Handgereedschap

Commentaren

Transcriptie

Handgereedschap
F4
Handgereedschap
Het gebruik van handgereedschap kan risico’s inhouden. Hieronder een aantal
maatregelen voor een veilig gebruik van een aantal handgereedschappen.
ALGEMENE GEBRUIKSTIPS
1. DE KEUZE VAN HET GEREEDSCHAP
Ga na of:
■■het gereedschap afgestemd is op het type, de taille et het gewicht van het te bewerken materiaal.
■■het werk geen belangrijke inspanning vraagt. In het andere geval gebruik je best aangedreven
gereedschap (bv. elektrisch gereedschap).
■■het gereedschap in goede staat is:
• gereedschap van slechte kwaliteit, verslijt sneller, verliest haar vorm, breekt sneller en
vergroot dus het risico op een ongeval;
• voor elk werk, het gepaste gereedschap. (bv. gebruik een sleutel niet als hamer, een
schroevendraaier niet als beitel,…).
■■werk niet in de buurt van (licht) ontvlambare of explosieve producten. Als je niet anders kan, gebruik
dan alleen aangepaste gereedschappen waar geen vonken kunnen creëren zoals in messing,
plastic, aluminium of hout (lees de gebruiksaanwijzing van de fabrikant).
2. VEILIG WERKEN
■■Let erop dat er geen projectie van stukjes materiaal kan plaatsvinden. Werk niet in de directe
omgeving van andere personen.
■■Kijk de beschermingen na, en gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
■■Het werkoppervlak en de omgeving is:
• schoon, droog en in goede staat;
• vrij van obstakels, je kan makkelijk rond de werkpost bewegen;
• je hindert het gewone werk in de ruimte niet.
■■Zet het werkstuk vast met een bankschroef of een klem. Hou het werkstuk nooit vast met de hand
wanneer het wordt bewerkt.
■■Zorg voor voldoende licht als je aan het werk gaat.
3. NA HET WERK
■■Gebruik geen perslucht om het werkstuk schoon te blazen of het werkoppervlak schoon te maken.
■■Ruim de werkplek op. Afval, materiaalresten,… worden correct verzameld, opgeslagen of
weggegooid.
1
Handgereedschap
Fiche 4 - December 2014
F4
4. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM)
Ga na :
■■welke persoonlijke beschermingsmiddelen je moet dragen;
■■Of ze in goede staat zijn;
■■welke persoonlijke beschermingsmiddelen je moet dragen;
■■of ze in goede staat zijn.
Projectie van materiaaldeeltjes, vonken, stof, vloeistof,…
Snijwonden, letsels aan de handen
Vallende objecten
Lawaai
5. GEREEDSCHAP OPBERGEN
■■Maak gebruik van een gereedschapshouder of -riem zodat je handgereedschap op een veilige
manier kan meedragen. Steek de gereedschappen in geen geval in je zakken.
■■Bescherm de bladen van de snijgereedschappen zodat ze geen letsels kunnen veroorzaken.
■■Berg de gereedschappen telkens op dezelfde plaats op.
6. ONDERHOUD
■■Maak de gereedschappen schoon vooraleer je ze wegbergt.
■■Check het gereedschap geregeld op schade, vervorming, breuken, slijtage, scherpe randen,
netheid.
■■Gebruik nooit beschadigd gereedschap wordt onmiddellijk. Laat het herstellen door een vakman.
■■Onderhoud het gereedschap volgens de instructies van de fabrikant.
2
Handgereedschap
Fiche 4 - December 2014
F4
INSTRUCTIES PER GEREEDSCHAP :
Voor elk soort werk bestaat er aangepast gereedschap. Hierbij een overzicht van
de aandachtspunten per type gereedschap.
SNIJGEREEDSCHAP (MESSEN, BIJLEN,…)
■■Draag het snijgereedschap nooit in je zakken.
■■Gebruik alleen nieuwe, scherpe messen. Een bot mes is gevaarlijk omdat
je meer druk uitoefent.
■■Snij weg van je lichaam en je handen.
■■Vang nooit een vallend mes op.
■■Zorg voor voldoende vrije ruimte bij het gebruik van snijgereedschap.
BEITELS
■■Er zitten geen bramen op de beitelkop.
■■Gebruik van beitel met handbescherming is aanbevolen.
■■Zorg ervoor dat de beitel scherp blijft.
HAMERS
■■Gebruik klauwhamers alleen voor het verwijderen van nagels, en niet
voor andere taken.
SLEUTELS ■■Kies een sleutel met een bek die precies op de moer past (geen vulplaatjes gebruiken tussen bek en moer!).
■■Maak de sleutel grondig schoon na gebruik.
■■Verleng een sleutel enkel met de juiste hulpstukken (anders is er een
grote kans op afbreken).
■■Gebruik liever ringsleutels dan steeksleutels; dat maakt de kans op wegglijden kleiner.
SCHROEVENDRAAIER
■■Kies een schroevendraaier op maat van de schroefgleuf.
■■Het blad mag niet te scherp zijn.
■■Kleine werkstukken klem je stevig vast.
■■Gebruik de schroevendraaier niet als hefboom of als beitel.
3
Handgereedschap
Fiche 4 - December 2014
F4
VIJLEN
■■De vijl heeft een stevig heft (bij vijlen zonder heft bestaat het risico dat
de vijl.
■■Het heft is onbeschadigd en zit stevig vast. Als het is losgeraakt, mag je
het niet met allerlei hulpmiddelen weer vastzetten.
■■Hou de vijl nooit vast aan het vrije uiteinde maar plaats de vrije hand er
bovenop.
TANGEN
Gebruik een speciale tang voor grote kabels.
■■Check of de tang in goede staat is.
■■Gebruik een geïsoleerde tang als je met elektriciteit werkt en draag
handschoenen.
BANKSCHROEF
■■Gebruik een aangepaste bankschroef naargelang het werkstuk dat je
wil vastzetten.
■■Hou het werkstuk nooit vast met de blote hand tijdens de bewerking.
■■Gebruik nooit een hamer om de bankschroef vast te zetten. Doe dit
manueel.
KOEVOET
■■Gebruik een koevoet die aangepast is aan het type werk en de grootte
van het materiaal.
■■Knutsel nooit zelf een hefboom in elkaar.
■■Orden op een veilige plaats na gebruik.
HANDZAAG
■■Gebruik een zaag(blad) aangepast aan het uit te voeren werk.
■■Gebruik alleen goed geslepen of scherpe zaagbladen.
■■Zorg bij houtzagen voor een goede zetting van de zaag.
■■Let er bij zagen met vervangbare bladen op dat de tanden vooruit staan,
zodat de zaag snijdt bij het wegduwen.
■■Span het zaagblad goed aan.
■■
KRIK
■■De maximale toegelaten belasting is aangeduid op elke krik. Overschrijd
deze nooit.
■■Stel de hydraulische krik nooit bloot aan negatieve klimatologische
omstandigheden (bv. bij vrieskou).
■■Zorg ervoor dat de krik goed vastgezet wordt.
4
Handgereedschap
Fiche 4 - December 2014