brochure "The Tree of Life - vroeger en nu

Commentaren

Transcriptie

brochure "The Tree of Life - vroeger en nu
Woord vooraf
The Tree of Life
In de seminarielessen (Vrije Ruimte, dat is het deel van het lesprogramma dat de
school vrij mag invullen) volgen sommige leerlingen van 5 en 6 ASO het vak Project
Open Leerruimte (P.O.L.), met als voornaamste doel:
• het aanleren van cognitieve, creatieve en sociale vaardigheden (leerruimte)
• via originele onderzoeksopdrachten, i.v.m. sociale, culturele, historische,
wetenschappelijke thema’s (project)
• waarbij gestreefd wordt naar verbanden en samenwerking met de wereld
buiten de school (open).
vroeger en nu
De gekozen thema’s voor de projecten sluiten aan bij culturele evenementen buiten
de school, zoals de Erfgoeddag, of bij initiatieven genomen door de school.
- bomen in mythologie,
biologie, ecologie en filosofie
Eén van dergelijke initiatieven is de biënnale “kunst op school”: alle leerlingen van de
Campus Tant (ASO en TSO van MSKA Roeselare) krijgen de opdracht een plastisch
werk te maken en ook aan alle personeelsleden (directieleden, leerkrachten,
ondersteunend en onderhoudspersoneel) wordt gevraagd het thema op plastische
wijze te presenteren. Het resultaat wordt tentoongesteld in de galerie Blomme
(Ooststraat 84, Roeselare) en tijdens de opendeurdag op de Campus zelf.
Het thema van het schooljaar 2013-2014 is “The Tree of Life”. In de lessen Project
Open Leerruimte bestudeerden de leerlingen dit thema in mythologie en filosofie. Ze
presenteren hun bevindingen in deze brochure.
The Tree of Life –
thema van de biënnale
“Kunst op school”
van de Campus Tant
(15 t.e.m. 23 maart /
27 april 2014)
Brochure door leerlingen van 5 en 6 ASO
Met steun van
Campus Tant (ASO/TSO van MSKA)
1
The Tree of Life - dat is een
beroemd schilderij uit 1905 van
Gustav Klimt, de bekende Oostenrijkse symbolistische schilder.
Zijn schilderij van de levensboom
toont centraal een boom met
gouden krullende takken. Hier en
daar zien we iets wat misschien
vruchten zijn, voorzien van Klimts
typische ogen, maar het zouden
ook vlinders kunnen zijn.
Onderaan staan wat bloemen,
rechts een koppel dat elkaar
innig omhelst, links een vrouw
die het koppel bekijkt. En in de
Future, Christophe Deroo
2
boom, bijna in het midden van het doek, zit een zwarte vogel met een witte staart. De vogel
roept een ander beroemd schilderij op, uit 1568, van de Vlaamse schilder Pieter Bruegel, met
de titel “De ekster op de galg”. We zien bruisende bomen, kijkende en dansende mensen en
in het midden een ekster op een galg, instrument voor de dood, met daarnaast, maar veel
kleiner, dat bijzonder marteltuig, het kruis. In de levensboom huist blijkbaar ook de dood (zie
de afbeeldingen op de achterkant van deze brochure).
The Tree of Life – dat is een eeuwenoud thema in de mythologie van bijna alle grote culturen.
Alle levensbeschouwingen, religieus of vrijzinnig, zijn verplicht zich te bezinnen over het
mysterie van het leven: leven wordt geboren, doet alles om te blijven bestaan, maar sterft
hoe dan ook – meestal nadat het heeft gezorgd voor nageslacht. Daarnaast is er het even
grote mysterie van de mens, die zich door zijn verstand voor een deel onttrekt aan het leven
van planten en dieren: de mens kan en moet nadenken over het leven en verwerft daardoor
vrijheid. Hij kan en moet beslissen over het leven van zichzelf en van anderen. Hij begrijpt
door zijn kennis meer en meer het leven en verandert het, tot in de kleinste bouwstenen toe.
Volgt de mens daarbij de goede weg? Even belangrijk als de levensboom is de boom van
kennis van goed en kwaad.
The Tree of Life – dat is een brandend actueel probleem van onze wereldwijd overheersende
westerse cultuur, die ter wille van een hoogmoedige welvaart, de natuurlijke hulpbronnen
uitput, het klimaat onvoorspelbaar verandert en het milieu vergiftigt. Sommigen
waarschuwen: als we niet dringend onze consumentistische levenswijze opgeven, zijn
binnenkort alle bossen omgehakt of afgestorven, de levensboom inbegrepen.
The Tree of Life – dat is een symbool voor het gebeuren op een school, waar jonge mensen
kennis, vaardigheden en waarden opdoen voor het latere leven én dat ook al toepassen in
hun huidige leven. Een school zindert van leven, vol vreugdes en soms ook verdriet, vol
mogelijkheden, maar ook bekommernissen. Daarom moet op de school nagedacht worden
over de levensboom en over de boom van kennis van goed en kwaad. Dat doen wij op onze
school, omdat het leven belangrijker is dan de dood, omdat wij willen zorgen voor de
toekomst.
Bijhorende website:
www.filosofischetuin.be
Deze brochure bevat bijdragen van volgende leerlingen van 5 en 6 ASO (schooljaar
2013-2014):
•
•
•
•
•
Daan Maertens
Edris Nouri
Haya Taha
Ivan Shurygin
Liliana Bucur
•
•
•
•
•
Lorena Smarandoiu
Miranda Sylejmani
Alina Syed
Arthur Esprit
Kheda Nashayeva
• Maïte Vandecasteele
• Sadaf Nouri
• Shana Vanhecke
De biënnale “Kust op school” werd gecoördineerd door Christophe Deroo (leerkracht
plastische opvoeding).
Inhoudsopgave
WOORD VOORAF ........................................................................................................................ 2
INHOUDSOPGAVE ........................................................................................................................ 4
INLEIDING .................................................................................................................................. 5
MYTHOLOGIE.................................................................................................................... 7
Egyptische cultuur ............................................................................................................. 7
Hindoeïstische cultuur ....................................................................................................... 9
Sumerische en Perzische cultuur (huidig Irak en Iran) .................................................... 11
Joodse cultuur ................................................................................................................. 13
Griekse cultuur (klassieke mythologie) 1 ........................................................................ 15
Griekse cultuur (klassieke mythologie) 2 ........................................................................ 17
Keltische cultuur .............................................................................................................. 19
Noorse en Germaanse cultuur ........................................................................................ 21
Christelijke cultuur .......................................................................................................... 23
Precolumbiaanse cultuur (Amerika)................................................................................ 25
Chinese cultuur ................................................................................................................ 27
Japanse cultuur (shintoïsme en boeddhisme) ................................................................. 29
Humanistische cultuur .................................................................................................... 30
BIOLOGIE (EVOLUTIELEER) .............................................................................................. 33
Levensboom als voorstelling evolutieleer ....................................................................... 33
ECOLOGIE (WETENSCHAP EN ACTIE) ................................................................................ 35
HET BELANG VAN BOMEN ........................................................................................................... 35
Bomen onmisbaar in ecologisch systeem ....................................................................... 35
ONTBOSSING IN DE GESCHIEDENIS ................................................................................................ 37
Ontbossing in Engeland .................................................................................................. 37
Ontbossing van Paaseiland ............................................................................................. 39
DE BOMEN BEDREIGD IN HUIDIGE WERELD ..................................................................................... 41
Probleem van de zure regen ........................................................................................... 41
Situatie bosbestand in hedendaags Vlaanderen............................................................. 43
Ontbossing in onze huidige wereld ................................................................................. 45
Vermindering biodiversiteit: Madagaskar ...................................................................... 47
REACTIES OP DE PROBLEMEN ....................................................................................................... 49
Zieke bomen genezen en ziekten voorkomen ................................................................. 49
Bescherming van bossen als werelderfgoed ................................................................... 51
Actievoeren voor behoud van bos: Epping Forest ........................................................... 53
Actievoeren voor behoud van bos: het Lappersfortbos .................................................. 55
Duurzaam bosbeheer ...................................................................................................... 57
Greenwashing ................................................................................................................. 59
Minder produceren / minder verbruiken of gebruiken ................................................... 61
EEN FILOSOFISCHE SLOTBESCHOUWING .......................................................................... 63
Van bomen en mensen, wezens die leven en sterven ..................................................... 63
Deze brochure werd samengesteld door Paul Gordyn (leerkracht niet-confessionele
zedenleer en Project Open Leerruimte).
Afbeelding op de cover: Tree of Life, William Morris (1834- 1896)
3
4
Inleiding
Mythologie
Zodra de mens als levende soort afstand kon nemen van zijn leven hier en nu, d.w.z.
zodra zijn verstand voldoende ontwikkeld was, trof hem een verschrikkelijke paradox:
hij wil leven, maar weet dat hij na een tijdje dood zal gaan, of nog, hij wil geluk, maar
weet dat hij naast blije momenten veel ellende zal krijgen. De pogingen om deze
paradox te begrijpen en - waarom misschien ook niet, op te heffen – leiden tot de
grote ideeënsystemen: mythen, religies en godsdiensten en later, als door verdere
ontwikkeling van het verstand het abstractievermogen toeneemt, filosofieën. Ze
zoeken antwoorden op vragen als: waar komt het leven vandaan? wie heeft het
geheim van het lange leven? en later, als door verdere ontwikkeling van het verstand
het abstractievermogen toeneemt: wie heeft het geheim van een eeuwig leven?
En dan denkt de mens aan bomen. Bomen worden zeer oud, veel ouder dan de mens,
bomen zijn sterk en lijken door weinig getroffen te worden, bomen hebben weinig
nodig om te leven, enkel voldoende water en licht, vele bomen verliezen elk jaar hun
bladeren, maar komen telkens weer opnieuw tot leven. En bomen geven zaken aan
de mens die hij nodig heeft om te leven, vruchten, bescherming tegen de
natuurelementen, brandstof voor vuur. Ja, er moet zeker een boom van het leven
bestaan.
Kan de mens de boom van het leven vinden of terugvinden? Kan de mens de boom
van het leven gunstig stemmen, bijvoorbeeld door te vleien, te smeken of
geschenken te geven, handelswijzen die toch resultaat hebben als de mens zijn
medemensen tracht voor zich te winnen?
En later komt de idee dat er toch iemand ook de boom van het leven moet gemaakt
hebben. Kan de mens weten wie alles geschapen heeft en wie ervoor zorgt dat alles
door blijft gaan? En kan de mens die personen – of misschien enige persoon - gunstig
stemmen, bijvoorbeeld door te vleien, te smeken of geschenken te geven?
In de meeste culturen werden deze vragen positief beantwoord. De antwoorden zijn
terug te vinden in mythes en religies.
De levensboom – in zijn enorme diversiteit van gedaanten – of de maker(s) van de
levensboom - helpen de mens beter en langer te leven. Kan de levensboom de mens
ook eeuwig doen leven?
Hierover zijn de meningen meer verdeeld. Vele oude culturen stellen uitdrukkelijk dat
het eeuwig leven niet aan de mens gegeven is. De latere, grotere culturen – waar de
levensboom vaak op de achtergrond raakt – hebben de mens wel het eeuwig leven
gegeven.
Deze oude natuurbeschouwingen en -filosofieën zijn echter sinds het begin van de
moderne tijd opzij geschoven door de wetenschap.
Biologie
wezens die elkaar opvolgen, die uit elkaar evolueren – of beter gezegd, geen keten,
maar een boom.
De moderne biologie heeft vanaf 1800 haar inzichten in de evolutie van de levende
soorten proberen weer te geven in de wetenschappelijke boom van het leven.
De biologie heeft ondertussen ook inzicht gekregen in de samenhang van alle leven
op de planeet aarde.
Ecologie
Bomen vormen een zeer belangrijk onderdeel van het ecologisch systeem, waarvan
de mens onvermijdelijk deel uitmaakt. Zonder voldoende bossen kan de soort mens
niet overleven. En daar loopt het fout.
Door de technische toepassingen van de wetenschap is de moderne mens
hoogmoedig geworden: hij denkt dat hij de wereld onbegrensd kan veranderen naar
zijn eigen wensen. Eén van de gevolgen hiervan is de voortschrijdende ontbossing,
doordat de mens de bomen onbeperkt omhakt om ze te gebruiken of om nieuw
bouwland te bekomen, en recentelijk ook doordat de bomen kapot gaan omdat de
mens door zijn voortvarend technisch ingrijpen het klimaat verandert en het
natuurlijk milieu vergiftigt (denk bv. aan de zure regen).
Het protest tegen de ontbossing, waarschijnlijk even oud als de ontbossing zelf, is
sinds de jaren 1960 toegenomen, omdat de omvang van het probleem is
toegenomen: een fiasco dreigt. Er wordt gezocht naar technische oplossingen, soms
met enig succes (denk opnieuw aan de zure regen). Meer is echter nodig, doch de
protestacties (o.a. bosbezettingen) en de alternatieven (o.a. wettelijke bescherming
en duurzaam bosbeheer) halen niet het vereiste resultaat.
Het merendeel van de wereldbevolking blijft doorgaan, of begint voor het eerst, met
een consumentistische levensstijl, bedoeld om de groei-economie te laten draaien.
De economie blijft dan ook groeien en dus ook de ontbossing. Vaak wordt het grote
gevaar hiervan vermomd door greenwashing (iets ten onrechte voorstellen als
oplossing voor het milieuprobleem).
De strijd om het behoud van de levensboom is nog niet beslecht.
In deze strijd heeft, naast de actievoerder en de wetenschapper, ook de filosoof een
belangrijke rol.
Filosofie
Filosoferen is nadenken, maar met diepgang, met de kracht om los te komen van het
gebruikelijke, van de heersende belangen, van de waan van de dag.
De filosoof moet nadenken over de rol en betekenis van bomen voor de mens, zowel
vroeger als nu. Van daaruit moet hij of zij het moderne probleem met de bomen
duidelijk analyseren, om ten slotte een fundamentele oplossing voor te stellen.
Zo’n filosofische analyse blijft altijd een persoonlijke reflectie waar niet iedereen
akkoord mee zal gaan, maar in afwachting van de uiteindelijk wel noodzakelijke
overeenstemming, kan de analyse dienen als een vertrekpunt voor verdere discussie.
Leven wordt nu wetenschappelijk bestudeerd, leven is een kwestie van chemie en
elektriciteit. En de mens is niet zo uitzonderlijk, hij past in een keten van levende
5
6
Isis en Osiris en de vijgenboom
Mythologie
Egyptische cultuur
Acacia of ficus, maar zeker een leven na de dood
De levensboom was een belangrijk symbool in de mythen en legendes
van Egypte.
Volgens de oude Egyptische mythologie is de levensboom de vrucht die
voorzag in het eeuwige leven en de kennis van de cycli van de tijd.
Naam
Plaats
Fruit
Symbolische
associaties
de levensboom wordt ook wel aangeduid als de
heilige, mythische Ished boom, zoals lebbeck,
tamarisk, acacia en plataan
de levensboom is gelegen in de Zonnetempel van
Atum Ra in Heliopolis (een stad van het oude
Egypte – nu de buitenwijken van Caïro)
het eten van de vrucht van de heilige Ished boom
van het leven was een garantie voor eeuwig leven
de levensboom is sterk geassocieerd met legenden
over de Benoe (een soort reiger; de eeuwige vogel
die net als de zon elke ochtend wordt herboren na
zijn reis door de onderwereld – een voorloper van
de feniks) en de Djed, (een symbool dat een pilaar
voorstelt en geassocieerd is met de god Osiris, god
van onsterfelijkheid).
Ished boom
Leven na de dood bij de oude Egyptenaren
De doden werden voorzien van voedsel, drank, wapens en andere noodzakelijkheden. Familieleden bezochten vaak de graftomben met nog meer geschenken. Een
correcte zorg voor de doden was vereist om eeuwig leven te verzekeren.
De Egyptische kijk op het leven na de dood bestond uit een aantal verschillende
concepten, waarvan het belangrijkste “ba” genoemd wordt - dit kan doorgaans
vergeleken worden met het bestaan van de persoonlijkheid van een individu. Het
concept van “ba” resulteerde in de fysieke manifestatie van een individu na de dood.
Deze manifestatie vond gewoonlijk plaats in de vorm van een vogel. Op deze manier
werd het individu een onderdeel van de levende seizoenen van de natuur. Daarnaast
was er ook nog de “ka”, de ziel van een individu. Als iemand het eeuwige leven wilde,
moesten na zijn of haar dood in het graf de “ba” en “ka” herenigd worden tot de
“akh”, een onsterfelijke geest. Als dit gebeurd was, ging de “akh” naar de hemel en
leefde daar eeuwig verder.
de Benoe
De levensboom is verbonden met een aantal goden van de Enneade,
de negen goden aanbeden in de Egyptische stad Heliopolis.
Iusaaset en de acaciaboom
Iusaaset is de “grootmoeder van alle goden” en eigenares van
de levensboom, in deze mythe gelijkgesteld aan de acacia, een
boom gekend om zijn “hardheid” (de eigenschap om moeilijke
omstandigheden te overleven) en de eetbaarheid van zijn zaden.
Acaciabomen bevatten DMT, een psychedelische drug
geassocieerd met geestelijke ervaringen.
Uit de acacia zouden Isis en Osiris ontstaan zijn, het eerste paar
(met uitzondering van Shu en Tefnut, of vocht en droogte, en
Geb en Nuit, of hemel en aarde). Over dit koppel bestaat een
zeer gekende mythe m.b.t. onsterfelijkheid.
Isis en Osiris waren broer en zus, maar ook minnaars. Hun broer Seth was jaloers op
het koningschap van Osiris en wou Osiris doden. Hij maakte een sarcofaag waarin
Osiris juist paste, vroeg aan Osiris om er even in te liggen, deed toen het deksel erop
en gooide de sarcofaag in de Nijl. Na lang zoeken vond Isis het lichaam van Osiris
weer. Zij was gelukkig, maar niet voor lang. Seth sneed het lichaam van Osiris in 14
stukken en begroef ze overal in Egypte. Isis vond de lichaamsdelen terug samen met
haar zus Nephtys en omdat ze de godin van de magie was, toverde ze Osiris terug tot
leven. In de vorm van een vogel liet ze zich zwanger maken en Horus werd geboren.
De cultus van Isis groeide snel en daarom werd voor haar een tempel gebouwd in
Philae. Toen in 384 keizer Theodosius alle tempels liet verwoesten die niet voor het
christelijke geloof waren bestemd, ontsnapte Philae aan deze verwoestingen.
Isis en Osiris werden geassocieerd met de Ficus sycomorus, de wilde vijgenboom
(moerbeivijgenboom) of Egyptische vijgenboom.
Deze mythe is een uiting van het sterke Egyptische geloof dat er leven na de dood is.
de Djed
Isis nabij de levensboom
(graf uit 18e dynastie,
ca. 1550 - 1300 v.Chr.)
Iusaaset
7
De levensboom afgebeeld in de graftombe van farao
Ramses II (bouwer van de tempel te Aboe Simbel,
rond 1300 vóór het jaar 0)
8
Hindoeïstische cultuur
Een kleurrijke levensboom
Het hindoeïsme is een religieuze traditie van het Indische Subcontinent, gebaseerd op
de leer van de Veda’s, 3.500 jaar geleden neergeschreven.
De Vedische teksten gaan over spirituele
ontwikkeling, geneeskunde, landbouw, astrologie en
leiderschap.
Daarnaast zijn er verzamelingen van meer literaire
verhalen.
Centraal in het hindoeïsme is het geloof in de wedergeboorte na de dood in een
nieuw lichaam, een thema dat uiteraard verbonden worden aan de levensboom. De
heilige boom van de Hindoes is de wilde vijgenboom, de ashvatta of banyanboom
(ficus benghalensis).
Nog steeds plaatsen vrouwen in Noord-India offergaven zoals melk, suiker en rijst bij
een vijgenboom om ziekte en ongeluk van hun gezin te weren.
De oudste banyanboom kan men in Prayag vinden waar de drie heilige rivieren bij
elkaar komen: Yamuna, Ganges en Saraswati.
De banyanboom in de Bhagavad Gita
Bhagavad Gita ('Lied van de verhevene') is de titel van een Indisch leerdicht (circa
200 vóór het jaar 0) en vormt een episode uit het grote epos Mahabharata, dat van
grote invloed is geweest op de ontwikkeling van de Indische filosofie.
Krishna (de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods) gebruikt in dit boek het beeld van een
boom, een levende manifestatie van levenskracht, want zonder bomen kan het leven
op aarde niet voortgaan. De beeldende
beschrijving van de boom, in hoofdstuk 15
van de Bhagavad Gita, verbindt hemel en
aarde, het goddelijke en het menselijke:
“Reikend naar beneden en naar boven,
ontwikkelden zijn takken zich met de
geaardheden der natuur naar beneden toe
als de zinsobjecten en met de uitbreiding
van wortels [naar boven toe] als het karma
dat iemand bindt aan de menselijke
wereld.”
Deze
beschrijving
kan
uitgebreid
geïnterpreteerd worden. De takken spreiden zich in alle richtingen uit. In de lagere
delen bevinden zich verschillende soorten
levende wezens, zowel menselijke als
dierlijke, zoals paarden, koeien, honden,
katten enz. De hogere levende wezens,
een interpretatie van de banyan-boom
9
zoals halfgoden, Gandharva’s en vele andere hogere levenssoorten, bevinden zich in
de hoger gelegen delen.
De twijgen van de boom worden beschouwd als de zinsobjecten, waarvan we via
verschillende zintuigen genieten. De bijwortels zijn de verschillende voor- en
afkeuren, die bijproducten zijn van verschillende soorten leed en zinnelijk genot. De
neiging tot vroomheid en zonde ontwikkelt zich uit deze secundaire wortels, die zich
in alle richtingen uitspreiden. De werkelijke wortel ontspruit in Brahmaloka (een
plaats waar hoogstaande zielen Brahma contempleren) en de andere wortels
bevinden zich in de menselijke planetenstelsels. Nadat iemand op de hogere
planetenstelsels van de resultaten van deugdzame daden heeft genoten, komt hij
omlaag naar de aarde en hernieuwt hij zijn karma of resultaatgerichte activiteiten
voor promotie.
De ashvatta-boom in de Bhagavata Purana
De Bhagavata Purana, het belangrijkste heilige verhalenboek van India, verhaalt hoe
op een dag Krishna (een van de voornaamste hindoe goden), in gezelschap van zijn
jonge herdersvrienden aan de oevers
van de rivier Yamuna, zei:
"Kijk eens naar deze overvloedige
bomen. Ze leven voor het welzijn van
anderen. Er is geen enkel deel van de
boom dat niet nuttig is. Met hun
prachtige bladeren, geurige bloemen,
koele schaduw, wortels, schors, hout,
spruiten, vruchten dienen zij iedereen
die de boom benadert.”
Krishna smeekte zijn collega herders
om in hun leven het voorbeeld van de
Afbeelding van Krishna
boom te volgen.
Andere boomincarnaties
De Jonesia asoka of saraca indica symboliseert Kama, god van de begeerte. Het is een
boom met hangende, donkergroene bladeren en een brede kroon. Hij wordt niet
hoger dan 10 m en heeft prachtige, oranjekleurige bloemen.
De bilvaboom is in de ogen van de hindoes de belichaming van Shiva. Zijn bloemen,
bladeren en vruchten zijn dus heilig. De driebladerige stengel symboliseert de drie
basiselementen: reinheid, activiteit en traagheid. Wortel, bladeren, schors en
bloemen worden voor medicinale doeleinden gebruikt.
De ficus religiosa zal als de zogenaamde bodhi-boom een rol spelen in de mythologie
van het boeddhisme, de levensleer van Boeddha, die zich uit het hindoeïsme heeft
ontwikkeld (meer uitleg hierover in het stukje over de Japanse cultuur op p. 29-30).
10
Ašerah, de moedergodin als boom
Sumerische en Perzische cultuur (huidig Irak en Iran)
Een levensboom vol zonnelicht en vogels
De levensboom komt ook in veel Oosterse mythen voor. In het Oosten eten alleen de
goden van de boom en behouden daardoor hun onsterfelijkheid.
In een Sumerische inscriptie uit 1750 vóór het jaar 0 wordt gesproken over Ašerah, de
oudste Moedergodin van Kanaän. Het woord ašerah met kleine letter betekent
zoveel als pilaster of alleenstaande zuil of paal, symbool van de Moedergodincultus.
Het is tevens de aanduiding van een heilige boom, een groene boom die als
referentieteken van leven gold en waarbij meestal een lokale boomcultus werd
voltrokken, zoals ook in India nu nog vaak gebeurt.
Mesopotamië (Tweestromenland)
Perzië
In de literatuur van Mesopotamië komen we een boom van het Licht tegen, die staat
aan het uiteinde van de wereld, daar waar de zon opgaat. In de Assyrische kunst
wordt deze zonneboom vaak afgebeeld door een gevleugelde zon te plaatsen boven
de top van de boom.
Omdat de Bijbel een paar keer spreekt over de levensboom, is dit de naam waarmee
de gestileerde boom in de kunst van Voor-Azië wordt aangeduid, hoewel in veel
gevallen misschien “boom van licht” juister zou zijn. Maar waarschijnlijk kruisten die
verschillende opvattingen over de boom elkaar al in de oudheid, en dus is het
mogelijk dat de gedachte van de levensboom soms al verbonden was met de boom
waaruit de gevleugelde zon omhoog steeg om de aarde licht en leven te brengen.
In het oude Iran was er een levensboom bekend
die zaad droeg van alle bestaande planten. Hij
was de instandhouder van het plantenleven op
aarde. De zaden werden, zo vertelt men, door
een vogel weggedragen en rondgestrooid.
Misschien is dit de verklaring voor de twee
flankerende begeleidingsvogeltjes.
Op wat we aan kunst over hebben uit de verre
oudheid van Voor-Azië komt het niet vaak voor,
maar misschien zouden we een heel ander beeld
gekregen hebben als we nog wat meer over
hadden gehouden van het oude weefwerk.
Wat in Perzische volkskunst bewaard is gebleven,
zijn de twee flankerende vogeltjes. Dit is van alle
begeleidende dieren het meest succesvolle
motief geweest, dat tot in onze tijd in gebruik is
gebleven. Nu weten we dat het motief van de 2
vogeltjes al bekend was in het oudste Susa (in
huidig Iran) en uit veel later tijd is het nog
opnieuw in Susa gevonden, zodat we mogen
aannemen dat het daar door de eeuwen heen in
ere is gehouden.
Ook in Mesopotamië wordt het al aangetroffen in
de prehistorische tijd.
Het is een groot wonder dat er nog een muurschildering bewaard is uit de tijd van
koning Zimri-Lim (1778-1758 vóór 0), een tijdgenoot van koning Hammurabi, in het
oude Mari aan de Eufraat.
We zien twee soorten
bomen: een loofboom
en een dadelpalm (er
wordt wel geopperd
dat een dergelijk beeld
ten grondslag heeft
gelegen aan het paradijsverhaal van Adam
en Eva, waarin ook
sprake is van 2 bomen). Helemaal rechts
staat een godin. Twee
mannen klimmen in de
dadelboom. De 2 bovenste
fabeldieren
hebben gevleugelde leeuwenlijven (cherubim), de onderste zou van een stier zijn
zonder vleugels. Binnen de lijst op de bovenverdieping staat de godin Ishtar (Inanna)
met een voet op een leeuw. Een van haar Sumerische bijnamen is Nin-edin, wat
betekent: Vrouwe van Edin. Haar man heet Dumuzi en is de Heer van Edin.
Er is een mythe bekend waarin Nin-edin afdaalt naar de aarde om van allerlei bomen
te eten om kennis en inzicht te verkrijgen, met name seksuele kennis, om haar
huwelijkse plichten met Dumuzi te kunnen vervullen.
11
gietijzeren kandelaar met
begeleidingsvogeltjes en
zonnewielen
Cilinderzegels
Een belangrijke bron om iets van deze symbolen te
leren kennen zijn de cilinderzegels, die
opgegraven zijn in Iran en Irak. Dit zijn kleine (2-6
cm) cilindervormige stenen, waarin in reliëf een
een cilinderzegel met
mini-voorstelling is uitgehouwen. Door deze
levensboom van de Assyriërs
cilinders over natte klei te rollen, komt de afdruk
met daarboven Marduk
ervan in de klei te staan. Is de klei opgedroogd,
dan blijft de voorstelling van het zegel intact tot het verbroken wordt. Cilinderzegels
bleven populair vanaf 4.000 jaar vóór het jaar 0 tot het begin van onze jaartelling.
12
Rol van bomen in de Joodse godsdienst
Joodse cultuur
De boom van het leven en andere bomen
Het leven en de kennis van goed en kwaad
De levensboom of boom des levens (Hebreeuws: ‫ ;החיים עץ‬Etz haChayim) wordt in
het Bijbelboek Genesis in vers 2:9 genoemd als de boom die samen met de boom van
de kennis van goed en kwaad door God werd geplant in de Hof van Eden (het
Paradijs) en waarvan de vruchten eeuwig leven (onsterfelijkheid) geven. Nadat Adam
en Eva van de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad hadden gegeten,
schrijft de Bijbel dat beiden werden verbannen uit de Hof van Eden om hen ervan te
weerhouden om nog langer van de vruchten van de boom des levens te eten. God
zei: ‘Nu de mens in de kennis van goed en kwaad als een van Ons is geworden, wil Ik
voorkomen dat hij zijn hand uitstrekt en ook van de boom van het leven plukt. Door
daarvan te eten, zou hij eeuwig blijven leven!’. Daarom verwees God hem uit de tuin
van Eden en moest hij de grond gaan bebouwen waaruit hij was genomen.
De appel, vrucht van de beide bomen
De boom van kennis van goed en kwaad werd
meestal als een verdorde boom afgebeeld. De Joden
meenden dat het om een wingerd zou gaan, terwijl
de Griekse kerk hem als een vijgenboom zag. Tijdens
de middeleeuwen dacht men dat het om een
appelboom ging. Voor de mensen in warme landen
was het een kwee.
Waarom wordt de boom van Adam en Eva meestal
als appelboom afgebeeld? Misschien is dit idee
afgeleid van het Latijnse woord voor appelboom
‘malus’. Dat komt bijna overeen met ‘malum’, wat
kwaad betekent. De appelboom is dus de ‘kwade’
boom waar Adam en Eva van aten volgens het
Zondeval, Lucas Cranach,
paradijsverhaal van de Bijbel met het gevolg dat zij
1530 – links de levensboom
daar uit verdreven werden.
(vijgenboom of perelaar?),
Maar de appel wordt ook gezien als symbool van
rechts de boom van kennis
onsterfelijkheid (cfr. het verhaal over de Hespegoed en kwaad (appelaar)
riden, zie p. 17) en dat past veel beter bij de
levensboom.
De appel werd ongeveer 4000 jaar vóór Christus van Iran en Turkije naar Israël
gebracht. Het Hebreeuwse woord voor appel is Thapuahwat en betekent
“welriekend”. In het Hooglied bezingt de bruid haar bruidegom als volgt: ’Als een
appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn geliefde onder de jonge mannen’
en ’verkwik mij met appels, want ik bezwijm van liefde.’
13
Bomen spelen een grote rol in de Joodse godsdienst.
De Menora, de zevenarmige kandelaar die altijd brandde in de tempel van Jeruzalem,
verwijst naar de amandelboom. God gaf Mozes de opdracht om een kandelaar te
maken van goud, bloemkelken, knoppen en bloesems als die van de amandelboom.
De vorm van de Menora is dezelfde als die van de Mesopotamische
levensboom: zeven armen gerelateerd aan de zeven planeten. De zeven lichtjes zijn
de zeven ogen van de Heer zoals deze verschenen zijn aan de profeet Zacharias. Zij
verlichten de gouden Menora, die tussen de olijfbomen stond, wier vruchten de olie
voor de lichtjes leverden.
In de Joodse geschiedenis werden vaak zuilen opgericht (mazzevot) om daarmee God
te eren. Dezelfde betekenis hadden bomen die geplant werden.
Hebreïsche Kabbala
In de Hebreïsche Kabbala, een Joods religieus filosofisch systeem dat beweert inzicht
te geven in de goddelijke natuur (Kabbala is een Hebreeuws woord dat 'ontvangst' of
'openbaring' betekent), wordt over de levensboom gesproken, die van boven naar
beneden streeft als de zon die alles verlicht.
Deze levensboom is een afbeelding van de schepping. Hij symboliseert het neerdalen
en weer opstijgen van de goddelijke energie. Hij bevat het geheel van de kosmische
wetten en hun wisselwerkingen.
De boomwortel is boven, voor de meeste mensen onzichtbaar. Daar bevindt zich
Kether, de kroon, in het centrum van drie concentrische cirkels: de absolute leegte,
het oneindige en het onbegrensde licht. Kether straalt uit naar de sferen Gods, de
Sefiroth, lichtende punten, verbonden door bliksemschichten. De Sefiroth komen
voort uit de oerenergie.
In de structuur van Sefiroth ontdekt men de drie werelden, die door de boom met
elkaar verbonden worden: God, het universum en de mens.
Mexicaanse kandelaar met afbeelding van aards paradijs en zondeval /
middeleeuwse prent met Kabbalistische levensboom met 10 Sefiroth
14
Griekse cultuur (klassieke mythologie) 1
Metamorfoses tot boom
In talrijke Griekse mythes is er sprake van een boom met verwijzing naar
onsterfelijkheid, een gunst die heel uitzonderlijk wordt gegeven aan sterfelijke
wezens, meestal om hun verdiensten.
Apollo en Daphne
De mythe begint bij Apollo die Eros beledigde. Eros wilde wraak, dus besloot hij twee
pijlen af te schieten. Apollo werd geraakt met een gouden pijl die schitterde met zijn
pijlpunt en zorgde voor het liefdesvuur. De andere pijl schoot Eros af op de nimf
Daphne. Deze pijl was echter stomp en doofde het liefdesvuur. Apollo, smoorverliefd,
volgde Daphne en probeerde haar voor zich te winnen. Maar zij wilde daar niets van
weten, dus vluchtte ze het bos in. Apollo bleef haar achtervolgen, terwijl hij haar
smeekte om te blijven staan. Maar Daphne luisterde niet. Apollo was echter snel,
sneller dan Daphne en op het moment dat hij
haar bijna kon grijpen, riep ze de hulp in van
haar vader, Phineus. Ze riep: “Ach, vader! Help
me! Een riviergod heeft toch macht? Bevrijd
me van dit lichaam dat me veel te mooi deed
zijn!” Terwijl haar smeekbede weerklonk,
veranderde haar huid in schors, haar voeten in
wortels, haar armen in takken en haar hoofd
werd de kruin. Ze was veranderd in een
laurierboom. Toen Apollo begreep dat hij zijn
geliefde voor altijd verloren had, riep hij de
laurier uit tot de heilige plant van zijn cultus.
De kransen van lauriertakken zouden trofeeën
voor winnaars worden. Apollo gebruikte zijn
krachten van de eeuwige jeugd en zijn
onsterfelijkheid om haar blaadjes groen te
houden.
Het verhaal maakt duidelijk: liefde houdt de
Bernini (1598-1680) –
natuur levendig, maar niet iedereen krijgt
Daphne en Apollo
altijd de liefde die hij verlangt.
Philemon en Baucis
Zeus maakte samen met Hermes een bedevaart. Ze wilden overnachten in een rijke
gemeente, maar een vriendelijke ontvangst en slaapplaats vonden ze daar niet. Ze
liepen tevergeefs van het ene huis naar het andere, maar nergens vonden ze plaats
om te overnachten. Aan de rand van het dorp werden ze wel vriendelijk onthaald.
Het was er klein, alles was met stro bedekt, maar door de gastvrijheid zagen de
goden de armoede van de bewoners niet. In dat huisje, dat van de oude Philemon en
15
zijn vrouw Baucis was, heerste al jaren liefde en eendracht. De oude mensen boden
alles aan wat ze maar hadden, terwijl ze niet wisten wie hun gasten waren. Maar vóór
ze klaar waren met eten, wisten ze dat wel. Hoewel Philemon niet voor de tweede
keer een glas wijn kon schenken, werd het glas door de wil van de goden weer gevuld
met wijn. Baucis en Philemon boden hun enige gans aan om te slachten. Maar de
gasten zeiden: “Wij zijn goden, maar u hoeft de gans voor ons niet te slachten. Uw
ongastvrije buren zullen hun straf niet ontlopen. Verlaat uw hut en ga met ons mee
naar die heuvel daar”. Ze haastten zich naar de heuvel. Het hele dorp stond onder
water, maar hun hut niet. Die veranderde in een tempel. Ze mochten wensen wat ze
wilden als beloning. Ze wensten om bewakers te worden van de tempel van de goden
en samen te sterven. En hun wensen werden vervuld. En vanaf de dood van het
koppel staan op die heuvel een eik en een linde naast elkaar, met hun stammen in
elkaar verwikkeld.
Een morele interpretatie van deze
mythe (met veel gelijkenissen met
het bijbels verhaal over Lot) ligt
voor de hand. Mensen zullen zich
anders voordoen als ze niet weten
wie je bent. Het gedrag van
mensen hangt af van bepaalde
situaties en je merkt dat mensen
elkaar niet zouden helpen als je
niet meer bent dan een gewone
burger. Philemon en Baucis helpen
wel, ook al zijn ze arm, en worden
Adam Elsheimer (1578-1610) –
daarvoor beloond.
Jupiter en Mercurius bij Philemon en Baucis
Cyparissus
Op het eiland Chios leefde een hert dat beschermd werd door nimfen. Volgens de
legenden was dit hert het mooiste en meest kostbare hert dat ooit geleefd heeft.
Op een zomerdag, tegen de avond sloeg het noodlot toe. De hitte was ondraaglijk en
het hert zocht een koel plekje in de schaduw onder een dikke struik. Cyparissus, de
vriend van Apollo, was die dag gaan jagen en vanuit de verte kon hij niet zien dat het
hert dat daar verscholen lag, het
heilige hert was. Hij vermoordde
het dier. Toen hij zag wat hij gedaan
had, wilde hij samen met het hert
sterven. Apollo probeerde hem te
troosten, maar tevergeefs.
Cyparissus smeekte Apollo om hem
voor eeuwig te laten treuren en de
god stemde daarmee in. Apollo
veranderde hem in een cipres.
Sindsdien staat de cipres voor
trouw en het treuren om anderen.
Jacopo Vignali (1592-1664) – Cyparissus
16
een dieprood sap uit dat medicinale eigenschappen heeft en Drakenbloed genoemd
wordt.
En wat de appels betreft: die werden uiteindelijk door de godin Athena terug
gebracht naar de Hesperiden. Ook de halfgod Heracles zal moeten sterven. En als
zelfs halfgoden sterven, mogen zeker mensen niet hopen op onsterfelijkheid.
Griekse cultuur (klassieke mythologie) 2
Waarschuwingen tegen hubris
Ook al geven de goden soms onsterfelijkheid, normaal gezien moet de mens zijn
sterfelijkheid en beperktheid aanvaarden. Wie dat weigert, lijdt aan “hubris” en zal
gestraft worden. Deze boodschap, vervat in zovele Griekse mythen (denk aan de
mythe over Icarus) wordt soms uitgewerkt aan de hand van het boommotief.
De Hesperiden
De Hesperiden, Egle, Eritia en Aretusa, zijn de drie dochters van Atlas en wonen in
een tuin nabij het Atlasgebergte. Zij bewaken de boom met gouden appels van
onsterfelijkheid, die godin Gaia (moeder van de aarde) als huwelijksgeschenk aan
Zeus en Hera heeft gegeven. De honderdkoppige draak Ladon (broer van Medusa)
helpt hen bij het bewaken ervan.
Volgens de legende was het stelen van deze appels het elfde werk van Heracles, een
halfgod en de buitenhuwelijkse zoon van Zeus. Gedurende heel zijn leven werd
Heracles door Hera (de echtgenote van Zeus) achtervolgd en nadat hij daardoor
waanzinnig was geworden en zijn familie had gedood, moest hij om het goed te
maken 12 jaar lang slaaf van Eurystheus (de zoon van Hera) worden, gedurende
welke hij zijn “twaalf werken” volbracht, ook bekend als “dodekathlos”, waarvan het
elfde te maken had met die boom. Heracles nam tijdelijk het hemelgewelf over van
Atlas, opdat Atlas voor hem de gouden appels kon gaan stelen, want omdat de draak
Atlas kende, kon die gemakkelijk de tuin in. Atlas doodde het monster, stal de gouden
appels en keerde terug naar Heracles. Atlas, die het zat was om nog langer de hemel
vast te houden, probeerde om
Heracles in die positie te
houden, maar het lukte
Heracles
toch
om
te
ontsnappen.
Ladon, de draak die door Atlas
gedood was, bleef voortleven
als bomen. Het bloed dat uit
zijn wonden vloeide, druppelde
op de grond. Uit elke druppel
die viel, groeide een boom.
Deze bomen, "dracaena draco"
genoemd en ook bekend als
"drakenboom", hebben een
dikke stam waaruit opeens een
verstrengeling van takken
groeien die op de honderd
hoofden van Ladon lijken. Als
de bast beschadigd is, komt er
Frederic Leighton (1830-1896) The Garden of the Hesperiden
17
Erysichthon
Erysichthon was de koning van Thessalië. Hij deed een inval met twintig slaven in een
heilig bos van de godin Demeter (godin van landbouw en gewassen) en wou er de
bomen omhakken. Eén van de bomen was de gouden boom, die Demeter in naam
van alle gelovigen gemaakt heeft. De godin kwam tot Erysichton onder de gedaante
van een oude priesteres en maande hem aan om af te zien van zijn goddeloos plan.
Toch liet hij zich niet storen of raden. Toen nam Demeter haar ware gedaante aan en
strafte hem met een onverzadelijke honger. Hoe meer hij at, des te meer nam die
honger toe, en weldra had hij al zijn rijkdommen verteerd en moest hij gaan bedelen
langs de wegen van het vroeger door hem bestuurde land. Vervolgens verkocht hij,
toen hij zijn ganse vermogen had verteerd, zijn dochter Mestra en trachtte met
behulp van het zo verworven geld zijn honger te stillen (zie afbeelding p. 71). Mestra
kreeg echter van Poseidon (haar eerste liefde) de gave om allerlei gedaanten te
kunnen aannemen. Zodra zij was verkocht, veranderde zij haar gedaante, ontvluchtte
haar heer en keerde tot haar vader terug, die haar dan opnieuw verkocht. Doch ook
dit baatte hem niets. Uiteindelijk werd Erysichthon door zijn steeds toenemende
honger ertoe gedreven om de ledematen van zijn eigen lichaam te verteren.
Het verhaal toont ons gebrek aan eerbied tegenover goden en tegenover een eigen
kind. Het is enerzijds een voorbeeld van hoe erg de wraak van de goden kan zijn. Het
verhaal is inderdaad bedoeld om mensen bang te maken, om hen gelovig te houden.
Je kan het vergelijken met de hemel/hel verhaaltjes: slechte, ongelovige mensen
gaan met zekerheid naar de hel en zullen daar eeuwig lijden. Het is anderzijds een
waarschuwing tegen “hubris”, Grieks voor overdreven trots, hoogmoed. Mensen
willen vaak grenzen overschrijden, willen altijd meer, maar dat leidt tot onheil. Je
moet beseffen dat je maar een mens bent, dat je in alles beperkt geboren bent.
Erysichton hakt boom om van Demeter
(Griekse vaas)
Erysichton wordt gestraft met
hongersnood (prent van Antonio
Tempesta, 1606)
18
De eik en de maretak
Keltische cultuur
Karaktereigenschappen en geluk in de Keltische
levensboom
De Kelten is de naam voor een verzameling van volkeren en stammen die gedurende
het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een
Keltische taal spraken. Ze hadden waterbronnen, andere natuurlijke plaatsen en
heilige bomen die een rol speelden in hun religie. Ze hadden ook bepaalde
feestdagen, zoals Samhain of Halloween, Imbolc, Beltain en Lugnasa.
Uit de Keltische mythologie is er veel verloren gegaan door het feit dat de
overleveringen mondeling gebeurden. Uit Groot-Brittannië, Ierland en Schotland zijn
wel geschreven bronnen bekend, omdat de verhalen door monniken werden
opgeschreven. Er zijn meer dan 400 verschillende Keltische godinnen en goden
bekend.
De Keltische religie is op te vatten als een natuurgodsdienst. In de Keltische
mythologie komen wezens voor zoals de sídhe (feeën) en fabeldieren, en personen
zoals heksen en druïden. De Keltische religie was polytheïstisch. De doden, goden,
geesten en mensen leefden volgens hen allemaal door elkaar. Dus ze moesten op
Samhain (Halloween) opletten om niet door geesten te worden meegenomen.
Bergen, open water, vooral bronnen, en ook open plaatsen in het bos en bepaalde
bomen, hadden een heilige status. De Kelten hadden heilige bomen, waar ze hun
rituelen uitvoerden. Ze gebruikten vooral de eik die ze als heilig zagen. De Kelten
hadden zelfs een boomhoroscoop.
In het Keltisch polytheïsme duidt het woord druïde de priesterstand in de oude
Keltische beschavingen aan. De praktijken van druïden maakten deel uit van de
cultuur van alle Kelten. Zij verenigden de taken van priester, bemiddelaar, arts,
wetenschapper en rechter in zich. De druïden kozen voor de eik, een boom die voor
hen meer dan welke andere boom begeesterd leek met symboliek.
De eikenboom was het symbool van de wijze man die zijn kennis onder de leerlingen
verspreidt, vergelijkbaar met de eik, die zijn vruchten zo wijd mogelijk om zich heen
rondstrooit.
Ook de maretak (plant uit de sandelhoutfamilie) was heilig. Deze zou een
geneeskrachtige werking hebben en
ook de vruchtbaarheid bevorderen. Om
aan maretak te geraken klom een
druïde in de boom en sneed de
maretak met een gouden sikkel af. De
maretak liet hij dan naar beneden
vallen, waar andere druïden ze
opvingen in een witte doek. De
maretak was immers een heilige plant
en mocht dus de grond niet raken. Het
sap van de maretak werd ook gegeven
aan mensen die geofferd moesten
worden, dus wisten ze dat het sap van Een druïde snijdt met een gouden sikkel een
maretak af en gooit die naar beneden.
een maretak giftig is.
De linde: liefde en dood
Boomhoroscoop
De Kelten probeerden hun familie te beschermen door een linde te planten. Een linde
werd ook gebruikt om eronder te vergaderden en ook te dansen. Jonge geliefden
spraken er eronder af, omdat onder deze, aan liefde en vruchtbaarheid gewijde
boom gekust mocht worden. Wanneer er recht gesproken werd, vervulde de boom
ook dikwijls een rol als galg of schandpaal bij het uitvoeren van de opgelegde
straffen. Rechtspreken gebeurde zowel onder de linde als onder de eik. 's Nachts
zaten er heksen in de linden. De Kelten probeerden deze bomen te vermijden, want
anders zouden de heksen hen bespringen.
Volgens deze horoscoop wordt jouw
karakter bepaald door de boom die in
je geboorteperiode overheerst. De
eigenschappen van je levensboom
hebben een sterke invloed op je
persoonlijkheid, gedrag en levensloop.
Jouw levensboom wordt bepaald door
jouw geboortedatum. Deze boom is
dan je geluksboom en vertelt over de
eigenschappen die je met hem gemeen
hebt.
In totaal zijn er 21 boomsoorten,
waarmee 21 mensentypen corresponderen. Er zijn vier heilige bomen, de
eik, de beuk, de berk en de olijfboom,
die met bijzondere dagen zijn verbonden. Deze dagen markeren ook de
overgang van de seizoenen.
De meiboom
Een ander gebruik was het planten van de meiboom op de laatste zondag van april.
Het ontluikende frisse groen houdt de belofte in voor een vruchtbaar jaar. De dansen
en volksspelen die rond de meiboom worden gehouden, staan symbool voor vreugde
en vernieuwing.
Ook bij een nieuw leven werd soms een jonge boom geplant. Het leven van het
pasgeboren kind werd dan verbonden met de levenskracht van de lotsboom. Wie een
beschermde boom kapte, zou vlug dood gaan.
19
20
Noorse en Germaanse cultuur
•
•
•
•
Yggdrasil, de Noorse Atlas
In de Noorse mythologie heeft de levensboom de naam Yggdrasil. Deze naam komt
uit het Noors en bestaat uit de woorden Ygg(r), dat Odin betekent (de Noorse
oppergod, de Alvader), en drasil, dat kan vertaald worden als dragend vervoermiddel,
een paard dus. Yggdrasil betekent dus de hengst van Odin. De hengst werd in de
Noorse mythologie beschouwd als de verbinding tussen de verschillende werelden.
Verder had de hengst de dubbelzinnige betekenis van zowel draagkracht (die je
overal heen voert) als drijfkracht (natuurlijke drift). Dit symboliseert de natuurlijke
aldoordringende drift van de boom die zich quasi eindeloos vertakt in de uiting van
vele werelden. Het is immers ook deze aldoordringende natuurlijke drift of drijfveer,
Yggdrasil, de levensboom, die het einde van de werelden (Ragnarok) overleeft en
zorgt voor een nieuw begin.
In de Germaanse mythologie heet de levensboom Irminsul. Deze was heilig en
ondersteunde net zoals Yggdrasil de wereld. Na de kerstening van het overgrote deel
van de Germanen vereerden enkel de Saksen de boom nog. De naam is afgeleid van
de Germaanse god Irmin en betekent waarschijnlijk Grote Pilaar. De betekenis van de
boom komt dan ook overeen met de beschrijvingen van Frankische schrijvers ten
tijde van Karel de Grote (747/748-814), die deze beschrijven als ‘een grote,
opgerichte houten stam die volgens de Saksen de gehele wereld ondersteunde’. De
boom zou in 772 door Karel de Grote vernietigd zijn tijdens een van zijn vele
veldtochten tegen de Saksen.
De twee bomen worden omwille van hun gelijkenissen vaak als één beschouwd.
Jötunheim, de wereld der Jötuns (ijsreuzen)
Niflheim, het rijk der nevelen (hier huizen de doden)
Svartalfheim (of Nidavellir), de wereld der zwartelfen of dwergen
Helheim, de woonplaats van de godin Hel (de onderwereld).
Er leven ook verschillende wezens in Yggdrasil.
Hoog in de kruin waakt de tweekoppige adelaar Viðofnir als symbool van licht en
alom helder zien. Hij zorgt met zijn vleugels voor wind over de werelden. In de kruin
zit in sommige voorstellingen ook een wakkere haan en twee haviken die de goden
waarschuwen bij onraad. In andere voorstellingen zit de havik Vedrfolnir op het
voorhoofd van de arend of zelfs in zijn oog.
Onder de twijgen bevinden zich de goden.
Rond de stam leven vier herten met grote vertakte geweien, Dáinn, Dvalinn, Duneyrr
en Duraþrór. Die leven van de schors en de onderste bladeren en vruchten. En de geit
Heiðrun eet van de bladeren in de kruin hogerop.
De eekhoorn Ratatoskr is boodschapper tussen de werelden, ongeveer zoals Hermes
voor Zeus is, en loopt voortdurend op en neer.
Onderaan de boom, bij de wortels, bevinden zich de Nornen. De Nornen zijn drie
lotsgodinnen en zussen: Urd (oorsprong), Verdandi (wordende) en Skuld (schuld).
Urd was de eerste Norn en vertegenwoordigt het noodlot of de verleden tijd.
Verdandi (wordende) zou in sommige bronnen het heden symboliseren en Skuld de
toekomst. De schade die door sommige van de dieren aan Yggdrasil wordt
berokkend, wordt gerepareerd door de Nornen, door witte leem te smeren op het
almaar rottende hout.
Onderaan de wortels kronkelen de oerslangen Góinn en Móinn en vreet de draak
Nidhogg (symbool van de duistere macht) de wortel aan.
Yggdrasil wordt tegenwoordig door vele geleerden beschouwd als een taxus, een
naaldboom. Deze werd in het verleden vaak gezien als heilig, deels omdat ze nooit
hun groen verliezen, maar ook omdat taxussen zeer oud kunnen worden, tot wel
tweeduizend jaar. De levensboom was overigens niet enkel mythologisch: de
gelovigen verzamelden zich ook vaak rond een echt bestaande boom. Dit werd steeds
bij dezelfde boom gedaan, waar de stamleiders in trance raakten en mythologische
verhalen vertelden (de taxus geeft op warme dagen gasvormige toxine af, die bij
mensen tot hallucinaties kan leiden). Dit ging generatie op generatie door.
Yggdrasil ondersteunt niet enkel de wereld, maar
verbindt deze ook met de andere werelden. Deze zijn:
• Asgard, de wereld der Asen (de goden)
• Ljossalfheim, de wereld der lichtelfen
• Muspelheim, de vuurwereld (wereld van de
vuurreuzen)
• Vanaheim, het rijk der vruchtbaarheidsgoden,
de Vanir
• Midgard, de wereld der mensen
21
Boven: Yggdrasil, prent van Oluf
Olufsen Bagge, 1847
Rechts: prent van Burne-Jones voor
uitgave van Noorse sage Sigurd the
Volsung door William Morris, 1876
22
Jezus soms vergeleken met een "goddelijke cluster" van druiven aan de "Boom van
het Kruis" waaraan allen deelnemen in de Heilige Communie.
Ook bij de katholieke middeleeuwse theologen is dit een populair ideeëngoed.
Christelijke cultuur
Het hemels paradijs: niet langer verboden
Het christendom vertrekt vanuit het jodendom, dus wordt ook het verhaal over de
levensboom overgenomen (zie tekst over de joodse cultuur op p.13-14). In de
christelijke cultuur is de levensboom vanaf de vroegste tijden een veelgebruikt motief
gebleven.
In het christelijke Nieuwe Testament wordt de verbanning uit de Hof van Eden, zoals
verteld in het boek Genesis (deel van het Oude Testament), gecompenseerd door het
'planten' van de nieuwe levensboom (Jezus) aan de kant van de mens: in het
jodendom was men verbannen uit het aards paradijs; in het christendom krijgt men
de mogelijkheid om binnen te komen in een hemels paradijs tijdens het leven na de
dood. Het kruis waaraan Christus was gestorven werd beschouwd als een nieuwe
levensboom, maar nu één die de mensen wel uitzicht biedt op de eeuwigheid. De
oude joodse levensboom stelt de onberispelijke staat van de mensheid voor, vrij van
corruptie en zonden vóór de zondeval. De kruisdood van Jezus heft de verdorven
staat van de mensheid, veroorzaakt door Adams zondeval, op.
Het motief wordt dikwijls verbonden met water, een ander leven schenkend element.
Eén van de met de levensboom verbonden legenden vertelt dat het hout waaraan
Christus is gestorven, afkomstig is van een boom die groeide uit een twijg van de
levensboom in het aards paradijs.
De idee dat Jezus de levensboom is, is terug te vinden in meerdere christelijke
geschriften, enerzijds bij Johannes, anderzijds bij middeleeuwse theologen (en verder
ook in het oosters christendom en in de christelijke beeldende kunst).
Basistekst: de Openbaring van Johannes of de Apocalyps
In het boek Openbaring van Johannes wordt driemaal (2:7, 22:2 en 22:19) de KoinèGriekse frase xylon zoës gebruikt, die in Nederlandse vertalingen letterlijk als
'levensboom' of 'boom des levens' wordt vertaald.
In aanvulling op de Hebreeuwse Bijbelverzen wordt de levensboom symbolisch
beschreven met genezende krachten: “Hij liet me een rivier zien met water dat leven
geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het
lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond
een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren
van de boom brachten de volken genezing.” (Openbaring 22:1-2)
Middeleeuwse katholieke theologie
Bonaventura (1221-1274) leert dat de genezende vrucht van de levensboom Christus
zelf is. Bonaventura schreef o.a. de Lignum Vitae, een mystieke verhandeling over het
leven van Jezus Christus, bestaande uit 48 meditaties, beschreven aan de hand van
een allegorie van een boom.
Albertus Magnus (1200-1280) zei dat de Eucharistie, het Lichaam en Bloed van
Christus, de vrucht van de levensboom is.
Ook nu wordt deze middeleeuwse visie nog aanvaard. Joseph Ratzinger, de latere
paus Benedictus XVI (°1927), heeft gezegd dat “het Kruis de ware levensboom is.”
Anderen zochten een meer pragmatische interpretatie van de boom. In de Summa
Theologica stelde Thomas van Aquino (1225-1274) dat de boom diende om Adams
biologische processen te behouden voor een langer aards dierlijk leven. Het voorzag
niet in onsterfelijkheid als zodanig, want de boom, eindig, kon het oneindige leven
niet geven. Vandaar dat na een periode van tijd, de man en vrouw opnieuw van de
boom moeten eten, omdat ze anders “getransporteerd zouden worden naar een
spiritueel leven”. De boom van het leven was bedoeld om de inefficiënties van het
lichaam te compenseren.
Protestants christendom
Johannes Calvijn (1509-1564) begreep, aansluitend bij Augustinus (354-430), de
levensboom in sacramentele taal: God geeft de levensboom niet als middel dat leven
kan schenken, maar als "attest van Zijn genade”, als symbool van het leven dat de
mens van God ontvangen heeft. Het eten van de vrucht is door God bedoeld als een
middel waardoor de mens de oorsprong van zijn bestaan gedenkt en beseft dat hij
enkel leeft dank zij de genade van God.
Oosters orthodox christendom
De Oosters-orthodoxe Kerk gelooft traditioneel dat de
levensboom in Genesis een voorafbeelding van het Kruis is, waar
de mensheid niet kon aan deelnemen tot na de incarnatie, dood
en herrijzenis van Jezus. Het kruis van Christus wordt ook wel
aangeduid als de boom des levens en in de dienstboeken wordt
Links: het Kruis als levensboom is ook in de middeleeuwse kunst terug te vinden – hier een mozaïek in de
San Clemente, Rome. Rechts: het thema werd in de 19e
eeuw hernomen door de prerafaëliet Burne-Jones met
een mozaïek in de St-Paul-binnen-de-muren, Rome.
23
24
Maya’s (noordelijk Centraal-Amerika)
Precolumbiaanse cultuur (Amerika)
Einde van de wereld of een nieuwe boom?
Precolumbiaans verwijst naar de periode in de Amerikaanse geschiedenis van vóór de
ontdekking van het Amerikaanse continent door Christoffel Columbus in 1492. De
verwijzing is hier dus naar de oudste bewoners, zoals de Zuid-Amerikaanse indianen.
Precolumbiaans wordt vooral gebruikt als het gaat om de grote indiaanse culturen uit
Meso-Amerika zoals de Olmeken, Tolteken, Teotihuacán, Zapoteken, Mixteken,
Azteken en Maya's, en uit de Andes zoals de Inca's, Mochica, Chibcha en Cañari. Bij
het wereldbeeld van de precolumbiaanse volkeren uit Meso-Amerika hoort hun
tijdsbesef, dat cyclisch opgebouwd was en geen lineaire chronologie kende, zoals wij
tegenwoordig (die beïnvloed zijn door het jodendom). Voor de Maya’s en de Azteken
keerden dezelfde gebeurtenissen en personen terug na elke cyclus van 52 jaar. De
geschiedenis vormt dus een cirkel, net zoals de seizoenen, dag en nacht, leven en
dood, zaai- en oogsttijd telkens op elkaar volgen en telkens terugkeren.
“Wereldbomen” is een motief dat in de mythische kosmologieën, scheppingsverhalen
en iconografie van de precolumbiaanse culturen van Midden-Amerika vaker
voorkomt. Afbeeldingen van wereldbomen zijn te vinden in de kunst en de
mythologische tradities van culturen zoals de Maya’s, Azteken, Izapan, Mixteken,
Olmeken en anderen, die dateren uit ten minste de Midden- en latere periodes van
de Meso-Amerikaanse chronologie.
Azteken (huidig Mexico)
Bij de Azteken wordt het cyclische
wereldbeeld gedetermineerd door
het getal vier, dat de Vier
Wereldrichtingen van de kosmos
aanduidt. De Azteekse kosmos
bestond
uit
een
vierkant
grondplan, met een centraal punt
op het snijpunt van de diagonalen.
Hierdoor liep een verticale as, die
de wereld verbond met de bovenen onderwereld. Op elke zijde van
het vierkant lag één der
windstreken, in twee gedeeld door
een levensboom die de hemel
stutte, met elke 'halve' windstreek
onder de hoede van een godheid
en een bijbehorende kleur. Deze ruimtelijke ordening was steeds aanwezig in hun
denken en bepaalde zelfs hun stedenbouw. Ook hierin gingen zij zeer ver. Zo
weerspiegelden de Grote Tempel van Tenochtitln en de stad in haar geheel letterlijk
de kosmische ordening van het Azteekse wereldbeeld.
25
Ook bij de Maya’s had de levensboom een belangrijke betekenis, zoals blijkt uit de
afbeelding op het deksel van het graf van Pacal de Grote, koning van Palenque
(Chiapas, Mexico, op ongeveer 130 km ten zuiden van Ciudad del Carmen), die leefde
vanaf 605 tot 683.
Op 15 juli 1952 wrong de Mexicaanse archeoloog Alberto Ruz zich door een nauwe
opening in het graf, een met kalksteen afgezet vertrek. Voor hem was een groot
platform, dat meer dan 3,5 meter lang en 2 meter breed was en overdekt was met
fijn reliëfwerk. De stenen dekplaat van de sarcofaag woog ruim vijf ton.
Centraal in de voorstelling op het
deksel staat Pacal, die afdaalt in de
door de aardslang gesymboliseerde
onderwereld. Achter hem staat een
levensboom met takken in de vorm van
slangenkoppen. Een tweekoppige slang
met
geopende
bek
en
een
reptielachtige vogel zitten boven in de
boom. In de sarcofaag trof men
sieraden
en
delen
van
een
dodenmasker van jade aan. Het masker
werd later weer in elkaar gezet. Het
lichaam was vrijwel geheel bedekt met
kostbaarheden:
een
borstplaat
bestaande uit 189 stukjes fijn gepolijste
jade, ringen en armbanden. De schedel
was getooid met een diadeem, die was
vervaardigd van kleine schijfjes jade.
De vondst van de tombe toonde aan
dat de Maya-piramiden niet alleen als tempels, maar ook als grafmonumenten
fungeerden.
Noord-Amerika
Noord-Amerikaanse indianen hadden ook hun
eigen geloof, waarin een belangrijke plaats werd
gegeven aan de totem. Een totem is een voorwerp
of symbool dat een dier of plant representeert als
embleem voor een groep mensen, meestal
verwijzend naar de vermeende stamvader van de
groep.
Vaak werd de totem uitgebeeld door een houten
paal vol van figuren. De paal werd meestal
gemaakt van het hout van de rode ceder, welke
vaak in bonte kleuren geschilderd werd.
26
niet zonder elkaar bestaan. Verder is er het principe van het niet-doen (niet te
verwarren met niets doen) of loslaten. Een taoïst probeert zich niet te verzetten
tegen de loop der dingen, maar daar spontaan, zij het wel bewust in mee te gaan.
Chinese cultuur
Verhalen over bomen, draken en hout
Zoals in alle culturen zijn er in de Chinese mythologie verhalen die de onsterfelijkheid
koppelen aan een boom.
Het verhaal van de perzikboom
De perzik is vol symboliek, maar de bekendste associatie is die met lang leven en zelfs
onsterfelijkheid. In de tuinen van de Koningin Moeder van het Westen (Xi Wang Mu),
een godin die in het Kunlungebergte huisde, stond een perzikboom die eens in de
duizend jaar vruchten droeg. Bij een dergelijke gelegenheid, waarbij ze alle
Onsterfelijken uitnodigde voor een feestelijk diner, stal Sun Wu Kong ('Koning Aap')
alle perziken van de boom - en werd onsterfelijk.
De levensboom en de draken
In de Chinese mythologie bevindt zich aan de voet van de
boom van het leven vaak een draak en op de top is een feniks
(een vogel). Een boom heeft diepe verbinding met de aarde,
maar zijn takken reiken tot aan de hemel. De boom
belichaamt een verbinding van hemel en aarde, van spirituele
en fysieke wereld. De draak vertegenwoordigt vaak
onsterfelijkheid.
De Drakenkoning is een godheid die beschouwd wordt als de
goddelijke heerser van de oceaan. Hij woont in een onderwater kristallen paleis. Hij
heeft zijn eigen koninklijke hof en een leger bestaande uit verschillende zeedieren. In
de klassieke roman Reis naar het Westen zijn er vier grote
Drakenkoningen:
- Ao Kuang, Draakkoning van de Oostzee
- Ao Qin, Draakkoning van de Zuidzee
- Ao Run, Draakkoning van de Westzee
- Ao Shunt, Draakkoning van de Noordzee.
Taoïsme
Het taoïsme (of in recente schrijfwijze, het daoïsme) is een Chinese filosofische
stroming, traditioneel verbonden met het godsdienstig-wijsgerig werk van Lao Tse (of
Laozi, dat betekent meester Lao, die leefde in 6e eeuw vóór het jaar 0). Het
voornaamste boek van het taoïsme, Tao Te Ching (of Daodejing), zou dateren uit de
3e eeuw vóór het jaar 0.
Je zou kunnen zeggen dat Tao de juiste weg is, de juiste manier van leven. Een
belangrijk onderdeel hierbij is het bewaren van de harmonie tussen de 2
natuurprincipes Yin en Yang. Yin en Yang zijn de universele antagonisten, elkaar
aanvullende kwaliteiten van het bestaan. Zo kunnen bv. kou (Yin) en warmte (Yang)
27
De filosofie van het taoïsme wordt vaak weergegeven in
vertellingen, zoals het verhaal over “de timmerman en het
overtollige hout”, een verhaal van Zhuang Zi, een taoïstisch
filosoof die leefde in de vierde eeuw vóór het jaar 0:
Timmerman Shi zag eens een eik als heilige boom van het
altaar van de Aarde, zo groot dat duizenden runderen
eronder konden schuilen. Iedereen keek ernaar, maar Shi zei:
“Dat is overtollig hout. Maak er een boot van en hij zinkt. Een
doodskist? Hij verrot meteen. Dit is hout dat nergens toe
dient en om die reden heeft die boom zo oud kunnen
Meester Zhuang
worden." De boom verscheen later aan de timmerman in een
onder een boom
droom en sprak: "Wilde je zeggen dat ik 'overtollig hout'
was? Appelen, peren, mandarijnen, en de vruchten van andere bomen: ze worden
afgerukt zodra ze rijp zijn. Daardoor worden die bomen gekwetst, hun grote takken
afgebroken en hun twijgjes vernield. Zo sterven ze allemaal voortijdig wanneer ze
pas op de helft zijn. Ze zijn het zelf die zich deze algemeen gangbare
geweldplegingen op de hals halen, en met andere wezens is het ook zo gesteld.
Daarom ben ik allang geleden gaan proberen om volstrekt nutteloos te worden. Als
ik ooit enige nuttigheid gehad zou hebben, zou ik dan zo groot hebben kunnen
worden? Laten we daarbij ook nog bedenken dat we allebei maar schepsels zijn.
Hoe kunnen schepsels elkaar beoordelen? Hoe kan een overtollig mens zoals jij, die
bovendien weldra gaat sterven, weten wat een overtollige boom is?"
Het taoïsme heeft verder een leer over vijf elementen, waarbij – verrassend voor ons
die vertrouwd zijn met de Griekse vier elementen – ook hout een rol speelt: het
systeem Wu Xing. De vijf elementen hebben elk hun bijhorende associaties van
seizoen, windrichting, kleur, lichamelijk orgaan:
• metaal:
herfst
westen
witte kleur
longen
• water:
winter
noorden
zwarte kleur
nieren
• hout:
lente
oosten
groene kleur
lever
• vuur:
zomer
zuiden
rode kleur
hart
• aarde:
midden van jaar
centrum
gele kleur
milt
Deze elementen vertonen 2 cycli:
een cyclus van creatie: hout voedt het vuur /
vuur schept aarde (as) / aarde herbergt metaal
/ metaal draagt water / water voedt hout.
een cyclus van vernietiging: hout verdeelt de
aarde / aarde absorbeert water / water dooft
vuur / vuur smelt metaal / metaal hakt door
hout.
De twee cycli worden samen afgebeeld als cirkel (of
vijfhoek) met een vijfpuntige ster erin.
28
Japanse cultuur (shintoïsme en boeddhisme)
Van natuur naar nirvana
Japan kent 2 grote levensbeschouwelijke tradities, het shintoïsme en het
boeddhisme.
In beide tradities spelen de natuur, en in het bijzonder bomen, een aanzienlijke rol.
Shintoïsme en eerbied voor bomen
Shintoïsme is de oorspronkelijke religie van Japan. Het woord is een combinatie van
twee Chinese karakters en betekent "de weg der goden". Het eerste wat opvalt aan
Shinto is de grote liefde en eerbied voor de natuur: stenen, water, planten. Men
vereert ook grotere objecten, zoals bomen en takken (beiden himorogi, shinboku,
letterlijk “heilige boom”). In het shintoïsme worden zogeheten Kami of
natuurgeesten aanbeden. Kami zijn heilige geesten die de vorm aannemen van
objecten van belang in het leven, zoals wind, regen, bergen, bomen, rivieren en
vruchtbaarheid. Ook beroepen en vaardigheden worden als Kami vereerd.
De natuurliefde van de Japanse levensbeschouwing blijkt ook uit een aantal
bijzondere officiële feestdagen die verbonden zijn aan bomen, zoals:
• de Dag van het groene loof (Midori no hi), gevierd op 4 mei. De doelstelling
van deze dag is "te verbroederen met de natuur, alsmede dankbaar te zijn
voor haar weldaden, en een geest van grootmoedigheid te cultiveren." Een
van de tradities is het (door kinderen) planten van bomen.
• het Bloemenkijkfeest (Hanami), waarbij men gaat kijken naar de bloeiende
Japanse kers (sakura). Dit gaat vaak gepaard met een picknick. De korte
bloeiperiode van de sakura symboliseert de vergankelijkheid van het leven.
De meester van de Japanse prent, Hiroshige (1717-1858), beeldde de
kersenbloesem zeer vaak af (zie een voorbeeld p. 71).
Boeddha, geboren én verlicht onder een boom
Het boeddhisme, ontstaan in India, heeft een grote populariteit bereikt in Japan.
Het boeddhisme neemt van het hindoeïsme het geloof in de
eeuwige wedergeboorte over, maar voor Boeddha (rond 600
vóór het jaar 0) is het eeuwige leven negatief, omdat het leven
steeds lijden is. Het ideaal is daarom de verlichting, dat is de
intrede in het nirvana, een toestand waarin de individualiteit
wordt opgeheven en dus de kring van wedergeboorte stopt.
Boeddha zou deze verlichting bereikt hebben onder een
vijgenboom (uit de familie van de moerbei), die daarom de
bodhiboom wordt genoemd, dat betekent letterlijk “de boom
van verlichting”. De bodhiboom is dus niet zozeer een boom
van het leven, maar eerder “een boom van het nirvana”, het
Boeddha onder
doorbreken van de gewone levenscyclus, het niet(s)-zijn.
de bodhiboom
29
Volgens de mythologie zou Boeddha overigens geboren zijn in een tuin, onder een
salboom (Shorea robusta, een subtropische boomsoort).
In Japan evolueerde het boeddhisme tot het zenboeddhisme, dat een grote plaats
geeft aan meditatie om tot verlichting te komen. Inspirerend is het kijken naar een
zentuin, die echter een “droge tuin” is, met voornamelijk stenen i.p.v. planten of
bomen. Bomen spelen wel een rol in de traditie van de bonsai-kunst.
Bonsai, een filosofische boomkunst
Bonsai is een Japans woord dat letterlijk “boom in pot” betekent en duidt op “een
door manipulatie klein gehouden plant, die echter de illusie wekt een groot en oud
exemplaar te zijn.”
De sterke verbreiding van het boeddhisme in de middeleeuwen zorgde voor een
export van de eerste bonsai naar Japan rond 1195. De Japanners verfijnden destijds
de bonsaikunst door ingewikkelde handelingen, waardoor de bomen beter
gemanipuleerd konden worden. In de 16e eeuw ontwikkelde de boomchirurgie zich
verder in Japan onder invloed van de bonsaikunst. Bomen werden met fijn gesmede
werktuigen en chemicaliën (vooral zwavelverbindingen) 'verbeterd'. Die verbeteringen waren sterk gericht op verfijning en versobering, in de geest van Boeddha.
De Japanners waren ook degenen die het begrip 'bonsai' verrijkten met een filosofie,
een vorm van essentialisme. Elke bijzondere vorm van de boom getuigt van een
bepaalde levensgeschiedenis, met al het wel en wee, de grote en kleine gebeurtenissen die het hebben veroorzaakt. In de Oosterse denktrant krijgt elk van de
vormen, die het noodlot heeft gevormd, een symbolische naam die een diepere
waarheid (“een essentie”) verbergt (bijvoorbeeld de waterval of cascade, gejaagd
door de wind, ...). Daarom is het scheppen van een bonsai ook veel nadenken en een
beetje mediteren.
De Japanse Filosofenraad stelde in de 18e eeuw zelfs een “bonsai-toezichthouder”
aan, Ibo Ito, die een gigantische collectie bonsai bezat en vele tokonama's creëerde.
Tokonama’s combineren een lege ruimte met een plant (vaak een bonsai), steen of
landschap en een wijze spreuk (vaak een haiku) tot een essentieel geheel. Het is de
bedoeling om de waarnemer een gevoel van rust te bezorgen door de 'ruis' uit de
natuur weg te nemen en uitsluitend datgene te tonen wat de kunstenaar van belang
acht.
een bonsai
een picknick onder de kersenbloesems
30
Humanistische cultuur
De eik van Goethe in nazikamp Buchenwald: een
humanistische “mythe"
Voor atheïsten is er geen Levensboom: het leven kan tot op zekere hoogte
wetenschappelijk bestudeerd worden, maar de ultieme oorsprong of betekenis van
het leven blijft een mysterie, en de mens moet aanvaarden dat hij sterfelijk is.
Voor humanisten (atheïstisch of religieus) verwijst de levensboom enkel naar de
opdracht een menselijk leven te leiden, en dus rekening te houden met de
medemensen.
Vanuit deze optiek is Goethes eik in Buchenwald een voorbeeld van de levensboom.
Het nazikamp Buchenwald (in het Nederlands: beukenwoud) werd vanaf 1937
gebouwd op de bosrijke heuvel Ettersberg, nabij de stad Weimar, de Duitse stad waar
in de tijd van de Verlichting grote schrijvers en filosofen woonden, zoals J.W. von
Goethe (1749-1832), F. von Schiller (1759-1805) en J. G. von Herder (1744-1803).
Bij de bouw werd een dikke eik gespaard door de SS. Hij bevond zich naast de
wasserij van het kamp.
Ook de nazi’s beschouwden Goethe, toch één van de grootste Duitsers en schrijver
van antisemitische passages, als een medestander. Het fascistische nazisme had
verder een belangrijke voedingsbodem in het nationalisme, dat filosofisch mee
ontwikkeld werd door Herder, stadsgenoot en vriend van Goethe. Maar Goethes
beste vriend was zijn andere stadsgenoot Schiller, de schrijver van de Ode aan de
vreugde, met de bekende zin “Alle mensen worden broeders” (wereldwijd bekend
door Beethovens 9e symfonie). Dit is een mogelijke, diepere betekenis van Goethes
eik: het humanisme moet echt humanistisch zijn en dus zich verzetten tegen het
nationalisme, ten voordele van het universalisme, voor het “verbinden van wat door
gewoonte is verdeeld”, zoals Schiller schrijft.
De eik zelf overleefde niet lang. In 1944 stierf de eik – zoals zovele gevangenen - bij
gebrek aan grondwater. Later vatte hij vuur bij een bombardement van het kamp
door de geallieerden en werd hij geveld.
De stronk kan vandaag nog bezocht worden. De boom zelf is dood, maar de betekenis
blijft leven: in een menselijke wereld is geen plaats voor fascistische ideeën.
De kampbewoners noemden deze boom de eik van Goethe. Ze verwezen hierbij naar
de wandelingen die Goethe regelmatig naar de Ettersberg maakte. Ze fantaseerden
dat deze boom de favoriete plek was van de grote schrijver – dit is het onware (niet
te controleren en onwaarschijnlijke) element van deze mythe.
De waarheid van deze mythe is de
symbolische betekenis: het concentratiekamp en de hele ideologie van de nazi’s
staan haaks op de humanistische waarden
zoals die door de Duitse cultuur van rond
1800 werden verdedigd. Het was alsof
Goethe zelf door de nazi’s in een
concentratiekamp was opgesloten.
Voor de kampbewoners (vooral politieke
gevangenen) was deze gedachte een
symbolisch protest tegen het nazisme,
voor velen onder hen het geloof in of toch
de hoop op de overwinning van het
humanisme op het nazisme, voor
sommigen ook de hoop op persoonlijk
overleven. De eik van Goethe was voor de
bewoners van het dodenkamp Buchenwald
een boom van het leven.
De werkelijkheid is, zoals vaak, complexer
dan deze eerste lezing van de mythe.
de eik van Goethe vóór 1945
tekening van de eik door
gevangene Paul Goyard (1886-1980)
de restant van de eik, te bezoeken in het kamp van Buchenwald
31
32
de levensboom een natuurlijk gegeven was, dat iedereen kon onderkennen, maar dat
wel verklaard moest worden. Zijn verklaring was evolutie door natuurlijke selectie.
Sinds Darwin geldt de levensboom als verenigend principe achter de geschiedenis van
leven op aarde. Verschillende biologen hebben de evolutie in kaart proberen te
brengen met levensbomen. Darwin tekende in zijn schetsboek een klein boompje dat
zijn idee van een gemeenschappelijke voorouder illustreerde. Nieuwe informatie
zorgde steeds weer voor veranderingen en aanvullingen.
Biologie (evolutieleer)
Levensboom als voorstelling evolutieleer
Van Lamarck tot neodarwinisten,
van boom tot web
Haeckels levensboom
De levensboom is een metafoor gebruikt om de relaties tussen organismen te
beschrijven. Het gebruik ervan gaat terug tot het begin van de jaren 1800.
Voorlopers van Darwin
Jean-Baptiste Lamarck (1744-1829) creëerde als eerste een boomstructuur van de
dieren in zijn Philosophie Zoologique (1809). Het was een omgekeerde boom die
begon met de wormen en eindigde met zoogdieren. In tegenstelling tot Charles
Darwin (1809-1882) geloofde Lamarck niet dat alle organismen afstammelingen
waren van dezelfde voorouders. Hij geloofde dat het leven bestond uit verschillende
parallelle lijnen die gingen van eenvoudig tot complex.
De Amerikaan Edward Hitchcock (1793-1864) publiceerde in 1840 eveneens een
levensboom in zijn Elementary Geology. Hitchcock maakte twee afzonderlijke bomen,
een van het plantenrijk en een van het dierenrijk.
De Duitse wetenschapper Ernst
Haeckel (1834-1919) bedacht de
term “fylogenie”, waarmee hij
verder ging dan Darwin bij het
voorstellen van de geschiedenis
van het leven.
Fylogenie is de studie van de
ontstaansgeschiedenis van een
groep organismen. Een fylogenie
is de beschrijving van hoe de ene
groep organismen is ontstaan uit
andere groepen. Deze wordt veelal grafisch weergegeven in een fylogenetische
stamboom. De fylogenie onderzoekt niet zozeer de overeenkomsten tussen
verschillende organismes, maar de evolutie van die organismen uit
gemeenschappelijke voorouders.
Darwins levensboom
In Darwins On the Origin of Species (gepubliceerd in
1859) staat slechts één afbeelding, namelijk die van een
vertakkende levensboom. In juli 1837 kreeg Charles
Darwin een flits van inspiratie. In zijn studeerkamer in
zijn Londense woning sloeg hij een nieuwe bladzijde om
in zijn met rood leer gekafte notitieboek en schreef: ‘Ik
denk…’. Toen schetste hij een spichtige boom. Het zou
een vruchtbaar idee blijken.
Volgens Charles Darwin zou al het leven op aarde zijn
terug te voeren tot één gemeenschappelijke voorouder.
Hij dacht dat de geschiedenis van het leven kon worden
vergeleken met een grote boom, die ook wel de
levensboom wordt genoemd. Vanuit de stam
ontstonden nieuwe soorten die zich vertakten in
families van planten en dieren en zich vervolgens weer
vertakten in alle soorten binnen de families van planten en dieren die nu leven.
De levensboom stond absoluut centraal in Darwins denken, even belangrijk als
natuurlijke selectie. Zonder de boom zou de evolutietheorie nooit zijn ontstaan. De
boom hielp ook om evolutie begrijpelijk te maken. Darwin betoogde met succes dat
33
Invloed van ontdekking van DNA op de levensboom
De ontdekking van DNA in 1953 heeft een heel nieuw terrein geopend voor de
evolutionaire biologie. Hier was dan eindelijk het materiaal van erfelijkheid waarin de
geschiedenis van het leven was vastgelegd. Zo werd de moleculaire evolutie geboren.
Toen technieken beschikbaar kwamen om DNA-volgorden te lezen en die van andere
moleculen zoals RNA en eiwitten, begonnen de pioniers te geloven dat hun
bevindingen het bewijs zouden leveren van Darwins levensboom. Het achterliggende
idee was eenvoudig: hoe meer verwant twee soorten zijn (of hoe recenter hun
takken zijn gesplitst), hoe meer overeenkomst hun DNA, RNA en eiwitvolgorden
zouden moeten tonen.
In de jaren 1990 creëerde men de mogelijkheid om de genen van bacteriën te lezen
waardoor men een fout ontdekte in de theorie van Darwin. Darwin stelde dat
afkomst uitsluitend verticaal was, doordat organismen hun eigenschappen doorgeven
aan hun nageslacht. Maar wat als soorten ook genetisch materiaal uitwisselden met
andere soorten, of met hen samensmolten? Dan zou het nette vertakkingpatroon
snel ontaarden in een ondoordringbaar woud van verwantschap, met soorten die in
bepaalde opzichten met elkaar verwant zijn, maar in andere opzichten ook niet. Door
deze ontdekking werd het boomschema steeds complexer en ontstond er een
overgang naar een webschema.
34
maakt zuurstof vrij als hij koolzuur gebruikt om koolstof te binden voor zijn groei.
Wanneer de boom doodgaat, kunnen er een paar dingen gebeuren: hij wordt gekapt,
hij rot ter plaatse weg of hij wordt verbrand. Bij het verbranden en wegrotten wordt
precies evenveel zuurstof verbruikt als bij de groei is afgegeven. Zolang het hout
intact blijft, is er een nettoverschil op de zuurstofbalans, dat wil zeggen zolang het
bouwhout blijft bestaan of als de boom of vegetatie fossiliseert tot veen, bruinkool of
steenkool. Als men een bos plant op een plaats waar het er vóór die tijd niet was, is
er een netto zuurstofeffect, maar alleen zolang tot het bos in evenwicht is en er meer
groeit dan er wegrot.
In bossen is zeer veel CO2 opgeslagen, tot 200 ton bovengronds en 200 ton
ondergronds. Ontbossing veroorzaakt 20% van de mondiale uitstoot van CO2.
Ecologie (wetenschap en
actie)
Het belang van bomen
Bomen onmisbaar in ecologisch systeem
Bomen, een bron van leven
Bossen en waterhuishouding
Bomen verschillen enorm. Wat ze wel
allemaal gemeen hebben is, dat ze van
onschatbare waarde zijn. De bomen
vervullen een aantal belangrijke functies. Ze
spelen een hoofdrol in een hele
levensgemeenschap. Daarom moeten we
zuinig zijn op de bomen die we hebben en
zoveel mogelijk nieuwe bomen aanplanten.
Bomen leveren hout voor allerlei doeleinden,
zoals meubels en papier. Ze verbeteren het
klimaat, zorgen voor schaduw bij felle zon, vormen een paraplu bij regen en vormen
een beschutting tegen de wind. Bomen verbeteren ook de luchtkwaliteit. Bomen
filteren stof en roet uit de lucht. Verminderen van lawaai is ook een functie van
bomen. De bladeren kunnen namelijk geluid tegenhouden. Bomen kunnen een
cultuurhistorische waarde hebben. Bomen zijn decoratief en hebben een hoge
belevingswaarde. Ze kleden het landschap aan en fleuren woonwijken op. Bovendien
vormen ze een inspiratiebron voor schrijvers en schilders. Zonder bomen zou de
wereld er saai uit zien. Belangrijker nog: zonder bomen kan het ecologisch systeem
“aarde” niet behoorlijk functioneren. Bomen vervullen immers 3 essentiële functies.
Fotosynthese
De bladeren van een boom vormen glucose met behulp van licht en koolzuurgas uit
de lucht, terwijl de wortels water, zuurstof en voedingszouten uit de bodem
opnemen. Hieruit kan een boom koolhydraten vormen die hij nodig heeft voor de
vorming van bladeren, knoppen en voor de lengte- en diktegroei, dankzij de
bladgroenkorrels in de bladeren. Deze bladgroenkorrels geven de groene kleur aan
het blad en zorgen met behulp van licht voor de fotosynthese. Bij dit proces ontstaat
naast koolhydraten ook zuurstof die noodzakelijk is bij de ademhaling van dieren en
mensen. Een honderd jaar oude beuk met een bladoppervlak van 1.500 m² kan in de
jaarlijkse zuurstofbehoefte van tien mensen voorzien.
Het idee dat bossen een belangrijke leverancier van zuurstof zouden zijn, waarvan
alle leven op onze aarde afhankelijk is, moet wel gepreciseerd worden. Een boom
35
Bomen en planten nemen via hun wortels grondwater op. Dit water verdampt
grotendeels weer door de bladeren en komt zo als waterdamp in de lucht terecht.
Ontbossing kan daarom leiden tot volgende, nefaste verschijnselen:
• overstromingen van rivieren: de wortels van de bomen die het regenwater
vasthielden, doen dat na ontbossing niet meer. Hierdoor zal het water direct langs
de hellingen naar de rivier toe stromen. Als er veel regen valt kan de rivier deze
grote hoeveelheden water niet meer aan en zal de rivier stroomafwaarts buiten
haar oevers treden.
• klimaatsverandering: de hoeveelheid verdamping neemt af, omdat water meteen
wegstroomt, hierdoor neemt de neerslaghoeveelheid af.
• erosie: door het verdwijnen van bomen wordt, wanneer het hard en langdurig
geregend heeft, ook de dunne bovenlaag van vruchtbare grond weggespoeld. De
grond wordt dan niet meer bij elkaar gehouden door de wortels van de bomen.
Ook dit draagt bij tot overstromingen.
Het resultaat is een kaal, rotsachtig landschap waar bijna niets meer kan groeien en
dat doorsneden is met erosiegeulen. Wanneer de klimatologische omstandigheden
zich ervoor lenen, is het zelfs mogelijk dat er verwoestijning optreedt.
Biodiversiteit
Bomen zorgen voor een schuil- en nestplaats voor allerlei dieren; veel vogels en
eekhoorns maken er hun nest, veel insecten vinden er een plekje voor zichzelf of hun
eieren. Ook planten voelen zich er thuis. Algen, mossen, korstmossen en schimmels
‘wonen’ op de stam en takken. Ontbossing vermindert deze biodiversiteit.
Dieren en planten kunnen verdwijnen en ecosystemen kunnen ontregeld worden. Er
sterven bijvoorbeeld tijgers, olifanten en orangoetans in Azië uit, omdat bossen die voor hen
belangrijk zijn, illegaal worden gekapt. Hetzelfde
geldt voor de mensapen in Afrika en bijvoorbeeld
de jaguar in de Amazone. Maar het betreft niet
alleen grote dieren, maar ook micro-organismen
en planten, zoals zweefvliegen, larven van
mierenzakkevers, enz.
36
Ontbossing in de geschiedenis
Ontbossing in Engeland
De economie groeit, het bos krimpt
Het landschap in Engeland is in de loop van de geschiedenis veel veranderd. Ooit was
het land voor een groot deel met bos bedekt, maar dit landschap werd in grote mate
door de mens gevormd en beïnvloed. Ontbossing kwam voortdurend terug.
Op dit ogenblik is ongeveer 12% van de oppervlakte nog bos.
Periode vóór de industrialisatie
De ontbossing begon met de eerste neolithische nederzettingen, rond 4.000 vóór het
jaar 0. In de laaggelegen gebieden werd dit bos grotendeels gekapt in het begin van
de ijzertijd (700 vóór het jaar 0).
Er mag aangenomen worden dat ook de Romeinen bijdroegen aan verdere
ontbossing. In de periode van de verovering van Engeland (het jaar 43) was Italië
bijna volledig ontbost, zodat de Romeinen hout moesten invoeren uit andere
gebieden. Daar ligt een belangrijke reden van hun expansie naar Nood-Europa. Ze
slaagden er echter niet in om de gebieden te veroveren ten oosten van de Rijn, waar
zich uitgestrekte eikenwouden bevonden.
Het middeleeuwse Domesday Book, dat een compleet overzicht wilde samenstellen
van alle bezittingen in het land, toont aan dat in 1086 nog slechts 15% van ZuidYorkshire bedekt was met bos. Aan het eind van de middeleeuwen was er van het
oerbos in Engeland bijna niets meer over.
De
uitbreiding
van
landbouwgrond
verminderde na de middeleeuwen, maar de
bossen werden verder vernietigd door het
kappen van hout om vuur te maken en om
houtskool te produceren. Hout was ook
nodig voor de opkomende industrie in de
vroegmoderne periode en voor het bouwen
van schepen, nodig voor handel en oorlog.
Rond 1620, ten tijde van de oorlog tegen
Frankrijk, deed zich voor het eerst een tekort
aan hout voor. Men voerde hout in uit de
Productie van houtskool in Engeland,
Baltische Staten en Scandinavië en later uit
17e eeuw
de kolonies in Amerika.
Dit veranderde door de techniek om met een speciale warmtebehandeling steenkool
te ontdoen van verontreinigingen zodat het een zuiverdere brandstof wordt (cokes).
In 1709 bouwde Abraham Darby uit Coalbrookdale in Shropshire de eerste cokes
gestookte oven voor de productie van gietijzer. De productie van ijzer steeg sterk,
vooral in de gebieden waar veel steenkool te delven was, Noord- en MiddenEngeland. Door het ijzer was er nu ook minder hout nodig als constructiemateriaal.
Door de bouw van spoorwegen werd het mogelijk de steenkool massaal te
vervoeren, zodat ook in andere delen van Engeland de industrialisatie op gang kwam.
Het tijdperk van de fossiele brandstoffen, dat aanvankelijk de bossen spaarde, leidde
tot een ongeziene groei van de economie, waardoor al zeer vlug de bossen opnieuw
in verdrukking kwamen.
Tussen 1840 en 1870 kwam er nogmaals een grote uitbreiding van landbouwgrond.
Ongeveer een kwart van de oude bossen werd hiervoor gerooid. In deze periode
ontstonden ook de eerste verenigingen die opkwamen voor natuurbehoud (zie de
tekst over Epping Forest op p. 53-54).
Tijdens de recentste tijd werden de veranderingen in het landschap steeds
opmerkelijker. Steden worden steeds groter, steeds dichter wordt het wegennet. Er
is op veel plaatsen een landschap van asfalt en beton gecreëerd. Sinds de jaren 1970
wordt dit door de milieubeweging in vraag gesteld.
Veel internationale weerklank kreeg de zogenaamde Third Battle of Newbury, het
verzet in 1996 tegen de aanleg van 14 km ringweg rond het dorp Newbury, waarvoor
50 hectare bos met 10.000 bomen moest gekapt worden. Een aantal actievoerders
bouwden een hut in een boom (“Tree sitting”), maar de politie ontruimde het bos
met geweld en arresteerde meer dan 800 sympathisanten. Waar vroeger ooit bos
stond, rijden nu auto’s, voortgedreven door olie uit de zee of uit verre woestijnen.
Industrialisatie: hout vervangen door fossiele brandstoffen
Rond de 17e eeuw stopte de ontbossing min of meer, mede doordat men als
brandstof steenkool uit mijnen begon te gebruiken in plaats van hout uit bos. Voor
het smelten van ijzer was steenkool echter niet geschikt.
37
Tree sitting, Newbury, 1996
Sinds 2005 schildert de bekende Britse
kunstenaar David Hockney (°1937) “en plein air”
bomen in zijn geboortestreek Yorkshire.
38
Ontbossing van Paaseiland
Paaseiland, een voorbeeld voor de hele planeet
De mens kapt al vele eeuwen, systematisch of in het wilde weg, bomen om. Bossen
en wouden moesten plaats maken voor steden en landbouwgrond. Dit heeft
uiteraard gevolgen voor de menselijke gemeenschappen, soms zeer verregaand. De
ontbossing van Paaseiland springt het meest in het oog.
Het eiland behoort geografisch tot de eilandengroep Polynesië (waar Nieuw-Zeeland
ook een deel van uitmaakt) en staatkundig tot Chili. Paaseiland bestaat hoofdzakelijk
uit drie vulkanen die in de loop van de tijd, door het uitspuwen van lava dat
vervolgens versteende, naar elkaar toegroeiden tot ze een driehoekig eiland
vormden. Verder is het eiland ook één van de meest afgelegen bewoonde plaatsen
ter wereld. Het ligt 2.075 kilometer ver van zijn dichtste buur, het eiland Pitcairn met
slechts 50 inwoners, en 3.512 kilometer ver van het dichtstbijzijnde continent (ZuidAmerika).
De eerste inwoners kwamen vanwege de afgelegen ligging pas tussen 700 en 1100 op
het eiland aan. Er ontstond echter al vlug een welvarende gemeenschap die leefde
van de landbouw en de visvangst. Het is tijdens deze welvarende periode dat de
inwoners van het eiland (de Rapa Nui) hun bekende beelden optrokken, de Moai,
waarvan er zo’n 887 waren. De beelden stellen overleden familieleden en
stamhoofden voor, wat er op wijst dat de inwoners aan voorouderverering deden.
De beelden zijn wel tot 10 meter hoog en haast volledig vervaardigd uit vulkanisch as,
afkomstig van de drie vulkanen van het eiland. De vervaardiging begon met het
uitkappen van de vorm uit een groeve (waar men later nog vele onafgewerkte
beelden terugvond), vervolgens werden ze dan vervoerd, met behulp van materiaal
afkomstig van bomen. De precieze manier van transport is echter niet bekend.
Er zijn echter wel een aantal theorieën. Een
Theorie 1: met gebruik van hout
daarvan veronderstelt dat de inwoners de
beelden rolden over boomstammen tot deze op
de juiste plaats waren. Deze theorie wordt
vooral gesteund door Jared Diamond. Een
andere theorie zegt dat de beelden werden
verplaats door een systeem van katrollen en
hefbomen met touw gemaakt van lianen die
aan de bomen groeiden.
Theorie 2: zonder hout
39
De inwoners hadden decennia lang bomen
gekapt voor landbouwgrond, hutten en de
aanmaak van de beelden. Dat zorgde
ervoor dat er minder regen viel en de
landbouwgrond uitputte (mede doordat het
verdwijnen van de bomen de vitale
natuurlijke cyclus verbreekt – zie uitleg p.
35-36). Verder verdween met de bomen de
mogelijkheid om kano’s en haken of
harpoenen te maken. Zo viel de belangrijkste voedselbron van de bewoners weg. Ook de algehele biodiversiteit
verminderde. Zo stierven er 3 boomsoorten uit en wel tot 21 land- of watervogels.
Door voedseltekorten viel het bevolkingsaantal snel terug. Het is dan ook niet uit te
sluiten dat sommige bewoners over gingen tot kannibalisme.
Men weet niet zeker waarom de inwoners van Paaseiland niet inzagen dat het
kappen van bomen zou leiden tot hongersnood. Waarschijnlijk waren ze hier niet op
voorbereid of hadden ze onvoldoende kennis omtrent de voorplanting van bomen.
Daardoor gaven ze de bomen niet genoeg tijd om te groeien en om hun zaden te
verspreiden. Bovendien at de Polynesische rat de zaden op en vernielde de kleine en
jonge bomen. Of geloofden de inwoners dat hun voorouders – voor wier verering de
bomen toch gebruikt werden - wel zouden zorgen voor een oplossing?
Op 5 april 1722 deed Jacob Roggeveen als eerste Europeaan het eiland aan met drie
schepen. Het was Roggeveen die het eiland zijn huidige naam gaf, Paaseiland,
genoemd naar paaszondag, de dag waarop hij daar aankwam. Hij trof er zo’n tweetot drieduizend inwoners aan. Dit aantal is vermoedelijk niet helemaal correct
doordat vele inwoners zich schuilhielden voor Roggeveen en zijn bemanning.
Desalniettemin waren er een eeuw daarvoor hoogst waarschijnlijk zo’n vijftienduizend inwoners. Bovendien kon Roggeveen geen enkele boom op het eiland vinden.
Diverse auteurs, onder wie de Britse historicus Clive Ponting en de Amerikaanse
bioloog Jared Diamond gebruikten de ecologische geschiedenis van Paaseiland als
afschrikwekkend voorbeeld voor de hele bevolking van de planeet aarde. Door
uitputting van de natuurlijke hulpbronnen (bossen) ging een hoog ontwikkelde en
complexe cultuur ten onder.
Dit beeld wordt wel door anderen genuanceerd. De afname van de bevolking is
volgens hen niet alleen te wijten aan de boskap maar ook
aan de Polynesische rat, die vele planten aanknaagde (en zo
vernielde) en ook vele ziekten verspreidde. Verder blijkt
nergens uit de beschrijvingen van de zeevaarders uit de 18de
en vroege 19de eeuw dat er honger heerste. De bewoners
van Paaseiland waren ervaren tuinbouwers die genoeg
voedsel konden verbouwen op het ontboste eiland. De
decimering van de bevolking in de 18de en 19de eeuw kan
toegeschreven worden aan honger en ziekten die vooral
werden veroorzaakt door Peruaanse mensenhandelaars en
nieuw geïntroduceerde ziekten door de Europeanen.
40
De bomen bedreigd in huidige wereld
Probleem van de zure regen
Zure regen: uit de aandacht, maar niet verdwenen
Een ernstig probleem…
Bij verbrandingsprocessen (gebruikt
bij huisverwarming, voertuigmotoren, industriële productie) ontstaan
stikstofdioxide en zwaveldioxide. In
de lucht reageert stikstofdioxide met
waterdamp, waardoor salpeterzuur
ontstaat, en ook zwaveldioxide reageert met de waterdamp, waardoor
zwavelzuur ontstaat.
Regenval vol van salpeterzuur en zwavelzuur, zure regen, kan bomen rechtstreeks
aantasten. Het zuur tast bijvoorbeeld de huidmondjes en de beschermende waslaag
van bladeren en naalden aan, waardoor een plant kan uitdrogen. Tevens kan het zuur
in het blad doordringen en de voedingsstoffen uitspoelen, die de wortels niet op tijd
kunnen aanvullen. (Een ander gevolg van de zure regen is de aantasting van oude
gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn opgetrokken uit stenen waarin behoorlijk
wat kalk zit verwerkt. Een zuur lost die kalk beetje bij beetje op, zodat de stenen
afbrokkelen). De grootste schade aan bomen gebeurt echter door het zuurder
worden van de bodem.
Via de regen komen het salpeterzuur en zwavelzuur op de aardbodem terecht. Er is,
naast de luchtvervuiling die zorgt voor salpeterzuur en zwavelzuur, een tweede
oorzaak van verzuring van de bodem: de grote bemesting. Ammoniak, afkomstig van
dierlijk mest, wordt immers door bodembacteriën omgezet in zure nitraten.
De verzuring van de bodem beïnvloedt de voeding van de bomen op meerdere
manieren:
• de bodem verarmt: wanneer zure regen in de bodem dringt, neemt hij voedende
mineralen (zoals magnesium, kalium, calcium) met zich mee naar lager liggende
bodemlagen waar de wortels ze niet meer kunnen bereiken
• de bodem wordt giftig: door de verzuring geeft de bodem aluminium vrij, dat de
wortels aantast, zodat die minder voedsel kunnen opnemen
• de biodiversiteit in de bodem vermindert: de verzuring zorgt voor een afname
van bacteriën, microscopische zwammen en regenwormen, die zorgen voor de
ontbinding van het bosafval tot de voedende minerale bestanddelen.
Bomen die minder voeding krijgen, worden ziek. De bladeren verkleuren vroeger en
vallen vlugger af. De groei vertraagt en geleidelijk aan sterven takken af. Op lange
termijn gaat de boom dood.
De zure stoffen komen ook terecht in rivieren en meren (aantasting visbestand).
41
… dat werd aangepakt…
Midden in de jaren 1970 werden de bomen in
Central Europa massaal ziek. Begin jaren 1980
bleek dat ook bossen in de Verenigde Staten
en de rest van Europa aangetast werden.
Zure regen werd een belangrijk thema in de
internationale politiek. De regeringen stelden
grenswaarden op voor de uitstoot van
schadelijke stoffen. Er werden maatregelen
getroffen: fabrieken moesten filters op hun
schouwen plaatsen, auto’s moesten uitgerust
aangetast bos in Tsjechië
worden met een katalysator, boeren mochten
niet meer zomaar mest op hun land strooien.
Ook werd er kalk over de meren en bossen uitgestrooid om de verzuring te
neutraliseren. De regen is daardoor minder zuur geworden en de bodemverzuring is
vertraagd. Aangetaste bossen hebben zich voor een stuk hersteld.
Het probleem is minder acuut geworden, maar echter nog niet verdwenen.
… maar nog niet volledig is opgelost
In een studie uit 2010 (Zure regen. Een analyse van dertig jaar
verzuringsproblematiek in Nederland) waarschuwt het Nederlandse Planbureau: “De
kans dat binnen enkele decennia grootschalige bossterfte zal optreden is vrijwel nihil
geworden, maar het proces van bodemverzuring gaat nog steeds – zij het sterk
vertraagd – door. De bomen leven, maar de ondergroei is veranderd. Waar vroeger
anemonen bloeiden en zeldzame korstmossen stonden, staan nu bramen en
brandnetels. Veel bospaddenstoelen zijn verdwenen.”
Vooraanstaande wetenschappers waarschuwen voor een sluipende comeback van
zure neerslag en de mogelijke desastreuse gevolgen ervan. Waar vroeger vooral
zwaveldioxide het probleem vormde, schuilt nu het gevaar in de stikstofmonoxiden
afkomstig van uitlaatgassen en kunstmest. In de Scientific American waarschuwen
wetenschappers dat salpeterzuur de ozonlaag aantast en de flora en fauna bedreigt.
In de Verenigde Staten is de stikstofvervuiling teruggedrongen, maar bij lange na niet
zo veel als de zwavelvervuiling. Veel wetenschappers, onder wie professor William
Schlesinger van het Cary Institute for Ecosystem Studies, zijn van mening dat het
maatschappelijk debat over klimaatsverandering de Amerikaanse regering ruim baan
heeft gegeven om het stikstofprobleem te negeren.
Door het Gothenborg Protocol uit 1999 werden eind 2011 wettelijke bepalingen over
maximale uitstoot van kracht, maar naar verwachting zal het Verenigd Koninkrijk de
grenswaarden met 5 % overschrijden, Frankrijk en Spanje zelfs met 30%.
De kern van het probleem is dit: auto’s stoten wel minder schadelijke stoffen uit,
maar er rijden meer auto’s en elke auto rijdt meer kilometers. Hetzelfde geldt voor
uitstoot door fabrieken: een product kan met minder uitstoot gemaakt worden, maar
er worden meer producten gemaakt. Het probleem is de groei-economie. Technische
oplossingen zijn daarom niet voldoende. Anders gaan leven is nodig (zie p. 61-62 ).
42
Situatie bosbestand in hedendaags Vlaanderen
Bosbeleid van de regering in vraag gesteld
Doorheen de voorbije eeuwen is Vlaanderen zeer sterk ontbost door landbouwontginning en aanleg van bouwgrond, wegen, industrieterreinen. Tussen 1775 en
2000 is de ontwikkeling van het bosareaal nagenoeg nihil. Uit kaarten uit het jaar
1775 kan worden opgemaakt dat er destijds in wat nu Vlaanderen is ongeveer
147.000 ha. bos was, evenveel als in 2000 (cijfers uit Wikipedia). Er zijn wel
veranderingen gebeurd.
Oorspronkelijk waren de bossen vooral in de zuidelijke helft van Vlaanderen te
vinden, maar in deze gebieden is het bosareaal sterk teruggedrongen. Daartegenover
staat dat in de bosarme Kempen in de 19e eeuw grootschalig bos werd aangeplant op
de heidevelden. De provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen zijn nu zeer
bosarm. Brabant heeft met het Zoniënwoud en het Meerdaalwoud-Heverleebos nog
overblijfselen van het legendarische Kolenwoud.
Tegenwoordig probeert de overheid wel de oppervlakte bos weer doen toe te
nemen, of ze beweert dat toch. Er zijn echter meningsverschillen of dit ook werkelijk
gebeurt, afhankelijk van de bron, de Vlaamse regering of milieuverenigingen.
Het goede nieuws van de Vlaamse overheid…
Het bosbeheer in Vlaanderen van overheidswege gebeurt door
het Agentschap voor Natuur en Bos.
Sinds 2011 volgt het Agentschap de evolutie van de
bosoppervlakte in Vlaanderen op door middel van De Boswijzer,
een “objectieve methode” die gebruik maakt van digitale
luchtfoto’s. Het begrip “bos” wordt hierbij slechts gebruikt zodra
de bomen hoger zijn dan drie meter en de oppervlakte meer dan
een halve hectare beslaat.
Volgens het Agentschap zou er eind 2013 185.686 hectare bos
zijn, op een grondgebied van ongeveer 1.350.000 hectare. Dit betekent dat ongeveer
13% bos uitmaakt (dit tegenover 27% voor de bebouwde oppervlakte). Dit betekent
ook dat er sinds 2011 8.262 hectare bos is bijgekomen.
Deze visie krijgt echter kritiek vanuit de academische wereld en de milieubeweging.
De kritiek wordt gedeeld door BOS+, een Vlaamse
organisatie die zich specifiek inzet voor bosbehoud,
beter bos en meer bos in Vlaanderen en de wereld.
BOS+ publiceert zijn bevindingen in “de Bosbarometer”.
Volgens BOS+ wordt er meer bos gekapt dan dat er
wordt bijgeplant. Met 13 procent van het totale landoppervlak dat uit bos bestaat,
doen in Europa enkel Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk slechter.
Vlaanderen flirt nu al jaren met de “nulgrens” van netto bosuitbreiding: in de periode
2007-2011 is er een totale negatieve bosbalans van 1 hectare. De natuurorganisaties
wijzen op het feit dat geen enkele actie op het terrein de toename staaft en dat de
Vlaamse begrotingsinspanningen niet in de richting van bosuitbreiding wijzen. Het
Agentschap voor Natuur en Bos blijft er echter bij dat hun cijfers (toename met meer
dan 8.000 hectare) correct zijn en wijst erop dat bosontwikkeling niet altijd via de
overheid gebeurt: “soms groeien bossen vanzelf of planten mensen met grote tuinen
bomen aan".
BOS+ heeft nog andere kritiek op het Bosdecreet van de Vlaamse overheid (daterend
van 1990). Het decreet stelt duidelijk dat ontbossing in Vlaanderen verboden is.
Jammer genoeg zijn er twee achterpoortjes, die wagenwijd open staan, wat blijkt uit
de honderden hectares bos die jaarlijks in Vlaanderen volledig legaal ontbost worden.
De zonevreemde bossen (ongeveer 1/3 van de bossen) zijn veruit het kwetsbaarst.
Bossen die in woon- of industriegebied liggen kunnen simpelweg door het afleveren
van een stedenbouwkundige vergunning door de gemeente ontbost worden (zoals
het Lappersfortbos: zie tekst p. 55-56). Bossen in andere gewestplanbestemmingen
kunnen door een ministeriële ontheffing ontbost worden. Beide procedures komen
zeer frequent voor.
Voor elk gerooid bos moet de “ontbosser” elders minstens evenveel bos aanleggen,
maar hij kan ook een bijdrage in het 'boscompensatiefonds' storten. 71 procent van
de gecompenseerde oppervlakte werd in 2012 financieel gecompenseerd.
Ontbossers kiezen dus vaker voor een financiële vergoeding dan voor de aanplanting
van bomen. Daardoor neemt de compensatieachterstand elk jaar toe. Eind 2011
moest meer dan 1.300 hectare van de ontbossingen van de voorbije jaren nog op het
terrein gecompenseerd worden.
… in twijfel getrokken door de milieubeweging
Professor Bart Muys, hoogleraar bos-ecologie en bosbeheer aan de KU Leuven, stelt
dat de Boswijzer geen goed meetinstrument is: ”Er worden villawijken met veel
bomen en zelfs serres meegeteld. Overhangende kruinen aan bosranden dikken het
totaal onterecht aan. De foutjes accumuleren, zodat de foutenmarge van het gehele
plaatje enorm is.” Als hij de evolutie in Vlaanderen onderzoekt aan de hand van
boskaarten die de Amerikaanse University of Maryland zopas heeft gepubliceerd, dan
komt Muys tot een tegengestelde conclusie, met meer verlies dan winst.
43
kaart met bosbestand in Vlaanderen (University of Maryland) – de lichtere (groene) kleur
in het nood-oosten wijst erop dat in de Kempen er het meeste bos is; West-Vlaanderen
kleurt bijna uitsluitend zwart: het is de bosarmste provincie van Vlaanderen
44
Zeker is dat de huidige ontbossing, vooral in de tropen, erg snel gaat. Aan dit tempo
zouden alle tropische bossen eind deze eeuw verdwenen kunnen zijn.
Ontbossing in onze huidige wereld
Betwiste cijfers, maar onbetwistbaar probleem
Ontbossing heeft vooral de laatste 50 jaar veel schade aangericht. Bijna de helft van
de oorspronkelijke bossen op aarde is verdwenen. Van de overgebleven bossen is een
klein deel (10%) beschermd.
Per jaar verdwijnt bijna 15 miljoen hectare bos. Dat is ruim drie keer Nederland. De
overgebleven bossen (ook delen van het beschermde bos!) staan bloot aan
bedreigingen als onverantwoorde houtkap en productie van palmolie en soja.
Ontbossing door boskap en bosbranden
In het grootste deel van de wereld zijn de oorspronkelijke bossen verdwenen. Aan de
West-Afrikaanse kust is ongeveer 90% van het oorspronkelijk regenwoud verdwenen.
Voor Zuid-Azië geldt er een soortgelijk cijfer.
In de “Top tien van landen met de meeste ontbossing” zijn 6 van deze 10 landen
Afrikaans. Toch zou er in Zuid-Amerika meer bos verdwijnen dan in Afrika.
Veel aandacht gaat ook naar Indonesië. In de eilandengroep groeit circa 140 miljoen
hectare regenwoud, na Brazilië het grootste ter wereld. Er wordt circa een miljoen
hectare grond per jaar ontbost, omdat de bevolkingsgroei nieuwe landbouwgronden
vereist. Een verwoestend effect op de natuur heeft echter ook het feit dat tropisch
hout een belangrijke inkomstenbron is en dat er meer en meer plantages aangelegd
worden met het oog op uitvoer van palmolie.
Het blijft echter zeer moeilijk om exacte cijfers te geven. Zelfs over de vraag of de
ontbossing versnelt of vertraagt, bestaat discussie. De bronnen spreken elkaar vaak
tegen.
Op de Engelstalige Wikipedia kan je lezen: “A 2005 report by the United Nations Food
and Agriculture Organization (FAO) estimates that although the Earth's total forest
area continues to decrease at about 13 million hectares per year, the global rate of
deforestation has recently been slowing”. Maar in november 2011 schrijft de
Volkskrant: “Op basis van satellietbeelden kon de FAO vaststellen dat tussen 1990 en
2000 per jaar gemiddeld 4,1 miljoen hectare bos verdween, terwijl dat tussen 2000 en
2005 opgelopen is tot 6,4 miljoen hectare”.
Uiteindelijk blijkt het tempo van ontbossing jaar per jaar te variëren. In mei 2013
schrijft de “summer foundation” op haar website: “Vorig jaar werd 1.500 vierkante
kilometer Amazonewoud vernield, een stijging van 88 procent tegenover 2011. De
laatste jaren werd er steeds minder woud gekapt, maar vorig jaar is de houtkap weer
in hoog tempo toegenomen. Experts wijten de plotselinge toename aan de nieuwe
wetgeving, die vorig jaar in Brazilië werd goedgekeurd. Deze wet geeft boeren en
houthakkers de vrijheid om grote delen van de Amazone te kappen”.
Een deel van het probleem is dat de officiële cijfers van de regeringen niet altijd de
situatie getrouw weergeven. Bovenop bestaat er discussie over de juiste definitie van
“bos” of “regenwoud”.
45
Oorzaken
De ontbossing in de wereld heeft verschillende redenen, zoals:
• er wordt hout gekapt om te worden verkocht
• er worden stukken bos platgebrand om te gebruiken als landbouwgrond
• er wordt bos gekapt om plaats te maken voor steden en vakantieparken en om
ruimte te maken voor de industrie
• er wordt bos gerooid voor de productie van biofuels [palmolie, suikerriet).
Eén van de basisoorzaken is de grote toename van de bevolking. Zo zou 56% van het
gekapte hout voor eigen gebruik gekapt worden.
Een andere fundamentele oorzaak is het toenemend niveau van consumptie, in de
betrokken landen zelf, maar vooral in de rijkere landen. Veel woud moet wijken voor
de productie van exportgoederen, zoals hout, palmolie, soja (dat vooral gebruikt
wordt als veevoeder in landen met hoge vleesconsumptie).
Uiteindelijk heeft veel van dit alles te maken met armoede en met de verdeling van
de rijkdom in de wereld (zie hiervoor de volgende tekst over Madagaskar).
Maatregelen en oplossingen
Men moet zich er van bewust worden dat het bos ons niet in de weg staat, maar ons
helpt. In de westerse landen is men er inmiddels achter dat de bossen beschermd
moeten worden, maar men handelt nog niet altijd op basis van dit inzicht. Nochtans
kan je als individu helpen de ontbossing tegen te gaan: probeer de consumptie van
bedreigde houtsoorten te voorkomen, koop hout met een keurmerk, dring je
consumptie van hout en van andere producten terug.
Op nationaal gebied zijn er verschillende maatregelen die men kan nemen, zoals
duurzaam bosbeleid, een strengere wetgeving en herbebossing, die wettelijk
vastgelegd zou kunnen of moeten worden. Financiering zou uit de industrielanden
kunnen of moeten komen, bijv. door een koolstofbelasting (een aantal van deze
zaken komen in de hierna volgende teksten verder aan bod).
wereldkaart ontbossing (University of Maryland)
46
Oorzaak
Vermindering biodiversiteit: Madagaskar
Armoede bedreigt natuur
Madagaskar is momenteel het vierde
grootste eiland op aarde met een
unieke fauna en flora, waarvan vele
dieren- en plantensoorten nergens
anders te vinden zijn. Momenteel
lopen op het eiland meer dan 300
soorten het risico uit te sterven…
Bedreiging van de diversiteit
Het eiland Madagaskar ligt ongeveer
350 kilometer ten zuidoosten van het
Afrikaanse vasteland en is één van de
34 hotspots aan biodiversiteit in de
wereld.
Een hotspot aan biodiversiteit is een
regio waar tenminste 0.5% van de
aanwezige plantensoorten endemisch zijn (dat betekent: aan een bepaalde streek
gebonden) voor een regio waar minimaal 70% van de originele vegetatie verloren is
gegaan.
Madagaskar voldoet meer dan voldoende aan die normpercentages, want 3.2% van ’s
werelds plantensoorten vindt men uitsluitend op
Madagaskar en 90% van de originele vegetatie is in de loop
der jaren verloren gegaan, wat rampzalig is voor de
biodiversiteit van het eiland.
Voorbeelden van unieke plantensoorten op Madagaskar:
• Orchideeën:
o van de bijna 1000 soorten orchideeën die
voorkomen op het eiland zijn 85%
streekgebonden.
• didiereaceae:
o doornige vetplanten die allemaal uniek zijn
voor Madagaskar en die enkel op het
zuidwestelijke deel van het eiland groeien.
didiereaceae
Niet alleen planten vertegenwoordigen de diversiteit op het eiland, maar ook dieren.
Vogels bijvoorbeeld zijn heel belangrijk voor de diversiteit. Van de 258 vogelsoorten
in Madagaskar zijn 115 streekgebonden voor het eiland.
Ook van de 117 zoogdieren zijn 105 streekgebonden voor het eiland, bijvoorbeeld
de Maki, een charismatische primatensoort (opperdieren in de orde van
zoogdieren).
47
De oorzaak van de veranderingen van de biodiversiteit op Madagaskar ligt bij het feit
dat het land tot één van de armste behoort van de wereld. Daardoor vecht de
inheemse bevolking dagelijks om te overleven en zijn ze afhankelijk van natuurlijke
bronnen. Een groot probleem vormt de ontbossing die in eerste instantie veroorzaakt
wordt door de kap- en brandlandbouw.
Mensen veranderen stukken van het tropisch regenwoud in rijstvelden, wat het
inkomen van de inheemse bevolking oplevert. Voor het onderhoud van één gezin
wordt in een periode van twee jaar bijna één hectare tropisch regenwoud gekapt,
verbrand en dan bezaaid met rijst. Na twee jaar gebruik wordt dat stukje land braak
gelegd voor de komende vier tot zes jaar, om na die periode terug opnieuw gebruikt
te worden. Uiteindelijk geraakt ook die grond uitgeput en neemt schadelijke
vegetatie de overhand.
Een tweede gegeven dat ontbossing met zich meebrengt, is het kappen van tropisch
hardhout. De hoge waarde van hardhoutsoorten als ebbenhout en palissanderhout,
tot 2000 dollar per ton, bevordert de illegale houtkap in beschermde gebieden.
Ook de gronderosie blijkt een probleem.
Deze gronderosie is een gevolg van
ontbossing van hooglanden in combinatie
met het klimaat en de conditie van de
grond. Voor een eiland dat afhankelijk is
van landbouw, is het verlies van grond
door erosie erg nadelig.
De inheemse diersoorten eindigen in
grote aantallen in het circuit van de
internationale huisdierhandel of op het
bord van de inheemse bevolking om in illegale houtkap in Antalaha, Madagaskar
hun eiwitbehoefte te voorzien.
Poging tot het afremmen van het verdwijnen van de biodiversiteit
Stilaan probeert men de achteruitgang van de
biodiversiteit te vertragen en maatregelen te nemen
om de welvaart van de bevolking te verbeteren.
Gedegradeerde grond dient bruikbaar te worden
gemaakt voor de bevolking. Ecotoerisme wordt
gepromoot.
In 2006/2007 is de European Association of Zoos and
Aquaria (EAZA) de “Madagaskar campagne” gestart.
Voor die eenjarige campagne zijn concrete doelen
gesteld om het behoud van de fauna en flora van
Madagaskar te waarborgen, ook op lange termijn.
Het is belangrijk om het publiek bewust te maken van
het hoge niveau aan biodiversiteit, door te wijzen op
de unieke flora en fauna van het eiland.
Campagne affiche van EAZA
48
Reacties op de problemen
Zieke bomen genezen en ziekten voorkomen
Bomen verdienen goede boomverzorgers
De ziekten op bomen herkennen was vroeger heel moeilijk, daarom stierven de
aangetaste bomen af. Maar wetenschappers zijn sinds enkele decennia op zoek naar
diagnosetechnieken, preventie en behandeling van boomziektes, zodat onze
zuurstofproducenten behouden kunnen worden.
• Ziekten veroorzaakt door insecten.
Voorbeelden van ziektes die veroorzaakt
kunnen worden door insecten: bladmineerders, bladhaantjes, dwerg-cicaden,
schildluis. Schadelijk zijn larven van
diverse soorten mineermotten, zij graven
gangen in het blad. Vooral de
kastanjemineermot heeft zich razendsnel
verspreid over Europa (roodbloeiende
soorten zijn wel nauwelijks vatbaar voor
de kastanjemineermot).
blad aangetast door kastanjemineermot
… kunnen (meestal) behandeld worden…
Zieke bomen…
Bomen worden vooral 'ziek' door schimmels, bacteriën of virussen. Daarnaast kunnen
bomen worden aangetast door dieren die bomen aanvreten, of zich erin weten te
'boren'. Soms dragen deze beestjes een schimmel bij zich waar bomen slecht op
reageren.
De belangrijkste en meest voorkomende ziekten zijn:
• Bladverwelkingsziekten. De bekendste ziekten zijn iepziekte, watermerkziekte bij
wilgen en bacterievuur bij bloesembomen, ofwel alle rosaceae (meidoorn,
lijsterbes, sierkers en sierpeer). Alle drie zijn het zeer
besmettelijke
ziekten
en
herkenbaar
door
bladverwelking, waardoor in de zomer de bomen
verdorde bladeren en/of bloesem hebben, dan wel al
kaal zijn.
• Ziekten veroorzaakt door schimmels en zwammen.
Bomen kunnen niet zonder schimmels en zwammen,
bomen houden zelfs van nature van een door schimmel
gedomineerde (gezonde bos) bodem. Wanneer nu
door verstoringen het bodemvoedselweb verstoord
wordt, zal dit als eerste ten koste gaan van de
hoogwaardige bodemschimmels die in symbiose leven
met de bomen. Hierdoor zien de ziekteverwekkende
schimmels (houtrot veroorzakende zwammen) de kans
schoon om een boom binnen te dringen, deze aan te
tasten zodat (wanneer het vrijwel altijd te laat is) na
verloop van enige jaren vruchtlichamen op en/of rond
de boom optreden in de vorm van zwammen of
paddenstoelen.
Ook
het
wegnemen
van
schimmelvoedsel, lees afgevallen blad, is ernstig
nadelig voor het bodemvoedselweb. Bladvlekken is een
voorbeeld van ziektes die veroorzaakt kunnen worden
door schimmels en zwammen.
Bij ernstige aantasting is het verwijderen van de zieke boom vaak noodzakelijk.
Bomen die bijvoorbeeld door bacterievuur aangetast zijn, moeten zeker direct
verbrand worden. Zij mogen ook niet vervoerd worden, zeker niet in
fruitteeltgebieden. Men kan preventief blad wegnemen, de mot (eieren)
overwinteren namelijk in afgevallen bladmassa. Natuurlijk is de conditie van de boom
goed houden de beste preventieve wijze om dergelijke aantastingen te voorkomen.
Na het afsterven van een boom is de eerste reactie vaak dat de boom verwijderd
moet worden. Maar het kan ook anders. Door het snoeien of toppen van de boom
wordt gevaar van vallend takhout geminimaliseerd. Door de stam te laten staan
wordt er ruimte geboden voor insecten. Een dergelijk biotoop oefent op zijn beurt
weer aantrekkingskracht uit op vogels als boomklever, boomkruiper en misschien wel
een specht.
Voor de kastanjemineermot is er nog geen behandeling, maar de bomen gaan
hiervan op zich niet dood. Om de infectiedruk van de paardekastanjemineermot te
verlagen wordt aangeraden om het afgevallen blad (met daarin de poppen van het
motje) te verzamelen en af te voeren of te begraven.
… door goed opgeleide boomverzorgers
Vakkennis die in de opleiding boomverzorging wordt meegegeven omvat o.a.:
herkennen van boomsoorten, herkennen van ziektes en aantastingen, kennis van de
groeiwijze van hout (houtanatomie), bodemkunde, klimtechnieken, werken met de
motorzaag, veiligheid en ergonomie, juridische en maatschappelijke regelgeving.
De European Arboricultural Council verstrekt een European Treeworker (ETW)
Certificaat. Het internationaal erkende certificaat staat voor gedegen vakkennis,
veiligheid en aandacht voor natuurbehoud en milieubescherming. Om aan het ETWexamen te mogen deelnemen worden hoge eisen gesteld wat betreft opleiding,
kennis en ervaring.
Om het certificaat te behouden is het een vereiste dat de ETW-er in kwestie actief
blijft als boomverzorger en zich op de hoogte blijft houden van de meest actuele
ontwikkelingen en kennis in zijn vakgebied.
49
50
aangetast te worden door bijvoorbeeld bebouwing, ontbossing, illegale activiteiten of
oorlog.
Als alle probleemfactoren en bedreigingen zijn weggenomen en de waarde van het
erfgoed is hersteld en veilig gesteld, dan kan het erfgoed van de lijst worden gehaald.
Een voorbeeld van erfgoed in gevaar is het regenwoud van de Atsinanana-regio in
Madagaskar.
Bescherming van bossen als werelderfgoed
Erkenning als natuurlijk werelderfgoed,
een eerste stap voor behoud
Werelderfgoed: cultureel, natuurlijk of gemengd
De Atsinanana-regio in Madagaskar
Het Werelderfgoedverdrag bestaat sinds 1972 en is bedoeld om
cultureel en natuurlijk erfgoed dat van unieke en universele waarde
is voor de mensheid, beter te kunnen bewaren voor toekomstige
generaties. Het verdrag is het meest bekende UNESCO-verdrag en is
inmiddels door 190 lidstaten ondertekend. De landen die het
verdrag hebben geratificeerd, hebben met elkaar afgesproken dat zij zich zullen
inzetten voor identificatie, bescherming, behoud, het toegankelijk maken en het
overdragen aan komende generaties van cultureel erfgoed binnen hun landgrenzen.
Zowel cultureel als natuurlijk erfgoed, als erfgoed dat daarvan een hybride vorm is,
kan voor de Werelderfgoedlijst worden voorgedragen.
Dit gebied bestaat uit 6 nationale parken in het oostelijk deel van Madagaskar.
Madagaskar kwam 60 miljoen jaar geleden los te staan van het vaste land. In al die
jaren heeft de flora en fauna zich in isolement kunnen ontwikkelen en evolueren. De
wouden zijn nu zeer belangrijk voor het behouden van unieke ecologische processen
die weer nodig zijn voor het behouden en overleven van de unieke biodiversiteit van
het eiland Madagaskar. Verder zijn de wouden het huis van vele bedreigde
diersoorten waaronder primaten en lemuren. Dit gebied is door UNESCO op de
werelderfgoedlijst geplaatst, omdat de organisatie van mening is dat dit gebied in de
loop der jaren meerdere keren een toevluchtsoord is geweest voor dieren in tijden
van klimaatsverandering en dit gebied zal dat ook zijn tijdens de komende
klimaatsverandering.
Deze regio kwam op de lijst van bedreigd erfgoed in 2010. Zoals in elk regenwoud, is
ontbossing een grote bedreiging. In oostelijk Madagaskar is slechts 8,5% over van het
oorspronkelijke woud. Het is één van de meest unieke en waardevolle gebieden ter
wereld dus is bescherming absoluut noodzakelijk.
Het is nog de vraag in hoeverre het statuut van werelderfgoed bijdraagt tot de
bescherming van deze gebieden. De diepere oorzaak van de bedreiging is immers
armoede (zie tekst op pagina’s 47-48) en dat valt niet zomaar vlug op te lossen.
Er mag wel aangenomen worden dat het in elk geval een stap in de goede richting is.
De criteria voor erkenning als natuurlijk werelderfgoed zijn:
• "bevat overtreffende natuurverschijnselen of gebieden van uitzonderlijke
natuurlijke schoonheid en esthetisch belang"
• "is een uitstekend voorbeeld van belangrijke stadia van de geschiedenis van de
Aarde, met inbegrip van het verslag van het leven, belangrijke lopende
geologische processen in de ontwikkeling van landvormen, of significante
geomorfische of fysiografische functies"
• "is een uitstekend voorbeeld van een aanzienlijk lopend ecologisch en
biologisch proces in de evolutie en de ontwikkeling van land, zoet water, kusten mariene ecosystemen en gemeenschappen van planten en dieren"
• "bevat de meest belangrijke natuurlijke habitat voor in-situ behoud van de
biologische diversiteit, met inbegrip van die met bedreigde soorten van
uitzonderlijke universele waarde uit het oogpunt van de wetenschap of de
instandhouding".
Het materieel werelderfgoed bestaat sinds de 37e sessie van de Commissie (2013) uit
981 werelderfgoederen verspreid over 160 landen. Hiervan zijn 759 cultuurerfgoederen, 193 natuurerfgoederen en 29 gemengde erfgoederen, die een combinatie
van beide zijn.
Bedreigd werelderfgoed
Werelderfgoedlocaties worden bedreigd door zowel natuurlijke rampen als acties ten
gevolge van menselijk handelen, oorlog bijvoorbeeld, of vervuiling, urbanisatie en
toerisme. Het Werelderfgoedcomité kan besluiten een bedreigd erfgoed op de lijst
van bedreigd erfgoed te plaatsen. Er staan 44 werelderfgoederen op de lijst van
bedreigd werelderfgoed, omdat ze als werelderfgoed gevaar lopen om in hun waarde
51
De natuurerfgoedlijst bestaat uit verschillende soorten natuur, dit zijn o.a. parken en
regenwouden. Alle natuurerfgoeden op de werelderfgoedlijst zijn hierboven op de kaart
aangeduid. De donkere bolletjes (rode kleur) wijzen op bedreigd erfgoed.
52
openbare grond misbruikten in hun eigen voordeel. Door de enclosures ontstond een
landloze arbeidersgroep die op de arbeidsmarkt nodig was om de nieuwe industrieën
te ontwikkelen. Enclosure kan daarom beschouwd worden als een duidelijk geval van
klassendiefstal.
.
Actievoeren voor behoud van bos: Epping Forest
Een bos behouden voor het volk
Epping Forest is een gebied van oude bossen in het
zuidoosten van Engeland, op de grens tussen
Noord-Oost Londen en Essex. De naam "Epping
Forest " komt voor het eerst voor in de 17e eeuw ,
daarvoor stond het bekend als Waltham Forest (cfr.
de naam van de hedendaagse Londense wijk
Walthamstow).
Succesvolle strijd tegen enclosures in Epping Forest
Vroege geschiedenis: beschikbaar voor het volk
Het gebied dat bekend werd als Waltham, en vervolgens Epping Forest, is permanent
bebost geweest sinds het neolithicum. Het bos ligt op een heuvelrug tussen de
valleien van de rivieren Lea en Roding. De hoogte en de dunne grindbodem (het
resultaat van de ijstijd) maakten het ongeschikt voor de landbouw. Ophogingen uit de
ijzertijd - Loughton Camp en Ambresbury Banks - kunnen nog worden gevonden in
het bos, maar pollenprofielen tonen aan dat dit geen significant effect had op de
bosecologie.
Dit door linde gedomineerde bos is in de Saksische tijd veranderd door selectieve kap
van bomen. De beuken, berken, eiken en haagbeuk van vandaag zijn het resultaat van
een gedeeltelijke ontbossing in Saksische tijden.
Het bos kreeg in de 12e eeuw van Hendrik III het juridische status van “koninklijk
bos”. Het was een jachtterrein voor de koning. De gewone mensen mochten van een
koninklijk bos toch gebruik maken, om vee te laten grazen en hout te sprokkelen
(alleen jagen mochten ze niet).
Enclosures: het bos ontgonnen door landeigenaren
In de Engelse sociale en economische geschiedenis duidt de term ‘’enclosure’’ op het
proces dat een einde maakt aan de traditionele rechten zoals maaien voor hooi, of
het vee laten grazen op gemeenschappelijke grond. Het proces maakte een einde aan
het oude systeem van akkerbouw en aan de ‘’open velden’’ cultuur. Enclosure
betekent dat grond omheind (afgesloten) wordt en toegewezen wordt aan een of
meerdere eigenaren. Eenmaal afgesloten wordt het gebruik van het land beperkt tot
de eigenaar.
Het proces van de enclosure startte in het Engelse agrarische landschap in de 16e
eeuw. Tegen de 19e eeuw waren niet-omheinde gronden grotendeels beperkt tot
ruw grasland in berggebieden en tot relatief kleine delen van het laagland.
Het proces van de enclosure ging soms gepaard met geweld, weerstand en
bloedvergieten en blijft een van de meest controversiële gebeurtenissen in de
agrarische en economische geschiedenis van Engeland. Marxistische en neomarxistische historici beweren dat rijke landeigenaren hun controle over de
53
Ook rond Epping Forest ontstonden er spanningen tussen landeigenaren (met
afgesloten terrein) en burgers (die plaats wilden om hun vee te laten grazen en het
recht om hout te kappen). De burgers werden gesteund door de opkomende
“conservation movement”, die streed voor de bescherming van natuurlijke
hulpbronnen (behoud van dieren en planten en hun natuurlijke leefomgeving).
Toen in 1864 de landheer John Whitaker Maitland 5 km² van het woud omheinde,
met de bedoeling het te verkopen voor woningbouw of tuinbouw, bleef Thomas
Willingale (1799–1870) uit het dorp Loughton bomen omhakken. Er volgden een
reeks processen waarbij familieleden van Thomas in de gevangenis belandden.
Thomas werd echter gesteund door een aantal invloedrijke figuren, o.a. Edward
North Buxton, een lid van de Commons Preservation Society.
Het stadsbestuur van Londen koos uiteindelijk de zijde van de burgers. In 1878 werd
de Epping Forest Act aangenomen. Het bos kwam onder beheer van het
stadsbestuur, dat verplicht werd om “ten alle tijde Epping Forest onomheind en
onbebouwd te laten als een open ruimte voor de recreatie en het genot van het
volk". Het volk verloor daarbij wel het recht om bomen te kappen.
Toen koningin Victoria op 6 mei 1882 Chingford bezocht, verklaarde ze: "Het geeft
me de grootste voldoening om dit prachtige bos te wijden aan het gebruik en genot
door mijn volk en dit voor altijd”.
Epping Forest werd dus "The People’s Forest".
Het stadsbestuur beheert nog altijd Epping Forest
in strikte overeenstemming met de Epping Forest
Act. Het bos beslaat nu 2.476 hectare en bevat
bosgebieden, grasland, heide, rivieren, moerassen
en vijvers en is een Site of Special Scientific
Interest. Typisch zijn de vele knotwilgen.
Intellectuelen strijden mee met het volk
Het succes van de strijd om Epping Forest kwam grotendeels door
de Commons Preservation Society (nu Open Spaces Society),
gesticht in 1865. Onder de stichtende leden bevond zich, naast de
utilitaristische filosoof John Stuart Mill (1806-1873), de kunstenaar
en utopisch denker William Morris (1834-1896). De socialist
Morris, die opgroeide in Walthamstow en Epping Forest “van
buiten kende” door de wandelingen uit zijn jeugd, beschouwt het
platteland als essentieel voor de materiële en spirituele behoeften
van de mensen. In zijn utopische roman New from Nowhere wijdt
Morris een passage aan de bedreigingen voor Epping Forest.
De levensboom op de cover van deze brochure is een werk van Morris.
W. Morris
54
Actievoeren voor behoud van bos: het Lappersfortbos
Vervolg protest: in het bos
Enkele maanden later werd het Lappersfortbos voor het eerst
bezet. De activisten werden gesteund door het Groene Gordel
Front. Men verspreidde affiches, deed aan lobbywerk om tot
een overeenkomst te komen en stelde het eerste Groene
Gordel Alternatief voor. Nadat eigenaar GDF Suez de
gerechtelijke toelating kreeg om het bos te laten ontruimen,
haalde de politie de bezetters in oktober 2002 op
gewelddadige wijze uit het bos. Dit mondde uit in dagelijkse protesten tegen GDF
Suez, de politie en het Brugse stadsbestuur, met als climax een betoging van meer
dan 4.000 manifestanten in de Brugse binnenstad.
De (verloren?) strijd van het Lappersfront
Een zonevreemd bos
Het Lappersfortbos is een bos gelegen aan
de Vaartdijkstraat in Sint-Michiels, deelgemeente van Brugge. De grootte van het
Lappersfortbos bedraagt 17 hectare.
Vroeger was er een munitiefabriek. De
oorspronkelijke eigenaar was Fabricom,
nu onderdeel van Gaz de France Suez, het
van oorsprong Franse transnationale
energiebedrijf (nu de grootste nutsgroep
ter wereld).
De grond is ingekleurd als industriegebied,
het gaat dus om een zogenaamd
“zonevreemd bos”. Het industriegebied
‘Ten Briele’ werd in 1977 vastgelegd in
het Gewestplan. Een natuurlijk bos ontwikkelde doordat het terrein niet gebruikt
werd. Oude bomen, struiken, planten en
kleine diertjes floreerden in dit bos,
tevens een broedgebied van zeldzame
vogelsoorten.
In 2008 kocht de Vlaamse overheid en de stad
Brugge 13,5 hectare aan en maakte er een
parkbos van. Voor de andere 3,5 hectare werd
aan GDF Suez een bouwvergunning afgeleverd
omdat, zo stelde de burgemeester “aan alle
wettelijke voorschriften was voldaan, de
gerooide bomen elders worden gecompenseerd
en het bos geen deel uitmaakt van de groene
gordel rond de stad, die zich immers wat verder
in de rand bevindt". Er werd een rij populieren
gekapt voor de aanleg van een tweevaksbaan,
de minizuidelijke ontsluiting. Dit werd het begin
van de tweede generatie bezetters.
In 2000 besliste de stad Brugge tot de volgende bestemming voor het gebied: het
hart blijft parkgebied (8 hectare), een zuidelijk deel wordt KMO-zone (4,85 hectare)
en een noordelijk deel wordt industriezone (3,2 hectare). De gemeenteraad keurde
hierbij de zuidelijke ontsluiting goed, een 4-vaksbaan van aan het Chartreuse-bos tot
aan het station door het Lappersfort. Als reactie daartegen werd de Actiegroep
Zuidelijke Ontsluiting (AZO) opgericht.
Eerste protest: op de fiets
De Actiegroep Zuidelijke Ontsluiting werd opgericht door Peter Mahieu. De zuidelijke
ontsluiting zou door een stuk bos en ook door zijn achtertuin gaan. Deze actiegroep
haalde ongeveer 1.500 handtekeningen op en op 10 mei 2001 organiseerden ze een
fietseling of fietshappening, samen met de fietsersbond van Brugge, waar een
vierhonderdtal mensen op afkwamen.
Bij een tweede fietsactie op 7 juli 2001 ontstond het Lappersfront. Deze actie was
niet aangevraagd en ging door in het centrum van Brugge, richting Grote Markt. Zo’n
tachtig actievoerders waren verkleed als dieren en planten. De politie liet begaan.
Enkele jonge Brugse milieu-activisten, van meer anarchistische strekking, wilden
nadien overgaan tot directe actie in plaats van niets te doen.
55
Een klein jaartje later ondertekenden drie
bezetters een contract met GDF Suez. Ze
beloofden het bos te verlaten als er geen
oplossing kwam. In november 2009 werden de
drie bezetters uit het bos gezet door een groep
nieuwe bosbezetters, die de derde bosbezetting
startten.
In 2010 werd deze derde groep bezetters door
de politie uit het bos gejaagd. Er kon voorkomen
worden dat 25 activisten zich vastketenden aan
bomen. Vijf politiemensen geraakten gewond.
Resultaat bevredigend?
GDF Suez verkocht de 3,5 hectare aan een privé-investeerder. In het najaar van 2010
begon de bouw van zes loods- en kantoorgebouwen op het gekapte gebied van het
Lappersfortbos. De aanvankelijk als KMO-zone ingekleurde grond (4,6 hectare), in
2008 opgenomen in het parkbos, is sinds 2013 nu ook officieel groene zone.
In Oostende werd een nieuw bos aangelegd onder de naam Lappersfort Zuurstofbos,
het resultaat van een samenwerking tussen het stadsbestuur van Oostende, sommige
bezetters van het Lappersfortbos en Friends of the Earth International.
56
Duurzaam bosbeheer
Ecologisch én economisch verantwoord hout
Duurzaam (of ‘verantwoord’) bosbeheer
Verantwoord bosbeheer voldoet aan drie voorwaarden: het houdt rekening met het
milieu, respecteert sociale aspecten (zoals de rechten van lokale gemeenschappen en
bosarbeiders) en is economisch haalbaar.
Verantwoord bosbeheer moet ervoor zorgen dat de bestaande fauna en flora
behouden blijft op lange termijn. Een mooi voorbeeld hiervan is dat de exploitatie
rekening moet houden met nesten van broedende vogels en deze zeker niet mag
verstoren.
Het economisch aspect blijft belangrijk. Vandaag spelen bossen immers een
belangrijke rol in de economie als leverancier van een van de meest
natuurvriendelijke grondstoffen voor de hout- en papiersector. Deze sectoren stellen
wereldwijd een zeer groot aantal mensen te werk, zowel direct in de bosbouwsector
als indirect in de verwerkende industrie. Ook in België werken vele mensen in het
bos, als bosbeheerder of als bosexploitant. Het hout uit onze bossen wordt onder
meer door de lokale industrie verwerkt tot hoogwaardige houtproducten, die ook
buiten België verkocht worden.
Labels
Het gekendste label dat garandeert dat je “duurzaam” hout koopt is bij ons FSC.
FSC staat voor “Forest Stewardship Council” of “Raad voor
Duurzaam Bosbeheer”. Het is een internationale organisatie
die streeft naar verantwoord bosbeheer wereldwijd. FSC
wordt hierbij ondersteund door milieubewegingen,
bosbeheerders, hout- en papierbedrijven, sociale organisaties
enz. FSC zorgt voor de certificering van bossen volgens een
aantal strikte criteria en voor het labelen van het hout dat uit
deze bossen afkomstig is. Het FSC-label op een product toont
aan dat dit product uit een verantwoord beheerd bos
afkomstig is.
De criteria van FSC zijn:
1 Het bosbeheer respecteert alle nationale wetten, internationale verdragen en de
FSC eisen.
2 De eigendoms- en gebruiksrechten m.b.t. het bos zijn duidelijk gekend en
wettelijk vastgelegd.
3 De wettelijke en gebruiksrechten van inheemse volkeren worden gerespecteerd.
4 Het bosbeheer verzekert het sociaaleconomische welzijn van lokale
gemeenschappen en bosarbeiders op lange termijn.
5 Het bosbeheer maakt efficiënt gebruik van het bos en behoudt de productiviteit.
6 De ecologische functies en biodiversiteit worden beschermd.
7 Er is een bosbeheersplan met duidelijke doelstellingen en middelen.
57
8 Er vinden regelmatig evaluaties van het bosbeheer plaats.
9 Bossen met hoge beschermingswaarde moeten behouden worden.
10 Plantages moeten een aanvulling vormen op natuurlijke bossen, en mogen deze
niet vervangen.
Elke schakel in de handelsketen ondergaat een audit, die moet garanderen dat FSCgelabeld hout wel degelijk afkomstig is uit FSC-gecertificeerde bossen. Deze
handelsketen wordt de Chain of Custody (CoC) genoemd.
Er is nog een tweede groot label, nl. PEFC.
PEFC staat voor “Programme for the Endorsement of Forest
Certification Schemes”. Dit is een internationaal overkoepelend
organisme dat gebaseerd is op wederzijdse erkenning van
verschillende nationale boscertificeringssystemen. Hierdoor is
PEFC wereldwijd het grootste label voor boscertificatie (ongeveer
70% van de gecertificeerde oppervlakte).
Duurzaam bosbeheer
kent een zeker succes. Zo
is wereldwijd (cijfers
maart 2013) ruim 173
miljoen ha bos FSCgecertificeerd en dit
verspreid over alle
continenten.
Kritiek
Maar meer en meer
krijgt FSC zelf af te rekenen met kritiek.
Er zouden te veel onduurzame producten met een FSC-label op de markt komen. De
kritiek komt van lokale ngo's in gebieden waar FSC bossen certificeert, van boeren die
verdreven worden om plaats te maken voor FSC gecertificeerde 'bosplantages' (lees
industriële monoculturen van eucalyptus) en van inheemse gemeenschappen die in
de verdrukking komen.
Houthandelaars klagen dan weer dat ze teveel administratieve rompslomp hebben
om het label te mogen gebruiken.
Toch blijft FSC bij ons een uitstekende reputatie genieten. Waarom? Omdat het label
gedragen wordt door milieubewegingen, vakbonden en noord-zuidorganisaties die er
lid van zijn. Hun onvoorwaardelijke steun krikt het geloofwaardigheidsgehalte van
het boslabel op.
58
zijn de 'echte' greenwashers. Vaak dragen deze organisaties hun maatschappelijk
verantwoord gedrag breed uit met 'wij sponsoren X' of 'onze producten hebben Y'.
Greenwashing
Liever echte dan groengewassen bomen
Verzet tegen greenwashing
Greenwashing
Greenwashing is het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen van
een bedrijf of organisatie dan dat deze daadwerkelijk is. De organisatie doet zich voor
alsof zij weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema's
omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan 'een likje verf'. De term “greenwashing”
wordt meestal gebruikt bij organisaties die iets goeds doen, maar in de kern van het
bedrijf nog steeds veel verspillen. Zo kan een bedrijf enerzijds Unicef steunen en
anderzijds toch goederen produceren met kinderarbeid. Of een bedrijf kan enerzijds
geld geven aan een milieuorganisatie terwijl het bedrijf met zijn kernactiviteit erg
vervuilend is. Veel voedingsmiddelen hebben bijvoorbeeld verpakkingen die een
milieuvriendelijke beeldspraak oproepen, ook al is er geen poging gedaan om de
milieu-impact van de productie te verlagen.
In 2009 veranderde de Europese McDonald's de kleur van zijn logo van geel en rood
naar geel en groen. Een woordvoerder van het bedrijf verklaarde dat de verandering
bedoeld was om hun verantwoordelijkheid voor het behoud van de natuurlijke
hulpbronnen te verduidelijken.
Ondertussen
serveert
het
bedrijf nog altijd hamburgers
van vee waarvoor veevoeder
werd gekweekt op plaatsen
waar vroeger bossen stonden.
Organisaties en individuen doen pogingen om de impact van greenwashing te
verminderen door het bloot te stellen aan het publiek. Vooral door de opkomst van
de sociale media worden leugens of halve waarheden steeds sneller doorprikt door
consumenten, ngo’s, codecommissies en de media.
In Nederland zijn er diverse 'prijzen' en lijstjes voor bedrijven of producten die hun
claims onvoldoende waarmaken. Op www.rankabrand.nl kunnen mensen aangeven
welke merken ze wel en welke ze niet groen en eerlijk vinden. Kijk voor een
internationaal overzicht op www.greenwashingindex.com. Dit soort lijstjes kunnen
consumenten helpen om hun keuze te bepalen. De Britse Code of Advertising, Sales
Promotion en Direct Marketing heeft een specifieke sectie rond milieuclaims.
In Vlaanderen werd er in 2012 voor het eerst een “Greenwashing Award” uitgereikt.
De toekenning van de winnaar gebeurde via een poll, waaraan meer dan zeshonderd
mensen, onder wie velen uit de milieubewegingen, deelnamen. De eerste winnaar
werd VLAM, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, omwille van de
zogenaamde duurzaamheidscampagne “Vlees van hier? Met plezier! Veilig,
voedzaam, verantwoord".
de advertentie van Vlam
de kritiek van milieuorganisaties
(bv. Wervel, FairFin, Friends of the Earth)
Het vlees is in feite niet van hier.
Om hier vee te kweken wordt in
buitenland veevoeder geteeld (vooral
soja, o.a. in Brazilië).
Daarvoor wordt regenwoud gekapt en
dat is helemaal niet milieuvriendelijk.
Ook het vervoer van het veevoeder
schaadt het milieu.
De term “greenwashing” werd bedacht door New Yorkse milieuactivist Jay Westervelt
in een essay uit 1986 met betrekking tot de praktijk van het plaatsen van borden in
hotelkamers die het hergebruik van handdoeken willen bevorderen, om zogezegd het
milieu te sparen. Westervelt merkt op dat in de meeste gevallen weinig of geen
inspanning naar het verminderen van energieverspilling wordt gedaan door deze
instellingen. Hij meent dat het eigenlijke doel van deze " groene campagne " van de
kant van vele hoteliers ligt in meer winst.
Bewust of onbewust
Greenwashing gebeurt niet altijd bewust of met verkeerde bedoelingen. Het is soms
ook het gevolg van enthousiasme of een gebrek aan professionaliteit. In veel gevallen
wil men iets maatschappelijks doen, maar ziet men niet in dat het kernproces van het
bedrijf ook aangepast moet worden om daadwerkelijk maatschappelijk verantwoord
bezig te zijn. Soms is greenwashing de eerste stap naar een daadwerkelijk
maatschappelijk verantwoord beleid.
Er zijn ook bedrijven die greenwashing gebruiken om milieutechnisch of
maatschappelijk verantwoord over te komen, terwijl ze weten dat ze het niet zijn. Dit
59
“Met vlees van hier
ben ik zeker van
milieuvriendelijke teelt”
60
Minder produceren / minder verbruiken of gebruiken
Inkrimpen om te (over)leven
Om de ontbossing en ook andere milieuproblemen (enerzijds de uitputting van de
natuurlijke hulpbronnen zoals water, energie, grondstoffen en anderzijds de schade
veroorzaakt door afval, zoals vergiftiging, klimaatswijziging) te voorkomen wordt
“duurzaam produceren / consumeren” voorgesteld. Een vaak gehoorde kritiek hierop
is dat dit (te) vaak neer komt op “greenwashing” (zie tekst op voorgaande pagina’s).
Er is echter nog een andere, fundamentelere kritiek: duurzaam produceren (ook als
het volledig oprecht en efficiënt is) is onvoldoende om het probleem op te lossen.
Inkrimping is nodig
De producenten van schoonheidsproducten (Nivea, L’Oréal, Nestlé) brengen meer en
meer huidcrèmes (shampoo, …) op de markt waarbij de gebruikte palmolie het
duurzaamheidscertificaat “RSPO” heeft (d.w.z. dat de olie afkomstig is van
palmplantages waarvoor geen bos gekapt is). Er worden echter zoveel crèmes
geproduceerd, en men wil in de toekomst nog zoveel meer crèmes maken (want de
economie moet “groeien”), dat het onmogelijk is al die crèmes duurzaam te
produceren. Er is gewoon niet genoeg grond beschikbaar voor de palmplantages,
tenzij men bijkomend bossen kapt. Er is dus slechts één echte oplossing: minder
crèmes maken, en dus wat de consument betreft: minder crèmes kopen.
Het stoppen van ontbossing kan pas als we met zijn allen minder verbruiken of
gebruiken van producten waarvoor bossen gekapt worden:
- minder schoonheidsproducten, maar ook minder choco, koekjes, chips (in al
die producten wordt immers palmolie verwerkt waarvoor bos wordt gekapt)
- minder papier (want geen papier zonder hout)
- minder vlees (want het vee krijgt veevoeder op basis van soja uit Brazilië en
voor de sojavelden wordt het Amazonewoud gekapt)
- minder van bijna alles, want alles heeft een ecologische (bos)voetafdruk.
Deze idee van “consuminderen” is niet nieuw.
nieuwe manieren zullen moeten komen om de rijkdom te verdelen en dat er anders
zal moeten gedacht worden over werkgelegenheid en eigendomsverhoudingen.
Deze idee werd vanaf de jaren 1970 verdedigd door denkers als Ivan Illich (de
economie moet “conviviaal” worden), E.F. Schumacher (“Small is beautiful”), Nicholas
Georgescu-Roegen (de economie moet rekening houden met de thermodynamica),
André Gorz (het socialisme moet ecologisch worden). Deze idee wordt nog altijd
verdedigd, in Frankrijk door Serge Latouche, in Amerika door Herman Daly, in
Vlaanderen door Rudolf Boehm. Diverse organisaties proberen de algemene idee van
inkrimping ook concreet te vertalen naar praktische handelswijzen.
Praktische initiatieven van inkrimping
Adbusters wil de mensen aanzetten tot minder
consumeren door kritiek te geven op de reclames en
door sensibiliseringsacties zoals “buy nothing day”.
Eva (Ethisch Vegetarisch Alternatief) spoort de mensen aan
om minder vlees te eten en wijst op het milieuvraagstuk als
één van de belangrijke redenen hiervoor.
De transitiebeweging brengt gemotiveerde personen samen rond de vraag
hoe hun lokale gemeenschap een antwoord kan bieden op de uitdagingen,
en de kansen, van piekolie en klimaatsverandering. Kernwoorden zijn o.a. minder
energieverbruik, zelforganisatie en het plaatselijk telen van voedsel.
Voor dit laatste maakt men vaak gebruik van permacultuur, dat is een systeem om je
tuin en omgeving op een praktische, efficiënte en natuurlijke wijze te ontwerpen en
te bewerken en er zo een duurzame, eetbare en menselijke omgeving van te maken.
Permacultuur wordt in Vlaanderen gepromoot door de vzw Voedselbos.
Theoretische grondslag van de inkrimping
Reeds in 1972 stelde de Club van Rome in haar eerste Rapport dat er “grenzen zijn
aan de groei”. In 1992 stelde de Club dat we de “grenzen voorbij zijn”, wat slechts
een korte tijd kan (je kan een dag 20 uur werken, misschien ook nog een tweede dag,
maar de derde dag stuik je in elkaar, en misschien is de opgelopen schade
onherstelbaar). De conclusie: om een ongecontroleerde (economische en
ecologische, en dus ook politieke) ineenstorting van het wereldsysteem te
voorkomen, met alle nefaste gevolgen van dien, moet er een inkrimping komen van
de ecologische belasting van de aarde en dus een inkrimping van de economische
productie (inkrimping is het tegengestelde van groei, wat duidelijk blijkt uit de
Engelse en Franse termen, nl. degrowth en décroissance). Dat betekent dat er ook
61
Wervel (Werkgroep voor rechtvaardige en verantwoorde landbouw) wil
boeren, wereldwijd en dus ook bij ons, aanzetten tot boslandbouw
(“agroforestry”), dat is het combineren van bomenrijen met gras- of
akkerland, omdat dit economisch en ecologisch beter presteert dan
monocultuur.
Het zijn allemaal vormen van “anders gaan leven”, wat volgens deze organisaties
noodzakelijk is om de aarde weer tot een “wervelende” levensboom te maken.
62
een vervloekte hand, jij boom […] wie jou geplant heeft, heeft je bij mij geplant om jou
op het hoofd te laten vallen van een onschuldige heer des huizes (Oden, II, 13).
Macbeth delft volgens Shakespeare het onderspit als de bossen van Birnam oprukken
naar Dunsinane (wat dan wel zijn rivaal Malcolm heil brengt). Onheil door bomen
blijft – gelukkig - een uitzondering. Meestal zorgt een boom voor de hierboven
vermelde aangename dingen, die mee zin geven aan het leven van mensen. Er is
echter meer: de mens heeft bomen nodig om materieel te kunnen overleven.
Een filosofische slotbeschouwing
(door Paul Gordyn)
Van bomen en mensen, wezens die leven en sterven
Overleven
Een filosofische beschouwing over de betekenis van bomen
voor mensen die goed, en dus bescheiden, willen leven
There is no wealth but Life. Life, including all its powers of love,
of joy, and of admiration.
John Ruskin (1819-1900)
Bomen hebben een grote betekenis voor mensen.
Zo helpen ze mensen om aangenaam te leven.
Aangenaam leven
Bomen bieden schaduw als de zon fel schijnt. De plaats onder een boom is ideaal om
te dutten, te genieten van lekkere hapjes en verfrissende dranken, te vrijen, te
mijmeren, na te denken, samen te zijn met vrienden. Georg Friedrich Händel
componeerde Ombra mai fu, één van de mooiste opera-aria’s ooit geschreven, als
eerbetoon aan de schaduwrijkdom van de plataan: “nooit was een schaduw liever,
beminnelijker en zoeter” zingt Xerxes in de opera Serse. “Als een appelboom tussen de
bomen van het bos, zo is mijn lief tussen de jongens. Ik verlang in zijn schaduw te
zitten, met mijn tong wil ik zijn zoete vruchten proeven”, zegt de bruid in het bijbelse
Hooglied (hoofdstuk 2, vers 3). En de ene keer dat de Griekse filosoof Socrates een
dialoog voert buiten de stad, gaat hij met zijn jeugdige vriend Phaedrus liggen onder
een plataan.
Het bekijken van bomen kan esthetisch genot verschaffen. Bomen zijn dan ook een
boeiend onderwerp om af te beelden. De geschiedenis van de beeldende kunsten kan
verteld worden met bijna uitsluitend afbeeldingen van bomen.
Bomen zijn avontuurlijke speeltuigen. Een boomhut is een ideale schuilplaats.
Bomen drukken hun stempel op hun omgeving en geven zo een identiteit aan de
plaats waar ze groeien. Vaak is de herinnering aan een geliefkoosde plek verbonden
aan de herinnering van bomen. Mensen planten een boom om een gestorvene te
herdenken of om een nieuwgeborene welkom te heten.
Een enkele keer brengt een boom onheil. De jood Absalom, die in opstand komt
tegen zijn vader koning David, sterft doordat hij met zijn haren in een boom blijft
hangen en zo gemakkelijk gedood kan worden. De Romeinse dichter Horatius wijst
erop dat elke boom kan vallen: jij bent geplant op een fatale dag, omhoog geleid door
63
Bomen behoren tot de natuur die de mens helpt te overleven.
Reeds de voorouders van de mens gebruikten de vruchten van bomen als voedsel.
Later gaat de mens het hout gebruiken, enerzijds als grondstof om voorwerpen te
maken, zoals werktuigen, hutten en schepen, anderzijds als energiebron, om vuur te
maken. Beschaving en ontbossing gaan hand in hand.
Het oudste verhaal dat bewaard is gebleven, het Gilgamesjepos (een verhaal uit
Sumer dat rond 1200 vóór het jaar nul in spijkerschrift op kleitabletten werd
neergeschreven), vertelt over Gilgamesj, stichter van de stad Uruk, en zijn vriend
Enkidoe. Eén van hun heldendaden is hun expeditie naar het cederwoud, waar ze
Choembaba, de wachter van het woud, doden en de hoge ceder, waarvan de top zich
tot in de hemel boorde, vellen.
Toch stelden de vroegere mensen zich ook terughoudend op tegenover de bomen,
want vele bomen waren heilig.
Om de medewerking van de zo vaak tegenwerkende natuurelementen te bekomen
hebben de mensen op een bepaald ogenblik deze natuurelementen – uiteraard
onbewust - tot personen gemaakt, eerst tot geesten, later tot goden. Door deze
personificatie werd het mogelijk, zo geloofde men, de natuurkrachten gunstig te
stemmen op dezelfde wijze als medemensen gunstig gestemd kunnen worden: door
te vleien (vereren), te smeken (bidden) en door geschenken aan te bieden (offeren).
Binnen de eerste vormen van religie namen bomen een belangrijke plaats in,
begrijpelijkerwijze, want bomen zijn de wezens die het langst leven, het krachtigst en
het grootst zijn, ongenaakbaar lijken, met hun top tot aan de hemel reiken. Bomen
werden vereerd, bomen waren de woonplaats van de voorouders die waken over de
mensen (totems). Bomen vormen heiligdommen voor goden. Horatius wijdt een
pijnboom aan de godin Diana: Schutspatroon van bergen en bossen, maagd, voor U is
de pijnboom hoog boven mijn landhuis (Oden, III, 22). Vele volksverhalen schenken
bomen magische krachten. De Keltische druïde sneed in de midwinterceremonie met
een gouden sikkel de maretak uit de heilige eik. De meiboom brengt geluk in de
liefde.
Bomen gaven de mens goddelijke wijsheid. In de Griekse plaats Dodona openbaarde
het geritsel van een eik de wil van de moedergodin Gaia, en later van de oppergod
Zeus. Boeddha, geboren onder een boom in de tuin, bereikte de verlichting toen hij
mediteerde onder een vijgenboom. Augustinus bekeerde zich tot het christendom, zo
schrijft hij zelf in zijn Belijdenissen, “neergeworpen onder een vijgenboom in de kleine
tuin van onze woning”. De Vlaamse mysticus Jan van Ruusbroec schreef en las onder
een boom bij het klooster Groenendaal.
64
Als een mens deze heilige bomen rooide, werd hij, zo geloofde men, vreselijk
gestraft. De Romeinse dichter Ovidius vertelt in zijn Metamorfosen (deel VIII) de
mythe over Erysichton, die de heilige boom van de landbouwgodin Ceres (in het
Grieks Demeter) omhakt en daarvoor gestraft wordt met onstilbare honger. Hoe
meer hij eet, hoe groter zijn honger wordt, zodat hij al zijn bezittingen en zelfs zijn
dochter moet verkopen en tenslotte zichzelf opeet.
Later ontstond de droom dat door een boom, de levensboom, de mens zelfs aan de
dood zou kunnen ontkomen en eeuwig leven.
Eeuwig leven
De vroegste religies wijzen de droom van het eeuwige leven af.
Het bijbelse genesisverhaal maakt duidelijk dat de mens de vruchten van de
levensboom niet kan eten. Omdat de mens het verbod van God overtreedt en eet van
de boom van kennis van goed en kwaad, verdrijft God de mens uit het aards paradijs,
zodat hij niet langer kan plukken van de boom van het leven. God wil immers niet dat
de mens aan hem gelijk wordt: de mens is stof en keert tot stof terug.
Het Gilgamesjepos bevat dezelfde boodschap. Na de dood van zijn vriend Enkidoe
wordt Gilgamesj bang dat ook hij zal sterven en gaat op zoek naar het eeuwige leven.
Hij vindt na een moeilijke tocht uiteindelijk de plant die het eeuwige leven schenkt,
maar de plant wordt geroofd door een slang en Gilgamesj geeft het op: de dood is
onvermijdelijk, zowel voor Gilgamesj als de dwaas. Niemand wil de roep van de dood
horen, maar de grimmige dood maait iedereen neer.
In het Griekse verhaal over de twaalf werken van Hercules slaagt de held er wel in de
gouden appels van de Hesperiden te stelen, maar op het eind van het verhaal worden
deze vruchten, die onsterfelijkheid geven, toch door Athena, godin der wijsheid, weer
naar de streng bewaakte tuin van de Hesperiden gebracht.
Pas later zullen religies het eeuwige leven voor de mens mogelijk verklaren (één van
de hypothesen is dat dit de eerste keer gebeurt rond duizend vóór het jaar nul door
de Perzische denker Zarathustra, en wel om ethische redenen: er is een leven na de
dood nodig om de onrechtvaardigen te straffen en de rechtvaardigen te belonen).
Steeds zullen denkers deze mogelijkheid echter in vraag stellen.
De Griekse wijsgeren benaderen vanaf de zesde eeuw vóór het jaar nul de wereld op
een abstracte manier. De geesten en goden worden bij de natuurfilosofen vervangen
door principes en oerbeginselen. Ethische regels worden door de sofisten (vijfde
eeuw vóór het jaar nul) gezien als mensenwerk. Socrates, liggend met Phaedrus
onder een plataan, verklaart waarom hij bijna nooit de stad verlaat: landerijen en
bomen willen mij niets leren, maar wel de mensen in de stad. Socrates’ tijdgenoot
Democritus stelt dat er in de wereld enkel stoffelijke atomen bestaan. Wat later
schrijft Aristoteles dat bomen enkel een vegetatieve ziel hebben, maar geen
sensitieve of rationele ziel. Democritus’ leerling Epicurus (rond 300 vóór het jaar nul)
beklemtoont dat met de dood alle levende wezens definitief ophouden te bestaan.
Bomen én mensen sterven en zijn dan voorgoed verdwenen.
De bomen hebben voor de filosofen hun heiligheid verloren. Uiteraard volgen velen
deze rationele wijze van kijken niet.
65
Bomen blijven een sacrale aantrekkingskracht uitoefenen, ook als de monotheïstische
godsdiensten overheersen.
Als Mohammeds volgelingen trouw aan hem beloven, doen ze dat onder een boom:
God was met de gelovigen ingenomen toen zij onder de boom trouw zwoeren (Koran,
48,18). De overlevering leert hoe de profeet vrijdags predikte onder een boom, maar
van de toehoorders een spreekgestoelte kreeg. Toen hij daar de eerste keer predikte,
huilde de boom als een klein kind. Mohammed omhelsde de boom tot die bedaarde
(al-Bukhaari, 3319).
In de middeleeuwen veroordeelt de christelijke kerk het vereren van bomen. Karel de
Grote vaardigt deze verordening uit: Ten aanzien van bomen, stenen en bronnen,
waar sommige dwaze personen bijgelovige handelingen verrichten, gelasten wij dat
dit misbruik zal worden uitgeroeid. Bernard van Clairvaux schrijft echter: Je zult in de
bossen meer vinden dan in boeken. De bomen en de stenen zullen je dingen leren die
jou geen mens zal kunnen vertellen. De kerk ziet zich vaak genoodzaakt oude tradities
over te nemen. De levensboom wordt gelijkgesteld aan het kruis waaraan Christus
stierf, beelden van Maria worden opgehangen aan lindebomen en vanaf de 19e eeuw
wordt Jezus’ geboortestal onder een kerstboom geplaatst.
Vanaf de Renaissance is de rationele geest van de Griekse filosofie echter
teruggekeerd in de moderne filosofie en het moderne leven.
Modern leven
Vanaf 1500 begonnen wijsgeren de wereld opnieuw te bekijken los van het heilige.
De moderne natuurfilosofen ontwikkelden de natuurwetenschap. De Engelse filosoof
Francis Bacon verwoordde het nieuwe programma: niet langer de krachten van de
natuur benaderen als personen, maar deze krachten, opgevat als mechanische
gebeurtenissen, leren kennen via natuurwetten, om ze toe te passen in nieuwe
technieken: de natuur kan enkel overwonnen worden door haar te gehoorzamen. De
natuur moet niet vereerd worden, maar begrepen en op basis hiervan gemanipuleerd
voor het welzijn van de mens.
Tegelijk kwam een nieuw economisch systeem tot ontwikkeling, het kapitalisme, dat
de productiemiddelen (het kapitaal, dat wat nodig is om dingen te maken, zoals
grond, grondstoffen, energiebronnen, machines) in privébezit stelt van een kleine
elite, die dan probeert winst te maken, d.w.z. hun kapitaal te vergroten. In Engeland
kwam er in de 16e eeuw en later opnieuw tussen 1700 en 1850 een golf van
“enclosures”: gebieden die tot dan gemeenschappelijk werden gebruikt door mensen
uit een dorp (bv. bossen waar men kreupelhout kon verzamelen of weiden waar men
wat vee kon laten grazen), werden omheind en tot privébezit verklaard van de
plaatselijke heer, waardoor veel dorpslieden in armoede terecht kwamen en
gedwongen werden in loondienst te gaan van de heer of later van een
fabriekseigenaar. De ongelijkheid tussen mensen nam daardoor sterk toe.
De dynamiek van enerzijds nieuwe technieken op basis van wetenschappelijke
ontdekkingen en anderzijds het kapitalisme leidde tot een nieuwe zingeving: de groei
van de rijkdom. Steeds meer grondstoffen werden ontgonnen, steeds meer energie
was nodig.
66
Hout was door verregaande ontbossing sinds de middeleeuwen minder voor handen,
maar met steenkool en olie – versteend hout in vaste en vloeibare vorm - heeft de
natuur een omvangrijke voorraad aan energie aangelegd. Deze fossiele brandstoffen
werden steeds meer bovengehaald en, vooral door de uitvinding van de
stoommachine, gebruikt voor een explosie van de economische productie, die nog
steeds doorgaat.
“Meer en steeds meer van alles” is en blijft het devies van onze moderne tijd. Bomen
worden massaal gehakt voor de productie van papier en bouwmateriaal, maar nog
meer bomen worden gehakt om plaats te maken voor bouwgronden,
landbouwgronden en mijnterreinen, nodig om steeds meer producten te maken voor
steeds meer mensen die elk steeds meer willen. De ontbossing gaat door tegen een
nooit gezien tempo. Zonder bomen kan de mens echter niet overleven. Zonder
bomen willen leven is hoogmoedig leven.
Hoogmoedig leven
De Amerikaanse bioloog en geograaf Jared Diamond stelt in zijn boek Ondergang dat
vroegere beschavingen ten onder gingen omdat ze hun middelen van bestaan
uitputten, in vele gevallen door verregaande ontbossing. Beschaving en ontbossing
gaan hand in hand, maar te ver gaande ontbossing leidt tot het verdwijnen van de
beschaving. Onze huidige wetenschappelijk-technische wereldbeschaving gaat deze
weg.
Ontbossing leidt enerzijds via erosie tot vermindering van vruchtbare grond en
verergert anderzijds het probleem van de opwarming van de aarde, zelf veroorzaakt
door het massaal gebruik van fossiele brandstoffen. Ontbossing vermindert verder de
biodiversiteit. De overblijvende bossen worden aangetast door lucht-, bodem- en
watervervuiling. Het huidig wereldsysteem kan zich nog maar een korte tijd stabiel in
stand houden. Toch lijkt de vereiste reactie uit te blijven.
De meerderheid getuigt van hoogmoed en ontkent dat er grenzen zijn. De meeste
mensen denken dat ze hun wil tot wet kunnen maken, zelfs tegen de wetten van de
natuur in. Zij zijn als Jezus van Nazareth die honger heeft en een vijgenboom
vervloekt omdat deze geen vruchten draagt, terwijl het niet anders kon dan dat hij
geen vruchten vond; het was namelijk nog niet de tijd voor vijgen (evangelie van
Marcus, 11, 13). De ideeën die deze hoogmoed ondersteunen, zijn bij de moderne
mens echter niet langer een religie (er is geen sprake van het boven- of
buitennatuurlijke), maar enkel een geloof (het aannemen van iets zonder bewijzen en
dus vaak tegen de waarheid in), meer bepaald het geloof in de wetenschap.
Bijna iedereen is ervan overtuigd dat de wetenschap en techniek alle problemen wel
zullen oplossen. Dit is echter een geloof, even weinig onderbouwd als het religieus
geloof van de vroegere beschavingen die ten onder gingen omdat ze betrouwden op
de voorouders of op de goden om hun problemen op te lossen. Er is immers enerzijds
geen garantie dat de wetenschappelijk-technische oplossingen tijdig gevonden zullen
worden. Anderzijds blijken nieuwe oplossingen zelf weer tot nog grotere problemen
te leiden.
De ontginning van steenkool en later olie was de oplossing voor het tekort aan hout,
maar heeft geleid tot een verhoging van broeikasgassen en zal zo leiden tot een
67
klimaatsverandering met onvoorspelbare, maar hoogstwaarschijnlijk negatieve
gevolgen. Pesticiden hebben de landbouwopbrengsten verhoogd, maar zorgen voor
een vermindering van het aantal bijen, zodat de bestuiving in gedrang komt en de
opbrengst weer omlaag zal gaan. Kunstmeststoffen waren de oplossing om de
uitputting van de grond ongedaan te maken, maar bij de productie ervan (die
overigens veel energie vraagt) komen er giftige zware metalen vrij. Cfk’s vervingen
het gevaarlijke ammoniak in koelkasten, maar leidden tot de afbraak van ozon in de
buitenste laag van de dampkring met als gevolg het verstoren van ecosystemen en
een groter gevaar op huidkanker (cfk’s zijn ook een ernstig broeikasgas, waarbij ze
per molecule tienduizend keer effectiever de warmte vasthouden dan CO2). Toch
wordt het geloof in wetenschap en techniek niet aan het wankelen gebracht. De
meesten denken dat nieuwe uitvindingen alles zullen oplossen zonder zelf nieuwe
problemen mee te brengen – ten onrechte. En in elk geval: blijven groeien in een
eindige wereld kan niet.
De moderne mens is als Erysichton die geen grens erkent en alle bomen wil
omhakken. De mythe is echter een waarschuwing: de natuur zal dit niet ongestraft
laten gebeuren. De honger naar steeds meer kan nooit gestild worden en loopt uit op
het verkwanselen van alle waardevolle dingen – ook mensen, zelfs dochters -, om te
eindigen in zelfdestructie.
Het is dezelfde waarschuwing als die vervat in de meer gekende mythe over Icarus,
die te dicht bij de zon begon te vliegen, zodat het was van zijn vleugels smolt en hij
neerstortte in de zee. Hoogmoed leidt tot val. Hoger of verder gaan dan mag, anders
gezegd grenzen overschrijden, kan tijdelijk, maar wordt vrij vlug afgestraft.
Daarom zeggen sommigen: we moeten zo laag mogelijk vliegen, we moeten nederig
leven.
Nederig leven
Zij die het gevaar van de hoogmoed beseffen, vervallen meestal opnieuw tot
nederigheid. Ze willen wetenschap en technologie in zijn geheel bannen, ze willen
terug naar tijden toen de mens niets was in vergelijking met god of de goden en hij
ongeveer niets had aan materieel comfort.
De Duitse filosoof Heidegger, die elke dag op zijn wandeling een oude eik groette,
vindt dat de moderne mens met zijn technische vaardigheden ontworteld is. Hij wil
dat de mens weer opgaat in “het Zijn”, wat erop neerkomt dat de mens zichzelf
verliest, zoals de verlichte Boeddha die zichzelf verliest in het nirvana.
Sommige ecologisten, zoals de Noorse filosoof Arne Naess en de Vlaamse filosoof
Jaap Kruithof, stellen dat de natuur een waarde op zich heeft, los van de waarden die
de mens stelt, en daarom niet willekeurig door de mens gebruikt mag worden. Ze
maken bomen en de natuur weer heilig (ecocentrisme).
Maar te laag vliegen is ook niet wat past voor de mens. Daedalus waarschuwde zijn
zoon Icarus ook ervoor om niet te laag te vliegen, want dan zouden zijn vleugels te
zwaar worden van het opspattende water en zou hij eveneens in de zee verdrinken.
Een boom is per definitie nederig, want vegetatief leven is vastgeketend zijn aan de
grond. De mens is echter in staat tot meer dan een leven als boom.
68
Zonder bomen te gebruiken en zonder sommige bomen te vellen, kan de mens geen
menselijk leven uitbouwen. Hij moet dit echter doen op een verstandige en dus
gematigde wijze, die getuigt van bescheiden leven.
Bescheiden leven
Wat nodig is, is bescheidenheid, dat betekent de juiste scheidingslijn in acht nemen
tussen te hoog (te veel) en te laag (te weinig).
Bescheidenheid is de houding van (de epicuristische dichter) Horatius die wel
versiering wil, maar, als er bijna geen rozen meer zijn, zich tevreden stelt met mirte,
zonder die op rozen te willen doen lijken: Ik verafschuw Perzische tierlantijnen, ik
verfoei de kransen van lindenbast. Zoek niet, slaaf, waar ergens een late roos haar
bloei heeft bewaard. Sloof je niet uit om simpele mirtetakken op te smukken: mirte is
niet te min voor jou als dienaar of voor mij als drinker onder de wingerd (Oden I, 38).
Bescheidenheid is enerzijds niet blijven hopen tegen beter weten in, maar anderzijds
toch geduld hebben en zich inspannen om iets te bereiken. Het is de houding van de
wijngaardenier in de parabel verteld door Jezus van Nazareth, waarin de
landeigenaar zijn wijngaardenier de opdracht geeft een vijgenboom om te hakken
omdat die al 3 jaar op rij geen vruchten draagt. De wijngaardenier antwoordt echter:
Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan, zodat ik de grond eromheen kan omspitten en
bemesten. Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht. Zo niet, hak hem dan maar
om (evangelie van Lucas, 13, 8).
In Ovidius’ weergave van de mythe over Daedalus en Icarus wordt de bescheidenheid
gesymboliseerd door de verstandige Perdix, ooit door Daedalus uit jaloezie van een
toren geduwd, maar tijdig door Athena, godin van de wijsheid, veranderd in een
patrijs. De patrijs maakt geen hoge vluchten, maar is ook niet gebonden aan de
grond: hij fladdert. De patrijs bouwt zijn nest niet in de toppen van de bomen, maar
ook niet op de kale grond: hij nestelt in struiken.
Bescheidenheid is ook gelijkheid realisren, los van de hoogmoed van de overheersers
én los van de nederigheid (vernedering) van de overheersten.
Wat betekent dit alles concreet? Het geeft een recept voor goed leven.
ver zijn gegaan, moeten we weer inleveren, moet de economie – globaal gezien –
inkrimpen, om nadien op het gepaste niveau stationair te worden.
De rechtvaardigheid vereist dat bij dit inleveren de resterende materiële rijkdom
herverdeeld wordt zodat de ongelijkheid verdwijnt. Ongelijkheid is voor de
menselijke samenleving een even groot gevaar als een tekort aan grondstoffen of een
teveel aan afval. Wie vooruit denkt, ziet in: de natuur is geen privé-eigendom, maar
een bestaansmiddel waarop ieder mens in gelijke mate recht moet krijgen. Als
iedereen niet meer kreupelhout uit het bos sprokkelt dan hij nodig heeft, is er genoeg
en moet het bos niet omheind worden.
Door deze nieuwe manier van leven en samenleven zal onze materiële rijkdom
verminderen, maar dat is niet erg: er zal nog voldoende zijn om de materiële
basisbehoeften te bevredigen en het echte geluk ligt niet in meer rijkdom hebben
dan nodig is.
Een voorbeeld van zo’n leven en samenleven werd geschetst door de Engelse denker
en kunstenaar William Morris (1834-1896) in zijn utopische roman News from
Nowhere. Het is niet toevallig dat Morris, beïnvloed
door John Ruskin, meerdere ontwerpen voor
wandtapijten maakte met The Tree of Life als thema (zie
voorbeeld op de cover van deze brochure): de levensboom staat hier voor het gelukkige (samen)leven.
Geluk ligt in dingen die materieel weinig vragen, dingen
waartoe een boom een uitstekende plaats biedt: dutten,
genieten van goedkope maar lekkere hapjes en dranken,
vrijen, mijmeren, nadenken, spelen, de schoonheid van
de natuur bewonderen, een boom schilderen of een
schilderij van een boom bewonderen, het voorbije
dankbaar herinneren, zorg dragen voor nieuwgeborenen en vooral, samenzijn met vrienden.
Goed leven
Mensen en bomen zijn wezens die leven en dan sterven. Een levensboom waarvan
iedereen akkoord gaat dat hij eeuwig leven bezit en kan geven aan de mensen, is nog
nooit gevonden.
Bomen vinden het niet erg dat ze sterven, maar als teveel bomen sterven, zullen ook
de mensen vlugger sterven, die juist wel beseffen en betreuren dat ze sterven.
Sterven moeten wij, als individuele persoon en als mensheid, maar als we verstandig
en dus bescheiden handelen, hoeft dat niet voortijdig te zijn en kunnen we vooraf
een goed leven leiden.
Willen wij mensen niet binnenkort ten onder gaan, dan moeten we stoppen met
teveel bomen te vellen en met de natuur zodanig te vervuilen dat ook de nog niet
gevelde bomen kapot gaan. De cultuur die steeds meer wil en de economie die
steeds moet groeien, moeten verworpen worden. Bovendien, aangezien we reeds te
69
Monsanto’s patent of the Tree of Life, Paul Gordyn
70
Een nederig (of vernederd) persoon leeft in ellende. Hij zit neer op de aarde, bedreigd door de
hoge bomen. In de religieuze variant slaat deze nederigheid om in hoogmoed: men beweert dat
het ascetisme de weg is naar een hoger leven, naar een leven zonder enige ellende.
Diogenes de cynicus wijst Alexander af
H. Hiëronymus (J. Bosch)
Boeddha (Sri Lanka)
Een hoogmoedig persoon leeft alsof er geen morele of fysische grenzen bestaan. Hoogmoed slaat
bijna steeds om in nederigheid, na de val, als het overschrijden van de grenzen afgestraft wordt.
Levensboom (1905), Gustav Klimt
Perdix bekijkt val Icarus
Erysichton verkoopt dochter
(naar Pieter Bruegel, detail) (Gioacchino Assereto)
grafiek uit “The limits to growth”
(Club van Rome, 2002)
Een bescheiden persoon kent de juiste maat, de juiste scheidingslijn tussen te hoog (te veel) en te
laag (te weinig). Hij vertoeft, zoals Epicurus, graag onder een boom in zijn tuin (bescheiden tussen
woud en stad in), om te genieten van o.a. natuur en kunst en om te filosoferen met zijn vrienden.
(
Tuin met kersenbloesems
(Hiroshige)
Symposium van filosofen in een tuin
(mozaïek te Pompeï)
Herinnering aan een tuin
71
(Paul Klee)
De ekster op de galg (1568), Pieter Bruegel
72