VeenKrant - Gerrit van der Veen College

Commentaren

Transcriptie

VeenKrant - Gerrit van der Veen College
VeenKrant
december 2015
2015-2016
nr. 1
VeenKrant
2015 - 16 nr.1
1
nieuwsbrief van het Gerrit van der Veen College december 2015
Gerrit goes Gouden Eeuw
Hanneke de Gier
van de redactie
Als er sprake is van intrinsieke motivatie, leert een
leerling niet omdat het moet,
maar omdat hij de stof uit
zichzelf interessant genoeg
vindt om er tijd in te steken.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat intrinsieke
motivatie zorgt voor betere
resultaten en een diepere
verwerking. Het lijkt dus zaak
een vak zo interessant te
maken dat leerlingen zelfs
in hun vrije tijd vrijwillig naar
school komen. Dat klinkt
misschien als een utopie,
want wie is er nou te porren
voor een avond les in plaats
van ‘chillen’? Nou, dat zijn
er best veel, zo blijkt uit de
grote interesse voor de eerste
Nerd Night die de bètasectie
binnenkort organiseert. De
sectie timmert hard aan de
weg om de liefde voor hun
vak over te brengen op de
leerlingen. En dat lijkt goed
te lukken. In deze VeenKrant
leest u een uiteenzetting van
docent natuurkunde Gideon
Koekoek waarin hij ook u een
beetje verliefd laat worden
op bèta. Verder leest u onder
andere een interview met
voormalig lid van de schoolleiding Gina Martin en de
nieuwe aanwinst Annemieke
Marees.
Tijdens de kunstdagen is steevast een van de leerjaren een aantal dagen volop in de weer met
kunst. Dit jaar werden die van de tweede klassen georganiseerd in samenwerking met het vak
geschiedenis. De leerlingen beleefden een historische cocktail van kunst en cultuur die hen niet
alleen veel creatieve inspiratie bracht maar ook de nodige levenslessen opleverde
Zou jij je leven geven om nieuwe
werelden te kunnen ontdekken, zonder de zekerheid dat je
daarin slaagt? Zou je je vrijheid
opofferen om te kunnen zeggen
en schrijven wat je denkt? Zou jij
schilderen wat je zelf mooi vindt
opgeven om niet in armoede te
vervallen? Drie vragen waar ooit
mannen van naam volmondig ‘ja’
op zeiden.
Willem Barentsz, bekend geworden van de wonderbaarlijke overwintering op Nova Zembla aan
het eind van de zestiende eeuw,
wilde koste wat kost de noordoostelijke vaarroute naar het Verre
Oosten ontdekken. Hij overleed
een week na vertrek uit Het Behouden Huys.
Hugo de Groot, zeer getalenteerd
rechtsgeleerde en schrijver, wei-
gerde ook ná zijn ontsnapping in
een boekenkist uit Slot Loevestein
zijn ideeën terzijde te schuiven en
stierf ver van de Staten van Holland in het Noord-Duitse Rostock.
Rembrandt van Rijn, tegenwoordig gezien als een van de grootste
schilders ooit, eindigde in een armengraf. Dit omdat hij zijn autonomie als kunstenaar niet wilde
opgeven, zich niet wilde voegen
naar de grillen van zijn opdrachtgevers. Drie helden uit de Nederlandse geschiedenis wier levens
lezen als een spannend jongensboek.
Voor de leerlingen van klas 2
werden deze beroemd geworden
episodes meer dan zomaar wat
mooie verhalen. Tijdens de Kunstdagen op 11 en 12 november
doken ze onder leiding van ac-
teurs van theatergezelschap De
Toneelmakerij in de wereld van
Willem Barentsz, Hugo de Groot
en Rembrandt van Rijn en werden
de dilemma’s die deze mannen
voor hun kiezen kregen welhaast
werkelijke vraagstukken.
vervolg op pagina 2
in dit nummer
1 Kunstdagen 2e klassen
2Vwo-brugklas
2WoordWeek
3Betasectie
4 Columns Studiereis
5 Afscheid Gina Martin
6 Matchen wordt loten
6Scholingsdagen
6Organisatiestructuur
7 Interview Annemieke Marees
8 Column Gijs Bouwer
2
vervolg van pagina 1
Nadat de klas in drieën was verdeeld (‘Want aan het eind van de
ochtend spelen we een quiz!’),
werden de leerlingen middels een
toneelstuk meegenomen naar
de Gouden Eeuw en maakten ze
uitgebreid kennis met genoemde
drie lieden.
Tot zover was dat voor de meeste
leerlingen allemaal nog wel te behappen. Maar toen er daarna in
het Rijksmuseum daadwerkelijk
potten en pannen uit Het Behouden Huys bleken te liggen en ook
de kist waarmee Hugo de Groot
ooit had weten te ontsnappen gewoon voor het grijpen lag (toege-
2015 - 16 nr.1
december 2015
VeenKrant
geven: er ligt ook een exemplaar
in Delft, en Slot Loevestein en
zelfs New York claimen eveneens
in het bezit te zijn van dé kist),
moest enkelen even schakelen:
het is dus allemaal echt gebeurd!
Het was prachtig om te zien hoe
door de voorwerpen en schilderijen de geschiedenis voor de leerlingen echt tot leven kwam. Tijdens
de rondleiding werden ze uitgedaagd na te denken over hetgeen
ze zagen: hoe was je je kleren als
het 40 graden onder nul is? Hoe
past een tamelijk lange man in
Verrekte koud, dat Behouden Huys!
En donker!
een kist van nog geen anderhalve
meter? Waarom zijn er zoveel zelfportretten van Rembrandt? De
acteurs die de leerlingen rondleidden, wisten voortdurend verbanden te leggen met hun dagelijks
leven. ‘Waarom maken jullie zoveel foto’s van jezelf?’ ‘Precies,
je hebt jezelf altijd bij je; net als
Rembrandt, die door het maken
van zelfportretten zijn schildertechniek kon oefenen en verbeteren.’ Selfies avant la lettre dus.
Tijd voor de quiz! Fanatiek werd
er na de rondwandeling door het
museum door de drie groepen
gestreden om de eerste plaats.
Wist de ene groep zich te herinneren dat men zich bij voorkeur
in zwarte kledij liet portretteren,
omdat dat een teken van welvaart
was (het aanbrengen van een
zwarte kleur was een ingewikkelde en dus dure aangelegenheid),
riep een andere groep overtuigd
‘Mare Librum’ op de vraag naar
het beroemde werk van Hugo
de Groot over de zee en wist de
derde groep nog dat de lever van
een ijsbeer giftig is. De strijd bleef
dan ook onbeslist. Maar hoeveel
vrijdenkers, avonturiers en kunstenaars in de dop zouden het
gebouw hebben verlaten?
Verdieping voor vwo-brugklas
Attitude? Subjectief? Normaliter?
Dienke Veenstra
Elaine Romein
Dit jaar is in de eerste klas een
vwo-brugklas van start gegaan.
Door één van de brugklassen
specifiek voor vwo-leerlingen in
te richten, streven we naar een
soepeler doorstroom van deze
leerlingen binnen de vwo-afdeling. Ook beogen wij hiermee het
profiel van het vwo binnen onze
school te versterken en de omvang van het aantal vwo-leerlingen op peil te houden.
Bij sommige vakken betekent
dit dat de leerlingen andere
boeken hebben dan de andere
brugklassers en ook de normen voor de klas zijn strenger.
Omdat de leerlingen de lesstof
vaak snel onder de knie hebben, bieden verschillende vakken verdieping en verbreding.
Bij geschiedenis is er bijvoorbeeld het ‘keuzemenu’ ter verdieping. De leerlingen doen bijvoorbeeld extra onderzoek naar
Julius Caesar en houden spreekbeurten over deelonderwerpen.
Het is dan niet de leraar die
vertelt, maar de kinderen zelf.
Tijdens de lessen Nederlands
was er na het harde werken tijd
om een Jeugdjournaal-item te
schrijven en deze te presenteren
voor de klas. Bij Engels vertellen
de leerlingen bijvoorbeeld welke
held ze zouden willen zijn en
waarom.
Sommige leerlingen moeten
wel even wennen. Op de basisschool hoefden zij nauwelijks
huiswerk te maken, terwijl ze nu
plotseling uitgedaagd worden
en flink aan de slag moeten.
Een dictee via de intercom
vormde op maandag 9 november het startsein van de WoordWeek. Traditiegetrouw stond de
hele school één week lang in
het teken van uitbreiding van de
woordenschat. Vooral schooltaalwoorden, woorden die leerlingen
lastig vinden maar die op school
veel worden gebruikt, worden
tijdens de WoordWeek op een
speelse manier eigen gemaakt.
‘Abstract’, ‘subjectief’ en ‘weerzin’, maar ook ‘beeldspraak’,
‘psychologisch’ en ‘normaliter;
wat betekenen die woorden eigenlijk?
Enthousiast gingen leerlingen
uit de brugklas en de tweede
klas bij Nederlands aan de slag
met het opzoeken, uitbeelden en
tekenen van verschillende woor-
den. De resultaten waren heel
creatief en door de hele school
te bewonderen.
Op vrijdag 20 november vond
in de aula de feestelijke prijsuitreiking plaats. Voor de brugklassen was de eerste prijs voor
‘attitude’ (van Peyle Troost - 1C)
in de prijzen. (zie de afbeelding
hiernaast). Bij de tweede klassen kreeg ‘gevolg’ (Johan Mijer
- 2VC - pag.5) de eerste prijs: het
niet mis te verstane woord ‘WINNAAR’ in chocoladeletters!
Verder vielen ‘normaliter’ en ‘motiveren’ in de prijzen en waren er
speciale vermeldingen voor ‘surrealistisch’, ‘generaliseren’ en
‘ofschoon’.
Een zeer geslaagde week, waarin
veel nieuwe woorden zijn geleerd
of is dat te subjectief?
VeenKrant
december 2015
2015 - 16 nr.1
Het allerwonderlijkste: de realiteit zelf
Gideon Koekoek
Het bèta-onderwijs zit bij ons op school in de lift. Mede dankzij een enthousiast team docenten en
technisch onderwijs assistenten die veel extra dingen organiseren om hun vak levendig te maken en
de lesstof koppelen aan de praktijk, krijgen we er steeds meer goede wetenschappers bij.
Biologie is meer dan feitjes uit het
hoofd leren, scheikunde meer
dan lange namen van moleculen
onthouden en natuurkunde meer
dan moeilijke formules doorrekenen. Bèta doen is begrijpen wat
je elke dag ziet, onderzoek doen,
doordenken en geen genoegen
nemen met reproductie. Je moet
je blijven afvragen wat er achter
de eerste indrukken te zien is,
wat het begrip achter de feiten,
achter de moleculen en achter
de formules is. Dit implementeren we dagelijks in onze onderwijspraktijk; onze leerlingen worden graag uitgedaagd en vinden
het interessant om zelf onderzoek te mogen doen.
Binnenkort organiseren we de
eerste Nerd Night. Dit is een interactief avondcollege over geavanceerde bèta-onderwerpen
op het snijvlak van biologie,
scheikunde, en natuurkunde.
De belangstelling onder de leerlingen is groot. Onze eerste Nerd
Night zit al helemaal vol.
Bij natuurkunde zijn we bovendien sinds dit schooljaar een
samenwerkingsverband aangegaan met het Nationaal Instituut
voor Kern-en Hoge Energiefysica
(Nikhef). Dit instituut speelt een
vooraanstaande rol bij het wereldwijde onderzoek naar de
dien zetten we onze school op de
kaart als een plek waar ook de
getalenteerde bèta leerling goed
tot zijn recht komt.
Tim Nieuwenhuis, Hans Teuben en Gideon Koekoek, (bèta)mannen van biologie, scheikunde en natuurkunde
natuurkunde van elementaire
deeltjes, kosmische straling en
zwaartekracht. Door dit samenwerkingsverband stellen wij onze
leerlingen in staat om een bijdrage te leveren aan lopend wetenschappelijk onderzoek naar de
oorsprong van kosmische straling uit het diepe heelal. Boven-
Bètavakken spelen een unieke
rol in het curriculum van de middelbare school. Het is het kennisgebied van het allerwonderlijkste: de realiteit zélf. Van de
kleuren van bloemen tot die van
de regenboog, van het gedrag
van de allerkleinste deeltjes tot
aan de enorme expansies van het
gehele Universum en van licht,
geluid, en energie, van liefde en
van leven: ieder mens heeft een
inherente interesse in de wereld
om zich heen. Bèta vervult de
behoefte aan deze verwondering
en laat onze leerlingen kennis
maken met de magische wereld
die achter alledaagse verschijnselen schuil gaat. Waar fenomenen als het leven, stoffen, vuur,
sterren en planeten al prachtig
zijn voor het ongetrainde oog,
wint de natuur in schoonheid
wanneer óók de achterliggende
verklaringen zijn begrepen.
3
Bèta vervult de behoefte aan
deze verwondering en laat onze
leerlingen kennis maken met de
magische wereld die achter alledaagse verschijnselen schuil
gaat. Waar fenomenen als het
leven, stoffen, vuur, sterren en
planeten al prachtig zijn voor het
ongetrainde oog, wint de natuur
in schoonheid wanneer óók de
achterliggende verklaringen zijn
begrepen.
Behalve leuk is bèta-onderwijs
ook belangrijk. Niet alleen omdat het aan de basis van al onze
technologie ligt, maar ook omdat
het een kritische houding bij leerlingen vereist. Het is immers kennis die gebaseerd op een denkwijze van logica en het toetsen
van je geopperde verklaringen en
niet op menselijke interpretatie.
Een kritische denkhouding staat
centraal; een idee laten varen als
blijkt dat je het niet bij het juiste
eind hebt. Het is onze taak om
leerlingen dit aan te leren.
Kortom, bèta is leuk, bèta is belangrijk en het zit in de lift. Het
Gerrit van der Veen levert niet alleen prachtig getalenteerde kunstenaars, maar ook steeds meer
goede wetenschappers. En dat
gaat prima samen. De wonderen
van de natuur geven ze volop inspiratie voor kunst en andersom
geeft de kunst inspiratie voor wetenschappelijk ideeën.
4
2015 - 16 nr.1
december 2015
VeenKrant
Behelpen in Barcelona
Voor de jaloersen onder ons: het leven van de vijfdeklassers gaat
niet alleen maar over rozen tijdens de studiereis. Na het kamp in
de derde is de reis naar Barcelona, Berlijn of Mimizan er eentje
om naar uit te kijken. Maar een douche waar je smeriger uit komt
dan dat je er in ging, doet Isis de Lange uit 5VC verlangen naar
haar eigen douche thuis. Bovendien is het nog niet zo makkelijk
om die krappe ruimte in Barcelona ongezien te verlaten. Maar als
eenmaal de haren zijn gewassen, maken de optredens op de Rambla
gelukkig veel goed.
Het gordijn
Isis de Lange (5VC)
Gordijntje open gordijntje dicht.
Een plotselinge windvlaag. Help!
Volgens mij ging dat nog net
goed. Ik denk dat niemand me
heeft gezien, op hoop van zegen
dan maar.
Het gordijntje, verbleekt geel
met een nogal goedkoop ruitje
erop, hangt onschuldig aan
een rail, geklemd tussen twee
muurtjes. Er is op zich helemaal
niets bijzonders aan, maar toch
is mijn blik er onafgebroken op
gevestigd. Aan de andere kant
van de ruimte hoor ik een snelle
‘roetsj’, het herkenbare geluid
van een met haast opzij geduwd
gordijntje. Een paar gedempte
stemmen, in een taal die ik niet
ken, vullen de stille ruimte. Zij
hebben blijkbaar minder moeite
met de hele situatie. De stemmen worden wat luider en woorden worden afgewisseld met
hier en daar een schaterende
lach als van spelende kinderen
op een dorpsplein. Zouden ze
het over mij hebben?
Inmiddels ben ik overgegaan op
het tellen van de muurtegels.
Hier word ik er weer eens aan
herinnerd hoe goed ik in rekenen ben. Vijf keer zestien is?
Na een paar mislukte pogingen,
vestig ik mijn aandacht weer
op het fragiele gordijntje, dat
nog steeds, door wind geleide,
dansjes maakt. Achter me hoor
ik het gekraak van een deur die
geopend wordt, gevolgd door
het geluid van goedkoop rubber
op tegels. Weer zo een persoon
met smetvrees. Het begint hier
nu wel heel erg druk te worden,
aangezien de gezichtloze sprekers de ruimte nog niet verlaten
hebben. Ik hoor opnieuw het
gekraak van de deur, nog meer
mensen, denk ik bij mezelf. Het
wordt wel heel gezellig zo. Het
is nu van absoluut levensbelang
dat het gordijntje zich gedeisd
houdt. Mezelf tegen het verste
hoekje van de ruimte geduwd,
wacht ik op het juiste moment.
Het moment dat: anonieme
sprekers hun spullen bij elkaar
pakken en besluiten hun gesprek ergens anders te voeren;
de persoon met smetvrees
het hier toch te smerig vindt
en omdraait en tot de net binnengekomen mensen snel hun
zaakjes afhandelen en uit het
zicht verdwijnen. Dit is het juiste
moment, het moment dat ik het
gordijn open. Ik wikkel mezelf
in een smerige handdoek; stap
uit het smerige hokje en loop
op mijn tenen over de smerige
vloer terug naar de slaapzaal.
Ik kan niet wachten tot ik weer
thuis kan douchen.
Ono La Rambla
Annika Goedkoop (5VC)
Daar zitten ze dan, midden op
het plein. De avond valt. Hij
steunt op zijn armen achter
zijn rug, benen iets uit elkaar
geschoven. Haar rug rust op
zijn borst en haar benen zijn
omhooggetrokken. Een stukje
enkel komt onder het rode
linnen van haar wijde broekspijp tevoorschijn. Zij sluit haar
ogen, de contrabas doet zijn
intrede. Een lange lok van haar
zwarte haar, een pijpenkrul,
waait in zijn gezicht. Hij brengt
het voorzichtig achter haar oor
en gebruikt vervolgens beide
handen om het volume van het
applaus te verhogen. Ook zij
klapt, trekt haar vingers dan
terug in de mouwen van haar
wollen trui, zodat ze het de
hele avond vol kan houden. De
jazzgitarist spreekt het publiek
toe, waarschijnlijk een aankondiging en een snelle check of
het publiek het nog naar de zin
heeft. Waarschijnlijk, ik begrijp
geen Spaans. Uit het publiek
klinkt een lange lage “Siiii!”. Dit
kan ik dan nog wel begrijpen,
evenals de mate waarin die
twee aan het genieten zijn,
want daar is geen taal voor
nodig. Levensgenieters in deze
eenvoud waren volop te vinden
in de prachtige stad aan de Middellandse Zee. Catalaanse Yoko
Ono’s en John Lennons waren
op vrijwel elk plein te vinden.
Zodra ik dit soort hippiestellen
zag, speelden er gelijk zoete
liedjes in mijn hoofd af, van
Jack Johnson tot Norah Jones,
uitgebracht op vinyl. Al snel
bereikte ook een zachte geur
van wierook mijn neus.
Het leven in die eenvoud, zonder dat de armoede haar intrek
heeft genomen, heeft lang niet
iedereen gezien, jammer genoeg. Ik snap geen bal van de
grote groepen vakantiegangers
die als een kudde schapen door
de stad dreunen, mekkerend
naar nog meer entertainment
en magneetjes voor op de koelkast. Dat vindt toch niemand
wat? Doe mij maar rondtrekken
met een rugzak, ronde zonnebril
en los vallende broek als enige
attributen. Zo kan ik mij ook
voor even Yoko Ono voelen. Een
hele avond lang genieten van
ingewikkelde jazzmuziek op de
La Rambla, heerlijk lijkt me dat.
Ik wil nu alweer terug!
VeenKrant
december 2015
2015 - 16 nr.1
5
Gina verlaat Gerrit na bijna veertig jaar
Dienke Veenstra
Lekker tuinieren in haar ruime tuin, zo nu en dan een last-minutetripje en handwerken. Zo ziet het leven van Gina Martin, docent
economie en lid van de schoolleiding, er de laatste weken uit. Na
40 jaar onderwijs houdt Gina het voor gezien. Na een veelzijdige
carrière op het Gerrit van der Veen College, stopt ze met werken.
Met een universitair diploma
geografie op zak begon Gina in
1975 als aardrijkskundedocent
op het voormalig Lely Lyceum bij
de Westertoren. Een jaar later
bleken er op deze school niet
genoeg uren te zijn, maar na
beraad tussen directeuren van
verschillende scholen, hoorde ze
dat er op het Gerrit van der Veen
College nog een plekje was. Na
een gesprek met alleen de directeur was de nieuwe baan een
feit. Spannend, want verder had
ze nog niemand gezien. Gina: ‘Ik
had geen flauw idee hoe de sectie aardrijkskunde eruit zag, daar
kwam ik pas na de zomervakantie achter.’
Het Gerrit van der Veen College,
toen nog een mavo/havo-school,
was verdeeld over twee locaties; de mavo in de huidige Joke
Smithschool en de havo aan de
Gerrit van der Veenstraat. Gina
gaf vooral les op de mavo. ‘Het
ging vooral om leerlingen iets
bij te brengen, orde houden was
toen nog niet iets om je druk om
te maken. Dertig kinderen in de
klas die precies deden wat je zei,
dat was zo bijzonder.’
In 1984 kwam er een belangrijke
omslag binnen de school. De
toenmalige directrice ging met
pensioen en daarmee verdween
ook haar autoritaire beleid. In
plaats daarvan kwam er meer
oog voor de leerlingen en de vaksecties. ‘Ze was nog van de oude
stempel. Leerlingen werden eerst
meer gezien als een noodzakelijk
kwaad en de scheiding tussen de
mavo-en havoleerlingen was heel
sterk. Dat werd na het vertrek van
de directrice gelukkig anders.’
Naast haar drukke baan deed ze
in de jaren ’80 in de avonduren
een studie economie, een vak
dat haar al vanaf het begin al
meer aansprak dan aardrijkskunde. ‘Economie speelt een belangrijke rol in de wereld, het is altijd
actueel en je kan de leerlingen
goed met elkaar laten discussiëren.’ Wat ooit begon als gewoon
werk en geld verdienen, eindigde
met passie voor het vak van leraar. Hoewel de band met leerlingen goed was, noemt Gina zichzelf wel een afstandelijke leraar.
Over haar privéleven zijn de leerlingen weinig te weten gekomen,
maar over het vak economie des
te meer. ‘Als ik oud-leerlingen tegenkom, zeggen ze altijd dat ze
veel geleerd hebben.’
Al snel was Gina meer bij de organisatie van de school betrokken. Ze begon als voorzitter van
de medezeggenschapsraad en
personeelsraad, puzzelde het
rooster zo goed mogelijk in elkaar, werd examensecretaris en
verzuimcoördinator en werkte
uiteindelijk zeven jaar als afdelingsleider. ‘Dat was een mooie
periode. Aan de ene kant kon
ik lesgeven, aan de andere kant
was ik nauw betrokken bij de organisatie, de ouders en de kinderen.’ Het adviseren van ouders
en leerlingen lag haar wel. Door
goed naar de verschillende behoeftes van leerlingen te kijken,
slaagde zij erin de kinderen naar
de eindstreep te trekken.
Hoewel Gina’s carrière uit veel
hoogtepunten bestond, waren er
ook een paar dieptepunten. Zo
brandde een groot deel van de
school in 1992 af na een open
avond. De school werd meer dan
een jaar lang elders gehuisvest.
Daarnaast moest ze haar afdelingsleiderschap na zeven jaar
neerleggen door de ziekte van
Parkinson.
Gina is dan misschien wel gestopt met werken, de school
hoeft haar nog niet helemaal
te missen. Het coördineren van
de uitgifte van de schoolboeken
blijft ze doen. Daarnaast begeleidt ze nog VWO6-leerlingen met
hun profielwerkstuk. Maar eerst
geniet ze van een welverdiende
reis in Nieuw-Zeeland.
6
2015 - 16 nr.1
december 2015
Matchen
wordt weer
loten
Ook docenten leren...
van elkaar!
Annemieke Marees
Moeten docenten nog steeds leren? Het Gerrit van der Veen
College vindt van wel. Zoals onze visie op onderwijs voorschrijft,
houdt leren namelijk nooit op! Zodoende organiseren wij zes keer
per jaar scholingsdagen voor docenten waarin verschillende thema’s de aandacht krijgen.
Afgelopen jaar is er gewerkt
met een systeem van matching.
Daarbij is de Citotoets naar achter geschoven en hadden de
basisscholen het laatste woord
als het ging om het basisschooladvies. In het rapport ‘Tevredenheidsonderzoek matching’ is
teruggeblikt op het systeem. Op
basis van dit rapport beslist de
OSVO hoe de kernprocedure er
voor komend schooljaar uit zal
komen te zien.
Enkele uitkomsten onderzoek
In de voorbereidende fase laten
ouders zich het meest informeren door de open dagen van de
VO-scholen en de keuzegids VO.
Daarnaast raadplegen zij hun
netwerk. Dit jaar zijn er veel
meer open dagen bezocht omdat
er tien plekken op de voorkeurslijst ingevuld konden worden. In
de resultaatfase blijkt dat 83%
van de ouders in zekere mate
tevreden is met de plaatsing van
hun kind. Slechts 23% van de ouders vindt dat matching in hoge
mate heeft geleid tot een beter
plaatsingsresultaat.
Hoe nu verder
Eind oktober is bekend geworden dat er vanaf volgend jaar
weer geloot gaat worden bij
overaanmelding.
Strategisch
kiezen wordt door de OSVO niet
meer als ‘akelig’ beschouwd. Het
wordt zelfs gestimuleerd. Nieuw
is dat de loting centraal uitgevoerd zal worden. Uitgelote leerlingen worden dan vervolgens
intensief begeleid bij het zoeken
naar een andere school met
plek. Hierbij wordt dan wel weer
gebruik gemaakt van matching.
Elmar van Ee
De eerste scholingsdag stond in
het teken van activerende en motiverende didactiek. De uitgangspositie van activerende didactiek
is dat de leerling geactiveerd
wordt tot kennisverwerking op basis van reeds aanwezige kennis in
tegenstelling tot het passief opnemen van kant-en-klare kennis.
Maar hoe activeren en motiveren wij de leerlingen bij ons op
school? Om daar achter te komen, namen we een kijkje in elkaars keuken. Terwijl een aantal
leerlingen lachend naar binnen
gluurde, trapten leden van kunstsectie af in de aula met een warming-up, een ritme oefening, een
tekenoefening en een mentale
oefening die de docenten aaneensluitend uitvoerden.
Vervolgens werden de docenten
onderverdeeld in vier verschillende lokalen waar zij in twee rondes
deelnamen aan activerende en
motiverende werkvormen.
Dienke Veenstra liet met de kahoot-quiz zien hoe leerlingen op
hun mobieltjes de strijd met elkaar aangaan. Ineke van Heerde-
Een frisse wind in de
schoolorganisatie
Ellen Veenemans
Vanaf dit schooljaar is de leiding van de school anders georganiseerd dan voorgaande
jaren. De schoolleiding bestaat
vanaf augustus 2015 uit de
rector en drie teamleiders. Wat
is er precies veranderd en met
welk doel?
Er zijn vier coördinatoren aangesteld die het mentorschap versterken en de mentoren ondersteunen. Deze coördinatoren denken
en kijken op proactieve wijze mee
met de mentoren als het gaat om
het volgen van de studievoortgang, leerresultaten, leerhouding
en gedrag van de leerlingen. Zij
ondersteunen de mentoren bij
het tijdig aan de bel trekken, het
voeren van gesprekken met leerling en ouders en bij het maken
van duidelijke afspraken. De coördinatoren verrichten een deel van
de werkzaamheden die voorheen
bij de afdelingsleiders lagen. De
coördinatoren vervullen daarmee
een brugfunctie tussen de schoolleiding en de leerlingen en hun
ouders. Bij complexe problematiek worden de teamleiders (en
in bepaalde situaties de rector)
betrokken.
De drie teamleiders hebben ieder
een eigen team docenten. De rector heeft het onderwijsondersteunende team onder haar hoede.
De teamleiders geven naast hun
teamtaken les aan een of twee
klassen. De aansturing van de
vaksecties is eveneens onder
de teamleiders en de rector verdeeld.
VeenKrant
Eckert demonstreerde een grammaticale opdracht waarin leerlingen in een soort carrousel
reflecteren op de antwoorden
van de ander. Gideon Koekoek
demonstreerde met de ‘kaartenbak-methode’ een manier om de
voorkennis van leerlingen te toetsen. Laurens Nieuwkamp liet zien
hoe het tekenen van een kaart
van Nederland door de leerlingen
de verschillen tussen arm en rijk
verduidelijkt. Karina Meeuwse,
Emil Pepic & Tom van der Wel
lieten met de ‘krokodillenriviermethode’ zien hoe leerlingen over
hun eigen waarden debatteren.
In de les van de gymsectie leren
leerlingen om elkaar stapsgewijs
te beoordelen aan de hand van
een afvinklijst.
De deelnemende docenten liepen
enthousiast en vol nieuwe ideeën
voor hun eigen lessen de deur uit.
Ja, want we willen blijven leren...
en het liefst van elkaar!
Met de wijziging in de organisatie
wordt gestreefd naar:
• Een verminderde afstand tussen schoolleiding enerzijds en
het primaire proces en de leerlingen/ouders anderzijds.
• Een proactieve werkwijze waardoor ongeoorloofd verzuim
afneemt, ouders nauwer betrokken worden bij het leerproces en zo snel mogelijk op de
hoogte zijn van verzuimgedrag,
leerachterstand of gedragsproblematiek.
• Een schoolleiding met meer organisatiekracht en ruimte voor
het ontwikkelen van schoolbeleid, onderwijskwaliteit en -innovatie.
• Een doorlopende leerweg onderbouw- bovenbouw zowel wat
betreft de programmering als
wat betreft de aanpak van de
begeleiding van leerlingen.
• Een adequate overdracht van
leerlingen vanuit het basisonderwijs en een passend onderwijsen begeleidingsprogramma.
VeenKrant
december 2015
2015 - 16 nr.1
7
Knopen doorhakken en gewoon doen
Dienke Veenstra
Niet te lang dubben, knopen doorhakken en gewoon doen. Dat is het motto van Annemieke Marees
die sinds maart aan het roer van de brugklassen staat. Ze is verantwoordelijk voor de planning en
ook de communicatie staat op haar takenlijstje. Met haar komst waait er een nieuwe, daadkrachtige
wind door de schoolleiding
Hoewel, nieuw. Helemaal
nieuw ben je niet, toch?
‘Acht jaar geleden heb ik hier een
jaar lang gewerkt als economieleraar. Ik werkte toen al op het
Sweelinck College en was benieuwd hoe het er op een havo/
vwo-school aan toe ging. Ik vond
het Gerrit van der Veen College
een hele leuke school; de sfeer is
open en heel relaxed, zowel onder de kinderen als de collega’s.
Toen ik hoorde dat er hier hulp
nodig was, heb ik meteen een
mail gestuurd.’
Kortom, een wat strakkere organisatie, maar ook weer niet overgeorganiseerd.’
Behalve lid van de schoolleiding, ben je ook teamleider
van de brugklas. Wat vind je
belangrijk voor de brugklassers?
‘Omdat ze nieuw op school zijn,
moeten ze nog echt hun plekje
vinden. Ik wil dat ze hier goed
landen, zowel sociaal als cijfermatig. Als het niet goed gaat met
de cijfers, zijn er de steunlessen.
En als er gedragsproblemen zijn,
moeten we als school meteen in
actie komen en niet afwachten.
Gelijk ingrijpen werkt het beste,
dan wordt het niet erger. Verder
ben ik aan het regelen dat er dit
schooljaar nog verkeerslessen
komen voor de eersteklassers.
Het is belangrijk dat kinderen
veilig van en naar school gaan.’
Je bent zij-instromer en
werkt nog niet zo lang in het
onderwijs.
‘Na de heao en een studie communicatiewetenschappen heb
ik als coördinator Wedstrijdtennis bij de tennisbond gewerkt.
Daarna werd ik projectmanager
bij PCM Uitgevers. Dat gaf na tien
jaar niet veel voldoening meer.
Bovendien had ik twee kinderen
en dat was moeilijk te combineren met mijn baan. Dan maar in
het onderwijs, dat was het meest
praktisch en er was bovendien
een lerarentekort.’
Hoe beviel dat?
‘Ik dacht: als ik gewoon een beetje streng kijk, dan lukt het wel.
Maar de kinderen gaan je natuurlijk uitproberen, ik wist niet
wat ik meemaakte. Het was heel
zwaar, na twee weken meldde
ik me al een dag ziek. Daarna
heb ik er tijdens mijn fietstocht
naar huis maar eens goed over
nagedacht en heb ik het roer
omgegooid. Ik werd veel strenger
en dat hielp. Ze luisterden en de
orde werd een stuk beter. Het is
belangrijk om duidelijke regels te
stellen, dat geeft veiligheid.’
Je bent er nog maar net en nu
al lid van de schoolleiding. Is
dat niet spannend?
‘Ik vind het vooral heel leuk. Ik
kan meedenken en beslissingen maken. Op het Sweelinck
College heb ik de schoolleiding
ook geadviseerd, dus helemaal
nieuw was het niet. Daarbij denk
ik dat ik een goede aanvulling
op de schoolleiding ben. Ik ben
pragmatisch ingesteld en heel
praktisch; laten we niet de hele
tijd praten, maar ook meteen actie ondernemen.’
Wat heb je tot nu toe voor het
Gerrit van der Veen kunnen
betekenen?
‘Ik heb meegedacht over het
nieuwe verzuimbeleid, een conceptprotocol voor gescheiden ouders opgesteld en een eenduidig
beleid gemaakt voor het toekennen van verlof. Eerder was dat
laatste nog wel eens afhankelijk
van de teamleider met wie je te
maken had. Ik vind dat je vage
dingen duidelijk moet maken
voor ouders en leerlingen. Daarnaast moet de informatie vanuit
school beter en eerder gecommuniceerd worden naar ouders.
Wat kunnen ouders doen?
‘Ouders moeten zich verantwoordelijk voelen en samenwerken
met de school. Ze moeten meekijken met het huiswerk, samen
de tas inpakken en zorgen dat
het kind vroeg genoeg van huis
gaat om op tijd op school te zijn.
Als ouders kritiek hebben op de
school, is het belangrijk dat ze
dat kwijt kunnen, maar dan wel
op een opbouwende manier.
Ik hoop dat ze samen met de
school optrekken en als er iets is,
hoor en wederhoor plegen.’
8
2015 - 16 nr.1
december 2015
Verkleed uit je dak
Gewapend met maskers, duivelsoortjes, pruiken en tal van andere
accessoires kwamen de leerlingen
van de onderbouwklassen en zelfs
een enkele bovenbouwer naar het
jaarlijks schoolfeest in de met vlaggetjes versierde aula. Met het thema
‘verkleed’ liet de organisatie de outfit
aan de fantasie van de feestgangers
zelf over. Zo dansten de vampiers
colofon
Redactie en vormgeving:
Dienke Veenstra en Bert
Looman
Reacties en bijdragen naar:
Redactie VeenKrant
[email protected]
[email protected]
Ook deze VeenKrant kunt u
digitaal terugvinden op www.
gerritvdveen.nl
en duiveltjes gebroederlijk naast
de dames van K3. De uitgedoste
leerlingen feestten tot in de late
uurtjes op de nieuwste deuntjes.
VeenKrant
Van wie
is de les?
Toen ik tien jaar
geleden als docent op
het Gerrit van der Veen College begon, had ieder
lokaal nog een ouderwets verhoogd podium waarop
het bureau van de docent stond. De oppervlakte van
dit podium was niet veel groter dan een gemiddelde
eetkamertafel. Het was dus zaak goed op te letten
en geen ongecoördineerde bewegingen te maken,
want voor je het wist viel je er met stoel en al vanaf of
verstuikte je een enkel. Wel had je vanaf het podium
goed zicht op je leerlingen. Je kon controleren of er
opgelet en in voldoende mate gewerkt werd en een
leerling die probeerde te spieken had je vanaf je verhoogde troon meestal meteen in de smiezen.
Het podium stamt uit de tijd waarin de onderwijzer koning was in zijn eigen klaslokaal. Hij bepaalde
van a tot z het verloop van de les, dat veelal uit niet
meer bestond dan een frontaal klassikale uitleg
waarna de leerlingen in stilte zelfstandig aan het werk
gingen. De lessen waren van de docent; eigen inbreng
van leerlingen was ondenkbaar en zij ondergingen de
lessen lijdzaam.
Anno 2015 is de rol van de docent als
ordebewaker en instructeur verschoven naar die van
coach en begeleider en ziet een gemiddelde les er
heel anders uit. Dit overpeinzend en mij bewust van
mijn valkuil om de les te willen bepalen en te lang
klassikale uitleg te geven, bedacht ik een experiment.
Ik maakte voor mijn derde klassen een lessenserie
waarin ik de leerlingen veel meer verantwoordelijkheid
gaf. Zij moesten een mindmap maken rond het thema
erfelijkheid en deze vervolgens van elkaar beoordelen.
Ik liet hen drie beoordelingscriteria formuleren, eerst
individueel, daarna in tweetallen, vervolgens in viertallen en uiteindelijk klassikaal. Binnen een half uur
hadden de leerlingen zo drie criteria geformuleerd mét
puntentelling. Tsjakka! Ook over de consequenties van
het te laat inleveren van de mindmap, liet ik hen zelf
nadenken. De lessen waren een succes. Er werd hard
en geconcentreerd gewerkt en ook het beoordelen
werd zeer serieus genomen.
In mijn enthousiasme en vol vertrouwen in het
zelfregulerend vermogen van onze leerlingen, vroeg
ik de volgende les aan vier van hen of zij een nieuwe
klassenplattegrond wilden maken. Met glimmende
pretoogjes namen zij de opdracht aan. Maar al gauw
bleek het gehanteerde criterium vooral gezelligheid
te zijn en had ook ík mijn les geleerd. Opgelucht
constateerde ik dat de rol van de docent nog lang niet
is uitgespeeld!

Vergelijkbare documenten

VeenKrant - Gerrit van der Veen College

VeenKrant - Gerrit van der Veen College technologie ligt, maar ook omdat het een kritische houding bij leerlingen vereist. Het is immers kennis die gebaseerd op een denkwijze van logica en het toetsen van je geopperde verklaringen en nie...

Nadere informatie

VeenKrant - Gerrit van der Veen College

VeenKrant - Gerrit van der Veen College rol in het curriculum van de middelbare school. Het is het kennisgebied van het allerwonderlijkste: de realiteit zélf. Van de kleuren van bloemen tot die van de regenboog, van het gedrag van de all...

Nadere informatie

VeenKrant - Gerrit van der Veen College

VeenKrant - Gerrit van der Veen College ook belangrijk. Niet alleen omdat het aan de basis van al onze technologie ligt, maar ook omdat het een kritische houding bij leerlingen vereist. Het is immers kennis die gebaseerd op een denkwijze...

Nadere informatie