Vortmes Saga (Editie 2008)

Commentaren

Transcriptie

Vortmes Saga (Editie 2008)
Vortmes Saga
Kroniek van het Artlandse geslacht zum Vorde sive Vortmann
J.G. Voortman
R. Voortman
Colofon
Vortmes Saga - Kroniek van het
Artlandse geslacht zum Vorde
sive Vortmann is een uitgave
van het Familiearchief zum
Vorde
Vortman(n)
Voortman. De collectie van het
Familiearchief zum Vorde Vortman(n) - Voortman is een
particuliere verzameling op
naam van J.G. Voortman te
Zaandam en R. Voortman te
Heemskerk.
Druk en bindwerk bij Lulu.com.
Editie 2008-06
‘U mag men zalig heeten,
Dien’s Heeren vrees bekoort;
Die met een goed geweten
Steeds wandelt naar zijn woord.
Gij zult uw nooddurft vinden
Door d’arbeid van uw hand;
Wat g’ u moogt onderwinden,
Komt naar uw wensch tot stand.
Uw echtvriendin zal bloeien
Gelijk een wijnstok tiert,
Die vruchtrijk onder ‘t groeien
Uw huismuur dekt en siert.
Niets zal uw welvaart stuiten,
Uw kroost zal blij en frisch
Als groen’ olijvenspruiten
Versieren uwen disch.
Dit lot is u beschoren,
Zoo gij met diep ontzag
Naar ‘s Heeren wet blijft hooren.
Voor u zal dag aan dag
Het heil uit Sion vloeien:
Gij zult, zoolang gij leeft,
Jeruzalem zien bloeien,
‘t welk God zijn zegen geeft.
Blijft gij op Hem betrouwen,
Dan zult gij op uw beê
t kroost van uw kroost aanschouwen.
In Israël zij vreê!
Psalm 128, zegening van het huisgezin.
In de spreukbalk van halferf ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’ (Anno 1768) op het
Vortmanns-Ort in Gross-Mimmelage (Kirchspiel Badbergen) treffen we van deze psalm de
verzen een en twee aan: “Wohl dem, der den Herrn fürchtet und auf seinen Wegen gehet! Du wirst dich
nähren deiner Hände Arbeit, wohl dir, du hast’s gut.”.
INHOUDSOPGAVE
Inhoudsopgave................................................................................................................................ 7
Voorwoord....................................................................................................................................... 9
PROLOOG
Inleiding ......................................................................................................................................... 11
Prehistorie...................................................................................................................................... 25
Vortmanns-Ort ............................................................................................................................. 67
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Genealogische Basis ................................................................................................................... 115
Tak ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’ .................................................................................. 117
Tak ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’ .................................................................................... 145
Tak ‘Arndt zum Vorde sive Kleine Vortmann’ ...................................................................... 199
Tak Waterland ............................................................................................................................. 227
Tak Oldambt ............................................................................................................................... 291
Tak Illinois ................................................................................................................................... 345
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Albert Jansz. Voortman (1690-1757)....................................................................................... 353
Barend Voortman (1824-1906)................................................................................................. 367
Harmen Voortman (1786-1867)............................................................................................... 371
Hillen ton Vorde (1470-1530)................................................................................................... 397
Ioannes Voortman (1590-) ........................................................................................................ 403
Jan Voortman (1811-1834)........................................................................................................ 407
Jan Voortman (1886-1977)........................................................................................................ 413
Johann Hermann Vortmann (1769-) ....................................................................................... 443
Jürgen Voortman (1743-1812) .................................................................................................. 453
Lampe Vortmann (1697-1733)..................................................................................................501
Leentje Voortman (1782-1854).................................................................................................505
APPENDIX
Naamregister................................................................................................................................569
VOORWOORD
V
ortmes is een uitdrukking die tot in het
midden van de 20e eeuw in de
Artlander volksmond gebruikt werd voor
alles ‘dat van Vortmann’ is. De drie
Vortmanns-boerderijen werden ook wel
‘vornste Vortmes’ (voorste Vortmannsboerderij halferf ‘Claus zum Vorde sive
Vortmann’), achste Vortmes (achterste
Vortmanns-boerderij halferf ‘Detert zum
Vorde sive Vortmann’) en lutke Vortmes
(kleine Vortmanns-boerderij keuterhoeve
‘Arndt zum Vorde sive Kleine Vortmann’)
genoemd.
De omgeving waar de boerderijen staan
heet Vortmanns-Ort, of wordt in de
Artlanders volksmond ook wel ‘Vortmes
Hauke’ (de hoek van Vortmann) genoemd.
De naam Vortmes dreigde verloren te gaan
tot dat deze in 1990 werd verbonden aan
het familieblad die ‘van Vortmann’ is.
Een Saga - niet te verwarren met sage - is
een
geschiedschrijving
of
een
familiekroniek. De Vortmes Saga is dus de
Kroniek van (het Artlandse geslacht) zum
Vorde sive Vortmann.
De Vortmes Saga is het resultaat van het
onderzoek naar de geschiedenis naar het
van oorsprong Artlandse geslacht zum
Vorde sive Vortmann. Dit onderzoek werd
gedaan door Jan Gerrit Voortman (1933)
en zijn zoon Ronald Voortman (1967) die
vanaf 1982 de geschiedenis van hun
voorouders in kaart brachten. Omdat de
geschiedenis per individueel familielid
verschillend is, wordt deze Vortmes Saga
gekenmerkt door een verzameling
biografische beschrijvingen naast de
genealogische samenvatting.
Eerdere genealogische samenvattingen
verscheen in 1989 (80 pagina’s uitsluitend
voor eigen gebruik), 1991 (160 pagina’s) en
1995 (196 pagina’s). In 2005 verscheen een
CD-rom omdat drukkosten niet zouden
opwegen tegen de omvang en kwaliteit die
nagestreefd werd. Met de komst van print
on demand ontstond er de mogelijkheid om
deze Vortmes Saga te publiceren zonder te
hoeven investeren in grotere oplagen.
Woord van dank
De informatie die in deze Saga terug te
vinden is, kwam met hulp van veel mensen
en instanties. In het bijzonder noem ik de
familie Hintzbergen-Vortman in Balkbrug,
die heeft bijgedragen tot het samenstellen
van de familietak Oldambt en Merlin
Vortman in Seattle die informatie verstrekt
heeft van de familietak Illinois.
Heemskerk, juni 2008
Ronald Voortman
Tabel 1. Aantal vermeldde familieleden per uitgave.
Familietak
Detert Vortmann
Editie 1991
Editie 1995
Editie 2008
70
80
80
Claus Vortmann
91
125
125
Kleine Vortmann
105
114
117
Waterland
207
227
236
Oldambt
147
259
276
Illinois
0
37
58
Totaal
620
842
892
INLEIDING
H
et Vortmanns-Ort in het bisdom
Osnabrück (Duitsland) is de
oergrond van onze voorouders. Onze
familienaam is daar ontstaan en leden van
onze familie hebben daar eeuwen lang
gewoond
De naam heeft een algemene betekenis als
aanduiding van ‘de man die aan de voorde
woont’. Een voorde is een doorwaadbare
plaats in een rivier of een moeras. Met een
dergelijke algemene betekenis is het niet
verwonderlijk dat er meerdere families
bestaan met een soortgelijk familienaam,
zonder dat hier enige verwantschap
aantoonbaar is. Ik geef hier een
inventarisatie van gelijknamige families op
volgorde van oorspronkelijke herkomst.
Onderlinge
verwantschap
is
niet
aangetoond tenzij dit nadrukkelijk vermeld
is:
Denemarken
De vroegste melding in Denemarken
vinden we op 20 december 1720 wanneer
matroos Johan Fortman het burgerschap
krijgt in de stad Kobenhavn. In 1731 is er
een melding van het huwelijk van Johan
Diedrich Vortmann in de Sankt Petri kerk
in Kobenhavn. In Harderslev wordt rond
1800 melding gemaakt van Vortmann.
Duitsland
Artland (Osnabrück); een familie zum Vorde
sive Vortmann (ook wel Vorthmann /
Forthmann) die voor het eerst genoemd
wordt in de 15e eeuw maar naar
verwachting qua naamgeving ontstaan is
tussen 1000 en 1200 in Kirchspiel
Badbergen. Uit deze familie ontstonden de
takken Waterland (NL), Oldambt (NL) en
Illinois (VS).
Oldenburg; In Oldenburg vinden we de
naam Fortmann onder andere in
Ganderkesee vanaf het begin van de 18e
eeuw. In Lohne wordt de naam Vortmann
al vanaf het midden van de 17e eeuw
genoemd.
Nederland
Achterhoek; een familie Voortman die al in
de 16e eeuw genoemd wordt. In Eefde
(parochie Warnsfeld) bevindt zich
boerderij ‘de Voort’. Hieruit ontstond in
de tweede helft van de 19e eeuw een tak in
Zuid Afrika (vermoedelijk), rond 1950 een
Canadese tak.
Friesland; een familie Forteman die in de
Friese kronieken gemeld wordt vanaf het
jaar 737. In 1097 zou de ‘laatste der
Fortemannen’ gesneuveld zijn tijdens een
van de vele kruistochten in Klein Azië.
Meest befaamde uit deze familie was
Magnus Forteman die in 809 voor Karel
de Grote Rome veroverde.
Haag Ambacht; een familie Voortman die
zich rond 1670 in Delft vestigde en
mogelijk een Duitse herkomst heeft.
Stamvader is Heijndrick Jansz. Voortmans
die in 1673 in Delft trouwde met Raechel
Bucquet. Als doopgetuige bij hun kinderen
wordt onder andere Fijtje Voortman en
Lambregt Voortman genoemd. Meer
informatie over deze familie is te vinden
op de website van de familie Verbove.
Oldambt; een familie Voortman en
Vortman die met name voorkomt in
Smilde en Midwolda (19e eeuw tot heden);
is een tak van de familie Vortmann uit de
12
PROLOOG
regio Artland (D). Hieruit ontstond in
1956 een tak in Australië.
Ravenstein/Leiden; een familie Fortman die
vanaf de tweede helft van de 17e eeuw
gemeld
wordt
in
Ravenstein.
Nakomelingen hiervan zijn o.a. terug te
vinden in Leiden (18e eeuwse goud- en
zilversmeden). Uit een gezin met
stiefkinderen ontstond de familie De Gaay
Fortman.
Waterland; een familie Voortman die met
name voorkomt in Edam (ook als
Voerman,
midden
18e
eeuw),
Monnickendam (18e tot heden), Volendam
(19e eeuw tot heden), Zaandam (19e eeuw
tot heden) en Amsterdam (19e eeuw tot
heden); komt van oorsprong voort uit de
familie Vortmann uit de regio Artland (D).
Zuidelijke
Nederlanden;
waarvan
de
textielfabriek Voortman uit de 18e eeuw in
Gent het meest bekend is. In de eerste
helft van de 19e eeuw werd in Texas (VS)
een nieuwe textielfabriek opgericht.
Afrika
Zuid Afrika; Een familie Voortman die
vanaf de tweede helft van de 19e eeuw in
Fauresmith (Zuid Afrika) woonde.
Vermoedelijk afkomstig uit de Achterhoek
(NL).
Amerika
Canada; Een familie Voortman die rond
1950 een koekfabriek begonnen. Rond
1980 opende de tweede generatie een
koekfabriek in Bloomington, California.
Deze familie was afkomstig uit
Hellendoorn (Salland, Overijssel NL).
Illinois; een familie Vortman die met name
voorkomt in Chapin en Exeter vanaf circa
1850. Deze familie is van oorsprong een
tak van de familie Vortmann uit de regio
Artland (D).
Texas; een familie Voortman die in de
eerste helft van de 19e eeuw een nieuwe
textielfabriek oprichtte. Deze familie was
afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden
(Gent).
Australië
Australië; Een familie Vortman die in juli
1956 van Nijmegen emigreerde naar
Australië. Deze familie is afkomstig van de
familietak Oldambt (NL).
Ik beperk mij tot de beschrijving van de
geschiedenis van het van oorsprong
Artlandse geslacht zum Vorde sive
Vortmann, met de daaruit ontstane takken
Waterland
(Voortman),
Oldambt
(Vortman / Voortman) en Illinois
(Vortman).
INLEIDING
Het onderzoek
In november 1981 begon ik op 14-jarige
leeftijd samen met mijn vader het
voorouderonderzoek door het versturen
van enkele brieven naar de gemeente
Amsterdam en Monnickendam. Kort
hiervoor had ik namelijk de vaker
verzochte
papieren
van
mijn
overgrootvader Jan Voortman (1886-1977)
gekregen van mijn grootvader. Mijn
overgrootvader had in 1942 al een kleine
kwartierstaat gemaakt bestaande uit enkele
uittreksels uit de bevolkingsregisters van de
betreffende
gemeenten,
met
als
kwartierdrager zijn zoon, mijn grootvader.
Met deze gegevens had ik een goede start
waarmee ik verder ben gaan werken.
Onder begeleiding en met aansporing van
mijn vader, bezocht ik in de kerstvakantie
mijn eerste bezoek aan een archief; het
Streekarchief Waterland in Purmerend. Als
eerste werd met behulp van de
medewerkers aldaar, de geboorteakte van
mijn
betovergrootvader
uit
1843
opgezocht. Ik kan me nog steeds
herinneren hoe ik onder de indruk was van
alle details die in deze geboorteakte was
genoteerd.
De eerste twee jaar zochten we samen zeer
intensief
naar
mijn
voorouders;
genealogisch en voor de kwartierstaat.
Regelmatig bezochten we het Streekarchief
Waterland in Purmerend, later ook het
gemeentearchief in Amsterdam en het
Rijksarchief voor Noord-Holland in
Haarlem. In 1984 nam het aantal
archiefbezoeken sterk af door mijn studie
aan de Rijksmiddelbare Tuinbouwschool
in Hoorn. Pas na mijn militaire dienstplicht
(1987-1988) pakte ik de draad weer op om
bijna professioneel aan de genealogie te
werken.
13
Steeds vaker verliep het onderzoek aan de
hand van specifieke projecten, dat veelal
bestond uit het transcriberen en indexeren
van complete bronnen. Daarna volgde
vaak het selecteren van wat daadwerkelijk
betrekking
had
op
onze
familiegeschiedenis. Enkele projecten
waren:
Collectie Wangerpohl (1988- nog niet
voltooid, zie Vortmes nr. 7 pag. 18);
Lutherse lidmaten van Noord-Holland
(1994-1998);
Ondertrouwinschrijvingen in Amsterdam
(1995);
Hausarchiv
von
Dincklage
Schulenburg (1999);
zur
Collectie Pohlsander
voltooid);
niet
(2000-nog
Collectie Thomann (2003-2004);
Kerkregisters van Stadt Fürstenau (20042005);
Vanaf 2000 kreeg ik minder tijd om in
hetzelfde tempo verder te kunnen gaan
met
het
onderzoek
naar
onze
familiegeschiedenis. In eerste instantie een
nieuwe baan en vervolgens het gezinsleven
dat ik met mijn vrouw Paula deel. In 2002
werd Lloyd geboren en in 2004 volgde
Emilia.
In de loop der jaren zijn er een paar
artikelen verschenen over ons onderzoek:
1996; Uniek genealogisch infocentrum.
Noordhollands Dagblad 8 mei 1996.
2000; Artland - een confessioneel eiland?
Bron: Bersenbrücker Kreisblatt 16-122000
en
Münsterländische
Tageszeitung
19-12-2000,
ook
gepubliceerd in Vortmes nr. 11 pag.
70.
14
PROLOOG
2002; Gezin in de greep van verleden.
Noordhollands Weekblad februari
2002, ook gepubliceerd in Vortmes nr.
13 pag. 140.
Aanpak en verloop van het onderzoek
Het onderzoek startte met de familie
Voortman in de streek Waterland. De
oudst
bekende
voorvader,
Jurgen
Voortman (1743-1812), woonde in
Monnickendam. Van daaruit verspreidde
zijn nakomelingen zich naar (met name)
Volendam, Amsterdam en Zaandam.
Binnen een jaar na aanvang van het
onderzoek wisten we dat we de
voorouders van Jurgen moesten zoeken in
Duitsland en wel in Kirchspiel Badbergen
(Amt Fürstenau, Osnabrücker Nordland).
Ons onderzoek verplaatste zich van de
goed
georganiseerde
archieven
in
Nederland naar de kerkelijke instanties in
Duitsland. We maakten een afspraak bij de
plaatselijke Pastor en gingen een dag naar
Badbergen om te gaan zoeken naar de
voorouders van Jurgen.
Het resultaat van een dag zoeken viel
behoorlijk tegen, mede vanwege het lastige
handschrift dat we moesten ontcijferen.
Met een tiental namen en data reden we
weer naar huis, een reis van zo’n drie en
een half uur rijden.
We gingen onze tactiek veranderen. Met
behulp van een fototoestel en een statief
namen wij ons voor om de pagina’s
waarop familieleden vermeld stonden te
fotograferen. Het ontcijferen van de tekst
konden we dan thuis doen door de zwartwit negatieven in een diaframe te
projecteren op het scherm.
Ook deze tactiek beviel ons niet. We
hadden nu wel meer gegevens dan de
vorige keer, maar er ontbrak nog steeds te
Jan Gerrit Voortman en Ronald Voortman
in 1998.
JAN GERRIT VOORTMAN (1933)
Jan Gerrit werd in 1933 Ouderkerk aan de
Amstel geboren als oudste zoon van Gerrit
Jan Voortman (1911-1984) en Jetta
Dolderman (1911-1974). Tot zijn trouwen in
1959 met Willy Dekker (1939) heeft hij met
zijn ouders en broer en twee zussen in
verschillende plaatsen gewoond onder
andere in en rond Amsterdam, Meppel en
Enkhuizen. Na zijn opleiding aan de MULO
is hij eerst als huisschilder begonnen met
werken en daarna als autospuiter in Hoorn
(NH). Vanaf 1967 tot zijn pensioen was hij
werkzaam als chef autospuiterij (en later ook
autoplaatwerkerij) bij RIVA in Amsterdam.
Dit schadeherstelbedrijf was gespecialiseerd
in General Motor auto’s, waaronder een
groot deel Opel en diverse Amerikaanse
merken.
Jan Gerrit en Wil kregen drie kinderen:
Gerrit Jan (1960), Yvonne (1963) en Ronald
(1967).
INLEIDING
Hochstift Osnabrück, naar kerkelijke indeling.
15
16
PROLOOG
veel. De enige oplossing was het
fotograferen van de complete boeken,
bladzijde voor bladzijde. Op deze manier
kwamen we in het bezit van complete
afschriften van de kerkregisters van
Kirchspiel Badbergen. Deze vingen aan in
1670. In eerste instantie fotografeerde we
de boeken tot 1775 omdat onze voorvader
Jurgen vanaf dat jaar in Monnickendam
woonde. Later vulde wij onze bron aan tot
1800. Enkele jaren daarna kregen we nog
een aanvulling tot 1852.
In eerste instantie zochten we de
negatieven door op zoek naar familieleden.
Al snel werd besloten om het complete
werk over te typen zodat het zoeken
vergemakkelijkt werd. Bovendien waren
wij niet de enige die onze voorouders in
Badbergen zochten. Steeds vaker – mede
naarmate onze collectie in omvang toenam
– kregen we bezoekers die bij mijn ouders
thuis in de boeken gingen zoeken.
Omdat we het vermoeden hadden dat er
ook familieleden in aangrenzende plaatsen
woonde, probeerden we onze grenzen te
verleggen. We namen ons het streven voor
om ook van de aangrenzende Lutherse
kerken (omdat onze voorouders in deze
periode Luthers van geloof waren) de
boeken van aanvang tot 1800 te
fotograferen: Menslage, Gehrde en Stadt
Quakenbrück. Samen met Badbergen
vormden deze plaatsen de Streek Artland.
Onze verzameling kreeg dan ook al snel de
benaming: Artland Collectie.
Met behulp van deze bronnen konden we
wel het skelet van onze stamboom
samenstellen, maar wisten we nog weinig
over wat de familieleden gedaan hadden.
Door onze bronbewerkingen van de
kerkboeken uit de streek Artland raakten
wij ook in contact met een aantal personen
en instanties in Duitsland, zoals
Heimatvereinen in Dincklage en Menslage,
RONALD VOORTMAN (1967)
Ronald Voortman werd in 1967 in Hoorn
(NH) geboren als jongste zoon van Jan Gerrit
Voortman (1933) en Willy Dekker (1939). Hij
groeide op in Zaandam. Na de MAVO volgde
hij de RMTuS in Hoorn waar hij een opleiding
volgde in de richting bloementeelt, zaadteelt
en veredeling en weefselweek. In 1988 begon
hij te werken bij het weefselkweek
laboratorium Baars Vitro Cultures in
Akersloot waar hij in 1991 bedrijfsleider
werd. Dit bedrijf specialiseerde zich in het
vermeerderen van groene kamerplanten zoals
ficus en syngonium. In 2000 maakte hij de
overstap
naar
het
Orchideeën
vermeerderingsbedrijf Floricultura waarvoor
hij een compleet nieuwe vestiging in
Heemskerk opzette voor P+S Plantlab. Onder
zijn leiding groeide deze vestiging binnen vijf
jaar uit tot het grootste weefselkweek
laboratorium in Nederland. Begin 2006
werkten er in deze vestiging ongeveer 200
medewerkers en is het na Corus de grootste
werkgever in de IJmondregio.
In 2003 trouwde Ronald met Paula Röling
(1970). Zij kregen twee kinderen: Lloyd
(2002) en Emilia (2004).
Museumdorf Cloppenburg en Staatsarchiv
INLEIDING
Osnabrück.
Via deze contacten werden wij verder
geholpen aan andere aanvullende bronnen.
We gingen geregeld naar Duitsland om
deze contacten te onderhouden, vaak zo’n
drie keer per jaar. Bovendien kochten wij
bij elk bezoek meerdere boeken aan,
waardoor we vaak met een tiental boeken
thuiskwamen. Ook wisten wij op deze
manier onze collectie uit te breiden met
onder
andere
belastingregisters,
volkstellingen en complete privé-archieven
zoals die van Wangerpohl, von Dincklage
zur Schulenburg en Pohlsander. Mijn
vader wist zich te profileren als een
specialist op het gebied van het
transcriberen (letterlijk overschrijven) van
oud-Duitse teksten. Hierdoor werd hij
steeds vaker gevraagd om oude teksten op
de computer te zetten. Op dit moment is
dit de grootste bron van onze nieuwe
aanwinsten voor onze collectie. Derden
voorzien mijn vader van bronteksten; mijn
vader verwerkt deze op de computer (een
kopie hiervan gaat weer retour naar de
verstrekker van de bron); tot slot verzamel
ik de stukken daaruit die betrekking heeft
op onze familie. Op deze wijze weten wij
nog steeds aanvullingen te vinden op de
geschiedenis van onze familie.
17
18
PROLOOG
Een
belangrijk
onderdeel
in
ons
Eerdere
stamboomzoekers
De basis van ons onderzoek waren de
gegevens die Jan Voortman (1886-1977)
rond 1943 verzamelde. Hij wist een
overzicht te maken van alle acht
overgrootouders van zijn zoon Gerrit Jan
Voortman (1911-1984). Jan Voortman was
van 1900 tot 1933 (met enkele
onderbrekingen
vanwege
militaire
dienstplicht) werkman bij munitiefabriek
De Hembrug in Zaandam. In 1933 kreeg
hij ongebluste kalk in zijn rechteroog
waarna hij een invalidenpensioen kreeg
uitgekeerd. Van 1936 tot 1967 woonde hij
samen met zijn vrouw Gesina Johanna
Catharina (Sien) Blok (1889-1977) in
Heerde.
Jan Voortman (1886-1977).
familiearchief is de collectie Wangerpohl.
Deze
collectie
bestaat
uit
een
handgeschreven boek (formaat A3) van
Johann Christian Diederich Vortmann
(1848-ca.1928) van omstreeks 1900 en vier
ordners originele papieren (van de periode
1759-1926) die Johann Christian Diederich
Vortmann destijds had verzameld. Johann
Christian Diederich Vortmann was
geboren op Halberbe ‘Detert zum Vorde
sive Vortmann’ in Mimmelage (Badbergen)
en stierf op Wangerpohlshof in Uptloh
(Essen). Zijn verzameling werd in 1987
gevonden in een verborgen lade van een
oude kast op Wangerpohlshof. De
collectie omvat 333 archiefstukken
(documenten en schriften).
Johann Christian Diederich Vortmann (1848ca.1928).
INLEIDING
Omvang en samenstelling
van de Artland-collectie
Door onze werkwijze van het overnemen
van complete bronnen, kunnen ook andere
genealogen die hun voorouders zoeken in
(of rond de omgeving van) de streek
Artland veel informatie bij ons vinden. Bij
het kunnen bepalen welke aanwinst voor
ons het meest van belang is, kunnen we
een
bepaalde
prioriteiten
tabel
samenstellen. In grote lijn kennen we vier
gradaties.
Meer informatie over wat wij exact in onze
collectie hebben, kunt u vinden op onze
website.
Tabel 1. Prioriteit in aanwinst en samenstelling van
onze collectie.
Plaats / regio
Prioriteit
Artland (Badbergen, Menslage, Gehrde,
Quakenbrück)
1
Amt Fürstenau (Artland + Alfhausen,
Ankum, Berge, Bippen, Fürstenau,
Merzen, Neuenkirchen, Schwagstorf,
Ueffeln, Voltlage)
2
Osnabrücker Nordland; Amt Fürstenau en
Amt Vörden (Bramsche, Engter, Gehrde,
Neuenkirchen, Vörden)
3
Buiten de regio
4
19
20
PROLOOG
Herkomst en betekenis
van onze familienaam
Tot ver in de Middeleeuwen hadden onze
voorouders alleen maar een persoonsnaam,
die we nu voornaam noemen. Het waren
vooral oud-Germaanse namen die verband
hielden met kracht, moed, dapperheid,
trouw, roem et cetera. Veel van deze
namen hebben ook heden ten dage deze
betekenis, hoewel veel mensen deze
betekenis vergeten zijn. Met het
Christendom werden ook veel bijbelse
namen ingevoerd.
Zolang het land dunbevolkt was hadden de
bewoners genoeg aan een persoonsnaam.
Vanaf de 11e eeuw begonnen steden te
groeien en nam handel en verkeer in grote
mate toe. De persoonsnaam was
onvoldoende omdat er meerdere personen
met dezelfde persoonsnaam rondliepen.
Naast de persoonsnaam deed de toenaam
zijn intrede om daarmee de juiste persoon
aan te kunnen duiden. Tegenwoordig
kennen wij de toenaam als achternaam of
familienaam.
Buiten de grote steden kwam het gebruik
van achternamen later op gang. Bij onze
familie kwam dit waarschijnlijk in de 12e
eeuw in gebruik. Waarschijnlijk was bij het
ontstaan van de oerboerderij Purrenhagen
rond 1000 nog geen familienaam
gebruikelijk. Hierdoor kon een afsplitsing
door erfdeling van deze boerderij rond
1100 onder een andere naam (ton Vorde)
ontstaan. Een volgende afsplitsing door
erfdeling uit deze nieuwe boerderij rond
1200 kreeg echter dezelfde naam mee als
waar het afkomstig van was. De
familienaam was kennelijk in gebruik.
Zum Vorde, Vortmann en Voortman zijn
algemene herkomstnamen. In tegenstelling
tot specifieke herkomstnamen bevatten
algemene herkomstnamen geen duidelijke
aanwijsbare topografische aanduiding. De
naam Zum Vorde, Vortmann en
Voortman is oorspronkelijk gegeven aan
iemand die ergens aan een doorwaadbare
plaats
(voorde)
woonde.
Andere
voorbeelden
van
algemene
herkomstnamen zijn Terpstra (iemand die
ergens op een terp woont), Bogaart (een
verwijzing naar een boomgaard), Satink
(verwijzing naar het oude woord ‘sathe’ dat
boerenplaats betekent) en Vermeulen
(dialect vorm van molen). Omdat onze
familie eeuwen lang op dezelfde locatie
gewoond hebben, kunnen we redelijk
nauwkeurig
vaststellen
bij
welke
doorwaadbare plaats zij woonden. Deze
locatie
werd
later
Vortmanns-Ort
genoemd. Er zijn verschillende andere
families met een familienaam die qua
betekenis overeenkomt met die van onze
familie, maar geen verwantschap met onze
familie hebben. Dit zijn de zogenaamde
naamsverwanten.
Letterlijk betekende zum Vorde: (wonende)
aan de voorde. Een voorde is een
doorwaadbare plaats, al dan niet
kunstmatig aangelegd met behulp van
takken. Bij een voorde kon men een rivier
of bijvoorbeeld een moeras oversteken.
Vermoedelijk werd in het geval van onze
familie de voorde in de Bohlenbach
bedoeld. Deze voorde in de Bohlenbach
gaf toegang tot de Purrenhagen waar
vermoedelijk oud-Saksische offergaven
plaatsvond. Waarschijnlijk dateert de
Purrenhagen uit de 9e of 10e eeuw. Toen
de boer van de Purrenhagen in de 11e
eeuw twee zonen kreeg, moest er een
boerderij bijgebouwd worden. Voor de
locatie van deze tweede boerderij werd een
plek bij de voorde gekozen, waaraan wij nu
nog onze naam danken. Het akkerland van
INLEIDING
de Purrenhagen werd gesplitst en de helft
kwam toe aan de boerderij ton Vorde.
Volgens Hermann Heinirch Walter
Pohlsander (1897-1988), die een groot deel
van zijn leven wijdde aan het verzamelen
van geschiedkundige en genealogische
gegevens uit het Osnabrücker Nordland,
zou het hier gaan om een oude belangrijke
grenspas. Hoewel de Vortmannen
regelmatig
verwikkeld
waren
in
grensconflicten met de stad Quakenbrück onder andere in 1615 en de eerste helft van
de 19e eeuw - heb ik hiervoor geen
bewijzen kunnen vinden. Bovendien lijken
plattegronden uit 1789 en 1798 aan te
geven dat het pad door de Bohlenbach bij
halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’
eindigt. Ook heden ten dage is het een
doodlopende weg.
Boerderijnaam
De toenaam die onze voorvader kreeg en
waaraan wij onze familienaam te danken
hebben, gaf de locatie aan waar hij
woonde: aan de voorde. Zijn toenaam was ton
Vorde. Deze toenaam was onlosmakelijk
verbonden aan de boerderij die hij
bewoonde. In de eeuwen die volgden bleef
de boerderij deze naam houden. Nieuwe
bewoners op de boerderij namen,
bijvoorbeeld door introuwen, de naam van
de boerderij en daarmee de naam van de
familie over. De naam van de boerderij
had voorrang op de familienaam.
Rond 1880 werd met deze boerentraditie
gebroken, en werd de voorrang op
boerderijnaam afgeschaft. Met twee kort
op elkaar volgende wereldoorlogen
stierven veel boerderijnamen uit. Rond
1955 was 60% van de boerderijen in
parochie
Badbergen
haar
oude
boerderijnaam kwijt.
De omgeving waar onze familie woonde
werd
Vortmanns-Ort
genoemd.
21
Vortmanns-Ort is de moderne naamgeving
van een plaats in het boerengehucht
(Bauerschaft) Groß-Mimmelage. Het valt
binnen de parochie (Kirchspiel) Badbergen
in het bisdom Osnabrück. Deze meest
noordelijke regio van het bisdom
Osnabrück wordt Artland genoemd. De
streek Artland wordt gevormd door de
parochies Badbergen, Gehrde, Menslage
en de stad Quakenbrück.
De naam Vortmanns-Ort als zodanig zal
waarschijnlijk uit de 19e eeuw dateren. Het
is ‘het oord van de Vortmannen’; de plaats
waar de Vortmannen wonen. In de
Artlander volksmond wordt het ook wel
Vortmes Hauke genoemd; ‘de hoek van
Vortmann’. Hoewel heden ten dagen het
Vortmanns-Ort van alle kanten goed te
bereiken is, was dat vroeger wel anders en
lag Vortmanns-Ort daadwerkelijk in een
hoek; omsloten door de rivier de Hase en
een groot moeras. We kunnen hieruit
concluderen dat de naam Vortmes Hauke
aanzienlijk ouder is dan de naam
Vortmanns-Ort en dateert vermoedelijk uit
de 18e eeuw of eerder. Het Vortmanns-Ort
werd genoemd naar haar bewoners: de
Vortmannen.
Over
vele
eeuwen
bewoonden zij daar drie boerderijen.
22
PROLOOG
Schrijfwijze
Onze familienaam werd niet altijd als
Vortmann geschreven. In de oudste
geschriften (voor 1500) lezen we ton Vorde.
Vanaf 1534 veranderd het voorzetsel ton
via thon in zum (1600). Bovendien deed de
umlaut zijn intrede en ontstond zum Vörde.
In de loop van de 17e eeuw werd de
umlaut vervangen door een -h- en schreef
men vanaf 1660 zum Vohrde. Rond 1600
veranderde er in de betreffende regio veel
familienamen. Over het algemeen
verdwenen de voorzetsel en werd er het
woord -mann aan gekoppeld. Een aantal
voorbeelden hiervan zijn:
Zur Devern - Devermann
Zur Diecke - Dieckmann
Zur Kuhle - Kuhlmann
Zur Stege - Stegemann
Zum Vorde - Vortmann
Jelsing - Jelmann
Rossing - Rossmann
In de lutherse kerkregisters van Badbergen
(vanaf 1671) zien we hun naam ook wel
geschreven als Vohrtmann, Vordtmann en
Vorthmann. Ook de variatie met een -Fkomen we regelmatig tegen. Bij migratie
naar de Nederlanden ontstonden onder
andere de varianten Vortman, Voerman en
Voortman.
Bij keizerlijk decreet (code civil) van 18
augustus 1811 werden de inwoners van de
Nederlanden verplicht binnen een jaar een
geslachtsnaam te kiezen. Met name de
mensen in noord - oost Nederland hadden
veelal geen familienaam. De mensen die al
een familienaam gebruikten, behielden
deze.
Soms komen we in Duitse archiefstukken
bijzondere termen tegen die uitsluitend van
toepassing lijken te zijn wanneer deze
betrekking hebben op Vortmann.
Ächste Vortmes; ‘achterste Vortmannsboerderij’ ofwel halferf ‘Detert zum Vorde
sive
Vortmann’,
een
Artlander
volksbenaming vermoedelijk uit de 18e
eeuw.
Lutke Vortmes; ‘kleine Vortmannsboerderij’ ofwel keuterhoeve ‘Arndt zum
Vorde sive kleine Vortmann’, een
Artlander volksbenaming vermoedelijk uit
de 18e eeuw.
Vornste Vortmes; ‘voorste Vortmannsboerderij’ ofwel halferf ‘Claus zum Vorde
sive
Vortmann’,
een
Artlander
volksbenaming vermoedelijk uit de 18e
eeuw.
Vortmes Hauke; ‘de hoek van
Vortmann’, Artlander volksbenaming voor
Vortmanns-Ort vermoedelijk daterend uit
de 18e eeuw of vroeger.
Vortwinn; In 1740 werd er een lijst
gemaakt van betalingen die halferf ‘Claus
zum Vorde sive Vortmann’ moest doen
aan zijn goedsheer. Hierin lezen wij: ‘Umb
das dritte Jahr Vortwinn 8 Goldgulden’. De
term Vortwinn bestaat feitelijk niet, maar is
een afgeleidde vorm van Winngeld. Winngeld
(ook wel Weingeld of Auffahrt) is een
belasting die betaald moest worden
wanneer een horige ging trouwen met een
vrij persoon. De vrije persoon trad in op
de horige boerderij en moest derhalve
Auffahrt of Winngeld betalen. Vermoedelijk
betreft het hier een Auffahrt van Lücke
Elisabeth Vahlkamp (1703-1775) door
haar huwelijk met de horige Lampe
Vortmann (1697-1733) in 1731.
Een vervorming zoals Vortmes komt in
Artland vaker voor, met name bij
boerderijnamen met een topografische
INLEIDING
betekenis. In Gross-Mimmelage zijn dit
bijvoorbeeld
Thomann
(Thomes),
Möhlmann
(Möllmes),
Dieckmann
(Diekmes) en Sundermann (Sunnermes).
23
24
PROLOOG
PREHISTORIE
H
oewel de oudste documenten waar
onze familienaam op vermeld staat,
uit de 15e eeuw dateert, heb ik aan de hand
van een reconstructie kunnen vaststellen dat
onze familienaam ergens rond 1100 ontstaan
moet zijn. Na literatuuronderzoek heb ik
kunnen concluderen dat wij afstammen van
Saksische voorouders. Aan het begin van
onze jaartelling leefden deze in de omgeving
van noord-Duitsland en het huidige
Denemarken. De Saksen was een
Germaanse volkstam die tussen 800 voor
Christus en het jaar 0 ontstond.
Het ontstaan van de mensheid en daarmee
onze familie is terug te lezen in fossielen die
heden ten dage nog steeds onze visie op de
ontstaanswijze doen veranderen. Deze
databank over leven op aarde gaat terug tot
ongeveer 570 miljoen jaar. Geologen
hebben deze fossiele databank in drie tijden
verdeeld, genoemd naar de vorm van leven
dat teruggevonden is in de stenen:
Palaeozoic tijd (het vroege leven, 570 tot
225 miljoen jaar oud) bestaat uit de
ontwikkeling van leven in de oceaan en
vervolgens (400 miljoen jaar terug) de
ontwikkeling van het leven op land
vanuit de oceaan. Dit leven bestond
voornamelijk uit planten, insecten,
amfibien en uiteindelijk reptielen.
Mesozoic tijd (het mid-leven, 225 tot 65
miljoen jaar geleden) bevatte de
ontwikkeling van de eerste primitieve
warmbloedige dieren; zoogdieren en
vogels. De groene planten evolueerden
in bloeiende planten. Dominante dieren
waren
reusachtige
reptielen
en
dinosaurussen.
Caenozoic tijd (recentelijk leven in de laatste
65 miljoen jaar) behaalden de
zoogdieren de overwinning op de
dinosaurussen en werden dominant in
het dierenleven op aarde. De evolutie
ontwikkeling van mensachtige ontstond
ook in dit tijdvak in de vorm van
primaten.
De eerste primaten ontwikkelden zich tegen
het einde van de Mesozoic toen de
dinosaurussen nog de overhand hadden.
Waarschijnlijk stammen de oudste primaten
uit noord Amerika en west Europa. Deze
twee continenten lagen van oorsprong tegen
elkaar en schoven gedurende de Caenozoictijd steeds verder uit elkaar. De verschuiving
van deze aardplateaus veroorzaakten ook
het ontstaan van gebergten zoals de
Himalaya en de Andes. Met het verschuiven
van de plateaus veranderde ook het klimaat
en vegetatie. Later, ten gevolgde van de
ijstijd tijdens het Pleistoceen (2 miljoen jaar
geleden) en het stijgen en dalen van de
zeespiegel, veranderde de vorm van de
continenten en eilanden. Toen de zeespiegel
daalde ontstond er een vrije dieren migratie
tussen noord- en Zuid-Amerika.
Inmiddels zijn een twaalftal placentale
zoogdieren ontdekt van 60 tot 80 miljoen
jaar oud. Deze zijn gevonden in noordAmerika, Europa en Mongolië. De eerste
evolutie naar mensachtige dateert van 15 tot
23 miljoen jaar geleden. Deze fossielen
werden gevonden in Kenya en Uganda. De
eerste
mensachtige
(hominoide
Australopithecus africanus) is eveneens
gevonden in Afrika: in Tanzania (3 tot 6
miljoen jaar geleden) en Ethiopië (2,6 tot 3,3
miljoen jaar geleden). Door gebrek aan
fossiele bewijsstukken ontbreekt de precieze
link tussen de Afrikaanse aap en de mens.
Deze evolutie moet ongeveer plaats
gevonden hebben tussen 6 en 15 miljoen
26
PROLOOG
jaar geleden. Op basis van gevonden kiezen
wordt gesuggereerd dat de Afrikaanse aap
zich ontwikkelde in het Afrikaanse woud
waar hij zich voedde met fruit. De mens zou
zich ontwikkeld hebben op de savanne waar
hij zich voedde met harde schaalnoten,
zaden en fruit.
Uit de Australopithecus africanus evolueerde
ongeveer 3 miljoen jaar geleden de Homo
habilis. Deze ontwikkelde zich ander half
miljoen jaar geleden in de Homo erectus waar
ongeveer 500.000 jaar geleden de moderne
mens (Homo sapiens) zich uit ontwikkelde.
Homo erectus vertrok waarschijnlijk twee
miljoen jaar geleden uit het stamgebied
Afrika en verspreidde zich daarna snel over
Europa en Azië. In de koudeperioden van
de ijstijden kon hij zich via landbruggen
verspreiden tot op de Indonesische eilanden
zoals Java en Sumatra. Homo erectus kon al
verschillende stenen werktuigen maken en
had waarschijnlijk ook al de beschikking
over het machtige communicatiewapen: taal.
Een expeditie waar ook de Leidse Naturalis
paleontoloog en conservator John de Vos
deel van uitmaakte, ontdekte op het eiland
Flores aanwijzingen dat Dubois’s Java-mens
zelfs de zee kon oversteken.
Tijdens het Pleistoceen trok de mens (Homo
erectus) ook naar Azië. Via de Straat Bering
bereikte de moderne mens (Homo sapiens) 15
tot 20.000 jaar geleden Amerika.
Volgens de huidige theorieën heeft de
ontwikkeling van de moderne mens zich
met name in Afrika afgespeeld. Ongeveer
50.000 jaar geleden trokken onze
voorouders vanuit de omgeving van het
Victoria meer (Kenia) via Ethiopie naar het
noorden. De weg terug werd geblokkeerd
door het oprukkende woestijnzand. Tussen
40.000 en 20.000 voor Christus was de
Sahara op z’n droogst. Via het huidige
Soedan trokken zij naar het noord-oosten
van Turkije. Ongeveer 40.000 jaar geleden
JAVA-MENS
Amerikaanse wetenschappers onderzochten in
1996 Homo erectus schedels die in 1931 door
de Nederlandse paleontoloog Ralph von
Koenigswald op Java waren gevonden. Met de
modernste
en
betrouwbaarste
datering
technieken kwamen ze er achter dat de schedels
niet zoals altijd gedacht honderdduizend tot
vierhonderdduizend jaar oud waren maar een
piepjonge 38-duizend tot 32-duizend jaar oud.
Het was een Homo erectus met een iets groter
brein dan de oudere schedels van Homo erectus
maar verder dezelfde kenmerken als zijn
Afrikaanse oer-Homo erectus van twee miljoen
jaar geleden. Het schokkende feit deed zich
voor dat deze Homo erectus in dezelfde tijd
geleefd heeft als wij, moderne Homo sapiens.
En niet alleen in Java leefde er tegelijkertijd een
andere mensachtige dan Homo sapiens ook in
Europa bleek de Kozak een Homo neanderthalis
te zijn die in dezelfde tijd leefde als Homo
sapiens.
trokken ze de Kaukasus over, verder naar
het noorden. Waarschijnlijk bleven onze
voorouders voor lange tijd in de Balkan
regio wonen. Ongeveer 10.000 voor
Christus trokken ze verder naar noord-west
Europa, in de richting van het huidige
Denemarken.1
Genograpic Project, een onderzoek van de National
Geographic Society.
1
PREHISTORIE
27
Selam 3,3 miljoen v.C.
De fossiele overblijfselen van een kind dat
3,3 miljoen jaar geleden leefde, zijn
opmerkelijk goed bewaard gebleven in de
Ethiopische grond. Het liep op twee benen,
maar lijkt ook goed te zijn geweest in
klimmen.
Het was een meisje, en ze heeft een jaar of
drie geleefd, denken onderzoeksleider
Zeresenay Alemseged en zijn team. Dat
leiden ze af uit een vergelijking van het gebit
van ‘Salem’, zoals ze het kind genoemd
hebben, met dat van jonge chimpansees.
Het had een melkgebit, maar bijna alle
‘grotemensentanden’ zaten al in de kaak,
zagen ze op CT-scans van de schedel. Of
toch eerder ‘groteapentanden’? Salem leefde
3,3 miljoen jaar geleden en behoorde tot de
soort Australopithecus afarensis. Dat is
dezelfde soort aapmens als de beroemde
Lucy, waarvan de resten in 1974 werden
gevonden, vlakbij de plaats waar de botten
van Salem lagen.
De schedel en delen van het skelet. Nationaal
Museum Addis Abeba, Ethiopie.
Of het echt een meisje was, staat niet
helemaal vast, maar voor de media is het
prettig om een geslacht te weten. En een
naam te hebben, iets wat in de
wetenschappelijke publicaties overigens
vermeden wordt. Daar heet het kind DIK-11, naar de vindplaats Dikika, in Ethiopië.
Een dochter van Lucy kan ze niet geweest
zijn, want deze kleuter leefde ruim
honderdduizend jaar eerder dan de
beroemde aapmensenvrouw. Het kleine
aapmensje verdronk waarschijnlijk toen het
werd verrast door een vloedgolf, en raakte
vervolgens bedolven onder een laag zand.
Dat betekende haar dood, maar ook de
redding van haar skelet voor de
wetenschappers van nu. “Een van de
grootste vondsten in de geschiedenis van de
paleoantropologie”, noemen de ontdekkers
28
PROLOOG
het zelf in een persbericht, en collega’s
spreken dat niet tegen.
In
december
2000
vond
een
vertegenwoordiger van het Ethiopische
ministerie voor Cultuur en Toerisme een
blok zandsteen met het grootste deel van
Salem’s overblijfselen, waaronder de
schedel. In de drie jaar erna heeft het team
van Zeresenay (Ethiopiërs zetten hun
familienaam vooraan) de directe omgeving
van de vindplaats nauwgezet uitgekamd, wat
nog allerlei stukjes van het skeletje
opleverde. Al vijf jaar is Zeresenay
Alemseged met tandartsboortjes in de weer
om het bovenste deel van Salem’s skelet uit
het blok zandsteen te bevrijden. Hij doet dat
in het Max Planck Instituut in Leipzig. Zelfs
na duizenden uren is hij nog niet klaar, maar
er valt al wel veel te zeggen over de schedel.
De hersenomvang moet ongeveer 330
milliliter zijn geweest. Dat is evenveel als een
chimpansee van dezelfde leeftijd. Zo’n dier
heeft dan al 90 procent van het volwassen
hersenvolume bereikt, maar dat lijkt bij
Salem niet het geval. Ze had tussen de 63 en
88 procent van de volwassen hersenomvang
van Australopithecus afarensis, schatten de
paleoantropologen. De snelheid waarmee de
hersenen groeiden, lijkt dus meer op die van
een mens.
Er zijn meer eigenschappen die de soort
midden tussen mensen en mensapen in
plaatsen, schrijven Zeresenay en zijn
collega’s. De botten van de voeten en de
benen duiden op een tweebenige manier van
voortbewegen, maar de gorilla-achtige
schouderbladen en de lange, gekromde
vingers suggereren dat Salem ook prima
haar weg kon vinden in bomen. Ook de
kanaaltjes van het binnenoor, waarin het
evenwichtsorgaan zetelt, lijken meer op die
van een chimpansee dan die van een mens.
Het tongbeen van het aapmensenmeisje is
goed bewaard gebleven. Heel bijzonder,
Vindplaats van het 3,3 miljoen jaar oude fossiel.
want het is maar een fragiel botje, dat
meestal snel vergaat. De bouw van dit botje
zegt veel over de vorm van het
strottenhoofd. Bij de 3,3 miljoen jaar
geleden levende kleuter leek het sterk op het
tongbeen van de huidige mensapen, en niet
op de versie die mensen hebben. De
conclusie dat Australopithecus afarensis niet
kon spreken ligt voor de hand, maar dat is te
voorbarig, want daarvoor zegt een enkel
botje niet genoeg.
Salem was dus echt een tussenkleuter, niet
echt een aap en ook niet echt een mens.
Verdere bestudering van de gevonden
botten zal een gedetailleerd beeld geven van
de bouw en de groei van een
aapmensensoort waaruit wij waarschijnlijk
zijn voortgekomen.
PREHISTORIE
Lucy 3,2 miljoen v.C.
Australopithecus
afarensis was lichamelijk
net als een chimpansee, met het zelfde
schedel, heupen, handen en hersenen.
Kortom: een aap. Er was echter één
belangrijk feit waardoor we weten dat
afarensis onze directe voorouder was,
afarensis was een aap die rechtop, op twee
benen liep. Toen in 1974 het eerste skelet
van afarensis werd ontdekt, en dat de naam
“Lucy” kreeg, naar het Beatleliedje, wist men
dat na een eeuw lang speuren eindelijk de
“missing link” ontdekt was. Lucy werd
gevonden in Ethiopië, nabij Hadar. Latere
vondsten van afarensis komen uit Aramis
(ook in Ethiopië), Omo, Turkana meer,
Koobi Fora en Lothagam (allemaal in
Kenia), en in Laetoli (Tanzania) zijn sporen
gevonden van een rechtoplopende aap die
aan afarensis worden toegeschreven
(Hoewel het evengoed een Australopithecus
africanus kan zijn geweest, het is nou
eenmaal bijna ondoenlijk om aan de hand
van voetsporen de soort vast te stellen. In
ieder geval was het een rechtoplopende
mensaap.). De meeste vondsten zijn
fragmentarisch, maar toch hebben we een
tamelijk goed beeld hoe afarensis er uitzag.
Ze waren erg klein, de mannetjes waren
hooguit 1,5 meter lang, en de vrouwtjes
waren soms bijna twee keer zo klein. Lucy
had een lengte van 1 meter 10. Het grote
verschil in lengte geeft aan dat mannetjes
onder elkaar vochten om een harem wijfjes.
Bij zowat alle primaten komt dat voor.
Alleen dominante mannetjes hadden het
recht te paren en mochten het eerst eten.
Het dominante mannetje was uiteraard de
sterkste van de troep en doordat alleen hij
zijn genen mocht doorgeven waren de
vrouwtjes er van verzekerd sterk nageslacht
ter wereld te brengen. Het is feite een wat
effectievere manier om een soort te laten
29
evalueren. Verder was de schedel erg
aapachtig, met een zware vooruitstekende
kaak, beenwallen boven de ogen en een
platte hersenpan. Afarensis beschikte over
35% van de hersenen van de moderne mens,
dat is amper meer dan een chimpansee
heeft. Afgezien van het lopen op twee benen
was afarensis dus nog volkomen aap.
Afarensis voede zich met fuit, noten, zaden
en wellicht ook insecten, met name
termieten, en vogeleieren. Vlees was een
belangrijk deel van de voeding, hoewel
afarensis het slechts af en toe at. Vlees bevat
voedingstoffen voor grotere hersenen, en
wij hebben onze hersenen voornamelijk te
danken omdat onze voorouders met name
tijdens de ijstijd zulke vleeseters waren. Maar
in de tijd van afarensis aten onze voorouders
alleen
vlees
als
aas.
Afarensis was nog steeds aan de bomen
gebonden, ze verschuilden er zich voor
roofdieren en sliepen er s’nachts in
zelfgebouwde nesten net als hedendaagse
mensapen. Ze leefden in groepen van 20 of
30 en vrouwtjes verlieten soms hun troep en
sloten zich bij een andere aan om inteelt te
voorkomen.
Lange tijd werd gedacht dat afarensis de
eerste aap was die rechtop liep, maar
intussen zijn er al oudere soorten gevonden
die al eerder op twee benen liepen,
waaronder Sahelanthropus tchadensis die
waarschijnlijk al 6,5 miljoen jaar geleden
overeind stond, terwijl afarensis “nog maar”
3,5 miljoen jaar geleden leefde. Ook had een
andere soort aap, namelijk Ramapithecus,
zich gedeeltelijk aangepast om overeind te
staan, maar Ramapithecus behoort niet tot
de familie hominiden.
30
PROLOOG
De route die onze voorouders hebben afgelegd in de prehistorie (vrij naar Genographic Project).
PREHISTORIE
Tijdbalk
50.000 v.C.
Oermens in Kenia rond het Victoria meer
48.000.v.C.
Door oprukkende droogte volksverhuizing naar Ethiopië
46.000 v.C.
44.000 v.C.
42.000 v.C.
40.000 v.C.
38.000 v.C.
Oversteek van het Kaukasus gebergte
36.000 v.C.
34.000 v.C.
32.000 v.C.
30.000 v.C.
Grootste deel van de bewoonbare wereld wordt bewoond
28.000 v.C.
26.000 v.C.
24.000 v.C.
22.000 v.C.
20.000 v.C.
18.000 v.C.
16.000 v.C.
14.000 v.C.
12.000 v.C.
Overal ter wereld wordt aardewerk gemaakt
10.000 v.C.
Onze voorouders trekken verder noord-west Europa in, einde van de ijstijd.
8.000 v.C.
In Europa sterft de mammoet en bizon uit, pijl en boog wordt algemeen gebruikt
6.000 v.C.
Kopertijd
4.000 v.C.
Eerste Egyptische piramide, uitvinding van de ploeg
2.000 v.C.
Indo-Europese tijd
0
Germaanse tijd
2.000 n.C.
Moderne tijd
Nb. Cursief heeft betrekking tot onze directe voorouders.
31
32
PROLOOG
Kopertijd 6.000-2.000 v.C.
Het Weichselien was de laatste van de vier
ijstijden. Tijdens het Weichselien was een
groot deel van Europa niet door landijs
bedekt. De zuidelijkste punt van het landijs
lag ter hoogte van Sleeswijk-Holstein. In
Nederland heerste een toendraklimaat en
kende een poolwoestijn waarin dekzand
werd afgezet.
Met het opwarmen van de aarde stierf de
mammoet en de bizon in Europa uit.
Onze voorouders leefden op een vlakte ten
noorden van de Kaukasus en aan het einde
van de ijstijd. (die omstreeks 70.000 v.C.
begon) trokken zij verder in de richting van
Kazachstan. Veel sporen uit de periode
10.000 tot 2500 v.C. zijn terug te vinden in
het huidige Georgië.
Gedurende de periode 6.000-2.000 voor
Christus, leefden onze voorouders ten
noorden van de Kaukasus. Hun levenswijze
staat nu bekend als de Samaracultuur.
De Samaracultuur was een kopertijdcultuur
vanaf het vroege zesde millennium v. Chr.
bij de Samara (rivier)bocht van de
middenloop van de Wolga, ontdekt tijdens
archeologische opgravingen bij het dorp
Syezzheye (Съезжее) in Rusland. In het dal
van de Samara bevinden zich ook
vindplaatsen van latere culturen, die om
verwarring te voorkomen ‘Samaraculturen’
of ‘Samaradalculturen’ genoemd worden. Bij
sommige van die vindplaatsen wordt nu
archeologisch onderzoek gedaan. De naam
Samaracultuur heeft echter alleen betrekking
op de cultuur uit de vroege kopertijd.
“Eneolithicum” heeft dezelfde betekenis.
De eneolithische cultuur van het gebied is
een correcte naam die slaat op de
Samaracultuur,
de
daaropvolgende
Khvalynskcultuur en de nog latere vroege
jamnacultuur. Ze heten respectievelijk vroeg,
midden en laat eneolithisch. Overigens kan
de naam eneolithisch gebruikt worden voor
elke cultuur in dat ontwikkelingsstadium.
Andere vindplaatsen zijn Varfolomievka
(aan de Wolga), eigenlijk behorend tot de
Noord-Kaspische cultuur, en Nikol’skoe
(aan de Dnjepr). Varfolomievka is al van
5500 v. Chr.
Deze drie culturen hebben ruwweg
hetzelfde
verspreidingsgebied.
Marija
Gimbutas was de eerste die het als de
Urheimat (de bakermat) van de proto-IndoEuropese taal zag en stelde dat de
eneolithische cultuur van deze streek
eigenlijk Indo-Europees was. Als dat model
correct is, wordt de Samaracultuur van
enorm belang voor Indo-Europese studies.
De meeste onderzoekers van de oorsprong
van de Indo-Europese talen en volkeren
voor Gimbutas gingen uit van de volgende
drie hypothetische ontwikkelingsstadia:
• vorming van een thuisland in de
steppe;
Samara bord 5500 v.C.
PREHISTORIE
• verspreiding naar Europa,
Midden-Oosten en Centraal-Azië;
het
• ontstaan van dochtertalen in het nu
erg uitgestrekte gebied.
Gimbutas paste de benaming ‘koergan’
(grafheuvel) toe op de culturen van de
verspreidingsfase. Ontwikkelde koerganen
komen in de Eneolithische cultuur nog niet
voor, maar ze zijn wel al in ontwikkeling.
De Samaraperiode is niet zo goed
onderzocht of bekend als de twee latere
perioden. Gimbutas dateerde haar op 5000
v. Chr. De archeologische vondsten
vertonen verwantschap met die van de
Dnjepr-Donetscultuur met een belangrijke
uitzondering: paarden.
Bij grafgiften zijn ornamenten met
afbeeldingen van paarden aangetroffen. De
graven hadden ook een deklaag van resten
van paarden. Het is nog niet duidelijk of die
paarden ook bereden werden maar ze
werden beslist gefokt voor het vlees.
Het
verspreidingsgebied
van
de
Samaracultuur is het gebied van bos en
steppe van de middenloop van de Wolga,
maar ook de Noord-kaspische cultuur van
de benedenloop van de Wolga is vroegeneolithisch. In de context van de
Koerganhypothese wordt dit gebied
beschouwd als een makkelijke plek waar de
sprekers van het Proto-Indo-Europees
lexicale elementen met de Oeralische talen
konden uitwisselen. Op een kruispunt
tussen oost en west, noord en zuid moet het
invloeden en stimulansen van vele volkeren
hebben gekregen. Bovendien zou in een
dergelijke locatie een positieve houding
tegenover oorlog en verdediging nodig zijn,
en we weten dat de Indo-Europeanen die
hadden. Het was een cultuur van krijgers.
De culturen waar ze binnenvielen waren dat
niet.
33
Het keramiek bestaat vooral uit eivormige
bekers met geprononceerde randen. Ze
konden niet op een vlakke ondergrond
staan, dus was er waarschijnlijk een methote
om ze te dragen of te steunen, misschien
met manden of banden, waarvoor de randen
een handig steunpunt vormden. De drager
zwaaide de potten over zijn shouder of op
een lastdier.
De potten werden gemaakt van klei
vermengd met verbrijzelde schelpen.
De versiering bestaat uit motieven langs de
hele omtrek: lijnen, banden, zigzag- of
golflijntjes, ingekerfd, gesneden of gedrukt
met een kam. Deze patronen zijn van boven
het duidelijkst te begrijpen. Ze zijn
waarschijnlijk een zonnemotief, en de
opening van de pot stelde waarschijnlijk de
zon voor. Men vereerde vanaf het begin het
licht.
De graven zijn ondiepe schachten voor
afzonderlijke begrafenissen hoewel er ruimte
was voor twee of drie personen. Een paar
graven waren afgedekt met een steen of een
lage aarden heuvel, de eerste anzet voor de
latere koergans. De latere, volledig
ontwikkelde koergan was een heuvel van
waar de overleden leider naar de hemelgod
kon opstijgen, maar of deze eerste heuvels
die betekenis al hadden is twijfelachtig.
De cultuur wordt gekenmerkt door
dieroffers, die bij de meeste vindplaatsen
zijn aangetroffen. Gewoonlijk zijn de kop en
hoeven van runderen, schapen en paarden in
ondiepe kommen boven het graf zelf
geplaatst, afgedekt met een dikke laag oker.
Sommige onderzoekers zien in deze resten
het begin van het paardoffer, maar voor die
zienswijze zijn nog geen doorslaggevende
bewijzen gevonden. We weten dat de IndoEuropeanen mensen en dieren offerden,
maar veel culturen deden dat.
34
PROLOOG
De Indo-Europenen zouden zonder een
teken van wapens zichzelf niet zijn. In de
graven zijn altijd goed gemaakte dolken van
vuursteen en been aanwezig, geplaatst bij
een arm of het hoofd van de overledene, er
was er zelfs een in het graf van een jongetje.
Wapens in kindergraven worden later
algemener.
Andere wapens zijn speerpunten van been
en pijlpunten van vuursteen.
Er zijn ook andere uit been gesneden
beeldjes en hangers in de graven gevonden.
Het meest controversieel zijn benen platen
van paarden of dubbele ossenkoppen. Ze
zijn doorboord. Waren het hangers of
onderdelen van een paardentuig?
Er zijn geen onbetwistbare tekenen dat
paarden als rijdier werden gebruikt. Maar de
grote aantallen paardenbotten van later in de
kopertijd lijken op slachtplaatsen, alleen
waren het allemaal nederzettingen. Als de
paarden bejaagd werden, waarom zouden ze
dan niet ter plaatse geslacht zijn? Als ze
paarden hielden, is er het probleem van het
hoeden. De gedichten uit de Rig Veda zijn
natuurlijk heel duidelijk over de waarde en
het nut van honden bij het hoeden van vee,
maar paarden zijn sneller dan schapen en
koeien. Het is logisch aan te nemen dat men
dieren bereed om de rest te kunnen hoeden.
Khvalynskcultuur (5000-4500 v.C.)
De Khvalynskcultuur was een eneolithische
(kopertijd) cultuur uit de eerste helft van het
vijfde millennium v. Chr., ontdekt bij
Khvalynsk aan de Wolga in de oblast
Saratov in Rusland. De cultuur wordt ook
de Middle Eneolithic of Developed
Eneolithic of Proto-koergan genoemd. Hij
werd voorafgegaan door de Samaracultuur,
waaruit hij ontwikkeld is, en opgevolgd door
de laat-eneolithische of vroege jamnacultuur.
Het territorium van de Khvalynskcultuur
liep van Saratov in het noorden tot de
noordelijke Kaukasus in het zuiden en van
de Zee van Azov in het westen tot de rivier
de Oeral (rivier) in het oosten.
Op basis van gecalibreerde C14-dateringen
van een groot aantal voorwerpen uit graven
van de typeplaats van deze cultuur kan
tamelijk hard worden gemaakt dat deze
cultuurperiode duurde van ongeveer 50004500 v. Chr. Dat materiaal komt uit
Khvalynsk I of vroeg-Khvalynsk. Khvalynsk
II of laat-Khvalynsk is laat-eneolithisch.
Sommige
archeologen
beschouwen
Khvalynsk I als vroeg-eneolithisch en als
contemporain met de Samaracultuur.
Gimbutas echter gelooft dat Samara ouder
was en beschouwt Khvalynsk I als
Developed Eneolithic. Er zijn echter niet
genoeg vindplaatsen en dateringen van de
Samaracultuur om dit meningsverschil uit de
wereld te helpen.
Vindplaatsen
Khvalynsk: De typeplaats Khvalynsk is een
begraafplaats van 30 bij 26 meter met
ongeveer 158 skeletten, hoofdzakelijk in
afzonderlijke graven maar in een paar graven
liggen twee tot vijf mensen. Ze werden op
hun rug liggend en met gebogen knieën
begraven. Twaalf van de graven zijn
afgedekt met een stenen cairn. Er zijn net
zulke offerplaatsen gevonden als bij de
Samaracultuur, met resten van paarden,
runderen en schapen.
Krivoluchie: In 1229 werd hier één graf
gevonden met grafgiften. Het stoffelijk
overschot was met het gezicht naar boven
op oker gelegd.
Nalchik: Een 67 cm hoge koergan van 30
meter in doorsnee bevatte 121 individuele
graven. De doeden waren met het gezicht
naar boven en met opgetrokken knieën op
oker neergelegd en met steen afgedekt.
PREHISTORIE
Artefacten
In Khvalynsk zien we de verdere
ontwikkeling van de koergan. Die begon in
Samara met individuele graven of kleine
groepen, soms met steen afgedekt. In de
Khvalynskcultuur vinden we groepsgraven,
en de erin begraven mensen moeten iets
gemeen hebben gehad, maar welke band er
tussen hen bestond, familie of dat het
dorpsgenoten waren, is niet duidelijk.
Misschien komt die duidelijkheid er als er
DNA-testen worden uitgevoerd.
Hoewel er verschillen zijn in rijkdom tussen
de grafgiften, wordt er geen duidelijke leider
gemarkeerd. Dat gemis betekent niet dat er
geen leider was. Van de latere koergans is
duidelijk dat ze alleen voor een aanvoerder
en zijn gevolg bestemd waren en niet voor
gewone mensen.
Deze ontwikkeling veronderstelt een
toenemende ongelijkheid in rijkdom, die op
haar beurt een groei van de rijkdom van de
hele gemeenschap en bevolkingsgroei
impliceert. Over de oorzaken van dat succes
en die expansie bestaat nog onduidelijkheid.
We weten dat metaal in de Kaukasus en de
zuidelijke Oeral voorkwam. De graven van
Khvalynsk bevatten metalen ringen en
spiraalringen. Maar niets wijst op het
gebruik voor meer dan versiering. De
kwaliteit van de stenen wapens en
gebruiksvoorwerpen bereikt een hoog
niveau. Het Khvalynskgraf dat Gimbutas als
het graf van een leider beschouwde, bevatte
een lange dolk van vuursteen en scherpe
pijlpunten, allemaal aan beide zijden
zorgvuldig bijgewerkt. Daarnaast werd er
een bijlblad van porfier gevonden met een
gat voor een steel. Deze artefacten werden
niet lang daarna van metaal gemaakt.
Er zijn ook veel sieraden gevonden: kralen
van schelpen, steen en tanden van dieren,
armbanden van steen of been, hangers van
slagtanden van zwijnen. De tanden die
35
hiervoor gebruikt werden waren afkomstig
van onder andere zwijnen, beren, wolven en
herten. Sommige van die tanden waren
moeilijk te krijgen, zodat ze bijzonder
waardevol werden. Het is niet bekend of ze
als ruilmiddel werden gebruikt.
Aan de harde artefacten is niet te zien of
deze mensen rijk waren. Mogelijk bestond
hun rijkdom uit vergankelijke goederen. Bij
recent onderzoek naar het oppervlak van
hun aardewerk (en dat van veel andere
culturen) bleek dat de nog natte klei in
contact was geweest met touw en textiel, dat
waarschijnlijk werd gebruikt om het te
versieren.
Jamnacultuur (3600-2300 v.C.)
De jamnacultuur (van het Russische яма ‘
‘kuil’) of kuilgrafcultuur of okergrafcultuur is
een cultuur uit de periode van de overgang
van kopertijd naar bronstijd, ongeveer 3600
v. Chr. tot 2300 v. Chr. tussen de Bug,
Dnjestr en de Oeral. Het was een
overwegend nomadische cultuur, maar
dichtbij rivieren werd wat landbouw
beoefend en er zijn wat forten op heuvels
gevonden.
Kenmerkend voor de cultuur zijn de
begrafenissen in koergans (tumuli) in
kuilgraven waarin het lijk achteroverliggend
met gebogen knieën werd bijgezet. De
lichamen werden bedekt met oker. Er zijn
gezamenlijke graven in deze koergans
aangetroffen, vaak als latere toevoegingen.
Van belang zijn de dieroffers die bij
begrafenissen werden gebracht (runderen,
schapen, geiten en paarden), een kenmerk
dat in verband wordt gebracht met ProtoIndo-Europeanen en met Proto-IndoIraniërs.
Aangenomen wordt dat de cultuur teruggaat
op de Khvalynskcultuur aan de middenloop
van de Wolga en de Sredny Stog-cultuur aan
de middenloop van de Dnjepr. De
36
PROLOOG
jamnacultuur werd in het westen van zijn
verspreidingsgebied opgevolgd door de
catacombencultuur en in het oosten door de
Poltavkacultuur en de srubnacultuur.
De
jamnacultuur
wordt
in
de
koerganhypothese van Marija Gimbutas
beschouwd als identiek aan de late ProtoIndo-Europeanen (PIE) en is samen met de
eraan voorafgaande Sredny Stog-cultuur een
kandidaat voor de Urheimat (thuisland) van
de Proto-Indo-Europese taal. De oudste
resten van een kar met wielen in OostEuropa zijn gevonden in de ‘Storozhova
mohyla’
koergan
(Dnjepropetrovsk,
Oekraïne, opgegraven door Trenozhkin
O.I), die met de jamnacultuur in verband
wordt gebracht.
Indo-Europese tijd (2500-2000 v.C. )
Rond 2500 voor Christus verlieten de eerste
Indo-Europeanen Kazachstan vanwege de
droogte. Ze trokken in de richting van ZuidRusland.
Ongeveer 2000 voor Chr. splitsten de IndoEuropeanen zich in afzonderlijke volkeren.
Een westelijke groep trekt richting Balticum
(later bekend als de Letten en Litouwers)
waarvan een subgroep uiteindlijk nog
westelijker trekt en vestigt zich in centraalEuropa (de latere Italianen, Germanen,
Slaven en Kelten). In Voor-Azië worden de
eerste Indo-Europese rijken gevormd: van
de Hittieten en de Luwi. Indo-Europeanen
trekken ook naar het Oosten: naar Iran (de
latere Meden en Perzen en India (de Ariërs).
In India worden door hen de beschavingen
van de Indus (Mohenjo-daro) en de Ganges
(Dravidiërs) vernietigd. Van hen stamt
gedeeltelijk, met veel vroegere Dravidische
invloeden, de Vedische cultuur die mede de
oorsprong van het Hindoeïsme vormt.
Overzichtskaart van de Jamnacultuur
Typische Jamna graf van een persoon met
opgetrokken knieën.
PREHISTORIE
Germaanse tijd (2000-800
v.C.)
De
Germanen zijn een Indo-europese
bevolkingsgroep die woont in NoordwestEuropa en Scandinavië, oorspronkelijk
bestaande uit een groot aantal stammen.
Tegenwoordig leven de bewoners met een
Germaanse taal nog steeds in ditzelfde
gebied, maar hebben ze zich ook in grote
aantallen gevestigd op de Britse Eilanden,
IJsland en in voormalige overzeese kolonies,
zoals in Noord-Amerika, Australië en ZuidAfrika.
Tegenwoordig wordt de term Germanen
vaak verward met de term Duitsers. Dit
heeft vooral zijn oorzaak in het Engelse
woord voor Duitsland, Germany. Hierdoor
heeft men het in het tegenwoordige
spraakgebruik niet snel over Germanen,
maar over sprekers van een Germaanse taal.
Dit laatste is nog steeds een belangrijke
overeenkomst tussen de verschillende
volken van Germaanse afkomst. De
hoofdindeling van de Germaanse taal in
Noord-Germaans, West-Germaans en OostGermaans, komt overeen met de historischgeografische indeling van de Germanen.
Op linguïstische en culturele gronden gaat
men er tegenwoordig van uit dat de
Germanen nauw verwant zijn aan de Kelten,
Slaven, Latijnen, Grieken en andere Indoeuropese volkeren. De profilering als
afzonderlijke groep heeft zich vermoedelijk
aan het eind van het tweede millennium
voor Christus of iets later voltrokken ergens
in de Oost-Europese vlakten. Over de
vroegste geschiedenis van de Germaanse
volkeren weet men weinig meer dan dat ze
omstreeks de 6e eeuw v. Chr. in Scandinavië
en rond de Oostzee leefden. Hier verdreven
ze wellicht de eerder gearriveerde Saami,
37
Kelten en Baltische stammen, maar
waarschijnlijker is dat ze zich er gedeeltelijk
mee vermengden. Dat de Germanen toen
nog niet erg talrijk waren blijkt uit het
gegeven dat een aanzienlijk aantal woorden
in de Germaanse ‘oertaal’ overgenomen is
van de vroegere niet Indo-europese
bevolking van rond de Oostzee (zie verder
het
artikel
over
de
Germaanse
substraathypothese).
Hun
overwicht
bestond eerder uit betere wapens zoals de
strijdwagen dan uit grotere aantallen krijgers.
Na verloop van eeuwen ontstond er in deze
streken toch een zekere overbevolking en
velen van hen migreerden steeds verder naar
het zuiden (het huidige Duitsland), om zich
van daaruit geleidelijk naar het oosten,
zuiden en het westen te verspreiden. Er
ontstonden op die manier vele verschillende
volksstammen, die op verschillende tijden
en plaatsen met andere namen werden
aangeduid zoals de Friezen, Toxandriërs en
Kaninefaten. Hierdoor wordt het moeilijk
hun juiste bewegingen in het bijzonder te
volgen. Toch weten we dat omstreeks het
begin van de jaartelling in het westen de
belangrijkste volken de Saksen en de
Franken waren, in het noorden de Juten en
Angelen en in het oosten vooral de Goten,
Bourgondiërs en Vandalen.
Het leven van al deze volken verschilde
onderling niet zo veel omstreeks de tijd dat
de Romeinen hun macht over Europa
uitbreidden. In hoofdzaak waren het
plattelandsbewoners die een echte afkeer
voor steden schijnen te hebben gehad. Vele
van hun nederzettingen waren dan ook niet
groter dan kleine dorpen. De westelijke
volksstammen bestonden voornamelijk uit
landbouwers, de oostelijke voornamelijk uit
schaapherders en veehoeders. De Germanen
waren erg gesteld op hun onafhankelijkheid
en hadden geen sterke stamverbanden. In
tijden van crisis werd er door de aanzienlijke
mannelijke stamleden een leider gekozen
38
PROLOOG
maar deze moest steeds de belangen van de
‘kiezers’ in het oog houden. Dit systeem
werkte zelfs door tot in de Middeleeuwen
waar het Germaanse gebied nog lang
versplinterd bleef in vele kleine staatjes.
Toen de Romeinen Gallië binnenvielen waar
ze de Keltische bewoners versloegen,
kwamen ze in het noorden ook (opnieuw) in
aanraking met de Germanen. De Romeinen
hadden namelijk al eens kennis gemaakt met
een germaans/keltische invasie van Cimbren
en Teutonen in de 2e eeuw v. Chr.. De
Romeinse veldheer Gaius Marius wist hen
toen te verslaan (102 v. Chr.). Aanvankelijk
beschouwden
de
Romeinse
geschiedschrijvers
hen
gewoon
als
‘barbaren’. Tacitus echter, die in de eerste
eeuw leefde, vond de romeinen van zijn tijd
maar een decadent en slap zootje en stelde
de ruwe maar dappere germanen als
voorbeeld van echte mannen voor zijn
landgenoten.
Gezien de krachtenverhoudingen tussen
Romeinen en Germanen is het lange tijd de
vraag geweest hoe de oorlog tussen deze
twee volkeren in het voordeel van de
Germanen beslecht kon worden. Aan de ene
kant
vocht
immers
een
hoogst
professioneel, goed getraind leger met een
grote militaire traditie, aan de andere kant
slecht bewapende groepen Germanen,
zonder al te veel oefening, discipline en
professionaliteit. het antwoord hierop is
waarschijnlijk gelegen in de geologische en
klimatologische omstandigheden. Met name
de aanwezigheid van venen is hierbij
waarschijnlijk van doorslaggeven belang
geweest. Hier hadden de Germanen, die
terreinkennis hadden en licht bewapend
waren, een groot voordeel op de Romeinen,
die gewend waren aan het inzetten van
zware infanterie en artillerie en dammen en
dijken moesten aanleggen om ûberhaupt te
kunnen oprukken.
Overigens impliceert dit geen absolute
tegenstelling
tussen
Germanen
en
Romeinen, want vele stammen leverden
hulptroepen en de Bataven stonden zelfs als
elite-troepen bekend. Na de nederlaag van
Varus brokkelt de romeinse invloed in
Germania Transhenanum echter snel af.
Omdat de Romeinen er niet in geslaagd
waren om al deze volkeren te overwinnen
(zie de nederlaag van de Romeinse generaal
Varus in het Teutoburger Woud) trachtten
ze hen gedurende lange tijd ten oosten van
de Rijn en de Donau tegen te houden. Maar
van het einde van de 4e eeuw af begonnen
Germaanse stammen in steeds toenemende
aantallen het Romeinse Rijk binnen te
dringen.
Dit ging vrij gemakkelijk omdat inmiddels
het Romeinse Rijk gesplitst was in een WestRomeins en Oost-Romeins deel. Terwijl het
Oostelijke deel zich nog goed kon
verdedigen doordat de economische basis
daar nog steeds toe in staat was verzwakte
de West-Romeinse defensie aanzienlijk.
Door een toenemende druk op de grenzen
had de West-Romeinse regering meer
soldaten nodig en zodoende meer
belastingen om hun soldij te betalen. Maar
hier rees een groot probleem: er blijkt een
bevolkingsvermindering
te
zijn
voorgekomen door waarschijnlijk een of
andere epidemie. Rome had dus een tekort
aan belastingbetalers. Tevens veranderden
de keizers de militaire verdediging drastisch.
Ze verplaatsen vele troepen aan de grenzen
naar de grotere steden om de soldaten over
het hele rijk te verspreiden uit
veiligheidsoverwegingen. Meestal om de
eigen bevolking onder de duim te houden
omdat door de steeds hogere belastingdruk
en toenemende onvrijheid voor de burgers
vele opstanden dreigden. Door de vele
onderlinge oorlogen van de verschillende
troonpretendenten werd er vaak binnen het
romeinse rijk meer strijd geleverd dan aan de
PREHISTORIE
grenzen. De uitgedunde grensbewaking kon
echter de steeds talrijkere invallen van al dan
niet plunderende germanen moeilijk
tegenhouden. Om de grenzen toch te
verstevigen, bedachten de Romeinse
machthebbers een andere politiek, het
foedraal beleid. Germanen die in een
vroegere periode toegelaten waren om zich
op Romeinse bodem te vestigen (en
zodoende het land te ontginnen en de
nodige belastingen te betalen aan de keizer)
ging men inlijven in het Romeinse
(grens)leger. Andere volkeren over de Rijn
werden ook aangespoord dit voorbeeld te
volgen. In ruil mochten ze hun leider
behouden, hun cultuur en hun naam. Maar
ze mochten dan enkel nog dienen onder de
keizer. Van lieverlede gebruikten de
germaanse stammen op Romeinse bodem
wel de zo geboden mogelijkheid om hoger
op te komen. Tegen het einde van het WestRomeinse rijk telde de Romeinse
legerleiding meer Germanen dan Romeinen
en beslisten zij meestal wie de keizer werd.
Andere groepen zoals die van de Visigothen
(West-Goten) die met tienduizenden uit
Transsylvanië kwamen, hadden minder
goede bedoelingen. Ze vroegen bescherming
op Romeins grondgebied omdat ze zelf
door de uit Azië aanstormende Hunnen
verdreven werden. Hun verzoek werd
ingewilligd. Ze werden echter slecht
behandeld door de Romeinse autoriteiten en
herhaaldelijke verzoeken aan de keizer om
verbetering in hun omstandigheden te
brengen haalden niets uit. Tenslotte sloegen
de Visigothen aan het plunderen en veel
Romeinse legioenen werden zo gebonden
omdat ze hen tegen moesten houden. Toen
Germaanse stammen die buiten het rijk
woonden
tegelijkertijd
rechtstreekse
aanvallen gingen ondernemen, was de
tegenstand van het toen reeds sterk
verzwakte leger niet meer afdoende. Het hek
was van de dam en massaal stroomden de
39
Germanen over de grenzen. Veel
Germaanse stammen zagen kans om
onafhankelijke koninkrijkjes op Romeins
gebied te vestigen. In 430 moesten de
Romeinen zelfs de hulp van de Hunnen
inroepen om het Bourgondische koninkrijk
bij Worms te verslaan. In 436 werd dat rijk
vernietigd. Maar de Hunnen waren niet van
plan om weer te vertrekken en sloegen op
hun beurt aan het plunderen in de, nog
steeds relatief rijke, Romeinse gebieden.
In 439 veroverden de Vandalen, vooruit
geduwd door de Visigothen, vanuit Spanje
de stad Carthago in het huidige Tunesië), hét
centrum van de Romeinse tarweschuur dat
grotendeels Italië van voedsel voorzag, en
bouwden ze vlug een machtige vloot op die
deze stad als basis had. Van Carthago uit
stroopten de Vandalen een tijdlang de
Middellandse zee af als piraten totdat de
Byzantijnse generaal Belisarius hen versloeg
in de 6e eeuw.
Na de definitieve val van het WestRomeinse imperium werden de eens zo
misprezen Germaanse volkeren de nieuwe
meesters van West-Europa. De Visigothen
heersten over een groot deel van Spanje, de
Franken werden de meesters van Frankrijk,
bijna heel het huidige deel van België,
Nederland en het Rijnland, de Ostrogoten
(Oost-Goten) vestigden op hun beurt hun
macht in Italië en in een uitgestrekt gebied
ten noorden en ten oosten daarvan. Hun
koninkrijken werden de kernen van de
huidige Europese staten.
Zoals in de inleiding aangegeven was het
niet eenvoudig om de verschillende
stammen goed te onderscheiden. Veel
stammen waren op verschillende tijden
onder diverse namen bekend. Ook kwam
het geregeld voor dat een stam zich
afscheidde van een hoofdstam en tevens een
nieuwe naam ging voeren. En ook gingen
stammen soms weer op in een groter
40
PROLOOG
verband:
bijvoorbeeld
de
Franken
bestonden oorspronkelijk uit een groot
aantal verschillende stammen die geleidelijk
samensmolten.
PREHISTORIE
West-Germaanse tijd
(800-0 v.C.)
Ook het Oudwestgermaans is een
hypothetische grootheid; men weet alleen,
dat het reeds vroeg dialectisch geschakeerd
was. Bij Plinius en Tacitus vindt men een
indeling van de Westgermanen in
(H)erminonen, Istvaeonen en Ingvaeonen.
Gewoonlijk neemt men aan, dat dit een
indeling in religieuze volksverbonden betreft
en dat die reeds toen een historische
antiquiteit was. Zeker is dit echter niet; in
elk geval is het merkwaardig, dat, wanneer
later de nevel optrekt, die over de
geschiedenis van vele stammen in de eerste
eeuwen n. Chr. hangt, wij een indeling in
drie taalkundige groepen kunnen maken,
welke min of meer beantwoordt aan die bij
Tacitus. Het zijn de stammen die langs de
kust wonen van Gallië tot Denemarken
(proximi Oceano Ingaevones: Tac. G.c. 2) en
waarvoor wij, bij gebrek aan beter, voorlopig
geen andere naam kunnen vinden dan juist
datzelfde Ingvaeonen; de stammen van het
binnenland, die dan Franken heten; en die
van het zuiden: de Zuidduitsers, Alamannen.
De twee eerste groepen behoren nader bij
elkaar; de talen van deze volken hebben zich
later, op verschillende manier, met elkaar
verbonden tot Nederlands en Nederduits
(de taal van Noord-Duitsland). Als
Brittannië veroverd is door de Angelsaksen,
gaat uiteraard de kuststreek taalkundig in
vele opzichten samen met Engeland. Ook is
vanouds over Denemarken verband met
Scandinavië: vlaams mnl. lîtel (tegenover ndl.
luttel) correspondeert met on. lítill (got.
leitils); vlaams mnl. soe met on. sú (got. sō);
het veenkoloniale wijk (Ommelanderwiek enz.)
is verwant met on. vík: zndl. rijven ‘harken’ is
eng. to rive, on. hrífa; ndl. schakel is ags. sceacul,
41
on. skokull ‘wagenstreng’; nes(se) ‘neus,
landtong’.
Het verschil tussen Ingvaeoons en
(Hoog)duits bestond al eeuwen, vóórdat de
Hoogduitse klankverschuiving het verschil
tussen Noord en Zuid accentueerde. Enkele
tegenstellingen tussen beide groepen waarbij het Nederlands (afgezien van een
later ingedrongen zich) telkens aan de
Ingvaeoonse kant staat, zijn: vijf - fünf, negen neun; spirantische tegenover explosieve g; mi
en di als datief en accusatief tegenover
afzonderlijke datiefvormen; hi - er; hem - zich;
hebben - haben, zeggen - sagen; hoe - (hgd.) wie; is
- (hgd.) ist; ons, uw - (hgd.) unser, euer; de
pluralisuitgang -s. Hoever het Ingvaeons
zich buiten de Nederlandse en Duitse
kuststrook binnenwaarts heeft uitgestrekt, is
onzeker, maar waarschijnlijk is op een
expansie het binnenland in een terugslag
gevolgd, waarbij in Duitsland het ZuidDuits, in de Nederlanden het Frankisch hoe
langer hoe meer opdrong. In de loop van de
eeuwen verbreidden zich telkens vormen
buiten hun oorspronkelijk gebied; oude
tegenstellingen werden overbrugd en nieuwe
ontstonden. Uit het noorden komt de
umlaut, de overgang van hs tot s(s), de
metathesis, de assimilatie van ai en au, uit
het zuiden de tweede klankverschuiving.
Ingvaeoons en Duits zijn dus vlottende
begrippen, waarvan de uitbreiding telkens
wisselt met de loop van de historische
gebeurtenissen. Een eenvoudige indeling
van de wgm. dialecten in Anglo-Fries (=
Engels + Fries) en Duits (= Hoogduits +
Nederduits in ruime zin [d i. Nederfrankisch
of Nederlands + Saksisch]) is dan ook
onvoldoende, daar die met deze wisselingen
geen rekening houdt.
Een grote moeilijkheid is, dat de
geschiedenis van deze regio in de eerste
eeuwen n. Chr. vrij duister is. De namen van
de oude stammen verdwijnen, met
uitzondering van die der Friezen, en opeens
42
PROLOOG
hoort men van Franken en Saksen, zonder
dat de oorsprong hiervan geheel duidelijk is.
En ook in de latere geschiedenis van deze
volken blijft het veel gissen.
PREHISTORIE
Publius Quinctilius Varus
Publius Quinctilius Varus (ook bekend als:
Varus, gestorven in 9 na Chr.) was een
Romeinse generaal die diende onder
Augustus. Hij is vooral bekend gebleven
omdat hij drie legioenen verloor toen hij
door Arminius in Germania werd
aangevallen.
Varus stamde uit een familie van patriciërs,
die echter vrij onbelangrijk was in het Rome
43
van die tijd. Door zijn huwelijk met Claudia
Pulchra, een achternicht van Augustus,
kreeg zijn carrière een impuls.
In 7 werd Varus benoemd tot proconsul (cf.
gouverneur) en legatus pro praetore in
Germania. Hiervoor was hij consul in Rome
geweest en daarna proconsul van de
nieuwste Romeinse provincie, Syrië. Hij
stond bekend als een onbekwame veldheer,
en als een tiran. Dio schreef over hem Hij
kwam (in Syrië) als een arme man in de
rijkste provincie en vertrok als een rijk man
uit de armste provincie.
Na zijn dood werd Varus de zondebok voor
de verliezen die Augustus in Germania leed.
Graftombe van Marcus Caelius, gestorven tijdens
de Varus-oorlog (museum Bonn).
De tekst op de graftombe luidt: “Aan Marcus
Caelius, zoon of Titus, van de Lemonian
stemmende stam, van Bologna, een centurion in
het eerste regiment van het legioen XVIII,
leeftijd 53; Hij sneuvelde in de Varus oorlog.
Zijn restanten - als die gevonden wordt - mag
geplaatst worden in dit monument. Publius
Caelius, zoon van Titus, van de Lemonian
stemmende stam, zijn broer, plaatste dit.”
Augustus had de bedoeling om de Romeinse
grens van de Rijn op te schuiven naar de
rivier de Elbe. Het nieuw veroverde gebied
wilde hij op dezelfde manier tot een
provincie inlijven als zijn voorganger, Gaius
Iulius Caesar had gedaan met Gallië (zeg
maar het huidige Frankrijk). Dit was
waarschijnlijk wel gelukt, ware het niet dat er
in de stam der Cherusken, een prins leefde
onder de naam Arminius. Arminius was als
huursoldaat samen met zijn broer
opgenomen in het Romeinse leger en had
zich dusdanig onderscheiden in moed dat hij
het Romeins burgerrecht had gekregen, en
zelf tot Romeins ridder was benoemd. Toen
hij na jaren dienst weer terugkeerde naar zijn
stam (in de buurt van Hamburg) trof hij
deze in erbarmelijke omstandigheden aan
omdat ze door Varus zwaar werden
onderdrukt.
In de winter van het jaar 9 na chr. bedacht
Arminius een list. Hij liet een zeer kleine
stam een aanval uitvoeren op het Romeinse
winterkwartier. Daarna staakten ze de aanval
en smeekten om vrede. Ze gaven als reden
voor de aanval op, dat er een algemene
opstand gaande was onder alle Germaanse
stammen en dat ze daarom wel mee
moesten doen omdat ze anders gestraft
44
zouden worden door
stammen uit de buurt.
PROLOOG
de
machtigere
Varus, geloofde dit verhaal meteen omdat
het hem onwaarschijnlijk leek dat zo’n kleine
stam in zijn eentje een opstand zou
beginnen. De aanvoerder van deze stam
vertelde Varus tevens dat de Romeinse
troepen in het naburige winterkwartier ook
onder grote druk stonden en dat er geen
mogelijkheden zouden zijn voor een
Romeins ontzettingsleger om op tijd deze
twee kwartieren te ontzetten. Daarom ried
hij Varus aan zijn troepen naar dit
winterkwartier te voeren om gezamenlijk
met deze andere legioenen de winter uit te
zitten en te wachten op de zomer, wanneer
er versterking kon komen.
Er ontstond hierop grote onenigheid in het
Romeinse kamp. De ene groep doorzag de
list van de Germanen en zei dat ze moesten
blijven, omdat ze binnen de muren van het
kamp veiliger waren dan wanneer ze door
het onherbergzame Teutoburger Woud
zouden moeten trekken. Dit woud was zo
moeilijk te doorkruisen dat het onmogelijk
was om in slaglinie op te rukken. Maar
Varus hield zijn poot stijf; hij geloofde de
Germaan, en toen deze hem ook nog eens
een vrije doortocht beloofde, nam hij de
fatale beslissing op te breken. Geheel
volgens het plan van Arminius.
De drie legioenen van Varus, bestaande uit
ongeveer 20.000 man plus het gevolg
bestaande
uit
koopmannen,
slaven,
belastinginners en dergelijke, trokken in een
lang uitgerekt lint het donkere woud in.
Eenmaal diep in de bossen brak er plots een
enorm noodweer los. Het was of dat dit het
teken was waar Arminius op gewacht had.
Opeens stormden zijn Germanen van alle
kanten en in groten getale op de slecht
beschermde colonne van de Romeinen af.
De Romeinen waren doordat ze in een zo
uitgerekte linie waren opgesteld kansloos, en
na een lang gevecht werd een groot deel van
hen in de pan gehakt. De volgende dag
herhaalden de Germanen hun aanval, en
Varus, die inzag dat zijn situatie hopeloos
was, wist geen andere uitweg meer om zijn
gezichtsverlies te redden en stortte zich in
zijn zwaard. Dit is echter niet zeker, want er
waren geen overlevenden van de slag die
deze daad hebben kunnen navertellen.
De slachtpartij duurde nog twee dagen
voort. De Romeinen die probeerden te
vluchten, kwamen niet verder dan een
moeras, waar ze tot op de laatste man
werden afgeslacht. De Germanen die
eindelijk hun wraak hadden, offerden de
gevangen genomen Romeinen ter plaatse
aan hun goden, en lieten alle lijken verder in
het bos achter als stille getuigen van de
zware tegenslag die het Romeinse leger had
geleden. Ze namen de veldtekens mee en
stuurden het hoofd van Varus op naar
Rome.
De klop van Varus.
De slag vond, volgens de jongste
bevindingen, niet plaats op de plek die
PREHISTORIE
tegenwoordig het Teutoburger Woud wordt
genoemd, maar noordelijker bij het gehucht
Kalkriese bij Bramsche.
Men zegt dat zelfs jaren na deze slag,
Augustus nog schreeuwend wakker werd,
‘Varus Varus, geef me mijn legioenen terug’.
Het was pas onder de regering van Tiberius
dat er zich weer een legioen in het gebied
van de Germanen waagde. Zij troffen, toen
ze in het Teutonenwoud kwamen, daar nog
de ontbonden lichamen aan van de drie
verloren legioenen. Deze werden onder
leiding van de Romeinse veldheer Gaius
Julius Caesar Germanicus begraven. Verder
wisten zij hun strijdmakkers eindelijk te
wreken; en zo na grofweg 7 jaar werden de
verloren legerstandaarden eindelijk weer
teruggevoerd naar Rome.
Er zijn sterke aanwijzingen dat het stempel
VAR < (Varus) op asses van Augustus en
Tiberius voorkwam op soldij uitgekeerd aan
soldaten in de buurt van Nijmegen en Tiel.
Om precies te zijn, het Xe legioen op de
heuvel bij Beek. Van Varus zijn ook enkele
eigen munten bekend. Deze as van
Augustus laat de ‘klop’ van Varus zien, een
vervlechting van de letters V, A en R.
Voorzover bekend is dit tevens het oudste
logo in het Latijnse alfabet.
45
46
PROLOOG
Germaans
scheppingsverhaal
Het
Germaanse scheppingsverhaal is het
scheppingsverhaal wat door de Germanen
gebruikt werd om de oorsprong der dingen
mee te verklaren.
In het begin was er niets, behalve de
gapende leegte, de Oerruimte, het
Ginungagap, in het midden, en in het
noorden de ijswereld, Niflheim. In Niflheim
was een bron, Hvergelmir ofwel de
Ruisende Ketel. Uit deze bron stroomden
twaalf
stromen,
zij
droegen
de
verzamelnaam Elivágar, en afzonderlijk
waren zij Svöl, Gunurd, Formfimbul, Þul,
Slíd, Hríd, Sylg, Ylg, Víd, Leiptr en Gjöll
genoemd, met Gjöll dicht bij het laagste
punt, Niflhel.
Evenwel was er eerst in het zuiden de
wereld van vuur. Muspellheim heette deze
wereld, het was er heet en licht,
onbegaanbaar voor mensen en elk ander
wezen, behalve voor hen die afstammen van
Muspell zelf. Surt, of Zwart, bewaakt de
ingang, hij woont daar met zijn volk. De
poort wordt bewaakt door Surt en zijn
vlammend zwaard. Surt speelt een cruciale
rol in het einde van de wereld.
De Elivágar stroomden weg van de
Ruisende Ketel, Hvergelmir, en zij kwamen
in ijzige koude terecht, waardoor zij
bevroren. De waterdamp die uit deze massa
opsteeg sloeg op de rivieren neer en bevroor
tot rijp. De ene laag zette zich af op de
andere en zo groeide de ijslaag in de
Oerruimte.
Alles van Niflheim was koud en vreselijk,
terwijl alles in de buurt van Muspellheim
heet en licht was. In de Oerruimte was een
luwte als bij stil weer, en aldus begon de rijp
te smelten, en dus te druppelen, toen de hete
gloed de rijp bereikte. Door de kracht van
degene die deze hitte zond begonnen de
druppels te leven en namen zij de vorm aan
van een man. Een vreselijk wezen was dit,
maar men moet bedenken dat dit het eerste
levende wezen was in de chaotische wereld,
en dat hij ons aller stamvader was. Althans,
zo zagen de Germanen hem. Ymir werd dit
wezen genoemd, de rijpreus, en zijn
nageslacht, de Þursen en Joten noemde hem
Aurgelmir. Ymir zweette in zijn slaap, en uit
dat zweet kwamen een man en een vrouw,
zij waren de stamouders van de Jötun
(=Rijpreuzen).
Waar de rijp druppelde ontstond een koe,
Audhumla, en uit haar spenen stroomden
vier melkrivieren, en met deze stromen
voedde zij Ymir. Zijzelf voedde zich met de
zilte rijpstenen. De eerste dag dat zij aan de
steen likte, kwam daar tegen de avond een
haardos te voorschijn, de volgende avond
was ook de romp verschenen, en tegen de
avond van de derde dag was daar een man
verschenen, Buri heette hij, zijn zoon Bor.
Bor trouwde een zekere Bestla, dochter van
Bolþorn, en uit hun huwelijk kwamen drie
zonen: Odin, Vili en Vé. Uit hen ontstonden
de Germaanse goden, (de Asen en de
Wanen).
De zonen van Bor doodden Ymir, omdat hij
het licht wegnam. Uit het lichaam stroomde
zoveel levenssap of bloed dat alle rijpreuzen,
op een familie na, verdronken. Deze familie
vluchtte naar het toekomstige Útgard, buiten
de grenzen van het nog niet gemaakte
Midgard.
De drie broers brachten Ymir naar de
Oerruimte, en maakten uit zijn lichaam de
aarde zoals wij die kennen. Zijn bloed
werden meren en zeeën, de aarde was
voorheen zijn vlees en de bergen zijn
botten. Stenen en keien waren uit zijn kiezen
en botsplinters gemaakt. Het bloed was tot
PREHISTORIE
zee gemaakt om zo de aarde bijeen te
houden. De drie broers namen zijn schedel,
en maakten hiervan de hemel. Deze werd
over de wereld geplaatst, en werd verlicht
door de hemellichamen. Zon en sterren
waren gemaakt uit vonken die opstegen
vanuit Muspellheim, de maan was een
spiegel die het zonlicht reflecteerde. Zon en
maan werden gereden door een man en een
vrouw, de zon door een vrouw, de maan
door een man. Zij bewegen, want zij worden
achterna gezeten door twee wolven. De ene
wolf zit achter de zon aan, maar krijgt haar
nauwelijks te pakken, daarvoor zijn de
paarden die de strijdwagen voorttrekken te
snel. En als de wolf haar te pakken neemt,
moet zij haar weer uitspuwen. Aldus ziet
men een zonsverduistering: de wolf brandt
zijn bek aan de warme zon. De maan is
langzamer, de wolf eet van haar. Doch
groeit de maan weer aan, telkens wordt zij
opnieuw gesmeden, tot de dag van de
ragnarok.
De wereld werd gedragen door vier
dwergen, Austri, Vestri, Nordri en Sudri. De
dwergen waren eens maden, die in het vlees
van Ymir leefden. Door een toverspreuk
van de goden ontpopten zij zich echter tot
dwergen: zij kregen verstand en uiterlijk.
Sommigen zijn kwaadaardig; deze moeten
ondergronds leven, in de rotsen en aarde, en
verstenen als zij zonlicht aanschouwen. Om
deze reden leven zij in het duistere Útgard.
Anderen helpen de goden, zo maakten deze
het tovertouw Gleipnir om de Wolf vast te
laten binden.
Landinwaarts maakten de drie broers van
Ymirs wenkbrauwen een wal, om zo
Midgard van Útgard te scheiden, opdat de
reuzen zo niet de middenaarde konden
betreden. Zo werden de mensen tegen de
chaoskrachten beschermd. Die mensen
werden uit hout gemaakt, de zonen van Bor
vonden hen aan het strand. Zonder leven
waren zij: Odin gaf hen adem, leven en
47
spraak; Vili bewustzijn en beweeglijkheid;
Vé gaf hen uiterlijk, en gehoor. Zij gaven
hen kleding en een naam: Ask en Embla, Es
en Klimop, naar de verbintenis die deze
twee planten hebben. Ask was de man, hij
staat, Embla de vrouw, zij klimt om de man
heen. Zo zagen de Germanen de
verstandhouding tussen man en vrouw. Van
hen stamde het mensengeslacht af. De
eerste twee bouwden het machtige Asgard,
de burcht van de Asen, een godenfamilie.
Hier zouden de Asen gaan wonen, in het
midden van de aarde.
Bifröst, een regenboog, is de brug die de
goden maakten. Hij leidt naar de hemel, en
bestaat uit vlammen. Om die reden berijden
de goden hem te paard, behalve Thor: hij
moet lopen omdat hij zijn paard verloren
had. Zodoende moet hij tevens door twee
rivieren in de hemel waden, om zijn voeten
te blussen. De Asen moeten naar de hemel,
want daar, bij de voet van Yggdrasil, moeten
zij rechtspreken, bij de bron van Urd doen
zij dit dagelijks.
Yggdrasil is de heilige es, zijn takken
spreiden zich uit over de gehele hemel, en
ver daarboven nog. Zijn wortels, het zijn er
drie, houden hem staande, elke wortel komt
in een andere wereld uit.
48
PROLOOG
Yggdrasill
Deze
illustratie toont een 19de eeuwse
poging om de kosmogonie te visualiseren
die in de Prosa Edda is beschreven.Yggdrasil
is de naam van de ‘Wereldboom’ in de
Noordse kosmologie. De naam laat zich
letterlijk vertalen als ‘paard van Yggr’,
oftewel ‘paard van Odin’, en verwijst naar de
felle levenskracht die hem draagt en overal
heen voert. Het is een gigantische es, ook
wel eens Mímameiðr of Lérað genoemd.
Tegenwoordig wordt ‘Yggdrasill’ (met extra
l) geschreven, die staat als uitgang bij de
nominatief.
Yggdrasil is de levensboom en kennisboom,
het symbool van de eindeloos vertakte vorm
van dat wat is. Tegelijk draagt en verbindt
hij de werelden als wereldas (axis mundi).
Deze toont tegelijk de weg naar het hogere,
de weg die de sjamaan volgt om in het
gebied van goden en geesten te komen. Hij
reikt van de onderwereld dwars door de
mensenwereld naar de wereld van goden en
helden.
en wat er zoal als vrucht zal worden
gedragen.
Asgard, Álfheimr en Vanaheim rusten op de
takken. De stam doorboort Miðgarðr
waarrond Jötunheimr ligt. Onderaan ligt
Nidavellir of Svartalfheim. En de wortels
monden uit bij:
Asgard, met daaronder de bron van Urdr
waar alles wit is als het vlies in een
eierschaal; de bron is door wit leem
omgeven, waarvan de Nornen telkens
wat mee aan de boom geven om hem in
conditie te houden
Muspelheim (voormalig Ginnungagap, met
daaronder de bron van Mimir (wijsheid
en kennis die hij drinkt uit de hoorn
Gjallarhorn
Niflheim, waar zij overheen groeit, met
waaronder Hvergelmir en Nidhöggr
ygg is verschikkelijk en drasill is paard,
paardenkracht. Yggr wordt als epitheton
voor Odin gezien, wat er de betekenis aan
geeft van ‘Odins hengst’, refererend naar de
negen nachten die Odin in de boom hing
om de runen ter wereld te brengen.
De boom wortelt met drie wortels in de
oergrond, welke leiden naar de werelden
Asgard, Midgard en Hel. Eén daarvan put
het oerwater waarmee hij zich voedt en
groeit: onder de Asgard-wortel ligt de bron
van Urd, en de andere steunt in de bron der
wijsheid of kennis: onder de Midgard-wortel
de bron van Mimir. Aan de derde wordt
door de Nornen Urd (verleden), Werdandi
(heden) en Skuld (toekomst) het noodlot in
elkaar geweven dat bepaalt hoe hij uitgroeit
Yggdrasill
PREHISTORIE
De negen werelden die Yggdrasill verbindt:
Niflheim toestand vele eonen voor het
ontstaan van de aarde, ligt rond
Hvergelmir, de centrale bron met
oerrivieren bevat later ook Helheim,
dodenwereld, nadat Hel ernaartoe is
gestuurd om daar in Eljudnir verblijf te
houden
Muspellheim, eerste ontstane vuurwereld,
heet en licht Surtr bewaakt er de grens
van met een vlammend zwaard
Asgard, wereld der Asen
Midgard, middenwereld, wereld der mensen,
een wal omheen de aarde om haar tegen
de reuzen te beschermen
Jötunheim, wereld van de ijsreuzen
Alfheim, wereld van de blonde elfen
Nidavellir, wereld van de dwergen
Svartalfheim, wereld van de bruine elfen
Vanaheim, wereld van de Wanen.
Hoog in de kruin waakt de tweekoppige
adelaar Vidofnir als symbool van licht en
alom helder zien. Hij zorgt met zijn vleugels
voor wind over de werelden.
Daar zit in sommige voorstellingen ook een
wakkere haan en twee havikken die de
goden waarschuwen bij onraad. In andere
voorstellingen zit de havik Vedrfolnir op het
voorhoofd van de arend of zelfs in zijn oog.
Onder de twijgen houden de goden gerecht.
Onderaan de wortels kronkelen de
oerslangen Goin en Moin die van Grafwitnir
(Grafwolf) afstammen, en vreet de draak
Nidhogg (symbool van de duistere macht)
de wortel aan. Aan een wortel zitten ook de
Nornen
Rond de stam leven vier herten met grote
vertakte geweien, Dain, Dvalin, Duneyr en
Durathror. Die leven van de schors en de
onderste blaren en vruchten.
49
En de geit Heidrun eet van de bladeren in
de kruin hogerop.
De eekhoorn Ratatosk is boodschapper
tussen de werelden, ongeveer zoals Hermes
voor Zeus is, en loopt voortdurend op en
neer. Maar hij wakkert de spanning aan
tussen het hogere en het lagere.
De meeste Goden verblijven in Asgard,
enkele ook elders.
Yggdrasil staat ook centraal in the mythe
van de Ragnarok. Wanneer de levensboom
begint te beven nadert dit einde van de
wereld. De enige twee menselijke
overlevenden (er zijn er ook enkele bij de
goden), Lif en Lifthrasir, kunnen ontkomen
door zich in de takken van Yggdrasil schuil
te houden, waar zij zich voeden aan
ochtenddauw en de bescherming van de
boom genieten:
Het loeiend voor zal ze niet schroeien; het
zal ze zelfs niet raken, en hun voedsel zal
ochtenddauw zijn.
Door de takken zullen zij een nieuwe zon
zien ontbranden als de wereld eindigt en
opnieuw begint.
50
PROLOOG
Mimir
Mimir (Mijmeraar in het Oudnoords) is een
oude entiteit in de Noordse mythologie, de
bewaarder van de bron van wijsheid in
Jotunheim. Odin was eeuwig op zoek naar
wijsheid. Zo had hij zijn ene oog aan Mimir
verpand om van de bron te mogen drinken.
Daarom wordt Odin ook wel Eenoog
genoemd. De reflectie van de zon in het
water werd als de schittering van Odins oog
beschouwd.
Alnaargelang de bronnen wordt Mimir ofwel
bij de Asen of bij de Jötunreuzen
gerangschikt, of zelfs bij de Dwergen. Als
persoon duikt hij in de Eddaliederen
nauwelijks op, wel in verwijzingen naar zijn
bron en naar zijn hoofd.
Mimirs bron ligt onder de wortel van de
Wereldes Yggdrasil.
De verhalen over Mimirs hoofd berichten
dat Mimir na de kosmische oorlog tussen
Wanen en Asen door de Wanen als gijzelaar
werd genomen, samen met de Ase Hoenir
die hij dan als raadgever moest bijstaan.
Maar spoedig merkten de Wanen dat Hoenir
volledig van Mimirs raad afhankelijk werd.
Daarom onthoofdden ze de wijze en
stuurden zijn hoofd terug naar de Asen.
Odin conserveerde toen het hoofd met
kruiden en toverspreuken en ontving er
wijsheden en boodschappen vanuit de
andere wereld door.
Interpretatie en samenhang van beide
vertellingen zijn lang omstreden geweest. Zo
ging o.a. Jan de Vries ervan uit dat het om
twee onafhankelijke mythen ging. Nieuwe
aanwijzingen verwijzen echter naar de
Keltische mythologie, waar vaak de
aanwezigheid van wijsheid vertellende
hoofden in bronnen of waterheiligdommen
wordt gewaand.
In de Thidrekssaga komt een dwergsmid
Mime (Noorse vorm van het Oudnoordse
Mimir) voor, die Siegfried en Wieland als
leerlingen had. In Richard Wagners opera
Siegfried is hij in dezelfde funktie de broer
van dwergenkonig Alberich.
Mimir is ook degene die regelmatig de
gistende mede uit Gjallarhorn drinkt.
PREHISTORIE
Saksische tijd (0-800)
De
Saksen behoorden tot het Germaanse
ras. De Germanen konden grofweg in drie
cultuurstammen
verdeeld
worden:
Ingväonen,
Herminonen
(ook
wel
Irminonen genoemd) en Istväonen. Plinius
de oudere (23-79 n.C.) stelde deze verdeling
al vast in zijn ‘Naturalis historia’. Deze
naamgeving werd herleid naar de (opper)god
die zij vereerden, namelijk Ing, Irmin en
respectievelijk Istvas. De Ingväonen waren
net zo min als de Herminonen en Istväonen
een volksstam, maar meer een groep met
gemeenschappelijke
cultuur.
Bij
de
Ingväonen was het de vereering van de god
Ing (ook wel Ingvi of Ingvas genoemd). Het
koppelwoord -väonen wordt met het
Germaanse woord aiwa (recht, wet) in
verbinding gebracht. De Ingväonen leefden
volgens de wet van Ing.
De Romeinse geschiedenisschrijver Tacitus
(55-116 n.C.) heeft getracht de rituelen en
gebruiken van de Germanen te beschrijven.
Hij vermoedde dat de Ingväonen alleen
langs de kusten van de Noordzee leefden,
maar in werkelijkheid bestreken zij heel
noord-west Duitsland. Onder de Ingväonen
werden niet alleen de Friezen, Chauken,
Cherusken, Amsivarier (Emsbewoners),
Chasuarier (Hasebewoners), Jüten en
Angeln gerekend, maar vooral ook de
Saksen.
De Germanen kwamen van oorsprong uit
het Noordduits-Scandinavische territorium
aan de kusten van Noord- en Oostzee in de
bronstijd (1600-600 v.C.). De jagers en
verzamelaars uit de steentijd (3000-1600
v.C.) veranderde in boeren, herders en
vissers in de bronstijd. Zij begonnen bewust
hun omgeving te veranderen. Bossen
werden gerooid en de aanvankelijk
onuitputtelijk lijkende dierenwereld werd
51
gedecimeerd. Ze kwamen zelf steeds verder
van de natuur te staan met mythologisering
tot gevolg. Uit verzinsels en visioenen
ontstonden goden en afgoden.
De vroegste Germanen kenden drie goden:
Tius, Odin (Wodan) en Thor (Donar). Deze
Germanen geloofden dat alle dingen een ziel
hebben (animisme). In de loop der eeuwen
veranderde dit in tot het vereren van
bepaalde dieren die voorouders van de mens
zouden zijn (totemisme).
Odin (Wodan): Odins hengst met de acht
benen, die zo snel als de stormwind was,
heette Sleipnir, zijn speer Gungnir en zijn
ring Draupnir. In elke negende nacht van de
Germaanse week druppelden er acht zware
gouden ringen, symbool van de acht dagen,
van hem af. Met zo’n toverring als
oorhanger is de grote figuur op de
rotsplateau van Litsleby - Tanum versierd.
Thor (Donar): Het is een god, die een zware
bijl in zijn linkerhand houdt en zijn
rechterhand, een enorme reuzenhand,
uitstrekt. Hij wordt ook uitgebeeld rijdend in
zijn door een span bokken getrokken wagen
langs de hemel, precies zoals hij eeuwen
later in de Edda-sage wordt beschreven.
Jonge vrouwen en meisjes droegen korte
rokken die, net als de langere rokken van
oudere vrouwen, door een gordel
bijeengehouden werd. De gordel was
getooid
met
een
gebruikelijke
spiraalornamenten versierde bronzen schijf.
De jonge vrouw die gevonden werd in
Egtved droeg een eenvoudige bloes met
korte mouwen. In de winter werd de
vrouwenkleding door een mantelachtige
wolle cape aangevuld, die aan de hals door
een spang bijeengehouden werd. Over het
algemeen droeg men sandaalachtige
schoenen. Brede halsringen en ringen van
brons aan de bovenarm waren net als de
gordelschijf een begeerd, maar niet voor
iedereen verkrijgbaar sieraad. Sommige
52
PROLOOG
vrouwen droegen een bronzen dolk die ze in
hun gordel droegen.
De bronzen cultushelmen die gevonden zijn
in Viksoe in Denemarken hebben bronzen
bokkenhoorns die naar hun god verwijzen.
En dat de duivel van de christenen later
bokkenhoorns heeft, komt alleen maar
doordat Thor - toen nog een afgod - tot een
duivel was geworden. De paardenvoeten van
de duivel zijn echter afkomstig van het dier
dat voor Odin (Wodan) heilig was (van het
heilige offerdier). Het eten van het vlees
daarvan werd door paus Gregorius de Grote
omstreeks 600 uitdrukkelijk verboden.
De Saksen werden voor het eerst gemeld in
de ‘Geographen Ptolemaios’ van Alexandria
in de 2e eeuw na Christus. Hij noemde
‘Nordalbingien’ op Jutland als zijnde het
woongebied van de Saksen.
Al vanaf de 4e eeuw roofden en plunderden
de Saksen regelmatig op Frankisch
grondgebied. Het sturen van predikers hielp
maar mondjesmaat bij de heidense Saksen
die geloofden in afzonderlijke goden zoals
Wodan en Donar.
Tussen 400 en 600 trokken de Saksen de
streek binnen, waar ook het latere
Vortmanns-Ort
gelegen
was.
De
oorspronkelijke bewoners (Chasuariers)
werden verdreven, onderworpen of
vermengde zich uiteindelijk met de Saksen.
De Chasuariers bewoonden de streek die
later naam Artland kreeg. De Chauken
woonden daar ten noorden van, de
Amsivarier ten westen, de Cherusker en
Brukterer ten zuiden en de Angrivarier ten
oosten. De Chaukenberg in Bippen zou nog
herinneren aan deze oude bewoners.
Fraxinus excelsior
De es (Fraxinus excelsior) is een loofboom die
in de Europese bossen voorkomt. Deze boom
bloeit voordat hij in blad komt. De vruchten zijn
voorzien van "vleugeltjes" wat helpt bij de
verspreiding. Ook komt de boom in Amerika
voor. Het Europese hout is duurder dan het
Amerikaanse, omdat het dunnere jaarringen
heeft en iets lichter van kleur is.
Voor zaadwinning kunnen de vruchten op twee
tijdstippen geoogst worden. Als ze in de eerste
helft van augustus groen geoogst worden
kunnen ze direct uitgezaaid worden, omdat ze
dan nog geen kiemrust hebben. Bij oogst in het
najaar van afgerijpte vruchten moet eerst de dan
ontwikkelde kiemrust gebroken zijn voordat ze
gezaaid kunnen worden.
PREHISTORIE
Irminsul
De Irminsul was een belangrijk heilig symbool
voor de Saksen van de achtste eeuw. Het wordt
genoemd en summier omschreven door de
Annales regni Francorum en de Translatio St.
Alexandri van Rudolf van Fulda. De laatste
beschrijft de Irminsul als een grote, opgerichte
zuil die volgens de Saksen de gehele wereld
ondersteunde. De Irminsul werd door Karel de
Grote in zijn oorlog tegen de Saksen in 772
verwoest.
Men vergelijkt de Irminsul wel met de boom
Yggdrasil uit de Noordse mythologie: de
wereldboom die zijn wortels in de onderwereld
heeft en met zijn takken het dak van de wereld
ondersteunt. Irminsul kan vertaald worden als
“verheven zuil”, maar is ook wel in verband
gebracht met een (niet overgeleverde)
Germaanse god Hirmin of Irmin.
Over de locatie van de Irminsul is men het bij
lange na niet eens. Eresburg en het Teutoburger
Woud worden genoemd als mogelijke plaatsen
van het heiligdom.
De streek waar de Saksen bij de Chasuariers
woonden, werd Farngau genoemd (Farn =
varen (plantensoort)). Op een heuvel
voerden zij hun rituelen en offergaven uit.
Deze heilige plaats noemden zij naar hun
grootste god Ing. Ing was verantwoordelijk
voor vrede, vreugde en vruchtbaarheid. Zij
geloofden dat Ing met zijn wagen door de
hemel reed. Als hij ‘aangekomen’ was bracht
hij voorspoed. De naam Engeland waar de
Saksen samen de Angeln het zuidelijk deel
bevolkten, zou ook afgeleid zijn van de
naam van deze god. De centrale offerplaats
van Farngau was ‘Ingos heim’, de plaats van
Ing. Later verbasterde deze naam tot
Ainghem (977), Ancheym (1225) en
uiteindelijk tot Ankum.
De gauen waren van oorsprong kleine
groepen Saksen die slechts uit één of enkele
families bestonden. Binnen deze groep
kende de Saksen hun eigen klasse verschil.
De Saksen hadden ook slaven. Vaak waren
53
dit uit de strijd gemaakte gevangenen, maar
soms werden zij ook gekocht van de
Franken. Vergeleken met de Franken, die al
nauwe contacten hadden de RomeinsChristelijk cultuur, lag het beschavingspeil
van de Saksen aanzienlijk lager.
De Saksen hadden een opmerkelijke
structuur van bestuursinrichting. Binnen
iedere gau werd een ‘stamhoofd’
uitgeroepen. Eén maal per jaar kwamen deze
stamhoofden bijeen in Marklo aan de Weser
ten zuiden van Verden. Vermoedelijk in de
buurt van het huidige Herford. Volgens een
schrijver (672-770) kwamer er per gau twaalf
‘edelen’, twaalf vrijen, en twaalf Laten
(afhankelijke boeren met eigen bezit). Zij
spraken daar over recht en onrecht, oorlog
en vrede. Er bestond niet één specifieke
hoofdman over de Saksen. Alleen ten tijden
van een grote oorlog werd er een
gemeenschappelijke hoofdman uitgeroepen.
De volgende Saksische gauen zijn bekend
(met centrum in huidige naamgeving):
Agradinga
(Meppen),
Bursibantgau
(Salzbergen), Dersigau (Damme), Dervegau
(ten oosten van Lerigau), Farngau (Ankum
met Badbergen en Gehrde), Fenkigau
(Lingen), Graingau (Melle), Hasegau
(Löningen met Menslage), Largau (ten
noorden van Dervegau), Lerigau (Vechta /
Cloppenburg),
Lidbekegau
(Wittlage),
Sudberggau (Ravensberg), Threcwithigau
(Tecklenburg / Osnabrück).
Hoewel het centrum van de Farngau zich in
Ankum bevond, vonden er op verschillende
plaatsen in die gau heidense offergaven
plaats. Op een heuvel iets ten zuid-oosten
van het huidige dorp Badbergen vonden
ook dergelijke Saksische offergaven plaats.
De plaats werd ‘Hilgen Hall’ genoemd dat
‘heilige tempel’ betekent (vergelijk Walhalla,
het hemelrijk van gestorven krijgers). Boven
op de heuvel lag tot in 1838 een offersteen
dat ‘vondelingsblok’ genoemd werd. De
54
PROLOOG
plaats waar nu het dorp Badbergen ligt,
heette ten tijden van de Saksen
waarschijnlijk Krachtingen.
Vermoedelijk werd de basis voor het latere
Vortmanns-Ort al tussen 700 en 800 door
de Saksen gelegd. Vanuit Ingosheim
(Ankum) trok een groep Saksen via
Krachtingen
(Badbergen)
naar
een
moerassig gebied. In deze moerasvlakte
stond op een verhoogd stuk land een oude
es. Deze boom werd heilig voor hen, en zij
noemde het Yggdrasil, naar hun oude
volksvertelling.
Volgens deze volksvertelling lag er aan de
voet van de boom Yggdrasil de ‘bron van
wijsheid’. Of hiermee letterlijk een bron als
put of wel mee bedoeld wordt valt te
betwijfelen. Mogelijk betrof het hier een
offergave plaats die als ‘bron van wijsheid’
beschouwd
kon
worden.
In
de
Middeleeuwen verbasterde deze naamgeving
in Born en Purren. Een aantal veldnamen
herinnert aan die plaats zoals de in 1789 nog
woeste grond tussen Mimmelage en Vehs
die ‘Der Born’ heette. In het westen van
Mimmelage lag nog een akkerland met de
naam Bornkamp. Geheel volgens de
volksvertelling van de Saksen, werd de ‘bron
van wijsheid’ verzorgd door de reus Mimir.
Onder de reuzen die de Saksische
volksvertellingen kende was Mimir de meest
wijze reus. Voor de Saksen leek deze plaats
door de goden te zijn aangewezen om zich
te kunnen vestigen. Zij noemden het naar de
reus Mimir, waaruit uiteindelijk de naam
Mimmelage verbasterde.
Relief van Irminsul op de Externsteine bij
Detmold in het Teutoburgerwald.
Door een omheining om de ‘bron van
wijsheid’ te plaatsen, ontstond de
Purrenhagen ofwel ‘de omheinde bron’.
Waar eens de ‘bron van wijsheid’ gelegen
was, werd later ook bewoond. De eerst nog
primitieve boerderij die daar toen gebouwd
werd, werd genoemd naar deze oude
Saksische offerplaats bij de levensboom. Zo
Reconstructie van Irminsul
PREHISTORIE
kon de naam Bornhagen (en de latere
verbastering Purrenhagen) ontstaan, als de
haag bij de bron van wijsheid. Deze eerste
primitieve boerderij werd Purrenhagen
genoemd, maar stond sedert 1648 officieel
ingeschreven als halferf ‘Detert zum
Vorde’ sive ‘Detert Vortmann’.
In het Amt Vechta bestond een Vollerbe
Bornhagen (Bauerschaft Bokern, Kirchspiel
Lohne) die in de Middeleeuwen ook
Purrenhagen genoemd werd. In 1498
woonde daar Hermann Purnhagen, in 1549
Wobbeke tho Bornhagen en in 1618
Hermann Purnhagen. De Purnhagen in
Lohne was een ‘Münsters Pferdekotten’ dat
Gutpflichtig was aan de kerk in Vechta. Na
de 30-jarige oorlog was de Purnhagen in
Lohne sterk verarmd (1650: petit ostiatim
eleemosnam).
Vanaf 741 is er melding dat de Saksen
werden gestraft nadat zij schade hadden
toegebracht in het Frankisch grensgebied.
In 772 ondernam Karel de Grote zijn eerste
veldtoch in het Saksische land. De oorlog
die de Frankische koning Karel de Grote
voerde tegen de Saksen werd door zijn
levensbeschrijver Einhard ‘de langdurigste,
wreedste en meest inspannende van alle
oorlogen die het volk der Franken ooit
gevoerd hebben’ genoemd. Vanuit Worms
trok hij het kerngebied van de Engeren in en
veroverde Eresburg aan de Diemel (thans
Obermarsberg ten zuiden van Paderborn).
Hij verovert Eresburg en verwoestte in de
oostelijke uitloper van het Teutoburgerwald
het heiligdom van de Saksen in de vorm van
een houten zuil dat Irminsul (Ermensul in
Externsteine) genoemd werd. Waarschijnlijk
vereerden de Saksen hier hun voorouders
mee. Door de lange droge zomer ontstaat er
een gebrek aan water dat uiteindelijk
verholpen werd door een wolkbreuk. Na
onderhandeling tussen Karel de Grote en de
Saksen aan de Weser, liet Karel de Grote
55
een Frankische bezetting in Eresburg achter
en keerde hij zelf terug. Hij dacht met dit
resultaat de Saksen tot rust te kunnen
krijgen, maar het tegendeel was waar. Terwijl
Karel de Grote zich bezig hield met een
veldtocht in Italië, heroverde de Saksen
Eresburg en het complete gebied tussen
Eresburg en de Rijn.
De Saksen hadden zich verenigd en een
algehele hoofdman aangewezen: Widukind
(‘zoon van Wodan’). De familie van
Widukind kwam uit de omgeving van het
huidige Wildeshausen sen Enger (ten
noorden van Herford). Widukind was de
hoofdman van de noordlindii (‘lieden uit het
noorden’, omgeving Oldenburg).
De Frankische bezetting in Eresburg werd
verwoest en door het bezetten van het
gebied tussen Eresburg en de Rijn werd het
voor de Franken moeilijker gemaakt om
Eresburg te bereiken. In 775 ondernamen
de Franken opnieuw een veldtocht om
vanuit Düren (Nederrijn) de Weservesting te
bezetten. Het daar tussen gelegen Sigisburg
(thans Hohensyburg bij Hagen) en
Brunisburg (bij Höxter aan de Weser)
werden veroverd. Pas toen de bewoners uit
de streek ten oosten van de Weser Karel de
Grote als heerser erkend en gehuldigd
hadden, was de veldtocht ten einde. Toen
Karel de Grote zich weer bezig ging houden
met een veldtocht in Italië, brak er opnieuw
weerstand uit bij de Saksen. Karel de Grote
reageerde hierop met strafexpedities en
herstelde de Frankische vesting bij Eresburg.
Bovendien liet hij aan de Lippe de citadel
Karelsburg
bouwen.
De
Saksische
weerstand werd echter steeds heviger. De
Franken hadden wel succes met hun
expedities, maar kregen daarmee geen
controle over de Saksen dankzij hun
opmerkelijke bestuurders structuur. Het
gevangen nemen of doden van een
hoofdman had weinig tot geen effect, omdat
daarna weer een andere hoofdman
56
PROLOOG
verscheen. Om deze verschillende groepen
te kunnen beheersen, liet Karel de Grote
verschillende versterkingen bouwen op
centrale plaatsen die strategische waarden
hadden. Naarmate er meer versterkingen
gebouwd werden, werd de controle over de
Saksen steviger. Het nadeel was echter dat
deze versterkingen altijd in vijandelijk gebied
lagen. Om de route naar deze bolwerken
open te kunnen houden, werden er langse
de route versterkte ‘koningshoeven’
gebouwd.
In 777 had Karel de Grote tijdens de
Rijksverzameling
in
Paderborn
het
Saksenland verdeeld in missie-parochies.
Om aan te tonen dat hij de Saksen als
onderdanen beschouwde, had hij hen ook
uitgenodigd bij deze vergadering. Hoewel er
inderdaad Saksen kwamen, bleef Widukind
weg. De Saksen die op de vergadering
verschenen, zwoeren trouw aan Karel de
Grote. Widukind zocht toevlucht bij de
Deense koning. Vanaf dat moment treed
Widukind steeds meer op de voorgrond. Hij
organiseert verschillende opstanden om op
het moment dat de Frankische troepen
trafexpedities uitvoeren zich weer terug te
trekken in het noorden. Gedurende deze
periode weet Karel de Grote zijn grip op de
Saksen te verstevigen en zijn territorium
zelfs uittebreiden.
Bij verzameling in Lippspringe in 780 volgde
de territoriale verdeling. Bisdommen en
abdeien in het oud frankische gebied
moesten hun missie-parochie in Saksenland
ondersteunen. Het bisdom Lüttich stuurde
een priester naar Osnabrück waar in 780 de
eerste missie-kerk gesticht werd. Andere
missie-kerken werden gesticht in Meppen en
Visbeck (bij Cloppenburg).
In 782 werd in Lippspringe de ‘Capitulatio in
partibus Saxoniae’ afgekondigd. Ieder verzet
tegen het gezag werd daarmee beschouwd
als afval van het Christendom en derhalve
Karel de Grote (742-812)
zwaar gestraft, in de meeste gevallen de
doodstraf. Hiermee groeide de weerstand
van de Saksen opnieuw. Niet de zwaarte van
de straf vonden zij bezwaarlijk, maar het feit
dat er dwang werd uitgeoefend om zich te
bekeren tot het Christendom en de
verplichting tot het betalen van tienden aan
de kerk vonden zij een aanslag op hun
persoonlijke vrijheid. Deze verbittering
kwam hetzelfde jaar nog tot uiting toen
Karel de Grote in een veldtocht tegen de
Slaven voor de eerste maal ook Saksen in
zijn leger had opgenomen. Widukind gaf het
sein tot opstand en de Saksen in het
PREHISTORIE
Frankische leger gaven massaal gehoor aan
de oproep. Bij het riviertje de Süntel werd
het niets vermoedende Frankische leger
totaal vernietigd. De uitgebroken opstand
greep om zich heen en reikte zelfs ten
noorden van de Elbe. Karel de Grote
beschouwde deze opstand als hoogverraad,
waarop de doodstraf stond. Als wraak
ondernam hij een strafexpeditie die te boek
ging als het bloedbad bij Verden aan de
Aller. Op bevel van Karel de Grote werden
alle Saksen opgeroepen om zich bij Verden
te verzamelen om de huldigingeed te
vernieuwen. De Saksen die hieraan gehoor
gaven, leverden de rebellen uit. De
uitgeleverde Saksen (volgens de annalen
4.500 in getal) werden op bevel van Karel de
Grote ter plaatse terechtgesteld. Widukind
had wederom zijn toevlucht in het noorden
gezocht.
De opstand werd alleen nog maar heviger.
In 783 volgden er veldslagen bij Detmold en
langs de rivier de Hase op de Slagvorderberg
(thans Klushügel) bij het huidige
Osnabrück. De Franken behaalden hier de
overwinning, waarbij hun overmacht
toonbaar werd. Karel de Grote stichtte een
bisdom waarvoor een groep reeds hier
gevestigde missionarissen de grondslag
vormde.
Hoewel Karel de Grote weet door te
dringen tot het huidige Porta Westfalica,
moet hij door grote overstroming van de
Weser zijn veldtocht opgeven. In plaats
daarvan kiest hij voor het binnendringen van
Oostfalen via Thüringen. Hij laat zijn zoon
met een klein leger achter in Westfalen. In
het najaar is Karel de Grote in Worms waar
hij besluit een winterveldtocht tegen de
Saksen te houden. Omdat de streek rond de
Weser nog steeds overstroomd is, besluit hij
uiteindelijk terug te keren naar Eresburg
waar hij tot Paas 785 verblijft met koningin
Fastrada, zijn zonen en dochters. Na een
aantal nederlagen begon Widukind te
57
onderhandelen met Karel de Grote.
Uiteindelijk liet hij zich in Attigny
(Westfalen) 785 dopen. Hiermee was de
Saksenoorlog nog niet voorbij. Geregeld
deden zich nieuwe opstanden voor, die door
de Franken vervolgens weer de kop
ingedrukt werden.
In 792 kwamen de Saksen benoorden de
Elbe nog in opstand. Om deze opstand te
kunnen beteugelen, werden de Saksen in
grote aantallen gedeporteerd. In 797 werd de
strenge ‘Capitulatio in partibus Saxoniae’
vervangen door een mildere ‘Capitulare
Saxonicum’ die meer gericht was op
geldboeten.
Rond 800 woonde er ongeveer 360 mensen
in de regio die later parochie Badbergen
genoemd zou worden (4,6 inwoners per
km2).De missie-parochie van Osnabrück
werd al snel tot bisschopszetel verheven
door Karel de Grote. De eerste bisschop
was Wiho († 805). Vanaf 803 werd vanuit
Osnabrück begonnen met het kerstenen van
het volk. Op verschillende plaatsen werden
kapellen en kerken gesticht. De oude
Saksische gauen bleven als zodanig bestaan,
maar werden onder toezicht gesteld van een
‘graaf’ die de belangen behartigde van Karel
de Grote. Zij werden Gaugrafen en later
ook wel Gografen genoemd. De graven
werden door de koning aangesteld en waren
beambten met een militaire, rechterlijke en
uitvoerende macht.
Hoewel in 803 ‘officieel’ de vrede gesloten
werd tussen de Saksen en de Franken,
voerde Karel de Grote in 804 nog
strafexpedities uit tegen de Saksen
benoorden de Elbe. Daarbij werden
wederom
grote
aantallen
Saksen
gedeporteerd. Het verspreiden van de
opstandige Saksen zorgde er uiteindelijk
voor dat de Saksenoorlog dood bloedde.
58
PROLOOG
Vroege Middeleeuwen
(800-1000)
Om
de Saksen tot het Christendom te
kunnen bekeren, werd door Karel de Grote
een klooster gesticht in Werden an der Ruhr
en Corvey an der Weser. Het oudste
belastingregister is dat van het klooster
Werden en dateert uit 890. In het register
lopen Fenkigau en Farngau door elkaar. Er
wordt melding gemaakt van ‘Settorpe’
(Settrup
bij
Fürstenau
(Fenkigau)),
‘Hriasforda’ (Rüsfort bij Gehrde (Farngau)),
‘Bieston’ (Besten bij Ankum (Farngau)),
‘Andhetong’ (Anten bij Berge (Farngau)) en
‘Hirutloge’ (Hartlage bij Bippen (Farngau)).
De eerste domkerk met haar vele
geestelijken trok ambachts- en kooplieden
aan, die in Osnabrück het middelpunt van
een krachtig economisch leven gingen
vormen. Naast de dom ontstonden als
oudste delen van de stad een stuk terrein
langs de Hase en het marktplein met de
Mariakerk, de kerk van de burgers; enige
jaren geleden werden de fundamenten van
deze kerk gevonden die, te oordelen naar de
vorm van het grondvlak, uit het einde van
de 9e eeuw moet dateren.
Langzaam maar zeker ontstond het
hofstelsel met meijer- of vroonhoven. De
inheemse bevolking, waaronder ook oudsoldaten die boer werden, werden stukjes
grond toegewezen. Deze groep werden
coloni genoemd en bestond uit zowel vrije
en halfvrije personen. De groep slaven
(onvrijen) bestond voornamelijk uit
ongedoopte mannen en vrouwen. Veel vrije
boeren (coloni) moesten door de
belastingdruk of heervaartplicht (legerdienst)
hun vrijheid opgeven en kochten zich in de
horigheid. Het begrip colonus kreeg
daardoor de betekenis van onvrije of
halfvrije. Deze aanvankelijk vrijwillige
onvrijheid werd aangeduid als liten. Later
werd dit vervangen door het verzamelbegrip
horigen.
Er werden zogenaamde Gaukerken gesticht,
meestal in de nabijheid van oude Saksische
offerplaatsen. In de Farngau werd in Ankum
een kerk gesticht om de Saksen de bekeren
en te dopen. Deze houten kerk werd rond
1050 vervangen door een stenen
kerkeburcht. In de volksmond werd deze
kerk ook wel de Artlander-Dom genoemd.
Om het heidense gebruik de kop in te
drukken werd er nabij de offerplaats ‘Hilgen
Hall’ in Krachtingen (Badbergen) rond het
jaar 900 een houten kapel gebouwd.
Waarschijnlijk werd deze kapel gewijd aan
Maria of St. Johannes.
De Saksen in de Farngau stonden niet open
voor de nieuwe Christelijke cultuur. In
tegenstelling tot andere kerken kreeg de
eerste kerk in Farngau (Ankum) nauwelijks
schenkingen van de plaatselijke bewoners.
Otto de Grote (936-973)
Systematisch breidde de kerk haar
territorium uit. Kapellen in Krachtingen
(Badbergen) en Gehrde moeten reeds rond
890 een feit zijn geweest: ‘Hriasforda pago
PREHISTORIE
Farngoa in precaria solvitur unus solidus’.
Hieruit blijkt dat rond dat jaar een Solidus
(glansstuk) betaald werd in Hriasforda
(Rüsfort). Rüsfort werd als meest oostelijk
punt gezien van de Farngau. Tussen de
Farngau en de Dersigau (Damme) lag een
moeras waarop later Grönloh, Helle en
Klein Drehle ontstaan zijn.
De Purrenhagen werd omringd door water.
In het noorden stroomde de rivier ‘Kleine
Hase’ en ten oosten lag een uitgestrekt
moeras. In het zuid-westen stroomde de
‘Bohlenbach’ en ca. 400 meter verder lag een
moeras-strook waarachter de kern van de
latere Bauerschaft (boerengemeenschap)
Groß-Mimmelage lag. Het land van de
Purrenhagen was opgedeeld in drie
percelen om het zogenaamde drieslagstelsel
toe te passen:
•
winterkoren (tarwe of rogge)
•
zomerkoren (spelt, haver of gerst)
• braak
Nadat keizer Otto de Grote (936-973) de
bisschoppen wereldlijke vorstenrechten
toegekend had, beschouwden de graven hun
toegewezen territorium steeds meer als een
persoonlijk eigendom met alle rechten.
59
60
PROLOOG
Hoge Middeleeuwen
(1000-1300)
Middeleeuwse familiebanden met
Sandforth?
De
In Mimmelage bestaat er ook een familie
Sandforth. Het eerst opvallende is natuurlijk de
naam: Sand-forth, dat niets anders betekent dan
de zanderige voorde. Taalkundig is deze naam
nauw verwant aan die van ons: zum Vorde,
wonende aan de voorde. Maar de naam blijft
algemeen en veel voorkomend, zij het dat deze
twee – taalkundig bijna gelijknamige – families,
geografisch wel heel dicht bij elkaar woonden.
boerengemeenschap Groß-Mimmelage,
groeide voornamelijk tussen 1000 en 1200.
Bij twee zonen werd het land gedeeld en
werd er een boerderij bijgebouwd. Het
zogenaamde volerf werd dan opgesplitst in
twee half (gerechtigde) erven. Ook bij de
Purrenhagen zou er zo’n deling plaats
gevonden hebben tussen het jaar 1000 en
1200. Er werd besloten nog een boerderij te
bouwen en wel nabij een voorde
(doorwaadbare plaats, al dan niet gemaakt
met behulp van boomstronken). Of hier een
voorde in de Bohlenbach of in de
moerasstrook bedoeld wordt is niet
duidelijk. Het meest aannemelijk is dat men
de voorde in de Bohlenbach bedoelde. Een
doorwaadbare plaats in de Hase lijkt
onwaarschijnlijk omdat de Purrenhagen
daar dichterbij gelegen was. Omdat nog niet
wettelijk bepaald was dat namen niet zonder
meer veranderd mochten worden had de
Purrenhagen eenvoudig van naam kunnen
veranderen wanneer er wel sprake zou zijn
geweest van een voorde in de Hase. Dit was
echter niet het geval, of men moet waarde
gehecht hebben aan de oude naam
Purrenhagen.
Eventuele verwantschap met de familie
Sandforth zou uit deze periode (1000-1100)
kunnen stammen.
Over het algemeen hadden alleen enkele
edellieden een familienaam. De gewone
plaatselijke bevolking werd doorgaans
aangeduid met hun voornaam gevolgd met
de geografische plaats waar zij woonden. De
nieuwe boerderij werd gebouwd nabij de
Bohlenbach en de bewoners kregen
bekendheid onder de naam ton Vorde
(wonende aan de voorde). Sedert 1648 stond
Bron: Vortmes 15 (mei 2003), pag. 178, door:
R.Voortman, Zaandam.
Volgens Pohsander was Sandforth van oorsprong
een Vollerbe, getuige de grote hoeveelheid
veestapel die er in 1458 voorhanden was. Met 11
paarden, 7 koeien, 8 runderen en 20 varkens had
Sandforth de grootste veestapel in Mimmelage.
Bovendien wordt Sandforth in 1611 even zwaar
belast als andere Vollerben in Mimmelage. Toch
wordt Sandforth in 1648 bestempeld als een
Halberbe.
Opvallend is dat bij de veetelling van 1458
melding wordt gemaakt van “de olde Santfort”
zonder melding te maken van een nieuwe
Sandfort. Zouden onze voorouders – de
Vortmannen – die nieuwe geweest zijn? Zowel
Halberbe Claus zum Vorde als Markkotte Arndt
zum Vorde worden in 1458 genoemd, maar niet
letterlijk als de nieuwe Sandforth. Hoogst
waarschnijnlijk is de naam van onze voorouders
wel jonger dan die van Sandforth en in dat
opzicht is er sprake van “de olde Sandforth”. Als
er familiebanden zijn tussen onze voorouders en
de familie Sandforth, dan zou dat van circa 10001100 moeten dateren.
deze boerderij officieel ingeschreven als
halferf ‘Claus zum Vorde’ sive ‘Claus
Vortmann’.
In de elfde eeuw werd de houten kapel in
Krachtingen (Badbergen) vervangen door
houten kerkgebouw.
Naar alle waarschijnlijkheid lag het
Vortmanns-Ort rond 1050 binnen het
territorium van de Werler graven. In 1063
PREHISTORIE
werden de gauen Emisga, Westfala en
Angeri afgepakt van de edelheer Bernhard
(een vazal van de Werler graven) en
toegeeigend aan de aartsbisschop Adalbart
von Bremen (1072). De aartsbisschop was
destijds de woordvoerder van de jonge
koning Heinrich IV. De edelheer Bernhard
verzette zich hiertegen en ondernam
maatregelen om het gebied terug te krijgen.
Uiteindelijk werd het gebied in hetzelfde jaar
nog toegewezen aan de graven van Zutphen.
De edelheer Bernhard gaf het daarbij niet op
en bond de strijd aan met graaf Gottschalk
van Zutphen. Gottschalk sneuvelde, maar
zijn zoon graaf Otto von Zutphen had meer
succes. In 1093 versloeg hij de Werler graaf,
zodat deze alleen nog maar het meest
zuidelijk deel van Westfalen behield.
Een brand legt een groot deel van
Osnabrück in de as. Door belangrijke
privileges van de keizer lukt het de stad in de
loop van de tijd grotere zelfstandigheid ten
opzichte van de bisschop te verkrijgen. Met
het toenemen van de bevolking werd de
ruimte binnen de oude stadskern te klein,
zodat vele ambachts- en kooplieden zich aan
de buitenkant van de verdedigingswerken
moesten gaan vestigen. In 1171 verleende
Frederik Barbarossa aan de burgers van
Osnabrück een belangrijk recht, namelijk dat
zij voor geen andere rechtbank dan die van
henzelf of die van de keizer gedaagd zouden
kunnen worden. Kort daarvoor schijnt in
een andere oorkonde toestemming te zijn
gegeven, de gehele stad met muren te
omgeven, eigen rechtspraak uit te oefenen,
de eigen producten en koopwaren op de
markt van de stad en ook op vreemde
markten zelf te mogen aanbieden.
Osnabrück mocht een eigen stempel gaan
voeren en een raadhuis bouwen.
Graaf Otto van Zutphen stierf in 1113. Zes
jaar later (1119) stierf ook zijn zoon
Heinrich, welke geen nazaten had. Het bezit
61
werd verdeeld onder zijn drie zusters;
Adelheid, Ermgard en Judith van Zutphen.
Het graafschap Zuthpen werd in 1119 onder
de drie zusters verdeeld. Zo ontstonden de
graafschappen Calvelage-Ravensberg (aan
Judith van Zutphen), Geldern (aan
Ermgard) en Tecklenburg (aan Adelheid).
Graafschap Tecklenburg bestond uit;
Lerigau, Threcwitigau, Hasegau, Venkigau
en de streek Hümmling. Graafschap
Calvelage-Ravensberg lag ten oosten van
Tecklenburg en bestond uit de beide
Emsgauen, Agradingau, Dersigau en
Graingau. Het Vortmanns-Ort lag in
Farngau op het grensgebied van
Tecklenburg en Calvelage-Ravensberg. Hier
werden de bezittingen gesplitst tussen
Tecklenburg en Calvelage-Ravensberg.
Vortmanns-Ort werd toegewezen aan het
graafschap Tecklenburg. Hoewel de grenzen
van het graafschap Tecklenburg geregeld
veranderde en in de 14e eeuw zelfs tot een
derde was teruggebracht, bleef VortmannsOrt bezit van de graven van Tecklenburg.
Dit bleef gehandhaafd tot de afschaffing van
de horigheid in de 19e eeuw. Het
Vortmanns-Ort was doorgaans als leen
uitgegeven aan een vazal. Dit kon per
boerderij verschillen.
Het bezit van de graven van Tecklenburg in
het Artland, concentreerde zich in en rond
Groß-Mimmelage.
In
het
vroegmiddeleeuwse Mimmelage bestond een
afzonderlijke rechtbank, de zogenaamde
‘Blutronne’. Deze Blutronne werd later
verbonden met het Holzgericht, dat de
graven von Tecklenburg erfelijk toestonden.
In 1722 waren van de 24 Voll- en Halberben
in Groß-Mimmelage, nog tenminste 19 tot
22 in bezit van de graven van Tecklenburg.
In Tecklenburger bezit waren ook Einhaus,
Jütting en Sandmann voordat deze in
handen overgingen naar de bisschop van
Münster. Vahlkamp in Vehs en het naast
62
PROLOOG
gelegen Halberbe Middendorf zijn in 1387
aantoonbaar Tecklenburgisch leengoed. In
verband met deze wijd verspreid liggende
boerderijen in Badbergen, lieten de graven
von Tecklenburg de Schulenburg bouwen.
In de laatste decennia van de 13e eeuw
wisten de graven hun bezit uittebreiden met
Becker, Korhaus, Neßlage en Möllmann in
Klein-Mimmelage (Menslage). Ook in
Gehrde hadden de graven enkele
leengoederen, zoals; Arling, Evert en Jürgen
zu Höne, Fürste, Kerkmann, Hermann en
Herbert Kreiling, Vollmerinc en Voßbrink.
Rond 1150 werd het houten kerkgebouw in
Krachtingen (Badbergen) uitgebreid met een
stenen Apsiskapel, van 4,60 m hoog.
Tegenwoordig vormt deze oude kapel de
basis van de kerktoren.
De boerengemeenschap Groß-Mimmelage
groeide zo snel in 200 jaar, dat de
akkerbouwgronden rond 1200 niet verder
opgedeeld konden worden. Bovendien werd
de belasting van de zogenaamde Markengronden (gronden die door iedereen
gebruikt mogen worden) door de grote
aantallen boerderijen te zwaar belast. Veel
kinderen die in Groß-Mimmelage geen
boerderij meer konden opbouwen zochten
hun geluk verder in noord Duitsland waar
nog veel grond te ontginnen was. Slechts
enkele kinderen die hun geboortestreek niet
wilden verlaten gingen de kleine stukken
woeste- of moerasgronden in de nabijheid
ontginnen.
Aanvankelijk
waren
dit
Markgronden die niet of nauwelijks gebruikt
werden. De boerderijen die hierop gebouwd
werden, werden dan ook Markkotten
genoemd.
Op deze wijze is ook op het VortmannsOrt een keuterboerderij gebouwd tussen het
jaar 1200 en 1300. Deze kwam ten zuiden
van de Bohlenbach te liggen en stond vanaf
1648 officieel ingeschreven als ‘Arndt zum
Vorde’ sive ‘Kleine Vortmann’. Deze
Markkotten tekent zich af van andere
Markkotten in de bauerschaft GroßMimmelage door zijn ouderdom en zijn
langdurige horigheid. Veel Markkotten
waren in 1722 al vrijgekocht terwijl deze
Markkotte pas bij de afschaffing van de
horigheid in de eerste helft van de 19e eeuw
vrij kwam.
Waarschijnlijk begon men in het begin van
de 13e eeuw ook met het koloniseren van
het latere Klein-Mimmelage. Gezien de
latere scheiding tussen Groß- en KleinMimmelage, zal deze kolonisatie vanuit
Menslage (Bauerschaft Andorf en Renslage)
plaatsgevonden hebben.
Kort na 1200 kreeg de Apsiskapel van de
kerk in Krachtingen (Badbergen) een
verdieping waardoor er een stenen kerktoren
ontstond tegen het houten schip. De kerk
van Badbergen werd in 1235 door de
bisschop uitgeroepen tot stiftkerk, waar
collegiale kerken in de nabijheid hun
vergaderingen konden houden. Door dit
Sylvesterstift maakte de kerk van 1235 tot
1257 een vijfde bouwfase mee. Tegen de
toren (tegenover het houtenschip) werd een
stenen schip gebouwd om het houten schip
te vervangen. Vanaf dit moment is er sprake
van dorp en parochie Badbergen en
verdwijnt de naam Krachtingen. De
schutspatroon Maria of St. Johannes werd
veranderd in St. Sylvester. Pas toen het
Sylvesterkapitel niet meer in Badbergen
maar in Quakenbrück gehouden werd (na
1310), veranderde de schutspatroon in St.
Jurgen ofwel St.Georg (St. Joris).
PREHISTORIE
Late Middeleeuwen (13001500)
Rond
1300-1350 was het bevolkingsaantal
tot een maximum gegroeid. Parochie
Badbergen had ongeveer 900 inwoners (11,5
inwoners per km2). In het Vorstenbisdom
Osnabrück werd het gebruik van de
familienaam ingevoerd, zodat - ton Vorde in plaats van een geografische aanduiding als
familienaam ging functioneren. Volgens de
stelling van Malthus zou het bevolkingspeil
zeer snel groeien. Volgens hem steeg het
bevolkingspeil per generatie in een
meetkundige reeks (1 - 2 - 4 - 8 etc.) en de
voedselproduktie in een rekenkundige reeks
(1 - 2 - 3 - 4 etc.). Voortdurend werd het
evenwicht verstoord dat zich uitte in een
63
demografische ramp. Grote hongersnood in
1315/1317 door langdurige regenval in de
zomer bijvoorbeeld.
In juli 1342 kreeg Duitsland te maken met
grote overstromingen. Ook in de Hase bij
Osnabrück stond het water hoog. Rond StJacobus (25 juli) was het water onverwacht
op komen zetten zonder dat het er de laatste
tijd geregend had. Uitzonderlijk zware
regenval in de Spessart was hiervan de
oorzaak.
1347 In 1347 begonnen de verhalen over ‘de
Zwarte Dood’ die in Italië zou heersen. De
pest werd dreigender toen deze zich in
1348/1349 via Frankrijk naar Engeland
verplaatste.
Eind 1349 heerste deze besmettelijke ziekte
ook in de omgeving van Osnabrück. De
mensen waren in de middeleeuwen wel
vertrouwd met de dood, maar wat nu
64
PROLOOG
gebeurde was niet meer te overzien. Naar
schatting één derde van de bevolking stierf
aan de pest. Overal moesten begraafplaatsen
vergroot worden. Boeren vielen dood op
akkers neer en troepen geselaars trokken van
stad naar stad en geselden elkaars rug tot
bloedens toe in de hoop door deze boete
God genadig te stemmen. Men was
overtuigd dat deze pest de aankondiging was
van het einde van de wereld. Het opspelden
van evangeliesteksten hielp evenmin als het
openleggen van de bijbel op een zieke. Het
werk op de akkers bleef soms wekenlang
liggen.
Ook in Quakenbrück werd buiten de stad
een
gasthuis
opgericht,
met
als
schutspatroon de heilige Antonius. Het
stadsdeel St.Antonieort ontleent zijn naam
hieraan. Om de zieken langdurig te kunnen
isoleren, werd in 1350 de ‘capella hospitalis in
Quakenbrucge in honorem dei et beate marie
genetricis’ gesticht door Vikar Bernhard Heket
en Burgmann Bertram Tapprian (von
Knehem). De kapel kreeg 190 Mark van het
Stift Osnabrück en 50 Mark uit andere
schenkingen. Het patronaat lag bij het
St.Sylvesterkapitel in Quakenbrück. De
kapel kreeg al snel de naam ‘LiebfrauenKapelle’ en later ‘Allerheiligen-Kapelle’. In de
volksmond bleef de kapel ‘St-Anthoni-Kapelle’
genoemd (in Nederduits ‘Tönnies-Kapelle’ of
‘Thonyessen Capelle’) naar het St.Antoni
gasthuis. Deze door het volk gegeven naam
verdrong de officiele naam, zodat in 1384 de
kapel in een oorkonde ‘capella beati Anthonii’
genoemd werd. In 1625 werd de kapel nog
genoemd als ‘Capella s. Antonii aus der
Halfwassen Pforten’ (St.Antonipforte), waarna
de kapel in verval raakte en uiteindelijk
verdween.
Volgens de stelling van Malthus zou het
bevolkingspeil weer snel op het oude niveau
moeten zitten, maar dat gebeurde niet.
Waarschijnlijk was de pest endemisch
geworden en keerde deze op gezette tijden
weer terug. In 1360/1361 heerste er
bijvoorbeeld ‘pest van de kinderen’ waarbij
vooral diegenen werden getroffen die na
1350 geboren waren en dus nog geen
antistoffen tegen de besmetting hadden
kunnen vormen.
Na de grote pestepidemie grepen de
grondheren sterk terug op hun oude
heerlijke rechten. Zij zochten het evenwicht
tussen baten en lasten van hun grondbezit
dat uiteindelijk zou leiden tot verhoogde
spanningen en opstandige bewegingen. In
ongebruik raakte verplichtingen werden
opnieuw
ingevoerd
en
nieuwe
verplichtingen verzwaarden dit.
Met de dreigende komst van de Turken,
deed de Bisschop van Osnabrück in 1441
een bede (verzoek) aan alle vrije mannen tot
betaling om een leger te kunnen betalen, die
de Turken moesten weren. De betalingen
werden bijgehouden in het Bederegister. In
dit Bederegister komen we voor het eerst de
naam - ton Vorde - tegen. Marquart ton
Vorde (vrij van horigheid) in parochie
Badbergen (stichtes lude to Batbergen) betaalt 2
schilling.
Door een slechte oogst is er een gebrek aan
graan. Bovendien is er nog steeds de
dreiging van de Turken, waardoor er
Turkenbelasting
(Türkensteuer)
of
Turkentiende (Türkenzehnt) geheven werd
in de jaren 1456-1458. Rond deze jaren was
er veel onrust en oorlogsgeweld. Vooral
boeren die ver van de beschermende steden
woonden hadden het zwaar te verduren.
Bisschop Konrad III van Osnabrück schreef
in1458 een brief waaruit bleek dat een aantal
boeren overvallen waren.
PREHISTORIE
65
Varkens
Runderen
Koeien
Paarden
Boerderij
Bewoner
Detert Vortmann
Arnd Purrenhagen
4
-
10
4
15
Claus Vortmann
Wolteke ton Vorde
6
1
4
8
5
Kleine Vortmann
Hermann ton Vorde
2
-
2
-
-
In 23 juni 1467 maakt de kerkvader2 van
Badbergen melding van Moduken ton
Vorde.
“Ein alter fast unleserlicher brief von Gerberd de
Barn, knape, warinn er bekennet, dass er von der
Kirchfaatter St.Georgii zu Badbergen befriedigt fry
mit vyff Gulden für den wederwessel vor Hillen de
Veenhagenschen geboren vom Moduken ton Vorde,
Sub Sigillo Gerberd de Barn vorgemeldt. Et dato
1467 in vigilia natiuitatis beati Johannes baptista.
Veronderstelt wordt dat Hille, geboren
omstreeks 1445 een dochter is van
Moduken ton Vorde die omstreeks 1420
geboren zal zijn. De familie Vehnhagen
bewoonde een kwarterf in Wulften
(Badbergen).
Vermoedelijk
woonde
Moduken ten Vorde op halferf ton Vorde in
Gross-Mimmelage.
In 1484 stroomde de Hase over.3
Het 15e eeuws veebelastingsregister van het
Amt Fürstenau werd door Berner
aanvankelijk op 1489/1490 gedateerd. Ook
Schröder hanteerde deze jaartallen. Bij
recentere onderzoek bleek het register
echter ouder te zijn en zou het uit 1458
dateren. In dit register wordt voor het eerst
K.A. Badbergen, particulier bezit, inventaris van
losse stukken.
2
Buisman, J., Duizend jaar weer, wind en water in de Lage
Landen, deel 3 (1450-1575) p. 175.
3
Veulens
Tabel 2. Veestapel volgens opgave van 1458/1490.
melding gemaakt van de drie boerderijen.
Gezien het aantal bronnen dat daarna volgt,
kan bovendien vanaf dit tijdstip een redelijk
genealogisch overzicht vervaardigt worden.
Hiermee is de basis voor onze stamboom
voltooid en vervolgt de geschiedenis zich
verspreid over deze drie takken.
66
PROLOOG
VORTMANNS-ORT
H
et Vortmanns-Ort ligt 52o41’
noorderbreedte
bij
7o85’
oosterlengte in de streek Artland, de
noordelijke streek van het Hochstift
Osnabrück. De eerste plattegronden van
het Vortmanns-Ort dateren uit de 18e
eeuw. De strategische kaart van Du Platt
uit zomer - herfst 1789 zijn de eerste en de
bekendste. Vanwege een rechtszaak tegen
de stad Quakenbrück werd in 1798 een
kaart getekend van de stadsgrens langs
Vortmanns-Ort.
Verder zijn er gedrukte plattegronden
bekend uit 1842/1843, 1898 en 1986. Op
de plattegrond uit 1842/1843 wordt halferf
‘Detert zum Vorde sive Vortmann’
aangemerkt als ‘Kl(eine) Vorthmann’ en
halferf ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’
als ‘Gr(osse) Vorthmann’.
Het Vortmanns-Ort heeft in de loop der
eeuwen niet alleen met verschillende
machtswisselende landen te maken gehad,
maar is bovendien als leengoed van een
veraf gelegen leenheer betrokken geraakt
Vortmanns-Ort op een plattegrond uit
1842/1843.
in het strijdtoneel van gezagsdragers. Soms
bracht dit het Vortmanns-Ort in penibele
situaties zoals tijdens de Zevenjarige
Oorlog (1756-1763) waarbij de Pruisische
koning Frederik de Grote opperste
leenheer is van halferf ‘Claus zum Vorde
sive Vortmann’ en keuterhoeve ‘Arndt
zum Vorde sive Kleine Vortmann’. In deze
oorlog bond Pruisen de strijd aan tegen
Oostenrijk die een verbond had gesloten
met Engeland. De Engelse koning George
II had in 1742 het Hochstift Osnabrück
verworven, een jurisdictie waar het
Vortmanns-Ort in het noorden van lag.
Bovendien lag het Vortmanns-Ort op de
grens van de Mimmelager en Vehser Mark
en is meerdere malen in een rechtszaak
verwikkeld geraakt tegen de Bauerschaft
Vehs en de stad Quakenbrück.
68
PROLOOG
Halferf ‘Detert zum
Vorde sive
Vortmann’
Halferf ‘Claus zum
Vorde sive
Vortmann’
Plattegrond van Vortmanns-Ort uit 1990.
Heuerhaus
Keuterhoeve ‘Arndt
zum Vorde sive Kleine
Vortmann’.
Satelietfoto van
Vortmanns-Ort uit
2006.
VORTMANNS-ORT
Plattegrond van (een deel van) Vortmanns-Ort uit 1798.
69
70
PROLOOG
Gebouwen op het
Vortmanns-Ort
Op het Vortmanns-Ort staan drie
boerderijen die een belangrijke rol spelen
in de geschiedenis van de plaats:
Halferf ‘Detert
Vortmann’;
zum
Vorde
sive
Halferf ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’;
Keuterhoeve ‘Arndt zum Vorde sive
Kleine Vortmann’.
In de Artlander volksmond werden de
boerderijen ook wel Ächste Vortmes
(achterste Vortmannshoeve halferf ‘Detert
zum Vorde sive Vortmann’), Vornste
Vortmes (voorste Vortmannshoeve halferf
‘Claus zum Vorde sive Vortmann’) en
Lutke Vortmes (kleine Vortmannshoeve
keuterhoeve ‘Arndt zum Vorde sive Kleine
Vortmann) genoemd.
In een document dat in 1989 werd
aangetroffen in volerbe Wangerpohl
(Uptloh-Essen), werd melding gemaakt
van Vortmanns-Straße waaraan de
Halberben ‘Claus zum Vorde sive
Vortmann’ en ‘Detert zum Vorde sive
Vortmann’ aan gelegen waren. Amateur
genealoog Jan Gerrit Voortman (1933)
nam daarop het initiatief om de straatnaam
in ere te herstellen en plaatste daar in 1989
een naambordje. Het naambordje was
gemaakt van een (auto)kentekenplaat (geel)
met Amerikaanse letters (zwart). Deze
werd bevestigd aan een paal aan het begin
van de straat. De gemarkeerde straat werd
een werkelijk ‘bedevaartsplaats’ waar
klassen schoolkinderen kwamen kijken en
er soms bloemen werden neergelegd door
de plaatselijke bevolking. Hoewel de naam
Vortmanns-Ort en de boerderijnamen in
de 20e eeuw buiten gebruik raakte, heeft
Samtgemeinde Artland in 1993 het pad
waaraan de voormalige halferven ‘Claus
Vortmann’ en ‘Detert Vortmann’ gelegen
waren officieel Vortmannsweg genoemd.
In 1996 verscheen er van Adac een
gedetailleerde atlas van het Osnabrücker
Land waarop Vortmannsweg aangegeven
werd.
VORTMANNS-ORT
Halferf ‘Detert zum Vorde sive
Vortmann’
In 1703 werd het Erbwohnhaus van het
halferf vernieuwd. De bouwstijl van dit
nieuwe gebouw was een ‘Kübbungswalm’.
Over bijgebouwen is niet veel bekend. Op
een plattegrond in 1789 staan drie
bijgebouwen aangegeven, mogelijk twee
schuren en een bakhuis.
Op de derde zondag van juli 1967 brandde
het Erbwohnhaus van het halferf af na
blikseminslag. Het krantenartikel1 luidde
als volgt:
‘Een hevig onweer, dat zich in de middag
van zondag 16 juli 1967 in de wijde
omgeving van Quakenbrück voltrok,
richtte een aanmerkelijke schade aan. Door
blikseminslag werd het woonhuis van
halferf ‘Detert zum Vorde sive Detert
Vortmann’ (eiegnaar H. Schutz te
Oldenburg, verpacht aan H. Gräber) in de
brand gezet en tot de fundering vernietigd.
De schade werd geraamd op 100.000 DM.
71
De familie Heinrich Gräber woonde sedert
vier weken in een nieuwbouw, gelegen
tegenover
het
thans
beschadigde
woonhuis. Toen de bliksem tegen 13:50
uur in het woonhuis insloeg, bevond
Heinrich Gräber zich in de keuken van het
vroegere woonhuis. Hij liep direct naar zijn
schoonzoon die de brandweer in
Badbergen en Quakenbrück waarschuwde.
Ooggetuigen verklaarden dat direct na de
bliksem-inslag, hoge vlammen (die hun
rijke voeding in de balken van het oude
woonhuis vonden) uit het dak sloegen.
Op weg naar de brandhaard, verongelukte
één Badberger brandweerauto. Bij het
uitwijken raakte het voertuig door de
zware regenval in een slip en kwam tegen
een boom tot stilstand.
Met talrijke vrijwillige hulp, trachtte de
Quakenbrücker en Badberger brandweer
de inboedel te redden en de brandhaard in
te dammen. Enige in de stal
ondergebrachte stieren, evenals pluimvee,
konden zondr grote moeilijkheden bevrijd
worden. Helaas werd door talrijke
nieuwsgierigen,
die
op
onverantwoordelijke
wijze
fout
parkeerden, het verloop van de
bluswerkzaamheden in hoge mate
gehinderd.
De eveneens toegesnelde brandweer uit
Bramsche, die uit voorzorg ter
ondersteuning van de Quakenbrücker en
Badberger brandweer opgeroepen was,
hoefde niet meer ingezet te worden.’
Kübbungswalm type Erbwohnhaus zoals de
halberbe ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’ in
1703 was opgetrokken. Museumsdorf
Cloppenburg.
Bij het nalezen van dit artikel, merkte de
heer Ahlswede (bewoner van Markkotte
‘Arndt zum Vorde sive Kleine Vortmann’)
op dat Heinrich Gräber geen schoonzoon
had en volgens Ahlswede was de eigen
1
Bersenbrücker Kreisblatt van maandag 17 juli
1967.
72
PROLOOG
zoon van Heinrich Gräber niet aanwezig
ten tijde van de blikseminslag. Op de
krantenfoto is verder te zien dat het dak is
voorzien van pannen en de lemen muren
zijn vervangen door bakstenen.
VORTMANNS-ORT
Krantenfoto van de brand bij halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’ in 1967.
Halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’ in volle glorie. Foto van rond 1900. Collectie Wangerpohl.
73
74
PROLOOG
Erfopvolgers halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’.
Periode
Naam
Ca.1475-ca.1500
Gerd ton Purrenhagen (ca. 1450-ca.1500) x Greite
Ca.1500-ca.1520
Butke ton Purrenhagen (ca.1475-ca.1520)
Ca.1520-na 1534
Warneke ton Purrenhagen (ca.1500-na 1534) x Jutta
Na 1534-ca.1590
N.N. (ca.1530-ca.1590)
Ca.1590-ca.1630
Hinrich thon Vorde (ca.1560-ca.1630) x Anna
Ca.1630-ca.1650
Deithardt zum Vorde (ca 1585-ca.1650) x Anneke
Ca.1650-1673
Albert Vortmann (ca.1625-1673)
x 1) x 2) Geseke Thumann (?-?)
1673-1711
Anna Vortmann (ca.1652-1711)
x 1) Hermann Rieckehausz jetzt Vortmann (ca.1645-1679)
x 2) Johann Lüdeling jetzt Vortmann (-1699)
1711-1717
Ernst von Aswede (1676-1717) x Gretke Vortmann (1678-1707)
1717-1770
Hermann Merschmann (1690-1739) x Anna Adelheit von Aswede (17041787)
1770-1808
Johann Hermann Merschmann jetzt Vortmann (1736-1808) x Catharina
Adelheit Brundert (1742-1816)
1808-1850
Hermann Brundert jetzt Vortmann (1767-1850) x Margaretha Adelheid
Vortmann (1779-1816)
1850-1885
Hermann Brundert jetzt Vortmann (1813-1885) x Catharina Margaretha
Wangerpohl (1814-1888)
1885-1907
Johann Hermann Diederich Vortmann (1841-1907) x Anna Catharina
Maria Mohlmann (-1909)
1907-1928
Johann Christian Diederich Vortmann (1848-1928)
1928-
Familie Wangerpohl
VORTMANNS-ORT
Halferf ‘Claus zum Vorde sive
Vortmann’
Het huidige Erbwohnhaus van de halberbe
dateert uit 1768 en is een Nederduits
Hallenhuis
met
een
twee-drager
constructie. Deze constructie is te
herkennen aan het doorlopen van het dak
tot onder de spreukbalk. Bij een vierdrager constructie begint het dak ter
hoogte van de spreukbalk. De voorgevel
van het Erbwohnhaus is een drie-voudig
vooruitspringende
karbelen-etagegevel.
Twee-drager constructie.
Doorsnede van een Nedersaksisch Hallenhuis.
Collectie Museumsdorf Cloppenburg.
75
Vooruitspringend wil zeggen dat de gevel
(in dit geval op drie etages) naar buiten
steekt. Per etage komt de gevel meer naar
buiten waarbij de gevel op de eerste etage
de grootste overgang maakt en de derde
etage de minste. Een karbeel (of ook wel
korbeel) is een schoorbalk waarmee de
verbinding tussen een horizontale balk met
een stijl wordt verstevigd.
Het huidige woongedeelte staat haaks op
de stallen. Het Erbwohnhaus heeft op
deze wijze een T-vorm gekregen (van
bovenaf gezien). Van wanneer dit
woongedeelte dateert is niet bekend. Het is
niet waarschijnlijk dat dit woongedeelte
ook uit 1768 dateert, maar zal later zijn
aangebouwd. Aanvankelijk zal het
Erbwohnhaus een rechthoekig gebouw
geweest zijn. Ongeveer twee derde werd in
gebruik genomen door stallen. De
leefruimte bestond uit een vuurplaats en
daarachter drie kamers waarin de
bedsteden stonden. De meubels waren tot
in de 19e eeuw sober maar functioneel. Bij
de vuurplaats stond een tafel met stoelen
en verder waren er aanvankelijk alleen
kasten en kisten om spullen in optebergen.
De luxe kamer die alleen bij bijzondere
dagen of gebeurtenissen gebruikt werd,
verscheen pas tegen het einde van de 18e
eeuw. In deze kamer verscheen een nette
tafel met stoelen, een spiegel, een
potkachel en eventueel bewerkte kasten
voor linnen of het goede servies.
Het dagelijkse leven speelde zich vooral
rond de vuurplaats af. Daar kon men zich
’s morgens wassen en daar werd gegeten.
De vrouw die het eten klaarmaakte en het
haardvuur brandend hield, had vanaf de
vuurplaats direct toezicht op de stallen, de
grote toegangspoort en twee zijdeuren. Zij
kon vanaf de vuurplaats het grootste deel
van het Erbwohnhaus overzien.
76
PROLOOG
Op de spreukbalk staat psalm 128 vers 1
en 2: “Wohl dem, der den Herrn fürchtet und auf
seinen Wegen gehet! Du wirst dich nähren deiner
Hände Arbeit, wohl dir, du hast’s gut.”. Boven
de Nientür staan de namen “Jurgen Vortman
und Anna Lienesches” met daaronder links
“Anno 1768 den 20 Aug.” en rechts de naam
van de bouwmeester “W.J. Buddeke”.
In de zomer van 1988 werd de voorgevel
van het Erbwohnhaus gerestaureerd.
Volgens de normen van de Duitse
monumentenzorg moest de gevel in de
oorspronkelijke staat terug gebracht
worden. De balken die in het gebouw
waren verwerkt werden door een
deskundige geraamd op circa 300 jaar
ouderdom. Deze balken zouden dan uit
circa 1688 moeten dateren. Mogelijkerwijs
hebben deze balken eerder dienst gedaan
bij een ander (ouder) bouwwerk.
In 1656, 1661 en 1670 is er sprake van een
Leibzucht die bewoont wordt. Ook in
1722 is dit het geval. Een Leibzucht is een
gedeelte van de boerderij waar doorgaans
de teruggetreden ouders hun oude dag
doorbrengen. De Leibzucht kon echter
ook onderverhuurd worden aan derden.
Ook de schuur werd soms bewoond, zoals
in 1651.
VORTMANNS-ORT
77
Halberbe ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’. Foto van voor de restauratie in 1988. Collectie familiearchief.
78
PROLOOG
Erfopvolgers halferf ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’.
Periode
Naam
Ca.1460ca.1500
Wolteke ton Vorde (ca.1430-ca.1500)
Ca.1500ca.1540
Tebbe ton Vorde (ca.1475-ca.1540)
Ca.1540ca.1570
Clawes ton Vorde (ca.1510-ca.1570)
Ca.1570ca.1600
Wilcke thon Vorde (ca.1545-ca.1625)
Ca.1600-1631
Gerdt zum Vorde (ca.1575-1635)
1631-1681
Claus zum Vorde (1600-166.) x Helena Vortmann (1607-1681)
1681-1723
Jurgen Vortmann (1658-1727)
1723-1757
Lampe Vortmann (1697-1733)
x 1) Maria Ahrenhorst (1688-1729)
x 2) Lucke Elisabeth Vahlkampf (703-1775)
1757-1795
Lampe (Jurgen) Vortmann (1732-1795)
X 1) Anna Lienesch (1737-1775)
X 2) Lucke Maria Pahlmann (1747-1822)
1795-1853
Anna Catharina Vortmann (1775-1815)
X 1) Johann Gerdt Sandkuhle jetzt Vortmann (1766-1796)
X 2) Hermann Berend Ascherbeel (1771-na 1852)
1853-
Verpacht
1980
Familie Jäger
VORTMANNS-ORT
Keuterhoeve ‘Arnd zum Vorde sive
Kleine Vortmann’
Het huidige Erbwohnhaus zou uit 1771
dateren. De spreukbalk had als opschrift:
‘Hilfe Gott alle Zeit. Behüte uns allem
Zeit.’ Met daarbij de naam van de
bouwmeester Lüdeke.
Op 1 oktober 1889 verkocht Diederich
Vortmann de Markkotte aan Diederich
Alswede voor de somma van 13.950 DM.
Diederich
Alswede
was
hiervoor
Heuerman
bij
Sundermann
en
ondertekende op 1 oktober 1889 een
obligatie voor het kunnen kopen van de
Markkotte.
Geschiedkundig interessant voor de
familie zijn twee stukken uit het interieur
van de keuterhoeve: een dekenkist en de
haard. De eiken dekenkist heeft een vlakke
deksel en aan de voorkant twee
rechthoekige vullingen, voorzien van twee
rechthoekige kussens. Aan de buitenzijde
van de twee vullingen bevindt zich twee
Tegels in de haard bij Keuterhoeve ‘Arndt zum
Vorde sive Kleine Vortmann’.
79
elkaar aanziende Artland-draken. Tussen
de twee vullingen bevinden zich twee
ranken motieven. Aan de onderzijde is de
dekenkist voorzien van een gewelfde
sokkelplank. Om de ouderdom van de
dekenkist te kunnen bepalen moeten we
ons verdiepen in de stijl waarin het zich
bevindt. Deze zogenaamde kastentruhe
werden al omstreeks het midden van de
16e eeuw gebouwd. Tot het einde van de
18e eeuw werd er met constante
hoeveelheid dergelijke kisten gemaakt. Met
het begin van de 19e eeuw hield de
productie plotseling op en werd ze
vervangen door de zogenaamde koffertruhen
en commode. De kisten met rechthoekige
vullingen werden echter pas vanaf 1600
gemaakt. Om een exactere tijdsaanduiding
te kunnen krijgen, moeten we naar het
drakenmotief kijken. Van 1660 tot 1770
had men een motief dat nauwelijks
veranderde. In het laatste kwart van de 18e
eeuw namen bloemmotieven toe, totdat in
het begin van de 19e eeuw het draagmotief
geheel verdwenen was. Het draakmotief
verschilde per parochie, maar binnen de
parochie waren ze vrijwel karakteristiek
gelijk. Zo kende de parochies Badbergen
en
Gehrde
typisch
versierde
draakmotieven. Gezien het draakmotief en
de combinatie met het rankenmotief zal de
dekenkist vermoedelijk uit de 18e eeuw
dateren. De haard bestaat uit 166
Hollandse Delftsblauwe tegels. Aan de
voorzijde bestaat de onderste helft uit hout
en draagt het jaartal 1889. De vierkante
tegels hebben in een cirkel verschillende
afbeeldingen: zwaan, schuit tegemoet
komend, schuit afvarende, huis met links
een schuur, huis met rechts een schuur,
molen, brug, verschillende huizen. Ze
vertonen veel overeenkomsten met de
tegels van de Rotterdamse tegelfabriek ‘De
Bloempot’, beheerd door de familie Aalmis
(1780-1820).
80
PROLOOG
Keuterhoeve ‘Arndt zum Vorde sive Kleine Vortmann’ op het Vortmanns-Ort in Gross-Mimmelage
(Badbergen). Foto van rond 1900, collectie familie Alswede.
VORTMANNS-ORT
Vehs, den 1. Juli 1877
Oppervlakte
An den Herrn Hofbesitzer D. Vortmann zu
Mimmelage.
De
Hiermit bieten wir Ihnen das in der
Gemarkung Vehs belegene Wiesen und
Ackergrundstück
aufgeführt
in
der
Grundsteuermutterrolle unter N. 2, 3, 4 und 5
Kartenblatt 1 mit folgenden Bedingungen zum
Kaufe an.
Die Größe des Grundstücks ist 5 Hkt. 56 Ar.
37 ‪M. oder 63 Scheffelsaat 26⅔ ‪Ruthen
nach
Vermeldung
der
neuer
Grundsteuermutterrolle.
Der Antrit besagten Grundstücks erfolgt
Michaeli 1877. Sie haben aber von Parcelle V.
4 die bis 1880 bestehende Pacht und von
Parcelle V. 2, 3 und 5 die bis 1878 bestehende
Pacht auszuhalten. Vom Parcelle V. 4 welche
an H. Billenkamp verpachtet, beziehen Sie
nach 1877 also für 78 und 79 die bestehende
Pacht, von den Parcelle 2, 3 und 5 erhalten Sie
für das darin belegene Ackerland für das Jahr
1878 die bestehende Pacht von 240 Mark.
Das Grundstück wird Hypotheken frei, aber
sonst mit allen darauf ruhenden, und noch
darauf gelegt werdenden Lasten und
Verpflichtungen verkauft, und gehen solche
Lasten und Verpflichtungen von Tage des
Antrits auf Sie über.
Das Holz sortes und weiches auf erwähnten
Grundstück, behalten Verkäufer für sich und
soll solches nächsten Winter abgeholzt
werden.
Als Kaufpreis für gananntes Grundstück
haben Sie am 1. Januar 1878 an die
Unterzeichneten die Summe von 17.123¼
Mark, schreibe Siebenzehntausend einhundert
drei und zwanzig ¼ nebst Zinsen vom 1. Juli
1877 mit 4 % und 1 % Schreibgebühr für jede
100 Kaufsumme zu entrichten.
Sind Sie geneigt das Grundstück unter diesen
hier gestellten Bedingungen zu kaufen, bitte
ich um baldige Rückantwort.
Ergebenst Brundert, Lüdeling, G. Aachte.
81
drie boerderijen op het VortmannsOrt varieerden in oppervlakte door de
eeuwen heen. Door woeste gronden te
ontginnen omvatte het Vortmanns-Ort
rond 1700 circa 15 hectare bouwland.
Door aankoop van andere landerijen
breidde dit zich uit tot ruim 50 hectare in
de tweede helft van de 19e eeuw.
Rond 1740 werd van Halberbe ‘Claus zum
Vorde sive Vortmann’ de volgende
inventarisatie aan grond gemaakt.
‘Erbe zum Vorde gehört:
Der Erbgarte ist kaum 1 Scheffel, 2 Viertel,
Heulandt ist nicht sonderlich, und slecht, Lieget
zwischen den Lande auff den Hagen, ohngefehr 4
kleine Fuder, mag ohngefehr seyn 5 Scheffel
Auffden Hagen zusammen in 7 stücken in dem
Orth hinter der Garte 4 Malter
Die Placke, ist hinter Vortmans Kotten ihren
gründen belegen, eigentlich einer Kuhwiede, 3
Scheffel
Die Wörde 5 Scheffel
Onera Summa;
Gartenland 1 Scheffel, 2 Viertel
Hewland 5 Scheffel
Saeland 4 Malter, 8 Scheffel’
In 1877 kocht Detert Vortmann de
landerijen Friedhorst en Hinteste Kamp
van de Bauerschaft Vehs. Dit waren tot die
tijd Sechzehner Grunde.
82
PROLOOG
Tabel 1. Oppervlakte van Vortmanns-Ort in m2.
Jaar
Detert zum Vorde sive
Vortmann
Tuin
Wei Akker
1722
Claus zum Vorde sive
Vortmann
Totaal Tuin
Wei Akker
Totaal Tuin
75.187
1740
1.769
5.895 66.044
19.753 56.612
76.365
1826
Wei Akker
Totaal
2.947 15.332
18.279
2.947 15.332
18.279
1.987 21.994
23.982
73.708
1780
1803
Arndt zum Vorde sive
Vortmann
92.361
22.406 75.481
97.887
1865
51.750
1870
110.087
1877
132.002
1890
257.980
136.468
VORTMANNS-ORT
83
Grondgebruik
Haver
Haver wordt gebruikt als paardenvoer en
voor de productie van havermout en
havervlokken.
Haver is een eenjarige plant die behoort tot
de Grassenfamilie. De plant wordt ongeveer
120 cm hoog. Het 5 mm brede tongetje
(ligula) is getand.
Haver kan tot de tweede week van april nog
gezaaid worden . De plant bloeit in juni en
de bloeiwijze is een pluim. De aartjes
bestaan uit twee bloempjes, die zichzelf
bestuiven. De kroonkafjes zijn ongenaald of
zoals bij naakte haver onvolledig genaald.
De vruchten zijn rijp in augustus. De
opbrengst per hectare is op zandgrond
ongeveer 4.000 en op klei 5.000 kilogram.
Het
Vortmanns-Ort werd gekenmerkt
door akkerbouw. Daarnaast hadden de
boerderijen weidegrond en een kleine tuin
voor groente en fruit. Van halferf ‘Detert
zum Vorde sive Vortmann’ is bekend dat
deze in de tweede helft van de 19e eeuw
een siertuin had met buxushagen.
Halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’
gaf - volgens opgave in 1722 - jaarlijks 2
Scheffel haver aan de pastoor en 1 Scheffel
haver en 24 schoven aan de koster. Haver
is een korensoort (Avena savita) met grote,
in pluimen verenigde bloempakjes.
In 1714 en 1740 wordt melding gemaakt
dat halferf ‘Claus zum Vorde sive
Vortmann’ 2 Malter Gerstensaat aan land
heeft. Gerst is een graangewas met lange
stijve kafnaalden en behoort tot het
plantengeslacht
Hordeum.
Men
onderscheidt onder andere twee-, vier- en
zesrijige gerst. Van gerst kon men onder
andere brood bakken of bier brouwen.
Veel beekjes uit de parochie Ankum
mondden via Gross-Mimmelage uit in de
Hase. Vooral ‘s winters maar soms ook
zomers traden de beekjes in Mimmelage
buiten hun oevers. Rond 1740 is bekend
dat er op grond van halferf ‘Claus zum
Vorde sive Vortmann’ vooral zomerkoren2
werd verbouwd. De landerijen stonden
regelmatig bloot aan overstromingen
waardoor winterkoren en rogge nauwelijks
verbouwd
konden
worden.
Hoge
waterstanden in de Hase zijn bekend in de
jaren 1342 en 1484.
2
Zomerkoren, zoals tarwe, gerst, haver,
boekweit, boontjes en vlas.
84
PROLOOG
Het Vortmanns-Ort lag op de grens van de
Mimmelager, Vehser en Quakenbrücker
mark. Hoewel het tot de Mimmelager
mark behoorde ondervonden de bewoners
van het Vortmanns-Ort veel weerstand
wanneer het ging om het gebruik van de
schaarse
Mimmelager
markgronden.
Tussen de markgronden van Vehs en het
Vortmanns-Ort lag een groot moeras maar
de Quakenbrücker markgronden lagen
praktisch voor de deur. Hoewel de
Vortmannen
deze
Quakenbrücker
markgronden nodig hadden bood de stad
Quakenbrück hardnekkig weerstand tegen
het gebruik hiervan. In 1740 wordt al
melding gemaakt dat hierover lange tijd
een proces gevoerd werd, maar deze
rechtzaak liep door tot ver in de 19e eeuw.
De nabij gelegen Vehser Plaggenmatt werd
van oudsher aan de halferven ‘Detert zum
Vorde sive Vortmann’ en ‘Claus zum
Vorde sive Vortmann’ verpacht in natura
voor 1 ton bier per jaar aan de Vehser
gemeenschap. Al in 1615 werd werd deze
pachtgrond van de Vortmannen genoemd.
Op 28 oktober 1796 werd deze jaarlijkse
verplichting met 200 Reichstaler afgekocht.
Daarmee werden de beiden halferven wel
verplicht gesteld om de beek vanaf ‘Detert
Vortmann’ tot aan de Vehser (kleine)
Wiese en vanaf ‘Claus Vortmann’ langs
Lüdeling tot aan het einde van de Vehser
(grosse) Wiese te onderhouden. De Vehser
Plaggenmatt is op een gedetailleerde kaart
van 1798 terug te vinden. Op deze kaart is
te zien dat de Vehser Plaggematt begrenst
werd door een verdedigingswal en twee
grenspalen.
Veestapel
De boerderijen op Vortmanns-Ort hadden
geen omvangrijke veestapel. Het vee dat
aanwezig was gebruikte men voor
transport (paarden), ploegen (ossen,
runderen of paarden) of voor eigen
voedselvoorziening
kippen).
(koeien,
varkens,
Halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’
had in de veetelling van 1458 vier paarden,
tien koeien, vier runderen en dertien
varkens. In 1661 betalen de bewoners 3
Reichstaler, 19 Schilling en 9 Pfennig aan
veebelasting.
In 1458 had halferf ‘Claus zum Vorde sive
Vortmann’ zes paarden, 1 veulen, vier
koeien, acht runderen en vijf varkens. In
1661 betalen de bewoners 3 Reichstaler, 17
Schilling en 9 Pfennig aan veebelasting. In
dat jaar moesten ook de bewoners van de
Leibzucht
veebelasting
betalen:
1
Reichstaler en 6 Pfennig. Als horige moest
de bewoner jaarlijks - volgens opgave uit
1707 - 2 vastavondhoenders en 60 eieren
aan het huis Schulenburg geven. In een
opgave van 1722 wordt melding gemaakt
van het jaarlijks leveren van 2 kippen per
jaar aan het huis Schulenburg. Bovendien
moest jaarlijks een mager en een vet
varken geleverd worden.
Keuterhoeve ‘Arndt zum Vorde sive
Vortmann’ had in 1458 twee paarden en
twee koeien. In 1661 betalen de bewoners
18 Schilling aan veebelasting. In 1722
wordt melding gemaakt dat de horige van
de Keuterhoeve jaarlijks 2 kippen en 60
eieren moet leveren aan het huis
Schulenburg. In 1707 werd dit nog gedaan
door de bewoners van het halferf ‘Claus
zum Vorde sive Vortmann’.
Document 2: Quakenbrück, 05-07-1799.
Notarieel stuk met betrekking tot de grens
tussen de. Quakenbrucker Grosse Mersch
en de Vehser Mark bij Vortmanns-Ort.
Im Nahmen Gottes.
Anno Ein tausend sieben hundert neun und
neunzig indictione Romana Iida regnante
gloriosissimo ac invictissimo principe et Domino
VORTMANNS-ORT
Domino Francisco Iido electo ac confirmato
romanorum imperatore Semper Augusto p.p.
Freytags den fünften July des Nachmittags
zwischen 5 und 6 Uhr, in dem Stadt
Quakenbrückischen großen Mersche, bey der
daselbst über den Einfriedigungs graben – ohnfern
drt Hülshorst angelegten Brücke, erschienen vor
mir Kayserlich geschwornen und immatriudierten
Notario und Zeugen untenbenannt an seiten
Herren Burgmänner und Rath der Stadt
Quakenbrück, der Herr Senior Johann Günther
Block, der Herr Subsenior Johann Gerhard
Mersing, Rathsherr Johann Gilges Bruns,
Rathsscheffer Hermann Henrich Hartmann,
Johann Friederich Heye und Johann Hermann
Kleyböcker, wie auch aus den Collegio der Herren
Sechszehner der Herr Rathsverwandter Gerhard
von Aswede an einen, - sodann folgende
Eingesessene der Bauerschaft Vehes, Kirchspiels
Badbergen, als: 1. der Colonus Vahlkampf, 2.
Col. Borcherdings Sohn, Nahmens seiner Mutter,
3. Col. Bornhage, 4. Lüdeling, 5. Buddeke, 6.
Ohsing, 7. Gerding, 8. Col. Brunnerts Sohn, 9.
Hermann Arenhorst, 10. Wessel Arenhorsts
Sohn, 11. Middendorfs Sohn, 12. Elting, 13.
Wielage und 14. Col. Wingmann für sich und
aus Commission der abwesenden Colonorum, de
quorum rato et grat... sie einer für alle und alle für
85
einem Sub Hipoheca bonorum cavirten, am
andern Theile, dieselbe erklärten öffentlich: daß sie
im Betreff des am 17ten September 1796
untereinander getroffenen Vergleichs, wegen der
Einfriedigung des Quakenbrückischen großën
Mersches, gegen die Veheser Mark her, bewandten
Umständen nach, am 28sten des abgewichenen
Monats Junii, über folgende Puncte der
nachstehenden ferneren additional Vergleich mit
einander getroffen und abgeschlossen hätten.
Vergleiche versprochene Bezirk, und so weiter bey
der Hülshorst vorbey von Herren Burgmännern
und Rath gezogene Einfriedigungsgraben des Stadt
Quakenbrückischen großen Mersches, so lange im
Stande belassen und erhalten werden, auch Herren
Burgmännern und Rath vorbehalten seyen, dabey
zu Sicherstellung solchen Mersches gegen den
Eintritt des Viehes, alle dienliche Vorkehrungen
zu treffen, bis die Veheser den im 3. 4. und 5ten
Absatze des angeführten vorigen Vergleichs
benannten abfriedigungsgraben, welcher den ihnen
im solchen Vergleichew bewilligten Bezirk
Grundes von dem übrigen Quakenbrückischen
großen Mersche scheiden wird, vollendet haben,
und es sicher ist, das solcher im Stande verbleibet,
und mithin derselbe an dieser Seite die
Befriedigung des Quakenbrückischen großen
Mersches auf eine sichere Art ersetzen kann.
86
PROLOOG
Plattegrond uit 1798 waarop aangegeven staat hoe de Stadt Quakenbruck toegang krijgt tot zijn
Markgronden bij Hulshorst (links boven).
Es soll der um und durch den – denen Vehesern
in dem angeführeten vorigen
Es wird demnach der Quakenbrückische große
Mersch jetzo auch gegen die Veheser Mark her,
als völlig eingefriediget betrachtet, so daß kein
Vieh aus solcher benachbarten Veheser oder einer
andern Mark darin übertreten könne oder möge.
Es wollen Herren Burgmännern und Rath nicht
nur, dafern gegen die Veheser wegen der
Vollziehung des Abfriedigungsgrabens neben dem
ihnen im angeführten vorigen Vergleiche
versprochenen Bezirk Grundes her, Klage erhoben
wird, sich durch ihre intervention für die
Erhaltung solchen Grabens im Wege Rechtens
verwenden, sondern es wollen dieselben auch,
dafern den Veheser der gemeldete ihnen bewilligte
VORTMANNS-ORT
Grund streitig gemacht werden möchte, die
Veheser darunter dergestallt vertreten, daß sie
Herren Burgmänner und Rath durch eine
rechtliche Ausführung der Sache nach ihrem
Vermögen, so weit es die Lage ihrer wegen des
großen Mersches und dessen Einfriedigung
pendenten Sache nur gestattet, als beytragen
wollen, um die Veheser so bald als es geschehen
kann, zu dem ruhigen Genusse des ihnen in den
vorigen Vergleiche accordirten Grundes verhelfen.
Es soll der in dem 7ten Absatze des vorigen
Vergleichs bemerkte Fahrweg bey der Veheser
Friedhorst und Kleinen Wiese her, in der
festgesetzten Breite von wenigstens 40 Fuß von
dem Puncte aus, wo derselbe den Hülshorster
Pfahl gegen über vorbey führet, in grader Linie auf
die über den Einfriedigungsgraben angelegte
Brücke zu gehen, oder auch wenn es Herren
Burgmännern und Rath also belieben sollte, noch
ein paar Fuß weiter an der einen oder andern Seite
solcher Brücke hingerichtet werden.
Zugleich verbinden sich die Veheser solchen
Fahrweg aus ihren Mitteln in einen gehörigen
Stand zu setzen und darin auf ewig zu
unterhalten.
So lange als es wegen der im Betreff des
Quakenbrückischen großen Mersches und dessen
Einfriedigung ins besondere wegen des den
Vehesern im vorigen Vergleiche bewilligten
Bezirks noch Anstand finden möchte, daß die
Veheser zu dem ruhigen Genusse solchen Grundes
gelangen, oder eine Veränderung darauf
vornehmen können, so lange verändern selbige
nichts auf solchen Bezirke, sondern lassen bis
dahin, das die desfalsigen Streitigkeiten, geendiget
seyn werden, alles in Statu quo, so wie es übrigens
ins besondere wegen des von Herren Burgmännern
und Rath um und durch solchen Bezirk gezogenen
87
Einfriedigungsgrabens bey demjenigen verbleibet,
was in dem ersten Absatze dieses additional
Vergleichs festgesetzet ist.
Soll die Beugung oder Krummen Linie, in welcher
der Abfriedigungsgrabe an dem mehrgedachten den
Vehesern bewilligten Bezirke her anfänglich
anfangen soll, 25 Schritte betragen, so wie selbige
gleich in Continenti vorgerissen worden ist.
Sofern der Inhalt des vorigen am 17ten September
1796 geschlossenen Vergleichs durch den
gegenwärtigen additional: Vergleich nicht
abgeändert, modificiret oder anders und näher
bestimmt ist, bleibet es in allen andern Puncten
bey jenem vorigen am 17ten September 1796
geschlossenen Vergleiche, und soll auch übrigens
dieser additional Vergleich sonsten Herren
Burgmännern und Rath in irgend einen Puncte
oder in irgend einer Beziehung ihren Rechten und
pendenten Sachen wegen des Mersches und dessen
Einfriedigung nicht praejudicirlich seyn.
Nachdem nun beyde Theile allem Einreden
besonders der Einrede des Irrthums, einer jeden
Verletzung über oder unter der Hälfte, der
Verleitung, der Wiederumsetzung in dem vorigen
Stand, und wie die sonst Nahmen haben mögen,
Sub Hipotheca bonorum renunciirten, so ist dieser
Actus nach geschehener Vorlesung widerholter
ratihabition und stipulation in Gegenwert der hie
zu besonders erbetenen Zeugen: als Georg Becher
und Jürgen Harting aus Quakenbrück,
beschlossen, auch dieser Vergleich in Duplo
ausgefertiget und beyden Theilen davon ein
gleichlautendes Exemplar zugestellet worden. So
geschehen Quakenbrück in Dato, hora, loco ut
supra.
In quorum omnium et Rei sic gestae Fidem,
veritatisque Testi,
88
PROLOOG
monium hoc instrumentum desuper confeci scripse,
subscripsi
et subsignari.
Ego Johannes Friedericus Dehne
Notarius caesar: publicus
immatri. et requis. mppria.
Tabel. Gutsherrn over Vortmanns- Ort (vazallen).
jaar
Halberbe Detert zum
Vorde sive Vortmann
Halberbe Claus zum
Vorde sive Vortmann
Markkotte Arndt zum
Vorde sive Vortmann
1495
?
?
Otto en Boldewin de
Vosse, Domhere to
Osnabrück
1510
Claus de Bar
Klawes de Bar, Knappe zu
Ahrenhorst
?
1647
Dietrich Heinrich Lüning
(1610-1657), Hofrichter,
Erbherr zur Cappeln
Gerd von Dincklage,
Erbherr zur Schulenburg
Gerd von Dincklage
Erbherr zur Schulenburg
1703
Vrijgekocht
von Dincklage zur
Schulenburg
von Dincklage zur
Schulenburg
1722
Vrij
von Dincklage zur
Schulenburg
von Dincklage zur
Schulenburg
1768
Vrij
von Dincklage zur
Schulenburg
von Dincklage zur
Schulenburg
1841
Vrij
von Dincklage zur
Schulenburg
Vrijgekocht
1842
Vrij
Vrijgekocht
Vrij
VORTMANNS-ORT
Horigheid
De drie Vortmanns-boerderijen in
GroßMimmelage (Badbergen) hadden te maken
met horigheid. De bewoners waren horig
aan hun goedsheer. Deze horigheid duurde
totdat de boerderij (met landerijen en
bewoners) werden vrijgekocht. Voor
halferf ‘Detert zum Vorde sive Vortmann’
was dit in 1703, voor halferf ‘Claus zum
Vorde
sive
Vortmann’
en
de
keuterboerderij ‘Arndt zum Vorde sive
Kleine Vortmann’ was dit pas rond
1830/1840.
Horigheid kan men het beste beschouwen
als een belastingsvorm. De horige kon
zichzelf vrijkopen, maar een vrij man kon
zich ook in de horigheid inkopen.
Met de invoering van de Christelijke
godsdienst (9e eeuw) tot circa 1050 hoorde
het latere Vortmanns-Ort toe aan de
Werler graven. In de tweede helft van de
89
11e eeuw kwam het in handen van de
graven van Zutphen. Na het overlijden van
de graaf van Zutphen in 1119, ontstond
het graafschap Tecklenburg. Tot 1698
bleven de drie Vortmanns-boerderijen
horig aan de graven van Tecklenburg. Via
een rechtszaak kwam drie-achtste deel van
Tecklenburg in handen van graaf von
Solms-Braunfels die het in 1707 verkocht
aan Pruisen. Doorgaans werden de drie
Vortmanns-boerderijen als leen verpacht
aan een vazal of Gutsherr.
In een oorkonde van 1292 is er sprake van
Tecklenburger Burgmann Herbordus Vos,
die trouw zweert aan de bisschop, het
Kapitel, de dienstmanschap en bijstand aan
de stad Osnabrück. Mogelijk was hij een
voorvader van de later goedsheer over
Markkotte ‘Arndt zum Vorde sive Kleine
Vortmann’: Otto Voss (1475-1535),
domherr en domsenior van Osnabrück.
Vazallen
In 1510 hadden halferf ‘Claus zum Vorde
sive Vortmann’ en halferf ‘Detert zum
Tabel 1. Opperste leenheer over Vortmanns-Ort.
Periode
leenheer
800-1050
Graven van Werler
10501119
Graven van Zutphen
11191698
Graven von Tecklenburg-Rheda
16981707
Graven von Solms-Braunfels
17071806
Koninkrijk Pruisen
18061813
Geen (Franse Tijd)
18131842
Koninkrijk Pruisen
Opmerking
1703 halferf ‘Detert
Vortmann’ vrijgekocht
zum
Vorde
sive
1841 keuterhoeve ‘Arndt zum Vorde sive
Kleine Vortmann’ vrijgekocht.
1842 halferf ‘Claus
Vortmann’ vrijgekocht.
zum
Vorde
sive
90
PROLOOG
Vorde sive Vortmann’ dezelfde goedsheer:
Nikolaus von Bar (1460-1538), Gutsherr
zu Arenshorst en Langelage had de twee
Tecklenburgische boerderijen in leen
ontvangen. Omdat Nikolaus bij zijn
overlijden alleen nog twee dochters had,
verloor de familie von Bar veel
eigendommen.
De
landgoederen
Arenshorst en Langelage kwam in handen
van de familie von Leden. De Herforder
en Tecklenburger lenen kwamen te
vervallen.
Vermoedelijk werd halferf ‘Detert zum
Vorde sive Vortmann’ na 1538 als leen
verpacht aan Dietrich von Lüninck,
Erbgesessen zu Wittenstein und Fürstlich
Jülichscher Drost. Door zijn huwelijk met
Anna von Cappeln erfde Dietrich von
Lüning in 1534 het Landtagsfähige goed
van Tecklenburg: Cappeln. Hij erfde dit
van zijn zwager Nikolaus von Cappeln,
Domherr in Osnabrück. Nikolaus had het
op zijn beurt geërfd van zijn broer.
Dietrich Lünning werd in 1493 voor het
eerst gemeld in een Tecklenburgische
oorkonde en overleed in 1540
In 1562 werden als Burgmann van grafin
Anna
von
Bentheim-Tecklenburg
genoemd: Heinrich Lünning (Cappeln), in
1580 Diedrich Lüning (Cappeln) en in
1612 Bernhard Lüning (Cappeln).
VORTMANNS-ORT
Leenstelsel
Het
leenstelsel (feodalisme) is een
maatschappelijk
stelsel
dat
de
Middeleeuwen beheerste, waarbij de adel
de feitelijke alleenheerschappij over een
bepaald gebied uitoefende.
Aanvankelijk werden deze gebieden door
de koning aan aanzienlijken -vooral uit het
leger- voor een bepaalde tijd in bruikleen
afgestaan. De leenman legde een eed
(foedus) af dat hij het gebied in naam van
de koning zou regeren en dat hij de koning
in geval van oorlog met zijn mannen op
het slagveld bij zou staan. Allengs werd het
leen echter erfelijk en daarmee werden de
leenmannen vorsten met een eigen rijkje.
Er bestond een uitgebreid gewoonterecht
dat de rechten en plichten van de leenheer
(de vorst) en de leenman (de persoon die
een gebied in beheer ontving) regelde. In
de loop der tijd gingen veel edelen zich
echter steeds meer onafhankelijk opstellen,
en groeiden hun gebieden uit tot feitelijk
onafhankelijke vorstendommen die door
vererving (huwelijken met erfdochters) en
oorlog trachtten hun gebied te vergroten.
Het feodalisme was gegroeid uit de
standenmaatschappij
van
het
late
Karolingische
rijk.
De
Frankische
koningen baseerden oorspronkelijk hun
macht vooral op de jaarlijkse veld- (lees:
plunder-) tochten. De koning kon zijn
mannen belonen uit de buit die daarbij
behaald werd. Toen Karel de Grote echter
een groot deel van Europa veroverd had,
en er buiten zijn landsgrenzen eigenlijk
geen rijke gebieden over waren om te
plunderen, moest hij een andere methode
bedenken om zijn mannen aan zich te
verplichten. Bovendien was het rijk veel te
groot voor de primitieve communicatie
91
middelen van die dagen. De koning was
gedwongen eindeloos rond te reizen om
plaatselijk zijn gezag af te kunnen dwingen.
Hij
had
daarom
plaatselijke
vertegenwoordigers nodig en uit deze aanvankelijke - ambtenaren is de adelstand
ontstaan.
De drie standen waren:
De geestelijkheid;
De adel;
De
vrije boeren,
handelaren;
ambachtslieden
en
Daarnaast waren er de horigen, die in
delen van Europa de meerderheid van de
bevolking uitmaakten. Er waren ook grote
delen van West Europa waar horigheid
zeldzaam was en een meerderheid bestond
uit van oudsher vrije boeren. Dit was
bijvoorbeeld het geval in Midden
Frankrijk, IJsland, Friesland en het latere
Holland.
De horigen waren vaak kleine boeren die
bepaalde verplichtingen hadden tot een
heer. Horigen waren wel eigenaar van hun
grond, maar deze grond was (met de
eigenaar) belast met verplichtingen die
konden bestaan uit het afdragen van een
deel van de opbrengsten of het verlenen
van bepaalde diensten (hand en
spandiensten). Ook de heer had
verplichtingen naar ‘zijn’ horigen toe. met
name het verzekeren van rechtszekerheid
en veiligheid en ook een zekere sociale
zekerheid behoorden tot deze taken. De
relatie horige-heer kon niet eenzijdig
worden opgezegd en ging in beginsel over
op een volgende generatie.
De economie van die dagen was niet of
nauwelijks op geld gebaseerd en de
opbrengst van de landbouw was vrijwel de
enige bron van rijkdom. Het was daarom
voor de adel van groot belang de factor
arbeid op het land dat zij bezaten vast te
92
PROLOOG
kunnen houden. In sommige landen van
Europa, bijvoorbeeld Polen, ging hun
macht zo ver dat er uiteindelijk een wet
werd aangenomen dat iemand ofwel een
heer over horigen moest zijn of een horige
die een heer had. Het werd daarmee
onmogelijk om vrije boer te zijn.
Verder waren er nog onvrijen die geen
eigendom hadden, namelijk lijfeigenen en
onvrijen die zelf het bezit van een ander
vormden slaven.
Sommige onvrijen die in dienst van hoge
edelen of de koning stonden klommen na
generaties op tot een nieuwe adelstand, de
ministrialen of de ridderschap. In
tegenstelling tot de ‘oude’ adel stamt deze
ridderschap dus niet af van vrije,
eigengerfden maar van onvrijen.
Na het jaar 1000 begonnen langzamerhand
de oude steden, veelal nog uit de romeinse
tijd, weer te groeien en er werden nieuwe
steden en dorpen gesticht om de groeiende
bevolking te huisvesten. En ook de handel
kwam weer op gang. Steden werden vooral
door hun muren een machtsfactor van
belang en dit leidde uiteindelijk vooral in
Vlaanderen en Italië tot het ontstaan van
machtige steden die in verzet konden
komen tegen de alleenheerschappij van de
adel en geestelijkheid.
Gedurende de renaissance verloor het
feodalisme veel invloed in West-Europa.
Steeds meer lenen vervielen in de handen
van steeds minder adellijke families door
het proces van vererving. Zo hadden
Vlaanderen, Holland en Luxemburg
oorspronkelijk ieder hun eigen graaf of
groothertog, maar uiteindelijk was dat
dezelfde persoon. Uiteindelijk ontstonden
daardoor
meestal
twee
grote
bondgenootschappen in de vorm van een
lappendeken die elkaar de macht bestreden
zoals de Hoeken en Kabeljauwen of -in
Engeland- de Lancasters en de Yorks.
Rond 1500 was het feodalisme tot zijn
bloedige eindstrijd gekomen en waren er
weer koningen die trachtten hun absolute
macht te herstellen. De adel bleef meestal
wel bestaan, maar werd tot hofadel
gereduceerd. In Midden- en Oost-Europa
bleef het feodalisme echter nog lang
bestaan. In Rusland werd dit pas in 1917
officieel afgeschaft.
VORTMANNS-ORT
Horigheid en de sociale
ladder
Bron: R.Voortman in Vortmes nr. 9 (2000) pag.
13.
Onlangs heb ik een lezing bijgewoond die
over Duitse seizoensarbeiders ging. Als
‘leek’ hoop je altijd iets nieuws en
bruikbaars te horen maar als ‘kenner’
ontdek je meestal de zwakheden in het
verhaal van de spreker. Via de Duitse
seizoenarbeiders, hollandgang en armoede
loop je al snel tegen de kreet horigheid aan.
Ik schrik altijd weer als iemand de term
horigheid synoniem stelt aan slavernij.
Waarschijnlijk gebruik ik andere bronnen
in mijn onderzoek want ik kom tot hele
andere conclusies. Overigens zijn er in
Duitsland ook befaamde historici die zich
vandaag de dag afvragen of horigheid wel
datgene is wat zij altijd gedacht hadden te
zijn. Ik wil een aantal punten noemen om
de discussie over het begrip horigheid op
gang te kunnen krijgen. Het zijn
voorbeelden uit de streek Artland
(omgeving
Quakenbrück
in
het
Osnabrücker Nordland). Ik realiseer me
dat er binnen het begrip horigheid
behoorlijk wat regionale verschillen
kunnen zijn.
Sociale stand
Over het algemeen hebben de mensen
vandaag de dag een beeld van horigen
alsof zij een soort slaven waren. Zij
vormden de laagste groepering in de
sociale samenleving. Als zij daadwerkelijk
de laagste laag vormden, wat waren dan de
knechten en maagden die bij de horigen in
dienst waren?
In Menslage stonden in het jaar 1772
maarliefst 74 vollerben waarvan er 42 nog
93
horig waren (56%). Bij deze categorie
boerderijen werkten er in totaal 80
knechten, gemiddeld 1,2 per vrije Vollerbe
en 0,9 per horige Vollerbe. Er waren 9
vrije Vollerbe zonder knechten (28%)
tegen 14 horige Vollerbe zonder knechten
(33%). In totaal werkten er 75 maagden bij
de categorie Vollerbe: gemiddeld 1,1 per
vrije Vollerbe en 0,9 per horige Vollerbe.
Er waren 9 vrije Vollerben zonder
maagden (28%) tegen 11 horige Vollerben
zonder maagden (26%). Er waren 4 vrije
Vollerben zonder knechten en maagden
(12%) tegen 7 horige Vollerben zonder
knechten en maagden (16%).
Hoewel de verschillen klein zijn, zien we
dat over het algemeen de horige Vollerbe
iets minder knechten en/of maagden in
dienst heeft dan de vrije Vollerbe. Het
omgekeerde is het geval van de categorie
Halberbe.
Van de 31 Halberbe waren er 8 horig
(25%). In totaal werkten er 17 knechten,
gemiddeld 0,5 per vrije Halberbe en 0,6
per horige Halberbe. Er waren 11 vrije
Halberbe zonder knechten (47%) tegen 3
horige Halberbe zonder knechten (37%).
In totaal werkten er bij deze categorie
boerderij 25 maagden, gemiddeld 0,9 per
vrije Halberbe en 0,5 per horige Halberbe.
Er waren 8 vrije Halberbe zonder maagden
(34%) tegen 4 horige Halberbe zonder
maagden (50%). Er waren 7 vrije Halberbe
zonder knechten en maagden (30%) tegen
2 horige Halberbe zonder knechten en
maagden (25%).
Van de 63 Erb- en Markkotte was slechts
9% horig. Het aantal knechten (6) en
maagden (7) is bij deze categorie boerderij
gering.
Van de totaal 103 knechten werkten er 48
op een horige boerderij (46%). Van de 107
maagden werkten er 45 op een horige
boerderij (42%). Het totaal aantal horige
94
PROLOOG
boerderijen was in 1772 slechts 56 van het
totale bestand van 168 (33%).
We kunnen hieruit concluderen dat de
horige boer nagenoeg een evenredig aantal
knechten en maagden in dienst had als een
vrije boer. Maar dit hoeft nog niets te
zeggen over de sociale stand van de horige.
Als er in de regio onvoldoende werk was
zou de knecht gedwongen kunnen zijn om
te gaan werken voor een horige.
Bestuurlijke functies
De boerenbevolking kon binnen de
parochie een aantal bestuursfuncties
bekleden die over het algemeen gezien
wordt als een hogere trede in de sociale
structuur. Een duidelijk voorbeeld hiervan
is een kerkenraadslid. Naast een aantal
praktische zaken oordeelt de kerkenraad
ook over het functioneren van
kerkgangers. Het verlenen van financiële
ondersteuning of het straffen van
kerkelijke overtreders was een regelmatig
terugkerend onderdeel. Omdat de kerk
ook haar eigen horige had kwam het
regelmatig voor dat een kerkenraadslid
namens de kerk horige boerderijen koopt
of verkoopt, horigen de vrijbrief verleent
of andere zaken over de horigen regelt.
Tot op heden werd veronderstelt dat alleen
vrije inwoners van de parochie
kerkenraadslid konden worden. Dit blijkt
echter niet juist te zijn.
Op 18 februari 1697 kreeg Johann
Hermann zum Brincke zijn vrijbrief van de
kerk van Badbergen. Als kerkenraadsleden
worden genoemd: Christopher Lienesch,
Johann Vortmann, Hermann Stiner en
Wessel Bracke. Van Johann (Lüdeling itzo)
Vortmann (1650-1699) is bekend dat hij de
horige Halberbe ‘Detert zum Vorde sive
Vortmann’ bewoonde. Hij was een horige
van de familie von Lüning. Als horige
verleende hij dus een andere horige een
vrijbrief. Op 1 december 1697 wordt hij
nogmaals genoemd wanneer er 10
Reichstaler geleend wordt aan Lucas beyen
Bohn. Notariele stukken zijn onder andere
te vinden bij notaris R.G. Meyer in
Badbergen. Halberbe ‘Detert zum Vorde
sive Vortmann’ werd in 1703 vrijgekocht.
Freikauf versus Auffahrt
Als een horige de boerderij definitief wilde
verlaten moest hij zich vrijkopen. Nu zien
we vandaag de dag het beeld voor ons dat
de horige jaren moet sparen om zijn
vrijheid te kunnen kopen. De eerder
genoemde Johann Hermann zum Brincke
die in 1697 zijn vrijbrief van de kerk kocht,
leverde echter direct zijn vrijbrief weer in
bij een nieuwe ‘Gutsherrn der Frau Witwe
Obristleutnant von Hammerstein, Frau zu
Loxten, zum Deiche und zu Hamme’.
Waarschijnlijk wilde Johann Hermann zum
Brincke trouwen met een horige van zijn
nieuwe goedsheer en moest hij derhalve
van goedsheer wisselen.
Als een horige boer wilde trouwen met een
vrouw die niet horig was aan dezelfde
goedsheer, moest de vrouw (indien zij wel
horig was aan een andere goedsheer) zich
eerst vrijkopen en vervolgens in horigheid
inkopen bij de goedsheer van haar
aanstaande echtgenoot. Om vervolgens
ook te mogen trouwen met de horige boer,
moest er Auffahrt betaalt worden.
Opmerkelijk is dat de Auffahrt veelal tien
maal zo duur is als een Freikauf.
Landesherrliche Auffahrten en Freikaufen
in Amt Fürstenau berekenen voor het
vrijkopen van kinderen van de familie
Merschmann in Badbergen bedragen van
24 tot 35 Reichstaler rond de jaren 1754’65. In 1765 wordt voor de Auffahrt van
de aanstaande bruid van Merschmann 250
Reichstaler berekend waarbij bedongen
wordt dat het eerste (huwbare) kind uit het
aanstaande huwelijk vrij geboren wordt.
VORTMANNS-ORT
Alle andere kinderen uit het huwelijk van
de twee horigen worden ook horig
geboren. Over het algemeen volgt de
jongste zoon de ouders op, op de
boerderij. De overige kinderen moeten
zich vrijkopen. Het vrijkoop-bedrag komt
niet voor rekening van diegene die zich
vrijkoopt maar wordt betaalt door de
horige die achterblijft op de boerderij.
Horigheid versus armoede
De horige had niet alleen plichten maar
ook rechten. Bovendien had de goedsheer
er alle baat bij om zijn boerderijen goed te
laten floreren. Van een kale kip valt
immers niets te plukken.
De horige boer kon ook stukje land of
gebouwen
(bijvoorbeeld
Heuerhaus,
schuur of zelfs bakhuis) verhuren aan
(vrije) lieden. De huur kon aan de boer
betaalt worden in geld maar ook in natura
door bijvoorbeeld de boer te helpen met
de oogst. Via deze constructie werd de
horige boer een kleine goedsheer over een
aantal vrije personen die bij hem op de
boerderij woonden. We hebben het hier
over complete gezinnen en laten de
knechten en maagden nog buiten
beschouwing. In 1774 kwam de
verordening dat (vrije en horige) boeren
die Heuerleute op hun land hadden
wonen, voor tien jaar garant moesten staan
dat de Heuerleute ook hun belasting
konden betalen. Van het kleine stukje
grond dat zij hadden, konden zij
nauwelijks of niet leven. Zij moesten
ergens bijverdienen en deden dit
bijvoorbeeld door jaarlijks naar Holland te
gaan om het gras te maaien.
De horigen bleven nagenoeg allemaal thuis
op de boerderij. Hun boerderijen waren
over het algemeen van zo’n omvang dat zij
daar goed van konden leven. Met
(onder)verhuur, knechten en maagden in
dienst was het ook niet logisch dat de
95
horigen hun geld moesten verdienen door
naar Holland te gaan.
Conclusie
Dat de Hollandganger vanwege armoede
in de eigen regio werk zoekt in Holland
wordt hier niet in twijfel gebracht. Het was
echter niet de ‘arme horige’ die naar
Holland ging maar de personen die
(noodgedwongen) de horigheid hadden
verlaten. Op de boerderij was maar plaats
voor een persoon en alle broers en zusters
moesten de boerderij (meestal) verlaten.
Een aantal trouwden in op andere (horige)
boerderijen
en
anderen
werden
bijvoorbeeld Heuerman. Een Heuerman
huurde een huis met een klein stukje grond
voor eigen voorziening van de (horige)
akkerbouwer. De ‘heuer’ (huur) betaalde
de Heurman vaak in natura door voor de
akkerbouwer werk te verrichten. Het
kleine stukje grond dat de Heuerman had
was te klein om voldoende geld te
verdienen en onder hen zijn dan ook de
meeste Hollandgangers te vinden.
De bovenstaande voorbeelden hebben
allemaal betrekking op de streek Artland
en waarschijnlijk zijn in andere delen van
Duitsland andere situaties van toepassing.
Ik heb hier alleen gepoogt een aanzet te
geven om horigheid en slavernij niet onder
dezelfde noemer te zetten. Als we de
horigheid in eerste instantie als een
belastingsvorm kunnen zien, kunnen we
wellicht met een ‘open mind’ bekijken wat
de horigheid werkelijk inhield. Als de
horigheid zo’n zware last op de schouders
van de boeren was, het bovendien tien
keer zo duur was om met een horige te
trouwen dan iemand vrij te kopen, dan
zouden de boerderijen volgens mij heel
snel te kampen krijgen met leegstand. De
totale bevolking zou dan heel snel
weggetrokken zijn naar economisch
florerende landen zoals Holland. Het
96
PROLOOG
tegendeel is waar. Het Osnabrücker
Nordland was vanaf de Middeleeuwen één
van de dichtstbevolkte gebieden in
Europa.
VORTMANNS-ORT
Graven van Tecklenburg
Konrad
von Tecklenburg verloor bij de
Schmalkaldische oorlog de zeggenschap
over het graafschap Lingen.
Anna von Tecklenburg werd rond 1530
geboren. Zij was het enige kind van graaf
Konrad von Tecklenburg (1501-1557). In
1553 trouwde Anna met graaf Eberwin
von Bentheim (1536-1562). Uit dit
huwelijk werden Arnold en Walburga
(1555-) geboren. Terwijl Anna het geloof
van haar vader bleef belijden (luthers) bleef
Eberwin een aanhanger van het katholieke
geloof. Anna en Eberwin waren het zo
vaak oneens met elkaar dat Eberwin zijn
Heersers van Tecklenburg
Huis Saarbrücken
1139-1150 : Egbert
97
vrouw en zoon Arnold liet opsluiten in
Tecklenburg. In 1562 stierf graaf Eberwin
echter onverwachts, op 26-jarige leeftijd.
Omdat zijn zoon Arnold nog minderjarig
was, kreeg Anna von BentheimTecklenburg het regentschap over de
graafschappen Bentheim en Tecklenburg.
Anna stond op haar beurt onder toezicht
van de graaf van Hoya en de graaf
Walraben zu Waldeck. In 1563, na het
overlijden van de graaf van Hoya, werd
ook de graaf zur Lippe en Spiegelberg
genoemd als toezichthouder. Toen in 1566
de kinderloze broer van Eberwin von
Bentheim (Arnold von Steinfurt) stierf,
kwam ook het graafschap Steinfurt en de
heerschappij
Wevelinghofen
onder
toezicht van Anna von BentheimTecklenburg. Anna stierf op 24 augustus
1582 in haar weduwenhuis in Münster. Zij
werd begraven in de evangelischreformierte kerk in Bentheim.
Arnold
von
Bentheim-Tecklenburg
trouwde in 1573 en werd graaf over
1150-1155 : Hendrik I
1155-1202 : Simon
1202-1263 : Otto I
Huis Bentheim
1263-1279 : Otto II
1279-1285 : Otto III
1285-1307 : Otto IV
1307-1328 : Otto V
Huis Schwerin
1328-1367 : Nicolaas I
1367-1388 : Otto VI
1388-1426 : Nicolaas II
1426-1450 : Otto VII
1450-1508 : Nicolaas III
1450-1493 : Otto VIII, in Iburg
1508-1534 : Otto IX
1508-1541 : Nicolaas IV, in Lingen
1534-1557 : Konrad
1557-1562 : Otto X
Konrad von Tecklenburg (1501-1557).
98
PROLOOG
Bentheim, Steinfurt en heerschappij
Wevelinghofen.
De
graafschappen
Tecklenburg en Rheda bleven onder het
beheer van zijn moeder.
Graaf Adolf (1577-1623), heer in
Tecklenburg en Rheda was net als zijn
vader Arnold een geleerde man. Hij
studeerde aan de hogeschool in Herborn,
Heidelberg en Utrecht en maakte voor
1606 reizen door Duitsland, Böhmen,
Mähren, Hongarije, Zwitserland, Frankrijk
en Engeland. Hij stichtte verschillende
scholen in Tecklenburg, Rheda en dorpen
in zijn graafschap. De Dertigjarige Oorlog
(1618-1648) maakte zijn ontwikkelingen
teniet. Toen graaf Adolf in 1623 stierf,
leefde zijn graafschap in nood en armoede.
Graaf Mauritz (1615-1674) was ten tijde
van de dood van zijn vader nog maar acht
jaar oud. Zijn moeder Margaretha kreeg tot
haar hertrouwen met baron Wilhelm von
Wannitzky het regentschap over het
graafschap. Mauritz kwam na de dood van
zijn vader te wonen bij zijn oom graaf
Wilhelm Heinrich in Burgsteinfurt. Hij
bezocht daar de hogeschool en ging daarna
tijdens oorlogstijd op reis naar Frankrijk,
Holland en Engeland. In 1634 keerde hij
op 19-jarige leeftijd terug naar het steeds
armer wordende Tecklenburg. Hoewel hij
probeerde de economie te stimuleren, kon
hij niet verhelpen dat de schuldenlast tot
het einde van de Dertigjarige Oorlog bleef
stijgen. Toen de oorlog afgelopen was
(1648) liet hij het Tecklenburger slot
herstellen en liet hij een nieuwe poort
bouwen. Deze rijk versierde poort bestaat
nog steeds. Met grote armoede in zijn land
liet graaf Mauritz de huisnijverheid
stimuleren. In de meeste huizen kwamen
spin- en weefstoelen voor het maken van
Tecklenburgisch linnen. Door het ontstaan
van een levendige handel in linnen
stroomde er weer geld het graafschap
binnen. In het oosten van het graafschap
Wier Johan Adolff Graff zu Bentheim,
Tecklenburg, Steinfurt und Limburg, Herr zu
Huys, Rheda, Weveling so von Hoya, Alpen
und Helffenstein, Erbvogt zu Cölln pp. Thun
kund und bezeugen hirmit für Männiglich, daß
wier den Ehrenvest und hochgelärten unsern
lieben
besondern
Johan
Christian
Mühlenkampff dero Rechten Doctorn undt der
osnabrügischen Ritterschafft Sindicum alß
gevolmächtigten des Edlen und vesten
Borchardten Daniel von Dincklagen zur
Schulenburg nachdem dessen Vater Herman
Evert von Dincklage unsere hiernach benante
Lehnstücke auff Ihn seinen jüngsten Sohn
resutirt, und daß Er noch bey seinem Leben
richtigkeit darüber machen möchte verlanget;
zu obgemelten seines Herrn Principalen behuff,
in Man statt gnadig belehnet haben, und Krafft
dieses belehne mit Henrich de Wendts Erbe, mit
dem Hof zum Vorde, belegen im Kirspell
Battbergen und Bauerschafft Mintmelage, und
mit dem Vierten theil des halben Dorffes Oster
Cappeln. Mit allen deren Erben und Gütern,
alten und neuen zubehörung wie die von unß
und unser Graffschafft Tecklenburg Lehnrührig
sein, dajegen hat unß vor gelten gevolmächtiger
gewönlich gelübde gethan, und in die Seele
seines H(errn) Principalen einen leiblichen Eidt
zu Gott geschworen unß und unser Graffschafft
Tecklenburg getreu hold und gewertig zu sein,
unser bestes zu fordern, und arges nach
möglichkeit zu kehren, obglt (obgemelte)
Lehngüter, der Gebühr, zu vermanen, davon,
ohne unsern consent-rechts zu veräussern zu
verehen oder zu verpfanden, sondern
unversplittert bey samen zu wahren und alles zu
thun und zu lassen waß ein getreuer Lehnman
von Recht und gewonheits wegen pflicht und
schuldig ist. Alles getreulich und ohne gefahrde.
Jedoch unß unser Graffschafft Tecklenburg und
männiglichen seines Rechtens vorbehalten.
Zur Warheit Uhrkund haben wir desen
Lehenbrieff mit unserm angebohren Gräffliche
Insiegel befästigen lassen. So geschehen auff
unsern Schloss Tecklenburg den 3ten Jann.
1684.
Pro concordante copia cum
vero suo originali concordare
attestor ego Ernestus Calmejer
Not: Cas: publ: et in Canc: Osnabr:
VORTMANNS-ORT
99
sector in het graafschap Tecklenburg.
Door industrialisering en technische
vooruitgang verloor het Heuerlingwezen
de betekenis die het vroeger had. Graaf
Mauritz probeerde tevergeefs ook het
vernieuwde staatswezen in te voeren. In
1674 stierf hij en werd hij opgevolgd zoor
zijn zoon Hans Adolf.
Friedrich I van Pruisen (1657-1713).
concentreerde zich kooplieden, terwijl in
het westen (Hopsten, Recke en Mettingen)
de reizende Tödden hun linnen verkochten
over de grens. Zij waren de grondleggers
van aanzienlijke handelshuizen in Oost- en
West-Europa en Nederland in het
bijzonder. De Tecklenburger namen
Brenninkmeyer, Hettlage en Lampe zijn
ook heden ten dagen nog bekend.
Na de Dertigjarige Oorlog (1618-1648)
ontstond ook het Heuerlingwezen, die
vanwege armoede ondermeer kwamen te
wonen in Leibzuchten en bakhuizen. In
ruil voor werkzaamheden op de boerderij
konden zij een klein stukje grond pachten
voor zelfvoorziening. Voor ongeveer 250
jaar heeft het Heurlingwezen een
belangrijke rol gespeeld voor de agrarische
Ten tijde van graaf Hans Adolf (16371704) verviel de graafelijk heerschappij net
zo snel als de muren van het slot
Tecklenburg. De rechterlijke strijd tegen
de graven van Solms-Braunsfels die in
1576 begon en in 1686 bezegeld werd, viel
in het nadeel van graaf Hans Adolf uit.
Drie achtste deel van de bezittingen van
het
graafschap
Tecklenburg
werd
toegewezen aan Solms-Braunsfels. Na een
bevestiging van de rechterlijke uitspraak
nam graaf Wilhelm Mauritz van SolmsBraunfels in 1698 Tecklenburg in bezit.
Graaf Hans Adolf trok zich terug in
Rheda. Een laatste poging om Tecklenburg
terug te krijgen was om Hans Adolfs zoon,
Johann August von Tecklenburg-Rheda
(geboren in 1680), te laten trouwen met
een dochter van de Solmser graven.
Johann August stierf echter al in 1701, drie
jaar voor zijn vader. Daarmee was ook de
laatste hoop op behoud van het graafschap
Tecklenburg verdwenen. Mogelijk om een
nieuw proces voor te zijn, ging graaf
Wilhelm Mauritz von Solms-Braunsfels in
onderhandeling met de pruisische koning
Friedrich I. Hij bood hem het graafschap
Tecklenburg te koop aan voor de somma
van 250.000 Thaler. Nadat het graafschap
Lingen in 1702 door vererving uit het bezit
van Oranje aan het koninkrijk Pruisen
gevallen was, kwam ook het graafschap
Tecklenburg in 1707 over in Pruisische
handen. De laatste rechten op het
graafschap werd in 1729 voor 129.000
Thaler overgedragen aan Pruisen.
100
PROLOOG
De overdracht van het graafschap
Tecklenburg in Pruisisch staatsverband
werd volbracht op 17 mei 1707. De akte
was echter op 25 april 1707 al door koning
Friedrich I ondertekend in Cölln an der
Spree. Hiermee was het graafschap
Tecklenburg als zelfstandig territorium van
de landkaart verdwenen.
VORTMANNS-ORT
Dertigjarige Oorlog
(1618-1648)
De Dertigjarige Oorlog (1618-1648)
begon aanvankelijk als geloofsoorlog, maar
veranderde al snel in plunder-oorlog. De
parochie Badbergen werd in dit geweld
extra getroffen, daar het niet alleen op het
kruispunt van twee handelswegen lag, maar
bovendien bij de soldaten bekend stond als
een welvarende regio waar een grote buit
te halen viel. In het algemeen lieten de
bewoners
het
oorlogsgeweld
en
plunderingen over zich heen gaan.
Weerstand bieden was niet raadzaam en
kwam zelden voor. Als enige oplossing
was het vluchten met vee en kleine
101
bezittingen naar dicht begroeide wouden
en verraderlijke moerassen. Daar rond het
dorp Badbergen weinig sprake was van
vluchtoorden, werd meestal gebruik
gemaakt van de Vehser Hörsten, Suttruper
en Nortrupper Bruch en in het
Engelsmoor. Deels vluchtte de mensen
zelfs naar het grote Dinninger Bruch in
Kettenkamp, waar zich bijvoorbeeld de
Markkötter Cappelmann uit Grothe met
zijn familie jaren lang schuil hield.
Hoewel de geschiedkundigen altijd spreken
over de dertig-jarige oorlog, had Artland al
veel eerder last van het oorlogs geweld en
de daarmee samenhangende plunderingen.
In 1587 ondernamen spanjaarden, die rond
Löningen ingekwartierd waren, als
plundertochten
door
Artland.
De
Afbeelding van Spaanse soldaten uit de 16e eeuw.
102
PROLOOG
Spanjaarden drongen over Menslage door
tot in Ankum. De colon Meyer zu
Alfhausen die kenbaar maakte niet veel op
te hebben met de Spanjaarden werd
doodgestoken. Meerdere inwoners van
Ankum werden gevangen genomen en
zeven paarden werden gestolen. De bode
die het bericht door zou geven in
Fürstenau kwam een delegatie tegen die
van Osnabrück onderweg was naar Lingen
om te onderhandelen tussen de
Spanjaarden. De bode gaf zijn bericht aan
de delegatie die direct besloot met hun
manschappen
de
spanjaarden
te
achtervolgen. Bij Schwagstorf werden de
Spanjaarden onderschept. De Spaanse
trompetter die zijn troepen wilde
waarschuwen werd gevangen genomen. De
Spanjaarden besloten hun gevangen vrij te
laten en vluchtten vervolgens weg. Toen
de Osnabrücker delegatie hun weg
vervolgde richting Fürstenau ontmoette ze
een grotere spaanse troep aan. Gedurende
het gevecht dat volgde, sneuvelde de zoon
van de burggraaf, terwijl de burggraaf zelf
en de burgemeester van Fürstenau
gevangen genomen werden. De gevangen
werden overgebracht naar Lingen en
werden
na
lang
onderhandelen
uitgewisseld tegen Spaanse gevangenen.
De gestolen goederen werden niet
teruggegeven omdat de Spanjaarden
meenden dat de omgeving van Fürstenau
tot Münsters grondgebied behoorde.
Tegelijkertijd hielden de Nederlanders
plundertochten in en rond Lengerich. Het
jaar daarop plunderden de Nederlanders de
jaarmarkt in Greven en drongen zij dieper
Duitsland in en bereikten ook het bisdom
Osnabrück
waar
ze
verschillende
plunderingen deden. Zo plunderden ze het
klooster in Oesede en lieten ze
brandstichting afkopen voor 900 Thaler.
Vanaf 1588 hielden de spanjaarden zich
rustig totdat zij in 1590 een tevergeefse
poging deden de burg Fürstenau in te
nemen.
Gedurende de zomer van 1590 moesten de
omliggende dorpen leveringen in natura
doen aan de spanjaarden. In augustus 1590
beklaagde de Richter Gerdt Winkelmann
en de Vogt Wesselkampe in Ankum zich
over de levering van 18 Malter haver, 9
Hammel, 84 kippen en 4 Schinken. In
oktober van datzelfde jaar verlegde de
spanjaarden hun interesse en plunderden
zij met 50 tot 60 ruiters de stad Bramsche.
Ook in de omliggende omgeving, Achmer
en
Hemke
bijvoorbeeld,
werden
plunderingen gedaan. In december 1590
bezocht de Spaanse hoofdman Cordt
Grothaus de stad Fürstenau en plunderde
daarbij de Bauerschaften Settrup en
Vechtel.
In 1591 trokken ongeveer 60 spaanse
ruiters van Lengerich naar Westfalen en
plunderden op hun weg de stad Bramsche
opnieuw. De toenmalige drost van het
Amt Fürstenau (Nikolaus von Bar), de
rentmeester Dorgelo en de burgemeester
Schopp, besloten voorzorgsmaatregelen te
treffen indien de spaanse troepen ook het
ambt Fürstenau binnen zou trekken en
mobiliseerde alle strijdbare mannen. Met
name de parochies Alfhausen, Ankum,
Bersenbrück, Merzen en Ueffeln werden
gemobiliseerd. Het kleinere ambt Vörden
sloot zich bij Fürstenau aan en op deze
wijze ontstond er een troepenmacht van
ongeveer 800
man.
Hoewel
de
gemobiliseerde boeren aanzienlijk talrijker
waren, waren zij geen partij voor de 60
spaanse ruiters. Bij het eerste treffen
sneuvelden 300 mannen, waaronder de
Vogt Hoberg uit Merzen. De 500 overigen
redden het vege lijf door te vluchten. Van
kirchspiel Alfhausen sneuvelden 42
mannen, die opgetekende werden in het
kerkboek:
VORTMANNS-ORT
Becke, Johann
Beckenrich, Bergewisch, Christoffer
Boen, Christoffer to
Böhling, Gerdt
Bußmann, Johann
Dorfe, Johann im
Dresche, Arend vom
Dressing, een knecht van
Dressmann, Tebbe
Droppelmann, Hinrich
Fischer, Henrich
Goes, Hinrich
Goes, Jakob
Gomann, Johann
Heemann, Hermann
Hellmann, Lukas
Hof, Peter
Kamp, Johann
Kamp, Hinrich Gerdt
Kemme, Johann
Kempen, Lambert
Kuhlen, Gerdt thor
Lammers, Arnold
Lienen, Berndt tor
Lünnemann, Johann
Maastall, Hermann
Moore, Dres beim
Remke, Rümping, Hermann
Schafftedde, Henrich
Schmid, Wilke
Schmidtjohann, Schwermann, zoon van colon
Schwertmann, Gerhard
Stiege, Henrich in der
Sudendorf, Johann
Täpper, Jost
Töbke, Hermann
Warnsen, Johann
Wiethe, Lütke
Wobbe, Hermann
Waarschijnlijk werden de lijken begraven
in de nabijheid van het armenhuis in
103
Ueffeln waar een stuk land ‘Totenkuhle’
genoemd werd.
De verliezen aan spaanse kant waren
beperkt gebleven tot het sneuvel van
slechts één ruiter. Voor het beschadigen
van de paarden werd som van 2000 Thaler
geïnt en voor de gevangen die genomen
werden werd nog eens een losgeld van 900
Thaler geïnt. Omdat het losgeld niet direct
betaald werd, werden de parochies
Bramsche, Neuenkirchen en Ueffeln
geplunderd.
Toen de spanjaarden verdwenen waren,
verschenen in het voorjaar van 1591 de
Nederlanders in Fürstenau en roofden 60
paarden en enkele koeien. Op 14 juli
plunderden zij de Bauerschaften Vechtel,
Ohrte, Hartlage en Hanenberg. Tot dusver
was Badbergen de dans van de spanjaarden
en hollanders redelijk ontsprongen maar in
zomer en herfst 1591 draaide het verhaal
om. Een grote spaanse troepenmacht van
200 ruiters en 600 voetvolk kwam
Badbergen binnen, roofden paarden,
koeien, varkens, geld en andere
waardevolle goederen.
In de nacht van 17 op 18 augustus werd de
Bauerschaft Mimmelage geplunderd onder
leiding van de Spaanse hertog Moritz von
Saksen, met 500 man voetvolk en enkele
ruiters onder commando van Adam
Blancker en Adreas Pott.
Vanuit Badbergen werd Quakenbrück
bestookt, die zich vrij wist te kopen van
plundering. De spanjaarden vervolgde hun
weg naar Vechta waar zij tot in oktober
1591 bleven. Gedurende de periode dat zij
Vechta hadden bezet, roofden zij nog
regelmatig te omgeving van Badbergen,
Ankum, Bramsche, Neuenkirchen en
Vörden. Toen de spanjaarden weer terug
keerden van waar zij gekomen waren,
plunderden zij opnieuw dezelfde gebieden.
In Ankum bleven zij nog twee dagen
104
PROLOOG
voordat zij via Bippen en Berge het
bisdom Osnabrück verlieten. Nieuwe
spaanse troepen plunderden in december
1591 Settrup bij Fürstenau. De gestolen
koeien en paarden werden voor 621 Thaler
terug gekocht. De spanjaarden vervolgden
hun weg door Schwagstorf, Lonnerbecke,
Voltlage en Neuenkirchen.
De jaren 1592 en 1593 waren naar
verhouding rustig. In juni 1592 werden in
Bippen 7 paarden en in oktober 16
paarden in het Amt Fürstenau door
spanjaarden gestolen.
Op 9 januari 1594 deden de spanjaarden
een inval in Badbergen, en stalen 35
paarden, kleren en waardevolle goederen.
Ze trokken van daaruit door naar Bippen
en Berge.
In maart 1594 trokken 11 spaanse
‘Fähnlein’ Ankum binnen waarbij 300
paarden gestolen werden. De paarden
werden zelfs na een tweede maal betalen
niet terug gegeven. Daarna vertrokken de
spanjaarden met alle waardevolle goederen.
Mensen die commentaar hadden op het
gedrag van de spanjaarden werden
geslagen en mishandeld. De uiteindelijke
schade bedroeg in Ankum 9.857 Thaler.
In mei plunderden de spaanse soldaten in
Vechtel en Höne waar zij 73 paarden en 32
koeien buitmaakten en naar Lingen
brachten. Een andere groep spaanse
soldaten maakten een rooftocht over
Vörden naar Damme en keerden over
Lonnerbecke terug waar zij nog 3 paarden
en 35 koeien stalen.
In juni vielen spaanse ruiters Menslage
binnen en stalen paarden en koeien met
een totale waarde van 354 Thaler. Kisten
en kasten werden opengebroken en
mensen die zich tegen de plundering
verzette
werden
mishandeld.
Van
Menslage trokken de ruiters naar Bippen
waar ze 23 paarden stalen. Daarna
vervolgden zij hun weg naar Grafeld waar
zij 2 paarden, 76 koeien en linnen stalen.
Midden juli trok een grote groep spaanse
ruiters en voetvolk over Bippen, Berge en
Menslage naar Löningen. Zij staken het
poorthuis van Huckelrieden in brand en
stalen 10 paarden en ander waardevolle
goederen. Op 17 juli plunderden 6 spaanse
soldaten Haarjohanns in Settrup en namen
vanuit Lonnerbecke nog 5 paarden en 10
koeien mee naar Lingen.
Eind oktober plunderden 240 spaanse
ruiters Menslage. op 27 november
plunderden 110 spaanse ruiters Badbergen.
Op 19 februari 1595 verschenen 9 spaanse
voetsoldaten in Weese bij Voltlage en
plunderden de erven Ostendorf en
Middendorf. Daarbij werden ook 9
paarden gestolen. Op 27 februari stalen 8
soldaten 7 paarden, kledingstukken en
enige waardevolle zaken bij Kernkamp in
Vechtel.
Een groep van 250 spaanse ruiters stalen
op 9 april alle koren in Berge en Vechtel.
Door 17 ruiters werd in het Wallenhorster
Moor
400
ossen
gestolen
van
handelslieden. In mei werden nog 9
paarden in het Amt Fürstenau gestolen.
In december 1595 werden in Menslage
ongeveer 50 schapen gestolen en op 20
december trokken 200 ruiters plunderden
door Ankum, Bersenbrück en Bramsche.
Op 1 januari 1596 stalen 3 soldaten in
Brokhausen en Hollenstede 6 paarden. Op
7 april plunderden 5 voetsoldaten Meyer in
Höne. Zij maakten 4 paarden, vlees,
biervaten en -kannen, kippen en schapen
buit. Op de zelfde dag waren 12 soldaten
in Wallenhorst. Terwijl 3 soldaten kamp
maakten op het kerkhof, gingen de
overigen op plundering uit. De Vogt van
Wallenhorst slaagde erin een soldaat
VORTMANNS-ORT
Peter Ernst II von Mansfeld
Graaf Peter Ernst II von Mansfeld (1580-1629),
meestal eenvoudigweg Ernst von Mansfeld
genoemd, was een krijgsheer uit de Dertigjarige
oorlog.
Peter Ernst was een buitenechtelijk kind van de
stadhouder van Luxemburg en Brussel Peter
Ernst I von Mansfeld en werd Katholiek
opgevoed. Hij bekleedde in de Nederlanden en
in Hongarije belangrijke posten zodat Rudolf II
hem erkende. Tegen de afspraken in kreeg Peter
Ernst niet de goederen van zijn vader in de
Nederlanden. Hierdoor sloot hij zich aan bij de
protestanten. In 1618 verenigde zijn troepen
zich met die van Böhmen en streed hij onder
andere in de Pfalz. In 1622 streed hij met de
Markgraaf Georg Friedrich tegen de Beiersche
generaal graaf Tilly bij Wiesloch. In de herfst
van hetzelfde jaar bezet hij samen met Christian
von Braunschweig-Wolfenbüttel Ostfriesland.
In 1625 wierf hij nieuwe troepen nadat hij van
een reis naar Holland, Parijs en Londen terug
gekeerd was. Het jaar daarop trok hij naar
Duitsland maar werd hij door Wallenstein op 25
april 1626 bij Dessau verslagen. Wallenstein
achtervolgde hem door half Europa van Silezië
tot Hongarije. Mansfeld stief onderweg in een
Bosnisch dorp waar hij nieuwe troepen
probeerde te werven.
105
weer bij elkaar waren, dreigden zij het dorp
in brand te steken als de gevangene niet
snel vrijgelaten zou worden. Ondanks hun
dreigement werd de gevangene naar
Osnabrück afgevoerd. Toen de elf soldaten
dat vernamen besloten zij hun kameraad te
bevrijden en wachtte de escorte bij de
toren van Osnabrück op. Een bode ging
naar Lingen waar hij bericht uitbracht van
het gevangen nemen van een soldaat.
Daarop trok een grote groep ruiters met
voetvolk naar Osnabrück om de soldaat te
bevrijden. Verschillende Osnabrücker
burgers werden bij de poort verrast en als
gevangene door de spaanse soldaten naar
Lingen gebracht. Osnabrück werd niet
belegerd want de spaanse soldaten keerden
snel weer terug.
Op 20 mei 1596 stalen enkel spaanse
voetsoldaten 23 schapen in Neuenkirchen.
Een week later keerden 30 ruiters via
Bramsche, Alfhausen en Ankum terug naar
Lingen.
Begin juni werden in Menslage en Berge 8
paarden, 6 schapen en voeding gestolen
door 25 ruiters. Gedurende de maand juni
waren er nog meer van deze kleine
diefstallen
totdat
plotseling
alle
plunderingen en diefstallen door de
spanjaarden ophielden. De spanjaarden
leden grote verliezen tegen over de
Nederlanders en moesten zich derhalve
verplaatsen.
Op 12 november 1597 namen de
Nederlanders de stad Lingen in, waardoor
zij tevens in staat waren te plunderen in
het bisdom Osnabrück. In mei verschen de
eerste 40 hollandse soldaten in Bramsche
en drie compagnies bij Menslage. Met een
buit van 69 paarden keerden zij terug. Met
1000 man kwamen zij in juni terug in
Menslage, waarbij een dreigement naar
Quakenbrück werd afgekocht met 2000
Thaler. In oktober werd Schulten in
gevangen te nemen. Toen alle overige 11
106
PROLOOG
Aselage en omgeving Fürstenau geroofd.
In december werden Vechtel, Bippen
Hanenberg, Grafeld, Börstel en Ohrte
geplunderd, waarbij in totaal 56 paarden,
50 schapen en 33 Thaler buit gemaakt
werden. Op 18 december verschenen 43
hollanders in Ohrte en maakte daar 41
paarden buit. Soldaten vanuit Fürstenau
wisten de hollanders te onderscheppen en
na een hevige strijd werden 24 paarden
terug genomen. De door hollanders in
brand gestoken huis in Ohrte kon door de
boer tijdig geblust worden. Tijdens de
strijd werd Hermann von Talge zwaar
gewond aan het hoofd en een
boerendochter liep een steekwond aan de
hand op.
Op eerste paasdag 1598 plunderden 60
hollandse ruiters de stad Bramsche en
omgeving. Daarna trokken zij naar Ankum
en op 18 mei waren zij in Badbergen waar
zij tot 28 mei bleven. Daarna trokken zij
naar Berge en waarschijnlijk vervolgens
terug naar Lingen.
De in 1609 aangekondigde wapenstilstand
tussen Spanje en Nederland bracht voor
Artland zes rustige jaren.
De plunderingen namen toe in het eerste
oorlogsjaar (1618) toen 650 Hollandse
voetsoldaten in Badbergen en Talge de
kisten en kasten openbraken, mensen
beroofden en mishandelden.
Niet anders was het in oktober 1619 toen
Hollandse soldaten zich in Badbergen
inkwartierden.
Sterker merkbaar werd de oorlog nog in
december 1622 toen graaf Peter Ernst von
Mansfeld (1580-1629) met zijn soldaten
kwartier maakten. De rebutanten in het
dorp Badbergen en het voetvolk in de
Bauerschaften, waardoor de parochie met
ingezetenen Viktualiteiten, hooi, stro,
haver en foerier-toevoer voornamelijk
belast werd.
Mansfeld verscheen in 1623 opnieuw in de
parochie, nadat de keizerlijke troepen hem
bij Stadtlohn verslagen had. Zijn
oponthoud was weliswaar kort maar de
hem achtervolgende keizerlijke troepen
drongen onder overste von Nyvenheim
met grote schrik en onstuimigheid de
parochie binnen, waar zij zich ruim een
half jaar ophielden en de bevolking
terranisseerde.
In januari 1625 waren de keizerlijke
troepen opnieuw voor enige tijd
ingekwartierd in Badbergen. Ook graaf
Peter Ernst von Mansfeld (1580-1629)
passeerde in de zomer opnieuw toen hij
van Bramsche met 5000 ruiters over
Badbergen naar Quakenbrück trok. Er
werd opnieuw geroofd en geplunderd.
Grönloh werd in het bijzonder getroffen.
Halferf Goesmann en Markkotten Rantze
brandden af. De plunderende soldaten, die
‘savonds dronken in slaap gevallen waren,
werden door de getroffen parochianen met
bijlen omgebracht op volerf Bracke en
volerf Beckermann.
In februari 1626 namen 1.000 Deense
Arkebusie-ruiters onder overste Freitag in
Badbergen
kwartier,
die
daarmee
plunderende Hollandse ruiters verjoegen.
In herfst van hetzelfde jaar ondernam de
keizerlijke overste Erwitte een rooftocht
door Badbergen, waarbij niet minder dan
116 koeien weggehaald werden. De roof
van 100 stuks rundvee kon door betaling
van 100 Reichstaler aan de soldaten
verhinderd worden. In de jaren 1626 en
1627 had de parochie vooral te lijden van
het leveren van goederen aan de keizerlijke
troepen. Maar ook aan de plunderingen
kwam geen eind.
Veel boerenbedrijven gingen ten gronde.
Van hof Beuke in Wehdel werd al in 1627
VORTMANNS-ORT
melding gemaakt dat het
bouwvallige toestand verkeerde.
in
een
Volerf Rantze in Wehdel zag zich in 1630
genoodzaakt zich te bezwaren met een
lening omdat hij net zoals alle andere
ingezetene van de parochie al meerdere
jaren was belast met krijgstochten,
inkwartieringen, overmatige contributie
bijna dagelijkse belasting van de strijdende
partijen,
nachtelijke
diefstallen
en
plunderingen, in schulden geraakt was. Er
werd met nadruk gesteld dat er meerdere
malen paarden, koeien en andere goederen
geroofd en belast waren waardoor er grote
nood ontstond.
Nieuwe dieptepunten bracht de oorlog
voor Badbergen in 1633 toen de Zweedse
troepen ook deelnamen aan de inmiddels
gebruikelijke
plundertochten.
Tot
overmaat van ramp deed ook de zwarte
dood (pest) zijn intrede. De mensen
stierven in huizen, op het veld en op de
slecht begaanbare straten. Regelmatig
waren er te weinig mensen om de doden te
begraven, waardoor deze eenvoudigweg
bleven liggen. Veel jonge knapen van
Badbergen namen dienst in een van de
strijdende partijen om op deze manier het
noodlijdende Badbergen te kunnen
verlaten. In 1633 wierf Gerhard von
Dincklage uit Loxten soldaten voor de
keizerlijke troepen. Van de mannen en
knapen die dienst namen, zijn de volgende
namen nog bekend:
de neef van volerf Thesing in Vehs
Rembert Meyer zu Farwick (al in 1628
als soldaat gemeld (‘Muntirung’) en in
1644 nog als ruiter in Hollandse dienst)
Wilhelm Lynesch uit Badbergen (in 1625
ruiter onder de heer von Schwartzburg
te Deventer)
107
Johann Tellkamp uit Badbergen (1637 en
rond 1645 luitenant van de keizerlijke
Armee)
Wilhelm Meyer sive Steinblock uit
Badbergen (rond 1645 in de keizerlijke
dienst)
Hermann en Johann Struckmann uit Talge
(rond 1639 in de keizerlijke dienst)
Johann Burlage uit Talge (rond 1640
officier in de Zweedse Armee)
Johann Tepe, in 1667 herbergier in
Badbergen, gedurende de oorlog
cornett (ruiter-vaandrig) geweest was,
De inkwartiering, roof- en plundertochten
ging in Badbergen gewoon door. In 1634
vielen de keizerlijke troepen de
Bauerschaften binnen, maar niet ver van
Badbergen werden ze in de hinderlaag
genadeloos verslagen.
Ook
in
1635
kwam
het
tot
schermutselingen met de vijandelijke
troepen waarbij de inwoners van
Badbergen
(zoals
gewoonlijk
bij
plunderingen) de dupe waren.
Om de soldaten hun salaris te kunnen
betalen moest regelmatig contributie
betaald worden aan de troepenleider. Daar
Badbergen tussen de twee vuren van de
keizerlijke en de Zweedse troepen in zat,
moest deze ook dubbel betalen. In 1636
bedroeg de contributie per week 114
Reichstaler 15 Schilling en 1½ Pfennig. Dit
bedrag werd echter iedere maand
verhoogd. Eenmaal moest Badbergen zelfs
een bedrag van 500 Reichstaler betalen aan
de
overste
von
Lautersheim
in
Cloppenburg. Bij weigeren van betaling
kwam moord en brandstichting regelmatig
voor. De standaard afgaven aan de
grondheren, de staat, het gerecht en de
kerk liepen ook gewoon door. Het kon
niet uitblijven dat de opbrengsten van de
boerenbedrijven verslechterden. In 1636
108
PROLOOG
werden op grond hiervan bijvoorbeeld in
Wehdel de volerven Jellmann, Rantze,
Schiering, Oyemann, Beuke, Reinermann,
Alberding
en
halferven
Barlage,
Kerenkamp, Ottmann van de kontributie
gedeeltelijk vrijgesteld. Van de 17
markkotten in Wehdel waren er zeven
betalings-onbekwaam genoemd. In de
gehele parochie waren van de 93
nevenvuurstellen maarliefst 56 verarmd en
konden niet meer bijdragen aan de
contributie. Regelmatig klaagde het amt
Fürstenau over de erbarmelijke, armlastige
en hoogbezwaarlijke toestand waarin het
vertrapte en uitgemergelde land zich
bevond.
In 1637 verscheen de Zweedse ritmeester
Blancken
in
Badbergen
om
de
achterstallige contributie in GroßMimmelage en Vehs om gewelddadige
manier te innen. Aan het bij Bersenbrück
ingericht Zweeds kamp moest de parochie
levensmiddelen en paardenvoer in
aanzienlijke omvang leveren. Aan de
plunderingen,
diefstallen
en
gewelddadigheden kwam geen eind. In
1637 werden opnieuw de ingezetenen van
Badbergen getroffen door soldaten die
mishandelden en alle koeien en paarden
meenamen.
De
bewoners
werden
gedwongen hun huis en haard te verlaten
omdat ze niet meer in staat waren de
akkers te bebouwen. Meyer zu Talge sprak
namens velen toen deze zich beklaagde
over het ontnemen van paarden en koeien.
In april en mei 1638 waren de Zweedse
troepen in Badbergen ingekwartierd om
een
handelsafgave
van
de
stad
Quakenbrück af te kunnen dwingen. Bij
diverse kleine gevechtshandelingen bleven
de keizerlijke troepen de overwinnaar. De
omgeving had echter zwaar te leiden onder
deze omstandigheden. Van volerf Marbold
in Lechterke hebben soldaten voor het
afpersen van losgeld de colon achter aan
het paard vastgebonden en het paard op
hol doen laten slaan. Om het losgeld te
kunnen betalen moest Marbold landereien
verkopen.
Ook in 1639 zetten de schermutselingen
zich voort en bleven de zweedse troepen
plunderen. Bij een plundering in Talge
werd de boerin van hof Rengermann
doodgeschoten.
Nadat in 1643 in Münster en Osnabrück
de
voorbereidingen
voor
een
vredesconferentie begonnen waren en de
bisdommen Münster en Osnabrück tot
neutraal gebied verklaard werd, nam het
aantal plunderingen in Badbergen af.
Diefstal
door
kleine
groepen
(gedeserteerde) soldaten en burgers nam
echter aanzienlijk toe, alsmede de
contributie en de omvangrijke leveringen
van levensmiddelen voor de troepen. In
1645 kwam daar bovendien een
gedwongen inlijving voor knapen bij in
militaire- of transportdienst. De voogd van
Badbergen beklaagde zich dat de inwoners
nog net één zoon hadden die kon helpen
op de boerderij, maar al geen knechten
meer aanwezig waren omdat die waren
weggevoerd voor de gedwongen inlijving.
Nog eenmaal kreeg Badbergen het zwaar
te verduren toen de Zweedse troepen in
1647 van Vechta naar de belegering van de
vesting Fürstenau trok. Daar aan de
westelijke kant van Badbergen de huizen
dicht bij elkaar stonden, konden de
stukken geschut er niet langs. De
commandeur liet onmiddellijk een
huizenrij plat gooien.
Met de inname van de vesting Fürstenau
door generaal Konigsmark op 2 juni 1647,
moest de bisschop vluchten naar
Regensburg. Het gehele Amt Fürstenau
werd nu door een evangelisch lutherse
prediker bezet. Toen in Badbergen de
katholieke Johannes Johannis weigerde te
VORTMANNS-ORT
vertrekken, wierp de heer von Dincklage
hem van het kansel omlaag tussen de
kerkbanken. Theodor Jütting keerde vanuit
Backemoor in Ostfriesland terug naar
Badbergen.
In oktober ondernamen de soldaten van de
keizerlijke
Armee
onder
de
Oberstwachtmeister Cordt von Meißen
een rooftocht door de parochie. Het vee
ter waarde van 1206 Reichstaler werd
bijeen gedreven en werden gedeeltelijk
tegen een betaling van 700 Reichstaler
terug gegeven. De hoeven Meyer zu
Bergfeld in Grothe en Schöne in Lechterke
werden geplunderd en gedeeltelijk in brand
gestoken. Ook het volerf Lindemann in
Wulften schijnt behoorlijk geleden te
hebben. De colon klaagde dat ‘leider durch
Göttliche Verhengnuß itzige Landstraße durch
den graßirenden Krieg, Plunderung und dergleichen
preßuren, sich von Tag zu Tag überhäufften.’
Er
werd
in
Badbergen
een
simultaanverbintenis gesloten en in 1651
werden de kerkgoederen onder de
protestanten en de katholieken gedeeld.
Na het officiële einde van de oorlog op 24
oktober 1648 bleef het onrustig in
Badbergen. Naast de levensmiddelen voor
zowel de zweedse als de keizerlijke troepen
moest er nog steeds contributie betaald
worden. De Bauerschaft Langen betaalde
in 1648/1649 maandelijks 90 Reichstaler
20 Schilling 7½ Pfenning, De Bauerschaft
Wehdel 104 Reichstaler 13½ Schilling.
109
110
PROLOOG
Koninkrijk Pruisen
(1707-1806)
R. Voortman - Heemskerk
Na
de overname van het graafschap
Tecklenburg door Pruisen, veranderde er
veel in het land. De pruisische koning was
nu heer over land en lieden, boerderijen en
domeinen. In de zomer van 1707 werd er
een commissaris van Berlijn naar
Tecklenburg gestuurd die de zaken moest
ordenen. Aan het hoofd stond de
president die vanaf 1714 landdrost
genoemd werd. De in 1714 gepland
vereniging van de regeringen in
Tecklenburg en Lingen werd in 1722
doorgevoerd.
De
zetel
van
de
Tecklenburg-Lingen
regering
was
voorbehouden aan de stad Lingen.
Tegelijkertijd had men in Berlijn het plan
om het slot Tecklenburg tot vesting om te
bouwen en er een garnizoenplaats van te
maken. Dit plan werd echter niet
uitgevoerd omdat dit te kostbaar bleek. In
de stad Tecklenburg werd het stil en
eenzaam. Alle beambten waren verhuisd
naar Lingen zodat het slot snel leeg kwam
en verviel. In het land heerste een andere
toon dan in de tijd van het graafschap.
Grote feesten werden verboden, zo ook
schuttersfeesten, paasvuren, Martinsvuren
en het plaatsen van de Meiboom. Ook het
opzetten van kranzen bij huisbouw en
kaartspelen werd verboden. In Berlijn was
men overtuigd dat hieruit niets anders dan
zondig gezuip uit zou kunnen ontstaan.
Het zal duidelijk zijn dat de inwoners niet
altijd tevreden was met het Pruisisch
bewind. Het meest gehate onderdeel was
de militaire dienstplicht voor de Pruisische
heer. Vele jonge mannen vluchtten over de
grens en kwamen niet meer terug. Om
meer belasting te kunnen heffen kregen
verschillende plaatsen stadsrechten, zoals
Ibbenbüren (1721), Westerkappeln (1723)
en Lengerich (1727). In 1716 werd de
schoolplicht in Pruisen ingevoerd. In 1734
werd in Tecklenburg een Landraad
ingesteld die waren belast met militaire
aangelegenheden en belastingzaken. Veel
wetten werden veranderd. In 1741 werd de
Minden-Ravensbergische eigendomswet
ingevoerd; er kwamen nieuwe dorps-,
dienstboden-,
hout-,
bosen
jachtverordening
en
tenslotte
een
vuurverordening.
Het
in
Berlijn
geschreven recht verving het oudere
gewoonterecht. De nieuwe regering
stimuleerde de handel en nijverheid maar
de regio bleef tot het midden van de 19e
eeuw overwegend agrarisch. Linnenhandel
en Hollandgängerei knoopten veel
contacten aan met de Nederlanden. Het
verval van het slot Tecklenburg was in het
midden van de 18e eeuw zo ver gevorderd
dat de muren van de bouwen als
Frederik de Grote tijdens de Zevenjarige Oorlog.
VORTMANNS-ORT
steengroeve dienst deed. Zo werden
muren, huizen en straten niet alleen in
Tecklenburg maar in de wijde omgeving
uit de stenen van het oude slot
Tecklenburg gemaakt. Vandaag de dag
staat er in slot Hamstede bij Haarlem een
Tecklenburger deurboog met het wapen
dat in 1751 daar werd geplaatst.
Gedurende de Zevenjarige Oorlog (17561763) had de Prusische koning Friedrich
de Grote weinig aandacht voor de
noordelijke regio. George II van Engeland
had het streven om zijn territorium vanuit
Hannover uittebreiden in Westfalen. In
1742 verwierf hij het Hochstift Osnabrück
en in 1745 werd hem door de Oostenrijkse
keizerin Maria Theresia beloofd ook de
gebieden
Minden,
Ravensberg,
Tecklenburg, Lingen en Halberstadt te
zullen krijgen. Friedrich de Grote won
echter van Oostenrijk en de belofte kon
dus niet waargemaakt worden.
Na de Zevenjarige Oorlog kwam er
aandacht voor onderwijs en het cultiveren
van moerasgronden voor aardappelteelt. In
Tecklenburg nam het aantal volksscholen
aanzienlijk toe. In 1774 werd een
veenmeester uit Ost-Friesland gehaald die
de boeren in Tecklenburg van advies
moest voorzien. De boeren voelden echter
niets voor het plan en waren niet van plan
Markengronden af te staan aan de
zogenaamde Neusiedlers. De boeren
bouwden liever Heuerhausen voor de
Heuerleute omdat zij geen aanspraak
konden maken op de gemeenschappelijke
Markgronden.
Tijdens de Franse bezetting (1806-1813)
werd de les in Platduitse spraak verboden.
Na de Franse tijd werd het koninkrijk
Pruisen opnieuw ingedeeld en kreeg het
oude graafschap Tecklenburg zijn
herkenbare grenzen terug. Na het vertrek
van de Fransen waren ook de Pruisische
111
troepen in november 1813 snel
verdwenen. De armoede ten gevolgde van
de oorlog bleef nog enkele jaren aanwezig.
Hoewel de horigheid tijdens de Franse
bezetting afgeschaft was, werd deze in
1813 weer ingevoerd om vervolgens
stapsgewijs tot in het midden van de 19e
eeuw totaal afgeschaft te worden.
112
PROLOOG
Huis Schulenburg
De
de Britse vorst George II getuigen zijn,
zijn dan ook niet geheel onwaarschijnlijk:
19 december 1723
Schulenburg was in de 13e eeuw het
bezit van de familie von Varendorf (ook
wel genaamd Blawe). In 1379 verwierf de
familie von Knehem het goed Schulenburg
dat zij tot in 1558 zouden behouden. Het
werd toen verkocht aan de familie von
Rede uit Quakenbrück die het op zijn
beurt in 1579 verkocht aan de familie von
Dincklage. De bezitters van het goed
Schulenburg waren vervolgens (met
jaartallen van bezit):
P.
Hermann von Dincklage (1579-1593)
de weduwe Gertrud Nagel von
Wallenbrück (1593-1607)
5 augustus 1730
Eberhardt Hermann Jobst von
Dincklage, Thumbherr zu Minden und
Erbherr zur Schulenburg
M. Frau Charlotte Amalia von Wittleben
I. Friederich Wilhelm, geb. 18. Dezember
S. der Königh Mayest. von Preussen
Friederich Wilhelm, und Johann
Wilhelm von München, Königh
Dähnischer Drost, Erbherr zu Nuthorn
und Nothe.
P. Eberhardt Hermann Jobst von Dincklage,
Gerhard von Dincklage (1607-1663)
Gerhard Daniël von Dincklage (16841707)
Eberhard Hermann Jobst von
Dincklage (1707-1755)
Adam Levin von Dincklage (1755-1782)
Friederich Christian von Dincklage
(1782-18..)
De familie von Dincklage op de
Schulenburg was de meest invloedrijke
familie van Badbergen gedurende de jaren
1579 1755. Niet het aantal horige hoven
dat zij bezaten (in 1707 nog 41 in getal),
maar juist de contacten en verwantschap
met de hogere kringen (zowel in Pruisen
als in Denemarken) gaf de familie een
hoog aanzien in het vorstenbisdom
Osnabrück en daar buiten. In de loop der
jaren
had
de
familie
diverse
bestuurdersfunkties verworven. Zo was
Adam Levin von Dincklage, doorgaans
landdrost in Oldenburg en lid van de
landsraad, ook benoemd tot kamerheer in
de Deense ridderorde.
De volgende doopaantekeningen, waarbij
de Pruisische vorst Friederich Wilhelm en
Friedrich Wilhelm I (1668-1740), koning van
Pruisen.
VORTMANNS-ORT
113
Thumbherr zu Minden und Erbherr zur
Schulenburg
M. Charlotta Amalia von Witzleben
I. Georg August, geb. 2. Aug. Morgens umb 11
Uhr
S. Ihr Königl. Majeste von Gross Brittannie
Georg II Grohsfürst und Herzog von
Braunschweig, Luneburg u.s.w., u.s.w.
George II (1683-1760), koning van Engeland.
De familie von Dincklage op de
Schulenburg was nauw betrokken bij de
machtswisseling tussen de Katholieke en
Lutherse kerk gedurende de reformatie en
contra-reformatie. Deze strijd werd
heviger toen de Lutherse vrouw
(waarschijnlijk van Deense afkomst) van
Gerhard von Dincklage samen met het pas
geboren kind in 1631 stierf. De Katholieke
kerk weigerde de vrouw met het kind te
begraven in het familiegraf van de familie
von Dincklage in Quakenbrück. Deshalve
moesten zij in het buitenland worden
begraven. In 1638 kocht Gerhard von
Dincklage voor 100 Reichstalers een
familiegraf in de kerk van Badbergen.
Enkele knechten op het huis Schulenburg
waren:
Kamerdienaren:
Pahlmann, Franz Heinrich, geboren in
Osnabrück (1707), sedert 1726 in
dienst op het huis Schulenburg,
overleden in 1742.
Reemann, Franz Wilhelm, geboren in
Limburg (Brandenburg) en overle¬den
in 1723 nadat hij onder paard en
wagen gekomen was.
Stöcker, Christian (1749/1751)
Koetsiers:
Familiewapen von Dincklage.
Otten, koetsier omstreeks 1711
Vortmann, Rolff, geboren (1712) op de
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’ in
114
PROLOOG
Groot-Mimmelage (horig
familie von Dincklage)
aan
de
Knechten:
Sickmann, Johann 1700-1711 knecht
Adam Levin von Dincklage heeft het
herenhuis in eenvoudig laat-barokke stijl
laten verbouwen. Het twee verdiepingen
tellende gebouw heeft boven de lage
benedenverdieping een hoofdverdieping
dat met een leiendak overdekt is. Boven de
kleine gecentreerde barokke portaal,
bevindt zich een balkon met zuilen.
Regelmatig verdelen zich de grote vensters,
omlijst door zandstenen gebogen fronton.
Boven de deur bevindt zich aan de
binnenzijde het wapen van de familie uit
1799. Een rococo haard bevindt zich thans
in het streekmuseum te Bersenbrück.
GENEALOGISCHE BASIS
D
e eerste bronnen waar wij de namen
van onze voorouders in terug
kunnen lezen, dateren uit de 15e eeuw.
Oudere bronnen zijn zeldzaam en derhalve
moeilijk om de voorouderlijn te kunnen
traceren. De algemene geschiedenis van
onze voorouders is te lezen in het deel
Prehistorie.
Deze genealogische samenvatting begint
met de drie familietakken ‘Detert zum
Vorde’, ‘Claus zum Vorde’ en ‘Arndt zum
Vorde’, naar de drie gelijknamige
boerderijen, zoals deze in de 15e eeuw al
bestonden. De jongere familietakken die
hieruit ontstaan zijn, zijn genaamd naar de
geografische ligging.
De indeling is generatiegewijs, aangegeven
met Romeinse cijfers en vervolgens per
gezin aan de hand van een volgletter.
116
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
800
900
Purrenhagen
1000
1100
1200
1300
Claus
Vortmann
Bornhagen
(Vehs) ?
1400
Arndt
Vortmann
1500
1600
1700
Detert
Vortmann
1800
1900
Waterland
NL
Oldambt
NL
Illinois
USA
2000
Schematische voorstelling van de stamboom van het Artlandse geslacht zum Vorde sive Vortmann met de
daaruit ontstane takken. In de linker kantlijn een tijdsindicatie waarin de verschillende takken ongeveer
zijn ontstaan.
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE
VORTMANN’
familietak kan beschouwd worden
Deze
als de oertak die samenhangt met de
Gehuwd voor 1494, met Greite.
Overleden na 1494.
gelijknamige Halberbe in de Bauerschaft
Gross-Mimmelage (Kirchspiel Badbergen).
Van oorsprong (vóór 1585) heette deze
boerderij Purrenhagen.
I
Arndt Purrenhagen, geboren
circa 1420 te Gross-Mimmelage,
hof Purrenhagen (gezindte: R.K.).
Colon hof Purrenhagen (later
‘Detert Vortmann’). Overleden na
1458.
1458: Arnd Purrenhagen; 4 Pferde, 10
Kuehe, 4 Rinder, 13 Schweine. 1
Gehuwd.
Uit dit huwelijk:
1.
II
Gerd ton Purrenhagen,
geboren circa 1450 te GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(zie II op blz. 117).
Gerd ton Purrenhagen, geboren
circa 1450 te Gross-Mimmelage,
hof Purrenhagen. Zoon van Arndt
Purrenhagen (zie I op blz. 105),
colon hof Purrenhagen (later
‘Detert Vortmann’). Overleden
1494-1510.
1494: Gerd ton Purrenhagen unde Greite
2
sine echtefraue.
StOs Abschnitt 88 Nr. 3; Viehschatzregister
1458
1
2
CoWa, aantekeningen van J.C.D.Vortmann.
Uit dit huwelijk:
1.
III
Butke ton Purrenhagen,
geboren circa 1475 te GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(zie III op blz. 117).
Butke ton Purrenhagen, geboren
circa 1475 te Gross-Mimmelage,
hof Purrenhagen (gezindte: R.K.).
Zoon van Gerd ton Purrenhagen
(zie II op blz. 117) en Greite,
colon hof Purrenhagen (later
‘Detert Vortmann’). Overleden
1512-1534.
1510:
Bordereau
über
Hypothekarischen Forderung.
eine
Des vormaligen Kapitels zu St.Sylvester
in der Stadt und dem Canton
Quakenbrück, Districts Osnabrück, mit
des Endesermeldeten Wohnsitze in der
Behäusung des zeitigen Administrators
der Quakenbrückschen Capitular Güter,
jetzo des unterschriebenen Doctoris Juris
Ernst Ludewig Dunkel, wohnhaft in der
Stadt und dem Canton Quakenbrück,
Districts
Osnabrück,
gegen
den
Schuldner Butke ton Purrenhagen, jetzo
Hermann Vortmann, wohnhaft in der
Bauerschaft
Grosse
Minmmelage,
Kirchspiels Badbergen, im Canton
Quakenbrück, Districts Osnabrück, auf
Acht Rheinische Goldgülden, wovon die
Rente
nach
dem
Inhalte
der
Verschreibung auf Mathaei mit einer
Mark fällig ist, dermalen aber mit zwölf
Osnabrücker Schillinge bezahlt wird,
auch jährlich von dem Schuldner zu der
118
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
nämlichen Zeit mit acht Rheinische
Goldgülden wieder ausgelöst werden
mag.
ton Purrenhagen (zie III op blz.
117), colon hof Purrenhagen (later
‘Detert Vortmann’). Overleden na
1534.
Krafte einer vor dem vormaligen
Gerichte zu Quakenbrück eintausend
fünfhundert und zehn, in vigilia Mathaei
von Claus de Bar, als Gutsherr der
Hermann Vortmanns Stätte zum Behuf
des
Capitals
zu
Quakenbrück
ausgestellte Verschreibung.
1534: ddt. 2 Marck Warneke ton
Purrenhagen, Jutta uxor 3 marck 16
5
Schill.
Gehuwd voor 1534, met Jutta.
Uit dit huwelijk:
Verpfändet ist für diese Schuld die in der
Bauerschaft Grosse Minmelage belegene
Hermann
Vortmanns
Stätte
des
Schuldners.
1.
Unterschriebener ersucht dieses dem
Hypothekenbuche zu übergeben.
Quakenbrück den 1 November 1809.
V
Ernst Ludewig Dunkel als Administrator
der Quakenbrückschen Capitular Güter.
Inseribirt auf dem Hypotheken-Bureau
zu Osnabrück den 16. April 1810, Nr.
1448 des Inscriptions Registers.
Der
Kramshake.
Hypotheken-Conserrateur
Uit dit huwelijk:
1.
1512: Bolke Purrenhagen gibt 6 Schill.
4
Kopfschatz
VI
Uit dit huwelijk:
1.
IV
3
Warneke ton Purrenhagen,
geboren circa 1500 te GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(zie IV op blz. 118).
Hinrich thon Vorde, geboren
circa
1560
te
GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(zie VI op blz. 118).
Hinrich thon Vorde, geboren
circa 1560 te Gross-Mimmelage,
hof Purrenhagen. Zoon van N.N.
(zie V op blz. 118), colon hof
Purrenhagen
(later
‘Detert
Vortmann’). Overleden na 1627?
1599: Bursc. Mindmelage Hinrich thom
Vorde 3 orth
Warneke ton Purrenhagen,
geboren circa 1500 te GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(gezindte: R.K.). Zoon van Butke
1 Lieftucht
1/2 rth
CoWa Aantekeningen van J.C.D.Vortmann.
StOs Rep 100 Abschn 89 Nr. 1a,
Kopfschatzregister 1512
4
N.N. Geboren circa 1530 te
Gross-Mimmelage,
hof
Purrenhagen. Zoon van Warneke
ton Purrenhagen (zie IV op blz.
118) en Jutta, colon hof
Purrenhagen
(later
‘Detert
Vortmann’). Overleden voor 1599.
Gehuwd.
Dieses Kapital ist 1839 mit 16 Thaler 19
Gutegroschen 4 Pfennige ausbezahlt. (=
3
50 Mk 32 Pfg 24 Pfg).
Gehuwd.
N.N. Geboren circa 1530 te
Gross-Mimmelage,
hof
Purrenhagen (zie V op blz.
118).
StOs Rep 100 Nr 89 Nr 1, Kopfschatzregister
1534
5
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
1 Düsse
1613:
Boraui
Judice
Leuningk
erschienen Dieterich zum Voerde, Anna
uxor, erklarten gerichtlich verpflichtet
die Schulden im Erbtage Anno 1610 den
18 May ..... und mit den gr. bredstoven
gnetlich verhandelt die dann auch mit
den anderen zu handeln vorhaben
allessdasselbigen innerhalb 20 jahren a
dato dieses zu entrichten und zu letzalar
oben die ersten fünff jahr jedes Jare die
Gnetherinnen pfacht schulden, diensten
10
uns.
6
1/2 rth
1602: Henrich zum Voerde (Menslage?)
gibt 8 Scheff. Haberpfacht Fürst. Mass.
03-01-1627 Henrich zum Voerde
(Menslage?) x Frau Anna setzen dem
Hermann Wille zur Sicherheit und
Unterpfande für 60 Rth so Rüdolff
Wellinghorst schuldig und gelobten den
konsens der woledlen Otto Vosses zur
7
Mündelburg einzuliefern.
Otto Voss zur Mundelborg bewillet
seinem
eigenbeh.
Rudolffen
Wellinghorst 60 Rtl aufzunehmen
welche
Henrich
zum
Voerde
(Menslage?)
u.
Anna
eheleuten
ausgethan u jarl. uff Nicolas mit 3 rtl u 3
ort verzinst werden sollen loese 1/2 jaer
8
hypotheca der gantze kotten etc.
22-09-1613: Coram Judice Leuningh,
bekennen Eilhart Sudendorff, Bürger zu
Quakenbrück, Deithart zum Vorde zu
Mimmelage, und Arent Velmelage zur
Velmelage Kirchspiel Ankum, bekennt
für sich, ihre Hausfraue und Erben, daß
Balthasar Ripperda zu Venhausen als
Gutsherr des Poisthorsts Kotten, Johan
Poisthorst wieder eingesetzt, cum
omnibus pertinentus, selbige Ihre
Gefallen zu gebrauchen Ihme defacto
eingethan und Johan Poisthorstes seinen
daran
gehabten
Meierstatische
Gerechtigkeit durch Urtheill und recht
entsetzen lassen, daß sie dagegen
achtentzig Rth. zu empfangen vor
Schulden jahrlichs ab Anno 1614 uf
Jacobi anzurechnen, erstlich dan
bewilleten
und
folgents
dan
Ueberwilleten neben Pfacht und Dienste
entrichten sollen und wollen, lobten
dieser Versprechung warschafft sub
Hypotheca bonorum in fall des nicht
haltung, solange sie die Kotten
Unterhaben werden, die 80 Rth neben
Pfacht und Dienst zu suchen und zu
11
verrechnen ohne gefehrde.
N.B. Hinrich zum Vohrde in Hahlen
(Menslage) kan hier verwarring brengen.
1625: Bauerschaft Hahlen, Lampe
Barlage und Heinrich zum Vohrde, 1
9
spanndienst.
Gehuwd met Anna.
Uit dit huwelijk:
1.
VII
Deithardt
zum
Vorde,
geboren circa 1585 te GrossMimmelage, hof Purrenhagen
(zie VII op blz. 119).
Deithardt zum Vorde, geboren
circa 1585 te Gross-Mimmelage,
hof Purrenhagen (gezindte: Ev.L.).
Zoon van Hinrich thon Vorde
(zie VI op blz. 118) en Anna,
colon halferf ‘Detert Vortmann’.
Overleden 1647-1651.
15-08-1615: Verglichen sich die Vehser
und Grother mit der Stadt Quakenbrück
wegen der Markgrenze und zwar dahin,
dass nemlich zwischen Quakenbrücker
Lecheterker,
so
deren
eine
"Gesamtmark" haben, die wahre und
StOs Rep. 100 Abschn. 88 Nr. 16, Schornsteinund Feuerstellenscahtz.
6
7
Rep 123 Nr. b 148 s. 189 (CoPo 8842).
Rep 958 Nr. 2 Quak s. 91 Hm. Meier Notar
(CoPo 8842/8843))
8
9
Landesherrlichen Spann- und Leibdienst 1625.
119
10 StOs Rep 958 Nr. 1 Quak s. 31 Hm. Meier
Notar, CoPo 8845.
11
StOs Rep. 958 Nr. 1 Quak s. 43a Hm. Meier
Notar, CoPo 1.043.814.
120
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
rechte Markschnat folgendermassen
gezogen und gehalten werden solle,
anfänglich die drei Seule onder Pfähle
von den Ringelduvens itzo Voss Hagen,
auf die grüne Landwehr entlange hin, vor
dem Barne her, daselbst Schnadtseule
oder Pfähle gesetzt. Ferner auf die
Friedhorster Landwehr da ebenmessig
eine Seule oder Pfahl gesetzt, und so
weiter vor dem Purrenhagen here in die
Sandestrassen bei der Wellinghorst, und
ferner in die Hase, welche die von
Quakenbrück pflegen aufzugraben also
und dergestalt, dass der Purrenhagen,
welchen itzo Dethardt zum Vorde
bewohnet,
in
die
Bauerschaft
Mimmelage, und Vehser Marken, und
neben dem Purrenhagen und Vehser
gemeinen
Wiese,
der
Vehser
altgewöhnlich Plaggenmat, so die
Vortmänner von ihnen in Pachtung
haben, unbehindert verbleiben, und
deshalb so weit sie solch Plaggenmatt in
der Quakenbrückschen Marken von
alters hergebracht zwei Säulen oder Pfäle
gesetzt werden sollen, gleichwohl was
bei abgeschrieber Schnat
nacher
Quakenbrück,
dass
solches
Quakenbrücksche Mark, und was an
Seiten Grother und Vehser ihr Marken
12
sein solle.
1631: B.Mindmelage,
Deithardt zum Vorde
13
Erbschatz.
Halbe erbe
gibt 3 thlr
1636: Deithard zum Vorde.
Uit dit huwelijk:
1.
Gehuwd voor 1657,
met
Johann Hamke, geboren
circa 1615. Zoon van Hinrich
Hamke. Overleden na 1657.
Talcke Vortmann, geboren circa
1620. Overleden 1673-1694 te
Schandorf.
1673; getuige bij de doop in
Badbergen van Talcke Vortmann,
dr. van Hermann Vortmann en
N.N.; Hermann Wille, Talcke
Dieckmann, Anneke Dieckmann.
Gehuwd
met
Jürgen
Dieckmann. Overleden voor
1694 te Schandorf.
In Schandorf stond een huis dat niet
officeel ingeschreven stond als
Markkotte Dieckmann, maar vaak
wel als zodanig gemeld werd. In
1772 werd gemeld dat het geen
contributie verplicht was, en waar
er ‘school’ gehouden werd. De
toenmalige bewoner was Wilm
Dieckmann ‘halt Schul’.
3.
Henrich Vortmann, geboren
circa
1622
te
GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ (zie VIIIa op blz.
120).
4.
Albert Vortmann, geboren
circa 1625 (zie VIIIb op blz.
121).
5.
Hermann
Vortmann,
geboren circa 1630 te GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ (zie VIIIc op blz.
122).
14
1647: Nach einer Designatio von 1647
soll Deithardt zum Vorde an Lünning
15
eigenbehörig gewesen sein.
Gehuwd voor 1613 met Anneke,
geboren circa 1590.
12
Lodtmann, de jure holzgraviali, Urkunde 39, en
Dühne II, blz. 244.
13
StOs Rep 100 Abschn.
Erbschatzregister 1631.
14
Dühne II, blz. 228.
15
Dühne II, blz..228.
88
Nr.
34,
Anna Vortmann, gedoopt
circa 1615. Overleden na 1657.
VIIIa Henrich Vortmann, geboren circa
1622 te Gross-Mimmelage, halferf
‘Detert
Vortmann’
(gezindte:
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Ev.L.). Zoon van Deithardt zum
Vorde (zie VII op blz. 119) en
Anneke. Overleden na 1704.
Gehuwd (2) 01-1655 te Badbergen
(Rooms Katholiek) met Geseke
Thumann (gezindte: R.K.).
Gehuwd circa 1647 (Luthers).
Uit het eerste huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1.
Anna Vortmann, geboren
circa
1652
te
GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ (zie IXa op blz.
122).
2.
Trincke Vortmann, geboren
circa
1653
te
GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ (gezindte: Ev.L.).
Begraven op 16-08-1721 te
Badbergen.
1.
Geshe Vortmann (gezindte:
Ev.L.). Begraven op 07-011679 te Badbergen.
VIIIb Albert Vortmann, geboren circa
1625 (gezindte: Ev.L.). Zoon van
Deithardt zum Vorde (zie VII op
blz. 119) en Anneke, colon halferf
‘Detert Vortmann’. Begraven op
04-07-1673 te Badbergen.
1651: Mimmelage, Halb Erbe Albert
zum Vorde et uxor, Noch ein frauwen
16
Anneken.
Gehuwd op 20-11-1681 te
Badbergen (Luthers) met Rolff
Meyer von der Musslage
(gezindte:
Ev.L.).
Colon
kwarterf Meyer in Wohld.
Begraven op 19-03-1704 te
Badbergen.
1655: Bauerschaft Mimmelage, Halberbe
Deitert zum Vorde 4 Pferde, 1 Fohlen, 3
17
Kühe, 6 Rinder, 6 Schweine.
1661: Mimmelage, Halbe Erbe Detert
zum Vohrde, zahlt 3 rth 19 Schill 9 Pfg
Viehschatz, welcher Betrag viermal
erhoben wird. Ein Nebengebäude ist
18
auch hier nicht genannt.
3.
04-01-1673: Alberth zum Vorde von
20
Mintmelage begraben.
Gehuwd (1) circa 1650 (Luthers).
StOs Rep 100 Abschn 88,
Einwohnerverzeichnis der Dioezese Osnabrück
1651
Uit het tweede huwelijk:
4.
Johann Vortmann, gedoopt
(R.K.) op 18-09-1657 te
Badbergen (zie IXb op blz.
124).
5.
Hille Vortmann, gedoopt
(R.K.) op 18-09-1657 te
Badbergen. Begraven 09-1657
te Badbergen.
6.
Henrich Vortmann, geboren
circa 1669 (zie IXc op blz.
125).
16
StOs Dep 3b I Fach 15 Nr 12, Rep 100 Abschn
88 Nr 54, Viehschatzregister 1655
17
StOs, Viehschatzregister des Amtes Fürstenau
1661
18
StOs, Rauchschatzregister des Amtes Fürstenau
1670
19
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
Alheit Vortmann, geboren
circa 1654.
Gehuwd voor de kerk op 2311-1680
te
Badbergen
(Luthers)
met
Jurgen
Knufener.
1670: Mimmelage, Detehardt zum Vorde
19
gibt 2 rth Rauchschatz.
20
121
122
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
7.
- Vortmann. Begraven 1671 te
Badbergen.
8.
Margreta
Vortmann
(gezindte: Ev.L.). Begraven op
12-11-1693 te Badbergen.
Vortmann (zie VIIIb op blz. 121).
Begraven op 27-10-1711 te
Badbergen.
1679: Hatten schon Hermann Rickehaus
und Anna Vortmann als Eheleute auf
ihren
Vortmannschen
Erbe
ein
Heuerhaus bauen lassen. Ihre Namen
21
finden sich über der Missetür.
Margreta was getuige bij de doop
van Rudolff Meyer von der
Musslage op 27 april 1687.
1692: - zum Vorde ahn hew 4 Fuder und
22
ahn Korn 1 Malt.
VIIIc Hermann Vortmann, geboren
circa 1630 te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Detert
Vortmann’
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Deithardt zum Vorde (zie VII op
blz. 119) en Anneke. Overleden na
1679.
12-05-1703: Haben die Eheleute Ernst
von Aswede und Margarethe geb.
Vortmann und die Witwe Venne
Vortmann das Erbwohnhaus neu
errichten lassen. Die Eheleute von
Aswede haben die Stätte zum Vorde
23
nicht bewohnt sondern verpachtet.
Gehuwd circa 1660.
Gehuwd (1) op 14-10-1677 te
Badbergen
(Luthers)
met
Hermann
Rieckehausz
(Vortmann), geboren circa 1645
(gezindte: Ev.L.). Zoon van Gerdt
Rieckehausz, Colon Rieckehausz,
en Talle, colon halferf ‘Detert
Vortmann’. Begraven op 28-031679 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Talcke Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) 1673 te Badbergen
(getuige(n): Hermann Wille,
Talcke Dieckmann, Anneke
Dieckmann). Begraven op 1312-1741 te Badbergen.
Gehuwd op 18-10-1703 te
Badbergen (Luthers) met
Henrich Vehslage, geboren
voor 1671 (gezindte: Ev.L.).
Zoon van Johann Vehslage.
Begraven op 21-01-1729 te
Badbergen.
IXa
2.
Alheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 17-02-1675 te
Badbergen. Begraven op 2112-1679 te Badbergen.
3.
Lucke Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 09-07-1679 te
Badbergen.
Anna Vortmann, geboren circa
1652 te Gross-Mimmelage, halferf
‘Detert
Vortmann’
(gezindte:
Ev.L.). Dochter van Albert
1677: In 1837 hat das Halberbe Dethard
Vortmann die Verpflichtung jährlich
einen Canon von 1 Thaler und 1 Gans an
das Haus Langelage zu Liefern, mit 31
Th 66 ggr oder 93,75 Mark abgelöst.
Diese Verpflichtung oder Belastung war
von dem Hofe Rickhaus auf Detert zum
Vorde gekommen. Emilie Gräfin
Münster-Langelage, geborene Freiin von
der Recke, quittierte für ihre Kinder,
obigen
Ablössungsbetrag
richtig
21
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann blz. 27.
StOs Rep. 150 Fü. Nr. 14 Rem. v. Schatz
wegen Wasserschaden
22
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann blz. 27 en
informatie over Detert zum Vorde, verkregen via
Netheler, blz. 14.
23
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
empfangen zu haben.
24
Gehuwd (2) op 14-11-1680 te
Badbergen (Luthers) met Johann
Lüdeling (Vortmann) (gezindte:
Ev.L.). Provisor en colon halferf
‘Detert Vortmann’. Begraven op
06-12-1699 te Badbergen.
Johann Hermann zum Brincke hatte
seinen Freibrief vom 18-02-1697 von
Joannes
Kerstien,
Catholici
und
Johannes Guntherus Hickmann Aug:
Confessionis und den Provisoren
Christopher Lienesch, Johann Vortmann,
Hermann Stiner und Wessel Bracke
erhalten und übergab diesen freiwillig
seinem neue Gutsherrn der Frau Witwe
Obristleutnant von Hammerstein, Frau
zu Loxten, zum Deiche und zu Hamme,
nach Westfalischen Eigentümsrecht so
25
geschehen in Quakenbrück.
1697, sontags d. 1 xbr. nachmittags zu 2
uhlagen Ehrsame Lucas beyen Bohn
E.B. Mintmelage betz F sich gesetze sein
Ehehausfrau, Kind u. Erben, gebohren
und zugebohren dass ihm die woll ehr
wurdige Herr Pastor Hickmann und
Wessel Bracke, Johann Lüdeling itzo
Vorthman, Provisores, auf Ansuche in
Begehsen 10 Rtl vorgestrecket, welche
Jürgen Groenner in den Evang. Zeiten
od. rau... doniret die besagten 10 Rtl alle
Jahr auff weinachten mit landtrötzlichen
zinssen zu verzinsen bei verplaudung
alle Habe u. Güter u. sechs stuck Landt
26
ein garthen naechst der Heyde belegen.
Instrumentum beschehener aygengifte
Johan Herman zum Brincke auf
Deelmans Kotten, ahn die fraw
Obristlieutenant von Hammerstein, fraw
zu Loxten. 24.8.1706 erschienen der
24
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann en
informatie over Detert zum Vorde, verkregen via
Netheler, blz. 13.
25
26
CoPo blz. 5226/10468.
Rep 958 Bdbg. 1696-1708, Rud.Gunth.Meyer,
Notar, Pohlsander blz. 2689.
123
Ehrsame Johan Herman zum Brincke,
Baurschaft Grothe Kirkspels Battbergen,
und derselbe zeigete dienstlich ahn, und
bekandte offentlich wie dass Er aus
Gottlicher versehungh, und einrathungh
beyderseithes nahesten anverwandten
sich mit der tugendsamen Jungfern
Margarethen zum Deell, des Ehrbahren
Wesseln zum Deell Dochter Ehrlich
verlobet, und damit besagte Wesseln
zum Deell, nach dem adelichen Hausse
Loxten aijgenbehorige, und auff dem
Fresen bruuk ermelter Baurschafft
Grothe, Kirspels Battbergen belegene so
benandte Deels wohnunge und platze
cum
att.
et
pertinentiis
nach
aeijgenthumbs rechte anzunehmen, und
zu bewohnen entschlossen, weile Er nun
freien standes, und seine freyheit von
seinen vorigen Guttsherren, alss denen
pro tempore Herren Pastoribus Joanne
Kerstiens
Catholico
und
Joanne
Gunthero Hickman Aug. Confessiones,
und Provisoribus der Kirche zu
Battbergen alss in specie Christoffern
linesch, Johan Vortman, Herman Stiner
und Wesselen Bracke erhalten, lauth in
handen habenden freijbrieffs de dato
1697 dem 18. Februarij, so dabeij in
originali wuerklich extradirt und
einlieferte unterm Kirchen siegell und
aijgenhaendiger
subscription
obernandten Herren Pastoren und
Provisoria der Kirchen zu Battbergen.
Also renuncijrte Ermelter Johan Herman
zum Brincke guttwillich auff seine
erhaltene freijheit, und gabe sich zu dem
end freijwillig wieder in aijgenthumb
ahn der wohlgebohrener fraw Wittiben
Obristlieutenants von Hammerstein, fraw
zu Loxten, Deiche und Hamme und dero
Erben nach hiesigen Westphalischen
aijgenthumbs recht und gerechtigkeit,
globete
dabeij
faestiglich
ahn
wohlermelter
fraw
Wittiben
Obristlieutenants von Hammerstein, von
ietzo ahn vor seine Guttsfrawen, zu
erkennen und zu halten, auch sich gegen
dieselbe in allen, wie einem trewen
aeijgenbehoerigen
zustehet
sich
bezeijgen und verhalten, gestalth dan
auch, wass beij bedingungh der Auffahrt
vor
weinig
thagen
verabredet,
124
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
versprochen,
angenohmmen,
beschlossen, und darauss prothocollirt
worden, in allen seinen Clausulen
trewlich zu halten, nach zu kommen, und
werckstelligh zu machen, wie dan auch
iahrliches die von gemeldte wohnungh
gehoerige
lasten,
anklebende
Guttherrliche pfachten, dienste und
sonsten gepuernuessen nach mueglichen
fleiss darvon abzustatten und zu
entrichten, auch dass seinige alss zweij
hundert Rth. in die Deels platze zu
bringen und dieselbige damit zu
verbesseren, auch in guten standt und
esse zu halten und zu anserviren, so viell
ihme immer mueglich sein wuerde, und
solches globete faestichlich ahn, und
verobligirte sich beij verluss seiner
Meijerstaettischen gerechtigkeit. Alles
getrewlich, ohne gefehrde und argelist.
I. Gerdt
S. Hermann Wille
Alberth Ludeling
Fenna Vortmann
06-11-1699, Johann
29
Sohn begraben.
IXb
Trier
sive
Johann
Vortmann,
gedoopt
(R.K.)
op
18-09-1657
te
Badbergen. Zoon van Albert
Vortmann (zie VIIIb op blz. 121)
en Geseke Thumann. Begraven
op 24-01-1709 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Albert Vortmann (Voerman /
Voortman), gedoopt (Ev.L.)
op 09-01-1690 te Badbergen
(zie Xb op blz. 127).
2.
Johann Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 14-06-1692 te
Badbergen. Begraven op 1607-1706 te Badbergen.
3.
Arend Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 11-02-1695 te
Badbergen (zie Xc op blz.
128).
4.
Geeske Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 02-03-1697 te
Badbergen. Begraven op 1605-1706 te Badbergen.
5.
Henrich Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 16-03-1701 te
de
Uit het eerste huwelijk:
1.
Gretke Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Detert Vortmann’ (zie Xa op
blz. 126).
Uit het tweede huwelijk:
Gerdt Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 07-09-1681 te Badbergen.
Begraven op 06-11-1699 te
Badbergen.
07-09-1681
P. Johann Vortmann
27
CoPo 1.043.842.
Fortmanns
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
29-10-1688 te Badbergen (Luthers)
met Debe Beckermann, geboren
circa 1660 (gezindte: Ev.L.).
Begraven op 21-06-1710 te
Badbergen.
Dass su Urkundt habe hierzu in zeugen
requirirt und beruffen Berndten von
Dreell einwohnern alhie und menen
Sohn Herman Peter Lutzenburgh, dar
beneben gegenwartiges instrumentum
hierueber errichtet unterschrieben und
mit meinem gewohnlichen pitzschafft
unterzeichnet,
so
geschehen
Quakenbrnck.
Notar Peter von
27
Luetzenburg.
28
28
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
29
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Badbergen (zie Xd op blz.
129).
6.
Adelheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 23-08-1705 te
Badbergen (getuige(n): Talcke
Ahler, Talcke Forthmann,
Posthorst).
7.
Gerdt Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 06-02-1708 te
Badbergen. Begraven op 1902-1708 te Badbergen.
30
06-02-1708
P. Johann Forthmann
M. Debe Beckermann
I. Gerdt
S. Martin zur Borg
Jurgen Forthmann
Hillcke Dieckmann
19-02-1708, Forthmanns Sohnlein
Gerdt
IXc
Henrich Vortmann, geboren circa
1669 (gezindte: Ev.L.). Zoon van
Albert Vortmann (zie VIIIb op
blz. 121) en Geseke Thumann.
Begraven op 05-02-1740 te
Badbergen.
Gehuwd op 10-05-1719 te
Menslage (Luthers) met Anna
Kienhaus, geboren voor 1694 te
Andorf, volerf Kienhaus, gedoopt
(Ev.L.) te Menslage. Dochter van
Johann Kienhaus, colon volerf
Kienhaus in Andorf (Menslage), en
Talcke Neslage. Overleden op
11-01-1762 te Badbergen, begraven
op 14-01-1762 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
30
Anna Alheid Vortmann,
Ev.L. T.H.S. Badbergen
125
126
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
op 06-08-1718 te Menslage.
g
e
d
o
o
p
t
(
E
v
.
L
.
)
Familiewapen
von Aswede. Collectie
Bersenbrücker Museum.
2.
Margretha Alheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 03-011730 te Badbergen. Overleden
op 11-06-1788 te Badbergen
op 58-jarige leeftijd, begraven
op 14-06-1788 te Badbergen.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd
op 03-12-1750 te Badbergen,
(Luthers)
met
Johann
Kramer, 22 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 21-02-1728 te
Badbergen. Zoon van Gerdt
Kramer
en
Schwanke
Brormann.
Xa
Gretke Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op 0207-1678 te Badbergen. Dochter
van Hermann Rieckehausz
(Vortmann) en Anna Vortmann
(zie IXa op blz. 122). Begraven op
22-11-1707 te Quakenbrück.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
13-10-1701 te Badbergen (Luthers)
met Ernst von Aswede, 25 jaar
oud, geboren te Quakenbrück,
gedoopt (Ev.L.) op 25-07-1676 te
Quakenbrück. Zoon van Ernst
von
Aswede
en
Helena
Schulenburg,
koopman.
Hij
hertrouwt
met
Lucretia
Margaretha Bahlmann. Begraven
op 28-12-1717 te Quakenbrück.
Het familiewapen von Aschwede van
Rittersitze Arkenstedt vertoont een
gelijkenis met het wapen van Ernst von
Aswede in Quakenbruck.
12-05-1703: Haben die Eheleute Ernst
von Aswede und Margarethe geb.
Vortmann und die Witwe Venne
Vortmann das Erbwohnhaus neu
errichten lassen. Die Eheleute von
Aswede haben die Stätte zum Vorde
nicht bewohnt sondern verpachtet.
(Bron: Detert zum Vorde, verkregen via
Netheler,
blz.
14)
----1706:
Familiewapen von Aswede: Drie naar
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
127
links gerichte eekhoorns, waarvan de
staart recht omhoog tot boven de kop
rijkt. Kleuren (waarschijnlijk) natuurlijk
op een gouden schild. Helmteken: (helm
31
aanziend) twee vleugels (?).
gedoopt (Ev.L.) op 23-031707
te
Quakenbrück.
Begraven op 16-09-1743 te
Engter.
Dit wapen is te vinden in het raadhuis
van Quakenbrück, met het onderschrift:
‘Ernst
Aswede,
Burger
Und
Kauffhandler der Statt QuakenbrC. anno
1706.’
Gehuwd op 27-jarige leeftijd
op 08-02-1735 te Engter,
gehuwd voor de kerk op 0802-1735 te Engter (Luthers)
met Johann Donat Jödicken,
geboren
circa
1707
te
Heringen.
Chirurgijn.
Begraven op 02-09-1743 te
Engter.
Uit dit huwelijk:
1.
Ernst von Aswede, geboren
rond 1702. Senator. Begraven
op
26-09-1761
te
Quakenbrück.
Gehuwd op 22-02-1729 te
Quakenbrück,
met Lucia
Margaretha Heye, 31 jaar
oud, gedoopt (Ev.L.) op 3009-1697 te Quakenbrück.
Dochter van Gerdt Heye,
subsenior, senator, en Anna
Catharina
Oyemann.
Begraven op 26-09-1761 te
Quakenbrück.
2.
Anna Adelheit von Aswede,
geboren te Quakenbrück (zie
XIa op blz. 130).
3.
Hermann von Aswede,
geboren te Quakenbrück,
gedoopt (Ev.L.) op 20-121705
te
Quakenbrück.
Begraven op 05-02-1706 te
Quakenbrück.
4.
Johann von Aswede, gedoopt
op
20-12-1705
te
Quakenbrück. Begraven op
28-12-1705 te Quakenbrück.
5.
Helena
von
Johann Donat Jeditzer will am
8.2.1735 in Barenau-Engter Helene
von Aswede heiraten und lädt
hierzu Jurgen Elting-Lienesch
Meyer zu Bergfeld und Frau ein
"um
eine
Kleine
Mahlzeit
einzunehmen". Wir geben uns die
Ehre und nebersender am Montag
einen Wagen, damit sie am
Dienstag gegen Mittag ..gen hier
32
sein.
Xb
Gehuwd (1) circa 1715 met
Marrijtje Roelofs, geboren circa
1690 te Menslage (gezindte: Ev.L.).
Begraven op 01-09-1731 te Edam
(kerkhof).
Aswede,
31 Heimat gestern und heute, mitteilungen des
Kreisheimatbundes Bersenbrück (KHBB) e.V.,
Heft 12 - 1964, blz. 120.
Albert Vortmann (Voerman /
Voortman), gedoopt (Ev.L.) op 0901-1690 te Badbergen (getuige(n):
Gehrt
Middendorff,
Lampe
Posthorst, Gretke de Grönner).
Zoon van Johann Vortmann (zie
IXb op blz. 124) en Debe
Beckermann. Overleden op 1005-1757 te Edam op 67-jarige
leeftijd, begraven op 14-05-1757 te
Edam (in de Gereformeerde kerk).
Zie de biografische beschrijving van
Albert Jansz. Voortman (1690-1757).
32
CoPo blz. .6118
128
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd (2) op 43-jarige leeftijd op
14-06-1733 te Edam met Maria
Vaal, geboren te Amsterdam
(gezindte: Ev.L.). Zij is eerder
getrouwd geweest met Coert
Blanke. Begraven op 26-10-1736
te Edam (in de Gereformeerde
kerk).
(Ev.L.) op 26-03-1724 te
Edam
(getuige(n):
Tietje
Thee). Begraven op 15-061737 te Edam (in de
Gereformeerde kerk).
5.
Hendrik Voerman, gedoopt
(Ev.L.) op 13-10-1729 te
Edam (getuige(n): Maria Faal).
Begraven op 26-05-1731 te
Edam (kerkhof).
6.
Vortmann, geboren 8-1731 te
Edam. Begraven op 20-051732 te Edam (kerkhof).
Uit het eerste huwelijk:
1.
Hendrik Voerman, gedoopt
(Ev.L.) op 29-11-1716 te
Edam
(getuige(n):
Tietje
gestaan voor Engeltje Beeker,
Hendrik Beeker). Begraven op
17-06-1718 te Edam (kerkhof).
2.
Divertje Voerman, gedoopt
(Ev.L.) op 01-09-1720 te
Edam
(getuige(n):
Tietje
Thee). Begraven op 23-101725 te Edam (kerkhof).
3.
Jannetje Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 02-10-1721 te
Edam
(getuige(n):
Tietje
Thee). Begraven op 20-031749 te Amsterdam.
Xc
11-02-1695:
P. Johann Vortmann
I. Arndt
S. Johann Rykehaus
Gehuwd op 23-jarige leeftijd
op 01-11-1744 te Edam met
Gerdt Meersing, 35 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 18-021709 te Quakenbrück. Zoon
van Hermann Meersing en
Anna
von
Enthe,
droogscheerders-knecht. Hij
hertrouwt
met
Engeltje
Engels, hertrouwt met Ida
Schollevanger. Begraven op
16-07-1765 te Amsterdam.
25-07-1742
33
Amsterdam.
4.
33
Aaltje
poorter
Voerman,
GAAM poortboek deel 19.
Arend Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 11-02-1695 te Badbergen. Zoon
van Johann Vortmann (zie IXb
op
blz.
124)
en
Debe
Beckermann. Begraven op 30-081740 te Menslage.
Tobke Ahler
34
Hille Beckers
Gehuwd op 40-jarige leeftijd op
17-11-1735 te Menslage met Anna
Sandkuhle, 33 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 05-11-1702 te Menslage.
Dochter van Johann Sandkuhle
en Talcke Strodtmann. Begraven
op 06-03-1759 te Menslage.
Uit dit huwelijk:
1.
in
gedoopt
34
Johann Henrich Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 13-011737 te Menslage. Begraven
op 11-06-1742 te Menslage.
THS Badbergen, particulier bezit.
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Xd
2.
Helena Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 08-091739 te Menslage. Begraven
op 12-01-1740 te Menslage.
3.
Anna
Margaretha
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 08-09-1739 te Menslage.
Begraven op 27-10-1739 te
Menslage.
Henrich Vortmann, gedoopt
(Ev.L.)
op
16-03-1701
te
Badbergen. Zoon van Johann
Vortmann (zie IXb op blz. 124) en
Debe Beckermann. Begraven op
17-01-1749 te Menslage.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
28-11-1724 te Menslage (Luthers)
met Margaretha Gerdruth Voth,
21 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op 2807-1703 te Menslage. Dochter van
Johann Voth en Talcke Meyer
(Mohrhaus). Overleden op 27-111775 te Schandorf (Nebenhaus hof
Berding) op 72-jarige leeftijd,
begraven op 30-11-1775 te
Menslage.
01-1726 te Menslage. Zoon
van Hermann Schmidt en
Geske Vading, dagloner.
Overleden op 06-04-1777 te
Menslage op 51-jarige leeftijd,
begraven op 09-04-1777 te
Menslage.
Het gezin van Johann Bönker
woonde samen met het gezin van
Henrich Jürgen Vortmann (zwager
van Johann Bönker) ten tijde van de
volkstelling in 1772 in de
Nebenwohnung van hof Jürgen
Berding (horig aan Stift Börstel) in
Schandorf. Johann Bönker pachtte
daar 18 Scheffel land bij.
3.
Henrich Jürgen Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 12-061732 te Menslage (zie XIc op
blz. 132).
4.
Margaretha
Adelheit
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 12-12-1734 te Menslage.
Spinster. Overleden op 13-031785 te Menslage op 50-jarige
leeftijd, begraven op 15-031785 te Menslage.
Als
weduwe
Johann
Borg
bewoonde Margaretha Adelheit
Vortmann met haar dochter en het
gezin
van
Dirck
Hollrahe
(klompenmaker, met vrouw en een
andere inwonende vrouw) de
Nebenwohnung van volerf Eilmann
(horig aan stift Börstel) in
Schandorf.
Uit dit huwelijk:
1.
Johann Arend Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 14-091725 te Menslage (zie XIb op
blz. 131).
2.
Debe Alheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-121729 te Menslage. Overleden
op 28-10-1803 te Menslage op
73-jarige leeftijd, begraven op
31-10-1803 te Menslage.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd
op 18-11-1755 te Menslage
(Luthers)
met
Johann
Schmidt (Bönker), 29 jaar
oud, gedoopt (Ev.L.) op 13-
129
Gehuwd op 27-jarige leeftijd
op 08-05-1762 te Menslage
(Luthers) met Johann Merten
zur Borg, geboren circa 1725.
Zoon van Bernd Diederich
zur Borg en Anna Wehlburg.
Overleden op 03-08-1769 te
Menslage.
5.
Anna Catharina Vortmann,
130
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
gedoopt (Ev.L.) op 17-111737 te Menslage. Overleden
op 14-12-1800 te Menslage op
63-jarige leeftijd, begraven op
18-12-1800 te Menslage.
XIa
Anna Adelheit von Aswede,
geboren te Quakenbrück, gedoopt
(Ev.L.)
op
12-04-1704
te
Quakenbrück. Dochter van Ernst
von
Aswede
en
Gretke
Vortmann (zie Xa op blz. 126).
Overleden op 22-01-1787 te
Grothe, volerf Merschmann op 82jarige leeftijd, begraven op 25-011787 te Badbergen.
12-04-1704 doopgetuigen: Anna zum
Vorde (grootmoeder), Adelheit Bödeker,
Johann
1722: Deithardt zum Vorde hat keinen
Gutsherrn, gibt Monatschatz 1 Rth 15
Schill 9 Pfg, Rauchschatz 4 Rth 10 Schill
6 pfennig und 12 Schilling Capitelgeld
nach Quakenbrück, an die Pastoren 2
Scheffel Hafer an die Küster 1 Scheffel
35
Hafer und 24 Garben.
familie von Bar waar volerf Merschmann
horig aan was.
Uit dit huwelijk:
1.
Hermann
Ernst
Merschmann,
gedoopt
(Ev.L.) op 18-12-1727 te
Badbergen.
2.
Margretha
Alheit
Merschmann,
gedoopt
(Ev.L.) op 17-02-1729 te
Badbergen. Begraven op 2703-1751 te Badbergen.
3.
Adelheit
Merschmann,
gedoopt (Ev.L.) op 06-101731 te Badbergen.
4.
Helena
Merschmann,
gedoopt (Ev.L.) op 11-051734 te Badbergen.
Gehuwd
Thumann.
Hermann Merschmann was verdronken
in de Diger bij slot Barenaue van de
35
Dühne II, pag. 228.
Gerdt
5.
Johann
Hermann
Merschmann
(Vortmann),
geboren te Grothe, volerf
Merschmann (zie XIIa op blz.
133).
6.
Ernestus
Merschmann,
gedoopt (Ev.L.) op 20-051739 te Badbergen.
1722: Grösse des Colonates: 5 Malt 3
Scheff 3 Viertel
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
20-02-1727 te Badbergen (Luthers)
met Hermann Merschmann, 36
jaar oud, geboren te Grothe, volerf
Merschmann, gedoopt (Ev.L.) op
02-06-1690 te Badbergen. Zoon
van Hermann Merschmann en
Alheit Brundert, colon volerf
Merschmann
in
Grothe
(Badbergen). Overleden op 14-031739 te Barenaue op 48-jarige
leeftijd, begraven op 18-03-1739 te
Badbergen.
met
In 1772 had Ernst Merschmann 2
knechten en 2 maagden in dienst.
1765 Montag den 28ten Januarii,
Hatt Ernst Merschman, zu Wulfften
Kirchsp. Badbergen, auf sein
Elterliches Erbe mitt seinen
künftigen Braut die auffahrt
inclusis juribus bedungen zu 250
Thaler.
Den 26ten Novembris 1765.
Hatt der Colonus Merschman seine
Braut, Grete Wittrocks, aus dem
Grönloh, so frey gebohren, sihtiret,
und
selbige
sich
mediante
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
ten oosten en Jan Kreuger ten zuiden,
verkoft by Johan Frederik Voortman aan
Hendrik Cloosterman, beyde wonende
38
alhier voor ƒ 305.--.--
stipulatione im Landesherrlichem
36
eigenthum begeben.
gehuwd voor de kerk op 26jarige leeftijd op 04-01-1766 te
Badbergen (Luthers) met
Margaretha Wittrock, 21 jaar
oud, gedoopt (Ev.L.) op 1012-1744
te
Badbergen.
Dochter
van
Johann
Hülsmann (Wittrock), Kötter
op Markkotte Wittrock in
Grönloh (Badbergen), en
Catharina
Adelheit
Wittrock.
XIb
131
06-07-1757: Wij Abraham van Wijlick
junior & Mr. Roelof Boot junior,
scheepenen in Edam, oirconden ende
kennen dat voor ons is gecompareert,
Johann Frederik Voortman, wonende tot
Menslage in Schandorp, in’t land van
Osnabrugh, thans binnen dese stad,
dewelke bekende als erfgenaam van
wijle Albert Voortman, alhier overleden,
verkogt, opgedragen en quyt gescheld te
hebben, soo als hij doet bij deese tot
eenen vrijen eijgendom aan ende ten
behoeven van Hendrik Cloosterman,
alhier woonagtigh,
Johann
Arend
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 14-09-1725 te
Menslage. Zoon van Henrich
Vortmann (zie Xd op blz. 129) en
Margaretha Gerdruth Voth,
Hollandganger, dagloner. Begraven
op 16-09-1776 te Edam.
Ende zijne, erve en huys, met thuynhuys,
soo als deselve beschut, beheynt, bepoot
& beplant is, staande en gelegen alhier
ter steede op de Heeregragt, belent met
de Heer Frans Pont ten oosten en Jan
Kreuger ten zuyden.
nogh een dito, als deselve beschut,
beheynt, bepoot en beplant is, staande
ende gelegen alhier in de Jonkerstraat,
belend met Pieter Dik ten zuyden, en
Joost Pranger ten noorden,
27-05-1757: Regtdag gehouden op
vrijdagh den 27 maij 1757, present alle
de Heeren.
Ingevolge de resolutie van den 14den
dezer, compareerde voor de Edele
Achtbare Heeren van den Geregte,
Hendrik Alders, dewelke heeft gesisteert
den persoon van Johan Arend Voortman,
neef van den alhier overleden Albert
Voortman, dewelke ten genoegen heeft
doen blijken behoorlijke acte van
qualificatie van desselve broeders en
susters als gezamentlijk mede erfgename
als intestato van de voors. Albert
Voortman, tot aanvaardinge van desselve
boedel en nalatenschap waartoe de
voorsz. Johan Arend Voortman bij deze
37
is en word gequalificeert.
voor den summa van driehondert & vijf
carole guldens van XL grooten, Vlaams
‘t stuk, waar af hij comparant reets belijd
al voldaan en wel betaald te weese, de
laatste penning met den eersten,
belovende daaromme ‘t voorsz. toekomst
te zullen vrijen & vrij te waren, nae
costuymen deeser steede, onder verband
van sijn comparants persoon en alle sijne
goederen
tegenswoordige
ende
toekomstige
geene
van
dien
uytgesondert.
Te onse segelen aagehangen, desen 6
39
july 1757.
06-07-1757: Twee huyzen met selleves
thuynen, alhier belend met Frans Pont
1772: Johann Arend woonde met zijn
Auffahrten protokollenbuch Amt Fürstenau,
StOs Rep 350 Fü Nr. 471
SAWA Gaarder Edam inv.nr. 3 (100ste
penning
37
39
36
SAWA Edam ORA Schepenrol inv.nr/ 3792
38
SAWA Edam ORA Transporten inv.nr. 3867.
132
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
gezin ten tijde van de volkstelling van
1772 samen met de klompenmaker
Arend Langfer in de Leibzucht van
volerf Manshorst (horig aan Stift
Börstel) in Schandorf. Hij had daar 14
Scheffel land voor eigen gebruik, terwijl
40
Arend Langfer 6 Scheffel had.
17-09-1776: Jan Voortman A kp -.12.--
blz. 136).
XIc
41
Gehuwd (1) op 32-jarige leeftijd op
15-12-1757 te Menslage met
Helena Margaretha auf den
Felde, 39 jaar oud, gedoopt (Ev.L.)
op 18-03-1718 te Menslage.
Dochter van Arndt Brundert en
Helena auf den Felde. Begraven
op 27-12-1757 te Menslage.
Henrich Jürgen Vortmann en zijn gezin
woonde ten tijde van de volkstelling van
1772 samen met het gezin van zijn
zwager
Johann
Bönker
een
Nebenwohnung van hof Jürgen Berding
(horig aan Stift Börstel) in Schandorf
(Menslage). Ook had Henrich Jürgen
zijn moeder inwonend. Hij pachtte daar
12 Scheffel land.
Gehuwd (2) circa 1760 met Anna
Maria Mister, gedoopt (Ev.L.) op
04-11-1729 te Menslage. Dochter
van Hermann Mister en Helena
Beckermann. Overleden op 2312-1807 te Menslage op 78-jarige
leeftijd, begraven op 28-12-1807 te
Menslage.
2.3.1797 In der hinter Stube in Berdings
Leibz. zu Schandorff erchienen Heinr.
Jg. Vortmann u. Ehefr. Susanna Marlena
geb. Leinemann, hatten 2 Kindeer die
gestorben sind, schenkten Mortis rama
ihr gesamten Vermögen dein Sohn ihrer
Schwester Johann Wilm Heinrich Meyer,
den sie im Haus nehmen.
Uit het tweede huwelijk:
1.
Hermann
Henrich
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 08-05-1762 te Menslage.
Er sollte nach der Schenkenden
Absterben 1 Kist u. 1 Bette an die
Schwester Debe Adelheit Vortmann
Kinder verabfolgen (?).
2.
Venna
Margaretha
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 21-01-1765 te Menslage.
Overleden op 28-09-1820 te
Menslage (Schürmanns Neuen
Haus, Klein Mimmelage) op
55-jarige leeftijd, begraven op
02-10-1820 te Menslage.
Alle Kleider des Heinr. Jg. Vortmann an
dessen nächsten Verwandten geben, die
Kleider der Frau den Verwandten ihren
seite, Wenn notig ---- Meyer davon
behalten.
3.
40
41
Henrich Jürgen Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 12-06-1732 te
Menslage. Zoon van Henrich
Vortmann (zie Xd op blz. 129) en
Margaretha Gerdruth Voth.
Overleden op 26-08-1800 te
Menslage op 68-jarige leeftijd,
begraven op 29-08-1800 te
Menslage.
Falls beim Tode noch Geldes ausstehen,
sollen diese zu gleichen Teil Geteilt
worden unter den Verwandten.
Zg. Herm. Dirck Wernsing Herm.Gerd
Gerdes Johan Merten Bodemann in
Berdings Hause Johann Brinckmann und
Jürgen
Tecker
in
Manshorst
42
Behausung.
Johann Berndt Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-091768 te Menslage (zie XIIb op
STOS Volkstelling 1772 Menslage.
SAWA stz. Edam inv.nr. 19
STOS Rep 958 Fürstenau Nr. 1; Not.
J.H.Callmeyer in Quakenbrück.
42
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Merschmann sive Vortmann één maagd
in dienst. In de Leibzucht woonde
Johann Wulfert met zijn moeder, vrouw
45
en zes kinderen.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
05-05-1761 te Menslage (Luthers)
met
Susanna
Marlena
Lindemann, 23 jaar oud, gedoopt
op 24-11-1737 te Menslage.
Dochter van Tobias Lindemann
en
Helena
Bremerkamp.
Overleden op 14-06-1805 te
Menslage op 67-jarige leeftijd,
begraven op 17-06-1805 te
Menslage.
1787: Claus zum Vorde und Detert zum
Vorde spannen bei den Rundefuhren
46
zusammen.
1789: Nach der
Flurkarte
der
Quakenbrücker-Lechterker Mark waren
Ländereien des Detert zum Vörden in ihr
47
belegen.
28-10-1796: verglichen sich die Vehser
Sechszehner mit Hermann Merschmann
modo Detert Fortmann zu Mimmelage
und Jürgen Vortmann sonst Claus zum
Vorde genannt wegen eines, den beiden
Vortmanner bei der Vehser gemeinen
Wiese gehörenden Plagenmattes, wofür
letztere den Vehsern jährlich Eine Tonne
Bier zu geben schuldig, dahin, dass die
beiden Vortmänner die Verpflichtung
ihnen für 200 Rth erblich abgekauft,
"wofür sie von nun an bis zu ewigen
Zeiten berechtigt ihre zubehörigen
Ländereien so zwischen der Vehser und
Mimmelager Schnatbach belegen, nach
ihren belieben von allda befindlichen
Plaggenmatte begeilen können und
mögen." Die beiden Colonen Vortmann
verpflichten sich ein jeder, bei seinen
Gründen den Bach von Herm Vortmanns
Gründen, nach Lüdelings Seite, bis dem
Ende der Wiese, nächst Lüdelings
Gründen, zu räumen. Diese Urkunde ist
48
von Notar Meessmann aufgenommen.
Uit dit huwelijk:
XIIa
1.
Vortmann, geboren 08-1762.
Doodgeboren. Begraven op 2708-1762 te Menslage.
2.
Vortmann, geboren 03-1764.
Doodgeboren. Begraven op 0703-1764 te Menslage.
Johann Hermann Merschmann
(Vortmann), geboren te Grothe,
volerf Merschmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
29-12-1736
te
Badbergen. Zoon van Hermann
Merschmann en Anna Adelheit
von Aswede (zie XIa op blz. 130),
colon halferf ‘Detert Vortmann’.
Overleden op 11-01-1808 te
Gross-Mimmelage op 71-jarige
leeftijd, begraven op 14-01-1808 te
Badbergen.
1803: Grösse des Hofes; 4 Malter
Ackerland, 1 Malter 3 Scheffel Wiesen
49
und 1 3/4 Scheffel Weiden.
28-01-1765: Hat Ernst Merschmann
seinen Bruder Johann Hermann inclusis
juribus zu 35 thl. aus der Hörigkeit des
43
Landesherrn freigekauft.
1765: Hermann hat im Jahre 1765 das
Detert zum Vordersche Colonat erblich
44
übernommen.
1772: In 1772 had Johann Hermann
43
STOS Rep 122 III 1b Fach 54 Nr. 4d
FAVO Aantekeningen van J.C.D.Vortmann blz.
27.
44
133
45
Volkstelling Amt Fürstenau 1772
46 STOS Abschn 88 Nr 271 und 272, Nachweis
der Rundefuhrpflichtigen.
47
Landesvermessung Du Plat 1784-1790.
48
Dühne II s. 242.
Detert zum Vorde verkregen via Netheler, blz.
12.
49
134
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Vehese belegener Brunderts Stette
ehelich
geboren
Tochter,
ihres
eigenthums, womit sie Mich und
Meinem Hause verpflichtet gewesen,
entlassen und davon los gesprochen habe
der gestalt und also, dass sie Catharina
Adelheid sich nimmehro inner oder
ausserhalb Landes kehren und wenden,
handeln und wandeln, in Zunften und
Gilden treten, Testamenti factionis active
et passive fähig sein, auch anderer freier
Leuten
privilegien,
Recht
und
Gerechtigkeiten geniessen könne und
möge, gleich wenn sie einmalen im
Eigenthum gewesen wäre, mit den
ausdrücklichen Vorbehalt jedennoch
aber, dass die Freigelassene ohne Mein,
oder Meiner Erben Vorwissen, belieben
und Determination aus ihrer elterlichen
Stette etwas an Brautschatz, wie es auch
Namen haben kann und mag, zu fordern
und sich ein solches durch Beihülfe der
Rechten, oder sonst erdenklichen wegen
sich habhaft zu machen bei Verlust
dieser ihrer Freilassung nicht befugt sein
solle. Zu mehrerer Festhaltung dessen
habe
Ich
dieses
eigenhändig
unterschrieben und mit Meinem adeligen
Pettschaft bedrücken lassen.
14-01-1808: Lijktekst; Psalm 23, Vers 15 Der Herr ist mein Hirte; mir wird
nichts mangeln.
Er weidet mich auf einer grünen Aue und
führet mich zum frischen Wasser.
Er erquicket meine Seele; er führet mich
auf rechter Strasse um seines Namens
willen.
Und ob ich schon wanderte im finstern
Tal, fürchte ich sein Unglück; denn Du
bist bei mir, dein Stecken und Stab
trösten mich.
Du bereitest vor mir einen Tisch im
Angesicht meiner Feinde. Du salbest
mein Haupt mit Öl und schenkest mir
50
voll ein.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
15-12-1770 te Badbergen met
Catharina Adelheit Brundert, 28
jaar oud, geboren op 07-03-1742 te
Vehs, halferf Brundert, gedoopt
(Ev.L.)
op
14-03-1742
te
Badbergen.
Dochter
van
Hermann Brundert, colon halferf
Brundert in Vehs (Badbergen)
provisor,
en
Margaretha
Wohninger. Overleden op 25-091816 te Gross-Mimmelage, halferf
‘Detert Vortmann’ op 74-jarige
leeftijd, begraven op 28-09-1816 te
Badbergen.
Gegeben Eggermühlen den 26 Martii
1763.
Verwittibte von Böselager, geboren von
51
Weichs.
28-09-1816: Lijktekst: Das Evangelium
des Johannes 20, Vers 11.
Ich, Marie Agnes Verwittibte Freifrau
von Böselager geborene Freiin von
Weichs, Frau der Eggermühlen und
Grumsmühlen bezeugen und bekennen
hiermit für mich, meine Erben, und
männiglichen, dass Ich in untengesetzten
dato auf unterthänigen begehrens meiner
eigenbehörigen
Magd
Catharina
Adelheid
Brundert,
Tochter
des
Hermann Brundert und Margarete
geboren Wohnunger, auf der Mir
eigenthumlich zuständigen in den
Kirchspiel
Badbergen,
Bauerschaft
50
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann.
Maria aber stund vor dem Grabe und
weinte draussen. Als sie nun weinte
guckte sie in das Grab.
Uit dit huwelijk:
51
1.
Anna Elisabeth Vortmann,
geboren op 02-02-1772 te
Gross-Mimmelage (zie XIIIa
op blz. 136).
2.
Hermann
Vortmann,
geboren op 14-05-1774 te
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann.
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
135
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Detert Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 18-05-1774 te
Badbergen. Colon halferf
‘Detert Vortmann’. Overleden
op 11-01-1827 te GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’
op
52-jarige
leeftijd, begraven op 15-011827 te Badbergen.
Gerichte
zu
Quakenbrück
eintausend fünfhundert und zehn, in
vigilia Mathaei von Claus de Bar,
als
Gutsherr
der
Hermann
Vortmanns Stätte zum Behuf des
Capitals
zu
Quakenbrück
ausgestellte Verschreibung.
18-05-1774: Doopgetuigen: Ernst
Merschmann in Grothe, Diedrich
Brundert zu Vehs und Adelheit
Dinkgreve geborene Brundert in
52
Badbergen.
Unterschriebener ersucht dieses
dem
Hypothekenbuche
zu
übergeben.
01-11-1809: Bordereau über eine
Hypothekarischen Forderung.
Ernst
Ludewig
Dunkel
als
Administrator
der
Quakenbrückschen Capitular Güter.
Verpfändet ist für diese Schuld die
in
der
Bauerschaft
Grosse
Minmelage belegene Hermann
Vortmanns Stätte des Schuldners.
Quakenbrück den 1 November
1809.
Des vormaligen Kapitels zu
St.Sylvester in der Stadt und dem
Canton Quakenbrück, Districts
Osnabrück,
mit
des
Endesermeldeten Wohnsitze in der
Behäusung
des
zeitigen
Administrators
der
Quakenbrückschen Capitular Güter,
jetzo des unterschriebenen Doctoris
Juris Ernst Ludewig Dunkel,
wohnhaft in der Stadt und dem
Canton Quakenbrück, Districts
Osnabrück, gegen den Schuldner
Butke ton Purrenhagen, jetzo
Hermann Vortmann, wohnhaft in
der
Bauerschaft
Grosse
Minmmelage,
Kirchspiels
Badbergen,
im
Canton
Quakenbrück, Districts Osnabrück,
auf Acht Rheinische Goldgülden,
wovon die Rente nach dem Inhalte
der Verschreibung auf Mathaei mit
einer Mark fällig ist, dermalen aber
mit zwölf Osnabrücker Schillinge
bezahlt wird, auch jährlich von dem
Schuldner zu der nämlichen Zeit
mit acht Rheinische Goldgülden
wieder ausgelöst werden mag.
Inseribirt auf dem HypothekenBureau zu Osnabrück den 16. April
1810, Nr. 1448 des Inscriptions
Registers.
Der
Hypotheken-Conserrateur
Kramshake.
Dieses Kapital ist 1839 mit 16
Thaler 19 Gutegroschen 4 Pfennige
ausbezahlt. (= 50 Mk 32 Pfg 24
53
Pfg.)
01-08-1818:
Streit
über
Erbesqualität bei Aufloesung der
Mimmelager Mark (siehe Wulfert i.
54
Gr.Mi.)
11-01-1827:
Nervenfieber.
Doodsoorzaak;
15-01-1827: Lijktekst; Sirach 38,
Vers 23 und 24.
Gedenke an ihn; wie er gestorben,
so musst du auch sterben. Gestern
war’s an mir, heute ist’s an dir.
Weil der Tote nun in Ruhe liegt, so
höre auch auf, sein zu gedenken,
Krafte einer vor dem vormaligen
52
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann blz. 27.
53
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann
54
Collectie Pohlsander blz. 8840.
136
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
und tröste dich wieder über ihn,
weil sein Geist von hinnen
55
geschieden ist.
3.
XIIb
Margaretha
Adelheit
Vortmann, geboren te GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ (zie XIIIb op blz.
137).
Johann
Berndt
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-09-1768 te
Menslage. Zoon van Johann
Arend Vortmann (zie XIb op blz.
131) en Anna Maria Mister,
Heuermann. Overleden op 09-121842 te Klein-Mimmelage op 74jarige leeftijd, begraven op 12-121842 te Menslage.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
16-11-1799 te Menslage, (Luthers)
met Anna Elsabein Harsmann.
Uit dit huwelijk:
55
1.
Johann Hermann Mencke
Vortmann, geboren op 23-091800 te Menslage, gedoopt
(Ev.L.) op 27-09-1800 te
Menslage
(getuige(n):
Hermann
Mencke
Beckermann, Johann Wilm
Meyer, Margaretha Elsabein
Vortmann). Overleden op 1610-1800 te Menslage, 23 dagen
oud, begraven op 18-10-1800
te Menslage.
2.
Johann
Hermann
Vortmann, geboren op 06-101801 te Menslage, gedoopt
(Ev.L.) op 09-10-1801 te
Menslage. Overleden op 2703-1802 te Menslage, 172
dagen oud, begraven op 30-03-
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann
1802 te Menslage.
XIIIa Anna
Elisabeth
Vortmann,
geboren op 02-02-1772 te GrossMimmelage, gedoopt (Ev.L.) op
08-02-1772 te Badbergen. Dochter
van
Johann
Hermann
Merschmann (Vortmann) (zie
XIIa op blz. 133) en Catharina
Adelheit Brundert. Overleden op
13-09-1807 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann op 35-jarige
leeftijd, begraven op 16-09-1807 te
Badbergen.
Anna Elisabeth Vortmann was getuige
bij de doop van Johann Brundert op 9
mei 1789 in het Erbwohnhaus van
halferf Brundert in Vehs.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
01-12-1796 te Badbergen (Luthers)
met Hermann Johann Gerhard
Mohlmann, 22 jaar oud, geboren
te
Gross-Mimmelage,
halferf
Mohlmann, gedoopt (Ev.L.) op 0908-1774 te Badbergen. Zoon van
Johann Diedrich Burmeister
(Mohlmann),
colon
halferf
Mohlmann in Gross-Mimmelage,
en Anna Elsabein Mohlmann,
colon halferf Mohlmann in GrossMimmelage. Overleden op 28-061802 te Gross-Mimmelage, halferf
Mohlmann op 27-jarige leeftijd,
begraven op 01-07-1802 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 32-jarige leeftijd op
07-07-1804 te Badbergen, met
Johann Henrich Burmeister
(Mohlmann), 30 jaar oud, geboren
te Gross-Mimmelage, gedoopt
(Ev.L.)
op
01-06-1774
te
Badbergen.
Colon
halferf
Mohlmann in Gross-Mimmelage.
Hij hertrouwt met Catharina
Maria Wille.
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Uit het eerste huwelijk:
1.
2.
3.
halferf ‘Detert Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.)
op
22-12-1779
te
Badbergen.
Anna Catharina Margaretha
Mohlmann, geboren op 2403-1797 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, gedoopt
(Ev.L.) op 30-03-1797 te
Badbergen.
Dochter van Johann Hermann
Merschmann (Vortmann) (zie
XIIa op blz. 133) en Catharina
Adelheit Brundert. Overleden op
22-10-1816 te Vehs, halferf
Brundert op 36-jarige leeftijd,
begraven op 25-10-1816 te
Badbergen.
Christoph Johann Diederich
Mohlmann, geboren op 2410-1798 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, gedoopt
(Ev.L.) op 30-10-1798 te
Badbergen.
25-10-1816: Lijktekst; Der 1. Brief des
Paulus an Timotheus 6, Vers 16.
der allein Unsterblichkeit hat, der da
wohnet in einem Licht, da niemand
zukommen kann, welchen kein Mensch
gesehen hat noch sehen kann; dem sei
56
Ehre und ewiges Reich! Amen.
Johann Hermann Diederich
Mohlmann, geboren op 0401-1802 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, gedoopt
(Ev.L.) op 09-01-1802 te
Badbergen.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
06-06-1805 te Badbergen met
Hermann Brundert (Vortmann),
38 jaar oud, geboren op 28-011767 te Vehs, halferf Brundert,
gedoopt (Ev.L.) op 04-02-1767 te
Badbergen.
Uit het tweede huwelijk:
4.
5.
Johann Hermann Henrich
Mohlmann, geboren op 0101-1805 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, gedoopt
(Ev.L.) op 08-01-1805 te
Badbergen. Overleden op 2203-1807 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann op 2-jarige
leeftijd, begraven op 25-031807 te Badbergen.
Zoon van Diederich Wilhelm
Brundert, colon halferf Brundert
in Vehs (Badbergen), en Elisabeth
von Senden, Heuermann op
halferf Brundert in Vehs colon
halferf
‘Detert
Vortmann’.
Overleden op 23-11-1850 te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ op 83-jarige leeftijd,
begraven op 26-11-1850 te
Badbergen.
Anna Margaretha Elisabeth
Mohlmann, geboren op 0405-1807 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, gedoopt
(Ev.L.) op 09-05-1807 te
Badbergen. Overleden op 1206-1807 te Gross-Mimmelage,
halferf Mohlmann, 39 dagen
oud, begraven op 15-06-1807
te Badbergen.
XIIIb Margaretha Adelheit Vortmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
137
Transcriptie van het testament van
Diederich Brundert en Elisabeth von
Senden, gedateerd 22-10-1803.
03-05-1805: Als Hermann Brundert und
Margaretha Adelheit Vortmann heiraten
56
aantekeningen van J.C.D.Vortmann
138
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
wollten, hatten sie wegen Verwantschaft
II. Grades um Dispens nachzusuchen,
der
ihnenvom
Osnabr.-Hannov.
Consistorium gegen Zahlung von 25 Th.
57
gewährt wurde.
23-11-1809. Colona Anna Elsabein
Grähner, Wwe des Jg. Middendorf in
Vehs und ihr aeltesten Sohn Hermann
Henrich bekennen dem Heuermann
Hermann Brunnert im Brunnertschen
Buschhause zu Vehs 200 Rtl. Die
angeliehen sind zum gemachten Frykauf
ihres Erbe von von Hammerstein am 2809-1809. Die Rückzahlung dieses Geldes
ist von Detert Vortmann (nach 1811)
58
quittiert.
Liste der Geldbeiträge, behuf der
Gemeinde Rechnung im Kirspel
angelegenheit Mimmelage,
den 18. October 1823.
Name Rth Gr
Detert zum Vorde dd
Claus zum Vorde dd
Arend Zum Vorde dd
Bauerschaft
Markenteilung
Baumeister.59
Gr.
û
Mimmelage
Vorsteher
û
An das Königliche Amt Bersenbrück.
Bericht der Vogtey Badbergen von 9ten
May 1829.
Betrifft der beschwerde der Minmelager
Kötter wegen Unterhaltung der Armen in
Minmelage.
Indem
ich
die
mir
zum
Bericht
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann en Detert
zum Vorde, verkregen via Netheler, blz. 12
57
58
59
Collectie Pohlsander blz. 8836
Archief Thomann, Document 3. Mimmelage,
18 oktober 1823. Contributie ter dekking van
Bauerschafts aandeel in de parochie rekening.
Naar stemgerechtigheid. Vollerbe 1 Rth 14 ggr,
halberbe 64 ggr, Erbkotten 43 gg., Markkotten 21
ggr.
zugestellte Beschwerde der Kötter zu
Minmelage wegen Unterhaltung der
Armen in genannter Bauerschaft und
nementlicht wegen Erbauung eines
Armenhauses daselbst, hier neben
remittire,
habe
ich
folgendes
pflichtmäßig zu berichten.
Der Umstände wegen hielt ich es für
nöthig die Interessenten von Minmelage
zu versammlen und selbst zu vernehmen
was geschehen ist.
Für den Bau des Armenhauses stimmen
in diesen Augenblicke folgende Vollund Halberben; Wulfert für sich und
Kleine
Schiphorst,
Middendorf,
Burmester, Ahlert für sich und Gräner,
Lüdeling,
Engberding,
Thomann,
Rickehaus, Oesing, Große Wendte,
Sundermann für sich und Sandfort,
Kleine Wendte, Pausthorst.
Gegen den Bau eines Armenhauses
stimmen aber jetzt folgende Voll- und
Halberben und Kötter; Sunderlage,
Hamke, Hennier, Diekmann, Schiphorst,
Detert zum Vorde, Claus zum Vorde,
Burding, Berend Oldenhage, Klümke,
Jüttenthal, Schröder, Deber, Riedemann,
Dammer, Hamkenthal, Arend zum
Vorde, Albert Lüdeling.
Weder pro noch contra stimmen;
Heidjohan und der zeitge Vorsteher
Pogge.
Zur
Eingabe
der
vorliegenden
Vorstellung an Königl. Landdrostey
haben folgende den Auftrag ertheilt und
durch die drey erstgenannten den Dr.
André ersuchen lassen solche zu
entwerfen und einzureichen. Claus zum
Vorde,
Diekmann,
Juttenthal,
Hamkenthal, Albert Lüdeling, Dammer,
Arend zum Vorde, Klümke, Burding,
Riedemann, Berend Oldenhage, Deber,
Schiphorst, Schröder, Hennier.
Diejenigen die für den Bau des
Armenhauses stimmten besuchte daß
nach alle jetzt gegenstimmende, mit
ausnahme von Arend zum Vorde bey
einer
desfalls
früher
gehaltenen
Berathung, in den Baugewilligt hätten
welches von den Gegenstimmenden nur
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
139
Vorde
Armen nicht groß genug ist, und
Wohnungen für die übrigen dennach
Die übrigen der Gegenstimmenden
widersprachen zwar diesen Einwurfe
nicht behaupteten dagegen aber, daß sie
die Einwilligung nur unter den Bedinge
gegeben haben, daß die Baukosten
sowohl als auch die Kosten der
Unterhaltung des Gebäudes und der
Armen Sachgemäß und nach andern
Verhältnissen repariert wurden als
diejenigen jetzt wollten die den Bau des
Armenhauses wünschten und für ihre
Heuerleute bedürften.
Ferner endlich entstände nach die Frage
ob die Zinsen des anzulegenden BauCapitals mit berücksichtigung des
Umstandes, daß solches sich im Gebäude
nach und nach consumirt, nicht etwa gar
die Summe der für 6 kleine Familien /
als für welche das Haus eingerichtet
werden soll / zu zahlende Miethe
überstiege.
Wie diejenigen wenige Stimmen die in
der Versammlung fehlten kann ich nicht
angeben. Die Zahl der Armen unter den
Heuerleuten in Minmelage ist allerdings
groß und auffallend, den unter den 51
Heuerling
Familien
die
das
Personensteueregister aufweiset sind 22
ganz arm notirt und von den übrigen 29
Familien sind noch 21 theilweise /dieses
Jahres einzelne Mitglieder der Familie /
befreit.
Einnahme und Ausgabe in Betreff des
Käufeners.
Der Grund dieser Armuth wird wohl
nicht ganz ohne Recht in den gar zu hoch
gesteigerten Heuerpreisen und den den
Colonen von den Heuerleuten zu
leistenden
ungemessenen
Diensten
gesucht, so wir im allgemeinen den in
der
vorliegenden
Vorstellung
vorgetragenen thatsächlichen Umständen
das Zeugnis der Wahrheit schwerlich
wird versagt werden können.
Alswede in B. Oldenhage Hause-18-
Hennier und
widersprachen.
Claus
zum
Was übrigens den Bau des Armenhauses
und in specie betrifft so erlaube ich mir
darauf aufmerksam zu machen, daß
solches nur für Bauerschafts und nicht
für Kirchspiels Armen bestimmt ist, und
daß solches ohne erheblichen Nutzen
seyn wird, sobald den Gesetzen gemäß
das
Armenwesen
nicht
mehr
Bauerschafts sondern Kirchspielsweise
verwaltet wird, und dieser Fall wird
eintreten sobald mein Lieblingsplan das
Glück haben wird gehört zu werden und
darnach eine allgemeine ArmenCommission ins Leben tritt.
Auch ist nicht außer Acht zu lassen, daß
das Armenhaus zur Aufnahme aller
Badbergen den 9ten May 1829, der Vogt
Weber60
In der Käufeners Auction haben gekauft;
Rth Gr Pf
W. Brormann in Poggen Hause14 2 Siltmann in Meesen Hause-24Twelbeck in Kleinen Wenten Hause-11H. Middendorf in Meesen Hause-38W. Wellinghorst dito-44Middendorf in Mohlmanns Hause210G. Haferkampf in Lndelings Hause-3Diederich Wingmann Neubauer-9Heinz Wille in Willen Hause-37Maria Wellinghorst in Hennigers Hause32Hermann Meesse in Sandforts Hause1**
Maria Burding in Hennigers Hause-**
Schmidt Merse auf Sandfords Hause-6**
H. Wellinghorst in Gräners Hause-18*
H. Meese in Sandfords Hause-2*
Died. Middendorf Knecht bei Willen-54-
60
Archief Thomann, Document 4. Mimmelage 9
mei 1829; Bezwaarschrift tegen de bouw en
onderhoud van een armenhuis.
140
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Hind. Vehslage in Vortmanns Hause244-
1.
Brand Knecht bey Möhlmann157Ackmann Schenkwirt218Berend D÷rnhage150Gerd Feldmann in Burmester Hause-10Goldschmid Badsche in Badbergen154Summa1911Minmelage den..ten 1834, Thomann
02-03-1831: Lijktekst, Psalm 37,
Vers 5.
Befiehl dem Herrn deine Wege und
Hoffe auf ihn; Er wird’s wohl
63
machen.
[Rückseite des obigen]Rth ggrPf
An Middendorf in Möhlmanns Hause
bezahlt laut Rechnung 9 46 An Ackmann
1 50 3
An Thumann
-
H.G. Meese
3 -
G. Menke
-
Thomann
1 -
-
Möhlmann
3 -
-
An Kaufmann Spöde
1 44 -
Summa
1 93 2361
2.
12 -
24 -
Catharina
Elisabeth
Brundert, geboren op 11-051808 te Vehs, gedoopt (Ev.L.)
op 14-05-1808 te Badbergen.
Overleden op 15-01-1827 te
Vehs op 18-jarige leeftijd,
begraven op 19-01-1827 te
Badbergen.
16-01-1827:
Nervenfieber.
Doodsoorzaak;
19-01-1827: Lijktekst; Jesaja 49,
Vers 15.
23-05-1837: Hat das Halberbe Dethard
Vortmann die Verpflichtung jährlich
einen Canon von 1 Thaler und 1 Gans an
das Haus Langelage zu Liefern, mit 31
Th 66 ggr oder 93,75 Mark abgelöst.
Diese Verpflichtung oder Belastung war
von dem Hofe Rickhaus auf Detert zum
Vorde gekommen. Emilie Gräfin
Münster-Langelage, geborene Freiin von
der Recke, quittierte für ihre Kinder,
obigen
Ablössungsbetrag
richtig
62
empfangen zu haben.
Kann auch ein Weib ihres
Kindleins vergessen, dass sie sich
nicht erbarme über den Sohn ihres
Leibes? Und ob sie desselbigen
vergässe, so will Ich doch dein
64
nicht vergessen.
3.
Uit dit huwelijk:
61
Archief Thomann, Document 6. Mimmelage,
1834. Inkomsten en uitgaven bij een veiling van
Käufeners.
De
asteriks
(*)
markeert
beschadigingen in het papier.
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann en Detert
zum Vorde, verkregen via Netheler, blz. 13
Hermann
Diederich
Brundert, geboren op 14-061806 te Vehs, gedoopt (Ev.L.)
op 19-06-1806 te Badbergen.
Overleden op 27-02-1831 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Detert Vortmann’ op 24jarige leeftijd, begraven op 0203-1831 te Badbergen.
Hermann Brundert, geboren
op 18-02-1811 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 21-021811 te Badbergen. Overleden
op 29-08-1819 te Vehs op 8jarige leeftijd, begraven op 3108-1819 te Badbergen.
29-08-1819:
Doodsoorzaak;
63
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann
64
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann
62
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
Heinrich Koste, Heuermann
Schneider, 59 Jahr, Luthers
Krampffieber.
4.
XIV
141
Hermann
Brundert
(Vortmann), geboren op 1406-1813 te Vehs (zie XIV op
blz. 141).
und
Maria Koste, Ehefrau, 47 Jahr, Luthers
Hermann Koste, Sohn, 10 Jahr, Luthers
Cathar. Koste, Tochter, 14 Jahr, Luthers
Hermann Brundert (Vortmann),
geboren op 14-06-1813 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 17-06-1813 te
Badbergen. Zoon van Hermann
Brundert
(Vortmann)
en
Margaretha Adelheit Vortmann
(zie XIIIb op blz. 137), colon
halferf
‘Detert
Vortmann’.
Overleden op 16-10-1885 te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’ op 72-jarige leeftijd,
begraven op 20-10-1885 te
Badbergen.
Maria Koste, Tochter, 6 Jahr, Luthers
Margaretha Koste, Tochter, 3 Jahr,
66
Luthers
20-10-1885: Leichtekst
Ich bin der Gott Abrahams und der Gott
Isaaks und der Gott Jakobs? Gott aber ist
nicht ein Gott der Toten, sondern der
Lebendigen.
67
Matthäus 22, Vers 32.
Hermann Vortmann, Sohn, 11 Jahr,
Luthers
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
04-08-1839 te Badbergen met
Catharina
Margaretha
Wangerpohl, 24 jaar oud, geboren
op 24-12-1814 te Uptloh (Essen,
Oldb.),
volerf
Wangerpohl,
gedoopt (Ev.L.) op 29-12-1814 te
Badbergen. Dochter van Christian
Wilhelm Wangerpohl, colon
volerf Wangerpohl in Uptloh
(Essen),
en
Lucia
Maria
Catharina Brundert. Overleden
op
09-02-1888
te
GrossMimmelage,
halferf
‘Detert
Vortmann’ op 73-jarige leeftijd,
begraven op 13-02-1888 te
Badbergen.
Dieder. Vortmann, Sohn 4 Jahr, Luthers
13-02-1888: Leichtekst
Johann Kruse,
Katholisch
Knecht,
21
Jahr,
Anna Uhlhorn,
Katholisch
Magd,
23
Jahr,
Lisette Lubken,
Katholisch
Magd,
36
Jahr,
Ich lebe aber; doch nun nicht ich,
sondern Christus lebet in mir. Denn was
ich jetzt lebe im Fleisch, das lebe ich in
dem Glauben des Sohns Gottes, der mich
geliebet hat und sich selbst für mich
dargegeben.
04-08-1839: Hatten Johann Vortmann
und seine Cousine Catharina Margaretha
Wangerpohl
Genehmigung
ihrer
Eheschliessung von der Obrigkeit zu
erbitten und den dispens mit 25 Thaler
65
zu bezahlen.
1852: volkstelling Gr.Mimmelage 22/1
(halferf)
Hermann Vortmann, grundbezitser, 39
Jahr, Luthers
Catharina Vortmann, Ehefrau, 37 Jahr,
Luthers
22/2 (Heuerhaus)
Volkstelling 1852 StOs Rep 350 Bers nr.
754/755, copie verkregen via R.Wellinghorst
66
Aantekeningen van J.C.D.Vortmann en Detert
zum Vorde, verkregen via Netheler, blz. 13
65
67
aantekeningen J.C.D.Vortmann
142
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Vortmann, geboren op 05-111841 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Detert Vortmann’
(gezindte: Ev.L.). Pächter auf
Dickmanns
Colonat
in
Gr.Mimmelage. Overleden op
27-06-1907
te
GrossMimmelage
op
65-jarige
leeftijd.
Hermann Vortmann: Burmeister
Gr.Mimmelage 1889-1895.
1890: wohnort, Gross Mimmelage
Nr. 14; Anzahl der Parzellen 20,
Flächeninhalt 25 hect. 79 Ar. 80
M2; Reinertrag 228 Thlr. 70 1/100;
Jahresbetrag der Grundsteuer 65
69
Mark 66 Schilling.
Durch
ein
gemeinschaftliches
Testament der Eheleute Hermann
Vortmann (pächter auf Dickmanns
Colonat) und Frau Katharina geb.
Möhlmann, wurde aus dessen
Nachlasse der Schulgemeinde
Gr.Mimmelage ein Kapital von
zweitausend Mark überwiesen
dessen Zinsen Jährlich zu Lernund Lehrwecken Verwandung
finden sollte. Dieses Kapital is
70
ausgezaglt am 12. Mai 1909.
Johann Christian Diederich Vortmann (1848ca.1928).
Gehuwd op 27-jarige leeftijd
op 05-05-1869 te Badbergen,
met Anna Catharina Maria
Mohlmann, geboren voor
1852
(gezindte:
Ev.L.).
Dochter
van
Johann
Mohlmann, colon halferf
Mohlmann
in
GrossMimmelage,
en
Anna.
Overleden op 31-01-1909 te
Gross-Mimmelage,
halferf
68
Galater 2, Vers 20.
Uit dit huwelijk:
68
1.
Hermann
Diederich
Vortmann, geboren op 07-061840 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Detert Vortmann’
(gezindte: Ev.L.). Overleden
op 12-12-1840 te GrossMimmelage, halferf ‘Detert
Vortmann’, 188 dagen oud,
begraven op 15-12-1840 te
Badbergen.
2.
Johann Hermann Diederich
aantekeningen J.C.D.Vortmann
Katasterverwaltung
kreis
Bersenbruck
Gemarkung Gross-Mimmelage, Wiederholung
zur Mutterrolle 14-03-1890, copie verkregen via
R.Wellinghorst
69
70
Arnold Wulfert
TAK ‘DETERT ZUM VORDE SIVE VORTMANN
des Colonates.
Mohlmann.
3.
Helena Maria Vortmann,
geboren op 26-10-1844 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Detert Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 29-10-1844 te
Badbergen. Overleden op 2910-1844 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Detert Vortmann’, 3
dagen oud, begraven op 31-101844 te Badbergen.
4.
Johann Christian Diederich
Vortmann, geboren op 21-061848 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Detert Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 29-061848 te Badbergen. Eigenaar
halferf ‘Detert Vortmann’.
Overleden circa 1928 te
Uptloh (Essen, Oldb.), volerf
Wangerpohl.
143
73
1890: wohnort, Gross Mimmelage
Nr. 22; Anzahl der Parzellen 10,
Flächeninhalt 13 hect. 64 Ar. 68
M2; Reinertrag 141 Thlr. 98 1/100;
Jahresbetrag der Grundsteuer 40
71
Mark 76 Schilling.
Op 9 juli 1923 werd Johann
Christian Diederich Vortmann door
het Amtsgericht veroordeeld tot een
boete van 100.000 Mark wegens
het overtreden van het reglement
72
tegen woningnood.
Mit dem Ableben des letzten
Colons Vortmanns, fiel das
Halberbe Detert zum Vorde an die
Familie Wangerpohl. 1960 war
Diedrich Wangerpohl Eigentümer
71
Katasterverwaltung
kreis
Bersenbruck
Gemarkung Gross-Mimmelage, Wiederholung
zur Mutterrolle 14-03-1890, copie verkregen via
R.Wellinghorst
kopie van Amtsanwalt Nr. 95/1922 verkregen
via R.Wellinghorst
72
Detert zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
18
73
Pomologenverein in Menslage rond 1900.
Rechts (met zijn hond) Johann Christian Diederich Vortmann (1848-ca.1928).
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE
VORTMANN’
D
Rente von 15 Schill. für 20 Mark an das
Kapitel St.Sylvester und die Vikare zu
Quakenbrück. Tebe ton Vorde und
Talcke, seine Frau, verpflichten sich, die
Rente auf Geheiss ihres Junkers zu
76
zahlen.
eze familietak vindt haar oorsprong
bij het ontstaan van de gelijknamige
Halberbe in de Bauerschaft GrossMimmelage (Kirchspiel Badbergen).
Uit deze tak is in de 19e eeuw de familietak
Illinois ontstaan.
I
Notiz d.16.Jahrh.: in bonis Clawes ton
Vorde.
Wolteke ton Vorde, geboren circa
1430. Overleden voor 1510.
Zuvor Notiz d.16.Jahrh.: in heriditate
77
Tebben ton Vorde.
1458: Bursscop to Mindmelage; Wolteke
ton Vorde, 6 Pferde, 1 Fohlen, 4 Kühe, 8
74
Rinder, 5 Schweine.
1512: Tebbe ton Vorde zahlt 4 Schill.
78
Kopfschatz.
1534:
Ist
das
Erbe
in
dem
Kopfschatzregister namentlich nicht
verzeichnet, auch nicht mit Sicherheit
79
auszumachen.
Gehuwd. Uit dit huwelijk:
1. Tebbe ton Vorde, geboren
circa 1475 (zie II op blz. 145).
II
Tebbe ton Vorde, geboren circa
1475. Zoon van Wolteke ton
Vorde (zie I). Overleden na 1512.
16-09-1510: Vor Johannes von Rede,
Richter zu Quakenbrück, verkauft
wiederkauflich Klawes de Bar, Knappe
zu Arenhorst, für 16 Mark eine Jährliche
Rente von 1 Mark aus seinem Erbe tom
Vorde in der Bauerschaft Mimmelaghe,
Kirchspiel Badbergen, an Herrn Wilhelm
Visscher. Zugleich geloben die zeitigen
Bewohner des Erbes Tebbe ton Vorde
und seine Frau Talcke auf Befehl ihres
Junkers, die erwähnte Rente aus dem
75
Erbe zu entrichten.
20-09-1510: Vor Johannes von Rede,
Richter zu Quakenbrück, verkauft
wiederkäuflich Klawes de Bare, eine
Gehuwd voor 1510 met Talcke.
Uit dit huwelijk:
1. Clawes ton Vorde, geboren
circa 1510 (zie III op blz. 145).
III
Clawes ton Vorde, geboren circa
1510. Zoon van Tebbe ton Vorde
(zie II op blz. 145) en Talcke.
Notiz d.16.Jahrh.: in bonis Clawes ton
Vorde.
76
StOs Urkunde 363.
77
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
4.
StOs Rep 100 Abschn
Kopfschatzregister 1512.
78
StOs Abschn. 88 Nr. 3, Viehschatzregister
1458.
74
75
StOs Urkunde 362.
79
5.
89
Nr
1a,
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
146
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Zuvor Notiz d.16.Jahrh.: in heriditate
80
Tebben ton Vorde.
vader (Wilcke zum Vorde) 47 Thaler
84
Infahrt voor Debe op halferf Burlage.
Gehuwd. Uit dit huwelijk:
Gehuwd 1592, met Wilcke
Burlage. Zoon van Johann
Burlage, colon halferf Burlage in
Talge, en Grete, colon halferf
Burlage in Talge. Overleden
10-1643.
1. Wilcke thon Vorde, geboren
circa 1545 (zie IV op blz. 146).
IV
Wilcke thon Vorde, geboren circa
1545. Zoon van Clawes ton
Vorde (zie III op blz. 145).
Overleden na 1625.
Op 17 mei 1631 verklaren Wilcke zur
Burlage in Talge Ksp Ankum en Debe
85
uxor 80 Rth schuldig te zijn.
1592: Wilcke zum Vörde gibtt für seine
dochter Deben vffart in eigenbehöriges
81
Erbe Burlage to Talge, 47 Thaler.
14. 8bris 1643 Wilcke Burlagen
Sterbefall mit 5 Rth. Erbin ist Wittwe
Klette-Brunswinkel bezahlt das Erbe mit
64 Rth.
1599: Wilke thom Vorde gibt 3
Ortsthaler
Schornsteinund
Feuerstellenschatz. Ein Nebengebäude
82
ist nicht aufgeführt.
1625. Otto Voss zur Mündelborch
bewillet Roleffen Wellingkhorst zur
Wasserhausern von Wilcken zur Voerde
20 Rtl anzuleihen zu verzinsen auf
Sonntag Laetare Jahrl. mit fünff ort 1/2 j.
83
lön z. th das erbe.
Gehuwd. Uit dit huwelijk:
Lücke Burlagen Freiheit mit 40 Rth,
Tochter Elsche Freiheit mit 18 Rth, Sohn
86
Jürgen Freiheit mit 18 Rth.
Uit dit huwelijk:
1. Lucke Burlage, geboren circa
1595 (zie VIa op blz. 147).
Vb
1. Debe zum Vorde, geboren
circa 1570 (zie Va op blz. 146).
Va
80
2. Gerdt zum Vorde (Vortmann),
geboren circa 1575 (zie Vb op
blz. 146).
1601: Gerlich zum Vorde, so dem
Gerichte zu mehrmalen ungehorsam
gewessen
und
gewrogten
87
Waffengeschreis, 3 Rtl.
Debe zum Vorde, geboren circa
1570. Dochter van Wilcke thon
Vorde (zie IV op blz. 146).
Overleden na 1643.
1603: Gerdtt zu Vörde Seine dochter
Marieke bei
Vffschreibungh
der
Personen Schattinge verschwiegen 1 thlr
88
(Brüchte).
Debe zum Vorde werd gemeld in 1592,
1619 en 1631. In 1592 betaalde haar
01-04-1633: Gerlach zum Voerde in Mi
u. Sohn Gerlach raumisten (?) für
Ehehausfrauen u. Mutter Talen, lib. et
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
4.
81
82
Gerdt zum Vorde (Vortmann),
geboren circa 1575. Zoon van
Wilcke thon Vorde (zie IV op blz.
146). Overleden na 1633.
StOs Rep 450, Fach 53 a, Nr 5 Amt Fürstenau.
StOs Rep 100 Abschn 88 Nr 16.
Rep 958 nr 2 s. 38, Herman Meier, Notar
(CoPo film 8843).
84
StOs Rep 450 Fach 53a No 5; Amt Fürstenau.
85
StOs Rep 958 No 2, Hm.Meier Notar
86
StOs Rep 122 III 1a II 5c No 2
87
Rep. 123 Nr. b 145, blz. 37.
88
StOs Rep 450 Fach 53a Nr 13 Amt Fürstenau
83
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Hypotheca
91
gefehrde.
haer und zeigen an dass zwischen ihnen
und Clawessen zum Voerde wegen
Hüttemans Wohnung streit enstanden
sei, sie geloben um (?) Vater u. Sohn
Gerlach zum Voerde an Aides statt uff
Ostern 1634 den pfantschillinghe von
200 Rth ohne einige contradiction zu
empfangen, die Wohnung zu raumen und
gerichtlich zu reume eissen u. alle
darauff haltende Land in Handen
habende Jura einzuliefern sub Hypotheca
89
bonovum ohne gefehrde.
bonovum
ohne
03-02-1635: Gerlach zum Vorde
bekende een schuld van 20 Rtl te
hebben bij Jobsten Meier in
Quakenbrück. De notariele akte werd
opgemaakt ten huize van zijn zwager
Claus zum Vorde.
3. Febr. 1635. Gerlach zum Voerde
i.d. Bauerschaft Mintmelage, prose
Talen vrae lib et haer, bek. den
Jobsten Meier biui Quakenbrug eine
haaridibus 20 Rtl Schuldig zu sein.
Gehuwd circa 1600 met Talen.
Overleden na 1633.
Jahr Jacobi mit 5 Ort zu verzinsen
1/4 Jahr Loese hypothecr. sonderlik
seiner bei Clawessen zum Voerde
daselbst
seinem
Schwager
ausstehenden legitime dergestelt dass
af Ostern diesen Jars augesetzet dass
Capitall uebst zinsen bezahlt werden
soll falls nicht bezahlt sonst sollen
die Zinsen af Jacobi Jarlik gezahlt
92
werden.
Uit dit huwelijk:
1. Marieke zum Vorde, geboren
voor 1603.
1603: Gerdt zu Voerde Seine dochter
Marieke bei Uffschreibungh der
Personen Schattinge verschwiegen, 1
90
Thlr.
2. Gerlach zum Vorde, geboren
circa 1605 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Vortmann’. Overleden
na 1635.
01-04-1633: Gerlach zum Voerde in
Mi u. Sohn Gerlach raumisten (?) für
Ehehausfrauen u. Mutter Talen, lib.
et haer und zeigen an dass zwischen
ihnen und Clawessen zum Voerde
wegen Hüttemans Wohnung streit
enstanden sei, sie geloben um (?)
Vater u. Sohn Gerlach zum Voerde
an Aides statt uff Ostern 1634 den
pfantschillinghe von 200 Rth ohne
einige contradiction zu empfangen,
die Wohnung zu raumen und
gerichtlich zu reume eissen u. alle
darauff haltende Land in Handen
habende Jura einzuliefern sub
147
Gehuwd voor de kerk voor
1635 met Talen. Overleden na
1635.
3. Helena Vortmann, geboren
circa 1607 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Vortmann’ (zie VIb op
blz. 148).
VIa
Lucke Burlage, geboren circa
1595. Dochter van Wilcke
Burlage en Debe zum Vorde (zie
Va op blz. 146), erfopvolgster op
halferf Burlage in Talge.
Lucke werd vrij gekocht op 3 november
1643.
Anno 1643, den 3. Novembris hatt
Lücke Burlage itzo Johann Brunswinkels
hausfrau v. Ihrer Hochs. Gnaden Wilken
Burlagen Leibeigenthumb in Talge
89
StOs Rep. 958 Nr. 2 Qu s. 320 Hm. Meier
Notar (Copo 8843)
90
Rep. 958 Nr. 2 Quak. blz. 355; Hm. Meier
Notar.
91
StOs Rep. 958 Nr. 2 Qu s. 320 Hm. Meier
Notar (Copo 8843).
Rep 450 Fach 53 Nr. 13 Amt Fürstenau
92
148
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
(Halberbe) Eltern: Wilken Burlagen und
Thalke Eheleuten ehelich und in
Aigenthumb geboren sich frey gekauft.
petit documentum.
Gehuwd voor 1651, met
Margaretha Voss. Dochter van
Johannes Voss, Pastor in
Badbergen colon hof Voss in
Badbergen, en Lucke.
Eodem anno et die: Elsche Brunswinkels
von Joh. Brunswinkels u. Lücken
Burlage Ehelich und in eigenthumb geb.
sich freigekauft. petit documentum.
Eodem anno et die: Jürgen Brunswinkell
von Johann Brunswinkell u. Lücken
Burlagen ehlich und in Aigenthumb
geboren, sich freygekauft, pet. similiter
93
documentum.
4. Johann Burlage.
Johann werd gemeld in 1631.
5. Lucke Burlage.
Lucke werd gemeld in 1631.
VIb
Gehuwd circa 1620, met Johann
Brunswinkel (Burlage), geboren
rond 1581 te Langen. Zoon van
Johann Brunswinkel, colon hof
Brunswinkel
in
Langen
(Badbergen), en Elsche, colon
halferf Burlage in Talge.
Gehuwd circa 1631 te Badbergen
met Claus (zum Vorde), geboren
circa 1600 (gezindte: Ev.L.). Colon
halferf
‘Claus
Vortmann’.
Overleden voor 1671.
Uit dit huwelijk:
1. Elsche Burlage.
Elsche werd gemeld in 1631 en kreeg
haar vrijbrief op 3 november 1643.
94
1631: Claus ton Vorde, pauper.
Gehuwd (1) met Hermann
Schulte. Colon op hof Schulte
in Ankum. Overleden voor
1664.
01-04-1633: Gerlach zum Voerde in Mi
u. Sohn Gerlach raumisten (?) für
Ehehausfrauen u. Mutter Talen, lib. et
haer und zeigen an dass zwischen ihnen
und Clawessen zum Voerde wegen
Hüttemans Wohnung streit enstanden
sei, sie geloben um (?) Vater u. Sohn
Gerlach zum Voerde an Aides statt uff
Ostern 1634 den pfantschillinghe von
200 Rth ohne einige contradiction zu
empfangen, die Wohnung zu raumen und
gerichtlich zu reume eissen u. alle
darauff haltende Land in Handen
habende Jura einzuliefern sub Hypotheca
95
bonovum ohne gefehrde.
Gehuwd (2) op 11-02-1664 te
Ankum,
met
Hermann
Bodemann (Schulte). Colon op
hof Schulte in Ankum.
2. Jurgen Burlage.
Jurgen kreeg op 3 november 1643
zijn vrijbrief.
3. Wilcke Burlage. Colon halferf
Burlage in Talge. Overleden
1681.
3. Febr. 1635. Gerlach zum Voerde i.d.
Bauerschaft Mintmelage, prose Talen
Wilcke werd gemeld in 1631.
94
StOs Rep 100 Fach 59 No 3.
StOs Rep 100 Abschn 88 Nr 3, Erbschatz 1631.
StOs Rep. 958 Nr. 2 Qu s. 320 Hm. Meier
Notar (Copo 8843).
95
93
Helena Vortmann, geboren circa
1607 te Gross-Mimmelage, halferf
‘Vortmann’ (gezindte: Ev.L.).
Dochter van Gerdt zum Vorde
(Vortmann) (zie Vb op blz. 146) en
Talen.
Overleden
te
Gr.Mimmelage,
begraven
op
15-09-1681 te Badbergen.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
149
1670: Clauss zum Vorde 2 rth, Leibzucht
101
1 rth.
vrae lib et haer, bek. den Jobsten Meier
biui Quakenbrug eine haaridibus 20 Rtl
Schuldig zu sein.
Uit dit huwelijk:
Jahr Jacobi mit 5 Ort zu verzinsen 1/4
Jahr Loese hypothecr. sonderlik seiner
bei Clawessen zum Voerde daselbst
seinem Schwager ausstehenden legitime
dergestelt dass af Ostern diesen Jars
augesetzet dass Capitall uebst zinsen
bezahlt werden soll falls nicht bezahlt
sonst sollen die Zinsen af Jacobi Jarlik
96
gezahlt werden.
1. Wilcke Vortmann, geboren
circa 1645 te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’.
Begraven op 09-02-1697 te
Badbergen.
1651: Claus zum Vorde et uxor, 2
Sohne Wilcke undt Gerdt, die Schüre
Johan et uxor, dundersche Stinke,
zwei
Knecht;
Hermann
und
102
Johann.
1647: Claus zum Vorde ist dem Gerd
von Dincklage eigenbehörig und gibt an
Contribution jedesmal 1 rth., Hüsselte 2
Schill. und von der Leibzucht 10 Schill.
6 Pfg. Dieser Designatio nach, befand
sich Claus zum Vorde in Dürftigen
97
Verhältnissen.
2. Gerdt Vortmann, geboren circa
1650 te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’.
Knecht bij volerf Ascherbeel in
Borg (Menslage). Begraven op
19-12-1679 te Badbergen.
1651: Claus zum Vorde et uxor, 2 Sohne
Wilcke undt Gerdt, die Schüre Johan et
uxor, undersche Stinke, zwei Knecht;
98
Hermann und Johann.
1651: Claus zum Vorde et uxor, 2
Sohne Wilcke undt Gerdt, die Schüre
Johan et uxor, dundersche Stinke,
zwei
Knecht;
Hermann
und
103
Johann.
1655: Bauerschaft Mimmelage, Halberbe
Clauss zum Vorde; 3 Pferde, 1 Fohlen, 4
99
Kühe, 4 Rinder, 3 Schweine.
1656: Amt Furstenau, Gr. Mimmelage;
Claus zum Vhorde, dessen Leibzucht.
21-11-1673: Gert Ascherbeel lasst
den Gert zum Voerde, sel. Clas zum
Voerden Sohn wer abmeld, und
Rudolf
Wellinghorst
in
Wasserhausen,
dass
Er
Gert
Ascherbeel
zwischen
seinen
Ländereien die Hörst, gehiessen und
dessen
Wische
zusampt
der
Rüschendammer Riden belegenen
Gründen inder Zeit unbeschwert die
Plaggen gemähet und of seine
Ländereien die Hörst genant, geführt
hat.
1661: Halbe Erbe Clauss zum Vohrde 3
rth 17 schill 9 Pfg, Leibzucht 1 rth 6 pfg
Viehschatz, welcher Betrag viermal im
100
Jahre erhoben wird.
96 Rep. 958 Nr. 2 Quak. blz. 355; Hm. Meier
Notar.
97
Dühne II, s. 228, Arch. des Hauses Loxten.
StOs
Rep
100,
Einwohnernachweis 1651.
98
Abschn
188,
StOs Rauchschatzregister des Amtes Fürstenau
1670.
101
99
StOs Dep 3b I Fach 15 Nr 12 und Rep 100
Abschn 88 Nr 54.
102
StOs
Rep
100,
Einwohnernachweis 1651.
Abschn
188,
StOs Viehschatzregister des Amtes Fürstenau
1661
StOs
Rep
100,
Einwohnernachweis 1651.
Abschn
188,
100
103
150
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gert zum Voerde sagt, dass er an die
5 Jahre bei Gert Ascherbeel gedient
und die Plaggen an dem strittigen Ort
gemäht hat.
Zoon van Claus (zum Vorde) en
Helena Vortmann (zie VIb op
blz. 148). Begraven op 19-02-1732
te Menslage.
Dietrich Ascherbeel hat wohl
gesehen dass Gert Ascherbeel
Plaggen auf seine Ländereien gefuhrt
und darauf liegen gehabt, ohne
zweifel die Plaggen von den
104
streitigen ort geholt.
Gehuwd voor de kerk (1) circa
1676.
Gehuwd (2) op 07-12-1709 te
Menslage
met
Ancke
Schlingmann, geboren circa 1676
(gezindte: Ev.L.). Dochter van
Merten
Schlingmann
en
Margaretha
Fresemann.
Begraven op 08-03-1740 te
Menslage.
19-12-1679: Gerlich Fordtmann von
105
Mintmelage begraben.
3. Johann Vortmann, geboren
circa 1654 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Claus Vortmann’ (zie
VIIa op blz. 150).
Uit het eerste huwelijk:
4. Jürgen Vortmann, geboren
circa 1658 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Claus Vortmann’ (zie
VIIb op blz. 150).
1. Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 22-08-1676 te
Badbergen.
2. Johann Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 20-11-1677 te
Badbergen.
Begraven
op
07-06-1685 te Badbergen.
5. Claus Vortmann, geboren circa
1660 te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’.
Begraven op 25-04-1720 te
Badbergen.
Uit het tweede huwelijk:
3. Helena
Margaretha
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
07-11-1711
te
Menslage.
Overleden op 04-03-1787 te
Menslage op 75-jarige leeftijd,
begraven op 07-03-1787 te
Menslage. Gehuwd op 28-jarige
leeftijd op 28-03-1740 te
Menslage, (Ev.L.) met Lampe
Eilmann, 19 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 07-05-1720 te
Menslage. Zoon van Lampe
Eilmann
en
Catharina
Adelheit Rolfes. Overleden op
03-01-1784 te Menslage op
63-jarige leeftijd, begraven op
07-01-1784 te Menslage.
01-05-1680: P. Hermann Danner I.
Talcke S. Wibbe Thomann, Geshe
106
Wente, Claus thom Forde
25-04-1720: Claus Fortmann, 60
107
Jahre alt.
6. Vortmann. Begraven 1677 te
Badbergen.
1677: Claus thon Forde, ein dochter
begraben lassen von Mintmelage.105
VIIa
Johann Vortmann, geboren circa
1654 te Gross-Mimmelage, halferf
‘Claus Vortmann’ (gezindte: Ev.L.).
104
Collectie Pohlsander pagina 212.
105
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
106
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
107
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
VIIb
Jürgen Vortmann, geboren circa
1658 te Gross-Mimmelage, halferf
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
dazu den Blutzehnten von allem jungen
111
Vieh an das Domkapitel.
‘Claus Vortmann’ (gezindte: Ev.L.).
Zoon van Claus (zum Vorde) en
Helena Vortmann (zie VIb op
blz. 148), colon halferf ‘Claus
Vortmann’.
Begraven
op
04-02-1727 te Badbergen.
Gehuwd op
Badbergen met
geboren circa
Ev.L.). Begraven
Badbergen.
1692: Jurgen zu Vorde, ahn hew 4
108
Fuder
1. Wilcke Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 21-06-1682 te
Badbergen (zie VIIIa op blz.
151).
2. Alheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 23-05-1683 te
Badbergen (zie VIIIb op blz.
152).
04-05-1708: Erging die Anordnung, dahs
die Mimmelager und Vortmänner
keinsfalls
ihre
Gänse
auf
die
Quakenbrücker Mark oder Mersch gehen
lassen dürfen, widrigenfalls Schüttung
erfolge. Darüber entstand ein langer
Procehs, daram 04-04-1721 damit
endete, dahs den Mimmelagern und
Vortmännern das Eintreiben in die
Quakenbrücker Gründe bei Schüttung
verboten sei. 1729 schütteten die
Quakenbrücker 736 und bei der zweiten
Schüttung 543 Gänse der Ausswärts,
110
wodurch wieder ein Procehs entstand.
3. Maria Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 07-03-1686 te
Badbergen (zie VIIIc op blz.
152).
4. Hilcke Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 06-03-1688 te
Badbergen (zie VIIId op blz.
153).
5. Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 15-01-1691 te
Badbergen (zie VIIIe op blz.
153).
22-09-1714: Begraben die alte Elshe
Dömersche aus Vortmanns Leibzucht.
1722: Claus zum Vorde ist nach
Ritterrecht eigen an die Schulenburg und
gibt 8 rth Dienstgeld, 1 mageres Schwein
oder 2 Rth 10 schill 6 pfg, 1 rth 5 Schill
3 pfg Schuldgulden, 1 Rth von der
Leibzucht, 2 Hühner und muss für den
Gutsherrn 1 Schwein ausfettern und 4
Handdienste beim Flachse verrichten.
Ums 3. Jahr gibt er 10 Rth Winngeld,
6. Arend Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 12-10-1694 te
Badbergen (zie VIIIf op blz.
154).
7. Lampe Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 29-01-1697 te
Badbergen (zie VIIIg op blz.
155).
108
110
StOs, uit papieren van Göllinghorst.
28-11-1681 te
Talle Ohsing,
1660 (gezindte:
op 18-01-1700 te
Uit dit huwelijk:
1707:
Claus
zum
Vorde
(Tecklenburgisches Lehn) gibt an Haus
Schulenburg jährlich 2 rth Pachtgeld, 1
rth wegen des Spanndienstes, 2
Fastelabend hühner, 60 Eier und leistet
109
wöchentlich 1 Leibdienst.
Rep. 150 Fü. Nr. 13 Rem. v. Schatz wegen
Wasserschaden.
109
Dühne II. s. 228, Schulenburg-Nachrichten
sub Nr XIV) Fastelabendhühner (Fastabents
Höner) sind Hühner die zu Fastelnach gegeben
werden mussten.
151
VIIIa Wilcke
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
21-06-1682
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
111
StOs Prästationsregister 1722.
152
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Vortmann (zie VIIb op blz. 150)
en Talle Ohsing. Overleden op
06-05-1767 te Badbergen op
84-jarige leeftijd, begraven op
09-05-1767 te Badbergen.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
10-12-1709 te Badbergen (Ev.L.)
met Adelheit Ahlert, 24 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 15-05-1685 te
Badbergen. Dochter van Johann
Ahlert en Talle Middendorf.
Overleden op 23-01-1763 te
Badbergen op 77-jarige leeftijd,
begraven op 26-01-1763 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Alheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 17-04-1710 te
Menslage (zie IXa op blz. 155).
2. Catharina
Elsabein
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
24-04-1712 te Menslage (zie
IXb op blz. 156).
3. Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 20-03-1715 te
Badbergen (zie IXc op blz. 157).
4. Helena
Margaretha
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
30-04-1717
te
Badbergen.
Begraven op 24-03-1732 te
Badbergen.
5. Lücke Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 12-12-1719 te
Badbergen.
Begraven
op
20-01-1720 te Badbergen, nazien
op datum.
6. Maria Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 29-11-1720
te Badbergen (zie IXd op blz.
157).
7. Johann
Rolff
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 20-02-1723
te Badbergen. Begraven op
28-02-1725 te Badbergen.
8. Johann
Rolff
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 11-10-1726
te Badbergen (zie IXe op blz.
158).
VIIIb Alheit Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 23-05-1683 te Badbergen.
Dochter van Jürgen Vortmann
(zie VIIb op blz. 150) en Talle
Ohsing. Begraven op 08-05-1751
te Badbergen.
Gehuwd (1) circa 1718 met
Hermann Buddeke, geboren
circa 1693 (gezindte: Ev.L.).
Begraven op 24-04-1725 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 43-jarige leeftijd op
19-09-1726 te Badbergen met
Johann Wielage, 39 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 12-12-1686 te
Badbergen. Zoon van Johann
Wielage en Talle Sickmann.
Begraven op 11-03-1746 te
Badbergen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johann Buddeke, gedoopt op
30-08-1720 te Badbergen (zie
IXf op blz. 158).
2. Jürgen Buddeke (Hasekamp),
gedoopt (Ev.L.) op 17-03-1723
te Badbergen (zie IXg op blz.
159).
Uit het tweede huwelijk:
3. Gerdt
Wielage,
gedoopt
(Ev.L.) op 02-02-1730 te
Badbergen (zie IXh op blz.
159).
VIIIc Maria Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 07-03-1686 te Badbergen.
Dochter van Jürgen Vortmann
(zie VIIb op blz. 150) en Talle
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Ohsing. Begraven op 23-06-1751
te Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op 29-jarige
leeftijd
op
14-12-1715
te
Badbergen (Ev.L.) met Henrich
Warsink (Schiphorst), 38 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 07-09-1677 te
Badbergen. Zoon van Tyes
Warsink en Marcke Buddeke,
keuterboer ‘Kleine Schiphorst’
(Gross-Mimmelage). Begraven op
05-12-1746 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Rolff Schiphorst, gedoopt
(Ev.L.) op 11-03-1718 te
Badbergen (zie IXi op blz. 159).
2. Adelheid Schiphorst, gedoopt
(Ev.L.) op 19-06-1723 te
Badbergen.
3. Margretha
Schiphorst
(Warnsing), gedoopt (Ev.L.) op
18-10-1727
te
Badbergen.
Overleden op 12-04-1804 te
Badbergen op 76-jarige leeftijd,
begraven op 16-04-1804 te
Badbergen. Gehuwd voor de
kerk op 46-jarige leeftijd op
30-12-1773
te
Badbergen
(Ev.L.) met Johann Dierck
Eickhoff, 45 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 09-11-1728 te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Eickhoff
en
Margaretha
Alheit Söncke, Heuermann in
Gross-Mimmelage.
Hij
is
weduwnaar
van
Lücke
Adelheit Ohsing. Overleden
op 13-04-1799 te Badbergen op
70-jarige leeftijd, begraven op
16-04-1799 te Badbergen.
VIIId Hilcke
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
06-03-1688
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
153
Vortmann (zie VIIb op blz. 150)
en Talle Ohsing. Overleden op
09-11-1766 te Badbergen op
78-jarige leeftijd, begraven op
12-11-1766 te Badbergen.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
21-04-1722 te Badbergen met
Mencke Beckermann, 27 jaar
oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
09-05-1694 te Badbergen. Zoon
van Johann Beckermann en
Anna Middelkamp. Overleden op
01-05-1763 te Badbergen op
68-jarige leeftijd, begraven op
04-05-1763 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Adelheit Beckermann,
gedoopt (Ev.L.) op 23-06-1722
te Badbergen. Begraven op
03-11-1722 te Badbergen.
2. Maria Adelheit Beckermann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-04-1724
te Badbergen. Overleden op
17-01-1785 te Badbergen op
60-jarige leeftijd, begraven op
20-01-1785
te
Badbergen.
Gehuwd op 41-jarige leeftijd op
27-01-1766 te Badbergen, met
Hermann Nehmelmann.
VIIIe Jürgen
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
15-01-1691
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie VIIb op blz. 150)
en Talle Ohsing. Overleden op
06-10-1758 te Badbergen op
67-jarige leeftijd, begraven op
09-10-1758 te Badbergen.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
20-10-1725 te Badbergen (Ev.L.)
met
Margaretha
Adelheit
Duncker, 22 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
14-04-1703
te
Badbergen. Dochter van Johann
154
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Duncker en Greta Landwehr.
Overleden op 09-08-1753 te
Badbergen op 50-jarige leeftijd,
begraven op 11-08-1753 te
Badbergen. Doodsoorzaak: Hitziges
Fieber
Uit dit huwelijk:
1. Adelheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 23-08-1726 te
Badbergen (zie IXj op blz. 160).
2. Margretha
Elisabeth
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
04-07-1728 te Badbergen (zie
IXk op blz. 160).
3. Maria Gerdruth Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-05-1730
te Badbergen (zie IXl op blz.
161).
4. Lücke Christina Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 26-08-1732
te Badbergen (zie IXm op blz.
161).
5. Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 13-02-1734 te
Badbergen.
Begraven
op
10-05-1734 te Badbergen.
6. Elisabeth Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 01-09-1735 te
Badbergen (zie IXn op blz.
161).
7. Johann Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 21-12-1737 te
Badbergen.
Begraven
op
19-07-1741 te Badbergen.
8. Helena Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 24-01-1740 te
Badbergen.
Begraven
op
03-02-1740 te Badbergen.
9. Anna Catharina Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-04-1741
te Badbergen. Begraven op
19-10-1741 te Badbergen.
10.Jürgen Dierck Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
19-09-1742 te Badbergen (zie
IXo op blz. 162).
11.Johann Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 30-10-1745 te
Badbergen (zie IXp op blz.
163).
VIIIf Arend Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 12-10-1694 te Badbergen. Zoon
van Jürgen Vortmann (zie VIIb
op blz. 150) en Talle Ohsing.
Begraven op 28-11-1740 te
Badbergen.
12-10-1694: P. Jurgen Vohrtmann I.
Arendt S. Hermann Warnefeld Arendt
Osing Talcke Alers 105
20-02-1723: P. Wilcke Fortmann M.
Adelheit Ahlers I. Johann Rolff S. Otto
Warner
Arent Fortmann
Lucke
Ascherbehls, Frau Ahlers 105
11-10-1732: P. Hermann Borcherding
M. Trina Manshorstes I. Anna Catrina S.
Arendt Vortmann
Anna Borcherdings
Catrina Snieders. 105
24-10-1732: Arndt Vortmann mit Greta
Dammermans 105
01-09-1735: P. Jurgen Fortmann M.
Greta Alheid Dunckers I. Liesabeth S.
Arnd Fortmann
Talcke Fortmanns,
vidua Hendrich Vehslagen
Maria
Hülsmanns, uxor Johann Schmits 105
01-11-1737: P. Hermann Oldenhage M.
Annecke Dammermanns I. Gerdt S.
Gerdt Dammermann Arendt Fortmann
Alheid Wördemanns105
28-11-1740: Arnd Fortmann, an der
Schwindsucht gestorben, alt 47 Jahr, 2
Monath und einiger Tage. 105
Gehuwd op 38-jarige leeftijd op
24-10-1732 te Badbergen met
Margaretha
Dammermann
(Manshorst), 22 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
26-01-1710
te
Badbergen. Dochter van Lampe
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Manshorst
(Dammermann),
keuterboer
‘Dammer’
(Gross-Mimmelage), en Talcke
Dammermann
(Heitmann).
Overleden op 28-05-1772 te
Badbergen op 62-jarige leeftijd,
begraven op 30-05-1772 te
Badbergen.
155
Gehuwd (2) op 34-jarige leeftijd op
10-05-1731 te Badbergen, (Ev.L.)
met Lücke Elisabeth Vahlkamp,
28 jaar oud, geboren op
18-01-1703 te Vehs, volerf
Vahlkamp, gedoopt (Ev.L.) op
27-01-1703 te Badbergen. Dochter
van Johann Vahlkamp, colon
volerf
Vahlkamp
in
Vehs
(Badbergen),
en
Margretha
Gerdruth Hickmann. Overleden
op
08-01-1775
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’ op 71-jarige leeftijd,
begraven op 11-01-1775 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Adelheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 20-01-1733 te
Badbergen.
2. Maria Adelheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-12-1734
te Badbergen (zie IXq op blz.
163).
Uit het eerste huwelijk:
3. Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 06-05-1738 te
Badbergen.
Overleden
te
Badbergen op 4-jarige leeftijd,
begraven op 17-10-1742 te
Badbergen.
1. Maria
Alheit
Vortmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’,
gedoopt op 15-09-1726 te
Badbergen.
Begraven
op
27-12-1736 te Badbergen.
4. Catharina
Adelheit
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
22-03-1740 te Badbergen (zie
IXr op blz. 163).
2. Jürgen Vortmann, geboren
01-1729 te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) 01-1729 te
Ev.L. Badbergen. Begraven op
07-01-1729 te Badbergen.
VIIIg Lampe
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
29-01-1697
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie VIIb op blz. 150)
en Talle Ohsing, colon halferf
‘Claus Vortmann’. Begraven op
11-06-1733 te Badbergen.
Gehuwd (1) op 26-jarige leeftijd op
25-11-1723 te Badbergen (Ev.L.)
met Maria Ahrenhorst, 35 jaar
oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
22-08-1688 te Badbergen. Dochter
van Mencke Ahrenhorst en
Ancke Möhling. Begraven op
21-11-1729 te Badbergen.
Uit het tweede huwelijk:
3. Lampe Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie IXs op
blz. 164).
4. Margretha
Gerdruth
Vortmann,
geboren
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie IXt op
blz. 167).
IXa
Alheit Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 17-04-1710 te Menslage.
Dochter van Wilcke Vortmann
(zie VIIIa op blz. 151) en Adelheit
156
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Ahlert. Overleden op 17-01-1754
te Badbergen op 43-jarige leeftijd,
begraven op 19-01-1754 te
Badbergen. Begraven met kind.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
26-03-1744 te Badbergen (Ev.L.)
met Gerdt Wulffert, 38 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 26-02-1706 te
Badbergen. Zoon van Johann
Wulffert (Volckert) en Greta
Vehslage. Hij is weduwnaar van
Catharina Vorsteg, hertrouwt met
Anna Catharina Borcherding.
Overleden op 20-04-1762 te
Badbergen op 56-jarige leeftijd,
begraven op 23-04-1762 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Adelheit Wulffert,
gedoopt (Ev.L.) op 09-09-1745
te Badbergen. Overleden op
01-07-1830 te Grothe op
84-jarige leeftijd, begraven op
05-07-1830
te
Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op
24-jarige leeftijd op 17-11-1769
te Badbergen (Ev.L.) met
Johann Pahlmann. Kotter.
2. Gerdt
Wulffert,
gedoopt
(Ev.L.) op 12-01-1752 te
Badbergen.
Overleden
op
09-10-1766 te Badbergen op
14-jarige leeftijd, begraven op
11-10-1766 te Badbergen.
3. Henrich Wulffert, gedoopt
(Ev.L.) op 17-01-1754 te
Badbergen.
Overleden
op
17-01-1754
te
Badbergen,
begraven op 19-01-1754 te
Badbergen. Begraven met moeder.
IXb
Catharina Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 24-04-1712 te
Menslage. Dochter van Wilcke
Vortmann (zie VIIIa op blz. 151)
en Adelheit Ahlert. Overleden op
16-12-1767 te Badbergen op
55-jarige leeftijd, begraven op
19-12-1767 te Badbergen.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
26-10-1737 te Badbergen (Ev.L.)
met Lubbert Söhnken, 33 jaar
oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
11-08-1704 te Badbergen. Zoon
van Johann Sohnken en Anna
Meyer. Overleden op 20-06-1765
te Badbergen op 60-jarige leeftijd,
begraven op 22-06-1765 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Johann Söhnken, gedoopt
(Ev.L.) op 23-12-1738 te
Badbergen.
2. Lücke Adelheit Söhnken,
gedoopt (Ev.L.) op 28-08-1741
te Badbergen. Overleden op
30-01-1813 te Badbergen op
71-jarige leeftijd, begraven op
01-02-1813
te
Badbergen.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
17-05-1766
te
Badbergen,
(Ev.L.) met Johann Brörmann,
33 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
10-10-1732 te Badbergen. Zoon
van Wilm Brörmann en
Catharina
Wehlburg.
Overleden op 31-08-1785 te
Badbergen op 52-jarige leeftijd,
begraven op 03-09-1785 te
Badbergen.
3. Jürgen Söhnken, gedoopt
(Ev.L.) op 01-08-1745 te
Badbergen.
Heuermann.
Overleden op 29-12-1798 te
Badbergen op 53-jarige leeftijd,
begraven op 31-12-1798 te
Badbergen. Gehuwd met Maria
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Meyer, geboren op 06-12-1747
te Badbergen, gedoopt (Ev.L.)
op 14-12-1747 te Badbergen.
Dochter van Johann Meyer,
Heuermann,
en
Helena
Catharina
Kocke.
Zij
hertrouwt
met
Johann
Devermann. Overleden op
18-10-1817 te Badbergen op
69-jarige leeftijd, begraven op
20-10-1817 te Badbergen.
4. Anna Catharina Söhnken,
gedoopt (Ev.L.) op 26-09-1749
te Badbergen (zie Xa op blz.
168).
5. Margaretha
Elsabein
Söhnken, gedoopt (Ev.L.) op
27-05-1753 te Badbergen (zie
Xb op blz. 168).
IXc
Jürgen
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
20-03-1715
te
Badbergen. Zoon van Wilcke
Vortmann (zie VIIIa op blz. 151)
en Adelheit Ahlert. Overleden op
16-03-1767
te
Brickwedde
(Grandorf) op 51-jarige leeftijd,
begraven op 18-03-1767 te
Badbergen.
Gehuwd (1) op 32-jarige leeftijd op
26-10-1747 te Badbergen, (Ev.L.)
met Margaretha Elisabeth von
Senden, 29 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
11-09-1718
te
Badbergen. Dochter van Gerdt
von Senden en Elisabeth
Schnetlage.
Begraven
op
16-09-1748 te Badbergen.
Gehuwd (2) op 34-jarige leeftijd op
20-12-1749 te Badbergen, (Ev.L.)
met Anna Elsabein Devermann.
Uit het eerste huwelijk:
1. Anna Adelheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 12-09-1748
157
te Badbergen. Begraven op
19-04-1749 te Badbergen.
Uit het tweede huwelijk:
2. Anna Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 28-09-1750
te Badbergen (zie Xc op blz.
168).
IXd
Maria
Elsabein
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 29-11-1720 te
Badbergen. Dochter van Wilcke
Vortmann (zie VIIIa op blz. 151)
en Adelheit Ahlert. Overleden op
11-02-1781 te Badbergen op
60-jarige leeftijd, begraven op
14-02-1781 te Badbergen.
Gehuwd (1) op 27-jarige leeftijd op
02-11-1748 te Badbergen (Ev.L.)
met Hermann Meyer, 32 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 07-06-1716 te
Badbergen. Zoon van Johann
Meyer en Trincke Meyer.
Overleden op 01-12-1752 te
Badbergen op 36-jarige leeftijd,
begraven op 04-12-1752 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 39-jarige leeftijd op
20-05-1760 te Badbergen (Ev.L.)
met
Johann
Theesfeld
(Dammermann), 28 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 14-04-1732 te
Badbergen. Zoon van Johann
Theesfeld en Lücke Brockampf.
Hij hertrouwt met Anna Maria
Buskers.
Overleden
op
26-04-1799 te Badbergen op
67-jarige leeftijd, begraven op
29-04-1799 te Badbergen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johann Meyer, gedoopt (Ev.L.)
op 08-02-1749 te Badbergen.
Uit het tweede huwelijk:
158
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
2. Theesfeld, geboren circa 1761
(gezindte: Ev.L.). Begraven op
11-11-1761 te Badbergen. Oud
21-08-1761 te Grothe (zie Xd
op blz. 169).
2. Jürgen Henrich Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 06-02-1767
te Badbergen. Overleden op
25-02-1769 te Badbergen op
2-jarige leeftijd, begraven op
27-02-1769 te Badbergen.
vier uur.
IXe
Johann Rolff Vortmann, gedoopt
(Ev.L.)
op
11-10-1726
te
Badbergen. Zoon van Wilcke
Vortmann (zie VIIIa op blz. 151)
en Adelheit Ahlert, Kötter in
Grothe. Overleden op 13-02-1781
te Badbergen op 54-jarige leeftijd,
begraven op 15-02-1781 te
Badbergen.
3. Catharina Maria Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 04-01-1770
te Badbergen (zie Xe op blz.
169).
In 1772 woonde Johann Rolff Vortmann
met zijn gezin in de Nebenwohnung van
volerf Wulfert in Mimmelage.
4. Vortmann.
Begraven
02-01-1770 te Badbergen.
Gehuwd (1) op 34-jarige leeftijd op
25-11-1760 te Badbergen, (Ev.L.)
met Catharina Maria Pahlmann,
23 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
28-04-1737 te Badbergen. Dochter
van Johann Pahlmann, colon
halferf Pahlmann in Grothe
(Badbergen),
en
Anna
Mohlenkamp. Overleden op
16-05-1770 te Badbergen op
33-jarige leeftijd, begraven op
18-05-1770 te Badbergen.
5. Anna Catharina Vortmann,
geboren te Grothe (zie Xf op
blz. 170).
Gehuwd (2) op 46-jarige leeftijd op
03-04-1773 te Badbergen, (Ev.L.)
met
Lücke
Margaretha
Kahmann, 40 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
04-09-1732
te
Badbergen. Dochter van Johann
Jacob Kahmann en Margaretha
Hildebrandt. Zij hertrouwt met
Heinrich Rövekamp. Overleden
op 17-12-1798 te Badbergen op
66-jarige leeftijd, begraven op
20-12-1798 te Badbergen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Catharina
Vortmann,
Elsabein
geboren
op
op
Uit het tweede huwelijk:
IXf
Johann Buddeke, gedoopt op
30-08-1720 te Badbergen. Zoon
van Hermann Buddeke en Alheit
Vortmann (zie VIIIb op blz. 152).
Gehuwd met Venne Strodtmann.
Uit dit huwelijk:
1. Berendt Buddeke, geboren
06-1742,
gedoopt
(Ev.L.)
06-1742 te Badbergen. Begraven
op 20-06-1742 te Badbergen.
2. Hermann Buddeke, gedoopt
(Ev.L.) op 10-06-1742 te
Badbergen.
Begraven
op
02-07-1742 te Badbergen.
3. Johann Buddeke, gedoopt
(Ev.L.) op 01-05-1745 te
Badbergen.
4. Hermann Buddeke, gedoopt
(Ev.L.) op 04-02-1750 te
Badbergen.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
5. Fenna Margaretha Buddeke,
gedoopt (Ev.L.) op 23-02-1766
te Badbergen. Overleden op
21-01-1829
te
Grothe
(Badbergen)
op
62-jarige
leeftijd, begraven op 23-01-1829
te Badbergen. Gehuwd voor de
kerk op 23-jarige leeftijd op
03-11-1789
te
Badbergen
(Ev.L.) met Johann Bernhard
Henrich Dahlmann.
5. Margaretha Maria Adelheit
Buddeke, gedoopt (Ev.L.) op
29-01-1756 te Badbergen.
IXg
Jürgen Buddeke (Hasekamp),
gedoopt (Ev.L.) op 17-03-1723 te
Badbergen. Zoon van Hermann
Buddeke en Alheit Vortmann
(zie VIIIb op blz. 152). Overleden
op 24-03-1788 te Badbergen op
65-jarige leeftijd, begraven op
27-03-1788 te Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op 31-jarige
leeftijd
op
10-10-1754
te
Badbergen (Ev.L.) met Adelheit
von Senden, 21 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
11-10-1732
te
Badbergen. Dochter van Johann
von
Senden
(Thesing)
en
Christina Thesing. Overleden op
31-10-1796 te Badbergen op
64-jarige leeftijd, begraven op
03-11-1796 te Badbergen.
6. Christina Adelheit Buddeke
(Hasekamp), gedoopt (Ev.L.) op
28-06-1771 te Badbergen (zie
Xg op blz. 170).
IXh
2. Catharina Adelheit Buddeke,
gedoopt (Ev.L.) op 09-11-1758
te Badbergen.
3. Christina Maria Buddeke,
gedoopt (Ev.L.) op 09-11-1758
te Badbergen. Overleden op
01-12-1758 te Badbergen, 22
dagen oud, begraven op
03-12-1758 te Badbergen.
4. Johann Hermann Buddeke,
gedoopt (Ev.L.) op 21-06-1761
te Badbergen.
Gerdt Wielage, gedoopt (Ev.L.)
op 02-02-1730 te Badbergen. Zoon
van Johann Wielage en Alheit
Vortmann (zie VIIIb op blz. 152).
Gehuwd met
Vorsteg.
Anna
Adelheit
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Hermann Henrich Buddeke
(Hasekamp), gedoopt (Ev.L.) op
14-11-1755
te
Badbergen.
Overleden op 25-04-1808 te
Badbergen op 52-jarige leeftijd,
begraven op 29-04-1808 te
Badbergen.
159
1. Jürgen
Gerdt
Wielage,
gedoopt (Ev.L.) op 16-04-1763
te Badbergen.
2. Catharina Adelheit Wielage,
gedoopt (Ev.L.) op 19-04-1766
te Badbergen.
IXi
Rolff Schiphorst, gedoopt (Ev.L.)
op 11-03-1718 te Badbergen. Zoon
van
Henrich
Warsink
(Schiphorst) en Maria Vortmann
(zie VIIIc op blz. 152).
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
13-12-1740 te Badbergen, (Ev.L.)
met Helena Maria Borcherding.
Uit dit huwelijk:
1. N.N.
Geboren
01-1741,
doodgeboren.. Begraven op
09-01-1741 te Badbergen.
160
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
2. Hinrich Schiphorst, gedoopt
(Ev.L.) op 16-03-1742 te
Badbergen.
IXj
op 03-12-1770 te Badbergen.
Overleden op 27-11-1818 te
Badbergen op 47-jarige leeftijd,
begraven op 30-11-1818 te
Badbergen. Gehuwd voor de
kerk op 23-jarige leeftijd op
22-02-1794
te
Badbergen
(Ev.L.) met Catharina Maria
Sickmann, 24 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 21-08-1769
te Badbergen. Dochter van
Johann Arendt Sickmann,
Heuermann in Talge, en
Catharina Maria Brüning.
Overleden op 11-10-1847 te
Gross-Mimmelage op 78-jarige
leeftijd, begraven op 14-10-1847
te Badbergen.
Adelheit Vortmann, gedoopt
(Ev.L.)
op
23-08-1726
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Overleden
op
01-01-1776 te Badbergen op
49-jarige leeftijd, begraven op
04-01-1776 te Badbergen.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
28-11-1760 te Badbergen (Ev.L.)
met Jürgen Eilmann, 31 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 10-04-1729 te
Badbergen. Zoon van Arendt
Eilmann en Anna Knist. Hij
hertrouwt met Anna Catharina
Oldenhage.
Overleden
op
13-12-1780 te Badbergen op
51-jarige leeftijd, begraven op
16-12-1780 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Adelheit Eilmann,
gedoopt (Ev.L.) op 03-07-1762
te Badbergen. Gehuwd voor de
kerk op 29-jarige leeftijd op
22-10-1791
te
Badbergen
(Ev.L.) met Johann Gerhard
Siemermann.
2. Helena Christina Eilmann,
gedoopt (Ev.L.) op 12-05-1764
te Badbergen. Overleden op
16-07-1788 te Badbergen op
24-jarige leeftijd, begraven op
19-07-1788
te
Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op
23-jarige leeftijd op 15-05-1787
te Badbergen (Ev.L.) met
Johann Gerdt Sandmann.
3. Jürgen
Gerdt
Eilmann
(Esselmann), gedoopt (Ev.L.)
IXk
Margretha Elisabeth Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 04-07-1728 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Overleden
op
19-10-1763 te Badbergen op
35-jarige leeftijd, begraven op
22-10-1763 te Badbergen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
23-11-1754 te Badbergen (Ev.L.)
met Jürgen Henrich Giese, 23
jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
12-08-1731 te Badbergen. Zoon
van Johann Giese en Greta
Adelheit Volckert. Hij hertrouwt
met Catharina Elsabein Bönker.
Overleden op 26-12-1796 te
Menslage op 65-jarige leeftijd.
Doodgevroren gevonden op 26 december
1796. Begraven op 29-12-1796 te
Menslage.
Uit dit huwelijk:
1. Helena
Adelheit
Giese,
gedoopt (Ev.L.) op 07-06-1755
te Badbergen. Overleden op
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
11-03-1762 te Badbergen op
6-jarige leeftijd, begraven op
15-03-1762 te Badbergen.
2. Maria Adelheit Giese, gedoopt
(Ev.L.) op 18-02-1758 te
Badbergen (zie Xh op blz. 171).
4. Johann Berndt
Nortrup,
gedoopt (Ev.L.) op 12-10-1769
te Menslage (zie Xj op blz. 172).
IXm
3. Johann Jürgen Giese, gedoopt
(Ev.L.) op 13-12-1760 te
Badbergen (zie Xi op blz. 171).
IXl
Maria Gerdruth Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-05-1730 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Lücke Christina Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 26-08-1732 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Overleden
op
07-09-1805 te Badbergen op
73-jarige leeftijd, begraven op
10-09-1805 te Badbergen.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
12-12-1766 te Badbergen (Ev.L.)
met Hermann Heinrich Meyer.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
11-01-1762 te Badbergen (Ev.L.)
met Johann Nortrup, geboren te
Ankum. Heuermann.
Uit dit huwelijk:
1767 wohnten die 1762 getrauten
Eheleute Johann Nortrup und Maria
Gerdrut Vortmann als Heuerleute auf der
112
Velmelage.
2. Johann
Jürgen
Meyer,
gedoopt (Ev.L.) op 27-02-1770
te Badbergen.
1. Hermann Henrich Meyer,
gedoopt (Ev.L.) op 10-09-1767
te Badbergen.
3. Anna Maria Meyer, gedoopt
(Ev.L.) op 15-10-1772 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Margaretha
Adelheit
Nortrup, gedoopt (Ev.L.) op
01-02-1762
te
Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op
28-jarige leeftijd op 13-11-1790
te Badbergen (Ev.L.) met
Johann
Hermann
Middendorp.
2. Maria Adelheit Nortrup,
geboren te Nortrup, gedoopt
(Ev.L.) op 04-03-1764 te
Badbergen.
3. Johann Hermann Nortrup,
geboren te in Velmelagen Haus,
gedoopt (Ev.L.) op 15-01-1767
te Badbergen.
112
161
CoPo film 1.043.843.
IXn
Elisabeth Vortmann, gedoopt
(Ev.L.)
op
01-09-1735
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Overleden
op
05-03-1809 te Badbergen op
73-jarige leeftijd, begraven op
07-03-1809 te Badbergen.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
08-11-1766 te Badbergen (Ev.L.)
met Hermann Meschendorff.
In 1772 woonde Hermann Meschendorff
met zijn gezin in de Leibzucht van
halferf Hagemann in Grothe, samen met
het gezin van Henrich Meschendorff.
Uit dit huwelijk:
162
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1. Catharina
Elsabein
Meschendorff, gedoopt (Ev.L.)
op 21-01-1767 te Badbergen.
Badbergen.
Overleden
op
05-06-1834
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 57-jarige
leeftijd, begraven op 07-06-1834
te Badbergen.
2. Johann
Hermann
Meschendorff, gedoopt (Ev.L.)
op 31-08-1769 te Badbergen.
3. Johann Hermann Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-10-1779
te Badbergen (zie XIa op blz.
189).
3. Schwiethardt
Jürgen
Meschendorff, gedoopt (Ev.L.)
op 14-11-1770 te Badbergen.
4. Catharina
Margaretha
Elisabeth
Meschendorff,
gedoopt (Ev.L.) op 12-12-1772
te Badbergen.
4. Catharina Maria Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 30-03-1782
te Badbergen (zie XIb op blz.
191).
5. Maria Margaretha Adelheit
Meschendorff, gedoopt (Ev.L.)
op 02-03-1775 te Badbergen.
IXo
5. Lücke Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 15-05-1784
te Badbergen (zie XIc op blz.
191).
Jürgen
Dierck
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
19-09-1742 te Badbergen. Zoon
van Jürgen Vortmann (zie VIIIe
op blz. 153) en Margaretha
Adelheit Duncker. Overleden op
04-05-1811 te Badbergen op
68-jarige leeftijd, begraven op
07-05-1811 te Badbergen.
6. Anna Catharina Vortmann,
geboren op 08-12-1787 te
Badbergen (zie XId op blz.
191).
7. Jürgen Vortmann, geboren op
24-08-1791
te
Badbergen,
gedoopt (Ev.L.) op 29-08-1791
te Badbergen. Heuermann.
Overleden op 09-01-1868 te
Chapin Illinois (USA) op
76-jarige leeftijd, begraven op
10-01-1868 te Chapin Illinois
(USA).
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
29-05-1773 te Badbergen, (Ev.L.)
met Anna Catharina Söhnken, 23
jaar oud (zie Xa op blz. 168).
Uit dit huwelijk:
1. Johann Gerdt Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 19-05-1774
te Badbergen. Overleden op
23-04-1777 te Badbergen op
2-jarige leeftijd, begraven op
25-04-1777 te Badbergen.
2. Catharina
Margaretha
Adelheit Vortmann, geboren
op
22-04-1777
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 29-04-1777 te
Zie tak Illinois.
In 1824 werden als Heuerleute auf
Hilgen Colonate die Eheleute Jurgen
Vortmann und Catharina Hillebrand
113
erwahnt.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
24-05-1817
te
Badbergen,
(Ev.L.) met Anna Catharina
Hildebrandt, 18 jaar oud,
113
CoPo film 1.043.844.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
en Margaretha Dammermann
(Manshorst).
Overleden
op
10-01-1807 te Menslage op
72-jarige leeftijd, begraven op
13-01-1807 te Menslage.
geboren op 23-03-1799 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 28-03-1799 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Hildebrandt
en
Anna
Margaretha
Kramer.
Overleden op 26-07-1851 te
Chapin Illinois (USA) op
52-jarige leeftijd.
IXp
Doopboek Menslage 1-5-1766 heet ze
Maria Adelheit Dammermans en is
Jurgen Vortmann getuige.
Gehuwd voor de kerk op 25-jarige
leeftijd op 13-12-1760 te Menslage
(Ev.L.) met Wessel zum Brocke,
37 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
19-11-1723 te Badbergen. Zoon
van Wessel Küst en Talcke
Buddeke, colon volerf Broking in
Hahlen
(Menslage).
Hij
is
weduwnaar van Susanne Holrah,
weduwnaar van Anna Margaretha
zur Oje. Overleden op 23-12-1767
te Menslage op 44-jarige leeftijd,
begraven op 28-12-1767 te
Menslage.
Johann
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
30-10-1745
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie VIIIe op blz. 153)
en
Margaretha
Adelheit
Duncker.
Overleden
op
15-05-1817 te Badbergen op
71-jarige leeftijd, begraven op
19-05-1817 te Badbergen.
Gehuwd op 37-jarige leeftijd op
28-10-1783 te Badbergen, met
Margaretha Elsabein Söhnken,
30 jaar oud (zie Xb op blz. 168).
Volerf Broking in Hahlen was horig aan
huis Loxten. In 1748 liet Wessel een
schuur bouwen, waar boven de ingang de
inscriptie kwam: "Wessel : Zum Broke
und Anna Margretha oings E L T Anno
1748 den 16 Mey". Het Backhaus dateert
van 18 mei 1737. Het Erbwohnhaus
werd in 1864 opnieuw gebouwd.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Adelheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 03-07-1784
te Badbergen.
2. Jürgen Vortmann, geboren op
17-09-1787
te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 27-09-1787 te
Badbergen.
Overleden
op
08-03-1823
te
Gross-Mimmelage,
volerf
Hamcke op 35-jarige leeftijd,
begraven op 11-03-1823 te
Badbergen.
3. Lucia Adelheit Vortmann,
geboren op 23-08-1790 te
Badbergen (zie XIe op blz. 192).
IXq
Maria
Adelheit
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-12-1734 te
Badbergen. Dochter van Arend
Vortmann (zie VIIIf op blz. 154)
163
Uit dit huwelijk:
1. Johann Henrich zum Brocke,
geboren op 28-10-1759 te
Hahlen (zie Xk op blz. 172).
2. Christina (Catharina) Maria
zum Brocke, gedoopt (Ev.L.)
op 01-05-1766 te Menslage.
Begraven op 10-05-1774 te
Menslage.
IXr
Catharina Adelheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-03-1740 te
Badbergen. Dochter van Arend
Vortmann (zie VIIIf op blz. 154)
en Margaretha Dammermann
164
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
(Manshorst).
Overleden
16-04-1782 te Badbergen
42-jarige leeftijd, begraven
18-04-1782 te Badbergen.
op
op
op
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
23-12-1766 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Wilhelm Rottmann.
Dagloner.
Naar alle waarschijnlijkheid woonde het
gezin van Johann Wilhelm Rottmann in
1772 in een keuterhoeve in Wulften.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina
Adelheit
Rottmann, gedoopt (Ev.L.) op
30-05-1767 te Badbergen.
2. Jürgen Rottmann, gedoopt
(Ev.L.) op 05-03-1769 te
Badbergen.
3. Lucia Margaretha Rottmann,
gedoopt (Ev.L.) op 24-05-1771
te Badbergen.
4. Johann Gerdt Rottmann,
gedoopt (Ev.L.) op 08-12-1773
te Badbergen.
5. Catharina Maria Rottmann,
gedoopt (Ev.L.) op 06-05-1780
te Badbergen.
IXs
Lampe Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
02-02-1732 te Badbergen. Zoon
van Lampe Vortmann (zie VIIIg
op blz. 155) en Lücke Elisabeth
Vahlkamp, colon halferf ‘Claus
Vortmann’.
Overleden
op
02-05-1795 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Claus Vortmann’ op
63-jarige leeftijd, begraven op
05-05-1795 te Badbergen.
Document 1: Badbergen, 28-10-1769.
De Bauerschaft Vehs verkoopt aan de
Vortmannen de Vehser Plaggenmatt
voor 100 Reichstaler. De Vehser
Plaggenmatt werd door de Vortmannen
al gepacht voor jaarlijk een ton bier.
Inventar: 31
1x Stempel: Königreich Westphalen 15
Centimen
1x Stempel: Königreich Westphalen 10
Centimen.
Ein Vergleich und Kaufbrief zwischen
die 16 Erbmänner und die Vortmänner.
Abschrift von 1769.
Extractus Protocolli notariatus mei.
Anno Ein Tausend Siebenhundert
Sechzig und neün. Sonnabend den acht
und zwanzigsten des Monats Octobris
des Abends ungefehr um fünf Uhr in des
Herrn Hermann Henrich Hölschers
Wohnbehausung dahier in Badtbergen,
und
zwaren
in
der
fordersten
Wohnstuben an der Straße belegen
Coram me requisito Notario et testibus
infra
scriptis,
erschienen
und
vorgekommen seyn, Colonus Johan
Vahlkampf, Diederich Brundert, Wessel
Ahrenhorst, Wessel Elting, Wilhelm
Nemelmann, Diederich Stichtmann für
sich und in Nahmen und aus Special
Commission der übrigen Vehser
Interessenten
der
Vehser
gemeinschaftlichen
Wiuesen,
und
zubehörigen Gründe bey Minmelage
belegen, als Hermann Ahrenhorst,
Dietrich Gerding, Johann Lüdeling, Gerd
Borgerding, Henrich Wingmann, Jürgen
Middendorf, Henrich Rößmann, Wessel
Ohßing und Gerdt Budke Dequorum rato
et grato sie hiemit Cavirten an einen,
sodann Hermann Merschmann modo
Colonus
Detert
Vortmann
zu
Minmelage an andern und Colonus
Jürgen Vortmann sonst Klaus zum
Vorde genannt am dritten Theile jene
die Vehser, wie auch Hermann
Merschmann
modo
Colonus
Vortmann zeigten darauf an, was
gestalten durch Vermittelung einiger
guter Freude, die Streit Sache, und
Uneinigkeit, so sie beyde wegen
Plaggenmehen an der Land und Justiz
Canzley zu Osnabrück gehabt, gänzlich
verglichen, abgethan, und beyderseits liti
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
renunciiret hätten. Auch würde ferner
angezeiget, daß obbenannte beyde
Vortmänner in heutigen Dato mit
gleichfals erwehnten sechszehn Vehsern,
warunter Colonus Brundert eine doppelte
Persohn vorstellet, folgenden Contract
gemacht und geschlossen hätten, daß
nemlich die beyden Vortmänner,
dasjenige Plaggenmatt so wie es von
alters her gewöhnlicher maßen für sich
ein jeder gebrauchet und gehabt, und
denen Vehsern obbenant jährlich eine
Tonne Bier zur Heuer, oder Pachtung
dafür gegeben, von nun an hätten, wie
folget, als erstlich bezahlet jeder
Vortmann an benannte Vehser hundert
Thaler setz 100 Rth., folglich beyde
zusammen zwey hundert Thaler, als
wofür sie von nun an, bis zu ewigen
Zeiten ihre zubehörige Ländereyen, so
zwischen der Vehser und Minmelager
Schnatbache, und Vehser Wiese belegen,
ohne denen Vehsern Künftig hin, das
geringste dafür zu vergüten, nach ihren
Belieben von dem alda befindlichen
Plaggenmatte begeilen können und
mögen.
Zweytens bedingen die Vehser hiebey
capresse aus, daß sie vor wie nach, über
der gemeinen Grund, wovon die
Vortmänner ihnen das Recht Plaggen zu
mehen, und Soden zu graben auf erblich
abgekaufet, das ius Dominii zu behalten,
als nemlich, wenn etwa die Vortmänner
künftighin
eine
extension,
oder
Zuschlag, ohne derer Vehser ihren
Vorwissen und Consens machen wollen,
oder durch ungebührlich graben das
Plaggenmatt verderben, die Vehser
solches sodann demoliren und darüber
bestrafen, oder die Vortmänner sich
deswegen mit ihren zu vergleichen haben
sollten.
3tens wollen auch die Vehser, wie vorhin
von oberwehnten Plaggenmatte, wenn
sie etwa behuef ihrer Großen und
Kleinen Wiese Rasen, oder Plaggen
benötiget seyn, nach ihren Belieben
selbige zu stechen, oder zu mehen
berechtiget verbleiben, wie auch auf die
flachsröthe in der Haase gleichfalls, doch
sollen und wollen die Vehser die Soden
165
so stechen, daß von jeden Vortmann
seinem Plaggenmatte, gleichviel fuder
genommen werden. Die Plaggen aber
wollen sie nach Belieben mehen.
4tens sollten die Vortmänner auch
gehalten seyn die Bache von Hermann
Vortmann seinen Gunden bis die
Vehser Wiese, sodan auch die andere
Bache von Jürgen Vortmanns seinen
Gründen, nächst Lüdelings Seite bis dem
Ende der Wiese nächst Lüdelings
Gründen, selber zu räumen, und zwar ein
jeder vor und bey seinen Gründen.
5tens ist auch zwischen denen Vehsern
und Herman Merschmann sive
Vortmann festgestellet, daß die Vehser
ihren Fußweg von der einen Wiese, bis
zur andern über Vortmanns hagen frey
und ungehindert, vor wie nach behalten
sollen, auch soll Herman Merschmann
modo Colonus Vortmann durch die
Vehser Kleinen Wiese von seinen
Gründen heran, über das Ufer, und über
das Fischeschütt, so lange dorten eines
vorhanden ist, darüber von und nach
seinen Gründen hin zu gehen befugt
seyn, und wann gemeldete Interessirende
sechszender, von denen Vortmännern
eine extension vermuthen, alsdann nach
Belieben frey über die Früchten, oder
Örter, um zu besehen, gleichfals zu
gehen berechtigt seyn wollen. Mit den
geziemenden
Verlangen,
diesen
vorstehenden Vertrag und Contract so sie
Partes fest und unzerbrechlich allerseits
zu halten versprochen ad protocollum zu
nehmen, und Documentum publicum
ihnen sämtlich darüber zu ertheilen.
Da ich nun diesem petito deferiren
müßen, als habe darauf obstehenden
Vertrag
und
Contract
fidelites
niedergeschrieben, und Documentum
publicum in triplo darüber ausgefertiget.
Sic
actum
praevia
praelectione
explicatione, stipulatione et praesentibus
hisic specialites requisitis Testibus, als
Seiner Hocherwürdigen Pastor Justus
Christian Block, und Herr Adam Peter,
Anno mense die et loco ut supra.
In fidem hici protocolli notariatus
scripsit subscripsit et subsignavit
166
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Georgius Meesmann Notarius legalis.
Daß diese Abschrift mit dem Notariat
Protocolle des vormaligen Notars Georg
Meesmann wörtlich übereinstimme,
solches habe ich hiedurch nach
vorgängigen Vergleichung als Wahr
bescheinigen wollen.
Badbergen den Zwanzigsten
Achtzehnhundert Eilf.
May
Georg Diederich Meessmann Cantons
Notar in Badbergen wohnhaft.
In 1772 had Lampe Vortmann naast zijn
vrouw en twee kinderen, ook zijn
moeder in huis. Bovendien had hij twee
knechten en één maagd in dienst. In de
Leibzucht woonde Jürgen Eilman met
zijn vrouw en drie kinderen.
03-08-1781: Vortman der Grosse zahlt
fur 1781 17 R 19 S 3 pf.114
1787 heisst es im Nachweis der
Rundefuhrpflichtigen, dass Claus zum
Vorde und Detert zum Vorde bei den
Rundefuhren zusammenspannen.115
Gehuwd (1) op 31-jarige leeftijd op
16-06-1763 te Badbergen (Ev.L.)
met Anna Lienesch, 26 jaar oud,
geboren te Grothe, halferf
Lienesch, gedoopt (Ev.L.) op
20-03-1737 te Badbergen. Dochter
van Gerdt Beusmann (Lienesch)
en Alheit Margaretha Kortbrehe.
Overleden op 09-04-1775 te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’ op 38-jarige leeftijd,
begraven op 12-04-1775 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 46-jarige leeftijd op
11-04-1778 te Badbergen, (Ev.L.)
met Lücke Maria Pahlmann, 30
jaar oud, geboren te Grothe, halferf
Pahlmann, gedoopt (Ev.L.) op
20-08-1747 te Badbergen. Dochter
114
Rechnungsbuch Haus Schulenburg.
115
StOs Absch 88 Nr 271-272.
van Johann Pahlmann, colon
halferf Pahlmann in Grothe
(Badbergen),
en
Anna
Mohlenkamp. Overleden op
16-04-1822 te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Claus Vortmann’ op
74-jarige leeftijd, begraven op
18-04-1822 te Badbergen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Lucke Elisabeth Vortmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 17-03-1764
te Badbergen. Overleden op
21-02-1765
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, 341 dagen
oud, begraven op 25-02-1765 te
Badbergen.
2. Johann Gerdt Vortmann,
geboren op 11-05-1766 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie Xl op blz.
172).
3. Lücke Adelheit Vortmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus
Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 23-08-1768
te Badbergen. Overleden op
12-11-1794
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 26-jarige
leeftijd, begraven op 15-11-1794
te Badbergen.
4. Susanna
Margaretha
Vortmann,
geboren
op
09-03-1775
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 14-03-1775 te
Badbergen.
Overleden
op
13-03-1819
te
Gross-Mimmelage,
halferf
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
‘Claus Vortmann’ op 44-jarige
leeftijd, begraven op 16-03-1819
te Badbergen.
5. Anna Catharina Vortmann,
geboren op 09-03-1775 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie Xm op
blz. 179).
Uit het tweede huwelijk:
6. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 29-05-1778 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie Xn op
blz. 182).
7. Anna Adelheit Vortmann,
geboren op 09-06-1781 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie Xo op
blz. 184).
8. Margaretha
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
20-10-1785
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 29-10-1785 te
Badbergen.
Overleden
op
01-12-1786
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 1-jarige
leeftijd, begraven op 04-12-1786
te Badbergen.
9. Lucia
Maria
Vortmann,
geboren op 22-12-1787 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 27-12-1787 te
Badbergen.
Overleden
op
01-01-1788
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, 10 dagen
oud, begraven op 04-01-1788 te
Badbergen.
167
10.Maria Adelheit Vortmann,
geboren op 05-09-1789 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie Xp op
blz. 185).
IXt
Margretha Gerdruth Vortmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
halferf ‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.)
op
20-01-1734
te
Badbergen. Dochter van Lampe
Vortmann (zie VIIIg op blz. 155)
en Lücke Elisabeth Vahlkamp.
Overleden op 11-09-1809 te
Gross-Mimmelage, volerf Ahlert
op 75-jarige leeftijd, begraven op
14-09-1809 te Badbergen.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
09-12-1762 te Badbergen, (Ev.L.)
met Jürgen Ahlert, 45 jaar oud,
geboren te Gross-Mimmelage,
volerf Ahlert, gedoopt (Ev.L.) op
06-03-1717 te Badbergen. Zoon
van Johann Ahlert, colon volerf
Ahlert
in
Gross-Mimmelage
(Badbergen),
en
Adelheit
Knufener, colon volerf Ahlert in
Gross-Mimmelage
(Badbergen).
Hij is weduwnaar van Lücke
Sundermann, weduwnaar van
Catharina Wesselmann (Heije).
Overleden op 18-10-1784 te
Badbergen op 67-jarige leeftijd,
begraven op 20-10-1784 te
Badbergen.
In 1772 had Jürgen Ahlert twee knechten
en 1 maagd in dienst. De Leibzucht werd
bewoond door Hermann Oldenhage (met
vrouw en kind) en Gerdt Giese (met
dochter).
(zie ook Ahlerts Concurs 6-2-1770,
collectie Pohlsander blz. 37-38)
Uit dit huwelijk:
1. Johann Ahlert, gedoopt (Ev.L.)
op 06-12-1763 te Badbergen.
168
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Overleden op 20-04-1783 te
Badbergen op 19-jarige leeftijd,
begraven op 23-04-1783 te
Badbergen.
Anna Elsabein Devermann.
Overleden op 29-03-1809 te
Grandorf op 58-jarige leeftijd.
Gehuwd op 15-jarige leeftijd op
21-05-1766
te
Neuenkirchen,
(Rooms Katholiek) met Johann
Brickwede, 33 jaar oud, geboren
te Grandorf, gedoopt (R.K.) op
29-09-1732 te Damme. Zoon van
Johann Heinrich Annen zu
Handrup (Brickwede), colon
volerf Brickwede in Grandorf, en
Anna Catharina Brickwede,
colon
volerf
Brickwede
in
Grandorf.
Overleden
op
07-12-1780 te Grandorf op
48-jarige leeftijd.
2. Jürgen Ahlert, gedoopt (Ev.L.)
op 27-11-1765 te Badbergen (zie
Xq op blz. 188).
3. Johann
Günther
Ahlert,
geboren op 19-06-1769 te
Gross-Mimmelage (zie Xr op
blz. 189).
Xa
Anna
Catharina
Söhnken,
gedoopt (Ev.L.) op 26-09-1749 te
Badbergen. Dochter van Lubbert
Söhnken en Catharina Elsabein
Vortmann (zie IXb op blz. 156).
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
29-05-1773 te Badbergen, (Ev.L.)
met Jürgen Dierck Hermann
Vortmann, 30 jaar oud (zie IXo op
blz. 162).
Brickwede ist eigen nach Schulenburg.
1830 betragt die grosse des Erbes 33
Maltersaat, und an Grundsteuer zahlt er
23 Thl. 27 Gr. 1 Pf. Die auffallende
Vergrosserung des Grundbesitzes is
durch Auflosung der Mark, die bis dahin
von Markgenossen gemeinsam genutzt
worden war, erfolgt.
Uit dit huwelijk: 7 kinderen (zie
onder IXo op blz. 162).
Xb
Das Heuerhaus ist in der 2. Halfte des
18. Jahrhunderts erbaut worden. Es zeigt
die Inschrift; Johann Brick Wiede - Anna
Elisabeth Fortmanns Eheleute. Eine
Jahreszahl ist nicht vorhanden. Der
spruchbalken ist uberbaut, sodass die
Inschrift nicht lesbar ist.
Margaretha Elsabein Söhnken,
gedoopt (Ev.L.) op 27-05-1753 te
Badbergen. Dochter van Lubbert
Söhnken en Catharina Elsabein
Vortmann (zie IXb op blz. 156).
Overleden op 13-03-1814 te
Badbergen op 60-jarige leeftijd,
begraven op 16-03-1814 te
Badbergen.
Das Wohnhaus ist 1912 bedauerlich
116
massiv neu erbaut worden.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
28-10-1783 te Badbergen, met
Johann Vortmann, 37 jaar oud
(zie IXp op blz. 163).
1. Johann Heinrich Brickwede,
geboren op 16-07-1769 te
Grandorf (gezindte: Rooms
Katholiek).
Colon
volerf
Brickwede
in
Grandorf.
Overleden op 13-02-1832 te
Grandorf op 62-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk: 3 kinderen (zie
onder IXp op blz. 163).
Xc
Anna
Elsabein
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 28-09-1750 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie IXc op blz. 157) en
116
CoPo film 1.043.842.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
hatte sie gehört, das der Colon Arenhorst
etwas von Geld Harken gesprochen
habe. Mehr ist von dem Prozess nicht
117
überliefert.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
02-05-1797 te Neuenkirchen,
(Rooms Katholiek) met Anna
Elisabeth Hanenkamp, 25
jaar
oud,
geboren
op
16-02-1772 te Fladderlohausen
(gezindte: Rooms Katholiek).
Dochter van Johann Gerdt
Hanenkamp
en
Anna
Elisabeth
Kleyböcker.
Overleden op 30-10-1840 te
Grandorf op 68-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 26-jarige leeftijd op
29-04-1788 te Badbergen, (Ev.L.)
met
Johann
Gerhard
Mohlenkamp, geboren circa 1761.
Overleden
op
21-11-1790,
begraven op 23-11-1790 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 41-jarige leeftijd op
02-04-1803 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Henrich Hetlage, 34
jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
29-12-1768 te Badbergen. Zoon
van Gerdt Hetlage en Anna
Margaretha
Harsmann,
Heuermann
op
Vollerbe
Merschmann.
Overleden
op
07-01-1847 te Grothe, nr. 40
(Markkotte Hermann tot Kuhlen)
op 78-jarige leeftijd, begraven op
11-01-1847 te Badbergen.
2. N.N.
3. N.N.
Xd
Catharina Elsabein Vortmann,
geboren op 21-08-1761 te Grothe,
gedoopt (Ev.L.) op 24-08-1761 te
Badbergen. Dochter van Johann
Rolff Vortmann (zie IXe op blz.
158)
en
Catharina
Maria
Pahlmann.
Overleden
op
21-12-1830 te Grothe, nr. 2
(Volerbe
Merschmann)
op
69-jarige leeftijd, begraven op
24-12-1830 te Badbergen.
1789 Prozessiert Gerd Meyer
Bergfeld gegen Wessel Arenhorst.
Uit het eerste huwelijk:
1. Margaretha
Elisabeth
Mohlenkamp, geboren op
24-02-1789
te
Badbergen,
gedoopt (Ev.L.) op 02-03-1789
te Badbergen.
zu
Am 30-06-1789 werden die Zeugen
Colon
Wessel
Meesmann
modo
Lindenbaum und Catharina Vortmanns,
Ehefrau des Johann Gerdt Möhlenkamps,
befragt. Wessel Meesmann, 55 Jahre alt,
ehemaliger Knecht des Meyer zu
Bergfeld, sagte aus, dass damals Meyer
nach Hause gekommen sei, aber wieder
fortgegangen sei, auch Arenhorst, der
aber etwas betrunken gewesen sei. Was
aber gesagt worden wäre, sei ihm nicht
mehr in Erinnerung. Ehefrau Catharina
Möhlenkamp geb. Vortmann, 28 Jahre
alt, sagt, dass Wielage, Knecht des
Meyer zu Bergfeld, wie auch Wessel
Arenhorst, welcher etwas betrunken
gewesen war, damals in Lindenbaums
Hause gegenwärtig gewesen sei, und wie
sie, Zeugin, eben aus dem Keller vom
Bierzapfen wieder herausgekommen,
169
2. Lucia Maria Mohlenkamp,
geboren op 14-08-1790 te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.) op
19-08-1790 te Badbergen.
Xe
117
Catharina Maria Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 04-01-1770 te
Badbergen. Dochter van Johann
Rolff Vortmann (zie IXe op blz.
158)
en
Catharina
Maria
Pahlmann.
Overleden
op
17-02-1797 te Badbergen op
CoPo film 1.043.846.
170
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
27-jarige leeftijd, begraven
20-02-1797 te Badbergen.
Quadraatruten Ackerland
Quadraatruten Wiesen.
op
Lebten auf Kuhlmann Nr 40.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
07-05-1795 te Badbergen, (Ev.L.)
met Jurgen Middelkamp.
2. Lucia Adelheit Thumann,
geboren op 10-05-1797 te
Grothe, gedoopt (Ev.L.) op
18-05-1797 te Badbergen.
Anna Catharina Vortmann,
geboren te Grothe, gedoopt (Ev.L.)
op 05-04-1774 te Badbergen.
Dochter van Johann Rolff
Vortmann (zie IXe op blz. 158) en
Lücke Margaretha Kahmann.
Overleden op 17-12-1846 te
Grothe op 72-jarige leeftijd,
begraven op 19-12-1846 te
Badbergen.
3. Johann Wilhelm Thumann,
geboren op 15-10-1799 te
Grothe, gedoopt (Ev.L.) op
19-10-1799
te
Badbergen.
Overleden op 11-10-1800 te
Grothe, 361 dagen oud,
begraven op 13-10-1800 te
Badbergen.
4. Anna Catharina Thumann,
geboren op 18-06-1805 te
Grothe, gedoopt (Ev.L.) op
22-06-1805
te
Badbergen.
Overleden op 08-11-1807 te
Grothe op 2-jarige leeftijd,
begraven op 11-11-1807 te
Badbergen.
Xg
1803: Der Vogt Block berichtet;
Hermann tor Kuhlen oder Kuhlmann
hinter
der
Hohnhorst
wird
in
Bauerschaftssachen nicht zugezogen.
Derselbe besitzet an Garten- und
Ackerland 3 1/4 Scheffel und 3/4
Scheffel Wiesengrund.
1826 betragt
Markkotterei
die
2
118
1. Johann Henrich Thumann,
geboren op 26-10-1793 te
Grothe (zie XIf op blz. 192).
1.
Middelkamp, geboren op
30-01-1797
te
Badbergen.
Begraven op 31-01-1797 te
Badbergen.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op
31-01-1793 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Henrich Thumann,
25 jaar oud, geboren op
22-09-1767 te Grothe, gedoopt
(Ev.L.)
op
09-10-1767
te
Badbergen. Zoon van Berend
Thumann,
Heuermann,
en
Cchristina Adelheit Vosbrinck,
Kötter Hermann tor Kuhlen in
Grothe (Badbergen). Overleden op
06-05-1832 te Grothe (Badbergen)
op 64-jarige leeftijd, begraven op
07-05-1832 te Badbergen.
64
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Xf
und
Christina Adelheit Buddeke
(Hasekamp), gedoopt (Ev.L.) op
28-06-1771 te Badbergen. Dochter
van Jürgen Buddeke (Hasekamp)
(zie IXg op blz. 159) en Adelheit
von Senden. Overleden op
02-12-1808 te Badbergen op
37-jarige leeftijd, begraven op
05-12-1808 te Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op 20-jarige
leeftijd
op
26-05-1792
te
Badbergen (Ev.L.) met Johann
Henrich Hasekamp, 28 jaar oud,
Grosse dieser
Morgen
26
118
CoPo film 1.043.832.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
geboren
op
09-08-1763
te
Lohausen, gedoopt (Ev.L.) op
14-08-1763 te Gehrde. Zoon van
Johann Hasekamp en Catharina
Elisabeth Meyer. Hij hertrouwt
met
Catharina
Adelheit
Vortmann.
Overleden
op
06-03-1827 te Wulften op 63-jarige
leeftijd, begraven op 09-03-1827 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Johann Henrich Hasekamp,
geboren op 06-12-1805 te
Wulften (zie XIg op blz. 193).
Xh
Maria Adelheit Giese, gedoopt
(Ev.L.)
op
18-02-1758
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Henrich Giese en Margretha
Elisabeth Vortmann (zie IXk op
blz. 160). Overleden op 29-05-1820
te Badbergen op 62-jarige leeftijd,
begraven op 31-05-1820 te
Badbergen.
Gehuwd voor de kerk (1) op
31-jarige leeftijd op 08-12-1789 te
Badbergen (Ev.L.) met Johann
Peter Vetter, geboren 1747 te
Lichtenbaum.
Maurermeister.
Overleden op 27-03-1791 te
Badbergen,
begraven
op
29-03-1791 te Badbergen.
Gehuwd voor de kerk (2) op
45-jarige leeftijd op 09-12-1803 te
Badbergen (Ev.L.) met Johann
Jürgen Meldau.
Uit het eerste huwelijk:
1. Catharina
Margaretha
Friederica Vetter, geboren op
23-09-1790
te
Badbergen,
gedoopt (Ev.L.) op 28-09-1790
te Badbergen. Overleden op
13-06-1793 te Badbergen op
171
2-jarige leeftijd, begraven op
17-06-1793 te Badbergen.
Xi
Johann Jürgen Giese, gedoopt
(Ev.L.)
op
13-12-1760
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Henrich Giese en Margretha
Elisabeth Vortmann (zie IXk op
blz. 160). Overleden op 20-11-1816
te Mündelburg op 55-jarige leeftijd,
begraven op 23-11-1816 te
Menslage.
Gehuwd
(1)
met
Anna
Margaretha
Elsabein
Esselmann (gezindte: Ev.L.).
Dochter
van
Hermann
Esselmann en Anna Margaretha
Kostes. Overleden op 02-03-1787
te
Menslage,
begraven
op
06-03-1787 te Menslage.
Gehuwd (2) met Debe Catharina
Elsabein Esselmann, gedoopt
(Ev.L.) op 22-10-1752 te Menslage.
Dochter van Johann Wilm
Esselmann
en
Christina
Elsabein Devermann. Overleden
op 28-09-1788 te Menslage op
35-jarige leeftijd, begraven op
02-10-1788 te Menslage.
Gehuwd (3) met Adelheit
Eilmann, gedoopt (Ev.L.) op
29-08-1736 te Menslage. Dochter
van Lampe Eilmann en Helena
Catharina
Hasemann.
Zij
hertrouwt met Johann Jürgen
Sickmann.
Overleden
op
17-04-1802 te Menslage op
65-jarige leeftijd, begraven op
22-04-1802 te Menslage.
Gehuwd (4) met Anna Maria
Esselmann.
Uit het tweede huwelijk:
1. Gerhard
Jürgen
Giese
(gezindte: Ev.L.). Overleden op
172
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
03-10-1788
te
Menslage,
begraven op 06-10-1788 te
Menslage.
Xj
Vortmann (zie IXq op blz. 163).
Overleden op 08-12-1830 te
Loxten op 71-jarige leeftijd,
begraven op 11-12-1830 te
Badbergen.
Johann Berndt Nortrup, gedoopt
(Ev.L.) op 12-10-1769 te Menslage.
Zoon van Johann Nortrup en
Maria Gerdruth Vortmann (zie
IXl op blz. 161).
Gehuwd met Wilhelmina Sophia
Charlotta Decker, geboren op
19-06-1762 te Loxten. Dochter van
Simon
Heinrich
Decker,
Heuermann in Loxten, en Anna
Elsabein Schnück. Overleden op
19-12-1846 te Loxten op 84-jarige
leeftijd, begraven op 22-12-1846 te
Badbergen.
Gehuwd voor de kerk op 26-jarige
leeftijd op 30-04-1796 te Menslage
(Ev.L.) met Anna Catharina
Adelheit auf den Felde, 34 jaar
oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
30-09-1761 te Menslage. Dochter
van Albert auf den Felde en
Lücke Adelheit Lindemann.
Begraven op 02-12-1818 te
Menslage.
Uit dit huwelijk:
1. Gerhard
Heinrich
zum
Brocke, geboren op 03-12-1792
te Loxten, gedoopt (Ev.L.) op
06-12-1792.
Overleden
te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Hermann Diederich Nortrup,
geboren op 25-09-1802 te
Hahlen (Menslage). Heuermann.
Gehuwd voor de kerk (1) circa
1825
met
Catharina
Margaretha Sander. Gehuwd
voor de kerk (2) op 48-jarige
leeftijd op 21-11-1850 te
Menslage (Ev.L.) met Maria
Catharina Vortmann, 55 jaar
oud, geboren op 08-10-1795 te
Hahlen (Menslage), gedoopt
(Ev.L.) op 14-10-1795 te
Menslage. Dochter van Johann
Hermann
Vortmann
en
Venne
Maria
Catharina
Margaretha Bornemann. Zij is
eerder getrouwd geweest met
Johann Heinrich Köhne.
Xk
Johann Henrich zum Brocke,
geboren op 28-10-1759 te Hahlen,
gedoopt (Ev.L.) op 01-11-1761 te
Menslage. Zoon van Wessel zum
Brocke en Maria Adelheit
Xl
Johann
Gerdt
Vortmann,
geboren
op
11-05-1766
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
17-05-1766 te Badbergen. Zoon
van Lampe Vortmann (zie IXs op
blz. 164) en Anna Lienesch,
keuterboer op keuterhoeve ‘Kleine
Vortmann’.
Overleden
op
05-12-1829 te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’ op
63-jarige leeftijd, begraven op
08-12-1829 te Badbergen.
24-01-1799: Col. Kleine Gerd Vortmann
stellt (unter 18) den Proz. eise, beg.
12-09-1796 / 25-12-1798 / 21-01-1799 /
28-01-1799 (vl. Joh.Hm.Dinkgreve j.
Lüdeling) ü. 31-01-1799 als letzten Col.
Joh.Gerd Engbert.119
1799, Donnerstag 24. Januar om 4.00
Uhr Nachmittags in der Bauerrichter
Rep 958 Fü. Nr. 1 s. 373 H.Callmeyer, Notar
(CoPo 8842).
119
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Col. Möllmanns
Mimmelage.
Hause
in
Gr.
1. Der jetzige Bauerrichter Col. Gerd
Möllmann
2. Der vorjahrige Baurrichter Johann
Heinrich Ossing
3. Der Mahlmann Col. Johann Hermann
Rickehaus
4. Col. Johann Hermann Gröner
5. Col. Johann Menke Schiphorst
6. Col. Johann Arend Wulfert
7. Col. Johann Hermann Herzog
8. Col. Hermann Dirk Dieckmann
9. Col. Hermann Ahlert
10. Col. Kleine Gerd Vortmann
11. Col. Johann Gerd Pogge
12. Col. Jurgen Middendorf
13. Col. Jurgen Thomann
14. Col. Gerd Knüfener
15. Col. Johann Hermann Burding
16. Col. Dirk Schroer
17. Col. Sandkuhlen. Für sich und ex
commissione
Erklären dass sie den Process gegen die
Stadt Quakenbrück begonnen am
12.9.1796 bei Hochf. Osnabr. Land- und
Justiz-Canzley wegen Einfriedigung `des
Quak. gross Messches einstellen und
dem Procurator Strieder die Vllmacht
entziehen auch mit der Entscheidung des
Reichskammer-Gerichtes
vom
21.11.1798 und 19.1.1799 geben sie sich
zufrieden. J.H.Callmeyer.120
01-08-1818 Streit über Erbesqualiteit bei
Auflösung d. Mi. Mark, siehe Wulfert.121
Mimmelage 27 oktober 1820; Notariele
akte opgemaakt op Markkotte Kleine
Vortmann in Gross-Mimmelage waarin
een protest wordt aangetekend tegen de
inwoners van de Bauerschaft Vehs die
120
Rep. 958 Furst. Nr. 1 S. 373.
121
CoPo blz. 8840.
oneigenlijk
gebruik
maken
Mimmelager Markgrond.
173
van
Cum Deo!27. October 1820.
Im Jahre Eintausend achthundert und
zwanzigindictione romana VIII Freitags
den sieben und zwanzigsten October des
Morgens zehn Uhr in dem Erbhause des
Coloni Kleine Vortmann in der
Bauerschaft
Grosse
Mimmelage
erschienen vor mir unterschriebener
Notario die Deputirte der Grossen
Mimmelager Marck Colonus Wulfert
und Colonus Thomann daselbst und
requirirten mich, nach dem Colono
Elting als Bauerrichter zu Vehes mich zu
begeben und demselben auzuzeigen, dass
bey der jetzigen gemeinnntzigen
Weg-anlage nber den Theil Mimmelager
Marckgrundes, den die Veheser als
Plaggenmatt fnr ihre sogenannte
Friedhorst benutzen, die Eingesessenen
der Bauerschaft grosse Mimmelage
wider alle von Seiten der Veheser etwa
intendiret werden m÷gende neue
Anlagen welche sowohl auf eine
anderweitige Richtung und Ableitung
des Wassers in dortiger Gegend zielen,
als durch das Interesse des gedachten
Plaggenmatts, so wie aller nbrigen
Mimmelager Marck- und alten Grunde
benachtheiligen konnten, sich hiemit
verweahren und der etwa nachtheiligen
Folgen halber dagegen protestiren
wollen, mit dem Ersuchen, dieses alles
nebst der Relation nber den Erfolg zu
Protocoll zu nehmen und darab
Documentum mitzutheilen.
In Gefolg dieser requisition habe ich
mich sofort nach dem Colono Elting zu
Vehes verfnget, und da ich denselben zu
hause antraf, habe ich ihn mit den Inhalt
obiger Requisition bekannt gemacht und
in Gefolg derselben die desfalsige
Verwahrung und protestation von Seiten
der grosse Mimmelager bey ihm
eingelegt, worauf mir der Colonus Elting
erwiederte, dass er davon seinen
Bauerschaftsleute benachrichtigen und
sich deshalb von diesem Documente
Abschrift erbeten haben wollte, welche
ich ihn mitzutheilen versprochen, womit
dieser Act beschlossen worden. So
174
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
geschehen zu Grosse Mimmelage und
Vehes in Dato wie oben.
remittire,
habe
ich
pflichtmäßig zu berichten.
In fidem praemissorum hor Instementum
desuper confeci scripsi subscripsi et
subsignavi Ego Johannes Friedericus
Dehne notarius publicus legalis et
requisitus inppriam.122
Der Umstände wegen hielt ich es für
nöthig die Interessenten von Minmelage
zu versammlen und selbst zu vernehmen
was geschehen ist.
1826: sind zur Grundsteuer veranlagt; 8
47/120 Morgen Ackerland und 91
Quadratruten Wiesen.123
Document 3. Mimmelage, 18 oktober
1823. Contributie ter dekking van
Bauerschafts aandeel in de parochie
rekening.
Naar
stemgerechtigheid.
Vollerbe 1 Rth 14 ggr, halberbe 64╜ ggr,
Erbkotten 43 gg., Markkotten 21╜ ggr.
Liste der Geldbeitrage, behuf der
Gemeinde Rechnung im Kirspel
angelegenheit Mimmelage,
den 18. October 1823.
Name Rth Gr
Detert zum Vorde dd
Claus zum Vorde dd
Arend Zum Vorde dd
Document 4. Mimmelage 9 mei 1829;
Bezwaarschrift tegen de bouw en
onderhoud van een armenhuis.
Bauerschaft
Markenteilung
Baumeister.
Gr.
û
Mimmelage
Vorsteher
û
An das Königliche Amt Bersenbrück.
Bericht der Vogtey Badbergen von 9ten
May 1829.
Betrifft der beschwerde der Minmelager
Kötter wegen Unterhaltung der Armen in
Minmelage.
Indem ich die mir zum Bericht
zugestellte Beschwerde der Kötter zu
Minmelage wegen Unterhaltung der
Armen in genannter Bauerschaft und
nementlicht wegen Erbauung eines
Armenhauses daselbst, hier neben
122
CoTh document 2.
123
Dühne II, blz. 238.
folgendes
Für den Bau des Armenhauses stimmen
in diesen Augenblicke folgende Vollund Halberben; Wulfert für sich und
Kleine
Schiphorst,
Middendorf,
Burmester, Ahlert für sich und Gräner,
Lüdeling,
Engberding,
Thomann,
Rickehaus, Oesing, Große Wendte,
Sundermann für sich und Sandfort,
Kleine Wendte, Pausthorst.
Gegen den Bau eines Armenhauses
stimmen aber jetzt folgende Voll- und
Halberben und Kötter; Sunderlage,
Hamke, Hennier, Diekmann, Schiphorst,
Detert zum Vorde, Claus zum Vorde,
Burding, Berend Oldenhage, Klümke,
Jüttenthal, Schröder, Deber, Riedemann,
Dammer, Hamkenthal, Arend zum
Vorde, Albert Lüdeling.
Weder pro noch contra stimmen;
Heidjohan und der zeitge Vorsteher
Pogge.
Zur
Eingabe
der
vorliegenden
Vorstellung an Königl. Landdrostey
haben folgende den Auftrag ertheilt und
durch die drey erstgenannten den Dr.
André ersuchen lassen solche zu
entwerfen und einzureichen. Claus zum
Vorde,
Diekmann,
Juttenthal,
Hamkenthal, Albert Lüdeling, Dammer,
Arend zum Vorde, Klümke, Burding,
Riedemann, Berend Oldenhage, Deber,
Schiphorst, Schröder, Hennier.
Diejenigen die für den Bau des
Armenhauses stimmten besuchte daß
nach alle jetzt gegenstimmende, mit
ausnahme von Arend zum Vorde bey
einer
desfalls
früher
gehaltenen
Berathung, in den Baugewilligt hätten
welches von den Gegenstimmenden nur
Hennier und Claus zum Vorde
widersprachen.
Die übrigen der Gegenstimmenden
widersprachen zwar diesen Einwurfe
nicht behaupteten dagegen aber, daß sie
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
175
Umstandes, daß solches sich im Gebäude
nach und nach consumirt, nicht etwa gar
die Summe der für 6 kleine Familien /
als für welche das Haus eingerichtet
werden soll / zu zahlende Miethe
überstiege.
die Einwilligung nur unter den Bedinge
gegeben haben, daß die Baukosten
sowohl als auch die Kosten der
Unterhaltung des Gebäudes und der
Armen Sachgemäß und nach andern
Verhältnissen repariert wurden als
diejenigen jetzt wollten die den Bau des
Armenhauses wünschten und für ihre
Heuerleute bedürften.
Badbergen den 9ten May 1829, der Vogt
Weber
Document 5. Mimmelage, 26 maart
1833. Contributie zonder verdere
opgave,
naar
stemgerechtigheid.
Vollerbe 1 Rth, Halberbe 18 ggr,
Erbkotten 12 ggr, Markkotten 6 ggr.
Wie diejenigen wenige Stimmen die in
der Versammlung fehlten kann ich nicht
angeben. Die Zahl der Armen unter den
Heuerleuten in Minmelage ist allerdings
groß und auffallend, den unter den 51
Heuerling
Familien
die
das
Personensteueregister aufweiset sind 22
ganz arm notirt und von den übrigen 29
Familien sind noch 21 theilweise /dieses
Jahres einzelne Mitglieder der Familie /
befreit.
Mimmelage den 26ten Merz 1833.
ggr
Der Grund dieser Armuth wird wohl
nicht ganz ohne Recht in den gar zu hoch
gesteigerten Heuerpreisen und den den
Colonen von den Heuerleuten zu
leistenden
ungemessenen
Diensten
gesucht, so wir im allgemeinen den in
der
vorliegenden
Vorstellung
vorgetragenen thatsächlichen Umständen
das Zeugnis der Wahrheit schwerlich
wird versagt werden können.
1Detert zum Vorde
18
Klaus zum Vorde
18
Kleine Vortmann
6
Mimmelage, 1835. Heffingslijst, zonder
verdere opgave124.
Hebungsliste von 1835.
Claus zum Vorde
Monathlich: 1 Rth 9 Sch 7 Pf
1/2 monathlich: 16 Sch 10 Pf
Betragt: 2 Rth 2 Sch 5 Pf.
Was übrigens den Bau des Armenhauses
und in specie betrifft so erlaube ich mir
darauf aufmerksam zu machen, daß
solches nur für Bauerschafts und nicht
für Kirchspiels Armen bestimmt ist, und
daß solches ohne erheblichen Nutzen
seyn wird, sobald den Gesetzen gemäß
das
Armenwesen
nicht
mehr
Bauerschafts sondern Kirchspielsweise
verwaltet wird, und dieser Fall wird
eintreten sobald mein Lieblingsplan das
Glück haben wird gehört zu werden und
darnach
eine
allgemeine
Armen-Commission ins Leben tritt.
Document 8. Mimmelage, 1835.
Contributie ter dekking van de
Bauerschafts rekening 1835 en het met
Pasen vastgestelde bedrag en huishuur
voor de armen van de Bauerschaft
Mimmelage, berekend in verhouding met
de grondbelasting.
Auch ist nicht außer Acht zu lassen, daß
das Armenhaus zur Aufnahme aller
Armen nicht groß genug ist, und
Wohnungen für die übrigen dennach
Document 9. Mimmelage, 1 mei 1835.
Contributie zonder verdere opagve.
Ferner endlich entstände nach die Frage
ob die Zinsen des anzulegenden
Bau-Capitals mit berücksichtigung des
Zweymonatlicher Grundsteuer Betrag,
zur Deckung der Bauerschafts Rechnung
vom Jahre 1835 und der jetzt Ostern
fΣlligen Ackordgelder und Hausmiethe
fnr Armen der Bauerschaft Mimmelage.
Claus Vortmann3 Rth 8 Pf
Mimmelage den 1ten May 1835.
Monatlich
124
CoTh document 7.
176
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Claus Vortmann 1 Rth 12 Sch 4 Pf
Document 10. Mimmelage, 23 mei 1835.
Contributie ter dekking van de
syndikaatskosten.
Beitrag der Bauerschaft Mimmelage zu
den Syndicatkosten der Deichbruchs
geschnthe. Mimmelage den 23ten May
1835.
Claus Vortmann 9 Sch 1 Pf
Document 11. Mimmelage,
Openstaande rekeningen.
1838.
Claus Vortmann rest von
der Schulrechnung
-
19
4
bezahlte
-
18
-
restirt
-
1
4
Document 12. Hahnerberg d. Elberfeld
25 oktober 1918; een brief van
hetechtpaar M. en H. Vortmann aan de
familie Thomann.
Hahnerberg d. Elberfeld den 25.10.18.
Liebe Familie Thomann!
Verzeihen Sie bitte, daß ich erst heute
dazu komme, Ihnen mitzuteilen, daß wir
s. Zeit glücklich und unangefochten
wieder in unserm Heim angekommen
sind. Zu Hause ist’s doch stets am
besten, obgleich uns manches, was wir
dort haben konnten, sehr nachging, u.a.
die schöne fette Milch, die man hier nur
noch dem Namen nach kennt. Manchmal
überläßt uns eine Milchhändlerin aus
Güte ein Literchen saure Monchermilch
[?], worüber wir schon hocherfreut sind
und uns welche wir uns Abends eine
Suppe bereiten. Man ist jetzt für alles
dankbar, zumal wir von der Stadt nicht
viel bekommen, seit Monaten gestern
zum 1ten male mal wieder ½ Pfund
Graupen. Aus dem Grunde ist ja Jeder,
der eben kann auf’s Hamstern
angewiesen. Eier sind und bleiben
unsichtbar. Ja wenn der Umzug nicht so
Kostspielig und umständlich wär und
dort die Wohnungs gelegenheit besser,
so würde ich dafür stimmen, für einige
Jahre nach dort zu ziehen, zumal es für’s
feste nicht besser wird, wenn wir auch
frieden schließen, woran hier ja noch
kein Mensch glaubt, da uns Freund
Wilson
bedingungen
stellt
die
unerfüllbar sind. Wenn nun der Feind
immer näher kommt, wo bleibt man
dann? Diese und ähnliche Fragen werden
hier teihl…. Vorige Woche sind
hiesigeBanken und namentlich von
Juden derart besturmt, daß sie jetzt nur
Geld herausgeben, wenn man den
Nachweis bringt, daß man es unbedingt
nötig hat. Und dann die Grippe, die jetzt
hier schlimmer herrscht, denn ja dazu
gefellt
sich
Lungenentzündung
verbunden mit Lungenpest wogegen es
kein Mittel giebt und die stets tödlich
wirkt. Im Stadt Krankenhause sollen 7080 Leichen liegen, die der beerdigung
harren und noch sterben täglich
Unzähligen. Am Sonntag zählten wir in
unserm Blatte 33 Todesfälle. Auch mein
in der Nähe wohnende Schwager ist von
Lungenentzündung befallen, sowie seine
20 jährige Tochter von Lungenspitzen
catarrh. Von der in München sich
aufhaltenden Tochter hören sie nichts
und der Sohn steht im Feld. Wenn man
nun wenigstens noch Stärkungsmittel für
die Kranken erhalten könnte, es ist nichts
zu haben, soviel Mühe man sich auch
giebt. G.s.d. haben wir schon 2 ctr.
Kartoffeln pro Kopf zum Einkellern
bekommen, womit wir 180 Tage aus
kommen müssen, was ja für meinen
Mann und mich auch genügt, indeß
Leute mit großem Magen und gutem
Appetitreichen damit nicht. So hapert’s
eben an allen Ecken und davon können
Sie sich dort gar keinen Begriff machen,
wenngleich es bei Ihnen ja auch nicht
mehr so ist wie früher. Hier haben sich
auch viele Leuten Garten angelegt,
erzielen aber bei weitem nicht, was bei
Ihnen erzielt wird. Ich sah bei unserm
Nachhausekommen so recht den
Unterschied von hier und dort. Der
Boden ist zu steinigt und schlecht und
das Klima zu rauh und die Menschen
müssen sich furchtbare Mühe geben um
dem Boden etwas abzuringen. Wie steht
es nun gesundheitlich bei Ihnen? Haben
Sie sich alle noch tapfer gehalten und
sind Hamkes auch wieder auf den
Beinen? Wir machen alsmal so kleine
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Ansätze, Krank zu werden, doch ist es
Gottlob bis jetzt dabei geblieben und
wollen wir dankbar sein, wenn wir von
der heimtückischen Krankheit verschont
bleiben. Sie wissengewiß schon, daß die
2te Kiste mit den von Ihnen bezogenen
Bohnen auch gestohlen worden sind, wie
wird’s die mit den bestellten Aepfeln
gehen? Man muß es eben darauf
ankommen lassen und etwas riskieren
und denken, geht es gut, dann geht es
gut. Zum schluß möchte ich Ihnen nur
noch mal für alle Gute und
Freundlichkeit danken, die Sie uns
erwiesen haben, besonders danke ich
Ihnen noch für die schönen Wurst die Sie
uns so heimlicherweise in das
Luschise?? Gesteckt haben. Sie … noch
ihrer bestimmung un erfreuen wir uns
das täglich ihres Anblick .. deßen uns zu
schade ist, sie anzubrechen.
Indem ich Ihnen nun allen beste
Gesundheit wünsche, verbleibe ich unter
den herzlichsten Grüßen auch an dem
Hamke, Ihre M. Vortmann.
Liebe Familie Thomann
Den Ausführungen meiner Frau schließe
ich auch an. Nur möchte ich noch fragen,
wie es nun die bauliche Veränderungen
steht. Wie werden die froh sein daß sie
vor den Winter bewerkstelligt sind!
Indem möchte ich Ihnen zur alle
Freundlichkeit noch bestens dank sagen,
verbleibe ich unter herzlichste Grüßen
Hr. H. Vortmann.
Gehuwd (1) op 29-jarige leeftijd op
09-06-1795 te Badbergen (Ev.L.)
met Catharina Maria Lüdeling
(Vortmann), 24 jaar oud, geboren
op 28-02-1771 te Badbergen,
gedoopt (Ev.L.) op 15-03-1771 te
Badbergen. Dochter van Albert
Lüdeling (Vortmann), keuterboer
op keuterhoeve ‘Kleine Vortmann’,
en
Catharina
Margaretha
Buddeke.
Overleden
op
03-01-1802 te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’ op
30-jarige leeftijd, begraven
07-01-1802 te Badbergen.
177
op
Gehuwd (2) op 43-jarige leeftijd op
26-08-1809 te Badbergen (Ev.L.)
met Maria Adelheit Vortmann,
25 jaar oud, geboren op
06-01-1784 te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 12-01-1784 te
Badbergen. Dochter van Albert
Lüdeling (Vortmann), keuterboer
op keuterhoeve ‘Kleine Vortmann’,
en
Catharina
Margaretha
Buddeke.
Overleden
op
13-02-1825 te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’ op
41-jarige leeftijd, begraven op
15-02-1825 te Badbergen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jürgen
Johann
Arend
Vortmann,
geboren
op
13-06-1796
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 18-06-1796 te
Badbergen.
Gehuwd
op
24-jarige leeftijd op 14-12-1820
te Badbergen, met Anna
Catharina Warnsing, geboren
te Quakenbrück. Dochter van
Jürgen Dirck Warnsing en
Catharina
Elisabeth
Venemann. Overleden 1840.
2. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 25-03-1798 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt op
29-03-1798
te
Badbergen.
Overleden op 03-11-1840 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’ op 42-jarige
leeftijd, begraven op 07-11-1840
te Badbergen.
178
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
3. Anna
Lucia
Margaretha
Vortmann,
geboren
op
15-02-1800
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 22-02-1800 te
Badbergen.
Overleden
op
01-06-1800
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, 106 dagen
oud, begraven op 04-06-1800 te
Badbergen.
4. Anna Catharina Vortmann,
geboren op 28-12-1801 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 02-01-1802 te
Badbergen.
Gehuwd
op
41-jarige leeftijd op 07-12-1843
te Badbergen (Ev.L.) met
Johann Mencke Grobe, 28 jaar
oud, geboren op 03-12-1815 te
Wulften, gedoopt (Ev.L.) op
08-12-1815 te Badbergen. Zoon
van
Johann
Hermann
Wilhelm Grobe, Heuermann,
en
Catharina
Adelheit
Gösling, Heuermann.
Uit het tweede huwelijk:
5. Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 13-09-1809 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’ (zie XIh op
blz. 193).
6. Hermann Gerhard Vortmann,
geboren op 23-01-1812 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 28-01-1812 te
Badbergen.
7. Johann Conrad Vortmann,
geboren op 08-10-1814 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 09-10-1814 te
Badbergen.
Overleden
op
12-10-1814
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, 4 dagen oud,
begraven op 15-10-1814 te
Badbergen.
8. Maria Adelheit Vortmann,
geboren op 08-10-1814 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 09-10-1814 te
Badbergen.
Overleden
op
19-10-1814
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, 11 dagen
oud, begraven op 19-10-1814 te
Badbergen.
9. Hermann Mencke Vortmann,
geboren op 01-12-1815 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 07-12-1815 te
Badbergen.
Overleden
op
16-06-1824
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’ op 8-jarige
leeftijd, begraven op 21-06-1824
te Badbergen.
10.Lucia
Maria
Vortmann,
geboren op 15-08-1820 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 18-08-1820 te
Badbergen.
Overleden
op
15-04-1822
te
Gross-Mimmelage op 1-jarige
leeftijd, drowned, begraven op
18-04-1822 te Badbergen.
11.Anna
Helena
Maria
Vortmann,
geboren
op
06-05-1823
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
1803: Grösse des Hofes; 6 Malter 6
127
Scheffel 1 Viertel 1 Becher.
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 12-06-1823 te
Badbergen.
Xm
Gehuwd (1) op 20-jarige leeftijd op
11-07-1795 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Gerdt Sandkuhle
(Vortmann), 28 jaar oud, geboren
op
07-10-1766
te
Gross-Mimmelage, gedoopt (Ev.L.)
op 13-10-1766 te Badbergen. Zoon
van Gerdt Sandkuhle en Helena
Ahlert, colon halferf ‘Claus
Vortmann’.
Overleden
op
14-04-1796 te Gross-Mimmelage
op 29-jarige leeftijd, begraven op
16-04-1796 te Badbergen.
Anna Catharina Vortmann,
geboren
op
09-03-1775
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
14-03-1775 te Badbergen. Dochter
van Lampe Vortmann (zie IXs op
blz. 164) en Anna Lienesch,
erfopvolgster op halferf Claus zum
Vorde. Overleden op 02-01-1815
te Gross-Mimmelage op 39-jarige
leeftijd, begraven op 05-01-1815 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 22-jarige leeftijd op
30-11-1797 te Badbergen, met
Hermann Berend Ascherbeel
(Vortmann), 26 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 22-08-1771 te Menslage.
Zoon van Hermann Berndt
Ascherbeel,
colon
volerf
Ascherbeel in Borg (Menslage), en
Maria Adelheit Wille, colon
halferf ‘Claus Vortmann’. Hij
hertrouwt met Maria Adelheit
Vortmann. Overleden na 1852.
1789: Heisst es auf den Flurkarten der
Quakenbrücker-Lechterker Mark, der
Mimmelager Mark und der Vehser
Mark: Claus zum Vörden.125
28-10-1796: verglichen sich die Vehser
Sechszehner mit Hermann Merschmann
modo Detert Fortmann zu Mimmelage
und Jürgen Vortmann sonst Claus zum
Vorde genannt wegen eines, den beiden
Vortmanner bei der Vehser gemeinen
Wiese gehörenden Plagenmattes, wofür
letztere den Vehsern jährlich Eine Tonne
Bier zu geben schuldig, dahin, dass die
beiden Vortmänner die Verpflichtung
ihnen für 200 Rth erblich abgekauft,
"wofür sie von nun an bis zu ewigen
Zeiten berechtigt ihre zubehörigen
Ländereien so zwischen der Vehser und
Mimmelager Schnatbach belegen, nach
ihren belieben von allda befindlichen
Plaggenmatte begeilen können und
mögen." Die beiden Colonen Vortmann
verpflichten sich ein jeder, bei seinen
Gründen den Bach von Herm Vortmanns
Gründen, nach Lüdelings Seite, bis dem
Ende der Wiese, nächst Lüdelings
Gründen, zu räumen. Diese Urkunde ist
126
von Notar Meessmann aufgenommen.
1826: ist die Grösse angegeben mit; 5
Malter 4 Scheffel Ackerland und 1
Malter 7 Scheffel Wiesen.128
Mimmelage,
18
oktober
1823.
Contributie ter dekking van Bauerschafts
aandeel in de parochie rekening. Naar
stemgerechtigheid. Vollerbe 1 Rth 14
ggr, halberbe 64 ggr, Erbkotten 43 gg.,
Markkotten 21 ggr.
Liste der Geldbeiträge, behuf der
Gemeinde Rechnung im Kirspel
angelegenheit Mimmelage,
den 18. October 1823.
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
11.
128
CoTh document 3.
127
125
Landesvermessung Du Plat 1784-1790.
126
Dühne II s. 242.
179
180
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Weder pro noch contra stimmen;
Heidjohan und der zeitge Vorsteher
Pogge.
Name Rth Gr
Detert zum Vorde dd
Claus zum Vorde dd
Arend Zum Vorde dd
Bron: Archief Thomann, Document 4.
Mimmelage 9 mei 1829; Bezwaarschrift
tegen de bouw en onderhoud van een
armenhuis.
Bauerschaft
Markenteilung
Baumeister.
Gr.
û
Mimmelage
Vorsteher
û
An das Königliche Amt Bersenbrück.
Bericht der Vogtey Badbergen von 9ten
May 1829.
Betrifft der beschwerde der Minmelager
Kötter wegen Unterhaltung der Armen in
Minmelage.
Indem ich die mir zum Bericht
zugestellte Beschwerde der Kötter zu
Minmelage wegen Unterhaltung der
Armen in genannter Bauerschaft und
nementlicht wegen Erbauung eines
Armenhauses daselbst, hier neben
remittire,
habe
ich
folgendes
pflichtmäßig zu berichten.
Der Umstände wegen hielt ich es für
nöthig die Interessenten von Minmelage
zu versammlen und selbst zu vernehmen
was geschehen ist.
Für den Bau des Armenhauses stimmen
in diesen Augenblicke folgende Vollund Halberben; Wulfert für sich und
Kleine
Schiphorst,
Middendorf,
Burmester, Ahlert für sich und Gräner,
Lüdeling,
Engberding,
Thomann,
Rickehaus, Oesing, Große Wendte,
Sundermann für sich und Sandfort,
Kleine Wendte, Pausthorst.
Gegen den Bau eines Armenhauses
stimmen aber jetzt folgende Voll- und
Halberben und Kötter; Sunderlage,
Hamke, Hennier, Diekmann, Schiphorst,
Detert zum Vorde, Claus zum Vorde,
Burding, Berend Oldenhage, Klümke,
Jüttenthal, Schröder, Deber, Riedemann,
Dammer, Hamkenthal, Arend zum
Vorde, Albert Lüdeling.
Zur
Eingabe
der
vorliegenden
Vorstellung an Königl. Landdrostey
haben folgende den Auftrag ertheilt und
durch die drey erstgenannten den Dr.
André ersuchen lassen solche zu
entwerfen und einzureichen. Claus zum
Vorde,
Diekmann,
Juttenthal,
Hamkenthal, Albert Lüdeling, Dammer,
Arend zum Vorde, Klümke, Burding,
Riedemann, Berend Oldenhage, Deber,
Schiphorst, Schröder, Hennier.
Diejenigen die für den Bau des
Armenhauses stimmten besuchte daß
nach alle jetzt gegenstimmende, mit
ausnahme von Arend zum Vorde bey
einer
desfalls
früher
gehaltenen
Berathung, in den Baugewilligt hätten
welches von den Gegenstimmenden nur
Hennier und Claus zum Vorde
widersprachen.
Die übrigen der Gegenstimmenden
widersprachen zwar diesen Einwurfe
nicht behaupteten dagegen aber, daß sie
die Einwilligung nur unter den Bedinge
gegeben haben, daß die Baukosten
sowohl als auch die Kosten der
Unterhaltung des Gebäudes und der
Armen Sachgemäß und nach andern
Verhältnissen repariert wurden als
diejenigen jetzt wollten die den Bau des
Armenhauses wünschten und für ihre
Heuerleute bedürften.
Wie diejenigen wenige Stimmen die in
der Versammlung fehlten kann ich nicht
angeben. Die Zahl der Armen unter den
Heuerleuten in Minmelage ist allerdings
groß und auffallend, den unter den 51
Heuerling
Familien
die
das
Personensteueregister aufweiset sind 22
ganz arm notirt und von den übrigen 29
Familien sind noch 21 theilweise /dieses
Jahres einzelne Mitglieder der Familie /
befreit.
Der Grund dieser Armuth wird wohl
nicht ganz ohne Recht in den gar zu hoch
gesteigerten Heuerpreisen und den den
Colonen von den Heuerleuten zu
leistenden
ungemessenen
Diensten
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
181
schlagen kann, jedoch die Köpfe unter
die Vrettbraken stecken müsse.129
gesucht, so wir im allgemeinen den in
der
vorliegenden
Vorstellung
vorgetragenen thatsächlichen Umständen
das Zeugnis der Wahrheit schwerlich
wird versagt werden können.
1836 wohnten der Heuer- und
Zimmermann
Johann
Hermann
Vortmann und seine Ehefrau Maria
Adelheid Sandkuhle auf Claus zum
Vorde.130
Was übrigens den Bau des Armenhauses
und in specie betrifft so erlaube ich mir
darauf aufmerksam zu machen, daß
solches nur für Bauerschafts und nicht
für Kirchspiels Armen bestimmt ist, und
daß solches ohne erheblichen Nutzen
seyn wird, sobald den Gesetzen gemäß
das
Armenwesen
nicht
mehr
Bauerschafts sondern Kirchspielsweise
verwaltet wird, und dieser Fall wird
eintreten sobald mein Lieblingsplan das
Glück haben wird gehört zu werden und
darnach
eine
allgemeine
Armen-Commission ins Leben tritt.
1852, volkstelling Gr.Mimmelage 23/1
(halferf)
Herm Vortmann, Colonus, 83 Jahr, Ev.L.
Maria Vortmann, Ehefrau, 65 Jahr, Ev.L.
Heinr. Vortmann, Sohn, 47 Jahr, Ev.L.
Died. Vortmann, Sohn, 21 Jahr, Ev.L.
Joh. Spanhage,
Katholisch
Knecht,
20
Jahr,
Marg. Kaiser, Magd, 26 Jahr, Ev.L.
Auch ist nicht außer Acht zu lassen, daß
das Armenhaus zur Aufnahme aller
Armen nicht groß genug ist, und
Wohnungen für die übrigen dennach
1852, volkstelling Gr.Mimmelage 23/2
(heuerhaus)
Herm Vortmann, Heuermann, 72 Jahr,
Ev.L.
Ferner endlich entstände nach die Frage
ob die Zinsen des anzulegenden
Bau-Capitals mit berücksichtigung des
Umstandes, daß solches sich im Gebäude
nach und nach consumirt, nicht etwa gar
die Summe der für 6 kleine Familien /
als für welche das Haus eingerichtet
werden soll / zu zahlende Miethe
überstiege.
Maria Vortmann, Ehefrau, 62 Jahr,
Ev.L.131
Uit het tweede huwelijk:
1. Johann Hermann Diederich
Vortmann,
geboren
op
03-03-1799
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 09-03-1799 te
Badbergen.
Badbergen den 9ten May 1829, der Vogt
Weber
25-07-1833 Heihst es in einer Sentenz:
Es könne den Quakenbrückern nicht
verwehrt werden, dahs sie sich mit
Hunden
evtl.
helfen
würden,
allermahsen, dahs hier unter das
hiergebrachte Sachsen-Recht nicht nur
erlaubt, sondern auch in alten
Landgödings versprochen sei, dahs wenn
Gänse auf meinem Kamp Schaden thun,
ich das erste Mal den Eigentümer
warnen muss, das zweite mal sie
davonjagen und das dritte mal gar tot
2. Johann Heinrich Vortmann,
geboren op 18-12-1800 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 24-12-1800 te
Badbergen.
Overleden
op
28-01-1801
te
129
StOs volgens papieren van Gölinghorst.
130
CoPo film 1.043.843.
StOs Rep 350 Bers. Nr. 754/755, copie
verkregen via R.Wellinghorst.
131
182
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, 41 dagen
oud, begraven op 31-01-1801 te
Badbergen.
Badbergen.
Overleden
op
11-05-1807
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 2-jarige
leeftijd, begraven op 14-05-1807
te Badbergen.
3. Hermann Heinrich (Heinrich)
Vortmann,
geboren
op
02-09-1802
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt op
09-09-1802 te Badbergen. Colon
halferf
‘Claus
Vortmann’.
Overleden na 1852.
5. Anna Helena Margaretha
Vortmann,
geboren
op
17-03-1808
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 22-03-1808 te
Badbergen.
Gehuwd
op
32-jarige leeftijd op 31-07-1840
te Badbergen, (Ev.L.) met
Hermann
Gerhard
Koppelmann (gezindte: Ev.L.).
Heuermann.
08-05-1842 und 16-06-1842 löste
Colon Hermann Heinrich Vortmann
die ungewissen Gefälle mit 200 Rth
Courant ab und zahlte die Zinsen von
dieser Summe vom 10. August 1836
bis 8. Mai 1841 in Höhe von 51 Rth
Courant und für dier gewissen
Eigentumsgefälle 482 Rth 52 grt
sowie die rückständigen Zinsen für
die Zeit vom 1. December 1841 bis 8.
Mai 1842 mit 6 Rth 52 grt und
endlich die Rückstände aus den
Jahren 1840 und 1841 in Summa 30
Rth 60 grt also ingesamt 770 Rth 26
132
grt.
1852, volkstelling
hausnr 22/1
6. Anna Catharina Margaretha
Vortmann,
geboren
op
23-02-1811
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 25-02-1811 te
Badbergen.
Gr.Mimmelage
7. Hermann Gerhard Vortmann,
geboren op 27-12-1814 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 30-12-1814 te
Badbergen.
Overleden
op
02-04-1815
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, 96 dagen
oud, begraven op 04-04-1815 te
Badbergen.
Heinrich Vortmann, Sohn, 47 Jahr,
133
Ev.L.
1870: ist das Colonat 44 Morgen 4
134
Quadr.-Ruten gross.
4. Johann Hermann Wernke
Vortmann,
geboren
op
03-05-1805
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 09-05-1805 te
132
Dühne II, s. 229.
StOs Rep 350 Bers nr. 754/755, copie
verkregen via R.Wellinghorst.
133
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
13.
134
Xn
Johann Hermann Vortmann,
geboren
op
29-05-1778
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
04-06-1778 te Badbergen. Zoon
van Lampe Vortmann (zie IXs op
blz. 164) en Lücke Maria
Pahlmann,
Heuermann.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Overleden op 04-11-1841 te Vehs,
halferf Mencke Ahrenhorst op
63-jarige leeftijd, begraven op
08-11-1841 te Badbergen.
Johann Hermann Vortmann diende in
1805/1806 bij de heer Schröder in
Quakenbrück.
Scheidingsakte
135
26-01-1806.
Samenwonend (1) circa 1805 met
Catharina Elisabeth Huslage.
Dochter van Christian Wilhelm
Huslage. Overleden na 1805.
Catharina Elisabeth Huslage diende in
1805 bij de heer Schröder in
136
Quakenbrück.
Gehuwd (2) op 29-jarige leeftijd op
07-05-1808 te Badbergen, (Ev.L.)
met
Helena
Maria
Nehmelmann, 23 jaar oud,
geboren op 16-10-1784 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 22-10-1784 te
Badbergen. Dochter van Johann
Hermann
Nehmelmann,
Heuermann, en Anna Elisabeth
Greve. Overleden op 24-11-1827
te
Vehs,
halferf
Mencke
Ahrenhorst op 43-jarige leeftijd,
begraven op 27-11-1827 te
Badbergen.
Uit de eerste relatie:
1. -
Vortmann
(Huslage),
buitenechtelijk geboren.
Uit het tweede huwelijk:
2. Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 12-07-1808 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 14-07-1808
te Badbergen. Overleden op
14-12-1831 te Vehs, halferf
Mencke Ahrenhorst op 23-jarige
135
CoPo blz. 8943.
136
CoPo blz. 8943.
183
leeftijd, begraven op 16-12-1831
te Badbergen.
3. Maria Elisabeth Vortmann,
geboren op 01-07-1810 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 03-07-1810
te Badbergen.
4. Anna Catharina Vortmann,
geboren op 26-04-1812 te Vehs
(zie XIi op blz. 194).
5. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 03-03-1814 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 10-03-1814
te Badbergen. Gehuwd op
32-jarige leeftijd op 16-12-1846
te Badbergen, (Ev.L.) met
Margaretha
Adelheit
Meschendorff, 44 jaar oud,
geboren op 31-07-1802 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 05-08-1802
te Badbergen. Dochter van
Johann
Hermann
Meschendorff
en
Anna
Adelheit Haverkamp. Zij is
eerder getrouwd geweest met
Gerhard
Hermann
Dammermann.
6. Margaretha
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
18-03-1816 te Vehs (zie XIj op
blz. 194).
7. Johann Diederich Vortmann,
geboren op 14-09-1818 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 19-09-1818
te Badbergen.
8. Maria Adelheit Vortmann,
geboren op 06-12-1820 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 12-12-1820
te Badbergen. Overleden op
03-10-1827 te Vehs, halferf
Mencke Ahrenhorst op 6-jarige
leeftijd, begraven op 05-10-1827
te Badbergen.
184
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
9. Helena
Margaretha
Vortmann,
geboren
op
14-04-1823 te Vehs (zie XIk op
blz. 194).
10.Catharina
Margaretha
Vortmann,
geboren
op
02-01-1825 te Vehs, gedoopt
(Ev.L.) op 08-01-1825 te
Badbergen.
11.Johann Hermann Heinrich
Vortmann,
geboren
op
01-12-1826 te Vehs, gedoopt
(Ev.L.) op 09-12-1826 te
Badbergen.
Knecht bij Wohnunger
Wulften (1852).
1852, volkstelling
(Wohnunger)
Wulften
in
5/1
Joh. Wohnunger, Colonus, 42 Jahr,
Ev.L.
Herm. Vortmann, Knecht, 28 Jahr,
Ev.L.
Joh. Neslage, Knecht, 15 Jahr, Ev.L.
Adelh. Kanelers, Magd, 31 Jahr,
Ev.L.
Margr. Köster, Magd, 27 Jahr, Ev.L.
Xo
Anna
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
09-06-1781
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
14-06-1781 te Badbergen. Dochter
van Lampe Vortmann (zie IXs op
blz. 164) en Lücke Maria
Pahlmann.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
14-12-1815 te Badbergen, (Ev.L.)
met
Hermann
Diederich
Ohsing, 23 jaar oud, geboren op
21-01-1792 te Gross-Mimmelage,
halferf Ohsing, gedoopt (Ev.L.) op
26-01-1792 te Badbergen. Zoon
van Johann Henrich Ohsing,
Colon
Ohsing
in
Gross-Mimmelage, en Helena
Elsabein
Ahrenhorst,
Heuermann.
Overleden
op
06-05-1848 te Gross-Mimmelage
13 op 56-jarige leeftijd, begraven
op 10-05-1848 te Badbergen.
Arnold Wulfert schreef het volgende
over de Mimmelager onderwijzer
(1882-1924) Hermann Ohsing:
"Hij was een typisch Mimmelager kind.
Zijn grootvader was een zoon van
Ohsings-hof en zijn grootmoeder een
dochter van hof Claus zum Vorde.
Volgens toenmalig gebruik, betrokken
dezen het Osingsche Heuerhaus op de
Röwekamp (genaamd Päum), omdat zich
de tijd in een Heuerhaus vrijer en
ongebondener leven liet dan op een horig
hof waar de lijfeigene levenslang slechts
een willoos knecht of maagd van zijn
landsheer was.
Toendertijd kwamen de afgaande
kinderen met de vrijbrief in de hand in
geen slechtere toestand dan de
regelrechte erfgenaam, die aller werelds
pakezel was.
Leraar Ohsing’s ouders waren al vroeg
gestorven zodat zijn neef Hermann
Wilking de ouderlozen sedert het 8ste
levensjaar aan zich nam en hem een
goede opvoeding ten deel viel. Door
weetgierigheid en ijver tekende hij zich
voor zijn medescholieren al in vroege
jeugd af en werd derhalve voor het
leervak bestemd."
Uit dit huwelijk:
1. Hermann Henrich Ohsing,
geboren op 28-01-1816 te
Gross-Mimmelage 13 (zie XIl
op blz. 195).
2. Helena Margaretha Ohsing,
geboren op 26-05-1818 te
Gross-Mimmelage 13 (zie XIm
op blz. 195).
3. Anna Maria Ohsing, geboren
op
09-10-1821
te
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
(Ev.L.) op 16-10-1821 te
Badbergen.
Overleden
op
22-07-1828
te
Gross-Mimmelage
13
op
6-jarige leeftijd, begraven op
24-07-1828 te Badbergen.
4. Lucia Maria Adelheit Ohsing,
geboren op 20-04-1824 te
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
(Ev.L.) op 24-04-1824 te
Badbergen.
Overleden
op
13-10-1824
te
Gross-Mimmelage 13, 176
dagen oud, begraven op
16-10-1824 te Badbergen.
Xp
Maria
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
05-09-1789
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
12-09-1789 te Badbergen. Dochter
van Lampe Vortmann (zie IXs op
blz. 164) en Lücke Maria
Pahlmann. Overleden na 1852.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
06-03-1816 te Badbergen, met
Hermann Berend Ascherbeel
(Vortmann), 44 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 22-08-1771 te Menslage.
Zoon van Hermann Berndt
Ascherbeel,
colon
volerf
Ascherbeel in Borg (Menslage), en
Maria Adelheit Wille, colon
halferf ‘Claus Vortmann’. Hij is
weduwnaar van Anna Catharina
Vortmann. Overleden na 1852.
1826: ist die Grösse angegeben mit; 5
Malter 4 Scheffel Ackerland und 1
137
Malter 7 Scheffel Wiesen.
Bron: Archief Thomann, Document 3.
Mimmelage,
18
oktober
1823.
Contributie ter dekking van Bauerschafts
Claus zum Vorde, verkregen via Netheler, blz.
11.
137
185
aandeel in de parochie rekening. Naar
stemgerechtigheid. Vollerbe 1 Rth 14
ggr, halberbe 64╜ ggr, Erbkotten 43 gg.,
Markkotten 21╜ ggr.
Liste der GeldbeitrΣge, behuf der
Gemeinde Rechnung im Kirspel
angelegenheit Mimmelage,
den 18. October 1823.
Name Rth Gr
Detert zum Vorde dd
Claus zum Vorde dd
Arend Zum Vorde dd
Bron: Archief Thomann, Document 4.
Mimmelage 9 mei 1829; Bezwaarschrift
tegen de bouw en onderhoud van een
armenhuis.
Bauerschaft
Markenteilung
Baumeister.
Gr.
û
Mimmelage
Vorsteher
û
An das Königliche Amt Bersenbrück.
Bericht der Vogtey Badbergen von 9ten
May 1829.
Betrifft der beschwerde der Minmelager
Kötter wegen Unterhaltung der Armen in
Minmelage.
Indem ich die mir zum Bericht
zugestellte Beschwerde der Kötter zu
Minmelage wegen Unterhaltung der
Armen in genannter Bauerschaft und
nementlicht wegen Erbauung eines
Armenhauses daselbst, hier neben
remittire,
habe
ich
folgendes
pflichtmäßig zu berichten.
Der Umstände wegen hielt ich es für
nöthig die Interessenten von Minmelage
zu versammlen und selbst zu vernehmen
was geschehen ist.
Für den Bau des Armenhauses stimmen
in diesen Augenblicke folgende Vollund Halberben; Wulfert für sich und
Kleine
Schiphorst,
Middendorf,
Burmester, Ahlert für sich und Gräner,
Lüdeling,
Engberding,
Thomann,
Rickehaus, Oesing, Große Wendte,
Sundermann für sich und Sandfort,
Kleine Wendte, Pausthorst.
186
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gegen den Bau eines Armenhauses
stimmen aber jetzt folgende Voll- und
Halberben und Kötter; Sunderlage,
Hamke, Hennier, Diekmann, Schiphorst,
Detert zum Vorde, Claus zum Vorde,
Burding, Berend Oldenhage, Klümke,
Jüttenthal, Schröder, Deber, Riedemann,
Dammer, Hamkenthal, Arend zum
Vorde, Albert Lüdeling.
Weder pro noch contra stimmen;
Heidjohan und der zeitge Vorsteher
Pogge.
Zur
Eingabe
der
vorliegenden
Vorstellung an Königl. Landdrostey
haben folgende den Auftrag ertheilt und
durch die drey erstgenannten den Dr.
André ersuchen lassen solche zu
entwerfen und einzureichen. Claus zum
Vorde,
Diekmann,
Juttenthal,
Hamkenthal, Albert Lüdeling, Dammer,
Arend zum Vorde, Klümke, Burding,
Riedemann, Berend Oldenhage, Deber,
Schiphorst, Schröder, Hennier.
Diejenigen die für den Bau des
Armenhauses stimmten besuchte daß
nach alle jetzt gegenstimmende, mit
ausnahme von Arend zum Vorde bey
einer
desfalls
früher
gehaltenen
Berathung, in den Baugewilligt hätten
welches von den Gegenstimmenden nur
Hennier und Claus zum Vorde
widersprachen.
Die übrigen der Gegenstimmenden
widersprachen zwar diesen Einwurfe
nicht behaupteten dagegen aber, daß sie
die Einwilligung nur unter den Bedinge
gegeben haben, daß die Baukosten
sowohl als auch die Kosten der
Unterhaltung des Gebäudes und der
Armen Sachgemäß und nach andern
Verhältnissen repariert wurden als
diejenigen jetzt wollten die den Bau des
Armenhauses wünschten und für ihre
Heuerleute bedürften.
Wie diejenigen wenige Stimmen die in
der Versammlung fehlten kann ich nicht
angeben. Die Zahl der Armen unter den
Heuerleuten in Minmelage ist allerdings
groß und auffallend, den unter den 51
Heuerling
Familien
die
das
Personensteueregister aufweiset sind 22
ganz arm notirt und von den übrigen 29
Familien sind noch 21 theilweise /dieses
Jahres einzelne Mitglieder der Familie /
befreit.
Der Grund dieser Armuth wird wohl
nicht ganz ohne Recht in den gar zu hoch
gesteigerten Heuerpreisen und den den
Colonen von den Heuerleuten zu
leistenden
ungemessenen
Diensten
gesucht, so wir im allgemeinen den in
der
vorliegenden
Vorstellung
vorgetragenen thatsächlichen Umständen
das Zeugnis der Wahrheit schwerlich
wird versagt werden können.
Was übrigens den Bau des Armenhauses
und in specie betrifft so erlaube ich mir
darauf aufmerksam zu machen, daß
solches nur für Bauerschafts und nicht
für Kirchspiels Armen bestimmt ist, und
daß solches ohne erheblichen Nutzen
seyn wird, sobald den Gesetzen gemäß
das
Armenwesen
nicht
mehr
Bauerschafts sondern Kirchspielsweise
verwaltet wird, und dieser Fall wird
eintreten sobald mein Lieblingsplan das
Glück haben wird gehört zu werden und
darnach
eine
allgemeine
Armen-Commission ins Leben tritt.
Auch ist nicht außer Acht zu lassen, daß
das Armenhaus zur Aufnahme aller
Armen nicht groß genug ist, und
Wohnungen für die übrigen dennach
Ferner endlich entstände nach die Frage
ob die Zinsen des anzulegenden
Bau-Capitals mit berücksichtigung des
Umstandes, daß solches sich im Gebäude
nach und nach consumirt, nicht etwa gar
die Summe der für 6 kleine Familien /
als für welche das Haus eingerichtet
werden soll / zu zahlende Miethe
überstiege.
Badbergen den 9ten May 1829, der Vogt
Weber
25-07-1833 Heihst es in einer Sentenz:
Es könne den Quakenbrückern nicht
verwehrt werden, dahs sie sich mit
Hunden
evtl.
helfen
würden,
allermahsen, dahs hier unter das
hiergebrachte Sachsen-Recht nicht nur
erlaubt, sondern auch in alten
Landgödings versprochen sei, dahs wenn
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Gänse auf meinem Kamp Schaden thun,
ich das erste Mal den Eigentümer
warnen muss, das zweite mal sie
davonjagen und das dritte mal gar tot
schlagen kann, jedoch die Köpfe unter
138
die Vrettbraken stecken müsse.
1836 wohnten der Heuer- und
Zimmermann
Johann
Hermann
Vortmann und seine Ehefrau Maria
Adelheid Sandkuhle auf Claus zum
139
Vorde.
1852, volkstelling Gr.Mimmelage 23/1
(halferf)
Herm Vortmann, Colonus, 83 Jahr, Ev.L.
Maria Vortmann, Ehefrau, 65 Jahr, Ev.L.
Heinr. Vortmann, Sohn, 47 Jahr, Ev.L.
Died. Vortmann, Sohn, 21 Jahr, Ev.L.
Joh. Spanhage,
Katholisch
Knecht,
20
Jahr,
Marg. Kaiser, Magd, 26 Jahr, Ev.L.
1852, volkstelling Gr.Mimmelage 23/2
(heuerhaus)
Herm Vortmann, Heuermann, 72 Jahr,
Ev.L.
Maria Vortmann, Ehefrau, 62 Jahr,
140
Ev.L.
Uit dit huwelijk:
1. Anna
Maria
Vortmann,
geboren op 14-02-1816 te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 08-03-1816 te
Badbergen.
Overleden
op
08-05-1835
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 19-jarige
leeftijd, begraven op 09-05-1835
te Badbergen.
138
StOs volgens papieren van Gölinghorst.
139
CoPo film 1.043.843.
StOs Rep 350 Bers. Nr. 754/755, copie
verkregen via R.Wellinghorst.
140
187
2. Catharina Maria Adelheit
Vortmann,
geboren
op
22-02-1818
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 04-03-1818 te
Badbergen.
3. Hermann
Diederich
Vortmann,
geboren
op
28-04-1820
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 08-05-1820 te
Badbergen.
Overleden
op
27-02-1831
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ op 10-jarige
leeftijd, begraven op 03-03-1831
te Badbergen.
4. Hermann Vortmann, geboren
op
03-09-1822
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 03-09-1822 te
Badbergen.
Overleden
op
03-09-1822
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, begraven op
05-09-1822 te Badbergen.
5. Anna
Helena
Maria
Vortmann,
geboren
op
28-04-1824
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’ (zie XIn op
blz. 195).
6. Johann Gerhard Diedrich
(Gerhard) Vortmann, geboren
op
26-10-1826
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 04-11-1826 te
Badbergen. Overleden na 1852.
Woont in 1852 niet meer bij zijn
ouders.
188
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1852,
17/1
volkstelling
Gr.Mimmelage
Herr. Diekman, Pachter, 31 Jahr,
Ev.L.
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 14-01-1832 te
Badbergen. Overleden na 1852.
Gerh. Vortmann, Knecht, 27 Jahr,
Ev.L.
In 1852 nog woonachtig op het
halferf.
Heinr. Hückel, Knecht, 16 Jahr,
Ev.L.
Died.Vortmann,
141
Ev.L.
Elise. Vortmann, Magd, 23 Jahr,
Ev.L.
Xq
7. Anna Catharina Elsabein
Vortmann,
geboren
op
09-03-1829
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 18-03-1829 te
Badbergen.
Woont in 1852 niet meer bij haar
ouders.
Sohn,
21
Jahr,
Jürgen Ahlert, gedoopt (Ev.L.) op
27-11-1765 te Badbergen. Zoon
van Jürgen Ahlert en Margretha
Gerdruth Vortmann (zie IXt op
blz. 167), Heuermann. Overleden
op
24-10-1841
te
Gross-Mimmelage op 75-jarige
leeftijd, begraven op 27-10-1841 te
Badbergen.
Het echtpaar woonde op Halberbe
Moehlmann in Gross-Mimmelage nr. 14.
Na 1815 is niets meer van het gezin
terug te vinden. Vermoedelijk hebben zij
Kirchspiel Badbergen verlaten.
1852, volkstelling
Elise. Vortmann, Magd, 23 Jahr,
Ev.L.
Gehuwd met Maria Adelheit
Theilner.
Maagd in Gr.Mimmelage 17/1
Herr. Diekman, pachter, 31 Jahr,
Ev.L.
Uit dit huwelijk:
Gerh. Vortmann, Knecht, 27 Jahr,
Ev.L.
1. Lucia Margaretha Ahlert,
geboren op 19-01-1809 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 21-01-1809 te
Badbergen.
Overleden
op
17-06-1816
te
Gross-Mimmelage op 7-jarige
leeftijd, begraven op 21-06-1816
te Badbergen.
Heinr. Hückel, Knecht, 16 Jahr,
Ev.L.
Elise. Vortmann, Magd, 23 Jahr,
Ev.L.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
10-04-1856
te
Badbergen,
(Ev.L.)
met
Heinrich
Christian August Schleitzer,
34 jaar oud, geboren op
26-09-1821
te
Rheden
(Gronau). Zoon van Karl
Schleitzer, Zimmergeselle, en
Catharina
Kruse,
Bergzimmermeister.
2. Johann Hermann Ahlert,
geboren op 06-09-1811 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 08-09-1811 te
Badbergen.
8. Bernard Diedrich Vortmann,
geboren op 29-12-1831 te
141
StOs Rep 350 Bers nr. 754/755.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
3. Catharina Margaretha Ahlert,
geboren op 21-10-1815 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 28-10-1815 te
Badbergen.
Xr
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 23-04-1810 te
Badbergen.
4. Hermann Diedrich Ahlert,
geboren op 21-04-1810 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 23-04-1810 te
Badbergen.
Johann Günther Ahlert, geboren
op
19-06-1769
te
Gross-Mimmelage, gedoopt (Ev.L.)
op 24-06-1769 te Badbergen. Zoon
van Jürgen Ahlert en Margretha
Gerdruth Vortmann (zie IXt op
blz. 167), Heuermann op hof
Möhlmann in Gross-Mimmelage.
Overleden op 29-04-1847 te
Gross-Mimmelage op 77-jarige
leeftijd, begraven op 01-05-1847 te
Badbergen.
5. Anna Adelheit Ahlert, geboren
op
20-04-1813
te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 26-04-1813 te
Badbergen.
6. Johann
Henrich
Ahlert,
geboren op 30-12-1814 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 07-01-1815 te
Badbergen.
Overleden
op
27-10-1846
te
Gross-Mimmelage op 31-jarige
leeftijd, begraven op 30-10-1846
te Badbergen.
Gehuwd op 36-jarige leeftijd op
07-12-1805 te Badbergen, met
Lucia Maria Elsabein Lüdeling
(Vortmann), 24 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
08-12-1780
te
Badbergen. Dochter van Albert
Lüdeling (Vortmann), keuterboer
op keuterhoeve ‘Kleine Vortmann’,
en
Catharina
Margaretha
Buddeke.
Overleden
op
28-03-1846 te Gross-Mimmelage
op 65-jarige leeftijd, begraven op
31-03-1846 te Badbergen.
7. Johann
Gerhard
Ahlert,
geboren op 06-07-1819 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 15-07-1819 te
Badbergen.
8. Catharina Adelheit Ahlert,
geboren op 22-02-1822 te
Gross-Mimmelage (zie XIo op
blz. 196).
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Margaretha Ahlert,
geboren op 18-03-1806 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 21-03-1806 te
Badbergen.
2. Johann Hermann Ahlert,
geboren op 09-04-1808 te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.) op 12-04-1808 te
Badbergen.
3. Hermann Jürgen Ahlert,
geboren op 21-04-1810 te
189
XIa
Johann Hermann Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 18-10-1779 te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Dierck Hermann Vortmann (zie
IXo op blz. 162) en Anna
Catharina Söhnken (zie Xa op
blz. 168), Heuermann, timmerman.
Overleden na 1852.
21-06-1822
Scheune
Wellinghorst
(Wasserhausenweg 12) Wasserhausen
Scheunetür, zweite Zeile mit den
Kopfbändern entfernt: "Johan Hinderich
190
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Bauermeister
itzo
Wellinghorst
Catharina Maria Willen Ehl Anno 1822
den 21 Juni Mstr. J.H.Vortman"
dem Knecht Gerhard Bodemann bei
Colon Tecker nebst 12 ggr. Fundgeld
zustellen.
1836 wohnten der Heuer- und
Zimmermann
Johann
Hermann
Vortmann und seine Ehefrau Maria
Adelheid Sandkuhle auf Claus zum
142
Vorde.
10-07-1841
Kleine
Scheune/Stall
Kl.Nesslage
(Badbergerstr.
5)
Kl.-Mimmelage Scheunentür: Hermann
Arnholdt Nesslage u. Maria Adelheid
Albers
Mstr.
J.G.Thesfeld
und
J.H.Vortmann 1841 den 10 July.
20-12-1836; Zeigt Herm. Vortmann,
Heuermann und Zimmermann, an, dass
durch naechtlichen Einbruch Leinen,
Bettbezuege
und
Schmucksachen
gestohlen wurden. Verdaechtigt wird
Herm.Heinr. Frerk, Sohn des heuerlinghs
Johann Heinrich Frerk in Grothe, der am
6. Januar 1837 in Quakebrück arrestiert
und nach Fürstenau gebracht wird. Er
kann aber der Tat nicht ueberfuert
werden und wird daher am 23. Januar
Freigesetzt. Auch war der Anna Helena
Bruns, Magd bei Henniger in Hahlen, in
der Nacht vom 30./31. Oktober 1836
Linnen
gestohlen.
Bei
Hermann
Westermann in Andorf wird ein
Regenschirm gefunden, der der Tochter
Anna Cath. Marg. Vortmann gehört.
Hermann Heinrich Frerk wird erneut am
6-6-1837 vorgeladen. Er hat auch 2 paar
Handschuhe gestohlen und wird mit 8
Tagen Gefängnis bestraft, die er am
07-09-1837 antreten soll.
1852, volkstelling Gr.Mimmelage 23/2
(Heuerhaus halferf Claus Vortmann)
Herm Vortmann, Heuermann, 72 Jahr,
Ev.L.
Maria Vortmann, Ehefrau, 71 Jahr,
144
Ev.L..
Gehuwd op 37-jarige leeftijd op
25-04-1817 te Badbergen, (Ev.L.)
met Maria Adelheit Sandkuhle,
34 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
16-08-1782 te Badbergen. Dochter
van Gerdt Sandkuhle en Anna
Maria Beckermann. Overleden
na 1852.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Catharina Margaretha
Vortmann,
geboren
op
27-01-1818
te
Gross-Mimmelage (zie XIIa op
blz. 196).
In 1837 berichtet der Vogt zu Badbergen
dass Herm.Heinr. Frerk am 10. Nov.
fortgegangen ist, die 8
tägige
Gefängnisstraffe anzutreten, aber am 21.
Nov. noch nicht zurück ist. Auf die
RUckfrage hin meldet Fürstenau dass
Frerk am 11.Nov. sistirt hat und am
19.Nov. entlassen worden ist. Frerk
143
streift herum.
2. Anna
Catharina
Maria
Vortmann,
geboren
op
12-08-1819
te
Gross-Mimmelage,
halferf
‘Claus Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 18-08-1819 te
Badbergen.
Overleden
op
29-05-1831
te
Gross-Mimmelage op 11-jarige
leeftijd, begraven op 01-06-1831
te Badbergen.
15-11-1837 wird Joh.Herm.Vortmann
aufgefordert die in der Scheune des
Colons Tecker zu Andorf gefundenen 2
Stücken Leinen und 3 Bettbezuege in
Empfang zu nehmen am 16. Nov. auf der
Amtsstube zu Fürstenau, den Sack aber
142
CoPo film 1.043.843.
143
StOS Rep 452, Nr. 21 Kriminalfälle.
144
volkstelling Badbergen 1852
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
XIb
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
22-12-1811 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Diederich Schone,
24 jaar oud, geboren op
11-12-1787, gedoopt (Ev.L.) op
16-12-1787 te Badbergen. Zoon
van Johann Dirk Schone en
Anna Catharina Hünefeld.
Catharina Maria Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 30-03-1782 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Dierck Hermann Vortmann (zie
IXo op blz. 162) en Anna
Catharina Söhnken (zie Xa op
blz. 168).
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
01-07-1808 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Gerdt Pahlmann, 27
jaar oud, geboren op 01-02-1781 te
Grothe, gedoopt (Ev.L.) op
07-02-1781 te Badbergen. Zoon
van
Hermann
Heinrich
Pahlmann en Adelheit Pattge.
Overleden op 22-07-1843 te
Lechterke op 62-jarige leeftijd,
begraven op 24-07-1843 te
Badbergen.
1835 ist Schone aus Vagedings Haus i.
Langen nach USA ausgewandert.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Maria Schone,
geboren
op
24-08-1812,
gedoopt (Ev.L.) op 30-08-1812
te Badbergen.
2. Helena Catharina Schone,
geboren
op
09-08-1814,
gedoopt (Ev.L.) op 17-08-1814
te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
3. Anna
Adelheit
Schone,
geboren op 14-05-1820 te
Langen, Hof Vageding, gedoopt
(Ev.L.) op 20-05-1820 te
Badbergen.
1. Johann Hermann Pahlmann,
geboren op 08-10-1809 te
Badbergen.
2. Hermann
Henrich
Pahlmann,
geboren
op
15-04-1812 te Badbergen.
4. Johann Hermann Diedrich
Schone, geboren op 15-02-1824
te Langen, Hof Vageding,
gedoopt (Ev.L.) op 20-02-1824
te Badbergen. Overleden op
31-10-1824 te Langen, 259
dagen oud, begraven op
02-11-1824 te Badbergen.
3. Catharina
Margaretha
Pahlmann,
geboren
op
04-04-1815 te Badbergen.
4. Johann Diedrich Pahlmann,
geboren op 06-12-1818 te
Lechterke.
5. Hermann Jürgen Diederich
Schone, geboren op 18-11-1825
te Langen, Hof Vageding,
gedoopt (Ev.L.) op 26-11-1825
te Badbergen.
5. N.N. Geboren op 15-04-1822
te Lechterke, doodgeboren.
XIc
Lücke Elsabein Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 15-05-1784 te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Dierck Hermann Vortmann (zie
IXo op blz. 162) en Anna
Catharina Söhnken (zie Xa op
blz. 168).
191
XId
Anna Catharina Vortmann,
geboren
op
08-12-1787
te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.) op
13-12-1787 te Badbergen. Dochter
van Jürgen Dierck Hermann
Vortmann (zie IXo op blz. 162) en
192
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Anna Catharina Söhnken (zie Xa
op blz. 168).
Bathornerdiek (Hoogstede)
79-jarige leeftijd.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
19-10-1822 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Sandmann, 36 jaar
oud, geboren op 06-10-1786 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
10-10-1786 te Badbergen. Zoon
van Johann Sandmann en Lucke
Margaretha
Stegemann,
Heuermann.
Samenwonend (1) voor 1816.
Gehuwd voor de kerk (2) op
33-jarige leeftijd op 22-06-1824 te
Veldhausen met Hermannus
Olthoff, geboren circa 1798 te
Hengelo. Zoon van Jannes
Olthoff en Jenne Wilmink.
Overleden op 25-01-1869 te
Bathornerdiek (Hoogstede).
Uit dit huwelijk:
Uit de eerste relatie:
1. Johann Hermann Sandmann,
geboren op 20-07-1823 te Talge,
gedoopt (Ev.L.) op 24-07-1823
te Badbergen. Overleden op
30-10-1823 te Talge, 102 dagen
oud, begraven op 01-11-1823 te
Badbergen.
Doodsoorzaak:
1. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 18-03-1816 te
Gross-Mimmelage (zie XIIb op
blz. 197).
2. Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 24-01-1820 te
Gross-Mimmelage, illegitimate,
gedoopt (Ev.L.) op 31-01-1820
te Badbergen.
Stickhusten
2. Jürgen Heinrich Sandmann,
geboren op 06-10-1824 te Talge,
gedoopt (Ev.L.) op 23-10-1824
te Badbergen.
3. Johann Diederich Sandmann,
geboren op 17-02-1828 te Talge,
gedoopt (Ev.L.) op 25-02-1828
te Badbergen.
4. Catharina Marie Sandmann,
geboren op 05-08-1831 te Talge.
Overleden op 26-09-1835 te
Talge op 4-jarige leeftijd,
begraven op 29-09-1835 te
Badbergen.
XIe
Lucia
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
23-08-1790
te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.) op
28-08-1790 te Badbergen. Dochter
van Johann Vortmann (zie IXp
op blz. 163) en Margaretha
Elsabein Söhnken (zie Xb op blz.
168). Overleden op 09-11-1869 te
op
XIf
Johann Henrich Thumann,
geboren op 26-10-1793 te Grothe,
gedoopt (Ev.L.) op 31-10-1793 te
Badbergen. Zoon van Johann
Henrich Thumann en Anna
Catharina Vortmann (zie Xf op
blz. 170), Kötter Hermann tor
Kuhlen in Grothe.
Gehuwd voor de kerk op 55-jarige
leeftijd
op
08-05-1849
te
Badbergen (Ev.L.) met Anna
Margaretha Oldenhage, 30 jaar
oud, geboren op 16-05-1818 te
Gross-Mimmelage, gedoopt (Ev.L.)
op 21-05-1818 te Badbergen.
Dochter van Johann Diederich
Oldenhage en Maria Elsabein
Barcklage.
Uit dit huwelijk:
1. Anna
Maria
Thumann,
geboren op 25-02-1850 te
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Grothe nr. 40, gedoopt (Ev.L.)
op 06-03-1850 te Badbergen.
XIh
2. Hermann
Diedrich
Thumann,
geboren
op
03-09-1851 te Grothe nr 40,
gedoopt (Ev.L.) op 20-09-1851
te Badbergen.
XIg
Johann Henrich Hasekamp,
geboren op 06-12-1805 te Wulften,
gedoopt (Ev.L.) op 14-12-1805 te
Badbergen. Zoon van Johann
Henrich Hasekamp en Christina
Adelheit Buddeke (Hasekamp)
(zie Xg op blz. 170), Colon.
193
Johann Gerhard Vortmann,
geboren
op
13-09-1809
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 15-09-1809 te Badbergen. Zoon
van Johann Gerdt Vortmann (zie
Xl op blz. 172) en Maria Adelheit
Vortmann,
keuterboer
op
keuterhoeve ‘Kleine Vortmann’.
Overleden na 1852.
22-08-1841 und 21-11-1841 löste Kleine
Vortmann die ungewissen gutsherrlichen
Eigenthumsgefälle mit 50 Rth Courant
ab. Für die jährlich zu prästierenden
gewissen Gefälle bestehend aus: 1
wochentlicher
Handdienst,
4
Spanndienste, 8 Tage Gäte- und
Flachsdienst, 2 Rth Pachtgeld, 2 Hühner,
60 Eier, betrug der Ablössungsbetrag
145
181 Rth 6 ggr Courant.
Gehuwd voor de kerk (1) op
22-jarige leeftijd op 13-11-1828 te
Badbergen (Ev.L.) met Anna
Catharina Bernhardina Kramer.
Gehuwd voor de kerk (2) op
43-jarige leeftijd op 27-01-1849 te
Badbergen (Ev.L.) met Anna
Catharina Vortmann, 36 jaar oud
(zie XIi op blz. 194).
1852, volkstelling
Uit het tweede huwelijk:
Hermann Vortmann, Sohn, 4 Jahr, Ev.L.
1. Johann Hermann Wilhelm
Hasekamp,
geboren
op
13-02-1849 te Wulften, gedoopt
(Ev.L.) op 22-02-1849 te
Badbergen.
Overleden
op
03-07-1849 te Wulften, 140
dagen oud, begraven op
03-06-1849 te Badbergen.
Anna Vortmann, Tochter, 8 Jahr, Ev.L.
Johan Arend Vortmann, colonus, 44
Jahr, Ev.L.
Catharina Vortmann, Ehefrau, 37 Jahr,
Ev.L.
Maria Vortmann, Tochter, 1 Jahr, Ev.L.
Gerhard Rickehaus, Knecht, 15 Jahr,
146
Ev.L.
1865: sind 20 84/120 Morgen zu 8 3/10
gr.
Grundsteuer
veranlagt.
An
Häussteuer gab Kleine Vortmann 2 ggr.
Der Zuwachs an Ländereien entstand
147
durch Auflössung der gemeinen Mark.
2. Johann Hermann Diedrich
Hasekamp,
geboren
op
19-02-1850 te Wulften, gedoopt
(Ev.L.) op 08-03-1850 te
Badbergen.
3. Johann Bernhard Heinrich
Hasekamp,
geboren
op
02-07-1852 te Wulften, gedoopt
(Ev.L.) op 22-07-1852 te
Badbergen.
Gehuwd op 35-jarige leeftijd op
07-11-1844 te Badbergen, met
Catharina
Margaretha
Bockwinkel, 28 jaar oud, geboren
Dühne II, blz. 238.
StOs Rep 350 Bers. Nr. 754/755, copie
verkregen via R.Wellinghorst.
145
146
147
Dühne II, blz. 238.
194
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
op 17-06-1816 te Borg (Menslage)
(gezindte: Ev.L.). Dochter van
Hermann Heinrich Schlathorst
(Bockwinkel)
en
Susanna
Margaretha
Bockwinkel.
Overleden na 1852.
blz. 182) en
Nehmelmann.
Uit dit huwelijk: 3 kinderen (zie
onder XIg op blz. 193).
XIj
2. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 08-11-1846 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 05-12-1846 te
Badbergen.
Overleden
op
11-01-1850
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
"Kleine Vortmann" op 3-jarige
leeftijd, begraven op 15-01-1850
te Badbergen.
3. Hermann
Heinrich
Vortmann,
geboren
op
28-12-1848
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 13-01-1849 te
Badbergen. Overleden na 1852.
4. Anna
Christina
Maria
Vortmann,
geboren
op
25-07-1851
te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 02-08-1851 te
Badbergen. Overleden na 1852.
XIi
Anna Catharina Vortmann,
geboren op 26-04-1812 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 01-05-1812 te
Badbergen. Dochter van Johann
Hermann Vortmann (zie Xn op
Maria
Gehuwd voor de kerk op 36-jarige
leeftijd
op
27-01-1849
te
Badbergen (Ev.L.) met Johann
Henrich Hasekamp, 43 jaar oud
(zie XIg op blz. 193).
Uit dit huwelijk:
1. Anna Margaretha Vortmann,
geboren op 02-02-1845 te
Gross-Mimmelage, keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt
(Ev.L.) op 14-02-1845 te
Badbergen. Overleden na 1852.
Helena
Margaretha Adelheit Vortmann,
geboren op 18-03-1816 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 23-03-1816 te
Badbergen. Dochter van Johann
Hermann Vortmann (zie Xn op
blz. 182) en Helena Maria
Nehmelmann.
Gehuwd
met
Jodokus
Breunstein,
geboren
op
26-01-1812 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Hermann
Heinrich
Breunstein,
geboren
op
23-04-1846
te
Lechterke,
gedoopt op 05-05-1846 te
Badbergen.
XIk
Helena Margaretha Vortmann,
geboren op 14-04-1823 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 19-04-1823 te
Badbergen. Dochter van Johann
Hermann Vortmann (zie Xn op
blz. 182) en Helena Maria
Nehmelmann.
Gehuwd met Johann Hermann
Middelkamp,
geboren
op
04-04-1819 te Grönloh, gedoopt
(Ev.L.)
op
17-04-1819
te
Badbergen. Zoon van Hermann
Gerdt Middelkamp en Anna
Adelheit Cappelmann.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Maria Middelkamp,
geboren op 24-11-1844 te
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
Lechterke, volerf Brörmann,
gedoopt (Ev.L.) op 30-11-1844
te Badbergen.
XIl
Uit dit huwelijk:
1. Anna Maria Susanna Ohsing,
geboren op 29-03-1844 te
Wulften 6, gedoopt (Ev.L.) op
13-04-1844 te Badbergen.
2. Helena
Catharina
Margaretha Ohsing, geboren
op
10-08-1847
te
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
(Ev.L.) op 28-08-1847 te
Badbergen.
3. Anna Catharina Adelheit
Ohsing,
geboren
op
05-06-1850
te
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
(Ev.L.) op 15-06-1850 te
Badbergen.
Overleden
op
12-12-1853
te
Gross-Mimmelage op 3-jarige
leeftijd.
XIm
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
(Ev.L.)
op
30-05-1818
te
Badbergen.
Dochter
van
Hermann Diederich Ohsing en
Anna Adelheit Vortmann (zie Xo
op blz. 184). Overleden op
29-06-1848 te Gross-Mimmelage
13 op 30-jarige leeftijd, begraven
op 03-07-1848 te Badbergen.
Hermann Henrich Ohsing,
geboren
op
28-01-1816
te
Gross-Mimmelage 13, gedoopt
(Ev.L.)
op
03-02-1816
te
Badbergen. Zoon van Hermann
Diederich Ohsing en Anna
Adelheit Vortmann (zie Xo op
blz. 184).
Gehuwd voor de kerk op 27-jarige
leeftijd
op
14-01-1844
te
Badbergen (Ev.L.) met Catharina
Maria Adelheit Sperveslage, 20
jaar oud, geboren op 14-04-1823 te
Wulften 6, gedoopt (Ev.L.) op
19-04-1823 te Badbergen. Dochter
van
Johann
Hermann
Sperveslage, Heuermann, en
Catharina Helena Grothe.
Helena
geboren
Margaretha Ohsing,
op
26-05-1818
te
195
Gehuwd met Johann Gerhard
Wilking, geboren op 10-07-1804 te
Nortrup, gedoopt (Ev.L.) op
14-07-1804 te Badbergen. Zoon
van Johann Henrich Wilking en
Anna Adelheit Ermeling.
Uit dit huwelijk:
1. Johann Hermann Wilking,
geboren op 30-03-1838 te
Gross-Mimmelage 13.
XIn
Anna Helena Maria Vortmann,
geboren
op
28-04-1824
te
Gross-Mimmelage, halferf ‘Claus
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.) op
28-04-1824 te Badbergen. Dochter
van
Hermann
Berend
Ascherbeel (Vortmann) en Maria
Adelheit Vortmann (zie Xp op
blz. 185).
Gehuwd voor de kerk op 22-jarige
leeftijd
op
26-01-1847
te
Badbergen (Ev.L.) met Christoph
Gottfried Heinrich Dressler, 31
jaar oud, geboren op 26-10-1815 te
Leipzig (gezindte: Ev.L.). Zoon van
Christoph Dressler en Johanna
Sophie Heldin, leerlooier.
Uit dit huwelijk:
1. Helena
Maria
Dressler,
geboren op 07-01-1847 te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.) op
29-01-1847 te Badbergen.
196
XIo
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Catharina
Adelheit
Ahlert,
geboren
op
22-02-1822
te
Gross-Mimmelage, gedoopt (Ev.L.)
op 26-02-1822 te Badbergen.
Dochter van Johann Günther
Ahlert (zie Xr op blz. 189) en
Lucia Maria Elsabein Lüdeling
(Vortmann).
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
03-05-1845 te Badbergen, (Ev.L.)
met
Gerhard
Heinrich
Bredekamp, 29 jaar oud, geboren
op 29-03-1816 te Wulften, Hof
Havickhorst, gedoopt (Ev.L.) op
04-04-1816 te Badbergen. Zoon
van
Hermann
Heinrich
Bredekamp,
Heuermann
in
Wulften, en Catharina Elsabein
Wesseling,
Heuermann
in
Wulften.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Maria Bredekamp,
geboren op 13-10-1846 te
Wulften, gedoopt (Ev.L.) op
26-10-1846
te
Badbergen.
Overleden op 11-12-1846 te
Wulften, 59 dagen oud,
begraven op 13-12-1846 te
Badbergen.
2. Catharina Maria Bredekamp,
geboren op 10-12-1847 te
Wulften, gedoopt (Ev.L.) op
21-12-1847 te Badbergen.
3. Anna
Catharina
Maria
Bredekamp,
geboren
op
14-09-1850 te Wulften, gedoopt
(Ev.L.) op 25-09-1850 te
Badbergen.
XIIa
Anna Catharina Margaretha
Vortmann, geboren op 27-01-1818
te Gross-Mimmelage, gedoopt
(Ev.L.)
op
03-02-1818
te
Badbergen. Dochter van Johann
Hermann Vortmann (zie XIa op
blz. 189) en Maria Adelheit
Sandkuhle.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op
14-12-1837 te Badbergen, (Ev.L.)
met Johann Diederich Schröder,
25 jaar oud, geboren op
02-01-1812 te Gross-Mimmelage,
Markotte Schröder. Zoon van
Hermann Diederich Schröder,
Kötter Schröder, en Anna
Catharina Adelheid Meessmann,
kötter
Schröder
(Gross-Mimmelage).
Uit dit huwelijk:
1. Johann Hermann Diederich
Schröder,
geboren
op
01-10-1838
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder.
2. Johann Hermann Henrich
Schröder,
geboren
op
21-01-1841
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder.
3. Hermann Wessel Diederich
Schröder,
geboren
op
27-02-1843
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, gedoopt (Ev.L.) op
16-03-1843 te Badbergen.
4. Johann Gerhard Diederich
Schröder,
geboren
op
25-10-1846
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, gedoopt (Ev.L.) op
19-11-1846
te
Badbergen.
Overleden op 01-04-1847 te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, 158 dagen oud,
begraven op 03-04-1847 te
Badbergen.
TAK ‘CLAUS ZUM VORDE SIVE VORTMANN’
5. Johann Gerhard Heinrich
Schröder,
geboren
op
03-04-1848
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, gedoopt (Ev.L.) op
03-05-1848
te
Badbergen.
Overleden op 24-08-1848 te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, 143 dagen oud,
begraven op 26-08-1848 te
Badbergen.
6. Gerhard Hinrich Wilhelm
Schröder,
geboren
op
19-07-1849
te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder,
gedoopt
op
28-07-1849
te
Badbergen.
Overleden op 06-02-1850 te
Gross-Mimmelage, Markkotte
Schröder, 202 dagen oud,
begraven op 08-02-1850 te
Badbergen.
XIIb
Johann Hermann Vortmann,
geboren
op
18-03-1816
te
illegitimate,
Gross-Mimmelage,
gedoopt (Ev.L.) op 25-03-1816 te
Badbergen. Zoon van Lucia
Adelheit Vortmann (zie XIe op
blz. 192), knecht.
Gehuwd
met
Catharina
Margaretha Sandmann, geboren
op 26-03-1819 te Badbergen,
gedoopt (Ev.L.) op 02-04-1819 te
Badbergen. Dochter van Johann
197
Jacob Sandmann en Anna
Catharina Ohrtlandt. Overleden
op
02-04-1848
te
Grothe,
keuterhoeve ‘Carstin Ohrbrinck’ op
29-jarige leeftijd, begraven op
05-04-1848 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Johann Hermann Vortmann,
geboren op 29-04-1844 te
Grothe, keuterhoeve Krämer,
illegitimate, gedoopt (Ev.L.) op
29-04-1844
te
Badbergen.
Overleden op 29-04-1844 te
Grothe, keuterhoeve Krämer,
begraven op 02-05-1844 te
Badbergen.
2. Anna Catharina Vortmann,
geboren op 29-04-1844 te
Grothe, keuterhoeve Krämer,
illegitimate, gedoopt (Ev.L.) op
29-04-1844
te
Badbergen.
Overleden op 30-04-1844 te
Grothe, keuterhoeve Krämer, 1
dag
oud,
begraven
op
02-05-1844
te
Badbergen.
198
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE
KLEINE VORTMANN’
D
eze familietak vindt haar oorsprong
bij het ontstaan van de gelijknamige
markkotte in de Bauerschaft GrossMimmelage (Kirchspiel Badbergen).
Uit deze tak is in de 18e eeuw de familietak
Waterland en Oldambt ontstaan.
I
Hermann ton Vorde, geboren
circa 1435 (gezindte: Rooms
Katholiek). Overleden 1475-1495.
1458: Burscop to Mindmelage; Hermann
148
ton Vörde, 2 Pferde, 2 Kühe.
Gehuwd circa 1465 met Mette,
geboren rond 1435. Overleden na
1512.
1512: Mintmelaghe; Mette ton Vorde
149
zahlt 1 Schillling Kopfschatz.
Uit dit huwelijk:
1.
Hillen ton Vorde, geboren
circa 1470 (gezindte: Rooms
Katholiek). Overleden op
09-05-1530
te
Bottorpe
(Menslage).
25-05-1495: Wy Otto Domhere to
Osnabrück unde Boldewin knape
gehbrodere de Vosse entkennet und
betuget openbare vor allen luden in
dessen openen breve vor uns, unse
brodere, sustere unde erven, dat wy
in alle der besten wyse unde
formen, alsowy konden unde
mochten unde van rechtes wegen
148
StOs Viehschatzregister 1458.
149
StOs Rep. 100 Abschn. 89 Nr. 1a.
don solden, hen ghevryet unde quit
gelaten unde vryen laten vor uns
van wegen unser brodere und
susteren unde vor uns alle unser
erven Hillen zeligen Hermans
dochter ton Vorde to Myntemelage
vam Metten syn en echten wive
gheboren vryg. quyt, ledich unde
los von allen rechte blichte, denste
unde egen domme, dar se uns unde
unsen erven aldus lange vor
vulschuldich egen inne horafftich
was unde gewesen hevet unde
heben vertegen unde vorthyen vor
uns, unse brodere, sustern unde
erven uppe de vorgenennte Hillen
alles rechten unde ansprake unde
gan das uth gensliken, deger unde
al, also dat wy unde unsre erven
nag jemant anders van unser wegen
nu mer na datum desses breves
nynerleye recht, anwachtunge,
tosage eder ansprake mer enhebe
oder enbeholden an der vorg. Hillen
alse van egendommes wegen
yenige wys. Wente wy dess to einer
rechten
wederwessel
unde
wederstandyge Hillen vrydommes
unde vrye halses entfangen hebe
eyne genochlyke summen geldes,
de uns in reden, ghetelden gelde to
willen wal belastet, ys, de wy ok in
unse, unsren broderen, sustern nut
unde besten gheschicken unde
ghekort hebe. Hir umme hebbe wy
Otto domherre unde Boldewin
knape ghebroderen vrog. gheovet
unde lovet in dussen breve vor uns,
unse brodere unde sustern unde vor
alle unse erven der vorg. Hillen
eres vrydommes unde vryen halses
alle tyd to tostande unde rechte
warshop to denke, vor alle rechte
bisprake vor alle dughene, de des
200
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
rechte kamen vilt, vor wanner
vakaner unde myt wenne Hillen des
not unde behoff is unde se dar van
uns, unse broders unde susters offte
van unse erven eschet sunder
wedersprake unde ane argellist.
Unde dess to vorder orunde unde
bekanntnisse der warheyt so hebbe
wy Otto domhere to Osnabrück
unde Bolwin knappe ghebroder de
Vosse unser beyder ingesegel vor
uns unde erven williken an dusen
breff don hangen.
III
DATUM
ANNO
DOMINI
MCCCCXCV TO IPSO DIE
150
BEATI URBANI MARTIRIS.
IV
Gehuwd circa 1495 met
Reyneke ton Varnynghe,
geboren circa 1470. Zoon van
Tyden
ton
Varnynghe,
Colon Vahrendorf in Borg, en
Lubben.
2.
II
Jürgen ton Vorde, geboren
circa 1475 (zie II op blz. 200).
1534: Arndt thon Vorde, Anna uxor
152
pauper
Gehuwd voor 1534 met Anna.
Uit dit huwelijk:
1.
V
Uit dit huwelijk:
1.
VI
StOs Urkunde Nr 231.
Arend zum Vorde, geboren
circa 1605 (zie VI op blz. 200).
Arend zum Vorde, geboren circa
1605. Zoon van Arndt thon
StOs Rep. 100
Kopfschatzregister
152
151
Arndt thon Vorde, geboren circa
1570 (gezindte: R.K.). Zoon van
N.N. (zie IV op blz. 200),
keuterboer op keuterhoeve ‘Kleine
Vortmann’. Overleden na 1599.
Gehuwd.
1631: ist der Markotten indem
154
Erbschatzregister nicht verzeichnet.
Uit dit huwelijk:
StOs Pergamenturkunde auf dem Hofe
Huffmann 12 + 28, beide Siegel beschädigt aber
anhängend
zeigen
aufrechtstehenden
rechtsgewandten Fuchs.
Arndt thon Vorde, geboren
circa 1570 (zie V op blz. 200).
1599: Arndt thon Vorde 1/2 Rth
153
Schornstein- und Feuerstellenschatz
Gehuwd.
150
N.N. Geboren circa 1535
(gezindte: R.K.). Zoon van Arndt
ton Vorde (zie III op blz. 200) en
Anna. Overleden voor 1599.
Gehuwd.
1.
02-12-1510: Dokument auf Colon Jürgen
Voortmann in Gross Mimmelage über
ein
Kapital
von
16
Mark
151
St.Sylvester-Capitel.
Arndt ton Vorde, geboren
circa 1500 (zie III op blz. 200).
N.N. Geboren circa 1535 (zie
IV op blz. 200).
Uit dit huwelijk:
Jürgen ton Vorde, geboren circa
1475 (gezindte: Rooms Katholiek).
Zoon van Hermann ton Vorde
(zie I op blz. 199) en Mette.
Overleden 1512-1534.
1.
Arndt ton Vorde, geboren circa
1500. Zoon van Jürgen ton Vorde
(zie II op blz. 200).
Abschn.
89
Nr.
1a,
StOs Rep. 100 Abschn. 88 Nr. 16 Schornsteinund Feuerstellenschatz.
153
StOs Rep. 100 Abschn.
Erbschatzregister 1631.
154
88
Nr.
34,
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Vorde (zie V op blz. 200),
keuterboer op keuterhoeve ‘Kleine
Vortmann’. Overleden na 1652.
Gehuwd 1645.
Vortmann’.
Begraven
14-03-1706 te Badbergen.
1655: Markötter Arndt zum Vörde
155
vacat.
28-01-1697 Gerdt Ohsing sive Vortmann
(Gerdt zum Forde) getuige bij de doop
van Lampe Vortmann.
1656:
Hollandgangers
Furstenau; Gr. Mimmelage
im
Amt
P. Jurgen zum Forde
Arndt zum Vhorde.
I. Lampe
1661: Arndt zum Vohrde zahlt 18
Schilling Viehschatz, wellcher Betrag
156
viermal im Jahr erhoben wird.
S. Lampe Osing
Talcke Wille
Gerdt zum Forde159
14-03-1706 Gerd Ohsing auf Kleinen
Fohrde, begraben.159
Uit dit huwelijk:
1.
Uit dit huwelijk:
Hille Vortmann, geboren
1652 te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie VII op blz. 201).
Hille Vortmann, geboren 1652 te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’
(gezindte:
Ev.L.). Dochter van Arend zum
Vorde (zie VI op blz. 200).
Begraven op 15-06-1737 te
Badbergen.
15-06-1737 Begraben; Hille Fortmann,
vidua Gerd Osing, 26 Wochen Krank
gewesen (Blattern), alt 85 Jahr.158
Gehuwd op 18-12-1686 te
Badbergen (Luthers) met Gerdt
Ohsing (Vortmann) (gezindte:
Ev.L.). Kötter op Markkotte ‘kleine
op
18-12-1686 Gerdt Ohsing mit Hille
159
Fortmann.
1670: Markkotten Arndt zum Vohrde
157
zahlt 2 Rth Rauchschatz.
VII
.201
1.
Gerdt Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie VIIIa op blz. 201).
2.
Adelheit Ohsing (Vortmann),
gedoopt
(Ev.L.)
op
15-03-1693 te Badbergen (zie
VIIIb op blz. 203).
VIIIa Gerdt Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 29-06-1688 te Badbergen. Zoon
van Gerdt Ohsing (Vortmann) en
Hille Vortmann (zie VII op blz.
201), Kötter op Markkotte ‘Kleine
Vortmann’.
Begraven
op
07-05-1747 te Badbergen.
29-06-1681
P. Gerdt Vortmann
StOs Rep. 100 Abschn. 89 Nr. 54 en Dep. 3b I
Fach 15 Nr. 15, Viehbeschreibung.
155
I. Gerdt
S. Jurgen Ohsing, Jurgen Vorthmann,
Talcke Forthmann159
StOs Viehschatzregister des Amtes Fürtsenau
1661.
156
18-11-1710 Gerdt Vortmann mit Marcke
StOs Rauchschatzregister des Amtes Fürstenau
1670.
157
158
Ev.L. T.H.S. Badbergen
159
Ev.L. T.H.S. Badbergen.
202
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Maria Meijer159
Badbergen.
Begraven
20-01-1712 te Badbergen.
1722: Gerd zum Vörde ist eigen nach der
Schulenburg und gibt dahin; 6 Rth 5
Schilling 3 Pfennig Dienstgeld, 2
Hühner, 60 Eier, dient an zwei Tagen
beim Reinigen des Flachses und loistet 6
Handdienste zum Gäten.
Gerd zum Vorth gibt Monatschatz 3
Schilling, Rauchschatz 2 Rth und an die
160
Geistlichkeit 3 Stücke Garn.
op
27-12-1711 P. Gerdt Vortmann M.
Marcke Meijer I. Gerdt S. Jurgen
Vortmann
Rolff Meijer
Adelheit Vortmann159
20-01-1712 Gerdt Fohrtmann159
2.
Rolff Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 09-12-1712 te
Badbergen (zie IXa op blz.
203).
3.
Helena Vortmann, geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie IXb op blz. 204).
4.
03-08-1743 doopgetuige bij kleinzoon
Rolff Vortmann159
Trine Adelheit Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
04-06-1718 te Badbergen.
Begraven op 23-08-1718 te
Badbergen.
07-05-1747 Gerdt Vortmann, an der
Schwindsucht gestorben, 3 Monath
Betlägerig gewesen, alt 60 Jahr, 6
Monath.159
04-06-1718 P. Gerdt Fortmann M.
Marcke Meijers I. Trine Adelheit S.
Johann Stegemann
Adelheit
Lieres Adelheit Ahlers.159
1722: Grösse des Markkotten; 1 Malter 1
Scheffel Garten- und Ackerland und 2
161
1/2 Scheffel Wiesen.
07-02-1737 doopgetuige bij kleinzoon
Johann Arendt Vortmann
12-05-1737 doopgetuige bij kleinzoon
Johann Vortmann
15-07-1741 doopgetuige bij kleinzoon
Johann Hinderich Hülsmann
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
18-11-1710 te Badbergen met
Marcke Maria Meyer von der
Musslage, 20 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.)
op
06-01-1690
te
Badbergen. Dochter van Rolff
Meyer von der Musslage, colon
kwarterf Meyer in Wohld, en
Trincke Vortmann. Begraven op
29-01-1727 te Badbergen.
29-01-1727 Maria Meijers,
Fortmanns, ph-, 37 Jährig159
uxor
Uit dit huwelijk:
1.
Gerdt Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 27-12-1711 te
160
Dühne II, blz. 238
161
Dühne II, blz. 238.
5.
Gerdt Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 30-08-1719 te
Badbergen. Overleden voor
1773 te Gehrde, begraven te
Gehrde.
30-08-1719 P. Gerdt Vohrtmann M.
Marcke Meijers I. Gerdt S. Wubbe
Engbert
Johann Middendorf
Talcke Vohrtmanns 159
08-05-1742 Gerd Fortmann mit
Helena Jelsing, Gerdensis159
Ondertrouwd op 23-04-1742
te Badbergen, gehuwd op
22-jarige
leeftijd
op
08-05-1742 te Badbergen
(Luthers)
met
Helena
Jellmann, 21 jaar oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
25-09-1720 te Badbergen.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Dochter
van
Johann
Jellmann en Geshe Beucker.
Overleden op 29-12-1773 te
Gehrde op 53-jarige leeftijd,
begraven te Gehrde.
6.
Johann
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 19-06-1722 te Badbergen.
Begraven op 14-08-1723 te
Badbergen.
19-06-1722 P. Gerdt Fohrtmann M.
Marcke Meijers von der Musslage
I. Johann Hermann S. Johann
Ahlert
Johann Burmeister
Vencke Klumpkens159
7.
Johann
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 01-10-1724 te Badbergen
(zie IXc op blz. 206).
VIIIb Adelheit Ohsing (Vortmann),
gedoopt (Ev.L.) op 15-03-1693 te
Badbergen. Dochter van Gerdt
Ohsing (Vortmann) en Hille
Vortmann (zie VII op blz. 201).
Begraven op 05-04-1749 te
Badbergen. Gehuwd voor de kerk
circa 1725 met Gerdt Wernsing.
Uit dit huwelijk:
1.
Trina Margreta Wernsing,
gedoopt
(Ev.L.)
op
03-11-1725 te Badbergen.
2.
Jürgen Dirck Wernsing,
gedoopt
(Ev.L.)
op
30-11-1727 te Badbergen.
3.
Johann Rudolph Wernsing,
gedoopt
(Ev.L.)
op
31-03-1737 te Badbergen.
Overleden op 18-01-1789 te
Menslage op 51-jarige leeftijd,
begraven op 21-01-1789 te
Menslage. Gehuwd (1) met
Anna
Gesina
Möllers.
.203
Gehuwd (2) met Christina
Adelheit Nortrup.
IXa
Rolff Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 09-12-1712 te Badbergen
(getuige(n): Rolff Meyer, Jacob
Klümpke, Margaretha Vortmann).
Zoon van Gerdt Vortmann (zie
VIIIa op blz. 201) en Marcke
Maria Meyer von der Musslage,
koetsier op huis Schulenburg.
Overleden op 15-02-1777 te
Badbergen op 64-jarige leeftijd,
begraven op 18-02-1777 te
Badbergen.
Rolff Vortmann was koetsier bij de
adellijke familie von Dincklage op het
landgoed Schulenburg in Grothe
(Badbergen). In 1755 had Adam Levin
von Dincklage (1720-1782) het landgoed
overgenomen van zijn vader. Adam
Levin von Dincklage was overste bij het
Deense leger en kamerheer bij de koning
van Denemarken. Hij was gehuwd met
Charlotte
Marie
Eleonore
von
Hammerstein.
In 1772 woonde Rolff Vortmann met
zijn vrouw en één zoon (Eberhardt
Johann?)
in
het
zogenaamde
Wäldenerhaus van het huis Schulenburg.
Gehuwd (1) op 21-jarige leeftijd op
18-11-1734 te Badbergen (Luthers)
met
Catharina
Margaretha
Nienaber (Hülsmann), 31 jaar
oud, geboren te Garthe (Emstek),
hof Nienaber, gedoopt (R.K.) op
13-04-1703 te Emstek. Dochter
van Johann Henrich Nienaber
en Vencke. Overleden 1739-1742.
Gehuwd (2) op 29-jarige leeftijd op
30-01-1742 te Badbergen met
Maria
Louise
Hoffmann,
geboren circa 1714 te Levern
(Minden)
(gezindte:
Ev.L.).
Overleden op 27-02-1781 te
Badbergen,
begraven
op
204
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
01-03-1781 te Badbergen.
gedoopt
(Ev.L.)
op
19-01-1747 te Badbergen (zie
Xd op blz. 209).
Uit het eerste huwelijk:
1.
Gerdt Henrich Vortmann,
geboren circa 1737 (zie Xa op
blz. 207).
2.
Johann Vortmann (Thesing),
gedoopt
(Ev.L.)
op
12-05-1737 te Badbergen (zie
Xb op blz. 208).
3.
4.
9.
10. Catharina
Adelheit
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 09-12-1751 te Badbergen
(zie Xf op blz. 210).
Johann Arend Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
07-06-1737 te Badbergen (zie
Xc op blz. 208).
11. Eberhardt
Johann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 09-09-1754 te Badbergen.
Begraven op 11-01-1805 te
Amsterdam. Gehuwd op
29-jarige
leeftijd
op
23-04-1784 te Amsterdam,
gehuwd voor de kerk op
09-05-1784 te Amsterdam
(Ev.L.)
met
Catharina
Adelheit Hölscher, geboren
rond 1751 te Quakenbrück.
Dochter
van
Matthias
Hölscher, tingieter, en Anna
Elsabein Stadt. Overleden na
1814.
Charlotte Maria Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
15-08-1738 te Badbergen
(getuige(n): Charlotta von
Wittsleben, Johann Hülsmann,
Marcke Ahlert). Begraven op
01-04-1742 te Badbergen.
Doodsoorzaak: Blattern.
5.
Anna Catharina Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
03-12-1739 te Badbergen
(getuige(n): Anna Adelheit von
Aschwede,
Tepe
Meyer,
Margaretha Meyer).
24-10-1814 was Catharina Adelheit
Hölscher getuige bij de doop van
Catharina
Charlotta
Henriette
Hölscher, dochter van Johann
Diederich Hölscher en Carolina
Margaretha Amalia Block. Als
getuige
staat
zij
vermeld:
“Catharina Adelheit Fortmans, in
Amsterdam”
Uit het tweede huwelijk:
6.
Rolff Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 03-08-1743 te
Badbergen (getuige(n): Wubbe
Engberding, Gerdt Vortmann,
Maria Wulfert). Begraven op
19-12-1744 te Badbergen.
7.
Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 28-02-1745 te
Badbergen (getuige(n): Jurgen
Wehlburg
sive
Buhrlage,
Johann
Wulfert,
Helena
Haverkamp).
8.
Anna
Louise
Vortmann,
Johann Lampe Rudolff
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 07-05-1749 te Badbergen
(zie Xe op blz. 209).
IXb
Helena Vortmann, geboren te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 25-02-1716 te Badbergen.
Dochter van Gerdt Vortmann (zie
VIIIa op blz. 201) en Marcke
Maria Meyer von der Musslage.
Overleden op 14-04-1754 te
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Badbergen op 38-jarige leeftijd,
begraven op 17-04-1754 te
Badbergen.
41-jarige
leeftijd
op
15-06-1780 te Quakenbrück
(Luthers)
met
Gerhard
Brörmann.
Zoon
van
Gerhard
Brörmann
en
Margaretha
Lucia
Schulenburg. Gehuwd (3) op
44-jarige
leeftijd
op
27-02-1783 te Quakenbrück
(Luthers)
met
Bernhard
Hinrich Block, 34 jaar oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
20-12-1748 te Quakenbrück.
Zoon van Johann Block,
koopman,
en
Anna
Wilhelmina
Witten.
Overleden op 04-07-1820 te
Quakenbrück op 71-jarige
leeftijd,
begraven
op
08-07-1820 te Quakenbrück.
25-02-1716
P. Gerd zum Vorde
M. Marcke Meijers
I. Helena
S. Hermann Möllmann
Trincke Ahler
Adelheit Vortmann159
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
07-12-1737 te Badbergen met
Johann Heinrich Hülsmann,
geboren circa 1714 (gezindte:
Ev.L.). Keuterboer op keuterhoeve
‘Kleine Vortmann’. Overleden op
01-09-1751 te Badbergen, begraven
op 03-09-1751 te Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Adelheit
Vortmann
(Hülsmann),
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 21-10-1738 te Badbergen
(getuige(n): Lucke Elisabeth
Vahlkampf, Johann Ahlert,
Anna Mohlmann). Overleden
op
24-12-1820
te
Quakenbrück op 82-jarige
leeftijd,
begraven
op
28-12-1820 te Quakenbrück.
Gehuwd voor de kerk (1) op
22-jarige
leeftijd
op
04-11-1760 te Quakenbrück
(Luthers) met Hermann
Füsting, 40 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 18-04-1720 te
Quakenbrück. Zoon van Cord
Hinrich Füsting, Meister
Schlosser, en Anna Catharina
Stalvort. Gehuwd (2) op
.205
2.
Gerdt Vortmann (Hülsmann),
geboren te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie Xg op blz. 211).
3.
Johann
Hindrich
Hülsmann,
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 15-07-1741 te Badbergen
(getuige(n): Johann Buddeke,
Gerdt
Vortmann,
Anna
Christina Gräner,).
Haarlem, Ev.L. lidmatenregister
1757-1800:
Johan
Henrich
Hulsmann, uit het Osnabrückse,
tegen pasen 1772 (19 april).
4.
Jürgen
Voortman
(Hülsmann),
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie Xh op blz. 212).
5.
Hülsmann, geboren 07-1744
te
Gross-Mimmelage,
206
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’. Begraven op
31-07-1744 te Badbergen.
6.
7.
8.
IXc
Johann Hülsmann, geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’,
gedoopt
op
02-07-1745 te Badbergen
(getuige(n): Johann Wulffert,
Johann
Schmidt,
Maria
Hoffmann).
Johann
Hermann
Hülsmann,
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’
(zie Xi op blz. 212).
Margaretha Maria Adelheit
Hülsmann,
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve
‘kleine
Vortmann’, gedoopt (Ev.L.)
op 18-11-1750 te Badbergen
(getuige(n):
Adelheit
Vortmann, Dierck Wernsing,
Margaretha
Middendorf).
Overleden op 03-01-1757 te
Badbergen op 6-jarige leeftijd,
begraven op 05-01-1757 te
Badbergen.
Johann Hermann Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 01-10-1724 te
Badbergen. Zoon van Gerdt
Vortmann (zie VIIIa op blz. 201)
en Marcke Maria Meyer von der
Musslage, dagloner Heuermann.
Overleden op 11-12-1785 te
Schandorf op 61-jarige leeftijd,
begraven op 14-12-1785 te
Menslage.
Johann Hermann woonde met zijn gezin
ten tijde van de volkstelling in 1772
samen met het gezin van Henrich
Haverkamp (dagloner, 1 zoon boven de
14 jaar, 2 zonen onder de 14 jaar, 1
dochter onder de 14 jaar en zijn vrouw
Lücke Adelheit Morhus) in de
Nebenwohnung van hof Johann nunc.
Jobst Henrich Wejmann. Voor eigen
gebruik had Johann Hermann Vortmann
(net zoals Henrich Haverkamp) 12
Scheffel land. Johann Hermann had ook
zijn (schoon)moeder inwonend.
Toen hij op 11 december 1785 naar
Quakenbrück zou gaan, viel hij tussen 9
en 10 uur dood neer bij Wobben in
Schandorf.
01-10-1724 P. Gerdt Vortmann M.
Marcke Meijers I. Hermann S. Lampe
Vortmann
Dick Lüdeling
Gretke
Middelkampffs159
bron: Archief Thomann, Document 1.
Mimmelage, december 1779. Berekening
van een openstaande schuld van
Hermann Vortmann (neef van Colon
Thomann?) daterende uit 1772.
Herman Vortman ist Debit von 1772 von
den Berechneten Gelde ad
5 Rth
8 Schill
3 Pf.
Daß Brücken Geldt beträcht sich 1 Rth-3
Pf
Ist also Summa 6 Rth 8 Schill 6 Pf
Die Zinse ist jährlich davon 5 Schill. 3
Pf.
Macht also von 1772 bis 1779 ad 4 Rth 5
Schill 3 Pf
Summa 10 Rth 13 Schill 9 Pf
Hirine habe ich 4 Gänse Empfangen zu 1
Rth gehet ab
Summa 9 Rth1 3 Schill 9 Pf
Der Herr Vetter muß mich hirinne nicht
Verdencken, daß ich euch fodern lasse,
den ich muß den esrten Tag daß Geldt
haben, oder ich muß mich Kosten
machen lassen, und daß Jahr Lauft zu
Ende, und ich muß es mit euch zu Stande
haben, ehe ich meine Rechnung mache,
übrigens Grüße ich und bleibe E. D.W.F.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Colon Thoman.
Minmelage den Xbris [Dec.] 1779.
Gehuwd op 35-jarige leeftijd op
22-05-1760 te Menslage, (Luthers)
met
Debe
Catharina
Taggenbrock, 33 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 21-08-1726 te
Menslage. Dochter van Johann
Taggenbrock
en
Catharina
Margaretha Wessendorff.
Uit dit huwelijk:
1.
Johann Gerdt Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
16-10-1761
te
Menslage.
Overleden
07-1800
te
Amstelveen.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd
op 09-12-1786 te Menslage,
met Lucke
Margaretha
Wenge, 19 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 27-09-1767 te
Menslage.
Dochter
van
Johann Dirck Wenge en
Anna Margaretha Krömker.
Zij hertrouwt met Johann
Diederich
Taggenbrock.
Overleden op 23-06-1824 te
Menslage (Spiekhause) op
56-jarige leeftijd, begraven op
26-06-1824 te Menslage.
2.
3.
Xa
(zie IXa op blz. 203) en Catharina
Margaretha
Nienaber
(Hülsmann), schneider. Overleden
op 17-02-1793 te Menslage,
begraven op 20-02-1793 te
Menslage.
Bij de volkstelling van 1772 woonde
Gerdt Henrich samen met zijn gezin en
het gezin van Berend Esselmann
(dagloner, gehuwd, drie zonen onder de
14 jaar) in een Nebenwohnung van het
volerf Broking in Andorf (Menslage).
Het volerf werd destijds bewoond door
Maria Adelheit Vortmann, weduwe van
Wessel zum Brocke. Gerdt Henrich had
9 Scheffel land terwijl Berendt
Esselmann 18 Scheffel land bewerkte.
Gehuwd op 06-11-1763 te
Menslage, (Luthers) met Helena
Elsabein Kahmann, geboren circa
1739 (gezindte: Ev.L.).
Dochter van Gerdt Kahmann en
Helena Godken. Overleden op
21-08-1796 te Menslage, begraven
op 24-08-1796 te Menslage.
Uit dit huwelijk:
1.
Catharina
Elsabein
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 09-03-1764 te Menslage
(zie XIa op blz. 213).
2.
Johann Gerdt Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
07-09-1766 te Menslage.
Johann
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 08-05-1765 te Menslage
(zie Xj op blz. 212).
Johann Merten Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
01-02-1767
te
Menslage.
Begraven op 20-02-1768 te
Menslage.
Gerdt
Henrich
Vortmann,
geboren circa 1737 (gezindte:
Ev.L.). Zoon van Rolff Vortmann
.207
Overleden op 16-05-1802 te
Menslage op 35-jarige leeftijd,
begraven op 19-05-1802 te
Menslage.
3.
Helena Adelheit Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
31-07-1770
te
Menslage.
Overleden op 01-02-1793 te
Menslage op 22-jarige leeftijd,
begraven op 04-02-1793 te
208
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Menslage.
4.
Xb
Johann
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 22-11-1781 te Menslage
(zie XIb op blz. 213).
Johann Vortmann (Thesing),
gedoopt (Ev.L.) op 12-05-1737 te
Badbergen (getuige(n): Arendt
Wulfert,
Gerdt
Vortmann,
Margaretha Ahlert). Zoon van
Rolff Vortmann (zie IXa op blz.
203) en Catharina Margaretha
Nienaber (Hülsmann), colon
volerf
Thesing
in
Grothe
(Badbergen).
Overleden
op
06-05-1804 te Grothe op 66-jarige
leeftijd, begraven op 09-05-1804 te
Badbergen.
Gehuwd op 42-jarige leeftijd op
23-10-1779
te
Badbergen,
(Luthers) met Catharina Adelheit
Thesing, 23 jaar oud, geboren te
Grothe, volerf Thesing, gedoopt
(Ev.L.)
op
01-08-1756
te
Badbergen.
Dochter
van
Hermann Thesing, colon volerf
Thesing in Grothe (Badbergen), en
Anna Catharina von Senden.
Overleden op 05-02-1817 te
Grothe op 60-jarige leeftijd,
begraven op 07-02-1817 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Xc
Helena Catharina Adelheit
Vortmann (Thesing), geboren
te Grothe, volerf Thesing (zie
XIc op blz. 214).
Johann
Arend
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 07-06-1737 te
Badbergen (getuige(n): Arendt
Wulfert, Gerdt Vortmann, Anna
Mohlmann). Zoon van Rolff
Vortmann (zie IXa op blz. 203) en
Catharina Margaretha Nienaber
(Hülsmann),
Heuermann.
Overleden op 10-08-1817 te
Menslage (Hengers Heuerhaus) op
80-jarige leeftijd, begraven op
14-08-1817 te Menslage.
In 1772 woonde Johann Arend
Vortmann met zijn zoon en dochter in de
Leibzucht van volerf Hillebrandt in
Lechtercke.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
09-10-1761 te Badbergen (Luthers)
met Anna Christina Thomann,
28 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
08-02-1733 te Menslage. Dochter
van Hermann Thomann en
Anna Catharina Wichmann.
Overleden op 03-01-1763 te
Badbergen op 29-jarige leeftijd,
begraven op 05-01-1763 te
Badbergen.
Gehuwd (2) op 25-jarige leeftijd op
04-06-1763 te Badbergen (Luthers)
met Tobke Catharina Diersing,
geboren rond 1737 te Ankum
(gezindte: Rooms Katholiek).
Overleden voor 1772.
Gehuwd (3) circa 1786 te
Menslage, met Venne Adelheit
Nortrup, geboren op 18-05-1749
(gezindte: Ev.L.). Dochter van
Johann Hermann Nortrup en
Anna Elsabein Schmidt. Zij is
eerder getrouwd geweest met
Hermann
Schwietert
Voth.
Overleden op 07-02-1814 te
Menslage op 64-jarige leeftijd,
begraven op 10-02-1814 te
Menslage.
Uit het tweede huwelijk:
1.
Johann Henrich Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
25-01-1764 te Badbergen (zie
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
2.
XId op blz. 214).
15-1-1788 dood gevonden.
Catharina Maria Elisabeth
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 25-01-1767 te Badbergen
(zie XIe op blz. 215).
Uit dit huwelijk:
1.
Helena Catharina Maria im
Busch, geboren te Langen,
gedoopt op 20-07-1778 te
Badbergen. Overleden op
19-02-1837 te Langen op
58-jarige leeftijd, begraven op
22-02-1837 te Badbergen.
2.
Anna Maria im Busch,
geboren op 06-12-1779 te
Langen (zie XIg op blz. 216).
3.
Berendt Henrich im Busch
(Rövekamp),
geboren
te
Langen (zie XIh op blz. 216).
4.
Lücke Maria im Busch,
geboren te Langen, gedoopt
(Ev.L.) op 07-12-1782 te
Badbergen.
5.
Catharina Margaretha im
Busch, geboren te Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
10-01-1785 te Badbergen.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd
op 01-11-1817 te Badbergen
(Luthers) met Johann Bürke,
24 jaar oud, geboren op
02-03-1793 te Quakenbrück.
Zoon
van
Hermann
Bernhard
Bürke
en
Catharina Adelheit Vette,
schneider.
Begraven
op
29-04-1831 te Badbergen.
Uit het derde huwelijk:
Xd
3.
Margaretha
Elsabein
Vortmann,
geboren
te
Menslage (zie XIf op blz. 215).
4.
Johann Gerhard Vortmann,
geboren te Menslage, gedoopt
(Ev.L.) te Menslage. Gehuwd
op 18-12-1819 te Menslage,
met Susanna Catharina zum
Brocke, 26 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 27-02-1793 te
Menslage.
Dochter
van
Johann Hermann Henniger
(zum Brocke) en Maria
Adelheit Bergfeld.
Anna Louise Vortmann, gedoopt
(Ev.L.)
op
19-01-1747
te
Badbergen
(getuige(n):
Anna
Catharina Schlegels, Tepe Meyer,
Ann1 Sickmann). Dochter van
Rolff Vortmann (zie IXa op blz.
203) en Maria Louise Hoffmann.
Overleden op 20-11-1785 te
Langen op 38-jarige leeftijd,
begraven op 23-11-1785 te
Badbergen.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
30-05-1778 te Badbergen (Luthers)
met Tepe im Busch, 34 jaar oud,
geboren te Langen, gedoopt
(Ev.L.)
op
22-05-1744
te
Badbergen. Zoon van Laurenz im
Busch en Helena Rövekamp. Hij
hertrouwt
met
Margaretha
Gosmann.
Overleden
op
15-01-1788 op 43-jarige leeftijd,
begraven op 18-01-1788 te
Badbergen.
Xe
.209
Johann
Lampe
Rudolff
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
07-05-1749
te
Badbergen
(getuige(n): Jurgen Ahlert, Lampe
Ehlmann, Adelheit Vortmann).
Zoon van Rolff Vortmann (zie
IXa op blz. 203) en Maria Louise
Hoffmann.
Overleden
op
28-11-1810 te Badbergen op
210
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
61-jarige leeftijd, begraven
30-11-1810 te Badbergen.
op
08-03-1787 te Badbergen.
Overleden op 08-04-1808 te
Badbergen
op
21-jarige
leeftijd,
begraven
op
11-04-1808 te Badbergen.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd
op 08-11-1806 te Badbergen
(Luthers) met Hermann
Lindemann.
In het Rechnungsbuch van huis
Schulenburg wordt Rolff Vortmann in
1781 genoemd. Rolff overleed echter al
in 1777. Vermoedelijk wordt hiermee
zijn zoon Johann Lampe Rudolff
Vortmann bedoeld.
01-05-1781: Rolff Vohrtmann p[ro]
1781 8 Reichstaler
24-11-1781: Rolff Vohrtmann p[ro]
1781 10 Reichstaler
01-12-1781: Rolff Vohrtmann p[ro]
162
1781 11 R 3 S 6 pf
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
04-02-1777 te Badbergen (Luthers)
met Maria Vehslage, 25 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 13-08-1751 te
Badbergen. Dochter van Johann
Vehslage, colonus, en Marcke
Rantze. Overleden op 19-01-1801
te Badbergen op 49-jarige leeftijd,
begraven op 22-01-1801 te
Badbergen.
162
Johann Rudolff Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
08-09-1778 te Badbergen (zie
XIi op blz. 217).
2.
Jürgen Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 12-10-1780 te
Badbergen (zie XIj op blz.
217).
3.
Maria Vortmann, gedoopt
(Ev.L.) op 16-01-1783 te
Badbergen (zie XIk op blz.
218).
4.
Anna Adelheit Vortmann,
geboren op 01-03-1787 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
Rechnungsbuch Haus Schulenburg.
Johann Henrich Vortmann,
geboren op 13-11-1789 te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.)
op 17-11-1789 te Badbergen.
6.
Johann Jürgen Vortmann,
geboren op 15-12-1790 te
Grothe (zie XIl op blz. 218).
7.
Anna Catharina Vortmann,
geboren op 16-05-1796 te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.)
op 20-05-1796 te Badbergen.
Overleden na 1809.
In 1809 was Anna Catharina
Vortmann als maagd woonachtig
bij de 61-jarige Eliesabeth Ranzen
in het dorp Badbergen. Op
hetzelfde adres waren woonachtig:
Harm Hendrich auf dem Orte
(gezel, 20 jaar), Joseph Reüter
(schoolleerling, 17 jaar) en Johann
Gerdt von Senden (schoolleerling,
163
21 jaar).
Uit dit huwelijk:
1.
5.
Xf
Catharina Adelheit Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 09-12-1751 te
Badbergen. Dochter van Rolff
Vortmann (zie IXa op blz. 203) en
Maria
Louise
Hoffmann.
Overleden op 16-02-1825 te
Lechterke op 73-jarige leeftijd,
Materialien zur Volkskultur nordwestliches
Niedersachsen nr. 16; Hand - Schrift - Schrieb Werke; Schrift und Schreibkultur im Wandel in
regionalen Beispielen des 18. bis 20.
Jahrhunderts; blz. 185
163
begraven op
Badbergen.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
.211
19-02-1825
op
te
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
18-05-1780 te Badbergen (Luthers)
met Johann Heinrich Diercker,
30 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
15-02-1750 te Badbergen. Zoon
van Berendt Hinrich Diercker en
Catharina Kortlandt, Heuermann.
Overleden op 13-04-1798 te
Gross-Mimmelage op 48-jarige
leeftijd, begraven op 16-04-1798 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Xg
Johann Henrich Diercker,
gedoopt
(Ev.L.)
op
10-02-1781 te Badbergen.
Overleden op 14-01-1839 te
Lechterke op 57-jarige leeftijd,
begraven op 17-01-1839 te
Badbergen.
Gehuwd
op
21-jarige
leeftijd
op
24-07-1802 te Badbergen,
(Luthers) met Lucia Maria
Riedemann, 28 jaar oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
30-06-1774 te Badbergen.
Dochter
van
Gerhard
Riedemann, Heuermann, en
Maria Sunderlage. Overleden
op 11-02-1835 te Lechterke op
60-jarige leeftijd, begraven op
14-02-1835 te Badbergen.
Gerdt Vortmann (Hülsmann),
geboren te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 27-11-1739 te
Badbergen (getuige(n): Henrich
Schiphorst, Rolff Vortmann, Maria
Hülsmann). Zoon van Johann
Heinrich Hülsmann en Helena
Vortmann (zie IXb op blz. 204),
dagloner.
Overleden
op
24-09-1781 te Menslage op
41-jarige leeftijd, begraven
27-09-1781 te Menslage.
Gerdt woonde met zijn gezin ten tijde
van de volkstelling in 1772, in de
Leibzucht van het vrije volerf Bruno
nunc.
Johann
Neslage
in
Klein-Mimmelage (Menslage). Het gezin
bewoonde de Leibzucht tesamen met de
weduwe Johann Dammer (spinster)
dewelke nog twee dochters van onder de
14 jaar had. Beide gezinnen hadden ieder
9 Scheffel land.
Bij zijn begraven staat genoteerd dat het
een zoon was van Gerdt Vortmann en
Maria
Meijer,
naar
alle
waarschijnlijkheid is dit een foutieve
vermelding van zijn grootouders
geweest.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
22-08-1765 te Menslage (Luthers)
met Venna Maria Adelheit
Bockwinkel, 35 jaar oud, gedoopt
op 13-12-1729 te Menslage.
Dochter van Johann Gerdt
Bockwinkel
en
Catharina
Gröper. Zij is weduwe van Johann
Hermann Neslage. Overleden op
12-05-1805 te Menslage op
75-jarige leeftijd, begraven op
15-05-1805 te Menslage.
Uit dit huwelijk:
1.
Hermann Gerdt Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
22-01-1766 te Menslage (zie
XIm op blz. 218).
2.
Johann
Hermann
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 28-06-1769 te Menslage.
Op 29-12-1793 met het VOC-schip
Westkappele vanuit Rammekens
vertrokken naar Batavia. Zie
biografische beschrijving.
3.
Anna
Maria
Catharina
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 16-04-1772 te Menslage.
212
Xh
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
van Badbergen
Zie biografische beschrijving van Jurgen
Voortman (1743-1812).
Harmen Hulsman Christina Pieters
12-07-1776: Harmen Hulsman van
165
Menslage, poorter scheepstimmerman
15-09-1780: Harmen Hulstman van
Menslage, Luthers, 30 jaar, inde
Houdstraat, ouders dood, geadsisteerd
met Jacobus Without, & Christina
Pieters van Herting, Luters, wed. van
Teunis Daal op Oostenburg.
Sy weeskamer voldaan den 13 september
1780.
166
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
13-09-1780 te Amsterdam, met
Christina Pieters, geboren te
Herting (gezindte: Ev.L.). Zij is
eerder getrouwd geweest met
Teunis Daal. Begraven op
28-04-1782 te Amsterdam.
Ondertrouwd op 28-01-1775 te
Monnickendam, gehuwd voor de
kerk op 32-jarige leeftijd op
12-02-1775 te Monnickendam
(Gereformeerd)
met
Janna
Buisman, 22 jaar oud, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
22-11-1752 te Zwolle. Dochter van
Lubbert Buis, daghuurder, en
Margrietje
Vroombeurs,
werkster, huisvrouw. Overleden op
30-05-1825 om 02:00 uur te
Monnickendam
op
72-jarige
leeftijd.
Vervolg zie tak Waterland.
Xi
164
Jürgen Voortman (Hülsmann),
geboren te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 07-02-1743 te
Badbergen. Zoon van Johann
Heinrich Hülsmann en Helena
Vortmann (zie IXb op blz. 204),
tuinman (particulier) rietsnijder.
Overleden op 08-12-1812 om
08:00 uur te Monnickendam op
69-jarige leeftijd.
Johann Hermann Hülsmann,
geboren te Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’,
gedoopt op 09-07-1747 te
Badbergen (getuige(n): Johann
Suderlage, Hermann Rieckehaus,
Anna von Aschwede). Zoon van
Johann Heinrich Hülsmann en
Helena Vortmann (zie IXb op
blz. 204), scheepstimmerman.
Begraven op 02-05-1782 te
Amsterdam.
26-03-1776: Johann Herman Hulsmann
Uit dit huwelijk:
1.
Femmetje Alida Hülsmann,
gedoopt op 17-04-1782 te
Amsterdam. Begraven op
09-05-1782 te Amsterdam.
Doopgetuigen Hans Jurrians Evers
167
en Maria Roelofs.
Xj
Johann Hermann Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 08-05-1765 te
Menslage. Zoon van Johann
Hermann Vortmann (zie IXc op
blz. 206) en Debe Catharina
Taggenbrock.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
28-11-1793 te Menslage, (Luthers)
met Venne Maria Catharina
Margaretha Bornemann, 25 jaar
164
SAWA Ev.L. lidmatenregister Edam.
165
GAAM Poorterboek: Amsterdam.
166
GAAM fiche 751-558: Amsterdam.
167
GAAM fiche 265-42: Amsterdam 17-04-1782.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
oud,
gedoopt
(Ev.L.)
op
06-07-1768 te Menslage. Dochter
van
Johann
Hermann
Bornemann en Lücke Euslage.
gedoopt (Ev.L.) op 09-03-1764 te
Menslage. Dochter van Gerdt
Henrich Vortmann (zie Xa op
blz. 207) en Helena Elsabein
Kahmann.
Uit dit huwelijk:
1.
Hermann Gerdt Vortmann,
geboren op 10-09-1794 te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
13-09-1794
te
Menslage.
Overleden op 16-10-1794 te
Menslage, 36 dagen oud,
begraven op 18-10-1794 te
Menslage.
2.
Maria Catharina Vortmann,
geboren op 08-10-1795 te
Hahlen (Menslage), gedoopt
(Ev.L.) op 14-10-1795 te
Menslage. Gehuwd voor de
kerk (1) circa 1825 met
Johann Heinrich Köhne.
Gehuwd voor de kerk (2) op
55-jarige
leeftijd
op
21-11-1850
te
Menslage
(Luthers) met Hermann
Diederich Nortrup, 48 jaar
oud, geboren op 25-09-1802 te
Hahlen (Menslage). Zoon van
Johann Berndt Nortrup en
Anna Catharina Adelheit auf
den Felde, Heuermann. Hij is
eerder getrouwd geweest met
Catharina
Margaretha
Sander.
3.
4.
XIa
Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 06-08-1798 te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
10-08-1798 te Menslage.
Hermann
Diederich
Vortmann,
geboren
op
23-11-1800
te
Menslage,
gedoopt
(Ev.L.)
op
28-11-1800 te Menslage.
Catharina Elsabein Vortmann,
.213
Gehuwd 1795, met Johann
Henrich Greve, geboren op
16-01-1759. Zoon van Johann
Hinrich Greve en Anna Maria
Kramer, in Hannoversche dienst.
Overleden op 10-02-1810 te
Menslage
(Hüttenhause)
op
51-jarige leeftijd, begraven op
13-02-1810 te Menslage.
Uit dit huwelijk:
XIb
1.
Catharina
Margaretha
Greve, geboren op 28-08-1796
te Menslage, gedoopt (Ev.L.)
op 01-09-1796 te Menslage.
2.
Maria
Adelheit
Greve,
geboren op 17-10-1798 te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
21-10-1798 te Menslage.
3.
Anna
Elsabein
Greve,
geboren op 14-02-1807 te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
21-02-1807
te
Menslage
(getuige(n):
Johann
Dirk
Taggenbrock, Helena Adelheit
Feldbusch, Helena Elsabein
Vortmann). Overleden op
01-03-1808 te Menslage op
1-jarige leeftijd, begraven op
03-03-1808 te Menslage.
Johann Hermann Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-11-1781 te
Menslage. Zoon van Gerdt
Henrich Vortmann (zie Xa op
blz. 207) en Helena Elsabein
Kahmann, metselaar. Overleden
op 28-04-1826 te Assendelft op
44-jarige leeftijd, begraven op
30-04-1826 te Assendelft.
214
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
27-10-1804 te Menslage, (Luthers)
met Anna Maria Catharina
Taggenbrock, 27 jaar oud,
gedoopt (Ev.L.) op 21-05-1777 te
Menslage. Dochter van Johan
Henrich
Taggenbrock
en
Helena
Catharina
Huster.
Overleden na 1826.
gedoopt
(Ev.L.)
03-08-1813 te Badbergen.
2.
Johann Bernhard Heinrich
Thesing,
geboren
op
12-12-1815 te Grothe, volerf
Thesing, gedoopt (Ev.L.) op
18-12-1815 te Badbergen.
Overleden op 22-02-1820 te
Grothe op 4-jarige leeftijd,
begraven op 25-02-1820 te
Badbergen.
3.
Anna Maria Margaretha
Kocke (Thesing), geboren op
05-02-1817 te Grothe, volerf
Thesing, gedoopt (Ev.L.) op
13-02-1817 te Badbergen.
Overleden op 06-06-1826 te
Grothe op 9-jarige leeftijd,
begraven op 08-06-1826 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
XIc
Johann
Hermann
Vortmann,
geboren
op
26-10-1806 te Menslage (zie
XIIa op blz. 219).
Helena Catharina Adelheit
Vortmann (Thesing), geboren te
Grothe, volerf Thesing, gedoopt
(Ev.L.)
op
23-08-1785
te
Badbergen. Dochter van Johann
Vortmann (Thesing) (zie Xb op
blz. 208) en Catharina Adelheit
Thesing.
Overleden
op
09-12-1818 te Grothe op 33-jarige
leeftijd, begraven op 12-12-1818 te
Badbergen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
21-08-1812
te
Badbergen,
(Luthers) met Johann Fransz
Henrich Kocke (Thesing), 37 jaar
oud, geboren op 14-01-1775 te
Eringen (Hessen). Zoon van
Johann Hermann Kocke, colon,
en Gertrud Hildebrandt, colon
volerf
Thesing
in
Grothe
(Badbergen).
Overleden
op
04-11-1835 te Grothe, volerf
Thesing op 60-jarige leeftijd,
begraven op 07-11-1835 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Catharina Adelheit Thesing,
geboren op 30-07-1813 te
Grothe,
volerf
Thesing,
XId
op
Johann Henrich Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 25-01-1764 te
Badbergen. Zoon van Johann
Arend Vortmann (zie Xc op blz.
208) en Tobke Catharina
Diersing.
Overleden
op
01-12-1821 te Menslage (Bruns
Leibzucht) op 57-jarige leeftijd,
begraven op 04-12-1821 te
Menslage.
Confirmanten Bippen
Misericord Dni. 1778
Pueri
Dom.
Johan Hinrich Fortman, Ham, Leibzucht
Norpen, Purif. 14.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op
16-04-1796 te Menslage, (Luthers)
met Maria Adelheit Nortrup.
Uit dit huwelijk:
1.
Margaretha
Adelheit
Vortmann,
geboren
op
01-04-1797
te
Menslage,
gedoopt
(Ev.L.)
op
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
07-04-1797
te
Menslage.
Gehuwd voor de kerk op
27-jarige
leeftijd
op
11-01-1825
te
Menslage
(Luthers)
met
Johann
Hinrich Lürding. Zoon van
Johann Gerhard Lürding en
Catharina
Margaretha
Thöle.
2.
3.
4.
XIe
Anna
Margaretha
Vortmann,
geboren
op
30-10-1806 te Nortrup (zie
XIIc op blz. 219).
Catharina
Maria
Elisabeth
Vortmann, gedoopt (Ev.L.) op
25-01-1767 te Badbergen. Dochter
van Johann Arend Vortmann (zie
Xc op blz. 208) en Tobke
Catharina Diersing.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
12-10-1793 te Menslage, (Luthers)
met
Johann
Diederich
Bodemann, 20 jaar oud, gedoopt
(Ev.L.) op 20-01-1773 te Menslage.
Zoon van Johann Hermann
Bodemann en Helena Adelheit
Ermeling.
Uit dit huwelijk:
1.
gedoopt
(Ev.L.)
op
17-07-1794
te
Menslage.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd
op 11-02-1815 te Menslage,
(Luthers)
met
Johann
Hermann
Hunderdosse.
Zoon van Johann Wilhelm
Hunderdosse
en
Anna
Nortrup.
Johann
Diederich
Vortmann,
geboren
op
27-10-1800
te
Menslage,
gedoopt
(Ev.L.)
op
03-11-1800
te
Menslage
(getuige(n): Johann Hermann
Nortrup,
Johann
Dirk
Bodemann, Helena Söncken).
Johann Gerdt Vortmann,
geboren op 27-03-1805 te
Menslage (zie XIIb op blz.
219).
Catharina
Adelheit
XIf
2.
Johann
Hermann
Bodemann,
geboren
op
31-12-1796
te
Menslage,
gedoopt
(Ev.L.)
op
05-01-1797 te Menslage.
3.
Johann Dirck Bodemann,
geboren op 23-09-1799 te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
27-09-1799 te Menslage.
Margaretha Elsabein Vortmann,
geboren te Menslage, gedoopt
(Ev.L.) op 02-03-1786 te Menslage.
Dochter van Johann Arend
Vortmann (zie Xc op blz. 208) en
Venne
Adelheit
Nortrup.
Overleden op 17-04-1824 te
Menslage op 38-jarige leeftijd,
begraven op 20-04-1824 te
Menslage.
Gehuwd (1) op 34-jarige leeftijd op
23-03-1820 te Menslage, (Luthers)
met
Johann
Hermann
Steinmersch, gedoopt 08-1777 te
Menslage. Zoon van Johann
Hermann
Steinmersch
en
Catharina Adelheit Kernkamp,
Heuermann. Hij is weduwnaar van
Margaretha Adelheit Nacke.
Relatie (2) met Hermann Köhne.
Uit het eerste huwelijk:
1.
Margaretha
Bodemann,
.215
N.N. Geboren op 03-04-1824
te
Menslage,
doodgeboren
(gezindte: Ev.L.). Overleden
216
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
op 03-04-1824 te Menslage,
begraven op 05-04-1824 te
Menslage.
2.
Anna
Catharina
Maria
Vehslage,
geboren
op
31-03-1819
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
06-04-1819 te Badbergen.
3.
Katharina
Adelheit
Vehslage,
geboren
op
01-09-1822
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
07-09-1822 te Badbergen.
Uit de tweede relatie:
2.
XIg
Anna
Maria
Elsabein
Köhne,
geboren
op
10-04-1813
te
Menslage,
buitenechtelijk
geboren.
Overleden op 12-01-1822 te
Menslage
(Fechtemühler
Heuer) op 8-jarige leeftijd,
begraven op 16-01-1822 te
Menslage.
Anna Maria im Busch, geboren
op 06-12-1779 te Langen, gedoopt
(Ev.L.)
op
12-11-1779
te
Badbergen. Dochter van Tepe im
Busch
en
Anna
Louise
Vortmann (zie Xd op blz. 209).
Overleden op 11-11-1828 te
Langen op 48-jarige leeftijd,
begraven op 14-11-1828 te
Badbergen.
Gehuwd op 37-jarige leeftijd op
18-07-1817
te
Badbergen,
(Luthers) met Gerhard Heinrich
Vehslage, 25 jaar oud, geboren op
05-05-1792 te Grönloh, gedoopt
(Ev.L.)
op
10-05-1792
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vehslage, Heuermann, en Anna
Catharina Klöne, Heuermann.
Overleden op 20-03-1825 te
Badbergen op 32-jarige leeftijd,
begraven op 23-03-1825 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Bernhard
Heinrich
Vehslage,
geboren
op
01-09-1817
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
07-09-1817 te Badbergen.
XIh
Berendt Henrich im Busch
(Rövekamp), geboren te Langen,
gedoopt (Ev.L.) op 23-07-1781 te
Badbergen. Zoon van Tepe im
Busch
en
Anna
Louise
Vortmann (zie Xd op blz. 209).
Overleden op 27-11-1851 te
Langen op 70-jarige leeftijd,
begraven op 01-12-1851 te
Badbergen.
Gehuwd op 37-jarige leeftijd op
28-12-1818
te
Badbergen,
(Luthers) met Catharina Adelheit
Brockampf, 25 jaar oud, geboren
op
14-03-1793
te
Gross-Mimmelage, gedoopt (Ev.L.)
op 16-03-1793 te Badbergen.
Dochter van Hermann Mencke
Ojemann (Brockampf) en Lucia
Maria Brockampf. Overleden op
24-06-1833 te Langen op 40-jarige
leeftijd, begraven op 27-06-1833 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Hermann
Bernhard
Rövekamp,
geboren
op
16-05-1819
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
22-05-1819 te Badbergen.
Overleden op 21-06-1832 te
Langen op 13-jarige leeftijd,
begraven op 23-06-1832 te
Badbergen.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
2.
3.
XIi
- Rövekamp, geboren op
23-04-1828
te
Langen.
Overleden op 23-04-1828 te
Langen,
begraven
op
25-04-1828 te Badbergen.
Johann
Rudolff
Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 08-09-1778 te
Badbergen. Zoon van Johann
Lampe Rudolff Vortmann (zie
Xe op blz. 209) en Maria
Vehslage, Heuermann in Talge.
op 23-11-1822 te Langen, halferf
Rövekamp op 42-jarige leeftijd,
begraven op 25-11-1822 te
Badbergen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
06-11-1806
te
Badbergen,
(Luthers) met Lucia Maria Lucke
Ermeling, 27 jaar oud, geboren op
05-07-1779 te Langen, gedoopt
(Ev.L.)
op
10-07-1779
te
Badbergen.
Dochter
van
Hermann Gerdt Ermeling en
Margaretha
Adelheit
Wesselmann.
Overleden
op
07-06-1839 te Langen, halferf
Rövekamp op 59-jarige leeftijd,
begraven op 10-06-1839 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
13-12-1811 te Gehrde, (Luthers)
met Catharina Maria Vosbrinck,
26 jaar oud, geboren op
10-11-1785 te Gehrde, gedoopt
(Ev.L.) op 13-11-1785 te Gehrde.
Dochter van Johann Gerdt
Vosbrinck (Gehrs) en Anna
Catharina Adelheit Wahlefeld.
1.
Catharina Maria Adelheit
Vortmann,
geboren
op
24-07-1808
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
26-07-1808 te Badbergen.
Overleden op 02-10-1808 te
Langen, 70 dagen oud,
begraven op 04-10-1808 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
2.
Maria Adelheit Vortmann,
geboren op 16-08-1809 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
18-08-1809 te Badbergen.
Overleden op 06-07-1810 te
Langen, 324 dagen oud,
begraven op 09-07-1810 te
Badbergen.
3.
Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 01-08-1811 te
Langen (zie XIId op blz. 220).
4.
Jürgen Heinrich Vortmann,
geboren op 24-09-1813 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
02-10-1813 te Badbergen.
1.
XIj
Catharina Maria Rövekamp,
geboren op 30-04-1822 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
04-05-1822 te Badbergen.
Overleden op 26-12-1822 te
Langen, 240 dagen oud,
begraven op 28-12-1822 te
Badbergen.
.217
Helena Maria Vortmann,
geboren op 17-05-1817 te
Talge, gedoopt (Ev.L.) op
22-05-1817
te
Gehrde.
Overleden op 12-01-1823 te
Talge op 5-jarige leeftijd,
begraven op 14-01-1823 te
Badbergen.
Jürgen
Vortmann,
gedoopt
(Ev.L.)
op
12-10-1780
te
Badbergen. Zoon van Johann
Lampe Rudolff Vortmann (zie
Xe op blz. 209) en Maria
Vehslage, Heuermann. Overleden
218
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Heuermann. Overleden op
04-07-1837 te Langen, halferf
Rövekamp
op
23-jarige
leeftijd,
begraven
op
06-07-1837 te Badbergen.
XIk
5.
Catharina Maria Vortmann,
geboren op 29-10-1815 te
Langen, gedoopt (Ev.L.) op
06-11-1815 te Badbergen.
6.
Johann Hermann Heinrich
Vortmann,
geboren
op
17-07-1818
te
Langen,
gedoopt
(Ev.L.)
op
27-07-1818 te Badbergen.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd
op 11-11-1849 te Badbergen,
met Johanna Maria Helena
im Wolde, 20 jaar oud,
geboren op 26-01-1829 te
Quakenbrück. Dochter van
Johann Heinrich im Wolde
en Maria Adelheit Kramer.
1.
XIl
Gehuwd (2) op 53-jarige leeftijd op
22-01-1844 te Midwolda, met Atje
Harms Stek, 42 jaar oud, geboren
op 29-03-1801 te Nieuw Scheemda,
gedoopt (Nederlands Hervormd)
op 05-04-1801 te Scheemda.
Dochter van Harm Cornelis en
Zwaantje Hendricks. Zij is
weduwe van Harm Ludolfs,
weduwe van Derk Jans van der
Wal. Overleden op 18-10-1868 te
Midwolda op 67-jarige leeftijd.
14.1.1810 Col. Johann Schulte s. Busch,
in Grönloh, erklärte dass er beim Brande
seines Hauses am 20.5.1809, 4867 Fr.
und 60 Cent Verlust erlitten habe. Das
bezeuger Gerd Twelbeck in Canton
Gehrde, von Ackerbau lebend und Maria
Vortmann, seine (Schulte sive Busch)
Dienstmagd.
Gehuwd circa 1807 met Jürgen
Eilmann.
Uit dit huwelijk:
168
Rep. 958. Fürst. S. 15. Christ. Diedr. Block.
Johann
Jürgen
Vortmann,
geboren op 15-12-1790 te Grothe
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Johann
Lampe
Rudolff
Vortmann (zie Xe op blz. 209) en
Maria Vehslage, boerenknecht.
Overleden op 11-06-1863 te
Midwolda op 72-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
12-06-1815 te Scheemda, civil met
Egbertje Ludolfs Meijer, 23 jaar
oud,
gedoopt
(Nederlands
Hervormd) op 29-04-1792 te
Westerlee. Dochter van Ludolf
Berends en Zwaantje Lammerts,
dienstmeid.
Overleden
op
28-03-1840 te Wagenborgen op
47-jarige leeftijd.
Maria Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 16-01-1783 te Badbergen.
Dochter van Johann Lampe
Rudolff Vortmann (zie Xe op blz.
209) en Maria Vehslage.
Zeuge
der
Aussage:
Johann
Queckemeyer Col. und Johann Hermann
168
Dettmer.
Johann Gerhard Eilmann,
geboren op 30-01-1807 te
Badbergen, gedoopt (Ev.L.)
op 03-02-1807 te Badbergen.
Vervolg, zie tak Oldambt.
XIm
Hermann Gerdt Vortmann,
gedoopt (Ev.L.) op 22-01-1766 te
Menslage. Zoon van Gerdt
Vortmann (Hülsmann) (zie Xg op
blz. 211) en Venna Maria
Adelheit Bockwinkel.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
30-08-1791 te Menslage, (Luthers)
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
met Helena Adelheit Eickhorst,
22 jaar oud, gedoopt (Ev.L.) op
30-08-1769 te Menslage. Dochter
van Thole Eickhorst en Helena
Adelheit zur Laage. Overleden
op 27-12-1791 te Menslage op
22-jarige leeftijd, begraven op
31-12-1791 te Menslage.
geboren
op
27-03-1805
te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
02-04-1805
te
Menslage
(getuige(n): Johann Vortmann,
Johann Gerdt Nortrup, Lucke
Maria Wenge). Zoon van Johann
Henrich Vortmann (zie XId op
blz. 214) en Maria Adelheit
Nortrup,
Heuerling
en
Dachdecker.
Uit dit huwelijk:
1.
XIIa
Hermann
Henrich
Vortmann, gedoopt (Ev.L.)
op 29-10-1791 te Menslage.
Overleden op 24-12-1791 te
Menslage, 56 dagen oud,
begraven op 27-12-1791 te
Menslage.
XIIb
Catharina Maria Vortmann,
geboren circa 1838.
2.
Hermann
Vortmann,
1842.
Johann
Gerdt
Diedrich
geboren circa
Vortmann,
Gerhardt Ebeling, Heuerling
Maurer, 44 Jahr, Luthers
und
Joh. Herm. Ebeling, Sohn, 11 Jahr,
Luthers
Maria Ebeling, Tochter, 9 Jahr, Luthers
Diederich Ebeling, Sohn, 2 Jahr, Luthers
Gerhardt Fortmann, Heuerling
Dachdecker, 50 Jahr, Luthers
und
Anna Fortmann, Ehefrau, 53
Luthers
Jahr,
Herm. Heinrich Fortmann, Sohn, 11
Jahr, Luthers
Gehuwd met Anna.
Uit dit huwelijk:
In 1852 woont hij met zijn gezin in het
Nebenhaus van Grosse Nesslage in
Menslage.
1.
6/3
Herm. Heinrich Ebeling, Sohn, 14 Jahr,
Luthers
Geeft het overlijden van zijn vader in
Assendelft aan.
Uit dit huwelijk:
1852,
volkstelling
Wehdel
(doppelt-Heuerhaus Oyemann)
Anna Ebeling, Ehefrau, 38 Jahr, Luthers
Johann Hermann Vortmann,
geboren
op
26-10-1806
te
Menslage, gedoopt (Ev.L.) op
31-10-1806
te
Menslage
(getuige(n): Johann Bernd Nacke,
Johann Wilm Behling, Maria
Adelheit Schluwe). Zoon van
Johann Hermann Vortmann (zie
XIb op blz. 213) en Anna Maria
Catharina
Taggenbrock,
timmerman, Heuermann, dagloner.
Overleden na 1852.
Gehuwd voor de kerk circa 1835
met Anna Vortmann.
.219
1.
XIIc
Hermann
Vortmann,
1841.
Heinrich
geboren circa
Anna Margaretha Vortmann,
geboren op 30-10-1806 te Nortrup,
gedoopt (Ev.L.) op 05-11-1806 te
Menslage (getuige(n): Hermann
Ahlert, Anna Adelheit Middendorf,
Anna Adelheit auf dem Felde).
Dochter van Johann Henrich
Vortmann (zie XId op blz. 214) en
Maria Adelheit Nortrup.
220
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
06-05-1837 te Menslage, (Luthers)
met Johann Gerdt Wrocklage, 28
jaar oud, geboren op 15-01-1809 te
Nortrup. Zoon van Johann
Hermann Schwietert Wrocklage,
Heuermann in Bromscheids Heuer,
en Anna Maria Adelheid Meijer,
Heuermann bij Diersing.
(Luthers)
met
Margaretha
Adelheit Thomann, 31 jaar oud,
geboren op 14-12-1802 te Vehs,
gedoopt (Ev.L.) op 20-12-1802 te
Badbergen.
Dochter
van
Hermann Heinrich Thomann en
Catharina
Margaretha
Bredekamp.
Uit dit huwelijk:
1.
Catharina Maria Vortmann,
geboren op 28-10-1834 te
Langen (gezindte: Ev.L.).
Overleden voor 1838.
2.
Catharina Maria Vortmann,
geboren op 20-03-1838 te
Langen (gezindte: Ev.L.).
3.
Johann Hermann Arnold
Vortmann,
geboren
op
18-11-1841 te Langen (zie
XIIIa op blz. 220).
4.
Gerhard
Heinrich
Vortmann,
geboren
op
10-04-1845 te Langen (zie
XIIIb op blz. 221).
1.
2.
3.
XIId
Anna
Maria
Adelheid
Wrocklage,
geboren
op
12-03-1838
te
Nortrup,
gedoopt
(Ev.L.)
op
18-03-1838 te Menslage.
Johann Diedrich Wrocklage,
geboren op 27-04-1843 te
Nortrup 1c, gedoopt (Ev.L.)
op 07-05-1843 te Menslage.
Anna
Margaretha
Wrocklage,
geboren
op
18-10-1845 te Nortrup 1c,
gedoopt
(Ev.L.)
op
26-10-1845 te Menslage.
4.
Catharina
Margaretha
Wrocklage,
geboren
op
04-08-1848 te Nortrup 1c,
gedoopt
(Ev.L.)
op
20-08-1848 te Menslage.
5.
Anna
Margaretha
Wilhelmina
Wrocklage,
geboren op 13-03-1851 te
Nortrup 1c, gedoopt (Ev.L.)
op 23-03-1851 te Menslage.
Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 01-08-1811 te Langen,
gedoopt (Ev.L.) op 04-08-1811 te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie XIj op blz. 217) en
Lucia Maria Lucke Ermeling.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
23-08-1834
te
Badbergen,
Uit dit huwelijk:
XIIIa Johann
Hermann
Arnold
Vortmann,
geboren
op
18-11-1841 te Langen. Zoon van
Johann Gerhard Vortmann (zie
XIId op blz. 220) en Margaretha
Adelheit Thomann, Heuermann.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
03-11-1875
te
Badbergen,
(Luthers) met Agnes Charlotte
Engel Rabeneck, 22 jaar oud,
geboren
op
26-12-1852
te
Stemshorn.
Dochter
van
Friederich Hermann Wilhelm
Rabeneck en Maria Louise
Agnes Ketter.
Uit dit huwelijk:
1.
Maria Vortmann, geboren op
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
03-03-1876 te Stemshorn.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd
op 13-06-1902 te Badbergen,
met
Johann
Hermann
Lüssing.
XIIIb Gerhard Heinrich Vortmann,
geboren op 10-04-1845 te Langen,
gedoopt (Ev.L.) op 24-04-1845 te
Badbergen. Zoon van Johann
Gerhard Vortmann (zie XIId op
blz. 220) en Margaretha Adelheit
Thomann, pachter. Overleden op
13-11-1915 te Wehdel op 70-jarige
leeftijd.
Gehuwd (1) 1871 te Badbergen,
met
Catharine
Marie
Middelkamp,
geboren
op
02-11-1836 te Grönloh (gezindte:
Ev.L.). Dochter van Johann
Hermann
Middelkamp
en
Catharina
Maria
Kramer.
Overleden op 23-06-1875 te Talge
op 38-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 31-jarige leeftijd op
02-10-1876
te
Badbergen,
(Luthers) met Anna Elsabein
Riepe, 31 jaar oud, geboren op
26-12-1844 te Engter. Dochter van
Johann Heinrich Riepe en Anna
Margaretha Benne.
Uit het eerste huwelijk:
1.
2.
Kathrine Marie Margrethe
Vortmann,
geboren
op
25-07-1872 te Talge (zie XIVa
op blz. 221).
Minna Vortmann, geboren te
Talge (zie XIVb op blz. 222).
Uit het tweede huwelijk:
3.
Hermann
Vortmann,
Diedrich
geboren
op
.221
06-01-1879 te Talge (zie XIVc
op blz. 222).
4.
Wilhelm Vortmann, geboren
op 24-06-1883 te Talge (zie
XIVd op blz. 223).
5.
Gretchen Vortmann, geboren
circa 1885 te Talge (zie XIVe
op blz. 224).
6.
Gerhard
Heinrich
Vortmann, geboren circa
1887 te Talge. Overleden circa
1901 te Talge.
XIVa Kathrine
Marie
Margrethe
Vortmann,
geboren
op
25-07-1872 te Talge (gezindte:
Ev.L.). Dochter van Gerhard
Heinrich Vortmann (zie XIIIb op
blz. 221) en Catharine Marie
Middelkamp.
Overleden
op
12-02-1963 te Wehdel op 90-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
17-05-1899
te
Badbergen,
(Luthers) met Hermann Gerhard
Mustermann, 28 jaar oud,
geboren op 04-10-1870 te Wehdel
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Johann Gerhard Mustermann en
Catharina Margaretha Elsabein
Nortrup.
Overleden
op
13-11-1907 te Wulften op 37-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
222
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
De haven van Baltimore (VS) in 1872.
Margaretha Mustermann,
geboren op 26-11-1900 te
Wehdel. Overleden na 1938.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd
op 28-05-1931 te Badbergen,
met Heinrich Boike, 35 jaar
oud, geboren op 24-04-1896 te
Wehdel. Zoon van Johann
Hermann Heinrich Boike
en
Elisabeth
Adelheit
Margaretha
Jellmann.
Overleden na 1938.
Minna emigreerde in 1869 naar de
Verenigde Staten van Amerika. Zij
vertrok met het schip “Industrie” vanuit
Bremen en kwam op 27 september 1869
aan in Baltimore. Zij gaf aan van beroep
“Farmer”
te
zijn,
met
als
eindbestemming USA.
XIVb Minna Vortmann, geboren te
Talge. Dochter van Gerhard
Heinrich Vortmann (zie XIIIb op
blz. 221) en Catharine Marie
Middelkamp. Overleden in de
Verenigde Staten.
XIVc Hermann Diedrich Vortmann,
geboren op 06-01-1879 te Talge.
1.
Bij haar stond ingeschreven,
169
Fortmann, 0,9 jaar oud.
Fritz
Kind:
1.
Fritz Vortmann,
circa 1869.
geboren
Glazier en Filby “Germans to America”
volume 23, page 299
169
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Zoon van Gerhard Heinrich
Vortmann (zie XIIIb op blz. 221)
en Anna Elsabein Riepe, pachter.
Overleden op 07-12-1961 te
Gehrde op 82-jarige leeftijd,
begraven op 11-12-1961 te Gehrde.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
14-06-1904
te
Rieste,
met
Josephine Landwehr, 25 jaar oud,
geboren op 18-09-1878 te Rieste.
Dochter van Johann Rudolf
Wilbrand Landwehr en Anna
Marie zu Amstern. Overleden op
06-07-1938 te Gehrde op 59-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.
2.
3.
Heinrich Vortmann, geboren
06-1904
te
Gehrde.
Gesneuveld circa 1944 te
Rusland. Gehuwd met Marie
Niemeyer.
Wilhelm Vortmann, geboren
in 1906 te Gehrde. Gehuwd
op 25-jarige leeftijd in 1931 te
Gehrde, met Elshe Schulte,
geboren te Gehrde.
Gustav Vortmann, geboren
01-1908
te
Gehrde.
Gesneuveld circa 1944 te
Frankfurt-Oder. Gehuwd met
Liselette Knoop, geboren te
Aurich.
4.
Marie Vortmann, geboren in
1909 te Gehrde. Gehuwd 1938
te Gehrde, met Siegfried
Uthoff, geboren te Steinhagen.
5.
Adolf Vortmann,
1910 te Gehrde.
6.
Hermann Georg Vortmann,
geboren op 20-04-1911 te
Gehrde.
Overleden
op
12-08-1982 te Gehrde op
geboren
.223
71-jarige leeftijd, begraven op
16-08-1982
te
Gehrde.
Gehuwd
met
Christine
Strubbe, geboren in 1906 te
Lingen.
7.
Otto Vortmann, geboren op
13-09-1913
te
Gehrde.
Gesneuveld 1944 te Litauen.
8.
Anna Vortmann, geboren in
1915 te Gehrde. Gehuwd met
Paul Sawinell, geboren te
Wilhelmshaven.
9.
Grete Vortmann, geboren op
05-03-1915
te
Gehrde.
Overleden 1975. Gehuwd met
Heinrich Brand, geboren te
Bremen.
10. Louise Vortmann, geboren
op 23-08-1919 te Gehrde.
Overleden op 01-09-1949 op
30-jarige leeftijd. Gehuwd
1942,
met
Adolf
Schneithorst, geboren te
Vörden.
11. Emma Vortmann, geboren te
Gehrde.
12. Herbert Vortmann, geboren
te Gehrde.
XIVd Wilhelm Vortmann, geboren op
24-06-1883 te Talge. Zoon van
Gerhard Heinrich Vortmann (zie
XIIIb op blz. 221) en Anna
Elsabein Riepe. Overleden op
24-01-1950 te Badbergen op
66-jarige leeftijd, begraven op
28-01-1950 te Badbergen.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op
14-05-1913 te Badbergen, met
Marie Siltmann, 23 jaar oud,
geboren op 06-09-1889 te Wehdel.
Dochter van Johann Heinrich
Siltmann en Marie Borgstede.
224
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Overleden op 22-05-1969 te
Wehdel op 79-jarige leeftijd,
begraven op 27-05-1969 te
Badbergen.
Dochter van Wilhelm Vortmann
(zie XIVd op blz. 223) en Marie
Siltmann.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd in
1949 te Badbergen, met Gerhard
Ottmann, 24 jaar oud, geboren op
03-03-1925 te Wehdel. Zoon van
Gerhard Ottmann en Anna
Borgmann.
Overleden
op
10-07-1980 te Wehdel op 55-jarige
leeftijd, begraven op 14-07-1980 te
Badbergen.
Uit dit huwelijk:
1.
Heinz Vortmann, geboren in
1914 te Wehdel.
2.
Oskar Vortmann, geboren op
02-07-1916
te
Wehdel.
Gesneuveld 1944 te Frankrijk.
3.
Frieda Vortmann, geboren in
1922 te Wehdel (zie XVa op
blz. 224).
4.
Gustav Vortmann, geboren
in 1923 te Wehdel (zie XVb
op blz. 224).
5.
Hermann
Vortmann,
geboren op 06-10-1924 te
Wehdel.
Overleden
op
04-01-1971 te Wehdel op
46-jarige leeftijd, begraven op
08-01-1971 te Badbergen.
6.
Uit dit huwelijk:
1.
XVb
Wilhelm Vortmann, geboren
in 1935 te Wehdel (zie XVc op
blz. 224).
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 26-04-1916 te
Badbergen, met August Dühne.
Zoon van Hermann Heinrich
Dühne, onderwijzer historicus.
Uit dit huwelijk:
XVa
Alfred Dühne, geboren na
1916. Overleden 12-1984 te
Osnabrück.
Frieda Vortmann, geboren in
1922 te Wehdel (gezindte: Ev.L.).
Gustav Vortmann, geboren in
1923 te Wehdel. Zoon van
Wilhelm Vortmann (zie XIVd op
blz. 223) en Marie Siltmann.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1949 te Badbergen, met Anna
Bergfeld, 27 jaar oud, geboren in
1921 te Langen. Dochter van
Wilhelm Bergfeld en Helene
Spöde.
XIVe Gretchen Vortmann, geboren
circa 1885 te Talge. Dochter van
Gerhard Heinrich Vortmann (zie
XIIIb op blz. 221) en Anna
Elsabein Riepe.
1.
Annemarie
Ottmann,
geboren in 1953 te Badbergen
(zie XVIa op blz. 225).
XVc
1.
Hilda Vortmann, geboren in
1949 te Langen (zie XVIb op
blz. 225).
2.
Christel Vortmann, geboren
in 1951 te Langen (zie XVIc
op blz. 225).
3.
Liesel Vortmann, geboren in
1956 te Langen (zie XVId op
blz. 225).
Wilhelm Vortmann, geboren in
1935 te Wehdel. Zoon van
Wilhelm Vortmann (zie XIVd op
blz. 223) en Marie Siltmann.
TAK ‘ARNDT ZUM VORDE SIVE KLEINE VORTMANN
Gehuwd op 32-jarige leeftijd in
1968 te Badbergen, met Margret
Ebeling, 23 jaar oud, geboren in
1944 te Grönloh. Dochter van
Heinrich Ebeling en Elisabeth
von Otte.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1.
Jürgen Vortmann, geboren in
1968 te Bersenbrück.
2.
Uwe Vortmann, geboren in
1969 te Bersenbrück.
3.
Manfred Vortmann, geboren
in 1971 te Bersenbrück.
4.
Reiner Vortmann, geboren in
1973 te Ankum.
5.
Ralf Vortmann, geboren in
1974 te Ankum.
XVIa Annemarie Ottmann, geboren in
1953 te Badbergen. Dochter van
Gerhard Ottmann en Frieda
Vortmann (zie XVa op blz. 224).
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1974 te Badbergen, met Helmut
Jäger, 25 jaar oud, geboren in 1949
te Schandorf. Zoon van Willy
Jäger en Anna Nordemann.
1.
Carsten Spree, geboren in
1968.
2.
Kerstin Spree, geboren in
1969.
3.
Christine Spree, geboren in
1972.
XVIc Christel Vortmann, geboren in
1951 te Langen. Dochter van
Gustav Vortmann (zie XVb op
blz. 224) en Anna Bergfeld.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1969 te Badbergen met Diedrich
Oldenhage, 23 jaar oud, geboren
in 1946 te Gross-Mimmelage.
Zoon van Dietrich Oldenhage en
Erna Pahmeyer.
Uit dit huwelijk:
1.
Silke Oldenhage, geboren in
1970 te Quakenbrück.
2.
Sandra Oldenhage, geboren
in 1971 te Ankum.
3.
Dirk Oldenhage, geboren in
1972 te Ankum.
4.
Henning
Oldenhage,
geboren in 1979 te Ankum.
Uit dit huwelijk:
1.
Thorsten Jäger, geboren in
1974 te Löningen.
2.
Björn Jäger, geboren in 1976
te Quakenbrück.
XVIb Hilda Vortmann, geboren in 1949
te Langen. Dochter van Gustav
Vortmann (zie XVb op blz. 224)
en Anna Bergfeld.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1968, met Gerhard Spree, 20 jaar
oud, geboren in 1948 te
Quakenbrück-Wohld. Zoon van
Georg Spree en Leni Büll.
.225
XVId Liesel Vortmann, geboren in
1956 te Langen. Dochter van
Gustav Vortmann (zie XVb op
blz. 224) en Anna Bergfeld.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1975 te Badbergen, met Heinz
Fürste, 24 jaar oud, geboren in
1950 te Gehrde. Zoon van
Gerhard Fürste en Frieda
Lindemann.
Uit dit huwelijk:
1.
Marina Fürste, geboren in
1976 te Ankum.
226
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
2.
André Fürste, geboren in
1978 te Ankum.
TAK WATERLAND
D
e
familietak
in
Waterland
concentreerd zich aanvankelijk in de
plaatsen Monnickendam en Volendam.
Door twee huwelijken van Harmen
Voortman (1786-1867) met een Katholiek
en respectievelijk een protestantse vrouw,
ontstaan er twee stromingen binnen deze
familietak:
een
Katholieke
kant
(Volendam) en een protestantse kant
(Amsterdam). De familienaam wordt
doorgaans gespeld Voortman.
228
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Het huiszittenhuis aan de oude zijde van de stad (Waterlooplein), ets/gravure uit Jan Wagenaar
‘Amsterdam in zijn opkomst’ deel 2, 1765
TAK WATERLAND
Huiszittenhuizen in
Amsterdam
De Huiszittenhuizen zijn de huizen van
waaruit de bedeling aan ‘huiszittende
armen’ plaatsvond. Dat zijn arme mensen
die niet in een gasthuis of tehuis waren
gehuisvest, maar nog in hun eigen huis
woonden. Deze vorm van armenzorg is
ontstaan uit de armenzorg van de kerk en
kwam in de 17de eeuw onder de hoede van
het stadsbestuur. Er was zowel aan de
Oude als aan de Nieuwe Zijde een
Huiszittenhuis. In 1808 zijn de beide
instellingen samengevoegd onder het
bewind van de Regenten van de
Huiszittende Stadsarmen. Een aanpassing
van de Armenwet in 1870 betekende het
einde van de Huiszittenhuizen en hun
regenten. Bij raadsbesluit van 9 november
1870 werd de bedeling vanuit de
Huiszittenhuizen opgeheven.
De archieven
Van de archieven van de Huiszittenhuizen
uit de periode voor 1808 is veel verloren
gegaan. Bewaard zijn voornamelijk stukken
die
de
boekhouding
en
het
vermogensbeheer betreffen, maar vrijwel
geen stukken met gegevens over de
‘huiszittende armen’ zelf. In het archief uit
de periode 1808 -1870 zijn ook stukken
bewaard die informatie bevatten over de
bedeling en andere vormen van
armenzorg. Uit dit deel van het archief zijn
de
inschrijfboeken
van
bedeelden
(toegangsnr. 349, inv.nrs. 865-870) gescand
en er is een index gemaakt op de namen
van de ingeschrevenen en hun partners.
Wat staat er in de inschrijfboeken van
bedeelden?
De inschrijfboeken van bedeelden zijn de
registers waarin de namen en andere
relevante gegevens werden bijgehouden
229
van de Amsterdammers die door de
regenten ondersteund werden. Alle
afgesloten registers van voor de fusie van
1808 zijn verloren gegaan. Vanaf 1808 is
echter een complete serie bewaard
gebleven. In dat jaar koos men er voor de
registratie voort te zetten in twee reeds
bestaande inschrijfboeken van de regenten
van het Nieuwezijds Huiszittenhuis. Deze
inschrijfboeken waren samengesteld in
1803. Daardoor bevat de oudste serie
gegevens van armen aan de Oude Zijde
vanaf 1808, maar voor de Nieuwe Zijde al
vanaf 1803.
In totaal zijn er 6 inschrijfboeken met
inschrijvingen verdeeld over 3 perioden.
Per periode zijn in het eerste boek de
namen die beginnen met een A tot een K
te vinden en in het tweede boek de namen
L
tot
Z.
Inv.nr.
865: A — K 1803-1823
866: L — Z 1803-1823
867: A — K 1824-1850
868: L — Z 1824-1850
869:A — K 1851-1870
870 L — Z 1851-1870
Hoe ziet een inschrijving eruit?
De bladzijde is ingedeeld in 5 kolommen:
het nummer van de inschrijving. In deze
kolom kan, met name bij “oude
inschrijvingen” een verwijzing staan naar
de vorige bladzijde en het nummer van
inschrijving in het voorgaande boek. Dit
zijn dus de mensen die in 1803 (Nieuw
Zijde) of 1808 (Oude Zijde) als eerste in
het
nieuwe
register
werden
overgeschreven. Bij een deel van deze
groep zie je voor kolom 4 ook het jaar van
eerste bedeling aangegeven.
gegevens over de ingeschrevene en
zijn/haar partner. Het betreft in eerste
230
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
instantie
naam
en
adresgegevens.
Voornamen zijn soms volledig opgenomen
en soms zijn alleen voorletters vermeld.
Daarnaast kunnen er aantekeningen in
staan die de omvang van de bedeling
beïnvloeden. Aangegeven is bijvoorbeeld
of iemand gebrekkig is of niet. Met name
in de delen uit de laatste periode (18511870) staat regelmatig vermeld bij welke
kerk mensen ingeschreven zijn. Als
vervolgens de diaconie van de kerk de
bedeling overnam is de vermelding
onderstreept. In deze kolom kan ook het
stopzetten van de bedeling om andere
redenen vermeld zijn, bv. het overlijden
van de ingeschrevene of het vertrek uit de
stad.
gegevens over eventuele kinderen. Het
betreft naam en geboortejaar. Als de
kinderen overleden zijn is hun naam
doorgestreept.
winterbedeling. Aangetekend is het jaar
waarin bedeling is gegeven. In de eerste
serie boeken is bij het jaar 1808 (toen de
ingeschrevenen van de Oude Zijde werden
opgenomen in de boeken van de Nieuwe
Zijde)
een
aantekening
gemaakt,
vermoedelijk over de omvang van de
bedeling. Er staat bv. 1....3 of 2....1. Wat
het precies betekent is niet bekend. In
boeken uit de latere series kan de kolom
onderverdeeld zijn in meerdere rijtjes.
zomerbedeling. Aangetekend is weer het
jaar waarin bedeling in de zomer is
gegeven.
Voortman, Cornelis Scheffer, Maria
Voortman, Janna Meijer, Fredrik Adolf
Visser, Cornelis Voortman, Gertrudis
Rijk, Neeltje van Voortman, J.J.
Sollard, Dirk Voortman, Lena
Bron: website van het gemeentearchief van
Amsterdam.
TAK WATERLAND
Monnickendam (getuige(n): Antje
Hillebrandts).
Begraven
op
16-03-1784 te Monnickendam.
Genealogische
samenvatting
I
4. Leentje Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 19-05-1782 te
Monnickendam (zie IIb op blz.
232).
Jürgen Voortman (Hülsmann),
geboren
te
Gross-Mimmelage,
keuterhoeve ‘kleine Vortmann’,
gedoopt (Ev.L.) op 07-02-1743 te
Badbergen. Zoon van Johann
Heinrich Hülsmann en Helena
Vortmann, tuinman (particulier)
rietsnijder. Overleden op 08-12-1812
om 08:00 uur te Monnickendam op
69-jarige leeftijd.
5. Herman Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 05-03-1786 te
Monnickendam (zie IIc op blz.
233).
6. Heinrich Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 05-03-1786 te
Monnickendam (zie IId op blz.
234).
Zie de biografische beschrijving van
Jurgen Voortman (1743-1812).
Ondertrouwd op 28-01-1775 te
Monnickendam, gehuwd voor de
kerk op 32-jarige leeftijd op
12-02-1775
te
Monnickendam
(Gereformeerd)
met
Janna
Buisman, 22 jaar oud, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
22-11-1752 te Zwolle. Dochter van
Lubbert Buis, daghuurder, en
Margrietje Vroombeurs, werkster,
huisvrouw.
Overleden
op
30-05-1825 om 02:00 uur te
Monnickendam op 72-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Helena Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 17-03-1776 te
Monnickendam
(getuige(n):
Grietje
Wijngaarts
Groot).
Begraven op 24-04-1776 te
Monnickendam.
231
7. Jan Jurgen Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 22-02-1789 te
Monnickendam (zie IIe op blz.
235).
8. Catrijntje Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 22-07-1792 te
Monnickendam. Begraven op
28-09-1792 te Monnickendam.
IIa
Grietje Voortman, gedoopt (Ev.L.)
op 19-03-1777 te Monnickendam
(getuige(n):
Grietje
Wijngaarts
Groot). Dochter van Jürgen
Voortman (Hülsmann) (zie I) en
Janna Buisman. Overleden op
28-02-1838 om 03:00 uur te
Monnickendam op 60-jarige leeftijd.
2. Grietje Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 19-03-1777 te
Monnickendam (zie IIa op blz.
231).
Gehuwd (1) op 20-jarige leeftijd op
07-05-1797 te Monnickendam, met
Willem Sijmonsz. Mey, 28 jaar
oud, gedoopt (Gereformeerd) op
19-06-1768 te Monnickendam. Zoon
van Sijmon Jansz. Mey en Jannetje
Willems Top, los werkman op de
lijnbaan. Begraven op 12-09-1810 te
Edam.
3. Hendrik Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 28-11-1779 te
Willem Sijmonsz. Mey werd in 1809
schuldig bevonden aan het stelen van
divers touwwerk uit de lijnbaan. Door het
232
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
touw te verkopen kon hij eten voor zijn
gezin kopen. Hij werd voor twee jaar
gebannen uit het gewest, maar overleed in
1810 in Edam waar de klerk noteerde
“Een vreemdeling (zoo men zegt) Willem
Mei”.
Gehuwd (2) op 46-jarige leeftijd op
18-01-1824 te Monnickendam, met
Pieter Musch, 52 jaar oud, gedoopt
(Gereformeerd) op 18-07-1771 te
Monnickendam. Zoon van Claas
Musch en Lijsbeth Musch,
boekbindersknecht / boekdrukkersknecht. Hij hertrouwt met Stijntje
Bakker. Overleden op 21-12-1836
te Monnickendam op 65-jarige
leeftijd.
De rechterhand van Pieter Musch was
onbruikbaar.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jacob Willemsz. Mey, gedoopt
(Gereformeerd) op 12-07-1798 te
Monnickendam.
2. Sijmon Willemsz. Mey, gedoopt
(Gereformeerd) op 10-04-1800 te
Monnickendam (zie IIIa op blz.
236).
3. Johanna
Mey,
gedoopt
(Gereformeerd) op 09-09-1803 te
Monnickendam.
4. Jannetje Willems Mey, gedoopt
(Gereformeerd) op 08-05-1807 te
Monnickendam.
5. Jan Willemsz. Mey, gedoopt
(Gereformeerd) op 05-11-1809 te
Monnickendam.
Na het eerste huwelijk:
6. Jaapje Voortman, geboren op
05-01-1816 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 30-01-1816 te
Monnickendam. Overleden op
01-10-1818 te Monnickendam op
2-jarige leeftijd.
IIb
Leentje Voortman, gedoopt (Ev.L.)
op 19-05-1782 te Monnickendam.
Dochter van Jürgen Voortman
(Hülsmann) (zie I) en Janna
Buisman,
boerin
landvrouw
rentenierster.
Overleden
op
31-08-1854 te Nieuwendam op
72-jarige leeftijd.
Zie biografische beschrijving van Leentje
Voortman (1782-1854).
Ondertrouwd (1) op 29-04-1803 te
Broek in Waterland, gehuwd voor de
kerk op 20-jarige leeftijd op
15-05-1803 te Broek in Waterland
(Geref.) met Gerrit Wulk, 28 jaar
oud, gedoopt (Ev.L.) op 25-11-1774
te Nieuwendam. Zoon van Jacob
Wulk en Fridericia Anna Sophia
(Sijtje) Jans, koopman, huisman.
Overleden op 20-01-1813 te
Zunderdorp op 38-jarige leeftijd,
begraven
op
23-01-1813
te
Zunderdorp.
Gehuwd (2) op 31-jarige leeftijd op
21-01-1814 te Nieuwendam, met
Dirk Dirksz. Lakeman, 35 jaar
oud, gedoopt (Ev.L.) op 17-11-1778
te Osterbünge. Zoon van Dirk
Lakeman en Grietje Harders,
landman. Hij is weduwnaar van
Antje Greuninger. Overleden op
07-10-1829 te Monnickendam op
50-jarige leeftijd.
Gehuwd (3) op 48-jarige leeftijd op
22-08-1830 te Monnickendam, met
Klaas Peen, 54 jaar oud, geboren op
11-06-1776 te Zunderdorp, gedoopt
(Ev.L.)
op
16-06-1776
te
Zunderdorp. Zoon van Jan Peen,
landman,
en
Elizabeth
Dorreboom, landman rentenier. Hij
is weduwnaar van Heepeltje Jans
Dik. Overleden op 17-01-1832 te
Monnickendam op 55-jarige leeftijd.
TAK WATERLAND
Gehuwd (4) op 56-jarige leeftijd op
31-03-1839 te Monnickendam, met
Cornelis Tieman, 54 jaar oud,
geboren
op
04-06-1784
te
Monnickendam, gedoopt (Ev.L.) op
06-06-1784 te Monnickendam. Zoon
van Daniël Tieman, wagenmaker,
en
Dieuwertje
Broers,
broodbakker. Hij is weduwnaar van
Neeltje
de
Jongh
Visser.
Overleden op 10-02-1847 te
Monnickendam op 62-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Sophia Wulk, geboren op
24-04-1804
te
Broek
in
Waterland, gedoopt (Ev.L.) op
29-04-1804 te Monnickendam.
Overleden op 28-11-1811 om
22.30 uur te Zunderdorp op
7-jarige leeftijd.
2. Janna Wulk, geboren op
15-04-1805 te Broek in Waterland
(zie IIIb op blz. 236).
3. Trijntje Wulk, geboren op
02-10-1807
te
Sloten
(Amsterdam) (zie IIIc op blz.
237).
Uit het tweede huwelijk:
4. Grietje Lakeman, geboren op
13-03-1816 te Belmermeerpolder
(zie IIId op blz. 237).
5. Sijtje Lakeman, geboren op
21-12-1822 te Belmermeerpolder
(zie IIIe op blz. 238).
6. Neeltje Lakeman, geboren op
11-10-1825 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 23-10-1825 te
Monnickendam. Overleden op
28-10-1825 te Monnickendam, 17
dagen oud.
IIc
Herman
(Ev.L.)
Voortman,
gedoopt
op
05-03-1786
te
233
Monnickendam. Zoon van Jürgen
Voortman (Hülsmann) (zie I) en
Janna
Buisman,
tuinman
gemeentelijk haringtelder. Overleden
op 19-02-1867 om 02:00 uur te
Monnickendam op 80-jarige leeftijd,
begraven
op
23-02-1867
te
Monnickendam.
Zie de biografische beschrijving van
Herman Voortman (1786-1867).
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
29-04-1810 te Monnickendam met
Trijntje Visser, 22 jaar oud,
gedoopt (Rooms Katholiek) op
07-11-1787
te
Monnickendam
(getuige(n):
Klaasje
Doekens).
Dochter van Jan Claasz. Visser en
Neeltje
Davids
Bolleman.
Overleden op 14-09-1830 om 23:30
uur te Monnickendam op 42-jarige
leeftijd.
Gehuwd (2) op 44-jarige leeftijd op
20-02-1831
te
Monnickendam
(getuige(n): Hendrik Voortman, 44
jaar, landman; Klaas Peen, 54 jaar,
zonder beroep; Pieter Musch, 59
jaar, werkman; Hendrik Groot, 43
jaar, zeilenmaker.) met Trijntje
Berkhout, 24 jaar oud, geboren op
26-03-1806 te Edam, gedoopt
(Gereformeerd) op 30-03-1806 te
Edam. Dochter van Rem Berkhout,
timmerman, en Jannetje Mostert,
huisvrouw.
Overleden
op
12-01-1868 om 18:00 uur te
Monnickendam op 61-jarige leeftijd,
begraven
op
15-01-1868
te
Monnickendam.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Voortman, gedoopt (Rooms
Katholiek) op 11-05-1811 te
Monnickendam (zie IIIf op blz.
238).
234
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
2. Juriaan Voortman, geboren op
16-05-1813 te Monnickendam
(zie IIIg op blz. 239).
3. Klaas Voortman, geboren op
23-06-1815 te Monnickendam
(zie IIIh op blz. 239).
13.Jannetje Voortman, geboren op
01-01-1839 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 20-01-1839 te
Monnickendam. Overleden op
25-07-1839 te Monnickendam,
205 dagen oud.
4. Hendrik Voortman, geboren op
02-08-1818 te Monnickendam
(zie IIIi op blz. 239).
14.Jan Voortman, geboren op
19-12-1840 te Monnickendam
(zie IIIm op blz. 242).
5. Barend Voortman, geboren op
15-07-1820 te Monnickendam.
Overleden op 11-02-1821 te
Monnickendam, 211 dagen oud.
15.Klaas Voortman, geboren op
01-10-1843 te Monnickendam
(zie IIIn op blz. 243).
16.Jannetje Voortman, geboren op
29-07-1846 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 23-08-1846 te
Monnickendam. Overleden op
22-06-1847 te Monnickendam,
328 dagen oud.
6. Janna Voortman, geboren op
15-01-1822 te Monnickendam.
Overleden op 22-01-1822 te
Monnickendam, 7 dagen oud.
7. Barend Voortman, geboren op
19-04-1824 te Monnickendam
(zie IIIj op blz. 240).
8. David Voortman, geboren op
10-02-1827 te Monnickendam.
Overleden op 22-02-1829 te
Monnickendam
op
2-jarige
leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
9. Dirk Voortman, geboren op
14-11-1831 te Monnickendam
(zie IIIk op blz. 241).
10.Rem Voortman, geboren op
03-05-1834 te Monnickendam
(zie IIIl op blz. 241).
11.Janna Voortman, geboren op
22-06-1836 te Monnickendam.
Overleden op 03-07-1836 te
Monnickendam, 11 dagen oud.
12.Jan Voortman, geboren op
05-08-1837 te Monnickendam.
Overleden op 21-01-1838 te
Monnickendam, 169 dagen oud.
17.Leentje Voortman, geboren op
16-05-1849 te Monnickendam
(zie IIIo op blz. 245).
IId
Heinrich Voortman, gedoopt
(Ev.L.)
op
05-03-1786
te
Monnickendam. Zoon van Jürgen
Voortman (Hülsmann) (zie I) en
Janna
Buisman,
melkventer
huisman landman. Overleden op
12-02-1855 te Aalsmeer op 68-jarige
leeftijd.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
29-04-1810 te Monnickendam, met
Grietje Lakeman, 29 jaar oud,
geboren
op
08-02-1781
te
Osterbünge
(gezindte:
Ev.L.).
Dochter van Dirk Lakeman en
Grietje Harders. Zij is weduwe van
Harmen Esselman. Overleden op
14-07-1840 te Zunderdorp op
59-jarige leeftijd, begraven op
17-07-1840 te Zunderdorp.
Gehuwd (2) op 54-jarige leeftijd op
13-09-1840 te Nieuwendam, met
Grietje Metselaar, 48 jaar oud,
TAK WATERLAND
geboren op 22-02-1792 te Wormer,
gedoopt
(Gereformeerd)
op
26-02-1792 te Wormer. Dochter van
Paulus Klaasz. Metselaar en
Jannetje Jans Al. Zij hertrouwt met
Willem Visser. Overleden op
28-10-1870 te Monnickendam op
78-jarige leeftijd, begraven op
30-10-1870 te Monnickendam.
Monnickendam. Overleden op
05-12-1820 te Zunderdorp, 351
dagen
oud,
begraven
op
07-12-1820
te
Zunderdorp
(Ned.Herv. kerk, Middenvoetsteen).
5. Anna Voortman, geboren op
31-12-1821
te
Zunderdorp,
gedoopt (Ev.L.) op 27-01-1822 te
Monnickendam. Overleden op
03-04-1824 te Zunderdorp op
2-jarige leeftijd, begraven op
07-04-1824 te Zunderdorp.
Uit het eerste huwelijk:
1. Harmen Voortman, geboren op
01-11-1811 te Overleek, gedoopt
(Ev.L.) op 03-11-1811 te
Monnickendam. Overleden op
01-11-1823 te Zunderdorp op
12-jarige leeftijd, begraven op
03-11-1823 te Zunderdorp.
2. Hendrik Voortman, geboren op
01-10-1814 te Ilpendam, gedoopt
(Ev.L.) op 02-10-1814 te
Monnickendam. Overleden op
22-09-1834 te Zunderdorp op
19-jarige leeftijd, begraven op
25-09-1834 te Zunderdorp.
In 1824 kreeg Hendrik Voortman 9e
prijs (eere kroon) als goedkeuring van
zijn schoolperiode oktober 1823 tot
augustus 1824 van de 2e klas, 2e
afdeling van de school in Zunderdorp.
3. Grietje Voortman, geboren op
02-08-1817
te
Zunderdorp,
gedoopt (Ev.L.) op 10-08-1817 te
Monnickendam. Overleden op
16-04-1839 te Zunderdorp op
21-jarige leeftijd, begraven op
19-04-1839 te Zunderdorp.
In 1824 kreeg Grietje Voortman een
prent als goedkeuring voor haar
schoolperiode van oktober 1823 tot
augustus 1824 van de 1e klas, 3e
afdeling van de school in Zunderdorp.
4. Naatje Voortman, geboren op
20-12-1819
te
Zunderdorp,
gedoopt (Ev.L.) op 16-01-1820 te
235
6. Juriaan Voortman, geboren op
04-09-1823
te
Zunderdorp,
gedoopt (Ev.L.) op 14-09-1823 te
Monnickendam. Overleden op
28-03-1825 te Zunderdorp op
1-jarige leeftijd.
IIe
Jan Jurgen Voortman, gedoopt
(Ev.L.)
op
22-02-1789
te
Monnickendam. Zoon van Jürgen
Voortman (Hülsmann) (zie I) en
Janna
Buisman,
mestboer
modderman sjouwer. Overleden op
13-04-1827 te Amsterdam op
38-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
03-11-1811 te Sloterdijk,
met
Neeltje van Rijk, 22 jaar oud,
gedoopt
(Gereformeerd)
op
11-10-1789 te Amsterdam. Dochter
van Cornelis van Rijk en Hermina
Mol. Overleden op 27-03-1838 te
Amsterdam op 48-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Janna Voortman, geboren op
27-12-1811 te Sloterdijk (zie IIIp
op blz. 246).
2. Hermina Voortman, geboren op
05-08-1813
te
Amsterdam.
Overleden op 10-11-1814 te
Amsterdam op 1-jarige leeftijd.
236
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
3. Hermina Voortman, geboren op
03-01-1816
te
Amsterdam.
Overleden op 27-09-1817 te
Amsterdam op 1-jarige leeftijd.
4. Cornelis Voortman, geboren op
07-09-1818 te Amsterdam (zie
IIIq op blz. 246).
5. Lena Voortman, geboren op
21-01-1820 te Amsterdam (zie
IIIr op blz. 248).
6. Hermina Voortman, geboren op
28-07-1822
te
Amsterdam.Overleden
op
30-03-1910 te Amsterdam op
87-jarige leeftijd. Gehuwd met
Johannes Willem Stradmeyer.
Zoon van Hendrik Stradmeyer
en
Hendrikje
Tierkens,
kleermaker.
7. Jan Jürgen Voortman, geboren
op 23-03-1825 te Amsterdam.
Overleden op 08-03-1828 te
Amsterdam op 2-jarige leeftijd.
IIIa Sijmon Willemsz. Mey, gedoopt
(Gereformeerd) op 10-04-1800 te
Monnickendam. Zoon van Willem
Sijmonsz.
Mey
en
Grietje
Voortman (zie IIa op blz. 231).
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
05-10-1823 te Broek in Waterland,
met Trijntje Dielofs Ossebaart,
geboren circa 1800 te Berkhout.
Dochter van Sijvert Dielofs
Ossebaart en Aagje Maartens
Groot.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Mey.
Gehuwd met Jansje Rouw,
geboren op 28-04-1826 te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Karel Rouw en Neeltje
Klerk. Zij is eerder getrouwd
geweest met Rem Voortman.
Overleden op 12-11-1865 te
Monnickendam op 39-jarige
leeftijd.
2. Sijmon Sijmonsz. Mey (zie IVa
op blz. 248).
3. Jan Mey.
IIIb Janna
Wulk,
geboren
op
15-04-1805 te Broek in Waterland,
gedoopt (Ev.L.) op 17-04-1805 te
Broek in Waterland. Dochter van
Gerrit Wulk en Leentje Voortman
(zie IIb op blz. 232). Overleden op
28-06-1847 te Zunderdorp op
42-jarige leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op
25-04-1824 te Monnickendam, met
Hendrik Molenbroek, 22 jaar oud,
geboren op 19-01-1802 te Overleek,
gedoopt
(Gereformeerd)
op
31-01-1802 te Monnickendam. Zoon
van Johann Gerhard Ludewig
(Jan) Molenbroek en Claasje
Morees. Overleden op 23-12-1869
te Nieuwendam op 67-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Klaasje Molenbroek, geboren
op 22-06-1825 te Overleek.
Gehuwd met Adriaan Mus.
Arbeider.
2. Dirk Molenbroek, geboren op
17-06-1826
te
Overleek.
Werkman. Gehuwd met Klaasje
Pronk.
3. Jan Molenbroek, geboren op
25-09-1827
te
Overleek.
Overleden voor 1854.
4. Gerrit Molenbroek, geboren op
19-07-1830
te
Overleek.
Overleden op 27-09-1832 te
Overleek op 2-jarige leeftijd,
TAK WATERLAND
begraven op 28-09-1832
Monnickendam.
te
5. Maarten Molenbroek, geboren
op 02-12-1831 te Overleek.
Boerenknecht.
6. Leentje Molenbroek, geboren
op 08-11-1833 te Overleek.
Dienstbode.
Overleden
op
09-01-1927 te Benningbroek op
93-jarige leeftijd. Gehuwd op
22-jarige leeftijd op 12-05-1856 te
Beemster met Hendrik Zwart,
24 jaar oud, geboren op
04-05-1832
te
Beemster.
Overleden op 28-03-1898 te
Beemster op 65-jarige leeftijd.
7. Gerrit Molenbroek, geboren op
30-04-1839 te Belmermeerpolder.
Landman.
IIIc Trijntje
Wulk,
geboren
op
02-10-1807 te Sloten (Amsterdam),
gedoopt (Ev.L.) op 10-10-1807 te
Sloten (Amsterdam). Dochter van
Gerrit Wulk en Leentje Voortman
(zie IIb op blz. 232). Overleden op
22-02-1829 te Belmermeerpolder op
21-jarige leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op
29-04-1827 te Broek in Waterland,
met Dirk Esselman, 22 jaar oud,
geboren op 16-10-1804 te Holysloot,
gedoopt (Ev.L.) op 21-10-1804 te
Ransdorp. Zoon van Harmen
Esselman, landman, en Grietje
Lakeman. Hij hertrouwt met
Elisabeth Klink. Overleden op
13-07-1833 te Belmermeerpolder op
28-jarige leeftijd, begraven op
17-07-1833 te Broek in Waterland.
Uit dit huwelijk:
1. Leentje Esselman, geboren op
26-01-1829 te Belmermeerpolder.
Overleden op 09-12-1835 te
237
Belmermeerpolder
leeftijd.
op
6-jarige
2. N.N.
Doosgeboren
op
27-01-1829 te Belmermeerpolder.
IIId Grietje Lakeman, geboren op
13-03-1816 te Belmermeerpolder,
gedoopt (Ev.L.) op 21-03-1816 te
Belmermeerpolder. Dochter van
Dirk Dirksz. Lakeman en Leentje
Voortman (zie IIb op blz. 232).
Overleden op 18-09-1847 te De Rijp
op 31-jarige leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
07-07-1839 te Ilpendam, met Jacob
van der Lijn, 27 jaar oud, geboren
op 26-03-1812 te De Rijp (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Pieter van der Lijn, timmerman, en
Trijntje Compaan, molenmaker
meester-timmerman. Hij hertrouwt
met Johanna de Boer. Overleden
op 30-11-1881 te De Rijp op
69-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje van der Lijn, geboren
op 23-06-1840 te De Rijp
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
2. Leentje van der Lijn, geboren
op 21-06-1841 te De Rijp,
gedoopt (Ev.L.) op 18-07-1841 te
De Rijp. Gehuwd op 27-jarige
leeftijd op 23-08-1868 te De Rijp,
met Gijsbert Fraaij, geboren
circa 1844 te Haarlem. Zoon van
Klaas Fraaij en Jannetje
Espeet, kuiper.
3. Pieter van der Lijn, geboren op
07-07-1842 te De Rijp (zie IVb
op blz. 248).
4. Sijtje van der Lijn, geboren op
08-06-1844 te De Rijp, gedoopt
238
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
(Ev.L.) op 30-06-1844 te De Rijp.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
26-03-1871 te De Rijp, met
Hermanus van der Roest,
geboren circa 1846 te De Rijp.
Zoon van Jan van der Roest en
Maartje de Goede, timmerman.
5. N.N.
Doodgeboren
op
02-03-1846 te De Rijp. Overleden
op 02-03-1846 te De Rijp,
begraven op 04-03-1846 te De
Rijp.
6. Eefje van der Lijn, geboren op
11-05-1847 te De Rijp (gezindte:
Nederlands Hervormd). Gehuwd
op
28-jarige
leeftijd
op
26-03-1876 te De Rijp, met
Alewijn Ott, geboren circa 1849
te Barsingerhorn. Zoon van Jan
Ott,
molenaar,
en
Alida
Rotgans, hoofdonderwijzer.
IIIe Sijtje Lakeman, geboren op
21-12-1822 te Belmermeerpolder,
gedoopt (Ev.L.) op 07-01-1823 te
Belmermeerpolder. Dochter van
Dirk Dirksz. Lakeman en Leentje
Voortman (zie IIb op blz. 232).
Overleden op 01-03-1885 te
Nieuwendam op 62-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
28-07-1844 te Monnickendam, met
Joost Cornelis Hoen, 24 jaar oud,
geboren
op
08-03-1820
te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Cornelis Hoen, jaagschuitschipper,
en Jannetje Cornelis Groot,
meester-brood-bakker.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Hoen, geboren op
01-10-1845 te Nieuwendam,
gedoopt (Nederlands Hervormd)
op 02-11-1845 te Nieuwendam.
Overleden op 18-06-1846 te
Nieuwendam, 260 dagen oud.
2. Cornelis Hoen, geboren op
18-05-1850 te Nieuwendam (zie
IVc op blz. 248).
3. Dirk
Hoen,
geboren
op
28-03-1856 te Nieuwendam (zie
IVd op blz. 249).
IIIf Jan Voortman, gedoopt (Rooms
Katholiek) op 11-05-1811 te
Monnickendam. Zoon van Herman
Voortman (zie IIc op blz. 233) en
Trijntje
Visser,
scheepstimmermansknecht.
Overleden op 02-07-1834 te Hoorn
(N.H.) op 23-jarige leeftijd.
Zie de biografische beschrijving van Jan
Voortman (1811-1834).
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op
08-11-1829 te Hoorn (N.H.), met
Trijntje Bakker, 24 jaar oud,
gedoopt (Rooms Katholiek) op
08-09-1805 te Zwaag. Dochter van
Jan Jansz. Bakker, boerenbedrijf,
en Aaltje Simons Straat. Zij
hertrouwt met Cornelis Pietersz.
Naber Stoffels. Overleden op
29-09-1879 te Hoorn (N.H.) op
74-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Voortman, geboren op
09-05-1833 te Hoorn (N.H.),
gedoopt (Rooms Katholiek) op
12-05-1833 te Hoorn (N.H.)
(getuige:
Grietje
Bakker).
Overleden op 22-03-1834 te
Hoorn (N.H.), 317 dagen oud.
2. Alida Voortman, geboren op
21-06-1834 te Hoorn (N.H.),
gedoopt (Rooms Katholiek) op
22-06-1834 te Hoorn (N.H.)
(getuige: Alida Straat pro Grietje
Bakker).
Overleden
op
TAK WATERLAND
12-07-1834 te Hoorn (N.H.), 21
dagen oud.
IIIg Juriaan Voortman, geboren op
16-05-1813
te
Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 16-05-1813 te
Monnickendam. Zoon van Herman
Voortman (zie IIc op blz. 233) en
Trijntje
Visser,
tuinman
gemeentelijk haringtelder. Overleden
op 19-06-1859 te Monnickendam op
46-jarige leeftijd.
Monnickendam
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Voortman, geboren op
06-08-1842 te Monnickendam.
Overleden op 18-08-1842 te
Monnickendam, 12 dagen oud.
2. Trijntje Voortman, geboren op
29-12-1843 te Monnickendam
(zie IVe op blz. 249).
3. Jannetje Voortman, geboren op
01-01-1851 te Monnickendam.
Overleden op 24-03-1852 te
170
Oud Monnickendam, Jaarverslag 1992, pag. 106.
op
1-jarige
IIIh Klaas Voortman, geboren op
23-06-1815
te
Monnickendam
(gezindte: Rooms Katholiek). Zoon
van Herman Voortman (zie IIc op
blz. 233) en Trijntje Visser,
schilder. Overleden op 08-10-1843 te
Monnickendam op 28-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
21-02-1841 te Monnickendam, met
Catharina Plaggenburg, 35 jaar
oud, geboren op 18-06-1805 te
Zuiderwoude (gezindte: Rooms
Katholiek). Dochter van Jan
Plaggenburg en Anna Kabel. Zij
hertrouwt met Arend Brandjes.
Overleden op 11-04-1874 te
Monnickendam op 68-jarige leeftijd,
begraven
op
13-04-1874
te
Monnickendam.
De
gemeentelijke
haringafslag
in
Monnickendam had volgens een schrijven
van 04-01-1912 geen reglement. Aan
verkopers wordt als kostendekking 4 %
van de opbrengst in rekening gebracht. De
vishandelaren moeten per tal (200 stuks
haringen) 2,5 cent aan de haringtelders
betalen, die op hun beurt weer 10 % van
het ontvangen bedrag moeten afdragen
aan de gemeente.170
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
05-09-1841 te Monnickendam, met
Antje Mels, 24 jaar oud, geboren op
10-11-1816 te Hoorn (N.H.)
(gezindte:
Gereformeerd).
Zij
hertrouwt met Ernst Groen.
Overleden op 21-04-1898 te
Monnickendam op 81-jarige leeftijd,
begraven
op
23-04-1898
te
Monnickendam.
239
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Voortman, geboren op
29-07-1841 te Monnickendam
(zie IVf op blz. 249).
IIIi
Hendrik Voortman, geboren op
02-08-1818
te
Monnickendam
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Herman Voortman (zie IIc op blz.
233)
en
Trijntje
Visser,
zeilenmaker.
Overleden
op
17-01-1900 te Volendam op
81-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 21-jarige leeftijd op
09-02-1840 te Monnickendam, met
Cornelia Middelbeek, 23 jaar oud,
geboren op 30-07-1816 te Edam
(gezindte:
Rooms
Katholiek).
Dochter van Jacob Middelbeek en
Lijsbeth
van
Zalingen,
dienstmaagd.
Overleden
op
240
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
11-07-1857 te
40-jarige leeftijd.
Volendam
op
19-11-1857 te Volendam, 237
dagen oud.
Gehuwd (2) op 39-jarige leeftijd op
25-10-1857 te Monnickendam, met
Trijntje Prins, 27 jaar oud, geboren
op 20-12-1829 te Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Dirk Prins en
Elisabeth Kroon. Zij hertrouwt met
Pieter Kennedy. Overleden op
18-08-1916 te Monnickendam op
86-jarige leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
Uit het eerste huwelijk:
10.Trijntje Voortman, geboren op
06-02-1862 te Volendam (zie IVk
op blz. 253).
8. Juriaan Voortman, geboren op
21-07-1859 te Monnickendam.
Overleden op 10-08-1859 te
Monnickendam, 20 dagen oud.
9. Trijntje Voortman, geboren op
15-07-1860 te Monnickendam.
Overleden op 04-08-1860 te
Monnickendam, 20 dagen oud.
1. Harmen Voortman, geboren op
15-05-1840 te Monnickendam
(zie IVg op blz. 251).
11.Willem Voortman, geboren op
22-04-1863 te Volendam (zie IVl
op blz. 253).
2. Hendrik Voortman, geboren op
03-06-1841 te Monnickendam
(zie IVh op blz. 251).
12.Dirkje Voortman, geboren op
15-09-1866
te
Volendam,
gedoopt op 25-10-1866 te
Volendam.
Overleden
op
26-03-1867 te Volendam, 192
dagen oud.
3. Klaas Voortman, geboren op
24-12-1843 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 14-01-1844 te
Monnickendam.
Zeilenmaker.
Overleden op 08-10-1894 te
Volendam op 50-jarige leeftijd.
13.Cornelia Voortman, gedoopt
(Ev.L.) op 25-10-1866 te
Volendam (zie IVm op blz. 253).
4. Jacob Voortman, geboren op
26-11-1846
te
Volendam,
gedoopt (Ev.L.) op 11-12-1846 te
Volendam.
Overleden
op
16-08-1857 te Volendam op
10-jarige leeftijd.
14.Simon Voortman, geboren op
17-02-1868 te Volendam (zie IVn
op blz. 254).
15.Barend Voortman, geboren op
12-06-1869
te
Volendam.
Overleden op 12-06-1869 te
Volendam.
5. Elisabeth Voortman, geboren
op 12-11-1849 te Volendam (zie
IVi op blz. 252).
6. Jan Voortman, geboren op
04-03-1853 te Volendam (zie IVj
op blz. 252).
7. Trijntje Voortman, geboren op
27-03-1857
te
Volendam,
gedoopt (Ev.L.) op 28-04-1857 te
Volendam.
Overleden
op
IIIj
Barend Voortman, geboren op
19-04-1824
te
Monnickendam
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Herman Voortman (zie IIc op blz.
233)
en
Trijntje
Visser,
inlandskramer,
orgeldraaier,
kleermaker.
Overleden
op
30-10-1906 om 10:00 uur te Broek in
Waterland op 82-jarige leeftijd.
TAK WATERLAND
Brommersma en Neeltje de Boer.
Overleden op 14-01-1891 te
Monnickendam op 67-jarige leeftijd,
begraven
op
17-01-1891
te
Monnickendam.
Zie de biografische beschrijving van
Barend Voortman (1824-1906).
Gehuwd (1) op 34-jarige leeftijd op
02-05-1858 te Broek in Waterland,
met Antje Smit, 39 jaar oud,
geboren op 23-07-1818 te Broek in
Waterland, gedoopt (Nederlands
Hervormd) op 26-07-1818 te Broek
in Waterland. Dochter van Sijmon
Smit en Antje Middelbeek.
Overleden op 02-06-1868 te Broek
in Waterland op 49-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Voortman, geboren op
30-05-1852 te Monnickendam
(zie IVo op blz. 255).
2. Neeltje Voortman, geboren op
05-06-1854 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 25-06-1854 te
Monnickendam. Gehuwd op
21-jarige leeftijd op 01-08-1875 te
Monnickendam,
met Sijmen
Morees, 25 jaar oud, geboren op
21-01-1850 te Monnickendam,
buitenechtelijk geboren (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon
van Neeltje Simons Morees,
werkman.
Gehuwd (2) op 44-jarige leeftijd op
29-01-1869 te Broek in Waterland,
met Jansje Hermina Luppers, 29
jaar oud, geboren op 04-05-1839 te
Amsterdam. Dochter van Johannes
Julius Luppers en Maria Buisset.
Overleden op 24-03-1884 te Broek
in Waterland op 44-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje Voortman, geboren op
02-09-1860
te
Broek
in
Waterland, gedoopt (Nederlands
Hervormd)
op
28-10-1860.
Overleden op 21-12-1864 te
Broek in Waterland op 4-jarige
leeftijd.
IIIk Dirk Voortman, geboren op
14-11-1831
te
Monnickendam
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Herman Voortman (zie IIc op blz.
233) en Trijntje Berkhout,
metselaar, taxateur. Overleden op
15-07-1891 te Monnickendam op
59-jarige leeftijd, begraven op
18-07-1891 te Monnickendam.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
28-03-1852 te Monnickendam, met
Neeltje Brommersma, 28 jaar oud,
geboren
op
07-01-1824
te
Purmerend (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Frederik
241
IIIl
Rem Voortman, geboren op
03-05-1834
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Herman Voortman (zie
IIc op blz. 233) en Trijntje
Berkhout,
metselaarsknecht,
koopman, vishandelaar, visroker.
Overleden op 26-04-1900 om 21.45
uur te Monnickendam op 65-jarige
leeftijd, begraven op 30-04-1900 te
Monnickendam.
Volgens de gemeentesecretarie van Urk
heeft Rem Voortman van 19 november
1867 tot 11 maart 1868 op Urk gewoond.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
22-02-1857 te Monnickendam, met
Jansje Rouw, 30 jaar oud, geboren
op 28-04-1826 te Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Karel Rouw en
Neeltje Klerk. Zij hertrouwt met
Willem Mey. Overleden op
242
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
12-11-1865 te Monnickendam op
39-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Harmen Voortman, geboren op
10-08-1857 te Monnickendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd). Zeeman. Overleden
op 20-09-1893 te op de Noordzee
op 36-jarige leeftijd.
2. Neeltje Voortman, geboren op
07-12-1859 te Monnickendam.
Overleden op 20-01-1860 te
Monnickendam, 44 dagen oud.
3. Leentje Voortman, geboren op
29-07-1861 te Monnickendam.
Overleden op 09-08-1861 te
Monnickendam, 11 dagen oud.
4. Dirk Voortman, geboren op
06-07-1862 te Monnickendam.
Overleden op 30-07-1862 te
Monnickendam, 24 dagen oud.
5. Jan Voortman, geboren op
07-10-1863 te Monnickendam
(zie IVp op blz. 255).
6. Johanna Voortman, geboren op
02-10-1864 te Monnickendam.
Overleden op 13-10-1864 te
Monnickendam, 11 dagen oud.
7. Jansje Voortman, geboren op
11-11-1865 te Monnickendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
Overleden
op
08-10-1932 te Amsterdam op
66-jarige leeftijd. Gehuwd op
21-jarige leeftijd op 01-12-1886 te
Amsterdam,
met
Pieter
Oosterbaan
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon
van Cornelis Oosterbaan en
Grietje Fagh, boekbinder.
TAK WATERLAND
IIIm Jan Voortman, geboren op
19-12-1840
te
Monnickendam
(gezindte: Ev.L.). Zoon van
Herman Voortman (zie IIc op blz.
233) en Trijntje Berkhout,
houtzaagmolenaarsknecht.
Overleden op 01-08-1900 te
Monnickendam op 59-jarige leeftijd,
begraven
op
04-08-1900
te
Monnickendam.
Zie de biografische beschrijving van Jan
Voortman (1840-1900).
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
03-09-1865 te Monnickendam, met
Jannetje Leger, 25 jaar oud,
geboren
op
04-01-1840
te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Cornelis Jansz. Leger en
Lammertje Christiaans Klaas.
Uit dit huwelijk:
1. Harmen Voortman, geboren op
22-06-1866 te Monnickendam
(zie IVq op blz. 257).
2. Cornelis Voortman, geboren op
04-03-1868 te Monnickendam.
Overleden op 25-05-1868 te
Monnickendam, 82 dagen oud,
begraven op 27-05-1868 te
Monnickendam.
3. Reintje Voortman, geboren op
26-07-1869 te Monnickendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
Overleden
op
14-11-1954 te Zaandam op
85-jarige leeftijd. Gehuwd op
37-jarige leeftijd op 02-05-1907 te
Zaandam, met Cornelis van
Kleef, 33 jaar oud, geboren op
02-06-1873
te
Zaandam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd). Houtzagersknecht.
243
Overleden op 15-10-1950 te
Zaandam op 77-jarige leeftijd.
4. Dirk Voortman, geboren op
18-12-1871 te Monnickendam
(zie IVr op blz. 259).
5. Lammertje Voortman, geboren
op 30-06-1874 te Monnickendam
(zie IVs op blz. 260).
6. Trijntje Voortman, geboren op
10-12-1875 te Monnickendam
(zie IVt op blz. 261).
7. Antje Voortman, geboren op
09-08-1877 te Monnickendam.
Overleden op 31-07-1878 te
Monnickendam, 356 dagen oud,
begraven op 02-08-1878 te
Monnickendam.
8. Cornelis Voortman, geboren op
16-02-1882 te Monnickendam.
Overleden op 15-12-1885 te
Monnickendam
op
3-jarige
leeftijd.
244
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IIIn Klaas Voortman, geboren op
01-10-1843 om 17:00 uur te
Monnickendam, gedoopt (Ev.L.) op
29-10-1843 te Monnickendam. Zoon
van Herman Voortman (zie IIc op
blz. 233) en Trijntje Berkhout,
scheepstimmerman. Overleden op
02-08-1916 om 11:00 uur te
Amsterdam op 72-jarige leeftijd.
Zie de biografische beschrijving van Klaas
Voortman (1843-1916).
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
27-04-1871
te
Spaarndam
(getuige(n): Tames de Vries, visser,
65 jaar; Cornelis de Vries, visser, 39
jaar; Johannes van Reyendam,
winkelier, 54 jaar; Cornelis de Vries,
blokmaker.) met Zwaantje de
Vries, 23 jaar oud, geboren op
26-12-1847 te Spaarndam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Cornelis de Vries, visser, en
Lena van Cornewal. Overleden op
21-12-1927 om 14:00 uur te
Amsterdam op 79-jarige leeftijd.
gedoopt (Ev.L.) op 18-05-1873 te
Monnickendam. Gehuwd op
27-jarige leeftijd op 06-03-1901 te
Amsterdam,
met Marinus
Hendricus van Veenhuyzen, 31
jaar oud, geboren op 03-10-1869
te Amsterdam. Zoon van
Cornelis
Everardus
van
Veenhuyzen
en
Maria
Hendrika Doderer, stukadoor.
3. Cornelia Voortman, geboren op
31-08-1874 te Nieuwendam.
Overleden op 05-03-1875 te
Nieuwendam, 186 dagen oud.
4. Cornelis Voortman, geboren op
13-01-1876 te Nieuwendam.
Uit dit huwelijk:
1. Leentje Voortman, geboren op
04-01-1872 te Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 28-01-1872 te
Monnickendam. Overleden op
25-11-1917 te Amsterdam op
45-jarige leeftijd. Gehuwd op
28-jarige leeftijd op 04-10-1900 te
Amsterdam,
met Willem
Butterman, 41 jaar oud, geboren
op 11-07-1859 te Monnickendam.
Zoon van Willem Butterman,
schilder, en Trijntje Kennedy,
scheepstimmerman.
Hij
is
weduwnaar van Niesje Meyer.
Overleden op 15-01-1926 te
Amsterdam op 66-jarige leeftijd.
2. Trijntje Voortman, geboren op
23-04-1873 te Monnickendam,
Leentje Voortman (1872-1917)
TAK WATERLAND
Overleden op 26-05-1878 te
Nieuwendam op 2-jarige leeftijd.
5. Niesje Voortman, geboren op
04-05-1877 te Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 27-05-1877 te
Nieuwendam.
Werkster.
Overleden op 06-01-1944 te
Amsterdam op 66-jarige leeftijd.
6. Zwaantje Voortman, geboren
op 05-02-1879 te Nieuwendam
(zie IVu op blz. 262).
7. Cornelia Voortman, geboren op
13-06-1880 te Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 04-07-1880 te
Nieuwendam. Overleden op
09-02-1956 te Amsterdam op
75-jarige leeftijd, begraven op
Herman Voortman (1881-1945)
245
14-02-1956
te
Amsterdam.
Gehuwd met Jan Daniël
Jacobus Westdorp, geboren op
19-04-1876
te
Amsterdam
(gezindte: Ev.L.). Stoffeerder.
Overleden
07-1963
te
Amsterdam.
8. Herman Voortman, geboren op
31-10-1881 te Nieuwendam (zie
IVv op blz. 263).
9. Cornelis Voortman, geboren op
16-06-1884 te Nieuwendam (zie
IVw op blz. 264).
10.Jan Voortman, geboren op
04-10-1886 te Nieuwendam (zie
IVx op blz. 266).
11.Elisabeth Voortman, geboren
op 16-06-1888 te Nieuwendam.
Overleden op 27-01-1889 te
Nieuwendam, 225 dagen oud.
246
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IIIo Leentje Voortman, geboren op
16-05-1849
te
Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 17-06-1849 te
Monnickendam.
Dochter
van
Herman Voortman (zie IIc op blz.
233) en Trijntje Berkhout,
dienstbode.
Overleden
op
25-03-1897 te Monnickendam op
47-jarige leeftijd, begraven op
29-03-1897 te Monnickendam.
Gehuwd (1) op 33-jarige leeftijd op
10-12-1882 te Monnickendam, met
Pieter Kat, 30 jaar oud, geboren op
11-11-1852 te Monnickendam. Zoon
van Jan Pietersz. Kat en Jannetje
Koedijk, schippersknecht.
Uit dit huwelijk:
1. Leentje Kat, geboren op
29-11-1881 te Monnickendam.
Uit een tweede relatie:
2. Jansje Voortman, geboren op
01-01-1878 te Monnickendam,
buitenechtelijk geboren. Overleden
op 27-06-1878 te Monnickendam,
177 dagen oud, begraven op
29-06-1878 te Monnickendam.
3. Jan Voortman, geboren op
28-09-1879 te Monnickendam.
Overleden op 26-01-1880 te
Monnickendam, 120 dagen oud,
begraven op 28-01-1880 te
Monnickendam.
IIIp Janna Voortman, geboren op
27-12-1811 te Sloterdijk, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
05-01-1812 te Sloterdijk. Dochter
van Jan Jurgen Voortman (zie IIe
op blz. 235) en Neeltje van Rijk.
Overleden op 24-11-1859 te
Amsterdam op 47-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 29-jarige leeftijd op
05-05-1841 te Amsterdam,
met
Frederik Adolf Meyer, 25 jaar oud,
geboren
op
19-06-1815
te
Amsterdam. Zoon van Frederik
Adolf Meyer en Elisabeth Klein,
timmerman.
Uit
een
tweede
buitenechtelijk geboren:
relatie,
1. Johanna Voortman, geboren op
23-03-1836
te
Amsterdam.
Overleden op 27-07-1836 te
Amsterdam, 126 dagen oud.
2. Johanna Christina Voortman,
geboren op 21-05-1842 te
Amsterdam.
Overleden
op
08-07-1842 te Amsterdam, 48
dagen oud.
IIIq Cornelis Voortman, geboren op
07-09-1818 te Amsterdam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Jan Jurgen Voortman (zie IIe op
blz. 235) en Neeltje van Rijk, smid.
Overleden op 16-08-1888 te
Amsterdam op 69-jarige leeftijd.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
23-11-1842 te Amsterdam,
met
Maria Scheffer, 20 jaar oud,
geboren
op
26-03-1822
te
Amsterdam (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Hendrik
Scheffer
en
Lambertje
Steenbergen.
Uit dit huwelijk:
1. Wilhelmina Voortman, geboren
op 03-09-1844 te Amsterdam.
Overleden op 09-09-1844 te
Amsterdam, 6 dagen oud.
2. Hendrik Cornelis Voortman,
geboren op 23-10-1844 te
Amsterdam.
Overleden
op
24-04-1845 te Amsterdam, 183
dagen oud.
TAK WATERLAND
3. Cornelis Johannes Voortman,
geboren op 17-04-1846 te
Amsterdam. Onderdirecteur van
de Handelsschool (1910-1915)
directeur van de Handelsschool
(1915-1919). Overleden na 1919.
In 1898 werd Cornelis Johannes
Voortman voorgedragen als lid van de
plaatselijke commissie van toezicht op
het Lager Onderwijs (I-1779) waar hij
uiteindelijk in 1899 ook benoemd werd
(II-10).
In
1910
werd
hij
onderdirecteur op de openbare
Handelsschool (I-2177/II-1037). In
1914 was er een voordracht tot
verhoging van de jaarwedde en tot het
vaststellen van de pensioengrondslag
voor de onderdirecteur Cornelis
Johannes Voortman (I-504/II-866).
Van 1915 tot 1919 was Cornelis
Johannes Voortman directeur van de
2e Handelsschool in Amsterdam
(I-1150/II-1408) Cornelis Johannes
bewerkte samen met L.P.H.Eykman
Engels-talige boeken voor onderwijs.
Bij
P.Noordhoff
in
Groningen
verschenen in “The Gruno-Series” de
volgende boeken die door Eykman en
Voortman bewerkt waren: Little Lord
Fauntleroy
(F.H.Burnett),
The
Children of the New Forest (Capt.
Marryat),
That
Winter
Night
(R.Buchanan),
Misunderstood
(Fl.Mongomery), Three Men in a Boat
(Jerome K.Jerome), Vice Versa or a
Lesson to Fathers (F.Amstey) en Ships
that pass in the Night (B.Harraden).
De tweede editie van Misunderstood
verscheen in 1910.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
21-05-1874 te Amsterdam, met
Wilhelmina Maria Johanna van
Voyen. Dochter van Leendert
van Voyen en Diana Jacoba
Poortenaar.
4. Maria Elisabeth Voortman,
geboren op 04-03-1849 te
Amsterdam.
Overleden
op
247
07-09-1849 te Amsterdam, 187
dagen oud.
5. Hendrik Roelof Voortman,
geboren op 24-11-1850 te
Amsterdam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
Stoelenmaker. Overleden op
19-02-1885 te Bloemendaal op
34-jarige leeftijd.
6. Maria Elisabeth Voortman,
geboren op 01-02-1853 te
Amsterdam.
7. Johannes Willem Voortman,
geboren op 26-07-1855 te
Amsterdam.
8. Willem Frederik Voortman,
geboren op 20-02-1858 te
Amsterdam. Spoorwegbeambte.
Overleden op 20-01-1922 te
Amsterdam op 63-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
08-05-1884 te Amsterdam, met
Clasina van Ruiten. Dochter
van Simon van Ruiten en
Hermina Dekker.
9. Maria
Helena
Voortman,
geboren op 17-08-1860 te
Amsterdam.
Overleden
op
16-09-1866 te Amsterdam op
6-jarige leeftijd.
10.Nela
Paulina
Voortman,
geboren op 24-01-1863 te
Amsterdam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
Overleden op 24-12-1895 te
Amsterdam op 32-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
16-05-1889 te Amsterdam, met
Simon Zwaag, 32 jaar oud,
geboren op 28-11-1856 te
Barsingerhorn. Zoon van Klaas
Zwaag en Guurtje Rentenaar.
248
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
11.N.N. Geboren op 31-12-1865 te
Amsterdam, doodgeboren.
12.Johan
George
Voortman,
geboren op 21-06-1867 te
Amsterdam.
Overleden
op
05-02-1888 te Amsterdam op
20-jarige leeftijd.
IIIr Lena Voortman, geboren op
21-01-1820 te Amsterdam. Dochter
van Jan Jurgen Voortman (zie IIe
op blz. 235) en Neeltje van Rijk,
visventster.
Overleden
op
25-07-1886 te Amsterdam op
66-jarige leeftijd.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
09-11-1853 te Amsterdam,
met
Dirk Sollard, 35 jaar oud, geboren
op 28-09-1818 te Amsterdam. Zoon
van Steven Sollard en Cornelia
Higgout, fruitventer. Overleden op
24-12-1867 te Amsterdam op
49-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Voortman, geboren op
25-09-1848
te
Amsterdam.
Overleden op 13-04-1852 te
Amsterdam op 3-jarige leeftijd.
2. Cornelis Voortman, geboren op
15-05-1850
te
Amsterdam.
Overleden op 02-07-1850 te
Amsterdam, 48 dagen oud.
3. Cornelis Sollard, geboren op
31-07-1851
te
Amsterdam.
Kruier. Gehuwd op 40-jarige
leeftijd op 20-07-1892
te
Amsterdam,
met Martje
Hienstra. Dochter van Svijtger
Lieuwes Hienstra en Alida
Baukes Castelein. Zij hertrouwt
met Gobe Werkhoven.
4. Dirk Sollard, geboren op
27-02-1853
te
Amsterdam.
Meubelmaker.
Gehuwd
op
22-jarige leeftijd op 31-03-1875 te
Amsterdam, met Wilhelmina
Maria Sax. Dochter van
Theodorus Sax en Johanna
Catharina Bies, ventster. Zij
hertrouwt met Karel Cornelis
Wieland.
IVa Sijmon Sijmonsz. Mey. Zoon van
Sijmon Willemsz. Mey (zie IIIa op
blz. 236) en Trijntje Dielofs
Ossebaart.
Gehuwd met Helena Suzanna
Reek.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Sijmonsz. Mey (zie Va
op blz. 267).
IVb Pieter van der Lijn, geboren op
07-07-1842 te De Rijp (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Jacob van der Lijn en Grietje
Lakeman (zie IIId op blz. 237),
aannemer, timmerman.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
06-09-1868 te Purmerend,
met
Elisabeth Roog, geboren circa 1841
te Purmerend. Dochter van Jan
Roog, timmerman, en Hillegond
Hein.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob van der Lijn, geboren op
29-03-1870 te Purmerend.
2. Jan van der Lijn, geboren op
16-03-1872 te Purmerend.
IVc Cornelis Hoen, geboren op
18-05-1850
te
Nieuwendam,
gedoopt (Nederlands Hervormd) op
23-06-1850 te Nieuwendam. Zoon
van Joost Cornelis Hoen en Sijtje
Lakeman (zie IIIe op blz. 238),
timmerman aannemer.
TAK WATERLAND
Gehuwd met Maria de Groot,
geboren op 23-03-1849 te Marken
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Uit dit huwelijk:
1. Joost Cornelis Hoen, geboren
op 17-04-1873 te Nieuwendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
2. Cornelis Hoen, geboren op
03-02-1875 te Nieuwendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd). Opperbaas.
249
gedoopt (Ev.L.) op 21-01-1844 te
Monnickendam.
Dochter
van
Juriaan Voortman (zie IIIg op blz.
239) en Antje Mels. Overleden op
13-02-1886 te Monnickendam op
42-jarige leeftijd, begraven op
17-02-1886 te Monnickendam.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
17-10-1875 te Monnickendam, met
Adriaan Bos, 29 jaar oud, geboren
op 18-06-1846 te Monnickendam.
Zoon van Cornelis Bos en Maritje
Sta van Utrecht.
3. Dirk
Hoen,
geboren
op
11-11-1876 te Nieuwendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd). Schilder.
Uit dit huwelijk:
4. Nicolaas
Hoen,
geboren
06-1878
te
Nieuwendam.
Overleden op 19-09-1879 te
Nieuwendam.
2. Antje
Bos,
geboren
op
11-09-1877 te Monnickendam.
IVd Dirk Hoen, geboren op 28-03-1856
te
Nieuwendam,
gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
27-04-1856 te Nieuwendam. Zoon
van Joost Cornelis Hoen en Sijtje
Lakeman (zie IIIe op blz. 238).
Gehuwd met Antje Uitentuis,
geboren
op
30-10-1858
te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd).
Uit dit huwelijk:
1. Sijtje Hoen,
10-05-1881 te
(gezindte:
Hervormd).
geboren op
Nieuwendam
Nederlands
2. Anna Cornelia Hoen, geboren
op 14-06-1885 te Nieuwendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
IVe Trijntje Voortman, geboren op
29-12-1843
te
Monnickendam,
1. Cornelis Bos, geboren op
23-01-1876 te Monnickendam.
3. Juriaan Bos, geboren op
23-04-1880 te Monnickendam.
250
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVf
Trijntje
Voortman,
geboren
op
29-07-1841
te
Monnickendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Dochter van Klaas
Voortman (zie IIIh op blz. 239) en
Catharina Plaggenburg. Overleden
op 01-05-1911 te Monnickendam op
69-jarige leeftijd.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op
09-10-1859 te Monnickendam, met
Jan Buter, 28 jaar oud, geboren op
02-02-1831
te
Monnickendam
(gezindte: Rooms Katholiek). Zoon
van Hendrik Buter en Meyning
Bootsman, stratenmaker. Overleden
op 07-08-1907 te Monnickendam op
76-jarige leeftijd.
Dat de Monnickendammers in de
wintermaanden alles aanpakten om te
profiteren van de dichtgevroren Zuiderzee
was bekend. Gedurende de winter van
1894-1895 werd door vrijwilligers uit
losgezaagde ijsblokken een ijspaleis
opgestapeld, compleet met deuren en
ramen. Over de blokken werd water
gegoten zodat alles aan elkaar kon
vastvriezen.
Vijf stratenmakers aan het werk in de Kerkstraat in
Monnickendam. Geheel achteraan Jan Buter. Foto uit
circa 1900.
Het IJspaleis op de Gouwzee. Foto uit 1894-1895
Net was de oorlog op Lombok afgelopen,
waar opstandige troepen van de daar
heersende inlandse vorst het moest
afleggen tegen het Koninklijk NederlandsIndisch leger. Het was een aansprekende
oorlog geweest met vooral van de kant van
de inlandse bevolking staaltjes van
heldenmoed.
Zo
werden
de
commanderende Nederlandse generaals
Vetter en van Ham in de nacht tijdens de
slaap in hun legertent verrast en om het
leven gebracht. De opstandige vorst werd
gevangen genomen en daar profiteerden de
Monnickendammers van. Zij kondigden
aan dat de radja van Lombok voor straf
gevangen zat in het ijspaleis op de
Zuiderzee en tegen een kleine vergoeding
bezichtigd kon worden.
Inderdaad zat in het ijspaleis een kleurrijk
uitgedost en donker figuur, met kettingen
aan zijn zetel vastgeklonken. Was er veel
publiek dan begon hij vervaarlijk te
TAK WATERLAND
brullen en met de kettingen te rammelen
tot grote schrik van de bezoekers.
Uiteraard was het niet de radja van
Lombok, maar Jan Buter ((1831-1907) in
1859 gehuwd met Trijntje Voortman
(1841-1911)) die met roet zijn gezicht had
zwart gemaakt. Tegen een vergoeding en
met inname van het nodige geestrijk vocht
om de kou te doorstaan, was hij bereid
gevonden de rol te spelen en met
overtuiging.
In de weekeinden bestond er veel
belangstelling van buiten Monnickendam
voor het ijspaleis maar in de week luwde
dat
wat,
dus
trokken
de
Monnickendammers per landauer, met Jan
Buter in hun midden, naar de markt in
Purmerend. Daar werd aangekondigd dat
de verschrikkelijke radja van Lombok was
gearriveerd om zijn zonden te belijden
tegenover het Nederlandse volk en
iedereen mocht hem, natuurlijk uitsluitend
tegen betaling, komen bekijken. Het
marktpubliek liet zich beetnemen, kwam
en zag in de zaal van Amicitia aan de
Weerwal een woedende Jan ‘Ballet’ (wat
doorgaans zijn bijnaam was) met zijn
kettingen heen en weer schudden. Er was
echter weer voor een paar dagen brood op
de plank en dat was de bedoeling.171
Jan Buter (van beroep stratemaker) was zo
bekend in Monnickendam dat iedereen
hem alleen bij zijn bijnaam Jan ‘Ballet’
kende. Hij werd op 2 februari 1831 in
Monnickendam geboren als zoon van
Hendrik Buter en Meyning Bootsman. Uit
zijn huwelijk met Trijntje Voortman,
werden vier kinderen geboren, waarvan
&eacute;&eacute;n levenloos, het waren
respectievelijk:
Nicolaas
2-6-1860;
levenloos kind 22-1-1862; Clemaitina 218-1865 en Hendrik 21-11-1866. Het gezin
woonde
op
het
Zuideinde
in
Monnickendam. In het boekje “Oude
Prentkaarten
vertellen
over
Monnickendam” zien we Jan Buter (‘de
Lombok’) aan het straatmaken in de
Kerkstraat.
100 Jaar Ysvereniging Olympia blz. 11-13
(met toestemming d.d. 24-04-1992)
171
251
Uit dit huwelijk:
1. Nicolaas Buter, geboren op
02-06-1860 te Monnickendam.
2. N.N. Geboren op 22-01-1862,
doodgeboren.
3. Clemaitina Buter, geboren op
21-08-1865 te Monnickendam.
4. Hendrik Buter, geboren op
21-11-1866 te Monnickendam.
IVg Harmen Voortman, geboren op
15-05-1840
te
Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 06-06-1840 te
Monnickendam. Zoon van Hendrik
Voortman (zie IIIi op blz. 239) en
Cornelia Middelbeek, zeilenmaker.
Overleden op 09-12-1905 te
Volendam op 65-jarige leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
24-07-1870 te Edam, met Stijntje
Cornelis Groot, 38 jaar oud,
geboren op 27-03-1832 te Edam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Cornelis Laurensz.
Groot, visventer, en Trijntje van
Dijk, dienstbode. Zij hertrouwt met
Jacob Jansz. Schokker.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia Voortman, geboren op
12-10-1871 te Volendam (zie Vb
op blz. 267).
IVh Hendrik Voortman, geboren op
03-06-1841
te
Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 20-06-1841 te
Monnickendam. Zoon van Hendrik
Voortman (zie IIIi op blz. 239) en
Cornelia
Middelbeek,
boerenknecht koopman.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
05-02-1865 te Edam, met Huibje
van Vlaanderen, 27 jaar oud,
geboren op 13-06-1837 te Volendam
(gezindte:
Rooms
Katholiek).
252
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Dochter van Pieter Jansz. van
Vlaanderen, visser, en Stijntje
Klaas
Jonk.
Overleden
op
25-03-1867 te Volendam op
29-jarige leeftijd.
13-10-1847 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Zoon van
Cornelis Keyzer en Grietje Jonk,
vissersknecht.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Keyzer, geboren op
18-07-1877 te Volendam.
Uit dit huwelijk:
Cornelia Voortman, geboren op
22-11-1865
te
Volendam
(gezindte: Rooms Katholiek).
2. Cornelia Keyzer, geboren op
08-09-1879 te Volendam.
Zie de biografische beschrijving van
Cornelia Voortman (1865-)
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd
op 19-01-1890 te Edam, met
Jacob Schilder, 25 jaar oud,
geboren op 04-01-1865 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Zoon van Albert
Jacobsz. Schilder en Geertje
Jans Plat, schipper. Verdronken
op 27-03-1896 bij Terschelling op
31-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 32-jarige leeftijd
op 16-01-1898 te Edam, met
Frederik Kwakman, 30 jaar oud,
geboren op 26-10-1867 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek).
Vissersknecht,
schipper. Overleden na 1907.
2. Stijntje Voortman, geboren op
19-03-1867
te
Volendam.
Overleden op 27-06-1867 te
Volendam, 100 dagen oud.
IVi
Elisabeth Voortman, geboren op
12-11-1849 te Volendam, gedoopt
(Ev.L.) op 21-11-1849 te Volendam.
Dochter van Hendrik Voortman
(zie IIIi op blz. 239) en Cornelia
Middelbeek.
Overleden
op
10-01-1918 te Volendam op
68-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
02-01-1876 te Edam, met Jacob
Keyzer, 28 jaar oud, geboren op
3. Hendrik Keyzer, geboren op
18-11-1881 te Volendam.
4. Grietje Keyzer, geboren
10-05-1884 te Volendam.
op
5. Harmen Keyzer, geboren op
22-04-1886 te Volendam.
6. Grietje Keyzer, geboren
05-09-1888 te Volendam.
IVj
op
Jan Voortman, geboren op
04-03-1853 te Volendam, gedoopt
(Ev.L.) op 24-03-1853 te Volendam.
Zoon van Hendrik Voortman (zie
IIIi op blz. 239) en Cornelia
Middelbeek,
vissersknecht.
Overleden op 17-04-1909 te
Volendam op 56-jarige leeftijd.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
08-07-1877 te Edam,
met
Wolmoed Butter, 21 jaar oud,
geboren op 07-11-1855 te Volendam
(gezindte:
Rooms
Katholiek).
Dochter van Evert Butter en
Grietje
Alberts
Klouwer.
Overleden op 06-06-1922 te
Volendam op 66-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia Voortman, geboren op
14-12-1877
te
Volendam.
Overleden op 25-03-1878 te
Volendam, 101 dagen oud.
2. Cornelia Voortman, geboren op
31-03-1879
te
Volendam
TAK WATERLAND
(gezindte: Rooms Katholiek).
Overleden op 30-07-1932 te
Amsterdam op 53-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
03-02-1901 te Edam,
met
Jacobus Velle, 22 jaar oud,
geboren op 01-10-1878 te Edam.
Zoon van Jean Francois Velle
en Maria van der Meij,
touwslager.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
29-05-1886 te Edam, met Cornelis
Kras, 27 jaar oud, geboren op
31-05-1858 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Zoon van Jan
Kras en Grietje Mol, vissersknecht.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Kras (Jan Bessie), geboren op
12-10-1886 te Volendam.
3. Evert Voortman, geboren op
25-05-1883 te Volendam. Visser.
Overleden na 1923.
4. Hendrik Voortman, geboren op
31-08-1885 te Volendam (zie Vc
op blz. 268).
5. Jacob Voortman, geboren op
18-11-1887
te
Volendam
(gezindte: Rooms Katholiek).
Vissersknecht. Overleden na
1947.
6. Harmen Voortman, geboren op
13-11-1889 te Volendam (zie Vd
op blz. 270).
7. Grietje Voortman, geboren op
06-11-1891
te
Volendam.
Overleden na 1947. Gehuwd op
21-jarige leeftijd op 20-08-1913 te
Alkmaar met Christoffel Bek,
geboren 1888 te Alkmaar. Zoon
van Hendrik Johannes Bek en
Geertruida Catharina Maria
Puttenaar.
8. Elisabeth Voortman, geboren
op 08-03-1894 te Volendam (zie
Ve op blz. 271).
IVk Trijntje Voortman, geboren op
06-02-1862 te Volendam, gedoopt
(Ev.L.) op 29-05-1863 te Volendam.
Dochter van Hendrik Voortman
(zie IIIi op blz. 239) en Trijntje
Prins.
253
IVl
2. Hendrik Kras, geboren
28-04-1890 te Volendam.
op
3. Hendrik Kras, geboren
13-09-1891 te Volendam.
op
4. Hendrik Kras, geboren
05-07-1895 te Volendam.
op
5. Grietje Kras, geboren
05-08-1901 te Volendam.
op
6. Trijntje Kras, geboren
02-10-1902 te Volendam.
op
Willem Voortman, geboren op
22-04-1863 te Volendam, gedoopt
(Ev.L.) op 29-05-1863 te Volendam.
Zoon van Hendrik Voortman (zie
IIIi op blz. 239) en Trijntje Prins,
vissersknecht.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
26-12-1897 te Edam, met Aaltje
Kwakman, 30 jaar oud, geboren op
27-07-1867 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Dochter van
Hein Jacobsz. Kwakman en
Trijntje Sta van Uiter.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Voortman, geboren op
04-03-1898 te Volendam (zie Vf
op blz. 271).
2. Hein Voortman, geboren op
21-02-1900 te Volendam.
IVm Cornelia
Voortman,
gedoopt
(Ev.L.) op 25-10-1866 te Volendam.
254
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Dochter van Hendrik Voortman
(zie IIIi op blz. 239) en Trijntje
Prins. Overleden op 12-01-1920 te
Edam op 53-jarige leeftijd.
Gehuwd op 16-jarige leeftijd op
16-09-1883 te Edam, met Andries
Dekker, 27 jaar oud, geboren op
02-11-1855 te Edam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Jan Dekker en Maretje Callenzee.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Dekker, geboren
15-12-1883 te Edam.
op
2. Hendrik Dekker, geboren op
01-10-1885 te Edam.
3. Maretje Dekker, geboren op
27-04-1888 te Volendam.
4. Trijntje Dekker, geboren op
22-11-1889 te Edam.
5. Willem Dekker, geboren op
07-07-1892 te Edam.
6. Maretje Dekker, geboren op
07-04-1895 te Edam.
7. Jan Dekker, geboren
10-03-1898 te Edam.
op
8. Simon Dekker, geboren
29-03-1900 te Edam.
op
9. Teunis Dekker, geboren op
23-08-1902 te Edam.
10.Johan George Dekker, geboren
op 21-08-1905 te Edam.
11.Johan George Dekker, geboren
in 1906 te Edam.
IVn Simon Voortman, geboren op
17-02-1868 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Zoon van
Hendrik Voortman (zie IIIi op blz.
239) en Trijntje Prins, sigarenmaker
visverwerker. Overleden na 1947.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op
13-05-1897 te Monnickendam, met
Johanna Lenior, 22 jaar oud,
geboren
op
15-07-1874
te
Monnickendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Dochter van Dirk
Lenior en Elisabeth van der Sijs,
speetster. Overleden op 05-12-1924
te Monnickendam op 50-jarige
leeftijd.
De
vrouwen
in
dienst
bij
de
haringrokerijen waren meestal speetsters.
Een speetster was een vrouw die de te
roken vis aan houten of ijzeren pennen
moest rijgen. Op 21-10-1902 werd de
speetwet aangenomen in de 2e kamer,
waarin bepaald was dat gedurende het
winterseizoen niet langer gespeet mocht
worden dan tot 12 uur ‘s nachts, terwijl de
namen van vrouwen die na 10 uur ‘s
avonds gespeet hadden, de volgende dag
ter gemeente-secretarie moesten worden
opgegeven. Vanaf 15 maart tot 1 juni
mocht door de vrouwen tot 2 uur ‘s nachts
gespeet worden. Ze mochten dat evenwel
gedurende dat tijdvak niet meer dan 15
maal doen. De haringspeetsters die na 10
uur ‘s avonds wensten te speten, moesten
(overeenkomstig de speetwet) door de
daarvoor aangewezen geneeskundige
regelmatig worden onderzocht.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Voortman, geboren
op 16-10-1897 te Monnickendam.
Overleden op 23-08-1913 te
Monnickendam op 15-jarige
leeftijd.
2. Dirk Voortman, geboren op
12-01-1901 te Monnickendam
(zie Vg op blz. 271).
3. Hendrik Voortman, geboren op
19-02-1903 te Monnickendam
(zie Vh op blz. 273).
4. Elizabeth Voortman, geboren
op 19-03-1905 te Monnickendam
(zie Vi op blz. 273).
TAK WATERLAND
IVo Trijntje Voortman, geboren op
30-05-1852
te
Monnickendam,
gedoopt (Ev.L.) op 20-06-1852 te
Monnickendam. Dochter van Dirk
Voortman (zie IIIk op blz. 241) en
Neeltje Brommersma. Overleden
op 01-11-1910 te Monnickendam op
58-jarige leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
09-06-1872 te Monnickendam, met
Gerrit Klein, 22 jaar oud, geboren
op 30-09-1849 te Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Pieter Klein en Neeltje
van Deukeren, grondwerker.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Klein, geboren op
07-09-1872 te Monnickendam.
2. Neeltje Klein, geboren op
12-11-1873 te Monnickendam.
3. Trijntje Klein, geboren op
04-10-1875 te Monnickendam.
4. Dirk
Klein,
geboren
op
06-05-1877 te Monnickendam.
5. Maria Klein, geboren op
31-01-1880 te Monnickendam.
6. Steffen Klein, geboren op
27-05-1882 te Monnickendam
(zie Vj op blz. 273).
7. Antje Klein, geboren op
20-11-1885 te Monnickendam.
8. Simon Klein, geboren op
05-03-1889 te Monnickendam.
9. Klaas Klein, geboren op
26-02-1891 te Monnickendam.
10.Maritje Klein, geboren op
28-01-1893 te Monnickendam.
11.Gerrit Klein, geboren op
18-05-1895 te Monnickendam.
255
256
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVp Jan Voortman, geboren op
07-10-1863
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Rem Voortman (zie IIIl
op blz. 241) en Jansje Rouw,
schippersknecht, visroker. Overleden
op 04-01-1953 te Monnickendam op
89-jarige leeftijd.
autogarage te maken. Op 11 november
werd de bouwvergunning verleend.172
Op 31 juli 1934 werd vergunning
aangevraagd voor het verbouwen van
dezelfde garage. 11 augustus werd de
vergunning verleend.173
Op 17 september 1937 werd
vergunning aangevraagd voor het
verbouwen van een pakhuis tot een
garage in de Kerkstraat.174
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
13-05-1888 te Monnickendam, met
Grietje Jansen, 21 jaar oud, geboren
op 04-12-1866 te Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Jan Jansen en Maretje
van Dok. Overleden op 23-11-1940
te Monnickendam op 73-jarige
leeftijd.
Rond 1920 liet Jan Voortman (1900)
ijszeiler ‘De Ruiter’ bouwen. Van
begin af aan had deze ijszeiler een
opvallende
oranje
kleur.
Oorspronkelijk dienden ze tijdens barre
winters voor goederentransport, maar
rond 1900 kwamen ze ook puur voor
de sport op het ijs. “Vroor het hier
vroeger voor weken aan een stuk, dan
ging bakker Holling met zijn
broodmanden per ijsschuit langs zijn
klanten. Verse melk kwam over het ijs
vanaf Marken, hooi voor de beesten
ging ernaartoe, met de postzak en al.
Voor de dokter was het ook een
uitkomst als hij met spoed naar een
zieke of een bevalling moest. Met de
ijsschuit sjeesde hij er vliegensvlug
naartoe.”
De
ijsschuiten
halen
topsnelheden van zo’n 70 of zelfs 90
kilometer per uur. Je moet er niet aan
denken dat ze in een wak of mistbank
terechtkomen. Vroeger gebeurde dat
regelmatig. IJsschuiten komen al voor
op zeventiende eeuwse gravures. Op
het eerste oog lijken ze sterk op
ouderwetse zeilscheepjes maar omdat
ze geen kiel hebben zouden de
ijsschuiten direct zinken. De romp staat
op een zware balk met twee
schaatsijzers. Een derde zit onder het
roer waarmee nauwkeurig gestuurd kan
worden. Eind negentiende eeuw
werden de eerste plezierschuiten voor
de notabelen op het ijs. Na de Tweede
Wereldoorlog werd ijszeiler ‘De
Uit dit huwelijk:
1. Rem Voortman, geboren op
10-08-1889 te Monnickendam
(zie Vk op blz. 273).
2. Maretje Voortman, geboren op
13-01-1891 te Monnickendam
(zie Vl op blz. 273).
3. Jansje Voortman, geboren op
23-11-1893 te Monnickendam.
Overleden op 13-02-1897 te
Monnickendam
op
3-jarige
leeftijd, begraven op 16-02-1897
te Monnickendam.
4. Jan Voortman, geboren op
12-02-1900 te Monnickendam
(gezindte:
Nederlands
Hervormd).
Autohandelaar,
oprichter
van
de
magazijnkastenfabriek.
Op 3 november 1930 diende de firma
Jansen & Voortman en plan in bij de
gemeente Monnickendam om van een
schuur op de Gooische Kade een
172
GA (nieuw) Monnickendam inv.nr. 1153.
173
GA (nieuw) Monnickendam inv.nr. 1157.
174
GA (nieuw) Monnickendam inv.nr. 1161.
TAK WATERLAND
Ruiter’ van Jan Voortman verkocht aan
D.A.H. Stallenberg en werd de naam
veranderd in ‘Maria Stella’. In 1990
werd de ijszeiler gerestaureerd.
In 1931 kocht Jan Voortman op
Soesterberg een aantal afgedankte
vliegtuigonderdelen,
zoals
romp,
vleugels, motoren, propellers en
diverse andere zaken. De motor werd
in
de
garage
van
Voortman
gereviseerd, waarbij men deze aan de
dakspanten had opgehangen. Bij het
proefdraaien bleef er geen stuk
gereedschap meer op zijn plaats
hangen, erger nog als ze de brandstof
toevoer niet snel genoeg hadden
kunnen afsluiten was de motor er
waarschijnlijk met het dak vandoor
gegaan. Drijvers werden bij de fa. Voet
in Zaandam gekocht. Romp en
vleugels werden door de dames
Voortman en Tol opnieuw met linnen
bekleed. En zo bouwde men een
watervliegtuig, waarmee men ging
spelevaren op de Gouwzee. Op een dag
dat er veel wind stond kwamen ze ook
los van het water, door de schrik werd
het gas meteen los gelaten en doken ze
het water in. Met de schrik en een nat
pak kwam men er vanaf, maar
spelevaren was er niet meer bij. Of het
vliegtuig verkocht is en aan wie is ons
niet bekend.
Gehuwd met Maartje Jansen,
geboren op 01-06-1903 te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd).
5. Herman Voortman, geboren op
17-08-1905 te Monnickendam
(zie Vm op blz. 274).
257
258
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Jan Voortman (1863-1953)
Grietje Jansen (1866-1940)
IJszeiler ‘Maria Stella’ in de winter 1990-1991. Collectie familie Stallenberg.
TAK WATERLAND
IVq Harmen Voortman, geboren op
22-06-1866
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Jan Voortman (zie IIIm
op blz. 242) en Jannetje Leger,
apothekersbediende. Overleden op
16-09-1936 te Amsterdam op
70-jarige leeftijd.
259
5. Johannes Herman Voortman,
geboren op 23-06-1903 te
Amsterdam (zie Vn op blz. 274).
6. Dirk Voortman, geboren op
26-02-1915 te Amsterdam (zie Vo
op blz. 275).
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
04-09-1891 te Buiksloot,
met
Johanna
Adriana
Georgina
Jannette Veerman, 24 jaar oud,
geboren
op
13-01-1867
te
Leeuwarden
(gezindte:
Rooms
Katholiek). Dochter van Adrianus
Eduardus Carolus Veerman en
Maria Mathilda Paravicina de
Capelle, modiste. Overleden op
03-05-1942 te Amsterdam op
75-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Maria
Johanna
Adriana
Hermina Voortman, geboren
circa 1892. Overleden op
06-12-1917
te
Amsterdam.
Gehuwd met Christiaan van
Lingen.
2. Hermina
Johanna
Maria
Voortman, geboren circa 1894.
Huishoudster. Overleden op
18-10-1915 te Amsterdam.
3. Anna Maria Henriëtta Jacoba
Voortman, geboren circa 1895.
Overleden op 07-01-1916 te
Amsterdam.
4. Herman Voortman, geboren op
13-08-1900
te
Amsterdam.
Overleden op 17-05-1974 op
73-jarige leeftijd.
Harmen Voortman (1866-1936)
260
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVr Dirk Voortman, geboren op
18-12-1871
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Jan Voortman (zie IIIm
op blz. 242) en Jannetje Leger,
scheepstimmerman. Overleden op
08-07-1945 te Zaandam op 73-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
28-08-1898 te Zaandam,
met
Jannetje Keet, 25 jaar oud, geboren
op
10-11-1872
te
Zaandam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Jacob Keet en Eefje
Gruis. Overleden op 06-12-1943 te
Zaandam op 71-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Voortman, geboren op
31-07-1899 te Zaandam (zie Vp
op blz. 276).
2. Eefje (Eef) Voortman, geboren
op 07-02-1902 te Zaandam (zie
Vq op blz. 276).
Jannetje Keet (1872-1943), Jan Voortman (18991991), Dirk Voortman (1871-1945) en Eefje
Voortman (1902). Foto uit circa 1906.
TAK WATERLAND
261
IVs Lammertje Voortman, geboren op
30-06-1874
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Jan Voortman (zie
IIIm op blz. 242) en Jannetje
Leger. Overleden op 29-06-1958 te
Zaandam op 83-jarige leeftijd.
Op 1 september 1953 verhuisde
Lammertje
Voortman
van
Jan
Bouwmeesterstraat 2 in Zaandam naar de
Bloemgracht 97. Op 8 januari 1954 kwam
hier ook haar zuster Reintje Voortman
wonen, welke op 14 november 1954 aldaar
overleed.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
06-01-1897 te Amsterdam,
met
Barend Bakker, 26 jaar oud,
geboren op 14-06-1870 te Zaandam.
Zoon van Pieter Bakker en Neeltje
van
Natten,
los
werkman.
Overleden op 26-01-1944 te
Zaandam op 73-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Guurtje Bakker, geboren op
06-02-1905 te Zaandam. Gehuwd
op
22-jarige
leeftijd
op
12-01-1928, met J. de Winter.
Barend Bakker (1870-1944) en Lammertje
Voortman (1874-1958).
262
IVt
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Trijntje Voortman, geboren op
10-12-1875
te
Monnickendam.
Dochter van Jan Voortman (zie
IIIm op blz. 242) en Jannetje
Leger. Overleden op 24-02-1957 te
Amsterdam op 81-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 27-jarige leeftijd op
28-10-1903
te
Amsterdam,
gescheiden na 9 jaar huwelijk op
02-07-1913 te Amsterdam van
Johannes Albertus Vosselman,
geboren op 24-12-1878 te Zutphen.
Zoon van Albertus Vosselman en
Geertruida Maria Wichers, agent
verzekerings-maatschappij.
Overleden op 03-07-1943 te
Amsterdam op 64-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 43-jarige leeftijd op
24-12-1918 te Amsterdam met Dirk
Schouten, 45 jaar oud, geboren op
02-11-1873 te Amsterdam. Zoon van
Willem Schouten en Catharina
van Zanten. Hij hertrouwt met
Grietje Smit. Overleden op
23-02-1968 te Amsterdam op
94-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jannetje Vosselman, geboren
op 20-12-1904 te Amsterdam.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
16-10-1929 te Amsterdam met A.
Duin.
2. Geertruida Maria Vosselman,
geboren in 1907 te Amsterdam.
TAK WATERLAND
263
IVu Zwaantje Voortman, geboren op
05-02-1879
te
Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 23-02-1879 te
Nieuwendam. Dochter van Klaas
Voortman (zie IIIn op blz. 243) en
Zwaantje de Vries. Overleden op
28-07-1946 te Halfweg op 67-jarige
leeftijd, begraven op 31-07-1946 te
Zwanenburg.
Gehuwd met Cornelis de Vries
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Andries Jan Carel de
Vries en Elisabeth Kuiper.
Overleden op 06-05-1944 te
Halfweg.
Uit dit huwelijk:
1. Zwaantje de Vries, geboren in
1906.
2. Roelof Jan de Vries, geboren in
1909.
3. Klaas de Vries, geboren in 1912.
4. Elisabeth de Vries, geboren in
1921.
5. Cornelis de Vries, geboren in
1922.
Zwaantje Voortman (1879-1946).
264
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVv Herman Voortman, geboren op
31-10-1881
te
Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 04-12-1881 te
Nieuwendam. Zoon van Klaas
Voortman (zie IIIn op blz. 243) en
Zwaantje
de
Vries,
scheepstimmerman, meubelmaker.
Overleden op 11-05-1945 te
Amsterdam op 63-jarige leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
03-01-1912 te Amsterdam,
met
Johanna Mooten, 34 jaar oud,
geboren op 09-05-1877 te Zwolle
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Pieter Mooten en
Aleida van der Kolk, dienstbode.
Overleden op 26-06-1942 te
Amsterdam op 65-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Herman Voortman, geboren in
1913 te Amsterdam (zie Vr op
blz. 276).
Johanna Mooten (1872-1942)
2. Leentje Aleida Voortman,
geboren in 1915 te Amsterdam
(zie Vs op blz. 276).
Herman Voortman (1881-1945)
TAK WATERLAND
Cornelis Voortman (1884-1941)
265
Kniertje Vergeer (1887-1967)
Cornelis Voortman (1914-) en Zwaantje
Cornelia Voortman (1915-)
Klaas Voortman (1911-1914)
266
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVw Cornelis Voortman, geboren op
16-06-1884
te
Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 06-07-1884 te
Nieuwendam. Zoon van Klaas
Voortman (zie IIIn op blz. 243) en
Zwaantje de Vries, lijnwerker,
chauffeur. Overleden op 19-10-1941
te Amsterdam op 57-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
27-07-1910 te Amsterdam,
met
Kniertje Vergeer, 23 jaar oud,
geboren
op
10-07-1887
te
Amsterdam (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Aart
Vergeer en Anna Cornelia van
Elten. Overleden op 04-10-1967 te
Amsterdam op 80-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Klaas Voortman, geboren op
21-01-1911
te
Amsterdam.
Overleden op 08-05-1914 om
11:00 uur te Amsterdam op
3-jarige leeftijd.
2. Cornelis Voortman, geboren op
07-02-1914 te Amsterdam (zie Vt
op blz. 277).
3. Zwaantje Cornelia Voortman,
geboren op 11-07-1915 te
Amsterdam (zie Vu op blz. 277).
Cornelis Voortman (1884-1941) tijdens zijn
dienstplicht.
TAK WATERLAND
IVx Jan Voortman, geboren op
04-10-1886
te
Nieuwendam,
gedoopt (Ev.L.) op 24-10-1886 te
Nieuwendam. Zoon van Klaas
Voortman (zie IIIn op blz. 243) en
Zwaantje de Vries, rijkswerkman
bij
de
artillerie
(Hembrug),
onbezoldigd boswachter te Heerde.
Overleden op 03-05-1977 te Hoorn
(N.H.)
op
90-jarige
leeftijd,
gecremeerd op 06-05-1977 te
Schagen.
Zie de biografische beschrijving van Jan
Voortman (1886-1977).
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
19-04-1911 te Amsterdam,
met
Gesina Johanna Catharina (Sien)
Blok, 22 jaar oud, geboren op
09-05-1888 te Amsterdam, gedoopt
(Ned.Herv.) op 27-05-1888 te
Amsterdam (oude Kerk). Dochter
van Gerrit Jan Blok, los werkman,
en Gezina Johanna Pieterman,
baker, huisvrouw. Overleden op
17-12-1977 te Hoorn (N.H.) op
89-jarige leeftijd, gecremeerd op
21-12-1977 te Schagen.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jan Voortman, geboren
op 07-07-1911 te Amsterdam (zie
Vv op blz. 277).
Va
Sijmon Sijmonsz. Mey. Zoon van
Sijmon Sijmonsz. Mey (zie IVa op
blz. 248) en Helena Suzanna Reek.
Gehuwd met Geertje Snieder.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Mey, geboren op
14-08-1890 te Monnickendam
(zie VIa op blz. 279).
267
268
Vb
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Cornelia Voortman, geboren op
12-10-1871 te Volendam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Harmen Voortman (zie IVg op
blz. 251) en Stijntje Cornelis Groot.
Overleden op 11-05-1954 te
Beverwijk op 82-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
18-03-1894 te Edam, met Harmen
Zandbergen, 22 jaar oud, geboren
op 14-01-1872 te Blokzijl (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Barend Zandbergen en Aaltjen
Heleveld, koopman in matten
fabrieksarbeider. Overleden op
13-05-1952 te Beverwijk op 80-jarige
leeftijd.
Harmen Zandbergen heeft waarschijnlijk
ook nog in Maurik gewoond.
Uit dit huwelijk:
1. Barend Zandbergen, geboren
op 07-04-1895 te Edam.
2. Stijntje Zandbergen, geboren
op 27-04-1896 te Edam.
3. Antje Zandbergen, geboren op
26-06-1897 te Edam. Overleden
op 06-02-1984 te Beverwijk op
86-jarige leeftijd. Gehuwd met
Lieuwe de Vries.
4. Aaltje Zandbergen, geboren op
23-01-1899 te Monnickendam.
Overleden op 12-08-1930 te
Velsen op 31-jarige leeftijd.
Aaltje Zandbergen overleed een half
jaar na de geboorte van het jongste
kind, aan de zogenaamde vliegende
tering, opgelopen na longontsteking.
Gehuwd met Herman van
Alphen, geboren op 05-04-1898
te Velsen. Zoon van Herman
van Alphen, timmerman, en
Johanna Lamberta Dieterink,
timmerman
verzekerings-inpecteur.
Overleden op 07-11-1967 te
Amsterdam op 69-jarige leeftijd,
begraven op 10-11-1967 te
Amsterdam
(Oosterbegraafplaats).
5. Harmen Zandbergen, geboren
op 11-01-1901 te Monnickendam.
Overleden op 17-09-1978 te
Beverwijk op 77-jarige leeftijd.
Gehuwd met Lena Jacomina
van Breugel.
6. Juriaan Jacob Zandbergen,
geboren op 29-09-1902 te
Monnickendam.
Uitvoerder
ballast Nedam. Overleden op
31-07-1976 te Beverwijk op
73-jarige leeftijd. Gehuwd met
Bertha Johanna Hermans.
7. Hermina Zandbergen, geboren
op 09-06-1904 te Monnickendam.
Overleden 1976.
8. Harmen Zandbergen, geboren
op
15-02-1906
te
Edam.
Overleden op 08-11-1991 te
Beverwijk op 85-jarige leeftijd.
Gehuwd met Aafje Tamis.
9. Cornelia Zandbergen, geboren
op
26-09-1908
te
Edam.
Overleden op 16-02-1911 te
Edam op 2-jarige leeftijd.
10.Cornelia Zandbergen, geboren
op
02-02-1914
te
Edam.
Overleden op 19-12-1991 te
Beverwijk op 77-jarige leeftijd.
TAK WATERLAND
Cornelia Voortman (1871-1954)
269
270
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Vc
Hendrik
Voortman,
geboren op 31-08-1885 te Volendam
(gezindte: Rooms Katholiek). Zoon
van Jan Voortman (zie IVj op blz.
252)
en
Wolmoed
Butter,
vissersknecht matroos. Overleden op
04-02-1971 te Volendam op
85-jarige leeftijd, begraven op
08-02-1971 te Volendam.
6. Johanna
Cornelia
Maria
Voortman, geboren in 1934 te
Volendam (zie VIe op blz. 280).
Gehuwd (1) op 25-jarige leeftijd op
07-05-1911 te Edam, met Grietje
Tol, 26 jaar oud, geboren op
24-01-1885 te Volendam. Dochter
van Jacob Tol en Grietje Keuken.
Overleden op 09-11-1918 te
Volendam op 33-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 35-jarige leeftijd op
02-10-1920 te Edam, met Neeltje
Jonk, 30 jaar oud, geboren op
04-11-1889 te Volendam. Dochter
van Klaas Jonk en Jansje Klouwer.
Overleden op 29-01-1983 te Edam
op 93-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelia Voortman, geboren op
18-09-1911
te
Volendam.
Overleden op 25-09-1911 te
Volendam, 7 dagen oud.
2. Jan Voortman, geboren op
28-07-1914 te Volendam (zie VIb
op blz. 279).
3. Neeltje Voortman, geboren op
09-08-1918
te
Volendam.
Overleden op 31-08-1918 te
Volendam, 22 dagen oud.
Uit het tweede huwelijk:
4. Aaltje Voortman, geboren in
1921 te Volendam (zie VIc op
blz. 279).
5. Evert Voortman, geboren op
12-05-1923 te Volendam (zie VId
op blz. 279).
Neeltje Jonk (1889-1983)
TAK WATERLAND
Vd
3. Geertje Tol, geboren in 1926 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Naaister.
Harmen Voortman, geboren op
13-11-1889 te Volendam (gezindte:
R.K.). Zoon van Jan Voortman (zie
IVj op blz. 252) en Wolmoed
Butter, vissersknecht. Overleden op
21-06-1936 om 20:30 uur te
Volendam op 46-jarige leeftijd.
4. Neeltje Tol, geboren in 1929 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Dienstbode.
5. Margaretha A. Tol, geboren in
1932 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Stikster.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
08-01-1916 te Edam, met Maartje
Veerman, 20 jaar oud, geboren op
29-07-1895 te Volendam (gezindte:
R.K.). Dochter van Jan Veerman en
Aaltje Tuijp. Overleden op
30-11-1935 te Volendam op
40-jarige leeftijd.
6. Alida M. Tol, geboren in 1933 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek).
7. Maria Tol, geboren in 1936 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek).
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Voortman, geboren in
1916 te Volendam.
2. Jan Voortman, geboren in 1922
te Volendam (zie VIf op blz.
280).
3. Jan Evert Voortman.
Ve
Elisabeth Voortman, geboren op
08-03-1894 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Dochter van Jan
Voortman (zie IVj op blz. 252) en
Wolmoed Butter,
dienstbode.
Overleden na 1947.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
09-09-1916 te Edam, met Jan Tol,
23 jaar oud, geboren op 18-05-1893
te Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Visser.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Tol, geboren in 1918 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Visser.
2. Hein Tol, geboren in 1922 te
Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Visser.
271
Vf
Trijntje Voortman, geboren op
04-03-1898 te Volendam. Dochter
van Willem Voortman (zie IVl op
blz. 253) en Aaltje Kwakman.
Gehuwd met Antonie Eitjes,
geboren op 07-05-1892 (gezindte:
Rooms Katholiek). Zeeman.
Uit dit huwelijk:
1. Hilena
Catharina
Eitjes,
geboren in 1922 (gezindte:
Rooms Katholiek).
Gehuwd met - Schulemaker.
272
Vg
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Dirk Voortman, geboren op
12-01-1901
te
Monnickendam
(gezindte: Rooms Katholiek). Zoon
van Simon Voortman (zie IVn op
blz. 254) en Johanna Lenior,
visroker. Overleden op 12-03-1948
te Purmerend op 47-jarige leeftijd.
Gehuwd
op
21-03-1929
te
Monnickendam met Hendrika
Buter, geboren op 05-06-1901 te
Monnickendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Dochter van Hendrik
Buter. Overleden op 06-11-1961 te
Monnickendam op 60-jarige leeftijd,
begraven te Monnickendam, R.K.
begraafplaats graf 9427.
Uit dit huwelijk:
1. Johanna Maria Voortman,
geboren
in
1929
te
Monnickendam.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1948 te Monnickendam, met
Marten Kroes, 18 jaar oud,
geboren in 1929 te Den Helder.
Zoon van Gerrit Kroes en Maria
Bennink, militair.
2. Hendrikus Simon Voortman,
geboren
in
1930
te
Monnickendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Visbewerker.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd in
1962 te Broek in Waterland, met
Maria Henriëtta Margaretha
Valstar, 23 jaar oud, geboren in
1938 te Zaandam (gezindte:
Rooms Katholiek). Dochter van
Abraham Jacobus Johannes
Valstar en Johanna Naatje
Groot.
3. Simon Voortman, geboren in
Trouwkaart van Dirk Voortman (1901-1948) en Hendrika Buter (1901-1961) uit 1929.
TAK WATERLAND
1933 te Monnickendam (zie VIg
op blz. 282).
Gehuwd met Neeltje Visser.
Uit dit huwelijk:
4. Maria Voortman, geboren in
1943 te Monnickendam.
1. Zwaantje Klein, geboren in 1914
te Monnickendam, gedoopt in
1914 te Monnickendam.
Gehuwd met Servais.
Vh
Hendrik Voortman, geboren op
19-02-1903
te
Monnickendam
(gezindte: Rooms Katholiek). Zoon
van Simon Voortman (zie IVn op
blz. 254) en Johanna Lenior, los
werkman.
Vk
Gehuwd met Grietje Stroosnijder,
geboren
op
25-01-1904
te
Amsterdam (gezindte: Nederlands
Hervormd).
1. Simon Voortman, geboren in
1930 te Velsen.
2. Rigtje Voortman, geboren in
1934 te Velsen.
Elizabeth Voortman, geboren op
19-03-1905
te
Monnickendam
(gezindte:
Rooms
Katholiek).
Dochter van Simon Voortman (zie
IVn op blz. 254) en Johanna
Lenior. Overleden op 22-05-1993 te
Monnickendam op 88-jarige leeftijd,
gecremeerd op 26-05-1993 te
Amsterdam, Westgaarde.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje Voortman, geboren op
25-06-1914 te Monnickendam,
gedoopt op 06-09-1914 te
Monnickendam. Begraven op
29-05-1915 te Monnickendam.
2. N.N. Doodgeboren voor 1916,
begraven op 29-11-1916 te
Monnickendam.
Gehuwd
met
Hendricus
Gijsbertus Rademaker, geboren op
02-01-1899.
3. Grietje Voortman, geboren op
24-10-1920 te Monnickendam
(zie VIh op blz. 283).
Uit dit huwelijk:
1. Hendricus
Gijsbertus
Rademaker, geboren in 1929.
Vj
Steffen
Klein,
geboren
op
27-05-1882 te Monnickendam. Zoon
van Gerrit Klein en Trijntje
Voortman (zie IVo op blz. 255).
Rem Voortman, geboren op
10-08-1889
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Jan Voortman (zie IVp
op blz. 255) en Grietje Jansen,
visroker. Overleden op 08-09-1957
te Monnickendam op 68-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
24-07-1913 te Monnickendam, met
Lammertje Zijp, 23 jaar oud,
geboren
op
16-10-1889
te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van
Jan
Zijp
en
Aagje
Schooneveld.
Overleden
op
03-12-1944 te Monnickendam op
55-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
Vi
273
Vl
Maretje Voortman, geboren op
13-01-1891
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Jan Voortman (zie
IVp op blz. 255) en Grietje Jansen.
Overleden op 06-01-1954 te
Monnickendam op 62-jarige leeftijd.
274
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd te Monnickendam, met
Sijmon Mey (zie VIa op blz. 279).
verzekeringsagent.
1947.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
09-04-1924 te Amsterdam,
met
Trijntje de Bruyn, 17 jaar oud,
geboren in 1906 te Amsterdam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Pieter Johannes de
Bruyn en Trijntje Johanna Jorna.
1. Simon Mey, geboren in 1915 te
Monnickendam.
2. Geertje Mey, geboren in 1922 te
Monnickendam.
Vm Herman Voortman, geboren op
17-08-1905
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Jan Voortman (zie IVp
op blz. 255) en Grietje Jansen,
visroker vishandelaar. Overleden op
30-05-1977 te Monnickendam op
71-jarige leeftijd.
na
Uit dit huwelijk:
1. Johannes
Herman
(Joop)
Voortman,
geboren
op
16-07-1924
te
Amsterdam.
Overleden op 14-07-2002 te
Amsterdam op 77-jarige leeftijd.
Gehuwd met Maretje van Altena,
geboren op 01-01-1907 te Marken
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Sijmon van Altena en
Geertje Visser. Overleden op
15-03-1977 te Monnickendam op
70-jarige leeftijd.
Als Joop Voortman de lotto wint huurt hij
een week lang Carré af. ‘Voor mensen die
het als artiest net niet gehaald hebben.
Omdat ze bijvoorbeeld niet mooi genoeg
zijn, of maar één been hebben. Wel talent,
maar de cameraman vindt het niks. Het
weggegooide talent, noem ik dat.
Misschien kiest het publiek hen alsnog als
favoriet.’
Uit dit huwelijk:
Hij zou het doen ook. ‘Joop van den Ende
zou eens een gebaar moeten maken. Er
zijn zoveel mensen in onze samenleving die
zonder te falen de eindstreep niet halen.
Die hebben een duwtje nodig.’ Niet alleen
te vroeg gevallen sterren, maar ook
allochtonen, vluchte-lingen, minderheden,
ge-krenkten, verschopten. Als ze niet bij
Voortman aankloppen, klopt hij wel bij
hen aan. Dat gaat al z’n leven lang zo.
1. Sijmon Voortman, geboren op
30-10-1929 te Monnickendam
(zie VIi op blz. 283).
2. Jan Voortman, geboren op
07-02-1935 te Monnickendam.
Overleden op 22-12-1989 te
Monnickendam op 54-jarige
leeftijd.
Gehuwd met Elli Heng.
3. Geertje Voortman, geboren in
1939 te Monnickendam.
Vn
Overleden
Johannes Herman Voortman,
geboren
op
23-06-1903
te
Amsterdam
(gezindte:
Rooms
Katholiek). Zoon van Harmen
Voortman (zie IVq op blz. 257) en
Johanna
Adriana
Georgina
Jannette
Veerman,
‘Ik ben woordvoerder van de menselijke
ellende,’ zegtr hij soms. Of: ‘Ik ben een
standwerker en ik probeer solidariteit aan
de man te brengen.’ Dat lukt aardig. In de
raadzaal van het stadhuis heeft hij een
eigen vaste plek, met een naambordje.
Ergens in de stad zou nog een zeepkist
moeten staan. ‘Ik zou er elke dag
opspringen om uit te leggen dat je niet
voor niks mens bent. Ik zou iets zeggen
over voor elkaar opkomen. En dat je de
wereld beter moet achterlaten dan je hem
aantreft. Het recht van overleven verplicht
je daartoe.’ Liefst in alle 180 talen van de
TAK WATERLAND
daar heb je Voortman. We motten meer
wat! Maar ik ben nog nergens uitgezet.’
inwoners van Amsterdam. Zijn uitleg van 4
en 5 mei vieringen ter stede, verscheen in
10 talen. ‘En dan mag het toch niks kosten,
want een budget heb ik niet.’
Twee jaar geleden kreeg hij het Ereteken
van Verdienste voor zijn werk voor de
gemeenschap. Een fraai gebaar van
erkenning. Aan de andere kant: vorig jaar
lag hij in het Lucas met een gebroken
heup. Hij hoorde op de zaal mensen praten
over vluchtelingen, kleurlingen. ‘Daar
schrok ik van. Ik dacht bij mezelf: Joop,
ben je daar nou 60 jaar voor bezig
geweest?’
Tegenwoordig woont hij aan de Amstel,
met uitzicht op de Stopera. ‘Ik ken die
buurt. Mijn vader stalde ons kinderen op
het Waterlooplein bij de ijssalon van
Montesinos. Dan ging hij rond om
verzekeringsgeld te incasseren. Veel
Joodse mensen, en dus raakte hij door de
oorlog vrijwel al zijn klanten kwijt.
Dertien gulden steun in de week met een
huur van fl. 8,-. Ik beschouw het maar als
een prima vormingscursus. Maar het is
een wonder dat ik hier nog zit.’ Voor de
oorlog al maakte hij met vrienden en
vriendinnen
toneel-stukjes
over
vervolging, over vreemdelingenhaat. Dat
moet in de paplepel hebben gezeten. ‘Mijn
ouders waren in 1933 al actief met de
opvang
van
vluchtelingen
uit
Nazi-Duitsland.’
Dat schreeuwende onrecht heeft hem
sindsdien niet meer met rust gelaten. Dat
je al in de gevangenis kan komen omdat je
neus krom is. Armoede, racisme en
dis-criminatie. Toen veroorzaakten ze een
volksverhuizing, nu is het weer zo. En
Amsterdam ligt op een hoofdroute.
Voortman: ‘Ik snap die mensen. Als je de
vrijheid zoekt, of niet ΘΘn snee brood
meer voor je kind hebt, dan ga je het over
de grens halen. Aan het eind van de
wereld.’
Op zijn 76ste is hij nog steeds actief
binnen het 4 en 5 mei comitΘ, in de
werkgroep Uitgeprocedeerden, voor het
Informatiepunt Migranten, en hij beijvert
zich voor terugkeer op de kabel van RAI
Uno en TVE. Om maar een paar van de
petten te noemen die hij op heeft. ‘Geen
kunst, ik word ge∩nspireerd door het
socialisme en het evangelie. Ik ben
gangmaker, ik laat het niet bij lullen. Als
visitemens ben ik verloren gegaan, want
van auto’s en voetballen weet ik niks.
Maar een werkgroep uit de grond
stampen? Laat mij maar gaan.’ Hij weet
dat hij wel eens een lastpost wordt
genoemd. ‘Ik zie ambtenaren soms denken:
275
(bron: Weekblad de Echo, 20-09-2000; De
vele petten van ‘lastpost’ Joop Voortman:
‘Ik ben een standwerker en ik verkoop
solidariteit’. Zie ook Vortmes nr. 10 pag.
41-42).
2. Cornelis Herman Voortman,
geboren in 1926 te Amsterdam.
3. Herman Voortman, geboren in
1927 te Amsterdam (zie VIj op
blz. 284).
4. Trijntje Voortman, geboren in
1930 te Amsterdam.
Vo
Dirk Voortman, geboren op
26-02-1915 te Amsterdam (gezindte:
R.K.).
Zoon
van
Harmen
Voortman (zie IVq op blz. 257) en
Johanna
Adriana
Georgina
Jannette Veerman. Overleden op
01-01-1998 te Amsterdam op
82-jarige leeftijd, begraven op
08-01-1998
te
Amsterdam,
St.Barbara begraafplaats.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
27-08-1941 te Amsterdam,
met
Maria Cornelia Visser, 24 jaar oud,
geboren
op
27-01-1917
te
Amsterdam.
Overleden
op
15-10-1996 te Amsterdam op
79-jarige leeftijd, begraven op
21-10-1996 te Amsterdam. St.Barbara
begraafplaats, Spaarndammerdijk 312 te
Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
276
Vp
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1. Dick
Rudolf
Voortman,
geboren op 19-04-1946 te
Amsterdam (zie VIk op blz. 284).
jaar oud, geboren op 03-06-1899 te
Zaandam. Houtwerker.
2. Marcello Voortman, geboren in
1949 te Amsterdam (zie VIl op
blz. 284).
1. Geertje Botterman, geboren in
1929 te Zaandam.
Jan Voortman, geboren op
31-07-1899 te Zaandam. Zoon van
Dirk Voortman (zie IVr op blz.
259)
en
Jannetje
Keet,
administratief medewerker assistent
accountant.
Overleden
op
08-01-1991 te Zaandam op 91-jarige
leeftijd, gecremeerd op 11-01-1991
te Zaandam.
Uit dit huwelijk:
2. Dirk Botterman, geboren in
1936 te Zaandam.
Vr
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1940
te Amsterdam,
met Jentina
Arends, 21 jaar oud, geboren in
1918 te Amsterdam (gezindte:
Ev.L.). Dochter van Willem Jan
Arends en Jentina Scholing,
kostuumnaaister.
Ondertrouwd op 14-07-1927 te
Zaandam, gehuwd op 27-jarige
leeftijd op 28-07-1927 te Zaandam
met Maartje Dronkers, 26 jaar oud,
geboren op 31-12-1900 te Zaandam.
Dochter van Jan Christiaan
Dronkers
en
Wilhelmina
Laarmans.
Overleden
op
08-02-1994 te Zaandam op 93-jarige
leeftijd, gecremeerd op 14-02-1994
te Amsterdam-Osdorp.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Voortman, geboren in 1929
te Amsterdam, Hondiusstraat 10
II (zie VIm op blz. 284).
2. Grada Wilhelmina Voortman,
geboren in 1937 te Zaandam, J.
Arnoldusstraat 32 (zie VIn op blz.
284).
Vq
Eefje (Eef) Voortman, geboren op
07-02-1902 te Zaandam. Dochter
van Dirk Voortman (zie IVr op blz.
259) en Jannetje Keet.
Ondertrouwd op 10-11-1927 te
Zaandam, gehuwd op 25-jarige
leeftijd op 24-11-1927 te Zaandam
met Simon (Siem) Botterman, 28
Herman Voortman, geboren in
1913 te Amsterdam. Zoon van
Herman Voortman (zie IVv op blz.
263)
en
Johanna
Mooten,
timmerman.
Uit dit huwelijk:
1. Herman Voortman, geboren in
1943 te Amsterdam (zie VIo op
blz. 284).
Vs
Leentje Aleida Voortman, geboren
in 1915 te Amsterdam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Herman Voortman (zie IVv op
blz. 263) en Johanna Mooten.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1939
te Amsterdam,
met Petrus de
Back, 24 jaar oud, geboren in 1914
te Amsterdam. Machine-bankwerker.
Uit dit huwelijk:
1. Wijnand de Back, geboren in
1942 te Amsterdam.
2. Johanna de Back, geboren in
1945 te Amsterdam.
3. Petrus de Back, geboren in 1951
te Amsterdam.
TAK WATERLAND
Vt
Cornelis Voortman, geboren op
07-02-1914 te Amsterdam (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Cornelis Voortman (zie IVw op
blz. 264) en Kniertje Vergeer,
bankbeambte.
Overleden
op
21-11-1991 te Koedijk op 77-jarige
leeftijd, gecremeerd op 25-11-1991
te Driehuis ‘Velsen’.
Gehuwd op 36-jarige leeftijd op
04-05-1950 te Amsterdam,
met
Martha Catharina Serrarens, 35
jaar oud, geboren op 08-04-1915 te
Amsterdam
(gezindte:
Rooms
Katholiek).
Overleden
op
09-07-1984 te Koedijk op 69-jarige
leeftijd, gecremeerd op 13-07-1984
te Velsen.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Voortman, geboren op
01-02-1953
te
Amsterdam.
Overleden op 02-02-1953 te
Amsterdam, 1 dag oud.
2. Cornelis Voortman, geboren in
1954 te Amsterdam (zie VIp op
blz. 285).
Vu
Zwaantje Cornelia Voortman,
geboren
op
11-07-1915
te
Amsterdam (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Cornelis
Voortman (zie IVw op blz. 264) en
Kniertje Vergeer. Overleden op
23-09-2001 te Amsterdam op
86-jarige leeftijd, gecremeerd op
28-09-2001
te
Amsterdam,
crematorium Westgaarde.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
29-06-1939 te Amsterdam,
met
Thomas Hubertus de Cocq van
Delwijnen, 27 jaar oud, geboren op
10-07-1911
te
Amsterdam.
Overleden voor 2001.
277
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth (Els) de Cocq van
Delwijnen, geboren in 1943 te
Amsterdam.
2. Cornelis (Cees) de Cocq van
Delwijnen, geboren in 1947 te
Amsterdam.
278
Vv
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gerrit Jan Voortman, geboren op
07-07-1911 te Amsterdam, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
te
Amsterdam.
Zoon
van
Jan
Voortman (zie IVx op blz. 266) en
Gesina Johanna Catharina (Sien)
Blok,
smid,
bankwerker,
bedrijfsleider
machinefabriek.
Overleden op 24-01-1984 te Hoorn
(N.H.)
op
72-jarige
leeftijd,
gecremeerd op 28-01-1984 te
Lelystad.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
21-06-1933 te Amsterdam,
met
Jetta Dolderman, 21 jaar oud,
geboren
op
28-12-1911
te
Amsterdam (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Jan
Dolderman, metaalbewerker, en
Sietskalina
Hendrika
Orsel,
huisvrouw.
Overleden
op
05-05-1974 te Hoorn (N.H.) op
62-jarige leeftijd, gecremeerd op
08-05-1974 te Schagen.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Gerrit (Jan) Voortman,
geboren in 1933 te Ouderkerk
aan de Amstel (zie VIq op blz.
285).
2. Sietskalina
Hendrika
Voortman, geboren in 1936 te
Nieuweramstel (zie VIr op blz.
285).
3. Gezina Johanna Catharina
Voortman, geboren in 1944 te
Amsterdam (zie VIs op blz. 285).
4. Gerrit Jan (Ger) Voortman,
geboren in 1949 te Meppel (zie
Gezinsfoto uit circa 1950, v.l.n.r. Jan Gerrit Voortman (1933), Gerrit Jan Voortman jr. (1949), Gerrit Jan
Voortman sr. (1911-1984), Gezina Johanna Catharina Voortman (1944), Jetta Dolderman (1911-1974)
en Sietskalina Hendrika Voortman (1936).
TAK WATERLAND
VIt op blz. 286).
VIa Sijmon
Mey,
geboren
op
14-08-1890
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Sijmon Sijmonsz. Mey
(zie Va op blz. 267) en Geertje
Snieder. Overleden op 15-02-1949
te Monnickendam op 58-jarige
leeftijd.
Gehuwd te Monnickendam, met
Maretje Voortman (zie Vl op blz.
273).
Uit dit huwelijk: 2 kinderen (zie
onder Vl op blz. 273).
VIb Jan Voortman, geboren op
28-07-1914 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Zoon van
Hendrik Voortman (zie Vc op blz.
268) en Grietje Tol, visbewerker.
Overleden op 20-03-1993 te
Monnickendam op 78-jarige leeftijd,
begraven
op
24-03-1993
te
Monnickendam
(oude
R.K.
Begraafplaats graf 9409).
Gehuwd op 28-jarige leeftijd in 1943
te Monnickendam,
met Anna
Maria Visser, 18 jaar oud, geboren
in 1924 te Monnickendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Dochter van
Martinus Visser en Cornelia
Frans.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrikus Cornelis Voortman,
geboren
in
1944
te
Monnickendam (zie VIIa op blz.
286).
2. Martine Maria Voortman,
geboren
in
1947
te
Monnickendam (zie VIIb op blz.
286).
3. Cornelis Hendrik Voortman,
geboren
in
1948
te
279
Monnickendam (zie VIIc op blz.
286).
4. Johanna
Maria
Josephina
Voortman, geboren in 1956 te
Monnickendam (zie VIId op blz.
287).
5. Cornelia
Anna
Maria
Voortman, geboren in 1962 te
Monnickendam.
6. Johannes Voortman.
VIc Aaltje Voortman, geboren in 1921
te Volendam (gezindte: Rooms
Katholiek). Dochter van Hendrik
Voortman (zie Vc op blz. 268) en
Neeltje Jonk.
Gehuwd met Nicolaas Keizer,
geboren in 1919 te Volendam.
Uit dit huwelijk:
1. Christina Maria Keizer, geboren
in 1944 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek).
2. Cornelia Alida Maria Keizer,
geboren in 1947 te Volendam.
3. Theodorus Hendrikus Keizer,
geboren in 1949 te Volendam.
4. Johanna
Cornelia
Maria
Keizer, geboren in 1950 te
Volendam.
5. Johanna
Christina
Maria
Keizer, geboren in 1951 te
Volendam.
6. Agatha Maria Keizer, geboren
in 1954 te Volendam.
7. Alida Maria Keizer, geboren in
1956 te Volendam.
8. Hendrikus Theodorus Keizer,
geboren in 1958 te Purmerend.
VId Evert Voortman, geboren op
12-05-1923 te Volendam (gezindte:
Rooms Katholiek). Zoon van
280
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Hendrik Voortman (zie Vc op blz.
268)
en
Neeltje
Jonk,
visrokersknecht. Overleden
op
15-05-1979 te Volendam op
56-jarige leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
04-05-1954 te Edam, met Aagje
Tuijp, 28 jaar oud, geboren op
25-11-1925 te Volendam. Dochter
van Gerrit Tuijp en Jannetje Bond.
Overleden op 26-01-1991 te
Volendam op 65-jarige leeftijd,
begraven
op
29-01-1991
te
Volendam.
6. Alida
Antonia
Maria
Voortman, geboren in 1962 te
Volendam.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in
1985 te Edam, met Cornelis
Jozef Maria Jonk, 26 jaar oud,
geboren in 1959 te Volendam.
VIe Johanna
Cornelia
Maria
Voortman, geboren in 1934 te
Volendam
(gezindte:
Rooms
Katholiek). Dochter van Hendrik
Voortman (zie Vc op blz. 268) en
Neeltje Jonk.
Gehuwd met Johannes Hendrikus
Buys, geboren in 1930 te Volendam.
Architect.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrikus Antonius Maria
Voortman, geboren in 1953 te
Volendam (zie VIIe op blz. 287).
Uit dit huwelijk:
1. Martinus
Jacobus
Buys,
geboren in 1959 te Volendam.
2. Gerardus Hyacintus Maria
(Gerrit) Voortman, geboren in
1954 te Volendam (zie VIIf op
blz. 287).
3. Everardus Antonius Maria
Voortman, geboren in 1955 te
Volendam (zie VIIg op blz. 287).
4. Cornelia
Antonia
Maria
Voortman, geboren in 1957 te
Volendam.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd in
1977 te Edam, met Johannes
Huibertus Maria Bond, 24 jaar
oud, geboren in 1952 te
Volendam.
5. Johanna Maria Voortman,
geboren in 1960 te Volendam.
Ondertrouwd (1) 1996 te
Volendam, gehuwd 1997 te Edam
met Jacobus Adrianus Jozef
Tuijp, geboren 1959.
Gehuwd (2) met Nico Koolen.
2. Jacqueline Maria Buys, geboren
in 1961 te Volendam.
3. Franciscus Jacobus Buys,
geboren in 1966 te Volendam.
VIf
Jan Voortman, geboren in 1922 te
Volendam (gezindte: R.K.). Zoon
van Harmen Voortman (zie Vd op
blz. 270) en Maartje Veerman,
electriciën.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd in 1949
te Sepolno Krajenski (Polen),
gehuwd voor de kerk in 1948 te
Sempolo (Polen) (R.K.) met Joanna
Gertruda Kulpinska, 27 jaar oud,
geboren in 1922 te Frydrychowo
(Polen) (gezindte: R.K.). Dochter
van Stanislaw Kulpinski.
Bron: Nivo (Nieuw Volendam), 23
december 1998, gepubliceerd in Vortmes
nr. 8 pag. 33. Met dank aan dhr. J.Schilder
voor het toezenden van het artikel.
Op maandag 27 december 1998 waren Jan
Voortman
en
Johanna
Voortman-
TAK WATERLAND
Kulpinska 50 jaar getrouwd. Dit gouden
huwelijksfeest werd zondag 26 december
gevierd met de H. Mis uit dankbaarhied in
de Vincentiuskerk in Volendam. Daarna
was er een feestelijk samenzijn waarbij
hun dierbare kinderen, buren en familie
uitgenodigd waren. Het zijn voor Jan en
Johanna geen gemakkelijke jaren geweest.
Vooral in de eerste jaren van hun huwelijk
hebben ze in grote armoede geleefd. En
voor Johanna Kulpinska, die in Polen
geboren is, waren de eerste jaren hier
helemaal niet gemakkelijk. Twee kinderen
hebben ze gekregen. Beide zijn 76 jaar oud
en dolgelukkig dat ze in goede gezondheid
hun 50-jarig huwelijk mochten vieren.
Toen Jan Voortman 14 jaar oud was
verloor hij in een half jaar tijd zijn beide
ouders en drie zusters. Als wees bleef hij
over met vijf zussen. Daarvan werden er
drie opgenomen in het gezin van Geert
Kok, een kwam in Alkmaar terecht, en de
ander bij de oude Jan Boots. Jan werd
opgenomen in het gezin van de
vishandelaar Puck Molenaar. Meteen
werd het voor hem al duidelijk dat hij het
niet zag zitten om in de vis te gaan werken.
Aan zijn voogd vroeg hij of hij niet een
ander vak kon leren. Zodoende kwam hij
in Limburg op de Heibloem terecht, daar
verbleef hij tot 1939. Hij kwam terug naar
zijn geboortedorp waar Jan bij Cas
Sombroek als electricien en in de smederij
aan de slag ging.
Tewerkgesteld
De Tweede Wereldoorlog brak uit. Door
de Duitsers werd hij tewerkgesteld bij de
AEG-fabrieken in Berlijn. Voor dit bedrijf
moest hij geregeld in Polen werken, o.a.
op de Danzigerwerf (waar ook Lech
Walensa, de latere president van Polen
gewerkt heeft) om er electricienswerk uit
te voeren. Na de oorlog kwam hij door
omstandigheden in Polen terecht om
stroomvoorzieningen te treffen in een
grote houtzagerij waar z’n 300 mensen
werkten. In die tijd leerde hij ook Johanna
kennen.
Johanna Kulpinska werkte in een
klerenmakerij vlak bij de Pools-Duitse
grens. Zij had daar kennis met een man
waar haar ouders het niet bepaald mee
281
eens waren. Deze man was geregeld
onderweg, en Johanna zag hem zelden.
Een vriend van Jan Voortman ging
trouwen, en Jan werd ook uitgenodigd op
deze bruiloft en aan Johanna werd
gevraagd of zij ook mee wilde komen.
Johanna beheerste de Duitse taal. Jan
Voortman sprak moelijk Pools maar kon
wel Duits spreken. Op het feest kwamen zij
naast elkaar te zitten, en zo is het
gekomen... De vonk spatte meteen over.
Johanna dacht meteen: "Dit is de ware
Jacob. Dit is hem". Het feest kon voor
beide niet meer kapot.
‘s-Avonds vertrok Jan weer naar de
houtzagerij om er te gaan werken en
eigenlijk zonder gedag te zeggen ging hij
weer. Na enkele dagen zei hij tegen zijn
collega’s: "Ik moet weer naar die maad".
Hij ging naar de klerenmakerij en vroeg of
Johanna er was. Ze waren meteen
dolverliefd op elkaar. De ouders van
Johanna stemden meteen toe in het
huwelijk, want ze konden het wel vinden
met hun aanstaande schoonzoon.
De twee verliefden zagen het meteen zitten
met elkaar en na drie maanden besloten ze
te gaan trouwen. Dat ging echter niet
zomaar. Door de oorlog waren Jan z’n
papieren verloren gegaan. De pastoor
vroeg of hij wel katholiek was. En omdat
Jan nog twee bidprentjes van zijn
overleden ouders bij zich had, namen ze
maar aan dat hij dan ook wel katholiek
was. Op 28 december 1948 trouwden ze in
de kerk in Sempolo.
Terug naar Volendam
Na een paar maanden besloten ze om
terug te gaan naar Volendam. Voor
Johanna was het een moeilijke beslissing.
Zij moest haar ouders en vijf zusters
achterlaten. Per boot werd de reis over de
Oostzee aangevangen. Een beetje verloren
kwamen ze in Volendam aan. Ze hadden
geen geld en geen ouders. Johanna sprak
geen woord Nederlands, wel wat Duits, en
daarnaast heb je hier ook nog het dialect.
Bij de familie Veerman op het Noordeinde
trok het verliefde pasgetrouwde stel in.
Vooral in de eerste jaren had Johanna het
hier ontzettend moeilijk. Maar ze moest
zich er doorheen werken. Het kruis op de
282
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Vincentiuskerk was haar baken. Vaak
dacht ze als ze naar dit kruis keek: "God je
moet me er doorheen helpen".
Na enige tijd kwamen ze in een huisje op
het Doolhof te wonen. Door de buren werd
ze ontzettend goed opgevangen. Iedereen
was arm, en ondacks dat er bijna niets te
krijgen was, hielp iedereen elkaar.
Johanna Kulpinska, die in Volendam ook
wel bekend staat als "Poolse Annie",
raakte steeds meer ingeburgerd in het
dorp. Jan werkte toen bij Morelisse in
Edam en later in de bouw bij Korens.
Enige jaren later kwam de familie
Voortman in de Roerstraat te wonen, naast
Trien Stroek-Sier. Toen het eerste kind
geboren werd werd dit huis te klein en
verhuisde men naar de Asterstraat 60, nu
36 jaar geleden. Ook buurvrouw Trien
verhuisde mee en ze kwamen weer naast
elkaar te wonen. Veertig jaar zijn zij nu
buren, en lief en leed hebben ze met elkaar
gedeeld. Tot volle tevredenheid wonen ze
op het Munnikenveld.
Hulp aan Polen
In 1956 gingen Jan en Johanna Voortman
voor de eerste keer weer terug naar Polen.
Vier weken ervoor was haar moeder daar
overleden. De nood in Polen was en is nog
steeds erg groot. Iedere gulden die zij
overhouden wordt besteed om hulp te
bieden aan de mensen daar. Mede door de
familie Voortman zijn de hulptransporten
naar Polen van start gegaan. Meester
Beumer, die een zeer goede vriend van Jan
en Johanna is, heeft via hen de adressen
gekregen. Per jaar ging Jan zo’n 7 a 8
keer naar Polen om goederen en
levensmiddelen naar de noodlijdende
mensen te brengen. Ook is hij talloze keren
met de hulptransporten van Evert Beumer
mee geweest. Jan spreekt goed Pools en
weet er de weg.
Een half jaar geleden sukkelde Jan
Voortman met zijn gezondheid. Door
hartklachten moest hij geopereerd worden.
Na de bypass-operatie is hij gelukkig weer
helemaal hersteld. "Dat komt ook omdat
hij een goed dienstmeisje heeft die goed op
hem let", zegt Johanna. Heel dankbaar
zijn ze dat ze hun 50-jarig huwelijksfeest
mee mogen maken. Eigenlijk wilden ze er
niet zoveel ruchtbaarheid aan geven. Het
liefst zouden ze alles wat ze kunnen missen
willen geven aan de Poolse familie. Ze
cijferen zichzelf eigenlijk weg om anderen
ten dienste te zijn, maar 50 jaar getrouwd,
dat is toch een heuglijk feit waar ze niet
zomaar omheen kuinnen. Lief en leed
hebben Jan en Johanna met elkaar
gedeeld. Het is niet allemaal over een
leien dakje gegaan. Dolblij zijn ze dat ze
gezegend zijn met twee dochters, Martie
(die getrouwd is met Henk de Geus) en
Miriam (gehuwd met Ben Jonk de
loodgieter) en hun kleinkinderen Marcel
en Marjan.
Zondag 26 december 1998 werd het feest
gevierd. In 1999 willen Jan en Johanna
ook nog naar Polen gaan om hun familie
daar op te zoeken. Nog vrijwel dagelijks
hebben ze telefonisch contact, en geregeld
wordt om hun hulp gevraagd. De goederen
die dan gevraagd worden, geven ze veelal
mee met meester Beumer, waarmee ze een
ontzettend goed contact hebben. Het
jubilerende paar hoopt van harte dat Evert
Beumer, die momenteel in het ziekenhuis
ligt, snel herstelt van zijn hartoperatie.
Tot slot willen Jan en Johanna al diegenen
die hen in al die jaren geholpen hebben
een Zalige Kerst en een heel gezond
nieuwjaar toewensen. Van onze kant nog
de hartelijke gelukwensen aan het gouden
paar en nog vele jaren in goede
gezondheid toegewenst.
Uit dit huwelijk:
1. Marta Maria Theresia (Martie)
Voortman, geboren in 1960 te
Purmerend (zie VIIh op blz. 287).
2. Maria Simone Margaretha
Voortman, geboren in 1967 te
Purmerend.
Gehuwd met
Loodgieter.
(Ben)
Jonk.
VIg Simon Voortman, geboren in 1933
te Monnickendam (gezindte: Rooms
Katholiek).
Zoon
van
Dirk
TAK WATERLAND
1. Lambertha (Betty) Santema,
geboren
in
1948
te
Monnickendam.
Voortman (zie Vg op blz. 271) en
Hendrika Buter.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd in 1962
te Schermerhorn, met Wijnanda
Maria Dekker, 24 jaar oud, geboren
in 1938 te Schermerhorn (gezindte:
Rooms Katholiek). Dochter van
Johannes Nicolaas Dekker en
Dieuwertje van Diepen.
2. Piërre (Pedro) Santema, geboren
in 1950 te Monnickendam.
3. Rem Jan (René) Santema,
geboren
in
1954
te
Monnickendam.
4. Louise Wilhelmina (Louise)
Santema, geboren in 1956 te
Monnickendam.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrika Erna Divera Maria
Voortman, geboren in 1963 te
Monnickendam, gedoopt in 1963
te Monnickendam.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1984 te Monnickendam met
Henricus Anton Eldering.
2. Theodorus Johannes Maria
Voortman, geboren in 1969 te
Monnickendam, gedoopt in 1969
te Monnickendam.
VIh Grietje Voortman, geboren op
24-10-1920
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Rem Voortman (zie
Vk op blz. 273) en Lammertje Zijp.
Overleden op 19-02-1997 te
Volendam, Verpleeghuis Gouwzee
op 76-jarige leeftijd, begraven op
22-02-1997 te Monnickendam.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
02-01-1947 te Monnickendam, met
Piërre Louïs Santema, 27 jaar oud,
geboren
op
21-10-1919
te
Monnickendam
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Piërre Santema en Christina
Brandina
Wilhelmina
Stinis,
militair. Overleden op 05-05-1956 te
Monnickendam op 36-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
283
VIi
Sijmon Voortman, geboren op
30-10-1929
te
Monnickendam
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Herman Voortman (zie
Vm op blz. 274) en Maretje van
Altena, visser. Overleden op
18-10-1991 te Schagen op 61-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
19-06-1951 te Monnickendam, met
Hendrikje (Hennie) Keijzer, 21 jaar
oud, geboren op 13-02-1930 te
Ilpendam (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Pieter
Keijzer. Overleden op 12-05-2003 te
Schagen op 73-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Voortman, geboren in
1955 te Monnickendam.
2. Hennie Voortman, geboren in
1956 te Monnickendam.
3. Herman Voortman, geboren op
30-03-1962 te Monnickendam.
Overleden op 07-02-1981 te
Schagen op 18-jarige leeftijd.
4. Jan Voortman, geboren in 1963
te Monnickendam.
5. Pieter Voortman, geboren in
1972 te Harlingen.
284
VIj
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Herman Voortman, geboren in
1927 te Amsterdam. Zoon van
Johannes Herman Voortman (zie
Vn op blz. 274) en Trijntje de
Bruyn.
Gehuwd
met
Geertruida
Clemensia Elisabeth Piet, geboren
op
29-03-1935
te
Wormer.
Overleden op 29-01-2003 te
Zaandam op 67-jarige leeftijd,
begraven
op
03-02-2003
te
Algemene Begraafplaats Wormer.
Uit dit huwelijk:
1. Martine Voortman.
2. Lennaert Voortman.
VIk Dick Rudolf Voortman, geboren
op 19-04-1946 te Amsterdam. Zoon
van Dirk Voortman (zie Vo op blz.
275) en Maria Cornelia Visser.
Overleden op 29-11-2002 te
Amsterdam op 56-jarige leeftijd,
gecremeerd op 05-12-2002 te
Amsterdam, Westgaarde.
VIl
kantoorbediende
accountant.
assistent
Gehuwd op 27-jarige leeftijd in 1956
te Zaandam, met Alberdina Biere,
24 jaar oud, geboren in 1932 te
Rotterdam (gezindte: Doopsgezind).
Dochter van Jacob Biere en
Agatha Pekelharing.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Jaap Voortman, geboren in
1960 te Zaandam, Tolstoistraat
60.
2. Rik Voortman, geboren in 1961
te Zaandam, Tolstoistraat 60 (zie
VIIi op blz. 287).
VIn Grada Wilhelmina Voortman,
geboren in 1937 te Zaandam, J.
Arnoldusstraat 32. Dochter van Jan
Voortman (zie Vp op blz. 276) en
Maartje Dronkers.
Gehuwd met Marianne G. van
Boven.
Gehuwd met Marinus Hengsdijk,
geboren in 1932 te Zaandam. Zoon
van Adriaan Hengsdijk en
Jannetje van den Kommer,
onderhoudsmonteur.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Merijn Voortman.
1. Ronald Hengsdijk, geboren in
1963 te Zaandam, Tolstoistraat
38.
Marcello Voortman, geboren in
1949 te Amsterdam. Zoon van Dirk
Voortman (zie Vo op blz. 275) en
Maria Cornelia Visser.
Gehuwd met Alida M. Mooyer.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Voortman.
2. Kees Voortman.
VIm Dirk Voortman, geboren in 1929 te
Amsterdam, Hondiusstraat 10 II.
Zoon van Jan Voortman (zie Vp op
blz. 276) en Maartje Dronkers,
2. Wendy Hengsdijk, geboren in
1966 te Zaandam, Tolstoistraat
38.
VIo Herman Voortman, geboren in
1943 te Amsterdam. Zoon van
Herman Voortman (zie Vr op blz.
276) en Jentina Arends.
Gehuwd met N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Astrid Voortman, geboren in
1970 te Amsterdam.
TAK WATERLAND
2. Ferry Voortman, geboren in
1974 te Amsterdam.
VIp Cornelis Voortman, geboren in
1954 te Amsterdam. Zoon van
Cornelis Voortman (zie Vt op blz.
277)
en
Martha
Catharina
Serrarens, ingenieur weg- &
waterbouwkunde.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1978
te Amsterdam, met Wilhelmina
Gerarda Slagter, 22 jaar oud,
geboren in 1956 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
1. Nathalie Voortman, geboren in
1983 te Alkmaar.
VIq Jan Gerrit (Jan) Voortman, geboren
in 1933 te Ouderkerk aan de Amstel.
Zoon van Gerrit Jan Voortman (zie
Vv op blz. 277) en Jetta
Dolderman, huisschilder, chef
autospuiter.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in 1959
te Wijdenes (N.H.), met Willy (Wil)
Dekker, 19 jaar oud, geboren in
1939 te Wijdenes. Dochter van
Klaas
Dekker,
tuinder,
en
Petronella Johanna Westbroek,
winkelbediende, huisvrouw.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jan (Gertjan) Voortman,
geboren in 1960 te Hoorn (N.H.).
Meetmethode-technicus,
performence-analyst.
2. Yvonne (Yvonne) Voortman,
geboren in 1963 te Hoorn (N.H.),
gedoopt in 1992 te Koog aan de
Zaan (getuige(n): De gemeente).
Administratief medewerkster.
Ondertrouwd
in
1996
te
Zaanstad, gehuwd op 32-jarige
leeftijd in 1996 te Zaanstad,
gehuwd voor de kerk in 1996 te
285
Koog aan de Zaan (Kerk van
Nazarener) met Paul Wouter
Martin (Paul) Swier, 29 jaar oud,
geboren in 1966 te Enkhuizen.
Zoon van Pieter Jan Swier en
Gerdina Bouw.
verloving 23-12-1995.
3. Ronald (Ronald) Voortman,
geboren in 1967 te Hoorn (N.H.)
(zie VIIj op blz. 288).
VIr Sietskalina Hendrika Voortman,
geboren in 1936 te Nieuweramstel.
Dochter van Gerrit Jan Voortman
(zie Vv op blz. 277) en Jetta
Dolderman,
kantoorbediende
huisvrouw.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in 1961
te Hoorn (N.H.), met Theodorus
van der Lee, 21 jaar oud, geboren in
1940 te Amsterdam. Zoon van
Johann Wilhelm van der Lee en
Trijntje Zijlstra, wever.
Uit dit huwelijk:
1. Monique van der Lee, geboren
in 1963 te Amsterdam.
2. Roy van der Lee, geboren in
1966 te Amsterdam.
VIs Gezina
Johanna
Catharina
Voortman, geboren in 1944 te
Amsterdam. Dochter van Gerrit Jan
Voortman (zie Vv op blz. 277) en
Jetta Dolderman, kantoorbediende
huisvrouw.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in 1967
te Hoorn (N.H.), , gescheiden na 39
jaar huwelijk in 2006 te Purmerend
van Hendrik Cornelis Ternede,
geboren in 1947 te Amsterdam.
Zoon van Hendrik Ternede,
trilmachinist, en Cornelia Wolvers,
dieselmonteur, ambtenaar, vrijwillig
brandweerman.
286
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Uit dit huwelijk:
1. Eric Ternede, geboren in 1968
te Amsterdam.
VIt
Zoon van Jan Voortman (zie VIb
op blz. 279) en Anna Maria Visser,
havenarbeider.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd in 1999
te Purmerend (getuige(n): Marieke
Jaennette de Bruijn, Jeannette
Annelies van der Heide Wijma,
Remco Mir Candela, Michiel Petrus
de Bruin) met Laurine Jolanda
(Laurine) de Bruijn, 20 jaar oud,
geboren in 1979 te Amsterdam.
Dochter van Johannes Henk de
Bruijn en Aafke Elisabeth van der
Heide Wijma.
Gehuwd (1) met Antje Stevens,
geboren
op
30-01-1945
te
Monnickendam. Dochter van Ruurt
Stevens en Anna Maria Jonker.
Overleden op 07-03-1966 te
Monnickendam op 21-jarige leeftijd.
Gerrit Jan (Ger) Voortman,
geboren in 1949 te Meppel. Zoon
van Gerrit Jan Voortman (zie Vv
op blz. 277) en Jetta Dolderman,
grafisch tekenaar.
Uit het eerste huwelijk:
Gehuwd (1) op 23-jarige leeftijd in
1972 te Hoorn (N.H.),
met
Catharina Christina (Rita) Tromp,
19 jaar oud, geboren in 1953 te
Hoorn (N.H.). Dochter van
Johannes Petrus Jan Tromp,
landmeetassistent, en Carolina
Tjakkina Dontje, secretaresse
zelfstandig onderneemster.
Gehuwd (2) op 42-jarige leeftijd in
1991 te Hoorn (N.H.), , gescheiden
1993 van Anja Marian Vijzelaar,
geboren in 1958 te Hoorn (N.H.).
Zij hertrouwt.
Uit het eerste huwelijk:
1. Mertijn Voortman, geboren in
1976 te Hoorn (N.H.) (zie VIIk
op blz. 289).
Uit het tweede huwelijk:
2. Sanne Voortman, geboren in
1987 te Hoorn (N.H.).
VIIa Hendrikus Cornelis Voortman,
geboren in 1944 te Monnickendam.
Gehuwd (2) met Roelofje (Roelie)
Stelling, geboren circa 1946.
Overleden op 27-06-2003 te
Purmerend,
gecremeerd
op
03-07-2003 te Purmerend.
1. Anna Maria (Anja) Voortman,
geboren
in
1964
te
Monnickendam.
Gehuwd met Hans Scheepers.
Uit het tweede huwelijk:
2. Frank Voortman, geboren 1970.
3. Sandra Voortman.
VIIb Martine Maria Voortman, geboren
in 1947 te Monnickendam. Dochter
van Jan Voortman (zie VIb op blz.
279) en Anna Maria Visser.
Gehuwd
Devriesere.
met
Gijsbertus
Uit dit huwelijk:
1. Jean Paul Devriesere, geboren
1971 (zie VIIIa op blz. 289).
2. Monique Devriesere (zie VIIIb
op blz. 289).
VIIc Cornelis Hendrik Voortman,
geboren in 1948 te Monnickendam.
Zoon van Jan Voortman (zie VIb
op blz. 279) en Anna Maria Visser.
Gehuwd met Geertruijda Cornelia
Loos.
TAK WATERLAND
Uit dit huwelijk:
1. Petrus
Rene
Voortman,
geboren in 1970 (zie VIIIc op blz.
289).
287
Hillegonda Maria Busker, 16 jaar
oud, geboren in 1955 te Volendam.
Uit dit huwelijk:
2. Saskia Voortman, geboren in
1974 (zie VIIId op blz. 290).
1. Agatha
Johanna
Maria
Voortman, geboren in 1973 te
Volendam.
VIId Johanna
Maria
Josephina
Voortman, geboren in 1956 te
Monnickendam. Dochter van Jan
Voortman (zie VIb op blz. 279) en
Anna Maria Visser.
Ondertrouwd 2001 te Edam,
gehuwd
2001
te
Edam
(getuige(n):
krantenbericht
burgerlijke stand) met Kees
Vestering, geboren te Volendam.
Gehuwd 1983, met Gerrit Jan
Leertouwer, geboren 1950.
2. Miranda
Evelina
Agatha
Voortman, geboren in 1976 te
Volendam.
Uit dit huwelijk:
1. Joey Leertouwer.
2. Shari Leertouwer.
VIIe Hendrikus
Antonius
Maria
Voortman, geboren in 1953 te
Volendam. Zoon van Evert
Voortman (zie VId op blz. 279) en
Aagje Tuijp.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in 1975
te Volendam,
met Huberta
Theresia Maria Plat, 22 jaar oud,
geboren in 1953 te Volendam.
Uit dit huwelijk:
1. Everardus
Simon
Jozef
Voortman, geboren in 1978 te
Volendam.
2. Simon
Hendrikus
Jozef
Voortman, geboren in 1981 te
Volendam.
VIIf Gerardus
Hyacintus
Maria
(Gerrit) Voortman, geboren in 1954
te Volendam. Zoon van Evert
Voortman (zie VId op blz. 279) en
Aagje Tuijp.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in 1972
te Edam,
met Geertruida
VIIg Everardus
Antonius
Maria
Voortman, geboren in 1955 te
Volendam. Zoon van Evert
Voortman (zie VId op blz. 279) en
Aagje Tuijp.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1980
te Edam, met Margaretha Maria
Jozefina Bont, 24 jaar oud, geboren
in 1956 te Volendam.
Uit dit huwelijk:
1. Agatha
Geertruida
Maria
Voortman, geboren in 1981 te
Volendam.
2. Everardus Maria Voortman,
geboren in 1983 te Volendam.
VIIh Marta Maria Theresia (Martie)
Voortman, geboren in 1960 te
Purmerend. Dochter van Jan
Voortman (zie VIf op blz. 280) en
Joanna Gertruda Kulpinska.
Gehuwd met (Henk) de Geus.
Uit dit huwelijk:
1. Marcel de Geus, geboren 1989.
2. Marjan de Geus, geboren 1991.
VIIi Rik Voortman, geboren in 1961 te
Zaandam, Tolstoistraat 60. Zoon
288
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
van Dirk Voortman (zie VIm op
blz. 284) en Alberdina Biere.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd in 1991
te Wormer, met Jette van der
Heijde, geboren 1961.
Uit dit huwelijk:
1. Sharon Voortman, geboren in
1994 te Wormer, Schansstraat 10,
1880 gram, 42 cm lang.
VIIj Ronald
(Ronald)
Voortman,
geboren in 1967 te Hoorn (N.H.).
Zoon van Jan Gerrit (Jan)
Voortman (zie VIq op blz. 285) en
Willy (Wil) Dekker, bedrijfsleider
weefselkweek-laboratorium.
Als basisopleiding volgde hij de MAVO (‘t
Fregat in Zaandam, 1979-1984) en de
RMTuS (Blauwe Berg in Hoorn,
1984-1987). Bij deze laatste opleiding
stelde hij voor zijn examen als eerste van
die school een financieel overzicht samen
van een weefselkweekbedrijf. Daarna
vervulde hij zijn militaire dienstplicht in
Venlo (september/oktober 1987, opleiding
Landrover
chauffeur),
Harderwijk
(november
1987,
opleiding
radiotechnologie) en Steenwijk (december
1987-september
1988,
paraat
als
chauffeur van de compagnies commandant
Graëve van het pantserondersteunings
compagnie,
45e
pantserinfanterie
bataljon)
Van oktober 1988 tot oktober 2000 werkte
hij bij het commercieel (plantaardig)
weefselkweek-laboratorium Baars Vitro
Cultures b.v. in Akersloot. Hier werden
voornamelijk groene kamerplanten zoals
Ficus en Syngonium vermeerdert in
zogenaamde callus-kweken. In april 1990
promoveerde hij tot hoofd-laboratorium en
kreeg hij de bedrijfsleiding over V.o.f.
Baya Plants in handen (vanaf 1994 Baars
Vitro Cultures b.v.). Na het verbeteren van
bedrijfsveiligheid
en
arbeidsomstandigheden werkte hij aan
nieuwe
ontwikkeling
zoals
mediumbereiding
(1994)
en
kwaliteitsbeheersing (vanaf 1996). Bij het
laatste onderdeel ontwikkelde hij nieuwe
meetmethoden (1997), protocollen voor
werkmethoden en produkten (1998-1999)
en starte hij de nieuwe afdeling Onderzoek
en Ontwikkeling (O&O, 1999).
Vanaf oktober 2000 werkte hij als
bedrijfsleider in de nieuwe vestiging van
P+S Plantlab b.v. in Heemskerk. De
bedrijf is gespecialiseerd in het
vermeerderen van Phalaenopsis via
meristeemcultuur. Binnen zes jaar tijd
groeide dit bedrijf uit tot het grootste
weefselkweeklaboratorium in Nederland
met zo’n 250 medewerkers.
Als FNV-kaderlid was hij van 1990 tot
1998 actief bij het opzetten en de
ontwikkelen van de CAO voor de
weefselkweek.
Vanaf 1997 nam hij deel aan de
produktgroep Weefselkweek bij de
Vereniging van Groothandelaren in
Bloemkwekerijprodukten (VGB) waar
Nederlandse
weefselkweekbedrijven
gemeenschappelijke belangen behartigen,
zoals gemeenschappelijk inkopen en het
ondersteunen van het onderzoekscentrum
C.O.W.T. (landelijk en in Europees
verband)
en
het
initieren
van
weefselkweekonderzoek in het algemeen.
Verder bezocht hij geregeld de half
jaarlijkse symposia van de Vereniging
voor
Nederlandse
Plantencel
en
weefselkweek (NVPW).
In december 1981 begon hij samen met
zijn vader het genealogisch onderzoek
naar zijn familie. Dit resulteerde in een
aantal
manuscripten,
waaronder
genealogische samenvattingen van zijn
familie (1989, 1991, 1995), biografische
beschrijvingen (Jürgen Voortman 1988;
Leentje
Voortman
1992),
het
familietijdschrift Vortmes (vanaf 1990)
maar ook artikelen voor o.a. Vereniging
Oud-Monnickendam (1989), Menslager
Hefte (Heft 12, 1998) en de Nederlandse
Genealogische Vereniging (Lustrumbundel
afdeling Zaanstreek-Waterland 1992),
Gens Nostra - Favouriete voorouders
(1996).
In 1992 kwam Ronald Voortman als
DIP-functionaris (Dienst Informatie en
TAK WATERLAND
Promotie) in het bestuur van de afdeling
Zaanstreek-Waterland van de Nederlandse
Genealogische Vereniging (NGV), welke
taak hij vervulde tot 1997. In 1997 nam hij
het voorzitterschap van deze NGV-afdeling
over van Dick Zelvelder en vervulde deze
functie tot februari 2001. In 1993/1994
was hij bovendien actief voor de Stichting
Zaandijk-500 dat zich o.a. bezig hield met
de vervaardiging van het boekje ‘Aan de
dijk gezet, 500
jaar Zaandijker
straatnamen’.
Van februari 1989 tot juni 1994 woonde
hij in Zaandijk aan het Zonnepad (30). In
april 1994 kocht hij het voormalig
buurthuis
“Vissershop”
aan
de
Bleekersstraat (43) in Zaandam, en liet dit
geheel ombouwen tot woonhuis, waar zijn
vader het meeste werk verzet had. Bij de
herstructuering van de Vissershop-buurt
waarmee Zaanse Volkshuisvesting (ZVH)
in 1997 begon plannen te maken, was hij
als belanghebbende nauw betrokken. In
1998 werd hij voorzitter van de
bewonerscommissie Vissershop, ondanks
dat hij zelf geen huurder van ZHV was. Als
blijk van waardering voor zijn inzet
ontving hij in juni 1999 een oorkonde van
de leden van de bewonerscommissie.
Samenwonend sinds 2002 te
Zaandam, gehuwd op 35-jarige
leeftijd in 2003 te Castricum
(getuige(n): Nathalie van Overeem,
Gerrit Jan Voortman, Yvonne
Voortman, Robert Maria Zoontjes)
met Paulina Cornelia (Paula)
Röling, 32 jaar oud, geboren in 1970
te Heemskerk, Luttic Cie 3a,
gedoopt in 1970 te Heemskerk,
H.Maagd Marie. Dochter van
Gerardus
Wilhelmus
(Grard)
Röling, tuinder / bloemenkweker,
en Cornelia Theodora (Corrie) de
Wildt.
Uit dit huwelijk:
1. Lloyd Voortman, geboren in
2002 te Zaandam, ziekenhuis De
Heel.
289
2. Emilia Voortman, geboren in
2004 te Heemskerk, Vroegeling
39.
VIIk Mertijn Voortman, geboren in 1976
te Hoorn (N.H.). Zoon van Gerrit
Jan (Ger) Voortman (zie VIt op blz.
286) en Catharina Christina (Rita)
Tromp, Makelaar.
Samenwonend sinds 2000 te Hoorn,
ondertrouwd in 2001 te Hoorn,
gehuwd 29-10-2001 met Renate van
Gaal, geboren in 1978 te Hoorn.
Dochter van Louis van Gaal,
voetballer, assistent-trainer, trainer,
bonds-coach.
Uit dit huwelijk:
1. Jesse Julian Voortman, geboren
in 2002 te Hoorn.
2. Fenno
Caelan
Voortman,
geboren in 2004 te Hoorn.
VIIIa Jean Paul Devriesere, geboren
1971. Zoon van Gijsbertus
Devriesere en Martine Maria
Voortman (zie VIIb op blz. 286).
Gehuwd met Marjan.
Uit dit huwelijk:
1. Vinnie Devriesere.
VIIIb Monique Devriesere. Dochter van
Gijsbertus Devriesere en Martine
Maria Voortman (zie VIIb op blz.
286).
Gehuwd met Johan Veerman.
Uit dit huwelijk:
1. Max Veerman.
2. Mayte Veerman.
VIIIc Petrus Rene Voortman, geboren in
1970. Zoon van Cornelis Hendrik
Voortman (zie VIIc op blz. 286) en
Geertruijda Cornelia Loos.
290
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd met Sandra Jonckers.
Uit dit huwelijk:
1. Jari
Anthony
geboren in 2002.
Voortman,
VIIId Saskia Voortman, geboren in 1974.
Dochter van Cornelis Hendrik
Voortman (zie VIIc op blz. 286) en
Geertruijda Cornelia Loos.
Gehuwd met Wim Jonk.
Uit dit huwelijk:
1. Bo Anna Jonk.
2. Rosa
Marie
Jonk.
TAK OLDAMBT
Twee Zwaantjes
A.J.Hintzbergen-Vortman
Genealogie is meer dan het verzamelen
van namen en data van personen die op
enigerlei wijze geacht worden elkaars
familie te zijn. Genealogie wordt pas echt
interessant wanneer de verzamelde
gegevens ons gevoelsmatig dichter bij onze
voorouders brengen, ze als het ware een
beetje tot leven wekken. Dat laatste is de
bedoeling van het navolgende verhaal over
twee tragisch verlopen levens.
“De Twee Zwaantjes” zou de naam van
een herberg kunnen zijn. Maar in dit stukje
gaat het om een tante en haar nichtje. Het
zit zo: Johann J&uuml;rgen Vortmann en
zijn vrouw Egbertje Ludolfs Meijer krijgen
8 kinderen, waaronder Swaantje (geb.
1818) en Johann Hinrich (geb. 1826). Deze
laatste noemt zijn tweede kind Zwaantje
(geb. 1854). Dus tante Swaantje en haar
nichtje Zwaantje verschillen in leeftijd 28
jaren.
In het gezin van Johann Jurgen is Swaantje
de oudste dochter en we mogen wel
aannemen dat ze haar moeder in de
huishouding moet helpen. Er is genoeg te
doen. Misschien heeft het gezin een eigen
waterput, maar gas en elektriciteit hebben
ze zeker niet. De leefomstandigheden van
die tijd zijn voor ons nauwelijks
voorstelbaar.
In 1838 verhuist dit gezin van Scheemda
naar Wagenborgen. Twee jaar later sterft
moeder Egbertje, 48 jaar oud. Enkele
kinderen zijn dan al uit huis vertrokken, en
nu rust op Swaantje de plicht om voor
vader en de drie nog aanwezige jongste
kinderen te zorgen. Zij doet dit totdat in
1843 Johann Jürgen met zijn drie jongsten
naar Midwolda verhuist. Dan blijft
Swaantje in Wagenborgen achter, als
dienstmeid. Misschien gaat ze niet mee
omdat ze er een vrijer heeft.
Dat zou dan de boerenknecht Harm
Tonnies Hamhuis kunnen zijn. Want met
hem trouwt zij in 1845. Het jonge echtpaar
trekt naar Weiwerd, een terpdorp onder
Delfzijl.
Vlakbij, in Farmsum, woont Johann
Hinrich met zijn vrouw Trientje Bergman.
Van de Vo(o)rtman-familie wonen Johann
Hinrich en Swaantje het dichtst bij elkaar.
Swaantje, altijd in de weer voor anderen,
heeft mogelijk ook haar broer bijgestaan.
En we mogen aannemen dat als in 1854
Trientje bevalt van een dochtertje, dit kind
daarom vernoemd wordt naar haar tante.
Vanaf dat moment heeft Swaantje een
nichtje: Zwaantje Vortman.
Vier jaar later overlijdt Zwaantjes moeder.
Dan blijft Johann Hinrich achter met twee
kinderen: de 4-jarige Zwaantje en haar
&eacute;&eacute;njarige zusje Ebbertje. In
november van datzelfde jaar 1858
hertrouwt Johann Hinrich met Wemeltje
Buitendam. Vijf maanden later overlijdt de
kleine Ebbertje, en nog eens vijf maanden
later krijgt Wemeltje haar eerste baby.
Ofschoon we naar de omstandigheden in
het gezin van Johann Hinrich slechts
kunnen gissen, mag worden aangenomen
dat toen, in de zomer van 1859, de kleine
Zwaantje door haar oom en tante in
Weiwerd in huis werd opgenomen. Bij hen
zal Zwaantje opgroeien, totdat in 1863
292
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
oom Harm overlijdt. Ze is dan bijna 9 jaar
oud, en blijft bij haar tante wonen. In 1865
hertrouwt tante met Albertus Zandt,
dagloner, later landbouwer. Albert trekt
dan in bij de beide Zwaantjes.
Nu verstrijken dertien jaar, waarover we
betreffende Albert, Swaantje en Zwaantje
niets in de boeken hebben teruggevonden.
Maar in 1878 trouwt de dan 23-jarige
Zwaantje met Klaas Oosting, de zoon van
een landbouwer. Bij dit huwelijk is oom
Albert één van de getuigen. Zwaantje blijft
wonen bij haar oom en tante en Klaas trekt
bij hen in. Enkele maanden nadien sterft
oom Albert, op 63-jarige leeftijd. In het
jaar daarop krijgt Zwaantje haar eerste
kindje; het wordt Albert genoemd.
Helaas is Zwaantje weinig geluk beschoren.
Want wanneer ze een jaar later haar tweede
kindje verwacht, vertrekt haar man naar
Amerika. Hij zal niet terugkomen. Nog
v&oacute;&oacute;r haar bevalling is
Zwaantje weduwe geworden.
Als zovele heeft ook Klaas geprobeerd de
levensomstandigheden voor zich en zijn
gezin te verbeteren. Maar in Alamo
(Michigan) is hij aan een zonnesteek
overleden. De jonge baby, Harm genoemd,
zal slechts 4½ maand oud worden.
Kort na het overlijden van Harm
verhuizen de Zwaantjes met de kleine
Albert naar Bierum, vanwaar ze na drie
maanden verder trekken naar Zevenhuizen
in de gemeente Leek. Het hoe en waarom
is niet bekend. Misschien hebben ze steun
gezocht bij familie. Want in Zevenhuizen
wonen Swaantjes broer en neef Roelf
Voortman senior en Roelf junior. Het zijn
landbouwers, elk met een eigen gezin, en
bovendien buren.
De tocht van Bierum naar Zevenhuizen zal
niet gemakkelijk zijn geweest voor de twee
vrouwen en de baby. Konden ze meerijden
met iemand, of moesten ze lopen? Het zal
met recht een ommelandse reis zijn
geweest, ruim 60 km ver! Misschien is het
wel uit armoede, maar vier maanden na
aankomst in Zevenhuizen trouwt Zwaantje
met de tien jaar oudere weduwnaar
Reinder Cluiving Hoenderken. Niet
bekend is of ze ooit in hetzelfde huis
hebben gewoond. Wel bevalt na ruim een
jaar Zwaantje van een zoontje. Dit
jongetje, ook een Harm, sterft al na twee
maanden.
Het huwelijksbootje lijdt schipbreuk, want
in 1888 wordt de scheiding uitgesproken
op grond van “zware verwording”.
De Zwaantjes en Albert waren nog steeds
bij elkaar. Tante is intussen 70 jaar oud en
haar nicht is 34. De kleine Albert is nu 9
jaar. Hij zou naar school moeten gaan,
maar daarover is niets bekend. Tussen
Swaantje en Zwaantje zullen de rollen zijn
omgekeerd: nu zorgt Zwaantje voor haar
tante. Mogelijk heeft Zwaantje ergens een
werkhuis? Ook dat weten we niet.
In april 1892 trekken Zwaantje, zoontje
Albert en haar tante naar Haulerwijk, zo'n
twee uur gaans van Zevenhuizen. Tante
Swaantje overleeft deze reis maar enkele
maanden; ze overlijdt op 20 oktober 1892,
74 jaar oud.
Ook in Haulerwijk vinden Zwaantje en
Albert geen rust. Ze verhuizen naar Haule,
en vandaar naar Makkinga. Wel blijven ze
dus
steeds
in
de
gemeente
Ooststellingwerf. Daar, in Makkinga, komt
ook voor Zwaantje en haar zoon een eind
aan een moeilijk bestaan.
Op 16 oktober 1908 wordt Albert (29 jaar
oud)
opgenomen
in
het
krankzinnigengesticht te Franeker. Drie
weken later gaat Zwaantje naar
"Dennenoord" in Zuidlaren. Daar wordt
Zwaantje gedurende vijfentwintig jaar
TAK OLDAMBT
verpleegd, tot ze op 78-jarige leeftijd in
1933 overlijdt.
Het dagelijkse leven van beide Zwaantjes
heeft zich afgespeeld op het welhaast
laagste maatschappelijke niveau. Ze waren
boerenmeid,
arbeidster,
en
hun
echtgenoten boerenknecht of dagloner.
Het gezinsinkomen was laag en werd rond
1850 voor meer dan 65 % besteed aan
voedsel.
Voor arbeiders in Nederland waren
aardappelen met mosterd en azijn het
voornaamste voedsel. Vlees en kaas waren
luxe. Drinkwater haalde men uit een put of
uit de regenton. Die laatste mogelijkheid
bood vooral het arbeidersgezin weinig
soelaas, gezien hun armetierige behuizing
met een dienovereenkomstig klein
dakoppervlak.
De slechte omstandigheden brachten
vooral de gezondheid in gevaar.
Doodgeboren en jong gestorvenen waren
dan ook geen uitzonderingen.
Johann Jürgen Vortmann heeft geluk
gehad met zijn nageslacht. Met
uitzondering van Cornelius (die dodelijk
verongelukte) en Johann Hinrich (die
slechts 50 jaar werd) behaalden zijn
kinderen hoge leeftijden. Deze kinderen
schonken hun vader 46 kleinkinderen,
waarvan er 1 dood geboren werd en 8 jong
stierven. Van deze negen kwamen er vier
uit het gezin van Johann Hinrich, van wie
verder alleen zijn dochters Zwaantje,
Wemeltje en Egbertje volwassen werden.
Slechts van Wemeltje zijn thans levende
nakomelingen. Egbertje's baby stierf al na
zes weken. En hoe het Zwaantje verging, is
beschreven in het voorgaande.
bronnen:
Rijksarchief in Groningen
293
Gemeentearchieven
in
Scheemda,
Termunten,
Delfzijl,
Leek,
Ooststellingwerf en Zuidlaren.
Algemene Geschiedenis der Nederlanden
/ Fibula-van Dishoeck
294
Van Nederland
Australie
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
naar
In 1956 emigreerde Hendrik Jan Vortman
(geboren 20 juli 1912,) naar Australie. Hij
maakte de reis met het schip Zuiderkruis
en kwam aan in Australië op 27 februari
1956 (emigratiekaart in kaartenbak
Melbourne).
Zijn vrouw Hendrika Maria VortmanOtten (geboren 07 februari 1915) vertrok
uit Nederland op 12 oktober 1963. Zij
maakte de reis met het schip Aurelia, en
kwam aan in Australië op 14 november
1963 (emigratiekaart in kaartenbak
Melbourne).
Na de Tweede Wereldoorlog neemt het
aantal Nederlandse emigranten naar
Australië
sterk
toe.
De
slechte
economische vooruitzichten in Nederland
op dat moment vormen voor veel
inwoners een belangrijk motief om elders
een toekomst op te bouwen.
Vanaf 1946 houden de Nederlandse
consulaten in Australië een uitgebreide
registratie bij van Nederlandse emigranten
ofwel nieuwe Australiërs van Nederlandse
afkomst. De emigratiekaarten laten zien
hoe de consulaten de emigranten helpen
bij het veroveren van een plek in hun
nieuwe vaderland. Daarmee geven de
kaarten ook zicht op evenzovele
persoonlijke geschiedenissen. Vaak heel
summier, soms uitgebreid.
In maart 2006 heeft het Ministerie van
Buitenlandse
Zaken
het
archief
Emigratiekaarten Australië aan het
Nationaal Archief overgedragen.
Op de website van het nationaalarchief zijn
een
aantal
gegevens
van
de
emigratiekaarten beschikbaar gesteld in een
database. Zo kan de bezoeker van de
Stoomschip Zuiderkruis.
TAK OLDAMBT
website op zoek naar emigranten van wie
de naam in de database is opgenomen. De
zoektocht levert in veel gevallen ook de
naam van het schip op of de
vliegtuigmaatschappij waarmee de reis naar
Australië is ondernomen.
Het doel van de website is om emigranten
en hun familie in Nederland en Australië te
ondersteunen en stimuleren bij het zoeken
van hun 'roots'. De achtergrondinformatie
en de namen in de database dienen als
ingang, vertrekpunt en inspiratiebron voor
verder historisch onderzoek van de eigen
geschiedenis.
De slechte economische vooruitzichten in
het naoorlogse Nederland vormen voor
veel inwoners een belangrijk motief om
elders een toekomst op te bouwen. Velen
kiezen voor Australië, waar op dat moment
een grote behoefte aan arbeidskrachten in
de landbouw en metaalindustrie is. De
Nederlandse overheid stimuleert deze
behoefte tot emigratie in deze jaren actief
vanwege problemen in de agrarische sector
en een toenemende bevolkingsdruk.
Om de emigratie in goede banen te leiden
zijn in Nederland een groot aantal
overheidsinstanties
en
particuliere
instellingen actief waar de toekomstige
emigrant zich kan aanmelden. Deze
emigratiecentrales geven de emigrant
tevens informatie over het land van
bestemming. Vanwege de kerkelijke
achtergrond van een aantal van deze
emigratiecentrales wordt de emigrant vaak
ook geadviseerd over de kerkelijke situatie
in het nieuwe vaderland.
Nadat de emigrant is aangemeld volgen
een gesprek en een medische keuring aan
het immigratiekantoor. Wanneer een
uiteindelijke goedkeuring voor de migratie
volgt kan de reis geboekt worden. Dit is
echter eind jaren ’40 niet eenvoudig. Een
groot tekort aan scheepscapaciteit maakt
295
dat het soms maanden duurt voordat de
emigrant uiteindelijk kan vertrekken.
Vervolgens is de emigrant vaak meer dan
een maand aan boord van een schip
voordat Australië wordt bereikt. In de
beginjaren ’50 neemt deze reistijd als
gevolg van een geregelde luchtverbinding
tussen beide landen af tot 74 uur.
Wanneer de migrant in Australië arriveert
zijn er diverse instellingen die behulpzaam
kunnen zijn. Door de Australische
overheid wordt een deel van de
immigranten gehuisvest in opvangkampen,
en in de jaren ’50 worden commissies
gevormd om de integratie van de
immigranten te bevorderen. Naast de
overheid vervullen ook de Nederlandse
kerken een belangrijke rol bij de opvang
van de immigranten door het bieden van
onderdak en het opzetten van een sociaal
netwerk.
Vandaag de dag zijn de invloeden van de
Nederlandse migratie naar Australië nog
steeds merkbaar. Naast een hoeveelheid
aan Nederlandse verenigingen verschijnt
nog steeds een Nederlandse krant en
vormen de Nederlanders vooral in de grote
steden een hechte gemeenschap.
296
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Genealogische
samenvatting
I
Johann Jürgen Vortmann, geboren
op 15-12-1790 te Grothe (gezindte:
Ev.L.). Zoon van Johann Lampe
Rudolff Vortmann en Maria
Vehslage, boerenknecht. Overleden
op 11-06-1863 te Midwolda op
72-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
12-06-1815 te Scheemda, met
Egbertje Ludolfs Meijer, 23 jaar
oud,
gedoopt
(Nederlands
Hervormd) op 29-04-1792 te
Westerlee. Dochter van Ludolf
Berends en Zwaantje Lammerts,
dienstmeid.
Overleden
op
28-03-1840 te Wagenborgen op
47-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 53-jarige leeftijd op
22-01-1844 te Midwolda, met Atje
Harms Stek, 42 jaar oud, geboren
op 29-03-1801 te Nieuw Scheemda,
gedoopt (Nederlands Hervormd) op
05-04-1801 te Scheemda. Dochter
van Harm Cornelis en Zwaantje
Hendricks. Zij is weduwe van
Harm Ludolfs, weduwe van Derk
Jans van der Wal. Overleden op
18-10-1868 te Midwolda op 67-jarige
leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Roelf Voortman, geboren op
12-10-1815 te Westerlee (zie IIa
op blz. 297).
2. Swaantje Voortman, geboren op
18-08-1818 te Nieuw Scheemda,
gedoopt (Nederlands Hervormd)
op
13-09-1818
te
Nieuw
Scheemda.
Dienstmeid
landgebruikster. Overleden op
20-10-1892 te Haulerwijk op
74-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 26-jarige leeftijd op
24-05-1845 te Termunten, met
Harm Tonnies Hamhuis, 27
jaar oud, geboren op 26-01-1818
te Wagenborgen. Zoon van
Tonnies Geerts Hamhuis en
Aaltje
Harms
Boer,
boerenknecht. Overleden op
17-06-1863 te Weiwerd op
45-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 46-jarige leeftijd op
15-04-1865 te Delfzijl, met
Albertus Zandt, 49 jaar oud,
geboren op 16-05-1815 te
Tjamsweer. Zoon van Jacob
Lammerts Zandt en Bouwke
Lammerts Tuuk, dagloner.
Overleden op 08-10-1878 te
Weiwerd op 63-jarige leeftijd.
3. Ludolf Vortman, geboren op
07-09-1820 te Scheemda (zie IIb
op blz. 297).
4. Jurjen Vortman, geboren op
20-06-1823 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
03-08-1823
te
Westerlee.
Ambtenaar in de Nederlandse
kolonie Suriname. Overleden op
30-12-1899 te Winschoten op
76-jarige leeftijd.
Gehuwd op 43-jarige leeftijd op
01-05-1867 te Winschoten, met
Elizabeth Kramer, 44 jaar oud,
geboren op 22-05-1822 te
Winschoten
(gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Jan Dirksz. Kramer en
Eltien Pieters Pothuis, naaister.
Overleden op 19-07-1900 te
Winschoten op 78-jarige leeftijd.
TAK OLDAMBT
5. Johann Hinrich Vortman,
geboren op 14-10-1826 te
Westerlee (zie IIc op blz. 298).
72-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Roelf Voortman, geboren op
22-09-1842 te Veendam (zie IIIa
op blz. 301).
6. Maria Vortman, geboren op
20-04-1830 te Westerlee (zie IId
op blz. 299).
2. Reina Voortman, geboren op
29-08-1844
te
Veendam.
Dienstmeid.
Overleden
op
01-02-1900 te Roden op 55-jarige
leeftijd.
7. Anna Catharina Vortman,
geboren op 17-02-1833 te Nieuw
Scheemda (zie IIe op blz. 299).
8. Lammert Vortman, geboren op
06-07-1837 te Scheemda (zie IIf
op blz. 300).
Gehuwd (1) op 23-jarige leeftijd
op 16-05-1868 te Veendam, met
Klaas Luis, 32 jaar oud, geboren
op 13-07-1835 te Zuidlaren.
Zoon van Jan Klaasz. Luis en
Nantje
Roelofs
Blink,
boerenknecht. Overleden op
06-03-1869 te Meeden op
33-jarige leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
9. Cornelius Vortman, geboren op
05-11-1844 te Midwolda (zie IIg
op blz. 300).
IIa
Roelf Voortman, geboren op
12-10-1815 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
05-11-1815 te Westerlee. Zoon van
Johann Jürgen Vortmann (zie I) en
Egbertje
Ludolfs
Meijer,
landbouwer.
Overleden
op
08-07-1890 te Zevenhuizen op
74-jarige leeftijd.
De boerderij van Roelf Voortman lag bij
de Jonkersvaart. De boerderij is later
gedeeltelijk verbrand en weer opgebouwd
dichter bij de Jonkersvaart. De boerderij
heette Spieker en het land erom
Spiekerland. Mogelijk
heeft Evert
Zoutman de nieuwe boerderij laten
bouwen. (bron: brief van mw. Dini
Ringdal-Korver,
Eidanger
(N)
22-01-2001).
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op
25-11-1844 te Veendam, met
Annechien Vriezes de Vries, 24
jaar oud, geboren op 26-02-1820 te
Zuidbroek. Dochter van Vrieze
Tjakkes de Vries en Reina
Cornelius Venema. Overleden op
08-11-1892 te Zevenhuizen op
297
Gehuwd (2) op 25-jarige leeftijd
op 08-04-1870 te Muntendam,
met Hindrik Albertema, 23 jaar
oud, geboren op 08-05-1846 te
Muntendam. Zoon van Albert
Jansz. Albertema en Hindrikje
Jans Zuidema, landbouwer.
3. Egberdina Voortman, geboren
op 04-02-1854 te Veendam (zie
IIIb op blz. 302).
4. Frieze Voortman, geboren op
23-01-1856 te Veendam (zie IIIc
op blz. 302).
IIb
Ludolf Vortman, geboren op
07-09-1820 te Scheemda, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
01-10-1820 te Scheemda. Zoon van
Johann Jürgen Vortmann (zie I) en
Egbertje
Ludolfs
Meijer,
boerenknecht.
Overleden
op
16-02-1878 te Westerlee op 57-jarige
leeftijd.
298
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
30-12-1843 te Scheemda, met
Gepke Jans Molanus, 24 jaar oud,
geboren op 07-08-1819 te Westerlee,
gedoopt (Nederlands Hervormd) op
19-09-1819 te Westerlee. Dochter
van Jan Hajes Molanus en Aaltje
Bartelds van Dijk, arbeidster.
Overleden op 24-09-1875 te
Westerlee op 56-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Vortman, geboren op
14-11-1843 te Westerlee (zie IIId
op blz. 303).
2. Jan Vortman, geboren op
29-06-1849 te Nieuw Scheemda,
gedoopt (Nederlands Hervormd)
op
02-12-1849
te
Nieuw
Scheemda.
Overleden
op
08-11-1852 te Westerlee op
3-jarige leeftijd.
3. Jan Vortman, geboren op
28-07-1854 te Westerlee (zie IIIe
op blz. 303).
4. Haijo Vortman, geboren op
04-01-1858 te Westerlee (zie IIIf
op blz. 304).
IIc
Johann Hinrich Vortman, geboren
op 14-10-1826 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
17-12-1826 te Westerlee. Zoon van
Johann Jürgen Vortmann (zie I) en
Egbertje Ludolfs Meijer, dagloner
varensgezel scheepsjager. Overleden
op 18-09-1877 te Groningen op
50-jarige leeftijd.
Op 27-12-1867 werd Johann Hinrich
Vortman schuldig bevonden aan diefstal
en kreeg 6 maanden gevangenisstraf
opgelegd. Bij zijn derde huwelijk
overlegde Johann Heinrich Vortman
certificaten van geldelijk onvermogen. Hij
overleed op 50-jarige leeftijd in het
Academisch ziekenhuis te Groningen. Zijn
derde vrouw overleed 34 jaar later
(inmiddels opnieuw weduwe) in het
armenhuis te Hoogezand.
Gehuwd (1) op 27-jarige leeftijd op
01-12-1853 te Delfzijl, met Trientje
Jans Bergman, 28 jaar oud, geboren
op 14-09-1825 te Termunten.
Dochter
van
Jan
Folkerts
Bergman en Weija Eenjes de
Boer. Overleden op 03-04-1858 te
Delfzijl op 32-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 32-jarige leeftijd op
21-11-1858
te
Delfzijl,
met
Wemeltje Buitendam, 30 jaar oud,
geboren op 03-01-1828 te Farmsum.
Dochter
van
Jan
Arents
Buitendam en Leentje Jans Dam.
Overleden op 05-06-1868 te Delfzijl
op 40-jarige leeftijd.
Gehuwd (3) op 42-jarige leeftijd op
05-06-1869 te Scheemda, met
Geertje Tilman, 45 jaar oud,
geboren op 04-03-1824 te Nieuw
Scheemda (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Tjalling
Harms Tilman en Annechien
Jacobs Blik. Zij hertrouwt met
Derk
Mik.
Overleden
op
03-02-1911 te Hoogezand op
86-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Vortman, geboren op
02-12-1853
te
Farmsum.
Overleden op 29-12-1853 te
Farmsum, 27 dagen oud.
2. Zwaantje Vortman, geboren op
10-12-1854 te Farmsum (zie IIIg
op blz. 304).
3. Ebbertje Vortman, geboren op
07-08-1857
te
Farmsum.
Overleden op 14-04-1859 te
Farmsum op 1-jarige leeftijd.
TAK OLDAMBT
Uit het tweede huwelijk:
als gepensioneerd onderofficier.
4. Leendert Vortman, geboren op
01-08-1859
te
Farmsum.
Overleden op 14-03-1863 te
Farmsum op 3-jarige leeftijd.
2. Auke van der Laan, geboren op
09-11-1858 te Holte.
5. Wemeltje Vortman, geboren op
30-12-1861 te Farmsum (zie IIIh
op blz. 305).
4. Jan van der Laan, geboren op
25-12-1863 te Holte. Gehuwd op
34-jarige leeftijd op 10-12-1898 te
Leek, met Wietske van der
Lande.
3. Jantje van der Laan, geboren op
28-01-1861 te Holte.
6. Egbertje Vortman, geboren op
12-06-1866 te Delfzijl (zie IIIi op
blz. 305).
7. N.N.
Doodgeboren
29-05-1868 te Delfzijl.
IId
299
5. Gepke van der Laan, geboren
op 15-04-1866 te Holte.
op
Maria Vortman, geboren op
20-04-1830 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
03-10-1830 te Scheemda. Dochter
van Johann Jürgen Vortmann (zie
I) en Egbertje Ludolfs Meijer,
arbeidster. Overleden op 21-01-1910
te Zevenhuizen op 79-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
19-11-1852 te Midwolda, met
Hemmo Okkes van der Laan, 25
jaar oud, buitenechtelijk geboren op
27-11-1826 te Midwolda. Zoon van
Auke Okkes van der Laan,
boerenknecht.
Overleden
op
13-01-1899 te Groningen op
72-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Egbertje van der Laan, geboren
op 08-05-1856 te Blijham.
Overleden op 17-11-1924 te
Zevenhuizen op 68-jarige leeftijd.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op
12-05-1888 te Leek, met Jochem
Jager, 43 jaar oud, geboren op
16-01-1845
te
Wildervank.
Militair.
Jochem Jager stond in 1890 vermeld
6. Anje van der Laan, geboren op
13-11-1868 te Holte.
7. Hemmo van der Laan, geboren
op 10-04-1871 te Wedde.
IIe
Anna Catharina Vortman, geboren
op 17-02-1833 te Nieuw Scheemda,
gedoopt (Nederlands Hervormd) op
02-06-1833 te Scheemda. Dochter
van Johann Jürgen Vortmann (zie
I) en Egbertje Ludolfs Meijer,
arbeidster. Overleden op 11-02-1894
te Midwolda op 60-jarige leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op
19-07-1852 te Midwolda, met Geert
Gerardus Smit, 20 jaar oud,
geboren op 03-02-1832 te Midwolda.
Zoon van Jan Egberts Smit en
Aaltje Geerts Baas, boerwerker.
Overleden op 28-03-1920 te
Midwolda op 88-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Smit, geboren op 19-08-1852
te Midwolda. Overleden op
30-08-1866 te Midwolda op
14-jarige leeftijd.
2. Egbertje Smit, geboren
15-08-1854 te Midwolda.
op
3. Aaltje
op
Smit,
geboren
300
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
18-02-1857 te Midwolda (zie IIIj
op blz. 306).
Dochter van Klaas Klaasz. Bos en
Elsien Stoffers Bos, dienstmeid.
Overleden op 31-07-1921 te
Woldendorp op 82-jarige leeftijd.
4. Annechien Smit, geboren op
24-10-1859 te Midwolda.
5. Antje
Smit,
geboren
21-08-1861 te Midwolda.
op
6. Klazina Smit, geboren
03-10-1863 te Midwolda.
op
7. Jurjen Smit, geboren
08-12-1865 te Midwolda.
op
Uit dit huwelijk:
1. Klaas Vortman, geboren op
25-09-1862 te Wagenborgen.
Overleden op 21-02-1872 te
Wagenborgen op 9-jarige leeftijd.
2. Egbertje Vortman, geboren op
30-03-1864 te Wagenborgen (zie
IIIk op blz. 306).
8. Jan Smit, geboren op 29-02-1868
te Midwolda.
3. Elsien Vortman, geboren op
20-04-1865 te Wagenborgen (zie
IIIl op blz. 306).
9. Anna Catharina Smit, geboren
op 08-10-1870 te Midwolda.
10.Zwaantje Smit, geboren op
17-01-1873 te Midwolda.
11.Geert
Smit,
geboren
02-12-1875 te Midwolda.
4. Stoffer Vortman, geboren op
13-04-1867 te Wagenborgen.
Overleden op 23-06-1867 te
Wagenborgen, 71 dagen oud.
op
5. Klaas Vortman, geboren op
26-04-1873 te Wagenborgen.
Ambtenaar
ter
secretarie.
Overleden op 25-11-1920 te
Woldendorp op 47-jarige leeftijd.
12.Anna Maria Smit, geboren op
12-06-1879 te Midwolda.
IIf
Lammert Vortman, geboren op
06-07-1837 te Scheemda, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
01-10-1837 te Scheemda. Zoon van
Johann Jürgen Vortmann (zie I) en
Egbertje
Ludolfs
Meijer,
boerenknecht,
veldwachter.
Overleden op 11-06-1929 te
Woldendorp op 91-jarige leeftijd.
Klaas
Vortman
was
gemeente-secretaris in Termunten van
11 mei 1897 tot 1 november 1920.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
02-04-1904 te Termunten, met
Geessien Derksema, 28 jaar
oud, geboren op 15-09-1875 te
Lesterhuis. Dochter van Hitjo
Derksema
en
Geertruida
Reinderts. Zij hertrouwt met
Lutko
Edzo
ten
Have.
Overleden op 17-01-1962 te
Midwolda op 86-jarige leeftijd.
Als veldwachter trad Lammert Vortman
vaak op als getuige bij het opmaken van
geboorte- huwelijks- en overlijdensakten.
Uit die akten kan men opmaken dat
Lammert gemeente-veldwachter was tot
01-01-1908. Hoewel hij ook na die datum
nog als getuige voor komt, staat dan
vermeld: zonder beroep.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
10-09-1862 te Termunten, met
Martje Bos, 23 jaar oud, geboren op
29-12-1838
te
Wagenborgen.
IIg
Cornelius Vortman, geboren op
05-11-1844 te Midwolda, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
02-02-1845 te Midwolda. Zoon van
Johann Jürgen Vortmann (zie I) en
TAK OLDAMBT
301
Atje Harms Stek, arbeider.
Overleden op 03-08-1876 te
Midwolda op 31-jarige leeftijd.
5. Cornelius Vortman, geboren op
10-01-1873 te Midwolda (zie IIIq
op blz. 309).
Cornelius Vortman bleef het huis van zijn
ouders bewonen (thans Erflaan 9 te
Midwolda). Cornelius Vortman was eerste
arbeider op een boerderij. In die
hoedanigheid zat hij tijdens de oogst op de
bok van de boerewagen. De paarden
sloegen op hol, de wagen kantelde en
Cornelius Vortman kwam onder de
paarden terecht. Hij stierf korte tijd later.
Volgens
een
ander
verhaal
is
CorneliusVortman tijdens het dorsen van
koolzaad van de wagen gevallen en heeft
daarbij zijn nek gebroken. Na zijn dood
moest Eja Fokkens leven van het stuk
grond bij het huis, vandaar dat later als
beroep landgebruikster werd opgegeven.
Het huisje te Midwolda brandde op 22 juni
1990 geheel af.
6. Albert Vortman, geboren op
03-06-1875 te Midwolda (zie IIIr
op blz. 309).
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
09-12-1864 te Midwolda, met Eja
Fokkens, 23 jaar oud, geboren op
27-01-1841 te Midwolda, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
07-03-1841 te Midwolda. Dochter
van Beerend Eltjen Fokkens en
Jantje Pieters Hoedje, arbeidster
landgebruikster.
Overleden
op
25-09-1924 te Midwolda op 83-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Vortman, geboren op
17-02-1865 te Midwolda (zie IIIm
op blz. 307).
2. Berend Vortman, geboren op
28-04-1866 te Midwolda (zie IIIn
op blz. 307).
3. Derk Vortman, geboren op
06-10-1868 te Midwolda (zie IIIo
op blz. 308).
4. Jantje Vortman, geboren op
05-02-1871 te Midwolda (zie IIIp
op blz. 308).
IIIa Roelf Voortman, geboren op
22-09-1842 te Veendam. Zoon van
Roelf Voortman (zie IIa op blz.
297) en Annechien Vriezes de
Vries, landbouwer. Overleden op
03-01-1916 te Smilde op 73-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
09-12-1865 te Veendam, met Jantje
Giezen, 25 jaar oud, geboren op
30-06-1840 te Veendam. Dochter
van Engel Roelfs Giezen en
Elizabeth
Hindriks
Snijder.
Overleden op 22-10-1916 te Smilde
op 76-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Annechiena Jantina Jeremia
Voortman,
geboren
op
21-10-1866
te
Veendam.
Overleden op 17-06-1874 te
Veendam op 7-jarige leeftijd.
2. Engel Voortman, geboren op
31-07-1868
te
Veendam.
Overleden op 14-01-1869 te
Veendam, 167 dagen oud.
3. Engel Voortman, geboren op
15-12-1869 te Veendam (zie IVa
op blz. 310).
4. Roelfina
Alida
Johanna
Voortman,
geboren
op
14-02-1871 te Veendam (zie IVb
op blz. 310).
5. Elizabeth Voortman, geboren
op 24-02-1872 te Veendam.
Overleden op 08-06-1872 te
302
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Veendam, 105 dagen oud.
6. Jan
Hendrik
Voortman,
geboren op 26-05-1873 te
Veendam (zie IVc op blz. 310).
7. Bertus Voortman, geboren op
15-08-1875
te
Veendam.
Overleden op 18-02-1877 te
Zevenhuizen op 1-jarige leeftijd.
8. Annechiena Jantina Jeremia
Voortman,
geboren
op
31-01-1877 te Zevenhuizen (zie
IVd op blz. 311).
9. Bertus Voortman, geboren op
06-08-1878 te Zevenhuizen.
Overleden op 13-09-1878 te
Zevenhuizen, 38 dagen oud.
10.Bertus
(Bertus
Roelof)
Voortman,
geboren
op
10-01-1880 te Zevenhuizen (zie
IVe op blz. 311).
11.Vrieze Voortman, geboren op
30-06-1881 te Zevenhuizen.
Winkelier
beschuitbakker.
Overleden op 15-05-1962 te
Smallingerland
op
80-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
18-11-1908 te Assen, met Geertje
Groenman, 31 jaar oud, geboren
op 30-12-1876 te Baflo. Dochter
van
Wilhelmus
Johannes
Groenman en Boukje Boorsma.
Overleden op 02-12-1946 te
Groningen op 69-jarige leeftijd.
IIIb Egberdina Voortman, geboren op
04-02-1854 te Veendam. Dochter
van Roelf Voortman (zie IIa op blz.
297) en Annechien Vriezes de
Vries. Overleden op 03-06-1896 te
Zevenhuizen op 42-jarige leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
16-01-1878 te Leek, met Evert
Zoutman, 24 jaar oud, geboren op
24-05-1853 te Veendam. Zoon van
Rense Everts Zoutman en
Pietertje Hindriks de Weerd,
binnenvaartsschipper. Hij hertrouwt
met Antje Pater. Overleden op
13-09-1944 te Zevenhuizen op
91-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Petronella
Annechiena
Zoutman,
geboren
op
09-04-1880 te Zevenhuizen.
2. Annechiena Everdina Rencina
Zoutman,
geboren
op
12-02-1881 te Zevenhuizen.
3. Rense Evert Zoutman, geboren
op 30-09-1882 te Zevenhuizen.
4. Johanna
Fjokkina
Alieda
Zoutman,
geboren
op
22-10-1886 te Zevenhuizen.
5. Vrieso Zoutman, geboren op
18-12-1889 te Zevenhuizen.
6. Petronella
Annechiena
Zoutman,
geboren
op
20-04-1893 te Zevenhuizen.
7. Reina Zoutman, geboren op
11-08-1895 te Zevenhuizen.
IIIc Frieze Voortman, geboren op
23-01-1856 te Veendam. Zoon van
Roelf Voortman (zie IIa op blz.
297) en Annechien Vriezes de
Vries, landbouwer. Overleden op
08-04-1939 te Roden op 83-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op
23-05-1885 te Marum, met Antje
Renkema, 27 jaar oud, geboren op
24-02-1858 te Opende. Dochter van
Anne Garmke Renkema en Antje
Lubbes de Boer. Overleden op
TAK OLDAMBT
27-11-1926 te Zevenhuizen
68-jarige leeftijd.
op
Uit dit huwelijk:
1. Annechien Voortman, geboren
op 01-07-1885 te Marum (zie IVf
op blz. 312).
2. Antje Anna Rensina Voortman,
geboren op 21-12-1886 te
Zevenhuizen (zie IVg op blz.
312).
3. Roelfina Voortman, geboren op
10-07-1889 te Zevenhuizen (zie
IVh op blz. 313).
4. Roelf
Lubbe
Voortman,
geboren op 23-02-1891 te
Zevenhuizen (zie IVi op blz.
313).
IIId Aaltje Vortman, geboren op
14-11-1843 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
11-02-1844 te Nieuw Scheemda.
Dochter van Ludolf Vortman (zie
IIb op blz. 297) en Gepke Jans
Molanus, dienstmeid.
303
geboren op 09-12-1880 te Oude
Pekela.
4. Rudolf Mugge, geboren op
05-03-1885 te Winschoten.
IIIe Jan
Vortman,
geboren
op
28-07-1854 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
26-11-1854 te Westerlee. Zoon van
Ludolf Vortman (zie IIb op blz.
297) en Gepke Jans Molanus,
bakkersknecht.
Overleden
op
07-10-1886 te Winschoten op
32-jarige leeftijd.
Op 14 mei 1879 werd Jan Vortman
schuldig bevonden aan het plegen van
diefstal van vee uit de weide. (Mededeling
in Jaarboek CBG deel 45 -1991-: In de
bibliotheek van het CBG is aanwezig
"index Geheim Register van ontslagen
gevangenen 1883/1890" waarin vermeld
onder nr. 294: Vortman, Jan, 29,
Westerlee 1884).
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
01-07-1871 te Veendam, met
Johannes Christiaan Mugge, 35
jaar oud, geboren op 14-08-1835 te
Coevorden. Zoon van Justus
Heinrich Mugge en Maria
Theresia Kessels, schoenmaker.
Overleden op 03-03-1889 te
Winschoten op 53-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Gepke Maria Mugge, geboren
op 11-03-1873 te Veendam.
2. Maria
Theresia
Mugge,
geboren op 03-04-1875 te
Veendam.
3. Henderikus
Justus
Mugge,
Haijo Vortman (1858-1895) (Collectie
Hintzbergen)
304
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
19-04-1876 te Winschoten, met
Wupke Goudschaal, 24 jaar oud,
geboren
op
24-01-1852
te
Bellingwolde.
Dochter
van
Christiaan Goudschaal en Albertje
Wubbens,
koopvrouw.
Zij
hertrouwt met Tammo Deters.
Overleden op 07-09-1892 te
Winschoten op 40-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
04-12-1884 te Nieuwe Pekela, met
Froukje Rijnberg, 34 jaar oud,
geboren op 18-08-1850 te Nieuwe
Pekela
(gezindte:
Nederlands
Hervormd). Dochter van Berend
Jacobsz. Rijnberg en Nagiena
Harms Bruins. Overleden op
20-04-1900 te Nieuwe Pekela op
49-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Ludolf Vortman, geboren op
21-09-1876 te Winschoten (zie
IVj op blz. 313).
1. Bernardus Jacob Vortman,
geboren op 12-07-1885 te
Esschen (België) (zie IVk op blz.
314).
2. Albert Vortman, geboren op
02-09-1878 te Zevenhuizen.
Varensgezel.
Overleden
op
02-05-1904 te Groningen op
25-jarige leeftijd.
3. Gepkia Vortman, geboren op
18-01-1885
te
Winschoten.
Overleden op 09-07-1910 te
Groningen op 25-jarige leeftijd.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
16-09-1909 te Groningen, met
Johann Heinrich Schürhoff, 25
jaar oud, geboren op 22-11-1883
te Groningen. Zoon van Gerhard
Heinrich Schürhoff en Antje
Vledder,
kleermaker
bedrijfsleider kledingmagazijn. Hij
hertrouwt met Stientje Stuit.
Overleden op 27-10-1975 te
Leeuwarden op 91-jarige leeftijd.
IIIf Haijo Vortman, geboren op
04-01-1858 te Westerlee, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
11-04-1858 te Westerlee. Zoon van
Ludolf Vortman (zie IIb op blz.
297) en Gepke Jans Molanus,
telegrafist bij de spoorwegen.
Overleden op 23-04-1895 te
Rotterdam op 37-jarige leeftijd.
2. Jacob
Bernard
Vortman,
geboren op 23-12-1886 te
Meppel.
Overleden
op
13-01-1887 te Meppel, 21 dagen
oud.
3. Jacob
Bernard
Vortman,
geboren op 05-05-1889 te Meppel
(zie IVl op blz. 314).
IIIg Zwaantje Vortman, geboren op
10-12-1854 te Farmsum. Dochter
van Johann Hinrich Vortman (zie
IIc op blz. 298) en Trientje Jans
Bergman. Overleden op 20-03-1933
te Zuidlaren op 78-jarige leeftijd.
Zie het artikel “Twee Zwaantjes”.
Gehuwd (1) op 23-jarige leeftijd op
01-06-1878 te Delfzijl, met Klaas
Oosting, 29 jaar oud, geboren op
07-01-1849 te Uithuizermeeeden.
Zoon van Hendrik Pieters
Oosting en Hillegien Jans
Bootsman, dagloner. Overleden
07-1880 te Alams Kalamazoo
Michigan (USA).
Gehuwd (2) op 26-jarige leeftijd op
03-12-1881 te Leek, gescheiden na 6
jaar huwelijk op 13-10-1888 te Leek
TAK OLDAMBT
gescheiden na 8 jaar huwelijk op
26-10-1917 te Amsterdam van
Benjamin Pardo. Zoon van
Benjamin Pardo en Anna
Hendrika
Klopper,
banketbakker.
van
Reinder
Cluiving
Hoenderken,
geboren
op
04-02-1844 te Haren. Zoon van
Otto Hoenderken en Catharina
Willems Holthuis, landbouwer.
Overleden op 31-01-1912 te Leek op
67-jarige leeftijd.
2. Wemelina Voortman, geboren
op 20-11-1886 te Uitwierda.
Overleden op 09-06-1917 te
Groningen op 30-jarige leeftijd.
Uit het eerste huwelijk:
1. Albertus Oosting, geboren op
11-06-1879 te Farmsum.
Gehuwd
Benedick.
Op 16-10-1908 werd Albertus Oosting
opgenomen
in
het
krankzinnigengesticht te Franeker.
Gehuwd met Fritz Carells, geboren
op 14-08-1856 te Brake. Steenbakker
brandmeester.
Uit dit huwelijk:
1. Henriëtte Voortman, geboren
op 12-11-1884 te Appingedam.
Henriëtte Voortman is op 16-12-1911
afgevoerd uit het bevolkingsregister
van Amsterdam wegens haar vertrek
naar Noord-Amerika.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
18-02-1909
te
Amsterdam,
Antonius
4. Johanne Voortman, geboren op
07-02-1891 te Appingedam.
Overleden op 27-12-1891 te
Appingedam, 323 dagen oud.
Uit het tweede huwelijk:
IIIh Wemeltje Vortman, geboren op
30-12-1861 te Farmsum. Dochter
van Johann Hinrich Vortman (zie
IIc op blz. 298) en Wemeltje
Buitendam.
Overleden
op
27-03-1892 te Groningen op
30-jarige leeftijd.
met
3. Frits Vortman, geboren op
25-02-1889 te Farmsum (zie IVm
op blz. 318).
2. Harm Oosting, geboren op
22-09-1880
te
Farmsum.
Overleden op 02-02-1881 te
Farmsum, 133 dagen oud.
3. Harm Hoenderken, geboren op
25-11-1882 te Zevenhuizen.
Overleden op 15-01-1883 te
Zevenhuizen, 51 dagen oud.
305
IIIi
Egbertje Vortman, geboren op
12-06-1866 te Delfzijl (gezindte:
Gereformeerd).
Dochter
van
Johann Hinrich Vortman (zie IIc
op blz. 298) en Wemeltje
Buitendam, dienstmeid. Overleden
op 16-06-1908 te Amsterdam op
42-jarige leeftijd.
In het register van het Huis van Bewaring
te Groningen staat (op datum ingekomen
28 november 1887 en op bevel van de
officier van justitie dezelfde dag
overgebracht naar Appingedam (door
F.J.Visser))
Egbertje
Vortman
ingeschreven:
Om
welke
redenen
ingebracht:
doortrekkend naar Appingedam
Vanwaar gekomen: Groningen
Volgnummer: 165
Naam: Egbertje Vortman
Geslacht: vrouwelijk
Vader: Jan
Moeder: Weemmeltje Buitendam
Geboorte plaats: Delfzijl
Laatste woonplaats: Groningen
Ouderdom: 21 jaren
306
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Overleden op 22-07-1910
Nieuwolda op 46-jarige leeftijd.
Echtelijke stand: ongehuwd
Gewone taal: Groningsch
Beroep of betrekking: zonder beroep
Godsdienstige gezindte: Gereformeerd
Gehuwd (1) op 21-jarige leeftijd op
30-04-1885 te Nieuwolda, met
Egbert Kolk, 30 jaar oud, geboren
op 24-09-1854 te Nieuwolda. Zoon
van Jacob Egberts Kolk en
Annechien
van
Boekeren,
boerenknecht.
Overleden
op
10-03-1900 te Nieuwolda op
45-jarige leeftijd.
Lengte: 1,56 M.
Aangezicht: ovaal
Voorhoofd:
hoog
Mond: gewoon
Ogen: blauw
Haar: blond
Kleur: gezond
Neus: groot
Kin: rond
Wenkbrauwen: blond
Bijzondere kentekenen: gene
Lager onderwijs genoten: ja
Gehuwd (2) op 39-jarige leeftijd op
16-05-1903 te Nieuwolda, met
Arend Bosscher, geboren circa
1863 te Bellingwolde. Zoon van
Filippus Bosscher en Elsien
Raatjes, arbeider.
Handtekening: E.Voortman
Amsterdam 17 juni 1908/arch.nr. 4338
Uit een relatie:
1. Jan Vortman, buitenechtelijk
geboren op 27-06-1885 te
Groningen.
Overleden
op
08-09-1885 te Farmsum, 73 dagen
oud.
IIIj
Aaltje Smit, geboren op 18-02-1857
te Midwolda. Dochter van Geert
Gerardus Smit en Anna Catharina
Vortman (zie IIe op blz. 299).
Overleden op 11-02-1895 te
Midwolda op 37-jarige leeftijd.
Gehuwd met Albert Oudekerk,
geboren op 01-03-1854 te Scheemda.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Oudekerk, geboren op
09-10-1877 te Midwolda.
2. Geert Gerardus Oudekerk,
geboren op 17-11-1883 te
Midwolda.
te
Uit het eerste huwelijk:
1. Martje Kolk, geboren
26-11-1894 te Nieuwolda.
IIIl
op
Elsien Vortman, geboren op
20-04-1865
te
Wagenborgen.
Dochter van Lammert Vortman
(zie IIf op blz. 300) en Martje Bos,
dienstmeid.
Overleden
op
05-10-1943 te Woldendorp op
78-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
08-05-1886 te Nieuwolda, met Jan
Wedda, 25 jaar oud, geboren op
15-02-1861 te Nieuwolda. Zoon van
Jacob
Wedda
en
Trijntje
Schuurke, huisschilder. Overleden
op 30-10-1927 te Woldendorp op
66-jarige leeftijd.
3. Koert
Albert
Oudekerk,
geboren op 24-11-1886 te
Midwolda (zie IVn op blz. 318).
Jan Wedda begon in oktober 1889 een
schildersbedrijf in Woldendorp.
IIIk Egbertje Vortman, geboren op
30-03-1864
te
Wagenborgen.
Dochter van Lammert Vortman
(zie IIf op blz. 300) en Martje Bos.
1. Jacob Wedda, geboren op
23-07-1887
te
Woldendorp.
Overleden op 09-08-1887 te
Woldendorp, 17 dagen oud.
Uit dit huwelijk:
TAK OLDAMBT
2. Trijntje Wedda, geboren op
17-10-1891
te
Woldendorp.
Overleden op 17-05-1901 te
Woldendorp op 9-jarige leeftijd.
3. Lammert Wedda, geboren op
28-03-1895
te
Woldendorp.
Schilder.
Overleden
op
04-09-1970 te Groningen op
75-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
21-07-1922 te Termunten, met
Annechien de Jonge, 26 jaar
oud, geboren op 27-04-1896 te
Vlagtwedde.
4. Jakob
Cornelius
Wedda,
geboren op 03-10-1899 te
Woldendorp. Schilder. Overleden
op 10-07-1966 te Groningen op
66-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
10-03-1927 te Termunten, met
Pieterke de Boer, 23 jaar oud,
geboren op 25-05-1903 te
Delfzijl.
5. Klaas Wedda, geboren op
10-02-1901
te
Woldendorp.
Overleden op 17-05-1901 te
Woldendorp, 96 dagen oud.
6. Martje Wedda,
02-04-1903
te
Dienstbode.
geboren op
Woldendorp.
IIIm Jan
Vortman,
geboren
op
17-02-1865 te Midwolda, gedoopt
(Gereformeerd) op 12-04-1865 te
Midwolda. Zoon van Cornelius
Vortman (zie IIg op blz. 300) en
Eja Fokkens, dagloner. Overleden
op 12-01-1938 te Midwolda op
72-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 22-jarige leeftijd op
14-10-1887 te Midwolda, met
Annechien Baas, 41 jaar oud,
307
geboren op 13-06-1846 te Midwolda.
Dochter van Gerhardus Geerts
Baas en Antje Berends Kok.
Overleden op 02-02-1912 te
Midwolda op 65-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 47-jarige leeftijd op
14-02-1913 te Midwolda, met
Harmke Klooster, 31 jaar oud,
geboren op 06-01-1882 te Midwolda.
Dochter van Jan Klooster en
Annechien de Boer. Overleden op
30-04-1947 te Winschoten op
65-jarige leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
1. Eja Vortman, geboren in 1914 te
Midwolda.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1932 te Midwolda, met M.
Klooster.
2. Jan Cornelis Vortman, geboren
in 1922 te Midwolda (zie IVo op
blz. 319).
IIIn Berend Vortman, geboren op
28-04-1866 te Midwolda, gedoopt
(Nederlands
Hervormd)
op
10-06-1866 te Midwolda. Zoon van
Cornelius Vortman (zie IIg op blz.
300) en Eja Fokkens, arbeider.
Overleden op 24-12-1901 te
Midwolda op 35-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
03-12-1888 te Midwolda, met
Johanna Noordman, 33 jaar oud,
geboren
op
08-11-1855
te
Siddeburen. Dochter van Jan Jansz.
Noordman en Derkje Johanna
Holswille, arbeidster. Zij hertrouwt
met Eelze van Goinga. Overleden
op 01-06-1917 te Midwolda op
61-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
308
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1. Berend Vortman, geboren op
07-09-1889 te Midwolda (zie IVp
op blz. 319).
2. Eja Vortman, geboren op
13-04-1891 te Midwolda (zie IVq
op blz. 320).
3. Jan Vortman, geboren op
07-12-1892 te Midwolda. Stoker
rasper
van
aardappelen
los-arbeider.
Overleden
op
24-02-1966 te Dordrecht op
73-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 26-jarige leeftijd
op 17-05-1919 te Sliedrecht, met
Adriana van Kekerix, 39 jaar
oud, geboren op 25-08-1879 te
Sliedrecht.
Overleden
op
22-06-1939 te Sliedrecht op
59-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 54-jarige leeftijd
in 1946 te Sliedrecht, met Jacoba
Huijer, 45 jaar oud, geboren op
18-03-1901 te Rotterdam.
Jacoba Huijer brengt in haar huwelijk
met Jan Vortman een dochter mee;
Cornelia Geertje Adriana Anthony
Huijer, geboren op 25 juni 1935 te
Rotterdam.
4. N.N.
Doodgeboren
24-04-1894 te Midwolda.
op
IIIo Derk Vortman, geboren op
06-10-1868 te Midwolda (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Cornelius Vortman (zie IIg op blz.
300) en Eja Fokkens, dagloner
landarbeider
fabrieksarbeider.
Overleden op 29-06-1952 te
Midwolda op 83-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
18-07-1890 te Midwolda, met
Hillechien van der Kamp, 21 jaar
oud, geboren op 25-12-1868 te
Midwolda (gezindte: Nederlands
Hervormd). Dochter van Aries van
der Kamp en Heike Uil. Overleden
op 12-10-1936 te Midwolda op
67-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Eja Vortman, geboren op
07-12-1890 te Midwolda (zie IVr
op blz. 320).
2. Aries Heiko Vortman, geboren
op 04-01-1896 te Midwolda (zie
IVs op blz. 321).
3. Heike Vortman, geboren op
13-10-1898
te
Midwolda.
Huishoudster. Overleden op
18-01-1987 te Scheemda op
88-jarige leeftijd.
IIIp Jantje Vortman, geboren op
05-02-1871 te Midwolda (gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Cornelius Vortman (zie IIg op
blz. 300) en Eja Fokkens,
dienstmeid.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
22-04-1892 te Midwolda, met
Lammert Greven, 22 jaar oud,
geboren op 27-12-1869 te Midwolda
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Zoon van Hendrik Greven en
Stijntje Gernant, boerenknecht.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelius Greven, geboren op
10-03-1889 te Midwolda.
2. N.N.
Doodgeboren
17-05-1891 te Midwolda.
op
3. Stijntje Greven, geboren op
09-10-1892 te Midwolda.
4. Eja Greven, geboren op
23-05-1894
te
Midwolda.
Overleden op 10-07-1895 te
TAK OLDAMBT
Midwolda op 1-jarige leeftijd.
5. Hendrik Greven, geboren op
06-01-1896 te Midwolda.
6. Eja Greven, geboren
21-08-1897 te Midwolda.
op
7. Heika Greven, geboren op
08-12-1899
te
Midwolda.
Overleden op 15-02-1902 te
Midwolda op 2-jarige leeftijd.
8. Annechiena Jantiena Greven,
geboren op 23-11-1901 te
Midwolda.
9. Harmina Greven, geboren op
01-05-1903 te Midwolda.
10.Albert Greven, geboren
07-11-1905 te Midwolda.
op
11.Heika Greven, geboren in 1910
te Midwolda.
12.Jantje Greven, geboren in 1912
te Midwolda.
IIIq Cornelius Vortman, geboren op
10-01-1873 te Midwolda (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Cornelius Vortman (zie IIg op blz.
300) en Eja Fokkens, dagloner.
Overleden op 22-04-1944 te
Midwolda op 71-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
12-10-1894 te Midwolda, met Reina
Fokkens, 28 jaar oud, geboren op
07-05-1866 te Midwolda (gezindte:
Nederlands Hervormd). Dochter
van Pieter Fokkens en Meike Stel.
Overleden op 08-03-1960 te Smilde
op 93-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Vortman, geboren op
05-06-1895 te Midwolda (zie IVt
op blz. 321).
IIIr Albert
Vortman,
geboren
op
309
03-06-1875 te Midwolda (gezindte:
Gereformeerd).
Zoon
van
Cornelius Vortman (zie IIg op blz.
300)
en
Eja
Fokkens,
boerenknecht.
Overleden
op
04-02-1940 te Midwolda op 64-jarige
leeftijd.
Albert Vortman werkte als groot-knecht bij
boer Nanninga. Hij overleed t.g.v. een
hartaanval in de tuin.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op
12-10-1894 te Midwolda, met Aaltje
Baas, 23 jaar oud, geboren op
21-11-1870 te Midwolda (gezindte:
Gereformeerd). Dochter van Derk
Baas en Aaltjen Kloek, dienstmeid.
Overleden op 24-03-1949 te
Midwolda op 78-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Hindrik Jan Vortman, geboren
op 12-06-1889 te Eexta (zie IVu
op blz. 322).
2. Antje Vortman, geboren op
04-05-1893 te Midwolda (zie IVv
op blz. 322).
3. Cornelius Vortman, geboren op
09-12-1894 te Midwolda (zie IVw
op blz. 322).
4. Derk Vortman, geboren op
27-05-1897 te Midwolda (zie IVx
op blz. 323).
5. Ties Vortman, geboren op
08-04-1903 te Midwolda (zie IVy
op blz. 323).
6. Eja Vortman, geboren
08-04-1903 te Midwolda.
op
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op
26-08-1921 te Midwolda, met J.
Rendering.
7. Alida Vortman, geboren op
24-04-1913 te Midwolda (zie IVz
310
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
op blz. 324).
IVa Engel Voortman, geboren op
15-12-1869 te Veendam. Zoon van
Roelf Voortman (zie IIIa op blz.
301)
en
Jantje
Giezen,
molenaarsknecht. Overleden op
10-12-1932 te Beilen op 62-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
16-03-1895 te Nieuwe Pekela, met
Geessina Gerringa, 26 jaar oud,
geboren op 02-02-1869 te Nieuwe
Pekela. Dochter van Jan Gerringa
en Jeltje Bontekoe. Overleden op
13-09-1917 te Beilen op 48-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jantje Voortman, geboren op
12-04-1897. Gehuwd met Auke
Meulman.
2. Jan Voortman, geboren op
04-01-1900 te Muntendam (zie
Va op blz. 324).
IVb Roelfina
Alida
Johanna
Voortman, geboren op 14-02-1871
te Veendam. Dochter van Roelf
Voortman (zie IIIa op blz. 301) en
Jantje Giezen. Overleden op
31-12-1936 te Hoogkerk op 65-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
05-01-1895 te Leek, met Pieter de
Jong, 34 jaar oud, geboren op
17-05-1860 te Leek. Zoon van
Benne de Jong en Fenje Hummel,
wagenmaker.
Overleden
op
11-05-1933 te Hoogkerk op 72-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Friese de Jong, geboren circa
1904. Overleden op 07-03-1905
te Zevenhuizen.
2. Roelfina Alida Johanna de
Jong, geboren rond 1905.
Overleden op 06-03-1905 te
Zevenhuizen.
3. Bauke de Jong, geboren in 1908
te Ooststellingwerf.
4. Jacob Jan de Jong, geboren in
1914 te Vries.
5. Fenna de Jong.
6. Roelf de Jong.
7. Jantje de Jong.
8. Benne de Jong. Gesneuveld.
9. Aafke de Jong.
10.Pieter de Jong.
11.Engel de Jong.
12.Roelfina de Jong.
IVc Jan Hendrik Voortman, geboren
op 26-05-1873 te Veendam. Zoon
van Roelf Voortman (zie IIIa op
blz. 301) en Jantje Giezen,
rijwielhersteller bakker. Overleden
op 27-07-1955 te Groningen op
82-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
02-05-1901 te Groningen, met
Annegien Oomkes, 27 jaar oud,
geboren op 07-09-1873 te Foxhol.
Dochter van Freerk Oomkes,
timmerman, en Trijntje Vos.
Overleden op 31-10-1931 te
Groningen op 58-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jantje Voortman, geboren op
09-02-1902
te
Winschoten.
Overleden op 25-10-1967 te
Schiermonnikoog op 65-jarige
leeftijd.
TAK OLDAMBT
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
22-02-1923 te Groningen, met
Hendrikus Johannus Abelsma,
22 jaar oud, geboren op
29-03-1900 te Groningen.
2. Roelf Voortman, geboren op
10-12-1905 te Alkmaar (zie Vb op
blz. 324).
3. Jan
Hendrik
Voortman,
geboren op 01-04-1911 te
Smallingerland (zie Vc op blz.
325).
4. Frederika Voortman, geboren in
1914 te Groningen.
5. Roelfina Voortman, geboren in
1918 te Groningen.
6. Annegien Voortman, geboren in
1921 te Groningen.
Gehuwd met - Reinders.
IVd Annechiena
Jantina
Jeremia
Voortman, geboren op 31-01-1877
te Zevenhuizen. Dochter van Roelf
Voortman (zie IIIa op blz. 301) en
Jantje
Giezen,
dienstmeid.
Overleden op 11-08-1963 te Leek op
86-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
30-04-1898 te Leek, met Hendrik
Cazemier, 27 jaar oud, geboren op
10-03-1871 te Tolbert. Zoon van
Hendrik Cazemier en Frouke
Loman, landbouwer. Overleden op
08-04-1949 te Leek op 78-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. N.N.
Doodgeboren
27-11-1898 te Tolbert.
op
2. Jantje Cazemier, geboren op
19-04-1900 te Tolbert.
3. Henderika Cazemier, geboren
311
op 26-04-1902 te Zevenhuizen.
4. Froukje Cazemier, geboren op
03-08-1905 te Leek.
5. Roelfke Cazemier, geboren in
1907 te Leek.
6. Willemke Cazemier, geboren in
1911 te Leek.
IVe Bertus (Bertus Roelof) Voortman,
geboren
op
10-01-1880
te
Zevenhuizen. Zoon van Roelf
Voortman (zie IIIa op blz. 301) en
Jantje
Giezen,
landbouwer
molenaar
bakker
herbergier
kruidenier. Overleden op 04-01-1954
te Smilde op 73-jarige leeftijd.
Bertus Voortman heeft drie molens gehad.
De eerste molen (in Hoogersmilde) kocht
hij in 1904. Daarna kocht hij de molen bij
'De Veenhoop'in Smilde met de naast
gelegen woning. Nog voor 1918 kocht hij
twee woningen tegenover de molen (aan
de overzijde van het kanaal) voor f 8.000,-.
De woning naast de molen verkocht hij
aan wagenmaker F.Ossel. In Boven Smilde
(bij de Meestersbrug) kocht Bertus
Voortman ook een molen die waar zijn
knecht Jan Hoogeveen als zetbaas ging
werken. De molen bij de uitspanning 'De
Veenhoop' in Smilde was de op één na
hoogste molen van Nederland. De molen
in Hoogersmilde werd in 1917 afgebroken.
Lukas Voortman was net van de lagere
school af en hielp mee aan de afbraak. De
molen werd aanvankelijk nog door Bertus
Voortman aan het gemeente- en
provinciaalbestuur
aangeboden
als
monumentaal erfstuk, maar die hadden dit
afgeslagen. De restanten werden als
stophout
gebruikt
bij
de
scheepstimmerwerven in Hendrik Ido
Ambacht, waar ook de slopers (Jaap
Lodder en Jan -) vandaan kwamen.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
15-06-1904
te
Assen,
met
Willemina (Mien) Boer, 24 jaar oud,
geboren op 03-02-1880 te Assen.
Dochter van Lucas Boer, tuinman,
312
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
en Antje Zwiers. Overleden op
19-12-1951 te Smilde op 71-jarige
leeftijd.
Overleden op 27-03-1971
Meppel op 85-jarige leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
24-02-1906 te Leek, met Jilt
Meines, 24 jaar oud, geboren op
01-10-1881 te Zevenhuizen. Zoon
van Harm Meines en Ebeltje
Meestra, landbouwer. Overleden
op 15-01-1970 te Coevorden op
88-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Lucas Voortman, geboren op
03-04-1905 te Smilde (zie Vd op
blz. 325).
2. Antje Voortman, geboren op
08-11-1906 te Smilde. Overleden
op 19-11-1916 te Smilde op
10-jarige leeftijd, begraven te
Smilde, algemene Begraafplaats.
Antje Voortman werd begraven op de
algemene begraafplaats in Smilde
(oude gedeelte). Haar smalle grafsteen
vertoond een treurwilg met daaronder
het schrift: 'Rustplaats van / Antje
Voortman / geb. te Smilde / 8 Nov.
1906 / overl. aldaar / 19 Nov. 1916 /
Dochtertje van / B.Voortman / en W.
Boer / zalig is / der kinderen lot / jong
gestorven / vroeg bij god' (eigen
waarneming 4 juni 1994; R.Voortman).
3. Roelof Jan Voortman, geboren
op 28-06-1908 te Smilde (zie Ve
op blz. 325).
4. Wiebe Voortman, geboren op
28-07-1910 te Smilde (zie Vf op
blz. 326).
5. Berta Willemina Voortman,
geboren in 1912 te Smilde (zie Vg
op blz. 327).
6. Engel Voortman, geboren op
04-09-1916 te Smilde (zie Vh op
blz. 327).
7. Jan Vriezo Voortman, geboren
in 1919 te Smilde (zie Vi op blz.
327).
IVf
Annechien Voortman, geboren
op 01-07-1885 te Marum. Dochter
van Frieze Voortman (zie IIIc op
blz. 302) en Antje Renkema.
te
Uit dit huwelijk:
1. Harm Meines, geboren in 1906.
2. Ebeltje Meines, geboren in 1911
te Ooststellingwerf.
3. Antje Roelfina Meines, geboren
in 1917 te Peize.
4. Boukje Anna Meines, geboren
in 1923 te Norg.
IVg
Antje Anna Rensina Voortman,
geboren
op
21-12-1886
te
Zevenhuizen. Dochter van Frieze
Voortman (zie IIIc op blz. 302) en
Antje Renkema. Overleden op
24-03-1961 te Groningen op
74-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
27-11-1909 te Leek, met Harm
Hulshof, 26 jaar oud, geboren op
26-06-1883 te Norg. Zoon van
Harm Hulshof en Geertje Flonk,
landbouwer.
Overleden
op
06-06-1971 te Norg op 87-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Harm Hulshof, geboren in 1910
te Norg.
2. Antje
Geertina
Hulshof,
geboren in 1911 te Norg.
3. Vrieze Hulshof, geboren in 1913
te Norg.
TAK OLDAMBT
4. Geertje Hulshof, geboren in
1914 te Norg.
313
Uit dit huwelijk:
1.
Friese Voortman, geboren op
15-12-1917 te Norg (zie Vj op
blz. 328).
2.
Geertien
Allerdina
Voortman, geboren in 1919 te
Norg.
5. Klazina Hulshof, geboren in
1925 te Norg.
IVh
Roelfina Voortman, geboren op
10-07-1889
te
Zevenhuizen.
Dochter van Frieze Voortman
(zie IIIc op blz. 302) en Antje
Renkema.
Overleden
op
13-02-1946 te Roden op 56-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd in
1938, met Albert Jansma.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
29-11-1913 te Leek, met Tunnes
Vossema, 23 jaar oud, geboren op
17-03-1890 te Roden. Zoon van
Willem Vossema en Hiltje
Meinema, landbouwer. Overleden
op 22-11-1969 te Roden op
79-jarige leeftijd.
IVi
Hiltje Vossema, geboren in
1914 te Zevenhuizen.
2.
Antje Vossema, geboren in
1915 te Roden.
3.
Willem Vossema, geboren in
1919 te Roden.
4.
Friese Vossema, geboren in
1925 te Norg.
4.
Antje Voortman, geboren op
24-11-1923 te Norg (zie Vl op
blz. 329).
5.
Allerdina Voortman, geboren
in 1925 te Norg.
6.
Roelfina
Lubbina
Voortman, geboren in 1928 te
Leek.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1950, met Gezinus Leertouwer,
geboren circa 1923. Overleden op
27-09-1983 te Emmen.
7.
Roelf Lubbe Voortman, geboren
op 23-02-1891 te Zevenhuizen.
Zoon van Frieze Voortman (zie
IIIc op blz. 302) en Antje
Renkema,
landarbeider.
Overleden op 14-03-1982 te Leek
op 91-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
29-09-1917 te Norg, met Tjitske
Biemold, 21 jaar oud, geboren op
29-06-1896 te Norg. Overleden op
23-02-1962 te Groningen op
65-jarige leeftijd.
Harm Voortman, geboren in
1921 te Leek (zie Vk op blz.
329).
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1944, met Roelof de Haan.
Uit dit huwelijk:
1.
3.
Henderika
Annegien
Voortman, geboren in 1930 te
Leek.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd in
1948,
met
Jan
Reinder
Smallenbroek.
8.
IVj
Tjitske Voortman, geboren
in 1945.
Ludolf Vortman, geboren op
21-09-1876 te Winschoten. Zoon
van Jan Vortman (zie IIIe op blz.
303) en Wupke Goudschaal,
opperman.
Overleden
op
22-02-1961 te Groningen op
314
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
84-jarige leeftijd.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
11-05-1905 te Groningen, met
Hillechiena Lamina Meijer, 24
jaar oud, geboren op 16-07-1880 te
Groningen. Dochter van Johannes
Ewolt Meijer en Hinderika de
Witt. Overleden op 26-11-1941 te
Groningen op 61-jarige leeftijd.
15-03-1949 te Meppel, met
Hielktje Jongebloed, 56 jaar oud,
geboren op 16-03-1892 te Vledder.
Dochter van Hendrik Jongebloed
en Janna Gezina Kroes. Zij is
weduwe van Wiebe Koning.
Overleden op 14-02-1954 te
Zwolle op 61-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.
Wubbiena Vortman, geboren
in 1906 te Groningen.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
04-10-1926 te Groningen, met A.
Koopen.
2.
Hindertje Vortman, geboren
in 1908 te Groningen.
Gehuwd op 40-jarige leeftijd in
1949, met H. Hermse.
3.
IVk
Albert Johannes Ewold (Ab)
Vortman,
geboren
op
26-01-1913 te Groningen (zie
Vm op blz. 329).
Bernardus
Jacob
Vortman,
geboren op 12-07-1885 te Esschen
(België).
Zoon
van
Haijo
Vortman (zie IIIf op blz. 304) en
Froukje Rijnberg, timmerman
opzichter bij de Nederlandse
Spoorwegen.
Overleden
op
12-11-1961 te Zwolle op 76-jarige
leeftijd.
Gehuwd (1) op 22-jarige leeftijd op
05-12-1907 te Winschoten, met
Hinderkien Jansen, 25 jaar oud,
geboren
op
11-12-1881
te
Winschoten.
Dochter
van
Kornelius Jansen en Geessina
Koster. Overleden op 09-08-1948
te Ermelo op 66-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 63-jarige leeftijd op
Bernardus Jacob Vortman (1885-1961) (collectie
Hintzbergen).
Uit het eerste huwelijk:
1.
Kornelius Vortman, geboren
op 19-02-1908 te Winschoten
(zie Vn op blz. 330).
2.
Froukje Jacoba Vortman,
TAK OLDAMBT
Froukje Vortman (1912) en Arie Wengelaar (1908-1973) (collectie Hintzbergen).
315
316
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Akte van aanstelling bij de spoorwegen van Bernardus Jacob Vortman (collectie Hintzbergen).
TAK OLDAMBT
35-jarig huwelijk Vortman-Jansen in 1942.
Groepsfoto met Bernardus Jacob Vortman voor het station in Zwolle. (Collectie Hintzbergen).
317
318
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
geboren
in
Winschoten.
1912
te
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in 1934 te
Zwolle, met Arie Jan Wengelaar, 26
jaar oud, geboren op 24-09-1908 te
Utrecht.
Gemeente-ambtenaar.
Overleden op 03-02-1973 te Utrecht op
64-jarige leeftijd.
IVl Jacob Bernard Vortman, geboren op
05-05-1889 te Meppel. Zoon van Haijo
Vortman (zie IIIf op blz. 304) en
Froukje Rijnberg, controleur bij de
Zout Regie candidaat notaris. Overleden
op 16-12-1971 te Zeist op 82-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
07-06-1919 te Djokjakarta, met
Louise Jager, 33 jaar oud, geboren
op 26-07-1885 te Batavia, dochter
van Johanna Frederika Engelina
Jager. Overleden op 11-09-1959 te
Baarn op 74-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.
Haijo Bernard Vortman,
geboren op 29-01-1919 te
Djokjakarta (zie Vo op blz.
331).
2.
Willem Eduard Vortman,
geboren op 18-09-1920 te
Semarang. Soldaat M.G.D.
KNIL.
Overleden
op
03-03-1946 te Bangkok op
25-jarige leeftijd, begraven te
Ereveld Kanchanaburi, vak 1 rij
N nummer 59.
3.
Cine
Froukje
Louise
Vortman, geboren in 1923 te
Batavia.
Gehuwd met J. van der Wurff.
IVm Frits Vortman, geboren op
25-02-1889 te Farmsum. Zoon van
Fritz
Carells
en
Wemeltje
Vortman (zie IIIh op blz. 305),
landarbeider
schoenmaker.
Overleden op 29-11-1972 te
Siddeburen op 83-jarige leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op
24-05-1919 te Slochteren, met
Siebina van Dam, 21 jaar oud,
geboren
op
20-07-1897
te
Siddeburen. Dochter van Harm van
Dam en Grietje Kubbe. Overleden
op 02-02-1983 te Siddeburen op
85-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Harm Vortman, geboren in
1919 te Siddeburen (zie Vp op
blz. 331).
2. Willem Vortman, geboren in
1925 te Siddeburen (zie Vq op
blz. 332).
IVn Koert Albert Oudekerk, geboren
op 24-11-1886 te Midwolda. Zoon
van Albert Oudekerk en Aaltje
Smit (zie IIIj op blz. 306),
landarbeider
fabrieksarbeider
(groentedrogerij). Overleden op
05-12-1974 te Midwolda op 88-jarige
leeftijd.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
19-05-1911 te Midwolda, met
Eppien Gremmer, 20 jaar oud,
geboren op 04-11-1890 te Midwolda.
Overleden op 28-11-1918 te
Midwolda op 28-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 34-jarige leeftijd op
26-11-1920 te Midwolda, met Eja
Vortman, 29 jaar oud (zie IVr op
blz. 320).
Uit het eerste huwelijk:
1. Albert Oudekerk, geboren in
1911 te Midwolda.
2. Stoffer Oudekerk, geboren in
TAK OLDAMBT
1913 te Midwolda.
3. Geert Oudekerk, geboren in
1914 te Midwolda.
4. Trijntje Oudekerk, geboren in
1916 te Midwolda.
319
Midwolda. Verdronken.
Uit dit huwelijk:
1. Harmke
Jantje
Vortman,
geboren in 1958 te Schildwolde.
Gehuwd met E. Bolt.
5. Aaltje Oudekerk, geboren op
27-11-1918
te
Midwolda.
Overleden op 30-12-1918 te
Midwolda, 33 dagen oud.
2. Frans Vortman, geboren in 1960
te Schildwolde (zie Vr op blz.
332).
Uit het tweede huwelijk:
3. Cornelis Jan Vortman, geboren
in 1962 te Schildwolde.
6. Aaltjo Oudekerk, geboren op
02-09-1921
te
Midwolda.
Overleden op 13-06-1969 te
Midwolda op 47-jarige leeftijd.
7. Heike Oudekerk, geboren in
1922 te Midwolda.
8. Aries Oudekerk, geboren op
05-03-1924
te
Midwolda.
Overleden op 05-04-1945 te
Güstrow
(Schlossplatz)
op
21-jarige leeftijd.
9. Koert Oudekerk, geboren in
1926 te Midwolda.
10.Derk Oudekerk, geboren in
1927 te Midwolda.
11.Eppo Oudekerk, geboren in
1929 te Midwolda.
12.Aaltje Oudekerk, geboren in
1932 te Midwolda.
13.Eja Oudekerk, geboren in 1934
te Midwolda. Verdronken.
IVo Jan Cornelis Vortman, geboren in
1922 te Midwolda (gezindte:
Gereformeerd). Zoon van Jan
Vortman (zie IIIm op blz. 307) en
Harmke Klooster.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd in 1954
te Midwolda, met Fenny Engelage,
25 jaar oud, geboren in 1929 te
4. Frederik Vortman, geboren in
1963 te Schildwolde.
5. Pieter Jan Vortman, geboren in
1964 te Schildwolde.
6. Hemmo Vortman, geboren in
1968 te Schildwolde.
7. Maurits Vortman, geboren in
1971 te Delfzijl.
IVp Berend Vortman, geboren op
07-09-1889 te Midwolda. Zoon van
Berend Vortman (zie IIIn op blz.
307) en Johanna Noordman,
kleermaker.
Overleden
op
01-06-1959 te Groningen op
69-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
24-07-1911 te Assen, met Cornelia
Auwerda, 21 jaar oud, geboren op
30-03-1890 te Smilde. Dochter van
Johannes Cornelis Auwerda en
Geessien Muntstra. Overleden op
23-11-1960 te Groningen op
70-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes Cornelis Vortman,
geboren op 28-12-1911 te Assen.
Overleden op 09-09-1926 te
Groningen op 14-jarige leeftijd.
2. Louise Vortman, geboren circa
320
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1913. Overleden circa 1913.
3. Berend Vortman, geboren op
26-04-1914 te Assen (zie Vs op
blz. 332).
4. Gezinus Vortman, geboren in
1916 te Winschoten (zie Vt op
blz. 332).
5. Johanna Vortman, geboren circa
1918 te Groningen. Overleden op
10-06-1918 te Groningen.
6. Cornelis Vortman, geboren in
1919 te Groningen (zie Vu op
blz. 332).
7. Johanna Vortman, geboren in
1922 te Groningen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1949 te Groningen, met A.
Hensen.
8. Annegien Henderika Eltina
Vortman, geboren in 1924 te
Groningen.
Gehuwd
met
Haverkamp.
Wiebe
9. Seike Vortman, geboren in 1925
te Groningen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1951 te Groningen, met A. Wal.
10.Sara
Elisabeth
Vortman,
geboren in 1928 te Groningen.
Gehuwd te Delfzijl, met Jan
Veninga.
11.Eske Vortman, geboren in 1931
te Groningen.
IVq Eja
Vortman,
geboren
op
13-04-1891 te Midwolda. Dochter
van Berend Vortman (zie IIIn op
blz. 307) en Johanna Noordman.
Overleden op 19-01-1958 te
Termunten op 66-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
07-06-1912 te Midwolda, met Jan
Tuin, 18 jaar oud, geboren op
15-06-1893 te Nieuwolda. Zoon van
Aalf Tuin en Hilke Degenhart,
landarbeider.
Overleden
op
25-01-1987 te Delfzijl op 93-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Aalf Tuin, geboren in 1912 te
Midwolda.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1939 te Groningen, met S.
Mellema.
2. Berend Tuin, geboren in 1914 te
Midwolda.
3. Hilkiena
Johanna
Tuin,
geboren in 1923 te Midwolda.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd in
1943 te Midwolda, met A.
Meijerhof.
IVr Eja
Vortman,
geboren
op
07-12-1890 te Midwolda. Dochter
van Derk Vortman (zie IIIo op blz.
308) en Hillechien van der Kamp.
Overleden op 31-03-1972 te
Midwolda op 81-jarige leeftijd.
Gehuwd (1) op 18-jarige leeftijd op
19-02-1909 te Midwolda, met Geert
Gerardus Smit, 19 jaar oud,
geboren op 10-03-1889 te Midwolda.
Overleden op 27-09-1918 te
Midwolda op 29-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 29-jarige leeftijd op
26-11-1920 te Midwolda, met Koert
Albert Oudekerk, 34 jaar oud (zie
IVn op blz. 318).
Uit het eerste huwelijk:
1. Trijntje Smit, geboren in 1909 te
Midwolda. Verpleegster.
TAK OLDAMBT
Gehuwd met Lammert Slofstra.
Overleden circa 1991.
81-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
2. Hillechien Smit, geboren in
1911 te Midwolda.
1. Derk Vortman, geboren op
28-08-1922 te Midwolda (zie Vv
op blz. 333).
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in
1935 te Midwolda, met J.
Rienmeijer.
2. Harmke Vortman, geboren in
1926 te Midwolda (zie Vw op blz.
333).
3. Jacob Smit,
geboren
op
16-01-1913
te
Midwolda.
Overleden voor 1992.
3. Hillechien Vortman, geboren in
1930 te Midwolda (zie Vx op blz.
333).
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in
1935 te Midwolda, met Geesje
Bolhuis.
4. Derkje Smit, geboren in 1914 te
Midwolda.
5. Jurriën Smit, geboren op
27-07-1917
te
Midwolda.
Overleden
voor
1992
te
Midwolda.
6. Geert Gerardus Smit, geboren
in 1919 te Midwolda.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd in
1949 te Midwolda, met Jantje
Drewel.
Uit het tweede huwelijk: 8 kinderen
(zie onder IVn op blz. 318).
IVs Aries Heiko Vortman, geboren op
04-01-1896 te Midwolda. Zoon van
Derk Vortman (zie IIIo op blz. 308)
en Hillechien van der Kamp,
landarbeider.
Overleden
op
09-11-1986 te Westvoorne op
90-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op
24-03-1922 te Midwolda, met Imke
Sportel, 24 jaar oud, geboren op
21-09-1897 te Midwolda. Dochter
van Geert Sportel en Harmke
Schreuder.
Overleden
op
18-07-1979 te Rotterdam op
321
4. N.N. Doodgeboren in 1939 te
Midwolda.
IVt
Pieter Vortman, geboren op
05-06-1895 te Midwolda. Zoon van
Cornelius Vortman (zie IIIq op blz.
309) en Reina Fokkens, arbeider
(dorsmachine).
Overleden
op
22-12-1976 te Assen op 81-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
31-10-1917 te Assen, met Rense
Klok, 17 jaar oud, geboren op
10-03-1900 te Zuidbroek. Overleden
voor 1993.
Uit dit huwelijk:
1. Reina Vortman, geboren in 1917
te Assen.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd in
1937 te Smilde, met H. Kok.
2. Hillechiena Vortman, geboren
in 1921 te Smilde.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1942 te Smilde, met J. Tol.
3. Cornelia Vortman, geboren in
1925 te Smilde.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in
1949 te Smilde, met A. de
Gruiter.
322
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
IVu Hindrik Jan Vortman, geboren op
12-06-1889 te Eexta. Zoon van
Albert Vortman (zie IIIr op blz.
309) en Aaltje Baas, arbeider.
Overleden op 29-06-1912 te
Nieuwolda op 23-jarige leeftijd.
Hindrik Jan Vortman was net zoals Antje
Vortman een voorkind van Aaltje Baas. Bij
het huwelijk van Aaltje Baas met Albert
Vortman werd Antje erkend en gewettigd.
Hindrik Jan Vortman werd bij het huwelijk
als "natuurlijke erkende zoon" van Albert
Vortman genoemd.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op
23-05-1908 te Nieuwolda, met
Grietje Kampijon, 19 jaar oud,
geboren
op
14-12-1888
te
Nieuwolda. Dochter van Albertus
Kampijon en
Stientje
Pot,
dienstmeid.
Uit dit huwelijk:
1. Stientje Vortman, geboren op
07-09-1908 te Nieuwolda (zie Vy
op blz. 333).
2. Aaltje Vortman, geboren 1910 te
Nieuwolda.
Overleden
op
06-05-1912 te Nieuwolda.
3. Jantje Vortman, geboren circa
1911 te Nieuwolda. Overleden op
16-08-1911 te Nieuwolda.
4. Hendrik Jan Vortman, geboren
in 1912 (zie Vz op blz. 333).
IVv Antje Vortman, geboren op
04-05-1893 te Midwolda. Dochter
van Albert Vortman (zie IIIr op blz.
309) en Aaltje Baas. Overleden op
10-09-1952 te Winschoten op
59-jarige leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
10-07-1913 te Scheemda, met Jan
Jansema, 17 jaar oud, geboren op
19-09-1895 te Scheemda. Zoon van
Pieter Jansema en Anneke
Kuipers, arbeider. Overleden op
02-05-1965 te Scheemda op 69-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Anneke Jansema, geboren in
1913 te Scheemda.
Gehuwd op 16-jarige leeftijd op
20-02-1930 te Scheemda, met J.
Koolhof.
2. Albert Jansema, geboren in 1915
te Scheemda.
IVw Cornelius Vortman, geboren op
09-12-1894 te Midwolda (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Albert Vortman (zie IIIr op blz.
309)
en
Aaltje
Baas,
fabrieksarbeider. Overleden op
08-05-1969 te Scheemda op 74-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op
03-04-1915 te Midwolda, met
Grietje Kiewiet, 23 jaar oud,
geboren op 04-04-1891 te Oostwold.
Dochter van Haiko Kiewiet en
Eise
Aukes.
Overleden
op
02-09-1964 te Scheemda op 73-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Eise Vortman, geboren in 1915
te Midwolda. Overleden te
Midwolda.
2. Albert Vortman, geboren in
1916 te Midwolda.
3. Aaltje Vortman, geboren op
06-06-1919
te
Midwolda.
Overleden op 23-12-1934 te
Scheemda op 15-jarige leeftijd.
4. Heika Vortman, geboren op
16-03-1923
te
Midwolda.
TAK OLDAMBT
Overleden op 18-03-1924
Midwolda op 1-jarige leeftijd.
te
5. Haiko Vortman, geboren in
1924 te Midwolda (zie Vaa op blz.
334).
6. Antjo Vortman, geboren op
22-08-1925 te Midwolda (zie Vab
op blz. 334).
7. Grietje Vortman, geboren in
1927 te Midwolda.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd in
1947 te Scheemda, met H.
Dijkhuis.
8. Elsie Vortman, geboren in 1928
te Groningen.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1950 te Scheemda, met G.
Boelmans.
9. Eja Vortman, geboren in 1931 te
Scheemda.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1952 te Scheemda, met S. Dijk.
Overleden voor 1993.
IVx Derk Vortman, geboren op
27-05-1897 te Midwolda. Zoon van
Albert Vortman (zie IIIr op blz.
309)
en
Aaltje
Baas,
fabrieksarbeider. Overleden op
16-11-1972 te Scheemda op 75-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op
05-08-1920 te Scheemda, met
Trijntje Possel, 21 jaar oud,
geboren op 13-11-1898 te Scheemda.
Dochter van Jakob Possel en Dina
de Groot. Overleden op 04-04-1974
te Stadskanaal op 75-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Albert Vortman, geboren op
22-09-1922 te Midwolda. Soldaat
323
OVW 1-12 R.I. Koninklijke
Landmacht.
Overleden
op
04-04-1946 te Soerabaya op
23-jarige leeftijd, begraven te
Nederlands ereveld Kembang
Kuning Surabaya, vak B nr. 138.
2. Dina Vortman, geboren op
11-07-1926
te
Scheemda.
Overleden op 31-01-1983 te
Stadskanaal op 56-jarige leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in
1950 te Scheemda, met Willem
Nieuwhof, 29 jaar oud, geboren
in 1921 te Vlagtwedde.
IVy Ties Vortman, geboren op
08-04-1903 te Midwolda (gezindte:
Gereformeerd). Zoon van Albert
Vortman (zie IIIr op blz. 309) en
Aaltje
Baas,
landarbeider
grondwerker
fabrieksarbeider
(groentedrogerij). Overleden op
07-05-1958 te Midwolda op 55-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
25-05-1928 te Midwolda, met
Harmke Oudekerk, 26 jaar oud,
geboren op 05-01-1902 te Midwolda
(gezindte: Gereformeerd). Dochter
van Albert Oudekerk en Geertje
Meerman.
Overleden
op
03-08-1989 te Winschoten op
87-jarige leeftijd, begraven op
07-08-1989 te Midwolda.
Harmke Vortman-Oudekerk was de laatste
bewoonster van het huisje Erflaan 9 te
Midwolda. Toen zij verhuisde naar het
bejaardenhuis in Scheemda werd het
huisje verkocht.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Vortman, geboren in 1929
te Midwolda.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in
324
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1954 te Midwolda, met T.B.
Bulder.
Va
2. Geertje Vortman, geboren in
1930 te Midwolda.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in
1954 te Midwolda, met H.
Zoutman.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
09-12-1927 te Beilen, met Anna
Henderika Veen, 20 jaar oud,
geboren in 1907.
3. Antje Vortman, geboren in 1933
te Midwolda.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1960 te Midwolda, met H.J.
Koning.
Uit dit huwelijk:
1. Geessina Engelina Voortman,
geboren in 1928 te Beilen.
IVz Alida Vortman, geboren op
24-04-1913 te Midwolda. Dochter
van Albert Vortman (zie IIIr op blz.
309) en Aaltje Baas. Overleden op
09-06-1985 te Nieuwolda op
72-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
17-08-1934 te Midwolda, met Albert
Hoekstra, 27 jaar oud, geboren op
25-11-1906 te Grijpskerk. Zoon van
Hendrik Hoekstra en Albertje
Poppema, landarbeider bakker
ambtenaar P.E.B. Overleden op
18-03-1988 te Groningen op
81-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik Hoekstra, geboren in
1935 te Midwolda.
2. Albert Hoekstra, geboren in
1937 te Midwolda.
3. Albertje Hoekstra, geboren in
1940 te Midwolda.
4. Aaltje Hoekstra, geboren in
1941 te Midwolda.
5. Sietske Hoekstra, geboren in
1946 te Midwolda.
6. Antje Hoekstra, geboren in 1948
te Midwolda.
Jan Voortman, geboren op
04-01-1900 te Muntendam. Zoon
van Engel Voortman (zie IVa op
blz. 310) en Geessina Gerringa,
landbouwer.
Overleden
op
10-01-1967 te Hoogeveen op
67-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in
1950 te Beilen, met J. Boerhof.
2. Oomke
Engel
Voortman,
geboren in 1931 te Beilen (zie VIa
op blz. 334).
3. Fennegien Voortman, geboren
in 1937 te Beilen.
Vb
Roelf Voortman, geboren op
10-12-1905 te Alkmaar. Zoon van
Jan Hendrik Voortman (zie IVc op
blz. 310) en Annegien Oomkes,
chauffeur
automonteur
1e
scheepsmachinist. Overleden op
19-07-1988
te
Hoogezand-Sappemeer op 82-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op
25-10-1940 te Groningen, met
Martje Dijkstra, 30 jaar oud,
geboren
op
05-02-1910
te
Groningen.
Overleden
op
03-10-1981 te Uppland Väsby
(Zweden) op 71-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Roelof Klaas Voortman,
geboren in 1941 te Groningen.
TAK OLDAMBT
Vc
Jan Hendrik Voortman, geboren
op 01-04-1911 te Smallingerland.
Zoon van Jan Hendrik Voortman
(zie IVc op blz. 310) en Annegien
Oomkes. Overleden op 06-03-1991
op 79-jarige leeftijd.
geboren
op
10-02-1933.
Onderofficier
(rijinstrukteur).
Overleden op 14-04-1981 op
48-jarige leeftijd.
Gehuwd met Mary La Force.
Uit dit huwelijk:
2. Trijntje
Willemina
(Tiny)
Voortman, geboren in 1935 (zie
VIf op blz. 335).
1. Hans Voortman, geboren in
1944 te Groningen (zie VIb op
blz. 334).
3. Willemina
Trijntje
(Willy)
Voortman, geboren in 1938.
Verpleegster.
2. Hetty Voortman, geboren in
1947 te Groningen (zie VIc op
blz. 335).
Gehuwd met Dieter Kasch.
Ingenieur.
Gehuwd.
4. Dirkje
(Dicky)
Voortman,
geboren in 1940. Verpleegster.
3. Margreet Voortman (zie VId op
blz. 335).
5. Thijs J. (Theo) Voortman,
geboren in 1946 (zie VIg op blz.
335).
4. Annelies Voortman (zie VIe op
blz. 335).
Vd
325
Lucas Voortman, geboren op
03-04-1905 te Smilde. Zoon van
Bertus (Bertus Roelof) Voortman
(zie IVe op blz. 311) en Willemina
(Mien) Boer.
Overleden
op
23-12-1995 te Schoonoord op
90-jarige leeftijd, gecremeerd op
29-12-1995 te Emmen.
Drager van het verzetskruis 1940-1945.
Ondertrouwd op 21-04-1932 te
Appelscha, gehuwd op 27-jarige
leeftijd op 06-05-1932 te Appelscha,
met Janke Oost, 25 jaar oud,
geboren
op
06-01-1907
te
Appelscha. Dochter van Thijs Oost
en Trijntje Boer. Overleden op
26-10-1994 te Schoonoord op
87-jarige leeftijd, begraven op
31-10-1994 te Schoonoord.
Draagster van het verzetskruis '40/'45.
Uit dit huwelijk:
1. Bertus
Roelof
Voortman,
Ve
Roelof Jan Voortman, geboren op
28-06-1908 te Smilde. Zoon van
Bertus (Bertus Roelof) Voortman
(zie IVe op blz. 311) en Willemina
(Mien)
Boer,
schoolhoofd.
Overleden op 28-06-1975 te
Naarden op 67-jarige leeftijd.
Op voordracht van de straatnamencommissie werd in 1990 de straatnaam
'Meester Voortman-straat' opgenomen in
de Meester-buurt in Haulerwijk. De
motivatie was dat Roelof Jan Voortman
(1908-1975) zich 121/2 jaar sociaal
maatschappelijk
verdienstelijk
had
gemaakt en actief deelgenomen had in het
verzet
gedurende
de
Tweede
Wereld-oorlog. Van 1 september 1935 tot
1 april 1948 was Roelof Jan Voortman
hoofd-onderwijzer van de CVO school in
Haulerwijk.
Van 2 januari tot 1 oktober 1928 vervulde
Roelof Jan zijn militaire dienst in Assen.
Tot 1 mei 1929 was hij Opvoedkundig
Ambtenaar in Hoenderloo. Vervolgens
was hij onderwijzer op de Hervormde
Scholen Vereniging in Veenendaal (tot 1
326
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
maart 1931), in Smilde (tot 19 december
1932) en de C.N. School in Bergum (tot 1
april 1935).
1996, begraven te Bussum.
Op 1 april 1935 werd hij hoofdonderwijzer
van het C.V.O. in Gorredijk waar hij tot 1
september van dat jaar zou blijven.
Daarna werd hij hoofdonderwijzer van het
C.V.O. in Haulerwijk. In de oorlogsjaren
gaf hij meerdere Akkerbouwcursussen op
de Volkshogeschool in Bakkeveen en voor
de
Noordoost-Poldercommissie
in
Appelscha en Haulerwijk. Bovendien gaf
hij van 1 oktober 1941 tot 1 oktober 1944
Algemen
Landbouwcursussen
in
Wijnjeterp.
1. Bertus Roelof (Bert) Voortman,
geboren
in
1934
te
Tietjerksteradeel (zie VIh op blz.
335).
Op het overzicht van 'staat van dienst van
R.J. Voortman' uit 1971 staat aangegeven
dat 'door te drukke bezigheden na en in
verband m. d. Bevrijding is verzuimd
"Rechts-hertel" aan te vragen.' Na de
oorlog moesten alle ambtenaren (en
bijvoorbeeld notarissen) "rechts-herstel"
aanvragen om hun functie verder officieel
te kunnen uitvoeren.
Na de oorlog verzorgde hij van 1 oktober
1945 tot 1 oktober 1948 Algemene
Landbouwcursussen in Appelscha en
Donkerbroek.
Roelof Jan Voortman bleef tot 1 april 1948
hoofdonderwijzer in Haulerwijk. Hierna
werd hij hoofdonderwijzer bij Christelijke
Lagere Landbouwschool. in Marrum. Van
1 december 1953 tot 1971 was hij
directeur van de Christelijke Lagere
Landbouw-school in Meppel.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd op
02-01-1933 te Smilde, gescheiden na
35 jaar huwelijk op 02-12-1968 te
Smilde van Willemina Egberdina
Koops, geboren op 08-11-1906 te
Assen. Overleden op 19-07-1988 te
Zuidlaren op 81-jarige leeftijd,
begraven te Groningen.
Gehuwd (2) op 60-jarige leeftijd op
06-03-1969
te
Bussum,
met
Henriëtta Francoise van Driel
Krol, 56 jaar oud, geboren op
01-07-1912 te Den Haag. Overleden
Uit het eerste huwelijk:
2. Dina Hendrina Geertruida
(Truus) Voortman, geboren in
1941 te Haulerwijk (zie VIi op
blz. 337).
3. Wilhelmina Antje Voortman,
geboren in 1944 te Haulerwijk.
Secretaresse Scholengemeenschap
in Dokkum.
Vf
Wiebe Voortman, geboren op
28-07-1910 te Smilde. Zoon van
Bertus (Bertus Roelof) Voortman
(zie IVe op blz. 311) en Willemina
(Mien)
Boer,
landbouwer.
Overleden op 11-03-1982 te Assen
op 71-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
29-05-1936
te
Smilde,
met
Frouwina Slink, 22 jaar oud,
geboren
op
06-05-1914
te
Wildervank. Dochter van Jan Slink
en Martje Sterenberg. Overleden
op 05-09-1990 te Smilde op 76-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1. Willemina Martha Voortman,
geboren op 02-02-1938 te Smilde.
Overleden op 23-02-1994 te
Bennekom op 56-jarige leeftijd,
begraven op 28-02-1994 te
Bennekom.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
15-08-1962 te Smilde, met Johan
Werner Ludwig. Overleden voor
1994.
2. Lammina Hendrika Voortman,
TAK OLDAMBT
geboren in 1939 te Smilde.
te Smilde, met Jantina Roelfina van
der Veen, 22 jaar oud, geboren in
1920 te Smilde. Dochter van Roelof
van der Veen en Arendina
Henderika Smidt.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in
1962 te Smilde, met J. Boer.
3. Bertus
Roelof
Voortman,
geboren in 1941 te Smilde.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in
1967 te Smilde, met C. Meilof.
1. Willemina Arendina Hendrika
(Willy) Voortman, geboren in
1944 te Smilde.
4. Jan Derk Voortman, geboren in
1943 te Smilde.
Gehuwd met Wim Poel.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in
1969 te Smilde, met H. Duker.
2. Arendina Hendrika Willemina
(Ina) Voortman, geboren in 1945
te Smilde.
5. Lucas
Roelof
Voortman,
geboren in 1943 te Smilde.
3. Berta
Willemina
(Berta)
Voortman, geboren in 1947 te
Smilde.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in
1968 te Heerenveen, met W.B.
Volbeda.
Gehuwd met Dirk Haanstra.
6. Derk Engel Jan Voortman,
geboren in 1950 te Smilde.
4. Albertina
Tetra
(Tea)
Voortman, geboren in 1948 te
Smilde.
7. Anke
Bertha
Voortman,
geboren in 1954 te Assen.
Vg
5. Roelof (Roelof) Voortman,
geboren in 1950 te Smilde (zie VIj
op blz. 337).
Berta
Willemina
Voortman,
geboren in 1912 te Smilde. Dochter
van
Bertus
(Bertus
Roelof)
Voortman (zie IVe op blz. 311) en
Willemina (Mien) Boer.
6. Engelina Jantina Roelfina
(Elly) Voortman, geboren in
1954 te Smilde.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in 1938
te Smilde, met Marcus Blomsma.
Uit dit huwelijk:
1. Luzie Blomsma.
Vh
Engel Voortman, geboren op
04-09-1916 te Smilde. Zoon van
Bertus (Bertus Roelof) Voortman
(zie IVe op blz. 311) en Willemina
(Mien)
Boer,
landbouwer,
veehouder.
Overleden
op
06-09-1996 te Assen op 80-jarige
leeftijd, begraven op 10-09-1996 te
Smilde.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1943
327
Gehuwd met Wim van Sleen.
Vi
Jan Vriezo Voortman, geboren in
1919 te Smilde. Zoon van Bertus
(Bertus Roelof) Voortman (zie IVe
op blz. 311) en Willemina (Mien)
Boer.
De oorlog, het ondergrondse verzet, kent
vele kleine daden van moed die eigenlijk
nooit aan het licht komen omdat ze
verloren gaan in het totaal van het
krijgsgeweld.
Maar is het juist niet voor die kleine daden
dat zo ongelooflijk veel moed, dapperheid
opgebracht moet worden?
328
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
het is de Duitsers niet meer gelukt.
Zo'n daad verrichte Jan Vriezo Voortman
uit Smilde, wonend tegenover de oude
Veenhoop dicht bij de Veenhoopsbrug.
De bevrijders hebben de brug uiteindelijk
gebruikt voor het bevrijden van dit deel
van Drenthe maar het kleine stukje verzet
van de heer Voortman uit Smilde tekent de
sfeer in die dagen.
"Onder de Veenhoopsbrug (toen nog een
oud houten geval) hadden de Duitsers
springladingen aangebracht om de hele
zaak in de lucht te laten vliegen. Er waren
slechts drie Duitsers bij als bewaking",
vertelt de heer Voortman.
In 1995 werden de verzetsdaden van Jan
Vriezo Voortman beloont met het Franse
Diplôme d'Honneur.
Kort voor de bevrijding werden dicht bij
Smilde, aan de weg naar Hooghalen,
twaalf parachutisten gedropt.
*
Deze
springlading
(24
stuks
vleugelbommen) werd samen door Jan
Vriezo Voortman en Jan Daling
verwijderd. Jan Daling is later als Korea
vrijwilliger
aldaar
gesneuveld
(aanvullende informatie opgetekend uit de
mond van Jan Vriezo Voortman door zijn
oomzegger Bert Voortman).
"Zij zaten in het landhuis van de familie
Korteweg. Wij kregen contact met ze nadat
mijn broer met een wagen een verdronken
en een gewonde parachutist naar dit
landhuis had gebracht. Op een dag ben ik
weer naar ze toe gegaan en heb ze
gevraagd de bewaking bij de brug te
overvallen en dan de springlading weg te
halen".
(Bron: (vermoedelijk) De Drentse Asser
Courant, 2e helft veertiger jaren.)
Gehuwd op 27-jarige leeftijd in 1947
te Zandvoort, met Petronella
Antoinette de Geus.
De Fransen die in eerste instantie niets
voelden voor een afwijken van hun
opdracht om de weg bij Hooghalen te
controleren gingen uiteindelijk toch mee.
Uit dit huwelijk:
1. Bastiaantje
Elizabeth
Voortman, geboren in 1949 te
Smilde (zie VIk op blz. 337).
"Op het moment dat ze bij de brug
kwamen, werden ze ontdekt door een van
de Duitsers. De man liep weg en werd
prompt doodgeschoten. Had ie nu maar
zijn handen opgestoken", zegt de heer
Voortman, die duidelijk ook deze Duitser
het leven had gegund.
De springlading* werd door Voortman
verwijderd maar na het vertrek van de
Fransen door Duitsers uit Assen weer
aangebracht. De brug bleef zonder
bewaking achter.
"Mijn vader en ik stonden met nog drie
mensen voor het huis. Ik stelde voor om de
springlading weer in het water te gooien.
Die andere drie zijn 'm direct gesmeerd".
De heer Voortman lacht schamper bij de
herinnering. Hij was niet bang ondanks 't
feit dat een eind verderop wel Duitsers
lagen. Hij kroop over zijn buik over de
spanten onder de brug, maakte de lading
los en liet alles in het water vallen.
Er is later nog wel eens geprobeerd
dynamiet onder de brug te leggen, maar
2. Evelyn Voortman.
3. Margreet Voortman.
Vj
Friese Voortman, geboren op
15-12-1917 te Norg. Zoon van
Roelf Lubbe Voortman (zie IVi op
blz. 313) en Tjitske Biemold,
recreatieleider P.I. Veenhuizen.
Overleden op 09-06-1985 te Assen
op 67-jarige leeftijd.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd in 1946
te Norg, met Mattje van der Leij,
21 jaar oud, geboren in 1925 te
Haulerwijk.
Uit dit huwelijk:
1. Roelf
Lubbe
Voortman,
geboren in 1947 te Norg (zie VIl
TAK OLDAMBT
op blz. 338).
Uit dit huwelijk:
2. Jantje Voortman, geboren in
1949 te Norg (zie VIm op blz.
338).
3. Tjitske Voortman, geboren in
1952 te Norg (zie VIn op blz.
338).
4. Henderika Voortman, geboren
in 1958 te Norg (zie VIo op blz.
338).
Vk
Harm Voortman, geboren in 1921
te Leek. Zoon van Roelf Lubbe
Voortman (zie IVi op blz. 313) en
Tjitske Biemold, PTT-ambtenaar.
Gehuwd (1) op 27-jarige leeftijd in
1948 te Norg, gescheiden 1958 van
Antje Hageman, geboren circa
1925. Overleden op 28-04-1989 te
Zweeloo.
Gehuwd (2)
Zoetebier.
met
Hillichien
Uit het eerste huwelijk:
1. Roelf
Lubbe
Voortman,
geboren in 1952 te Norg (zie VIp
op blz. 338).
2. N.N.
Uit het tweede huwelijk:
3. Jantina Tjitske Voortman,
geboren in 1960 te Groningen.
Vl
329
Antje Voortman, geboren op
24-11-1923 te Norg. Dochter van
Roelf Lubbe Voortman (zie IVi op
blz. 313) en Tjitske Biemold.
Overleden op 03-02-1993 te Norg
op 69-jarige leeftijd.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
27-01-1955, met Kornelis Klaas
Borgman. Overleden op 23-02-1983
te Norg.
1. T. Borgman.
Gehuwd met K. de Boer.
2. R. Borgman.
Gehuwd met H. Jongsma.
3. R. L. Borgman.
Gehuwd met J. Meter.
4. J.A. Borgman.
Gehuwd met W.J. Hofman.
5. A. Borgman.
6. D. Borgman.
Gehuwd met B. Hoving.
Vm Albert Johannes Ewold (Ab)
Vortman, geboren op 26-01-1913 te
Groningen. Zoon van Ludolf
Vortman (zie IVj op blz. 313) en
Hillechiena
Lamina
Meijer,
belastinginspecteur.
Overleden
..-03-1996 te Hoorn, gecremeerd
..-03-1996.
In 1973 werd Albert Johannes Ewold
Vortman benoemd tot Ridder in de Orde
van Oranje-Nassau, voor het vele werk dat
hij, niet alleen in zijn beroep maar ook in
de vakbond, sport, enz., verricht had. Op
zijn uitdrukkelijk verzoek werd zijn
verzetswerk in W.O.-II niet meegeteld.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
22-08-1940, met Tietia de Jong, 26
jaar oud, geboren op 31-12-1913.
Overleden 02-2003 te Hoorn.
Uit dit huwelijk:
1. Hillegiena (Hilda)
geboren in 1943.
Vortman,
Gehuwd met Hans Blom.
2. Ludolf
(Ruud)
Vortman,
geboren in 1947 (zie VIq op blz.
338).
330
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Groepsfoto Vortman - Fortuin gemaakt in 1936 bij het huwelijk van Jouise Fortuin en
Kees Vortman
TAK OLDAMBT
331
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
07-07-1936 te Zwolle (Nederlands
Hervormd) met Louise Jantje
Cornelia Fortuin, 23 jaar oud,
geboren op 29-09-1912 te Epe
(gezindte: Nederlands Hervormd).
Dochter van Adolph Johannes
Fortuin,
evangelist
godsdienst-onderwijzer, en Annette
Jankelina Leemhuis. Overleden op
30-03-1978 te Groningen op
65-jarige leeftijd, begraven op
04-04-1978 te Zwolle (Kranenburg).
Uit dit huwelijk:
1. Annette Jacqueline Vortman,
geboren in 1939 te Assen (zie VIr
op blz. 339).
2. Bernard
Jacob
Vortman,
geboren in 1943 te Zwolle (zie
VIs op blz. 339).
Vo
Kornelius Vortman (1908-1947)
Kees Vortman werd opgeroepen voor de mobilisatie in
1939, hij moest naar Haarlem. Hij was
ingekwartierd bij een kunstschilderes. Wie dit was is
niet bekend. Zij heeft dit schilderij gemaakt. Kees
heeft de hier de rang van Luitenant. (Collectie
Hintzbergen).
Vn
Kornelius Vortman, geboren op
19-02-1908 te Winschoten (gezindte:
Nederlands Hervormd). Zoon van
Bernardus Jacob Vortman (zie IVk
op blz. 314) en Hinderkien Jansen,
journalist hoofdred.-dir. Zwolsch
Nieuws
&
Advertentieblad.
Overleden op 02-03-1947 te Zwolle
op 39-jarige leeftijd, begraven op
05-03-1947 te Zwolle.
Haijo Bernard Vortman, geboren
op 29-01-1919 te Djokjakarta. Zoon
van Jacob Bernard Vortman (zie
IVl op blz. 314) en Louise Jager.
Overleden circa 1988 te New York
(USA).
Gehuwd met Zus Flohr.
Uit dit huwelijk:
1. Robert Bernard Vortman,
geboren in 1942 te Indonesië.
2. Frederik
Haijo
Wilhelm
Voortman, geboren in 1946 te
Indonesië.
Vp
Harm Vortman, geboren in 1919 te
Siddeburen. Zoon van Frits
Vortman (zie IVm op blz. 318) en
Siebina van Dam.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1946
te Slochteren, met Imke Bakker, 28
332
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
jaar oud, geboren in 1918 te Meeden.
te Groningen, gescheiden na 7 jaar
huwelijk in 1947 te Groningen van
Martha Belle, geboren in 1919 te
Hoogkerk.
Uit dit huwelijk:
1. Siebina G. Vortman, geboren in
1946 te Siddeburen.
Uit dit huwelijk:
2. Luppo Frits Vortman, geboren
in 1947 te Siddeburen.
1. Berend Tammo Vortman,
geboren op 12-04-1940 te
Groningen.
Fabrieksarbeider
schilder-spuiter. Overleden op
07-04-1974 te Loppersum op
33-jarige leeftijd.
3. Frida Vortman, geboren in 1950
te Siddeburen.
Vq
Willem Vortman, geboren in 1925
te Siddeburen. Zoon van Frits
Vortman (zie IVm op blz. 318) en
Siebina van Dam.
2. Tammo Berend Vortman,
geboren op 09-12-1941 te
Groningen.
Overleden
op
17-06-1947 te Groningen op
5-jarige leeftijd.
Gehuwd
met
Hillechien
Westerhof, geboren in 1923 te
Assen.
3. Fokko Vortman, geboren op
13-04-1943 te Groningen (zie VIt
op blz. 340).
Uit dit huwelijk:
1. Frits Vortman, geboren in 1952
te Emmeloord. Advocaat &
procureur.
Vr
Frans Vortman, geboren in 1960 te
Schildwolde. Zoon van Jan Cornelis
Vortman (zie IVo op blz. 319) en
Fenny Engelage.
Gezinus Vortman, geboren in 1916
te Winschoten. Zoon van Berend
Vortman (zie IVp op blz. 319) en
Cornelia Auwerda.
Gehuwd met Frederika Venema.
Gehuwd met S. van der Poel.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Frederik (Freek) Vortman,
geboren circa 1946 (zie VIu op
blz. 340).
1. Miranda
1987.
Vs
Vt
Vortman,
geboren
Berend Vortman, geboren op
26-04-1914 te Assen. Zoon van
Berend Vortman (zie IVp op blz.
319) en Cornelia Auwerda,
walarbeider kleermaker. Overleden
op 23-03-1982 te Groningen op
67-jarige leeftijd.
In 1947 woonden de drie kinderen op het
Schuttendiep
86/10
in
Groningen,
waarschijnlijk een kindertehuis van de
BJZ.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in 1939
2. Bonnie Vortman, geboren circa
1957 (zie VIv op blz. 340).
3. Albert Vortman.
4. N.N.
5. N.N.
Vu
Cornelis Vortman, geboren in 1919
te Groningen. Zoon van Berend
Vortman (zie IVp op blz. 319) en
Cornelia Auwerda.
Gehuwd met Maria Louise.
Uit dit huwelijk:
TAK OLDAMBT
1. Johanna Cornelia Vortman,
geboren in 1945 te Groningen.
Vv
1930 te Midwolda. Dochter van
Aries Heiko Vortman (zie IVs op
blz. 321) en Imke Sportel.
Derk Vortman, geboren op
28-08-1922 te Midwolda. Zoon van
Aries Heiko Vortman (zie IVs op
blz. 321) en Imke Sportel,
kantoorbediende magazijnmeester.
Overleden op 26-07-1971 te
Banjol-Rab (Joegoslavië) op 48-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in 1946
te Rotterdam, met Johanna
Jannetje Fluit, 20 jaar oud, geboren
in 1925 te Oude Tonge. Dochter van
Adrianus Fluit en Christina van
Eck.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1956
te Enschede, met Dirk Diepeveen,
25 jaar oud, geboren in 1930 te
Enschede.
Uit dit huwelijk:
1. Gerard Diepeveen, geboren in
1965 te Rozenburg.
Vy
Uit dit huwelijk:
2. Christine Adriana Vortman,
geboren in 1948 te Rotterdam
(zie VIx op blz. 341).
Uit dit huwelijk:
3. Adrianus Vortman, geboren in
1949 te Rotterdam (zie VIy op
blz. 341).
Harmke Vortman, geboren in 1926
te Midwolda. Dochter van Aries
Heiko Vortman (zie IVs op blz.
321) en Imke Sportel.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1950
te Midwolda, met Elzo Slik.
Gemeente-ambtenaar (afd.bev.).
Uit dit huwelijk:
1. Andries Slik, geboren in 1952.
2. Imke Slik, geboren in 1953 te
Den Haag.
3. Fennechien Catharina Slik,
geboren in 1955 te Den Haag.
Vx
Hillechien Vortman, geboren in
Stientje Vortman, geboren op
07-09-1908 te Nieuwolda. Dochter
van Hindrik Jan Vortman (zie IVu
op blz. 322) en Grietje Kampijon.
Overleden op 07-01-1985 te Heerlen
op 76-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op
16-01-1930 te Heerlen, met Johan
Christoph Penning, 20 jaar oud,
geboren op 17-02-1909 te Assen.
Overleden op 27-11-1982 te Heerlen
op 73-jarige leeftijd.
1. Aries Heiko Vortman, geboren
in 1947 te Rotterdam (zie VIw op
blz. 341).
Vw
333
1. Antonia
Dolores
Louisa
Penning, geboren in 1946 te
Heerlen.
Vz
Hendrik Jan Vortman, geboren in
1912. Zoon van Hindrik Jan
Vortman (zie IVu op blz. 322) en
Grietje Kampijon. Overleden te
Australië.
Het gezin is met 10 kinderen geëmigreerd
naar Australië waar de vader jong is
overleden. De familie zou daarna uit
elkaar geraakt zijn.
Gehuwd met Maria Otten, geboren
in 1915.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje Vortman, geboren in
1937.
334
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
2. Jozefina J. Vortman, geboren in
1938.
3. Jan J. Vortman, geboren in 1940.
4. Maria H. Vortman, geboren in
1943.
1955 te Scheemda.
2. Maria Catharina Vortman,
geboren in 1957 te Scheemda.
Gehuwd met Tonnie Roelofsen.
5. Antonia J.F. Vortman, geboren
in 1945.
3. Johannes Hermanus Vortman,
geboren in 1959 te Scheemda (zie
VIz op blz. 341).
6. Hendrik Vortman, geboren in
1947.
4. Wolter Vortman, geboren in
1970 te Scheemda.
7. Theo Vortman, geboren in 1948.
VIa Oomke Engel Voortman, geboren
in 1931 te Beilen. Zoon van Jan
Voortman (zie Va op blz. 324) en
Anna Henderika Veen.
8. Maria Titia Vortman, geboren
in 1950.
9. Frans Vortman,
Nijmegen.
geboren
te
10.Hein A. Vortman.
Vaa Haiko Vortman, geboren in 1924 te
Midwolda. Zoon van Cornelius
Vortman (zie IVw op blz. 322) en
Grietje Kiewiet, kabellegger.
Gehuwd op 38-jarige leeftijd in 1963
te Middelstum, met Siementje van
der Laan.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelius Vortman, geboren in
1964 te Scheemda.
2. Jaaptje Vortman, geboren in
1965 te Scheemda.
Vab Antjo Vortman, geboren op
22-08-1925 te Midwolda. Zoon van
Cornelius Vortman (zie IVw op
blz. 322) en Grietje Kiewiet.
Overleden voor 1993.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd in 1955
te Midwolda, met Jantje Meijering,
22 jaar oud, geboren in 1933 te
Winschoten.
Gehuwd
met
Blancken.
Roelofje
van
In het maandblad Margriet-Handwerken
(juli 1982, nr. 7) staat Roelofje (Roelie)
Voortman-van Blancken met de door haar
geborduurde
boerderij.
Else
Gerritse-Sluyters (opgegroeid in een
kunstenaarsfamilie en ex-onderwijzeres
van de dorpsschool) had de boerderij van
Roelie Voortman-van Blancken geschetst.
Else bracht de schets op stramien over.
Roelie Voortman-van Blancken borduurde
de lucht met wol van het eerste
baby-truitje van haar nu (1981) 16-jarige
zoon; de boomstammen met uitgehaalde
wol van door oma gebreide sokken. Zo
heeft elk draadje een eigen verhaal en is
het een schilderij vol herinneringen
geworden.
Uit dit huwelijk:
1. N.N. Geboren 1965.
VIb Hans Voortman, geboren in 1944
te Groningen. Zoon van Jan
Hendrik Voortman (zie Vc op blz.
325).
Gehuwd met Ria Hilverink.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Blandijne Voortman.
1. Cornelius Vortman, geboren in
2. Kirsten Voortman.
TAK OLDAMBT
3. Hein Voortman.
VIc Hetty Voortman, geboren in 1947
te Groningen. Dochter van Jan
Hendrik Voortman (zie Vc op blz.
325).
Gehuwd met Henk Betten.
Uit dit huwelijk:
1. Marleen Betten.
2. Henk Betten.
VId Margreet Voortman. Dochter van
Jan Hendrik Voortman (zie Vc op
blz. 325).
Uit dit huwelijk:
1. Albert
Roelof
geboren in 1958.
Themme,
2. Lianne
Bertha
geboren in 1963.
Themme,
3. Aaltje
Grietje
Themme,
geboren in 1967 (zie VIIa op blz.
341).
VIg Thijs J. (Theo) Voortman, geboren
in 1946. Zoon van Lucas
Voortman (zie Vd op blz. 325) en
Janke Oost, landbouwer.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in 1967
te
Zweeloo,
met
Klazina
Nijhoving, geboren te Meppen.
1. Eva Leroy.
Uit dit huwelijk:
2. Alexandre Leroy.
1. Henriëtte Voortman, geboren in
1967 te Zweeloo.
Gehuwd met Thierry Leroy.
VIe Annelies Voortman. Dochter van
Jan Hendrik Voortman (zie Vc op
blz. 325).
Gehuwd met Henk J. Berends.
Uit dit huwelijk:
1. Gijs Berends.
2. Teun Berends.
3. Huib Berends.
4. Tom Berends.
VIf
335
Trijntje
Willemina
(Tiny)
Voortman, geboren in 1935.
Dochter van Lucas Voortman (zie
Vd op blz. 325) en Janke Oost.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in 1958,
met Jan Reinder Themme, 27 jaar
oud, geboren op 16-11-1930. Zoon
van Albert Themme en Aaltje
Boerma, militair rijinstrukteur.
Overleden op 11-09-1993 op
62-jarige leeftijd, gecremeerd op
15-09-1993 te Emmen.
Gehuwd met Jan ter Steeg.
Manager.
2. Marian Voortman, geboren in
1973 te Zweeloo.
VIh Bertus Roelof (Bert) Voortman,
geboren in 1934 te Tietjerksteradeel.
Zoon van Roelof Jan Voortman
(zie Ve op blz. 325) en Willemina
Egberdina
Koops,
assisent-onderzoeker
Geo-Hydrologie
van
de
Wetenschappelijke Afdeling van de
voormalige Rijksdienst voor de
IJsselmeerpolders (RIJP).
GRIJS VERLEDEN
Bron: Trouw 20 april 2001
Het boek ‘Grijs Verleden’ van de
historicus Chris van der Heijden ontving
zondag in
het
televisieprogramma
Buitenhof veel kritiek.
Het ging daarbij voornamelijk over fout en
goed in bezettingstijd. Vaak wordt in deze
336
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
kwesties de vraag gesteld: ‘hoe kon het
toch gebeuren dat de Nederlanders, zonder
in te grijpen, 140.000 joden liet
omkomen.’ In dit verband wil ik toch een
incident naar voren brengen dat, als het
over dit onderwerp gaat, steeds op mijn
netvlies terugkomt.
Op 23 november 1940 werden alle joden
uit hun ambt gezet. Zo ook het joodse
hoofd van de O.L.S. in toenmalig
Beneden-Haulerwijk. In het voorjaar van
1941 gingen de heer en mevrouw Van
Hasselt afscheid nemen van kennissen en
collega’s omdat ze vertrokken. Omdat
mijn vader tot die categorie behoorde,
kwamen ze ook bij ons thuis.
Als jongetje van bijna zeven mocht je niet
bij grote mensen zitten, daarom werd ik
naar de achterkamer verwezen. Wel liep ik
naar de kapstok om te zien hoe een echte
joodse ster er uitzag. (Zij waren de enige
Joden in Haulerwijk). Wat er in de
voorkamer besproken werd kon ik niet
verstaan, maar er werd nogal heftig
gediscussieerd. Bij het afscheid in de gang
keek ik nieuwsgierig door de kier van de
deur. En ik zag mijn moeder ‘gek’ doen.
Ze lag op de knieen en hief de armen met
gevouwen handen op naar de gasten en
bad, ja smeekte hen: ‘Ga niet, het wordt
uw dood, u moet onderduiken, als u zelf
niets weet zoeken wij wel iets’.
Er werd nog van alles bijgehaald over
nazi’s, die sluwe en gemene Hitler en ook
dat ze als gezin op verschillende
onderduikadressen terecht zouden kunnen
komen, maar dat weet ik allemaal niet
meer zo precies. Wel dat smeken om niet
te gaan, waarop de Van Hasselts
bedankten voor moeders bezorgdheid en
zeiden dat het zo’n vaart niet zou lopen.
Later hoorde ik dat een eventueel uit
elkaar vallen van het gezin in deze wat
passieve houding ook een rol zou hebben
gespeeld. Op 9 februari 1943 werden
vader en moeder Van Hasselt met hun
dochters van 14 en 10 jaar vanuit
Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd.
Drie dagen later zijn ze vermoord.
De vraag is: waarom namen de Van
Hasselts de smeekbede niet ter harte.
Verdrongen
ze
de
gruwelijke
werkelijkheid? Hoeveel meer Joodse
Nederlanders dachten dat het niet zo’n
vaart zou lopen? En hoeveel meer
moedersen-Van Haaselts-situaties hebben
er plaats gevonden? Het lijkt er op dat
aangevallen (Joden) aanvankelijk thans,
soms (tegen beter weten in?) voor grijs
kozen. En zo zal het altijd wel zijn: op de
flanken zitten de goeden en de fouten,
maar het grootste deel is grijs en vormt de
middenmoot. Zelfs in de categorie
slachtoffers?
Dronten, Bert Voortman.
Fuchsialiefhebbers
vertroetelen.
veredelen
en
Drontens Nieuwsblad 22 juni 2004
Postzegels verzamelen, korfballen of
tuinieren, voor elke hobby is er wel een
vereniging. Deze verenigingen krijgen de
kans zich in het Drontens Nieuwsblad voor
te stellen.
Vereniging: Nederlandse Kring
Fuchsiavrienden regio 4 Flevoland
van
aantal leden: 75
Motto: Het hebben en verzorgen van
Fuchsia's
Het aantal leden van de Nederlandse Kring
van Fuchsiavrienden in de regio Flevoland
en omgeving is in de laatste jaren vrijwel
gehalveerd. Fuchsia's zijn, volgens dde
secretaris van de vereniging niet langer
meer in. Toch is er een relatief grote
kerngroep die zich nog steeds volop inzet
om Fuchsia's te verzorgen en veredelen.
Zo ook secretaris Bert Voortman (69).
'Mijn buurman was al lid van de
vereniging en gaf mij op een dag ook een
plantje. Ik was niet echt van plan om
Fuchsia's tot mijn hobby te maken. Toch
gebeurde het. Ik begon het plantje te
verzorgen en voor ik het wist was ik
verslaafd aan het fuchsiavirus. De
landelijke verenigingen komen jaarlijks
drie keer bijeen voor shows en sprekers.
Daarnaast organiseert de regionale
vereniging excursies en open tuinen bij de
leden thuis. Ook heeft de vereniging een
eigen magazine dat vier keer per jaar
TAK OLDAMBT
uitkomt. 'De leden zijn er ook thans heel
druk mee. Ik heb meer dan zeventig
Fuchsia's in de tuin staan. Vroeger had ik
er wel meer dan tweehonderd. Mijn
gezondheid laat het niet meer toe, anders
was ik er nog steeds zo fanatiek mee
bezig', zegt Voortman.
VIi
Hij raakt nooit uitgekeken op het zo
gevarieerde plantje. 'Het leuke van een
Fuchsia is dat je er van alles mee kunt. Je
kunt er een hangplant, struik of boompje
van maken. Maar ook de bekende lage
plantjes kun je zo veranderen van kleur en
vorm. Dat is het mooie van deze plant. Je
kunt er echt alle kanten mee op.'
Een aantal leden kreeg uiteindelijk toch
genoeg van de Fuchsia en zegde het
lidmaatschap op. Voortman heeft hier wel
een verklaring voor. 'De Fuchsia was een
aantal jaren geleden nog erg in. Nu niet
meer en daardoor hebben we veel leden
verloren. Toch is er nog een heel grote
groep die blijft. Een kleine kern van deze
groep, zo'n veertig mensen, slaat zelfs
geen enkele bijeenkomst over. Dat komt
doordat het ook een heel gezellige club is.
Ik hoor vaak van andere leden dat ze het
erg naar hun zin hebben. Dat is fijn om te
horen en daardoor blijven we natuurlijk
ook gewoon doorgaan met onze hobby.
Gezelligheid is namelijk ook erg
belangrijk.'
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1959
te Meppel, met Aaltje (Alie) Drost,
24 jaar oud, geboren in 1935 te
Meppel. Dochter van Jan Drost,
veehouder, en Femmigje Kraal.
Uit dit huwelijk:
1. Femmigje (Emy) Voortman,
geboren in 1960 te IJsselmuiden
(zie VIIb op blz. 341).
2. Roelof Jan (Rolf) Voortman,
geboren in 1961 te Kampen (zie
VIIc op blz. 342).
3. Wilmar Hilger Voortman,
geboren in 1965 te Dronten (zie
VIId op blz. 342).
337
Dina Hendrina Geertruida (Truus)
Voortman, geboren in 1941 te
Haulerwijk. Dochter van Roelof Jan
Voortman (zie Ve op blz. 325) en
Willemina Egberdina Koops,
verpleegkundige.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in 1965
te Leeuwarden met Cornelis (Cees)
Visser, 23 jaar oud, geboren in 1941
te Leeuwarden. Zoon van Otto
Visser, uitvoerder bouw, en Jantje
Boelens, leraar, directeur MAVO in
Dokkum.
Uit dit huwelijk:
1. Wilma Visser, geboren in 1966
te Sleeuwijk (zie VIIe op blz.
342).
2. Otto Visser, geboren in 1967 te
Sleeuwijk (zie VIIf op blz. 342).
3. Bert Visser, geboren in 1971 te
Katwijk aan Zee. Waarnemend
chef financien Onderwijszaken
gemeente Groningen.
VIj
Roelof (Roelof) Voortman, geboren
in 1950 te Smilde. Zoon van Engel
Voortman (zie Vh op blz. 327) en
Jantina Roelfina van der Veen,
landbouwer.
Gehuwd met Nanny Posthoorn.
Uit dit huwelijk:
1. Roy Voortman, geboren 1965.
VIk Bastiaantje Elizabeth Voortman,
geboren in 1949 te Smilde. Dochter
van Jan Vriezo Voortman (zie Vi
op blz. 327) en Petronella
Antoinette de Geus.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd in 1979
te Zaanstad, met Gerard Beerman,
26 jaar oud, geboren in 1952 te
Amsterdam. Zoon van Gerardus
338
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Beerman en Jacoba Zoethout,
bibliothecaris.
Uit dit huwelijk:
1. Petronella Elizabeth Beerman,
geboren in 1981 te Zaanstad.
2. Anne
Christine
Beerman,
geboren in 1983 te Zaanstad.
VIl
Roelf Lubbe Voortman, geboren in
1947 te Norg. Zoon van Friese
Voortman (zie Vj op blz. 328) en
Mattje van der Leij.
Gehuwd (1) op 24-jarige leeftijd in
1972, gescheiden 1988 van Aaltje G.
Praamstra.
Gehuwd (2) 1990, met Hendrikje
Hoving, geboren in 1959.
Uit het eerste huwelijk:
1. Alex Voortman, geboren in 1973
te Norg.
Uit het tweede huwelijk:
2. Jeroen Voortman, geboren in
1991 te Norg.
VIm Jantje Voortman, geboren in 1949
te Norg. Dochter van Friese
Voortman (zie Vj op blz. 328) en
Mattje van der Leij.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd in 1968
te Norg, met Jan Emmens.
Mattje van der Leij.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in 1976
te Norg, met Sjirk Sietzema.
Uit dit huwelijk:
1. Sietze Sietzema, geboren in
1977 te Garrelsweer.
2. Martine Sietzema, geboren in
1981 te Groningen.
VIo Henderika Voortman, geboren in
1958 te Norg. Dochter van Friese
Voortman (zie Vj op blz. 328) en
Mattje van der Leij.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in 1981
te Norg, met Barteld Sytze
Hogeveen.
Uit dit huwelijk:
1. Mattje
Hilda
Hogeveen,
geboren in 1982 te Groningen.
2. Jan Friese Hogeveen, geboren
in 1985 te Winsum.
VIp Roelf Lubbe Voortman, geboren in
1952 te Norg. Zoon van Harm
Voortman (zie Vk op blz. 329) en
Antje Hageman.
Gehuwd met Berendina Spiers.
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
1. Harm
Lucas
Hendrik
Voortman, geboren in 1982 te
Alkmaar.
1. Jan Frieso Emmens, geboren in
1969 te Norg.
2. Friso Casimier Voortman,
geboren in 1984 te Alkmaar.
2. Mattje Hillechien Emmens,
geboren 1970 te Norg.
3. Bernhard Ruben Voortman,
geboren in 1985 te Alkmaar.
3. Tea Emmens, geboren 1973 te
Norg.
VIq Ludolf (Ruud) Vortman, geboren in
1947. Zoon van Albert Johannes
Ewold (Ab) Vortman (zie Vm op
blz. 329) en Tietia de Jong.
VIn Tjitske Voortman, geboren in 1952
te Norg. Dochter van Friese
Voortman (zie Vj op blz. 328) en
Gehuwd op 22-jarige leeftijd in 1970,
TAK OLDAMBT
339
met Sjoukje Jansma. Dochter van
Siete Jansma en A. van der Wal.
3. Maria Louise Hintzbergen,
geboren in 1962 te Zwolle.
Uit dit huwelijk:
1. Simone Vortman, geboren in
1971 (zie VIIg op blz. 342).
4. Elisabeth
Cornelia
Hintzbergen, geboren in 1964 te
Zwolle.
2. Sander Vortman, geboren in
1976.
5. Louise Annette Hintzbergen,
geboren in 1966 te Zwolle.
3. Debby Vortman, geboren in
1983.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in
1991 te Ruinen, met Harm
Wemmenhove, 29 jaar oud,
geboren in 1962 te Stuifzand.
VIr Annette Jacqueline Vortman,
geboren in 1939 te Assen. Dochter
van Kornelius Vortman (zie Vn op
blz. 330) en Louise Jantje Cornelia
Fortuin, apothekers-assistente (tot
1960).
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in 1960
te Zwolle (Nederlands Hervormd)
met Christiaan Paul Hintzbergen,
33 jaar oud, geboren op 03-09-1927
te Enschede. Zoon van Jule Paul
Hintzbergen, accountent, en Maria
Elisabeth Jacques, rijksambtenaar
(MvJ). Overleden op 29-01-2005 te
Balkbrug op 77-jarige leeftijd,
gecremeerd op 03-02-2005 te
Crematorium Kranenburg in Zwolle.
Uit dit huwelijk:
1. Jule Paul Hintzbergen, geboren
in 1961 te Zwolle. Militair.
Ondertrouwd 1989 te Ommen,
gehuwd op 29-jarige leeftijd in 1990
te Ommen Ommen, religious
(Nederlands Hervormd) met Willy
Veldhuis, 25 jaar oud, geboren in
1964 te Ommen, gedoopt 1964 te
Ommen. Dochter van Hendrik
Veldhuis en Hermiena Witten.
2. Kornelius Adolf Hintzbergen,
geboren in 1961 te Zwolle (zie
VIIh op blz. 342).
VIs Bernard Jacob Vortman, geboren
in 1943 te Zwolle. Zoon van
Kornelius Vortman (zie Vn op blz.
330) en Louise Jantje Cornelia
Fortuin,
revalidatie-arts
hoofd
polikliniek.
Bernard Jacob Vortman behaalde in 1961
het eindexamen H.B.S.-B. In dat jaar
begon hij de studie geneeskunde aan de
Rijks Universiteit te Groningen. Het
artsexamen werd behaald in 1969. In de
daarop volgende twee jaar was hij
werkzaam in Militaire Dienst als
bataljonsarts, tevens was hij waarnemend
huisarts. In 1971 begon hij zijn opleiding
tot
revalidatie-arts
in
het
Revalidatiecentrum "Het Roessingh" en
het (voormalige) ziekenhuis "Ziekenzorg"
te Enschede. In 1975 werd hij als
revalidatie-arts ingeschreven in het
specialistenregister.
Zijn verdere levensloop werd bepaald door
een voorval, dat tijdens zijn specialisatie
plaatsvond. Op de eerste dag van het
prothesiologiecongres in Montreux kreeg
hij heftige rugklachten, welke ontstonden
terwijl hij bukte om iets op te rapen. Na
drie dagen pijn werd hij behandeld met
een manipulatie. Binnen een uur na de
behandeling was de pijn verdwenen.
Sedert dien heeft hij zich verdiept in de
Manuele Geneeskunde.
In 1975 begon zijn, oorspronkelijk
tijdelijke, verbintenis bij de Stichting
Manuele Geneeskunde te Eindhoven. In
1978 werd hij benoemd tot hoofd van de
340
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
polikliniek.
Naast
het
poliklinisch
behandelen van patienten, heeft hij een
bijdrage geleverd aan het verbreiden van
de kennis van de Manuele Geneeskunde in
Nederland. Tevens was hij betrokken bij
het opzetten van een vernieuwde opleiding
"Manuele Geneeskunde voor Artsen" in
het begin van de tachtiger jaren waar hij
later als hoofddocent bij deze opleiding
actief zou blijven.
In 1992 verkreeg hij het doctoraat in de
Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit te
Groningen.
Gehuwd (1) op 22-jarige leeftijd in
1965 te Groningen, gescheiden 1988
van Inge van Assen, geboren in
1943 te Groningen.
Gehuwd (2) op 46-jarige leeftijd in
1990 te Deurne, met Annet van
Ockhuijsen, 36 jaar oud, geboren in
1954. Arts.
Uit het eerste huwelijk:
1. Kees
Herman
Vortman,
geboren in 1968 te Groningen
(zie VIIi op blz. 343).
2. Marijke Inge Vortman, geboren
in 1971 te Groningen.
VIt
Fokko Vortman, geboren op
13-04-1943 te Groningen. Zoon van
Berend Vortman (zie Vs op blz.
332)
en
Martha
Belle,
fabrieksarbeider
houtbewerker.
Overleden op 15-01-1982 te Delfzijl
op 38-jarige leeftijd.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd in 1971
te Loppersum, met Maria Elfriede
Winkels, 30 jaar oud, geboren in
1941 te Loppersum.
Uit dit huwelijk:
1. Elfriede Vortman, geboren in
1965 te Groningen.
2. Martha Vortman, geboren op
30-04-1973 te Delfzijl. Overleden
op 01-09-1993 te Garrelsweer op
20-jarige leeftijd.
Martha Vortman werd als pleegdochter
opgenomen bij de familie Steenbergen in
Garrelsweer.
3. Fokko Jurrie Vortman, geboren
in 1975 te Loppersum.
4. Anne
Chienes
Vortman,
geboren in 1977 te Loppersum.
VIu Frederik (Freek) Vortman, geboren
circa 1946. Zoon van Gezinus
Vortman (zie Vt op blz. 332) en
Frederika Venema. Overleden op
22-04-2001 te Hoogeveen, begraven
op 26-04-2001 te Hoogeveen.
Gehuwd met Antje Veenstra,
geboren circa 1951. Overleden op
12-05-1996 te Hoogeveen, begraven
op 17-05-1996 te Hoogeveen.
Uit dit huwelijk:
1. Freddy Vortman.
2. Albertino Vortman.
3. Eelco Vortman.
4. Jeroen Vortman.
5. Marjolein Vortman.
VIv Bonnie Vortman, geboren circa
1957. Zoon van Gezinus Vortman
(zie Vt op blz. 332) en Frederika
Venema. Overleden op 19-07-2002
te Oude Pekela, gecremeerd op
23-07-2002 te Winschoten.
Gehuwd met Jannie Beikes.
Uit dit huwelijk:
1. Fabian Vortman, geboren in
1990 te Oude Pekela.
2. Veronique Vortman, geboren in
1992 te Oude Pekela.
TAK OLDAMBT
VIw Aries Heiko Vortman, geboren in
1947 te Rotterdam. Zoon van Derk
Vortman (zie Vv op blz. 333) en
Johanna Jannetje Fluit.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd in 1971
te Rotterdam, met Gerda van Laar,
20 jaar oud, geboren in 1950 te
Rotterdam.
Uit dit huwelijk:
1. Peter Vortman, geboren in 1975
te Rotterdam.
341
1975 te Rotterdam.
VIz Johannes Hermanus Vortman,
geboren in 1959 te Scheemda. Zoon
van Antjo Vortman (zie Vab op blz.
334)
en
Jantje
Meijering,
restaurateur van monumenten.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd in 1981
te Arnhem, met Roeltje Johanna
van Schaik, 20 jaar oud, geboren in
1960 te Arnhem.
Uit dit huwelijk:
2. Ellen Vortman, geboren in 1978
te Rotterdam.
1. Wendy Vortman, geboren in
1982 te Arnhem.
VIx Christine
Adriana
Vortman,
geboren in 1948 te Rotterdam.
Dochter van Derk Vortman (zie Vv
op blz. 333) en Johanna Jannetje
Fluit.
2. Erik Vortman, geboren in 1985
te Arnhem.
Gehuwd op 17-jarige leeftijd in 1966
te Rotterdam, met Adri Bokx, 21
jaar oud, geboren in 1944 te
Rotterdam.
Uit dit huwelijk:
1. Tulin Bokx, geboren in 1966 te
Rotterdam.
2. Ramses Bokx, geboren in 1970
te Rotterdam.
VIy Adrianus Vortman, geboren in
1949 te Rotterdam. Zoon van Derk
Vortman (zie Vv op blz. 333) en
Johanna Jannetje Fluit.
Gehuwd (1) op 20-jarige leeftijd in
1970 te Rotterdam, met M.A.
(Tineke) de Leeuw.
Gehuwd (2) met Ria de Korte.
Uit het eerste huwelijk:
1. Brenda Vortman, geboren in
1972 te Rotterdam.
2. Debbie Vortman, geboren in
VIIa Aaltje Grietje Themme, geboren in
1967. Dochter van Jan Reinder
Themme en Trijntje Willemina
(Tiny) Voortman (zie VIf op blz.
335).
Gehuwd op 25-jarige leeftijd in 1993,
met Kasper Smit, 32 jaar oud,
geboren in 1961.
Uit dit huwelijk:
1. Jouwen Ewoud Thomas Smit,
geboren in 1993 te Groningen.
VIIb Femmigje
(Emy)
Voortman,
geboren in 1960 te IJsselmuiden.
Dochter van Bertus Roelof (Bert)
Voortman (zie VIh op blz. 335) en
Aaltje (Alie) Drost, groepleidster
gvt.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1986
te Dronten met Riny van der
Pluijm, 30 jaar oud, geboren in
1955. Zoon van Leonardus
Cornelis Marinus (Cees) van der
Pluijm, agrarisch medewerker, en
Theodora (Door) Wintermans,
leraar.
342
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Uit dit huwelijk:
1. Sanne van der Pluijm, geboren
in 1988 te Lelystad.
2. Ilona van der Pluijm, geboren
in 1990 te Lelystad.
VIIc Roelof Jan (Rolf) Voortman,
geboren in 1961 te Kampen. Zoon
van Bertus Roelof (Bert) Voortman
(zie VIh op blz. 335) en Aaltje (Alie)
Drost,
ondernemer
(Super
Plusmarkt te Dordrecht).
Gehuwd op 24-jarige leeftijd in 1986
te
Dronten
met
Lenneke
Leendertse, 21 jaar oud, geboren in
1964 te Dronten. Dochter van
Cornelis Hendrik Leendertse,
agrarisch medewerker, en Pleuntje
(Lenie) Sandee, verpleegkundige.
Uit dit huwelijk:
1. Leonie Voortman, geboren in
1995 te Dordrecht.
VIId Wilmar Hilger Voortman, geboren
in 1965 te Dronten. Zoon van
Bertus Roelof (Bert) Voortman (zie
VIh op blz. 335) en Aaltje (Alie)
Drost, administratief medewerker.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd in 1994
te Dronten met Brenda Bos, 24 jaar
oud, geboren in 1969 te Apeldoorn.
Dochter van Jozinus Karel (Joost)
Bos, ondernemer (supermarkt), en
Berendina
(Dineke)
Nijland,
medewerkster supermarkt.
Uit dit huwelijk:
1. Rodee Voortman, geboren in
1998 te Lelystad.
2. Jorren Voortman, geboren in
2001 te Lelystad.
VIIe Wilma Visser, geboren in 1966 te
Sleeuwijk. Dochter van Cornelis
(Cees) Visser en Dina Hendrina
Geertruida (Truus) Voortman (zie
VIi op blz. 337).
Gehuwd met Harold de Groot.
Ondernemer
communicatie
/
geluidsoverdrachten te Hilversum.
Uit dit huwelijk:
1. Jelmer Otto (Jord) de Groot,
geboren in 1994 te Hilversum.
VIIf Otto Visser, geboren in 1967 te
Sleeuwijk. Zoon van Cornelis (Cees)
Visser
en
Dina
Hendrina
Geertruida (Truus) Voortman (zie
VIi op blz. 337), Arbo-functionaris.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1994
te Dokkum met Petra de Jong, 27
jaar oud, geboren in 1967 te
Ameland. Dochter van Cyprian
(Sip) de Jong, veehouder, en
Johanna, coördinatrice aktiviteiten
dagverblijven.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis
Cyprian
(Ceesje)
Visser, geboren op 12-07-1996 te
Tietjerk.
Overleden
op
12-07-1996 te Tietjerk.
2. Anno Visser, geboren in 1997 te
Tietjerk.
3. Christian Frank (Chris) Visser,
geboren in 1999 te Tietjerk.
VIIg Simone Vortman, geboren in 1971.
Dochter van Ludolf (Ruud)
Vortman (zie VIq op blz. 338) en
Sjoukje Jansma.
Gehuwd met Klaas.
Uit dit huwelijk:
1. Mike.
2. Britt.
VIIh Kornelius
Adolf
Hintzbergen,
TAK OLDAMBT
geboren in 1961 te Zwolle. Zoon
van Christiaan Paul Hintzbergen
en Annette Jacqueline Vortman
(zie VIr op blz. 339), militair.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd in 1981
te
Dedemsvaart
Dedemsvaart
(Gereformeerd)
met
Hilda
Margaretha de Visser, 19 jaar oud,
geboren in 1961 te Groningen.
Dochter van Menno de Visser en
Geertruida Blanken.
Uit dit huwelijk:
1. Rianne
Hilda
Maria
Hintzbergen, geboren in 1982 te
Dedemsvaart.
2. Paula Christien Hintzbergen,
geboren in 1983 te Ede.
3. Wendy Annette Hintzbergen,
geboren in 1991 te Zeven
(Duitsland).
VIIi Kees Herman Vortman, geboren in
1968 te Groningen. Zoon van
Bernard Jacob Vortman (zie VIs
op blz. 339) en Inge van Assen.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd in 1994
te Mount Lavinia, Sri Lanka met
Paula Lips.
Uit dit huwelijk:
1. Sanne Michelle Laura (Sanne)
Vortman, geboren in 1999 te
Son.
2. Lieke Charlotte Tessa (Lieke)
Vortman, geboren in 2001 te
Son.
343
344
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
TAK ILLINOIS
I
Margaretha
Vortmann,
geboren op 30-05-1824 te
Lechterke (hof Hilge), gedoopt
(Ev.L.) op 05-06-1824 te
Badbergen.
Jürgen Vortmann, geboren op
24-08-1791 te Badbergen, gedoopt
(Ev.L.)
op
29-08-1791
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Dierck Hermann Vortmann en
Anna
Catharina
Söhnken,
Heuermann.
Overleden
op
09-01-1868 te Chapin Illinois op
76-jarige leeftijd, begraven op
10-01-1868 te Chapin Illinois.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd
op 15-09-1846 te Badbergen,
(Luthers)
met
Johann
Hermann Stegemann.
In 1824 werden als Heuerleute auf
Hilgen Colonate die Eheleute Jurgen
Vortmann und Catharina Hillebrand
erwahnt.175
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op
24-05-1817 te Badbergen, (Luthers)
met
Anna
Catharina
Hildebrandt, 18 jaar oud, geboren
op
23-03-1799
te
Gross-Mimmelage,
gedoopt
(Ev.L.)
op
28-03-1799
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Hildebrandt
en
Anna
Margaretha Kramer. Overleden
op 26-07-1851 te Chapin Illinois
op 52-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.
175
Johann Gerhard Vortmann,
geboren op 23-02-1818 te
Lechterke, gedoopt (Ev.L.) op
28-02-1818 te Badbergen.
2.
Anna
Catharina
Maria
Vortmann,
geboren
op
18-09-1821 te Lechterke (zie
IIa op blz. 345).
3.
Catharina
CoPo film 1.043.844.
Maria
IIa
4.
Hermann
Heinrich
Vortman,
geboren
op
22-12-1826 te Lechterke,
volferf Hilgen (zie IIb op blz.
346).
5.
Johann Diederich Vortman,
geboren op 13-07-1830 te
Lechterke (zie IIc op blz. 347).
6.
Johann Gerhard Jürgen
(George) Vortman, geboren
op 28-03-1834 te Lechterke
(zie IId op blz. 349).
Anna
Catharina
Maria
Vortmann,
geboren
op
18-09-1821 te Lechterke, gedoopt
(Ev.L.)
op
22-09-1821
te
Badbergen. Dochter van Jürgen
Vortmann (zie I) en Anna
Catharina
Hildebrandt.
Overleden 1891.
Gehuwd (1) op 25-jarige leeftijd op
27-02-1847 te Morgan Co. Illinois,
met Dietrick Brockhouse, 25 jaar
oud, geboren op 21-05-1821 te
Duitsland.
Overleden
op
30-06-1874 te Scott Co. Illinois op
53-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) met Dietrick Pieper.
Boer. Overleden op 22-10-1846 te
346
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Neelys Illinois.
Gehuwd op 39-jarige leeftijd
op 03-10-1886 te Chapin
Illinois,
met
Dietrick
Nortrup.
Uit het eerste huwelijk:
1.
Henry Brockhouse, geboren
circa 1849 te Census Illinois.
2.
Mary Brockhouse, geboren
op 13-07-1851 te St.Pauls
Illinois.
Gehuwd op 36-jarige leeftijd
op 21-05-1888 te Trinity, met
Wilhelm Hufker.
3.
4.
Sarah
Margaretha
Brockhouse, geboren op
18-03-1861 te St.Pauls Illinois.
Overleden 1937 te Trinity.
Dietrick
Brockhouse,
geboren circa 1863.
Gehuwd op 09-05-1888 te
Trinity, met Emma Caroline
Krone.
5.
Anna
Catherina
Brockhouse, geboren te
St.Pauls Illinois.
Gehuwd op 12-03-1884 te
Scott Co. Illinois, met
Hendrick
Christian
Knoppel.
Uit het tweede huwelijk:
6.
IIb
Hermann Heinrich Vortman,
geboren
op
22-12-1826
te
Lechterke, volferf Hilgen, gedoopt
(Ev.L.)
op
05-01-1827
te
Badbergen. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie I) en Anna
Catharina
Hildebrandt.
Overleden op 03-06-1909 te
Neelys Illinois op 82-jarige leeftijd.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op
04-12-1851 te Chapin Illinois,
(Luthers) met Anna Louise
Omnen, 22 jaar oud, geboren op
28-02-1829
te
Ostfriesland.
Overleden op 10-09-1900 te Neelys
Illinois op 71-jarige leeftijd,
begraven te Trinity Luthern
Cemetry.
Uit dit huwelijk:
1.
Jeremian Henry Vortman,
geboren op 28-04-1853 te
Chapin Illinois (zie IIIa op blz.
349).
2.
Anna Catharine Margaretha
Vortman,
geboren
op
29-11-1854 te Neelysville
Illinois. Overleden 1894 te
Milford.
John
Henrick
Pieper,
geboren op 24-11-1844 te
Chapin Illinois. Overleden
1926 te Scott Co. Illinois.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd
op 30-04-1874 te Scott Co.
Illinois, met Henry Boesch,
22 jaar oud, geboren op
13-08-1851 te Nottensdorf
(D). Overleden op 13-04-1935
te Sylvan Grove Kansas op
83-jarige leeftijd.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd
op 03-10-1867 te Chapin
Illinois, met Rose Krone.
7.
Caroline Pieper, geboren op
22-12-1846 te Chapin Illinois.
Overleden op 14-05-1923 te
Scott Co. Illinois op 76-jarige
leeftijd.
3.
Luise
Caroline
Vortman,
TAK ILLINOIS
347
geboren op 16-02-1860 te
Chapin Illinois.
4.
geboren op 20-01-1854 te
Illinois.
Overleden
op
01-02-1931 te Illinois op
77-jarige leeftijd.
Franka Carolina Vortman,
geboren op 12-05-1862 te
Chapin Illinois.
Gehuwd
met
Thomas
Heatherington,
geboren
1854. Overleden 1909.
Gehuwd 1880, met Henry
Conradi.
5.
Johann Hermann Vortman,
geboren circa 1864 te Chapin
Illinois.
Overleden op 30-05-1946 te
Scott County Illinois.
6.
IIc
Magaret Catherin Vortman,
geboren 12-1868 te Chapin
Illinois.
Overleden
op
19-10-1940 te Scott County
Illinois.
2.
Henry J. M. (Hewie)
Vortman,
geboren
op
29-03-1856 te Illinois (zie IIIb
op blz. 350).
3.
John Fred Vortman, geboren
op 29-11-1859 te St.Pauls
Illinois.
Overleden
op
18-01-1935 te Scott County
Illinois op 75-jarige leeftijd.
4.
Sarah Susanna Vortman,
geboren op 03-03-1861 te
Illinois.
Overleden
op
12-06-1942 te Bluffs Illinois
op 81-jarige leeftijd.
Johann Diederich Vortman,
geboren
op
13-07-1830
te
Lechterke. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie I) en Anna
Catharina
Hildebrandt.
Overleden op 08-08-1882 te
Neelysville Illinois op 52-jarige
leeftijd, begraven te Old Luthern
Cemetry Neelys.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
22-03-1853 te Chapin Illinois,
gehuwd voor de kerk op
22-03-1853 te Chapin Illinois
(St.Pauls) met Maria (Mary)
Vannier, 15 jaar oud, geboren op
08-08-1837 te Hannover. Dochter
van Frederic Johann Heinrich
Vannier en Anna Catharina
Schone. Overleden op 29-03-1922
te Neelysville Illinois op 84-jarige
leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.
Anna Catharina Vortman,
Gehuwd op 30-jarige leeftijd
op 10-02-1892 te Bluffs
Illinois, met George Henry
Mittendorf, 28 jaar oud,
geboren op 22-09-1863 te
Bluffs Illinois. Overleden op
18-12-1946 te New York state
op 83-jarige leeftijd.
5.
Lewis Samuel Vortman,
geboren op 29-09-1863 te
Exeter Illinois. Overleden op
08-11-1940 te Illinois op
77-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd
op 17-04-1889 te Exeter
Illinois,
met
Elvamae
Whitlock.
6.
Barbara Ellen Vortman,
geboren op 31-07-1866 te
Illinois.
Overleden
op
25-03-1936 te Illinois op
348
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
69-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd
op 09-09-1891 te Illinois, met
W.G. Mueller.
7.
Mary Amelia Vortman,
geboren op 29-11-1868 te
Illinois.
Overleden
op
13-12-1869 te Exeter Illinois
op 1-jarige leeftijd.
8.
Joseph George Vortman,
geboren op 13-07-1871 te
Illinois.
Overleden
op
22-01-1934 te Illinois op
62-jarige leeftijd.
9.
Fanny Caroline Vortman,
geboren op 06-06-1874 te
Illinois.
Overleden
op
27-04-1959 te Illinois op
84-jarige leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd
op 27-04-1895 te Illinois, met
Eddy Ballard, 24 jaar oud,
geboren op 27-03-1871 te
Buckhorn Brown co. Illinois.
Overleden op 02-01-1946 op
74-jarige leeftijd.
10. Emma
Rose
Vortman,
geboren op 05-01-1877 te
Illinois.
Overleden
op
03-06-1966 te Illinois op
89-jarige leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd
op 15-04-1896 te Illinois, met
Robert
George
Kopp,
geboren 1871. Overleden op
21-08-1940.
11. Clara
Nettie
Vortman,
geboren op 07-07-1879 te
Illinois.
Overleden
op
19-02-1946 te Scott County
Illinois op 66-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd
op 18-04-1905 te Illinois, met
John Wm. Sandmann, 20
jaar
oud,
geboren
op
02-08-1884.
Zoon
van
Dietrick Sandmann en Belle
Tendick.
Overleden
op
17-09-1905
op
21-jarige
leeftijd.
MRS. MABEL W. DUFELMEIER
(VORTMAN)
December 18, 1913 - October 25, 2004
Mabel W. Dufelmeier, 90, of rural Chapin
died Monday morning, October 25, 2004 at
Passavant Area Hospital. She was born
December 18, 1913 near Neelyville the
daughter of Louis and Anna Aring Vortman.
She married John Dufelmeier on March 22,
1941 in St. Louis, Missouri and he survives.
She is also survived by one son, Byron (wife,
Joyce) Dufelmeier of rural Chapin; one
daughter Doris Evans of Jacksonville; 4
grandchildren, Kara Dufelmeier of St.Louis
and Chris Evans, Theresa Evans and Patrick
Evans all of Jacksonville. She was preceded
in death by one brother, Luther Vortman and
one son-in-law, James Evans. Mrs.
Dufelmeier was a lifelong resident of the
Chapin area and recently a resident of Barton
W. Stone Christian Home. She was devoted
housewife who worked with her husband on
the family farm for many years. She was a
lifelong member of Trinity Lutheran Church
near Bluffs where she had taught Sunday
School for a number of years. Her greatest
love was her family and her church. Funeral
services will be held at 10 a.m. on Saturday,
October 30, 2004 at Trinity Lutheran Church
near Bluffs with burial at Trinity Lutheran
Cemetery. Friends may call after 3:30 p.m.
on Friday at Williamson Funeral Home with
the family to meet friends from 6-8 p.m.
Memorials are suggested to Trinity Lutheran
Church. Condolences may be sent to the
family online at www.airsman-hires.com.
TAK ILLINOIS
IId
Johann Gerhard Jürgen (George)
Vortman, geboren op 28-03-1834
te Lechterke. Zoon van Jürgen
Vortmann (zie I) en Anna
Catharina
Hildebrandt.
Overleden op 11-11-1912 te
Exeter Illinois op 78-jarige leeftijd.
349
7.
Gehuwd 1889 te St.Pauls
Illinois, met Anna Maria
Brockhaus.
Gehuwd met Maria Krone,
geboren 04-1837. Overleden op
12-03-1920 te Exeter Illinois.
8.
Uit dit huwelijk:
1.
2.
William Vortman, geboren
op 12-02-1857 te Neelys
Illinois.
Overleden
op
20-12-1895 te Exeter Illinois
op 38-jarige leeftijd.
9.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd
op 09-08-1876 te Illinois, met
Claus Tomhave.
Charles Vortman, geboren
op 12-09-1858 te Neelys
Illinois (zie IIIc op blz. 350).
4.
Richard
H.
Vortman,
geboren op 13-04-1861 te
Neelys Illinois (zie IIId op blz.
350).
5.
I.H. Dietrick Vortman,
geboren op 07-08-1863 te
Neelys Illinois. Overleden
1952.
Gehuwd op 37-jarige leeftijd
op 17-10-1900 te Illinois, met
Maria Anna Marbeck.
6.
Jasper Vortman, geboren op
24-06-1865 te Neelys Illinois
(zie IIIe op blz. 350).
Louis T. Vortman, geboren
op 02-06-1872 te Neelys
Illinois.
Overleden
op
30-10-1948 te Morgan County
Illinois op 76-jarige leeftijd,
begraven te Trinity Lutheran
Cemetry.
Gehuwd op 38-jarige leeftijd
op 30-08-1910, met Anna
Catarina Airing, geboren
1881.
Overleden
1943,
begraven te Trinity Lutheran
Cemetry.
Margarethe Ellen Vortman,
geboren op 11-06-1858 te
Neelys Illinois. Overleden op
05-08-1895 te Exeter Illinois
op 37-jarige leeftijd.
3.
Edward Heinrick Vortman,
geboren op 24-06-1869 te
Neelys Illinois. Overleden op
05-02-1946 te Morgan County
Illinois op 76-jarige leeftijd.
Rose
Marie
Vortman,
geboren op 23-09-1879 te
Neelys Illinois. Overleden na
1946.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd
op 19-08-1912 te Scott Co.
Illinois, met John Airing.
IIIa
Jeremian
Henry
Vortman,
geboren op 28-04-1853 te Chapin
Illinois. Zoon van Hermann
Heinrich Vortman (zie IIb op
blz. 346) en Anna Louise
Omnen. Overleden op 24-03-1935
te Neelys Illinois op 81-jarige
leeftijd.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op
11-08-1881 te Scott Co. Illinois,
met Magaret Kenyon.
Uit dit huwelijk:
350
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
1.
(zie IVb op blz. 351).
Herman Ernest Vortman,
geboren 1882 te Neelysville
Illinois (zie IVa op blz. 351).
2.
Katherine
Vortman.
Overleden na 1973.
Gehuwd met Welch.
IIIb
Henry J. M. (Hewie) Vortman,
geboren op 29-03-1856 te Illinois.
Zoon van Johann Diederich
Vortman (zie IIc op blz. 347) en
Maria (Mary) Vannier. Overleden
op 02-06-1932 te Gillham Exeter
Illinois op 76-jarige leeftijd.
3.
IIId
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op
16-10-1889 te Illinois, met
Elizabeth M. (Elissa) Bently, 28
jaar oud, geboren op 19-09-1861.
Overleden op 08-12-1925 te
Gillham Exeter Illinois op 64-jarige
leeftijd.
Richard H. Vortman, geboren op
13-04-1861 te Neelys Illinois.
Zoon van Johann Gerhard
Jürgen (George) Vortman (zie IId
op blz. 349) en Maria Krone.
Overleden op 21-12-1946 te
Exeter Illinois op 85-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
Gehuwd op 35-jarige leeftijd op
05-05-1896 te Census Illinois, met
Elizabet Gorman. Dochter van
Margret Gorman.
1.
Uit dit huwelijk:
2.
Mable B. Vortman, geboren
op 31-08-1892. Overleden op
22-11-1962
op
70-jarige
leeftijd.
Freda Vortman, geboren op
11-05-1897. Overleden 1986.
Charles Vortman, geboren op
12-09-1858 te Neelys Illinois.
Zoon van Johann Gerhard
Jürgen (George) Vortman (zie IId
op blz. 349) en Maria Krone.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op
16-10-1889 te Illinois, met Maria
Lampman.
Uit dit huwelijk:
1.
Roy C. Vortman, geboren op
29-12-1904 te Morgan County
1.
Paul Vortman (zie IVc op
blz. 351).
2.
Margeret Vortman.
Gehuwd met Vannier.
3.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd
op 24-04-1929 met James
Day Heaton, 31 jaar oud,
geboren op 04-09-1897.
IIIc
Rosa Vortman. Overleden na
1973.
Kathleen Vortman.
Gehuwd met Long.
IIIe
Jasper Vortman, geboren op
24-06-1865 te Neelys Illinois.
Zoon van Johann Gerhard
Jürgen (George) Vortman (zie IId
op blz. 349) en Maria Krone.
Overleden op 13-10-1943 te
Exeter Illinois op 78-jarige leeftijd,
begraven te Trinity Lutheran
Cemetery.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
21-12-1892 te Illinois, met Clara
Nubbert,
geboren
1866.
Overleden 1946.
TAK ILLINOIS
351
Uit dit huwelijk:
1.
Elmer George Vortman,
geboren op 21-01-1894 te
Bluffs (zie IVd op blz. 352).
2.
Harvey Vortman, geboren op
16-12-1905. Overleden op
05-08-1989
op
83-jarige
leeftijd.
Gehuwd
Sisson.
IVb
Gehuwd
met
Mabel
Rockwood,
geboren
op
22-05-1907. Overleden op
12-07-1995
op
88-jarige
leeftijd, begraven te Trinity
Lutheran Cemetery.
3.
Vortman.
Herman
Ernest
Vortman,
geboren 1882 te Neelysville
Illinois. Zoon van Jeremian
Henry Vortman (zie IIIa op blz.
349) en Magaret Kenyon.
Overleden 1950.
Roy C. Vortman, geboren op
29-12-1904 te Morgan County.
Zoon van Charles Vortman (zie
IIIc op blz. 350) en Maria
Lampman.
Overleden
op
12-11-1973 om 09:04 uur te
Passavant hospital Bluffs op
68-jarige leeftijd, begraven te
Trinity Lutheran Cemetery.
Ook gewoond in Montpiler Ohio waar
zij bij de Gamble Store werkte. Actief
lid van de Trinity Lutheran Church in
Bluffs en de Ladies Aide Society.
Gehuwd met Maggie (Mae),
geboren 1884. Overleden op
24-08-1978 te Spokane Valley,
begraven op 26-08-1978 te
Thornhill Valley Funeral Home.
Uit dit huwelijk:
1.
Leroy Vortman (“Hap”) (zie
Vb op blz. 352).
2.
Melba June Vortman (zie Vc
op blz. 352).
Review August 25, 1978; Wonende in
Spokane Valley, lid van "the Navy
Moyher's Club".
Uit dit huwelijk:
1.
2.
G.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op
21-07-1927 te Neelyville met Anna
E. Pahlmann, 23 jaar oud,
geboren op 13-12-1903 te Bluffs.
Dochter van Herman Pahlmann
en Mary Magelitz. Overleden op
22-05-1996 te Passavant Area
hospital Bluffs op 92-jarige leeftijd,
begraven op 25-05-1996 te Trinity
Lutheran Cemetery, 10:00 uur.
Earl Vortman.
Overleden voor 1955.
IVa
Henry
38 jaar werkzaam bij de Wabash
Railroad.
Gehuwd met Rahe.
4.
met
IVc
Paul Vortman. Zoon van
Richard H. Vortman (zie IIId op
blz. 350) en Elizabet Gorman.
Marlin Rupert Vortman,
geboren op 15-05-1910 te
Chapin Illinois (zie Va op blz.
352).
Gehuwd.
J.Bernice Vortman.
1.
Uit dit huwelijk:
Russel Vortman.
352
IVd
GENEALOGISCHE SAMENVATTING
Gehuwd 1957 met Flossie Mae,
geboren 1896 te Albion. Overleden
op 15-11-1982 te St.Maries,
begraven op 19-11-1982 te
St.Maries.
Elmer George Vortman, geboren
op 21-01-1894 te Bluffs. Zoon van
Jasper Vortman (zie IIIe op blz.
350)
en
Clara
Nubbert.
Overleden op 21-09-1955 te Bluffs
op 61-jarige leeftijd, begraven op
24-09-1955 te Trinity Lutheran
Cemetery.
Uit dit huwelijk:
WO I veteraan van de Charles Wolford
American Legion Post 441 in Bluffs.
Lid en oud voorzitter van de Scott
County Farm Bureau. Hoofd van de
District Soil Conservation. Lid van de
Bluffs Civic Cub en lid van de
Neelyville Trinity Lutheran Church.
Vb
Uit dit huwelijk:
1.
2.
Va
Virgil Vortman. Overleden
na 1981.
Norman
Vortman.
Overleden na 1981.
Marlin Rupert Vortman, geboren
op 15-05-1910 te Chapin Illinois.
Zoon van Herman Ernest
Vortman (zie IVa op blz. 351) en
Maggie (Mae). Overleden 10-1996
te Seattle Washington.
Marlin
Lee
Vortman,
geboren in 1942 te Illinois.
Attorney.
2.
Cheryl
Sue
Vortman,
geboren 1951 te Illinois.
Leroy Vortman (“Hap”). Zoon
van Roy C. Vortman (zie IVb op
blz. 351) en Anna E. Pahlmann.
Gehuwd
Brockhouse.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op
23-02-1921 met Anna Maria
Rebbe, 22 jaar oud, geboren op
23-06-1898 te Scott County.
Dochter van Henry Rebbe en
Mary Meier. Overleden op
18-06-1981 te Bluffs op 82-jarige
leeftijd, begraven te Trinity
Lutheran Cemetery.
Braille schrijfster en lid van de Willing
Workers en Trinity Lutheran Church.
1.
met
Norma
Uit dit huwelijk:
Vc
1.
Melissa Vortman, geboren
1973.
2.
Annette Vortman, geboren
1973.
3.
Vortman. Overleden 1941 te
Trinity Lutheran Cemetery.
Melba June Vortman. Dochter
van Roy C. Vortman (zie IVb op
blz. 351) en Anna E. Pahlmann.
Gehuwd met Welch.
Uit dit huwelijk:
1.
Glen Welch.
2.
Paula Welch.
ALBERT JANSZ. VOORTMAN
(1690-1757)
A
lbert wordt op 9 januari 1690 gedoopt in
de Lutherse kerk van Badbergen in het
Hochstift Osnabrück.1 Dooppeet zijn Gehrt
Middendorff, Lampe Posthorst en Gretke de
Grönners. Zijn ouders, Johann Vortmann
(1657-1709) en Debe Beckermann (ca. 16601710) zijn op 29 oktober 1688 in diezelfde
kerk getrouwd.
mei begraven en Johann (14 jaar) werd op 16
juli begraven.
In 1708 wordt er nog een broer geboren.
Gerdt wordt op 6 februari gedoopt en
overlijdt kort daarna. Op 19 februari wordt hij
begraven.
Een jaar later overlijdt de vader van Albert op
52-jarige leeftijd. Hij wordt op 24 januari 1709
begraven op het kerkhof in Badbergen.
Albert is het eerste kind van Johann en Debe
en is vernoemd naar de vader van Johann,
Albert Vortmann die in 1673 in Badbergen
overleed op 68-jarige leeftijd. Opa Albert
Vortmann was colon op halferf ‘Detert zum
Vorde sive Detert Vortmann’ in de
Bauerschaft Gross-Mimmelage. (Kirchspiel
Badbergen).
Anderhalf jaar later overlijdt ook de moeder
van Albert. Debe Beckermann wordt
ongeveer 50 jaar en wordt op 21 juni 1710 op
het kerkhof in Badbergen begraven.
Waar Albert exact opgroeit is niet bekend.
Wel bekend is dat dit in Kirchspiel Badbergen
geweest moet zijn omdat zijn jongere broers
en zusters hier ook werden gedoopt.
Henrich, 9 jaar;
In de loop van vijfttien jaar wordt het gezin
waarin Albert opgroeit, groter:
Johann, gedoopt op 14 juni 1692;
Arend, gedoopt op 11 februari 1695;
Geeske, gedoopt op 2 maart 1697;
Henrich, gedoopt op 16 maart 1701
Adelheit, gedoopt op 23 augustus 1705.
Van Adelheit is verder (nog) niets bekend. In
1706 overlijden er kort achter elkaar twee
kinderen. Geeske (9 jaar oud) wordt op 16
1
Ev.L. T.H.S. register Badbergen, particulier bezit.
Uit het gezin blijven vier kinderen achter:
Albert, 20 jaar;
Arend, 15 jaar;
Adelheit, 4 jaar.
Wat er met de kinderen gebeurt is onduidelijk.
Mogelijk zijn ze bij een oom of tante in huis
gekomen.
354
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk I (1710-1732)
1720 gedoopt in de Lutherse kerk van Edam.
Doopgetuige was Tietje Thee.
Albert besluit om zijn geluk in Holland te
zoeken. In het vroege voorjaar van 1713 gaat
hij met een attestatie van de Lutherse kerk
naar Edam. In Edam liet hij zich op 15 april
1713 inschrijven onder de naam Albert Jansz.
Voerman, van Badbergen.2
Tot 1721 was Marrijtje Roelofs geen lid van
de lutherse gemeente in Edam. Dit
veranderde pas toen zij op 8 juli 1721 haar
attestatie van de Lutherse kerk van Menslage
inleverde in Edam7: Marijtje Roelofs, van
Menschlage.
Albert gaat een relatie aan met Marrijtje
Roelofs uit Menslage. Waar en wanneer zij
getrouwd zijn is vooralsnog niet bekend.
Ruim een maand later, op 24 augustus 1721,
was Marrijtje Roelofs getuige bij de doop van
Jan in de Lutherse kerk van Edam. Jan was
zoon van Hendrik Jansz. en Trijntje Steen.
Hendrik Jansz. was afkomstig uit Badbergen.
Pas in 1716 koopt Albert zijn poorterschap in
Edam: Den 10 september 1716 heeft - - Janssen syn
burgerregt betaalt ter somme van vijftien Gulsen en is
’t selbe gelt in het doosje van burgemeesteren gelegt.3
Op 21 januari 1718 is al bekend dat Albert
onroerend goed in Edam heeft.4
Volgende lande die bij de stad verkogt sijn, ‘t
Groenland van de vesting aff,
Albert Jansz. 1 dito ƒ -5.-1.-4
Marrijtje was toen al in verwachting van haar
derde kind die ongeveer drie maanden later
geboren werd. Het dochtertje werd Jannetje
genoemd en op 2 oktober 1721 gedoopt in de
Lutherse kerk van Edam. Doopgetuige was
wederom Tietje Thee.
Ook in 1722 betaalde
verpondingsbelasting: 8
Albert
zijn
Op 29 november werd het eerste kind
gedoopt in de Lutherse kerk van Edam. Het
zoontje werd Hendrik genoemd. Dooppeet
waren Tietje voorlingetje Beker en Hendrik
Beker.5 Hendrik overleed bijna twee jaar later.
Op 17 juni 1718 werd het begraven op het
kerkhof. Albert betaalde zes stuyvers voor de
begrafenisrechten.6
Het Groenland van de vesting af, Jonker- en
Dwarsjonkerstraat
Pas twee jaar later werd het tweede kind van
Albert en Marrijtje geboren. Het dochtertje
werd Divertje genoemd, waarschijnlijk naar de
moeder van Albert, en werd op 1 september
Over de periode 1723-1732 zien we vermeld
staan: 9
Claas Jansz. de Haas (later Albert Jansz.)
ƒ 5.-1.-4
Jan Bont - Hillegont Claes - Albert Jansz.
ƒ 1.10.--
Het Groenlant van de vesting af, Jonker en Dwars
Jonkerstraat
Albert Janse (later Abram Velthuyse)
2
SAWA Edam K.A. Ev.L. lidmatenregister inv.nr. 28.
3
SAWA Edam G.A. (oud) poorterboek, inv.nr. 170 A.
4
SAWA Edam G.A. GA (oud) Edam inv.nr.
66 F.
5
SAWA Edam K.A. Ev.L. doopboek inv.nr. 27.
6
SAWA Edam begrafenisrechten (kerkhof) inv.nr. 76.
7
ƒ 5.-1.-4
SAWA Edam K.A. Ev.L. lidmaten inv.nr. 28.
8 SAWA Edam G.A. (oud) inv.nr. 261 register R.
(1715-1722).
SAWA Edam G.A. (oud) inv.nr. 261 register S. (17231732).
9
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Albert Janse
ƒ 1.10.--
Op 4 april 1723 was Marrijtje opnieuw getuige
bij de doop van een kind van Hendrik Jansz.
en Trijntje Steen in de Lutherse kerk van
Edam. Het zoontje werd Klaas genoemd.
Vier maanden later, 13 augustus 1723, was
Marrijtje getuige bij de doop van Wessel. De
vader, Tobias Wessels, kwam ook uit
Badbergen. De moeder was Aeltje Meyers.
Een jaar later werd het vierde kind geboren.
Het dochtertje werd Aaltje genoemd en werd
op 26 maart 1724 in de Lutherse kerk van
Edam gedoopt. Dooppeet was Tietje Thee.
Op 28 november 1724 trouwt de broer van
Albert, Henrich Vortmann, in Menslage met
Margaretha Gerdruth Voth. Het is heel goed
mogelijk dat Albert hier van wist en mogelijk
zelfs bij aanwezig is geweest.
Op 5 augustus 1725 is Marrijtje opnieuw
getuige bij de doop van een kind van Tobias
Wessels en Aaltje Meyers. Het zoontje werd
Harmen genoemd en gedoopt in de Lutherse
kerk van Edam.
Een jaar later overlijdt het dochtertje van
Albert en Marrijtje, Divertje, op vijf-jarige
leeftijd. Zij werd op 23 oktober 1725
begraven op het kerkhof in Edam. Albert
betaalde zes stuyvers begrafenisrecht voor.
Van 1726 vernemen we iets van het
woonadres van Albert en Marrijtje en hun
twee dochters (Jannetje en Aaltje). Op 28
januari 1726 wordt het huis ten noorden van
hun verkocht door Jan Adriaansz. Croes aan
Lubbert Albertsz: een erve en thuyn soo als deselve
beschut beheynt en beplant is, met het woonhuys
annex staande aan de oostzijde van de Jonkerstraat,
Martijn Wolman ten noorden, Albert Jansz.
Voortman ten Zuyden voor f 550.--.--.10
10
SAWA Edam O.R.A. transporten inv.nr. 3862.
355
De Jonkerstraat was toen nog een onverharde
straat.
356
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Aan de oostzijde van de Jonkerstraat in Edam woonden Albert en Marrijtje. Boven een detail van
een plattegrond uit 1698 door Joan Blaeu, onder een detail van een plattegrond van Edam uit 1743
door A v.d. Gronden.
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Twee jaar later heeft Albert een conflict met
Sijmon Pouw. Er moet een goot in de straat
gemaakt worden en Albert moet daar voor
betalen. Op 9 maart 1728 komen Sijmon
Pouw en Albert Voortman voor de
schepenen van Edam: Schepenen gehoort hebbende
den eys van den eysscher, als mede de defensie van de
ged(aagde) en eerder op alles wat ter materie diende
wel gelet doende regt, condemneeren den ged(aagde) aan
den eyss(cher) te voldoen ende te betalen de geyste
somme van vijftien stuyvers vier penningen in betalinge
van syn portie uitmakende van een goot in de straat
daar deselve woont en condemnerende den ged(aagde)
in de kosten van het proces.11
Op 29 augustus 1728 is Marrijtje getuige bij
de doop van Bregje, een dochter van Hendrik
Jansz. en Trijntje Steen. Het kind werd
gedoopt in de Lutherse kerk van Edam.
Vier en een half jaar na de geboorte van
Aaltje, werd het vijfde kind van Albert en
Marrijtje geboren. Het zoontje werd Hendrik
genoemd en werd op 13 oktober 1729
gedoopt in de Lutherse kerk van Edam.
Doopgetuige was Maria Faal.
357
(dood?)geboren kind. Op 26 mei 1731 werd
het kind begraven op het kerkhof in Edam.
Albert betaalde zes stuyvers begrafenisrecht.
Bijna vier maanden later overleed ook
Marrijtje Roelofs op een leeftijd van ongeveer
40 jaar. Op 1 september 1731 werd zij
begraven op het kerkhof in Edam. Albert
betaalde
twaalf
stuyvers
aan
begrafenisrechten.
Albert bleef achter met drie kinderen: Jannetje
(9 jaar oud), Aaltje (7 jaar oud) en Hendrik (1
jaar oud). Hendrik overleed ruim een half jaar
later. Op 20 mei 1732 betaalde Albert 6
stuyvers begravenisrecht.
In 1733 zien we de volgende vermelding in de
verpondingsregsiters:13
Kerkstraat?
Albert Janse verponding van 13-02-1733 ƒ 4.--.-betaalt op 27-06-1735
Op 30 januari 1730 is Marrijtje getuige bij de
doop van Dirk in de Lutherse kerk van Edam.
De ouders zijn Martin Wolman en Dontje.
Het leven van Albert speelde zich niet alleen
in Edam af. Op 3 mei 1730 vinden we Albert
terug als getuige bij een doop in Amsterdam.
Anna, dochter van Bartholomeus Ballier en
Catharina Gerken wordt in de Lutherse kerk
gedoopt door pastor Thomas Henricus
Haver. De tweede getuige van Anna
Steuffing.12
Anderhalf jaar later wordt er een kind
begraven
van
Albert
en
Marrijtje.
Waarschijnlijk betreft dit een ongedoopt
11
SAWA Edam O.R.A. schepenrol inv.nr. 3789.
GAAM Amsterdam Ev.L. doopboek inv.nr. 213 blz.
7 (folio 3v) nr. 3.
12
SAWA Edam G.A. (oud) inv.nr. 261 register A.
(1733).
13
358
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk II (1733-1743)
Albert, inmiddels 43 jaar, legt contact met
Maria Faal. Maria was al een bekende van de
familie; zij is de peettante van Aaltje.
Maria was weduwe van Coert Blanke. Op 21
augustus 1729 waren zij getrouwd in Edam.
Maria, ook wel Mietje genoemd, woonde al
vanaf 1716 in Edam. Op 14 december van dat
jaar gaf zij haar attestatie af aan de Lutherse
kerk die zij in Amsterdam verkregen had.14
Met het plan van Albert om te gaan trouwen
met Maria, moest Albert eerst langs de
weesmeesters om de nalatenschap van zijn
eerste vrouw aan de kinderen te garanderen:
Bewijs van s'moeders erffenisse van Jannetje &
Aaltje Alberts Voortman, mind: nagelate
kinderen van wijlen Marijtje Roelofs, daer
vader af is Albert Voortman.
Op heeden den 2e Junij 1733 compareerden ter
weeskamer des stads Edam voor de drie Hren
Weesmren. Albert Voortman, vader van de
voors. kinderen ter eenre & Christoffel Ceulder &
Jan Meijer voogden over dezelve kinderen ter andere
zijde verclarende met den anderen te zijn veraccordeert
& verdragen dat hij vader bij forma van uijtkoop aen
de voorsz. sijne kinderen voor & in plaetse van
s'moeders erffenisse sal bewijzen sulx hij doet bij
deezen te samen een somma van veertig guldens segge ƒ
40,- welke penningen hij onder hem sal behouden,
sullende daer van een weesmren. kennis tot zijnen
laste werden gemaakt & in de doos no. 8 boeve kas
werden gelegt.
Voorts aennemende hij vader de voorsz. sijne kinderen
behoorlijk te sullen alimenteren & onderhouden in
kost drank cledinge & levinge naer staat &
gelegentheijt sonder verminderinge van 't voorsz.
bewijs.
Mij praesent
H:Boot15
1733 verponding 317, Oost en westzijde grote
kerkstraat en vijzelstraat. Verponding 572 een
tuin op het (t groenlandje, nieuwerk,
jonkerstraat, heeregragt en nieuwe akersteeg).
Edam, fragmenten uit het verpondingsregister van 1733.
14
SAWA Edam K.A. Ev.L. lidmatenregister inv.nr. 28.
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Op 14 juni 1733 hertrouwt Albert met Maria
Vaal in Edam. Jannetje en Aaltje zijn dan 11
en 9 jaar oud.
In 1734 zien we in de verpondingsregisters
staan:16
W. en O.z. Groote Kerkstraat en Vijselstraat
313. Albert Jansz. (daarna Hendrik Cloosterman)
ƒ 1.13.-‘t Groenlandje & Nieuwerz.
568. Albert Jansz. een tuin
ƒ 3.--.--
(daarna Hendrik Cloosterman)
op 01-02-1741 getaxeerd voor
ƒ 2.--.--
Op 17 november 1735 trouwt de broer van
Albert, Arend Vortmann in Menslage met
Anna Sandkuhle. Omdat er jaarlijks meerdere
seizoensarbeiders van Menslage en omgeving
naar Holland trok, waren de contacten
bijzonder goed. Het is dan ook heel
waarschijnlijk dat Albert wist van dit huwelijk
of daar misschien zelf bij aanwezig was.17
Een jaar later wordt Maria Vaal ziek en
besluiten Albert en Maria om hun testament
op te laten maken bij de notaris. Op 22
oktober 1736 schrijft Hermanus Boot het
volgende:
In den Name des Heeren Amen bij deeze Jeegenswoordige Instrumente publieq sy kennelijk een ijgelijk
die het behoort dat in den Jare nae de geboorte Christi
Seventienhondert Sesenderdtig op den twee entwintigste
october voor mij Mr. Hermanus Boot Secrets. des
Stads Edam en aldaar residerende Notaris publieq
bij den Hove van Holland geadmitteert ter presentie
van de naebeschr. getuijgen gecompareert en verschenen
15
SAWA Edam O.R.A. staatboek inv.nr. 3997.
SAWA Monnickendam G.A. (oud) inv.nr. 274,
cohier verponding van Edam en Volendam 1734-1806;
n.b. secretaris geplaatst in Monnickendam.
16
17
Ev.L. T.H.S.-registers Menslage, particulier bezit.
359
sijn Albert Voortman en Maria Vaal,
Egtelieden wonende binnen deeze stad ons seer wel
bekent, zijnde den 1e compt. gesont van lighaam maar
de tweede compte. Siek en bedlegerig dog beijde haar
verstant memorie en uijtspraak ten vollen magtig, Soo
ons uijtterlijk bleek, welke comparanten verklaarden
in Consideratie van des Doots Sekerheijt en de
onsekerheijt van de uure van dien te rade te Sijn
geworden over de tijdelijke goederen haar van god
genadig verleent en nog te verkrijgen te disponeren
doende sulkx soo Sij lieden verclaarden uijt hare vrije
wille sonder Inductie van ijmand bevelende alvorens
hare Siel aen desselvs genadige schepper en haar
lighaam aan de aarde met een Eerlijkr begraaffenisse.
Ter dispositie komende verklaarde de Testateur in
gevalle hij de eerst Stervende mogte sijn, sijne
voorschreve vrouw Maria Vaal te Institueren in
een geregte kindsgedeelte van alle het gener hij met de
doot sal komen te ontruijmen en naetelaten.
De testatrice verclaarde Ingevalle deselve de eerst
stervende mogte sijn tot hare eenige universele en
algehele Erfgenaam te Institueren hare voormelde man
Albert Voortman, in alle de goederen niets ter
wereld uijtgesondert 't geen de testatrice met de doot
ontruijmen en naelaten sal, mits dat den testateur
gehouden sal sijn haar aentedoen een eerlijke en
ordentelijke begraaffenisse alle het gene voorsz.
Staat de testateuren van woord tot woord Sijne
voorgelesen hebben sij lieden verclaart het selve te sijn
en haar lieden Testament en Uijterste wille willende en
begerende dat hetselve sal werden agtervolgt en
naegekomen als soodanig, codicil, gifte ter Saeke des
Doots ofte onder de levenden of soo als hetselve maar
best nae Costuijme deezer landen sal kunnen bestaan
met tegenstaande eenige defectten ofte omissien.Aldus gepasseert binnen Edam voorsz. ter presentie
van den Hr. Dr. Cornelis Olij raad in de vroedschap
deezes Stads en Rins Pietersz. Ys als getuijgen die
deese beneffens de testateuren en mij hebben getekent
ten dage als boven.
dit merk is X bij Albert Voortman
den testateur selvs gestelt
360
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
dit merk is X bij de testatrice
Maria Vaal selvs gestelt
Cornelis Olij
Wert mitsdeesen een van deese stadts geregts bode
geordonneert ende geauthoriseert omme van yder deeser
onderstaende persoonen te mogen gaeren en invorderen
Rens Pietersz. YsH: Boot
randschrift: 3 gl. H:Boot, de testateuren hebben
verklaart in 't quohier van de 200e penn. niet bekent
te staan.18
Binnen een week overlijdt Maria. Op 26
oktober
1736
betaalt
Albert
de
19
begrafenisrechten: vijf gulden. Zij kreeg een
graf in de Grote (Gereformeerde) Kerk in
Edam.
Een jaar later overlijdt Aaltje op 13-jarige
leeftijd. Op 15 juni 1737 betaalde Albert de
begrafenisrechten.19 Aaltje kreeg net als haar
stiefmoeder een graf in de Grote
(Gereformeerde) Kerk in Edam.
Op 10 augustus 1737 moest Albert 27 gulden
betalen omdat de Jonkerstraat bestraat werd.
20
Werdt mits dezen eene van dezes stads bodens
geordonneert geauthoriseert & gequalificeert om van
yder dezer omstaande personen te mogen garen en
invorderen zodanige somma van penningen als agter
jeders naam staat uytgedrukt & zulks in voldoeninge
van onkosten gedaen aan 't maken van een nieuwe
steene pat een greppel en houtte staketsels in de
Jonkerstraat binnen deze stad & werd een yder dien
het aangaat gelast zig hier na te reguleren, Actum
Edam dezen 10 Augustij 1737.
Albert Voortman
27.--.--
Op 22 december 1739 moest Albert vijf
stuivers betalen vanwege stads onkosten:21
18
SAWA Edam notarieel archief.
19
SAWA Edam Geref. begrafenisrechten inv.nr. 17.
20
SAWA Edam O.R.A. schepenrol inv.nr. 3790.
21
SAWA Edam O.R.A. inv.nr. schepenrol
3790.
De Grote (Gereformeerde) Kerk in Edam.
sodanige somma van penningen als agter yders naem
staet uytgedrukt in voldoeningen van onkosten van het
maeken van de stijger beweste de Dam en
brantladders in de buurt no. 8 en werd een ygelyk die
‘t aengaet gelast sig hier nae te reguleeren, Actum in ‘t
stadhuys tot Edam den 22 desember 1739.
Albert Voortman ƒ --.-5.-Op 30 augustus 1740 wordt de broer van
Albert, Arend Vortmann in Menslage
begraven. Hij werd 45 jaar oud.
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Droogscheerder
De droogscheerder maakte deel uit van de
lakennijverheid. Hij 'schoor' of eigenlijk knipte
het gedroogde laken glad door de uitstekende
vezels te verwijderen met een grote schaar, die
de hele breedte van de scheerdis bestreek. Het
weefsel werd daartoe eerst geruwd met behulp
van de stekels van de kaardebol, die men daartoe
speciaal kweekte.
De beste kwaliteit laken werd aan beide kanten
bewerkt. Deze soort heette vroeger 'scaerlaken'.
De lakens uit Den Bosch ('Bussche lakens')
waren in de veertiende eeuw om hun kwaliteit
reeds gezocht in verschillende Europese landen.
Het gildewezen zorgde dan ook voor een
intensieve
kwaliteitsbewaking.
De
droogscheerder die doorwerkte bij lamp- of
kaarslicht kreeg een stevige boete als men hem
betrapte.
361
Hoofdstuk III (1744-1749)
Jannetje, inmiddels 23 jaar oud, leert Gerdt
(Gerrit) Meersing kennen. Hij was geboren in
Quakenbrück als zoon van Hermann
Meersing en Anna von Enthe. Op 18 februari
1709 werd hij Luthers gedoopt in de kerk van
Quakenbrück.22
22 juli 1731 had Gerrit zijn attestatie uit
Quakenbrück al afgegeven aan de Lutherse
kerk in Amsterdam. Pas op 25 juli 1742 kocht
Gerrit het poorterschap in Amsterdam.23 Hij
oefent het beroep van droogscheerdersknecht
uit, net als zijn grootvader Henrich Mersing
die in 1667 in Quakenbrück geristreerd stond
als Wullweber oder Tuchmacher.24
Op 1 november 1744 trouwen Jannetje en
Gerrit in Edam en een jaar later wordt het
eerste kind geboren. Het dochtertje wordt
Maria genoemd, waarschijnlijk naar de
stiefmoeder van Jannetje. Op 13 oktober
1745 wordt het kind gedoopt in de Lutherse
kerk van Amsterdam door pastor Wilhelm
August Klepperbein. Albert Voortman en
Christina Borreweg zijn getuigen.25
Op 7 januari 1746 doet Albert een verzoek
om ontslagen te worden van zijn
verplichtingen bij de schutterij van Edam.26
Op huyden den 7 January 1746 hebben de Heeren
Burgemeesteren den persoon van Albert Voortman, op
syn versoek als gekomen synde tot den ouderdom van
Sestig jaeren, van syn schutters eedt ontslagen.
22
Ev.L. Quakenbrück T.H.S.-registers, particulier bezit.
23
GAAM Amsterdam poorterboek deel 19 blz. 266.
Abschrift aus Heft 13 - 1965; Heimat gestern und
heute - Mitteilungen des Kreisheimatbundes
Bersenbrück (KHBB) e.V. - Seiten 67 bis 81.
24
GAAM Amsterdam Ev.L. doopboek inv.nr. 228 blz.
114 (folio 67v) nr. 3.
25
SAWA Edam G.A. (oud) Memorialen van
Burgemeesteren inv.nr. 66 H.
26
362
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Bijna twee jaar na de geboorte van het eerste
kleinkind, wordt de tweede kleindochter van
Albert geboren. Op 20 september 1747 wordt
Anna gedoopt in de Lutherse kerk van
Amsterdam door pastor Wilhelm August
Klepperbein. Doopgetuigen zijn grootvader
Albert en Trijntje Besselman.27
Op 17 januari 1749 wordt de broer van
Albert, Henrich Vortmann, begraven in
Menslage. Drie maanden later overlijdt
Jannetje op 27-jarige leeftijd in Amsterdam.
Zij wordt 20 maart 1749 begraven op het
Anthonieskerkhof in Amsterdam.
Sint Anthonieskerkhof
Het St.-Anthonieskerkhof dankt zijn naam niet
aan een kerk maar aan de St.-Anthoniespoort .
Het St.-Anthonieskerkhof heeft bestaan van 1640
tot 1866 en was bestemd voor minder- en
onvermogenden. Het kerkhof werd in gebruik
genomen na de pestepidemie van 1635 die 8177
slachtoffers telde. Het kerkhof lag buiten de
stadswallen tussen de Nieuwe Herengracht,
Muidergracht, Nieuwe Keizersgracht en de
Weesperstraat.
De Sint Anthoniespoort uit 1488 kreeg in de
17de eeuw een nieuwe functie, een vroeg
voorbeeld van herbestemming: de Sint
Antoniespoort werd in 1617/18 tot Waag
verbouwd door het binnenplein, de ruimte tussen
de voor- en hoofdpoort, te overdekken. De
nieuwe Waag moest de Waag op de Dam, dat
inmiddels te klein was geworden, ontlasten.
In de bovenverdiepingen werden enige gilden
gehuisvest, namelijk die der smeden, schilders,
metselaars en chirurgijns. Iedere gilde had zijn
eigen ingang: de poortjes rondom het gebouw.
Boven de poortjes zijn de emblemen van de
gilden nog te zien.
Sint Anthoniespoort in de 16e eeuw
GAAM Amsterdam Ev.L. doopboek inv.nr. 230 blz.
13 (folio 7) nr. 12.
27
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Hoofdstuk IV (1750-1757)
Albert bleef contact houden met Gerrit
Meersing in Amsterdam. Nadat Gerrit
hertrouwd was met Ida Schollevanger was
Albert nog drie keer doopgetuige bij hun
kinderen. Op 30 april 1752 werd Harmanus
gedoopt in de Lutherse in Amsterdam door
pastor Hermanus van Garel. Nelletje Engels
was ook doopgetuige.28
Op 25 augustus 1752 koopt Albert een huis
Lutherse kerken
Vanaf 1604 kerkten de luthersen in een huiskerk in
een pakhuis op de hoek Singel-Spui. Tussen 1631
en 1633 werd op die plaats een kerk gebouwd, de
Oude Lutherse Kerk. Aanvankelijk waren vooral
Duitsers en Scandinaviërs lid; de kerk had vooral
Duitse predikanten. In de loop van de zeventiende
eeuw kwam een 'verhollandsing' van de gemeente
op
gang.
Een tweede kerk, de Nieuwe of Ronde Lutherse
Kerk aan het Singel, bij de Teerketelsteeg, werd
gebouwd tussen 1668 en 1671. Doopboeken zijn
bewaard sinds 1590 en betreffen alle dopen; de
boeken geven de huisdopen aan, maar vermelden
niet in welke Lutherse kerk gedoopt werd. De
predikbeurten werden verdeeld naar anciënniteit
van de predikanten; op dinsdag en woensdag werd
gedoopt in de Oude Lutherse kerk, op vrijdag in de
Nieuwe Lutherse kerk, op zondag meestal ook; bij
bijzondere gelegenheden (bede- en dankdagen,
inzegening van proponenten, intree- en
lijkpredikatiën) in de consistoriekamer van de
Oude
Lutherse
kerk.
Bij
buitengewone
bedestonden werd in de Oude Kerk gedoopt.
aan de Heeregracht in Edam:29
28
363
Een thuyn en thuynhuys staande alhier op de
Heeregragt, belend met de Heer Frans Dirks Pont
ten oosten, Melis Molen ten zuyden de baansloot ten
westen en de vestingsloot ten oosten, verkogt by
Meester Frans Pont aan Albert Voortman, beyde
woonende alhier voor ƒ 200,80ste penn. 2.-8.-2
no. 289. Wy Jacob Horn en Pieter Broek, scheepenen
in Edam, oorconde ende kennen dat voor ons is
gecomp. de eerwaarde Meester Frans Pont,
oud-schepen deses satdts, dewelke bekende verkogt
opgedragen en quytgescholden te hebben soo als hy doet
by deesen tot eenen vryen eygendom ten behoeven van
Albert -- meede alhier woonagtigh, ende syne erven,
een thuyn met desselvs thuynhuysje soo als beschut,
beheynt, bepoot en beplant is, staande ende gelegen
alhier ter steede op de Heeregragt agter de thuyn van
de Heer Frans Dirksz. Pont met een eyge ingang
tusschen de tuynen van de Heer Pont en Aaltje
Grootelouw, belend met de Heer Frans Dirksz. Pont
ten oosten, Melis Molen ten zuyden, de baansloot ten
westen en de vestingsloot ten noorden, zullende de
schutting van de erve Aaltje Grootelouw noord op tot
de sloot toe, moeten gemaakt en onderhouden worden
door den kooper, voor een summa van twee hondert
Carol. Gl. van XL groten Vlaams ‘t stuk, waaraf
hy comparant reest belyd al voldaan en wel betaald te
weesen de laaste penn. met den eersten, beloovende
daaromme ‘t voorsz. verkogte te zullen vryen en vry te
waren, nae coustuymen deese steede onder verband van
syn comparants persoon en alle synen goederen tegen
woordige ende toekoomende geene van dien
uytgesondert submitteerende alle deselve voor de
bevrydinge voors. met de koste schade en interesten
daaromme te doen ende te lyden de executie van alle de
regten ende regteren sonder fraude, oorconde onse
segelen aangehangen, desen --30
Op 12 augustus 1753 werd Harmanus
Meersing gedoopt in de Lutherse kerk van
Amsterdam door pastor Jan Mulder. Albert
GAAM Amsterdam Ev.L. doopboek 235 blz. 62 (folio
40v) nr. 12
SAWA Edam G.A. (oud) inv.nr. 282 C 80ste
penning 1749-1762, 1770, 1807.
29
30
SAWA Edam ORA transporten inv.nr.
3866 1749-1753).
364
Voortman en
doopgetuige. 31
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Cornelia
Engels
waren
den aankomst der vrinden van den overleeden ofte
abondonnement van deszelvs boedel.
Op 31 augustus 1755 werd Jan Meersing
gedoopt in de Lutherse kerk van Amsterdam
door pastor Hermanus van Garel. Albert
Voortman en Trijntje Esenvelt waren
doopgetuige bij dit kind van Gerrit Meersing
en Ida Schollevanger.32
Op vrijdag 13 mei werd ook de impost op het
begraven van Albert Voortman betaalt: 34
Albert Voortman overleed in mei 1757 op 67jarige leeftijd. Omdat er geen naaste
verwanten in Holland woonde, moest er
contact gezocht worden met verwanten in
Pruisen.33
Regtdag gehouden op vrijdag den 13 Meij 1757,
present de Heer Hoofd Officier en allen de
Scheepenen.
Compareerde in Judicio, Hendrik Alders <chirurgijn> burger deze stad, dewelke aan Heeren Edelen
Wel Achtbaren communiceerde dat alhier overleeden
is, Albert Voortman, dat bij het overlijden van
dezelve niemand bevonden wierd die zig deszelvs
boedel en nalaatenschap konde aantrekken, ofte bij
eenige acte gequalificeert tot opruyming en liqen
d'maaking van dezelve boedel, dat egter het lijk tot de
overkomst van de vrinden en erfgenaamen niet kan
blijven onbegraaven, weshalve hij comparant verzogt
acte van qualificatie omme het meer gemelde lijk ter
aarde te bestellen zonder verstaan te worden zig met de
voorsz. te hebben vermengt ofte zig daarinne
geimmiseert ofte uythoofde deses in eeniger maat te
weezen aansprekelijk.
Den 13 dito van het lijk van Albert Voortman,
overleden en in de Classe als boven (vierde) ƒ 3.--.-Op 14 mei 1757 werden de begrafenisrechten
voor Albert Voortman betaalt: vijf gulden. Hij
kreeg een graf in de Grote Gereformeerde
Kerk in Edam.35
Op 27 mei was er een neef van Albert naar
Edam gekomen om namens de naaste familie
de erfenis op te eisen.36
Regtdag gehouden op vrijdagh den 27 Maij 1757,
present alle de Heeren.
Ingevolge de resolutie van den 14den dezer,
compareerde voor de Edele Achtbare Heeren van den
Geregte, Hendrik Alders, dewelke heeft gesisteert den
persoon van Johan Arend Voortman, neef
van den alhier overleeden Albert Voortman,
dewelke ten genoegen heeft doen blijken behoorlijke
acte van qualificatie van desselve broeders en susters
als gezamentlijk mede erfgename als intestato van de
voors. Albert Voortman, tot aanvaard inge van
desselve boedel en nalatenschap waartoe voorsz. Johan
Arend Voortman bij deze is en word gequalificeert.
Johann Arend Vortman (1725-1776) is een
zoon van Henrich Vortmann (1701-1749) en
Margaretha Gerdruth Voth (1703-1775).
Waarop gedelibereert zijnde, is goedgevonden en
verstaan den comparant tot als boven en conform zijn
verzoek te qualificeeren, authoriseeren en indemneeren,
mits heeden en veertien daagen kennis geevende van
31
GAAM Amsterdan Ev.L. doopboek
236 blz.
58 (folio 34v) nr. 1
32
GAAM Amsterdam Ev.L. doopboek 238 blz. 79 (folio
40) nr. 12
33
SAWA Edam O.R.A. schepenrol inv.nr. 3792.
34
SAWA Edam impost op begraven inv.nr. 23.
35
SAWA Edam begrafenisrechten (Geref) inv.nr. 17.
36
SAWA Edam O.R.A. schepenrol inv.nr. 3792.
ALBERT JANSZ. VOORTMAN (1690-1757)
Epiloog
Johann Arend Vortmann verkocht op 6 juli
1757 twee huizen uit de nalatenschap van zijn
oom Albert Jansz. Voortman.37
Twee huyzen met selleves thuynen, alhier belend met
Frans Pont ten oosten en Jan Kreuger ten zuiden,
verkoft by Johan Frederik Voortman aan Hendrik
Cloosterman, beyde wonende alhier voor f 305.--.-Wij Abraham van Wijlick junior & Mr. Roelof
Boot junior, scheepenen in Edam, oirconden ende
kennen dat voor ons is gecompareert, Johann Frederik
Voortman, wonende tot Menslage in Schandorp, in't
land van Osnabrugh, thans binnen dese stad, dewelke
bekende als erfgenaam van wijle Albert Voortman,
alhier overleden, verkogt, opgedragen en quyt gescheld
te hebben, soo als hij doet bij deese tot eenen vrijen
eijgendom aan ende ten behoeven van Hendrik
Cloosterman, alhier woonagtigh,
Ende zijne, erve en huys, met thuynhuys, soo als
deselve beschut, beheynt, bepoot & beplant is, staande
en gelegen alhier ter steede op de Heeregragt, belent
met de Heer Frans Pont ten oosten en Jan Kreuger ten
zuyden.
nogh een dito, als deselve beschut, beheynt, bepoot en
beplant is, staande ende gelegen alhier in de
Jonkerstraat, belend met Pieter Dik ten zuyden, en
Joost Pranger ten noorden,
voor den summa van driehondert & vijf carole guldens
van XL grooten, Vlaams 't stuk, waar af hij
comparant reets belijd al voldaan en wel betaald te
weese, de laatste penning met den eersten, belovende
daaromme 't voorsz. toekomst te zullen vrijen & vrij
te waren, nae costuymen deeser steede, onder verband
van sijn comparants persoon en alle sijne goederen
tegenswoordige ende toekomstige geene van dien
uytgesondert.
Te onse segelen aagehangen, desen 6 july 1757.38
37
: SAWA Edam Gaarder 100ste penning inv.nr. 3.
38
SAWA Edam O.R.A. Transporten inv.nr. 3867.
365
366
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Herengracht in Edam, een detail van een plattegrond uit 1698 door Joan Blaeu.
BAREND VOORTMAN
(1824-1906)
B
arend wordt op maandag 19 april 1824 ‘s
middags om twee uur geboren als zoon
van Harmen Voortman (1786-1867) en
Trijntje Visser (1787-1830). Eigenlijk weten
we helemaal niet zo veel van Barend. Of
Barend onderwijs heeft genoten is niet
bekend. Doorgaans verklaard hij niet te
kunnen schrijven maar in 1865 ondertekent
hij een notariele akte. Hij gaat werken als
kleermaker.
Op 28 mei 1847 verschijnt Barend (23 jaar)
voor notaris Merens in Monnickendam en
verklaard hij 1/8 deel van een huis verkocht
te hebben aan Cornelis Kater Corneliszoon
voor vijftig gulden (huis en erf in
Monnickendam, wijk I nr. 96, sectie A nr.
494, groot twee roeden tien ellen). Barend
verklaart tevens dat hij niet bekend was hoe
hij daaraan gekomen was en kon geen
documenten overleggen. In 1813 had zijn
vader, Harmen Voortman, dit huis gekocht.
In 1850 woont Barend (25 jaar, ongehuwd
kleermaker) nog bij zijn vader en stiefmoeder
in huis aan het Zuideinde en verhuist hij met
hun mee naar de Niesenoordsburgwal.
Barend trouwt op zondag 2 mei 1858 in
Broek in Waterland met de vijf jaar oudere
Antje Smit. Ze gingen wonen in Broek in
Waterland (wijk I) waar op twee september
1860 een dochtertje geboren werd, ‘s middags
om twaalf uur. Op zondag 28 oktober 1860
werd het kind hervormd gedoopt, naar het
geloof van de moeder. Het dochtertje van
Barend en Antje werd niet ouder dan vier jaar
en stierf op woensdag 21 december 1864 om
acht uur ‘s morgens.
Op 31 augustus 1865 liet Antje Smit haar
testament opmaken bij notaris Merens uit
Monnickendam. Mogelijk was Antje ziek want
het testament werd in hun huis in Broek in
Waterland opgeschreven zonder getuigen. Op
29 november volgde Barend, die zijn
testament liet opschrijven op het kantoor van
notaris Merens aan de Kerkstraat in
Monnickendam. De testamenten waren
gericht op de langst levende. Opmerkelijk is
dat Barend zijn akte ondertekende terwijl hij
bij andere akten verklaard niet te kunnen
schrijven.
Op 4 februari 1868 was Barend aanwezig bij
het inventariseren van de boedel van zijn
overleden stiefmoeder Trijntje Berkhout. De
inventarisatie begon ‘s middags drie uur in het
368
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
huis aan de Niesenoordsburgwal in
Monnickendam en duurde slechts een uur.
Een dag later liet Barend zijn testament
wijzigen op het kantoor van notaris Merens in
Monnickendam. Hij voegde aan zijn
testament de teskt toe: Ingeval mijne vrouw voor
mij mag ‘t komen te overlijden dan benoem ik tot
mijne eenige en universele erfgenamen, mijne volle
broeders en zusters of hunne wettige afkomelingen bij
plaats vervulling der vooroverledenen, en zulks met
uitsluiting van alle anderen. Waarschijnlijk wilde
hij zijn halfbroers en -zuster uitsluiten. In de
laatste regel van de akte verklarende de testateur
wegens onervarenheid in de schrijfkunst niet te kunnen
tekenen.
Op 18 april 1868 verkoopt Barend samen met
zijn (half)broers en -zuster het huis van zijn
stiefmoeder voor fl. 161,-.
Anderhalve maand later overlijdt Antje Smit
op 49-jarige leeftijd, op dinsdag 2 juni 1868.
Barend hertrouwt op 44-jarige leeftijd in
Broek in Waterland op vrijdag 29 januari 1869
met de 29-jarige Jansje Hermina Luppers uit
Amsterdam. Hij is inmiddels geen kleermaker
meer, maar een orgeldraaier. In 1871
verklaard hij echter nog kleermaker te zijn.
Dan laat hij een nieuw testament opmaken op
het kantoor van notaris Merens in
Monnickendam. Hierbij benoemde hij Jansje
Hermina Luppers als enige en algehele
erfgenaam. Op dezelfde dag (22 maart) liet
ook Jansje Hermina Luppers haar testament
opmaken en benoemde Barend Voortman als
enige en algehele erfgenaam. Barend verklaard
wederom niet te kunnen schrijven.
In 1884 overlijdt Jansje Hermina Luppers op
44-jarige leeftijd in Broek in Waterland (wijk I
nr. 27). In de akte wordt opgegeven dat
Barend geen beroep heeft, maar waarschijnlijk
verdiende Barend nog wat centen met zijn
orgel.
Barend had een buikorgeltje waarmee hij
wekelijks door de straten van Broek in
Waterland liep om geld te verdienen. Als er
een dode boven de aarde stond, mocht er in
het dorp geen muziek gemaakt worden.
Orgels en muziekanten van buiten werden
doorgestuurd. Op deze dagen kwam Barend
Voortman alleen met de slinger. Daar is Barend
met de stille muziek, zei men dan. Zo kreeg
Barend toch nog zijn centen die hij zo bitter
nodig had. De andere Broeker muzikant,
Kees Heiloo, kwam op deze dagen met een
doek om zijn viool gebonden.
Met de Broeker kermis stond Barend
Voortman met een oliebollenkraam. Hij werd
dan geholpen door Wim van Daan Groot.
Barend overleed op 82-jarige leeftijd in Broek
in Waterland op 30 oktober 1906 om tien uur
‘s morgens.
BAREND VOORTMAN (1824-1906)
Woonadressen
1824-1840 Zuideinde 96 (wijk I nr. 494)
1840-1850 Zuideinde 53
1850-1858 Niesenoordsburgwal 82 (sectie A
nr. 731)
1858-1906 Broek in Waterland, verder (nog)
onbekend.
Literatuur
Rümke-Bakker, N.C.; Mijn jeugd in Broek in
Waterland 1890-1916.
369
370
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
HARMEN VOORTMAN
(1786-1867)
I
n 1786 beviel Janna Buisman, vrouw van
Jurgen Voortman1, van een tweeling. De
twee jongetjes werden Herman en Heinrich
genoemd. Op zondag 5 maart 1786 werden
beiden Luthers gedoopt in de kerk van
Monnickendam. Het doopboek vermeld eerst
Herman en daarna Heinrich. Dooppeet waren
Geertruy Bloem en Doortje Gastman.
Herman groeide op in en rond het Zuideinde
van Monnickendam waar het gezin woonde.
In 1805 was Herman schutter bij de schutterij
van de stad Monnickendam. Hij was toen 19
jaar oud.
Palmzondag 13 april 1806, deed Herman
Voortman 's avonds voor een volle gemeente
belijdenis in de Lutherse kerk van
Monnickendam, samen met:
Adriaan Buddeke, zoon van Jurgen Buddeke
en Marrijtje Boer. Janna Buisman was nog
getuige bij zijn doop;
Bij een openbare verkoping van meubilaire
goederen op 16 februari 1807 ten huize van
de overleden Klaas Fraaij en Lijsbeth ermey,
kocht Herman Voortman een cammisool
voor fl. 2,-,-2
Herman maakte kennis met Trijntje Visser,
een dochter van Jan Claasz. Visser en Neeltje
Davids Bolleman. Trijntje kwam uit een
Katholiek gezin. De vader was al voor 1800
overleden. De moeder was in 1800 hertrouwd
met Barend Groenewoud.
Op zondat 15 april gingen de tweelingbroers
Herman en Heinrich Voortman in
ondertrouw met respectievelijk Trijntje Visser
en Grietje Lakeman. Op zondag 29 april
werden de huwelijken voltrokken voor de
schepenen van Monnickendam. Daar Trijntje
Visser Katholiek was, werd het huwelijk van
Herman Voortman niet in de kerk voltrokken.
Frederica Draak;
Willem Esselman, zoon van
Esselman en Antje Hillebrandts;
Harmen
Jurriaan Hammes, zou in 1808 trouwen met
een dochter van Harmen Esselman en Antje
Hillebrandts;
Jan Hendrik Kok;
Gesina Reershemius;
Rosina Margaretha Reershemius.
zie ook R. Voortman, biografische beschrijving van
Jurgen Voortman (1743-1812).
1
2
SAWA Monnickendam O.R.A. veilboek inv. 3592
372
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk I (1810-1830)
Op
11 mei 1811 werd het eerste kind van
Harmen en Trijntje Katholiek gedoopt in
Monnickendam. Het zoontje werd vernoemd
naar de vader van Trijntje, Jan.3
Op drie november 1811 trad Jan Jurgen
Voortman in het huwelijk met Neeltje van
Rijk in Sloterdijk. Harmen Voortman was
daarbij aanwezig als getuige en ondertekende
de akte met zijn naam. Als beroep stond
vermeld dat Harmen tuinman was.
Het tweede kind werd op 16 mei 1813
geboren in het huis aan de Niesenoortsteeg
nummer 88. Dezelfde dag werd het kind
Luthers gedoopt. Het zoontje werd vernoemd
naar de vader van Harmen, Jurgen. Op 19 mei
deed Harmen aangifte bij de burgerlijke stand
en had de getuigen Hendrik Groot en Klaas
Valentijn
meegenomen.
Harmen
ondertekende de akte die in het Frans
opgesteld was.
Op 18 oktober 1813 kocht Harmen een huis
aan het Zuideinde, nummer 96 (wijk I
nummer 494) uit een veiling van deurwaarder
Barend Lanser. De vorige bewoner was
Adriaan Klaver. Op 5 november 1813 was de
overdracht bij de notaris.4 De akte werd in het
Frans opgesteld waarvan de vertaling als volgt
luidt:
Ten overstaan van mij, Johannes Mathias Pfeil,
notaris des Keizers in het justitieel inningsgebied
Monnickendam, residerende te Monnickendam,
arrondissement Hoorn, departement Zuyderzee,
verscheen in het jaar 1813 op 5 november den Heer
Barend Lanser, deurwaarder van het voormalig
bureau der grondbelasting te Monnickendam en
aldaar woonachtig.
zie ook R. Voortman, biografische beschrijving van
Jan Voortman (1811-1834).
3
4
SAWA Monnickendam N.A. (oud) inv. 3600 akte 86.
handtekening van Harmen Voortman in 1813.
Deze verklaart dat ingevolge de verordening van ons
lid der Raad van State, algemeen beheerden van
'slands financien en der Keizerlijke schatkist in
Holland, van de 12e februari 1812, inzake artikel
136 en na inachtname van alle voorgeschreven en
opgelegde rechterlijke formaliteiten inzake de te volgen
procedure ter verkrijging van het landelijk geldend
recht dd. 17 januari 1806.
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
373
Detail van de kadastrale kaart van Monnickendam uit 1827. Kadaster nummer 494 is het huis dat Harmen
Voortman in 1813 kocht. Rechtsonder zien we de lutherse kerk.
Hij heeft verkocht, ten overstaan van den Heer Daniel Arbman, burgemeester van Monnickendam,
zoals blijkt uit de akte, opgemaakt tijdens de veiling
van de 18e oktober ll. naar behoren te Edam
geregistreerd, op de 4e dezer aan de Heer Harmen
Voortman, arbeider te Monnickendam.
Een woonhuis met erf, in voornoemd Monnickendam,
gelegen in het Zuyd End sectie 3 no. 96, aan de zuydoostkant begrensd door het huis waar de brandspuiten
worden bewaard en aan de noordkant door een woning
behorende tot de stad Monnickendam.
Waarvan volgens het Cohier der grondbelasting, de
laatste bewoner is; Adriaan Klaver.
Tevens verklaard de comparant bij deze het eigendomsrecht van voornoemde huis en erf ten overstaan
van hem overtedragen aan voornoemde Heer Harmen
Voortman, door middel van deze akte, die tevens als
kwitantie van voornoemde verkoop overeemkomst zal
dienen en hem in staat stelt er het vruchtgebruik van
374
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
te genieten, ermee te handelen, ervan te beschikken als
over een hem behorend goed in volledig eigendom en
hierdoor door hem in bezit genomen en bewoond te
worden, evenals zijn andere goederen die op gelijke
legale wijze door hem verworven zijn, terwijl hij zich
ten eigen bate van de taak kwijt voortaan de
belastingen ervoor af te dragen.
Aldus opgemaakt en gepasseerd te mijnen kantore,
ik, notaris, in aanwezigheid van Pieter Mooy en Jan
Mobron, timmerlieden, woonachtig te Monnickendam
voornoemd, als getuigen die, evenals de comparant, na
lezing dezes, samen met mij notaris, hebben getekend.
B.Lanser
Pieter Mooy
Jan Mobron
J.M.Pfeil
In 1810 betaalde Adriaan Klaver jaarlijks fl
3.09.00 aan belasting voor dit huis. Tussen het
huis van Harmen Voortman (96) en zijn
ouders (108) zaten twaalf huizen.
In 1814 komen we te weten hoe lang Harmen
is, aan de hand van een lotingslijst5:
nr. 554
Voortman, Harmen, geb. M'dam 05-03-1786,
lengte 5 voet 6 duim, wonende Zuideinde wijk 1,
ouders Jurge Voortman en Anna Buisman,
werkman, gehuwd.
Een Amsterdamse voet is 28,3133 cm en een
Amsterdamse duim is 2,57394 cm. Harmen
zou dan ongeveer 157 cm lang. Volgens
Appel6 hanteerde men in Monnickendam een
voet van 11,75 Amsterdamse duimen.
Harmen Voortman zou dan 166 cm lang zijn.
Op 23 juni 1815 om 04:30 uur in de ochtend
werd het derde kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het zoontje werd Klaas genoemd.
Een dag later doet Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand samen
SAWA Monnickendam Alfabetische lotinglijst. G.A.
(nieuw) inv. 1457.
5
Appel, L.; Vereniging Oud Monnickendam jaarboek
2001, pag. 97.
6
met de getuigen Cornelis de Jong (dienaar van
justitie) en Pieter Neyzen. In deze akte
verklaard Harmen niet te kunnen schrijven en
zet hij een kruisje.
Op 8 januari 1816 is Harmen getuige bij de
aangifte van geboorte van Jaapje Voortman.
Het buitenechtelijk kind van Grietje
Voortman werd aangegeven bij de burgerlijke
stand door de vroedvrouw Marijtje Kaal.
Huijbertje de Graaf was ook getuige. Harmen
ondertekende de akte met zijn naam.
Op 2 augustus 1818 om 10:00 uur smorgens
werd het vierde kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het zoontje werd Hendrik genoemd.
Een dag later doet Harmen aangifte bij de
burgerlijke stand en nam de getuigen Jan
Roos en de koopman Nicolaas Jan Molenaar
mee. Harmen ondertekende de akte met zijn
naam.
In mei 1819 heeft Harmen onenigheid over
de schutting van zijn buren. Op 19 mei doet
hij zijn beklag bij de regenten van de stad:7
Harmen Voortman klaagt over de betimmering van
zyn buuren behelsende het wegnemen van zyn ligt.
Is zulks mede aan de stads architect opgedragen welke
hier op heeft berigt dat er voor het zelve een blind was
geplaatst doch dat het zelve zeven duim van de muur
is opgesteld.
Op 11 maart 1820 doet Harmen een verzoek
bij het stadsbestuur om zijn drie kinderen
naar de armenschool te mogen sturen:8
Is gecompareerd, Harmen Voortman, verzoekende dat
zijn drie kinderen op de arme scholen mogten worden
aangenomen, uithoofde hij in de onmogelijkheid is de
schoolgelden van het burgerschool te voldoen.
7 SAWA Monnickendam, Wetten en resolutien van di
magistraat stad Monnickendam. G.A. (oud) inv. 121.
8 SAWA Monnickendam, Register van notulen van
vergaderingen van het college van burgemeester en
wethouders. G.A. (nieuw) inv. 30
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
Is de resolutie tot een volgende vergadering in advies
gehouden, terwijl de gevoelens van de schoolcommissie
dien aangaande zal worden ingewonnen.
Het gaat om de kinderen:
Jan, 8 jaar oud
Juriaan, 6 jaar oud
Klaas, 4 jaar oud
Een week later (18 maart) krijgt Harmen de
benodigde toestemming:
Naar aanleiding van het geresolveerde van de
voorgaande vergadering, zijn op het rapport van de
plaatselijke schoolcommissie aan de kinderen van
Jurgen Voortman geaccordeerd het schoolgaan op de
stads arme scholen alhier, hetgeen te gelijk te
toegestaan aan het kind van Willemtje Schipper.
Het notulist vermeldt foutief de naam van de
vader van Harmen Voortman, Jurgen
Voortman, die in 1812 overleden is.
Op vijftien juli 1820 ’s morgens om 11:30 uur
werd het vijfde kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het zoontje werd Barend genoemd.
De volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Getuigen
waren Harmen Hummen en de stadsbode Jan
Mars. Harmen ondertekende deze akte met
zijn naam.
Op 11 februari 1821 overleed Barend om
06:00 uur ’s morgens op een leeftijd van ruim
een half jaar. Een dag later deed Harmen
aangifte bij de ambtenaar van de bugerlijke
stand. Zeilenmaker Hendrik Groot was mee
als getuige.
Op 15 januari 1822 om 16:00 uur werd het
zesde kind van Harmen en Trijntje geboren.
Het dochtertje werd Janna genoemd. De
volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Getuigen
waren zeilenmaker Hendrik Groot en
stadsbode Jan Mars.
375
Een week later overleed de baby, op 22
januari om 22:00 uur. Een dag later deed
Harmen aangifte bij de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Zeilenmaker Hendrik Groot
was mee als getuige.
Op 5 oktober 1823 was Harmen Voortman
getuige bij het huwelijk van Simon Willemsz.
Mey (zoon van Willem Mey en Grietje
Voortman) met Trijntje Diclofs Ossebaar in
Broek in Waterland.
Op 18 januari 1824 is Harmen getuige bij het
huwelijk van Grietje Voortman met
boekbinder Pieter Musch in Monnickendam.
Op 19 april 1824 werd het zevende kind van
Harmen en Trijntje geboren om 14:00 uur.
Het zoontje werd Barend genoemd, naar de
stiefvader van Trijntje. De volgende dag deed
Harmen aangifte bij de ambtenaar van
burgerlijke stand. Getuigen waren tuinman
Barend Strubbe en zeilenmaker Hendrik
Groot. Op deze akte wordt bij Harmen voor
het eerst vermeld dat hij tuinman is. Op
andere akten wordt hij telkens als werkman
genoemd. Harmen ondertekende de akte met
zijn naam.
De armenschool waar drie kinderen van
Harmen sinds 1820 naar gaan, voldeed niet
aan de verwachting, zoals te lezen is in de
notulen van de raadsvergadering van 20 maart
1825:9
Den Heer president rapporteert ter vergadering dat
naar aanleiding van het bepaalde in de vorige
vergadering door Z.E.A. benevens den Heer
wethouder H.J.van Marle op gisteren het school
examen in het stads armenschool was bijgewoond dan
dat echter hetzelve geensints beantwoorde aan de
verwagting welken men deswegens moest hebben dat
zowel de ortographie als leertrant geensints naar de
regel worden geleerd en verders in een woord zijn e.a.
9 SAWA Monnickendam Register van notulen van
vergaderingen van het college van burgemeester en
wethouders. G.A. (nieuw) inv. 31
376
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
zijne ontevredenheid over het onderwijs in dit school
moest te kennen geven.
de amtbenaar van de burgerlijke stand.
Frederik Klerk was mee als getuige.
Op maandag 30 mei 1825 overleed de moeder
van Harmen Voortman, Janna Buijsman, op
72-jarige leeftijd in het huis aan het Zuideinde
(nr. 108) te Monnickendam. In de loop van
deze dag deden twee broers Harmen en Jan
Jurgen Voortman, de aangifte bij de
burgerlijke stand. Drie weken later, op
maandag 20 juni, verkochten de nabestaanden
van Janna Buijsman het huis waarin zij (en in
1812 Jürgen Voortman) overleden was. Het
huis werd door Grietje, Leentje10, Harmen,
Hendrik en Jan Jurgen Voortman verkocht
voor fl. 200,- aan Simon Willemsz. Mey (zoon
van de in 1810 gestorven Willem Sijmonsz.
Mey en Grietje Voortman).
Op acht november 1829 is Harmen aanwezig
bij het huwelijk van zijn oudste zoon Jan met
Trijntje Bakker in Hoorn.
Twaalf oktober 1825 is Harmen getuige bij de
aangifte van geboorte van Neeltje Lakeman,
dochter van Dirk Lakeman en Leentje
Voortman, in Monnickendam. De andere
getuige is Wilhelm Hülskämper.
Bijna twee weken later, op zondag 23 oktober,
werd het kind Luthers gedoopt in het huis aan
de Kerkstraat in Monnickendam. Dooppeet
werd Harmen Voortman, de broer van
Leentje. Nog geen week later, op vrijdag 28
oktober, overleed Neeltje Lakeman, 17 dagen
oud.
Op 10 februari 1827 werd het achtste kind
van Harmen en Trijntje geboren om 16:00
uur. Het zoontje werd David genoemd, naar
de grootvader van Trijntje (moederskant). De
volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Fredrik
Klerk en landman Jan Mobron waren de
getuigen.
Op 22 februari 1829, ’s middags om 13:00
uur, overleed David op een leeftijd van twee
jaar. Een dag later deed Harmen aangifte bij
Op 7 augustus 1830 krijgt Harmen de functie
van vervangend nachtwacht binnen de stad
Monnickendam.11
Ingevolge de genomene dispositie van deze vergadering
dd 17 july ll. is door den Heer E.J. van Rooy de post
als subsituyt nachtwacht begeven aan Jan Bloem.
En door den Heer Burgemeester D.Arbman Dz. een
gelijke post als subsituyt nachtwacht aan Harmen
Voortman.
Inten 5e door het overlijden van Corn. Preker is de
post als subsituyt turfdrager door den Heer H.J. van
Marle begeven aan G. Posch.
Het huwelijk tussen Klaas Peen en Leentje
Voortman werd voltrokken op zondag 22
augustus 1830 in Monnickendam. De vier
getuigen waren allen familie: Jan Westerveld,
Hendrik Molenbroek, Harmen Voortman en
Jacob Lakeman.
Op 14 september 1830 overleed Trijntje
Visser, ’s avonds om 23:30 uur, op een leeftijd
van 43 jaar. De volgende dag deed Harmen
aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke
stand. Landman Cornelis Kater was mee als
getuige.
Om de kosten van schutterij te kunnen
betalen, werd er op 20 november 1830
belasting geheven naar vermogen:
Personele omslag Gemeente Monnickendam ten
behoeven van de onkosten voor de kleeding stukken
van de Schutterij van de eerste ban geformeerd door de
Commissie van Reporlitie benoemd en ingevolge de
SAWA Monnickendam Register van notulen van
vergaderingen van het college van burgemeester en
wethouders. G.A. (nieuw) inv. 32
11
zie ook R. Voortman, biografische beschrijving van
Leentje Voortman (1782-1854).
10
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
dispositie van den edele achtbare raad dezer stad d.d.
20 november 1830.12
25. Harmen Voortman, geheel voldaan ƒ 1,20
Harmen (44 jaar) blijft met vier kinderen
achter in het huis aan het Zuideinde: Juriaan
(17 jaar), Klaas (15 jaar), Hendrik (12 jaar) en
Barend (6 jaar).
SAWA Monnickendam Archieven van de Overheid
Monnickendam, Plaatselijke instellingen met een
specifieke taak, schutterij, inv. 11, belastingskohieren.
12
377
378
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk II (1831-1849)
Harmen (44 jaar) ging in ondertrouw met de
24-jarige Trijntje Berkhout. Trijntje Berkhout
was dochter van Rem Berkhout en Jannetje
Mostert, geboren en opgegroeid in Edam.
Zondag 20 februari 1831 werd in
Monnickendam het huwelijk voltrokken
tussen Harmen Voortman en Trijntje
Berkhout. Met de bijzondere documenten bij
het huwelijk tussen Klaas Peen en Leentje
Voortman in gedachten, treffen we bij het
huwelijk van Harmen Voortman en Trijntje
Berkhout een opmerkelijke kanttekening aan:
‘En hebben de beide comparanten benevens de
navolgende vier getuigen tot de voltrekking van dit
huwelijk nodig, onder eeden verklaard dat bij hun nog
de plaats nog de tijd van het overlijden van de
grootouders van vaders en moederszijde van Harmen
Voortman bekend zijn; en alzoo buiten de
mogelijkheid gesteld daar van behoorlijke doodactens
hier bij over te leggen, geschiedende deze verklaring en
in sectie in deze acte overeenkomstig het advies van
den Fransche Staatsraad, van den 4 Termidor jaar
XIII’
De doodakten van de grootouders van
Trijntje Berkhout komen helemaal niet ter
sprake, terwijl deze ook ontbreken. De vier
getuigen bij het huwelijk waren: Hendrik
Voortman, Klaas Peen, Pieter Musch (in 1824
gehuwd met Grietje Voortman) en Hendrik
Groot (zeilenmaker te Monnickendam).
Op 14 november 1831 werd het eerste kind
van Harmen en Trijntje Berkhout geboren om
23:30 uur. Het zoontje werd Dirk genoemd.
De volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Getuige
was Frederik Klerk en Jan Peen.
Harmen kocht in de loop der haren diverse
spullen bij openbare verkopingen, zoals op 19
juli 1832:13
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
55. H.Voortman een lap rood bloemde, lang 17 palm
ƒ 1,50
Op 21 maart 1834 kocht Harmen een vest:14
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
8. H.Voortman een vest ƒ 1,50
Op 3 mei 1834 om 04:00 uur ‘s morgens werd
het tweede kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het zoontje werd Rem genoemd,
naar de vader van Trijntje. De volgende dag
deed Harmen aangifte bij de ambtenaar van
de burgerlijke stand. Cornelis Duijm en
Simon Boerlage waren getuigen.
Op 25 september 1834 koopt Harmen enkele
kledingstukken:15
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
5. H.Voortman een hemdje en vesje ƒ 0,60
36. H.Voortman een pijlakens buis ƒ 1,70
Pijlaken is een grove wolstof. Een buis is een
nauwsluitend kort jasje met een of twee rijen
knopen (wambuis).
Op 30 oktober 1835 koopt Harmen wederom
enkele goederen bij een openbare verkoop:16
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
16. H.Voortman een blauw lakense broek ƒ 6,00
13
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
14
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
15
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
16
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
379
Kadastrale kaart van Monnickendam uit 1827. Hierop het perceel 477 dat in 1836 door Trijntje Berkhout
gekocht werd.
54. H.Voortman een zilveren knipje ƒ 3,25
Op 13 januari 1836 is Harmen bij de
openbare verkoping van beleende goederen
uit de bank van lening.17
17
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
21. H.Voortman een strijkijzer ƒ 1,20
35. H.Voortman een lap bloemde ƒ 1,10
380
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Vier maanden later, op 21 april 1836 koopt
Harmen nog meer:18
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
62. H.Voortman een servet met twee fronnetjes ƒ
0,55
80. H.Voortman een laken ƒ 1,50
Op 22 juni 1836 om 01:30 uur ’s morgens
werd het derde kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het dochtertje werd Janna genoemd,
naar de moeder van Harmen. De volgende
dag deed Harmen aangifte bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand. Metzelaar Jacob Meij
en klerenmaker Jan Snieder waren getuigen.
Elf dagen na de geboorte overleed Janna, ’s
morgens om 11 uur op 3 juli. Een dag later
deed Harmen aangifte van overlijden bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij nam
Jan Snieder mee als getuige.
Op 14 september 1836 is Harmen aanwezig
bij een openbare verkoping op ’t Zand:19
Openbare verkoping op 't Zand uit de boedel van
Gerr. Hendrik de Vries.
no. 5 mandjes Voortman vijftig cents
Op 19 december 1836 koopt Trijntje
Berkhout een boomgaard aan de burgwal in
Monnickendam.20
Voor mij Age Volkerse, notaris residerende te
Monnickendam, district Hoorn, provincie Noord
Holland, in't bijzijn van de nabeschreve getuigen, zijn
gecompareert, Hendrik Idels Greuter, arbeider en
Jannetje Bos, echtelieden, wonende alhier, zijnde zij
comparante ten deezen door gemelde hare man
geadsisteert en geauthoriseert.
18
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
SAWA Monnickendam N.A. (oud) inv. 3607 akte
3867
19
SAWA Monnickendam N.A. (oud) inv. 3588 akte
3881
20
Dewelke bekende verkogt te hebben en mitsdien bij
deezen tot eenen vollen vrijen eigendom te cederen en
transporteren aan ende ten behoeven van Trijntje
Berkhout, huisvrouw van Harmen Voortman,
tuinman en mede door dezelve geadsisteert en
geauthoriseert mede wonende alhier, koopster en
acceptante voor zich, hare erven of regt verkrijgenden;
Een erf of boomgaard, staande en gelegen alhier ter
stede op de burgwal, lang negentien ellen, vier palmen
en breed acht ellen acht en een halve palm, met een
daar staande loots, sectie A no. 477, belend met de
verkoopers ten zuiden en de stadsgrond ten noorden.
Comparanten verkoopers hebben opgemelde perceel den
vijfde december 1831 ten overstaan van mij notaris en
getuigen in publieke veilinge gekogt en voldaan
blijkens quitantie den laatsten dier maand, mede ten
overstaan van mij notaris en getuigen alhier gepasseert.
Welke beide actens in't begin des volgende jaars ten
kantore der hypotheken te Hoorn zijn overgeschreven,
zonder dat de comparanten den precisen datum of
artikel kunnen opgeven.
Deze verkoop is geschied voor de somma van vijfenzeventig guldens, welke kooppenningen de koopster
beloofd en aanneemt, aan de verkoopers hunne erven of
regt verkrijgenden, te zullen voldoen en betalen den
eerste january aanstaande met twintig guldens, en
vervolgens ieder vierendeel jaar twintig guldens en
alzoo bij continuatie tot de volle effectueele voldoeninge
toe.
Voor de nakominge deezes, verklaard de comparante
koopster te verbinden alle hare goederen, speciaal opgemelde perceel.
Dezelve daar aan voldoende verklaren de verkoopers
den koopster in den eigendom der opgemelde bogaard
te bevestigen, onder belofte van vrijwaring voor alle
namaning en verband als na regten.
Aldus gepasseert binnen Monnickendam voorschreven,
ten kantore van mij notaris in presentie van Lodewijk
Paulus Schmidt, chirurgyn, en Adriaan Kater,
broodbakker, beide wonende alhier, als ten dezen
verzochte getuigen, in het jaar achttienhonderd zes en
dertig den negentiende van december, en hebben de
comparanten benevens de gemelde getuigen en wij
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
notaris de minute deezes na gedane voorleezing
getekend.
Trijntje Berkhout
J.Bos
Harmen Voortman
A.Kater
Hendrik Idels Greuter
L.P.Schmidt
A.Volkerse not.
Waarschijnlijk werd de boomgaard gebruikt
als moesland, getuige de verkoop van het stuk
land in 1850.
Op 20 april 1837 was Harmen aanwezig bij de
openbare verkoop van goederen uit de bank
van lening:21
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
72. H.Voortman een borstrok22 ƒ 0,55
Op 17 mei 1837 was Harmen aanwezig bij de
openbare verkoop van goederen uit de boedel
van notaris Johannes Matthias Pfeil:23
Bij de openbare verkoping uit de boedel van Johannes
Matthias Pfeil.
no. 4 kanarie Voortman tachtig cents
Op 5 augustus 1837 werd het vierde kind van
Harmen en Trijntje geboren, om 01:00 uur in
de ochtend. Het zoontje werd Jan genoemd.
De volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Jacob
Meij en Jan Snieder waren wederom als
getuigen aanwezig.
Op 7 december 1837 was Harmen weer
aanwezig bij de openbare verkoop van
goederen uit de Bank van Lening:24
21
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
Borstrok: een dik (veelal kriebelend) onderhemd
voor in de winter.
22
SAWA Monnickendam N.A. (oud) inv. 3609 akte
3926
23
24
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
381
Kanarie
De kanarie wordt al eeuwen als huisdier
gehouden. Vaak voelt het beestje zich juist in
een kooi en op een hoge plek het veiligst. Deze
kooi is bij voorkeur niet rond maar rechthoekig.
Het is een ideaal huisdier voor zowel kinderen
als volwassenen.
De kanarie (Serinus canarius) is een zangvogel
die oorspronkelijk van de Canarische eilanden
afkomstig is, waar hij ook naar genoemd is.
Thans leeft de kanarie nog altijd op de
Canarische eilanden en Madeira.
De kanarie leeft voornamelijk van zaden en
insecten. Hij heeft een kleine stevige snavel
waarmee hij zaden kan pellen. Het eten van
bijvoorbeeld grit helpt bij de vertering hiervan.
Ook heeft hij vogelmineralen nodig voor zijn
kalkhuishouding.
De zang van de kanarie kan zeer gevarieerd zijn.
Het zijn meestal de mannetjes die uitgebreid
zingen,
vrouwtjes
zingen
slechts
bij
uitzondering. De kanarie kan de zang van andere
vogels leren. De zang van het mannetje dient met
name ter afbakening van het territorium.
In de volksmond wordt de kanarie wel
kanariepiet of kanarievogel genoemd. Veel
kanaries in het Nederlandse taalgebied krijgen
dan ook de naam Piet of een naam die hiervan is
afgeleid.
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
24. H.Voortman een verlakt blad ƒ 0,70
25. dezelve een dito tabakspot ƒ 0,75
43. H.Voortman een zwart marinis jakje ƒ 0,30
Op dezelfde veiling kocht zijn zoon Juriaan
een zilver cigaarpijpje.
Vijf maanden na zijn geboorte, overleed Jan
op 21 januari 1838 om 9 uur in de ochtend.
Dezelfde dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Jacob
Meij was getuige.
382
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Op 9 augustus 1838 is Harmen weer aanwezig
bij de openbare verkoop:25
ambtenaar van de burgerlijke stand. Getuigen
waren Jan Snieder en Willem Esselman.
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
20-1-1839 gedoopt
73. H.Voortman een verlakt keteltje ƒ 0,70
Op 11 april 1839 is Harmen weer aanwezig bij
de openbare verkoop:27
Op 1 december 1838 doet Trijntje Berkhout
een verzoek om een oude schuur te mogen
slopen.26
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
P. Een gepresenteerd rekwest van Trijntje Berkhout,
als daartoe door hare man H.Voortman
geauthoriseert, houdende verzoek om eene oude
vervallen schuur, staande op de Burgwal wijk 1 no.
85 sectie A no. 477 te mogen amoveren ter
voorkoming van ongelukken.
Op 16 april 1839 gaven Cornelis Tieman en
Leentje Voortman te kennen een openbare
veiling van roerende goederen te willen
houden op 24 april. Al het dubbele en
overbodig huisraad (‘waaronder geen goud,
zilver of horlogiën’) werd aan de hoogste
bieder verkocht. De veiling begon op
woensdag 24 april om 10 uur in het pakhuis
van Philip Abraham Voorzanger aan de
Kerkstraat (wijk 4 nummer 26, thans nr. 48)
waar de goederen stonden opgeslagen. De
akte werd vastgelegd door notaris Meynard
Cornelis Merens. Harmen Voortman was er
ook bij aanwezig:
Is goedgevonden dit rekwest te stellen in handen van de
stadsarchitect om te dienen van berigt en advies.
Een week later (8 december) heeft de
stadsarchitect gekeken en brengt verslag uit:
3. Ten gevolge van eene gedane inspectie van den
stadsarchitect wegens de gesteldheid van een loots
gelegen op de burgwal sectie A no. 477.
Is goedgevonden de eigenaars te gelasten om onverwijld
dit gebouw hetzij door amotie of opbouwing te
vrijwaren dat door instorting de publieke veiligheid
niet ingevaar word gesteld.
En zal extract dezes worden ter hand gestelt aan den
Heer commissaris van politie en aan den eigenaar ten
fine van informatie en narigt.
Op 1 januari 1839 werd het vijfde kind van
Harmen en Trijntje geboren, om 23:00 uur in
het huis aan het Zuideinde nummer 119. Het
dochtertje werd Jannetje genoemd. De
volgende dag deed Harmen aangifte bij de
50. H.Voortman een laken ƒ 0,60
78. ketel en komvoir Harmen Voortman 0,65
84. een rok Harmen Voortman 0,15
Op 6 juni 1839 is Harmen ook aanwezig bij
de openbare verkoop:28
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
50. H.Voortman een laken ƒ 1,60
Op 19 juli 1839 loste Trijntje Berkhout de
volledige hypotheek af op de boomgaard aan
de Burgwal in Monnickendam.29
Voor mij Age Volkerse notaris residerende te
Monnickendam district Hoorn, provincie Noord
SAWA
Monnickendam
Monnickendam, inv. 1215
25
G.A.
(nieuw)
SAWA Monnickendam Register van notulen van
vergaderingen van het college van burgemeester en
wethouders. G.A. (nieuw) inv. 33
26
27
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
28
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
SAWA Monnickendam N.A. (oud) inv. 3588 akte
3937
29
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
Holland, in 't bijzijn van de nabeschrevene getuigen,
zijn gecompareert, Hendrik Idels Greuter, arbeider,
en Jannetje Bos, echtelieden, wonende alhier, zijnde zij
comparante ten deezen door gemelde hare man
geadsisteert en geauthoriseert. Dewelke verklaarden te
consenteeren, in het royement van een hypothecaire inschrijving uit kragte eener acte van koop en verkoop
op den negentiende december laatstleden, ten overstaan
van mij notaris en getuigen alhier gepasseert, tegen
Trijntje Berkhout, huisvrouw van Harmen
Voortman van beroep tuinman en ook tegen dezelve
Harmen Voortman wonende alhier op een erf of
boomgaard, staande en gelegen alhier op de burgwal,
lang 19 ellen 4 palmen en breed 8 ellen en 8 en een
halve palm, met een daarop staande loots, sectie A no.
477 belend de comparanten ten zuiden en de
stadsgrond ten noorden, voor vijfenzeventig gulden,
ingeschreven ten kantore der hypotheken te Hoorn,
den zestienden januari laatstleden deel 42 artikel
154.
383
Op 8 augustus 1839 was Harmen weer
aanwezig bij de openbare verkoop:30
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
11. H.Voortman een laken ƒ 1,10
Het huis aan het Zuideinde dat in 1813 door
Harmen was gekocht, werd in 1840 door zijn
zoon Juriaan Voortman verkocht. Pas in 1847
verkocht Barend Voortman zijn 1/8 deel van
het huis.
Op 9 april 1840 was Harmen ook aanwezig
bij de openbare verkoop:31
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
21. Harm Voortman een hembd ƒ 0,90
Op dezelfde veiling kocht zijn zoon Hendrik
een wol dekentje.
Aldus gepasseert binnen Monnickendam voorschreven,
ten kantore van mij notaris in presentie van Adriaan
Kater, broodbakker en Lodewijk Paulus Schmidt,
chirurgyn, beide wonende alhier als ten deezen
verzochte getuigen in het jaar achttienhonderd
zevenendertig den negentiende van july en hebben de
comparanten, benevens de getuigen en wij notaris, de
minute deezes, na gedane voorlezing getekend.
Op 17 mei 1840 kwam er bij het stadsbestuur
een verzoek binnen van Cornelis Kater: 32
Jannetje Bos
Op 31 mei 1840 bracht de stadsarchitect
verslag uit:
Trijntje Berkhout
Hendrik Idels Greuter
A. Kater
Harmen Voortman
J.P.Schmidt
A.Volkerse not.
Op 25 juli 1839 om 17:00 uur overleed
Jannetje op een ouderdom van ruim een half
jaar in het huis aan het Zuideinde in
Monnickendam. De volgende dag deed
Harmen aangifte van overlijden bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Jacob
Meij was mee als getuige.
M. Een gepressenteerd rekwest van Corn. Kater
Corn.sz. verzoekende op het erf van Harmen
Voortman een schuur te mogen bouwen.
Is goedgevonden dit rekwest te stellen in handen van
den Stad Architect.
J. Berigt van dezelve (stads architect) op het rekwest
van C.Kater Cz. wegens het bouwen van een schuur of
loots op het erf van Harmen Voortman, houdende dit
berigt dat er naar het inzien geene termen bestaan om
den rekwestrant zijn verzoek te weigeren.
Is dien conform besloten.
Uit de kadastrale gevens blijkt dat Trijntje
Berkhout het recht van opstal verleend heeft
30
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
31
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
32
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 34
384
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
(A-778) aan Cornelis Kater over 0,58 roede.
In 1854 is het in eigendom van H. Smelik en
in 1863 van K. Hoogland.
Bij een akte (2375) van scheiding bij notaris
Merens op 8 december 1849 lezen we:
Van den opstal onder f gemeld (gewaardeerd ƒ 225,-)
zijn geen bewijzen van eigendom aanwezig, noch aan
de comparanten bekend, terwijl het hun mede
onbekend is of deswege eenige omschrijving ten kantore
van hypotheken heeft plaats gehad. De comparant
Cornelis Kater Cornelisz. senior heeft in der tijd dit
huis doen bouwen.
Bij de verkoop van onroerend goed op 31
december 1852 (notaris Merens akte 3107)
lezen we:
Ten verzoeke van Cornelis Kater Cornelisz. te
Monnickendam, een huis op de Niesenoordburgwal te
Monnickendam sectie A-778 groot 58 ellen, kooper
Jan van den Berg voor Hillegond Smelik te
Monnickendam voor ƒ 160,-.
van kracht zijnde, mij toe zal staan ten hare behoeve
te beschikken, zijnde het mijne uitdrukkelijke
begeerte, dat door haar het meest mogelijke voordeel uit
mijne nalatenschap zal worden genoren.
In gevalle echter van vooroverlijden mijner genoemde
huisvrouw zonder kinderen uit ons tegenwoordig
huwelijk verwekt na te laten, zoo praelegateer ik aan
Paulus Visser, zoon van mijne genoemde huisvrouw,
Grietje Metzelaar, bij wie haar in eerder huwelijk
verwekt, door nu wijlen Willem Visser, alle mijne
kleederen en lijfs toebehooren en zulks bij vooruit
genieting en buiten het aandeel, hem ingevolge deze
Koning Willem II (1792-1849)
Op zaterdag 6 augustus 1842 legt Koning Willem II
een bezoek af aan de stad Monnickendam. Straten
en bruggen werden versierd, er werd een erewacht
samengesteld,
een
corps
muzikanten
en
bloemenmeisjes.
Tot slot bij de transportakte (5476) op 31
december 1861 bij notaris Merens:
Een huis staande op de Niesenoordburgwal te
Monnickendam, kadastraal sectie A-778, groot 58
ellen, koper Krijn Hoogland, ƒ 75,-.
Krijn Hoogland heeft het huis tenminste
behouden tot in 1875. Naar het zich laat
aanzien heeft Trijntje Berkhout wel
toestemming gegeven op er een huis te laten
bouwen, maar heeft zij het stukje grond nooit
verkocht.
De broer van Harmen Voortman, Hendrik
Voortman, wijzigde op 17 oktober 1840 zijn
testament bij notaris Kornelis Veenstra te
Nieuwendam. Het testament wordt hier
aangehaald omdat ook Harmen Voortman
hier in vermeld wordt:
‘Ik herroep alle vorige door mij gemaakte testamenten,
ik geef en legateer aan mijne huisvrouw Grietje
Metzelaar, al zoodanig gedeelte mijner na te latene
goederen, als waarover de wet tijdens mijn overlijden
Koning Willem II, geschilderd door Jan Adam
Kruseman in 1840.
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
uiterste wil in mijne nalatenschap toekomende, en
benoeme tot mijne erfgenamen, mijnen broeder
Harmen Voortman, mijne zuster Leentje Voortman
gehuwd met Cornelis Tieman, de nakomelingen van
wijlen mijne zuster Grietje Voortman, benevens de
kinderen van mijne vrouw, genoemde Grietje
Metzelaar, zijnde Paulus, Marretje en Jannetje
Visser, ieder van hun voor een gelijk zesde gedeelte, en
bij vooroverlijden van een of meer hunner
nakomelingen, bij plaats vervulling.’
Op 11 december 1840 was Harmen weer
aanwezig bij een openbare verkoop:33
Openbaar verkoop van beleende goederen uit de bank
van lening te Monnickendam,
103. H.Voortman een wol dekentje ƒ 1,30
385
Voortman: Klaas Voortman (schilder) en
Hendrik Voortman (zeilenmaker).
Bij de openbare verkoping van beleende
goederen uit de bank van lening van
Monnickendam op 14 september 1843, kocht
Harmen Voortman voor fl. 0,65 een katoenen
laken met gerd. Zijn zwager Cornelis Tieman
was ook aanwezig op deze veiling.
Op 1 oktober 1843 werd het zevende kind
van Harmen en Trijntje geboren om 17:00
uur in het huis aan het Zuideinde. Het
zoontje werd Klaas genoemd. De volgende
dag deed Harmen aangifte bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand. Willem Esselman en
weversbaas Hermann Diederich Dinkelmann
waren getuigen.
Op 19 december 1840 werd om 02:00 uur ’s
nachts het zesde kind van Harmen en Trijntje
geboren. Het zoontje werd Jan genoemd.
Twee dagen later deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Harmen
Wolthaus en Jan Snieder waren getuigen.
Op 8 oktober 1843 overleed de oudere Klaas
Voortman op 28-jarige leeftijd in het huis aan
het Zuideinde. Harmen deed aangifte van
overlijden op 9 oktober en nam Willem
Esselman mee als getuige.
Op 8 april 1841 kocht Harmen Voortman
twee gebloemde lappen voor 90 cent bij een
openbare verkoping van beleende goederen
uit de bank van lening te Monnickendam.
Zijn zwager Cornelis Tieman was ook
aanwezig op deze veiling.
In 1846 kreeg Harmen Voortman met vier
kinderen ondersteuning uit de bedeling van de
Evangelisch Lutherse gemeente.34 Tot de vier
kinderen zal gerekend zijn:
29 oktober gedoopt
Klaas Voortman (1843)
Op 30 juli 1841 was Harmen getuige bij de
aangifte van geboorte van zijn kleindochter
Trijntje (dochter van Klaas Voortman en
Catharina Plaggenburg) in Monnickendam.
Jan Voortman (1840)
Toen op zondag 5 september 1841 in
Monnickendam het huwelijk gesloten werd
tussen Juriaan Voortman (zoon van Harmen
Voortman en Trijntje Visser) en Antje Mels,
vroeg hij zijn twee ooms, Cornelis Tieman en
Hendrik Voortman, getuige te zijn. De andere
twee getuigen waren beide broers van Juriaan
Op 29 juli 1846 om 12:00 uur ’s middags
werd in het huis aan het Zuideinde het achtste
kind van Harmen en Trijntje geboren. Het
dochtertje werd Jannetje genoemd. De
volgende dag deed Harmen aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. Jan
Rem Voortman (1834)
Dirk Voortman (1831)
GA (nieuw) Monnickendam inv.nr. 1279, rekening
en verantwoording opgemaakt door de weesmeesters
van de Ev.Luth. gemeente.
34
33
SAWA Monnickendam G.A. (nieuw) inv. 1215
386
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Snieder en landman Sijmon Hamburg waren
de getuige.
23-08 gedoopt
Bijna een jaar na haar geboorte, overleed
Jannetje Voortman op 22 juni 1847 ’s avonds
om 21:00 uur in het huis aan het Zuideinde.
De volgende dag deed Harmen aangifte van
overlijden bij de ambtenaar van de burgelijke
stand. Broodbakker Gerbrand Visser was
getuige.
In 1846 en 1847 was er een hoger sterftecijfer
in Monnickendam door koortsen en
mazelen.35
Op 16 mei 1849 werd het negende kind van
Harmen en Trijntje geboren in het huis aan
het Zuideinde om 03:00 uur ’s nachts. Het
dochtertje werd Leentje genoemd, naar de zus
van Harmen. Twee dagen later deed Harmen
aangifte bij de ambtenaar van de burgelijke
stand. Jan Snieder en winkelier Christiaan
Beekman waren getuigen.
35 L. Appel, Tijdsbeeld van een ‘dode’ stad in de 2e
helft van de 19e eeuw, in Jaarverslag 1991 van de
vereniging oud Monnickendam, pag. 91.
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
387
Hoofdstuk III (1850-1867)
daarvan van dien tijd af ook alle belastingen moeten
betalen.
Bij de ledenlijst van de Lutherse gemeente op
En is deze verkoop en koop geschied om en voor
som van Honderd vijftig gulden, welke bedrag
verkoopster erkende van de koopster ontvangen
hebben en haar daarvoor bij deze ten vollen
kwiteren en dechargeren.
1 januari 1850 wordt aangegeven dat Harmen
Voortman op het Zuideinde 53 woont.36
Op 13 april 1850 kocht Trijntje Berkhout een
huis aan de Niesenoortburgwal:37
Op heden den dertienden April Achttienhonderd
vijftig, compareerde voor Meynard Cornelis Merens,
notaris in het arrondissement Hoorn, prov. Noord
Holland, residerende te Monnickendam in
tegenwoordigheid van nagenoemde getuigen:
Anna Kool, weduwe van Hendrik Bloem, zonder
beroep, wonende te Monnickendam,
Dewelker verklaarde verkocht te hebben en mitsdien
in volle en vrijen eigendom op en over te dragen aan en
ten behoeve van Trijntje Berkhout, zonder beroep,
huisvrouw van Harmen Voortman, tuinman wonende
te Monnickendam, die ten deze mede comparerende en
door haren man geadsisteerd en geauthoriseerd,
verklaarde gekocht te hebben en voor haar zelven in
koop te accepteren;
Een huis en erve staande en gelegen op de Niezenoordsburgwal te Monnickendam, kadastraal sectie
A nommer 731, groot een roed twee en twintig ellen.
Waarvan de verkoopster den eigendom verkregen heeft
bij acte van scheiding en verdeeling op den vijfden
january achttienhonderd vijf en veertig voor den
ondergetekende notaris in tegenwoordigheid van getuige
verleden, behoorlijk geregistreerd en op een uittreksel
overgeschreven ten kantore van Hypotheken te Hoorn
den vijf en twintigsten january daaraan volgende in
deel 68 artikel 211.
De koopster zal haar gekochte op den twee en twintigsten April aanstaande kunnen aanvaarden en
Appel, L. De Lutherse Gemeente te Monnickendam,
Vereniging Oud Monnickendam jaarverslag 1997, pag.
96.
36
SAWA Monnickendam N.A. (nieuw) inv. 13 akte
2521
37
de
de
te
te
Waarvan acte gedaan en verleden te Monnickendam,
ten kantore van den notaris, in tegenwoordigheid van
Jan Bakker Janszoon, candidaat notaris en Lourens
Koster, policiedienaar, beide wonende binnen deze
stasd, als ten dine verzochte getuigen, die met de
comparanten aan den notaris bekend zijn en hebben
de comparanten met de getuigen en de notaris deze
minute onmiddellijk na voorlezing onderteekend.
Anna Kool wed. H.Bloem
Trijntje Berkhout
H.Voortman
L.Koster
J.Bakker Jsz.
M.C.Merens
Dezelfde dag verkocht Trijntje Berkhout de
boomgaard, inmiddels moesland, aan de
Niesenoordburgwal:38
Op heden den dertienden April Achttienhonderd
vijftig, compareerde voor Meynard Cornelis Merens,
notaris in het arrondissement Hoorn, provincie Noord
Holland, residerende te Monnickendam, in
tegenwoordigheid van na genoemde getuigen,
Trijntje Berkhout, buiten beroep, huisvrouw van en
ten deze geadsisteerd en geauthoriseerd door Harmen
Voortman,
tuinman
wonende
beide
te
Monnickendam, dewelke verklaarde te hebben
verkocht en mitsdien in vollen en vrijen eigendom op en
over te dragen aan en ten behoeve van Willem Mey,
vischkooper, wonende mede te Monnickendam, die, ten
deze mede compareerende verklaarde gekocht te hebben
en voor zich zelven in koop de accepteren;
SAWA Monnickendam N.A. (nieuw) inv. 13 akte
2522
38
388
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Een stuk grond of moesland gelegen te
Monnickendam, op de Niesenoordsburgewal,
kadastraal sectie A nummero 777, groot negen roeden
zesenzeventig ellen.
Waarvan de verkoopster den eigendom bekomen heeft
bij acte op den negentienden December
Achttienhonderd zesendertig voor de te Monnickendam geresideerd hebbende notaris Age Volkerse, in
tegenwoordigheid van getuigen gepasseerd, later
geregistreerd en op een afschrift over geschreven ten
kantore van Hypotheken te Hoorn den zestienden
january achttienhonderd zevenendertig deel 105
artikel 24.
De kooper zal zijn gekochte dadelijk kunnen
aanvaarden en daarvan voortaan ook alle belastingen
moeten betalen.
En is deze verkoop en koop geschied om en voor
som van vijfenzeventig gulden, welk bedrag
verkoopster erkend van den kooper ontvangen
hebben en hem daarvoor ten vollen te kwiteren
dechargeren.
de
de
te
en
Waarvan acte gedaan en verleden te Monnickendam,
ten kantore van den notaris in tegenwoordigheid van
Jan Bakker Janszoon, candidaat notaris, en Lourens
Koster, policiedienaar, beide wonende binnen deze
stad, als ten deze verzochte getuigen, die met de
comparanten aan den notaris bekend zijn.
En hebben de comparantanten met de getuigen en den
notaris deze minute onmiddellijk na gedane voorlezing
onderteekend.
Trijntje Berkhout
(16 jaar), Jan (10 jaar), Klaas (7 jaar) en
Leentje (1 jaar).
Uit 1851 en 1852 is de belastingaanslag van
Harmen Voortman bewaard gebleven. Aan de
hand van zijn inkomsten werd vastgesteld dat
Harmen tot de twaalfde klasse behoorde:39
twaalde klasse
Harmen Voortman f 1,51
Op 25 maart 1852 was Harmen getuige bij de
aangifte van overlijden door Juriaan
Voortman van zijn dochter Jannetje. Jannetje
overleed op 1-jarige leeftijd een dag eerder in
het huis aan de Herengracht in
Monnickendam. Harmen was nog tuinman.
Van Harmen Voortman is bekend dat hij
(tenminste vanaf) 28 september 1853, maar
mogelijk al eerder, door het stadsbestuur was
aangesteld als haringtelder. De aanstelling was
telkens voor een jaar. Ook op 27 september
1854, 3 oktober 1855, 23 september 1856, 15
oktober 1857 en 30 september 1858 werd
Harmen aangesteld als haringtelder.40
Over de jaren 1844-1853 werd jaarlijks 1600
last (16.000.000 haringen) verhandeld aan de
visafslag in Monnickendam. Dit had een
gemiddelde jaaromzet van fl. 100.000,-.41
Register houdende een opsomming van de
patentplichtigen ten behoeve van de
uitoefening van handel, een bedrijf of een
beroep (1853-1868).
246. Harmen Voortman, haringtelder
H.Voortman
(bron:)
W.Mey
L.Koster
J.Bakker Jsz.
M.C.Merens
Het
gezin
verhuisd
naar
de
Niesenoordburgwal nr. 82. Naast Harmen (64
jaar) en Trijntje (44 jaar) waren nog in huis
wonend: Barend (25 jaar), Dirk (19 jaar), Rem
SAWA Monnickendam Kohieren van de personele
omslag. G.A. (nieuw) inv. 980 en 981.
39
40
G.A. (nieuw) Monnickendam inv. 1007
41 L. Appel, Tijdsbeeld van een ‘dode’ stad in de 2e
helft van de 19e eeuw, in Jaarverslag 1991 van de
vereniging oud Monnickendam, pag. 38.
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
Haring
Haringen (geslacht Clupea) zijn vissen van het
noordelijk halfrond. Er zijn twee soorten, de
Pacifische haring (C. pallassii) en de Atlantische
haring (C. harengus), met vele ondersoorten.
Haringen komen voor op het noordelijk halfrond,
en worden ca. 45 cm lang. De larven leven van
plankton, de volwassen dieren van groter plankton
(o.m. roeipootkreeftjes), garnalen en kleinere
vissen. Haringen komen voor in grote scholen.
Aan dit laatste danken zij ook hun naam; haring
werd in oud-nederlands als "heering" geschreven.
Het woord is afgeleid van "heer" in de betekenis
van legerschare. Het is dus een vis die in grote
scholen als een "heer" door het water trekt.
Haringen behoorden eeuwenlang tot de
belangrijkste vissen in de visserij. Door
overbevissing werd op diverse plaatsen het
haringbestand sterk verminderd, waardoor de
regering zich genoodzaakt voelde om een 6-jarig
vangstverbod (1977-1983) in te stellen. Door
strenge Europese vangstbeperkingen, die nu nog
steeds gelden, heeft de haring zich kunnen
herstellen en gaat het anno 2004 weer goed met de
haring.
Meer algemeen wordt ook de familie Clupeidae,
waartoe naast de eigenlijke haringen ook onder
meer de elften, sardines en sprotten behoren, wel
als 'haringen' aangeduid.
Haring is een vette vis die rijk is aan omega-3vetzuren. In haring komt soms de haringworm, een
parasiet, voor.
In 1855 heerste de cholera en typhus in
Monnickendam die voor een hoger
sterftecijfer zorgde.
In 1857 was er een hoger sterftecijfer in
Monnickendam door koortsen en pokken.
389
Op 1 juli 1857 passeerde er een akte voor de
kantonrechter waarbij Harmen Voortman
benoemd werd als voogd over de
minderjarige kinderen van Sijmon Meij en
Trijntje Ossebaar; Jan en Simon Meij.
Op 17 november liet Harmen Voortman een
procuratie (toestemming) akte opgemaken bij
notaris Merens in Monnickendam. De akte
wordt wel vermeld in de klapper maar de
eigenlijke akte heb ik niet kunnen vinden.42
Op 17 november 1857 werd de boedel van
wijlen Sijmon Meij geinventariseerd door
notaris Merens:43
In het jaar Achttienhonderd Zevenenvijftig, den
Zeventiende der maand November, des voormiddags
ten tien ure.
Heb ik, Meynard Cornelis Merens, notaris in het
arrondissement Hoorn, provincie Noord Holland,
residerende te Monnickendam, vergezeld in
tegenwoordigheid van Willem Mobron, stadsbode, en
Jacob Stroman, van beroep schoenmaker, beide
wonende te Monnickendam, als verzochte getuigen, mij
begeven ten sterfhuize van wijlen Sijmon Mey,
overleden den eenentwintigsten Juny dezes jares, in het
Zuideinde te Monnickendam, ten aan de aldaar
overtegaan tot de inventarisatie en beschrijving van alle
meubelen,
kleederen,
huisraad,
inboedel,
koopmansgoederen, gereedschappen, goud en zilver,
gereed geld, titels en papieren, opgave van in en
uitschulden, en in het algemeen van alles het geen zich
ten gedachte sterfhuize berust en geacht kan worden te
behooren tot den boedel van opgenoemde Sijmon Mey
en diens weduwe Maretje Veltrop, waarin als nog
begrepen is, de nalatenschap van Trijntje Ossebaar,
eerste echtgenoot van den overledene Sijmon Mey, en
zulks ten verzoeke en in tegenwoordigheid van:
...
SAWA Monnickendam N.A. (nieuw) inv. 21 akte
4369.
42
SAWA Monnickendam N.A. (nieuw) inv. 21, akte
4371
43
390
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
4. Harmen Voortman, arbeider, wonende te
Monnickendam, in betrekking van voogd over de
minderjarige Jan Mey en Simon Mey, daartoe
benoemd door evengemelde Heer Kantonregter,
blijkens des zelfs proces verbaal van den eersten July
dezes jaar, behoorlijk geregistreerd.
...
Op 23 februari wordt Harmen begraven op
de algemene burger begraafplaats in
Monnickendam:44
Harme Voortman van wege de Evang. Luth.
gemeente
op de algemene burger begraafplaats
n.b. Jan en Willem Mey, minderjarige
kinderen van Sijmon Mey en Trijntje
Ossebaar. Verdere verwerking zie Rem
Voortman (1834-1900).
Laatst bekende handtekening van Harmen
Voortman, uit 1865.
Op 20 juni 1859 deed Harmen Voortman
aangifte van overlijden van zijn zoon Juriaan.
Juriaan overleed op 46-jarige leeftijd op 19
juni in het huis aan het Singeltje. Timmerman
Gerrit Westerbaan was getuige bij de aangifte.
Harmen oefende inmiddels geen beroep meer
uit.
29-12-1860 harmen voogd
Op 10 augustus 1861 was Harmen getuige bij
de aangifte van overlijden van een dochter
van Rem Voortman.
Op 30 juli 1862 is Harmen getuige bij de
aangifte van overlijden van een zoon van Rem
Voortman.
Op 1 augustus 1862 is Harmen getuige bij de
aangifte van overlijden van een zoon van Rem
Voortman.
De laatste handtekening die we van Harmen
kunnen ontdekken is die uit 1865. Bij het
huwelijk van zijn zoon Jan met Jannetje leger
schrijft hij op 79-jarige leeftijd zijn naam:
Op 19 februari om 02:00 uur ’s nachts
overlijd Harmen Voortman op 80-jarige
leeftijd in het huis aan de Burgwal nummer 80
in Monnickendam. De zonen Rem en Dirk
Voortman doen op 21 februari aangifte van
overlijden bij de ambtenaar van de burgerlijke
stand.
SAWA Monnickendam, register van betaalde
grafrechten op de algemene begraafplaats, G.A. (nieuw)
inv. 1079
44
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
391
Hoofdstuk IV (1867-1868)
maart 1867 komt het antwoord uit Edam.
Direct na het overlijden van haar man, vraagt
Wed. H.Voortman
Trijntje Berkhout ondersteuning aan bij het
stadsbestuur. Het eerste verzoek dateert van 9
maart 1867:45
nr. 91 A. 1 bijlage.
T.Berkhout
den 9 Maart 1867
Burgemeester en wethouders van Edam.
De gedrukte missive zendende besluit van den
burgemeester dezer gemeente, d.d. 26 February 1867,
nr. 27, tot het verstrekken van ondersteuning aan
Trijntje Berkhout wed. Harmen Voortman.
Burgemeester en wethouders
get. F.Nooy
Omdat het regel was dat de kosten betaald
werd door de stad waar iemand geboren was,
werd het verzoek naar Edam gestuurd. Op 21
Armoede
Het werkelijk aantal bedeelden is sinds 1845 sterk
toegenomen.
Over de periode 1839 tot 1845 moest gemiddeld
zo’n 20% van de totale bevolking van
Monnickendam leven van de bedeling. Van 1845
tot 1858 was dit zelfs opgelopen naar 28% tot
33%. In jaren met epidemiën (1846, 1847, 1855 en
1857) kon het aantal bedeelden oplopen tot 38%
van de totale bevolking.
Het grootste deel van de armen (80%) werd het
hele jaar door verzorgd en de rest werd enkele
keren per jaar verzorgd.
SAWA Monnickendam, Brievenboek van
burgemeester en wethouders, inzake het armenwezen,
G.A. (nieuw) inv. 1264.
45
nr. 111 A.
den 21 Maart 1867
Commissie armenzaken
Monnickendam.
afd.
Herv.
gemeente
Het gemeente bestuur van Edam, heeft ons
medegedeeld dat door het algemeen armbestuur aldaar
is besloten, aan Trijntje Berkhout, wed. Harmen
Voortman, geene geldelijke bedeeling voor rekening
dier administratie mag worden verstrekt, maar zij
moet worden verwezen naar het kerkgenootschap
waartoe zij behoort.
Mogt hiermede door haar geen genoegen worden
genomen, dan wenscht men art. 144, der armenwet,
toegepast zien. Van dit berigt stellen wij U weled. bij
deze in kennis.
Burgemeester en wethouders
get. F.Nooy
Op 22 juli 1867 verleende het stadsbestuur
van Edam toestemming om Trijntje Berkhout
te ondersteunen:46
nr. 340 A. 1 bijlage
Trijntje Berkhout
den 22 July 1867
Burgemeester en wethouders van Edam
De gewone missive zendende besluit van den
burgemeester dezer gemeente, d.d. 22 July 1867, nr.
61, tot het verstrekken van ondersteuning aan Trijntje
Berkhout wed. H.Voortman.
Burgemeester en wethouders
get. F.Nooy
SAWA Monnickendam, Brievenboek van
burgemeester en wethouders, inzake het armenwezen,
G.A. (nieuw) inv. 1265.
46
392
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Op 27 september 1867 krijgt Trijntje
Berkhout wederom ondersteuning:
nr. 369 A. 1 bijlage
Trijntje Berkhout wed. Harmen Voortman
den 27 september 1867
Burgemeester en wethouders van Edam
op de algemene burgerlijke begraafplaats
Een paar weken na de begravenis wordt de
inboedel geinventariseerd door notaris
Merens, op 4 februari 1868:48
Op den vierden Februarij achttienhonderd acht en
zestig des namiddags om drie ure, ten verzoeke en in
tegenwoordigheid van:
De gewone gedrukte missive, zendende besluit van
burgemeester dezer gemeente, d.d. 16 september 1867,
nr. 67, tot het verstrekken van ondersteuning aan
Trijntje Berkhout wed. H.Voortman.
1. Dirk Voortman, metselaar,
Burgemeester en wethouders
4. Klaas Voortman, scheepstimmer-mansknecht,
get. F. Nooy
5. de Heer Harke Johannes Schmidt, apotheker,
Op 11 januari 1868 krijgt Trijntje Berkhout
wederom ondersteuning:
den 11 January 1868
6. Bart de Haas, landman, allen wonende te
Monnickendam, twee laatstgenoemden in hoedanigheid
van Regenten van het Evangelisch Luthers Weeshuis
te Monnickendam, waarin is opgenomen de
minderjarige Leentje Voortman en alzoo van
regtswege de voogd over haar uitoefenende.
Burgemeester en wethouders van Edam
7. Hendrik Voortman, zeilemaker te Volendam,
Als voren met besluit van den 2 January 1868, nr.
11, tot het verstrekken van ondersteuning aan
T.Berkhout wed. H.Voortman.
8. Jan Buter, werkman te Monnickendam, als in
huwelijk hebbende Trijntje Voortman, dochter van
wijlen Klaas Voortman en hem ten deze als diens
eenig kind en erfgenaam representerende.
nr. 22 A. 1 bijlage
T.Berkhout
Burgemeester en wethouders
get. F.Nooy
Op 12 januari 1868 om 18:00 uur overlijdt
Trijntje Berkhout op 62-jarige leeftijd in het
huis aan de Niesenoortsburgwal nummer 82.
Dirk Voortman en schilder Simon Schram
doen op 14 januari aangifte van overlijden bij
de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Op 15 januari 1868 wordt zij begraven op de
algemene burgerlijke begraafplaats van
Monnickendam.47
Trijntje Berkhout Geref. Diacon.
SAWA Monnickendam register van betaalde
grafrechten op de algemene begraafplaats, G.A. (nieuw)
inv. 1079.
2. Rem Voortman, zonder beroep,
3. Jan Voortman, houtzaagmolenaarsknecht,
9. Barend Voortman, kleermaker te Broek in
Waterland,
10. Trijntje Voortman, naaister te Monnickendam
woonachtig, dochter en eenig kind van wijlen Jurrian
Voortman, zijnde meerderjarig.
Genoemde Hendrik Voortman, Klaas, Barend een
Jurrian Voortman, sub 7 tot en met 10 vermeld, zijn
of waren de eenige kinderen geboren uit het het eerste
huwelijk van Harmen Voortman en Trijntje Visser,
terwijl uit diens tweede huwelijk met Trijntje
Berkhout gesproten zijn de vier eerste comparanten en
de minderjarige Leentje Voortman.
47
SAWA Monnickendam N.A. (nieuw) inv. 34 akte
6737
48
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
Tot bewaring der regten van partijen en van alle die
daarbij belang zouden kunnen hebben, wordt door
Meynard Cornelis Merens, notaris in het
arrondissement Hoorn, gevestigd te Monnickendam,
in tegenwoordigheid der nader te noemene getuigen, ten
sterfhuize van Trijntje Berkhout te Monnickendam,
wijk een, numero 80, overgegaan tot de getrouwe
inventarisatie en nauwkeurige beschrijving van alle
roerende goederen, gouden en zilveren werken, titels en
papieren, in- en uitschulden en in het algemeen van
alles wat uitmaakt den boedel, zoals Harmen
Voortman, voormeld, die heeft bezeten met Trijntje
Berkhout, voormeld, welke echtelieden te dezer stede
zijn overleden, respective den negentienden Februarij
des vorigen jaars en twaalfden Januarij jongstleden;
Welke goederen na het overlijden van laatstgenoemde
in het bezit en onder bewaring zijn verbleven van
Dirk Voortman, voormeld, naar wiens opgave en
aanwijzing deze beschrijving geschiedt;
Wordende Jan Voortman, voormeld, ten deze
vertegenwoordigd door zijnen mondelingen gemagtigde
den mede comparant Rem Voortman.
< / De invoeging van: / Zijnde tot schatting van
roerende goederen door partijen benoemd, Job Schaap,
zeilemaker te Monnickendam, daartoe alhier mede
verschenen en genoemde goederen geschat op de sommen
achter de voorwerpen uiutgedrukt zonder beeedigd. >
En dan nu tot de inventarisatie overgaande zijn
gevonden de navolgende goederen:
In het woonvertrek:
Twee tafels, vijf stoelen,
geschat op twee gulden
ƒ 2,00
een stel gordijnen en drie
schilderijen en eenig
aardewerk, op een gulden
1,00
een tobbe en drie ijzeren
potjes, drie gulden
3,00
een lamp, hangijzer koekepan
en ketel, een gulden vijftig
cents
1,50
een emmer, twee
0,50
393
vogelkooitjes, vijftig cents
kabinetje, vier guldens
4,00
twee matten, een wollen deken
en een sprei, zes gulden
6,00
een klok, vier gulden
4,00
twee bedden, twee zegge een
peluw en een kastje, vijf en
twintig gulden
eenige oude kleeren, drie
gulden
Het actief dezes boedels
bedraagt de somma van vijftig
gulden
25,00
3,00
50,00
Titels en papieren
De expedtitie eener acte van verkoop en koop, den
dertienden April achttienhonderd vijftig voor mij
notaris verleden over geschreven ten kantore van
hypotheken van Hoorn den eersten Junij deszelfden
jaars in deel 127 artikel 21, waaruit blijkt dat
Trijntje Berkhout, huisvrouw van Harmen
Voortman te Monnickendam heeft gekocht een huis
en erve, staande en gelegen op de Niezenoordsburgwal
te Monnickendam, kadaster sectie A numero 731
groot eene roede twee en twintig ellen, zijnde dit het
eenige vast goed tot dezen boedel behoorende.
Opgave van in en uitschulden
De rendant verklaart dat de boedel van niemand iets
te vorderen heeft, doch daarentegen verschuldigd is aan:
Jacobus Mohler, timmerman te ƒ 39,55
Monnickendam, per resto
negen en dertig gulden vijf en
vijftig cents
aan Dirk Voortman, voormeld,
wegens geleend geld over de
jaren achttienhonderd vijf-,
zes- en zevenenzestig, honderd
achtenveertig gulden
148,00
aan den zelfden wegens dito,
tien gulden
10,00
394
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Willem Visser, alhier, voor
brood, een gulden en tachtig
cents
1,80
M.C.Merens not.
Jansje de Jong, alhier, voor
geleverd goed, twee gulden
vijtig cents
2,50
Declaratie armwezen
aan
Trijntje
Hoogeland,
winkelierster
alhier,
voor
waren, twee gulden twee en
vijtig cents
2,50
Op 24 mei 1868 volgde er een declaratie van
het armwezen:49
den 24 Mei 1868
De navolgende declaratiën verzonden aan de hiernader
genoemde gemeenten, van alhier wonende doch elders
armlastige personen en gezinnen, als;
nr. 206 A. Wed. H.Voortman Edam
ƒ 35,50
Het passief dezes boedels 204,37
bedraagt alzoo twee honderd
vier gulden, zevenendertig
cents
Op 25 juni 1868 volgde de brief van het
stadsbestuur van Monnickendam aan het
stadsbestuur van Edam om met spoed een
rekening uit 1867 te voldoen:
De Heeren Regenten van het Weeshuis verklaren niets
van deze boedel te vorderen te hebben.
nr. 412 A.
Niets meer gevonden zijnde om te beschrijven in dezen
inventaris, heeft de rendant van Dirk Voortman in
handen van mij notaris afgelegd den eed dat hij niets
heeft verduisterd noch gezien heeft of weet dat er iets is
verduisterd geworden, van de goederen dezes boedels en
die hij aanneemt te zullen opleveren en verantwoorden
daarenwaar zulks zal behooren.
Monnickendam den 25 Juny 1868.
Met deze beschrijving is men bezig geweest van drie tot
vier ure in den namiddag.
Sluiting verjaring pretentiën armwezen.
Tot sluiting der verjaring, bedoeld bij art. 55 der wet
van 28 Juny 1854, Staatsblad nr. 100, hebben wij
de eer U.E.A. hierbij op te geven de vorderingen die
wij wegens aan armen verstrekte onderstand, ten laste
uwer gemeente hebben, met aanmaning om voor de
spoedige voldoening de noodige zorg te willen dragen.
Wed. Voortman, over 1867
De comparanten zijn mij notaris bekend.
Burgemeester en wethouders
Waarvan opgemaakt dit proces verbaal in
tegenwoordigheid van den Heer Adriaan Huinder,
candidaat notaris, en Jacob Koel, landman, beiden
wonende binnen deze stad als verzochte en mij notaris
bekende getuigen, die met de comparanten en den
notaris hebben geteekend deze minute behalve Barend
Voortman, die verklaarde niet te kunnen schrijven,
als zulks nimmer hebbende geleerd, alles na gedane
voorlezing.
get. F.Nooy
D.Voortman
B. de Haas
J.Schaap
R.Voortman
H.Voortman
Jb.Koel
K.Voortman
Jan Buter
A.Huinder
H.J.Schmidt
T.Voortman
ƒ 9,55
Het stadsbestuur van Edam reageerde hierop
met een betaling:
nr. 420 A.
Den 25 Juny 1868
B. en W. van Edam
Wed. H.Voortman over 1867
ƒ 4,85
SAWA Monnickendam Brievenboek van
burgemeester en wethouders, inzake het armenwezen,
G.A. (nieuw) inv. 1265
49
HARMEN VOORTMAN (1786-1867)
De betaling werd gevolgd met een verklaring
van voldaan:
nr. 443 A. 11 bijlagen.
Den 27 Juny 1868
B. en W. van Edam
Onder geleide dezer hebben wij de eer U.E.A.
behoorlijk voor voldaan geteekend terug te zenden, de
declaratie wegens verstrekte verpleging aan wed.
Voortman, à ƒ 4,85.
In 1869 volgen er enkele declaraties uit het
jaar 1868, voor de verzorging van Trijntje
Berkhout. Op 23 april 1869 de declaratie:
Verzonden navolgende declaratiën aan onderstaande
gemeenten, van alhier wonend, doch elders armlastige
personen en gezinnen over 1868.
nr. 216 A. Edam, Trijntje Berkhout
½
ƒ 7,22
Op 28 juni 1869 volgde een aanmaning om de
declaratie te voldoen:
Nr. 358 A.
Sluiting der verjaring.
Den 28 Juny 1869
Tot sluiting der verjaring, bedoeld bij art. 55 der wet
van 28 Juny 1854, Staatsblad nr. 100, hebben wij
de eer U hierbij op te geven de vorderingen, die wij
wegens aan armen verstrekten onderstand ten laste van
uwer gemeente hebben, met aanmaning om voor de
spoedige voldoening de noodige zorg te willen dragen.
Gerigt aan de volgende gemeente besturen;
Edam, T.Berkhout
ƒ 7,22
Dit alles over het jaar 1868.
Op 29 juni 1869 waren de rekeningen voldaan
door het stadsbestuur van Edam.
Nr. 382 A. 13 bijlagen
Den 30 Juny 1869
B. en W. van Edam
395
Als boven, wegens de wed. F.Buter, wed. J.Tol,
D.Klepper, G.Konijn, wed. H.de Wijs, N.Ent,
J.Sankel, H.Regter, wed. K.de Wit, T.Berkhout,
N.Blomberg en P.Keijzer, gedurende 1868, waarvoor
ons de voldoening tot een vereenigd bedrag à ƒ 398,60
is geworden, bij U.E.A. missive van den 29 Juny
1869, Nr. 285 A.
Burgemeester en wethouders
get. F.Nooy
396
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Woonadressen
1786-1803 Monnickendam, Zuideinde
verponding nr. 335 (wijk I nummer 108).
1803-1808 Monnickendam, verders onbekend
1808-1810 Monnickendam, Zuideinde Wijk I
nummer 108 (verponding 335).
1810-1813 Monnickendam, verders onbekend
1813-1840 Zuideinde 96 (wijk I nr. 494)
1840-1850 Zuideinde 53
1850-1868 Niesenoordsburgwal 82 (sectie A
nr. 731
HILLEN TON VORDE
(1470-1530)
H
illen ton Vorde stond aan de wieg van
Erbkotten Huffmann in Bottorf
(Menslage). Zij werd omstreeks 1470 horig
geboren op de Markkotte ton Vorde in
Gross-Mimmelage (Badbergen) als dochter
van Hermann ton Vorde en zijn echte vrouwe
Mette. Als jonge vrouw leerde zij Reyneke ton
Varnynghe kennen, een zoon van de
vrijgekochte boer Tyde to Varnyngen.
Om het geheel in het tijdsbeeld te kunnen
plaatsen, moeten we ons bedenken dat het
verhaal zich afspeelt dat Christophel
Columbus Amerika (1492) en Vasco da Gama
een vaarroute naar Oost-Indië ontdekt (1498).
Het is tevens de tijd van de kerkhervormer
Martin Luther (1483-1546) en in 1484
stroomt de Hase in Osnabrück over.1
Reyneke (als kind ook wel Renset of Renseke
genoemd) en zijn vader Tyde waren als horige
geboren. In de warme herfst van 1473 kocht
zijn vader de boerderij vrij van horigheid van
de weduwe van Godeken von Varendorp
voor 300 Rheinische Gulden. Als blijk van
dank voor het mogen kopen van de boerderij
schenkt Tyde een koe (Frei-Rind) aan de
overheid (Landesherrn). Waarschijnlijk om de
financiële last te verlagen, verkoopt Tyde
vrijwel direct een stukje land, genaamd
Stumpenborch voor 107 Rheinische Gulden
aan Herman uppe den Loe. Omdat Tyde en
zijn gezin nog steeds horig zijn, komt de
bevestiging van de verkoop van hun
Gegevens over het weer komen uit Duizend jaar weer,
wind en water in de Lage Landen, door J. Buisman, deel 3
1450-1575.
1
goedsheer, de weduwe van Godeke von
Varendorp. In 1477 koopt Tyde zichzelf en
zijn
gezin
vrij.
Volgens
het
veebelastingsregister had Tyde in 1490
hetvolgende aan vee: vier paarden, twee
ossen, zes koeien, zeven runderen en zestien
varkens.2
Omstreeks 1495 trouwt de zoon van Tyde,
Reyneke, met Hille ton Vorde. Reyeneke
neemt de boerderij van zijn vader over. Uit
het huwelijk van Reyneke en Hille werden
tenminste twaalf kinderen geboren. Mogelijk
was Anne het oudste kind en werd zij als
volwassene
meegeteld
in
het
3
Kopfschatzregister van 1512. Zij zal dan kort
na 1495 geboren zijn.
1512 Borch,
Reyneke ton Varninghe, Hille, Anne, 1 Marc.
In de vrij zachte winter van 1501-1502
overlijdt de vader van Reyneke, Tyde ton
Varnynge. In 1530 wordt het overlijden van
Hille vermeld. Het is onduidelijk of zij de
grote stadsbrand van Osnabrück op 21 april
1530 nog heeft meegemaakt. Uit deze periode
(1473-1530) hebben we zeven afschriften van
oorkonden
gevonden, die
hier op
chronologische volgorde passeren.
Oorkonde 1 – 13 september 1473
2
Rep.100. Abschn.88. Nr.3. Amt Fürst.
St.A.O.
3
Rep.100. Abschn.89. Nr.1a. Kopfsch. Reg.
1512 St.A.O.
398
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Tyde ton Varnynge koopt de boerderij en
landerijen van Gertrud weduwe van Godeken
van Varendorpe.
Der Osnabrücker Stadt-Richter Konrad Melemann
bekundet, dass vor ihm erschienen ist vrowe Gertrud
wedewen seligen Godeken van Varendorpe, Ameling,
Gertrud, Hille und Beke ere Kindere .... mit dem
erbaren Hermanne van Schevinctorpe den olderen,
Amelinge van Haren unde Gerlaghe van Haren
knapen, der vorg. kinderen vedern und magen, eren
rechten geborenen unde ock sunderlich gekorenen to
dessen nagescr. zake vormundern. Frau Gertrud und
ihre Kinder verkaufen mit Zustimmung ihrer
Vormuender an Tyden to Varnyngen, seine
Frau Lubbe und ihre Kinder und erben eyn ere hus
unde erve geheten Tyden hus to Varnyngen, so se det
nu rede underhebbe, telen unde bouwen ...., so dat in
der burscop to Borch unde in dem kerspele to
Menslage is belegen tuschen Hinrickes hus unde
Veltmans hus ton Varnyngen fuer 300 Rheinische
Gulden, die bereits bezahlt sind. Hyr weren an unde
over Herman van Schevinctorpe des vorg. Hermans
sone unde Albert Keyeman vor tuchtlude, hir to
geeschet unde gelagen. Unde wy Conradus richter vorg.
hebe desses to tuge der warheit unse ingesegel mit
ingesegelen Amelinges van Varendorpe vorg. seligen
Godeken sone, Hermans van Schevinctorpe des
olderen, Amelinges unde Gerlaghes van Haren
knapen vormundern vorg. an dessen breiff gehangen.
Datum anno domini MCCCCLXX tercio in frofesto
exaltacionis sancte crucis.
Oorkonde 2 – 16 oktober 1473.
Tyde ton Varnynge verkoopt kamp
Stumpenborch aan Herman uppe den Loe.
Vor dem Richter Arnold Rense in Quakenbrück
verkauft Tyde ton Varnynge einen zu seinem Erbe
gehörigen Kamp, der Stumpenborch genannt, in der
Bauerschaft Bottorf für 107 Rheinische Gulden an
Herman uppe den Loe. Wy Arnoldus Rense, unses
gnedigen Herrn van Osnabrueck swaren richter to
Quakenbrueck erkennet unde betuget openbar vor
allen luden in dessen open breve, dat vor uns
ghekomen sind in eyn heget gerichte sunderlich to
dessen nach ghescrevene saken geheget Tyde ton
Varnynigen, Lubbe sin echte husfroue, Lubbeke,
Willeke, Wobbeke, Renset und Lubbe, der twyer
echtelude kinder, de in der tyd nyne kinder mer
tosamende en hadden, alze se segeden, unde verkofften
vor sick unde ere erven in einen rechten, steden, vasten,
ewigen ervekope unde laten up zammtliken unde
eyndrachtichliken myt handen unde myt munden in
ene ewige, erfflike, redelike besittenen ware Herman
uppe den Loe, Lubben siner echten husfrouen und
eren erven enen eren kamp unde ganzen velde van eren
huse unde erve ton Varnynige zo de kamp unde velde
zamentlicken geheten is de Stumpenborch tuschen
Arkenowe unde der Lanckhorst by der
Stumpenborger strate in der burscop to Bottorpe unde
in dem kerspele to Menslage belegen, myt acker, myt
weyde, myt holte, myt velde, myt plaggenware und myt
al des campes unde ganzen velde olden unde nyen
rechtigkeit unde tobehoringen, dat vrig dorslacht egen
gud is unde wesen zal, unbetinset unde unbekummert
van iemande, vor seven gulden und hundert gulde,
vulwechtige, overlandesche, Rinsche gulden, de den
verkopern vorgemeldt in reden, getelden, Rinschen
gulden to rechter wederstadige deger, al um val to
willen betalt sind so ze vor us enkanden unde de
sulven verkopern vorg. vortegen vor sick unde ere erven
eyndrechtliken myt handen und myt munden uppe de
vorg. camp unde ganzen velde alles rechten unde
ansprake unde genogen der also vor uns uth gensliken
deger unde al erffliken to ewigen tyden unde loveden
vor sick unde ere erven in den guden truven den
kopern vorg. unde eren erven des vorg. campes und
ganzen veldes, samentlichen de Stumpenborch geheten,
myt weyde, myt holte, myt velde, myt plaggenware unde
myt aller olden und nyen rechtigkeit unde tobehoringe
vrig, unbetinset, unde unbekummert van iemande in
aller mate unde wise so vorg. steyt, rechte warent to
wesene unde gude vullkomene warscop to doende vor
alle rechte bisprake vor alle de ghene, de des to rechte
kamen will, war, wanner, wo vakene unde myt weme
den koperen vorgescreven eder van eren erven eschet
sunder wedersprake, alle argelist und nye und
utgespreken in dessen breve.
Hyr waren an unde over; Roloff uppe den Loe, Borges
ton Barkhus, Johan de mestmaker, Bernd
Hundertosse, Johan van Hamelen Notarius, unde
HILLEN TON VORDE (1470-1530)
ander guder lude ghenoch. To vorder unde merer
bekanntnisse der warheyt so hebbe wy Arnoldus
sworen richter vorg. unse ingesegel van gerichtes wegen
williken an dessen breff der hangen. Datum anno
domini MCCCLXXIII ipso die beati Galli
confessoris.
Oorkonde 3 – 29 oktober 1473
Weduwe Gertrud von Varendorf bevestigd de
verkoop van het Kamp Stumpenborch door
Tyde ton Varnynge aan Herman uppen Loe.
Vy Conradus Meleman richter des stades to
Osenbrugge erkennet und betuget openbar in dussen
breve, dat vor uns gekomen sind in gerichte vroue
Gertrud wedewe seligen Godeken van Varendorpe,
Ameling, Gerd, Gertrud, Hille und Beke ere kindere
myt den erbaren Herman van Schevingtorpe unde
Amelinge van Haren knapen, dersulven vrouen
Gertrude und ere kindere rechten, geboren und ock
sunderlich gekoren to dessen nagescrevene sake
vormunderen, de dar ock beide mede iegenwordich vor
uns in gerichte weren. Desulven vroue Gertrud unde
ere kindere mit vulborde erer vormunderen vorgemeldt
erkanden vor sick und ere erven mit guden, fryen
willen unde walbedachten mode, dat Tyde ton
Varnyngen, Luebbe zin echte husfroue unde ere
kinder mit eren gansen willen, weten unde vulborde
erffliken vorlaten unde verkofft hebbe Hermanne
uppen Lon und Lubben siner echten husfrouen unde
ere erven eynen camp unde velde van Tyden huse unde
erve to Varnyngen belegen tuschen Arkenoue und
Lankhorst by der Stumberger strate in den kerspele to
Menslage myt ackern, mit weyde, mit holte, mit velde,
mit alle de campes unde veldes rechtigkeit unde
tobehoringe vor hundert unde seven Rinsche gulden, de
vroue Gertrud und ere kinderen unde ere vormunderen
vorg. to rechter verderstadige Tyden vorg. in betalinge
des erves to Varnyngen entfangen hebe, zo se
sammtliken vor und erkanden. Und so vortegen vroue
Gertrud unde ere kindere mit vulborde erer
vormundere vorg. vor sick und ere erven mit handen
unde mit munden up den vorg. camp unde velde mit
siner tobehoringe alles rechten unde ansprake unde
gentgen des also vor uns uth gensliken, ieger unde al
erfliken to ewigen tiden unde loveden vort vor sick
399
unde ere erven mit vulborde erer vormundere vorg., den
vorg. Hermann uppen Lon unde siner husfrouen unde
erven, den verkop des vorg. campes unde veldes mit
aller rechtigkeit unde tobehoringe in aller mate, so
Tyde unde sine husfroue unde kinderen den erffliken
vorkofft hebe, to ewigen tiden stede, vast unde
unverbroken to holden sunder al geverde, nyn unde ane
argelist. Hir weren an unde over Herman van
Schevinctorpe de junge unde Albert Keyeman vor
tuchtlude. In prescriptorum testimonium sigillum
nostrum una cum sigillis Hermanni et Amelungi
tutorum predictorum presentibus estappensum. Datum
anno domini MCCCCLXX tercio in crastno
Simonis et Jude.
Oorkonde 4 – 12 september 1477
Vrijbrief van Tyde ton Varnynghe en zijn
gezin.
Vor dem Osnabrücker Stadtrichter Conradus
Meleman erscheinen Gertrud, wedewen seligen
Godeken van Varendorpe, Amelinck unde Beke ere
kinder mit dem ersamen Hermanne van
Schevinctorpe, eren rechten vormunder und bekennen,
dat se ... hebe gevryet unde quit gelaten ... Tyden to
Varnincgen, Luebben sine echten husfrouen,
Luebbeken, Willecken, Renseken und Luebben ere
kinder, nu wonende up Tyden erve to Varnincgen in
der burscop to Borch in den kerspele to Menslage,
vryg, quit, ledich unde loss van allen rechte, pflichte,
denste und egendome, dar se en aldus lange vor
vulschuldich egenyene horafftich weren unde gewesen
hebe, utgescheden noch eyne geheten Wobbeke ok der
vorg. Tyden unde Luebben dochter de vroue Gertrud,
Amelinck und Beke ere kindere Otten Korve knapen
vor vulschuldich egen horafftich gewesen hebe. Wente
vroue Gertrud wedewe, Amelinck und Wessele ere
kindere mit vulborde eres gekorenen vormuenders vorg.
des to eyner rechten wederwessele unde wederstandinge
eres vryigdomes eyne genochlike summe guldenen
entfangen hebe, de .. en in reden, getulden Rinschen
gulden to willen wal betalt is. Die Varendorfs
versprechen Tyden und den Seinen eres vrygdomes
unde vrygen halses Gewaehr zu leisten. Hir weren an
unde over Hinrick van Werter de bartscherer und
Wybolt Pyl vor tuchtlude hir to geeschet unde gebeden.
400
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
In premissorum testimonium sigillum nostrum una
cum Amelungi de Varendorpe et Hermanni de
Schevinctorpe tutoris predicti presentibus est
appensum. Feria quinta post nativitatem Mariae
semper virginis 1477.
Oorkonde 5 –25 mei 1495
Vrijbrief van Hille ton Vorde om te kunnen
trouwen met Reineke ton Varnynghe.
Wy Otto Domhere to Osnabrück unde Boldewin
knape ghebrodere de Vosse entkennet unde betuget
openbare vor allen luden in dessen openen breve vor
uns, unse broder sustere unde erven, dat wy in alle der
besten wyse unde formen, also wy konden unde
mochten unde van rechtes wegen don solden, hen
ghevryet unde quyt gelaten unde vryen ande laten vor
uns van wegen unser brodere unde susteren unde vor
alle unser erven, Hillen zeligen Hermans dochter
ton Vorde to Myntmelage van Metten synen
echten wive gheboren vryg, quyt, ledich unde los van
allen rechte, plichte, denste unde egen0dome, dar se
uns und unsen erven aldus lange vor vulschuldich egen
inne horafftich was unde ghewesen hevet unde hebn
vortegen unde vorthyen vor uns, unse brodere, sustern
und erven uppe de vorgemelte Hillen alles rechten unde
ansprake unde gan dar uth gensliken, deger unde al,
also dat wy unde unse erven nah iemant anders van
unser wegen nu mer na datum desses breves nynerleye
recht, anwachtunge, tosage eder ansprake mer enhebe
oder enbeholden an der vorgemelte Hillen alse van
egendomes wegen yenige wys. Wente wy des to eyner
rechten wederwechsel unde wederstandinge Hillen
vrydommes unde vryen halses entfangen eyne
ghenochlike summen geldes, de uns in reden, ghetelden
gelde to willen wal betalet ys, de wy ok in unse, unser
broderen suster nut unde beste gheschicken unde
ghekort habe. Hir umme hebbe wy Otto domhere unde
Boldewin knape ghebrodern vorgemelt ghelovet unde
lovet in dussen breve vor uns, unse brodere unde
sustern unde vor alle unse erven, der vorgemelte Hillen
eres vrydommes unde vryen halses alle tyd to tostande
unde rechte warschop to dende, vor alle rechte bisprake
vor alle dughene de des rechte kamen wilt, vor, wanner
wo vakener unde myt wenne Hillen des not unde
behoff is unde se dar van uns, unse broders unde
susters offte van unsen erven eschet sunder wedersprake
unde ane argelist. Unde dess to vorder orkunde unde
bekanntnisse der warheyt so hebbe wy Otto domhere
to Osnabrück unde Boldewin knape de Vosse unser
beyder ingesegel vor uns unde van wegen unser
ghebrodern unde sustern unde vor alle unse erven
williken an dussen breff don hangen. Datum anno
domini MCCCCXCV to ipso beati Urbani
martiris.
Oorkonde 6 – 2 februari 1502
Eeduitspraak van Dietrich ton Vorde, rechter
in Menslage, dat niemand zich gemeld heeft
op een vordering van de Augusteinen op de
overleden Tyde ton Varnyghe vanwege een
kamp van Heinrich Huvetman voor 50
Goldgulden.
Wy Dirick ton Vorde sworen richter to Menslaghe
van wegen des edelen erwerdighen, hochghebaren
forsten unde heren, heren Conrad van deme Retbergen,
van godes gnaden biscop to Muenster unde
administrator hilgen kerken to Osenbruegge,
entkennet unde betuget vor allen luden, de dussen
apenen, besegelden breff seth oder horet lesen, dat vor
uns zynt gheladet und in eynen ghehegeden gherichte
vort besatet als be namen Reyneke ton Stuervolde,
borger to Quakenbruegge, Johannes Polman, in der
tyd koster to Crapendorp, Tepe tor Barklaghe uth
dem gherichte nicht to vandelue se ene segheden ersten
eyn idel man by synen rechte wo dat em wytlick und
kuendlich war unde wo dat eyn handel hedde, als se
stuenden myt Hynrick Huvetmanne up sinen daghe in
vorleghenen tyden to Quakenbrugge. Des hebbe wy
Dirick vorgemelte richter van macht des gherichte
seinen ideliken geeschet by synen kersteliken namen,
also se vorgemelt staet. So hebbet se
eyndrechtichtigliken in den sulven gherichte unde eyn
iewelick vor sick myt walbedachten, vorberadenen
mode myt opgherichteden vingern tom hilgen entkannt,
wa dat em samentliken wytlick unde kundich wer, dat
syn willick plicht dah vor ge ghewittiget unde
ghekundiget na lant zate unde rechte to deren kerspel
karken als by namen to Quakenbrugge, to Menslaghe
unde to Essen, so dat all deghene, de to aache,
ansprake oder ander rentebreve hadden an den
HILLEN TON VORDE (1470-1530)
naghelatenen erve saligen Tyden
ton
Varnynghen, scholden komen up de
ghevonetliken stede to Quakenbrugge mit eren bewyse.
Und entkanden an den sulven gherichte myt ede
vorgemelt, wo dat dusse dre vorgemelte unde selighe
Johan Rueter den god gnade myt Hynrick
Huvetmanne stunde up synen daghe unde mer guder
lude. So dar dorto nynerlege unde vornegens willen,
sunder, sunder vyfftich guelden, de heren ton
Augustieren dar an hebben, der Hynrick Huevetman
den camp hefft vor anghenomen myt siner to
behoringhe, unde Hynrick vorgemelt wort an
ghehetendes eyn schyn to nemende, de he do
versuemede. All dusse vorgemelte puncte unde articule,
als hyr vorghescreven, steet, dat yd des gheschen ys,
hebbet ghezworen anhegheden gherichte myt
upgherichteden vyngheren ton hilgen Reyneke ton
Sturvolde, Johannes Polman, Tepe tor Barklaghe und
laveden an densulven gherichte, Hynrick
Huvetmanne, des val to stane, war unde wenner unde
wo oicke unde wo vaken Hynrich vorgemelt dat myt
rechte van uns eschet. Hyr weren an unde over vor
kornoten, ummestender, bysitter des gherichtes hyr to
geeschet unde gebeden Johan de Meyer to Menslaghe,
Arent to Berchfelt, Tebbeke Rueter, Lampe ton
Eleme, Wilkinus Santman unde mer guder lude
ghenoch. Tor vorder kentnisse der warheyt hebbe wy
Dirick zworen richter vorgemelt unse inghesegel van
gherichtes wegen wylliken an dussen breff dar hangen.
Datum anno millesimo quingentesimo secundo ipso die
Aghate virginis venerande.
(Het zegel toont een gespleten schild met het
rondschrift Sigilum Dirich ton Voirde).
Oorkonde 7 – 9 mei 1530
Deze oorkonde vermeld het overlijden van
Hille ton Vorde, vrouw van Reyneke ton
Varnynghe, in een transportakte waarbij de
boerderij en landerijen verkocht worden aan
(vermoedelijk zijn neef) Hinrick ton
Varnynghe. In de akte worden twaalf
kinderen van Reyneke en Hille genoemd.
feria secunda post dominicam Jubilate.
401
Johannes Morinck, Bischöflicher Richter zu
Quakenbrück und Menslage, bekundet, dass vor ihm
Reyneke ton Varnynge mit den von seiner
verstorbenen Frau Hille geborenen Kindern
Reyneke, Brunneke, Gerdt, Arndt, Clauwes, Johan,
Frederick, Kunneke, Teleke und Anne erschienen
sind, während die sonst noch vorhandenen Kinder
Herman und Hille abwesend sind, und an Hinrick
ton Varnynge nebst Tymmeken seiner Frau und
deren Kinder eer hus, gansse woninge unde erve geheten
ton Varnynge, so dat belegen is in der burscop to
Bottorpe unde in dem kerspele to Menslage, verkauft
hätten myt alle rechtichkeit unde tobehoringhe, mit
lande und zande, kempen, wischen unde garden, mit
holte unde velde, torve und twige, water unde weyde,
vettichkeit, nuttichkeit unde alle ander gerechtichkeit,
mit aller slachte nutt, nietz mit allen dar von
uthbescheden, vor man dat benomen amch off kan.
Die Verkäufer bestätigen, den Kaufpreis bar erhalten
zu haben, und versprechen Gewähr. ..de dingesfruende
an beiden syden weren; Dirick thor Lanchorst unde
Clauwes Asscherbeel.
Zeugen; Ewert Nytze, Dirick tor Lanchorst, Claus
Asscherbeel und andere.
402
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
IOANNES VOORTMAN
(1590-)
V
an Ioannes Voortman hebben we tot nu
toe slechts één vermelding. In 1615
schrijft hij zich in voor de universiteit van
Rostock.
Norwgiae haeredis, ducis Holsatiae, archiater et
reipublicae Rostochiensis poliater. Sub quo rectore
haec quae sequuntur studiosorum nomina in hane
academiae matriculam fuerunt adscripta:1
Anno 1615
Mense Martio
•
Nicolaus Scherboszius*
•
Matthias Berens* iurawit rectore
Laurembergio 31. Iulii anno 1620
•
Iacobus Panwels*
•
Georgius Burmeister*
•
Ioachumus Gottschovius*
•
Georgius Mollitz*
•
Ioannes Boumannus*
•
Matthias Iochim Smeker*
•
Ioannes Voortman Osnabrugensis
•
Udalricus Carolus Bassewitz*
•
Udalricus Gam Graboviensis
1
Io.
Die Martikel der Universität Rostock,
verkregen via mw. Luif. Hofmeister, A. (Hg.):
Die Matrikel der Universität Rostock, 14191831, 7 Bde, Rostock-Schwerin 1899-1922.
•
Hertwich von der Luhe
•
Christianus Eggers
•
Ioannes Wendelerus Schonebeccensis archiacus
* Hoe signo notati non praestiterunt iuramentum
propter aetatem.
Andere naam uit Osnabruck is:
Ertwinn Hermelings Osnabrugensis, Maio
1615.
In 1615 is er in Osnabrück maar één familie
met een zelfde naam: zum Vorde sive
Vortmann in Badbergen. De familie zum
Vorde sive Vording lijkt er wel op, maar
wordt nooit Vortmann genoemd. De Gehrder
familie Vortmann is jonger van datum.
De naam Johann, die net zoals Ioannes een
afgeleide vorm van Johannes is, komt in het
begin van de 17e eeuw met name voor in de
familie tak Claus zum Vorde sive Vortmann.
In dit geval kan het betekenen dat Ioannes
een zoon kan zijn van Willeke thon Vorde
(1545-1625). Kleindochter Hille zum Vorde
sive Vortmann die trouwde met Claus N.N.
noemde ook een zoon Johann Vortmann
(1654-1723).
De universiteit van Rostock werd opgericht in
1419 en behoort tot de oudste van NoordEuropa. In het jaar waarin de universiteit
werd opgericht waren er drie faculteiten:
filosofische, juridische en medische. Onder
druk van de kerk werd de universiteit in 1431
verplaatst naar Greifswald maar kwam in
1443 terug in Rostock. Enkele professoren
weigerden terug te keren naar Rostock en
richtten in 1456 een universiteit in Greifswald.
404
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
In de 16e en 17e eeuw goldt de universiteit als
het Licht van het Noorden. In deze tijd lieten
jaarlijks zo’n 200 geinteresseerden zich
inschrijven in de Martikel
Die Gelehrten sahen in ihr eine
erfolgversprechende Wirkungsstätte. In dieser
Zeit ließen sich alljährlich 200 Interessenten
in die Martikel der Universität einschreiben.
Nach 1650 verlor die Universität an
Bedeutung. Der dreißigjährige Krieg, die
immer wieder aufkeimenden kriegerischen
Auseinandersetzungen im Ostseeraum und
die Auflösung der Hanse schwächten ihre
Stellung. Dennoch überstand sie das große
Universitätssterben am Anfang des 19.
Jahrhunderts und wurde zu einem wichtigen
Teil des Wirtschafts- systems in Deutschland.
Mit heute mehr als 12000 Studenten zählt die
Rostocker Universität eher zu den kleineren
in Deutschland, hat sich aber durch ihr breites
Fächerspektrum
und
guten
Studienbedingungen einen ausgezeichneten
Ruf weit über die Grenzen hinaus erworben.
Die einzelnen Studieneinrichtungen sind
nahezu über das gesamte Stadtgebiet verteilt.
So findet man Einrichtungen in der
Parkstraße, in der Ulmen- straße und in der
Südstadt.
IOANNES VOORTMAN (1590-)
Rostock in 1572
Plattegrond van Rostock uit 1910.
405
406
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
JAN VOORTMAN
(1811-1834)
D
e op 11 mei 1811 in Monnickendam
Katholiek gedoopte Jan Voortman, trad
reeds op achttienjarige leeftijd in het huwelijk
met de zes jaar oudere Trijntje Bakker. Op
deze
leeftijd
werkte
hij
als
scheepstimmermans-knecht waarschijnlijk in
Monnickendam, waar hij ook nog woonde.
De vader van Jan, Herman Voortman, was
tuinman van beroep en Luthers van geloof.
Jan Voortman had dan ook het geloof van
zijn
moeder:
Trijntje
Visser.
De
Gereformeerden hadden echter de overhand
in Monnickendam.
In Zwaag was er wel een meerderheid van
Roomsgezinden. Hier werd op 8 september
1805 Trijntje Bakker gedoopt, in de
Katholieke St.-Maartenskerk. Haar ouders,
Jan Jansz. Bakker en Aaltje Simonsdr. Straat,
hadden in Zwaag een boerderij. Op deze
Turfhaven in Hoorn.
408
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
boerderij werden nog vijf broers en vier
zusters van Trijntje geboren. In 1829 woonde
Trijntje Bakker al in Hoorn.
Op 13 oktober 1829 leverden Jan Voortman
en Trijntje Bakker de extracten van hun
doopakten bij de ambtenaar van de
burgerlijke stand te Hoorn in, zodat op de
zondagen 25 oktober en 1 november de
huwelijks-aankondiging kon plaatsvinden in
Hoorn, Zwaag en Monnickendam. De zondag
daarop waren Trijntje Bakker en Jan
Voortman bruid en bruidegom en werd het
huwelijk voltrokken. Omdat Jan nog
minderjarig was, had hij toestemming nodig
van zijn vader. Deze was dan ook aanwezig
bij het huwelijk in Hoorn. Ook aanwezig
waren Jan Jansz. Bakker, die zijn toestemming
gaf tot het voltrekken van het huwelijk van
zijn dochter. Een broer van Trijntje Bakker,
Jan Bakker, zien we als getuige optreden en
we maken reeds kennis met een andere
scheepstimmerman: Evert Wind. De overige
twee getuigen waren Pieter Schermer
(winkelier) en Cornelis van Tongeren (tapper).
Alle vier de getuigen waren woonachtig in
Hoorn.
Net als in Monnickendam waren in Hoorn de
Gereformeerden in de meerderheid. De
kerkdiensten van de Katholieken werden
bijgewoond in de oude schuilkerken. Van alle
scheepstimmerlieden in Hoorn, was Jan de
enige met het Katholieke geloof.
Boudewijn Laset 23 jaar geboren in Enkhuizen
Jan Wolfrat
24 jaar geboren in Hoorn
Evert Wind
38 jaar geboren in Zwolle
Pieter
59 jaar geboren in Hoorn
Bierenbroodspot
Reindert de
Waal
Achterom in Hoorn.
61 jaar geboren in Hoorn
JAN VOORTMAN (1811-1834)
Evert Wind was in 1852 havenmeester in
Hoorn. De vier scheepstimmermansknechten
waren:
Jan Voortman
19 jaar
geboren in
Monnickendam
geboren in
Cornelis Sonberg 21 jaar Monnickendam,
ongehuwd
Reinier Kaan
geboren in
24 jaar Hoorn,
ongehuwd
Cornelis Visser
24 jaar
geboren in
Monnickendam
Bij de volkstelling van 1830 wordt ons het
eerste adres van Jan Voortman en Trijntje
Bakker in Hoorn bekend gemaakt: Turfhaven
133.
Economisch gezien ging het slecht met de
stad Hoorn. De stad had grote schulden en
door hoge kosten van de nationale militie en
voor inkwartiering was het bedrag van de
schuld tot een aanmerkelijke hoogte gestegen.
Om deze achterstand te dekken moesten er
buitengewone maatregelen genomen worden,
daar de gewone inkomsten niet voldoende
waren. De raad besloot in de zomer van 1831
een afdoende maatregel te nemen en het te
bestrijden door een vrijwillige geldlening en
indien dit niet genoeg mocht zijn, een
gedwongen geldlening. Men besloot tevens
tot bezuiniging bij de schutterij en armwezen,
waar de afgelopen jaren veel geld aan werd
uitgegeven. In hetzelfde jaar werden de
uitgaven echter weer aanzienlijk meer. Dit was
voornamelijk gekomen door de uitbraak van
de oorlog tegen Belgie. In Hoorn had zich
een commissie gevormd die geld inzamelde
voor de gezinnen van hen die in het leger
moesten. In het begin scheen deze commissie
nog al met succes werkzaam te zijn, maar toen
het nogal wat lang duurde met de uitdelingen,
verminderde het bedrag van de inzamelingen
409
zo aanmerkelijk, dat de leden zich tot de raad
wendden met de mededeling dat het hun niet
meer mogelijk was hun taak naar behoren te
voldoen. Ze stelden daarom voor over te gaan
tot het heffen van een personelen omslag
over de bewoners van de stad Hoorn, die
maandelijks een som van 600 gulden zou
opbrengen. De raad benoemde uit zijn
midden een commissie die in de volgende
vergadering een uitgewerkt plan overlegde.
Tot maatstaf bij de heffing diende de aanslag
in de directe belastingen en de huizen die men
bewoonde. Ook de burgers deden in die tijd
wat ze konden om verbeteringen te brengen
in de stedelijke financien. Zo wendde men
zich onder andere tot de koning met een
verzoek om een renteloos lening van fl.
34.000,-. Tevens vestigde men bij de koning
de aandacht op de verregaande ondiepte en
vervuiling van de binnen- en buitenhaven,
met het verzoek om in het een en ander
verbetering aan te brengen. De raad
ondersteunde dit voorstel en wees erop
hoeveel Hoorn door veranderde politieke
omstandigheden verloren had; het college van
gecommitteerde raden van Westfriesland en
het Hollands Noorderkwartier, dat van de
admiraliteit, van de kamer van de
Oostindische Compagnie en in verband
daarmee onder andere de vele belangrijke
scheepstimmerwerven.
Op 27 oktober 1832 is de tante van Jan
Voortman, Leentje Voortman, in Hoorn.
Hoewel zij woonde in Monnickendam, liet zij
bij notaris Lippits in de Nieuwstraat haar
testament opmaken. Wellicht bezocht zij ook
Jan en zijn vrouw.
In 1833 werd het eerste kind van Jan
Voortman en Trijntje Bakker geboren, en wel
een dochtertje. In het huis aan de Turfhaven
werd op 9 mei 1833 om half drie 's morgens
Trijntje Voortman geboren. Zij werd
vernoemd naar de moeder van Jan Voortman,
Trijntje Visser. Dezelfde dag melde Jan
410
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Voortman dit bij de ambtenaar van de
burgelijke stand en nam Klaas Roemer en
Herman Beck mee als getuigen. Klaas Roemer
was tapper en Herman Beck was
steenkopersknecht in Hoorn. Op 12 mei 1833
werd het kind als Catharina Katholiek
gedoopt (St.Fransiscus) in 'De Drie Tulpen'
op het Achterom in Hoorn. Doopgetuige was
Grietje Bakker, de zus van Trijntje Bakker, die
in 1830 dienstbode was en aan het Kleine
Oost nr 65 woonde.
In 1833 kwam er een linnenweverij in het
voormalig artilleriemagazijn, die er voor
moest zorgen dat er inkomsten voor de stad
kwamen. Dit gebeurde niet en na twee jaar
was de linnenweverij weer verdwenen.
In het begin van 1834 kon de voorzitter van
de raad mededelen dat aan de stad Hoorn een
renteloos lening van fl. 34.000.- werd
toegestaan. De voorwaarde was dat er jaarlijks
een aflossing van fl. 3.000,- zou zijn, te
beginnen met 31 december 1834. Wat het
tweede punt betrof, de verbetering van de
havens, werd de raad verwezen naar de
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.
Een korte tijd later had men weer geld nodig
voor de verbetering van de havens.
Ondertussen zijn Jan Voortman, Trijntje
Bakker en hun dochter Trijntje verhuisd naar
de Oude Doelenkade. De Doelenkade was
welleer een bloeiende straat waar ook het
Doelengebouw te vinden was. In 1794 was
het nog volgebouwd met huizen, maar in
1812 was er al snelle afbraak dat zich
doorzette tot ver in de 19e eeuw. Op 22 maart
1834 overlijd Trijntje Voortman daar, 's
morgens om half vijf op een leeftijd van tien
maanden. Dezelfde dag nog doet Jan
Voortman aangifte en nu heeft hij Jan
Boldingh als getuige meegenomen. Jan
Boldingh is van beroep wever en is een jaar
ouder dan Jan.
In hetzelfde jaar wordt de tweede dochter
geboren. Op 21 juni 1834 om zeven uur 's
avonds wordt Alida geboren. Zij werd
vernoemd naar de moeder van Trijntje
Bakker. Op 22 juni wordt het kind Katholiek
gedoopt in 'De Drie Tulpen' aan het
Achterom. Als doopgetuige staat 'Alida Straat
pro Grietje Bakker'. Pas twee dagen na de
geboorte wordt er aangifte gedaan bij de
Burgerlijke Stand, maar niet door Jan
Voortman maar de stadsvroedvrouw Johanna
Back. Als getuige zien we Jan Boldingh de
wever
en
Tijmon
Koopman,
een
scheepstimmerman.
Dat Jan Voortman geen aangifte doet, doet
ons vermoeden dat hij ziek is. Wanneer we de
kronieken van Hoorn openslaan wordt dit
bevestigd als we lezen dat het jaar 1834 voor
Hoorn ongelukkig was door de vele
sterfgevallen, die veroorzaakt werd door de
pokken. De bestaande verordeningen tegen
het verkeer met aangetaste of besmette
personen werden zo slecht nageleefd, dat
door de raad besloten werd de oude
reglementen nog eens in herinnering te
brengen. Een nieuw artikel werd daaraan
toegevoegd waarbij bepaald werd dat uit een
gezin waar de kinderziekte was uitgebroken
geen kinderen ter school gezonden mochten
worden. De hoofden der huisgezinnen
werden hiervoor aansprakelijk gesteld en
beliepen bij het niet opvolgen van het verbod
een boete van zes gulden op. Een
kinderziekte waaraan ook volwassenen
bezweken want op 2 juli 1834 overleed om
zes uur 's morgens Jan Voortman, oud 23
jaren, van beroep scheepstimmerman. Op
verklaring van Andries Femme, goede
bekende van de overledene, oud 21 jaren, van
beroep kaaskopersknegt en van Jan
Schonewagen, goede bekende van dezelve,
oud 43 jaren, van beroep schoenmaker,
beiden in Hoorn woonachtig.
Tien dagen later, op 12 juli 1834 overleed ook
Alida Voortman om drie uur 's nachts op een
leeftijd van drie weken. Jan Bierenbroodspot
JAN VOORTMAN (1811-1834)
de scheepstimmerman en Jan Schonewagen
de schoenmaker waren de getuigen die
aangifte deden bij de Burgelijke Stand.
Op 10 september 1837 hertrouwde Trijntje
Bakker met Cornelis Pietersz. Stoffels, ook
wel
Naber
genoemd.
Hij
was
slager/vleeshouwer van beroep. Uit dit
huwelijk werden vijf kinderen geboren, vier
dochters en een zoon. Cornelis Naber
overleed op 31 juli 1879 in de Schoolsteeg te
Hoorn. Op 72-jarige leeftijd was hij nog
steeds slager van beroep. Trijntje Bakker
overleed op 24 september 1879 in Hoorn. Zij
werd 73 jaar.
411
412
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Bronnen
Hoorn, Burgerlijke Stand
Hoorn, Index op het volkstellingsregister
1830
Hoorn, Kadastraal Archief inv.nr. 4
Hoorn, RK DTB St.Cyriacus inv.nr. 61a
Hoorn, RK DTB St.Fransiscus 'De Drie
Tulpen'
Hoorn, Nieuwe Kroniek door H. Kroon &
F.Kapteyn
(1891),
Geschiedenis
van
Westfrieslands hoofdstad Hoorn, inv.nr. 2161
Zwaag, RK DTB St.Maarten inv.nr. 4
Monnickendam, RK doopboek
JAN VOORTMAN
(1886-1977)
O
p 4 oktober 1886 wordt een zoontje
geboren in het gezin van Klaas
Voortman (43 jaar) en Zwaantje de Vries (38
jaar) aan het Kerkepad in Nieuwendam. Zij
noemen hem Jan. In de nabij gelegen
Nederlands Hervormde kerk wordt Jan op 24
oktober gedoopt. Toch wordt hij (oud)
Luthers opgevoed.1 Jan leert alleen de
grootouders van moederskant kennen. Van
vaders kant zijn beiden grootouders al
overleden.
Jan is het tiende kind van Klaas Voortman en
Zwaantje de Vries. Twee eerder geboren
kinderen zijn reeds jong overleden. Dit zijn
Cornelia
(1874-1875)
en
Cornelis
(1876-1878). Met de geboorte van Jan leven
er nog vijf zusters en twee broers:
Leentje
14 jaar
Trijntje
13 jaar
Niesje
9 jaar
Zwaantje
7 jaar
Cornelia
6 jaar
Herman
5 jaar
Jan
Cornelis
2 jaar
De naam Jan kwam in de familie Voortman al
een paar keer voor. Zo had vader Klaas (18431916) een broer die Jan (1840-1900) heette en
een halfbroer Jan (1811-1834) die Klaas nooit
gekend heeft. Verder heeft Klaas een oom gehad
die Jan Jurgen (1789-1827) heette, maar die hij
nooit gekend heeft.
Jan wordt geboren in (politieke) woelige jaren.
Op 25 juli 1886 vindt de palingoproer plaats
op en rond de Lindengracht in Amsterdam.
Dit tumult richt zich tegen het
conservatief-liberaal beleid dat al jarenlang de
gemeentepolitiek heeft bepaald. Er vallen 26
doden en honderden gewonden. In 1887
volgt een uitbreiding van het kiesrecht. Het
1
FAVO PA inv.nr. 15.
NIEUWENDAM – KERKEPAD, het
geboortehuis van Jan Voortman (foto R.
Voortman 1984).
Als Jan vernoemd zou zijn, dan is hij hoogst
waarschijnlijk vernoemd naar de broer van
Klaas, die molenaarsknecht was op een
houtzaagmolen in Monnickendam.
414
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
socialisme groeit en pas in 1894 wordt het
politiek gezien weer rustiger met de
oprichting
van
de
S.D.A.P.
(Sociaal-Democratische
Arbeiderspartij).
Rond 1900 heeft slechts 10% van de
Amsterdammers kiesrecht.
Het gezin van tien personen woont in een
klein huisje aan het Kerkepad in
Nieuwendam. Op 16 juni 1888 wordt zusje
Elisabeth geboren in Nieuwendam. Zij
overlijd een half jaar later op 27 januari 1889.
Hierna worden er geen kinderen meer
geboren in het gezin van Klaas Voortman en
Zwaantje de Vries. Van de opgroeiende
kinderen is Jan dus de jongste. Van Niesje is
uit overlevering bekend dat zij een lichte
vorm van een geestelijke handicap heeft.
Vader Klaas is scheepstimmerman en werkt
bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij in de haven van Nieuwendam (later
Amsterdam-noord).
Naar alle waarschijnlijkheid zit Jan tot zijn 12e
jaar op school. Dit is nog niet verplicht. De
leerplichtwet wordt pas in 1900 ingevoerd.
In 1899 gaat het gezin enkele maanden in
Rotterdam wonen. Volgens overlevering
vinden de broers Jan (13 jaar) en Cornelis (15
jaar) dit maar niets en zitten zij
ADRESBOEK ROTTERDAM, uitgave van 1900.
ROTTERDAM BLOEMSTRAAT, uit het zuiden gezien, prentbriefkaart uit 1898/1902, fotocollectie
Gemeentearchief Rotterdam.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
CERTIFICAAT BIJ ONTSLAG, Rotterdam 25 november 1899.
415
416
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
meerdere malen langs de spoorlijn te kijken
naar de treinen die naar Amsterdam rijden.
Volgens een Rotterdams adresboek uit 1900,
woonde het gezin aan de Bloemstraat
nummer 37.
Jan werkt in Rotterdam gedurende 3 maanden
bij een binderij. Het is in die tijd vrij normaal
dat je op deze leeftijd begint te werken. Het
Kinderwetje van van Houten uit 1874 bepaalt dat
kinderen onder de 12 jaar niet mogen werken.
Jan krijgt een certificaat2 bij zijn ontslag
vanwege de verhuizing naar Amsterdam. Dit
certificaat is gedateerd 25 november 1899.
Terwijl het gezin in Rotterdam woont wordt
er een extract3 uit het register van
geboorteakten in Nieuwendam opgemaakt op
15 september 1899 waarin verklaard wordt
dat Jan Voortman, geboren op 4 oktober
1886, zoon is van Klaas Voortman en
Zwaantje de Vries.
Nu het gezin weer in Amsterdam woont,
kunnen zij getuigen zijn van de eerste
elektrische tram die zich in Amsterdam op 14
augustus 1900 met een gangetje van 30 km
per uur voortbeweegt van de Leidsegracht
naar de Zoutkeelsgracht.
Zus Leentje trouwt op de 14e verjaardag van
Jan (4 oktober 1900) in Amsterdam met
Willem
Butterman.
Willem
is
scheepstimmerman en is - net als vader Klaas
Voortman - afkomstig uit Monnickendam.
Op 14-jarige leeftijd begint Jan op 24
december 1900 te werken bij de
munitiefabriek van de artillerie-inrichting bij
de Hembrug in Zaandam.4 Jan begint bij de
munitiefabriek als leerling 2e klasse. Leerling
1e klasse wordt hij op 1 januari 1903. 1 Januari
2
FAVO PA inv.nr. 18.
3
FAVO PA inv.nr. 2.
4
FAVO PA inv.nr. 24.
ROTTERDAM STATION DELFTSE POORT,
foto uit 1885.
Economie tot 1914
De Sociaal-politieke ontwikkelingen in de
periode 1870-1920 gaven de Nederlandse
samenleving een sterk verzuild karakter.
Gedurende deze periode bleven de lonen en het
prijsniveau laag waardoor er een stabiele groei
mogelijk was.
1904 is hij leerling af en wordt hij jongmaatje
2e klasse.
Zus Trijntje gaat trouwen! Op 6 maart 1901
geeft zij in Amsterdam haar ja-woord aan
Marinus Hendricus van Veenhuyzen.
Op 22 mei 1906 wordt Jan bij de
munitiefabriek als jongmaatje voor algemeenen
dienst ontslagen om voor de eerste oefening
onder de wapenen te komen1. Jan is ingedeeld
als loteling van de lichting 1906 uit de
gemeente Amsterdam onder nummer 2925.
Hij dient bij het 2e Regiment VestingArtillerie, IIIe Bataljon, 3e Compagnie als
milicien-kanonnier in Amsterdam. Aan
tekenen van herkenning wordt vermeld: een
getatoeëerde anker aan de rechterhand en een
ring aan de eerste vinger. Volgens het
JAN VOORTMAN (1886-1977)
Afstand wonen en werken
Rond 1900 was de mobiliteit van de meeste
Nederlanders nog vrij gering. Bijna iedereen
woonde en werkte in dezelfde plaats.
Middenstanders woonden boven de zaak,
arbeiders vlakbij de fabriek. Wie voor zijn
dagelijks werk een bepaalde afstand moest
overbruggen, mocht - vanwege de lange
werkdagen - niet al te veel tijd kwijt zijn. Daar
de meeste afstanden te voet werden afgelegd,
betekende dit een afstand van hooguit enkele
kilometers.
417
munitiefabriek (ambtenaar 2e klasse) tot 29
november 1906, om daarna de eerste oefening
van zijn dienstplicht af te ronden. Na deze
periode van vier maanden gaat hij op 8 maart
1907 met groot verlof.5
Op 11 maart 1907 meldt Jan zich wederom
bij de munitiefabriek.4 Twee maan-den later
(15 mei) overlijdt zijn oma, de moeder van
zijn moeder, in Spaarndam. Lena van
Cornewal werd 82 jaar.
Grotere afstanden werden zelden afgelegd en
dan nog bijna uitsluitend door welgestelden die
zich per trein, boot of koets een uitje van één of
meerdere dagen kon veroorloven. De trein was
rond 1900 nog veel te duur voor mensen met een
bescheiden beurs. Door stijgende lonen en gelijk
blijvende spoorwegtarieven werd de trein in de
loop van de twintigste eeuw steeds goedkoper.
Bovendien werden na 1910 ook voordelige
abonnementen (werkmanskaarten) ingevoerd. Zo
konden steeds meer mensen de treinreis betalen.
Rond 1900 moesteen arbeider nog zo’n twintig
procent van het dagloon betalen voor een
enkeltje derde klasse Amsterdam - Rotterdam. In
1980 was dit niet meer dan drie procent.
Uit zijn jonge jaren is het verhaal bewaard
gebleven dat Jan en zijn broer een nieuw
kostuum gekregen hadden. Dat moest
zondags gedragen worden. Zo gebeurde het
dat zij in dat nieuwe pak een regenbui over
zich heen kregen. Hollandse jongens zijn niet
bang voor regen, dus stapten ze stevig door.
De pakken werden door en door nat. Daarom
niet getreurd, want na regen komt
zonneschijn. De regen hield op en inderdaad
de zon brak door. Heerlijk warm werd het en
de pakken droogden vlot. Maar dat deze zo
zouden krimpen, daar hadden ze geen
rekening mee gehouden. Zo waren ze
ongeveer een maatje kleiner geworden.6
uittreksel van het stamboek van militairen5 is
hij 1,63 meter lang.
Langzaam maar zeker doet de auto zijn
intrede, hoewel het er in 1908 nog niet veel
zijn. Bij de eerste verkeerstelling rijden tussen
Amsterdam en Haarlem twaalf auto’s per dag.
Hoewel in 1896 al de eerste film - van 50
seconde - vertoond wordt in een huis aan de
Kalverstraat, wordt in 1906 de eerste
bioscooptheater geopend. In tien jaar tijd
verschijnen er 24 bioscopen. In deze
bioscopen worden stomme films getoond. De
films worden toegelicht door explicateurs die
een film tot een succes kunnen maken of
afbreken. Het duurt tot 1929 voordat de
eerste klankfilm verschijnt.
Na het vervullen van vier maanden
dienstplicht komt Jan op 2 oktober 1906 voor
twee maanden (kort verlof) weer terug bij de
28 juni 1909 keert Jan terug voor de tweede
oefening van zijn dienstplicht, tot 23 juli 1909
waarna hij wederom met groot verlof gaat.5
De 2 jaar oudere broer Cornelis, treedt op 27
juli 1910 in Amsterdam in het huwelijk met
Kniertje Vergeer.
Op maandag 14 september 1910 komt de
Antwerpse vliegenier Jan Olieslager naar
Amsterdam om een vliegdemonstratie van
zeven minuten te geven. Het publiek stroomt
6
5
FAVO PA inv.nr. 17.
J.G. Voortman, herinneringen uit mijn jeugd, gepubliceerd
in Vortmes.
418
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
massaal naar een weiland aan de Amstel waar
zij kijken naar diverse loopings.
In september demonstreren 25.000 mensen
voor algemeen kiesrecht. Het duurt nog tot in
1917 voordat er een algemeen mannelijk
kiesrecht is. In 1922 krijgen ook vrouwen
kiesrecht.
Munitiefabriek Hembrug
Op een terrein aan het Noordzeekanaal nabij de
voormalige Hembrug werd tussen 1885 en 1889
de Artillerie Inrichtingen (AI) vanuit Delft
overgebracht. Dit omdat de Stelling van
Amsterdam een eigen wapen- en munitiefabriek
moest hebben. De Stelling van Amsterdam ligt
als een ronde muur van forten om Amsterdam
heen. Binnen deze stelling liggen de weilanden
van de Zaanstreek en Waterland en de akkers
van de IJpolders. De hele stelling moest een
langdurige belegering kunnen doorstaan.
Voorwaarde was wel dat naast een eigen
voedselvoorziening er ook eigen wapens en
munitie moest worden geproduceerd.
In de loop der jaren is het bedrijf vergroot en
werden nieuwe panden bijgebouwd. Na sluiting
van het complex is een inventarisatie gemaakt
van de aanwezige cultuur-historische waarden.
Hieruit bleek dat verscheidene belangrijke
panden op het terrein aanwezig waren. De
schok-gordel, een aangeplante bosstrook voor
het opvangen van de schok bij een eventuele
explosie, heeft ook waarde voor de natuur. Hier
nestelt een flink aantal verschillende vogels
zoals spechten, lijsters, uilen en blauwe reigers.
Het vermoeden bestaat dat in de bodem van het
noordelijk deel van het terrein resten kunnen
liggen van Oud-Zaanden. Deze nederzetting is in
1155 door de West-Friezen platgebrand waarna
de bewoners zich waarschijnlijk rond de Dam in
het latere Zaandam vestigden.
JAN VOORTMAN (1886-1977), foto uit circa 1910.
ARTILLERIE-INRICHTING DE HEMBRUG
IN ZAANDAM, ansichtkaart uit circa 1950.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
Gezinsleven in Amsterdam
(1911-1932)
Jan (24 jaar) leert Gesina Johanna Catharina
(Sien) Blok kennen en wanneer blijkt dat zij in
verwachting is, besluiten zij te gaan trouwen.
In het begin van 1900 is Nederland een
uitgesproken christelijk land met een zeer laag
percentage echtscheidingen, buitenechtelijke
geboorten of werkende vrouwen.
Het huwelijk van Jan en Sien wordt
voltrokken op 19 april 1911, wanneer Sien
ongeveer zes maanden in verwachting is. Het
kind – een zoontje – wordt op 7 juli geboren
en wordt Gerrit Jan genoemd naar de vader
van Sien. Zijn roepnaam wordt Gerrit.
Het huwelijk en de geboorte van hun kind
vindt in hetzelfde jaar plaats dat de
Katholieke minister Regout met veel
publiciteit de zedenlijkheidswet presenteert
met vier verboden: prostitutie, openlijk
verkrijgbaar
stellen
van
voorbehoedsmiddelen,
abortus
en
homoseksueel verkeer.
Achtergrond van Sien
Sien was twee jaar jonger dan Jan. Zij werd op 9
mei 1888 in Amsterdam geboren als eerste kind
van Gerrit Jan Blok en Gezina Johanna
Pieterman. Gerrit Jan Blok was los werkman in
Amsterdam. Op 27 mei 1888 werd Sien
Hervormd gedoopt in de Oude Kerk in
Amsterdam. De moeder van Sien overleed op
40-jarige leeftijd op 11 oktober 1907. Sien was
toen 19 jaar oud.
Van vaderskant heeft Sien mogelijk haar oma
nog gekend, Dorothea Vleesman. Dorothea
Vleesman was sinds 1863 weduwe van George
Blok. Zij overleed toen Sien 10 jaar oud was, op
4 oktober 1898. De grootouders van
moederskant heeft Sien langer gekend. Dit waren
Jan Hendrik Pieterman en Elisabeth van Wijk.
Elisabeth van Wijk overleed op 81-jarige leeftijd
op 23 oktober 1909. Jan Hendrik Pieterman heeft
het huwelijk van Sien en Jan nog meegemaakt.
Hij overleed op 77-jarige leeftijd op 6 december
1911. Alle grootouders van Sien woonden in
Amsterdam.
9 Oktober 1911 gaat Jan opnieuw onder de
wapenen voor de derde oefening die tot 27
oktober 1911 duurt.5
Op 3 januari 1912 trouwt in Amsterdam de
vijf jaar oudere broer van Jan (Herman) met
Johanna Mooten.
In 1913 woont Jan met zijn gezin aan de
Hugo de Grootstraat 73 (Westerpark) in
Amsterdam.
Op 7 juni 1913 sluit Jan een brandverzekering
af
bij
de
Nederlandsche
Lloyd
verzekeringsmaatschappij.7
De
gehele
inboedel wordt verzekerd voor fl. 1.000,-. Per
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK
(1888-1977), foto uit circa 1905.
7
FAVO PA inv.nr. 32.
419
420
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
jaar betaalt Jan hier een premie voor van
fl. 1,50.
De vierde en laatste keer dat Jan voor
oefening de dienstplicht vervult, is van 2
oktober 1913 tot 11 oktober 1913. Bij deze
laatste oefening is hij –vanwege reorganisatie–
ingedeeld bij het 1e Regiment VestingArtillerie in Schoonhoven1. Alles bij elkaar
heeft hij van 23 mei 1906 tot 8 maart 1907, 28
juni tot 23 juli 1909, 9 tot 27 oktober 1911 en
nu in 1913 zijn dienstplicht vervuld5. Een jaar
later breekt de Eerste Wereldoorlog uit.
In de zomer van 1914 is de oorlogsdreiging
op een hoogtepunt beland. Een gewapend
conflict tussen Oostenrijk en Servië lijkt
onafwendbaar. Oostenrijk wordt daarbij
gesteund door Duitsland die zich richt tegen
het door Servië gesteunde Rusland. Door het
Russisch-Frans bond-genootschap is ook
Frankrijk in dit geheel betrokken waardoor
Nederland en België midden tussen de
strijdende partijen dreigen te komen.
Nederland verklaart zich neutraal en doet op
29 juli een oproep bij België om een
gezamenlijke verdediging te voeren. Brussel
reageert echter niet. Vrijdag 31 juli besluit de
Nederlandse
regering
tot
algemene
mobilisatie. De daarmee samenhangende
kosten (12 miljoen gulden) en de onzekere
toekomst doen de handelsbeurzen kelderen.
De beurs aan het Damrak wordt gesloten en
mensen halen massaal het geld van de
bankrekening af. Huisvrouwen kopen massaal
de kruidenierswinkels leeg. Jan Voortman, die
sinds 11 oktober 1913 met groot verlof is,
geeft ook gehoor aan de mobilisatie en meldt
zich in Amsterdam.5
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK
(1888-1977), foto uit circa 1910.
Op zaterdag 1 augustus loopt het ultimatum
van Duitsland aan Rusland af. Op zondag 2
augustus worden diverse oorlogsverklaringen
in Europa afgekondigd. De chef van de
Duitse generale staf, Moltke, geeft te kennen
de neutraliteit van Nederland stipt in acht te
nemen. Het grootste gevaar voor Nederland
MOBILISATIE OPROEP, 1 augustus 1914.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
421
Nederland steun zoekt voor een gezamenlijke
verdediging, maar Den Haag houdt zich
afzijdig. Brussel reageert niet op het door
Duitsland gestelde ultimatum. Op 4 augustus
vallen de Duitsers België binnen bij
Gemmenich en ter hoogte van Verviers.
De opa van Jan, Cornelis de Vries, overlijdt
op 92-jarige leeftijd op 4 september 1914 in
Haarlem.
BROCHE UIT ONGEVEER 1917, van Gesina
Johanna Catharina Blok (1888-1977) met een
foto van Gerrit Jan Voortman (1911-1984).
Op 9 oktober nemen de Duitsers Antwerpen
in.
In
Amsterdam
komen
20.000
vluchtelingen uit België. In 1914 maakt
Bernard F. Eilers (1878-1951) een foto in een
loods aan de Sumatrakade in Amsterdam waar
zo’n honderd Belgische oorlogsvluchtelingen
van hun lege soepbord opkijken naar zijn
camera. In de eerste maanden van de Eerste
Wereldoorlog vluchten een miljoen Belgen
naar het neutrale Nederland waar ze gastvrij
worden opgevangen. Ze zitten aan lange tafels
en wie nog niet aan de beurt is om te eten
staat achterin. Aan de zijkant hangt wasgoed
en de wazige vlekken zijn van degenen die
niet stil kunnen zitten.8
Ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid
demonstreren de socialisten op 1 mei 1915 op
het Rokin. Zij betogen tegen de oorlog en
voor verbroedering en internationale
solidariteit.
Jan Voortman wordt overgeplaatst5 naar de
landweer en wordt ingedeeld als kannonier bij
3 - III - 1 L.W.A. district Amsterdam IV.
Door toenemende schaarste wordt in
Nederland de distributie wet aangenomen.
GERRIT JAN VOORTMAN (1911-1984), foto
uit 1917.
Klaas Voortman, de vader van Jan, overlijdt
op 2 augustus 1916 in Amsterdam. Hij is 72
jaar oud geworden. Op 18 augustus gaat Jan
Voortman met onbepaald (klein) verlof.5
lijkt op dat moment geweken te zijn.
Tegelijkertijd geeft Berlijn een ultimatum aan
België om een vrije doorgang naar Frankrijk
te krijgen. Vervolgens is het Brussel die bij
8 Arjen van Ginkel; Fotograaf Bernard Eilers op zoek naar
de ziel. Noordhollands Dagblad 22 november 2003.
Een
artikel
naar
aanleiding
van
een
overzichtstentoonstelling in het Gemeentearchief
Amsterdam.
422
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Door de Eerste Wereldoorlog is het aantal
medewerkers in de Artillerie Inrichting
gestegen van 1.578 (in 1914) tot 8.484 in
1917. Na de wapenstilstand van 11 november
1918 zakt de vraag naar munitie. In 1920 zal
het aantal medewerkers weer dalen naar
1.900.
Leentje Voortman, de oudste zus van Jan,
overlijdt op 25 november 1917 in
Amsterdam. Zij werd 45 jaar.
De Spaanse Griep vraagt ook in Amsterdam
slachtoffers. In juli komt het via Emmerich
het land binnen en trekt snel naar het westen.
In drie maanden tijd zijn er al meer dan 5.000
slachtoffers. In oktober sterven er 5.506
mensen aan de griep en in november zelfs
16.960. In de dichtbevolkte volksbuurten van
Amsterdam woedt de griep als een uitslaande
brand, maar ook in de betere wijken maakt
het slachtoffers. De ziekenhuizen zijn overvol
en er is een schrijnend te kort aan artsen en
verpleegsters.
Voorthuizen, 12 juli 1921, Dinsdag.
Lieve moeder en vader.
Ik heb u brief ontvangen. Ik heb opoe en opa
geschreven een ansichtkaart en ik heb u er ook
een geschreven. Hij is van onze koloniehuis, maar
ik sta er niet op hoor moe en pa! Vandaag komt
een juffrouw hier. Het t’is heel mooi weer en het is
erg warm. Nu gaan wij ‘s avonds wandelen. Wij
bennen ’s Zondags uitgekiekt en nou wou ik
vragen hoeveel kiekis ik mocht koopen, ik weet
niet hoe ze zijn. Nou ik zou het wel mogen he
moe! Toen Maandag zoo warm was bennen wij
ook naar de hei geweest, want de hei is dicht bij.
Hier heb u een paar korebloemtjes. Wij zien ook
wel eens eekhoorntjes. Wij zijn voor het huis
gekiekt en in een bosch gekiekt. Het bosch heet
grootvaders bosch. Zeg u de groeten van mij aan
opoe Nies en tante Nies. Nu moe meer niews
weet ik niet meer en vele zoentjes van u zoontje
Gerrit Voortman.
Ondanks het einde van de Eerste
Wereldoorlog in november 1918, blijft de
stemming gedempt. Er heerst nog een angst
voor de Bolsjewistische Revolutie. Bovendien
blijft de economische crisis aanhouden.
Wegens
het
eindigen
van
de
landweerdienstplicht wordt Jan op 31 juli
1919 ontslagen9. Vanwege de mobilisatie, die
nog steeds van kracht is, blijft hij als
dienstplichtige in werkelijke dienst.5 Op 25
november 1919 wordt Jan uit de militaire
dienstplicht ontslagen en levert hij al zijn
spullen in.1
In de Eerste Wereldoorlog heeft het vliegtuig
zijn dienst bewezen. Plesman wil de
luchtvaart ook geschikt maken voor burgers
en organiseert in augustus 1919 de Eerste
Luchtverkeer Tentoonstelling in Amsterdam
(ELTA). Hetzelfde jaar richt hij de KLM op,
9
FAVO PA inv.nr. 16.
MOLUKKENSTRAAT AMSTERDAM, foto uit
de jaren ’50.
die op 17 mei 1920 begint met een lijndienst
op Londen vanaf het militaire vliegveld
Schiphol. In het eerste jaar vervoert hij 440
passagiers. In 1926 is dit aantal gegroeid tot
9.000.
De Nederlandse regering gaat over tot
demobilisatie. Hierdoor eindigt de werkelijke
dienst van Jan op 30 november.5 Vervolgens
JAN VOORTMAN (1886-1977)
Economie 1920-1930
Na de Eerste Wereldoolog leefde de Nederlandse
economie sterk op (1918-1920). In tegenstelling
tot de buurlanden hoefde Nederland niet te
investeren in de wederopbouw. De export steeg
enorm door de toegenomen vraag van
omringende landen, terwijl er
weinig
concurrentie was van importgoederen.
Van 1920 tot 1923 was er een kleine depressie.
Producten daalde in prijs terwijl lonen nagenoeg
gelijk bleven. De bedrijfswinsten daalden en veel
bedrijven gingen failliet.
Van 1923 tot 1929 groeide de Nederlandse
economie fors met gemiddeld vijf procent per
jaar. Door export was vooral de groei in de
industrie
merkbaar
door
toenemende
werkgelegenheid.
De regering bleef bezuinigen om het
overheidstekort te verminderen. De koers van de
gulden werd gekoppeld aan de goudkoers en
daardoor werd de gulden een sterke
internationale munt.
De ineenstorting van de aandelenbeurs op Wall
Street in 1929 luidde een periode in van ernstige
depressie in de wereld-economie. Vanaf 1930
daalde het nationaal inkomen in Nederland. De
economie groeide niet; de productie nam af.
Alleen in 1936 en 1937 was er een licht herstel
te zien.
423
Carltonhotel en de nieuwe vestiging van de
Nederlandsche Handelsmaatschappij aan de
Vijzelstraat (nu ABN). Verschillende grachten
worden gedempt vanwege de hygiëne en
toenemende verkeersdrukte.
In 1921 verhuist het gezin naar de
Molukkenstraat 30 (Indische buurt) in
Amsterdam. De Indische Buurt is in die tijd
een
nieuwbouwwijk
met
betaalbare
volkswoningen. De brandverzekering7 wordt
verhoogd naar fl. 2.000,-. De premie komt per
jaar totaal op fl. 3,-. Deze zomer gaat zoon
Gerrit Jan (10 jaar oud) op vakantie naar het
koloniehuis in Voorthuizen. De bleekneusjes uit
Amsterdam kunnen in zo’n vakantiekolonie
weer gezonde buitenlucht inademen. Hij
stuurt zijn ouders een brief. Onder aan de
brief heeft hij een bloem geplakt, met de
woorden: uit de liefde. In dat zelfde jaar
overlijdt de moeder van Jan, op 21 december.
Zwaantje de Vries is 79 jaar oud geworden.
Op 1 januari 1924 vangt Jan een weekloon
van fl. 33,75. Dit bedrag wordt in de loop der
jaren steeds lager:10
1 mei 1924
fl. 32,07
krijgt Jan zijn aanstelling als rijkswerkman bij
de afdeling patroonfabriek in het staatsbedrijf
der Artillerie-Inrichting. Hij begint op 1 april
op die afdeling tegen een weekloon van
fl. 33,30. In 1922 stijgt dit salaris naar fl. 33,75
plus een toelage van fl. 0,90 per week.10
1 oktober 1924
fl. 30,38
1 januari 1925
fl. 30,38 (waaronder fl. 0,14
garantie loon)
1 januari 1926
fl. 30,38
Het inwonersaantal van Amsterdam groeit
snel. Door annexatie van Buiksloot, Sloten,
Watergraafsmeer, Ransdorp en Nieuwendam
verkrijgt Amsterdam ruimte om nieuwe
woonwijken te bouwen. Ook in de oude
binnenstad worden oude panden - veelal
krotten - gesloopt om plaats te maken voor
imposante gebouwen zoals de Bijenkorf, het
1 januari 1934
10
FAVO PA inv.nr. 20.
1 november 1928 fl. 31,68
fl. 28,80
Door het toenemende aantal treinen die langs
de Indische Buurt rijden, neemt het
woonplezier snel af. In 1927 verhuist het
gezin naar de Wolfert van Borsselenweg 18 in
Amstelveen.
424
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Over de jaren 1930 tot en met 1933 vangt Jan
jaarlijks een salaris van gemiddeld fl. 1.643,83
per jaar.11
Sien bakert bij verschillende families. In ieder
geval is bekend dat zij bij de buren – de
familie Dolderman – bakert. Er is een foto
bewaard gebleven waarop zij staat met een
tweeling uit de familie Dolderman.
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK
(1888-1977), als baker bij een tweeling uit de
familie Doldernan. Foto uit circa 1930.
WOLFERT VAN BORSSELENWEG AMSTELVEEN, foto van circa 1938.
11
FAVO PA inv.nr. 30.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
425
Grootouders in Heerde
(1933-1967)
Zoon Gerrit Jan leert het buurmeisje Jetta
Dolderman kennen. De geschiedenis herhaalt
zich. Wanneer blijkt dat zij in verwachting is
gaan zij trouwen. Het huwelijk wordt
voltrokken op 21 juni 1933. Jetta is dan
ongeveer 8 maanden in verwachting. Op 9 juli
wordt het eerste kleinkind van Jan en Sien in
Ouderkerk aan de Amstel geboren. Het
zoontje wordt Jan Gerrit Voortman genoemd
(roepnaam Jan).
De vader van Sien, Gerrit Jan Blok, overlijdt
op 22 september 1933 in Amsterdam op
71-jarige leeftijd.
In 1933 krijgt Jan een ongeluk waarbij hij
ongebluste kalk in zijn rechteroog krijgt.
Hierdoor raakt hij aan dat oog blind. In het
ambtenaren register staat vermeld dat dit
ongeval niet het gevolg is van zijn directe
werkzaamheden.4 Op 28 december 1933
wordt goedkeuring verleend voor het verzoek
bij het algemeen burgerlijk pensioenfonds
voor
een
invaliditeitspensioen12
11
(pensioenbewijs 55261) . Bij het berekenen
van zijn pensioen wordt uitgegaan van 9
maanden en 16 dagen militaire dienst en 28
jaren, 6 maanden en 9 dagen werkzaam als
rijkswerkman. Zijn ontslag bij de artillerieinrichting volgt op 31 januari 1934.13
Op 4 januari 1934 wordt bepaald dat Jan
ontslagen wordt vanwege invaliditeit. Zijn
ontslag gaat in per 1 februari 1934. Van de
pensioenraad krijgt hij per 1 februari 1934 een
pensioen uitgekeerd van f 844,- per jaar. Op 6
maart 1934 volgt het officiële besluit voor het
12
FAVO PA inv.nr. 29.
13
FAVO PA inv.nr. 23.
NEVA HORLOGIE VAN JAN VOORTMAN
(1886-1977), jaartal onbekend.
Ongebluste kalk
Ongebluste kalk (Calciumoxide – CaO) wordt
gemaakt van gemalen schelpen. Calciumoxide
wordt gebruikt als meststof maar ook als
ontsmettingsmiddel. Door het toevoegen van
water ontstaat gebluste kalk Ca(OH)2.
pensioen in
pensioenraad.
een
vergadering
van
de
Inmiddels neemt de werkloosheid toe. Later
zou deze periode bekend staan als de
crisisjaren. Door het toenemend aantal
werklozen moet in 1934 de werklozensteun
verlaagd worden. In de Jordaan komt het tot
rellen waarbij zeven doden vallen en meer dan
tweehonderd gewonden.
Jan en Sien besluiten tussen 1934 en 1936 te
gaan verhuizen naar Heerde, waar zij een huis
huren aan Huis en Hof 16 (twee onder een
kap). Voor het huis langs loopt de spoorbaan
van Apeldoorn naar Zwolle. In Heerde
ontpopt Jan zich als een onbezoldigd
426
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
boswachter en is hij veel te vinden bij de
Renderklippen.
Geregeld
spreekt
hij
dagjesmensen er op aan dat zij de natuur niet
moeten vervuilen.
In 1935 komt de crisis in Nederland tot een
hoogtepunt.
Zo’n
40%
van
de
beroepsbevolking is werkloos.
1936 Door te verhuizen naar het relatief
rustige Heerde ontlopen Jan en Sien de crisis
die juist in Amsterdam zo goed merkbaar is.
In 1936 wordt in de stad maarliefst 58.000
werklozen geregistreerd. Deze werklozen
kunnen zich dankzij de steun net in leven
houden. Enkelen worden voor een laag loon
ingezet bij werkverschaffingsprojecten zoals
de aanleg van het Amsterdamse Bos.
Op 19 april 1936 zijn Jan en Sien 25 jaar
getrouwd.
Op 7 augustus 1936 wordt het tweede
kleinkind, Sietskalina Hendrika (Lien), in
Nieuweramstel geboren.
Uit 1936 en 1937 is een aantal foto’s bewaard
gebleven van Jan en Sien die destijds gemaakt
zijn met een fotocamera van Cornelis
Voortman junior.
Op 28 augustus 1939 wordt een algemene
mobilisatie in Nederland uitgeroepen. Hun
zoon Gerrit Jan geeft gehoor aan de algemene
mobilisatie en wordt ingezet bij de
Grebbeberg in Gelderland.
Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers Nederland
binnen. Na het bombardement van
Rotterdam op 14 mei geeft Nederland zich
over.
1941 De twee jaar oudere broer Cornelis
Voortman komt op 19 oktober 1941 in
Amsterdam te overlijden. Hij is 57 jaar. Zijn
vrouw Kniertje Vergeer overleeft hem
ruimschoots. Zij overlijd op 80-jarige leeftijd
in Amsterdam op 4 oktober 1967.
Heerde
Heerde stond aanvankelijk bekend om zijn
papierindustrie. Het Apeldoorns Kanaal (1824)
en een spoorlijn (1887) zorgden er voor dat ook
andere industrie zich in Heerde ging vestigen.
Bekend zijn de Klok Zeepfabriek uit 1902 en
Arks Koek- en Beschuitfabriek uit 1931.
Inmiddels is het Apeldoorns Kanaal afgesloten
en de spoorlijn opgeheven.
De Nederlands Hervormde kerk stamt uit de 15e
eeuw en kreeg in 1869 neo-Romaanse toevoegingen.
Renderklippen
De Renderklippen is een heidegebied met een
lange heuvelrij, die een goed uitzicht geven over
het landschap. Deze heuvelruggen zijn zeer
waarschijnlijk na de ijstijd ontstaan, als gevolg
van de wind. In dit landschap vinden we onder
andere diverse vennetjes waaronder het
zogenaamde Pluizenmeertje. Dit meertje is
ontstaan door regenwater, dat door de harde
onderlaag niet in de grond zakt. Ze dankt haar
naam aan het pluizige gras dat er groeit. Verder
is daar ook de een oude schaapskooi die
huisvesting biedt aan een kudde heideschapen.
De schaapherder en zijn hond trekken nog
dagelijks met de kudde de heide op. Eén keer in
de twee jaar vindt het Schaapscheerdersfeest in
Heerde (het andere jaar in buurgemeente Epe)
plaats. Er is dan een soort braderie met diverse
activiteiten. Tevens worden de schapen tijdens
dit feest geschoren.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
JAN VOORTMAN (1886-1977) EN
CORNELIS VOORTMAN (1884-1941), in
Het Veen in Heerde, 1 juni 1936.
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK
(1888-1977) EN KNIERTJE VERGEER (18871967), in het Veen in Heerde, 1 juni 1936.
V.L.N.R. CORNELIS VOORTMAN (1884-1941), JAN VOORTMAN (1888-1977), GESINA
JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977) EN KNIERTJE VERGEER (1887-1967), in het
Veen in Heerde, 1 juni 1936.
427
428
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
GESINA JOHANNA
CATHARINA BLOK
(1888-1977), JAN
VOORTMAN (18861977), CORNELIS
VOORTMAN (18841941) EN KNIERTJE
VERGEER (1887-1967),
Heerde Huis en Hof, 5
augustus 1937.
CORNELIS VOORTMAN
(1884-1941), KNIERTJE
VERGEER (1887-1967)
EN GESINA JOHANNA
CATHARINA BLOK (18881977), Heerde Huis en Hof,
6 augustus 1937.
CORNELIS VOORTMAN
SR. (1884-1941),
CORNELIS VOORTMAN
JR. (1914-1991) EN JAN
VOORTMAN (18861977), op het hek langs de
spoorlijn Zwolle-Apeldoorn,
Heerde Huis en Hof, 6
augustus 1937.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
In
1942
doet
Jan
een
klein
stamboomonderzoek naar zijn familie. Hij
doet dit door uittreksels aan te vragen bij de
administrateur van het bevolkingsregister in
Amsterdam14, Haarlem15 en Monnickendam16.
Op deze manier verkrijgt hij namen en data
van zijn ouders en grootouders en de ouders
en grootouders van zijn vrouw. Waarschijnlijk
heeft dit alles te maken met de Tweede
Wereldoorlog die zich afpeelt. Aan de hand
van dergelijk papieren kan aangetoond
worden dat zij niet Joods zijn.
429
hongerwinter. Naar alle waarschijnlijkheid zijn
de kleinkinderen Jan en Lien deze winter uit
Amsterdam naar Heerde overgebracht. In het
begin van november 1944 sterven de eerste
mensen als gevolg van de honger in het
westen van Nederland.
In juli 1942 beginnen de deportaties van
Joden naar de vernietigings-kampen. Ook
homoseksuelen en zigeuners worden in grote
getale naar de gaskamers gebracht. In
Nederland wordt de Landelijke Organisatie
voor hulp van onderduikers (LO) gevormd.
Zij verschaft logeer-adressen, vervalsen
persoons-bewijzen en bonkaarten, die men
weet te verkrijgen door overvallen op
distributiekantoren.
Van 9 februari tot 4 maart 1943 wordt Sien
verpleegd in het Gemeentelijk Sophia
Ziekenhuis in Zwolle.17
In Heerde wordt ook mee gedaan aan de april
en mei stakingen van 1943. Er worden ook
stakers gearresteerd.18
Niesje Voortman, de acht jaar oudere zus van
Jan, overlijdt op 6 januari 1944 in Amsterdam.
Op 15 juni 1944 wordt het derde kleinkind,
Gesina Johanna Catharina (Ina), in
Amsterdam geboren. De kleindochter wordt
vernoemd naar Sien. Er volgt een
14
FAVO PA inv.nr.7, 8, en 10.
15
FAVO PA inv.nr.6.
16
FAVO PA inv.nr. 9.
17
FAVO PA inv.nr.33.
18
Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in
de Tweede Wereldoorlog, deel 6 (juli ’42 - mei ’43) pag.
806.
JAN VOORTMAN (1886-1977), een foto van 6
oktober 1935 gemaakt in Heerde langs het
Apeldoorns Kanaal.
430
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
PERSOONSBEWIJS VAN GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977), Heerde 10 juni
1941.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
In februari 1945 wordt aangedrongen op een
apart offensief om Nederland ten noorden
van de grote rivieren te bevrijden. Op 27
februari is de eerste uitdelingsdag van het
Zweedse voedsel in de hongerprovincies.
In april 1945 wordt er nog hevig gevochten
bij de brug over het Apeldoorns-Kanaal bij
Heerde. Een groep BS’ers tracht de Duitse
bezetting uitteschakelen. Dit mislukt en zes
BS’ers sneuvelen. Bovendien worden vier
omwonenden en nog twee andere burgers
door de Duitsers doodgeschoten. Op 18 april
is het hele oosten en noorden van Nederland
bevrijd, behalve het gebied bij Delfzijl en de
Waddeneilanden.
Op vier mei capituleert de ‘Wehrmacht’ in
Noordwest Europa. Bij het bevrijdingsfeest
valt kleinzoon Jan in Heerde van een hek
431
scheurt daarbij zijn enkelbanden. Hij wordt
overgebracht naar een villa in Epe dat door de
Canadezen als noodhospitaal is ingericht. Jan
loopt elke dag van Heerde naar Epe om zijn
kleinzoon te bezoeken. Wanneer kleinzoon
Jan weer naar huis mag, haalt Jan hem op met
een geleende paard en rijtuig.
Op 11 mei 1945 overlijdt in Amsterdam de 5
jaar ouder broer van Jan, Herman, op
63-jarige leeftijd.
Zwaantje Voortman, de zeven jaar oudere zus
van Jan, overlijdt op 28 juli 1946 in Halfweg.
Zij wordt op 31 juli begraven in Zwanenburg.
In de periode 1946 – 1950 komt kleinzoon
Jan Gerrit Voortman geregeld bij Jan en Sien
logeren. Jan haalt hem op en rijdt met
chauffeur van Essen van een wagen van Arks
Koek en Beschuitfabriek naar de Centuurbaan
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977), (zesde staande van links) met andere bewoners van
Huis en Hof in Heerde, jaartal onbekend.
432
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
in Amsterdam Op een afgesproken tijdstip
wordt Jan met kleinkind(eren) dan weer
opgehaald vanaf de Amsteldijk waarna ze naar
Heerde rijden. In de tuin achter het huis
verbouwen Jan en Sien hun eigen groente en
fruit. Kleinzoon Kleinzoon Jan kan zich nog
herinneren dat opa Jan zelf zijn tabak
verbouwde. De tabaksbladeren hangen buiten
aan een lijntje langs te schuur te drogen. Opa
rookt pijp en pruimt pruimtabak. Boven de
potkachel staan twee vaasjes en in de keuken
is geen kraan maar wordt het ijzerrijke water
opgepompt met een handpomp.
Op 13 mei 1949 wordt het vierde kleinkind,
Gerrit Jan (Gerri), geboren in Meppel. Hij zal
tevens het laatste kleinkind zijn.
Op 19 april 1951 zijn Jan en Sien 40 jaar
getrouwd (robijnen bruiloft).
In de zomer van 1954 verblijft kleinzoon
Gerrit Jan (1949) bij Jan en Sien. Op 31 juli
wordt Gerri weer opgehaald door zijn ouders
met de scooter. 19
Op 9 februari 1956 overlijdt Cornelia, de zus
van Jan, op 75-jarige leeftijd. Zij wordt op 14
februari begraven in Amsterdam.
In 1958 wonen Jan en Sien nog aan de Huis
en Hof 16 in Heerde. Sien heeft een zus
(tante Bep, gehuwd met Gerrit (?) Kok, een
trambestuurder in Amsterdam) en een broer
(ome Jan, tijdelijk in Indonesië gewoond en
daarna is hij langs de straatweg Heerde-Epe
gaan wonen).
Op 6 februari 1958 ontvangt Jan een brief van
de pensioenraad. Er is over de periode januari
1957 tot april 1958 te weinig uitgekeerd. Dit
totaalbedrag van f 105,25 zal in een keer
middels een postcheque worden uitgekeerd.
Vanaf april 1958 zal het kwartaalbedrag van
het pensioen komen op fl. 250,25 netto.20
19
G.J. Voortman, VacantieDagboek.
20
FAVO PA inv.nr. 31.
Jan (72 jaar) en Sien (70 jaar) verhuizen
vervolgens naar een bejaardenwoning aan de
Emmalaan in Heerde.
Op 19 april 1961 zijn Jan en Sien 50 jaar
getrouwd (gouden bruiloft).
Het bed van de maan
Uit Heerde stamt ook het verhaal van het bed
van de maan. In een grote zandkuil op de
Renderklippen slaapt soms de maan. Als je de
maan dus niet aan de hemel ziet staan, dan weet
je dat je de maan daar kan vinden. Jan vertelde
dit verhaal geregeld aan de kleinkinderen.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977) EN JAN VOORTMAN (18861977), in hun huis aan de Emmalaan in Heerde, 1959.
MARTHA SERRARENS (1914-1991), COR VOORTMAN (1954), KNIERTJE VERGEER
(1887-1967), GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977) EN JAN
VOORTMAN (1886-1977), in hun huis aan de Emmalaan in Heerde, 1959.
433
434
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
MARTHA SERRARENS (1914-1991) EN
JAN VOORTMAN (1886-1977), Heerde
1964.
GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK
(1888-1977) EN MARTHA SERRARENS
(1914-1991), foto uit 1969.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
Bejaard in Hoorn
(1968-1977)
Jan en Sien krijgen vier kleinkinderen en acht
achterkleinkinderen. Tussen 1960 en 1977
worden vijf achterkleinzonen en twee
achterkleindochters geboren. In 1987 volgt
nog
een
derde
achterkleindochter.
Vermoedelijk zijn Jan en Sien in of kort na
1968 naar Hoorn verhuisd. Sinds 1958 woont
in Hoorn ook hun zoon Gerrit Jan.
In Hoorn komen Jan (82 jaar) en Sien (80
jaar) te wonen in het bejaardenhuis ’t
Avondlicht aan het Keern 68, kamer 100. Het
Avondlicht is in 1926 in Zwaag gebouwd
voor 62 bejaarden. In 1963 is het pand
aangepast naar de nieuwe normen in de wet
435
op bejaardenoorden. De zaal is vervangen
door aparte kamertjes met keukentjes.
Op 19 april 1971 zijn Jan en Sien 60 jaar
getrouwd. Een diamanten bruiloft.
5 Mei 1974 overlijdt schoondochter Jetta op
63-jarige leeftijd in Hoorn.
Op 2 februari stuurt Jan nog een
verjaardagskaartje naar zijn achterkleinzoon
Ronald.
Sien breekt in 1976 haar heup maar herstelt
hier snel van. In hetzelfde jaar wordt Jan
dement en wordt hij naar een hoger gelegen
verdieping overgeplaatst. Na verloop van tijd
herkend hij zelfs zijn eigen vrouw en kind niet
meer.
JAN VOORTMAN (1886-1977) en GESINA JOHANNA CATHARINA BLOK (1888-1977), hoog bejaard
in hun kamertje in Hoorn. Foto uit circa 1970.
436
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Op 3 mei 1977 overlijdt Jan op 90-jarige Beste familie. Hoe gaat het met jullie. Hoe gaat het met Jan.
leeftijd aan een hartstilstand. Op vrijdag 6 mei
Knap jij al wat op? Wij hopen maar dat het weer
om 13:00 uur wordt hij gecremeerd in
spoedig met je gezondheid beter mag gaan. Gelukkig
Schagen.
gaan we nu de zomer tegemoed. Ik feliciteer julie allen
met je jongste zoon zijn verjaardag. Wij hopen dat het
Sien overlijdt hetzelfde jaar op 17 december,
toch nog gezellig mag zijn. Met veel goeds. Nu
op 89-jarige leeftijd. Zij wordt op 21
hartelijk gegroet van ons beiden. Opa en Oma
december gecremeerd in Schagen. Van haar is
Voortman.
een condoleance register21 bewaard gebleven Afzender. J. Voortman, Avondlicht Keern 68 Hoorn.
waarin zestien personen hun naam hebben
geschreven:
Gerrit
Jan
Voortman
(1911-1984), Theodorus van der Lee, J. van
de Wilde, mw. D. Blok (Huis ter Heide),
Jacoba van Doorn-Oderkerk (Heiloo), familie
Tromp (Hoorn), Jan Gerrit Voortman (1933),
Sietskalina Hendrika van der Lee-Voortman,
Rita Voortman-Tromp (Hoorn), Hendrik
Cornelis Ternede (Purmerend), Cornelis
Voortman (Amsterdam), Martha VoortmanSerrarens (Amsterdam), Zwaantje Cornelia
De Cocq van Delwijnen-Voortman, Dhr. H.
de Cocq van Delwijnen, Monique van der Lee
en Roy van der Lee.
21
FAVO PA inv.nr.14.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
Heden is rustig ingeslapen mijn lieve man,
onze vader, grootvader en overgrootvader
437
Heden is geheel onverwacht van ons
heengegaan
onze
lieve
moeder,
grootmoeder en overgrootmoeder
Jan Voortman
In de ouderdom van ruim 90 jaar.
G.J.C. Voortman - Blok
Gesina Johanna Catharina
Voortman-Blok
In de ouderdom van 89 jaar.
Heiloo: G.J. Voortman
Heiloo:
J.J. van Doorn - Oderkerk
J.J. van Doorn - Oderkerk
Kleinkinderen en achterkleinkinderen
Kleinkinderen
en achterkleinkinderen
Hoorn, 3 mei 1977
Huize ,,Avondlicht” K 100
Keern 68
De crematieplechtigheid is bepaald vrijdag
6 mei om 13:00 uur in het crematorium
Haringhuizerweg 3 te Schagen.
Hoorn, 17 december 1977
Huize ,,Avondlicht” K 100, Keern 68
Corr.adres:
Heiloo
Kennemerstraatweg
534,
438
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Appendix
Woonadressen
1886 Nieuwendam, Kerkepad
Rotterdam,
1899 Amsterdam,
Amsterdam, Hugo de Grootstraat 73
1921 Amsterdam, Molukkenstraat 30
Amstelveen, Wolfert van Borsselenweg
18
1935 Heerde, Huis en Hof 16
1959 Heerde, Emmalaan
1968 Hoorn, Keern 68 huize Avondlicht, kamer
100
Inventaris op de archiefstukken
Familiearchief zum Vorde - Vortman(n) Voortman (FAVO)
Persoonlijk Archief Jan Voortman (18861977), gehuwd geweest met Gesina Johanna
Catharina Blok (1888-1977).
Burgerlijke Stand en familiedrukwerk
1. Bewijs van geboorte-inschrijving van
Gesina Johanna Catharina Blok 09-05-1888.
2. Extract uit het register der Geboorte-Akten
van de gemeente Nieuwendam 15-09-1899,
betreffende de geboorte van Jan Voortman
op 04-10-1886.
3. Familieboekje van Jan Voortman en Gesina
Johanna
Catharina
Blok,
afgegeven
Amsterdam 19-04-1911.
4. Uittreksel uit het geboorteregister van
Amsterdam, betreffende Jan Voortman,
gedateerd Amsterdam 04-01-1934.
5. Persoonsbewijs van Gesina Johanna
Catharina Blok, afgegeven te Heerde
30-06-1941.
6. Uittreksel uit het bevolkingsregister van
Haarlem, betreffende Zwaantje de Vries,
gedateerd Haarlem 03-10-1942.
7. Uittreksel uit het bevolkingsregister van
Amsterdam, betreffende Gerrit Jan Blok,
gedateerd Amsterdam 30-10-1942.
8. Uittreksel uit het bevolkingsregister van
Amsterdam, betreffende Gezina Johanna
Pieterman, gedateerd Amsterdam 30-10-1942.
9. Uittreksel uit het bevolkingsregister van
Monnickendam, betreffende Klaas Voortman,
gedateerd Monnickendam 19-09-1942.
10. Uittreksel uit het bevolkingsregister van
Amsterdam, betreffende Gesina Johanna
Catharina Blok, gedateerd Amsterdam
30-10-1942.
11. Rouwcirculaire betreffende het overlijden
van Jan Voortman, gedateerd Hoorn,
03-05-1977.
12. Rouwcirculaire betreffende het overlijden
van Gesina Johanna Catharina VoortmanBlok, gedateerd Heiloo 17-12-1977
13. Dankbetuiging met betrekking tot het
overlijden van G.J.C. Voortman-Blok,
gedateerd Heiloo, februari 1978.
14. Condoleance register
Voortman-Blok, 1977.
van
G.J.C.
Dienstplicht bij de landweer
15. Militair zakboekje van Jan Voortman,
afgegeven te Naarden 27-05-1906.
16. Bewijs van ontslag uit den dienst bij de
landweer, uitgereikt aan Jan Voortman,
gedateerd Amsterdam 31-07-1919.
17. Uittreksel uit het stamboek van de
militairen van de landmacht betreffende Jan
Voortman,
gedateerd
’s-Gravenhage
18-01-1934.
Beroepshalve
JAN VOORTMAN (1886-1977)
439
18. Certificaat bij ontslag bij een boekbinderij
vanwege verhuizing naar Amsterdam van Jan
Voortman, afgegeven Rotterdam 25-11-1899.
30. Pensioenbewijs no. 55261, van het
Algemeen
Burgerlijk
Pensionfonds
(invaliditeitspensioen) gedateerd 14-03-1934.
19. Ontslagbrief van Jan Voortman bij de
Artillerie-Inrichtingen, munitiefabriek om
voor de eerste oefening onder de wapenen te
komen, afgegeven te Zaandam 22-05-1906.
31. Brief van de Pensioenraad 06-02-1958
betreffende de betaalbaarstelling van de
suppletie van het pensioen van Jan Voortman.
20. Aanstelling van Jan Voortman bij het
staatsbedrijf der Artillerie-Inrichtingen afd.
patroonfabriek in Zaandam, 01-04-1920.
32. Polis van de Brandverzekering 211937 op
naam van Jan Voortman, afgegeven te
Amsterdam 07-06-1913.
21. Kennisgeving van het Staatsbedrijf der
Artillerie-Inrichtingen afdeeling Gr. 4a
betreffende het ontslag van Jan Voortman
wegens invaliditeit, gedateerd Hembrug
04-01-1934.
33. Verklaring van het Gemeentelijk SophiaZiekenhuis in Zwolle dat Gesina Johanna
Catharina Voortman-Blok daar verpleegd is
van 4 februari tot 4 maart 1943.
22. Schrijven van de Directie der ArtillerieInrichting betreffende de wedde van Jan
Voortman, gedateerd Zaandam 25-01-1934.
Geraadpleegde Literatuur
Ach Lieve Tijd. Zeven eeuwen Amsterdam en de
Amsterdammers. 1990 Uitgeverij Waanders b.v.
Zwolle. 612 pag. ill.
23. Getuigschrift van de Artillerie-Inrichting
op naam van Jan Voortman, gedateerd
Zaandam 25-01-1934.
24. Uittreksel uit het stamboek der
ambtenaren - Staatsbedrijf der ArtillerieInirchtingen betreffende Jan Voortman,
gedateerd Zaandam 25-01-1934.
Stukken betreffende het pensioen
25. Schrijven van het Departement van
Defensie betreffende de pensioengrondslag
van Jan Voortman, gedateerd 12-06-1929
(opnieuw uitgereikt 16-05-1930).
26. Schrijven van het Departement van
Defensie betreffende de pensioengrondslag
van Jan Voortman, gedateerd 16-05-1930.
27. Brief van de Pensioenraad 28-12-1933,
m.b.t. geneeskundig onderzoek.
Overige stukken
Ach Lieve Tijd. Westfriesland. Uitgeverij
Waanders b.v. Zwolle.
Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal;
twaalfde
herziene
druk,
1992
Utrecht/Antwerpen.
Noordhollands Dagblad.
Reisgids Nederland Veluwe met Gelderse Vallei;
1e druk 1994 ANWB / VVV Den Haag. 128
pag. ill.
Spectrum
Atlas
van
Historische
Gebeurtenissen van de Lage Landen. 1984
Het Spectrum b.v. Utrecht / Antwerpen. 207
pag. ill.
Bas, H. et.al.; Nederland in de Twintigste Eeuw.
Teleac/Tros 1995, 224 pag. ill.
28. Schrijven van het Departement van
Defensie betreffende de pensioengrondslag
van Jan Voortman, gedateerd 11-01-1934.
Blok, D.P. et.al.; Algemene Geschiedenis der
Nederlanden, deel. 14 Nieuwe Tijd; Nederland en
België 1914-1940. Haarlem, Fibula – Van
Dishoeck 1979, 560 pag. ill.
29. Kennisgeving van de Pensioenraad
betreffende het vastgestelde pensioen, zonder
datum, ontvangen op 01-03-1934.
Jong, Dr. L.; Het Koninkrijk der Nederlanden in
de Tweede Wereldoorlog.
440
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
deel 6 (juli ’42 - mei ’43)
Gravenhage/Staatsuitgeverij 1975;
’s-
deel 10b (het laatste jaar
Gravenhage/Staatsuitgeverij 1982.
’s-
II)
Verschoor, J. et.al.; De Kroniek van onze eeuw: de
belangrijkste gebeurtenissen, de mooiste
beelden. Utrecht Kosmos-Z&K cop. 1998.
156 pag. ill.
www.parlement.com
Afkortingen en verklarende woordenlijst
ELTA; Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling
in Amsterdam
FAVO; Familiearchief zum Vorde Vortman(n) - Voortman
Gulden; munteenheid. 1 Gulden = 0,45 Euro
(1 Euro = 2,20 Gulden). Afgekort f. of fl. van
florijn. In 2002 werd de Gulden vervangen
door de Euro.
Inv.; Inventaris
K.L.M.; Koninklijke Luchtvaart Maatschappij
Nr.; nummer
PA; Persoonlijk Archief
S.D.A.P. - Sociaal-democratische
Arbeiderspartij.
v.l.n.r; van links naar rechts
Met dank aan
Dhr. H. Polling (HHV), Heerde; Dhr. C.
Voortman, Alkmaar; Dhr. J.G. Voortman,
Zaandam; Heerder Historische Vereniging
(HHV), Heerde.
JAN VOORTMAN (1886-1977)
441
Geneagram
Jan Voortman
(1886-1977)
x
Gesina Johanna Catharina Blok
Gerrit Jan Voortman
(1911-1984)
x
Jetta Dolderman
Jan Gerrit
Gezina Johanna
Catharina
Gerrit Jan Voortman
Voortman
Sietskalina
Hendrika
(1933)
Voortman
Voortman
x
x
(1936)
(1944)
Catharina Christina Tromp
Willy
x
x
x
Dekker
Theodorus
Hendrik Cornelis
Anja Marjan Vijzelaar
Van der Lee
Ternede
(1949)
Gertjan
Yvonne
Ronald
Monique
Roy
Erik
Mertijn
Sanne
Voortman
Voortman
Voortman
Voortman
Voortman
(1963)
(1967)
Van der
Lee
Ternede
(1960)
Van der
Lee
(1968)
(1976)
(1987)
x
x
(1963)
(1966)
Paul
Wouter
Martin
Paulina
Cornelia
x
Renate
Van Gaal
Röling
Swier
Lloyd
Emilia
Jesse Julian
Fenno Cealan
Voortman
Voortman
Voortman
Voortman
(2002)
(2004)
(2002)
(2004)
442
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
JOHANN HERMANN VORTMANN
(1769-)
V
an Johann Hermann Vortmann
(1769) was tot voor kort niet meer
bekend dan dat hij op 28 juni 1769 Luthers
gedoopt was in Menslage. Hij was het
tweede kind van Gerdt Vortmann (17391781) en Venna Maria Adelheit
Bockwinckel (1729-1805) uit een gezin van
drie kinderen. Zijn drie jaar oudere broer
Hermann Gerdt Vortmann (1766) trouwde
in 1791 in Menslage met Helena Adelheit
Eickhorst. Zijn bruid was toen al zeven
maanden in verwachting van hun kind.
Johann Hermann had ook nog een drie
jaar jongere zus: Anna Maria Catharina
Vortmann (1772) waar verder ook niets
meer bekend van is.
In 2005 heb ik het spoor van Johann
Hermann terug kunnen vinden. Hij blijkt
in 1793 naar Holland te zijn getrokken
waar hij aanmonsterde bij de VOC om
naar Batavia te varen. Johann Hermann
had al verschillende familieleden in
Holland wonen, zoals zijn oom Jurgen
Voortman (1743-1812) die sinds 1774 in
Monnickendam woonde en oom Johann
Hermann Hulsmann (1747-1782) die in
Amsterdam had gewoond.
Het schip Westkapelle met schipper Pieter
Mallet jr zou met kerst 1793 vertrekken
richting Kaap de Goede Hoop. Hij was
niet de enige uit Menslage die met dit schip
zou
vertrekken.
Onder
de
243
bemanningsleden zaten ook Jan Hendrik
Kamper en Harme Lampe Kamper uit
Menslage. Johan Christiaan Schroder uit
Quakenbruck was ook een streekgenoot
die aan-monsterde bij de West-kapelle. Alle
vier gingen ze als matroos aan boord van
het schip dat voor fort Rammekens (bij
Veere) voor anker lag. De vier
streekgenoten (uit de streek Artland)
kwamen uit een regio ver van de zee
vandaan en kenden hoofdzakelijk akkers
en heide.
Het VOC-schip Westkapelle was in 1788
gebouwd in Zeeland en had een lengte van
150 voet en een laadvermogen van 1150
ton. Het schip had al in 1792 een reis naar
Batavia gemaakt en was op 21 juni 1793
aangekomen bij Texel. Deze succesvolle
reis stond onder leiding van schipper
Simon Laurentius. Schipper Pieter Mallet
jr. nam het van hem over. Pieter Mallet
had in 1789-1792 al een succesvolle reis
geboekt bij de VOC met het schip
Alblasserdam naar Batavia en China.
Als matroos hadden de vier Artlanders als
taak: de waak- en roergang; het laden en
lossen; reinigen, teren en kalfaten van het
schip; af- en aanslaan van de zeilen en zij
waren de helpers van de onderonfficieren.
Op 29 december 1793 vertrokken ze
richting Afrika met 243 opvarenden
waaronder Johann Hermann Vortmann.
444
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
De situatie aan boord
De opvarenden vormden een gemêleerd
gezelschap, afkomstig onder meer uit de
Republiek zelf, Duitsland, Scandinavië en
andere landen rond de Oostzee. De
grootste groep bestond uit zeelieden (60%)
en militairen (30%). Verder waren er
ambachtslieden en passagiers aan boord.
Voor de zeelieden begon het werk zodra
het schip het ruime sop koos. Hoewel de
soldaten en ambachtslieden geworven
waren voor werkzaamheden in Azië,
assisteerden zij tijdens de reis de zeelieden
bij het wachtlopen en het doen van
reparaties. Voor de lagere rangen waren de
leefomstandigheden bijzonder zwaar.
Terwijl officieren en passagiers de
beschikking hadden over aparte hutten,
moest de bemanning plaats zien te vinden
voor de grote mast, in het ruim van het
schip. In deze krappe, donkere en slecht
geventileerde ruimte hingen de hangmatten
van zeildoek, met daarin een matras, een
hoofdkussen en een deken, dicht naast
elkaar. Frisse lucht kwam binnen door de
geschutspoorten en luiken, maar met
slecht weer werden deze gesloten.
Dergelijke omstandigheden waren een
ideale bron voor het ontstaan van allerlei
ziekten.
Het voedsel aan boord was over het
algemeen eentonig en arm aan vitaminen.
Bederf van proviand kwam veel voor als
gevolg van de slechte kwaliteit van de
ingekochte
waar;
slechte
bewaaromstandigheden in warme en
vochtige ruimen deden de rest. Het
drinkwater vormde zo mogelijk nog een
groter probleem. Bij vertrek werd
voldoende meegenomen voor vier
maanden. Door warmte en vervuiling nam
ook de kwaliteit van het drinkwater snel af.
De bemanning was ingedeeld in vaste
Op de schepen van de Verenigde
Oost-Indische Compagnie (VOC)
Tussen 1602 en 1795 zetten 4721 schepen van
de VOC, met aan boord 973.000 Europeanen,
koers vanuit de Republiek naar Azië. In
hetzelfde tijdsbestek zouden 3354 schepen met
366.900 opvarenden vanuit de Oost terugkeren
naar de Republiek. Het aantal mensen aan
boord van de schepen was op de uitreis
gemiddeld 206 en op de thuisreis 109. Het
verschil tussen deze aantallen wordt primair
verklaard door het feit dat een groot deel van
de compagniesdienaren tijdens hun diensttijd
op zee of in de Oost was overleden. Een ander
deel van de dienaren gaf er, in plaats van te
repatriëren, de voorkeur aan zich permanent
overzee te vestigen.
…Westkapelle dat voor fort Rammekens voor
anker lag…
eetgroepen, bakken genaamd, van zes tot
zeven man. De leden van zo'n groep aten
gedurende de gehele reis gezamenlijk uit de
bak die zij kregen voorgeschoteld. Aan
boord werd driemaal daags gegeten. Het
ontbijt vond plaats na het ochtendgebed,
omstreeks acht uur, en bestond uit gort,
vermengd met pruimen of rozijnen, vaak
JOHANN HERMANN VORTMANN (1769-)
aangelengd met water, bier of wijn. Het
middagmaal, rond twaalf uur, bestond uit
gekookte erwten of bonen met saus van
boter of vet. Vier dagen per week werd dit
aangevuld met stokvis, twee dagen met
spek en één dag met gepekeld rundvlees.
Als avondmaal werden de restanten van de
middagmaaltijd genuttigd, aangevuld met
brood en bier. Vers vlees stond af en toe
op het menu door de slacht van enige
meegenomen kippen en varkens. Ook
werd onderweg wel verse vis gevangen.
Naast de dagelijkse werkzaamheden was er
tijdens de overtocht veel tijd voor vertier.
Zo werden er bij gunstig weer wel
toneelstukken opgevoerd, waarbij muziek
gemaakt werd, gezongen en gedanst.
Tevens werden er gezelschapsspelen
gedaan, zoals schaken en dammen.
Kaarten en dobbelen waren nadrukkelijk
verboden en werden bestraft met een
geldboete. Deze sanctie was vastgelegd in
de artikelbrief, die tijdens de reis elke vier
tot zes weken werd voorgelezen. In
verband met brandgevaar was het roken
aan boord ook aan strikte regels gebonden.
Bij kleine vergrijpen, waarop een geldboete
of lichte lijfstraf stond, zoals vloeken, het
wegwerpen van proviand en het slecht
onderhouden van wapens, sprak de
scheepsraad vonnis. Deze bestond uit de
schipper
en
de
andere
hoge
compagniesdienaren aan boord. Bij zware
delicten sprak de 'brede raad' recht. In de
brede raad hadden de scheepsoverheden
van de hele vloot zitting. Zware vergrijpen
werden vaak bestraft met forse lijfstraffen,
zoals doorhaling van de hand door een
mes, van de ra lopen, kielhalen, geselen en
brandmerken. Het van de ra lopen en het
kielhalen bestond uit het de gestrafte in
geboeide toestand meerdere malen van
behoorlijke hoogte in het water te laten
vallen dan wel onder het schip door te
445
halen. Op aanzetten tot muiterij, doodslag
en sodomie, dat wil zeggen het verrichten
van homosexuele handelingen, stond de
doodstraf.
446
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Kaap De Goede Hoop
Na bijna acht maanden kwam het schip
Westkapelle op 11 augustus 1794 aan bij
Kaap de Goede Hoop. Hier kon men dan
drinkwater, brandhout en vers vlees
bemachtigen Kaap de Goede Hoop werd
al sinds 1616 regelmatig aangedaan door
schepen op weg naar de Oost. In de
schaduw van de Tafelberg was kasteel De
Goede Hoop gebouwd, waaromheen
Kaapstad ontstond. Om op goedkope
wijze te voorzien in voedsel werden door
de VOC tuinen aangelegd voor het
verbouwen van groente en fruit. In het
binnenland hield men vee, al kocht men dit
ook wel bij de lokale bevolking, de
Khoikhoi, die toen Hottentotten werden
genoemd. De opbrengsten van de
landbouw en veeteelt van de Compagnie
waren echter niet voldoende om alle
passerende schepen te bevoorraden.
Daarom werd in 1657 de landbouw
geprivatiseerd, waarbij voormalig VOCpersoneel land kreeg toegewezen om dit te
bewerken. Deze landbouwers zijn bekend
geworden als de Boeren. Daarmee
ontstond een echte volksplanting, dat wil
zeggen een kolonie waar Europeanen zich
vestigden met de uitdrukkelijke wens er
permanent te blijven.
De Boeren slaagden er in de loop van de
…na acht maanden bereikte de Westkapelle Kaap De Goede Hoop…
(Gezicht op de Tafelbaai, Vingboons-atlas, Bussum 1981, p. 29)
JOHANN HERMANN VORTMANN (1769-)
tijd wel in voldoende voedsel te
produceren om de schepen van de VOC te
bevoorraden. Zij produceerden wijn, tarwe
en slachtvee. Aanvankelijk gebeurde dit
alleen in het directe achterland van
Kaapstad, in plaatsen als Stellenbosch en
Paarl. In de loop van de 18e eeuw werd de
grens, met name door de Boeren die grote
kudden
hoornvee
bezaten,
verder
landinwaarts
uitgebreid
tot
enige
honderden kilometers toe. Aangezien het
land spaarzaam bevolkt was, ondervonden
de Boeren lange tijd weinig problemen. De
eerder genoemde Hottentotten liepen sterk
in aantal terug door epidemieën en werden
naar de kwalitatief mindere weidegronden
verdreven. Omstreeks 1770 bereikten de
meest vooruitgeschoven Boeren de
voorposten van de zich in zuidelijke
richting bewegende Bantustammen. Die
hielden zich ook met de veeteelt bezig.
Spoedig deden zich als gevolg van
conflicten over weidegrond en diefstal van
vee de eerste gewapende schermutselingen
tussen de Boeren en de Bantus voor.
Economisch gesproken ging het de Boeren
voor de wind, vooral diegenen die het
dichtst bij Kaapstad woonden. Zij deden
hun werk echter niet alleen. Meestal
beschikten
zij
over
een
blanke
medewerker, die men knecht noemde, en
over slaven. De knecht diende vaak als
opziener over het bedrijf en de slaven. In
de 17e eeuw hadden de Boeren nog relatief
weinig slaven, maar in de 18e nam hun
aantal snel toe; een gemiddelde Boer had al
gauw twintig of meer slaven. Omstreeks
1780 waren er ongeveer 10.000 slaven aan
de Kaap. De meeste van hen waren
afkomstig uit Zuidoost-Azië en India. Zij
waren populairder dan de slaven uit
naburig Madagaskar en Mozambique
vanwege hun grotere vaardigheden als
handwerkslieden. De meesten kwamen
447
naar de Kaap in het gevolg van
repatriërende compagniesdienaren, die hen
aldaar van de hand deden, met name nadat
de Heren XVII in 1713 bepaald hadden
dat iedere slaaf die voet aan wal zou zetten
in de Republiek vrij zou zijn.
Op de uit- en thuisreis moesten de VOCschepen verplicht aanleggen aan de Kaap.
De Kaap was de enige permanente
vestiging van de VOC die niet als
handelspost fungeerde, maar uitsluitend als
verversingsstation en reparatieplaats voor
gehavende schepen. De Tafelbaai vormde
een natuurlijke haven, ook al konden in de
winter zware stormen het binnenlopen van
de baai bemoeilijken. De bewindhebbers
wilden door de vestiging het aantal doden
als gevolg van ziekten op de schepen
zoveel mogelijk terugdringen. Er werden
moestuinen aangelegd en er werd een klein
hospitaal ingericht, maar door de
gebrekkige behuizing daarvan was het
vooral aan het heilzame klimaat en het
verse voedsel te danken dat zieken hier
konden genezen.
Sommige VOC-dienaren werden ontslagen
van hun dienst voor de Compagnie en
mochten zich als zogenaamde 'vrijburgers'
vestigen aan de Kaap. Ze kregen een stuk
grond toegewezen om groente en fruit te
verbouwen en moesten de oogst verkopen
aan de schepen in de Tafelbaai tegen
prijzen die de Compagnie vaststelde.
Sommige vrijburgers kregen toestemming
een ambacht uit te oefenen, zolang de
Compagnie daar baat bij had. De
vrijburgers leverden ook vers voedsel door
het houden van varkens, schapen, koeien
en kippen en door visvangst. Vee werd
ook verkregen door ruilhandel met de
Khoikhoi.
De VOC was in eerste instantie niet
doelbewust uit op kolonisatie en bemoeide
zich nauwelijks met de stammen die verder
448
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
in het binnenland leefden. Toch groeide de
vestiging al snel uit tot een soort kolonie,
onder andere doordat na verloop van tijd
gezinnen van de vrijburgers naar de Kaap
kwamen, evenals zelfstandige particulieren.
Ook werd een groot aantal slaven
aangevoerd, die voor de vrijburgers
moesten werken. Deze slaven werden van
Madagascar, uit Mozambique en uit Azië
gehaald.
Het gouvernement van de Kaap, dat
zetelde in het Kasteel, was over het
algemeen uit op een goede verhouding met
de Khoikhoi om de handelsbetrekkingen te
bevorderen. Daarom verbood de VOC de
vrijburgers de Khoikhoi als slaven te
gebruiken. Dit standpunt van de VOC
nam echter niet weg dat er gouverneurs
waren, zoals Simon van der Stel (ca 1693),
die
zich
wel
met
de
interne
aangelegenheden van de Khoikhoi
bemoeiden, met gewapende conflicten als
gevolg.
Na anderhalve maand voor de kust van
Kaap De Goede Hoop gelegen te hebben
zette Johann Hermann Vortmann op 23
september 1794 zijn reis voort met het
VOC-schip Wetskapelle richting Batavia.
JOHANN HERMANN VORTMANN (1769-)
Ziekte en sterfte
Gedurende de gehele periode van de VOC
heersten aan boord ziektes als malaria,
beriberi, verkoudheid, longontsteking en
scheurbuik. Over de oorsprong van de
meeste van deze ziektes was ten tijde van
de VOC weinig bekend. Scheurbuik,
waarvan wel bekend was dat dit werd
veroorzaakt door een gebrek aan verse
groenten en fruit, kwam van deze ziektes
het vaakst voor. Verlamming van
ledematen en ontsteking van tandvlees
waren de bekendste symptomen. Beriberi,
veroorzaakt door een eentonig rijstdieet,
en malaria, overgedragen door de
malariamug, kwamen voornamelijk voor
op de terugreis naar de Republiek.
Verkoudheid en longontsteking waren een
449
gevolg
van
de
extreme
klimaatsveranderingen, in Europa koude
en regen en in de tropen hete dagen,
afgewisseld met koude nachten. De
bemanning had meestal niet de
beschikking over de juiste kleding om zich
tegen de koude te wapenen. Veel minder
frequent, maar daarom niet minder ernstig
was de tyfus die kon heersen aan boord
van de schepen. Hiervan was nog niet
bekend dat die gemakkelijk werd verspreid
via uitwerpselen en luizen van mensen.
Om ziekte te bestrijden werden door de
Heren XVII voorschriften uitgevaardigd.
Elke dag dienden de schepen ontdaan te
worden van vuil en een aantal keer in de
week moest de bagage boven gebracht
worden, zodat men kon schrobben. Bij
goed weer werden de luiken en
geschutspoorten geopend om het ruim te
Het hospitaal van de VOC in Batavia (collectie Nationaal Archief Den Haag).
450
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
luchten. Om verkoudheid als gevolg van
koud en nat weer te voorkomen werd er
enkele malen per week wijn en brandewijn
verstrekt, gewoonlijk 's ochtends op de
nuchtere maag. Tevens kregen de
opvarenden dagelijks een lepel limoensap
voor het ontbijt. Wanneer er ondanks deze
preventieve maatregelen toch ziekte
uitbrak, moesten de zieken geïsoleerd
worden en een aparte plaats krijgen. Door
de beperkte ruimte aan boord kwam hier
in de praktijk echter weinig van terecht.
Voor het bestrijden van ziekten en het
behandelen van gewonden na een ongeluk
waren er 'chirurgijns' op het schip, die
hooguit wat primitieve medische hulp
konden bieden.
Wanneer opvarenden uiteindelijk toch
bezweken, werden zij na een korte
ceremonie en gebed overboord gezet. Het
lichaam, gewikkeld in een hangmat of
zeildoek, werd verzwaard met kogels of
zand en vervolgens vanaf een plank de
oceaan in geschoven. Hoger geplaatsten
werden in een kist overboord gezet
waarbij, in de buurt van Europese kusten,
nog wat geld werd ingesloten in de hoop
dat het aangespoelde lijk alsnog begraven
zou worden. De sterftecijfers aan boord
zijn niet exact bekend; schattingen gaan uit
van ongeveer 15% voor de uitreis en 10%
voor de thuisreis. Bij het schip Westkapelle
stierven zeven van de 243 opvarenden
tijdens de reis.
Vier maanden nadat zij Kaap De Goede
Hoop hadden verlaten, kwam het VOCschip Westkapelle aan in Batavia op 31
januari 1795. Alle vier de Artlanders
hadden de reis doorstaan. Op 14 mei 1795
stierf Johann Christian Schroder in
Batavia. 21 januari 1796 werd het
dienstverband van Johann Hermann
Vortmann in Batavia beeindigd vanwege
laatste vermelding in Azie. Wat Johann
Hermann daarna gedaan heeft blijft
vooralsnog een vraagteken. Het schip
Westkapelle werd in Batavia verkocht. Het
dienstverband van Jan Hendrik Kamper en
Harme Lampe Kamper werd in 1800
danwel 1801 beeindigd vanwege de laatste
vermelding in Azie.
De Lutherse kerk (links) in Batavia (collectie Nationaal Archief Den Haag).
JOHANN HERMANN VORTMANN (1769-)
In 1815 zien we bij een volkstelling op
Batavia vermeldt staan: H. Voorman,
Weltevreden. Weltevreden was een wijk in
Batavia die zijn naam dankte aan een
landgoed van de gouverneur-generaal een
eeuw eerder.
451
452
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Bronnen
ƒ
voc.websilon.nl
opvarenden)
ƒ
www.vocsite.nl (informatie over de
schepen)
(databse
van
ƒ
www.nationaalarchief.nl (afbeeldingen
uit de Atlas Mutual Heritage)
ƒ
voc-kenniscentrum.nl (over de route,
gewesten overzee en het leven aan
boord van de VOC schepen)
JÜRGEN VOORTMAN
(1743-1812)
J
ürgen Hülsmann, die in 1774 zijn naam
veranderde in Jürgen Voortman, was het
vierde kind van Johann Heinrich
Hülsmann en Helena Vortmann. Één kind,
het zoontje Gerdt, was reeds overleden.
Het gezin telde op 1 februari 1743 dus nog
twee kinderen, te weten:
Adelheit, 4 jaar
Johann Hindrich, 1 jaar
De moeder van het Jürgen, Helena
Vortmann, had op 15-jarige leeftijd als
oudste dochter de taak van haar overleden
moeder, Marcke Maria Meijer von der
Musslage, reeds moeten overnemen. Toen
Helena Vortmann tien jaar later trouwde
met Johann Heinrich Hülsmann, bleef zij
bij haar vader (Gerdt Vortmann) op de
keuterhoeve wonen. Het is dan ook
aannemelijk dat ook haar kinderen geboren
werden op de keuterhoeve ‘Arndt zum
Vorde sive Kleine Vortmann’.
De keuterhoeve (Markkotte) kenmerkte
zich door akkerbouw. Bovendien hielden
ze er enkele kippen en was men
zelfvoorzienend door een klein stukje
grond voor tuinbouw fruit en / of
groente).
Op donderdag 7 februari 1743 werd
Jürgen gedoopt in de Evangelisch Lutherse
St.-Georgskerk in Badbergen. Hoewel er
over het algemeen drie getuigen bij een
doop genoteerd werden, stonden er bij
Jürgen geen getuigen vermeld. Heeft de
pastor deze vergeten op te schrijven of zou
hij wellicht bij een huisbezoek op de
keuterhoeve gedoopt zijn?
Na Jürgen werden nog vier kinderen
geboren. In 1744 was het een
doodgeboren dochtertje dat op 31 juli in
Badbergen begraven werd. Op 2 juli 1745
werd Johann gedoopt, het zesde kind van
Johann Heinrich Hülsmann en Helena
Vortmann.
Doopvont van de Lutherse kerk in
Badbergen.
Toen op 7 mei 1747 de vader van Helena
Vortmann, Gerdt Vortmann, in Badbergen
begraven werd, was Jürgen nog maar vier
jaar oud. Hij zal zijn grootvader dan ook
niet bewust meegemaakt hebben. Twee
454
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
maanden later, op 9 juli 1747, werd Johann
Hermann gedoopt. Het achtste en tevens
laatste kind van Johann Heinrich
Hülsmann en Helena Vortmann, was
Margaretha Maria Adelheit Hülsmann. Zij
werd op 18 november 1750 gedoopt.
Op 1 september 1751 overleed de vader
van Jürgen aan de hete-koorts. Dit is een
koorts die snel en hoog oploopt. Twee
dagen later werd hij begraven in
Badbergen.
begraven. Blijkbaar hadden de zes wezen
van Johann Heinrich Hülsmann en Helena
Vortmann de parochie Badbergen niet
verlaten. Het feit dat Albert Lüdeling pas
in 1770 trouwde, toen Johann Hermann
Hülsmann
(de
jongste
van
de
achtergebleven kinderen) 23 jaar was, doet
zelfs vermoeden dat zij op de keuterhoeve
bleven wonen.
Gerdt, 14 jaar
Vervolgens ging ieder zijn eigen weg.
Adelheit Hülsmann trouwde in 1760 in
Quakenbrück en noemde zich ook wel
Adelheit Vortmann. Johann Hindrich
Hülsmann trouwde in 1766 in Badbergen
met Adelheit Vortmann (geboren op
halferf ‘Claus zum Vorde sive Vortmann’).
Johann Hülsmann trouwde in 1770 in
Badbergen met Margaretha Adelheit
Gräner.
Johann Hindrich, 12 jaar
De reis naar Holland (1774)
Jürgen, 11 jaar
In het voorjaar van 1774 emigreerde
Jürgen naar Holland en vestigde zich in
Monnickendam. De jongste broer, Johann
Hermann, bleef ongehuwd achter in
Badbergen. Twee jaar later zou hij ook
emigreren naar Holland.
Twee en een half jaar later overleed ook de
moeder van Jürgen. Zij overleed op 14
april 1754 aan een beroerte. Op 17 april
werd zij in Badbergen begraven. De
achtergebleven kinderen waren:
Adelheit, 15 jaar
Johann, 8 jaar
Johann Hermann, 6 jaar
Margaretha Maria Adelheit 3 jaar
De nieuwe bewoner van de keuterhoeve
werd Albert Lüdeling (27 jaar, ongehuwd)
die zich sindsdien Albert Vortmann
noemde. Uit zijn huwelijk (pas 16 jaar
later) met Catharina Margaretha Buddeke
werden zes kinderen geboren, allen
dochters. De erf-opvolgster (Catharina
Maria) huwde met Johann Gerdt
Vortmann, die op halferf ‘Claus zum
Vorde sive Vortmann’ geboren was.
Zodoende wist de familie de keuterhoeve
in de familie te houden.
Van 1756 tot 1763 woedde de Zevenjarige
Oorlog.
Op 3 januari 1757 overleed Margaretha
Maria Adelheid op 6-jarige leeftijd. Zij
werd op 5 januari 1757 in Badbergen
Op donderdag 2 juni 1774 overlegde
Jurgen zijn attestatie bij de Lutherse
gemeente
van
Monnickendam.
In
Waterland leerde Jürgen Hülsmann, die
waarschijnlijk direct na zijn aankomst in
Monnickendam zijn naam veranderde in
Jürgen Voortman, Janna Buisman kennen.
Zij woonde in Broek in Waterland waar
was geboren in Zwolle in een huisje aan de
Vismarkt achter de Sassenpoort.
Afkomst van Janna Buisman
De vader van Janna Buisman, Lubbert
Buis, was dagloner van beroep. Een
dagloner werkte voor één dag loon en was
dus nooit zeker van werk. Waarschijnlijk
verdiende hij nauwelijks genoeg geld om
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
zijn gezin te onderhouden. Het gezin
woonde in een klein huisje aan de
Vismarkt achter de Sassenpoort in Zwolle.
Op 22 november 1752 werd Janna
Buisman Gereformeerd gedoopt in de
Grote of St.-Michaelskerk te Zwolle. Zij
was het vijfde kind van Lubbert Buis en
Margrietje Frederiks. Ze had drie oudere
zusters, waarvan de oudste reeds overleden
was, en één oudere broer. Het gezin
bestond op 1 november 1752 uit de
volgende drie kinderen:
Willempien, 6 jaar
Anna Catharina, 4 jaar
Evert, 2 jaar
Janna Buisman had één jongere zus,
Derkje Buis, die op 23 oktober 1755
gedoopt werd.
Mogelijk reisde Janna samen met Gerrigje
Hendriks naar Broek in Waterland.
Gerrigje Hendriks kwam ook uit Zwolle en
gaf op 25 april 1772 haar attestatie af aan
de Hervormde gemeente in Broek in
Waterland.
455
456
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk I (1775-1779)
Op
oudejaarsdag, zaterdag 31 december
1774, deed Jurgen Voortman een verzoek
bij de burgemeester om (met burgerrecht)
in Monnickendam te mogen wonen. Dit
werd (voorlopig) afgewezen. Dit weerhield
hem er toch niet van om op zaterdag 28
januari 1775 in ondertrouw te gaan met de
negen jaar jongere Janna Buisman. Na drie
openlijke
huwelijksaankondigingen
(zondag 29 januari, 5 en 12 februari 1775)
werd het huwelijk op zondag 12 februari
1775 voltrokken in de Gereformeerde St.Nicolaaskerk in Monnickendam. Drie
maanden later overleed de vader van Janna
Gereformeerde kerk in Broek in Waterland,
getekend door Cornelis Schoon.
Zuideinderpoort in Monnickendam. Direct achter de poort is de stal te zien die Jurgen in 1776 kocht. Een
tekening van Cornelis Schoon.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Buisman, Lubbert Buis. Op donderdag 18
mei 1775 werd hij ‘van de armen’ begraven
op het Broerenkerkhof in Zwolle.
Ruim een half jaar na het verzoek, kreeg
Jurgen Voortman op zaterdag 22 juli 1775
toestemming om in Monnickendam te
wonen, mits hij zijn burgerrecht betaalde,
een bedrag van zes gulden.8
In de nacht van dinsdag 14 november op
457
woensdag 15 november 1775 raasde een
storm over Nederland die op verschillende
plaatsen langs de Zuiderzeekust enorme
schade aanrichtte. Waterland kwam voor
de zoveelste maal in de geschiedenis onder
water te staan, terwijl enorme vloedgolven
de eilanden Marken, Schokland, Urk en
Wieringen overspoelden. Het water liep
over de gehele zeedijk, door de stad
Monnickendam en dus op zes op zeven na,
Het Zuideinde in Monnickendam, met links de Zuideinderpoort. Een kopergravure van Frederik de Wit uit
1698. Omkadert: het huis verponding 303.
458
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
door alle huizen heen. Door de sterke
stroming – vooral in de nauwe straten –
was de grond op sommige plaatsen meer
dan 70 cm weggespoeld. Er was zelfs een
huis van zijn fundamenten gerukt. Ook het
nieuwe jaar kenmerkte zich door storm.
Zo werd er op zondag 7 januari 1776 niet
gepredikt in de Lutherse kerk, omdat
‘wegens het zwaare stormweer geen
mensch ter kerk gekoomen’ was.
Bij de jaarlijkse verhuur van de noorderen zuidercingel – voornamelijk voor de
winning van hooi en riet – op woensdag 24
januari 1776, nam Jurgen Voortman en
buiten-rietgewas in huur voor f 16,- dat
vóór eind mei 1776 betaald moest
worden.8 Jacob Scholten en Dirk van den
Bergh stonden borg voor Jurgen. Zelf
stond Jurgen samen met Cornelis Vlieger
borg voor Claas Teunisz (van Edam) die
de Jaagweg van Edam tot Zedde in huur
nam voor f 32,-. Bovendien stond Jurgen
samen met Claas Teunisz borg voor Jacob
Scholten die de Jaagweg van Zedde tot de
Rietvinksbrug huurde voor f 10,-.
Na twee zondagen weer gepredikt te
hebben, viel er wederom een uit. Deze
keer was het echter door de felle koude, op
zondag 28 januari 1776.14
Bij een openbare veiling in de Doelen in
Monnickendam op woensdag 6 maart
1776, kocht Jurgen een stal voor f 34,-.
Deze stal lag op het Zuideinde op
stadsgrond, achetr het jodenkerkhof. De
transportakte zou pas een maand later
opgemaakt worden.
In maart 1776 werd ook het eerste kind
van Jurgen Voortman en Janna Buisman
geboren. Het dochtertje werd Helena
genoemd, naar de moeder van Jurgen. Op
zondag 17 maart 1776 werd ze in de
Evangelisch
Lutherse
kerk
van
Monnickendam gedoopt. Dooppeet was
Grietje Wijngaerts Groot.
Prins Willem V (1748-1806)
Stadhouder Prins Willem V wordt geboren in
1748. Als hij drie jaar is, overlijdt zijn vader,
stadhouder Willem IV (1711-1751). Zijn
moeder, de Engelse Anna van Hannover, treedt
tijdelijk op als regentes. Maar als ook zij in
1759 overlijdt, komt Willem onder voogdij te
staan van de hertog van BrunswijkWolfenbuttel. Brunswijk staat bekend als de
'dikke hertog'; hij is niet alleen ontzettend dik,
maar ook een machtswellusteling. Als Willem
in 1766 meerderjarig wordt en het
stadhouderschap overneemt, blijft Bruns-wijk
als adviseur van de stadhouder aan en heeft een
grote vinger in de pap. Het lijkt erop dat
Willem nauwelijks eigen beslissingen durft te
nemen en bestuurlijke kwaliteiten mist,
waardoor Brunswijk grote invloed houdt.
Willem's politieke opvattingen zijn uitermate
conservatief en ook zijn pro-Engelse houding –
zijn moeder was immers Engelse – roept veel
weerstand op onder zijn tegenstanders, de
patriotten. Hij regeert in een politiek roerige
tijd. Zeker als in 1780 een aanzienlijk deel van
de Republiek zich aan de kant van
Amerikaanse kolonisten schaart die in opstand
tegen het Engelse moederland komen. Willem
keurt hun gedrag af en waarschuwt voor een
confrontatie met Engeland. Maar niet alleen
steunen
patriotten
de
Amerikaanse
Onafhankelijkheidsverklaring, ook verdienen
Amsterdamse kooplieden veel geld door
verkoop van wapens.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
De vier jaar jongere broer van Jurgen,
Johann Hermann Hülsmann, trok ook
naar Waterland. Op dinsdag 26 maart 1776
gaf hij zijn attestatie af aan de Evangelisch
Lutherse gemeente van Edam.
Op zaterdag 13 april 1776 werd de
transportakte opgemaakt van het stalletje
dat Jurgen op 6 maart bij de openbare
veiling gekocht had. De vorige eigenaar,
Leendert Blaauw, liet na zijn overlijden de
stal na aan zijn drie kinderen, waarvan
twee nog minderjarig waren. Zodoende
kocht Jurgen een derde deel van Grietje
Blaauw – gehuwd met Wigger Cornelis
Bakker – voor f 11,35. De overige twee
derde deel van de stal kocht Jurgen van de
regenten van het weeshuis, Johannis van
Waus en Jan Minnen Boon, voor f 22,65.
De regenten van het weeshuis traden op
als toeziende voogden over twee
minderjarige kinderen van Leendert
Blaauw. Bovendien moest ieder jaar
(beginnende met 1776) f 1,- aan belasting
betaald worden. Jacob Scholten en Dirk
Boerlager stonden borg voor Jurgen. Op
een pentekening van Cornelis Schoon zien
we de stal pal achter de Zuideinderpoort
staan. De stal zal waarschijnlijk gebruikt
zijn voor het bergen van gereedschap en /
of het opslaan van gesneden riet.
Nog geen twee weken na het opmaken van
de transportakte overleed het dochtertje
Helena, op een leeftijd van ogeveer vijf
weken. Op woensdag 24 april 1776 werd
de belastingaantekening gemaakt voor het
pro deo begraven op het kerkhof.
Op zaterdag 18 mei 1776 betaalde Jurgen
Voortman de huur8 van het buitenrietgewas over het jaar 1776. Ook het jaar
daarop, op zaterdag 18 januari 1777 nam
hij hetzelfde stuk in huur. De prijs was
echter wel gestegen tot f 27,75 en moest
vóór eind mei 1777 betaald worden. Jacob
459
Scholten en Dirk van den Bergh stonden
wederom borg voor Jurgen.
Het tweede kind van Jurgen Voortman en
Janna Buisman, een dochtertje dat in maart
1777 geboren werd, werd vernoemd naar
de moeder van Janna Buisman, Margrietje
Frederiks, en kreeg de naam Grietje. Op
woensdag 19 maart 1777 werd ze in de
Evangelisch
Lutherse
kerk
van
Monnickendam gedoopt. Grietje Wijgaerts
Groot was ook bij dit kind dooppeet.16
Volgens de condities van het huren van de
rietlanden, betaalde Jurgen op donderdag
29 mei 1777 de huur8 van het
buitenrietgewas over het jaar 1777.
Een maand later veranderde Janna
Buisman van geloofsovertuiging. Samen
met Frederik Nazeman en Geertruy Bloem
deed ze op vrijdag 27 juni 1777
geloofsbelijdenis in de Evangelisch
Lutherse kerk in Monnickendam.4
Voor de derde maal achtereen huurde8
Jurgen het buitenrietgewas, op zaterdag 31
januari 1778. De huur was nu tot f 30,gestegen. Condities waren dat de huur
vóór eind mei 1778 betaald moest worden
en dat het riet voor eind maart 1778
gesneden moest zijn. Jacob Scholten en
Dirk van den Bergh stonden wederom
borg
voor
Jurgen.
Naast
het
buitenrietgewas nam Jurgen ook de
Jaagweg van Zedde tot de Rietvinksbrug
(ruim 1,6 km lang) in huur voor f 16,-. Het
riet mocht hier niet eerder dan zeven
weken voor mei (begin maart) gesneden
worden.
Bovendien
moesten
de
groenstroken gehooid worden. In verband
met het verkeer (waaronder de trekschuit
van Monnickendam naar Edam) mocht er
geen vee grazen. De huur moest vóór eind
juli 1778 betaald worden. De Jaagweg
betaalde Jurgen op donderdag 11 juni 1778
terwijl hij het buitenrietgewas pas op
dinsdag 23 juni 1778 betaalde.
460
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Na de jaarlijkse mei-schouw (inspectie van
onroerendgoed) die dat jaar op woensdag
13 mei 1778 gehouden werd, kocht18
Jurgen een huis met erf op het Zuideinde
(verpondingsnummer 303 ) op woensdag
15 juli 1778 van Dirk de Graaff. Dirk de
Graaf moest na de jaarlijkse mei-schouw
zijn schutting en gevel repareren en indien
hij hier niet toe in staat was moest hij zijn
huis verkopen, hetgeen geschiedde voor f
16,-. Voorwaarde van de koop was wel dat
Jurgen het huis moest herstellen tot
tevredenheid van de regenten van
Monnickendam. Het huis lag buitendijks
en werd begrenst door Lyser Philips (ten
zuiden) en Louwrens Bernard (ten
noorden).
Op maandag 11 januari 1779 gaf de elf jaar
jongere neef van Jurgen, Eberhardt Johann
Vortmann, zijn attestatie af aan de
Lutherse kerk in Amsterdam. Zijn vader
(Rolff Vortmann, de drie jaar ouder broer
van Helena Vortmann, de moeder van
Jurgen), die koetsier was bij de adellijke
familie von Dincklage op het landgoed
Schulenburg in Badbergen, was twee jaar
eerder overleden. Eberhardt Johann
Vortmann
vestigde
zich
op
de
Kijzersgracht en zou in 1784 in het
huwelijk treden met de drie jaar oudere
Catharina Adelheit Hölscher, die op de
Herengracht woonde en geboren was in
Quakenbrück. In 1805 overleed Eberhardt
Johann kinderloos op 51-jarige leeftijd.
Hoewel dit niet meer te achterhalen is
door het ontbreken van de betreffende
boeken, zal Jurgen eind januari of begin
februari 1779 zijn verponding betaald
hebben. Aannemende dat dit gelijk was
met de daarop volgende jaren, moet deze
er als volgt uit hebben gezien:
Verponding
100ste penning
f 1,13,-1,13,--
straat- en brandspuitgeld
1,-4,12
diepgeld
-,-4,12
som der verponding (f 4,84) f 4,14,14
Met de jaarlijkse mei-schouw, in 1779
gehouden op woensdag 12 mei, klaagde
Pieter Kok (stads-vuilnisophaler ) over het
brengen van riet op het erf van Jurgen
Voortman.20 Pieter Kok verzocht het riet
weg te mogen laten halen en een verbod
voor het brengen van nieuw riet, daar hier
ongemak uit zou kunnen ontstaan. Het
verzoek werd goedgekeurd door de
regenten en middels een stadsbode lieten
ze Jurgen weten het riet op te ruimen.
Daarnaast klaagde molenaar Maarten van
Beek over twee bomen op het erf van
Jurgen. Maarten van Beek was molenaar
op de korenmolen aan het Zuideinde.
Volgens hem hielden de bomen de wind
tegen, waardoor hij veel schade kwam te
lijden. Hij verzocht de bomen te laten
rooien en weg te laten halen. Dit verzoek
werd doorgespeeld naar de burgemeesters
van Monnickendam. Het besluit heb ik
(nog) niet kunnen vinden.
Louwrens Bernard (buurman ten noorden
van Jurgen) verkocht18 op 29 juli 1779 zijn
huis en erf aan Harmen Jansz. Het huis
werd ten noorden begrenst door Pieter
Boon.
Nu Janna Buisman ook lid was van de
Lutherse gemeente van Monnickendam,
kon zij ook als dooppeet optreden bij de
doop van kinderen uit Lutherse gezinnen.
Op zaterdag 9 oktober 1779 was ze getuige
bij de doop16 van Trijntje Brüning,
dochter van Hendrik (Johann Henrich)
Brüning en Marrijtje Diekers. Hendrik
Brüning kwam uit Gehrde (Artland) en
had donderdag 16 juni 1774 (twee weken
na Jurgen) zijn attestatie4 aan de Lutherse
predikant in Monnickendam afgegeven.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Eind november werd het derde kind van
Jurgen en Janna geboren. Het zoontje
werd Hendrik genoemd (wellicht afgeleid
van Heinrich, de tweede voornaam van de
vader van Jurgen: Johann Heinrich
Hülsmann) en werd op zondag 28
november 1779 in de Lutherse kerk van
Monnickendam gedoopt16. Dooppeet was
Antje Hillebrandts (29 jaar en dus twee jaar
ouder dan Janna Buisman), vrouw van
diacen Harmen Esselman (evenals Jurgen
36 jaar oud). De vader van Antje
Hillebrandts, Jan Hillebrandts, kwam ook
uit Badbergen (1759).4
461
462
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk II (17801789)
De
jaarlijks terugkerende verponding,
straat- en brandspuitgeld werd in 1780 op
dinsdag 1 februari door Jurgen betaald.
Deze som zag er hetzelfde uit als in 1779
gemeld is. Ook in 1781 (maandag 29
januari) en in 1782 (vrijdag 1 februari)
betaalde Jurgen dit verpondings-bedrag.21
Half mei 1782 werd het vierde kind van
Jurgen en Janna geboren. Het dochtertje
kreeg de naam Leentje, naar de moeder
van Jurgen; Helena. Op zondag 19 mei
1782 werd ze in de Evangelisch Lutherse
kerk van Monnickendam gedoopt.16
Dooppeet was (voor de derde maal)
Grietje Wijnants Groot. Dit was tevens de
laatste keer dat Grietje Wijnants Groot
getuige was bij de doop van een kind van
Jurgen Voortman en Janna Buisman.
Wellicht
was
dit
vanwege
haar
uitzonderlijk gedrag. Om dezelfde reden
moest zij op 13 april 1782 haar kind
binnen acht dagen verlaten in opdracht
van de regenten van Monnickendam.8
Toen zij echter op 22 november 1783
toestemming kreeg om samen met
Geertruy Franken als maitresse te mogen
fungeren kwam zij nergens meer als
dooppeet voor.
Na het vier jaar in het bezit te hebben
gehad, verkocht Jurgen Voortman op
maandag 17 juni 1782 zijn huis en erf
(verpondingsnummer 303)21 op het
Zuideinde voor fl. 213,- aan Jurgen
Buddeke. Jurgen Buddeke kwamook uit
Badbergen en hoewel hij reeds op 2 juli
1778 zijn attestatie4 had afgegeven aan de
Lutherse gemeente in Monnickendam,
kreeg hij pas op 13 april 1782 zijn
poorterschap8.
De Vierde Engelse Oorlog 1780-1784
Meer dan een eeuw na de Vrede van
Westminster (1674) was de internationale
situatie danig veranderd. Engeland was
verwikkeld in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog
(1775-1783) en Frankrijk schaarde zich in 1778
aan de zijde van de Amerikanen. Nederlandse
kooplieden trokken zich weinig aan van de
buitenlandse politiek van hun bondgenoot en
bleven handel drijven met zowel Frankrijk als de
Amerikaanse opstandelingen, daarin gesteund
door het beginsel “vrij schip, vrij goed” dat in
1713 bij de Vrede van Utrecht door Engeland
was aanvaard. De Britten accepteerden echter
niet dat de Hollanders contrabande verscheepten,
hetgeen vanaf 1778 resulteerde in de
inbeslagname van diverse Hollandse schepen.
Kort nadat in Britse ogen de Republiek het
Engels-Hollandse
bondgenootschap
had
verbroken door in december 1780 toe te treden
tot het door Catharina II van Rusland opgerichte
Verbond van de Gewapende Neutraliteit ontving
stadhouder
Willem
V
de
Engelse
oorlogsverklaring. De Vierde Engelse Oorlog
(1780-1784) was een feit.
Er volgde twee belangrijke zeeslagen, op 30 mei
1781 bij Kaap St.Marie en op 5 augustus 1781
bij Doggersbank. De eerste werd overwonnen
door de Hollanders met Franse steun, de tweede
zeeslag bleef onbeslist. De Britse vloot herstelde
zich spoedig van de geleden schade en wist de
Nederlandse oorlogsschepen voor de duur van de
oorlog grotendeels in de eigen havens op te
sluiten.
Dit
betekende
dat
ook
de
koopvaardijvloot nauwelijks kon uitvaren, met
alle kwalijke gevolgen voor de economie van de
Republiek.
De Vierde Engelse Oorlog schreed verder zonder
zeegevechten van formaat. Op 24 mei 1784
sloten de strijdende partijen te Parijs een
vredesverdrag dat nadelig was voor de
Republiek, de verliezende partij. Zij verloor
hierbij een klein gedeelte van haar koloniën en
moest toestaan dat Engelse koopvaarders
passeerden door de Molukse Archipel. Vier jaar
later werd het voormalige bondgenootschap met
Engeland in ere hersteld.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Patriotten
De economische situatie in ons land verslechtert
aanzienlijk. De zondebok voor alle misère wordt
Willem. Dit én zijn gehate vriendjespolitiek zet
veel kwaad bloed bij de democratische patriotten
die de macht van de stadhouder aan banden
willen leggen. Deze groep wil onder meer een
grotere inspraak van de lagere klassen. Daarnaast
staat ook een deel van de aristocratie - vooral
Hollandse regenten - niet altijd aan Willem’s
zijde: zij voelen zich in hun eigen macht voelen
aangetast. Een jaar na zijn aanstelling als
stadhouder trouwt Willem in 1777 met
Wilhelmina van Pruisen. Zij is een pittige tante
met eigen politieke opvattingen. Tien jaar later
zal zij een belangrijke rol spelen als Willem’s
macht wankelt. In 1787 wordt Wilhelmina door
partriotten
tegengehouden
bij
Goejanverwellesluis. Tijdens dit incident roept
het echtpaar de hulp van Wilhemina's broer,
Frederik Wilhelm II, de koning van Pruisen.
Door middel van dit ingrijpen van Pruisische
troepen weet Willem de patriotten te verjagen.
Op 13 september 1787 trekken Pruisische
troepen de Waal over bij Nijmegen. In eerste
instantie was de aanval gericht op Utrecht waar
de meeste Patriotische afdelingen waren
gevestigd. In twee colonnes werd doorgestoten
naar het westen waarvan de eerste colonne via
Dordrecht en Rotterdam naar Delft trok. De
tweede colonne trok via de Vecht naar
Amsterdam. Na hardnekkige gevechten in
Amstelveen op 4 oktober 1787 werd Amsterdam
bereikt waar de laatste patriotten en gewapende
burgers zich hadden verzameld. De Leidsepoort
werd door de Pruisen bezet en dat was voldoende
om een nieuwe, ditmaal Oranjegezinde regering
af te dwingen. Op 13 oktober viel Amsterdam.
Het directe gevolg van de restauratie van 1787
was dat Amsterdam definitief zijn invloed op het
bestuur van de Republiek verloor.
Van het jaar 1783 is (nog) niets gevonden
patriotten ontvluchten Utrecht.
463
over Jurgen Voortman of zijn vrouw Janna
Buisman.
Wel
kunnen
we
een
gezinsoverzicht geven, die in dat jaar
bestond uit drie kinderen: Grietje (6 jaar),
Hendrik (3 jaar) en Leentje (1 jaar).
In 1784 stierf Hendrik, het zoontje van
Jurgen Voortman en Janna Buisman, op
vier-jarige leeftijd. Op dinsdag 16 maart
werd de belasting aantekening gemaakt van
het pro deo begraven op het kerkhof in
Monnickendam.19 Het gezin telde hierna
nog maar twee dochters: Grietje en
Leentje.
Na zes jaar nam Jurgen Voortman op
zaterdag 29 januari 1785 het buitenrietgewas weer in huur24 voor fl. 19,-.
Voorwaarden waren dat voor eind mei
1785 betaald moest worden en dat het riet
voor eind maart 1785 gesneden werd.
Hendrik Kruunberge en Jurgen Buddeke
stonden borg voor Jurgen Voortman.
Hendrik Kruunberge (eigenlijk Herman
Henrich Krümberge) kwam uit Menslage.4
Twee maanden voor hij zijn attestatie had
afgegeven aan de Lutherse gemeente in
Monnickendam, was hij gehuwd met
Jannetje Appel. Hendrik Kruunberge had
geen vast beroep. Varieërend van maaier,
modderman en mestboer pakte hij alles
aan wat hij maar krijgen kon.
Vrijdag 3 juni 1785 werd de huur van het
rietland betaald24. Twee dagen later –
zondag 5 juni – was Janna Buisman getuige
bij de doop van Adriaan Buddeke, zoon
van Jurgen Buddeke en Marrijtje de Boer.16
Op woensdag 8 februari 1786 kocht18
Jurgen Voortman een huis en erf op het
Zuideinde
(binnendijks,
verpondingsnummer 335)21 van stadsbode
Jan Mars voor fl. 40,-. Het huis werd ten
noorden belend door Marcus van Reeden
en ten zuiden door Harmen Esselman,
gehuwd met Antje Hillebrandts.
464
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Een maand later werd er een tweeling
geboren.
De
zoontjes
kregen
respectievelijk de naam Herman (mogelijk
vernoemd naar de broer van Jurgen
Voortman: Johann Hermann Hülsmann)
en Heinrich (vermoedelijk naar de vader
van Jurgen Voortman: Johann Heinrich
Hülsmann). Op zondag 5 maart 1786 werd
de tweeling gedoopt16 in de Lutherse kerk
van Monnickendam. Dooppeet waren
Geertruy Bloem en Doortje Gastman.
Deze dagen is het bijzonder koud. Op 6
maart vriest het vijftien graden en door
stuif sneeuw en harde wind komt de
sneeuw op sommige plekken tot kniehoogte.
In 1786 was Jurgen Voortman voor het
eerst aanwezig bij de jaarlijkse turfverdeling door de Lutherse kerk. Na de
gewone kerkdienst op zondag 27 oktober
1786 verzochten Lammertje Barner, Crisje
Bos, Immetje Keyzer, Ytje Sijbrands
Keyzer, Aaltje de Lange, Jan Martens,
Andries Hendriksz. Smit, Jan Smit, Geesje
Vollers en Jurgen Voortman de Lutherse
kerk om turf. Hoeveel een ieder kreeg
werd niet vermeld. De maand oktober
begon onstuimig, maar eindigde winters bij
een noord-oosten wind. Op 25 oktober ligt
er al ijs op het water. Ook in november
blijft het nog koud en zakt het kwik tot
tien graden onder nul.
Op 30 januari 1787 betaalde Jurgen
Voortman zijn verponding21 voor het huis
dat hij in 1786 gekocht had. Vergeleken
met het vorig huis dat hij in zijn bezit had,
was de verponding van dit huis bijna de
helft.
Verponding
fl -.18,—
100ste penning
-.18,—
straat- en brandspuitgeld
-.13.-8
diepgeld
-.-2.-4
som der verponding
fl. 2.11.12
Bij de turf-verdeling die in 1787 op zondag
4 november gehouden werd, waren de
volgende
verzoekenden
aanwezig:
Lammertje Barner, Crisje Bos, Trijntje
Croon, Grietje Wijnants Groot, Ytje
Sijbrands Keijzer, Hendrik Kruunberge,
Immetje Keijzer, Aaltje de Lange, Jan
Martens, Andries Hendriksz. Smit, Jan
Smit, Geesje Vollers en Jurgen
Voortman.28
De verponding21 voor het jaar 1788
betaalde Jurgen Voortman op donderdag
24 januari 1788 (vergelijk 30 januari 1787).
Op zondag 27 april 1788 werd Janna
Buisman dooppeet16 van Tijs Klaas
Weyhenke, die in Broek in Waterland
geboren was en in de Lutherse kerk in
Monnickendam gedoopt werd. Tijs Klaas
Weyhenke was een zoon van Johan
Christiaan
Weyhenke
en
Geertje
Winkelaar.
Bij de turf-verdeling28 door de Lutherse
kerk op zondag 2 november 1788 waren
de
volgende
personen
aanwezig:
Lammertje Barner, Crisje Bos, Trijntje
Croon, Grietje Wijnants Groot, Immetje
Keijzer, Ytje Sijbrandts Keijzer, Hendrik
Kruunberge, Aaltje de Lange, Jan Martens,
Andries Hendriksz. Smit, Jan Smit, Geesje
Vollers en Jurgen Voortman. Blijkbaar had
men te maken met een strenge winter want
op zondag 11 januari 1789 werd er extra
turf uitgedeeld. Lammertje Barner, Crisje
Bos, Trijntje Croon, Immetje Keijzer, Ytje
Sijbrandts Keijzer, Hendrik Kruunberge,
Aaltje de Lange en Jan Martens kregen
ieder drie tonnen turf extra. Jurgen
Voortman ‘net zijn vrouw’ kreeg vijf
tonnen turf extra. Wellicht had dit te
maken met het feit dat Janna Buisman al
ongeveer acht maanden in verwachting
was van haar zevende kind. De winter van
1788-1789 werd zeer streng. Aanvankelijk
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
begon deze in november rustig en droog
maar op 24 november stak er een
onaangename noord-oosten wind op. Het
kwik blijft gedurende een maand zo rond
het nulpunt hangen maar geleidelijk werd
het matig tot strenge vorst. Op sommige
plaatsen vriest het 's nachts twintig graden.
De Zuiderzee vriest dicht. De strenge
koude hield aan tot 12 januari. De tweede
helft van januari is opvallend zacht met
temperaturen van zo'n twaalf graden.
Bijna twee weken na de extra turfverdeling, op een winderige zaterdag 24
januari 1789, betaalde Jurgen Voortman
zijn verponding (zie 30 januari 1787).
Nog geen maand later beviel Janna
Buisman van een zoontje. Het kind kreeg
de naam Jan Jurgen en werd op zondag 22
februari 1789 gedoopt16 in de Lutherse
kerk van Monnickendam. Dooppeet was
Geertruy Bloem.
465
466
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk III (17901799)
Trijntje Barends, 10 tonnen turf
Lammertje Barner, 10 tonnen turf
Crisje Bos, 10 tonnen turf
26 januari 1790 betaalde Jurgen
Voortman zijn jaarlijkse verponding (zie
30-01-1787).
Trijntje Croon, 8 tonnen turf
In 1790 werd ook een nieuwe ledenlijst vn
de Lutherse gemeente samengesteld. Op
deze lijst komen we Jurgen Voortman en
Janna Buisman respectievelijk tegen op
nummer 15 en 16.
Aaltje de Lange, 12 tonnen turf
Dinsdag
Zondag 30 oktober 1790 werd er weer turf
verdeeld door de Lutherse kerk. Voor het
eerst werd nu ook de aantallen vermeld die
verstrekt werden;
Lammertje Barner, 10 tonnen turf
Crisje Bos, 10 tonnen turf
Trijntje Croon, 10 tonnen turf
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf
Hendrik Kruunberge, 10 tonnen turf
Aaltje de Lange, 12 tonnen turf
Jan Martens, 10 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 20 tonnen turf
Geesje Vollers, 9 tonnen turf
Jurgen Voortman, 16 tonnen turf
Dit jaar werd er geen onderstand
(gedeeltelijke steun voor armen) verleend.
De verponding van 1791 betaalde Jurgen
Voortman op zaterdag 29 januari (zie 3001-1787). Blijkbaar had Jurgen Voortman
al enige tijd geen onderhoud aan zijn huis
gehouden, want met de mei-schouw op 11
mei 1791 werd hij gelast de gevel van zijn
huis binnen zes weken te verbeteren.
Zondag 6 november 1791 werd onder de
verzoekenden weer turf verdeeld door de
Lutherse kerk;
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf
Hendrik Kruunberge, 10 tonnen turf
Jan Martens, 10 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 18 tonnen turf
Jurgen Voortman, 14 tonnen turf
De verponding van 1792 betaalde Jurgen
Voortman op dinsdag 24 januari (zie 3001-1787).
In juli van hetzelfde jaar werd het achtste
(en tevens het laatste) kind van Jurgen
Voortman (49 jaar) en Janna Buisman (39
jaar) geboren. Het dochtertje werd
Catrijntje genoemd en werd op zondag 22
juli in de Evangelisch Lutherse kerk in
Monnickendam gedoopt. Doopgetuige was
Catharina Elisabeth Platzman, vrouw van
Marcus van Reeden, buurvrouw van
Jurgen Voortman en Janna Buisman (zie
08-02-1786). Lang leefde het kind niet
want twee maanden later stierf het reeds.
Op vrijdag 28 september 1792 werd het
pro-deo begraven op het kerkhof in
Monnickendam.
Maandag 5 november werd er weer turf
verdeeld
onder
de
verzoekenden,
waaronder niet Jurgen Voortman maar
Janna Buisman. Wellicht was Jurgen
Voortman verhinderd daar de verdeling op
maandag in plaats van zondag gehouden
werd.
Lammertje Barner, 8 tonnen turf
Janna Buisman, 12 tonnen turf
Hendrik Kruunberge, 8 tonnen turf
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
467
Jan Martens, 8 tonnen turf
Lodewijk XVI
Klaas Schild, 8 tonnen turf
Hij werd in het kasteel van Versailles geboren
als derde zoon van kroonprins Lodewijk, die al
in 1765 overleed, en Maria-Josepha van Saksen.
Op 16 mei 1770 trouwde hij met MarieAntoinette, dochter van keizer Frans I en Maria
Theresia van Oostenrijk. Zijn grootvader, koning
Lodewijk XV, overleed op 10 mei 1774, waarna
hij koning werd. Op 11 juni 1775 werd hij
gezalfd en gekroond. Onder zijn voorgangers
Lodewijk XIV en XV was de staatsschuld snel
opgelopen en de bevolking sterk gegroeid. Niet
alleen moest de economie er weer bovenop
geholpen worden, ook de vrijheid en
rechtsgelijkheid van de gewone burgers moesten
worden bevorderd.
Andries Hendriksz. Smit, 12 tonnen turf
Geen van de ministers van financiën bereikten
veel, vooral als gevolg van tegenwerking door de
adel, ook door de koningin zelf, die in
tegenstelling tot haar echtgenoot gehaat werd
door het volk. Na de onlusten in de zomer van
1789 volgden grote politieke veranderingen, die
Lodewijk en zeker zijn vrouw veel te ver gingen.
Veel edelen hadden hierna Frankrijk verlaten en
in de winter van 1790-91 vatte Lodewijk
hetzelfde plan op. Hij wilde vanuit het
buitenland met een betrouwbaar leger naar Parijs
marcheren, waarin hij gesteund werd door de
Oostenrijkse keizer. Een belangrijke factor was
overigens het overlijden in april 1791 van de
graaf de Mirabeau, die de koning in het zadel
wilde houden, maar dan als hoofd van een
constitutionele monarchie. In juni van dat jaar
vluchtten Lodewijk en zijn familie incognito,
maar bij de plaats Varennes-en-Argonne werden
ze op de 21e ontmaskerd, waarmee hij alle
sympathie van het volk verspeelde.
Op 10 augustus 1792 werd het gebouw waar hij
toen woonde, de Tuilerieën, bestormd en
geplunderd, waarna hij en zijn familie in het
oude kasteel Le Temple huisarrest kregen. In
december van dat jaar moest hij zich voor de
Nationale Conventie verantwoorden voor zijn
daden. Op 21 januari 1793 werd op de Place de
la Révolution de doodstraf voltrokken met de
guillotine. Marie-Antoinette onderging op 17
oktober hetzelfde lot.
Trijntje Barends, 10 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 10 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf en
onderstand
Aaltje de Lange, 10 tonnen turf en onderstand
Hoewel
de
betreffende
bronnen
ontbreken, kan met enige zekerheid gezegd
worden dat Jurgen Voortman over de jaren
1793-1799 aan het begin van de
betreffende jaren zijn verponding betaalde
(zie 30-01-1787). In 1800 betaalde Jurgen
Voortman namelijk nog steeds dit zelfde
bedrag
voor
hetzelfde
huis
(verpondingsnummer 335).
Lodewijk XVI koning van Frankrijk.
468
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
De turfverdeling op zondag 3 november
1793 zag er als volgt uit:
Hendrik Kruunberge, 8 tonnen turf
Klaas Schild, 12 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 12 tonnen turf
Jurgen Voortman, 12 tonnen turf
Trijntje Barends, 10 tonnen turf en onderstand
Lammertje Barner, 8 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 10 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf en
onderstand
Aaltje de Lange, 10 tonnen turf en onderstand
Zaterdag 18 januari 1794 was Jurgen
Voortman aanwezig bij de openbare
verhuring van de noorder- en zuidercingel.
Bataafse Republiek
De Bataafse Republiek (1795–1806), of het
Bataafs Gemenebest (naam van 1805 tot 1806),
was een republiek die het grootste gedeelte van
het huidige Nederland omvatte. De republiek
was gevormd naar voorbeeld van en met
militaire steun van de Franse Republiek.
De Bataafse Republiek werd na de Bataafse
Revolutie uitgeroepen op 19 januari 1795, één
dag nadat stadhouder Willem V naar Engeland
vluchtte.
Op 1 februari 1793 verklaart Frankrijk de
oorlog aan Engeland en de Republiek. Bij de
eerste slag wordt Breda veroverd. In december
1794 steken de Franse troepen de Waal over en
begin 1795 naderen ze Amsterdam. In
tegenstelling tot in Frankrijk werden de
revolutionaire
veranderingen
relatief
vreedzaam doorgevoerd.
De intocht van de Fransen op 19 januari 1795 in Amsterdam (Jacob Cats). Plaats van handeling is het
huidige Frederiksplein met de barakken van de Pruisische troepen op de achtergrond (ook de Utrechtsepoort
is te zien)
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Inkwartiering
Op 22 januari 1795 kreeg Monnickendam voor
het eerst te maken met inkwartiering van
soldaten. Een majoor van de Mecklenburgse
troepen bleef twee nachten in Monnickendam
om de manschappen rust te geven. De 24e
vertrokken ze weer.
Op 26 januari moest de stad 46 soldaten van het
2 batalhon van het regiment Plettenberg bij
burgers ingekwartierd.
Drie dagen later kwam een kwartiermaker van
het Franse Commandant Balljon, die 900 man
Franse troepen uit het 8e bataljon uit Parijs
ingekwartierd wilde hebben. Elke burger moest
tot nader order drie of vier man in zijn huis
opnemen. Hoewel deze troepen de volgende dag
weer vertrok, kwam dezelfde middag nog het
bericht dat er opnieuw soldaten ingekwartierd
moest worden.
Op 13 februari werd aangekondigd dat het
inkwartieren van het Hollandse regiment van
Plettenberg opgeheven zou worden.
Door steeds te wisselen van manschappen kon
niemand een juist oog houden op het getal van
aanwezige soldaten. In september 1795 betaalde
ons land zelfs voor 36.000 man terwijl er slechts
7.000 hier tegelijk aanwezig waren.
Voor fl. 3.-.- nam Jurgen Voortman de
vesting vanaf de lijnbaan van de heren
Peereboom & zn tot aan het hek van de
St.Nicolaaskerk in huur. Bovendien nam
hij het buitenrietgewas in huur voor fl. 21..-. Voorwaarde was dat de huur voor eind
mei 1794 betaalt moest zijn. Barend
Woutersen en Jurgen Buddeke stonden
borg voor Jurgen Voortman, die op
donderdag 19 maart 1794 de huur van het
buitenrietgewas betaalde.
Hoewel er op zondag 2 november 1794
weer turf verdeeld werd, namen Jurgen
Voortman en Janna Buisman hier geen
deel aan. Daardoor kregen zij ook op 5
februari 1795, toen er extra turf verdeeld
469
werd in verband met de aanhoudende
winter, ook geen turf.
Op zaterdag 10 januari 1795 betaalde
Jurgen Voortman pas de huur van de
vesting (zie 18-01-1794). Waarschijnlijk liet
hij direct weten het buitenrietgewas voor
hetzelfde bedrag en dezelfde voorwaarden
ook het komende jaar te willen huren,
want bij de openbare verhuring van de
noorder- en zuidercingel op zaterdag 17
januari 1795 was dit bij prolongatie reeds
verhuurd
aan
Jurgen
Voortman.
Bovendien huurde Jurgen Voortman
hetzelfde stukje vesting als in 1794, nu
echter voor fl. 1.-.-. Borg stonden Idel
Jansz. en Hendrik Kruunberge.
Terwijl Amsterdam op 18 januari 1795 een
nieuw
stadsbestuur
kreeg,
ging
Monnickendam op 21 januari over. De
prinsgezinde
bestuurders
werden
vervangen voor patriottische bestuurders.
In totaal werden 190 gegoede en
patriottische burgers bijeen geroepen in de
Doelen van Monnickendam. Jurgen
Voortman zat hier niet tussen. Wel komen
we de namen tegen van Harmen Esselman,
Dirk Hulskemper, Jan Mars, Age Volkerse
en Willem Vrijning. Het feit dat Jurgen
Voortman niet op deze lijst voorkomt kan
betekenen dat hij niet als gegoed wordt
beschouwd of prinsgezind was.
Er werden twee vrijheidsbomen geplant in
Monnickendam; een voor het raadhuis op
het Noordeinde en een voor het huis van
de oudste ‘represant’ Dirk Claus in de
Kerkstraat.
Drie maanden later was Janna Buisman
getuige bij de doop van een kind van
Hendrik Kruunberge en Jannetje Appel.
Het zoontje Jan werd op woensdag 18
maart 1795 Evangelisch Luthers gedoopt.
De turfverdeling op zondag 1 november
1795 zag er als volgt uit:
470
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Jurgen Buddeke, 10 tonnen turf
Grietje, 18 jaar
Hendrik Kruunberge, 8 tonnen turf
Leentje, 13 jaar
Andries Hendriksz. Smit, 20 tonnen turf
Herman (Harmen), 9 jaar
Jurgen Voortman, 12 tonnen turf
Heinrich (Hendrik), 9 jaar
Trijntje Barends, 10 tonnen turf en onderstand
Jan Jurgen (Jan), 6 jaar
Lammertje Barner, 8 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 10 tonnen turf en onderstand
Op zondag 6 november 1796 werd er weer
turf verdeel onder de volgende
verzoekenden:
Ytje Sijbrands Keyzer, 10 tonnen turf en
onderstand
Marrijtje de Boer, 8 tonnen turf
Jan Martens, 8 tonnen turf en onderstand
Op Grietje Voortman na, die hoogst
waarschijnlijk haar moeder helpen moest
met de huishouding, genoten alle kinderen
van Jurgen Voortman en Janna Buisman
onderwijs middels de Lutherse kerk die
daar een leraar voor aanstelde. Uit de
verschillende bronnen is niet gebleken dat
Grietje Voortman heeft leren lezen of
schrijven.
Van het jaar 1796 is verder weinig bekend
over het gezin van Jurgen Voortman en
Janna Buisman, die in dat jaar uit vijf
kinderen bestond:
Hendrik Kruunberge, 8 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 20 tonnen turf
vrouw van der Velde, 8 tonnen turf
Jurgen Voortman, 12 tonnen turf
Trijntje Barends, 8 tonnen turf en onderstand
Lammertje Barner, 10 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf en
onderstand
Jan Martens, 10 tonnen turf en onderstand
Vrijheidsboom in Amsterdam.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Assignaten
Vanaf 1789 werden in Frankrijk assignaten als
papiergeld gebruikt. Assignaten zijn een soort
hypotheekbiljetten. Eigenlijk geeft ieder biljet
recht op een deel van de kerkelijke en adellijke
goederen die tijdens de Franse Revolutie waren
onteigend. De assignaten werden in Frankrijk
in steeds grotere hoeveelheden en steeds lagere
denominaties gedrukt om de oorlog te
financieren. Gevolg was een hollende inflatie.
In 5 jaar daalde de waarde tot 1/30 van de
uitgiftekoers. Toen de Franse legers in 1795
ook de Nederlanden bezetten, betaalden de
soldaten hun aankopen met Franse assignaten.
De Bataafse regering was niet in een positie dit
te verbieden. Wel verbood men de
Nederlanders de ontvangen assignaten opnieuw
uit te geven.
Doordat
de
wisselbepalingen
nogal
ingewikkeld waren, bleven er veel assignaten
onder het volk hangen, dat er verder niets mee
kon doen. In 1796 werden ze tegen 1/30 van de
nominale waarde teruggenomen en in 1797
werden ze waardeloos verklaard.
471
voor de schepenen van Monnickendam
voltrokken.
Met de mei-schouw van 3 mei 1797 werd
opgemerkt dat de wal aan de
Niesenoordburgwal van Harmen Boddeke
en Jurgen Voortman (buren) door de stad
verbeterd diende te worden. Blijkbaar liep
het erf van Jurgen Voortman, daar zijn
huis aan het Zuideinde stond, geheel door
tot aan de Niesenoordburgwal.
Bij een openbare verkoping van meubilaire
goederen bij Jacob Paulisz Mey op
donderdag 3 augustus 1797, kocht Jurgen
Voortman een rok voor fl. 6.-.-.
Omdat de stad Monnickendam zwaar te
leiden heeft onder de inkwartiering van
Plettenburgse, Mecklenburgse en Franse
troepen, stuurt het stadsbestuur op 15
september 1797 een brief naar de
Commissarissen van Oorlog in Den
Helder. De stad bestaat uit 400 huizen en
150 gealimenteerde burgers en soms
gebeurt het dat er meer dan 1000
manschappen in Monnickendam moet
overnachten. De stadskas bezweek snel
door de grote voorschotten waarvan het
stadsbestuur nog niets van had
teruggekregen.1
De jaarlijkse turfverdeling door de
Lutherse kerk, vond in 1797 op zondag 5
november plaats onder de volgende
verzoekenden:
Jan Christiaan Cappel, 10 tonnen turf
Maartje Cornelis Kroes, 8 tonnen turf
Op 20-jarige leeftijd ging de oudste
dochter van Jurgen Voortman en Janna
Buisman, Grietje Voortman, op zondag 23
april 1797 in ondertrouw met de negen jaar
oudere Willem Sijmonsz. Mey. Willem
Sijmonsz. Mey werkte op de lijnbaan (mits
daar werk was) en kwam uit een
Gereformeerde familie. Drie weken later,
op zondag 7 mei 1797 werd het huwelijk
Christiaan Meijer, 8 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 18 tonnen turf
Pieter van der Velde, 8 tonnen turf
1
L. Appel, Prinsgezinden en patriotten, patriotten
’t meest, in Oud-Monnickendam jaarboek 1999,
pag. 106.
472
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Jurgen Voortman, 12 tonnen turf
Grietje Wulk, 12 tonnen turf
Trijntje Barends, 8 tonnen turf en onderstand
Lammertje Barner, 10 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 8 tonnen turf en
onderstand
Bij het omspitten van de tuin van
Christoffel Willem Vrijning, op het
Zuideinde (verpondingsnummer 332) op
vrijdag 11 mei 1798, vond Jurgen
Voortman drie schapenvellen die onder
een perenboom begraven lagen. Mede in
verband met diverse veediefstallen van de
afgelopen maanden kwam er een
onderzoek en werd de laatste bewoner van
dat huis gehoord door de schepenen van
Monnickendam op zaterdag 12 mei 1798.
Christoffel Willem Vrijning verklaarde dat
hij zijn huis sedert mei 1794 verhuurd had
aan Hendrik Kruunberge. Deze verklaarde
op zijn beurt inderdaad het huis tot mei
1798 in huur te hebben gehad, maar de
tuin sedert mei 1797 verhuurd had aan
Hendrik Vreling. Bovendien verklaarde
Hendrik Kruunberge niets af te weten van
schapenvellen in zijn tuin, maar na diverse
verhoren bekende hij uiteindelijk het
plegen van vijf schapendiefstallen, te
weten:
september 1797; een schaap van Jan
Kloek, gemerkt met zwart, uit het land
voor zijn hofstede in de Purmer.
oktober 1797; een schaap, gemerkt met
rood, uit het land even voorbij de
draaibrug en een schaap van Klaas Fraaij,
gemerkt met rood, in de Purmer.
Deze drie schapen werden geslacht en de
overgebleven vachten werden begraven in
de tuin onder de perenboom, voorts:
van 26 op 27 januari 1798; twee schapen
van Cornelis Middelbeek, gemerkt met
stompe oren en teer op de staart, uit het
land aan de Purmerdijk bij de Purmerbrug.
Ook deze twee schapen werden geslacht
en de overgebleven huiden werden achter
een pakhuis in het water gegooid.
Bovendien had Hendrik Kruunberge van
Cos Hoogland twee maatjes, en van
Harmen Esselman een kopere aker, een
teems en een maatje gestolen. Bij het
starten van het onderzoek naar de drie
schapenvellen op zaterdag 12 mei 1798,
betaalde Hendrik Kruunberge 55 stuivers
aan Harmen Esselman ter vergoeding van
de kopere aker die hij (volgens zeggen)
verkocht had voor een gulden aan een
onbekende jood.
woensdag 23 mei 1798 verklaarde
Christoffel Willem Vrijning dat de drie
schapenvellen gevonden waren in zijn tuin
en dinsdag 29 mei 1798 verklaarde Jurgen
Voortman deze schapenvellen gevonden te
hebben bij het omspitten van de tuin van
Christoffel
Willem
Vrijning.
De
schapenvellen waren toen al grotendeels
vergaan, hetgeen verklaard waarom Jurgen
Voortman meende dat het ging om drie
rood-gemerkte en een zwart-gemerkte
schapenvel.
Alleen uit armoede had Hendrik
Kruunberge de vijf schapen gestolen om
zijn gezin - met vier kinderen - eten te
kunnen geven.
Op zaterdag 16 juni 1798 trokken de
schout en schepenen de conclusie en werd
de eis bekend gemaakt. Daarbij werd
bekend gemaakt dat Hendrik Kruunberge
schuldig werd bevonden aan aan het
herhaaldelijk plegen van veedieverij en hij
omgebracht diende te worden op het
schavot
voor
het
stadhuis
van
Monnickendam en aldaar door de
scherprechter met het koord gestraft zou
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
moeten worden tot de dood er op zou
volgen. Na enige tijd ten toon gehangen te
hebben, zou het lijk afgenomen moeten
worden en zou het worden begraven.
Jan Andries, 18 tonnen turf
Na het horen van deze eis, deed Hendrik
Kruunberge nog een laatste verzoek,
alvorens het vonnis uitgesproken zou
worden:
Pieter van der Velde, 8 tonnen turf
De gevangene bid op zijne knieen de Justitie om
vergiffenis, verzoekt soveel mogelijk verzagting van
straf, seggende door swaare armoede en honger tot
deese misdaad overgehaald te zijn, ten blijke
dienende dat hij al het vlees van de gestoolen
schapen heeft opgegeeten en niets van verkogt.
Dinsdag 19 juni 1798 werd het vonnis
geveld. Alvorens lichamelijk gestraft te
worden, moest Hendrik Kruunberge ten
toon staan op het schavot voor het
stadhuis van Monnickendam, met een
koord om de hals aan de galg gebonden en
een bord voor zijn borst waarop het delict
genoteerd stond. Daarna werd hij door de
scherprechter met de roede gegeseld en
vervolgens gebrandmerkt. Hierna werd hij
voor het leven verbannen uit het gewest
Holland.
Jannetje Appel, de vrouw van Hendrik
Kruunberge, bleef in Monnickendam
wonen. Op 22 oktober 1827 overleed zij
aldaar op zeventigjarige leeftijd.
Bij een opgave over de uitgaven van de
schutterij van Monnickendam, wegens het
wassen van lakens, het herstellen van
matrassen en het schoonmaken van de
kazerne, komen we Janna Buisman twee
maal tegen. Deze lijst over de maand juni
van 1798, vermeldt dat Janna Buisman
naast fl. 3,20 (waarschijnlijk voor het
schoonmaken van de kazerne) ook nog fl.
1,20 kreeg voor anderhalve dag
schoonmaken van de waag.33
Op zondag 4 november 1798 werd er weer
turf verdeeld:34
473
Jan Christiaan Cappel, 8 tonnen turf
Jochem Hoppe, 12 tonnen turf
Grietje Voortman, 5 tonnen turf
Jurgen Voortman, 10 tonnen turf
Jannetje Appel, 6 tonnen turf en onderstand
Trijntje Barends, 6 tonnen turf en onderstand
Lammertje Barner,8 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Antje Sijbrands Keyzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Maartje Cornelis Kroes, 6 tonnen turf en
onderstand
Blijkbaar was de winter van 1798-1799 een
strenge winter want op zondag 3 februari
1799 besloot men over te gaan tot een
extra turfverdeling. Daar men een beperkte
voorraad had, werd er eerst aan de armen
uitgedeeld:
Jannetje Appel, 150 turven
Trijntje Barends, 150 turven
Crisje Bos, 300 turven
Jochem Hoppe, 300 turven
Ytje Sijbrands Keyzer, 150 turven
Maartje Cornelis Kroes, 150 turven
Christiaan Meijer, 150 turven
Totaal, 1350 turven (13 1/2 ton)
Daar er 20 tonnen turf te verdelen was,
kon zes en een half ton verdeeld worden
onder de overige gegadigden:
Lammertje Barner, 150 turven
Jan Christiaan Cappel, 100 turven
474
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Trijntje Croon, 150 turven
Pieter van der Velde, 150 turven
Jurgen Voortman, 100 turven
Op zondag 28 april 1799 was Janna
Buisman getuige bij de doop van Antje
Meijer, dochter van Christiaan Meijer en
Zeytje Cassie Kempers.35 Christiaan
(Hendrik Christoffel) Meijer en Sijtje
Karsten Kemper hadden al een hele
geschiedenis achter de rug. Op 16 januari
1795 beviel Sijtje (weduwe van Adriaan
Dirks Roos) van een zoon die verwekt was
door de toen nog minderjarige Christi. De
vader van Christi, Christoffel Meijer, werd
veroordeeld tot het betalen van fl. 150,kraamgeld en twee gulden per week tot het
kind 18 jaar is. Christi en Sijtje trouwden
op 21 juni 1795 en kregen nog drie
kinderen, waarvan Janna Buisman dus bij
één dooppeet was.2
Ruim een week later, maandag 6 mei 1799,
kocht Jurgen Voortman bij een openbare
verkoping van meubilaire goederen uit de
Bank van Lening een bruine rok voor fl.
9,25 (geregistreerd d.d. 20-08-1800).36
Toen op zondag 26 mei 1799 een
dochtertje van Jannetje Appel geboren
werd, werd aanvankelijk geweigerd het te
dopen, daar de man van Jannetje Appel
(Hendrik Kruunberge) sedert juni 1798
gebannen was uit het gewest Holland.
Nadat de pastoor echter een brieje gedateerd 2 juni 1799 - ontvangen had
waaruit bleek dat Hendrik Kruunberge het
kind kind erkende, werd het dochtertje,
Mareetje genaamd, op donderdag 6 juni
1799 in de pastorie van de Lutherse kerk in
Monnickendam gedoopt. Janna Buisman
was als dooppeet getuige van deze doop.35
2
Groot, Ds. C.A.E., Vroedvrouwen in
Monnickendam (1625-1970), in het jaarverslag van
vereniging Oud-Monnickendam 2006.
Inval van Engelsen en Russen
Voor de kusten tussen Huisduinen en Groote
Keeten verscheen eind augustus 1799 een
enorme invasievloot van Engelsen en Russen. De
juist door Admiraal van Kinsbergen aangelegde
hoge duintoppen bedoeld als Telegraaf of
Seinpost waren direct van nut. Via de seinposten
werd doorgegeven dat een sterke invasievloot in
aankomst was en trokken de beschikbare
Bataafse en Franse legers op naar de polders
rond Callantsoog en Groote Keeten.
De strijd was heftig. Met kanonnen
bombardeerden de Engelsen de kustverdediging.
Met sloepen kwamen de invallers aan het land en
moesten direct vechten.
Hoewel de Bataven en Fransen moedig vochten
waren ze geen partij voor de enorme overmacht
die vanuit zee de stranden en landen nabij Groote
Keeten bevochten. De Engelsen en Russen
veroverden het gebied en maakten hier een
bruggehoofd.
In de daarop volgende maanden vochten de
Engelsen en Russen naar het zuiden richting
Haarlem en Amsterdam. De bevolking moest
echter niets hebben van de plunderende soldaten.
Het vee werd opgegeten en het hout werd
gebruikt voor verwarming en timmerwerk.
Hevige gevechten vonden plaats bij Bergen en
Castricum waar het Engels/Russische leger tot
een terugtocht werd gedwongen.
Het invasieleger trok zich terug en kreeg
gelegenheid om nabij Den Helder in te schepen.
Er waren circa 10.000 soldaten van het
invasieleger gedood. Ook aan Bataafse/ Franse
zijde waren de verliezen groot. De lokale
bevolking bleef berooid en verarmd achter.
In Monnickendam heeft men nauwelijks iets van
deze bloedige veldtocht meegekregen. Alleen de
inkwartiering van honderden Franse soldaten en
een serie ‘rekwisities’ (opdracht om hulp te
verlenen) zoals de vraag om wagens, bespannen
met paarden en levering van zakken haver, brood
en brandewijn kwam de stadskas duur te staan,
maar men had geen voorstelling van wat er
werkelijk gebeurde.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Op zondag 3 november 1799 werd de turf
als volgt verdeeld:34
Trijntje Barends, 5 tonnen turf
onderstand
Maartje Cornelis Kroes, 5 tonnen turf en
onderstand
Lourens Barner, Johannes Broos, 10 tonnen turf
Jochem Hoppe, 10 tonnen turf
Christiaan Meijer, 5 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 18 tonnen turf
Grietje Voortman, Jurgen Voortman, 8 tonnen turf
Jannetje Appel, 5 tonnen turf en onderstand
Lammertje Barner, 8 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keyzer, 6 tonnen turf en
Aftocht van de Engelsen en Russen, tussen 22 oktober tot 20 november 1799 in Den Helder.
475
476
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk IV (18001809)
Crisje Bos,8 tonnen turf en onderstand
Bovendien kregen Jannetje Appel en
Maartje Cornelis Kroes ook turf en
onderstand.
Zoals
in 1793 vermeld werd, betaalde
Jurgen Voortman dezelfde verponding op
28 janauri 1800 (zie 30-01-1787).
De verponding van 1801 betaald Jurgen
Voortman op dinsdag 27 januari (zie 3001-1787).
Goede Vrijdag 11 april 1800 deed Leentje
Voortman, 17-jarige dochter van Jurgen
Voortman
en
Janna
Buisman,
geloofsbelijdenis in de consistorie-kamer
van de Lutherse kerk in Monnickendam,
samen met:
Hoewel het turf in 1801 ook op een
zondag, 20 september, verdeeld werd, was
het toch Janna Buisman die hier bij
aanwezig was:
Herman Eilers;
Jan Esselman, oudste zoon van Harmen
Esselman en Antje Hillebrandts;
Klaas Beuneker, 6 tonnen turf
Janna Buisman, 10 tonnen turf
Jan Christiaan Cappel, 6 tonnen turf
Jochem Hoppe, 16 tonnen turf
Jan Hammes;
Christiaan Meijer, 6 tonnen turf
Barend Kulke, van Nieuwendam;
Andries Hendriksz. Smit, 18 tonnen turf
Antje Mars;
Lammertje Barner, 8 tonnen turf en onderstand
Anna Middelkamp;
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Sjirk Robert
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Een maand later, op 14 mei 1800, kreeg
Jurgen Voortman met de jaarlijkse meischouw de waarschuwing dat hij voor de
eerst volgende schouw zijn huis in
ordelijke staat moest repareren.
Op zondag 26 oktober 1800 werd de turf
als volgt verdeeld;
Klaas Beuneker, 6 tonnen turf
Jan Christiaan Cappel, 6 tonnen turf
Jochem Hoppe, 16 tonnen turf
Christiaan Meijer, 6 tonnen turf
Andries Hendriksz. Smit, 18 tonnen turf
Jurgen Voortman, 10 tonnen turf
De verponding van 1802 betaalde Jurgen
Voortman op woensdag 3 februari (zie 3001-1787).
Op donderdag 27 mei 1802 kreeg Jurgen
Voortman fl. 0,70 van de diacenen van de
Lutherse kerk. Ook later zou hij nog geld
ontvangen waarvan de reden (nog)
onbekend is.
Een week later werden drie personen
uitbetaald voor het schoonmaken van de
Lutherse kerk. Op donderdag 3 juni kregen
Janna Buisman, Crisje Bos en de kosterin
Grietje Kraakhals ieder fl. 3,15.
Lammertje Barner, 8 tonnen turf en onderstand
Ook dit jaar was Janna Buisman aanwezig
bij de turfverdeling op zondag 24 oktober:
Klaas Boot, 6 tonnen turf en onderstand
Janna Buisman, 10 tonnen turf
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
477
Jan Christiaan Cappel, 6 tonnen turf
Lodewijk Napoleon
Maria Elisabet Grundt, 6 tonnen turf
Zunderdorp, waar hij een boerderij en
diverse stukken land had liggen.
Napoleon besloot in 1806 een eind te maken aan
Op zondag 9 oktober 1803 werd het turf
als volgt verdeeld door de Lutherse kerk:
plaatste daarom zijn jongere broer Lodewijk
Lourens Barner, 8 tonnen turf
Christiaan
8 tonnen
turfhij een sterk gezag
de BataafseMeijer,
Republiek,
omdat
wenste inHendriksz.
de strategisch
Nederlanden.
Hij
Andries
Smit,gelegen
18 tonnen
turf
Napoleon op
de troon:
door een
tot vorst
Lammertje
Barner,
8 tonnen
turffamilielid
en onderstand
te
benoemen
kon
Napoleon
toch
invloed
Klaas
Beuneker, 8 tonnen turf en onderstand
uitoefenen.
Crisje
Bos,maakte
8 tonnen
turf bezwaar
en onderstand
Lodewijk
echter
tegen de plannen
van zijn broer. Omdat hij al jaren kwakkelde met
Christiaan
Feldman,
8 tonnen
turf hem
en onderstand
zijn gezondheid
– reuma
dwong
regelmatig
kuuroorden
op 16
te zoeken
– was
hij niet van plan
Jochem
Hoppe,
tonnen turf
en onderstand
naar het kille Nederland af te reizen.. Ook beviel
het Sijbrands
hem nietKeijzer,
dat zijn
broerturfhem
Ytje
6 tonnen
en als een
ondergeschikte behandelde, die zonder inspraak de
onderstand
keizerlijke orders moest uitvoeren. Napoleon was
Nog
voor Jurgenen Voortman
zijn
echter onverbiddelijk,
uiteindelijk schikte
Lodewijk zich in
zijn lot.
verponding
over
1803 betalen moest,
verkocht
hij zijn huis
aan
Zuideinde
Ook het Nederlandse
verzet
liephet
stuk.
Op orders
(verpondingsnummer
335)
op
donderdag
6
van
de
keizer
reisde
een
Bataafse
regeringsdelegatie
naar
Parijs
af
om
over
januari 1803 aan Hendrik Moen ende
machtswisseling
te Waarschijnlijk
onderhandelen. bevond
Napoleon
Machiel
Mabron.
weigerde
echter
de
afvaardiging
te
ontvangen,
het huis zich in zeer slechte staat, want heten
tot hun grote vernedering moesten de
werd
verkocht Lodewijk
voor fl. 6,-.uit naam van het
delegatieleden
Hollandse
verzoeken
worden. 30
Een
Ruim
drievolkweken
later,vorst
opte zondag
façade van legitimiteit kon niet verhullen dat de
januari 1803, kreeg Jurgen Voortman van
Hollanders een vorst kregen opgedrongen. Op 5
de
vandedeofficiële
Lutherse
kerk fl.plaats.
1,-. In
junidiakenen
1806 vond
ceremonie
het bijzijn
van delater
Bataafse
delegatie
werd
Drie
maanden
trouwde
Leentje
Lodewijk Napoleon in Parijs tot vorst van het
Voortman
met Gerrit Wulk op zondag 1
Koninkrijk Holland benoemd. Louis was nu:
mei
1803
voor
de schepenen
"Zijne Majesteit
Lodewijk
Napoleon doorvande
Monnickendam.
Gerrit
Wulk
ook
genade Gods en de constitutie des kwam
rijks Koning
van een
Holland,
connétable
uit
Luthers
gezinvan
enFrankrijk".
was koopman in
Maria Elisabet Grundt, 6 tonnen turf
Marretje Hillebrandts, 6 tonnen turf
Christiaan Meijer, 8 tonnen turf
Jurgen Voortman, 6 tonnen turf
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf en
onderstand
In 1804 was Janna Buisman voor het eerst
dooppeet van een kleinkind van haar. Op
zondag 29 april werd Sophia Wulk,
dochter van Gerrit Wulk en Leentje
Voortman, gedoopt in de Lutherse kerk te
Monnickendam. Opmerkelijk is dat
Leentje Voortman hier in het doopboek
gemeld staat als Helena Voortman,
hetgeen zou bevestigen dat de naam
Leentje is afgeleid van Helena en dat zij
daarbij vernoemd zal zijn naar de moeder
van Jurgen Voortman, Helena Vortmann
(1716-1754). Sophia Wulk was op 24 april
geboren in Broek in Waterland, waar
Gerrit Wulk ook enige onroerende
goederen had staan.
478
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
In 1804 werd het turf op zondag 21
oktober als volgt verdeeld:
Maria Elisabet Grundt, 8 tonnen turf
Marretje Hillebrandts, 6 tonnen turf
Christiaan Meijer, 8 tonnen turf
Jurgen Voortman, 6 tonnen turf
Lammertje Barner, 10 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Op zaterdag 26 januari 1805 kreeg Jurgen
Voortman wederom fl. 1,- van de diakenen
van de Lutherse kerk.
In 1805 was Herman Voortman, de oudste
zoon van Jurgen Voortman en Janna
Buisman, schutter bij de schutterij van de
stad Monnickendam. Hij was toen 19 jaar
oud.
Patentbelasting
In 1805 hervormde de Agent (minister) van
financiën Isaäc Jan Alexander Gogel het
belastingstelsel. Alexander Gogel was de
belangrijkste minister uit de Bataafs-Franse tijd.
Voor zijn ministerschap was hij koopman in
Amsterdam.
Naast de grondbelasting en personele belasting
(op de huurwaarde van huizen en landerijen,
alsmede op dienstboden, meubilair, paarden,
rijtuigen en jachten)
werd ook de
patentbelasting ingevoerd. Door de Patentwet
werd, tegen betaling, uitoefening van bijna alle
beroepen vrij. De gilden werden afgeschaft.
Alleen boeren, arbeiders en ambtenaren waren
vrijgesteld maar tuinlieden, hoveniers en
bloemisten vielen er wel onder. Het nieuwe
belastingstelsel kwam in Monnickendam maar
moeizaam op gang. Op 6 december 1806 werd
vastgesteld dat er nog 165 verzoeken om
patenten ontbraken omdat de verzoekers nog niet
verschenen waren. Ieder die dit verzuimt moest
na woensdag 10 december 1806 2 stuivers voor
de armen verzekering moeten betalen.
Op 15 april 1805 werd er een dochtertje
van Gerrit Wulk en Leentje Voortman
geboren in Broek in Waterland. Het kind
werd vernoemd naar Janna Buisman en
dus reden te meer voor haar om bij de
doop, die twee dagen later gehouden zou
worden, getuige te zijn. De doop van Janna
Wulk, op woensdag 17 april 1805, werd in
het huis van de ouders in Broek in
Waterland gehouden.
Twee maanden later was Janna Buisman
getuige bij de doop van Jan Dirksz.
Schreuder, zoon van Dirk Christoffel
Schreuder en Antje Jans Bergfelt, die op
zondag 16 juni 1805 in de Evangelisch
Lutherse kerk in Monnickendam gedoopt
werd.
In 1805 werd het turf op zondag 13
oktober als volgt verdeeld:
Janna Buisman, 8 tonnen turf
Christiaan Meijer, 6 tonnen turf
Isaäc Jan Alexander Gogel (1765-1821)
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
479
de arme kinderen, 16 tonnen turf
Jurgen Voortman, 8 tonnen turf
onbekende arme, 10 tonnen turf
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Lammertje Barner, 10 tonnen turf en onderstand
Crisje Bos, 8 tonnen turf en onderstand
Maria Elisabet Grundt, 8 tonnen turf en
onderstand
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf en
onderstand
Bovendien werd Marretje Hillebrandts tot
kosterin benoemd, als opvolgster van
Grietje Kraakhals.
Palmzondag 13 april 1806, deed Herman
Voortman 's avonds voor een volle
gemeente belijdenis in de Lutherse kerk
van Monnickendam, samen met:
Adriaan Buddeke, zoon van Jurgen Buddeke en
Marrijtje Boer. Janna Buisman was nog getuige
bij zijn doop (zie 05-06-1785);
Frederica Draak;
Willem Esselman, zoon van Harmen Esselman
en Antje Hillebrandts;
Jurriaan Hammes, zou in 1808 trouwen met een
dochter van Harmen Esselman en Antje
Hillebrandts;
Bovendien kreeg Doortje Kaser en de
vrouw van Christiaan Feldman 16 tonnen
turf mee voor de arme kinderen.
Bij een openbare verkoping op zaterdag 15
november 1806, bij Wolmet Bakker, kocht
Jurgen Voortman een spiegel voor fl. 0,80.
Bijna een jaar na zijn tweeling broer deed
ook Heinrich Voortman belijdenis voor de
Lutherse kerk, op zondag 25 januari 1807,
samen met:
Maria Wilhelmina Esselman, dochter van
Harmen Esselman en Antje Hillebrandts;
Johan Friederik Meijer, van Kirchdorf in
Hessen;
Neeltje Gerrits Middelbeek, van Zedde
(een buurtschap bij Monnickendam);
Tijs Klaas Weyhenke, zoon van Johan
Christiaan
Weyhenke
en
Geertje
Winkelaar. Janna Buisman was nog getuige
bij zijn doop (zie 27-04-1788).
Gesina Reershemius;
Bij een openbare verkoping van meubilaire
goederen op 16 februari 1807 ten huize
van de overleden Klaas Fraaij en Lijsbeth
ermey, kocht Jurgen Voortman diverse
artikelen:
Rosina Margaretha Reershemius.
koffiekan
De turfverdeling op zondag 12 oktober
1806 zag er als volgt uit:
kopere pan
1,45
cammisool
1,50
linnen
1,25
delfs
0,70
Jan Hendrik Kok;
Lammertje Barner, 10 tonnen turf
Naatje Barner, 6 tonnen turf
Crisje Bos, 8 tonnen turf
Maria Elisabet Grundt, 6 tonnen turf
Barend Middelkamp, 4 tonnen turf
Willem Schreuder, 6 tonnen turf
Grietje Voortman, 6 tonnen turf
fl. 1,-
fl. 5,90
Bovendien kocht Herman Voortman daar
een cammisool voor fl. 2,-.
Op donderdag 17 mei 1807 kreeg Janna
Buisman, evenals de kosterin Marrijtje
480
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hillebrandts,
uitbetaald
voor
het
schoonmaken van de Lutherse kerk over
zes dagen (a 14 stuivers) fl. 4,20.
Op 21 juni 1807 betaalde Jurgen
Voortman fl. 1,- om een jaar lang te mogen
werken in Ilpendam (Actens verlof
1807/1808). Ilpendam ligt circa 6
kilometer ten westen van Monnickendam.
Er waren twee wegen die daar naar toe
liepen. Het Oudelandsdijkje naar Ilpendam
kon je bereiken door vanaf het
Noordeinde in Monnickendam over de
Kloosterdijk telopen. De andere - kortere route
liep
door
Overleek.
De
Zaksteegpoort
bij
de
Grote
(Gereformeerde) Kerk gaf vanaf Overleek
toegang tot Monnickendam. Men liep dan
door een tunnel onder de stadswal door.
Op weg naar Ilpendam had je zicht op
kasteel Ilpenstein die in 1872 werd
Ilpendam, gezicht op de Jaagweg met kerk en molen en trekschuit met paard. Kopergravure uit 1732 door
A. Zeeman.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
afgebroken.
In 1807 werd het turf op zaterdag 24
oktober als volgt verdeeld:
Lammertje Barner, 8 tonnen turf
Naatje Barner, 5 tonnen turf
Crisje Bos, 7 tonnen turf
Jochem Hoppe, 28 tonnen turf
Doortje Kaser, 4 tonnen turf
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf
Antje Lampe, 3 tonnen turf
Willem Schreuder, 5 tonnen turf
Grietje Voortman, 4 tonnen turf
Jurgen Voortman, 4 tonnen turf
arme kinderen, 16 tonnen turf
onbekende arme, 10 tonnen turf
Op 27 januari 1808 lieten Jürgen
Voortman en Janna Buisman een
procuratie
opmaken
door
notaris
Boterkoper in Monnickendam, waarin zij
aan Gerrit de Ruyter (notaris te Broek in
Waterland) opdracht geven hun belangen
te behartigen bij de verdeling van de
erfenis van Anna Catharina Vroombeurs,
tante van Janna Buisman (Bron: SAWA
ONA inv.nr. 3566 akte 1355).
"Op den 27 January des Jaars Agtienhondert
Agt, Compareerden voor mij Cornelis Boterkooper
openbaar Notaris, bij den Hove van Holland
geadmitteerd, te Monnickendam resideerende, in
presentie van de nagenoemde getuijgen;
D.E. Juriaan Voortman, als in huwelijk
hebbende Janna Buijsman, zijnde de vrouw met
die haare genoemde man geadsisteerd en door hem
tot 't aangaan en passeeren deze geauthoriseerd zoo
voor zig zelve en nog als in de rato caveerende of
instaande voor haare broeders en behuwd broeder
en suster met naamen Egbert Buysman, Evert
Buysman en Theunis Heerding als in huwelijk
481
hebbende Willempje Buysman en laatstelijk ook
nog voor desselvs neeff Jan Vierman alle woonende
te Zwol.
Zijnde zij comparante Janna Buysman met en
benevens haar hier voorengemelde broeders en
zuster benevens de voornoemde haare neeff Jan
Vierman meede erfgenamen van wijle hunne
overleedene meu juffrouw Catharina Vroombuer
in leeven huysvrouw van meede wijle de heer
Harmen Keldermulder beyden te Amsteldam
overleeden, blijkens de testamentaire despositie
daar van zijnde de dato 13 december des jaars
1793 voor en ten overstaan van de notaris
Jonathan Baak en getuijgen te Amsteldam
gepasseerd.
Woonende de comparanten te Monnickendam en
zijnde
aan
mij
notaris
bekend.
Dewelke verklaarden zoo voor zig als namens
hunne hier vooren genoemde broeders, suster en neef
door deezen te constitueeren en op de kragtigste
wijze naa rechten doenlijk magtig te maken den
heer Gerrit de Ruyter, notaris te Broek in
Waterlandt. Generalijk omme hun comparanten
recht en intrest benevens die van hunne hier vooren
gedachte broeders, zuster en neeff in den voorsz.
boedel van hun comparanten hier voorengenoemde
overleedene meu in allen opzigten waar te neemen
te derigeeren en uit te voeren ten dien eynde van de
door hun overleeden bij 't voorsz. testament gestelde
ofte benoemen executeuren te eysschen en te
vorderen behoorlijke reekening en verantwoording
zoo wegens derzelver gehouden bewind directie en
administratie geduurende hun lieder voorsz.
qualiteit als executeuren in den gedachten boedel
eenigzints gehad gehouden en gevoerd, de door
voornoemde executeuren te doene reekening en
verantwoording met alle de bescheijden daartoe
dienende naa te zien en te examineeren, dezelve te
approbeeren ofte debutteeren zoo zijn constituants
goeden maal vermeenen zal te behooren, de zuyver
overschietende gelden te innen, vorderen en te
ontfangen voor alle ontfangsten quitanties te geeven,
voornaaming in te staan, desnoods ook in rechten
te ageeren, alle termijnen van rechten te
observeeren, vonnissen te verzoeken de voordeeligen
482
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
te executeeren van de nadeelige te appelleeren of
reformeeren, allerhande arresten en apprehensien
op perzoonen, penningen en goederen te doen,, die
te vervolgen, beklaagen en weeder te ontslaan, alle
gerequireerd werden de cautien te stellen en de
borgen weeder bevrijding te beloven, desnoods
domicilium citandi et excentandi te kiezen, voorts
ook met een iegelijk te mogewn accordeeren,
transigeeren en compromitteeren. De benodigt
zijnde actens in hun constituantens naamen te
passeeren en teekenen en verder dezen aangaande
alles meerder te doen en te verrigten, wat zal
werden gerequireerd of vereyscht en de constituanten
zelve present zijnde zouden kunnen mogen en
moeten doen schoon tot 't een of ander een
ampelder off speeciaal der lastgeeving mogt werden
gerequireerd, die zij constituanten houden voor en
in dezen vervat.
Alles met magt van substitutie en belofte dat zij
constituanten voorgoed en van volkomen waarden
zullen houden en doen houden al hetgeen door den
geconstitueeerde uit kragte dezes zal werden gedaan
en verrigt en dat wel onder verband van hunne
perzoonen en goederen als naa rechten.
Aldus gepasseerd te Monnickendam voorzegt, ter
presentie van Jan Franke ne Huybert Rijke als
getuijgen.
Jan Franke
Huybert Rijke
dit merk bij X Juriaan Voortman
dit merk bij X Janna Buysman
C.Boterkooper"
Omstreeks 1808 moet Jurgen Voortman
weer een huis hebben gekocht. Dit betreft
een huis aan het Zuideinde met nummer
108 (wijk I). Volgens Appel gaat het hier
om hetzelfde huis dat Jurgen Voortman in
1803 verkocht (verpondingsnummer 335).
De som der verponding was echter wel
hoger dan het vorige huis van Jurgen
Voortman. Voor verpondingsnummer 335
betaalde Jurgen Voortman fl. 2,67 terwijl
het huis in Wijk I nummer 108 jaarlijks fl.
3,70 zou kosten. Een transportakte heb ik
(nog) niet kunnen vinden.
In 1808 werd het turf op zondag 30
oktober als volgt verdeeld:
Lammertje Barner ,9 tonnen turf
Naatje Barner, 6 tonnen turf
Crisje Bos, 7 tonnen turf
Antje Immes, 6 tonnen turf
Ytje Sijbrands Keijzer, 6 tonnen turf
Engel Kroon, 7 tonnen turf
Willem Schreuder, 4 tonnen turf
Jan Selbits, 3 tonnen turf
Grietje Voortman, 4 tonnen turf
Mogelijk was de erfenis aanleiding voor
Jurgen Voortman om niet naar de
turfverdeling te gaan.
Bij de mei-schouw van 1809, die dat jaar
op woensdag 10 mei gehouden werd,
diende Aldert Bolding een klacht in over
de schutting achter zijn erf, van Jurgen
Voortman. Evenals de poort naast zijn
huis (die hij met Jurgen Voortman deelde)
was de schutting in zeer slechte staat. Nog
voor de eerst volgende schouw van
hetzelfde jaar moest Jurgen Voortman zijn
schutting herstellen. De poort moest hij in
samenwerking met Aldert Bolding
repareren.
Op woensdag 31 mei was echter nog de
schutting nog de poort tussen Jurgen
Voortman en Aldert Bolding gerepareerd,
waarop een uiterste datum werd
vastgesteld. Dit mocht echter niet baten.
Op woensdag 14 juni was het werk nog
niet geklaard en werd de laatste
waarschuwing
gegeven.
Indien
de
schutting en de poort niet binnen acht
dagen hersteld zou zijn, zou een boete
volgen. Om het geheel te kunnen verklaren
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
stapte Aldert Bolding naar de regenten. Op
de vraag waarom hij de poort tussen hem
en Jurgen Voortman niet hersteld had,
antwoorde hij "dat Jurgen Voortman zulks
niet verkoos te doen omdat de kosten te zwaar
waren". Vervolgens had Aldert Bolding met
Jurgen Voortman afgesproken dat hij twee
palen zou bezorgen indien Jurgen
Voortman dan de poort zou maken.
Echter ook Janna Buisman stapte naar de
regenten, aan wie zij vroeg of Aldert
Bolding door de levering van twee palen
aan de voorwaarden had voldaan. Het
antwoord was bevestigend. Verder
verklaarde ze dat diverse omstandigheden
het werk hadden vertraagd. Jurgen
voortman werd gelast de schutting en de
poort binnen acht dagen te repareren,
hetgeen geschiedde.
Mogelijk van invloed op het leven van
Jurgen Voortman en Janna Buisman, maar
zeker stof tot gesprek zal het proces van
hun schoonzoon Willem Sijmonsz. Mey
zijn geweest. Op 5 augustus 1809 werd hij
voor twee jaar gebannen uit het gewest
Holland vanwege het stelen van divers
touwwerk op zondag 23 juli 1809.
In 1809 werd het turf op zondag 15
oktober als volgt verdeeld:
Lammertje Barner, 8 tonnen turf
Naatje Barner, 8 tonnen turf
Crisje Bos, 8 tonnen turf
Jochem Hoppe, 28 tonnen turf
Neeltje Snieder, 7 tonnen turf
Engel Kroon, 7 tonnen turf
Grietje Voortman, 8 tonnen turf
weeskinderen, 30 tonnen turf
onbekende, 10 tonnen turf
483
Wederom waren Jurgen Voortman en
Janna Buisman niet bij de turfverdeling
aanwezig.
484
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk V (1810-1819)
Schepenen van Monnickendam ontvingen
op vrijdag 2 maart 1810 een rekest van de
hoofdofficier Adolf Leonard Thierens,
over een gerucht dat in Monnickendam de
ronde deed. Het gerucht ging dat de
schepen Pieter Kous Bos zich schuldig had
gemaakt aan het stelen van zilver van de
heer William Costerus. Na een klein
onderzoek bleek al snel dat dit gerucht
onwaar was en werd het gezien als een vals
en eerrovend gerucht tegenover Pieter
Kous Bos. Bovendien bleek dat dit gerucht
voor het eerst in Monnickendam werd
verteld door Janna Buisman.
Tijdens het onderzoek door Adolf
Leonard Thierens vertelde Janna Buisman
dat zij het had horen vertellen door twee
onbekende mannen op de Ye-schuit van
Amsterdam naar Buiksloot en dat zij die
mannen ook niet zou kunnen herkennen
omdat het toen al donker was. Volgens de
hoofdofficier was dit echter een frivool
uitvlucht en moest Janna Buisman worden
beschouwd als de inventrue en
verspreidster van het honend en eerrovend
gerucht en mitsdoen schuldig was aan
artikel 165 van het crimineel wetboek en
deswegens strafbaar was. Het verzoek was
dan ook om Janna Buisman te dagvaarden
zodat zij antwoord kon geven op de
artikelen, opgesteld door de hoofdofficier.
De schepenen keurden het rekest goed en
stelden de dagvaarding vast op dinsdag 6
maart 1810. De vragen en antwoorden
waren:
1. Haar ged(aag)ste
naam, ouderdom,
geboorte en
woonplaats.
Zegt Janna Buisman
genaamd, 59 jaren
oud, geboren te Zwol
en woonagtig alhier
te zijn.
2. Of zij ged(aag)ste Zegt Ja.
niet is de
Huisvrouw van
Jurgen Voortman.
3. Of zij ged(aag)ste
binnen deese stad
niet heeft verhaald
dat de Heer Pieter
Kous Bos eenig
zilverwerk zoude
ontvreemd hebben
van den Heer
William Costerus.
Zegt Neen, ik heb
het niet verhaald
maar ik heb aan de
vrouw van Dirk
Hulskamp gevraegd
dat zij dit ook
gehoord hadden,
maar heb gezegt dat
ik het in de Yschuit
had horen vertellen.
4. Zo ja wanneer en Zegt Op een
aan welke lieden zij Zaterdag 14 dagen
ged(aag)ste het die of 3 weken geleden.
heeft verhaald.
5. Of zij ged(aag)ste Zegt Neen dat wist
ook toen heeft
ik niet.
geweten dat het
waarheid is het geen
zij ged(aag)ste toen
verhaald heeft.
Zegt Op een
6. Wanneer en
hoedanig zij
donderdag in die
ged(aag)ste zulks is zelve week toen het
te weten gekomen en begon te vriesen, zegt
verder dat zij een
welke
omstandigheden dier discours van twee
ervan toen zijn
onbekende
verhaald geworden. manspersonen heeft
aangehoord in de ‘s
Yschuit waarvan de
eene zeide hetzelve al
drie malen voor zijn
Toorsbank ‘t hebben
gehoord.
7. Of zij ged(aag)ste Zegt Neen, ik had
met die genen van daartoe geen accesie
welke zij zegt zulks omdat ze niet aan
vernomen te hebben mij vertelde.
des wegens niet is in
gesprek geraakt.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
In Buiksloot meerden de schuiten met passagiers naar/uit Amsterdam (rechts aan de horizon) aan bij
herberg De Vergulde Wagen (links op de hoek). Op korte loopafstand lagen de trekschuiten naar
Monnickendam, Edam, Purmerend en Hoorn. Aquarel van Gerrit Lamberts uit 1816.
Trekschuit met paard, auquatint van C.C. Fuchs uit circa 1810.
485
486
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
8. Zo neen of er niet
meer lieden daarbij
tegenwoordig waren
en of het gesprek
daarover toen
algemeen is
geworden.
Zegt Neen wij waren
alleen met ons drie in
de schuit bij
elkander vooraan.
14. Zo neen welke
Zegt Daarvan geen
bewijzen zij
bewijs te kunnen
ged(aag)ste kan
geven.
produceren voor de
waarheid van haar
voorgeven.
9. Hoe laat zij
ged(aag)ste van
Amsterdam op
Buiksloot is
gevaren.
Zegt Ten vijf uuren
van Amsterdam te
zijn afgevaren.
15. Of zij ged(aag)ste Zegt Ja, maar ik
niet zelve begrijpt kan zulks niet doen.
dat zij verpligt is
voldoende bewijzen
van haar voorgeven
aan den regter te
moeten geven.
10. Met welke schipper Zegt Zulks niet te
zij ged(aag)ste van weten.
Buiksloot is gevaren
na Monnickendam.
11. Of zig nog meer
Zegt Dat weet ik
Passagiers met haar niet, alleen weet ik
ged(aag)ste in
dat er een arme
dezelve schuit
vrouw met dasen in
bevonden.
de Jaagschuit was.
12. Of zij ged(aag)ste Zegt Neen.
ook aan de schipper
of iemand anders
het gesprek in de
schuit heeft
verklaard het geen
zij ged(aag)ste kort
te voren in de
Buitenschuit
vernomen had.
13. Of zij ged(aag)ste Zegt Neen, dat is
thans niet moet
niet onwaar.
bekennen dat het
onwaar is dat zij
ged(aag)ste dat
voorn(oemde)
gesprek in de
Buiksloterschuit
zou vernomen
hebben.
16. Of zij ged(aag)ste al Zegt Ja.
mede niet moet
toestemmen dat
terwijl het beweesen
is dat dit gerugt is,
zonder eenige grond
hetselve allesints is
honende en
lasterlijk is voor den
Heer Pieter Kous
Bos.
17. Dat zij ged(aag)ste Zegt Ja.
ook niet moet
toestemmen dat het
verspreiden van dat
honend en lasterlijk
gerugt strafbaar is.
Daar Janna Buisman de minste bewijzen
had, werd zij als schuldige beschouwd.
Dezelfde dag nog trok men de conclusie
en werd de eis bekend gemaakt. De eis,
opgelegd door Adolf Leonard Thierens,
was bannissement voor twee jaar uit
Monnickendam, Katwoude, Broek in
Waterland en het eiland Marken en
bovendien betaling van de kosten van het
proces.
Ook het vonnis klonk dezelfde dag nog;
gevangenisstraf van veertien dagen
waarvan de laatste acht op water en brood
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
487
en mitsgaders betaling van de kosten van
het proces en het gevang. Aldus op 6
maart gearresteerd, 12 maart op water en
brood en 20 maart weer vrij.
bodens wegens dito
1,20
Een maand later gingen de tweelingbroers
Herman en Heinrich Voortman in
ondertrouw op zondag 15 april 1810 met
respectievelijk Trijntje Visser en Grietje
Lakeman. Op zondag 29 april werden de
huwelijken voltrokken voor de schepenen
van Monnickendam. Daar Trijntje Visser
Katholiek was, werd het huwelijk van
Herman Voortman niet in de kerk
voltrokken. Heirnich Voortman trouwde
een Lutherse vrouw die weduwe was van
Harmen Esselman (niet te verwarren met
de kerkeraadslid Harmen Esselman die
met Antje Hillebrandts getrouwd was).
Grietje Lakeman woonde in Zuiderwoude.
Janna Buisman verklaarde vervolgens dit
niet te kunnen betalen. De schepen
trokken dit na en beweerden vervolgens
het tegendeel.
Een week later, op zaterdag 5 mei 1810,
verzocht Janna Buisman om de rekening
van het proces en het gevang;
Grietje Voortman, 3 tonnen turf
cipier volgens rekening
13,50
fl. 50,15
Het turf van 1810 werd op woensdag 31
oktober als volgt verdeeld:
Lammertje Barner, 8 tonnen turf
Naatje Barner, 5 tonnen turf
Willem Bartels, 6 tonnen turf
Crisje Bos, 8 tonnen turf
Marretje Hillebrandts, 3 tonnen turf
Neeltje Snieder, 4 tonnen turf
Jurgen Voortman, 4 tonnen turf
hoofdofficier voor racatienfl. 14,-
Grietje Wulk, 26 tonnen turf
secretaris volgens declaratie 21,45
weeskinderen, 38 tonnen turf
De zondag daarop, 4 november, was Janna
Buisman getuige bij de doop van Maretje
Schreuder, een dochter van Dirk
Christoffel Schreuder en Antje Jans
Bergfelt.
Drie weken later, op zondag 25 november
1810, kreeg Jurgen Voortman fl. 0,10 van
de diacenen van de Lutherse kerk.
Het stadhuis van Monnickendam, detail van een
pentekening van Cornelis Pronk uit 1726.
Omdat Jurgen Voortman en Janna
Buisman om bepaalde redenen niet bij het
huwelijk van Jan Jurgen Voortman - dat in
Sloten voltrokken zou worden - aanwezig
konden zijn, lieten zij bij notaris Age
Volkerse in Monnickendam een consent
opmaken. In deze akte, gedateerd
woensdag 23 oktober 1811, verklaarden zij
volkomen genoegen te nemen met het
huwelijk van hun zoon met Neeltje van
Rijk, mits het huwelijk met alle
488
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
plechtigheden wettig voltrokken zou
worden. De akte vermeld particulier als
zijnde het beroep van Jurgen Voortman.
De getuigen van deze akte waren Dirk
Hogeboom,
metzelaar,
en
Gerrit
Kwakman, eveneens particulier. Bovendien
verklaarden Jurgen Voortman en Janna
Buisman niet te kunnen schrijven.
Ruim twee weken later, op zondag 3
november 1811, huwde Jan Jurgen
Voortman met Neeltje van Rijk in Sloten.
Herman Voortman en Gerrit Wulk,
echtgenoot van Leentje Voortman, waren
onder andere getuigen bij het huwelijk.
Op dezelfde dag werd in de Lutherse kerk
te Monnickendam het eerste kind van
Heinrich Voortman en Grietje Lakeman
gedoopt. Het zoontje, dat op 1 november
1811 geboren was in Overleek, kreeg de
naam Harmen. Heinrich Voortman en
Janna Buisman waren dooppeet.
De turfverdeling, een week later op zondag
10 november 1811, zag er als volgt uit:
Lammertje Barner, 6 tonnen turf
Naatje Barner, 4 tonnen turf
Crisje Bos, 6 tonnen turf
Neeltje Snieder, 3 tonnen turf
Grietje Voortman, 2 tonnen turf
Jurgen Voortman, 4 tonnen turf
Grietje Wulk,16 tonnen turf
De eerste zondag van 1812, 5 januari,
kreeg Jurgen Voortman fl. 0,85 van de
diacenen van de Lutherse kerk.
Zondag 11 oktober 1812 werd er weer turf
verdeeld door de Lutherse kerk:
Lammertje Barner, 6 tonnen turf
Naatje Barner, 4 tonnen turf
Crisje Bos, 6 tonnen turf
Neeltje Karmelk, 3 tonnen turf
Neeltje Snieder, 3 tonnen turf
Jurgen Voortman, 4 tonnen turf
Grietje Wulk, 16 tonnen turf
Grietje Voortman verscheen ook bij de
turfverdeling maar bedankte volgens het
Lutherse
kerkeraadsboek.
Wellicht
vergezelde ze haar 69 jaar oude vader, die
nog geen twee maanden later overleed.
Op dinsdag 8 december 1812, 's avonds
half negen, overleed Jurgen Voortman in
zijn huis op het Zuideinde nummer 108.
Waarschijnlijk werd hij op vrijdag 11
december begraven, toen Evert Proper
(gehuwd met Marretje Hillebrandts) en
Hendrik Groot aangifte deden bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand. De
akte werd opgesteld in het Frans, waarvan
de vertaling als volgt is:
In het jaar Achttienhonderdtwaalf, de elfde
December om twaalf uur 's middags, zijn voor mij,
burgemeester officier van de burgerlijke stand van
de stad Monnickendam arrondissement Hoorn,
departement Zuiderzee, verschenen:
Evert Proper, eenenzeventig jaar oud, arbeider van
beroep, en Hendrik Groot, vijfentwintig jaar oud,
leerling zeilenmaker, beiden woonachtig in deze
stad,
buren
van
de
overledene.
Dewelke mij hebben verklaard dat de achtste van
deze maand om half negen 's avonds is overleden
in deze stad aan het Zuideinde nummer 108,
Jurgen Voortman, op de leeftijd van tweeenzeventig
jaar,
van
beroep
arbeider,
gehuwd.
De comparanten hebben met mij deze akte
ondertekend, nadat deze aan hen voorgelezen was.
Kort daarna werd Gerrit Wulk ziek en liet
hij zijn testament opmaken door notaris
Gerrit de Ruyter uit Broek in Waterland.
Ook Leentje Voortman liet toen haar
uiterste wil vastleggen op 29 december en
benoemde tot mede-erfgenaam haar
moeder Janna Buisman, weduwe van Juriaan
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Voortman, van beroep arbeidster, woonachtig te
Monnickendam, laat zoodanige portie van mijn
nalatenschap als de wet ten haaren behoeven als
indisponibel heeft verklaard, dog waarvan
genoemde mijnen man de revennen zal blijven
genieten. Gerrit Wulk overleed op 20 janauri
1813 in Zunderdorp. Dit testament van
Leentje Voortman zou van kracht blijven
tot 4 september 1816, toen zij haar
testament wijzigde bij notaris Johannes
Matthias Pfeil te Monnickendam.
Naar aanleiding van het overlijden van de
kosterin Marretje Hillebrandts, werd op
maandag 29 maart 1813 een nieuwe
kosterin gekozen uit de volgende
sollicitanten:
Janna Buisman
Aaltje Esselman
Doortje Kaser
Susanna Kniebel
Grietje Wulk
Na het stemmen door de ouderlingen en
diacenen, waarbij Harmen Esselman zich
buiten stem hield, kreeg Grietje Wulk een
stem en Doortje Kaser vier stemmen zodat
de laatste tot kosterin benoemd werd.
Op zondag 16 mei 1813 werd in het huis
op het Zuideinde nummer 96 het tweede
zoontje van Herman Voortman en Trijntje
Visser Luthers gedoopt en werd (hoe kan
het anders) Juriaan genoemd naar de vader
van Herman Voortman. Janna Buisman
was getuige bij deze doop.
Na het overlijden van Jurgen Voortman
bleef Janna Buisman de Lutherse kerk
bezoeken. Samen met Doortje Kaser, de
kosterin, was Janna Buisman de enige die
een gratis zitplaats in de Lutherse kerk had,
echter wel op de achterste stoelenregel (G)
stoel nummer 4. De overige stoelen van
489
deze regel waren leeg. Hier kwam pas in
augustus 1815 verandering in.
In 1813 werd het turf op zondag 24
oktober als volgt verdeeld:
Naatje Barner 4
Crisje Bos 6
Janna Buisman 4
Neeltje Karmelk 4
Neeltje Snieder 4
Grietje Voortman 4
Grietje Wulk 16
Door het plotselinge overlijden van de
kosterin Doortje Kaser, moest op zondag
5 juni 1814 een nieuwe kosterin voor de
Lutherse kerk te Monnickendam gekozen
worden, uit de volgende sollicitanten:
Naatje Barner
Mietjes Bartels
Janna Buisman
Aaltje Esselman
Jan Hammes en huisvrouw
Susanna Kniebel
Marrijtje Mensing
Grietje Wulk
Uit de groep werd een drietal gekozen,
bestaande uit Aaltje Esselman, Jan
Hammes en huisvrouw en Grietje Wulk,
dewelke met een dobbelsteen moesten
gooien (op volgorde van ouderdom) om
uiteindelijk te kunnen bepalen wie de
nieuwe koster(in) zou worden. Uiteindelijk
bleek Grietje Wulk de meeste ogen te
hebben gegooid zodat zij tot kosterin
benoemd werd.
Op zondag 2 oktober 1814 was Janna
Buisman getuige bij de doop van een
zoontje van Heinrich Voortman en Grietje
490
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Lakeman. Het kind, genaamd Hendrik,
was geboren in Ilpendam en werd in de
Lutherse kerk te Monnickendam gedoopt.
In 1814 werd het turf als volgt verdeeld op
zondag 30 oktober;
Naatje Barner 4 en onderstand
Hendrikje Booy 3
Crisje Bos 5 en onderstand
Janna Buisman 5
Neeltje Karmelk 4
Trijntje Schreuder 3
Neeltje Snieder 4
Grietje Voortman 5
Grietje Wulk 27
Aanvankelijk had Grietje Wulk 30 tonnen
turf, Crisje Bos 6 tonnen turf en Grietje
Voortman 4 tonnen turf toegewezen
gekregen.
In 1815 vond de Slag bij Waterloo plaats
waarbij Napoleon verslagen werd.
Sedert augustus 1815 moest Janna
Buisman fl. 0,15 per kwartaal betalen voor
een zitplaats (regel H nummer 3) in de
Lutherse kerk. Leentje Voortman, die
inmiddels hertrouwd was met Dirk
Lakeman (broer van Grietje Lakeman die
met Heinrich Voortman gehuwd was),
kreeg een plaats naast haar moeder op
regel H nummer 2 en betaalde hier fl. 1,per kwartaal voor. In 1816 zou hier echter
weer verandering in komen. Regel H werd
opgeheven en Jaan Buisman kwam op
regel G stoelnummer 3 voor fl. 1,- per
kwartaal. Leentje Voortman kwam op
stoelnummer 2 van regel G. Aan de andere
zijde van Leentje Voortman (regel G
nummer 1) kwam Grietje Kroon te zitten.
Op zondag 10 augustus 1817 was Janna
Buisman getuige bij de doop van een kind
van Heinrich Voortman en Grietje
Lakeman, Het dochtertje kreeg de naam
Grietje en was geboren in Zunderdorp
maar werd gedoopt in de Lutherse kerk
van Monnickendam.
Bij de turfverdelingen kreeg Janna
Buisman in 1817 (zondag 26 oktober) 4
tonnen turf en in 1818 (zondag 1
november) 5 tonnen turf.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Zitplaatsen in de Lutherse kerk van Monnickendam. De herenbanken
(aangegeven met grote letters) en in het midden de vrouwenstoelen (aangegeven met
kleine letters).
491
492
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Hoofdstuk VI (18201825)
Tot
in 1824 zou Janna Buisman turf
blijven krijgen van de Lutherse kerk. In
1820 kreeg Janna Buisman, op dinsdag 24
oktober, 6 tonnen turf. Bovendien nam
Janna Buisman van oktober 1820 tot
januari 1821 een sokkel (voor fl. 1,10) bij
haar zitplaats in de Lutherse kerk.
Per 1 januari 1821 zegde Janna Buisman
haar zitplaats in de Lutherse kerk op. Bij
de turfverdeling bleef zij echter turf
ontvangen. Zo kreeg ze op zondag 28
oktober 1821, 5 tonnen turf.
Op zondag 27 januari 1822 was Janna
Buisman getuige bij de doop van een kind
van Heinrich Voortman en Grietje
Lakeman. Het dochtertje, geboren in
Zunderdorp, werd vernoemd naar Janna
Buisman en werd zodoende onder de
naam Janna Voortman gedoopt in de
Lutherse kerk in Monnickendam. In dat
zelfde jaar kreeg Janna Buisman, op
woensdag 2 oktober, 7 tonnen turf
toegewezen van de Lutherse kerk.
Zondag 14 september 1823 was Janna
Buisman dooppeet van Juriaan Voortman,
een zoontje van Heinrich Voortman en
Grietje Lakeman. Het kind, vernoemd naar
de vader van Heinrich, werd (hoewel
geboren in Zunderdorp) gedoopt in de
Lutherse kerk in Monnickendam.
Nog geen maand later kreeg Janna
Buisman, op zondag 26 oktober, 8 tonnen
turf. Bovendien verzocht ze om
onderhoud (Janna Buisman werd immers
al 71 jaar) hetgeen ze toegewezen kreeg
gedurende de wintermaanden.
Toen Grietje Voortman op zondag 18
januari 1824 hetrouwde met Pieter Musch,
was Janna Buisman daar ook bij aanwezig.
Ze verklaarde niet te kunnen schrijven en
plaatste een kruisje onderaan de
huwelijksakte van haar dochter. Heinrich
Voortman en Herman Voortman waren
onder andere getuigen bij het huwelijk.
Op zondag 24 oktober 1824 kreeg Janna
Buisman 8 tonnen turf van de Lutherse
kerk.
De voornacht van donderdag 3 februari
1825 bracht men door in een gestadigde
vrees van een zware vloed te zullen krijgen,
daar het water tot ruim 1,50 meter rees.
Een spoedig eb gaf echter voor enige tijd
verlichting. Daarna werd men echter door
een zware donderslag wederom verontrust.
De bliksem had de St.Nicolaaskerk
getroffen, waaruit spoedig de vlammen
sloegen. Men vreesde niet alleen de gehele
kerk te verliezen maar ook gedeelte van de
stad een prooi van de valmmen zou
worden. Deze ramp werd echter al snel
afgeweerd door de inwoners van
Monnickendam die die met emmers water
meer dan 55 meter tegen de torenspits
opklommen en de brand meester werden.
Doch de vreugde over deze afwending van
het gevaar duurde niet lang, daar het
slechts een voorbode was van rampen.
Op 4 februari woedde in geheel Holland
een hevige noord-wester storm. Het water
werd, zoals gewoonlijk, de Zuiderzee
ingestuwd en bereikte zelfs een hoogte van
2,62 meter boven Amsterdams peil. De
golven sloegen over de dijk en kalfden die
van achter weg.
Om de hoek van Durgerdam, even buiten
het westelijk einde van het dorp, werd
tussen 8 en 9 uur 's morgens de eerste
afslag ontdekt en doorgegeven aan Claas
Jongh Visser, schout van Durgerdam,
Ransdorp en Holysloot, dijkgraaf voor die
drie dorpen en hoogheemraad van
Waterland. De schout nam onmiddellijk
maatregelen en trommelde zijn helpers op
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
die met zeildoeken het inmiddels ontstane
gat gat in de dijk wisten te dichten. Niet
alleen Durgerdam, maar ook in het veel
geplaagde Schellingwoude dreigde de dijk
door te breken. Hier brachten Cornelis van
Harreveld (schoonzoon van Trijntje
Williks,
schoonzuster
van
Antje
Greuninger)
en
Hendrik
Wolkers
voldoende zeilen aan.
De wind nam evenwel in kracht toe, vloed
werd op vloed gestapeld en weer stuurde
de schout Claas Jongh Visser mannen weg
om de muur ‘De Steenen Beer’ te
inspecteren. Wat gevreesd werd was
inmiddels gebeurd. De muur, gelegen
buiten Durgerdam aan de hoek van de
polder IJdoorn, had het begeven en met
kracht stroomde het water Waterland
binnen. Binnen de kortst mogelijke tijd
stond het water ongeveer 93 duim hoog
(2,39 m) in de polder, en steeg regelmatig.
‘s Avonds om 11 uur werd 100 duim (2,57
m) gemeten en de vrees bestond dat
Ransdorp en Holysloot van de aardbodem
waren weggevaagd.
Dezelfde vloed dreigde de buitenkant van
Monnickendam te doen instorten en zette
de stad tot ruim 1 meter onder water.
Hierdoor was de gehele stad in één
ogenblik een watervlakte, waarvan alleen
een gedeelte van de Kerkstraat en een klein
gedeelte van het Noordeinde gespaard
bleven, welke aan honderden mensen, die
door hun schuitjes en pramen gered
werden, een gebrekkige schuilplaats
verstrekten. Naderhand zochten nog
honderden mensen uit de omliggende
plaatsen in Monnickendam hun toevlucht.
In de vooravond van zondag 6 februari
tegen 8 uur, werd de gelegenheid verschaft
om de sluizen te openen. De afloop ging
onafgebroken voort en een spoedige
aftapping was ook het best in de om enige
verzachting aan de voor veln
noodlottige ramp toe te brengen.
493
zo
Ook aan vee ging wel het een en ander
verloren. In Nieuwendam en Zunderdorp
verdronken zeven paarden, 329 runderen
en 745 schapen.
Bijna vier maanden later overleed Janna
Buisman op een leeftijd van 72 jaar in het
Zuideinde nummer 108, op maandag 30
mei om twee uur 's nachts.
494
BIOGRAFISCHE BESCHRIJVING
Epiloog
Nog dezelfde dag werd de overlijdensakte
opgemaakt, op verklaring van Herman
Voortman en Jan Jurgen Voortman. Zij
wisten dat hun moeder in Zwolle geboren
was, naar zij dachten op 3 december 1752.
Vergeleken met haar doopdatum, is het
mogelijk dat zij zich in de maand vergist
hebben. Bovendien wisten zij alleen de
naam van haar vader, Lubbert Buis.
Waarschijnlijk is dit ook de oorzaak dat
Janna Buisman onder de naam Janna Buis
in de tienjaarlijkse tafels van overlijden
staat. De naam van haar moeder,
Margrietje Frederiks Vroombeurs, was
voor Herman en Jan Jurgen Voortman
onbekend.
Wellicht
heeft
Grietje
Voortman ook niet geweten dat zij naar
haar vernoemd werd (indien dit hier
tenminste het geval was).
Drie weken later, op maandag 20 juni
1825, verkochten de nabestaanden het huis
waarin Janna Buisman (en in 1812 ook
Jurgen Voortman) overleden was en lieten
dit vastleggen bij notaris Age Volkerse. De
nabestaanden waren;
Detail van de kadastrale kaart van Monnickendam uit 1827. De pijl wijst naar het huis waar Jurgen
Voortman (1812) en Janna Buisman (1825) stierven.
JURGEN VOORTMAN (1743-1812)
Grietje Voortman, vrouw van Pieter
Musch, boekbinder
Leentje Voortman,
Lakeman, huisman
vrouw
van
Herman Voortman, tuinman,
wonende in Monnickendam
Dirk
allen
Heinrich Voortman, huisman, wonende in
Zunderdorp
Jan Jurgen
Amsterdam
Voortman,
mestboer
te
Het huis werd verkocht aan Simon Mey,
zoon van Willem Sijmonsz. Mey en Grietje
Voortman, die venter was in Broek in
Waterland en in 1823 gehuwd was met
Trijntje Diclofs Ossebaar (waarbij onder
andere Herman voortman, Heinrich
Voortman en Dirk Lakeman getuigen
waren). Het huis dat voor f 200,- werd
verkocht, werd belend door Harmen Kool
(ten zuiden) en Cornelis de Jong (ten
noorden).
Toen Leentje Voortman in 1830
hertrouwde met Klaas Peen, overlegden
beiden ook de overlijdensakten van hun
grootsouders, met uitzondering van de
ouders van Jann