Het Lint - CTS/Advies

Commentaren

Transcriptie

Het Lint - CTS/Advies
Excel 2010
gevorderd
(Kopiëren niet toegestaan)
Deze handleiding werd geschreven door:
Charles Scheublin -
© CTS/Advies: 19 December 2014
Niets uit deze handleiding mag gekopieerd of anderszins vermenigvuldig of gepubliceerd worden,
zonder toestemmen van de auteur:
CTS/Advies
Amstelveenseweg 114-2
1075 XK Amsterdam
020-6248070
[email protected]
www.ctsadvies.nl
Vereiste voorkennis
De stof van de cursus Excel staat in één basis en één gevorderden handleiding beschreven. In het navolgende, vindt u alleen de stof van de gevorderden-handleiding. In deze handleiding wordt er vanuit
gegaan dat u eerst onze Excel-basiscursus gevolgd heeft. Vaardigheden die in deze cursus behandeld
zijn worden hier nog maar summier beschreven.
Terminologie
Deze handleiding is zowel bij een cursus in de Nederlands- als in de Engelstalige-versie van Excel te
gebruiken. Bij alle opdrachten zijn beide benamingen weergeven. De Engelse term staat telkens tussen
rechte haken achter de Nederlandse.
Soms vindt u in de handleiding een verwijzing naar een toetscombinatie die u moet indrukken of een
aantal opties die u moet aanklikken. Zijn deze toetsen of opties onderling gescheiden door een streepje,
dan moeten deze na elkaar worden ingedrukt of aangeklikt. Zijn deze gescheiden door een + teken dan
moet deze tegelijk worden ingedrukt.
Voorbeeld
‘Bewerken-Kopiëren’ [Edit-Paste]
‘Alt+Tab’
- (opties na elkaar aanklikken)
- (toetsen tegelijkertijd indrukken)
Oefeningen
Aan het eind van ieder hoofdstuk staan een aantal oefeningen waarmee u, hetgeen u geleerd heeft, kunt
uitproberen. Indien in een oefening wordt verwezen naar het resultaat van een voorgaande oefening en
u hebt deze voorgaande oefening niet gedaan of u heeft deze niet bewaard, dan vindt u bij de oefenbestanden het ‘tussentijdse’ resultaat. De tussenresultaten van een oefening zijn oplopend geletterd.
Na sommige oefeningen vindt u soms ‘extra oefeningen’ en/of ‘verdiepingsonderwerpen’. Deze extra
oefeningen en verdiepingsonderwerpen zullen in het algemeen niet klassikaal behandeld worden en
zijn bedoeld voor zelfstandige bestudering door de cursist die al klaar is met de voorgaande oefening.
Inhoudsopgave
1.
HET EXCEL 2010-VENSTER
1.1
1.2
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
Het Lint
Stijlen en Bouwstenen
De tab ‘Bestand’ [File]
Excel-Opties
Lint aanpassen
De werkbalk Snelle toegang
Dialoogkaders zoals in voorgaande versies
Het Excel 2010 – venster: oefeningen
Pag.nr.
7
8
9
10
11
12
13
14
15
2.
HERHALING BASIS/VERDIEPING
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
2.7
2.8
2.9
2.10
2.11
2.12
2.13
2.14
2.15
Maximale afmetingen van Excel-blad
Conversie van bestanden
Geheugengebruik
Berekening van Excel-bladen
Tekst en getallen invoeren
Gebruik van de somknop
Celreferenties
Kopiëren en verplaatsen op werkblad
Wisselen tussen absoluut en relatief
Bijzondere getalsopmaak
Voorwaardelijke opmaak
Formules in cellen invoeren
Cellen namen geven
Gegevens in geselecteerde cellen typen
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
18
19
20
21
22
23
24
25
27
28
30
31
32
33
35
3.
EXCEL OF EEN DATABASE
47
49
4.
HET GEBRUIK VAN NAMEN
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
4.6
Het naamvak in de werkbalk.
De opties in het ‘Lint’ [Ribbon] voor namen.
Automatisch aanmaken van namen
Namen toepassen
Zoeken in een tabel met benoemde rijen en kolommen
Het gebruik van namen - oefeningen
5.
FUNCTIES
5.1
5.2
5.3
5.4
5.5
5.6
5.7
5.8
De functie-wizard
Afrond-functies
Datum- en tijd-functies
Tekst-functies
Logische functies
Statistische functies
Zoekfuncties
Functies – oefeningen
6.
ALTERNATIEVEN DOORREKENEN
6.1
6.2
6.3
6.4
Tabellen
Iteratie
Doelzoeken [Goal Seek]
Oplosser [Solver]
17
50
51
52
53
54
55
59
60
62
63
65
66
67
69
71
79
80
84
85
86
6.5
6.6
Scenarios
Alternatieven doorrekenen - oefeningen
88
91
7.
LIJSTEN
95
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
7.6
7.7
7.8
Definities
Het opzetten van een lijst
Gegevens invoeren
Sorteren van records
Subtotalen toevoegen
Records selecteren
Draaitabellen [Pivot tables]
Lijsten – oefeningen
96
97
98
100
101
102
107
115
8.
KOPPELINGEN
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
Verwijzingen aanbrengen
Wijziging van het werkblad waarnaar wordt verwezen
Het openen van gekoppelde werkbladen
Excel als database
Koppelingen: oefeningen
9.
MACRO’S
9.1
9.2
9.3
9.4
9.5
9.6
9.7
9.8
9.9
9.10
9.11
9.12
9.13
9.14
9.15
9.16
9.17
9.18
9.19
Macro’s opnemen
Een macro uitvoeren
Absolute en relatieve registratie
Het venster van de VBA-editor
Macro’s wijzigen
Starting a macro
Invoervensters
Regels afbreken
Foutafhandeling
Modulair programmeren
VBA Syntax
De keuze en de herhaling
Mededelingenvenster
Variabelen en constanten
Dialogbox ontwerpen
Een gebeurtenisroutine opnemen.
Functiemacro’s
Diverse Instructies
Macro’s: oefeningen
123
137
138
139
140
141
143
144
146
147
148
149
150
153
156
158
161
165
166
167
169
10. ANTWOORDEN
10.1
10.2
10.3
10.4
124
127
128
129
131
175
Herhalingsoefeningen:
Functies
Lijsten
Visual Basic
176
177
178
179
11. EVALUATIEFORMULIER
181
12. AANTEKENINGEN
183
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 6/187
1. Het Excel 2010-venster
� Start Excel
Vanaf versie 2007 heeft Excel een geheel andere interface gekregen.
Bovenaan het scherm ziet u niet meer menu’s en werkbalken maar ziet
u hier het ‘Lint’ [Ribbon].
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 7/187
Het Excel 2007 - venster
1.1 Het Lint
In het ‘Lint’ [Ribbon] bevinden zich knoppen waarmee u allerlei
functies kan oproepen. De opties zijn verdeeld in ‘Groepen’. Op de
onderste regel van het ‘Lint’ [Ribbon] vindt u de groepsnamen. Als
het venster breder wordt, worden keuzelijsten uitgeklapt en worden
knoppen omgezet in pictogrammen. Wordt het ‘Lint’ versmald, dan
ziet u nog alleen maar de groepsnamen vermeld.
� Maak het venster eerst smaller en daarna weer breder.
Boven het ‘Lint’ [Ribbon] vindt u een aantal tabs. Bij aanvang zijn dit
de tabs: ‘Bestand’, ‘Start’, ‘Invoegen’, ‘Pagina-indeling’, ‘Formules,
‘Gegevens, ‘Controleren’ en ‘Beeld’ [File, Home, Insert, Page Layout,
Formulas, Data, Review, View].
� Klik de verschillende tabs aan en bekijk de opties.
De opties die u nu ziet, zijn nog lang niet alle opties. Als u met Excel
aan het werk bent, dan zult u ontdekken dat, afhankelijk van het
onderdeel waarin u zich bevindt, er meer tabs verschijnen met extra
opties. Als u bijvoorbeeld een grafiek invoegt, dan verschijnen er drie
nieuwe tabs ‘Ontwerpen’, ‘Indeling’ en ‘Opmaak’ [Design, Layout,
Format]. Dit zijn drie tabs met allerlei opties die alleen met grafieken
te maken hebben.
Als u vindt dat het ‘Lint’ [Ribbon] te veel ruimte op het scherm in
beslag neemt, dan kunt u dit minimaliseren tot alleen de groepsnamen.
� Klik met de rechter muisknop op het ‘Lint’ [Ribbon] en kies in het
snelmenu voor de optie ‘Het lint minimaliseren’ [Minimize the
Ribbon].
� Breng het ‘Lint’ [Ribbon] daarna weer terug in haar oorspronkelijke vorm, door op het kleine pijltje rechts boven het Lint [Ribbon]
te klikken.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 8/187
Het Excel 2007 - venster
1.2 Stijlen en Bouwstenen
Excel kent een groot aantal opties voor de opmaak. U kunt kiezen uit
allerlei letterypen, lettertgrootten, onderstreping, letter- en
achtegrondkleuren, randtypen, randdiktes, schaduwen, 3D-effecten en
animaties. Om het u makkelijk te maken, heeft men een aantal
opmaak-opties gecombineerd tot standaardstijlen.
� Type uw naam in het document.
� Selecteer de cel die uw naam bevat.
� Klik op ‘Start – Stijlen – Celstijlen’ [Home – Styles – Cell styles].
Als u de muis zonder te klikken over de verschillende stijlen beweegt, ziet u deze direct op de tekst toegepast. Pas als u op één van
de stijlen klikt, wordt deze definitief toegepast op de selectie.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 9/187
Het Excel 2007 - venster
1.3 De tab ‘Bestand’ [File]
In de linker bovenhoek ziet u de tab ‘Bestand’ [File]. Onder deze tab
vindt u alle opties die betrekking hebben op het document als geheel.
� Klik op de tab ‘Bestand’..
In dit dialoogkader vindt u de volgende opties:
Optie
Opslaan
[Save]
Opslaan als
[Save as]
Openen
[Open]
Sluiten
[Close]
Info
[Info]
Recent
[Recent
Nieuw
[New]
Afdrukken
[Print]
Opslaan en verzenden
[Save & Send]
Help
[Help]
Opties
[Options]
Afsluiten
[Exit]
©CTS/Advies
Functie
Om het document op te slaan onder zijn huidige
naam en op de huidige locatie.
U krijgt keuze uit diverse locaties en formaten
waarin u uw Excel-document kan opslaan.
Openen van document op schijf.
Om het document te sluiten.
Informatie over: versie, beveiliging, delen met
anderen en comatibiltieits modus
Om één van de onlangs geopende documenten
opnieuw te openen.
Voor het openen van een leeg nieuw document of
een document gebaseerd op een sjabloon.
Om het document af te drukken en de afdrukopties in te stellen.
Om het document op schijf of op het WEB te
bewaren of als email te verzenden.
Help bij het gebruik van Excel
Voor wijziging van de standaardinstellingen van
Excel
Om het Excel-programma af te sluiten.
19-12-2014
Pag.nr.: 10/187
Het Excel 2007 - venster
1.4 Excel-Opties
Onder de tab ‘Bestand’ [File] vindt u de ‘Opties’ [Options]:
� Kies de optie ‘Bestand – Opties’ [File – Options].
De opties zijn naar groepen onderverdeeld. Daar waar dit van toepassing is zal hier in de tekst op terug worden gekomen.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 11/187
Het Excel 2007 - venster
1.5 Lint aanpassen
Vanaf versie 2010 kunt u het lint ook aanpassen aan eigen wensen.
� Klik onder de opties op ‘Lint aanpassen’ [Customize Ribbon]
U ziet in de lijst links alle functies die Excel kent en in de lijst rechts
de functies die onder de tabs in de groepsvakken onder knoppen zijn
opgenomen. Met de vinkjes kunt u deze aan- en uitschakelen. U kunt
ook een nieuw groepsvak aan een tab toevoegen om knoppen in te
plaatsen.
De tab ‘Ontwikkelaars’ [Developers], met opties om macro’s te maken, staat bij een standaardinstallatie niet geactiveerd.
� Schakel de tab ‘Ontwikkelaars’ [Developpers] in, als dit nog niet
gebeurd is.
� Sluit het venster met de opties.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 12/187
Het Excel 2007 - venster
1.6 De werkbalk Snelle toegang
Geheel bovenaan het venster vindt u een kort werkbalkje. Dit heet de
werkbalk ‘Snelle toegang’. Standaard zitten hier alleen de knoppen:
‘Bewaren’, ‘Ongedaan maken’ en ‘Herhalen’ in. Klikt u echter op het
kleine zwarte pijltje aan het eind van de werkbalk, dan krijgt u een
keuzelijst met meer knoppen die u aan de werkbalk, kunt toevoegen.
� Klik op het kleine zwarte pijltje aan het eind van de werkbalk
‘Snelle toegang’ [Quick access].
� Voeg de knop ‘Snel afdrukken’ [Quick Print] toe aan de werkbalk.
Klikt u met de rechter muisknop op een knop in het ‘Lint, dan verschijnt een snel menu met daarin de optie ‘Toevoegen aan werkbalk
Snelle toegang’. Zo kunt u dus ook uw eigen werkbalk samenstellen.
� Klik met de rechter muisknop op de optie ‘Start – Uitlijning - Centreren’ [Home – Alignment – Center].
� Klik op de optie ‘Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang’ [Add to
Quick Access Toolbar].
U ziet dat de knop toegevoegd wordt aan het kleine werkbalkje.
� Klik in de werkblalk ‘Snelle toegang’ [Quick Access] met de rechter muisknop op de toegevoegde knop.
� Klik in het snelmenu dat verschijnt, op de optie ‘Verwijdering uit
werkbalk Snelle toegang’ [Remove from Quick Access Toolbar].
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 13/187
Het Excel 2007 - venster
1.7 Dialoogkaders zoals in voorgaande versies
Onder de tab ‘Start’ [Home] vindt u groepsvakken met opties voor de
keuze van ‘Lettertype’ [Font], ‘Uitlijning’ [Alignment] en opmaak
van een ‘Getal’ [Number]. Kunt u hierin niet de opmaak vinden die u
gewend was, dan kunt u een dialoogkader met alle mogelijke opties op
het scherm halen. Dit dialoogkader is gelijk aan het dialoogkader uit
voorgaande versies van Excel.
� Klik in het groepsvak ‘Lettertype’ [Font] op het kleine diagonale
zwart pijltje in de rechter onderhoek van het groepsvak.
Op het scherm verschijnt het dialoogkader voor de opmaak, zoals u
dat uit voorgaande versies gewend was.
� Sluit het dialoogkader weer.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 14/187
1.8 Het Excel 2010 – venster: oefeningen
Oefening 1.: Het ‘Lint’.
� Start Excel.
� Maak het venster eerst smaller en daarna weer breder en bekijk het
effect op de pictogrammen in het ‘Lint’.
� Maximaliseer het programmavenster.
� Klik de verschillende tabs boven het ‘Lint’ [Ribbon] aan en bekijk
de opties die deze bevatten.
� Klik met de rechter muisknop op het ‘Lint’ [Ribbon] en kies in het
snelmenu voor de optie ‘Het lint minimaliseren’ [Minimize the
Ribbon]
� Breng het ‘Lint’ [Ribbon] daarna weer terug in haar oorspronkelijke vorm, door op het kleine pijltje rechts boven het Lint [Ribbon]
te klikken.
Oefening 2.: Stijlen en Bouwstenen
� Type uw naam in het document.
� Selecteer de cel die uw naam bevat.
� Klik op ‘Start – Stijlen – Celstijlen’ [Home – Styles – Cell styles].
� Ga met uw muis over de verschillende stijlen.
� Klik op een van de stijlen om deze toe te passen.
Oefening 3.: De tab ‘Bestand’ [File]
� Klik op de tab ‘Bestand’ [File]
� Klik op de optie ‘Afdrukken’ [Print] en bekijk uw document in het
afdrukvoorbeeld.
� Sla uw document op onder de naam “Oefeningen”.
Oefening 4.: Opties
� Klik op de tab ‘Bestand’ [File].
� Klik op ‘Opties’ [Options].
� Bekijk de opties die in dit menu voorkomen.
� Controleer of in de groep ‘Geavanceerd’ [Advanced] of de optie
‘Formulebalk weergeven’ [Show formula bar] aan staat.
� Controleer of in de groep ‘Lint aanpassen’ [Curstomize Ribbon]
ook de optie om het tabblad ‘Ontwikkelaars’ [Developers] op het
‘Lint’ [Ribbon] weer te geven aan staat.
� Bekijk de tab ‘Ontwikkelaars’ [Developers] in het Lint.
Onder deze tab vindt u opties om macro’s te maken.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 15/187
Het Excel 2007 – venster: oefeningen
Oefening 5.: De werkbalk ‘Snelle toegang’ [Quick Access]
� Klik op het kleine zwarte pijltje aan het eind van de werkbalk
‘Snelle toegang’ [Quick Access].
� Voeg de knoppen ‘Nieuw’ [New] en ‘Snel afdrukken’ [Quick
Print] toe aan de werkbalk.
� Klik met de rechter muisknop op de optie ‘Start – Uitlijning - Centreren’ [Home – Alignment – Center].
� Klik op de optie ‘Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang’ [Add to
Quick Access Toolbar].
� Verwijder alle knoppen die u toegevoegd hebt, weer uit de werkbalk ‘Snelle toegang’ [Quick Access]
Oefening 6.: Dialoogkaders
� Type in een cel de stelling van Phytagoras: A2+B2=C2
Dit is gewoon tekst.
� Selecteer de 2 achter de letter A door hier met ingedrukte muisknop overheen te slepen.
� Klik in het groepsvak ‘Lettertype’ [Font] op het kleine diagonale
zwart pijltje in de rechter onderhoek van het groepsvak.
Op het scherm verschijnt het dialoogkader voor de opmaak, zoals
dat ook in voorgaande versies voorkwam. Merk op dat bij het selecteren van een deel van de inhoud van een cel, alleen de tab ‘Lettertype’ [Font] beschikbaar is.
� Gebruik de optie ‘Superscript’ uit het dialoogkader om de “2” boven aan de regel te plaatsen.
� Doe hetzeflde met de twee andere tweëen in de formule.
� Bewaar uw document onder de naam “Oefeningen-gevorderd”.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 16/187
2. Herhaling basis/verdieping
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 17/187
Herhaling basis/verdieping
2.1 Maximale afmetingen van Excel-blad
Het Excel-blad kan maximaal 1.048.576 rijen en 16.384 kolommen
bevatten. Dit is waarschijnlijk veel meer dan dat u ooit nodig zal hebben. De werkelijke maximale grootte wordt echter begrensd door de
geheugencapaciteit van uw computer.
Als u de ‘Control-toets’ ingedrukt houdt en op een pijltjestoets drukt,
dan springt de invoercel naar de eerstvolgende ingevulde of lege cel.
Is het werkblad verder leeg dan springt deze naar de laatste cel in het
werkblad.
� Controleer de grote van het werkblad door de ‘Control-toets’ ingedrukt te houden en vervolgens op de pijlen naar beneden, naar
rechts, naar boven en naar links te klikken.
CTS/Advies
19-12-14
18/187
Herhaling basis/verdieping
2.2 Conversie van bestanden
Hebt u een document uit een versie van voor Excel 2007 op uw
scherm, dan ziet u slechts 65.536 rijen en 256 kolommen. Uit oogpunt
van comptabiliteit worden bestanden van voorgaande versies niet automatisch geconverteerd naar de nieuwe bestandsindeling.
� Klik op ‘Bestand – Info’ [File – Info].
Er zijn drie opties de bovenste optie gaat over ‘Machtigingen’
[Permissions].
� Open een bestand uit voorgaande versies. U herkent bestanden uit
deze oude versies door de extensie .xls
Het bestand wordt niet naar de nieuwe bestandsindeling geconverteerd Achter de naam ziet u tussen haken ‘Compabiliteitsmodus’
[Comability Mode] staan
� Controleer het maximaal aantal regels en kolommen van het bestand.
� Klik opnieuw op ‘Bestand – Info’ [File – Info].
U ziet dat er nu een nieuwe optie ‘Compabiliteitsmodus’ [Compability Mode] is bijgekomen, waarmee u het bestand naar de nieuwe
bestandsindeling kan converteren.
� Converteer het bestand naar de nieuwe bestandsindeling.
� Controleer opnieuw het aantal regels en kolommen van het bestand.
Indien u er voor kiest om bestanden altijd in het formaat van de voorgaande versies te bewaren. Dan worden ook nieuwe documenten hierin geopend.
� Kies ‘Bestand – Opties – Opslaan’ [File – Options – Save as].
� Kies achter ‘Bestanden opslaan in deze indeling’ [Save files in this
format ] voor ‘Excel 97-2003 werkmap (*.xls)’ [Excel 97-2003
Workbook (*.xls)].
� Open een nieuw document en controleer de afmetingen.
Het belangrijkste verschil met voorgaande versies van Excel zijn de
maximale mate van de werkbladen. Daarnaast is er ook andere minder
belangrijke functionaliteit die niet door voorgaande versies wordt onderstaand zoals bijvoorbeeld nieuwe grafiekvormen en stijlen.
CTS/Advies
19-12-14
19/187
Herhaling basis/verdieping
2.3 Geheugengebruik
Excel bewaart op schijf alleen een rechthoek waarbinnen de ingevulde
cellen op het blad passen. In onderstaand voorbeeld is dat dus het gebied met de dikke lijn er omheen. Plaats met het oog op het geheugengebruik de ingevulde cellen zoveel mogelijk bij elkaar in de linker bovenhoek van het werkblad en voorkom dat, zoals in onderstaand voorbeeld, een enkel gegeven een hele extra kolom doet opslaan (hier de
datum boven in kolom D en E)
CTS/Advies
19-12-14
20/187
Herhaling basis/verdieping
2.4 Berekening van Excel-bladen
Excel wordt in de eerste plaats gebruikt voor het opzetten van een
berekening. Plaats de waarden die gebruikt worden voor de
berekeningen in cellen boven aan het werkblad. Dit komt de snelheid
van berekening ten goeden, omdat Excel de formules in volgorde van
boven naar beneden op het werkblad berekent.
Plaats in formules geen getallen, maar verwijzingen naar cellen die
getallen bevatten. Plaats een duidelijke omschrijving bij de waarden
die het uitgangspunt vormen voor de berekeningen. Hierdoor blijft,
ook voor latere gebruikers, duidelijk, wat de uitgangspunten van uw
berekeningen zijn geweest.
CTS/Advies
19-12-14
21/187
Herhaling basis/verdieping
2.5 Tekst en getallen invoeren
Bij het intypen van tekst, getallen en formules moet u met een aantal
punten rekening houden.
Tekst wordt standaard links en getallen standaard rechts in een cel
geplaatst. Als Excel een getal of datum meent te herkennen, dan wordt
deze door Excel weergegeven in een standaard getals- of datumformaat. Is dit niet de bedoeling, dan typt u eerst een enkel
accentteken. Het getal wordt dan geconverteerd naar tekst. (U kunt
hiervoor in de plaats ook in het dialoogkader voor de opmaak voor de
optie ‘Tekst’ [Text] kiezen)
Als uw computer geconfigureerd is met de toetsenbordinstelling ‘VSinternational’ dan kunt u een klinker met een accent-teken typen door
eerst het accentteken te typen en daarna de klinker.
Werkt dit niet op uw computer, dan kunt u eerst controleren of zich op
de taakbalk een optie bevindt om heer naar over te schakelen. Is deze
optie niet aanwezig dan kunt u voor het invoegen van diacritische
tekens gebruik maken van de optie ‘Invoegen – Symbolen - Symbool’
[Insert – Symbols – Symbol].
Formules beginnen altijd met een =-teken en bevatten verder:
� getallen,
� verwijzingen naar cellen die getallen bevatten,
� rekenkundige operatoren
� functies
Verwijzingen naar cellen maakt u door, tijdens het intypen van de
formule, deze met de muis te selecteren.
In de berekening van een formule gaan vermenigvuldigen en delen
voor optellen en aftrekken. Indien vermenigvuldigen en delen beiden
in een formule voorkomen, dan worden deze op volgorde van links
naar rechts berekend. Het zelfde geldt als zowel optellen als aftrekken
in een formule voorkomen. Het oude “Mijnheer Van Dalen Wacht Op
Antwoord” is hier dus niet meer van toepassing.
CTS/Advies
19-12-14
22/187
Herhaling basis/verdieping
2.6 Gebruik van de somknop
U kunt de somfunctie [Sum-functie] in een formule invullen door
hiervoor op de somknop te klikken. Klikt u onder een rij getallen dan
vult Excel, tussen de haken van de functie, een verwijzing naar deze
getallen in. Vult u de somfunctie onder een subtotaal in, dan maakt
Excel er een totaal van subtotalen van.
� Neem nevenstaand voorbeeld over in een leeg tabblad. Selecteer,
alvorens de getallen in te typen, eerst de gebieden B1 t/m B3, B5
t/m B7 en B9 t/m B11. Type daarna achter elkaar de getallen 1 t/m
9 in.
� Plaats met behulp van de somknop achtereenvolgens een somfunctie in cel B4, B8, B12 en tot slot in B13.
� Bekijk de formule in B13
CTS/Advies
19-12-14
23/187
Herhaling basis/verdieping
2.7 Celreferenties
In functies zoals de somfunctie, verwijst u tussen de haken naar celreferenties. Deze celreferenties kunnen de volgende vorm hebben:
Referentie
Enkele cel
Enkelvoudige selectie
Meervoudige selectie
Doorsnijding van twee selecties
CTS/Advies
Voorbeeld
$B$3
$B$3:$D$7
$B$3:$B$7;$D$3:$D$7
$B$3:$B$7 $A$5:$E$5
19-12-14
24/187
Herhaling basis/verdieping
2.8 Kopiëren en verplaatsen op werkblad
U kunt de inhoud van een selectie naar een andere plaats op het
werkblad verplaatsen, door de rand van de selectie te verslepen.
Met muis slepen
+ Control-toets
+ Shift-toets
aan de rand van de
selectie
Verplaatsen
Kopiëren
Invoegen
aan het selectieknopje
Reeks doorvoeren
Selectie herhalen
Cellen invoegen of verwijderen of:
U kunt ook cellen invoegen of verwijderen met respectievelijk de
toetscombinaties ‘Control en + teken’ of ‘Control en – teken’.
� Neem een leeg tabblad voor u.
� Plaats in de cellen A2 t/m E3 de getallen 1 t/m 10, zoals hiernaast
aangegeven.
� Selecteer de cellen B2 t/m B3 en versleep de selectie aan de rand
naar G2 t/m G3
De cellen worden verplaatst.
� Plaats de cellen op dezelfde manier ook weer terug.
� Selecteer de cellen B2 t/m B3 en versleep deze aan de rand van de
selectie met ingedrukte ‘Control-toets’ naar G2 t/m G3.
U ziet hier nu een kopie verschijnen.
� Wis de kopie in G2 en G3.
� Voeg de cellen B2 t/m B3 in tussen de cellen C2 t/m C3 en D2 t/m
D3 door deze met ingedrukt ‘Shift-toets’ hiernaar te verslepen.
� Plaats de cellen ook weer terug.
� Doe dit nogmaals, maar nu met ook nog de ‘Control-toets’ ingedrukt.
� Herstel de oorspronkelijke situatie door op de knop ‘Ongedaan
maken’ [Undo] te klikken.
� Selecteer de cellen C2 t/m C3.
� Plaats de muis op het knopje in de rechter onderhoek van de selectie.
� Sleep het knopje vijf cellen naar beneden.
U ziet dat de reeks wordt voortgezet.
� Sleep hetzelfde knopje weer vijf cellen omhoog.
De reeks wordt weer verwijderd.
� Selecteer de cellen C2 t/m C3.
� Sleep het knopje met ingedrukte ‘Control-toets’ vijf cellen naar
beneden.
U ziet dat de reeks nu gekopieerd wordt.
� Laat de kopie staan en selecteer opnieuw de cellen C2 t/m C3.
CTS/Advies
19-12-14
25/187
Herhaling basis/verdieping
� Sleep het knopje met ingedrukte ‘Shift-toets’ twee cellen naar beneden.
U ziet dat twee lege cellen worden tussengevoegd.
� Sleep hetzelfde knopje weer met ingedrukte ‘Shift-toets’ twee cellen omhoog
De lege cellen verdwijnen weer.
De hiervoor genoemde handelingen, kunt u ook op hele kolommen of
rijen uitvoeren. Het selectieknopje verschijnt dan respectievelijk
geheel links van de rij of geheel bovenaan de kolom.
CTS/Advies
19-12-14
26/187
Herhaling basis/verdieping
2.9 Wisselen tussen absoluut en relatief
Bij het kopiëren van formules is het van belang of een verwijzing naar
een cel absoluut of relatief is. Is de verwijzing ‘relatief’ dan wordt de
verwijzing, na het kopiëren van de formule naar een andere plaats op
het werkblad, aangepast aan deze nieuwe plaats. Is de verwijzing
‘absoluut’ dan blijft de verwijzing, na het kopiëren van de formule,
naar de oorspronkelijke cel verwijzen. Een verwijzing naar een
kolomletter of regelnummer wordt relatief door er in de formule een
dollarteken voor te plaatsen. In onderstaand voorbeeld wordt de
formule gekopieerd van B4 naar E4. De verwijzing met het
dollarteken voor de kolomletter wordt niet gewijzigd
U kunt de aard van de verwijzing tijdens het intypen wijzigen door de
cursor in de verwijzing te plaatsen en op F4 te drukken. U krijgt dan
achtereenvolgens zowel de kolomletter als het regelnummer absoluut,
alleen kolomletter relatief, alleen rijnummer relatief of zowel
kolomletter als rijnummer relatief.
� Type in cel B6 de formule: =B3.
� Versleep cel B6 met ingedrukte ‘Ctrl-toets’ naar E6.
U ziet dat de formule nu naar E3 verwijst.
� Selecteer de celreferentie in de formule in cel B6 en druk op functietoets F4.
Voor de ‘B’ en de ‘3’ verschijnen dollartekens.
� Druk op ‘Enter’.
� Versleep de cel met de formule opnieuw met ingedrukte ‘Controltoes’ naar E6 en bekijk het effect van de dollartekens.
CTS/Advies
19-12-14
27/187
Herhaling basis/verdieping
2.10 Bijzondere getalsopmaak
In het dialoogkader ‘Celeigenschappen’ [Cells] vindt u ook opties
voor de getalsopmaak.
� Plaats in drie cellen onder elkaar de getallen 1000, -1500 en 0.
� Selecteer de drie cellen.
� Klik nu in het groepsvak ‘Getal’ [Number] op het kleine diagonale
zwart pijltje in de rechter onderhoek van het groepsvak.
Op het scherm verschijnt het dialoogkader voor de opmaak, maar
nu met het tabblad ‘Getal’ [Number] voorgeselecteerd.
Onder de categorie ‘Aangepast’ [Custom] vindt u de verschillende
vormen voor getalsopmaak in code weergegeven. In het tekstvak
onder het woordje “Type:” kunt u deze getalsopmaak naar eigen
smaak verder aanpassen.
� U kunt meerdere getalsopmaakvormen achter elkaar typen,
onderling gescheiden door een puntkomma (;). De eerste
getalsopmaak is dan voor positieve getallen, een eventuele tweede
voor negatieve getallen en een eventuele derde voor het getal nul.
� Tekst tussen dubbele aanhalingstekens wordt exact zo
weergegeven bij het getal als getypt.
� Een * doet het teken dat daarna komt net zolang herhalen tot de
hele cel er meer is uitgevuld. In nevenstaand voorbeeld wordt de *
gevolgd door een spatie-teken en wordt het gebied tussen het
woord “Euro” en het getal uitgevuld met spaties.
� Het teken _ zorgt voor een spatie ter breedte van het teken dat er
direct na komt. In nevenstaand voorbeeld wordt de _ gevolgd door
een min-teken. De positieve getallen worden dus voorafgegaan
door een spatie met de breedte van een min-teken.
CTS/Advies
19-12-14
28/187
Herhaling basis/verdieping
� Geef de geselecteerde cellen de aangepaste getalsopmaak:
_-"Euro"* 0,00;-"Euro"* 0,00;"nul"
U kunt ook datums van een eigen opmaak voorzien:
� Selecteer een cel met een daum en geef deze het aangepaste datumformaat: dddd dd mmm jjjj
CTS/Advies
19-12-14
29/187
Herhaling basis/verdieping
2.11 Voorwaardelijke opmaak
U kunt ook opmaak toekennen die afhankelijk is van de waarde van de
cellen.
� Type de getallen 1 t/m 10 onder elkaar in een werkblad.
� Selecteer de getallen.
� Kies de optie ‘Start – Stijlen – Voorwaardelijke opmaak’ [Home –
Styles – Conditional Formating].
� Gaat met de muis over de subopties die u vindt onder de derde tot
de zesde optie uit het menu. U ziet deze, als u er met de muis over
heen gaat, onmiddellijk toegepast op de geselecteerde cijfers.
� Kies voor ‘Markeringregels voor cellen – Groter dan’ [Highlight
Cells Rules].
� Maak een regel dat alle cellen met een waarden boven 5 groen
worden.
� Maak ook een regel dat de cellen met een waarde onder 5 rood
worden.
� Open opnieuw het menu voor de voorwaardelijk opmaak,
� Kies nu voor de optie ‘Regels beheren’ [Manage Rules].
� U ziet dat de regels die u gemaakt hebt op aan een lijst zijn
toegevoegd. De regels worden op volgorde van onder naar beneden
op de cellen toegepast.
� Klik op ‘Nieuwe regel’ [New Rule]
� Kies voor ‘Een formule gebruiken om te bepalen welke cellen
worden opgemaakt’ [Use a formula to determine wich cells to format].
� Type een formule die de cellen met een positieve waarde blauw
maakt tussen de haken komt een ‘relatieve celverwijzing’ naar de
eerste cel van de geselecteerde cellen.
� Bekijk het resultaat.
CTS/Advies
19-12-14
30/187
Herhaling basis/verdieping
2.12 Formules in cellen invoeren
U kunt na het typen van een formule, deze op drie verschillende
manieren in cel(-len) invoeren.
Toetscombinatie
Enter
‘Control+Enter’
‘Shift+Control+Enter’
Effect
Vult de formule in één cel in.
Vult de formule in de actieve cel in en kopieert
deze gelijk naar alle andere geselecteerde cellen.
Vult in alle geselecteerde cellen een matrixformule in waarbij elke cel uit de selectie één van
de antwoorden van de matrix bevat.
� Maak nevenstaand voorbeeld na
� Selecteer de cellen B4 t/m D4
� Type in cel B4 de verwijzing naar cel A1 in.
� Druk op ‘Control+Enter’.
De formule wordt gekopieerd naar alle cellen uit de selectie.
� Maak nevenstaand voorbeeld na
� Selecteer B2:D4
� Type in B2 de formule zoals hiernaast weergegeven.
� Druk op ‘Shift+Control+Enter’.
Er wordt een matrixformule in de cellen geplaatst, met in ieder cel
één van de uitkomsten uit de matrixberekening.
CTS/Advies
19-12-14
31/187
Herhaling basis/verdieping
2.13 Cellen namen geven
U kunt cellen namen geven. Deze namen kunt u vervolgens in formules gebruiken in plaats van celreferenties. Dit maakt formules veel
leesbaarder. Bovendien kunt u op deze manier cellen veel sneller selecteren.
� Selecteer de tabel uit bovenstaand voorbeeld.
� Zorgt er voor dat de formulebalk op het scherm wordt weergegeven. Is dit niet het geval dan doet u dit met de optie ‘Beeld –
Weergeven – Formulebalk’ [View – Show – Formula Bar].
� Klik in de formulebalk op de celreferentie die u geheel links in de
balk ziet.
� Type hier in plaats van de celreferentie de naam “tabelgegevens”
en druk op ‘Enter’.
� Type onder de tabel de formule:
=SOM(tabelgegevens)
[=SUM(…)]
U ziet dat door de formule de getallen in de tabel gesommeerd
worden.
� Klik in de formulebalk op het pijltje achter de celreferentie.
� Kies in de keuzelijst de optie “tabelgegevens”.
U ziet dat de tabel geselecteerd wordt.
CTS/Advies
19-12-14
32/187
Herhaling basis/verdieping
2.14 Gegevens in geselecteerde cellen typen
Als gegevens op bepaalde plaatsen op het werkblad moeten worden
ingevuld, dan kunt u deze cellen voorafgaand aan het intypen
selecteren. Gebruik de toetscombinatie ‘Shift+Klik’ om een selectie
uit te breiden en de toetscombinatie ‘Control+Klik’ om een volgende
selectie te beginnen. Op deze manier kunt u, alvorens de gegevens in
te typen, een meervoudige selectie maken.
� Maak een meervoudige selectie, zoals in onderstaand voorbeeld
aangegeven. Breidt een selectie uit met ‘Shift+Klik’ en begin een
volgende selectie met ‘Control+klik’.
U kunt nu niet meer de muis en cursor-toetsen gebruiken om binnen
de selectie te navigeren. In plaats hiervan gebruikt u nu hiervoor de
toetsen ‘Tab’ en ‘Enter’.
Toetsen
Enter
Shift+Enter
Tab
Shift+Tab
Verplaatsing invoercel binnen selectie
Cel naar beneden of bovenste cel volgende kolom.
Cel omhoog of onderste cel voorgaande kolom.
Cel naar rechts of eerste cel volgende regel
Cel naar links of laatste cel voorgaande regel.
� Type de cijfers uit bovenstaand voorbeeld, in oplopende volgorde,
in. U mag daarbij niet tussentijds de cellen opnieuw selecteren. U
mag bij het intypen voor het verplaatsen van de actieve cel, alleen
gebruik maken van de ‘Shift-‘, Enter-‘, en ‘Tab-toets’ of een combinatie hiervan.
CTS/Advies
19-12-14
33/187
2.15 Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 7.: Gegevens invoeren
� Open een nieuw document.
� Vul uw scherm in zoals hieronder weergegeven.
� Bewaar de map onder de naam “Factuur”.
Oefening 8.: Kolombreedte instellen m.b.v. de kolomgrenzen
� Neem uw document “Factuur” uit voorgaande oefening of open het
document “Factuur-A-Kolombreedtes”.
� Pas de breedte van de kolommen A t/m D aan de inhoud aan, door
deze kolommen te selecteren en te dubbelklikken op een van de
kolomgrenzen.
� Stel breedte van kolom-A in, zoals hieronder weergegeven, door de
begrenzing tussen de kolommen A en B te verslepen.
� Selecteer de kolommen B t/m D.
� Plaats de muisaanwijzer tussen de kolomletters op de rechter kolomgrens van één van deze drie kolommen en sleep deze tegen de
linker kolomgrens aan.
De kolommen zijn nu onzichtbaar geworden. De kolommen zijn
echter nog wel geselecteerd.
� Schakel de selectie uit door op een willekeurige plaats in het werkblad te klikken.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 35/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
� Plaats de muis iets rechts van de begrenzing tussen de kolommen
A en E. Als u de muis goed heeft gepositioneerd, dan vertoont de
muisaanwijzer een dubbele verticale streep. Trek nu de kolomgrens
naar rechts.
Kolom D wordt weer zichtbaar.
� Maak op deze manier ook kolom-C en tot slot kolom-B weer
zichtbaar.
� Klik in het vakje in de linker bovenhoek van het werkblad. Hierdoor wordt het hele werkblad, dus alle kolommen en alle rijen, geselecteerd.
� Sleep twee kolomgrenzen tegen elkaar en sleep vervolgens twee
rijgrenzen tegen elkaar.
Het hele werkblad is nu onzichtbaar geworden.
� Sleep de rechter kolomgrens van het vakje een kolombreedte naar
rechts en sleep de onderste rand van het vakje één regel naar beneden.
Het gehele werkblad wordt nu weer zichtbaar.
� Laat het hele werkblad geselecteerd staan en dubbelklik éénmaal
op een kolomgrens en éénmaal op een rijrand.
Alle kolommen krijgen hun ‘best passende’ hoogte en alle rijen
krijgen hun standaardhoogte terug.
� Versmal kolom-A zodat de tekst nog net in zijn geheel te lezen is.
� Selecteer tot slot de kolommen B t/m D en maak deze beiden 8 tekens breed. De juiste breedte ziet u tijdens het verslepen van de kolomgrenzen, bij de muisaanwijzer vermeld.
Oefening 9.: Formules absoluut en relatief kopiëren
� Activeer uw document “Factuur” uit voorgaande oefening of open,
indien u dit niet meer hebt, het document “Factuur-B-formules”.
� Plaats in cel E7 het woordje: “Exclusief”.
� Plaats in cel E8 een formule die het tarief in cel C8 en het aantal
uren in cel D8 met elkaar vermenigvuldigt.
U vindt het antwoord achter in deze handleiding.
� Plaats in cel F7 het woordje: “BTW”.
� Plaats in cel F8 een formule die het bedrag in E8 vermenigvuldigt
met de BTW in cel B6. U brengt de verwijzingen naar cellen aan
door, bij het intypen van de formule, deze cellen aan te klikken.
Druk echter, na het aanklikken van cel B6 een paar maal op functietoets F4, zodat er een dollarteken voor het cijfer-6 komt te staan.
CTS/Advies
19-12-14
36/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
� Plaats in cel G7 het woordje: “Inclusief”.
� Plaats in cel G8 een formule die het bedrag in E8 optelt bij het bedrag in F8.
U vindt het antwoord achter in deze handleiding.
� Selecteer de cellen E8 t/m G8.
� Dubbelklik op het selectieknopje
U ziet dat de formules over de hoogte van de tabel, naar beneden
gekopieerd worden.
Oefening 10.: Rijen en kolommen invoegen
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur C-rijen invoegen”.
� Selecteer het gebied A3 t/m G13.
� Plaats de muis op de onderrand van het geselecteerde gebied en
sleep het gehele gebied één regel naar beneden.
� Selecteer de gehele rij 4 door op het rijnummer te klikken.
� Plaats de muisaanwijzer op het selectieknopje dat u geheel links op
de onderste regel van de geselecteerde regel ziet.
� Versleep het selectieknopje met ingedrukte ‘Shift-toets’ één regel
naar beneden.
Als u deze handeling correct uitvoert, dan wordt een lege regel ingevoegd.
� Selecteer regel 9 en druk de ‘Control-toets’ en het plusteken tegelijkertijd in (als het plusteken aan de bovenzijde van een toets staat,
dan moet u dus ook de ‘Shift-toets’ indrukken).
� Voeg op de zelfde wijze in de tabel een lege regel in onder “Detailtekening”.
� Selecteer kolom-E en voeg een lege kolom in door tegelijk op de
‘Control-toets’ en het plusteken te klikken.
Het resultaat moet er uit zien als in onderstaand voorbeeld.
CTS/Advies
19-12-14
37/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 11.: De Som-knop
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur D-Somfunctie”.
� Selecteer cel D13 en klik op de som-knop in het groepsvak ‘Start –
Bewerken’ [Home – Editing].
U ziet dat automatisch een somformule wordt ingevuld die de twee
getallen er boven optelt.
� Klik nogmaals op dezelfde knop of druk op ‘Enter’ om de formule
in de cel in te voeren.
� Selecteer cel D18 en dubbelklik de som-knop.
U ziet dat nu een somformule wordt ingevuld die de overige cijfers
uit de kolom optelt. Controleer de telling door met de muis de cellen D14 t/m D17 te selecteren. Het totaal van de getallen binnen de
selectie verschijnt dan op de statusregel.
� Selecteer cel D19 en klik de som-knop.
U ziet dat nu een somformule wordt ingevuld die de twee subtotalen bij elkaar optelt.
� Druk op ‘Enter’ op de formule in te voeren in de cel.
CTS/Advies
19-12-14
38/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 12.: kopiëren met de Control-toets
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur E-kopiëren”.
� Plaats in cel A13 de tekst “Subtotaal”.
� Kopieer de inhoud van deze cel naar de cel A18, door deze er met
de ‘Control-toets’ ingedrukt, aan de rand van de selectie, naar toe
te slepen.
� Type in cel A19 de tekst “Totaal”.
� Selecteer cel E11 t/m E19.
� Plaats in cel E11 het Euro-teken “€” u kunt dit doen door de
toetscombinatie ‘Control+Alt+5’in te drukken of met de optie ‘Invoegen – Symbolen – Symbool’ [Insert – Symbols – Symbol].
� Druk de toetscombinatie ‘Control+Enter’ in.
U ziet dat het euroteken niet alleen in de cel wordt, ingevoerd maar
tevens naar alle geselecteerde cellen gekopieerd wordt.
� Versmal kolom-E door te dubbelklikken op de celgrens tussen “kolomkop-E” en “kolomkop-F”.
� Selecteer kolom-C en versleep deze aan de rand met ingedrukte
‘Shift-toets’ naar een positie tussen kolom-D en kolom-E.
� Selecteer de cel C13 met de somformule.
� Kopieer deze formule naar cellen F13 door deze aan de rand met
ingedrukte ‘Control-toets’ hiernaar toe te verslepen.
� Kopieer de formule in cel F13 naar de cellen G13 t/m H13 door het
selectieknopje twee cellen naar rechts te slepen.
� Kopieer op de zelfde wijze de formules in de cellen C18 en C19
naar de cellen F18 t/m H19
� Selecteer de rijen 4 en 5 door met de muis over de rijnummers te
slepen.
� Versleep de selectie met ingedrukt ‘Shift-toets’ naar een positie
tussen regel 9 en 10.
� Beide regels worden op de nieuwe positie tussen gevoegd.
� Selecteer kolom-E.
� Sleep een kopie van kolom-E naar een positie tussen kolom-F en
kolom-G door deze met ingedrukte ‘Shift-toets’ en ingedrukte
‘Control-toets’ hier naartoe te slepen.
� Sleep vervolgens normaals een kopie van deze kolom naar een positie tussen de kolom-H en kolom-I.
CTS/Advies
19-12-14
39/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
� Plaats op dezelfde manier een kopie voor de laatste kolom met getallen.
Oefening 13.: Getalsopmaak met het Lint
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-F-Getalspmaak”.
In het navolgende gaan wij het euroteken in de kolom voor de getallen plaatsen. Daartoe gaan wij eerst weer de extra kolommen I,
G en E verwijderen.
� Selecteer kolom-E, kolom-G en kolom-I. Dit is een meervoudige
selectie, dus dat doet u door met de ‘Control-toets’ ingedrukt op de
kolomletters te klikken.
� Druk vervolgens op ‘Control-toets’ en het minteken.
Alle drie de kolommen worden tegelijkertijd verwijderd.
� Selecteer in het werkblad de cellen D11 t/m G19.
� Klik onder de tab ‘Start’ [Home] in de groep ‘Getal’ [Number] op
de knop ‘Duizendtalnotatie’ [Comma Style].
De geselecteerde cellen worden met twee cijfers achter het decimaalteken weergegeven.
� Pas zo nodig de kolombreedte aan.
� Laat de cellen D11 t/m G19 geselecteerd staan.
� Verwijder de getallen achter het decimaalteken door tweemaal op
de knop te klikken om het aantal decimalen te verlagen.
� Geeft het percentage in cel B6, met de knop in het ‘Lint’, een
weergave met één cijfer achter de komma.
� Selecteer de cellen D11 t/m G19 en geeft de getallen de ‘Financiële
getalnotatie’ [Accounting Number Format].
CTS/Advies
19-12-14
40/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 14.: Getalsopmaak met het dialoogkader
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-G-Getalsopmaak-aangepast”.
� Selecteer de cellen C11 t/m C19.
� Klik op het kleine zwarte diagonale pijltje dat u rechts onder in het
groepsvak voor de getalsopmaak ziet.
U krijgt nu het dialoogkader voor de getalsopmaak op het scherm.
� Klik op de groep ‘Aangepast’ [Custom].
� Type in het tekstvak onder het woordje “Type” de getalsopmaak:
0 “uur”.
� Klik op ‘OK’.
� In het voorbeeld ziet u achter de getallen het woord “uur” verschijnen.
� Selecteer de cellen D11 t/m G19 en bekijk de getalsopmaak die is
toegekend in het dialoogkader voor de getalsopmaak.
� Wijzig de opmaak zodat voor de getallen het woord “Euro” verschijnt.
� Bekijk het resultaat in het werkblad. Pas zonodig de kolombreedte
weer aan.
Bij negatieve getallen staat het minteken voor het getal en als de
waarde 0 is, dan wordt een streepje in de cel weergegeven.
� Wijzig de opmaak zodat bij de negatieve getallen het minteken en
bij de positieve getallen een spatie ter breedte van een minteken
achter de getallen verschijnt.
� Bekijk het resultaat in het werkblad. Pas zonodig de kolombreedte
weer aan.
� Wijzig de opmaak, zodat als het getal ‘0’ is, er helemaal niets in de
cel verschijnt.
CTS/Advies
19-12-14
41/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 15.: Datumopmaak met het dialoogkader
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-H-Datumopmaak-aangepast”.
� Plaats in cel B4 de formule =NU() [=NOW()].
� Geef met het dialoogkader voor de getalsopmaak de datum de opmaak:
dddd d mmmm jjjj [dddd d mmmm yyyy].
Maak de cel zo nodig breder om het resultaat te kunnen bekijken.
� Geef met het dialoogvenster voor de getalsopmaak, de datum in cel
B4 de opmaak :
mm-dd-jj [mm-dd-yy]
� Dubbelklik de kolomgrens tussen de letters “B” en “C” om de kolom ‘passend’ te maken.
U krijgt nu eerst de maand en dan de dag te zien. Dit is de Amerikaanse manier om datums weer te geven.
Oefening 16.: Voorwaardelijke opmaak
� Selecteer de regels met getallen in de tabel.
� Gebruik de voorwaardelijke opmaak om een regel te maken die alle regels rood maakt waarvan de omschrijving in de eerste kolom
het woord “Subtotaal” is.
Oefening 17.: Tekenopmaak met de knoppen in het ‘Lint’.
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-I-Tekenopmaak”.
� Maak met behulp van de knoppen in het ‘Lint’ [Ribbon] de letters
van de tekst in de cellen A1 en A2, ‘Schuin’ [Italic], 14 punts en
‘Vet’ [Bold].
� Geef de tekst in cel A8 een dubbele onderstreping [Double underline].
CTS/Advies
19-12-14
42/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
� Maak de inhoud van de cellen, C10 t/m G10 en A13 t/m G13 en
A18 t/m G19 allemaal tegelijk (meervoudige selectie dus) ‘Vet’
[Bold].
Oefening 18.: Uitlijning met de knoppen in het ‘Lint’.
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-J-Uitlijning”.
� Centreer met behulp van de knoppen in het ‘Lint’ [Ribbon] de tekst
in de cellen C10 t/m G10.
� Plaats de tekst in cel B5 rechts in de cel.
� Selecteer de cellen A1 t/m G1.
� Laat de inhoud van de cel A1 klik op de knop ‘Samenvoegen en
centreren’ [Merg & Center].
� Doet hetzelfde met de inhoud van cel A2.
Het samenvoegen van cellen verstoort de structuur van kolommen
en rijen. Dit kan bij bepaalde functies van Excel problemen geven.
� Maak met dezelfde knop het samenvoegen van de cellen A1 t/m
G1 en de cellen A2 t/m G2 weer ongedaan.
� Versleep de inhoud van de cellen A1 en A2 naar E1 en E2.
� Klik op de knop ‘Centreren’ [Center].
U hebt visueel nu hetzelfde effect bereikt, terwijl de kolommenstructuur gehandhaafd blijft.
Oefening 19.: Randen rondom cellen met de knoppen in het
‘Lint’.
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-K-Randen”.
� Maak een meervoudige selectie van de cellen: C10 t/m G10, C13
t/m G13, C18 t/m G18 en C19 t/m G19.
� Plaats met behulp van de knop in het ‘Lint’ [Ribbon] een ‘Dikke
kaderrand ‘ rondom de cellen [Thick Box Border].
Oefening 20.: Randen rondom cellen met het dialoogkader.
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-L-Randen-dialoogkader”.
� Selecteer de cellen C10 t/m G10 en C19 t/m G19.
� Klik ergens binnen de selectie op de rechter muisknop en kies
‘Celeigenschappen - Rand’ [Format Cells - Border].
� Geef de cellen een rode dubbele omlijning, door eerst de rode kleur
te selecteren, vervolgens een dubbel lijn te kiezen en tot slot dit aan
de ‘Omtrek’ [Outline] toe te kennen.
CTS/Advies
19-12-14
43/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Oefening 21.: Cellen namen geven
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-M-Namen”.
� Kies ‘Beeld – Weergeven’ [View – Show].
� Controleer of de optie ‘Formulebalk’ [Formula Bar] aan staat.
� Selecteer in de ‘Factuur’ de cellen met de uren (dus niet de cellen
met de subtotalen en het totaal meeselecteren).
� Klik gheel links in de formulebalk op de celreferentie die u daar
ziet.
� Type hier voor de cellen de naam “Uren” en druk op ‘Enter’.
� Klik in een willekeurige cel in het werkblad, zodat de uren niet
meer geselecteerd zijn.
� Klik in de formulebalk op het zwarte pijltje achter het vak met de
celreferentie.
� Selecteer de naam “Uren”.
U ziet dat de cellen met de uren weer geselecteerd worden. U kunt
niet direct beginnen met andere aantallen uren in te typen.
� Selecteer cel C9 en type hier de formule:
=SOM(uren) [=SUM(…)]
U ziet dat de formule correct wordt uitgerekend onder gebruikmaking van de celnaam.
Oefening 22.: Sjabloon maken
� Activeer het werkblad uit voorgaande oefening of open het oefenbestand “Factuur-N-Sjabloon”.
� Klik geheel links in de formulebalk op het pijltje om het keuzelijstje te openen en selecteer de naam “uren”.
U ziet dat nu alle cellen geselecteerd worden die tot de groep
“Uren” behoren.
� Wis de inhoud van de cellen door op de ‘Delete-toets’ te drukken.
� Kies de optie ‘Bestand - Opslaan als’ [File - Save As].
� Kies in de keuzelijst achter ‘Opslaan als’ [Save as type] voor een
‘Excel-sjabloon’ [Excel Template].
Merk op dat Excel een special map op schrijf selecteert, waar de
sjablonen in worden opgeslagen.
� Sla het bestand op met de naam “Factuur”.
� Sluit het document.
� Klik op de optie ‘Bestand - Nieuw’ [File - New].
� Klik op ‘Mijn sjablonen’ [My Templates].
� Kies het sjabloon “Factuur” als basis voor uw nieuwe document.
CTS/Advies
19-12-14
44/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
Het sjabloon wordt geopend en u kunt dit opnieuw voor een factuur gebruiken.
� Vul waarden in.
� Klik in de werkbalk ‘Snelle toegang’ [Quick Access] de optie
‘Bewaren’ [Save].
U ziet dat het sjabloon zich niet laat overschrijven en toch met het
dialoogkader ‘Bewaar als’ [Save As] komt.
� Klik op ‘Annuleren’ [Cancel] en sluit het document zonder dit te
bewaren met ‘Bestand – Sluiten’ [File – Close].
Extra oefening
verwijzingen.
23.:
Formule
met
absolute
en
relatieve
Hierna ziet u een tabel met de tafels van 1 tot 10. Deze gaat u zelf
maken.
� Neem uw document “Oefening-gevorderd” voor u.
� Neem een nieuw tabblad voor u en geeft het de naam “absoluutrelatief”.
� Plaats in de cellen A2 en A3 de getallen 1 en 2.
� Selecteer de cellen A2 en A3 en trek vervolgens het selectieknopje
8 cellen naar beneden.
U ziet de getallen 1 t/m 10 verschijnen.
� Selecteer de cellen A2 t/m A11.
� Kopieer de selectie.
� Selecteer cel B1.
� Klik met de rechter muisknop in cel B1 en kies in het snelmenu de
optie ‘Plakken Speciaal’ [Paste Special].
� Kies voor ‘Transponeren’ [Transpose] en klik ‘OK’
U ziet dat de gekopieerde kolom als rij wordt ingeplakt.
� Plaats nu in cel B2 een formule die het getal op de bovenst rij vermenigvuldigd met het getal in de eerste kolom. Om er voor de zorgen dat bij het kopiëren de verwijzingen naar de bovenste rij en de
eerste kolom vast blijven, plaatst u dollartekens in de verwijzingen.
� Nadat u de formule heeft ingevoerd in cel B2 kopieert u de formule
naar de andere cellen van de tabel, door het verslepen van de selectieknop, eerst naar cel K2 en vervolgens naar cel K11. Als u de absolute verwijzingen goed in de formule geplaatst hebt, dan verschijnen de tafels van 1 t/m 10.
CTS/Advies
19-12-14
45/187
Herhaling basis/verdieping: oefeningen
U vindt het antwoord achter in deze handleiding.
� Bewaar uw document.
Extra oefening 24.: Opmaak
� Maak uw document “Factuur” uit voorgaande oefening af, zoals
onderstaand.
� Sluit het document en bewaar de wijzigingen op schijf.
CTS/Advies
19-12-14
46/187
3. Excel of een database
Om te voorkomen dat meermalen dezelfde gegevens moeten worden
ingevoerd of gewijzigd, streven wij naar een scheiding tussen:
� Invoer van gegevens
� Opslag van gegevens
� Uitvoer van gegevens
De invoer van gegevens bestaat veelal uit een invoerscherm, ook wel
een formulier genoemd, waarin men gegevens kan intypen. Het
programma zorgt er vervolgens voor dat de gegevens, gecontroleerd
op juistheid en volledigheid, worden weggezet in de opslag.
De opslag van gegevens kan bestaan uit een eenvoudige lijst, maar
kan ook uit meerdere tabellen bestaan, die onderling aan elkaar
gerelateerd zijn. Men spreekt dan van een database.
Om gegevens uit de database te selecteren, zullen wij criteria moeten
opgeven waaraan de te selecteren gegeven dienen te voldoen. Wij
noemen dat een querie.
Gegevens die voldoen aan de opgegeven querie worden weergegeven
in een zogenaam rapport.
Deze uitvoer kan bestaan uit een eenvoudige afdruk van de gegevens
als lijst of als een afdruk op afonderlijke enveloppen of etiketten, of in
de vorm van een grafiek.
Excel kent verschillende functies voor de in- en uitvoer van gegevens:
Excel-functies om gegevens in te voeren:
� Importeren van gegevens
� Zelf geschreven macro
Excel-functies om gegevens op te halen
� Namen
� Zoekfuncties
� Filter en databasefuncties
� Koppelingen/grafieken
� Draaitabellen
� Macro´s
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 47/187
Excel of een database
Het aantal functies voor de uitvoer van gegevens is in Excel veel
groter dan voor de invoer van gegevens. Dit komt omdat Excel in de
eerste plaats bedoeld is als een zogenaamde ´front end´ applicatie.
Hiermee bedoelen wij een applicatie voor verwerking en presentatie
van gegevens. Voor de invoer en opslag van gegevens beschikken
bedrijven meestal al over adequate applicaties, zoals een boekhouding
of applicaties voor voorraad- of personeelsadministratie. Deze
applicaties zijn veel beter geschikt voor de invoer van gegevens dan
Excel, omdat zij allerlei voorzieningen kennen om de invoer op
juistheid en volledigheid te controleren. Bovendien kan men met deze
applicaties dikwijls met meerdere personen tegelijk aan de invoer en
mutatie van gegevens werken. Vrijwel al deze applicaties kunnen
lijsten genereren met een uittreksel van de verzamelde gegevens. Deze
lijsten kunnen dan vervolgens in Excel gebruikt worden voor
berekening en presentatie van de gegevens.
Beschikt u niet over een applicatie om gegevens in te voeren en wilt u
die zelf gaan bouwen, dan kunt daarvoor beter gebruik maken van een
databaseprogramma, zoals bijvoorbeeld Access.
CTS/Advies
19-12-14
48/187
4. Het gebruik van namen
Cellen kunt u namen geven. In formules kunt u dan, in plaats van
celreferenties, celnamen gebruiken. Hierdoor worden formules veel
leesbaarder. Een formule luidt dan bijvoorbeeld niet:
=B1*(1+B2)
Maar:
=prijsexclusief*(1+BTW)
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 49/187
Het gebruik van namen
4.1 Het naamvak in de werkbalk.
Voor het toekennen van namen aan cellen, kunt u gebruik maken van
het naamvak in de formulebalk.
� Open het document “Voorbeelden-gevorderd” en klik op het tabblad “Namen”.
� Type het tabblad “Namen” voor u.
� Selecteer cel B1.
� Klik in het vak in de formulebalk waar u de celreferentie B1 ziet
staan.
� Type in het vak de tekst “Exclusief” en druk op ‘Enter’.
� Selecteer cel B2.
� Type in het vak met de celreferentie de tekst “BTW” en druk op
‘Enter’.
� Type in cel B3 een = teken.
� Klik op B1.
U ziet dat Excel nu niet de celreferentie maar de celnaam invult in
de formule.
� Type vervolgens: *(1+
� Klik op B2.
Wederom wordt niet de celreferentie maar de celnaam “BTW” ingevuld.
� Type haakje sluiten en druk op ‘Enter’
U ziet nu het bedrag ‘inclusief’ berekend onder gebruikmaking van
celnamen in plaats van celreferenties.
CTS/Advies
19-12-14
50/187
Het gebruik van namen
4.2 De opties in het ‘Lint’ [Ribbon] voor namen.
Voor het toekennen en het gebruik van namen voor cellen kent Excel
een aantal geavanceerde opties.
� Selecteer de cel B3.
� Kies ‘Formules – Gedefinieerde namen – Naam definiëren – Naam
definiëren’ [Formulas – Defined Names – Define Name].
Excel ziet dat in de cel links een tekst staat en stelt voor dit als
naam van de cel te gebruiken. Onder in het dialoogkader staat een
referentie naar de geselecteerde cel ingevuld. U hoeft dus niets
verder te wijzigen.
� Kies ‘OK’.
Nadat u een aantal namen hebt aangemaakt, zal u deze willen kunnen
beheren.
� Kies ‘Formules – Gedefinieerde namen – Namen beheren’ [Formulas – Defined Names – Name Manager].
Met dit dialoogkader kunt u eerder gedefinieerde namen bekijken,
wijzigen of weer verwijderen.
� Verwijder de namen uit de lijst en keer terug naar uw document.
U ziet dat Excel nu de foutmelding #NAAM? [#NAME?]geeft. In
de formule worden nu namen gebruikt die niet gedefinieerd zijn.
� Verwijder de namen uit de formule en vervang die weer door celreferenties.
CTS/Advies
19-12-14
51/187
Het gebruik van namen
4.3 Automatisch aanmaken van namen
Gegevens staan op werkbladen dikwijls in de vorm van een tabel. In
de eerste kolom en/of in de bovenste rij staan dan omschrijvingen, die
van toepassing zijn op de gegevens in de cellen ‘daarnaast’
respectievelijk ‘daaronder’.
Voor het toekennen van namen kunnen wij gebruik maken van deze
omschrijvingen.
� Selecteer in voorgaand voorbeeld de cellen A1 t/m B2
� Kies ‘Formules – Gedefinieerde namen – Maken o.b.v. een selectie’ [Formulas – Defined Names – Create from Selection].
In het dialoogvenster geeft u aan, waar binnen de selectie de
omschrijvingen van de kolommen en/of rijen staan, die u als namen
wilt gebruiken, namelijk in de: ‘Bovenste rij’ [Top row],
‘Linkerkolom [Left column], ‘Ondersterij” [Bottom row] of
‘Rechterkolom’ [Right column]. Als alles goed is gegaan, dan staat de
optie ‘Linkerkolom’ [Left Column] voorgeselecteerd.
� Klik op ‘OK’.
De cellen B1 en B2 krijgen weer namen toegekend, zoals deze nu als
omschrijving staan in de cellen A1 en A2. U kunt dit controleren door
in het keuzelijstje in de formulebalk de namen aan te klikken die u
daar ziet. De overeenkomstige cellen worden dan geselecteerd.
CTS/Advies
19-12-14
52/187
Het gebruik van namen
4.4 Namen toepassen
Namen worden dikwijls pas gedefinieerd, nadat de formules al
gemaakt zijn. U moet de celreferenties in de formules dan alsnog
vervangen door celnamen. Ook hiervoor kent Excel een hulpmiddel.
� Kies ‘Formules – Gedefinieerde namen’ [Formulas – Defined Names].
� Klik op het pijltje achter ‘Namen definiëren’ [Define Names]
� Kies de optie ‘Namen gebruiken’ [Apply names].
� Selecteer de namen die u in formules wilt gaan toepassen..
� Klik ‘OK’
� Klik de formule in cel B3 en bekijk het resultaat.
U ziet dat alle celreferenties weer door de opnieuw gemaakte namen
vervangen zijn.
Indien u vooraf niet één cel maar een aantal cellen in het werkblad
selecteert, dan wordt het vervangen van celreferenties door namen
alleen binnen het geselecteerde gebied uitgevoerd.
CTS/Advies
19-12-14
53/187
Het gebruik van namen
4.5 Zoeken in een tabel met benoemde rijen en kolommen
Indien u een tabel importeert die op de bovenste rij en in de eerst
kolom respectievelijk kolom- en rijnamen (veld- en recordnamen)
bevat, dan kunt u deze namen aan de kolommen en rijen toekennen.
� Open het document “Schoenen”.
� Selecteer het gebied van de tabel van A1 t/m E4.
� Kies de menu-optie ‘Formules – Gedefinieerde namen – Maken
o.b.v. een selectie’ [Formulas – Defined Names – Create fromSelection].
� Controleer of de opties “Bovensterij’ [Top row] en ‘Linkerkolom’
[Left column] beiden staan aangevinkt.
� Klik ‘OK’.
� Controleer in de keuzelijst in de formulebalk hoe de namen zijn
toegekend.
� Type in cel C6 de formule: =herenschoenen kwartaal_2 en bekijk
het resultaat.
CTS/Advies
19-12-14
54/187
4.6 Het gebruik van namen - oefeningen
Oefening 25.: Namen maken met het naamvak en toepassen
� Open het oefenbestand: ”Auto-H-Namen”.
� Zorg dat de formulebalk zichtbaar is. Mocht dit niet het geval zijn
dan kunt u deze op het scherm halen met de optie ‘Beeld - Weergeven – Formulebalk’ [View – Show – Formula Bar].
� Selecteer cel B7.
� Type in het naamvak geheel links in de formulebalk, in plaats van
de celreferentie de naam: Prijs_exclusief_BTW . Zoals u ziet moet
u spaties in een naam vervangen door onderstreping. Vergeet niet
na het intypen van de naam op ‘Enter-toets’ te drukken.
� Geef vervolgens de cel B8 de naam: BTWpercentage.
� Dubbelklik in uw werkblad op cel: B9.
De formule in de cel wordt nu zichtbaar.
� Dubbelklik in de formule op de celreferentie: B7.
� Kies ‘Formules – Gedefiniëerde namen – Gebruiken in Formule’
[Formulas – Defined Names – Use in Formula].
� Selecteer de naam: “Prijs_exclusief_BTW”.
� Druk op ‘Enter’.
De naam wordt in de formule in plaats van de celreferentie gezet.
� Druk op ‘Enter’.
De formules wordt nu opnieuw berekend onder gebruikmaking van
de celnaam in plaats van de celreferentie.
Oefening 26.: Namen maken met het ‘Lint’ [Ribbon] en toepassen
Wij gaan nu de cel B9 als naam de omschrijvingen in A9 geven.
� Selecteer cel B9.
� Kies de optie in het ‘Lint’ [Ribbon] ‘Formules – Gedefinieerde
namen – Naam definiëren – Naam definiëren’ [Formulas – Defined
Names – Define Name – Define Name].
Excel heeft de geselecteerde cel B9 en de omschrijving uit cel A9
al als naam vóór geselecteerd.
� Klik op de knop ‘OK’.
� Ken op dezelfde manier aan cel B10 de tekst van cel A10 als naam
toe.
� Vervang in de formule van B13, de celreferenties die verwijzen
naar cel B9 en B10 door de celnamen, door deze verwijzingen te
selecteren en vervolgens te klikken op de broncellen.
� Druk op ‘Enter’.
De formules wordt nu opnieuw berekend onder gebruikmaking van
de celnamen in plaats van de celreferenties
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 55/187
Het gebruik van namen - oefeningen
Oefening 27.: Automatisch namen aanmaken
� Maak een selectie van de cellen met de overige basisgegevens en
hun voorafgaande omschrijvingen. Dat zijn de cellen A12 t/m B22.
� Geef de cellen als naam hun omschrijvingen. Dit doet u met de optie ‘Formules – Gedefinieerde namen – Maken o.b.v. selectie’
[Formulas – Defined Names – Create from Selection].
� Als u het goed heeft gedaan dan staat de optie ‘Linkerkolom’ [Left
column] al voorgeselecteerd.
� Klik ‘OK’.
U ziet nu nog niets gebeuren, maar de namen zijn wel aangemaakt.
� Kies in de keuzenlijst in de formulebalk de naam: “Rente_per_jaar”
U ziet dat de cel B16 geselecteerd wordt.
� Druk op F5.
� Kies de naam “BTWpercentage” en klik op ‘OK’.
U ziet dat nu de cel B8 met de naam “BTWpercentage” geselecteerd wordt.
Oefening 28.: Automatisch namen toepassen
� Selecteer het gebied B26 t/m B30.
� Kies de menu-opdracht ‘Formules – Gedefinieerde namen – Naam
definiëren’ – Namen gebruiken’ [Formulas – Defined Names – Define Names – Apply names].
Alleen de celnamen die u de laatste keer heeft aangemaakt zijn
voor geselecteerd.
� Selecteer ook de ander namen in de lijst door deze aan te klikken.
Vergeet niet even op de schuifbalk, rechts van de lijst, te klikken.
De lijst met namen is langer dan in de lijst getoond kan worden.
� Klik tot slot op ‘OK’.
� Bekijk de formules in het geselecteerde gebied en daar buiten.
U ziet dat alleen in het geselecteerde gebied de celreferenties zijn
vervangen door celnamen.
� Kies opnieuw dezelfde optie in het ‘Lint’ [Ribbon] maar zorg er nu
voor dat slechts één cel in het werkblad geselecteerd is.
� Bekijk opnieuw de formules in het werkblad.
U ziet dat nu wel in alle formules de celreferenties zijn vervangen
door celnamen, voor zover u deze hiervoor gedefinieerd heeft.
� Bewaar uw werkstuk met de wijzigingen op schijf.
Oefening 29.: zoeken in een tabel met namen
� Open het bestand “Golden”.
� Selecteer de tabel, inclusief de veldnamen op de eerste regel.
CTS/Advies
19-12-14
56/187
Het gebruik van namen - oefeningen
� Geef de rijen en kolommen in de tabel namen.
� Plaats in cel A13 de formule: =Joe Gewicht
U ziet dat de uitkomst van de formule het getal is dat op het snijpunt van de rij en de kolom staat.
� Type in cel A14 de formule: =SOM(B4:B9) [=SUM(…)]
� Vervang de celreferenties in de formuler door celnamen. U doet dit
door gebruik te maken van de menu-optie ‘Formules- Gedefinieerde namen – Naam defniëren – Namen gebruiken’ [Formulas –
Defined Name – Define Name – Apply names].
� Bekijk de formule in A14.
U ziet dat Excel naar het begin- en eindpunt van de selectie verwijst met behulp van een de kolom- en de rij-namen, gescheiden
door een spatie.
Verdiepingsoefening 30.: Opties bij ‘Naam gebruiken’
Het dialoogkader ‘Namen gebruikten’ [Apply names] kent nog een aantal opties.
� Neem het document uit voorgaande oefening voor u.
� Open dialoogkader ‘Formules – Gedefinieerde namen – Naam definiëren – Namen
gebruiken’ [Formulas – Defined Names – Define Name – Apply names]
Het menu voor het toepassen van namen kent twee opties:
Optie
Relatief/ absoluut negeren
[Ignore Relative/ Absolute]
Rij- en kolomnamen gebruiken
[Use Row and Column Names]
Functie
Standaard worden celreferenties door namen
vervangen onafhankelijk van het feit of beide
relatief of absoluut zijn Als u deze optie uitschakelt, dan worden relatieve referentie alleen door
relatieve namen vervangen, absolute referenties
door absolute namen en samengestelde referenties door samengestelde namen.
Indien dezelfde referentie in meerdere namen
voorkomt dan wordt prioriteit gegeven aan namen die naar hele kolommen of rijen verwijzen.
� Klik op ‘Opties’ [Options].
Het dialoogkader wordt nog iets verder uitgebreid.
CTS/Advies
19-12-14
57/187
Het gebruik van namen - oefeningen
Optie
Kolomnaam weglaten, indien zelfde
kolom.
[Omit column name if same column]
Rijnaam weglaten, indien zelfde rij
[Omit row name if same row]
Benoemingsvolgorde
[Name order]
- Rij Kolom
[Row column]
- Kolom Rij
[Column row]
Functie
Vervangt celreferentie door naam van de rij,
indien deze in de zelfde kolom als de formule staat.
Vervangt celreferentie door de naam van de
kolom, indien deze in dezelfde rij staat als
de formule.
Volgorde in gebruik van namen:
- Rijnaam gaat voor kolomnaam.
- Kolomnaam gaat voor rijnaam.
� Sluit het dialoogkader en sluit he t document.
Verdiepingsoefening 31.: de waarden van namen
Namen kunt u beschouwen als variabelen, waar waarden aan toegekend worden.
Type
Celreferentie(-s)
Teksten of formules
Waarden
CTS/Advies
Voorbeeld
“=$B$5” of “=$A$1:$B$4”
=”Totaal” of “=A1+B4”
=5
19-12-14
58/187
5. Functies
Excel kent honderden functies. Het gaat te ver om deze allemaal te
behandelen. Veel functies zijn alleen van belang voor mensen met
bepaalde beroepen. Hier zullen we ons beperken tot de functies die
voor de meeste mensen belangrijk zijn. Als u eenmaal weet hoe een
aantal functies werken, dan vindt u de rest meestal wel vanzelf. In de
Excel-documentatie en onder ‘Help’ vindt u overigens een volledige
beschrijving van alle functies.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 59/187
Functies
5.1 De functie-wizard
Tijdens het typen van een formule in de formulebalk, kunt u functies
invoeren met behulp van de hiernaast getoonde knop in de
formulebalk. U vindt deze knop tevens onder de tab ‘Formules’ in het
groepsvak ‘Functiebibliotheek’ [Function Library].
� Open het document “Voorbeelden – Gevorderd ” en klik op het
tabblad “Functies”.
.
� Selecteer cel C4.
� Type het =-teken en klik vervolgensop de knop ‘Functie invoegen’
[Insert-Function].
Nadat u op de knop geklikt heb, verschijnt onderstaand dialoogkader.
Kiest u een categorie in de keuzelijst, dan vindt u in de lijst er onder
alle functies die tot die categorie behoren.
De overige pictogrammen in dit groepsvak komen overheen met de
verschillende categorieën functies dat u ook in de keuzelijst van het
dialoogkader vindt
� Kies de functiecategorie ‘Wiskunde en trigonometrie’ [Math &
Trig].
� Klik in de lijst er onder.
� Druk op de letter “s” om naar de eerst functie waarvan de naam
met een “s” begint, te gaan
� Kies de functie ‘SOM’ [SUM].
� Klik ‘OK’.
CTS/Advies
19-12-14
60/187
Functies
Na de keuze van een functie verschijnt altijd een tweede dialoogkader
waarmee u de argumenten van de functie kan invullen.
In de cel van het werkblad of in formulebalk, ziet u al hoe de formule
wordt opgebouwd. Iedere functie wordt afgesloten met twee haken
waartussen de 'argumenten' van de functie komen. Argumenten zijn
nadere aanwijzingen over wat, op welke wijze, berekend dient te worden.
Verwijzingen naar cellen kunt u in het dialoogkader invoeren, door
met de muis over de cellen in het werkblad te slepen.
In ons voorbeeld heeft Excel al een verwijzing naar de cellen C1
t/m C3 opgenomen.
� Klik 'OK'.
De functie wordt op het invoegpunt in de formulebalk ingevoerd.
Naast de functie 'SOM' [SUM] kennen wij nog een aantal andere
wiskundige functies:
Functie
SOM(getallen in referentie)
[SUM(...)]
PRODUKT(getallen in referentie)
[PRODUCT(...)]
WORTEL(getal in referentie)
[SQRT(...)]
CTS/Advies
Omschrijving
Sommeert de getallen binnen de referentie:
=SOM(1;2) wordt 3
Vermenigvuldigt de getallen binnen de
referentie:
=PRODUKT(5;6;7) wordt 210
Geeft wortel van het getal in de referentie;
=WORTEL(9) wordt 3
19-12-14
61/187
Functies
5.2 Afrond-functies
Excel rekent met maximaal 15 cijfers. Voor het werken met
bijvoorbeeld geldbedragen wilt u echter op 2 cijfers achter de komma
kunnen afronden. Voor het afronden van getallen kent Excel
verschillende functies.
Functie
AFRONDEN(getal, aantal
decimalen)
[ROUND(...)]
INTEGER (getal; aantal
decimalen )
[INTEGER(...)]
GEHEEL(getal; aantal
decimalen )
[TRUNC(...)]
ABS(getal)
[ABS(...)]
REST(deeltal; deler)
[MOD(...)]
Omschrijving
Rondt getal af op opgegeven aantal decimalen achter de komma:
=AFRONDEN(6,6666;2) wordt 6,7000
Rondt getal naar beneden af, op dichtstbijzijnde gehele getal:
=INTEGER(-8,9;0) wordt -9
Verwijdert van het getal het gedeelte achter
het opgegeven aantal decimalen:
=GEHEEL(-8,9374;2) wordt -8,93
Maakt een negatief getal positief:
=ABS(-8) wordt 8
Geeft de restwaarde van het getal na deling
door de deler:
=REST(8;3) wordt 2
Voor 975 medewerkers van een bedrijf wilt u een voetbaltoernooi
organiseren. U formeert teams van 11 medewerkers.
� Plaats in een leeg werkblad in twee cellen onder elkaar, het aantal
werknemers binnen uw bedrijf en het aantal spelers in een voetbalteam
� Gebruik de functie GEHEEL [TRUNC] om te berekenen hoeveel
teams u krijgt.
� Bereken met de functie REST [MOD] het aantal personen dat u
overhoudt als reserve spelers.
CTS/Advies
19-12-14
62/187
Functies
5.3 Datum- en tijd-functies
Excel kent afzonderlijke functies voor de weergave van datum en tijd.
Een datum wordt door Excel vastgelegd met behulp van het nummer
van een dag, beginnend bij 1 is 1-1-1900, 2 is 2-1-1900 etc. Het deel
van de dag dat verstreken is, wordt als decimaal getal vastgelegd. Dit
wordt gebruikt voor het berekenen van de tijd.
De belangrijkste functies voor datum en tijd zijn:
Functie
NU()
[NOW(...)]
DATUM(jaar;maand;dag )
[DATE(... )]
TIJD(uur;minuut;seconde )
[TIME(... )]
NETTO.WERKDAGEN
(begindatum;einddatum)
[NET.WORKDAYS(…)
Omschrijving
Deze functie geeft een getal met voor het
decimaalteken het dagnummer van de systeemdatum, en achter het decimaalteken de
tijd als het deel van de dag dat verstreken is.
Geeft dagnummer van opgegeven datum.
=DATUM (1900;1;1) wordt 1
Geeft decimaal getal van opgegeven tijd.
=TIJD(12;0;0) wordt 0,5
Telt het aantal werkdagen tussen twee data.
=NETTO.WERKDAGEN(“1-1-7”;”8-1-7”)
wordt 6
De feitelijke weergave van datum en tijd, bepaalt u met de
getalsopmaak.
Aangezien de datum- en tijdfuncties als resultaat een getal opleveren,
kunt u deze getallen ook gebruiken om een berekening te maken. U
kunt bijvoorbeeld berekenen hoeveel dagen er tussen twee data
verlopen zijn. Of hoeveel minuten er tussen twee tijdstippen zitten.
� Neem het werkblad met uw oefeningen op uw scherm.
� Plaats in een cel de functie: =NU() [=NOW].
� Geef vervolgens de cel de opmaak "0,0000"
U ziet nu de numerieke waarde van datum en tijd van dit moment.
� Laat de waarde in cel weer als een datum met daarachter de tijd
weergeven.
� Plaats in een cel er onder de datum van 7 dagen geleden.
� Plaats in de cel daaronder een formule die de twee data van elkaar
aftrekt.
Excel geeft de uitkomst als een gewoon getal weer. Het resultaat
van de berekening moet minstens 7 zijn. Het decimale deel van het
getal geeft het deel van de dag dat inmiddels is verstreken.
CTS/Advies
19-12-14
63/187
Functies
� Plaats in een cel er onder de functie om het aantal werkdagen te berekenen tussen “1-7-10” en “8-7-10”. Let er op dat de data als tekst
moeten worden ingevoerd.
� Controleer het resultaat in uw agenda.
Merk op dat ‘start-‘ en ‘einddatum’ beiden worden meegeteld.
CTS/Advies
19-12-14
64/187
Functies
5.4
Tekst-functies
Indien u gegevens importeert uit een andere applicatie, dan worden de
gegevens veelal van een tekstbestand naar Excel geconverteerd. De
gegevens willen dan nog wel eens overbodige spaties bevatten en de
hoofdletters ontbreken. Soms moeten de gegevens in een veld
uitgesplitst worden of juist worden samengevoegd. Hiervoor gebruikt
u de volgende functies:
Functie
SPATIES.WISSEN(
tekst)
[TRIM(…)]
BEGINKAP(tekst)
[PROPER(…)]
LINKS(tekst;n)
[LEFT(…)]
RECHTS(tekst;n)
RIGHT(…)]
MIDDEN(tekst;s;n)]
[MID(…)]
GETAL(“tekst”)
VALUE(“…”)
VINDEN.ALLES
(“zoektekst’;tekst;s)
FIND(…)
tekst1&tekst2
Omschrijving
Verwijdert alle overbodige spaties uit tekst.
SPATIES.WISSEN(“ inclusief 10,00”)
geeft “inclusief 10,00”
De eerste letter van elk woord wodt omgezet in
een hoofdletter de overige letters van ieder
woord worden kleinen letters.
BEGINKAP(“inclusief 10,00”) geeft “Inclusief
10,00”
Resulteert in de eerste n tekens van tekst, vanaf
links.
LINKS(“Inclusief 10,00;9) geeft “Inclusief”)
Resulteert in de eerste n tekens van tekst, vanaf
links.
RECHTS(“Inclusief 10,00”;5) geeft de tekststring “10,00”
Geeft de eerste n tekens van tekst, beginnend op
positie s.
MIDDEN((“Inclusief 10,00”;11;2) geeft de
tekststring “10”
Wijzigt een tekstwaarde in een nummerieke
waarde.
GETAL(“10,00”) geeft het getal 10
Geeft de positie waarop zoektekst voor het eerst
voorkomt binnen tekst, beginnend bij teken s).
VINDEN.ALLES(“ “;Inclusief 10,00” geeft 10.
&-teken koppelt twee tekststrings aan elkaar.
“Jan”&” “&”Jansen” geeft “Jan Jansen”.
� Neem in het bestand “Oefeningen- gevorderd” het tabblad “Tekstfuncties” voor u.
� Type nevenstaande voorbeelden over en bekijker het resultaat. Kijk
voor de eventuele Engelse benaming van de functies in bovenstaande tabel.
CTS/Advies
19-12-14
65/187
Functies
5.5 Logische functies
Logische functies zijn belangrijk voor het uitvoeren van berekeningen
onder bepaalde voorwaarden. De uitkomst van de functie is
afhankelijk van een vergelijking die leidt tot de waarde WAAR
[TRUE] of ONWAAR [FALSE].
Functie
ALS(vergelijking; waarde indien
waar; waarde indien niet waar )
[IF(…)]
Omschrijving
Afhankelijk of de uitkomst van de
vergelijking WAAR of ONWAAR
is, leidt dit tot de waarde “indien
waar” of de waarde “indien niet
waar”.
Op de plaats van de vergelijking kunt u ook gebruik maken van de
functies EN of OF waarmee u meerdere vergelijkingen tegelijk kunt
testen.
Functie
EN(vergelijking1,vergelijking2,.....)
[AND(…)]
OF(vergelijking1,vergelijking2,.....)
[OR(… )]
Omschrijving
Geeft de waarde "WAAR" indien
alle vergelijkingen waar zijn.
Geeft de waarde "WAAR" indien
één van de vergelijkingen waar is.
� Plaats in een cel de formule:
=ALS(REST(NU(),1)<0,5;"Het Is ochtend”;"Het is middag")
[=IF(MOD(NOW())…..)
Als antwoord krijgt u te zien of het ochtend of middag is.
Excel kent ook functies die onder voorwaarden een berekening
uitvoeren.
Functie
AANTAL.ALS(referentiegebied;
criterium)
[COUNT.IF(…)]
SOM.ALS(referentiegebied; criterium)
SUM.IF(…)
Omschrijving
Telt binnen het referentiegebied het
aantal cellen dat een waarde bevat
die voldoet aan het criterium.
Sommeert binnen het referentiegebied de waarden die voldoen aan
het criterium.
� Type in 10 cellen onder elkaar de waarden 1 t/m 10
� Plaats in een cel er onder de functie:
=AANTAL.ALS(A1:A10;”>7”).
[=COUNTIF(…)]
Het antwoord is: 3 namelijk de getallen 8, 9 en 10
� Plaats daaronder de functie:
=SOM.ALS(S1:A10;”>7”)
[=SUM.IF(…)]
Het antwoord is: 27 namelijk =8+9+10
CTS/Advies
19-12-14
66/187
Functies
5.6 Statistische functies
In onderstaande tabel vindt u de meest gebruikte functies voor het
maken van statistische berekeningen.
Functie
AANTAL(referentie)
[COUNT(...)]
Omschrijving
Geeft het aantal getallen in de referentie.
Cellen die een logische waarde of tekst
bevatten worden niet meegeteld.
GEMIDDELDE(referentie)
Geeft gemiddelde van de getallen die in de
[AVERAGE(...)]
referentie voorkomen.
MAX(referentie)
Maximale waarde van de getallen die bin[MAX(...)]
nen de referentie voorkomen.
MIN(referentie)
Minimale waarde van de getallen die in de
[MIN(...)]
referentie voorkomen.
TREND(bekende y-waarde;
Voorspelde waarden volgens een lineaire
bekende x-waarden;nieuwe x- benadering van een serie uitkomsten (ywaarden )
waarden), die gemeten zijn bij bepaalde
[TREND(…)]
bekende waarden (bekende x-waarden),
gegeven nieuwe x-waarden.
LIJNSCH(bekende y-waarde; Parameters m en b bij een lineaire benabekende x-waarden )
dering van een serie uitkomsten (y-waar[LINEST(…)]
den), die gemeten zijn bij bepaalde bekende
waarden (bekende x-waarden), volgens de
lijn: Y = mX + b
GROEI(bekende y-waarde;
Waarden naar een exponentiële benadering
bekende x-waarden; nieuwe
van een serie getallen, volgens eventuele
x-waarden)
nieuwe x-waarden
[GROWTH(…)]
In de finale van de Olympische spelen zijn de prestaties van zes
sprinters op de 100 meter gemeten.
� Type onderstaand voorbeeld over of open het document “Sprint”.
� Plaats in B2 de formule:
=AANTAL(B1:J1)
[=COUNT(…)]
Het antwoord is 8 want er zijn 8 getallen binnen de referentie.
� Plaats in B3 de formule:
� =GEMIDDELDE(B1:J1)
[=AVERAGE(…)]
CTS/Advies
19-12-14
67/187
Functies
Het antwoord is: 10,10.
� Plaats in B4 de formule:
=MIN(B1:J1)
Het antwoord is: 9,90. Dat is de snelste tijd die gemaakt is.
� Plaats in B5 de formule:
=MAX(B1:J1)
Het antwoord is: 10,27. Dat is de langzaamste tijd die behaald is.
Met 'groeifuncties' kunt u voorspellingen doen op basis van bekende
meetgegevens. Deze functies geven als antwoord een serie getallen. U
dient dan ook, voordat u de functie in de formulebalk intypt, een
aantal cellen te selecteren, overeenkomstig het aantal uitkomsten dat
de functie oplevert. Bij invoer van de cel vanuit de formulebalk in de
cellen drukt u nu niet op 'Enter' maar op 'Shift+Control+Enter'.
Er blijkt in voorgaand voorbeeld een verband te bestaand tussen de
prestaties van sprinters en het drinken van koffie bij het ontbijt.
� Plaats in B14 t/m F14 de formule voor de berekening van de scores
bij het drinken van 4 tot 32 koppen koffie volgens een lineaire benadering:
{=TREND(B1:I1;B11:I11;B13:F13)}
De accolades kunt u niet typen. Selecteer vooraf het gebied waar
de antwoorden moeten komen staan. Type de formule in de eerste
cel van de selectie, zonder de accoladers. Druk tot slot op
‘Shift+Control+Enter’.
� Plaats in B17 t/m F17 de formule voor de berekening van de scores
bij het drinken van 4 tot 32 koppen koffie volgens een exponentiële
benadering:
{=GROEI(B1:F1; B11:F11; B13:F13)}
[{GROWTH(…)]}.
CTS/Advies
19-12-14
68/187
Functies
5.7 Zoekfuncties
Met "zoekfuncties" kunt u een waarde in een tabel laten opzoeken.
Functie
VERT.ZOEKEN
(zoekwaarde; tabel;
kolomnummer; waar/
onwaar)
[VLOOKUP(...)]
Omschrijving
Zoekt verticaal in de eerste kolom van ‘tabel’
naar ‘zoekwaarde’ en geef als antwoord de
waarde op de regel in de kolom met ‘kolomnummer’. In de tabel moeten de rijen gesorteerd zijn, naar alfabetisch of numeriek oplopende zoekwaarden in de eerste kolom. Indien
het laatste argument de waarde ONWAAR
bevat, dan wordt alleen een antwoord gegeven
als de zoekwaarde ook daadwerkelijk gevonden
is, anders wordt de waarde van de eerst volgende zoekwaarde weergegeven.
HORIZ.ZOEKEN
Zoekt horizontaal in de bovenste rij van ‘tabel’
(zoekwaarde;tabel;
naar ‘zoekwaarde’ en geeft als antwoord de
rijnummer;waar/onwaar) waarde in de kolom op de rij met ‘rijnummer’.
[HLOOKUP(...)]
In de tabel moeten de kolommen gesorteerd
zijn, naar alfabetisch of numeriek oplopende
zoekwaarden in de bovenste rij. De functie
geeft als antwoord de waarde op rijnummer.
Indien het laatste argument de waarde ONWAAR bevat, dan wordt alleen een antwoord
gegeven als de zoekwaarde ook daadwerkelijk
gevonden is, anders wordt de waarde bij de
eerst volgende zoekwaarde weergegeven.
INDEX(tabel,rijnummer, Geeft de waarde in de tabel waarvan de cel
kolomnummer)
rijnummer en kolomnummer heeft.
VERGELIJKEN (zoek- Geeft volgnummer van ‘zoekwaarde’ binnen
waarde,reeks;1/0/-1)
‘reeks’. Afhankelijk van of de waarde van het
[MATCH(…)]
derde argument wordt het positienummer van
de zoekwaarde gevonden die groter of gelijk,
gelijk of kleiner of gelijk aan de zoekwaarde is.
� Open het bestand “Adressen”
1
2
3
4
A
Gerritsen
Jansen
Klaesen
Pietersen
B
Singel 2
Kerkstraat 8
Stationsplein 45
Spui 16
C
Rotterdam
Amsterdam
Utrecht
Den Haag
D
010-5555555
020-1234567
030-7654321
070-3123456
� Plaat in cel B6 de naam van een van de personen uit kolom-A.
� Type in cel B7 de formule:
=VERT.ZOEKEN(B6;A1:D4;2)
[=VLOOKUP(…)]
De formule geeft als antwoord: “Stationsplein 45”
� Type in cel B8 de formule:
=INDEX(A1:D4;VERGELIJKEN(B6,A1:A4,0),3)
[=INDEX(…;MATCH(…);…)]
De formule geeft als antwoord: “Utrecht”.
� Sluit het document zonder dit te bewaren.
CTS/Advies
19-12-14
69/187
5.8 Functies – oefeningen
Oefening 32.: Functies invoeren
� Zorg er voor dat de formulebalk op het scherm te zien is.
� Neem nevenstaand voorbeeld over. In de cellen C2 en C4 staan
formules die respectievelijk het inkoopbedrag en het resultaat berekenen..
� Klik cel C5 aan.
� Klik in de formulebalk op de knop 'Functie invoegen' [InsertFunction].
� Klik in de keuzelijst op de Functiecategorie 'Alles' [All] en zoek
vervolgens in de lijst er onder de functie 'PRODUKT' [PRODUCT] op.
� Klik ‘OK’.
In het scherm dat nu volgt ziet u de formule weergegeven met
tekstvakken voor de argumenten. De cursor staat in het eerste
tekstvak.
� Klik in het werkblad op cel C4.
� In het tekstvak voor het eerste argument wordt een verwijzing naar
de aangeklikte cel ingevoegd.
� Klik in het tekstvak voor het tweede argument en klik vervolgens
in het werkblad op cel B5.
� Klik op ‘OK’.
Het bedrag aan BTW wordt berekend.
Oefening 33.: Functies GEHEEL en REST
� Open het document “Wijnen”.
� Plaats in de cellen D9 t/m D11 formules die uitrekenen hoeveel hele dozen er geleverd moeten worden. U gebruikt hier voor de functie ‘GEHEEL’ [TRUNC].
� Plaats in de cellen E9 t/m E11 formules die uitrekenen hoeveel losse flessen geleverd moeten worden. Gebruik hier voor de functie
‘REST’ [MOD].
� Sluit het doucment zonder het te bewaren.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 71/187
Functies - oefeningen
Oefening 34.: Rekenkundige-afronding
� Neem in uw document “Oefeningen-gevorderd” onderstaand voorbeeld over.
.
� Plaats in C8 de formule:
=AFRONDEN(C7/12;2)
[ROUND()].
� Kies voor een weergave met vier decimalen.
U ziet dat de uitkomst afgerond is op het tweede cijfer achter de
komma.
Opgave 35.: Rekenen met datums
� Plaats onder elkaar op een werkblad de datum van vandaag en uw
geboortedatum.
� Plaats een formule in het werkblad die uw geboortedatum aftrekt
van de datum van vandaag.
De uitkomst geeft uw leeftijd in dagen.
Verdiepingsopgave 36.: Rekenen met tijd
� Plaats onder elkaar de tijd van dit moment en het tijdstip waarop de cursus vandaag begon.
� Plaats een formule op het werkbad die beide tijdstippen van elkaar aftrekt.
� Laat de uitkomst met een getalsopmaak in uren, minuten en seconden weergeven
("u:mm:ss"].
De uitkomst geeft aan hoe lang u alweer aan het werk bent.
Oefening 37.: Tekstfuncties
� Open het document “Tekstfuncties”.
� Gebruik het &-teken om in cel E2 “Titel”, “Voorletter” en “Achternaam” tot een gehele naam samen te voegen. Voeg tussen de
naamdelen spaties in. Dit doet u ook weer door deze spaties met
het &-tekens tussen te voegen.
� Kopieer de formule achter het tabelletje naar beneden.
Vervolgens gaan wij de naam weer in delen op splitsen.
� Gebruik de functie ‘VINDEN.ALLES’ [FIND] om in F2 de positie
van de 1ste spatie in de tekst te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘LINKS’ [LEFT] om in cel G2 de titel van de
naam uit E2 te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
CTS/Advies
19-12-14
72/187
Functies - oefeningen
� Gebruik de functie ‘VINDEN.ALLES’ [FIND] om in H2 de positie
van de 2e spatie te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘MIDDEN’ [MID] om in cel I2 de voorletters
uit de naam in E2 te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘LENGTIE’ [LENGTH] om in J2 de lengte van
de gehele naam te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘RECHTS’ [RIGHT] om in cel K2 de achternaam uit de naam in cel E2 te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘SUBSTITUTEREN’ [SUBSTITUTE] om in
cel L2 het getal uit D2 te laten verschijnen, maar met een decimale
komma in plaats van een decimale punt er in.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
� Gebruik de functie ‘GETAL’ [VALUE] om de tekst in L2 in een
getalswaarde in M2 te laten verschijnen.
� Kopieer de functie achter het tabelletje naar beneden.
Verdiepingsoefening 38.: Tekstfuncties
� Gebruik de functie ‘LINKS’ [LEFT] om het woord “saldo” uit A6 in C6 te plaatsen.
� Gebruik de geneste functies ‘GETAL’ [VALUE] en ‘RECHTS’ [RIGHT] om de
tekst “5,00” als getal in E6 te krijgen.
� Gebruik de geneste functies ‘BEGINKAP’ [PROPER] ‘MIDDEN’ [MID] en
‘SPATIES.WISSEN’ [TRIM] om het euroteken in de vorm van een hoofdletter in
cel C1 te krijgen.
U vindt de antwoordrn achter in de handleiding.
Oefening 39.: De ALS-functie
� Neem het document “Wijnen” weer voor u.
� Plaats in C3 de datum van volgende week maandag.
� Plaats in C4 een formule die de datum van vandaag berekent.
� Plaats in C5 een formule die het aantal dagen uitrekent tussen 'datum heden' en 'leverdatum'.
CTS/Advies
19-12-14
73/187
Functies - oefeningen
� Plaats in cel D5 een ALS-functie [IF] die, indien het aantal resterende dagen tussen de 'leverdatum' en 'datum van vandaag', kleiner
is dan 2, het woord "SPOED" doet verschijnen en anders de tekst
“In bestelling’.
� Wijzig de leverdatum in de datum van morgen.
Oefening 40.: De EN- en OF-functies
� Open het document “Alsfuncties”.
� Plaats in cel D2 een ALS-functie [IF-functie] die het antwoord “ja”
vermeld als de persoon ouder dan 64 is.
� Kopieer de functie ook naar de cellen D3 /m D5 en controleer het
resultaat.
� Vervang in de functie ‘ALS’ [IF] het eerste argument door een ENfunctie die niet alleen test of hij ouder dan 64 is maar tevens controleert of hij nog wel gemotiveerd is om te werken
Verdiepingsoefening 41.: De EN- en OF-functies
� Plaat in het eerste argument van de ALS-functie [IF-functie] een OF-functie [ORfunctie] die maakt dat iemand onstslagen wordt als hij of boven de 64 jaar en niet
gemotiveerd is of als hij ouder dan 80 is.
Verdiepingsopgave 42.: Datum-/Alsfuncties
Als u iemands geboorteddatum kent, kunt u zijn leeftijd uitrekenen. U moet daarbij
echter wel bedenken dat indien de persoon dit jaar al jarig is geweest, dan is de persoon al een jaar ouder als wanneer deze nog niet jarig is geweest.
� Plaats in twee cellen onder elkaar uw geboortedatum en de datum van vandaag.
� Bepaal of iemand al jarig is geweest. Gebruik de ALS-Functie en de functies
MAAND(datum) [MONTH(…)] en DAG(datum) [DAY(…)] om uit te rekenen of
de maand van de verjaardag en de dag van de verjaardag al verstreken zijn.
Oefening 43.: Statistische functies
� Open het document “Pandaberen”
A
B
1
Gewicht
2
35,5
38,4
3
33,2
36,5
4
47,1
36,4
5
42,9
44,2
6
33,3
44,9
7
44,3
30,2
8
32,8
35,9
9
36,9
42,2
10
37,0
43,0
11
32,2
39,1
Een bioloog heeft het gewicht van twintig volwassen pandabeertjes
gemeten. Dit leverde bovenstaand resultaat op.
CTS/Advies
19-12-14
74/187
Functies - oefeningen
� Bereken met de functie: =AANTAL(A2:B11) [=COUNT(…)] het
aantal metingen in de lijst.
� Bereken met de MAX-functie het gewicht van de zwaarste beer.
� Bereken met de MIN-functie het gewicht van de lichtste beer.
� Bereken het gemiddelde gewicht van de beren.
Veridiepingsoefening 44.: variantie en standaarddeviatie
Indien onder een populatie de afwijking van het gemiddelde gelijkmatig verdeeld is
dan spreekt men van een Normaal-verdeling.
Kenmerkend voor een normaal verdeling is dat 68,26 % van de populatie een waarde
heeft van het gemiddeld + of – 1 x de standaarddeviatie, en 95,44% heeft een waarde
van het gemiddelde + of – 2 x de standaarddeviatie
Functie
GEMIDDELDE(referentie getallen)
[AVERAGE(...)]
STDEV(referentie getallen)
[STDEV(...)]
STDEVP(referentie getallen)
[STDEVP(...)]
VAR(referentie getallen)
[VAR(...)]
VARP(referentie getallen)
[VARP(...)]
Omschrijving
Geeft gemiddelde van de getallen in referentie.
Standaarddeviatie van de getallen in de referentie.
Standaarddeviatie van totale populatie waarvan de getallen in referentie een steekproef
zijn.
Variantie van een serie getallen.
Variantie van totale populatie waarvan getallen in referentie een steekproef zijn.
84 % van de volwassen pandabeertjes hebben een gewicht lager dan het gemiddelde plus 1 maal de standaard-deviatie.
� Bereken het gewicht dat een pandabeer moet hebben om tot de groep van 16%
zwaarste beren te mogen behoren.
Oefening 45.: Lineaire trend
� Open het document “Omzetten-trend”
1
2
3
4
5
6
7
8
9
CTS/Advies
A
Jaar
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
B
Omzet
1.540.000
1.560.000
1.545.000
1.590.000
1.615.000
1.590.000
19-12-14
C
Benadering
75/187
Functies - oefeningen
10
11
12
13
14
2013
2014
2015
2016
2017
Een bedrijf heeft een staatje gemaakt van haar omzet, over de laatste 6 jaar. U gaat in de cellen C2 t/m C14 een lineaire benadering
maken van de omzetten tot het jaar 2017.
� Selecteer de cellen C2 t/m C14
� Plaats in cel C2 die TREND-functie [TREND] die op basis van de
omzetten in B2 t/m B7 bij de bekende jaren in A2 t/m A7 de omzet
raamt in de cellen C2 t/m C14 voor de jaren in B2 t/m B14.
Vul de matrixformule in door op ‘Shift+Control+Enter’ te drukken.
Maakt u gebruik van het dialoogkader voor het maken van een
functie, dan houdt u de Shift- en de Control-toest ingedrukt als u
op ‘OK’ klikt.
Opgave 46.: Zoekfuncties
� Open het document “Werkuren”.
U ziet dat in deze tabel de rijen alfabetisch in oplopende volgorde
staan.
� Plaats onder de tabel in cel B13 de functie:
=VERT.ZOEKEN(B11;A4:N9;B12+1).
[=VLOOKUP(…)]
De functie geeft de waarde, die binnen de tabel op rij 4 (Kelvin), in
kolom 3 (maandnummer 2+1) staat. Dit is 30.
� Wijzig de naam in Jacob en de maand in 5
Het antwoord wordt nu: 28
� Wijzig de naam in “Rudolf”.
Deze naam komt niet voor. U krijgt nu de waarden van “Peter”.
� Voeg aan de functie als vierde argument de waarde ONWAAR
[FALSE] toe.
U krijgt nu een foutmelding als de gezochte naam niet in de eerste
kolom van de tabel voorkomt.
CTS/Advies
19-12-14
76/187
Functies - oefeningen
Verdiepingsopgave 47.: Voorwaardelijke opmaak met zoekfunctie
� Gebruik ‘Voorwaardelijke opmaak ‘ [Conditional formatting] om
de cel met het aantal gewerkte uren rood te laten worden als de locatie waar gewerkt is nummer 3 is.
Opgave 48.: INDEX-functie
� Plaats in cel B11 weer de naam “Kelvin”.
� Plaats in het document “Werkuren” in cel D11 de formule:
=VERGELIJKEN(B11;A4:A9;0)
[=MATCH(…)]
U ziet als antwoord het volgnummer van de naam in de kolom.
� Plaats in cel C12 de afkorting “feb”.
� Plaats in cel D12 een functie die het volgnummer van de afkorting
“feb” geeft in de array B3 t/m M3
� Plaats in cel D13 de functie:
=INDEX(B4:N9;D11;D12).
[=INDEX(…)]
De functie geeft de waarde, die binnen de tabel op rij 4 (“Kelvin”),
in kolom 2 (“feb”) staat. Dit is 30.
Verdiepingsopgave 49.:Geneste-functie
� Voeg de functies samen tot één functie, waar de VERGELIJKENfuncties, binnen de INDEX- functie de plaats van het tweede en het
derde argument innemen.
Verdiepingsopgave 50.: Goniometrie
Onder de groep 'Wiskunde en trigonometrie' vindt u ook functies voor de berekening
van: het getal PI, sinus, cosinus, tanges, cotanges, boogsinus, en hyperbolische functies. Denk er aan dat u bij de berekening van bijvoorbeeld sinus of cosinus de hoek in
radialen moet worden opgegeven.
� Plaats in kolom-A op het werkblad een serie die oploopt van 0� tot 360� met stapgrootte van 15�.
� Plaats daar achter in kolom-B een formule die deze graden naar radialen omrekent.
(360°=2 radialen).
� Plaats in kolom-C een formule die de sinus uitrekent van de hoeken.
� Plaats in kolom-D een formule die de cosinus uitrekent van de hoeken.
CTS/Advies
19-12-14
77/187
Functies - oefeningen
� Plaats in kolom E een formule die de som van de kwadraten van sinus en cosinus
van de gegeven hoeken uitrekent.
De sinus van een hoek in het kwadraat plus de cosinus van de hoek in het kwadraat is 1.
Verdiepingsopgave 51.: Logaritme
Functie
LOG(referentie getal,basis)
LOG10(getal)
LN(getal)
EXP(getal)
Omschrijving
Geeft logaritme van getal met als grondtal basis.
Geeft logaritme van getal met als grondtal 10.
Geeft natuurlijke logaritme van getal (met als grondtal e).
Geeft e tot de macht getal.
� Bereken de waarde van het getal: e.
� Plaats in de cellen H1 en H2 van het werkblad twee willekeurige getallen
� Plaats in H
� 3 de vergelijking: =LOG(A1^A2)=A2*LOG(A1).
� Verklaar het antwoord.
CTS/Advies
19-12-14
78/187
6. Alternatieven doorrekenen
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 79/187
Alternatieven doorrekenen
6.1 Tabellen
Een tabel geeft een overzicht van de uitkomsten van een berekening
voor verschillende waarden van een of meerdere variabelen. Excel
kent twee soorten tabellen. Een eenzijdige en een tweezijdige tabel
voor berekeningen met respectievelijk één of twee variabelen..
6.1.1
Eenzijdige tabel
Een eenzijdige tabel is een tabel die op basis van één variabele de uitkomsten van meerdere formules kan weergeven, welke allemaal gebruik maken van diezelfde variabele.
� Open het document “Tabellen”.
In C2 wordt de inkoop berekend op basis van het percentage dat in
B2 staat. In C4 wordt het resultaat berekend als de som van C1 en
C2. In de cellen B7 en C7 staan verwijzingen naar de uitkomsten in
C2 en C4
� Selecteer het gebied van de toekomstige tabel. Binnen de selectie
staan in de eerste kolom de waarden van de variabele (in dit geval
het inkooppercentage) en op de bovenste regel de verwijzingen
naar de formules die berekend moeten worden
� Kies de optie 'Gegevens - Hulpmiddelen voor gegevens – Wat-alsanalyse - Gegevenstabel’ [Data - Data Tools – What-if-analysing Data Table].
Er verschijnt een dialoogkader op het scherm.
� Geef als ‘Kolominvoercel’ [Column-Input cel] de cel op, waar de
variabele zou moeten worden ingevuld om de formules opnieuw te
laten berekenen. In dit geval is dit cel B2.
� Klik 'OK'.
CTS/Advies
19-12-14
80/187
Alternatieven doorrekenen
Excel berekent voor u de verschillende uitkomsten van de formules
voor de verschillende waarden van de variabele.
Op analoge wijze zou u ook een éénzijdige tabel in rijen kunnen maken in plaats van in kolommen. De waarden van de variabele komen
dan op de bovenste rij en de formules komen in de eerste kolom. In
het dialoogkader voor de tabel wordt dan niet de ‘Kolominvoercel’
[Column Input cel] maar de ‘Rij-invoercel’ [Row Input cel] ingevuld.
6.1.2
Tweezijdige tabel
Een tweezijdige tabel is een tabel die op basis van twéé variabelen de
verschillende uitkomsten van één formule weergeeft.
� Wij nemen hetzelfde voorbeeld als bij de éénzijdige tabel. Wij willen nu echter het resultaat berekend zien, bij variatie van zowel het
inkooppercentage als ook het totaal aan verkopen. De eerste variabele komt weer in de voorste kolom en de tweede variabele komt
nu op de bovenste rij. In de linker bovenhoek van de toekomstige
tabel plaatsen wij een verwijzing naar de formule die wij berekend
willen zien. In dit voorbeeld cel C4.
� Selecteer het gebied van de toekomstige tabel inclusief de voorste
kolom en de bovenste rij met de variabelen.
CTS/Advies
19-12-14
81/187
Alternatieven doorrekenen
� Kies 'Gegevens - Hulpmiddelen voor gegevens – Wat-als-analyse Gegevenstabel’ [Data – Data Tools – What-If-ananlysing - Data
Table].
� Geef als ‘Kolom-invoercel’ [Column Input cell] cel B2, en als ‘Rijinvoercel’ [Row Input cell] cel C1 op.
� Klik 'OK'.
6.1.3
De werking van een tabel
� Bekijk de formules die in de cellen van de tabel staan.
Een tabel bestaat uit één zogenaamde matrix-formule [array]. Alle cellen met uitkomsten zijn feitelijk onderdeel van één en dezelfde formule, die voor verschillende waarden wordt berekend. Wij spreken daarom ook wel van een antwoorden-matrix. Het verwijderen, wissen of
invoegen van cellen, is binnen een matrix-formule niet mogelijk.
Tabellen vragen veel rekentijd. Het herberekenen van tabellen kunt u
daarom apart uitschakelen.
� Kies ‘Bestand - Opties’ [File - Options].
� Klik op groep ‘Formules’ [Formulas].
� Klik de optie ‘Automatisch behalve voor gegevenstabellen’ [Automatic except Tables].
� Klik ‘OK’.
CTS/Advies
19-12-14
82/187
Alternatieven doorrekenen
Berekening vindt nu pas plaats, nadat u hiertoe opdracht hebt gegeven.
Dit doet u door op functietoets F9 te drukken
� Wijzig één van de waarden van een van de variabelen.
De tabel wordt nu niet direct herberekend.
� Druk op F9.
� Zorg er voor dat tabellen weer automatisch berekend worden bij
wijziging van een waarde in het werkblad.
� Sluit het document, zonder dit te bewaren.
CTS/Advies
19-12-14
83/187
Alternatieven doorrekenen
6.2 Iteratie
In sommige berekeningen is de uitkomst afhankelijk van zichzelf. U
wilt bijvoorbeeld een bedrag aan geld lenen inclusief een extra bedrag
om de rente over de lening te kunnen betalen. Het rentebedrag is afhankelijk van het bedrag dat u leent en het bedrag dat u leent is afhankelijk van het rentebedrag. De uitkomst staat niet eenduidig vast, maar
nadert wel tot een bepaalde waarde. Deze limietwaarde kunt u nu met
een iteratieve berekening laten benaderen.
� Neem het bestand “Voorbeelden-gevorderd” voor u en klik op het
tabblad “Iterarie”.
� In het voorbeeld wordt het “Rentebedrag” berekend als product
van het “Bedrag” en de “Rente”. Het “Te lenen bedrag” is de som
van het “Bedrag” plus het “Rentebedrag”.
� De rente moet echter over het “Te lenen bedrag” berekend worden.
Wijzig in de formule voor de berekening van het “Rentebedrag” de
verwijzing naar B1 in een verwijzing naar B4.
� Druk op ‘Enter’.
Excel toont een waarschuwing, dat er sprake is van een kringverwijzing, in het werkblad. Op de statusregel ziet u de cel vermeldt
staan, waarin de kringverwijzing geconstateerd is.
� Klik op ‘OK’.
Het uitvoeren van de berekening stopt nu.
� Kies ‘Bestand - Opties - Formules - Iterative berekening inschakelen’ [File – Options – Formula - Iteration].
U kiest altijd voor zowel een herhaling van de iteratieve berekening
voor een vast aantal maal en tot een bepaald verschil is bereikt.
� Laat de voorgestelde waarden staan.
� Kik ‘OK’.
U keert terug naar het werkblad en ziet zeer nauwkeurig berekend
het bedrag dat u moet lenen.
� Schakel de iteratieve berekening weer uit.
CTS/Advies
19-12-14
84/187
Alternatieven doorrekenen
6.3 Doelzoeken [Goal Seek]
Soms wilt u weten wat de waarden van de uitgangsvariabelen moeten
zijn om een bepaald resultaat te bereiken. U wilt bijvoorbeeld weten
wat u maximaal kunt lenen uitgaande van uw maximale aflossingcapaciteit.
� Neem in het bestand “Voorbeelden-gevorderden” het tabblad
“Doelzoeken” voor u.
De aflossing per periode wordt berekend met de functie:
=AFLOSSING(rente;aantal termijnen;hoofdsom) [PMT(…)].
� Kies de menu-optie ‘Gegevens – Hulpmiddelen voor gegevens –
Wat als-analyse - Doelzoeken’ [Data – Data Tools – What-if analyzing - Goal Seek].
� Stel het maximaal jaarlijks te besteden bedrag aan aflossing op 12000 Euro (negatief). Dit moet bereikt worden door het “Leenbedag” te wijzigen.
� Klik ‘OK’.
Excel vindt een resultaat en vraag of dit akkoord is. Klik op ‘OK’
om het resultaat te behouden. Klik op ‘Annuleren’ [Cancel] om de
oorspronkelijke berekening terug te krijgen.
� Klik op ‘OK’.
CTS/Advies
19-12-14
85/187
Alternatieven doorrekenen
6.4 Oplosser [Solver]
De oplosser is een instrument om een oplossing te vinden bij variatie
van meerdere variabelen. De oplosser is een zogenaamde ‘Invoegtoepassing’ [Add-In] Deze moet eerst geïnstalleerd zijn:
� Klik op‘Bestand – Opties – Invoegtoepassingen’ [File – Options –
Add Ins].
� Controleer of er een vinkje staat voor de ‘Oplosser’ [Solver].
� Klik ‘OK’.
� Neem in het document “Voorbeelden – gevorderd” het tabblad
“Oplosser” voor u.
Productiemiddelen zijn schaars. Daarom nemen de variabele productiekosten toe naarmate je grotere aantallen probeert te produceren.
� Selecteer cel B9.
� Kies de optie ‘Gegevens – Analyse - Oplosser’ [Data – Analysis Solver].
� Kies voor optimalisatie van de winst door wijziging van het productie aantal in B1.
� Klik op ‘Oplossen’ [Solve].
Er wordt een oplossing gevonden bij een productie aantal van:
84,42.
CTS/Advies
19-12-14
86/187
Alternatieven doorrekenen
U kunt beperkingen opgeven. In bovenstaand voorbeeld zou u
bijvoorbeeld kunt bepalen dat het totale bedrag dat u investeert in
inkoop niet meer dan 15.000,- euro mag bedragen.
� Kies de optie ‘Gegevens – Analyse - Oplosser’ [Data – Analysis Solver].
� Klik in het dialoogvenster op de optie ‘Toevoegen’ [Add].
� Geef op dat de inkoop in cel B5 niet meer dan 10.000 mag zijn.
� Laat de berekening opnieuw uitvoeren.
CTS/Advies
19-12-14
87/187
Alternatieven doorrekenen
6.5 Scenarios
U kunt een aantal alternatieven t.b.v. een presentatie vooraf op schijf
vastleggen.
� Voeg de knoppen ‘Scenario’ en ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager] toe aan de ‘Werkbalk Snelle toegang’ [Quick Acces Toolbar].
� Open het document “Glasoven.xls”.
� Klik op de knop ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager].
� Klik op de knop ‘Toevoegen’ [Add].
� Geef het eerste scenario de naam “Glasoven1”
� Vul bij Veranderende cellen’:’ [By changing cells:] een verwijzing
in naar de cellen B3 tm B6, D3 t/m D5, F3 t/m F5.
� Klik ‘OK’.
U ziet een overzicht met de huidige waarden in de geselecteerde
cellen.
� Klik ‘OK’.
� Maak een tweede scenario met de naam “Glasoven2” die
1.000.000 flessen produceert per maand, een afschrijvingsperiode
van 20 jaar kent.en € 2.500.000,- in aanschaf kost.
CTS/Advies
19-12-14
88/187
Alternatieven doorrekenen
� Maak een derde scenario met de naam “Glasoven3” die 900.000
flessen produceert per maand, een afschrijvingsperiode van 12 jaar
kent.en € 2.000.000,- in aanschaf kost.
� Gebruik de knop ‘Scenario’ om de verschillende scenarios te laten
weergeven.
U kunt de resultaten van de verschillende alternatieven overzichtelijk
weer laten geven.
� Klik op de knop ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager].
� Klik op de knop ‘Samenvatting’ [Summary].
� Controleer de geselecteerde cellen waarvan de waarden wijzigen
voor de verschillende scenario. Past dit eventueel aan.
� Klik ‘OK’.
U ziet een rapport met de resultaten voor de verschillende alternatieven. U kan de resultaten ook in de vorm van een draaitabel laten
weergeven.
CTS/Advies
19-12-14
89/187
6.6 Alternatieven doorrekenen - oefeningen
Oefening 52.: Eenzijdige tabel
� Neem uw oefen-bestand voor u.
� Maak in een nieuw tabblad de berekening voor de gesommeerde
opbrengst en de cumulatieve opbrengst van een bedrag van
€ 15.000,- dat wij tegen 6% rente, gedurende één jaar op de bank
zetten.
De gesommeerde opbrengst is de som van de rentebedragen die u
ieder jaar kan innen. De formule voor de gesommeerde opbrengst
luidt: =B1*(1+B2*B3)
De cumulatieve opbrengst is de opbrengst die ontstaat indien de
renteopbrengst op de bank blijft staan en u daar ook weer rente
over krijgt. De formule voor de cumulatieve opbrengst luidt:
=B1*(1+B2)^B3
U gaat een éénzijdige tabel maken voor de berekening van de 'cumulatieve- en de gesommeerde opbrengst 'bij belegging over 1 tot
10 jaar.
� Plaats in de cellen A7 t/m A16 de getallen 1 t/m 10.
� Selecteer het gebied van de tabel met in de eerste kolom de getallen 1 t/m 10 en op de bovenste rij de twee formules die u wilt laten
berekenen voor de verschillende aantallen jaren.
� Kies 'Gegevens - Hulpmiddelen voor gegevens – Wat-als-analyse Gegevenstabel’ [Data - Data Tools – What-If-Analysis - Data Table].
� Geef cel B3 op als ‘Kolominvoercel’ [Column-Input cell].
� Klik ‘OK’.
Oefening 53.: Tweezijdige tabel
� Maak in het gebied E6 t/m K16 een tweezijdige tabel voor de berekening van de 'cumulatieve opbrengst' bij belegging over 1 tot 10
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 91/187
Alternatieven doorrekenen - oefeningen
jaar en bij een rentepercentage van 5 tot 10%. Zie voor het resultaat onderstaand voorbeeld.
� Bewaar het resultaat.
Oefening 54.: Iteratieve berekening
Een arme boer heeft geld nodig om zijn land in te zaaien. Hij leent
voor één jaar 1000,- euro tegen 25% rente. Het rentebedrag moet
hij vooruit voldoen en wordt berekend als product van het bedrag
dat hij leent en het rentepercentage. Dit rentebedrag heeft hij echter
ook niet en hij besluit dit ook te lenen. Het leenbedrag wordt dus
het ‘Te lenen bedrag’ plus het ‘Rentebedrag’. Hierdoor ontstaat een
cirkelredenering.
� Voer deze berekening in uw oefenbestand op een leeg tabblad in.
Op het moment dat u de formule invult om het lenenbedrag te berekenen als som van het hoofdbedrag en het rentebedrag, Excel
toont een waarschuwing.
� Klik op ‘Annuleren’ [Cancel].
Het uitvoeren van de berekening stopt nu.
� Kies ‘Bestand - Opties - Formules - Iterative berekening inschakelen’ [File – Options - Formula - Iteration].
� Laat de voorgestelde waarden staan.
� Kik ‘OK’.
U keert terug naar het werkblad en ziet zeer nauwkeurig berekend
het bedrag dat u moet lenen.
� Schakel de iteratieve berekening weer uit.
Oefening 55.: Doelzoeken
� Type op een leeg tabblad van uw oefenbestand nevenstaand voorbeeld. De aflossing per periode wordt berekend met de functie:
=AFLOSSING(rente;aantal perioden;hoofdsom) [ =PMT(…)].
� Kies de menu-optie ‘Gegevens – Hulpmiddelen voor gegevens –
Wat als-analyse - Doelzoeken’ [Data – Data Tools – What-if analyzing - Goal Seek].
CTS/Advies
19-12-14
92/187
Alternatieven doorrekenen - oefeningen
� Stel het maximaal jaarlijks te besteden bedrag aan aflossing op
12.000,- Euro (negatief). Dit moet bereikt worden door het “Rentepercentage” te wijzigen.
Excel vindt een resultaat en vraag of dit akkoord is. Klik op ‘OK’
om het resultaat te behouden. Klik op ‘Annuleren’ [Cancel] om de
oorspronkelijke berekening terug te krijgen.
Oefening 56.: Oplosser [solver]
� Klik op de ‘Bestand – Opties – Invoegtoepassingen’ [File – Options – Add Ins].
� Controleer of de ‘Oplosser’ [Solver] onder de ‘Actieve invoegtoepassingen’ [Active Add-ins] staat vermeld.
� Klik ‘OK’.
� Type op een nieuw tabblas in uw oefendoucment onderstaand
voorbeeld over.
� Selecteer cel B9.
� Kies de optie ‘Gegevens – Analyse - Oplosser’ [Data – Analysis Solver].
� Kies voor optimalisatie van de winst door wijziging van het productie aantal in B1.
� Klik op ‘Oplossen’ [Solve].
Er wordt een oplossing gevonden bij een productie aantal van: 84.
� Voeg nu de restrictie toe dat de totale productiekosten niet meer
dan 35.000,- euro mogen bedragen.
� Laat de berekening opnieuw uitvoeren
Oefening 57.: Scenario’s
� Voeg de knoppen ‘Scenario’ en ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager] toe aan de ‘Werkbalk Snelle toegang’ [Quick Acces Toolbar].
� Open het document “Auto-I-Resultaat.xls”.
� Klik op de knop ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager].
� Klik op de knop ‘Toevoegen’ [Add].
� Geef het eerste scenario de naam “Normaal gebruik”
CTS/Advies
19-12-14
93/187
Alternatieven doorrekenen - oefeningen
� Vul bij Veranderende cellen’:’ [By changing cells:] een verwijzing
in naar de cellen B12.
� Klik tweemaal ‘OK’.
� Maak een tweede scenario met de naam “Oprijden” waarbij de auto 15 jaar meegaat.
� Gebruik de knop ‘Scenario’ om de tweed scenarios te laten weergeven. Bekijk de kosten per kilometer als je de auto ‘Normaal gebruikt’ of als je deze helemaal ‘Oprijdt’.
� Klik op de knop ‘Scenariobeheer’ [Scenario Manager].
� Klik op de knop ‘Samenvatting’ [Summary].
� Kies cel H35 als cel waarvan je de resultaten wilt zien.
� Laat de resultaten als een draaitabel weergeven.
.
CTS/Advies
19-12-14
94/187
7. Lijsten
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 95/187
Lijsten
7.1 Definities
Bij het werken met lijsten, wordt gebruik gemaakt van een aantal begrippen:
Begrip
Lijst
Omschrijving
Tabel met gegevens van een verzameling gelijksoortige objecten.
Record
De verzameling gegevens die
betrekking hebben op één item uit
een lijst.
Recordnaam Unieke aanduiding van record,
meestal een nummer.
Veld
Eenzelfde soort gegeven dat in
ieder record voorkomt.
Veldnaam
Unieke aanduiding van het veld.
Database
Eén of meerdere lijsten met gegevens.
Voorbeeld
Lijst met gegevens van
aangeboden meubels.
Gegevens van één
meubel
Omschrijving van meubel
Prijs van de meubels
De kolomkop “Prijs”
Bestand met prijslijst,
klantenlijst, orderslijst…etc
In een werkblad kunt u de gegevens van een lijst opslaan. In de rijen
staan dan de records en in de kolommen staan de veldgegevens. De
gegevens in de records en velden kunt u gebruiken om uittreksels
samen te stellen. Dit is de 'informatie' die u aan een database wilt
ontlenen welke u ook kan gebruiken voor verdere berekenen.
Een veldgegeven (de inhoud van een cel), is in principe de kleinste
eenheid waaruit informatie kan worden samengesteld. Hebt u bijvoorbeeld in een lijst met persoonsgegevens in het veld “Naam” de achternaam inclusief voorletters opgenomen, dan is het later vrijwel onmogelijk om uit de database een lijst met alleen achternamen te halen
zonder de voorletters. Bedenk altijd eerst, welke informatie u later uit
de database wilt kunnen samenstellen en hoe de records daartoe in
velden moeten worden opgesplitst. Roep hiervoor eventueel de hulp
van informatie- en gegevensanalisten in.
CTS/Advies
19-12-14
96/187
Lijsten
7.2 Het opzetten van een lijst
In een Excel-werkblad kunt u een lijst met gegevens aanleggen. Deze
lijst wordt automatisch door Excel als zodanig herkend, mits deze aan
een aantal voorwaarden voldoet.
� Plaats op de eerste regel van de lijst de veldnamen. Deze moeten
zich van de veldgegevens onderscheiden door type (tekst, getal of
datum), uitlijning (links, gecentreerd of rechts) en/of letteropmaak
(vet, schuin, onderstreept…etc.)
� Plaats direct onder de veldnamen de gegevens van de records.
Iedere kolom moet een zelfde soort gegeven bevatten (tekst, getal,
of datum).
� Houdt tussen de lijst en de overige gegevens op het werkblad
minstens een kolom en rij leeg. Nog beter is om in het geheel geen
andere gegevens op het werkblad te zetten.
U kunt ook zelf aangeven welk deel van het werkblad een lijst bevat.
Daarvoor geeft u het betreffende gebied op uw werkblad (records inclusief de veldnamen) de naam ‘Database’.
CTS/Advies
19-12-14
97/187
Lijsten
7.3 Gegevens invoeren
U kunt gegevens invoeren uit een andere applicatie of direct in het
Excel werkblad invoeren. Om de ‘Integriteit van de database te kunnen garandere is het belang de gegevens, alvorens deze in te voeren,
eerst te valideren.
� Open het document “Autokosten.xls”.
In de eerste kolom moet altijd een datum worden ingevuld. In de
tweede en de derde kolom een van de standaard omschrijvingen en
in de vierde kolom een bedrag. In de laatste kolom staat een formule.
� Selecteer kolom-A.
� Selecteer ‘Gegevens – Gegevensvalidatie – Gegevensvalidatie’
[Data – Data Validation – Data Validation].
� Kies onder ‘Toestaan’ [Allow] de optie ‘Datum’ [Date].
� Vul bij ‘Begindatum’ [Start date] de datum 01-01-2010 in.
� Vul bij ‘Einddatum’ [End date] de datum 31-12-2010 in.
� Klik ‘OK’ en probeer in de eerste kolom van de tabel een datum in
te vullen uit het jaar 2011. Probeer daarna diezelfde datum uit het
jaar 2010 .
U kunt zelf bepalen welke waarschuwing verschijnt als u incorrecte
gegevens invult.
� Selecteer kolom-A en kies opnieuw voor ‘Gegevensvalidatie’ [Data Validation].
� Kies op het tabblad ‘Foutmelding’ [Error Alert] voor een ‘Waarschuwing’ [Warning] met de ‘Titel’ [Title] “Datum invoer” en met
als ‘Foutbericht’ [Error message] de tekst “Vul een datum van het
lopende jaar in”.
CTS/Advies
19-12-14
98/187
Lijsten
� Klik ‘OK’ en probeer in de eerste kolom van de tabel de datum te
wijzigen.
Als u een ongeldige datum invult, verschijnt onderstaand dialoogkader.
U kunt voor de in te voeren gegevens ook een keuzelijst samenstellen.
� Type in de cellen G1 en G2 de teksten “Vaste kosten” en “Variabele kosten”.
� Selecteer kolom-C.
� Selecteer ‘Gegevensvalidatie’ [Data Validation].
� Kies onder ‘Toestaan’ [Allow] de optie ‘Lijst’ [list].
� Geef bij ‘Bron’ [Source] een verwijzing op naar de cellen G1 en
G2.
� Bekijk het effect door in de tabel een ‘Rekeningroep’ te wijzigen.
� Vul onder aan de tabel een regel met gegevens toe.
U ziet dat het laatste veld, dat een formule bevat, automatisch
wordt aangevuld.
CTS/Advies
19-12-14
99/187
Lijsten
7.4 Sorteren van records
U kunt een lijst in een werkblad op alfabetisch of op numerieke volgorde sorteren. Hiervoor zult u eerst moeten aangegeven in welke kolom de gegevens staan, waarop moet worden gesorteerd. Dit doet u
eenvoudig door de betreffende kolom aan te klikken. Deze kolom
noemen wij de ‘Sorteersleutel’ [Sort Key].
� Open het document “Autokosten”.
U ziet een lijst waarin iemand fictief zijn uitgaven aan zijn auto
heeft bijgehouden
� Klik in de kolom “Bedrag”.
� Kies de optie 'Gegevens – Sorteren en fileren – Sorteren van laag
naar hoog' [Data - Sort and filter – Sort Ascending].
Het veld waarop gesorteerd wordt noemen wij de ‘sorteersleutel’ [Sort
key] Indien de ‘sorteersleutel’ voor verschillende records eenzelfde
'veldwaarde' bevat, dan kan in tweede instantie gesorteerd worden op
basis van een volgende sleutel. Op iedere sleutel afzonderlijk kan op
verschillende manieren gesorteerd worden.
� Kies de optie 'Gegevens – Sorteren en fileren - Sorteren' [Data-Sort
and filter - Sort].
Er verschijnt nu een dialoogkader waarin u de sorteersleutels kunt
opgeven.
� Geef “Kostensoort” als eerste sorteersleutel op.
� Kies bij ‘Volgorde’ [Sort] de optie van ‘A naar Z’ [Ascending].
� Klik op de knop ‘Niveau toevoegen’ [Add level] om een secundaire sorteersleutel te benoemen.
� Geef “Bedrag” als tweede sorteersleutel op.
� Kies bij ‘Volgorde’ [Sort] de optie ‘Van groot naar klein’ [Decending].
� Klik 'OK'.
� Bekijk het resultaat.
CTS/Advies
19-12-14
100/187
Lijsten
7.5
Subtotalen toevoegen
Nadat de lijst gesorteerd is, kunt u aan de gevormde groepen subtotalen toekennen.
� Kies de optie 'Gegevens - Overzicht - Subtotaal' [Data – Outline Subtotals].
Wij gaan voor iedere kostensoort, subtotalen in de kolom “Bedrag” en
de kolom “Dollars” invoegen.
� Kies bij ‘Bij iedere wijziging in’ [Each change in] voor “Kostensoort”.
� Kies bij ‘Functie’ [Use function] voorde optie 'Som’ [Sum].
� Kies bij ‘Subtotalen toevoegen aan’ [Add subtotal to] voor “Bedrag” en “Dollars”.
� Klik 'OK'.
In het dialoogkader voor de subtotalen vindt u nog drie extra opties.
Optie
Huidige subtotalen
vervangen
[Replace current subtotals]
Pagina-einde tussen
groepen.
[Page break between
groups]
Overzicht onder de
gegevens plaatsen.
[Summary below
data]
CTS/Advies
Functie
Eventuele al aanwezige subtotalen worden eerst
uit de lijst verwijderd. Als u deze optie uitschakelt, kunt u bijvoorbeeld zowel de som als het
gemiddelde onder de groep laten invoegen.
Na ieder subtotaal komt een pagina-einde
Geheel onder aan de lijst verschijnt een totaal
van de subtotalen.
19-12-14
101/187
Lijsten
7.6 Records selecteren
Voor het maken van een uittreksel van één of meerdere records die
aan een bepaald criterium voldoen, maakt u gebruik van een zogenaamd 'Filter'.
7.6.1
Automatisch filter
� Klik in het gebied van de lijst.
� Kies ‘Gegevens – Sorteren en Filteren - Filter’ [Data – Sort and
Filter - Filter].
Naast de veldnamen verschijnen pijltjes.
Als u op een van de pijltjes klikt, dan verschijnt een lijst met veldwaarden die in het veld voorkomen. Door deze veldwaarden aan te
klikken geeft u op aan welke veldwaarden de records in de selectie
moeten voldoen.
� Klik op het pijltje achter “Kostensoort”.
� Klik eerst op ‘Alles selecteren’ [Select All] om alle vinkjes te verwijderen
� Klik vervolgens alleen het vinkje bij “Brandstof” aan.
� Klik ‘OK’.
In de lijst worden nog alleen maar de records getoond, waarvan de
veldwaarden voldoen aan het opgegeven criteria. Excel doet dit door
de regels met records die niet voldoen te verbergen [Hide].
� Kopieer de lijst.
� Selecteer de cel A1 van een leeg tabblad.
� Plak de geselecteerde records in dit tabblad.
� Merk op dat alleen de geselecteerde records gekopieerd zijn.
CTS/Advies
19-12-14
102/187
Lijsten
Dit is anders dan wanneer u handmatig een aantal regels verbogen
had. Standaard zouden de verborgen regels gewoon meegekopieerd
zijn.
� Keer terug naar het eerste tabblad met de lijst met “Uitgaven”
� Klik onder “Kostensoort” op ‘(Alles selecteren)’ [(Select All)].
� Klik ‘OK’.
U krijgt nu weer alle records te zien.
Filteren met behulp van het zoekvak
Met behulp van het zoekvak kan u meerdere filterwaarden selecteren.
� Klik op het pijltje achter de veldnaam “Kostensoort”.
� Type in het zoekvak a*
Alle kostensoorten die met de letter a beginnen worden gevonden.
(typt u niet de * dan worden alle kostensoorten gevonden waar
een a in voorkomt.)
� Klik ‘OK’
� Type nu in het zoekvak b*
Alle kostensoorten die met de letter beginnen worden gevonden.
� Schakel het selectievakje bij ‘Huidige selectie aan filter toevoegen’
[Add curent selection to filter] aan en klik ‘OK’.
� U ziet in de lijst nu alle kostensoorten die met een a en met een b
beginnen.
Tekst- en getal-filters gebruiken
Met de menu-optie ‘Tekstfilters [Text Filter.] kunt u zelf zoekwaarden
opgeven en bijvoorbeeld een logische waarde opgeven waar de
veldwaarden aan moet voldoen. Met de optie ‘Aangepast filter’ binnen
dit submenu kunt u meerdere voorwaarden tegelijk opgeven.
� Klik op de keuzelijst bij de veldnaam “Bedrag”
� Klik in het menu op de optie ‘Getalfilters’ [Number Filter].
� Klik op de optie ‘Groter dan’ [Larger then].
� Vul in het dialoogkader 150 in.
� Klik op ‘OK’ om de selectie te laten uitvoeren.
U ziet nu nog alleen maar de records waarvan het “Bedrag” groter
is dan 150.
� Klik in de zelfde keuzelijst op ‘(Alles selecteren)’ [(Select All)] en
vervolgens op ‘OK’, om de selectie ongedaan te maken.
� Kies nu in de keuzenlijst bij de veldnaam “Bedrag” de optie ‘ Getalsfilter - Aangepast filter’ [Number Filter - Custom Filter].
CTS/Advies
19-12-14
103/187
Lijsten
Er zijn de verschillende mogelijkheden om aan te geven waar de
veldwaarden aan moeten voldoen.
Met de optie 'EN' [And] geeft u aan dat een veldwaarde aan meerdere
criteria tegelijk moet voldoen.
Met de optie 'Of' [Of] geeft u aan dat een veldwaarde aan één van de
opgegeven criteria moet voldoen.
� Vul de criteria uit bovenstaand plaatje in en klik ‘OK’.
� Wis vervolgens alle criteria weer.
Bij het zoeken wordt door Excel geen onderscheid gemaakt tussen
hoofdletters en kleine letters.
� Schakel het ‘Autofilter’ weer uit.
7.6.2
Het uitgebreid filter
Met het zogenaamde 'Uitgebreid filter' [Advanced Filter] kunt u gebruik maken van criteria die u zelf vooraf in het werkblad geplaatst
heeft
� Voeg boven de lijst 7 lege regels in. U kunt dit doen door regel 1
t/m 7 te selecteren en vervolgens op ‘Control+Shift+ +’te klikken
� Neem onderstaand voorbeeld over.
� Klik in de lijst.
� Kies de menu-optie ‘Gegevens - Sorteren en filteren – Geavanceerd’ [Data – Sort and Filter – Advanced].
Op het scherm verschijnt een dialoogkader. Als u een cel in de lijst
geselecteerd had, dan heeft Excel het gebied van de lijst al bij
‘Lijstbereik’ [List Range] ingevuld.
CTS/Advies
19-12-14
104/187
Lijsten
� Vul een verwijzing naar het gebied met de criteriagegevens in, bij
'Criteriumbereik' [Criteria range].
� Klik ‘OK’ om het resultaat te bekijken.
In de lijst ziet u nu nog alleen maar records die voldoen aan de criteria.
Voor het criteriumbereik gelden de volgende voorwaarden:
� In het criteriumbereik mogen één, enkele, alle of meerdere malen
de zelfde veldnamen voorkomen. Criteria naast elkaar op dezelfde
regel, gelden als een OF-criterium.
� Het gebied met de zoekwaarden mag uit meerdere regels bestaan.
Criteria onder elkaar op verschillende regel, gelden als een ENcriterium.
� Het criteriumbereik mag geen lege regels bevatten.
� Plaats het criteriumbereik bij voorkeur op een lege plek bovenaan
het werkblad. Dit in verband met uitbreiding van de database naar
beneden. Splits eventueel het venster horizontaal, zodat tijdens het
zoeken in de database het gebied met de criteria zichtbaar blijft.
Met de optie 'Kopiëren naar andere locatie' [Copy To Another Location] kunt u het uittreksel op een andere plaats van het werkblad laten
weergeven. Boven aan het ophaalgebied moet u vooraf de veldnamen
plaatsen, van de velden die u wilt hebben weergegeven.
� Plaats op uw werkblad onder de lijst naast elkaar de namen van de
velden die u in het uittreksel wilt hebben weergegeven.
� Benoem de velden als 'Ophaalgebied', door in het dialoogvenster
voor het 'Uitgebreid filter' een verwijzing naar het gebied met de
veldnamen achter 'Kopiëren naar' in te vullen.
Indien u slechts een beperkt aantal velden in het uittreksel opneemt,
dan kan het gebeuren dat van verschillende records identieke gege-
CTS/Advies
19-12-14
105/187
Lijsten
vens vermeld worden. Met optie 'Alleen unieke records' [Unique Records only] worden dergelijke records slechts één keer weergegeven.
� Sluit het document zonder het te bewaren.
CTS/Advies
19-12-14
106/187
Lijsten
7.7 Draaitabellen [Pivot tables]
U kunt de gegevens uit een lijst in een tabel laten weergeven uitgezet
tegen tegen één of meer andere veldwaarden. U kunt bijvoorbeeld de
bedragen uit onze voorbeeldlijst met autokosten, in een tabel laten uitzetten gesommeerd naar kostensoort en rekeninggroep.
� Open het document “Autokosten”.
� Selecteer een cel in de lijst.
� Kies ‘Invoegen – Tabellen - Draaitabel’ [Insert – Tables – Pivot
table].
Op het scherm verschijnt onderstaand dialoogkader.
� Controleer of de lijst juist geselecteerd is en dat de draaitabel op
een nieuw werkblad wordt aangemaakt.
� Klik ‘OK’.
Op het scherm verschijnt nu de layout van een tabel, echter nog
zonder gegevens.
� Sleep uit de “Lijst met draaitabelvelden’ de veldnaam “Rekeninggroep” naar de bovenste regel van de tabel (rij 3)
CTS/Advies
19-12-14
107/187
Lijsten
� Sleep de veldnaam “Kostensoort” naar de eerste kolom van de tabel (kolom-A)
� Sleep de veldnaam “Bedrag” naar het centrale deel van de tabel.
� Bekijk het resultaat.
Zowel boven de eerste kolom als de bovenste rij vindt u nu een
keuzelijst, waarin je de veldwaarden kunt kiezen die u in de tabel
wilt hebben weergegeven.
� Klik op het pijltje achter “Kostensoort”
U kunt nog een ‘derde dimensie’ aan de tabel toevoegen, door een
extra veldnaam naar de eerste kolom of bovenste regel te slepen. of
deze naar de bovenste regel van het werkblad slepen.
� Sleep het veld “Datum” eerst naar een positie achter het veld “Kostensoort”.
U ziet dat nu achter elke kostensoort de datums vermeld worden
waarop uitgaven plaatsvonden.
� Sleep het veld “Datum” naar de bovenste regel van de tabel (rij 1).
U ziet nu op de bovenste regel van de tabel een keuzelijst waarin u
een datum kunt kiezen waarvan u de uitgaven wilt zien.
7.7.1
De tab ‘Opties’ [Options]
De draaitabel heeft twee extra tabs in het Lint.
� Selecteer de tab ‘Opties’ [Options].
Groepsvak
Draaitabel
Opties [Options]
‘Opties’ [Options]
CTS/Advies
19-12-14
108/187
Lijsten
Indeling & opmaak
Totalen en filters
CTS/Advies
19-12-14
109/187
Lijsten
Weergave
Afdrukken
CTS/Advies
19-12-14
110/187
Lijsten
Gegevens
Actief veld
‘Veldinstellingen’.
Groeperen
Voor het samenvoegen van veldwaarden tot groepen
Sorteren
Voor sortering van tabel op basis van
geselecteerde kolom of rij.
Gegevens
Voor wijziging of vernieuwing van
de gegevensbron.
Acties
Voor het wissen of selecteren van
een deel van de draaitabel of het
verplaatsen van de draaitabel naar
een ander werk- of tabblad.
CTS/Advies
19-12-14
111/187
Lijsten
Berekening
Voor berekening van veldwaarden en
het eventueel toevoegen van extra
velden
Extra
Voor het omzetten van de draaitabel
naar een draaigrafiek.
Weergeven en
verbergen
Voor weergave van de verschillende
onderdelen van de draaitabel.
7.7.2
De tab. ‘Ontwerpen’ [Design]
� Selecteer de tab ‘Ontwerpen’ [Design].
Groepsvak
Indeling
Opties
Voor selectie van de subtotalen.
Hiervoor moeten er wel meerdere velden in de eerste kolommen
of bovenste rijen voorkomen.
Eindtotalen:
Rapportindeling:
Lege rijen:
CTS/Advies
19-12-14
112/187
Lijsten
Opties voor
draaitabel/stijlen
Hier kiest u voor het afzonderlijke accentueren van ‘Rij- en
kolomkoppen’ en de weergave
van gestreepte kolommen en
rijen. De opties die u hier aanklikt zijn bepalend voor de stijlen die in het volgende groepsvak geboden worden.
Draaitabelstijlen
Voor de keuze van een stijl voor
de draaitabel.
CTS/Advies
19-12-14
113/187
7.8 Lijsten – oefeningen
Opgaven 58.: Gegevensvalidatie
� Open het document “Autokosten.xls”.
� Selecteer kolom-A.
� Selecteer ‘Gegevens – Gegevensvalidatie – Gegevensvalidatie’
[Data – Data Validation – Data Validation].
� Kies onder ‘Toestaan’ [Allow] de optie ‘Datum’ [Date].
� Vul bij ‘Begindatum’ een formule in, die er voor zorgt dat er geen
datum, ouder dan een jaar, kan worden ingevuld.
� Vul bij ‘Einddatum’ een formule in, die er voor zorgt dat er geen
datum na vandaag kan worden ingevuld.”
Zie voor de antwoorden achter in deze handleiding.
� Kies op het tabblad ‘Foutmelding’ [Error Alert] voor een ‘Waarschuwing’ [Warning] met de ‘Titel’ [Title] “Datum invoer” en het
‘Foutbericht’[Error message] “Vul een datum in het verleden in
maar niet ouder dan 1 jaar”.
� Klik ‘OK’ en probeer in de eerste kolom van de tabel een datum te
wijzigen in een datum in de toekomst. Probeer daarna de daum van
vandaag in te voeren.
� Sorteer de tabel op datum volgorde.
Van iedere kostensoort vindt u nu een voorbeeld in de eeste 7 records van de tabel.
� Selecteer de eerste 7 kostensoorten en kopieer deze naar de cellen
H1 t/m H7
� Selecteer kolom-B.
� Selecteer ‘Gegevensvalidatie’.
� Kies onder ‘Toestaan’ [Allow] de optie ‘Lijst’ [list].
� Geef bij ‘Bron’ [Source] een verwijzing op naar de cellen H1 t/m
H7.
� Bekijk het effect door in de tabel een kostensoort te wijzigen.
� Type onder de tabel een extra regel.
U zietdat het laatste veld automatisch wordt aangevuld.
Opgaven 59.: Sorteren
� Open, indien u dit nog niet gedaan heeft, het bestand "Autokosten".
� Klik in de kolom `Kostensoort`.
� Kies de opdracht 'Start – Bewerken - Sorteren en filteren - Sorteren
van A naar Z´ [Home – Edit – Sort and Filte – Sort from A to Z].
� Kies de opdracht 'Start – Bewerken - Sorteren en filteren - Sorteren
van Z naar A´ [Home – Edit – Sort and Filter – Sort from Z to A].
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 115/187
Lijsten - oefeningen
U ziet dat de records gesorteerd worden naar oplopende of aflopende volgorde.
� Probeert dezelfde handelingen ook op de kolom “Bedrag” uit.
� Kies de opdracht 'Start – Bewerken - Sorteren en filteren Aangepast Sorteren' [Home – Edit – Sort and Filter – Custom Sort
].
� Kies in de keuzelijst onder “Kolom” voor ‘Sorteren op Rekeninggroep.
� Kies bij ‘Volgorde’ [Sort] voor van ‘Z naar A’.
� Klik op ‘Niveau toevoegen’ [Add Level].
� Kies ‘Vervolgens op Kostensoort’ en wederom van ‘Z naar A”.
� Klik op ‘Niveau toevoegen’ [Add level]
� Kies tot slot voor ‘Vervolgens op Bedrag’en ‘Van klein naar
groot’.
� Klik op ‘OK’ om het sorteren te laten uitvoeren.
� Bekijk het resultaat.
� Herstel de situatie door wederom op datum ‘Van oud naar nieuw’
te sorteren.
Extra opgaven 60.: Sorteren op aangepaste lijst
� Maak een lijstje van alle kostensoort die in de lijst met autokosten voorkomen, op
volgorde zoals hiernaast weergegeven.
� Selecteer de lijst.
� Selecteer the optie ‘Bestand – Opties – Geavanceerd – Algemeen – Aangepaste
lijst bewerken’ [File – Options – Advanced – General – Edit Custom Lists].
� Importeer de geselecteerde lijst.
� Klik tweemaal ‘OK’.
� Sorteer de lijst op kostensoort en kies bij ‘Volgorde’ [Order] voor ‘Aangepaste
lijst’ [Custom List].
� Laat de sortering uitvoeren en bekijk het resultaat.
Sortering vindt nu plaats naar de volgorde van de items in uw eigen lijst.
Opgaven 61.: Subtotalen
� Sorteer de lijst nogmaals op “Rekeninggroep” en binnen iedere
“Rekeninggroep” op “Kostensoort”.
� Kies de menu-optie 'Gegevens - Overzicht - Subtotaal' [Data –
Outline - Subtotals].
� Laat voor iedere “Rekeninggroep”, subtotalen invoegen in de kolom “Bedrag”.
� Klik ’OK”.
� Bekijk het resultaat.
� Voor nogmaals subtotalen in, in de kolom “Bedrag” maar nu bij
wijziging van de kostensoort, laat de subtotalen voor de “Rekenin-
CTS/Advies
19-12-14
116/187
Lijsten - oefeningen
groepen” staan door in het dialoogkader voor subtotalen het betreffende vinkje uit te schakelen.
� Bekijk het resultaat opnieuw.
� Wis met behulp van het dialoogkader voor de subtotalen, alle aangebrachte subtotalen uit de lijst.
Verdiepingsoefening 62.: Sorteervolgorde
Onder de knop ‘opties’ kunt u nog een aantal instelling voor het sorteren wijzigen.
Optie
Hoofdletter gevoelig
Richting
Functie
Standaard wordt eerst op hoofd en daarna op kleine letters
gesorteerd. U kunt dit hier wijzigen.
U kunt zowel de rijen als de kolommen onderling sorteren.
� Klik met de muisaanwijzer in de lijst in de derde rij.
� Klik in het dialoogvenster voor het sorteren op de knop 'Opties'.
� Kies voor het sorteren van de kolommen en klik 'OK'.
� Kies voor het sorteren op de derde regel en klik 'OK'.
� Verklaar het resultaat.
Excel sorteert eerst de getallen en dan de teksten. Een datum is ook een getal maar
wel een heel groot getal.
� Herstel het sorteren met de knop ‘Ongedaan maken’ [Undo].
Opgave 63.: Records selecteren met automatisch filter
� Open, indien u dit nog niet gedaan heeft, het bestand "Autokosten".
� Klik op een willekeurige plaats in de lijst.
� Kies ‘Gegevens – Sorteren en filteren - Filter’ [Data – Sort and Filter - Filter].
Achter de veldnamen ziet u pijltjes verschijnen.
� Klik op het pijltje achter de veldnaam “Kostensoort”.
� Klik de optie ‘Alles selecteren’ [Select All] uit en klik vervolgens
alleen de optie "Wegenbelasting" aan.
� Klik ‘OK’.
U ziet nu nog alleen de records met de kostensoort “Wegenbelasting”. Merk op dat de regels er tussen onzichtbaar gemaakt zijn
door deze een hoogte ‘0’ te geven.
Opgave 64.: Filterwaarden zoeken
� Klik op het pijltje achter de veldnaam “Kostensoort”.
� Type als zoekcriteria a* en klik ‘OK’.
� Alle kostensoorten die met de letter a beginnen worden gevonden.
� Klik nogmaals op het pijltje achter de veldnaam “Kostensoort”
� Type nu als zoekcriteria w*
� Schakel het selectievakje ‘Huidige selectie aan filter toevoegen’
[Add curent selection to filter] aan en klik ‘OK’,
CTS/Advies
19-12-14
117/187
Lijsten - oefeningen
� U ziet nu in de lijst alle kostensoorten die beginnen met de leter a
en de letter w.
� Herstel de oude situatie door weer de optie ‘Alles selecteren’ [Select All] te kiezen.
Opgave 65.: Selecteren op een deel van de tekst
� Kies nu bij de 'Kostensoort' voor ‘Tekstfilters – Begint met’.
� Type in het dialoogkader in het tekstvak achter “begint met” de letter: a.
� Klik op ‘OK’.
� U ziet nu nog alleen de records, waarvan de kostensoort begint met
de letter “a”.
� Schakel het filter weer uit.
De pijtjes achter de veldnamen zijn nu weer verdwenen.
Verdiepingsopgave 66.: Selecteren met gebruik van wildcards
In het ‘Aangepast Autofilter’ kunt u ook gebruik maken van zogenaamde 'Wildcards'.
Hiermee worden het vraagteken (?) en de ster (*) bedoeld, die u kunt gebruiken voor
één of meerdere onbekende tekens in de veldwaarden.
� Zoek nu naar alle tekst die begint met: *premie
De * staat voor een onbekend aantal tekens, dat dus voor het woord “premie”
vooraf gaat.
� Herstel de situatie door weer voor ‘(alles selecteren)’ [(Select all)] te kiezen.
� Schakel het filter weer uit.
De pijtjes achter de veldnamen zijn nu weer verdwenen.
Oefening 67.: Records selecteren met geavanceerd filter
� Open het document “Autokosten-Uitgebreidfilter”.
� Type op regel 2 onder de veldnaam 'Kostensoort' de veldwaarde
“Brandstof”.
� Klik in de lijst.
� Kies voor 'Gegevens – Sorteren en filteren - Geavanceerd' [Data –
Sort and Filter-Advanced].
Als uw cursor in de lijst stond, dan heeft Excel zelf de locatie van
de lijst gevonden en ingevuld bij ‘Lijstbereik’.
� Geef als Criteriumbereik een verwijzing op naar het gebied A2 t/m
E3.
� Laat de selectie van records uitvoeren door op ‘OK’ te klikken.
� Controleer het resultaat.
Oefening 68.: Zoeken met EN- en OF-criteria
� Laat in het gebied met de criteria de zoekwaarde voor de kostensoort "Brandstof" staan.
� Verander op regel 2 de veldnaam "Dollars" ook in "Bedrag".
CTS/Advies
19-12-14
118/187
Lijsten - oefeningen
� Geef als zoekwaarde voor het 'Bedrag' nu twee criteria op namelijk
>55 en <60 door deze onder de twee veldnamen in het criteriumbereik te typen.
� Laat het selecteren van records opnieuw uitvoeren.
� Controleer het resultaat.
� Plaats onder de veldnamen in het criteriumbereik op regel 4 de
voorwaarden waar records aan moeten voldoen opdat de kostensoort 'Verzekeringspremie' is.
� Kies weer voor het dialoogkader met het ‘Geavanceerd filter’.
� Voeg aan het criteriumbereik een extra regel toe. Het Criteriumbereik wordt nu het gebied A2 t/m E4.
� Voer de selectie van records nogmaals uit.
U ziet dat nu beide typen records gevonden worden.
Oefening 69.: Records ophalen
� Plaats onder de lijst in twee cellen naast elkaar de veldnamen
"Kostensoort" en "Bedrag".
� Kies Gegevens – Sorteren en Filteren - Geavanceerd' [Data – Sort
& Filter - Advanced].
� Klik op ‘Kopiëren naar andere locatie’ [Copy to another location]
en vul achter ‘Kopiëren naar’ [Copy to] een verwijzing in naar beide cellen onder de lijst die de twee veldnamen bevatten.
� Laat het maken van de selectie uitvoeren.
U ziet dat in het aangegeven ophaalgebied alleen de kostensoorten
en de bedragen vermeld worden.
Oefening 70.: Unieke gegevens uit records ophalen
� Haal nogmaals de selectie op naar het ophaalgebied, maar nu alleen de veldgegevens “Kostensoort” en “Rekeninggroep”.
U ziet dat u meermalen dezelfde gegevens krijgt.
� Voer het ophalen nogmaals uit maar klik nu in het dialoogkader
voor het ‘Uitgebreid filter’ de optie ‘Alleen unieke records’ [Unique records Only] aan.
� Bekijk het resultaat.
Verdiepingsoefening 71.: Lijst met veldwaarden maken
Door in het geheel geen criteria op te geven, worden alle records gevonden.
Kies u vervolgens voor het ophaalgebied slechts één veldwaarde en klikt u de optie
‘Alleen unieke records’ aan, dan krijgt u een lijst met alle in dat veld voorkomende
veldwaarden.
� Wis in het criteriagebied alle voorwaarden waaraan veldwaarden moeten voldoen,
zodat alle records worden gevonden.
� Plaats onder de lijst in een cel alleen de veldnaam “Kostensoort”.
� Neem het dialoogkader met het ‘Uitgebreid filter' voor u.
� Benoem als ophaalgebied nu alleen de cel met de veldnaam "Kostensoort".
CTS/Advies
19-12-14
119/187
Lijsten - oefeningen
� Kies voor de optie ‘Alleen unieke records’ [Unique records only].
� Laat het aanmaken van het uittreksel uitvoeren.
U krijgt nu een lijst met alle kostensoorten die in de database voorkomen.
Verdiepingsoefening 72.: Benoemde gebieden gebruiken
Voor het maken van selecties kunt u ook gebruikmaken van verwijzingen naar gebieden die respectievelijk de namen “Database”, “Criteria” en “Ophalen” [Extract] hebben.
� Geef in het bestand “Autokosten” de eerste 60 records, inclusief de rij met de
veldnamen, de naam “Database”.
� Selecteer het gebied met de criteria.
U ziet dat Excel dit gebied automatisch de naam “Criteria” heeft gegeven.
� Selecteer het gebied met de velnamen, waaronder de selectie moet worden aangemaakt.
U ziet dat Excel dit gebied automatisch de naam “Ophalen” [Extract] heeft gegeven.
� Neem het uitgebreid filter voor u, maar vul nu als referenties bovenstaande namen
in..
� Voor de selectie uit.
� Vergelijk het resultaat met de vorige keer. U vindt nu ook nog maar de helft van
het aantal records omdat de database niet meer de hele lijst beslaat.
� Past de criteria aan zodat alleen de regels met de kostensoort “Brandstof” worden
gevonden.
� Type in een cel onder de lijst de formule:
=DBSOM(database,”Bedrag”,Criteria) [=DSUM(…)].
De functie sommeert de uitgaven zoals in de kolom “Bedrag” vermeld voor de regels
waarop de kostensoort “Brandstof” is
Oefening 73.: Een draaitabel maken
� Open het document “Verkiezingen.
� Selecteer een cel in de lijst.
� Kies ‘Invoegen – Tabellen - Draaitabel’ [Insert – Tables – Pivot
table].
� Controleer in het dialoogkader dat verschijnt of de lijst juist geselecteerd is en dat de draaitabel op een nieuw werkblad wordt aangemaakt.
� Klik ‘OK’.
� Sleep de veldnaam “Partij” naar de bovenste regel van de tabel.
� Sleep de veldnaam “Stad” naar de eerste kolom van de tabel.
� Sleep de veldnaam “Stemmen/1000” naar het centrale deel van de
tabel.
De tabel is nu klaar. U kunt nog een derde dimensie aan de tabel
toevoegen door nog een veldnaam naar de bovenste regel van de
tabel te slepen.
� Sleep de veldnaam “Verkiezing” naar de bovenste regel van het
werkblad.
CTS/Advies
19-12-14
120/187
Lijsten - oefeningen
Oefening 74.: Een draaitabel opmaken
U kunt een kolom selecteren door op de bovenste rand van de kolom te klikken. Vervolgens kunt u de kolom aan de rand verslepen.
� Versleept de veldnamen van de partijen, zodat deze op volgorde
van (politiek)links naar (politiek)rechts boven de tabel komen.
� Selecteer de rechtse partijen en maak er een groep van door te keizen voor ‘Opties – Groeperen - Groepsselectie’ [Options – Group
– Groupselection].
De opmaak van cellen verdwijnt weer als u de draaitabel opnieuw
aanmaakt. Voor de opmaak van de getallen maakt u daarom gebruik van een menu-optie.
� Kies ‘Opties – Actief veld – Veldinstellingen – Getalsnotatie’ [Options – Active Field – Field properties – Number] en kies voor een
weergave van afgeronde getallen.
CTS/Advies
19-12-14
121/187
8. Koppelingen
Een van de grote voordelen van Excel is de mogelijkheid om werkbladen onderling aan elkaar te koppelen. Hiermee kunt u een
scheiding maken tussen:
� Bladen waarop gegevens verzameld worden.
� Berekenings- en uitvoerbladen.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 123/187
Koppelingen
8.1 Verwijzingen aanbrengen
Een verwijzing naar een cel in een ander werkblad, maakt u
eenvoudig door bij het intypen van een formule een cel in een ander
werkblad aan te klikken. Bedenk dat nu de eerste klik het werkblad
selecteert en de tweede klik de cel. Een externe verwijzing heeft de
volgende syntax:
=[documentnaam]werkbladnaam!celreferentie
Let er wel op dat een verwijzing naar een cel, op hetzelfde blad als de
formule, altijd standaard relatief wordt ingevuld, terwijl een
verwijzing naar een cel op een ander blad, altijd standaard absoluut
wordt ingevuld.
� Open de documenten “Leden-2009” en “Leden-contributie”.
� Kies ‘Beeld – Venster - Alle vensters - Verticaal’ [View – Window
–Arrange All– Vertical] en klik ‘OK’.
� Selecteer in het blad “Leden-contributie” de cel B3.
� Type het =teken.
� Klik in het zelfde blad op cel B2.
� Wijzig de relatieve verwijzing naar rij-2 in een absolute verwijzing, door tweemaal op F4 te drukken.
De verwijzing wordt: B$2
� Type het vermenigvuldig teken: *
� Klik de map “Leden-2009” aan.
De eerst klik selecteert alleen het blad, maar nog niet een cel.
� Klik vervolgens binnen het blad op cel B3.
� Maak de verwijzing relatief door driemaal op F4 te drukken.
De formule luidt nu: =B$2*[Leden-2009.xls]Blad1!B3.
� Druk tot slot op ‘Enter’
Het resultaat is: 40.125,00
� Kopieer de formule naar alle andere cellen in de tabel, door de cellen B3 t/m C9 te selecteren, op F2 te drukken (activeert de cel met
de formule) en vervolgens op ‘Control+Enter’ (formule opnieuw
invoeren en kopiëren naar alle andere cellen van de selectie).
U hebt nu een tabel met de contributieopbrengsten van alle steden
gebaseerd op de ledenaantallen uit de ledenlijst 2009.
CTS/Advies
19-12-14
124/187
Koppelingen
8.1.1
Verwijzing naar namen aanbrengen
Bij het gebruik van verwijzing heeft het in het algemeen de voorkeur
om celnamen te gebruiken. Dit maakt formules veel leesbaarder. De
syntax van een formule die naar een naam op een ander werkblad
verwijst, luidt:
=[documentnaam]werkbladnaam!naam celreferentie
� Wis op het blad “Leden-contributie” de cellen B3 t/m C9.
� Geef op het blad “Leden-2009” de cel B3 de naam “Senioren_Amsterdam”.
� Selecteer op het blad “Leden-contributie” cel B3.
� Type in de cel: =B$2*
� Klik het blad met de ledenaantallen aan.
� Klik op cel B3.
U ziet dat Excel een verwijzing invult:
=B$2*’[Leden-2009.xls]Blad1’!Senioren_Amsterdam
� Druk tot slot op ‘Enter’.
De contributie wordt uitgerekend voor het aantal ‘Senioren’ in de
afdeling ‘Amsterdam’.
U kunt nu iedere cel waarnaar u wilt verwijzen een eigen naam geven,
maar dit is erg bewerkelijk. Het is sneller om alle cellen met ledenaantallen één naam te geven. Kopieert u de formule naar andere cellen in
het werkblad, dan wordt voor iedere te berekenen waarde een cel uit
het naamgebied gebruikt dat op de zelfde regel en de zelfde kolom
staat. De ledenaantallen moeten dan dus wel op dezelfde plaats op het
werkblad blijven staan.
� Geef op het blad “Leden-2009” de cellen met B3 t/m C9 de naam
“Ledenaantallen”.
� Selecteer op het blad “Leden-contributie” de cellen B3 tot en met
C9 en wis de inhoud.
� Laat de cellen geselecteerd staan.
� Plaats in cel B3de formule:
=B$2*[Leden2009.xls]Blad1!Ledenaantallen
� Druk tot slot op ‘Control+Enter’.
De contributietarieven worden vermenigvuldig met de “Ledenaantallen”
� Versleep op het blad me de ledenaantallen de tabel één regel naar
beneden.
U ziet dat de formules niet meer kloppen omdat de ledenaantallen
nu op de verkeerde positie staan.
� Sleep de tabel met ledenaantallen weer terug naar de oorspronkelijke positie.
Maakt u voor de berekening van de contributies gebruik van een
matrixformule, dan wordt voor ieder te berekenen antwoord één
CTS/Advies
19-12-14
125/187
Koppelingen
waarde uit de getallenmatrix gebruikt. Het maakt daarbij dan niet uit
waar de matrix met ledenaantallen op het werkblad staat.
� Selecteer op het blad “Leden-contributie” de cellen B3 tot en met
C9 en wis de inhoud.
� Laat de cellen geselecteerd staan.
� Plaats in cel B3de formule:
=B2:C2*[Leden2009.xls]Blad1!Ledenaantallen
� Druk tot slot op ‘Shift+Control+Enter’.
De contributietarieven worden vermenigvuldig met de “Ledenaantallen”
� Versleep op het blad me de ledenaantallen de tabel één regel naar
beneden.
U ziet dat de formule nu nog steeds correct worden berekend.
� Sleep de tabel met ledenaantallen weer terug naar de oorspronkelijke positie.
CTS/Advies
19-12-14
126/187
Koppelingen
8.2 Wijziging van het werkblad waarnaar wordt verwezen
Indien u over een werkblad beschikt met verwijzingen naar een
werkblad met basisgegevens, dan kunt u op eenvoudige wijze deze
verwijzingen veranderen in verwijzingen naar een ander blad met
dezelfde soort gegevens.
� Open het blad “Leden-2010”.
(Alle afdelingen hebben in 2010 ongeveer tweemaal zoveel leden
behalve de afdeling Delft. Die is samengegaan met de afdeling Rotterdam. De penningmeester wil snel een nieuwe inschatting kunnen
maken van de contributieopbrengsten in 2010).
� Geef op dit werkblad de cellen met de ledenaantallen B3 t/m C9
eveneens de naam “Ledenaantallen”.
� Sluit het document en bewaar de wijziging.
� Activeer het blad dat de contributie berekend.
� Kies de opdracht 'Gegevens – Verbindingen – Kopp. Bewerken'
[Data – Connections – Edit Links].
� Selecteer in het dialoogkader de verwijzing die u wilt wijzigen.
(Leden-2009.xls).
� Kies de optie 'Bron wijzigen' [Change Source].
� Selecteer in het menu dat getoond wordt het werkblad met gegevens waarnaar u de verwijzingen wilt wijzigen. (het blad “Leden2010”)
� Klik 'OK' en sluit het dialoogkader ‘Koppelingen bewerken’ [Edit
Links].
Op het werkblad worden alle formules met verwijzingen naar het
eerste gegevensblad gewijzigd in formules met verwijzingen naar
het nieuwe gegevensblad.
� Sluit en bewaar alle mappen.
CTS/Advies
19-12-14
127/187
Koppelingen
8.3 Het openen van gekoppelde werkbladen
U kunt een werkblad, dat verwijzingen naar andere werkbladen bevat,
openen zonder dat de werkbladen met brongegevens eveneens worden
geopend. De formules worden dan toch correct berekend. Feitelijk
worden de brongegevens onzichtbaar bij het doelbestand opgeslagen.
Nadat gekoppelde bestanden op schijf zijn opgeslagen, kunnen er
echter veranderingen zijn aangebracht in de werkbladen met
brongegevens. Bij het openen van gekoppelde bestanden zult u dus
moeten aangeven of de formules met verwijzingen opnieuw berekend
moeten worden.
� Open het bestand “Leden-contributie”.
Boven aan het scherm verschijnt een beveiligingswaarschuwing die
u vertelt dat de automatische bijwerking van koppelingen is uitgeschakeld.
� Klik 'Inhoud inschakelen’ [Enable Content].
Indien u deze optie klikt dan zal Excel proberen zo veel mogelijk verwijzingen naar niet geopende werkbladen te herberekenen.
Het dialoogkader 'Gegevens – Verbindingen – Kopp. Bewerken' [Data
– Links - Edit Links] kent tevens een optie om selectief verwijzingen
naar niet geopende bestanden bij te werken 'Waarden bijwerken'
[Update Values].
Worden zowel bron- als doelbestand, beiden naar eenzelfde andere
map verplaatst, dan blijft de koppeling behouden. Wordt alleen het
bronbestand op schijf verplaatst, dan wordt, indien u de gegevens wilt
bijwerken, een foutmelding gegeven en verschijnt er een dialoogkader
waarin u opnieuw de locatie van het bronbestand moet aangeven.
� Sluit alle bestanden.
CTS/Advies
19-12-14
128/187
Koppelingen
8.4 Excel als database
Gegevens in een tabel noemt men in Excel een lijst. Indien gegevens
in meerdere bij elkaar behorende lijsten (ofwel tabellen) zijn
opgenomen, dan spreekt men van een database. Om te kunnen werken
met de gegevens in meerdere lijsten, moeten in de lijsten codes of
nummers voorkomen, waarmee in de eene lijst naar bijbehorende
gegevens uit een andere lijst wordt verwezen. Het veldgegeven dat het
record uniek maakt noemt men de ‘Sleutel’ [Key] het veldgegeven
waarmee verwezen wordt naar de ‘Sleutel’ [Key] in een andere lijst
noemt men de ‘Verwijzende sleutel’ [Foreign key].
Onderstaand is dit in een heel eenvoudig voorbeeld weergegeven
In de namenlijst vormen de namen de ‘Sleutel’ [Key] en de nummers
van de vestigingen de ‘Verwijzende sleutel' [Foreign key]. Deze vormt
dan weer op zijn beurt de sleutel in de lijst met vestigingsplaatsen.
Om de gegevens uit de verschillende lijsten op te halen en het rapport
weer te geven kunt u gebruik maken van geneste ‘Zoekfuncties’
[Lookup functions]. De zoekwaarde van de functie is dan het resultaat
van een geneste zoekfuncties die op basis van een ‘Sleutel’ de
‘Verwijzende sleutel’ uit een andere lijst ophaalt.
CTS/Advies
19-12-14
129/187
8.5 Koppelingen: oefeningen
Oefening 75.: Verwijzingen intypen
� Open het document "Glasoven".
In dit document worden fictief de kosten berekend die gemaakt
moeten worden voor de productie van een glazen fles uit een glasoven. Boven in het document (Regel 3 t/m 6) staan de uitgangspunten voor de berekeningen die er onder plaatsvinden (Regel 10 t/m
19).
� Open de map "Oven1".
Het bedrijf beschikt over meerdere glasovens, die ieder een ander
kostenplaatje hebben. In het document “Oven1” staan fictief de gegevens van glasoven nummer 1.
� Plaats beide werkbladen onder elkaar op het scherm. Zorg er hierbij voor, dat van beide werkbladen minimaal de bovenste 6 regels
zichtbaar zijn in de vensters.
Men wil op het werkblad met de naam "Glasoven" voor de berekening gebruik maken van de gegevens die op het blad met brongegevens "Oven1" staan.
� Wis op het werkblad "Glasoven" de cellen met basisgegevens die u
van het werkblad "Oven1" kunt overnemen (B3:B6;D3:D5;F3:F5).
� Selecteer de cel voor het invoeren van het aantal "Flessen per
maand" (B3).
� Type een =-teken en klik vervolgens met de muis op het document
“Oven1” om dit te activeren, en klik daarna op de cel B1, om hier
een verwijzing naar te maken.
In cel B3 van het document “Glasoven” verschijnt de formule:
=[Oven1.xls]Blad1!$B$1.
� Klik 'OK' of druk op 'Enter'.
U ziet dat de verwijzing naar de cel door Excel wordt ingevoerd en
berekend.
� Voeg een lege regel in boven de eerste regel van het werkblad
"Oven1".
� Bekijk de zojuist aangebrachte verwijzingsformule op het werkblad "Glasoven".
U ziet dat de verwijzingen automatisch worden aangepast.
� Verwijder de ingevoegde regel weer en zie hoe de formules zich
weer herstellen.
� Breng op dezelfde manier verwijzingen aan naar de cellen B2 t/m
B4.
� Bewaar uw document.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 131/187
Koppelingen - oefeningen
Oefening 76.: Verwijzing naar meerder cellen tegelijk
� Activeer het werkblad "Glasoven" uit voorgaande oefening.
� Selecteer de cellen D3 t/m D5 en F3 t/m F5.
Dit is een meervoudige selectie. Deze maakt u door bij het aanklikken de Control-toets ingedrukt te maken.
Uw invoercel is nu waarschijnlijk cel F3.
� Typ een =teken.
� Klik vervolgens met de muis in het werkblad "Oven1", de cel aan
waarnaar de formule in de invoercel moet gaan verwijzen.
Zorg dat de cellen geselecteerd blijven. Indien u per ongeluk verkeerd klikt, waardoor de selectie komt te vervallen, dan moet u de
opgave in zijn geheel opnieuw doen.
� Maak de verwijzing relatief. Dit doet u met de functietoets-F4.
� Druk op de toetscombinatie ‘Control+Enter’.
In alle cellen van de selectie wordt nu een formule ingevoerd, die
overeenkomt met de formule die u in de invoercel hebt ingetypt.
� Bewaar uw document.
Oefening 77.: Koppeling plakken
� Wis op het werkblad "Glasoven" de cellen met basisgegevens die u
van het werkblad "Oven1" kunt overnemen (B3:B6;D3:D5;F3:F5).
� Selecteer op het werkblad "Oven1" de eerste kolom met gegevens
(B1:B4).
� Kopieer de cellen.
� Activeer het werkblad "Glasoven".
� Selecteer de cellen B3 t/m B6.
� Plak met "Start – Klembord - Plakken – Koppeling Plakken" [Home - Clipboard - Paste - Paste Link] de gegevens in.
U ziet dat door Excel de externe verwijzingen worden aangebracht.
� Bewaar uw document.
Oefening 78.: Verwijzing m.b.v. matrixformule
� Selecteer op het werkblad "Glasoven" D3 t/m D5.
� Typ een =teken.
� Sleep vervolgens met de muis in het werkblad "Oven1", over de
overeenkomstige cellen.
Zorg dat de cellen geselecteerd blijven. Indien u per ongeluk verkeerd klikt, waardoor de selectie komt te vervallen, dan moet u de
opgave in zijn geheel opnieuw doen.
� Druk op ‘Shift+Control+Enter’.
In de geselecteerde cellen wordt een matrixformule ingevuld.
� Maak een zelfde verwijzing voor de cellen F3 t/m F5.
CTS/Advies
19-12-14
132/187
Koppelingen - oefeningen
� Bewaar uw document.
Oefening 79.: Koppelingen wijzigen
Op schijf staan 3 bestanden met respectievelijk de gegevens van oven
1, oven 2, en oven 3.
� Activeer het document "Glasoven".
� Kies de opdracht 'Gegevens – Verbindingen – Kopp. bewerken'
[Data – Connections – Edit Links].
� Selecteer in de lijst het werkblad "Oven1".
� Kies 'Bron wijzigen' [Change Source].
� Selecteer de map "Oven3." op schijf waarnaar u de koppeling wilt
wijzigen en druk op 'OK'.
� Sluit het dialoogkader.
� Bekijk de formules met verwijzingen in het werkblad 'Glasoven".
U ziet dat in de formules nu naar "Oven3" wordt verwezen.
� Breng na elkaar een koppeling aan tussen het werkblad “Glasoven”
en de bladen “Oven2” en “Oven3”. Bepaal welke oven de goedkoopste fles zal kunnen produceren.
Oefening 80.: Koppelingen bijwerken
� Koppel de gegevens van “Glasoven” aan die uit het bestand
“Oven1”.
� Bewaar en sluit het document "Glasoven".
� Wijzig een aantal cijfers in "Oven1" en bewaar ook dit bestand opnieuw op schijf.
� Open het document "Glasoven".
Op de bovenste regel verschijnt een ‘Beveiligingswaarschuwing’
dat een bestand gekoppeld is.
� Klik op ‘Inhoud inschakelen’[Update].
U ziet dat de wijzigingen uit het gekoppelde bestand ook in "Glasoven" worden doorgevoerd.
Opgave 81.: Zoekfuncties met externe verwijzing
� Open het document “Werkuren”.
� Plaats in B13 een zoekfunctie die het aantal gewerkte uren berekend van de persoon, waarvan de naam op B11 wordt ingevuld.
� Open het document “Locaties’.
� Plaats beiden documenten naast elkaar op het scherm
� Open een leeg document en plaats dat onder beide andere documenten op het scherm.
� Knip de cellen B11 t/m B13 van het werkblad “Werkuren” en plak
deze in het nieuwe werkblad.
CTS/Advies
19-12-14
133/187
Koppelingen - oefeningen
� Bekijk de formule.
U ziet dat de verwijzing naar de tabel nu een externe verwijzing is
geworden.( U moet wel knippen en niet kopiëren.)
� Plaats op het nieuwe document een formule die op basis van de
naam van de persoon het ‘Locatienummer’ uit de laatste kolom van
de tabel met gewerkte uren ophaalt.
� Plaats tot slot op het nieuwe document een formule die op basis
van het ‘locatienummer’ de ‘locatieplaats’ uit de lijst met locatiegegevens haalt.
Opgave 82.: Gegevens ophalen uit externe database
� Open het document “Autokosten”.
� Open een nieuw leeg document.
� Maak op dit nieuwe blad een ‘Criteriumgebied’ dat op de eerste
regel de veldnamen bevat en daaronder de waarden waar de velden
aan moeten voldoen. Geef het gebied de naam “Criteria”.
� Plaats op dit nieuwe blad naast elkaar de veldnamen “Kostensoort“
en “Bedrag” en geef deze twee cellen de naam “Ophalen”.
� Kies de optie ‘Formules – Gedefinieerde namen – Naam definiëren
– Naam defniëren’ [Formulas – Defined Names - Define Name –
Define Name] en definieer de naam “database” die verwijst naar de
lijst met autokosten op het andere blad.
� Selecteer op het blad een lege cel.
� Maak gebruik van het ‘Uitgebreid filter’ [Advances filter] om uit
de lijst met autokosten de records te halen die voldoen aan de gegeven criteria. De verwijzing naar de lijst met autokosten is een externe verwijzing.
Opgave 83.: Tabel met databasefunctie
� Wis in bovenstaand voorbeeld alle waarden waar de criteria aan
moeten voldoen.
CTS/Advies
19-12-14
134/187
Koppelingen - oefeningen
� Benoem alleen de cel B4 (de cel met de veldnaam “Kostensoort”)
als het gebied met de naam “ophalen”
� Haal opnieuw alle records op die voldoen aan de gegeven criteria.
Klik daarbij de optie “alleen unieke records” aan.
Omdat u geen criteria opgeeft worden alle records gevonden. Omdat alleen ‘unieke records’ worden weergeven krijgt u een lijstje
met daarin de kostensoorten die in de lijst voorkomen.
� Plaats in cel B4 de functie:
=DBSOM(database;”Bedrag”,criteria)
[=DSUM(…)]
Deze functie berekent alle uitgaven in de lijst met autokosten.
� Maak een eenzijdige tabel waarin voor alle verschillende kostensoorten de uitgaven daaraan berekend worden.
CTS/Advies
19-12-14
135/187
9. Macro’s
Een ‘macro’ is een programma dat een aantal instructies automatisch
uitvoert. Er zijn twee soorten macro’s. In de eerste plaats zijn er
opdrachten-macro’s. Dit is een macro die een aantal handelingen in
Excel geautomatiseerd uitvoert, zoals u deze ook zelf handmatig had
kunnen uitvoeren. Daarnaast zijn er 'functie-macro's'. Dit zijn macro’s
die een door u zelf gemaakte functie berekenen en het antwoord, in de
cel die de functie bevat, weergeven. Bij Excel worden al standaard
honderden functies meegeleverd. U zult dus niet snel behoefte hebben
om zelf functies te gaan maken. In deze module behandelen wij dan
ook alleen de 'opdrachten-macro’s'.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 137/187
Macro's
9.1 Macro’s opnemen
Excel beschikt over een ingebouwde recorder, waarmee u uw
handelingen in een opdrachten-macro kunt vastleggen. Op deze
manier stelt Excel de macro voor u samen.
� Sluit alle mappen die u eventueel nog open heeft staan en open een
nieuwe map.
� Start het opnemen van de macro met de optie 'Ontwikkelaars –
Programmacode - Macro opnemen' [Developer – Code - RecordMacro].
Op het scherm verschijnt een dialoogvenster, waarmee u de macro een
naam kunt geven en waarin u een eventuele toetscombinatie kunt
opgeven om de macro later mee te starten.
� Geef de macro de naam “Adres”.
� Type voor de ‘Sneltoets’ de toetscombinatie ‘ [Shortcut key] de
combinatie Ctrl+a’.
� Klik op 'OK'.
Vanaf dit moment worden al uw handelingen vastgelegd. Onderaan
het scherm op de statusbalk ziet u een knop verschijnen waarmee de
opname weer gestopt kan worden.
� Typ onder elkaar op het werkblad uw naam, adres en woonplaats.
� Stop het opnemen door op het knopje te klikken dat op de statusbalk verschenen is.
CTS/Advies
19-12-14
138/187
Macro's
9.2 Een macro uitvoeren
� Wis uw scherm.
� Plaats u invoercel ergens midden in het blad.
� Kies 'Ontwikkelaars – Programmacode – Macro’s’ [Developers Code – Macros].
U ziet een dialoogvenster verschijnen waarin u de macro die u wilt
starten selecteert.
� Klik de macro “Adres”.
� Klik op ‘Uitvoeren’ [Run].
� Bekijk het resultaat.
Het resultaat zal misschien niet naar verwachting zijn. De recorder
legt de uitgevoerde handelingen precies zo vast als u ze hebt
uitgevoerd. Indien u niet begint met het selecteren van een bepaalde
cel op een bepaald werkblad, dan doet de macro dit ook niet en zal de
uitvoer beginnen op de plaats waar invoercel op dat moment stond. U
zal echter dikwijls de macro willen laten starten bij de actieve cell van
dat moment. Hiervoor moet u de macro ‘Relatief’ recorden.
CTS/Advies
19-12-14
139/187
Macro's
9.3 Absolute en relatieve registratie
U kunt voorafgaand of tijdens het vastleggen van de macro tussen
absolute en relatieve registratie wisselen.
� Wis uw scherm.
� Start opnieuw de opname van een macro met de naam “Adres” en
de letter voor de toetscombinatie wordt nu de letter “b”. en klik
‘OK’. Als Excel vraagt of u de voorgaande macro van die naam
wilt overschrijven, dan antwoord u met ‘Ja’ [Yes].
� Kies nu, voordat u uw adres intypt, de opdracht ‘Ontwikkelaars –
Programmacode - Relatieve verwijzingen gebruiken’ [Developer –
Code – Use Relative-References].
� Type wederom onder elkaar uw naam, adres en woonplaats.
� Schakel de opname uit.
� Wis uw scherm en selecteer een andere cel als invoercel.
� Test de macro uit door op de toetscombinatie ‘Control+b’ te drukken.
U ziet dat de macro nu wordt uitgevoerd op de plaats waar u uw
invoercel had staan.
CTS/Advies
19-12-14
140/187
Macro's
9.4 Het venster van de VBA-editor
Wilt u de registratie van de macro bekijken of wijzigen dan moet u de
Visual Basic Editor starten.
� Kies ‘Ontwikkelaars – Programmacode – Macro’s’ [Developers Code - Macro’s].
� Selecteer in de lijst de macro die u wilt gaan bewerken. In dit
voorbeeld de macro “Adres”.
� Klik de knop ‘Bewerken’ [Edit].
Op het scherm verschijnt het scherm van de Visual Basic Editor.
Links in het venster vindt u bovenaan de ‘Projectverkenner’. De verzameling van alle programmacode die bij het document behoort,
noemt men het project. De verschillende stukken VBA-programmacode horen altijd bij een onderdeel (object) van het document. In de
projectverkenner ziet u deze in een boomstructuur weergegeven. Op
het hoogste niveua ziet u.
� Excel-objecten : zoals de werkmap en de werkbladen.
� Formulieren: waarmee gegevens kunnen worden ingevoerd.
� Modulen: bladen met programmacode die niet bij een specifiek
deel object behoren.
� Klassenmodules: bladen met programmacode die bij een zelf
gedefinieerd object behoren.
Onder de projectverkenner ziet u een venster met de eigenschappen
van het object dat u geselecteerd heeft. Bij deze meeste objecten is dat
alleen de naam.
Boven het venster met de programmacode ziet u twee keuzelijsten, die
bedoeld zijn om snel door de programmacode te navigeren. In de
linker kiest u een eventueel deelobject van een object dat u in de
CTS/Advies
19-12-14
141/187
Macro's
projectverkenner geselecteerd hebt (bijvoorbeeld een knop op een
formulier) of de grope ‘Algemeen’. In de rechter keuzelijst kiest u een
specifieke subroutine die bij dat (deel)object behoort.
De programmacode die wij ‘recorden’ hoort niet bij een specifiek object en wordt op de algemene modulenbladen vastgelegd.
CTS/Advies
19-12-14
142/187
Macro's
9.5 Macro’s wijzigen
Modulebladen kunt u als een gewone tekst bewerken. U kunt regels
aan een opgenomen macro toevoegen, wijzigen of verwijderen. U
kunt ook een geheel nieuwe macro op het blad intypen, maar het is
handiger om eerst zoveel mogelijk te ‘recorden’.
Iedere macro begint met de instructie:
� Sub macronaam()
en eindigt met de instructie:
� End Sub
U kunt regels aan een opgenomen macro toevoegen, wijzigen of
verwijderen. U kunt ook zelf een macro op het blad intypen.
Bovenaan de macro ziet u in een andere kleur een aantal regels met
commentaar. Deze regels worden voorafgegaan door een accentteken.
Hierdoor weet Excel dat deze regels geen instructies bevatten die
moeten worden uitgevoerd. Op dezelfde wijze kunt u ook zelf regels
met commentaar toevoegen. Dit commentaar kan ook achter de
instructies geplaatst worden, zolang de tekst hiervan maar begint met
een aanhalingsteken.
Iedere nieuwe macro die u opneemt plaatst Excel onder de voorgaande
macro.
Bij het definiëren van een macro heeft u de macro gekoppeld aan een
toetscombinatie. Deze toetscombinatie kunt u ook later wijzigen
� Kies in het werkblad de optie ‘Ontwikkelaars – Programmacode Macro’s’ [Developer – Code – Macros].
� Selecteer de macro “Adres”.
� Klik op de knop ‘Opties…’ [Options].
� Geef als ‘Sneltoets’ [Shortcut key] de toetsencombinatie ‘Control+a’ mee.
� Klik ‘OK’.
� Sluit he venster door op ‘Annuleren’ [Cancel] te klikken.
CTS/Advies
19-12-14
143/187
Macro's
9.6 Starting a macro
Er zijn verschillende manieren om een macro uit te laten voeren.
� Met de optie hiervoor in het Lint.
� Met een toetscombinatie.
� Met een zelfgemaakte knop in het Lint.
� Met een knop in de knopenbalk ‘Snelle toegang
� Met een willekeurig object in het werkblad
� Automatisch startende macro’s
9.6.1
Macro starten met knop in het Lint.
Om een knop in het Lint te kunnen plaatsen moet u eerst onder een tab
een nieuwe groep aanmaken.
� Klik met de secundaire muisknop in het Lint.
� Kies de optie ‘Het Lint Aanpassen’ [Customize the Ribbon].
� Selecteer in de rechter kolom de groep ‘Bewerken’ [Edit] in de tab
‘Start’ [Home] en klik op de knop ‘Nieuwe groep’ [New Group].
� Klik met de rechter muisknop op de nieuwe groep om hem de
naam “Eigen macro’s” te geven.
� Selecteer in de keuzenlijst boven de linker kolom de optie “Macro’s” en kies uit de lijst een door uzelf gemaakte macro’s.
� Klik op de knop ‘Toevoegen’ [Add] om deze aan de nieuw gemaakte groep toe te voegen.
CTS/Advies
19-12-14
144/187
Macro's
� Klik op ‘Ok’ en bekijk in het Lint het resultaat.
� Probeer de knop uit.
In het snelemnu van de knop vindt u een optie om deze naar de werkbalk ‘Snelle toegang’ [Quick Access] te verplaatsen.
9.6.2 Macro koppelen aan willekeurig object
In feite kunt u een macro starten met ieder willekeurig object in het
werkblad.
� Klik de optie ‘Invoegen – Illustratie - Vorm’ [Insert – Illustration Shape] .
� Teken een cirkel op het werkblad.
� Klik met de secundaire muisknop op het object en kies in het snelmenu ‘Macro toewijzen’[Assign Macro].
� Wijs een macro toe aan het object.
� Klik vervolgens een maal buiten het object om de selectie er van
uit te schakelen en klik vervolgens op het object om de macro uit te
proberen.
9.6.3 Automatisch startende macro’s
Tot slot hebben wij de automatisch startende macro’s. Dit zijn macro’s die de naam “Auto_Open” hebben. Zodra het werkblad geopend
wordt, start de macro. Deze macro’s vormen wel een beveiligingsrisico.
� Type onderstaande macro op het moduleblad.
� Bewaar het doucment als een ‘Excel werkmap met macro’s’ [Macro enabled workbook].
� Kies voor ‘Onwikkelaars – Programmacode – Macrobeveiliging –
Alle macro’s inschakelen’ [Developpers – Code – Macro Securtiy
– Enable all macros].
� Open het document weer.
U ziet dat de macro wordt uitgevoerd.
U kunt de uitvoering van de Auto_Open macro voorkomen door bij
het openen van een document de ‘Shift-toets’ ingedrukt te houden.
� Sluit en open het document nogmaals, maar nu zonder de macro te
laten uitvoeren.
CTS/Advies
19-12-14
145/187
Macro's
9.7 Invoervensters
U kunt in een macro ook instructies typen die zich niet laten opnemen.
U kunt bijvoorbeeld instructies opnemen die een dialoogvenster doen
verschijnen waarin u een tekst of een getal typt die vervolgens bij de
uitvoering van het programma gebruikt wordt. Een voorbeeld hiervan
is de instructie
� Inputbox(Aanwijzing)
De”Aanwijzing” is een aanwijzing m.b.t. hetgeen moet worden
ingevuld.
� Selecteer het blad “Module 1” in de Visual Basic-editor.
� Vervang de instructie die uw naam invult door onderstaande regel:
ActiveCell.FormulaR1C1 = Inputbox (“Geef naam op”)
� Probeer de macro opnieuw uit. Type uw naam in, als de macro
daarom vraagt.
Aan de functie ‘InputBox’ kunt u na de ‘Aanwijzing’ [Prompt] nog
enkele extra argumenten meegeven.
� InputBox(Aanwijzing [,Titel] [,Standaard] [, Hor. Pos] [,Vert. Pos]
.] [,Helpbestand] [,Context])
De argumenten worden onderling door een komma van elkaar
gescheiden. (De extra argumenten staan tussen rechte haken om aan te
geven dat deze facultatief zijn.)
Argument
Aanwijzing
[Prompt]
Titel
[Title]
Standaard
[Default]
Hor. pos.
[XPos]
Vert. pos.
[YPos]
[Helpfile]
[Context]
Beschrijving
Toelichting die in het invoervenster verschijnt.
De tekst die in de titelbalk van het invoervenster verschijnt.
De standaardwaarde of tekst in het invoervenster.
De afstand van het dialoogvenster in 1/567 cm vanaf de linkerkant van het scherm. Als u niets invult dan wordt het venster horizontaal gecentreerd.
De afstand van het dialoogvenster in 1/567 cm vanaf de bovenkant van het scherm aangeeft. Als u niets invult dan wordt
het venster verticaal gecentreerd.
Naam van eventueel bestand met helpgegevens.
Nummer van de contextafhankelijke hulptekst.
� Wijzig de instructie met de ‘InputBox’ zoals hier onder weergegeven:
�
InputBox(“Geef naam op”, “Naam invullen”, “Jansen”, 1440,
1440)
� Test de macro opnieuw uit.
� Verdubbel het opgegeven aantal pixels en bekijk opnieuw het effect.
CTS/Advies
19-12-14
146/187
Macro's
9.8 Regels afbreken
Indien de instructieregel te lang wordt, dan kunt u deze met een spatie
en een streep ( _) afbreken en op de volgende regel voortzetten.
� Wijzig de instructie met de instructie ‘InputBox’ zoals hier onder
weergegeven:
�
InputBox(“Geef naam op”; _
“Naam invullen”; _
“Jansen”; 2880; 2880)
� Probeer de macro opnieuw uit.
CTS/Advies
19-12-14
147/187
Macro's
9.9 Foutafhandeling
Als u een instructie typt die Excel niet herkent, dan wordt de instructieregel rood weergegeven.
� Verwijder het liggend streepje uit voorgaande instructie:
Invoervenster(“Geef naam op”;
“Naam invullen”; “Jansen”; 300; 200)
[Inputbox(…)]
U krijgt een foutmelding zodra u de cursor naar een andere regel
probeert te verplaatsen.
� Negeer de foutmelding en probeer de macro toch uit te voeren.
U krijgt een foutmelding en de laatste regel die kon worden uitgevoerd wordt in de Visual Basic Editor geel weergegeven.
� Corrigeer de fout in de instructie
� Klik in de werkbalk van de Visual Basic Editor op de knop ‘Beginwaarden’ [Reset].
Het kan ook zijn dat de instructieregels, wat betreft de syntaxis, wel
correct zijn maar het programma toch niet doen wat u verwacht. Indien u voor een instructieregel in de linker kantlijn klikt dan wordt
daar een ‘stop’ geplaatst. U kunt vanaf dat punt de instructieregels één
voor één laten uitvoeren door op functietoets F8 te drukken. Dit totdat
u de regel gevonden heeft die tot een niet-correcte stap leidt.
U kunt in uw programma ook instructies op nemen die automatisch
uitgevoerd worden als er een fout is ontstaan
*
*
*
*
*
*
Sub …
On Error Goto foutafhandeling
Instructies…
Exit Sub
Foutafhandeling:
Instructies…
Resume Next
*
End Sub
Begin programma
Verwijzing naar begin afhandelingsinstructies als fout mocht voorkomen.
Programma-instructies
Instructie om subroutine te verlaten als alle instructies goed zijn uitgevoerd
Naam van regel waaronder foutafandeling instructies staan
Instructie voor foutafhandeling
Instructie om na foutafhandeling het programma voort te zetten waar het
gebleven was
Eind programma
CTS/Advies
19-12-14
148/187
Macro's
9.10 Modulair programmeren
Indien u uitgebreide macro’s maakt, dan kunt u snel het overzicht
verliezen. Het heeft de voorkeur een macro op te bouwen uit modulen.
Deze kunnen afzonderlijk getest worden en kunnen vervolgens zo
nodig ook op meerdere plaatsen in het programma gebruikt worden.
Er zijn 3 mogelijke instructies om een andere routine aan te roepen:
�
Routinenaam argument1, argument 2
�
Call Routinenaam(argument1,argument 2)
�
Toepassing.Starten Macro:="documentnaam!routinenaam"
[Application.Run Macro:=…]
Deze laatste instructie ziet u ook op het macroblad verschijnen
wanneer u tijdens het opnemen van een macro een andere macro start.
Deze gebruikt u als de naam van de routine van te voren nog niet vast
staat.
Zorg er wel voor dat u het Excel-document dat de macro bevat op
schijf bewaard hebt en dus al een naam hebt gegeven. Indien u later de
naam van het document wijzigt dan worden de documentnamen van
de macro’s niet automatisch aangepast in het programma.
� Bewaar uw werkblad onder de naam “Testmacro”.
� Selecteer in het werkblad de cel met uw naam.
� Start de opname van een nieuwe macro met de naam “Opmaak”.
� Leg in deze nieuwe macro vast hoe u , met behulp van het dialoogkader voor de opmaak, voor uw naam de lettergrootte 14 punts en
de weergave ‘vet’ instelt.
� Start de opnamen van een nieuwe macro. Deze krijgt de naam
“Adres_opgemaakt” en voor de toetscombinatie de letter “b”.
� Start, terwijl de opnamen loopt, eerst de macro die uw naam en
adres in het werkblad plaatst.
� Selecteer in het werkblad de cellen met uw naam en uw adres.
� Start de macro die de cellen van opmaak voorziet.
� Beëindig de opname van de macro.
� Test de macro door op de toestcombinatie ‘Control+b’ te klikken.
� Bekijk de macro in de Visual Basic Editor.
CTS/Advies
19-12-14
149/187
Macro's
9.11 VBA Syntax
9.11.1 Instructie
Een regel in de code wordt een ‘instructie’ genoemd. Lees de
instructie van rechts naar links. Bijvoorbeeld de instructie:
� ActiveCell.Offset (5,1).Range(“A1”).Select
Kan u lezen als “Selecteer een cel in de linker bovenhoek van gebied,
dat 5 naar beneden en 1 naar rechts ligt t.o.v. de actieve cel”
9.11.2 Procedure
Een procedure is een blok instructies, welke altijd als een geheel
worden uitgevoerd. Een procedure begint en eindigt altijd met:
Sub procedurename ()
…..
End Sub
of
Sub functienaam ()
…..
End Function
9.11.3 Objecten
Het eerste woord in een instructie beschrijft het “object” waarop de
instructie betrekking heft. Dit kan bijvoorbeeld zijn een:
� cel
� gebied
� werkblad
� werkboek
� applicatie
In de instructie:
� ActiveCell.FormulaR1C1 = “week 1”
is het object de actieve cel.
Een object kan deel van een verzameling van objecten zijn, zoals:
� werkbladen
� grafieken
� werkboeken
In de instructie:
� Sheets(“Budget”).Select
is het object het werkblad met de naam “Budget” uit de verzameling
werkbladen [sheets].
In de instructie:
� Sheets(2).Select
is het object het tweede werkblad uit de verzameling werkbladen
[sheets].
CTS/Advies
19-12-14
150/187
Macro's
9.11.4 Eigenschappen [Properties]
Objecten hebben eigenschappen. In de instructie wordt de eigenschap
door een punt van het object gescheiden. In de instructie:
� ActiveCell.FormulaR1C1 = “jan”
is het hebben van een formule “R1K1Formule” met de waarde “jan”
een eigenschap van de “Active cell”.
Met behulp van het =-teken wordt een waarde aan een eigenschap
toegekend. In bovenstaand voorbeeld is dit de tekst “Jan”. De waarden
van eigenschappen kunnen zijn:
� Tekst
� Getal
� Variabele
� Constante
Voorbeelden:
Instructie
ActiveCell.FormulaR1C1 = “week 1”
Selection.Font.FontStyle = “Bold”
UserForm1.Check_Box.Value = True
Application.WindowState = xlNormal
Toegekende waarde
De formule in R1C1 stijl krijgt
de tekstwaarde “week 1”.
"Bold" wordt de opmaak van het
'Font'
De checkbox op het formulier
krijgt de booleanwaarde ‘Waar’
en wordt ‘aan’ gezet.
De venster status wordt ingesteld
op de standaard Excel waarde
‘xlnormal’
U kunt meerdere eigenschappen van een object tegelijk een waarde
toekennen.
� Bekijk de opgenomen instructie die u naam van een opmaak voorziet
De geregistreerde instructies zien er als onderstaand uit:
Met bovenstaande instructies worden aan het object “Selection.Font”
meerdere eigenschappen tegelijk ingesteld, zonder dat het object
telkens herhaald dient te worden.
CTS/Advies
19-12-14
151/187
Macro's
9.11.5 Methoden [Methods]
Objecten kunnen ook onderwerp zijn van een handeling. Dit wordt
een ‘Methode’ [Method] genoemd.
Methode
Selection.Copy
ActiveSheet.Paste
Handeling
Kopieert een selectie
Plak de inhoud van het klembord op het actieve
werkblad.
Methoden kunnen één of meer ‘argumenten’ hebben.
� Neem een macro op met de naam “Plakken_speciaal” waarin de
bedrijfsnaam, maar niet de opmaak, wordt gekopieerd en in een
andere cel wordt geplakt.
De instructie luidt als volgt:
� Selection.PasteSpecial Paste:=xlPasteFormulas, _
Operation:=xlNone, SkipBlanks:=False, Transpose:=False
Om te begrijpen wat de verschillende argumenten betekenen kunt u
het beste naar het dialoogkader ‘Plakken speciaal’ [Paste Special]
kijken. De argumenten volgen in feite de opties in het dialoogkader.
9.11.6 Functies
In de VBA-code kunt u functies opnemen die een waarde teruggegeven. Msgbox() en InputBox() zijn voorbeelden van VBA-functies.
Ook kunt u vele werkbladfuncties opnemen. Om te weten welke beschikbaar zijn typt u onderstaand instructie:
Na het typen van de punt, verschijnt een lijst met alle
werkbladfuncties die u in de VBA-code kunt opnemen.
CTS/Advies
19-12-14
152/187
Macro's
9.12 De keuze en de herhaling
Zoals eerder opgemerkt kunnen niet alle instructies met de recorder
opgenomen worden. Keuzes die gemaakt moeten worden afhankelijk
van een waarde, moeten handmatig geprogrammeerd worden
9.12.1 De keuze
Om de voortgang van een programma, afhankelijk te maken van de
waarde van een variabele gebruikt u de instructies
�
If als vergelijking = WAAR Then
… instructies
Else
…. Instructies
End If.
� Type onderstaand voorbeeld in de Visual Basic editor. Het is daarbij een goed gebruik om de instructies tussen de condities te laten
inspringen. U springt in naar rechts door op de ‘Tab-toets’ te drukken en u springt weer naar links door op ‘Shift-Tab’ te drukken.
� Probeer de macro uit op een cel met een positief getal en een cel
met een negatief getal.
9.12.2 Meerdere keuzemogelijkheden
Om de voortgang van een programma afhankelijk te maken van
meerdere mogelijke waarden van een variabele gebruikt u de
instructies:
�
If als vergelijking1 = WAAR Then
… instructies ……
ElseIf als vergelijking2 = WAAR Then
…. . instructies….
Else
…. . instructies….
End If.
� Wijzig voorgaand voorbeeld, zoals onderstaand.
CTS/Advies
19-12-14
153/187
Macro's
� Probeer de macro uit op een positief en een negatief getal en het
getal ‘0’.
9.12.3 Herhaling voor een vast aantal
Om een instructie te herhalen, gebruikt u de instructie.
�
For variabele = startwaarde To eindwaarde [Step stap]
....instructies….
Next.
Hier staat variabele voor een variabele die start met de waarde
‘startwaarde’ en vervolgens telkens na de instructie ‘Next’ met 1
verhoogd wordt tot de variabele de waarde ‘eindwaarde’ bereikt.
� Type onderstaand voorbeeld over.
� Probeer het voorbeeld uit.
In het werkblad verschijnen onder elkaar de getallen 1 1/m 10.
De lus kan eventueel voortijdig worden verlaten met de instructie:
� Exit For
9.12.4 Herhaling tot een conditie verandert.
Om een instructie te herhalen tot een bepaalde waarde wordt bereikt,
gebruikt u de instructies: ‘Do While’ en ‘Loop’ of ‘Do Until’ en
‘Loop’.
�
Do While vergelijking = WAAR
....instructies….
Loop.
� Type onderstaand voorbeeld over.
� Probeer het voorbeeld uit.
In het werkblad verschijnen onder elkaar de getallen 1 t/m 4.
CTS/Advies
19-12-14
154/187
Macro's
De loop kan eventueel voortijdig worden verlaten met de instructie:
�
Exit Do
9.12.5 Herhaling voor een aantal gevallen.
U kan een instructie ook voor een aantal specifieke gevallen laten uitvoeren
�
Select Case variabelenaam
Case variabelenaam = A, B, C, …
instructies
Case variabelenaam = X, Y, Z…
instructies
Case Else
instructies
End Select
� Probeer onderstaand voorbeeld uit:
9.12.6 Herhaling voor elke item uit een verzameling
Het voordeel van werken met een ‘Verzameling [Collectie] is dat men
voor elk geval van de verzameling instructies kan laten uitvoeren,
zonder dat vooraf bekend is hoeveel gevallen er in de verameling zullen voorkomen.
� For Each variabelenaam in Collectie
instructies
Next variabelenaam
� Probeer onderstaand voorbeeld uit.
� Controleer tot slot of alle werkbladen ‘op slot’ zitten.
CTS/Advies
19-12-14
155/187
Macro's
9.13 Mededelingenvenster
Om tijdens de uitvoering van een programma een mededeling te laten
verschijnen, gebruikt u de instructie.
�
MsgBox(Aanwijzing [, Opmaak] [, Titel] [, xpos] [, ypos])
Zie nevenstaand voorbeeld. Afhankelijk van het antwoord dat men
aanklikt, genereert de functie een getal. Om dit getal aan een variabele
te kunnen toekennen moet u de argumenten van de functie tussen haken plaatsen.
Argument
Aanwijzing
[Prompt]
Opmaak
[Format]
Beschrijving
Mededeling die in het dialoogkader verschijnt.
Titel
[Title]
[Helpfile]
[Context]
Tekst in de titelbalk van het dialoogkader
Een getal dat staat voor het totaal van de getallen, die ieder
een opmaakkenmerk vertegenwoordigen. In plaats van een
getal kunt u op deze positie beter een van de Visual Basic
constanten invullen, die staan voor de verschillende getallen.
Zie hiervoor het nakomend overzicht.
Naam van eventueel bestand met helpgegevens.
Nummer van de contextafhankelijke hulptekst.
Afhankelijk van welke knop u klikt, wordt door de MsgBx een waarde
teruggegeven, die u kunt gebruiken om te bepalen hoe het programma
verder moet verlopen.
CTS/Advies
19-12-14
156/187
Macro's
� Type onderstaand voorbeeld over.
� Probeer het voorbeeld uit.
CTS/Advies
19-12-14
157/187
Macro's
9.14 Variabelen en constanten
9.14.1 Variabelen
Visual Basic kent een variabele vanaf het moment dat u er een waarde
aan toekent. Dit geldt echter alleen binnen de routine waarin de
variabele benoemt wordt.
Voorbeelden:
� n=1
� MijnWeekdag = “Maandag”
� MijnDatum = #08 december 2010#
� MijnTijd = #9:15#
�
MijnGeboortedatum = #26/2/1953 9:15#
Een variabele behoudt zijn waarde binnen de routine waarin hij
gedeclareerd wordt. Wilt u de waarde van een variabele ook binnen
andere subroutines op het moduleblad kunnen gebruiken dan moet u
de variabelen op de eerste regels van het moduleblad declareren, met
de instructie:
�
Dim variabelenaam AS type
Hierbij staat ‘type’ voor:
Type
Byte
Boolean
Integer
Long
Single
Double
Currency
Date
String * lengte
Variant
Object
CTS/Advies
Waarde
Geheel getal tussen 0 en 255
True(-1) or False (0)
Geheel getal tussen -32.768 en 32.767
Geheel getal tussen -2.147.483.647 en
2.147.483.647
Decimaal getal tussen -3.402823E38 en 1.401298E-45 (negatief) en tussen 1.401298E45 en 3.402823E38 (positief)
Decimaal getal tussen 1.79769313486231E308 en 4.94065645841247E-324 (negatief) en tussen
4.94065645841247E-324 en
4.79769313486232E308 (positief)
Getal met maximaal 4 cijfers achter de komma
tussen -922,337,203,685,477.5808 en
922,337,203,685,477.5807
Datum van 1-1-0100 tot 31-12-9999 of tijd
van 0:00:00 tot 23:59:59
Tekst met een specifieke lengte. Wordt de
toevoeging* lengte weggelaten dan is de
lengte maximaal 65.536 tekens.
Iedere mogelijke waarde zoals in deze tabel
vermeld.
Een variabele kan gedefinieerd zijn als een
object, zoals bijvoorbeeld een “Worksheet”
Naar welk werkblad wordt verwezen, wordt in
het programma bepaald door de instructie:
Set variabelenaam = Worksheets(n)
19-12-14
Geheugen
2 byte
2 bytes
4 bytes
4 bytes
8 bytes
8 bytes
8 bytes
1 byte per
teken
8 bytes
158/187
Macro's
Op deze manier legt u dus vooraf vast hoeveel geheugenruimte voor
de variabele gereserveerd moet gaan worden.
U kunt een variabele ook gebruiken om naar een object te verwijzen.
U verwijst bijvoorbeeld met de variable “Mijnwerkblad” naar het
werkblad van het werkbooek met de naam “Omzet” d.m.v de
instructie
� Mijnwerkblad = worksheets(“Omzet”)
U kunt het type van het object vooraf vastleggen met bijvoorbeeld de
declaratie
� Dim Mijnwerkblad As Worksheet
Wilt u de variabele op verschillende modulepagina’s kunnen
toepassen dan gebruikt u de instructie:
�
Public variabelenaam
Om te voorkomen dat u een variabele gebruikt die niet bestaat,
gebruikt u boven aan de module de instructie:
�
Option Explicit
9.14.2 Arrays
Een variabele kan standaard slechts 1 waarde bevatten. Plaats u bij de
declaratie tussen haakjes een getal achter een variabele, dan kan u een
overeenkomstig aantal waarden+1 aan de variabele toekennen.
Voorbeeld:
U kunt ook een array met meerdere dimensies declareren. Wilt u voor
de zomdermaanden juli t/m augustus voor iedere dag de hoogste en de
laagste temperatuur opslaan. Dan zou u de volgende array moeten declareren.
� Dim zomertemperatuur(6 tot 8, 1) As decimal
Wilt u liever dat uw arrays bij 1 beginnen met tellen, dan plaats u in
het declaratiegedeelt van uw moduleblad de instructie:
� Option Base = 1
Bovenstaande instructie luidt dan:
� Dim zomertemperatuur(7 tot 8, 2) As decimal
CTS/Advies
19-12-14
159/187
Macro's
9.14.3 Constanten
Visual Basic kent vele ‘constanten’. Dit zijn variabelen met een
voorgedefinieerde waarde. Zij worden als argumenten in functies
gebruikt.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen Visual Basic-constanten en
Excel-constanten, afhankelijk van of de constanten voor alle varianten
van Visual Basic geldt of alleen voor de Excel variant van Visual
Basic. U herkent de verschillende soorten constanten doordat de naam
wordt voorafgegaan door de letters “vb” of “xl”.
Voorbeelden:
�
Application.WindowState = xlNormal
Deze instructie geeft het venster zijn standaard Excel-instelling.
�
MsgBox “Let op”, vbCritial
Deze instructie doet in de Visual Basic-functie “Msgbox” het
pictogram “Stop” verschijnen.
U kunt ook zelf constanten benoemen. U gebruikt hiervoor de
instructie:
�
Const constantenaam As type = waarde
CTS/Advies
19-12-14
160/187
Macro's
9.15 Dialogbox ontwerpen
U kunt ook uw eigen dialoogboxen ontwerpen.
� Neem het venster van de Visual Basic Editor voor u.
� Kies de menu-optie ‘Invoegen – Userform’ [Insert – Userform]
U krijgt nu een tekenbord op het scherm, waarmee u een dialoogbox
kan ontwerpen.
Selecteer uit de ‘Werkset’[Toolbox] van elk object een voorbeeld en
zet dat op het tekenbord.
Object
Figure
Function
‘Bijschrift’ [Label] Om een tekst op het
formulier te plaatsen
‘Tekstvak’ [TextBox] voor getal of
tekst.
‘Opdrachtknop’ [CommandButton] om
een macro te starten.
‘Selectievakje’ [Checkbox] om een ‘ja’
of ‘nee’ optie te kiezen.
‘Keuzerondje’ [OptionButton] Om een
keuze te maken uit een aantal alternatieven
‘Groepvak ‘[Frame] Dat een groep
elkaar uitsluitende opties omhult. U
plaatst eerst het groepsvak op het tekenbord en plaatst daarna de elkaar uitsluitende keuzerondjes binnen het groepsvak.
CTS/Advies
19-12-14
161/187
Macro's
Keuzelijst [Listbox]: Om een waarde uit
een lijst te kunnen kiezen.
Keuzelijst met invoervak [Combobox]:
om een waarde uit een lijst te kunnen
kiezen of om zelf een waarde in te vullen.
‘Wisselknop’ [Toggle button] knop
geeft de waarde true of false en wordt al
dan niet ingedrukt weergegeven
‘Schuifbalk’ [ScrollBar] Genereerd
waarde van 0 tot standaard 32767
‘Kringveld’ [SpinButton] Genereert een
waarde 0 tot standaard maximaal 100
‘Afbeelding’ [Picture] Geeft afbeelding
weer die u bij de eigenschap ‘Picture’
opgeeft.
Onder deze knop vindt u een lijst met
extra objecten die u op een formulier
kan plaatsen.
Object-eigenschappen instellen
Van ieder object dat u op het tekenbord plaatst, moet u een aantal eigenschappen instellen. Dit zijn bijvoorbeeld
Eigenschap
Name tekst
Caption tekst
Height nummer
Width nummer
Left nummer
Top nummer
Maxlength nummer
Passwordchar teken
Min nummer
Max nummer
Columncount nummer
CTS/Advies
Functie
Naam waarmee het object binnen
het programma wordt aangeduid.
Tekst die verschijn op object
Hoogte van object
Breedt van object
Afstand vanaf linkerrand van
formulier
Afstand vanaf bovenrand van formulier
Maximaal aantal tekens dat u
kunt invoeren
Tekens die u typt worden vervangen door het opgegeven teken.
Vult u geen teken in dan wordt
de getypte tekst zelf weergegeven.
Geeft de minimale waarde van
‘Schuifbalk’ [ScrollBar] of
‘Kringveld’ [SpinButton].
Geeft de maximale waarde van
‘Schuifbalk’ [ScrollBar] of
‘Kringveld’ [SpinButton].
Het aantal kolommen dat in een
‘Keuzelijst’ wordt weergeven.
1=standaard. Vult u -1 in dan
worden alle kolommen (tot maximaal 10) weergegeven.
19-12-14
162/187
Macro's
Columnheads
true/false
ColumnWidth nummer;nummer;..
Style var
PictureMode .var
PictureTilling
true/false
Tabstop
true/false
TabIndex nummer
Visible
true/false
Locked true/false
MultiLine
true/false
Wordwrap
true/false
Bepaald of de eerste rij uit de
selectie als kolomkoppen worden
weergegeven.
Breedte van de kolommen in punten. Waarde 0 maakt de kolom
onzichtbaar.
Bepaalt of de keuze in de “Keuzenlijst met invoervak [ComboBox] wordt beperkt tot de
lijst zelf.
Bepaalt of afbeelding gedeeltelijk of proportioneel vergroot
of verkleind in object wordt
weerggegeven.
Bepaald of de afbeelding net zo
lang herhaald wodt, totdat deze
het hele object gevuld heeft.
Als u op de tabtoets drukt worden de objecten waarbij Tabstop
true is, op volgorde geselecteerd en waarbij Tabstop false
is, over geslagen.
Volgorde waarin object geselecteerd wordt als op de Tabtoets
gedrukt wordt.
Bepaald of het object zichtbaar
is op formulier
Object is wel zichtbaar maar kan
niet worden gewijzigd
Ingevoerde tekst kan over meerdere regels verdeeld worden
Tekst die te lang is wordt automatisch afgebroken.
De eigenschappen worden ingesteld met het ‘Eigenschappenvenster’.
� Kies de menu-optie ‘Beeld – Venster Eigenschappen’ [View Properties Window] of kilik op de hiernaast getoonde knop en controleer of dit venster op het scherm wordt weergegeven.
� Plaats een ‘Bijschrift’ [Label] op het tekenbord en type daarin de
tekst “Voorkeursbestemming”
In het eigenschappenvenster ziet u dat de eigenschap ‘Caption’ de
waarde “Voorkeursbestemming” krijgt. Let er wel op dat het venster de ‘Eigenschappen’ toont van het object dat u aangeklikt heeft.
� Bekijk de waarde van de eigenschap ‘Width’ van het object “Bijschrift”.
� Wijzig de breedte van het object “Bijschrift”,. zodat de inhoud
goed te lezen is.
In het eigenschappenvenster ziet u dat de eigenschap ‘Width’ gewijzigd wordt.
� Plaats achter het bijschrift een ‘Tekstvak’ [Text Box] om een land
in te vullen.
CTS/Advies
19-12-14
163/187
Macro's
� Klik op de knop ‘Sub/Userform uitvoeren’ [Run Sub/\userform]
om het resultaat te kunnen bekijken.
� Klik op het sluitkruisje om het dialoogkader weer te sluiten.
Het is handiger om een land uit een lijst te kunnen selecteren. Dat
voorkomt typefouten.
� Type in het werkblad in drie cellen onder elkaar de landen: “Frankrijk”, “Spanje” en “Italië”.
� Vervang het tekstvak voor een ‘Keuzelijst’ [List Box].
� Plaats bij de eigenschap ‘RowSource’ van de keuzelijst een verwijzing naar de cellen die de landnamen bevatten.
� Klik op de knop ‘Sub/Userform uitvoeren’ [Run Su/Userform] om
het resultaat te kunnen bekijken.
9.15.1 Het formulier weergeven
Om het formulier te laten weergeven gebruikt u de instructie:
�
Formuliernaam.Show
Om het formulier te laten verbergen gebruikt u de instructie:
�
Formulieernaam.Hide
U kunt ook eerst de instructies
�
Formuliernaam.Load’
en
�
Formuliernaam.Unload’
gebruiken om het formulier eerst in het geheugen te laten opslaan.
Hierdoor kan de instructies ‘Show’ sneller worden uitgevoerd.
� Neem Module1 voor u, door er in het projectoverzicht op te dubbelklikken.
� Neem onderstaand voorbeeld over.
De standaardnamen ‘Userform1’ en ‘Combobox’ kunt u uiteraard
bij de eigenschappen wijzigen.
U kunt deze macro nog niet uitproberen. Het dialoogkader dat
verschijnt moet ook nog netjes gesloten worden.
CTS/Advies
19-12-14
164/187
Macro's
9.16 Een gebeurtenisroutine opnemen.
� Neem de userform1 weer voor u.
Wanneer u op een object in een formulier dubbelklikt, dan start u de
‘Visual Basic-editor’ en verschijnt op het moduleblad een subroutine
die gekoppeld wordt aan de ‘Gebeurtenis’ [Event] die u zojuist uitvoerde. Hierin kunt u een macro typen die zal worden uitgevoerd
wanneer, afhankelijk van het type object, het object wordt aangeklikt
of van waarde verandert.
� Plaats op het formulier een knop met de tekst ‘OK’.
� Dubbelklik op de ‘OK-button’
De Visual Basic Editor opent een moduleblad met daarop de openings- en sluit-instructies voor een subroutine die automatisch start
bij het klikken van de commandbutton. De subroutine heet ‘CommandButton1_Click()’
� Plaats in de gebeurtenismacro die verschijnt de instructie: Userform1.hide
� Probeet de macro opnieuw uit en klik nu, na keuze van een land,
op de ‘OK’ knop.
Bij alle objecten kunnen vele gebeurtenissenprocedures worden geschreven. Werkboeken, werkbladen en celbereiken hebben gebeurtnisprocedures bij: maken, openen, sluiten, selecteren, klikken, dubbelklikken…etc.
� Dubbelklik in de projectverkenner op een object om het bijbehorende moduleblad te openen.
� Selecteer in de linker keuzelijst, boven de programmacode, het object.
� Bekijk in de rechter keuzelijst boven de programmacode de gebeurtenissen die bij het object horen.
� Selecteer één van de gebeurtenissen.
In het modulenblad ziet u de ‘Sub’ en ‘End Sub’ instructies voor de
‘gebeurtenis’ [Event] verschijnen.
CTS/Advies
19-12-14
165/187
Macro's
9.17 Functiemacro’s
Functiemacro’s zijn zelfgemaakte functies die een waarde doen terugkeren in de cel waarin zij berekend worden. Als voorbeeld maken wij
een functie die de waarde inclusief 19% BTW berekend van een andere waarde.
� Start de ‘Visual Basic Editor.
� Type op het moduleblad onderstaand voorbeeld.
� Plaas in cel A1 van een werkblad het getal 100.
� Type in de cel er naast de functie: =Inclusief(A1)
U krijgt als antwoord de waarde 119.
U kunt de functiemacro net zoals opdrachtenmacro’s ook interactief
maken.
� Wijzig de functie zoals in onderstaand voorbeeld.
� Neem het werkblad weer voor u en druk op functietoets F9 om dit
te laten herberekenen.
De functie vraagt nu om het BTW percentage en rekent vervolgens
de functie opnieuw uit.
CTS/Advies
19-12-14
166/187
Macro's
9.18 Diverse Instructies
Eigenschap
Interactie met gebruiker:
Inputbox
Msgbox
Voorwaardelijke instructies:
If woorwaarde Then
instructies…
End If
For var=beginwaarde To eindwaarde
instructies…
Next
For Each var In naamverzameling
instructies…
Next
Do While voorwaarde
instructies…
Loop
Do Until voorwaarde
instructies…
Loop
Exit For/Do/Sub/
Sprong in proccedure uitvoer:
procedurenaam arg.1, ..
Call procedurenaam(arg.1, ..)
.run procedurenaam(arg.1, ..)
Goto regelnaam
On Error Goto regelnaam/0
.count
Diverse objecten
ActiveCell
Cells(rijnummer, kolomnummer)
Range(celbereik)
Selection
ThisWorkbook
ActiveWorkbook
Diverse verzamelingen
Sheets
Worksheets
Eigenchappen van ‘Range
.Currentregion
Functie
Dialoogkader om gegevens in te voeren
Dialoogkader met melding.
Instructies worden uitgevoerd als voorwaarde TRUE is
Instructies worden uitgevoerd zolang de variabele een waarde
tussen begin- en eindwaarde heeft.s
Instructies worden uitgevoerd voor elk item uit verzameling.
Instructies worden uitgevoerd zolang aan voorwaarde wordt
voldaan.
Instructies worden uitgevoerd zolang niet aan voorwaarde
wordt voldaan.
Programma verlaat For- of D0-instructie of subroutine
Roept procedure aan
idem
iedm
Programma wordt voortgezet bij regelnaam
Bij fout wordt programma voortgezet bij regelnaam of stopt
Geeft aantal bladen in een verzameling.
Actieve cel binnen geselecteerd celbereik
Cellen binnen celbereik
Opgegeven celbereik.
Geselecteerd celbereik of grafiek
Werkboek met programmacode
Werkboek dat geselecteerd is.
Alles werbladen, grafiekbladen, 4.0 macro bladen
Alle werkbladen
Gebied met gevulde cellen waarvan active cel deel van uitmaakt.
Eigenschappen van werkbladen
.DisplayDrawingObjects = xlDisplayShapes/xlPlaceHolders/xlHide
.DisplayAlerts=true/false
.Saved=true/false
Toont op werkblad alle objecten of hun ‘placeholders’ of geen
objecten.
Schakelt de weergave van foutmeldingen aan of uit
Zet de eigenschap ‘saved’ op ‘true’ als u bij sluiten van werkboek niet wil bewaren.
Bewaard gewijzigde gekoppelde gegevens bij werkboek.
Schakelt de weergave op het scherm aan of uit
Geeft tekst op statusbalk weer
Bewaardeen kopie van een werkbook, bijvoorbeeld als backup.
.SaveLInkValues
.Screeunupdating=true/false
.Statusbar=tekst
.SaveCopyAs
CTS/Advies
19-12-14
167/187
Macro's
Eigenschappen van formulieren
.show
.hide
.load
Formulier wordt weergegeven
Formulier wordt verborgen
Laad formulier in computergeheugen. Hierdoor kan het sneller worden weergegeven bij de instructie formuliernaam.show
Verwijders formulier uit computergeheugen
.unload
Diversen methoden
.End(xlUp/xlDown/xlToRight/xlToLeft)
Laatste gevulde cel naar beneden/boven/rechts/links t.o.v.
actieve cel.
Selecteerd celbereik
Programma wacht tot tijdstip voordat het wordt voortgezet
Herberekend alle cellen in het object werkboek, werkblad of
celbereik.
Herberekend alle cellen in alle werkboeken
.select
.Wait (tijdstip)
.Calculate
CalculateFull
CTS/Advies
19-12-14
168/187
9.19 Macro’s: oefeningen
Oefening 84.: Macro relatief opnemen
� Open een nieuwe map.
� Plaats uw invoercel ergens in de linker-bovenhoek van het blad
(bijvoorbeeld in B2).
� Start het opnemen van een macro met de optie 'Ontwikkelaars –
Programmacode - Macro opnemen' [Developper – Code - Record
Macro]
Op het scherm verschijnt een dialoogvenster waarmee u de macro
een naam kunt geven.
� Geef macro de naam "Weekdagen" en de toetscombinatie ‘Control+d’
� Klik op 'OK'.
Onderaan het scherm ziet u op de titelbalk een knop verschijnen
waarmee de opname weer gestopt kan worden.
� Controleer of de optie ‘Ontwikkelaars – Programmacode - Relatieververwijzingen’ [Developer – Code – Use Relative References]
aan staat. De knop wordt dan weergegeven met een oranje kader er
omheen.
� Typ op het werkblad de zeven namen van de week in cellen onder
elkaar. (Zie onderstaand voorbeeld).
Let er wel op dat u na het intypen van de laatste dag van de week
ook weer op ‘Enter’ gedrukt hebt. De macro kan niet gestopt worden zolang de formulebalk nog actief is.
� Stop het opnemen door op de knop ‘Opname stoppen’ [Stop Recording] te klikken..
Oefening 85.: Macro starten
� Wis uw scherm.
� Plaats de invoercel ergens midden in het blad.
� Kies 'Ontwikkelaars – Programmacode – Macro’s' [Developper –
Code – Macros].
U ziet een dialoogvenster verschijnen waarin u de macro die u wilt
starten kunt selecteren.
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 169/187
Macro’s - Oefeningen
� Klik de macro “weekdagen” aan.
� Klik op ‘Uitvoeren’ [Run].
� Bekijk het resultaat.
Oefening 86.: Macro aan knop toewijzen.
� Klik met de secundaire muisknop op het Lint.
� Kies de optie ‘Het Lint Aanpassen’ [Customize the Ribbon].
� Maak een nieuwe groep onder de tab ‘Start’ [Home] en plaats daar
een knop in die de macro “Adres” doet starten.
� Gebruik de knop ‘Naam wijzigen’ [Rename] om zowel de naam
van de knop al s het pictogram er van te wijzigen.
� Probeer de knop uit.
Oefening 87.: Macro aan willekeurig object.
� Klik de optie ‘Invoegen – Illustratie - Illustratie’ [Insert – Illustration - Illustration] .
� Kies het plaatje van een koe.
� Klik met de secundaire muisknop op het object en kies in het snelmenu ‘Macro toewijzen’[Assign Macro].
� Klik op de knop ‘Nieuw’ [New]
� Schrijf een macro die de koe “boeeee” laat zeggen.
� Klik vervolgens een maal buiten het object om de selectie er van
uit te schakelen en klik vervolgens op het object om de macro uit te
proberen.
Oefening 88.: Automatisch startende macro.
� Geef de macro die de koe “boeee” laat zeggen de naam “Auto_Open”
CTS/Advies
19-12-14
170/187
Macro’s - Oefeningen
� Bewaar het doucment als een ‘Excel werkmap met macro’s’ [Macro enabled workbook].
� Kies voor ‘Onwikkelaars – Programmacode – Macrobeveiliging –
Alle macro’s inschakelen’ [Developpers – Code – Macro Securtiy
– Enable all macros].
� Open het document weer.
U ziet dat de macro wordt uitgevoerd.
� Sluit en open het document nogmaals, maar nu met ingedrukte
‘Shift-toets’.
Oefening 89.: Macro wijzigen
� Kies ‘Ontwikkelaars – Programmacode - Visual Basic’ [Developer
– Code – Visual Basic].
� Bekijk hoe de macro hier is vastgelegd.
� Corrigeer eventuele typefouten in de macro “Weekdagen” door de
correctie direct in de betreffende instructies aan te brengen.
� Verwijder uit de macro de instructies die de namen ‘Zaterdag’ en
‘Zondag’ op het werkblad plaatsen.
� Selecteer opnieuw het eerste werkblad uit de map en laat de macro
opnieuw uitvoeren.
� Bewaar uw map onder de naam “VB_voorbeeld”
Oefening 90.: De functie ‘InputBox’
� Neem de ‘Visual Basic Editor’ weer voor u.
� Selecteer het blad “Module 1”.
� Voeg bovenaan de macro “Weekdagen” twee lege nieuwe regels
toe.
� Plaats op de eerste nieuwe regel de instructie:
ActiveCell.FormulaR1C1 = InputBox (“Geef naam op”)
� Plaats op de tweede nieuwe regel een instructie die de invoercel
twee cellen naar beneden verplaatst.
U macro ziet er nu als volgt uit:
� Probeer de macro opnieuw uit.
CTS/Advies
19-12-14
171/187
Macro’s - Oefeningen
Oefening 91. Modulair programmeren
� Neem een tweede macro op met de naam “Weken” en de
toestsombinatie ‘Control-w’, die horizontaal naast elkaar de teksten
“Week1” t/m “Week 4” in het werkblad plaatst. U doet dit door tijdens het opnemen eerst de tekst “Week 1” in een cel te typen en
vervolgens het selectieknopje drie cellen naar rechts te slepen.De
opnamen moet weer relatief zijn.
Vervolgens moet u de twee macro’s samenvoegen tot een macro die
onderstaande tabel maakt.
� Wis uw werkblad.
� Neem een derde macro op met de naam “Tabel”, die eerst de macro “Weekdagen” uitvoert en daarna de macro “Weken”. (zie onderstaand voorbeeld van het eindresultaat)
De weekdagen vormen de eerste kolom van de tabel en de weken
staan op de bovenste regel. Nadat de macro “Weekdagen” is uitgevoerd moet u de invoercel dus verplaatsen. Nadat de weken zijn
ingetypt moet de invoercel verplaatst worden naar de eerste cel die
moet worden ingevuld.
� Zie voor de antwoorden achter in deze handleiding.
Oefening 92.: Wijzigen van toetscombinatie
� Kies ‘Ontwikkelaars – Programmacode - Macro’s’ [Developper –
Code – Macros].
� Selecteer de macro ‘Tabel’.
� Klik op de knop ‘Opties’ [Options].
� Geef als letter de ‘t’ op.
� Klik op ‘OK’.
� Sluit het dialoogvenster.
� Start de macro met de toetsencombinatie ‘Control-t’.
Oefening 93.: De herhaling
Vervolgens moet de tabel ingevuld worden.
� Wijzig de macro zodanig dat deze om het gewerkte aantal uren
vraagt. Vervolgens dit aantal in de invoercel plaatst en tot slot de
invoercel 1 cel naar beneden verplaatst.
� Wijzig vervolgens de macro zodat dit 5 keer wordt uitgevoerd. U
doet dit met de instructies:
For n = 1 To 5
CTS/Advies
19-12-14
172/187
Macro’s - Oefeningen
ActiveCell.FormulaR1C1 = Inputbox(“Voer aantal uren in”)
Next
Extra oefening 94.: De herhaling
� Breidt voorgaande macro zo uit, dat het invullen van het aantal
gewerkte uren bij de dagen, voor ieder van de 4 weken herhaald
wordt. Bedenk dat na het invullen van een week, de invoercel weer
vijf naar boven en 1 cel naar rechts moet worden verplaatst. Zie
voor een mogelijke oplossing de antwoorden achter in deze handleiding.
Oefening 95.: De conditionele herhaling
Wij willen de macro nu een test laten uitvoeren om te kijken of het
ingevoerde aantal uren wel kan kloppen.
� Laat het aantal uur dat in de InputBox getypt wordt eerst toekennen
aan de variabele met de naam “Uren”.
� Plaats de instructie, die naar de invoer van het aantal uren vraagt
tussen de While …Wend instructies zodat niet verder wordt gegaan
voordat een aantal uren wordt ingevuld dat groter dan nul en kleiner dan 8 is. Denk er aan dat de variabele “Uren” wel eerst een initiele waarde moet krijgen.
Oefening 96.: De keuze
� Plaats na de instructie waarbij men de uren heeft ingevuld de instructie die
- Indien het aantal gewerkte uren minder dan 2 is vraag of men niet
te weinig tijd aan het project besteedt.
- Indien het aantal gewerkte uren meer dan 6 is, vraagt of men niet
teveel tijd aan het project besteedt.
Oefening 97.: Variabelen en constanten
� Declareer de variabele “uren” aan het begin van het moduleblad als
het type Integer.
Oefening 98.: Dialoogvenster ontwerpen
� Kies de menu-optie ‘Invoegen – Userform’ [Insert- Userform]
� Plaats op het formulier een ‘Bijschrijft’ [Label] met de tekst
“Uren?” en daar achter een keuzelijst waarmee men tussen 1 tot 8
uur kan kiezen.
� Plaats tot slot op het formulier een ‘Opdrachtknop’ [Commandbutton] met de tekst ‘OK’ en een ‘Opdrachtknop’ [Commandbutton] met de tekst ‘Annuleren’.
� Dubbelklik op de ‘OK’ knop en neem in de aktie-procedure de instructie ‘Userform1.hide’ op om het formulier van het scherm te
verwijderen.
� Gebruik de instructie ‘Userform1.show’ om het formulier in het
programma te laten weergeven.
CTS/Advies
19-12-14
173/187
Macro’s - Oefeningen
� Gebruik de instructie: uren=Userform1.ComboBox1.value om de
ingevulde waarde aan de variabele uren toe te kennen.
Oefening 99.: Functiemacro’s
� Start de ‘Visual Basic Editor’.
� Type op het moduleblad onderstaand voorbeeld.
� Plaas in cel A1 van een werkblad uw brutomaandloon.
� Type in de cel er naast de functie: =nettomaandloon(A1)
De werkelijke berekening van uw nettomaandloon is waarschijnlijk
ingewikkelder en de uitkomst zal waaarschijnlijk niet helemaal
kloppen. Bovenstaand voorbeeld geeft echter wel een indicatie wat
u met functiemacro’s kan doen.
� Wijzig de functie zoals in onderstaand voorbeeld.
� Neem het werkblad weer voor u en druk op functietoets F9 om dit
te laten herberekenen.
De functie vraagt nu om de ww- loonbelastingpremie en rekent
vervolgens de functie opnieuw uit.
U kunt de functiemacro ook zo maken dat op basis van het maandloon, de loonbelasting in een tabel wordt opgezocht.
CTS/Advies
19-12-14
174/187
10. ANTWOORDEN
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 175/187
Antwoorden
10.1 Herhalingsoefeningen:
Factuur
F11
G11
H11
C19
Totaal/Schetsontwerp
BTW/Schetsontwerp
Inclusief/Schetsontwerp
Totaal/Totaal
=C11*D11
=F11*B$6
=F11+G11
=SOM(C11:C16) [=SUM(C11:C16]
Formule met absolute en relatieve verwijzingen.
CTS/Advies
19-12-14
176/187
Antwoorden
10.2 Functies
Oefening: Tekstfuncties
Verdiepingsopgave: Datum-/Alsfuncties
Statistische funcies
CTS/Advies
19-12-14
177/187
Antwoorden
10.3 Lijsten
Oefening: Gegevensvalidatie
CTS/Advies
19-12-14
178/187
Antwoorden
10.4 Visual Basic
Modulair programmeren
Herhaling
Conditionele herhaling
CTS/Advies
19-12-14
179/187
Antwoorden
Keuze
Dialoogvenster
CTS/Advies
19-12-14
180/187
11. Evaluatieformulier
Gegevens cursus:
Cursusnummer:
............................................................................
Cursusnaam:
............................................................................
Naam docent:
............................................................................
Datum:
............................................................................
Gegevens voor deelname certificaat:
Naam cursist zoals te vermelden op certificaat
dhr./mw ..............................................................
Geboortedatum
……………………………………..………………
Geboorteplaats
……………………………………..………………
Evaluatie
Omcirkel het door u gewenste antwoord en geef daaronder eventueel een toelichting. Vergeet niet de
achterkant van dit formulier ook in te vullen.
Wat is uw oordeel over de inhoud van de cursus?
slecht
matig
voldoende
goed
uitstekend
goed
uitstekend
Commentaar:
Wat is uw oordeel over het gebruikte lesmateriaal?
slecht
matig
voldoende
Commentaar:
Wat is uw oordeel over de didactische vaardigheden en presentatie van de docent?
slecht
matig
voldoende
goed
uitstekend
Commentaar:
Vervolg op volgende pagina
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 181/187
Evaluatieformulier
Wat vond u van de organisatie van de cursus?
slecht
matig
voldoende
goed
uitstekend
goed
uitstekend
Commentaar:
Wat vond u van de sfeer tijdens de cursus?
slecht
matig
voldoende
Commentaar:
Wat is uw eindcijfer voor de gehele cursus?.
1
1,5
2
2,5
3
3,5
4
4,5
5
5,5
6
6,5
7
7,5
8
8,5
9
9,5
10
Overige suggesties?
CTS/Advies
19-12-14
182/187
12. Aantekeningen
©CTS/Advies
19-12-2014
Pag.nr.: 183/187
Aantekeningen
CTS/Advies
19-12-14
184/187
Aantekeningen
CTS/Advies
19-12-14
185/187
Aantekeningen
CTS/Advies
19-12-14
186/187
Aantekeningen
CTS/Advies
19-12-14
187/187