Onderzoek naar aanbod / aansluiting bij wensen doelgroep

Commentaren

Transcriptie

Onderzoek naar aanbod / aansluiting bij wensen doelgroep
Onderzoek naar aanbod / aansluiting bij wensen doelgroep
Drugspastoraat Amsterdam
Onderzoek in opdracht van Stichting Porticus, Stichting RCOAK en Stichting het
R.C. Maagdenhuis
Uitgevoerd door Suzanne Kooij
december 2014
1
Inhoudsopgave
inhoud
Voorgeschiedenis van dit onderzoek
3
Wat doet het Drugspastoraat precies?
4
a. De vieringen op zondagmiddag
5
b. Een spreekuur voor persoonlijk gesprek
en een bezinnend groepsgesprek op donderdag
9
c. Een vrouwenavond voor kwetsbare vrouwen,
tweewekelijks op dinsdagavond
23
d. . Geestelijke verzorging, individueel en
in groepen, voor HVO Querido op 9 locaties /
e. Presentie in de (Vrouwen)Avond opvang in de Princehof
25
g. De Lourdesreis in juni
27
Antwoorden op de vragen die centraal stonden in het onderzoek
32
Bijlagen
34
Bijlage 1.: korte geschiedenis van het
Drugspastoraat Amsterdam,
gebaseerd op diverse schriftelijke bronnen
34
Bijlage 2.: uitgebreide beschrijving van de eerste
en de laatste door mij bijgewoonde kerkdienst
37
Bijlage 3: het volledige interview met J,
vaste bezoeker van het inloopspreekuur van het
Drugspastoraat op donderdagmiddagen bij Makom.
J. is dakloos en gebruikt geen drugs
48
Bijlage 4: Sheets Workshop 'Zingeving' gegeven in de Veste,
HVO Querido
51
Bijlage 5: Evaluatie Lourdesreis 2014
52
Literatuur
55
2
Je krijgt veel levensverhalen te horen van mensen die het minder goed getroffen
hebben in de maatschappij. Maar deze mensen zijn ook het verhullende vernis
kwijtgeraakt waaronder velen zich normaal gesproken verbergen. Zij doen zich niet
mooier voor dan ze zijn. De rauwe realiteit en hun levensstrijd komen helemaal te
voorschijn en dat heeft mij altijd sterk tot deze mensen aangetrokken.’
Naar Ricus Dullaert, in De crypte is onze kerk – 10 jaar Drugspastoraat, p. 24
Voorgeschiedenis van dit onderzoek
De drie opdracht gevende fondsen ondersteunen al sinds vele jaren (of ondersteunden
in het verleden) de activiteiten van Stichting Drugspastoraat Amsterdam, en hebben
besloten tot een verkenning naar het bereik en de werkwijze van het Drugspastoraat.
Begin december 2013 vond een gesprek plaats van deze drie fondsen met Arend
Driessen van de Protestantse Diaconie, naar aanleiding van diens 'Notitie tbv RC
Maagdenhuis, RCOAK, Drugspastoraat, Protestantse Diaconie'. Tijdens deze bespreking
werd geconcludeerd dat de fondsen 'bottom up' willen beginnen met het verhelderen
van de vraag van de doelgroep in relatie tot het aanbod van het drugs- of
straatpastoraat. Daarna is januari 2014 gesproken met Dorine Greshof (UvA, Sociale
Wetenschappen) die heeft geadviseerd over de te gebruiken onderzoeksmethode. De
vervolgens geformuleerde vraagstelling voor het onderzoek luidde als volgt:
'Wat is het specifieke aanbod van het Drugspastoraat, gezien vanuit het perspectief
van de deelnemers? In hoeverre sluit het aanbod aan bij de wensen en behoeften
van deelnemers en potentiële deelnemers?'
Deze vragen dienden beantwoord te worden door een behoeftenonderzoek uitgevoerd
door middel van kwalitatieve interviews met mensen die behoren tot de 'kerngroep' van
vaste deelnemers aan het Drugspastoraat.
Bij het onderzoek is uitgegaan van een aantal in gesprek met de opdrachtgevers
vastgestelde deelvragen:
•
•
Wat houdt de ‘pastoraat’ benadering precies in, in hoeverre onderscheidt die zich
van de ‘gewone’ maatschappelijke dienstverlening?
Wat is voor de doelgroep de specifieke meerwaarde van de aanpak van het
Drugspastoraat? Wat biedt het Drugspastoraat hen dat ze elders niet krijgen, en
waarom, wat is er zo specifiek aan het aanbod van het Drugspastoraat?
3
•
•
•
Ontlenen de cliënten zingeving aan de deelname aan de activiteiten van het
Drugspastoraat? Slaagt het Drugspastoraat erin, daadwerkelijk een proces van
zingeving in het leven van hun doelgroep tot stand te brengen?
Is er doorstroming, staat het Drugspastoraat open voor nieuwe groepen?
Welke groepen worden niet bereikt en hoe komt dat?
Heel kort gezegd diende het onderzoek te richten op: 1. wat doet het Drugspastoraat
precies, 2. wat is de meerwaarde voor de doelgroep van het aanbod, 3. ontleent men er
zingeving aan, en 4. welke groepen worden wel en niet bereikt en hoe komt dat?
Werkwijze
De aanvankelijke planning was, om de belangrijkste activiteiten van het Drugspastoraat
een of twee keer bij te wonen, snel een aantal interviews te houden en binnen korte tijd
een beknopt onderzoeksverslag af te leveren. Al snel merkte ik, dat een dergelijke
aanpak niet de gewenste resultaten op zou leveren.
De wereld van het Drugspastoraat was mij wezensvreemd, en ik was ook een vreemde
voor pastores, vrijwilligers en doelgroep. Ik merkte al snel, dat het bij deze moeilijk te
benaderen doelgroep niet mogelijk is om als buitenstaander 'even' een gesprek over
zingeving te gaan voeren vanuit het niets. Ik zou alleen maar tot de kern van de zaak
door kunnen dringen, en mezelf een goed oordeel over de meerwaarde van het
Drugspastoraat kunnen vormen, wanneer ik zelf een vertrouwd gezicht voor iedereen
geworden zou zijn.
Daarom werd besloten, in overleg met de opdrachtgevers, om het onderzoek over een
langere periode uit te spreiden. In deze periode ben ik erin geslaagd het vertrouwen te
winnen van alle betrokkenen. Ik heb vele malen de kerkdienst op zondag en het
inloopspreekuur op donderdag bijgewoond, heb ook zoveel mogelijk andere activiteiten
bijgewoond en heb zowel binnen als buiten het Drugspastoraat met vele mensen uit de
doelgroep en andere betrokkenen gesprekken gevoerd.
Daarnaast heb ik diverse schriftelijke bronnen geraadpleegd voor
achtergrondinformatie. In dit onderzoek laat ik zoveel mogelijk anderen aan het woord
over het Drugspastoraat. Hun woorden staan door het rapport heen in blauwe kaders
weergegeven.
Wat doet het Drugspastoraat precies?
In bijlage 1. schets ik kort de geschiedenis van het Drugspastoraat in Amsterdam aan de
hand van diverse schriftelijke bronnen. In het jaarverslag 2013 staat het aanbod van
Stichting Drugspastoraat Amsterdam (DPA) als volgt omschreven:
4
a. Wekelijkse vieringen op zondagmiddag in Amsterdam Centrum
b. Een spreekuur voor persoonlijk gesprek en een bezinnend groepsgesprek op
donderdag
c. Een vrouwenavond voor kwetsbare vrouwen, tweewekelijks op dinsdagavond
d. Geestelijke verzorging, individueel en in groepen, voor HvO Querido op 9 locaties
e. Presentie in de (Vrouwen)Avond opvang in de Princehof
f. Individuele contacten bij mensen thuis, in het ziekenhuis en bij andere instellingen
g. Een Lourdesreis in juni
h. Een Kruiswegviering in Heiloo op Goede Vrijdag
i. Stervensbegeleiding en zorg voor overledenen en nabestaanden in uitvaarten
Twee pastors, Nelly Versteeg en Mark Lieshout, zijn als theologisch geschoolde
professionals in het DPA werkzaam; zij geven leiding aan ongeveer 35 vrijwilligers en
verzorgen samen met hen de vaste activiteiten. Gezamenlijk bereiken ze jaarlijks
ongeveer 400 mensen uit de doelgroep, waarvan 250 mensen als de vaste kern van het
Drugspastoraat beschouwd worden.
Deze mensen zitten allemaal in een adressenbestand, krijgen een kaartje als ze jarig zijn
en er wordt contact met hen onderhouden door pastores en vrijwilligers, in mindere of
meerdere mate, al naar gelang de behoefte van de betrokkenen.
a. De vieringen op zondagmiddag
Het zingevingsaspect voor de doelgroep, dat één van de hoofdonderwerpen van het
onderzoek is, heb ik allereerst benaderd door de vieringen op zondagmiddag bij te gaan
wonen. Ik was benieuwd wat voor soort christendom ik bij het Drugspastoraat aan zou
treffen, en hoe de pastores vanuit hun geloof de gebruikers, en mij als niet-gelovige
buitenstaander, zouden benaderen. Ik had daar van tevoren geen idee van.
In bijlage 2. beschrijf ik eerst de eerste en de laatste kerkdienst die ik heb bijgewoond;
de laatste vrij uitgebreid, om te illustreren hoe tijdens de dienst een bijzonder proces
van reflectie, persoonlijke expressie en theologische discussie op gang komt tussen
mensen die het op allerlei manieren moeilijk hebben in het leven.
Algemene observaties n.a.v. de kerkdiensten
De kerkdiensten, gehouden in de Crypte, een ruimte van het Leger des Heils aan de
Oudezijds Achterburgwal, worden wekelijks door ongeveer 15 à 20 mensen bezocht.
Daarnaast zijn er nog rond de 10 mensen die tijdens de dienst in het 'voorportaal' zitten
of buiten staan, en die na afloop naar binnen komen voor koffie, broodjes en soms een
gesprek.
Het zijn niet elke week dezelfde 15 mensen die komen. Sommige mensen komen altijd,
sommige mensen komen af en toe. Het is een steeds wisselende groep, waar toch een
duidelijke samenhang in valt te ontwaren. Iedereen is op de hoogte van de
5
onuitgesproken regels tijdens de dienst, en kent de vaste onderdelen ervan, waar nooit
aan wordt getornd. Als iemand storend gedrag vertoont, wat regelmatig gebeurt, wordt
hij/zij door de groep tot de orde geroepen. Dat wordt altijd door de desbetreffende
persoon geaccepteerd.
De kerkdienst heeft ooit - in de tijd van de eerste legendarische drugspastor Ricus
Dullaert - een bepaalde, speciaal op de doelgroep afgestemde vorm gekregen, en
verloopt nog altijd volgens datzelfde vaste patroon. Je merkt dat de vastigheid, het
ritueel en de ervaren 'verbinding met het hogere' die tijdens de kerkdienst geboden
worden, in het chaotische leven van de gebruikers als enorm belangrijk worden ervaren.
De kerkdienst is een rustpunt, een ijkpunt in hun leven.
De manier waarop de kerkdienst elke week weer wordt vormgegeven is uniek en
oecumenisch, en heeft trekken van zowel de katholieke als de protestantse eredienst, en
daarnaast ook geheel eigen kenmerken. Het is nadrukkelijk geen interreligieuze of New
Age achtige viering. De dienst is puur christelijk, maar de pastors en de vrijwilligers
staan volledig open voor wat voor vorm van godsdienst of spiritualiteit een bezoeker
dan ook (wel of niet) aanhangt.
Dit vond ik een intrigerend fenomeen. Ik las in één van de boeken over het
Drugspastoraat dat het aanvankelijk, bij de start van deze viering, wél de bedoeling was
geweest om een meer algemeen spirituele, interreligieuze viering te houden, met
meditatie, en met inspirerende elementen uit diverse wereldgodsdiensten en spirituele
stromingen. Het bleek echter veel beter te werken om de dienst alleen vanuit de
christelijke traditie te houden. En juist het werken vanuit één traditie lijkt de diensten
een bepaalde authenticiteit en inhoudelijke diepte te geven die heel goed aanslaan bij de
bezoekers.
Het lijkt alsof bij het Drugspastoraat een soort basis- of oer-christendom weer herrezen
is, dat mij persoonlijk bijzonder aanspreekt. Dat komt omdat zowel de pastors als de
vrijwilligers volledig gespeend zijn van
- hypocrisie;
- onwaarachtigheid;
- evangelisatie- of bekeringsdrang;
- oordelen over mensen;
- zich beter voelen dan anderen;
- het idee dat de mens slecht is;
- een afwijzend Godsbeeld.
Ik weet niet hoe het zo gegroeid is, maar doordat al deze elementen afwezig zijn, zie je
dat de aanwezigen zich thuis voelen, op hun gemak, geaccepteerd zoals ze zijn en dat ze
daardoor hun eigen religiositeit samen kunnen beleven en ontwikkelen.
Ricus Dullaert zei hierover:
'Het is pastoraat, het is optrekken met mensen. Dat doe ik samen met een klein legertje
vrijwilligers. Ik denk dat pastoraat ook de beste benadering is. Je deelt een stuk van je
6
leven, dus ook je geloof. Evangelisatie is voor mij foldertjes uitdelen en roepen “Jezus leeft!”
Ik kan daar niet zoveel mee: ongevraagd mensen de boodschap brengen.’
De Bijbelverhalen die worden verteld, daarvan voel je dat ze een onmiddellijke
relevantie hebben voor het leven van de aanwezigen, die er dan vaak ook ademloos naar
luisteren, alsof hun leven ervan afhangt.
Ricus Dullaert verklaart dit als volgt:
'De gebruikers herkennen zich vaak in de Bijbelverhalen die worden voorgelezen en
uitgelegd. Als je het hebt over de brieven van Paulus uit de gevangenis, dan is zo’n situatie
voor hen niet vreemd, want veel drugsgebruikers hebben tijd in de gevangenis
doorgebracht. Ook in degenen in de evangelieverhalen die uitgestoten zijn herkennen de
bezoekers van de vieringen zich. Zonde en vergeving zijn begrippen waarbij zij zich iets
kunnen voorstellen. De vieringen bieden een plek om hun masker te laten vallen. Veel
druggebruikers zijn gevoelige mensen, daardoor zijn ze juist aan de drugs geraakt. ‘
(De Crypte is onze kerk, p56)
En één van de drugspastors, Nelly Versteeg, zegt hierover:
'De Bijbel staat vol met thema’s die voor gebruikers herkenbaar en betekenisvol zijn. Het
gaat over vergeving, verleiding en bekering, over zieken die gezond worden, over hoeren
die niet veroordeeld worden, over gevangen zitten, over bezeten zijn en bevrijd worden van
iets dat sterker is dan jezelf. De blijde boodschap is dat God van zondaren houdt. Niemand
is in Gods ogen verloren. Ook in de marge van de samenleving klinkt de zegenbede ‘God,
wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen…’ en ook
hier wordt de zegen van God ervaren.'
(Handelingen, pagina 17)
Niemand is in Gods ogen verloren - dat is een boodschap waarvan ik zie dat de pastors
en de vrijwilligers die met hun hele wezen uitdragen. Daarbij voelen alle
verschoppelingen van onze maatschappij zich thuis.
De mensen die naar deze diensten komen, hebben meestal een lage zelfdunk. Het past
dan ook goed, dat hier een niet-oordelende, liefdevolle, open vorm van christendom
wordt gebezigd en actief uitgedragen door alle betrokkenen. Nelly doet dat vanuit haar
protestantse achtergrond, en Mark vanuit een katholiek perspectief. Hun persoonlijke
kleuring geeft inhoud en verdieping aan de invulling van de dienst, maar ze hanteren
allebei dezelfde basisprincipes, met name een liefdevolle God voor wie niemand
verloren of verdoemd is.
7
De vaste onderdelen van de kerkdiensten
De kerkdienst verloopt altijd volgens hetzelfde vaste stramien, met veel mogelijkheden
tot participatie van iedereen. Elke kerkdienst heeft precies dezelfde elementen, en elke
kerkdienst is toch iedere keer weer een volledig andere en nieuwe belevenis.
Er wordt begonnen met een opening door de pastor, daarna worden er kaarten
geschreven voor mensen die jarig of ziek zijn, er wordt stilgestaan bij overledenen.
Er worden altijd door de aanwezigen kaarsen aangestoken voor mensen die het moeilijk
hebben. Iedereen leeft in stilte mee met de mensen die genoemd worden als iemand een
kaars aansteekt. Het bevordert het gevoel van verbondenheid met elkaar en met
anderen. Mensen overstijgen daarmee hun eigen leed, laten zien dat ze ook met anderen
begaan zijn.
De gitarist bepaalt welke liederen er deze middag gezongen zullen worden. Er is altijd
hetzelfde welkomstlied, Vrede voor jou, dat door iedereen enthousiast en luidkeels
wordt meegezongen, begeleid door de gitaarmuziek.
Er worden naast dit lied altijd nog een aantal andere liederen gezongen uit de bundel die
speciaal is samengesteld voor het Drugspastoraat. Het zijn simpele maar ontroerende
teksten met makkelijke melodieën, die alle aanwezigen goed kennen en graag zingen.
Daarna vertelt de pastor een verhaal uit de Bijbel. Het verhaal wordt op een
gemakkelijke, aansprekende manier verteld en in context geplaatst. Vervolgens wordt
de letterlijke passage uit de Bijbel op een A4tje rondgedeeld en door één van de
deelnemers aan de dienst voorgelezen. Dan vindt een lang groepsgesprek plaats, geleid
door de pastor, waaraan altijd een aantal bezoekers deelnemen. Een voorbeeld van hoe
zo'n groepsgesprek verloopt staat letterlijk beschreven in bijlage 2.
Dit groepsgesprek, de manier waarop het verloopt en de dingen die door de deelnemers
gezegd worden maken de kerkdiensten voor mij vooral bijzonder. De mensen die het
woord nemen, hebben niets van een masker, een ego of een imago om op te houden. Ze
geven zichzelf bloot en praten rechtstreeks vanuit hun hart, of vanuit hun gekwelde
gemoed, of vanuit een diepe behoefte om bepaalde theologische/religieuze
onderwerpen verder voor zichzelf uit te diepen.
De pastor vat dat wat gezegd is samen en geeft er een bredere, spirituele context aan. Er
worden meer liederen gezongen en dan is de dienst ten einde en zegent de pastor de
aanwezigen plechtig. Iedereen geeft elkaar na afloop blij een hand en wenst elkaar
'Vrede van Christus'. Daarna wordt koffie gedronken en worden er broodjes gegeten.
Van buiten komen er meer mensen binnen om daaraan mee te doen.
Zingeving voor bezoekers?
Voordat ik met het onderzoek begon, wist ik niet meer dan dat er een kerkdienst was, en
dat mensen daar ook koffie en broodjes kregen. Ik dacht, ergens in mijn achterhoofd:
waarschijnlijk gaan die mensen alleen maar naar de kerkdienst zodat ze daarna wat
kunnen eten, en proberen men dan tijdens die kerkdienst die arme verslaafden nog te
8
bekeren. Ik moet zeggen dat ik dat nu met heel veel schaamte hier opschrijf. Want niets
bleek verder van de waarheid te zijn.
De mensen die de kerkdienst niet bij willen wonen, gaan er niet bij zitten en hoeven dat
ook niet: ze krijgen toch achteraf koffie en broodjes. De mensen die de kerkdienst wel
bijwonen, doen dat uit volle overtuiging, en komen daar om met elkaar over
geloofszaken te praten, om geïnspireerd te worden en om met elkaar bepaalde
momenten te delen. Voor de rituelen, voor de saamhorigheid, en om iets van God te
ervaren in hun moeilijke levens. Ze zijn of diep gelovig, of zoekende, of ze twijfelen, of ze
geloven helemaal niet, maar ze komen naar de dienst óm de dienst, om daar samen te
zijn. Van bekeringsdrang is geen enkele sprake.
Wat ik ook niet wist, van tevoren: het Drugspastoraat is echt een community, een groep
waar mensen bij willen horen, waar mensen zich thuis voelen. Niet alle mensen: een hele
specifieke groep mensen.
Wat hebben de bezoekers gemeen? Nelly beschreef het in één van de gesprekken die ik
met haar had als volgt:
‘Mensen die zelf het gevoel hebben dat ze niet in de samenleving participeren. Zij kennen
met name ‘de klem van uitsluiting’; dat is voor veel mensen de reden geweest om te gaan
gebruiken, om dingen te ontvluchten, en dat heeft ze in een groter isolement gebracht. Het
zijn deels ook mensen met chronische psychiatrische problemen. Men zoekt naar een
vlucht, maar de vlucht helpt niet. Er komen ook uitgeprocedeerde asielzoekers en OostEuropeanen. Het zijn allemaal mensen die ergens in vastgelopen zijn. En die zoeken, bezig
zijn met vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘hoe wil ik eigenlijk leven?’.
b. Een spreekuur voor persoonlijk gesprek en een bezinnend
groepsgesprek op donderdag
Op donderdagmiddag heb ik vaak het spreekuur in inloophuis Makom in de Pijp
bijgewoond. Het spreekuur is een belangrijk vast onderdeel van het aanbod van het
Drugspastoraat. Het is een inloop die de hele middag duurt, en waarbij tussen de 35 en
de 40 mensen vaak de hele middag langskomen.
Mensen krijgen hier iets te drinken en een maaltijd. Er is altijd een vaste groep
vrijwilligers aanwezig, en de twee pastors zijn er. Mensen kunnen individueel
gesprekken voeren en dat gebeurt de hele middag: pastors en vrijwilligers praten actief
met alle bezoekers, mengen zich met hen. Daarnaast is er ook een groepsgesprek voor
mensen die daaraan willen deelnemen, rond een bezinnend thema.
Bij deze inloop heb ik vele mensen gesproken en geïnterviewd, en één van de meest
bijzondere bezoekers is Jacques, een mystieke dakloze van Franse afkomst. Hij is rustig,
9
vriendelijk en gevoelig, en leeft in de marge van de maatschappij, uit volle overtuiging.
Hij heeft een duidelijke visie op het Drugspastoraat.
Interview met J., vaste bezoeker van het inloopspreekuur van het Drugspastoraat op
donderdagmiddag bij Makom. J. is dakloos en gebruikt geen drugs
(J. komt oorspronkelijk uit Frankrijk, en ik hield het interview met hem in het Frans. Dit is slechts een deel van
het interview, de volledige tekst staat in bijlage 3)
Ik ben geboren in Bretagne, en ik heb het grootste gedeelte van mijn jeugd in de natuur doorgebracht.
Daarna ben ik me meer met het sociale domein gaan bezighouden. Daar gaat het voor mij om in het leven:
de natuur, en het sociale.
Ik zie veel verschil tussen hoe het 15 jaar geleden was en hoe het nu is. Voorheen was het hopeloos, en
erger.
Drugspastoraat was één van de eerste organisaties, die mensen ook hielp met informatie. Het zijn ook
mensen met ervaring. Door het Drugspastoraat hebben veel mensen een plek, en hoop, gevonden. Sinds er
mensen zijn die naar ze luisteren, zoals bij het Drugspastoraat, en hen helpen begrijpen waarom, gaat het
beter. Als iemand naar je luistert, word je je bewust van je problemen - als niemand zou luisteren zou het
nog erger zijn.
Luisteren en hulp bieden zijn belangrijk. Drugspastoraat is ook heel goed voor preventie. Ze ontvangen
mensen, ze luisteren. Gebruikers kunnen iets eten, er zijn mensen die naar ze luisteren, die ze begrijpen.
Iedereen heeft behoefte aan leven, aan liefde, aan aandacht, en aan een plek waar ze zich thuis kunnen
voelen. En dat was er niet, vóór het Drugspastoraat. Ze leefden op straat, achter auto's injecteerden ze
zichzelf. En sinds het Drugspastoraat en andere organisaties bestaan, hoeven ze niet meer te stelen voor
wat ze nodig hebben. Nu hebben ze vaak een dak boven het hoofd, ze hebben toegang tot middelen van
betere kwaliteit. Gebruikers zijn ergens in hun leven verloren geraakt, en daarom is het belangrijk dat ze
contact hebben met mensen van buitenaf.
Het Drugspastoraat geeft hen weer hoop. Hier, bijvoorbeeld, kan men eten en wordt er naar je geluisterd.
En ze verwijzen door, ze geven informatie. Maar allereerst luisteren ze naar mensen die daar behoefte aan
hebben. Hier kunnen mensen elkaar ontmoeten, dat is super. Hiervoor was dat niet zo, hiervoor was
iedereen apart, ‘séparé’ in hun levens.
Ik ken het Drugspastoraat al vanaf het begin. Ik leefde buiten, ik heb geen huis. En ze delen het Licht,
liefde, respect, luisteren.
En nu doet het Drugspastoraat nog veel meer dan destijds. Er is meer ervaring, het is gegroeid. Lourdes is
geweldig voor deze mensen, het geeft ze enorm veel lucht. Ik ben nooit mee geweest, het is voor hen. Ik
leef in het geluk sinds lange tijd, voor mij is het niet nodig. Maar ik weet dat het voor deze mensen een
grote vakantie is. Ze leven altijd in dezelfde omstandigheden. In Lourdes zijn ze in de natuur, samen, ze
worden goed verzorgd, ze maken prachtige dingen mee, ze kunnen eens aan iets anders denken... ik vind
dat echt formidabel.
Mijn leven is altijd geweldig geweest. Ik slaap ’s avonds in de natuur. Ik slaap in het huis van de Creatie. En
in mijn leven zijn overal kleine ‘huizen’. Als ik hier met deze mensen ben, dan is dat ook een huis voor mij.
De Creatie is een groot huis, en we moeten er goed voor zorgen. En ik zorg goed voor mijn ‘kleine huizen’
zoals het Drugspastoraat. Het leven heeft me hierheen gestuurd, om dit een mooie plek voor mensen te
maken. Dus luister ik naar ze en ik help ze zoveel ik kan. Men voelt zich hier echt goed, met mensen met
een hart, en dat geeft adem.
Ik geloof in alle dingen. Ik heb veel respect voor Jezus. Jezus en alle religies zeggen: er is een eeuwigheid.
God is als het ware de regisseur en hij zendt ons zijn leraren, zoals Boeddha, Jezus, Moeder Theresa,
Mohammed... Maar God is alles. Liefde, harmonie, creativiteit, muziek, diverse vormen... Deze mensen hier,
hebben veel verloren en hebben het nodig weer ergens te kunnen beginnen. En aan het einde kunnen ze
weer het grote Licht zien. De Bijbel is één enkele pagina van het echte heilige boek, en dat is de hele
creatie van God. Ik ben met God en God is met mij. Hij heeft mij alles gegeven. En alles begint met liefde.
God heeft vertrouwen in ons en hij is geduldig, erg geduldig. God kent alle oplossingen, hij is
alomtegenwoordig.
10
Op een bepaalde manier is J. exemplarisch voor de bezoekers van het inloopspreekuur:
leg hem langs de meetlat van onze prestatiemaatschappij, en je ziet een dropout, zonder
enige status, zonder huis, zonder bezit, zonder vastigheid, met een wereldbeeld dat
afwijkt van het gangbare.
Maar hij bezit een eigen wijsheid, en is ook onder deze bezoekers uniek: hij wordt nooit
boos, hij is altijd vriendelijk, hij is nooit gefrustreerd, hij gebruikt geen drugs en is niet
neurotisch of behoeftig, en hij is volledig tevreden met zijn lot. Hij is niet de enige
bezoeker die uniek is: ze hebben allemaal hun eigen verhaal, hun eigen achtergrond, hun
eigen manier om niet in de maatschappij te passen. Maar J. is bijzonder omdat hij
volledig 'zen' is. Eén van de stagiaires beschouwt hem als 'verlicht' en ziet hem als een
na te volgen voorbeeld, als iemand die volledig onthecht is en geen waarde meer hecht
aan status of aardse bezittingen, iemand die vrij is en alleen nog maar leeft om anderen
te helpen.
De meeste andere bezoekers staan geheel anders dan J. in het leven. Ze komen vaak
vanuit een gevoel van diepe nood naar het spreekuur; sommigen echter komen ook voor
de gezelligheid, of om gewoon even ergens binnen te zitten.
In 2013 heeft het Drugspastoraat een onderzoek gehouden onder de bezoekers van het
spreekuur op donderdag. Het onderzoek geeft een interessant beeld van de achtergrond
van de bezoekers:
11
Bij de ondervraagde bezoekers is destijds ook gekeken naar de behoefte aan spirituele
ondersteuning en ondervonden spirituele steun.
Naar aanleiding van de bevindingen die uit het onderzoek naar voren kwamen, is het
spreekuur aangepast: er is nu meer tijd en gelegenheid voor persoonlijk contact met de
aanwezige pastors en vrijwilligers, er wordt geen shag en er worden geen
boodschappen meer verstrekt, maar de bezoekers krijgen nu wél standaard een warme
maaltijd. Het aantal bezoekers is sinds deze aanpassingen sterk gestegen. De ruimte zit
over het algemeen helemaal vol.
Het Drugspastoraat heeft zelf reacties van mensen op het spreekuur verzameld, deze
staan in het jaarverslag 2013. Het blijkt duidelijk bij de behoefte van de bezoekers aan te
sluiten:
'Hier kan ik mijn verhaal vertellen, zonder dat ik er op beoordeeld wordt. Ik vind het
belangrijk dat er naar me geluisterd wordt zonder horloge. Ik vind het belangrijk dat er
echt geluisterd wordt'.
'Die hulpverleners willen van alles, maar je moet aan hun voorwaarden voldoen, anders
laten ze je vallen. Hier kan ik altijd terecht'.
'Hier hoeft niks'.
Pastor Mark zegt hierover: 'Hun machteloosheid kunnen delen is genoeg, oog hebben
voor hun gebrokenheid en kwetsbaarheid én levenskracht en hoop.'
12
De laatste keer dat ik het spreekuur bijwoonde, dat wat mij betreft ook 'clubhuis' zou
kunnen heten, omdat het er gezellig is en mensen met elkaar de hele middag aan tafels
samen zitten, praten en eten, ontmoette ik een man van Afrikaanse afkomst die zijn hele
leven marktkoopman was geweest, geen drugs of alcohol gebruikt, maar hier nu tot zijn
verbijstering op dit spreekuur zat omdat hij zijn werk én zijn huis was kwijtgeraakt.
Ook praatte ik lang met een Oekraïnse man, die niet terug kon naar zijn land, omdat hij
dan in het leger zou moeten en dat wou hij niet meer. Hij had voorheen als soldaat in
Tjetjenië gevochten en vertelde me uitgebreid over de gruweldaden die hij daar had zien
gebeuren. Hij durfde niet te slapen omdat hij er dan van moest dromen. Hij kon niet
terug naar zijn gezin omdat het Russische leger hem dan zou vinden en dwingen weer
soldaat te worden. Hij huilde en wilde dat ik de hele middag naast hem bleef zitten.
Kortom: op dit spreekuur komen veel mensen die nergens anders terecht kunnen met
hun verhaal.
Omschrijving doelgroep Drugspastoraat
Door veel naar het spreekuur te gaan, mensen daar te observeren en met ze te praten,
werd me duidelijk wie precies de doelgroep van het Drugspastoraat wél en niet vormen.
De huidige doelgroep van het Drugspastoraat bestaat uit een aantal subgroepen die op
één of andere manier, onder leiding van de pastors en de vrijwilligers, goed met elkaar
mengen:
1. De traditionele, langdurige drugsgebruikers: de bekende 'junks' en 'ex-junks' die
sinds de jaren '80 / '90 al gebruiken. Deze groep is kleiner geworden; volgens de OGGZmonitor 2010 van de GGD Amsterdam is het aantal problematische druggebruikers
gedaald van tegen de 9000 in 1988 naar rond de 3000 in 2009.
[Bron: OGGZ monitor 2010, p. 22]
13
Andere schattingen komen nog lager uit: rond de 1850 personen in Amsterdam.
Door hulpverleners wordt het aantal gebruikers dat naast verslavend druggebruik ook
huisvestings- of psychische problemen hadden en/of overlast veroorzaken in
Amsterdam geschat op 990 personen op jaarbasis. Vaak gaat het daarbij ook om
zorgmijders. Dit is een extreem lastige groep mensen, en het is deze groep die de core
business van het Drugspastoraat vormt.
De OGGZ spreekt van een zeer beperkte instroom van jongere gebruikers, en de
gemiddelde leeftijd van de heroïnepopulatie neemt snel toe. De gebruikers die ik
tegenkom bij de diverse activiteiten van het Drugspastoraat zijn dan ook over het
algemeen wat ouder en meestal behoorlijk ziek en zowel lichamelijk als psychisch
afgetakeld.
2. Mensen die psychisch ernstig in de war zijn, maar die niet per se drugs gebruiken. Ik
spreek af en toe met de zachtaardige, gevoelige X, een van de bezoekers, maar die
gesprekken kan ik niet goed weergeven omdat datgene wat hij zegt dermate verward en
onsamenhangend is, dat er geen coherent verhaal van te maken is. En af en toe ziet hij
dan weer iets heel scherp. Hij vertelde mij een lang verhaal over een moeilijke reis die
hij had gemaakt samen met zijn moeder, die nu overleden is, waarbij ze zonder geld in
Zuid-Frankrijk strandden en vervolgens in een inrichting aldaar werden opgenomen. Hij
komt zowel vaak bij de inloop als bij de kerkdienst, is niet echt in staat om met andere
mensen contact te leggen, maar voelt zich duidelijk thuis bij het Drugspastoraat en doet
ook wel met de discussies tijdens de kerkdienst mee. Hij vertelt me vaak over zijn
moeilijke leven, over dat hij eigenlijk niet zonder zijn moeder kan leven, over wat hij
allemaal met haar ondernam. Nelly beschrijft hij als iemand met unieke
leiderschapsvaardigheden: ze kan, volgens hem, rustig op de achtergrond aanwezig zijn
en toch ervoor zorgen dat alles goed verloopt.
X. is exemplarisch voor een deel van de bezoekers, die zich door extreme gevoeligheid of
psychiatrische stoornissen niet in de maatschappij staande kunnen houden, vaak erg
eenzaam zijn en bij het Drugspastoraat menselijke warmte en aandacht vinden.
3. Dak- en thuislozen, en andere mensen die zich in de marge van de maatschappij
bevinden. Die komen meer en meer op de activiteiten van het Drugspastoraat af. Een
deel van hen is verslaafd en/of heeft een psychische stoornis, maar een deel ook
helemaal niet. Overigens vallen veel bezoekers van het Drugspastoraat in alle 3 de
categorieën die ik hier noem.
De doelgroep is aldus duidelijk afgebakend. De groep traditionele heroïneverslaafden en
ex-verslaafden neemt af, maar is nog groot genoeg voor het Drugspastoraat om er de
handen aan vol te hebben. Met name omdat de vraag naar gesprekken over zingeving bij
14
ernstige ziekte en het naderende levenseinde, en de vraag naar stervensbegeleiding en
het houden van diensten bij overlijden juist bij deze groep groot is. De groep bezoekers
met een psychiatrische stoornis en mensen die dak- of thuisloos zijn/in de marge van de
samenleving leven neemt toe. Datgene wat de verschillende mensen die gebruik maken
van het aanbod van het Drugspastoraat bindt, is niet meer zozeer druggebruik, maar
veeleer het gevoel in de maatschappij niet thuis, niet welkom te zijn.
Op het spreekuur heb ik H. ontmoet, een ex-verslaafde die nu geen drugs meer gebruikt.
Hij zegt mede dankzij de niet aflatende hulp en steun van het Drugspastoraat én het
Straatpastoraat van de drugs af te zijn geraakt.
Het inloopspreekuur op
donderdagmiddag bij Makom
[Bron: DPA Jaarverslag 2013]
15
Interview met H., ex-verslaafde, regelmatige bezoeker van het inloopspreekuur van het
Drugspastoraat op donderdagmiddag bij Makom.
Dit jaar ga ik voor het eerst mee naar Lourdes. Ik kom van de straat, heb zelf jarenlang op straat vertoefd. De meeste
mensen die hier zijn ken ik. Ik ken de taal van de straat, en Nelly kent die ook. Maar ik ken nog een ander gedeelte van
de straat, dat Nelly niet kent. Met z'n allen zorgen we ervoor dat het Drugspastoraat een speciale plek is. In Lourdes
hoop ik ook verandering in mezelf te zien, en ik hoop mensen te kunnen inspireren dat je nog meer kunt doen met je
leven.
De mensen van het Drugspastoraat geloven praktisch. Bidden staat op 1, maar belangrijk is ook dat ze mensen helpen
of sturen. In dat traject ben ik geholpen. Ik wilde op een gegeven moment, na 22 jaar verslaving, stoppen, ik wilde
niet 'op de dodenlijst terecht komen'. Ik ben afgekickt, en ben daarna een kliniek ingegaan en in een safehouse
geweest om tot mezelf te komen. Met hulp van het Drugspastoraat zowel praktisch als geestelijk ben ik er doorheen
gekomen. Het is niet makkelijk. Afkicken is topsport, soms ook letterlijk. Op dat soort momenten zijn vrienden heel
belangrijk voor je, en Nelly is een vriend. Je moet dat extra stapje dan zetten, en daar zijn de pastores heel goed in. Ze
gaan niet van a naar b, maar ze helpen je van a naar z. Niet alleen met gesprekken, maar meer. Daar help je mensen
mee uit hun isolement.
Ik ben 22 jaar verslaafd en 7 jaar dakloos geweest. Ik ben hier heel lang gekomen, op het spreekuur. Ik zat hier
gewoon, jarenlang, voerde geen gesprekken. Ik kon nergens anders naartoe.
Na de lichamelijke afkick krijg je nog het geestelijke. Je krijgt meer prikkels, je luistert naar wat mensen zeggen....
andere mensen vertellen dat ze verandering in je zien. Ik ben veranderd in hoe ik met mensen omga. Voor ik het wist
was ik veranderd. Ik ben nu een aardig mens geworden, en een goede vriend. Ik ben er weer voor mensen, ik ben
aanwezig.
En dat is veranderd toen ik tot geloof kwam. Dat was heel speciaal. Er is altijd voor me gebeden, ik dacht het zal wel,
snel een gebed en dan koffie en iets te eten. Maar het bidden heeft verandering tot stand gebracht. Als je gedoopt
word, laat je je andere ik achter. Ik laat me niet meer leiden door drugs, maar door medegelovigen en door God. God
werkt door mensen, en ik ben heel veel goede mensen tegengekomen.
Sommige van mijn oude bekenden kijken nu de andere kant uit als ze me zien. We hebben niets meer gemeen, ik zit
niet meer op de plekken waar zij zitten.
Het Drugspastoraat is erg goed. Je kunt meegaan met uitstapjes, je kunt zien dat mensen hier vrijwilligerswerk
kunnen doen zodat ze weer een doel hebben. Ik ga nu waar de zondaars zijn. En er zijn erg veel zondaars.
Je krijgt je drive weer. Een doel in je leven, dat geeft je een drive.
Ik wil graag weer naar school gaan, daar ben ik mee bezig. Ik wil graag hulpverlener worden en mijn eigen geld
verdienen. Ik doe nu al meerdere dingen, bijvoorbeeld geef ik voorlichting bij het Leger des Heils. Pas gaf ik een
praatje voor leidinggevenden van een woningcorporatie, ze waren zo stil, ze wisten niet wat ze hoorden.
Het verschil tussen reguliere hulpverlening en het Drugspastoraat is, dat dit geen loket is. Het gaat om het praktische
geloven. Nelly heeft me enorm geholpen, ze is een realist en met al haar ervaring ziet ze meteen of je de boel belazert
of niet. Ze heeft dat heel snel door. Toen ik stopte had ik heel veel aan Nelly. Dezelfde boodschap die Nelly brengt,
breng ik ook, dezelfde liefde is aanwezig. Ze heeft me geleerd om niet betuttelend te praten, ze kon me altijd op een
bepaalde manier spiegelen. Het geloof dat je samen hebt, dat is wat je bindt met elkaar. Dat maakt je sterk.
Het gaat erom je naaste lief te hebben en te vergeven, dan word je een beter mens.
Het is je instelling, dat is wat je redt. Het geloof in jezelf, dat je kunt veranderen. Als je aan God vraagt, wat is uw plan
voor mij, dan voel je de drive en dan ken je je meerwaarde.
Ik kom op plaatsen waar de gemiddelde Nederlander nooit komt en niet durft te komen. Ik leer wel te zien wanneer
mensen boos worden, of ze dan echt boos zijn. Sommigen daar kunnen er niet tegen dat ik lach. Mensen kunnen het
soms niet hebben wanneer je blij bent. En het moment dat je de Heer noemt, haken mensen af.
Maar waar zijn ze bang voor? Angst hoort wel bij de emoties maar het mag nooit de overhand krijgen in je leven.
Nelly heeft de gave om mensen aan haar vragen te laten stellen, in plaats van zelf vragen te stellen. Ze heeft zoveel
ervaring. En daarom ben ik naar haar gaan luisteren. Ze kan trouwens ook heel erg boos worden. Er komen hier veel
lastige mensen, je hebt dan iemand als Nelly nodig, je kunt niet om Nelly heen. Mensen die hier komen hebben een
hulpvraag, en dat weet Nelly, dat is haar kwaliteit. Mensen zeuren over het eten, maar zij weet welke vraag daar
achter zit, ze weet dingen te zeggen zodat zo'n persoon dan stil wordt, en dat is knap. De meesten kunnen dit werk
niet doen.
Gelovig zijn is de eerste vereiste om dit werk te kunnen doen. Als je werk doet met mensen op de laagste tree van de
ladder, en je hebt het geloof niet, dan denk ik niet dat je het lang vol zult houden. Je hebt te maken met psychiatrische
patiënten, die zuigen je leeg. Het is opereren vanuit je ziel, dat kan niet zonder geloof.
16
H. is exemplarisch voor de weinige mensen die ik ben tegengekomen bij het
Drugspastoraat die het gelukt is om hun verslaving achter te laten. Deze mensen zijn, net
als H., over het algemeen diep religieus geworden en willen vanuit hun geloof andere
drugsverslaafden helpen. V. is ook zo iemand: haar kom ik op diverse plekken tegen, ze
is er bijna altijd, zowel bij de kerkdienst als bij de inloop, en ze zet zich al vele jaren sinds ze stopte met drugs na haar spectaculaire sprong uit een raam om aan een
gevaarlijke dealer te ontkomen - voor andere gebruikers in vanuit een diep-religieuze
motivatie. Haar bijzondere levensverhaal staat beschreven in één van de boeken die ik
heb gelezen: 'De Crypte is onze kerk, Tien jaar Drugspastoraat.' Zij is al meer dan 10 jaar
voor het Drugspastoraat actief.
Ik raak bevriend met H. en praat vaak met hem. Hij verzekert mij dat het Drugspastoraat
bijzondere plekken voor gebruikers creëert, en dat die plekken elders in de stad anders
van sfeer zijn:
'Het moment dat je stilte neemt, neemt de Heer tijd voor jou. Dat verschil maakt je sterker.
Bij andere plaatsen waar gebruikers samenkomen, daar zit geen leven in. Dat kan ik
voelen. Er is dan wel een ruimte voor mensen, maar het is ook weer niets. De mensen
komen daar wel samen, maar ze hebben niets te doen als ze samen zijn. Dat werkt niet. Het
mooie van hier is, het is een warme plek, en de pastors geven die vorm. Je kunt altijd bij een
pastor terecht. Hier wordt hoop gegeven aan mensen die geen hoop meer hebben, en kunt
je praten over dingen die echt belangrijk zijn in je leven. Maar er wordt geen valse hoop
gegeven. Ze maken dingen niet mooier dan ze zijn.'
H. heeft mij veel verteld over de 'duistere plekken' in de stad waar hij komt, maar ook
over de andere manieren waarop gebruikers en ex-gebruikers in de stad worden
geholpen. Eén van die plekken die we samen bezoeken is de N.A., de Narcotics
Anonymous. Hier ontmoet ik een groep gebruikers en voornamelijk ex-gebruikers die
nooit van de faciliteiten van het Drugspastoraat gebruik zouden maken. Het is een
andere benadering, waar H. ook nauw bij betrokken is.
17
Bij de meeting van de N.A. waar ik samen met H. aanwezig mag zijn, is een groep mensen bijeen die aan
diverse, niet nader gespecificeerde verslavingen heeft geleden en die daar in principe vanaf zijn. Maar zij
blijven allen hun verslaving als iets 'levenslangs' beschouwen. Ze denken die alleen met elkaar, binnen de
N.A. community, zich gezamenlijk overgevend aan een 'hogere macht' buiten henzelf die op een of andere
manier een relatie heeft met de gehele groep, de baas te kunnen blijven.
De groep mensen bij de N.A. verschilt van de groepen mensen die ik bij het Drugspastoraat tegenkom als
dag en nacht. Dit is duidelijk niet dezelfde doelgroep, al is hier net als daar drugs en drugsgebruik een
belangrijk thema. Maar aan de mensen die ik hier tref, kun je van buiten niet zien dat zij verslaafd zijn
geweest. Ze zien er volslagen 'normaal' uit, praten normaal, zijn uiterlijk niet door het leven toegetakeld.
Het zijn mensen zoals jij en ik. Geen enkel lid van de N.A. zou ik bij één van de activiteiten van het
Drugspastoraat verwachten, ze zouden er niet op hun plaats zijn. Het 'levenslang' van de N.A. is een heel
ander soort 'levenslang' dan je aan de bezoekers van het Drugspastoraat kunt aflezen. De mensen die bij
N.A. komen, leven niet in de krochten van de samenleving en zullen daar ondanks hun verslavingen ook
niet (blijvend) in terecht komen, voor zover ik het in kan schatten. Bij deze N.A. groep zit bijvoorbeeld ook
een Bekende Nederlander.
Mensen hoeven niet te praten, bij de N.A., maar omstebeurt neemt iemand het woord en begint met: 'Ik
ben [naam] en ik ben verslaafd.' Vervolgens vertelt hij of zij over een terugval, over een worsteling, over
iets dat juist heel goed gegaan is, of over mindere tijden die worden doorgemaakt. Mensen reageren daar
vervolgens niet op, maar zeggen gezamenlijk 'Bedankt, [naam]'.
Er worden ook inspirerende spreuken voorgelezen, en aan het einde van de bijeenkomst krijgen mensen
die al 3 of 6 maanden, 1 of 2 jaar etc vrij van gebruik zijn een lintje. Het is een geheel andere benadering
dan die van het Drugspastoraat, en over het algemeen niet geschikt voor die doelgroep, die lijdt aan
dermate zware psychische stoornissen en die dermate ver van de reguliere samenleving zijn gedwaald...
N.A. is ook met name bedoeld voor mensen die in principe vrij zijn van gebruik van middelen.
Twee andere bezoekers van het spreekuur
Twee andere mensen die ik gesproken heb op het wekelijkse spreekuur zijn stagiaire P.
en bezoekster K. Deze laatste ontmoette ik toen zij bij Makom over haar leven als exharddrugsverslaafde vertelde aan een groep Duitse studenten die op bezoek waren. K. is
een goede bekende van Nelly, iemand met wie door het drugspastoraat individueel
contact wordt onderhouden. Ik bezocht K. bij haar thuis in de Pijp. Het was niet haar
eigen woning waar ze verbleef, maar de etage van een oudere man die niet lang
daarvoor overleden was. Zij woonde bij hem in. Toen ik haar sprak, wist ze dat ze de
woning zou moeten ontruimen en verlaten, maar het drong nog niet echt tot haar door.
Ze had geen nieuwe woonplek. Ze is 50, en heeft haar hele leven drugs gebruikt. Ze
18
gebruikt nu geen harddrugs meer, ze rookt alleen hash, en dat moet ze de hele dag door
doen, anders voelt ze zich te onrustig. Ze heeft een tijd als postbode gewerkt - de
mooiste tijd van haar leven - maar doet dat nu niet meer. Ze heeft alleen haar
voortanden nog, en hoopt ooit nog een volledig gebit te kunnen hebben, maar heeft geen
idee hoe ze dat voor elkaar zou moeten krijgen.
Interview met K., verslaafd aan softdrugs, voorheen harddrugsgebruiker
'Door mijn huisbaas ben ik toch weg gekomen van de mannen en de 'vicious circle'. [Waarschijnlijk doelt
K. erop dat ze zich voorheen moest prostitueren, SK]. Ik rook nu hash. In tijden als deze red je het gewoon
niet om nuchter te blijven, je maakt je te kwaad om bepaalde dingen.' Zo begint K te praten. Dan vraagt ze
hoe oud ik ben, waarom ik geen grijs haar heb en of ik verslaafd ben aan suiker of alcohol. Als ik zeg dat
dat niet het geval is, zegt ze: 'Dan heb je geluk gehad met je opvoeding'.
'Door te praten merk ik dat ik een verschrikkelijke onrust heb', zegt ze vervolgens en ze onderbreekt het
interview om de paar minuten door naar de keuken te lopen en daar aan haar waterpijp te zuigen. Ze zegt
het Drugspastoraat al heel lang te kennen, en noemt vrijwilligster V. die ze nog kent uit de tijd dat die
drugsdealer was. Ze laat de lange, verticale littekens zien die de binnenkant van haar armen ontsieren.
'Deze dingen zijn in Duitsland gebeurd. Er was geen hash en dan kom je aan de heroïne. Ik was in
verwachting van iemand met AIDS, ik hield veel van hem, we zaten samen op school. Hij is in 2007
overleden, toen ik in de Dominicaanse Republiek woonde. Mijn migraine is toen begonnen. Ik was
daarheen gegaan om nieuwe tanden te krijgen voor 10.000 euro, maar ik kreeg Hepatitis C, en ik gebruikte
5 tot 7 keer Ritalin per dag. Ik was niet geback-upt.
Het Drugspastoraat heeft mij geholpen gewoon omdat ze er zijn. Ik ga er soms eten, maar nu kom ik er
niet meer. Ik kan niet tegen de herrie, en de airco daar maakt zoveel lawaai, ik word hyper van de herrie.
Nelly heeft me geholpen met een prioriteitenlijst toen mijn huisbaas in het ziekenhuis lag. Ik heb daarvan
nu 3 dingen afgemaakt, de rest was geen doen.
Ik ben heel blij dat mijn moeder mij gedoopt heeft, want ik heb nu steun aan mijn geloof. Het
Drugspastoraat heeft een mooie visie op geloven, ze staan ervoor open dat er ook andere manieren van
geloven zijn. Ik ken het boeddhisme en het hindoeïsme uit India, voordat ik in Amsterdam ging wonen heb
ik daar een jaar doorgebracht. Ergens merk je aan mensen: wat ons verbindt is toch de liefde voor het
leven en de aarde, het maakt dan niet uit welk geloof je aanhangt.
Ik ben heel blij dat Nelly me geholpen heeft, ook met praktische dingen. Ik heb een vriend op de Ferdinand
Bolstraat, een Surinaamse jongen, maar hij zit aan de methadon. Hij begrijpt me, maar door de methadon
kan hij zichzelf ook niet helpen. Hij kwam op het spreekuur met de vriendin die hij voor mij had. Zij ging
schreeuwen toen ze mij daar zag en maakte enorme toestanden, ik moest me tegen haar verweren, dat
werden vechtpartijen in het kleine kamertje, ik ben blij dat ik mijn mes niet had gepakt. Zo'n situatie heb
ik niet nodig, daarom kom ik niet meer op de donderdagen.
Het is lastig om met K te praten omdat ze zo onrustig is. Ze maakt haar zinnen, haar
betoog niet af, is chaotisch in haar hoofd, het gesprek valt nauwelijks te structureren, het
gaat alle kanten op. Ik kan ook niet
beoordelen wat wel en niet klopt
van wat ze zegt. Ze is wel duidelijk
heel trots op haar iPhone, en is daar
ook heel zuinig op. Ze fietst veel
door de stad en maakt foto's van
wat ze ziet. Eén van de foto's die ze
me mailt staat hiernaast afgebeeld.
19
Wel typerend voor hoe veel gebruikers het leven ervaren.
K gaat twee keer per week naar een project waar ze mozaïeken maakt, en toont me trots
een aantal van haar kunstwerken. Ze zou graag haar geld met mozaïeken willen
verdienen. Op dit moment - december 2014 - weet ik niet of K. nieuwe woonruimte
gevonden heeft. Bij het spreekuur komt ze in elk geval niet meer. Maar dat kan ook weer
veranderen. Ze klaagt over de reguliere hulpverlening, dat ze nergens meer inpast sinds
ze niet meer aan de harddrugs is. Dat er voor mensen zoals zij geen regelingen zijn.
Bijzondere ontmoetingen had ik met P. die een tijd als stagiaire bij het Drugspastoraat
meeliep en daar een prachtig onderzoeksverslag en een verhandeling over schreef. Ik
zag hem vaak bij het inloopspreekuur. Hij is zelf verslaafd geweest aan alcohol, 25 jaar
lang, maar is daar mede via de methode van Allen Carr vanaf gekomen. P. was mee naar
Lourdes, en was niet helemaal gelukkig met het coulante drankbeleid dat daar door de
leiding werd gevoerd.
20
Interview met stagiaire P. die ik ontmoette bij het inloopspreekuur op donderdag;
voormalig alcoholist, psychiatrisch verpleegkundige, pastoraal werker, nu
werkzaam als metgezel van kwetsbare mensen
'Het Drugspastoraat is heel goed in het opvangen van mensen die door de samenleving opgejaagd worden.
Die laten ze menselijke warmte ervaren. Ze verwijzen ook goed door naar andere instanties. Nelly en Mark
weten wel de wegen.'
'Het grote verschil met de reguliere opvang is dat ik me hier verbonden voel met een hogere macht, waar
ik me thuis bij voel. Niet zozeer als iets wat ik aanbid of waar ik dingen aan vraag, als wel iets wat ik nu, na
een doorleving van de onvrijheid, voor een deel mag vertegenwoordigen. Ik voel dat ik iets mag delen van
de vreugde die de ellende me bracht. Niet om dat hardop te delen, maar om het uit te stralen.'
'Ik ben dit jaar mee naar Lourdes geweest als begeleider. De mensen daar waren helemaal uitgelaten, we
zijn ook gaan paardrijden, dat is prachtig. Hoe mensen met dieren omgaan, wat dat doet.... Dat ze op een
paard zitten en zelf even gedragen worden.... Dat ze een vervoermiddel hebben waar ze zich aan kunnen
overgeven... Een moeilijk kiezelpad naar beneden toe, richting de Pyreneeën... Je zag de bergen met de
sneeuw... Dat was heel mooi. '
'Maar als er dan een eind aan de pauze erna komt, en we aanstalten maken om terug te gaan, gaan
sommigen, die op een terras zitten snel nòg een halve liter bestellen en weigeren mee te gaan voor hun
nieuwe bestelling op is. Dan zie je... boem. Meteen weer dat grenzeloos begeren. Dat krijg je er niet uit.
Ikzelf vind het moeilijk om daar woorden aan te geven. Aan die worsteling. Ik kan mezelf niet langer
terugplaatsen in die tijd; hoe stuk ik toen zat. Het is een wanhoop, het is geen grip hebben op... Nu heb ik
het overzicht, ook als ik een dag neerslachtig ben. Dat zie ik dan, bij mezelf. Maar het is niet meer de
wanhoop dat ik iets van buiten mezelf nodig hebt. Dat ik MOET roken, dat ik MOET drinken... dat ik weet,
ik heb nog maar 4 blikken bier, dat is echt te weinig voor vanavond... '
Ik vind het wat naïef van het Drugspastoraat hoe ze over drank en drugs denken. Te vergoelijkend.
'Dat hebben ze nu eenmaal nodig'. Je hebt het helemaal niet nodig! Daardoor is het juist misgegaan…
Om dat te vatten moet je denk ik wel een verslaving doorgemaakt hebben. H. is er ook helemaal vanaf. En
ik heb misschien ook wel een hogere kracht daarbij nodig gehad, die ik heel diep in mezelf heb ervaren.
Ik ben eraf, mede dankzij de inzichten van Allen Carr. Maar ik had wel de bereidheid om dat te lezen en er
vanaf te willen. Zien en ervaren dat je vastzit, zonder het projecteren op een zondebok buiten jezelf. Ik
was er heilig van overtuigd dat ik de rest van mijn leven altijd zou moeten drinken. Toen die overtuiging
aan het wankelen werd gebracht dacht ik: ja, maar dan is alles mogelijk. '
De relatie tussen Christendom en druggebruik? Overgave. Het beeld van Jezus aan het kruis is voor mij
het beeld van totale overgave. Hij gaf de geest en dat is overgave. Het enige wat ik heb kunnen doen om de
verslaving los te laten is de overgave door onmacht. Dat ik zo stuk ben. Dat je hart zo moe gestreden is, dat
de kloppende vuist zich neerlegt als een openende hand. Pas daarna krijg je de ruimte om weer iets te
gaan doen. En patronen die je in stand houdt of vergoelijkt, die houden je af van de onmacht en de
overgave. Dus als je op Lourdesreis gaat en je geeft de alcoholisten bier, dan krijgen die m.i. precies dàt
wat hen in de penibele situatie heeft gebracht. Ze geven dan alcohol als ‘onderhoudsdosis’ omdat mensen
kunnen gaan flippen en angstig worden. En dat zou misschien ook wel gebeuren. Maar ik denk, geef ze dan
librium mee. Ik vind ook dat het een kleine beproeving mag zijn, de Lourdesreis. Je hebt natuurlijk niet het
personeel om in te grijpen als.... Dus de behoeftes waar ze dag in dag uit naar dorsten, worden nu als
onderhoudsmedicijn verstrekt. Dat vind ik paradoxaal, hoe ik de beweegredenen ook begrijp, het is voor
mij als het gif zelf toedienen als tegengif.
Het zou toch best kunnen zijn dat de Lourdesreis de onderdompeling is, die je aanzet tot een verandering
maar dat die nog jaren nodig heeft. Je kunt niet enkel korte termijn denken wat dat betreft, met verslaving.
Patronen waar je nog in zit moet je wel doorleven... daar moet je wel doorheen komen. Ik zie nu de (mijn)
verslaving niet als last, maar meer als een uitnodiging, om door de verslaving heen tot jezelf te komen. Ik
had het niet willen missen, want hoe pijnlijk ook, het was mijn persoonlijk pad. De verslaving was nodig
om daar te komen waar ik nu zit.
Elke gebeurtenis in het leven kun je later in een ruimer perspectief zetten, waar je op dit moment nog niet
bij kan. Ook een ziekte kun je inzetten om te kijken: wat doet het met me? Waar verrijkt het me? Waarom
lijd ik eraan? Hoe kan ik ernaar kijken? Zijn er leerpunten?
Bepaalde woorden tijdens de kerkdienst kunnen je zo raken, dat van daaruit pas later ècht iets gebeurt.
Dat het onbewust iets raakt waar je op dat moment nog niet bij kan. En dat dat de aanzet is tot bewust
21
worden, tot een proces. Nelly vind ik knap daarin, ze heeft een afstandelijkheid, en kan toch dicht bij je
komen. Ik werd geraakt door dingen die ze zei, die ze terug gaf. Dat vond ik mooi. Nelly is iemand die mij
dichter bij mezelf deed komen op een bepaald vlak. Ze bleef die afstand wel houden, bracht zichzelf
nauwelijks in, en zo bracht ze God eigenlijk dichterbij. Een beleving van God. Daar is ze sterk in. Terwijl ze
niet de eigen verantwoordelijkheid van andere mensen afneemt. Daar geloof ik in, dat ook Jezus niet
wegneemt wat we zelf kunnen doen…
P. heeft een tijdje actief meegelopen als medewerker/stagiaire bij het Drugspastoraat,
en heeft sindsdien weer afstand genomen. Hoewel hij grote waardering heeft voor het
werk van het Drugspastoraat, zijn er twee dingen die in zijn ogen anders zouden
kunnen:
1. Hij vindt de tolerantie t.o.v. middelengebruik tijdens de activiteiten die het
Drugspastoraat ontplooit groot.
Het in- en uitlopen om te gaan roken tijdens de kerkdiensten, het toegestane gebruik
van alcohol (als ‘onderhoudsdosis’) tijdens de Lourdesreis (waar het gebruik van harden softdrugs overigens uit den boze is en niet wordt getolereerd) en het overal kunnen
roken tijdens de inloopspreekuren vindt hij naïef. Dat wat de mens onderuithaalde
(middelengebruik), wordt ingezet als middel om erbij te horen… De donderdagen waren
soms lastig omdat hij wat hoofdpijn kreeg van zoveel rokende mensen om hem heen. Hij
was als niet-roker (12 jaar gestopt) een buitenbeentje en er waren geen ‘rookvrije
tafels’.
Hij vindt dat mensen wat dit betreft wel een lichte beproeving gegund mag worden.
2. Hij heeft twijfels bij het inzetten van ervaringsdeskundigen als vrijwilligers. Voor
de mensen onder de doelgroep die in staat zijn om iets voor een ander te doen, lijkt het
hem beter om zich niet bij het Drugspastoraat zelf, maar elders in te zetten, zodat ze ook
andere leefwerelden leren kennen en uit de sfeer van het gebruikerswereld komen. Voor
de doelgroep zelf lijkt het hem beter om mensen als vrijwilliger te leren kennen die juist
van buitenaf komen, of die hun verslaving al geheel los gelaten hebben, omdat daar een
stimulerende werking van uit zou kunnen gaan.
Wat het tweede punt betreft is de reactie van Nelly als volgt:
'Veel gebruikers die zover zijn dat ze vrijwilligerswerk kunnen gaan doen, voelen zich
buiten de kring van het Drugspastoraat, in de reguliere kerk bijvoorbeeld, niet begrepen.
Hun heftige levensverhalen, als ze die al kunnen vertellen, maken dat mensen van
buitenaf hen als een 'zielig geval' gaan zien. Dat willen ze nu juist niet. Daarnaast is het
voor hen sowieso niet makkelijk om elders een vrijwilligersplek te vinden.
De andere bezoekers en gebruikers van het Drugspastoraat daarentegen, vinden het
prettig dat er vrijwilligers zijn die precies weten hoe ze leven en wat ze doormaken.
Daarom werkt het mijns inziens juist wél goed als mensen uit de doelgroep bij ons
22
vrijwilliger worden. Het gevoel van verantwoordelijkheid dat ze dan krijgen is ook goed
voor ze.
Het is wel zo dat we meer stevige vrijwilligers zoeken overigens, die hun eigen
problemen overstegen hebben, die er voor de ander kunnen zijn en empathie kunnen
opbrengen, en die ook kunnen reflecteren. Die vrijwilligers zijn niet zo eenvoudig te
vinden.'
Over dit onderwerp zegt het jaarverslag van het Drugspastoraat:
'Vanuit een gevoelde verbondenheid, de ervaring dat je 'ergens bij hoort', bij de Crypte,
bij de mensen die naar Lourdes zijn geweest, bij de vrouwengroep, groeit ook de
behoefte om 'mee te doen'. In de loop van de tijd zijn b.v. vrouwen gaan meehelpen bij
het koken voor de vrouwengroep en delen ze hun creativiteit met de anderen bij een
activiteit na de maaltijd.
Bij vrijwel alle activiteiten van het Drugspastoraat werken steeds meer mensen mee die
verslaving en soms ook dakloosheid uit eigen ervaring kennen. We merken dat het
mensen krachtiger maakt om mee te doen, omdat het structuur en zin geeft, omdat het
gezellig is en afleiding biedt - ook als het even minder goed met iemand gaat'
(Jaarverslag DPA 2013, p. 7).
Het Drugspastoraat ziet. kortom, het inzetten van vrijwilligers uit eigen kring juist als
een grote meerwaarde voor alle betrokkenen, als een manier om tot community building
te komen. Het lijkt me interessant als P. en het Drugspastoraat hier eens een openbare
discussie aan zouden wijden.
c. Een vrouwenavond voor kwetsbare vrouwen, tweewekelijks op
dinsdagavond
In samenwerking met het Straatpastoraat en het Leger des Heils organiseert het
Drugspastoraat iedere twee weken een Vrouwenavond. Doel is gezellig samenzijn met
verdieping, een maaltijd en een creatieve activiteit. Ik bezoek de Vrouwenavond net
nadat de reis naar Lourdes heeft plaatsgevonden. Het is een gezellige, goedbezochte
bijeenkomst, en velen zijn bezig opgetogen met elkaar foto's van Lourdes te bekijken.
Tijdens de Vrouwenavond ontmoet ik E., een bezoekster die me over haar leven vertelt.
23
Interview met E. (voormalig drugsgebruikster, voormalig dakloos) die ik
ontmoette tijdens de Vrouwenavond van het Drugspastoraat. Nelly is een deel van
dit gesprek aanwezig.
E.: 'Het probleem met de professionele hulpverlening met mij : soms voel ik me gewoon niet lekker, dan
voel ik me gewoon down, en dan heb ik gewoon behoefte aan een luisterend oor en een beetje aandacht.
Maar voor hen is het werk, dus het moet heel punctueel en doelgericht zijn. Ik heb al 9 maanden cysten in
mijn rug, en ik ben aan huis gebonden, ik kom bijna nergens. Soms heb ik gewoon alleen maar even
behoefte aan even aandacht van iemand. En dan bel ik dan moet je eigenlijk in crisis zijn, en dan voel ik
mezelf wel in crisis maar hoe leg je dat uit? Dat zit bij mij in een tafeltje dat ik dan niet kan opruimen of zo.
Maar dat durf ik dan niet te zeggen. Als ik me depri voel en mensen hebben een luisterend oor, dan komt
er vanzelf wel uit wat er aan de hand is. Maar als ze dan aan het begin vragen wat is er precies aan de
hand, professioneel, dan hangt het er ook vanaf wie het precies is. Dan voel ik me altijd heel erg onder
druk staan en dan weet ik dat niet.
Naarmate je jezelf meer isoleert heb je minder te vertellen en ga je ook minder bellen. Nelly heeft gezegd,
zij heeft me over de jaren gevolgd, dat ik toen zo depressief kon zijn dat zij weleens met haar handen in
het haar zat. Ze kwam er maar niet doorheen. En als ik nu nog wel eens een beetje depressief ben, maar als
ik mezelf vergelijk met toen, dat het zo'n duidelijk verschil is. Alleen al om dat te realiseren, dat helpt me
dan weer uit die gedachte. Inmiddels ben ik gestopt met drugs en drank. Ik ben niet meer dakloos, ik heb
een huis gekregen. Ik probeer ook aan te pakken ondanks mijn beperkingen. Het helpt me ook dat weer
van Nelly terug te horen, dat ik nu op de goede weg ben.'
Nelly: 'Dat machteloze dat ik toen kon hebben, daarvan weet ik nu: het is niet erg dat ik me machteloos
voel. Moet ik ook gewoon uitzitten. Maar gewoon bij mensen blijven en zeggen: dit is wat ik kan doen. Ik
heb geen huizen en een heleboel kan ik niet doen, maar ik kan wel door de jaren heen zeggen: weet je nog?
En nu gaat het veel beter. Daar is zo'n lang contact goed voor, om dat te zien.'
E: 'Met name het contact met mensen zoals jij heeft me er doorheen geholpen. Die mij gewoon graag
willen helpen, en mij weer ruimte geven. Zoals jij begrijpt dat ik niet weet wat ik moet zeggen, maar dat ik
zit te springen om aandacht, en dat jij mij dat dan geeft. Dat is nog steeds het allerbelangrijkste. Even een
beetje aandacht. Om weer eventjes uit die dip te komen. En dan weer zelf verder te kunnen.
De laatste maanden kom ik hier moeilijk met mijn rug, maar ik kwam hier vroeger onregelmatig. Ik ben
van huis uit niet zo ... je hebt met vrouwen altijd zo van blablablabla en dat doe ik niet zo makkelijk, over
koetjes en kalfjes en ditjes en datjes, ik heb liever een één op één gesprek, ik ben ook heel serieus in
aanleg, moet leren te relativeren. In het begin voelde ik me een vreemde eend in de bijt, maar
langzamerhand leer je bepaalde vrouwen beter kennen. En als Nelly en Emmanuelle er zijn... Als ik weet
dat Nelly er is, en je leert vrouwen van gezicht kennen. Dan voel je je beter op je gemak, dus ik ben wel een
tijd regelmatig geweest. Als was het alleen maar voor een goede maaltijd want ik vind het moeilijk om
voor mezelf te zorgen en mijn doel is nu, dat ik zover kan komen dat ik ook een beetje kan helpen in de
keuken. Als ik dan hier kom en ik heb een leuke avond dan vergeet ik weer even die ruzie met mijn
vriendje. Anders dan hakt dat er zo in.
Schrijven ligt mij heel erg. Vroeger heb ik dagboeken geschreven. Ik heb jarenlang met zelfmoordplannen
gelopen en een keer een poging gedaan, ik sprong met een anker om mijn nek in de Amstel. Ik ben gered.
Een rijdende psychiater kwam naar me toe en zei: je moet opgenomen worden. Je kunt geen stap meer
zetten. En op dat moment was dat een uitkomst. Ik kon echt geen stap meer zetten. Ik gebruikte ook drugs
en was heel erg aan de drank. Ik was al jarenlang mezelf aan het isoleren. Dezelfde avond zat ik in de
Valerius, ik had een goede therapeute en die liet me alleen maar schrijven. Ik zat dag en nacht te schrijven.
Ze nam daar veel tijd voor, om alles te lezen. Ik kon zo ook dingen bespreken waar ik me voor schaamde.
Of die ik niet zo makkelijk vond om te bespreken. Die schreef ik wel op. Het was een soort biecht. En dat
heeft me geholpen. Maar daarna was ik weer dakloos geworden en was er weer veel gebeurd.... Maar dat
schrijven, daar wil ik weer naartoe. En daarom moet mijn bureau nu schoon.'
24
De formule van de Vrouwenavond blijkt erg goed te werken. De combinatie van iets
bezinnends en/of creatiefs doen, samen eten en rond die activiteiten met mensen te
praten, te polsen hoe het met ze gaat blijkt succesvol te zijn. Een vaste groep van 55
vrouwen bezoekt regelmatig deze avond; gemiddeld ongeveer 25 vrouwen per avond.
De pastores willen de komende tijd meer activiteiten gaan organiseren rond deze
formule. Mensen veranderen ook in contact met anderen, ze zien dat die ook in een
moeilijk pakket zitten, er ontstaan vriendschappen. Zo wordt eenzaamheid beter
doorbroken dan door middel van individuele huisbezoeken. De komende tijd bezinnen
de pastores zich erop, hoe ze meer van dit soort zingevende groepsactiviteiten kunnen
organiseren.
d. Geestelijke verzorging, individueel en in groepen, voor HVO
Querido op 9 locaties / e. Presentie in de (Vrouwen)Avond opvang
in de Princehof
In het kader van een raamovereenkomst met HVO Querido - een van de grootste
organisaties voor huisvesting en dagbesteding van dak- en thuislozen, drugsgebruikers
en mensen met psychosociale problematiek in Amsterdam - wordt door de pastores en 6
vrijwilligers geestelijke verzorging geboden op een aantal locaties.
Hierover staat in het jaarverslag 2013 van het DPA:
'De behoefte aan persoonlijk contact is onder cliënten van de maatschappelijke opvang
niet veel anders dan onder mensen die een eigen voordeur hebben. Daarnaast proberen
25
we mensen bij elkaar te brengen voor een groepsgesprek of zingevingsactiviteit.
Gezelligheid is belangrijk, want juist dan kan de vrijmoedigheid groeien om over
geloofsvragen en de grote vragen van het leven te spreken. Geloof is geen voorwaarde
voor deelname. Veiligheid en verbondenheid kunnen ervaren staat voorop.'
De pastores blijken op deze locaties in een belangrijke behoefte te voorzien, namelijk het
zingevingsaspect bespreekbaar maken voor en met de moeilijk toegankelijke bewoners
van de locaties. Zingeving is een moeilijk onderwerp voor reguliere hulpverleners, zo
blijkt uit de publicatie van Movisie 'Zingeving als onderbelichte dimensie in de
maatschappelijke opvang' (2010) en uit de publicatie 'Zin werkt. Zingeving in de hulp
aan dak- en thuislozen' (Movisie et al, 2010).
Uit het onderzoek dat in opdracht van Movisie is uitgevoerd, blijkt dat hulpverleners
'vaak zingevingsvragen niet expliciet aan de orde stellen. Hiervoor is een aantal redenen
te geven: het heeft geen urgentie, het wordt beschouwd als een ingewikkeld thema en
soms te persoonlijk; (...) de prioriteit in de dagelijkse hulpverlening ligt bij praktische
zaken (zoals schuldsanering, uitkering aanvragen, het regelen van woonruimte).
Dergelijke problemen vragen op korte termijn een oplossing en dit laat weinig ruimte
voor reflectie op zingevingsvraagstukken. De hulpverlening is sterk pragmatisch en
zingeving laat zich niet makkelijk in specifieke hulpvragen vertalen'. [Zingeving als
onderbelichte dimensie, p. 9]
Om in deze leemte in de hulpverlening te voorzien bezoekt het Drugspastoraat de
bewoners van de diverse locaties, en is dit jaar een workshop zingeving ontwikkeld, die
op één van de locaties van HVO/Querido, De Veste, is gegeven aan het team. Men was
hier uiterst tevreden over, dus dit zou iets kunnen zijn dat standaard in het aanbod van
DPA opgenomen zou kunnen worden.
Op de diverse opvanglocaties voeren de pastores ook groepsgesprekken wanneer
iemand overleden is, met de achterblijvers. Nelly hierover:
'We praten over geloof voor zover het aan de orde komt. Wat gebeurt er nadat je
doodgegaan bent? Laat diverse ideeën naast elkaar bestaan, probeer verbindingen te
leggen…. Praten over hoe je kunt zien of iemand goed geleefd heeft. Kleine dingen: hij stond
vroeg op om koffie te zetten voor iedereen, bietste met een big smile…. positieve dingen uit
het leven van de overledene benadrukken, daar hebben mensen behoefte aan. Mensen
hebben vaak een enorm negatief zelfbeeld. Als je positief over een ander praat kun je
vermoeden dat er over jou ook iets positiefs te zeggen valt. Ze voelen hun tekortkomingen
en hebben de behoefte om dat te verdoven, niet meer te voelen, ze hebben er iets aan dat
hun tekortkomingen niet het enige zijn wat er over hun leven te vertellen valt. Dat het ook
anders kan, ook dat waar je heel erg ongelukkig over bent. Het negatieve gevoel over
26
henzelf is veel heftiger dan dat van andere mensen - zo heftig dat ze het moeten verdoven.
We streven ernaar ze vrede te laten voelen over zichzelf, ook, juist in dit soort
rouwgesprekken'.
G. De Lourdesreis in juni
In het 'Draaiboek Lourdesreis' van het DPA staat het volgende over de reis geschreven:
' Sinds 1993 organiseert het Drugpastoraat Amsterdam ieder jaar een bedevaartsreis voor
zieke drugsgebruikers naar Lourdes.
Doel van de bedevaart is om hen de kans te geven om -hoe klein ook- heil en heling te
ervaren. Een week lang verkeren ze buiten de sfeer van hun dagelijkse beslommeringen en
verslaving en kunnen het mysterie van Lourdes ervaren, de bedevaartsplaats bij uitstek die
met pijn en ziekte is verbonden. Van deelnemers vragen we openheid voor de christelijke
symbolen en traditie. Dit zijn grote woorden voor wat op het individuele niveau ervaren
wordt als een goed gesprek, mooie natuur, Moeder Maria, eindelijk rust, weer eens lachen,
een indrukwekkend verhaal, lekker eten, verwend worden, goed slapen, bidden en praten,
een heilzame onderdompeling in het heilige water, hoop krijgen, emoties de vrije loop
geven, etc.
De reis is bedoeld voor (ex-)druggebruikers met een (chronische) ziekte. Zo'n 20 mensen
kunnen deelnemen aan de reis.
Aanvankelijk was de reis bedoeld voor mensen met HIV of Aids. Nu de meesten van deze
groep al eens naar Lourdes zijn mee geweest en er weinig gevallen bij komen, zijn sinds
2005 begonnen met het meenemen van mensen die aan een of andere ernstige aandoening
lijden. Om zoveel mogelijk verschillende mensen de kans te geven om mee te gaan, geldt de
strikte regel dat mensen maar één keer mee mogen.
Tot zover hebben we zonder uitzondering alleen maar deelnemers gekend die na afloop
met veel waardering op de reis terug kijken. Voor de meeste deelnemers is het een eerste
vakantie sinds jaren. Niet voor niets is het dikwijls aanvankelijk moeilijk om de mensen
voor de reis te enthousiasmeren: de woorden reizen, weg zijn, bedevaart en ontspannen,
zijn vaak zo vreemd geworden voor de mensen dat zij zich dikwijls nauwelijks los kunnen
maken uit de eigen omgeving, hoe belabberd die ook is. Maar als mensen eenmaal toch mee
gaan, zie je ze tot bloei komen. Die ervaring blijft ze bij.
Door de reis voelt men zich ook weer deel van een groter geheel: ik hoor erbij, bij de kerk,
bij de groep, bij de Crypte, bij God, bij de mensen die ooit een reis hebben gemaakt, etc. Men
is gezien en men ervaart dat er moeite en aandacht naar ze uitgaat. In levens die dikwijls
door eenzaamheid getekend zijn, is dat een rijke ervaring.
27
Voor het organiseren van de reis is het ieder jaar nodig om naar ‘nieuwe’ deelnemers te
zoeken. Pastores en vrijwilligers komen zo ieder jaar in contact met heel wat ons
onbekende gebruikers. Velen kennen het DPA wel van horen zeggen, maar waren er nog
nooit mee contact gekomen. Deze gebruikers leren het DPA als een goede, wezenlijke en
betrouwbare partner kennen en met velen blijft een geregeld contact bestaan. De
Lourdesreis leidt kortom tot nieuwe aanwas van ons ‘klantenbestand’. '
De jaarlijkse reis naar Lourdes wordt inderdaad, bleek mij uit alle mensen die ik heb
gesproken, als een hoogtepunt in het leven van de doelgroep van het Drugspastoraat
beschouwd. Ik heb de voorbereidende besprekingen met de groep reizigers bijgewoond.
Hierbij is mij gebleken dat de deelnemers een enorm belang aan deze reis hechten.
Hierbij een greep uit de vooraf uitgesproken verwachtingen over de reis:
- “Hoop dat ik tot rust kan komen”
- “Een keer weg uit Amsterdam en de sleur, ben mijn leven zat, geen baan”
- “We gaan met mensen die allemaal hetzelfde gevoel hebben. Hier gaat veel langs elkaar
heen. Daar komen mensen voor hetzelfde. Ik hoop dat je je meer mens voelt met elkaar”
- “Er is meer tussen hemel en aarde, en van gelovige mensen moet je het hebben in deze
tijd”
- "Ik ga ervan uit dat er alleen maar goede mensen meegaan"
- "Ik heb genoeg problemen achter de rug, en ben al heel lang niet meer weggeweest"
- “Ik denk dat ik daar rust kan vinden, hier zijn er zoveel gekken om me heen; we gaan
met mensen die ook heel veel ervaren hebben”
- “Iedereen zei altijd tegen mij: je komt nooit van de drugs af, maar nu ben ik clean en
een stuk gelukkiger, en ik wil andere mensen motiveren. Na 22 jaar gebruik was het
genoeg voor mij. Dit soort reizen helpen om meer inzicht te krijgen in jezelf en een
andere manier van denken te krijgen.”
- “Ik heb nooit de mogelijkheid gehad om erheen te gaan en ik wil het zo graag. Ze
zeggen zulke mooie dingen. Ik ben heel nieuwsgierig: wanneer komt zoiets nou op je
pad?”
- “Ik heb dingen gezien die niet kunnen, maar ik heb ze toch gezien. Ik ga niet voor een
wonder, maar wel om het wonder van Lourdes te zien.”
- “Ik ben al 30 jaar verslaafd, en ik ben in 30 jaar nergens heen geweest. Dit is een kans
om iets moois te zien en eruit te gaan, iets waar je niet depressief van wordt.”
De reacties na afloop waren ook dit jaar weer zeer enthousiast en positief, zoals uit
bijlage 5 blijkt (Evaluatie Lourdesreis). Men kan moeilijk in woorden uitdrukken wat de
reis met hen gedaan heeft.
28
Ik heb een aantal hulpverleners die zich met dezelfde doelgroep bezighouden als het
Drugspastoraat geïnterviewd over hoe zij de jaarlijkse Lourdesreis en het algehele
aanbod van het Drugspastoraat zien:
• Piet de Groot, teammanager Veldwerk Amsterdam
• Frank Verheijen, werkzaam bij Mentrum Jellinek
• Gert Thesingh, werkzaam bij Streetcornerwork Harddrugsteam Zuidoost
Hieronder hun visie op Lourdesreis en het Drugspastoraat.
Interview met Piet de Groot, Veldwerk Amsterdam, over het DPA
Ik heb een hele positieve blik op het Drugspastoraat. Het is een onafhankelijke organisatie. Ze doen erg
goed werk. Ze liggen goed bij de mensen. We kunnen weleens iemand kwijt voor ondersteuning. Wij
worden door de gemeente betaald we zitten in de keten zorg met oog op overlast. De meerwaarde van het
Drugspastoraat is de onafhankelijkheid, en de religieuze inslag. Die is met mate, en het is breed en voor
iedereen. Het heeft niets met subsidie te make, en dat moet het ook blijven, dat is een goede zaak. Mensen
die de doelgroep heel goed kennen, en dat zijn mensen die vrij dicht op de dood verkeren: life in the fast
lane. Ze zijn erg met dat soort issues bezig, en daar sluit het Drugspastoraat heel goed bij aan. Ik ben blij
dat het er is.
Wat wij doen bij Veldwerk is 'mensen in de zorg zetten'. We duiken overal op, spreken mensen aan
proberen ze in de zorg te zetten en aan aanbod te helpen. We verlenen veel hand en spandiensten aan de
GGD en de crisisdienst. Drugspastoraat verwijzen mensen naar ons, wij weten beter de weg, we zijn een
kleine organisatie overal goede contacten.
Het Drugspastoraat ziet alles heel scherp. Nelly is niet gek. Ze laat zich niet in de luren leggen. Ik ken haar
al vanaf 2000. Ik ben mee geweest naar Lourdes als vrijwilliger. Ze waait niet zomaar met alle mensen
mee. Ze maakt ze niet te zielig.
29
Interview Frank Verheijen, Mentrum Jellinek, over DPA en de Lourdesreis
Sinds 1986 werk in de functie van sociaal psychiatrisch verpleegkundige in Amsterdam met als doelgroep
(al dan niet) dakloze, thuisloze verslaafden met (al dan niet) psychiatrische problematiek die zich daarbij
verder typeren als mensen die zorg mijden, een marginaal bestaan leiden en die vanwege overlast in
aanraking komen met politie en de Justitie en die van tijd tot tijd via de crisisdiensten veelal tijdelijk in een
kliniek, een algemeen ziekenhuis of op een politiebureau of de gevangenis terecht komen.
Mijn relatie met het Drugspastoraat is in de 80er jaren ontstaan uit noodzaak. Deze relatie is ontstaan in
een tijd dat aids zijn tol ging eisen en er velen waren die veelal na een lijdensweg de dood vonden, in
eenzaamheid stierven en waarbij nogal eens speurwerk moest worden verricht om in contact te komen
met relaties zoals familie. Het DPA is een onderdeel van mijn werkwijze geworden waarbij aandacht
wordt geschonken aan de individuele mens, zonder voorwaarden aandacht wordt geschonken aan
spiritualiteit en waarbij reeds honderden malen in goede samenwerking stervensbegeleiding of een
laatste rustplaats kon worden geboden. Aldus kon ieder, eigen expertise optimaal in het belang van de
doelgroep stellen en in de samenwerking elkaar aanvullen.
Sinds 1986 werk ik in Amsterdam en heb ik vele reorganisaties meegemaakt waardoor ik tegenwoordig in
dienst ben bij Mentrum. Zowel bij Mentrum als ook bij het DPA vonden reorganisaties plaats. Anders
gezegd, de tijden zijn veranderd. Beide instellingen zijn met de tijd meegegaan. Bij Mentrum zijn wij nog
nadrukkelijker gehouden aan hulpverleningsprotocollen, vaak tijdelijke trajecten met een begin en een
einde. Zie daarvoor de ontwikkelingen, het veranderende zorgstelsel waar de overheid op van invloed is.
Ook het DPA heeft altijd de samenwerking gezocht en zet zich vaak in op onregelmatige tijden. Onderdeel
van de inzet van het DPA is het aansturen van de vele vrijwilligers. Binnen Mentrum zien wij
tegenwoordig de inzet van ervarings deskundigen. Pro actief werken staat tegenwoordig ook bij het DPA
hoog in het vaandel. Het streven is erop gericht zo snel als mogelijk de samenwerking te zoek met naast
betrokkenen. Dit kan als een van de leringen uit het verleden gezien worden.
De pastores van het DPA beschouw ik als waardevol contact waar ik als werker, ook heden ten dage met
de veranderende problematiek, niet zonder wil en kan.
Het DPA organiseert jaarlijks een bedevaart naar Lourdes voor steeds 25 deelnemers uit de beschreven
doelgroep. Inmiddels langer dan 10 jaar ondersteunt Mentrum deze reizen waarbij ik deel uitmaak van
een klein, select begeleidingsteam. Dit project is wat mij betreft een uniek samenwerkingsproject.
niet alleen in de samenwerking met onmogelijk te boek staande mensen maar ook doordat de staf bestaat
uit afgevaardigden van de verschillende in Amsterdam opererende instellingen. Ik kom nog steeds oud
deelnemers tegen die mij vertrouwen geven met alle voordelen van dien. Ook hoor je daarbij hun
positieve ervaringen terug en zie je de positieve invloed die dat heeft op anderen uit de doelgroep.
Ieder jaar nemen er ook cliënten deel aan de reis die tijdelijk bij Mentrum in behandeling zijn.
Met de pastores van het DPA bestaat een warme relatie, ze doen wat er maar mogelijk is, zijn pro actief en
hebben geen 9 to 5 mentaliteit.
Niet in de laatste plaats meen ik te weten dat ze goed contact weten te onderhouden met de geschetste
doelgroep.
Door politieke uitspraken (b.v. er zijn geen daklozen meer, iedereen is in zorg) kan een vertekend beeld
ontstaan van de werkelijkheid van de werkvloer.
Het kan dan heel verhelderend werken eens mee te lopen op de werkvloer van het Drugspastoraat.
Ik spreek de hoop uit dat het DPA haar diensten nog lang kan en mag uitvoeren.
30
Interview met Gert Thesing, Streetcornerwork Harddrugsteam Zuidoost, over
DPA en de Lourdesreis
Ik ben 9 keer mee geweest naar Lourdes. Er is een sterke band gegroeid tussen het Drugspastoraat en het
Streetcornerwork. Het is alleen maar positief, die Lourdesreis. Ik heb zulke leuke dingen meegemaakt, en
de spin off is ook geweldig. Tot nu toe zijn 54 zware harddrugsgebruikers uit de Bijlmer die ik ken mee
geweest. Daardoor wordt mijn band met hen steviger en intenser. Ik heb er alleen maar plezier van en zij
ook; mensen vallen erop terug en hebben het er nog steeds over.
Ze zijn vaak 10 of 15 jaar de stad of zelfs de Bijlmer niet uit geweest. Dan is zo'n Lourdesreis iets
waanzinnigs, ik vind het zo leuk dat ik die ervaring heb mogen delen.
Wij zijn officiële hulpverleners en moeten ons houden aan allerlei protocollen. Het wordt steeds erger, we
moeten steeds meer aan verslaglegging doen en moeten meer doen met minder mensen.
Zij staan veel dichter bij de mensen zelf. 1 week zijn we lid van hun team, en dan kunnen we warmer en
gevoeliger met de mensen omgaan, in de geest van Nelly. We volgen dan 1 week Nelly's methodiek. Hoe
meer je erin stopt, hoe meer je terug krijgt. Het Lourdes team bestaat uit mensen met allemaal een eigen
taak, maar die ook integraal inzetbaar zijn.
Tijdens deze reis leren wij de druggebruikers beter kennen, en zij leren ons ook beter kennen. Zo kom ik
dichter bij de mensen te staan. Het gaat om een oudere groep drugverslaafden, ze hebben het nodige
onder de leden. Ze leven niet allemaal meer, de deelnemers aan de reis die ik ken. Er overlijdt er
regelmatig één. Het is ook juist de bedoeling dat deze zieke mensen dit nog eens mee mogen.
Vroeger waren de deelnemers oud en seropositief. Nu gaan ook prostituees mee, ook zieke mensen die er
niet uitkomen.
De mensen die via ons meekomen zijn allemaal 100% verslaafd. Het zijn mensen uit de Bijlmer:
Surinaamse, Antilliaanse mensen, die hebben allemaal een gelovige opvoeding gehad. Bij hen spreekt
Lourdes enorm aan. Ze hebben hun geloof vaak losgelaten door hun gebruik, maar er zit nog wel iets en
dat komt allemaal naar boven in Lourdes. Het is niet zwaar religieus, maar het is wel een soort van
bedevaart. Ze moeten er wel voor openstaan.
Ik kan ermee overweg, ik ben zelf niet gelovig en ik zie dat het goed werkt voor de mensen. Het is
geweldig, zo'n avondprocessie met een kaarsje, prachtig.
Het is ook leuk met die mensen uit de Bijlmer, die zijn extraverter, het zijn gangmakers, ze nemen de rest
op sleeptouw.
Die verslaving, daar komen ze levenslang niet meer vanaf. Sommigen stoppen maar de meesten blijven
gebruiken. We doen tijdens de reis een beroep om geen dope mee te nemen. Dat gaat wel goed. Onderling
wordt dat wel geregeld. Mensen zijn daar in een andere omgeving. Ze kunnen het wel opbrengen om niet
te gebruiken. Op de terugweg gaat het weer spelen, in Breda wordt men alweer zenuwachtig.
Door alle vreemde indrukken kunnen ze toch zonder drugs, ze gaan ook naar het mooiste punt van de
Pyreneën. Met die eeuwige sneeuw paardrijden, door de bergen, onvergetelijke indrukken….Het is dan
mogelijk om even niet meer te gebruiken.
Het Drugspastoraat doet ook de begeleiding als iemand overlijdt, ze nemen dan contact op met
nabestaanden familie etc. Dan werken we ook samen.
31
Antwoorden op de vragen die centraal stonden in het onderzoek
Over de laatste twee onderdelen van het aanbod van het Drugspastoraat: de
Kruiswegviering en stervensbegeleiding/zorg voor overledenen en nabestaanden bij
uitvaarten, heb ik geen informatie uit de eerste hand verzameld, en ik kan er dan ook
geen oordeel over vellen of mensen over aan het woord laten.
Wel kunnen, na deze uitgebreide rondgang langs de diverse activiteiten van het
Drugspastoraat en de manier waarop die door de betrokkenen beleef worden, de initiële
vragen van het onderzoek nu worden beantwoord:
•
•
•
•
•
Wat houdt de ‘pastoraat’ benadering precies in, in hoeverre onderscheidt die zich
van de ‘gewone’ maatschappelijke dienstverlening?
Wat is voor de doelgroep de specifieke meerwaarde van de aanpak van het
Drugspastoraat? Wat biedt het Drugspastoraat hen dat ze elders niet krijgen, en
waarom, wat is er zo specifiek aan het aanbod van het Drugspastoraat?
Ontlenen de cliënten zingeving aan de deelname aan de activiteiten van het
Drugspastoraat? Slaagt het Drugspastoraat erin, daadwerkelijk een proces van
zingeving in het leven van hun doelgroep tot stand te brengen?
Is er doorstroming, staat het Drugspastoraat open voor nieuwe groepen?
Welke groepen worden niet bereikt en hoe komt dat?
De pastoraatsbenadering wordt door de betrokkenen hogelijk gewaardeerd en
onderscheidt zich voor hen heel duidelijk van de reguliere hulpverlening.
Sleutelwoorden zijn hierbij de menselijke, persoonlijke betrokkenheid, geïnspireerd
door de idealen van het christendom. Nelly zegt hier zelf over:
'Eén van de belangrijkste theologische gedachten achter het Drugspastoraat is dat ieder
mens, zoals dat in het Bijbelboek Genesis staat, geschapen is als ‘beeld van God’. Uit deze
Bijbelse mensvisie vloeit voort dat dat de mens en zijn leven een heiligheid bezit, iets
wat totaal in strijd is met hoe de maatschappij in Nederland en de samenleving in
Amsterdam met druggebruikers omging en – gaat.
Gebruikers willen ervaren dat ze gezien en gehoord worden, dat er moeite voor hen
wordt gedaan en dat er begrip is voor de redenen waardoor zij tot het gebruik van drugs
zijn gekomen. Soms vertonen ze asociaal gedrag, want voor de verslaving moet alles
wijken. Dat kun je alleen accepteren als je weet wat er ónder die verslaving zit. Wij
willen vooral ‘iemand’ zijn, die luistert, die oog heeft voor wat er in de ander omgaat,
iemand die aanvaardt hoe zij er op dat moment voor staan. Iemand die de ander in zijn
waarde laat, en ook zijn zwijgzaamheid respecteert. Iemand die vertrouwen wekt en
trouw is, ook als de ander het soms laat afweten. Iemand die stevig in het leven staat en
niet omvalt van heftige verhalen.'
(Bron: Handelingen, pagina 15)
32
Dit zijn de pastores ook voor de gebruikers, door hun betrokkenheid, en hun langdurige
trouw, ook als mensen zelf barrières opwerpen:
Nelly: 'We houden het uit met mensen. Ook als ik iets niet kan oplossen blijf ik toch
betrokken. Betrouwbaarheid en incasseringsvermogen zijn cruciaal, als het niet goed
gaat gaan ze dingen doen om de relatie te verstoren, vanuit projectie, maar verzoening is
altijd mogelijk.'
Over de reguliere hulpverlening zeggen de mensen die ik heb gesproken dat ze daar niet
echt gehoord worden, dat er geen tijd voor hun verhalen en voor echte menselijke
aandacht is. Het religieuze ideaal van waaruit Nelly en Mark en hun vrijwilligers werken,
slaat enorm aan en wordt gevoeld door de doelgroep. Hierbij is van cruciaal belang dat
ze wel uitnodigend, maar niet belerend zijn, en dat ze het evangelie, zoals ze zelf zeggen,
'present stellen door wie ze zijn en hoe ze werken, en niet in wat ze zeggen'. En dat is
echt zo, dat heb ik echt zien gebeuren, en daarom slaat hun aanpak ook zo goed aan bij
deze doelgroep, die door elke hypocrisie heen kan kijken.
Het is dus duidelijk wat de specifieke meerwaarde van het Drugspastoraat is. Dat wordt
door alle betrokkenen bevestigd. De aandacht voor de mens achter de verslaafde, de
afwezigheid van negatieve oordelen, de manier waarop religieuze en existentiële
thema's aan de orde worden gesteld, direct afgestemd op de leefwereld van de
betrokkenen, slaan aan bij de doelgroep. En ook het vormen van een zingevende
community met mensen die verder geïsoleerd en eenzaam leven, en die daar heel graag
bij willen horen. Daarmee biedt het Drugspastoraat mensen inderdaad iets dat ze elders
niet krijgen; dat 'iets' wordt zelfs zo duidelijk gezien door een instelling als HVO Querido
dat men daar inziet een bepaalde expertise te missen en die bij het Drugspastoraat
inkoopt. Die expertise betreft het succesvol op gang brengen van een proces van
zingeving in de gebroken levens van hun bewoners.
Er is wel doorstroming bij het Drugspastoraat, maar alleen vanuit de 3 doelgroepen die
ik hierboven heb genoemd: langdurige harddruggebruikers, mensen met psychiatrische
problematiek, dak- en thuislozen en anderen in de marge van de samenleving. Dat is de
niche die het Drugspastoraat succesvol bedient, waar hun aanbod op is afgestemd. De
verschoppelingen van de maatschappij, daar richten ze zich op. Die voelen zich bij hen
thuis.
Het Drugspastoraat staat dus wel open voor nieuwe groepen, maar die moeten wel in
de hierboven genoemde niche vallen. Binnen die niche leven overigens voldoende
mensen in Amsterdam voor wie verder niets is. Veel mensen weten hun weg naar het
Drugspastoraat wel te vinden. Dat zal zeker het geval zijn wanneer er nieuw aanbod
voor groepen zal worden gecreëerd.
33
Bijlage 1.: korte geschiedenis van het Drugspastoraat Amsterdam,
gebaseerd op diverse schriftelijke bronnen
Voordat ik met het daadwerkelijke onderzoek begon, heb ik een aantal schriftelijke
bronnen bestudeerd. Uit deze bronnen volgt hieronder een korte schets van het
Drugspastoraat, door de betrokkenen zelf gegeven. In mijn onderzoek heb ik
geverifieerd of datgene wat ik aan het begin over het Drugspastoraat las, inderdaad
klopt met de dagelijkse praktijk.
Geschiedenis
Eind 1989 werd er voor het eerst een pastor gezocht die zich over de Amsterdamse
populatie harddrugsgebruikers zou gaan ontfermen. De reden hiervoor was dat er een
fikse aidsepidemie onder de gebruikers was losgebarsten. Een groep vrijwilligers was
gestart met zondagsvieringen met gebruikers en men zocht een professionele kracht om
dit verder uit te bouwen. Ricus Dullaert werd deze eerste drugspastor en ging per 1
januari 1990 van start.
Besloten werd om wekelijks een viering te houden. Om de vieringen te wortelen in de
drugsscene werden gebruikers aangesteld als vieringmedewerkers. Gaandeweg
ontstond er een vaste vorm voor de bijeenkomst en kwamen er huisregels. De pijlers
van de wekelijkse bijeenkomst waren destijds al, en zijn nu nog steeds: gastvrijheid,
verkondiging en viering. De mensen die de bijeenkomsten leidden, waren (en zijn nog
steeds) gepokt en gemazeld in de christelijke godsdienst. De bezoekers van de vieringen
zijn vaak niet kerkelijk, maar ze zijn wel religieus.
Naast de vieringen werd ook het individuele pastoraat opgebouwd. Er kwam een
spreekuur en de pastor werd gevraagd om op bezoek te komen in gevangenissen,
afkickklinieken, ziekenhuizen of verpleeghuizen. Veel gebruikers hebben of geen familie,
of familie die in het buitenland woont of een heel slecht contact met hun familie.
Bovendien is het vaak zo dat de meeste contacten die ze hebben, draaien om drugs. Als
je een tijd niet mag gebruiken, vallen die contacten weg. Dat maakt dat ze vaak eenzaam
zijn als ze in een ziekenhuis, gevangenis, afkickkliniek of verpleeghuis werden
opgenomen. Of, zoals tegenwoordig veel voorkomt, in de maatschappelijke opvang of
zelfstandig wonen.
In 1992 werd voor het eerst een bedevaart naar Lourdes georganiseerd voor hivpositieve druggebruikers. Het doel van de reis was om steun bij het geloof en elkaar te
vinden. Hoewel de pelgrims alle mogelijke religieuze achtergronden hadden (van
geseculariseerd joods tot Antilliaans katholiek, van Nederlands hervormd tot niks)
maakten de programmaonderdelen diepe indruk op hen. Het werd een jaarlijkse reis,
waar later ook gebruikers mee mochten die niet hiv-positief waren. Er ontstonden
34
vriendschappen een veel gebruikers ervaren deze reis als de mooiste week van hun
leven.
Ricus Dullaert: 'Het ongelofelijke gebeurde en er ontstond een geloofsgemeenschap van
drugsgebruikers waar enorm veel warmte vanuit ging. Naast alle misère waren er de
humor en de overlevingsdrang van de drugsgebruikers die alles in het juiste perspectief
plaatsten.
Uitbreiding
Aanvankelijk droeg Ricus Dullaert het drugspastoraat alleen, maar al gauw groeide het
aantal huisbezoeken dermate, dat hij het niet alleen meer kon doen. In 1994 werd een
groep vrijwillige medewerkers voor het pastoraat in het leven geroepen. Hen werden
cursussen aangeboden over pastoraat, drugs, aids, grenzen stellen e.d. Eén van de
vrijwilligers was Greta Huis, en toen Ricus Dullaert er in 1996 een paar maanden
tussenuit ging heeft zij hem vervangen. Aansluitend is zij aangesteld als tweede pastor
voor het drugspastoraat.
Op 30 juli 1998 werd de stichting Drugspastoraat Amsterdam (DPA) officieel gesticht.
Na het vertrek van Ricus Dullaert en Greta Huis in 2000, bleek het moeilijk te zijn om
goede opvolging te vinden. Gerson Gilhuis bleek de betrouwbare en stabiele kracht die
voor de nodige continuïteit kon zorgen. Met zijn aanblijven en de komst van Nelly
Versteeg belande het DPA weer in rustig vaarwater. In 2011 heeft het DPA afscheid
genomen van pastor Gerson Gilhuis en werd pastor Godian Ejiogu verwelkomd. In 2013
heeft pastor Godian Ejiogu het stokje doorgegeven aan pastor Mark Lieshout.
Rol voor Drugspastoraat in huidige samenleving, aldus pastor Nelly Versteeg
Nelly Versteeg over haar visie op de doelgroep en de huidige rol van het Drugspastoraat:
'De eigen plaats die het DPA inneemt in de zorg voor verslaafden, dak- en thuislozen
heeft vooral te maken met de aandacht voor de religieuze, levensbeschouwelijke en
emotionele kant van hulpvragen. Daarin verschilt het waarschijnlijk niet zo erg van
pastoraat op andere plekken, maar toch kleurt de specifieke context de pastorale
ontmoetingen: het gegeven dat veel mensen nog (bijna) dagelijks drugs/alcohol
gebruiken, er vaak sprake is van bijkomende psychopathologie en veel gebruikers vaak
op straat zijn. Bij DPA is aandacht voor hun ervaringen en emoties, ruimte om op
verhaal te komen, ergens bij te horen, voor genade, hoop en geloof.'
(Bron: Handelingen, pagina 14/15)
'De relatie van verslaafden met kerken is vaak problematisch. Veel verslaafden keren
God de rug toe, met name vanwege de slechte ervaringen met de vertegenwoordigers.
Het komt vaak voor dat predikanten en pastores deze mensen de kerk uit jagen omdat
35
zij de theologische benadering prefereren boven de pastorale realiteit. Daarnaast speelt
ook mee dat mensen die op straat leven in het verleden veel te maken hebben gehad met
mensen en instanties die hen probeerden te veranderen. Men is ‘het allemaal’ zat en
probeert opgelegde zorg te ontlopen. In dit spanningsveld kan
straatpastoraat/drugspastoraat een vangnet zijn.
(Bron: Handelingen, pagina 33)
'Veel gebruikers hebben het contact met hun familie verloren. Hun enige contacten zijn
die met lotgenoten en eventueel met hulpverleners. Door de aandacht, activiteiten zoals
de vieringen en een nieuwsbrief voor en door mensen van de straat en druggebruikers,
proberen we te bouwen aan een gemeenschap aan de rand van de samenleving. Ieder
die zich bij ons thuis voelt hoort erbij.'
(Bron: Handelingen, pagina 16)
Drugspastoraat anno 2014
'Sinds het ontstaan van het DPA hebben er veel veranderingen plaatsgevonden in de
wereld van de druggebruikers. Op politiek niveau heeft het gemeentelijk beleid ten
aanzien van de hulpverlening aan gebruikers grote verschuivingen binnen de scene
veroorzaakt. Zo heeft het project van de GGD waarbij gratis heroïne verstrekt wordt, de
levensomstandigheden van veel langdurig verslaafden aanmerkelijk verbeterd. Er was
ineens meer in het leven dan de noodzaak om aan dope te komen, waardoor tijd en
ruimte ontstond voor andere vragen en bezigheden. Daarnaast is de hulpverlening aan
druggebruikers geleidelijk aan sterk verbeterd. Er is meer samenwerking dan vroeger,
waardoor minder gebruikers permanent op straat leven. Tenslotte blijkt de speciale
aandacht voor de druggebruiker met een zogenoemde dubbele diagnose een zegen voor
veel gebruikers, omdat deze vorm van hulpverlening onderkent dat een verslaving vaak
samen opgaat met een psychiatrische stoornis. Natuurlijk is het nog altijd zo dat
gebruikers voor grote problemen kunnen zorgen, zowel voor hun omgeving als voor
zichzelf. Toch zorgt de verbeterde hulpverlening van vandaag over het algemeen voor
meer stabiliteit.'
(Nelly Versteeg in Dullaert, p 202)
'De drugsproblematiek is dus al met al minder schrijnend dan in de beginjaren van het
DPA. De klank en kleur van het DPA-werk zijn daardoor sterk veranderd, omdat er meer
rust is, zowel op straat als in de levens van de betrokkenen. Naast de gebruikers hebben
nu ook andere Amsterdammers die aan de rand van de samenleving leven of er dreigen
te belanden de weg gevonden naar het DPA (dak- en thuislozen, prostituees, illegalen,
gebruiker of niet).
Nieuwe tijden brengen nieuwe zorgen met zich mee. Gebruikers worden dankzij de
moderne hulpverlening ouder dan vroeger het geval was. Zeker nu in het leven van veel
gebruikers aan de basisbehoeften wordt voldaan, komt met het verstrijken van de tijd
36
de zinvraag des te sterker aan de orde. Deze vragen raken een diepe laag van het
bestaan. Mensen willen niet alleen een goed gesprek, maar ze verlangen ernaar om met
al hun vragen ergens bij te horen. En dan niet bij een groep probleemgevallen, maar bij
een gemeenschap die het onderlinge contact op zoek gaat naar tekenen van hoop en
licht. Het DPA is dan ook begonnen met groepsgesprekken waar levensvragen aan de
orde kunnen komen in een gelovige context.'
(Nelly Versteeg in Dullaert)
Opmerking van de onderzoeker bij dit citaat: inmiddels is door de economische crisis en
de overheidsbezuinigingen op zorg en welzijn de situatie van (een deel van) de
doelgroep van het Drugspastoraat weer aan het verslechteren. Veel mensen aan de
onderkant van de samenleving ontbreekt het meer en meer aan basisvoorzieningen. Dat
is ook bv bij het wekelijkse spreekuur van het Drugspastoraat bij Makom goed te
merken.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bijlage 2.: uitgebreide beschrijving van de eerste en de laatste door
mij bijgewoonde kerkdienst
De eerste kerkdienst
De eerste kerkdienst van het Drugspastoraat woonde ik in het voorjaar bij, samen met
één van de opdrachtgevers van het onderzoek, Frieda de Pater, directeur van het
RCOAK, en één van haar dochters. Meteen al die eerste dienst werden al mijn impliciete
vooroordelen flink op de proef gesteld over zowel gebruikers als over wat het
christendom voor hen zou kunnen betekenen.
Om bij de locatie van de Crypte te komen, waar de kerkdienst op zondagmiddag
gehouden wordt, moet een bezoeker de heftige sfeer van de Wallen trotseren. Wie zich
eenmaal tussen de massa’s toeristen, groepen blowende of dronken jongeren en
hoerenlopers door geworsteld heeft, en langs coffeeshops, bordelen, cafés met blèrende
muziek, souvenirwinkels en seksshops is gelopen, voelt zich in de Crypte meteen veilig
aangekomen in een oase van rust en geborgenheid.
Je voelt dat dit voor de aanwezigen een heilige plek is, en de reguliere bezoekers worden
met zorg en aandacht ontvangen. Het gaat om hén; wij mogen een keertje meekijken. Ik
merk dat Frieda, haar dochter en ik uitzonderlijke bezoekers zijn. Onze blakende
gezondheid en verzorgde kleding valt hier echt op. Maar we worden meteen in de groep
geaccepteerd. We voelen ons al snel op ons gemak, ondanks de ongebruikelijke
entourage. Iedereen is welkom hier.
37
Ik was hier met al mijn vooroordelen over gebruikers naartoe gekomen, en had al mijn
waardevolle bezittingen thuisgelaten. Alleen mijn huis- en fietssleutels durfde ik mee te
nemen. Ik voelde me een beetje angstig toen ik hier naartoe fietste, verwachtte
plotselinge uitbarstingen van agressie van de aanwezigen, ik vreesde eventueel bestolen
te worden. Onwennig liep ik naar binnen, en ik had het gevoel dat mensen intuïtief
reageerden op mijn onwennigheid, waardoor het alleen maar erger werd. Ik was blij
toen ik Frieda en haar dochter binnen zag komen.
Toen we eenmaal in de kring zaten, in die vredige, veilig aanvoelende sfeer, schaamde ik
me heel erg voor mijn vooroordelen.
Net als de anderen krijgen we een gekopieerd en beduimeld boekje met liederen erin,
speciaal voor deze kerkdiensten samengesteld. We zitten in een kring, er zijn een stuk of
15 mensen aanwezig. Naar sommigen durf ik nauwelijks te kijken, zo heeft het leven hen
toegetakeld. We beginnen met het zingen van een welkomstlied over vrede. Het wordt
op gitaar begeleid door een Surinaamse, vrolijke man in rasta-outfit. Iedereen zingt het
lied vol overgave mee, meer of minder zuiver, dat maakt niet uit. Ik ervaar het als een
heel ontroerend moment. Vanwege die volledige overgave van de aanwezigen, de
simpele melodie, de treffende tekst. Frieda en haar dochter zingen wel mee, ik kan het
niet, ik voel me een beetje gegeneerd.
In het midden van de tafel staat een lange kaarsenstandaard vol waxinelichtjes. De
aanwezigen steken één voor één een kaars aan en noemen daarbij de naam van degene
voor wie ze dat doen, iemand die het moeilijk heeft.
Er wordt een Bijbelverhaal verteld en van duiding voorzien door de pastor, waar
iedereen stil naar luistert. Vervolgens wordt de desbetreffende passage uit de Bijbel
uitgedeeld en voorgelezen. Er wordt uitgebreid en gepassioneerd gediscussieerd rond
vragen die het Bijbelverhaal oproept door een aantal van de aanwezigen. Soms is het
voor een buitenstaander niet helemaal te volgen. Een enkeling is in slaap gevallen. Een
ander loopt in en uit, om te roken. Sommige mensen komen halverwege binnenvallen en
doen meteen volop in de discussie mee.
Frieda en ik praten later na over de dienst. Beiden zijn we ontroerd over wat we ervaren
hebben. We hebben mensen van heel nabij meegemaakt die tot op de diepste bodem van
het mens-zijn zijn aanbeland. Daar, in alle ellende, lijkt het basale, niet hiërarchisch
georganiseerde christendom zoals dat door pastor en vrijwilligers wordt uitgedragen
van een diepe waarde te kunnen zijn.
We hebben deze eerste keer al gezien dat de mensen hier niet alleen maar - of in eerste
instantie - gekomen zijn om even ergens rustig te zitten, iets te kunnen eten of een
luisterend oor te kunnen ervaren. Het was duidelijk dat het de aanwezigen bij de viering
vooral om de religieuze ervaring ging, en om daar met elkaar over van gedachten te
wisselen.
Na die eerste keer had ik nog steeds geen flauw idee hoe ik de aanwezigen zou kunnen
benaderen. Ik zat nog vol angsten en oordelen, en was geshockeerd over hoe sommige
38
aanwezigen eraan toe waren, zowel lichamelijk als geestelijk. Het was op één of andere
manier confronterend voor me en ik voelde dat het veel moed, veel 'ergens over heen
zetten' en veel openheid van mij zou vergen om te volharden en in hun - mij
wezensvreemde -wereld een opening te vinden.
Ik kende gebruikers alleen maar ‘van de buitenkant bezien’. Ik had geen idee of en hoe ik
met hen contact zou kunnen maken.
Ik ging net zolang naar de kerkdienst tot het als iets gewoons begon te voelen, tot ikzelf
daar een gewone aanwezige was geworden, en tot ik mezelf vertrouwd begon te voelen
met de bezoekers. De laatste kerkdienst woonde ik afgelopen zondag bij.
Ik geef hieronder een gedetailleerde beschrijving van hoe deze viering verliep, om een
indruk te geven van verloop en discussies tijdens de dienst.
De laatste kerkdienst
7 december 2014. Ik zit in de Crypte, de laatste keer voor ik het onderzoek afrond, net
voordat de kerkdienst begint, een beetje weemoedig met pastor Mark te praten. Ik heb
de afgelopen maanden zo vaak mogelijk deze kerkdiensten op zondagmiddag
bijgewoond. Ik wil niet zeggen dat ik één van hen ben geworden, maar ik heb het
vertrouwen gewonnen. Mijn eigen gêne en angsten heb ik volledig overwonnen. Ik ben
erin geslaagd op een diep niveau contact te leggen met veel mensen hier.
De vaste vrijwilligers begroeten me heel hartelijk. De bezoekers – elke week ken ik er
een aantal wel en een aantal niet – knikken me vriendelijk toe, komen soms uit zichzelf
een praatje maken. Met een aantal heb ik diepgaande interviews gehouden, met anderen
is dat vanwege hun psychische toestand onmogelijk. Allen heb ik geobserveerd tijdens
de kerkdiensten.
Mark en ik praten erover hoe bijzonder deze mensen, die zich aan ‘de onderkant van de
samenleving’ bevinden, zijn. Ons gesprek brengt ons beiden in een verheven stemming,
en we hebben het over de ‘ander’ en over hoe, volgens Mark, juist in de ontmoeting met
de onbekende, hulpbehoevende ‘ander’ God altijd aanwezig is. Dat zijn zijn woorden,
want ik ben niet gelovig.
‘Als je heel weinig hebt, dan sta je wel veel dichter bij wat belangrijk is in het leven.
Daarom hoor je hier ook veel meer existentiële verhalen,’ aldus Mark.
Een acuut probleem met een tent
Dan stormt een dakloze man in regenkleding, met een woeste blik in zijn ogen en roet op
zijn handen naar binnen en begint vanuit het niets woedend tegen Mark te schreeuwen.
De andere aanwezigen in de ruimte kijken hier niet van op en gaan onverstoorbaar door
met de voorbereidingen voor de kerkdienst: stoelen klaar zetten, de tafel mooi maken,
koffie en eierkoeken klaar zetten... Het is nu aan Mark om nu vanuit de vredige
stemming van ons gesprek om te schakelen en al zijn aandacht aan de problemen van
deze man te geven.
39
‘Ik kom uit het vuur daaro! Kijk, mijn handen zitten nog onder de brandblaren. Ik heb
een kapot tentje gehad. Of L. heeft het kapot neergezet. Ik wou graag het nummer van
Patrick, ik zit daar godvergeten een week in de kou daar!’ briest de man alsof Mark
daarvoor persoonlijk heeft gezorgd. Mark luistert rustig wat hij verder te vertellen heeft.
‘Hoe komt dat dan?’ ‘Moet je L. vragen. Ik ben RAZEND! Daklozen holocaust! Ik ben het
Leger des Heils uitgezet, sodemieter op. Wat is dit voor GOD! Om rustig te blijven moet
ik echt buiten staan hè. Ik moet een beetje afkoelen. ‘
‘Je bent wel welkom hoor’, zegt Mark.
‘Ja, ik beloof.... ik moet echt even rustig worden’.
‘Doe dat maar even. Er is koffie, en koek’.
‘Gruwelijk wat ze daar doen. Ze weten niet hoe de daklozen doodgaan, nou ik wel! Ik heb
nu een hele lijst in mijn hoofd. Mijn tent is in de fik gegaan. Dat hebben ze op de A5
gezien. Die jongens zijn naar beneden gekomen, die hebben me geholpen te blussen.
Daarna is de brandweer erbij gekomen, om de hele rotzooi af te blussen. Toen ging ik
naar het Leger des Heils en toen moest ik weer vertrekken, gelukkig had ik mijn fiets bij
me. Ik dacht dat ik daar kon blijven zitten tot ik de rotzooi in orde kon maken. Ik heb
daar een bivaktentje, moet je kijken wat voor weer het is! Dan moet ik daar in het
donker, zonder licht, vuur maken! Ik hoor geholpen te worden daaro! En dan komen ze.
Maandag komt het ACT team, dinsdag Mentrum, Patrick, de daklozenvakbond... Er is
geen plaats voor mij in het Leger des Heils, ze moeten even helpen om de brand op te
ruimen, ik heb al een prikker klaarliggen, het zeil kost misschien 80 euro, dat moet
vernieuwd worden voordat het gaat regenen, maar het is nu al aan het ijsregenen. Je
moet net zolang wachten tot je net geld genoeg hebt, godsamme ik heb een gerechtelijk
pardon gekregen, maar als ik schadevergoeding ga eisen, dan ben ik dood!’
Tussendoor vraagt één van de bezoekers aan Mark: ‘Hij heeft allemaal van die hele
mooie schilderijen, mogen die hier (op het altaar) neer worden gelegd?” Dat mag van
Mark, en terwijl de gedupeerde dak(tent)loze door raast en tiert, gaan een paar mensen
de impressionistische olieverfschilderijtjes van een andere bezoeker op het altaar
uitspreiden.
40
‘Ook mijn tanden heb ik nog niet terug. Weet je wat de politie zei? Dat had allang
geregeld moeten worden! Weet je wat L. zegt? Ik moet zelf 100 euro bijleggen, anders
krijg ik ze niet! En ik heb geen eten, ik zit zonder eten daaro! Ik moet eten hebben, elke
dag! Eén keer in de week komen ze een bakje eten brengen! Godsamme zeg, is dat de
daklozenhulp hiero? Is dat die hele gesubsidieerde bende? Ik moet ook even met mijn
raadsvrouw praten want die weet dit allemaal nog niet.’
De man loopt naar buiten om te roken, onderweg tegen deze of gene nog flarden van het
verhaal vertellend. Tijdens de kerkdienst, die over enkele minuten zal beginnen, zal de
man nog af en toe in en uit lopen en steeds iets over zijn verbrande tent in de groep
gooien.
Geen pasklare oplossingen
Eerder tijdens het gesprek dat ik met pastor Mark had vertelde hij, dat hij gewend was
vanuit zijn vorige positie als aalmoezenier bij het leger altijd heel oplossingsgericht te
werken. Voor de mensen met wie hij zich nu bezighoudt zijn vaak geen pasklare
oplossingen voorhanden, en dat kan voor een pastor heel frustrerend zijn. Toch blijkt
dat het bieden van oplossingen ook niet is wat de meeste gebruikers van het
Drugspastoraat verwachten. Eén van de belangrijkste dingen is: een luisterend oor. Dat
41
leek ook waarvoor de boze dakloze hier gekomen was. Tijdens de loop van de
kerkdienst is hij zichtbaar gekalmeerd, en aan het einde is een normaal gesprek met
hem mogelijk.
De aanwezigen bij de kerkdienst
De kerkdienst begint en iedereen gaat rond de lange tafel zitten. Ik kijk de kring rond.
Ongeveer de helft van de mensen ken ik. De anderen heb ik nooit eerder gezien: dat zijn
vandaag o.a. een buitenlandse man die eruit ziet als een ex-gebruiker, met scherpe
trekken, die me na de dienst zal omhelzen, een wat gezette vrouw van middelbare
leeftijd, een Surinaamse man die samen met haar binnenkwam, een vriend van een
magere, Oost-Europese vrouw die ik hier vaker zag, en een Arabisch uitziende man met
een rond gezicht.
De anderen heb ik eerder gezien of gesproken: de getalenteerde schilder, de nerveuze,
magere jongen met opvallende bril wiens moeder onlangs is overleden, de gemoedelijke,
diepgelovige voormalige vrijmetselaar, die elke dag tussen de 10 en 20 kilometer
wandelt en drie kerkdiensten per zondag bezoekt, de voormalige AA-er die weer aan de
alcohol is geraakt, de broodmagere ex-gebruiker die koeken en chocola uitdeelt, de
vrolijke gitarist in rastakledij, de oudere man met grijs haar en weinig tanden. En nog
een aantal mensen die ik vaag van gezicht ken. In het voorportaal dat naar deze ruimte
toe leidt zitten nog wat anderen, die niet meedoen met de kerkdienst, te roken en te
wachten tot het einde: dan zijn er broodjes met koffie, en daar komen zij voor.
Participatie tijdens de kerkdienst
Deze keer vertelt de pastor over Johannes de Doper in de woestijn. De woestijn gebruikt
de pastor als metafoor voor het ruige en moeilijke leven van de aanwezigen. Die
begrijpen dat heel goed. Na het praten over het verhaal wordt de letterlijke passage uit
de Bijbel, gekopieerd op een A4tje, rondgedeeld. Eén van de aanwezigen leest het voor,
en daarna volgt het belangrijkste onderdeel van de dienst: het gezamenlijk over de
passage praten en vertellen wat het onderwerp van vandaag voor raakvlakken heeft met
het dagelijks leven.
De vragen die de pastor stelt vandaag, vinden de aanwezigen wat moeilijk te
beantwoorden:
‘Hoe zou ik, in mijn bestaan, een weg kunnen maken waar hij, de Messias, op binnen zou
kunnen komen, bij mij in mijn leven een plek zou kunnen krijgen? Of misschien hebben
we weleens ervaren dat als je je omkeert naar Hem toe, als je je leven een andere draai
geeft, dat je leven er dan ook anders uitziet? Als je toch probeert God op één of andere
manier een rol te laten spelen in je leven, hoe dat dan is of hoe je dat zou kunnen
bewerkstelligen? En hoe je in je eigen woestijn toch iets met God van doen zou kunnen
hebben waardoor je weer perspectief krijgt.’
Er wordt diep en serieus over deze vragen nagedacht.
42
‘Het is een vraag waarvan ik denk, dat is voor iedereen verschillend’, antwoordt de
gezette mevrouw van middelbare leeftijd (Mevrouw A). ‘En er is niemand die er een
zinnig antwoord op kan geven voor mijn gevoel. ‘
‘Je moet geïnspireerd zijn door de Heilige Geest’, spreekt de Surinaamse man (Mijnheer
B) die naast haar zit. ‘Ik had bepaalde dromen. Met Jezus Christus. Mag ik eigenlijk
dromen hier vertellen?’. Dat mag.
Dromen geïnspireerd door de Heilige Geest
Mijnheer B gaat verder:
‘Bepaalde dromen zijn geïnspireerd door de Heilige Geest. Drie jaar geleden, op een
zondag, in 2011, droomde ik, ik stond buiten, en ik zag in de lucht een groot kruis met Jezus
Christus. Ik stapte in een vliegtoestel, dat kruis met Jezus Christus kantelde zich om, en
steeg. Toen het in de wolken was hield die droom op. Vijf weken erna, de volgende zondag,
of vijf weken ervoor, toen woonde een oude dakloze vrouw bij mij in, ze sliep op mijn
slaapkamer en ik in mijn huiskamer, ze lag te huilen en hardop zei ze ‘Jezus.’ Kort geleden
droomde ik dat ik in een kerk knielde voor het altaar met mijn armen gespreid, in de
Rooms-Katholieke kerk, de kerkgangers gingen steeds dichter bij me staan. Vorige week
zondag droomde ik dat Koningin Máxima naast mij in de kerk zat, achter ons grote houten
kruis, de koning was er niet bij. en Máxima zat te huilen, ik zag duidelijk tranen uit haar
ogen komen, in de kerk, terwijl ik naast haar zat. Enkele jaren ervoor had ik met andere
mensen gedroomd. Die jullie niet kennen. Maar ik heb Máxima genoemd omdat zij de
koningin is van Nederland. En ze zat duidelijk te huilen. Naast mij op de kerkbank.’
‘Mag ik je vragen hoe deze dromen, je zou ze bijna visioenen kunnen noemen, jouw
dagelijks leven beïnvloeden?’ vraagt de pastor aan Mijnheer B.
‘Drie jaar geleden toen ik die droom had met Jezus Christus aan het kruis, die steeg, toen hij
in de wolken was hield die droom op, toen was ik ervan verzekerd dat Jezus Christus was
verrezen ter hemel. Ik zag Jezus duidelijk aan het kruis, en voor mij is het zeker dat Jezus
Christus was verrezen. Maar hij was aan het kruis. Hij was niet van het kruis weggehaald. ‘
‘Dus jij zag in je droom dat Jezus op eigen kracht naar de hemel was gegaan, en wat
betekent dat voor jouw eigen leven?’ vraagt de pastor. ‘Heeft dat gevolgen voor jouw
eigen leven?’
‘Ik ben jarenlang verslaafd geweest, toen geloofde ik oppervlakkig, maar door die droom
ben ik er zeker van, dus ik geloof zeker in Jezus Christus. Want niet alleen Jezus verrijst ter
hemel, ook mensen zoals jij en ik ondergaan onze persoonlijke verrijzenis.’
‘Maar leef je nou ook anders dan daarvoor?’ vraagt Mevrouw A?
43
‘Ja, ik leef anders. Want drie jaar geleden had ik die droom.’
‘Je voelt je beter?’
‘Tuurlijk!’
Sinds Sartre en Camus is alles anders
De pastor grijpt in het gesprek in en stelt aan Mevrouw A een vraag over haar uitspraak
‘Daar ben je een heel leven mee bezig’. ‘Zit daar voor jou een groei, een ontwikkeling in?’
‘Nee hoor, daar zit geen groei in’, antwoordt Mevrouw A. ‘De ene keer denk ik, nou ja, ze
kunnen niet allemaal stapelgek zijn, die erin geloven, en de andere keer denk ik: het is
wishful thinking, mensen hebben iets nodig om zich aan vast te houden, daar is niets mis
mee, maar nee, voor mij gaat die vlieger niet op. Ik ben daar heel erg gemeen in af en toe.
En dan denk ik, ja, je gaat wel gebruik maken van bepaalde structuren, bepaalde
faciliteiten, je zit graag in die omgeving, je wil wel graag nadenken over spirituele zaken,
maar ja... God, Allah, Jahweh.... het hele universum, alles wat erbij hoort en zo... ik weet
niet, ik.... Ik weet niet of ik er echt open voor sta. Zelfs dat weet ik niet. Ik weet het
gewoon echt niet. Ik ben katholiek opgevoed. Ik had een rotsvast vertrouwen tot
ongeveer mijn vijftiende jaar. En toen is het echt afgelopen. Maar dan ook écht
afgelopen. Toen dacht ik: ‘Hebben die mij even wat wijsgemaakt!’ Dat was heel pijnlijk
en heel vreselijk. Als je dat eenmaal zo ervaren hebt als ik dat ervaren heb... en een heel
katholieke familie hoor, mijn moeder had een broer die priester was en een tante van
me was zuster... Echt hartstikke katholiek. Nijmegen!
Op de middelbare school ga je anders denken. Je gaat bepaalde schrijvers lezen die er
anders over denken. Dan kom je bij Sartre, Camus en dat soort mensen uit. Dat heeft mij
wel de ogen geopend. ’
‘Of dichtgedaan?’ vraagt de pastor half-grappend.
‘Dat ligt er maar aan! Dat is dus de vraag!’ zegt Mevrouw A met nadruk.
De ex-AA-er die weer is gaan drinken [Mijnheer C] haakt op het verhaal van Mevrouw A
in.
‘Wat jij vertelt, dat verhaal heb ik wel van veel meer mensen gehoord en ook gelezen.
Dat heeft ermee te maken dat als je in een gelovig gezin bent opgegroeid, dan krijg je
eigenlijk het geloof van je ouders als kind mee, maar dat is eigenlijk geloof zoals anderen
jou dat hebben geleerd. Blijkbaar ben je daarna gaan ontdekken wat – of ben je je gaan
afvragen wat geloof voor jouzelf betekent. Dat hoort ook bij de ontwikkelingsgang van
44
mensen. Dat betekent niet dat je iets niet goed doet of zo. Helemaal niet. Maar als je
volwassen bent, dan kan je soms gewoon niet verder met het geloof hoe je dat toen je
kind was werd aangeleerd. ‘
‘Waar ik voornamelijk altijd van hield, en nog steeds, dat is ook waarom ik zo graag hier
kom, dat zijn de rituelen eromheen. Kaarsjes, zingen, dat soort dingen, dat vind ik mooi.
Ik kan niet, ik kan niet.... ik zeg regelmatig, het is hypocriet wat ik doe. Want dat is het
natuurlijk tot op zekere hoogte wel’.
‘Ik vind je juist heel eerlijk’, zegt Mijnheer C. ‘En ik vind het eigenlijk fijner om jou te
horen dan iemand die alles helemaal zeker weet en die zekerheden blijft herhalen.’
‘Ik heb echt wel veel respect voor mensen die uit volle overtuiging in welke God dan ook
geloven hoor! Het is niet zo dat ik nou zeg, ze zijn allemaal knettergek.‘ zegt Mevrouw A.
‘Maar word je geïnspireerd door de Heilige Geest?’ vraagt Mijnheer B.
Zelfs een God waar ik niet in kon geloven, kon ik op vertrouwen.
Mevrouw A: ‘Ik ben nota bene met Pinksteren geboren, ik ben een kind van de Heilige
Geest! zei mijn moeder altijd. Daarom denk je zoveel, zei ze altijd. Je denkt teveel. Het is
heel erg aanwezig en het heeft best mijn leven heel erg bepaald. En het is ook al een paar
keer met me op de loop gegaan... en ik heb slechte ervaringen met bepaalde Katholieke
mensen, laten we het zo maar noemen... Het gaat toch nooit meer over, en het is een heel
moeilijk gebied voor me. Iets waar je niet over praat.’
De pastor neemt het verhaal over de Messias weer op. ‘Wat zou er nu moeten gebeuren
willen we de Messias ook iets van onszelf laten zijn? Willen we daar ook in kunnen
geloven? Wat moet de Messias met ons doen om het geloofwaardig te maken? Welke
ommekeer zou in jezelf plaats moeten vinden om die ommekeer te maken in je leven?’
De ex-gebruiker die koeken en chocola uitdeelt kan het niet meer volgen. ‘Wat was
precies de vraag?’
‘Ja, ik was al bang dat ik wat in raadselen sprak... Johannes zegt: je moet de weg voor de
Heer vrijmaken. Je moet je richten op God. Terwijl mevrouw A zegt: ik probeer het wel,
maar ik zie het niet, ik weet het niet.... wat zou moeten gebeuren... hoe zou de Messias bij
ons binnen kunnen komen zodat we zeggen: Aha, nu weten we het. Jij zegt, het is in mijn
dromen gebeurd, geïnspireerd door de Heilige Geest... Zijn er andere dingen uit jullie
leven waarvan je zegt: toen zag ik het, of toen wist ik het? Toen dacht ik: dit moet ik
vasthouden, dit is nu belangrijk?’
45
‘Zijn er hier nou geen mensen die heilig overtuigd zijn van een God of een Almachtige of
weet ik veel, iets?’ vraagt Mevrouw A aan de anderen.
Mijnheer B antwoordt: ‘Ik ben er 100% van overtuigd’.
Mijnheer C: ‘Toen ik opgroeide ben ik veel te veel gaan drinken. Ik ben echt een zware
alcoholist, eigenlijk, en mijn leven ging er behoorlijk van naar de knoppen. Ik raakte mijn
vriendin kwijt, mijn baan, je kent het allemaal wel. Ik was ooit gelovig opgevoed, maar
met het beeld van God dat ik had meegekregen kon ik eigenlijk helemaal niets. Een
beetje die ouderwetse God van die man met een baard in de hemel die een beetje streng
kijkt van: jij bent niet goed bezig. Ik was toen bij AA, Anonieme Alcoholisten, en daar
zeggen ze: probeer je over te geven aan een hogere macht. Ze noemen het niet eens God,
maar iets dat boven jezelf uitstijgt. In die God kon ik eigenlijk niet geloven. Maar toch
besloot ik op Hem te gaan vertrouwen. Niet op mezelf, want als ik op mezelf vertrouw ga
ik gewoon meteen weer bier halen. En tot mijn grote verbazing werkte dat. Zelfs een God
waar ik niet in kon geloven, kon ik op vertrouwen. Dat klinkt misschien een beetje raar,
maar...’
Mevrouw A: ‘Ik denk dat je dan toch vertrouwt op een kracht in jezelf’.
Mijnheer C: ‘Nee. Want ik ben toen een tijdje heel gelukkig geweest. Ik zou er eigenlijk
best weer naar terug willen. Juist allemaal dingen die vanuit mij gingen, daarvan heb ik
gezegd: stop. Bijvoorbeeld om heel kritisch te zijn. Om altijd commentaar te hebben.
Ik heb toen ook een keuze gemaakt: weet je wat: het is allemaal zoals het is, en ik ga
gewoon geen mening hebben. Geen mening. Terwijl... ik had altijd een mening ergens
over. Ik heb juist mezelf daarin heel erg losgelaten. En ik kon zelf niet aanhaken bij een
God, want ja... er was wel iets, maar het beeld van God dat ik had, daar kon ik helemaal
niet mee verder. En toch kon dat blijkbaar. ‘
Pastor: ‘Dat terug stappen, dat je eigenlijk doet, zou dat de houding van Johannes
kunnen zijn: iets dat groter is dan ikzelf.... ik moet het niet van mezelf hebben, maar ik
treed terug, ik stel me open voor die kracht die van buiten komt, en ik kijk wel wat dat
met me doet....?’
Mijnheer C: ‘Dat is precies wat er gebeurde. En wat ook werkte, dus! Een tijdlang werkte
het. Alleen het is niet zo als je eenmaal dat doet, dat daarna alles goed blijft of zo. Ik heb
15 jaar niet gedronken, het kostte me geen enkele moeite, en op een gegeven moment is
het er toch weer ingeslopen. Het is niet dat dan in 1 keer alles voorbij is, of zo’.
46
‘Het kan nog veel erger’.
Na een discussie over wat dopen eigenlijk is, en over dat het niet goed is om alleen maar
met jezelf bezig te zijn, neemt een wat oudere mijnheer aan wie duidelijk te zien is dat
hij in het verleden veel harddrugs heeft gebruikt, (Mijnheer D) het woord, en zegt met
enigszins krakende stem:
'Ik denk dat God mij soms iets laat zien waardoor ik denk, het kan altijd nog erger. Er
zijn mensen die er veel erger aan toe zijn dan ik. Ik zit vaak te peinzen: hoe moet ik
hieruit komen, waarom doe ik zo dom, waarom heb ik het zo slecht.... Dan merk ik vaak
dat God op mijn pad komt, en dan zie ik meteen op 3 meter afstand een waarschuwing:
mensen die lopen op krukken of die zitten in een rolstoel, en toch leven ze voort.'
Mijnheer B haakt hierop in: 'Je kunt ook een waarschuwing van God krijgen, want in één
van mijn dromen zag ik duidelijk de hand van God mij schudden. Ik ben ook een
zondaar, ik maak ook fouten in mijn leven....'
Een wonderbaarlijke genezing
Een oudere heer met een vriendelijke uitstraling en een keurige, onberispelijke manier
van praten (Mijnheer E), vertelt hoe hij na twee jaar in een rolstoel gezeten te hebben
zich tot het geloof richtte en toen binnen een paar maanden genezen was - omdat hij
door een goede groep mensen werd 'vrijgebeden' en weer kon lopen, en sindsdien alleen
nog maar met het geloof bezig is. 'Ik ben met mijn medicijnen van 13 pillen naar 2 pillen
per dag gegaan - elke ochtend bid ik tot God: geef mij de vrijmoedigheid van geest dat ik
over uw wonder mag vertellen. Als je dat stuk van Johannes in de woestijn leest - nou, ik
heb heel lang in die woestijn gezeten, en daar ben ik nu uit, en ik kan alleen maar
zeggen: Amen!'
Vandaag is de viering bijzonder: soms gaan mensen door elkaar heen praten of
schreeuwen, of krijgen ze ruzie - dat wordt dan altijd door de pastor weer in goede
banen geleid - of valt er voor mij geen touw vast te knopen aan wat mensen te berde
brengen. Maar deze viering laten mensen elkaar met respect hun verhaal vertellen,
iedereen zit rustig te luisteren en na te denken over wat de anderen te zeggen hebben.
Veel mensen zien er geïnspireerd of geroerd uit. Alle, hele verschillende, geluiden
worden met waardering behandeld en vinden veel weerklank.
Op een gegeven moment geeft de pastor een samenvatting van het gezegde waarin hij de
diepere zin van het verhaal nog eens onder de aandacht brengt, en worden er nog een
aantal liederen gezongen. Dan zegent de pastor de aanwezigen en is het 'Vrede van
Christus' met handen schudden-moment aangebroken. Ik schud iedereen de hand,
sommigen vallen me om de hals.
Velen willen nog met me napraten. Met name Mijnheer E, die zijn prachtige
levensverhaal komt vertellen. Hoe hij op jonge leeftijd niet-aangeboren hersenletsel
47
heeft opgelopen, en tientallen jaren later de dader heeft opgezocht en hem heeft
vergeven, vanuit de christelijke overtuiging dat dat was wat hij moest doen. Hoe de
dader bang was dat hij hem in elkaar zou slaan, maar dat het hem, Mijnheer E. alleen om
de vergeving ging. En dat dat hem een bevrijdend gevoel gaf.
Mijnheer E en anderen die hier vandaag aanwezig zijn, vinden het heel prettig om met
me te praten en bij mij hun hart te luchten, hun verhalen aan mij te vertellen. De
wekelijkse dienst bij de Crypte biedt - net als de andere activiteiten van het
Drugspastoraat - een stimulerend, laagdrempelig kader voor ontmoetingen en
gesprekken met een verdiepend karakter.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------Bijlage 3: het volledige interview met J, vaste bezoeker van het inloopspreekuur
van het Drugspastoraat op donderdagmiddagen bij Makom. Jacques is dakloos en
gebruikt geen drugs
(J. komt oorspronkelijk uit Frankrijk, en ik hield het interview met hem in het Frans)
Ik ben geboren in Bretagne, en ik heb het grootste gedeelte van mijn jeugd in de natuur
doorgebracht. Daarna ben ik me meer met het sociale domein gaan bezighouden. Daar
gaat het voor mij om in het leven: de natuur, en het sociale.
Toen heeft het leven me naar Amsterdam gezonden, omdat ik in Frankrijk wel veel
geleerd heb, maar omdat ik hier veel te bieden heb. Iets speciaals. Het is niet voor niets.
Men laat veel mensen zonder enige hulp op straat; de samenleving werpt veel barrières
op. Er is veel onrecht. Niet veel aandacht, niet veel begrip van mensen. Het
Drugspastoraat heeft daar samen met andere organisaties veel verandering in gebracht.
Ik zie veel verschil tussen hoe het 15 jaar geleden was en hoe het nu is. Veel organisaties
die zich met drugsverslaafden bezighouden, richten zich nu meer op preventie en
veiligheid. Er is nu minder criminaliteit. Dat is erg goed. En zo hervinden mensen hoop.
Voorheen was het hopeloos, en erger.
15 jaar geleden verdronken mensen als het ware in de wanhoop. Ik heb dat opgemerkt,
want ik breng veel tijd op straat door, ik leef buiten. Ik zie dus wat gebeurt, met mensen
in Amsterdam. Het leven zegt me dat ik iets speciaals bij moet dragen. Liefde en licht
geven. En ik heb gezien dat men zich voorheen minder om drugsverslaafden
bekommerde.
Er was voorheen meer prostitutie, bijvoorbeeld. Ik kende mensen die een erg naar leven
leidden. Die zichzelf moesten prostitueren, die zich niet om zichzelf bekommerden.
Sinds het Drugspastoraat en andere organisaties bestaan, zijn heel veel dingen
veranderd. Mensen zoeken het leven, maar de samenleving werpt barrières op, en dat
maakt het leven moeilijk. Gelukkig zijn er ook goede mensen, mensen met een hart,
vrijwilligers, dat geeft moed.
Drugspastoraat was één van de eerste organisaties, die mensen ook hielp met
informatie. Het zijn ook mensen met ervaring. In Frankrijk zegt met dat drugs slecht zijn.
Maar waarom is het slecht? Als men dat ziet, waarom het slecht is, wordt men zich ervan
bewust. Op de lange termijn verandert hun lichaam, ze worden een soort zombies, ze
48
verliezen hun ziel. De drugs ademen als het ware de ziel van de persoon in, en beetje bij
beetje verliest men zijn 'amour propre'. Daarom 'leegt het lichaam zichzelf' ('le corps se
vide').
Door het Drugspastoraat hebben veel mensen een plek, en hoop, gevonden. Er was veel
zorg over waar vind ik eten, waar kan ik douchen, de zorgen voor het lichaam. Ze
moeten denken aan hun drugs. En ik begrijp ze, want ze voelden zich eenzaam, voordat
ze drugs gingen gebruiken. En de mensen begrepen ze niet. Sinds er mensen zijn die
naar ze luisteren, zoals bij het Drugspastoraat, en hen helpen begrijpen waarom, gaat
het beter. Als iemand naar je luistert, word je je bewust van je problemen - als niemand
zou luisteren zou het nog erger zijn.
Luisteren en hulp bieden zijn belangrijk. Iedereen heeft behoefte aan hulp in het leven.
Het maakt niet uit wie je bent, iedereen.
Preventie is beter, men kan beter mensen helpen voordat ze aan de drugs gaan. Maar als
het al te laat is, dan kun je geholpen worden om je fouten niet te herhalen.
Drugspastoraat is dus ook heel goed voor preventie. Ze ontvangen mensen, ze luisteren.
Gebruikers kunnen iets eten, er zijn mensen die naar ze luisteren, die ze begrijpen. En
die hen leren hoe ze beter kunnen leven. Iedereen heeft behoefte aan leven, aan liefde,
aan aandacht, en aan een plek waar ze zich thuis kunnen voelen. En dat was er niet, vóór
het Drugspastoraat. Ze leefden op straat, achter auto's injecteerden ze zichzelf. En sinds
het Drugspastoraat en andere organisaties bestaan, hoeven ze niet meer te stelen voor
wat ze nodig hebben. Nu hebben ze vaak een dak boven het hoofd, ze hebben toegang tot
middelen van betere kwaliteit. Gebruikers zijn ergens in hun leven verloren geraakt, en
daarom is het belangrijk dat ze contact hebben met mensen van buitenaf.
Het Drugspastoraat heeft hen weer hoop. Hier, bijvoorbeeld, kan men eten en wordt er
naar je geluisterd. En ze verwijzen door, ze geven informatie. Maar allereerst luisteren
ze naar mensen die daar behoefte aan hebben. Veel mensen zijn erg gefrustreerd
geraakt. Ze organiseren ook veel dingen. Ze geven weer adem, dat is belangrijk.
Levensadem.
Hier kunnen mensen elkaar ontmoeten, dat is super. Hiervoor was dat niet zo, hiervoor
was iedereen apart, ‘séparé’ in hun levens.
Mijn rol in deze organisatie is dat ik help op alle manieren waarop ik kan. Ik heb zelf ooit
ook wel wat drugs genomen, maar omdat ik wilde begrijpen wat dat met mensen doet.
Uit liefde. Om te begrijpen waarom mensen dat gaan doen, drugs gebruiken. Eigenlijk
doen we het allemaal, drugs gebruiken, op een bepaalde manier. Het is al lang geleden.
Ik kom hier om met mensen te praten, om naar ze te luisteren. Om te kijken of ik ze kan
informeren waar ze naartoe kunnen gaan. Ik heb veel levenservaring, ik weet wat het is
om op straat te slapen, ik kan ze helpen. Ik heb ook mensen geholpen om met drugs te
stoppen. Ze misten iemand die ze liefde kon geven.
Er zijn nu meer vrijwilligers, die vanuit hun hart werken. Dat geeft al deze mensen hier
weer adem.
Ze zouden het nog beter kunnen doen. Bijvoorbeeld door in een gemeenschap met deze
mensen te leven, zodat mensen ook ’s avonds menselijke warmte kunnen ervaren. Met
activiteiten, wat werk, zodat mensen ook geld kunnen verdienen. Ze hebben er behoefte
aan om hun leven weer opnieuw op te bouwen. Iedereen heeft behoefte aan een basis,
om weer opnieuw te beginnen. En dat iedereen gelijkwaardig zou zijn. Iedereen zou
recht moeten hebben op hetzelfde. Alles wordt gegeven door het leven. Wij hebben dit
alles niet gecreëerd, het wordt gegeven door het leven. Als we het goed zouden verdelen,
met wijsheid en respect, met liefde.... Er is veel onrecht. Maar gelukkig is er ook liefde.
En dat toont ons dat we moeten proberen om het nog beter te doen.
49
We zijn eigenlijk allemaal één, maar we hebben zelf onderscheid, ‘séparation’,
aangebracht. Maar goed, wat deze mensen betreft: we moeten ze aan het begin een zetje
in de goede richting geven, daarna kunnen ze zelf weer verder. Wat ze zoeken is
verbondenheid met het leven. En dan komt innerlijke rust en hoop. Daarom moeten er
plekken zijn waar dat in gang gezet kan worden, zoals deze plek.
We verliezen overigens allemaal onze oorspronkelijke verbondenheid met het leven,
zelfs als we geen drugs gebruiken.
Het begint met de opvoeding. Veel van deze mensen zijn in hun jeugd in de steek gelaten.
Hoe moeten ze dan weer een nieuwe basis opbouwen? Dat is moeilijk. Men zou alle
mensen een goede jeugd moeten geven, dan zou er minder criminaliteit zijn. Want
waarom komen mensen in opstand? Omdat er veel onrecht is. Veel mensen hebben geen
eten, geen opvoeding, niets. Dan raakt het hart gewond, of de ziel, of de geest.
Maar de liefde, die in het leven zit, eeuwig, gelukkig zijn er mensen die van daaruit leven,
en dat geeft weer moed. Hier bereid men bijvoorbeeld elke donderdag een maaltijd. Met
heel weinig middelen slaagt men erin, iets aan heel veel mensen te geven. Andere
mensen kopen heel veel en gooien ook heel veel weg. Als we alle middelen goed zouden
gebruiken, op het goede moment, dan is het goed. Het is ook belangrijk om goed voor de
natuur te zorgen, want anders hebben we niets te eten. En het moet goed met mensen
gaan, want anders gaan ze de natuur verwoesten, en elkaar.
Ik ken het Drugspastoraat al vanaf het begin. Je kon er iets eten, zo ken ik het, want
daarvoor waren er heel weinig plekken waar je iets kon eten. Ik leefde buiten, ik heb
geen huis. En ze delen het Licht, liefde, respect, luisteren. Als je zo in het leven staat en je
vindt iemand die naar je wil luisteren... Ik ging naar de kerkdienst. En je zag mensen die
echt honger hadden en zich op de broodjes stortten.
En nu doet het Drugspastoraat nog veel meer dan destijds. Er is meer ervaring, het is
gegroeid. Lourdes is geweldig voor deze mensen, het geeft ze enorm veel lucht. Ik ben
nooit mee geweest, het is voor hen. Ik leef in het geluk sinds lange tijd, voor mij is het
niet nodig. Maar ik weet dat het voor deze mensen een grote vakantie is. Ze leven altijd
in dezelfde omstandigheden. Ze zijn in de natuur, samen, ze worden goed verzorgd, ze
maken prachtige dingen mee, ze kunnen eens aan iets anders denken... ik vind dat echt
formidabel.
Mijn leven is altijd geweldig geweest. Ik slaap ’s avonds in de natuur. Ik slaap in het huis
van de Creatie. En in mijn leven zijn overal kleine ‘huizen’. Als ik hier met deze mensen
ben, dan is dat ook een huis voor mij. De Creatie is een groot huis, en we moeten er goed
voor zorgen. En ik zorg goed voor mijn ‘kleine huizen’ zoals het Drugspastoraat. Het
leven heeft me hierheen gestuurd, om dit een mooie plek voor mensen te maken. Dus
luister ik naar ze en ik help ze zoveel ik kan. Men voelt zich hier echt goed, met mensen
met een hart, en dat geeft adem.
Ik geloof in alle dingen. Ik heb veel respect voor Jezus. Jezus en alle religies zeggen: er is
een eeuwigheid. God is als het ware de regisseur en hij zendt ons zijn leraren, zoals
Boeddha, Jezus, Moeder Theresa, Mohammed... Maar God is alles. Liefde, harmonie,
creativiteit, muziek, diverse vormen... Deze mensen hier, hebben veel verloren en
hebben het nodig weer ergens te kunnen beginnen. En aan het einde kunnen ze weer het
grote Licht zien. De Bijbel is één enkele pagina van het echte heilige boek, en dat is de
hele creatie van God. Ik ben met God en God is met mij. Hij heeft mij alles gegeven. En
alles begint met liefde. God heeft vertrouwen in ons en hij is geduldig, erg geduldig. God
kent alle oplossingen, hij is alomtegenwoordig.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
50
Bijlage 4: Sheets Workshop 'Zingeving' gegeven in de Veste, HVO
Querido
51
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bijlage 5: Evaluatie Lourdesreis 2014
Evaluatie Lourdesreis 2014
reacties van de deelnemers bij de reunie op 18 september 2014
Ronald: stabieler geworden, kan beter lopen
52
Marjanne: wijzer, rustiger minder impulsief telt tot 10 en ademt diep in, veel meer
geduld
dit moest ze meemaken om te weten dat er nog veel meer is dan haar kleine kringetje
moest gebeuren om wakker geschud te worden, minder agressief
Pedro: interessant, tante is er geweest en had er over verteld - Lourdes was het
maximale dat RK kan bereiken; zelf heel moe, na terugkeer depressief geworden. loopt
nu bij psychiater en gaat beter; processie meer dan 40 jaar niet meer meegemaakt, was
heel speciaal dat kan je niet elke dag doen. zal hij niet vergeten, intensief programma
goed georganiseerd, alles goed verlopen, programma goed gepland
Henk: hartstikke leuk gehad, druk in mijn hoofd is sindsdien rustiger geworden, ik kijk
anders tegen dingen aan, rustiger, schulden zijn opgelost. ik zie dat ik vooruit ben
gegaan. rust gevonden met mezelf, was heel druk in mijn hoofd (kabinet)
Wilma: heel veel rust gegeven, regelmaat heel prettig, elke dag hezelfde ik zat al te
bedenken zou ik daar geen huisje kunnen bemachtigen, 2x per dag eten beviel me echt,
vroeg opstaan, jammer dat dat in Amsterdam weer wegvalt, ontbijt, gebedje zou ik best
aan kunnen wennen. veel rust in mijn hoofd. ik adviseer nu iedereen om te gaan
geen woorden voor
Edward: hele programma gedaan op 1 akt na. er zijn misschien nog wel meer dingen te
doen, ik zou er nog een keer alleen heen willen, paardrijden hoogtepunt, moest naar de
dokter ivm blessure pillen van bert hadden niet geholpen - geen paardemiddel
Gert : bij ophalen na terugkeer: dolenthousiast, heel apart om niet mee te gaan, vaak aan
de groep gedacht, wist ik wat de groep deed
Robert: Amsterdam vierde kruisje hoort vrijheid bij; 1 iemand mag mij ophalen:
Annelieke, tijd in Lourdes was fantastisch, kwam iets over ons heen
Egbert: rustiger geworden, veel over nagedacht en herbeleefd, de doping heeft indruk
gemaakt ik had iets heel anders verwacht; je komt daar en je gaat hup het water in, ik
had verwacht dat je gedoopt werd schrikken dat je in het koude water werd geduwd
meer naar buiten gekomen, meer samen met de anderen
Sjoerd: boven verwachtingen uitgekomen, kamers heel fijn, pendelbus kon je pakken
wanneer je wilde, ik wil wat meer weten van de oorsprong van de plek, kruisweg, aan
veel activiteiten meegedaan, bedankt aan iedereen die dit mogelijk gemaakt heeft, heel
lang niet weggeweest
Marco: ontdekt kentucky fried chicken heeft niets te maken met ned. kip; fantastisch
anders dan verwacht, spontaan
Franca: fantastisch, mooie ervaring, ik verwachtte heel veel maar niet zo goed
voorbereid, mooie herinneringen ook aan bad (hoewel koud) hoe voel je het kan niet in
woorden uitgedrukt
53
Livia: altijd heimwee naar Amsterdam, nu was ik zo relaxed, riep bonjour ... ik ben het
een beetje ontgroeid. week thuis gezeten tot mijn vriend zei je moet eruit want we
verhongeren
keek naar Geer en Goor in Lourdes, gevoel ik wil terug, ik hoor daar,
terug meteen een gedicht geschreven, ik heb het nog eens overgelezen maar ik doe het
niet. er spreekt een soort sentiment uit, groep heb ik gemist, ik heb wel een
vriendenkring en dan probeer je het uitleggen, maar dat is moeilijk. wij weten hoe het
was, maar ga dat aan een andere vertellen. wat er verandert kun je moeilijk uitleggen,
niet ineens springen
Harm: heel mooi en ik denk ook dat het soms niet gemakkelijk is in het leven, ook al
probeer je het gemakkelijk te nemen, mijn hart is minder gegaan nu gaat het weer beter.
ik geloof erin dat de heer je breekt en zegent en weer opbouwt, mooi in kapelletje waar
mooie dingen gezegd werden, in gewaad mooi, Marjan voor het eerst iets horen zeggen
dat ik nooit verwacht had, was eerst bang voor haar, stopte met praten - zag aan haar
dat Lourdes iets doet met mensen, zegening die we kregen vond ik mooi. velen dronken
behoorlijk, toch zaten ze er 's ochtends bij het gebed, paarden natuurlijk prachtig zo'n
uitzicht nooit eerder meegemaakt, heeft me zo goed gedaan
Indra: als ik aan Lourdes denk word ik heel rustig, voel ik me warm probeer ik lourdes
weer te voelen. ik ben eignlijk hoe ik me ga voelen als ik daar alleen naar toe zou gaan.
dat wil ik graag, kan het niet met een groepje als mensen ervoor betalen
hertje dat ik daar gezien heb, laatste dag twee kerkpakken heel bijzonder,
aanpassingsvermogen, afwisseling in programma
Jose: erg de groep gemist toen ik thuis kwam, heel veel dingen die gezegd zijn beaam ik,
ik ben aardiger geworden voor mijn omgeving, samenzijn dingen doen geweldig,
organisatie
ervaren: heel vermoeiend dingen waren leuk, alles was mogelijk of niet mogelijk, twee
keer in bad gegaan, maar helaas is het nog hetzelfde daarover teleurgesteld, maar ik ga
gewoon door
Annelieke: blij dat de kas kostte, heel leuke inspirerende groep en genoten van wat we
samena gedaan hebben, leuk om mensen te leren kennen
Meiissa: ik denk dat ik ongeduldig was maar nadat ik in bad was geweest in die rij van
100 vrouwen voor me en in de supermarkt dacht ik eitje, gaat zo voorbij, niet meteen
reageren, even chill en rustig en dan komt het wel goed - het kan nooit zo lang duren als
de reis naar lourdes. hoogtepunt: heel therapeutisch
net telefoontje dat ik sleutels van woning kan ophalen
Gregory: ik heb heel leuke fijne tijd gehad, belevenis die ik moest meemaken, daarna
wel een week ziek geweest, dus er is niets veel veranderd, als ik terugdenk krijg ik er
een fijn gevoel van. allemaal hoogtepunten. bergen - alles zie ik nog steeds voor me
Liesbeth: bert komt vrolijker terug, groep gaat gespannen op weg, iedereen heeft eigen
beleving, beginnen gelijk vertellen
54
Bert: veel gezegd, ik vind het altijd fijn als de pillen kloppen en dat klopte ook weer, ten
tweede manier van omgaan met elkaar daar is geweldig, meer ontspannen, je praat daar
meer en gemakkelijker over geloof.
Marjanne: je stelt je daar meer open. Ik wil iedereen terugzien
Geert: ik ben er niet tot rust gekomen, maar ik vond het een enorm avontuur ik kan niet
organiseren en niet met geld omgaan. te gek om met iedereen op te trekken,
teruggedacht aan de bergen en gesprekken, bedankt dat iedereen mee was.
Nelly: saamhorigheid, veel naar de reunie
meer samen doen weer terug in Amsterdam
Mark: opgevallen de saamhorigheid in de groep, belangrijkste: als je in Lourdes bent als
pastor krijg je zoveel voldoening van 'ons samen' dat is de moeite waard om te blijven
doen; thuis was ik tevreden moe, deze moeite was de moeite waard.
Literatuur
• Jaarverslag 2013 Stichting Drugspastoraat Amsterdam
• 'Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. Geloof en hoop in de Amsterdamse
drugsscene.' Nelly Versteeg, in 'Handelingen: Tijdschrift voor praktische theologie',
2010/1.
• Tien jaar drugs- en aidspastoraat in Amsterdam, 1990-2000. Memoires van
Nederlandse eerste drugspastor. Ricus Dullaert, Uitgeverij de Graaff, 2009.
• De crypte is onze kerk, Tien jaar Drugspastoraat. Gerard van den Boomen, Meinema,
2000.
• Drugs- en straatpastoraat. Presentie voor 'heel de mens', een uitgave van Kerk in Actie.
• 'Zingeving als onderbelichte dimensie in de maatschappelijke opvang' (Movisie, 2010)
en 'Zin werkt. Zingeving in de hulp aan dak- en thuislozen' (Movisie et al, 2010).
55