Acute leukemie NL.indd

Commentaren

Transcriptie

Acute leukemie NL.indd
3.1.7 NL
Met wie kan ik erover praten?
De Stichting tegen Kanker luistert naar u.
Iedere werkdag van 9 tot 13 uur,
op maandag tot 19 uur.
Leuvensesteenweg 479
1030 Brussel
tel.: + 32 2 733 68 68
[email protected]
www.kanker.be
000-0000089-89
IBAN: BE45 0000 0000 8989
BIC: BPOTBEB1
Chaussée de Louvain 479
1030 Bruxelles
tél.: + 32 2 736 99 99
[email protected]
www.cancer.be
000-0000089-89
IBAN: BE45 0000 0000 8989
BIC: BPOTBEB1
V.U.: Dr. D. Vander Steichel - Stichting tegen Kanker - Leuvensesteenweg 479, B-1030 Brussel • Stichting van openbaar nut • D2032 - P1 00.05 - P&R 08.04
Bel dan gratis en anoniem naar de Kankerfoon.
Professionele hulpverleners (artsen, psychologen)
nemen er de tijd voor iedereen die met kanker
geconfronteerd wordt.
CDN Communication 0.4.26-2
Zoekt u hulp of andere informatie?
Heeft u er behoefte aan om uw hart eens te luchten?
Zoekt u informatie over een type kanker of zijn
behandelingsmogelijkheden?
Wilt u weten hoe u op een dienst van de Stichting
tegen Kanker beroep kunt doen?
Acute
leukemie
bij volwassenen
Voor wie is deze brochure bestemd?
Voor wie is deze brochure bestemd?
Wat is kanker?
Bloedcellen en beenmerg
3
4
6
LEUKEMIE
• Verschillende vormen
• Oorzaken
• Frequentie
9
9
11
12
SYMPTOMEN
13
DIAGNOSE
• Beenmergonderzoek
• Aanvullend onderzoek
15
15
17
BEHANDELING
• Inductiebehandeling
• Complete remissie
• Consolidatiebehandeling
• Onderhoudsbehandeling van de
acute lymfatische leukemie
• Gevolgen van de chemotherapie
18
18
18
19
TRANSPLANTATIE VAN STAMCELLEN
• Donor
• Voorbereidingen
• Complete behandeling
• Herstel
22
22
24
24
26
Zelfhulpgroepen
Vermoeidheid
Het lijden van de zieken verlichten
Het belang van een goede voeding
Het belang van goede moed
Het belang van een vertrouwensrelatie
met de mensen die u verzorgen
De missie van de Stichting tegen Kanker
26
27
27
28
29
19
19
30
31
Deze brochure richt zich in de eerste plaats
tot mensen met acute leukemie.
Wanneer men kanker vaststelt, rijzen er
talloze vragen en emoties:
• hoe en waarom de ziekte zich ontwikkelt;
• welke onderzoeken en behandelingen
noodzakelijk zijn;
• hoelang alles kan duren;
• of genezing mogelijk is;
• of de behandelingen toelaten om een
normaal leven te leiden;
• of u hulp nodig zult hebben;
• welke kosten de ziekte met zich meebrengt;
• of u het al dan niet aan de mensen in uw
omgeving zult vertellen;
•…
Op die en tal van andere vragen moeten
geleidelijk aan antwoorden komen,
afhankelijk van geval tot geval en de
persoonlijke ontwikkeling van elke patiënt.
Uw huisarts speelt daarin een belangrijke
rol. Hij of zij kan u precieze informatie geven
over de evolutie van uw geval.
Uiteraard moet u er wel naar vragen.
Deze brochure wil u dus zeker niet alles leren
over uw ziekte.
Ze bezorgt u wel zeer belangrijke, algemene
informatie om te begrijpen wat acute
leukemie is en hoe u deze ziekte kan
verzorgen. De brochure helpt u om de juiste
vragen aan uw huisarts te stellen, als u meer
wilt weten over uw gezondheidstoestand.
Denk ook aan de mensen uit uw omgeving.
Ook zij zitten met heel wat vragen.
Deze brochure kan hen daarbij helpen.
Voor wie is deze brochure bestemd?
Inhoud
3
Wat is kanker?
Kanker is het resultaat van een diepgaande
en complexe functieverstoring van bepaalde
cellen.
Normaal gezien vermenigvuldigen onze
cellen zich uitsluitend om de groei en het
onderhoud van ons organisme te verzekeren
en blijven ze in dat deel van het lichaam
waar ze zich horen te bevinden.
Dat kan gebeuren via de bloed- en lymfevaten. Er vormen zich dan kolonies van
kankercellen op afstand van het oorspronkelijke gezwel. Die uitzaaiingen noemen
wetenschappers metastasen. Zij zijn verantwoordelijk voor de ernst van de ziekte.
Daarom is het best een kanker te behandelen
voordat er zich uitzaaiingen voordoen.
Binnenin elke cel waken verschillende
genen (functiedeeltjes van het DNA)
nauwgezet over dat proces. Toch kunnen er
zich in de cel afwijkingen voordoen, zodat
ze de controle over de vermenigvuldiging
verliest.
De oorzaak van die afwijkingen kan liggen
bij tal van chemische stoffen of kankerverwekkende stralen die de genen kunnen
beschadigen.
Een opeenstapeling van schade in welbepaalde genen is dus nodig om kanker te
doen ontstaan. Dat neemt heel wat tijd in
beslag. Vandaar dat kanker zelden voorkomt
bij kinderen en dat de frequentie toeneemt
met het ouder worden.
Uitzaaiing van kankercellen
Nog een laatste precisering van de woordenschat: een gezwel wil niet altijd kanker
zeggen. Het gaat om een massa overtollige
cellen die al dan niet kankerachtig kunnen
zijn. In het eerste geval is er sprake van een
kwaadaardig gezwel (kanker), in het tweede
geval gaat het om een goedaardig gezwel.
Eerst worden er vanuit de eerste cel die zich
overdreven vermenigvuldigt, een reeks van
overtollige cellen aangemaakt, die zich op
hun beurt zonder controle vermenigvuldigen.
Wat is kanker?
Sommige daarvan ontsnappen uit hun
oorspronkelijke plaats om andere delen van
het lichaam te koloniseren.
4
5
Bloedcellen en beenmerg
Het hart pompt het bloed door de bloedvaten. Op die manier wordt het bloed naar
alle delen van het lichaam vervoerd. In het
bloed bevinden zich verschillende typen
cellen:
Rode bloedcellen (erythrocyten) zorgen
ervoor dat de ingeademde zuurstof naar
weefsels en organen wordt gevoerd,
waardoor ze kunnen functioneren.
Witte bloedcellen (leukocyten) sporen ziekteverwekkers op die het lichaam zijn binnengedrongen, zoals bacteriën, virussen en
dergelijke en vernietigen ze. Zo beschermen zij ons tegen allerlei vormen van
infectie. Tevens ruimen ze beschadigde en
afgestorven weefselcellen op. Zodoende
dragen de witte bloedcellen bij tot de
genezing van verwondingen.
Leukocyten worden onderverdeeld in
drie groepen cellen: de granulocyten,
de lymfocyten en de monocyten.
Bloedplaatjes (thrombocyten) zijn betrokken
bij de bloedstolling, zodat het bloedverlies
bij verwondingen beperkt blijft.
Wanneer er te weinig rode bloedcellen zijn,
spreekt men van bloedarmoede. De weefsels
missen dan zuurstof en dat kan verschijnselen
geven als bleekheid, moeheid, kortademigheid, hartkloppingen, zwarte vlekken voor
de ogen en duizeligheid.
Bij een tekort aan witte bloedcellen
ontstaat een grotere kans op infecties. Ze
zullen zich vaak het eerst voordoen in de
6
mond, in de keel en rond de anus. Infecties
kunnen gepaard gaan met koorts.
Een tekort aan bloedplaatjes komt tot
uiting in lang nabloeden van geringe
verwondingen, in tandvleesbloedingen,
neusbloedingen, overvloedige menstruaties,
puntvormige onderhuidse bloedinkjes op
de benen en het abnormaal snel optreden
van blauwe plekken.
De verschillende typen bloedcellen zijn dus
alle van levensbelang.
Men heeft berekend dat er per seconde
ongeveer twee en een half miljoen rode
bloedcellen, anderhalf miljoen bloedplaatjes en tweehonderd vijftigduizend
witte bloedcellen worden gevormd. Per
seconde verbruikt het lichaam een even
groot aantal bloedcellen. Er kunnen tijdelijk meer bloedcellen worden verbruikt of
verloren gaan, bijvoorbeeld bij een infectie
of bij een bloeding. Het lichaam vormt
dan meteen meer bloedcellen van het type
dat is verminderd. Op die manier blijft
het totale aantal bloedcellen min of meer
constant.
Beenmerg
De vorming van bloedcellen vindt voornamelijk plaats in het beenmerg. Het beenmerg is het weke weefsel in het binnenste
deel van onze botten, de mergholten. Daar
bevinden zich de moeder- of stamcellen.
Uit de stamcellen ontstaan de verschillende
soorten bloedcellen. Na een proces van
rijping worden ze aan de bloedbaan
afgegeven. Dat gebeurt afhankelijk van
de behoefte van ons lichaam.
Bloedcellen en beenmerg
Bloedcellen
7
Leukemie
Bij kinderen biedt het skelet minder ruimte
aan het beenmerg dan bij volwassenen.
Als gevolg daarvan zijn bij hen alle beschikbare beenmergholten ingenomen door het
beenmerg, dat heel actief bloedcellen
produceert.
Bij volwassenen is niet alle beschikbare
beenmergruimte nodig voor de vorming
van bloedcellen. Het beenmerg dat actief
aan de bloedvorming deelneemt, bevindt
zich hoofdzakelijk in het bekken, de
wervels, de ribben, het borstbeen en de
schedel.
Leukemie wordt ook wel bloedkanker
genoemd. We kennen verschillende vormen
van leukemie. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt in acute en chronische
leukemie.
Bij elke vorm van leukemie is, net als bij
andere soorten kanker, sprake van een
ongecontroleerde deling van cellen, in dit
geval van een bepaalde soort witte bloedcellen. Die kankerachtige bloedcellen
reageren niet meer op de signalen die de
aanmaak remmen, wanneer er voldoende
cellen zijn gevormd. Daardoor ontstaan
grote hoeveelheden abnormaal groeiende,
meestal onrijpe bloedcellen. Door woekering van die kankercellen komt de productie
van normale bloedcellen in het beenmerg
in het gedrang.
Aanvankelijk is er alleen in het beenmerg
een overmaat aan afwijkende bloedcellen.
Na verloop van tijd komen die cellen in
de bloedbaan en dus ook in de organen
terecht. Bepaalde weefsels kunnen overvol
raken met abnormale kankercellen. Dat
is onder meer te merken aan vergrote
lymfeklieren en/of een vergrote lever.
Verschillende vormen
Om acute en chronische leukemie van
elkaar te onderscheiden, is een indeling
gemaakt, die gebaseerd is op de mate van
rijping van de abnormale cellen.
Leukemie
Bij acute leukemie rijpen de bloedcellen
niet uit en vindt in korte tijd een ophoping
van onrijpe cellen plaats. Binnen enkele
weken treden klachten op.
8
9
Er is sprake van chronische leukemie als
de cellen nog redelijk goed uitrijpen. Dat
proces verloopt trager en klachten treden
daardoor later op.
Daarnaast wordt onderscheid gemaakt op
basis van het celtype van de abnormale
bloedcellen. Zo kennen we lymfatische en
myeloïde leukemie.
Er bestaan ook nog andere, zeldzamer
vormen van leukemie.
Een bepaalde vorm van leukemie wordt
dus aangeduid met het onderscheid acuut
of chronisch, volgens het type bloedcellen.
Dat onderscheid wordt gemaakt op grond
van beenmerg- en bloedonderzoek en is
belangrijk voor het bepalen van de
behandeling. Ook kan het verloop van de
ziekte bij elke vorm anders zijn.
De meest voorkomende vormen van
leukemie zijn:
• acute lymfatische leukemie;
• acute myeloïde leukemie;
• chronische lymfatische leukemie;
• chronische myeloïde leukemie.
Oorzaken
Momenteel is een aantal risicofactoren
bekend dat in verband kan worden
gebracht met het ontstaan van leukemie.
Mensen die beroepshalve blootstaan aan
bepaalde chemische stoffen, zoals benzeen,
hebben een meer dan gemiddelde kans om
leukemie te krijgen.
Uit de gevolgen van de atoombom op
Hiroshima weten we dat de kans op
leukemie toeneemt, wanneer iemand aan
een hoge dosis radioactieve straling heeft
blootgestaan.
Een klein percentage (± 3%) van de
patiënten die vanwege kanker zijn behandeld met bestraling en bepaalde celdelingremmende medicijnen (cytostatica), krijgt
na verloop van een aantal jaren leukemie.
Bij het ontstaan van een bepaald type
leukemie spelen virussen een rol. Dat type
leukemie komt in België nauwelijks voor.
Tot slot zou een erfelijk bepaalde aanleg
van invloed kunnen zijn bij het ontstaan
van sommige vormen van leukemie.
Leukemie
Het myelodysplastisch syndroom omvat
een aantal aandoeningen waarbij de functie van de stamcellen van het beenmerg
is verstoord. Er worden onvoldoende
bloedcellen geproduceerd, die vervolgens
ook niet goed functioneren. Soms gaat de
ziekte na enkele jaren over in een acute
leukemie. Die groep ziekten werd vroeger
aangeduid als preleukemie.
Een aantal andere beenmergziekten zijn
nauw verwant met acute of chronische
leukemie. Het gaat om weinig voorkomende aandoeningen. Daarom zullen we ze
hier verder niet beschrijven.
10
11
Symptomen
Hoewel we dus een aantal factoren kennen
die meespelen bij het ontstaan van leukemie, is bij de individuele patiënt meestal
niet te zeggen om welke reden precies hij
leukemie heeft gekregen. Het gaat vaak
om een aantal factoren dat van invloed is,
en niet om één oorzaak. Net als alle andere
vormen van kanker is leukemie niet
besmettelijk.
Frequentie
Per jaar registreert men in België bij ruim
duizend mensen leukemie. De leeftijd
waarop leukemie het meest voorkomt,
verschilt per vorm.
Bij acute leukemie ontstaan de klachten
in korte tijd bij iemand die tot voor enkele
weken nog gewoon tot alles in staat was.
Acute leukemie begint met verschijnselen,
zoals:
• bleekheid;
• moeheid;
• spontane bloedingen;
• niet genezende infecties;
• koorts;
• ademhalingsmoeilijkheden.
Moeheid, bleekheid, maar ook kortademigheid en hartkloppingen zijn
klachten die optreden ten gevolge van
bloedarmoede. De bloedarmoede ontstaat
door een tekort aan rode bloedcellen. Door
een tekort aan bloedplaatjes hebben kleine
wonden een grotere neiging tot bloeden;
dat uit zich in bloedend tandvlees, blauwe
plekken, overvloedige menstruaties en
puntvormige bloedinkjes in de huid, met
name op de benen.
Als gevolg van slecht functionerende witte
bloedcellen ontstaat een grotere kans
op infecties, bijvoorbeeld in de keel, de
luchtwegen of de urinewegen. Soms heeft
de patiënt alleen last van koorts en nachtzweten, zonder dat duidelijk is waardoor
dat veroorzaakt wordt.
Symptomen
Zo wordt acute lymfatische leukemie
vooral bij kinderen en jonge volwassenen
aangetroffen.
Acute myeloïde leukemie komt voornamelijk voor bij volwassenen en zelden
bij kinderen.
Chronische myeloïde leukemie wordt met
name op middelbare leeftijd vastgesteld.
Dat geldt ook voor het myelodysplastisch
syndroom.
Chronische lymfatische leukemie komt
voornamelijk bij oudere mensen voor.
De klachten ten gevolge van leukemie
lopen voor de acute en de chronische
vormen nogal uiteen.
12
13
Diagnose
De genoemde klachten zijn niet kenmerkend voor leukemie alleen, maar kunnen
natuurlijk ook het gevolg zijn van andere
aandoeningen dan leukemie.
Alleen medisch onderzoek kan aantonen
wat de klachten veroorzaakt.
Bij een patiënt met één of enkele van de
genoemde klachten verricht de huisarts
een lichamelijk onderzoek en laat zij/hij
het bloed onderzoeken. Er wordt nader
onderzoek gedaan naar de samenstelling
van het bloed, met name van de witte
bloedcellen.
In functie van de eerste resultaten, krijgt de
patiënt een verwijzing naar een internist.
Die zal het beenmerg nader onderzoeken.
Voor het beenmergonderzoek is een
punctie/biopsie nodig. Deze onderzoeken
beschrijven we hieronder.
Beenmergonderzoek
Diagnose
Punctie/biopsie - Bij dit onderzoek wordt
beenmerg weggenomen uit de rand van
het bekken (de bekkenkam). Eerst verdooft
de arts de plek waar de punctie plaatsvindt. Vervolgens prikt hij met een speciale
holle naald tot in het beenmerg om daaruit
een kleine hoeveelheid merg op te zuigen.
Dat veroorzaakt, ondanks de verdoving,
een eigenaardig trekkerig gevoel.
Het beenmerg ziet er wat bloederig uit.
Dat is normaal.
14
15
Het beenmerg wordt onder de microscoop
onderzocht. De cellen van het beenmerg
worden in het laboratorium geanalyseerd
om de juiste vorm van leukemie vast te
stellen.
Tevens onderzoekt men de cellen van het
beenmerg ook wel op de samenstelling en
de kenmerken van het erfelijk materiaal
in de celkernen (chromosomenonderzoek).
Die onderzoeken zijn nodig om de artsen
meer inzicht te geven in de aard, de
behandeling en het verloop van de ziekte.
Aanvullend onderzoek
Afhankelijk van de vastgestelde leukemievorm en de symptomen die de patiënt
vertoont, zijn er verschillende bijkomende
onderzoeken nodig voor de opsporing
van eventuele uitzaaiingen naar bepaalde
organen (klieren, lever, milt, hersenen,...).
Deze onderzoeken worden geval per geval
voorgeschreven, rekening houdend met
de individuele situatie. Hiervoor wordt
gewoonlijk gebruikgemaakt van medische
beeldvorming (radiografie, scintigrafie,
echografie, scanner, MRI,...).
Een ruggenprik kan nodig zijn om de
aanwezigheid van leukemiecellen in de
hersenen en het ruggenmerg op te sporen.
Diagnose
Aarzel niet uw arts te vragen waarom hij
deze onderzoeken voorschrijft en hoe ze
worden uitgevoerd.
16
17
Behandeling
Chemotherapie is een groep geneesmiddelen
die kankercellen kunnen vernietigen. Ze
worden gewoonlijk via een inspuiting in de
aders toegediend, maar soms ook onder
de vorm van pillen die men inslikt of zelfs
met een rechtstreekse injectie in de vloeistof
die het ruggenmerg omringt.
Inductiebehandeling
Men begint met een intensieve chemotherapie gedurende een periode van 3 tot
4 weken. De bedoeling is alle symptomen
van de ziekte te doen verdwijnen en het
beenmerg in staat te stellen zijn normale
werking te hernemen.
Complete remissie
Dat alle symptomen van de ziekte
(complete remissie) na een inductiebehandeling zijn verdwenen, betekent niet dat
de patiënt definitief is genezen. Daarom
gebruikt men in dit stadium de term
‘remissie’. Om een nieuwe aanval van
de leukemie te voorkomen, zijn verdere
behandelingen essentieel.
18
Consolidatiebehandeling
Dit stadium vereist mogelijk verschillende
bijkomende chemotherapiecycli, identiek
aan de inductiebehandeling. Daarna gaat
men over tot een onderhoudsbehandeling,
die verschilt naargelang het type van
leukemie.
Onderhoudsbehandeling van de
acute lymfatische leukemie
De patiënt blijft gedurende 2 tot 3 jaar chemotherapie volgen (oraal en intraveneus).
De doses die in dit stadium worden toegediend, zijn kleiner en gaan gewoonlijk met
minder ernstige bijwerkingen gepaard.
Een preventieve behandeling via een
combinatie van chemotherapie en een
bestraling van de hersenen (radiotherapie)
moet recidieven vanuit leukemiecellen in
het centrale zenuwstelsel (hersenen en
ruggenmerg) tegengaan.
Die lange opeenvolging van behandelingen
heeft als doel de patiënt betere kansen op
een definitieve genezing te bieden.
Gevolgen van de chemotherapie
Een intensieve chemotherapiekuur is zeer
vermoeiend voor de patiënt. Hij ondervindt vaak een grote vermoeidheid die de
meest eenvoudige activiteiten bemoeilijkt.
Chemotherapie vernietigt immers niet
alleen de abnormale cellen in het beenmerg, maar ook gezonde cellen die bloed
moeten aanmaken. Het aantal gezonde
bloedcellen, en dan vooral de bloedplaatjes
en witte bloedcellen, neemt dus tijdelijk
af. De patiënt wordt bijgevolg blootgesteld
Behandeling
De behandeling van acute leukemie heeft
vooral tot doel zoveel mogelijk leukemiecellen te vernietigen, zodat het beenmerg
weer een voldoende hoeveelheid normale
bloedcellen kan aanmaken.
Latere behandelingen moeten de kansen
op een definitieve genezing verhogen.
Afhankelijk van het type van leukemie,
de leeftijd en algemene toestand van de
patiënt voert men daarom chemotherapie,
radiotherapie en eventueel een transplantatie
van stamcellen uit (zie pagina 22).
19
aan een risico op bloedingen of infecties.
Daarna zullen er in het beenmerg
opnieuw genoeg gezonde cellen worden
aangemaakt.
Om bloedingen te voorkomen, heeft de
patiënt transfusies van bloedplaatjes nodig.
Infecties worden voorkomen of behandeld
met antibiotica. Omwille van dat risico op
bloedingen of infecties moet de patiënt
vaak worden afgezonderd. Hij krijgt ook
een speciale, microbenvrije voeding.
Gedurende een bepaalde periode na de
behandeling zal de patiënt last krijgen van
bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree
en haaruitval. Chemotherapie valt immers
ook gezonde cellen aan, zoals de cellen van
het darmslijmvlies en die van de haarwortels,
die zich intensief gaan delen. Dankzij
krachtige geneesmiddelen tegen misselijkheid die tegelijk met de chemotherapie
worden toegediend, zijn de braakproblemen
vandaag veel minder ernstig dan vroeger.
De meeste patiënten hebben er zelfs helemaal geen last meer van. De bijwerkingen
zijn van voorbijgaande aard en verdwijnen
gewoonlijk twee tot vijf weken na de kuur.
De behandeling kan ook psychologische
gevolgen hebben. En dat is niet verwonderlijk. Een onderhoudsbehandeling duurt
vaak verschillende jaren, en dat heeft een
weerslag op het dagelijkse leven van de
patiënt en zijn familie.
Zowel mannen als vrouwen lopen door een
dergelijke behandeling het risico om definitief onvruchtbaar te worden. Bij een aantal
vrouwen treedt de menopauze voortijdig in.
Mannen kunnen de behandelende specialist
op voorhand vragen of een sperma-afname
nuttig is. Het is mogelijk dit sperma in te
vriezen met het oog op een latere kunstmatige inseminatie.
Jonge vrouwen kunnen dan weer vragen
eicelweefsel af te nemen en in te vriezen
in vloeibare stikstof alvorens aan de leukemiebehandeling te beginnen. Na de
genezing kan dit weefsel weer worden
geïmplanteerd om de natuurlijke productie
van de hormonen en de vruchtbaarheid te
herstellen.
Bepaalde chemotherapieën kunnen een
noodlottige uitwerking hebben op
verschillende organen of het zenuwstelsel.
Dat betekent dat een patiënt na de
genezing van leukemie bepaalde nawerkingen kan ervaren. Bij beschadigingen
van het zenuwstelsel kan er sprake zijn van
fenomenen zoals ongevoelige handen en
voeten, een verminderde spierkracht en
een minder goed geheugen. Deze gevolgen van de chemotherapie zijn helaas van
lange duur en soms definitief.
Behandeling
Bovendien riskeren de patiënten ook op
langere termijn geconfronteerd te worden
met de gevolgen van de chemotherapie.
20
21
Transplantatie van stamcellen
Bij een verhoogd risico op een recidief of bij
een hernieuwde aanval wordt aan bepaalde
patiënten met acute myeloïde leukemie een
stamceltransplantatie voorgesteld. Omdat
dit een bijzonder intensieve behandeling is,
zal het medische team bij het nemen van
een beslissing rekening houden met verschillende elementen, waaronder de leeftijd
en algemene toestand van de patiënt.
Bloedvormende stamcellen zijn normaal
van nature aanwezig in het beenmerg
(zie pagina’s 7-8). Met behulp van bepaalde
geneesmiddelen kan men ze ook uit het
stromende bloed halen.
Donor
Anders kan men in een stamcelbank op
zoek gaan naar een donor.
Soms is het mogelijk de stamcellen van
de patiënt zelf te gebruiken. Ze worden
afgenomen wanneer de ziekte in remissie
is en ingevroren tot het moment van de
transplantatie.
Deze behandeling en de daarmee gepaard
gaande zorgen vereisen een bijzondere
medische deskundigheid. Ze worden dan
ook uitsluitend in gespecialiseerde centra
uitgevoerd.
Tijdens een reeks voorafgaande gesprekken met het medische team worden de
voor- en nadelen, alsook de risico’s van
een stamceltransplantatie zorgvuldig
afgewogen.
Transplantatie van stamcellen
Wanneer die transplantatie gebeurt met de
stamcellen van een donor spreekt men van
een allogene transplantatie. Wanneer ze
van de patiënt zelf komen, heeft men het
over een autologe transplantatie.
De beste oplossing is uitsluitend gezonde
stamcellen van een donor te gebruiken.
Maar dit type van beenmerg kan enkel
worden gebruikt wanneer de donor en
de patiënt een zeer op elkaar gelijkende
‘weefselidentiteit’ hebben. Men spreekt
dan van een compatibele donor. Zo’n
donor is bijna altijd een broer of zus in de
gemiddelde verhouding van één op vier.
De kans een compatibele donor te vinden
is dus afhankelijk van het aantal broers en
zussen.
22
23
In het geval van een allogene transplantatie moet eerst en vooral worden nagegaan
of de stamcellen van de potentiële donor
daadwerkelijk compatibel zijn met die van
de ontvanger.
Zowel de donor als de patiënt die een
beenmergtransplantatie wil, moeten
verschillende onderzoeken ondergaan zodat
de artsen een nauwkeurig beeld krijgen
van hun lichamelijke toestand. Wanneer bij
de patiënt infecties of ontstekingen worden
vastgesteld, bijvoorbeeld in de kaak en
tanden, moeten die eerst worden behandeld
om elk bijkomend risico tijdens de
transplantatie uit te sluiten.
Complete behandeling
Vóór de transplantatie krijgt de patiënt
een intensieve behandeling die zo veel
mogelijk leukemiecellen moet vernietigen.
Deze behandeling bestaat uit de toediening van zeer hoge doses chemotherapie,
gevolgd door een bestraling van het hele
lichaam. In bepaalde gevallen krijgt de
patiënt enkel een bijzonder zware chemotherapiekuur.
Deze behandelingen vernietigen ook het
aantal normale beenmergcellen. Omdat hij
geen normale witte bloedcellen meer kan
aanmaken, is de patiënt extreem vatbaar
voor infecties en moet hij in een steriele
ziekenhuiskamer verblijven. De patiënt
krijgt de gezonde stamcellen dus via een
infuus. Die stap duurt ongeveer een uur.
24
Pas na enkele weken weet men zeker of
de stamcellen werden ‘aanvaard’. Tijdens
die periode blijft de patiënt vatbaar voor
infecties.
Speciale zorgen blijven dus nodig. Tijdens
die periode worden ook heel vaak bloedtransfusies uitgevoerd.
Bij patiënten die stamcellen van een donor
kregen, bestaat er een risico dat de transplantatie mislukt. De stamcellen werden
dan niet aanvaard. Dat noemt men de
transplantaatafstoting. De behandelende
arts moet het risico verbonden aan dit
soort van transplantaties altijd toelichten
tijdens een voorafgaand gesprek.
Verder bestaat er een risico dat de
getransplanteerde stamcellen de cellen
van de patiënt als vreemdelingen zien
en ze ‘aanvallen’. Dit noemt men een
reactie van het transplantaat tegen de
gastheer. Deze reactie treedt op wanneer
de getransplanteerde cellen en die van de
patiënt niet compatibel genoeg zijn, zelfs
wanneer hun weefselkenmerken overeen
leken te komen. Die reactie uit zich via
huidsymptomen, maar soms ook via een
ernstige diarree of icterus (geelzucht).
Het is tegenwoordig vaak mogelijk dit
soort van complicaties te voorkomen.
Alvorens hij de stamcellen krijgt toegediend, ondergaat de patiënt een speciale
behandeling. Tijdens de eerste periode na
de transplantatie krijgt de patiënt vaak
speciale geneesmiddelen die de reactie
van het transplantaat tegen de gastheer
moeten tegengaan.
Transplantatie van stamcellen
Voorbereidingen
25
Zowel in lichamelijk als in geestelijk
opzicht vergt de totale behandeling erg
veel van de patiënt. Optimale medische en
verpleegkundige zorg, en extra aandacht
en begeleiding zijn dan ook onontbeerlijk.
Voor ondersteuning kan in het ziekenhuis
ook een beroep worden gedaan op een
psycholoog, een maatschappelijk werker
of een pastoraal medewerker.
De totale ziekenhuisopname duurt doorgaans vijf tot acht weken. Na de eerste
periode van herstel is nog een lange periode
(ongeveer een jaar) nodig om de weerstand
te herstellen. Daarom zal de patiënt
gedurende het eerste jaar veel beperkingen
ondervinden in zijn dagelijks leven. Zowel
voor de patiënt als zijn omgeving is dat een
zware periode, waarin de hoop op genezing
en twijfel over het uiteindelijke resultaat
van de transplantatie elkaar vaak afwisselen.
Gesprekken met de specialist en de huisarts
kunnen de patiënt en zijn omgeving in die
tijd van onzekerheid steun bieden.
Zelfhulpgroepen
Er zijn in ons land verschillende organisaties die
ondersteuning bieden aan leukemiepatiënten.
We sommen er hier enkele op:
• Ariane Leukemie Fonds Vlaanderen:
www.fondsariane.org
• Contactgroep Multipel Myeloom Patiënten:
www.cmp-vlaanderen.be
• Wildgroei vzw: www.wildgroei-vzw.be
• Wistik vzw: www.wistik.be
26
Ook op de website van de Stichting tegen
Kanker kunt u steeds terecht voor meer
informatie: www.kanker.be
Vermoeidheid
Vermoeidheid is een bijwerking van kanker
en/of de behandeling, die de laatste jaren
door steeds meer patiënten wordt gemeld.
Patiënten kunnen soms na lange tijd nog
last hebben van extreme vermoeidheid.
Die vermoeidheid kan lang aanhouden.
Het lijden van de zieken
verlichten
Als er sprake is van kanker, denken veel
mensen onmiddellijk aan pijn. Dat is zeker
niet de regel.
Een kanker op zich is zelden pijnlijk, maar
het binnendringen in of de samendrukking
van organen, bloedvaten of zenuwen kan
pijn veroorzaken. Er bestaan verschillende
manieren om pijn te verzachten, van aspirine
tot morfine (bij correct gebruik is het een
uitstekend geneesmiddel), over chirurgie,
chemotherapie of palliatieve radiotherapie
(om het lijden van de patiënt te verzachten).
Om een optimaal effect te hebben, moeten
de behandelingen onder medisch toezicht
gebeuren en moeten de patiënten ze nauwgezet opvolgen. Zo is het van kapitaal belang
zich strikt te houden aan de voorgeschreven
doses pijnstillers.
Vermoeidheid
Herstel
27
Het belang
van een goede voeding
Kwaliteitsvolle voeding is voor iedereen
belangrijk, zeker als de ziekte of de behandelingen het gestel op de proef stellen.
Probeer zoveel mogelijk normaal te eten.
Vraag uw arts gerust om raad, als u moeilijkheden hebt.
Het belang van goede moed
Goede moed is altijd belangrijk, zelfs al volstaat dat niet om de beste genezingskansen
te garanderen. Toch is het een essentieel
element, dat u helpt om beter te leven, wat
er ook gebeurt. Het helpt u om de moeilijke
momenten van de ziekte en de behandeling
gemakkelijker door te komen.
Volg nooit op eigen houtje een zogezegd
antikankerdieet. De doeltreffendheid
ervan is nauwelijks aangetoond en u loopt
het risico uw lichaam op een ongelegen
moment te verzwakken.
Het is dus zeer normaal dat er zich ups en
downs voordoen.
Houd uw problemen niet voor uzelf. Praat
erover met iemand die dichtbij u staat, met
iemand van het verplegend personeel of
met een psycholoog.
28
Het belang van goede moed
Een brochure met als titel ‘Voeding bij
kanker’ is op simpel verzoek verkrijgbaar bij
de Stichting tegen Kanker. Op de website
www.kanker.be vindt u ook tal van adviezen
over dit onderwerp.
29
Het belang
van een vertrouwensrelatie
met de mensen die u verzorgen
Deze brochure beantwoordt ongetwijfeld niet
alle vragen die op dit moment bij u leven of
die later bij u op zullen komen. Dat was ook
niet het doel.
30
De missie van de Stichting
tegen Kanker
Uiteraard mag u niet vergeten dat de
geneeskunde niet altijd antwoorden heeft
op alle vragen. Elke zieke is immers anders.
Onze Stichting heeft slechts één ambitie: zoveel
mogelijk vooruitgang maken in de strijd tegen
kanker. Drie wegen leiden ons naar dit doel.
Vraag uw arts indien nodig gerust om uitleg
en durf uw vragen opnieuw te stellen tot u
een begrijpbaar antwoord hebt gekregen…
Dat zal u helpen om een echte dialoog op
te bouwen, wat broodnodig is om de ziekte
het hoofd te bieden. Zo neemt u in
gezamenlijk overleg en in het volste
vertrouwen alle beslissingen.
De genezingskansen verhogen kan slechts door
wetenschappelijk onderzoek van hoge kwaliteit, in
samenwerking met gespecialiseerde behandelingsteams. Daarom financiert de Stichting het werk van
vele onderzoekers aan de Belgische universiteiten.
De levenskwaliteit van mensen met kanker verhogen is een tweede prioriteit. De Stichting biedt
informatie, sociale hulp en steun aan patiënten en
hun naasten. En dit zowel voor, tijdens als na de
behandelingen.
Gezien de toename van het aantal kankergevallen is preventie onontbeerlijk, zonder daarbij de
vroegtijdige opsporing uit het oog te verliezen. In
dit kader zorgt de Stichting voor een ruime verspreiding van wetenschappelijk gevalideerde informatie;
op grond van geverifieerde doeltreffendheid moedigt de Stichting zowel een gezonde levensstijl als
het vroegtijdig opsporen aan.
De missie van de Stichting tegen Kanker
Met deze algemene uitleg hebben we
geprobeerd u de voornaamste aspecten
van de ziekte en de behandelingen beter
te leren begrijpen.
Zo bent u beter geplaatst om aan uw arts
de vragen te stellen die u bezighouden.
Enkel hij kan de ontwikkeling van uw
geval volledig duiden.
31