Samen maken wij het verschil

Commentaren

Transcriptie

Samen maken wij het verschil
van nu naar later
Samen maken wij
het verschil
BEKIJK HET
FILMPJE
1
2
Layar
De meeste foto’s in dit inspiratiemagazine zijn
interactief gemaakt via LAYAR, een app voor iOS of
Android (www.layar.com) die je gratis kunt downloaden. Door de afbeelding via de app met de camera
van je smartphone of tablet te scannen, start een
filmpje.
Download de gratis
Layar App
Scan deze pagina
Ontdek de
interactieve inhoud
3
Colofon
Van nu naar later:
samen maken wij het verschil
Uitgever
Daelzicht, januari 2014
Teksten
Bureau InterPunct, Margot Meijer / Belicht,
Mark Hendrikx / Faqtor Focus,
Francis van de Braak, Suzanne Wolters / Daelzicht
Concept, productie, regie en fotografie
Guy van Grinsven / StudioPress
Produktie begeleiding: Vera Pepels
Promotievideo & montage: Frenk Felix
Illustraties
Christiaan Helmig / Donkerwit
Vormgeving
Rob Simons / Ontwerpburo RS
Een bijzonder woord van dank aan alle cliënten, hun
begeleiders en de medewerkers die deze uitgave mogelijk hebben gemaakt.
Daelzicht
Postbus 5002, 6097 ZG Heel
T 0475 577777, [email protected]
www.daelzicht.nl
Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de
uitgever worden overgenomen, gepubliceerd of vermenigvuldigd.
4
In dit Inspiratiemagazine:
Woord vooraf
Samen het verschil maken
7
8
OZO, katalysator voor een dynamische buurt
14
De passie van de managers wonen
18
Minder bureaucratie in Jeugdzorg, Wmo en Participatiewet
20
Helden van de dag in het belevenispark
22
Flexibel vastgoedbeheer
26
Ondersteuning: slimmer, handiger, goedkoper
30
Daelzicht als lerende organisatie
32
Technologie in de zorg
36
De zorg weer dichtbij
41
Ondernemingraad aan het woord
42
Cliëntenraden aan het woord
45
Gemeenten aan het woord
46
Zorgkantoren aan het woord
55
Flexibel en fit met ‘Ida’
58
Hallo aarde
59
Daelzicht dankt
62
5
6
BEKIJK HET
FILMPJE
woord vooraf
Bij de introductie van de strategische herijking 2014–2017, met als titel:
Van nu naar later: samen maken wij het verschil, organiseert zorgorganisatie Daelzicht op 10 en
11 februari 2014 twee Inspiratiedagen in ECI Cultuurfabriek Roermond. In dit Inspiratiemagazine
staan verhalen die de zogenaamde richtingwijzers en speerpunten van de nieuwe strategische
koers in begrijpelijke taal uitleggen.
De Inspiratiedagen zijn bedoeld om alle betrokkenen uit te leggen – en te laten ervaren en delen –
waarom de organisatie voor deze strategische richting heeft gekozen, wat die keuzes inhouden en
hoe die in de komende jaren zullen worden geïmplementeerd. Maar ook om de kansen in beeld te
brengen. Kansen op vernieuwing, die de ingezette verandering in de zorg met zich meebrengen.
En kansen voor mensen met een hulpvraag, zorgaanbieders, bedrijven, ondernemers, gemeenten
en andere belanghebbenden.
We hopen met dit magazine de dialoog tussen alle betrokkenen op gang te brengen en te stimuleren. Zodat we samen vorm kunnen geven aan die nieuwe, maar deels ook nog ongewisse werkelijkheid die zich aandient als gevolg van veranderingen in de zorg. De Inspiratiedagen en dit blad
zijn dan ook bedoeld om alle partijen die een rol spelen in of om het leven van cliënten bij elkaar
te brengen. Om elkaar te inspireren en tot nieuwe kansen en innovaties te komen.
Terug met beide voeten op aarde, dat is het thema dat voor de Inspiratiedagen en dit magazine is
gekozen. Met onze verzorgingsstaat zijn we uit koers geraakt, we bevinden ons als het ware al veel
te lang op de maan. Nu willen we terug naar de aarde. Maar als je lang in de ruimte gezweefd hebt,
is het terugkomen op aarde niet vanzelfsprekend. De Mission Control (de vluchtleiding) zit echter
vastberaden aan de knoppen en stelt alles in het werk om de vlucht goed te laten verlopen en de
‘astronauten’ in veilige havens te laten landen. Ze zet alles op alles om iedereen met beide voeten
op de grond te krijgen. En het realisme in de zorg terug te brengen.
Wij hopen dat dit blad, net als de Inspiratiedagen, velen zal inspireren hun eigen talenten en
creativiteit aan te boren. Om samen met ons mee te denken over hoe we er ook in de toekomst
voor kunnen zorgen dat de cliënt voorop staat. Dat we met trots kunnen zeggen dat wat wij doen
en nastreven, erop gericht is mensen met een beperking te ondersteunen waar nodig om hun leven zinvoller en gelukkiger te maken. Ook in tijden waarin er andere dingen van de maatschappij
en de zorgaanbieders worden gevraagd. Alleen kunnen we dat niet. Maar samen wel. Daarom:
Van nu naar later: samen maken wij het verschil.
Meer dan ooit vraagt deze nieuwe werkelijkheid om samenwerking. Niet het bezit telt, maar de
beschikbaarheid. Van ons als zorgaanbieder wordt, waar mogelijk, gevraagd een stapje terug te
doen en meer ruimte te geven aan de mantelzorgers en vrijwilligers. De cliënt staat te allen tijde
voorop en niet de organisatie als zodanig. Ook al is er veel onzekerheid, wij hebben vertrouwen in
de toekomst, omdat wij de kansen op vernieuwing zien. Als wij anderen deze kansen ook kunnen
laten zien en ervaren, dan maken wij het verschil!
Jenny Buijks en Jan Valkenborgh, Raad van Bestuur Daelzicht
7
van nu naar later
Samen het
verschil maken
Een gesprek met Jenny Buijks en Jan Valkenborgh van de Raad van Bestuur van Daelzicht
Het runnen van een grote zorginstelling in deze snel veranderende wereld is geen sinecure. Voortdurend duiken er berichten en nota’s op over de uit de hand lopende kosten van de
zorg. Voorstellen en maatregelen van de nationale overheid
worden aangekondigd zonder dat helemaal duidelijk is wat
de consequenties voor alle betrokkenen zijn. Duidelijk is echter wel: zoals het was, zal het nooit meer worden. Wie achterover leunt en niets onderneemt, raakt achterop en roept
onherroepelijk grote problemen over zich af. Wie verder wil
met een gezonde organisatie, moet in zijn eigen tempo een
eigen koers en agenda uitzetten, van eigen kracht uitgaan,
moeten samenwerken met anderen en op tijd vernieuwen. Bij
Daelzicht is men zich daar organisatiebreed van bewust. “De
veranderingen komen gewoon op ons pad, daar kunnen we
niets aan doen”, zegt Jenny Buijks van de Raad van Bestuur
van Daelzicht (aandachtsgebied bedrijfsvoering en vastgoed),
“we kunnen wel iets doen aan de manier waarop we met die
veranderingen omgaan.”
Nieuw realisme is nodig
Hoe alle veranderingen als gevolg van de nieuwe wetten en maatregelen precies zullen uitpakken voor cliënten, hun familieleden en
medewerkers van zorginstellingen, weet niemand. Maar de algemene
richting is wel duidelijk: om de torenhoge kosten in de zorg aan te
pakken, is een nieuw realisme nodig. De zorg zal anders bekeken en
beter georganiseerd moeten worden. In de toekomst zal vaker een
beroep worden gedaan op familieleden en verwanten van mensen met
een beperking. Ook de medewerkers zullen anders moeten kijken naar
hun werk. Samenredzaamheid wordt de visie. Zonder samenwerking
tussen allerlei partijen (van zorgverzekeraars, zorgmedewerkers,
mantelzorgers tot ondernemingsraden, cliëntenraden, bedrijven, gemeenten en partners op onderwijskundig en technologisch gebied) is
elk plan gedoemd te mislukken.
Voorbereid op de toekomst
Daelzicht is er de zorginstelling niet naar om speelbal van de ontwikkelingen te worden en passief af te wachten wat er in een ietwat
grillig en onvoorspelbaar politiek klimaat op haar afkomt. Daelzicht
kiest voor de rol van spelbepaler. Sinds een aantal jaren is de hele
organisatie zich ervan bewust dat ze met de tijd mee moet ontwikkelen. Proactieve en strategische plannen worden gemaakt en doorgevoerd. Zo bereiden we ons het best voor op wat cliënten te wachten
staat en op wat er nodig is om hen ook in de toekomst de beste
ondersteuning en zorg te kunnen bieden. We borduren voort op de
eerdere succesvol doorgevoerde FIT-plannen (acroniem voor Focus,
8
BEKIJK HET
FILMPJE
9
Involvement, Trust; het creëren van focus, het versterken van betrokkenheid en het opbouwen van vertrouwen). Alleen een organisatie
die fit en flexibel is kan goed inspelen op de aanstaande, deels ongewisse ontwikkelingen. Daarbij staat niet het behoud van de eigen
organisatie op de eerste plaats, maar het welzijn van de mensen met
een beperking. Onder de aansprekende titel ‘Van nu naar later: samen
maken wij het verschil’ presenteert Daelzicht zijn plannen voor de
toekomst (2014–2017).
Balans
Voor Jan Valkenborgh, lid van de Raad van Bestuur van Daelzicht
(aandachtsgebied zorg en personeel), is nieuw realisme en samen het
verschil maken vooral een evenwichtsoefening. Hij streeft naar een
goede balans tussen het leveren van optimale kwaliteit aan cliënten,
een hoge mate van tevredenheid van de medewerkers over hun werk
en een financieel gezonde bedrijfsvoering. Deze drie zaken moeten
we continu met elkaar in evenwicht brengen om zo onze mooie zorgorganisatie toekomstbestendig te houden. Met de huidige ontwikkelingen in de zorg moet actie worden ondernomen, want als alles
bij het oude blijft, krijgt Daelzicht in 2018 te maken met een negatief eigen vermogen. Daarom is hij al vanaf 2010 samen met Jenny
Buijks bezig daadkrachtig te anticiperen op de nieuwe werkelijkheid,
zoals beiden dat noemen. Hun visie op die nieuwe werkelijkheid is
primair gebaseerd op de eigen ervaringen met de oplossingskracht
aanwezig in Daelzicht en een reële inschatting en voorstelling van
de maatschappelijke tendensen. “Wij hebben een stip op de horizon
geplaatst. We weten dat de nationale overheid met nog heel veel
nieuwe wetten en maatregelen komt, maar van die stip aan de horizon hebben wij een realistische voorstelling gemaakt. We kunnen de
toekomst weliswaar niet voorspellen, maar we kunnen ons er wel een
voorstelling van maken”, aldus de beide leden van de Raad van Bestuur. Die realistische kijk vormde al bij de FIT-plannen in 2012/2013
een uitgangspunt. “De verzorgingsstaat in Nederland is te ver doorgeschoten. Wij zijn als het ware ergens op de maan beland”, vertelt
Jenny Buijks, met een verwijzing naar de thematische fotografie in
dit boekje. “Terwijl het realisme op de aarde is. Met de zorg moeten
wij weer met beide voeten op aarde landen, de realiteit onder ogen
zien. Als we bijvoorbeeld anders kijken naar de dagbesteding van een
cliënt, dan kunnen we met een slimmere aanpak het realisme terug
in de zorg brengen.”
Samen maken wij het verschil
Was bij de FIT-plannen samenwerking intern gericht, op het leveren
van ‘maatwerk binnen confectie’ en het stimuleren van zelfredzaamheid en onderlinge samenwerking, de nieuwe plannen zijn vooral gericht op samenwerking met externen. We gaan onze medewerkers helpen om te gaan werken vanuit de gedachte van netwerkorganiserende
teams. Zo worden we allemaal samen bekwaam in die noodzakelijke
rol van spelverdeler. Het is de overtuiging van de Raad van Bestuur
dat dit de beste manier is om tot innovatieve oplossingen te komen
en om als organisatie maximaal flexibel te kunnen zijn. “De ervaring
van de laatste drie jaar leert dat er in de organisatie voldoende lef
en ondernemingsgeest aanwezig zijn om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Bij de medewerkers is enorm veel oplossend
vermogen en innovatiekracht aanwezig, denk aan het OZO-concept en
10
de ontwikkelingen rond het Belevenispark, maar ook aan succesvolle
samenwerking met partners als Dolmans Landscaping, Synergy Health
en Catering Hermus. Innovatiekracht en ondernemingsgeest zijn de
dragers van onze strategie. Die competenties heb je nodig in deze
tijd om flexibel en fit te blijven.”
Betekenisvolle dialoog
“Onze strategie wordt bepaald niet als een blauwdruk top-down over
de organisatie uitgestrooid. Daarin gelooft niemand bij Daelzicht.
We kiezen voor een evolutie en niet voor een revolutie. Samenwerking met betrokkenen – van ondernemingsraad tot cliëntenraad, van
vertegenwoordigers van gemeenten en de provincie tot deskundigen
op het gebied van onderwijs, technologie en zorg – vinden we vanzelfsprekend. Onze organisatie is dialoog gestuurd, waarbij je gezamenlijk het gesprek zoekt, om daarna samen betekenis te geven aan
de opgave waar je voor staat”, zegt Jan Valkenborgh. “Wij passen
ons aan de werkelijkheid aan, niet via een blauwdrukmodel, maar via
een proces van betekenisvolle dialoog. Natuurlijk schuurt het soms
en lopen niet alle belangen altijd parallel, maar de input vanuit de
gesprekspartners is voor de Raad van Bestuur onontbeerlijk en helpt
zaken vanuit belangrijke deelaspecten nog eens goed te bekijken en
aan te passen.” En dat geldt ook voor externen bij wie advies wordt
ingewonnen. “Van adviseurs verwachten wij ook dat zij flexibel meebewegen met de koers en agenda van Daelzicht”, aldus Jenny Buijks.
Strategische richtingwijzers
In de toekomstplannen voor 2014–2017 heeft de Raad van Bestuur
vijf strategische richtingwijzers en zes speerpunten benoemd waarvan de invulling in alle geledingen van de zorgorganisatie terugkomen. Over de manier waarop vorm wordt gegeven aan die richtingwijzers en speerpunten, gaat het bestuur en management in gesprek
met alle betrokkenen.
Niet voor niets was ‘participatiemaatschappij’ een van de meest geciteerde woorden van 2013, nadat het door het kabinet Rutte II was
geïntroduceerd. In de hele samenleving is de tendens van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij onomkeerbaar geworden.
In de toekomst zal er steeds meer een beroep worden gedaan op de
zelfredzaamheid van burgers in het algemeen en in het bijzonder
van mensen die werkzaam zijn in de zorg of daarvan afhankelijk zijn.
Bij Daelzicht ziet men die tendens als een verschuiving van ‘zorgen
voor...’ naar ‘zorgen dat...’, van acteur naar regisseur. In de ogen van
de Raad van Bestuur bestaat die verschuiving niet alleen uit nadelen
en kortingen, maar biedt die wel degelijk ook nieuwe kansen en mogelijkheden om samen betekenis te geven aan die nieuwe werkelijkheid. Bij zowel de medewerkers als de cliënten van Daelzicht zal het
erom gaan hun nu nog te vaak onderbenutte talenten aan te boren,
door te ontwikkelen en waar mogelijk in te zetten. De ondersteuning
van de cliënten om naar hun beste vermogen te participeren in de
samenleving heeft tot doel dat die cliënten daar zo veel mogelijk
eigenwaarde aan ontlenen – en dus een zinvoller en gelukkiger leven
leiden.
De tweede richtingwijzer borduurt voort op de FIT-plannen van de afgelopen jaren, waarbij – uiteraard – de nadruk lag op het waarborgen
van de zorg voor de cliënt en de vergroting van de efficiency in de
ondersteunende diensten. Ook werd een nieuwe kijk geïntroduceerd
op dagbesteding, vrije tijd en vervoer door het loslaten van de locatiegedachte en het aanbieden van arrangementen samen met vrijwilligers en mantelzorgers. Tegelijk is er bij iedere verandering gezocht
naar een betekenisvolle balans tussen de AWBZ-vergoedingen en de
door Daelzicht verrichte activiteiten. In de nieuwe plannen blijven
die doelstellingen onverkort gehandhaafd nu de organisatie geconfronteerd wordt met aanhoudende krimp, zowel in de kern-AWBZ als
de Wmo. Daelzicht zal met minder cliënten en met minder middelen
te maken krijgen, maar het zal de zorgvraag van de cliënt te allen
tijde voorop stellen. Jan Valkenborgh: “Dit is de waardegedreven organisatie die wij willen zijn en waar we voor willen werken. De cliënt
komt hier altijd op de eerste plaats, niet de organisatie, en die visie
verbindt iedereen met elkaar. Dat is ons bestaansrecht, ‘ook als wij
terug zijn op aarde.” Jenny Buijks vult aan: “Bij zorg voor de cliënt
gaat het niet zozeer om wie wat doet voor de cliënt. Als die cliënt
maar de ondersteuning krijgt die hij of zij nodig heeft. Als een ander
dat goedkoper, beter of slimmer kan aanbieden, moet die vooral de
kans krijgen om dat te doen. Dat is in het belang van de cliënten en
de hele maatschappij.”
Met ‘anders kijken’, de derde richtingwijzer, wil Daelzicht de Wmo-gedachte ook doorvoeren in de kern-AWBZ. De informele zorg zal een
steeds grotere rol gaan spelen. Vrijwilligers, mantelzorgers en
cliëntvertegenwoordigers worden nauwer bij cliënten betrokken: het
netwerkorganiserende team gaat actief aan de slag om het sociale
netwerk van cliënten veel meer dan voorheen te mobiliseren. Logisch
is dan dat aansluiting wordt gezocht bij bestaande activiteiten in
de wijken en buurten. Hierbij verandert de rol van de Daelzicht-medewerker, van acteur, hulpverlener, uitvoerder van zorg naar die van
regisseur en spelverdeler in het netwerk van de cliënt.
Volgens de Raad van Bestuur is de financiële gezondheid een van
de drie pijlers onder een toekomstbestendige, goed functionerende
organisatie. Efficiency en dus kostenbesparingen zijn te realiseren
door in de ondersteunende diensten dingen slimmer, handiger en
goedkoper te doen. Samen met of door anderen als dat hier toe bijdraagt. Ook wordt er goed gekeken naar het beheer van het vastgoed.
Zo worden de geldverslindende, minder functionele gebouwen in Heel
en Koningslust gesloopt en verhuist het hoofdkantoor van de organisatie medio 2014 naar een huurpand.
Onze focus verschuift actief van bezit naar beschikbaarheid. Hiervoor
moeten alle medewerkers anders en kritisch gaan kijken naar alle
dingen die ze nu doen. Welke moeten ze vooral zelf blijven doen,
maar vooral ook welke dingen kunnen beter, slimmer en efficiënter
samen met anderen worden gedaan. Soms kan het nodig zijn om in
dit anders kijken advies te vragen en vooral ook externen te laten
meekijken. “Een van de lessen die wij de afgelopen jaren hebben
geleerd, is dat samenwerking met externen de beste basis is voor
de innovatie van je werkproces”, aldus Jan Valkenborgh.“En van die
innovaties moeten we het natuurlijk hebben om de uitdagingen van
de nieuwe werkelijkheid het hoofd te kunnen bieden.”
Tenslotte zal ook de relatie tussen cliënt en medewerker drastisch
veranderen. De professionele zorgverlener die helemaal gericht is op
11
een individuele cliënt met een zorgvraag, maakt plaats voor de regisseur van het sociale netwerk rondom die cliënt. De medewerker
verbindt mogelijke partners, verwanten en bij de cliënt betrokken
mensen met elkaar en maakt zo veel mogelijk dingen in het belang
van de cliënt mogelijk. Dit laatste houdt natuurlijk ook in dat Daelzicht-medewerkers toegerust moeten zijn om hun nieuwe rol in het
netwerkorganiserende team goed te kunnen spelen. Hierbij past het
ook dat medewerkers steeds meer verantwoordelijk krijgen voor de
regie van hun eigen, ontwikkeling, loopbaan, hun eigen inzetbaarheid en beschikbaarheid.
de locaties zelf meer verantwoordelijkheid in het realiseren van
de balans tussen cliëntgerichte zorg, boeiend werk en gezonde
bedrijfsvoering. Dit wil zeggen dat ter plekke de oplossingskracht en de creativiteit van alle betrokkenen maximaal worden
gemobiliseerd in de netwerkorganiserende teams.
4.
De ondersteunende diensten en het beheer van het vastgoed
zullen nog efficiënter en flexibeler moeten worden gemaakt. Er
valt nog een wereld te winnen op het gebied van efficiënter werken wat betreft logistiek (vervoer), ICT en overheadkosten. Door
middel van standaardisering, samenwerking en uitbesteding kan
veel geld bespaard worden op indirecte kosten. Het beheer van
het vastgoed zal ook flexibeler moeten. In de toekomst zullen
minder woningen, dagbestedingslocaties en facilitaire gebouwen nodig zijn. En zullen er, door nauwere samenwerking met
woningcorporaties, betaalbare en toekomstbestendige (huur-)
woningen worden gerealiseerd. We willen er nu al voor zorgen
dat die voldoen aan de eisen in het kader van wetgeving inzake
‘scheiden van wonen en zorg’.
5.
Met OZO heeft Daelzicht een koppositie in de Wmo-markt. Er
is belangstelling voor uit het hele land. In de toekomst wil
Daelzicht het concept verder doorontwikkelen en de arrangementencatalogus en het digitale platform, waar zorgvragers en
zorgaanbieders bij elkaar komen, verder uitbreiden. Van leren
bij een bedrijf tot schilderen in een atelier en vissen met de
visclub. Tegen de tijd dat de Wmo wordt ingevoerd, is het de
bedoeling dat er honderden arrangementen uit heel Limburg via
de site worden aangeboden.
6.
Wat lef, innovatiekracht en ondernemersgeest in een organisatie allemaal mogelijk maken, is duidelijk te zien aan de ontwikkeling van het Belevenispark. Omdat de beschikbare middelen
voor dagbesteding binnen de AWBZ en Wmo steeds kleiner zullen
worden, is het Belevenispark, met mogelijkheden op het gebied
van werken, arrangementen voor daginvullingen recreatie, een
toegankelijk en betaalbaar alternatief voor mensen met een beperking of een hulpvraag.
Speerpunten in evolutieproces
Om uitvoering te geven aan deze richtingwijzers kiest Daelzicht voor
een evolutionaire aanpak – een proces van organisch veranderen.
Daelzicht is actief in een voortdurend veranderende wereld en daar
kan de organisatie, zoals gezegd, het best op anticiperen door zich
in eigen tempo, vanuit eigen kracht in de ‘nieuwe werkelijkheid’ zo
flexibel mogelijk op te stellen en te handelen. Die maximale flexibiliteit moet de overlevingskansen van Daelzicht vergroten en ervoor
zorgen dat de organisatie ‘the fittest’ blijft.
Er zijn zes speerpunten opgesteld die met elkaar gemeen hebben dat
het processen zijn, waarbij gezocht wordt naar verbindingen tussen
van elkaar verschillende partijen, zowel intern als extern en samenwerking met externe partijen die iets waardevols kunnen toevoegen
aan het leven van mensen met een beperking.
1.
2.
3.
12
Daelzicht gaat zich actief op de markt van de Wmo- en de kernAWBZ begeven, door aan burgers met een hulpvraag activiteiten voor daginvulling aan te bieden. De medewerkers worden
flexibel ingezet om zo goed mogelijk op de hulpvragen van de
cliënten in te spelen. Vanuit buurthuizen, sociale wijkteams of
op verwijzing van gemeenteloketten blijft Daelzicht begeleiding bieden.
Als er bij de ontwikkelingen van een kind problemen ontstaan,
moet het zo snel mogelijk worden geholpen en het liefst binnen
de thuissituatie. Vanuit de Jeugdwet wil Daelzicht zich ook hard
maken voor passend onderwijs voor elk kind. Daarvoor zal de
organisatie intensiever gaan samenwerken met ouders en partners in de jeugdzorg en het onderwijs uit zowel de provincie
als de gemeenten. Crisisplaatsen en dagcentra zullen geleidelijk
plaatsmaken voor kamertrainingsvoorzieningen, en Daelzicht
gaat samenwerken met onderwijsinstellingen om dat onderwijs
echt passend te maken. Ook hier geldt dat de combinatie van expertise – vanuit het onderwijs en vanuit Daelzicht – tot betere
oplossingen voor het kind leidt.
De vraag naar zorg in de kern-AWBZ zal de komende jaren afnemen. Om de behoefte van de cliënten aan ondersteuning en zorg
te kunnen blijven garanderen en het liefst te optimaliseren, zal
ook in deze sector anders gewerkt moeten worden. Hiervoor introduceert Daelzicht netwerkorganiserende teams. Medewerkers
gaan leren om samen goed te worden in het organiseren van
ondersteuning in de trialoog van cliënten, verwanten en professional. In overeenstemming met de Wmo-gedachte krijgen
Met bovenstaande richtingwijzers en speerpunten bereidt Daelzicht
zich goed voor op de toekomst. Momenteel is Daelzicht een gezonde
organisatie met een solide financiële basis en armslag. De Raad van
Bestuur ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Flexibiliteit onder meer door samenwerking is daarbij het sleutelbegrip.
Belangrijk is dat wij medewerkers, cliënten, cliëntvertegenwoordigers en vrijwilligers goed voorbereiden op de nieuwe werkelijkheid en
de veranderende rollen die deze partijen gaan krijgen.
Vertrouwen in de toekomst
De hele wereld van de zorg en dus ook de Daelzicht-organisatie zal
de komende jaren ingrijpend veranderen, maar het vertrouwen in de
toekomst is er. De organisatie heeft de afgelopen jaren al de juiste
koers ingezet en kan daar nu versnelling in aanbrengen. Er is dan ook
geen sprake van een revolutie, maar een evolutie. “Survival of the
fittest” komt uit de evolutietheorie en betekent dat degene die zich
het snelste kan aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid de grootste
kans heeft om te overleven. ‘Flexibel en fit’, dat is dan ook het credo
voor Daelzicht de komende jaren. En als het ons, onze medewerkers,
cliëntvertegenwoordigers en onze (potentiële) samenwerkingspartners lukt om in de komende veranderingen de kansen te zien, kunnen
wij samen het verschil maken. Als wij samen het verschil kunnen
maken, gaan wij met het volste vertrouwen op weg, van nu naar later!
13
BEKIJK HET
FILMPJE
OZO – digitaal platform voor
zorgvragers en zorgaanbieders
De tijd dat de overheid of een hulpverlenende instantie voor elke hulpvraag een oplossing in huis had, is
voorbij, weet men bij Daelzicht. De zwaardere hulpvragen blijven in de AWBZ, maar mensen met een lichte
hulpvraag krijgen vanaf 2015 te maken met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze wet
heeft als doel de eigen kracht van mensen en hun eigen netwerken te vergroten en de onderlinge banden
tussen mensen te versterken. Uitgangspunt is dat iedereen moet kunnen meedoen in de maatschappij.
14
OZO als antwoord op de veranderingen
Om deze verandering op te vangen is bij Daelzicht het concept OZO
(Oganiseren Zonder Organisatie) ontwikkeld. Onderdeel van OZO is
een digitaal platform (www.ozodoeikmee.nl) waar hulpvraag en aanbod bij elkaar komen. Het platform kan geraadpleegd en gevuld worden door zorgaanbieders, buurtcentra, verenigingen, ondernemers,
familieleden, mantelzorgers en vrijwilligers, maar natuurlijk ook door
de mensen met een Wmo-indicatie zelf en vertegenwoordigers van de
gemeenten. Op het digitale platform is te zien welke activiteiten er
zijn, wie er aan deelnemen, of er vervoersmogelijkheden zijn en nog
veel meer. Via het platform kunnen nieuwe contacten worden gelegd
en kan veel worden georganiseerd op een betaalbare manier.
De kerntaken van OZO
•
•
•
•
Aanbieden van activiteiten en arrangementen in een online activiteitencatalogus. Van leren bij een bedrijf tot schilderen in
atelier, van werken op een zorgboerderij tot vissen met begeleiding van de visclub.
De Wmo-makelaars van OZO hebben als taak burgers met een
hulpvraag samen te brengen en verbindingen te leggen met
zorgaanbieders, verenigingen, bedrijven en instanties, zodat ze
elkaar kunnen ondersteunen in een buurt. Ook adviseren ze o.a.
ondernemers en verenigingen op welke manier ze iets kunnen
betekenen voor mensen met een hulpvraag.
Afspraken maken met buurthuizen en vrijwilligers over hoe zij
een vertrouwd ‘thuis’ kunnen zijn voor een grote groep mensen
met een hulpvraag. Mogelijkheden bespreken voor vrije inloop,
deelname aan activiteiten, maar ook zoeken naar mogelijkheden
voor mensen met een hulpvraag om een bijdrage te leveren aan
het ‘draaien’ van een buurthuis.
Bijdragen aan het behoud en het opzetten van voorzieningen in
de wijk met slimme werkarrangementen. Mensen met een hulpvraag kunnen werkzaamheden verrichten in bijvoorbeeld bibliotheken, bezorgdienst, maaltijdservice. Een positieve impuls aan
de leefbaarheid in de kernen.
Kansen en mogelijkheden
Op het digitaal platform is te zien hoeveel hulpaanbod er is. “En
dat is heel veel,” aldus OZO-manager René Fontijn, “alleen we weten
dat nu nog vaak niet van elkaar. Er is enorm veel overlap tussen wat
ondernemers, gemeentelijke instanties en verenigingen aanbieden.
OZO heeft een catalogus gemaakt waarin het aanbod zichtbaar wordt.
Daaruit blijkt zonneklaar dat het idee dat er na de invoering van de
Wmo ‘niets meer over is van de zorg’, onzinnig is, maar dat er juist
kansen en mogelijkheden liggen voor verbetering van ondersteuning
en zorg.”
Zo kan het ook
Neem het fictieve geval van Annie, een vrouw met een lichte verstandelijke beperking die zelfstandig woont en ’s ochtends schoonmaakwerk in een winkel doet. De rest van de dag heeft ze geen vaste
invulling. In de bestaande situatie heeft ze vanuit de AWBZ recht op
een aantal uren zorg in de week, achter haar eigen voordeur. In die
uren komt een begeleider bij haar die haar de hulp biedt die ze nodig
heeft. Zoals het nu geregeld is, krijgt Daelzicht vanuit de AWBZ de
uren gefinancierd die de begeleider met Annie bezig is. Als die begeleider met haar gaat wandelen, dan wordt dat vergoed. Als Annie weet
te regelen dat elke dag een vrijwilliger met haar gaat wandelen, dan
wordt dat niet vergoed; dan is het indirecte tijd. René Fontijn noemt
dat krom. Stel dat door de bezuinigingen het aantal uren begeleiding
voor Annie wordt teruggebracht van vier naar twee. In de nieuwe
situatie moet haar begeleider die tijd inzetten om Annie te helpen
haar netwerk uit te breiden en te onderzoeken hoe hij haar achter
de voordeur vandaan kan krijgen naar een collectieve voorziening
in bijvoorbeeld een buurthuis. In plaats van Annie individueel thuis
een uur lang te helpen met haar huishoudboekje, kan de begeleider
die hulp ook organiseren in een buurtclubje voor vijf mensen die met
een soortgelijke hulpvraag zitten. Wellicht dat er een vrijwilliger in
het buurthuis is die bij een bank heeft gewerkt of penningmeester is
geweest van een vereniging, die Annie met haar huishoudboekje kan
helpen. Zo wordt de hulpvraag veel efficiënter opgelost, bijkomend
voordeel is natuurlijk dat deze oplossing ook sociale contacten oplevert voor anders vaak geïsoleerde hulpvragers.
Iets betekenen voor elkaar
Bij Daelzicht heeft men ontdekt, dat als je de mogelijkheden schept
voor mensen om elkaar te ontmoeten, ze ook wat voor elkaar willen
betekenen. Weliswaar is Nederland de afgelopen jaren sterk geïndividualiseerd, dat wil niet zeggen dat we niets meer voor elkaar
over hebben. Wel is het zo dat iemand met een hulpvraag zich niet
gemakkelijk rechtstreeks tot een buurman wendt met het verzoek iets
voor hem of haar te doen. Maar zit je in een buurthuis met elkaar te
praten onder het genot van een kop koffie, dan kan een verzoek om
het gras te komen maaien of de hond uit te laten veel makkelijker
worden gedaan. Voorwaarde is wel dat er in zo’n buurthuis – of een
andere centrale ontmoetingsplek in een wijk – iets te doen is of dat
er bijzondere voorzieningen zijn (bankloket, bibliotheek). En rond
zo’n centrum kun je gevarieerde zinvolle werk- en leeractiviteiten organiseren voor jongeren om niet het imago van een ouderensociëteit
te creëren. Ook mensen zonder hulpvraag kunnen hier natuurlijk aan
deelnemen. Nog mooier is het wanneer mensen als Annie niet alleen
naar zo’n centrum komen als ze hulp nodig hebben maar ook om daar
zelf als vrijwilliger andere mensen met een zwaardere beperking te
helpen.
Van en voor de samenleving
Het buurthuisconcept – dat ook kan gelden voor een sportcomplex,
school of supermarkt – speelt dus een grote rol in het aanbieden
van zorg. Van de Wmo-makelaars wordt verwacht dat ze de juiste
personen weten te mobiliseren. Ze moeten proberen ondernemers en
verenigingen bij een project te betrekken en ze te motiveren iets te
willen betekenen voor mensen met een hulpvraag. Daardoor, zo is de
bedoeling, ontstaat veel meer keuzeaanbod dan in de huidige veel te
rigide en op controle en beheersbaarheid gefocuste AWBZ-situatie.
Sterker nog, zo blijft de ondersteuning van cliënten niet alleen op niveau, maar verbetert die aantoonbaar. En dat is precies wat Daelzicht
met onder andere het OZO-concept hoopt te bereiken. Kortom, OZO is
een concept van de samenleving, voor de samenleving.
katalysator voor een
dynamische buurt
15
Samenwerking
Daelzicht en Dolmans
‘We bieden mensen graag perspectief’
“Je kunt wel spreken van een mooie, innovatie maatschappelijke samenwerking.” Aan het woord is Erwin Janssen, algemeen
directeur van Dolmans Landscaping Group. “Ongeveer 2 jaar geleden zijn we met Daelzicht een strategische samenwerking
aangegaan. We hebben samen een contract opgesteld, waarin staat dat wij al het groenonderhoud doen bij Daelzicht. Maar bij
dat contract hoort ook dat wij een grote groep mensen met een beperking integreren in het werk. Voor ons bedrijf was het niet
nieuw om te werken met mensen met een arbeidsbeperking, we doen dit in het noorden van het land al sinds 2006 in samenwerking met sociale werkvoorzieningen. De betrokkenheid van Dolmans bij deze groep mensen is groot, het is een strategische
keuze. We geven ze graag een kans in een reguliere bedrijfsomgeving. Hiervoor heb je partners nodig en in dit geval is deze
partner dus Daelzicht.
Goede samenwerking biedt kansen
Trotse medewerkers
Ons gezamenlijke doel is dat de cliënten een zinvolle dagbesteding
hebben. We vinden het belangrijk mensen met een beperking sociaal
ontwikkelingsperspectief te bieden. Het uiteindelijke streven is de
mensen ook buiten de poorten van Daelzicht te laten werken. In
een aantal gevallen is dat intussen gelukt, dat zijn mooie voorbeelden van waar goede samenwerking toe kan leiden. Het werken met
mensen met een arbeidsbeperking is eigenlijk niet anders dan het
werken met ieder ander mens. Het is alleen belangrijk dat je weet
wat de beperking is, zodat je er rekening mee kunt houden. Als je dat
doet kun je heel succesvol je bedrijf voeren. Onze ervaring is dat het
hele betrouwbare, enthousiaste medewerkers zijn die op een open en
prettige manier met de klanten omgaan.
We zorgen ervoor dat de cliënten er echt bij horen, ze dragen net als
alle medewerkers Dolmanskleding en daar zijn ze oprecht trots op.
Ik herinner me nog goed de aftrap van onze samenwerking, waar na
afloop een cliënt maar om mij heen bleef dralen. Zijn Dolmanskleding
was aan de grote kant en ik dacht dat hij daar mee zat. Na een tijdje
viel bij mij het kwartje, hij wilde zijn nieuwe stoere jas graag mee
naar huis nemen. Ik zie hem nog stralen toen ik zei dat hij dat mocht.
Het lijkt geen groot moment, maar ik denk wel dat het heel veel zegt
over de waarde van een samenwerking als deze. We hopen dat Daelzicht-Dolmans nog lang succesvol zal zijn.”
Samenwerking Daelzicht en
Synergy Health
‘Ze tellen weer mee’
Synergy Health zorgt voor de schone was bij Daelzicht. De afgelopen twee jaar hebben Daelzicht en Synergy Health samen
gezocht naar een manier van werken die voor iedereen voordelen biedt. Volgens Peter Schaeken, bedrijfsmanager van Synergy
Health is die manier gevonden. Peter: “Waar het vroeger duidelijk een relatie was van klant en leverancier, zijn we nu partners
en maken we optimaal gebruik van elkaars kennis en kwaliteiten.”
Werk van verschillende niveaus
“Het werk dat gedaan wordt in het wascentrum is hetzelfde gebleven,
de manier van werken echter niet. De medewerkers van Daelzicht worden nu gedetacheerd naar Synergy Health, hiermee halen we de kennis op het gebied van begeleiding van de cliënten bij ons binnen. Wij
hebben de kennis op het gebied van wasverzorging. Het werk komt bij
ons binnen, we filteren wat door cliënten gedaan kan worden en dat
bieden we bij Daelzicht aan. Bij Daelzicht wordt vervolgens gekeken
welke cliënten voor het werk in aanmerking komen en of het in te
passen is in een arrangement van de nieuwe netwerkorganisatie OZO.
We kunnen cliënten van verschillende niveaus een mooie werkplek
bieden. Het werk varieert van het stapelen en samenbinden van 10
16
washandjes tot herstelwerkzaamheden, naaien of strijken. We kijken
ook of er mogelijkheden zijn voor cliënten om door te groeien binnen
het werk. Hiervoor zetten we dan samen een begeleidingstraject op.”
Voordeel voor iedereen
Het wascentrum ligt op het terrein van Daelzicht in Koningslust.
Voordeel voor de cliënten is dat ze niet ver weg hoeven om naar hun
werk te gaan. Ze blijven in hun vertrouwde omgeving en dat is voor
veel cliënten van toegevoegde waarde. Peter: “Het werk geeft ze veel
voldoening, dat zie je. Ze voelen zich goed en tellen weer mee in de
maatschappij. We vinden het waardevol daar als bedrijf een bijdrage
aan te kunnen leveren.”
BEKIJK HET
FILMPJE
17
BEKIJK HET
FILMPJE
BEKIJK HET
FILMPJE
De passie van
de managers wonen
“Slagen in je werk kun je alleen als je je werk met passie doet!” aldus Richard Becker, manager Beschermd Wonen. Aanvullend
zegt manager Joost Smedts van Begeleid Wonen in de Wijk dat hij in zijn werk heel emotioneel kan zijn, ontroerd zelfs
door behaalde resultaten. Maar als zaken niet lopen zoals ze zouden moeten lopen, mag ook wel eens met de hand op tafel
geslagen worden. En die emoties moet je ook laten zien, vindt hij. “Gaan voor je cliënt en soms over prikkeldraad durven
springen om creativiteit en ondernemerschap in de tent te krijgen”, zegt Joost. Richard: “Waar ik warm van word? Iets creëren
voor een cliënt met bijzonder gedrag. Iets wat hem gelukkig maakt, dat deuren die voor hem gesloten waren, open laat gaan.”
18
Woongenot in verschillende woonvormen
Joost en Richard dragen de hartstocht voor het werk met grote overtuiging uit. Hun gemeenschappelijk doel: woongenot voor mensen
met een beperking. Ervoor zorgen dat ze zich veilig en thuis voelen,
zichzelf kunnen zijn, goede contacten hebben met andere bewoners,
en met hen samen dingen ondernemen. De heren zijn bij Daelzicht
verantwoordelijk voor verschillende woonvormen voor mensen met
een beperking. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen Beschermd
Wonen – een groep woningen in een landelijke, verkeersluwe omgeving in Heel en Koningslust – en Begeleid Wonen in de Wijk – in een
appartementencomplex in de stad of dorp, waar cliënten beschikken
over eigen voordeur met een ruim woon- en leefgedeelte voorzien van
een keukentje en een aparte slaapkamer.
Samen is meer mogelijk voor de cliënt
Er vinden grote veranderingen plaats binnen de zorg. Voorheen was
het de gewoonte dat een cliënt met een beperking werd opgenomen
bij een zorginstelling die vervolgens alles overnam. Alles was intern
gericht, de familie kwam zo nu en dan op bezoek om te kijken of alles
wel in orde was. Bovendien was de mobiliteit minimaal: doorgaans
bleef een cliënt voor de rest van zijn leven wonen op de plek waar
hij was binnengekomen. Die tijden zijn nu echt voorbij. Familie en
verwanten worden meer en meer betrokken bij het wel en wee van de
cliënt en gaan meer participeren in de zorg. Steeds zichtbaarder in de
zorg wordt de Wmo-gedachte. Zeker ook in het kader van huisvesting
en woonvormen van onze cliënten. Verouderde woonvormen zijn onbetaalbaar geworden en leveren niet altijd het beste woongenot voor
de cliënten. “We denken niet meer in stenen, maar in activiteiten”,
zegt Joost gedecideerd. Er wordt nu zeer kritisch gekeken naar uitgave van AWBZ-gelden. Rondom cliënten wordt, naast de wettelijke
vertegenwoordiger en familie, een netwerk gelegd van mantelzorgers, vrijwilligers en anderszins betrokkenen die actief gaan participeren in de begeleiding en zorg van de cliënt. Hierbij kunnen ze
gebruik gaan maken van de arrangementen die in de OZO-catalogus
staan. ‘Zorgen voor’ maakt plaats voor ‘zorgen dat’. De Daelzichtmedewerker wordt in die context ook steeds meer een netwerker en
‘mogelijkmaker’ die direct en indirect betrokkenen, inclusief de cliënt
zelf, mobiliseert om het leven – en dus ook de woonmogelijkheden
en de dagelijkse daginvulling– van die cliënt op tal van manieren te
optimaliseren.
vaardigheden te ontwikkelen. Denk aan iemand die geleerd wordt
veilig over te steken en met een fluorescerend hesje de straat op
gaat, zodat hij zich vrijer en zelfstandiger kan bewegen. Dan kan
hij dus ook vrijer en zelfstandiger gaan wonen. Wooncarrière maken,
noemen ze dat bij Daelzicht. Natuurlijk is daar een risico aan verbonden, maar helemaal risicoloos leven bestaat niet, dat geldt ook voor
mensen zonder beperking. Omgekeerd kan het natuurlijk ook zo zijn,
dat iemand in een begeleide woonvorm mentaal of fysiek zodanig
achteruit gaat, dat het beter is om naar een beschermde woonvorm te
verhuizen. Ook hier geldt: maatwerk voor de cliënt waar mogelijk en
het belang van die cliënt voorop. Belangrijk is ook dat de woningen
in orde zijn. “Uitstraling is buitengewoon belangrijk”, zegt Joost.
“Het is een wereld van verschil tussen een woonvorm die niet netjes
oogt en rommelig is en woonvormen die er opgeruimd en fris uitzien.
Woongenot en beleving moeten de boventoon voeren”, zegt hij, en
hij verwijst en passant even naar een niet volledig bezette locatie die
hij heeft laten opknappen en nu volledig bezet is, “gewoon omdat de
uitstraling daar nu goed is en mensen het fijn vinden om er te leven”.
Positief meedenken
Ten slotte laten Richard en Joost weten hoe belangrijk ze het vinden
om goede contacten te onderhouden met de diverse cliëntenraden
en de ondernemingsraad. “Dat zijn echte partners, positief meedenkende mensen die meedoen in het ontwikkelen van zaken en hun
kritische rol goed spelen. Door de overige managers van Daelzicht en
de Raad van Bestuur worden ze ook betrokken bij de ontwikkeling van
beleid, en dat is heel constructief.”
Een plan dat past, een plek die past
Het is belangrijk dat er één aanspreekpunt voor alle betrokkenen is,
een persoonlijke begeleider die goed bereikbaar is voor de cliënt en
de zorgcirkel om hem heen. ‘Wachten is uit den boze’, vindt zowel
Richard als Joost. Die begeleider opereert als een soort netwerker en
bekijkt met de andere betrokkenen regelmatig wat de mogelijkheden
en ontwikkelingen van een cliënt zijn, zodat voor die persoon de optimale woonvorm en daginvulling beschikbaar is of komt. Ook wordt
gekeken hoe andere partijen, zoals verenigingen en clubs, kunnen
worden ingezet om een cliënt optimaal te laten participeren in de
samenleving. Dat alles wordt vastgelegd en regelmatig bijgewerkt
in een zogenaamd ondersteuningsplan. Bij zo’n jaarlijkse ‘check’ kan
dan bijvoorbeeld blijken dat het voor een cliënt beter is te verhuizen van een beschermde woonvorm naar een begeleide woonvorm
of naar nog zelfstandiger wonen. Maar het kan zo zijn, dat hij die
stap pas kan maken, als hij eerst geholpen wordt een aantal basale
19
BEKIJK HET
FILMPJE
“Uitgaan van het talent en
minder bureaucratie”
Vier vragen aan manager Ymie Klooster
Als het gaat om Kind & Jeugd, de Wmo en de Participatiewet gaat er veel veranderen. Op dit moment is alles nogal
complex georganiseerd. Er zit weinig samenhang in de vele wetten, regels, instanties en domeinen die elkaar raken.
Het is bijvoorbeeld ‘normaal’ dat kinderen zich voor specifieke hulp, soms bij vier instanties moeten inschrijven. Of
dat ze met het busje van de ene naar de andere plek worden vervoerd voor buitenschoolse opvang, terwijl soortgelijke opvang ook op hun eigen school beschikbaar is. Maar het gaat veranderen. Zo wil de overheid met de nieuwe
Jeugdwet de ondersteuning aan kinderen en ouders efficiënter organiseren. Manager Ymie Klooster van Daelzicht:
“Het is belangrijk dat we vooral uitgaan van het talent van het kind en dat we gaan werken met één samenhangende aanpak. En het is belangrijk dat instanties en hulpverleners meer en zichtbaar gaan samenwerken.”
20
Wat moet er gebeuren om de kwaliteit van de
Jeugdzorg te verbeteren?
“Wat mij betreft zijn twee dingen erg belangrijk: het eerste is dat
we altijd uitgaan van de talenten van het kind en de burger met een
hulpvraag en niet de beperkingen. En het tweede is dat we veel meer
vanuit samenhang gaan werken. We zijn nu zo gefocust op systemen
en regels, dat het aanbod nog steeds bepalend is voor de ondersteuning die kinderen en burgers met een hulpvraag krijgen. Bij Daelzicht
zijn we ervan overtuigd dat kinderen en burgers met een hulpvraag
veel makkelijker mee kunnen doen als zij ‘in hun kracht staan’. Dat is
mogelijk door goed te kijken naar wat ze kunnen in plaats van wat ze
niet kunnen. Niet de beperking, maar het talent vormt de basis van
de hulpverlening. En die is gericht op de verdere ontwikkeling van
dat talent en het bevorderen van de zelfredzaamheid. Daarnaast zal
de kwaliteit van ondersteuning aan kind en ouder verbeteren doordat
er voor hen één aanspreekpunt is. 1 gezin 1 plan betekent dat onderwerpen als ‘opvoedkundige vraagstukken’, ‘begeleiding naar een
baan’ of ‘hulp bij schulden’ hierin een logische plek krijgen. Met zo’n
‘Multifacettenconcept’ willen wij als Daelzicht gaan werken. Hiermee
worden de problemen waar kinderen en ouders mee te maken hebben
vanuit samenhang bekeken. Dan sluiten de verschillende aanpakken
mooi op elkaar aan. Dus geen onnodige bureaucratie meer, geen instanties meer die langs elkaar heen werken, geen ‘knip’ meer in het
proces, geen burgers meer die van het kastje naar de muur worden
gestuurd en méér duidelijkheid voor kinderen en ouders.”
die een ontwikkelachterstand hebben of kinderen die buiten de boot
dreigen te vallen. Het is aan ons om dat tijdig te signaleren, om samen met partners en vanuit het Multifacettenconcept een maatwerk
plan te ontwikkelen. Ook om het betreffende kind naar de juiste mensen en instanties te verwijzen. Het gaat niet om ons als Daelzicht of
om een collega zorgaanbieder. Het gaat om het kind en het is mede
aan ons om een passend pakket van ondersteuning te bieden dat
aansluit bij de talenten en mogelijkheden van het kind.”
Maar Daelzicht is toch een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking?
“De doelgroep waaraan Daelzicht het Multifacettenconcept kan bieden is breed. Van oorsprong hebben we veel ervaring met kinderen en
mensen met een verstandelijke beperking, maar in de afgelopen jaren
hebben we ook veel kinderen en mensen begeleid zonder verstandelijke beperking. Onze doelgroep bestaat dan ook uit alle kinderen en
ouders en burgers die straks onder de Wmo vallen en die (soms professionele) ondersteuning nodig hebben op het gebied van begeleiding, opvoedkundige vraagstukken, passend onderwijs of begeleiding
naar een baan (Participatiewet). Hierbij hanteren we als Daelzicht
het uitgangspunt dat we eerst kijken wat het eigen netwerk voor het
kind of de burger met een hulpvraag kan betekenen. Dan pas gaan we
kijken naar de mogelijke inzet van vrijwilligers. En als het echt niet
anders kan, kijken we naar de mogelijkheden om professionele zorg
aan te bieden.”
Maar hoe ga je dat dan doen?
“Zo’n Multifacettenconcept kan alleen tot stand komen in samenwerking met alle partijen die iets voor kinderen en ouders kunnen
betekenen. Er breekt nu een periode aan van afstemming tussen gemeenten, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en ouders. Samen
moeten we bekijken hoe we het talent van het kind als uitgangspunt
kunnen nemen. Hoe we zaken slim op elkaar kunnen afstemmen, hoe
we taken kunnen verdelen en hoe we inefficiënte doublures kunnen
voorkomen. Je ziet nu bijvoorbeeld nog vaak dat kinderen met een
ontwikkelingsachterstand op school X les krijgen, ze vervolgens naar
opvang Y worden gereden en dan naar dagbesteding Z. Deze kinderen
krijgen op één dag te maken met verschillende instanties en verschillende begeleiders die er allemaal een andere aanpak of methode
op na houden en niet voldoende kijken naar de specifieke talenten
van het kind. Bovendien wordt het kind dan ook nog eens met een
busje van hot naar her gereden. Daar moeten we echt vanaf. Als instanties langs elkaar heen werken draagt dit niet bij aan de kwaliteit
van ondersteuning. Met ons Multifacettenconcept willen we met al
deze instanties om tafel. Doel: het talent als basis voor de dienstverlening, één benadering, één aanpak en het liefst blijft het kind
zoveel mogelijk op één plek. Dat geeft rust, duidelijkheid en door een
goede afstemming wordt ook de ondersteuning beter afgestemd op
de talenten, de situatie en de behoeften van het kind. Als we het zo
aanpakken gaat de kwaliteit omhoog maar gaan we ook flinke besparingen realiseren. Immers, er zullen veel minder kinderen buiten de
boot vallen en aanspraak maken op dure hulpverlening.”
Wat is dan de rol van Daelzicht hierin?
“In de manier van werken binnen de kaders van de Wmo zoals ik die
heb geschetst, is de Daelzicht-medewerker een soort coach, een verbinder en iemand die signaleert. Wij hebben ervaring met kinderen
21
BEKIJK HET
FILMPJE
‘Helden van de Dag’
in het Belevenispark
Hij is er met zijn medewerkers al vanaf 2010 mee bezig en hoopt dat de poorten ervan open zullen zijn vóór 1 april 2017, want
dat is zijn mogelijke pensioengerechtigde leeftijd. Projectleider Piet Basten straalt een en al enthousiasme en passie uit als hij
vertelt over de vergevorderde plannen voor het 23 hectare grote Belevenispark dat over een paar jaar werkelijkheid is. Locatie:
tegenover de nieuwe woonwijk van Daelzicht aan de Heerbaan in Heel. Een spiksplinternieuw, voor Europa uniek park voor
mensen met een verstandelijke of fysieke beperking, voor ouderen met dementie, voor normaal begaafde kinderen tot 4 jaar
en natuurlijk voor hun familie, begeleiders, vrijwilligers, mantelzorgers. In letterlijk alle opzichten komt de cliënt er centraal te
staan, want die moet zich in het park de belangrijkste persoon voelen.‘Held van de Dag’, zoals Piet Basten het noemt. En dat
niet tijdens een jaarlijks uitje van een (halve) dag, maar zo vaak als maar mogelijk is. In 2012 tekenden de gemeente Maasgouw, de provincie Limburg en Daelzicht een convenant voor de realisatie van het Belevenispark.
22
Het park biedt ook werk aan burgers met een
hulpvraag
Bezoekers van dit park mogen straks overal aan, in en op deelnemen,
letterlijk zonder beperkingen en zonder dat ze zich bewust zijn van
hun beperkingen. “Als iemand ergens niet in kan met een rolstoel of
bed, dan maken we het eenvoudig niet”, zegt Piet Basten. Vanzelfsprekend wordt het personeel extra getraind in klantvriendelijkheid,
om bezoekers straks ook het gevoel te geven dat ze de Held van
de Dag zijn. Overigens zal het park niet door Daelzicht zelf worden
geëxploiteerd, maar door een consortium of alliantie. In ieder geval worden er geen AWBZ- of Wmo-gelden risicovol aangewend om
van het Belevenispark een geldmachine te maken of er winst mee
te maken. We gaan ervan uit dat collega zorgaanbieders net zo enthousiast zijn als wij en ook gebruik van het park gaan maken. Zoals
bij zo veel andere activiteiten van Daelzicht is deze sprong vooruit ook bedoeld om de bedreigingen die veel mensen ervaren door
de veranderingen in de AWBZ en de invoering van de Wmo, weg te
nemen. Ook hier hebben de medewerkers van Daelzicht actief – of
misschien wel pro-actief – onderzocht welke kansen de vernieuwde
wetgeving biedt en niet alleen gekeken naar wat er wordt bezuinigd.
Het Belevenispark voorziet straks niet alleen in mooie recreatie en
vrijetijdsbesteding voor burgers met een hulpvraag. Het schept ook
gelegenheid voor deze burgers om er stage te lopen en werkervaring
op te doen, als voorbereiding misschien op een reguliere baan. In
het park kunnen burgers met een hulpvraag dus intensief beleven,
maar ook werken! Het is zelfs de bedoeling om elke dag tussen de
200 en 300 burgers met een hulpvraag aan het werk te hebben in
het park – in de horeca, als gastheer of gastvrouw, schoonmakers,
dierverzorgers, groenonderhoud. “En voor die mensen hoeven op een
andere plek overdag geen aparte gebouwen en ingewikkeld individueel vervoer beschikbaar te zijn”, vult Piet Basten aan. “Dat maakt
deel uit van onze filosofie.”
venispark moet voor iedereen mogelijk maken wat in hun alledaagse
wereld buiten bereik ligt: trouwen met een echt feest, opgaan voor
je tractorrijbewijs, een viscertificaat halen... Dingen beleven die je
dacht nooit te kunnen beleven. De achterliggende gedachte is dat
de gasten dankzij die wereld waar alles anders is, hun eigenwaarde
verhogen door te beleven of te werken.
Een van de mooiste dromen van Piet Basten is een boomtoppenwandeling, uiteraard ook voor mensen die aan een rolstoel of bed gebonden zijn. Bezoekers moeten hoog in de bomen de seizoenen en andere
bijzondere dingen kunnen ervaren en naar verhalen kunnen luisteren
van ervaren verhalenvertellers. “En zo zie je dat er heel andere uitdagingen ontstaan voor medewerkers van Daelzicht, banen en bezigheden waar ze zelf nog niet van hadden kunnen dromen”, zegt Piet.
Het Belevenispark, dat op een unieke manier gaat voorzien in de
continuïteit van zorg en welbevinden van burgers met een hulpvraag,
is geenszins het speeltje van de directie maar een manier voor Daelzicht om zich te onderscheiden en een oplossing te bieden aan mensen die achter de geraniums vandaan willen. De haalbaarheidsstudie
is bijna klaar. Er wordt nu gewerkt aan de business case. De gemeente
Maasgouw en de provincie Limburg denken en helpen enthousiast
mee. Binnenkort wordt de stoutste fantasie werkelijkheid.
Puur beleven: ruiken, proeven, voelen en noem
maar op
Een groot verschil met traditionele pretparken is dat je in het belevenispark niet van de ene naar de volgende attractie rent en vaak moet
wachten voordat je er gebruik van kunt maken, maar dat het ‘puur
beleven’ van burgers met een hulpvraag zelf echt op de eerste plaats
komt. Die kunnen bijvoorbeeld dieren aaien, knuffelen en verzorgen.
En ze kunnen ruiken, proeven, voelen en noem maar op. Zelfs het eten
wordt afgestemd op de individuele voorkeuren van de gasten – de
zoveelste vorm van zorg op maat. Andere ideeën: geurige boswandelingen, bonte vlindertuinen, het plukken van fruit en noem maar op.
Bij ouderen kunnen opeens herinneringen opkomen aan iets wat ze
allang vergeten waren zoals de geur van een oude boerderij (kippen!)
of ouderwets eten (balkenbrij!).
Dingen beleven die je dacht nooit te kunnen
beleven
In en rondom het Belevenispark komen themahotels, zwembaden,
een theater, horeca, badkamers waar mensen verzorgd kunnen worden. “Desnoods halen we mensen met een dubbeldekker op op hun
opstapplaats”, zegt Piet, “zodat het feest in de bus al begint!”
In het Belevenispark biedt Daelzicht de expertise van haar medewerkers aan, of het nu gaat om wondverzorging, spuiten zetten, begeleiding van epileptici en mensen met gedragsstoornissen. Het Bele-
BEKIJK HET
FILMPJE
“Volg je dromen en maak het verschil. Dat past mooi bij het
Belevenispark. Wij volgen onze dromen voor het realiseren
van dat park, en daarmee maken wij het verschil, vooral
voor die mensen met een beperking. Zodat zij ook in de
toekomst een toegankelijke en betaalbare manier hebben
om te werken, te recreëren en dagbesteding te hebben.”
Jenny Buijks, lid Raad van Bestuur van Daelzicht
23
‘Belevenispark past goed in geschiedenis van Heel’
‘Creativiteit geldt voor mij als de moeder van vooruitgang. Door vindingrijkheid en creativiteit ontstaan nieuwe concepten en worden innovatieve ambities aangejaagd. Creativiteit ligt ook ten grondslag aan
het Belevenispark Daelzicht. Ik vind het een prachtige ambitie om voor
mensen met een beperking een uniek uitgaanscentrum te realiseren waar
ze onbeperkt kunnen genieten en worden geprikkeld en uitgedaagd op
uiteenlopende terreinen. Een centrum waar het volle leven en grenzeloos
beleven centraal staan. Niet de beperking van de mens is hierbij maatgevend, maar zijn onbelemmerde mogelijkheden om te ontdekken, te
beleven en groeien. Ik spreek mijn grote waardering uit voor de creatieve
en innovatieve daadkracht van Daelzicht, dat kans ziet waardevolle verbindingen te leggen. Uitnodigende verbindingen tussen mens en natuur,
tussen ontspanning en regionale (zorg-)faciliteiten.
Ik wens de initiatiefnemers en onze medemensen met een beperking van
harte toe dat dit initiatief wordt gerealiseerd en kan uitgroeien tot een
groot succes.’
Patrick van der Broeck, gedeputeerde Provincie Limburg
Wethouder Ton Forschelen van de gemeente Maasgouw is een van de drie
leden van de stuurgroep Belevenispark. (De twee anderen zijn Jenny
Buijks van de Raad van Bestuur van Daelzicht en gedeputeerde Patrick
van der Broeck.) De wethouder is enthousiast over de plannen rondom
het Belevenispark. “Enerzijds sluit het prachtig aan bij de ruim honderdjarige historie die Heel als zorggemeente heeft. Er zijn weinig plekken in
Nederland waar mensen met een beperking al zo goed geïntegreerd zijn
in de gemeenschap als in Heel. Het Belevenispark is een interessante
innovatie die het beste tot bloei komt als het wortelt in deze historische
bodem.” Ook sluiten de plannen rond het Belevenispark goed aan bij de
recente ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Maasgouw. Na ruim
vijftig jaar ontgrinding zijn er grote Maasplassen rondom Heel ontstaan.
“Het gebied rond de Bosmolenplas kan wel een innovatieve impuls gebruiken. In die zin past de komst van het Belevenispark uitstekend in
onze plannen voor een meer leisure-achtige en moderne invulling van
dit gebied.” Ten slotte is wethouder Forschelen zeer te spreken over de
samenwerking: “Ieder brengt zijn of haar eigen expertise in en bekijkt
zo’n project vanuit een eigen perspectief. Daardoor ontstaat een meerwaarde, en wordt een plus een minstens drie.”
Ton Forschelen, wethouder gemeente Maasgouw
Are you being served?
Bijzondere integratie en participatie van Daelzicht-cliënten
De samenwerking tussen Catering Hermus uit Baexem en Daelzicht kan als een exemplarische win-winsituatie worden gezien
in het kader van de vernieuwde sociale wetgeving. Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking worden in deze
samenwerking niet alleen gezien als hulpbehoevenden voor wie binnen een regeling een zak hulpgelden klaarligt. Ze worden
juist nuttig door actief te participeren in een onderneming die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt en daar veel
meer voor terugkrijgt dan alleen korting op de personeelskosten. Goed voor de cliënten, goed voor de onderneming. Win-win.
Het begon twee jaar geleden met het smeren van broodjes, maar anno 2014 verzorgt Catering Hermus uit Baexem complete
buffetten bij lunches, recepties en evenementen, maar ook bij kerstvieringen en kermissen in Heel.
24
Cliënten groeien in hun werk
Toekomstplannen
Het bedrijf van Hans Hermus is een contractleverancier van Daelzicht
geworden. Debet daaraan is niet in de laatste plaats het inzetten van
cliënten van Daelzicht. Hans heeft uit eigen ervaring affiniteit met
de mensen met een beperking en kent uit zijn eigen directe omgeving jongeren met een Wajong-uitkering. Nu zet hij cliënten in voor
eenvoudige keukenwerkzaamheden, bedienen en afwassen, maar hij
heeft plannen om hun takenpakket in de toekomst uit te breiden tot
het ontvangen van gasten en het serveren van eten en drinken. “Het
is geweldig als je constateert dat die mensen hun werk goed doen”,
zegt Hans, “en nog meer als je ze in hun werk ziet groeien en als ze
jou laten merken dat ze er plezier aan beleven.” Dat kan natuurlijk
alleen maar als die cliënten goed worden begeleid en getraind.
In de toekomst, zo hoopt hij, zal de samenwerking met Daelzicht
intensiever worden wanneer De Taveerne in Heel zal worden omgetoverd tot een brasserie waarin cliënten een centrale rol zullen gaan
spelen in de bediening. Ook bewoners van Heel en omstreken zullen
daar meer dan welkom zijn om de gastvrijheid te ervaren van de
cliënten, wat de integratie van die cliënten in de alledaagse wereld
alleen maar zal vergroten. En ten slotte zijn er ook tal van mogelijkheden voor deze groep cliënten om straks een nuttige rol te krijgen
in de horecagroep als het Belevenispark wordt gerealiseerd.
Daelzicht en Hermus: integratie en participatie van mensen met een
beperking in optima forma.
BEKIJK HET
FILMPJE
25
BEKIJK HET
FILMPJE
Het belang van
flexibel vastgoedbeheer
Cluster Vastgoed is verantwoordelijk voor alle woon- en dagbestedingslocaties van Daelzicht, het onderhoud en beheer van
deze locaties maar ook voor de nieuwbouw, verbouw en verhuizingen die plaatsvinden. Het enthousiaste team van onder anderen projectteamleiders, projectondersteuners en conciërges is ook verantwoordelijk voor de infrastructuur en het groen; denk
eens even aan het 23 hectare grote terrein waar het Belevenispark moet komen.
Het cluster Vastgoed kent een strakke organisatiestructuur door middel van de reeds genomen maatregelen uit ‘Fit voor de Toekomst’ en gaat zich de komende tijd toespitsen op een nog professionelere dienstverlening, intern en extern. Zo wil het cluster
zowel de organisatie als de vastgoedportefeuille flexibel maken op zo veel mogelijk vlakken.
26
Verhuizing
De op het oog grootste verandering waarmee Daelzicht dit jaar te
maken krijgt, is de verhuizing uit het huidige, ruim 9.000 vierkante meter grote pand in Heel naar een bestaand gebouw, 500 meter verderop, dat gehuurd wordt van de Rabobank. Medio 2014 moet
de verhuizing plaatsvinden, waarna het oude kloostergebouw, dat
in 1908 werd gesticht voor de verpleging van mannelijke, geestelijk
gehandicapte, patiënten, wordt gesloopt. Onderdelen van de kapel
die cultuurhistorische waarde hebben, worden goed gedocumenteerd,
blijven behouden en vinden straks een plek in een nieuwe kapel in
het nog te realiseren Belevenispark. Ook wordt een deel van de locatie Koningslust (gebouw Hoogheem) afgestoten. De functies die momenteel in beide gebouwen zitten, worden op een andere, flexibele
manier georganiseerd.
Met de verhuizing komt een einde aan een grote financiële kostenpost die een organisatie als Daelzicht zich in de nabije toekomst
niet meer kan veroorloven: denk aan zaken als de hoge energie- en
onderhoudskosten, schoonmaak en andere aspecten die dit gebouw
ongeschikt maken voor een moderne, fitte en flexibele zorgorganisatie die Daelzicht wil zijn. Zoals de twee gebouwen van Daelzicht
er nu bijstaan –in Heel en in Koningslust – zouden ze de organisatie de komende twintig jaar een paar miljoen euro aan onderhoud
kosten. Voor een fractie daarvan kun je een efficiënt kantoorpand
huren zonder alle bijkomende kosten. “Nieuwbouw was hierin geen
uitgangspunt”, zegt manager Vastgoed Jano Schoenmakers, “omdat
dit maatschappelijk niet verantwoord is met miljoenen vierkante meters aan leegstaand kantooroppervlakte in heel Nederland. Uiteraard
is die verhuizing naar een nieuw gebouw ook een geweldige start voor
de implementatie van het flexibelere werken, waarbij medewerkers
bijvoorbeeld niet meer een vaste werkplek hebben en het opzetten
en onderhouden van netwerken belangrijker is dan met schotten van
elkaar gescheiden werken aan taken, procedures en systemen.”
Samenwerking met wooncorporaties
Een van de speerpunten van Daelzicht is meer en betere samenwerking met woningcorporaties om de huisvesting van cliënten betaalbaar en zelfstandig in te richten. De nieuwe plannen van Daelzicht
en woningcorporaties voorzien in complexen van circa twintig appartementen van gemiddeld 45 vierkante meter, met voor iedereen een
eigen keuken, eigen sanitair en een eigen voordeur. Cliënten kunnen
daar zo zelfstandig mogelijk wonen tegen een betaalbare prijs. Bij zo’n
complex is dan uiteraard een kamer voor de teamleiding die op afroep
aanwezig is. Een ‘handigheidje’ is dat, mocht Daelzicht vertrekken,
de woningcorporatie met minimale middelen twee appartementen tot
één appartement van 90 vierkante meter kan samenvoegen en dat gemakkelijk zal kunnen verhuren. Met woningcorporatie Wonen Limburg
is al een strategische samenwerking getekend. Daelzicht is de eerste
zorginstelling in Limburg die zo’n wonen-welzijn-zorgovereenkomst
heeft getekend. Daarin is de Heelse zorgorganisatie vooruitstrevend,
en dat wil ze graag zo houden.
‘Niet met de ruggen naar elkaar toe maar met open armen’
‘Ik groeide op in Heel en was als het ware de buurman van Daelzicht. Al
jaren volg ik de ontwikkelingen van Daelzicht – “een heel ondernemende
club!” – en als directeur van Bouwbedrijven Jongen heb ik de commerciële samenwerking met Daelzicht de afgelopen jaren zien ontwikkelen
tot een echt partnerschap. Wij proberen te begrijpen wat zij willen, en
wij doen ons best om Daelzicht te laten begrijpen wat wij willen en
kunnen. Dat wederzijdse begrip is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen en heeft geleid tot een goede samenwerking. Bouwbedrijven
Jongen is actief op de terreinen van Daelzicht maar ook daarbuiten,
zoals in de wijk Q4 in Venlo, waar de onderneming woonappartementen
bouwt voor waar cliënten van Daelzicht straks begeleid gaan wonen.
Het zijn een aantal geclusterde moderne appartementen waar cliënten
beschikken over eigen sanitair, keuken en voordeur. De appartementen
worden zodanig gebouwd dat als Daelzicht er geen gebruik meer van wil
maken, wij betrekkelijk eenvoudig kunnen verbouwen tot appartementen
voor andere doelgroepen. De ontwikkelingen rond het Belevenispark volg
ik ook met grote belangstelling. Het is een enorme kans voor Daelzicht,
voor Heel en voor de regio, en wij vinden het geweldig dat we kunnen
meedenken en klankborden over de ontwikkeling van het park. Natuurlijk willen we daar ook partner in worden! Het is veel leuker elkaar met
open armen tegemoet te treden en dan met de ruggen naar elkaar toe
te staan.’
‘De samenwerking vanuit Wonen Limburg met Daelzicht als organisatie
en haar medewerkers is bijzonder constructief en wordt ook als prettig ervaren. We vinden elkaar als organisatie op diverse terreinen en
dossiers binnen het thema wonen, zorg en welzijn. De ervaring met
medewerkers vanuit Daelzicht is hierin een voorbeeld van hoe mensen
elkaar belangeloos opzoeken met als doel de maatschappij op dit terrein
te verbeteren. Ook binnen samenwerkingen met een vernieuwende aanpak waar wegen nog onontgonnen zijn. De medewerkers acteren hierin
professioneel en maken zakelijke en rationele afwegingen. Kortom constructief. Ook als je elkaar inhoudelijk even niet weet te vinden of als
inzichten in latere fase wijzigen.’
Jeroen Brouns, manager Markt & Ontwikkeling, Wonen Limburg
Frank Zuthof, directeur Bouwbedrijven Jongen
27
28
BEKIJK HET
FILMPJE
Vivantes denkt en handelt
net als Daelzicht
Vivantes is een organisatie in Stein, Beek en Sittard-Geleen die mensen persoonlijke zorg biedt in kleinschalige zorgomgevingen. Of het nu gaat om wonen met zorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg of aanvullende producten en diensten. Het zorgaanbod
van Vivantes sluit zoveel mogelijk aan bij de persoonlijke situatie van de hulpvragers. Vivantes streeft ernaar de zorg te leveren
die past bij de leefstijl van de cliënt en gaat ervan uit dat een leven met zorg een zo gewoon mogelijk leven is, met hulp waar
nodig door Vivantes. Het doel is dat mensen zich thuis, veilig en vertrouwd voelen in hun woonomgeving.
Sinds een jaar of vijf werkt Vivantes nauw samen met Daelzicht als
gelijkwaardige partners. Samen met de zorgorganisatie proberen ze
gebruik te maken van arrangementen die worden aangeboden aan
mensen met een beperking, een plan dat met de introductie van OZO
ongetwijfeld verder zal worden uitgewerkt. Vivantes telt negen locaties en levert zorg in meer dan zeshonderd zorgwoningen, die merendeels gehuurd worden van woningcorporaties als Wonen Limburg
en Zo Wonen. Cliënten wonen in éénkamerappartementen die zij zelf
kunnen inrichten. De invulling van de zorg en de activiteiten die
cliënten willen ondernemen, worden individueel afgestemd.
Alles komt samen in het wijksteunpunt
In augustus 2006 werd het Wijksteunpunt Amusant in Geleen geopend. Het is een uniek samenwerkingsverband tussen Vivantes,
Daelzicht en Partners in Welzijn. Het wijksteunpunt biedt een plek
voor senioren om hun dag op een zinvolle, sfeervolle en unieke wijze
te beleven. Iedereen is welkom om een kopje koffie te drinken, een
praatje te maken en deel te nemen aan een leuke activiteit. Naast de
cliënten van de dagverzorging, zijn er ook senioren met een verstandelijke beperking die gebruik maken van het wijksteunpunt. Zij zijn
cliënten Daelzicht en wonen in de flat die tegen het wijksteunpunt
aan ligt. Beide groepen nemen gemengd deel aan activiteiten, het is
een unieke mix die zorgt voor een verrassende sfeer.
Samenwerking op het gebied van wonen
Samen met Daelzicht wordt verder onderzocht hoe om te gaan met
het vastgoed in de intramurale zorg. De overheid wil immers de verzorgingscapaciteit van grote complexen afbouwen. In overleg wordt
gekeken hoe bijvoorbeeld grotere verzorgingstehuizen kunnen worden verbouwd tot appartementen. In de appartementen kunnen dan
cliënten begeleid gaan wonen. Het doel is natuurlijk dat mensen die
behoefte aan zorg hebben, zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven
wonen.
Mens en Water & Daelzicht
Mens en Water gevestigd in Geleen biedt een breed scala aan diensten. De belangrijkste zijn legionella- en waterbeheersing in
de zorgsector. Gezien de risico’s een niet meer weg te denken fenomeen. Bovendien ook noodzakelijk vanwege de HKZ-certificeringnormen en wettelijke verplichtingen. Deze diensten levert Mens en Water ook bij Daelzicht.
Goed werk door goede samenwerking
Het team van Mens en Water heeft regelmatig contact met de afdeling vastgoedbeheer van Daelzicht. Er is een overlegstructuur afgesproken en er is regelmatig e-mailcontact. Directeur Mens en Water
Jack Solberg: “Dankzij deze samenwerking kunnen we een kwalitatief
hoogwaardig product leveren waarbij de klant (Daelzicht) centraal
staat. Van belang hierbij is goede informatieoverdracht, planning en
uitvoering. Regelmatig worden evaluaties ingelast. Daar waar nodig
worden planningen en uitvoeringen bijgesteld. Er is een bestendige
samenwerking opgebouwd van nu meer dan 3 jaar, naar alle tevredenheid van beide partijen.“
graag een bijdrage aan het project Daelzicht Hartenwensen. Vanuit
maatschappelijk oogpunt bieden we ook een aantal bewoners de mogelijkheid te participeren in ons bedrijf en daarmee dus ook in de
maatschappij. Cliënten gaan mee op pad met een van de medewerkers
(monteurs) van Mens en Water naar onze klanten. Waar mogelijk ondersteunen ze de monteur bij het werk. Daelzicht heeft het onderdeel
‘@ your service’ binnen de organisatie. Cliënten kunnen zich daar
melden als er vacatures zijn. Samen met de medewerkers van Daelzicht zorgen we ervoor dat cliënten op hun plek zijn en hierbij de
juiste begeleiding krijgen. De cliënten voelen zich gewaardeerd, het
is mooi daar een bijdrage aan te kunnen leveren.”
Betrokkenheid bij de bewoners van Daelzicht
Naast de uitvoering van de praktische zaken is Mens en Water ook
betrokken bij het welzijn van de bewoners. Jack: “Zo leveren wij
29
Slimmer, handiger, goedkoper
Toen in 2012 duidelijk werd dat door de besluiten van het zogenaamde Lenteakkoord de vergoedingen uit de AWBZ zouden
worden gekort, reageerde Daelzicht daar snel en adequaat op door het maken van FIT-plannen. Bij deze plannen lag de focus
op de ondersteunende diensten, waarbij het uitgangspunt was zo veel mogelijk processen slimmer, handiger en goedkoper te
organiseren. Zonder uit het oog te verliezen dat de cliënt altijd centraal staat. Want, zoals het motto door alle geledingen van
de organisatie luidt: niet het in stand houden van de organisatie staat voor Daelzicht voorop, maar het belang van de cliënten.
Daarnaast diende er meer balans te komen tussen de AWBZ verstrekkingen en de vergoedingen.
Processen optimaliseren en uniformeren
Een belangrijk thema in de FIT-plannen was de bezuiniging van 56%
op de vervoerskosten. Het is gelukt het vervoer binnen een half jaar
anders en slimmer te organiseren door cliënten te herplaatsen en
locaties af te stoten. Geen geringe prestatie! Op dit moment bekijken we of we samen met collega-instellingen en vervoerders kunnen
samenwerken in nog verdere optimalisering van de processen.
Een ander onderdeel van de FIT-plannen was de revitalisering van de
schoonmaak. Het borgen van kwaliteit en continuïteit van schoonmaak waren hierbij het uitgangspunt. Het was een grote uitdaging
om een manier van werken te introduceren met de achterliggende
gedachte en normen van een commerciële schoonmaakorganisatie.
Waarbij er op uniforme wijze, met dezelfde middelen, op basis van
heldere kaders en afspraken wordt schoongemaakt. Dat is echter gelukt! Nu zijn we gestart aan fase twee en wordt bekeken of een mogelijke uitbesteding van de eigen schoonmaakdienst naar een derde
partij haalbaar is. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillen in cao’s.
Van 500 leveranciers naar 1
Een ander FIT-plan was het inrichten en opzetten van een eigen
gecentraliseerde inkoopafdeling met een geautomatiseerd inkoopsysteem, ingericht met voorkeursleveranciers via webwinkels.
Voorheen was de inkoopfunctie binnen Daelzicht versnipperd. Het
meest aansprekende voorbeeld om deze verandering te illustreren
is dat van de 500 voedingsleveranciers met wie Daelzicht eerst zaken deed, er nog nu nog maar één voorkeursleverancier over is. Wij
verwachten van onze leveranciers dat zij partner zijn van Daelzicht.
Social return, noemt manager Services John Hoofs dat: “Je bent weliswaar onze voorkeursleverancier, maar dan moet je ook onze partner
in een aantal andere zaken willen zijn en je sociale betrokkenheid bij
Daelzicht laten blijken. Door bij 1 leverancier voeding in te kopen,
kun je samen met deze partner op een andere manier tegen eten en
drinken aan gaan kijken. Denk hierbij aan verschillende manieren van
‘slim koken’. Er is momenteel een app in ontwikkeling voor cliënten
die zelfstandig of begeleid wonen. Aan de hand van een filmpje op
een wandscherm of tablet kunnen ze zien hoe ze zelf een kant-enklare, een halffabrikaat, of verse maaltijd kunnen bereiden.”
Nog veel winst te behalen
John Hoofs is verantwoordelijk voor de ondersteunende diensten.
Deze omvatten naast de facilitaire diensten ook ICT, de economische afdeling, zoals de salarisadministratie, de financiële en de zorgadministratie. Ook daar moet het kunnen, zo weet John zeker, om
processen efficiënter in te richten, met minder mensen het werk te
30
doen en een betere balans te realiseren tussen wat Daelzicht uit de
Wmo en AWBZ vergoed krijgt en wat het daarvoor behoort te doen.
Vooral na de invoering van de nieuwe wetgeving in 2015. Daelzicht
is een financieel gezonde organisatie. In vergelijking met andere
zorginstellingen zijn de overheadkosten in sommige geledingen bij
Daelzicht echter relatief hoog. Zoeken naar manieren en middelen
om die kosten te reduceren en de efficiency in de ondersteunende
processen te verhogen, blijven hard nodig. Daarbij wordt gedacht aan
verdergaande automatisering, standaardiseringen, samenwerking en
of uitbesteding.
Bij de huidige strategische herijking van de plannen van Daelzicht
is een grote rol weggelegd voor de vernieuwing van de ICT-infrastructuur. Medewerkers moeten straks probleemloos vanaf elke plek
kunnen inloggen in het systeem, met laptop, tablet of smartphone.
Daarom wordt de technische infrastructuur en de bijbehorende ondersteuning bij een gespecialiseerde partij ondergebracht. Bovendien
kan verdergaande digitalisering veel besparingen opleveren, omdat
er minder behoefte is aan kantoorruimte, papier en administratieve
en secretariële ondersteuning.
In deze nieuwe infrastructuur gaan we Procesgericht Roosteren. Dit
betekent dat mensen voor een deel zelf verantwoordelijk zijn voor de
invulling van hun rooster, maar dit betekent vooral dat de juiste mensen op het juiste tijdstip op de juiste plaats zijn. Ook Procesgericht
Roosteren leidt tot meer flexibiliteit in de organisatie.
BEKIJK HET
FILMPJE
31
BEKIJK HET
FILMPJE
Daelzicht als lerende
organisatie
Na een periode van voorbereiding, ging in 2013 de Daelzicht Academie van start. Daelzicht voorziet hiermee in de behoefte
om de scholing van medewerkers op een andere manier in te richten, waarbij de focus ligt op leren in teams. Leslokalen en
traditioneel onderwijs maken plaats voor meer informele onderwijsvormen als werkplekleren en virtuele leerplatforms. Uit
onderzoek blijkt dat het rendement van het volgen van traditionele cursussen heel laag is (10 procent). Een dergelijke aanpak
past bovendien niet langer bij een fitte en flexibele organisatie als Daelzicht. Binding en verbinding – tussen medewerkers
onderling en tussen medewerkers en de organisatie - zijn essentiële voorwaarden voor succes. Of het nu gaat om het creëren
van focus, het versterken van betrokkenheid of het opbouwen van vertrouwen.
32
Paulette van Lierop, manager Daelzicht Academie, is ervan overtuigd
dat mensen het meest leren op de werkplek zelf. Van informeel leren. De focus daarbij ligt op samen leren met en van elkaar in het
team waarin je werkt, leren feedback geven op elkaar. Om samen de
prestaties van dat team verbeteren. Samen het verschil maken. Voor
de cliënt. Maar ook voor elkaar. Leren is de beste basis om snel en
innoverend te zijn. Om bijvoorbeeld samen goed in te kunnen spelen
op de nieuwe eisen rond innovatie en flexibiliteit van de organisatie.
Of op de manier waarop cliënten nu en in de toekomst goed kunnen
worden gefaciliteerd op het gebied van langdurige zorg, wonen, dagbesteding, werk en vrije tijd. Denk hierbij aan het leren opzetten en
beheren van zorgnetwerken of het maken van goede cliëntagenda’s.
In de ‘nieuwe werkelijkheid’ krijgen medewerkers veel meer verantwoordelijkheid voor en regie over hun eigen loopbaan. Anders leren,
samen met het team en zoveel mogelijk op de werkplek, vormt daarin
een belangrijk onderdeel. Binnen dat teamleren wordt de medewerker de regisseur van zijn eigen netwerk. Door het benutten van el-
kaars kennis, ervaring en talenten kan hij het beste uit collega’s en
daarmee uit zichzelf halen. Op deze manier ontstaat er een nuttige
interactie en leren alle deelnemers van elkaar. Medewerkers worden
daarbij ondersteund door een breed scala aan middelen en faciliteiten, waarmee ze zelf hun ideale leermethode samenstellen. Zo
kunnen ze via een virtuele leeromgeving zelf hun ontwikkeling vormgeven, bijvoorbeeld in de vorm van e-learning modules. De virtuele
leeromgeving maakt de informatie die aanwezig is op de werkvloer
toegankelijk voor anderen, door deze in te zetten voor kennisdeling
en kennistoepassing.
Daelzicht als lerende organisatie. Met daarbinnen de Daelzicht Academie die door het creëren van een duurzaam leerklimaat, en het
stimuleren van meervoudig kijken, samen met de teamleider een bijdrage levert aan het beter laten functioneren van teams. En daarmee
samen bijdraagt aan het realiseren van de nieuwe strategische doelen
van Daelzicht.
Het belang van informeel leren wordt tot uitdrukking gebracht in de
70:20:10-regel van Charles Jennings. Met 70:20:10 wordt de ratio
tussen de verschillende manieren van leren uitgedrukt:
•
•
•
70% = leren door te werken;
20% = leren via coaching en feedback;
10% = leren via formele trainingen en cursussen.
De Daelzicht Academie in de praktijk
Medicatieveiligheid
Toen in het werkplekleren het onderwerp medicatieveiligheid aan
bod kwam, was in eerste instantie een duidelijke toename zichtbaar
van MIC’s (Meldingen Incidenten Cliënten). Medewerkers werden zich
bewust van wat er allemaal komt kijken bij medicatieveiligheid. En
welke situaties gevoelig zijn voor fouten – situaties dus waarvan
melding moet worden gemaakt. Het gestructureerd selecteren van
verbeterpunten en de methodische aanpak van deze punten hebben
geleid tot een daling van het aantal MIC’s over medicatieveiligheid.
Om medicatieveiligheid te waarborgen, wordt het onderwerp één tot
twee keer per jaar op de agenda gezet bij teambesprekingen. Voor
de cliënt betekent dit dat de kans dat er iets fout gaat bij de verstrekking en inname of toediening van medicatie veel kleiner wordt.
Door het thema medicatieveiligheid methodisch te bespreken, wordt
inzichtelijk hoe de leden van een team onderling met elkaar communiceren. Dit wordt vervolgens weer opgepakt binnen het werkplekleren en leidt tot verbetering van de kwaliteit van zorg voor de cliënt.
Door werkplekleren wordt veel informatie zichtbaar. Naast de verbeterpunten die voor een specifiek team belangrijk zijn, worden ook
thema’s zichtbaar die voor de organisatie als geheel van belang zijn
en voor verbetering in aanmerking komen. In overleggen van stuurgroepen, decentrale staf en diverse organisatieonderdelen worden
deze thema’s verder voorbereid en uitgewerkt.
Een van de teamleiders constateert dat het uitvergroten van het thema medicatieveiligheid en de manier waarop het thema is aangesne-
den in werkplekleren, de betrokkenheid van medewerkers bij het tot
stand komen van verbeteringen enorm heeft vergroot.
Marlie Ritzen en Hanneke van Herten
Accounthouders, Daelzicht Academie
Schoonmaak
Daelzicht heeft medewerkers schoonmaak door middel van werkplekleren ondersteund bij de samenwerking met schoonmaakbedrijf
Gom. De steun richtte zich vooral op de veranderingen die er binnen
de werkzaamheden van die medewerkers plaatsvinden als ze eenmaal
voor Gom gaan werken. Ze beogen medewerkers schoonmaak op te leiden tot kwalitatief goede schoonmakers die kunnen werken volgens
de kwaliteitsnormen van Gom. Gom heeft door middel van instructie
en werkplekleren medewerkers ondersteund in onder andere het werken met een themakaart, het gebruik van materialen en middelen,
vloeronderhoud, controle, bijhouden van een logboek, veilig en gezond werken en overige protocollen. De Daelzicht Academie heeft
medewerkers ondersteund in het loslaten van hun oude rol en het
oppakken van hun nieuwe taken en functie.
Eind december heeft een eerste groep van 23 medewerkers dit traject
met goed gevolg afgerond en hun certificaat ontvangen. In februari
rondt de tweede groep dit traject af.
Marja van Kessel
Accounthouder, Daelzicht Academie
33
Samenwerken in leren
‘Visie, lef en vakmanschap’
Na een aftastende start is de samenwerking met de Daelzicht Academie
zeer goed en professioneel geworden. Het team van de academie onder
leiding van Paulette van Lierop weet geleidelijk steeds beter wat het wil.
Het leertraject Expert Werkplekleren dat ze bij ons (CSS Breda) volgen en
waarvan ik de hoofdtrainer ben, heeft daar een positieve bijdrage aan
mogen leveren. De opzet van de Daelzicht Academie is onderscheidend
in die zin dat men gekozen heeft om voor de professionalisering binnen
de hele Daelzicht-organisatie prioriteit te geven aan het werkplekleren
met behulp van leertechnologie. Dat vraagt visie, lef en vakmanschap in
combinatie met een passend didactisch model van werkplekleren en een
ondersteunend social learning platform. De leertrajecten die hiermee
worden verzorgd, zijn gericht op het verbeteren van de teamprestaties
op de werkvloer. Die worden in toenemende mate gericht op het cliëntenperspectief en de reductie van de kosten.
Jos Baeten, directeur CSS Breda
‘Kennis halen en brengen’
De Daelzicht Academie is opgericht om de Heelse zorginstelling in brede
zin in haar organisatieontwikkeling te steunen. Hoe je leren in een organisatie het best kunt organiseren, is bepaald geen sinecure. Maar zoals
Daelzicht op vele fronten doet, kijkt de organisatie ook ten aanzien
van dit aspect ‘naar buiten’ om van ervaringen en expertise van andere
organisaties en leerprofessionals te leren. Als lid van de Nederlandse
Stichting voor Corporate Universities (NSCU) kan de Daelzicht Academie
veel kennis halen, maar ook brengen! En laat dat nu juist een belangrijk
kenmerk van een ‘lerende organisatie’ zijn...
Mieke Posthumus, senior adviseur NSCU
‘Vernieuwend, zonder kwaliteitsverlies’
De sector Zorg & Welzijn van Gilde Opleidingen werkt al vijftien jaar
samen met Daelzicht op het gebied van opleidingen. Er lopen gemiddeld
140 voltijdstudenten per jaar stage. Voor Daelzicht voeren wij BBL-trajecten (Beroeps Begeleidende Leerweg) uit. De laatste jaren stemmen
wij deze trajecten af binnen de vrije ruimte. De samenwerking verloopt
uitstekend. Wij kennen Daelzicht als een organisatie die zich voortdurend vernieuwt zonder daarbij kwaliteit uit het oog te verliezen. Op dit
moment onderzoeken wij samen de mogelijkheid om een leerafdeling te
starten waarin studenten ook op de werkplek les krijgen van een docent
van Gilde Opleidingen en de afdeling verder samen runnen. De vaste
medewerkers van Daelzicht gaan een meer coachende rol vervullen. Dit
concept sluit goed aan bij het project ‘Anders Leren’ van Daelzicht.
Ren Hendrix, directeur Sector Zorg & Welzijn Gilde Opleidingen
34
BEKIJK HET
FILMPJE
35
BEKIJK HET
FILMPJE
Technologie in de zorg
“Van alle beroepen in de zorg die wij nu kennen, bestond 90 procent nog niet in 1900.” Met die uitspraak wil Jenny Buijks,
lid van de Raad van Bestuur van Daelzicht, maar even aangeven hoe de ontwikkelingen in de zorg kunnen lopen. Zoals ze in
het inleidende verhaal in dit magazine al aangeeft, staat de zorg tal van veranderingen te wachten. Medewerkers in de zorg
kunnen hier niets aan doen, maar ze kunnen wel wat doen aan de manier waarop ze met die veranderingen omgaan. “We moeten ervoor waken dat we dadelijk niet met 20ste-eeuwse vaardigheden en skills zitten in de 21ste-eeuwse wereld”, vult haar
collega Jan Valkenborgh aan.
36
Weliswaar weet niemand nog hoe de zorg er over vijf jaar precies zal
uitzien – maar dat is iets wat voor heel veel zaken in deze tijd geldt,
denk aan dagbladen, onderwijs, pensioenen. Dit betekent niet dat
je bij de pakken neer moet gaan zitten en dat alles zo zal blijven
als het is, of alleen maar slechter wordt. Want dan zie je de ongelooflijke aanjagende rol die techniek en medische ontwikkelingen in
de zorg spelen over het hoofd. Wie had vijf jaar geleden gehoord
van app-ontwikkelaars, of – om in de wereld van de zorg te blijven
– Wmo-makelaars (mensen die zorgvragen en zorgaanbiedingen bij
elkaar brengen)? Nu kijkt niemand meer op van zo’n functie. Een robot die bijhoudt of iemand zijn pillen inneemt, de telefoon aanneemt
en de deur opent? Het wordt heel gewoon. En wat gaat er gebeuren
als er over 25 jaar een pilletje tegen alzheimer op de markt komt?
Onwaarschijnlijk? Wie had kunnen denken dat onderzoek naar een
middel tegen angina pectoris zou leiden tot de uitvinding van ’s werelds beroemdste erectiepil?
Technologie als aanjager
Jan Valkenborgh: “Vast staat dat niet alleen door de decentralisatie
van de zorg (de invoering van de Wmo) er heel nieuwe functies en
banen gaan ontstaan in de zorg, maar dat de techniek en de medische ontwikkelingen daar ook voor zullen zorgen. Sterker: dat heeft
de techniek altijd gedaan. Vóór de uitvinding van de echografie,
had niemand een opleiding tot echograaf gevolgd. Toen het apparaat er eenmaal was, kwamen de opleiding en het beroep er ook.
De ontwikkelingen in de domotica (slimme elektronische voorzieningen in woonhuizen die wooncomfort en veiligheid vergroten) en op
medisch gebied zullen almaar sneller worden en de oplossingen die
eruit voortkomen creatiever. Van veel beroepen kunnen wij ons nu
nog geen voorstelling maken, maar ze komen er wel. Technologie is
natuurlijk niet in alles zaligmakend, maar is een middel om cliënten
langer in staat te stellen hun eigen regie en zelfstandigheid te behouden. Dat is in het belang van de cliënt en dus in het belang van
de zorgorganisatie. Goede ondersteunende technologie kan arbeidsbesparend werken en tot meer service en levenskwaliteit van cliënten
leiden.”
is een samenwerkingsverband tussen Zuyd Hogeschool, Fontys Hogescholen, het Centrum voor Innovatief Vakmanschap, Zorgtechniek
Limburg en ruim twintig bedrijven en zorgorganisaties (waaronder
Daelzicht). Het doel van deze samenwerking is samen toekomstbestendige (langdurende) zorg en een gezonde zorgeconomie te realiseren en de bedrijvigheid te bevorderen. Binnen Zorgtechiek Limburg werken Gilde Opleidingen, Leeuwenborgh Opleidingen en Arcus
College met Zuyd Hogeschool samen in één centrum voor innovatief
vakmanschap. Waar vakmensen worden opgeleid die ervoor gaan zorgen dat de nieuwe, innovatieve technologische oplossingen vertaald
worden in daadwerkelijke producten én toepassingen in de brede
zorgpraktijk.
Ruim baan voor innovatieve oplossingen
Dit soort samenwerking is precies wat de Raad van Bestuur van Daelzicht voor ogen staat. Juist door de confrontatie met anderen wordt
de weg vrijgemaakt naar nieuwe, innovatieve oplossingen voor de
problemen en mogelijkheden van cliënten en die van de organisatie.
“Er worden gigantische technologische sprongen gemaakt en door je
met anderen te verbinden kom je tot heel creatieve en innovatieve
oplossingen voor je eigen problemen. Wij moeten vooral onze medewerkers steunen en helpen, om door middel van scholing en werkplekleren, in die wereld van de technologie zorg en hulp te kunnen
blijven bieden. Natuurlijk komen dan de expertise en infrastructuur
van de Daelzicht Academie goed van pas.“ Jenny Buijks van Daelzicht
geeft tot slot nog een mooi voorbeeld: “Door technologie kun je
ook nieuwe en betaalbare belevingsmomenten creëren voor cliënten.
Denk eens aan videowanden in badkamers, zodat je cliënten onder de
douche het gevoel kunt geven dat ze onder de Niagara-watervallen
staan. Dat is het mooie van de technologie in de zorg: het aan elkaar
koppelen van kwaliteit, veiligheid en beleving.”
Samenwerken aan toekomstbestendige zorg
“Dat is ook waarom we ons heel bewust hebben aangesloten bij het
Expertisecentrum Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT) in Limburg
en bij Zorgtechniek Limburg (ZTL)”, zegt Jan Valkenborgh. Het EIZT
Daelzicht is een van de vooraanstaande zorgorganisaties in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Daelzicht heeft de afgelopen jaren belangrijke
innovaties doorgevoerd en heeft ook een aantal interessante plannen
voor nieuwe innovaties, zoals het Belevenispark, een nieuw badkamerconcept en projecten gericht op integratie met de omgeving. Daarmee is
Daelzicht een interessante partner voor EIZT.
De samenwerking tussen Daelzicht en EIZT is geleidelijk gegroeid en
heeft inmiddels betrekking op meerdere terreinen. Er is sprake van een
duurzame relatie waarbij Zuyd Hogeschool probeert aan te sluiten bij de
vragen en behoeften die vanuit Daelzicht ontstaan.
Op inhoudelijk terrein is Daelzicht interessant vanwege de innovatiegerichtheid en de concrete plannen t.a.v. innovaties. Daarnaast is de
Raad van Bestuur van Daelzicht actief in het samenwerkingsverband
van VG-instellingen in Limburg, waardoor tevens een ‘poort’ naar de
collega-instellingen ontstaat.
De hiervoor genoemde punten maken Daelzicht tot een interessante
innovatiepartner. Tevens is Daelzicht een interessante stageplek voor
studenten van de onderwijspartners in het EIZT-netwerk, zoals de ROC’s
en Zuyd Hogeschool.
Luc de Witte,
directeur Expertisecentrum Innovatieve Zorg en Technologie
37
‘Daelzicht staat open voor technologie in de zorg’
“Ik heb Daelzicht ervaren als een organisatie die absoluut openstaat
voor innovaties, zeker ook op het gebied van technologie in de zorg.
Het enthousiasme van Jan Valkenborgh straalt af op de medewerkers,
hoewel die het soms ook (terecht) even temperen met hun relativerende
kijk op de praktijk. Dit neemt niet weg dat we met de projecten van
ZTL alle medewerking krijgen om nieuwe dingen te proberen. Of het nu
gaat om het digitaal begeleiden van studenten gedurende hun stage,
de mogelijkheden om opnames te maken voor een promotiefilm voor
de opleiding “zorgtechnicus”, of het samen zoeken naar manieren om
door middel van “leren 3.0” medewerkers kennis te laten maken met
zorgtechnologie – bij Daelzicht staan ze ervoor open. Ik verwacht dat
Daelzicht in nabije toekomst een van de eerste zorgorganisaties op het
gebied van gehandicaptenzorg is in Limburg die zorgtechnologie op een
weldoordachte manier gaan implementeren in hun werkwijze. Ik ben
blij met de samenwerking en ik denk dat Daelzicht zelfs als bron van
inspiratie kan dienen voor onze andere zorgpartners.”
Ton Pagen
Programmamanager ZorgTechniek Limburg
Gevarieerde samenwerking
met Keyport 2020
Keyport 2020 verbindt en faciliteert ondernemers, overheid en onderwijs in Midden-Limburg en daarbuiten. In Keyport 2020
werken zeven gemeenten –Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert – samen met ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen. Een van vijf speerpunten van Keyport 2020 is zorg. Keyport 2020 wil verbindingen
leggen tussen grote gespecialiseerde zorgaanbieders in de regio en ondernemers. Juist in de samenwerking en verbinding ligt
volgens Keyport de meerwaarde die de organisatie de sector te bieden heeft. Door de ontwikkeling van innovatieve concepten
te stimuleren, komt de zorg dichter bij de patiënt te staan en verbetert de zorg voor chronische patiënten. Denk aan spin-off
naar hoogtechnologische ICT- en medische bedrijven, maar ook aan combinaties van zorg en leisure (Daelzicht Belevenispark!).
In de strategische herijking 2014–2017 van Daelzicht benadrukt de
Raad van Bestuur het belang van samenwerking over de grenzen van
de zorginstelling heen om te komen tot een beter inzicht van de
problemen binnen de zorgorganisatie zelf en tot doelmatige innovaties. Via diverse netwerken is Daelzicht in contact gekomen met
Keyport2020. Dit heeft geresulteerd in een aanvraag voor het project Werkplekleren 3.0. In dat project, waarvan Jan Valkenborgh van
de Raad van Bestuur van Daelzicht inmiddels projecteigenaar is en
Morris Kraaijeveld, van CSS Breda, de projectleider, probeert men te
komen tot een passende integrale oplossing waarmee de kennisproductiviteit in de zorgorganisaties van de langdurige zorg meetbaar
kan toenemen. Ruim 7000 medewerkers van Daelzicht, Pergamijn,
Proteion en SGL zijn in hun dagelijks werk en thuis met internet
verbonden en produceren als collectief dag in dag uit een grote hoeveelheid kennis en oplossingen voor complexe en minder complexe
problemen. Deze exponentiële groei in kennis stelt zorgorganisaties
voor geheel nieuwe uitdagingen en kansen voor wat betreft de effectieve mobilisatie en het delen van al die kennis.
De kern van Werkplekleren 3.0 is dus het streven collectief meer kennis te produceren en te delen via een Virtueel Leerlandschap (VLS).
Werkplekken worden onderwijsleerlocaties die via internet met elkaar
zijn verbonden en worden ondersteund met behulp van social learning. Iedereen kan zo altijd en overal kennis produceren en delen. Door
38
de samenwerking kunnen kennis, feedback, professionele consultatie
en informatie worden verzameld en gedeeld op een schaal die eerder
voor onmogelijk gehouden werd. De (toegang tot de) geproduceerde
kennis voor zeer grote groepen medewerkers wordt zodoende enorm
vergroot. De voordelen voor studenten en stagiaires zijn eveneens
groot: die krijgen kennis aangeboden die herkenbaar is en direct toepasbaar in de praktijk.
Het project wordt in afstemming tussen zorgorganisaties, onderwijs
en bedrijfsleven uitgewerkt, met als eindresultaat een breed gedragen en uitvoerbaar businessplan.
Naast zorg, maakindustrie, agri en logistiek vormt leisure & retail het
vijfde speerpunt van Keyport 2020. Daarbinnen wil men zich inzetten om de regio Keyport 2020 te ontwikkelen tot een aantrekkelijke
verblijfsregio met een hoogstaand en gevarieerd aanbod van retail,
recreatie en toerisme. Met de Maasplassen, de nationale parken tussen Kempen en Maas en de historische binnensteden heeft de regio
op toeristisch en recreatief gebied veel te bieden. Geen wonder dat
ook bij Keyport 2020 de ontwikkelingen rond het Belevenispark van
Daelzicht nauwlettend en met grote belangstelling en betrokkenheid
worden gevolgd. “Zo’n park zou een wonderschone toevoeging aan
Limburg zijn”, aldus Keyport 2020-directeur Tilman Schreurs.
BEKIJK HET
FILMPJE
39
40
BEKIJK HET
FILMPJE
Informele zorg,
de zorg weer dichtbij
De veranderende rol van vrijwilligers, buren en mantelzorgers
Zorgt u voor een naaste? Gaat u wel eens op pad met iemand die begeleiding nodig heeft? Dan weet u vast hoe leuk het is om belangeloos iets voor een ander te doen. En misschien weet u ook dat het zwaar kan zijn, en dat het meestal onmogelijk is om in je eentje
voor een ander te zorgen. De zorg verandert. En daarmee verandert ook de rol van de vrijwilliger, de burenhulp en de mantelzorger.
Waar de vrijwilliger in het verleden ondersteunend was aan de professional, wordt het in de toekomst voor een grote groep mensen
met een hulpvraag andersom. Wat betekent dat in de praktijk? En wat is de visie en rol van Daelzicht hierin?
Regie bij de cliënt
René Fontijn is programmamanager Wmo bij Daelzicht. “Daelzicht
heeft altijd intensief samengewerkt met vrijwilligers. Gemiddeld
hebben we zo’n 750 zeer gedreven mensen die met cliënten gaan
winkelen, vissen, koffie drinken, biljarten en noem maar op. Dat zal
niet veranderen. Wat wel verandert is dat de inzet van informele zorg,
zoals we de zorg van vrijwilligers, buren en mantelzorgers samenvatten, zal toenemen. Waar we in het verleden alles vanuit de professionele zorg organiseerden, zal de regie veel meer bij de cliënt en zijn
vertegenwoordigers komen te liggen.”
Grotere rol van de gemeente
Financieel gaat vanaf nu een groot deel van de zorgvragen door de
gemeenten beantwoord worden, volgens de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), in plaats van door het Rijk. Alleen de zwaardere
zorgvragen blijven binnen de AWBZ, (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). In de praktijk betekent dit dat je niet zomaar rechtstreeks
met een indicatie bij een zorginstelling kunt aankloppen. Gemeenten
gaan eerst met je in gesprek. Wat kun jij zelf en wat kunnen je naasten? Van welke collectieve voorzieningen, zoals scholen, sportclubs
en verenigingen kan de cliënt gebruik maken? Zijn er broers, zussen,
familieleden of buren die iets op zich kunnen nemen? Alleen de zorgtaken die niet door naasten en vrijwilligers kunnen worden ingevuld,
worden door professionals opgepakt.
Van mens tot mens
“Het is natuurlijk een spannende ontwikkeling”, vertelt René. “We
zijn gewend geraakt aan de beschermende manier waarop we de zorg
invulden. Maar het loslaten biedt ook veel kansen, zowel voor de
burger met een hulpvraag, als voor de vrijwilliger. De cliënt en zijn
vertegenwoordigers krijgen meer ruimte: om dingen zelf in te vullen
en zelf te doen. Om midden in de maatschappij te staan. Vrijwilligers
krijgen meer ruimte om buiten de bestaande kaders met ideeën aan
de slag te gaan. Van mens tot mens, zonder te veel tussenkomst van
regels en protocollen.”
Spontaan en laagdrempelig
“Mijn belangrijkste oproep aan cliëntvertegenwoordigers en mantelzorgers is om het netwerk van de cliënt uit te breiden”, vervolgt René.
“Door in een vroeg stadium anderen toe te laten die iets leuks met de
cliënt willen doen, ben je minder afhankelijk van professionals - en
dat is gezond. Het eigen netwerk is continu en tijdloos. Doe het niet
alleen, doe het samen. Daelzicht is ook van mening dat hulp zo laagdrempelig mogelijk moet zijn. Niet iedereen wil zich als vrijwilliger
registreren, maar wil wel iets voor een ander doen. Vanuit angst kun
je met veel regels en protocollen alles dichttimmeren, maar het is tijd
dat we de spontane, laagdrempelige hulp ruimte bieden. Dan hebben we het niet over intensieve zorg, maar wel over begeleiding en
daginvulling. En uiteraard moeten zowel de cliënt als de vrijwilliger
zich veilig voelen. Een regionaal (nog op te richten) ‘Huis voor de informele zorg’ kan hierin een platform zijn en ondersteuning bieden.”
Het lukt alleen als je het samen doet
Nic Hamers is voorzitter van het Platform Mantelzorg Limburg. Hij
pleit al jaren voor een grotere rol van de informele zorg. Waarom?
“Ik denk dat de professionele zorg – met alle goede bedoelingen – de
afgelopen jaren te veel heeft overgenomen. We zijn doorgeschoten
in het individualiseren en systematiseren van de zorg. Als een cliënt
vanuit zijn eigen systeem wordt geholpen, is dat - zeker op de lange
termijn - beter. Het stimuleert eigen kracht, een eigen leven en een
eigen netwerk. Uiteraard in nauwe samenwerking met professionele
zorg. De mantelzorgers die ik spreek, delen deze mening, ondanks
dat het met tijden natuurlijk hartstikke zwaar kan zijn. Het geeft
voldoening en voelt als een vanzelfsprekendheid om voor een ander
te zorgen. Het is voor velen belangrijker en groter dan welk ander
werk dan ook. Maar, je hebt elkaar hard nodig. Het lukt alleen als je
het samen doet.”
Samen vissen
“Zo’n tien keer per jaar vissen wij met cliënten van Daelzicht”, vertelt
Ger Timmermans, voorzitter van Visclub Wessem. “We hebben enorm
veel plezier. Het water, de natuur, het buiten zijn - het is heerlijk
voor iedereen. De cliënten zijn enorm dankbaar. Je bouwt echt een
band met ze op. Na afloop krijgen ze een certificaat van deelname.
Trots dat ze zijn! We zij niet bang dat er iemand in het water valt. We
werken nagenoeg één-op-één en spreken duidelijke spelregels af. Je
moet de risico’s kennen, maar je er niet door laten weerhouden iets
moois te doen!”
De rol van Daelzicht?
Wat wordt de rol van Daelzicht in deze veranderingen? René: “Voor
de lichtere zorgvragen die binnen de Wmo vallen, worden we meer
coach, wegwijzer en regisseur dan zorgverlener. We willen gemeenten
ondersteunen in het gesprek met de burger met een hulpvraag en zijn
naasten. Het liefst zitten we samen aan de keukentafel om de mogelijkheden in te schatten, verbindingen met verenigingen te leggen en
de eigen inzet te stimuleren. Daarnaast blijven we voor cliënten met
een zwaardere zorgvraag (de kern-AWBZ) de zorgverlener, die handin-hand werkt met mantelzorgers en vrijwilligers.”
41
Echt meepraten
De ondernemingsraad van Daelzicht
Het zijn drukke en uitdagende tijden. Ook voor de ondernemingsraad (OR) van Daelzicht. De herijking van de strategie – de
nieuwe toekomstplannen van Daelzicht voor 2014 tot 2017 – vergt de meeste tijd. Omdat er nog veel onzeker en onduidelijk is
over de plannen van de overheid, en daarmee dus ook over de plannen van Daelzicht, heeft de OR wel wat zorgen over hoe dit
alles gaat uitpakken voor de medewerkers.
Te vroeg voor advies
De tijd dat een ondernemingsraad na afloop van een besluitvormingsproces met de resultaten van dat proces werd geconfronteerd en alleen een toetsende rol had, ligt achter ons. De OR wordt vroegtijdig
geïnformeerd: “Zo ook bij de strategische herijking,” zoals een OR-lid
het uitdrukt. De OR ontving in oktober 2013 de adviesaanvraag die
betrekking heeft op de strategische herijking. Na bestudering van de
aanvraag kwamen de leden van de ondernemingsraad tot de conclusie
dat ze de gekozen richting van de Raad van Bestuur begrijpen, maar
dat het te vroeg was advies uit te brengen. Er moeten immers nog
concrete plannen uitgewerkt worden, die vervolgens ter advies of
instemming aan de OR worden voorgelegd. De OR heeft uitgelegd dat
hij niet per definitie tegen de gekozen strategische richting is, maar
dat hij in deze fase de gevolgen voor de medewerkers niet goed kan
overzien. Daarom wil de OR nog niet gebonden worden aan een advies
op strategisch niveau. De organisatie heeft besloten verder te gaan
op de ingeslagen weg. De OR sprak met de Raad van Bestuur af dat
hij vroegtijdig betrokken wordt in de plannen die voortkomen uit de
strategische richting. De leden zien de plannen met belangstelling
tegemoet.
Meedenken en meepraten
De OR is positief over de communicatie met betrekking tot de strategische herijking ‘Van nu naar later: samen maken wij het verschil’. Tijdens de informatiedagen werden de medewerkers op diverse locaties
geïnformeerd over de toekomst van Daelzicht. De OR gaat ervan uit
dat veel medewerkers de Inspiratiedagen op 10 en 11 februari bijwonen. Daarnaast geeft de organisatie de medewerkers de gelegenheid
mee te denken en mee te praten. De OR is positief over deze nieuwe
aanpak en hoopt dat de medewerkers hier gebruik van maken. Het is
goed om als medewerker informatie te krijgen en zelf mee te praten.
Doet de OR dat dan niet? Natuurlijk behartigt ook de OR van Daelzicht
de belangen van de medewerkers. Maar de OR is wel van mening dat er
een balans moet zijn tussen de belangen van de medewerkers en de
belangen van de organisatie. Vooral in deze tijd van bezuinigingen in
de zorg hebben we elkaar nodig.
Open staan en vragen stellen
De OR werd in een extra overlegvergadering verder geïnformeerd over
een aantal vervolgstappen. Dat heeft de OR eerder afgesproken met
de Raad van Bestuur. Met de beschikbare informatie gaat de OR de
komende periode aan de slag. Door open te staan voor de vragen
van de collega’s, door kritisch de adviesaanvragen te toetsen, door
met de Raad van Bestuur in gesprek te gaan en waar nodig externe
expertise in te schakelen. Kortom: als OR denken we mee met de organisatie. En komen we op voor de belangen van medewerkers. Daar
gaat de OR voor!
42
BEKIJK HET
FILMPJE
43
44
BEKIJK HET
FILMPJE
Cliëntenraden aan het woord
‘2014 wordt een belangrijk jaar’
De integratie van wonen en dagbesteding heeft zich in het afgelopen jaar al bewezen. Cliënten gaan dichterbij huis naar hun
dagbesteding of werk, zitten minder lang in de bus en houden meer tijd over. We horen ook steeds meer positieve geluiden
over hun deelname aan sportclubs en vrije tijdactiviteiten in de wijk. En er wordt aan gewerkt het aanbod van activiteiten in
de wijk te vergroten. Medewerkers plannen hun werk in toenemende mate rondom de activiteiten van de cliënt, om meer mogelijk te maken voor de cliënt. En de lijnen tussen de medewerkers wonen, dagactiviteiten en vrije tijd zijn korter.
Informele zorg wordt belangrijk
Maar, omdat er steeds minder middelen beschikbaar zijn, moet er een
groter beroep worden gedaan op het netwerk van de cliënt om de
zorg en ondersteuning te kunnen bieden die de cliënt nodig heeft.
De rol van de medewerker, van de persoonlijk begeleider verandert:
van zorgen voor, naar zorgen dat de zorg en ondersteuning voor de
cliënt goed geregeld wordt. De informele zorg wordt belangrijker.
Ouders, vertegenwoordigers, familie, mantelzorgers, vrijwilligers
gaan veel meer deel uitmaken van het team rondom de cliënt. Dat
kan bijvoorbeeld voor de begeleiding naar dokter, tandarts, sportclub
of stad een prima uitkomst zijn, zodat de medewerker zijn tijd aan
meer zorginhoudelijk werk kan besteden. Mits er over en weer goede
afspraken worden gemaakt over de kwaliteit van die ondersteuning
en de privacy. Niet alleen de cliënt moet zich goed en veilig voelen
in die nieuwe werkwijze, maar ook de vrijwilliger en de medewerker.
Medewerkers en informele hulp moeten elkaar aanvullen. Dat vraagt
om wederzijds vertrouwen, acceptatie en respect; een gezamenlijke
taak.
Er moet iets gebeuren, dat is duidelijk
En, zijn er straks wel genoeg vrijwilligers? Met de toenemende vergrijzing, van zowel de ouders als de cliënten - en dus een groeiende
zorgvraag aan beide kanten - én de steeds groter wordende vraag
naar vrijwilligers, is dat een hele uitdaging. Daar maken we ons best
zorgen over. Lukt het straks nog wel écht om voor de cliënten hetzelfde woon- een leefgenot te bieden? Om de zorg en ondersteuning
te bieden die nodig is? Het is geen gemakkelijke uitdaging, maar we
zetten onze schouders onder en gaan ervoor. Want dat er iets moet
gebeuren, is duidelijk. Het is tijd om van de gebaande paden af te
wijken; de overheid laat zorgorganisaties als Daelzicht nou eenmaal
geen andere keuze.
goed meegenomen in de totstandkoming van het nieuwe beleid. De
ideeën om de veranderende toekomst vorm te geven - vanuit het perspectief en de belangen van de cliënt – zijn goed. We hebben positief
over de plannen geadviseerd en hebben afgesproken dat we nauw
betrokken blijven bij de verdere uitwerking. In dat kader spreekt het
ons erg aan dat niet alleen de cliëntenraden, maar ook ouders, vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers mee kunnen denken
over de verdere invulling en uitwerking van die plannen. De koers
is uitgestippeld, maar we zullen samen moeten meedenken over en
vormgeven aan de invulling van de toekomst.
Goed samenwerken en naar elkaar luisteren
2014 wordt een belangrijk jaar, waarin de gevolgen van de overheidsmaatregelen zichtbaar gaan worden. Wat doen gemeenten straks binnen de Wmo, hoe ziet de kern-AWBZ er straks uit? Het is belangrijk
dat er kritisch wordt gekeken naar de uitgave van de AWBZ-gelden.
Naar de inzet en rol van medewerkers en het netwerk rondom de
cliënt, samen moeten ze het verschil voor de cliënt gaan maken.
Samenwerken en flexibiliteit wordt het uitgangspunt, met respect
voor elkaar. Dat is belangrijk. Als we goed samenwerken, naar elkaar luisteren, het belang van de cliënt voorop stellen, dan is veel
mogelijk.
Iedereen mag meedenken, dat spreekt ons aan
Aan tafel zitten Ger van de Klashorst (voorzitter Centrale Cliëntenraad en voorzitter Cliëntenraad Beschermd Wonen Heel), Jan van Lier
(voorzitter Cliëntenraad Begeleid Wonen in de Wijk, regio Noord en
Midden) en Huub Pijls (voorzitter Cliëntenraad Begeleid Wonen in de
Wijk, regio Zuid). Ze delen dezelfde mening. De zorg moet goedkoper,
anders worden ingericht, binnen bestaande regels en wetten. Wat de
gevolgen van de overheidsmaatregelen precies zijn, kan op dit moment nog niemand helemaal overzien. Maar Daelzicht is in ieder geval
goed voorbereid om flexibel en fit op de veranderingen in te spelen.
De cliëntenraden zitten geregeld aan tafel met managers Richard
Becker en Joost Smedts en de Raad van Bestuur en zijn inhoudelijk
45
Gemeenten aan het woord
‘Wij hebben bewezen dat we dit soort grote
operaties aan kunnen’
Burgemeester Cammaert van Roermond is een positief ingesteld mens. Ook over de ontwikkelingen rondom de drie decentralisaties (AWBZ-Wmo, Participatiewet, Jeugdwet) is hij ronduit positief. Hij heeft er rotsvast vertrouwen in dat de gemeenten
in Nederland ook deze ongekend grote en ingrijpende transformatie op een goede manier zullen ‘opvangen’. “Met de invoering
van de Wmo en de Wet Werk en Bijstand hebben we als gemeenten in het verleden al bewezen dat we dit soort grote operaties
heel goed aan kunnen.”
Dus u bent positief gestemd over het feit dat
gemeenten verantwoordelijk worden voor de
gedecentraliseerde taken?
Wat kunt u zeggen over de inhoud en over de
aanpak in Roermond en omliggende gemeenten?
“Ja. Gemeenten zitten dicht op de lokale samenleving en het schept
helderheid dat er één verantwoordelijke partij is. Er moet nu wel
snel duidelijkheid komen over waar welke zorg precies wordt ondergebracht. Ik merk dat de Rijksoverheid het soms moeilijk vindt om
taken los te laten. Maar als je decentraliseert, dan moet je het ook
echt aan de gemeenten overlaten. Niet alsnog zaken van bovenaf
willen reguleren. Er moet ook snel duidelijkheid komen over de precieze rol en de inzet van de zorgverzekeraars. Het kan niet zo zijn dat
straks de gemeenten én de zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn.
Dat schept alleen maar onduidelijkheid. Twee kapiteins op een schip
werkt niet. Gelukkig voelen we ons in de rug gesterkt door de VNG
(Vereniging Nederlandse Gemeenten) die bij de Rijksoverheid aandringt op helderheid.”
“Wat ik positief vind, is dat we het nu echt integraal aanpakken. Er
komt samenhang in de verschillende domeinen en terreinen. Zo zie
je nu op een organische manier integrale veiligheid en Jeugdzorg
bij elkaar komen. Jongeren die overlast bezorgen, krijgen later veelal te maken met Jeugdzorg. Nu kijken we samen – dus mensen van
veiligheid en mensen van Jeugdzorg - aan de voorkant hoe we juist
kunnen voorkomen dat deze jongeren op het verkeerde pad terecht
komen. Het is maar een voorbeeld, maar je ziet op alle terreinen
dat de betrokkenen van verschillende terreinen elkaar opzoeken om
samenhangend beleid te maken. Hierdoor zijn we straks in staat om
beter te sturen aan de voorkant; dus meer preventie en minder achteraf oplossen.”
Denkt u dat de kwaliteit van de zorg erop
vooruit gaat?
“Dat denk ik zeker. Als we dit goed doorvoeren krijgen we minder
bureaucratie, minder instanties en een duidelijke coördinatie door
de gemeenten. Het wordt zo een stuk overzichtelijker voor de burgers en ook voor instanties en zorginstellingen. Ik verwacht dan ook
dat burgers in de toekomst minder snel van het kastje naar de muur
worden gestuurd en dat instanties en zorginstellingen slagvaardiger
kunnen handelen.”
Hoe verlopen de gesprekken met de omliggende gemeenten waar jullie mee samenwerken?
“De samenwerking met de andere gemeenten is goed! We hebben
voor elke decentralisatie intentieovereenkomsten ondertekend met
omliggende gemeenten om samen dóór te pakken. We zijn intensief
met elkaar in gesprek over hoe we het precies gaan aanpakken, hoe
we het juridisch gaan vormgeven en wat de wettelijke kaders worden.
Daarbij valt me op dat de sfeer buitengewoon positief en constructief
is. We streven allemaal hetzelfde doel na. Ook de ambtelijke samenwerking is uitstekend. In het verleden werd Roermond nog wel eens
een zekere arrogantie verweten, maar ik merk dat dat gevoel bij de
andere gemeenten weg is. Ik durf echt te zeggen dat sprake is van
groot onderling vertrouwen en gelijkwaardigheid in de strategische
gesprekken die we met elkaar voeren.”
46
Als u nu een doorkijkje neemt naar 2020.
Wat hoopt en verwacht u dan?
“Ik hoop en verwacht dat het voor de burger met een hulpvraag een
stuk eenvoudiger wordt. Hij heeft straks niet meer te maken met een
wirwar aan instanties. Waarschijnlijk komt hij binnen via het KCC
(Klant Contact Centrum) en wordt hij meteen goed doorgeleid naar
de juiste personen of instanties. Deze instanties zijn flexibel en ze
houden rekening met de persoonlijke situatie en de specifieke ondersteuningsbehoefte van de betreffende burger. Het wordt een stuk
transparanter, eenvoudiger, beter toetsbaar en gewoonweg beter.”
BEKIJK HET
FILMPJE
47
48
BEKIJK HET
FILMPJE
‘We moeten onze zorgmedewerkers koesteren’
Wethouder Ramon Testroote van Venlo vindt het een goede keuze om de begeleidingstaken AWBZ, de Participatiewet en de
Jeugdwet bij gemeenten neer te leggen. Volgens hem komt de zorg dan dichter bij de burger en kan er meer integraal naar
oplossingen worden gekeken. Belangrijk volgens hem is wel dat er snel een einde wordt gemaakt aan het huidige systeem en
dan met name aan het ‘naar zijn zeggen’ absurde financieringsmodel. “Ons financieringsmodel is gebouwd op wantrouwen en
daardoor worden ‘handelen naar eigen inzicht’, ‘gezond verstand’, ‘creativiteit’ en ‘improvisatietalent ‘ van mensen en instanties hardnekkig in de kiem gesmoord. In Venlo is de ‘systeemwijziging’ de basis om de ondersteuning aan mensen met een
hulpvraag goed, efficiënt en betaalbaar te organiseren.”
Dus u bent er voorstander van dat gemeenten
verantwoordelijk worden voor de gedecentraliseerde taken?
“Zeker. Gemeenten staan dichter bij hun burgers dan de Rijksoverheid. Van dichtbij ben je veel beter in staat om situaties te beoordelen, maatwerk te leveren, gericht samen te werken en om vanuit samenhang zaken op te pakken. Maar we moeten niet de illusie hebben
dat we straks alle zorg of ondersteuning kunnen onderbrengen bij
het eigen netwerk van mensen met een hulpvraag. Er is een tendens
gaande dat zorginstellingen vanuit bezuinigingsoverweging veel medewerkers gaan ontslaan met het idee dat deze zorg straks wordt
geleverd door familie, vrienden en kennissen. Dat vind ik niet slim.
Zeker met de huidige vergrijzing in Limburg hebben we professionele
zorgmedewerkers straks heel hard nodig. We moeten niet op de handjes en de doeners bezuinigen, maar vooral op de indirecte kosten; de
bureaucratische regeltjes, de mensen op kantoor, de managers, de
overhead en noem maar op. Ik ben ervan overtuigd dat gemeenten
en zorgaanbieders hun bezuinigingstaakstelling relatief eenvoudig
realiseren als ze deze ‘inefficiëntie’ eruit halen. En dan kunnen de
belangrijke professionals gewoon hun werk blijven doen. Ik geloof
heilig dat de zorg dan ook echt beter wordt.”
U gelooft er dus wel in, maar u pleit voor een
‘opruimactie’ als het gaat om bureaucratie en
inefficiëntie?
“Ons huidige systeem is vooral gebaseerd op ‘indicatiestellingen’,
‘urenverantwoording’, ‘afrekenen op basis van verrichte handelingen’
en ‘voorkomen dat men de verkeerde dingen doet’. Dit systeem houdt
mensen en instanties in de greep. Het geeft professionals niet de
prikkel om zorg te leveren op basis van hun intrinsieke motivatie
en vakkennis. Professionals en instanties worden zo volgegooid met
wetten, regels en verantwoordingsmethodieken dat ze niet meer de
natuurlijke neiging hebben om elkaar op te zoeken, samen te werken,
hun gezonde verstand te gebruiken en om echt vanuit het belang van
de burger of cliënt te kijken. Als we het systeem niet veranderen,
verandert er niets!”
financiering van de professional. Op deze manier willen we stimuleren dat deze professional zich niet tot in den treure hoeft te verantwoorden en dat hij vanuit eigen inzicht kan werken. Dat past ook
in ons streven om zoveel mogelijk zaken ‘indicatievrij’ te maken en
dicht bij huis aan te bieden. Hoe minder je met indicaties werkt, hoe
minder je in het gebied terechtkomt van regels en verantwoording
afleggen. Want dat leidt af van de genoemde intrinsieke motivatie
van de zorgverlener om goede zorg te bieden.”
“Verder zetten wij als gemeente ook nadrukkelijk in op een goede
samenwerking met en tussen zorgaanbieders. Zij leveren immers de
professionals in de wijkteams. Ik verwacht dat zorgaanbieders straks
de rol hebben van een soort zorguitzendbureau dat de juiste professionals in de juiste wijkteams plaatst. Op deze manier komt de
zorg naar de mensen toe en wordt er flexibel rekening gehouden met
specifieke ondersteuningsbehoeften van burgers in de verschillende
wijken. Dan kan er dus ook echt maatwerk worden geleverd.”
“Daarnaast vind ik het belangrijk dat er een goede samenwerking
komt tussen professionals en vrijwilligers. Zij hebben elkaar hard nodig maar het lijkt soms wel of ze met de rug naar elkaar toe staan.
Dat heeft ook te maken met het feit dat de professional zich soms
‘bedreigd’ voelt door bezuinigingen, afslankingen etc. Maar omdat
wij vooraf de inzet van professionals per wijkteam gaan vastleggen,
is die bedreiging er straks niet meer. Dat geeft weer ruimte om goede
afspraken met elkaar te maken en elkaar daadwerkelijk aan te vullen.”
Hoe ziet de wereld van de zorg er in 2020 volgens u uit?
“Ik verwacht dat de menselijke maat dan leidend is en niet meer de
systemen. Ik denk dat we dan sneller schakelen, dat we flexibeler zijn
en dat we snel met adequate oplossingen voor mensen met een hulpvraag kunnen komen. Ik denk ook dat besturen en politiek dan een
andere sense of urgency hebben; nu zijn de bezuinigingen en financiën
leidend, straks gaat het er vooral om dat er voldoende gekwalificeerd
personeel is.”
Dus Venlo gaat het systeem veranderen?
“Ja, maar niet als doel op zich. Wij zien het echt als een voorwaarde
om de ondersteuning aan mensen met een hulpvraag goed, efficiënt
en betaalbaar te organiseren. Zo gaan we in Venlo werken met 12
sociale wijkteams en ongeveer 18 huizen van de wijk. Op deze manier
organiseren we de zorg ook echt dicht bij onze inwoners. Inherent
aan onze opvatting over de systeemwijziging kopen we per gebied
of wijkteam professionele zorg in. Elk wijkteam krijgt dus een vaste
basis aan zorgprofessionals. De zorgindicatie koppelen we los van de
49
“Mensen mogen worden aangesproken op hun
eigen verantwoordelijkheid.
Maar er moet wel een vangnet zijn.”
Wethouder Smitsmans-Burhenne van Roermond gelooft in zorg dichtbij de burger. Ze gelooft in een samenleving waarin mensen voor elkaar zorgen en eerst kijken naar wat ze zelf kunnen of wat het eigen netwerk voor ze kan betekenen. Ze is ervan
overtuigd dat de kwaliteit van ondersteuning aan mensen met een hulpvraag verbetert als instanties beter samenwerken en als
zaken slim gecombineerd worden. Maar zo’n situatie ontstaat niet vanzelf. Er moet volgens de wethouder nog heel wat gebeuren en 2015 staat voor de deur. We stellen vier vragen aan wethouder Smitsmans.
Wat is uw primaire reactie als ik u vraag naar
de enorme veranderingen in het sociaal domein en dan in het bijzonder de drie decentralisaties?
“De uitgangspunten onder de drie decentralisaties bieden kansen.
Ik geloof echt in zorg dicht bij de burger. En ik vind het een uitstekend principe dat burgers worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om voor een ander te zorgen. De huidige zorg is op veel
punten niet efficiënt georganiseerd. We zijn doorgeschoten. Te vaak
doen professionals huishoudelijke taken die gemakkelijk door familie,
vrienden of kennissen gedaan kunnen worden. Het is goed dat we
dat nu anders gaan organiseren. Maar we moeten niet vergeten dat
het een megaoperatie is om dit te veranderen. We hebben te maken
met ontzettend veel domeinen, instanties, mensen en belangen. We
zouden eigenlijk wat meer tijd nodig hebben. Er moet inhoudelijk nog
veel geregeld worden. Ook organisatorisch. De veranderingen hebben
immers invloed op allerlei instanties en die krijgen straks te maken
met vastgoed, frictiekosten, personeel en noem maar op; 2015 nadert met rasse schreden! En dan drukken ook de bezuinigingen nog
eens een zware stempel op het proces. Dus ik geloof er zeker in, maar
we moeten wel vol aan de bak.”
Denkt u dat de kwaliteit van de zorg erop
vooruit gaat?
“Als we zaken slim combineren, gaat de kwaliteit er zeker op vooruit.
Straks krijgen burgers begeleiding van mensen in hun eigen omgeving en heeft die burger veel meer aansluiting op lokale netwerken
en voorzieningen. Dat zal de kwaliteit van leven ontegenzeggelijk
verbeteren. Belangrijk daarbij is wel dat er maatwerk wordt geleverd.
Een aansprekend voorbeeld hier in Roermond is ’t Trefpunt, een soort
inlooppunt waar alles op een mooie manier bij elkaar komt; burgers
met een hulpvraag, mensen uit de buurt, professionals en vrijwilligers. Op een heel organische manier helpen mensen elkaar en vinden
de burgers met een hulpvraag er een fijne plek waar ze dagbesteding
hebben, waar ze zelf ook eventueel kunnen werken, waar ze geholpen
worden en noem maar op. Het is een voorbeeld van een buurthuisconcept dat uiteindelijk minder geld kost, terwijl de kwaliteit van
ondersteuning meer maatwerk is en afgestemd op de behoeften van
de betreffende burger. ”
Wat kunt u zeggen over de aanpak in Roermond?
“In Roermond werken we intensief samen met onze buurgemeenten.
We hebben gezamenlijk een visie vastgesteld en zijn nu het beleid
50
verder aan het uitwerken. Uitgangspunt is dat we door zaken slim te
combineren zoals in het voorbeeld van ’t Trefpunt, de kwaliteit van
leven voor mensen met een hulpvraag kunnen verbeteren. Tegelijkertijd kunnen we er tijd en geld mee besparen. Dat kunnen we dan
weer inzetten voor die mensen die het echt nodig hebben. Want dat
wil ik echt gezegd hebben: ik ben er voorstander van dat mensen op
hun verantwoordelijkheid worden aangesproken, maar er moet altijd
een vangnet zijn voor mensen die dreigen buiten de boot te vallen.
Met onze aanpak focussen we in eerste instantie op wat men zelf kan
en op ondersteuning door familie, vrienden en kennissen. In tweede
instantie kijken we naar mogelijke aansluiting op collectieve voorzieningen of de mogelijkheid om dergelijke voorzieningen te creëren als
blijkt dat daar grote behoefte aan is. Als ook dat voor de betreffende
burger geen soelaas biedt, kijken we naar individuele oplossingen.”
Als u nu een doorkijkje neemt naar 2020. Wat
hoopt en verwacht u dan?
“Ik denk dat mensen het in 2020 vanzelfsprekend vinden dat ze meer
voor elkaar zorgen. Er is nu sprake van een mentaliteitsverandering
in de samenleving. Mensen moeten wennen aan de nieuwe manier van
denken. Mensen zijn immers niet gewend om zelf naar oplossingen
te zoeken omdat ze de zorg toch wel krijgen aangeboden. Als je iets
niet kunt, wordt je automatisch geholpen. Ik verwacht dat mensen in
2020 wel eerst automatisch in hun eigen netwerk en naar hun eigen
mogelijkheden kijken en dat ze voor ‘dure zorg’ veel later aankloppen
bij de overheid.”
BEKIJK HET
FILMPJE
51
‘Het is normaal dat mensen weer voor
elkaar gaan zorgen’
De ondersteuning aan mensen met een hulpvraag wordt vanaf 2015 heel anders georganiseerd. In de gemeente Peel
en Maas werken gemeente en allerlei partijen, instanties en burgers intensief samen om handen en voeten te geven
aan een goed beleid voor de drie decentralisaties: de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. We stellen vier vragen aan wethouder Marlou Absil, verantwoordelijk voor de Wmo en de Jeugdwet. Hoe staat zij erin? Wat verwacht
ze voor de toekomst? En hoe is het straks gesteld met de kwaliteit van zorg?
Er gebeurt veel in het sociaal domein. De overheid maakt een terugtrekkende beweging en
mensen moeten meer voor hun naasten gaan
zorgen. Baart deze ontwikkeling u zorgen?
“Ik vind het juist goed dat mensen het vanzelfsprekend gaan vinden
dat ze langer voor elkaar moeten zorgen. Juist in deze tijd worden
mensen geprikkeld zich om de ander te bekommeren en om elkaar te
helpen. Dat zie ik eerder als een ‘normalisering’ van bepaalde normen
en waarden dan als een bedreiging. En hoe meer we voor elkaar zorgen, hoe meer ruimte en geld er overblijft om te voorzien in professionele zorg voor de mensen die dat echt nodig hebben. We moeten
niet de illusie hebben dat we in alle gevallen kunnen terugvallen op
het eigen netwerk van mensen met een hulpvraag. Er zullen altijd
mensen zijn die afhankelijk blijven van professionele zorg.”
Denkt u dat de kwaliteit van de zorg erop
vooruit gaat?
“Op termijn zeker. Maar dat heeft ook tijd nodig. Ik denk dat we in
2020 in een wereld leven waarin mensen veel meer voor elkaar zorgen.
Een wereld ook waarin mensen weer meer naar elkaar toetrekken en
waarin ze elkaar opzoeken. Op die manier krijgen mensen maatwerk,
aandacht, aanspraak en ondersteuning binnen hun eigen vertrouwde
netwerk. En dat is altijd goed voor het welzijn van mensen, hun zelfvertrouwen en hun zelfredzaamheid. Waar ik mij zorgen over maak, is
de uitvoering van de Jeugdwet. Hier zijn veel partijen en instanties
bij betrokken en het speelveld is erg divers. Veel verschillende onderwerpen en thema’s vallen hieronder, dat maakt het complex. Wie trekt
de kar? Wie is verantwoordelijk? Wie bepaalt? Hoe integreren we het?
Als we niet oppassen, worden de financiën leidend bij deze ‘reorganisatie’ en niet de doelen En dat moeten we niet willen. ”
Het geven van aandacht, hoort dat binnen de
kaders van zorg?
Laten we niet vergeten dat ‘zorg’ meer is dan alleen ondersteuning
bieden aan mensen. Er zijn bijvoorbeeld ook veel mensen met een
psychologische hulpvraag; mensen die zich eenzaam voelen en zich
graag nuttig willen maken in een werkomgeving. Zodat ze onder de
mensen zijn en ook hun gevoel van eigenwaarde kunnen vergroten.
Deze mensen voelen zich niet aangetrokken tot de reguliere zorgvoorzieningen, maar vanuit oogpunt van zorg is het belangrijk dat
hier adequaat op wordt geanticipeerd. Zo werken wij in Peel en Maas
met de ‘methode’ Netwerk Welzijn Versterkt; een soort ‘eigen kracht
centrale’ waarin de omgeving en het netwerk van een burger met een
hulpvraag wordt gemobiliseerd om iets voor deze persoon te beteke-
52
nen. Onlangs hadden we een mevrouw met een licht verstandelijke
beperking. Deze vrouw was een beetje eenzaam en wilde heel graag
ergens bijhoren. Ze wilde ook graag werken. Vanuit het netwerk heeft
iemand haar aangeboden om een dagdeel in de week te helpen in
een kleutergroep. Nu hoort ze er ook echt bij en ze maakt zichzelf
nuttig. Dat zijn relatief eenvoudige dingen die voor deze burger echt
heel belangrijk zijn en die ook bijdragen aan de zelfredzaamheid van
burgers in onze lokale samenleving.”
Hoe is de situatie bij Peel en Maas?
“Ik zie in onze gemeente, gemeenschap en bij onze netwerkpartners
veel goede en enthousiaste mensen. En dan zie je ook dat veel dingen
vanzelf gaan. Bij ons leeft echt het besef dat we samen een passend
aanbod moeten organiseren voor mensen met een hulpvraag. Er is ook
sprake van een uitstekende samenwerking tussen gemeente, zorgkantoor en zorgverzekeraar. We hebben samen de stip op de horizon
gemarkeerd en pakken daar nu stevig op door. Dat leidt tot allerlei
goede en gestroomlijnde initiatieven en samenwerkingsverbanden
tussen zorgaanbieders, MEE, cliëntenraden en noem maar op, zoals
de dorpsdagvoorziening. Er wordt uitstekend samengewerkt naar één
doel; een Peel en Maas waarin mensen hun verantwoordelijkheden
pakken, waarin sociale structuren worden versterkt en waarin burgers
vanuit hun netwerk de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om
gelukkig en zelfredzaam te kunnen leven!”
‘Meer samenleving,
minder bureaucratie’
Nederland staat aan de vooravond van een ongekende transformatie van de verzorgingsstaat. Per 1 januari 2015
moeten ouderen, jongeren, maar ook mensen met een psychische of verstandelijke beperking voor (lichte) zorg en
ondersteuning bij hun gemeente aankloppen. Een gigantische operatie die volgens wethouder Berry van Rijswijk
van Sittard-Geleen belemmerd wordt doordat de Haagse politiek waarschijnlijk pas in de loop van 2014 de randvoorwaarden voor de nieuwe Wmo vaststelt. “Bestuurlijk zeer onzorgvuldig en absoluut niet netjes”, vindt Van Rijswijk.
Van Rijswijk, die tevens voorzitter van de Wmo-stuurgroep voor
de achttien Zuid-Limburgse gemeenten is, benadrukt dat de Wet
maatschappelijke ondersteuning een participatiewet is, geen voorzieningenwet. De Wmo beoogt dat iedereen kan meedoen in de
maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Als meedoen of zelfstandig wonen niet lukt zonder hulp, dan wordt van burgers verwacht dat ze eerst hulp vragen in hun directe omgeving. Wanneer
dit niet tot resultaat leidt, kunnen ze de gemeente vragen om advies
en ondersteuning. Doel van deze ondersteuning is dat alle burgers
in de gemeente volwaardig kunnen participeren in de samenleving.
Kanttekening daarbij: de gemeente moet altijd het sociale vangnet blijven bieden. Participatie is het centrale begrip. Participatie
vraagt echter om een andere manier van denken en handelen, van
zowel gemeenten als van organisaties en niet op de laatste plaats
de inwoners. Van Rijswijk: “Daarbij passen nieuwe vormen van solidariteit tussen mensen en het vergroten van de zelfstandigheid en
zelfredzaamheid van de cliënt. Wij willen niet alleen de taken uit de
AWBZ incorporeren in de gemeente (transitie), nee, we willen de Wmo
2015 op innovatieve wijze vormgeven, met inschakeling van de cliënt
en zijn omgeving (mantelzorgers), vrijwilligers en hun organisaties.
Als bestuurder ben ik dan ook erg blij met de innovatieve aanpak die
tal van instellingen op dit moment aan de dag leggen, en daarbij
is Daelzicht in mijn optiek één van de koplopers. De gemeente Sittard-Geleen is daarin graag partner.”
53
54
BEKIJK HET
FILMPJE
Zorgkantoren aan het woord
‘Niet alle hulpvragen zijn zorgvragen’
Wat houdt de verschuiving van
AWBZ naar Wmo in?
Frans Erps, Zorginkoper regio Noord- en Midden-Limburg bij Zorgkantoren Coöperatie VGZ: “Vragen over begeleiding, persoonlijke verzorging en jeugdzorg zullen na de verschuiving dichter bij de burger
worden opgelost. Gemeenten krijgen hierin een belangrijke rol omdat
zij lokaal het beste in staat zijn oplossingen aan te laten sluiten
bij de behoeften van burgers. Zelfredzaamheid en samenredzaamheid
worden gestimuleerd.”
Wat is uw visie op deze ontwikkelingen?
Frans Erps: “De veranderingen zijn nodig om de zorg in de toekomst
betaalbaar te houden, maar ze sluiten ook aan bij de wens van veel
burgers om zo lang mogelijk hun leven zelf in te richten in hun eigen
omgeving. De gedachte achter de verschuiving is ook dat niet alle
hulpvragen zorgvragen zijn. We moeten een hulpvraag niet (meer)
benaderen vanuit het beschikbare (zorg)aanbod, maar vanuit de mogelijkheden in de directe omgeving van de hulpvrager. Informele zorg
zal een grotere rol gaan spelen. Professionele zorg wordt ingezet
als er een zorggerelateerde deelvraag overblijft. Daarbij zal de eigen
bijdrage in de zorg toenemen.”
Wat betekent dit voor het zorgkantoor?
Linda Sedee, Zorginkoper Gehandicaptenzorg CZ: “De exacte gevolgen zijn nog niet duidelijk, temeer omdat de overheidsplannen vrijwel wekelijks worden bijgesteld. Helder is dat er steeds meer wordt
gevraagd van het eigen netwerk van cliënten en de maatschappij.
Cliënten komen midden in de samenleving te staan en worden steeds
minder opgenomen in instellingen.”
De functie van het zorgkantoor
Het zorgkantoor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen uit de AWBZ worden besteed aan doelmatige, betaalbare, kwalitatief goede zorg die aansluit bij de vraag van de verzekerden. Daarbij is elk zorgkantoor verantwoordelijk voor alle AWBZ-verzekerden in een vastgestelde regio. Het zorgkantoor werkt mee aan de overheveling van AWBZ naar Wmo, bijvoorbeeld door
kennisoverdracht naar gemeenten.
55
Samen leren:
Kijken door
de ogen van
het kind
In welke omgeving ontwikkelt een opgroeiend kind
zich het beste? Daelzicht zoekt samen met haar maatschappelijke partners continu naar de juiste balans tussen veiligheid en stimulans. Grenzen verleggen, zonder
een kind te overvragen. In de komende jaren zal het
kind met een hulpvraag meer en meer gestimuleerd
worden om aan te sluiten bij collectieve voorzieningen. Dat betekent vanuit Daelzicht dat de tijd in een
kinderdagcentrum waar mogelijk en wenselijk korter
wordt, en dat het kind eerder aansluiting vindt in het
(speciaal) onderwijs.
Daelzicht als coach
Daelzicht werkt al jaren samen met de Maaskei, expertise
school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Bij de Maaskei
lopen ze regelmatig tegen vragen aan die Daelzicht kan beantwoorden. Peter van de Laar, directeur van de Maaskei: “We
kunnen de expertise van Daelzicht goed gebruiken. Zeker als
de groep kinderen in de toekomst complexer wordt. Daelzicht
werkt als een soort coach voor ons: ze spijkeren de expertise
van ons team bij en helpen ons bij de begeleiding van kinderen. Samenwerken is daarin natuurlijk heel belangrijk: wat
zij in gang zetten in de individuele begeleiding, willen wij
doortrekken in de klas.”
Verbinden is het toverwoord
“Grootste uitdaging wordt de komende tijd dat we met z’n
allen vanuit het kind samenwerken”, vervolgt Peter. “Zonder
belemmering van wet- en regelgeving die voorheen gescheiden was. We roepen al jaren ‘één kind, één plan’; nu is de
noodzaak – en de kans - er om het echt waar te maken. En te
kijken vanuit de ogen van het kind. De kans is ook om niet
zwart-wit te denken: het is niet óf zorg/óf onderwijs: er zijn
verschillende arrangementen te bedenken waarin we kunnen
samenwerken. Zoals koning Willem-Alexander al in zijn kersttoespraak zei: verbinden is het toverwoord.”
56
BEKIJK HET
FILMPJE
Samen doen:
Samen naar
de top met
Equipe Mont
Ventoux!
In juni 2014 gaan zes cliënten van Daelzicht een
enorme sportieve uitdaging aan: het beklimmen van
de bekende berg Mont Ventoux in Zuid-Frankrijk. Om
dit mogelijk te maken sluit Daelzicht aan bij het succesvolle wielerevenement Equipe Mont Ventoux, dat
collega-organisatie Koraal Groep sinds twee jaar organiseert. Equipe Mont Ventoux startte in 2012 met 19
cliënten van Koraal Groep locatie Gastenhof. Dit jaar
heeft de organisatie haar grenzen verlegd door samen
te fietsen met 11 verschillende zorgorganisaties. In
totaal bedwingen meer dan 400 deelnemers, uit drie
provincies, de ‘reus van de Provence’.
Positieve ervaring
Om deze bijzondere uitdaging tot een succes te maken, worden buddy’s gekoppeld aan de cliënten. Om samen te trainen
en om uiteindelijk samen de Mont Ventoux te beklimmen,
want samen sta je sterker. De trainingen starten in februari,
goed leren fietsen, afzien, de pijn verbijten en volhouden.
Die voorbereiding, het samen onderweg zijn, is eigenlijk nog
belangrijker dan de uiteindelijke bestemming. Voor cliënten
is de beklimming vooral een overwinning op zichzelf. Het is
een waardevolle, positieve ervaring die lichaam en geest versterkt.
De kracht van samen
Dit prachtige project zorgt ervoor dat twee grote zorgaanbieders nader tot elkaar komen en intensief gaan samenwerken.
De samenwerking geeft identiteit en binding. De ploegleiders, Cliff Hennen en John Schefer van de Koraal Groep, zijn
verantwoordelijk voor de organisatie van het evenement en
de weg ernaar toe. John: “We zijn trots om Daelzicht als partner te hebben in het project Equipe Mont Ventoux. In de samenwerking ligt onze kracht, en kracht is wat onze jongeren
nodig hebben voor een mooie toekomst. Met enthousiasme
en doorzettingsvermogen gaan we samen naar de top.”
57
BEKIJK HET
FILMPJE
Flexibel en fit met ‘Ida’
Een nieuwe manier van delen
Daelzicht staat aan het begin van een nieuwe toekomst. Bij grote veranderingen binnen een organisatie is de betrokkenheid
van medewerkers cruciaal. Ook is bij de medewerkers veel kennis aanwezig die belangrijk is om goede keuzes te kunnen maken.
Dit betekent veel communiceren, informatie verstrekken, kennis halen, kennis brengen, kennis delen en ideeën uitwisselen.
‘Betrokkenheid door participatie’ is dan ook de achterliggende gedachte geweest bij de totstandkoming van ‘Ida’. ‘Ida’ is een
digitaal platform voor de medewerkers van Daelzicht. Het gaat de medewerkers de komende tijd helpen samen vorm te geven
aan de nieuwe werkelijkheid en samen het verschil te maken.
‘Ida’ is 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar, op het werk,
thuis en waar ook ter wereld. Op het platform vinden de medewerkers
van Daelzicht het laatste nieuws, verhalen en films van cliënten, ouders en medewerkers, mooie voorbeelden uit de praktijk, omdenktips,
polls en nog veel meer. Er zijn volop mogelijkheden tot reactie en
interactie door het plaatsen van tekst, beeld en film. Het platform
biedt medewerkers de kans een actieve rol te spelen en mee te denken en te doen. Ida is geboren dankzij een creatieve brainstormsessie
58
van het team Marketing & Communicatie van Daelzicht. Ida denkt
anders, Ida deelt alles, Informeren, delen, adviseren. De mogelijkheden met de letters van ‘Ida’ zijn talrijk, de mogelijkheden van het
digitale platform zijn dat zeker ook. Medewerkers, managers en Raad
van Bestuur gaan het de komende tijd zelf ervaren.
Hallo aarde
Een veilige landing
Terug naar de aarde, met beide voeten op de grond, het is nodig, het kan niet anders. Met veel flair en enthousiasme zorgde deze bemanning
ervoor dat we veilig zijn geland. Nu gaan we er samen voor zorgen dat we het verschil kunnen blijven maken, voor hen en alle cliënten die
ons nodig hebben om hun leven op een fijne manier vorm te kunnen geven.
Bep Janssen 61 jaar
Koningserf 3, Koningslust
Vriendelijk, impulsief en zorgzaam
Marco Uiterwijk 14 jaar
Koningserf 4, Koningslust
Spontaan, vrolijk en nieuwsgierig
Gerdie Stoot 46 jaar
Anjerhof 3, Heel
Duidelijke mening, behulpzaam en levenslustig
Kevin Zegers 22 jaar
Wonen Mortelplein, Swalmen
Enthousiast, vriendelijk en behulpzaam
Jeffrey Spier 48 jaar
Wonen Zuidstaete, Sittard
Humoristisch, nieuwsgierig, fantasierijk
Nicole Meens 27 jaar
Wonen Lindenheuvel, Geleen
Eigenwijs, knuffelig, levenslustig
59
BEKIJK HET
FILMPJE
foto Speakers Academy - Walter Kallenbach
André Kuipers
Van arts naar astronaut
André Kuipers is de eerste Nederlander met twee ruimtemissies op zijn naam. Zijn tweede missie is de langste Europese ruimtevlucht in de geschiedenis. In totaal bracht de ESA-astronaut 204 dagen in de ruimte door: 11 dagen tijdens missie DELTA in
2004 en 193 dagen tijdens missie PromISSe.
Na jaren van training in Houston, Moskou, Keulen, Montreal en
Tokio werd André, samen met een Russische en Amerikaanse collega, op 21 december 2011 voor de tweede keer gelanceerd met
een Russische Soyoez-raket. Twee dagen later arriveerde hij in het
internationale ruimtestation ISS, om daar een half jaar te wonen
en te werken. Aan boord was hij niet alleen arts, wetenschapper
en boordingenieur, maar ook onderhoudsmonteur en ambassadeur
van goede doelen. Op 1 juli 2012 keerde André terug en landde
met zijn ruimtecapsule in de Kazachse steppe.
60
Het moge duidelijk zijn dat André Kuipers weet wat het betekent
zich aan te passen aan een nieuwe werkelijkheid. Natuurlijk in
het traject voorafgaand aan de ruimtemissie en tijdens de missie.
Maar ook na zijn terugkeer op aarde heeft hij zich opnieuw moeten aanpassen aan de zwaartekracht en zijn leven op aarde. In
de zorg kunnen we daar veel van leren, want aanpassen aan een
nieuwe werkelijkheid is noodzakelijk.
BEKIJK HET
FILMPJE
Jaap Bressers
Iedereen kan het verschil maken
Gedurende zijn studietijd voor zijn Masteropleiding International Management kwam Jaap op 21-jarige leeftijd door een duikongeval in een rolstoel terecht. Zijn wereld stond op zijn kop, maar hij vocht zich terug en kwam uiteindelijk zelfs sterker uit
de strijd.
Door pakkende persoonlijke verhalen te linken aan uitdagingen
in de zorg of het bedrijfsleven, weet Jaap als geen ander mensen
te raken en te inspireren om meer uit hun leven en werk te halen. Door net dat kleine beetje extra te doen, kan iedereen het
verschil maken volgens hem. Voor zichzelf, collega’s, de cliënt en
zijn netwerk.
Jaap vertelt geen zwaar verhaal. Jarenlang trad hij als cabaretier
op in de Nederlandse theaters. Deze ervaring gebruikt hij graag
om de zaal op het juiste moment heerlijk te laten lachen. Humor
en emotie voeren de boventoon in zijn inspirerende verhalen. Dit
zijn welkome ingrediënten in tijden van verandering.
Jaap Bressers en André Kuipers waren gastspreker tijdens de Daelzicht Inspiratiedagen op 10 en 11 februari in de
ECI Cultuurfabriek in Roermond.
61
Daelzicht dankt iedereen voor de geleverde bijdrage aan dit magazine. Ook dit bleek weer een mooi samenspel van verschillende partijen.
‘Van nu naar later’ kwam mede tot stand dankzij de bijdragen van:
M. Absil
T. Hagelstein
J. Baeten
N. Hamers
P. van der Broeck
R. Hendrix
J. Brouns
H. Hermus
P. Cammaert
E. Janssen
F. Erps
G. van de Klashorst
T. Forschelen
P. van de Laar
wethouder
Gemeente Peel en Maas
directeur
CSS Breda
gedeputeerde
Provincie Limburg
manager Markt & Ontwikkeling
Wonen Limburg
burgemeester
Gemeente Roermond
zorginkoper AWBZ
Zorgkantoren Coöperatie VGZ
Regio Noord- en Midden-Limburg
wethouder
Gemeente Maasgouw
62
programmamanager
Keyport 2020
voorzitter
Platform Mantelzorg Limburg
directeur Sector Zorg & Welzijn
Gilde Opleidingen
eigenaar
Catering Hermus
algemeen directeur
Dolmans Landscaping Group
voorzitter
Centrale Cliëntenraad en Cliëntenraad
Beschermd Wonen Heel
directeur
de Maaskei
J. van Lier
voorzitter Cliëntenraad
Begeleid Wonen in de Wijk,
regio Noord en Midden
R. Seerden
secretaris Raad van Bestuur
Vivantes Ouderenzorg
T. Pagen
M. Smitsmans-Burhenne
H. Pijls
J. Solberg
M. Posthumus
R. Testroote
programmamanager
Zorgtechniek Limburg
voorzitter Cliëntenraad
Begeleid Wonen in de Wijk, regio Zuid
senior adviseur
Nederlandse Stichting voor
Corporate Universities (NSCU)
wethouder
Gemeente Roermond
directeur
Mens en Water
wethouder
Gemeente Venlo
B. van Rijswijk
G. Timmermans
P. Schaeken
L. de Witte
bedrijfsmanager
Synergy Health
directeur
Expertisecentrum Innovatieve Zorg
en Technologie
T. Schreurs
F. Zuthof
wethouder
Gemeente Sittard-Geleen
directeur
Keyport 2020
voorzitter
visclub ‘Het Loze Vissertje’ Wessem
directeur
Bouwbedrijven Jongen
63
64
BEKIJK HET
FILMPJE
65
66
67
www.daelzicht.nl
68