`s Nachts gaan de jongens naar de kamers van de meisjes

Commentaren

Transcriptie

`s Nachts gaan de jongens naar de kamers van de meisjes
Misbruik in de jeugdzorg
’s Nachts gaan
de jongens naar
de kamers van
de meisjes
In gemengde leefgroepen, gangbaar in de
jeugdzorg, leven slachtoffers van loverboys
en seksueel misbruik met (potentiële) daders.
‘Dat noemen wij de kat op het spek binden.’
door Renate van der Zee illustraties Tammo Schuringa
‘I
n dat tehuis was alles mogelijk. Je kon
daar drugs gebruiken zonder dat
iemand het merkte. Jongens konden er
gewoon ’s nachts bij de meisjes op de
kamer komen. Sommige van die jongens wilden seks met me en dreven hun
zin door. Ik ben daar seksueel misbruikt.’
Aan het woord is Roxane (16). Toen ze veertien
was, kwam ze in een jeugdzorginstelling terecht
omdat haar stiefvader haar mishandelde en
omdat ze drugs gebruikte. Ze had toen al een
geschiedenis van seksueel misbruik door haar
vader achter de rug. In de leefgroep waar Roxane
werd opgevangen, zaten ook probleemjongens.
‘Thuis had ik nooit aandacht gekregen, ook
van mijn moeder niet. Daarom zocht ik aandacht bij de jongens daar in de groep. Van hen
kon ik zeker aandacht krijgen, maar niet het
soort aandacht dat goed voor me was. Ze vroe-
44 Vrij Nederland 5 april 2014
gen of ik mee uit ging ’s avonds. Als de groepsleider sliep, klommen we over het balkon en
gingen we de stad in. Dan namen ze me mee
naar het huis van een vriend van hen en daar
werd ik dronken en stoned. En dan hadden ze
seks met mij. Dat gebeurde verschillende
keren. Ik liet het gewoon gebeuren. Door alles
wat ik had meegemaakt, wist ik niet meer wat
mijn grenzen waren. Het was voor mij normaal geworden mijn lichaam te geven in ruil
voor aandacht. Dat was al begonnen met mijn
vader, die zei: “Als je mij bevredigt, krijg je een
telefoon.” Daardoor was ik in de war geraakt.
Die jongens maakten daar misbruik van.’
Volgens Roxane was zij niet het enige meisje
dat in dat tehuis seksueel werd misbruikt door
groepsgenoten. ‘Er waren meer meisjes die
door jongens werden misbruikt. Dat kon daar
gewoon op de kamers gebeuren. Je mocht je
kamerdeur niet op slot doen. Dan gingen de
jongens ’s nachts naar de kamers van meisjes
en dan hadden ze seks.
Het ging helemaal niet goed met mij, maar ik
durfde niet te vertellen wat er gebeurde. Ik kon
goed praten met mijn mentor, maar over wat
die jongens met mij deden, zei ik niets. Ik was
bang dat ik anders zou worden weggestuurd of
dat ik naar een gesloten inrichting zou moeten.
Eerlijk gezegd wist ik ook niet meer zo goed wat
nou normaal en wat niet normaal was. Dat
kwam door wat er in mijn jeugd was gebeurd.’
Hyperseksueel gedrag
Het verhaal van Roxane staat niet op zichzelf.
Ongeveer een kwart van de meisjes die in residentiële jeugdzorginstellingen hebben gezeten, zegt daar seksueel te zijn misbruikt. Dat
bleek in 2012 uit het rapport van de commisVrij Nederland 5 april 2014 45
sie-Samson, die onderzoek doet naar seksueel
misbruik van minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst.
In de meerderheid van de gevallen is de dader
een leeftijdsgenoot, vaak een groepsgenoot.
‘We hebben het niet over incidenten, we hebben
het over een structureel probleem dat te maken
heeft met de manier waarop de tehuizen in
Nederland zijn georganiseerd,’ zegt Francien
Lamers, emeritus hoogleraar kindermishandeling. Zij voerde talloze gesprekken met kinderen
die in jeugdzorginstellingen seksueel werden
misbruikt. ‘Probleemjongeren worden bij
elkaar geplaatst onder leiding van groepswerkers die onvoldoende kennis hebben om seksueel misbruik te signaleren. Er zitten daar jongens omdat ze zich schuldig hebben gemaakt
aan seksuele misdrijven. Die zet je dan in een
groep met kwetsbare meisjes die seksueel zijn
misbruikt. Dat noemen wij de kat op het spek
binden. Je bent thuis misbruikt en dan kom je
in een instelling om te genezen, maar daar
moet je samenleven met daders. Dat is toch te
gek om los te lopen? Ook jongens worden daar
misbruikt, door andere jongens. Die jongens
reageren het dan weer af op meiden. En die meiden slaan dicht en laten het gebeuren.
Ondertussen heerst er onder de hulpverleners
een taboesfeer rond seksueel misbruik.’
‘Wij horen verhalen van meisjes over seksueel
misbruik in tehuizen en internaten door het
hele land. Het is dus geen kwestie van een paar
instellingen waar het toezicht slecht is,’ zegt
Linda Terpstra, directeur van Fier Fyrslân, een
behandelcentrum voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. In haar instelling worden onder
meer loverboy-slachtoffers opgevangen in
exclusieve meidengroepen. ‘Wij pleiten ervoor
om seksueel getraumatiseerde meisjes in eerste
instantie in meidengroepen op te vangen, maar
wij vinden daarvoor nauwelijks gehoor. In de
jeugdzorg lijken ze zich amper bewust van de
kwetsbaarheid van deze meisjes. Professionals
hebben het standaardbeeld dat slachtoffers van
seksueel misbruik een afkeer hebben van mannen en seks. Maar er zijn ook slachtoffers die
juist hyperseksueel gedrag laten zien. Deze
meisjes krijgen het etiket “vroegrijp” en “promiscue” en worden niet of nauwelijks begeleid
‘Er is geen garantie
dat je bij ons geen
slacht­offer kunt
worden van misbruik’
46 Vrij Nederland 5 april 2014
als het gaat om seksualiteit en verliefdheid. De
risico’s worden onvoldoende onderkend, het
wordt gezien als experimenteergedrag dat bij de
puberteit hoort. Maar dit zijn meisjes wier grenzen nooit zijn gerespecteerd, die niet meer
weten waar hun grenzen liggen. Deze meisjes
moeten tijdelijk tegen zichzelf in bescherming
worden genomen.’
Deur niet op slot
‘De jongens die bij mij in de groep zaten, waren
geen nette jongens. Ze dronken, ze gebruikten
drugs, ze hadden gedragsproblemen. Ze konden
elk moment ontploffen,’ vertelt Asma (17), die uit
huis werd geplaatst omdat ze een ernstig conflict
had met haar Pakistaanse vader die vond dat zij
een te westers leven leidde. ‘De meeste meisjes in
mijn groep waren onzeker en hadden weinig zelfrespect. De meeste jongens deden juist erg stoer.
Sommige van die jongens kwamen uit gesloten
inrichtingen, een van hen had zelfs iemand neergestoken.
Er gold daar de regel dat je elkaar niet mocht aanraken, maar daar hield niemand zich aan. Ik heb
gezien hoe jongens aan de borsten van meisjes
zaten. En die meisjes lachten alleen maar.
Jongens en meisjes gingen bovenop elkaar zitten. Er was daar ook een kledingcode, dat je geen
inkijk mocht hebben en dat je een lange broek
aan moest. Maar veel meisjes gingen sexy
gekleed en niemand zei er wat van. Sommige
meisjes waren heel makkelijk mee te lokken, ze
deden alles wat de jongens wilden.
Er was daar veel mogelijk omdat er niet altijd toezicht was. Als de groepsleiding bezig was met de
overdracht, dan zaten ze een uur lang in het kantoor en kon je doen wat je wilde. Ook beneden in
de keuken en buiten kon je je gang gaan, want
daar was geen toezicht. ’s Nachts was er maar één
groepsleider die toezicht hield, je kon makkelijk
bij elkaar op de kamer komen.
Er was daar een meisje van zestien dat zwanger was geraakt van een jongen in de groep.
Dat was buiten gebeurd, op een bankje dat
achter een muur stond, zodat niemand het
kon zien. Eigenlijk was je in dat tehuis als
meisje niet veilig. Ik vond het eng dat ik mijn
kamerdeur niet op slot mocht doen. Er was
een jongen die tegen me zei: “Ik kom bij je slapen.” Ik durfde dat niet aan de leiding te vertellen. Gelukkig ben ik nooit lastig gevallen
omdat mijn vriend jongens kende in die instelling. Hij had tegen hen gezegd: pas op haar,
dat er niets met haar gebeurt. Daarom lieten
ze mij met rust.’
Maar Asma liep op een andere manier gevaar.
Medewerkers van de jeugdzorg hadden haar
vader verteld dat ze een vriend had, waardoor
het conflict escaleerde. ‘Ze zeiden: we moeten
eerlijk zijn tegen je ouders. Maar ze begrepen
niet dat een vader uit onze cultuur niet accepteert dat zijn dochter een vriend heeft. In mijn
land zijn meisjes daarom door hun familie vermoord. Nadat ze mijn vader hadden verteld
over mijn vriend, begon hij mij te bedreigen.
De politie moest er bij komen. Dat ik in een
tehuis terechtkwam waar ook jongens zaten,
was voor hem een enorm probleem. Als hij had
geweten dat in de kamers naast mij jongens
sliepen en dat ik de deur niet op slot mocht
doen, was hij uit zijn dak gegaan. Ik heb echt
geluk gehad dat het in de Pakistaanse gemeenschap nooit bekend is geworden dat ik in een
huis met jongens zat. Dan had ik echt een heel
groot probleem gehad, want dat mag niet in
onze cultuur.’
Trainingen voor groepswerkers
Ondanks de risico’s die gemengde leefgroepen
kunnen opleveren voor seksueel kwetsbare
meisjes en meisjes uit eerculturen, staan ze
binnen de jeugdzorg niet ter discussie. ‘Wij vinden gemengde groepen gewoon het beste en
daar zijn wij heel uitgesproken in,’ zegt Ton
van Voorden, directeur zorg van Ortho­peda­
gogisch Centrum Kennemerland Het Spalier,
en daarmee verwoordt hij het gangbare standpunt. ‘Mannen en vrouwen komen elkaar nu
eenmaal tegen in de wereld. Daarom is het
goed om situaties te creëren waarin deze meisjes en jongens met elkaar leren omgaan. Van
niet-gemengde groepen gaat iets merkwaardigs uit. Dan krijg je een soort taboesfeer. Juist
bij jongeren die misschien in hun jeugd iets
hebben gemist, bij wie seksualiteit en relaties
niet bespreekbaar zijn geweest, is het goed als
ze constructief leren communiceren met de
andere sekse. Gemengde groepen bieden een
prachtige leeromgeving waar jongens en meisjes elkaar feedback kunnen geven. Het is jammer als we die kans missen. In het verleden
hebben wij ook meidengroepen gehad, maar
we zijn ervan afgestapt. De vraag daarnaar is
heel klein.’
Van Voorden erkent dat seksueel misbruik binnen jeugdzorginstellingen een probleem is,
maar daar wordt aan gewerkt, zegt hij. ‘Er
wordt binnen onze instelling fors ingezet op
trainingen. Dat gebeurt nu in vrijwel alle jeugdzorgorganisaties. Groepswerkers worden bij-
Vrij Nederland 5 april 2014 47
voorbeeld getraind in het signaleren van grensoverschrijdend gedrag. Ze krijgen kennis over
de seksuele ontwikkeling van jongeren. Ze
leren hoe ze een sfeer van veiligheid kunnen
creëren waarin seksualiteit besproken kan worden. Er is geen garantie dat als je bij ons in een
groep komt, je geen slachtoffer kunt worden
van misbruik, maar we werken eraan dat onze
groepswerkers de signalen herkennen. Sek­
sueel misbruik is nu ook een thema in de
groepsgesprekken met de jongeren. Misschien
kan het voor sommige meiden die ernstig
beschadigd zijn in het contact met mannen
best goed zijn om even tot rust te komen in een
groep met alleen meisjes. Er zijn gelukkig
instanties die deze mogelijkheid bieden. Maar
dat neemt niet weg dat het toch goed is voor
deze meisjes om jongens te blijven ontmoeten.’
‘Natuurlijk moeten misbruikte meisjes leren
om weerbaar te zijn in het contact met mannen,’ zegt Carla Rus, die als psychiater veel
heeft gewerkt met misbruikte meisjes en vrouwen. ‘Maar de jongens in die instellingen zijn
zo ongeveer de slechtste categorie om op te
oefenen, omdat die zelf ook getraumatiseerd
zijn. Jongens hebben vaker dan meisjes de neiging hun trauma’s direct uit te leven op anderen. En wanneer in de puberteit de hormonen
door hun bloed gieren en zij ook nog eens minder zelfcontrole hebben door een gemiddeld
lager IQ , lopen deze jongens het risico dader te
worden. Dit risico wordt versterkt omdat meisjes die seksueel zijn misbruikt zich nogal eens
seksualiserend gedragen. Hoe meer ik erover
nadenk, hoe beter ik het zou vinden dat de seksen worden gescheiden, zeker bij een voorgeschiedenis van seksueel misbruik. Dit om recidive te voorkomen.’
In het tehuis had niemand het in te gaten. De
groepsleiders vroegen wel eens of er iets was,
maar dan zei ik dat ik verdrietig was omdat ik
mijn ouders miste. En dan vroegen ze verder
niets meer. Ik was in de greep van een loverboy, maar ze hadden niets door.
Op een avond, toen ik met verlof thuis was en ik
een paar glaasjes op had, vertelde ik aan mijn
zus dat ik door mijn vriend tot seks was gedwongen. Dat hebben mijn ouders aan de instelling
verteld. Ik kreeg toen een gesprek, waarin ze zeiden dat ik aangifte moest doen. Maar ik zei dat
het allemaal wel meeviel. Ik was niet eerlijk
tegen hen uit angst voor mijn vriend. De groepsleiding zei dat ik voortaan een deo-spray moest
meenemen als ik naar buiten ging, zodat ik hem
in zijn gezicht kon spuiten als ik hem tegenkwam en hij mij iets wilde aandoen.
Ze wisten niet dat ik nog steeds vrijwillig naar
hem toe ging. Dat ik in zijn macht was en dat ik
nog steeds met klanten meeging. Dat ik drugs
gebruikte om het aan te kunnen. En als ik dan
met een stoned hoofd terug kwam op de groep,
dan hoopte ik dat ze zeiden: nu willen we
weten wat er echt aan de hand is. Ze vroegen
wel hoe het ging, maar ze vroegen nooit door.’
Een miljoen op de bank
Weer een klant voor me
De daders van seksueel misbruik binnen jeugdzorginstellingen zijn niet altijd groepsgenoten.
Volgens het rapport van de commissie-Samson
gaat het in twintig procent van de misbruikgevallen om volwassenen binnen de instelling,
zoals groepsleiders. Bij dertig procent gaat het
om daders van buitenaf, en soms zijn dat
loverboys die in deze kwetsbare meisjes een
makkelijke prooi zien.
Dat laatste overkwam Alice (17). Ze werd uit
huis geplaatst toen ze vijftien was. ‘Ik had een
vriendje die wilde dat ik altijd bij hem was. Hij
wilde dat ik mijn vrienden en mijn ouders voor
hem opgaf. En ik was zo verliefd dat ik dat
deed. Ik was nooit meer thuis en als ik thuis
was, was ik met mijn gedachten ergens anders.
Daarom kreeg ik hooglopende ruzie met mijn
ouders. Maar mijn problemen begonnen pas
echt toen ik in een jeugdzorginstelling terechtkwam,’ vertelt ze.
48 Vrij Nederland 5 april 2014
‘Daar beleefde ik mijn zwakste moment. Ik
miste mijn ouders, ik voelde me alleen, ik was
depressief. Mijn vriend was eerst heel lief voor
mij, hij gaf mij de aandacht die ik zo vreselijk
miste. En toen, plotseling, toen ik met verlof bij
hem was, zei hij: “Ik heb zoveel voor jou
gedaan, nu ga je iets voor mij doen. Ik heb
schulden en jij kunt me helpen. Als jij een paar
keer voor geld met een vriend van mij naar bed
gaat, dan ben ik er zo weer boven op. Het gaat
om onze toekomst.”
Ik wilde het niet, maar ik deed het toch. Omdat
ik zo gek op hem was, omdat hij de enige was
die ik nog had, omdat hij mij het gevoel gaf dat
er toch nog iemand van me hield. Toen ik eenmaal overstag was gegaan, zei mijn vriend: je
gaat hier nu mee door. Elke keer als ik verlof
had, regelde hij een klant voor me. Ik vertelde
de groepsleiding dat ik op huiswerkbegelei-
‘Deze kinderen
krijgen zelden de
hulp die ze nodig
hebben’
ding zat, maar in plaats daarvan ging ik naar
mijn vriend. En die had dan weer een klant
voor me.
Als ik tegenstribbelde, sloeg hij me. Hij had
seks met me, ook als ik het niet wilde. Hij
bedreigde me: als je niet doet wat ik wil, vertel
ik het je ouders en iedereen op school, dan
maak ik je helemaal kapot.
‘Je kunt natuurlijk zeggen: wat er buiten de
instelling tijdens het verlof gebeurt, daar hebben we geen grip op. Maar je kunt ook de vraag
stellen: wat kunnen we doen om dit te voorkomen?’ zegt emeritus hoogleraar kindermishandeling Francien Lamers. ‘Zolang een meisje niet
in staat is zichzelf te beschermen, mag je haar
niet alleen naar de oude omgeving terug­
sturen. Meisjes op weekendverlof sturen
terwijl ze nog niet weerbaar zijn, is ze voor de
leeuwen werpen. Maar binnen de jeugdzorg is
men vooral op gezags- en gedragsproblemen
gericht. Dat veel kinderen die daar binnenkomen getraumatiseerd zijn door dingen die ze in
hun jeugd hebben meegemaakt, wordt vaak
over het hoofd gezien. Deze kinderen krijgen
zelden de hulp die ze nodig hebben.’
Bovendien kunnen ook binnen de instelling
groepsgenoten rondlopen die zich bezighouden met loverboy-achtige activiteiten. In het
dit najaar te verschijnen boek Mensenhande­
laren, geschreven door Anke van Dijke, Ellen
de Ruiter en Linda Terpstra, staat het verhaal
van Jamie S. (27) die maandenlang meisjes in
de prostitutie bracht terwijl hij in een jeugd-
zorginternaat zat. Hij werd veroordeeld tot
vier jaar en tbs met dwangverpleging voor
ontucht, verkrachting en mensenhandel.
Jamie vertelt: ‘Begeleiding of niet, het was
allemaal mogelijk in het internaat. De kamers
zijn open, je loopt met elkaar naar buiten, je
gaat samen naar het centrum en noem maar
op. Allemaal heel gemakkelijk. Ik was een
weglopertje. Dan ging ik naar de stad en sprak
mannen aan: “Zoek je een lekker kutje?”
Mannen van dertig, veertig, vijftig. Er waren
er genoeg die ja zeiden. Dan ging ik terug naar
het internaat, kreeg een dagje straf en nam de
dag erop een meisje uit het internaat mee
naar de afgesproken plek. Ik gaf haar mee aan
zo’n man en klaar was het.
De meisjes waren zo kwetsbaar, ik hoefde
maar een beetje te pushen en ze mooie dingen te beloven en ze deden wat ik wilde. Vaak
hadden ze al heel wat meegemaakt, waren
vroeger al seksueel misbruikt waardoor ze
wisten hoe het ging. Ik wist het, ik zocht ze er
speciaal op uit. Als ik tegen een van de meiden
zei: “Ik heb een miljoen op de bank” en ze
geloofde me, dan wist ik genoeg. Dan dacht ik:
oké, jij bent er zo eentje. Of ik ging een psychologisch spelletje spelen. “Volgens mij ben jij
een meisje dat veel heeft meegemaakt in haar
leven,” zei ik dan. En ja hoor, dan klapten ze
open, hoe terughoudend ze eerst ook waren.
Oké, bingo! Dan gaf ik haar wat liefde. Kat in
het bakkie, dacht ik dan, jij gaat met mij weglopen vanavond. Ondertussen stonden die
mannen al te wachten.’
Het stigma ‘hoertje’
Inmiddels zijn er door allerlei fusies geen
gesloten jeugdvoorzieningen voor uitsluitend
meisjes meer in Nederland. De laatste, De
Lindenhorst, die onder meer slachtoffers van
loverboys opving, fuseerde vorig jaar met
Almata, een instelling voor jongens en meisjes
met ernstige gedragsproblemen.
Voor minderjarige slachtoffers van loverboys is
er nog wel de afdeling Asja van Fier Fryslân, die
als enige specialistische zorg voor deze doelgroep biedt. Maar Asja loopt gevaar als volgend
jaar het nieuwe jeugdzorgstelsel in werking
treedt en gemeenten verantwoordelijk worden
voor de jeugdzorg. Het is de vraag of een landelijk opererend expertisecentrum als Fier Fryslân
nog kan blijven bestaan als gemeenten vooral
gaan aankloppen bij instellingen in de buurt.
Corinne Dettmeijer, de nationaal rapporteur
mensenhandel, maakt zich zorgen over deze
ontwikkeling, vooral als het gaat om veilige
opvang van slachtoffers van loverboys, die zij bij
voorkeur omschrijft als ‘binnenlandse slachtoffers van mensenhandel’. ‘Ik maak mij daar al
langer zorgen over. Slachtoffers voelen zich in
instellingen waar ook jongens worden opvangen niet altijd veilig en ze blijken ook niet altijd
veilig te zijn. Ze zijn bovendien niet geneigd hun
hele verhaal te vertelen omdat ze vrezen het
stigma “hoertje” opgeplakt te krijgen. Dit doet
afbreuk aan een veilig en open leefklimaat en
verkleint de kans op succesvolle behandeling.
Slachtoffers worden nog te vaak gezien als
meisjes met puber- of wegloopproblemen of
een borderline stoornis, in plaats van als slachtoffers van binnenlandse mensenhandel.’
Behoorlijk bitchy
Een hoe gaat het nu met Roxane, Asma en
Alice? Roxane is weg uit de jeugdzorginstelling, wordt behandeld voor haar traumatische
ervaringen als slachtoffer van seksueel misbruik en maakt plannen om een MBOopleiding verzorging te gaan doen. ‘Het gaat
nu stukken beter met me,’ vertelt ze. ‘Ik doe
het nu rustig aan. Voorlopig neem ik tijd voor
mezelf. Ik neem pas weer een vriendje als ik
echt ben uitbehandeld.’
Asma is opgevangen in Zahir, een instelling
speciaal voor slachtoffers van eergeweld, waar
alleen meisjes zitten en strenge regels gelden.
Haar vader is gekalmeerd. ‘Hij is heel blij dat ik
nu hier zit, met alleen meisjes. Toen hij hoorde
dat ik de eerste maand hier niet naar buiten
mocht, haalde hij echt opgelucht adem. We
kunnen nu weer met elkaar praten.’
Alice heeft inmiddels aangifte gedaan tegen
haar pooier. Omdat de politie oordeelde dat ze
in de jeugdzorginstelling niet meer veilig was,
zit ze nu in Asja. De rechtszaak tegen haar
pooier loopt nog. ‘Het gaat nu beter,’ zegt ze.
‘Maar wel met met ups en downs. Ik zit in mijn
examenjaar voor het VMBO en daarna wil ik
een opleiding tot apothekersassistente doen.
Ik vind het niet altijd even leuk in een groep
met alleen meisjes, want die kunnen behoorlijk bitchy zijn. Maar ik voel me wel veilig.’ n
De namen van de geïnterviewde meisjes zijn om
privacyredenen veranderd
Vrij Nederland 5 april 2014 49