentie den Heere Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck, gedaan ter
gelegenheid van het openen der eerste zitting der vergadering van Hun Hoog Mogende, vertegenwoordigende
het Bataafsch Gemeenebest op den 15 meij 1805 (Den Haag 1805). Gedrukt, met een dubbel.
2 katernen.
1305.
Programma van de ceremonie [te Batavia] van de bekendmaking van de nieuwe Staatsregeling en de
benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Raadpensionaris, 1805. Gedrukt.
1 stuk.
410.
‘Register der particuliere Cabinets-Besluiten van den Raad-Pensionaris der Bataafsche Republiek’, 1805-1806.
1 deel.
N.B. Slechts half vol geschreven.
1306.
Uittreksel uit de Staatsbesluiten van de Bataafse Republiek betreffende de aanstelling der leden van de
departementale commissies van Landbouw, 1805. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Staats-besluiten der Bataafsche Republiek, 1805-1806.
3 pakken.
416.
417.
418.
****.
Publicaties en missiven, die zijn voortgekomen uit de Staatsbesluiten. Gedrukt. 1805-1806.
4 omslagen.
412.
413.
414.
415.
393.
2 september - 30 november 1805
2 - 31 december 1805
januari 1806.
september-oktober 1805.
november 1805.
december 1805.
januari 1806.
Publicatie ter aankondiging van een biddag, op last van de Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck,
1805.
1 stuk.
43
419.
Index op de Staats-besluiten van primo januarij tot en met 9 junij 1806.
1 omslag.
****.
Verslagen van de vergaderingen van ‘het Groot Besogne, gehouden op het Huis in het Bosch’, met bijlagen,
1806.
3 omslagen.
1031.
1032.
1033.
1806, april 10. Met bijlagen.
1806, mei 3. Met bijlagen.
1806, mei 28. Met bijlagen.
1036.
Proces-verbaal van kasopneming en décharge van de Algemene Secretaris van Staat als administrateur der
Secrete Kas, opgenomen in het register der Staatsbesluiten van de Bataafse Republiek, 1806.
1 stuk.
(2).
Agenda’s
De ingekomen stukken bij de Raadpensionaris werden door een klerk per dag ingeschreven onder verschillende hoofden met een korte
omschrijving. Daarna werd in de marge een uiterst summiere aantekening door de Raadpensionaris over de wijze van afhandeling
aangebracht. De ingekomen stukken zijn met kleine arabische letters genummerd. De afdoening in arabische cijfers.
De hoofden zijn b.v. ‘Wetgevend Lighaam’, ‘Nationaal Gerechtshof’, ‘Marine’, ‘Binnenlandsche Zaken’, ‘Finantien’, ‘Nationale
Rekenkamer’, ‘Zee-Raad’, ‘Gemeente Bestuuren’, ‘Gerechtshoven’, en tenslotte de grote rubrieken ‘Requesten’ (verzoekschriften) en
‘Missives’ (brieven).
****.
Lijst van bij de Raadpensionaris ingekomen brieven en rapporten en de daarop genomen besluiten en
verzonden brieven, 1805
2 katernen.
394.
395.
****.
Agenda’s van ingekomen stukken en de daarop genomen beschikkingen, 1805.
8 omslagen.
396.
397.
398.
399.
400.
401.
402.
403.
****.
1805 april 29-september 6.
1805 mei 1-november 20.
April-mei 1805.
juni 1805.
juli 1805.
augustus 1805.
september 1805.
oktober 1805.
november 1805.
December 1805.
Agenda’s van ingekomen stukken en de daarop genomen beschikkingen, 1806.
5 omslagen.
404.
405.
406.
407.
408.
Januari 1806.
Februari 1806.
maart 1806.
april 1806.
mei 1806.
409.
Agenda van ingekomen stukken van secrete aard en de daarop genomen beschikkingen, 1805-1806.
1 omslag.
(3).
Ingekomen en uitgaande stukken.
(a).
Algemeen.
420.
Brievenboek van door of namens de Raadpensionaris verzonden brieven, 1805-1806.
2 delen.
N.B. 1 mei 1805, RGP6, nr. 603; 26 juni 1805, RGP6, nr. 610; 9 jui 1805, RGP6, nr. 612; 18 juli 1805, RGP6, nr. 614; 13 sept. 1805,
RGP6, nr. 619; 2 okt. 1805, RGP6, nr. 621; 10 dec. 1805, RGP6, nr. 627; 24 dec. 1805, RGP6, nr. 628; 14 maart 1806, RGP6, nr. 634.
44
421
Agenda van ingekomen brieven bij de Raadpensionaris, met vermelding van de wijze van afdoening,
1805-1806.
1 omslag.
422.
Alfabetische toegang op de bij de Raadpensionaris ingekomen stukken, januari-juni 1806.
1 katern.
(b).
‘Secrete’, geheime, brieven.
616.
Nota van N.N. te Berlijn met diplomatiek nieuws, 1805.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1805-1806.
15 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
496.
R.J. van der Capellen te Haarlem, 1805.
465.
[A. Carron ?] te Parijs, 1805.
490.
[C.Th.] Elout te Haarlem, met een nota, 1806.
497.
Wybo Fijnje te Klein Loo, 1805.
478,489. M. van der Goes te Den Haag, 1805.
467.
Isaak Jan Alexander Gogel, 1805.
495.
[C.H.] van Grasveld te New York en Den Helder, 1806. Met een brief van A.M. van Grasveld-Vitringa
aan de Raadpensionaris, 1806.
498.
A. Hoijnck van Papendrecht te Dordrecht, 1805.
499.
[Jacob] Kantelaar, 1806.
457.
D.G. van der Keessel te Leiden, 1805 en 1806. Met enige concepten van antwoord.
451.
H. van Stralen, 1806.
454, 462, 466.
Carel Hendrik Verhuell, 1805-1806.
N.B. 7 mei 1805, RGP6, nr. 604; 22 juli 1805, RGP6, nr. 615; 10 aug. 1805, RGP6, nr. 616; 3 maart 1806, RGP89, p. 413, nr. 9;
maart 1806, RGP89, p. 413, nr. 10.
475.
Carel de Vos van Steenwijk, 1805.
476.
J.A. de Vos van Steenwijk te Den Haag, 1805.
488,500. Onbekenden, 1805-1806.
440.
Brieven van [François Michel Xavier de Comps] te Parijs aan ‘Monsieur Dolders, négociant à Lubeck’,
1805-1806.
1 omslag.
N.B. Vermoedelijk betreft het hier gecamoufleerde berichtgeving. Van de brieven, genummerd 1-11, ontbreken nrs. 4 en 5.
14 aug. 1805, RGP6, nr. 617; 28 febr. 1806, RGP6, nr. 632.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over diverse onderwerpen,
1805.
13 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
471.
J. Bondt te Amsterdam betreffende de thesaurie van de stad Amsterdam, 1805. Met een bijlage.
460.
J. Bourcourt te Kassel en te De Bilt betreffende de ‘Waldeckse zaak’, 1805-1806. Met bijlagen.
494.
Brantsen te Parijs betreffende de nieuwe organisatie van het Departementaal Bestuur van Gelderland,
1805.
493.
Brief van [François Michel Xavier de Comps] te Den Haag betreffende financiële transacties, 1805.
429.
Maarten van der Goes ter begeleiding van een verslag van de reis van keizer Napoleon in Italië, 1805.
469.
J. Goldberg betreffende de verhouding met ‘Engeland’, 1805. Met een bijlage.
473.
Th. Gülcher, N.N. Mollerus en B. Willink jr. te Amsterdam betreffende de theehandel, 1805. Met
bijlagen.
463.
C.F. van Maanen als begeleiding van een door hem opgestelde richtlijn voor uitgevers van couranten
om geen negatieve berichten over de keizer te publiceren, 1805.
944.
M. Siderius en H. van der Meulen betreffende de nieuwe Staatsregeling, [1805].
455.
Van Spaen te Biljoen (Velp) als president van het Departementaal Bestuur van Gelderland, betreffende
een mogelijke inval van buitenlandse troepen, 1805.
461.
J. Stafford, R.K. pastoor te Haarlem, en J.A. Offerman, R.K. pastoor te Amsterdam, betreffende het
Hollands College te Leuven, 1805. Met bijlagen.
988.
J.H. Swildens te Franeker en Leeuwarden betreffende bestuurlijke zaken in Friesland, 1805 en 1806.
45
464.
****.
J. Werninck te Londen betreffende de behoeftige omstandigheden van aldaar verblijvende
krijgsgevangenen, 1805.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende heerlijke
rechten, 1805.
2 omslagen.
452,472. Jeronimo de Bosch betreffende de ambachtsheerlijkheden en de Leidse universiteit, 1805.
479,1006.
A. Twent te Den Haag, 1806. Met bijlage.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van personen die geen zitting willen nemen in het door
Schimmelpenninck nieuw te vormen landsbestuur, 1805.
5 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
484.
J.B. Bicker te Den Haag, 1805.
480.
Samuel van Hoogstraten te Den Haag, 1805.
481.
D.C. de Leeuw te Den Haag, 1805.
482.
E.L.G. van Burmania Rengers te Den Haag, 1805.
483.
J. van Styrum te Haarlem, 1805.
486.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van N.N. te Amsterdam, dat hij zitting zal nemen, 1805.
1 stuk.
450.
Verzoekschrift aan Rutger Jan Schimmelpenninck van de Agent-general de Commerce van Zweden betreffende
enige te Harlingen opgebrachte vrachtschepen, 1805. Met bijlagen.
1 omslag.
706.
Rapport van N.N. Champenoy te Parijs voor Hun Hoog Mogenden betreffende zijn belevenissen in Bataafse
dienst, 1806.
1 stuk.
(c).
‘Franse brieven’.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de keizer van Frankrijk en zijn familie, 1805-1806.
2 omslagen.
423.
Keizer Napoleon, 1805.
424.
Louis Bonaparte, 1805-1806.
N.B. 18 mei 1805, RGP6, nr. 606; 15 nov. 1805, RGP6, nr. 624.
N.B. 8 dec. 1805, RGP6, nr. 626.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende Franse ministers, 1805-1806.
4 omslagen.
435,915. Minister van Marine en de Koloniën, Denis Decrès, 1805.
N.B. 5 juli 1805, RGP6, nr. 611; 13 juli 1805, RGP6, nr. 613; 3 sept. 1805, RGP6, nr. 618.
431.
425.
Minister van Oorlog, Louis-Alexandre Berthier, 1805-1806.
Minister van Buitenlandse zaken, Charles-Maurice de Talleyrand, 1805-1806.
430.
Minister du Trésor public, François Barbé-Marbois, 1806.
N.B. 17 maart 1806, RGP6, nr. 639.
444.
Brief van J.B. kardinaal Caprara te Parijs aan de Raadpensionaris, 1805.
1 stuk.
501.
Brieven van P. Chomel te Parijs aan de Raadpensionaris, 1805-1806.
1 omslag.
****
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Franse militaire autoriteiten, 1805-1806.
9 omslagen.
434.
436.
Majoor-generaal Antoine François Andréossy te Boulogne, 1805.
Maarschalk Pierre François Charles Augereau te Darmstadt, 1806.
46
427.
426.
439.
428.
441.
575.
512.
Maarschalk Jean-Baptiste Jules Bernadotte te Hannover, 1805.
Generaal D. van Damme te Boulogne, 1805.
Generaal [Emanuel de Grouchy] te Nijmegen, 1805.
Maarschalk François Joseph Lefevre te Mainz (Mayence), 1805.
Generaal Auguste Louis Frédéric Viesse de Marmont te Utrecht en Dryberg, 1805-1806.
Brigade-generaal Morgand te Foix en mevrouw Morgand-Ferrière te Versailles, 1805.
J.B. Morgan de Frucourt, commandant van de Garde d’honneur, te Amiens, 1805.
432.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de directeur van het Musée Napoléon, Jean Dominique
Vivant Denon, betreffende de schilderes Marie Louise Élisabeth Vigée Lebrun, 1806.
1 stuk.
(d).
Overige ingekomen stukken.
(i).
Algemeen.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over meerdere onderwerpen,
1805-1806.
61 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
576.
N.N. Abel te Parijs, 1805.
443.
Louis graaf van Bentheim, 1806.
558.
T.A. ten Berge te Groningen, 1805.
515.
J.F. van Beeck Calkoen te Leiden, 1805.
569.
N.N. Billacoys de Boismont te Courbray, 1805.
739.
Jan Hinnen Boon te Amsterdam, 1806.
528.
A. Bosma te Leeuwarden, 1806.
523.
N.N. Bourdeau te Berlijn en Den Haag, 1806.
518.
A. Charles en Cesar Nijssen te Tunis, 1804 en 1805.
N.B. De brief uit 1804 belandde eerst in juni 1805 bij Schimmelpenninck
729.
579.
514.
532.
503.
526.
730.
529.
643.
534.
513.
602.
698.
533.
502.
445.
650.
530.
491.
645.
527.
531.
509.
F.W. Chomel te Amsterdam, 1806.
N.N. Côme te Den Haag, 1805.
Gadso Coopmans te Oegaard, 1805.
T.T. Cremer te Rotterdam, 1806.
L.S.C. de Degenfeld Schomburg-van Nassau te Wenen, 1805.
J. Jacquin Delval, 1806.
Margaretha de Dörnberg Heiden-Mackay te Assen, 1806.
P. de Grient Dreux te Zutphen, 1806.
Alexander Elberts te Deventer en Den Haag, 1805 en 1806.
S. Gratama te Groningen, 1806.
Daniel Guyot te Groningen, directeur van het Instituut voor Doofstommen, 1805.
J.G.H. Hahn te Den Haag, 1805.
De weduwe Hattinga-van Ruelo te Den Bosch, 1806.
Jan Christian Hespe te Amsterdam, 1805 en 1806. Met een bijlage, [1805].
W.H. van Hoëvell te Deventer, 1805-1806.
Philippe prins van Hohenlohe te Lobel (?) (Zwitserland), 1805.
De firma Hope & Co. te Amsterdam, 1805 en 1806.
Martinus Bouricius van Idema te Heerenveen, 1806.
R. Feith, 1806.
J.P. Johnson te Den Haag, 1805. Met een bijlage.
J. van Juchem te Borculo, 1806.
C. Kleijnhoff te Amsterdam, 1806.
[Hendrik Merkus] de Kock te Den Helder, 1806.
737.
543.
162.
696.
458.
563.
726.
536.
M. Koopman-Huskus te Den Haag, 1806.
N.N. Labouchère te Amsterdam, 1805 en 1806.
[J.Ch.J. Luce] de Lancival te Parijs, 1805.
J. [v.] Leeuwen te Arnhem, 1806.
Docteur Lewzisky te Rotterdam, 1805.
H.J. de Loë te Amsterdam en te Doesburg, 1805.
F.A. de Man, 1806.
H.B. Martini te ‘s-Hertogenbosch, 1806.
N.B. Hendrik Merkus de Kock trad op als secretaris van Verhuell.
47
519.
557.
618.
580.
538.
535.
516.
547.
690.
537.
507.
508.
716.
633.
688.
614.
475.
504.
447.
3439.
520.
****.
Jan van Maseyk, consul van de Bataafse Republiek te Aleppo, 1805.
N.N. van der Meij, president van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, 1805.
M. van Muyden (van Heyden? De Heyden) te Parijs, 1805 en 1806.
N.N. Nieuwinckel te Calais, 1805.
[P.P.J.] Quint Ondaatje te Utrecht, 1805.
C.C. Paehlig te Groningen, 1806.
J. van de Pol te Kampen, 1805.
Generaal-majoor Du Rij te Den Haag, 1806.
J.B. de Saint Laurens, leraar Frans aan de Academie te Franeker, en zijn vrouw, 1806.
Th.F. Santvoort te Mook, 1806. Met een bijlage.
Charles de Schimmelfenning te Wenen, 1805.
A.J. Schimmelpenninck van der Oye te Den Helder, 1806.
N.N. Slingerland te Parijs, 1806.
[P.H.A.J.] Strick van Linschoten tot Linschoten te Würzburg, 1805.
P.D. Suerdfeger te Amsterdam en Hasselt, 1806.
Mevrouw Taxier-Alstorphius te Parijs, 1805.
C. de Vos van Steenwijk te Den Haag, 1805.
Pieter Vreede te Leiden, 1805.
J.B.R. baron van Velde de Melroy, voormalig bisschop van Roermond, 1806.
Generaal [onleesbaar] te Copenhagen ten faveure van de familie Vosch van Avezate, 1805.
N.N., 1806.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van personen ter begeleiding van boeken, oraties en
dergelijke geschriften, die meestal niet meer aanwezig zijn, 1805-1806.
29 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
561.
Cornelis van der Aa te Utrecht, 1805.
621.
H.A. Aitton te Zwolle, 1805.
571.
N.N. Barbel, inspecteur van de Keizerlijke Loterij te Luik, 1805.
570.
J. van Brakel te Breda, 1805.
596.
M. Cambry te Parijs, 1805.
626.
Sir Herbert Croft te Lille, 1805.
544.
N.N. de Flines te Amsterdam, 1806.
723.
Jacob de Gelder te Den Haag, 1806.
597.
G. van Hasselt te Arnhem, 1805.
541.
T. d’Haudricourt te Parijs, 1806. Met bijlagen.
555.
Ph.W. van Heusde te Utrecht, 1806.
542.
F. van Heyden te Parijs, 1805.
601.
N. van der Hulst te Rotterdam, 1805.
554.
J. Konijnenburg te Amsterdam, 1805-1806.
612,715. A. Loosjes te Haarlem, 1805 en 1806.
613.
J.P. Molenaar te Zutphen, 1805.
572.
S.C. Nederburgh te Den Haag, 1805.
567.
Joh. Nozeman te Rotterdam, 1805.
655.
H.G. Ockerse te Amsterdam, 1805 en 1806.
477.
F.W. van Pestel te Leiden, 1805.
553.
T.F. van Pestel te Leiden, 1806.
568.
N.N. Portier, directeur de l’Ecole de Droit te Parijs, 1805.
545.
Gaetano Rossi te Amsterdam, 1806.
606.
E.J. Thomassen à Thuessink te Groningen, 1805.
700.
A.J. Vermunt te Den Haag, 1806.
581.
Cornelis de Vries te Haarlem, 1805.
566.
J. Willmet te Amsterdam, 1805.
591.
N.N. Fonttijn Woordhouder (?) te Rotterdam, 1805.
647.
De archivaris Hendrik van Wijn, 1805.
(ii).
Staatsregeling
1001.
Nota van [Hendrik van Stralen] met voorstellen tot wijziging van de Unie van Utrecht, [1799]. Afschrift.
1 katern.
N.B. Mogelijk opgesteld door Hendrik van Stralen, onder Schimmelpenninck minister van Binnenlandse zaken.
48
357.
‘Bericht wegens het Wetgevend Lichaam en Staats-bewind, der Bataafsche Republiek, etc., overzicht van de
functies van de staatsoverheid, het departementaal bestuur van Holland en die van ’s-Gravenhage’, gedrukt,
1804.
1 deeltje.
356.
Stukken betreffende de ontwerpen en de vaststelling van de tekst van een nieuwe Staatsregeling en de
uitvoering daarvan, 1804-1805.
1 omslag.
N.B. Schets 1, RGP89, p. 67-74; Schets 2, RGP89, p. 74-86; Schets 3, RGP89, p. 86-95; Schets 4, RGP89, p. 95-106; Schets 5, RGP89, p.
106-107; 10 maart 1805, RGP89, p. 246, nr. 113; 26 april 1805, RGP89, p. 18, bijlage 1a.
1030.
Brieven over de tegenwoordig in omloop zijnde geruchten, omtrend eene nadere vereeniging van de Bataafsche
Republiek met Frankrijk, anoniem pamflet uitgegeven te Amsterdam, gedrukt, 1806.
1 stuk.
N.B. oud nr. A111.
1029.
Stukken betreffende de onderhandelingen tussen de afgevaardigden van de Raadpensionaris en de Franse
keizer betreffende de voorgenomen regeringsverandering, 1806.
1 omslag.
N.B. 24 febr. 1806, RGP89, p. 409; 30 maart 1806, RGP6, nr. 642; 28 april 1806, RGP6, nr. 653 (=RGP89, p. 539); 28 april 1806, RGP6,
nr. 654; 3 mei 1806, RGP89, p. 572; 7 mei 1806, RGP6, nr. 658 (=RGP89, p. 577); 9 mei 1806, RGP89, p. 541; 14 mei 1806, RGP6, nr.
662 (=RGP89, p. 542); 19 mei 1806, RGP6, nr. 663 (=RGP89, p. 543); 23 mei 1806, RGP6, nr. 665 (=RGP89, p. 543-545).
1034.
Stukken betreffende de regeringsverandering in de Bataafse Republiek en het aantreden van koning Lodewijk
Napoleon, 1806. Afschriften, gelijktijdig.
1 deel.
N.B. 6 febr. 1806, RGP89, p. 744, nr. 7; 10 febr. 1806, RGP89, p. 266; 14 febr. 1806, RGP89, p. 266; 15 febr. 1806, RGP89, p. 399; 11
maart 1806, RGP89, p. 267-269; 14 maart 1806, RGP89, p. 417; 14 maart 1806, RGP89, p. 418, nr. 13; 22 maart 1806, RGP89, p.
269-272; 23 maart 1806, RGP89, p. 272; 24 maart 1806, RGP89, p. 272-273; 29 maart 1806, RGP89, p. 273-275; 31 maart 1806, RGP89,
p. 275-276; 2 april 1806, RGP89, p. 276-278; 3 april 1806, RGP89, p. 279-280; 6 april 1806, RGP89, p. 281; 6 april 1806, RGP89, p.
281-283; 7 april 1806, RGP89, p. 283; 3 mei 1806, RGP6, nr. 656; 3 mei 1806, RGP6, nr. 657; 28 mei 1806, RGP6, nr. 670; 28 mei 1806,
RGP6, nr. 671.
(iii).
Belastingen
916.
‘Consideratiën over de administratie der middelen te water’, rapport van N.N., [1805].
1 katern.
672.
Nota van N.N. betreffende diens functioneren als (belasting)ontvanger, [1805].
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk een bijlage bij een brief of request.
1007.
Stukken betreffende de weigering van de Universiteit van Leiden om stedelijke belastingen te betalen, 1805.
Met retroacta, 1797-1805.
1 omslag.
N.B. Met een drietal brieven van D.G. van der Keessel aan de Raadpensionaris, 1805.
1014.
Rapport van Jan Jacob Voûte te Amsterdam betreffende de gang van zaken bij de aankoop van een partij
Javakoffie, 1805. Met bijlagen, 1802-1804.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende de belastingen,
1805-1806.
4 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
608.
[Frederik Sigismund] van Byland-Halt te Den Haag bij de toezending van een niet aanwezige
memorie betreffende de belastingen in Gelderland, 1805.
709.
W[illem] Schimmelpenninck te Deventer betreffende de belasting op de wijnen, 1806. Met een
bijlage.
636.
J.F.W. van Spaen te Biljoen (Velp) met het verzoek op vrijstelling van een opgelegde boete wegens de
belastingheffing over 1799, 1805. Met een bijlage.
664.
H. van Teeckelenburgh te Den Haag betreffende het drukken van gezegeld papier, 1805.
49
****.
Ingekomen rekwesten bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over belastingen, 1805 en
1806.
2 stukken.
677.
694.
Een aantal ambtenaren over het afschaffen van de leges, [1805].
Bernardus Hes en Paulus Kruger te Amsterdam voor een verhoging van de belasting op zilver en
goud, 1806.
983.
‘Begroting of Raming van Huishoudelyke Kosten’, opgesteld voor de departementen in de Bataafse Republiek,
[1806]. Gedrukt.
1 deeltje.
1303.
Publicatie van de Ordonnantie op de Impost op sterke dranken, 1806. Gedrukt.
1 katern.
(iv).
Bestuur.
(α).
Algemeen.
1000.
Rapport van de Raad van Binnenlandsche Zaken aan het Staatsbewind betreffende het schoolwezen, 1804. Met
bijlagen.
1 omslag.
N.B. Waarschijnlijk afgehandeld door de Raadpensionaris.
1012.
Stukken betreffende de organisatie der Staats-griffie, 1805.
1 omslag.
****.
Ingekomen verzoeken bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen om ten behoeve van
zekere personen te bemiddelen bij het vinden van een betrekking, 1805-1806.
18 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
692.
Salomon Bos ten behoeve van zijn neef Van Kerckhof, 1806. Met een bijlage.
656.
Mevrouw De Brauneck te Parijs ten behoeve van haar zoon, 1805.
661.
Gerlacus Buma te Leeuwarden ten behoeve van zijn zoon, 1805. Met een begeleidende brief van H.W.
van Aylva, 1805.
634.
J.J. Cambier te Sonsbeek bij Arnhem ten behoeve van de zoon van zijn broer voor een post bij het
bestuur van de Kaap [de Goede Hoop], 1805.
548.
P. Chevallier te Amsterdam ten behoeve van een der zonen van de heer Zweerts, 1806.
593.
A. Driessen ten behoeve van zijn schoonzoon T.K. Wierdsma, 1805.
638.
G. Home te Deventer ten behoeve van zijn zoon, 1805.
683.
J.F.R. van Hooff te Zorgvliet ten behoeve van de heer Van Hasselt, 1806.
552.
F. van Hoogstraten te Den Haag ten behoeve van de kapitein Van der Capellen, 1805.
598.
Petrus van der Kun te Rotterdam ten behoeve van B. Storm bij het Departementaal Gerechtshof van
Brabant, 1805.
727.
N.N. De Legrevisse te Givet (dept. des Ardennes) ten behoeve van zijn broer te Batavia, 1806.
617.
P. Lespinasse te Amsterdam ten behoeve van Peter Colomberies, Engelse krijgsgevangene te
Valenciennes, 1805. Met een bijlage.
585.
Generaal Merle Beaulerne ten behoeve van Gerard van Hoogwerff, 1805.
681.
[H.G.] Nahuys van Burgst te Breda en Burgst ten behoeve van de generaal Vanfriland, gouverneur van
Breda, en de heer Turr, 1806.
641.
701.
640.
644.
****.
N.B. Nahuys van Burgst was een zwager van Schimmelpenninck.
C. van Nuldt Onkruydt te Kaap de Goede Hoop ten behoeve van zijn zoon en schoonzoons, 1805.
Jean Georg Henri Pfnor te Büdingen ten behoeve van zijn zoontje als cadet in het Bataafse leger,
1806.
[W.F.] van Reede van Oudtshoorn te Kaap de Goede Hoop ten behoeve van zijn zoons, 1805.
H. Sijpkens te Groningen ten behoeve van zijn zoon Tammo, 1805.
Ingekomen verzoeken van verschillende personen om bemiddeling bij het verkrijgen van een betrekking, 1805.
15 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
50
456.
678.
738.
628.
629.
666.
642.
594.
670.
648.
676.
705.
667.
562.
659.
632.
[J. Bourcourt] te Cassel om herbenoeming in zijn functie bij de Admiraliteit van Amsterdam, 1805.
R. van der Hoeven om een geschikte aanstelling, [1805]. Met een bijlage en een afschrift van een
gelijkluidend verzoek aan Hun Hoog Mogenden, [1805].
J.B. Kramer te Den Haag, 1806. Met een bijlage.
[D.R.J.] van Lynden tot de Parck te Nijmegen betreffende zijn vorige post als ontvanger-generaal te
‘s-Hertogenbosch, 1805.
William May te Verdan-sur-Meuse naar een functie ten behoeve van Engelse krijgsgevangenen, 1805.
J.A. Modera te Middelburg wegens de vacature bij het Departementaal Gerechtshof van Zeeland,
1805.
N.N. Ooster te Lausanne, 1805.
P.H. Reijnst te Arnhem om een lucratief ambt in de West-Indische koloniën, 1805.
H. Rietberg te Zwolle, 1805.
J. van Romswinckel te Leiden, 1805.
Gijsbert van Rossum te Amsterdam betreffende zijn ontslag bij de Desolate Boedelkamer, [1805]. Met
bijlagen.
R.A. de Salis te Kaap de Goede Hoop om een aanstelling bij terugkeer in patria, 1806.
Kolonel De Sternbach te Vaals om zijn militaire diensten aan te bieden, 1805.
A.[O.F.?] Bomble Vatebender te Borkulo, met een begeleidend schrijven van H.W. van Aylva, 1805.
N.N. naar een betrekking bij de belastingen, 1805. Afschrift.
Request van Jan Hendr. Broens aan de wethouders van de stad Amsterdam om aangesteld te worden als
korenmeester aldaar, 1805. Met een bijlage.
2 stukken.
N.B. Mogelijk aan de Raadpensionaris voor advies toegezonden.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende het bestuur van het Gemeenebest,
1805-1806.
5 omslagen.
652.
680.
682.
743.
691.
François Navoni, consul van de Bataafse Republiek op Sardinië, met de mededeling dat hij afscheid
neemt van zijn functie, 1805.
B.W. Visscher te Utrecht om hem te bedanken voor een verkregen aanstelling, 1806.
D.J.R. Jordens te Deventer met de mededeling dat hij de benoeming tot Advocaat-Fiscaal der
Middelen te Lande in Overijssel niet kan aanvaarden, 1806.
W. Simons te Den Haag, membre du Conseil general de Commerce, met de vraag wanneer hij een
bericht van Talleyrand kan komen overhandigen, 1806.
Hendrik van Calcar te Den Haag betreffende zijn onderhoud met Isaac Jan Alexander Gogel, 1806.
713.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de generaal-majoor De Meijern te Majence om enige
hooggeplaatsten namens hem groeten over te mogen brengen, 1806.
1 stuk.
719.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [onleesbaar] te Parijs om mevrouw De la Salle bij hem
te introduceren, 1806.
1 stuk.
722.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van C.L. Corbet, beeldhouwer te Parijs, met het verzoek
om een opdracht voor een buste van ‘F. Bruning’, 1806. Met een naschrift van N.N. Hottinguer.
1 stuk.
N.B. Charles Louis Corbet (1758-1808), van hem is een borstbeeld van Napoleon Bonaparte als Eerste Consul bekend. Met F. Bruning is
waarschijnlijk Christiaan Brunings bedoeld.
731.
Ingekomen verzoekschrift bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Eleonore Cornet te Namen om gegevens over
haar grootvader Mathieu Godfried Rodembac, 1806.
1 stuk.
(β).
Departementaal bestuur.
Algemeen.
993.
Nota van N.N. betreffende de inzichten van de Raadpensionaris over de inrichting van de Departementale
besturen, [1805].
1 stuk.
51
Departement Overijssel.
985.
Request van ingezetenen van het Landschap Drenthe aan het Staatsbewind der Bataafse Republiek tegen de
samenvoeging met het gewest Overijssel, 1804. Met een bijlage. Afschriften, geschreven en gedrukt.
1 omslag.
986.
Stukken betreffende het bezoek van de heren Carsten en Petrus Hofstede aan Rutger Jan Schimmelpenninck in
verband met de dreigende samenvoeging van Drenthe met Overijssel, 1804.
1 stuk.
987.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van W. de Lille te Ter Heijl betreffende de samenvoeging
van Drenthe met Overijssel, 1805.
1 stuk.
990.
Nota betreffende de inrichting van het bestuur van het Departement Overijssel (met Drenthe) en de salariëring
van ambtenaren, [1805].
1 stuk.
Overige departementen.
989.
Nota van N.N. betreffende de organisatie van het bestuur van het Departement Gelderland, 1805.
1 stuk.
992.
Karakterschets van de leden van het bestuur van het Departement Zeeland, [1805].
1 stuk.
984.
Nota betreffende de inrichting van het Departementaal Bestuur van Braband en de rechterlijke macht, [1805].
1 stuk.
(γ).
Verschillende steden.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende de samenstelling
van de stadsbesturen, 1805.
2 stukken.
Afzenders (alfabetisch per stad):
994.
C. Werneke te Amersfoort, 1805.
996.
‘Batavus’ te Breda, 1805.
995.
Nota van C.C. Six te Amsterdam betreffende de inrichting van het stadsbestuur aldaar, 1805.
1 stuk.
997.
‘Concept Reglement voor het gemeentebestuur der Stad Dordrecht’, [1805].
1 katern.
521.
Brief van enige vooraanstaande heren te Dordrecht aan de Raadpensionaris, 1806.
1 stuk.
N.B. ondertekend door: F.J.A. Pit, Adriaan Pit, C. Dekker, A. Hoynck van Papendrecht, J. Dekker jr., B. van den Brandeler, Hugo Gevers
en F. van der Linden.
505.
Brief van het stadsbestuur van Deventer aan de Raadpensionaris met het verzoek de belangen van zijn
geboortestad te willen bevorderen, 1805.
1 stuk.
998.
Nota voor de Rutger Jan Schimmelpenninck van A. de Jongh te Leerdam betreffende de discutabele positie van
Antonie Vervoorn, 1805.
1 stuk.
(v).
Financiën
941.
Ordonnantie van de Staten van Holland en Westfriesland op de impost op koffie en thee, 1750. Gedrukt.
1 stuk.
52
943.
Overzicht van de door de Bataafse Republiek aan Frankrijk betaalde gelden voor het onderhoud van de Franse
troepen, 1804. Met een dubbel.
2 stukken.
942,981. Aantekeningen van Isaac Jan Alexander Gogel over een nieuw belastingsysteem, 1804.
1 omslag.
N.B. Dit rapport ten behoeve van ‘mijn vriend E. Canneman’.
****.
Commentaren van N.N. over de invoering van een nieuw belastingstelsel in de Bataafse Republiek, 1804 en
1805.
2 katernen.
948.
946.
1804.
1805.
945.
Overzicht van de inkomsten en uitgaven van de Bataafse Republiek in tijden van vrede en de begroting voor
1805. Met bijlagen.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over achterstallige
betalingen, 1805.
2 omslagen.
637.
653.
[C.] Duvelaer van de Spiegel aan Fannius Scholten te Den Haag, 1805.
G.A.N. de Charvillhae, luitenant-kolonel te Den Haag, 1805.
947.
Aantekeningen van [Frederik Sigismund] van Bylandt-Halt betreffende het nieuwe financiële stelsel, 1805.
Met begeleidende brieven.
1 omslag.
949.
Stukken betreffende een onderzoek naar de mogelijkheid om via belastingen een bedrag van 50 miljoen gulden
bijeen te brengen, [1805].
1 omslag.
952.
Rapport van J. van Romswinckel betreffende de financiën van de Republiek, 1805.
1 omslag.
956.
Plan voor een vrijwillige begrotingsdekking door middel van een tontine, 1805. Met brieven van B[ertrand]
Loisel te Maastricht en Charles Boehm te Den Haag, 1805.
1 omslag.
957.
Plan van M. Levy te Amsterdam voor een belasting op wisselbrieven, 1805. Met een begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
453,605. Stukken betreffende een te Amsterdam gefinancierde lening door de firma Hope & Co. aan het Hof van
Spanje, 1805.
4 stukken.
958.
Nota van Johannes Goldberg betreffende de voortduring der 8-jarige heffing, 1805. Met een begeleidende
brief.
3 stukken.
959, 960, 961,963.
Stukken betreffende het rapport van Joh. van der Heij sr. te Amsterdam betreffende ‘s lands financiën, 1805.
1 omslag.
950,953,964.
Stukken betreffende het ‘Onderzoek naar de geschiktste wijze van invordering van Algemeene Belastingen’,
[1805].
1 omslag.
966.
Request van de Vier Kwartieren van de Meijerij van Den Bosch aan het Departementaal Bestuur van Braband
betreffende de daar te heffen belastingen, 1805. Gedrukt. Met een bijlage, [1805].
2 stukken.
53
940,972. Aantekeningen van N.N. betreffende de effecten van de Ordonnantie op het klein-zegel, [1805]. Met de
gedrukte ordonnantie.
2 stukken.
975.
Nota van bezwaren der Friese zoutzieders op de belasting op het zout, 1805.
1 katern.
977,978. Nota van ‘Batavus Sincerus’ te Amsterdam over de 8 en 25-jarige heffingen, met een bijlage, 1805.
2 stukken.
979.
Nota van A.P.R.C. van der Borch (van Verwolde) betreffende de Gelderse financiën, 1805. Met een
begeleidende brief, 1805.
3 stukken.
980.
Nota van H.W. van Aylva te Neerijnen betreffende de druk der belastingen op het platteland, 1805. Met een
begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
982.
Rapport van H.C. Serrurier te Amsterdam ‘over Algemeene belastingen’, 1805. Met bijlagen.
1 omslag.
976.
Voorstel van Z. te H. betreffende een op te richten brandassurantiemaatschappij, 1805. Met een begeleidende
brief aan de Raadpensionaris, 1805.
2 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de herziening van het landelijk
belastingssysteem, 1805-1806.
4 omslagen.
****.
954.
955.
Cornelis Andreas Kok te Amsterdam, 1805.
Nicolaes van Putten te Beek (bij Nijmegen), 1805. Met een bijlage.
962.
967.
J. Keidel te Den Haag, 1805.
D. Haagens te Leiden, 1806.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck met verzoeken omtrent het pensioen, 1805-1806.
4 omslagen.
587.
665.
679.
704.
****.
De oud-kolonel Van Beresteijn te Reeuwijk met het verzoek tot een pensioen, 1805. Met een
begeleidende brief van de weduwe E.M. Poosen-de Saint Amant aan haar nicht, mevrouw
Schimmelpenninck.
T. Nahuys te De Vaart om toekenning van een pensioen, 1805. Met een bijlage.
J.L. Zegerquist, weduwe van de luitenant-kolonel Van Beresteijn, te Den Haag aan de
Raadpensionaris om haar in 1802 ingediende request te heroverwegen, 1806. Met een bijlage.
N.B. De brief is gedateerd 1 januari 1805, maar bedoeld zal zijn 1806.
Kolonel Senis de la Prade te Parijs met het verzoek tot goedkeuring van een pensioen, 1806.
Ingekomen verzoeken bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen om onderstand,
1805-1806.
7 omslagen.
674.
631.
663.
669.
511.
736.
693.
627.
N.B. De bijlage bevat een belastingplan uit 1748.
Helena van Allard, weduwe van J.G. van Heneman, [1805].
Jan van Loozen te Enkhuizen, 1805. Met bijlagen.
J.G. Zurich, gepensioneerd commandant der artillerie, te Heusden, 1805. Met een bijlage.
G. Spijker te Kedichem betreffende de toestand van het gezin van S.G. van der Voort, 1805.
B.C. de Saint Amant te Gorinchem over de ongelukkige situatie van de heer Schouw, 1805.
N.B. Deze brief was gericht aan De Saint Amants kleindochter, Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, maar naderhand
doorgeleid naar de Raadpensionaris.
N.N. de Charon de Saint Germain te Den Haag ten behoeve van oude vader, en van E. de Charon de
St. Germain verzoekende om een betrekking, 1806.
N.B. Betreft Maurits F.C.E. de Charon de Saint Germain (1724-1807).
N.N. ten behoeve van Jacob van Lansberge en diens gezin, 1806.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van George Cranfurd te Rotterdam betreffende de
losrenten en aflossingsbiljetten, 1805 en 1806. Met een bijlage.
1 omslag.
54
662.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van A. Booij te Den Haag om hem te bedanken voor een
financieel voorschot, 1805 en 1806.
2 stukken.
711.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van F. Wijntjes te Amsterdam om te bedanken voor een
ontvangen weldaad, 1806. Met een brief van Jan Jongeneel te Rotterdam aan Wijntjes, 1805.
3 stukken.
973.
Brief van de Raad der stad Leiden aan de Raad van Financiën in het Departement Holland betreffende de
pieuze instellingen, 1806. Afschrift.
1 stuk.
939.
Staat van de financiën van de Aziatische Raad, 1806.
1 stuk.
923.
Advies van P. van IJzendoorn betreffende het request van Dirk van Hogendorp, gewezen gezaghebber van
Java’s Oosthoek, aan de Raadpensionaris, om schadevergoeding, 1806. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
965.
Ontwerp voor een ‘vrijwillige negotie groot 75 miljoenen guldens’, 1806. Met een bijlage.
2 stukken.
N.B. Het ontwerp werd onder het motto ‘Bonum Civicum inspecimus et meliora molimur’ ingediend.
968.
Stukken betreffende de invoering van een nieuwe belasting op de wijnen, [1806].
1 omslag.
969.
Aantekeningen van W.G.J. van Rhemen te Den Haag betreffende de belastingen op vee enz., 1806. Met een
begeleidende brief, 1806.
2 stukken.
970.
Overzicht van de belastingdruk per burger wegens de consumptie van roggebrood door N.N., [1806].
1 stuk.
971.
Ontwerp van Jan de Lanoy Azn. voor een Algemene Disconterings- en Beleningsbank, 1806. Met een
begeleidende brief van Jan van Heukelom te Amsterdam aan de Raadpensionaris, 1806.
2 stukken.
974.
Nota betreffende de staat van de Nationale Schuld, opgesteld door N.N., 1806.
1 stuk.
699,1010.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van David Barrau en H.C. Serrurier te Amsterdam
betreffende de financiële toestand van het Aalmoezeniers Weeshuis, 1806.
2 stukken.
1023.
Rapport van J. van Manen, hoofdschout der stad Rhenen, aan het ‘Geregt derzelve stad’, betreffende zijn
inkomsten, 1806.
1 stuk.
(vi).
Handel en nijverheid
565.
Commentaar van Johannes Goldberg op een reglement voor een nationale bank, 1805. Met een begeleidende
brief.
2 stukken.
675.
Request van de firma Gulcher & Zoonen aan de Raadpensionaris betreffende hun geschil met de Raad der A.B.
en E., over een lading thee, [1805].
1 stuk.
1002.
Publicatie betreffende het in- en uitvoeren van personen en/of goederen van/naar Groot-Brittanië, 1805.
Concept.
1 stuk.
55
N.B. Handschrift J.A. de Mist?
671.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Willem Schimmelpenninck betreffende de
oprichting van een spin- en servetfabriek te Apeldoorn, [1805].
1 stuk.
1017.
Rapport van de firma Daniel Crommelin & Zoonen betreffende de zogenaamde ‘Louisiaansche bevragtingen’,
[1805]. Met een begeleidende brief van [J.] Schimmelpenninck aan zijn broer de Raadpensionaris.
2 stukken.
1020.
Reglement voor een op te richten Associatie-cassa, [1805]. Gedrukt.
1 stuk.
1026.
Nota betreffende de opheffing van de plaatselijke gilden met een concept-reglement voor de oprichting van
corporatiën door de hele republiek, [1805].
2 stukken.
1027.
Stukken betreffende de klacht van L. Bourne, de Amerikaanse consul te Amsterdam, wegens de aanhouding
van het Amerikaanse schip Erin, 1805.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende handel en
nijverheid, 1805-1806.
11 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
660.
B. Blok te Den Haag met een klacht over de (effecten)makelaar Waterham, 1805.
697.
De weduwe Dumont Pigalle te Versailles betreffende haar in Amerika geïnvesteerde gelden, 1806.
550.
Isaac Jan Alexander Gogel te Den Haag waarbij hij hem een brief van de firma Hammersley te
Londen toezendt, 1806.
728.
Isaac Jan Alexander Gogel te Den Haag met de mededeling dat de Pruisische schepen in Engeland in
beslag zijn genomen, 1806.
620.
Hend. Hovy te Amsterdam betreffende een partij rogge, 1805. Met een begeleidende brief van C.H.
Verhuell.
573.
Wynand Kanaar te Middelburg betreffende de sajethandel aldaar, 1805. Met een bijlage.
506.
G.J.E. Smissaert te New York aan zijn vader, met een bijlage, afschriften, 1805.
N.B. Een der brieven verhaalt van zijn geleden schipbreuk.
607.
Wils & Co. te Amsterdam betreffende hun problemen met de overheid, 1805. Met een bijlage.
951, 1019.
Frans Wijntjes te Amsterdam betreffende de arbeidsverschaffing te Amsterdam, 1805. Met bijlagen,
1799-1805.
556.
[onleesbaar] te Amsterdam waarbij hij hem een brief van de manufacturier Dihl te Parijs toezendt,
1806.
522.
[onleesbaar], commandant van een Brits schip te Harlingen, 1806.
(vii). Justitie
1018.
Stukken betreffende de jurisdictie van het Hof van Holland te ‘s-Gravenhage, 1804-1805.
1 omslag.
611.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van W.A. Ockerse te Amsterdam, waarin hij fulmineert
tegen het boek van C. van der Aa, ‘Geschiedenis van den jongst-geëindigden oorlog’, 1805.
1 stuk.
1025.
Request van de veroordeelde schout-bij-nacht Simon Dekker aan Hun Hoog Mogenden ter verkrijging van
gratie, [1805]. Afschrift.
1 katern.
991.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van D. van der Wyck betreffende de benoeming van een
nieuwe secretaris van de Etstoel, [1805].
56
1 stuk.
1016.
Nota van Cornelis Felix van Maanen aan de Raadpensionaris betreffende de artikelen in de Staatsregeling
handelende over het recht van gratie, [1805]. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
****.
Verzoeken, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, van verschillende personen om een paspoort, 1805.
3 omslagen.
600.
654.
584.
****.
C. Lauriston te Saint Germain ten behoeve van A. Millanger.
G. Jenings te Valenciennes.
Ch. Saladin te Parijs ten behoeve van mevrouw Mastir.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over gevangenen,
1805-1806.
2 omslagen.
595.
549.
J.W. Hope te Amsterdam betreffende de heren May en Sevright, die in Frankrijk waren gearresteerd,
1805. Met bijlagen.
C. Ducos-Sluysken te Amsterdam betreffende de gevangenneming van haar man, 1806.
599.
Stukken betreffende de schuldvordering van J.G. Tegelaar te Amsterdam op de staat Zuid-Carolina, [1805].
1 omslag.
1013.
Nota van N.N. betreffende de rechtspositie van het Stift Ter Hunnepe nabij Deventer in Overijssel, [1805].
1 stuk.
****.
Verzoeken, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen om te beschikken over
zekere nalatenschappen, 1805-1806.
4 omslagen.
459.
588.
714.
740.
****.
Ingekomen verzoeken bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen om herstel in hun rechten,
1805 en 1806.
3 omslagen.
564.
733.
741.
****.
****.
Baron de Boecklin te Offenburg betreffende de nalatenschap van Jean Heurs Schapp of Schaefer,
1805.
H.C. Mulder en P.J. de Bije betreffende de boedel van de advocaat Van der Werff Vreem, 1805.
Anna Bakker, weduwe van Pieter Huysers, te Breda met de vraag te kunnen beschikken over een
gedeelte van de nalatenschap van haar zwager, 1806.
J.H. Momma-de Wylich te Düsseldorf betreffende de nalatenschap van [W.H.] Klinkenberg [van
Echten], oud-burgemeester van Wageningen, 1806. Met een bijlage.
C.C. van Wartensleben te Gelnhausen bij Hanau met de vraag hem genoegdoening te schenken bij het
gemis aan inkomsten uit een Commanderij van de Duitse Orde, 1805. Met een begeleidende brief van
N.N. de Vos van Steenwijk.
J. Taets van Amerongen te Doffenbach betreffende zijn vorderingen op betaling van het achterstallige
‘amptgelt’, 1806.
De firma Boonen, van Eijsden & Comp. te Dordrecht betreffende hout, afkomstig van de bezittingen
van het Kapittel van St. Marie, 1806.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over hen aangedaan onrecht,
1805-1806.
6 omslagen.
630.
725.
695.
703.
Verzoekschrift van R.B.J. Geertsema Creefts, eerste luitenant op Curaçao, 1805. Met bijlagen.
Joan Jacob Spancker Morin te Ossendrecht, 1805. Met een bijlage.
Nicolaas van Putten te Beek, 1806. Met bijlagen.
Anthony Kok Hzn. te Den Haag. 1806.
735.
734.
C. von Römer te Averbergen, 1806.
Eric Floberg te Amsterdam, 1806.
N.B. De aangekondigde bijlagen zijn niet aanwezig.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende het broodoproer, 1806.
2 omslagen.
57
684.
R. Du Perron te Oosterhout, 1806.
686.
H.J. Colmschate te Almelo, 1806.
N.B. Eigenlijk geaddresseerd aan Mevr. Schimmelpenninck, maar waarschijnlijk op het bureau van de Raadpensionaris beland.
1005.
Nota van Servaas van de Graaff aan de Raadpensionaris betreffende de inspectie der gevangenissen, 1806.
1 katern.
****.
Rekwesten, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, betreffende verschillende zaken, 1806.
2 omslagen.
732.
1009.
1022.
J.P. Sauer te Sette betreffende zijn geschil met E. van der Sluijs te Amsterdam, 1806.
Mevrouw Empaytar-Bouricius c.s. te Parijs om rechtsbescherming van R.J. Bouricius, postmeester te
Arnhem, 1806. Met bijlagen.
Overzicht van de toestand ‘op de zogenaamde Gevangen-Poort’ te ‘s-Hertogenbosch, opgesteld door Servaas
van de Graaff, 1806.
1 stuk.
(viii). Koloniën
934.
Stukken betreffende de poging van Gijsbert Karel van Hogendorp om gronden te verwerven te Kaap de Goede
Hoop, 1804-1805.
1 pak.
917.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van D. van Hogendorp te Sint Petersburg betreffende
zijn verblijf in Batavia, 1805.
2 stukken.
1015.
Overeenkomst tussen [de Raadpensionaris] en een marineofficier over de overbrenging van berichten naar
vice-admiraal [Pieter] Hartsink te Batavia of diens plaatsvervanger, [1805].
1 stuk.
N.B. In de Engelse taal.
922.
Rapport van A.G. Besier te Deventer aan de Raadpensionaris betreffende de handel op Java, 1805.
1 katern.
411,646,914.
Nota van Carel Hendrik van Grasveld en C.Th. Elout aan de Raadpensionaris betreffende de financiën van
Oost-Indië, 1805-1806. Met bijlagen.
4 stukken.
927.
Rapport van Isaac de Roever aan de Raadpensionaris betreffende der Raad der Koloniën, [1805].
1 stuk.
924.
Nota van N.N. met voorstellen tot wijziging van de tekst van het Reglement op de Oost-Indische Zaken, 1805.
1 stuk.
928.
Aantekeningen van N.N. betreffende het rapport van 31 augustus 1803 over de Oost-Indische bezittingen,
[1805].
1 omslag.
929,930. Rapport van D. van Hogendorp te Den Haag over de ongezonde luchtgesteldheid te Batavia, 1806. Met een
retroactum door W.M. Keuchenius, 1804.
2 katernen.
931.
Nota van [J.G.H.] Hahn te Den Haag over de Oost-Indische zaken, [1805]. Met een begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
932.
Nota van J.A. de Marrée, secretaris en provisioneel fiscaal ter kuste van Guinea, betreffende de staat der
bezittingen te Guinea en de mogelijk door te voeren veranderingen, [1805]. Met een begeleidende brief, 1805.
58
1 pak.
933.
Nota van de majoor Friedrich von Bouchenröder te Den Haag betreffende Zuid-Afrika en Kaap de Goede
Hoop, 1805. Met bijlagen.
1 pak.
N.B. Tot de bijlagen behoort een uittreksel uit het reisjournaal van Von Bouchenröder door Zuid-Afrika in 1803.
Friedrich Freiherr von Bouchenröder (1758-1825). Zijn Reize in de binnenlanden van Zuid-Afrika gedaan in den jare 1803 verscheen te
Amsterdam en ‘s-Gravenhage in 1806, welk boek zich bevindt in de bibliotheek van het Nijenhuis. Datzelfde jaar verscheen ook van zijn
hand: Beknopt berigt nopens de volksplanting de Kaap de Goede Hoop [etc.].
935.
Rapport van D. van Hogendorp over de koffiehandel op Java, 1805. Met een begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
937.
Aantekeningen van derden betreffende de Oost-Indische bezittingen, [1805].
3 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1805.
4 omslagen.
539.
540.
P.L. Henry, commandant der troepen te Kaap de Goede Hoop1805.
J.W. Janssens, gouverneur van Kaap de Goede Hoop, 1804 en 1805.
N.B. De brief uit 1804 arriveerde eerst in mei 1805 bij de Raadpensionaris.
546,925. B.F. von Liebeherr te Batavia, 1804 en 1805.
689.
926.
N.B. De brief uit 1804 blijkbaar eerst op 1 jan 1806 bij de Raadpensionaris ingekomen.
[onleesbaar] te Kaap de Goede Hoop, 1806.
Brief van de provisioneel gouverneur-generaal van Nederlands Indië A.H. Wiese aan de Raad der Aziatische
Bezittingen, [1805]. Authentiek afschrift, 1805.
1 stuk.
492,604,707.
Stukken betreffende de problemen met Jacob van Kal, gewezen resident op Riouw, 1806. Met een bijlage,
1805.
1 omslag.
717.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G. Severijn te Amsterdam betreffende de zaak van
Conrad Martin Neun en diens request aan de Raad der Aziatische Bezittingen, 1806.
1 stuk.
1004.
Voorstel van C. van Vollenhoven te Rotterdam betreffende de Oost- en West-Indische bezittingen, 1806. Met
een begeleidende brief, 1806.
2 stukken.
(ix).
Marine
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Bataafse admiralen, 1805-1806.
2 omslagen.
449.
448.
J.H. van Kinsbergen, 1805-1806.
J.W. de Winter, 1805-1806.
574.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van David Aiguillé, Marinecommissaris voor de Bataafse
Republiek te Rochefort, betreffende een op handen zijnde reis naar Guadeloupe, 1805.
1 stuk.
918.
Nota’s betreffende de troepen in Oost-Indië en de Texelsche expeditie met een begeleidende brief van C.A.
Verhuell, 1805.
1 omslag.
919.
Aantekeningen betreffende de destijds door de admiraal Van Kinsbergen genomen maatregelen ter verbetering
van de Marine, [ca. 1805].
1 omslag.
59
920.
Rapport ‘Idees sur la reorganisation de l’armée Batave’, door de generaal-majoor [F.M.A.B. de] Quaita te
Haarlem, toegezonden aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1805.
1 omslag.
921.
Rapport met overwegingen van N.N. over de staat van de Bataafse marine, [1805].
1 katern.
938.
Aantekeningen van N.N. betreffende de staat der defensie ter land, [1805].
1 stuk.
936.
‘Generaal maandelijks rapport van ‘s lands schepen en vaartuigen’, tabellen opgesteld door J. de Jongh,
1805-1806.
1 omslag.
N.B. Betreft de maanden juni, aug – dec 1805 en apr – jun 1806.
(x).
Oorlog en defensie
625.
Verzoek van J.B. Perrenet du Battu te Den Haag aan de Raadpensionaris tot plaatsing bij de Gardes, 1805. Met
bijlagen.
5 stukken.
1008.
Nota van J.A. van der Spijk te Den Haag betreffende de gearresteerde sergeant Le Sieur, 1805. Met een
begeleidende brief.
2 stukken.
1011.
Reglement voor de Hoge Militaire Vierschaar, [1805]. Concept.
1 stuk.
1021.
Overwegingen van N.N. over de manier om de oorlog te beëindigen, [1805].
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over uiteenlopende
onderwerpen, 1805-1806.
5 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
603.
Commissaris van Oorlog van het Departement de la Meuse-Inférieure te Maastricht betreffende de
heer Van Rechteren Limpurg te Almelo, 1805.
517.
De firma J.S. Loneux & Fils te Luik, wapenhandelaar, betreffende een levering van sabels, 1805.
702.
D.W. van Lynden te Den Haag betreffende aan Oostenrijk uitgeleende kanonnen, 1806. Met een
bijlage.
586.
Luitenant-kolonel W. de Mauvillon en de 1e luitenant P.D. Doorman betreffende de rijdende artillerie,
1805.
687.
N.N. te Utrecht met de vraag of er aan de inkwartiering een einde kan komen, 1806.
673.
Geschrift opgesteld door de gepensioneerd officier Friedrich Heinitze te Zoelmond voor Rutger Jan
Schimmelpenninck, [1805].
1 katern.
****.
Ingekomen rekwesten bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, waarbij zij aandringen op
spoedige betaling, 1806.
2 stukken.
623.
742.
708.
J. den Dekker te Den Haag, leverancier aan het leger, 1806.
De firma’s Rottenberg en Gebr. Schimmel, kooplieden en branders te Weesp en leveranciers aan de
marine, 1806.
Notitie betreffende de cadet J.W. van Eck, [1806].
1 stuk.
60
999.
Nota van Antoni Egidius Basters voor de Raadpensionaris betreffende de aanstelling van een InspecteurGeneraal der Artillerie, 1806. Met een bijlage.
2 stukken.
1024.
Nota van de kolonel Collaert, commandant van de Lijfgarde, aan de Secretaris van Staat voor de zaken van
Oorlog, betreffende de salariëring van zijn officieren, 1806. Afschrift.
1 omslag.
(4).
Rekeningen en kwitanties
913.
Register van uitgaven, gehouden door H. Prescher, ten behoeve van de Raadpensionaris, 1805-1806.
1 deel.
N.B. betreft de periode 1 juni 1805-11 juni 1806.
910.
‘Lijst der quitanties van het jaar 1805’, [1806].
1 stuk.
859.
Staat van uitgaven van [H.] Prescher, 1806.
1 stuk.
909.
Lijst van door J. van de Graaf verrichte kleine betalingen in opdracht van de Raadpensionaris, 1805-1806.
1 stuk.
841.
Rekening van C.F. van Malm (huismeester?) wegens gedane verschotten, [1806].
2 stukken.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor onderwijs van zijn
kinderen, 1805-1806.
5 omslagen.
751.
765.
766.
811.
887.
H.J. Beekman wegens onderwijs aan de kinderen Schimmelpenninck, 1805-1806.
N.B. Hermanus Johannes Beekman (1779-1843) stichtte in 1804 een school van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen aan
het Westeinde te Den Haag.
F. Brunst wegens harplessen voor de dochter, 1805-1806.
C. Buijs wegens tekenlessen aan de kinderen, 1805.
N.B. Cornelis Buijs (1746-1826), schilder en tekenaar, leraar (later directeur) aan de Stadstekenacademie Amsterdam
C. Heszler wegens schermlessen aan de zoon, 1805.
J.F. Valois wegens tekenlessen aan de kinderen, 1806.
N.B. Jean François Valois (1778-1853), tekenaar en aquarellist.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde drank en
wijnen, 1805-1806.
4 omslagen.
798.
812.
857.
870.
De firma Gerlings & Cie. wegens de levering van wijnen, 1805 en 1806.
De firma Dionisius Hille & Comp. wegens een anker rode wijn, 1805.
N.N. Piqué wegens liqueuren, 1805.
G. Savelkoul wegens geleverde sterke dranken, 1806.
872.
Rekening-courant met de firma G. Schimmelpenninck & Co. wegens geleverde wijn, 1805.
2 stukken.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde
levensmiddelen, 1805-1806.
25 omslagen.
744.
753.
760.
767.
J.H. Akkerman wegens de levering van 2 hammen, 1805.
W. Beijer & Comp. wegens geleverd voedsel, 1805-1806.
Johannes Borsboom wegens de levering van melk, eieren en groenten, 1805-1806.
Gijsbert Buijs wegens de levering van vis, 1805.
61
772.
775.
777.
785.
792.
803.
804.
809.
810.
818.
828.
829.
831.
832.
838.
862.
865.
892.
893.
899.
900.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde goederen,
1805-1806.
9 omslagen.
749.
784.
790.
800.
833.
837.
874.
884.
898.
****.
J. Ceelie wegens de levering van vis, 1805.
De firma Colpaar & de Bosson wegens de levering van koffie, etc., 1805.
J. Dassau wegens de levering van kruidenierswaren, 1805.
J.G. Driessen wegens de levering van kruidenierswaren, 1805.
J. van Eck wegens geleverde kruidenierswaren, 1805-1806.
M. de Haan wegens geleverd brood en beschuit, 1805.
F. van Haaren wegens geleverde kruidenierswaren, 1805.
De firma Haverbeek en Van Heijningen wegens geleverd vlees, 1805.
H. van Heeswijk wegens de levering van kip, kalkoen en ander gevogelte, 1805-1806.
J. Hulscher voor geleverd spek, reuzel, speenvarkens, etc., 1805.
Jacobus Kleijnenberg wegens de levering van oesters, 1805.
N. Kooper wegens de levering van fruit, 1805-1806.
J.A. Kortz wegens ‘geleevert eeten’, 1805.
De poelier A. van de Kraan wegens de leverantie van wild en gevogelte, 1805-1806.
T. van Leeuwen wegens geleverde boter, 1805-1806.
De Weduwe Reisig wegens geleverde thee, 1805.
N. Rietveld & Co. wegens geleverd suikerbrood, 1805.
Andries van Vest wegens geleverde groenten, 1805.
De weduwe Vissers-toe Laer wegens geleverde thee, 1805.
Georg Wiesner wegens geleverd vlees, 1805.
T. van Wilpe wegens geleverde aardappelen, 1805.
G. Bakhuysen wegens de levering van papier, 1805.
E. en J. Diesbach wegens de levering van kaarsen, 1806.
P.C. Duijvesteijn wegens geleverde turf, 1805-1806.
B. Groothengels wegens de leverantie van kaarsen, 1805.
B. Lammers wegens ‘een vaatje poeder’, 1805.
De Launey wegens geleverde kaarsen, 1806.
De biersteker A.J. Schrauwen wegens geleverde zeep en zuiveringszout, 1805-1806.
P. van der Toorn wegens de leverantie van houtskool, 1806.
F. van Welie & Zoon wegens geleverd kachelhout, 1805-1806.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde huisraad,
1805-1806.
34 omslagen.
748.
750.
754.
758.
759.
761.
770.
787.
788.
791.
796.
911.
799.
805.
806.
813.
816.
826.
830.
843.
844.
848.
850.
M. Appelman wegens de levering van een biljard, 1806.
De tingieter F.A. Barbiers wegens de levering van een balans met gewichten, 1805.
M. Bichelberger wegens geleverd serviesgoed en het inpakken daarvan op Huis ten Bosch,
1805-1809.
De tingieter G. Bolderman wegens de levering van pannen, lepels, kandelaars, etc., 1805-1806.
De horlogier J. Bollengier wegens de levering van klokken en reparatiewerk, 1806.
Hendr. Bosch wegens de levering van tafelcomforen, 1805.
A. Du Casse wegens de levering van tafellakens, servetten, etc., 1805-1806.
F. Dulong wegens op het Huis ten Bosch overgenomen roerende goederen, [1805].
De firma Dulong & Vos wegens geleverde tapijten, gordijnen en meubelen op Huis ten Bosch, 1805.
J.G. Dijkman wegens de levering van een ingelijste prent van paus Pius VI, 1805.
Corn. de Fouw wegens geleverde borstelwaren, 1805.
P. Fransi wegens de levering van albasten vazen, 1805.
De koperslager C. Graaf wegens geleverde ketels en pannen, 1806.
J. ten Hallers te Diepenheim wegens geleverde tafellakens, 1805.
R.A. Happel wegens inktkokers, 1805.
De koper- en blikslager Pieter Hilt wegens geleverde waren, 1805.
M. Horrix wegens de leverantie van meubelen, 1805-1806.
N.B. Opvallend de levering van 1 podagra-tabouret en het heen en weer brengen van speeltafeltjes van de heer Van der Goes en
terug.
Christ. Kittel wegens geleverd glaswerk, 1805.
De firma Kops & Rookmaker wegens geleverde servetten, 1805.
P. Margadant wegens de levering van diverse huishoudelijke artikelen, 1805-1806.
Ph. Meulman wegens de leverantie van kuipen, tobbes en tonnen, 1805.
Barend Oolthuijs wegens meubelmakerswerk, 1805.
G. van Oosterwijk wegens geleverde metalen huishoudelijke artikelen, 1806.
62
****.
852.
858.
866.
868.
875.
878.
J.J. van Oosthuijse wegens de levering van enig meubilair, 1806.
M. Portier wegens de levering van aardewerk, 1805.
A. Roevens & Co. wegens geleverde servetten en beddengoed, 1805.
N. van der Sanden wegens geleverde manden, 1805.
De slotenmaker S.A. Schüller wegens geleverde ijzerwaren, 1805.
Jan Spaan & Zoon wegens het inlijsten en behandelen van schilderijen en portretten, 1805.
880.
883.
891.
889.
901.
De koper- en blikslager A. Steendijk wegens geleverde goederen en diensten, 1805-1806.
De mandenmaker J. van Tol wegens geleverde waren, 1805-1806.
P. Vertin wegens geleverd keukengerei, 1805-1806.
De koperslager J. Verlee wegens geleverde goederen, 1806.
De smid D. IJserman wegens onderhoud aan de kachels, 1805.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor stoffering, 1805-1806.
10 omslagen.
768.
769.
789.
807.
820.
825.
836.
839.
885.
897.
****.
F.J. Cambier wegens de levering van passementen, 1805-1806.
De firma H. Carp & Zoon wegens de levering van zwarte stof, 1805.
J. van Duijfhuijs wegens geleverd timmerwerk, 1806.
Schildersbedrijf Hardenberg & Ter Maaten wegens werkzaamheden, 1805-1806.
Wolff Isacs wegens geleverd katoen, 1805.
De stoffeerder A. Kickhefer wegens werkzaamheden, 1805.
Landry (of Laudry) wegens de leverantie van stoffen, 1806.
G.M. Liernur wegens de leverantie van stoffen, 1806.
Van der Trappen wegens de leverantie van gordijnen en meubilair voor Huis ten Bosch, 1806.
Jan Weghuys, kamer- en ledikantbehanger, wegens geleverde diensten, 1805.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor goud, zilver en
juwelen, 1805-1806.
4 omslagen.
802.
876.
886.
890.
****.
N.B. Onder meer wordt gesproken over ‘het groote Famielje stuk’.
Ch.G. Haagen & Co. wegens goud- en zilverwerk, 1806.
De zilversmid F. Simons wegens geleverde waren en reparatiewerk, 1805.
De firma Truffino & Ciovino wegens geleverde juwelen, 1805.
[De zilversmid] W. Verschuur wegens geleverde goederen en diensten, 1805.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde kleding,
1805-1806.
19 omslagen.
752.
755.
757.
764.
776.
780.
794.
795.
778.
797.
801.
814.
821.
823.
834.
854.
861.
869.
896.
J. Beernink wegens de levering van kousen, 1805.
De couturière Bidos wegens de levering van kleding en juwelen, [1805].
De weduwe L.J. Blom wegens de levering van een hoed, 1805.
L. Brulfert wegens de levering van sjaals en zakdoeken, 1805.
J.M. Comaita wegens de levering van stoffen, linten en handschoenen, 1805.
Maria en Hendrina Dekker wegens naaiwerk, 1805.
C. de la Faille & Zoonen wegens de levering van stoffen, 1806.
De blanchiseuse M.elle Félicité wegens geleverde diensten, [1805].
David de Gee voor laarzen en schoenen van zoon Gerrit, 1805.
M.C. Gabriël wegens het werk aan een japon, [1805].
Th. Gülcher wegens geleverde ‘geele Nankins’ (slobkousen), 1805.
J. Hohbein wegens schoenmakerswerk, 1805-1806.
De firma Rich. Jackson & Jos. Leonard wegens geleverde hoeden, 1806.
E. Kantelaar voor het vermaken van kleding, 1805.
D. de Lange voor het bleken van wasgoed, 1805-1806.
W. Patteman wegens het wassen van kleding, 1805.
D.D. Ramoux wegens enige kledingstukken, 1805.
J. Sas wegens het bleken van wasgoed, 1805-1806.
H.A. van de Water wegens geleverd linnengoed, 1805-1806.
391.
Offerte voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de levering van een groot en klein livrei voor de
bedienden, [1805].
1 stuk.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde kleding
voor het personeel, 1805-1806.
63
4 omslagen.
771.
774.
855.
881.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde medische
diensten, 1805-1806.
6 omslagen.
779.
781.
793.
827.
840.
863.
****.
Joh. Alsdorff wegens de levering van haver, bonen, zemelen en stro, 1805-1806.
Charles Bilco wegens het vervoer van een koets van Brussel naar Den Haag, 1805.
De zadelmaker J.C. Apel wegens geleverde goederen en diensten, 1805-1806.
Andries Bruin wegens het verzorgen van de koets en paarden, 1805.
F. Drope wegens de levering van stangen en stijgbeugels, 1805.
J. Hofmann wegens de levering van enige paarden, [1805].
H. Hubenet, meester-wielmaker, 1805-1806.
Dirk Kamp wegens de levering van hooi, 1805-1806.
Christiaan Meijer, zadelmaker, wegens de levering van lederwaren, 1805.
A. de Monije wegens de levering van een glas in de koetslantaarn, 1805.
P. Nieuwerkerk, zadelmaker, wegens onderhoud aan de koets, 1805.
P. van Ooijen, hoefsmid, 1805-1806.
J.N. Radeke wegens de betaling van de ‘fargon’, 1806.
Hendrik Sluijter wegens de huur van koetsen en paarden, 1805-1806.
A. Spruijt wegens het gebruik van enige paarden van de firma Weduwe Jacobus van Meijjeren, 1805.
D.W. Veldhorst wegens de huur van paarden en koetsen, 1805-1806.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde diensten
van vervoer en vracht, 1805-1806.
9 omslagen.
746.
762.
782.
819.
851.
864.
871.
873.
882.
****.
J.R. Deiman, medicinae doctor, wegens afgelegde visites, 1805-1806.
De chirurgijn H. Dekker wegens geleverde medische zorg aan het personeel, 1806.
De apotheker J. Enklaar wegens geleverde medicijnen, 1805.
De apotheker C.H. Kleszenaar wegens geleverde medicijnen, 1805-1806.
De chirurgijn M. van Luunen wegens medische behandelingen, 1806.
H. Reijdon wegens geleverde medicijnen, 1805.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor geleverde diensten
aan koetsen en paarden, 1805-1806.
16 omslagen.
745.
756.
747.
763.
786.
815.
817.
822.
845.
846.
847.
853.
860.
877.
879.
888.
****.
De firma Castagne wegens de levering van kledingstukken ‘pour les domestiques’, 1805.
C. Cloetee wegens reparatie aan de kleding van de knecht, 1805.
Willem Pauwels ‘In de Vriesse Kous’, wegens kleding voor het personeel, 1805.
De kleermaker Steinmetz & Co. wegens de vervaardiging van kleding en livreien, 1805-1806.
De schipper J. Ambée wegens het gebruik van een Amsterdamse marktschuit, 1806.
De schipper D.M. Bott wegens de huur van een Amsterdamse marktschuit, 1806.
N.N. Desarmes wegens transportkosten van Parijs-Amsterdam v.v., 1806.
C. Hupscher voor het gebruik van ‘het Jagt van Oorlog’, 1805.
L. van Oosterwyck wegens de vracht van meubelen van Den Haag naar Amsterdam, 1806.
J. van Reijsen wegens het vervoer van meubelen van Den Haag naar Amsterdam, 1806.
De beurtschipper J. van Schakerloo wegens het vervoer van koffers en pakken van Antwerpen naar
Huis ten Bosch, 1805.
Abraham Schoon wegens het gebruik van het jacht van de Asiatische Raad, 1805.
Q. Strens wegens het gebruik van het jacht der Marine, 1805-1806.
Rekeningen en kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als raadpensionaris, voor diverse geleverde
diensten, 1805-1806.
12 omslagen.
773.
783.
904.
808.
824.
835.
842.
De firma de Erven Isaac van Cleef wegens de levering van boeken, etc., 1805.
De boekhouder van de Nederduits Gereformeerde Diaconie-armen wegens een bijdrage in de collecte,
1806.
De Evangelisch Lutherse kerk te Den Haag wegens stoelhuur, 1805.
J. Hauregard te Amsterdam wegens [onleesbaar], 1805.
J.A. Keuchenius wegens de afhandeling van rekwesten, 1805.
John Lanting wegens ‘fleecq’, 1805.
N.N. Maréchal wegens de ontvangst 600 francs, 1805.
64
849.
856.
867.
895.
912.
****.
Hannes van Oosten wegens verrichte werkzaamheden, 1805.
J. Pistor, kastelein in de Gouden Leeuw, wegens verteringen van het personeel, 1805.
De Weduwe P. Ros & Zoon wegens geleverde goederen, 1805.
F. Vlugt wegens verrichte diensten, [1805].
[onleesbaar], 1805.
Kwitanties voor Catharina Schimmelpenninck-Nahuys wegens stoelhuur in verschillende kerken, 1805.
5 omslagen.
902.
903.
905.
906.
907.
Waalse Kerk te Amsterdam, 1805.
Nieuwe Kerk te Amsterdam, 1805.
Kloosterkerk te Den Haag voor het personeel, 1805.
Grote of St. Jacobskerk te Den Haag, 1805.
Nieuwe Wale-kerk te (?), 1805.
viii. Grand Trésorier van de de Orde van de Drie Gulden Vliezen.
N.B. De ‘Ordre militaire des Trois Toisons d’or’ was gesticht door keizer Napoleon I van Frankrijk naar aanleiding van zijn glorieuze
overwinning op Oostenrijk en Spanje en het triomfantelijke binnentrekken van de ‘Grande Armée’ van Wenen en Madrid. De stichting
stuitte op grote tegenstand en in 1813 werd de Orde verenigd met het Legioen van Eer.
1085.
Tekst van het Keizerlijk decreet tot instelling van de ‘Ordre des Trois Toisons d’or’, 1809.
1 stuk.
1086.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Grand Trésorier de l’Ordre des Trois
Toisons d’or, 1810.
1 omslag.
N.B. Met een getekende wapenafbeelding.
1060.
Brief van N.N. Rouget te Parijs aan Rutger Jan Schimmelpenninck met felicitaties bij de aanstelling als Grand
Trésorier de l’ordre des Trois Toisons d’or, 1810.
1 stuk.
1043.
Brief van Charles baron de Schimmelfenning te Wenen aan Rutger Jan Schimmelpenninck met felicitaties bij
de benoeming tot Grand Trésorier de l’Ordre des Trois Toisons d’or en tot senator, 1811.
1 stuk.
1109.
Ingekomen brief Parijs bij Rutger Jan Schimmelpenninck als Grand Trésorier de l’Ordre des Trois Toisons d’or
van Denis Decrès, minster van Marine, ten faveure van de heer Poussielque te Malta, 1811.
1 stuk.
1088.
Aantekeningen betreffende de inkomsten en uitgaven van de Grand Trésorie, 1811-1812, en andere ingekomen
stukken, 1811-1813.
1 omslag.
1098.
Stukken ontvangen door Rutger Jan Schimmelpenninck als Grand Trésorier de l’Ordre des Trois Toisons d’or
van de Directeur de la Caisse de Service, 1812-1813.
1 pak.
ix.
Senator van de keizerlijke Franse Senaat te Parijs 1811-1813.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was lid van de keizerlijke Senaat te Parijs, van 30 december 1811 tot november 1813. Als lid van de
Senaat ontving Schimmelpenninck op 10 april 1811 een diploma als ‘Comte de l’Empire’, krachtens algemeen besluit van de Franse keizer
van 1 maart 1808.
1095.
‘Décret Impérial’, akten betreffende de benoeming door Napoleon van een zestal senatoren uit de Nederlanden,
1811. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van diverse personen met verzoeken tot bemiddeling bij
het verkrijgen van een betrekking, 1811-1813.
3 omslagen.
65
1099.
1106.
1105.
Marie-Joseph Paul Yves Roch Gilbert du Motier, beter bekend als Marquis de La Fayette, ten faveure
van de heer W. Porter, 1811.
De minister van Justitie betreffende pogingen van diverse personen om benoemd te worden bij
vacatures, 1811 en 1813.
N.B. Betreft: Toelaer, Chaufpié, Fargeon, Dumbar en Van Dam.
De minister van Financiën betreffende de pogingen van M. Loisel en Valenton om benoemd te worden
bij vacatures, 1811 en 1812.
1107.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de hertog de Reg[g]io (Nicolas Charles Oudinot) bij de
toezending van een niet aanwezig geschrift, 1811.
1 stuk.
1108.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Jean-Jacques Régis de Cambacérès, Archi-chancelier
de l’Empire, betreffende François Michiel Xavier de Comps, 1811.
1 stuk.
1104.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Brigade-generaal J.A. Collaert te Zadar (Zara in
Dalmatië) betreffende zijn verzoekschrift aan de keizer en de minister van oorlog, 1812.
1 stuk.
1093.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Grand-Maître de l’Université Imperiale
betreffende de organisatie van het hoger onderwijs en het Athenaeum te Deventer, 1812.
2 stukken.
1096.
Briefwisseling tussen de heren Geoffroy en Talma betreffende een opvoering in het Théatre Français, 1812.
Gedrukt.
2 stukken.
1097.
Aantekening van een gesprek tussen Napoleon en Rutger Jan Schimmelpenninck en Van de Poll te St. Cloud
op 16 november 1813.
1 stuk.
1091.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Jean-Jacques Régis de Cambacérès, president van de
Senaat, met het verlof om zijn afwezigheid met 3 maanden te verlengen, 1813.
1 stuk.
1103.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck te Maastricht van de directeur-generaal des Pontes et
Chaussées betreffende de benoeming van A. Hoynck van Papendrecht tot dijkgraaf van Schieland, 1813.
2 stukken.
1054,1102.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs van B.H. Bentinck tot Buckhorst te Amsterdam
met de mededeling dat door diens bemiddeling hij verlof heeft gekregen weer naar Parijs te mogen, 1813. Met
een concept van antwoord.
2 stukken.
1094, 3441.
Stukken ontvangen en verzameld door Rutger Jan Schimmelpenninck als senator bij de val van Napoleon en
het aantreden der Bourbons, gedrukt, 1813-1814.
1 omslag.
x.
Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1815-1825.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was lid Eerste Kamer der Staten-Generaal van 21 september 1815 tot 15 februari 1825.
1110.
Concept-wet op het stuk der jagt en visscherij, 1814. Met een rapport daarover van de Gedeputeerden tot de
Binnenlandse Zaken, [1814]. Gedrukt.
2 stukken.
1059.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs aan zijn ‘oom’ Hendrik van Stralen ten faveure van de jonge
heer Reuvens, 1814. Minuut. Met een antwoord van Van Stralen betreffende diens onderhoud met de koning
over deze zaak, [1814].
2 stukken.
66
N.B. Betreft waarschijnlijk Caspar Jacob Christiaan Reuvens (1793-1835), die in 1815 werd benoemd tot hoogleraar klassieke talen te
Harderwijk. Hij was de grondlegger van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van diverse personen om bemiddeling bij het verkrijgen
van een betrekking, 1815 en 1820.
2 stukken.
1049.
1069.
Cornelis Charles Six van Oterleek te Den Haag ten faveure van J.H. van Noort, 1815.
[C.F.] van Maanen te Den Haag ten faveure van de heer Van Dam van Ysselt, 1820.
1057.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de maarschalk De Grouchy te New York om
bemiddeling bij koning Willem I, 1816. Met een request van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de koning ten
faveure van De Grouchy, 1817. Gelijktijdige afschriften.
2 stukken.
1058.
Briefwisseling tussen [Michel] de Comps te Parijs en Rutger Jan Schimmelpenninck, 1815-1816.
4 stukken.
1047.
Ingekomen brief bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de generaal Van Damme te Gent met de vraag om
bemiddeling bij zijn naturalisatie, 1816. Met concept van antwoord.
2 stukken.
1221.
Tekst van een redevoering van Rutger Jan Schimmelpenninck in de Eerste Kamer der Staten-Generaal
betreffende de ‘emprints etrangers’, 1816.
1 stuk.
1111.
Tekst van een redevoering [in de Eerste Kamer der Staten-Generaal] door Rutger Jan Schimmelpenninck
betreffende de 10-jarige begroting, 1820.
1 stuk.
1112.
Nota betreffende de staat van ’s lands financiën, 1821.
1 stuk.
N.B. Mogelijke auteur: Rutger Jan Schimmelpenninck.
d.
Vermogenshandelingen.
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
180.
Kwitanties wegens uitbetalingen van borgsommen wegens rechtszaken, waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck
als advocaat betrokken is, 1794.
3 stukken.
182.
Aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende de preferentie van enige schuldvorderingen,
[1795].
1 stuk.
183.
Kwitantie van Jacob Nolet voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de aankoop van loten in de
Hollandsche Obligatie Loterij, 1796.
1 stuk.
181.
Verklaringen betreffende het bezit van obligaties ten laste van de Bataafse Republiek, 1796.
2 stukken.
175.
‘Memoriaal’, aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende beleggingen van zijn vermogen,
1801-1802.
1 deel.
Grotendeels onbeschreven.
1301.
Verzekeringsbewijs voor Rutger Jan Schimmelpenninck voor het vervoer van zijn roerende goederen van
Calais naar Londen, 1802.
1 stuk.
N.B. Op perkament.
67
2436.
Kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck van L.S. Polak te Amsterdam wegens de levering van
kledingstukken, 1803.
1 stuk.
1261.
Stukken betreffende beleggingen door Daniel en Jan Abr. Willink voor hun nicht Catharina Nahuys, vrouw van
Rutger Jan Schimmelpenninck, ‘gesprooten uit de Engelsche Loterij’, 1803-1828.
1 omslag.
1042.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Landdrost van Overijssel met een klacht over de
belastingaanslag wegens het huis Nijenhuis te Diepenheim, 1808. Klad en concept.
2 stukken.
178.
Rekening-courant tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en N.N. te Parijs, 1812.
1 stuk.
176.
Kwitanties van N.N. Bosset voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens ontvangen penningen voor de huur
van het ‘hôtel de S.E.M. le comte Andréossy’ te Parijs, 1813-1814.
1 omslag.
ii.
Familierechtelijke vermogenshandelingen
179.
Rekening-courant tussen Rutger Jan Schimmelpenninck met G. Schimmelpenninck Gzn, 1812-1813.
2 stukken.
177.
Rekening-courant tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en enige familieleden ‘betreffende hun
gemeenschappelijk Huis en Erve op de Heerengracht [te Amsterdam] bij de Gasthuismolensteeg en hunne
gemeenschaplijke schilderijen’, 1821.
1 stuk.
2751, 2753, 2754, 2755, 2757, 2758, 2760, 1703, 1704, 1693.
Stukken betreffende de nalatenschap en de bereddering van de boedel van Adriaan van Helden, heer van
Gellicum, waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw tot de erfgenamen behoren, 1822 -1823.
1 omslag.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw Catharina Nahuys en hun zoon Gerrit behoorden tot de gebenificieerden.
Adriaan van Helden, heer van Gellicum, was een achterneef van Catharina Nahuys. Hij werd geboren te Werkendam in 1747 als zoon van
Diederik van Helden en Agatha Jacomina van Hardenbroek. Hij overleed ongehuwd te ’s-Gravenhage 14 februari 1822.
1260,1692.
Aantekeningen [van Gerrit Schimmelpenninck] betreffende de financiën van zijn moeder over de periode
1825-1827.
1 omslag.
1474.
Taxatierapport, opgesteld ten behoeve van mevrouw Schimmelpenninck-Nahuys, doorJ. Boltjes, van enige
roerende goederen, 1842.
1 stuk.
1478.
[Aanvulling op het] testament van Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, 1843. Authentiek afschrift.
1 stuk.
iii.
Nalatenschap
(1).
Regelgeving
2491.
Akte van deponering en opening van een aanvullende uiterste wilsverklaring van Catharina Nahuys, weduwe
van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1843 en 1844. Authentiek afschrift, 1844.
1 stuk.
68
1480.
Akte van volmacht door Salomon Dedel, gezant te Londen, op Everwijn ten Breujel, predikant te Diepenheim,
om hem te vertegenwoordigen bij de bereddering van de nalatenschap van zijn schoonmoeder C.
Schimmelpenninck-Nahuys, 1844.
1 stuk.
(2).
Roerende goederen
1477.
Taxatierapport van de boeken in de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck door de boekhandelaren J.
den Hengst & Co. te Amsterdam, 1825.
1 katern.
1473.
Lijst van tekeningen en prenten [in de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck] die gelegateerd zijn
aan de heer en mevrouw Dedel, [1844]. Met latere aantekeningen in potlood.
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk opgemaakt na de dood van mevrouw Schimmelpenninck-Nahuys in 1844.
1476.
Lijst van schilderijen [in de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck] die gelegateerd zijn aan de heer
en mevrouw Dedel en aan Gerrit Schimmelpenninck, [1844]. Met latere aantekeningen in potlood.
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk opgemaakt na de dood van mevrouw Schimmelpenninck-Nahuys.
1489, 1645.
Lijstjes van enige roerende goederen [Nijenhuis], [1844].
1 stuk.
(3).
Inventarisatie
1475.
Lijst van roerende goederen, nagelaten door mevrouw Schimmelpenninck-Nahuys, [1844]. Met latere
aantekeningen in potlood.
1 stuk.
1484.
Akte van inventarisatie van de nalatenschappen van Rutger Jan Schimmelpenninck en Catharina
Schimmelpenninck-Nahuys, 1844. Authentiek afschrift.
1 katern.
(4).
Verdeling
1481.
Akte van verdeling van de nalatenschappen van Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw Catharina
Nahuys, 1844. Authentiek uittreksel voor wat betreft de toescheiding aan Gerrit Schimmelpenninck van het
landgoed Nijenhuis-Peckedam, 1844.
1 katern.
(5).
Nasleep
2418.
Register van inkomsten en uitgaven door Gerrit Schimmelpenninck over het beheer van de boedel van zijn
moeder Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, 1844-1863.
1 deeltje.
e.
Eerbewijzen en onderscheidingen
16.
Bewijs van honorair lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck van het exercitiegezelschap der heren
studenten ‘Pro Pallude & Libertate’, 1787.
69
1 stuk.
****.
Stukken betreffende de toekenning door Napoleon, keizer van Frankrijk, aan Rutger Jan Schimmelpenninck
van verschillende onderscheidingen in het Legioen van Eer, 1804 en 1813.
2 omslagen.
1083.
1084.
De ‘Grande Étoile’ van het legioen van Eer, 1804.
De ‘le Grand Aigle’ van het legioen van Eer, 1813.
551.
Akte waarbij de Maatschappij voor Natuur- en Letterkunde onder de zinspreuk Diligentia te Den Haag aan
Rutger Jan Schimmelpenninck het erelidmaatschap opdraagt, 1805.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende hoogwaardigheidsbekleders
betreffende de toekenning van onderscheidingen, 1808-1816.
4 omslagen.
N.B. De meeste omslagen bevatten veelal slechts één brief.
Afzenders (chronologisch):
1090. De Groot Kanselier van de Orde van de Unie betreffende de versierselen van die orde, 1808. Gedrukt.
1089. De Grand Chambellan de Montesquieu bij de toezending van de gouden medaille wegens de geboorte
van de koning van Rome, 1811.
1092. De Groot Kanselier van de Keizerlijke Orde de la Réunion bij de benoeming tot Grootkruis in die
orde, 1812.
1087. De Franse ambassadeur te Brussel bij de toezending van de nieuwe decoraties van het Légion
d’Honneur, 1816.
f.
Documentatie met betrekking tot Rutger Jan Schimmelpenninck
i.
Afbeeldingen
30d.
Gravure van een zinnebeeldige voorstelling, verbeeldende Minerva op een voetstuk met het wapen van de
Btaafse Republiek, houdende in haar ene hand een lans met een vrijheidsmuts en in de andere een privilege, en
een schrijvende vrouwspersoon aan haar voeten, [ca. 1795].
1 stuk.
N.B. Mogelijk zinspelend op de omwenteling van 1795.
3443.
Silhouette van Rutger Jan Schimmelpenninck, [1799]. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. uit: C. Rogge, Geschiedenis der Staatsregeling voor het Bataafsche volk (Amsterdam 1799).
30a.
Gravure van het ovale portret van Rutger Jan Schimmelpenninck, [1805].
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk naar een tekening uit 1805 door Jacques Kuyper
30b.
Autograaf van Rutger Jan Schimmelpenninck, [begin 19de eeuw].
1 stuk.
30c.
Gekleurde tekening van het wapen Schimmelpenninck, [ca. 1825].
1 stuk.
N.B. Gebruikt is een voorgedrukt sjabloon. Het helmteken is niet getekend.
3444.
Portret van Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1825]. Lithografie van C. Motte naar een tekening van [J.B.]
Mauzaisse.
1 stuk.
N.B. Borststuk van het portret door C.H. Hodges, aanwezig in het Rijksmuseum Amsterdam sinds 1973.
3446.
Portret van Rutger Jan Schimmelpenninck (J. Kuyper delin., R. Vinkeles sculp.), [ca. 1820]. In meervoud.
1 omslag.
70
3448.
Portret van Rutger Jan Schimmelpenninck, lithografie door W.C. Chimaer van Oudendorp, [ca. 1838], ‘publié
par Soetens & Fils à la Haye’. In tweevoud.
2 stukken.
3112, 3445.
Portret van Rutger Jan Schimmelpenninck, met handtekening. [ca. 1920]. Gedrukt, met dubbelen.
3 stukken.
ii.
Gedichten op Rutger Jan Schimmelpenninck
389.
Gedichten op Rutger Jan Schimmelpenninck door J.H. Auë te Coevorden, met een begeleidende brief, 1805.
3 stukken.
N.B. een der gedichten in wiskundige vorm.
377.
Latijns gedicht op Rutger Jan Schimmelpenninck door Hieronymus de Bosch, gedrukt, met dubbelen en met
geschreven Nederlandse vertaling, 1805.
1 omslag.
N.B. Jeronimo de Bosch (1740-1811) was apotheker te Amsterdam en een bekende gelegenheidsdichter.
362.
Aan zijne excellentie den heere R.J. Schimmelpenninck, raadpensionaris van het Bataafsch Gemenebest,
gedicht van N.C. Brinkman, weduwe van C. van Streek, geschreven en gedrukt, met een begeleidende brief,
1805.
3 stukken.
363.
‘Op het afbeeldsel van zijne excellentie den heere R.J. Schimmelpenninck, [etc.]’, gedichtje van N.C.
Brinkman, weduwe van C. van Streek, 1805.
1 stuk.
384.
Dicht-gedachten, gedicht van Joh. de Bruine te Amsterdam bij de aanvaarding van Rutger Jan
Schimmelpenninck van het raadpensionarisschap, gedrukt, met dubbelen, 1805.
1 omslag.
355,590. Coup-d’oeil rapide sur M. Schimmelpenninck, Grand Pensionnaire de la République Batave, [door J. Chas],
gedrukt te Parijs 1805. Met begleidende brief.
1 deeltje en 1 stuk.
367.
‘Op de afbeelding van zijne excellentie den Heer & Mr. R.J. Schimmelpenninck, Raadpensionaris der
Bataavsche Republiek’, gedichtje door P. de Grient Dreux, [1805].
1 stuk.
385.
Gedicht van F. Haagen op de aanvaarding van het raadpensionarisschap, [1805].
1 stuk.
360, 1307.
Aan Rutger Jan Schimmelpenninck, in mei 1805, gedichten van R[hijvisch] Feith en J[acobus] Kantelaar,
gedrukt, met dubbelen, [1805].
1 omslag.
361,470, 1309.
Lierzang, ter gelegenheid der aanspraak van zijne excellentie, den raadpensionnaris R.J. Schimmelpenninck,
bij het aanvaarden zijner waardigheid, den 15 mey 1805, gedicht van J.M. Kemper, gedrukt, met dubbelen en
een begeleidend schrijven, 1805.
1 omslag.
370.
Gedichten op Rutger Jan Schimmelpenninck door Joseph Kersten te Amsterdam, met een begeleidende brief,
1805.
4 stukken.
364.
Hulde aan zijne excellentie R.J. Schimmelpenninck, bij deszelfs terugkomst uit Parijs in sprokkelmaand 1805,
gedicht van N.N. Lublink, gedrukt, 1805.
1 stuk.
N.B. Mogelijk Johannes Lublink de jonge (1736-1816), lid van de Nationale Vergadering en letterkundige.
71
365.
Ode à son excellence monsieur R.-J. Schimmelpenninck, Grand Pensionnaire de la République Batave, gedicht
van J.Ch.J. Luce de Lancival, gedrukt te Leiden en Parijs, met dubbelen en een begeleidende brief, 1805.
5 stukken.
388.
Gedicht op Rutger Jan Schimmelpenninck door P.H. Marion te Parijs, met een dubbel, 1805.
2 stukken.
381.
Gedicht op Rutger Jan Schimmelpenninck door T. Rameau, Franse kostschoolhouder te Leeuwarden,
geschreven en gedrukt, met een gedicht op keizer Napoleon en een tweetal brieven, 1805.
1 omslag.
382.
Gedichtje op Rutger Jan Schimmelpenninck door J. Ruardi, met een dubbel, [1805].
2 stukken.
387.
Op de afbeelding van Rutger Jan Schimmelpenninck, gedicht in het Latijn en Nederlands door M. Siegenbeek,
gedrukt, met dubbelen, 1805.
4 stukken.
378.
Gedicht van Guill. Timmermans te Ravenstein op Rutger Jan Schimmelpenninck, gedrukt, met een dubbel.
Met een begeleidende brief, 1805.
3 stukken.
380.
Gedicht op Rutger Jan Schimmelpenninck door Henr. Weytingh, rector van het gymnasium te Kampen, met
een begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
359.
Gedicht van een onbekende: ‘Bij de afbeelding van zijne excellentie R.J. Schimmelpenninck,
Raadpensionnaris van de Bataafsche Republiek’, [1805].
1 stuk.
366.
Brief van ‘Een vaderlandsch meisje’ te Haarlem aan Rutger Jan Schimmelpenninck, met een gedicht, bij het
neerleggen van zijn functie als Raadpensionaris, 1806.
2 stukken.
371.
Gedicht van N.N., [1805].
1 stuk.
386.
Gedicht door N.N. op Rutger Jan Schimmelpenninck, gedrukt, [1805].
1 stuk.
724.
Ere-rede in de Latijnse taal door Michael Pakozdy te Utrecht over de Raadpensionaris, 1806.
1 stuk.
N.B. Pakozdy was van voorname Hongaarse afkomst en studeerde aanvankelijk te Franeker, trok door Europa en kwam tenslotte te
Utrecht, waar hij op 25 maart 1814 overleed.
358.
Gedichtje van D. Ragaij op Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1840].
1 stuk.
1222.
Gedicht van J. Bevers, ‘Rutger Jan Schimmelpenninck’, opgedragen aan diens kleinzoon R.J.
Schimmelpenninck tot Nijenhuis, 1868.
1 stuk.
iii.
Gedichten op keizer Napoleon.
379.
Gedicht op keizer Napoleon door Guill. Timmermans te Ravenstein, gedrukt, 1804.
1 stuk.
369.
Gedicht op de glorierijke overwinning van keizer Napoleon te Austerlitz door H.J. Roosen te Haarlem, met een
begeleidende brief aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1805.
2 stukken.
373.
Napoleonti, imperatori, caesari et regi invicto, gedicht door N.N., [1805]. Gedrukt, met dubbelen, [1805].
6 stukken.
72
372.
Ode ad Napoleonem Magnum, primum callorem imperatorem semper augustum, [etc.], gedicht op Keizer
Napoleon door S. Speijert van der Eijk, gedrukt, met dubbelen, 1805. Met een begeleidende brief, 1806.
1 omslag.
iv.
Overige gedichten.
375.
Gedicht van V.C. ter huldiging van het gedicht van Simon Speyert van der Eyk, gedrukt, [1805].
1 stuk.
383.
Ernstige dichtluim aan myne landgenooten, gedicht door ‘Batavus’, gedrukt, met een dubbel en een recept
tegen ‘verlies van het gezigt’, [ca. 1805].
3 stukken.
N.B. Blijkbaar aan Rutger Jan Schimmelpenninck toegezonden door ‘zijnen vriend Lublink’.
390.
Dichterlijke beschouwing van den toestand mijns vaderlands, gedicht van C. Sepp, gedrukt, met een
begeleidende brief, 1805.
2 stukken.
582.
Aan myne landgenooten, [etc.], gedicht van L. van Wachendorff van Rijn te Amsterdam, gedrukt. Met een
begeleidend schrijven, 1805.
2 stukken.
374.
In obitum noblissimi viri Matthaei van der Pot, gedicht door Petrus van Braam, 1806. Gedrukt.
1 stuk.
720.
Brief van Joh. Lublink te Eemnes aan de Rutger Jan Schimmelpenninck, 1806. Met een gedichtje ‘op de
afbeelding van den Inspecteur-Generaal C. Brunings’, 1800.
2 stukken.
v.
Verzamelde archivalia.
N.B. De verzamelde stukken zijn chronologisch geplaatst op jaar van verwerving.
29.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck te Amsterdam aan zijn broer, 1792. Met een omslag van de veiling
van de collectie Mr. J. Baart de la Faille van 3 november 1868, waar deze brief werd aangekocht, 1868.
2 stukken.
3103.
Gedicht van Jeronimo de Bosch op Rutger Jan Schimmelpenninck ter gelegenheid van de Vrede van Amiens,
1802. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Waarschijnlijk geschonken door B.M. Smulders aan Lodewijk Schimmelpenninck.
345.
Notariële akten, die door Rutger Jan Schimmelpenninck als ambassadeur te Parijs zijn gewaarmerkt, 1804. Met
de omslag van de veiling van 3 november 1868 van de collecties van Mr. J. Baart de la Faille, waarbij deze
stukken zijn aangekocht.
4 stukken.
3102.
Reglement voor de gemeentebesturen binnen de Bataafse Republiek en instructies voor secretarissen van Staat,
1805. Gedrukt.
3 stukken.
N.B. Deze Staatsbesluiten werden ondertekend door de Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck. Ze zijn waarschijnlijk geschonken
door B.M. Smulders aan Lodewijk Schimmelpenninck.
35.
Missive van [H.W.] Daendels te Leerdam aan de volksrepresentanten te ‘s-Hertogenbosch betreffende de
‘bevrijding’ van Holland, [1795]. Met een brief van Isid. Mendels1 aan Rutger Jan graaf Schimmelpenninck
betreffende zijn dissertatie-onderzoek in het familiearchief Schimmelpenninck, 1887.
2 stukken.
1 Isidore Mendels (1861-1928). zijn academisch proefschrift Herman Willem Daendels vóór zijne benoeming tot gouverneur-generaal van Oost-Indië
(1762-1807) verscheen in 1890 bij M. Nijhoff.
73
24.
R.J. Schimmelpenninck, Verhandeling over eene wel ingerigte volksregeering […] Uit het Latyn vertaald door
Mr. A.B. Swart (Leiden 1785). Met een begeleidende brief van N.N. Heringa te Kleef aan Rutger Jan graaf
Schimmelpenninck, 1889.
2 stukken.
155.
Brieven betreffende de bemoeienis van Rutger Jan Schimmelpenninck om bij de Franse Minister van Marine
een kopie van een zeekaart te verkrijgen ten behoeve van N.N. Pasteur, 1801. Met een brief van B.B.W. toe
Laer aan Rutger Jan graaf Schimmelpenninck, waarbij hij deze brieven toezendt, en hulp vraagt om toegang te
verkrijgen tot het Vorstelijk Bentheimse Archief, 1892.
4 stukken.
1028.
Brief van J.J. Hetterschij te De Klundert aan de Raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende
een door hem genezen ooglijder, 1806. Minuut, met een antwoord van H.J. de Mey van Streefkerk,
kabinetssecretaris, 1806. Met een brief van [A.J. baron van Asbeck] te Den Haag aan Rutger Jan graaf
Schimmelpenninck, waarbij hij deze twee brieven toezendt, 1893.
3 stukken.
3.
Catharina Schimmelpenninck (1790-1842) trouwt 1810 Salomon
baron Dedel (1775-1846).
Catharina (Kitty) Schimmelpenninck, dochter van Mr. Rutger Jan Schimmelpenninck en Catharina Nahuys, geb. Amsterdam 4 januari
1790, overl. Deventer 25 mei 1842, huwt Amsterdam 30 mei 1810 Salomon baron Dedel, geb. Amsterdam 25 april 1775, secretaris van
legatie te Parijs 1803-, minister plenipotentiaris te Stuttgart 1807-1809, intendant van de kroongoederen in Holland (1812), buitengewoon
gezant en gevolmachtigd minister te Kopenhagen 1815, te Stockholm 1816-, Madrid 1824-1831 en Londen 1833-, overl. Londen 17
augustus 1846, zoon van Salomon Dedel, schout-bij-nacht, en Sara Maria van de Poll.
1205, 1255.
Brieven ingekomen bij Kitty Schimmelpenninck van haar vader Rutger Jan Schimmelpenninck (en andere
familieleden), 1804 en ongedateerd.
3 stukken.
2862.
Jeugdtekeningetjes van Kitty Schimmelpenninck, [ca. 1806].
2 stukken.
3015.
‘Lijst der differente goederen welke jonckvrouwe Catharina Schimmelpenninck, tans huisvrouw van de heere
S. Dedel meede ten huwelijk heeft gekreegen’, 1812.
1 katern.
N.B. Ondertekend door het bruidspaar. Gezegeld met het wapen van Rutger Jan Schimmelpenninck als senator van het Franse keizerrijk.
1712.
Aanvullende testamentaire bepalingen van Catharina Schimmelpenninck, vrouw van Salomon Dedel, 1842.
Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
3.
Gerrit graaf Schimmelpenninck (1794-1863) trouwt 1) 1815 Henrietta
Euphemia Johanna Stulen (1796-1816), 2) 1819 Jeanette Philippine
Frederique Caroline Constantine von Knobelsdorff (1796-1852), 3) 1855
Jkvr. Louise Charlotte Jeanette van Schuylenburch (1802-1883).
Gerrit graaf Schimmelpenninck, zoon van Mr. Rutger Jan Schimmelpenninck en Catharina Nahuys, geb. Amsterdam 25 februari 1794, lid
firma Van Staphorst & Co. in effecten aldaar 1818-1827, directeur 1824-1827, president 1827-1833 en lid van commissarissen 1835- N.V.
Nederlandsche Handel Maatschappij, lid Raad van State i.b.d. 1832-, secretaris van Staat 1834-1836, lid Eerste Kamer 1836-1849 en
Tweede Kamer 1853-1854 der Staten-Generaal, Minister van Staat 1836-†, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Sint
Petersburg 1837-1840 en Londen 1846-1847, 1848-1852, kabinetsformateur 1848, tijdelijk minister van Buitenlandse zaken en van
Financiën 1848, voorzitter Raad van Ministers 1848, 1851-, lid gemeenteraad van Diepenheim, vice-president 1853-(1859) en president
1862-† raad van commissarissen Nederlandsche Rijnspoorweg Maatschappij, overl. Arnhem 4 oktober 1863, huwt 1) Almelo 29 september
1815 Henrietta Euphemia Johanna Stulen, geb. Ootmarsum 30 januari 1796, overl. Amsterdam 12 maart 1816, dochter van Ds. Gerhard
Bernhard Stulen, predikant, en Judith Catharina Christina ten Cate, 2) Wijhe 24 mei 1819 Jeanette Philippine Frederique Caroline
Constantine von Knobelsdorff, geb. Constantinopel 6 oktober 1796, overl. havezate Nijenhuis, Diepenheim 15 juni 1852, dochter van
Frederic Guillaume Ernst von Knobelsdorff, luitenant-generaal en gezant, en Jkvr. Johanna Philippina Hermanna van Dedem tot den
Gelder en Nijenhuis [onder Wijhe], 3) Arnhem 3 september 1855 Jkvr. Louise Charlotte Jeanette van Schuylenburch, geb. ’s-Gravenhage
20 maart 1802, overl. Arnhem 12 mei 1883, dochter van Jhr.Mr. François Pierre Guillaume van Schuylenburch, heer van Bommenede,
staatsraad, en Johanna Philippina van Herzeele, vrouwe van De Ulenpas en Wisch, en weduwe van Antoine Fredric Gijsbert Gottlob
Constantin von Knobelsdorff.
74
a.
Privé-leven
i.
Algemeen
184.
Stukken betreffende de verlening van een commissie voor Gerard Schimmelpenninck als buitengewoon
luitenant onder het regiment Huzaren, met de toestemming om tijdens zijn verblijf te Parijs en Amiens het
uniform te dragen, 1801.
1 omslag.
N.B. de commissiebrief op perkament.
1256.
‘Lijst van het geene G. Schimmelpenninck meede na Leiden neemt’, lijst van roerende goederen bij de
aanvang van Gerrit’s studie te Leiden, [1812].
1 stuk.
1700.
Akte van aanstelling van de voogden over de geëmancipeerde Gerrit Schimmelpenninck, 1813.
1 stuk.
1701.
Akte van remplaçement tussen Gerrit Schimmelpenninck en Gosen Koop, wever te Diepenheim, wegens
militaire dienst, 1813.
1 stuk.
1714.
Akte van verhuur door Gerrit Schimmelpenninck aan C.C. van Boetzelaer van een stal en koetshuis aan de
noordzijde van het Noordeinde voor een periode van twee jaar, 1825.
1 stuk.
1491.
G[errit] S[chimmelpenninck], Essai sur la quadrature du cercle, (Den Haag en Amsterdam, 1827). Gedrukt.
1 deeltje.
1631.
Gedichten ingekomen bij Jeanette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff van John Bowring, 1828.
3 stukken.
2131.
Geknipt silhouette-portret (Gerrit Schimmelpenninck ?), [ca. 1830].
1 stuk.
2858.
Visitekaartje van Jeannette Schimmelpenninck-van Knobelsdorff, [ca. 1830].
1 stuk.
2859.
Visitekaartje van de erfprinses van Bentheim Tecklenburg, geb. van Sayn Wittgenstein, [ca. 1830].
1 stuk.
N.B. Ontvangen door Jeanette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff.
3106.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck ten behoeve van zijn verheffing tot graaf,
1834.
1 omslag.
3107.
Prospectus, ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, betreffende het verschijnen van het Armorial de la
Noblesse des Pays-Bas door L. van Weleveld, 1834. Gedrukt.
1 stuk.
1650.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de voor [Johan Herman] Vledder ingezamelde
gelden, [ca. 1838].
1 omslag.
1651.
Aanwijzingen van Gerrit Schimmelpenninck voor zijn vrouw Jeanette von Knobelsdorff wat er moet gebeuren
na zijn overlijden, 1839. Concept.
1 stuk.
75
1683.
Overzicht opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck van de roodvonk die zijn gezin teisterde, [1839].
1 stuk.
1648.
Tekening [door Gerrit Schimmelpenninck van zijn bediende] A.J. Oldenampsen, 1839.
1 stuk.
3117.
‘Notanda’, aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende het verkrijgen van de grafelijke titel,
1847.
1 stuk.
1574.
Aflevering van het Algemeen Handelsblad van 13 april 1847.
1 stuk.
N.B. Onbekend waarom bewaard.
1465.
Tekst van de boekbespreking van het werk van P. Hofman Peerlkamp over Rutger Jan Schimmelpenninck,
opgenomen in de Algemeenen Konst- en Letterbode, 1849. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Met opdracht: ‘Aan Z. Exc. G. Graaf Schimmelpenninck van den schrijver J.T. Bergman’.
1433.
‘Eenige Schotsche woorden uit het Hollandsch overgenomen’, aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck uit
de boeken van Walter Scott, [ca. 1850].
1 omslag.
1434.
‘Verzameling van anekdoten & karaktertrekken’, aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende
Wellington en Prins Albert van Groot-Brittannië, [ca. 1850].
1 omslag.
3111.
Genealogische aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende zijn familie, [ca. 1850].
1 omslag.
1436.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw Jeanette von Knobelsdorff aan hun kinderen, 1850.
1 stuk.
N.B. Waarschijnlijk geschreven om na hun beider dood gelezen te worden.
1435.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan zijn kinderen, 1852.
1 stuk.
N.B. Waarschijnlijk geschreven om na zijn dood gelezen te worden.
2437.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck over een te verdelen boedel, 1853.
1 omslag.
2313, 3115, 3116.
Verklaring op verzoek van Gerrit Schimmelpenninck van de gezusters Petronella Gerarda Wilhelmina Lantman
en Wilhelmina Renoldis Josepha Lantman betreffende de in hun bezit zijnde voorwerpen, afkomstig van
Everhardus Moerman en Antoinetta Schimmelpenninck, 1855. Met bijlagen.
3 stukken.
N.B. Zie over de schilder Evert Moerman: S. Zwiers, ‘Het raadsel EM. Schilder zonder oeuvre of oeuvre zonder schilder’, in: Zwols
Historisch Tijdschrift 31 (2014), p. 4-11.
1691.
Paspoort voor Gerrit Schimmelpenninck om te reizen door Duitsland, België en Frankrijk, 1855.
1 stuk.
1738.
Autobiografische aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck, [ca. 1855].
1 stuk.
1455.
Stukken betreffende de samenstelling van de plaatselijke commissie te Arnhem voor de oprichting van het
‘Nationaal Gedenkteeken voor november 1813’, 1863.
76
2 stukken.
N.B. Gerrit Schimmelpenninck nam zitting in deze commissie.
ii.
Biograaf van Rutger Jan Schimmelpenninck
1220.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de uitgave van de biografie van zijn vader,
[1840-1850].
1 omslag.
1568.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de samenstelling van het eerste gedeelte van de
biografie van Rutger Jan Schimmelpenninck, [1845].
1 stuk.
****.
Teksten van de Franse editie van Rutger Jan Schimmelpenninck, en eenige gebeurtenissen van zijnen tijd door
zijn zoon Gerrit Schimmelpenninck, kladden en concepten, [1845].
8 omslagen.
N.B. De Nederlandstalige versie verscheen in 1845 bij de Gebroeders Van Cleef te ’s-Gravenhage en Amsterdam in twee deeltjes.
1211.
1212.
1213.
1214.
1215.
1216.
1217.
1218.
Voorwoord en eerste afdeeling (gedeeltelijk). Concept.
Tweede afdeeling. Klad en concept.
Derde afdeeling. Klad en concept.
Vierde afdeeling. Klad en concept, incompleet.
Vijfde afdeeling. Klad en concept.
Zesde afdeeling. Klad en concept.
Zevende afdeeling. Klad en concept.
Achtste afdeeling. Klad en concept.
1219.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck bij de toezending van (de Franse editie) van de biografie van zijn vader,
1850. Concepten.
3 stukken.
1452.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van zijn oom Huibert Gerard Nahuys van Burgst betreffende
familiezaken en de publicatie van [Jodocus?] Smits betreffende Rutger Jan Schimmelpenninck, 1854.
2 stukken.
*****
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck bij de publicatie van de biografie van zijn vader, 1845-1846.
Met concepten van antwoord.
17 omslagen.
Afzenders:
1616. Prins Frederik der Nederlanden.
1560. C.J. van Assen te Leiden.
1556. J.C. Baud te Den Haag.
1840. T.G.L. van Bors**.
1563. W. Broet te Amsterdam.
1564, 1835.
G.H. Bruce te Den Haag.
1566. H.O. Feith te Groningen.
1565. A. van Gennep te Den Haag.
1561, 1841.
G. Groen van Prinsterer te Den Haag.
1621. J.H. Halbertsma te Deventer.
1558. F.A. van Hall te Den Haag.
1559. M.C. van Hall te Amsterdam.
1555. C.F. van Maanen te Den Haag.
1554. P. Hofman Peerlkamp te Leiden.
1557. M. Siegenbeek te Leiden.
1562. W.H.J. van Westreenen van Tiellandt te Den Haag.
1567. Concepten van antwoord aan onbekenden.
77
1573.
Afleveringen van diverse couranten waarin aandacht wordt besteed aan de verschijning van de biografie van
Rutger Jan Schimmelpenninck door zijn zoon Gerrit Schimmelpenninck, 1846.
1 omslag.
1569.
Aflevering van De Gids met daarin een bespreking van de biografie van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1846.
1 deeltje.
1571.
Boekbespreking door ‘v.B.’ in het Algemeen Letterlievend Maandschrift van de biografie door Gerrit
Schimmelpenninck van zijn vader, 1846.
1 deeltje.
1572.
Boekbespreking in De recensent ook der recensenten van de biografie door Gerrit Schimmelpenninck van zijn
vader, 1846.
1 deeltje.
1570.
Boekbespreking door J.R. Thorbecke, verschenen in De Gids, betreffende de publicaties van G.J.A. Beijerinck
over Karel Hendrik Verhuell en van M.C. van Hall over Rutger Jan Schimmelpenninck, [1848].
1 stuk.
iii.
Overlijden
(1).
Algemeen
2137.
Brief van rouwbeklag ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Alexis prins van Bentheim bij het
overlijden van zijn vrouw Jeannette von Knobelsdorff, 1852.
1 stuk.
2512.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [de burgemeester] van Diepenheim met een opgave
van de burgerlijke en kerkelijke autoriteiten die aanwezig zullen zijn bij de begrafenis van Gerrit
Schimmelpenninck, 1863.
1 stuk.
1798.
Aflevering van de Arnhemsche Courant met daarin het verslag van de begrafenis van Gerrit
Schimmelpenninck, 1863.
1 stuk.
3145.
Overzicht van de kosten van de begrafenis van Gerrit Schimmelpenninck, 1863. Met bijlagen.
1 omslag.
1312.
In-memoriam van G[errit] Schimmelpenninck, 1863. Gedrukt. Met dubbelen.
1 omslag.
N.B. Overdruk uit het Nieuw Dagblad van ’s Gravenhage.
****.
Brieven van rouwbeklag ingekomen bij R.J. Schimmelpenninck bij het overlijden van zijn vader, 1863.
80 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
1399. Koning Willem III der Nederlanden.
1351. Sophie, koningin der Nederlanden, te Stuttgart.
1347. Prins Frederik der Nederlanden.
1348. Prinses Louise der Nederlanden, prinses van Pruisen.
1376. J.L. van den Bergh van Heemstede te Leiden.
78
1369.
1375.
1350.
1410.
1361.
1356.
3149.
1365.
1424.
1420.
1388.
1395.
1387.
1421.
1363.
1370.
1406.
1349.
1358.
1396.
1412.
1377.
1378.
1360.
1394.
1408.
1372.
1417.
1428.
1392.
1400.
1414.
1405.
1407.
1401.
1379.
1354.
1352.
1385.
1386.
1416.
1384.
1415.
1353.
1371.
1404.
1373.
1422.
1362.
1380.
1402.
1429.
1382.
1390.
1366.
1359.
J. van Blanken te Den Haag.
F.G.B. van Bleeck van Rijsewijk te Harderwijk.
B. (of R?) Boreel.
J. Boreel op Westerhout.
W. Boreel van Hogelanden.
L.F.W. van Brakell te Doorwerth.
[Jeanne Henriette Gabrielle] van Brakell van Doorwerth-[van Schuijlenburch].
E. ten Breujel te Diepenheim.
H. Clifford te Den Haag.
J.A.Th. Cohen Stuart te Den Haag.
F.C. le Comte op Treckvliet.
D. Donker Curtius te Den Haag.
[A.J.] Duymaer van Twist te Diepenveen.
N.N. Dijk te Haarlem.
C. Eimbrechts-Nahuys te Zoudtlandt.
J.C.W. Fabricius van Leijenburg op Houdringe.
B. Forstner van Dambenoy.
Baron Gevers te St. Petersburg.
Mevrouw Van Gheel Röell-Nepveu.
L.W. Goes te Den Haag.
W. Götte te Goor.
G. Groen van Prinsterer te Den Haag.
F.A. van Hall te Den Haag.
Van Heeckeren van Wassenaer te Dieren.
S. van Heemstra te Den Haag.
De heer en mevrouw Van Herzeele-van Schuijlenburch.
[F.C.D.M.] Hinlopen te Roermond.
W.G. Hovy te Den Haag.
[J.] Huydecoper van Maarsseveen.
J.P. Junius van Hemert te Den Haag.
T.F. Karseboom te Amsterdam.
[F.W.A.K.] von Knobelsdorff op de Gelder.
H. von Knobelsdorff.
R.J. toe Laer te Amsterdam.
De heer en mevrouw Toe Laer-Nieuwenhuijzen te Amsterdam.
J.J. Lion te Den Haag.
A[ugusta] Loisel te Fauquemont (Valkenburg).
[Bertrand Edmond] Loisel te Ravensbosch (Valkenburg).
E. Lucas te Den Haag.
[A.] Mackay van Ophemert te Den Haag.
G.W. Margadant te Den Haag.
J. Melvil te Zeist.
C.J.A. van Nagell van Ampsen op Ampsen.
H.G. Nahuys van Burgst.
P.C. Nahuys te ’s-Heerenloo.
[Ch.] Nepveu op Bergendal.
N[icolaas] Olivier, minister van justitie.
[H.G.] van Pallandt te Nice.
J.A. Philipse te Den Haag.
H.J. Pieltjes te Amsterdam.
W.G. van de Poll te Den Haag.
[E.] Quarles van Ufford op Wisch.
[L.N.] van Randwijck te Den Haag.
A.G.A. van Rappard te Den Haag.
De heer en mevrouw Van Rappard-Hovy te Zutphen.
A.G. van Reede [van der Aa] te IJsselstein.
79
1383. G.C.J. van Reenen op Voorlinden.
1389. [J.A.H.] de la Sarraz te Den Haag.
1409. G. Schimmelpenninck te Amsterdam.
1393. M.A. Schimmelpenninck te Deventer.
1411. W. Schimmelpenninck te Deventer.
1355. De heer en mevrouw Schimmelpenninck-van Nes van Meerkerk te Deventer.
1423. W.A. Schimmelpenninck van der Oye op den Poll.
1425. Johanna van Schuylenburch-van Herzeele te Amsterdam.
1403. J.G. Sillem te Amsterdam.
1391. [G.] Simons te Den Haag.
1368. H. de Smeth te Den Haag.
1418. [A.J.L.] Stratenus te Brussel.
1397. L. de Stuers te Den Haag.
1398. L.R. Taets van Amerongen te Den Haag.
1427. G. Thin van Keulen te Dresden.
1419. [G.M.] du Tour van Bellinckhave te Leeuwarden.
1413. N.N. [van] Tuyll [van Serooskerke] te Soestdijk.
1346. Directie en Commissarissen van de Nederlandsche Rhijn Spoorweg Maatschappij.
1357, 1364, 1374, 1367, 1381, 1426, 1430.
[onleesbaar].
****.
Stukken betreffende de nasleep van het overlijden van Gerrit Schimmelpenninck, 1863.
2 omslagen en 2 stukken.
1690, 1741.
Overzichten van de koninklijke besluiten betreffende de loopbaan van Gerrit Schimmelpenninck over
de periode 1816-1851, opgemaakt [1863].
1696. Biografische schets van Gerrit Schimmelpenninck door N.N., [ca. 1863]. In het Frans, met een afschrift.
1742. Koninklijk Besluiten van 24 maart 1848 waarbij Gerrit Schimmelpenninck opgedragen wordt een
nieuwe grondwet samen te stellen, 1848. Afschriften [1863].
1743. Koninklijk Besluit waarbij Gerrit Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als tijdelijk voorzitter van
de Raad van ministers, minister van buitenlandse zaken en van financiën, met diens antwoord aan de
koning en brief van A.G.A. van Rappard, directeur van het Kabinet des Konings, 1848. Afschriften [ca.
1863].
(2).
Biografie Gerrit Schimmelpenninck
****.
Correspondentie van J.M. de Kempenaer over de biografie van Gerrit Schimmelpenninck, 1864.
2 omslagen.
Afzenders:
1745. W.N. du Rieu te Leiden.
1746. Rutger Jan Schimmelpenninck en diens vrouw.
1797.
Aantekeningen van J.M. de Kempenaer betreffende de biografie van Gerrit Schimmelpenninck, [1864].
1 stuk.
1744.
Biografie van Gerrit Schimmelpenninck door J.M. de Kempenaer, [1864]. Concept, met enige aantekeningen.
1 omslag.
N.B. Deze biografie verscheen als ‘Levensberigt’ in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1864.
****.
Stukken geraadpleegd door J.M. de Kempenaer voor de samenstelling van de biografie over Gerrit
Schimmelpenninck, 1812-1863.
44 omslagen.
80
1747.
Getuigschrift voor Gerrit Schimmelpenninck van H. Wijnbeek betreffende het door hem verzorgde
onderwijs ter voorbereiding op de studie te Leiden, [1812]. Concept (1 stuk).
N.B. Hendericus Wijnbeek (1772-1866) werd later hoofdinspecteur van het onderwijs.
N.B. in potlood genummerd: 1.
1748.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan zijn kinderen, 1832. Afschrift [1863] ( 1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 2.
1749.
Akte van emancipatie van Gerrit Schimmelpenninck, 1813. Authentiek gelijktijdig afschrift (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 3.
1750.
‘Herinneringen (begonnen Augustus 1820) van ’t gebeurde in de Kamer van Koophandel en Fabrieken
te Amsterdam terwijl ik er lid van ben’, aantekeningen van [Gerrit Schimmelpenninck], [1820] (1
stuk).
N.B. uit de omslag, in potlood genummerd: 4, betreffende de bemoeienis van Gerrit Schimmelpenninck met deze instelling.
1751.
‘Reflectien & Consideratien op het rapport geconcipieerd door den WelEd. Heer W. Willink junr. om
ingeleverd te worden aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam door de Commissie
uit haar midden belast met het rapporteren over het onderwerp der nieuwe Maten en Gewichten, etc.’,
verslag van Gerrit Schimmelpenninck, 1820 (1 stuk).
N.B. uit de omslag, in potlood genummerd: 4, betreffende de bemoeienis van Gerrit Schimmelpenninck met deze instelling.
1752.
Verslag van Gerrit Schimmelpenninck aan het bestuur en de leden van de Kamer van Koophandel en
Fabrieken te Amsterdam, 1821. Concept (1 stuk).
N.B. uit de omslag, in potlood genummerd: 4, betreffende de bemoeienis van Gerrit Schimmelpenninck met deze instelling.
1753.
‘Herinneringen, gedachten, schetsen’, aantekeningen van N.N., betreffende het verslag van Gerrit
Schimmelpenninck, [1820] (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 5.
1754.
‘Considerations sur le projêt de loi’, opstel door [Gerrit Schimmelpenninck], [1822] (1 katern).
N.B. in potlood genummerd: 6 ‘Voor mijn vertrek naar Den Haag’.
1761.
Rapport van Gerrit Schimmelpenninck voor koning Willem I betreffende de Nederlandsche Handel
Maatschappij, 1831 (1 katern).
N.B. in potlood genummerd: 7.
1762.
‘Nota’, aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de financiën van de Nederlandsche
Handel Maatschappij, met een begeleidende brief aan J.G. de Mey van Streefkerk, 1831. Concept (1
stuk).
N.B. in potlood genummerd: 8.
1763.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan de commissarissen van de Nederlandsche Handel
Maatschappij, 1831. Concept (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 9.
1764.
Staat van wijzigingen in de artikelen van overeenkomst der Nederlandsche Handel Maatschappij,
1831. Gedrukt (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 10.
1765.
Artikelen van overeenkomst voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij (’s-Gravenhage 1827).
Gedrukt, met bijgeschreven voorstellen tot verandering, [1831] (1 deeltje).
N.B. in potlood genummerd: 11.
1766.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk, 1831 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 12.
1767.
Tekst van de toespraak door Gerrit Schimmelpenninck bij de opening van een buitengewone
vergadering van de Raad der Nederlandsche Handel Maatschappij, 1831 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 13.
1768.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck als president van de Nederlandsche Handel
Maatschappij van F.A. van Hall, 1831. Met concept van antwoord (2 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 14 en 15.
1769.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk, 1833. Met concept
van antwoord (2 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 16 en 17.
1770.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan koning Willem I betreffende de Nederlandsche Handel
Maatschappij, 1833. Concept (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 18.
1771.
Koninklijk Besluit waarbij aan Gerrit Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als president van de
Nederlandsche Handel Maatschappij, 1833. Met een afschrift (2 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 19 en 20.
1772.
Tekst van de toespraak door Gerrit Schimmelpenninck in de vergadering van de Raad der
Nederlandsche Handel Maatschappij, 1833. Concept (1 stuk).
81
N.B. in potlood genummerd: 21.
1773.
‘Proces-Verbaal’, uittreksel uit de notulen van de buitengewone vergadering van de Raad der
Nederlandsche Handel Maatschappij, 1833 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 22.
1774.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk, 1833. Met concept
van antwoord (2 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 23.
1775.
Rapport van Gerrit Schimmelpenninck voor koning Willem I bij zijn aftreden als president van de
Nederlandsche Handel Maatschappij, [1833] (1 omslag).
N.B. in potlood genummerd: 24.
1776.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck als president der Nederlandsche Handel Maatschappij
van [F.A.] van Hall, 1832 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 25.
1777.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende internationale besprekingen, 1835 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 26.
1778.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck als president van de Nederlandsche Handel
Maatschappij van J.G. de Mey van Streefkerk, 1833. Met concept van antwoord (2 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 27 en 28.
1779.
‘Pro Memorie’, nota van N.N. betreffende de onderhandelingen tussen de Noordelijke en Zuidelijke
Nederlanden, ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, 1833 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 29.
1780.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan J.G. de Mey van Streefkerk, 1833. Concept (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 30.
1781.
Rapport van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de vermindering der staatsschuld, opgesteld ten
behoeve van koning Willem I, toegezonden aan J.G. de Mey van Streefkerk, 1833 (1 omslag).
N.B. in potlood genummerd: 31.
1782.
Koninklijk Besluit waarbij Gerrit Schimmelpenninck wordt benoemd tot (koninklijk) commissaris bij
de Nederlandsche Handel Maatschappij, 1835 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 32.
1783.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk, 1835 (4 stukken).
N.B. in potlood genummerd: 33-35 en 37.
1784.
Brief van de griffier ter Staatssecretarie ter begeleiding van het Koninklijk Besluit waarbij Gerrit
Schimmelpenninck wordt benoemd tot Secretaris van Staat, 1835 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 36.
1785.
Brief ingekomen bij de weduwe Schimmelpenninck-Nahuys te Deventer van G.H. Wachter te Den
Haag betreffende de gezondheid van haar zoon Gerrit, 1836 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 38.
1786.
Brief van Jeanette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff aan haar moeder, 1836 (1 stuk).
N.B. Betreft ondermeer haar aanwezigheid aan het hof en de gezondheid van haar man Gerrit Schimmelpenninck.
N.B. in potlood genummerd: 39.
1787.
Rapport van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de staatsbegroting, [1841] (1 omslag).
N.B. in potlood genummerd: 40.
1788.
Teksten van de redevoeringen van Gerrit Schimmelpenninck in de Eerste Kamer der Staten-Generaal
betreffende de staatsschulden, 1841.
2 katernen.
N.B. in potlood genummerd: 41 en 42.
1789.
‘Proces Verbaal’, notulen van de vergadering van de Eerste Kamer betreffende de vaststelling van de
begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken over 1842 en 1843, 1841 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 43.
1790.
Verslag van een zitting [van de Eerste Kamer] betreffende de behandeling van een wet op de
staatsschulden, 1844 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 44.
1791.
‘Nota’, aantekeningen van [Gerrit Schimmelpenninck] betreffende een belasting op onroerend goed,
[1844] (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 45 en 47.
1792.
Circulaire van de gouverneur van de provincie Utrecht F. van de Poll aan de gemeentebesturen in die
provincie betreffende een vrijwillige bijdrage van de ambtenaren, 1844. Gedrukt. Met een bijlage (2
stukken).
N.B. in potlood genummerd: 46 en 48.
1793.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan de leden van de commissie ter vaststelling van de
kwalificaties voor attachees, 1846 (1 stuk).
82
N.B. in potlood genummerd: 49.
1794.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan zijn neef G. Schimmelpenninck, raadsheer bij het provinciaal
gerechtshof van Noord-Holland, betreffende komende verkiezingen, 1853. Concept (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 50.
1795.
Reglement voor de Maatschappij ter bevordering van het godsdienstig onderwijs onder de slaven en
kleurlingen in de kolonie Suriname, 1830. Gedrukt (1 stuk).
N.B. Gerrit Schimmelpenninck was president van deze vereniging.
N.B. in potlood genummerd: 51.
1796.
Tekst van een rede gehouden door Gerrit Schimmelpenninck voor een bijeenkomst van de
Maatschappij [ter bevordering van het godsdienstig onderwijs onder de slaven en kleurlingen in de
kolonie Suriname] bij het 25-jarig bestaan, 1855 (1 stuk).
N.B. in potlood genummerd: 52.
b.
Correspondentie
i.
Gerrit Schimmelpenninck
1052.
Brief van Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, namens haar man, te Parijs, aan hun zoon Gerard, 1814.
1 stuk.
N.B. Vader verontschuldigt zich de verheffing tot erf-graaf van het Franse koninkrijk en de daarbij behorende emolumenten niet te hebben
aangenomen.
****.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van naaste familieleden, 1815-1861.
16 omslagen.
Afzenders (chronologisch):
1802, 1964.
Zijn vader Rutger Jan Schimmelpenninck te Parijs, 1803 en 1815
1078. Zijn schoonvader Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff te Berlijn, 1818.
1076, 1804.
Zijn ‘grootvader’ Frederik Gijsbert van Dedem op de Gelder, 1818-1820.
3457. Zijn ouders Rutger Jan Schimmelpenninck en Catharina Nahuys, 1822-1824.
2855. Zijn [schoon]moeder Johanna von Knobelsdorff-van Dedem op de Gelder, 1826. Met concepten van
antwoord.
2857. Zijn [schoon]broer Antoine [von Knobelsdorff], 1826. Met concept van antwoord.
1659.
1805.
1968.
1504.
1509.
1511.
1517.
1811.
1814.
1810.
****
N.B. Antoine Fredric Gijsbert Gottlob Constantin von Knobelsdorff, tr. ’s-Gravenhage 16 juli 1828 Louise Charlotte Jeannette
van Schuylenburch.
Zijn moeder C. Schimmelpenninck-Nahuys die zich ernstig zorgen maakt over zijn gezondheid, 1836.
Zijn vrouw Jeanette von Knobelsdorff, 1836.
N.B. Schimmelpenninck verblijft dan te Schwalbach bij Wiesbaden.
Zijn oom Guillaume von Knobelsdorff, 1839.
Zijn zoon Rutger Jan Schimmelpenninck, 1848.
[Zijn schoonzuster] Louise van Schuylenburch te Heimerstein, [1848].
Zijn vrouw Jeanette von Knobelsdorff te Londen, 1848.
Zijn zuster Catharina (Kitty) Schimmelpenninck, 1848.
Zijn zwager L. van Schuylenburch, 1859 en 1863.
Zijn [schoonzuster A.M.J.] van Herzeele-van Schuylenburch, [ca. 1860].
Zijn tante Huberta Gerarda Loisel-Nahuys te Den Helder, [ca. 1848] en 1861.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, 1817-1855. Met incidenteel concepten van antwoord.
30 omslagen.
Afzenders (chronologisch):
1531, 1800, 1812.
Zijn voormalige gouverneur H. Wijnbeek en diens dochter, 1817, 1845, 1848, 1852, 1862-1863.
1816. [J.W.] Janssens, 1833 en 1835.
1817. [A.] van der Duyn van Maasdam, 1835.
1818. Le comte de Waldbourg Truchesse (?), 1828.
1819. Van der Goudriaan (?) te Brussel, 1828 en 1835.
1820. F.A. van Hall te Amsterdam, 1831.
83
1821, 1547.
J.C. Baud, aan boord van de Prinses Marianne, 1832.
1822. [C.F.] van Maanen, [ca. 1836 en 1837].
1823. [G.A.G.P.] van der Capellen op Vollenhoven, 1833 en 1836.
1824. [F.W.] van Pallandt van Keppel te Den Haag, 1835.
1825. N.N. van Roijen te Den Haag, 1835.
1826. W.H.J. van Westreenen van Tiellandt, 1835.
1636, 1815, 1838, 1853.
N.N., 1835, 1841, 1850.
N.B. Meestal betreft het afzenders waarvan de namen onleesbaar zijn.
1458.
1827.
1828.
1829.
1830.
1831.
1833.
2741.
1640.
1619.
1634.
1620.
1851.
3174.
1735.
1736.
3165.
[Arnoldus] van Gennep te Amsterdam, 1835 en 1836.
E. Canneman, voorzitter van Diligentia te Den Haag, 1836.
J.G. Verstolk van Soelen te Den Haag, 1836, 1837, 1840 en 1847.
B.J. van Reede te Den Haag, 1836.
A.R. Falck, 1836.
L. van Gobbelschroy te Parijs en St. Lambert, 1836.
H.M. de Kock te Den Haag, 1838.
C. Vollenhoven te ’s-Gravenhage, 1843.
E. Lucas, 1849.
J. Ackerdijck te Utrecht, 1850.
G.H. Bruce te Zwolle, 1850.
W.H. de Vriese (hoogleraar in de botanie) te Leiden, 1851.
Ch. Nepveu te Soestdijk, 1851.
G.J.H. Eeftink, 1852.
[F.A.] van Hall, 1853-1855.
[J.C.D.] van Heeckeren van Wassenaer, 1854 en 1855.
De advocaat W. Strauss te Neuenhaus, 1862. Met bijlagen.
33.
Rouwannonce van Berend Hendrik Bentinck tot Buckhorst, ingekomen bij G. Schimmelpenninck, 1830.
1 stuk.
2903.
Brief ingekomen bij Frits Schimmelpenninck van zijn vader Gerrit Schimmelpenninck te Den Haag, 1836.
1 stuk.
N.B. Geschenk van J. van Knobelsdorff, 20 oktober 2014.
1854.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan diverse onbekende personen, [ca. 1850]. Concepten.
3 stukken.
3278.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de douairière J.M. van Hogendorp van Hofwegen-van der
Sleyden met de vraag om een autogram van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1851. Met concept van antwoord.
2 stukken.
1615.
Brief van rouwbeklag ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van prins Frederik der Nederlanden bij het
overlijden van zijn schoonmoeder Johanna von Knobelsdorff-van Dedem, 1852.
1 stuk.
****.
Brieven, ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck betreffende de genealogie van zijn familie, 1853-1856.
2 omslagen.
3109.
3108.
****.
Zijn neef G. Schimmelpenninck Jzn. te Amsterdam, 1853 en 1855.
[Jan Elias] Huydecoper van Nigtevecht te Utrecht, 1856. Met concept van antwoord.
Ingekomen brieven bij Gerrit Schimmelpenninck met felicitaties bij gelegenheid van zijn huwelijk met Louise
van Schuylenburch, 1855.
3 stukken.
Afzenders:
84
1857.
1858.
1852.
Prins Frederik der Nederlanden.
Prins Frederik van Pruisen te Rheinstein.
N.N. [onleesbaar] te Mannheim.
1813.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Dr. [J.J.F.] Wap te Delft betreffende het archief van de
overleden Huibert Gerard Nahuys van Burgst, 1859. Met concept van antwoord.
3 stukken.
2640.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan de heer Ameshoff betreffende de Rhijnspoorweg, 1862. Concept.
1 stuk.
2641.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [A.C.J.] Schimmelpenninck van der Oye te Berlijn
betreffende de raadpensionaris, 1862. Met een concept van antwoord.
2 stukken.
1597.
Lege envelopjes, 1827-[ca. 1850].
1 omslag.
N.B. Vermoedelijk bewaard wegens de poststempels.
ii.
Jeanette von Knobelsdorff
****.
Ingekomen brieven bij Jeanette von Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, van haar naaste
familieleden, 1818-1853.
5 omslagen.
1803. Haar vader Frederic von Knobelsdorff te Berlijn, 1818.
1438, 1466, 3448.
Haar schoonmoeder Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, 1819, 1820, 1822 en 1826.
1464, 1506, 1545, 2861.
Haar man Gerrit Schimmelpenninck, 1826, 1843, 1848 en 1849.
N.B. Met o.a. een beschrijving en plattegrondtekening van Hatfield Court (1849).
1505. Haar zoon Rutger Jan Schimmelpenninck, 1848.
1507, 1809.
Haar moeder Johanna von Knobelsdorff-van Dedem, 1848 en 1852-1853.
****.
Ingekomen brieven bij Jeanette von Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, tijdens haar verblijf te
Sint Petersburg van verschillende personen, 1837-1839.
11 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
1446. Mevrouw De Barante.
1448. Antoinette Blondoff.
1441. E. prinses de Chimay.
1447. Mevrouw De Fiquelmont.
1439. Haar vriendin [Cécile] Frederiks.
1450. [De prinses] de Hohenlohe.
1470. C. Kavalkoff.
1635. N.N. Pavlovsky, 1839.
1440. [Gravin] Rossi [née Henriette Sontag].
1443. Sophie Volkonsky, 1838.
1449. Charlotte Woodford te Frankfurt a/M.
****.
Ingekomen brieven bij Jeanette von Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, van verschillende
personen, 1832-1844.
4 omslagen.
85
1442.
1445.
1624.
1444.
2109.
[Henriette] d’Oultremont te Den Haag, 1832 en ongedateerd.
Wilhelmina prinses van Bentheim, née prinses van Solms-Braunfels te Steinfurt, 1837.
[R.] Fagel, 1837.
N.N. te Mannheim, 1844.
Brief van Jeannette Schimmelpenninck-von
Schimmelpenninck, 1842.
1 stuk.
Knobelsdorff
aan
haar
dochter
Catharina
(Kitty)
N.B. Waarschijnlijk terug ontvangen.
****
Ingekomen brieven bij Jeanette von Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, tijdens haar verblijf te
Londen van verschillende personen, [1850]
6 omslagen.
Afzenders (alfabetisch):
1628. Elisabeth S. Abercromby.
1585. [R.] Fagel.
1626. Saba Holland.
1625. W. Inny.
1623. Lord Palmerston.
N.B. Henry John Temple (1784-1865), sedert 1802 3rd Viscount Palmerston.
1627.
Cecilia Parker.
1451.
Lijst, opgesteld door Gerrit Schimmelpenninck, van enige bij zijn vrouw Jeanette von Knobelsdorff ingekomen
brieven, [1852].
1 stuk.
iii.
Louise Charlotte Jeanette van Schuylenburch.
165.
Uitnodiging van Augusta duchess of Cambridge [Augusta Wilhelmina Louisa p[rinses van Hessen-Kassel,
vrouw van Adolphus Frederick, prins van Groot-Brittannië, eerste hertog van Cambridge] aan de hertogin van
Inverness [Cecilia Letitia Underwood, verheven tot hertogin van Inverness 1840, tweede vrouw van Augustus
Frederik, prins van Groot-Brittannië, hertog van Sussex] om te komen dineren, [ca. 1850]. Met een notitie dat
dit briefje geschonken is aan [Louise Charlotte Jeanette van Schuylenburch, weduwe van Gerrit graaf
Schimmelpenninck], [ca. 1880] en twee briefjes van ‘Inverness’ aan ‘My dear Count’.
4 stukken.
N.B. ‘My dear Count’, zal zijn Gerrit graaf Schimmelpenninck .
c.
Loopbaan
i.
Directeur 1824-1827, president 1827-1833 en lid van commissarissen 1835- N.V.
Nederlandsche Handel Maatschappij
1716.
Stukken betreffende de benoeming van Gerrit Schimmelpenninck tot directeur der Nederlandsche Handel
Maatschappij, 1824.
2 stukken.
1717.
Koninklijke Besluiten waarbij Gerrit Schimmelpenninck wordt benoemd tot waarnemend president en tot
president der Nederlandsche Handel Maatschappij, 1827. Met concepten van antwoord.
4 stukken.
1459.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck als president van de directie van de Handel Maatschappij, van
N.N. op Overbosch bij Berkenrode, betreffende de Indische bezittingen, 1828.
86
1 stuk.
****
Tekst van de toespraken, gehouden door Gerrit Schimmelpenninck als president van de Nederlandsche Handel
Maatschappij bij de opening van de jaarlijkse bijeenkomst, 1828-1833.
6 deeltjes.
1755.
1756.
1757.
1758.
1759.
1760.
1828.
1829.
1830.
1831.
1832.
1833.
1456.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk te Den Haag, betreffende de
mogelijke benoeming tot commissaris bij de Handel Maatschappij, 1835.
1 stuk.
1722.
Koninklijk Besluit waarbij aan Gerrit Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als commissaris bij de
Nederlandsche Handel Maatschappij, 1836.
1 stuk.
1859.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck als voormalig president der Nederlandsche
Handel Maatschappij en minister van staat betreffende de financiële toestand van Nederlands-Indië,
1840-1841.
1 omslag.
ii.
Secretaris van Staat 1834-1836
N.B. Gerrit Schimmelpenninck werd op 4 december 1834 benoemd tot secretaris van Staat. Deze functie vervulde hij tot 1 december 1836.
1656.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. de Mey van Streefkerk betreffende
Schimmelpenninckss benoeming tot Secretaris van Staat, 1835. Met concepten van antwoord.
1 omslag.
1655.
Felicitatiebrief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van De Nederlandsche Handel Maatschappij bij zijn
benoeming tot Secretaris van Staat, 1835.
1 stuk.
****.
Brieven, ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van verschillende personen over verscheidene onderwerpen,
1835-1836.
3 omslagen.
1658.
1657.
1461.
1661.
Willem de Clercq, secretaris van de Nederlandsche Handel Maatschappij, 1835.
E.W. Hofmann, directeur van het Kabinet des Konings, 1835-1836. Met concepten van antwoord.
J.G. Verstolk van Soelen betreffende de [H.G.] de Perponcher [Sedlnitsky], gezant te Berlijn, 1836.
Met concept van antwoord.
Stukken betreffende de bemoeienis van Gerrit Schimmelpenninck met de ‘Geheime Conferentien met Van
Aaken en Klindworth’, 1835.
1 omslag.
N.B. George (Johann Georg Heinrich) Klindworth (1798-1882) was een geheim diplomaat in dienst van verschillende Europese
staatshoofden. De betreffende besprekingen handelden over de Belgische afscheiding.
1660.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan koning Willem I om zijn ontslag aan te bieden als secretaris van Staat,
[1836]. Concept.
1 stuk.
87
1723.
Koninklijk Besluit waarbij aan Gerrit Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als Secretaris van Staat, 1836.
1 stuk.
iii.
Lid Eerste Kamer 1836-1849 en Tweede Kamer 1853-1854 der Staten-Generaal,
Minister van Staat 1836-1863.
N.B. Gerrit Schimmelpenninck was lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 1 december 1836 tot 13 februari 1849. Op 12 juli
1853 werd hij gekozen, namens het kiesdistricht Amsterdam, tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Van deze Kamer was hij
lid tot 17 september 1854. Tevens was hij minister van Staat van 1 december 1836 tot aan zijn dood op 4 oktober 1863.
1725.
Koninklijk Besluit waarbij Gerrit Schimmelpenninck wordt aangesteld tot lid van de Eerste Kamer der StatenGeneraal, 1836.
1 stuk.
****.
Stukken betreffende de opdracht van koning Willem II aan Gerrit Schimmelpenninck om zijn troonsbestijging
aan enkele buitenlandse hoven te melden, 1840.
4 omslagen.
1729.
Missive ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de secretaris van staat betreffende zijn rol als
kroondrager bij de inhuldiging van koning Willem II, 1840.
1686. Programma van de inhuldiging van koning Willem II, 1840. Gedrukt.
1687, 1728.
Stukken betreffende de missie van Gerrit Schimmelpenninck naar de hoven te Wiesbaden, Stuttgart,
München en Wenen om de troonsbestijging van koning Willem II aan te kondigen, 1840.
1688. Reisverslag van Gerrit Schimmelpenninck van zijn tocht naar enige hoven om de troonsbestijging van
koning Willem II aan te kondigen met een lijst van gemaakte onkosten, 1840.
N.B. Het lijstje met onkosten bevat enige tekeningetjes van kastelen en van de heer ‘Wastenecker te Delden’.
1552.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck betreffende ’s lands begrotingen en de
dekking daarvan, 1841-1844.
1 omslag.
1874.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van A.G.A. van Rappard, directeur van het kabinet des konings,
met het bericht van het overlijden van Willem Frederik graaf van Nassau (koning Willem I), 1843. Met concept
van antwoord.
2 stukken.
1553.
‘Rapport der IIe Sectie van de 1e Kamer der Staten-Generaal nopens het ontwerp-adres van antwoord op de
openingsrede’, opgesteld door Gerrit Schimmelpenninck, 1844.
1 stuk.
****.
Stukken betreffende de uitoefening door Gerrit Schimmelpenninck van de functie van voorzitter van de
commissie tot regeling van het onderzoek naar de kundigheden der jongelieden, die tot de betrekking van
attaché bij Buitenlandse Zaken benoemd willen worden, 1846-1850.
3 omslagen.
1493.
1494.
1495.
1498.
Stukken betreffende de benoeming, 1846.
Stukken betreffende het opstellen door de commissie van een rapport betreffende de examens voor
toekomstige attachés, 1846.
Stukken betreffende de invoering van de in het vermelde rapport gedane aanbevelingen voor de
examens van de attachés, 1850.
Afleveringen van De Nederlander. Nieuwe Utrechtsche Courant van 4, 6, 7 en 8 september 1848 met daarin
artikelen betreffende de nieuwe grondwet, 1848. Gedrukt.
4 stukken.
88
1618.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Th. von Siebold te Leiden betreffende diens presentatie
aan het Hof, 1850.
3 stukken.
iv.
Buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Sint Petersburg 1837-1840.
(1).
Aanstelling, infunctietreding en ontslag.
1662, 1832.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van H.J. van Doorn [van Westcapelle], J.D.B.A. van
Heeckeren te Baden en J.G. Verstolk van Soelen betreffende de benoeming tot buitengewoon gezant te St.
Petersburg, 1837. Met concepten van antwoord.
1 omslag.
N.B. Mr. H.J. (Henri) baron van Doorn van Westcapelle was secretaris van staat (1836-1840) en Mr. J.G. baron Verstolk van Soelen
minister van buitenlandse zaken (1825-1841).
1663.
Koninklijk Besluit tot benoeming van Gerrit Schimmelpenninck tot buitengewoon gezant te St. Petersburg,
1837. Authentiek uittreksel, 1837. Met begeleidende correspondentie van Gerrit Schimmelpenninck met J.G.
Verstolk van Soelen.
1 omslag.
1664.
Akte van verhuur door James en Constantin Thal aan Gerrit Schimmelpenninck van een woning te St.
Petersburg ‘dans la Grande Morscoi’ voor een periode van twee jaar, 1837.
1 stuk.
1676.
Reispas voor de heer en mevrouw Schimmelpenninck en hun kinderen en personeel, geviseerd door
autoriteiten onderweg, 1839.
1 stuk.
1670, 1726.
Koninklijk Besluit waarbij aan Gerrit Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als buitengewoon gezant en
gevolmachtigd minister bij het Hof van Rusland, 1840. Met een begeleidend schrijven.
1 stuk.
1671, 1727, 1731.
Koninklijk Besluit waarbij aan Gerrit Schimmelpenninck wordt toegestaan het afscheidsgeschenk van de
Keizer aller Russen, zijnde een doos met diens beeltenis, te aanvaarden, 1840. Met begeleidende schrijvens.
1 omslag.
(2).
Correspondentie
(a).
Ingekomen stukken
1457.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck te Sint Petersburg van J.G. de Mey van Streefkerk van
vriendschappelijke aard, 1838.
2 stukken.
1667.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck betreffende zijn reis van St. Petersburg over Stockholm naar
huis, 1839.
3 stukken.
N.B. Afzenders, J.G. Verstolk van Soelen, H.J. van Doorn en H. van Zuylen van Nyevelt; blijkbaar was hem onderweg een ongeluk
overkomen.
89
1668.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. Verstolk van Soelen betreffende de salariëring tijdens
zijn verlof, 1839. Met een bijlage en concept van antwoord.
3 stukken.
1673.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan J.G. Verstolk van Soelen waarin hij klaagt over te weinig actuele
informatie te beschikken, concept, 1838. Met een antwoord van Verstolk, 1839.
2 stukken.
1468, 1469.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van A.A. Kovalkoff, 1840.
2 stukken.
1669.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van J.G. Verstolk van Soelen betreffende de uitvinding van de
heer Uthe, 1840.
1 stuk.
(b).
Uitgaande stukken
1665.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck, buitengewoon gezant te St. Petersburg, aan Karl Robert von Nesselrode,
vice-kanselier van Rusland, betreffende de Russische staatsschuld, 1838. Concept met bijlagen.
1 omslag.
1666.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan J.G. Verstolk van Soelen. Mei 1838. Concepten.
2 stukken.
1684.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck [aan de minister van buitenlandse zaken] waarin hij verslag doet van de
brand in het keizerlijk paleis te St. Petersburg, 1838. Concept.
1 stuk.
(3).
Diplomatieke stukken
1672.
Toeristische informatie over Nederland van de hand van Gerrit Schimmelpenninck ten behoeve van de reis van
de erf-grootvorst Alexander Nikolajewitsj van Rusland, 1838. Met een concept van een brief van
Schimmelpenninck aan prof. Lipman met het verzoek dit geschrift kritisch door te nemen.
2 stukken.
1652.
Geboorte- en sterfteoverzicht van de buitenlandse kerkelijke gemeenten te St. Petersburg, 1838.
1 stuk.
1675.
Programma van de festiviteiten ter gelegenheid van het huwelijk van de grootvorstin Maria Nicolajevna van
Rusland met hertog Maximiliaan van Leuchtenberg, [1839]. Gedrukt.
1 stuk.
(4).
Financiën
****.
Rekeningen-courant van Gerrit Schimmelpenninck en zijn bankier te Sint Petersburg, 1838-1840.
3 omslagen.
1642.
1643.
1644.
1838.
1839.
1840.
90
1682.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de door hem gemaakte onkosten als gezant te St.
Petersburg, 1839.
3 stukken.
1647.
Aantekeningen van financiële aard van Gerrit Schimmelpenninck tijdens zijn verblijf te St. Petersburg, [ca.
1839].
1 omslag.
1641.
Rekening voor Gerrit Schimmelpenninck voor de vervoerskosten van 17 kisten van St. Petersburg naar
Amsterdam, 1840.
1 stuk.
(5).
Overige stukken
1681.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende het Russische alfabet, [ca. 1838].
3 stukken.
1653.
Menu’s van diners [bijgewoond door Gerrit Schimmelpenninck], 1838-1839.
1 omslag.
****.
Overzichten en lijsten van vertrekdagen van stoomschepen en pakketdiensten, gedrukt, 1839.
3 stukken.
1677.
1678.
1679.
Stockholm en Travemünde v.v..
Polheim-Thor.
Cronstadt naar Stockholm v.v..
1646.
Lijsten van gedane visites door Gerrit Schimmelpenninck te St. Petersburg, [ca. 1839].
1 omslag.
1649.
Uitnodiging voor de heer en mevrouw Schimmelpenninck van de graaf d’Appony te St. Petersburg om te
komen dineren, [1839].
1 stuk.
1674.
Verslag van Gerrit Schimmelpenninck van zijn reis van het Nijenhuis naar St. Petersburg, 1840.
1 omslag.
v.
Buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, 1846 - 1848 en 1848 - 1852.
N.B. Gerrit Schimmelpenninck was van 31 oktober 1846 tot 25 maart 1848 en van mei 1848 tot 2 mei 1852 buitengewoon gezant en
gevolmachtigd minister aan het Hof van Sint James te Londen. In de maanden maart, april en mei was Schimmelpenninck
kabinetsformateur, voorzitter van de ministerraad en tijdelijk minister van Financiën en van Buitenlandse Zaken.
(1).
Aanstelling, infunctietreding en ontslag.
1875.
Stukken betreffende de benoeming van Gerrit Schimmelpenninck als buitengewoon gezant en gevolmachtigd
minister te Londen, 1846.
1 omslag.
1839.
‘Instructie voor den graaf G. Schimmelpenninck, onzen Buitengewoon Gezant en Gevolmagtigd Minister te
Londen’, 1846.
1 stuk.
N.B. Getekend door Koning Willem II te Tilburg.
91
1550.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck betreffende de ‘reductie der tractementen’ en
zijn ontslag als buitengewoon gezant te Londen, 1846-1851.
1 omslag.
1510.
Krantenknipsel betreffende Gerrit Schimmelpenninck, bij zijn benoeming tot buitengewoon gezant te Londen,
[1848].
1 stuk.
1876.
Stukken betreffende de ontslagname door Gerrit Schimmelpenninck als buitengewoon gezant te Londen, 1851.
Afschriften.
(2).
Correspondentie.
(a).
Ingekomen stukken.
(i).
Correspondentie met Nederlandse politici en particulieren.
1462.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [G.A.G.P.] van der Capellen op Vollenhoven [te De Bilt]
betreffende de memoires van Lord Malmesbury, 1846.
1 stuk.
1534.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [P.C.] Hoynck van Papendrecht te Rotterdam, 1846.
1 stuk.
1532.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van F.A. van Hall te Den Haag, 1847.
1 stuk.
N.B. Mr. Floris Adriaan van Hall (1791-1866), was minister van Financiën 1844-1848.
1533.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck te Londen van M.C. van Hall te Amsterdam, 1847. Met concept
van antwoord.
2 stukken.
N.B. Mr. Maurits Cornelis van Hall (1768-1858), was lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1842-1849.
1855.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van prinses Sophie van Wurtemberg [de vrouw van de prins
van Oranje], 1847. Met concepten van antwoord.
1 omslag.
1861.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan prins Hendrik der Nederlanden, 1847. Concept.
1 stuk.
1535.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van S.P. Lipman, 1848.
1 stuk.
Mr. Samuel Philippus Lipman († 1871), advocaat te Amsterdam.
1613, 1617.
Brief ingekomen bij Gerit Schimmelpenninck van prinses Sophie der Nederlanden, vrouw van erfgroothertog
Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach, te Weimar, 1849. Met concept van antwoord
2 stukken.
1632.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck te Londen van P. Halbertsma bij zijn vertrek naar Patria, [ca.
1850].
1 stuk.
92
(ii).
Correspondentie met verschillende Engels autoriteiten, politici en particulieren.
****
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van leden van het Engelse kabinet, 1846-1851.
11 omslagen.
1576.
Lord Palmerston, 1846-1851.
N.B. Henry John Temple (1784-1865), sedert 1802 3rd Viscount Palmerston, was Foreign Secretary 1846-1851 en Prime
Minister 1855-1858 en 1859-1865.
1577.
The Earl of] Auckland, 1847.
N.B. Georg Eden (1784-1849), sedert 1815 2nd Baron Auckland en 1838 1st and last Earl of Auckland, was First Lord of the
Admiralty 1835 en 1846-1849.
1580, 1581.
[Lord John] Russell, First Lord of the Treasury, 1847 en [ca. 1850].
N.B. John Russell (1792-1878), sedert 1860 1st Earl Russell, was Prime Minister 1846-1852.
1582.
Henry Labouchère (president of the Board of Trade), 1847.
N.B. Henry Labouchere (1798-1869), sedert 1859 1st Baron Taunton, was Chief Secretary for Ireland 1846-1847 en President of
the Board of Trade 1847-1852.
1604.
Lord Stanley, 1847 en 1851.
N.B. Edward George Geoffrey Smith-Stanley (1799-1869), sedert 1851 14th Earl of Derby, was Secretarys of State for War and
the Colonies 1841-1845 en Prime Minister 1852, 1858-1859 en 1866-1868.
1584.
Lord Campbell, 1849.
N.B. John Campbell (1779-1861), sedert 1841 1st Baron Campbell, was Chancellor of the Duchy of Lancaster 1846-1850.
1589.
Sir George Grey, Secretary for the Home Department, 1849.
N.B. Georg Grey (1799-1882), sedert 1828 2nd Baronet, was Secretary of State for War and the Colonies 1846-1852.
1595.
Lord Lansdowne, 1849.
N.B. Henry Petty-Fitzmaurice (1780-1863), sedert 1809 3rd Marquess of Lansdowne, was Lord President of the Council
1846-1852.
1592.
Robert Peel, [ca. 1850].
N.B. Sir Robert Peel (1788-1850), sedert 1830 2nd Baronet, was Prime Minister 1834-1835 en 1841-1846.
1601.
M. Salisbury, [ca. 1850].
N.B. James Brownlow William Gascoyne-Cecil (1791-1868), sedert 1823 2nd Marquess of Salesbury, was Lord Privy Seal in
1852.
1588.
Anglesey, [ca. 1850].
N.B. Henry William Paget (1768-1854), sedert 1815 1st Marquess of Anglesey, was Master-General of the Ordnance 1846-1952.
****.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Engels autoriteiten en particulieren, 1847-1851.
13 omslagen.
Afzenders:
1599. Sir Howard Douglas, 1847.
N.B. Sir Howard Douglas, 3rd Baronet (1776-1861), was een prominent militair en Member of Parliament for Liverpool
1842-1847.
1586.
John [Kinnersley] Hooper, burgemeester van Londen, 1847.
N.B. John Kinnersley Hooper (1791-1854), was Lord Mayor of London 1847-1848.
1593.
Lord Clancarty, 1847.
N.B. William Thomas Le Poer Trench (1803-1872), sedert 1837 3rd Earl of Clancarty en 2e Markies van Heusden (Nederland).
1600.
Henry Ellis, 1847 en 1848.
N.B. Henry Ellis (1777-1869), sedert 1833 Sir Henry Ellis, was Prinicipal Librarian at the British Museum 1827-1856.
1575, 1590.
The Duke of Wellington, 1847 en 1850.
N.B. Arthur Wellesley (1769-1852), sedert 1814 1st Duke of Wellington en 1815 Prins van Waterloo (Nederland), was Prime
Minister 1828-1830 en 1834 en Leader of the House of Lords 1834-1835 en 1841-1846.
1594.
Lord Brougham, 1847 en [ca. 1850].
N.B. Henry Peter Brougham (1778-1868), sedert 1830 1st Baron Brougham and Vaux, was Lord Chancellor 1830-1834 and was
in latere jaren bekend als excentriekeling in o.a. Cannes.
1591.
Charles Wood, 1849.
N.B. Charles Wood (1800-1885), Brits politicus.
1608.
R. Abercromby, [ca. 1850].
N.B. Ralph Abercromby (1803-1863), sedert 1858 2nd Baron Dunfirmline, was Brits gezant te Turijn 1840-1851.
1609.
F.G. Leeds, [ca. 1850].
N.B. Francis D’Arcy Osborne (1798-1859), sedert 1838 7th Duke of Leeds, was een Brits politicus.
93
1602.
Charles P. Villiers, [ca. 1850].
N.B. Charles Pelham Villiers (1802-1898), was van 1835 tot zijn overlijden een vooraanstaand Member of Parliament.
1808.
Alexander Woodford, [ca. 1850].
N.B. Sir Alexander George Woodford (1782-1870), luitenant-generaal, vocht bij Waterloo.
1579, 1587.
Somerset, 1851.
N.B. FitzRoy James Henry Somerset (1788-1855), sedert 1852 1st Baron Raglan, was luitenant-generaal van de strijdkrachten.
1603.
Lord Granville, 1851.
N.B. Granville George Leveson-Gowes (1815-1891), sedert 1846 2nd Earl Granville, was Paymaster-General 1848-1852.
****
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck te Londen van verschillende personen over diverse
onderwerpen, 1848-1851.
10 omslagen.
Afzenders:
1846. N.N. Parker, 1848 en 1850. Met concept van antwoord.
1598. J. Knesebeck, 1849.
1607. J. Higgins, 1849.
1806. Janny Russell [te Londen], 1849.
1630, 1834.
Duchess of Inverness te Kensington Palace, [ca. 1850].
N.B. Betreft: Cecilia Letitia Underwood, verheven tot hertogin van Inverness 1840, tweede vrouw van Augustus Frederik, prins
van Groot-Brittannië, hertog van Sussex.
1583.
Markies van Villafranca, [ca. 1850].
N.B. Pedro de Alcàntara Àlvarez de Toledo y Palafox (1803-1867), sedert 1821 17de hertog van Medina Sidonia, was Spaans
politicus.
1606.
1578.
1605.
1596.
Abbott N.N. (U.S. legatie), 1850.
W. Hall, 1851.
N.N. Waddington, 1851.
Onleesbaar, [ca. 1850].
1867.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van A. de Cosson waarbij deze aan koning Willem II een
schilderij te koop aanbiedt, met een brief van A.G.A. van Rappard dat de koning niet op het aanbod zal ingaan,
1848.
2 stukken.
1633.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van N.N. Nerari te Madiri om hem te bedanken voor een
introductiebrief, 1848.
1 stuk.
1849.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [Lord Holland te Londen], betreffende de afwezigheid van
G.S., [1848].
1 stuk.
N.B. Henry Fox (1802-1859), sedert 1840 2nd Baron Holland, was Brits politicus en attaché te Sint Petersburg en Wenen 1835-1838,
secretaris van de legatie bij de Duitse Bond 1838 en te Florence 1839-1846.
1622.
Brief van J. Birk aan John Templer te Greenwich, [ca. 1850].
1 stuk.
N.B. Diende mogelijk als bijlage bij een ingekomen stuk bij Schimmelpenninck.
(b).
Uitgaande stukken.
1865.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck te Londen aan N.N. en Lord Palmerston bij zijn vertrek naar Nederland,
[1848]. Concepten.
2 stukken.
N.B. Henry John Temple (1784-1865), sedert 1802 3rd Viscount Palmerston, was Foreign Secretary 1846-1851 en Prime Minister
1855-1858 en 1859-1865.
1536.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck te Londen aan Peerlkamp, 1848. Klad.
94
1 stuk.
N.B. Peter Hofman Peerlkamp (1786-1865) was sedert 1822 hoogleraar te Leiden.
(3).
Vertrouwelijke stukken.
****.
Geheime en vertrouwelijke briefwisseling tussen Gerrit Schimmelpenninck en de verschillende ministers van
Buitenlandse Zaken te ’s-Gravenhage,
1 omslagen en 3 pakken.
1860.
J.A.H. de la Sarraz, 1846-1847.
N.B. James Albert Henry de la Sarrez (1787-1877), was minister van Buitenlandse Zaken 15 oktober 1843 – 1 januari 1848.
1546.
L.N. van Randwyck, met concepten van antwoord, 1848.
N.B. Mr. Lodewijk Napoleon graaf van Randwijk (1807-1891), was minister van Buitenlandse Zaken 1 januari 1848 – 25 maart
1848.
1872.
L.A. Lightenvelt, 1848-1849.
N.B. Mr. Leonardus Antonius Lightenvelt (1795-1873), was minister van Buitenlandse Zaken 21 november 1848 – 1 november
1849.
1873.
H. van Sonsbeeck, 1849-1851.
N.B. Mr. Herman van Sonsbeeck (1796-1865), was minister van Buitenlandse Zaken 1 november 1849 – 16 oktober 1852.
1549.
Geheime en vertrouwelijke brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck te Londen van A.A. Bentinck,
met concepten van antwoord, 1848.
1 omslag.
N.B. Beloopt de periode mei-augustus 1848. Mr. Arnold Adolf baron Bentinck van Nijenhuis (1798-1868), was tijdelijk minister van
Buitenlandse Zaken na het vertrek van Gerrit Schimmelpenninck.
(4).
Diplomatieke stukken.
1866.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan A.G.A. van Rappard, directeur van het kabinet des konings, met het
verslag van zijn onderhoud met koningin Victoria, [1848]. Concept.
1 stuk.
****.
Stukken betreffende het bezoek van de Prins van Oranje aan Londen, waar hij na het overlijden van zijn vader
koning Willem II, de koninklijke waardigheid ontvangt, 1849.
7 stukken.
1610.
1862.
1871.
1637.
164.
1537.
1538.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [P.] Arriëns betreffende het bezoek van de prins
van Oranje aan Londen, [1849]. Met een bijlage.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan de prins van Oranje, 1849. Concept.
Telegram van Gerrit Schimmelpenninck aan N.N. Darlington met de mededeling dat hij spoedig moet
vertrekken in verband met de slechte gezondheidstoestand van koning Willem II, 18[49].
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van N.N. om te bedanken voor betoonde discretie ten
opzichte van de prins van Oranje, [1849].
Brief van George, hertog van Cambridge, aan [Gerrit] graaf Schimmelpenninck met de vraag een brief
over te brengen aan de koning der Nederlanden, 1849.
Tekst van de proclamatie van koning Willem III na de dood van zijn vader, 1849. Klad in de hand van
Gerrit Schimmelpenninck.
Brieven van en aan Gerrit Schimmelpenninck te Londen van/aan de minister van Buitenlandse Zaken,
Mr. Leonardus Antonius Lightenvelt, betreffende het bezoek van de prins van Oranje aan Londen,
1849. Afschriften.
N.B. Lightenvelt was minister van 21 november 1848 – 1 november 1849.
1551.
Verslagen van de besprekingen gehouden op het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Londen betreffende een
vergelijk tussen Nederland en België, 1838-1839. Gedrukt.
1 omslag.
95
(5).
Overige stukken.
1807.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan N.N. te Londen betreffende een toegezonden rekening wegens door
hem veroorzaakte schade, 1853. Concept.
1 stuk.
vi.
Voorzitter van de ministerraad 1848
N.B. Gerrit Schimmelpenninck werd op 16 maart 1848 door koning Willem II aangezocht als kabinetsformateur. Formeel wordt hij
aangesteld op 25 maart tot formateur en voorzitter van een voorlopig ministerie. Tevens wordt hij belast met het beheer van de
portefeuilles van Buitenlandse Zaken en Financiën. Als gevolg van onenigheid over een nieuwe grondwet, biedt Schimmelpenninck zijn
ontslag in, dat hem op 17 mei 1848 werd verleend.
1740.
Koninklijk Besluit van 31 maart 1842 waarbij bepalingen worden vastgesteld omtrent de Raad van Ministers,
1842. Gedrukt.
1 stuk.
1500.
Brief ingekomen bij koning Willem II van de commissie, ingesteld 17 maart 1848, waarbij goedkeuring wordt
gehecht aan de benoeming van Gerrit Schimmelpenninck tot kabinetsformateur, 1848. Afschrift.
1 stuk.
1739.
Brief van den tijdelijken Minister van Oorlog aan den Koning ter openlegging zijner gevoelens aangaande het
ontwerp van gewijzigde grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden, voorgesteld door de commissie,
benoemd bij Koninklijk Besluit van den 17 maart 1848 (’s-Gravenhage 1848). Gedrukt.
1 stuk.
N.B. De auteur is Charles Nepveu, minister van Oorlog a.i..
1499.
Aflevering van de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 18 maart 1848 met daarin artikelen betreffende de
grondwetswijziging, 1848. Gedrukt.
1 stuk.
1497.
Aflevering van de Nederlandsche Staats-courant van 28 maart 1848 met daarin een verslag van de zitting van
de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 27 maart 1848. Gedrukt. Met een dubbel.
2 stukken.
1541.
‘Register van ingekomen en verzonden stukken aan de onderscheidene Departementen’, 30 maart – 8 mei
1848.
1 katern.
N.B. Gehouden door Gerrit Schimmelpenninck als voorzitter van de raad van ministers.
1542.
Begeleidende brieven van de in het ‘Register’ genoemde ingekomen en verzonden stukken, 1848.
1 omslag.
1503f. Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, tijdelijk voorzitter van de raad van ministers, dd. 15 april 1848
van A.G.A. van Rappard ter begeleiding van de tekst van het door de Commissie aan de koning aangeboden
ontwerp van gewijzigde grondwet, 1848.
1 stuk.
1496.
G[errit] Schimmelpenninck, Rapport en missive op den 11den mei 1848 aan den Koning gericht, (Den Haag en
Amsterdam 1848). Gedrukt. Met dubbelen.
4 deeltjes.
1502.
Rapport opgesteld door Gerrit Schimmelpenninck voor koning Willem II, 11 mei 1848, in de Engelse taal,
1848.
1 omslag.
96
1501.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan koning Willem II en prins Hendrik betreffende de kabinetsformatie,
1848. Kladden.
2 stukken.
1503a. Verslag in de Franse taal door N.N. van een bijeenkomst van koning Willem II met de afgezanten van
Oostenrijk, Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland op 16 maart 1848 betreffende de situatie in Nederland, [1848]
1 stuk.
1503b. Brief van minister N.N. aan de [Eerste Kamer der Staten-Generaal] betreffende de urgentie van besluitvorming
over de algemene herziening van de grondwet, 1848.
1 stuk.
N.B. De schrijver deelt mee dat hij na het aftreden van Gerrit Schimmelpenninck als voorzitter van de raad van ministers, volgens het
reglement de komende maand als zodanig zal fungeren.
1503c. Koninklijk Besluit van 13 mei 1848 waarbij A.A. Bentinck benoemd wordt tot tijdelijk minister van
Buitenlandse Zaken, 1848.
1 stuk.
1526.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck bij zijn benoeming als voorzitter van de raad
van ministers, 16-28 maart 1848.
1 omslag.
1529.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan koning Willem II betreffende de grondwetsherziening, 1848.
Concepten.
3 stukken.
1539.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck als voorzitter van de raad van ministers van de
Hoofdvereeniging van het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap te Groningen met betrekking tot het
ontwerp voor een nieuwe grondwet, 1848.
1 stuk.
1869.
Brief [ingekomen bij de minister van buitenlandse zaken] van de Reichsminister des Innern te Frankfurt a/M
betreffende de grondwetswijziging in Nederland en de positie van Limburg, 1848. Afschrift.
1 stuk.
1540.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck met betrekking tot de grondwetswijziging, [1848].
1 omslag.
N.B. Behelst ondermeer de positie van Limburg.
1868, 1870.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan [A.A.] Bentinck betreffende de positie van Limburg en de situatie
in Nederlands-Indië, 1848. Concepten.
2 stukken.
1544.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de bespreking in de Eerste Kamer der StatenGeneraal van het ontwerp der grondwetsherziening, 1848.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Gerrit Schimmelpenninck van verschillende personen, 1848.
12 omslagen.
1520. Prins Hendrik der Nederlanden.
1524. J.C. Baud.
1522. J.A.T. Cohen Stuart.
1521. [J.K. van] Goltstein.
1512, 1844.
F.A. van Hall.
97
1864. J.W. Huyssen van Kattendijke. Met concept van antwoord.
1516. J.M. de Kempenaer.
1514. N.N. van Loon.
1513. [C.S.W.J.] van Nagell op Wisch.
1845. C.A. den Tex te Amsterdam.
1519. W.H.J. van Westreenen van Tiellandt.
1518, 1843.
H. van Zuylen van Nijevelt.
1847.
G. Groen van Prinsterer, Aan G. Graaf Schimmelpenninck, minister van staat, enz., over de vrijheid van
onderwijs (’s-Gravenhage 1848). Gedrukt. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
1530.
Rapport van Gerrit Schimmelpenninck aan koning Willem II betreffende de grondwetsherziening, 11 mei 1848.
Klad.
1 omslag.
N.B. Later gedrukt als: Rapport en missive op den 11den Mei 1848 aan den Koning gerigt.
1527.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck bij zijn ontslag als voorzitter van de raad van
ministers, 12-17 mei 1848.
1 omslag.
1528.
Grondwet van het Konigrijk der Nederlanden, (’s-Gravenhage 1840). Gedrukt.
1 katern.
1732.
Koninklijke Besluiten waarbij aan enige ministers ontslag wordt verleend en Gerrit Schimmelpenninck wordt
benoemd tot voorzitter van de Raad van Ministers en tot minister van Buitenlandse Zaken en van Financiën,
1848.
2 stukken.
1525.
‘Notanda’, verslag van Gerrit Schimmelpenninck van het gepasseerde vanaf de 3e maandag in oktober 1847 tot
[medio mei 1848].
1 omslag.
1543.
Rapport door Gerrit Schimmelpenninck van de Eerste Afdeling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
betreffende de bespreking van het ontwerp der grondwetsherziening, 1848.
1 omslag.
vii.
Tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken 1848
1856.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck, minister van Buitenlandse Zaken, van prinses Marianne
(prinses Albrecht van Pruisen) te Voorburg, betreffende het transport van 33 kisten met haar bezittingen van
Camenz naar Rotterdam, 1848.
1 stuk.
1515, 1548.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van prinses Sophie der Nederlanden te Weimar, 1848. Met
een concept van antwoord, 1848.
4 stukken.
1848.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van N.N. betreffende de internationale politieke situatie, 1848.
1 stuk.
****.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende de opstand te Parijs,
1848.
98
2 stukken.
1863.
1639.
viii.
L.N. van Randwijck te Den Haag.
[onleesbaar] te Buitenzorg.
Tijdelijk minister van Financiën 1848
1503d. Koninklijk Besluit van 17 mei 1848 waarbij P.A. Ossenwaarde tijdelijk belast wordt met de leiding van het
Departement van Financiën, 1848.
1 stuk.
1503e. Brief van Gerrit Schimmelpenninck van 17 mei 1848 aan koning Willem II met de mededeling dat hij de
Departementen van Buitenlandse Zaken en van Financiën zal overdragen en daarna naar Londen vertrekt,
1848. Klad.
1 stuk.
1508.
Brief van ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van A.A. Bentinck te Brussel, om zijn komst als toekomstig
minister aan te kondigen, 15 mei 1848.
1 stuk.
1523.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Sir Edward N.N., 1848. Met concept van antwoord.
2 stukken.
1733.
Akte van overdracht door W.L.T.C. ridder van Rappard aan Gerrit Schimmelpenninck van het ministerie van
Financiën, 1848.
1 stuk.
1734.
Akte van overdracht door Gerrit Schimmelpenninck aan P.A. Ossewaarde van het ministerie van Financiën,
1848.
1 stuk.
1842.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van G.H. Bruce te Zwolle betreffende de politieke situatie,
1848.
1 stuk.
1850.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van F.A. van der Duyn van Maasdam met de mededeling dat hij
mogelijk wat later zal verschijnen in de vergadering van de Eerste Kamer, 1848.
1 stuk.
xi.
Overige functies
1718.
Koninklijk Besluit voor Gerrit Schimmelpenninck tot intrekking van zijn benoeming tot lid van de rechtbank
van koophandel te ’s-Gravenhage, 1827. Met concept van antwoord.
2 stukken.
1720.
Koninklijk Besluit waarbij Gerrit Schimmelpenninck wordt benoemd tot staatsraad in buitengewone dienst,
1832.
1 stuk.
1724.
Koninklijk Besluit waarbij Gerrit Schimmelpenninck wordt aangesteld als Minister van Staat, 1836. Met
concept van antwoord.
1 stuk.
99
1837.
Brief van Gerrit Schimmelpenninck aan de minister van staat Van Doorn met de mededeling dat hij de door de
koning aangeboden functie niet kan aanvaarden, 1840. Concept.
1 stuk.
1685.
Akte van ontslag voor Gerrit Schimmelpenninck als rustbewaarder bij de plaatselijke schutterij te ’sGravenhage, 1840.
1 stuk.
d.
Vermogenshandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
1799.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de firma Audenet & Slingerland te Parijs betreffende de
verkoop van waardepapieren, 1816.
2 stukken.
****
Stukken betreffende de deelname van Gerrit Schimmelpenninck in de firma N. & I. en R. van Staphorst,
1818-1820.
3 stukken.
1706.
1710.
1711.
Akte van compagnonschap tussen Gerrit Schimmelpenninck Gzn, Gerrit Schimmelpenninck RJzn en
Jan Adriaan toe Laer, 1818.
Akten van compagnonschap tussen Gerrit Schimmelpenninck RJzn. en J.A. toe Laer, 1819.
Akte van scheiding en deling van de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck Gzn. voor wat betreft
diens aandeel, 1820.
3228.
Kwitantie voor Gerrit Schimmelpenninck van N.N. Fabius te Diepenheim wegens de betaling van de aankoop
van onroerend goed van de erfgenamen van Johanna Berendina Bekkenkamp, 1847.
1 stuk.
2744.
Aanslagbiljetten voor Gerrit Schimmelpenninck wegens de te betalen directe belastingen op onroerend goed,
1853, 1856 en 1860.
4 stukken.
2435.
Kwitantie voor Gerrit Schimmelpenninck van de kerkelijk ontvanger van Goor wegens het geld voor vijf
aandelen in de geldlening van de Nederlands Hervormde Gemeente te Goor, 1854.
1 stuk.
3175.
Kwitantie voor Gerrit Schimmelpenninck van de ontvanger Poulie wegens de betaalde registratiekosten van het
koopcontract met G.J.H. Eeftink, 1854.
1 stuk.
****.
Rekeningen en kwitanties ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw, 1861-1863.
47 omslagen.
3193.
3225.
3201.
3197.
3223.
3221.
3181.
3189.
3205.
J.H. Bakker te Zutphen wegens geleverd fruit, 1862.
G.J. Bannink wegens verrichte arbeid, [1863].
B.J. Bittink wegens stovenzetten in de kerk, 1863.
J. Bosch te Lochem wegens geleverde dakpannen, 1863.
Brandwaarborgmaatschappij Zekerheid en Rust, 1861.
W. Brunnekreeft wegens bodediensten, 1863.
J.H. Bueters wegens cement en stenen, 1862-1863.
H.J. ten Cate wegens stroo, 1862.
J.H. ten Cate wegens geleverde was en ‘duivelsdrek’, 1863.
100
N.B. Duivelsdrek of Asafoetida werd gebruikt tegen winderigheid.
3200.
3188.
3180.
3177.
3211.
3222.
3224.
3217.
3204.
3218.
3216.
3182.
3209.
3208.
3190.
3199.
3210.
3191.
3185.
3194.
3186.
3184.
3213.
3207.
3226.
3187.
3220.
3219.
3196.
3192.
3206.
3198.
3179.
3202.
3203.
3183.
3178.
3212.
J. ten Dam wegens reparatie aan pannen en potten, 1862-1863.
Gebr. ten Doeschate te Goor wegens geleverd linnen, 1861.
H.H. Dunnholter wegens klokreparatie, 1863.
J. Groenendal wegens tuinzaden en -gereedschappen, 1862.
J.W. Groenendal wegens geleverd ijzerwerk, 1863.
De Haarlemsche Courant wegens abonnement, 1863.
Instituut voor Doofstommen te Groningen wegens contributie, 1863.
D. Jordaan & Zonen te Haaksbergen wegens geleverde kalk, 1863.
T. Kempers wegens bodediensten, 1863.
H.J. ter Keurst te Deventer wegens kruidenierswaren, 1863.
J. Kok & Zoon wegens loodgieterswerk, 1862-1863.
J.H. Koning wegens hekwerk, 1863.
A.J. Koop wegens arbeid aan de paardenstal, 1863.
J.G. Kramer wegens arbeid aan de broeikas, 1863.
G.J. Krüsemann wegens waskaarsen, 1862.
J. de Lange wegens een exemplaar van Journal des demoiselles, 1863.
De weduwe Langmans wegens geleverde zeep, blauwsel en stijfsel, 1862.
A. Lijsen te Zutphen wegens huur van rijtuig en paarden, 1862.
H.J. Lijsen wegens huur van rijtuig en paarden, 1863.
John Mortlock te Londen wegens serviesgoed, 1861.
J.L. Nering Bögel & Co. wegens een kolkplaat, 1863.
J. Noordendorp wegens winkelwaren, 1862-1863.
H. Rietman, schoenmaker, 1862-1863.
J.H. Rietman wegens werkzaamheden, 1863.
G. Schimmelpenninck & Co. te Deventer wegens geleverde wijn, 1862.
A.E.G. van Someren, boekhandel, 1863.
C.L. Taminiau & Zoon te Zutphen wegens bloempotten, 1863.
H. Top wegens verstelwerk, 1863.
J.W.J. Voltelen te Lochem wegens geleverde kolen, 1863.
D. Warmink wegens reparatie aan een stoelkussen, 1861.
D. Warmink wegens reparatie aan paardenstellen, 1863.
De Westervliersche Steenfabriek wegens geleverde metselsteen, 1863.
J. Wilgenhof, veearts te Goor, 1862-1863.
G.L. Tjeenk Willink te Zutphen wegens geneesmiddelen, 1863.
C.L. Witte wegens hagel en kruid, 1863.
G. Wolterink wegens vrachtkosten, 1863.
H. Wolterink wegens kolenemmers, 1862.
H. Wolterink wegens verfwerkzaamheden, 1863.
2434.
Schuldbekentenis ten behoeve van Gerrit Schimmelpenninck door Henri du Puy de Montbrun, 1862.
1 stuk.
3135.
Aantekeningen betreffende de inkomsten en uitgaven van Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw, 1862-1863.
1 omslag.
ii.
Familierechtelijke vermogenshandelingen
1713.
Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Gerrit Schimmelpenninck en Henrietta Euphemia Johanna Stulen,
1815. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
1472.
Lijst van roerende goederen en waardepapieren die Gerrit Schimmelpenninck inbracht bij zijn huwelijk,
[1818].
1 katern.
101
N.B. Ondertekend door Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw op 2 mei 1825.
1702.
Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Gerrit Schimmelpenninck en Jeanetta Philipine Frederique Caroline
Constantine von Knobelsdorff, 1819.
1 stuk.
3014.
‘Lijst der differente goederen welke de heer G. Schimmelpenninck meede ten huwelijk heeft gekregen’, 1825.
1 katern.
N.B. Ondertekend door Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw Jeannette van Knobelsdorff. Gezegeld met een niet identificeerbaar
alliantiewapen.
2483, 2484, 2487.
Uiterste wilsbeschikkingen van Jeannetta van Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, 1827, 1837
en 1850.
1 omslag.
1488.
Lijst van door Gerrit Schimmelpenninck overgenomen roerende goederen van zijn moeder, 1834.
1 stuk.
N.B. Betreft vee, gereedschap, tuinmeubilair, etc.
2481.
Akte waarbij Jeannette Ph.F.C.C. van Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, Petrus Cornelis
Nahuys aanwijst als voogd over haar minderjarige kinderen, 1846. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2508.
Stukken betreffende de nalatenschap van Jeanette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff, 18[52].
2 stukken.
1437.
Brieven van Gerrit Schimmelpenninck aan zijn zoon Rutger Jan betreffende zijn nalatenschap, 1854 en 1860.
Kladden.
2 stukken.
2409.
Testament van Gerrit Schimmelpenninck, 1855. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2410, 2480.
Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Gerrit Schimmelpenninck en Louise Charlotte Jeannette van
Schuylenburch, 1855. Met een dubbel. Authentieke gelijktijdige afschriften.
2 stukken.
3232, 3233, 3234, 3235, 3236, 3237.
Testamenten van Johanna van Dedem, weduwe van Friedrich von Knobelsdorff, met aanvullingen en akten van
deponering, 1846-1858, Authentieke afschriften ten behoeve van Gerrit Schimmelpenninck, 1860.
1 omslag.
N.B. Met potlood genummerd 1 t/m 6.
****.
Brieven ingekomen bij Gerard Schimmelpenninck van zijn kinderen naar aanleiding van de verdeling van de
boedel van Johanna van Dedem, weduwe van Friedrich von Knobelsdorff, 1860.
7 omslagen.
3241.
3245.
3239.
3242.
3243.
3240.
3244.
Zijn zoon Rutger Jan Schimmelpenninck. Met concepten van antwoord.
Zijn zoon Ernest Schimmelpenninck.
Zijn zoon Gerrit (Gerard) Schimmelpenninck.
Zijn dochter Catharina (Hansje) Schimmelpenninck, vrouw van Willem van Doorn.
Zijn schoonzoon Willem van Doorn. Met een concept van antwoord.
Zijn zoon Frederic (Frits) Schimmelpenninck.
Zijn zoon Antoine Schimmelpenninck.
102
****.
Ingekomen brieven bij Gerrit Schimmelpenninck van leden van de familie Van Knobelsdorff betreffende de
nalatenschap van Johanna van Dedem, weduwe van Friedrich von Knobelsdorff, 1860. Met concepten van
antwoord.
2 omslagen.
3247.
3248.
Zijn zwager Frederik Willem Adriaan Karel van Knobelsdorff.
Andere leden van de familie Van Knobelsdorff.
3238.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van Hendrik Jan van Leusen te Deventer betreffende de
taxatie van het onroerend goed in de nalatenschap van Johanna van Dedem, weduwe van Friedrich von
Knobelsdorff, 1860. Met enige concepten van antwoord.
1 omslag.
****.
Juridische adviezen voor Gerrit Schimmelpenninck ter zake van de verdeling van de nalatenschap van Johanna
van Dedem, weduwe van Friedrich von Knobelsdorff, 1860.
2 omslagen.
3246.
2473.
Van J.M. de Kempenaer.
Van H.W. Jordens te Deventer.
1490.
Aantekeningen van [Gerrit Schimmelpenninck] betreffende de verdeling van de nalatenschap van [Johanna van
Dedem, weduwe van Friedrich von Knobelsdorff], 1860.
1 omslag.
iii.
Nalatenschap
(1).
Regelgeving
2486.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de uitvoering van zijn laatste wilsbeschikkingen,
[1862-1863].
1 omslag.
1432, 2482, 2421.
Stukken betreffende het testament uit 1855 van Gerrit Schimmelpenninck en zijn vrouw Jeanette von
Knobelsdorff, 1863-1864.
1 omslag.
2509.
Aantekeningen van [Rutger Jan
Schimmelpenninck, [1863-1864].
1 omslag.
(2).
Onroerende goederen
Schimmelpenninck]
betreffende
de
nalatenschap
van
Gerrit
2406, 2496, 2497.
Stukken betreffende de taxatie van het landgoed het Nijenhuis te Diepenheim, opgesteld door J. Bosch, H.
Marsman en B. Oldenampsen, 1863.
1 omslag.
2440.
Lijst van door [Rutger Jan Schimmelpenninck] tegen taxatie overgenomen landbouwgereedschappen, vee, etc.,
[1863].
1 stuk.
103
2412, 2493, 2498, 2499, 2500, 2501, 2515.
Stukken betreffende de taxatie en de opbrengst van het houtgewas op het landgoed het Nijenhuis te
Diepenheim, 1863-1864.
1 omslag.
2408.
‘Tabel aanwijzende de verhooging van de Biesemaat en Markegronden’ financiële aantekeningen betreffende
de hoogte der waardevermeerdering, [1863]. Met aantekeningen.
2 stukken.
N.B. Betreft de boedelverdeling.
(3).
Roerende goederen
2492.
Taxatierapporten van de mobiele goederen in de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, [1863].
1 omslag.
1482.
Inventaris van de roerende goederen op het huis Nijenhuis, getaxteerd door G.P, Hulshof na het overlijden van
Gerrit Schimmelpenninck, 18[63]. Met een [gelijktijdig] afschrift.
1 omslag.
2413.
Taxatierapport van de op het Westerflier aanwezige gouden en zilveren artikelen [in de boedel van Gerrit
Schimmelpenninck], 1863.
1 stuk.
2490.
Staten van de te verdelen schilderijen en gravures in de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, [1863].
2 stukken.
2415.
Stukken betreffende de taxatie en verdeling van de schilderijen, tekeningen, enz., en voorwerpen in de
nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, [1863].
1 omslag.
2507.
Aantekeningen betreffende de door Gerrit Schimmelpenninck nagelaten roerende goederen, [1863].
1 omslag.
N.B. Een gedeelte werd openbaar verkocht.
3227.
Aantekeningen betreffende de betaalde en onbetaalde rekeningen in de boedel van Gerrit Schimmelpenninck,
[1864].
1 omslag.
1486, 1487.
Lijsten van de boeken in de bibliotheek ‘in het bouwhuis’ en ‘op het portaal’, [1864].
2 katernen.
2503, 3141.
Overzicht van de rekening-courant van de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck en de firma Holjé &
Boissevain betreffende het effectenbeheer, 1864. Met bijlagen.
1 omslag.
(4).
Correspondentie
2495, 2422, 2423, 2431, 2433, 2505, 2506, 2510, 2511, 3150, 3151, 3152, 3153, 3157, 3158, 3159.
Ingekomen brieven bij de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck van mede-erfgenamen, 1863-1864.
1 omslag.
104
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van notarissen betreffende de afwikkeling van de
nalatenschap, 1863-1864.
2 omslagen.
2906, 3131, 3138, 3156.
Notaris Westenberg te Deventer, 1864.
2494, 3231.
Notaris Wijnen te Goor, 1863 en 1864.
2420.
Brief ingekomen bij Frederic Johan Constantijn Schimmelpenninck van de firma Holjé & Boissevain
betreffende de waarde van een portret, 1864.
1 stuk.
N.B. Een portret, toegeschreven aan Van der Helst, afkomstig uit de boedel van Gerrit Schimmelpenninck.
2504, 3137, 3139, 3154, 3155.
Correspondentie tussen F.W.L. van Eck en J.M. de Kempenaer te Arnhem en F.M. Schmolck te ’s-Gravenhage
betreffende de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1864.
1 omslag.
(5).
Verdeling
2441.
Overzicht van de door Gerrit Schimmelpenninck ingestelde legaten in geld en van de crediteuren van de
boedel, [1863].
1 stuk.
2488.
Lijst van de door Gerrit Schimmelpenninck aan zijn zonen gelegateerde voorwerpen, [1863].
1 stuk.
2419.
Stukken betreffende de verdeling der waardepapieren in de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1863.
1 omslag.
2414.
Stukken betreffende de verdeling van de onroerende goederen in de nalatenschap van Gerrit
Schimmelpenninck, [1863].
1 omslag.
3134.
Stukken betreffende de berekening van de aan de ‘gravin douairière’ toekomende bedragen uit de nalatenschap
van wijlen haar man Gerrit Schimmelpenninck, 1863-1864.
1 omslag.
2411, 2513, 3136, 3140, 3230.
Memorie van aangifte van de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1864. Met concepten, bijlagen en
een bewijs van afgifte.
1 omslag.
1483.
Overzicht van de toedeling van de roerende goederen aan de gerechtigden in de nalatenschap van Gerrit
Schimmelpenninck, [1864].
1 katern.
2417, 2489, 3147.
Onderhandse akte van scheiding van een gedeelte van de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1864.
Afschrift. Met concept en een klad.
1 omslag.
105
2924.
Verklaring van G.C.F. Coninck Westenberg, notaris te Deventer, namens Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn
broer Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck, betreffende een foute kadastrale aanduiding in de akte van
scheiding en deling van de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1864.
1 stuk.
(6).
Nasleep
3142.
Maandelijkse overzichten van de rekening-courant van de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck met de
firma Holjé & Boissevain, 1863-1864.
1 omslag.
3143.
Stukken betreffende de administratie van de nog onverdeelde boedel van Gerrit Schimmelpenninck,
1863-1864.
1 omslag.
3144.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de predikant E. ten Breujel te Diepenheim om hem
namens de Diaconie van Diepenheim te bedanken voor de uitkering van een gift uit de nalatenschap van Gerrit
Schimmelpenninck, 1864.
1 stuk.
3130, 3214, 3215, 3195, 3229.
Kwitanties voor de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck wegens betaling van de levering van diverse
goederen en diensten, 1863-1864.
1 omslag.
3176.
Kwitanties voor de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck van diverse geneesheren wegens consulten,
1863-1864.
4 stukken.
3118.
Kwitantie voor de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck van de penningmeester van de Maatschappij der
Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1864.
1 stuk.
****.
Kwitanties voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens uitbetaalde uitkeringen aan verschillende personen uit
de boedel van zijn vader Gerrit Schimmelpenninck, 1864-1871.
8 omslagen.
3123.
3126.
3127.
3128.
3129.
3124.
3125.
3122.
Lammert Koopman, 1864-1868.
J.W. Groenendal en zijn vrouw Johanna Peters, 1864-1871.
Weduwe J. Huigens-Teekman, 1864-1866.
H. Marsman, 1864-1869.
Hendrik Alink, 1864-1871.
A.J. Oldenamsen en zijn vrouw Johanna Bruil, 1865-1869.
Gerrit Oldenampsen, 1865-1869.
Mientje Kruisheer, 1865-1869.
2519.
Stukken betreffende het beheer van het onverdeeld gebleven gedeelte van de nalatenschap van Gerrit
Schimmelpenninck, 1865-1899.
1 omslag.
2575.
Stukken betreffende de betaling van de schilder Kramer te Diepenheim, 1866.
2 stukken.
106
e.
Eerbewijzen en onderscheidingen
1719.
Missive ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de Kanselier der Orde van den Nederlandschen Leeuw
met de mededeling dat hij is benoemd tot ridder in die orde, 1829.
1 stuk.
1721.
Missive ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de Kanselier der Orde van den Nederlandschen Leeuw
met de mededeling dat hij is benoemd tot commandeur in die orde, 1833. Met concept van antwoord.
2 stukken.
1730.
Missive ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de Kanselier van de Orde van den Nederlandschen
Leeuw waarin wordt meegedeeld dat hij de versierselen van Ridder van de Koninklijke Friedrichs Orde van
Wurtemberg mag aannemen, 1840.
1 stuk.
3173.
Kwitantie voor de erfgenamen van Gerrit Schimmelpenninck van de kanselier der Beide Orden wegens het
retourneren van de versierselen als Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1864.
1 stuk.
5.
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck (1821-1893), trouwt 1849 Henriette
Wilhelmine Elisabeth Melvil (1827-1876).
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck, heer van Nijenhuis, Peckedam en Westerflier, zoon van Gerrit graaf Schimmelpenninck en Jeanette
Philippine Frederique Caroline Constantine von Knobelsdorff, geb. Amsterdam 9 mei 1821, juridisch doctor Leiden 1845, advocaat te
Amsterdam 1845-1854, lid van de gemeenteraad te Amsterdam 1854-1858, lid van de Tweede kamer der Staten-Generaal 1857-1866,
1873-1886 en 1888-1891, minister van Financiën 1866-1868, tijdelijk voorzitter van de Ministerraad 1866-1867, president-commissaris
van de Nederlandsche Rijnspoorweg Maatschappij, president-commissaris van de ijzergieterij Prins van Oranje te ’s-Gravenhage,
voorzitter van de Koninklijke Zoölogisch Botanisch Genootschap, lid 1861-1884 en voorzitter 1866-1893 van de Hoge Raad van Adel, lid
1880-1884 en voorzitter 1884-1893 van de hofcommissie, kamerheer i.b.d. van koning Willem III 1851-, grootmeester van het Huis des
Konings 1868-1881, opperkamerheer van koning Willem III 1881-1890 en koningin Wilhelmina (tevens waarnemend grootmeester van
koningin Emma) 1891-1893, overl. ’s-Gravenhage 23 april 1893, huwt Amsterdam 9 augustus 1849 met Henriette Wilhelmine Elisabeth
Melvil, geb. Amsterdam 29 oktober 1827, overl. ’s-Gravenhage 19 oktober 1876, dochter van Francis Melvil en Henriette Sillem.
a.
Privé-leven
i.
Algemeen
2098.
Schrijfoefening door Rutger Jan Schimmelpenninck, 1827.
1 stuk.
2092, 2093.
‘Historitjes voor ki[n]deren’, verhaaltjes door Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1830].
2 deeltjes.
N.B. Verlucht met tekeningen.
2099.
‘Nieuw schaduw-vermaak’, schimmen van enige historische en fabelfiguren, [ca. 1830].
1 omslag.
N.B. incompleet. Na het uitknippen der figuren kon men met behulp van kaarslicht schimmen op de muur projecteren. Afkomstig van
Rutger Jan Schimmelpenninck.
2089, 2090, 2091.
Aantekeningen en tekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1830-1843].
1 omslag.
107
2094.
Reisverslag van Rutger Jan Schimmelpenninck van een tocht met zijn ouders en broers en zusters naar Bad
Driburg, [ca. 1832].
1 katern.
N.B. Incompleet; verlucht met tekeningen; met een kaartje en ansichten van Driburg.
2096.
Aantekeningen van de gouverneur van de kinderen Schimmelpenninck van de vorderingen van zijn pupillen
Rutger Jan, Ernst en Gerard Schimmelpenninck, 1833.
1 deeltje.
3101.
Gedicht van F. Beelaerts van Blokland voor een vriendenalbum van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1835.
1 stuk.
2102.
Duitse oefeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1835].
1 stuk.
2104.
Goede raadgevingen voor Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn vader Gerrit Schimmelpenninck, 1836.
1 stuk.
2738.
Jachtvergunning voor Rutger Jan Schimmelpenninck Gerritszn., 1836.
1 stuk.
2095, 2097.
Oefenschriften voor Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende vertalingen uit de Metamorfosen van Ovidius,
1837.
2 deeltjes.
2112.
Letterpuzzel [van Rutger Jan Schimmelpenninck], [ca. 1840].
1 stuk.
2383.
Bewijs van eedaflegging voor Rutger Jan Schimmelpenninck als advocaat te ’s-Gravenhage, 1845. Geviseerd,
1845-1857.
1 stuk.
2113.
‘Reçette pour le bonheur’, gedichtje voor Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1845].
1 stuk.
2116.
‘Musée Comique’, prent met humoristische afbeeldingen, (Den Haag, Gebroeders Van Lier, [ca. 1845]).
Gedrukt.
1 stuk.
N.B. behoorde waarschijnlijk toe aan Rutger Jan Schimmelpenninck.
2100.
Explicatie van de panorama’s van de stad Constantinopel, de veldslag bij Sobraon, en het gezicht op Athene, te
zien in het Panorama Royal op Leicester Square te Londen, 1846. Met afbeeldingen.
1 deeltje.
N.B. Afkomstig van Rutger Jan Schimmelpenninck.
****.
Diploma’s voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens het lidmaatschap van verschillende instellingen,
1846-1870
3 stukken
2145.
2141.
2142.
2385.
De Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1846.
De Maatschappij voor Natuur- en Letterkunde ten zinspreuk voerende Diligentia te ’s-Gravenhage,
1858.
De Nationale Zangschool voor Handwerkslieden te ’s-Gravenhage, 1870.
Stukken betreffende de deelname van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Dienstdoende Schutterij te
Amsterdam, 1847-1854.
108
1 omslag.
2388.
Akte van minnelijke schikking tussen de firma Braselman & Bredt te Schwelm (Pruisen), vertegenwoordigd
door Rutger Jan Schimmelpenninck, advocaat, en Eduard H. Kersten te Amsterdam, 1849.
1 stuk.
2384.
Stukken betreffende de deelname van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de ‘commissie tot oprigting van een
Ruiter Standbeeld van Koning Willem II binnen de stad Amsterdam’, 1850-1851.
3 stukken.
2268.
Brieven van de Prins van Oranje aan zijn vader koning Willem II betreffende zijn wil tot het doen van afstand
van zijn rechten op de troon, 1848. Afschriften, gewaarmerkt door Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1850].
4 stukken.
2397.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het Hoofdbestuur van de Nederlandsche Maatschappij
ter bevordering van Nijverheid met dank dat hij als lid-donateur is toegetreden, 1860.
1 stuk.
3098.
Uitnodigingen voor Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw voor danspartijen, 1863 en 1870.
2 stukken.
2211.
Brochure ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Grande Société du Télégraphie du Nord te
Kopenhagen over de aanleg van onderzeese kabels, [ca. 1870].
1 stuk.
1970, 1971, 2156.
Stukken betreffende het bezoek van Prins Alexander der Nederlanden aan de familie Schimmelpenninck op het
Nijenhuis bij Diepenheim, 1872.
1 omslag.
N.B. Een geromantiseerde versie van dit bezoek: Homme Eernstma, Ook dit gaat voorbij. De historie van een prille liefde (Alphen aan den
Rijn 1985). Homme Eernstma is de ‘nom de plume’ van Feyo Schelto Sixma baron van Heemstra.
1972, 2386.
Stukken betreffende de benoeming van Henriette Melvil, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, tot dame
du palais van koningin Sophie der Nederlanden, 1872.
1 omslag.
1994.
Gelukwensen ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn vrouw bij hun 25-jarig huwelijksfeest,
1874.
4 stukken.
2053.
Uittreksel uit het geboorteregister van Amsterdam van de geboorte van Francis David Schimmelpenninck in
1854, afgegeven ten behoeve van de Nationale Militie in 1872.
1 stuk.
2140.
Naamdicht door E. de la Roche ter huldiging van Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1880].
1 stuk.
3095, 3132.
Visitekaartjes, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1880].
1 omslag.
3133.
Menukaart voor Rutger Jan Schimmelpenninck, [ca. 1880].
1 stuk.
109
ii.
Overlijden
1992.
Overlijdensannonce van Henriette W.E. Melvil, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1876.
1 stuk.
1993.
Couranten met artikelen betreffende het overlijden en de begrafenis van Henriette Schimmelpenninck-Melvil,
1876.
2 stukken.
****
Brieven van rouwbeklag ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck bij het overlijden van zijn vrouw, 1876.
15 omslagen.
1979.
1980.
1981.
1976.
1977.
1978.
1985.
1990.
1986.
1983.
1989.
1987.
1982.
1984.
1988.
G. Aalbers te Buitenpost.
Nicolaas Beets te Utrecht
H. Boers (Nijenhuis).
Th. Borret te Vogelenzang.
N.N. van Dissel te Lochem.
N. Jannink te Goor.
G. Lamers te Groningen.
[Bernard Edmond] Loisel te Valkenburg.
J.C. van Marken te Amsterdam.
John Melvil te Driebergen.
A. van der Oudermeulen.
[M.C.H.] Pauw van Wieldrecht te Zeist.
[P.H.] Saaymans Vader te Den Haag, met een boekwerkje.
Zijn broer Gerard Schimmelpenninck op Diepenheim.
[J.P.P.] van Zuylen van Nyevelt te Parijs.
1995.
Rekeningen ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de begrafenis en het graf van Henriette
Schimmelpenninck-Melvil, 1876 en 1877.
2 stukken.
b.
Correspondentie
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Schimmelpenninck van naaste familieleden, 1830-1882.
16 omslagen.
1965, 2114, 2854.
Zijn grootmoeder Catharina Schimmelpenninck-Nahuys, 1830-1835 en 1841.
1966, 2106.
Zijn moeder Jeannette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff, 1833-1836 en 1839-1845.
2103, 2856.
Zijn vader Gerrit Schimmelpenninck, 1838-1845 en 1849.
2115. Zijn grootmoeder Johanna von Knobelsdorff-van Dedem, 1840 en 1844.
2062, 2587, 2620, 2659.
Zijn broer Gerrit Jan Schimmelpenninck, 1854-1855, 1872-1873 en 1888.
2057, 2058, 2059.
Zijn vrouw Henriette Schimmelpenninck-Melvil te Den Haag en op huize Westerflier, 1860 en 1862.
1335, 2368.
Zijn neef Gerrit Schimmelpenninck Jzn. te Amsterdam, 1857 en 1862-1869.
2060. Zijn dochter Henriette Schimmelpenninck, 1860 en 1862.
2061. Zijn zoon Gerard Schimmelpenninck, 1862.
1471. Zijn vader Gerrit Schimmelpenninck betreffende de plannen van Maurice Nahuys, 1862.
N.B. Mogelijk was Nahuys van plan om te komen tot een monument voor de raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck.
1343.
W. Schimmelpenninck te Deventer betreffende genealogisch onderzoek, 1862.
110
1991. Zijn (schoon?)moeder, [1876].
2432. Zijn oom Frederik W.A. van Knobelsdorff van de Gelder, 1882. Met een bijlage.
2619, 2661.
Zijn zoon Louis Schimmelpenninck, 1888.
2618. Zijn schoondochter Eugenie Lucius, vrouw van Louis Schimmelpenninck, 1888.
2621. Zijn zoon Robert Schimmelpenninck, 1888.
2351.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van leden van de Broederschap G.H.L., 1856-1857.
1 omslag.
N.B. Deze geheime protestantse broederschap keerde zich vooral tegen het opkomend Jezuïtisme.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over allerlei onderwerpen,
1856-1888.
12 omslagen.
2365.
2636.
2583.
3314.
3313.
3334.
3417.
2595.
2554.
2658.
2633.
2660.
Fred. Muller, 1856.
A.J. Duymaer van Twist te Deventer betreffende de uitgave van een boek, 1857.
[Notaris] Westenberg betreffende de afrekening van diverse transacties, 1862.
Zijn neef Robert toe Laer betreffende diens zoon in de Verenigde Staten, 1869.
L.E.A. Sloet met dank voor bemiddeling bij zijn benoeming tot rechter te Winschoten, 1869.
A. Schimmelpenninck van der Oye van Nijenbeek over persoonlijk zaken, 1873.
G.W. Sachse te Enschede met verzoek tot bemiddeling bij de aanstelling van zijn schoonzoon als
onderwijzer te Diepenheim, 1873.
N.N. van Duyl te Zutphen betreffende de wisselwachter te Markelo, 1874.
De stationschef der Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij betreffende een verloren gouden
ring, 1880.
N.N. Molk (?) te Goor, 1888.
P.H. Taets van Amerongen te Markelo betreffende een verzekeringspolis, 1888.
W.C. Verweij Mejan betreffende een juridische kwestie, 1888.
2578.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerard J.C. Schimmelpenninck
betreffende de veiling van het Huis te Diepenheim, 1867.
4 stukken.
2589.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van W. van der Muelen te Goor betreffende de verkoop van
‘het plaatsje’ van de heer Oddelman, 1874.
1 stuk.
3113.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Frits betreffende de genealogie van de
familie Schimmelpenninck, 1883.
3 stukken.
1915.
Brieven ingekomen bij Louise Schimmelpenninck van haar grootvader Rutger Jan Schimmelpenninck,
1888-1893.
1 omslag.
N.B. Hierbij een foto van [Rutger Jan?], carte-visite door ‘Schimmelpenninck & Co. Nyenhuis-Frankfurt a/M’.
2611.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H. Hoff, grondeigenaar te Vriezenveen, betreffende de
afdeling ‘De Veenen’ van het waterschap De Regge, 1890.
1 stuk.
c.
Opleiding
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck tijdens zijn verblijf te Leiden en Deventer, 1839-1845.
3 omslagen.
111
2107. Zijn moeder Jeanette Schimmelpenninck-von Knobelsdorff, ongedateerd [1839-1845].
1969, 2105.
Zijn vader Gerrit Schimmelpenninck en incidenteel van andere familieleden, ongedateerd
[1839-1845].
2108. Zijn broers en zusters, [1840-1845].
2134.
Examenbriefjes voor Rutger Jan Schimmelpenninck te Leiden, 1844.
1 omslag.
2111.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck over de kosten van zijn promotiepartij te Leiden, 18[45].
1 stuk.
d.
Loopbaan
i.
Lid van de Koninklijke hofhouding
Rutger Jan Schimmelpenninck werd benoemd tot kamerheer in buitengewone dienst van koning Willem III op 4 mei 1851 en tot
opperkamerheer van de koning op 1 mei 1881. Zijn benoeming tot grootmeester van koning Willem III volgde 3 juni 1868.
Schimmelpenninck werd lid van de Hofcommissie 18 oktober 1878 en voorzitter 1 april 1884 tot zijn dood in 1893.
(1).
Benoemingen
(a).
Kamerheer
2004, 2028.
Koninklijke besluiten waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot kamerheer in buitengewone
dienst en grootmeester van koning Willem III, 1851 en 1868.
2 stukken.
2379.
Stukken betreffende de benoeming en het ontslag van Rutger Jan Schimmelpenninck door koning Willem III
als Opperschenker, 1872.
3 stukken.
2007.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot grootmeester van koningin
Emma, 1878. Met een dubbel.
2 stukken.
2030.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot Opperkamerheer, 1881. Met een
concept van een bedankbrief aan de koning.
2 stukken.
2562.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van [K.J.G.] van Hardenbroek van Bergambacht met dank
voor de terugzending van de sleutels van Rutger Jan Schimmelpenninck als Opperkamerheer, 1893.
1 stuk.
2563.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de directeur van het Koninklijk Huisarchief wegens
de terugzending van enige zaken, afkomstig van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1893. Met een bijlage.
3 stukken.
(b).
Lid van de Hofcommissie
112
2006.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot lid van de Hofcommissie, 1878.
Met een dubbel.
2 stukken.
2031.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot voorzitter van de Hofcommissie,
1884. Met een dubbel.
2 stukken.
2382.
Besluiten van de koningin-regentes Emma betreffende het lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck
van de Hofcommissie, 1891.
2 stukken.
(2).
Activiteiten
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende allerlei zaken,
1854-1887.
6 omslagen.
1926.
Rutger Jan Schimmelpenninck van ‘Charles Alexandre’ te Weimar om te bedanken voor de toezending
van een geschrift over Rusland, 1854.
N.B. Het zal betreffen Schimmelpennincks geschrift: Wordt Rusland bedreigd door zijnen staatkundigen en maatschappelijken
toestand ? (z.p. 1854). Charles Alexandre is vermoedelijk Carl Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach.
2597.
1934.
1940.
2224.
2273.
2443.
J. Visser te ’s-Gravenhage betreffende de voorbereidingen voor het zilveren regeringsjubileum van
koning Willem III, 1873.
De hofmaarschalk van de vorst van Waldeck en Pyrmont [op bezoek te Den Haag] over een
particuliere audiëntie, 1880.
Enige Nederlanders met het verzoek tot audiëntie bij koning Willem III bij zijn bezoek aan Brussel,
1884.
[onleesbaar] te Amsterdam betreffende het bezoek van de koning en de koningin aan Amsterdam,
1886.
Zijn neef Willem [Schimmelpenninck] en van koning Willem III betreffende beleggingen van ’s
konings gelden, 1886-1887.
Uitnodiging voor Rutger Jan Schimmelpenninck voor een ontmoeting met de prinses van Wurtemberg te
Stuttgart, 1863.
1 stuk.
N.B. Het betreft grootvorstin Olga van Rusland (1822-1892), de vrouw van kroonprins Karel van Wurtemberg (1823-1891), de halfbroer
van koningin Sophie der Nederlanden.
1973.
Reglement betreffende de Hofrouw ter gelegenheid van het overlijden van prinses Louise van Pruisen, de
vrouw van prins Frederik der Nederlanden, toegezonden aan Rutger Jan Schimmelpenninck, 1870. Gedrukt.
1 stuk.
2266, 2267, 2264, 2265.
Stukken betreffende de bemoeienis van Rutger Jan Schimmelpenninck als kamerheer betreffende het derde
eeuwfeest van de inname van Den Briel, 1872. Met de feestplaat.
1 omslag.
2348.
Brief van koning Willem III aan de koning der Belgen met felicitaties bij het huwelijk van diens dochter
prinses Louise met prins Ferdinand (Philip) van Saksen, 1875. Afschrift.
N.B. De felicitaties zullen mondeling worden overgebracht door Rutger Jan Schimmelpenninck.
2032.
Koninklijk Besluit waarbij de hofhouding van wijlen koningin Sophie der Nederlanden wordt ontbonden,
1877.
1 stuk.
N.B. De koningin was overleden op Huis ten Bosch 3 juni 1877.
113
****.
Stukken betreffende de voorbereidingen en het huwelijk van koning Willem III der Nederlanden met prinses
Emma van Waldeck en Pyrmont, 1878-1879.
10 omslagen.
N.B. Het huwelijk vond plaats te Arolsen op 7 januari 1879.
2381.
1932.
1928.
1930.
1936.
1937.
1938.
1931.
1927.
1933.
1935.
Koninklijk Besluit houdende de samenstelling van de hofhouding van koningin Emma, 1878.
Telegram ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van L. Huydecoper met de mededeling dat
[Marie Adolphine] van der Goes van Dirxland in de benoeming tot hofdame toestemt, 1878. Met een
briefje van haar vader over deze benoeming.
‘Quartierliste’, lijst van te Arolsen onder te brengen gasten, [1878]. Gedrukt.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Ch.H.F. Dumonceau te Arolsen betreffende
de voorbereiding van het vorstelijk huwelijk, 1878.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van diverse personen en instanties bij de
voorbereidingen van het koninklijk huwelijk, 1878.
Telegram ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van prins Alexander der Nederlanden te
Arolsen, 1878.
Telegram ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van George [van Waldeck-Pyrmont] en
Helene [van Nassau] met dank voor toezonden felicitaties, 1878.
Programma van de feestelijkheden bij het huwelijk van koning Willem III met Emma van WaldeckPyrmont, 1879. Gedrukt.
‘Programm’, lijst van de muziek, ten gehore gebracht bij een van de festiviteiten ter gelegenheid van
het huwelijk van koning Willem III met Emma van Waldeck-Pyrmont, [1879].
Menukaarten, concertprogramma en tafelschikking van festiviteiten ter gelegenheid van het koninklijk
huwelijk, 1879.
1 omslag.
Stukken betreffende de voorbereidingen van de feestelijke intocht van het koninklijk bruidspaar in Amsterdam
en Den Haag, 1878-1879.
1 omslag.
1925, 2054.
Stukken betreffende het overlijden en de begrafenis van de Prins van Oranje, 1879.
1 omslag.
N.B. Willem prins van Oranje overleed te Parijs 11 juni 1879.
2055, 2056.
Stukken betreffende de voorbereiding door Rutger Jan Schimmelpenninck als Grootmeester van het bezoek
van de prins van Roemenië aan Amsterdam, 1879.
2 stukken.
N.B. Betreft Karel van Hohenzollern-Siegmaringen (1839-1914), sedert 1866 prins of vorst van Roemenië in 1881 werd hij koning. In
1869 huwde hij met prinses Elisabeth van Wied, een nicht van koningin Emma der Nederlanden.
****.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck als mede-beredderaar van de
nalatenschap van Prins Hendrik der Nederlanden, 1879-1882.
6 omslagen.
N.B. De prins overleed 13 januari 1879 op kasteel Wolferdingen in het groothertogdom Luxemburg, waar hij stadhouder was voor zijn
broer koning-groothertog Willem III.
2283.
2275.
2276.
2277.
2281.
Inventaris van de nalatenschap van prins Hendrik der Nederlanden, 1879. Afschrift, [1880].
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot koninklijk commissaris
bij de commissie van beheer der nalatenschap van prins Hendrik, 1881.
Akte van decharge voor Rutger Jan Schimmelpenninck door de commissie tot beheer wegens de
verkoop van de bezittingen van prins Hendrik te Port Said aan het Britse Gouvernement, 1882.
Rapport van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende de verkoop van de bezittingen van prins
Hendrik te Port Said aan het Britse Gouvernement, 1882. Met bijlagen.
Taxatierapport van de bezittingen van prins Hendrik te Baarn, het Amalia Park c.a., 1882. Met een
begeleidende brief, 1882.
114
2282.
****.
Lijst van schulden in de nalatenschap van prins Hendrik, 1882.
Stukken betreffende de bemoeiingen van Rutger Jan Schimmelpenninck met het graf van prins Frederik van
Oranje en Nassau te Padua, 1887-1889.
4 omslagen.
N.B. Het lijk van prins Frederik van Oranje en Nassau, opperbevelhebber van de Oostenrijkse troepen in Italië, stierf te Padua 6 januari
1799. Aanvankelijk begraven te Padua werd de prins in 1896 bijgezet in de Nieuwe Kerk te Delft.
2278.
2279.
2274.
2280.
Foto’s van het graf van Willem George Frederik prins van Oranje Nassau te Padua, 1887.
Ter gedachtenis van Willem George Frederik, prins van Oranje en Nassau, opstel door G.A. Hulsebos
te Utrecht, 1887. Gedrukt.
Brief van G.A. Hulsebos te Padua (Italië) met een beschrijving van de toestand van het graf van prins
(Willem George) Frederik aldaar, 1888.
Verslag van een lezing gehouden door G.A. Hulsebos voor het Provinciaal Utrechtsch Genootschap
voor Kunsten en Wetenschappen over het graf van Willem George Frederik prins van Oranje Nassau,
1889. Gedrukt, met een tweetal brieven van G.A. Hulsebos aan Rutger Jan Schimmelpenninck en S.N.
Schubart.
2270.
Verzoekschrift van J.Chr. Peletier te Den Haag aan koning Willem III om het koninklijk wapen te mogen
aanbrengen op zijn huis (hoek Spui/Lange Poten) te Den Haag, 1880. Met een bijlage.
2 stukken.
1922.
Programma van de huwelijkssluiting te Windsor van Leopold hertog van Albany en Helena prinses van
Waldeck en Pyrmont, 1882. Gedrukt.
1 deeltje.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck was als opperkamerheer van de Nederlandse koning aanwezig. De bruid was een zuster van koningin
Emma en de bruidegom een zoon van koningin Victoria van Groot-Brittannië.
2290, 2291, 2292, 2293, 2294.
Stukken betreffende de diplomatieke afvaardiging naar de viering van het gouden priesterfeest van paus Leo
XIII, 1887.
1 omslag.
3097.
Foto van prinses Wilhelmina, 1890. Met een begeleidende brief voor Rutger Jan Schimmelpenninck.
2 stukken.
N.B. De foto is gemaakt door ‘Th. Molsberger, Hof-Photograph, Arolsen’.
1923.
Stukken betreffende het overlijden en de begrafenis van koning Willem III der Nederlanden, 1890.
1 omslag.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck had als opperkamerheer hiermee bemoeienis. De koning overleed op paleis ’t Loo 23 november 1890.
1924.
Stukken betreffende de eedsaflegging door Emma, als koningin-regentes, 1890.
1 omslag.
3104.
Missive van Rutger Jan Schimmelpenninck als opperkamerheer van koningin Wilhelmina aan de kamerheren
met instructies, 1891. Gedrukt.
1 stuk.
1939.
Programma van de ‘Plechtige Begroeting van H.M. de koningin-regentes met H.M. koningin Wilhelmina in de
Nieuwe Kerk te Amsterdam’, 1891. Gedrukt.
1 stuk.
ii.
Gemeenteraadslid van Amsterdam en Diepenheim
2389.
Stukken betreffende Rutger Jan Schimmelpenninck als lid der gemeenteraad van Amsterdam, 1854-1856.
1 omslag.
115
2050.
Stukken betreffende de verkiezing van Rutger Jan Schimmelpenninck tot lid van de gemeenteraad van
Diepenheim, 1887.
1 omslag.
iii.
Nationaal politicus
(1).
Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1857-1866
Rutger Jan Schimmelpenninck was lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 22 september 1857 tot 1 juni 1866 (voor het
kiesdistrict Leiden). Hij werd in 1857 bij tussentijdse verkiezingen in het district Alkmaar na herstemming verslagen door K.A. Poortman
(lib.). Schimmelpenninck versloeg echter in 1857 bij tussentijdse verkiezingen in het district Leiden N. Olivier (lib.) na herstemming. In
1860 versloeg hij bij de periodieke verkiezingen Nicolaas Olivier (lib.) en in 1864 D.Th. Siegenbeek (lib.)
2372.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van P. Wakker te Wormer, 1857. Met als bijlage een
afschrift van diens briefwisseling met P. Smid van Gelder en een verkiezingsbrochure.
3 stukken.
N.B. In de brochure wordt opgeroepen te stemmen op R.J. Schimmelpenninck.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck naar aanleiding van de verkiezingen voor de Tweede
kamer, 1857.
13 omslagen.
2350.
2353.
2354.
2355.
2356.
2357.
2360.
2361.
2373.
2362.
2364.
2367.
2369.
A.H. van der Boon Mesch te Leiden.
J.A.T. Cohen Stuart te ’s-Gravenhage.
A.J. Duymaer van Twist te Deventer.
W.P.C. Fabius.
E.L. de Geer te Amsterdam.
R. Hattink te Tubbergen.
C. Hoekwater te Delft.
[L.Ch.] Hora Siccama te Utrecht.
[J.P.P.] van Zuylen van Nijevelt.
G. van Leeuwen te Alkmaar.
G.J. Mulder te Utrecht.
D. Rutgers van Rozenburgh te Haarlem.
G. Simons te ’s-Gravenhage.
2405.
Stukken betreffende de aanvaarding door Rutger Jan Schimmelpenninck van het lidmaatschap van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal, 1857.
3 stukken.
2378.
De Volksvertegenwoordiger, pamflet van
volksvertegenwoordiging, 18[57]. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen over de meest uiteenlopende
onderwerpen, 1857-1865. Sommige met concepten van antwoord.
8 omslagen.
2366.
2358.
2371.
2352.
2359.
2363.
1341.
N.N.
betreffende
het
democratisch
gehalte
van
de
C.W. Opzoomer te Utrecht, 1859.
M.G. van Heel te ’s-Gravenhage, 1862.
H.C. Susan te ’s-Gravenhage, 1862.
J. ten Cate te Amsterdam, 1863.
J.D. van Herwerden, 1863.
I.J. Lion te ’s-Gravenhage, 1863.
A.G. Nottromb (?) te Brussel, 1865
116
2374, 2376.
N.N., 1857 en 1863.
2331.
Stukken betreffende de deelname van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de verkiezingen van 1860.
1 omslag.
N.B. Rutger Jan Schimmelpenninck werd herkozen in het district Leiden.
2396.
Missive ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het Bureau voor Stemopneming te Leiden met de
mededeling dat hij als lid der Tweede Kamer der Staten-Generaal is gekozen, 1860. Met een concept van
antwoord.
2 stukken.
****
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de verkiezingen van 1861,
1861.
7 omslagen.
2216.
2218.
2214.
2213.
2217.
2212.
2215.
[A.M.C.] van Asch van Wijk te Utrecht.
P.M. van Goens te Zwolle.
J.M. de Kempenaer te Arnhem.
[C.J.R.] Nobel te Zwolle.
N.F. Trip van Zoudtlandt te Hattem.
J.P.J.A. van Zuylen van Nijevelt.
De redactie der S.N.B. te ’s-Gravenhage.
2047.
Koninklijk Besluit van 6 oktober 1862 betrekkelijk de vrijdommen van invoerrecht, gepubliceerd in het
Staatsblad van 1862, nr. 182. Gedrukt.
1 stuk.
2144.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het bestuur van de Vereeniging van en voor
Nederlandsche Industrieëlen te ’s-Gravenhage met felicitaties bij de verkiezing tot lid van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal, 1864. Met concept van antwoord.
2 stukken.
2370.
Brief ingekomen bij H.C. Susan te ‘s-Gravenhage van C. Stoffels, 1866.
1 stuk.
(2)
Minister van Financiën
Rutger Jan Schimmelpenninck was minister van Financiën van 1 juni 1866 tot 3 juni 1868, tijdelijk voorzitter van de ministerraad van juni
1866 tot augustus 1867 en van maart 1868 tot mei 1868
2401.
Proces-verbaal van de eedsaflegging door Rutger Jan Schimmelpenninck als minister van Financiën, 1866. Met
bijlagen.
4 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Schimmelpenninck van verschillende personen, 1866-1868
3 omslagen.
1339.
2326.
1338.
Minister P.P. van Bosse, 1866 en 1868.
[C.] Hartsen te Amsterdam betreffende de heer Juriaan, 1866.
[F.H.H.] Borret betreffende de zaak van de Kruisheren van St. Agatha, 1868.
2284.
Stukken ontvangen door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de regeling van het toezicht op het beheer
der kerkelijke goederen van de Nederlands Hervormde Gemeenten, 1866-1867.
1 omslag.
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J. Heemskerk, 1866-1893.
117
11 omslagen.
2319. 1866.
2320, 2333.
1867 en 1868.
2177, 2195, 2321.
1869 en 1870.
2148, 2221.
1872.
2169, 3333.
1873.
3249. 1874.
2322. 1876.
2158. 1879.
3420. 1881.
2223. 1883.
2262. 1893.
2327.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van I.J. Lion, hoofdredacteur van het Dagblad van
Zuidholland en ’s-Gravenhage, betreffende het regeringsprogramma van het nieuwe kabinet, 1866.
1 stuk.
2328.
Proclamatie van koning Willem III der Nederlanden met de oproep om op 30 oktober te gaan stemmen, 1866.
Gedrukt, in de Franse taal.
1 stuk.
2329.
Rede van N.N., namens koning Willem III der Nederlanden, bij de opening van de zitting van de StatenGeneraal, 1866. Gedrukt.
1 stuk.
2330.
Dertien professoren en Prof. J.T. Buijs’ ‘Regt van de Tweede Kamer’ wederlegd, politiek pamflet door I.J. Lion,
1866. Gedrukt.
1 stuk.
2375.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck als minister van Financiën van de directeur van het kabinet
des konings met de ontvangstbevestiging van een door hem geschreven rapport over kerkelijke zaken, 1866.
1 stuk.
2332.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de crisis van 1868, over de z.g. Luxemburgse
kwestie, 1868.
1 omslag.
N.B. In de periode 1866-1868 ontstonden diverse conflicten tussen kabinet en Tweede Kamermeerderheid, de ‘Limburg-Luxemburgse
kwestie’ – de voorgenomen verkoop door koning Willem III aan keizer Napoleon III van Frankrijk van het groothertogdom Luxemburg was slechts de aanleiding. Het kabinet ontbond na nederlagen twee keer de Tweede Kamer in de hoop na verkiezingen te kunnen
doorregeren. In 1866 lukte dat, maar in 1868 dolf het kabinet uiteindelijk het onderspit.
****
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de politieke crisis, naar aanleiding van de
‘Limburg-Luxemburgse kwestie’, 1868.
12 omslagen.
2336.
2345.
2344.
2334.
2343.
2342.
2340.
J. Alberdingk Thijm.
H.J. van Buren te Rotterdam.
A.H. van Cleeff te Amersfoort.
[C.] Hartsen te Amsterdam.
J. van Lennep te Amsterdam.
[I.J.] Lion.
C.Th. van Lynden van Sandenburg te De Bilt.
118
2337.
2341.
2338.
2335.
2339.
[J.D.W.] Pape te Den Haag.
Jo. Russel te Maastricht.
[L.B.C.L.] van Sasse van Ysselt te ’s-Hertogenbosch.
G. Schimmelpenninck Jzn te Amsterdam.
[onleesbaar].
2377.
Aflevering van de Rosendaalsche Courant met een artikel over het nieuwe kabinet, 1868. Gedrukt.
1 stuk.
2309.
‘Memorandum over de Limburg-Luxemburgsche aangelegenheden’, rapport opgesteld door [J.P.J.A.] van
Zuylen van Nijevelt, 1868.
1 katern.
2310.
Diplomatieke bescheiden betreffende de Limburg-Luxemburgsche aangelegenheden 1866-1867 (’s-Gravenhage
1868). Gedrukt
1 katern.
N.B. Uitgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Grotendeels gebaseerd op het memorandum van Van Zuylen van Nijevelt.
2403.
Proces-verbaal van de overdracht van het ministerie van Financiën door Rutger Jan Schimmelpenninck aan P.P.
van Bosse, 1868.
1 stuk.
2404.
Stukken betreffende de toekenning aan Rutger Jan Schimmelpenninck van een jaarlijks pensioen na zijn
aftreden als minister van Financiën, 1868.
2 stukken.
(3).
Politicus
Rutger Jan Schimmelpenninck werd bij de verkiezingen in 1869 in het district Almelo verslagen door G.M. van der Linden (lib.); in 1871
werd hij in het district Alkmaar verslagen door J.L. de Bruyn Kops (lib.)
2210.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de kiesverenigingen ‘Regt voor allen’ en ‘Nederland
en Oranje’ te Oldenzaal betreffende diens kandidatuur voor de Tweede Kamer, 1869.
1 omslag.
3311.
Oproep voor de katholieke kiezers in het district Almelo van het bestuur der Twentsche R.K. Kiesvereeniging
‘Regt voor Allen’ om op R.J. Schimmelpenninck te stemmen, [1869]. Gedrukt.
1 stuk.
3312.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van C.A. van Sypesteijn met o.m. verkiezingsuitslagen,
1869.
1 stuk.
****
Stukken ingekomen bij en verzameld door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de in 1869 gehouden
verkiezingen der leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 1869.
10 omslagen.
2183.
2184.
2185.
2186.
2187.
2188.
2189.
Oproep van A. Hemmelder te Delden voor Rooms-katholieke kiezers om hun stem uit te brengen op
G.M. van der Linden, 1869. Gedrukt.
Aflevering van de Nieuwe Kamper Courant van 29 mei 1869.
Afleveringen van de Twentsche Courant van 29 mei en 5 juni 1869, met bij de redactie ingekomen
brieven.
Aflevering van de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 1 juni 1869.
Bijvoegsel bij Het Vaderland van 7 juni 1869.
Aflevering van de Amersfoortsche Courant van 8 juni 1869.
Aflevering van de Nieuwe Arnhemsche Courant van 25 juni 1869.
119
2190.
2191.
2192.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck naar aanleiding van de in 1869 gehouden verkiezingen,
1869.
16 omslagen.
2193.
2194.
2196.
2197.
2198.
2199.
2200.
2201.
2202.
2203.
2204.
2205.
2206.
2207.
2208.
2209.
****
Reglement voor de Anti-revolutionaire Kies-Vereeniging te ’s-Gravenhage (‘Nederland en Oranje’),
1879. Gedrukt.
Gelukwensen voor [Rutger Jan Schimmelpenninck] van mevrouw de weduwe Van den Berch van
Heemstede bij zijn verkiezing, [1869].
Aantekeningen van N.N. betreffende de uitslag van de verkiezingen, 1869.
H.J. Pieltjes te Amsterdam.
[J.M.B.J. van der Does de] Willebois.
[H.M.] Duparc te Amsterdam.
Robert Campbell te Nijverdal.
[J.D.W.] Pape.
M. van Cleeff, redacteur Amersfoortsche Courant.
H.J. Smits te Haaksbergen.
A. Hulshoff Pol te Hengelo.
P.H. Saaymans Vader te Bieselingen.
R. Hattink te Tubbergen.
[J.A.] van Ittersum te Hardenberg.
M.W. du Tour van Bellinchave.
[F.P.] de Poorter te Oldenzaal.
N.N. van Till te Scheveningen.
C. Hoekwater te Delft.
[onleesbaar].
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de ‘Agrarischen Wet’, 1870.
5 omslagen.
N.B. Agrarische Wet 1870 kwam onder minister De Waal tot stand, die aan particuliere ondernemers meer armslag bood om zich in Indië
te vestigen, omdat het Cultuurstelsel vastliep. Javanen konden hun dorpsgronden in eigendom krijgen, en verhuren aan Europeanen.
Europeanen konden woeste grond in erfpacht krijgen.
2176.
2178.
2179.
2180.
2181.
De majoor-adjudant van Z.M. de Koning.
C.A. van Sypesteyn.
[J.D.W.] Pape.
De hoofdredacteur van het Dagblad van Zuidholland en ’s-Gravenhage.
[onleesbaar].
2182.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de ‘agrarischen wet’, 1870.
1 omslag.
2581.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van A. Hemmelder te Delden betreffende de verkiezingen,
1871. Met concept van antwoord.
1 stuk.
****
Stukken ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de ministeriële crisis, 1872.
6 omslagen.
N.B. Op 4 juni 1872 was Thorbecke, die het liberale kabinet leidde 1871-1872, overleden. Daarna kwam het liberale kabinet De Vries/
Franssen van de Putte (1872-1874).
2150.
2149.
2151.
2152.
2153.
2154.
[W.M.] de Brauw.
C.C.E. d’Engelbronner.
De directeur van het Dagblad van Zuidholland en ’s-Gravenhage.
[L.C.] Schiff.
[J.F.A.] van Panhuys.
N.N. Verweij.
120
2155.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan koning Willem III betreffende de politieke situatie, 1872.
Concepten.
1 omslag.
3309.
Lijst van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het zittingsjaar 1872-1873, 1872. Gedrukt.
Met aantekeningen betreffende hun politieke gezindheid.
1 stuk.
(4).
Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1873-1884 en 1884-1886
Rutger Jan Schimmelpenninck was lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 27 juni 1873 tot 11 oktober 1884 (voor het
kiesdistrict 's-Gravenhage). Hij eindigde in 1873 in het district Leiden in de eerste stemmingsronde als derde achter jhr. I.L. Cremer van
den Berch van Heemstede (a.r.) en H.C. Verniers van der Loeff (lib.), maar versloeg in 1873 in het district 's-Gravenhage jhr. J.H.J. de
Jonge (lib.) en I. Esser (a.r.). In 1877 werd Schimmelpenninck verkozen, nadat hij L. Mulder (lib.) had verslagen. Door in 1881 jhr. J.K.W.
Quarles van Ufford (lib.) te verslaan werd hij opnieuw verkozen. Bij de algemene verkiezingen van 1884 werd hij opnieuw verkozen voor
het kiesdistrict ’s-Gravenhage, nadat hij o.a. jhr. A.P.C. van Karnebeek (lib.) had verslagen. Schimmelpenninck werd bij de algemene
verkiezingen in 1886 in de eerste stemmingsronde verslagen door de liberalen L.G. Greeve en H.M.A. baron van der Goes van Dirxland;
in het district Amersfoort door L.W.Ch. Keuchenius (a.r.). Tenslotte werd hij in 1887 in het district Deventer verslagen door H.J.
Dijckmeester (lib.) en in het district 's-Gravenhage eveneens in de eerste stemmingsronde. Hij was lid Huishoudelijke Commissie (Tweede
Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1884 tot juli 1886.
3264.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Roomsch-Katholieke Kiesvereeniging ‘Regt voor
Allen’ te Leiden betreffende de kandidatuur van Schimmelpenninck, 1873. Met concept van antwoord en
aantekeningen.
3 stukken.
3308.
Circulaire, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, van het bestuur der Algemeene Kiesvereeniging
betreffende de recent gehouden verkiezingen, 1873. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Brieven en telegrammen, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de in 1873 gehouden
verkiezingen, 1873. Met incidenteel concept van antwoord.
79 omslagen.
3384.
3396.
3406.
2170.
3370.
3381.
3387.
3395.
3361.
3408.
3410.
3393.
3374.
3353.
3414.
3394.
3366.
3375.
3360.
3371.
3365.
3398.
3413.
G. Aalbers te Diepenheim.
R.H. Aberson.
[G.F.] van Asbeck te Almelo.
R. van de Wall Bake te Beek bij Nijmegen.
E. Barends te Hoorn.
I. Belinfante te ’s-Gravenhage.
[R.A.] Belmer te Steenwijk.
N.N. de Bergh.
W.C. Boer te Boskoop.
H. Boers op het Nijenhuis.
[L.] van Bronkhorst op Het Loo.
Servaas de Bruin te ’s-Gravenhage.
N.N. de Chalmot [en L.C.] van der Feltz te Bolsward.
J.D. Doorman, Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage.
H.H. Dünnhälter te Diepenheim.
M. Duparc te Amsterdam.
N.N. Essink te Oldenzaal.
W.F. Golterman te ’s-Gravenhage.
W.J. van Goor te Winterswijk.
W.I.L. Grobbee te Maastricht.
J. Groenendal te Diepenheim.
[C.W.A.] van Haersolte te Hoorn.
H. van Haersolte van Haerst te Zwolle.
121
3388. [C.] Hartsen te Marienberg.
3409. R. Hattink te Tubbergen.
3372. [L.] van Heiden Reinestein te Groningen.
3391. J.A. Hes.
3404. F.J. Herman te Borne.
2173. F.J. Herman te Baarn.
3401. [S.G.] Heringa te Utrecht.
3355. A.C. van Heusch, Binnenlandse Zaken.
3369. N.N. van den Heuvel te Voorschoten.
3341. H. Hoff te Vriezenveen.
3411. M. de Hondt te Delft.
3412. W.G. Hovy.
3338. H.A. Insinger te Lage Vuursche. Met verkiezingsfolders.
3350. J.A. van Ittersum te Hardenberg.
3336. [N.P.J.] Kien te Arnhem. Met een bijlage.
3397. [C.J.J.] Loder te Groningen.
2168. C.Th. van Lynden van Sandenburg te ’s-Gravenhage.
3337. J. van Malsen te Apeldoorn.
3392. J.W. Rösener Manz te Arnhem.
3363. A.H. van der Boon Mesch te Leiden.
3351. P.F.W. Mouton te Den Haag.
3331. J.L. Nienhuis te Den Haag.
2175. J. van der Noordaa.
3400. J.P. Ots te Breda.
2174. [J.D.W.] Pape te ’s-Gravenhage.
3382. [J.J. de] Wetstein Pfister te ’s-Gravenhage.
3416. H. Hulshoff Pol te Hengelo.
3399. [A.C.L.W.Treussart] van Rappard te Rotterdam.
3378. Zijn broer Ernest Schimmelpenninck te Heimerstein.
3373. F. Schimmelpenninck.
3377. Zijn broer Frits Schimmelpenninck te Keijenberg.
3368. G. Schimmelpenninck.
3349. A. Schimmelpenninck van der Oye van Nijenbeek.
3335. [A.C.J.] Schimmelpenninck van de Oye.
3379. N.N. Schiff te Groningen.
3359. L. van Schuijlenburch te Ulenpas.
3403. H.I. Senn van Basel te Diepenheim.
3407. H.J. Smits te Haaksbergen.
3367. N.N. Smits te Almelo.
3250, 3339.
E.J.I. van Sonsbeeck te Zwolle. Met een visitekaartje.
2167. J.W. Steenbergen te ’s-Gravenhage.
3348. C.A. van Sypesteijn.
3389. [J.E.] Slingervoet Ramondt te Zwolle.
3402. B.W.A.E. Sloet te Zwolle.
3357. W.F. Trip van Zoudtlandt te Hattem.
3364. [W.F.K.A.] Truffino te Leiden.
3352. W.J.L. Umbgrove te Zutphen.
3356. D. Veegens.
3383. P.A. van den Velden, Hoge Raad van Adel.
3380. N.N. Verweij.
3354. J. Visscher, Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage.
2172. B. de Vries, redacteur van De Noordstar, te Groningen.
3386. G. van der Vijver, Dagblad van ’s-Gravenhage
3390. [Zijn stiefmoeder] Tante Louise te Arnhem.
2166, 2171, 3340, 3346, 3347, 3358, 3362, 3376, 3385, 3415.
122
3405.
[Onleesbaar].
L. van der Wilk (Dolk ?) te Doetinchem.
2593, 3332.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Jacobus Lion, Dagblad van Zuidholland en ’s
Gravenhage, betreffende politieke zaken, 1873.
1 omslag.
3343.
Verzoekschrift van Rutger Jan Schimmelpenninck aan de koning om zijn functie aan het Hof te mogen
combineren met het lidmaatschap van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het district Den Haag,
[1873]. Concept.
1 stuk.
3344.
Gelukwensen ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van koning Willem III der Nederlanden bij zijn
verkiezing tot lid der Tweede Kamer der Staten-Generaal, 1873.
1 stuk.
3345.
Stukken betreffende de aanbieding der geloofsbrieven en het afleggen van de eed door Rutger Jan
Schimmelpenninck als lid der Tweede Kamer der Staten-Generaal, 1873.
1 omslag.
3418, 3427.
Aantekeningen en krantenknipsels van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de verkiezingen, 1873.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Schimmelpenninck van verschillende personen, 1875 en 1876
2 omslagen.
1334.
1337.
****
J. Alberdingk Thijm te Amsterdam betreffende de te organiseren historische tentoonstelling, 1875.
J. de. Bosch Kemper te Ellecom betreffende de publicatie van diens memoires, 1876. Met een brief
van Van Randwijck, 1876.
Stukken ontvangen door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de politieke crisis, 1879.
5 omslagen.
N.B. Betreft de val van het ministerie Kappeyne van de Coppello door de Kanalenwet.
2159.
2160.
2161.
2162.
2163.
P.H. Saaymans Vader te Bieselingen.
C.Th. van Lynden van Sandenburg
A. Schimmelpenninck van der Oye van Nijenbeek.
G.A. Tindal te Amsterdam.
Onleesbaar.
2164.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de politieke situatie, 1879.
1 omslag.
2165.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck, namens koning Willem III der Nederlanden, aan F.L.W. de Kock,
minister van staat, 1879. Concept.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1881-1886.
2 omslagen.
2222.
2225.
A.E.J. Modderman te ’s-Gravenhage, 1881.
Herman Schaepman te Driebergen-Rijssenburg, 1886.
123
****.
Correspondentie van Rutger Jan Schimmelpenninck met verschillende personen over de persoon van Félix de
Blochausen, sedert 1874 minister-president van het groothertogdom Luxemburg, 1881-1885.
5 omslagen.
N.B. Félix baron de Blochausen was minister van Binnenlandse Zaken van Luxemburg 1866-1867; voorzitter van de kamer van
afgevaardigden 1872-1874 en premier 1874-1885. Hij was voorstander van wijziging van de grondwet van het groothertogdom, waardoor
de opvolging ook in vrouwelijke lijn kon plaatsvinden.
2296. Van F. van Bylandt te Meran (Tirol), 1881. Met bijlagen.
2295, 2300.
Van en aan Koning Willem III der Nederlanden, 1884 en 1885.
2297. Aan N.N., 1884. Concept.
2298. Van C.Th. van Lynden van Sandenburg, 1884-1885.
2299. Van Emmanuel Servais te Luxemburg, 1885. Met incidenteel concept van antwoord.
N.B. Emmanuel Servais was premier van Luxemburg 1867-1874.
2301.
Antwoord van de Félix de Blochausen, afgelegd in de kamer van afgevaardigden, op de vragen van de heer
Simons over de politieke situatie, 1885. Gedrukt, met een dubbel en een aflevering van de Luxemburger
Zeitung, 1885.
4 stukken.
2304.
Brieven van Rutger Jan Schimmelpenninck aan koningin Emma betreffende de erfopvolging in Luxemburg,
1884. Concepten, met incidenteel reacties via de secretaris Dumonceau.
1 omslag.
N.B. Kongin Emma was voorstander van handhaving van het recht van opvolging in het groothertogdom in mannelijke lijn, waardoor haar
familielid, de hertog van Nassau, weer zou gaan behoren tot de regerende vorsten van Europa.
****.
Stukken betreffende de troonsopvolging in het groothertogdom Luxemburg, 1884.
3 omslagen.
4 omslagen.
2302.
2307.
2308.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de troonsopvolging in het groothertogdom
Luxemburg, 1884-1885.
2303.
2305.
2306.
2305.
****.
Artikel in het Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage betreffende de troonopvolging in het
groothertogdom Luxemburg, 1884.
Nota opgesteld door Rutger Jan Schimmelpenninck ten behoeve van koningin Emma betreffende de
erfopvolging in Luxemburg, 1884.
‘Familie Verdrag van 1783’, overeenkomst tussen stadhouder Willem V van Oranje-Nassau en andere
Nassause vorsten, [1783]. Afschrift [1884].
[J.P.J.A.] van Zuylen van Nijevelt, 1884.
[J.M.B.J. van der Does de] Willebois, 1884.
J. Heemskerk, [1884].
C.Th. van Lynden van Sandenburg, 1884-1885.
Stukken betreffende de kerkelijke en religieuze situatie in het groothertogdom Luxemburg, 1885.
4 omslagen.
N.B. Als lid van de Duitse Bond dreigde in Luxemburg de invloed van de ‘Kulturkampf’.
2285.
2286.
2287.
2289.
3269.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan koning Willem III betreffende de reactie van paus Leo
XIII op diens houding als Groothertog. Minuut.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van koning Willem III.
Krantenknipsels uit enige Luxemburgse couranten.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het bestuur van de R.K. Kiesvereeniging ‘Recht voor
Allen’ te Deventer betreffende diens kandidatuur voor de verkiezingen, 1887. Met concept van antwoord.
2 stukken.
124
3274.
‘Aan de Kiezers der Residentie’, verkiezingsbiljet voor de kandidaten Rutger Jan Schimmelpenninck en J.
Canter Visscher, 1887. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de in 1887 gehouden verkiezingen, 1887.
12 omslagen.
3252. [J.C.P. van Alderwerelt].
3272. R. van der Borch van Verwolde.
3267. A. van Bylandt op Rhijnvreugd bij Leiden.
3260. [J.F.] Dumonceau, secretaris des konings.
3258. [H.M.] Duparc te Amsterdam.
3256. C. de Jonge, raadsheer in het gerechtshof te Den Haag. Met concept van antwoord.
3271. G.J.W. Oudenampsen te Zutphen.
3265. [Herman] Schaepman te Rijsenburg-Driebergen. Met concept van antwoord.
3259. [Alexander] Schimmelpenninck van der Oye tot Nijenbeek.
3257. J. Canter Visscher te Den Haag.
3253. H.C. van der Wijn te Den Haag.
3254, 3268.
[Onleesbaar].
3266.
Telegram ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van N.N. Tempelman te Deventer met de uitslag der
verkiezingen aldaar, 1887.
1 stuk.
3255.
Telegram ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van N.N. van der Wyck te Den Haag voor een
ontmoeting, 1887.
1 stuk.
****.
Stukken ingekomen bij en ontvangen door Rutger Jan Schimmelpenninck in verband met de in 1887 gehouden
verkiezingen, 1887.
4 omslagen.
3261.
3275.
3276.
3429.
Aflevering van het humoristisch-satiriek weekblad Uilenspiegel van 27 augustus 1887. Gedrukt.
Aflevering van het Staat- en Letterkundig nieuwsblad Het Vaderland van 30 augustus 1887 met een
artikel betreffende de verkiezingen.
Afleveringen van het Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage van 27 augustus t/m 1 september
1887 en 6 september 1887 met artikelen betreffende de verkiezingen.
Afleveringen van diverse couranten met berichten over de verkiezingen, 1887.
3270.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van C.A. van Sypesteijn om hem te troosten met de slechte
afloop der verkiezingen, 1887.
1 stuk.
3273.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J.J. Schmidt te Den Haag betreffende de
gebeurtenissen bij de invrijheidstelling van F. Domela Nieuwenhuis, 1887. Met twee afleveringen van het
orgaan van de Sociaal-Demokratische Partij in Nederland Recht voor Allen.
3 stukken.
3306.
Oproep aan de kiezers van enige ouderlingen uit de Nederlandsche Hervormde Kerk met betrekking tot de
mogelijke scheiding tussen kerk en staat, 1887. Gedrukt.
1 stuk.
125
(5)
Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal 1888-1891
Rutger Jan Schimmelpenninck was lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 (voor het
kiesdistrict 's-Gravenhage). Hij versloeg in 1888 de liberalen H.M.A. baron van der Goes van Dirxland en P.C. Evers, de katholiek
L.P.M.H. baron Michiels van Verduynen en de conservatief W.L.A. Gericke. In 1891 werd Schimmelpenninck evenwel verslagen door de
liberalen J.F.W. Conrad, H.D. Guyot en J.M. Pijnacker Hordijk. Hij was lid van de Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der StatenGeneraal), van mei 1888 tot september 1891
2048.
Missive ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de eedsaflegging als lid van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal, 1888.
1 stuk.
2269.
Verzoekschrift van Victor de Stuers c.s. aan koning Willem III om steun voor een op te richten Museum voor
Kunstnijverheid, 1889. Met een bijlage.
2 stukken.
iv.
Lid en voorzitter van de Hoge Raad van Adel
2005.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot lid van de Hoge Raad van Adel,
1861. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
2027.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot voorzitter van de Hoge Raad van
Adel, 1866.
1 stuk.
2029.
Proces-verbaal van eedsaflegging door Rutger Jan Schimmelpenninck als voorzitter van de Hoge Raad van
Adel, 1866. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
1929.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van P.A. van den Velden betreffende het wapen van de
vorst van Waldeck-Pyrmont, met een concept-brief van Schimmelpenninck aan koning Willem III over dit
wapen, 1878.
4 stukken.
1941.
Adelslijst (uit de Staatsalmanak?), [ca. 1887]. Gedrukt.
1 katern.
2044.
Naamlijst van de leden van de Ridderschap van Utrecht, 1887. Gedrukt.
1 stuk.
2904.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, voorzitter van de Hoge Raad van Adel, van C.A. van
Sypesteijn, met het verzoek om hem te mogen komen feliciteren met zijn jubileum en een geschenk te
overhandigen, 1891. Met concept van antwoord.
1 stuk.
N.B. Het geschenk bestond uit een voorzittershamer van zilver en ivoor.
v.
Overige functies
(1).
Lid Commissie ‘Algemeene Commissie van liquidatie der zaken betreffende de voormalige
wees- en momboirkamers’
2349.
Stukken betreffende het lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck van de ‘Algemeene Commissie van
liquidatie der zaken betreffende de voormalige wees- en momboirkamers’, 1852 en 1868.
1 omslag.
N.B. Met een aantal coupons van obligaties van de weeskamer Utrecht.
126
2393.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot ondervoorzitter van de
Algemeene Commissie van Liquidatie van de voormalige Wees- en Momboirkamers, 1859. Met een
begeleidende brief.
2 stukken.
2400.
Missive ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het bestuur van de Algemeene commissie van
Liquidatie der Weeskamers dat in zijn plaats een nieuw bestuurslid is benoemd, 1863.
1 stuk.
2402.
Koninklijk Besluit waarbij aan Rutger Jan Schimmelpenninck ontslag wordt verleend als lid de Algemeene
commissie van liquidatie der zaken betreffende de voormalige Wees- en Momboirkamers, 1866. Met een
begeleidende brief.
2 stukken.
(2)
Lid van de Staatscommissie tot het onderzoeken der Staatsrekeningen
****.
Stukken betreffende het lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck van de commissie tot onderzoek der
Staatsrekening, 1858-1861.
2 omslagen.
2394, 2395.
Staatsrekening over 1858, 1859 en 1860.
2398, 2399.
Staatsrekening over 1859, 1860 en 1861.
(3).
Commissaris van de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij
2035.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende zijn benoeming tot commissaris van de
Nederlandsche Rhijnspoorweg Mij., 1864-1871.
1 omslag.
2272.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van koning Willem III betreffende de Nederlandsche
Rhijnspoorweg Maatschappij, 1874-1885.
1 omslag.
N.B. Schimmelpenninck was president-commissaris bij deze spoorwegmaatschappij.
2271.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H. Ameshoff te Utrecht, president-directeur van de
Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij, betreffende de spoorlijn Hattem-Apeldoorn, 1876. Met een kopie
van een brief van Ameshoff aan de burgemeester van Apeldoorn, 1876.
2 stukken.
(4).
Lid Commissie tot oprichting van het Citadelmonument
****
Stukken betreffende de bemoeienis van Rutger Jan Schimmelpenninck met de oprichting van het
Citadelmonument te Ginneken, 1871-1878.
N.B. Schimmelpenninck was voorzitter van de commissie.
17 omslagen.
2239.
2240.
Herinneringen aan de verdedigers der citadel, gedicht van W.J. Hofdijk, 1871. Gedrukt, met een
dubbel.
Voorwaarden voor de mededinging voor het ontwerp van het monument, 1872. Gedrukt, met
dubbelen.
127
2242.
2243.
2244.
2245.
2248.
Memorie van toelichting van Theo C. Simons te Amsterdam betreffende het op te richten monument,
1872. Met een begeleidende brief van M.D. van [Limburg] Stirum.
Schets van een [voorlopig] ontwerp van koning Willem III voor het op te richten monument, 1871.
Met een begeleidende brief van H. Camp en een bijlage.
Circulaires van enige commissarissen des konings aan de burgemeesters in hun provincie betreffende
de inzamelingen ten gunste van het monument, 1871. Gedrukt.
Bestek en voorwaarden voor het maken van een gedenkteken ‘ter eere van de militairen gesneuveld
bij de verdediging der citadel van Antwerpen’, 1874. Gedrukt, met een begeleidende brief van C.P. del
Campo genaamd Camp, 1874.
Foto van het ‘model voor een monument te plaatsen op de graven der Citadel-Helden te Ginneken’,
ontwerp door de beeldhouwer J. Graven te ’s-Hertogenbosch, met dorsaal een beschrijving, 1871. Met
dubbelen en twee brieven van J.A. van der Burgh te Breda, en een van de kunstenaar, 1871.
N.B. Dit ontwerp is niet uitgevoerd.
2249.
2250.
2251.
Situatieschets van het op te richten monument te Ginneken, 1874, met een begeleidende brief van
M.D. van Limburg Stirum en C.P. del Campo genaamd Camp, 1874.
Ontwerp van de teksten voor het Citadel-monument, 1874. Met een brief van Rutger Jan
Schimmelpenninck aan koning Willem III met de vraag om commentaar, 1874.
Tekst van de opschriften van het Citadel-monument, 1874. Met een begeleidende brief van M.D. van
Limburg Stirum en C.P. del Campo genaamd Camp, 1874.
N.B. Na goedkeuring door de koning.
2254.
2255.
2256.
2257.
2259.
2260.
2258.
Programma voor de plechtigheid der onthulling van het Citadel-monument, 1874. Gedrukt.
Tekst van de rede van M.D. van Limburg Stirum bij de onthulling van het Citadel-monument, 1874.
Gedrukt.
Menukaart bij het déjeuner, aangeboden door de gemeente Ginneken aan koning Willem III, bij de
onthulling van het Citadel-monument, 1874.
Afbeelding van de aanwezigen bij de ‘translation des restes mortels de la citadelle (sud) d’Anvers’,
1875.
Tekst van de rede gehouden door [Rutger Jan Schimmelpenninck] ter gelegenheid van de bijzetting
van de stoffelijke overschotten, [1875].
Stukken betreffende de financiële verantwoording door M.D. van Limburg Stirum, als penningmeester
der commissie, over de periode 1871-1875.
Brieven betreffende de bijzetting van de stoffelijke overschotten te Ginneken, 1875.
2241, 2253.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan koning Willem III, 1871. Concept met bijlage.
1 omslag.
2247.
Brief van Rutger Jan Schimmelpenninck aan G.K.G. van Swinderen te Heerenveen, 1871. Concept.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen, 1871-1878.
15 omslagen.
2227.
2228.
2229.
2230.
2231.
2232.
2233.
2234.
2235.
2236.
2237.
2238.
H. Hardenberg te Den Haag, 1871.
Firma J.J. Arkesteyn en Zoon te Den Bosch, 1871.
J. Alberdingk Thijm te Hilversum, 1871.
W.A. de Eelder te Vlissingen, 1871.
C. Schiffer van Bleiswijk te Wassenaar, 1871.
J.W. Vader te Cortgene, 1871.
N.P.J. Kien te Utrecht, 1871.
De directie van de Stadsschouwburg te Amsterdam, 1871 en 1872.
W. Stumpf, directeur van het Park Orkest te Amsterdam, 1871.
Het Militaire Hoofdkwartier te Batavia, 1871 en 1872.
Generaal-majoor [W.H.] Doorman te Utrecht, 1871.
W.M. de Brauw te Den Haag, 1871. Met kwitanties.
N.B. De Brauw was de secretaris-penningmeester der commissie.
128
2246.
2252.
2261.
De hofhouding, H. Camp en [W.F.] van Doorn, 1871.
M.D. van Limburg Stirum en C.P. del Campo genaamd Camp, 1874.
De Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie, 1878.
(5).
Overige
2391.
Missive ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam met
de mededeling dat hij is benoemd tot lid van de Districtscommissie te Amsterdam tot aanmoediging en
ondersteuning van de Gewapende Dienst, 1853.
1 stuk.
2390.
Stukken betreffende de koninklijke dank voor de leden van de Commissie voor den Watersnood, 1855.
1 omslag.
2392.
Missiven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het Provinciaal Bestuur te Haarlem betreffende het
deponeren der handtekeningen van de leden van de gemeentelijke commissie inzake de Nationale Militie, 1855
en 1857.
2 stukken.
2380.
Koninklijk Besluit houdende het eervol ontslag van Rutger Jan Schimmelpenninck als koninklijk commissaris
bij de Nederlandsche Weerbaarheidsbond, 1877.
1 stuk.
2034.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Comitato Centrale van de Esposizione Mondiale in
Roma 1885-1886 met de vraag deel te nemen aan het Nederlandse Comité, 1881.
1 stuk.
2132.
Stukken betreffende de bemoeienissen van Rutger Jan Schimmelpenninck met The Shipwrights’ International
Competitive Exhibition of Ship Models te Londen, 1882.
1 omslag.
2612, 2613.
Stukken betreffende het lidmaatschap van Rutger Jan Schimmelpenninck van de Vereeniging tot beoefening
van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 1887.
2 stukken.
e.
Vermogenhandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
2387.
Akte van decharge voor Rutger Jan Schimmelpenninck als bewindvoerder over de nalatenschap van Germain
Louis Schornagel, 1850. Authentiek afschrift.
1 stuk.
2347.
Rekeningen ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de begrafenis van een doodgeboren zoon,
1853.
3 stukken.
2610.
Rekening en kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de aankoop van de Atlas des campagnes de
la Révolution Française door M.A. Thiers, 1854.
2 stukken.
129
2136.
Wissel en kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck voor zijn bijdrage in de Belgische Maatschappij der
Vereenigde Renteniers te Brussel, 1857.
2 stukken.
2087.
Aanslagbiljetten voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de personele belasting, 1862 en 1864.
2 stukken.
****.
Bewijzen van aandeel voor Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende instellingen, 1863-1880.
3 omslagen.
2317.
2316.
2318.
De Algemeene Maatschappij voor Handel en Nijverheid te Amsterdam, 1863.
Het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, 1869. Met coupons.
Het Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap te ’s-Gravenhage, 1869 en 1880.
1999.
Verklaring van de erfgenamen van Elisabeth Hendrika Wagenaar voor Rutger Jan Schimmelpenninck dat deze
haar bezittingen aan hem heeft overhandigd, 1863. Met een bijlage.
2 stukken.
1997.
Overzichten van de kapitaalrekening van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1876-1891.
1 omslag.
1998.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende zijn vermogen, 1876-1890.
1 omslag.
1962, 2315.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck als beredderaar van de nalatenschappen
van Gerrit Schimmelpenninck Janszoon en zijn vrouw Catharina Elisabeth Oskamp, 1876-1885.
1 omslag.
2002.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de bereddering van de
nalatenschap van W.A.A.C. von Knobelsdorff, 1881.
1 omslag.
N.B. Wilhelm von Knobelsdorff komt ook voor als Guillaume von Knobelsdorff.
1996.
Overzichten van de inkomsten en uitgaven van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1890-1893.
1 omslag.
2529.
Aanslagbiljetten voor Rutger Jan Schimmelpenninck voor de betaling der directe belastingen over 1892-1893,
met een begeleidende brief over de samenstelling van de lijst van hoogstaangeslagenen, 1892.
1 omslag.
N.B. Vgl.: V.A.M. van der Burg en C.E.G. ten Houte de Lange, De Hoogstaangeslagenen in ’s Rijks directe belastingen 1848-1917. De
verkiesbaren voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Zeist en Rotterdam 2004), p. 305.
2548.
Overzicht van de rekening-courant van Rutger Jan Schimmelpenninck met de Banque de Paris et des Pays-Bas,
1892.
1 stuk.
2551.
Stukken betreffende een geldlening door Rutger Jan Schimmelpenninck aan P. ten Wolde, gepensioneerd
hoflakei te ’s-Gravenhage, 1892.
1 omslag.
ii.
Familierechtelijke vermogenshandelingen
130
1950.
Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en Henriette W.E. Melvil, 1849.
Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
1949.
Testament van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1851. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
1951.
Testament van Henriette W.E. Melvil, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1851. Authentiek gelijktijdig
afschrift.
1 stuk.
1956, 1960.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de waarde van zijn aandelen, obligaties en na te
laten goederen, 1876 en 1890-1891.
1 omslag.
1943, 1946, 1947, 1948.
Stukken betreffende de bereddering van de nalatenschap van Henriette Melvil, vrouw van Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1877.
1 omslag.
1952, 1953, 1955.
Testamenten van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1877, 1888 en 1890. Authentieke gelijktijdige afschriften.
Met aantekeningen.
1 omslag.
1942.
Overeenkomst tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn zoon Lodewyk Hieronimus Schimmelpenninck
betreffende de overname van de onroerende goederen door de laatste en het recht van vruchtgebruik door de
eerstgenoemde, 1887. Afschriften.
3 stukken.
iii.
Nalatenschap
(1).
Regelgeving
2528.
Verklaring van erfrecht, afgegeven door notaris Th.L.M.H. Borret, wegens de nalatenschap van Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1893.
1 stuk.
2533.
Akte van décharge voor Gerard J.P. Schimmelpenninck van zijn broers en zusters voor zijn beheer als
executeur van het testament van hun vader Rutger Jan, 1894. Met begeleidende brieven.
1 omslag.
(2).
Onroerende goederen
2532.
Stukken betreffende de waardebepaling van landgoed het Westerflier en de toedeling aan Lodewyk H.
Schimmelpenninck uit de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1894.
1 omslag.
2538.
Overzicht van de percelen van het landgoed het Westerflier die zullen worden toegescheiden aan Robert
Schimmelpenninck, [1893].
1 stuk.
131
2122.
Aantekeningen betreffende het aandeel van Lodewyk H. Schimmelpenninck in het Nijenhuis en het Westerflier,
[1894].
1 stuk.
2121, 2534, 2535, 2536, 2546, 2556.
Stukken betreffende de waardebepaling van het landgoed het Westerflier na de dood van Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1893 en 1894.
1 omslag.
(3).
Roerende goederen
2545.
Rekening voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van de firma Gebroeders Cohen te Deventer voor de taxatie
van de roerende goederen op het Nijenhuis en het Westerflier, 1893.
1 stuk.
2543, 2558, 2565.
Stukken betreffende de taxatie van de inventaris van het huis van Rutger Jan Schimmelpenninck aan het
Bezuidenhout te ’s-Gravenhage, 1893.
1 omslag.
(4).
Correspondentie
2522.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van zijn broer Robert betreffende de nalatenschap van
hun vader Rutger Jan Schimmelpenninck, 1893.
3 stukken.
2559.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van C.H. Beelaerts van Blokland, gemeente-ontvanger van
’s-Gravenhage, betreffende de te betalen gemeentelijke belastingen na de dood van Rutger Jan
Schimmelpenninck, 1893.
1 stuk.
2552.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de notarissen T.L.M.H. Borret en A.J. Terlaak te ’sGravenhage betreffende de afwikkeling van de boedel van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1893-1894.
1 omslag.
2553.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van notaris W. Verweij Mejan te Goor betreffende de
afwikkeling van de boedel van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1894.
3 stukken.
(5).
Verdeling
2526.
Kwitantie voor Gerard J.P. Schimmelpenninck, als executeur-testamentair van Rutger Jan Schimmelpenninck,
van zijn oom Frederic Schimmelpenninck wegens de ontvangst van gelden uit het onverdeeld gedeelte van de
nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck, 1894.
1 stuk.
2530.
Financieel overzicht van de verdeling van de nalatenschap van Rutger Jan Schim-melpenninck, 1894. Met een
dubbel.
2 stukken.
132
2539.
Stukken betreffende de verdeling van de roerende goederen in de nalatenschap van Rutger Jan
Schimmelpenninck, [1894].
1 omslag.
3058.
Akte waarbij Lodewyk Hieronymus Schimmelpenninck in het bezit wordt gesteld van de landgoederen
Nijenhuis-Pekkedam en Westerflier, afkomstig uit de nalatenschap van zijn vader, 1894. Authentiek gelijktijdig
uittreksel.
1 katern.
N.B. Safe nr. 25.
(6).
Nasleep
****.
Stukken betreffende de bereddering van de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck door zijn zoon
Gerard Schimmelpenninck, 1893-1895.
1 deeltje en 1 omslag.
2520.
2521.
2531.
Register van inkomsten en uitgaven.
Bijlagen bij het register van inkomsten en uitgaven.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de firma Gebroeders Boissevain te Amsterdam
betreffende uitkeringen uit de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1894.
2 stukken.
2540, 2541.
Stukken ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de firma Broekman & Honders te Amsterdam
betreffende het beheer van effecten, 1893.
1 omslag.
2542.
Kwitanties voor Gerard J.P. Schimmelpenninck, als executeur van de nalatenschap van Rutger Jan
Schimmelpenninck, wegens uitbetalingen aan overige erfgenamen, 1893.
1 omslag.
2544.
Rekening voor de erfgenamen van Rutger Jan Schimmelpenninck van notaris W. Verweij Mejan te Goor, 1893.
Met een begeleidende brief, 1894.
2 stukken.
2547.
Stukken betreffende de verdeling van de effecten in de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck,
1893-1894.
1 omslag.
2561.
Akte van volmacht voor Gerard J.P. Schimmelpenninck van zijn broer Robert om tegenwoordig te zijn bij het
opmaken van de inventaris van de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1893.
1 stuk.
2524.
Kwitantie voor Gerard J.P. Schimmelpenninck afgegeven door de ontvanger van het recht van successie
wegens betaalde successierechten over de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck, 1893. Met een
bijlage.
2 stukken.
2549.
Brieven ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de Banque de Paris et des Pays-Bas betreffende het
effectenbeheer, 1893. Met enige rekening-courant-overzichten.
1 omslag.
2555.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van [de pachter] J.A. Meulman met het verzoek om uitstel
van betaling, 1893.
133
1 stuk.
2557.
Brief ingekomen bij [Gerard J.P. Schimmelpenninck] van de timmerman P.A. van Leeuwen te ’s-Gravenhage
betreffende de stalling van paarden, 1893.
1 stuk.
1921.
Lijst van archivalia uit de nalatenschap van Rutger Jan Schimmelpenninck die zijn afgestaan aan de KoninginRegentes Emma der Nederlanden, [1894].
1 stuk.
f.
Eerbewijzen
i.
Nederlandse decoraties
2022.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot Ridder in de Orde van de
Nederlandse Leeuw, 1861. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
2009.
Koninklijk Besluit waarbij Rutger Jan Schimmelpenninck wordt benoemd tot Commandeur in de Orde van de
Nederlandse Leeuw, 1867. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
2015.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder 1e Klasse van de Gouden
Leeuw van Nassau, 1877.
1 omslag.
N.B. Hierbij de statuten van de Ordre du Lion d’Or de la Maison de Nassau, 1873. Vgl. C.P. Mulder en P.A. Christiaans, ‘Een select
gezelschap en een vergeten onderscheiding: Ridders in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau’, in: Jaarboek van het Centraal Bureau
voor Genealogie 44 (1990).
2016.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Grootkruis in de Orde van de
Eikenkroon, 1880.
1 omslag.
N.B. Vgl. C.P. Mulder en P.A. Christiaans, Onderscheidingen van de Koning-Groothertog. De Orde van de Eikenkroon 1841-1891 (’sGravenhage 1999), p. 220, nr. 399.
2008.
Ontvangstbewijzen voor de erfgenamen van Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende binnen- en
buitenlandse instanties wegens de terugzending van decoraties, 1893.
1 omslag.
ii.
Buitenlandse decoraties
2020, 3096.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Grootkruis der Dannebrogsorde van
Denemarken, 1867.
1 omslag.
2017.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Grootkruis der Keizerlijke
Oostenrijkse Orde van de IJzeren Kroon, 1867.
1 omslag.
2013.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder-Grootkruis met het grote lint
van de Orde der Kroon van Italië, 1874.
1 omslag.
134
2012.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder-Grootkruis der Leopoldsorde
van België, 1875.
1 omslag.
2026.
Bewijs van toekenning aan Rutger Jan Schimmelpenninck van de Rode Adelaarsorde 1e Klasse door de koning
van Pruisen, 1878.
1 stuk.
2018.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder 1e Klasse van de Orde van
Verdienste van Waldeck und Pyrmont, tot Grootkruis der Orde van de Zähringer Leeuw van Baden en tot
Ridder 1e Klasse van de Orde van de Rode Adelaar van Pruisen, 1879.
1 omslag.
N.B. Hierbij de statuten van de Grossherzoglich Badischer Orden vom Zähringer Löwen.
2024.
Bewijs van toekenning aan Rutger Jan Schimmelpenninck van een onderscheiding van het (Russische?) Rode
Kruis, 1879. Met een begeleidende brief, 1880.
2 stukken.
2021.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder 1e Klasse der Keizerlijke
Perzische Orde van de Leeuw en de Zon, 1883.
1 omslag.
2049.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de Belgische Legatie te ’s-Gravenhage als begeleiding
van de onderscheidingstekenen behorende bij de ‘Grand Cordon de l’Ordre de Léopold’, toegekend ter
gelegenheid van het Koninklijk bezoek aan België, 1883.
1 stuk.
2011.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder-Grootkruis der koninklijke
Portugese Orde de Nostra Senhora da Conceicao Viçoza, 1886.
1 omslag.
2025, 2288.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder Grootkruis van de Pauselijke
Orde der Heilige Gregorius de Grote, 1886.
1 omslag.
2019.
Stukken betreffende de verlening aan Rutger Jan Schimmelpenninck van de Orde van de Rode Adelaar van
Pruisen 1e Klasse met briljanten, 1891.
2 stukken.
2014.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot Ridder 1e Klasse der Orde van de
Rijzende Zon van Japan en het Grootkruis der Orde van de Waakzaamheid of van de Witte Valk van SaksenWeimar, 1891.
1 omslag.
N.B. Hierbij: Statuten des grossherzoglich sachsen-weimarischen erneuerten Ritterordens der Wachsamkeit oder vom weissen Falken
(Weimar 1889).
2010.
Stukken betreffende de toekenning aan Rutger Jan Schimmelpenninck van de medaille ter herinnering aan het
gouden huwelijksfeest van de Groothertog en –hertogin van Saksen en het Grootkruis van de Orde van de
Rode Adelaar van Pruisen, 1892.
1 omslag.
N.B. Hierbij: H. Scholz, Geschichte und Statuten des königlichen Rothen Adler-Ordens. Fest-Schrift zur feier des diesjärigen Krönungsund Ordens-Festes (Berlijn [1887]); C. Pino von Friedenthal, Geschichte des Rothen Adler- Kgl. Kronen-Ordens, [etc.], 7e druk (Berlijn
z.j) en F. Assmus, Geschichte u. Statuten des Rothen Adler-Ordens und des königlichen Kronen-Ordens. Festschrift zur Feier des
preussischen Krönungs- und Ordensfestes am 23. Januar 1881 (Berlijn 1881).
135
iii.
Honoraire lidmaatschappen
(1).
Nederland
2037.
Bewijs van benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot erelid van de Koninklijke Nederlandsche
Tuinbouw-Maatschappij ‘Linnaeus’, 1874.
1 stuk.
2041.
Diploma voor Rutger Jan Schimmelpenninck als honorair lid van het Koninklijk Zoologisch Genootschap
‘Natura Artis Magistra’ te Amsterdam, 1875.
1 stuk.
2040.
Bewijs voor Rutger Jan Schimmelpenninck als honorair lid van de Maatschappij ‘Arti & Amicitiae’ te
Amsterdam, 1880. Met een begeleidende brief en concept van antwoord.
2 stukken.
2042.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de ’s-Gravenhaagsche Tuinbouw Vereeniging waarbij
hem het erelidmaatschap wordt aangeboden, 1882. Met concept van antwoord.
1 stuk.
2045.
Stukken betreffende de aanbieding aan Rutger Jan Schimmelpenninck van het buitengewoon erelidmaatschap
van de Koninklijke Vereeniging ‘Het Eereteeken voor Belangrijke Krijgsverrigtingen’, 1884-1885. Met
bijlagen, 1883.
1 omslag.
2036.
Bewijs van benoeming
Weerbaarheidsbond, 1887.
1 stuk.
(2).
Buitenland
2039.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van La Société Royale d’Horticulture et d’Agriculture te
Antwerpen waarbij hem het erelidmaatschap wordt aangeboden, 1874.
1 stuk.
2038.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de R. Società Toscana d’Orticultura te Florence
waarbij hem het erelidmaatschap wordt aangeboden, [ca. 1874].
1 stuk.
2033.
Stukken betreffende de benoeming van Rutger Jan Schimmelpenninck tot honorair lid van de Academia
Araldico-Genealogica Italiana te Pisa, 1877.
1 omslag.
2023.
Brief van The Worshipful Company of Shipwrights of London waarbij aan Rutger Jan Schimmelpenninck ‘the
Honorary Freedom’ wordt aangeboden, 1882.
1 stuk.
6.
Jhr. Ernest Herman Frederik Adriaan Schimmelpenninck (1823-1882), tr.
1853 Jkvr. Maria Jacoba Fabricius (1831-1892)
van
Rutger
Jan
Schimmelpenninck
tot
erelid
van
de
Nederlandsche
Jhr. Ernest Herman Frederik Adriaan Schimmelpenninck, zoon van Gerrit graaf Schimmelpenninck en Jeanette Philippine Frederique
Caroline Constantine von Knobelsdorff, geb. Amsterdam 19 september 1823, luitenant cavalerie in Pruisische dienst, lid gemeenteraad van
136
Rhenen, heemraad Dijkstoel Rhenensche Nude en Achterbergsche Hooilanden 1862-1882, kamerheer i.b.d. van koning Willem III
1879-1882, overl. huis Heimerstein, Rhenen 5 januari 1882, huwt Amsterdam 7 april 1853 met Jkvr. Maria Jacoba Fabricius, geb.
Amsterdam 5 april 1831, overl. Nice 15 februari 1892, dochter van Jhr. Johan Carel Willem Fabricius, heer van Leyenburg, Loenen en
Wolferen, en Jkvr. Anna Elisabeth Huydecoper.
2110.
Brieven ingekomen bij Ernst Schimmelpenninck van zijn moeder Jeannette Schimmelpenninck-von
Knobelsdorff, 1840 en 1842.
2 stukken.
34.
Jachtvergunning voor Ernest Schimmelpenninck, afgegeven door de Préfect van het departement BassesPyrénées te Pau, 1847.
1 stuk.
2467.
Bewijs voor Ernest Schimmelpenninck en zijn vrouw Maria Jacoba Fabricius dat hun huwelijk in de registers
der burgerlijke stand van Amsterdam is ingeschreven, 1853.
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Ernest Schimmelpenninck van zijn familieleden betreffende de nalatenschap van hun
grootmoeder Johanna Philippina Hermanna van Dedem, weduwe van Friedrich Wilhelm Ernst von
Knobelsdorff, 1860.
2 omslagen.
2424.
2425.
****.
Zijn broer Gerard J.C. Schimmelpenninck.
Zijn broer Antoine Schimmelpenninck.
Ingekomen brieven bij Ernest Schimmelpenninck van zijn familieleden over de nalatenschap van hun vader
Gerrit Schimmelpenninck, 1863-1864.
5 omslagen.
2426.
2427.
2428.
2429.
2430.
Zijn broer Frederic Schimmelpenninck, [1863 en 1864].
Zijn broer Antoine Schimmelpenninck, 1863 en 1864.
Zijn zwager Willem Frederik van Doorn, 1864.
Zijn broer Gerard Schimmelpenninck, 1864.
Zijn broer Rutger Jan Schimmelpenninck, 1864.
2465.
Akte van schuldbekentenis door Antoine Lodewijk Schimmelpenninck te Londen ten behoeve van zijn broer
Ernest Schimmelpenninck, 1869.
1 stuk.
2466.
Overzichten voor Ernest H.F.A. Schimmelpenninck van de firma Holjé & Boissevain te Amsterdam
betreffende de conversie der Oostenrijkse staatsschuld, 1869.
2 stukken.
2452.
Aantekeningen betreffende de bezittingen van Maria Jacoba Fabricius, vrouw van Ernest H.F.A.
Schimmelpenninck, 1869-1882.
1 omslag.
2464.
Akte van schuldbekentenis door Ernest H.F.A. Schimmelpenninck ten behoeve van Hendrika Leusink, weduwe
van Hendrik Alink, te Rhenen, 1881.
1 stuk.
****.
Stukken betreffende de verdeling en de bereddering van de nalatenschap van Ernest Schimmelpenninck,
1882-1889.
4 omslagen.
2453, 2454.
137
Stukken betreffende de benoeming van Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck tot toeziend
voogd over de minderjarige kinderen van zijn broer Ernest, 1882.
2455. Aantekeningen betreffende de nalatenschap van Ernest Schimmelpenninck, [1882].
2449. Akte van scheiding en deling van de nalatenschap van Ernest H. F.A. Schimmelpenninck, 1882.
Authentiek gelijktijdig afschrift.
2446, 2447.
Akten waarbij Maria Jacoba Fabricius, weduwe van Ernest H.F.A. Schimmelpenninck, rekening en
verantwoording aflegt als wettige voogdesse over haar zoon Johan Karel Willem en dochter Catharina
Jacoba Schimmelpenninck, 1884 en 1889.
2448.
Brieven ingekomen bij Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck van de firma Praetorius & Zoon te
Amsterdam betreffende het beheer van enige fondsen ten behoeve van Johan Karel Willem Schimmelpenninck,
1890 en 1891.
3 stukken.
7.
Jhr.mr. Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck (1825-1904), trouwt
1865 Woltera Geertruida gravin van Limburg Stirum (1841-1877)
Jhr.mr. Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck, heer van Diepenheim, zoon van Gerrit graaf Schimmelpenninck en Jeanette
Philippine Frederique Caroline Constantine von Knobelsdorff, geb. ’s-Gravenhage 4 juli 1825, juridisch doctor Leiden 1847, burgemeester
van Diepenheim 1854-1858, lid Provinciale Staten 1854-1859 en 1873-1904, en Gedeputeerde Staten 1875-1901 van Overijssel,
kamerheer i.b.d. van koning Willem III 1858-1890 en koningin Wilhelmina 1890-1904, overl. huis Diepenheim 22 september 1904, huwt
’s-Gravenhage 18 mei 1865 met Woltera Geertruida gravin van Limburg Stirum, geb. ’s-Gravenhage 18 juni 1841, overl. huis Diepenheim
1 december 1877, dochter van Leopold graaf van Limburg Stirum, heer van Noordwijkerhout, en Adolphina Wilhelmina Anna van der
Wyck, vrouwe van Warmond.
a.
Privé-leven
3120, 3121.
Bewijzen van lidmaatschap voor G.J.C. Schimmelpenninck van het Departement Goor van de Maatschappij tot
Nut van ’t Algemeen, 1863-1867.
1 omslag.
3119.
Bewijs van lidmaatschap voor G.C.J. Schimmelpenninck van de Overijsselsche Maatschappij ter bevordering
van Landbouw, Tuinbouw en Veeteelt, 1866.
1 stuk.
b.
Correspondentie
i.
Particuliere correspondentie
2471.
Brief ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van zijn vader Gerrit, 1860.
1 stuk.
N.B. Hierin wordt o.m. melding gemaakt van de slechte relatie tussen Rutger Jan S. en mevrouw Schimmelpenninck-van Schuylenburg.
2084.
Brieven ingekomen bij [Gerrit J.C.] Schimmelpenninck van P. Jennes te Enschede betreffende de verkiezingen,
1856.
2 stukken.
2460.
Brieven ingekomen bij [Gerrit J.C. Schimmelpenninck] van zijn neef Gerard Johan Anne Schimmelpenninck
betreffende familieomstandigheden, 1882.
3 stukken.
138
2457.
Brief ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van zijn zwager Willem Frederik van Doorn betreffende de
nalatenschap van ‘oom Guillaume’ (= G.A.A.C. von Knobelsdorff), 1882.
1 stuk.
2459.
Brieven van Gerrit J.C. Schimmelpenninck aan zijn schoonzuster Marie Fabricius betreffende de nalatenschap
van Ernest, 1882. Concepten.
2 stukken.
ii.
Correspondentie als beheerder van het Westerflier
****.
Brieven ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van zijn broer Rutger Jan betreffende het Westerflier,
1851-1858.
5 omslagen.
N.B. Gerard Schimmelpenninck, burgemeester van Diepenheim, behartigde de belangen van zijn broer Rutger Jan betreffende het
Westerflier.
2063.
2064.
2065.
2066.
2067.
1851 en 1854.
1855.
1856.
1857.
1858.
2068, 2069, 2070, 2071, 2074, 2076, 2077.
Brieven ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende markezaken en
toedeling van gronden aan het Westerflier, 1855-1857.
1 omslag.
2072, 2073, 2083, 2085.
Brieven ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van verschillende personen over de aanleg van de weg
van Goor naar Ommen en het tracé van de spoorweg nabij Diepenheim, 1855 en 1857.
1 omslag.
2075.
Rekening van G.J. Alberts te Boskoop wegens de levering van perzikbomen op Westerflier, 1855.
1 stuk.
2078.
Brieven ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck en Rutger Jan Schimmelpenninck van J.N. de Ruijter,
meubelmaker te Zutphen, betreffende de levering van meubilair op het Westerflier, 1855 en 1856.
3 stukken.
2079, 2081, 2086.
Ingekomen brieven bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende de aankoop van
vee en goederen op het Westerflier, 1855.
1 omslag.
2080.
Brief ingekomen bij Gerrit J.C. Schimmelpenninck van D. Hartgerink te Goor betreffende enige bouwkundige
zaken op het landgoed Westerflier, 1858.
1 stuk.
c.
Persoonlijke vermogenshandelingen
2450.
Opgaven voor Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck van de door hem bezeten onroerende goederen die
vatbaar zijn voor de grondbelasting, 1884 en 1888-1889.
3 stukken.
139
8.
Gérard Johan Philip graaf Schimmelpenninck (1851-1929), trouwt 1876
Jkvr. Cornelia Constantia van der Wyck (1851-1931)
Gérard Johan Philip graaf Schimmelpenninck, zoon van Rutger Jan graaf Schimmelpenninck en Henriette Wilhelmine Elisabeth Melvil,
geb. Amsterdam 1 oktober 1851, juridisch doctor te Leiden 1875, substituut-griffier van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
1877-1881, substituut-officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank te Heerenveen 1881-1882, Zutphen 1882-1885 en Amsterdam
1885-1895, officier van justitie bij de arrondissmentsrechtbank te Leeuwarden 1896-1902 en Utrecht 1902-1909, kamerheer i.b.d. van
koningin Wilhelmina 1911-1929, overl. ’s-Gravenhage 11 mei 1929, huwt ’s-Gravenhage 18 mei 1876 met Jkvr. Cornelia Constantia van
der Wyck, geb. Arnhem 25 september 1851, overl. ’s-Gravenhage 30 april 1931, dochter van Jhr.mr. Herman Constantijn van der Wyck en
Marianna Susanna Lucia de Kock van Leeuwen.
a.
Privé-leven
2052.
Bewijs van inschrijving van Gerard Johan Philip Schimmelpenninck in de registers van de Nationale Militie,
1870.
1 stuk.
2157.
Verklaring van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de identiteit van zijn zoon Gerard Philipe Constantin
(= Gerard Johan Philip) Schimmelpenninck ten behoeve van diens reis naar Kissingen, 1871.
1 stuk.
1878.
Paspoort voor Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn familie voor een reis naar Duitsland, 1871, met een
verklaring van Rutger Jan Schimmelpenninck dat dit document ook geldt voor Gerard J.P. Schimmelpenninck,
1873.
1 stuk.
N.B. Gerard Schimmelpenninck zou prins Alexander der Nederlanden vergezellen op een reis naar Wenen.
1914.
Aantekeningen [van Gerard J.P. Schimmelpenninck] betreffende de afstamming van koning Willem III van
Karel de Grote, [ca. 1875].
1 stuk.
N.B. Genoemd worden prof. D.W. Everts (samensteller) en G. Slits (tekenaar). Vgl.: H. Duurkens, ‘De afstamming der koningin tot op
Karel den Groote’, in: Studiën. Tijdschrift voor godsdienst, wetenschap en letteren (101) 1924, p. 140-149 en 208-216. Koning Willem III
kreeg een te Rolduc vervaardigd genealogisch overzicht ter gelegenheid van zijn 25-jarig regeringsjubileum in 1874.
1886.
Uittreksel uit de registers van de Burgerlijke Stand van ’s-Gravenhage betreffende het huwelijk van Gerard J.P.
Schimmelpenninck met C.C. van der Wyck, 1876.
1 stuk.
1945.
Akte van aanstelling van Gerard J.P. Schimmelpenninck tot toeziend voogd over zijn broers en zusters, 1876.
Authentiek afschrift, 1877.
1 stuk.
1888.
Akte van ontslag voor Gerard J.P. Schimmelpenninck als dienstdoende bij de plaatselijke schutterij, afgegeven
door het gemeentebestuur van Zutphen, 1886.
1 stuk.
1887.
Uittreksel uit de registers van de Burgerlijke Stand van ’s-Gravenhage betreffende de geboorte van Henri
Willem Elisa Schimmelpenninck in 1877, afgegeven 1891.
1 stuk.
2518.
Brief ingekomen bij Gerard Schimmelpenninck van zijn broer Frits betreffende de aankoop van het archief van
het Warmelo, 1899.
1 stuk.
2133.
Verklaring van [Gerard Johan Philip] Schimmelpenninck dat het zilveren scheepsmodel, in 1882 door de stad
Londen aan zijn vader ten geschenke gegeven, en de daarbij behorende oorkonde, gelegateerd worden aan zijn
broer Lodewyk H. Schimmelpenninck en diens nakomelingen op het Nijenhuis, 1915.
140
1 stuk.
b.
Correspondentie
****.
Ingekomen gelukwensen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck bij gelegenheid van zijn huwelijk met Cornelia van
der Wyck, 1876.
4 omslagen.
1882.
1883.
1884.
1885.
****.
Koning Willem III der Nederlanden.
Prins Hendrik der Nederlanden.
De prinses von Wied, geboren prinses der Nederlanden.
Prins Frederik der Nederlanden.
Ingekomen brieven bij Gerard Schimmelpenninck betreffende de nalatenschap van zijn broer Ernest
Schimmelpenninck, 1882.
4 omslagen.
2456. Notaris H.J.G. Mos te Rhenen.
2458. Zijn schoonzuster Marie Fabricius, weduwe van Ernest Schimmelpenninck.
2461. Zijn broer Frederic (Frits) Schimmelpenninck.
2451, 2462.
Zijn broer Rutger Jan Schimmelpenninck.
2564.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van [K.J.G.] van Hardenbroek van Bergambacht met dank
voor de felicitaties bij de benoeming tot Opperkamer-heer van Hare Majesteit, 1893.
1 stuk.
3114.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van de organisatie van de ‘Tentoonstelling ‘De Vrouw
1813-1913’’ met de vraag naar de eventuele memorabilia van de schrijfster Mary Schimmelpenninck, 1913.
Met concept van antwoord en een bijlage.
3 stukken.
N.B. Het betreft hier Mary Anna Galton (1778-1856), die in 1806 huwde met Lambert Schimmelpenninck van Berkely Square te Bristol.
c.
Opleiding
1880.
Getuigschrift voor Gerard J.P. Schimmelpenninck van het Gymnasium Haganum bij zijn afstuderen, 1870.
1 stuk.
1881.
Toelatingsbewijs voor Gerard J.P. Schimmelpenninck als lid van het Leids studentencorps, 1870.
1 stuk.
1879.
Getuigschriften voor Gerard J.P. Schimmelpenninck van de universiteit te Leiden wegens het behalen van
tentamens, 1870-1873.
4 stukken.
1877.
Bul van de academie te Leiden voor Gerard Johannes Philip Schimmelpenninck als doctor in de beide rechten,
1875.
1 charter.
d.
Loopbaan
141
i.
Lid van de rechterlijke macht
1892.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot substituut-griffier bij de
Arrondissements Rechtbank te Amsterdam, 1877.
1 stuk.
1893.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot substituut Officier van Justitie bij de
Arrondissements Rechtbank te Heerenveen, 1881, met een bewijs van eedsaflegging, 1881.
2 stukken.
1894.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot substituut Officier van Justitie te
Zutphen, 1882, met een bewijs van eedsaflegging, 1882.
2 stukken.
1895.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot substituut Officier van Justitie te
Amsterdam, 1885, met bewijs van eedsaflegging, 1885.
2 stukken.
1896.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot Officier van Justitie te Leeuwarden,
1896, met bewijs van eedsaflegging, 1896.
2 stukken.
1897.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot Officier van Justitie te Utrecht, 1902,
met bewijs van eedsaflegging, 1902.
2 stukken.
1898.
Koninklijk Besluit waarbij aan G.J.P. Schimmelpenninck eervol ontslag wordt verleend als Officier van Justitie
te Utrecht, 1909, met een brief van de procureur-generaal betreffende de pensioenaanspraken, 1909.
2 stukken.
ii.
Lid van de Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek
van Strafvordering
1889.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd in de Staatscommissie tot herziening van
het Burgerlijk Wetboek, 1880, met een uitnodiging voor het bijwonen van de eerste vergadering van die
commissie, 1880.
3 stukken.
1890.
Koninklijk Besluit waarbij G.J.P. Schimmelpenninck wordt benoemd tot secretaris van de 2e afdeling van de
Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek, 1884.
2 stukken.
1891.
Koninklijk Besluit tot ontbinding van de Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek, 1887,
met een aflevering van de Nederlandsche Staats-courant waarin dit besluit is gepubliceerd, 1887.
3 stukken.
1902.
Brieven ingekomen bij G.J.P. Schimmelpenninck over het archief van de Staatscommissie tot herziening van
het Burgerlijk Wetboek, 1909.
2 stukken.
1903.
Stukken betreffende de samenstelling en ontbinding van de Staatscommissie tot herziening van het Wetboek
van Strafvordering, 1910 en 1913.
1 omslag.
N.B. G.J.P. Schimmelpenninck maakte deel uit van deze commissie.
142
iii.
Lid van de Koninklijke hofhouding
1917.
Stukken betreffende de benoeming van G.J.P. Schimmelpenninck tot kamerheer in buitengewone dienst van
koningin Wilhelmina, 1911.
1 omslag.
1916.
Programma’s voor de opening van de zitting der Staten-Generaal, 1918 en 1919. Gedrukt.
2 stukken.
1910.
Brieven ingekomen bij G.J.P. Schimmelpenninck betreffende zijn deelname aan de Nederlandse missie naar de
koning der Belgen, 1918-1919.
1 omslag.
N.B. Bij een der brieven is gevoegd een foto van ‘Majoor Etienne’(= Eug. Etienne).
1911.
Uitnodigingen, menukaarten en plaatsbewijzen voor G.J.P. Schimmelpenninck voor diners en déjeuners van de
Nederlandse missie naar de koning der Belgen, 1919.
1 omslag.
1913.
Visitekaartjes ontvangen door G.J.P. Schimmelpenninck bij zijn bezoek aan de koning der Belgen, [1919].
1 omslag.
1907.
Paspoort voor G.J.P. Schimmelpenninck als deelnemer aan de Nederlandse missie ter complimentering van
Z.M. de koning der Belgen bij zijn terugkeer in de hoofdstad van zijn Rijk, 1919.
1 stuk.
1908.
Aflevering van het dagblad L’Étoile Belge met een verslag van de Nederlandse missie naar de koning der
Belgen, 1919. Gedrukt.
1 stuk.
1909.
Fotografische portretten van koning Albert der Belgen en zijn vrouw, [1919].
3 stukken.
1918.
‘Reglement voor de Bals ten Hove’, 1919. Met een begeleidende brief van de Opperkamerheer aan G.J.P.
Schimmelpenninck, 1919.
2 stukken.
iv.
Overige functies
1901.
Stukken betreffende de benoeming en het ontslag van G.J.P. Schimmelpenninck als lid van het college van
regenten over de gevangenissen te Utrecht, 1903 en 1909.
1 omslag.
1900.
Brieven ingekomen bij G.J.P. Schimmelpenninck betreffende zijn benoeming, herbenoeming en aftreden als
curator van het Christelijk Gymnasium te Utrecht, 1903, 1909 en 1911.
3 stukken.
1904.
Stukken betreffende de benoeming en het ontslag van G.J.P. Schimmelpenninck als lid van het college van
regenten over de gevangenissen te ’s-Gravenhage, 1911 en 1922.
1 omslag.
1905.
Brief ingekomen bij G.J.P. Schimmelpenninck van de minister van Binnenlandse Zaken Cort van der Linden
met de vraag de vacature binnen de commissie van toezicht op de bijzondere leerstoelen en de bijzondere
universiteiten te willen opvullen, 1916. Met concept van antwoord.
143
2 stukken.
1906.
Stukken betreffende de Algemeene Vereenigde Commissie ter leniging van rampen door watersnood in
Nederland, 1916. Met een retroactum, 1877.
1 omslag.
N.B. G.J.P. Schimmelpenninck was lid van deze commissie.
e.
Persoonlijke vermogenhandelingen
1963.
Brieven van [G.J.P. Schimmelpenninck] aan mevrouw J.C.H. Gosch en haar echtgenoot P.J.M. Bonardi
betreffende de halfjaarlijkse uitkering van het haar toekomende legaat, 1883-1898.
1 omslag.
N.B. Het legaat kwam voort uit het testament van Gerrit Schimmelpenninck Jzn., waarvan aanvankelijk Rutger Jan Schimmelpenninck de
executeur-testamentair was.
2523.
Brief ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck van W. Verweij Mejan, notaris te Goor, betreffende de
aflossing van een hypotheek door de erven Koop, 1893.
1 stuk.
f.
Eerbewijzen
1899.
Stukken betreffende de benoeming van G.J.P. Schimmelpenninck tot ridder in de Orde van de Nederlandse
Leeuw, 1903.
1 omslag.
1912.
Stukken betreffende de benoeming van G.J.P. Schimmelpenninck tot commandeur in de Kroonorde van België,
1919.
1 omslag.
1919.
Brief ingekomen bij G.J.P. Schimmelpenninck van de particulier secretaris van koningin Wilhelmina bij de
toezending van de draagmedaille als herinnering aan het 25-jarig huwelijk van de koningin en prins Hendrik,
1926. Met concept van antwoord.
2 stukken.
9.
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck (1855-1935), trouw 1935 Adriana
Johanna Pauw van Wieldrecht (1865-1936)
Rutger Jan graaf Schimmelpenninck, zoon van Rutger Jan graaf Schimmelpenninck en Henriette Wilhelmine Elisabeth Melvil, geb.
Amsterdam 20 november 1855, officier infanterie 1877-, laatstelijk kolonel 1910-1913, adjudant i.b.d. van koningin Wilhelmina
1899-1935, overl. Zeist 23 juni 1935, huwt Zeist 16 juni 1892 met Jkvr. Adriana Johanna Pauw van Wieldrecht, geb. Zeist 26 juli 1865,
overl. Zeist 4 oktober 1936, dochter van Matthieu Christiaan hendrik ridder Pauw van Wieldrecht en Aletta Cornelia Anna Voombergh.
1336.
Uitnodigingen voor [Rutger Schimmelpenninck] om te komen logeren op het Loo, 1867.
2 stukken.
1313.
Getuigschrift door koning Willem III der Nederlanden betreffende de eerste luitenant Rutger J.
Schimmelpenninck bij diens plaatsing bij het Regiment Grenadiers en Jagers, 1887.
1 stuk.
N.B. Gericht aan diens vader.
1319, 1320, 1321.
Uittreksel uit het huwelijksregister van de gemeente Zeist betreffende het huwelijk van Rutger Jan
Schimmelpenninck en Adriana Johanna Pauw van Wieldrecht in 1892, afgegeven 1892. Met dorsaal een
aantekening dat dit huwelijk is geregistreerd bij de directie der Weduwen- en weezenkas voor officieren van de
landmacht en met bijlagen.
144
1 stuk.
10.
Johanna P.F.C.C. gravin Schimmelpenninck (1857-1932), tr. 1887 Jhr.mr.
Herman van der Wyck (1844-1909)
Johanna Philippina Frédérique Caroline Constantia gravin Schimmelpenninck, dochter van mr. Rutger Jan Schimmelpenninck en Henriette
Wilhelmine Elisabeth Melvil, geb. Amsterdam 6 februari 1857, overl. Hetendorf (Kreis Celle, Hannover) 9 augustus 1932, huwt ’sGravenhage 5 mei 1887 met Jhr.mr. Herman van der Wyck, geb. Ambarawa (Semarang) 27 september 1844, juridisch doctor Leiden 1866,
luitenant der 2e kl., adjunct-commies 1867-1871, commies 1871-1874, referaendaris en chef bureau en kabinet 1874-1880, secretarisgeneraal ministerie van Koloniën 1880-1894, lid Raad van State 1894-1909, overl. Bad Nauheim (Hessen-Nassau) 4 mei 1909, zoon van
Jhr.mr. Herman Constantijn van der Wyck en Marianna Susanna Lucia de Kock van Leeuwen.
2051.
Geboortebewijs van Johanna Philippina Frederique Carolina Constantia Schimmelpenninck in 1857, afgegeven
[ca. 1890].
1 stuk.
1920.
Verzoekschrift van Johanna Schimmelpenninck, weduwe van Herman van der Wyck, aan de minister van
Justitie betreffende de inschrijvingen in het filiatieregister van de Nederlandse adel, [1915]. Concept, met
bijlagen.
4 stukken.
11.
Lodewyk Hieronymus graaf Schimmelpenninck (1858-1942), trouwt 1887
Wallij Mariane Eugenie Lucius (1864-1941).
Lodewyk Hieronymus (Louis) graaf Schimmelpenninck, heer van Nijenhuis en Peckedam, zoon van Rutger Jan graaf Schimmelpenninck
en Henriette Wilhelmine Elisabeth Melvil, geb. ’s-Gravenhage 28 oktober 1858, rentmeester Kroondomein (rentambt Schiedam,
Noordwijk, Leiden en Brielle) 1880-1887, overl. Diepenheim 28 juni 1942, huwt Frankfurt am Main 15 oktober 1887 met Wallij Mariane
Eugenie Lucius, geb. Frankfurt am Main 23 juli 1864, overl. Diepenheim 6 maart 1941, dochter van Eugen Lucius en Maximiliane Emma
Goerge Eduarda Becker.
a.
Privé-leven
2147.
Dagboek gehouden door [Lodewyk Hieronimus] (Louis) Schimmelpenninck tijdens zijn verblijf te Frankfurt
am Main voor zijn zangstudie, 1886-1887.
1 deel.
N.B. Grotendeels onbeschreven. Enige bladzijden zijn uitgescheurd.
1954.
Taxatierapport van de meubelen, aanwezig op het Nijenhuis, [die] ‘in 1890 geschonken worden’, afschrift door
Lodewyk H. Schimmelpenninck, [1890].
1 stuk.
1342.
Brieven ingekomen bij [Lodewyk H. Schimmelpenninck] van J. Kardux, commies ter secretarie te Deventer,
betreffende genealogisch onderzoek, 1894 en 1895.
2 stukken.
3077.
Brief ingekomen bij L.H. Schimmelpenninck van Burgemeester en Wethouders van Diepenheim, waarbij zij
danken voor de schenking van de archivalia uit de nalatenschap van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de
markeverdeling, 1900.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 31.
1345.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van zijn broer Gerard Schimmelpenninck betreffende de
familie Melvil, 1924.
1 stuk.
145
3094.
Stukken betreffende het opzeggen door Lodewyk H. Schimmelpenninck van zijn lidmaatschap van de
Hervormde Kerk, 1925.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 47.
3105.
‘Herinneringen uit de Jeugd’, memoires van Lodewyk H. Schimmelpenninck tot aan zijn huwelijk, [ca. 1930].
Typoscript.
1 omslag.
2974.
Bewijs van overlijden van Lodewyk Hieronymus Schimmelpenninck in 1942, afgegeven 1953.
1 stuk.
b.
Loopbaan
1344.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van N.N. Schimmelpenninck betreffende zijn benoeming
tot rentmeester van het Kroondomein, [1880].
1 stuk.
e.
Vermogenhandelingen
i.
Persoonlijke vermogenshandelingen
2117.
Brieven ingekomen bij Lodewyk Hieronimus Schimmelpenninck van de firma Van Loon & Co. te Amsterdam
betreffende beleggingen in waardepapieren, 1909.
1 omslag.
ii.
Familierechterlijke vermogenshandelingen
2123.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van zijn broer Gerard betreffende de verdeling van de
boedel [van hun vader Rutger Jan Schimmelpenninck], 1894. Met een bijlage.
2 stukken.
3020.
Huwelijksakte van Lodewyk H. Schimmelpenninck en Wally Mariane Eugenie Lucius, 1887. Authentiek
uittreksel, 1906. Met bijlagen.
1 omslag.
N.B. In 1906 werd de in die akte voorkomende naam Ludwig veranderd in Lodewyk.
N.B. Safe nr. 3.
3031.
Testament van Louise Sillem, weduwe van Francis Melvil, 1896. Authentiek uittreksel betreffende het legaat
aan Lodewyk H. Schimmelpenninck, 1896.
1 stuk.
N.B. Blijkens een eigenhandige aantekening heeft de gelegateerde, ter herinnering aan zijn stiefgrootmoeder, van zijn neven onroerend
goed aangekocht.
N.B. Safe nr. 8.
3002.
Verklaring van [Lodewyk Hieronymus Schimmelpenninck] betreffende een schenking aan zijn kleinzonen
Moritz (von Bethmann) en Lodewijk (Schimmelpenninck), 1939.
1 stuk.
3012.
Akte van schenking door Lodewyk Hieronymus Schimmelpenninck en zijn vrouw Wally Marianne Eugenie
Lucius aan hun zoon en diens kinderen van aandelen in de firma I-G Farbenindustrie A.G. te Frankfurt a.M.,
1934. Authentiek gelijktijdig afschrift.
146
1 stuk.
2967.
Verklaring van erfrecht voor de erfgenamen van Lodewyk Hieronymus Schimmelpenninck en zijn vrouw
Wally Marianne Eugenie Lucius, 1953. Authentiek afschrift. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
12.
Jhr. Gerrit Johan Anne Schimmelpenninck (1854-1929), tr. 1881 Jkvr.
Cécile Marie Steengracht (1855-1929)
Jhr. Gerrit Johan Anne Schimmelpenninck, zoon van Jhr. Ernest Herman Frederik Adriaan Schimmelpenninck en Jkvr. Maria Jacoba
Fabricius, geb. ’s-Gravenhage 8 februari 1854, burgemeester van Rhenen 1882-1923, lid Provinciale Staten van Utrecht 1907-1919, lid
Tweede kamer der Staten-Generaal 1909-1918, president-kerkvoogd hervormde gemeente te Rhenen, heenraad 1883-1896, hoogheemraad
1897-1905 en dijkgraaf 1906-1924 van de Dijkstoel Rhenensche Nude en Achterbergsche Hooilanden, overl. Den Dolder 13 december
1929, huwt De Bilt 10 november 1881 met Jkvr. Cécile Marie Steengracht, geb. De Bilt 2 januari 1855, overl. Utrecht 7 februari 1929,
dochter van Jhr. Johan Willem Steengracht, heer van Oostcapelle, en Marie Isabelle Anne Josine Charlotte Roosmale Nepveu.
2517.
Aanslagbiljetten voor Gerrit Johan Anne Schimmelpenninck voor te betalen grondbelasting en
waterschapslasten voor bezittingen te Diepenheim, 1895-1898.
3 stukken.
13.
Rutger Jan Eugen graaf Schimmelpenninck (1892-1945), trouwt 1918
Marie Therese Ruth von Meister (1898-1981)
Rutger Jan Eugen graaf Schimmelpenninck, heer van Nijenhuis en Peckedam, zoon van Lodewyk Hieronymus graaf Schimmelpenninck
en Wallij Mariane Eugenie Lucius, geb. Frankfurt am Main 7 maart 1892, koopman in technische artikelen, landoeconoom, reserve-officier
cavalerie, laatstelijk ritmeester, overl. Wierden 30 april 1945, huwt Frankfurt am Main –Sindlingen 27 augustus 1918 met Marie Therese
Ruth von Meister, geb. Frankfurt am Main 9 september 1898, overl. Leidschendam 4 mei 1981, dochter van dr. Albert Eugen Herbert von
Meister en Else Humser.
a.
Privé-leven
2959.
Zwemdiploma voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, afgegeven door het Städtisches Schwimmbad te
Frankfurt a.M., 1903.
1 stuk.
2973.
Geboortebewijzen van Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck in 1892, afgegeven 1905, 1912 en 1918.
3 stukken.
2982.
Aandenken aan de belijdenis door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, 1911. Gedrukt.
1 stuk.
2968.
Bewijs van Nederlanderschap voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, 1917.
1 stuk.
2971.
Bewijs van toestemming door Wally Marianne Eugenia Lucius, vrouw van L.H. Schimmelpenninck, voor het
huwelijk van haar zoon Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, 1918.
1 stuk.
2972.
Geboortebewijs van Marie Therese Ruth von Meister in 1898, afgegeven 1919.
1 stuk.
2965.
Trouwboekjes voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en zijn vrouw Marie Therese Ruth von Meister,
afgegeven 1918. Met inschrijvingen van de geboorten van hun kinderen.
2 deeltjes.
N.B. Zowel een Nederlands als een Duits exemplaar.
147
2970.
‘Trau-Schein’ bewijs van de kerkelijke inzegening van het huwelijk van Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck
en Marie Therese Ruth von Meister, 1918.
1 stuk.
2985.
Bewijs voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en zijn gezin, afgegeven door het gemeentebestuur van
Diepenheim, dat zij uitgeschreven zijn uit de bevolkingsadministratie wegens verhuizing, 1919.
1 stuk.
2958.
Rijbewijs voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, afgegeven door het Quartier Général de l’armée du Rhin,
1919.
1 stuk.
2957.
Jachtvergunning voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, afgegeven door de autoriteiten te Marburg, 1920.
1 stuk.
b.
Opleiding
2963.
Getuigschrift voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck dat hij de examens, toegang gevend tot universitaire
studies, met goed gevolg heeft afgelegd, 1912. Met een geauthoriseerde vertaling in het Duits, 1913.
2 stukken.
2961.
Verklaringen voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van de Ruprecht-Karls-Universität te Heidelberg
betreffende zijn studie, 1912-1914.
2 stukken.
****.
‘Anmeldungsbuch’, registers voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck ter registratie van zijn aanwezigheid
bij colleges aan de Philipps Universität te Marburg, 1920-1923.
2 deeltjes.
2956.
2960.
1920-1921.
1921-1923.
2962.
Verklaring voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van de Universität Marburg dat hij nader omschreven
colleges heeft gevolgd, 1921.
1 stuk.
2990.
Akte waarbij Gerard Johan Philip Schimmelpenninck het snoer parels, afkomstig van Catharina
Schimmelpenninck-Nahuys, legateert aan zijn neef Rutger Jan, 1921. Met een retroactum, 1857.
2 stukken.
2986.
Bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister van ’s-Gravenhage voor Rutger Jan Eugen
Schimmelpenninck, 1926.
1 stuk.
2987.
Diploma voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck als ere-ridder van de Johanniterorde, Balije Brandenburg,
1937.
1 stuk.
c.
Loopbaan
148
2964.
Getuigschrift voor Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van de firma Hartmann & Braun A.G. te Frankfurt
a.M. betreffende zijn stage bij dat bedrijf, 1923.
1 stuk.
d.
Vermogenshandelingen
3003.
Akte van borgstelling door Ida Kleudgen-Wilm te Breslau voor haar kleinzoon Erhard Tornier wegens diens
schuld aan Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, 1924.
1 stuk.
3005.
Akte van borgstelling door Ada Jung-Busch te Munchen voor de schulden van haar man aan Rutger Jan Eugen
Schimmelpenninck, 1931.
1 stuk.
3004.
Akte van schuldbekentenis door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck aan zijn vader Lodewyk H.
Schimmelpenninck, 1932.
1 stuk.
N.B. De akte is niet ondertekend.
3000.
Stukken betreffende de rentebetaling en aflossing door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van een
hypothecaire geldlening bij de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg, 1932-1942.
1 omslag.
3006.
Stukken betreffende een schuldbekentenis van G.C. von Weiler aan Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck,
1937-1938.
1 omslag.
2988.
Stukken betreffende de verdeling van de nalatenschap van Herbert von Meister, 1941.
1 omslag.
N.B. Ruth Schimmelpenninck-von Meister was een der gerechtigden.
3013.
Akte van belening ten laste van Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en ten gunste van de Rotterdamsche
Bankvereeniging van een aantal effecten, 1941.
1 stuk.
3001.
Akte van schuldbekentenis door Adolf van den Berg te Enschede aan Marie Schimmelpenninck-von Meister,
1952.
1 stuk.
2966.
Verklaring van erfrecht voor de erfgenamen van Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, 1955. Authentiek
afschrift.
1 stuk.
3011.
Akte van schenking door Marie Therese Ruth von Meister, weduwe van Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck,
van een geldbedrag aan haar kinderen, 1958. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
14.
Elisabeth A.E.M. gravin Schimmelpenninck (1919-****), trouwt 1)1942
(echtscheiding 1950) Jhr. Jacob Adriaan van Kretschmar van Veen
(1917-1993), 2) 1950 Johann Gottlieb Sillem (1893-1955), 3)1966
(echtscheiding 1968) Johann Gottlieb van Marle (1901-1979)
Elisabeth Adrienne Eugénie Maximiliane gravin Schimmelpenninck, dochter van Rutger Jan Eugen graaf Schimmelpenninck en Marie
Therese Ruth von Meister, geb. Diepenheim 7 augustus 1919, huwt 1) ’s-Gravenhage 18 juli 1942 (echtscheiding ingeschr. ald. 5 oktober
149
1950) met Jhr. Jacob Adriaan van Kretschmar van Veen, heer van Veen, geb. ’s-Gravenhage 1 september 1917, journalist, overl. Albi (Tarn)
5 mei 1993, zoon van Jhr.ir. Constantijn Leopold Carel van Kretschmar, heer van Veen, en Moussia Aberson; hij hertrouwt Wassenaar 15
februari 1952 met Vivienne Christine Fox, huwt 2) Godalming (Surrey) 20 december 1950 met mr. Johann Gottlieb Sillem, geb.
Amsterdam 16 november 1893, gezantschapssecretaris 2e kl. te Praag 1923-1925 en Buenos Aires 1926, gezantschapssecretaris 1e kl. te
Bern 1927-1929 en Rome 1930-1932, tijdelijk zaakgelastigde te Athene 1933-1937, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te
Lissabon 1937-(1940), overl. Den Dolder 24 februari 1955, zoon van Ernest Sillem en Maria Antonia Aleida van Ogtrop, huwt 3) Bussum
5 september 1966 (echtscheiding ingeschr. ald. 24 januari 1968) met Johann Gottlieb van Marle, geb. Amsterdam 28 mei 1901, beherend
vennoot C.V. Handelsvereeniging Dudok de Wit & Co. te Amsterdam, overl. Bussum 22 mei 1979, zoon van Hendrik Willem van Marle en
Olga Maria Sillem en weduwnaar van Olga Emilie de Booy.
2969.
Binnenlands paspoort voor Elisabeth Adrienne Eugenie Maximiliane Schimmelpenninck, 1919.
1 stuk.
2979.
Paspoorten voor Elisabeth Adrienne Eugenie Maximiliane Schimmelpenninck, afgegeven in 1919 en 1924.
Met bijlagen.
4 stukken.
2981.
‘Herinnering aan den doop’ van Elisabeth Adrienne Eugenie Maximiliane Schimmelpenninck, 1919. Gedrukt.
1 stuk.
15.
Mr. Lodewyk Herbert graaf Schimmelpenninck (1921-2009), tr. 1) 1948
(echtscheiding 1978) Agnes Maria Sillem (1927-****), tr. 2) 1981 mr. Anna
Maria Louise Mulder (1935-****)
Mr. Lodewyk Herbert graaf Schimmelpenninck, zoon van Rutger Jan Eugen graaf Schimmelpenninck en Marie Therese Ruth von Meister,
geb. Rittergut Schönstadt, Cölbe (Hessen) 26 juli 1921, oud-president rechtbank, laatstelijk te Haarlem, oud-rechter-plaatsvervanger te
Almelo, oud-raadsheer-plaatsvervanger te Arnhem, overl. Diepenheim 27 oktober 2009, huwt 1) Bussum 21 augustus 1948 (echtscheding
ingeschreven aldaar 16 november 1978) met Agnes Maria Sillem, geb. Baarn 4 april 1927, overl. ****, dochter van Albert Hieronimus
Sillem en Anna Herculine Alexandrine Beels, zij hertrouwt Vught 14 maart 1998 met mr. Karel Willem Fannius Scholten van Asschet,
huwt 2) Diepenheim 24 januari 1981 met mr. Anna Maria Louise Mulder, geb. Eindhoven 4 juni 1935, raad en oud-raadsheer gerechtshof
te Eindhoven, vice-president, raadsheer arrondissementsrechtbank te Arnhem, overl. ****, dochter van dr.ir. Johannes Gijsbertus Wilhelm
Mulder en mr. Anna Maria Swanenburg de Veye en gescheiden echtgenote van mr. Rob Blekxtoon.
2983.
‘Herinnering aan den Doop’, van Lodewyk Herbert Schimmelpenninck, 1921. Gedrukt.
1 stuk.
2984.
Verklaring van C.S. Jolmers, hoofd der school, dat Lodewijk Schimmelpenninck het onderwijs met vrucht
heeft gevolgd, [ca. 1923].
1 stuk.
2978.
Inentingsbewijzen van Lodewyk Herbert Schimmelpenninck, 1923 en 1928.
2 stukken.
2980.
Paspoort voor Lodewyk Herbert Schimmelpenninck, afgegeven 1924.
1 stuk.
16.
Rutger Jan Moritz Albert graaf Schimmelpenninck (1924-1993), trouwt 1)
1950 (echtscheiding 1960) Juliana Anna barones Mackay (1925-2005), 2)
1960 (echtscheiding 1979) Louise Isabella Pahud de Mortanges (1928-***),
3) 1980 Carmen Natalie Elisabeth Guth (1950-****)
Rutger Jan Moritz Albert graaf Schimmelpenninck, geb. ’s-Gravenhage 23 december 1924, huisarts te Vianen, psychotherapeut, overl.
Tutzing (Beieren) 2 februari 1993, huwt 1) Zutphen 3 juni 1950 (echtscheiding ingeschr. ald. 19 mei 1960) met Juliana Anna barones
Mackay, geb. ’s-Gravenhage 7 november 1925, verpleegkundige, overl. Hilversum 5 april 2001, dochter van Daniël baron Mackay en
Marie Françoise Lamaison, 2) Utrecht 30 november 1960 (echtscheiding ingeschr. ald. 13 juni 1979) met Louise Isabella Pahud de
Mortanges, geb. Deventer 9 september 1928, overl. ****, dochter van Frederik Theodoor Pahus de Mortanges en Willemina Carolina
Reinhardina van Hasselt, 3) München 9 december 1980 met Carmen Natalie Elisabeth Guth, geb. München 22 december 1950, dochter
van Andreas Guth en Helene Baron en gescheiden echtgenote van Rainer Maria Kretzinger.
150
2975.
Doopbewijs voor Rutger Jan Moritz Albert Schimmelpenninck, 1925.
1 stuk.
2976.
Inentingsbewijs van Rutger Jan Moritz Albert Schimmelpenninck, 1926.
1 stuk.
2977.
Inentingsbewijs van Gerard Eugen Gustaf Wilhelm Schimmelpenninck, 1929.
1 stuk.
151
II.
A.
Stukken betreffende aanverwante families
Familie De Saint Amant
De familie De Saint Amant was verwant aan de familie Nahuys door het huwelijk van mr. Petrus Cornelis Nahuys (1747-1804) met
Catharina de Saint Amant (1748-1788). Hun dochter Catharina Nahuys (1770-1844) huwde in 1788 met Rutger Jan Schimmelpenninck
(1761-1825) 2.
1.
Elisabeth Maria de Saint Amant (1735-1821), trouwt 1777 Godert Poosen
(1730-1798).
Elisabeth Maria de Saint Amant, dochter van Floris Arnout de Saint Amant, kapitein, en Catharina van der Does, gedoopt Gorinchem 16
november 1735, overleden aldaar 28 februari 1821, trouwt Gorinchem 24 maart 1777 met Godert Poosen, gedoopt Heusden 6 januari
1730, luitenant-kolonel, begraven Gorinchem 10 maart 1798, zoon van Gillis Poosen en Elisabeth de Graef.
32.
Bewijs van gedane afschrijving in het Grootboek der Nationale Schuld van een kapitaal, gevestigd door
Elisabeth Maria de Saint Amant ten behoeve van Hendrika van der Linden, 1821.
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk behorend tot een nalatenschap, die op 22 oktober 1836 werd geïnventariseerd. Universeel erfgenaam van Elisabeth
Maria de Saint Amant was haar neef Philip Claude de Saint Amant, luitenant-kolonel, ongehuwd overleden te Gorinchem 24 september
1836.
2.
Jean Louis de Saint Amant (1704-1780), trouwt 1745 Cornelia Jacoba van
Hardenbroek (1722-1813).
Jean Louis de Saint Amant, zoon van Floris Arnout de Saint Amant, kapitein, en Catharina van der Does, gedoopt Delft, Oude Kerk 23
november 1704, vaandrig in het regiment Carpentier 1724, luitenant in het regiment des Villates 1734, student te Leiden (wiskunde) 1743,
overleden Heeswijk, begraven Tilburg 25 november 1780, trouwt Loevestein 28 maart 1745 met Cornelia Jacoba van Hardenbroek,
gedoopt Monnikendam8 oktober 1722, overleden Gorinchem 29 december 1813, dochter van Jacob van Hardenbroek, commandant van
Loevestein, en Catharina Sijes.
908.
Rekening voor mevrouw C.J. de Saint Amant-van Hardenbroek van de firma A. Roevens & Co. wegens
beddengoed, 1805.
1 stuk.
N.B. Vermoedelijk is deze rekening door Schimmelpenninck betaald.
B
Familie Van Knobelsdorff
De familie Van Knobelsdorff is verwant aan de familie Schimmelpenninck door het huwelijk van Gerrit graaf Schimmelpenninck
(1794-1863) in 1819 met Jeanette Philippine Frederique Caroline Constantine von Knobelsdorff (1796-1852), dochter van Frederic
Guillaume (Friedrich Wilhelm) Ernst von Knobelsdorff (1752-1820).
1.
Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff (1752-1820), trouwt 1781 Jkvr.
Johanna Philippina Hermanna van Dedem (1772-1860).
Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff, zoon van Karl Gottlob von Knobelsdorff en Philippine Sophie Krug von Nidda, geb. Berlijn 28
januari 1752, luitenant-generaal in Pruisische dienst, , Pruisisch vertegenwoordiger bij het hof te Constantinopel 1790-(1806),
extraordinaris envoyé en minister plenipotentiaris in het koninkrijk Holland 1809-1810, overl. Berlijn 19 april 1820, huwt Pera bij
Constantinopel 31 januari 1791 met Jkvr. Johanna Philippina Hermanna van Dedem, vrouwe van de Gelder, geb. Wijhe 28 oktober 1772,
grootmeesteres van prinses Marianne en prinses Anna Paulowna der Nederlanden, overl. Wijhe 6 januari 1860, dochter van Jhr. Frederik
Gijsbert van Dedem en Adriana Frederica Johanna Sloet.
****.
Ingekomen brieven bij Johanna van Kobelsdorff-van Dedem, 1826-1843.
3 omslagen.
2860.
1467.
Haar dochter Jeannette von Knobelsdorff, vrouw van Gerrit Schimmelpenninck, [1826].
Haar schoonzoon Gerrit Schimmelpenninck te Schwalbach, 1836. Met aantekeningen
N.B. Vermoedelijk aangekocht.
2
Vgl: A.H. Drijfhout van Hooff, ‘De Saint Amant, een familie van Staatse officieren’, in: De Nederlandsche Leeuw 70 (1953), kol. 34-49 en 67-82;
A.H. Drijfhout van Hooff, ‘Een weinig bekende tak van het geslacht Van Hardenbroek’, in: De Nederlandsche Leeuw 68 (1951), kol. 258-274 en
294-306.
152
1629.
2138.
[Prinses] Marianne der Nederlanden te Berlijn, 1843.
Overlijdensannonce van Ernst Johan Frederik Gijsbert Antony van Knobelsdorff, 1857. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. Ernst van Knobelsdorff was de ongehuwde zoon van Friedrich von Knobelsdorff en Johanna van Dedem.
2438, 2439.
Testamentaire beschikkingen van J.Ph.H. van Dedem tot de Gelder, weduwe van F.G.E. van Knobelsdorff,
1846, 1854, 1857 en 1858, met de akten van depot en van opening. Authentieke afschriften, 1860. Met
dubbelen.
1 omslag.
2470, 2472, 2474, 2475, 2476, 2477.
Stukken betreffende de verdeling van de nalatenschap van Johanna van Dedem, weduwe van Friedrich von
Knobelsdorff, 1860.
1 omslag.
2.
Guillaume Adrien Antoine Constantin von Knobelsdorff (1802-1880)
Guillaume Adrien Antoine Constantin von Knobelsdorff, zoon van Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff en Jkvr. Johanna Philippina
Hermanna van Dedem, geboren Constantinopel 30 september 1802, generaal-majoor in Pruisische dienst, lid van de Duitsche Orde, balije
van Utrecht, overleed te Hannover op 26 november 1880.
2469.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerard J.C. Schimmelpenninck, voor zich en als vertegenwoordiger
van zijn broers en zusters, bij de verdeling van de nalatenschap van hun oom Guillaume von Knobelsdorff,
1880-1882.
1 omslag.
3.
Frederik Willem Adriaan Karel baron van Knobelsdorff (1810-1894),
trouwt 1836 Coenradine Wilhelmine barones de Vos van Steenwijk
(1814-1878).
Frederik Willem Adriaan Karel baron van Knobelsdorff tot de Gelder, zoon van Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff en Jkvr.
Johanna Philippina Hermanna van Dedem, geb. Amsterdam 4 oktober 1810, juridisch doctor Leiden 1835, lid van de Ridderschap van
Overijssel 1837-1894, lid gemeenteraad en wethouder van Wijhe 1838/1851-1884, kamerheer i.b.d. van Koning Willem I, Willem II,
Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina 1836-1894, overl. Wijhe 3 januari 1894, huwt Wijhe 26 april 1836 met Coenradine
Wilhelmine barones de Vos van Steenwijk, geb. Vollenhove 11 juni 1814, overl. Wijhe 2 augustus 1878, dochter van Hendrik Anthony
Zwier baron de Vos van Steenwijk tot Windesheim en Marie Louise Florentine barones van Heeckeren tot Enghuizen.
1638.
Brief ingekomen bij [F.W.A.K.] von Knobelsdorff, kamerheer, van [onleesbaar] betreffende een reis naar Delft,
[1836].
1 stuk.
C.
Familie Van Dedem
De familie Van Dedem is verwant aan de familie von Knobelsdorff door het huwelijk in 1791 van Johanna Philippina Hermanna van
Dedem (1772-1860) met Friedrich Wilhelm Ernst von Knobelsdorff (1752-1820).
1.
Jhr. Frederik Gijsbert van Dedem, heer van de Gelder (1743-1820), trouwt
1771 Adriana Frederica Johanna Sloet (1745-1815),
Jhr. Frederik Gijsbert van Dedem, heer van de Gelder, zoon van Anthony van Dedem tot de Gelder en Isabella Frederica Charlotta gravin
van Rechteren, geboren Wijhe 17 februari 1743, in de Ridderschap van Overijssel vanwege De Gelder 1767-1795, ambassadeur te
Constantinopel 1784-1809, senator van het Franse keizerrijk 1810, overleden Wijhe 3 maart 1820, huwt Olst 27 november 1771 met
Adriana Frederica Johanna Sloet, geboren Deventer 29 mei 1745, overleden Wijhe 14 augustus 1815, dochter van Boldewijn Sloet tot
Lindenhorst en Frederica Margaretha Sloet.
153
1709,1715.
Akte van gedeeltelijke scheiding en deling van de nalatenschappen van Frederik Gijsbert van Dedem tot de
Gelder en zijn vrouw Adriana Frederica Johanna Sloet tot Lindenhorst door hun zoon en dochter, 1820. Met
een uittreksel van het testament uit 1778 van het echtpaar. Authentieke afschriften, 1820.
2 stukken.
2101.
Overlijdensannonce van Adriana Frederika Johanna Sloet van Lindenhorst, vrouw van Frederik Gijsbert van
Dedem van de Gelder, 1815. Gedrukt.
1 stuk.
2.
(Jhr.) Antony Boldewijn Gijsbert van Dedem (1774-1825).
(Jhr.) Antony Boldewijn Gijsbert van Dedem, heer van de Gelder, zoon van Jhr. Frederik Gijsbert van Dedem tot de Gelder en Adriana
Frederica Johanna Sloet, geboren Wijhe 24 augustus 1774, extra-ordinaris envoyé en minister plenipotentiaris te Berlijn 1803-1806,
brigade-generaal in Franse dienst 1811-, laatstelijk luitenant-generaal 1814-, overleden Pieve Pelago (Modena) 14 augustus 1825.
2736.
Paspoort voor N.N. Bruckner, bediende van A.B.G. van Dedem tot de Gelder, om te reizen van Hannover naar
Berlijn, 1805.
1 stuk.
2750.
Commissie voor A.B.G. van Dedem als brigade-generaal bij het Eerste Franse Legercorps, 1812.
1 stuk.
2737.
Commissie voor de veldmaarschalk Van Dedem tot commandant van het Département du Jura, 1816.
1 stuk.
D
Familie Melvil
De familie Melvil is verwant aan de familie Schimmelpenninck door het huwelijk in 1849 van Henriette Wilhelmina Elisabeth Melvil
(1827-1876) met Rutger Jan Schimmelpenninck (1821-1893).
1.
Frances Melvil (1802-1869), trouwt 1) 1826 Henriette Sillem (1805-1827),
trouwt (2 1854 Louise Sillem (1808-1896).
Frances Melvil, zoon van Robert Melvil en Elisabeth Skurray, geboren Edinburg 28 oktober 1802, bankier en consul-generaal van GrootBrittannië en Ierland te Amsterdam, overleden Amsterdam 10 mei 1869, huwt 1) Amsterdam 14 december 1826 met Henriette Sillem,
geboren Hamburg 19 november 1805, overleden Amsterdam 17 december 1827, dochter van Hieronymus (Jerome) Sillem, koopman en
bankier te Amsterdam, en Wilhelmine Büsch, huwt 2) Amsterdam 30 november 1854 met Louise Sillem, geboren Hamburg 22 mei 1808,
overleden Amsterdam 2 september 1896, weduwe van Jacob Johannes Luden, koopman te Amsterdam, zij was de zuster van Melvils eerste
vrouw.
1944.
Akte van huwelijke voorwaarden tussen Francis Melvil en Louise Sillem, 1854. Authentiek gelijktijdig
afschrift.
1 stuk.
2001.
Stukken betreffende het aandeel van Henriette Schimmelpenninck-Melvil in een gedeelte van het vermogen
van haar (stief)moeder, mevrouw Melvil-Sillem, 1869.
1 omslag.
2312.
Verklaring van erfrecht voor Henriette Melvil, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, in de nalatenschap
van haar vader Francis Melvil, 1874.
1 stuk.
154
Derde afdeling: Stukken van zakelijke aard
I.
Gehele complex
A.
Financieel beheer
1.
Leggers en aanverwante stukken
3061.
Aantekeningen betreffende de grootte van (gedeelten) van het landgoed het Nijenhuis en de daarop rustende
belastingen, [eind 18e eeuw].
1 omslag.
N.B. Safe nr. 26.
2727.
Kaart van de geplande nieuwe oprijlaan naar het Nijenhuis over het huisperceel van het Peckedam, [1815].
1 stuk.
3076.
Aantekeningen betreffende de onder het Nijenhuis behorende erven, [ca. 1850].
1 omslag.
N.B. Safe nr. 29.
2917, 3164.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende onroerend goed, [ca. 1860].
1 omslag.
3172.
Uittreksel uit de perceelsgewijze kadastrale legger van de gemeente Diepenheim betreffende de door Gerrit
Schimmelpenninck bezeten percelen, 1863.
1 omslag.
N.B. Dit uittreksel werd uitgegeven aan J. Bosch te Lochem [ten behoeve van de waardebepaling].
2125.
Kaart van de gemeente Diepenheim, Sectie A, (Nijenhuis en Pekkedam), uittreksel afgegeven 1887. Met latere
aantekeningen.
1 stuk.
N.B. in 8 gedeelten geplakt op linnen.
2537.
Taxatierapport van het landgoed het Nijenhuis en Pekkedam door de heren J. Bosch, J. Olthuis en A.J.
Heilersig, 1888.
1 stuk.
****.
Uittreksels uit de perceelsgewijze kadastrale leggers betreffende de bezittingen van Lodewyk H.
Schimmelpenninck, 1894. Met latere aantekeningen.
2 katernen.
2118.
2119.
2996.
Gemeente Diepenheim.
Gemeente Markelo.
Akte waarbij Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck in het bezit wordt gesteld van het onroerend goed in de
gemeenten Diepenheim en Markelo, na de dood van zijn ouders, 1942. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
155
2.
Beheer
2881.
Akte van volmacht door Rutger Jan Schimmelpenninck op zijn broer Gerard J.C. Schimmelpenninck tot het
beheer van zijn onroerende goederen in Overijssel, 1854.
1 stuk.
2407.
‘Rekening der Bouwerij’, overzicht van het agrarisch bedrijf van [het Nijenhuis], 1854.
1 stuk.
N.B. Beslaat de periode 21 augustus – 4 november 1854.
3148.
Ingekomen brieven bij [Gerrit Schimmelpenninck] van bedrijfsleider H. Marsman (op het Nijenhuis), 1863.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van bedrijfsleider H. Boers op het Nijenhuis, 1868-1894.
5 omslagen.
2570, 2624.
1868-1869.
2576, 2598.
1872-1875.
2655. 1887-1888.
2616. 1888-1889.
2527. 1894.
3.
Belastingen
2899.
Stukken betreffende de door de gemeente Goor aan Gerrit Schimmelpenninck verleende vrijdom van weggeld,
1843-1844.
1 omslag.
2596.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [W.E.] van Till te Enschede betreffende de herziening
van de belastbare opbrengst der gebouwde eigendommen, 1874.
1 stuk.
2878.
Kennisgevingen voor Rutger Jan Schimmelpenninck wegens de te betalen grondbelasting te Diepenheim, 1875
en 1878.
3 stukken.
B.
Exploitatie gewassen en producten
1453.
Aantekeningen van Gerrit Schimmelpenninck betreffende de opbrengsten van het Nijenhuis, [ca. 1830].
1 stuk.
2733.
Processen-verbaal van de openbare verkopingen van akkermaalshout en bomen op het landgoed het Nijenhuis,
1842-1846.
1 omslag.
2416.
Overzicht van de gezaaide spurri en rogge en de oogst aan boekweit, [ca. 1860].
1 stuk.
2657.
Aantekeningen van [H. Boers] betreffende de exploitatie van de boerderij op het Nijenhuis, 1874-1886.
156
1 omslag.
1957, 1958.
Stukken betreffende de taxatie van de bomen in de laan [van het Nijenhuis], 1888.
1 omslag.
2124.
Taxatierapporten van het onroerend goed en de opgaande bomen van de havezaten het Nijenhuis en Pekkedam
door de heren Oldhuis, Heilerzich en Bosch, 1888.
2 stukken.
C.
Verzekeringen
3168.
Stukken betreffende de door Gerrit Schimmelpenninck afgesloten brandverzekering, 1857-1863.
1 omslag.
2656.
Aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende [brand]verze-keringen, [ca. 1870].
1 omslag.
D.
Toegang tot het landgoed
3092.
Stukken betreffende het onderhoud van paden van het landgoed van L.H. Schimmelpenninck door de
Vereeniging tot instandhouding der fietspaden te Diepenheim, 1913-1914 en 1922.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 45.
****.
Stukken betreffende de openstelling van het landgoed het Nijenhuis, 1916-1934.
2 omslagen.
3050.
Vrijstellingen voor bezitters van een ANWB-wandelbewijs, 1916-1934.
N.B. Safe nr. 21.
3019.
Proces-verbaal van het plaatsen van ‘verboden toegang’-borden langs openbare wegen nabij het
Nijenhuis en Westerflier door de boswachter A. Beck, 1930.
N.B. Safe nr. 2.
II.
Huis en havezate het Nijenhuis
A.
Verwerving, belening en vervreemding
3063, 3099.
Brieven ingekomen bij de firma G. Schimmelpenninck & Co. te Deventer van de firma Van Aken & Duyvené
te Amsterdam en J.F. Hoffman te Rotterdam betreffende de betaling aan Willem Cornelis Boers ten laste van
Rutger Jan Schimmelpenninck, 1799.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 26.
3064.
Kwitantie voor Willem Schimmelpenninck, afgegeven door Willem Cornelis Boers wegens de ontvangst van
een gedeelte van de koopsom van het Nijenhuis, 1799.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
157
3068.
Akte van belening door de leengriffier van het voormalig gewest Overijssel van Willem Schimmelpenninck,
namens zijn vader Gerrit Schimmelpenninck, met het huis en havezate het Nijenhuis, in het gericht
Diepenheim, na opdracht door Willem Cornelis Boers, 1799.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
2311.
Akte van schuldbekentenis door Rutger Jan Schimmelpenninck aan zijn echtgenote Henriette Melvil van enige
geldsbedragen, die zijn aangewend voor de aankoop van het Westerflier, de overname van het Nijenhuis en de
aankoop en verbouw van een huis te ’s-Gravenhage, 1871.
1 stuk.
1959.
Brief van [Rutger Jan Schimmelpenninck] aan Louis [Schimmelpenninck] betreffende het vruchtgebruik van
het Nijenhuis en Peckedam, 1888. Concept.
1 stuk.
B.
Het Nijenhuis
1.
Huis
a.
Verbouwing van het Nijenhuis 1855-1856
3070.
Geaquarelleerde tekening van de voorgevel van het Nijenhuis met de twee torens, [1855].
1 stuk.
N.B. Safe nr. 27.
3071.
Ontwerpen voor de aan te bouwen torens aan de voorzijde van het Nijenhuis, [1855].
3 stukken.
N.B. Safe nr. 27.
3072.
Geaquarelleerde tekening van een brug, [1855].
1 stuk.
N.B. Safe nr. 27.
3069.
Rekeningen en kwitanties ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van D. Hartgerink te Goor wegens de
aanbouw van twee torens aan de voorzijde van het huis Nijenhuis, 1855-1856.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 27.
b.
Verbouwing van het Nijenhuis 1888-1890
2940.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn zoon Lodewyk H. (Louis) Schimmelpenninck
betreffende diens plannen voor de verbouwing van het Nijenhuis, 1888.
1 stuk.
2945.
‘Bestek en voorwaarden tot verbouwing en bijbouwing van den Huize Nijenhuis’, op last van Lodewyk H.
Schimmelpenninck en onder architectuur van J. Moll, 1888. Gedrukt, in drievoud.
3 deeltjes.
2946.
Ontwerptekeningen voor de verbouwing van het Nijenhuis door J. Moll te Hengelo, 1888. Gedrukt.
2 stukken.
158
2947.
Ontwerptekeningen voor het bordes en een schoorsteenmantel, [1888].
3 stukken.
****.
Ingekomen brieven bij Lodewyk H. Schimmelpenninck betreffende de verbouwing van het Nijenhuis,
1888-1890.
2 omslagen.
2943.
2944.
J. Moll, architect te Hengelo, later te Nijmegen, 1888-1890.
Iz. Okker te Diepenheim, bouwkundig opzichter, 1889-1890.
2953.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de Sandsteingrube G.J. Schrader te Gildehaus en
de Sinziger Mosaikplatten & Thonwaaren Fabrik te Sinzig betreffende de verbouwing van het Nijenhuis, 1888
en 1889.
2 stukken.
****.
Aantekeningen betreffende de kosten van de verbouwing van het Nijenhuis, 1888-1890.
2 omslagen.
2948.
2949.
De architect J. Moll.
De opzichter Iz. Okker.
2952.
Stukken betreffende de werkzaamheden van J.B. Welmers en W. Polman te Gelselaar als aannemers van de
verbouwing van het Nijenhuis, 1888-1890.
1 omslag.
2954.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van J. Haarhendriks op het Nijenhuis betreffende de
verbouwing van het Nijenhuis, 1889.
2 stukken.
2950.
Missiven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de firma Georg Hauck & Sohn te Frankfurt a.M.
betreffende de betalingen aan J. Moll en H. Poortman, 1889-1890.
1 omslag.
2951.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck wegens de verbouwing van het Nijenhuis,
1889-1890.
1 omslag.
c.
Verbouwing en modernisering van het Nijenhuis 1913-1916 (1925)
i.
Verbouwing
2716.
Overeenkomst tussen Lodewyk H. Schimmelpenninck en J.W. Lebbink te Warnsveld betreffende het vervoer
en de opslag van meubilair tijdens de verbouwing van het Nijenhuis, 1913.
1 stuk.
2712.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de architect M. Meijerink te Zwolle, 1913-1916.
Met incidenteel concept van antwoord.
1 omslag.
2718.
Aantekeningen van Lodewyk H. Schimmelpenninck betreffende de verbouwing van het Nijenhuis, 1914-1915.
1 omslag.
159
2709.
Bestek en voorwaarden voor het verbouwen van het Nijenhuis te Diepenheim op last van Lodewyk H.
Schimmelpenninck en onder architectuur van M. Meijerink, 1914. Gedrukt, met een ingeplakte bijlage.
1 deeltje.
2667.
Begrotingen voor Lodewyk H. Schimmelpenninck wegens de verbouw van het Nijenhuis door de architect M.
Meijerink, 1914.
1 omslag.
2705.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de architect M. Meijerink betreffende de betaling
van enige ingediende rekeningen van leveranciers, 1914-1915.
4 stukken.
2713.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van A.J. Verbeek te Diepenheim betreffende
werkzaamheden bij de verbouwing van het Nijenhuis, 1915.
4 stukken.
2714.
Garantiebewijs voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van de Nieuwe Arnhemsche Fabriek van Sanitaire
vloeren voor de door hen geleverde vloeren, 1915.
1 stuk.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn vrouw wegens de verbouwing van het
Nijenhuis met betrekking tot de roerende goederen van de inboedel, 1915-1916.
17 omslagen.
2668.
2671.
2672.
2674.
2675.
2677.
2678.
2670.
2680.
2681.
2682.
2683.
2684.
2685.
2686.
2687.
2688.
****.
De Nederlandsche IJzerhandel te Den Haag wegens de levering van een fornuis, 1915.
De weduwe A. Brons te Den Haag wegens gordijnen en stoffering, 1915.
L.L. Mulder & Zonen te Den Haag wegens meubels, 1915.
Th.A.A. Simonis te Den Haag wegens matrassen en kussens, 1915.
D. de Wild te Den Haag wegens de restauratie van een schoorsteenstuk, 1916.
Art Gallery E.E. Huisman te Den Haag wegens ‘1 oud bloemstuk’, 1915.
Venduhuis ‘Die Haghe’, wegens tapijten en kleden, 1915.
H.C. Moor te Den Haag wegens de levering van cretonne, 1915.
J.W. Lebbink te Warnsveld wegens verrichtte arbeid, 1915.
S. van Leeuwen te Den Haag wegens een kabinet en 2 tafels, 1915.
Antiquair Andries Davids te Rotterdam wegens een lijst, 1915.
Beeldhouwer Aug. Alexander te Den Haag voor ornamenten, 1915.
H. Pander & Zonen te Den Haag wegens meubels en stoffering, 1915.
Jean Jost & Söhne te Frankfurt am Main wegens stoffering, 1915.
Mandenfabriek Ferd. van Vliet te Den Haag wegens stromatten, 1915.
P.A. Walther te Frankfurt am Main wegens stoffering, 1916.
P.E. Brans te Lochem wegens behangen en stofferen, 1915 en 1916.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn vrouw wegens de verbouwing van het
Nijenhuis, 1914-1916.
13 omslagen.
2691.
2690.
2693.
2694.
2673.
2679.
2695.
2697.
2700.
2701.
A.H. Nijskens te Roermond wegens flessenrekken, 1914.
Gebr. Wildenberg te Lochem wegens schilderwerk, 1915 en 1916.
Gebr. Sluijter te Deventer wegens leidekkerswerk, 1914 en 1915.
H. & A. Greve te Zwolle wegens een antieke marmeren schoorsteenmantel, 1915.
De antiquair Joachim Davids te Rotterdam wegens een schoorsteen[mantel] en spiegel, 1915.
Antiquair W.F. Löhe te Den Haag wegens een empire marmeren schoorsteenmantel, 1915.
P. Bos te Zwolle voor geleverd beeldhouwwerk, 1915.
C.J. Hagenbeek te Arnhem wegens sanitaire vloeren, 1915.
J.M. de Vries te Amsterdam voor hang- en sluitwerk, 1915.
Rotterdamsche Brandkastenfabriek te Rotterdam, 1915.
160
2702.
2703.
2704.
M. Meijerink te Zwolle, architect, 1914-1916.
Gebr. Aberson te Steenwijk, aannemer van de bouw, 1914-1916.
H.H. Beltman te Deventer voor geleverde bouwmaterialen, 1915.
ii.
Modernisering
2711.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn vrouw van de firma Thiergärtner, Voltz &
Wittmer te Keulen betreffende de technische installaties voor huis het Nijenhuis, 1912-1924. Met incidenteel
concept van antwoord en kopieën van brieven aan M. Meijerink.
1 omslag.
2708.
Stukken betreffende de aanleg en de levering van elektrische stroom op het Nijenhuis door de
Electriciteitsmaatschappij De Berkelstreek te Borculo, 1913-1925.
1 omslag.
2665.
Correspondentie van Lodewyk H. Schimmelpenninck met de firma Thiergärtner, Voltz & Wittmer te Keulen en
de architect M. Meijerink te Zwolle over de aan te leggen koud- en warm waterinstallatie en centrale
verwarming voor het Nijenhuis, 1914. Met een plattegrond van het huis en naaste omgeving.
1 omslag.
2689.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de architect M. Meijerink betreffende een
waterzuiveringsinstallatie voor het Nijenhuis, 1914. Met 2 tekeningen.
3 stukken.
2706.
Bouwvergunning voor Lodewyk H. Schimmelpenninck, afgegeven door B. en W. van Diepenheim voor de
bouw van een ‘inrichting tot het oppompen en reinigen van water’, 1915. Met een tekening.
2 stukken.
2664.
Beschrijving van de aan te leggen pompinstallatie bij het Nijenhuis, te leveren door de firma Thiergärtner,
Voltz & Wittmer G.m.b.H. te Keulen, 1915. Met een tekening.
1 omslag.
****.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn vrouw wegens de modernisering van
het Nijenhuis, 1915-1916.
6 omslagen.
2696.
2692.
2698.
2699.
2676.
2707.
N. Hoogendoorn te Giessendam voor putboringen, 1915.
Electriciteitsmaatschappij De Berkelstreek te Borculo wegens kabels en schakeltoestellen, 1915.
Nederlandsche Huis-Telefoon-Maatschappij te Amsterdam, 1915.
Thiergärtner, Voltz & Wittmer te Keulen wegens technische installaties, 1915.
N.V. J. Senft & Co. te Den Haag wegens reparatie aan de rolluiken, 1916.
J.J. Verburg te Den Haag wegens geleverde elektrische leidingen en ornamenten, 1916.
2710.
Onderhoudscontract tussen Lodewyk H. Schimmelpenninck met de Nederlandsche Huistelefoon Maatschappij
te Amsterdam, 1918. Met een concept voor de beëindiging van het contract, 1922.
2 stukken.
2717.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van A. Welmers (Nijenhuis) betreffende de gang van
zaken met de technische installatie op het Nijenhuis, 1916.
2 stukken.
iii.
Portretten
161
2715.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van H. Heijdenrijk te Amsterdam betreffende de
restauratie van een 14-tal familieportretten, 1913.
1 stuk.
2669.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van H. Heijdenrijk te Amsterdam wegens de
restauratie van portretten en lijsten, 1915.
1 omslag.
d.
Verbouwing koetshuis, bouwhuis en stalling 1894-1897
2930.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van J. Haarhendriks te Hengelo betreffende de te
verrichten werkzaamheden bij de verbouwing, 1894.
1 omslag.
2926.
Tekeningen voor de verbouwing van de stallingen bij het huis Nijenhuis te Diepenheim van het
architectenbureau Van der Goot en Kruisweg te Hengelo, 1895.
2 stukken.
2927.
‘Bestek voor de verbouwing der stallen en boerderij van den Huize Nijenhuis te Diepenheim’, 1895. Gedrukt,
met een begroting.
2 stukken.
2929.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van J. van der Goot, architect, betreffende de
verbouwing van de stallingen, 1895-1896.
3 stukken.
2931.
Stukken betreffende de levering door de firma B. Eijsbouts te Asten van een torenuurwerk op het bouwhuis,
1896.
1 omslag.
2932.
Kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck wegens de betaling van arbeid en levering van materiaal bij
de verbouwing van de boerderij, koetshuis, stalling, etc. van het Nijenhuis, 1896-1897.
1 omslag.
2928.
Lijst van het benodigde hout voor de ijskelder [op het Nijenhuis], [ca. 1895].
1 stuk.
2.
Tuinen
2939.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van zijn oom Gerard Schimmelpenninck betreffende de
plannen voor een nieuwe tuinaanleg bij het Nijenhuis en de verbouwing van het huis, 1888.
3 stukken.
2941.
‘Bestek en voorwaarden van aanbesteding voor het bouwen van een gracht- of kaaimuur’ bij het Nijenhuis, op
last van Lodewyk H. Schimmelpenninck, 1888. Gedrukt. Met twee tekeningen van Hugo Poortman.
3 stukken.
N.B. De tekeningen op kalkeerpapier en uitermate fragiel.
2936.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de ‘parkarchitect’ Hugo Poortman betreffende de
aanleg van de tuin bij het Nijenhuis, 1888-1890. Met incidenteel concept van antwoord.
1 omslag.
2942.
Ontwerptekening van Hugo Poortman van brug nr. 2 in de tuin van het Nijenhuis, 1889.
162
1 stuk.
N.B. De tekening op kalkeerpapier en uitermate fragiel.
2937.
Financiële overzichten opgesteld door Hugo Poortman betreffende de kosten van de tuinaanleg bij het
Nijenhuis, 1889-1890.
1 omslag.
2938.
Rekeningen en kwitanties voor Lodewyk H. Schimmelpenninck wegens geleverde arbeid en materialen voor
de tuinaanleg bij het Nijenhuis, 1889-1890.
1 omslag.
2933.
Tekening voor de ‘oprichting der ouderwetsche poort gekocht van de Baronesse v. Schuijlenburch van Wisch’,
1894.
1 stuk.
C.
Uitoefening van rechten
1.
Jachtrechten
3160.
Akte van schuldbekentenis door Jenneke Holsteege, weduwe van Gerrit Jan Gussink, aan Gerrit
Schimmelpenninck onder verband van het erve De Belt te Diepenheim en waarbij zij toestemming verleent om
op haar bezittingen te jagen, 1850.
1 stuk.
3075.
Stukken betreffende de jachtrechten van het Nijenhuis en Pekkedam, 1852.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 29.
2627.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerard betreffende de jachtlimieten te
Diepenheim, 1868. Met een bijlage.
2 stukken.
3033.
Akte van verpachting door diverse grondbezitters aan L.H. Schimmelpenninck van hun jachtrechten te
Diepenheim, sectie B, 1907. Concept.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 9.
2.
Recht van borgman van Diepenheim
Het recht van borgman, een uit de middeleeuwen daterende instelling, ontleende de familie Schimmelpenninck aan het bezit van de
havezate het Nijenhuis. Dit recht behoorde tevens toe aan de bezitters van de havezaten Diepenheim, Pekkedam en Warmelo, alle gelegen
in het voormalige richterambt Diepenheim, en de havezate Weldam in het voormalige richterambt Kedingen (later gemeente Markelo).
Ook de burgemeesters van het ‘stedeke’ Diepenheim hadden zitting in het college van borgmannen.
Het recht van benoeming van de predikant (de collatie) en van de koster en schoolmeester behoorde toe aan het gezamenlijke college van
borgmannen en burgemeesters.
a.
Algemeen
2730.
Verslag van de verloting der graven op het nieuwe kerkhof te Diepenheim, 1829. Gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Het afschrift is getekend door [Floris Willem] Sloet tot Warmelo als oudste borgman.
2787.
Notulen van de vergaderingen van Borgmannen en Burgemeester van Diepenheim, 1835-1857. Met hiaten.
1 omslag.
163
2850.
Uitnodiging voor de borgmannen en burgemeester van Diepenheim voor een vergadering, 1837.
1 stuk.
2786.
Oproep voor de borgmannen en burgemeester van Diepenheim voor een vergadering, 1857.
1 stuk.
N.B. deze uitnodiging ging uit van Gerrit Schimmelpenninck als oudste borgman.
b.
Kerkelijke zaken
i.
Algemeen
3167.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van de predikant E. ten Breujel te Diepenheim betreffende
geschikte geestelijke literatuur voor gemeenteleden, 1862.
1 stuk.
2814.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van N. Jannink te Goor betreffende de verhouding van
de Classis Deventer en het Provinciaal Kerkbestuur met betrekking tot de Diepenheimse N.H. Gemeente, 1870.
2 stukken.
2818.
Verklaring van Gerrit J.C. Schimmelpenninck, borgman, dat zijn broer Rutger Jan Schimmelpenninck, mede
borgman, hem zal vertegenwoordigen bij de keuze en benoeming van de koster en voorzanger bij de
Nederduits Gereformeerde Gemeente te Diepenheim, 1871.
1 stuk.
2795, 2819.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerrit J.C. Schimmelpenninck
betreffende kerkelijke zaken, 1870, 1874 en 1889.
1 omslag.
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G. Aalbers, predikant te Diepenheim, betreffende
kerkelijke en andere zaken, 1870-1874.
2 omslagen.
2822.
2585.
1870-1872.
1872-1874.
3146.
Overlijdensannonce, ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck, van Everwijn ten Breujel, rustend
predikant te Diepenheim, 1871.
1 stuk.
ii.
Predikantsplaats
2811.
Overzicht van de samenstelling van het predikantstraktement te Diepenheim, opgesteld ten behoeve van het
Provinciaal College van Toezicht op de kerkelijke administratie der Hervormden in Overijssel, 1861. Met
bijlagen.
1 omslag.
2836.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck, president-kerkvoogd, betreffende het
rekest van de Kerkvoogden van de N.H. Gemeente te Diepenheim aan de minister van Financiën tot verhoging
van de staatsbijdrage in het traktement van de predikant te Diepenheim, [ca. 1870].
1 omslag.
164
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck in verband met de vacante predikantsplaats te
Diepenheim, 1870.
13 omslagen.
2797.
2804.
2801.
2799.
2802.
2806.
2808.
2809.
2800.
2807.
2803.
2798.
2805.
G. Aalbers.
N. Beets te Utrecht.
E. ten Breujel te Diepenheim.
H.W. Creutzberg te Vlissingen.
Burgemeester Doijer van Diepenheim.
W.J.C. Grobbee te Maastricht.
J.D.C. van Heeckeren van Wassenaer van Twickel.
J. de Lorraine Holling, rentmeester van Twickel.
J.J. van Oosterzee te Utrecht.
A.J. ten Raa te Diepenheim.
P. van Son te Warmond.
W.F Trip van Zoudtlandt te.
L. Witkop te Zutphen.
2812.
Brief ingekomen bij Borgmannen en Burgemeester van Diepenheim van de kerkenraad van Diepenheim
waarbij men voorstelt Gerrit Aalbers te benoemen als opvolger van de predikant E. ten Breujel, 1870. Met
concept van antwoord.
2 stukken.
2810.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerrit J.C. Schimmelpenninck
betreffende de aanstelling van G. Aalbers tot nieuwe predikant te Diepenheim, 1870.
2 stukken.
2591.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende het predikants-traktement van dominee
Aalbers, 1873-1874.
4 stukken.
2634.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van P. Meindersma, (predikant te Diepenheim) betreffende
een mogelijk beroep naar Blankenham, [ca. 1888].
1 stuk.
2560.
Verklaring van Rutger Jan Schimmelpenninck, borgman van Diepenheim, bereid te zijn bij te dragen in de
salariëring van de predikant K.A. Nijhuis, 1890. Afschrift.
1 stuk.
iii.
Financiën
2852.
‘Reglement op de administratie der kerkelijke fondsen en de kosten van den Eeredienst bij de Hervormde
Gemeenten in de Provincie Overijssel’, 1820. Gedrukt, met een bijlage.
2 stukken.
2848.
Missive ingekomen bij de N.H. Gemeente te Diepenheim van het Provinciaal Kollegie van toezigt op de
kerkelijke administratie betreffende de aan te brengen veranderingen in de wijze van administreren, 1835.
1 stuk.
2851.
Missive van de minister belast met de generale directie voor de zaken der hervormde kerk aan de N.H.
Gemeente van Diepenheim betreffende de te veranderen administratie, 1836.
1 stuk.
165
2849.
Brief ingekomen bij L.A. Sloet tot Warmelo van H. van der Sluis te Zwolle betreffende de uitbetaling van geld
van de kerk van Diepenheim, 1837.
1 stuk.
2853.
Overzicht van de inkomsten en uitgaven over 1830-1836, opgesteld door L.A. Sloet tot Warmelo als
overkerkmeester, 1837. Met akte van décharge. Afschrift, [1837].
1 katern.
2573.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van E. ten Breujel te Diepen-heim betreffende de uitdeling
van aardappelen aan de armen, 1869.
1 stuk.
2841.
Overzicht van de bezittingen en schulden van de kerkvoogden van de N.H. Gemeente te Diepenheim, [ca.
1870]. Concept.
1 stuk.
2842.
Reglement op de plaatsing en het gebruik van eigen banken in de kerk van de N.H. Gemeente te Diepenheim,
[ca. 1870]. Concept.
1 stuk.
2614.
Stukken betreffende de bemoeienis van Rutger Jan Schimmelpenninck met een tweetal legaten aan de
Nederlands Hervormde Gemeente van Diepenheim, 1888-1889.
1 omslag.
2615, 2635, 2662, 2794, 2839, 2846.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H. Baneman te Diepenheim als lid van het N.H.
Kerkbestuur over financiële zaken, 1874, 1875 en 1888-1889.
1 omslag.
iv.
Pastorie
2838.
Reglement van de Algemene Synode van de Nederlands Hervormde Kerk betreffende de aanvraag om
geldelijke ondersteuning tot opbouw of herstel van kerken en pastorieën, 1855. Gedrukt.
1 stuk.
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van verschillende personen betreffende de pastorie te
Diepenheim, 1870-1871.
5 omslagen.
2815. G. Bruna te Hasselt, 1870.
2817, 2835.
J. Groenendal te Diepenheim, 1870-1871.
2816. R.J. Koning te ’s-Gravenhage, 1870.
2832. Het Provinciaal College [van Toezicht] te Zwolle, 1870.
2821. E. ten Breujel te Diepenheim, 1870-1871.
2834.
Brief van G. Aalbers, predikant te Diepenheim, aan het College van Kerkvoogden en Notabelen van de N.H.
Gemeente te Diepenheim betreffende de bouw van een nieuwe pastorie, 1870.
1 stuk.
2813.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H. Baneman te Diepenheim betreffende de eerstesteen-legging van de pastorie te Diepenheim, 1871.
1 stuk.
166
2837.
Proces-verbaal van de eerste-steen-legging van de nieuwe pastorie van Diepenheim door Rutger Jan
Schimmelpenninck, president-kerkvoogd, 1871. Met een dubbel.
2 stukken.
2833.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van F.J.J.A. Junius te Tiel betreffende een subsidie van de
Synodale Commissie aan de N.H. Gemeente te Diepenheim, 1872. Met concept van antwoord.
2 stukken.
v.
Kosterij
2843.
Brief aan de Collatoren van de N.H. Gemeente te Markelo van de kerkvoogden van die gemeente betreffende
de instructie voor de koster en voorzanger van die gemeente, 1856. Afschrift, met een bijlage.
2 stukken.
2844.
Verslag van de commissie uit het college van Kerkvoogden en notabelen van Diepenheim over de
waardebepaling van de percelen, gemeente Diepenheim, sectie B, nrs. 128 en 129, ingekomen bij de presidentkerkvoogd Rutger Jan Schimmelpenninck, 1875.
1 stuk.
N.B. Mogelijk te bestemmen tot gemeentelijk kerkhof.
2905.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H.J. Baneman, secretaris van de kerkvoogdij te
Diepenheim, betreffende de afkoop van de jaarlijkse uitgangen aan de kosterij, 1892.
2 stukken.
2907.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerrit J.C. Schimmelpenninck te
Diepenheim betreffende het voorstel van Baneman over de afkoop van jaarlijkse uitgangen, 1892.
1 stuk.
c.
Burgerlijke zaken
i.
Algemeen
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck in zijn functie als borgman van Diepenheim van
burgemeester Johan W.C. Doijer betreffende de burgerlijke gemeente van Diepenheim, 1868-1871.
3 omslagen.
2623.
2572.
2820.
1868.
1869.
1871.
2588.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van de gevluchte burgemeester Doijer te Antwerpen, 1872.
1 stuk.
2586.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G. Boers op het Nijenhuis, 1872-1874.
1 omslag.
N.B. De brief van 9 november 1872 meldt o.a.: ‘Hedenmiddag hebben een man of vijf waarvan Kramer het hooft van was, de
burgermeester en de kwekeling Heetland opgepast, en hem op de daat betrapt onnatuurlijke onzedighijd tegen de eerbaarhijd begaande’.
2590.
Stukken betreffende de opvolging van burgemeester Doijer van Diepenheim, 1872-1873.
1 omslag.
167
2582.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G. Straalman te Goor betreffende de ex-burgemeester
Doijer, 1873.
1 stuk.
2584.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H.E. Senn van Basel, 1873-1875.
1 omslag.
N.B. De heer Senn van Basel werd per 4 november 1873 benoemd tot burgemeester van Diepenheim als opvolger van J.W.C. Doijer, die
per 26 november 1872 werd ontslagen.
ii.
Onderwijs
2867.
Stukken betreffende de bouw van de Bewaarschool te Diepenheim, 1871.
2 stukken.
2840.
Programma voor het kinderfeest te Diepenheim op 1 april 1872. Met bijlagen.
1 omslag.
N.B. Dit landelijke feest werd georganiseerd ter viering van 300 jaar verovering van Den Briel. De bijlagen bevatten teksten van te zingen
liederen.
2831.
Rekening voor Rutger Jan Schimmelpenninck [als borgman] van M.H. Smit voor onderhoud aan schoorstenen
en het vervaardigen van een bestek voor een te bouwen bewaarschool, 1872.
1 stuk.
****.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck over de vervulling van de vacature van hulponderwijzer
te Diepenheim, 1873.
7 omslagen.
2828.
2594.
2826.
2824.
2827.
2825.
2823.
G.H. Gorkink te Wijhe.
G.J. Lubberdink te Hengelo (Gld)
J.H.E. Meesters te Dedemsvaart.
J. Olthuis te Diepenheim.
[L.] van Pallandt van Eerde.
Zijn broer Gerrit J.C. Schimmelpenninck.
H. de Vos van Steenwijk op de Kolkhof.
2845, 2934.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H. Baneman en H.H. Dunnhälter te Diepenheim
over de in hun ogen oneerlijke vaststelling van de [gemeentelijke] hoofdelijke omslag, 1875.
2 stukken.
2934.
Stukken betreffende de herstelwerkzaamheden aan de Bewaarschool te Diepenheim, op last van L.H.
Schimmelpenninck, 1893 en 1894.
2 stukken.
iii.
Provisorij
2789.
Akte van verpachting door de Provisorij van Diepenheim aan Gradus Hofste van een stuk grond bij ’t
Varenbrink, 1818.
1 stuk.
2788.
Stukken van financiële aard betreffende de Provisorij van Diepenheim, 1830-1857.
1 omslag.
2792.
Bestek en voorwaarden voor de reparaties aan het huis van de Provisorij van Diepenheim, 1835.
1 stuk.
168
2790, 2791.
Ingekomen brieven bij Gerrit Schimmelpenninck van J.D.C. van Heeckeren van Twickel en C.W. Sloet van
Warmelo betreffende de Provisorij van Diepenheim, 1846.
2 stukken.
2785.
Lijst van de door de Provisorie van Diepenheim jaarlijks te ontvangen huren, pachten en renten, [1852].
1 stuk.
2829.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van G. Straalman te Goor betreffende een juridische
geschil tussen de Provisorij en B.E. Hofstede, 1872.
1 stuk.
2793.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck als borgman van Diepenheim van J. Noordendorp,
provisor, betreffende financiën, 1875 en 1889.
5 stukken.
2784.
Stukken betreffende de afhandeling door de Tweede Kamer der Staten-Generaal van het rekwest van J. Olthuis
c.s. te Diepenheim met betrekking tot de wet tot herziening van de belastbare opbrengst der gebouwde
eigendommen, 1875. Gedrukt. Met aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck.
1 omslag.
N.B. Uit de map ‘Provisorij’.
2796.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck als borgman van Diepenheim van de firma P.J. Landry te
’s-Gravenhage betreffende de uitloting van een obligatie [van de Provisorij], 1889. Met concept van antwoord.
1 stuk.
III. Overige huizen en havezaten
A.
Havezate Pekkedam
2777.
Akte van toestemming voor Hendrik van Doetinchem van de provinciale leenkamer om het leengoed
Pekkedam te verkopen, 1667.
1 charter.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2770.
Verklaring van N. van Bevervoorde, Gerrit Sloet, R. van Hoevell tot Nijenhuis en Jan van Hoevell tot
Westerflier dat het huis Pekkedam van ouds als havezate wordt erkend, 1668.
1 stuk.
****.
Akten van belening van verschillende personen door de leenkamer van de Staten van Overijssel met het goed
Pekkedam in het richterambt Diepenheim, 1668-1755.
6 charters
N.B. Vgl.: E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen 1379-1805 (Zwolle 1995), nr. 312.
2778.
Otto de Rode van Heeckeren, 1668.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2779.
Johanna Agnes van Lintelo genaamd Batier, als erfgename van haar zoon Reinier Jan de Rode van
Heeckeren, onder hulderschap van Johan van Lintelo, 1685.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2780.
Johan Rabo van Keppel, 1697.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2781.
Jan Albert Sloet tot Warmelo, 1735.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
169
2783.
Antony Simon Sloet, 1742.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2782.
Arend Sloet tot Warmelo na de dood van zijn vader, 1755.
N.B. Geparafeerd door notaris Jalink 17 september 1811.
2773.
Bewijs van aangifte door [Johan Albert Gabriël] Sloet tot Warmelo ten behoeve van de betaling van de 50e
penning van de aankoop van de havezate Pekkedam, 1732.
1 stuk.
2774, 2775.
Akte van transport door Bernard Huinink, namens de erfgenamen van Johan Rabo van Keppel, aan Johan
Albert Sloet tot Warmelo en zijn vrouw van de havezate Pekkedam c.a., 1734. Met een bijlage, 1733.
2 stukken.
3082.
Goedkeuring van G. van Dedem als leenheer van de provinciale Overijsselse leenkamer van de verkoop van de
havezate Pekkedam door Dirk van Lynden tot de Park en Odilia van Steelandt, weduwe Van Keppel, aan Jan
Albert Sloet tot Warmelo, 1734.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 30.
2762, 2767.
Kwitantie van de diaconie van Diepenheim voor [de erfgenamen van Johan Rabo] van Keppel voor de
ontvangst van de jaarlijkse rente over 1730-1733, gaande uit de havezate Pekkedam, 1734. Met een bijlage,
1733.
2 stukken.
N.B. Johan Rabo van Keppel overleed te ’s-Gravenhage 23 juni 1733.
3056.
Getuigenverklaring, afgelegd voor Joan van der Sluis, richter van Diepenheim, betreffende het gebruik door de
eigenaren van het Nijenhuis van de allee of de dijk naar het Peckedam, 1744.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 24.
2729, 2766, 3057.
Overeenkomst tussen Johan Albert Sloet tot Warmelo en zijn zoon Antony Simon Sloet tot Peckedam met
Roelof van Hoevel tot Nijenhuis betreffende het gebruik van de allée van de havezate Peckedam naar
Diepenheim, 1744. Met gelijktijdige afschriften.
3 stukken.
N.B. Safe nr. 24.
2763, 2764.
Akte van verkoop door A. Sloet tot Warmelo en zijn vrouw Florentina Wilhelmina Borre van Amerongen aan
J.H. Muiderman, richter van Diepenheim, van de havezate Pekkedam c.a., 1758. Met een bijlage.
2 stukken.
2769.
Akte van transport door A. Sloet tot Warmelo en zijn vrouw Florentina Wilhelmina Borre van Amerongen van
de havezate Pekkedam c.a. aan Jan Hendrik Muiderman, 1764.
1 stuk.
2768.
Akte van aanstelling door Frederik Gijsbert van Dedem van Johan Hendrik Muiderman als rentmeester van het
huis en havezate Pekkedam, 1770.
1 stuk.
2771.
Kwitantie van F.G. van Dedem voor de richter Muiderman wegens de ontvangst van de koopsom van de
havezate Pekkedam, 1780.
1 stuk.
170
2772.
Akte van transport door Hendrik Jan Bos als volmacht van Gedeputeerde Staten van Overijssel aan J.H.
Muiderman van een jaarlijkse rente gaande uit de havezate Pekkedam ‘gehoort hebbende onder de pastorie van
Diepenheim’, 1781.
1 stuk.
2765.
Akte van volmacht van Frederika Margarita Sloet, weduwe van B. Sloet, op F.G. van Dedem om namens haar
transport te doen van de havezate Pekkedam c.a., 1791.
1 stuk.
3074.
Stukken betreffende de door Johanna Barbara Theodora Wychel, weduwe van Albertus Adrianus van Noort,
aangegane schulden en de overdracht van de havezate Pekkedam aan Rutger Jan Schimmelpenninck,
1812-1815.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 28.
B.
Havezate Westerflier
1.
Gehele complex
2642.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van zijn broer Gerard J.C. betreffende het Westerflier,
1854.
3 stukken.
2442.
Aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende het Westerflier, 1854.
1 stuk.
1961.
Aantekeningen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de exploitatie van het Westerflier, 1854-[ca.
1880].
1 omslag.
2608.
Taxatierapport van het landgoed het Westerflier, 1854.
1 stuk.
2643.
Aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende de exploitatie van het Westerflier, [ca. 1855].
2 stukken.
2609.
Overzicht van de inkomsten en uitgaven van het Westerflier over 1857, 1858.
1 stuk.
2622.
Aantekeningen van [Rutger Jan Schimmelpenninck] betreffende de inkomsten en uitgaven van het landgoed
Westerflier over de jaren 1877-1886, [1889].
1 stuk.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck van B. Oldenampsen, opzichter op het Westerflier te
Diepenheim, 1859-1868.
9 omslagen.
1322. 1859.
1323. 1860.
1324. 1861.
1325, 2887.
1862.
2569. 1863 en 1867.
171
2502. 1864.
2566. 1865 en 1866.
2567. 1867.
2568, 2577, 2628.
1868.
2630.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van D. Oldenampsen met dank voor het betoonde
meeleven bij het overlijden van zijn vader B. Oldenampsen, 1868.
1 stuk.
2574.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van [notaris] Westenberg te Deventer betreffende de
opbrengst van de verkoop van het ‘Westervliersche hout’, 1869,
1 stuk.
2.
Huis en havezate Westerflier
2864.
Kwitantie van Hendrik Otto van Delwigh en zijn vrouw Anna Maria van Hoevel voor Wilhelmina Bloemendal,
weduwe van Jan Jansen van der Sluijs, wegens ontvangen kooppenningen van het huis Westerflier c.a., 1721.
1 charter.
N.B. In potlood genummerd: Nr. 1.
2866.
Akte van transport door Hendrik Schreunder, burgemeester van Diepenheim, als volmacht van Hendrik Otto
van Delwig en zijn vrouw Anna Maria van Hoevel, aan Wilhelmina Bloemendaal, weduwe van Jan Jansen van
der Sluijs, van het goed Westerflier c.a. in het richterambt Kedingen, 1721.
1 charter.
N.B. In potlood genummerd: Nr. 2.
2865.
Akte van volmacht door Dirk van Lijnden tot de Park en Odilia van Steelandt, weduwe Van Keppel, op
Herman Hasebroek sr. en Bernhard Hunink om beleend te worden met het borgleen van Diepenheim door Jan
Albert Sloet tot Warmelo, 1733.
1 stuk.
2880.
Akte van transport door Hendrik Oswald Fabius, als volmacht van Aleida van der Sluis, vrouw van Jacobus
Cramer, aan Gerhard Thin van Keulen van haar aandeel in het Westerflier c.a., 1834. Authentiek gelijktijdig
afschrift.
1 stuk.
2874.
Akte van verkoop door Barbara Hendrika van der Sluis, vrouw van Hendrik Oswald Fabius, aan Francina
Hendrika Johanna van der Sluis, weduwe van Gerhard Jacobus Thin van Keulen, van haar aandeel in het
Westerflier, 1835. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2902.
Vergunning voor Gerhard Thin van Keulen van het gemeentebestuur van Markelo tot het planten van
populieren langs de weg naar het Westerflier, 1841.
1 stuk.
2603.
Veilingboekje bij de openbare verkoop van het landgoed Westerflier, 1854. Gedrukt. Met een kaartje.
1 stuk.
2875.
Proces-verbaal van de openbare verkoop op verzoek van Gerhard Thin van Keulen aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van het goed het Westerflier c.a. te Diepenheim en Markelo, 1854. Authentiek gelijktijdig
afschrift. Met kwitanties.
1 omslag.
****.
Ingekomen brieven bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de aankoop van het Westerflier, 1854.
172
3 omslagen.
2604.
2605.
Zijn broer Gerard J.C. Schimmelpenninck.
Gerhard Thin van Keulen.
N.B. G. Thin van Keulen was de verkoper.
2606.
G.J. Dijk te Amsterdam.
N.B. Gerrit Jan Dijk (1800-1874) was gehuwd met Eleonora Maria Oskamp (1802-1875), een zuster van Catharina Elisabeth
Oskamp, de vrouw van Mr. Gerrit Schimmelpenninck (1804-1881). Deze laatste was een zoon van Mr. Jan Schimmelpenninck
en Johanna Engelina Gülcher.
2607.
Lijsten van de door Rutger Jan Schimmelpenninck overgenomen meubelen van het Westerflier, 1854.
3 stukken.
2912.
Vergunning voor Rutger Jan Schimmelpenninck, als eigenaar van het Westerflier, van burgemeester en
wethouders van Markelo voor het bepoten met eikenhout langs een gedeelte van de weg van Rijssen naar
Borculo, 1858.
1 stuk.
2632.
Plattegrondtekening van een boerderij, [ca. 1860].
1 stuk.
3.
Westervliersche Steenbakkerij in het Maserveld
N.B. Dit veld behoorde aanvankelijk aan de marke Stokkum en Herike. Het grootste gedeelte lag in de gemeente Markelo en het andere in
de gemeente Diepenheim. De bakkerij stond ten zuiden van ‘De Viersprong’.
2088.
Stukken betreffende de plannen van Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de ontginning van het
Maserveld onder Diepenheim en de oprichting van een steenfabriek, [1855].
3 stukken.
2908.
Vergunning voor Rutger Jan Schimmelpenninck van Gedeputeerde Staten van Overijssel voor de oprichting
van een steen- en pannenbakkerij te Markelo, 1857.
1 stuk.
2888.
Staat van de nieuwe kadastrale nummering van het aan [Rutger Jan Schimmelpenninck] toebedeelde
Maserveld, [ca. 1860].
1 stuk.
2889.
Begroting voor het te bouwen huis voor de tichelbaas [bij de steenfabriek], [ca. 1860].
1 stuk.
****
Stukken betreffende de exploitatie van de Westervliersche Steenbakkerij, 1870-1888.
10 omslagen.
2645.
2646.
2647.
2648.
2649.
2650.
2651.
2652.
2653.
2654.
2525.
Lijsten van achterstallige rekeningen, 1870-1888.
Begroting voor machinale steenproductie, 1855.
Productieoverzichten, 1875-1878.
Productieoverzichten, 1881.
Productieoverzichten, 1882.
Productieoverzichten, 1883.
Productieoverzichten, 1884.
Productieoverzichten, 1885.
Productieoverzichten, 1886.
Productieoverzichten, 1887.
Stukken ingekomen bij Gerard J.P. Schimmelpenninck betreffende de afrekening van leveranties van de
steenfabriek, 1893-1894.
173
1 omslag.
4.
Recht van borgman van Goor
Het recht van borgman van Goor ontleenden de bezitters van de havezate Nijenhuis tevens als bezitters van het Westerflier onder
Diepenheim. Omstreeks 1625 was dit recht verlegd van de havezate Kevelham in het voormalige richterambt Kedingen (later gemeente
Markelo), naar het Westerflier. In 1922 hield het college van borgmannen van Goor op te bestaan.
2625.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van W. Götte, burgemeester van Goor, 1855, 1856 en
1858.
4 stukken.
2726.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van H. Mulder, rentmeester van Twickel, betreffende de
bezoldiging van de schoolonderwijzer van Goor, 1859. Met een bijlage.
2 stukken.
N.B. Toegezonden in zijn hoedanigheid als Borgman van Goor.
2571.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van H.G. B[onleesbaar] betreffende de verpachting van
de Westerflierse bank in de kerk van Markelo, 1869.
2 stukken.
2901.
Vergunning voor Johan Frederik Muller, korenmolenaar, van Gedeputeerde Staten van Overijssel voor het
oprichten van een windmolen te Markelo, 1862.
1 stuk.
N.B. Het betrof hier een windmolen in het Maserveld. De grond met molenerf werden in 1901 afgestoten.
2592.
Brief ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van mevrouw de weduwe Wijnen-Hania te Goor
betreffende nog lopende notariële zaken, 1873.
1 stuk.
IV. Overige goederen en rechten
A.
Goederen en rechten in Overijssel
1.
Gemeente Deventer
1479.
Akte van transport door mevrouw de weduwe S.M. Bussemaker-Cats aan Catharina SchimmelpenninckNahuys van een erf en huis in de Assenstraat te Deventer, 1833.
1 stuk.
2.
Gemeente Diepenheim
a.
Meerdere secties
3051.
Akte van overeenkomst tussen Johanna Louisa Isabella Florentina van Lintelo, weduwe van Jan Adriaan van
Hoevell, vrouwe van het Nijenhuis, met de burgemeesters en de overige borgmannen van Diepenheim
betreffende het beheersen van het waterpeil in de Beek, 1788.
174
1 stuk.
N.B. Safe nr. 22.
2732.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Gerrit Schimmelpenninck betreffende de kanalisatie van de rivier de
Regge, 1834-1859.
1 omslag.
2602.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de aanleg van spoorwegen
in Twente, 1856-1857.
1 omslag.
2599, 2600, 2900.
Stukken betreffende de eventuele kanalisatie van de rivieren Berkel en Regge, 1857-1864. Met een kaartje.
1 omslag.
2745, 2746, 2747, 2918.
Verzoekschrift van Berend Jan en Hendrik Peters en Gerrit Jan Matthijssen, allen landbouwers te Diepenheim,
aan de bewaarder van het kadaster te Deventer om een fout in de tenaamstelling van een nieuwe eigenaar te
veranderen, [1861]. Met bijlagen.
1 stuk.
N.B. De fout was opgetreden bij de akte van verdeling van de marke Diepenheim.
De marke Diepenheim werd verdeeld in 1860 nadat reeds in 1852 het plan der verdeling was goedgekeurd. Gerrit Schimmelpenninck was
al die tijd markerichter en voorzitter van de commissie tot verdeling van de markegronden. Als dank voor zijn bemoeienissen kreeg hij van
de geïnteresseerden een beker aangeboden. Vgl.: A.J. Mensema, Inventaris van de archieven van de marken in de provincie Overijssel
1300-1942 (Zwolle 1978), inv.nrs. 231-263.
2601.
Stukken ontvangen en opgemaakt door Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de aanleg van de weg van
Geesteren over Gelselaar naar Diepenheim, Markelo en Goor, 1865-1868.
1 omslag.
2580.
Stukken ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck betreffende de door de gemeente Deventer te
onderhouden bruggen in de gemeente Diepenheim, 1872.
1 omslag.
3038.
Akte van transport door Jan Meijers te Leeuwarden aan Lodewyk H. Schimmelpenninck van onroerend goed te
Diepenheim in de secties A, B en C, 1911. Met bijlagen.
3 stukken.
N.B. Safe nr. 12.
3044.
Stukken betreffende de verkoop door L.H. Schimmelpenninck aan het Rijk van enige percelen grond in de
gemeenten Diepenheim en Markelo (secties E en D) ten behoeve van de aanleg van het Twenthe-Rijnkanaal,
1931-1932. Met een kaart.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 16.
3083.
Keurontheffingen voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van het Waterschap De Regge voor de duikers en
bruggen op de landgoederen Nijenhuis-Pekkedam en Westerflier, 1932.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 36.
b.
Sectie A (Genaamd Nyenhuis)
i.
Erven en goederen
175
3062.
Akte van schuldbekentenis door Jan van der Barente (Boerente?) en zijn vrouw Janna Corhuerne aan Derk ter
Dueskot (Derk ten Doeschate) onder verband van het erve De Borente gelegen in het kerspel Diepenheim,
1779. Gekwiteerd voor de aflossing, 1806.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
3065.
Akte van transport door Wolter Harmen van Hoevel [en zijn vrouw Dina Petronella] Ribbers aan W.C. Boers
van een stuk grond genaamd De Bornte, gelegen in het richterambt Diepenheim, 1794.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
3066.
Akte van transport door W.C. Boers aan Gerrit Schimmelpenninck van een stuk land genaamd de Laage
Borente, gelegen in het gericht Diepenheim, 1799.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
3067.
Akte van transport door Jannes Kappe en zijn vrouw Maria van de Borente aan Hermanna Koolhaas, weduwe
van Gerrit Schimmelpenninck. van het plaatsje de Borente, gelegen in het gericht Diepenheim, 1806.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
3073.
Akte van transport door Johanna Barbara Theodora Wychel, weduwe van Albertus Adrianus van Noort, aan
Rutger Jan Schimmelpenninck van het erve Leideboer, gelegen in de gemeente Diepenheim, 1812. Authentiek
gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 28.
****.
Stukken betreffende de Diepenheimsche Watermolen c.a., 1872-1932.
8 omslagen.
3049.
De regeling van de waterstand bij de watermolen en de verpachting aan de molenaar, 1872-1911.
N.B. Safe nr. 20.
3085.
De poging van het Waterschap De Regge om de Diepenheimsche Molenbeek als viswater te
verpachten, 1909.
N.B. Safe nr. 38.
3081.
De bouw van een houten waterkering in de bovenloop van de Diepenheimsche Molenbeek door het
Waterschap De Regge, 1911. Met een tekening.
N.B. Safe nr. 35 ‘Watermolen’.
3047.
De schenking door Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn vrouw aan de gemeente Diepenheim van
De Diepenheimsche Watermolen c.a., gelegen in sectie A, nrs. 333-335 en 340 en sectie D, nr. 590,
1912-1913.
N.B. Safe nr. 19.
3048.
De klachten van Lodewyk H. Schimmelpenninck betreffende de illegale aftap van water uit de
Molenbeek, 1919-1929.
N.B. Safe nr. 19.
3090.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de burgemeester van Diepenheim
betreffende het onderhoud van het vlondertje in het voetpad bij de watermolen, 1925. Met concept van
antwoord.
N.B. Safe nr. 43.
3086.
Keurontheffing voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van het Waterschap De Regge voor het hebben
van een betonduiker in de Diepenheimer Broekleiding, gemeente Diepenheim, sectie A, nr. 1431,
1931.
N.B. Safe nr. 39.
3088.
Verklaring voor Lodewyk H. Schimmelpenninck van het gemeentebestuur van Diepenheim dat hij een
gedeelte van het perceel sectie A, nr. 704, bij de watermolen, aan de gemeente heeft afgestaan, 1932.
N.B. Safe nr. 41.
2935.
Stukken betreffende de herbouw van boerderij De Enk, gehorende onder het Nijenhuis, op last van Lodewyk
H. Schimmelpennick, 1894.
1 omslag.
176
2663.
Bestek en voorwaarden voor het bouwen van een villa c.a. te Diepenheim voor H.W.G. van Hogendorp, onder
architectuur van Jacob van der Goot en Cornelis Kruisweg te Hengelo, 1898. Gedrukt.
1 deeltje.
N.B. Bedoeld zal zijn: Henriette Frances Wilhelmina Elisabeth van Hogendorp-Schimmelpenninck. Dit huis werd ‘Peckedam’ genoemd.
3028.
Proces-verbaal van de openbare verkoop op last van Jan Willem Relker c.s. aan Lodewyk H.
Schimmelpenninck van het erve De Boarnster te Diepenheim, sectie A, 1904. Authentiek gelijktijdig uittreksel.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 6.
3030.
Akte van transport door Frederik Johan Constantijn Schimmelpenninck en Leopold Gerrit Schimmelpenninck
aan Lodewyk H. Schimmelpenninck van het erve Overlaan te Diepenheim, sectie A, 1906. Authentiek
gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 8.
ii.
Losse landerijen
2776.
Akte van transport door Albert ten Tusschede en zijn vrouw Anna toe Reppel aan Gerrit ter Linde sr. van een
stuk eschgrond, gelegen in de Nieuwe Esch in het richterambt Diepenheim, 1707.
1 charter.
N.B. Geparafeerd door notaris W. Jalink te Goor op 17 september 1811. Na het overlijden van J.H. Muiderman werd diens inboedel van
het Pekkedam geïnventariseerd.
2728.
Aantekeningen betreffende de waarde van de grote kamp van het Nijhof nabij het Nijenhuis, 1828.
2 stukken.
3171.
Akte van verkoop door Hendrik Nijenhuis, wever te Diepenheim, aan Hendrik Jan Alink van een stuk
heidegrond in het Diepenheimsche Broek, 1840. Concept.
1 stuk.
N.B. In het handschrift van Gerrit Schimmelpenninck.
2884.
Akten van overdracht aan Gerrit Schimmelpenninck door enige eigenaren van stukken land te Diepenheim
nabij het Nijenhuis, 1842 en 1854.
1 omslag.
3166.
Bewijs van aangifte door Gerrit Schimmelpenninck aan het gemeentebestuur van Diepenheim van zijn
voornemen om Sectie A, nrs. 150 en 227 te gaan ontginnen, 1843.
1 stuk.
2516.
Proces-verbaal van de openbare verkoop van het perceel binnen de gemeente Diepenheim, sectie A, nr. 327 op
last van Gerrit Mensink en zijn vrouw Janna Luttikhedde aan Gerrit Schimmelpenninck, 1844. Authentiek
gelijktijdig afschrift, gekwiteerd door de verkopers, 1846.
1 stuk.
3059.
Vergunning voor Gerrit Schimmelpenninck van Burgemeester en Wethouders van Diepenheim voor het
bepoten van een gedeelte van de weg van Diepenheim naar Goor, 1858.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
2742.
Kennisgeving voor Gerrit Schimmelpenninck van de bewaarder van de hypotheken en het kadaster betreffende
de hermeting van het perceel in de gemeente Diepenheim, sectie A, nr. 691, 1860.
1 stuk.
3162.
Kwitantie voor Gerrit Schimmelpenninck van J. van der Haar wegens ontvangen vergoeding van de schade,
ontstaan bij het graven van een singel langs de Molenbeek, 1861.
1 stuk.
177
3060.
Vergunning voor Gerrit Schimmelpenninck van Gedeputeerde Staten van Overijssel tot het maken van een
uitweg door het leggen van een dam in de bermsloot van de weg van Zutphen naar Goor, 1861.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 26.
2743.
Brief ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van [de bewaarder van de hypotheken en het kadaster] te
Deventer betreffende de hermeting van de percelen in de gemeente [Diepenheim], sectie A, nrs. 283 en 284,
1861.
1 stuk.
2919.
Kennisgevingen voor Rutger Jan Schimmelpenninck van de kadastrale hermeting van enige percelen in de
gemeente Diepenheim, sectie A, 1865, 1866 en 1869.
3 stukken.
2514.
Kennisgeving voor Gerrit Schimmelpenninck van de bewaarder der hypotheken en het kadaster te Deventer
betreffende de hermeting van perceel Sectie A, nr. 327 (gemeente Diepenheim), 1862.
1 stuk.
3029.
Stukken betreffende de verkoop door Gerrit Johan Constantijn Schimmelpenninck en Frederik Johan
Constantijn Schimmelpenninck aan Lodewyk H. Schimmelpenninck van onroerend goed te Diepenheim, sectie
A, bestaande uit bos, weidegronden en lanen, 1897.
1 omslag.
N.B. Met een kaart.
N.B. Safe nr. 7.
3080.
Verklaring van H.J. Lusink ten behoeve van Lodewyk H. Schimmelpenninck omtrent het gebruik van een
sleutel van het hek bij de Enkboer, 1903. Met een uitleg van Lodewyk H. Schimmelpenninck waarom de
doorgang over het Nijenhuis is gesloten, [1903].
2 stukken.
N.B. Safe nr. 34.
3024.
Akte van overdracht door Lodewyk H. Schimmelpenninck aan het bestuur van de Vereeniging tot Stichting en
instandhouding van Christelijke Scholen te Diepenheim van het recht van erfpacht van een stuk grond te
Diepenheim, sectie A, nr. 178 (gedeeltelijk), 1907. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 5.
3054.
Vergunning voor L.H. Schimmelpenninck van Gedeputeerde Staten van Overijssel voor het verleggen van de
Nijenhuizer Leidingbeek, 1910.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 22.
3055.
Brief van L.H. Schimmelpenninck aan het waterschap De Regge betreffende de Leidebeek, 1921. Concept, met
een antwoord.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 22.
3091.
Stukken betreffende een juridisch geschil tussen Lodewyk H. Schimmelpenninck en zijn pachter Nijland op de
Molenhoeve, 1925.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 44.
3087.
Brief ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van het gemeentebestuur van Diepenheim met de vraag
om toestemming tot verbetering en verharding van het zogenaamde ‘Flipsdieksken’, van de Rijksweg van
Diepenheim naar Goor tot aan de westelijke parallelweg langs het spoorwegstation Diepenheim, 1925. Met
concept van antwoord.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 40.
178
3017.
Stukken betreffende de overdracht door Lodewyk H. Schimmelpenninck aan de Gemeente Diepenheim van
een stuk weg te Diepenheim, sectie A, nrs. 1430 en 1431, 1935.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 1.
3079.
Stukken betreffende de goedkeuring door Lodewyk H. Schimmelpenninck aan het gemeentebestuur van
Diepenheim tot het hebben van een sluisje in de Nijen-huizerleiding, gemeente Diepenheim, sectie A, tussen de
nrs. 193 en 1316, 1937.
3 stukken.
N.B. Safe nr. 33.
N.B. Gelegen bij de Boarnter.
3018.
Akte van verkoop door het Bestuur der Domeinen aan Lodewyk H. Schimmelpenninck van enige stukken
grond te Diepenheim, sectie A, 1938.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 1.
N.B. Het betreft gronden die in 1907 waren onteigend ten behoeve van de aanleg van de buurtspoorweg (Bello).
c.
Sectie B (Genaamd Diepenheim)
i.
Erven en goederen
2913.
Borderel van schuldvordering ten voordele van de Hervormde diaconie van Haaksbergen en ten laste van
Hendrik Jan Roessingh onder zekerheidstelling van het erve Oosterkamp te Diepenheim en het erve
Broekzwier te Markelo, 1847.
1 stuk.
2873.
Akte van verkoop door Hendrik van der Sluis aan Gerhard Thin van Keulen van de erven Den Bosch en De
Kappe in de gemeente Diepenheim, 1851.
1 stuk.
2870.
Proces-verbaal van de openbare verkoop op verzoek van Carel Jacob ten Zeldam te Ambt Delden van het erve
’t Wanink te Diepenheim aan Jan Harm Leferink, 1852. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2869.
Akten waarbij ten gunste van Leonard Eliza van Petersom Ramring te Ellekom en ten laste van Jan Harm
Leferink te Diepenheim het erve ’t Wanink te Diepenheim hypothecair wordt belast, 1854 en 1855. Met een
borderel van doorhaling van deze akte door de bewaarder der hypotheken te Deventer, 1857, en een kwitantie
voor G.J.C. Schimmelpenninck wegens de betaling van de schuld, 1857.
4 stukken.
2872.
Akte van transport door Jan Harm Leferink en zijn vrouw Willemina Johanna Meesterberends aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van het erve ’t Wanink te Diepenheim, 1856. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2871.
Aantekeningen betreffende de grootte en de opbrengsten van het erve ’t Wanink te Diepenheim, 1856 en
[1857].
1 omslag.
2895.
Akte van schuldbekentenis door Johan Hendrik Lindeman, werkbaas op het huis Westerflier, en zijn vrouw
Jenneken Lubbers aan Rutger Jan Schimmelpenninck, waarbij hun woonhuis te Diepenheim tot zekerheid
wordt gesteld, 1856. Met een bijlage.
2 stukken.
179
2082, 2879.
Stukken betreffende de afkoop door Rutger Jan Schimmelpenninck van de kerkvoogden der Hervormde
Gemeente te Markelo van de uitgangen wegens het ‘Miskoorn’, uit de erven Bosman, Nazelman en Houwboer,
gehorende onder het Westerflier, 1857.
1 omslag.
N.B. De erven en goederen Den Bosch, Naarzelaar en Houboer lagen in de gemeente Diepenheim (sectie B).
3026.
Akte van transport door Arend Jan Schuizeman en zijn vrouw Hendrika ten Brummelaar aan L.H.
Schimmelpenninck van het erve De Riethorst te Diepenheim, sectie B, 1901. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 5.
3039.
Stukken betreffende een eventuele overname door Lodewyk H. Schimmelpenninck van het woonhuis van
C.J.A. den Tex, burgemeester van Diepenheim, later van Bloemendaal, staande te Diepenheim, sectie B, nr.
591, 1931-1932. Met retroacta, 1926-1929.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 13 en 14.
N.B. Schimmelpenninck wenste geen gebruik te maken van zijn voorrangsrecht; tenslotte werd het huis verkocht aan J. Eyken Sluyters.
3093.
Brieven ingekomen bij Lodewyk H. Schimmelpenninck van de Kerkvoogdij van de N.H. Kerk te Rijssen
betreffende de afkoop van de jaarlijkse uitgangen van de erven Bosman en Naselaar, 1929.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 46.
ii.
Losse landerijen
2876.
Akte van transport door Egbert Hendrik Roessink en Jan Hendrik Zatink aan Gerhard Thin van Keulen van
twee stukken hooiland te Diepenheim, sectie B, nrs. 795 en 797, 1841. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
2897.
Missiven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van het Gemeentebestuur van Diepenheim betreffende
de ontginning van een stuk land te Diepenheim, sectie B, nr. 1054, 1865 en 1866. Met een begeleidende brief.
3 stukken.
2883.
Akten van overdracht aan Rutger Jan Schimmelpenninck door enige eigenaren van hun aandeel van de
verdeelde marke Diepenheim, bestaande uit heide, 1856.
3 stukken.
N.B. Gemerkt ‘Westerflier’.
3453.
Kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck van Jan Hendrik Assink wegens de koopsom van een stuk grond
in de gemeente Diepenheim, sectie B, nr. 803, 1857.
1 stuk.
3454.
Akte van transport door Aaltje Peusschers, weduwe van Hendrik Jan Assink, c.s. aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van een stuk land te Diepenheim, sectie B, nr. 604, 1858.
1 stuk.
3455.
Kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck van Aaltje Peusschers wegens de koopsom van een stuk land te
Diepenheim, sectie B, nr. 603, 1858.
1 stuk.
2910.
Kwitantie voor Rutger Jan Schimmelpenninck van C. Nijhuis wegens de ontvangst van geld wegens de
aankoop van 2 stukken weiland, Gemeente Diepenhein, sectie B, nrs. 605 en 685, 1858.
1 stuk.
180
2885.
Brieven ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van J.D.C. van Heeckeren van Wassenaer tot Twickel en
diens rentmeester betreffende de verkoop van een stuk heidegrond, gehorende onder het Weldam en gelegen in
het Maserveld, eertijds behorende tot de marke Stokkum en Herike, 1861 en 1862.
2 stukken.
2916.
Akte van transport aan Rutger Jan Schimmelpenninck, eigenaar van het Wester-flier, door E. Berendsen c.s.
van een weiland in het Westerflierder blok, gemeente Diepenheim, sectie B, nr. 794, 1863. Met kwitantie.
2 stukken.
2868.
Proces-verbaal van een openbare verkoop op last van het Gemeentebestuur van Deventer aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van een stuk land, gemeente Diepenheim, sectie B, nr. 793, 1870. Authentiek uittreksel,
met kwitanties.
3 stukken.
2579.
Veilingboekje bij de openbare verkoop van het huis Warmelo, 1872. Gedrukt.
1 stuk.
N.B. De bijbehorende kaart ontbreekt.
2617.
Missive ingekomen bij Rutger Jan Schimmelpenninck van Gedeputeerde Staten van Overijssel betreffende de
opmeting van een nieuwe schuur op perceel B, nr. 1007 (gemeente Diepenheim), 1878.
1 stuk.
2877.
Stukken betreffende de vaststelling van de door E.H. Roesink bezeten stukken grond na de markeverdeling,
1879.
1 omslag.
3053.
Akte van transport door L.H. Schimmelpenninck aan het Waterschap De Schipbeek van gronden in de
gemeenten Diepenheim (sectie B) en Markelo (secties E en F), 1898.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 22.
3034.
Akte van transport door Willem Marinus Groenendal aan L.H. Schimmelpenninck van onroerend goed,
genaamd de Wezelmors, te Diepenheim, sectie B, 1902. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 9.
3035.
Akte van transport door Geertruida Lammertink, vrouw van Gerrit Willem Boode, aan L.H. Schimmelpenninck
van een stuk broekgrond te Diepenheim, sectie B, nr. 604, 1903. Authentiek gelijktijdig afschrift, met een
begeleidende brief.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 10.
3042.
Akte van transport door Gerrit Willem Roessinck te Diepenheim aan L.H. Schimmelpenninck van een perceel
weiland in de Duinsmeeden te Diepenheim, sectie B, nr. 1715, 1910. Met een kwitantie.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 15.
3027.
Kwitantie voor L.H. Schimmelpenninck van H.J. Brummelaar wegens de betaling van de aankoop van een
perceel weiland in Diepenheim, genaamd De Waninkmaat, sectie B, nr. 690, 1911.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 5.
3025.
Akte van transport door Aaltje Leeftink c.s. aan L.H. Schimmelpenninck van het 2/3 gedeelte van een weiland
in de gemeente Diepenheim, sectie B, nrs. 687 en 688, 1913. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 5.
181
3089.
Vergunning van Gedeputeerde Staten van Overijssel voor L.H. Schimmelpenninck voor het leggen van een
dam over de bermsloot langs de weg van de Gelderse grens naar Goor ten behoeve van perceel gemeente
Diepenheim, sectie B, nr. 1138, 1924. Met bijlagen, 1923-1924.
3 stukken.
N.B. Safe nr. 42.
3084.
Stukken betreffende de door Lodewyk H. Schimmelpenninck verleende vergunning om op aan hem
toebehorende percelen veemarkt te houden, gelegen nabij de kern van Diepenheim, 1924-1930.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 37.
3078.
Akte van scheiding door Lodewyk H. Schimmelpenninck, Jan Harmen en Hendrik Jan Lubberdink en Gerrit
Jan Quee van een gezamenlijk bezeten stuk weiland in de Duinsmeeden, gemeente Diepenheim, sectie B, nr.
841, 1930. Afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 32.
3041.
Akte van ruiling waarbij Lodewyk H. Schimmelpenninck verkrijgt een perceel weiland bij het Westerflier,
gemeente Diepenheim, sectie B, nr. 798, 1932.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 15.
3045.
Akte van transport door Hendrik Jan Goorhuis en Jan Lusink aan L.H. Schimmelpenninck van enige percelen
weidegrond en hooiland, gelegen te Diepenheim, sectie B, nrs. 605, 685 en 1624, 1939. Authentiek gelijktijdig
afschrift, met een rekening van de notaris.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 17.
d.
Sectie C (Genaamd Kerspel)
3021.
Stukken betreffende de aankoop door L.H. Schimmelpenninck van het erve Venneman te Diepenheim, sectie
C, 1901. Met bijlagen en 1 kaart.
1 omslag.
N.B. Safe nr. 4.
3022.
Kwitantie voor L.H. Schimmelpenninck van Johanna Hendrika Lubbers wegens de betaling van de aankoop
van een weiland te Diepenheim, sectie C, nr. 174, 1916.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 4.
3.
Gemeente Diepenveen
2748.
Rapport van N.N. betreffende de agrarische situatie op de buitenplaats De Hoek te Tjoene, 1836.
1 stuk.
1454.
Brieven ingekomen bij Gerrit Schimmelpenninck van notaris M.C. Houck te Deventer betreffende de openbare
verkoop van het buitenhuis [De Hoek], 1853.
1 omslag.
4.
Gemeente Markelo
a.
Sectie D (genaamd Oost Stokkum)
182
2898.
Stukken betreffende de verkoop door Rutger Jan Schimmelpenninck aan de Staatsspoorwegen van een stuk
grond te Markelo, sectie D, nr. 1197, 1863.
1 omslag.
3032.
Uittreksels uit de perceelsgewijze kadastrale legger van de gemeente Markelo betreffende de percelen Markelo,
sectie D, nr. 1998 en sectie F, nr. 1505, afgegeven aan Lodewyk H. Schimmelpenninck als mede-eigenaar,
1894.
2 stukken.
N.B. Safe nr. 9.
3046.
Akte van ruiling waarbij Lodewyk H. Schimmelpenninck verkrijgt een perceel heidegrond in het
Stokkummerflier te Markelo, sectie D, nr. 1198, 1909.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 18.
b.
Sectie E (genaamd West Stokkum)
i.
Erven en goederen
2896.
Stukken betreffende de verdeling van de boedel van wijlen Janna Brinkers, vrouw van Berend Jan Kranenberg,
1842 en 1844.
2 stukken.
2892.
Stukken betreffende de door Gerhard Thin van Keulen aan Berend Jan Kranenburg verstrekte geldlening, onder
verband van het erve Kranenburg onder Markelo, 1844-1854.
1 omslag.
2886.
Akte van transport door Jan Hendrik Kranenburg te Stokkum (Markelo) aan Rutger Jan Schimmelpenninck van
het plaatsje Kranenburg te Markelo, sectie E, nrs. 655 en 656, 1860. Met een bijlage.
2 stukken.
2890.
Brevet van doorhaling van een hypothecaire inschrijving ten laste van Berend Jan Kranenburg te Markelo,
1860.
1 stuk.
2911.
Vergunning voor Rutger Jan Schimmelpenninck als eigenaar van het Westerflier, van burgemeester en
wethouders van Markelo voor de bouw van een bakoven bij het in aanbouw zijnde huis in Stokkum, sectie E,
nr. 1336, 1862.
1 stuk.
2626, 2830, 2894.
Stukken betreffende de aankoop van onroerend goed van o.a. Jan Hendrik Kranenberg door Rutger Jan
Schimmelpenninck ten overstaan van notaris Westenberg, 1868-1872.
1 omslag.
3023.
Akte van overdracht door Lodewyk H. Schimmelpenninck aan Egbert Schuurman, molenaar, van het recht van
opstal op een stuk grond en molenerf met omliggend terrein, gelegen te Markelo in het Maserveld, sectie E,
1901. Authentiek gelijktijdig afschrift.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 5.
183
3043.
Kwitantie voor L.H. Schimmelpenninck wegens de betaling aan A. Overbeek, G.J. Sligman en H.J.
Brunnekreef wegens de aankoop van het erfje De Haar te Markelo, 1904.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 15.
ii.
Losse landerijen
2893.
Akte van transport door de gecommitteerden van de marke Stokkum en Herike aan Berend Jan Kranenburg van
een stuk markegrond, 1833. Authentiek gelijktijdig uittreksel.
1 stuk.
2485.
Akte van verkoop door Hendrika Leunk, vrouw van Hendrik Bode, en haar kinderen aan Gerrit
Schimmelpenninck van een perceel bouwland gelegen in de Stokkumer Esch, gemeente Markelo, sectie E, nr.
170, 1846. Authentiek gelijktijdig afschrift. Met een bijlage.
2 stukken.
2631, 2638, 2639, 2644, 2882, 2914, 2915, 2920, 2921, 2923, 3161, 3163, 3169.
Stukken betreffende de verdeling van de marke Stokkum en Herike, waarbij aan Rutger Jan Schimmelpenninck
verschillende percelen worden toebedeeld, o.a. gelegen in het Maserveld, 1852-1862. Met kaartjes.
1 omslag.
2922.
Akte van ruiling tussen Rutger Jan Schimmelpenninck en Gerrit Jan Miengs en Hendrik Greven, waarbij
Schimmelpenninck verkrijgt een stuk heidegrond, gemeente Markelo, sectie E, nr. 1430, 1866.
1 stuk.
3037.
Akte van transport door Derk Jan Zandvoort aan Lodewyk H. Schimmelpenninck van een stuk weiland met
hakhout, gelegen te Markelo, sectie E, nr. 1515, 1902.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 11.
3040.
Akte van transport door Hendrik Brunshorst c.s. aan L.H. Schimmelpenninck van een perceel weiland in het
Kleine Vlier, gemeente Markelo, sectie E, nr. 1567, 1910.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 15.
c.
Sectie F (Genaamd Stokkummerbroek)
3456.
Akte van verkoop door Jan Harmsen Meengs aan Rutger Jan Schimmelpenninck van een stuk heidegrond te
Markelo, gelegen aan de Schipbeek, de grindweg van Zutphen naar Goor en bij de nieuwe uitweg van het erve
Veldzigt, 1858.
1 stuk.
2891.
Proces-verbaal van openbare verkoop op verzoek van Archibald van de Poll te Vreeswijk aan Rutger Jan
Schimmelpenninck van enige percelen hooiland te Markelo, sectie F. nrs. 259, 260 en 261, 1861. Authentiek
gelijktijdig afschrift, met retroacta, 1856, en een kwitantie, 1861.
1 omslag.
3052.
Akte van transport door L.H. Schimmelpenninck e.a. aan het Waterschap De Schipbeek van een gedeelte van
een perceel grond te Markelo, sectie F, nr. 243, 1898.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 22.
5.
Gemeente Wijhe
184
2731.
Akte van transport door [niet ingevuld] aan [niet ingevuld] van het erve Assendorp, gemeente Wijhe, sectie B,
nrs. 415 en 416, [1854]. Klad.
1 stuk.
2135.
Stukken betreffende de verkoop van de gezamenlijk door Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn broers en
zusters bezeten Winnerwaarden, 1880-1881.
3 stukken.
N.B. Deze Winnerwaarden waren afkomstig uit de nalatenschap van ‘grootmoeder von Knobelsdorff’.
B.
Goederen en rechten buiten Overijssel
1.
Provincie Gelderland
a.
Gemeente Borculo / Gelselaar
3036.
Proces-verbaal van de openbare verkoop op last van Janna Berendina van den Enk, weduwe van Arend Jan
Rengerink, c.s. aan Lodewyk .H. Schimmelpenninck van een gedeelte van het erve Goorwolter, gelegen onder
Gelselaar, Diepenheim en Markelo, 1900. Authentiek gelijktijdig uittreksel.
1 stuk.
N.B. Safe nr. 11.
b.
Gemeente Geldermalsen / Gellicum
1614.
Akte van cessie door het Quartier van Nijmegen aan Alexander Tengnagel, heer van Gellicom, van het
collatierecht van de kerk te Gellicom, 1668.
1 charter.
N.B. Indorso: ‘Brieff van’t regt en collatie der kerke tot Gellecum ofte ’t ius patronatus tot Gellecum, in anno 1668 verkregen’.
De heerlijkheid Gellicum behoorde later toe aan Adriaan van Helden (1747-1822), een achterneef van Catharina Nahuijs.
2752.
Verklaring van Adriaan van Helden betreffende de collatie der pastorieën van Gellicum en Renoy, [ca. 1820].
1 stuk.
c.
Gemeente Warnsveld
3007.
Akte van verhuur door A.R. Schuurbeque Boeye te Eefde aan Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van een
woning aan de Boschlaan te Warnsveld, 1942.
1 stuk.
2.
Provincie Noord-Brabant
a.
Gemeente Werkendam
185
2756.
Eigendomsbewijzen voor luitenant-generaal Adriaan van Helden van onroerende goederen in de gemeente
Werkendam, 1801-1808. Authentieke afschriften, 1811.
1 lias.
2759.
Verklaringen van notaris Van der Elst te Werkendam voor Rutger Jan Schimmelpenninck over de opbrengst
van de verkoop van het kasteel de Oude Burght en de daarbij staande bomen te Werkendam, 1822.
2 stukken.
1694.
Aanslagbiljetten voor de erfgenamen van de luitenant-generaal Adriaan van Helden wegens grondbelasting in
de gemeenten De Werken en Sleeuwijk, Woudrichem en Rijswijk (N-Br.), 1826.
3 stukken.
1695.
Overzicht van de voor de erfgenamen van de luitenant-generaal Adriaan van Helden verpachtte stukken grond,
1826.
1 stuk.
3.
Provincie Noord-Holland
a.
Gemeente Amsterdam
2000, 2314, 2346.
Akte van scheiding en deling van de nalatenschap van Wilhelmine Busch, weduwe van Hieronymus Sillem,
waarbij aan Henriette Melvil, vrouw van Rutger Jan Schimmelpenninck, wordt toegescheiden een huis ‘Het
Wapen van Amsterdam’, te Amsterdam, hoek Kloveniersburgwal/het Rusland, 1853. Met retroacta, 1852.
1 omslag.
b.
Gemeente Haarlemmermeer
2003.
Stukken betreffende de deelname van Rutger Jan Schimmelpenninck in de exploitatie van onroerend goed in
het drooggelegde Haarlemmermeer en van enige schepen, 1852-1864.
1 omslag.
4.
Provincie Utrecht
a.
Gemeente Rhenen
2468.
Aantekeningen betreffende de inkomsten van het landgoed Heimerstein, 1880 en 1881.
2 stukken.
2463.
Lijst van de opbrengst van de ‘Verkooping van 27 Januari 1882’.
1 stuk.
N.B. Het betreft hier vermoedelijk de verkoop van houtgewas uit de nalatenschap van Ernest Schimmelpenninck.
2445.
Veilingboekje voor de openbare verkoop van het landgoed Heimerstein c.a. te Rhenen, 1882. Gedrukt, met
kaarten en bijlagen.
1 omslag.
N.B. Het landgoed hoorde toe aan Ernest Herman Frederik Adriaan Schimmelpenninck (1823-1882).
186
5.
Provincie Zuid-Holland
a.
Gemeente ’s-Gravenhage
i.
Benoordenhoutseweg
2997.
Stukken betreffende de door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en zijn vrouw gevestigde hypothecaire
lening met als onderpand het pand Benoordenhoutseweg 19 te ’s-Gravenhage, sectie P., nr. 7819, 1924.
2 stukken.
2992.
Akte van verkoop door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck aan Rosalie Soloway, vrouw van A.E. Aptroot,
van een huis aan de Benoordenhoutseweg nr. 19 te ’s-Gravenhage, 1929.
1 stuk.
ii.
Bezuidenhout
2550.
Verkoopannonce van de openbare veiling van roerende goederen van wijlen Rutger Jan Schimmelpenninck in
zijn huis te ’s-Gravenhage, Bezuidenhout 51, 1893. Gedrukt.
1 stuk.
iii.
Boschkant
2046.
Akte waarbij het hypothecair verband ten laste van Rutger Jan Schimmelpenninck op een stal met koetshuis en
koetsierswoning aan de Boschkant te ’s-Gravenhage wordt opgeheven, 1888. Met een begeleidende brief.
2 stukken.
N.B. Dit hypothecair verband was aangegaan door R.J. Schimmelpenninck ten behoeve van zijn zoon als rentmeester van het
Kroondomein, rentambten Schiedam, Noordwijk, Leiden en Den Briel.
iv.
Nassaulaan
2666.
Bestek en voorwaarden voor het aan- en verbouwen van het huis aan de Nassaulaan 23 te ’s-Gravenhage, ten
behoeve van Lodewyk H. Schimmelpenninck onder architectuur van J.J. en M.A. van Nieukerken, 1904.
Gedrukt, met tekeningen.
1 omslag.
N.B. Slechts twee van de drie tekeningen zijn aanwezig.
v.
Park Zorgvliet
2995.
Bebouwingsvoorwaarden voor het noordelijk gedeelte van het Park Zorgvliet te ’s-Gravenhage, 1919. Gedrukt.
1 stuk.
vi.
Waldorpsdwarsstraat
187
2991.
Akte van uitgifte in erfpacht door de Gemeente ’s-Gravenhage aan Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van
een stuk gemeentegrond, gelegen aan de Tweede Waldorpdwarsstraat, tussen de Leeghwaterstraat en de Eerste
van der Kunstraat, 1929. Met bijlagen en een kaartje.
1 omslag.
3010.
Stukken betreffende de verhuur door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van de panden aan de Tweede
Waldorpdwarsstraat, 1929-1933.
1 omslag.
2999.
Stukken betreffende de door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en zijn vrouw gevestigde hypothecaire
lening met als onderpand het erfpachtsrecht op de percelen aan de Tweede Waldorpdwarsstraat, tussen de
Leeghwaterstraat en Eerste van der Kunstraat te ’s-Gravenhage, sectie AC, nrs. 1029, 1030 en 1031,
1929-1933.
1 omslag.
vii.
Weissenbruchstraat
2993.
Stukken betreffende de aankoop door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van twee percelen grond te ’sGravenhage aan de Weissenbruchstraat, sectie P, nrs. 8501 en 8502, 1926.
2 stukken.
2994.
Stukken betreffende de aankoop door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van een perceel bouwgrond te ’sGravenhage aan de Weissenbruchstraat, hoek Mauvestraat, sectie P., nr. 8801, 1928.
3 stukken.
2998.
Stukken betreffende de door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck en zijn vrouw gevestigde hypothecaire
lening met als onderpand het pand aan de Weissenbruchstraat 144-146 en 148 te ’s-Gravenhage, sectie P., nrs.
8502 en 8801, 1928.
2 stukken.
3008.
Akten van verhuur door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, later zijn erfgenamen, van het woonhuis en
garage aan de Weissenbruchstraat 146 en 148 te ’s-Gravenhage, 1934, 1939 en 1946.
1 omslag.
3009.
Akten van verhuur door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck van een bovenhuis aan de Weissenbruchstraat
144 te ’s-Gravenhage, 1934-1936.
3 stukken.
6.
Duitsland
a.
Hessen
i.
Kreis Marburg / Schönstadt
2989.
Stukken betreffende de schenking door Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck aan zijn zuster Henriette von
Bethmann-Schimmelpenninck van onroerend goed te Schönstadt, Kreis Marburg, 1931.
1 omslag.
188

Vergelijkbare documenten