Vertrouw je niet-pluisgevoel

Commentaren

Transcriptie

Vertrouw je niet-pluisgevoel
ORGANNON
NU’91 MAGAZINE - November 2013 - 22e jaargang - Nr.135
Vertrouw je
niet-pluisgevoel
Geïntrigeerd door het
bewegingsapparaat
Jong en gedreven
Kwestie van smaak
ZORGANNONUMMER 135 - 1
Inhoud
8
10
Samen sterk tegen stigma
Stichting Socialrun strijdt tegen het brandmerken van
mensen met een psychische aandoening.
Vertrouw je
niet-pluisgevoel
In het belang van hun patiënten
moeten verpleegkundigen hun
niet-pluisgevoel erkennen en
bespreekbaar maken.
14
Jong en gedreven
‘De zorgverlener beslist niet voor de
cliënt, dat doet hij of zij zelf.
En dat is nu nog niet vanzelfsprekend!’
12
Geïntrigeerd
door het
bewegingsapparaat
Als gipsverbandmeester moet je ook
beschikken over biomechanisch en
technisch inzicht.
16
Kwestie
van smaak
Smaak ontstaat door een samenspel
van meerdere zintuiglijke waarnemingen;
de smaakbeleving
verschilt per
persoon.
ZORGANNONUMMER 135 - 2
Column
Intuïtie
Elke zorgverlener kent het: het plots opkomende gevoel dat er iets niet
klopt. Onderzoek heeft uitgewezen dat je die eerste waarneming echt
wel serieus mag nemen. Je ‘onderbuik’ zegt soms meer dan je
brein. Dit niet-pluisgevoel wordt in deze Zorg anno NU beschreven.
Interessant artikel als je het mij vraagt.
Sinds NU’91 ook de CAO belangen van aan het verpleegkundige en
verzorgende vak verwante professionals behartigt, treden steeds meer
Specifieke Beroepsorganisaties tot onze vereniging toe. Inmiddels zijn
het er negen. Zo ook de beroepsorganisatie van gipsverbandmeesters.
In een interview legt een gipsverbandmeester uit waarom zij voor dit
vak koos en wat het in de praktijk inhoudt.
Als recreatieve hardloper doet het mij goed het verslag te lezen van
een van onze leden die deelnam aan de Socialrun, een 48-uur durende
estafetteloop tegen stigmatisering van mensen met psychiatrische
aandoeningen. Petje af voor de deelnemers aan deze uitdaging.
Dat NU’91 vele actieve leden heeft, is natuurlijk wel bekend.
Deze vrijwilligers vertegenwoordigen NU’91 op veel plaatsen en tijdens
verschillende activiteiten, zelfs internationaal. Sinds oktober is Saskia
ten Hoopen, student hbo-v, onze vertegenwoordiger bij de European
Nursing Students Association. Zij vertelt over haar ideeën en ambities
met betrekking tot het vak en doet verslag van haar eerste ENSA bijeenkomst.
In dit nummer ook aandacht voor smaak. Dat niet iedereen elke smaak
kan waarderen is een waarheid als een koe. Vreemde uitdrukking
eigenlijk, maar ook dat is natuurlijk een kwestie van smaak.
Monique
Kempff
Voorzitter NU’91
colofon
Zorg anno NU is het verenigingsblad van Nieuwe Unie ‘91, beroepsorganisatie van deverpleging en verzorging. Hoofdredactie en eindredactie: Yvonne Sturkenboom
Redactie: Sinanda Benjamins, Ruth Heiligers, Jos Kaldenhoven, Susan Konst, Redactieadres: Bernadottelaan 11, Postbus 6001, 3503 PA Utrecht, Tel. 030 - 296 41 44,
Fax. 030 - 296 39 04, [email protected] Bladmanager: Yvonne Sturkenboom. Vormgeving en productie: Meneer E. / illustratie & vormgeving - Amsterdam www.meneer-e.nl,
Advertentie-exploitatie: NU’91, Utrecht, T 030-2964144, [email protected] Uitgever NU’91, Utrecht, ISSN 0927 - 4774.
De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden brieven en artikelen in te korten en te redigeren. De in Zorg anno NU verkondigde standpunten of meningen zijn niet noodzakelijk de standpunten
en menigen van NU’91.
Hoofdkantoor NU’91 en regio’s: Postbus 6001, 3503 PA Utrecht. T 030-296 41 44, F 030-2963904, Groningen, Friesland, Drenthe: Richard Wisman, Overijssel, Gelderland:
Gorrit Smit, Utrecht, Flevoland: Ymke Hylkema Noord-Holland: Esther Tibbe, Limburg, Noord-Brabant: Peer Meesters, Zeeland, Zuid-Holland: Mark Froklage
Telefonische spreekuren Serviceloket NU’91: Maandag t/m donderdag van 9.00 - 17.00 uur en vrijdag van 9.00 - 13.00 uur. Tel. 030 - 296 41 44 of [email protected] Graag lidmaat-
schapnummer vermelden. Zowel voor beroepsinhoudelijke als juridische zaken. NU’91 online: www.nu91.nl
Opzegging van het NU’91 lidmaatschap kan halfjaarlijks. Dit dient schriftelijk te geschieden vóór 1 mei of vóór 1 november. Uw opzegging gaat respectievelijk per 1 juli of 1 januari in.
U ontvangt een schriftelijke bevestiging van uw opzegging. NU’91 ledenadministratie, Postbus 6001, 3503 PA Utrecht.
ZORGANNONUMMER 135 - 3
NUinhet
Nieuws!
Van papier naar digitaal
NU’91 op Nursing Experience
NU’91 is met een interactieve stand aanwezig op Nursing
Experience 2013. NU’91 leden kunnen er kennismaken met
onze medewerkers en krijgen een leuke attentie. Nog geen
lid? Laat je dan informeren over nut en noodzaak van het
NU’91 lidmaatschap. Of maak gebruik van de kans om
alles wat je nog wilt weten over de herregistratie BIG voor
te leggen aan de NU’91 jurist.
Bij het Wellpoint dat NU’91 samen met Zilveren Kruis Achmea
heeft ingericht, kun je je gezondheidsparameters laten
checken. We hopen je te zien op 3 en 4 december!
Jarenlang kregen onze leden samen met het
oktober/novembernummer van ons magazine een NU’91
agenda toegestuurd. Ook NU’91 kan er echter niet omheen:
de elektronische agenda heeft de papieren versie grotendeels verdrongen. Vanuit die vaststelling hebben we besloten
te stoppen met de NU’91 agenda.
Met de app Ontzorgje die NU’91 voor de IPhone liet ontwikkelen, zullen we je in de naaste toekomst de mogelijkheid
bieden je digitale agenda naar eigen inzicht in te richten.
Eén leuke service bieden we je nu vast: via Vergeet Mij Niet
kun je onder andere verjaardagen, vakanties en afspraken
inplannen.
nursingexperience.nl
PPGM
legt het uit
Tevredenheidsonderzoek
Om een goed beeld te krijgen van de
beleving, wensen, verwachtingen en
waardering van onze leden als het gaat om
de dienstverlening van NU’91, nodigen wij
alle leden uit de online enquête in te vullen.
Je vindt dit tevredenheidsonderzoek van
1 tot 15 december op onze website nu91.nl.
Op basis van jullie antwoorden kunnen wij
Solidariteit, verplichtstelling, keuzemogelijkheden; zaken die regelmatig voorbij
komen als het om pensioen gaat. Medewerkers van PPGM geven in een drietal
artikelen antwoord op mogelijke vragen die je hebt over deze onderwerpen.
nu91.nl > nieuws > pensioenfondsen
Beter Af
voor
ZZP-er
verder verbeteren.
Onder de deelnemers aan dit onderzoek
verloten we 100 leuke ‘hebbedingetjes’.
Zilveren Kruis Achmea biedt de zzp-ers onder de NU’91 leden korting op het Beter Af Zelfstandigen Pakket.
Dit pakket bestaat uit een collectieve zorgverzekering, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een
Support Module. De twee verzekeringen kunnen ook apart worden afgesloten. Van de gratis Support
Module met een groot aantal preventie en re-integratie
services, kan in alle opties gebruik worden gemaakt.
nu91.nl > nieuws > Beter Af Zelfstandigen pakket
ZORGANNONUMMER 135 - 4
het beleid en de dienstverlening van NU’91
NU in het Nieuws
GGz Kennisplein
Voor professionals in de GGz en verslavingszorg is er sinds kort een nieuw
online platform. Het GGz Kennisplein
biedt kennis, nieuws en ervaringen
over actuele onderwerpen in de GGz
en verslavingszorg, zoals ambulantisering, de basis GGz en e-mental health.
Op het platform kun je een persoonlijk
profiel aanmaken, een werkplaats of
een discussiegroep starten, en contacten leggen met andere GGz / verslavingszorg professionals. Het samenwerkingsplatform
leent zich goed voor het delen en verspreiden van bijvoorbeeld
- handreikingen en stappenplannen
- trainingen en e-learning-modules
- ervaringen, good practices
- wetenschappelijke en andere vakinhoudelijke publicaties
Als je een profiel hebt aangemaakt, kun je gebruik maken van de vele mogelijkheden.
O V E R O P
Europa werkt toe naar één Europese
betaalmarkt: de Single Euro Payments
Area (SEPA). Een van de gevolgen is dat
je huidige rekeningnummer vervangen
wordt door een internationaal rekeningnummer: het International Bank Account
Number (IBAN). Vanaf februari 2014
geldt dit nummer voor alle betalingen.
Uiteraard moet dan ook de NU’91
ggzkennisplein.nl
administratie aangepast zijn aan de
nieuwe eisen.
Meer informatie over de invoering van
IBAN/SEPA vind je op onze website;
onder contact vind je alle bankgegevens
De Liedjesfabriek brengt muziek in het leven van zieke
kinderen. Samen met de kinderen een liedje schrijven en een videoclip opnemen dat is
van NU’91.
wat Patrick Spierts en Léon Winters uit Nijmegen voor ogen stond toen zij in 2008 dit
Wil je een wijziging in je gegevens
initiatief namen. ‘Muziek geeft veel. Je kunt negatieve emoties uiten, dat lucht op.
(adres, bankrekening e.d.) alsjeblieft
Het is een prettige afleiding van al je kleine en grote zorgen.’ De Liedjesfabriek werkt
met muzikanten en muziektherapeuten in opleiding. Samen met jonge patiënten maken
zo snel mogelijk aan ons doorgeven?
ze wekelijks liedjes in het Amalia Kinderziekenhuis. Inmiddels melden pedagogisch
Mocht je nog vragen hebben, neem
medewerkers ook kinderen aan vanuit het Juliana Kinderziekenhuis Den Haag en het
dan contact op met projectleider
Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht. En de belangstelling groeit. De ambitie is om in
de komende jaren het aantal locaties waar zij langsgaan met hun liedjesmachine en zieke
kinderen voor een dag popster laten zijn, uit te breiden. Maar daarvoor is wel de hulp
Puck Dekker: 030- 296 41 44 of
[email protected]
nodig van vrijwilligers, sponsors en donateurs.
uz
pzel
liedjesfabriek.nl
Winnaars
De juiste oplossing van de puzzel uit
Zorg anno NU 134: VEILIGHEIDSGORDEL
Uit de goede inzendingen hebben we tien
winnaars getrokken. Zij hebben inmiddels
de ResQMe ontvangen.
Hanneke Carmiggelt
Bea Verhoeven
Judith van Teeseling
Myrthe Vis
Marjolein Hoes
Jildou Rozestraten
Geert Vogel
Marieke Preuter
Anne Schut
Hennie van der Linden
Lochem
Santpoort Noord
Nijmegen
Rosmalen
Rotterdam
Groningen
Bennekom
Enter
Apeldoorn
Kessel
ZORGANNONUMMER 135 - 5
Wo
ebode nd 3.0
n doo
r Hart
m
,
e sedatie
v
ie
t
ia
ll
a
P
wel/niet?
g
a
m
t
a
w
Uitgebreide
t
informatiemark
Klinische les
over
verschillend
e medicatie
ann)
nde team
Mooie prijzen te winnen bij de
ab
Skills L
De 2e Nursing Experience zal
dit jaar nog meer interactieve
workshops en uitdagende
praktijksessies hebben. Verzeker
jezelf van deelname en meld je aan
voordat het weer uitverkocht is.
(aang
Zelfsture
Moo
ie
Workshop Mindfulness
(aangeboden door IZZ)
n!
ijze
pr
im
eren
Herre
gistr
at
klaar
voor ie wet BI
G:
de st
art
3 en 4 december
ReeHorst, Ede
Moo
ie
us r
ean
D
curs
AN
ST
n!
ijze
pr
G
fris)
n!
ijze
pr
N
(Op
Moo
ie
SI
UR
Moo
ie
n!
ijze
pr
N
Omdat beter
worden
je vak is!
s
NURSING STAND!
Werk & privé in balans voor Ma
ntelzorgers
(aangeboden door IZZ)
neren
Meer grip op klinisch rede
ge
Het grote Pijncolle
www.nursingexperience.nl
Initiatiefnemer:
ZORGANNONUMMER 135 - 6
Hoofdsponsors:
Kennispartner:
Internationaal
Jaarvergadering ENSA
Tekst: Saskia ten Hoopen
Jaarvergadering EFN
Tekst: Esther de Vries
Als de nieuwe vertegenwoordiger bij de European Nursing Students Association
heb ik - student verpleegkunde en NU’91 lid - begin oktober in Istanbul de jaarlijkse algemene vergadering van deze organisatie bijgewoond. Voor mijn voorgangster en reisgenoot Karin Hoekman was deze vergadering de laatste klus als
voorzitter van de ENSA.
Is het belangrijk dat Nederland vertegenwoordigd is binnen de ENSA? Hebben
Nederlandse studenten verpleegkunde er profijt van? Ja, zeker weten. Studenten
hebben rechten en plichten. De plichten zijn meestal duidelijk omschreven in het
curriculum. Maar hoe staat het met de rechten? Ik wil dat studenten in Nederland
zich meer bewust worden van hun rechten en wil hen samen met NU’91 steunen
als die rechten geschonden
worden. De ENSA is daarbij
belangrijk omdat er Europese
landen zijn die een erg goed
functionerend studenten netwerk hebben. Daar kan Nederland veel van leren, en natuurlijk
delen wij onze kennis en ervaring weer met andere aangesloten landen.
Ik vind het belangrijk dat studenten zich betrokken voelen bij
hun opleiding en de ontwikkelingen in de zorg, daarom heb ik
dinsdag 8 oktober j.l. mijn ervaringen ook gedeeld met de
deelnemers aan de bijeenkomst
van het NU’91 jongerenplatform.
Ik ben er trots op student verpleegkunde te zijn. Jij toch ook?
Eind september vond de jaarvergadering van de European
Federation of Nurses Association plaats in Skopje, de
hoofdstad van Macedonië.
De leden kregen een uitgebreide update over het
ENS4care project, dat als doel
heeft het leveren van richtlijnen voor verpleegkundigen
waar het gaat om de invoering van eHealth diensten.
EFN is projectleider van
Ens4care en NU’91 een van
de 25 partners. Een belangrijk
onderdeel van het project
- dat twee jaar in beslag gaat
nemen - is de opzet van het
European Nurses Research
Foundation. Deze databank
gaat alle Europese researchprojecten samenbrengen,
zodat die beschikbaar komen
voor zorgverleners in alle
landen van de Europese Unie.
Op elke bijeenkomst van de
EFN wordt aan de vertegenwoordigers van alle landen
gevraagd om tijdens een tour
de table hun licht te laten schijnen over het centrale thema van de bijeenkomst. Dit keer waren er zelfs
twee onderwerpen: patient empowerment en patient ratio. Elke vergadering valt weer op dat de onderlinge verschillen enorm zijn. Niet alleen tussen oost en west, maar ook tussen de rijkere landen onderling.
De Nederlandse vertegenwoordiging heeft het zorgconcept Buurtzorg beschreven. In dit concept hebben verpleegkundigen en verzorgenden een belangrijke taak in het begeleiden van hun cliënten bij het
maken van de juiste keuzes als het gaat om het verkrijgen van de beste zorg.
Een prikkelende opmerking werd gemaakt door de vertegenwoordigster van Engeland: de grote aandacht voor patient empowerment van de afgelopen jaren, vloeit voort uit de noodzaak te bezuinigingen
in de zorg.
Saskia’s dagboek over de ENSA
AGM 2013 vind je op
nu’91.nl > jongeren
ZORGANNONUMMER 135 - 7
GGz
Socialrun genereert geld om de-stigmatiserende
projecten te ondersteunen
Samen sterk
tegen stigma
Tekst: Sinanda Benjamins
Wat een machtig evenement!
Na 51 uur en 555 kilometers
passeerden ook de laatste lopers
van het team GGz Centraal de
eindstreep van de Socialrun.
Een estafetteloop die als doel
heeft het taboe op psychische
aandoeningen te doorbreken en
een vuist te maken tegen
stigmatisering.
Stichting Socialrun strijdt tegen het brandmerken van mensen met een psychische
aandoening. Een van de middelen die daarvoor worden ingezet is de jaarlijkse
Socialrun, een non-stop estafetteloop waarvoor teams, bestaande uit acht lopers
en begeleiders, zich kunnen aanmelden. De Socialrun - dit jaar met als motto
No Judgment, No Limits! - heeft als kernwaarde dat mensen met een psychiatrische stoornis betrokken zijn bij dit evenement. Met dit evenement zamelt de
stichting geld in om de-stigmatiserende projecten in Nederland financieel te ondersteunen. De regels voor deze ondersteuning zijn eenvoudig: het project moet
worden geïnitieerd of uitgevoerd door mensen met psychische klachten, en de
uitwerking ervan moet stigmatisering tegen gaan. Een commissie, bestaande uit
drie ervaringsdeskundigen op het gebied van psychische aandoeningen en een
bestuurslid van Stichting Socialrun, besluit of een project wel of geen financiële
steun krijgt.
BREDE STEUN Bij de start op 27 september werden de negen deelnemende teams toegesproken door PvdA partijvoorzitter Hans Spekman, die indruk
maakte met zijn verhaal over zijn zus: ‘Alle stickers die er waren voor een psychiatrisch patiënt zijn ooit op haar geplakt, maar ze was ook gewoon mijn zus!’
ZORGANNONUMMER 135 - 8
GGz
Stigma
Stigmatisering begint met het labelen of ‘markeren’ van
iemand, waardoor de persoon in kwestie op een bepaalde
manier wordt bekeken en behandeld. Stigma is een groot
probleem voor mensen met een psychiatrische aandoening.
Het heeft een negatief effect op zijn of haar zelfvertrouwen
en beïnvloedt in hoge mate de mogelijkheden tot socialiseren.
De ideeën over psychische ziekten en de mensen die eraan
lijden, hebben vaak weinig met de werkelijkheid te maken.
Ook onder hulpverleners leven vooroordelen over wat
mensen al dan niet kunnen. Maar ook patiënten zelf gaan
geloven in die vooroordelen. Het gevaar bestaat dat het
stigma deel wordt van hun persoonlijkheid.
Uit de lezing Stigma en Stigmabestrijding van Annette Plooij
tijdens het Kwartiermakerscongres, 22 mei 2007:
‘Toen ik halverwege de jaren 80 werd opgenomen in ‘n psychiatrisch ziekenhuis veranderde mijn leven voorgoed.
Er gebeurden drie dingen met me: ik maakte kennis met
angst, depressie en psychose, ik maakte kennis met de
eigenaardige wereld en wetten van de psychiatrie en vooral:
vanaf dat moment behoorde ik tot de anderen.
Iedereen die opgenomen is geweest kent de bijbehorende
vervreemding.Van zelfstigmatisering is sprake wanneer we
de negatieve stereotypen die over ons leven internaliseren,
wanneer we ze gaan geloven. Wanneer we gaan geloven dat
we gevaarlijk, onbetrouwbaar of toch op zijn minst minder
bekwaam en sociaal aanvaardbaar zijn dan anderen. En je
moet wel heel erg sterk zijn om het niet te gaan geloven.
Zelfstigmatisering is het meest vernietigende onderdeel van
het probleem van stigma. Het wordt wel de tweede ziekte
genoemd, een ziekte die ons herstel kan belemmeren en
onze psychiatrische aandoening zelfs kan verergeren.
Maar het is geen ziekte .. het wordt ons aangedaan.’
De gehele lezing vind je op de website van Kenniscentrum
Phrenos.
Elk deelnemende team, bestaande uit hardlopers en fietsers,
werd ondersteund door chauffeurs, masseurs en koks.
De spirit onder de teamleden was enorm; iedereen hield
iedereen twee etmalen lang op de been. Het hele weekend
werden de lopers en fietsers, langs de route en vooral ook
via de social media, gevolgd en gesteund. #Socialrun was op
zaterdag zelfs een paar uur trending toppic op twitter.
Aan de finish in De Meern reikten burgemeester Wolfsen en
tweede kamer leden Linda Voortman en Tunahan Kuzu onder
grote belangstelling de medailles uit, en spraken hun enthousiasme en steun uit voor dit evenement. De voorzitter
van Stichting Socialrun heeft de verzekering gegeven dat er
in 2014 opnieuw een Socialrun wordt georganiseerd.
OP ELKAAR AANGEWEZEN De Socialrun is opgezet
naar het voorbeeld van de RoParun, een soortgelijke langdurige estafette, ten behoeve van de kankerbestrijding.
Ooit was kanker een ziekte waarvan je de naam niet mocht
uitspreken, die je in eenzaamheid moest ondergaan en te
boven moest zien te komen. Kankerpatiënten werden gestigmatiseerd en buitengesloten.
Net als bij de RoParun, of de beklimming van de Alpe d’Huez,
gaat het bij de Socialrun om het neerzetten van een onvoorstelbaar buitensporige, sportieve prestatie. Een uitdaging die
het uiterste en nog een stukje meer van je vraagt, waarbij je
je misschien af kunt vragen of het niet te ver gaat.
Maar wanneer mensen die kanker hebben gehad een dergelijke prestatie kunnen leveren, groeit het bewustzijn dat het
dus mogelijk is om na een ingrijpende ziekte en een zware
behandelperiode, een sportieve prestatie van niveau te
leveren. Uit die inspiratie is het initiatief voor de Socialrun
ontstaan.
De drijfveer van GGz Centraal om met een team mee te doen,
was ingegeven door de droom dat ook het stigma op het
hebben van een psychiatrische ziekte kan verdwijnen. Zoals
dat is gebeurd met het stigma dat lang aan het hebben van
kanker heeft gekleefd.
Wat ik als deelnemende hulpverlener en fietser tijdens deze
run heb ervaren, is dat wij elkaar binnen het team allemaal
even hard nodig hadden. Gedurende die ruim vijftig uur
waarin wij de 555 km volbrachten, waren wij volledig op elkaar aangewezen. Het speelt geen enkele rol meer wat je
doet, wat je hebt, waar je vandaan komt. Het gaat erom wie
je bent. Zoals een van de deelnemers uit ons team het
achteraf beschreef: het beste in ieder van ons kwam boven.
En zo is dat!
NOOT:
Wil je weten hoe je Stichting Socialrun kunt steunen of wil je een team samenstellen voor de Socialrun 2014? Kijk voor meer informatie op www.socialrun.eu
ZORGANNONUMMER 135 - 9
In de praktijk
Ondanks dat parameters en uitslagen van onderzoeken niet aantonen dat een
patiënt klinisch achteruit gaat, kan een verpleegkundige het gevoel hebben
dat ‘er iets niet klopt’. Dit niet-pluisgevoel - ook wel skilled intuïtion genoemd maakt onderdeel uit van de professionaliteit van verpleegkundigen.
Tekst: Yvonne Sturkenboom
De introductie van het HBO-V in 1972 en van
de studie Verplegingswetenschappen midden
jaren tachtig heeft er in belangrijke mate toe
bijgedragen dat in Nederland verpleegkundige
theorievorming serieus werd aangepakt.
Bij de theoretici waren de verwachtingen hooggespannen, maar het bleek heel wat tijd en veel
moeite te kosten om de ideeën in de praktijk
toegepast te krijgen. Met een meer wetenschappelijke, theoretische benadering werd de
traditionele, intuïtieve manier van verplegen
naar een meer theoretisch hoger plan gebracht.
De laatste jaren echter dringt het besef door
dat er weliswaar terecht veel meer aandacht
is voor de theoretische grondslagen van het
beroep, maar dat ook het intuïtieve element
inherent is aan de zorg.
Het intuïtieve element
is inherent aan de zorg
Vertrouw je
niet-pluisgevoel
Intuïtie moet groeien Uit studies van
onder andere Benner (1984) blijkt dat
verpleegkundigen veelvuldig gebruik maken
van hun intuïtie bij het beoordelen van de
gesteldheid van een patiënt en bij het maken
van keuzes. Intuïtie wordt vaak verward met
‘op gevoel’ handelen, maar intuïtief handelen is gebaseerd op impliciete leerprocessen.
Benner relateert een intuïtieve benaderingswijze dan ook primair aan het expertiseniveau van de verpleegkundige. Kennis en
ervaring zijn een absolute voorwaarde voor
het ontwikkelen van intuïtie, ook wel omschreven als klinische blik of niet-pluisgevoel.
Een verpleegkundige aan het begin van haar
carrière beschikt nog over weinig intuïtie.
Een beginner ontleedt situaties, analyseert
onderdelen en hanteert daarbij vaste procedures en regels. Dat geeft richting voor het handelen. Ervaren verpleegkundigen zien meer
het geheel en voelen intuïtief aan welke interventies uitgevoerd moeten worden en wat prioriteit heeft, zonder daar uitvoerig
bij stil te hoeven staan. Overigens is dit een stellingname waar een aantal studenten verpleegkunde van de Hogeschool van
Amsterdam in het artikel The way you look tonight or how to become a bedside Sherlock zich tegen verzetten.
ZORGANNONUMMER 135 - 10
In de praktijk
Kennis
Naar aanleiding van de Anna Reynvaanlezing 2010 - waarin de klinische observatie
door verpleegkundigen centraal stond - vroegen zij zich af of je observeren kunt leren.
Als studenten werden zij in de praktijk regelmatig geconfronteerd met de termen klinische
blik en niet-pluisgevoel, waarbij de suggestie werd gewekt dat ervaring daarbij onontbeerlijk is. Op grond van een literatuurstudie kwamen zij tot de
conclusie dat de opleiding meer mogelijkheden kan bieden om
studenten de nodige tools in handen te geven om actief aan de
ontwikkeling van de klinische blik te werken. Bijvoorbeeld door
bedside teaching en simulatie-onderwijs.
Een professional voert zijn werk
uit op basis van aanwezige kennis. Deze zogenaamde body of
knowledge bestaat uit een hoeveelheid aan theorieën, regels,
verbanden en eerder opgedane
persoonlijke ervaringen.
Reden om te handelen Ongerustheid over de patiënt ontstaat doordat wat de verpleegkundige verwacht te zien, verschilt
met de klachten en symptomen van de patiënt.
Om patiëntveiligheid te waarborgen en zo de kwaliteit van zorg
te verbeteren, moeten verpleegkundigen hun niet-pluisgevoel erkennen en bespreekbaar maken. Dat is een van de conclusies uit
het onderzoek Niet-pluisgevoel, meerwaarde of niet? van Sanne
Legemaat en Evian van der Wekken, studenten verpleegkunde
Christelijke Hogeschool Ede (2013). Zij onderzochten het nietpluisgevoel van verpleegkundigen op de beide locaties van Gelre
ziekenhuizen. Ook bestudeerden zij onderzoeksliteratuur over
dit onderwerp. In de literatuur wordt het niet-pluisgevoel beschreven als een spontaan opkomend, alarmerend gevoel van alertheid.
Een verpleegkundige gaat echter niet blindelings af op haar intuïtie,
maar neemt op basis van haar professionele kennis subtiele veranderingen in het gedrag of uiterlijk van de patiënt waar (Benner,
2001). Het blijkt dat verpleegkundigen die een niet-pluisgevoel bij
een patiënt hebben verschillende acties ondernemen om te achterhalen wat er aan de hand kan zijn: nauwkeurig observeren van
uiterlijke kenmerken van de patiënt, controleren van de vitale
functies, klinisch redeneren, hulp inschakelen van een collega, een
arts waarschuwen en duidelijk rapporteren.
Een van de conclusies uit Niet-pluisgevoel, meerwaarde of niet? is
dat het voor een verpleegkundige belangrijk is, alvorens contact
op te nemen met de arts(assistent), eerst zelf goed op een rijtje te
hebben op welke observaties het niet-pluisgevoel is gebaseerd.
Door een onzekere houding wordt de kans verkleind dat de arts
de verpleegkundige op dat moment serieus neemt. En dat kan ten
koste gaan van de patiënt.
Verpleegkundige gaat niet
blindelings af op haar intuïtie
Naar verloop van tijd zorgt deze
body of knowledge ervoor dat
de professional een zekere
mate van routine ontwikkelt in
zijn werk. Wat eerst expliciet
was in de vorm van regels en
procedures wordt voor een deel
stilzwijgende, onuitgesproken
kennis die ‘in het hoofd’ zit, ook
wel tacit knowledge genoemd.
Deze onbewuste of ervaringskennis is persoonlijk en kan
moeilijk zichtbaar gemaakt of
in woorden gevangen worden.
Deze vorm van kennis speelt
een belangrijke rol bij het ontwikkelen en gebruiken van
intuïtie (Polanyi, 1966).
Literatuur:
- Benner, P. (1984), From novice to expert,
excellence and power in clinical nursing
practice. Menlo Park,CA: Addison-Wesley
Publishing Company
- Legemaat, S., Van der Wekken, E. (2013),
‘ Niet-pluis gevoel’, meerwaarde of niet?
Ede: Christelijke Hogeschool Ede.
- Polanyi, M. (1966), The Tacit Dimension.
London: Routledge
ZORGANNONUMMER 135 - 11
Van de werkvloer
Het werk van de gipsverbandmeester draait om meer dan gips
Geïntrigeerd door het
bewegingsapparaat
Tekst: Marjan Scherrenberg
Sommigen weten al heel
lang dat ze gipsverbandmeester willen worden.
Zij kiezen bewust voor de
studie hbo-v of fysiotherapie zodat zij daarna
de specialisatie tot
gipsverbandmeester
N
a de middelbare
school koos Iris
Gouweleeuw voor de
studie fysiotherapie.
Het steun- en bewegingsapparaat had haar
interesse. Het werd haar
echter al snel duidelijk
dat de aandacht voor
het psychosomatisch
aspect van het vak, waarbij bekeken wordt of de lichamelijke klacht een psychische oorzaak
heeft, haar minder aansprak. Na een half jaar stopte ze dan ook met haar studie en begon
ze aan de duale variant van de hbo-v. Iris werkte als leerling verpleegkundige op de afdeling Orthopedie en kwam in contact met
een gipsverbandmeester. ‘Met veel enthousiasme vertelde zij over haar vak. Zij stelde voor
een keertje mee te lopen en tsja… het kwartje viel.’ Een half jaar nadat ze was afgestudeerd
solliciteerde Iris naar de functie leerling gipsverbandmeester. ‘Weer terug bij het steun- en
bewegingsapparaat dat ik tijdens mijn opleiding fysiotherapie al zo ontzettend leuk vond!’
Met haar zes jaar ervaring als gipsverbandmeester, onder andere opgedaan in het HAGA
ziekenhuis in Den Haag en het Hospitaal op Aruba, werkt ze sinds 2012 in het Wilhelmina
Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht, samen met twee collega gipsverbandmeesters, Alies van
der Wal en Krista te Kronnie.
ZORGANNONUMMER 135 - 12
kunnen doen.
Iris Gouweleeuw (30)
had echter nog nooit van
het beroep gehoord:
‘Ik denk dat het een
specialisatie is waar
je over het algemeen pas
later bij terecht komt.’
Van de werkvloer
Breed scala aan ziektebeelden In de behandelkamer, in aanwezigheid van collega Alies, vertelt Iris over
de vele kanten van haar vak. ‘Werken met kinderen (0-18
jaar) geeft een heel andere sfeer in een gipskamer dan
werken met volwassen patiënten. Kinderen komen ondanks
de beperking van het gips meestal wel daar waar zij naar
toe willen. Volwassenen moeten soms gestimuleerd worden om te bewegen.’ Ze legt uit dat er een breed scala
aan ziektebeelden is waarbij de gipsverbandmeester een
bijdrage levert aan de behandeling. Deze ziektebeelden
hebben te maken met afwijkingen aan botten en spieren,
het ‘steun en bewegingsapparaat’ dus.
Zo kan een kind geboren worden met afwijkingen aan de
botten. Voorbeelden daarvan zijn een scoliose - een zijwaartse kromming van de wervels - en het ontbreken van
een kuitbeen. Bij jonge kinderen is door middel van gipsen
nog veel correctie van een afwijkende stand mogelijk.
‘Dat betekent soms dat ouders bij bepaalde afwijkingen
- zoals bijvoorbeeld een klompvoetje - al na vijf dagen na
de geboorte met hun kind bij ons op de gipskamer zijn.
Bij die afwijking wordt er wekelijks, gedurende zeven tot
negen weken, een nieuw gips aangelegd, met als doel de
voet weer in de normale stand te krijgen.’
Bij jonge kinderen is door middel van
gipsen nog veel correctie van
een afwijkende stand mogelijk
Verder ziet de gipsverbandmeester veel kinderen met een
heupdysplasie. De onderontwikkeling van de heupkom
wordt in het WKZ behandeld door het aanleggen van een
Pavlik bandage, een soort tuigje dat het kind in een bepaald bewegingspatroon dwingt, waardoor de heupkom
weer dieper wordt. Iris: ‘Die tuigjes maken wij niet zelf,
maar we begeleiden de ouders in de manier waarop zij er
mee om moeten gaan. En we houden de ontwikkeling van
het kind in de gaten.’
De arts, die verantwoordelijk is voor de behandeling, zoekt
in overleg met de gipsverbandmeester naar de juiste immobilisatiemethode en volgt middels echografisch onderzoek
de verbetering van de heupkom. Samen met de patiënt
kijkt de gipsverbandmeester naar de immobilisatievorm die
het grootste conform biedt. Dat is een essentieel aspect van
het beroep gipsverbandmeester: ervoor zorgen dat de breuk
in een arm niet meer beweegt, maar dan wel zó dat de
patiënt zich bijvoorbeeld zelf kan aankleden of nog kan gaan
zwemmen.
Ervaring opdoen Ook speelt de gipsverbandmeester
een rol in het corrigeren van afwijkende standen van armen
of benen. Zowel standsafwijkingen als verkortingen van een
bot kunnen ontstaan door een aangeboren afwijking of door
een fractuur, die in een niet-anatomische stand is genezen.
De gipsverbandmeester werkt hierbij niet alleen met gips.
‘Je hebt niet alleen biomechanisch
en technisch inzicht nodig,
maar ook creativiteit
Collega Alies van der Wal legt uit hoe standsafwijkingen van
het bot ook gecorrigeerd kunnen worden met een externe
fixateur. Tijdens de hele behandeling die de arts indiceert,
speelt de gipsverbandmeester een rol in het aanpassen van
de externe fixateur. Hiervoor is biomechanisch en technisch
inzicht absoluut noodzakelijk. Alies: ‘De directe invloed van
het frame op een standsverandering in het bot maakt het
noodzakelijk dat je goed begrijpt hoe het in z’n werk gaat
en hoe het frame al die standsafwijkingen kan corrigeren.’
‘Je komt soms voor situaties te staan die je niet aan hebt
zien komen. Je hebt dus niet alleen biomechanisch en
technisch inzicht nodig, maar je moet soms ook creatief zijn’,
zegt Iris. ‘Alies heeft al 20 jaar ervaring, ook met onverwachte situaties. Die neemt zij mee bij het bouwen van een
frame. Natuurlijk kan ik heel veel van haar leren, maar ik moet
zelf de ervaring opdoen van het bouwen van een framewerk. Zij helpt mij door veel te begeleiden.’ ‘Ook hier is de zorg voortdurend
in beweging’
Taakverschuivingen Iris geeft aan dat er ook op de
gipskamer taakverschuivingen plaatsvinden. Als voorbeeld
noemt zij het corrigeren van de stand van een klompvoet,
in principe de taak van de orthopedisch chirurg. Maar in het
WKZ legt tegenwoordig de gipsverbandmeester niet alleen
het gips aan, maar neemt ook deze taak op zich. Na speciale scholing voert zij op basis van een protocol - onder
verantwoordelijkheid van een orthopedisch chirurg - de
standscorrectie uit. ‘Je ziet ook dat er een verandering in het
conservatieve beleid met betrekking tot gips gaande is’,
voegt ze eraan toe. ‘In vergelijking met vroeger zitten patiënten minder lang in het ‘vaste’ gips, maar wordt sneller
overgegaan op een afneembaar gips. Ook hier is dus de
zorg voortdurend in beweging.’
ZORGANNONUMMER 135 - 13
Interview
Zij doet momenteel twee opleidingen:
het laatste jaar hbo-v en de pre-master
Klinische Gezondheidswetenschappen,
richting verplegingswetenschappen.
Saskia ten Hoopen (20) is daarnaast
betrokken NU’91 lid en sinds oktober
vervangt zij Karin Hoekman als
Nederlands vertegenwoordiger bij de
European Nursing Students Association
(ENSA).
Je denkt mee met de cliënt over de zorgvraag
Jong en gedreven
Tekst: Jos Kaldenhoven Foto: Emma ten Hoopen
Saskia weegt haar woorden zorgvuldig af, maar
klinkt bevlogen als het gaat om het werk waar zij
voor heeft gekozen: de ouderenzorg. ‘Ik wilde
eerst arts worden, maar ik had niet de benodigde
vooropleiding. Mijn plan was om via de propedeuse hbo-v alsnog geneeskunde te gaan studeren.
Maar al tijdens mijn stage in het eerste studiejaar
ben ik verknocht geraakt aan verpleegkunde.
Ik vond het zo bijzonder dat je als hulpverlener met
de cliënt meedenkt over de zorgvraag én die zorg
kunt bieden. Ik heb op verschillende plaatsen leeren werk-ervaring opgedaan, onder andere in een
verzorgingscentrum, een instelling voor verstandelijk gehandicapten en het ziekenhuis. Aansluitend ben ik de differentiatie hbo-vgg (verpleegkundige gerontologie geriatrie) gaan doen. Na een half jaar in een verpleeghuis, loop ik nu stage in een hospice.’
Saskia is zich ervan bewust dat zij als jongere in de zorg iets bij haar cliënten te overwinnen heeft: ‘Wat ouder zijn
is in dit werk wel handig, ja. Ik heb de leeftijd van hun kleinkinderen. Maar gelukkig worden wij op school getraind
ZORGANNONUMMER 135 - 14
Interview
in de juiste houding naar ouderen toe. We krijgen veel gastlessen, verdiepen
ons in de geschiedenis en leren ons in te leven in de belevingswereld van de
doelgroep.’ Haar interesse voor deze specifieke doelgroep was een reden om
de studie verplegingswetenschappen op te pakken. ‘De mening dat werken
in de ouderenzorg niets aan is, is nog alom aanwezig. Ik wil die mening graag
veranderen. Ik denk dat de studie verplegingswetenschappen mij daarbij kan
helpen. Ik heb veel bewondering voor de zienswijze van professor Marieke
Schuurmans, lector Ouderenzorg binnen het lectoraat Chronisch zieken aan
de Hogeschool Utrecht.
Marieke Schuurmans
Prof. dr. Marieke Schuurmans is sinds mei
2009 hoogleraar Verplegingswetenschap
aan de Universiteit Utrecht en sinds 2002
lector Verpleegkundige en Paramedische
Zorg aan de Hogeschool Utrecht.
Na haar middelbare schoolopleiding koos
zij voor de universitaire studie gezondheids-
Toekomst Saskia begrijpt dat veranderingen in de zorg noodzakelijk zijn.
wetenschappen, met als afstudeerrichting
‘We moeten de zorg anders gaan organiseren, daar ontkomen wij niet aan.
Gezien de oplopende kosten moeten we wel. Maar hoe dat dan georganiseerd
moet worden, dat mag niet zomaar van bovenaf worden opgelegd!’
Consensus vindt zij heel belangrijk. Ouderen moeten zelf kunnen aangeven
wat voor hen goede zorg is, wat zij belangrijk vinden. ‘Wij doen het voor hen,
maar nog niet in samenspraak met hen! Kernvraag bij de behandeling moet
zijn: ‘wat wilt ú?’ De zorgverlener beslist niet voor de cliënt, dat doet hij of zij
zelf. En dat is nu nog niet vanzelfsprekend!’
verplegingswetenschap.
De huidige ouderen in Nederland hebben de wederopbouw na de Tweede
Wereldoorlog meegemaakt, de invoering van de AOW en de komst van de
verzorgingsstaat. Dat heeft hen het idee gegeven dat zij ‘op hun oude dag’
zullen worden verzorgd. Saskia realiseert zich dat het is zuur dat dit niet meer
zo is. ‘Ik denk dat de zorg dusdanig moet worden georganiseerd dat wij hen
terug geven wat zij ons hebben gegeven. En dat betekent feitelijk dat wij de
ouderenzorg met zijn allen moeten doen!’
Zij refereert daarbij aan het voornemen van zorginstelling De Vierstroom om
familie en vrienden van bewoners van de verpleegafdelingen te verplichten
zich minimaal vier uur per maand in te zetten als mantelzorger. Daarmee moet
het gevoel van huiselijkheid op de afdelingen vergroot worden.
Saskia: ‘In andere landen is de zorg al veel meer op die manier georganiseerd.
Nederlanders reageren als het om mantelzorg gaat heel primair. Wij willen
niet iets opgelegd krijgen. Terwijl het bijdragen aan die huiselijke sfeer zo
gemakkelijk kan zijn: op bezoek komen, een kopje koffie drinken, een wandeling maken.’
opleidingen te weinig specifiek onderwijs
Voor Saskia is een centrale rol van de verpleegkundige in de multidisciplinaire
zorg aan ouderen vanzelfsprekend: ‘Verpleegkundigen kunnen in de ouderenzorg heel goed de rol van regisseur vervullen. Dat hoeft niet per definitie de arts te zijn. De verpleegkundige ziet de cliënt tenslotte veel vaker.’
Maar de toekomst van de zorg valt natuurlijk moeilijk te voorspellen. ‘Er speelt
zoveel, er zijn zoveel ontwikkelingen. Ook binnen het zorgonderwijs. Saskia
vindt het belangrijk dat studenten zich daarvan bewust zijn. En als vertegenwoordiger bij de ENSA hoopt zij daaraan een bijdrage te kunnen leveren.
Het niveau tussen de opleidingen verschilt. De organisatie van een school
heeft invloed op de kwaliteit van de opleiding.’ Saskia haast zich te zeggen
dat zij hiermee niet bedoelt dat er goede en slechte scholen zijn: ‘Iedere
school gaat voor de best mogelijke kwaliteit van het onderwijs. Dat staat
buiten kijf. Maar de uitdaging is het onderwijs aan te laten sluiten bij die veranderingen in de praktijk. De meeste van mijn docenten zijn academisch geschoold. Maar Saxion wil graag dat docenten daarnaast ook werkzaam zijn
in de zorg. Die link met de werkvloer vind ik heel belangrijk.’
Maar het besef dat de afstand tussen studie
en praktijk wel erg groot was en dat binnen
de verpleegkunde weinig waardering
bestond voor wetenschappelijke kennis,
deed haar na haar afstuderen besluiten de
hbo-v te gaan doen.
Schuurmans is van mening dat de huidige
over ouderenzorg aanbieden. Ze pleit voor
lessen ouderengeneeskunde, wil stages in
de ouderenzorg verplichten en ze vindt het
belangrijk dat inspirerende rolmodellen les
gaan geven op de opleidingen.
Schuurmans is per 1 oktober van dit jaar
benoemd tot Chief Nursing Officer (CNO),
de belangrijkste adviseur van de minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waar
het gaat om verpleegkundige zorg.
ENSA
De European Nursing Students Association is
een internationaal verpleegkundig netwerk en
heeft als doel samenwerking te bevorderen
tussen nationale studentenorganisaties of verpleegkundige opleidingen in Europa.
Saskia ten Hoopen heeft vorige maand tijdens
de jaarlijkse Algemene Vergadering van ENSA
in Istanbul de Nederlandse studentverpleegkundigen vertegenwoordigd. Het thema van deze
bijeenkomst was empowering nursing students
oftewel: Hoe kunnen studentverpleegkundigen
worden aangemoedigd voor zichzelf en hun
opleiding op te komen? Op pagina 7 vind je
een verslag van de ENSA vergadering.
ZORGANNONUMMER 135 - 15
Smaakbeleving
Kwestie van
Tekst: Ruth Heiligers
De hoeveelheid smaakpapillen is van invloed op de
In het algemeen verwijst smaak naar de waarneming van zoet,
zuur, zout, bitter en umami door de smaakpapillen op de tong
en het verhemelte. Maar proeven is een complexe ervaring.
Smaak ontstaat door een samenspel van meerdere zintuiglijke
waarnemingen en de intensiteit van de smaakbeleving verschilt per persoon.
intensiteit van de smaakbeleving. Het aantal kan
behoorlijk verschillen per persoon. Je hebt bijvoorbeeld ‘superproevers’ die zeer smaakgevoelig zijn
en daardoor smaken al snel als te intens ervaren.
Elke smaak is opgebouwd uit een combinatie van
drie elementen:
niet vluchtige stoffen; elke smaakknop of -papil
bevat miljoenen smaakreceptoren voor de vijf basissmaken: zoet, zuur, zout, bitter en umami. Overal op
je tong proef je deze basissmaken. Het is dus niet zo
dat je zoet op het puntje van je tong proeft en
bitter aan de zijkant. Overal op je tong liggen smaakpapillen en die kunnen alle smaken waarnemen;
één papil bevat alle smaakreceptoren. Afhankelijk
van de plaats op de tong zijn de smaakpapillen wel
wat gevoeliger voor de ene smaak dan voor de andere.
vluchtige stoffen; zonder geursensatie is een
smaak vlak en moeilijker te herkennen. De combinatie van de geur die het voedsel direct afgeeft en
de geur die vrijkomt tijdens het kauwen en via het
strottenhoofd de neus bereikt, is sterk van invloed
op de smaakbeleving. Daarom proef je vaak minder goed als je verkouden bent
.
het mondgevoel; iets is knapperig, korrelig, romig
of sappig. Niet alleen de smaak maar ook de consistentie van het voedsel maakt of je iets lekker vindt.
ZORGANNONUMMER 135 - 16
Smaken verschillen Naast geur, kleur, textuur en
temperatuur draagt ook de manier waarop het voedsel wordt
gepresenteerd bij aan de smaakbeleving. Zelfs geluid kan een
rol spelen; denk aan het kraken van de chips of het bruisen
van het koolzuur in je frisdrank. Daarnaast zijn de omgeving,
het tijdstip en de verwachting van invloed. Het drankje dat
je tijdens je vakantie zo lekker vond, kan thuis behoorlijk
tegenvallen.
De ene mens heeft een voorkeur voor hartig en de andere
meer voor zoet. Meerdere factoren zijn daarvoor verantwoordelijk, maar een belangrijke basis wordt gelegd in de baarmoeder. Baby’s hebben van nature een voorkeur voor zoet.
Eet de moeder echter tijdens de
zwangerschap veel voedsel met
een sterke smaak zoals uien, knoflook en peper, dan ontwikkelt het
kind al in de baarmoeder een
voorkeur voor dit soort smaken.
Sterke smaakstoffen dringen namelijk door in het vruchtwater.
Als het kind borstvoeding krijgt,
gebeurt eigenlijk hetzelfde; wat
de moeder eet heeft effect op de
smaak van de moedermelk. Zo kan
een kind dus al met uiteenlopende
smaken kennis maken voordat hij
of zij met vast voedsel begint.
Smaakbeleving
Veel factoren zijn van invloed op
wat je wel of niet lust
smaak
Kinderen die al op jonge leeftijd (gedurende de eerste drie jaar) met veel
soorten smaken hebben kennisgemaakt,
blijken ook op latere leeftijd veel minder
moeite te hebben met nieuwe smaken.
Manipulatie van smaak
Vroeger was de voorkeur van de mens
voor zoet en vet van levensbelang.
Je wist immers nooit wanneer je weer
voedsel zou tegenkomen. Bovendien
was de lichamelijke activiteit hoog en
was enige lichamelijke voedselreserve
dus nuttig. Het eten van voedsel met
een hoogcalorische waarde geeft nog
steeds een prettig gevoel. Maar nu er
overal en altijd voedsel verkrijgbaar is
en onze lichamelijke activiteiten sterk
zijn afgenomen, werkt dit tegen ons.
Het beloningsmechanisme in de hersenen heeft zich nog niet aangepast
aan het moderne westerse voedsel.
Overgewicht en alle daaraan gerelateerde ziektes vormen nu al een groot
probleem. Er wordt dan ook naarstig
gezocht naar methoden om onze
smaak te manipuleren: wel de smaak,
niet de calorieën.
De mirakelbes heeft de belangstelling
van onderzoekers omdat de bes het
vermogen heeft de smaak van zure en
bittere dingen te veranderen. Nadat je
de bes hebt gegeten, smaakt alles wat
je de uren daarna eet zoet. Onderzoek
heeft uitgewezen dat dit te maken heeft
met een proteïne in de miralkelbes, die
Umami
Het concept van de vier basissmaken
- zoet, zout, zuur en bitter is achterhaald. Onze smaakpapillen
blijken gevoelig voor een vijfde smaak,
namelijk umami.
De Japanse professor Kikunae Ikeda
beschreef al in 1908 deze nieuwe
basissmaak tijdens het proeven van
een bouillon op basis van zeewier.
Termen als hartig, vleessmaak en
bouillonachtig zijn vaak gebruikt in
een poging umami te omschrijven.
Geen enkele westerse taal kent
vooralsnog een eigen woord voor
deze vijfde basissmaak.
Vandaar dat overal de Japanse term
wordt gebruikt.
Umami is gevoelig voor glutamaat,
een van de twintig aminozuren.
Glutamaat wordt tegenwoordig vaak
gebruikt als smaakversterker in veel
kant-en-klare etenswaren, zoals zoute
snacks en bouillonblokjes.
de naam miraculine kreeg. Dit stofje
bindt zich aan de smaakpapillen op de
tong die zoete smaken moeten detecteren. Maar het activeert deze smaakpapillen niet. Dat gebeurt pas wanneer een
zure smaak onze mond binnenkomt.
De proteïnen veranderen van vorm en
schakelen de zoete smaakpapillen in.
Hierdoor ervaren we het voedsel als heel
zoet, terwijl ook andere smaken in het
voedsel bewaard blijven. Op dit moment
zoekt men naar een methode om de bes
in voedsel te verwerken.
Ander onderzoek richt zich op de werking van geurstoffen. Het blijkt dat bepaalde geurstoffen de zoetperceptie
kunnen beïnvloeden. Men hoopt dat op
termijn, door het toevoegen van bepaalde geurstoffen aan producten, het suikerpercentage in voedingsmiddelen omlaag kan.
Ook wordt onderzoek gedaan naar de
relatie tussen textuur en verzadiging.
Ons lichaam lijkt niet goed te weten hoe
het moet omgaan met vloeibare calorieën. Evolutionair gezien werden er,
afgezien van de melk als baby, geen
vloeibare calorieën genuttigd. Er moest
altijd flink gekauwd worden om aan de
energiebehoefte te voldoen. Door de
snelheid waarmee vloeibare calorieën
worden genuttigd, lijkt het erop dat het
lichaam niet doorheeft dat deze calorieën binnenkomen, en dat dus het punt
van verzadiging veel later wordt bereikt.
Vroeger was de voorkeur van de mens voor zoet en vet van levensbelang
Bronnen: Kees de Graaf, Voeding nu, 2005, 2006, BBC Horizon, 2013 • www.wetenschap24.nl www.kennislink.nl
ZORGANNONUMMER 135 - 17
VERPLEEGKUNDE
BIJ DEFENSIE
Kijk op werkenbijdefensie.nl/Verpleegkunde
MARIN E | L AN DMACH T | L U CH TMACH T | MAREC HAUS S E E
ZORGANNONUMMER 135 - 18
Boeken
E-module huiselijk geweld
GGz Ecademy - een samenwerkingsverband van 32 GGz-instellingen - heeft de e-learning module Huiselijk geweld en kindermishandeling sneller signaleren samengesteld.
Sinds 1 juli bepaalt de wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, dat alle organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren die werken met kinderen en ouders, over een meldcode beschikken en hiernaar handelen. Scholing is een belangrijke randvoorwaarde om te werken met een meldcode en werkgevers moeten hun medewerkers hierin faciliteren.
Om ervoor te zorgen dat de casuïstiek binnen de aangeboden module aansluit bij de situaties die behandelaren en begeleiders
in de GGz tegenkomen, heeft de GGz Ecademy praktijkmensen ingeschakeld. Aan de hand van waargebeurde verhalen, interactieve opdrachten en praktijkgerichte video’s wordt informatie gegeven over en geoefend met het herkennen van en omgaan
met huiselijk geweld. De cursus wordt afgesloten met een toets.
De online cursus is sinds september beschikbaar voor de ca. 60.000 medewerkers van de 32 betrokken GGz-instellingen.
Anderen kunnen zich voor de cursus aanmeldende via de website thenextpage.nl. Hier vind je ook een demo van de cursus.
Meer informatie: ggzecadamy.nl
NUfo
is de digitale nieuwsbrief van NU’91. Hierin vind je het laatste nieuws over
NU’91 en over de ontwikkelingen binnen de zorg. Wil jij ook NUfo ontvangen?
Ga dan naar www.nu91.nl en log in via Mijn NU’91 en pas Mijn gegevens aan.
Ikben
NUlid
Geef het ons op tijd door wanneer je van adres
verandert of van werkgever.
Vul de nieuwe gegevens in en stuur de bon
-zonder postzegel - naar:
NU’91 Ledenadministratie
Antwoordnummer 9331
3500 ZC Utrecht
Je kunt de wijzigingen natuurlijk ook per email
doorgeven: [email protected]
naam
lidnr.
email
Nieuw adres
adres
postcode
tel. nr.
woonplaats
oude postcode
rekeningnr.
Nieuwe werkgever
naam instelling
adres
postcode
plaats
ingangsdatum
email werk
ZORGANNONUMMER 135 - 19
Waarom een
auto kopen…
Lease’m!
Zo werkt het:
- ga naar www.leasem.nl
en kies je auto
- kies bij reserveren voor
lidmaatschaplease om de
extra korting te krijgen
- reserveer de auto
Heb je nog vragen over
deze unieke aanbieding,
of heb je afwijkende
Een nieuwe auto rijden zonder je spaargeld aan te
spreken?
NU’91 leden kunnen nu profiteren!
wensen met betrekking
tot de uitvoering?
Stuur dan een e-mail
All-in maandtarief Lease’m biedt de leden van NU’91 een
nieuwe auto voor een all-in maandtarief met een optionele unieke
inleverregeling! Door dit maandtarief weet je exact wat je auto
kost. Verzekering, wegenbelasting, onderhoudskosten, hulp bij pech,
afschrijving; alles is inbegrepen! Het enige dat je daarnaast betaalt,
is de brandstof!
Inleverregeling Dankzij de unieke inleverregeling van Lease’m
hoeven leden van NU’91 in deze onzekere tijden niet wakker te liggen
van de financiële verplichtingen. Raak je buiten je schuld je baan
kwijt, dan kan je de auto - zonder meerkosten - voortijdig inleveren.
Unieke aanbieding Alle leden van NU’91 kunnen NU
gebruik maken van de voordelen van privé-lease tegen
een nog scherper tarief! Op het tarief zoals dat op
onze website vermeld staat, heeft NU’91 voor haar
leden een korting bedongen van €100,- per jaar!
Ook hierom ben je lid van NU’91
waarom kopen....
Voor
NU’91 leden
€100,korting
per jaar!
m
voordelig leasen voor
de particulier!
naar [email protected]