Yesterday, I was feeling sad, oh, yes I was. Yesterday, I was

Commentaren

Transcriptie

Yesterday, I was feeling sad, oh, yes I was. Yesterday, I was
HOOFDSTUK 15 : MODULEREN
In een muziekstuk kunnen we op verschillende manieren van toonaard veranderen; we kunnen het volledige muziekstuk in een andere toonaard spelen (=
transponeren), of we kunnen een gedeelte van het stuk in een andere toonaard
spelen (= moduleren). In beide gevallen gaan we het tonaal centrum gaan veranderen. Transponeren kunnen we doen aan de hand van de jazzanalyse (zie
vorige hoofdstukken), bij het moduleren gaan we één of meerdere akkoorden uit
een andere toonaard ‘lenen’ om een muzikaal effect te bekomen. Moduleren
wordt gebruikt om het verschil tussen bv. Een strofe en een refrein beter aan te
geven, of om op het einde van een muziekstuk het refrein of slot er beter te laten
‘uitkomen’. Wat we ook willen bekomen met het moduleren, er is steeds spraken
van een muzikale ingreep en moet dus goed muzikaal worden voorbereid.
Bekijken we volgende voorbeeld :
I CM
I
I
G7
I
CM
I
Yesterday, I was feeling sad, oh, yes I was.
Muzikaal gezien stopt de ‘zin’ bij de pijl. De zanger kan nu beslissen dat hij/zij het
woord ‘sad’ belangrijk vindt en dit extra in de kijker moet komen. Het ‘G7’ akkoord
is echter een Vde graad en wil een directe muzikale oplossingnaar de Iste
graad. Dit probleem kunnen we oplossen door een akkoord uit de toonaard van
‘G’ te gaan gebruiken om het ’G7’-akkoord te gaan versterker. We weten uit het
hoofdstuk ’cadensen’ dan er maar één diatonisch akkoord in staat is om een akkoord de gaan versterken (lees aantrekken) : de Vde graad.
GM Am Bm CM DM Em F#°
We mogen een Vde graads akkoord steeds vervangen door de vierklank ‘DOMINANT 7’. Dit akkoord plaatsen we nu voor het ‘G7’ akkoord :
I
CM
I
D7
G7
I
CM
I
Yesterday, I was feeling sad, oh, yes I was.
Op deze manier verkrijgen we een akkoord dat het juiste effect veroorzaakt : het
‘D7’ akkoord verstevigt de aantrekking naar de ‘G7’, die op zijn beurt oplost naar
de ‘CM’. In de akkoordenanalyse geven we dit weer met het symbool V/V (vijf
van de vijf)
I CM
I
I D7 G7 I CM I
V/V V
I
321
Op deze manier kunnen we dus elke graad van de diatonische reeks gaan versterken (in het voorbeeld de diatonische reeks van ‘C’):
A7 (V/II)
Dm (II)
B7 (V/III)
Em (III)
C7 (V/VI)
FM (IV)
D7 (V/V)
G7 (V)
E7 (V/VI)
Am (VI)
Dit effect kunnen we nog meer gaan versterken door de II-V-I cadens te gaan
gebruiken. De IIde graad (uit de gemoduleerde toonaard) wordt gewoon als II
aangeduid :
I Em A7 I Dm I
II V/II II
I F#m B7 I Em I
II V/III III
I Am D7 I GM I
II V/V V
I Gm C7 I FM I
II V/IV IV
I Bm E7 I Am I
II V/VI VI
Merk op dat deze akkoorden nu 2 mogelijke graden krijgen :
Em = IIde graad in D en IIIde graad in C
Am = IIde graad in G en Vide graad in C
De plagale cadens (IV-I) wordt minder gebruikt om een akkoord te accentueren,
daar dit een muzikaal komma veroorzaakt, en geen aantrekking. De invulkolom
op pagina 228 kan je helpen bij het opzoeken van de mogelijke akkoordopeenvolgingen.
Praktische voorbeelden
Deze toegevoegde akkoordenreeks kan in de muziekstukken gebruikt worden om
bepaalde delen nog extra ‘in de verf’ te zetten. Bekijken we een bluesschema in
‘A’ :
322
De laatste 2 maten van dit akkoordenschema krijgt een speciale benaming : de
turn around. De Iste en Vde graad zorgen voor het muzikale gevoel die ervoor
zorgt dat je opnieuw naar het begin van het schema kan gaan. Dit gevoel kunnen
we nu gaan versterken door er extra akkoorden aan toe te voegen. Een paar
voorbeelden :
De originele ‘turn around’.
De Vde graad uit de toonaard van ‘E’
wordt gebruikt om de slotcadens extra te
verstevigen.
Een II-V cadens zordt voor een
nog betere aantrekking
Een opeenvolging van Vde graden;
eerst wordt de ‘B’ versterkt, daarna de
‘E’
We kunnen dit ook over het hele schema gebruiken en zo een eenvoudig bluesschema veranderen in een volwaardig gereharmoniseerd schema :
De extra toegevoegde akkoorden zijn ingedeeld in verschillende stukken
(omkadering), zodat je duidelijk ziet welke akkoorden een invloed hebben op het
schema. We spreken hier van het ontstaan van muzikale zinnen, die we later
zullen gebruiken om solo’s te schrijven en te leren improviseren over een akkoordenschema. Bestudeer bovenstaand schema grondig en speel het in de verschillende mogelijke posities op de gitaar. Transoneer het ook naar andere toonaarden en gebruik bestaande akkoordenschema’s (bv. De bluesschema’s in het begin van deze cursus) om de mogelijkheden te leren kennen van het toevoegen
van akkoorden in een bestaand schema. Deze techniek wordt veel toegepast in
pop– en rocknummers om het akkoordenschema (en zanglijn) interessanter te
maken.
323
Eerste graads, tweede graads en extentie dominanten
In het vorige onderdeel heb je gezien dat je elk diatonisch akkoord kan voorzien
van zijn eigen aantrekking door er een Vde graad (eventueel met IIde graad) aan
te laten voorafgaan. Dit akkoord kan eveneens worden versterkt door zijn Vde
graad. Op die manier kan je een hele akkoordenreeks vormen, waarbij elk akkoord op zijn beurt het volgende versterkt. Bekijken we de mogelijkheden in de
toonaard van ’C’ :
Elke V (behalve de 1ste graads dominant) mag tot 2 maten voor het desbetreffende akkoord geplaatst worden. Het dominant akkoord is krachtig genoeg om
toch nog voor een oplossing te zorgen. Werk volgende oefeningen uit (voicelead
met bijbehorende bassen) en analyseer de akkoorden :
324
Epiphone Eclipse Custom
325
Wisselakkoorden
Bij de vorige oefeningen heb je het misschien gemerkt; bepaalde akkoorden kan
je meerdere 'functies' geven, je kan het akkoord verschillende graden geven, en
het dus ook in verschillende toonaarden bekijken. Een voorbeeld :
In 'C' (de hoofdtoonaard) is 'Em' de IIIde graad. In 'D' is 'Em' de IIde graad, wat ook kan,
daar het IIde graads akkoord wordt gevolgd door de dominant van 'DM'
Dit lijkt op een probleem, maar het een ideale manier om als solist over zo'n akkoordenschema te soleren; je krijgt de kans om meerdere toonladders te gebruiken over éénzelfde akkoord. De uitvoerder kan dus beslissen welke kant hij/zij op
wil gaan. Dit gegeven kunnen we toepassen op majeur en mineurakkoorden; je
mag de functie van het akkoord verwisselen - theoretisch noemen we dit moduleren. In een diatonische reeks kan een mineur en majeurakkoord 3 functies
hebben, die we ten alle tijden mogen omwisselen :
I
IV
II
V
III
VI
Vooral op het einde van een muzikale zin (bv. einde van een strofe of refrein) is
dit een ideale manier om in een andere toonaard verder te gaan, wat het muziekstuk een andere 'dementie' kan geven. Opmerking : het is niet steeds evident dit
te gaan toepassen als je een zanger(es) of solist hebt die niet goed overweg kan
met toonaarden, uitproberen is hierbij de boodschap !!
326
In het voorbeeld op de vorige pagina werd het 'CM' akkoord op het einde van een
muzikale zin gebruikt als Iste graad om de zin af te sluiten, maar kreeg het eveneens de Vde graadsfunctie om een betere aantrekking te verkrijgen naar de nieuwe zin. Opgelet, we gebruiken geen 'C7' akkoord, daar een dominant akkoord
geen Iste graad kan zijn (zie verder in de cursus).
Het 'CM' akkoord is dus van functie gewisseld zodat het muziekstuk verder gaan
in de nieuwe toonaard : 'F'. Belangrijk om te onthouden is :
Bij het wisselen van een Iste graadsakkoord naar een Vde graadsakkoord
MOET het akkoord oplossen naar de nieuwe Iste graad !! Bij het wisselen
van een Iste naar een IVde graadsakkoord hoeft dit niet, maar is het aan te
raden. Uitproberen, zoals altijd. Belangrijke opmerking : als je zelf nummers
schrijft probeer alles direct uit op de gitaar en vermijdt het theoretisch schrijven.
Niet alle theoretisch juiste akkoordenschema's klinken muzikaal goed.
De mineur-wisselakkoorden komen zelden voor, maar kunnen toch gebruikt worden (verderop de cursus zullen we dit verduidelijken). Het uitwerken van zo'n akkoordenschema doe je best in verschillende; je kan het vergelijken met het bouwen van een huis : eerst de fundamenten (= cadensen), daarna de muren
(=diatonische akkoorden) en dan pas versieren (= extra dominanten, gealtereerde akkoorden). De toonaard is hierbij relatief; alle muzikale opbouw zal in gelijk
welke toonaard dezelfde beweging of stop veroorzaken. De keuze van de toonaard(den) ligt bij de componist en uitvoerder (alsook het bereik van het instrument, capaciteit van de zanger(es), instrumentariumenz.). Nemen we als voorbeeld een standaard akkoordenschema : een strofe van 8 maten en een refrein
van 2 X 4 maten (herhaling) :
Strofe
Al Di Meola
Refrei
Eerst duiden we de belangrijkste start en stoppunten aan :
327
Daarna vullen we de openstaande maten in met diatonische akkoorden of aantrekkende dominantakkoorden.
Tussen beide muzikale delen kiezen we een wisselakkoord om een modulatie te
veroorzaken:
We kiezen een starttoonaard en vullen de akkoorden in :
Met een gekozen voicelead en toegevoegde basnoten maken we de partituur af :
Merk op : om de modulatie
beter te laten klinken heb ik
hier een positiewisselling
gedaan in de voicelead !!
328
Belangrijke opmerking : De vorige oefening zijn louter van technische aard; ze zijn geen
blauwdruk voor het schrijven van muziekstukken. Het zijn ideale oefeningen om de cadensen, dominantakkoorden en modulaties te leren kennen (en schrijven), maar er wordt
geen rekening gehouden met een (eventuele) melodielijn, muziekstijl, tempo, instrumentarium, enz… Je doet er wel goed aan alle oefeningen steeds stap voor stap uit te werken, zodat je een dieper inzicht krijgt in de muzikale zinnen en de bewegingen die alle
mogelijke akkoordopeenvolgingen veroorzaken. Deze theorie is slechts een 'afkooksel'
van de klassieke harmonie, waarbij er vele regels en andere muziektheorieën bij komt te
kijken. De meeste van deze theorieën zal je echter in de pop- en rockmuziek nooit tegen
komen, vandaar deze 'verkorte' versie. Hieronder een volledig uitgewerkt nummer; speel
en bestudeer het nummer goed door :
329
Analyseer volgende oefeningen en werk de voicelead met bassen uit :
Ibanez JP-20
330
Zelfde oefening, maar nu zijn de graadsakkoorden opgegeven én de toonaard
(en). Werk de oefeningen uit zoals alle voorgaande (schrijf de V-akkoorden uit
als dominant 7):
Opgelet : de verbindingslijn betekent dat
de IIe graad is verbonden aan de Vde graad.
'Ed' betekent 'Extentie Dominant':
een dominant 7 verbonden aan het volgende akkoord
331
Harmonisch mineur - moduleren binnen de toonaard
In Hoofdstuk 8 hebben we reeds gezien dat er binnen de toonaard 2 mogelijke
toonladders kunnen gebruikt worden : de majeur- en mineurtoonladder. De diatonische reeksen en cadensen die we toto nu toe gezien hebben zijn opgebouwd
uit de majeurtoonladder. We weten reeds dat de graadsakkoorden hun functie
van aantrekking verkrijgen door hun ligging t.o.v. de toonaard in de kwintencirkel.
Bij de majeur diatonische reeks zijn er
maar 3 akkoorden die een vorm van
I
aantrekking hebben naar de Tonica
(= Iste graadsakkoord); vanaf de VIde
V
IV
graad spreken we van een toonaardsverwijderende klankkleur. Dit
gaat zelfs zover dat we kunnen stellen
dat de VIde graad een eigen tonaal
II
veld gaat veroorzaken; deze graad
klinkt zelf als een Iste graad !!
Zo spreken we van 2 toonaarden binnen één tonaal stelsel; de majeur
VII
VI
toonaard en de mineur toonaard. Elke majeur toonaard heeft zijn RELAIII
TIEVE MINEURTOONAARD. Dit betekend dat we de diatonische akkoorden
kunnen opbouwen uit 2 verschillende
bronnen : de majeurtoonladder én de
mineurtoonladder.
De akkoordvormen zullen natuurlijk dezelfde blijven, daar de voortekening niet
wijzigt !! Nemen we als voorbeeld de majeur toonaard van 'C' en zijn relatieve
mineur 'a' :
We nemen de VIde GRAAD
en herschrijven de
diatonische reekt, waarbij we
de nieuwe mineur toonaard
als Iste graad beschouwen.
Zo kan je van elke majeur toonaard zijn relatieve mineur gaan afleiden. Op pagina 156 vind je deze 2 reeksen terug. Belangrijke opmerking : de voortekening
blijft voor beide toonaarden steeds gelijk. We kunnen dus spreken van een
modulatie binnen éénzelfde tonaal stelsel.
Binnen het systeem van de relatieve mineur kunnen we nu ook cadensen gaan
opbouwen. Als je dit uitprobeert zal je merken dat het niet dezelfde klankkleur en
aantrekking veroorzaakt; er zit namelijk een tonale fout in deze nieuwe diatonische reeks.
332
Een diatonische reeks kan enkel een tonaal centrum gaan bevestigen als het aan
2 voorwaarden voldoet :
1)
2)
Het Vde graadsakkoord is een MAJEUR akkoord
De LAATSTE toon van de toonladder heeft een HALVE TOONSAFSTAND verschil met de tonica (1ste toon)
Als we naar de mineur diatonische reeks kijken, zien we dat geen van beide regels voldoen :
HELE
We moeten dus de toonsafstand tussen de 'b7' en de '1' verkleinen om aan de
2de regel te voldoen en we moeten het Vde graadsakkoord aanpassen om er
een majeur van te maken. In beide gevallen moeten we de 'G' verhogen naar
een 'G#' !! Zo veranderen we de struktuur van de tetrachords en de toonladder,
maar ook de diatonische akkoorden uit de reeks. Elk akkoord waar er oorspronkelijk een 'G' in voorkomt zal nu veranderen in een 'G#'. We krijgen ook een nieuwe toonladder (opgelet : met nog steeds dezelfde VOORTEKENING als de relatieve majeurtoonladder. Deze toonladder noemen we HARMONISCH MINEUR
(we hebben de harmonie aangepast).
HALVE
Algemeen krijgen we een nieuwe diatonische reeks die aangepast is aan de mineurtoonaard :
333
Hieronder een kolom met alle mogelijke harmonische mineurreeksen :
Maje Mine I m II ° III + IV
ur
ur
m
E
F
G#
A
C#
a#
A# B# C#
D# E# F# GX
Db
bb
Bb C
Db
Eb
F
Gb
A
D
b
B C#
D
E
F#
G
A#
D#
b#
B# CX D#
Eb
c
C
D
Eb
F
G
Ab
B
E
c#
C# D#
E
F# G#
A
B#
F
d
D
F
G
A
Bb
C#
F#
d#
D# E# F#
G# A#
B
CX
Gb
eb
Eb
F
Gb
Ab Bb Cb
D
G
e
E
F#
G
A
D#
G#
e#
E# FX G#
Ab
f
G
Ab
D
VII
°
a
E
C
VI
M
C
F
B
V
M
Brook 'Tavi'
E# FX G# AX
B
C
A# B# C# DX
Bb
C
Db
E
de mineur diatonische
reeks komen er nu 2 nieuwe
A#
fX FX GX A# B# CX D# EX akkoordvormen in terug die
we tot nu toe enkel theoreBb
g
G A Bb C D Eb F#
tisch hebben gezien en nog
B
g# G# A# B C# D# E FX niet op de gitaar hebben gestudeerd : het diminished en
augmented akkoord. Beide akkoordvormen gaan we nu eerst op de gitaarnek
inoefenen waarbij we eerst de drieklanken op de harmoniesnaren gaan uitwerken en daarna pas bassnaren gaan bijplaatsen. Deze akkoordvormen komen in
de pop- en rockmuziek zelden voor, maar zijn toch te belangrijk in de mineurcadensvorming om ze niet voor te bereiden.
A
f#
F# G#
A
B
C#
D
E# In
Jackson 'Dinky'
334
De Diminished 3-klank
Deze drieklank is afgeleid van de mineur drieklank, waarbij de 5de graad is verlaagd naar een 'b5'. Hieronder vind je een speeloefening waarbij alle mogelijke
diminished akkoorden zijn uitgeschreven op de gitaarnek; zoals alle vorige oefeningen steeds beginnend met de laagst speelbare positie.
Opgelet : we spreken niet van omkeringen bij de diminished akkoorden, naar
van 3 mogelijke posities. (zie verder in de cursus)
335
Toevoegen van bassen bij diminished 3-klanken
Indien we 'volledige' akkoordgrepen willen opbouwen met diminished 3-klanken
zullen we nooit een normale 'greep' uitkomen (barrée), maar slechts er slechts 1
of 2 bastonen aan kunnen toevoegen. Soms zal de akkoordvorm een open snaar
toelaten (als de toon voorkomt in het akkoord), bij andere vormen moeten we kijken wat fysisch mogelijk is. Nemen we als voorbeeld 'B°' :
Doordat het akkoord een 'D' bevat
kunnen we fysisch 2 mogelijke
'grepen' met toegevoegde basnoten gebruiken. De eerste greep is
wel de algemene greep, daar niet
alle diminished 3-klanken een
'open D' in het akkoord hebben.
De enigste bastoon die fysisch kan toegevoegd worden bij deze greep is de
'B' (grondtoon) van het akkoord.
B°
336
2 mogelijke grepen, waarbij de
eerste (met toevoeging van de
'b3') de meest eenvoudige is.
Met het toevoegen van de bastonen kunnen we nu de oefening op pagina 335
herhalen, waarbij alle mogelijke posities zijn uitgewerkt met de toegevoegde bastonen. Waar mogelijk zijn extra open snaren gebruikt als bastoon.
337
De augmented 3-klank
In de diatonische reeks van de harmonisch mineur vinden we nog een nieuwe 3klank die we tot heden niet hebben bestudeerd : het augmented akkoord. Dit
akkoord is afgeleid van een majeur 3-klank, waarbij de 5de graad met een halve
toon wordt verhoogd ('#5'). Dit akkoord wordt zelden in pop- en rockakkoord als
alleenstaand akkoord gebruikt, maar wel als een tussenakkoord. Het kan dus
voor een chromatische verbindingen zorgen tussen 2 andere akkoorden. Volgende speeloefening geeft je alle mogelijke vormen en alle toonaarden. Net als
bij de diminished 3-klanken spreken we niet van omkeringen; maar van 3 mogelijke posities. Wat direct opvalt is dat alle posities dezelfde vingerzetting hebben.
338
Door dit fenomeen van gelijke vingerzettingen kunnen we besluiten dat bepaalde
augmented akkoord aan elkaar gelijk zijn, daar ze dezelfde klankkleuren (=tonen)
bevatten :
2 HELE tonen
F+
Besluit : er bestaan maar 4 verschillende augmented akkoorden bij de 3klanken. Dit fenomeen zullen we verderop de cursus nog regelmatig tegenkomen; akkoorden kunnen op verschillende manieren worden benoemd; alles hangt
af van de toonaard en de functie van het akkoord binnen de muzikale zin(nen) !!
339
Toevoegen van bastonen bij augmented 3-klanken
Net als bij de diminished akkoorden zullen de geen echte 'grepen' kunnen maken
als we de 3-klank voorzien van extra bastonen :
Vul nu zelf de bastonen aan bij de volgende oefeningen :
340
Diatonische opeenvolgingen in harmonisch mineur
Net als bij de majeur toonaard kunnen we nu ook de akkoorden binnen de mineurtoonladder gebruiken om een diatonische reeks te vormen. We passen wel
de 7de graad van de toonladder aan om de reeks mogelijk te maken. Hieronder
een overzicht van alle mogelijke toonaarden en reeksen; zoals altijd beginnend
met de meest lage positie mogelijk op de gitaarnek. Vul de oefeningen zelf aan
met de mogelijke bastonen :
341
342
Eerste omkeringen /tweede positie :
343
344
2de omkering / derde positie :
345
ESP F-200
346
Cadensen bij harmonisch mineur
IM
V
IV
II
II
Im
V
IV
Net als bij de majeur diatonische reeks
zullen dezelfde cadensen ervoor zorgen
dat het tonaal centrum kan bevestigd
worden. Op deze manier kunnen we de
cirkel gaan aanvullen. De IIde graad in
de majeurreeks (bv. 'Dm' in 'C') kan dus
ook als een IVde graad gebruikt worden
in de harmonische mineur. Uit de cirkel kunnen we ook afleiden dat er
maar 2 soorten cadensen bestaan in
de
West-Europese muziekgenres.
Dit vereen voudigt de studie aanzienlijk; als je beide cadensen in alle mogelijke toonaarden kunt spelen op de gitaar, kan je de mees te akkoordenschema's in elk modern mu z i e k g e n r e
gemakkelijk aan. Deze theorie is z e e r
belangrijk voor het zelf componeren
van nummers, bij toepassing ervan zal
je snel een goed harmonisch muzikaal
stuk kunnen componeren.
Hieronder vind je een invuloefening; schrijf de cadensen uit met voicelead,
347
348
349
350
351
Rechtstreekse modulaties
Met rechtstreekse modulaties wordt er bedoeld dat er weinig of geen voorbereiding is om van de ene toonaard (majeur of mineur) te moduleren naar een andere toonaard. Je kan dus in principe van gelijk welke mineur of majeurtoonaard
naar een andere toonaard gaan zonder teveel aandacht te besteden aan de cadensvorming. Belangrijk om te weten is dat je hierbij duidelijk zal horen dat je
moduleert; een zanger(es) of solist zal dus moeten ingrijpen in de melodievorming om niet uit de toon te gaan. Een eenvoudige truuk om te weten naar welke
toonaarden je rechtstreeks kan moduleren is gebruik te maken van de kwintencirkel. Hoe dichter de volgende toonaard ligt, hoe minder beweging het zal veroorzaken in de harmonie. Je kan dit duidelijk zien als je de diatonische reeksen
van 2 naast elkaar liggende toonaarden bekijken :
Deangelico 2
De diatonische reeksen van 'C' en 'G'
hebben verschillende gemeenschappelijke akkoorden, die dus een wisselfunctie kunnen krijgen en zo kunnen
we van de ene toonaard naar de andere
overstappen. Belangrijke opmerking :
moduleren blijft een sterk muzikaal effect, het is dus aan te raden dit niet teveel in een muzikaal geheel te gebruiken, daar de beluisteraar (= het publiek)
snel het 'muzikale noorden' zal kwijt geraken en de muziek 'te ingewikkeld' vinden. Ook voor de improvisatie (= solo)
over een teveel modulerend stuk zal
niet eenvoudig zijn zonder een degelijke
voorbereiding.
352
Laten we als voorbeeld de toonaard van'C' nemen als starttoonaard. Je kan naar
4 verschillende nevenliggende toonaarden moduleren :
Nevenliggende toonaard
(met 1 wijzigingsteken
De RELATIEVE mineur
(zelfde voortekening)
a
F
C
G
Nevenliggende toonaard
(met 1 wijzigingsteken
'F#')
De PARALELLE mineur
(met de voortekening van
'Eb')
c
Elke nieuwe toonaard zal dan ook weer 4 nieuwe nevenliggende toonaarden krijgen. Zo kunnen we volgende modulatiekaart opstellen :
G
D
A
E
B
F#
Gb
C#
Db
G#
Ab
D#
Eb
A#
Bb
F
C
g
d
a
e
b
f#
gb
c#
db
g#
ab
d#
eb
a#
bb
f
c
A#
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
Gb
C#
Db
G#
Ab
D#
Eb
a#
bb
f
c
g
d
a
e
b
f#
gb
c#
db
g#
ab
d#
eb
C#
Db
G#
Ab
D#
Eb
A#
Bb
F
C
G
D
A
E
B
F#
Gb
c#
db
g#
ab
d#
eb
a#
bb
f
c
g
d
a
e
b
f#
gb
E
B
F#
Gb
C#
Db
G#
Ab
D#
Eb
A#
Bb
F
C
G
D
A
e
b
f#
gb
c#
db
g#
ab
d#
eb
a#
bb
f
c
g
d
a
Op de kaart vind je de majeurtoonaarden terug met een HOOFDLETTER, de
mineurtoonaarden zijn met een kleine letter aangeduid. Zo krijg je een totaal
overzicht van alle mogelijke toonaarden en hun plaats binnen het muzikaal stelsel.
Het is één van de mogelijkheden die grote componisten zoals Bach, Mozart en
Beethoven gebruikten om hun muziekstukken (die veel langer waren dan de gemiddelde popsong) te componeren.
353
Praktische voorbeelden
Veronderstel dat we een nummer willen componeren dat de toonaard 'C' (majeur)
naar 'F#' majeur moet moduleren. Alles zal natuurlijk afhangen van de tijd (lengte
van de tekst, aantal maten, …) die we hebben om dit te kunnen uitvoeren. Eerst
zoeken we een 'weg' van de ene toonaard naar de andere (opgelet : diagonaal
kan niet, daar dit geen nevenliggende toonaarden zijn) :
F#
Gb
a
e
b
f#
gb
C
Daarna maken we gebruik van de diatonische akkoorden (met de voorkeur van
cadensvorming) om van de ene toonaard naar de andere te moduleren. Opgelet :
in de partituur moeten we steeds de voortekening aanpassen zodat de uitvoerder duidelijk ziet dat het om een modulatie gaat !!
De voicelead moet natuurlijk worden gevolgd, alhoewel het aan te raden is om af
en toe (tussen 2 muzikale zinnen) een andere (lagere) voicelead te nemen als
start, anders zal de harmonie steeds hoger gaan. De akkoordenschema's kunnen
naar smaak worden aangepast (Vde graad als een dominant spelen, toevoegen
van begeleidingstonen, extra aantrekkingsakkoorden toevoegen met 2de graad
en extensie dominanten, …….). Ook de plaatsing van de akkoorden (één of
meerdere akkoorden per maat) zal afhangen van de persoonlijke smaak, het muziekgenre en de te volgen melodie. Een mogelijke uitwerking van deze compositie vind je terug op de volgende pagina.
354
Zoek nu zelf een mogelijk akkoordenschema om van de opgegeven toonaarden
te moduleren, binnen een bepaald akkoordenschema. In de cirkels kan je de
toonaarden invullen, zodat je duidelijk de 'weg' ziet (niet alle cirkels moeten gebruikt worden).
355
356
Bij de volgende oefening krijg je een akkoordenschema; analyseer de akkoorden en kijk waar en welke modulaties er worden gebruikt :
No milk Today
(Herman's Hermits)
Perfect Day
(Lou Reed)
ESP EX350
357