`De tranen van Maria` Concert Spirituel op de Stille Zaterdag Luigi

Commentaren

Transcriptie

`De tranen van Maria` Concert Spirituel op de Stille Zaterdag Luigi
‘De tranen van Maria’
Concert Spirituel op de Stille Zaterdag
Luigi Boccherini: Strijkkwintet opus 39 en Stabat Mater
Joseph Haydn: Maria querit Christum filium
Zaterdag 26 maart 20.30 uur
Majella Kapel (NPB gebouw) Iepenlaan 26 Bussum
De Tindalstichting biedt jaarlijks een Concert Spirituel als alternatief voor een herhalende gang
naar Bach’s meesterwerken; de Mattheus- of Johannes Passie.
Het Concert Spirituel was in 1725 in Parijs een initiatief van de componist Philidor, met als doel
instrumentale muziek en sacrale werken met Latijnse teksten uit te voeren, als tijdens religieuze
feestdagen de operahuizen gesloten waren. De professionele musici en operazangers en
zangeressen trokken veel publiek naar de kerken dan doorgaans en de teksten konden ook op de
instemming van de kerkautoriteiten rekenen. In de lutherse en anglicaanse kerken werd geen latijn
gebruikt, immers, vele vertalers die de bijbel in de lokale volkstaal hadden vertaald waren als
ketters vervolgd. De vertaling in het latijn was echter destijds ook een vertaling bedoeld de massa
te overtuigen. De protestanten zouden na de reformatie het gebruik van het latijn in de kerk en bij
het ritueel uitreiken van de hostie als 'hokuspokus' afkeuren. (hoc est corpus: dit is het lichaam).
De cantates van Händel en Bach, met Engelse en Duitse tekst, trekken na driehonderd jaar nog
steeds volle kerken. De claim van kerk en staat, dat hun macht van god gegeven zou zijn en hun
onderdanen slechts dienen te gehoorzamen, is in de geseculariseerde westerse wereld vrijwel
volledig ontkracht. De behoefte aan inspiratie en spiritualiteit is echter allerminst verdwenen.
Waar haalden dichters en musici hun inspiratie vandaan? In de Griekse mythologie kwam die van
De Muzen of van Prometheus, die het heilig vuur aan de Goden ontstal. De monotheïstische
godsdiensten voerden profeten ten tonele, die vanwege de goddelijke inspiratie wel tot de canon
zouden moeten behoren. Artistieke inspiratie wordt wel omschreven als een staat van zijn, waarin
de dichter of de musicus passief en onbewust wordt geleid door een hogere macht. Dat zou tot de
conclusie kunnen leiden dat inspiratie voldoende zou zijn en vaardigheden van weinig belang,
zoals een analfabeet ook profeet kan zijn als anderen het goed opschrijven. In de oudheid werd
echter evenveel belang aan ambachtelijke vaardigheden als aan inspiratie gehecht.
Onderscheiden werd de poëtische inspiratie; een tijdelijke staat van zijn, schijnbaar veroorzaakt
door een externe kracht en het poëtisch genie; de permanente kwaliteit en vaardigheid van de
dichter. Tot ver in de achttiende eeuw werd muziek niet in de eerste plaats als een kunst
beschouwd, maar als een ambacht. Het zijn dus deze muzische vaardigheid en inspiratie die
elkaar overlappen in het maken van een kunstwerk.
Kaartverkoop via de website www.tindal.nl met Cango betaal- en reserveringssysteem.
Kaarten € 25,- consumpties inbegrepen, zijn ook te reserveren door overmaking op rekening
nummer NL94 ABNA055.40.65.681 t.n.v. de Tindalstichting Bussum. Kaarten worden niet
toegestuurd, de namen van rekeninghouders die hebben overgemaakt verschijnen op de
lijst. Kaarten zijn à contant zijn verkrijgbaar bij beide vestigingen van Wijnhandel Eduard Mol,
Brinklaan 18 en Huizerweg 124 en Notariskantoor Doude van Troostwijk Meerweg 17
te Bussum.
Johannette Zomer (sopraan)
De Nederlandse sopraan Johannette Zomer werkte eerst
enige jaren als microbiologisch analiste alvorens zij in 1990
haar zangopleiding begon bij Charles van Tassel aan het
Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. In juni 1997
behaalde zij haar diploma Uitvoerend Musicus. En
sindsdien ontving ze coaching van Diane Forlano (London)
en Marlena Malas (New York). Het repertoire van
Johannette reikt van de Middeleeuwen tot en met de 20e
eeuw. Zij werkte daarom niet alleen met belangrijke
barokspecialisten zoals Philippe Herreweghe, Ton
Koopman, Frans Brüggen, René Jacobs, Reinard Goebel
en Paul McCreesh, maar ook met Kent Nagano, Ivan
Fischer, Daniel Harding, Valery Gergiev, Reinbert de
Leeuw en Peter Eötvös. >>
Johannette geeft regelmatig recitals met zowel de luitist
Fred Jacobs als de fortepianist Arthur Schoonderwoerd.
Johannette maakte haar operadebuut bij de Nationale
Reisopera in oktober 1996, toen ze de rol van Tebaldo
vertolkte in Guiseppe Verdi's Don Carlo. Sindsdien stond
zij op de operabühne in rollen als Belinda, Pamina,
Euridice, Dalinda en Ilia maar ook als Mélisande en
Amanda (in Ligeti's Le Grand Macabre). In 2008 nam Johannette in Rossini's opera Il Turco in
Italia de beide vrouwelijke hoofdrollen Zaida en Fiorilla voor haar rekening in een bewerking voor
het Nederlands Blazers Ensemble. In 2009 maakte zij haar debuut bij de Nederlandse Opera in
Ercole Amante van Cavalli. Onlangs nam zij twee rollen voor haar rekening in Rameau’s Platée
o.l.v René Jacobs, eveneens bij de Nederlandse Opera. Ze maakte meerde CD-opnames die
goed werden ontvangen in pers en radioprogramma's. Het gezaghebbende muziektijdschrift
Gramophone haar 'a new voice to watch'.- doelend op de CD met Bach cantates (begeleid door
het Engelse ensemble Florilegium) waarvoor zij in 2008 een Edison ontving, de CD L'Esprit
Galant, waarop zij met Fred Jacobs de ontwikkeling van het 17e eeuwse Franse lied laat horen en
de CD Love & Madness, waarop zij samen met hoboïst Bart Schneemann Händel-aria’s ten
gehore brengt.
Furor Musicus werd in 2008 opgericht door Antoinette Lohmann. De afzonderlijke musici
speelden al langere tijd samen in diverse andere groepen, zoals het Utrechts Barok Consort,
Cappella Figuralis, het Giudici Ensemble en de Nederlandse Bachvereniging. De grootte van het
ensemble varieert van duo tot grote bezetting. De naam Furor Musicus staat voor de
aanstekelijkheid van het muzikale vuur en het vermogen geïnspireerd te raken en anderen te
inspireren.
Luigi Boccherini (1743–1805) geboren in Lucca als zoon van een bassist werd door zijn vader
Leopold opgeleid en begon zijn carrière als cellovirtuoos maar bleek bovendien een uiterst
vruchtbaar componist te zijn. Als zestienjarige werd hij solo cellist van het keizerlijk theater in
Wenen en als 21 jarige maakte als innovatief virtuoos furore tijdens de muziek
academies, geassisteerd door zijn vader. Tijdens een van de beroemde concerts spirituels in
Parijs werd hij ontdekt door de Spaanse ambassadeur die hem een baan bezorgde aan het hof in
Madrid. Hij schreef talloze instrrumentale werken waaronder maar liefst honderd strijkkwintetten.
Zijn Stabat Mater schreef hij in 1781 voor de eredienst van Las Arenas op verzoek van zijn
werkgever Don Luis. De tekst dateert uit de 13e eeuw en wordt toegeschreven aan Jacopo da
Todi die reflecteert over het leed van Maria tijdens de kruisiging van Christus haar zoon.
Joseph Haydn (1732–1809) schreef in 1789 de seculiere cantate Ariadne auf Naxos, die in 1792
speciaal voor de zangeres Bianca Sacchetti werd omgezet als liturgische cantate voor de heilige
week voor de dienst in de Ospedale dei Medicanti in Venetië als Maria querit Christum filium;
Maria beweent Christus haar zoon. In 1786 had Haydn in opdracht van markies José Saenz de
Santa Maria een bijzonder instrumentaal werk geschreven voor strijkkwartet: Die sieben letzten
Worte unseres Erlösers am Kreuze voor de Santa Rosario kerk in Cadiz. Daarbij werden de
'Christus woorden' gesproken, over de tekst gemediteerd door de bisschop en vervolgens een van
de zeven delen van de compositie gespeeld.