Chimurenga en Ntone Edjabe

Commentaren

Transcriptie

Chimurenga en Ntone Edjabe
Rapport van de Prins Claus Prijzencommissie 2011
Juni 2011
De Prins Claus Prijzen
De Prins Claus Prijzen worden toegekend voor uitmuntende presentaties op het gebied van cultuur
en ontwikkeling. De Prijzen worden jaarlijks toegekend aan individuen, groepen, organisaties of
instellingen voor hun oeuvre en inzet op het gebied van cultureel en maatschappelijk engagement.
Het Prins Claus Fonds beschouwt cultuur als een menselijke basisbehoefte. Op basis van dit
leidende beginsel worden de prijzen toegekend aan laureaten die werken in regio’s waar de behoefte
aan cultuur onvervuld blijft of wordt beperkt. In gebieden waar de mogelijkheden en middelen voor
culturele expressie, creativiteit en de redding en versterking van cultureel erfgoed ontbreken of zeer
beperkt zijn. Het prijzenprogramma heeft een tweeledig doel: het brengt uitzonderlijke rolmodellen
op het gebied van cultuur en ontwikkeling onder de aandacht waardoor zij in staat zijn hun werk en
hun invloed uit te breiden; het benadrukt het immense belang van cultuur voor ontwikkeling.
Procedure
Ieder jaar benadert het Fonds een netwerk van collega’s, partners en deskundigen met voor het
Fonds relevante expertise op het gebied van cultuur en ontwikkeling en vraagt hen kandidaten voor
te dragen. Het bureau van het Fonds doet onderzoek en verzamelt second opinions over deze
kandidaten. De Prins Claus Prijzen commissie bestaat uit toonaangevende mensen op het gebied van
cultuur en ontwikkeling. Op basis van de verzamelde kennis over de kandidaten doet de commissie
aanbevelingen voor de Prins Claus Prijzen aan het bestuur van het Prins Claus Fonds.
Ieder jaar wordt in december de Grote Prins Claus van 100.000 euro uitgereikt aan de
belangrijkste laureaat op een locatie in Amsterdam in bijzijn van leden van de Koninklijke Familie en
420 gasten. De overige Prins Claus Prijzen van 25.000 euro per laureaat worden uitgereikt op de
Nederlandse ambassades van de landen waar de laureaten wonen.
Voor de 2011 Prins Claus Prijzen werden in totaal 113 kandidaten voorgedragen.
De 2011 Prins Claus Prijzen Commissie kwam voor het eerst bijeen op 17 en 18 december om het
onderzoek naar de kandidaten te bespreken. De commissie stelde een shortlist samen, waarna het
bureau van het Fonds verder onderzoek deed en uitgebreide second opinions verzamelde van
adviseurs in het netwerk van het Fonds. Op 29, 30 en 31 mei 2011 kwamen de leden van de Prijzen
Commissie opnieuw samen voor een diepgaande beoordeling van de kandidaten op de shortlist. Dit
resulteerde in 11 aanbevelingen voor de 2011 Prins Claus Prijzen. Deze aanbevelingen werden op 24
juni 2011 aan het bestuur voorgelegd.
De Prijzen Commissie voor de 2011 Prins Claus Prijzen
Peter Geschiere (voorzitter), cultureel antropoloog, hoogleraar Antropologie van Afrika, Amsterdam
N’Goné Fall, curator, architect, cultureel consultant, Dakar, Senegal / Parijs, Frankrijk
Rema Hammami, cultureel antropoloog, Oost Jeruzalem, Palestina
Rahul Mehrotra, architect, urban designer, hoogleraar Architectuur, Mumbai, India / Cambridge, VS
Laksmi Pamuntjak, dichter, schrijver, Jakarta, Indonesie
José Roca, curator, Bogota, Colombia
Fariba de Bruin-Derakhshani is secretaris van de commissie.
1
Criteria en overwegingen
De Prins Claus Prijzen worden uitgereikt aan kunstenaars, intellectuelen en culturele organisaties
voor hun uitzonderlijke bijdragen aan cultuur en ontwikkeling. Het Fonds ondersteunt culturele
initiatieven die ontwikkeling stimuleren onder moeilijke omstandigheden. Waar cultuur wordt
bedreigd, biedt het Prins Claus Fonds bescherming en steun. De Prijzen worden toegekend aan
individuen, groepen en organisaties in de landen op de DAC lijst, hoofdzakelijk in Afrika, Azië, Latijns
Amerika en het Caribische gebied. Het Fonds waardeert werk dat gericht is op samenwerking en
interactie tussen culturen, op gemeenschappelijkheid en gedeelde culturele ontwikkelingen.
Superieure kwaliteit is een sine qua non voor een Prins Claus Prijs. De kwaliteit van het werk
van een laureaat wordt beoordeeld op zijn/haar professionele en persoonlijke achtergrond en
bredere positieve culturele en maatschappelijke invloed. De Prins Claus Prijzen huldigen actuele
artistieke en intellectuele kwaliteiten. Zij ondersteunen experimenten, originaliteit en stimulerend
leiderschap, belonen moed en vasthoudendheid, en versterken de heilzame maatschappelijke impact
van het werk van de laureaten.
Beleid
Het Prins Claus Fonds hanteert een breed cultuurbegrip dat ruimte biedt aan veel artistieke en
intellectuele disciplines. In deze open benadering past overdracht van cultuur en prestaties op het
gebied van onderwijs, de media en toegepaste kunsten.
Daarnaast is het Fonds geïnteresseerd in de wisselwerking tussen het culturele domein en
terreinen als wetenschap en technologie. Voorstellen uit alle culturele hoeken en artistieke en
intellectuele disciplines zijn welkom. Het Fonds is wereldwijd op zoek naar vernieuwende en
experimentele culturele initiatieven. Wederzijdse uitwisseling, interculturalisme en het overschrijven
van grenzen staan hoog op de agenda van het fonds en zij is uitermate geïnteresseerd in vocabulaires
en streektalen of ‘dialecten’ die zich ontwikkelen tot universele talen die verschillende culturen met
elkaar verbinden.
Thema’s
In Vision for the Future 2011-2015, het nieuwe beleidsplan van het Prins Claus Fonds, wordt niet
langer een jaarlijks thema gekozen. Het Fonds heeft in plaats daarvan twee aandachtsgebieden
geformuleerd: Zones of Silence en Beauty in Context. Daarnaast besteedt het Fonds in de periode
2011-2015 aandacht aan het thema Cultuur en Conflict. Deze drie thema’s bepalen de nominatie en
selectie van kandidaten voor de Prins Claus Prijzen 2011.
Zones of Silence zijn gebieden die om uiteenlopende redenen geen ruimte bieden aan culturele
expressie bijvoorbeeld vanwege marginalisatie, displacement, migratie, oorlog, onderdrukking of
armoede. Zones of Silence overschrijden geografische grenzen en grenzen die verband houden met
taboes, vooroordelen of geschiedenissen die mensen liever vergeten. Het prijzenprogramma richt
zich op experimenteel, moedig en belangrijk werk dat de vrijheid en ontwikkeling vergroot in
gebieden waar mensen en ideeën worden onderdrukt of verzwegen.
Beauty in Context benadrukt de rijke diversiteit van menselijke creativiteit en esthetiek. (Het
scheppen van) schoonheid geeft een gemeenschap identiteit, doelen, en gevoelens van trots en hoop.
Het prijzenprogramma eert laureaten wiens werk mensen en gemeenschappen inspireert en in staat
stelt zich te ontwikkelen met behulp van schoonheid.
Het derde thema Cultuur en Conflict veronderstelt een nauwe band tussen cultuur en
conflicten. Cultuur heeft een enorm effect op de aard van conflicten en de manier waarop
gemeenschappen die conflicten hanteren. Het prijzenprogramma eert mannen en vrouwen die door
hun creatieve werk tijdens en na conflicten gemeenschappen en mensen helpen bij conflictoplossing
en de hernieuwde opbouw van hun levens.
2
Aanbevelingen voor de Prins Claus Prijzen 2011
De Grote Prins Claus Prijs 2011
Chimurenga en Ntone Edjabe
Zuid-Afrika / Kameroen
Chimurenga betekent ‘vrijheidsstrijd’ in de Shona taal van Zimbabwe. Chimurenga is een
vernieuwend, Pan-Afrikaans cultureel platform in Zuid-Afrika. De oprichter, schrijver en DJ Ntone
Edjabe (geboren in 1970 in Douala, Kameroen) studeerde aan de Universiteit van Lagos, maar werd
eigenlijk ‘opgeleid’ door de Nigeriaanse musicus en radicale denker Fela Kuti.
Ntone Edjabe verhuisde in 1993 naar Kaapstad. Hij zette daar de Pan-Afrikaanse markt op
voor de vrije uitwisseling van ideeën en projecten in een xenofobe wereld. In 2002 richtte hij
Chimurenga op dat de hedendaagse Afrikaanse realiteit op een originele manier volgt.
Toonaangevende creatieve en radicale denkers uit verschillende disciplines publiceren in Chimurenga
hun interpretaties, analyses, poëzie, experimentele teksten en beelden. Voorbeelden zijn ‘Music is
The Weapon’,‘Futbol, Politricks and Ostentatious Cripples’, ‘Black Gays and Mugabes’ en ‘The
Curriculum is Everything’. De oplage van 2.500 vindt zijn weg naar enthousiaste lezers in Afrikaanse
landen en daarbuiten. De artikelen zijn ook te lezen op de website van Chimurenga en worden
daarnaast als handzame pocketboekjes uitgegeven.
Chimurenga werkt veel samen met andere media, bijvoorbeeld voor het Pan-Afrikaanse
Space Station, een reeks performances en radio uitzendingen die de aandacht vestigen op nieuwe
Afrikaanse muziek. De Chimurenga Bibliotheek, een unieke verzameling onafhankelijke Afrikaanse
cultuurtijdschriften, is online toegankelijk. De tijdschriftencollectie reist ook rond als tentoonstelling.
De Chimurenga sessies zijn interventies in de publieke ruimte bijvoorbeeld over de politieke
implicaties van archivering. Deze sessie in de Openbare Bibliotheek van Kaapstad legde verbanden
tussen soorten kennis die normaal van elkaar gescheiden zijn. Daarnaast stelt Chimurenga de
tweejaarlijkse African Cities Reader samen (in samenwerking met het African Centre for Cities van de
Universiteit van Kaapstad). Dan is er nog de Chimurenga Chronicle die het xenofobe geweld van 2008
in een wereldwijde context plaatst (in samenwerking met de Keniaanse Kwani Trust en de
Nigeriaanse Cassava Republic Press) en het project Pilgrimages, een poging om samen met literaire
auteurs verdraaiingen in de media tegen te gaan (samen met het Chinua Achebe Centrum voor
Afrikaanse schrijvers en kunstenaars).
Door deze scherpe bijdragen bereikt Chimurenga een breed publiek van intellectuelen,
maatschappelijke leiders en activisten die van groot belang zijn voor de huidige en toekomstige koers
van Afrika.
Wij eren Ntone Edjabe en Chimurenga vanwege de uitmuntende kwaliteit, originaliteit en
impact van hun werk, het betwisten van vastgeroeste scheidingen tussen kennis en expressie, voor
het stimuleren van de ontwikkeling van een Pan-Afrikaanse cultuur in een wereld die wordt
gekenmerkt door een toenemende xenofobie, en voor hun niet aflatende strijd voor intellectuele
autonomie, diversiteit en vrijheid.
Tien Prins Claus Prijzen 2011
Said Atabekov
Kazachstan / Oezbekistan
Als scherpzinnig kunstenaar speelt Said Atabekov (geboren in 1965 in Bez Terek, Oezbekistan) een
hoofdrol in de hedendaagse cultuur van Centraal Azië. Hij studeerde aan de kunstacademie van
Sjymkent waar hij nog steeds doceert. Als curator organiseert Atabekov tentoonstellingen van
aankomende kunstenaars. Hij was ook medeoprichter van het invloedrijke Red Tractor collectief dat
tijdens de Perestrojka experimenteerde met een internationaal georiënteerd modernisme.
Atabekov is getuige (geweest) van een groot aantal opeenvolgende maatschappelijke en
politieke veranderingen. Hij werkt in een gebied dat het ideologisch strijdtoneel is geworden van vier
3
sterke ideologieën: het nomadisch Pantheïsme, Russisch, oriëntalisme en Islam en het Westerse
kapitalisme. Atabekov onderzoekt de kruisverbanden tussen conflictueuze culturen en legt daarbij
vaardig hun onderliggende paradoxen bloot.
Zijn video Bosphorus Prayer (2007) toont een nieuw ritueel dat bestaat uit christelijke en
islamitische gebaren. The Way to Rome, een fotoserie uit 2001, kan worden beschouwd als een
ironische imitatie van de reis van Marco Polo. De foto’s tonen ontmoetingen tussen lokale culturen
en globalisatie, bijvoorbeeld een militaire tank in een veld vol papavers (die een Westers symbool zijn
van de dood, herdenking en de winst uit heroïnehandel). In Neon Paradise (2004) knielt en buigt een
neo-sjamaan voor automatische deuren die hij daardoor activeert. In eerste instantie maakt dat een
komische indruk, maar uiteindelijk is Neon Paradise een scherp commentaar op aanbidding,
stereotypen, vooruitgang en moderniteit.
Zijn sjamanenmantel stelt Atabekov in staat om migratie en cultuurschendingen te
onderzoeken. De mantel is gemaakt van lokale en oriëntaalse stoffen, Amerikaanse en
Sovjetrussische legermaterialen en gedrukte slogans. Zijn installatie Flags (2006) bestaat uit
nomadendekens met nationalistische Europese emblemen en arabesken. Made in Chinizkhan/New
Uniforms for the US Army (2007) laat een omkeerbare jas zien die is gemaakt van militaire
camouflagestof en lokale stoffen.
Het Prins Claus Fonds eert Said Atabekov vanwege de poëtische aard, diepgang en kracht
van zijn artistieke werk. Hij verlegt grenzen en opent nieuwe perspectieven in een moeilijke
transculturele omgeving. Daarnaast stimuleert en steunt hij jongere generaties en draagt hij bij aan
cultuurontwikkeling in Centraal Azië.
Het Book Café
Zimbabwe
Het Book Café (opgericht in Harare in 1997) is een levendig platform voor vrije culturele expressie
in een land dat al tientallen jaren gebukt gaat onder politieke en economische onzekerheden, een
gewelddadige censuur en een gebrekkige culturele infrastructuur. Het Book Café opereert onder de
hoede van de Pamberi Trust, met Paul Brickhill als artistiek leider, Steve Khosa als managing director
en een toegewijd team van medewerkers. In het bescheiden café vinden elk jaar 600 culturele
evenementen plaats voor een enthousiast publiek uit alle raciale culturele hoeken van Zimbabwe.
Alle genres, disciplines en experimenten zijn er welkom: poetry slams, stand-up comedy,
literatuurlezingen, toneel en allerlei muzieksoorten, van de traditionele mbira, blues en jazz tot hip
hop en rap. Het Book Café heeft sterke banden met de Afrikaanse muziekwereld en biedt gastmusici
een platform (onder hen sterren als Abdullah Ibrahim). Veel van die muzikanten zijn daarna
internationaal doorgebroken (zoals Chiwoniso Maraire).
Het hele jaar door kunnen mensen bij het Book Café terecht voor creatieve workshops,
trainingen, oefenruimte en instrumenten. Vrouwen en mannen worden er gelijk behandeld en
jongeren kunnen er ook terecht (zie FLAME, het Female Literary, Arts and Music Enterprise). Nieuw
talent is ook welkom bij de filmunit en de open mike sessies (zie BOCAPA, Book Café Academy of
Performing Arts). Als thuishaven voor nieuwe muziekorganisaties en de levendige protest poets,
organiseert het Book Café debatten over actuele kwesties zoals rechtvaardige landverdeling of
journalistieke ethiek. Er vinden vaak controversiële performances plaats.
Het Book Café ontvangt de Prins Claus Prijs voor haar voorbeeldige ondersteuning van cultuur
en ontwikkeling in Zimbabwe, voor de diversiteit, kwaliteit en brede impact van haar activiteiten,
voor het stimuleren en steunen van jong talent en voor haar vasthoudende geëngageerde
bescherming van de vrijheid van meningsuiting onder moeilijke omstandigheden.
Nidia Bustos
Nicaragua
Het werk van Nidia Bustos (1952, Nicaragua) dient al 31 jaar als inspiratie voor campesinos (kleine
boeren) die hun gemeenschappen door middel van culturele activiteiten willen ontwikkelen. Zij
werden onderdrukt door het meedogenloze Somoza regime (1936-79). Na de geslaagde
4
Sandinistische revolutie erkende Bustos het belang van het culturele werk van de campesinos voor de
wederopbouw van agrarische gemeenschappen. De door haar in 1980 opgerichte MECATE
(Campesino-Beweging voor Artistieke en Theatrale Expressie) wordt gerund door campesinos en
richt zich op uitvoeringen in dorpen. MECATE maakt met zeer beperkte middelen gebruik van de
verhalen, liedjes, gedichten, kostuums en rekwisieten uit de culturele erfenis van de campesinos. De
geïmproviseerde grappige toneelstukken zijn populair in de hele gemeenschap en wakkeren discussie
aan over relevante kwesties als herbeplanting, de preventie van malaria, de invloed van
handelsverdragen op gemeenschappen, de praktijken van grondspeculanten of de meest recente
landbouwtechnieken. De performances versterken lokale identiteit/waarden, moedigen zelfexpressie
aan, adresseren ingewikkelde kwesties en bevechten onrechtvaardigheid, stimuleren het
zelfvertrouwen en de trots van gemeenschappen en versterken hun maatschappelijke cohesie.
MECATE bestaat inmiddels uit meer dan 80 theater- en muziekgroepen. Er zijn regionale
bijeenkomsten, workshops, uitwisselingen, rondreizende campagnes uit solidariteit met de
campesinos, samenwerkingsprojecten, nationale evenementen als poëziecompetities en
muziekfestivals. MECATE publiceert gedichten, liedjes en verhalen in boekjes en tijdschriften en
overbrugt de kloof tussen rurale gemeenschappen en stedelijke instellingen. Nidia Bustos, de
directeur van MECATE is ook lid van Fundación Luciérnaga, een non-profit organisatie werkzaam in
communicatie voor ontwikkeling.
Het Prins Claus Fonds eert Nidia Bustos voor haar gulheid en zelfopoffering ten bate van de
kracht en zelfverwerkelijking van de campesino gemeenschappen, voor de manier waar op zij
inheemse culturen vernieuwt, en voor haar diepgaande positieve invloed op maatschappelijke en
culturele ontwikkelingen in Nicaragua.
Rena Effendi
Azerbeidzjan
De jonge fotografe Rena Effendi (geboren in Bakoe in 1977) maakt bijzonder werk dat ons
een ontroerend inzicht geeft in mensenlevens in zones of silence. Effendi liep stage bij
een fotograaf, een uitzonderlijke keuze voor een vrouw in Bakoe. Haar eerste serie portretten
toonde hoe haar buren slachtoffer werden van een corrupte bouwhausse die hun woongebied in snel
tempo reduceerde tot een stedelijke nachtmerrie met hoge flatgebouwen en vervuiling. Deze
portretten laten haar aandacht voor individuele ervaringen zien en haar vermogen om verder te
kijken dan oppervlakkige indrukken.
De beelden van Rena Effendi vallen vooral op door twee kwaliteiten: diepe empathie en een
kalme viering van de kracht van de menselijke spirit. De serie Pipedreams: A Chronicle of Lives Along the
Pipeline is het resultaat van zes jaar werk. Effendi toont de verwoestende invloed van de olie industrie
op de maatschappij, het milieu en de levens van mensen. In House of Happiness (de Sovjetnaam voor
de lokale burgerlijke stand) verbeeldt ze een gemeenschap die worstelt met een opleving van
Islamitische tradities waaronder gedwongen huwelijken en polygamie. De individuele dilemma’s die
daar het gevolg van zijn, staan centraal in dit werk van Effendi, met andere ontwikkelingen in Centraal
Azië zoals prostitutie en heroïnehandel.
Belangrijke thema’s in haar portfolio zijn verlies, mishandeling en wanhoopsmomenten in
Georgië; de strijd om maatschappelijke acceptatie van de transgender gemeenschap in Istanboel; hoe
te overleven in extreme situaties. Chernobyl: Still Life in the Zone bevat opvallende portretten van de
weinige achterblijvers, meest oudere vrouwen die getuige waren van de hongersnood onder Stalin,
de Nazi bezetting en een kernramp. Door hun vastbeslotenheid en vernuftigheid slagen zij erin om
van de ‘Zone of Alienation’ hun thuis te maken.
Het Prins Claus Fonds eert Rena Effendi voor haar bijzondere portretten van de bewoners
van zones of silence en haar documentatie van de maatschappelijke gevolgen van winstmaximalisatie.
Effendi’s werk is een sprekende getuigenis van de menselijke waardigheid en veerkracht en van de
noodzaak voor de ondersteuning van maatschappelijke ontwikkeling.
5
Regina Galindo
Guatemala
Regina Galindo (geboren in Guatemala Stad in 1974) is een boeiende radicale
performancekunstenaar die in haar werk geweld, onderdrukking en onrechtvaardigheid het hoofd
biedt. Toen de voormalige dictator Rios Montt zich kandidaat stelde voor het presidentschap en het
Gerechtshof van Guatemala die kandidatuur goedkeurde, protesteerde Galindo in Who can erase the
traces? (2003). Ze droeg een schaal met menselijk bloed waar ze haar voeten in doopte. Ze liep van
het Nationaal Paleis naar de trappen van het Gerechtshof en liet een spoor van bloedige voetstappen
achter zich als symbool van de moord op honderdduizenden burgers. Deze krachtige bijzondere
performance riep een sterke publieke reactie op en toonde de noodzaak van herinnering aan.
Galindo’s performances zijn een metafoor voor het collectieve maatschappelijke lichaam: haar
eigen lichaam wordt een spiegel van lokale en internationale mensenrechtenschendingen,
gewelddadige misdaad, economische onrechtvaardigheid en politiek bedrog. In We don’t lose anything
by being born (2000) stelt ze het wijdverbreid gebrek aan respect voor het menselijk leven aan de
orde: ze liet zichzelf drogeren en in een plastic zak wikkelen en werd vervolgens op de lokale
vuilnisbelt achtergelaten (2011). Ze ondermijnt de onrechtvaardige discriminerende maatschappelijke
hiërarchie van Guatemala die door mannen wordt gedomineerd. In Recorte Por La Línea (2005) geeft
een plastisch chirurg op Galindo´s lichaam aan waar ze geopereerd moet worden om aan de eisen
van mannen te voldoen. In Hymenoplastia (2004) ondergaat ze een operatie om haar maagdenvlies te
herstellen, in navolging van vrouwen die dat doen om te kunnen trouwen of meisjes die als maagd
hogere prijzen opbrengen in de vrouwenhandel.
Het Prins Claus Fonds eert Regina Galindo, omdat ze haar persoonlijke woede over
onrechtvaardigheid heeft vormgegeven in krachtige openbare performances. Mensen voelen zich
gedwongen om op haar werk te reageren. Met haar eerlijkheid en moed ondermijnt Galindo
onkunde en gemakzucht en brengt ze ons dichter bij de ervaringen van anderen. Ze ontvangt de Prins
Claus Prijs voor haar maatschappelijke engagement en voor het bevrijdende effect van haar werk op
de maatschappij en de wereld als geheel.
Het Ilkhom Theatre
Oezbekistan
Het Ilkhom Theatre is een bijzonder kunstenaarscollectief in Tasjkent. Mark Weil en zijn
medestudenten aan de toneelschool in Tasjkent richtten het theater op in 1976, tijdens de
Perestrojka. Een verlangen naar nieuwe ideeën ligt aan de basis van Ilkhoms werk. Het collectief
combineert hedendaagse vormen en technieken met elementen uit Tasjkents rijke performance
traditie, lokaal straattheater, improvisaties en circustradities.
Het multi-etnische veeltalige Ilkhom Theatre is een voorbeeld van diversiteit, tolerantie en de
integratie van Russische, oosterse en westerse culturen. De leden geven gewone mensen een stem
en laten andere dan de gesanctioneerde verhalen horen. Ze combineren de klassieken met nieuwe
interpretaties van historisch materiaal en origineel werk dat is geworteld in de specifieke
geschiedenis van Oezbekistan. Hun bewerking van Oscar Wilde’s Salome shockeerde zelfs de
wereldse elite van Oezbekistan. De seksualiteit en naaktheid in deze productie zorgde voor een
debat over normen en waarden in Centraal Azië. Ecstasy with a Pomegranate, een andere uitmuntende
productie, is gebaseerd op het leven van een Russische dichter die in 1916-1917 naar Tasjkent ging.
Hij bekeerde zich tot het Soefisme en dompelde zichzelf onder in de lokale cultuur, vooral de Bacha
dans uit de pre-Sovjet tijd. Ecstasy with a Pomegranate onderzoekt identiteit, religie, homoseksualiteit
en de overgang van het keizerrijk naar Sovjet Rusland, van fantasie naar werkelijkheid. Het is een
combinatie van beeldende kunst, documentair materiaal en multimediale elementen. Ilkhom runt ook
een toneelschool voor jonge acteurs, organiseert internationale tours en werkt samen met
kunstenaars uit andere artistieke disciplines en onafhankelijke kunstinitiatieven.
De Prins Claus Prijs eert het Ilkhom Theatre voor de hoge kwaliteit van haar dramatische producties,
voor de oprichting van een vrije ruimte in een zone of silence, voor het inspireren van jongeren in
Oezbekistan en het stimuleren van tolerante denkwijzen en maatschappelijke ontwikkeling.
6
Kettly Mars
Haiti
Kettly Mars (geboren in Port-au-Prince in 1958) is een ontroerende daadkrachtige schrijver die de
werkelijkheid met een frisse blik bekijkt en een levendig genuanceerd beeld schetst van de Haïtiaanse
maatschappij. Ze debuteerde met sensuele en erotische gedichten over het belang van de natuur, het
lichaam en seksualiteit in de levens van mensen. De helderheid en eerlijkheid waarmee ze deze
gevoelige onderwerpen belichtte, bepalen ook haar sfeervolle korte verhalen en haar veelgelaagde
romans. Deze onderzoeken de kruisverbanden tussen klasse, ras, gender, spiritualiteit, geweld en
machtsrelaties. Haar werk is geworteld in Haïti, maar haar onderwerpen zijn universeel.
Kasale (2003) beschrijft de spirituele impasse die het gevolg is van de strijd om het bestaan in
moeilijke situaties. L’heure hybride (2005) onderzoekt homoseksualiteit, de liefde van een zoon voor
zijn moeder, haar werk als prostituee en de tegenstrijdige innerlijke impulsen van mensen. In Fado
(2008) kijkt Mars aan de hand van de ervaringen van een prostituee naar de gecompliceerde levens
van de armen en gemarginaliseerden. Haar meest recente roman Saisons sauvages (2011) beschrijft
het leven tijdens het bewind van Duvalier, de relatie tussen macht en seksualiteit, en de
overlevingsmechanismen van mensen in een ingewikkelde autoritaire maatschappij. Ze kijkt met
compassie naar haar hoofdpersonen die vaak tegen sociale normen ingaan en kritische vragen stellen
over maatschappelijk geaccepteerde gebruiken en ideeën.
Mars werkt nu aan een bloemlezing met werk van Haïtiaanse schrijfsters uit de achttiende
eeuw tot heden. Ze neemt actief deel aan literaire evenementen en schrijft gepassioneerd over het
belang van de gemeenschap en solidariteit in het leven na de aardbeving.
Kettly Mars ontvangt de Prins Claus Prijs, omdat ze de universaliteit van de menselijke
conditie in het middelpunt van haar werk plaatst en de rijke complexiteit van de werkelijkheid in haar
land met ons deelt. Het Fonds eert haar gedurfde aanpak van onconventionele onderwerpen die een
belangrijke nieuwe impuls aan de Haïtiaanse literatuur heeft gegeven.
Rabih Mroué
Libanon
Rabih Mroué (geboren in Beiroet in 1967) is een performance- en beeldend kunstenaar. Zijn werk
cirkelt rond waarheid en fictie, onderzoekt de maatschappelijke implicaties van het fabriceren van
‘waarheid’ en is geworteld in de ervaring met en de nasleep van de burgeroorlog in Libanon. Deze
kenmerken maken zijn werk wereldwijd relevant.
Mroué’s toneelstukken, performances, video’s en installaties nodigen zijn publiek uit om zelf
‘de waarheid’ te beoordelen. Looking for a Missing Employee (2003) verwijst naar geruchten,
beschuldigingen, en valse rapportages in de bewijsvoering van de overheid; Photo-Romance (2006)
onderzoekt de censuur en moed van burgers in totalitaire omgevingen; The Inhabitants of Images
(2009) gaat over politieke mythologieën. Three Posters (2000) is een tape met drie uiteenlopende
getuigenissen van een en zelfmoord*terrorist. De internationale reacties op dat werk na 9/11 en de
rol van mediabeelden komen aan de orde in Three Posters (2004). In How Nancy Wished that Everything
Was an April Fool’s Joke (2007) vertellen vier strijders uit verschillende groepen over het gevecht
waarin zij werden gedood. Door hun uiteenlopende herinneringen en de toenemende
tegenstrijdigheden in hun verhalen is het onmogelijk om te bepalen aan welke kant zij stonden, laat
staan dat ‘de geschiedenis’ ontcijferd kan worden. In I, The Undersigned (2007) verontschuldigt Mroué
zich voor zijn aandeel in de burgeroorlog, omdat hij ‘niet ontvoerd of vermoord’ werd en bevraagt
hij de falsificaties rond verantwoordelijkheid en patriottisme.
Mroué besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werk en werkt meestal samen met
zijn partner Lina Saneh. Hij heeft verschillende gasthoogleraarschappen, is redacteur van The Drama
Review en het Lebanese tijdschrift Kalamon en is medeoprichter van het Beirut Art Centre.
Rabih Mroué ontvangt de Prijs Claus Prijs voor zijn radicale onderzoek naar herinnering,
macht en waarheidsconstructies. Door zijn werk kan zijn publiek de instabiliteit van betekenis
analyseren. Hij stimuleert maatschappelijk engagement door gevoelige kwesties aan de orde te stellen
en zo debat mogelijk te maken en zijn morele stem benadrukt individuele verantwoordelijkheid.
7
Riwaq
Palestina
Het Riwaq Centre for Architectural Conservation (opgericht in Ramallah in 1991) speelt een
onvervangbare rol in de Palestijnse maatschappij, omdat het bedreigd erfgoed beschermt en
versterkt. De wijze waarop het centrum de gebouwde omgeving vorm geeft is van groot politiek en
symbolisch belang voor een gebied dat lijdt onder een militaire bezetting en fysieke en psychologische
agressie.
De Riwaq onderzoekers hebben een gedetailleerd register gemaakt van historische
gebouwen in Gaza en op de West Bank. Het Centrum heeft ook een unieke collectie foto’s, kaarten
en architectonische materialen. Met behulp van deze hulpmiddelen heeft Riwaq meer dan 100
projecten uitgevoerd, inclusief de restauratie van monumenten in de Oude stad van Jeruzalem en
historische straten en publieke werken in Bethlehem. Het Centrum richt zich op lokale architectuur:
het herstelt traditionele woonhuizen en probeert daarmee mensen aan te zetten tot verdere
restauratie. Door het inzetten van de lokale gemeenschap wordt er werkgelegenheid gecreëerd in
landelijke en gemarginaliseerde gebieden. Deelnemers krijgen een vaardigheidstraining waarin ze
kennis opdoen over restaureren, traditionele bouwtechnieken en materialen.
Riwaq zorgt ervoor dat alle gerenoveerde gebouwen opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld
voor onderwijs, cultuur of andere doelen. Hier profiteert de gemeenschap ook weer van. Het
Centrum voert ook een actieve lobby voor landelijk beleid en is betrokken bij de ontwikkeling van
een wettelijk kader voor de bescherming van erfgoed. Er zijn uitgebreide onderwijsprogramma’s met
veldwerk en workshops voor jongeren. De Riwaq biennales met lokale en internationale deelnemers,
on-site installaties, publieke debatten, een almaar groeiende publicatielijst (zoals The Palestinian Village
Home en The Architecture Heritage of Gaza) bereiken steeds meer mensen.
Het Prins Claus Fonds eert Riwaq voor zijn belangrijke prestaties wat betreft het behoud van
historisch en architectonisch belangrijke plaatsen, voor het verbinden van cultureel erfgoed met de
(economische) ontwikkeling van gemeenschappen, voor de ondersteuning van collectieve herinnering
en de Palestijnse identiteit en voor zijn moedige pionierswerk in een bezette omgeving vol conflicten.
Tsering Woeser
Tibet / China
Tsering Woeser (1966, Lhasa) is een moedige schrijver uit Tibet wiens werk unieke perspectieven
biedt op de complexiteit van het huidige Tibet. Haar ouders waren lid van de Communistische partij;
haar vader was officier in het Volksbevrijdingsleger. Woeser kreeg haar opleiding in het Mandarijn
Chinees en schrijft ook in die taal. Na haar literatuurstudie werd ze redacteur bij het tijdschrift
Tibetan Literature in Lhasa en ging ze op zoek naar haar erfgoed.
Tibet Above (1999) bevat Woesers gedichten over haar Tibetaanse identiteit. In haar volgende
boek, Notes on Tibet (2003), beschrijft ze culturele en politieke kwesties in Tibet op een directe
kritische manier. Het boek werd verboden; ze verloor haar baan en al haar sociale rechten, maar was
vastbesloten om door te vechten met woorden en zo Tibets verleden en heden vast te leggen.
Haar verhuizing naar Peking vergrootte haar anonimiteit; ze gebruikte het internet voor de
publicatie van steeds kritischer commentaren op de arrestatie en marteling van Tibetanen. De
aansprekende literaire kwaliteiten van haar werk maken haar boodschap nog effectiever. Woesers
engagement met de Tibetaanse cultuur is ook te zien in haar artikelen over moderne schilderkunst,
films en literatuur en vooruitstrevende boeken als Forbidden Memory: Tibet During the Cultural
Revolution (2006). Voor dit boek combineerde ze haar vaders portretten tijdens de Culturele
Revolutie met ooggetuigenverklaringen uit interviews.
Tijdens de massale demonstraties tegen het Chinese bewind en de gewelddadige
onderdrukking in 2008, waren Woesers blogs de belangrijkste bron van informatie voor de wereld.
Ze vertelde gedetailleerd over haar contacten in Tibet en schreef elke dag over de protesten,
mensenrechtenschendingen en onrechtmatige moorden. Ondanks haar huisarrest, achtervolging, de
sluiting van haar websites en de voortdurende beperking van haar bewegingsvrijheid slaagt ze er nog
steeds in om in China over Tibet te schrijven.
8
Het Prins Claus Fonds eert Woeser voor haar moed om te spreken voor de mensen die
worden onderdrukt of verzwegen, voor de aansprekende combinatie van literaire kwaliteit en
politieke verslaglegging in haar werk, voor haar documentatie van en steun voor de Tibetaanse
cultuur en voor haar actieve strijd voor zelfbeschikking, vrijheid en ontwikkeling in Tibet.
9