Als je kijkt langs de lijnen van kwaliteit, geldt dat

Commentaren

Transcriptie

Als je kijkt langs de lijnen van kwaliteit, geldt dat
Winter 2011 | 2012
Read.me verschijnt meerdere keren per jaar en wordt
Bron: De Friesland Zorgverzekeraar
verspreid onder relaties van Furore
n
n
n
n
n
n
32
“Als je kijkt langs de lijnen
van kwaliteit, geldt dat
hoe vaker een arts een
behandeling uitvoert, hoe
beter hij erin wordt.”
Diana Monissen,
voorzitter raad van bestuur De Friesland Zorgverzekeraar
Martini Ziekenhuis en Wilhelmina Ziekenhuis Assen
Portal MyFOM-People: gemak voor FOM-onderzoekers van alle nationaliteiten
Startschot bouw nieuw concernsysteem NWO, STW en FOM
Domotica werd e-Health, Zorggroep Ter Weel
Vijf vragen aan ... Gaspard Knops
Bruggebouw, Bos en Lommerplein 280, Postbus 9204,
Overstapdossier: de volgende fase in onderwijsefficiëntie en -kwaliteit
1006 AE Amsterdam, tel. (020) 346 71 71, www.furore.com
Vervolg pagina 1:
Herverdeling van zorg kan alleen
als je het samen doet
Bron: De Friesland Zorgverzekeraar
Een vergrijzende bevolking, verwachte sterke groei in ziektes als diabetes
en te weinig huisartsen en verplegend
personeel. Dit zijn enkele ontwikkelingen die weliswaar landelijk ook
spelen, maar in de provincie Friesland
erg nijpend zijn. Er zal in deze provincie snel iets moeten gebeuren om
de kwaliteit en betaalbaarheid van
de zorg ook op de lange termijn te
waarborgen. De Friesland Zorgverzekeraar, met een marktaandeel van
63 procent de grootste zorgverzekeraar in Friesland, heeft het voortouw
genomen bij de herinrichting van het
zorglandschap. “We willen samen met
medisch specialisten, ziekenhuizen,
huisartsen en patiëntenvertegenwoordigers de zorg voor de komende
tien tot twintig jaar veilig stellen”,
zegt Diana Monissen, voorzitter van
de raad van bestuur van De Friesland
Zorgverzekeraar.
Om de ernst van de situatie te benadrukken, eerst enkele kerncijfers. Het aantal
65-plussers zal in Nederland groeien van
ongeveer 2,3 miljoen nu tot vier miljoen
in 2030. Een ongekende groei, die een
enorme extra vraag naar zorg met zich
mee zal brengen. Cijfers van het RIVM
over vergrijzing en toekomstige ziektelast
wijzen verder uit dat tot 2025 het percentage mensen met diabetes zal toenemen met de helft. Het aantal kankerpatiënten is in 2020 twee keer zo groot,
zo wijzen voorspellingen van KWF Kankerbestrijding uit. Tegenover de groei in
de zorgvraag staat een verwacht tekort
aan bijvoorbeeld huisartsen. Ook daar
vindt vergrijzing plaats; een groep babyboomers neemt op korte termijn afscheid
van het vak. De huisartsenopleiding zit
niet vol, waardoor de aanwas van jonge
artsen achterblijft. Tegelijkertijd kiezen
steeds meer huisartsen ervoor om parttime te gaan werken.
2
“Alleen door alle zorgpartijen
te betrekken, kunnen we echt
stappen zetten.”
Diana Monissen, voorzitter raad van bestuur De Friesland Zorgverzekeraar
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Bron: De Friesland Zorgverzekeraar
Regiefunctie
De vooruitzichten zijn duidelijk. Als
de zorgsector in Friesland niets onderneemt, komen zorgkwaliteit en -kosten
onder druk te staan. De Friesland Zorgverzekeraar zette zijn regiefunctie in om
partijen om tafel te krijgen om samen
het zorglandschap en de medische voorzieningen opnieuw in te richten. Gezien
de veranderende demografie en de kwaliteitseisen aan ziekenhuiszorg is het niet
logisch dat alle vijf de Friese ziekenhuizen alle behandelingen doen: van bevallingen en spoedzorg tot het verwijderen
van tumoren. Artsen doen volgens De
Friese Zorgverzekeraar zo niet voldoende
ervaring op in de verschillende behandelingen, waardoor de kwaliteit en veiligheid onder druk komen te staan.
Stimuleren zorgkwaliteit
Het streven van De Friesland Zorgverzekeraar is logisch, want de organisatie vertegenwoordigt ruim zestig procent van de
Friezen en wil de betaalbaarheid en het
niveau van zorgverlening waarborgen.
In het traject ‘Friesland Voorop’ wordt
gewerkt in expertgroepen, zoals Geboortezorg, Acute zorg, Oncologie, Complexe
vaatchirurgie, Electieve (niet-spoedeisende) Zorg, Chronische zorg en Ouderenzorg. Monissen: “In de expertgroepen
worden scenario’s uitgewerkt waar het
beste complexe behandelingen worden
geboden. Artsen doen meer ervaring op
in specifieke behandelingen, waardoor
ze beter worden. Specialisatie stimuleert zo de zorgkwaliteit.” Deze aanpak
maakt volgens Monissen ook capaciteit
vrij voor de behandeling van chronisch
zieken. Dit vormt het tweede spoor van
de herinrichting van het zorglandschap:
basiszorg juist beter spreiden zodat het
dicht bij mensen in de buurt kan worden gegeven. “Voor deze groep mensen
en hun familie is het juist prettig als de
behandeling dicht bij huis plaatsvindt
en je hiervoor niet elke keer naar een
ziekenhuis hoeft.”
‘Friesland Voorop’
Om echt stappen te kunnen zetten en de
zorg veilig te stellen voor een langere
periode, is het zaak om ‘Friesland VoorRead.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
op’, het plan van aanpak voor de herverdeling, fundamenteel aan te pakken.
“Er moet samenhang zijn in de samenwerking om de zorg toegankelijk en
betaalbaar te houden”, zegt Monissen.
“We betrekken daarom alle relevante
partijen bij dit plan. Alleen door alle
zorgpartijen te betrekken, kunnen we
echt stappen zetten. Zo kunnen we
samen de zorg van goede kwaliteit,
bereikbaar en betaalbaar houden.”
en andere mogelijkheden voor samenwerking. Maar ook voor sturing van de
zorginkoop. Monissen: “Deze data
komen van ziekenhuizen, GGD’s en
andere ketenpartijen, en uit onze eigen
systemen. KPMG analyseert de data en
verwerkt deze tot bruikbare informatie.” De vraag welke rol ICT straks gaat
spelen als de herverdeling een feit is, is
voor Monissen nog niet te beantwoorden. “We zijn nu druk bezig met het analyseren van de data en naar verwachting
zijn de scenario’s voor de nieuwe zorgindeling in april 2012 klaar. Dan gaan
we ook pas keuzes maken voor de technische inrichting.”
Marktwerking
“We willen samen met
medisch specialisten,
ziekenhuizen, huisartsen en
patiëntenvertegenwoordigers
de zorg voor de komende
tien tot twintig jaar
veilig stellen.”
Een ander belangrijk aandachtspunt is
het stimuleren van e-Health. Ook zelfmanagement, telehealth en domotica
kunnen tenslotte bijdragen aan het vergroten van de efficiëntie van de zorg,
waardoor patiënten minder onnodig
hoeven te reizen en artsen meer aandacht kunnen besteden aan behandeling
van complexe aandoeningen. Monissen
wijst nadrukkelijk op het feit dat zorg
van goede kwaliteit niet per definitie
duur is. “Uit cijfers blijkt dat er een
verband kan zijn tussen hogere kwaliteit
en lagere kosten. Hoe vaker een arts een
behandeling uitvoert, hoe beter hij erin
wordt. Dus minder complicaties of
onnodige ziekenhuisopnames.”
Data als fundament
Momenteel zijn De Friesland Zorgverzekeraar, de Friese ziekenhuizen en andere
zorgpartijen druk bezig met het verzamelen en combineren van data. Dit vormt
het fundament om beslissingen te nemen over de verdeling van specialismen
Monissen geeft aan dat er zeker verschillende belangen zijn als het gaat om de
herverdeling van de zorg en dat het zaak
is daar oog voor te blijven houden. Ziekenhuizen en andere zorgpartijen zien
echter de noodzaak van deze ontwikkeling in. “Alle zorgverleners realiseren
zich dat marktwerking steeds meer zijn
intrede doet in de zorg. Momenteel bezoekt 25 procent van de verzekerden bij
De Friesland Zorgverzekeraar al niet meer
per definitie het dichtstbijzijnde ziekenhuis voor een behandeling. Zij kiezen op
basis van ervaringen van bekenden of de
goede naam van specialisten. Deze trend
zet zich zeker voort. Mensen maken eerder de keuze voor een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in bepaalde behandelingen dan voor een ziekenhuis om de hoek.
Het is wel van het grootste belang dat de
zorgpartners samen blijven werken in dit
traject en aan klanten overbrengen dat
dit de goede weg is.”
De Friesland Zorgverzekeraar heeft
gezien zijn marktaandeel de juiste
uitgangspositie om de regiefunctie in het
zorgverdelingtraject goed in te vullen.
Toch betekent dit volgens Monissen niet
dat andere zorgverzekeraars zich moeten
laten tegenhouden. “Die partijen zouden eventueel de samenwerking kunnen
aangaan met een collega-verzekeraar. Ik
pleit ervoor om van de diverse trajecten in heel Nederland te leren. Leer van
elkaars ervaringen.”
3
Foto: Photoworkx
De combinatie ChipSoft-EZIS (CSEZIS) als EPD en Klinicom als
medicatiedatabase komt voor in veel
ziekenhuizen. Het gebruik van twee
losstaande systemen brengt enkele
uitdagingen met zich mee. Zo moeten specialisten in beide systemen
inloggen om in Klinicom te kunnen voorschrijven en informatie uit
Klinicom op te nemen in de specialistenbrief in CS-EZIS. Bovendien is
de medicatieveiligheid in het geding,
doordat handmatig intypen van
gegevens foutgevoelig is.
Om de efficiëntie te vergroten, de
medicatieveiligheid te verhogen en
het opstellen van de specialistenbrief
te vereenvoudigen is een koppeling
nodig tussen CS-EZIS en Klinicom.
Furore realiseerde deze koppeling
voor het Martini Ziekenhuis in Groningen en het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Beide organisaties
vertellen over de koppeling en de
voordelen die deze met zich meebrengt.
“Door de koppeling maken we een
enorme kwaliteitsslag in het
elektronisch voorschrijven.”
Klaas Lamain, Projectmanager bij het Martini Ziekenhuis
Martini Ziekenhuis
Het Martini Ziekenhuis schakelde Klaas
Lamain in als projectleider voor de realisatie van de koppeling tussen CS-EZIS en
Klinicom. Lamain werkte jarenlang bij
het Martini Ziekenhuis. “Het Martini
Ziekenhuis wil de proces- en zorgkwaliteit en veiligheid binnen de organisatie
optimaliseren waar het kan”, start
Lamain zijn verhaal. “Om die reden
werken we bijvoorbeeld integraal met
het EPD, gebaseerd op ChipSoft. Verder
is een aantal jaren geleden, vanwege de
brede functionaliteit, gekozen voor de
inzet van Klinicom. Voorheen waren
beide systemen volledig gescheiden.”
Vertrouwen
Lamain startte een zoektocht naar een
partner die een functionele koppeling
kon realiseren tussen CS-EZIS en Klinicom. Al snel kwam hij uit bij Furore.
“Ook al had Furore deze specifieke
koppeling nog niet eerder gemaakt, het
bedrijf had er vertrouwen in dat het te realiseren was”, zegt Lamain. “Furore heeft
kennis van functionele wensen binnen
gezondheidszorginstellingen en weet deze
4
Foto: Photoworkx
Koppeling ChipSoftEZIS/Klinicom:
hogere
medicatieveiligheid
en sneller opstellen
specialistenbrief
te vertalen in de juiste technologie.”
De belangrijkste functionaliteit waar
Martini Ziekenhuis behoefte aan had,
was de mogelijkheid om binnen het RPD
te kunnen voorschrijven en medicatieinformatie uit Klinicom automatisch op
te kunnen nemen in de huisartsenbrief.
Lamain: “Deze brief bevat diagnose- en
laboratoriumgegevens uit CS-EZIS en
ontslag- en medicatiegegevens uit Klinicom. Verder gaven specialisten aan dat
ze automatisch een overzicht willen hebben van actuele medicatie als ze een
patiëntendossier openen in CS-EZIS. Dit
kan helpen bij het opstellen van het
behandelplan.”
Vier fases
De realisatie van de koppeling bestaat uit
vier fases. In de eerste fase zijn de specificaties bepaald. Fase twee behelsde de
bouw van de webservice met bijbehorende XSLT-stylesheets voor de brieven door
Furore. “Omdat we verregaand willen
standaardiseren, is gekozen voor drie
stylesheets voor één brief”, stelt Lamain.
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
“De specialist bepaalt welke elementen
erin komen te staan: actuele medicatie,
actuele medicatie op eigen naam en/of
ontslagmedicatie. Zo bouwen ze eenvoudig hun eigen brief op. Op dit moment
zitten we in fase drie: testen en rework.
Fase 4 – de implementatie – krijgt naar
verwachting voor 1 januari 2012 zijn beslag.”
Standaardisatie
De voordelen van de koppeling zijn groot.
Zo genereren medisch specialisten voortaan met één druk op de knop een brief,
waarin gegevens uit beide bronnen staan.
Deze brief is vervolgens te versturen aan
huisartsen of andere externen. Daarnaast
hebben specialisten vanaf het voorblad
van het EPD in ChipSoft inzage in actu-
ele medicatiegegevens van de betreffende
patiënt uit Klinicom. Opnieuw inloggen
is hiervoor niet nodig. Medicatie is eenvoudig te verifiëren, wat de veiligheid verhoogt. Lamain: “Door de koppeling hanteert iedereen binnen het Martini
Ziekenhuis hetzelfde actuele medicatiedossier en krijgt het elektronisch voorschrijfsysteem de maximale kwaliteit.”
Wilhelmina Ziekenhuis Assen
ten hadden het patiëntendossier in
ChipSoft voor zich en gebruikten Klinicom voor de medicatiegegevens. Het
risico bestond dat ze bij verschillende patiënten keken. Voor zover we weten is
het nooit fout gegaan, maar de medicatieveiligheid was in het geding. We wilden een koppeling realiseren tussen beide systemen, zodat de medicatiegegevens
in Klinicom vanuit ChipSoft zijn op te
roepen. Deze gegevens zijn vervolgens
ook direct op te nemen in de specialistenbrief.”
“De koppeling werkt niet
alleen gemakkelijk,
maar vergroot ook de
medicatieveiligheid.”
Yvonne Dijstelbloem, ziekenhuisapotheker bij het Wilhelmina Ziekenhuis Assen
Foto: Photoworkx
Direct vanuit dashboard
Binnen het Wilhelmina Ziekenhuis in
Assen (WZA) bestond al langere tijd een
sterke behoefte aan een koppeling tussen
CS-EZIS en Klinicom. Enerzijds om specialisten de mogelijkheid te bieden om
tegelijkertijd in beide systemen te werken
en anderzijds om mogelijke fouten in het
voorschrijven van medicatie te voorkomen. Dankzij de gezamenlijke inzet van
Furore en het WZA was de koppeling
binnen enkele maanden een feit.
kenhuis zich vooral onderscheidt met
(kinder)orthopedie. Het WZA heeft een
grote apotheek ten opzichte van de omvang van het ziekenhuis. Ziekenhuisapotheker Yvonne Dijstelbloem: “Dit komt
doordat we, behalve aan het ziekenhuis,
ook farmaceutische zorg leveren aan verpleeghuizen, GGZ-instellingen en instellingen voor verstandelijk gehandicapten.
Hierdoor zijn we verantwoordelijk voor
de medicatie van zo’n 3.500 bedden.”
Met ongeveer 300 bedden en zo’n 1.200
medewerkers is het WZA een middelgroot ziekenhuis. Bijna alle specialismen
zijn vertegenwoordigd, waarbij het zie-
Medicatieveiligheid
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
In het WZA wordt medicatie sinds 2007
elektronisch voorgeschreven met behulp
van Klinicom. Dijstelbloem: “Specialis-
Eind maart 2011 spraken WZA en
Furore het project door. De specificaties
voor de koppeling waren toen helder en
Furore startte met de bouw van stylesheets. Dijstelbloem: “De inlogkoppeling
was al in de zomer van 2011 een feit. We
kunnen nu vanuit het EZIS-dashboard
Klinicom openen, waarna direct het medicatiedossier van de betreffende patiënt
naar voren komt. Dit werkt niet alleen
gemakkelijk, maar vergroot ook de medicatieveiligheid.”
Het WZA rolt momenteel op de poliklinieken het elektronisch patiëntendossier
(EPD) uit. Dit doet het ziekenhuis in fases. “De internisten maken al gebruik
van het poliklinisch EPD, dus het was
logisch hen te laten starten met de koppeling voor de specialistenbrief”, aldus
Dijstelbloem. “Deze pilot bepaalt hoe we
het gebruik van de koppeling verder gaan
uitrollen. Maar dat we het voor specialisten gemakkelijker maken en dat we de
veiligheid verhogen, is al duidelijk.”
5
Foto: Photoworkx
FOM heeft een jaarlijks budget van ongeveer negentig miljoen euro; afkomstig
van het ministerie van OCW, NWO en
6
Renée-Andrée Koornstra, hoofd Centrale Personeelsdienst FOM en juriste.
sinds enige tijd ook van het bedrijfsleven. “Valorisatie is steeds belangrijker.
Bij FOM zijn we al een aantal jaren geleden begonnen met kijken welke onderzoeksresultaten, hoe fundamenteel ook,
een toegevoegde waarde kunnen hebben
voor bedrijven. We sluiten dan onderzoeksovereenkomsten, onder meer met
Shell, Philips en ASML om samen aan de
slag te gaan. Door die samenwerkingsverbanden kunnen we meer onderzoek
doen. Bovendien komen onderzoekers
zo ook in contact met het bedrijfsleven én stimuleert het hen na te denken
over mogelijke benutting van hun onderzoeksresultaten. Altijd geldt dat we
zeer zorgvuldig omgaan met ons budget; het is immers ‘gemeenschapsgeld’.
De overheadkosten zijn bij FOM slechts
4,1 procent.”
Over de hele wereld
FOM is eigen werkgever en heeft samen
met de onderzoeksinstellingen een eigen CAO. Koornstra: “Bij FOM werken
in totaal bijna 1.100 mensen, waarvan
450 promovendi. Uniek is dat er 65 nationaliteiten binnen onze organisatie
zijn vertegenwoordigd.” FOM-promovendi komen vanuit de hele wereld en
FOM-onderzoekers zijn ook over de hele
wereld actief. Tot op heden vond alle
correspondentie plaats via de post. “Dit
vonden we niet langer kunnen”, zegt
Koornstra. “Enerzijds doen we grensverleggend onderzoek en ontdekken we bij
wijze van spreken dat ‘neutrino’s sneller
zijn dan het licht’; en anderzijds moeten
onze werknemers formulieren met de
post opsturen. We wilden de dienstverlening aan de werknemers verbeteren en
vergemakkelijken. We zochten dan ook
een partner die ons kon helpen met het
digitaliseren van dit proces.”
Foto: Photoworkx
De Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) financiert
natuurkundig onderzoek in Nederland.
FOM voert het onderzoek zelf uit binnen haar drie eigen onderzoeksinstituten
en in werkgroepen aan nagenoeg alle
Nederlandse universiteiten. Zonder fundamenteel natuurkundig onderzoek zou
er geen mobiele telefoon of internet zijn.
Bij fundamenteel onderzoek is echter
niet altijd direct duidelijk of de resultaten praktisch toepasbaar zijn. Dat maakt
het werk van FOM soms lastig uit te leggen. “De onderzoeksprojecten waar FOM
budget aan toekent, kunnen op termijn
echter van groot belang zijn”, stelt het
hoofd van de Centrale Personeelsdienst
en juriste Renée-Andrée Koornstra.
“Fundamenteel onderzoek is essentieel
voor het onderscheidend vermogen van
Nederland op het gebied van kennis en
innovatie.”
Foto: Photoworkx
Portal MyFOM-People: gemak voor FOM-onderzoekers
van alle nationaliteiten
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Furore
FOM schakelde Furore in voor de bouw
van de portal MyFOM-People. Via deze
op maat gemaakte portal kunnen werknemers online hun salarisstrook bekijken, een jaaroverzicht oproepen, wijzigingen in gegevens doorgeven en vakantiedagen en loon uitruilen. In eerste
instantie was de bedoeling om een standaardoplossing aan te schaffen. Koornstra: “Dit past ook bij ons streven om de
kosten zo laag mogelijk te houden. Het
bleek echter niet mogelijk om een goed
standaardpakket in zowel Nederlands als
Engels te vinden – en dat was wel een
must, gezien onze internationale medewerkers. Gelukkig kon Furore een portal
voor ons bouwen die voldoet aan onze
wensen.”
De portal biedt nu vooral nog basisfuncties, want er is bewust bescheiden
gestart. Fase één van MyFOM-People is
nu afgerond. Binnenkort hoopt FOM
ook andere processen in de portal te
digitaliseren. “In fase twee willen we
Kort nieuws
Startschot bouw nieuw
concernsysteem NWO, STW en FOM
NWO tekent contract met Furore
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), De
Stichting Technische Wetenschappen (STW) en De Stichting voor Fundamenteel
Onderzoek der Materie (FOM) hebben Furore als leverancier geselecteerd voor
de bouw van een omvangrijk nieuw concernsysteem ter ondersteuning van het
primaire proces, namelijk de behandeling van subsidie-aanvragen en de projectadministratie hiervan.
Op 11 oktober 2011 is het contract
voor de bouw van een omvangrijk
nieuw concernsysteem getekend
door Hans de Groene, algemeen
directeur NWO en Rien Wertheim,
directeur van Furore, in aanwezigheid van onder meer Wim van Saarloos, directeur FOM en Ron Dekker,
directeur Instituten, Financiën en
Infrastructuur NWO/STW.
Foto: Photoworkx
Everest
bijvoorbeeld digitale aanmeldingen voor
onze in-company trainingen en cursussen implementeren en de verlofadministratie gaan digitaliseren. Dit laatste
wordt een flinke uitdaging omdat de
werknemers zo verspreid over het land
en binnen verschillende muren werken.
Dit proces verloopt namelijk overal binnen de organisatie anders. We staan pas
aan de start van de mogelijkheden van
MyFOM-People. Ik verwacht dan ook
veel van de portal”, sluit Koornstra af.
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Furore werkt in deze opdracht nauw
samen met onderaannemer Everest
uit Den Bosch. Everest is leverancier
van de business process management (BPM)-software Aquima, de
technologie die gebruikt wordt in
het nieuw te bouwen informatiesysteem.
Nieuw
Als kennisintensieve organisaties
zetten NWO, STW en FOM in op
nieuwe mogelijkheden van informatisering en digitalisering en op
community building met onderzoekers en stakeholders buiten de academische wereld. De kerncompetentie van de organisaties is het op
een transparante en onafhankelijke
wijze beoordelen, selecteren en
financieren van wetenschappelijk
onderzoek. De huidige concern-
Rien Wertheim, directeur Furore en
Hans de Groene, algemeen directeur
NWO
systemen voldoen niet meer aan de
eisen van deze tijd.
Startschot
De ondertekening van het contract
met Furore betekent het startschot
voor de realisatie van het nieuwe
concernsysteem.
Het biedt de organisaties NWO/
STW en FOM bij oplevering een
flexibel en efficiënt instrument voor
het indienen en behandelen van
aanvragen voor financiering van
onderzoek en het beheer van onderzoeksprojecten.
7
Foto: Photoworkx
Domotica werd e-Health
Andre Lokerse en Gert-Jan van Schelt zijn
beiden managers Zorg & Welzijn bij de
Zorggroep Ter Weel. Toen vorig jaar een
nieuwe bestuurder aantrad en haar plannen ontvouwde zagen ze zich gesteld voor
een nieuwe uitdaging: het implementeren
van domotica in hun (nieuwe) locaties.
Zorggroep Ter Weel verleent service op
het gebied van wonen, zorg en welzijn.
De zorggroep heeft vestigingen in Goes,
Krabbendijke, Yerseke, Hansweert en
Kruiningen. Vorig jaar trad de nieuwe bestuurder, Coby Traas, aan bij Zorggroep
Ter Weel. Zij heeft een nieuwe zorginhoudelijke en organisatorische koers
uitgezet en is gestart met een nieuw- en
herbouwprogramma.
Foto: Photoworkx
Andre Lokerse: “Bij een bestuurswisseling weet je dat er een nieuwe wind kan
gaan waaien en het roer omgaat. Voor de
Zorggroep betekenen de bouwplannen
een kans om de nieuwste technieken en
ICT-systemen direct bij de bouw aan te
leggen. Dat is goedkoper dan naderhand
allerlei voorzieningen te laten aanleggen.” “Maar”, vult Van Schelt aan, “waar
kies je dan voor? Je wilt geen verkeerde
keuzes maken waar je voor jaren aan vast
zit en uiteindelijk niets aan hebt.”
8
Andre Lokerse en Gert-Jan van Schelt, managers Zorg & Welzijn bij Zorggroep Ter Weel
Om de juiste keuze te kunnen maken,
hebben Van Schelt en Lokerse Furore
gevraagd samen met hen een visie voor
Zorggroep Ter Weel te ontwikkelen op
domotica. Lokerse: “Furore heeft hierbij onze kennis vergroot en onze ideeën
helder gestructureerd. We spreken sindsdien hier niet meer over domotica, maar
over e-Health. In het gehele spectrum
tussen thuiswonende gezondere ouderen
en intramurale cliënten kun je informatie- en communicatietechnologie aantreffen, in samenspel met meer klassieke
domotica. Als je deze ontwikkeling niet
geïntegreerd in gang zet, zit je over
een aantal jaren met nog meer losse
systemen dan nu. Voor je het weet
loop je met een tablet in je hand, een
pieper in je borstzak en een telefoon in je
broekzak. Tot nu toe is het begrip samenhang tussen alle e-Health mogelijkheden
het codewoord gebleken voor ons.”
Foto: Photoworkx
Nieuwe wind
Doordrongen van kernwaarden
Van Schelt vult aan: “De samenhang
moet er ook zijn met je beleid. Het afgelopen jaar hebben we kernwaarden voor
de Zorggroep Ter Weel opgesteld. Deze
implementeren we momenteel, zodat
iedereen daarvan doordrongen is. Deze
kernwaarden hebben we ook toegepast
op onze kijk op e-Health. Om het concreet te maken: innovatie en betrouwbaarheid zijn twee van onze kernwaarden. Dit betekent voor e-Health dat we
het experiment niet schuwen en gaan
voor nieuwe technieken. Maar we willen
ook betrouwbaar blijven. Dus: koploper
met de nieuwste snufjes die de testfase
nog niet hebben overleefd, dat hoeft van
ons niet. Ook is efficiency een kernwaarde: e-Health moet ook daaraan bijdragen, het liefst aantoonbaar met een
business case.” Andre Lokerse bezocht
onlangs een seminar waarin projecten
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Kort nieuws
Foto: Photoworkx
VMS thema’s: het belang
van verder denken
over e-Health werden gepresenteerd.
“Dan zie je dat die business case in vrijwel alle gevallen ontbreekt. Ook viel op
dat de implementatie van e-Health in de
praktijk neerkomt op de brug bouwen
terwijl je er al op loopt: veel wordt werkenderwijs ontdekt.”
Een derde vorm van samenhang hebben
Van Schelt en Lokerse gezocht in de gevolgen van de bouw voor het zorgproces
en de zorgorganisatie. Lokerse: “Je moet
niet blind kiezen voor een techniek die
je aanschaft en implementeert, maar
het moet aansluiten op de wijzigingen
die ontstaan in de zorg, nadat de bouwplannen zijn gerealiseerd.” In een van de
nieuwbouwlocaties verdwijnen zusterposten en worden de twee doelgroepen,
die nu nog in één gebouw wonen, verspreid over twee gebouwen – zonder een
gang die de gebouwen verbindt. Lokerse:
“Het is financieel niet haalbaar om in
de nieuwbouw twee nachtdiensten in te
zetten. Hier zoeken we dus naar een toepassing om toezicht en indien mogelijk
zorg op afstand te verlenen en de communicatie met zorgverleners, die zich in
het andere gebouw kunnen bevinden, te
faciliteren.”
Foto: Photoworkx
Op koers
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
“Samen met Furore hebben we nu in een
document de cohesie in beeld gebracht”,
geeft Van Schelt aan. “Hiermee zal onze
uiteindelijke keuze voor leveranciers zijn
gestut door een stevige visie op e-Health.
Hiermee is geborgd dat e-Health aansluit
op onze visie en op onze bouwplannen.
Waar we wat ongericht zoekend waren,
zijn we nu gericht op koers en dat geeft
ons vertrouwen dat we de goede keuzes
zullen maken. We zijn er nog niet, maar
het fundament is gelegd.”
Voor ziekenhuizen wordt de druk
op externe verantwoording steeds
groter. Er moeten meer en steeds
vaker indicatoren geregistreerd,
aangeleverd en berekend worden.
Het ziekenhuis kan daarbij tegen
verschillende vraagstukken aan
lopen:
■Wat is de exacte definitie van de
indicator?
■Hoe kan de informatie voor externe verantwoording ook voor
interne sturing gebruikt worden?
■Hoe kan er vroegtijdig gemonitord worden wat de uitkomst
gaat zijn, zodat er tijdig kan worden bijgestuurd en er al verbeteracties hebben plaatsgevonden
wanneer de gegevens aangeleverd moeten worden?
■Wat betekent dit voor de registratielast en hoe kan dit zo veel
mogelijk beperkt en geüniformeerd worden?
■Wie organiseert het beheer en
de procedures rondom de VMS
thema’s?
Het Sint Franciscus Gasthuis in
R’dam wilde een op maat gemaakte rapportage, waarbij de verplichte indicatoren zijn meegenomen
en aanvullende informatie voor
interne sturing beschikbaar is. Furore heeft voor het Sint Franciscus
Gasthuis de procesanalyse gedaan
voor twee van de tien VMS thema’s,
namelijk Kwetsbare Ouderen en
Pijn. Er hebben verschillende bijeenkomsten plaatsgevonden om te
bepalen wat er geregistreerd moet
worden en waar. Ook is gekeken
hoe de input van de registratie kan
dienen voor het berekenen van betrouwbare indicatoren. Daarna is
bepaald wie welke informatie mag
inzien en tot op welk detail er ingezoomd kan worden.
9
Column
Rob Mulders
Gezond verstand en een nuchtere kijk op zaken weet hij doorgaans te combineren met een
verrassende visie, een vlijmscherp inzicht in (ICT-)vraagstukken en - nog belangrijker weten wat nodig is voor een oplossing. In de wereld van management, organisatie en ICT
heeft Rob Mulders, directeur Furore, jarenlang ‘rondgelopen’. In zijn vrije tijd verplaatst hij zich
graag op een andere manier: op de fiets en op de schaats.
Streng doch rechtvaardig
Op het Medisch Informatica Congres
(MIC) begin november, liet de Inspectie
van de Gezondheidszorg (IGZ) weten dat
men geconstateerd heeft dat de informatie-uitwisseling binnen en tussen zorgorganisaties niet op orde is. Als vervolg
daarop heeft de Inspectie onderzocht
welke rol ICT daarbij speelt. De resultaten zijn niet kinderachtig. De informatie-uitwisseling tijdens het zorgproces is
gebrekkig en vooral de overgangssituatie
van de ene zorgverlener naar de andere is
risicovol. De informatie waarover zorgverleners beschikken is niet altijd correct, niet altijd compleet, soms te groot
van omvang om te kunnen interpreteren
en de informatie kan ook nog eens op
een verkeerd tijdstip in het proces beschikbaar komen.
Voor de ICT’ers in de zaal was dit geen
verrassing. We weten allemaal hoe de
verzuiling van de zorg zich, behalve in
de organisatie en de processen, tevens
openbaart in de diversiteit van applicaties, databases en digitale formulieren
die niet of nauwelijks met elkaar communiceren. Het zijn de inventieve oplossingen en weldenkendheid van de zorgprofessionals en applicatiebeheerders die
voorkomen dat we allemaal het slachtoffer worden van medische missers. Des te
frustrerender is het voor de zorgprofessionals dat men gebonden is aan de organisatorische verzuiling. Neem de verloskunde als voorbeeld. Stel je toch eens
voor dat je in Nederland een zorgcentrum
zou openen waar het onderscheid tussen
verloskundigen en gynaecologen vervalt.
Een bevalhotel waar ouders en kind echt
als cliënt behandeld worden en de zorgverlening en informatiehuishouding volledig in dienst van het jonge gezin wordt
gesteld. Waar de kwaliteit is gebaseerd
op harde cijfers in plaats van bakerpraatjes. Dat zou een ware opschudding
in zorgland betekenen! Voor de ICT zou
het een grote versimpeling inhouden. In
plaats van de drie nu bestaande soorten
informatiesystemen (voor de 1e, 2e en
3e lijn) zouden we kunnen volstaan met
één cliëntgericht dossier. Opeens hoef je
niet vijf keer je verhaal te vertellen, met
alle kans op fouten van dien. Opeens is
er één uitgerekende datum, in plaats van
dat huisarts, verloskundige, echospecialist en gynaecoloog gaan steggelen wat
die datum is.
Workshop ‘Nieuwe media voor
patiënt en zorgverlener’ op HIMSS 2012
De HIMSS 2012 zal plaatsvinden van 18
tot en met 23 februari 2012 in Las Vegas.
HIMSS is wereldwijd de grootste conferentie en beurs op het gebied van
Healthcare en ICT. Naast het ‘ontdekken’ van nieuwe ontwikkelingen is er
voor de deelnemende zorginstellingen
veel ruimte voor interactie en discussie
over praktische en actuele onderwerpen.
thema uit de zorgICT: ‘Nieuwe media
voor patiënt en zorgverlener’.
De workshop vindt plaats op maandag
20 februari 2012 van 10.15 - 11.45 uur
met een terugkoppeling op woensdag
22 februari van 9.00 - 9.45 uur.
Aanmelden voor deelname aan de workshop kan op onderstaand webdres:
www.conventioncompany.org/
himss-2012.html.
U kunt zich hier ook inschrijven voor de
HIMSS 2012.
Tijdens deze editie van de HIMSS staan
onderwerpen als systeemintegratie, de
rol van social media in de zorg en (mobiele-) data access en -beveiliging
centraal. Furore, Microsoft, Imtech en
inview hebben gezamenlijk een workshop georganiseerd over een actueel
10
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
moet allemaal nog gebeuren. Overigens
is deze situatie door niemand met opzet
doen ontstaan. We zitten nog altijd met
de erfenis van het oude zorgsysteem dat
aanbod-gedreven gefinancierd wordt.
Wanneer gaan wij patiënten ons nu eens
als cliënten opstellen en zelf meebetalen
aan kwaliteit? Dat zou een boost geven
aan de verbetering van de informatiehuishouding in de zorg. Tot die tijd hoop
ik dat de Inspectie streng doch rechtvaardig te werk gaat. Het is gericht op
het resultaat dat wij als cliënten eigenlijk
zelf zouden moeten afdwingen.
Rob heeft zich, in de rol van vader
van Gijs, zeer verbaasd over de weg
die vrouw en kind moesten afleggen
voor, tijdens en na de geboorte. Als
dit je met je auto zou gebeuren, zou je
een hoop bedrijven voor gek verklaren. Met je kind accepteer je het. Hoe
kan dat? Ter illustratie heeft Ronny
Bourgonje van Furore een animatiefilmpje gemaakt van de lange weg
door verloskundeland. Het is te vinden op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=pHst4Nq3tVw
Cartoon: Pim Schots
Voorlopig echter, heeft ook de IGZ het
te doen met de huidige situatie van versnipperde beroepsgroepen, maatschappen, zorgorganisaties en softwaresystemen. En op deze lange weg zitten nog
grote hobbels die door de Inspectie en de
zorginstellingen genomen zullen moeten worden. Onderwerpen als uniforme
gegevensmodellering, validatie van de
informatievergaring, het gestructureerd
testen van applicaties, het wegsaneren
van honderden Excel-sheets en Accesdatabases die uit hobbyisme overal in
de zorginstellingen ronddwalen: het
Furore en McKesson gaan samenwerken bij implementaties in zorg
en McKesson de klant beter te kunnen
helpen bij de implementatie van de
bedrijfskritische McKesson-oplossingen.
Kwaliteitsborging staat hierbij centraal.
Marc Sterenberg, commercieel directeur
McKesson Nederland (links) en Rob Mulders,
directeur Furore (rechts).
Furore gaat samenwerken met McKesson
Nederland B.V., dat zich bezighoudt met
ontwikkeling, verkoop, implementatie en
onderhoud van informatiesystemen voor
ziekenhuizen en ggz-instellingen. Furore
gaat als preferred partner optreden voor
de implementatie van McKesson-software in de Nederlandse zorgmarkt.
Door nauwe samenwerking op het terrein
van SDE-dossierimplementatie en HL7integratievraagstukken, verwachten Furore
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
“We zochten naar een partner met diepgaande kennis van de cure- en ggz-markt,
ervaring met complexe en ingrijpende
implementatietrajecten, en goede technische kennis”, zegt Marc Sterenberg,
commercieel directeur van McKesson
Nederland. “Onze producten hebben
direct betrekking op de kernprocessen
van zorg en het is daarom essentieel
dat de implementatie wordt verzorgd
door een partner die weet waarover men
praat. In Nederland heeft Furore op dit
gebied een goede naam opgebouwd. We
zijn zeer verheugd dat we in een tijd van
een toenemende capaciteitsvraag samen
met Furore onze oplossingen kunnen
implementeren bij onze klanten.”
Rob Mulders, directeur Furore, voegt
eraan toe: “McKesson staat al jaren bekend als een stabiele leverancier in de
zorg en breidt zijn EPD-oplossing steeds
verder uit. Doordat het een aanvulling is
op onze kennis van andere pakketten,
denken wij snel ‘up and running’ te zijn.”
Het productportfolio van McKesson
omvat onder andere ziekenhuisinformatiesystemen (xCare en xmCare) en
een transmuraal Elektronisch Patiënten
Dossier (Horizon). Daarnaast biedt het
bedrijf een oplossing voor elektronische
statusvoering (SDE) en een oplossing
voor de voedingslogistiek (FoodCare).
De implementatie van deze oplossingen
bij ziekenhuizen en ggz-instellingen vereist diepgaande markt- en technologische kennis.
11
Vijf vragen aan...
Gaspard Knops
Wat is naar uw mening de belangrijkste
trend in uw sector?
“Zorg concentreert zich in Eerstelijnscentra, een ontwikkeling die jaren geleden is ingezet met de oprichting van
gezondheidscentra. Nu zien we grote samenwerkingsverbanden ontstaan waarbij
huisartsen een verbintenis aangaan met
andere groepen eerstelijnszorgverleners,
zoals fysiotherapeuten, diëtisten, psychotherapeuten en medisch specialisten.
De start van ketenzorg voor bijvoorbeeld
diabetes, COPD, hart- en vaatziekten en
andere chronische aandoeningen heeft
deze ontwikkeling versneld. Ketenzorg
levert een grote bijdrage aan het opstellen van protocollen van zorg in de eerste
lijn. Huisartsen staan voor de uitdaging
om de unieke zorgkenmerken voor het
vak – waaronder 24x7 persoonlijke zorg
dichtbij de patiënt – overeind te houden
en tegelijkertijd een grote kwaliteitsslag
te maken. Als huisartsen de kracht van
samenwerking ervaren, krijgen ze meer
zeggenschap over het hele zorgproces. Ze
gaan als het ware functioneren als het
reisbureau voor de zorg. Het is niet meer
vanzelfsprekend om een patiënt door
te verwijzen naar het ziekenhuis om de
hoek. De ervaring met de kwaliteit en
snelheid van de geboden zorg bepalen
steeds naar welk ziekenhuis een huisarts
doorverwijst.”
Met welke voor uw organisatie
belangrijke ICT-ontwikkelingen heeft
of krijgt u te maken?
“Een van de belangrijkste ontwikkelingen is dat patiënten online afspraken
kunnen maken en toegang krijgen tot het
eigen dossier. Dit is voor mij persoonlijk
een van de grootste ICT-successen in
mijn praktijk. Al sinds 2004 wordt meer
dan zestig procent van alle afspraken
12
Gaspard Knops, huisarts bij huisartsenpraktijk Sint Pieter
online gemaakt. Verder verwacht ik een
toenemend belang van KetenzorgInformatieSystemen, oftewel KIS’en. De koppeling tussen plaatselijke eerstelijnsaanbieders – huisarts, apotheek, wijkzorg en
fysiotherapeuten – en tweedelijnszorgaanbieders – ziekenhuis en laboratorium
– wordt steeds belangrijker. Helaas is er
nog geen oplossing die alle partijen de
juiste functionaliteit biedt. Ik verwacht
ook een toenemend gebruik van Voice
over IP (VoIP), dat grote voordelen kan
bieden voor communicatie binnen grotere samenwerkingsverbanden van huisartsen.”
Wat is uw grootste uitdaging?
“Huisartsen hebben nieuwe technologie
altijd omarmd. Denk maar aan de auto,
gsm of praktijkautomatisering. Met het
laatste hebben veel huisartsen in de laatste twintig jaar van de vorige eeuw de
neus gestoten. Het blijft een uitdaging
om de kwaliteitswinst, veilige gegevensopslag, betere gegevenstoegankelijkheid
Foto: Photoworkx
De redactie van Read.me legt vijf vaste
vragen voor aan iemand die werkt op
het snijvlak van informatievoorziening en
informatietechniek in één van de sectoren waarin Furore opereert. Deze keer:
Gaspard Knops, huisarts bij huisartsenpraktijk Sint Pieter in Valkenburg aan de
Geul en ICT-adviseur van de Regionale
Huisartsenzorg Heuvelland (RHZ).
en tijdwinst voor dokter en patiënt te
realiseren met ICT. Vooral tijdwinst voor
de huisarts blijkt lastig te realiseren. Zeker als je je bedenkt dat een gemiddeld
consult – inclusief gesprek, lichamelijk
onderzoek, voorschrift en registratie –
slechts tien minuten mag duren.”
Wat was uw grootste misser?
“De introductie van beeldconsult voor
mijn patiënten is helaas mislukt. Op
persoonlijk vlak: dat ik een trike-ligfiets
heb aangeschaft voor het rijden van mijn
visites. Het kostte me al enkele minuten
om de fiets uit de schuur te krijgen. Vervolgens kon ik aansluiten in de Valkenburgse middagfile. Dit was geen succes.”
Wat is uw favoriete website?
“Dat is www.dealextreme.com, een site
boordevol gadgets zoals LED-lampjes, de
kleinste auto op zonne-energie of een
zeer goedkope Dual-SIM iPhone-kopie.
Hier bestel ik regelmatig iets.”
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Foto: Photoworkx
Overstapdossier: de volgende fase in
onderwijsefficiëntie en -kwaliteit
ELD is een gezamenlijk project van de
PO-raad (Primair Onderwijs) en de VOraad (Voortgezet Onderwijs). Het ministerie van OCW bekostigt het project. De
PO-raad en VO-raad schakelden begin
2011 Gerrit van Weelden in als projectmanager om de vorderingen van het
ELD-project te onderzoeken. “Herijking
was nodig, gezien de bezuinigingen en
nieuwe technologische ontwikkelingen”,
aldus Van Weelden. “Besloten is om het
oude project te beëindigen en een nieuw
project te starten. Hiermee was Overstapservice Onderwijs, oftewel OSO, een
feit. Het leerdossier heet vanaf dat moment overstapdossier. Furore heeft onder
andere bijgedragen aan het opstellen van
het programma van eisen voor de OSO.”
Andere koers
Bij een nieuwe fase hoort ook een nieuw
tijdspad. De tijd is krap, want voor het
begin van het schooljaar 2013-2014
moet het nieuwe overstapdossier bij het
grootste gedeelte van de scholen zijn uitgerold. Van Weelden: “Iedere dag telt,
dus we zijn voortvarend aan de slag gegaan. We hebben gekozen voor een anRead.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
dere koers. Zo zoeken we nadrukkelijk
de samenwerking met leveranciers van
schoolinformatiesystemen. Dit moet het
draagvlak opleveren dat nodig is om het
landelijk overstapdossier binnen de gestelde termijn uit te rollen.”
Traffic Center
Ook voor wat betreft het verzamelen en
ter beschikking stellen van de leerdossiers is er veel veranderd. Voorheen verzamelde een ‘verdeelstation’ de dossiers
en stelde deze beschikbaar aan de scholen. Van Weelden: “Aan deze oplossing
kleefden te veel bezwaren. Daarom is besloten te kiezen voor een andere opzet:
die van het Traffic Center. Deze fungeert
als verkeerstoren en regelt de autorisatie
en beveiliging van het overstapproces.”
Als het gaat om de uitwisseling van privacygevoelige gegevens is optimale beveiliging essentieel. Daarom maakt het
Traffic Center gebruik van beveiligingscertificaten. Elke aanleverende school
beschikt over één uniek certificaat. De
uitwisseling gebeurt gecodeerd via XML.
Furore tekende voor de implementatie
van de nieuwe XML-definitie.
Foto: Photoworkx
Een van de belangrijkste doelstellingen
in het onderwijs is het realiseren van een
doorlopende leerlijn. Concreet houdt dit
in dat er bij het overstapmoment van
bijvoorbeeld basisschool naar voortgezet onderwijs relevante informatie over
een leerling voorhanden is bij de nieuwe
school. Voorheen gebeurde dit door het
opsturen van een (papieren) dossier. Het
Elektronisch Leerdossier (ELD), dat van
start ging in 2005, zou een eind moeten
maken aan dit inefficiënte proces. Daarnaast zou het ELD privacyissues moeten
oplossen en de overstapefficiëntie moeten vergroten. Helaas bracht het ELD tot
dat moment niet de gewenste resultaten,
waardoor in juni 2011 een nieuwe fase
startte in de ontwikkeling van het overstapdossier: die van de Overstapservice
Onderwijs (OSO).
Regionale initiatieven
“Een project als dit bestaat voor twintig
procent uit bouw en ontwikkeling en
tachtig procent uit implementatie en
uitrol”, aldus Van Weelden. “Het gaat
tenslotte om zo’n zeshonderd VO-instellingen en 7.500 basisscholen. Daarom
hebben we de samenwerking gezocht
met softwareleveranciers. Tien van hen,
die 75 procent van de scholen bedienen, hebben zich gecommitteerd aan het
ondersteunen van het overstapdossier.
Overigens vervult Furore ook een rol bij
de ondersteuning van de implementatie
door leveranciers.” Diverse regio’s hebben eigen softwareoplossingen ontwikkeld voor de overdracht van overstapgegevens. Deze voorzien in een duidelijke
behoefte en worden daarom meegenomen in het OSO-project.
Momenteel vindt de test- en toetsingsfase van het overdrachtdossier plaats.
Als deze fase is afgerond, start begin
januari 2012 de implementatie. Als het
overstapdossier straks landelijk is uitgerold, profiteren alle scholen ervan. De
gegevensoverdracht als onderdeel van de
doorlopende leerlijn wordt veiliggesteld
en de administratieve last verlaagd. Van
Weelden: “Scholen kunnen hiermee snel
nieuwe leerlingen en relevante informatie in het systeem opnemen. Dat komt de
school én de leerling ten goede. Bovendien werken scholen vanaf dat moment
met een standaard gegevensset voor de
overstapdossiers. En standaardisatie leidt
tot efficiëntie. Het overstapdossier belooft veel goeds.”
13
Sonali Sharma, adviseur geestelijke
gezondheidszorg bij HealthNet TPO
HealthNet TPO is door Artsen zonder
Grenzen in 1992 opgericht om de kloof
tussen noodhulp en structurele ontwikkeling te overbruggen. De organisatie
is wereldwijd actief in conflictgebieden en richt zich samen met de lokale
bevolking, overheden en andere stakeholders op de implementatie, ontwikkeling,
(her)constructie en verbetering van toegankelijke geestelijke gezondheidszorgsystemen voor de lange termijn. Dit doet
HealthNet TPO in landen die zijn
14
getroffen door oorlog, rampen of
armoede. Sinds de oprichting zijn
uiteenlopende projecten gestart in 27
landen. Gemeenschappelijk kenmerk
is dat het ‘broze’ landen zijn met een
gebrek aan infrastructuur, hulpmiddelen en politiek draagvlak om publieke
diensten
te
(her)bouwen.
De organisatie is momenteel actief in
Afghanistan, Burundi, Cambodja, Kongo, Nepal, Pakistan, Sri Lanka en ZuidSoedan. Zelfs in Nederland ontplooit
HealthNet TPO enkele initiatieven, ook
al is dit geen land met conflicten of (burger)oorlogen. Hier houdt de organisatie
zich vooral bezig met projecten voor
asielzoekers.
“Aandacht voor mentale
problemen is noodzakelijk.”
in de psychiatrie met een eigen praktijk
in New York. Daarnaast bood ze psychiatrische noodhulp op de Washington
Heights Campus van de Colombia University. Ook richtte ze een kleine nongouvernementele organisatie (NGO) op
en hielp ze op kleine schaal bij projecten
op het gebied van geestelijke gezondheidszorg in landen als Vietnam, Haïti,
Oeganda en Cambodja. “Ook al vond ik
het werken vanuit mijn klinische praktijk erg interessant, ik wilde me meer
gaan richten op beleid achter geestelijke
gezondheidszorg in conflictregio’s. Dit
past ook beter bij mijn universitaire opleiding in sociaal beleid. Daarnaast heb
ik een opleiding gedaan in heropbouw
van gezondheidszorg. Dit wilde ik graag
in de praktijk brengen.”
Van New York naar Amsterdam
Kleine schaal
Allie, van Indiase komaf en geboren in
de Verenigde Staten, startte haar carrière
Bron: Sonali Sharma
Een ‘bijzondere prestatie’. Zo omschrijven wij soms het werk dat wij voor onze
opdrachtgevers leveren. We streven naar
kwaliteit en dagen onszelf voortdurend
uit om nog beter te presteren, ook als het
even tegenzit. Tegelijkertijd realiseren we
ons dat er mensen zijn die bijzondere prestaties leveren van een totaal ander kaliber. Sonali (Allie) Sharma is zo iemand. Zij
is psychiater en werkt als adviseur geestelijke gezondheidszorg bij HealthNet TPO.
Deze Nederlandse hulporganisatie werkt
aan een duurzame heropbouw van geestelijke gezondheidszorgsystemen in oorlogs- en rampgebieden. Allie is betrokken
bij projecten in Afghanistan, Burundi en
Pakistan. Wat is volgens haar het belang
van geestelijke gezondheidszorg in deze
landen? En welke uitdagingen komen
daarbij kijken? En waarom heeft ze een
goedlopende psychiatriepraktijk in New
York opgezegd om ontwikkelingsprojecten te gaan doen?
Bron: Sonali Sharma
Bron: Sonali Sharma
Bijzondere mensen. Bijzondere prestaties. Sonali (Allie)
Sharma
Toen Allie hoorde dat er een vacature was
met de combinatie psychiatrie en sociaal
beleid bij HealthNet TPO hoefde ze niet
lang na te denken – ook al betekende dit
emigratie van Amerika naar Nederland.
Amsterdam werd haar nieuwe thuisbasis
en februari 2011 startte ze bij HealthNet
TPO. “In mijn functie ben ik direct
betrokken bij de financiering, projectvoorstellen en implementatie van projecten. Daarnaast lobby ik bij en overleg
met lokale overheden. Ook training van
artsen behoort tot mijn takenpakket.
Kortom: een veelzijdige functie waarin ik
al mijn ideeën kwijt kan.”
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Bron: Sonali Sharma
Kijken naar de toekomst
De gebieden waarin HealthNet TPO
actief is, zijn getroffen door oorlog, rampen of armoede. In deze regio’s is er
over het algemeen weinig aandacht voor
geestelijke gezondheidszorg. Ter vergelijking: in Afghanistan zijn gemiddeld
0,4 psychiaters per miljoen mensen; in
Nederland zijn dit er negentig. Allie:
“Aandacht voor mentale problemen
is echter noodzakelijk. Ze hebben niet
alleen grote effecten op het geluksgevoel,
maar ook op productiviteit en hebben
daarmee financiële consequenties voor
families. Psychische problemen zorgen
voor drempels in de wederopbouw van
een gemeenschap. Want alleen mensen
die hun psychische problemen de baas
zijn, kijken naar de toekomst. En dus
naar een leven zonder conflict of oorlog. Bij alles wat HealthNet TPO doet, is
daarom een sterke gemeenschapscomponent. Met onze projecten willen we de
sociale cohesie herstellen en de bevolking
in staat stellen om zichzelf te helpen op
het vlak van geestelijke gezondheidszorg.
Om die reden leiden we lokale artsen op
om mensen te helpen.”
logisch.” Niet iedereen in Afghanistan
heeft geestelijke gezondheidszorg nodig,
benadrukt Allie. “Er wonen in dat land
29 miljoen mensen en voor de meesten
gaat – hoe gek het ook klinkt – het leven
gewoon door. Mensen pakken de draad
weer op. Hieruit blijkt hoe sterk de mens
is. Maar er is uiteraard een groep die gebaat is bij hulp.”
Stigma
Een van de grootste uitdagingen van
HealthNet TPO is om het stigma rondom geestelijke gezondheidszorg te doorbreken. Allie: “Het doel is om mensen zo
goed mogelijk te bereiken. Daarom heb
Geesten
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012
Bron: Sonali Sharma
De mens is sterk
Projecten als deze kan je alleen uitvoeren als je ook regelmatig ter plekke bent.
In april 2011 was Allie voor het eerst in
Afghanistan. HealthNet TPO is al sinds
2002 actief in dit land. Allie: “Ik was zeer
onder de indruk van de activiteiten op
het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Er is al veel bereikt, maar er moet
nog veel meer gebeuren.” Op de vraag
wat haar in Afghanistan het meest aangreep, denkt Allie even na. “Veiligheid
is het grootste risico in Afghanistan.
Continu is er dreiging. Zo konden we
op een gegeven moment niet reizen door
de dreiging van een bombardement. De
Verenigde Naties sluiten dan als het
ware een stad af en noemen dit White
City. De Afghanen leven continu onder
die dreiging. Er zijn veel mensen die hebben gezien – sommigen zelfs meerdere
malen – dat iemand werd opgeblazen.
Het is voor ons niet voor te stellen wat
dit met je doet, maar dat het psychische
problemen met zich mee kan brengen, is
in een psychiatrische afdeling van een
ziekenhuis, of hij kan in groepssessies
worden behandeld. Werk voor de gemeenschap draagt bij aan het wegnemen
van een stigma en creëert bewustzijn
onder de bevolking.” Geestelijke gezondheidszorg is lastig in een land waar veel
mensen analfabeet zijn en vrouwen toestemming aan hun man moeten vragen
om naar de dokter te gaan. Allie: “Daar
spelen we uiteraard op in. Zo werken we
met tekeningen waarop mensen dingen
kunnen aanwijzen die ze bijvoorbeeld
hebben meegemaakt. Verder leiden we
veel vrouwelijke artsen op, die op hun
beurt vrouwen behandelen.” Ook het
creëren van politiek draagvlak is een belangrijk aandachtspunt voor HealthNet
TPO. Allie: “Om echt structureel zaken
te verbeteren, is steun van de overheid
noodzakelijk. Omdat die steun er vaak
nog niet is, liggen daar nog grote uitdagingen. Ik ben blij dat ik onder andere
daar een bijdrage aan kan leveren.”
“Voor de meesten gaat – hoe
gek het ook klinkt – het leven
gewoon door. Mensen pakken de
draad weer op.”
ben we geestelijke gezondheidszorg opgenomen in het basispakket voor gezondheidszorg. We trainen artsen om tijdens
een medisch consult de juiste vragen te
stellen. Afhankelijk van de antwoorden
van de patiënt bepalen ze of iemand psychische problemen heeft.” Als duidelijk
is dat iemand geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, zijn er meerdere opties:
zo kan een persoon opgenomen worden
Een geheel ander land waarin Allie
actief is, is Burundi in Centraal-Afrika.
Dit land kende tientallen jaren van burgeroorlogen. “In Burundi is het nu redelijk stabiel”, zegt Allie. “Wat hier de
uitdaging is, is dat er vooral mensen op
het platteland wonen. Deze zijn lastig
te bereiken. Bovendien geloven ze nog
sterk in geesten en daarmee in geestuitdrijving, wat gevolgen heeft voor acceptatie van geestelijke gezondheidszorg.
Met onze programma’s spelen we in op
die culturele en logistieke uitdagingen.”
Allie verwacht dit werk nog lang te doen.
“Ik kan er echt mijn ei in kwijt en help
tegelijkertijd mensen om een beter leven
op te bouwen. Mensen zijn oprecht blij
dat we er zijn. Daar haal ik een groot
gedeelte van mijn voldoening uit.”
Meer informatie is te vinden op
www.healthnettpo.org. U kunt het
werk van deze organisatie steunen
met een donatie via de website.
15
Kirsten Belunek, junior adviseur
Foto: Fotoshoot
De week van...
gelost en samen met de arts bekijk ik of
de oplossing afdoende is. We gaan ook
in op de openstaande incidenten en de
wensenlijst van diëtetiek. Er zijn namelijk veel verbeterpunten aangeleverd voor
het Verbeterpuntenproject. Daarnaast
werk ik verder aan mijn opdracht voor
Amerpoort, een instelling in de gehandicaptenzorg. Er is daar in de loop der
jaren een grote hoeveelheid aan rapportages ontstaan. Door middel van interviews met verschillende gebruikers heb
ik de behoeften binnen de organisatie in
kaart gebracht. De resultaten bespreek ik
in het werkoverleg. Mijn advies is dat het
aantal rapportages met een factor drie of
vier is terug te dringen.
Woensdag
Vandaag help ik een collega van de afdeling Quality Assurance, waar ik zelf ook
jaren heb gewerkt. Inmiddels ligt versie
5.0 van de applicatie ARTUS op de plank
en de projectleider heeft me gevraagd te
helpen bij het testen van deze release.
Aan het eind van de middag heb ik een
gesprek met mijn mentor. Erg fijn om
advies te krijgen over mijn carrière bij
Furore van iemand met veel ervaring.
Maandag
Als junior adviseur werk ik al bijna een
jaar bij het Leids Universitair Medisch
Centrum, kortweg LUMC. Vandaag staat
een terugkomdag gepland, waarop ik
samen met artsen en de leverancier een
aantal openstaande problemen bespreek.
Uiteraard gaan we ook uitgebreid in op
mogelijke oplossingen. Gelukkig zijn er
niet veel struikelblokken, zodat we ons
kunnen richten op het doorvoeren van
de oplossingen.
Dinsdag
Vandaag heb ik tijd gereserveerd om de
nieuwe release van het pakket EZIS te
testen. Ik test de bugfixes voor de module DDR, Digitale Dossier Registratie. Erg
spannend, mijn akkoord zal mede bepalen of we live gaan met deze Hotfix (of
met deze nieuwe versie). ’s Middags heb
ik een afspraak staan met een arts. De
SD-score gewicht/lengte bij prematuren
in het Diëtetiek dossier werkt namelijk
niet meer. De leverancier heeft dit op-
16
Donderdag
Vandaag weer een dag bij het LUMC.
Samen met een collega heb ik een algemene opnamebrief ontwikkeld die door
het hele ziekenhuis gebruikt wordt. Ik heb
mijn kennis overgedragen aan beheer en
samen hebben we nog wat openstaande
punten opgepakt. Verder heb ik voor
alle dossiers een wijziging doorgevoerd,
omdat de performance van het scherm
in metingen erg traag was. Gevolg: van
20 seconden naar 0,6 seconden. Geen
beter moment om het weekend te laten
beginnen! Na het avondeten ga ik naar
de sportschool voor een uurtje spinning.
Vrijdag
Mijn vaste vrije dag start altijd met een
uur body shape in de sportschool. Het
is mooi weer, dus daarna ga ik met een
vriendin wat drinken bij een strandtent.
We sluiten de dag af met een lekker
visje.
Kort nieuws
Miniseminar Furore op
MIC 2011
Tijdens het MIC 2011 op 10 en
11 november jl. heeft Furore het
miniseminar ‘Drempels weg voor
de patiënt van morgen, is uw ICT
er klaar voor?’ georganiseerd.
Ewout Kramer, senior adviseur
Technologie en Architectuur bij
Furore, gaf in het seminar zijn
visie op de ICT-architectuur van
de zorgorganisatie van morgen.
Hierbij ging hij in op de veranderde verhouding tussen gegevens van binnen en van buiten de
organisatie door de opkomst van
zorgketens en de mondige consument/patiënt. Ook sprak hij over
hoe ICT zich moet verhouden tot
regionale en nationale uitwisselingssystemen en welke rol een
‘persoonlijk’ dossier en mobiele
toepassingen hierin kunnen spelen.
Voor meer informatie over dit
onderwerp of als u de presentatie
wilt ontvangen, kunt u een mail
sturen naar [email protected]
Reacties op Read.me kunt
u sturen naar
[email protected]
Read.me nr. 32 Winter 2011 | 2012

Vergelijkbare documenten

Read.me 41

Read.me 41 is daar oog voor te blijven houden. Ziekenhuizen en andere zorgpartijen zien echter de noodzaak van deze ontwikkeling in. “Alle zorgverleners realiseren zich dat marktwerking steeds meer zijn intre...

Nadere informatie

Read.me - Furore

Read.me - Furore Lamain in als projectleider voor de realisatie van de koppeling tussen CS-EZIS en Klinicom. Lamain werkte jarenlang bij het Martini Ziekenhuis. “Het Martini Ziekenhuis wil de proces- en zorgkwalite...

Nadere informatie