Inhoud 2012 - Proeftuinnieuws

Commentaren

Transcriptie

Inhoud 2012 - Proeftuinnieuws
1-2
Proef tuin
nieuws
Tweewekelijks vakblad • Hasselt X • P 602 479 • Jaargang 23 • 4 januari 2013
Glas
13
Vollegrond
21
Bijlage
Inhoud 2012
PREI-AANBOD 2013
VERSE MARKT
Bleubell F1: • Blauw – donker grijze kleur
• Opgerichte bladstand
• Goede pelbaarheid
• Zeer uniform
• Oogst eind dec. – half feb.
INDUSTRIE
Vroege herfst: • Oarsman
Late herfst: • Banbury (TZ 9249)
• Lincoln (TZ 3137)
• TZ 2162
U kunt ons ook vinden op AGRIFLANDERS
(Hal 3, standnummer 3442) van 10 t.e.m. 13 januari 2013
132049PN1301Demagri.indd 1
132049PN1301
VERDERE INLICHTINGEN:
MAARTEN LALEMAN 0495 72 18 71
19/12/12 09:47
1-2
Inhoud
Proef tuin
nieuws
Sectornieuws
10 Inagro vraagt aandacht voor een betere bodembescherming
27
28
30
32
Rassenproef radicchio rosso en suikerbrood vroege teelt 2012:
Beperkte rassenkeuze
Rassenproef courgette vroege teelt in plastic serre 2012:
Bestuivingsproblemen ondermijnen productie
Rassenproef prei vroege herfstteelt 2012:
Goede opbrengst en kwaliteit
Rassenproef kropsla versnijderij voorjaarsteelt 2012:
Snelste rassen geven beste resultaat
Kleinfruit
Biologische teelt
12 Kleinfruit actueel
34 Rassenproef prei vroege herfstteelt 2012:
Standaardrassen bevestigen
36Uitgebreid aanbod rassen plukspinazie voor beschutte teelt
5
Sectornieuws
MAP4
9
CVBB en VLM ondertekenen actieprogramma
Algemeen
Glas
13
14
15
18
Glas actueel
Het Nieuwe Telen
Alternatieve methode voor afrijpen van tomaten
Rassenproef krulandijvie voorjaarsteelt 2012:
Modelras Zidane overtuigt niet
Vollegrond
20
21
24
26
Witloof
38 Witloof actueel
39
Agenda
Rassenproef bloemkool januarizaai verse markt 2012:
Kwakkelend voorjaar nefast voor groei
Rassenproef zomerbloemkool industrie (eerste vrucht) 2012:
Toch goede opbrengst na moeizame start
Vergelijking opkweekmethodes voor vroege- en zomerteelt prei:
Trayplanten sneller en sterker
Rassenproef vroege teelt prei 2012:
Weinig verschillen
Colofon
TWEEWEKELIJKS VAKBLAD
Proefstation voor de Groenteteelt, Sint-Katelijne-Waver
Nationale Proeftuin voor Witloof, Herent
Dienst Landbouw- en plattelandsbeleid provincie
Antwerpen
Landbouwdienst provincie Vlaams-Brabant
Landbouwdienst provincie Limburg
Provinciaal Proefcentrum voor Groenteteelt
Oost-Vlaanderen, Kruishoutem
Inagro, Rumbeke-Beitem
Proefcentrum Hoogstraten, Meerle
Departement Landbouw en Visserij, Brussel
Boerenbond & Landelijke Gilden, Leuven
Vlaams Centrum voor Bewaring
van Tuinbouwproducten, Heverlee
Met medewerking van de Vlaamse overheid
Proeftuinnieuws nummer 3 verschijnt op 25 januari.
Redactieraad
Reclameregie
Lidmaatschap
C. Van Ceulebroeck (voorzitter), E. Berckmoes,
P. Bleyaert, K. Blum, S. Darwich, B. Debussche,
L. Delanote, M. Mertens, V. Neefs, A. Schenk,
T. Van Delm, N. Vergote
Boerenbond - Mediaservice
Diestsevest 40, 3000 Leuven
Tel. 016 28 63 33 - Fax 016 28 63 39
e-mail : [email protected]
Tarieven beschikbaar op aanvraag
Proeftuinnieuws, tweewekelijks vakblad voor
de groente- en kleinfruitteler, is het ledenblad van
Proeftuinnieuws vzw. Lidmaatschap door overschrijving
van het overeenstemmende bedrag op rekeningnummer 733-2381340-20 van Proeftuinnieuws vzw,
of door lidmaatschap bij een van de partners.
Overname of vermeerdering van artikels uit
Proeftuinnieuws is enkel na schriftelijke toestemming
toegestaan. De auteurs zijn zelf verantwoordelijk voor
de inhoud van hun tekst.
Uw naam en adres zijn opgenomen in een
gedeponeerd ledenbestand van Proeftuinnieuws vzw.
U kunt steeds inzage in, verbetering van of - zo nodig verwijdering van de gegevens vragen. ISSN 0777-9844
Administratie en redactie
Redactie : V. Neefs & K. Blum
Diestsevest 40, 3000 Leuven
Tel. 016 28 63 04 - Fax 016 28 63 49
[email protected]
e-mail administratie : [email protected]
Verantwoordelijke uitgever
Vormgeving
Drukkerij Steylaerts
Hellegatstraat 5, 2590 Berlaar
Druk
Drukkerij Hendrix nv
Kiezel Kleine-Brogel 55, 3990 Peer
W. Baets
p.a. Duffelsesteenweg 101, 2860 Sint-Katelijne-Waver
2010
Beste lezer,
Zoals elk jaar moeten we opnieuw met verwondering vaststellen dat het jaar of het teeltseizoen weer voorbij is ‘gevlogen’.
Opmerkelijke dingen die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan zullen ons nog even bijblijven, maar snel wordt wat voorbij
is vergeten en blijft alleen de herinnering. Op het einde van het jaar wordt traditiegetrouw een balans opgemaakt en trachten we
zoveel mogelijk lessen te trekken uit het voorbije (teelt)seizoen. Het afgelopen jaar heeft misschien niet alle verwachtingen ingelost,
maar des te meer is het van belang een goede planning op te maken voor het komende jaar op basis van de ervaringen
die in het verleden werden opgedaan. We willen echter niet te lang stilstaan bij wat voorbij is en ons richten op wat komen gaat.
Er is trouwens een spreekwoord dat zegt: “Wie kijkt naar het verleden, staat met zijn rug naar de toekomst”.
Namens de voltallige bestuursploeg wil ik in de eerste plaats een woord van dank richten aan onze medewerkers voor het vele
redactionele werk dat het afgelopen jaar werd verricht. Mede dankzij hun inzet is Proeftuinnieuws een gerenommeerd en vooral
technisch vakblad voor de hele sector. Daarbij vermeld ik ook graag alle auteurs die een redactionele bijdrage hebben geleverd.
Ook zij zijn mede verantwoordelijk voor de inhoud en kwaliteit van Proeftuinnieuws. Ook al onze adverteerders die via
Proeftuinnieuws hun boodschap hebben gebracht aan de sector, wil ik namens het bestuur danken en een succesvol 2013
toewensen.
In opvolging van de besluiten van de lezersenquête werd een nieuwe website gemaakt, waaraan momenteel de laatste hand
wordt gelegd. Deze nieuwe website oogt in elk geval zeer aantrekkelijk en zorgt ervoor dat we meer en meer kunnen inspelen op
het digitaal aanleveren van informatie. Artikels en informatie zullen op een vlotte manier toegankelijk worden. Iedereen die een
abonnement heeft op Proeftuinnieuws zal binnenkort worden aangeschreven om zich te registreren zodat kan worden ingelogd
op onze nieuwe website. Mag ik daarom met aandrang vragen om bijzondere aandacht te schenken aan deze brief
zodat het registreren op de website op een vlotte wijze kan verlopen?
Naast de vernieuwing van de website werd ook het vakblad zelf in een nieuw kleedje gestoken. Een aangepaste lay-out zorgt ervoor
dat Proeftuinnieuws meer dan ooit herkenbaar zal zijn en uitnodigt tot lezen. Mede dankzij het werk van redactie en redactieraad
wordt veel aandacht besteed aan de inhoud, de planning en de opmaak van de artikels. De themanummers zijn zodanig gekozen
dat alle teelten en actuele teeltproblemen aan bod komen in de loop van het jaar. Daarnaast besteden we ook veel aandacht aan
de hele problematiek rond het MAP. Net als in 2012 voorzien we hiervoor een vaste rubriek in Proeftuinnieuws. We trachten alle
actualiteiten rond de mestproblematiek te bundelen zodat de sector op de hoogte wordt gehouden van de acties die worden
uitgewerkt door de diverse onderzoekscentra. Via vlot leesbare reportages en interviews uit het bedrijfsleven brengen we de
dagelijkse actualiteit tot bij u in de huiskamer.
U zal merken dat de aanpassingen die binnen Proeftuinnieuws worden doorgevoerd de aantrekkelijkheid van dit vakblad meer
dan ooit zullen vergroten. Vernieuw uw abonnement dan ook tijdig zodat u zonder problemen van het nieuwe aanbod binnen
Proeftuinnieuws gebruik kunt maken.
In naam van de redactie en het bestuur van Proeftuinnieuws wil ik al onze lezers een welgemeend gelukkig en voorspoedig
Nieuwjaar toewensen, zowel in familiale kring als op professioneel vlak. Dat 2013 moge brengen wat 2012 is vergeten!
Ward Baets
Voorzitter Proeftuinnieuws
|4|
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
sectornieuws
Mechelse Veilingen en coöbra stellen
nieuwe coöperatie voor:
Op donderdag 6 december 2012 hebben de
tuinders-aandeelhouders van de Mechelse
Veilingen en Coöbra de fusie tussen hun groente- en fruitveilingen goedgekeurd. Coöbra was
al het resultaat van een fusie in 2011 van Tuinbouwveiling Brava met Greenpartners.
Met een feestelijke voorstelling aan de vennoten van de Mechelse Veilingen en Coöbra werd
op vrijdag 14 december de naam van de nieuwe fusieveiling bekend gemaakt. De nieuwe
coöperatie zal vanaf 1 januari operationeel zijn
onder de naam BelOrta. De naam BelOrta legt
een duidelijke link naar de tuinbouw waarbij
'bel' verwijst naar Belgisch en de lokale verankering van de tuinders maar tegelijk ook staat
voor mooi. 'Orta' staat voor horticultuur, de
teelt van groenten en fruit. De centrale 'O' in
het logo symboliseert de samenwerking tussen beide veilingen, het samenvoegen van de
know-how. Kwaliteit, degelijkheid en dynamisme worden de pijlers waarop de nieuwe
coöperatie zal steunen.
De grootste coöperatieve groenteveiling van België én Europa
De nieuwe coöperatieve veiling telt 1.145 actieve leden-producenten en hiermee wordt
BelOrta met voorsprong de grootste coöperatieve groenteveiling van België én Europa. Het
merendeel van de leden is gevestigd in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en OostVlaanderen, maar ook in de aanpalende regio’s
in Wallonië, Nederland en zelfs Duitsland telt
BelOrta actieve leden-tuinders. Met een omzet
van ruim 300 miljoen euro is BelOrta goed voor
37% van de omzet van de Belgische groenteen fruitveilingen. Ruim 70% hiervan wordt geëxporteerd. De nieuwe fusieveiling staat zeer
sterk in glas- en vollegrondsgroenten, witloof,
bio en fijne/vergeten groenten.
Voordelen voor tuinders en kopers
Met deze marktgerichte fusie zal een groter
schaalvoordeel en een beter afzetplatform
voor de tuinders kunnen worden gerealiseerd,
zodat iedereen beter gewapend is ten opzichte
van de ontwikkelingen die zich afspelen bij de
buitenlandse concurrenten. Op deze wijze wil
de fusieveiling opnieuw een faire prijs realiseren voor haar producenten.
Niet alleen voor de tuinders maar ook voor de
vele kopers biedt deze fusie voordelen. Door
het uitgebreide productenaanbod kunnen de
kopers aan ‘one stop shopping’ doen, wat ook
voor hen besparend en efficiëntieverhogend
werkt.
Vandaag de dag zijn kwaliteit en voedselveiligheid een belangrijk verkoopselement. Door
deze fusie zal de kwaliteitsbewaking nog beter
en doeltreffender zijn.
Naast Flandria blijven ook de commerciële
merken bestaan zoals Top, Specialty Street,
‘Mechelse’ en BRAVA Witloof.
BelOrta is the best of both worlds! Een combinatie van de sterke klok en het optimale logistieke proces van de Mechelse Veilingen en de
open-minded pro-actieve houding van Coöbra.
Directeur Chris De Pooter van Mechelse Veilingen en directeur Filip Fontaine van Coöbra, die
samen de leiding van de fusieveiling op zich
nemen, onderstrepen dat het om een marktgerichte fusie gaat, waarmee optimaler wordt
ingespeeld op de snel veranderende vraag.
“We moeten ons verenigen om zo sterker te
staan ten opzichte van de ontwikkelingen die
zich afspelen bij onze buitenlandse concurrenten”, zegt voorzitter Leo Baestaens van Mechelse Veilingen, die ook voorzitter wordt van
de nieuwe fusieveiling. “Het gaat om het inkomen en het voortbestaan van onze tuinders.”
Bron: Mechelse Veilingen
Veiling Hoogstraten verkoopt meer
dan 30 miljoen kg aardbeien
Woensdag 28 november 2012 werd op Veiling Hoogstraten de
30 miljoenste kg aardbeien verkocht. Nooit eerder werden er zoveel
aardbeien in één jaar gecommercialiseerd. De verhoogde aanvoer staat
in contrast tot de eerder matige prijsvorming van het afgelopen jaar.
Veiling Hoogstraten verkoopt de aardbeien van de eigen leden en die
van collega veiling CLTV uit Zundert. Deze laatste is goed voor nagenoeg een derde van het aangeleverde volume.
De verraste teler die deze mijlpaal leverde was Jos Lanslots uit Merksplas. De aardbeien werden aangekocht door Clafru bvba, één van de
belangrijke aardbeienkopers op Veiling Hoogstraten.
Deze recordaanvoer bevestigt de waarde van Hoogstraten® als belangrijke speler op de Europese aardbeienmarkt.
Bron: Veiling Hoogstraten
Aardbeienteler Jos Lanslots wordt gefeliciteerd door Gaston Opdekamp,
directeur van Veiling Hoogstraten.
|5|
REO Veiling viert 70ste verjaardag
60% van de openluchtgroenten in Vlaanderen
in deze provincie geteeld. Dat heeft ook een
enorme boost gegeven aan de ontwikkeling
van de agrovoedingsindustrie in deze regio”,
aldus de minister-president.
Naar een actieve marktbenadering
Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche, minister-president Kris Peeters, REO-voorzitster Rita Demaré,
West-Vlaams gedeputeerde voor Landbouw Bart Naeyaert en REO-directeur Paul Demyttenaeres tijdens de
viering van 70 jaar REO Veiling
70 jaar geleden werd in het West-Vlaamse
Roeselare in volle oorlogsperiode de samenwerkende vennootschap ‘Coöperatieve
Leveringsplaats Roeselare’ opgericht. “Via
de vennootschap wilden telers hun product
samen naar de markt brengen om zo meer
marktmacht te creëren. 70 jaar later blijft deze
doelstelling overeind, terwijl de naam ondertussen al lang is gewijzigd in REO Veiling”, zei
REO-voorzitster Rita Demaré vorige maand op
de jubileumviering. De REO Veiling vierde die
dag niet alleen 70 jaar coöperatie, maar ook
60 jaar veilen via een klok, 30 jaar simultaan
veilen én 15 jaar veilen via thuiskoop. Redenen
genoeg om te feesten dus.
"Ondertussen is het veilinglandschap gewijzigd. Door fusies en overnames vermindert
het aantal veilingen. Daarom moet er tussen
de Vlaamse veilingen, maar evenzeer over
de landsgrenzen heen, gezocht worden naar
nieuwe vormen van samenwerking. In het
kader van een verder gaande samenwerking
tussen telersverenigingen in Europa richten de
Bretoense en Vlaamse groenteveilingen Freshcoop op. Via deze organisatie, waar REO een
stichtend lid van is, wordt toenadering gezocht
tussen telersverenigingen over de landsgrenzen heen. Een concreet voorbeeld van deze
samenwerking is trouwens het elektronisch
termijnverkoopsysteem dat op dit ogenblik
door de LAVA-veilingen wordt uitgetest", aldus
de voorzitster.
“70 jaar na de oprichting lijkt de REO Veiling
niet meer op die eerste organisatie van een
kleine groep telers. De infrastructuur is hypermodern, de afzet gebeurt niet meer op markten in de buurt, maar via markten over heel de
wereld en de kleine groep telers is uitgegroeid
tot een groep van 2.900 leden-producenten
die een omzet realiseren van 180 miljoen
euro”, looft minister-president Kris Peeters de
verwezenlijkingen sinds de oprichting van de
coöperatieve in 1942. "De REO Veiling was de
voorbije decennia een belangrijke stimulans
voor de ontwikkeling van de groenteteelt in
heel West-Vlaanderen. Ondertussen wordt
De REO Veiling keek niet alleen terug op het
verleden. In september 2011 werd immers een
werkgroep opgericht die als opdracht kreeg
om na te denken over de toekomst van de
veiling en een nieuwe beleidsvisie uit te tekenen. In deze visie kiest de REO Veiling voor een
coöperatief integratiemodel: een model waarin de veiling het actieve knooppunt is tussen
de producent en de markt.
De kracht van samenwerken met collegaveilingen rond het Flandria-keurmerk wordt ook
herbevestigd, maar de werkgroep dringt wel
aan om dit Flandria-label te verdiepen en te versterken. “Op die manier kan Flandria terug een
ijkpunt worden op de Europese markt. REO is
bereid hierin een voortrekkersrol op te nemen”,
zegt directeur Paul Demyttenaere. Een andere
pijler in de beleidsvisie is een meer gepersonaliseerde marktbenadering met respect voor de
coöperatie. “Het dynamisme en de groei van
onze leden-producenten vragen daarom. De
commerciële afdeling van de REO Veiling krijgt
als belangrijke opdracht te werken aan klantgerichte marktconcepten”, aldus Demyttenaere.
Als orgelpunt van de viering van 70 jaar REO
Veiling mochten West-Vlaams gedeputeerde
voor Landbouw Bart Naeyaert, Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche en REO-directeur
Demyttenaere in debat gaan over de uitdagingen voor de tuinbouw in West-Vlaanderen.
Grond, energie- en watervoorziening, de mestwetgeving en generatiewissels werden daarbij
als belangrijkste knelpunten aangehaald.
Bronnen: REO Veiling en Vilt
Vlaamse en Bretoense groenteproducenten gaan samenwerken
Donderdag 29 november werd in Leuven een nieuwe 'transnationale unie van producentenorganisaties' voor groenten en fruit boven
de doopvont gehouden. De nieuwe organisatie kreeg de roepnaam
Freshcoop, en brengt Vlaamse en Bretoense tuinbouwers samen.
Minister-president Kris Peeters, tevens bevoegd voor Landbouw, reageert alvast zeer tevreden: "Ik ben verheugd dat de Vlaamse tuinbouwers allianties zoeken over de grenzen heen, en hun krachten bundelen met collega’s uit Bretagne. Op die manier zullen onze Vlaamse
telers zich beter kunnen positioneren op de Europese markt."
De nieuwe transnationale producentenorganisatie vertegenwoordigt
vier Vlaamse en zeven Franse producentenorganisaties, samen goed
voor bijna 6.900 telers, en een gezamenlijke waarde van verkochte
productie van ruim 900 miljoen euro. In deze nieuwe organisatie
ontmoeten twee grote, bekende labels elkaar: Flandria en Prince de
|6|
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Bretagne. Ondertussen is aangekondigd dat er bij producentenorganisaties uit een aantal andere lidstaten interesse is om op termijn eveneens aan te sluiten.
Vlaams minister-president Peeters ziet de rol van deze nieuw opgerichte transnationale producentenorganisatie, die Vlaanderen als
thuisbasis heeft gekozen, als een piloot- en voorbeeldproject van de
transnationale samenwerking op zulke grote schaal. Om dergelijke samenwerkingsverbanden in de toekomst nog vlotter te laten starten,
zal hij de Europese Commissie met aandrang vragen om op korte termijn duidelijkheid te verschaffen over enkele hinderpalen omtrent de
oprichting en erkenning van dergelijke organisaties.
Bron: Persmededeling van het kabinet van de Vlaamse minister-president
De drie goede voornemens van VLAM voor 2013
Allereerst wil VLAM een duurzame relatie met de consument aangaan. Die consument anno
2013 zoekt naar authenticiteit en verwacht dat ook van zijn producten. Campagnes als Responsibly Fresh, Vlees van hier en Vis van het seizoen spelen hierop in, steeds met een duidelijke focus op het lokale aspect.
Ten tweede wil VLAM in 2013, zonder de kernmarkten te vergeten, ook inzetten op prospectie buiten de Europese Unie: voor vlees gaat VLAM naar China en Australië, voor groenten
en fruit naar het Midden-Oosten en voor sierteelt naar Zuid-Rusland.
Tot slot wil VLAM na heel wat jaren te focussen op hoeveel, nu voor marktonderzoek meer
ingaan op het waarom. Door de motivatie van de consument te achterhalen, kan VLAM nog
gerichter campagnes voeren.
Dat het niet bij goede voornemens blijft, bewijst de voorbereiding die VLAM in 2012 maakte.
Ze vernieuwden de beleids- en beslissingsorganen, actualiseerden de missie, visie en algemene strategie, de exportcel zette volop in op prospectie, en het gloednieuwe VLAM-panel
staat in de startblokken. Daar kunnen ze in 2013 volop de vruchten van plukken.
Lees het volledige programma voor 2013 per sector op
http://www.vlam.be/what/program_nl.phtml?id=103.
Bron: VLAM
De opleiding agro- en biotechnologie van KATHO
blies 25 kaarsjes uit
Mestbeleid stelt scherp
op probleemregio’s
Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en
Cultuur Joke Schauvliege heeft in overleg met
de landbouw- en milieuorganisaties beslist om
in 2013 een bijkomend areaal ‘focusgebieden’
af te bakenen. De afbakening van de ‘focusgebieden’ is een illustratie van de gebiedsgerichte
aanpak van het mestbeleid. In de focusgebieden, gebieden waar de waterkwaliteitsdoelstellingen onvoldoende worden gehaald, moeten
land- en tuinbouwers extra inspanningen doen
om duurzaam te bemesten. Er gelden voor hen
gradueel verlaagde nitraatresidudrempelwaarden. Doel is om via deze aanpak de waterkwaliteit sneller te verbeteren.
Deze afbakening gebeurt elk jaar opnieuw op
basis van de kwaliteit van zowel het oppervlaktewater als het grondwater. Voor 2013 wordt er
bijkomend 44.000 ha van het landbouwareaal
als focuszone aangeduid. In Vlaanderen staat
dit jaar in totaal 305.500 ha als focusgebied
gemarkeerd.
Focusgebieden die twee jaar na elkaar een
goede waterkwaliteit hebben, hoeven het
statuut van focusgebied niet langer te dragen. Aangezien pas dit jaar een eerste evaluatie plaatsvond, kunnen gebieden met een
verbeterde waterkwaliteit alleen een bonus
opbouwen om eventueel volgend jaar (als
de waterkwaliteit goed blijft) het statuut van
focusgebied te verliezen. In 2012 werd voor
34.000 ha aan bonus opgebouwd.
Bron: Persmededeling van Vlaams minister van
Leefmilieu, Natuur en Cultuur
LARA 2012 focust
op duurzaamheid
De professionele bacheloropleiding agro- en biotechnologie van KATHO campus Roeselare bestond afgelopen jaar 25 jaar en dat moest gevierd worden.
Met de start van het graduaat land- en tuinbouw in 1987 werd tegemoet gekomen aan de vraag
van de sector naar hoger agrarisch onderwijs in de West-Vlaamse landbouwprovincie. Er werd gestart met 63 eerstejaarsstudenten. Op vandaag telt de opleiding 613 studenten, verspreid over zes
afstudeerrichtingen: agro-industrie, biotechnologie, dierenzorg, groenmanagement, landbouw
(met keuze dier of plant) en voedingsmiddelentechnologie. De afstudeerrichtingen dierenzorg en
groenmanagement worden ook in afstandsonderwijs aangeboden. Ondanks alle veranderingen
bleef er één constante: er werd en er wordt een praktijkgerichte opleiding aangeboden met een
sterke kruisbestuiving met het werkveld. Via theorie en practica worden studenten de nodige
competenties aangereikt om al in hun tweede jaar op stage te gaan.
De afgelopen 25 jaar werd voortdurend de vinger aan de pols gehouden op het gebied van nieuwe
tendensen en ontwikkelingen in het werkveld. Dit leidde niet alleen tot het ontstaan van nieuwe
afstudeerrichtingen, maar ook tot de ontwikkeling van een expertisecentrum agro- en biotechnologie dat vier onderzoeksdomeinen telt: biotechnologie, dier, groenmanagement en voeding. In
functie van toegepast wetenschappelijk onderzoek worden meer en meer studenten betrokken
bij het expertisecentrum om samen met de docenten te zoeken naar oplossingen voor vragen uit
het bedrijfsleven.
Midden vorige maand heeft Vlaams ministerpresident Kris Peeters het Landbouwrapport
2012, kortweg LARA, voorgesteld. Net zoals de
vorige drie uitgaven, bevat het LARA opnieuw
een schat aan informatie over de Vlaamse landen tuinbouw, het beleid en de keten. De focus
ligt ditmaal volledig op duurzaamheid. Het rapport brengt de duurzaamheid van de verschillende land- en tuinbouwsectoren in kaart op
economisch, ecologisch en sociaal vlak en het
schetst, rekening houdend met de context, de
innovatie en de eerste aanzetten tot transitie.
Het Landbouwrapport 2012 is te raadplegen
en te bestellen op www.vlaanderen.be/landbouw/lara.
Bron: KATHO
Bron: Beleidsdomein Landbouw en Visserij
|7|
Nieuws uit de bedrijfswereld
GreenWatt bekroond door
Franse ministerie van Ecologie
Iets meer dan een jaar na de opening van de
eerste biogas-centrale in Frankrijk –bij fruitproducent Boyer in Moissac (Tarn & Garonne)– wordt GreenWatt, de Belgische pionier
in multifasen-biomethanisatie, geprezen door
het Franse ministerie van Ecologie, Duurzame
Ontwikkeling en Energie (MEDDE) en door het
Franse agentschap voor milieu en energiebeheer (ADEME) voor zijn technologisch model
dat zowel rendabel, vernieuwend als duurzaam
is. Boyer was de eerste die geïnvesteerd heeft
in deze nieuwe procestechnologie waarbij organische bio-afbreekbare materialen worden
omgezet in warmte en elektriciteit, alsook in
bio-mest. In samenwerking met deze klant
kreeg het bedrijf uit Louvain-la-Neuve onlangs
de prijs 'Entreprises & Environnement' (Bedrijven & Milieu) in de categorie zuinige en duurzame technologieën op het befaamde Pollutech-
salon. Het salon vormt een uniek kruispunt van
onderzoek en innovatie op vlak van duurzame
ontwikkeling.
“Wij zijn bijzonder trots en verheugd om beloond te worden voor dit project dat sinds oktober 2011 zo sterk is gegroeid”, verklaart Philippe
Mengal, CEO van GreenWatt. “Dit toont langs
de ene kant het belang, de gedrevenheid en
het unieke karakter van ons business model;
langs de andere kant bewijst dit een bewustwording van de industrie en de bevoegde instanties op vlak van de strategische waarde
van organisch afval, alsook de heilzame rol van
biomethanisatie in economische en duurzame
ontwikkeling.” π
Biobest kondigt wereldwijde
prijsstijging aan
Al meer dan 25 jaar focust Biobest zich op de
kwaliteit en betrouwbaarheid van haar producten. Deze producten hebben in belangrijke
mate bijgedragen aan een meer duurzame
gewasbescherming in de tuinbouw en de
productie van veilig en gezond voedsel. Door
voortdurende investeringen in efficiënte
productietechnologieën en innovaties, was
Biobest doorheen de jaren steeds in staat
aanzienlijke prijsdalingen in de markt op te
vangen. Toch ziet het bedrijf zich vandaag gedwongen een wereldwijde prijsstijging door te
voeren vanaf 2013. Dit als gevolg van gestegen
grondstofprijzen, arbeidskosten, transportkosten en de kwaliteitscontrole, met daarbovenop de kosten verbonden aan de steeds uitbreidende registratievoorwaarden opgelegd door
de overheden.
Biobest zal blijven investeren in productieverbeteringen. Deze zullen het bedrijf toelaten
de tariefverhoging tot een minimum te beperken vandaag en in de toekomst. Biobest
blijft zich ook verder inzetten voor kwaliteit
en innovatie.
π
Mediaservice
wenst u een
succesvol 2013!
|8|
131762GK1301MediaService.indd 1
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
13/12/12 10:52
MAP4
CVBB en VLM ondertekenen
actieprogramma
De Bedrijfsadviesdienst (BAS) van de VLM en het CVBB hebben elk
een duidelijk afgelijnd takenpakket in de begeleiding van land- en
tuinbouwers rond duurzame bemesting. De samenwerkingsovereenkomst, die begin vorige maand op het Proefcentrum voor Sierteelt
werd ondertekend, onderstreept de complementaire werking van
beide instanties en voorziet in een concreet actieprogramma. Dat
moet leiden tot een efficiëntere aanpak van de mestproblematiek.
VLM focust op mestprobleem
op bedrijfsniveau
De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is betreffende de mestproblematiek onder meer
bevoegd voor bedrijfsadvies aan land- en
tuinbouwers en de handhaving van de mestwetgeving. Omdat deze twee taken moeilijk
samengaan –de ene is begeleidend, de andere controlerend– werden ze eerder dit jaar
binnen de VLM gescheiden. "Op die manier
kunnen de begeleiding en de controle van de
landbouwers transparant en onafhankelijk
werken", zegt Vlaams minister van Leefmilieu,
Natuur en Cultuur Joke Schauvliege. "De dienst
bedrijfsbegeleiding van de VLM, de zogenaamde BAS-cellen, focust bij de bedrijfsbegeleiding
op het aanpakken van het mestprobleem op
bedrijfsniveau. De BAS-medewerkers maken op vraag van de land- of tuinbouwer een
prognose van de mestbalans van het bedrijf
en begeleiden hem bij de opmaak van een
bemestingsplan en een bemestingsregister."
Deze BAS-cellen werden opgericht tijdens het
vorige mestactieplan (2007-2010). "Er werd in
die periode zwaar ingezet op kennisverwerving
om die begeleiding te kunnen doen", zegt Toon
Denys, gedelegeerd bestuurder VLM. "De landbouwers ervoeren deze begeleiding als goed,
maar op een bepaald moment vroegen ze
naar een meer praktijkgerichte begeleiding. En
daarom is binnen MAP4 een extra component
voorzien voor begeleiding op afstand van de
controlerende instantie, maar binnen de sector zelf: het CVBB. Wie anders kan de telers beter begeleiden dan de praktijkcentra? Zij hebben niet alleen de nodige kennis in huis, maar
ze hebben ook het vertrouwen van de telers,
wat essentieel is om de nodige stappen vooruit te kunnen zetten. Naast de werking van het
CVBB blijft de VLM een belangrijke functie behouden, want dankzij de verzamelaanvragen,
mestaangiftes, documenten van mesttransport... heeft de VLM een integraal beeld van
de meststromen op bedrijfsniveau, zij het weliswaar uit helikopterperspectief", aldus Denys.
De overeenkomst wordt ondertekend door Toon Denys, gedelegeerd bestuurder VLM en Bart Naeyaert, voorzitter van het CVBB
in aanwezigheid van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur.
CVBB blijft vertrouwenspersoon
Het CVBB, het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting,
werd eind 2011 opgericht in het kader van
het flankerend beleid dat de Vlaamse overheid voert inzake het Mestdecreet (MAP4).
Het CVBB heeft drie belangrijke opdrachten
meegekregen: de oprichting en begeleiding
van de waterkwaliteitsgroepen, de opvolging
van een netwerk van referentiepercelen en de
begeleiding van land- en tuinbouwers inzake
duurzame bemesting. Het kabinet Leefmilieu
maakt sinds 2012 jaarlijks 2,5 miljoen euro vrij
voor de werking van het CVBB.
Het CVBB is er voor de land- en tuinbouwers.
Daarom loopt de werking van het CVBB volledig via de praktijkcentra. Als partner van de telers voert het CVBB geen controles uit. In zones
met overschrijdingen van de MAP-meetpunten
gaan de CVBB-medewerkers via de waterkwaliteitsgroepen en individuele begeleiding van
de bemesting samen met de betrokken telers
op zoek naar oplossingen voor het waterkwaliteitsprobleem. Het CVBB focust bij de begeleiding van land- en tuinbouwers vooral op perceels- en teeltspecifieke aspecten.
Complementair
"De werking van de VLM en die van het CVBB
zijn complementair, de ene vult de andere aan.
Ik zou dan ook graag willen dat het CVBB en de
BAS-cellen van de VLM in vertrouwen met elkaar kunnen samenwerken, dat ze naar elkaar
doorverwijzen wanneer de andere de meest
voor de hand liggende actor is", benadrukt
Denys. Daarom sluiten beide partijen een samenwerkingsovereenkomst waarin niet alleen
afspraken zijn vastgelegd, maar dat ook voorziet in een concreet actieprogramma.
"MAP4 en de uitvoering ervan is een moeilijke
zaak", zegt CVBB-voorzitter Bart Naeyaert.
"Het loopt niet vanzelf. De mestwetgeving
en al wat erbij komt kijken maakt de sector
onzeker over zijn toekomst. Een jaar na de
oprichting van het CVBB zijn er al 150 waterkwaliteitsgroepen opgericht en liggen er
450 referentiepercelen aan waarvan binnenkort de eerste resultaten worden verwerkt."
Het Voortgangsrapport is duidelijk: de waterkwaliteit verbetert, maar niet snel genoeg. In
het winterjaar 2011-2012 werd er nog in 28%
van de MAP-meetpunten een overschrijding
van de nitraatnorm vastgesteld, terwijl dat cijfer
volgens de Europese doelstelling in 2014 nog
maximaal 16% mag bedragen. VLM en CVBB
kunnen leren van elkaar om op die manier sneller vooruitgang te boeken.
V. Neefs
|9|
Algemeen
Inagro vraagt aandacht voor
een betere bodembescherming
Onze bodems zijn in gevaar! Met deze belangrijke boodschap werd op
de slotstudiedag van het grensoverschrijdend project PROSENSOLS
de aandacht gevestigd op een problematiek die helaas vaak wordt
onderschat. De kwaliteit van de Europese bodems is de laatste decennia zorgwekkend achteruitgegaan: afdekking, erosie, verlies aan
organisch materiaal, achteruitgang van biodiversiteit, verzilting...
beïnvloeden op meerdere manieren onze bodem. Zonder gezonde
bodems kan er niet productief worden geboerd en het duurt vele jaren vooraleer een gedegradeerde bodem terug gezond is.
Een gezonde bodem is niet alleen belangrijk
voor de landbouwers, maar heeft ook invloed
op de hele omgeving en dus ook op jou en mij.
Wat kan je doen om de kwaliteit van de bodem
te behouden, om verdichting van de bodem te
vermijden, om afspoeling van de vruchtbare
bouwvoor te beperken en om verlies aan organisch materiaal en een daling van de biodiversiteit te verhinderen? Het project PROSENSOLS
geeft antwoorden op de vele vragen rond
bodemdegradatie. De voorbije jaren streefde
PROSENSOLS naar het behoud van de kwaliteit
van onze bodems door het op touw zetten van
verschillende informerende, sensibiliserende
en proefondervindelijke acties op het terrein.
Bevorderen van bodemvriendelijke landbouwpraktijken
Voor een divers en internationaal publiek van
meer dan honderd landbouwers, beleidsmakers en onderzoekers werd op 22 november
2012 het Interregproject PROSENSOLS afgesloten met de slotstudiedag 'De Bodem leeft!'.
Net als voorgaande jaren werd ook dit jaar gewerkt rond een bepaalde bodemthematiek. Na
groenbedekkers (2009), bodembescherming
(2010) en bodemcompactie (2011) werd in
2012 dieper ingegaan op het thema organisch
materiaal en biodiversiteit. Organisch materiaal is essentieel voor het goed functioneren
Ploegloos boeren resulteert op lange termijn in een verbetering van de bodemstructuur.
De Bodem Kit
van de bodem. Indien goed onderhouden,
herbergt de bodem een grote diversiteit aan
organismen die belangrijke functies vervullen:
ontbinding van organisch materiaal, humificatie, aanbrengen van voedingselementen, bodemstructuur…
De slotstudiedag werd ingeleid door Mia Demeulemeester, directeur van Inagro. De belangrijkste resultaten en aanbevelingen vanuit
het project werden voorgesteld door Annelies
Pollentier, projectleider van PROSENSOLS, gevolgd door de voorstelling van de ‘Bodem Kit’
en diverse presentaties rond het thema organisch materiaal en biodiversiteit.
Naast de organisatie van vier grensoverschrijdende thematische studiedagen werd gedurende het project ook een zeer uitgebreid scala
aan lokale initiatieven georganiseerd door één
of meerdere partners van PROSENSOLS. Denken we hier bijvoorbeeld aan een demonamiddag rond de inwerking van groenbedekkers via
niet-kerende bodembewerking, een demonamiddag waarbij het voordeel van een bedekte
bodem werd aangetoond aan de hand van een
regenvalsimulator, een infonamiddag rond wilgenteendammen…
Sensibiliseren van boer
en burger
Om de landbouwer te helpen de bodem te
herwaarderen, beter te leren kennen en te
evalueren werd de Bodem Kit ontworpen. De
Bodem Kit is een werkinstrument dat bestaat
uit 29 theoretische en praktische fiches, gerealiseerd dankzij de kennis en de ervaring van de
projectpartners uit Vlaanderen, Wallonië en
Frankrijk. Deze gids brengt diverse eigenschap-
| 10 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Wilgenteendammen en aardappeldrempeltjes kunnen tijdelijke afstroming verhinderen.
pen aan bod die nuttig zijn voor een goed beheer van de landbouwbodems.
Naast het stimuleren van de landbouwer om
zelf aan de slag te gaan en zijn bodem te evalueren wordt ook het brede publiek aangesproken rond de problematiek van bodemdegradatie. In het kader van PROSENSOLS werd
een rondreizende interactieve tentoonstelling
ontwikkeld die ook in 2013 en 2014 doorheen
heel Vlaanderen zal blijven rondreizen. Aanvullend werden een experimentenkoffer, verschillende didactische werkpakketten en vormingsmomenten voor leerkrachten gerealiseerd.
De impact van
verschillende landbouwpraktijken op de bodem
In de drie projectregio’s (Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk) bestaat er een sterke
gelijkenis in de teeltrotaties en de landbouwpraktijken en wordt men dus geconfronteerd
met bodemdegradatie. Om de meerwaarde
van een gezonde bodem te benadrukken
werden praktijkgerichte demonstratievelden aangelegd rond verschillende thema’s:
groenbedekkers, ploegloze teelttechnieken,
compactie, grasbufferstroken en grasgangen,
aardappeldrempeltjes, wilgenteendammen
en bodemvruchtbaarheid. Van ieder proefveld
werd een proefverslag opgemaakt en grensoverschrijdend werden verschillende posters
gerealiseerd waarop de algemene bevindingen
en resultaten per thema werden samengevat.
Wie de resultaten in detail wenst te bekijken
kan terecht op de website www.prosensols.
eu. Voor wie met bodemzorg aan de slag wil,
geven we alvast enkele nuttige tips:
Groenbedekkers helpen de bodem op zijn
plaats te houden: het nut van een bodembedekker is veelvuldig. Bodembedekkers zorgen
voor het behoud van een goed verluchte en
niet afgedichte bodemstructuur en verrijken
de bodem op organisch gebied. Bodembedekkers beschermen de bodem in de winter tegen
erosie en afvloeiingen (zelfs tot 90%), door het
verminderen van de verslemping van de bodem en het verhogen van de infiltratie. Ook
de verliezen van voedingselementen door uitspoeling naar diepere lagen worden beperkt.
Grasstroken houden het water en sediment
tijdelijk op: op plaatsen waar het water geconcentreerd wordt afgevoerd, ontstaan bij hevige
regenbuien vaak geulen of ravijnen. Om dit te
voorkomen, is het aangewezen op die plaatsen
gras te zaaien. Praktijkervaringen leerden dat
met oog op het onderhoud van dergelijke grasstroken een breedte van minimum 6 meter is
aangewezen.
Ploegloze teelttechnieken, een variabel gegeven: de toename van organisch materiaal
en de goede doorworteling van de bodem resulteren op lange termijn in een verbetering
van de bodemstructuur. Voor het toepassen
van ploegloze teelttechnieken is het van het
grootste belang om het veld op te gaan en de
bodem te evalueren vooraleer tot actie over te
gaan. Een weekje wachten in natte omstandigheden kan immers onnoemelijk veel verschil
uitmaken qua bodemstructuur.
Aardappeldrempeltjes en wilgenteendammen weerstaan gemiddelde onweders: aardappeldrempeltjes en wilgenteendammen zijn
zachte hydraulische maatregelen die toegepast kunnen worden om tijdelijke afstroming
te verhinderen. Beide maatregelen volstaan
echter niet bij periodieke afstroming en kunnen daarom best gecombineerd worden met
andere acties zoals beperking van de perceelslengte, grasbufferstroken…
Bodemvruchtbaarheid geeft slechts resultaten op lange termijn: een driejarige proefopstelling is te kort om een meerwaarde te
verkrijgen op de bodem door toevoeging van
bodemverbeterende middelen.
Als eindconclusie van het project PROSENSOLS
kan gesteld worden dat een goede, gezonde
bodem een niet-hernieuwbare hulpbron is
waar men zorg voor moet dragen. Er zijn ondertussen al veel stappen genomen in een gezond
bodembeheer, maar ook in de toekomst moet
nog verder werk worden gemaakt van een goede bodemkwaliteit. Het project PROSENSOLS
heeft al verschillende facetten aangehaald die
nog verder kunnen worden uitgediept, denken
we maar aan organisch materiaal, bodemleven,
verdichting… Het project PROSENSOLS mag
hierin dus zeker geen eindpunt zijn.
Ter info
Om de kennis die werd opgedaan in kader van
het project PROSENSOLS niet verloren te laten
gaan, blijft de website www.prosensols.eu nog
drie jaar voortbestaan. Op deze website zijn
alle proefresultaten, artikels, presentaties en
infobrochures terug te vinden die gerealiseerd
werden in het kader van het project.
Zou je graag een Bodem Kit hebben? Neem
dan contact op met Annelies Pollentier,
tel. 051/27 33 83, [email protected]
A. Pollentier
Inagro, Rumbeke-Beitem
| 11 |
Kleinfruit actueel
Doorteelten
Het najaar van 2012 was donker en tamelijk koud, in tegenstelling tot het
najaar van 2011. Toen was het zeer warm en licht in het najaar, tot zelfs
in november en december. De plantingen van begin augustus zijn half
december koud gelegd. In de plantingen van half augustus is geoogst tot
half december en minstens twee weken nagestookt. In de serres die na
15 augustus werden geplant heeft men nog geoogst tot Kerstmis-Nieuwjaar. Heb je nog tot Nieuwjaar geoogst, dan zal je waarschijnlijk moeten
nastoken tot 15 à 20 januari. Je beschikt pas over voldoende hergroei
(productiepotentieel) wanneer de topbloem gemiddeld 0,7-1 cm lang is
en er voldoende wortelherstel is. Beperk de watergift zodat de wortels
extra gestimuleerd worden om te groeien.
In de late plantingen (15 augustus en later) waren er in de tweede helft
van november en december behoorlijk wat kwaliteitsproblemen, met
name het openscheuren van de vruchten en dan in het bijzonder de
kleine vruchten. De planten waren gewoonweg te zwaar belast met nog
te veel vruchten onder de lichtarme omstandigheden in die periode. Het
lichtere plantmateriaal dat de voorbije maand werd ingepakt, is duidelijk
beter geschikt voor de late plantingen van volgend najaar.
■
Clery opgeplant op 17 december
Aardbeien onder glas
Nieuwe plantingen
Het nieuwe jaar is ingezet en ook in de aardbeiensector is het nieuwe
seizoen weer aan de gang. Eind vorig jaar zijn er heel wat afdelingen
vers opgeplant. Ook dit jaar is er weer een uitbreiding van deze teeltvorm. De eerste Clery werd 10 december al opgeplant en de laatste tussen Kerstmis en Nieuwjaar. De meeste Clery is echter midden december
opgeplant. Sonata werd rond de jaarwisseling opgeplant, evenals hier en
daar een afdeling met Elsanta.
De vroegste plantingen zijn al goed aan de groei en de wortelvorming en
strekking zijn al aan de gang. Uiteraard verliep dit alles eerder langzaam
door het koude, maar vooral donkere weer in december.
Het stookregime van de nieuwe plantingen wordt bepaald in functie van
de energiebron (aardgas of olieproducten), het kastype en de doelstellingen van de teler. Gemiddeld stookt men naar 8°C ’s nachts en naar 12
tot 16°C overdag, naargelang de buitentemperatuur en de lichthoeveelheid. Bovendien wordt er met een lichtverhoging gewerkt. Een tweetal
weken na het planten werd de cyclische belichting opgestart. Deze blijft
aangeschakeld tot er een gewaslengte van 10-15 cm is bereikt. Bij Sonata
mag men gerust nog iets langer doorgaan met belichten.
Aardbeien onder plastic
De substraatteelten onder plastic zijn nagenoeg allemaal op de grond
gezet. Begin december kenden we een eerste winterprik met temperaturen tot -9°C. De teelten op de stellingen zijn deels naar de koelcel
gevoerd voor overwintering. Meer en meer worden de stellingteelten
uitgetrokken en in het voorjaar vers opgeplant. Bij vorst onder -2 tot -3°C
moet je de planten afdekken. Na de vorst moet je de afdekking zo snel
mogelijk verwijderen, de tunnels zo goed mogelijk luchten en extra behandelen tegen koprot.
Met water moet je nu zuinig zijn. Te droge potten of bakken kan je nu beter
manueel bijsturen. Wortelziekten vragen maandelijks een behandeling.
D. Vinckx, N. Druyts, K. Lavrysen & D. Vermeiren
Voorlichtingsteam Aardbeien PCH
Het ideaal bespuiten van uw aardbeien, tomaten, frambozen, ...
Zelfaangedreven en gearticuleerde spuitmachine MAB®
Extra smal (ca. 80) - korte draaicirkel - Benzine of diesel
Tank van 150, 200, 400 l. 2 of 4 wielaandrijving.
Talrijke referenties in België.
Aangepaste financierings - en betalingsvoorwaarden.
Okkaziemateriaal en mogelijkheid tot overname.
Alain Sonneville
131751PN1301
F - 59 232 VIEUX BERQUIN France
Tel 00.33.3.28.42.70.26
GSM 00.33.6.07.37.45.23
www.jams-agri.com
www.autranetmab.com
mail : [email protected]
Bezoek ons op Sival: 15, 16 en 17 januari te Angers (Fr)
| 12 |
131751PN1201Jams.indd 1
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
19/12/12 10:20
Glas Actueel
Volwassen paprikasnuitkever (Bron: Bayer CropScience)
Paprikasnuitkevers gesignaleerd
bij onze noorderburen
In Nederland is in 2012 de paprikasnuitkever gevonden, de Anthonomus
eugenii ook wel de pepper weevil genoemd. De kever staat op de Europese lijst van de quarantaine-organismen en daardoor is iedere EUlidstaat verplicht introductie en verspreiding van dit insect tegen te gaan.
De eerste vondst dateert van vorige zomer bij twee Nederlandse naburige bedrijven. Ondanks alle getroffen maatregelen bij onze noorderburen
was er ook een vondst eind augustus en nog een eind oktober. Hieruit
kunnen we besluiten dat deze kever zich niet gemakkelijk laat uitroeien.
Vermits sommige Belgische tuinders een Nederlands opkweekbedrijf
kiezen (mogelijk met een productiegebied in het Westland) vinden we
het als proefstation onze taak om zoveel mogelijk informatie over dit
insect te verspreiden.
Levenscyclus
De ovale eitjes zijn eerst wit, nadien geel en maar een halve millimeter lang. Het vrouwtje legt haar eitjes bij voorkeur in kleine pas gezette vruchtjes die nog aan de plant hangen. In tweede instantie legt ze
haar eitjes in afgevallen vruchten of bloemknoppen. De larve groeit in de
vrucht, is hoofdzakelijk wit en doorloopt drie larvestadia. Na het derde
stadium volgt de verpopping. Eens de pop een volwassen snuitkever
(2 tot 3,5 mm lang, 1,5 tot 1,8 mm breed) is geworden, boort deze een
gaatje door de vruchtwand en komt zo naar buiten. De mannelijke volwassen kevers produceren een feromoon dat beide geslachten aantrekt.
Het bevruchte vrouwtje legt ongeveer 340 eitjes in één maand tijd.
Bij warm weer duurt de levenscyclus twee weken. Volgens de literatuur
komen zes tot acht levenscycli per jaar voor (in een buitenteelt).
Waardplant
De paprikasnuitkever komt niet alleen op het paprikagewas voor maar
op alle nachtschadigen, dus ook op tomaat en meerdere onkruiden.
Scouting
Bij de wekelijkse scouting is het belangrijk om voedingsstippen/eilegplaatsen te detecteren. Dit zijn kleine ronde gaatjes die in het blad, in de
bloemblaadjes, op de bloemknop en in de vrucht kunnen voorkomen en
ook bruine vlekjes op vruchten.
Bestrijding
Alleen de volwassen exemplaren zijn te bestrijden vermits het ei, de larvestadia en de pop zich in de vrucht bevinden. Daarom is scouting dus zeer
belangrijk.
Op de website van het proefstation (www.proefstation.be) kan je een informatiefolder donwloaden met meer gegevens. Bij vragen kan je steeds
iemand van het proefstation contacteren.
L. Van Herck
Proefstation voor de Groenteteelt, Sint-Katelijne-Waver
Installatie van
scherming,
verduistering en
luchting
Diverse werkzaamheden
Installatie scherming en verduistering
zowel vlak als in tentdakvorm alsook
renovatie van oude installaties
Twingevels • Rolgevels • Dekrol­
schermen • Onderhoud en herstellingen
van luchting
te
ijsoffer
r
p
s
i
t
a
Gr
119629VN805
Volwassen paprikasnuitkever op een paprikabloem
(Bron: NVWA Hygiëneprotocol paprikasnuitkever augustus 2012)
Je kan gele lijmplaten ophangen in het gewas (ter hoogte van de kop van
de plant) en er zijn ook feromoonvallen verkrijgbaar bij leveranciers van
biologische bestrijdingsproducten.
Sammy Van Bellingen
Lindestraat 21 • 9042 Desteldonk
0032 476 29 99 84 • Fax 0032 9 330 56 62
[email protected]
www.sammyvanbellingen.be
| 13 |
Glas
Eerste grote semi-gesloten
serre in Nederland
Het Nieuwe Telen
Tijdens de laatste Horti Fair in Amsterdam werden er opvallend veel
noviteiten genomineerd die voortborduren op ‘Het Nieuwe Telen’.
Vijf bedrijven in kassenbouw en klimaatsturing stelden hun nieuwe
technieken of hun vernieuwde aanpak op dit vlak voor. Over de andere interessante noviteiten kon je al meer lezen in de vorige editie
van Proeftuinnieuws.
Het was de laatste tijd relatief stil rond ‘Het
Nieuwe Telen’, maar op de Horti Fair bleek dat
de principes van de gesloten kas niet allemaal
in de steek werden gelaten. Achter de schermen werden de positieve punten weerhouden
en ging men op zoek naar verbeteringen. “De
focus van de genomineerde noviteiten is gericht op besparing van energie en verhoging
van de efficiëntie, productie en kwaliteit. De
tuinbouw blijft verder ontwikkelen en ook bij
innovatie signaleren we door het hoge investeringsniveau meer samenwerking tussen verschillende bedrijven,” constateert voorzitter
van de vakjury Geert van Oosterhout.
gebruik van een warmtepomp en mechanische luchtontvochtiging. Volgens de eerste
berekeningen is het concept terug te verdienen in zeven jaar. Voor meer technische informatie ga je best naar www.energiek2020.nl
en zoek vervolgens op Next Generation SemiGesloten Kas.
www.avag.nl of www.energiek2020.nl
Modulair inspelen op de markt
10 m³ aardgas per m²
besparen per jaar
De persprijs werd toegekend aan de Next Generation Semi-Gesloten Kas van een consortium van AVAG-bedrijven. Dat is een concept
dat werd uitgewerkt door de deelnemende bedrijven en WUR Glastuinbouw. Een prototype
werd afgelopen zomer geïnstalleerd bij tomatenkwekerij Lans in Rilland in een afdeling van
4.000 m². Onderzoeker Feije de Zwart voert de
monitoring van de proef uit. Na de winterperiode zal men de eerste praktijkresultaten kunnen vergelijken met de vooropgestelde simulaties. Het uitgangspunt van de nieuwe kas is dat
dankzij de ontvochtigingsinstallatie de kas in de
winter helemaal gesloten kan blijven. Dezelfde
installatie kan in de zomer duurzame energie
verzamelen. De Zwart legt uit: “De afdeling is
ingericht met een luchtbehandelingssysteem
waarmee de kas kan worden ontvochtigd met
gesloten ramen. Door het sluiten van de kas in
de winter zou er 4 m³ aardgas kunnen worden
bespaard en de warmtepomp in combinatie
met zowel een kleine wkk als een kleine aquifer geeft daar bovenop nog eens 6 m³ besparing. Dat is samen 10 m³ aardgas per m² per
jaar. Bovendien kan de kwaliteit van het product naar een hoger niveau getild worden door
de beter regelbare ontvochtiging.” De Next
Generation Semi-Gesloten Kas bereikt zo met
beperkte meerinvesteringen een verlaging van
20 tot 30% van het energieverbruik door het
| 14 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Ook KUBO blijft geloven in het semi-gesloten
telen en blijft daarom investeren in verbeteringen van de bestaande Ultra-Clima kas. “Wij
hebben sinds 2008 al 104 ha geplaatst van
de Ultra-Clima kas. Maar het blijft vooral ver
buiten onze landsgrenzen aanslaan: Amerika,
Mexico, Australië, Turkije, Frankrijk… In Nederland is er wel veel belangstelling, maar door de
negatieve ervaringen met de volledig gesloten
kas en het moeilijke investeringsklimaat door
de crisis staat men op de rem. Pas dit jaar
hebben we in Nederland een serre van 10 ha
gebouwd,” aldus Henk van Tuyl. Ondertussen
stellen ze versie 3 voor: de luchtbehandelingskast werd geoptimaliseerd. Twee radiaal ventilatoren werden vervangen door één grote
radiaal ventilator waardoor de kast en ook de
corridor konden worden verkleind.
www.kubo.nl
Bij Maurice Kassenbouw kan je voortaan een verwarmingsbuis in de luchtslurven laten plaatsen, zodat je lucht met een
hogere temperatuur dan de kaslucht gelijkmatig in de serre
kan blazen.
Verwarmingsbuis in luchtslurven
Maurice Kassenbouw stelde op de beurs in primeur zijn noviteit voor: de installatie van een
verwarmingsbuis in de luchtslurven. Zo is het
nu mogelijk om in de Air & Energy kas niet alleen te ventileren maar ook te verwarmen met
het slurfsysteem. Door het gebruik van de naverwarmer in de slurf kan lucht met een hogere
temperatuur gelijkmatig in de serre worden
geblazen. Het gevolg is een gelijkmatige kastemperatuur en een grote verwarmingscapaciteit met een aanvoertemperatuur van 40°C.
Lagetemperatuurverwarming verhoogt het
rendement van stookinstallaties en is ook voordelig bij toepassingen van rest- en aardwarmte.
www.kassenbouw.com
Kassenbouwer Van der Hoeven stelde op de
beurs geen nieuwe technieken voor, maar wel
het ModulAIR-concept. Met dit principe passen zij een kas stap voor stap aan aan de vereisten van de plant, de lokale eisen met betrekking tot het klimaat en de beschikbaarheid en
de kosten van energie of elektriciteit. Zo wordt
per gebied en per project de beste maatoplossing gekozen. In sommige gebieden kan alleen
ontvochtiging voldoende zijn om goede resultaten te behalen, waar in andere gevallen de
koeling essentieel is. Ook hiermee spelen ze
in op vragen van de markt, die op dit moment
vooral van buiten de Benelux komen.
www.vanderhoeven.nl
SuprimAir kas
Als vijfde en laatste in de rij van het nieuwe
telen stelde Certhon zijn nieuwe kas voor: de
SuprimAir kas. In deze kas zijn de laatste technische innovaties op verschillende gebieden
geïntegreerd. Het is een systeem dat koelt
en verwarmt, ontvochtigt en bevochtigt. Ook
in dit systeem zijn er luchtslurven onder de
teeltgoten en een kopgevelcorridor met verwarmingsblokken en ventilatoren. Op deze
manier kan de ideale temperatuur en relatieve
luchtvochtigheid gecombineerd worden met
een laag energieverbruik en lagere ziektedruk.
Deze kas is vooral aangewezen in droge en
warme klimaten.
www.certhon.nl
K. Blum
Glas
voor dezelfde concentratie maar de dosering
wordt over negen nachten gespreid. Een timer
wordt ingesteld van 16.00 uur tot 9.00 uur zodat de generator tijdens de dag uit staat. Dat
geeft de mogelijkheid om te kunnen luchten
indien nodig. ’s Nachts zijn de huidmondjes bij
tomatenplanten meestal gesloten waardoor
langs hier geen product A het blad zou kunnen
binnendringen. We vermoeden dat het gewas
zo minder snel zou kunnen verdorren en dat dit
een positief effect heeft op de houdbaarheid
van de groene delen van de trossen. Na een
korte opwarmingsperiode start de dosering van
product A. Het toestel blijft product A genereren zolang het setpoint (in dit geval 2,0 ppm)
niet door de sensor wordt gedetecteerd.
Alternatieve methode
voor afrijpen van tomaten
Resultaten
Concentraties en verdeling
Een nieuw proefmiddel, een gasvormige verbinding, kan ingezet
worden om de afrijping van tomaten op het einde van de teelt te
versnellen (product A). De stof wordt door een toestel uit ethanol
gegenereerd. Bij contact met het gewas stimuleert dit de veroudering van de plant en het rijpen van de vruchten. Dat biedt mogelijkheden om het einde van de tomatenteelt te versnellen op een
ethefonvrije manier.
De proef gebeurde onder proefontheffing in
één van de nieuwe, kleinere afdelingen (500 m2)
van het Proefcentrum Hoogstraten (PCH).
Vanaf 31 oktober 2012 werd gedurende negen nachten tussen 16.00 uur en 9.00 uur product A via een toestel gedoseerd. De gewenste
luchtconcentratie werd ingesteld op 1,3 ppm
terwijl het setpoint op 2,0 ppm werd gezet. De
afrijpingssnelheid, vruchtkwaliteit, gewasachteruitgang, residugehaltes en werkelijke concentraties aan product A werden vergeleken
met een afdeling waar standaard ethefon werd
toegepast. Soupless, geënt-getopt op Emperador, was het cultuurras in beide afdelingen.
Positieve Duitse resultaten
november 2011
Begin dit jaar verscheen er in de Duitse vakpers
een artikel over product A dat in de serre werd
gebruikt om de rijping van de laatste tomaten
te garanderen. De dosering van product A gebeurde niet door een generator maar met behulp van gasflessen. Tijdens de proef doseerde
men tussen 5 à 10 ppm en tussen 10 à 13 ppm
gedurende respectievelijk 45 en 48 uur. Men
besloot dat een concentratie van 10 ppm meer
dan genoeg was. Verder schreef men dat dit
soort techniek in Duitsland geen perspectieven
zal bieden omdat hiervoor net zoals in België
geen toelating voor de tomatenteelt bestaat.
Geleidelijk aan bouwt de concentratie aan
product A zich binnen de afdeling op richting
1,3 ppm. Pas wanneer de sensor meer dan
2,0 ppm registreert, stopt het toestel met doseren. Dat heeft tot gevolg dat de concentratie
binnen de afdeling na enkele uren hoger dan
2,0 ppm zal liggen. Uit metingen blijkt dat de
concentratie ’s morgens rond 10.00 uur tussen
2,5 en 3,0 ppm ligt. De concentratie blijft onveranderd ongeacht de hoogte van staalname.
Dat geeft aan dat deze stof zich zeer goed verspreidt binnen de serre.
Net voor de aanvang van de proef ligt het
gehalte van product A in beide afdelingen
verwaarloosbaar laag. Als controle wordt de
concentratie van de buitenlucht gemeten
(10 ppb). Tijdens de proef zien we het gehalte ook in de afdeling met ethefon een beetje
oplopen (Tabel 1). De waarden liggen hier na
vijf dagen rond 0,25 ppm wat tien keer minder
is. We nemen aan dat de met ethefon behandelde planten zelf een bepaalde hoeveelheid
van dit gas produceren en vrijgeven maar deze
gehaltes hebben echter onvoldoende impact
op de afrijpingssnelheid.
Product A wordt ter plekke
gegenereerd uit ethanol
Het toestel genereert product A en waterdamp
uit ethanol dankzij een katalysator en warmte.
Met behulp van een sensor kan product A gecontroleerd worden gedoseerd. Enkel de aardappelteelt geniet in België een erkenning voor
het toepassen van product A als kiemremmer
(erkenningsnummer 10087P/B). De toepassing
ervan in andere groenteteelten is (nog) niet
toegelaten.
Tijdens een vorig onderzoek in Nederland
werd een concentratie van 1,3 ppm gedurende
4,5 dagen gehanteerd. Op het PCH kiezen we
Tabel 1. - Gemeten concentraties aan product A in ppm, gaschromatografisch bepaald door VCBT
Tijdstip meting
Afdeling met product A
Afdeling ethefon en onbehandeld
Buiten
Hoogte staalname
0,5 m
6,0 m
0,5 m
0,03
0,09
0,08
2,61
2,96
3,4 (1)
0,6 (1)
2,82
3,0 (1)
1,6 (1)
2,50
2,98
6,0 m
Voor aanvang van de proef
31/10/2012
Tijdens de proef
2/11/2012
5/11/2012
7/11/2012
8.30 uur
8.30 uur
8.30 uur
15.00 uur
8.30 uur
8.30 uur
15.00 uur
0,27
0,8 (1)
0,4 (1)
0,20
0,01
0 (1)
0 (1)
2,81
0,1 (1)
0,3 (1)
0 (1)
0 (1)
(1) Gemeten door sensor
| 15 |
Product A
Posieve controle: Ethefon
Negaeve controle: onbehandeld
A) Resultaten eerste tros van alle planten
Vruchten (%)
100
80
60
40
20
0
Start
31/10/2012
+ 2 dagen
+ 5 dagen
+ 7 dagen
+ 9 dagen
+ 12 dagen
+ 14 dagen
+ 9 dagen
+ 12 dagen
+ 14 dagen
B)) Planten
a te met
et ttwee
ee ttrossen:
osse : resultaten
esu tate ttweede
eede ttros
os
Vruchten (%)
100
80
60
40
20
0
Start
31/10/2012
+ 2 dagen
+ 5 dagen
+ 7 dagen
C)) Planten met drie trossen: resultaten derde tros
100
Vruchten (%)
80
60
40
Residuloos en beperkte invloed
op de vruchtkwaliteit
20
0
Start
31/10/2012
+ 2 dagen
+ 5 dagen
+ 7 dagen
+ 9 dagen
+ 12 dagen
+ 14 dagen
+ 5 dagen
+ 7 dagen
+ 9 dagen
+ 12 dagen
+ 14 dagen
D)) Totaal over alle trossen
100
Vruchten (%)
80
60
40
20
0
Start
31/10/2012
+ 2 dagen
Oogstrijp
Oranje
Breaker
Onrijp
Figuur 1. - Afrijpingssnelheid: overzicht van het percentage breakers, rode, oranje en groene vruchten
per object en per telling gedurende twee weken (proef gestart op 31/10/2012)
Verband tussen plantbelasting
en afrijpingssnelheid
Vanaf de start en tijdens de proef worden meer
dan 5.000 tomaten elke twee dagen beoordeeld op hun kleur. De bekomen data maken
het mogelijk de afrijpingssnelheid van de drie
behandelingen (onbehandeld, ethefon en product A; drie balkjes per tijdstip in Figuur 1) met
elkaar te vergelijken. We maken een verschil
tussen enerzijds planten met nog twee trossen
aan de plant en anderzijds planten met drie
trossen. Grafiek A in Figuur 1 toont aan dat de
eerste ofwel de oudste tros aan de plant geen
problemen met de afrijping vertoont, in geen
enkele van de drie behandelingen. Na een
week zijn alle trossen klaar voor oogst.
Evolutie van de rijping: na negen dagen zijn in de objecten behandeld met ethefon en product A alle vruchten klaar voor de oogst.
| 16 |
Bij de planten waaraan nog twee trossen hangen ligt dit al anders voor de tweede ofwel de
jongste tros. Deze tros is pas na twaalf dagen
geschikt voor de oogst (grafiek B in Figuur 1).
De jongste tros van de partij in het onbehandelde object rijpt duidelijk een stuk moeizamer.
Hetzelfde resultaat zien we bij planten met
drie trossen (grafiek C in Figuur 1). De jongste
of derde tros van de onbehandelde planten
rijpt niet goed door en is na twee weken niet
geschikt voor de oogst. Als men ethefon of
product A toepast, zijn na negen tot twaalf dagen alle trossen klaar voor oogst. De vruchten
die met product A worden behandeld, rijpen
even snel af als de vruchten behandeld met
ethefon.
Opmerkelijk is de snelle achteruitgang van het
gewas bij een behandeling met product A. De
verouderingseigenschappen van het gas hebben duidelijk hun effect niet gemist op de groene delen van de plant (zie foto pagina 17 onderaan). Na een week beginnen de bladeren te
vergelen en enkele dagen later zijn de onderste
bladeren volledig verwelkt en verdroogd.
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Tijdens de proef werden per object op twee
tijdstippen een twintigtal trossen voor een
houdbaarheidsproef geoogst. De eerste oogst
gebeurde bij aanvang van de proef, de tweede
oogst twaalf dagen na de start van de behandelingen. Op dag drie en dag tien na elke oogst
werden met behulp van een Durofel-meter de
hardheidsmetingen uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat er geen verschillen tussen de drie
behandelingen zijn vast te stellen. Ondanks de
verouderende werking van product A behouden de vruchten hun stevigheid net zo goed als
de onbehandelde tomaten. Evenmin zien we
verschillen in de concentratie aan opgeloste
stoffen. Gemiddeld hebben de vruchten van de
drie behandelingen een Brix-waarde van 3,9.
Deze waarde ligt net iets lager dan het jaargemiddelde voor het ras Soupless (Brix 4,2).
De toepassingen van product A en ethefon
hebben wel een invloed op de kwaliteit van
de vruchten. Er is een duidelijk verschil te zien
tussen de kleur van de behandelde vruchten en de kleur van de onbehandelde vruchten. Deze laatste hebben problemen met het
doorkleuren en laten dikwijls groene kragen
Luchtstaalname voor bepaling van de concentratie product A
langs het vruchtkroontje zien. Vruchten uit
de behandelde partijen kleuren nagenoeg altijd mooi rood (Tabel 2). Vruchten afkomstig
van onbehandelde planten zijn net iets doffer
dan vruchten die met product A of met ethefon werden behandeld omdat ze meer krimpscheuren vertonen. Opmerkelijk is dat 32%
van de ethefon-tomaten bewaarstip vertonen.
De vrees voor een snellere verdroging van de
groene delen van de trossen bij een behandeling met product A is bij een correcte dosering
onterecht. Slechts een minimale afname van
de frisheid van de groene delen is bij deze
tomaten tijdens de bewaring vast te stellen
(Tabel 2). Gele kronen komen in geen van de
drie objecten voor. Bij de drie objecten zitten
Tabel 2. - Resultaten bewaarproef en vruchtbeoordeling, scores van 1 (slecht) tot 10 (goed)
Object
Onbehandeld
Ethefon
Product A
Kleur
Krimpscheurtjes
Glans
Frisheid groene delen
Oogst 1
Oogst 2
Oogst 1
Oogst 2
Oogst 1
Oogst 2
Oogst 1
Oogst 2
6,4
7,2
6,4
4,0
7,0
7,8
5,0
6,4
6,3
4,8
5,4
6,4
6,2
6,2
7,4
7,0
7,6
8,0
8,2
8,4
8,2
8,4
8,2
7,8
Oogst 1: bij aanvang van de proef; Oogst 2: 12 dagen na aanvang van de proef
na de bewaarproef even weinig losse vruchten. Tussen de geoogste vruchten van de behandelde objecten liggen soms rotte vruchten.
De partijen uit de met product A behandelde
afdeling bevatten de meeste rotte vruchten
(3,6% van de geoogste vruchten). Ook bij de
andere twee objecten komt vruchtderving
voor, maar dan in mindere mate: 0,5% van de
vruchten bij de onbehandelde planten en 1,1%
van de vruchten met ethefon.
Bij een correcte berekening en toepassing van
ethefon moet de teler zich geen zorgen maken over het residugehalte. Tijdens deze proef
bleek dat de vruchten van de ethefonbehandeling een residugehalte van 0,38 ppm hebben.
Het residugehalte van de tomaten behandeld
met het gasvormige product A is zoals verwacht niet meetbaar (< 0,05 ppm).
Besluit
Deze preliminaire proef omtrent het afrijpen
van tomaten op een alternatieve manier demonstreert dat deze methode dezelfde resultaten geeft als een standaardbehandeling
met ethefon. Hierbij is de afwezigheid van
ethefonresidu op de vruchten een belangrijke
meerwaarde voor het aangeleverde product.
Het is nu aan de sector om de erkenning van
product A en deze methode rond te krijgen.
D. Pinxteren & R. Moerkens
Proefcentrum Hoogstraten, Meerle
Effect van product A (midden), ethefon (rechts) en niet behandelen (links) op het gewas
| 17 |
Glas
Rassenproef krulandijvie voorjaarsteelt 2012
Modelras Zidane overtuigt niet
Krulandijvie is door zijn goede houdbaarheid een populaire groente
om te verwerken in versneden voorverpakte slamengelingen. Een
goede krop krulandijvie is vrij van rand, is goed gevuld en heeft een
mooi wit-geel hart. In deze proef worden enkele krulandijvierassen
met elkaar vergeleken. Welke is de beste keuze voor een teelt onder
glas in het voorjaar?
Proefopzet en teeltverloop
De proef werd aangelegd als een gerandomiseerde blokkenproef in vier parallellen. Er
werd gezaaid in 5 cm perspotten op 6 maart en
geplant op 2 april 2012. Van 7 tot 17 mei werd
er drie keer per nacht gebroesd gedurende
drie minuten. Op 18 mei werden de kroppen
afgedekt. Er werd geoogst op 22 en 23 mei. De
rassenproef werd gevolgd door een bewaarproef, hiervoor werden de rassen na oogst gedurende acht dagen bewaard bij 8°C, waarna
een beoordeling volgde.
Rassenbespreking
Daisy (Clause): had een uitgesproken contrast
tussen de bleke hartbladeren en de donkere
Tabel 1. - Gewasbeoordeling. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Uniformiteit
Veldvulling
Contrast
Fijnheid hart
Vulling hart
Daisy
Emily
Glory
Korbi RZ
Magaly
Milady
Ophely
Primafine
Serafine
TH20
TH21
Zidane
Gemiddelde
1=
9=
7,5 abc
8,4 a
6,5 c
7,5 abc
8,0 ab
8,0 ab
7,8 abc
7,3 abc
7,8 abc
7,4 abc
7,6 abc
6,8 bc
7,4
heterogeen
uniform
5,8 de
8,8 ab
6,3 d
7,3 bcd
9,0 a
9,0 a
8,0 abc
6,8 cd
6,3 d
6,0 de
4,6 e
6,0 de
6,3
slecht
goed
9,0
7,0
8,0
7,0
8,0
7,5
7,0
8,0
7,0
7,0
8,0
7,0
7,3
geen
veel
7,0
5,0
7,0
7,0
5,0
4,0
3,0
6,5
7,0
7,0
7,5
8,5
6,6
zeer grof
zeer fijn
7,0
5,0
7,0
7,0
5,0
5,0
4,0
7,0
7,0
7,0
7,0
7,0
6,5
hol
gevuld
Tabel 2. - Oogstbeoordeling. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Daisy
Emily
Glory
Korbi RZ
Magaly
Milady
Ophely
Primafine
Serafine
TH20
TH21
Zidane
Gemiddelde
1=
9=
| 18 |
Stukgewicht (g)
Natrand
Droogrand
Smet
Schot
523 de
681 ab
491 e
631 bc
753 a
725 ab
684 ab
514 e
623 bcd
460 e
459 e
543 cde
547
3,0
9,0
7,0
5,3
7,3
7,4
7,3
5,4
7,6
7,4
8,0
5,3
6,8
veel
geen
8,3 a
8,3 a
8,0 a
6,1 b
8,5 a
7,9 a
8,4 a
7,6 ab
8,0 a
7,9 a
7,6 ab
7,9 a
7,9
veel
geen
8,0
8,3
7,3
6,8
8,0
7,1
7,8
7,3
8,0
7,0
7,6
7,5
7,5
veel
geen
9,0 a
9,0 a
7,0 b
9,0 a
9,0 a
9,0 a
9,0 a
9,0 a
6,7 bc
6,0 c
9,0 a
3,3 d
7,2
veel
geen
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
buitenste bladeren. Scoorde goed op droogrand
en schot, maar had een minder goede veldvulling. Daisy had een goede houdbaarheid, maar
het kropgewicht was aan de lage kant.
Emily (Clause): was heel uniform op het veld
en had een goede veldvulling. De fijnheid en
vulling van het hart waren minder goed, ook
de fijnheid van de onderkant van de krop kon
beter. Zowel droogrand als schot werd bij Emily
bijna niet gezien. Bij de opbrengstbeoordeling
sprong dit ras er duidelijk uit, zowel kropgewicht als houdbaarheid waren uitstekend. De
diameter van het gebleekte hart was groot bij
dit ras.
Glory (Clause): slechte uniformiteit en veldvulling. Voor droogrand was dit ras niet gevoelig,
helaas werd er wel veel schot vastgesteld. De
kropbeoordeling van dit ras was goed, maar
dit werd teniet gedaan door een erg laag kropgewicht.
Korbi RZ (11-406 RZ) (Rijk Zwaan): uniform
ras met een iets minder goede veldvulling.
Korbi haalde een goede score voor schot, maar
toonde een vrij hoge gevoeligheid voor droogrand tijdens deze teelt. Korbi had een mooie
fijnheid aan de onderkant van de krop, de diameter van de bleking was eerder aan de kleine
kant. Ook het kropgewicht was eerder laag.
Magaly (CLX1183) (Clause): toonde op het
veld zowel een goede veldvulling als uniformiteit. De fijnheid en vulling van het hart waren
echter slecht. Het kropgewicht van dit ras was
heel hoog en ook de houdbaarheid was uitstekend, maar de onderkant van deze kroppen
was niet mooi fijn.
Milady (Clause): toonde een uitgesproken
contrast tussen bleek en donker blad, maar
de fijnheid en vulling van het hart waren hier
duidelijk minder goed. Ook de fijnheid aan de
onderkant van de krop was slecht, wel had dit
ras net als Magaly een hoog kropgewicht. De
Tabel 3. - Kropbeoordeling. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Snijvlak (mm)
Bleking (mm)
Fijnheid onderkant
Holling snijvlak
Bakvulling
Daisy
Emily
Glory
Korbi RZ
Magaly
Milady
Ophely
Primafine
Serafine
TH20
TH21
Zidane
Gemiddelde
1=
9=
21,3 ab
21,5 abc
20,6 ab
19,1 a
25,0 c
23,1 bc
22,4 abc
22,8 bc
22,2 abc
19,6 ab
20,1 ab
22,1 abc
21,5
groot
klein
33,6 bcde
42,0 a
36,5 abcd
34,3 bcde
39,5 ab
39,8 ab
36,1 abcd
30,1 de
33,0 cde
36,3 abcd
28,9 e
35,1 bcde
33,3
7,0 bc
6,5 cd
8,0 a
8,0 a
6,0 d
6,0 d
6,0 d
7,0 bc
7,0 bc
8,0 a
7,4 ab
8,5 a
7,3
zeer grof
zeer fijn
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
slecht
goed
6,5 b
8,0 a
7,0 b
6,8 b
8,0 a
8,0 a
8,0 a
6,8 b
7,0 b
6,4 b
6,4 b
7,0 b
6,9
slecht
goed
Tabel 4. - Opbrengstbeoordeling. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
houdbaarheid was dan weer minder goed dan
van Magaly.
Ophely (CLX1161) (Clause): scoorde slecht
voor vulling en fijnheid van het hart, ook de
onderkant van de kroppen was niet mooi fijn.
Het ras toonde wel een goede uniformiteit en
veldvulling. Het kropgewicht van dit ras was
hoog en het ras kende ook een goede bewaarbaarheid. Ophely leek niet gevoelig voor rand
en schot.
Primafine (Enza): toonde een duidelijk contrast tussen bleke hartbladeren en de donkere
buitenste bladeren. Primafine toonde weinig
schot, maar hier en daar werd wel wat rand
gezien. De veldvulling van het ras was minder
goed. De diameter van het gebleekte hart was
eerder klein en ook het kropgewicht was laag.
De houdbaarheid van het ras was wel goed.
Serafine (Enza): had een slechte veldvulling,
maar wel een fijn en goed gevuld hart. Het ras
toonde wel wat schot, maar scoorde goed voor
rand. De diameter van het gebleekte hart was
bij Serafine eerder kort en ook de fijnheid van
de onderkant was niet zo goed. Het kropgewicht van dit ras was middelmatig.
TH20 (Gautier): had een slechte veldvulling,
het ras toonde ook heel veel schot. Het kropge-
Ras
Daisy
Emily
Glory
Korbi RZ
Magaly
Milady
Ophely
Primafine
Serafine
TH20
TH21
Zidane
Gemiddelde
1=
9=
Kropgewicht (g)
523 de
681 ab
491 e
631 bc
753 a
725 ab
684 ab
514 e
623 bcd
460 e
459 e
543 cde
547,4
% oogstbaar
75,0 ab
100,0 a
83,8 ab
73,8 ab
86,3 ab
86,3 ab
85,0 ab
68,8 ab
76,3 ab
85,0 ab
100,0 a
53,8 b
78,1
wicht was erg laag. De kroppen van TH20 zagen
er op zich wel goed uit, zowel de onderkant als
het hart van de kroppen waren mooi fijn.
TH21 (Gautier): had net zoals TH20 een mindere veldvulling. TH21 scoorde wel beter op
schot, maar leek wel wat gevoeliger voor rand.
De diameter van de bleking was hier erg klein
en ook het kropgewicht was heel laag.
Zidane (Enza): toonde een minder goede uniformiteit en veldvulling. Zidane had wel een
goed gevuld en fijn hart. Ook de onderkant
van de kroppen was mooi fijn. De diameter
van de bleking was niet erg groot en ook het
kropgewicht was wat aan de lage kant. Het ras
scoorde goed voor rand, maar toonde in deze
proef erg veel schot.
Besluit
Na evaluatie van de verschillende rassen, kunnen enkele rassen geselecteerd worden die het
tijdens deze periode beter doen dan de concurrenten. Emily, Ophely, Magaly en Milady
scoren erg goed tijdens deze proef. Deze ras-
Houdbaarheid
6,5 ab
7,3 ab
6,5 ab
5,9 ab
7,5 a
5,0 b
7,0 ab
6,3 ab
7,0 ab
7,5 ab
7,1 ab
6,0 ab
6,8
slecht
uitstekend
Schot (%)
0,0 a
0,0 a
65,6 b
0,0 a
0,0 a
0,0 a
0,0 a
18,8 a
6,3 a
100,0 b
9,4 a
97,5 b
38,6
sen hebben naast een hoog kropgewicht, een
grote diameter van de bleking. Overigens zijn
ze niet gevoelig voor zowel rand als schot en
kennen ze, met uitzondering van Milady, een
goede houdbaarheid. Een minpuntje aan deze
rassen is de minder goede fijnheid en vulling
van het hart.
De andere rassen die opgenomen werden in
deze proef, hebben meteen een opmerkelijk
lager kropgewicht dan deze vier rassen. Een
aantal rassen kent problemen met rand of
schot, waardoor zij meteen minder waardevol zijn tijdens deze periode. Opvallend is het
resultaat van het ras Zidane in deze proef. Zidane, dat anders gezien wordt als het modelras voor krulandijvie, overtuigt in deze proef
niet. De oorzaak van het lage kropgewicht en
de grote hoeveelheid schot werd niet gevonden, wel toonde Zidane een mooie fijnheid en
goede vulling van de krop.
S. Crappé & K. De Clercq
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
| 19 |
Vollegrond
Rassenproef bloemkool januarizaai verse markt 2012
Kwakkelend voorjaar
nefast voor groei
Belangrijke parameters voor deze teeltperiode van bloemkool zijn de
weerstand tegen hartloosheid, de vroegheid en uiteraard de kwaliteit
van de kool.
Tabel 1. - Proefopzet
Proefopzet en teeltverloop
Proefnemer
Inagro
Proeflocatie
Rumbeke - Beitem
Bodemtype
zandleem
Voorvrucht
kuilmaïs + snijrogge
Zaaidatum
16/1/2012
Opkweekmethode
4 cm perspotten in serre bij plantenkweker
Plantafstand (cm)
70 x 60
Bemesting
700 kg/ha ammoniumnitraat 27%
in bandbemesting tijdens planten
De proef werd afgedekt met een agryldoek
van 29 maart tot en met 22 mei. Kort na het
verwijderen van de acryldoek werd nog bijbemest omdat de gewasstand van het gewas
heel slecht was. Dit was wellicht te wijten aan
stikstofgebrek door de vele neerslag tijdens
de teelt. Van de rassen Adelanto, Clipper en
SK4-618 waren er daarom geen bruikbare gegevens beschikbaar. Deze rassen worden dan
ook niet vermeld in de rassenbespreking. Door
de ontbrekende gegevens werd er geen statistische verwerking uitgevoerd. De proefresulta-
25/5/2012: 395 kg/ha kalknitraat (15,5%)
Plantdatum
29/3/2012
Oogstdatum
van 5/6 tot 29/6/2012
Tabel 2. - Gewas- en koolkenmerken
Ras
Gewaskenmerken
CLX 33007
Delias
Divita
E51.257
Hermon
Kerdous
Overlord
Sevilla
Stabilis
Gemiddelde
1=
9=
bladmassa
bladgrootte
8,0
7,0
7,0
7,0
7,5
7,0
7,0
7,0
7,0
7,2
weinig
8,0
7,0
7,0
7,0
7,0
8,0
7,0
8,0
7,0
7,3
klein
veel
groot
Koolkenmerken
groeiwijze
uniformiteit
vorm
kleur
vastheid
grofheid
schift
losse gekloven
bloemhoofdjes
7,0
8,0
7,0
8,0
7,0
8,0
6,0
8,0
7,5
8,0
6,0
8,0
6,5
7,5
7,0
8,0
7,0
8,0
6,8
7,9
open heterogroei
geen
gesloten uniform
7,1
6,6
7,0
7,3
6,5
7,2
7,6
7,6
7,7
7,2
platovaal
hoogrond
7,8
7,7
7,5
7,7
7,7
7,9
8,1
7,8
8,0
7,8
geel
8,1
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
8,0
los
7,4
6,7
7,5
6,3
6,7
6,9
7,8
6,9
7,5
7,1
grof
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
veel
7,5
7,8
8,0
8,0
7,5
7,6
8,4
8,2
8,3
7,9
veel
wit
vast/
gesloten
fijn
geen
geen
holle
stammen
doorwas
8,9
8,6
9,0
9,0
8,8
9,0
9,0
8,9
9,0
8,9
veel
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
veel
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
veel
geen
geen
geen
ten moeten dus eerder demonstratief worden
benaderd.
Rassenbespreking
De bespreking gebeurt in volgorde van vroegheid.
Divita (Rijk Zwaan): 68 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas. Iets plattere
kool. Hoogste percentage Flandria-kwaliteit.
E51.257 (Enza): 71 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas met bleke en
effen bladeren. Dit ras heeft een meer open
groei en een iets grovere kool. Matig percentage hartloze planten.
Delias (Enza): 73 groeidagen. Heel goed ogend
en heel uniform gewas met effen bladeren.
Iets plattere en soms wat gekloven kool met
iets lossere onderste krans. Matig percentage
boorders en vreemde planten.
Kerdous (Seminis): 74 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas met donkere,
grote en sterk gekrulde bladeren. Vertoont een
meer open groei. Matig percentage boorders
en ongroeizame planten.
CLX 33007 (Clause): 75 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas met veel en gro-
Tabel 3. - Opbrengstgegevens
Ras
CLX 33007
Delias
Divita
E51.257
Hermon
Kerdous
Overlord
Sevilla
Stabilis
Gemiddelde
50 % oogst
(dagen na
planten)
Oogstspreiding
(dagen)
Aantal
oogstbeurten
75
73
68
71
76
74
88
77
81
76
12
8
3
6
9
10
9
9
10
8
5
4
2
3
5
5
4
5
5
4
(1) Opbrengst marktbare bloemkool (klasse : Extra, I, II en III).
| 20 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Stuk-gewicht
(g/kool) (1)
963
998
1.001
1.043
1.155
1.140
1.336
1.071
1.286
1.110
Sortering naar aantal (%)
marktbaar
niet marktbaar
Extra
I
II
III
rot
boorders
hartloos
ongroeizaam
afgestorven
vreemde
plant
18,1
12,5
63,9
47,2
45,8
69,4
75,0
40,3
66,7
48,8
29,2
44,4
33,3
38,9
27,8
22,2
18,1
26,4
13,9
28,2
20,8
29,2
0,0
11,1
13,9
2,8
1,4
12,5
11,1
11,4
16,7
8,3
2,8
0,0
6,9
0,0
4,2
9,7
5,6
6,0
5,6
0,0
0,0
0,0
2,8
0,0
0,0
0,0
0,0
0,9
4,2
2,8
0,0
0,0
1,4
2,8
0,0
4,2
0,0
1,7
5,6
0,0
0,0
2,8
0,0
0,0
0,0
4,2
0,0
1,4
5,6
0,0
0,0
0,0
2,8
0,0
0,0
0,0
0,0
0,9
0,0
0,0
0,0
0,0
1,4
2,8
1,4
2,8
0,0
0,9
0,0
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,2
Vollegrond
Rassenproef zomerbloemkool industrie (eerste vrucht) 2012
Toch goede opbrengst na
moeizame start
In deze rassenproeven onderzochten we de gebruikswaarde van
diverse bloemkoolrassen voor een zomerteelt voor aanvoer in roosjes
aan de verwerkende industrie. De belangrijkste kenmerken in dit segment zijn de vlotte groei, de productie, de roossortering en -kwaliteit
(vorm en vastheid), een zo kort mogelijk oogsttraject en gewaskenmerken zoals zelfdekkendheid, gevoeligheden voor ziekten en andere
aandoeningen.
te bladeren. Kool soms lichtjes gekloven. Hoog
percentage boorders en rotte, ongroeizame en
hartloze planten. Laagste opbrengst, laagste
stukgewicht en laagste percentage Flandriakwaliteit.
Hermon (Seminis): 76 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas met iets meer
bladeren. Vertoont een iets meer gesloten
groei. Iets plattere, soms wat gekloven kool.
Matig percentage boorders, rotte, ongroeizame en afgestorven planten.
Sevilla (Bejo): 77 groeidagen. Tamelijk goed
ogend en heel uniform gewas met grote en
donkere bladeren. Mooi hoogronde, soms wat
gekloven kool met weinig losse bloemhoofdjes.
Hoog percentage boorders en hartloze planten.
Matig percentage afgestorven planten.
Stabilis (Rijk Zwaan): 81 groeidagen. Heel goed
ogend en heel uniform gewas met donkere
bladeren. Mooi hoogronde en witte kool met
weinig losse bloemhoofdjes.
Overlord (Clause): 88 groeidagen. Goed ogend
en uniform gewas met iets donkere bladeren. Vertoont een iets meer open groei. Mooi
hoogronde, witte en fijne kool met weinig
losse bloemhoofdjes. Meest vaste onderste
krans. Matig percentage afgestorven planten.
Hoog percentage Flandria-kwaliteit en hoogste
stukgewicht.
Proefopzet en teeltverloop
De proef in Hooglede kon door de aanhoudende regen van half april tot half mei pas laat (op
17 mei) worden uitgeplant. Dat gebeurde op
een zandleembodem met als voorvrucht aardappelen gevolgd door raaigras waarvan één
snede werd gemaaid en afgevoerd. De klimatologische omstandigheden waren voor deze
teeltperiode na het planten redelijk gunstig.
De twee laatste rassen konden niet worden geoogst omdat er geen mogelijkheid was om te
beregenen. Door het inzetten van vogelafweer
kon voorkomen worden dat de kolen door
houtduiven werden aangevreten. De proef
werd tijdelijk afgedekt met netten.
De proef van het PCG in Aalter-Poeke werd
gezaaid op 16 februari en ook pas geplant op
22 mei, ruim vijf weken later dan voorzien. Enkel de vroegste planting van de eerste vrucht
kon op de proeflocatie tijdig –nog net voor de
regen– worden geplant. Deze proef heeft dus
lang op het bedrijf gestaan waardoor bij de
meeste rassen sletige en oude planten werden
geplant. Het plantmateriaal werd behandeld
tegen koolvlieg en valse meeldauw en verschillende keren bijbemest met kalknitraat of
potasnitraat. Na het uitplanten zijn de omstanTabel 1. - Proefopzet
Besluit
Door de vele neerslag in het voorjaar verliep
de proef in moeilijke omstandigheden. Dit is te
merken aan het laag gemiddelde stukgewicht
(1.110 gram). Gezien deze omstandigheden is
het niet aangewezen om één of meerdere rassen uit deze proef naar voor te schuiven.
L. Vanquickenborne & D. Callens
Inagro, Rumbeke - Beitem
Proefnemer
PCG
Inagro
Proeflocatie
Poeke
Hooglede
Grondtype
leem
zandleem
Voorvrucht
uien
aardappelen en raaigras
(eerste snede geoogst)
Zaaidatum
16/2/2012 (trays)
23/2/2012 (trays)
Plantdatum
22/5/2012
17/5/2012
Plantafstand
70 cm x 43 cm
60 cm x 60 cm
Oogstdatum
26/7 tot 17/8/2012
1/8 tot 28/8/2012
Herhalingen
3
3
Aantal rassen
13
13
digheden goed geweest en verliep de teelt vrij
normaal. Er werd beregend voor de oogst maar
voor de vroegste rassen in deze proef werd er
waarschijnlijk net te laat gestart waardoor de
kwaliteit iets minder was. De oogstperiode
was lang voor de hele proef en voor de latere
rassen werd er tussendoor nog bijbemest.
Rassenbespreking
De rassen worden besproken in volgorde van
hun vroegheid (gemiddelde genomen over de
twee proeflocaties).
SK4-618 (Sakata): 73 groeidagen (ras enkel op
het PCG). Slecht ogend en weinig uniform gewas met weinig en openstaande bladeren. Weinig zelfdekkend. Minder witte, minder vaste en
bonkige kool, gevoelig voor schift en gekloven
kolen met veel holle stammen. Graterige onderzijde en gevoelig voor roodverkleuring. Eerder moeilijk te snijden. Hoge opbrengst.
P254 (Gautier): 74 groeidagen. Goed ogend
en matig uniform gewas met weinig talrijke en
openstaande bladeren, matig zelfdekkend. Minder witte maar vaste kool met vaste onderste
krans, gevoelig voor kloven en holle stronken.
Moeilijk te snijden. Gemiddelde opbrengst.
Fortaleza (Seminis): 75 groeidagen. Minder
goed ogend en matig uniform gewas met eerder kleine bladeren. Hoogronde, vrij witte en
matig vaste kool met vaste onderste krans.
Vaste roosjes met korte steel. Gemiddelde opbrengst in Hooglede maar laagste opbrengst
op het PCG.
Balboa (Bejo): 76 groeidagen. Goed ogend en
uniform gewas met gemiddelde bladmassa
en matig zelfdekkend. Iets plattere, vrij witte,
vaste en iets bonkerige kool. Harde en vaste
roosjes met een iets groenere inwendige kleur.
Gemiddelde opbrengst.
Moby Dick (Clause): 76 groeidagen. Goed
ogend en uniform gewas met veel en grote
| 21 |
Seoul
Raoul (1)
Raoul (1)
SK4-618
< 4 cm
Seoul
4-6 cm
SK4-618
< 4 cm
Seoul
Raoul
P254
Seoul
P254
P254
Moby Dick
Moby Dick
Moby Dick
Liberty
2-4 cm
4-6 cm
P254
Liberty
Fortaleza
Fortaleza
6-8 cm
bladeren. Matig zelfdekkend. Kool met vrij veel
losse bloemhoofdjes. Minder mooi gevormde
en minder vaste onderste krans met korte
roosstelen. Gemiddelde opbrengst.
David (Syngenta): 77 groeidagen. Goed ogend
en uniform gewas met gemiddelde bladmassa.
Goed zelfdekkend. Vaste kool met vaste onderste krans en roosjes met een iets groenere inwendige kleur. Gemiddelde opbrengst.
Liberty (Clause): 77 groeidagen. Goed ogend
en uniform gewas met grote bladeren. Vrij witte en eerder bonkige kool met vrij veel losse
bloemhoofdjes en wat schift. Roosjes van gemiddelde kwaliteit. Gemiddelde opbrengst.
Bejo 2841 (Bejo): 79 groeidagen. Goed ogend
en uniform gewas met gemiddelde bladmassa.
Goed zelfdekkend. Vrij hoogronde, gemiddeld
vaste en weinig bonkige kool. Roosjes van gemiddelde kwaliteit. Gemiddelde opbrengst.
Cercy (Rijk Zwaan): 79 groeidagen. Goed
ogend, uniform gewas met gemiddelde bladmassa en bladgrootte. Vrij witte, mooi gevormde en vaste kool. Minder harde roosjes
en iets minder mooi gevormde onderste krans.
Gemiddelde opbrengst.
Seoul (Nickerson-Zwaan): 79 groeidagen. Zeer
goed ogend en uniform gewas met talrijke en
grote bladeren. Mooi witte en vaste kool met
vaste onderste krans. Weinig holle stronken.
Harde en vaste roosjes met mooie inwendige
kleur. Hoogste opbrengst bij Inagro en gemiddelde opbrengst op het PCG.
Clarina (Syngenta): 82 groeidagen. Goed
ogend en uniform gewas, goed zelfdekkend.
Vrij hoogronde, effen, witte en gemiddeld vaste kool met vaste onderste krans. Roosjes met
langere stelen. Gemiddelde opbrengst.
2-4 cm
Raoul
Liberty
Liberty
Fortaleza
Fortaleza
Faraday
Faraday
David
David
Clarina
Cercy
Cercy
Clarina
Bejo 2841
Bejo 2841
afval > 8 cm
6-8 cm
Moby Dick
David
David
Karnak (1)
Clarina
Clarina
Karnak (1)
Cercy
Cercy
Freebel
Bejo 2841
Bejo 2841
Freebel
Balboa
Balboa
afval > 8 cm
Balboa
90
80
70
60
100
50
90
40
80
30
70
20
60
10
500
40
30
20
10
0
Balboa
Roosjes (gewichts%)
Roosjes (gewichts%)
Roosjes (gewichts%)
Roosjes (gewichts%)
100
90
> 8 cm
6-8 cm
4-6 cm
80
70
60
100
50
90
40
> 8 cm
6-8 cm
4-6 cm
80
30
70
20
60
10
500
40
30
20
10
Figuur 1. - Roossortering
Inagro (verhouding naar gewichts%)
0
(1) deze 100
rassen hadden een te lange groeiduur en werden niet geoogst
Figuur 2. - Roossortering PCG (verhouding naar gewichts%)
Tabel 2. - Gewas-, kool- en rooskenmerken (gemiddelden van Inagro en PCG)
Ras
Gewaskenmerken
Balboa
Bejo 2841
Cercy
Clarina
David
Faraday
Fortaleza
Freebel
Karnak
Liberty
Moby Dick
P254
Raoul
Seoul
SK4-618
Gemiddelde
1=
9=
| 22 |
bladmassa
uniformiteit
zelfdekkendheid
6,7
6,9
6,7
6,7
6,9
7,3
6,8
6,9
7,1
7,1
7,5
5,9
7,1
7,3
4,9
6,8
weinig
veel
7,0
7,4
7,2
7,3
7,1
7,7
6,9
7,3
7,5
7,4
7,3
6,3
7,5
7,5
5,9
7,1
slecht
goed
6,7
7,2
6,8
7,1
7,2
7,2
6,4
7,1
4,9
6,9
6,4
6,2
6,6
6,9
5,7
6,6
slecht
goed
Koolkenmerken
groeiwijze
vorm
6,5
6,7
6,5
7,5
6,6
7,7
6,6
7,7
6,8
7,0
6,8
6,8
6,5
8,0
6,8
7,5
7,1
6,5
7,0
6,7
7,0
5,4
7,3
7,0
7,3
6,8
7,2
5,3
5,8
6,5
7,2
open platovaal
gesloten hoogrond
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Rooskenmerken
kleur
vastheid
vastheid
onderste
krans
bonkigheid
losse
bloemhoofdjes
(Inagro)
gekloven
holle
stronken
schift
vorm
onderste
krans
7,1
6,9
7,1
7,3
6,8
7,0
7,1
7,2
7,2
6,8
6,6
7,5
7,7
6,0
7,0
geel
wit
7,7
7,3
7,7
7,6
7,8
7,2
7,3
7,5
7,6
7,5
7,9
7,5
7,7
7,2
7,5
los
vast
7,7
7,6
7,3
8,3
8,1
5,9
8,4
8,2
7,6
6,4
8,1
8,1
8,4
7,5
7,7
los
vast
7,0
8,0
7,4
8,2
7,6
7,2
7,7
7,4
6,8
7,4
7,7
7,2
7,7
5,9
7,4
sterk
weinig
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
9,0
7,7
7,2
9,0
9,0
8,7
veel
geen
9,0
9,0
9,0
8,8
9,0
7,7
9,0
8,6
9,0
9,0
7,6
8,9
8,7
5,2
8,5
veel
geen
8,7
9,0
8,7
9,0
9,0
8,7
9,0
8,6
9,0
9,0
7,8
8,5
8,8
4,9
8,5
veel
geen
8,7
9,0
9,0
9,0
9,0
9,2
8,7
8,8
8,3
8,0
9,0
8,5
9,0
7,5
8,7
veel
geen
7,8
7,8
7,3
8,3
7,7
7,5
8,5
7,5
6,8
8,0
8,5
7,8
slecht
goed
steellengte inwendige
kleur
7,2
7,2
7,1
6,9
7,3
6,8
7,4
7,2
7,2
7,4
7,0
7,3
7,2
7,2
7,2
lang
kort
6,5
6,7
6,9
6,7
6,6
6,9
7,1
7,1
6,9
6,7
6,9
7,9
7,4
6,9
7,0
Groen
wit
hardheid
losse
roosjes
8,0
7,5
7,0
7,7
7,5
7,5
7,3
7,3
7,7
7,8
8,0
7,6
zacht
hard
7,8
7,3
7,2
7,5
7,2
7,8
7,3
7,2
7,2
7,3
7,8
7,4
los
vast
Tabel 3. - Opbrengstgegevens Inagro. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant
verschillend.
Ras
Bolproductie
(ton/ha) (1)
Roosproductie
(ton/ha) (2)
Stukgewicht bol
(gram) (1)
Balboa
31,0 a
28,6 bc
1.166 a
Stukgewicht
roosjes (gram) (2)
Oogst
(%)
Vroegheid
(50% oogst)
(dagen na planten)
Oogstspreiding
(0 - 95%)
(dagen)
1.029
96
82
17
Bejo 2841
31,6 a
29,8 abc
1.206 a
1.071
94
89
18
Cercy
31,0 a
29,8 abc
1.186 a
1.073
94
89
21
Clarina
29,5 a
27,8 c
1.147 a
1.002
93
90
19
David
30,6 a
27,3 c
1.158 a
982
95
85
20
Fortaleza
29,9 a
28,7 bc
1.165 a
1.032
93
83
14
Freebel
28,0 a
31,4 ab
1.183 a
1.131
85
92
22
Karnak (3)
-
-
-
-
-
-
-
Liberty
32,3 a
28,7 bc
1.192 a
1.035
98
87
20
Moby Dick
31,2 a
27,7 c
1.199 a
997
93
82
12
P254
32,0 a
30,1 abc
1.202 a
1.083
96
84
19
Raoul
-
-
-
-
-
-
-
Seoul
32,1 a
32,4 a
1.194 a
1.167
97
89
23
Gemiddelde
30,8
29,3
1.182
1.054
94
86
17
(3)
(1) Behaalde opbrengsten op volledig veldje; (2) Behaalde opbrengsten op de 10 versneden kolen; (3) Deze rassen hadden een te lange
groeiduur en werden niet geoogst
Tabel 4. - Opbrengstgegevens PCG.
Ras
Bolproductie
Roosproductie
(ton/ha -20%) (1) (ton/ha -20%) (1)
Stukgewicht bol
(gram) (1)
Stukgewicht
roosjes (gram)
Oogst
(%)
Vroegheid
(50% oogst)
(dagen na
planten)
Oogstspreiding
(0-90%)
(dagen)
1.039
916
98
69
5
11
Balboa
26,4
23,3
Bejo 2841
23,4
21,0
952
856
97
69
Cercy RZ
25,7
22,7
1.030
909
98
69
9
Clarina
24,3
21,7
998
889
95
73
8
David
26,1
22,9
1.043
915
99
69
5
Faraday
24,0
21,3
1.013
897
95
74
13
Fortaleza
23,4
20,9
944
841
98
67
4
Liberty
25,6
22,7
1.050
933
96
68
7
Moby Dick
25,9
23,2
1.029
920
98
69
5
P254
25,5
22,9
1.046
939
96
65
4
Raoul
25,5
23,1
1.024
928
98
77
15
Seoul
25,6
22,6
1.025
906
98
69
11
SK4-618
28,1
25,2
1.132
1.016
98
65
3
Gemiddelde
25,4
22,6
1.025
913
97
69
8
(1) Er werden voor de opbrengstgegevens geen significante verschillen tussen de rassen vastgesteld.
Faraday (Syngenta): 83 groeidagen (ras enkel
op het PCG). Goed ogend, uniform en goed
zelfdekkend gewas. Vrij witte maar minder vaste kool, licht gevoelig voor doorwas en kloven.
Minder harde en onderaan meer losse roosjes
met langere steellengte. Lage opbrengst.
Freebel (Seminis): 83 groeidagen (ras enkel op
Inagro). Goed ogend en uniform gewas met
zeer donkere en grote bladeren. Vrij witte kool
met vaste en zeer mooi gevormde onderste
krans. Hoog percentage boorders en ongroeizame planten. Laagste oogstbaar percentage.
Gemiddelde opbrengst.
Raoul (Nickerson-Zwaan): 86 groeidagen (enkel op het PCG, niet geoogst op Inagro). Goed
ogend en uniform gewas met opgerichte bladeren. Mooie witte en gemiddeld vaste kool
met vaste onderste krans en weinig losse
onderste roosjes. Vrij korte roossteeltjes. Vrij
hoge opbrengst.
Karnak (Sakata): niet geoogst (ras enkel in proef
op Inagro). Zeer goed ogend en uniform gewas
met veel en zeer grote bladeren. Sterk opgerichte groeiwijze maar zeer slecht zelfdekkend.
Besluit
Op beide plaatsen kon door de aanhoudende
neerslag de eerste vrucht bloemkool pas een
zestal weken later dan voorzien worden uitgeplant, zodat werd vertrokken met vrij oud
plantmateriaal. Ondanks deze minder goede
start, werd toch een goede gewasontwikkeling
bekomen. Ondanks de vroegere plantdatum
in Hooglede, kwam de oogst op deze locatie
toch nog een tweetal weken later op gang dan
in Poeke. In Hooglede was ook de oogstduur
beduidend langer.
De vroegste rassen SK4-168 en P254 vielen
naar kwaliteit en oogstgemak wat tegen. Fortaleza en David scoorden met hun vrij goed
gevormde en vaste onderste krans van roosjes
kwalitatief zeer goed. De opbrengst van Fortaleza viel in Poeke wat tegen. Moby Dick en
Liberty scoorden gemiddeld.
Bij de halfvroege rassen scoorde vooral Seoul
op beide locaties zeer goed: dit ras combineerde een goede opbrengst met zeer
mooi gevormde, vaste en harde roosjes. Ook
Bejo 2841 en Cercy waren productief maar de
rooskwaliteit scoorde iets minder goed.
Bij de latere rassen scoorden Freebel en Clarina
eveneens zeer goed naar zowel opbrengst als
rooskwaliteit. Raoul en Karnak lijken beloftevol
maar hebben wel beduidend meer groeidagen
nodig.
D. Callens & L. Vanquickenborne
Inagro, Rumbeke-Beitem
R. Winnepeninckx & L. De Reycke
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
| 23 |
Vollegrond
Vergelijking opkweekmethodes voor vroege en zomerteelt prei
Trayplanten sneller en sterker
Bij de teelt van de vroegste prei is een snelle weggroei met een goede productie en een goede kwaliteit
van belang. Het plantmateriaal kan vanaf de start een belangrijk verschil maken bij de weggroei en zo
een vervroeging van de teelt geven. Voor de vroegste teelten wordt er in Vlaanderen naast de binnenlandse serreplanten al meerdere jaren gebruik gemaakt van losse planten opgekweekt in het buitenland,
vooral in Portugal en Marokko.
Proefopzet en teeltverloop
Op het PCG werden in 2012 twee proeven
aangelegd waarin plantmateriaal werd vergeleken. In een eerste proef werden losse serreplanten opgekweekt in België vergeleken
met losse planten opgekweekt in Marokko en
trayplanten opgekweekt in Spanje. Deze proef
werd uitgevoerd met de variëteiten Krypton en
Megaton.
Tabel 1. - Overzicht van de objecten
Variëteit
Planttype
Herkomst – opkweek
Vroege teelt (proef 1)
Krypton
Megaton
losse plant
België - Depraeter – serre
losse plant
Marokko – Lenders – Via Depraeter
trayplant
Spanje – Babyplants
losse plant
België – Depraeter – serre
trayplant
Spanje – Babyplants
Late zomerteelt (proef 2)
Krypton
Megaton
losse plant
België – Depraeter – serre
trayplant 459
Spanje – Babyplants
trayplant 322
Spanje – Babyplants
losse plant
België – Depraeter – serre
trayplant 459
Spanje – Babyplants
trayplant 322
Spanje – Babyplants
Of buitenlandse trayplanten nog voordelen
kunnen bieden in een latere zomerteelt werd
in een tweede proef onderzocht. Hiervoor
werden de traymaten T459 en T322 vergeleken met binnenlandse losse serreplanten bij
de rassen Krypton en Megaton.
Het groeiseizoen van 2012 verliep behoorlijk
moeilijk. In de maanden april, juni en begin juli
viel er veel neerslag, zeker in het westen van
Vlaanderen. Veel vroege prei heeft in 2012
vroegtijdig schot vertoond door de moeilijke
groeiomstandigheden. Bij het interpreteren
van de resultaten moet hiermee rekening worden gehouden.
Tabel 2. - Teeltverloop
Vroege teelt (proef 1)
Late zomerteelt (proef 2)
Plantdatum
28/3/2012
4/5/2012
Agryldoek leggen
29/3/2012
Agryldoek verwijderen
8/5/2012
Oogstdatum
13/7/2012
31/8/2012
3 rijen/gewent
40 cm x 10,9 cm
3 rijen/gewent
40 cm x 10,9 cm
pH en % C
6,5 en 2,1
5,9 en 1,9
Grondsoort
zand
zand
Plantspecificaties
Krypton in de vroege teelt op 25 juni 2012: serreplanten (links), Marokkaanse losse planten (midden) en Spaanse trayplanten (rechts)
| 24 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Resultaten
Vroege teelt
De prei in de vroege teelt werd afgedekt met
vliesdoek om extra vervroeging te krijgen. Bij
het planten bleken de serreplanten nog te fijn
te zijn. De buitenlandse planten waren duidelijk groter en steviger en hadden een groot
wortelvolume, zowel de losse planten als de
planten in tray. De wortels van de buitenlandse
losse planten waren redelijk lang terwijl de in
tray opgekweekte planten vooral dikke wortels
hadden. De trayplanten werden los aangeleverd en zaten lichtjes krom in de doos. Ze waren in Spanje uit de trays gehaald.
De trayplanten scoorden het best. Ze zorgden
voor een snellere groei met een hogere productie. De serreplanten gaven een lagere opbrengst. De buitenlandse losse planten gaven
een hogere opbrengst dan de serreplanten
en scoorden ook op kwaliteit beter. Er waren
geen verschillen in lengte wit. De prei van alle
buitenlandse planten had een langere schacht.
Late zomerteelt
De prei in deze proef kende een goede weggroei en een normaal groeiverloop. Ook voor
deze teeltperiode waren de planten lichtjes
Opbrengst
(ton/ha)
Opbrengst
(ton/ha)
50
45
50
40
45
35
40
30
35
25
30
20
25
15
20
10
15
5
10
05
Krypton
0 serreplanten
Krypton
losse
wortel
serreplanten
losse wortel
+4 cm
+4
3-4cm
cm
3-4 cm
cm
2-3
-22-3
cmcm
-2 cm
Krypton
Krypton
Marokkaanse trayplanten
Krypton
losse planten Krypton
Marokkaanse trayplanten
losse planten
Megaton
Megaton
serreplanten trayplanten
Megaton
losse wortel Megaton
serreplanten trayplanten
losse wortel
Figuur 1. - Opbrengst en sortering vroege teelt
80
Opbrengst
(ton/ha)
Opbrengst
(ton/ha)
80
70
70
60
60
50
+4 cm
3-4
cm
+4 cm
50
40
3-4 cm
cm
2-3
-2 cm
2-3
cm
40
30
30
20
-2 cm
20
10
10
0
Krypton Krypton Tray Krypton Tray
0 serreplanten
459
322
Krypton
losse
wortel Krypton Tray Krypton Tray
serreplanten
459
322
losse wortel
Megaton
serreplanten
Megaton
losse
wortel
serreplanten
losse wortel
Megaton Megaton
Tray 459 Tray 322
Megaton Megaton
Tray 459 Tray 322
Figuur 2. - Opbrengst en sortering zomerteelt
Tabel 3. - Gewasbeoordeling vroege teelt. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant
verschillend.
Object
Krypton serreplanten losse wortel
Uniformiteit
Bladkleur
Bladinplanting
Internodium
Vastheid schacht
Lengte overgang
(cm)
6,0 b
4,0 b
6,2 b
7,5 a
6,0 b
6,1 b
Krypton Marokkaanse losse planten
7,3 ab
7,0 a
7,2 ab
5,7 b
7,5 ab
7,7 ab
Krypton trayplanten
8,4 a
7,3 a
7,3 ab
6,3 b
8,5 a
8,6 ab
Megaton serreplanten losse wortel
6,3 ab
7,2 a
8,0 a
7,2 a
7,0 ab
6,6 b
Megaton trayplanten
7,9 ab
7,7 a
6,5 ab
6,0 b
6,8 ab
11,9 a
7,2
6,6
7,0
6,5
7,2
1=
heterogeen
bleek
vlak
lang
zacht
9=
uniform
donker
opgericht
kort
vast
Gemiddelde
8,2
Tabel 4. - Gewasbeoordeling zomerteelt. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Object
Uniformiteit
Bladkleur
Bladstand
Sleet
Krypton serreplanten losse wortel
6,5 b
7,5 a
7,3 a
6,2
5,8 c
7,8 a
Krypton Tray 459
7,8 ab
7,3 a
7,0 ab
6,0
7,8 ab
7,3 ab
Krypton Tray 322
7,7 ab
6,7 ab
7,3 a
5,8
8,0 ab
7,6 ab
Megaton serreplanten losse wortel
6,8 b
6,2 ab
6,5 bc
7,0
7,0 b
6,7 b
Megaton Tray 459
7,2 ab
6,5 ab
6,8 abc
6,5
8,0 ab
6,8 ab
Megaton Tray 322
8,5 a
5,2 b
6,3 c
6,0
8,6 a
7,3 ab
Gemiddelde
Gewasvolume
Schoningsgemak
6,9
7,0
7,0
6,5
6,7
6,8
1=
heterogeen
bleek
neerhangend
veel
klein
slecht
9=
uniform
donker
opgericht
geen
groot
goed
krom, wat het planten wat bemoeilijkte. In de
objecten met de snelst groeiende prei (trays)
bleek het oogstmoment te laat. Voor de bepaling van het oogsttijdstip werd gekeken naar
de referentie, namelijk de binnenlandse serreplanten.
In deze proef bleek dat Spaanse trayplanten,
in vergelijking met Belgische serreplanten, ook
voor een late zomerteelt voordelen kunnen
opleveren. De vervroeging, of productieverhoging op dezelfde oogstdatum, en het uniformer gewas zijn voornamelijk te wijten aan
de snelle weggroei na het planten. De grootste
traymaat gaf een hogere opbrengst en een grovere sortering dan de kleinere traymaat.
Of trayplanten voor de late zomerteelt een
meerwaarde kunnen geven ten opzichte van
buitenlandse planten met losse wortel dient in
volgende proeven te worden bevestigd.
De grootste traymaat is moeilijk te planten in
ponsgaten van 28-32 mm. Het is wenselijk om
ponspinnen met een grotere diameter of een
kleinere traymaat te gebruiken. Of trayplanten
makkelijk te planten zijn met een schijvenplanter (zoals Gregoire) moet ook nog worden onderzocht.
Besluit
Spaanse trayplanten gaven in het moeilijke
teeltjaar 2012 een goed resultaat. Ook de
Marokkaanse losse planten scoorden in de gegeven teeltomstandigheden redelijk goed en
beter dan de serreplanten. Het gaat om resultaten van een eerste, nat en weinig groeizaam
proefjaar. Deze resultaten moeten zeker nog
worden bevestigd. In 2013 zal een proef aangelegd worden waarin meerdere planten van
verschillende herkomst, zowel trayplanten als
losse planten met elkaar worden vergeleken.
R. Winnepeninckx
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
Info - Het volledige proefverslag verschijnt binnenkort op
www.proefcentrum-kruishoutem.be.
| 25 |
Vollegrond
Rassenbespreking
Krypton (Nunhems): stond mooi uniform op
het veld met een sterk opgericht en donker gewas. Dit ras schoonde vlot en vertoonde weinig bladbreuk. De lengte van de overgang bleef
beperkt en de houdbaarheid was goed. Goede
opbrengst en hoogste percentage Flandria.
Striker (Bejo): was voldoende uniform. Het
gewas was een beetje neerhangend met een
voldoende donkere bladkleur. Schoonde goed
maar vertoonde toch vrij veel bladbreuk. De
overgangskleur was kort. Opvallend was de
betere houdbaarheid. Hoogste opbrengst in
deze proef.
Duraton (Nunhems): was het minst uniform in
deze proef en vormde een vrij neerhangend
gewas. De schacht was vrij lang en had een vrij
lange overgang. Goede opbrengst.
Volta (Seminis): was mooi uniform en voldoende donker met een goed opgericht gewas. De
schakeling was groot wat een langere overgang
en iets minder Flandria-kwaliteit opleverde.
Goede opbrengst.
Rassenproef vroege teelt prei 2012
Weinig verschillen
Voor de vroegste teelten prei is het van belang om voor snelgroeiende variëteiten te kiezen welke over goede productkwaliteiten
en een goede schottolerantie beschikken. Voor deze proef werden
buitenlandse planten met losse wortel gebruikt.
40
35
Proeflocatie
PCG - Kruishoutem
Bodemtype
zand
pH en % C
6,1 en 2,1
Plantafstand
3 rijen per gewent, 10,9 cm in de rij
Zaaidatum
onbekend, opkweek Marokko
Plantdatum
28/3/2012
Agryldoek leggen
29/3/2012
Agryldoek verwijderen
8/5/2012
Oogstdatum
13/7/2012
Opbrengst (ton/ha)
Tabel 1. - Proefopzet en teeltverloop
30
Klasse 2
25
Klasse 1
20
Flandria
15
10
5
0
Krypton
Striker
Duraton
Volta
Figuur 1. - Opbrengst en kwaliteitssortering
Tabel 2. - Gewas- en productkenmerken. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Uniformiteit
Kleur blad
Bladstand
Sleet
Bladinplanting
Internodium
Schoningsgemak
Bladbreuk
Knobbelvorming
Houdbaarheid
Lengte schacht
(cm)
Krypton
7,3 a
7,0
7,8 a
8,3
7,2
5,7 ab
7,0
7,7
8,4
6,7 ab
27,2
7,7 b
5,3
Striker
6,0 b
6,4
6,0 b
8,2
6,0
6,7 a
5,8
5,5
7,8
8,0 a
27,1
6,3 b
4,1
Duraton
5,8 b
5,8
6,3 b
8,5
6,8
4,3 ab
5,5
6,3
8,0
7,0 ab
30,1
9,0 ab
1,7
Volta
7,2 a
5,8
7,5 a
8,3
6,5
3,0 b
6,3
6,5
7,3
6,0 b
29,2
11,6 a
3,4
28,4
8,6
3,6
6,6
6,3
6,9
8,3
6,6
4,9
6,2
6,5
7,9
6,9
1=
Gemiddelde
heterogeen
bleek
neerhangend
veel
vlak
verlengd
slecht
veel
veel
slecht
9=
uniform
donker
opgericht
geen
steil
kort
goed
geen
geen
goed
Besluit
De verschillen in deze proef zijn klein en alle
opgenomen rassen voldoen voor deze teeltperiode. De opbrengsten lagen dicht bij elkaar. Er
werden geen statistische verschillen tussen de
rassen waargenomen. In de praktijk liggen de
opbrengsten meestal een stuk hoger doordat
| 26 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
er dichter wordt geplant. Voor deze vroege
teelt was het beter geweest om vier in plaats
van drie rijen per gewent te planten (30 x
10,9 cm in de plaats van nu 40,5 x 10,9 cm). Op
vlak van productkwaliteit was vooral de ruime
schakeling bij een aantal variëteiten opvallend.
Vanwege de uniformiteit, de opgerichte bladstand en de korte overgang komt Krypton als
Lengte overgang
Lengte pit
(cm)
(na doorsnijden)
(cm)
betere naar voor. Striker voldoet goed en valt
daarenboven op door zijn goede houdbaarheid. Volta bleek duidelijk langer en ruimer
geschakeld dan normaal, met als gevolg een
langere overgangskleur.
R. Winnepeninckx
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
Vollegrond
Rassenproef radicchio rosso en suikerbrood vroege teelt 2012
Beperkte rassenkeuze
Leonardo werd in deze proef als standaardras in de teelt van radicchio
rosso vergeleken met het nieuwe ras Lava. In de rassenproef suikerbrood scoorde Virtus beter dan Uranus in deze vroege teelt.
Radicchio rosso
Tabel 1. - Proefopzet en teeltverloop voor de
rassenproef radicchio rosso en suikerbrood
Proeflocatie
PSKW – Sint-Katelijne-Waver
Bodemtype
lemig zand
pH en % C
6,2 en 2,0
Proefplan
blokkenproef in 4 parallellen
Opkweekmethode
5 cm perspot
Plantafstand (cm)
4 rijen per gewent en 32 cm in rij
Leonardo
Zaaidatum
20/2/2012
Plantdatum
14/3/2012
Oogstdatum
8/6/2012
Tabel 2. - Gewaskenmerken radicchio rosso. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn
niet significant verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Uniformiteit
Aantasting smet
Bolrot
5,5 a
6,0 a
4,5 a
Lava
7,0 a
7,0 a
6,0 a
1=
heterogeen
veel
veel
9=
uniform
geen
geen
Tabel 3. - Kropkenmerken radicchio rosso. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant
verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Kleur
Bolgrootte
Bolvorm
Bolvastheid
Graterigheid
onderzijde
Grootte snijvlak
Schot
Leonardo
5,5 b
5,0 b
5,0 b
6,5 b
7,0 a
8,0 a
5,5 a
Lava
7,5 a
7,0 a
8,0 a
7,5 a
7,5 a
7,0 b
5,5 a
1=
bleekgroen
klein
slecht
los
open
groot
lang
9=
donkerrood
groot
goed
vast
gesloten
klein
kort
Rassenbespreking
Leonardo (Bejo): gewas met redelijk grote bollen die vrij vast zijn. Leonardo is iets lichter van
kleur en het snijvlak is opvallend klein. In deze
vroege teelt was er vrij veel wegval door rot.
Lava (Bejo): opvallend donkerrode en grote
bollen. De bol is mooi rond, zeer vast en de onderzijde is mooi gesloten.
Besluit
Bij deze vroege teelt van radicchio rosso werd
met Lava een beter resultaat bekomen dan
met Leonardo. Lava was zwaarder, donkerder
van kleur en toonde iets minder bolrot. Dit resultaat vraagt zeker nog om bevestiging. Vooral
omdat het wat betreft gewicht en bolrot net
omgekeerd is dan bij de late teelt van 2011.
Suikerbrood
Rassenbespreking
Tabel 4. - Oogstgegevens radicchio rosso. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant
verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Gemiddeld
gewicht
(gram/stuk)
Oogstbare
kroppen (%)
Oogstbaar (%)
Wegval (%)
8/6/2012
20/6/2012
schot
rot
Leonardo
263 b
83 a
73 a
27 a
1 a
16 a
Lava
365 a
87 a
77 a
23 a
11 a
2 b
Besluit
Tabel 5. - Gewaskenmerken suikerbrood. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn
niet significant verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Virtus
Uranus
Uniformiteit
Aantasting smet
6,7 a
8,0 a
4,0 b
Tabel 7. - Oogstgegevens suikerbrood.
Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn
niet significant verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
8,0 a
Gemiddeld
gewicht
(gram/stuk)
Oogstbare
kroppen
(%)
vreemd
Wegval (%)
rand
1=
heterogeen
veel
Virtus
697 a
91 a
9,0 a
9,0 a
9=
uniform
geen
Uranus
791 a
70 a
5,0 a
30,0 a
Tabel 6. - Kropkenmerken suikerbrood. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant
verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Virtus (Bejo): zeer uniform gewas met een
mooi gevormde en grote krop. De broek is zeer
mooi gesloten en sterk op inwendig rand.
Uranus (Bejo): duidelijk minder uniform gewas
met een zeer grote krop. Uranus vormde in
deze vroege teelt zeer veel rand. De kroppen
zijn minder mooi gevormd en sterk op schot.
Kleur
Kropgrootte
Kropvorm
Vastheid
Graterigheid
onderzijde
Grootte snijvlak
Schot
Inwendig rand
Virtus
6,0 a
7,0 b
7,0 a
6,0 a
8,0 a
8,0 a
7,0 b
6,0 a
Uranus
7,0 a
8,0 a
4,3 b
6,3 a
6,0 b
8,0 a
8,0 a
3,0 b
1=
bleekgroen
klein
slecht
los
open
groot
lang
veel
9=
donkerrood
groot
goed
vast
gesloten
klein
kort
geen
Suikerbrood (groenlof) wordt geoogst in hoge
veilingbakken. De kroppen moeten vast in een
bak liggen en het aantal stuks varieert van
zes tot twaalf in een bak. In deze vroege teelt
heeft Virtus zeer goed voldaan. Dit ras is zeer
uniform en sterk op inwendig rand. Uranus
daarentegen was duidelijk minder uniform en
vertoonde zeer veel inwendig rand.
L. De Rooster & O. Bes
Proefstation voor de Groenteteelt, Sint-Katelijne-Waver
Deze proeven werd uitgevoerd met de
financiële steun van de Mechelse Veilingen en
de Europese Unie, in het kader van GMO.
| 27 |
Vollegrond
Rassenproef courgette vroege teelt in plastic serre 2012
Bestuivingsproblemen ondermijnen productie
In deze rassenproef wordt de gebruikswaarde nagegaan van de verschillende rassen groene courgette
voor een vroege teelt in een plastic serre voor levering op de verse markt. De belangrijkste parameters
voor dit segment zijn de aanwezigheid van een voldoende aantal mannelijke bloemen, de sterkte tegen
witziekte en uiteraard het aantal vruchten en hun kwaliteit.
Tabel 1. - Proefopzet
Proeflocatie
Rumbeke - Beitem
Grondtype
zandleem
Voorvrucht
braak
Zaaidatum
16/3/2012
Plantdatum
6/4/2012
Plantafstand
145 cm x 69 cm
Oogstdatum
16/5 tot 23/7/2012
Proefopzet en teeltverloop
De opkweek verliep vrij goed. Bij het planten
op 6 april had het gewas al een derde blad.
Op 27 april werd katoenluis vastgesteld. Deze
plaag werd succesvol bestreden met Plenum.
Een week later werden sluipwespen als natuurlijke vijanden ingezet (Aphidus colemani
en Aphidus ervi) die tot het einde van de teelt
goed werk afleverden. De ontwikkeling van het
gewas kwam traag op gang door de minder
gunstige weersomstandigheden. Dat had ook
een duidelijk effect op de ontwikkeling van de
mannelijke bloemen. Hierdoor verliep de bestuiving heel slecht met veel spitse vruchten
en een slechte productie tot gevolg. Pas vanaf
half juni kwam de productie goed op dreef. De
eindproductie was in deze proef dus eerder
aan de lage kant. Witziekte was pas tegen het
einde van de teelt vrij sterk aanwezig.
Tabel 2. - Gewas- en vruchtkenmerken. Gemiddelden gevolgd door dezelfde letter zijn niet significant
verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Aantasting door echte meeldauw
(Erysiphe cichoracearum)
Cora
Cassiopee
L1006
Milos
Mirza
Tosca
Vitulia
Gemiddelde
1=
9=
Rassenbespreking
De bespreking gebeurt alfabetisch.
Cora (Clause): goede gewasstand, weinig zijscheuten in het begin van de teelt. Weinig
10/7/2012
10/8/2012
7,8
8,0
8,0
7,1
7,8
8,2
6,8
7,7
6,0
6,8
6,2
6,3
6,2
6,8
5,8
6,3
abc
ab
ab
bc
abc
a
c
a
a
a
a
a
a
a
veel aantasting
geen aantasting
Steellengte
Bloemlitteken
Kromheid
6,0
5,8
4,4
8,0
5,8
5,4
6,8
6,0
kort
lang
7,0
8,0
6,0
6,0
7,0
7,0
6,0
6,7
groot
klein
8,0
8,0
8,0
7,0
8,0
9,0
6,0
7,7
krom
recht
Tabel 3. - Bloeiverloop van de vrouwelijke en mannelijke bloemen
Ras
Aantal mannelijke bloemen/100 planten
Cora
Cassiopee
L1006
Milos
Mirza
Tosca
Vitulia
Gemiddelde
| 28 |
Aantal vrouwelijke bloemen/100 planten
16/5
23/5
30/5
6/6
13/6
20/6
27/6
4/7
10/7
18/7
16/5
23/5
30/5
6/6
13/6
20/6
27/6
4/7
10/7
18/7
68
8
0
15
36
36
0
23
16
12
8
15
12
24
12
14
8
4
20
25
4
4
60
18
4
0
0
0
0
0
0
1
36
4
4
0
0
4
28
11
16
0
4
5
0
0
16
6
8
12
4
5
8
4
16
8
24
4
0
35
4
28
20
16
20
4
16
15
4
4
20
12
12
0
0
0
8
4
8
5
56
64
48
45
68
72
44
57
44
64
28
85
60
52
60
56
68
56
60
90
52
76
84
69
76
68
96
75
72
68
84
77
60
80
48
95
36
76
92
70
68
80
88
40
92
88
76
76
52
40
52
55
12
40
64
45
44
44
60
85
52
32
52
53
56
44
48
80
60
64
84
62
32
40
24
15
36
28
56
33
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Tabel 4. - Oogstgegevens en vruchtkwaliteit. Gemiddelden gevolgd door dezelfde letter zijn niet
significant verschillend (Duncan, p = 0,05).
Ras
Aantal vruchten (%)
marktbaar
krom
misvormd
te spitse
met een
kleurafwijking
misbloei
groeischeuren
Plukverloop
50% stuks
Opbrengst
(aantal marktbare/are)
Cora
60,2 a
1,1 a
0,4 b
38,4 b
0,0
0,0
0,0
27/6
2.103 c
Cassiopee
57,3 a
0,1 b
0,5 b
42,2 b
0,0
0,0
0,0
29/6
2.459 a
L1006
56,0 a
0,0 b
1,8 a
42,0 b
0,0
0,2
0,0
29/6
2.351 ab
Milos
47,2 b
0,0 b
0,5 b
52,3 a
0,0
0,0
0,0
3/7
2.019 c
Mirza
50,2 b
0,1 b
0,6 b
49,1 a
0,0
0,0
0,0
1/7
1.979 c
Tosca
60,1 a
0,0 b
0,7 b
39,1 b
0,0
0,1
0,1
27/6
2.191 bc
Vitulia
49,2 b
0,4 b
0,8 ab
49,5 a
0,1
0,0
0,0
3/7
1.959 c
Gemiddelde
54,3
0,2
0,8
44,6
0,0
0,0
0,0
-
gevoelig voor witziekte. Vrij rechte, vrij donkergroene, licht conische, vrij lange en matig
dikke vruchten met weinig versmalling in de
nek en vrij klein bloemlitteken. Vruchtvorm
varieerde naargelang de oogstperiode. Matige
productie, vooral in het eerste kwartaal. Behoorlijk hoog percentage marktbare vruchten.
Significant meer kromme vruchten. Vrij goede
vruchtkwaliteit na bewaring. Goed en vrij regelmatig aanbod mannelijke bloemen.
Cassiopee (Clause): goede gewasstand. Weinig
gevoelig voor witziekte. Vrij rechte, vrij donkergroene, licht conische, vrij lange, matig dikke
vruchten zonder versmalling en klein bloemlitteken. Vrij goede productie. Eerder laag en onregelmatig aantal mannelijke bloemen. Licht
kwaliteitverlies na bewaring.
L1006 (Gautier): goede gewasstand. Weinig
gevoelig voor witziekte. Vrij rechte, vrij donkergroene, bijna cilindrische, matig lange, matig dikke vruchten zonder versmalling en matig
klein bloemlitteken. Eerder korte vruchtstelen.
Vrij goede productie. Eerder laag aanbod mannelijke bloemen.
Milos (Syngenta): goede gewasstand en heel
vegetatief gewas met een opvallend gesloten
kop wat de oogst bemoeilijkte. Nauwelijks zijscheuten. Iets gevoeliger voor witziekte. Lichtjes kromme, vrij donkergroene, vrij conische,
2152
matig lange, eerder smalle vruchten met een
versmalling in de nek en matig klein bloemlitteken en een opvallend langere vruchtsteel.
Matige productie. Vrij goede vruchtkwaliteit
na bewaring. Behoorlijk aanbod mannelijke
bloemen.
Mirza (Clause): behoorlijke gewasstand met typisch gedrongen gewas. Weinig gevoelig voor
witziekte. Donkergroene, vrij rechte, licht conische, matig lange en matig dikke vruchten met
een lichte versmalling in het midden en vrij klein
bloemlitteken. Matige productie. Goede vruchtkwaliteit na één week bewaring. Eerder laag en
onregelmatig aanbod mannelijke bloemen.
Tosca (Clause): iets minder goede gewasstand.
Minst gevoelig voor witziekte. Opvallend rechte, vrij donkergroene, licht conische, eerder
korte en matig dikke vruchten zonder versmalling en vrij klein bloemlitteken. Eerder matige
productie maar wel relatief hoog percentage
marktbare vruchten. Vrij goede vruchtkwaliteit
na bewaring. Vrij onregelmatig en eerder laag
aanbod mannelijke bloemen.
Vitulia (Syngenta): goed ogend gewas met ijle
kop, die de oogst vergemakkelijkt. Gevoeligst
voor witziekte. Iets krommere, minder groene, vrij conische, vrij lange en eerder smalle
vruchten met een versmalling van de nek tot
het midden en matig klein bloemlitteken. Ma-
tige productie. Na bewaring problemen met
huidgladheid en vastheid vruchttop. Behoorlijk
aanbod mannelijke bloemen.
Besluit
De eerste maand van de productie was heel
slecht door een slechte bestuiving en een minder ontwikkeld gewas. Dit was nefast voor de
totale opbrengst van alle rassen. De best producerende rassen waren Cassiopee en L1006,
gevolgd door Tosca. Alle andere rassen gaven
eerder een lage opbrengst. Het aanbod mannelijke bloemen is een belangrijk gegeven voor
de ontwikkeling van mooie vruchten. Vooral
Cora en Vitulia en in minder mate Milos hadden meestal een voldoend aanbod van mannelijke bloemen. De overige rassen hadden
regelmatig onvoldoende mannelijk bloemen.
Vitulia was iets gevoeliger voor witziekte dan
de overige rassen. De kwaliteit van Milos, Mirza en Tosca was na bewaring heel goed, Cassiopee en Vitulia doorstonden de bewaarproef
iets minder goed.
F. Jans & D. Callens
Inagro, Rumbeke-Beitem
Plantenkwekerij DE KOSTER
Plantenkwekerij DE KOSTER - Eeckhoutweg 7, 1785 Brussegem-Merchtem - www.plantenkwekerijdekoster.be - Tel. 02 460 27 87
| 29 |
Vollegrond
Rassenproef prei vroege herfstteelt 2012
Goede opbrengst en kwaliteit
Het aanbod van hybriden voor de vroege herfstteelt van prei is redelijk uitgebreid. De gebruikswaarde
voor levering op de verse markt van nieuwe rassen wordt systematisch uitgetest in veldproeven. Belangrijke parameters voor deze teeltperiode zijn het opbrengstpotentieel in combinatie met de weerstand
tegen gewassleet en bladbreuk bij machinale oogst, het behoud van een donkere bladkleur en het schoningsgemak. Ook de weerstand tegen ziekten en plagen, in deze teeltperiode vooral roest, purpervlekkenziekte en trips, zijn van belang.
Tabel 1. - Proefopzet en teeltverloop
Rassenbespreking
Proefnemer
PCG
PSKW
Inagro
Proeflocatie
Kruishoutem
Sint-Katelijne-Waver
Meulebeke
Grondtype
zand
lemig zand
zandleem
Zaaidatum
16/3/2012
7/3/2012
17/3/2012
in plastic koepelserre
Zaaiplaats
kleine plastic tunnel
in plastic serre
Plantdatum
1/6/2012
7/6/2012
15/6/2012
Plantsysteem
3 rijen per gewent
3 rijen per gewent met Basrijs
schijvenplantmachine
ruggenteelt
Plantafstand
40,5 x 10,9 cm
58 x 11,5 cm
50 cm x 10 cm
Oogstdatum
19/10/2012
parallel 1 en 2 24/9/2012
en parallel 3 30/10/2012
23/10/2012
Aantal blokken
3
3
4
Aantal rassen
11
11
10
De bespreking gebeurt alfabetisch.
Belton (Nunhems): zeer uniform en zeer sterk
opgericht gewas met brede bladeren. Vlot te
pellen schacht met gesloten snijvlak, weinig
knobbel maar gevoelig voor bruine schachtstrepen en lange overgang. Goede houdbaarheid.
Zeer gevoelig voor Fusarium. Sterk tegen roest
en papiervlekkenziekte. Gemiddelde opbrengst.
Callahan (Nickerson-Zwaan): tamelijk uniform
gewas met eerder smalle bladeren en gevoelig
voor bladbreuk. Minder gesloten schacht met
wat knobbel en vlaggen. Minder goed houdbaar.
Zeer gevoelig voor roest. Lagere opbrengst.
Tabel 2. - Voornaamste gewas- en oogstkenmerken op Inagro, PCG en PSKW
Ras
Oorsprong
gegevens(1)
Belton
Callahan
Celcius
Delmas
F91
Krypton
Levis
Mercurian
Poulton
Surfer
Walton
Gemiddelde
1=
9=
Uniformiteit
Bladstand
Bladkleur
1
1
1
7,9
6,9
7,3
7,2
6,2
7,8
7,5
7,3
7,5
7,5
7,8
7,3
heterogeen
uniform
8,1
7,1
6,9
7,2
5,8
7,6
6,9
7,9
6,4
8,0
6,8
7,1
neerhangend
opgericht
Bladbreuk
Gewassleet
Schoningsgemak
Schachtsluiting
Knobbelvorming
Snijvlak
blad
Lengte
schacht
(cm)
Overgang
(cm)
Houdbaarheid
Bladbreedte
Vastheid
1
1
1
2
1
1
1
1
4
5
6,9
7,0
7,0
7,3
6,8
5,8
6,5
7,1
7,9
7,5
8,5
7,1
bleek
7,0
6,0
6,8
7,3
6,8
7,8
7,3
7,8
7,2
7,4
7,4
7,2
veel
7,4
7,4
7,3
7,5
6,8
7,1
7,0
7,4
7,2
7,8
7,7
7,3
veel
7,4
7,0
7,1
5,9
5,5
8,2
7,7
6,4
7,1
6,6
7,3
6,9
slecht
7,4
6,5
7,2
7,4
7,3
7,2
7,2
7,5
6,5
7,5
7,2
7,2
open
7,5
6,5
6,8
6,4
6,2
8,1
7,3
6,8
7,2
7,6
7,8
7,1
knobbel
27,0
25,7
25,1
22,9
25,8
27,2
25,4
24,3
24,3
25,0
25,7
25,3
-
11,7
10,6
9,6
7,4
10,7
12,1
10,4
8,8
8,7
9,5
10,8
10,0
-
6,7
5,7
5,8
6,1
6,5
6,0
6,3
5,7
6,5
5,8
6,7
6,2
slecht
donker
geen
geen
goed
-
-
goed
8,1
7,8
7,9
7,5
7,5
8,0
7,4
7,5
7,6
7,1
7,9
7,7
opengekruld
gesloten cilindrisch gesloten
bruine
schachtstrepen
Fusarium
trips
2
4
1
6
1
7,5
6,3
6,0
5,8
6,0
7,2
7,0
7,2
7,3
6,7
6,7
smal
7,7
7,6
7,5
6,8
7,4
7,7
7,3
7,3
7,8
7,8
7,8
7,5
zeer los
9,0
8,0
9,0
8,3
7,8
8,1
8,8
8,2
9,0
8,2
8,7
8,5
veel
6,1
7,5
8,6
7,4
7,6
8,4
7,7
7,8
7,9
8,4
7,7
7,7
veel
9,0
9,0
8,3
9,0
9,0
9,0
9,0
8,3
9,0
9,0
8,0
8,8
veel
8,0
7,9
7,6
7,8
7,7
7,9
6,8
8,2
7,9
8,2
8,7
7,9
veel
breed
zeer vast
geen
geen
geen
geen
(1) 1 = gegevens Inagro, PCG en PSKW; 2 = gegevens Inagro en PCG; 3 = gegevens Inagro en PSKW; 4 = gegevens PCG en PSKW; 5 = gegevens Inagro en 6 = gegevens PCG
| 30 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
Gevoeligheid voor
roest
Tabel 3. - Opbrengstgegevens Inagro. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend (p = 0,05).
Ras
Netto-opbrengst
(ton/ha)
Belton
Callahan
Celcius
Delmas
F91
Krypton
Levis
Mercurian
Poulton
Surfer
Gemiddelde
47,6
44,0
51,1
43,7
50,2
50,8
51,3
50,4
51,8
45,7
48,7
Kwaliteitssortering (%)
a
a
a
a
a
a
a
a
a
a
Flandria
klasse 1
industrie
industrie
< 2 cm
Sortering naar gewicht (%)
2 - 3 cm
3 - 4 cm
> 4 cm
Marktbaar
(%)
Schot
(%)
Afval
(%)
Wegval
(%)
83,5
84,5
93,7
83,1
93,8
92,7
94,8
92,3
92,3
96,1
90,7
12,2
9,2
4,2
11,7
5,2
6,2
4,1
5,0
5,1
2,6
6,5
4,3
6,3
2,1
5,2
1,1
1,1
1,1
2,7
2,6
1,4
2,8
4,3
6,3
2,1
5,2
1,1
1,1
1,1
2,7
2,6
1,4
2,8
8,3
5,8
9,8
10,2
6,0
5,8
4,0
8,0
6,9
4,8
7,0
24,5
23,0
20,1
17,2
18,2
10,4
14,5
15,9
16,0
35,5
19,5
62,4
62,4
63,8
65,1
73,2
79,0
76,5
69,5
72,6
58,3
68,3
0,5
2,5
4,2
2,3
1,5
3,8
3,9
3,8
1,9
0,0
2,4
93,8
89,6
94,4
89,3
92,7
86,7
89,6
93,8
99,8
91,8
92,1
0,0
0,0
0,0
0,2
1,6
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,2
3,1
2,0
0,9
2,2
1,3
2,7
0,4
2,4
0,2
1,1
1,6
3,1
8,4
4,7
8,2
4,4
10,7
10,0
3,8
0,0
7,1
6,0
Tabel 4. - Opbrengstgegevens PCG. Gemiddelden gevolgd door dezelfde letter zijn niet significant verschillend (p = 0,05).
Ras
Netto-opbrengst
(ton/ha)
Flandria
Kwaliteitssortering (%)
klasse 1
klasse 2
< 2 cm
Sortering naar gewicht (%)
2 - 3 cm
3 - 4 cm
> 4 cm
Marktbaar
(%)
Schot
(%)
Afval
(%)
Wegval
(%)
Gemiddeld
stukgewicht (g)
Belton F1
Callahan
Celcius
Delmas
F91
52
52
53
52
57
a
a
a
a
a
85
75
86
89
76
15
25
14
11
22
0
0
0
0
1
0
1
0
1
0
24
22
21
20
16
76
73
78
78
82
0
4
1
1
2
96
93
97
98
99
0
0
0
1
1
0
0
0
0
0
4
6
3
1
0
356
368
364
352
380
Krypton F1
Levis
Poulton F1
Mercurian
Surfer
Walton F1
Gemiddelde
59
60
54
50
58
55
a
a
a
a
a
a
77
77
89
90
90
71
82
23
23
11
10
10
26
17
0
0
0
0
0
3
0
1
0
0
0
0
0
0
15
12
18
23
14
14
18
83
84
82
75
86
85
80
2
4
0
1
0
1
1
96
99
98
94
99
96
97
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
1
0
1
0
3
1
1
5
1
3
3
409
402
366
353
389
375
374
55
Celcius (Seminis): uniform gewas met smalle
bladeren en iets gevoeliger voor bladbreuk.
Eerder ruwe schacht met wat Fusarium en zeer
weinig bruine schachtstrepen. Minder goed
houdbaar. Goede opbrengst.
Delmas (Syngenta): uniform gewas met smalle
en vrij donkere bladeren. Iets lossere, ruwere
en minder vlot te pellen schacht met korte overgang. Sterk tegen Fusarium. Lagere opbrengst.
F91 (Gautier): eerder heterogeen en neerhangend gewas met smalle bladeren, gevoelig voor
Tabel 5. - Opbrengstgegevens PSKW. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet
significant verschillend (p = 0,05)
Ras
Belton
Callahan
Celcius
Delmas
F91
Krypton
Levis
Poulton
SG1683
Surfer
Walton
Gemiddelde
Nettoopbrengst
(ton/ha)
41,6
39,6
45,2
40,3
45,1
52,9
47,6
40,6
41,2
47,9
32,5
43,1
bcd
d
bcd
d
bcd
a
abc
d
cd
ab
e
Sortering naar gewicht (%)
< 2 cm
2 - 3 cm
3 - 4 cm
18
23
19
17
15
11
11
29
24
14
45
21
43
35
28
46
35
24
29
31
38
34
34
34
38
43
54
36
50
65
60
40
37
52
21
45
sleet en bladbreuk. Eerder gele en slecht pelbare schacht met knobbel. Vrij hoge opbrengst.
Krypton (Nunhems): zeer uniform en sterk
opgericht gewas met al blekere, weinig bladbreuk gevoelige en bredere bladeren. Zeer vlot
pelbare, zeer cilindrische, zeer gladde en witte
schacht met weinig bruine schachtstrepen,
mooi gesloten snijvlak maar met langere overgang. Hoge opbrengst.
Levis (Syngenta): uniform en iets bleker gewas.
Vlot pelbare en iets ruwere schacht. Gemiddelde schachtkenmerken. Gevoelig voor trips
en voor purpervlekkenziekte. Hoge opbrengst.
Mercurian (SG1683) (Syngenta): uniform en
sterk opgericht gewas, weinig gevoelig voor
bladbreuk. Iets minder vlot te pellen schacht
met soms wat Fusarium en wat knobbel. Minder goed houdbaar. Gemiddelde opbrengst.
Poulton (Nunhems): uniform en iets minder
opgericht gewas met donkere en bredere bladeren. Zeer vaste maar iets minder gesloten
schacht met korte overgang. Sterk tegen papiervlekkenziekte. Gemiddelde opbrengst.
Surfer (Bejo): uniform en sterk opgericht gewas met vrij donkere bladeren, weinig gevoelig
voor sleet. Iets minder vlot te pellen, cilindrische en gladde schacht, weinig gevoelig voor
bruine schachtstrepen maar met iets meer
opengekruld snijvlak. Sterk tegen Fusarium.
Goede houdbaarheid. Hoge opbrengst.
Walton (Nunhems): zeer uniform en minder
opgericht gewas met zeer donkere en weinig sleetgevoelige bladeren. Vlot te schonen
schacht zonder knobbel. Goed houdbaar. Sterk
tegen papiervlekkenziekte en tegen trips. Lagere opbrengst.
Besluit
De proef op het PSKW werd beduidend vroeger
geoogst dan de proeven van Inagro en PCG. Op
het PSKW werd de beste opbrengst bekomen
met Krypton. Dit groeikrachtig zomerras behoorde ook tot de productiefste rassen in de
proeven van Inagro en het PCG, maar op deze
locaties met langere teeltduur gaven ook Levis, Celcius en zelfs Poulton een goede tot zeer
goede opbrengst. Celsius en Poulton waren
ook beduidend donkerder van bladkleur. Surfer scoorde dit jaar eveneens goed. Het nieuwe
Mercurian en ook Belton, Callahan, Delmas en
vooral Walton gaven een lagere productie.
D. Callens & L. Vanquickenborne
Inagro, Rumbeke-Beitem
L. De Rooster
Proefstation voor de Groenteteelt, Sint-Katelijne-Waver
R. Winnepeninckx & L. De Reycke
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
| 31 |
Vollegrond
Rassenproef kropsla versnijderij voorjaarsteelt 2012
Snelste rassen geven
beste resultaat
In het voorjaar is een zekere en snelle productie belangrijk naast het
aandeel gele hartbladeren en het ontrolgemak. Beide laatste criteria
bepalen in hoge mate het rendement in de versnijderij. De houdbaarheid is naast de roodverkleuring een belangrijk aandachtspunt.
Rylane
Bl: 1-28 + Nr 0
LMV: 1
Safari
Bl: 1-28 + Nr 0
LMV: 1
Bl: 1, 4-22, 25, 28+
Nr 0 + Pb
LMV: 1
Bl: 1-20, 22-28 + Nr 0
Bl: 21, Fol: 1
Santoro RZ
Servis
Speranzia
Bl: 1-28 + Nr 0
Subyana RZ
Bl: 1-28 + Nr 0 + Pb
Volubis
LMV: 1
Bl: 1-28 + Nr 0
Rassenbespreking
43-129 RZ (Rijk Zwaan): stond vrij uniform op
het veld met een redelijke veldvulling en behoorlijke kropsluiting. De kroppen gaven een
doffe indruk. De broek was mooi gevormd en
goed gesloten. Het ontrollen verliep goed niettegenstaande het vrij gerimpelde hartblad.
Goed groeikrachtig ras met relatief goede
stukgewichten en een goede opbrengst ‘taux
de blanc’.
Almagro (43-74 RZ) (Rijk Zwaan): viel in deze
proef wat tegen qua groeikracht en uniformiteit.
Amalizia (Vilmorin): gaf een uniform gewas
met een zeer goede kropsluiting. De broek was
mooi gevormd en goed gesloten. Scoorde met
een mooie bleke hartkleur. De stukopbrengst
en de opbrengst ‘taux de blanc’ waren goed.
Gisela (Rijk Zwaan): stond uniform op het veld
met een weinig gesloten krop maar een zeer
mooi gesloten onderzijde. De stukopbrengst in
| 32 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
50
45
40
35
30
25
20
15
10
5
0
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
0
Verkoopbaar (%)
LMV: 1
Taux de blanc < 9 cm
Niet bruikbaar
Figuur 1. - Opbrengstgegevens en rendement
Taux de blanc > 9 cm
Verkoopbare kroppen
Volubis
LMV: 1
Bl: 1-28 + Nr 0
Subyana RZ
Bl: 1-28 + Nr 0
Radiosa
Speranzia
Lobela
LMV: 1
Servis
Bl: 1-28 + Nr 0
Santoro RZ
Bl: 1-27 + Nr 0
Grafitti
Safari
Bl: 1-28 + Nr 0
Gisela RZ
uit maar dat werd deels goedgemaakt door
een hoog aandeel gele hartbladeren.
Safari (Gautier): leverde een vrij uniform gewas
met een behoorlijke veldvulling en een goede
kropsluiting maar een iets matter blad. De licht
graterige onderzijde vertoonde regelmatig zijscheuten. De stukgewichten waren vrij goed,
maar de bruikbare opbrengst viel iets lager uit.
Santoro (Rijk Zwaan): gaf een behoorlijk uniform gewas met een magere veldvulling door
zijn iets beperktere groeikracht. De kroppen
waren nog niet goed gesloten en hadden een
vrij matte bladglans. De opbrengst was relatief gezien behoorlijk maar het percentage te
kleine kroppen was wel hoog. Door het hoge
aandeel bruikbare massa en ‘taux de blanc’
bleek de bruikbare opbrengst nog behoorlijk.
Servis (Sanac): gaf een minder uniform gewas
met een beperkte veldvulling. De onderzijde
vertoonde sporadisch wat zijscheuten. Haalde
in verhouding een behoorlijke opbrengst maar
in combinatie met het middelmatige aandeel
hartbladeren viel de opbrengst voor de versnijderij wat tegen.
Speranzia (Vilmorin): viel op door het zeer
uniforme gewas en de goede veldvulling. Een
goede bladkleur, een goede kropsluiting en
een graterige onderzijde waren kenmerkend.
Haalde goede stukgewichten. De opbrengst
Rylane
Amalizia
Radiosa
LMV: 1
Lobela
Bl: 1-28 + Nr 0
Grafi
LMV: 1
Almagro
Gisela RZ
Intermediair
Bl: 1-28 + Nr 0 + Pb
Amalizia
High resistant
43-129 RZ
Almagro
Resistenties
43-129 RZ
Ras
deze proef was zeer goed evenals de bruikbare
opbrengst.
Graffiti (Vilmorin): viel op door de sterk glanzende en iets donkerdere kroppen. Graffiti
gaf een behoorlijk uniform gewas met een vrij
goede kropsluiting. De onderzijde was licht
graterig en er kwamen af en toe wat zijscheuten voor. De hartkleur was iets donkerder. De
stukopbrengst was in deze proef zeer goed, de
bruikbare opbrengst viel iets lager uit.
Lobela (Enza): gaf een behoorlijk uniform gewas maar een iets mindere veldvulling vanwege de iets tragere groei. Lobela leverde
kroppen met veel glans en een vrij graterige
onderzijde. Het ontrollen verliep makkelijk
(statistisch niet significant verschillend), mede
dankzij het weinig gerimpelde hartblad.
Radiosa (RX1877) (Seminis): vormde het op
één na meest uniforme gewas met de beste
veldvulling en een goede kropsluiting. Gaf
wel een iets mattere krop met een graterige
onderzijde. Radiosa haalde de hoogste stukopbrengst en een zeer goede bruikbare opbrengst met een bleke inwendige kleur.
Rylana (Seminis): gaf een behoorlijk uniform
gewas maar door de tragere groei stond het
veld minder gevuld. De vrij matte kroppen
waren al zeer goed gesloten maar hadden een
graterige onderzijde. Het stukgewicht viel laag
Opbrengst (kg/100 stuks)
Tabel 1. - Overzicht van de rassen en hun resistentiepatroon (Bl = Bremia lactucae (witziekte); Nr = Nasonovia ribisnigri (groene slaluis); Pb = Pemphigus
bursarius (wollige slawortelluis); LMV = Lettuce
mosaic virus (slamozaïekvirus) en Fol = Fusarium
oxysporum f.sp. lycopersi (Fusarium Wilt)
Bruikbaar groen
Tabel 2. - Gewaskenmerken. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Uniformiteit
Veldvulling
Bolomvang
Bladkleur
Kropsluiting
Kropvulling
Bladglans
Droogrand
Smet
Bremia
43-129 RZ
6,7 abc
6,7 abc
5,8
5,7
6,0 abc
5,8
5,3 d
9,0
6,7
9,0
Almagro
5,0 c
3,7 c
4,0
6,7
6,3 abc
4,7
5,3 d
9,0
8,5
9,0
Amalizia
7,3 ab
6,0 abcd
7,3
6,3
7,3 a
6,2
7,3 abc
9,0
7,8
9,0
Gisela RZ
7,3 ab
7,2 abc
6,7
5,7
5,3 bc
7,3
6,3 abcd
9,0
8,3
9,0
Grafitti
6,7 abc
6,7 abc
5,7
7,7
6,7 abc
6,2
8,0 a
9,0
6,3
9,0
Lobela
7,0 abc
5,8 bcd
6,3
7,0
7,0 ab
4,7
7,7 ab
8,3
8,2
9,0
Radiosa
7,8 a
8,4 a
7,7
6,3
7,0 ab
5,0
5,7 cd
9,0
7,7
9,0
Rylane
6,5 abc
5,0 cd
6,5
5,3
7,3 a
5,3
5,7 cd
8,3
7,0
9,0
Safari
6,7 abc
6,7 abc
6,2
6,7
6,7 abc
5,3
5,7 cd
9,0
7,3
9,0
Santoro RZ
6,3 abc
4,8 cd
5,3
5,7
5,3 bc
6,7
5,7 cd
9,0
8,0
9,0
Servis
5,3 bc
6,0 abcd
5,7
6,3
6,0 abc
5,7
7,3 abc
9,0
7,8
9,0
Speranzia
8,2 a
8,2 ab
6,5
7,0
7,0 ab
5,7
7,0 abcd
9,0
8,0
9,0
Subyana RZ
4,8 c
6,5 abc
6,0
6,7
5,0 c
6,3
5,3 d
9,0
7,5
9,0
Volubis
5,0 c
5,0 cd
6,0
5,3
7,0 ab
4,7
6,2 bcd
9,0
6,3
9,0
6,5
6,2
6,1
6,3
6,4
5,7
6,3
8,9
7,5
9,0
1=
heterogeen
slecht
klein
bleek
open
hol
mat
veel
veel
veel
9=
uniform
goed
groot
donker
gesloten
gevuld
glanzend
geen
geen
geen
Gemiddelde
Tabel 3. - Kropbeoordeling. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend.
Ras
Graterigheid
Zijscheutvorming Grootte snijvlak
Krophoogte
Ontrolgemak
Kleur hart
Rimpeling blad
Roodverkleuring inwendig
voor de versnijderij was behoorlijk.
Subyana (Rijk Zwaan): gaf in deze proef een
heterogeen gewas met doffe, niet goed gesloten kroppen. De stukopbrengsten en de
opbrengst voor de versnijderij was goed. De
hartbladeren waren iets donkerder.
Volubis (Sanac): viel in deze proef wat tegen.
Een heterogeen gewas dat beduidend meer
groeidagen nodig had dan enkele andere rassen. Gaf gladde, mooi bleke hartbladeren. Het
stukgewicht was laag maar het percentage
hartbladeren was wel hoog. Dit ras heeft potentie indien hogere stukgewichten worden
gesneden.
Besluit
Gisela komt het best uit deze proef. Dit is voornamelijk dankzij de goede stukgewichten en
het rendement voor de versnijderij.
Ook Radiosa doet het in dit eerste proefjaar
voortreffelijk met de hoogste stukgewichten
en veel gele hartbladeren. Santoro haalt wat
lagere stukgewichten maar maakt zeer veel
goed door het hoge percentage ‘taux de blanc’
waardoor het rendement voor de versnijderij net onder Gisela eindigt. Ook Graffiti haalt
hoge stukgewichten maar het rendement
voor de versnijderij valt lager uit. Enkele rassen konden door de vrij vroege oogst niet volledig uitgroeien waardoor hun resultaten wat
tegenvielen.
43-129 RZ
7,8 ab
9,0 a
6,7
7,3 ab
7,3
5,5 ab
4,7 bc
9,0
Almagro
6,3 abc
9,0 a
7,7
8,5 a
7,0
4,0 b
4,5 c
9,0
Amalizia
7,7 abc
9,0 a
6,2
7,3 ab
5,0
7,3 a
7,0 ab
8,7
Gisela RZ
8,2 a
9,0 a
5,7
6,7 ab
6,0
6,2 ab
5,5 abc
9,0
Grafitti
6,3 abc
8,0 ab
5,7
7,0 ab
7,2
5,8 ab
6,7 ab
8,3
Lobela
6,2 bc
9,0 a
6,2
7,8 ab
8,0
6,2 ab
7,7 a
7,7
R. Winnepeninckx
Radiosa
5,2 bc
8,7 ab
4,7
5,7 b
7,3
6,7 a
6,2 ab
8,3
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
Rylane
5,3 abc
9,0 a
6,5
7,3 ab
7,2
7,0 a
7,0 ab
8,3
Safari
5,8 abc
7,0 b
6,3
7,0 ab
7,8
6,7 a
7,2 ab
8,7
Santoro RZ
7,0 abc
9,0 a
7,3
8,2 a
6,0
6,5 ab
5,7 abc
9,0
Servis
6,3 abc
8,3 ab
6,7
7,7 ab
5,5
5,8 ab
5,7 abc
9,0
Speranzia
5,0 c
9,0 a
6,3
6,3 ab
7,3
6,0 ab
6,8 ab
7,3
Subyana RZ
7,5 abc
9,0 a
6,7
7,7 ab
8,0
5,2 ab
6,3 ab
9,0
Volubis
5,7 abc
9,0 a
7,7
8,2 a
8,0
6,8 a
7,7 a
9,0
6,5
8,7
6,4
7,3
7,0
6,1
6,3
8,6
Gemiddelde
1=
open
veel
groot
hoog
moeilijk
groen
gerimpeld
veel
9=
gesloten
geen
klein
laag
makkelijk
bleek
glad
geen
Info - Het volledige proefverslag verschijnt
binnenkort op www.proefcentrum-kruishoutem.be.
| 33 |
Biologische teelt
Rassenproef prei vroege herfstteelt 2012
Standaardrassen bevestigen
In de biologische preiteelt is de rassenkeuze het voornaamste instrument ter beheersing van ziekten en sleet. In de vroege herfst zijn
vooral roest en de houdbaarheid in het veld bepalende factoren.
Daarnaast dienen zich ook de eerste biologische hybriderassen aan.
Tabel 1. - Teeltverloop en teeltverloop
Proeflocatie
Inagro - Beitem
Bodemtype
zandleem
Proefplan
blokkenproef in 4 parallellen
Zaaidatum
15/3/2012
Opkweekmethode
in plastic tunnel in potgrond
Bemesting
2/6/2012: 30 ton/ha vaste rundermest
Voorteelt
grasklaver
Plantdatum
6/6/2012
Plantafstand
70 x 10 cm, vlakvelds
Onkruidbestrijding
mechanisch
Gewasbescherming
20/8/2012 Xentari
5/9/2012 Tracer
Oogst
6/11/2012
Teeltverloop
De preiplanten werden op het biologisch
proefbedrijf te Beitem opgekweekt en uitgeplant. De prei werd op 15 maart gezaaid in een
plastic tunnel in een laag potgrond. Op 6 juni
werd in vlakvelds geponste gaten geplant. De
plantafstand bedroeg 70 cm tussen de rijen en
10 cm in de rij. Na het planten werd er meteen
aangegoten. Alle planten kenden een goede
weggroei.
In de proef werden negen rassen opgenomen.
Alle rassen waren hybrides. Voor één ras was
Hoge aantallen preimot in de feromoonval verantwoordden
een bespuiting met Xentari en Tracer.
biologisch zaaizaad beschikbaar. Voor de andere rassen werd uitgegaan van gangbaar niet
chemisch behandeld zaaizaad.
De voorvrucht was een éénjarige gras-klaver
maaiweide. Er werd voorzien in een basisbemesting van 30 ton biologische runderstalmest. Tussentijdse staalname gaf aan dat bijbemesting tijdens het seizoen niet nodig was.
De onkruidbestrijding gebeurde door middel
van schoffelen en aanaarden al dan niet in
combinatie met vingerwieders en de octopuswiedhark. De octopuswiedhark werkt ook agressief op de preiplanten. De ervaring leert dat stevige prei hiervan goed herstelt. Vanwege de hoge
druk werd er tweemaal gespoten tegen preimot.
Er gebeurde geen enkele ziektebestrijding.
Voor wat betreft de weersomstandigheden
was 2012 een rotjaar. Tot eind juli was het aanhoudend nat. Alle werkzaamheden moesten
tussen de buien door gebeuren. De omstandigheden waren niet steeds optimaal. Vanaf half
augustus tot eind september was het aanhoudend droog. Hierdoor liep de prei groeiachterstand op ten opzicht van andere jaren. Er werd
één keer 25 mm beregend. Vanaf begin oktober werd het opnieuw nat.
In vergelijking met voorgaande jaren werd er
iets meer purpervlekkenziekte waargenomen.
Als gevolg van de natte zomer, was er eind juli
ook papiervlekkenziekte in het gewas aanwe-
Veel regen tijdens de open velddag weerhield de talrijk opgekomen telers niet om de rassenproef in het veld te gaan bekijken.
| 34 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
zig. Dit groeide volledig uit. De aantasting door
roest was gemiddeld.
De waarnemingen inzake ziekte en gewaskenmerken in het veld gebeurden half oktober.
Door omstandigheden kon echter pas begin
november worden geoogst. Voor de vroegste
rassen was dit te laat. Met 30 à 35 ton voor de
standaardrassen werden gemiddelde opbrengsten gerealiseerd.
Rassenbespreking
Antiope (S&G) kent een goede gewasontwikkeling in het veld, heeft een donkere bladkleur
en is behoorlijk gezond. De roestaantasting
blijft beperkt tot het oudere blad of de bladtoppen. De opbrengst (33 ton/ha) en de sortering zijn goed. In de bak heeft Antiope een
goede presentatie.
Callahan (Nickerson-Zwaan) startte gelijk met
de andere rassen, maar kon verder niet gedijen. Half oktober toonde Callahan een slechte
gewasstand met veel sleet en een hoge aantasting door roest en purpervlekkenziekte. De
opbrengst blijft steken op 27,5 ton/ha.
Duraton (Hild Samen/Nunhems) is een vlot
groeiende prei met een eerder bleke bladkleur.
De weerstand tegen ziektes is goed. Duraton
haalt dankzij een grove sortering een erg hoge
opbrengst (41,4 ton/ha), maar presenteert eerder matig in de bak. De kleur is te bleek en de
schacht is te lang voor de verse markt. Duraton
biedt wellicht meer perspectief voor de industrie.
Julita (Vitalis) was in deze proef duidelijk voorbij zijn optimum waardoor de prei al erg onderhevig was aan sleet. De weerstand tegen
roest en purpervlekkenziekte is onvoldoende.
De opbrengst is met 31,5 ton/ha nog redelijk.
Krypton (Nunhems) is een nieuw ras dat eerder aanleunt bij de zomerprei. Krypton kent
een vlotte gewasontwikkeling en een opgerichte gewasstand in het veld. De bladkleur
is bleek in vergelijking met de andere rassen.
Krypton haalt een hoge opbrengst (40 ton/ha)
met een grove sortering en hield ondanks de te
late oogstdatum nog goed stand in het veld. De
Tabel 2. - Opbrengst en gevoeligheid voor sleet, ziekten en trips. Gemiddelden gevolgd door eenzelfde letter zijn niet significant verschillend (Duncan, p = 0,05).
Zaadhuis
Bio
Marktbare opbrengst
(kg/ha)
Stand
Sleetgevoeligheid
13/10/2011
14/10/2012
14/10/2012
Aantasting door
roest
purpervlekken
14/10/2012
Algemeen uitzicht
in de bak
papiervlekken
trips
28/7/2012
14/10/2012
Antiope
S&G
NCB
33.018 cd
7,0 a
7,3 a
7,6 ab
8,0 a
8,0 a
6,0 bc
7,3 ab
Callahan
Nickerson Zwaan
NCB
27.530 e
5,0 c
3,8 c
4,4 e
5,8 d
6,0 bc
5,3 cd
5,0 de
Duraton
Hild Samen GmbH
NCB
41.411 a
7,1 a
6,1 b
8,0 a
7,9 a
5,3 c
6,5 ab
5,8 cd
Julita
Vitalis Biologische Zaden
BIO
31.500 d
5,8 bc
4,5 c
3,6 f
5,8 d
5,5 bc
5,3 cd
4,5 e
Krypton
Nunhems
NCB
40.024 a
7,0 a
5,5 b
5,4 d
6,8 c
6,3 b
6,5 ab
5,1 de
Levis
S&G
NCB
36.045 b
5,9 bc
5,9 b
6,3 c
6,6 c
7,6 a
4,5 d
6,5 bc
Poulton
Nunhems
NCB
35.693 b
6,9 a
7,6 a
7,3 b
7,9 a
7,8 a
6,5 ab
8,0 a
Surfer
Bejo Zaden BV
NCB
34.491 bc
6,5 ab
7,3 a
7,3 b
7,5 ab
7,5 a
7,3 a
7,4 a
Walton
Nunhems
NCB
32.479 cd
7,0 a
7,4 a
6,4 c
7,0 bc
7,3 a
7,3 a
7,5 a
34.688
6,5
6,1
6,2
7,0
6,8
6,1
6,3
Gemiddelde
1=
zeer slecht
veel sleet
zeer veel
zeer slecht
9=
zeer goed
geen sleet
geen
zeer goed
weerstand tegen purpervlekkenziekte en roest
is een aandachtspunt. Krypton lijkt daarentegen sterk tegen trips. De presentatie in de bak
is matig, als gevolg van de bleke bladkleur en
de lange schacht.
Levis (Syngenta) is een groeikrachtige prei
met een goede gewasontwikkeling in het veld.
Ondanks de late oogstdatum, bleef de sleet
dit jaar aanvaardbaar. Het blad is evenwel vrij
bleek, is matig gevoelig voor purpervlekkenziekte en roest en toont vooral ook veel tripsschade. De opbrengst is met 36 ton/ha zeer
goed. De presentatie in de bak is aanvaardbaar.
Poulton (Nunhems) toonde een goede gewasstand in het veld. Het blad is donkergroen en
vrij smal. Poulton heeft in deze proef weinig
last van sleet of bladziekten. De opbrengst is
met 35,7 ton/ha zeer goed. Ook de presentatie
in de bak is zeer goed.
Surfer (Bejo) kende een vlotte gewasontwikke-
ling in het veld. De bladeren zijn donkergroen
en opgericht. Surfer toont zich sleetvast en
weinig ziektegevoelig. De opbrengst is met
34,5 ton goed. Ook in de kist wordt een goede
kwaliteitsscore gehaald.
Walton (Nunhems) is een vlotte groeier met
een breed en donkergroen blad. Dit brede blad
is gevoelig voor schade tijdens het rooien en
marktklaar maken. Er werd iets meer purpervlekkenziekte en roest vastgesteld ten opzichte
van de beste rassen. Walton haalt een goede
opbrengst (32,5 ton/ha) en presenteert mooi
in de kist.
Besluit
Antiope, Poulton en Surfer vormen in deze
proef samen de kopgroep. Het gewas was vrij
gezond en bleek goed houdbaar in het veld
ondanks de late oogstdatum. De opbrengst is
goed en presenteert mooi in de kist. Walton
lijkt net iets gevoeliger voor bladziekten en
bladbreuk maar voldoet nog goed. Deze rassen
bevestigen hiermee hun resultaten uit voorgaande jaren.
Levis en Krypton waren in deze proef voorbij
hun optimum, maar lenen zich wellicht goed
voor de oogst in september. Krypton en Duraton bieden dankzij hun hoge opbrengstpotentieel en goede houdbaarheid in het veld ook
perspectief voor levering aan de industrie.
Callahan en Julita voldeden in deze proef niet.
Zowel in opbrengst als in kwaliteit bleven deze
rassen achter.
L. Delanote & J. Rapol
Inagro, Rumbeke-Beitem
Loonwerken onder glas
Nivelleren met laser
Aanleg & renovatie van
grassportvelden en manegebodems
Jef Meeus
Achterlo 9
2520 Ranst
Tel (03) 485 67 01
Fax (03) 475 03 02
www.jefmeeus.be
[email protected]
Erkend ophaler voor afval
Afvalcontainers van 8 tot 40 m3
Recyclage van steenwolmatten en
versnipperd kruid
Algemeen vervoer met containers, dieplader,
kipwagen, onderlosser
129276PN1141
Ras
| 35 |
Biologische teelt
Uitgebreid aanbod rassen
plukspinazie voor beschutte teelt
Spinazie is een gewas dat uiterst geschikt is om te telen in koude
kas of plastic koepel. De groente is behoorlijk vorstbestendig. Het
belang van de groeiwijze verschilt naargelang het gewas gesneden
of geplukt wordt. Binnen de biologische teelt stelt zich tevens het
probleem dat slechts beperkt of niet kan worden behandeld tegen
schimmelziekten zoals wolf (Perenospora farinosa).
Spinaziegewas oogstklaar
Proefopzet en teeltverloop
De voornaamste ziekte bij spinazie is wolf dat
een grijs schimmelpluis op de onderkant van
het blad vormt. Van deze ziekte zijn verschillende fysio’s bekend, waar de beschikbare rassen al dan niet resistent tegen zijn (Tabel 1). De
evolutie van de fysio’s gaat heel snel dus ook
het rassenaanbod wijzigt regelmatig. Om de
kwaliteit, opbrengst en resistentie na te gaan
van de verschillende rassen die op dit ogenblik
op de markt zijn, werd een oriënterende rassenproef plukspinazie aangelegd.
Deze gerandomiseerde blokkenproef werd
aangelegd in vier parallellen. Er werd in 4 cm
perspotten gezaaid op 23 december 2011. Vervolgens werd er op 18 januari 2012 geplant op
een afstand van 18 x 27 cm. Er werd drie maal
geplukt: op 5 april, 18 april en 7 mei. De voorgaande teelt was veldsla.
Rassenbespreking
Wanneer de productieresultaten met elkaar
vergeleken worden blijken er geen significante
verschillen te zijn in totale productie. Bij het
vergelijken van de verschikkende plukken onderling, blijkt er wel een significant verschil te
zijn. Het tijdstip waarop de topproductie wordt
bereikt, verschilt dus van ras tot ras. Tijdens de
Tabel 1. - Overzicht van de rassen in deze proef en
hun resistentiepatroon
teelt was er geen wolfaantasting. Visueel konden vele van de opgenomen rassen van elkaar
onderscheiden worden door een andere groeiwijze, kleur en bladvorm.
Apollo (Sakata) behaalde bij de derde pluk een
significant hogere opbrengst ten opzichte van
de meeste andere rassen. De eerste pluk echter
was dit een significant lagere opbrengst. Het
moment van hoogste productie was dus duidelijk iets later in deze teelt. Apollo kenmerkte
zich door een smal, donker kort blad met korte
steel. Het sterk blinkende gewas kende een
opgerichte rozetgroei en was in goede gezondheid. Er was weinig uitval en schot aanwezig.
Voor wat betreft het aantal bladeren per plant,
de bladstevigheid, houdbaarheid en aanwezigheid van geel blad, scoorde dit ras gemiddeld.
Corvette (Vitalis) had een iets lagere productie.
Dat kwam voornamelijk door een iets zwakkere eerste pluk. Ook de tweede pluk was lager
dan het gemiddelde. Zowel bij de gewasbeoordeling op het einde van de teelt als bij de beoordelingen tijdens de eerste pluk, scoorde dit
ras gemiddeld. De bladeren waren eerder smal
in vergelijking met de andere rassen. Het gewas
groeide gemiddeld tot plat tegen de grond.
El Duro (Syngenta) had een opbrengst die iets
Tabel 2. - Productiegegevens en gewasbeoordeling
Ras
Totale
productie
(gram/m²)
Aantal
bladeren/
plant
Uitval
Schot
Apollo
4.290
7,6 ab
9,0 a
8,1 a
Corvette
3.978
7,0 ab
7,8 abc
6,9 ab
El Duro
4.463
7,3 ab
6,4 c
7,8 a
El Toro
5.301
8,5 a
6,5 c
4,6 c
Ranchero
4.594
6,6 b
6,9 bc
5,1 bc
Ras
Zaadhuis
Bio/NCB
Resistenties wolf
Apollo
Sakata
NCB
Corvette
Vitalis
Bio
fysio's 1-12,
behalve 10
fysio's 1-11
El Duro
Syngenta
NCB
fysio's 1-12
Racoon
4.754
7,7 ab
8,3 a
7,8 a
El Toro
Syngenta
NCB
fysio's 1-12
Renegade
5.006
7,2 ab
8,4 a
7,4 a
Ranchero
Vitalis
NCB
fysio's 1-11
Revere
5.068
7,1 ab
8,5 a
7,3 a
Racoon
Rijk Zwaan
Bio
fysio's 1-12
Squirrel
4.246
8,3 a
9,0 a
3,4 c
Bejo
Bio
fysio's 1-7 + 11
Gemiddelde
4.633
7,5 7,8
6,5
Revere
Bejo
NCB
fysio's 1-11
1=
veel
veel
Squirrel
Rijk Zwaan
NCB
fysio's 1-10
9=
geen
geen
Renegade
| 36 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
lager dan gemiddeld was. De laatste pluk bleef
beperkt. De houdbaarheid was eerder beperkt.
Het ras vertoonde een beperkte aanwezigheid
van schot. Toch was de gewasgezondheid iets
minder en was er behoorlijk veel uitval. De eigenschappen van het blad (breedte, stevigheid
en kleur) scoorden gemiddeld. Het blad oogde
vrij groot en het gewas kende een eerder platte groeiwijze.
El Toro (Syngenta) behaalde een goede opbrengst. Dat was te danken aan de eerste pluk.
De derde pluk was duidelijk kleiner dan bij de
overige rassen. Deze opbrengst werd behaald
door het hoge aantal brede en grote bladeren
per plant. De bladeren waren stevig, puntig
en behoorlijk oneffen; de houdbaarheid was
goed. De kleur van het blad was gemiddeld. De
gezondheid van het gewas was echter minder
goed. Er was behoorlijk veel uitval en schot
aanwezig op het einde van de teelt. De groeiwijze van het gewas was behoorlijk plat tegen
de grond.
Ranchero (Vitalis) scoorde gemiddeld naar opbrengst. De lagere opbrengst tijdens de derde
pluk, werd gecompenseerd door een iets hogere trend in gewicht tijdens de tweede pluk.
De planten hadden het minst aantal bladeren
vergeleken met de andere rassen. De bladstevigheid, -breedte en -kleur waren gemiddeld.
Het blad was afgerond aan de top. Er was behoorlijk wat uitval aanwezig en ook het optreden van schot was niet verwaarloosbaar. De
houdbaarheid en gewasgezondheid scoorden
gemiddeld. Het gewas kende een gemiddelde
tot opgerichte groeiwijze.
Racoon (Rijk Zwaan) vertoonde een positieve
trend in productie. Tijdens de eerste en de
derde pluk was de opbrengst gemiddeld tot
hoog. Tijdens de tweede pluk vertoonde de
productie een iets lagere trend. Het iets bredere blad had een gemiddelde houdbaarheid,
was iets minder stevig en was duidelijk bleker
van kleur. Deze twee laatste eigenschappen
zijn mogelijks te wijten aan een late eerste pluk
en gulle watergift. De top van het blad was af-
gerond. Het gewas vertoonde een beperkte
uitval en schot. De algemene gewasgezondheid was gemiddeld. Het gewas oogde mooi
dicht begroeid; de groeiwijze was gemiddeld
tot opgericht.
Renegade (Bejo) behaalde een gemiddeld tot
hoge totale productie, voornamelijk door de
eerste en tweede pluk. Regenade had brede,
grote, ronde en effen bladeren. Het aantal
bladeren per plant, de stevigheid en houdbaarheid van de bladeren was gemiddeld. Het
gewas was ook op het einde van de teelt nog
BOEREN
BUREN
PLAN
in goede gezondheid; er waren weinig planten
uitgevallen of opgeschoten. Het gewas oogde
iets bleker dan gemiddeld. Het dichtbegroeide
gewas kende een gemiddelde tot opgerichte
groeiwijze.
Revere (Bejo) vertoonde een positieve trend
bij de totale productie. Bij elke pluk kon systematisch iets meer worden geoogst dan gemiddeld. De iets smallere bladeren van Revere waren minder stevig dan vele andere rassen. Het
aantal bladeren per plant, de houdbaarheid en
de bladkleur waren gemiddeld. De bladeren
waren behoorlijk klein, oneffen en puntig en
kenden een opgerichte groei. Het gewas was
ook op het einde van de teelt nog in goede gezondheid; er was quasi geen uitval aanwezig en
ook de schotgevoeligheid was eerder beperkt.
Squirrel (Rijk Zwaan) had een gemiddelde totale opbrengst. Alleen bij de laatste pluk was
deze iets lager dan bij vele andere rassen. Het
ras had, zoals Apollo, zeer smalle bladeren. Het
aantal bladeren per plant was echter wel heel
hoog in vergelijking met de andere rassen in
de proef. Typerend aan de bladeren was dat
deze lang opgericht, puntig en effen waren.
De bladeren hadden tevens een lange steel
en kenden een heel erg opgerichte en hoge
groei. Squirrel was op het einde van de teelt
WIN
2500
EURO
nog in goede gezondheid. Er was geen uitval
aanwezig. Het ras vertoonde echter een hoge
schotgevoeligheid. Het gewas kleurde behoorlijk donker. Bladstevigheid en houdbaarheid
scoorden gemiddeld.
Besluit
Er is een grote verscheidenheid in het rassenaanbod naargelang gewasstand, kleur en vorm
van het blad. Er kan geen uitspraak gedaan
worden voor wat betreft wolfresistentie daar
deze schimmelziekte niet voorkwam tijdens de
proef. Regenade, Revere en Racoon scoren het
best in deze proef. Deze rassen behalen een
goede opbrengst; de schotgevoeligheid en uitval blijven beperkt. Racoon is theoretisch het
meest resistent; Renegade daarentegen mist
enkele belangrijke fysio’s in zijn resistentie.
Revere zit qua theoretische resistentie tussenin. Ook El Toro heeft een goede opbrengst
maar faalt als het gaat om gewasgezondheid,
uitval en schotgevoeligheid. Apollo, Corvette,
El Duro, Ranchero en Squirrel scoren gemiddeld
en hebben elk hun voor- en nadelen.
J. Dewitte
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt, Kruishoutem
Ben jij een buur van een
leuke boer of een boer
met leuke buren?
Dan is dit iets voor jou! Boerenburenplan
mikt op lokale verenigingen, sociale organisaties, jeugdbewegingen, scholen… en de
boeren uit hun buurt. Denk samen na wat
jullie voor elkaar kunnen betekenen en
werk een verfrissend project uit.
Download het deelnemingsformulier op
www.cera.be/special/boerenburenplan en
bezorg het ons voor 1 februari 2013.
Post je idee op Facebook ‘Boerenburenplan’
en win een leuke prijs!
Een initiatief van:
Buren gaan de boer op. Jij toch ook?
Het Innovatiesteunpunt is een initiatief
van Boerenbond in partnerschap met Cera
In samenwerking met:
| 37 |
Witloof actueel
Perceelskeuze voor witloofteelt
Temperatuurmeting met hooistokvoeler
Bewaring witloofwortels
Jaarrond witloof telen is onmogelijk zonder koeling en bewaring van de
witloofwortels. Voor een optimale bewaring van de wortels moet je de
temperatuur in de frigo’s regelmatig controleren. Het is zeer belangrijk
om naast de actuele temperatuur, ook de evolutie van het inkoelen te
volgen. Een eerste meting gebeurt best vier tot zes weken na het vullen.
Met een tussenperiode van zes à acht weken kan daarna een tweede
meting gebeuren. Verdere metingen gebeuren dan opnieuw na een
week of acht, of vroeger, in functie van het inkoelgedrag van de verschillende partijen.
In 2012 waren de temperaturen vóór en tijdens de rooi laag, in tegenstelling tot de voorgaande jaren. De wortels gingen dus niet te warm de frigo’s
binnen. De inkoeling verloopt bijgevolg vlot. Begin januari is de streefwaarde in de kern van de pallox 0°C. Wanneer de gemiddelde temperatuur in de
kern hoger is dan 0,5°C, dan kan je de insteltemperatuur best nog wat verlagen. Bij negatieve temperaturen is het aangewezen de insteltemperatuur
te verhogen om vorstschade te vermijden. Wortels met een lagere stikstofinhoud, zoals nu het geval is (zie Witloof actueel van Proeftuinnieuws
nummer 21 van 2012), zijn hier immers gevoeliger voor. Belangrijk is de
temperatuur regelmatig te meten zodat je op het juiste moment kan bijsturen. Voor meer informatie kan je terecht op het nummer 0478/28 09 62
of 051/27 32 92 (dienst voorlichting Witloof van Inagro).
Een goede koeling is belangrijk voor de bewaring van de witloofwortels,
maar vergt ook veel elektrische energie. Met de stijgende energieprijzen
van de laatste tijd begint het kostenplaatje van de koeling meer en meer
door te wegen. In de brochure ‘Energie en koeling op witloofbedrijven’,
op www.enerpedia.be of bij Inagro en de NPW kan je meer informatie
vinden over mogelijkheden om energie te besparen. Omwille van de
energiebesparing hebben verschillende telers ondertussen de thermostatische expansieventielen in de frigo’s vervangen door elektronische.
Daardoor krijgt de koelcel een grotere koelcapaciteit. Door die grotere inkoelcapaciteit in combinatie met de vlotte inkoeling dit jaar moet je extra
opletten voor vorstschade. Als de frigo ingesteld blijft zoals voordien, kunnen de wortels te snel inkoelen. Ook hier is de boodschap: meten is weten.
Voor een goede bewaring is het ook belangrijk het uitdrogen van de
wortels te beperken. Dit kan door de wortels regelmatig te bevochtigen
of door ze te bewaren in meer gesloten containers voorzien van plastic
diepvrieszakken. Door het inhoezen wordt de inkoelsnelheid vertraagd.
Kisten van 1 m³ houden het minste risico in. Kisten van 1,5 m³ kunnen
ook, maar bij kisten van 2 m³ loopt de inkoeling dan zo traag dat het af
te raden is deze in te hoezen. Bij volledige afsluiting wordt in de zak bovendien een klimaat gecreëerd met een te hoge CO2-concentratie, met
verstikking van de witloofwortels tot gevolg. Een matige CO2-verhoging
is wel positief voor de opbrengst en de sortering. Daarom worden de
zakken best geperforeerd en de onderste hoeken afgesneden zodat ook
het dooivocht kan weglopen.
■
| 38 |
Proeftuinnieuws 1-2 | 4 januari 2013
De teelt van witloof vereist een eerder stikstofarme bodem. Indien de
stikstofvoorraad in de bodemlaag 0-90 cm te hoog is, wordt de afrijping
van de witloofwortels verhinderd. Daarom is het van belang de stikstofvoorraad in de bodem te kennen op de drie niveaus, vóór je met de teelt
van witloof start op een perceel. Hiertoe is het noodzakelijk een stikstofanalyse uit te voeren. Op basis van de resultaten van deze analyse kan
worden bepaald of het perceel al dan niet geschikt is voor de teelt van
witloof. Je kan dan op een verantwoorde manier bemesten en een geschikt ras kiezen in functie van de voorraad in de bodem en de behoefte
van de plant.
De geschiktheid van een perceel voor het telen van witloofwortels wordt
in belangrijke mate beïnvloed door zijn voorgeschiedenis. Zo moet je onder meer rekening houden met de voorteelt aangezien deze niet alleen
een invloed kan hebben op de stikstofnalevering, maar ook op de ziektedruk. Gebeurt de voorteelt niet in eigen beheer, dan is het nuttig om je
te informeren over de toegediende bemesting en de grootte-orde van
de opbrengst op het perceel.
Om een idee te hebben van de geschiktheid van de gronden voor de witloofwortelteelt 2013 raden we je aan om in de periode januari - maart
een stikstofgrondstaal te laten nemen, eventueel in combinatie met
een standaardgrondontleding. Op basis van de voorgeschiedenis van
het perceel en de bodemanalyse wordt een geschiktheidsindex en bemestingsadvies berekend voor de teelt van witloofwortels. Bij interesse
graag een seintje naar de dienst voorlichting Witloof van Inagro.
■
Rassenkeuze
Op demonstratiemomenten kunnen verschillende rassen worden vergeleken.
Bij het begin van het nieuwe teeltseizoen is het belangrijk om even stil
te staan bij de rassenkeuze van het witloof. Dit kan onder meer door
ervaringen uit te wisselen met collega-telers, zoals op demonstratiemomenten van rassenproeven, studieavonden en beurzen. Binnenkort zal
ook de nieuwe rassenlijst witloofhybriden 2013 beschikbaar zijn. Wees
hierbij wel indachtig dat de groeiplaats van de wortels een belangrijke
invloed kan hebben op de uiteindelijke kropopbrengst en -kwaliteit.
T. De Marez, C. Vanderschelden & K. Vermeulen
Inagro, Rumbeke-Beitem
Agenda
Vakgroepwerking & kringen
proeftuinwerking
Antwerpen
Studiedag 'Gecontroleerd telen op basis van
plantgedrag en energieverbruik'
Infovergadering MAP4
MAP4 is alweer halverwege. Hoog tijd voor een tussentijdse update!
Vanaf begin 2013 zullen er een aantal wijzigingen worden doorgevoerd in
de MAP-regelgeving voor de tuinbouw. Het uitvoeringsbesluit groenteadvisering legt een aantal nieuwe verplichtingen op. Deze zullen vooral
voor de openluchttuinders gevolgen hebben omdat een bemestingsverbod wordt ingevoerd voor groenten uit groep I en II. Bemesting zal
enkel onder voorwaarden mogelijk blijven door verplichte staalnames
en een verplicht bemestingsadvies.
Het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting (CVBB) heeft ondertussen ook bijna een eerste werkjaar achter de
rug. De drie betrokken praktijkcentra in de provincie Antwerpen werken
samen om het aantal rode MAP-meetpunten terug te dringen. Hiertoe
worden deze rode meetpunten en bijkomende meetpunten stroomopwaarts ervan intensief opgevolgd en wordt gezocht naar de oorzaken
van de overschrijdingen. Als tweede opdracht volgt het CVBB ook referentiepercelen op die geregeld worden bemonsterd op nitraatresidu en
die meer informatie zouden moeten verschaffen over de onvoorspelbare invloed van het klimaat. Tot slot biedt het CVBB ook individuele
bedrijfsbegeleiding aan.
Ondertussen worden ook de resultaten van de nitraatresiducampagne
2012 stilaan duidelijk.
Om alle tuinders de kans te geven op de hoogte te blijven van deze actualiteiten omtrent MAP4 organiseren de Provinciale Vakgroep Openlucht
Groenten Antwerpen van Boerenbond, het Proefstation voor de Groenteteelt (Sint-Katelijne-Waver), het Proefcentrum Hoogstraten, het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (Geel), het CVBB en ADLO een
algemene infovergadering op dinsdag 5 februari 2013 om 20.00 uur op
het Proefstation voor de Groenteteelt in SINT-KATELIJNE-WAVER. Alle
tuinders van de provincie Antwerpen ontvangen nog een persoonlijke
uitnodiging met een concrete agenda.
π
Om duurzaam groenten te telen, dienen we bewust om te gaan met
het energieverbruik in de serre. Tegelijkertijd moet er ook oog zijn voor
de opbrengst en de kwaliteit van het aangeboden product. Alleen op
deze manier kan de rendabiliteit van de glasgroenteteelt in Vlaanderen
worden gegarandeerd. Het SmartKas-project speelt hierop in door het
aspect van energiebesparing door middel van geconditioneerd telen
te integreren met optimalisatie van productie en vruchtkwaliteit door
fytomonitoring. Dit alles wordt toegelicht door onderzoekers en ervaringsdeskundigen tijdens deze studiedag, die plaats vindt op donderdag
17 januari op het tomatenbedrijf Tomaline, Veldstraat 1A in 9120
BEVEREN.
Programma
- 10.30 uur: Ontvangst
- 11.00 uur: Bezoek geventileerde kas Pijl lv
- 12.00 uur: Lunch
- 13.00 uur: Aanvang studienamiddag
• Verwelkoming, H. Marien (Thomas More Kempen)
• Glastuinbouwprojecten in Vlaanderen, K. Holmstock (ADLO)
• Glastuinbouwzone Melsele: Netwerk(en) loont!, M. Van Poucke
(POM Oost-Vlaanderen)
• Doelgericht klimaatregelen, A. de Koning (HortiMaX)
• Het lezen van plant-taal met sensoren, K. Steppe (UGent)
• Ervaringen met energiebesparende technieken, H. Jasperse (PRIVA)
• Geventileerde kassen: energiebesparing in de praktijk, D. Pinxteren
(PCH), L. Wittemans (PSKW) en M. Coomans (VITO)
• De plant als energie-efficiënte werknemer, J. Hanssens (UGent) en
H. Marien (Thomas More Kempen)
• Slotwoord, J. Desmedt (VITO)
- 16.45 uur: Receptie
Deelname is gratis en kan door in te schrijven vóór 10 januari via [email protected]
proefstation.be of tel. 015/30 00 60.
π
andere
Agriflanders Gent
Serre afbreken?
12-12-2012 11:28:20
Wij plaatsen containers en geven
geld voor uw oud glas.
Tel. 03-2391780
125991PN1014
Proeftuinnieuws1/8.indd 1
Van donderdag 10 t.e.m. zondag 13 januari 2013, telkens van 9.00 tot
18.00 uur, vindt in FLANDERS EXPO (Maaltekouter 1, 9051 Sint-DenijsWestrem) de 8ste editie van de Vlaamse landbouwbeurs Agriflanders
plaats. De vorige edities kenden steeds een groot succes. Ruim 320 exposanten en 80.000 bezoekers maken van Agriflanders dé beurs van en
voor de Vlaamse landbouw. Tijdens de beurs worden heel wat studiedagen en seminaries gegeven. De toegangsprijs bedraagt € 11, met verminderingskaart € 6 en voor kinderen tot 12 jaar is de beurs gratis.
Meer info? www.agriflanders.be
π
| 39 |