Leerlingenstatuut SG Dalton Voorburg

Commentaren

Transcriptie

Leerlingenstatuut SG Dalton Voorburg
Leerlingenstatuut
SG Dalton Voorburg
Inhoudsopgave
Leerlingenstatuut SG Dalton Voorburg .............................................................................. 2
Inleiding ................................................................................................................................ 2
I. ALGEMENE BEPALINGEN............................................................................................... 2
Artikel 1 Begrippen ......................................................................................... ………. 2
Artikel 2 Vaststelling van het leerlingenstatuut……………………………………………...2
II. REGELS OVER HET ONDERWIJS ................................................................................... 3
Artikel 1 Het geven van onderwijs door docenten ......................................................... 3
Artikel 2 Het volgen van onderwijs door leerlingen ....................................................... 3
Artikel 3 Huis - en daltonwerk ....................................................................................... 3
Artikel 4 Werkstukken ................................................................................................... 3
Artikel 5 Onderwijstoetsing ........................................................................................... 3
Artikel 6 Rapporten ....................................................................................................... 4
Artikel 7 Toelating, bevordering, verandering van school of onderwijstype op grond
van leerprestaties ........................................................................................... 5
Artikel 8 Verwijdering op grond van leerprestatie .......................................................... 5
Artikel 9 Het daltonuur .................................................................................................. 5
III REGELS OVER DE SCHOOL ALS ORGANISATIE EN REGELS BETREFFENDE HET
GEBOUW .............................................................................................................................. 6
Artikel 1 Aanstelling van docenten en benoeming van de schoolleiding........................ 6
Artikel 2 Vrijheid van meningsuiting en uiterlijk ............................................................. 6
Artikel 3 Aanplakborden ............................................................................................... 6
Artikel 4 Bijeenkomsten ................................................................................................ 6
Artikel 5 Leerlingenvertegenwoordiging ........................................................................ 7
Artikel 6 Leerlingenregistratie en privacybescherming .................................................. 7
Artikel 7 Schoolregels ................................................................................................... 8
Artikel 8 Aanwezigheid ................................................................................................. 8
Artikel 9 Sancties.......................................................................................................... 8
Artikel 10 Roken ............................................................................................................. 9
IV. HANDHAVING VAN HET LEERLINGENSTATUUT ......................................................... 9
Artikel 1 Klacht- en beroepsrecht .................................................................................. 9
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
1
Leerlingenstatuut SG Dalton Voorburg
Inleiding
Regels kunnen helderheid verschaffen in verhoudingen op school en daarmee een bijdrage
leveren aan een consequente en consistente benadering van de leerlingen. Regelgeving mag niet
belemmerend werken voor het pedagogisch-didactisch handelen. Regels moeten altijd met
soepelheid gehanteerd worden. Docenten hebben ruimte nodig om iedere leerling tot zijn recht te
laten komen. Een goed leerlingenstatuut zal deze ruimte bieden, maar aan de andere kant
voldoende waarborgen dienen te bevatten om vormen van willekeur te voorkomen.
I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begrippen
In dit statuut wordt bedoeld met:
leerlingen: alle leerlingen die op school staan ingeschreven;
ouders: ouders, voogden, feitelijke verzorgers;
docenten: personeelsleden met een onderwijstaak;
O.O.P : onderwijs ondersteunend personeel;
schoolleiding: rector, directieleden en afdelingsleiders;
bevoegd gezag: het bestuur van de Stichting Scholengroep Spinoza;
medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad (M.R.) van de school als
bedoeld in de Wet op de Medezeggenschap Scholen;
leerlingenvertegenwoordiging: de leerlingengeleding van de medezeggenschapsraad;
mentor: docent, aangewezen om een leerling of een groep leerlingen gedurende het
schooljaar te begeleiden;
hij: zowel 'hij' als 'zij'.
Artikel 2. Vaststelling leerlingenstatuut
2.1 Procedure
Het leerlingenstatuut wordt door de leerlingenvertegenwoordiging voorgelegd aan het
schoolbestuur. Het schoolbestuur legt vervolgens zijn ingenomen standpunt
dienaangaande ter instemming voor aan de M.R.
2.2 Geldigheidsduur
Het leerlingenstatuut wordt voor een onbepaalde periode vastgesteld door het bevoegd
gezag. Eventuele wijzigingen of aanvullingen kunnen op ieder moment worden vastgesteld.
2.3 Toepassing
Het leerlingenstatuut is bindend voor:
- de leerlingen;
- de docenten;
- het onderwijsondersteunend personeel;
- de ouders;
- de schoolleiding;
- het bevoegd gezag.
Dit geldt binnen de kaders van wettelijk vastgestelde bevoegdheden en reglementen.
2.4 Publicatie
Het leerlingenstatuut wordt uitgereikt aan de nieuwe leerlingen en docenten, en is op de
schoolsite te vinden. Wijzigingen in het statuut zullen eveneens via de schoolsite bekend
worden gemaakt.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
2
II. REGELS OVER HET ONDERWIJS
Artikel 1. Het geven van onderwijs door docenten
De docenten zijn gehouden goed onderwijs te geven. Het gaat daarbij om zaken als:
redelijke verdeling van de lesstof over de lessen en de daltonuren;
het onderwijs dient toegesneden te zijn op het met goed gevolg verwerken van het
curriculum;
kiezen van geschikte schoolboeken, die dan ook daadwerkelijk gebruikt worden;
het opgegeven (huis)werk dient te behoren bij de behandelde stof;
het geven van planningen per periode, die voor het begin van een nieuwe periode
dienen te worden uitgedeeld;
het evalueren en eventueel verbeteren van het eigen onderwijs o.a. n.a.v. door de
schoolleiding ondersteunde enquêtes, die worden ingevuld door de leerlingen van de
desbetreffende docent;
het optimaal benutten van de in het rooster vastgelegde lestijd.
Artikel 2. Het volgen van onderwijs door leerlingen
2.1
2.2
2.3
2.4
De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsleerproces mogelijk te
maken.
Een leerling die de voortgang van de les verstoort, kan een sanctie opgelegd krijgen.
Een leerling die zich niet houdt aan de regels met betrekking tot het daltonuur kan een vast
daltonrooster opgelegd krijgen.
Een leerling dient op tijd in de les te verschijnen.
Artikel 3. Huis- en daltonwerk
3.1
3.2
3.3
Vóór het begin van iedere nieuwe periode krijgen alle leerlingen een planning of studiewijzer
van hun vakdocenten. In deze planning of studiewijzer dient het volgende te zijn opgenomen:
- het te maken/bestuderen werk per les;
- de in de klas te behandelen stof per les;
- data van proefwerken, schriftelijk overhoringen, mondelinge overhoringen en
schoolexamens in die periode;
De docent ziet erop toe dat het opgegeven werk geen onredelijke belasting voor de
leerlingen oplevert.
De docent is verplicht zijn planning zo goed mogelijk te volgen. De leerlingen hebben de
plicht het opgegeven huis- en daltonwerk volgens de planning te maken en te Ieren.
Artikel 4. Werkstukken
Wanneer het maken van werkstukken, scripties dan wel praktische opdrachten onderdeel is van
het onderwijsprogramma en meetelt in een rapportcijfer, dient tevoren duidelijk te zijn aan welke
normen een werkstuk moet voldoen, wanneer het gereed moet zijn, wat er gebeurt bij te laat
inleveren, de wijze van beoordeling en het gewicht waarmee het cijfer meetelt in de berekening
van een rapport- of schoolexamencijfer. AI deze eisen en voorwaarden dienen, om verwarring te
voorkomen, aan de betrokken leerling(en) schriftelijk ter hand te worden gesteld.
Artikel 5. Onderwijstoetsing
5.1
5.2
5.3
De docenten kunnen in de klas te allen tijde schriftelijke werken geven waarvoor de
leerlingen geen voorbereiding nodig hebben, zoals vrije vertalingen en teksten.
Ten aanzien van overhoringen en werkstukken moet tevoren duidelijk zijn hoe het cijfer wordt
meegeteld bij het vaststellen van een rapportcijfer.
Een docent dient het geven van uitleg en het verstrekken van antwoorden van opgegeven
werk tenminste 2 schooldagen voor een te geven proefwerk over de desbetreffende leerstof
te hebben afgerond.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
3
5.4
5.5
5.6
5.7
5.8
5.9
5.10
5.11
5.12
5.13
5.14
In de onderbouw mogen per dag maximaal 3 toetsmomenten worden opgegeven, waarvan
- maximaal één te leren toets (proefwerk);
- maximaal 2 overige toetsen (so, mo of een vaardigheids-/practicumtoets)
Bij een inhaaltoets/herkansing mag van deze regel worden afgeweken.
In de week voorafgaande aan de proefwerkweek aan het einde van het schooljaar worden in
principe geen leertoetsen (proefwerken) geplaatst. Dit geldt alleen voor de onderbouw.
In de bovenbouw mag per dag mag maximaal één te leren schoolexamen worden gegeven.
In toetsweken ligt in de regel het maximum te leren schoolexamens op twee, waar nog één
herkansing bij mag komen. Op maximaal één dag per toetsweek kan het aantal schoolexamens op drie uitkomen.
De eerste dag na een vakantie van een week of langer is huiswerkvrij.
De data van de toetsen worden aan het begin van de periode vastgelegd. Is dit
redelijkerwijs niet mogelijk, dan geldt de regel dat een toets tenminste een week van
tevoren wordt opgegeven. De vorm van de toets wordt zoveel mogelijk van te voren
bekend gemaakt. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt een toets binnen tien
lesdagen gecorrigeerd teruggegeven.
Een toets of schoolexamen wordt normaliter nabesproken in de les; indien daar in de les
geen gelegenheid toe is (bijv. door tijdgebrek) dienen de leerlingen de gelegenheid te krijgen
de toets of het schoolexamen op een ander tijdstip na te bespreken. Na de
eindproefwerkweek kan de leerling voor de nabespreking van de toets een afspraak maken
met de docent.
Een volgende toets over dezelfde leerstof kan niet gegeven worden, voordat de vorige
toets besproken is, behoudens bijzondere omstandigheden en in overleg met de
betrokken leerlingen.
Leerlingen hebben altijd de mogelijkheid tot inzage van en toelichting op hun gecorrigeerde
toetsen.
De normen van beoordeling van toetsen, schoolexamens, overhoringen, praktische
opdrachten en de totstandkoming van rapportcijfers worden desgevraagd door de docent
meegedeeld en zonodig toegelicht, tenzij de opgave van dien aard is dat het onmogelijk of
zeer moeilijk is uniforme beoordelingsnormen vast te stellen.
Wie het niet eens is met de beoordeling van een toets, tekent eerst bezwaar aan bij de
docent. Normen die door de vaksectie voor het beoordelen van de toets zijn
vastgesteld zijn bindend. Tegen een op basis van deze normen verleend cijfer is geen
beroep mogelijk.
Indien de samenstelling van de opgaven van een toets van dien aard is dat het onmogelijk of
zeer moeilijk is uniforme beoordelingsnormen vast te stellen, is het cijfer verleend door de
desbetreffende docent bindend. Kan een leerling het niet eens worden met de beoordeling
van de docent, dan kan hij dit aan de schoolleiding voorleggen. De uitspraak van de
schoolleiding is bindend.
Hoofdstuk. II, artikel 5 wordt expliciet ieder jaar in de schoolgids afgedrukt. Zij geldt echter
niet in haar volle omvang voor de leerjaren waarin schoolexamens afgenomen worden. Voor
deze leerjaren geldt de regeling zoals afgedrukt in het examenreglement, dat aan het begin
van het examenjaar aan elke examenkandidaat wordt uitgereikt.
Artikel 6. Rapporten
6.1
6.2
6.3
De behaalde resultaten voor de vakken over een bepaald tijdvak worden weergegeven in
een rapport. Dit rapport wordt uitgereikt aan de leerling en zijn ouders.
Gegevens van de voorafgaande rapporten moeten worden betrokken bij de bepaling van het
cijfer voor het eindrapport, zoals vastgelegd in de regels van het doorlopend rapport.
Een rapportcijfer of -letter in de onderbouw kan in de regel maximaal één niveau hoger of
lager zijn dan een cijfer of letter van het voorafgaande rapport in hetzelfde schooljaar, tenzij
in overleg met de afdelingsleider anders wordt besloten.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
4
Artikel 7. Toelating, bevordering, verandering van school of onderwijstype op
grond van leerprestaties
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
7.6
7.7
Alle daarvoor in aanmerking komende personen zijn toelaatbaar als leerling van de school.
Discriminatie bij toelating op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid,
ras, geslacht, of wat dan ook is niet toegestaan.
Aan de toelating kunnen alleen eisen worden gesteld die verband houden met de
vooropleiding of de prestaties in de te volgen vakken.
Het bevoegd gezag, gehoord de M.R., stelt op voorstel van de schoolleiding tweejaarlijks de
criteria vast op grond waarvan een kandidaat-leerling kan worden toegelaten tot de school,
tot een bepaalde schoolafdeling en tot een bepaald leerjaar. De criteria worden stilzwijgend
verlengd.
Een besluit tot weigering van toelating wordt schriftelijk door de toelatingscommissie met
opgaaf van redenen aan de betrokkene, en indien deze minderjarig is, ook aan de ouders
meegedeeld, waarbij tevens naar de mogelijkheid van beroep wordt verwezen.
De kandidaat-leerling en de ouders kunnen bij het bevoegd gezag vragen om een herziening
van deze beslissing.
Het bevoegd gezag kan zich pas uitspreken over dit verzoek, nadat de leerling, en indien
deze minderjarig is ook zijn ouders zijn gehoord en deze laatste inzage hebben gehad in alle
betreffende adviezen en rapporten.
De normen voor bevordering, dan wel verandering van school of onderwijstype, op grond van
leerprestaties, worden aan het begin van ieder leerjaar schriftelijk ter hand gesteld als
onderdeel van de schoolgids.
Artikel 8. Verwijdering op grond van leerprestatie
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
Het is niet toegestaan een leerling, in de loop van het schooljaar, op grond van onvoldoende
leerprestaties van school te verwijderen.
Het is niet toegestaan, dat een leerling het onderwijs in eenzelfde leerjaar van een afdeling
gedurende meer dan twee schooljaren volgt.
Het is niet toegestaan, dat een leerling het onderwijs in eenzelfde leerjaar in twee of meer
afdelingen tezamen gedurende meer dan drie schooljaren volgt.
Het is niet toegestaan, dat een leerling het onderwijs in twee opeenvolgende leerjaren van
een afdeling gedurende meer dan drie schooljaren volgt. Bij de toepassing van dit artikel
worden gemeenschappelijke leerjaren geacht te behoren tot de afdeling die de leerling in
aansluiting daarop volgt.
Er kan besloten worden om van artikel 8.2 tot en met 8.4 af te wijken, indien daarvoor zeer
gewichtige redenen bestaan.
Artikel 9. Het daltonuur
9.1
9.2
Leerlingen behoren tijdens daltonuren in een lokaal aanwezig te zijn, tenzij zij van een docent
toestemming hebben om zich elders in het gebouw te bevinden.
Docenten behoren tijdens hun daltonuren in het in het rooster vastgestelde lokaal te zijn.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
5
III REGELS OVER DE SCHOOL ALS ORGANISATIE EN REGELS
BETREFFENDE HET GEBOUW
Artikel 1. Aanstelling van docenten en benoeming van de schoolleiding
Het bevoegd gezag, gehoord de M.R., stelt een procedure vast om docenten vast aan te stellen en
de schoolleiding te benoemen. In de procedure wordt in ieder geval opgenomen dat bij de
afweging van het al dan niet geven van een vaste aanstelling aan een docent, het oordeel van de
leerlingen, met betrekking tot het functioneren van de docent in kwestie, wordt meegewogen.
Tevens dient in de procedure te zijn opgenomen dat bij de aanstelling van schoolleidingsleden
tenminste twee leerlingen zitting hebben in de benoemingsadviescommissie.
Artikel 2. Vrijheid van meningsuiting en uiterlijk
2.1
2.2
2.3
2.4
De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van meningsuiting wordt
door iedereen gerespecteerd.
Wie zich door een ander beledigd voelt, kan een klacht indienen bij de schoolleiding.
In verband met veiligheid en hygiëne worden bij de vakken scheikunde, biologie,
natuurkunde, techniek, handvaardigheid en lichamelijke opvoeding bepaalde eisen aan
kleding en haardracht gesteld. De leerlingen volgen hierbij de aanwijzingen van de docent. Er
is een ‘Protocol deelname aan schoolactiviteiten’ opgesteld en in de schoolgids opgenomen.
Het dragen van gezichtsbedekkende kleding, zoals een bivakmuts of een burka is in de
school niet toegestaan, aangezien personen die zich in de school bevinden te allen tijde
herkenbaar en identificeerbaar moeten zijn.
Artikel 3. Aanplakborden
3.1
3.2
Er is een aanplakbord waarop alle geledingen mededelingen van niet-commerciële en nietpolitieke aard kunnen ophangen. De schoolleiding behoudt het recht om mededelingen die
niet aan deze normen voldoen te verwijderen.
Er is tevens een mededelingenbord waarop leerlingen, leerlingenvertegenwoordiging en
andere leerlingenorganisaties, zonder toestemming vooraf, mededelingen van nietcommerciële aard kunnen ophangen. Deze mogen niet kwetsend zijn voor anderen. Is dit
laatste wel het geval, dan heeft de schoolleiding het recht deze mededelingen te verwijderen.
Besluiten, informatie of maatregelen die betrekking hebben op de rechten en plichten van
leerlingen worden ook op dit mededelingenbord gepubliceerd.
Artikel 4. Bijeenkomsten
4.1 De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van vergadering
wordt door iedereen gerespecteerd.
4.2 De leerlingen hebben het recht te vergaderen over zaken aangaande het schoolgebeuren en
daarbij gebruik te maken van de faciliteiten van de school.
4.3 De schoolleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlingen te verbieden, indien deze het
volgen van lessen door de leerlingen verhindert.
4.4 Anderen (docenten, ouders, schoolleiding) worden alleen toegelaten op een leerlingenbijeenkomst als de leerlingen dat toestaan.
4.5 De schoolleiding stelt voor een leerlingenbijeenkomst een ruimte ter beschikking, een en
ander binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.
4.6 De leerlingen laten de toegewezen ruimte in ordelijke staat achter.
4.7 De gebruikers zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele schade.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
6
Artikel 5. Leerlingenvertegenwoordiging
5.1 Aan de leerlingenvertegenwoordiging wordt zo mogelijk een ruimte, maar in ieder geval een
afsluitbare kast ter beschikking gesteld.
5.2 Voor activiteiten van de leerlingenvertegenwoordiging worden faciliteiten gratis ter
beschikking gesteld. Dit geldt ook voor andere materialen.
5.3 Leden van de leerlingenvertegenwoordiging kunnen i.v.m. hun werkzaamheden op verzoek
voor bepaalde lessen vrij krijgen, wanneer de werkzaamheden niet buiten de lestijden
gepland kunnen worden.
5.4 De leden van de leerlingenvertegenwoordiging mogen, uit hoofde van hun lidmaatschap van
de leerlingenvertegenwoordiging, op geen enkele wijze benadeeld worden in hun positie op
school.
Artikel 6. Leerlingenregistratie en privacybescherming
6.1
6.2
6.3
Er is op school een leerlingenregister.
Het leerlingenregister staat onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
Het leerlingenregister omvat:
a. persoonlijke gegevens:
- naam
- adres en woonplaats
- geboortedatum en plaats
- sekse
- nationaliteit
- namen ouders/verzorgers en/of voogd
- adresgegevens van degene die in geval van nood kan worden gewaarschuwd
b. schoolgegevens:
- klas
- schoolprestaties (punten, testgegevens, rapporten, schoolverloop)
- voorgaande school
- basisschool advies
c. bijzondere gegevens, voor zover deze van invloed zijn op het functioneren van de leerling
in de school.
6.4 De schoolleiding wijst een lid van het o.o.p. aan dat verantwoordelijk is voor het dagelijks
beheer van de leerlingenadministratie.
6.5 Het leerlingenregister is ter inzage voor:
- de leerling, alleen voor wat zijn gegevens betreft;
- de ouders, alleen voor wat hun kind betreft;
- docenten, voor wat betreft hun eigen leerlingen;
- schooldecaan, voor wat betreft de leerlingen die hij begeleidt;
- schoolleiding;
- mentor en afdelingsleider; voor wat betreft de leerlingen die hij begeleidt;
- het bevoegd gezag of door het bevoegd gezag aan te wijzen gemachtigden.
Verder heeft niemand toegang tot het leerlingenregister.
6.6 Een leerling heeft het recht de schoolleiding voorstellen te doen omtrent de correctie van zijn
gegevens, en die van zijn ouders. In het laatste geval voert de schoolleiding overleg met de
betrokken ouders en de leerling
6.7 De schoolleiding geeft binnen vijf schooldagen aan de betrokkene(n) te kennen of de
gewenste correcties al dan niet uitgevoerd zullen worden.
6.8 Behoudens wettelijke voorschriften worden de gegevens over een leerling vernietigd, nadat
de leerling de school heeft verlaten.
6.9 Strikt persoonlijke eigendommen zoals agenda's mogen niet zonder geldige reden en
toestemming van de betreffende leerling worden ingenomen en/of worden ingekeken.
6.10 Degenen voor wie het leerlingenregister toegankelijk is hebben geheimhoudingsplicht.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
7
Artikel 7. Schoolregels
7.1 Het bevoegd gezag, gehoord de M.R. stelt op voorstel van de schoolleiding jaarlijks de in de
schoolgids opgenomen schoolregels vast. Leidraad bij het opstellen van schoolregels zijn
redelijkheid, gelijkheidwaardigheid en rechtszekerheid.
7.2 Iedere bij de school betrokken persoon is verplicht de schoolregels na te leven.
7.3 Overtreding van schoolregels kan door een ieder aan de schoolleiding worden gemeld.
Artikel 8. Aanwezigheid
8.1 Leerlingen zijn verplicht lessen volgens het voor hen geldende rooster te volgen, tenzij er voor
een bepaald vak een andere regeling is getroffen.
8.2 Leerlingen kunnen bij de schoolleiding wijzigingen in het rooster voorstellen.
8.3 Tijdens pauzes, lesuitval (behalve tijdens daltonuren) en roostervrije uren hebben de
leerlingen niet de plicht, wel het recht op school te blijven. Lesuitval in de klassen 1, 2 en 3 is
hiervan uitgezonderd; dit wordt door invaldocenten opgevangen.
8.4 Verzuim door leerlingen onder de 18 jaar wordt gemeld door de ouders.
8.5 Leerlingen boven de 18 zijn zelf verantwoordelijk voor melding van eventueel verzuim; zij
kunnen hun ouders vragen deze melding voor hen te doen.
Artikel 9. Sancties
9.1 De bevoegdheid om een sanctie aan een leerling op te leggen komt alleen toe aan docenten,
schoolleiding en o.o.p.
9.2 Tegen een opgelegde sanctie kan een leerling zich beroepen op de bestaande
klachtenregeling.
9.3 Lijfstraffen zijn ten strengste verboden.
9.4 Bij het opleggen van de sanctie dient er een directe verhouding te zijn tussen strafmaat en de
ernst van de overtreding. Ook dient er zo mogelijk een relatie te bestaan tussen de aard van
de overtreding en de sanctie.
9.5 De opgelegde sanctie dient een aanwijsbaar doel te dienen.
9.6 Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de sanctie gegeven wordt.
9.7 Bij de praktische uitvoering van een sanctie wordt met de mogelijkheden van de leerling
rekening gehouden.
9.8 De volgende maatregelen, opklimmend in zwaarte kunnen door de schoolleiding worden
opgelegd:
- een mondelinge waarschuwing;
- een schriftelijke waarschuwing;
- het ontzeggen van de toegang tot bepaalde lessen voor een korte tijd;
- schorsing;
- definitieve verwijdering;
9.9 Het bevoegd gezag kan een leerling met opgaaf van redenen voor een periode van ten
hoogste één week schorsen.
9.10 Het besluit tot schorsing dient schriftelijk te worden meegedeeld aan de leerling, en indien
deze minderjarig is, ook aan de ouders. Dit besluit wordt niet algemeen bekend gemaakt.
9.11 Bij schorsing voor een periode langer dan één dag, dient het bevoegd gezag hiervan de
inspectie en de afdeling leerplicht schriftelijk en met opgave van redenen in kennis te stellen.
9.12 Het bevoegd gezag kan slechts besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling, nadat
deze, en indien deze minderjarig is, ook de ouders, in de gelegenheid is c.q. zijn gesteld
hierover te worden gehoord.
9.13 Definitieve verwijdering van een (partiëel) leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg
met de inspectie. Hangende dit overleg kan de betreffende leerling worden geschorst.
9.14 Het bevoegd gezag stelt de inspectie en de afdeling leerplicht schriftelijk en met opgave van
redenen van een definitieve verwijdering in kennis.
9.15 Een besluit tot definitieve verwijdering wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan de
betrokkene(n), en indien deze minderjarig is ook aan de ouders, meegedeeld. Daarbij wordt
gewezen op de mogelijkheid te verzoeken om herziening van het besluit.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
8
9.16 Binnen zes weken na dagtekening van de mededeling betreffende definitieve verwijdering kan
door de leerling en, wanneer deze minderjarig is, ook door de ouders, schriftelijk worden
verzocht om herziening van het besluit.
9.17 Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, neemt
het bevoegd gezag na overleg met de inspectie en desgewenst andere deskundigen een
beslissing op het verzoek om herziening. Daarbij geldt de eis dat eerst de leerling en wanneer
deze minderjarig is, ook de ouders, in de gelegenheid is c.q. zijn, gesteld te worden gehoord
en kennis heeft c.q. hebben kunnen nemen van de op het besluit betrekking hebbende
adviezen of rapporten.
9.18 Gedurende de behandeling van het verzoek om herziening van een besluit tot definitieve
verwijdering kan het bevoegd gezag de betrokken leerling de toegang tot de school
ontzeggen.
9.19 Een leerplichtige leerling mag slechts worden uitgeschreven als leerling van de school,
wanneer deze leerling elders is ingeschreven of van de leerplicht is vrijgesteld. Het bevoegd
gezag heeft een wettelijk geregelde inspanningsverplichting tot het inschrijven van de te
verwijderen leerling op een andere school. Wanneer het bevoegd gezag gedurende acht
weken, gerekend vanaf het tijdstip waarop het besluit tot verwijdering aan de ouders is
medegedeeld, er ondanks alle inspanningen niet in slaagt de betrokkene bij een andere
school in te schrijven, kan het bevoegd gezag de leerling verwijderen zonder vervolgonderwijs
veilig te stellen.
Artikel 10. Roken
De gebouwen en het schoolterrein van de scholengemeenschap zijn openbaar. Er mag dus niet
gerookt worden.
IV. HANDHAVING VAN HET LEERLINGENSTATUUT
Artikel 1. Klacht- en beroepsrecht
1.1
1.2
De handhaving van het leerlingenstatuut is een verantwoordelijkheid van de schoolleiding.
De klachtenregeling van de Scholengroep Spinoza is van toepassing.
Leerlingenstatuut Dalton Voorburg
9

Vergelijkbare documenten

LEERLINGENSTATUUT PAscAl college ZAAnDAm 2013 – 2015

LEERLINGENSTATUUT PAscAl college ZAAnDAm 2013 – 2015 Aan de toelating kunnen alleen eisen worden gesteld die verband houden met de vooropleiding of de prestaties in de te volgen vakken. Het bevoegd gezag, gehoord de M.R., stelt op voorstel van de sch...

Nadere informatie