L E E R Z O H A R

Commentaren

Transcriptie

L E E R Z O H A R
LEER ZOHAR
Deel 1
met
Rabbi Michael ben Pesach Portnaar
Verkabbala Uitgevers
1
Vereniging tot Bevordering van Kennis van Kabbala
Het Centrum voor Luriaanse Kabbala
E-mail: [email protected]
Internetpagina: www.kabbalah-arizal.nl
Spuistraat 293
1012 VS Amsterdam
the Netherlands
Telephone: +31 (0)20 620 26 31
Fax: +31 (0)20 620 22 25
Alle rechten voorbehouden
© Uitgeverij Verkabbala Uitgevers, 2005 - 2007
Eerste uitgave
Niets uit deze digitale uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt in enige
vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever,
uitgezonderd voor eigen gebruik of ten behoeve van artikelen en recensies ongewijzigd met
vermelding van de bron.
ISBN: 9789080806351
2
Oproep aan de lezer
Als u vast komt te zitten bij een deel van de tekst ondanks dat u zelf van alles heeft
geprobeerd om er uit te komen, dan mag u vrijblijvend contact met mij opnemen via:
[email protected]
Dit e-book moest zo snel mogelijk beschikbaar zijn voor onze studenten en lezers, waardoor
er nog enkele taalfouten in kunnen voorkomen. Wij blijven er aan werken.
3
Over het boek
Het boek is opgemaakt in het Aramees, de originele tekst van Zohar, met het beroemde
commentaar van haSoelam (De Ladder) in het Hebreeuws. Beide onderdelen worden in ons
boek in vette letters weergegeven: zowel in de originele taal als in de Nederlandse vertaling.
Omdat het de duidelijkheid niet zou bevorderen, wordt het commentaar haSoelam niet apart
aangegeven.
In dit boek zijn bij de Zohartekst en haSoelam ook twee commentaren of toelichtingen van
mij opgenomen:
1) ‫ בד רך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám –Op weg naar de Ladder (afk. Bl”S) dat
gebaseerd is op de Zohar-lessen die ik een paar jaar geleden, in een lokaal in Amsterdam, aan
mijn Nederlandse studenten begon te geven (en die ik nog steeds geef). Die lessen zijn op
audio opgenomen.
2) ‫ מ רגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder (afk. M”S) dat
gebaseerd is op de Zoharlessen die ik vanaf september 2007 in het Engels begon te geven (en
blijf geven). Het is een belangrijk aanvullend commentaar dat naast Baderech el-haSoelam
geleerd moet worden.
In wezen leert men daardoor elke les als het ware twee keer: eerst Baderech el-haSoelam en
vervolgens Marglot haSoelam. Hierdoor is het leermateriaal bestendig en zal krachtig worden
ingekerfd in het innerlijk van de lezer.
Het zal voor de lezer behulpzaam zijn om voor de algemene kennis gebruik te maken van ons
tweedelige e-book ‘Basiscursus Kabbala’.
Deel 1 is te vinden op: www.kabbalah-arizal.nl/leergang/deel_1_bck_1.pdf
Deel 2 op: www.kabbalah-arizal.nl/leergang/deel_2_bck_2.pdf
Iedereen die dit boek met volle aandacht leest en de inhoud op zichzelf gaat toepassen, zal de
weg naar de geestelijke werelden en zijn eigen bevrijding gaan aanvoelen. Stap voor stap
wordt je naar je je bevrijding, vervulling, volmaaktheid geleid. Als je er diep door wordt
aangegrepen en meer van die enige Instructie wil weten, kan je altijd contact met ons
opnemen, en wellicht aan onze school verder gaan leren.
Dit e-book is slechts ter illustratie om de eventueel geïnteresseerden een indruk te geven van
dit studieonderdeel van onze opleiding Luriaanse Kabbala.
4
Bij de grot waar de Zohar werd geschreven is een steen met de
namen van tien rabbi’s.
Zij zijn allen medeauteurs van de Zohar o.l.v. Sjimon bar Jochai.
De plaats waar de grot staat heet ‘de Iedra’ (let. het vertrek).
Ha-Iedra
r. Sjimon bar Jochai en r. Josie en r. Chizkia en r. Josie ben
Jaakov
en r. Jehoeda en r. Aba en r. Eliëzer en r. Jitschak en r. Chieja en
r. Jejsie.
Voorwoord
Lezen en leren van het boek Zohar. Wat voor betekenis heeft dat voor ons?
Het belang van het leren van het geheime boek Zohar is misschien het beste te illustreren door
enige uitspraken van de grote vroegere Thorageleerden en Kabbalisten zelf. Ook Zohar zelf
laat ons in duidelijke bewoordingen zien hoe cruciaal dit leren is. Bij onderstaande citaten
staan geen verwijzingen omdat het voor ons niet van belang is. Bovendien putten wij allemaal
uit één Bron.
Tiekoenej Zohar (deel van de Zohar zelf):
“In deze tijd (het tijdperk van de Masjiach) zal een kracht uitgaan en niet terugkeren, dit is de
kracht van de Masjiach. Wee degenen die de oorzaak zijn dat deze vertrekt, de wereld verlaat
en nooit terugkeert! Dit zijn degenen die de Thora tot een droge, dorre plaats maken en er niet
naar verlangen om zichzelf met de wijsheid van de Kabbala bezig te houden.
Betreurenswaardig degenen die armoede, oorlog, schandelijk gedrag, moord en vernietiging
in de wereld brengen”.
“Wanneer de letters van het woord Bresjiet (‘In het begin…’ Gen. 1:1) in een andere volgorde
worden gezet, leest men atar javésj, dat betekent ‘een rivier (d.w.z. Thora) vernietigd en
droog’. In de tijd dat hij droog is, schreeuwen de kinderen beneden het éénstemmig uit en
zeggen ‘Sjema Israel!’, maar er is geen geluid en geen antwoord. Dit is ten aanzien van
degene die de oorzaak is dat Kabbala en wijsheid de mondelinge Thora en de geschreven
Thora verlaat en er voor zorgt dat anderen zich er niet voor inspannen (om te bevatten), omdat
zij zeggen dat er niets anders is dan de psjat, simpele, woordelijke betekenis van de Thora en
Talmoed”.
“Zeker doen zij dat als zij veroorzaken dat de goddelijke stroom uit de tuin en hogere rivier
vertrekt. Betreurenswaardig! Het zou beter zijn geweest dat hij niet geschapen was in de
5
wereld en geen mondelinge Thora had geleerd, want het wordt beschouwd als dat hij de
wereld heeft teruggebracht naar vormloos en chaos, armoede in de wereld veroorzaakt en een
verlenging van de periode van ballingschap”.
“Een mens is verplicht om zich naar zijn beste kunnen met de geheimen van de Thora bezig te
houden”.
Rabbi Avraham Azulai:
“Zie, zonder kennis van de wijsheid van de Kabbala is een mens als een beest…omdat hij de
mitswot (voorschriften) uitvoert zonder de reden/smaak van de mitswot, maar de mitswot
slechts uitvoert als ‘aangeleerde’ mensen. En zij lijken op dieren die hooi eten, en dat heeft
niet de smaak van voedsel voor mensen. En zelfs als iemand enorm betrokken is in zakelijke
aangelegenheden en het heel druk heeft, zou hij zichzelf niet moeten ontheffen van het bezig
zijn met deze wijsheid van de Kabbala. Je zou moeten proberen om elke dag enige tijd vrij te
maken van je dagelijkse bezigheden zodat er tijd zal overblijven om je onder te dompelen in
deze wijsheid, want het is de basis van de Thora. Je bent niet vrijgesteld van de innerlijke
Thora (d.w.z. Kabbala), want zonder haar is een persoon als een os die stro eet”.
“Ik heb op schrift gevonden dat alles wat van Boven is verboden met betrekking tot het zich
openlijk bezig houden met de ware wijsheid van de Kabbala alleen bedoeld was voor de
beperkte periode tot het jaar 5250 (1490 gangbare jaartelling). De tijd daarna heet ‘de laatste
generatie’, en wat verboden was, is dan toegestaan. En er is toestemming gegeven aan ons
bezig te zijn met de studie van Zohar. En vanaf het jaar 5300 (1540 gangbare jaartelling) is
het zeer wenselijk dat de massa’s, zowel de grote als de kleine, zich met de studie van
Kabbala bezig zouden houden, zoals er staat in de Raja M’hemna (een deel van de Zohar) ‘En
omdat door deze, en niet door een andere, verdienste, Koning Masjiach in de toekomst zal
komen, is het niet juist om ontmoedigd te worden in de studie van Kabbala”.
Rabbi Ja’akov Aboechatzeira:
“Er is geen vreugde als feestvreugde in de kennis van de geheime wijsheid van de Thora,
want dit is de voornaamste reden dat de ziel in deze wereld komt”.
“Zo lang als een mens niet de geheime wijsheid van de Thora kent, loopt hij in duisternis, als
een blinde in een schoorsteenpijp. Wanneer een mens deze wijsheid kent, komt hij uit het
donker in het licht”.
“De kennis van een mens is noch volgroeid noch volledig als de geheimen van de Thora niet
gekend worden door het boek Zohar”.
Ramchal (Rabbi Mosje Chaim Luzzatto):
“Betreffende degene die het de hele dag uitschreeuwt door gebeden en het sjema gebed en
nog niet het geheim van eenwording kent om Uw Naam juist te verenigen is er gezegd: ‘Dan
zullen zij Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden. Zij zullen mij bijtijds zoeken maar zullen
mij niet vinden, want zij haatten kennis en kozen niet om de Heer te vrezen”.
“Maar deze Kabbalameesters stijgen op en verbinden zich met U met een bond van geloof om
goddelijke goodwill van U op te wekken, en meteen splitst de zee (van zegen) zich voor
6
hen…en al Uw geheimen worden aan hen geopenbaard… En dit is de ware wijsheid van de
Kabbala waardoor Uw waarheid in de wereld wordt onthuld”.
“Het is bekend uit de woorden van onze wijzen, dat zelfs het lezen in het boek Zohar zonder
een woord er van te begrijpen, een grote en machtige geestelijke verdienste is en men grote
wonderlijke dingen waardig wordt. En dat kan vergeleken worden met een mens die ziek is en
zeer dringend een dokter nodig heeft. Deze geeft hem een medicijn. En ook al weet de
geneeskunde niet hoe men deze ziekte geneest, de medicijn dat deze dokter hem geeft werkt,
en geneest hem”.
“De mens wordt waardig en bespoedigt de bevrijding van ‘het volk Israël’ (Jasjár-El) door
barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Door het boek Zohar - zal het met barmhartigheid
bevrijd worden uit de ballingschap’”.
“Alle zware verordeningen worden teniet gedaan, en er is niets als het boek Zohar dat als een
muur tegenover alle mogelijke zware verordeningen staat. Het zal de ziel zuiveren en heiligen
totdat zij gezuiverd wordt en gaat stralen. Het zal de mens beschermen tegen kwade
voorvallen in deze wereld en in de toekomstige wereld. De mens wordt onbereikbaar voor de
aanklagers en zijn slechte neiging”.
“Het boek Zohar blijft verborgen tot dat aan het einde der tijden de generatie zal komen, aan
wie het onthuld zal worden. Door de verdienste zich met dit boek bezig te houden zal de
Masjieach komen, want dan zal de aarde vol kennis zijn”.
“En net zoals Israël niet uit Egypte werd bevrijd totdat het van boven door de Heilige,
gezegend is Hij, met het bloed van Pesach (het Pesachoffer) en dat van de besnijdenis
geheiligd werd (beide ‘offers’ zijn bedoeld dat de mens zijn dierlijke nefesj prijs geeft
omwille van het geven), zo ook zal de toekomstige bevrijding (geoela) geen bevrijding zijn
voordat de mens zelf van beneden de uiteindelijke correctie zal veroorzaken en de volmaakte
klie waardig zal worden. Het een en ander door de heilige uitwerking van het licht van Zohar.
En dat is de wens van de Heilige, gezegend is Hij. Geprezen is degene die het licht van Zohar
waardig wordt”.
“Door de verdienste van het leren van dit boek, het boek Zohar, zal het Joodse volk op
barmhartige wijze uit de ballingschap komen”.
De Arizal (Rabbi Itschak Luria Ashkenasi):
“Een mens vervult niet ten volle zijn verplichting om Thora te leren door zich bezig te houden
met Tanach, Misjna, Aggada en de Babylonische Talmoed. Een mens is verplicht zich zo
goed als hij kan, bezig te houden met de geheimen van de Thora en Maase Merkawa, het
Werk van de Wagen, want er is voor HaSjem geen groter genoegen in Zijn hele schepping als
wanneer Zijn kinderen beneden zich bezighouden met de geheimen van Thora, om Zijn
grootheid, Zijn schoonheid en Zijn overmacht te kennen”.
“Mijn meester, van gezegende nagedachtenis, zei dat het goed is voor een persoon die heel
scherp en vlug van begrip is in diepgaande (Talmoed) studie, om één of twee uur per dag te
leren en niet meer, om de schillen (kliepot) te breken. Maar iemand die het moeilijk heeft met
het diepgaande leren van de Talmoed, is het goed om de innerlijke aspecten nader te
onderzoeken, d.w.z. beter de vrucht dan de schil”.
7
Rabbi Baal Sjem Tov:
“Voor deze generatie van ‘de hielen van de Masjiach’, is het een mitswa de verborgen
aspecten van de Thora en de verheven geheimen te onthullen om de ‘doornen van de
wijngaard’ te verbranden”.
“De bevrijding van Israel en de hele betekenis van Israel hangt af van het leren van de
Zohar..”
Rabbi Vilna Gaon :
“Hij die in staat is om de geheimen van de Thora te bevatten en dat niet probeert te doen, zal
onbarmhartig worden berecht, moge HaSjem genade hebben”.
“De essentie van de Bevrijding hangt af van het leren van Kabbala…”
“De Bevrijding zal alleen komen door het leren van Thora, en de essentie van de Bevrijding
hangt af van het leren van Kabbala”.
“Allen die de geheime achterliggende betekenis niet bevat, begrijpt zelfs niet de eenvoudige
betekenis”.
“De Kwade Neiging is niet in staat om allen die zich bezig houden met de geheimen van de
wijsheid van de Kabbala te overmeesteren”.
Rabbi Ben Isj Chai:
“Luister, zij die kunnen horen en verstaan, met intelligentie, naar wat de wijzen ons hebben
verteld en naar dat waar zij elke Jood voor hebben gewaarschuwd en over hebben
geïnformeerd: Kom dichter bij de Heilige door je bezig te houden met de geheimen van de
Thora en haar verborgen aspecten. ‘ Zij is een Levensboom voor allen die haar bevatten’”.
Rabbi Sjlomo Elijasjiv:
“Er staat geschreven: ‘Het geheim van HaSjem is voor degenen die Hem vrezen’. Dit vers
verwijst naar het idee dat zelfs als een Jood Misjna, Gemara leert en toch ontzag voor G’d
heeft, hij niet in de grote wateren van Kabbala zal duiken; al zijn zwoegen zal voor niets zijn.
En iedereen die ontzag voor de hemel heeft jaagt actief de verborgen aspecten van Thora na,
die de essentie is van Zijn wijsheid en kennis, d.w.z. de glorie van HaSjem is een verborgen
iets’. Wanneer zal je eer brengen aan HaSjem? Pas wanneer je je bezighoudt met de
verborgen aspecten van Thora”.
“Ik ben helemaal geschokt door die Thorageleerden van de generatie die niets weten (omdat
zij zich niet bezighouden met Kabbala). Hoe kunnen zij er tegen om zich niet met de Ware
Wijsheid van de Kabbala bezig te houden, die het innerlijke aspect van de Thora is? Het is
vreemd voor hen, zij weten totaal niet wat het is”.
“En al hun excuses en redenen om geen Kabbala te leren zijn totaal onaanvaardbaar, zoals er
is gezegd: “Want de Thora is niet alleen in de Hemelen”. Want als het in de Hemelen zou
8
zijn, moet men omhoog, achter haar aan gaan. En het is eenvoudig dat het op alle onderdelen
van de Thora slaat, en de geheime Thora is boven alle overige”.
Baal haSoelam (Rabbi Jehoeda Leib Ashlag):
“De bevrijding van Israel en de hele betekenis van Israel hangt af van het leren van de Zohar
en het meest innerlijke aspect van de Thora”.
“Hoe kunnen zij er tegen om zich niet bezig te houden met…het innerlijke aspect van de
Thora…”
“Het tegenovergestelde is ook waar. Alle verleidingen en vernederingen die over de kinderen
van Israel kwamen zijn gekomen doordat zij het meest intieme deel van de Thora negeerden,
er geen waarde aan hechtten en het overbodig vonden, G’d verhoede”.
Rabbi Awraham Jitschak HaCohen Kook:
“Door de vervreemding van het geheim van HaSjem (dus de Kabbala), worden de hogere
kwaliteiten van de diepte van het goddelijke leven teruggebracht tot iets triviaals dat niet
doordringt tot de diepte van de ziel. Wanneer dit gebeurt, ontbreekt de meest krachtige kracht
van de ziel van volk en individu en zal het noodzakelijkerwijs tot ballingschap komen. We
moeten geen enkel idee opgeven dat gebaseerd is op rechtschapenheid en ontzag voor de
Hemel in welke vorm dan ook. We moeten wel een benadering opgeven als die verlangt dat
de geheimen en hun grote invloed op de geest van het volk worden teniet gedaan. Dit is een
tragedie die we moeten bestrijden met raad en begrip, met heiligheid en moed”.
“Nu, dat de uiteindelijke bevrijding in aantocht is, ‘wordt de stem van de tortelduif in ons land
gehoord, en de bloemknopjes worden zichtbaar in het land’ (Lied der Liederen 2:12), en het
gebod om licht van HaSjem te zoeken, verheven geestelijke bevrijding te zoeken, zich tot
HaSjem en Zijn goedheid te begeven, neemt toe. Deze tijd vereist nu het verkrijgen van de
innerlijke Thora (dus de Kabbala), heilige inzichten die alleen kunnen worden gehoord door
het opstijgen van de ziel en de verheffing van haar kracht in het licht van haar hoogste
zuiverste leven. Een massa waarvan het hart door HaSjem is aangeraakt, zal de kracht vormen
die de basis is voor de bevrijding, de kracht die genade geeft, het levenslicht en de trots van
de grootheid van de geestelijke wedergeboorte van Israel. De Zohar die nieuwe wegen baant,
een pad maakt in de woestijn, een weg in de wildernis. En alle gewassen, uitgekomen en
gegroeid door het leren van de heilige Zohar, zijn gereed om de deuren van bevrijding te
openen”.
Rabbi Michael-ben-Pesach Portnaar
Noch groepen, noch verenigingen, noch innerlijke stromingen, of welke andere op het
uiterlijke gerichte methoden dan ook die zich in de regel op het groepsbeginsel in de mens
beroepen (sociaal en dierlijk), zullen hem de ultieme ontwikkeling brengen, die voor hem
bepaald is en uitsluitend voor hem persoonlijk! Slechts door de individuele aanpak van de
Luriaanse Kabbala, de eeuwige methode die pas nu aan de mensheid wordt onthuld, wordt dit
reëel mogelijk gemaakt. Daarvoor zijn aan de wereld de boeken van Ari en Zohar gegeven,
die een individu – en daardoor de gehele mensheid - de volledige en snelste redding kunnen
brengen, om zich van de slavernij van egoïstische strevingen te bevrijden.
9
Jubelzang aan Ejnsof
‫ רבון עלמין‬- Ribbon almien – Meester van de werelden
(uit Tiekoenej haZohar)
‫ סתימא על כל‬,‫ אנת הוא עלאה על כל עלאין‬,‫ רבון עלמין דאנת הוא חד ולא בחושבן‬,‫פתח אליהו ואמר‬
‫ לאנהגא‬,‫ וקרינן לון עשר ספירן‬,‫ אנת הוא דאפיקת עשר תקונין‬,‫ לית מחשבה תפיסא בך כלל‬,‫סתימין‬
‫ ואנת‬,‫ ובהון אתכסיאת (נ"א אתכסייא) מבני נשא‬,‫ ועלמין דאתגליין‬,‫בהון עלמין סתימין דלא אתגליין‬
‫ אתחשיב‬,‫ כל מאן דאפריש חד מן חבריה מאלין עשר‬,‫ ובגין דאנת מלגאו‬,‫ ומייחד לון‬,‫הוא דקשיר לון‬
:‫ליה כאלו אפריש בך‬
[Patách eliejáhoe we-amár, ribón álmien de-ánt hoe chad we-ló be-choesjbán, ánt hoe ieláa al
kol ieláin, s’tiema al kol s’tiemien, let machasjawá t’wiesa wach klal, ant hoe de-apiekat asár
tiekoenien, we-karienan lon asár sfíran, le-ánhaga we-hón álmien s-tiemien de-ló ietgáljan,
we-álmien de-ietgáljan, oe-wahón ietkasieat mie-bjéj násja, we-ánt hoe de-kásier lon, oemejachéd lon, oe-wegien de-ánt mie-legó, kol man de-áfresj chad mien cháwrej me-élien asár,
ietchásiev le ke-ieloe áfresj bach].
Profeet Elijahoe opende en zei: “Meester van de werelden! U bent toch Eén en komt niet in
telling (= wordt zelf niet geteld). U bent boven alle hogeren. Verborgen boven alle
verborgenen. Er is helemaal geen bevatten in U. U bent het die tien instellingen uitbracht en
noemde ze tien sfirot om daarmee de verhulde en geopenbaarde werelden te besturen. En ze
zijn verhuld (let. bedekt) voor de mensen. En U bent het die hen verbindt en verenigt. En
aangezien U binnenin bent, wordt iemand die de ene sfira van de andere scheidt gerekend
alsof hij zich van U gescheiden heeft.
-----
‫ ולית מאן‬,‫ ואנת הוא דאנהיג לון‬,‫ וחד בינוני‬,‫ וחד קצר‬,‫ חד אריך‬,‫ואלין עשר ספירן אינון אזלין כסדרן‬
‫ דמנייהו פרחין נשמתין לבני‬,‫ לבושין תקינת לון‬,‫ לא לעילא ולא לתתא ולא מכל סטרא‬,‫דאנהיג לך‬
‫ ואתקריאו‬,‫ דאתקריאו גופא לגבי לבושין דמכסיין עליהון‬,‫ וכמה גופין תקינת לון‬,‫(נ"א דבני) נשא‬
‫ ויסוד‬,‫ נצח והוד תרין שוקין‬,‫ תפארת גופא‬,‫ גבורה דרועא שמאלא‬,‫ חסד דרועא ימינא‬,‫בתקונא דא‬
:‫ מלכות פה תורה שבעל פה קרינן לה‬,‫סיומא דגופא אות ברית קדש‬
[We-ielén asár sfíran ienón ázlien ke-siefran, chad áriech, we-chád ke-tsár, we-chád benonie,
we-ánt hoe de-ánhieg lon, ló le-éjla we-ló letáta we-ló wi-kól sietra, lewoesjien takienat lon,
de-mienájhoe párchien niesjmátien lie-wnéj nasja, we-káma goefien takienat lon, deietkariejoe goefa le-gábe le-woesjien de-mechásieien aléjhon, we-ietkariejoe ba-tiekoena da,
chéssed dróa jamiena, gvoerá dróa smóla, tieféret goefa, nétsach we-hod trien sjókien, wejessód siejoema de-goefa ot briet kadósj, malchoet pe torá sje-beal-pé krienat la].
En deze tien sfirot lopen in de volgorde als volgt: de ene is lang, de andere is kort en de derde
is er tussenin. En U bent het die hen beheerst en er is niemand die hen bestuurt: noch van
boven, noch van beneden en noch van alle kanten. Bekledingen maakte U hen van wie zielen
naar de mensen neerdalen. En hoeveel lichamen hebt U hen gemaakt die lichamen heten ten
10
aanzien van lewoesjiem (bekledingen) die ze bedekken. En in ene instelling heten zij chessed de rechterarm; gwoera– de linkerarm; tieferet –ware lichaam; netsach en hod – twee heupen.
En jessod is het einde van het lichaam – het teken van het Verbond. Malchoet – pe (mond): de
mondelinge Thora wordt genoemd.
-----
'‫ ועל אלין תרין כתיב הנסתרות לה‬,‫ בינה לבא ובה הלב מבין‬,‫חכמה מוחא איהו מחשבה מלגאו‬
,‫ ואיהו קרקפתא דתפלי‬,‫ ועליה אתמר מגיד מראשית אחרית‬,‫ כתר עליון איהו כתר מלכות‬,‫אלקינ"ו‬
‫ איהו שקיו‬,‫ דאיהו ארח אצילות‬,‫ מלגאו איהו יו"ד ק"א וא"ו ק"א‬,)‫(נ"א קרקפתא דלא מנח תפלי‬
:‫ ואתרבי בההוא שקיו‬,‫ כמיא דאשקי לאילנא‬,)‫דאילנא בדרועוי וענפוי (נ"א ואנפוי‬
[Chochma mócha iehoe machasjawá mielegó, biena lieba oebá ha-léw mevien, we-ál ielén
trien ktief ha-niestarót la-haSjém elokéjnoe, kéter eljón iehoe kéter malchoet, we-ále ietmar
magied me-resjiet acheriet, we-iehoe karkáfta de-tfielien, mielegó iehoe joed-kej-waw-kej,
de-iehoe órach atsieloet, iehoe sjakáw de-ielána bie-drówej we-anpówej, ke-mie de-ásjkej leielána, we-ietrábej be-hahoe sjakáw].
Chochma – mocha (één van de hersenen) – dat is gedachte van binnen; biena – lieba (hart) en
daarin is lev mevien (het hart dat begrijpt). En over deze twee is het geschreven: ‘Wat
verborgen is – is voor HaSjem, onze Elokiem’. De hoge kether is de kroon van de malchoet
en over haar is gezegd: ‘Zegt van het begin het einde’. En dat is de schedel met moach daar in
(als leren doosje met tfiela, met een stuk uit de Thora op perkament). Daarbinnen is de naam:
‫( יו"ד ק"א וא"ו ק"א‬Joed-Kej-Waw-Kej gevuld met alef’s) dat de weg van Atsieloet is. Dat zijn
de wateren van de boom met handen als takken; als water dat een boom opneemt en die groeit
in die sproeiwateren.
-----
‫ וההוא נביעו איהו‬,‫ דאשקי לאילנא בההוא נביעו‬,‫ סבת הסבות‬,‫ אנת הוא עלת העלות‬,‫רבון העולמים‬
‫ ובראת שמיא‬,‫ ובך לית דמיון ולית דיוקנא מכל מה דלגאו ולבר‬,‫ דאיהו חיים לגופא‬,‫כנשמתא לגופא‬
)‫ ובארעא אילנין ודשאין וגנתא דעדן (ועשבין‬,‫ ואפיקת מנהון שמשא וסיהרא וכוכביא ומזלי‬,‫וארעא‬
‫ ואיך‬,‫ ואיך יתנהגון בהון עלאין ותתאין‬,‫ לאשתמודעא בהון עלאין‬,‫וחיוון ועופין ונונין ובני נשא‬
:‫ ולית דידע בך כלל‬,‫אשתמודעאן מעלאי מתתאי‬
[Riebón ha-olamiem, ant hoe elát healót, siebát ha-siebót, de-ásjkej le-ielána be-hahoe
neviejo, we-hahie neviejo iehoe ka-niesjmáta le-goefa, de-iehoe chaím le-goefa, oe-wách let
diemjón we-lét diejoenna miekól ma de-leg’ó oe-le-vár, oe-barát sjmája oe-ára, we-apiekat
mienehón sjámsja we-siehára oe-kocháwja oe-mázlej, we-ár’a ejlánien oe-desjáien, we-gánta
de-éden we-chéjwan we-ófien, we-noenien oe-njéj nasja, le-iesjtamóda ba-hón eláin, we-éch
ietnah’goen ba-hón eláien we-tatáien, we-éch iesjtamódan me-eláje mie-tatáje, we-let de-jáda
bach klal]
Meester van de werelden! U bent de oorzaak van alle oorzaken; de reden van alle redenen, die
water geeft naar boven in die stromen. En die stromen zijn als nesjama (hoge ziel) voor
lichaam, dat het leven voor lichaam is. En in U is er geen voorstelling en beeld van alles dat
binnen en buiten is. En U schiep de hemel en aarde; bracht van hen uit de zon en de maan;
sterren en hemeltekenen. En op de aarde bracht U bomen, gewassen en gan eden (Het hof van
Eden); gras, dieren en vogels, vissen en mensen. En dat om in hen de hoge sferen kenbaar te
maken, en bekend te maken hoe de hogere en lagere sferen bestuurd worden; hoe van de
hogere de lagere kenbaar wordt…En men kan helemaal niets in U te weten komen.
11
-----
‫ וכל ספירן כל חד אית‬,‫ ואנת אשתמודע אדון על כלא‬,‫ובר מנך לית יחידא (ס"א יחודא) בעלאי ותתאי‬
‫ ואנת הוא‬,‫ דאנת הוא ממלא כל שמהן‬,‫ ואנת לית לך שם ידיע‬,‫ ובהון אתקריאו מלאכיא‬,‫ליה שם ידיע‬
:‫ אשתארו כלהו שמהן כגופא בלא נשמתא‬,‫ וכד אנת תסתלק מינהון‬,‫שלימו דכלהו‬
[Oe-bár mienchá let jiechoeda be-aláéj oe-tataéj, we-ánt iesjtamóda adón al koela, we-chól
sfíran kol chad iet le sjem jadiea, oe-wahón iet’káriejoe mlachája, we-ánt let l’cha sjem
jadieja, d-ant hoe memále kol sjméhen, we-ant hoe sjliemo de-koelhoe, we-kád ant tiestálek
mien’hón, iesjtáaroe koelhoe sjméhen ke-goefa b-lo niesjmáta].
En buiten U is er geen eenheid noch boven, noch beneden. U laat zich kennen als de Heer
over alles en alle sfirot, elke ervan heeft een bepaalde naam. En naar die namen worden
engelen genoemd, maar U hebt geen bepaalde naam: U vult al hun namen. U bent de
vervolmaking van alles en als U van hen bent uitgetrokken, blijven al hun namen als lichaam
zonder nesjama (ziel).
-----
‫ לית לך אתר ידיעא אלא לאשתמודעא‬,‫ אנת הוא מבין ולא מבינה ידיעא‬,‫אנת חכים ולאו בחכמה ידיעא‬
‫ כפום‬,‫ דאינון צדק ומשפט‬,‫ ולאחזאה לון איך אתנהיג עלמא בדינא וברחמי‬,‫תוקפך וחילך לבני נשא‬
‫ מאזני צדק תרין‬,‫ צדק מלכותא קדישא‬,‫ משפט עמודא דאמצעיתא‬,‫ דין איהו גבורה‬,‫עובדיהון דבני נשא‬
‫ אבל לאו דאית לך צדק ידיעא דאיהו‬,‫ כלא לאחזאה איך אתנהיג עלמא‬,‫ הין צדק אות ברית‬,‫סמכי קשוט‬
:‫ ולאו מכל אלין מדות כלל‬,‫ ולאו משפט ידיעא דאיהו רחמי‬,‫דין‬
[Ant chachám we-let be-chochmá jedieja, ant hoe mewien we-ló mewiena jedieja, let lach atár
jedieja éla le-iesjtamóda toek’fach we-chejléch le-vnéj násja, oe-le-áchza lon ech iet’nahieg
álma be-diena oe-veráchma, de-ienoen tsédek oe-miesjpat, ke-poem oewdéjhon die-vnéj
násja, den iehoe g’woerá, miesjpát amoeda de-emtsaïta, tsédek malchoeta kadiesja, m-oznéj
tsédek trien sámchej kasjoet, hien tsédek ot briet, koela le-áchzaá ech iet’náhieg álma, awál
law de-iet lach tsédek jedieja de-iehoe dien, we-láw miesjpát jedieja de-iehoe ráchamej, weláw miekól éjlien miedót klal]
U bent chachám (wijze – van chochmá), maar niet in een bepaalde wijsheid; U bent mewien
(begripvol, van biena), maar niet in het bepaalde begrijpen. U hebt geen bepaalde plaats
anders dan om aan de mens Uw sterkte en kracht kenbaar te maken. Om hen bekend te maken
hoe de wereld bestuurd wordt door dien (gestrengheid) en rachamiem (barmhartigheid) die
tsédek en miesjpát zijn (streng recht en barmhartigheid) en dat naar de daden van de mensen.
Dien is gwoera; misjpát – de middelste lijn (tieferet); tsédek – heilige malchoet. De
uitgebalanceerde weegschaal (nétsách en hod) – twee ware pilaren. Dan komt de ware hien
(gewichtsmaat) – het teken van het Verbond (jessód). Allemaal zijn ze om te tonen hoe de
wereld bestuurd wordt. Maar niet dat U tsédek (strenge rechter) bent door een bepaalde
gestrengheid, dat dien is. En niet dat U miesjpát (barmhartig) bent, noch van al deze
eigenschappen bent U.
12
Gebed vóór het leren van de Zohar
(van Arizal)
Riebón ha-olamiem wa-adonéj ha-adoniem, aw
harachamán we-ha-sliechót.
---------------------------------------------------------Modiem anáchnoe l’fanécha ADONÁJ
ELOHÉJNOE we-ELOHÉJ awotéjnoe,
---------------------------------------------------------b’kieda oe-w-hiesjtachawája, sje-kerawtánoe
l’toratécha we-la-awodatécha, awodát
---------------------------------------------------------kódesj, we-natáta lánoe chélek b’sodót
toratécha ha-k’doesjá. Ma
---------------------------------------------------------ánoe oe-me chajéjnoe asjér asieta iemánoe
chésed gadól ka-zé, al
---------------------------------------------------------ken anáchnoe mapieliem tachanoenéjnoe
l’fanécha, sje-tiemchól we-tieslách l’chol
---------------------------------------------------------chatotéjnoe wa-awonotéjnoe, we-ál jieh’joe
awonotéjnoe mawdieliem bejnéjnoe
---------------------------------------------------------l’wejnécha. Oe-w’chén j’hie ratsón mielfanécha
ADONÁJ ELOHÉJNOE we-ELOHÉJ
---------------------------------------------------------------------------------------------
awotéjnoe, sje-t’chonén et l’wawéjnoe
l’ier’atécha eo-l’ahawatécha, we-taksjiew
---------------------------------------------------------oznécha l’dwaréjnoe éle, we-tieftách
l’wawéjnoe hearél be-sodót toratécha,
---------------------------------------------------------we-ieh’jé liemoedéjnoe ze náchat roeach liefnéj
chiesé chwodécha k’réach
---------------------------------------------------------niechóach, we-taatsiel aléjnoe or m’kór
niesjmatéjnoe b’chol b’chienatéjnoe,
---------------------------------------------------------We-sje-iet’notsetsoe nietsoetsót awadécha hakedosjiem asjér al jadám gielieta
---------------------------------------------------------d’warécha éle ba-olám, oe-z’choetám oez’choet awotám oe-z’choet toratám
-----------------------------------------------------------------------------
oe-t’miemoetám oe-k’doesjatám jaamód lánoe
l’wal niekasjél bie-d’wariem
---------------------------------------------------------éle, Oe-wiez’choetám taier ejnéjnoe we-má sjeánoe lomdiem k’maamár
---------------------------------------------------------n’iem z’mierót jiesraél gal ejnáj we-abietá
niefla’ót mie-toratécha,
---------------------------------------------------------Jieh’joe l’ratsón iemréj fie we-hegjón liebie
l’fanécha ADONÁJ tsoerie
---------------------------------------------------------we-goalie. Kie ADONÁJ ietén chochmá miepiew dáat oe-t’woená
13
“Meester van de werelden en Heer des heren, Vader van barmhartigheid en vergeving. Wij
danken U, HaWaja”H, onze Elokiem en Elokiem van onze Voorvaders, door te buigen en te
knielen dat U ons dichter bij Uw Thora en Uw dienst, de heilige dienst heeft gebracht. U hebt
ons ingewijd in de geheimen van Uw heilige Thora. Wat zijn wij? Wat is ons leven dat U ons
zoveel genade heeft geschonken. Daarom geven wij onze smeekgebeden en knielen voor U,
omdat U genade schenkt en al onze overtredingen en zonden vergeeft. Laat onze zonden geen
scheiding brengen tussen ons en U.
Daarom, mag het Uw wil zijn, HaWaJa”H, onze Elokiem en Elokiem van onze voorvaders,
onze harten zo in te stellen dat wij U vrezen en liefhebben. Luister naar onze woorden en
open onze onbesneden harten voor de geheimen van Uw Thora. Moge onze studie, die wij zo
gaan doen voor de troon van Uw glorie, prettig zijn als een aangename geur. Straal op ons het
licht van de bron van onze zielen, in al onze toestanden.
Moge de vonken van Uw heilige dienaren fonkelen, waarvoor U deze woorden aan de wereld
openbaarde. Moge hun verdiensten en die van hun voorvaders en de verdiensten van hun
geleerdheid en zuiverheid ons bijstaan zodat we niet struikelen over de woorden die wij zo
gaan leren. Moge U door hun verdiensten aan ons schitteren door wat wij leren, als een
aangename uiting van lof van Israel: “Open mijn ogen zodat ik de wonderen in Uw Thora zal
zien”.
Moge de woorden van mijn mond en de overpeinzingen van mijn hart aangenaam zijn voor U,
HaWaJa”H, mijn rots en mijn bevrijder. Want HaWaJa”H zal uit Zijn mond wijsheid,
verstand en begrip schenken”.
14
Les 1
De tijd is gekomen om de Zohar te leren; het is ons gegeven. Elke generatie krijgt een kans en
wij moeten die nemen. In de tijd van Moshe werd ook een kans gegeven, maar Moshe zei dat
hij het niet kon zeggen, want zijn mond was niet goed. De kans werd maar deels genomen,
want het gouden kalf werd gebouwd. En neem Noach, hij bouwde 120 jaar aan zijn ark. De
Schepper had hem gezegd die te bouwen ten aanzien van allen. En allen lachten hem uit. Elke
generatie werd de mogelijkheden gegeven… Ramchal, Ari… maar niet zoals in onze
generatie, want wij zijn al klaar om te horen. We zijn zo laag (is dus zo hoog) in onze ego
gekomen, dat wij het in ons kunnen opnemen.
De lessen zijn voor de leerlingen nu en voor alle generaties. Tot aan de vooravond van de
komst van de Massiach komt niets anders dan Zohar, wel nog enkele verfijningen misschien,
maar niets anders dat ons bevrijding, redding en vervulling kan brengen.
Ongemerkt brengt Zohar ons dieper en dieper naar onze bevrijding.
In deze generatie moeten deze lessen ook uitgesproken worden, dat moet gebeuren.
Niets komt van boven als het niet van beneden wordt opgeroepen. Door jezelf in
overeenstemming te brengen met het hogere gebeuren er wonderen; doordat je jezelf
ontvankelijk maakt.
Belangrijk is dat je verlangt om het licht te ontvangen, dat Zohar je in samenvloeiing brengt
met de stof waar we ons mee bezig houden.
In het geestelijke zit geen leed. De Zohar spreekt niet over leed. Wat er ook gebeurt, zie het
niet als leed, maar rechtvaardig alles. Doe alles in vreugde. Het ervaren van leed als zodanig
komt enkel door onze niet gecorrigeerd zijn.
Probeer niets te onthouden, want dat is een instrument van onze wereld; probeer het in je op te
nemen.
Breng jezelf in overeenkomst met de stof, zodat je ermee samenvloeit; dat is het wonder wat
zal geschiede.
Zohar is geschreven in het aramees. Het aramees van Zohar is de meest innerlijke kracht van
het heelal. Hebreeuws van de Thora is het eerste omhulsel van het aramees. Door het in het
aramees te lezen, begin je bij het meest innerlijke, en daarna in het hebreeuws, het eerste
omhulsel, en dan in het Nederlands. De klemtoon in het hebreeuws ligt meestal op de laatste
lettergreep, wat niet het geval is in het aramees. Aramees wordt evenals hebreeuws van rechts
naar links geschreven, van gecorrigeerd naar niet gecorrigeerd. Israël moet zich transparant
maken, het hogere uitdragen naar zichzelf en naar alle volkeren. Israël is de kracht rechts in
een mens, en de volkeren is de kracht links in de mens.
Van rechts komt licht, van links komt wijsheid en de waarheid is in het midden. Deze
middenweg is Thora, dit is het leven. De hele Zohar leert ons deze middenweg.
Tien wijzen hebben deelgenomen onder leiding van Rashbi, aan het schrijven van dit boek.
Eerst citeerden ze een stukje van de 24 boeken van Tenach en daarna gaven ze hun
commentaar erop. Hoe je de geestelijke processen moet begrijpen die plaatsvinden in het
boek.
15
Denk niet aan mensen als er namen staan, want het gaat allemaal over de krachten in de
schepping en niet over mensen van vlees en bloed. Ooit waren ze wel even als mens van vlees
en bloed op aarde, maar daar houdt Zohar zich niet mee bezig.
De onreine krachten willen graag profiteren van het ware licht. Door Zohar leren, zullen
allerlei krachten ons gaan proberen te weerhouden van het bezig zijn met Zohar. Zet je dan
toch door, dan gaan de onreine krachten zeggen: dat is niets voor jou, je moet dat niet doen. Je
ego, je slechte beginsel, profiteert van je leed, van verduisterde krachten en dat is er niet als je
Zohar leert.
Als een woord eindigt op een klinker en het volgende woord met bet/pe/kaf begint, is het
altijd wet/fe/chaf.
Cijfers worden in het hebreeuws altijd aangegeven met letters.
‫רבי חזקיה‬
,‫ רבי אלעזר‬,‫ע"א‬
Rabbi Chizkia
Pagina 1, rabbi Elazar
Maamar ‫( מאמר‬onderwerp; uitspraak) haSjosjana ‫( השושנה‬de lelie).
Ot (letter, paragraaf) alef (1)
‫ בגין דאית שושנה‬,‫ דא כנסת ישראל‬,‫ מאן שושנה‬,‫ כתיב (שיר השירים ב) כשושנה בין החוחים‬,‫א) פתח‬
‫ מה‬,‫ אוף כנסת ישראל אית בה דין ורחמי‬,‫ מה שושנה דאיהי בין החוחים אית בה סומק וחוור‬,‫ואית שושנה‬
‫ אוף‬,‫ אוף כנסת ישראל אית בה תליסר מכילן דרחמי דסחרין לה מכל סטרהא‬,‫שושנה אית בה תליסר עלין‬
.‫ אפיק תליסר תיבין לסחרא לכנסת ישראל ולנטרא לה‬,‫אלהים דהכא משעתא דאדכר‬
1) Rabbi Chizkijah opende het betoog met het vers: "Als de lelie onder de doornen" (Sjir
Hasjirim 2:2). Hij vraagt: Wat is de lelie? En hij antwoordt: “Zij is de gemeenschap van
Israël” (Israël), welke malchoet is. Omdat er een lelie is; en daar is een lelie. Net zoals de
lelie tussen de doornen rood en wit gekleurd is, zo wordt de gemeenschap van Israël
door de kwaliteiten van oordeel en genade beïnvloed. Net zoals de lelie dertien
bloemblaadjes heeft, zo wordt de gemeenschap van Israël omringd door de dertien
attributen van barmhartigheid. Aldus de naam Elokiem, vanaf de eerste vermelding
welke in de passage verschijnt: “In het begin Elokiem schiep” (Beresjiet 1:1) tot de tweede
vermelding van Elokiem, bracht dertien woorden in het vers voort, welke zich vertalen als:
de, hemel, en de, aarde, en de aarde, was, zonder vorm, en leegte, en duisternis, was op,
de oppervlakte, van de diepte, en de geest”(Ibid.2). Deze woorden omringen en bewaken
de gemeenschap van Israël.
Vertaling van Jehoeda Ashlag (blz. 1, rechter kolom, ongeveer in het midden):
R’ Chizkijah opende enzovoorts ' ‫ ר ' חזקיה פתח וכו‬, het vers, boek van Thora, betoog, zijn
mond. R’ betekent Rabbijn. Het is geschreven ‫כתוב‬: Als lelie onder de doornen: ‫כשושנה בין‬
‫החוחים‬.
Je moet bereid zijn om eenheid na te streven in de wereld, maar dat kan pas als je absoluut
onafhankelijk wordt van alle andere mensen. Dan pas kan je de mensheid lief hebben. Je moet
met één bron in verbinding zijn. Eerst werken aan jezelf en dan pas kan je de mensen
liefhebben. We weten absoluut niet wat liefde is.
16
Er bestaat geen liefde, het zijn nl. enkel spelletjes – ik krab jouw rug en dan krab jij de mijne.
Wat wel bestaat is het streven naar overeenkomst met de wetten van het Heelal, één zijn met
de krachten van het heelal is liefde.
Een mens van onze wereld vertaalt ‫( שושנה בין החוחים‬lelie onder de doornen) met zijn
aardse verstand als roos, omdat er staat onder de doornen, terwijl het lelie is want het komt uit
het 2e hoofdstuk van Sjir haSjirim en daar spreekt koning Salomo over lelie. Lelie, niet de
lelie, de bloem, zelf, heeft de eigenschappen om bepaalde vergelijkingen te trekken. Er zit iets
van lelie en van roos, beide eigenschappen, en het gaat er niet om of zoiets bestaat of niet,
want Zohar spreekt geen woord over onze wereld, maar hoe kunnen wij anders leren dan met
de taal van de mensheid? De hele Zohar is gericht om de mens te brengen naar dat wat buiten
de zwaartekracht is, terwijl wij die zwaartekracht toch ervaren. We zullen een nieuwe
dimensie van leven verkrijgen: het fijne in het midden.
We moeten de woorden van Zohar ervaren, laten zijn wat het is, en het niet proberen te laten
rijmen met ons weten. Ons weten moet nu uitgeschakeld zijn, want hoe kan je anders een
onbekende dimensie van eeuwigheid ervaren. Ervaren, betekent dat je je los trekt van het
aardse verstand, maar niemand ontneemt je je aards verstand.
Hij vraagt ‫שואל‬: Wat is de lelie? ‫מאן שושנה‬. En hij antwoordt: Zij is de verzameling
(knesset) van Israël: ‫זו היא כנסת ישראל‬.
Dit heeft niets te maken met Israël van vlees en bloed, (wel als die zich verbinden met hun
geestelijke wortels) maar met geestelijke krachten. We moeten ook niet aan de knesset, het
parlement denken, want er wordt geen woord gesproken over onze wereld, niet in Zohar, niet
in Thora. We zullen leren wat het hemel, aarde etc. betekent, want er is geen ander middel dan
de taal van onze wereld te gebruiken. Aramees en hebreeuws van de Thora zijn authentiek
behouden, waarin alle krachten van het heelal in hun authentieke vorm blijft voortbestaan.
Probeer je geen voorstelling te maken, want die zijn a a-priori fout. Met begrijpen met je
hoofd kom je nergens in het geestelijke, wel met ervaren. Ervaren brengt begrijpen. Laat je
leiden door de Zohar.
We hebben geen haast met Zohar, als doen wij maar één vers, dat zal al voldoende zijn, want
we hebben nog geen keliem, geen waarnemingsorganen opgebouwd om de smaak van het
geestelijke te hebben. Je hebt a.h.w. geen maag ontwikkeld voor het geestelijke voedsel.
Langzamerhand gaat het licht van Zohar a.h.w. in jouw innerlijk inkerven; wat nu één
ongedefinieerd gebeuren is van eten, drinken, seks, etc. Je moet niet vasthouden aan je ik, ik,
ik, je verliest hem niet, maar je moet je a.h.w. door de Zohar laten bewerken en jezelf van
binnen als was van een kaars maken, je ontvankelijk en zacht maken, zodat er inkervingen
kunnen komen waarin het licht van Zohar binnen kan komen.
Dat is malchoet ‫מלכות‬. Malchoet van de wereld Atsieloet. Alles heeft tien sfirot en de laagste,
malchoet, is de verzameling van alle krachten, is a.h.w. de eigenlijke schepping. Vraag
cursist: het fysieke? Nee, we hebben het niet over het fysieke. Er zijn 10 emanaties van het
licht en de bovenste 9 zijn eigenschappen van het licht zelf, eigenschappen van de Schepper,
en de 10e is malchoet, de schepping zelf. Want de Schepper wilde een schepping scheppen dat
uniek zou zijn. Maar de malchoet heeft ook 10 in zichzelf; 9 van de malchoet zijn ook weer
eigenschappen van het licht zelf; enkel malchoet de malchoet is de eigenlijke schepping.
17
Stap voor stap, we gaan niet verder gaan dan Zohar aangeeft, ik geef een klein beetje
toelichting op het Soelam, maar we laten Zohar onze gids zijn.
Omdat er bestaat een lelie en er bestaat een lelie ‫משום שיש שושנה ויש שושנה‬. Hij wil een
vergelijking trekken tussen twee vormen – twee toestanden - van lelie. Net zoals een lelie die
onder de doornen is ‫מה שושנה בין החוחים‬, heeft die lelie rood ‫ יש בה אדום‬en wit ‫ ולבן‬in
zichzelf. We hebben gezegd dat we lelie bedoelen maar die toch ook wel een beetje
eigenschappen van een roos heeft, rood en wit.
Zo ook verzameling (knesset) Israël ‫אף כנסת ישראל‬, een bepaalde kracht, malchoet van de
wereld Atsieloet, heeft in zichzelf gestrengheid ‫יש בה דין‬, en barmhartigheid ‫ורחמים‬. Kijk
nou welke vergelijking Zohar trekt, om ons stap voor stap gevoel te brengen voor die
geestelijke familie! Knesset Israël is de malchoet, waaraan al het goede bij ons komt. Wit
heeft geen onreine krachten en rood wel. Knesset Israël heeft ook dien en rachamiem in zich,
want de schepping is uit die twee krachten opgebouwd: genade en gestrengheid; wij kunnen
niet zonder die twee krachten. Hoe we met die krachten om moeten gaan, dat leert Zohar ons.
Net zoals een lelie 13 bladeren heeft ‫מה שושנה יש בה י" ג עלים‬, zo ook knesset Israël ‫כך כנסת‬
‫ ישראל‬, heeft 13 eigenschappen van barmhartigheid ‫ יש בה י " ג מדות הרחמים‬, die haar
omringen van alle kanten ‫ המסבבות אותה מכל צדדיה‬. De tweede vergelijking hebben wij nu.
Dus wit en rood van lelie komt overeen met dien en rachamiem en een ander element van de
lelie is dat de lelie uit 13 bladeren bestaat, zo is knesset Israël omringd door 13 eigenschappen
van barmhartigheid. Kan je je voorstellen?
Dus ook wij allemaal die kabbala leren, die er aan toe zijn om ons in overeenstemming te
brengen met malchoet, knesset Israël, ook wij door te leren van die hogere bestuurlijke
krachten, door dat leren, zullen we dezelfde 13 eigenschappen van barmhartigheid op ons
laten inkerven, ons laten omringen door 13 eigenschappen van barmhartigheid.
Zo ook Elokiem ‫אף אלקים‬, de naam van de Schepper, die verwijst naar Zijn houding ten
aanzien van lagere scheppingen krachtens de wet, dien. Wat het allemaal is komt later, we
laten het Zohar ons vertellen en niet dat ik het ga uitkauwen want dan verliest het aan alle
levenskracht. Je komt alles op zijn tijd te ervaren. Ik spreek die naam uit als Elokiem terwijl
het met een ‫ ה‬in plaats van een ‫ ק‬staat geschreven, maar ik spreek dat niet zo uit om de naam
van de Schepper niet ijdel te gebruiken. Onthou dat. En daarom zullen wij hem vanaf dit
moment uitspreken met een klank k en schrijven met een ‫ק‬. Ook in je dagelijkse leven, als je
op straat loopt en bijvoorbeeld stoot je je voet of zo en dan gaat vloeken. Wat heeft de
Schepper er mee te maken?
Je moet de eigenschappen van de Schepper in je laten kerven. Hij verlangt niets heftiger dan
dat wij als Hem gaan worden qua eigenschappen. Hij is genadig, moeten wij ook genadig zijn.
Hij is barmhartig, moeten wij ook barmhartig zijn. Probeer dus vanaf nu welke naam van de
Schepper dan ook, niet onzorgvuldig in je mond te nemen. Je spuugt nl. alles wat je a.h.w.
hebt opgebouwd vanuit je hart naar buiten, dat betekent gouden briljantjes aan de neus van
een varken hangen.
Aldus de naam Elokiem, vanaf het moment dat deze voor het eerst is genoemd, welke naam
‫ שבמקרא שבכאן דהיינו‬in het vers van de Thora hier gebruikt wordt, dus: “Bresjiet bara
Elokiem ‫( בראשית ברא אלקים‬In het begin schiep Elokiem - Beresjiet 1:1), ‫ משעה שנזכר‬vanaf
het moment dat het gebruikt wordt tot de tweede vermelding van het woord Elokiem bracht
18
voort dertien woorden ‫ הוציא י"ג מלים‬verderop om knesset Israël te omringen ‫לסבב את כנסת‬
‫ ישראל‬en hem te beschermen ‫ולשמרה‬.
Hij wil zeggen, dat die 13 bladeren en 13 eigenschappen…hij wil nu een bewijs geven vanuit
de Thora, want de Thora is de bron van alles. Na 1e vermelding van Elokiem en de 2e
volgende vermelding zijn 13 woorden en tussen die 2 vermeldingen geven die 13 woorden de
eigenschappen van barmhartigheid aan waarmee Elokiem knesset Israël beschermt.
Die zijn ‫שהן‬: (voorzetsel)‫ את‬, de hemel ‫השמים‬, en de ‫ואת‬, aarde ‫הארצ‬, en de aarde ‫והארץ‬, was
‫היתה‬, woest ‫תהו‬, en ledig ‫ובהו‬, en duisternis ‫וחשך‬, boven ‫על‬, de oppervlakte ‫פני‬, van de afgrond van
wateren ‫תהום‬, en de geest ‫ ורוח‬- tot het woord Elokiem (het voegwoord ‫ ו‬- “en” in het
Hebreeuws wordt met een volgend woord aan elkaar geschreven en daarom worden beide
woorden als één geacht).
Wat hij wilt zeggen; tussen de twee vermeldingen van Elokiem staan 13 woorden, dus, tot de
volgende vermelding van het woord Elokiem zweefde etc. '‫דהיינו עד אלקים מרחפת וגו‬, waarmee
wordt aangegeven dat Elokiem de entiteit knesset Israël beschermt.
Hiermee hebben wij het 1e ot (letter, paragraaf) van Zohar eenvoudig vertaald, en nu begint
uitleg van Baal HaSoelam, Jehoeda Ashlag.
In het begin ervaren wij erg weinig, omdat we nog geen keliem hebben. We zijn allemaal als
dieren geboren en langzamerhand moeten we het gevoel voor het geestelijke ontwikkelen,
want dat is hem niet gegeven, de mens moet het ontwikkelen. Daarom is de mens pas mens
als hij aan zichzelf begint te werken. Natuurlijk zijn wij allemaal mensen, want in de ogen van
de Schepper zijn wij allen volmaakt, alleen binnen onszelf ervaren wij dat nog niet.
We ontwikkelen dus niets, we krijgen er niets bij, maar we zuiveren onszelf, maken ons
transparant en daardoor krijgen wij inzichten, geestelijk gevoel en geestelijk verstand, wat
onscheidbaar is. In onze wereld hebben we of gevoel of verstand. Doet een mens enkel met
verstand, is hij slaaf van zijn verstand en als hij enkel met zijn hart doet, dan negeert hij zijn
verstand. Afzonderlijk van elkaar, brengen beide de mens niet in vervulling. Er moet een
middenweg komen, waarbij hart en verstand in elkaar smelten en de mens dan geen scheiding
meer voelt tussen hart en verstand. Voor de mens tot kabbala komt, dan zegt de mens één
ding, zijn hoofd meent iets anders en zijn hart ook. Dat zijn drie koninkrijken.
Daarom komen alle vertwijfelingen in de mens. Alle vormen van impotentie komen daardoor,
ook fysiek. In de kabbala ga je verstand en gevoel samenbrengen, en dan verkrijg je het
midden en dat is de ware realiteit. Enkel in het midden kunnen wij tot vervulling komen. We
kunnen dan dagelijks wonderen meemaken. We hebben dan geen profeten meer nodig. Want
al die profeten, met enorme overgave, moesten hun aardse tekorten tot niets maken; wij
hoeven dat niet, in onze generatie.
Wij moeten ons in overeenstemming brengen met de geestelijke krachten die van Zohar op
ons afkomen, maken wij ons ontvankelijk en dat brengt ons licht. Niet ik doe iets, maar het
licht doet met mij en ik moet mij als witte was opstellen, en dat is een probleem, heel
moeilijk. Want wij zijn allen betweterig.
Werk deze week hard aan de weerstand van jouw slechte beginsel. Werk aan je
betweterigheid, dat je die prijs geeft. Niet in je werk natuurlijk, want daar moet je specialist
zijn, maar in het geestelijke weet je niet waar je mee bezig bent.
19
Maak jezelf ontvankelijk en ieder van ons zal ontvangen. Absoluut!
20
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 2
Dé bron is Zohar, daarin zit de boom des Levens, en die zal onzichtbaar bij ons binnen
komen. Zij is al in ons, maar wij ervaren dat nog niet. Stribbel niet tegen, probeer niet met je
hoofd te begrijpen, dan zal je gaan ervaren, dieper en dieper gaan, en onthecht raken van onze
wereld. Je zal alles van onze wereld gebruiken, maar er meester van zijn en niet verslaafd
raken aan wie of wat dan ook.
Je instelling moet zijn dat je Zohar gaat leren, dat je iets speciaals gaat doen. Je instelling van
binnen, je intentie, dat is gebed. Absolute rust moet er zijn, van binnen en van buiten.
Zodra je de lesruimte binnenkomt, moet je meteen je ‘lichaam’’ aan de kapstok ophangen. Als
we Zohar leren, spreek dan niet over je werk als je hier binnen bent. Als iemand dat wel doet,
dan vragen we diegene de les te verlaten. Want het gaat om onze correctie en als iemand
tegenwerkt, zijn ego werkt dan tegen, dan moet hij dat overwinnen voor hij binnenkomt.
Uiterlijke gebeden werken niet. Wanneer iemand je over zijn werk wilt vertellen, zeg dan
meteen: “stop, ik kom hier niet voor jouw werk”. Je moet als je hier bent, nergens aan denken:
niet aan je vrouw, niet aan je kinderen, nergens aan.
HaSoelam betekent de ladder. Net als de ladder van Ja’acov, die de geestelijke ladder zag
waarop de engelen naar boven en naar beneden liepen, zo heeft Jehoeda Ashlag zijn
commentaar de ladder genoemd. Het is de bedoeling dat wij door dit commentaar te leren, op
onze persoonlijke geestelijke ladder stijgen, want het gaat over het persoonlijke. Op andere
scholen maakt men er sociale kabbala van, omdat zij het nodig achten, net zoals je niet
meteen biefstuk geeft maar eerst een papje, het is dus begrijpelijk, maar de tijd is zo kostbaar
en daarom gaan wij direct absoluut persoonlijk. Want enkel de drang naar persoonlijke
correctie, als tegenligger van ons ego, het ik, ik, ik, in deze tijd, zo moet je verlangen naar
absolute persoonlijke correctie van jezelf en pas dan zal er een wonder aan je geschieden. Je
moet wel altijd vriendelijk en beleefd zijn met anderen, maar enkel jij en de Schepper bestaan,
en niets anders. De Zohar is voor deze generatie het reddingsmiddel. In deze tijd zijn er geen
profeten, geen wijzen meer in de wereld. Het is niet nodig meer. Wie kan zeggen dat hij wijs
is? Alleen Zohar kan ons de kortste weg bieden.
Nog een paar woorden nu, want ik heb al gezegd dat het slechte beginsel ook op mij werkt.
Men zegt dat alle wegen naar Rome leiden, maar je kan ook via de Atlantische oceaan, of
Alaska naar Rome gaan, vanuit Amsterdam. Zo ook met correcties: we komen er allemaal,
maar wanneer? Het snelste en super effectiefste transportmiddel is Zohar. Ik heb alles gezocht
en het is alleen Zohar. Laat je niet bedriegen door je verstand om nog andere boeken te lezen,
want dat geeft je wel een kick, maar brengt je niet naar de eeuwige stad.
Commentaar van Jehoeda Ashlag (blz. 1 rechts onder, vanaf de laatste vier regels):
Uitleg van woorden ‫ביאור הדברים‬, 10 sfirot zijn dat: kether ‫כתר‬, chochma ‫חכמה‬, biena ‫בינה‬,
chessed ‫חסד‬, gvoera ‫גבורה‬, tieferet ‫תפארת‬, netsach ‫נצח‬, hod ‫הוד‬, jessod ‫ יסוד‬en malchoet ‫מלכות‬.
En de essentie van die 10 sfirot zijn vijf ‫ועיקרן הוא רק חמש‬. Eigenlijk zijn het dus vijf sfirot.
(1e pagina,2e kolom):
21
Kether, chochma, biena, tieferet en malchoet ‫ תפארת ומלכות‬,‫ בינה‬,‫ חכמה‬,‫כתר‬. Omdat sfira
tieferet in zichzelf 6 sfirot bevat ‫משום שספירת התפארת כוללת בתוכה שש ספירות‬, ChaGa’T ‫חג"ת‬
(=chessed, gvoera, tieferet), NH’J ‫=( נה"י‬netsach, hod, jessod). Dus de sfira tieferet bevat zes
in zichzelf. Er zijn totaal tien sfirot en de vierde bevat zes. Het zijn dus eigenlijk vijf, als we
die zes sfirot als één zien. Die zes sfirot hebben alle iets algemeens, waardoor ze als het ware
een groep vormen.
Zij zijn geworden tot vijf partsoefiem ‫והן נעשו חמש פרצופין‬
Partsoef betekent gezicht, maar in de kabbala betekent het een geestelijke object, iets wat 10
sfirot in zichzelf heeft; alles wat geschapen is heeft in zichzelf 5 grondsfirot, of 10 sfirot (met
6 van tieferet). Bepaalde uitstralingen, wat we in onze wereld spectrum noemen. Net als het
licht, dat heeft ook 7 kleuren, 7 sfirot in zich. Straks zullen we alle verschijnselen in onze
wereld begrijpen, we zullen de natuurwetten begrijpen. Van alles zullen we de oorsprong
ervaren, begrijpen, want zij ontvangen alles van het besturingssysteem van het heelal.
A”A ‫ א"א‬is een afkorting van Arich Anpien; Arich betekent in het Aramees lang, en Anpien
gezicht, dus lang gezicht, lang van chochma, dus iets wat veel chochma in zich heeft.
Av”I ‫ או"א‬is een afkorting van Abba ve Iema, = vader en moeder.
Arich Anpien is enkel chochma en daaronder is nog een andere kracht. We zien dus hoe de
krachten naar eigenschappen zijn opgebouwd. Onder Arich Anpien staan dus vader en
moeder. Ook religie heeft het overgenomen vanuit de kabbala, vader en moeder, ook al
begrijpen ze dat niet.
Wij beginnen nu dus met de hemelse familie, de krachten van het heelal, hoe die in elkaar
zitten, want wij ontvangen net als zij, maar op een lager niveau, want alles is verbonden met
elkaar. Niets bestaat in het lagere, wat niet in het hogere bestaat en niets bestaat in het
algemene wat niet in het bijzondere bestaat.
Als wij nu de hemelse familie, het besturingssysteem van het heelal leren, leren wij daarmee
om te functioneren naar die wetten van het heelal. Wij gaan deelnemen aan die familie en
verkrijgen dezelfde sereniteit, kracht, die zij hebben. We zullen leren dat Abba en Iema zich
in absolute sereniteit bevinden met elkaar, terwijl wij….de hele onze wereld draait om de
problemen van mannen en vrouwen, zij kunnen niet met elkaar omgaan….of zij domineren
elkaar, of maken elkaar kapot, spelen komedie ….maar ze komen niet in de juiste proporties
met elkaar. Een voorbeeld wat ik eerder had aangehaald, leek heel erg platvloers over onze
wereld, maar was absoluut geestelijk.
Wij zullen ook, als nevenaspect, leren omgaan met mensen, met onze partners. Kabbala leert
ons ook hoe dat moet, en niet met aan tijd gebonden opvattingen van: een vrouw is vrij, een
man is dat….30 jaar geleden nam niemand dat nog in de mond…en wij weten niet wat daar
over 50 jaar allemaal uitgespookt zal worden door aan tijdsgebonden ideeën. In de kabbala
leren wij wat hoort, wat bij de boom des levens hoort, wat de Schepper wel in zijn
scheppingsplan ingezaaid had, en wat onze aardse wishful thinking, mode, ideeën van onze
tijd….natuurlijk zit er altijd wel wat innerlijks, wat vooruitgang in; dat moet je weten, want in
elke dag zit er toch wel wat vooruitgang, ook in onze wereld, want het besturingssysteem
werkt perfect. Ondanks wat wij hier op aarde ook doen, werkt het besturingssysteem feilloos.
De tweede partsoef is dus Abba ve Iema. De vierde regel begint met de afkorting ZO”N ‫זו"ן‬,
dat is Zejr Anpien en malchoet (noekwa). Zejr Anpien is een mannelijke, lagere partsoef en
noekwa is een vrouwelijke lagere partsoef.
22
Terwijl Abba en Iema zich, een graadje hoger, in absolute sereniteit, harmonie, volmaaktheid,
eeuwigheid en samenvloeiing bevinden, bevinden Zejr Anpien en malchoet zich soms wel en
soms niet in volmaaktheid. Volmaaktheid is als een mannelijke en vrouwelijke kracht allebei
10 sfirot ervaren en op de zelfde hoogte staan. Zo ook in onze wereld, als een man een
volmaakte relatie wilt, nee, niet wilt maar verdient, dan moet hij ook zijn vrouw op dezelfde
hoogte plaatsen, haar een kans geven om op hetzelfde niveau te komen; ze hoeven niet
dezelfde opvattingen te hebben, maar zij moet volwassen worden naarmate hij volwassen
wordt. Met man en vrouw bedoel ik ook partners die de rol hebben, dus niet enkel man en
vrouw. Zejr Anpien en malchoet zijn ook twee partsoefiem, twee krachten van het heelal.
Arich Anpien is de hoogste kracht van de wereld Atsieloet, alle levenskrachten komen daar
vandaan. Dan komt Abba en Iema, dat zijn er twee, en daaronder Zejr Anpien en malchoet,
zijn er ook twee: totaal vijf. Ook wij ervaren die vijf….ik ga verder, want ik ga niet voor de
voeten lopen van mijn meester. We moeten steeds Zijn pad volgen.
(vierde regel tweede woord):
De kether is genoemd (afk. '‫ )נק‬in de naam Arich Anpien ‫הכתר נק' בשם אריך אנפין‬.
HaSoelam vertelt ons dat er vijf sfirot zijn: kether, chochma, biena, zejr anpien en malchoet,
en die emanaties van licht maken vijf partsoefim, vijf eenheden van krachten: Arich Anpien,
Abba ve Iema, en ZO”N. Of we spreken van sfirot, of van partsoefiem, of van de namen van
de Schepper, of van de letters, het is allemaal hetzelfde, enkel een verschillende vorm, een
verschillende klasse, maar het is allemaal hetzelfde: de naam van de Schepper. Arich Anpien
is het hoogste partsoef, de hoogste eenheid van die krachten, en die is ook kether. Er is een
overgang van de een naar de ander: kether is ook Arich Anpien.
Chochma en biena worden genoemd met de naam Abba en Iema ‫חכמה ובינה נק' בשם אבא‬
‫ואמא‬. Als emanatie van het licht is het sfira, maar als het al gevormd is tot een partsoef, maar
met de essentie van chochma, dan is het Abba. Abba, vader, is wijsheid. En biena is Iema,
moeder, en is intuïtie, het verstaan. Dit betekent niet dat mannen enkel wijsheid hebben en
vrouwen intuïtie, absoluut niet. Ieder moet dat allemaal in zichzelf hebben. De kabbala
spreekt over één mens, alle krachten zitten in één mens.
De afkorting ‫ ת"ת‬is tiferet. Tiferet en malchoet worden genoemd met de naam Zejr
Anpien en noekwa ‫ נק' בשם זעיר אנפין ונוקבא‬,‫ת"ת ומלכות‬. Als sfira is het tiferet, en als partsoef is
het Zejr Anpien. Een sfira heeft één bepalende eigenschap in zichzelf, maar een partsoef heeft
velen. Zejr Anpien bijvoorbeeld heeft in zichzelf rechts, links, voor, achter, hoog, laag; zoals
in onze wereld. Malchoet, is de vijfde sfira, is noekwa. Malchoet betekent dat zij al haar sfirot
in haarzelf ervaart, zij is dan afgesneden van Zejr Anpien. Als zij nog aangekleefd is aan Zejr
Anpien, aan de man, dan heet zij noekwa, dan is zij als het ware zijn vrouwelijke kant.
Ook in onze wereld, als een vrouw innerlijk aangekleefd is aan haar man, dan is zij een
aanhangsel van de man. Men begrijpt niet waar het over gaat, als er staat dat een man zijn
familie, zijn vader en moeder, moet verlaten en moet aankleven aan zijn vrouw en met haar
tot één lichaam moet worden. Zohar zal het ons onthullen. De bedoeling is dat we
openbaringen hebben elke les. Uit de Zohar zelf zullen we leren wat G’d is. Wat in
synagogen, kerken en zo gebeurt heeft geen waarde als het niet met het innerlijk verbonden is.
Als je iets niet begrijpt is dat geen probleem, we gaan stap voor stap en langzaam aan gaat de
hemelse familie voor je leven. Het is in het begin moeilijk, omdat je het nog nergens kan
23
plaatsen in jezelf, je hebt nog geen keliem daarvoor, je hebt a.h.w. nog geen boodschappentas
om het in te stoppen, maar het licht van Zohar gaat ongemerkt inkervingen in je maken, door
je verlangen daarnaar en je doorzettingskracht, en opeens gaat het dan vanuit jezelf stromen.
Alles bestaat uit vijf en de sfira tieferet bestaat uit zes. Wij moeten dus onthouden dat alles uit
vijf bestaat en niet uit tien. Alles bestaat uit vijf. We hebben ook vijf vingers, vijf tenen,
bladeren van edele bloemen zijn er ook vijf. We zullen ook gaan zien dat alles uit een
piramide bestaat, natuurlijk zijn wij allen burgers met gelijke rechten, maar geestelijk is het
een kwestie van piramide, degene die aan zichzelf werkt komt hoger op de schaal, die benut
zijn krachten dieper, en dan komt die hoger op de piramide van de geestelijke krachten. Ook
bij de stenen heb je piramide: er zijn edelstenen, maar ook kiezelstenen, en de piramide vind
je ook in het plantenrijk. Alles heeft een horizontale, maar ook een verticale opbouw, het
algemene en het bijzondere.
In de pauze nu wordt meer en harder gesproken en dat is begrijpelijk, want des te hoger we
gaan leren, des te meer weerstand we ervaren en gaan wij vluchten in allerlei praatjes. Blijf op
je hoede, want het slechte beginsel leert samen met ons en wilt daarvan profiteren, het
duiveltje luistert altijd mee. We moeten zo doen dat je niet op zijn adviezen ingaat. Hoe kan je
weten wat zijn adviezen zijn? Wie aan het praten is? Ook mijn leraar heeft gezegd: “Als van
binnen bij jou iets wordt ingefluisterd en je weet niet of het je duiveltje is of je ware
persoonlijkheid die graag naar de wetten van het Heelal wil luisteren en tot zijn vervulling
wilt komen, als datgene wat jou ingefluisterd wordt geen inspanning vereist om uit te voeren,
dan komt het van de duivel”, van de linker kant, want die wilt liever dat je niets doet, want
dan kan hij van je profiteren.
Hij zegt dan dat je lekker moet relaxen en dan kan hij van jou zuigen, als een bloedzuiger.
Moet je je wel inspannen dan komt het van de goede kant, van de rechter kant. Beide zijn
nodig, we moeten ook de duivel niet negeren, hij wilt je afleiden, maar door hem te
overwinnen groei je enorm, en als je hem negeert dan gebruik je de helft van je scheppende
krachten niet, die wil je niet zien, en dan gaan die aan je knagen totdat je, G’d behoede, een
probleem krijgt.
Dus in de pauze wordt meer en harder gesproken, want hij wilt je eruit halen, want hij
profiteert niet als je met het geestelijke bezig bent. Je hebt net flink geïncasseerd aan
heiligheid, aan het geestelijke, en dan in de pauze wilt hij direct van jou afpakken wat
mogelijk is. Probeer altijd op je hoede te blijven, ook op de terugweg naar huis, in de trein of
zo, praat niet veel, want je wilt graag geven dan, maar dat vereist geen inspanning nu, want je
hebt zoveel meegekregen van Zohar nu, en dan wil je met iedereen praten, je wilt je hart
leegstorten, en dat suggereert je linker kant. Door het praten leeg je je hart. Je verspilt dan wat
je hebt verkregen. Wees dus oplettend met je mond. Zeg weinig, ook niet met je partner. Doe
veel en praat weinig.
(blz.1 linker kolom één na laatste regel van eerste alinea, tussen haakjes)
Als er iets tussen haakjes staat, verwijst het naar iets; wij doen daar niets mee.
Iedereen van de cursisten zal langzamerhand gaan lezen en begrijpen, vrees niet dat je het niet
kan.
Stap voor stap wordt het van jou.
En weet, dat het geheim ‫ שסוד‬,‫ודע‬, essentie maar letterlijk betekend sod geheim van Zeven
dagen van het begin ‫ז' ימי בראשית‬, van de scheppingsdaad, dat is het geheim ‫( ה"ס‬afk. ‫ה"ס‬
hoe sod) van twee partsoefiem ‫ ב' הפרצופין‬Z”A en noekwa van Atsieloet ‫ז"א ונוקבא דאצילות‬.
De zeven dagen waarin de wereld werd geschapen is Z”A en noekwa van de wereld Atsieloet.
24
Er zijn vier werelden, vier lagen van het ervaren van het geestelijke. In het geestelijke, op
hogere niveaus van het heelal, bestaan vier lagen van krachten en die heten werelden
(olamot).
Vraag cursist: Waarom geen vijf?
Vijf bestaat ook, we hebben vanaf de vorige cursus (BCK – Basiscursus kabbala) les 39 dat
opgebouwd, de eerste wereld werd Adam Kadmon, maar die tellen we niet mee, want onze
origine is van de tweede wereld; Adam Kadmon is te ijl voor ons, wij ontvangen daar niets
van tot de komst van de Massiach. Daarom heeft de eeuwige naam van de Eeuwige ook vier
letters. Wij ontvangen licht uit vier werelden.
Dus hij zegt: De zeven dagen van de schepping zijn Z”A en malchoet. We hebben gezegd dat
er vijf sfirot zijn: kether, chochma, biena, tiferet en malchoet. Tiferet is ook Zejr Anpien, als
partsoef, en malchoet is noekwa. Z”A bestaat uit zes sfirot: chessed, gvoera, tiferet, netsach,
hod, jessod en malchoet, dat is samen zeven. Dat is geschapen, dus in de Atsieloet bestaan vijf
partsoefiem: Arich Anpien, lang gezicht, dat is chochma, een kracht in het heelal dat kether is,
A”A is een partsoef en kether is een sfira. Onder A”A, zijn voortbrengselen, zijn Abba ve
Iema.
Antwoord op vraag cursist: Er kan niets ontstaan zonder reden. Sfira is een emanatie van het
licht en in de partsoefiem zijn de krachten al opgebouwd. Wat wij leren is logica. Er kan niets
ontstaan zonder reden, er is altijd reden en gevolg. Als je bv. Iemand op toneel of zo spontaan
iets ziet doen, weet dan dat de spontaniteit altijd komt door een geweldige discipline van
binnen, door een opbouw van reden en gevolg. Gevolg is dan weer reden voor het volgende.
Wij gaan dat ook met Zohar doen, want niets kan ontstaan zonder iets. Er blijft wel een stukje
onbekend, maar wij gaan ons innerlijk wat nu één brok ongedefinieerd gevoel is, dat wij dat
van binnen gaan structureren, en dat zal Zohar ons gaan leren. Dat we het niet op zijn beloop
laten, niet opgevraagd, dat we niet verderop in ons leven niets weten van de krachten die in
ons hebben gewerkt, is dat niet ellendig om op die manier te leven?
Wij moeten dan opnieuw hier komen en opnieuw komen, de ziel, wat je niet hebt volbracht,
dan weer opnieuw komen, weer ellende, tot dat je volbrengt wat hier in Zohar staat. In Thora
staat geschreven dat elk vlees G’d zal zien, de wetten van het heelal ervaren, en dan zal
niemand elkaar Thora hoeven te leren; Onze generatie is bevoorrecht om Zohar te ontvangen.
Wij zijn de eerste generatie ooit die zo dicht bij de komst van Massiach zijn, dat het ons
gegund is om Thora in ontvangst te nemen; ontvangst betekent dat je het ontvangt, dat je dat
wilt, en niet als baby waarbij mama wat in zijn mond stopt.
Wij hebben geen keuze, maar toch moeten wij het graag willen. In vorige generaties waren er
slechts enkelingen die Thora ontvingen, maar de massa niet. Gewone religieuze mensen
hebben geen Thora nodig, die heeft regeltjes nodig. Ook dat is nodig. Wij zijn eigenlijk
superreligieus. Als een religieuze, een aanhanger van een religie is, die met handen en voeten
werkt, zijn ziel de aarde verlaat, dan gaat zijn ziel naar de bron terug (ieder heeft zijn eigen
bron, maar allemaal in één geheel), dan vraagt de Schepper: wat heb je gedaan hier op aarde?
Want enkel op aarde is correctie mogelijk. De ziel ziet dan wat hij niet gecorrigeerd heeft. Als
hij dan zegt: ik ging altijd naar synagoge, kerk, ik heb veel gegeven, veel zieken bezocht, geld
gegeven aan de armen etc.
En dan wordt die mens gevraagd: Dat is mooi, maar wat doe je hier? Je moet naar degene
gaan die je hebt gediend. Je hebt religie gediend, de kerk, de liberale, de orthodoxe, de
25
chassadiem, vraag hen beloning, want je hebt hen gediend, Ik ken jou niet. De mens komt dan
tot teleurstelling en ziet dat hij alles voor zichzelf heeft gedaan, voor zijn eigen eer, voor zijn
kinderen etc, maar niet voor de Schepper, en dat is wat er verkeerd aan is.
Zohar kan je niet voor jezelf leren. Als je straks meer gevoel voor de Zohar krijgt, de
Schepper je gaat liefhebben, dat betekent dat je qua eigenschappen met Hem overeenkomt.
Als een kind goede dingen doet, dan gaat de vader hem liefhebben. Zo ook hier. Wij moeten
alles doen omwille van Hem, en niet omwille van onszelf, dan verkrijgen wij het leven, dat is
het werk. En niet dat wij willen hebben, hebben, want dan komen wij bedrogen uit.
Er zijn dus vier werelden, voor ons is Atsieloet belangrijk want daar komt chochma, het licht
van de Schepper, vandaan. Z”A en noekwa samen is ZO”N. Het lagere mannelijke en
vrouwelijke paar van wereld Atsieloet, vanwaar al het bestuur in het Heelal komt. Thora
begint met de zeven dagen van de scheppingsdaad, zajin j’mej b’resjiet. Wat dat betekent gaat
Zohar ons langzaam aan zeggen, laten voelen.
Andere naam voor sfira kether is partsoef A”A, chochma is Abba (vader), biena is Iema
(moeder), tieferet is Z”A en malchoet is Noekwa. Wij behandelen hier de wereld Atsieloet,
maar alles bestaat hieruit, ook de wereld Adam Kadmon.
Wat werd er dan geschapen? De wereld Atsieloet is geschapen nog voor er mensen waren.
Onder olam (wereld) Atsieloet werd Brieja, Jetsiera, Assieja opgebouwd, en onze wereld. Zejr
Anpien heeft zes in zichzelf en noekwa is één, dus samen zeven dagen van de
scheppingsdaad.
Alles wat boven is komt natuurlijk naar beneden. Brieja komt van het woord scheppen. Alles
wat onder Z”A en Malchoet is, is gebouwd, dat is de wereld (olam). De zeven dagen van de
scheppingdaad komen dus van Z”A en Malchoet, dat is wat Jehoeda Ashlag ons vertelt.
Misschien merkt u nu al dat het een studie is, een geestelijke wetenschap, en dat het niets met
religie te maken heeft, absoluut niet. De wetten van het heelal hebben niets met religie te
maken. De wereld is niet gemaakt om religieus te zijn, begrijpt u dat? Er bestaan twee
krachten, rechts en links, genade en gestrengheid; dat is de wereld. Dat vinden we vanaf
tieferet en noekwa. De oorzakelijkheid zullen we allemaal leren. In ons gevoel lijkt het
allemaal onbekend, oneindig. Het is de bedoeling om die oneindigheid te penetreren. Het
blijft altijd oneindig, want de Schepper is oneindig. Wat goeds zou er kunnen komen van iets
dat eindig is? Kent u een object dat eindig is en waar goeds van komt? Zo ook in het heelal
komt het licht enkel van Ejnsof en niet van Z”A en niet van Malchoet, zij geven enkel de
krachten van het licht van oneindigheid door. Alles komt van Ejnsof, al deze krachten zijn
enkel bekledingen, verruwingen van licht. Die zijn natuurlijk nodig, want zonder die
verhullingen zouden wij niet kunnen bestaan.
Ejnsof is het licht wat uitkwam van Atsmoeto, Zijn essentie. Er is nl. nog iets boven de
Schepper zelf. De Schepper betekent de naam van de kracht, in Zijn hoedanigheid van het
scheppen van de wereld. Wij kunnen Zijn essentie niet begrijpen, wij begrijpen enkel vanuit
het scheppingsidee en dat kwam uit Zijn essentie. Het scheppingsplan is behagen geven aan
zijn schepselen. Maar wat is behagen geven? Wat wij begrijpen wat behagen is is egoïstisch
en niet wat de Schepper bedoelt. Wij moeten inzien dat wij enkel moeten ontvangen om te
geven. Zohar gaat ons dat allemaal leren, zonder dat wij dat met ons hoofd gaan berekenen.
26
(2e alinea, 2e en 3e regel)
Dat er zijn in hen (in Z”A en noekwa van Atsieloet) zeven sfirot ChaGa”T NeH”J en
malchoet ‫שיש בהם ז' ספירות חג"ת נה"י ומלכות‬, dit zijn afkortingen van chessed gvoera tieferet, en
netsach hod jessod. Kana”l ‫כנ"ל‬, dit is afkorting van kaniskar la’el, wij zullen dit vaak
tegenkomen, het betekent: zoals hierboven genoemd werd. Zonder ons met onze hersenen in
te spannen zullen we dit allemaal leren, net zoals een kind waartegen steeds alles benoemd
wordt, zoals: dit is bootje, dat is…. Een kind heeft enorme verlangen om te leren: mama, wat
is dit, wat is dat? Wij moeten net zo verlangen om te leren als een kind.
Dat, in deze geschriften ‫ אשר באלו הכתובים‬van de scheppingsdaad ‫ דמעשה בראשית‬is uitgelegd
‫ מתבאר‬hoe vader en moeder ‫איך אבא ואמא‬, de twee krachten, de partsoefiem van Atsieloet, die
zijn chochma en biena ‫( שהם חו"ב‬afk. ‫)חו"ב‬, hebben uit laten stralen hen ‫האצילו אותם‬, hebben
Z”A en Malchoet voortgebracht.
Als er iets voortgebracht wordt in de wereld Atsieloet dan zeggen wij wortel Atsieloet,
emaneren is dus vanuit Atsieloet; als iets uit Brieja komt, dan zeggen wij scheppen, en vanuit
Jetsiera is vormen en uit Assieja is doen. Het wordt steeds ruwer, scheppen is hoger dan
vormen en vormen is hoger dan doen. Een architect bijv. heeft een idee en een ander geeft dat
dan vorm en een ander voert het uit. In onze wereld is dus net zo een piramide van kracht.
Eerst idee, dan scheppen, dan handen en voeten erbij.
Zeven dagen van de schepping, dus alle eigenschappen van de wereld die geschapen is, Z”A
en noekwa, zijn voortgebracht door de krachten die Abba ve Iema heten.
Vanaf het begin van hun wording ‫מתחילת התהוותם‬, van Z”A en noekwa, tot het einde van
hun volgroeiing ‫עד סוף הגדלות‬, zoals zij gedragen zich ‫ שנוהג בהם‬gedurende ‫ בהמשך‬de
zesduizend jaar ‫שתא אלפי שני‬, want de schepping is voor zesduizend jaar geschapen, maar wij
kunnen het verkorten. Abba en Iema hebben Z”A en Malchoet zo voortgebracht, dat zij zich
tot einde van de schepping gedragen naar die regels van vader en moeder. En het wordt hier
in Beresjiet van Zohar verder uitgelegd .‫וענין זה מתבאר והולך כאן בזוהר בראשית‬
27
Tek. 2
Sfirot en Partsoefiem
28
‫ מרגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder
‘Akdama l’sefer haZohar’.
Het eerste boek van Zohar wordt ook ‘Akdama l’sefer haZohar’, introductie tot het boek
Zohar, genoemd. Er zijn verschillende introducties, zoals die van rabbi Jehoeda Ashlag,
maar dit is de eigenlijke Zohar. Dit boek Zohar bevat ongeveer 250 pagina’s, en het hele
mechanisme wordt hier in gegeven hoe de Levensboom werkt; hoe je jezelf in
overeenstemming moet brengen met de wetten van het heelal en tot het uiteindelijke doel kan
komen en alle zegen, al het goeds te ontvangen dat voor hem voorbereid is tijdens dit leven.
Iedereen heeft de tekst voor zichzelf en de regels genummerd. De regels van de Zohar tekst
zelf en die van Soelam apart genummerd. Meestal zal ik lezen van punt tot punt.
Boven aan de pagina staat in Hebreeuws het pagina nummer. Probeer die letter te verbinden
met haar getalswaarde. Het is belangrijk dat je weet welk getal een letter heeft.
(Pag. 1, r. 1) ‫ רבי חזקיה‬Rabbi Chizkia (r.4) ‫ מאמר השושנה‬artikel, uitdrukking de lelie,
waterlelie. ‘ha’ voor een zelfstandig naamwoord is een bepaald lidwoord, maakt het een
bepaalde lelie. (r.5) Rabbi Chizkia, één van de 10 rabbi’s die tijd samen met rabbi Sjimon bar
Jochaj doorbracht om commentaar te geven op de Thora. Rabbi Chizkia opende (het vers)
het is geschreven als lelie tussen de doornen.
Wat is sjosjana, dit is verzameling van (r.6) israel.
omdat er is een lelie en er is een andere lelie. Als twee maal hetzelfde woord wordt gebruikt
betekent dat dat het hetzelfde ding is, maar toch anders. Net zoals de sjosjana die tussen de
doornen is (Pag. 2 r.1) er is in haar rood en wit van knesset israel, zo is knesset israel er
is in hem gestrengheid en genade.
We gaan verder met lezen en vertalen van de basistekst van de Zohar, letterlijke vertaling,
zonder denken. Wees helemaal geconcentreerd op wat je hoort en dat je voelt wat ik zeg.
99,9% van wat ik wil zeggen, kan ik niet zeggen. We gaan stap voor stap, maak jezelf
ontvankelijk. Probeer het niet met je aardse verstand te begrijpen. Leer volgens de houding
die ik je leer, hoe de tekst van Zohar te benaderen.
(r.2 na punt) Net zoals de sjosjana er is in haar 13 bladeren, zo knesset israel er is in haar
13 vergevingen men vertaalt het met ‘attributen’ dat is een mooie vertaling, maar ik gebruik
die niet van genade (blz. 3 r.1) omringd haar van alle kanten. Zo is het woord Elokiem
hier van dit moment genoemd in de Thora er zijn 13 woorden eerst die omringen de
knesset israel en het bewaken. Het maakt niet uit dat de zinnen niet zo goed lopen. Het gaat
er om dat je de Aramese woorden leert en de structuur van Aramese en Hebreeuwse zinnen,
woorden. Kijk naar het innerlijke en niet naar het uiterlijke.
De eerste ot (letter; paragraaf) hebben we nu gelezen. Leer ‘ot’ en zo, dat je het herkend.
Engels, Nederlands… het zal je geen bevrijding, geen vervulling brengen. Probeer de
woorden van de heilige taal in je op te nemen. Er zijn twee in één: aramees van Zohar en het
commentaar van haSoelam in het Hebreeuws. Het is dezelfde taal als gesproken wordt, maar
is op een bijzondere manier samengesteld.
De tekst tussen de grondtekst Zohar en commentaar haSoelam dat lezen we niet. Het zijn
verwijzingen die ik wel gebruik, maar we gaan daar niet op in.
29
Pag. 1, commentaar haSoelam. In het midden staat: hasoelam, de ladder. Rechts staat:
ma’amar, artikel; links staat: hasjosjana. Deze twee woorden drukken samen het onderwerp
uit: onderwerp lelie.
Eerst vertaalt haSoelam ot 1 en dan geeft hij wat commentaar.
‫ זו היא כנסת‬,‫ ומשיב‬.‫ שואל מהי שושנה‬.‫ כשושנה בין החוחים‬,‫ כתוב‬,‫ ר ' חזקיה פתח‬: ' ‫א ) ר ' חזקיה פתח וכו‬
‫ מה שושנה בין החוחים יש בה אדום ולבן אף כנסת ישראל‬.‫ משום שיש שושנה ויש שושנה‬.‫ שהיא מלכות‬.‫ישראל‬
‫יש בה דין ורחמים‬
rechter kolom r.1: ) ‫ א‬ot alef, paragraaf 1 (eerst geeft haSoelam de originele tekst en dan de
verklaring) Rabbi Chizkia opende etc; R’Chizkia opende, het staat geschreven, er is
sjosjana tussen de doornen. We laten hem het vertalen en dan gaan we verder met zijn
commentaar. Hij zal ons uitleggen wat het betekent. En als ik vind dat het nodig is om iets toe
te voegen, dan zal ik dat doen.
Hij rabbi Chizkia vraagt dit woord staat in dunne letters, die heeft hij toegevoegd om ons te
helpen met de vertaling wat is sjosjana vanaf nu spreken we niet meer over lelie of waterlelie
maar over sjosjana.
ook dit woord is klein geschreven omdat het niet in de originele Zohartekst
staat, maar haSoelam heeft dat toegevoegd om ons met de letterlijke Zohar tekst te helpen.
Dat is de verzameling van israel het wordt ook gemeenschap van israel genoemd, maar ik
vertaal het zo dat het werkt. De houding is erg belangrijk, anders valt er niets te begrijpen in
de Zohar. Geen één woord gaat over onze materiele wereld. In het begin is het moeilijk om je
daar op te concentreren, om je er bewust van te zijn, maar stap voor stap ga je dat in jezelf
opbouwen. Er is geen woord over de israel of de gemeenschap van israel zoals we kunnen
denken. Niets in de Zohar gaat hier over. Zet alles wat je weet, hoe je achtergrond ook is,
even opzij, maak er geen gebruik van en dan zal je zien hoe het werkt.
En hij antwoordt
(r.3) Dus rabbi Chizkia antwoorde op de vraag ‘wat is sjosjana israel?’ ‘Dat is de verzameling
van Israel’. En nu voegt hij toe ‘dat is malchoet’. – Hij voegt nu toe dat de verzameling
Israel, malchoet is. We gaan verder. Wat nodig is zal uitgelegd worden - Omdat er is
sjosjana en er is sjosjana er is sjosjana en er is ook sjosjana op een andere manier.
Kijk mee met de tekst en probeer het te herkennen. Het is werk wat we doen, zonder
inspanning kan je niet tot je hogere doel komen. Een mens lijdt, generatie op generatie,
incarnatie op incarnatie, maar als hij er aan werkt zal hij sneller tot zijn doel komen en het
goede zien. Net als de sjosjana onder de doornen is er in haar rood en wit. Ik gebruik
dezelfde geslachtsvorm als in het Hebreeuws. Sjosjana is vrouwelijk en daarom verwijs is er
ook naar als vrouwelijk. Het is belangrijk in de kabbala, want soms is iets mannelijk en soms
vrouwelijk. Dat hangt af van de de kwaliteit, want dat is belangrijker dan de grammatica. Een
spiritueel object kan t.o.v. een hogere, vrouwelijk zijn en t.o.v. een lagere, mannelijk.
Hij zegt hier ‘net als sjosjana onder de doornen, er is in haar rood en wit’ zo de verzameling
van israel er is dien gestrengheid, van de wetten en rachamee barmhartigheid. Hij geeft hier
een vergelijking. Hij zegt dat we in de sjosjan rood en wit zien. Wit lijkt op de lelie en rood
op de roos. In de natuur bestaat dat niet, maar we zullen zien dat het klopt. De Zohar wil dat
wij geestelijke objecten en fenomenen, de goddelijke familie, gaan leren kennen; hoe het
werkt, hoe die functioneert, en de relatie tussen het een en het ander.
Zoals ik het Aramees uitspreek kan iets anders zijn dan de wetenschappers doen qua klinkers,
want zij leren met hun hoofd hoe je het moet uitspreken en ik leer het van de grootste
30
Kabbalist, de grootste ooit en die heeft mij geleerd het zo te doen. Het Hebreeuws spreek ik
uit zoals gangbaar is.
‫ אף‬.‫ כך כנסת ישראל יש בה י " ג מדות הרחמים המסבבות אותה מכל צדדיה‬,‫ מה שושנה יש בה י" ג עלים‬.
.‫ הוציא י"ג מלים לסבב את כנסת ישראל ולשמרה‬,‫ משעה שנזכר‬,‫ שבמקרא שבכאן דהיינו בראשית ברא אלקים‬,‫אלקים‬
r.6 na de punt – Net als de sjosjana er is in haar 13 bladeren, zo de verzameling van israel
er is in haar 13 eigenschappen van barmhartigheid barmhartigheid is rachamiem. Onthoud
dat, alleen al het Hebreeuwse woord rachamiem op zich brengt al barmhartigheid; de
vertaling van dat woord niet. Dat omringt haar de verzameling van israel van alle kanten.
r.9 na punt – Zo is het woord Elokiem ‘Elokiem’ schrijven we hier en spreken we uit met een
‘k’ i.p.v. een ‘h’. Het is de naam van de Schepper in zijn eigenschap als strenge Rechter, zoals
we in de wetten van de natuur zien. We spreken het uit als ‘Elokiem’ om de heilige naam niet
zomaar uit te spreken. Waarom dat zo is, zullen we stap voor stap leren. We zijn begonnen de
geheime Thora te leren dat in het vers van de Thora dat is in haar d.w.z. eerst schiep bresjiet bara, de
eerste woorden van de Thora. Ik wil dat we langzaam overgaan naar het Hebreeuws. Elokiem
van het moment dat het voor de eerste keer werd genoemd in de Thora, er kwamen uit
13 woorden die de verzameling Israel omringen en bewaken.
We moeten de taal van de Zohar leren en de manier waarop dingen gesteld worden. Het is niet
allegorisch. We moeten leren hoe de Zohar zich uitdrukt, want de Zohar wil ons gevoel
geven. Niet spreken over de sfira keter, chochma etc., maar gevoel ontwikkelen, het voelen.
De hele wereld is ook in ieder van ons.
Hij gaat ons nu die 13 woorden geven. Het begint met ‘et’, geschreven met alef tav. Dit is een
woord dat in het Hebreeuws voor een lijdend voorwerp komt. De Thora begint met ‘Bresjiet
bara Elokiem’ ‘In het begin schiep Elokiem’. En na deze drie woorden komen 13 woorden en
die verwijzen naar 13 eigenschappen van mededogen die Israel omringen en bewaken. Door
de Zohar te bestuderen, leren we dat het niet allegorisch is, maar dat het zo is, dat je het kan
voelen.
Na ‘bresjiet bara Elokiem’ komt het woord ‘et’. Wat schiep Elokiem eerst?
‫ דהיינו עד אלקים‬.‫ ורוח‬,‫ תהום‬,‫ פני‬,‫ על‬,‫ וחשך‬,‫ ובהו‬,‫ תהו‬,‫ היתה‬,‫ והארץ‬,‫ הארץ‬,‫ ואת‬,‫ השמים‬,‫ את‬: ‫שהן‬
.'‫מרחפת וגו‬
Zij zijn: ‘et’, de hemel, en ‘et’, de aarde, en de aarde, was, vormloos, en leeg, en duisternis, boven, de oppervlakte,
diepte, en de geest, Elokiem, is zwevende . Dertien woorden. D.w.z. tot de tweede keer dat Elokiem
wordt gebruikt in de Thora. Sommige woorden zijn moeilijk te vertalen. We zullen zien dat
de vertaling van woorden ons niet zullen helpen. Stap voor stap zullen we overgaan naar de
originele Hebreeuwse woorden. Het is niet moeilijk.
(r.15) Nu begint het eigenlijke commentaar van haSoelam. In regel 1 t/m 14 gaf hij ons de
originele tekst van de Zohar en tussendoor heeft hij een paar woorden gezet. Maar nu begint
hij het eigenlijke commentaar. Stap voor stap zal het ons gegeven worden om de Zohar te
bestuderen, zoals het tot nu toe in de wereld nog door niemand wordt gegeven. We laten hem
eerst alle nodige commentaar geven en waar nodig zal ik wat toevoegen.
Eén ding moeten we begrijpen: Ik ga jullie niets van mijn wijsheid geven, want ik heb geen
wijsheid, ik maak mijzelf geschikt aan wat ik nu lees, en niet aan wat ik weet. Ik probeer
31
mijzelf in overeenstemming te brengen met de tekst en mijn ego bestaat wel, maar heb ik diep
verborgen. Tijdens mijn studie en de Zoharlessen is het alsof die niet bestaat. In het Aramees
heet het de ‘sitra achra’, de ‘andere kant’; dit zijn de onreine krachten. Wanneer de heilige
‘kadosj’ krachten aan de orde zijn, dan vluchten de onreine krachten, want zij kunnen niet
samen.
In de tijd dat ik Zoharles geef moet ik a.h.w. vrij zijn van de sitra achra, de onreine krachten.
Dat is erg belangrijk. Als je leert, moet jij dit ook doen, je in overeenstemming brengen in de
mate dat je dat kan. Zelfs als je luistert naar wat ik zeg, dan omdat ik bevrijd ben van die
krachten op dat moment, en jij je ontvankelijk, open opstelt, zonder twijfel, dan neem je niet
alleen de woorden en uitdrukkingen en zo in je op, maar hoofdzakelijk ook de krachten die ik
hier naar beneden trek in woorden, en nog meer zonder woorden, ontvang je in jezelf. En dat
is een grote bevrijding, een grote remedie.
,‫ ועיקרן הוא רק חמש‬.‫ יסוד ומלכות‬,‫ הוד‬,‫ נצח‬,‫ תפארת‬,‫ גבורה‬,‫ חסד‬,‫ בינה‬,‫ חכמה‬,‫ כתר‬,‫ עשר ספירות הן‬,‫ביאור הדברים‬
,‫כתר‬
(r. 15) Je zult nu zien dat er geen vertaling van haSoelam bestaat. Er zijn er wel die doen
alsof. Uitleg van woorden, er zijn tien sfirot we gebruiken het meervoud van ‘sfira’ als in
het Hebreeuws, ‘sfirot’. Sfira betekent emanatie. Sefira is zoals men in het Engels doet, maar
wij zeggen ‘sfira’ en ‘sfirot’. De tien sfirot van boven naar beneden zijn: keter, chochma,
biena, chesed, gvoera, tieferet, netsach, hod, jessod en malchoet.
(r.17 na de punt) En in essentie zijn er alleen vijf sfirot
‫ והן נעשו חמש‬.‫ משום שספירת התפארת כוללת בתוכה שש ספירות חג"ת נה"י‬,‫ תפארת ומלכות‬,‫ בינה‬,‫חכמה‬
'‫ נק‬,‫ ת"ת ומלכות‬.‫ חכמה ובינה נק' בשם אבא ואמא‬.‫ הכתר נק' בשם אריך אנפין‬.‫ וזו"ן‬,‫ ואו"א‬,‫ א"א‬:‫פרצופין‬
.)'‫ (ביאורן של עשר הספירות עי' בפתיחה לחכמת הקבלה אות ה‬.‫בשם זעיר אנפין ונוקבא‬
(2e kolom r.1) keter, chochma, biena, tieferet en malchoet, omdat de sfira tieferet bestaat
uit zes sfirot: ChaGa’T dit is de afkorting van chesed, gvoera, tieferet nh’j netsach hod
jessod; samen 6 sfirot. Bij een afkorting in het Hebreeuws zie je voor het laatste woord een
apostrofe.
(r.3. na de punt) En zij de vijf basissfirot, want de sfira tieferet bestaat uit zes: chaga’t nh’j.
Daarom zijn er vijf basissfirot werden tot vijf partsoefiem. Enkelvoud is partsoef, meervoud
is partsoefiem. Een partsoef is een geestelijk object dat uit 10 sfirot bestaat, en elke heeft ook
weer 10. Arich Anpin A”A, en Abba w’Iema Av”I, abba is vader en iema is moeder en
Zo’n Zo”n, Zejr Anpin, Z”A, en noekwa. In elke wereld zijn er vijf partsoefiem. We gaan nu
eerst luisteren naar het commentaar van haSoelam.
Keter heet Arich Anpin. Het is belangrijk om die verbindingen te leggen tussen de sfirot en de
namen van de partsoefiem. Een gebouw wordt uit stenen opgebouwd en zo ook de structuur
van de geestelijke eenheden. Die worden opgebouwd uit vijf partsoefiem. De keter heet in de
naam Arich Anpin. We zullen leren hoe en wat. Maak jezelf ontvankelijk, heb geduld, alles
zal komen. (r.4 na punt) Chochma en Biena worden genoemd in de naam Abba we Iema.
Het klinkt niet zo mooi deze vertaling, maar we willen in de structuur van de heilige taal
komen. En niet de heilige taal aanpassen aan een andere taal. (r.5 na punt) Tiferet t”t, en de
sfira malchoet heten in de naam zejr anpin en noekwa. Tiferet heet als partsoef zejr anpin;
malchoet heet noekwa en is het vrouwelijk deel van z’a.
32
Tussen de haakjes in de tekst verwijst hij naar de uitleg van de tien sfirot in de “Ptiecha van
de wijsheid van kabbala”. We zullen dat ook gaan leren, maar wees voorzichtig met deze tekst
van r’Jehoeda Ashlag, want het is alleen een naslagwerk en geen tekstboek om te bestuderen.
Niemand komt door dit boek, ptiecha, de introductie van de wijsheid van kabbala, tot het
geestelijke. Dat kan alleen door de Zohar en Ets Chaim, de boom des levens van Ari. Het
commentaar van haSoelam bevat veel passages en zo uit Ets Chaim. Met het commentaar van
haSoelam kunnen we overal komen in de geestelijke werelden in onszelf, en we kunnen door
alle gebieden in het heelal komen door deze tekst, maar stap voor stap.
‫ אשר‬.‫ כנ"ל‬,‫ שיש בהם ז' ספירות חג"ת נה"י ומלכות‬,‫ שסוד ז' ימי בראשית ה"ס ב' הפרצופין ז"א ונוקבא דאצילות‬,‫ודע‬
,‫ האצילו אותם מתחילת התהוותם עד סוף הגדלות‬,‫ שהם חו"ב‬,‫ איך אבא ואמא‬,‫באלו הכתובים דמעשה בראשית מתבאר‬
.‫ וענין זה מתבאר והולך כאן בזוהר בראשית‬.‫שנוהג בהם בהמשך שתא אלפי שני‬
(r.8) En weet, hij zegt dit tegen ons, de lezers dat het geheim van zeven dagen van de
schepping is het geheim in essentie van twee partsoefiem is Aramees z’a en noekwa van
de wereld atsieloet, dat er zijn in hen 7 sfirot ChaGa’T NeH’J, chesed gvoera tieferet
netsach hod jesod, en zij zijn zejr anpin en malchoet, malchoet is één zoals boven gezegd. In
de wereld Atsieloet zijn 10 sfirot: keter chochma biena z’a en malchoet. Z’a heeft 6 sfirot:
chesed t/m jessod. Hij zegt dat de zeven scheppingsdagen – hij verbindt de Thora en de
wijsheid van de Kabbala, parallel. Zo leren we de geheime Thora, en niet alleen dat Awraham
ergens naartoe ging en Mosje dit of dat zei, de moraal van de Thora, zoals de volkeren het
begrijpen. Dat heeft niets met de Thora, de innerlijke Thora te maken.
Hij zegt dat er twee partsoefiem zijn: z’a en noekwa van atsieloet. Zeven scheppingsdagen, en
hij zegt dat de Thora spreekt over de zeven sfirot, z’a en noekwa, van de wereld atsieloet.
Er gaat nog veel aan voor af: hoe we tot atsieloet komen, hoeveel werelden etc. Stap voor stap
zal ik proberen dat uit te leggen.
De taak die ik op mij heb genomen door de Zoharlessen te geven is heel erg ingrijpend.
Iemand die de lessen bij ons gaat volgen hoeft niets te weten. Daarom moet ik veel van de
Kabbalaleer samenvoegen om het over te brengen. Want zelfs als je al een paar jaar bij een
andere Kabbala school hebt geleerd, zegt dat niets, want het helpt meestal niet, het kan zelfs
tegen werken. Zoals in Israel bijvoorbeeld, daar maken ze steeds tekeningen. Ik maak alleen
een tekening als het anders niet te begrijpen is. Maar zoveel tekeningen…
Daarom moeten we veel dingen anders doen. Wat we van de Zohar nodig hebben is dat zij
ons heilig maakt. Dat is niet om te lachen, want het staat in de Thora “En jullie moeten heilig
zijn, want Ik ben heilig”, anders is het onmogelijk om tot het geestelijke te komen, het
eeuwige bestaan. Hoe moet je dat doen? Door jezelf, je keliem, je waarneming, voor jezelf
ontvangen te transformeren in ontvangen om te geven. Zonder houding van geven is het
onmogelijk dat men zichzelf bevrijdt; men zal dan zijn hele leven een slaaf blijven. Men kan
er niet aan ontsnappen. In de volgende generatie moet men er weer aan werken, steeds weer.
Daarom is dit de manier waarop Zohar moet worden geleerd, en leren ze daar geen Zohar,
want er is geen andere manier om de Zohar te bevatten dan de Zohar binnen te gaan om jezelf
heilig te maken. Het heeft niets te maken met heilig waar religie het over heeft, dat is
komedie. Maar het gaat er om dat je je in overeenstemming brengt met heiligheid.
33
Er is niets heiligs in ons, we kunnen niet heilig zijn, maar de Thora zegt “iemand die zichzelf
in overeenstemming brengt met de Gezegend, wordt ook gezegend”. Alleen door
overeenstemming met het licht te komen. Het licht wil alleen aan ons geven, en daarom
moeten wij ook geven. Dat is de wijze om Zohar te leren en niet het intellectuele begrijpen,
door onze aardse verstand en egoïstische wensen.
(r.10 na de punt) We gaan terug naar de Zohar. Er zijn 7 scheppingsdagen en dat zijn de 7
sfirot, z’a en noekwa van atsieloet, de wereld van correctie. Alle zegen, correcties en het
goede komt van de wereld atsieloet. Dat in deze verzen van de daad van het scheppen in de
Thora in Bresjiet, Genesis is uitgelegd hoe abba we iema dit zijn twee partsoefiem in de
wereld Atsieloet dat zij zijn chochma en biena schiep hen ‘atsielo’ noemen we scheppen,
maar het is emaneren van de wereld atsieloet van hun wording van het begin van hun
verschijning tot het einde van hun grote toestand, gadloet, grote toestand, volwassen
toestand. Gadloet is een belangrijk woord. Dat is toepasbaar op hen gedurende 6000 jaren.
‘sjietie alfie sjnej’ is Aramees voor 6000 jaar.
(r.14 na de punt) En deze kwestie wordt uitgelegd verder in de Zohar Bresjiet. Zohar van
Genesis.
Zohar leren is werk, bevatten, innerlijke houding opbouwen. Je moet jezelf wegcijferen. Er
zal niets van je verloren gaan, maar je moet je in deze geestelijke wereld opbouwen. Je bouwt
een tweede natuur op, iets nieuws, een nieuwe manier van zijn. Je moet iets worden dat voor
altijd zal bestaan. Alles wat we in dit leven doen zal geen stand houden. Alleen het leren van
Zohar bouwt het innerlijke lichaam op dat bevrijdt is van alles dat sterfelijk is. Daarom is het
hard aan jezelf werken. Wees daar op voorbereid en leer deze woorden, bereid je voor voor de
volgende les.
34
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 3
Het uitspreken van de termen in zijn oorspronkelijke taal, Aramees, Hebreeuws, geeft al
kracht en correcties.
Wanneer je op de les komt, moet je alles wat je zorgen geeft van je afzetten, want dan kan je
je opladen voor de hele week en nog meer. Wees meegaand en heb geen twijfel, want dan
ontvang je het meest. Heb vertrouwen. Jouw innerlijk wil niet tegenstribbelen tegen de
geestelijke informatie, maar je uiterlijk wel. Je innerlijk gedraagt zich namelijk naar de wetten
van het Heelal en herkent de informatie.
(Pagina alef (1), ot alef (paragraaf 1) , 2e kolom, 2e alinea).
We hebben dit ook vorige les gedaan, maar dat is niet goed op audio te horen.
En weet dat het geheim van 7 dagen van de scheppingsdaad ‫ שסוד ז' ימי בראשית‬,‫ ודע‬- dat is
geheim van twee partsoefiem Z”A en noekwa, twee eenheden van krachten van de wereld
Atsieloet ‫ה"ס ב' הפרצופין ז"א ונוקבא דאצילות‬, van het operationele systeem in het Heelal. Zejr
Anpien, zejr betekent klein in het Aramees, en anpien betekent gezicht. Arich Anpien
betekent lang gezicht, veel wijsheid, veel chochma, en Zejr Anpien weinig chochma, en dat
geeft niet want het bevindt zich op een ander niveau.
Dat zij hebben in zich zeven sfirot ChaGa’T chessed, gvoera, tieferet, NH’J netsach, hod,
jessod en Malchoet ‫ שיש בהם ז' ספירות חג"ת נה"י ומלכות‬Dit zijn zes sfirot van Z”A, en Malchoet
malchoet is de laatste. Kana”l zoals het boven werd genoemd.
Dat in deze verzen van de daad van het begin (van de akte van de schepping) wordt
uitgelegd ‫ אשר באלו הכתובים דמעשה בראשית מתבאר‬hoe Vader en Moeder, die zijn Chochma en
Biena ‫ שהם חו"ב‬,‫איך אבא ואמא‬, Chochma is Abba en Biena is Iema, emaneerden hen ‫האצילו‬
‫אותם‬, Z”A en Malchoet. Iets wat boven is, brengt voort wat lager is. Vanaf het begin van hun
wording tot het einde van hun volgroeiing ‫מתחילת התהוותם עד סוף הגדלות‬, dat waar zij zich
naar gedragen gedurende 6000 jaar ‫שנוהג בהם בהמשך שתא אלפי שני‬, 6000 jaar gedragen Z”A
en Malchoet zich precies volgens die wetten naar welke zij werden geschapen. Dit
onderwerp wordt steeds uitgelegd hier in de Zohar van het onderdeel bresjiet ‫וענין זה‬
‫מתבאר והולך כאן בזוהר בראשית‬.
We hebben hier enorm veel informatie. Wat vertelt HaSoelam ons hier? Zeven dagen van de
schepping zijn de partsoefiem Z”A en Malchoet. Hoe is zo’n besturingssysteem tot stand
gekomen?
(Gedurende het volgende wordt tekening 3.1 gemaakt)
We weten dat in het begin enkel oneindig licht was, geen schepselen, niks, alles was vol met
het volmaakte licht van oneindigheid. Vervolgens kwam het in de gedachte van de Schepper
om de schepping te scheppen, naar bepaalde wetten, die bepaald worden door meerdere en
meerdere verruwingen van het licht.
Eerst is het als een wit bord, zo is het ook met het licht, en vervolgens ging het licht
inkervingen in zich maken, allerlei matrijzen, er kwam een beetje licht, net als bij een mens:
35
eerst komt er een druppeltje van de man en die gaat zich vermengen met het vrouwelijke
element en dat ontwikkelt zich verder; zo ook bij het ontstaan van de schepping. Het licht
maakt allerlei verruwingen, steeds ruwer en gecompliceerder, om uiteindelijk een plaats te
creëren om de hele schepping, de mens en de natuur, in te plaatsen.
Zo kwam het tot de eerste wereld, de eerste serie verruwingen, alles bestaat uit vijf, het licht
bestaat uit vijf soorten licht, ook weer naar verruwinggraad: kether, chochma, biena, Z”A en
malchoet.
Het licht had zich verruwd en het middenpunt van de schepping, daar heeft het licht zich
uitgetrokken, om een ruimte zonder licht te laten bestaan - zonder licht betekent gebrek, wens,
terwijl volheid van licht is volmaaktheid. Vervolgens komt licht (or) Ejnsof op de plaats waar
de schepping zou ontstaan, als een klein straaltje binnen, opdat de schepselen Hem aan
zouden kunnen. Eerst moet je een klein lichtje geven, het was genoeg om de hele schepping
voldoening te geven en de kracht om tot volmaaktheid te komen. Zo kwam het eerste
‘verruwingsblok’, Adam Kadmon, dit was erg ijl. Het kwam tot de taboer van de emanatie
van het licht.
Het licht Ejnsof kwam tot het punt van onze wereld, maar hield op bij taboer. Er waren vijf
van die ontvangsten (zie tekening 3.1), alvorens Atsieloet hieronder ontstond. Eerst kon het
licht tot aan de taboer worden ontvangen, en door verruwingen van het licht, onstond wereld
(olam) Atsieloet. Daaronder liggen nog drie werelden: Brieja, Jetsiera en Assieja, en onze
wereld. Onze wereld behoort niet tot het geestelijke en is geen object van onze studie. Wij
vinden echter ook hier de uitwerkingen van de hogere geestelijke werelden terug.
In de wereld Atsieloet zijn geen onreine krachten, is geen tweeledigheid, geen goed en kwaad;
daar zit het nog in de kiem, het is nog niet ontsproten. De manifestatie van die tweeledigheid
begint bij Brieja.
Waarover spreekt Zohar nu, in dit begin? De Zohar spreekt van de wereld (olam) Atsieloet.
Wij ontvangen allemaal van Z”A (Zejr Anpien) en Malchoet, dit zijn de zeven dagen van de
schepping. Z”A heeft zes en Malchoet één, alles heeft natuurlijk tien, maar….daarvoor was
het breken van de keliem, van de krachten, door de verruwingen van licht. Alles wat
plaatsvond tot de creatie van de werelden Adam Kadmon, Atsieloet, Brieja, Jetsiera en
Assieja, was door de Schepper, G’d, het licht, zelf gedaan. Al die verruwingen, al die
matrijzen, zijn in het licht zelf opgebouwd en natuurlijk werden daardoor meer verruwende
krachten, meer bekledingen, op het licht (or) Ejnsof gecreëerd.
In het geestelijke is het zo dat al het Hogere als het ware het lagere baart, laat ontstaan,
voortbrengt. Abba en Iema zijn één stapje hoger dan Z”A en Malchoet. Abba is vader en Iema
is moeder, en enkel vader en moeder kunnen iets voortbrengen. Zejr Anpien is zoon en
Malchoet is dochter; soms gaan zij in andere hoedanigheden optreden. Het is de bedoeling dat
wij die hemelse familie leren kennen, want hoe de krachten zich daar afspelen, zo spelen zij
zich ook in onze wereld af, alleen is het in onze wereld bedekt, verhuld. Maar als iets boven
is, moet het ook beneden zijn. Er bestaat absolute eenheid tussen boven en beneden. En alles
wat wij in de kabbala doen is het nastreven van dezelfde verhoudingen als boven.
Z”A en Malchoet is het operationele systeem van het Heelal, zes en één, zeven dagen van de
schepping en daaruit komt alles naar beneden.
36
In onze wereld bestaan vier richtingen: rechts, links, voor, achter, hoog, laag. Dit komt vanuit
Z”A, en de laatste is Malchoet.
In de andere werelden zijn dezelfde structuur, partsoefiem, verruwingen van licht, als
Atsieloet, enkel meer verruwd, er zit meer goed en kwaad, het lijkt steeds gecompliceerder.
Alvorens wij ons corrigeren lijkt het gecompliceerder, meer verhuld, maar uiteindelijk
wanneer de mens kabbala leert, ervaart hij dat alles eenvoudig is. Je moet in staat zijn, en
bevatten, dat door het werken aan jezelf, door het besef op te brengen, alle gecompliceerdheid
tot eenvoudige verhoudingen terug te brengen is, hoog en eenvoudig, want wat hoger is is
eenvoudig, enkelvoudig. Het licht zelf, wat ons geschapen heeft, is enkelvoudig.
We keren nu terug naar Zohar. De ervaringsvelden Brieja, Jetsiera en Assieja en de mens. De
mens kan in zijn ervaring, in zijn werken aan zichzelf, komen tot Atsieloet.
De zeven scheppingsdagen zijn dus Z”A en Malchoet en die hebben zeven sfirot: ChaGa’T,
NH’J en Malchoet. Z”A is chessed, gvoera, tieferet, netsach, hod en jessod.
Waar het ook is, Z”A is altijd zes. Z”A heeft eigenlijk wel insluiting van Malchoet in zichzelf.
Spreken wij van kether, dan hebben we één sfira kether, en de negen onderste worden als het
ware ingesloten in zichzelf, in de kracht van kether. Sfira chochma heeft ook tien in zichzelf:
van boven haalt hij het licht van kether en vanonder de acht sfirot, sluit hij in zichzelf in. Ook
Zejr Anpien, zijn eigen kracht, kwaliteit is zes, maar hij ook heeft tien sfirot in zich: kether,
chochma, biena, chessed, gvoera, tieferet, netsach, hod, jessod en malchoet. Zijn eigen kracht
is dan chessed tot en met jessod. Van boven sluit hij in kether, chochma en biena, en beneden
malchoet. Zijn eigen kwaliteit is de zes sfirot. Als wij horen: chessed, gvoera, tieferet,
netsach, hod en jessod, dan weten wij dat we ons bij Z”A bevinden. Verdere verduidelijking,
het voelen van de krachten van het Heelal, zal Zohar ons brengen.
Biena bv. heeft ook 10 sfirot in zichzelf: chessed van Biena, gvoera van Biena, tieferet van
Biena etc. Biena heeft dus ook de eigenschappen van Z”A in haarzelf. Iema, moeder, is Biena.
In haar buik heeft zij Zejr Anpien. In haar buik…het moet er steeds uitkomen. Eerst is er
weinig differentiatie en dan steeds meer verruwing.
HaSoelam zegt verder in deze alinea, dat wat we in het begin van Thora lezen, hoe Vader en
Moeder, Z”A en Malchoet hebben voortgebracht, in het begin, bij het ontstaan van de wereld.
Hierover spreekt Thora en niet over iets anders, over bergen, water etc….alles is absoluut qua
krachten en niets anders: verruwingen van licht, en het besturingssysteem, en hoe de mens als
de kroon van de schepping, door het besturingssysteem te bestuderen zich daarmee in
overeenstemming kan brengen, inkervingen in zichzelf kan laten maken, waarbij dezelfde
processen die in het Hogere plaatsvinden, ook in het lagere plaatsvinden, want alles wat in het
Hogere is moet ook in het lagere teruggevonden worden.
Vader en Moeder hebben Z”A en Malchoet vanaf hun begin voortgebracht tot hun
volgroeiing, totdat beide tot hun eigen vervulling komen, dat Z”A en Malchoet vol zijn, 10
sfirot in zichzelf ervaren. Z”A heeft zes sfirot en Malchoet is als het ware het staartje van
Z”A. Zij moeten beiden 10 hebben en dan zullen ze op gelijk niveau staan en samenvloeien,
net als Abba ve Iema, die volmaakt zijn.
Uit A”A komt licht, leven, dat wat redding geeft, en bij Abba en Iema is al een bepaalde
verruwing, maar zij bevinden zich al in volmaaktheid, zievoeg lo passiek heet dat, een
37
samenvloeiing zonder stoppen. Zejr Anpien en Malchoet komen soms tot samenvloeiing, dit
is als er volmaaktheid is, wanneer dien, gestrengheid, zich niet manifesteert.
We zullen leren hoe Z”A en Malchoet tot volmaaktheid komt. Natuurlijk is alles volmaakt,
maar de schepping is zo gemaakt dat de mens de final touch moet doen, anders zouden wij als
poppetjes, als robotjes zijn. Wij hebben nu de kans dat door onze inspanning, onze inbreng,
de wereld, ook hogere werelden, tot volmaaktheid komen. Alleen de mens kan dit. Want
zonder dat wij inspanning leveren, de voorschriften naleven etc., kunnen van boven nooit 10
sfirot komen, dat Z”A en Malchoet 10 sfirot zullen hebben, want zij hebben het niet nodig.
Enkel door onze opwekking, door elke daad die wij doen, door ons gebed omhoog te brengen
naar Atsieloet, en dan gaat het door tot Ejnsof, want elke schakel geeft het door naar boven.
En van boven komt dan licht Ejnsof dat qua krachten overeenkomt met elke verruwing,
partsoef, waarlangs hij naar beneden komt. En uiteindelijk komt er een klein beetje bij mij.
Maar door mijn inspanning komt al het licht naar alle werelden, naar Z”A en Malchoet. Van
beneden veroorzaken wij de eenheid van boven, en niet andersom.
Er komt niets van boven, als je geen inspanning levert en goed leeft.
Het is als een boemerang effect, het is in die mate waarin jij het ware gebed, iets vraagt wat
overeenkomt met de wetten van het Heelal, dus niet egoïstisch, want egoïstische vragen
komen niet boven. Alle voorschriften die ons van boven gegeven zijn, zijn er om ons in
overeenstemming te laten brengen met de wetten van het Heelal. Door die voorschriften na te
leven en de ware intentie te hebben, brengen wij MA”N, vrouwelijke wateren, naar boven en
komt MA”D, mannelijke wateren naar beneden. We zullen zien wat dat allemaal is. Ook in
onze wereld is dat allemaal een projectie van hetzelfde.
Van boven naar beneden is altijd mannelijk licht, en van beneden naar boven is altijd
vrouwelijk licht.
Het bestuur van Z”A en Malchoet, hoe zij zich gedragen, is 6000 jaar hetzelfde. De schepping
zal niet langer dan 6000 jaar bestaan. De Thora is ongeveer 3000 jaar geleden gegeven en
toen stond al beschreven dat de wereld 6000 jaar zou bestaan, want de Schepper kon dat niet
verhullen voor zijn schepselen. Hij heeft dat aan zeer toegewijde mensen, Heiligen, gegeven,
wiens ziel en lichaam in overeenstemming waren met het Heelal. Natuurlijk niet het lichaam
van vlees en bloed.
We moeten ons lichaam wel onderhouden, net als je jurk, maar niet meer, want je lichaam is
net zo vergankelijk als je jurk.
Dus alles gedraagt zich zo gedurende 6000 jaar. 6000 jaar betekent ook 6000 correcties. Dit
leren wij straks. Verder zegt hij: het onderwerp wordt hier in Zohar, het hoofdstuk Bresjiet,
want de hele Thora, de vijf boeken van Mozes, is in hoofdstukken ingedeeld, en elke week
wordt één hoofdstuk gelezen, en die komt qua kracht overeen met de wetten van het Heelal.
Bijvoorbeeld Bresjiet, over de scheppingsdaad, dat begint straks, in de tijd wanneer alle
krachten van de wereld op de weegschaal komen en er in het Heelal een oordeel over wordt
geveld. Wat betekent dat? Natuurlijk alles ten goede, maar als wij het niet goed doen, dan
voelen wij dat alsof wij ingeleverd hebben. Elke week heeft dus zijn eigen hoofdstuk in
Thora, die overeenkomt met de krachten in het Heelal. Wanneer iemand kabbala leert, en
streeft naar het Eeuwige, dan kan hij, enkel door het lezen van het hoofdstuk van de week,
zien welke krachten zich die week manifesteren.
38
Natuurlijk hebben wij ook onze eigen correcties. Elke dag is anders dan een andere dag, elke
maandag is anders dan de maandag daarvoor. En elke correctie van ieder van jullie is absoluut
uniek, maar tegelijkertijd er bestaat het algemene en het bijzondere. De wetten van Z”A en
Malchoet kan je ook hier aantreffen, en tegelijkertijd is alles absoluut uniek.
En nu gaan we verder met de laatste alinea. Wat heeft hij ons gezegd? De Zohar gaat nu over
de geboorte van Z”A - het ontstaan van die inkervingen die Z”A is, in de kracht van de wereld
Atsieloet, waaruit al onze correcties, al ons licht komt - en Malchoet.
(blz. 1, 2e kolom, vanaf één na laatste regel):
En Rabbi Chizkieja, één van de tien grote rabbi’s die deel uitmaakte van de groep rond
Sjimon bar Jochaj, opende zijn mond, het onderwerp, de discussie met de uitleg van de
Noekwa van Z”A ‫ור' חזקיה פתח בביאור הנוקבא דז"א‬. HaSoelam begon in ot alef ons over noekwa
te vertellen. Noekwa is een andere naam voor Malchoet. Noekwa betekent een vrouwelijk
element. Malchoet, koninkrijk, is als het al opgebouwd is, en we noemen haar noekwa als zij
nog aanhangsel is van de mannelijke kracht, van Zejr Anpien, - haar lichaam is dan nog niet
opgebouwd. Soms benoemen we het door elkaar. Net als in onze wereld, we noemen het eerst
meisje en als zij opgebouwd is noemen we haar vrouw. Als ze nog meisje is, dus noekwa,
moet ze nog groeien. In het begin van de schepping heeft zij dus nog niet haar eigen naam, ze
is nog noekwa van Z”A, want alleen Z”A is opgebouwd, en zij is daar aanhangsel van.
Noekwa de Zejr Anpien, de hele bedoeling is dat de vrouw zich zal bevrijden van de man en
daardoor zal de man haar echt kunnen waarderen; hij moet zelf ook nog groeien. Als
neveneffect van wat wij leren, zal een vrouw zich bevrijden van het aanhangen aan haar man,
want ook als vrouw moet je je hart enkel aan de Schepper aanhangen en niet aan je man. De
tijd is rijp dat wij volwassen worden.
Mannen zullen leren om zich te onthechten, en zich naar de wetten van het Heelal te schikken,
leren om te geven. Z”A zal in het besturingssysteem van het Heelal aan noekwa geven, hij zal
alles doen om haar groot te laten worden; en later komen zij beide tot onthechting en zullen
zij van Abba ve Iema, vader en moeder, ontvangen.
De man moet vrij komen door te leren geven. Hij gaat leren welke liefde hij voor zijn vrouw
mag hebben; al dit als neveneffect. Iets wat niet in het besturingssysteem van het Heelal
bestaat, en dat je zelf verzint, of met macht en kracht in deze wereld probeert te realiseren, dat
brengt leed aan jezelf en aan je partner en al het andere.
Mensen die de realiteit niet onder ogen kunnen zien en hun waarnemingen van de wereld
schrijven of schilderen, zetten daar hun frustraties in en dan moet jij dat vervolgens tot je
nemen…en in onze wereld kan dat bij een veiling nog miljoenen opleveren…
Muziek is anders, heeft minder materiele weergave, is veel indringender. Maar muziek kan
van Atsiloet komen, maar ook van andere werelden, van onreine krachten, vanuit de diepste
hel. En als de mens zich daarmee voedt, met de onreine krachten waar het uit ontstaat, dan is
het of de mens zich met gif voedt.
(Einde les 3 deel 1)
Zohar en Thora vertellen ons over het besturingssysteem van het Heelal en niets anders.
39
(blz. 1, alef, 2e kolom, laatste regel):
…om uit te leggen orde van haar (Noekwa van Z”A) emanatie van Iema ‫לבאר סדר אצילותה‬
‫ מאמא‬want alles gaat nu over noekwa.
(blz. 2, bet, 1e kolom, de rechtse dus, want hebreeuws gaat van rechts naar links):
De emanatie ervan komt dus van de moeder, dat zij de Biena is die genoemd wordt ‫שהיא‬
'‫ הבינה הנק‬met de naam Elokiem ‫בשם אלהים‬, het staat geschreven met een ‘‫ ’ה‬maar we spreken
het uit met een ‘‫ ’ק‬omdat het een naam van de Schepper is. Dus Biena heet Elokiem. In Thora
staat niet geschreven dat G’d de hemel en aarde heeft geschapen, maar Elokiem. Het is
belangrijk welke naam wordt gebruikt, want alles wat wij leren in Thora zijn de namen van de
Schepper, de krachten in het Heelal, de verschillende verruwingen van Ejnsof, en dat zijn de
namen van de Schepper.
Biena is sfira en Iema is partsoef. Elokiem is de naam van de Schepper die Biena draagt. We
kunnen geestelijke processen dus van verschillende invalshoeken zien. Iema is partsoef
waaruit noekwa ontstaat, Iema is ook Biena, vrouwelijk element, en ook de naam Elokiem die
in Thora staat.
Zohar verklaart de Thora, is de blauwdruk van het proces van de schepping. Daarom geeft hij
ons aan in de taal van de kabbala, van de krachten van het Heelal, verwijzingen naar wat in
Thora staat. Elokiem, G’d, dat is Iema.
En dat is dat hij opende met een uitleg de lelie ‫וזהו שפתח בביאור השושנה‬, dat zij is de noekwa
van Zejr Anpien ‫שהיא הנוקבא דז"א‬. Shoshana is ook een naam van de Schepper, een
verruwing van het licht van de manifestaties van de scheppende kracht. Wat heeft lelie met
noekwa te maken? Noekwa is onvolmaakt, is aanhangsel van Z”A, is net verschenen, nog
onvolmaakt, en hij trekt een parallel met de lelie, die mooi is als hij tot bloei komt, maar zij is
nog onder de doornen, vertelt hij ons, stekelig, onvolmaakt. HaSoelam wil ons bijbrengen wat
noekwa is.
Het doet er niet toe of je iets begrijpt, want enkel daar komt de redding, door Zohar, en door
niets anders. Er is geen andere manifestatie van de Schepper dan Zohar. Al het andere zijn
bedekkingen, natuurlijk zit er wel wat in, maar is bedekt.
Alle cursussen van kabbala helpen niet, nou ja een klein beetje op een kinderlijke manier,
want ze hebben te maken met secundaire bronnen. Ze behandelen niet enkel Zohar.
Ik ben bereid om door te gaan met Zohar, ook al zou er nog maar één leerling over zijn; maar
jullie gaan het allemaal redden.
“Talmoed esser hasfirot” van Jehoeda Ashlag is een naslagwerk en van een naslagwerk kan je
wel leren, maar geen specialist worden. Leer je enkel “Talmoed esser hasfirot”, dan kom je
nooit tot je redding.
Zonder inspanning gebeurt er niets, zonder inspanning, aanwakkering, van beneden komt er
niets van boven. Dus als je Zohar enkel wilt scannen met je ogen, brengt dat geen verlossing.
Wij zitten in absolute egoïsme, er moet dus zoiets zijn dat zo’n kracht heeft dat het onze
natuur om kan draaien, dat het onmogelijke kan doen. Ga steeds boven je wens om enkel te
weten. Straks leer je de hele hemelse familie leren kennen.
40
Noekwa en lelie. Door de manier waarop erover geschreven is, kan je de lelie een beetje
ervaren en op die manier ervaren wij het geestelijke. Iema, de moeder van noekwa, biena,
wordt Elokiem genoemd.
Thora begint met: Bresjiet bara Elokiem et hasjamajiem v’et ha’arets, In den beginne schiep
G’d…, en daar staat: Elokiem. Wij moeten weten welke naam er staat, welke sfira, dus waar
die zich bevindt. We zien dan hoe alles van boven naar beneden loopt.
Hij opende zijn betoog met uitleg van de lelie
(2e regel):
dat zij, de shoshana, de lelie, waar de Zohar over spreekt, dat dat noekwa van Zejr Anpien
is ‫שהיא הנוקבא דז"א‬, en wij allemaal ontvangen van die Malchoet. En de noekwa van de Zejr
Anpien in de periode van haar grootheid ‫ והנוקבא דז"א בעת גדלותה‬is genoemd met de naam
verzameling van Israël ‫נקראת בשם כנסת ישראל‬, Kijk eens wat hij zegt: de noekwa van Z”A is
net ontstaan, is nog klein, nog niet opgebouwd, heeft nog geen sfirot; ze heeft ze wel, maar in
potentie, het is nog niet uitgekomen. Net als een klein meisje, het is nog geen vrouw. Zo ook
met noekwa, de lelie.
Hij zegt dus dat van de noekwa van Z”A, het kleine eerste vrouwelijke element in het
besturingssysteem, dat daar straks alle schepselen uitkomen; Brieja wordt straks door haar
gebaard, voortgebracht, Jetsiera, Assiejah, de hele mensheid, de bloemen, alles.
Noekwa van Z”A heet als zij volgroeid is ‘verzameling van Israël’. Ook dit is een naam van
de Schepper. Als Israël hier op aarde, zich als volk in overeenstemming brengt met noekwa,
en ook volgroeit in haar toewijding aan de scheppende krachten, aan de Schepper, dan wordt
die ook knesset Israël genoemd. Knesset Israël is Malchoet van de wereld Atsiloet.
Je kan je relatie met de Schepper uitsluitend persoonlijk opbouwen. Natuurlijk, als je geen
kracht heb, dan verbindt je je met een religie of groep. Wij zitten hier omwille van de eenheid,
maar ieder moet werken aan zijn ultieme persoonlijke relatie met de Schepper. Daarom
zingen en dansen wij ook niet. Het kan wel, maar later, wanneer wij al een stukje onthecht
van de groepsgeest zullen zijn; want als wij dat eerder doen dan zal dat overspelig zijn, ons
niet tot ons doel brengen.
Wanneer noekwa groot wordt, Malchoet, dan heet zij Knesset Israël, verzameling van Israël.
Zij heeft dan alle krachten in zichzelf verzameld. Denk bij Israël niet aan volk, want als hij het
volk bedoelt dan zegt hij dat. We spreken hier enkel over krachten, over inkervingen van het
licht en de uitwerking daarvan, ook op ons. Het gaat over geestelijke werelden en niet over
materiële. Onthoud dat goed! Zohar spreekt niet over de mens van vlees en bloed.
Wij moeten hem volgen. Als je iets niet begrijpt, wees geprezen dat je het niet begrijpt. Je
moet het zo zien dat bij jou de keliem, de waarnemingsorganen worden ingekerfd, die je nog
niet voelt. Alles komt op zijn plaats, maar je moet willen ontvangen, en niet begijpen, je moet
je op die manier gedragen zoals de Zohar wilt. Je moet het Hogere vragen en het Hogere je
laten vormen, en niet zelf zeggen hoe je gevormd wilt worden. Wij moeten ons aan Hem
schikken.
Zoals het geschreven is verder ‫ כמ"ש להלן‬en dat is wat hij zegt ‫וזהו שאומר‬, wat is de lelie ‫מאן‬
‫שושנה‬, dat is knesset Israël ‫דא כנסת ישראל‬.
41
(2e alinea):
En in die sjosjana zijn er twee toestanden ‫ויש בשושנה זו ב' מצבים‬. We weten al dat in
sjosjana, lelie, o.a. noekwa en knesset Israël zitten. Toestand van katnoet ‫מצב של קטנות‬, alles
wat geboren wordt is klein. Ook wanneer je hier komt moet je klein zijn, in het geestelijke, en
dan wordt je langzaam aan groter.
Dat wil zeggen, het begin van haar wording ‫דהיינו של תחלת התהוותה‬, het begin van elke
wording is klein dat dan heeft zij maar één sfira kether ‫ שאז אין בה אלא ספי' אחת כתר‬in de
kleine toestand heeft de lelie maar één sfira: kether.
Dat in haar is ingekleed licht nefesj ‫ שבתוכה מלובש אור הנפש שלה‬van haar, en 9, de letter tet is
ook het cijfer negen, alles bestaat uit tien, zij heeft één sfirot en de 9 onderste sfirot van
haar wordt beschouwd dat zij vielen buiten de Atsieloet ‫וט' הספירות התחתונות שלה נבחנות‬
‫ כנופלות לבר מאצילות‬en zij zijn in de wereld Brieja ‫והן בעולם הבריאה‬.
Er is ons enorm veel informatie gegeven. Hij zegt dat Sjosjana, Malchoet of noekwa, lelie, of
Knesset Israel, twee toestanden heeft: een kleine waarin er nog geen 10 sfirot worden ervaren,
en een grote.
In de kleine toestand, katnoet, bestaat Sjosjana, of Malchoet, uit één sfira en de negen
onderste zijn in de wereld Brieja gevallen. De wereld Brieja is de wereld waar reine en
onreine krachten zijn. In Atsieloet zijn enkel reine krachten. Daarom katnoet, want er is maar
één sfira.
Nu nog een kleine inleiding. Wij moeten altijd weten waar wij over spreken, er zijn twee
dingen in de schepping: licht en klie, de ontvanger. Alles bestaat uit 10 of 5, want Z”A bestaat
uit zes.
We spreken over klie als we het hebben over kether, chochma, biena, zejr anpien, malchoet.
In het begin is het enkel klie kether. Om volmaaktheid te verkrijgen moet je in vijf keliem
licht hebben. Die kelim zijn de reservoirs, waarnemingsorganen. Als bij mij het licht enkel in
kether komt, dan heb ik enkel één compartiment dat het licht kan waarnemen. De andere
bestaan al wel bij mij, maar zijn nog niet tot volgroeiing gekomen. Dit is allemaal al
behandeld in de voorgaande cursus, maar niet iedereen was er toen.
(Voor het onderstaande zie ook tekening 3.2):
Kether, chochma, biena, zejr anpien, en malchoet zijn de keliem (enkelvoud is klie).
En boven zijn er vijf lichten, deze kunnen wij ook kether, chochma, biena, z”a en malchoet
noemen, maar er zijn ook andere benamingen, ook weer om gevoel bij ons te brengen.
De laagste heet nefesj en komt overeen met de sfira malchoet.
Wij moeten altijd onderscheid maken of we over keliem of over licht spreken, licht is datgene
wat de keliem vult. Licht (or; meervoud is orot) nefesj is het kleinste, het meest ruwe licht.
Daarboven is or roeach, geest, wind, dit komt overeen met z”a. Biena is or nesjama, ziel.
Chochma is or chaja, levenskracht, en kether is or jechieda, eenheid. Later vertel ik wel wat
dit allemaal betekent, hoe je dit kunt proeven.
Zohar zegt ons dat Sjosjana, noekwa, in haar kleine toestand enkel sfira kether heeft. Als we
zeggen dat iets maar één sfira heeft, ervaart, dan betekent het dat iemand alleen de kracht
heeft om één sfira te ervaren. Begrijpt u? De andere sfira zijn wel in potentie aanwezig. Net
als bij een embryo, alles zit er al in. Kether is wel al ontsproten als het ware, en de andere
zitten nog in de kiem.
42
Hoe komen de lichten in de klie? Van boven. En welk licht komt als eerste de kether binnen?
Nefesj. Het laagste licht komt in het hoogste compartiment, wat kether is. Dus als er maar één
sfira volgroeid is om licht te ontvangen dan ontvangt die per definitie licht nefesj.
Stel je voor dat de Sjosjana verder gaat groeien, kracht gaat opbrengen, en nog een sfira gaat
ervaren, dus in staat is om licht te ontvangen. Hoe gaat dat dan in zijn werk?
Let goed op, speel hier ook thuis mee, zodat je het goed onder de knie krijgt.
Het is altijd zo: in de kether zit licht nefesj, het meest laagste licht. Nu kan ook chochma, het
tweede compartiment, ontvangen, hij heeft nu de kracht om te ontvangen. Dan gaat het
tweede licht, roeach, druk uitoefenen, want hij wil binnen komen, maar in kether zit licht
nefesj.
Hoe hoger het licht, hoe sterker qua kracht. Or roeach gaat pushen, want er is plaats. Dit is
een enorme les: als wij plaats vrij maken, dan komt het licht vanzelf. Wij hoeven niet te
denken dat je licht wilt ontvangen, maar je moet plaats maken en dan komt het licht in je.
Als ik bijvoorbeeld alleen voor kether gecorrigeerd was, dan kwam alleen licht nefesj. En nu
heb ik mijn compartiment chochma gezuiverd, in overeenstemming gebracht, en wat gaat er
nu gebeuren? Want van boven wil men ons geven, koste wat kost, maar als wij niet kunnen
ontvangen, dan kan het ons niet helpen.
Dus als ik het compartiment chochma in overeenstemming breng met het licht, dan komt het
licht roeach en die gaat het licht nefesj pushen, dat in kether zit. Dit licht nefesj, is zwakker
dan het licht roeach, en die gaat dan zakken naar chochma. En die andere roeach komt dan
straks in kether zitten. Wij hebben dan twee lichten binnen. En zo gaat alles gevuld worden.
Zohar vertelt ons dat in den beginne was de moeder geschapen, en zij schiep noekwa,
sjosjana, de lelie, knesset Israël, in de kleine toestand, want alles wordt klein geboren. Kleine
toestand betekent dat vijf van haar compartimenten, alles bestaat uit vijf omdat het licht zelf
uit vijf bestaat. Zij kon alleen kether ervaren, en daarom kon zij enkel licht nefesj ontvangen.
Wij spreken altijd van twee elementen: or (licht) en klie.
Het is misschien handig om het te zien als het principe van twee cilinders (zie ook tekening
3.2). Als één cilinder een andere cilinder binnengaat, dan komt de onderkant van de bovenste
in de bovenkant van de onderste. De bovenste is dan licht, en de onderste is dan klie. Het
lagere deel van de bovenste, komt dan in het hoogste deel van het lagere.
Elk nieuw licht komt altijd in de kether. Ook chaja komt straks in de kether, wanneer daar
plaats voor is, wanneer het geestelijk object al klaar is om het te ervaren.
Wat hebben wij nu geleerd? Dat in het begin de Sjosjana klein is, daarom wordt er ook over
lelie gesproken en onder de doornen, zwakke lelie, katnoet, kleintje, zij kon nog maar één
licht ontvangen.
Naar aanleiding van een vraag van een cursist:
Om tot volwassen toestand te komen zijn vijf stappen nodig. Kether heeft in potentie alles in
zichzelf. Kether geeft het door aan chochma, en de eigenschap van chochma is enkel
ontvangen, zonder inbreng van zichzelf. Chochma ontvangt omdat er van boven iets op haar
afkomt, dus zonder haar inbreng, net als een kind. Bij biena begint de eerste reactie op het
43
licht, van de vorming als het ware van een kleine eerste reactie van de fase….Biena wil niet
ontvangen, zij wil enkel geven, dat is een hogere fase dan enkel chochma, in de vorming van
het licht. De vijf fasen zijn voldoende verruwingen van het licht om tot de volledige
ontwikkeling van wat dan ook te komen.
Z”A wil grotendeels geven en een klein beetje ontvangen, want hij heeft papa en mama.
Mama wil enkel geven en papa wil ontvangen. Hij heeft dus van papa geleerd om te
ontvangen en van mama een beetje om te geven. Alles wat in de wereld bestaat heeft die vijf
fasen moeten doorlopen. Ook wij doorlopen die vijf fasen om tot onze vervulling te komen.
Malchoet wil alles ontvangen, dat is haar wens. Bij chochma is dat niet haar wens, dat is
gewoon: er komt licht en hij ontvangt, als een baby. Maar malchoet is de fase waarin zij zag
dat al die fasen voor zich….je moet het zo zien: kether is helemaal in het midden, in het
episch centrum, en daarom heen is een bol van krachten, als uienringen, eerst chochma en dan
biena dan z”a en dan pas malchoet, de meest ruwe vorm.
En malchoet wil alles ontvangen, omdat malchoet alles in zichzelf heeft: papa, mama,
broeder…. Hij heeft gezien dat papa alles wilt ontvangen maar zonder zijn eigen inbreng.
Papa werkt als arbeider op een fabriek en malchoet wil voor zichzelf werken. Moeder, biena,
wilde enkel geven, maar ze heeft in zejr anpien gezien dat zejr anpien veel kan geven en een
klein beetje kan ontvangen en dat het geweldig is om te ontvangen en malchoet koos eerst om
te ontvangen. Maar daarna voelde malchoet een soort schaamtegevoel, in beeldspraak,
schaamtegevoel betekent dat jij voelt dat je ontvangt en beslist om niet te ontvangen, om niet
als baby te blijven en niet zoals papa was, bij wijze van spreken. Dat betekent een volwassen
wens en dat is Malchoet. De volwassen toestand in alles is Malchoet.
Wij leren ook allemaal omwille van die Malchoet. Al die andere fasen: kether, chochma,
biena, z”a, zijn eigenschappen, verruwingen van het licht, maar Malchoet is al een prototype
van het begin van de wereld. Daarom heet het ook Koninkrijk. In religie spreekt men daarom
ook van Koninkrijk der hemelen. Er wordt dan gesproken over Atsieloet, over de Malchoet
van Atsieloet. Het koninkrijk, Malchoet, heeft alles in zichzelf.
Dus alles bestaat uit die vijf, en z”a uit zes onderdelen, want hoe lager hoe meer variatie, hoe
meer dimensies, omdat de mens moest komen en de mens is geen engel, hij moet allerlei
facetten in zichzelf hebben om in zulke grove omstandigheden in onze wereld te kunnen
bestaan. Grof ten aanzien van de hogere krachten, die geen vrijheid van keus hebben. Terwijl
Malchoet in elke toestand, in elk onderdeel van de schepping wel keus heeft. Z”A nog niet,
die moet wel aan Malchoet geven, maar Malchoet….natuurlijk bestaat malchoet overal, ook
bijvoorbeeld in Arich Anpien, Abba ve Iema, want alles heeft tien, maar de echte Malchoet,
de Malchoet van de wereld Atsieloet is niet de insluiting van malchoet in de overige sfirot.
Kether heeft ook tien sfirot in zichzelf, elke sfira heeft ook malchoet in zichzelf, maar dan is
het malchoet op het niveau van die sfira, bijvoorbeeld in Biena is er malchoet van Biena. Dus
eigenlijk is dat niet de ware Malchoet. De ware Malchoet is de Malchoet van Atsieloet en zij
heeft ook tien sfirot: kether de Malchoet, chochma de Malchoet enz. De ware Malchoet is
eigenlijk de schepping. Malchoet van Atsieloet is eigenlijk nog een prototype, natuurlijk is het
al een schepping, maar het bestaat in kracht in Atsieloet en later komt het naar ons toe.
Waarom bestaat het licht-spectrum uit zeven? Omdat de scheppingsdaad, Z”A en Malchoet
zeven zijn, dus bij de schepping van de wereld is zeven. Wij moeten onderscheid maken
44
tussen vijf en zeven. Zeven waardoor alles in onze wereld gekenmerkt wordt, zeven dagen
van de week etc. Het komt allemaal van het besturingssysteem van het Heelal van Atsieloet.
En alles wat boven is, is ook beneden terug te vinden. En het is onze taak om ons van binnen
te richten en in precies dezelfde overeenstemming te brengen met het hogere. Daarom leren
wij ook Atsieloet. We zullen ook Brieja leren, en Jetsiera en Assieja.
Met name Brieja, Jetsiera en Assieja, dat is de sfeer, waar onze wortel is. In Atsieloet is ook
onze wortel, maar enkel qua potentie, qua kracht, maar in Brieja komt meer licht, meer
gvoerot, gestrengheid en in Jetsiera komt meer gestrengheid en een beetje genade en in
Assieja komt nog meer gestrengheid. Zo moest het om de wereld te creëren, dat wij geen
engeltjes zijn, dat wij stap voor stap naar boven komen, niet om engeltjes te worden, maar om
gebed te uiten, dat wij ons verlangen, ons tekort naar boven brengen, naar onze mama en
papa.
De profeet zegt ook: Wie is mijn vader en moeder? Hij is mijn vader en moeder: Abba ve
Iema.
Naarmate je kabbala leert zul je begrijpen dat je maar één vader hebt. Een van de profeten zat
bijvoorbeeld in de tempel en er werd gezegd: waar zijn je vader en moeder? Je zit in de
tempel en zij zijn weg. En die profeet zei: ik zit hier met mijn vader te praten. Waar mijn
vader is daar moet ook ik zijn. Niet de vader van vlees en bloed, natuurlijk.
Je moet altijd respect tonen aan de vader en moeder omdat zij het prototype zijn, net zoals
boven. Wil je goed doen, dan moet je zo doen, ook als je vader een schurk, rokkenjager of een
dronkelap is. Van buiten, maar met name van binnen moet je respect geven, onthoud dat
goed. Dan ga je jezelf leren om met de hogere werelden in overeenstemming te komen. Wees
nooit kwaad op je vader en moeder, bekritiseer ze nooit. Het is niet aan jou gegeven om dat te
doen. Heb altijd respect, want daarmee werk je aan je eigen vervulling.
45
Tek. 3.1
Atsieloet – het besturingssysteem van het Heelal
E”S
K
C
Wereld van Adam
Kadmon
B
Z”A
M
Wereld Atsieloet
(Hebr. Woord) Av “I
A”A
6
1
(‫)א”א‬
Verdere ontwikkeling van ’t Hoge
bestuur via tussenwereld Nekodiem
en “Breken van Keliem”
Taboer
Parsa
7 dagen van de scheppingdaad = Het systeem van
het heelal waaruit alle wetmatigheden naar alle
“lagere schepselen” komen (o.a. de natuurwetten
’t Punt van
“onze wereld”
46
47
Tek. 3.2
Twee entiteiten in ’t heelal: Licht en Klie
Klie (meervoud: keliem):
Licht = “or”
K
C
B
Z”A
M
Noekwa had bij haar
geboorte slechts één
sfira – Kether
(toestand van katnoet)
K=
C=
B=
Z”A =
M=
Van
sterker
naar
zwakker
Jechiedá
Chája
Nesjamá
Roeach
Néfesj
Interactie (het binnen komen van lichten) tussen klie en licht:
De omgekeerde afhankelijkheid tussen lichten en keliem:
- bij lichten komt eerst LAGERE licht een klie binnen.
- bij keliem ontvangt eerst zijn HOGERE compartiment het licht.
en zo gaat het met alle 5 lichten en 5 compartimenten van een klie.
Lichten
jechiedá
chája
nesjamá
roeach
néfesj
Keliem
K
C
B
Z’A
M
Het principe van twee
cilinders
Lichten
lagere
hogere
Klie
48
‫ מרגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder
(Pag. 1, linkerkolom, regel 16 commentaar haSoelam)
'‫ שהיא הבינה הנק‬,‫ לבאר סדר אצילותה מאמא‬,‫ור' חזקיה פתח בביאור הנוקבא דז"א‬
.‫בשם אלהים‬
En Rabbi Chizkia opende begon met de uitleg van de noekwa van z’a, om uit te leggen
de orde van haar schepping uit iema, dat iema is de biena die heet in de naam Elokiem.
Ik weet zeker dat mijn nieuwe studenten in de war raken nu, want er is veel informatie dat we
nog niet kunnen begrijpen en voelen. Hij noemt zejr anpin en iema, namen van geestelijke
objecten, geestelijke krachten, die gestructueerd zijn in de levensboom en waar wij nog meer
over moeten leren.
(r.2 rechterkolom r.1 na de punt)
‫ כמ"ש‬,‫ והנוקבא דז"א בעת גדלותה נקראת בשם כנסת ישראל‬.‫ שהיא הנוקבא דז"א‬,‫וזהו שפתח בביאור השושנה‬
.‫ דא כנסת ישראל‬,‫ מאן שושנה‬,‫ וזהו שאומר‬,‫להלן‬
En dat is dat hij begon met de uitleg van sjosjana, dat zij is de noekwa vrouwelijk deel
van zejr anpin. En de noekwa in de tijd van haar grote toestand heet in de naam van in
het Hebreeuws zegt men: heet in de naam van knesset israel verzameling van israel zoals het
later verderop in de tekst geschreven zal worden, en dat is wat hij zegt ‘wie is sjosjana,
dat is knesset israel’ verzameling van Israel, als we het vertalen als ‘gemeenschap van israel’
bestaat de kans dat mensen het projecteren op deze wereld. En Zohar spreekt niet van
materiele zaken, en ook niet over groepen mensen, landen etc.
We moeten ons stap voor stap afstemmen hierop, leren en de mogelijkheid krijgen om de
geestelijke informatie te bevatten. In onze wereld lijkt het alsof het heel gewoon is. Mensen
zeggen makkelijk ‘ik leer het spirituele’. Zij denken dat je door enkel een boek open te slaan,
het geestelijke binnen kan gaan. ‘Als ik maar wil, dan gaat dat. Heb ik tijd dan koop ik een
boek, lees het en zal ik het geestelijke begrijpen en voelen’. Dit is niet helemaal juist, want als
je de structuur van de geestelijke werelden d.w.z. de verschillende niveau’s van de
levensboom wil kennen, moet je je in overeenstemming brengen met de geestelijke
golflengten en dat moet groeien.
Probeer het dus niet meteen te begrijpen. Want als je zegt ‘ja, ik begrijp het’ dan is er iets niet
goed aan je studie. Ik leer de Zohar een aantal jaren, als full-time studie, en elke dag als ik
leer ben ik onzeker…mijn houding is niet dat ik tegen mijzelf zeg dat ik het begrijp en daar
een kick van krijg. De houding moet zijn net als dat je aan tafel zit en eet. Je gaat dan niet je
eten analyseren, maar je gaat het proeven, dat is het belangrijkste.
Zo is het ook met het leren van Zohar, probeer de smaak te krijgen. Zelfs als je nog niets van
de Zohar kan proeven, zorg wel dat je honger hebt. Hoe kan je hongerig zijn voor iets dat je
nog niet voelt, ervaart? Je moet zoals in de Kabbala gezegd wordt, gaan “l’mala mi ha daat”,
‘boven je bevattingsvermogen’. Elke keer dat je de Zohar leert, ga boven je
bevattingsvermogen, boven je begrijpen. En vertrouw niet op wat je ooit eerder hebt geleerd
over de Zohar of andere dingen. Dit is een goede houding t.o.v. wat we leren.
Een andere opmerking in verband met onze studie is dat mensen graag andere boeken gaan
lezen. Dat is natuurlijk niet verboden, je kan doen wat je wilt. Ik verbied niets, ook niet aan
49
mijn studenten die al jaren bij ons leren. Iedereen moet op zijn eigen manier groeien en ik
geef alleen de methode. Wees wel heel voorzichtig met welk boek je kiest. De meeste boeken
die je in de boekhandel koopt, ook over de Zohar e.d., zijn geschreven voor mensen die willen
begrijpen. En dat wil niet zeggen dat het je naar een ander niveau zal brengen.
De studie die wij nu net zijn begonnen is om je te laten transformeren, een toegevoegd niveau
van jouw bestaan te krijgen. En niet om te begrijpen. Wat kunnen we begrijpen door over
deze waterlelie te lezen zonder voorafgaande studie over wat hier gaande is. De Zohar spreekt
in een taal die bekleedt is met vele bekledingen. En haSoelam geeft ons de verklaringen die
a.h.w. één voor één ontkleedt. En dan kunnen we voelen en proeven wat er in de Zohar staat
geschreven, de basis van zohar zelf.
Onze chachamiem, onze wijzen, en de schrijver van HaSoelam rabbi Jehoeda Ashlag,
vertellen dat alleen al het lezen van de tekst van Zohar ons een geweldig licht geeft, dat voor
altijd bij ons blijft. En dat is ook belangrijk om te weten, dat zelfs als je niets begrijpt, alleen
al het volgen van de tekst met je ogen, niet scannen maar gewoon volgen, terwijl ik lees, je
het licht al ontvangt. Dus meteen al en niet pas na jaren van studie ontvang je het licht. En dat
is belangrijk voor je en kan je in het begin stimuleren om door te gaan.
In de vorige les heb ik gezegd dat je de Hebreeuwse grammatica moet leren. Dat kan streng
over zijn gekomen en niet goed zijn begrepen. Wat ik wilde zeggen: je hoeft niet de
grammatica te leren, want dat neemt tijd in beslag en het wil niet zeggen dat je geestelijke
groei daardoor sneller zal gaan. Maar kijk naar de woorden en probeer de letters te herkennen.
Als je na het leren van de wekelijkse Zoharles nog tijd over hebt, probeer dan zoveel mogelijk
de tekst te lezen. Probeer de letters te lezen, de woorden, verbindingen te leggen.
Ik begon Hebreeuws te leren toen ik al volwassen was, boven de twintig jaar. In mijn land
was het verboden om het te leren. Er waren ook geen Hebreeuwse boeken te vinden. Maar
hier, nu heb je alles wat je wilt en kan je het op een makkelijke manier leren. Hebreeuws uit
de Zohar, het dagelijkse Hebreeuws hoef je niet te leren. Door te luisteren wanneer ik het
uitspreek, leer je ook de uitspraak. Dat is ook de manier zoals ik het heb geleerd. Ik spreek de
taal niet zo vloeiend als een Israeliër, maar dat is niet belangrijk. Voor ons is de taal een
voertuig, een middel, om verder en verder tot de ware realiteit te komen. Het maakt dus niet
uit hoe je kennis is van de Hebreeuwse taal.
Nu gaan we terug naar pag. 1, linkerkolom regel 16 ‘rabbi Chizkia begon met de verklaring
van de noekwa, het vrouwelijke deel van de zejr anpin (r.17) om de orde van haar
verschijnen/scheppen uit iema.’ Iema is een ander lid van de heilige familie. Noekwa is het
vrouwelijk deel van zejr anpin, en iema is de hogere moeder. Het is een goede manier om alle
krachten van het besturingssysteem van het heelal als familie te zien met verschillende
onderlinge relaties. Het is hier nu de juiste tijd om jullie in het kort iets meer te vertellen over
deze hemelse familie.
Hij vertelde ons dat er 10 sfirot zijn: keter chochma biena tieferet etc. Hij vertelde ons ook dat
die 10 sfirot eigenlijk 5 zijn, want de vierde, zejr anpin, heeft er 6. Daarom zijn het er 10. Zij
vormen ook 5 partsoefiem – partsoef is enkelvoud, partsoefiem is meervoud. Partsoef
betekent een structuur van 10 sfirot. Sfira betekent een emanatie van geestelijk licht. Het is
niet het licht zoals we in onze materiele wereld zien. We kunnen ons dat geestelijke licht niet
eens voorstellen. We kunnen dit licht alleen ervaren. Binnen jezelf kan je het hoger en lager
plaatsen, meer naar links of naar recht, in je ervaring.
50
Ik probeer het in een paar woorden uit te leggen als het mogelijk is, want de hele Zohar
spreekt er over. Alles bestaat uit die 5 sfirot. In het Engels zegt men ‘sefira’. Ik raad jullie aan
om alle termen in de Zohar volgens de originele taal uit te spreken. Sfira is enkelvoud, sfirot
is meervoud. Alles bestaat uit 5 sfirot, alles wat leeft, wat bestaat, vier naturen: levenloze(o.a. stenen), vegatatieve-, dierlijke-, en menselijke natuur. Elk deel van een boom heeft in
zichzelf ook de geestelijke dna, de 5 sfirot.
We gaan verder met de verklaring, introductie, hoe alles tot bestaan kwam. De Zohar,
haSoelam begint met een mededeling over 10 sfirot waarbij hij ervan uitgaat dat wij weten dat
er 10 sfirot zijn. En hij spreekt over 5 partsoefiem, entiteiten van 10 sfirot, of een bepaalde
kleur, kracht. Daarom wil ik helemaal naar het begin gaan van het ontstaan van het heelal.
De kabbala vertelt ons dat er eerst alleen het eeuwige licht bestond, die heet ‘Ejnsof’, geen
einde, eindeloos licht, eeuwig licht. Dit licht is het licht van perfectie. En dit licht kwam,
zoals de kabbala zegt, van zijn essentie, van één kracht in de wereld waar alles uit ontstaat.
Eerst was de hele realiteit gevuld met Ejnsof. Er was geen enkele plaats waar tekort was aan
Ejnsof. Het kwam toen in zijn gedachte op – we spreken in de taal van de mensen – om de
schepping te scheppen.
We kunnen hierover niet speculeren, maar Wijzen, chachamiem, zeggen dat Hij Zijn
eigenschappen wilde delen met iemand; Hij is barmhartig en Hij wilde een schepping die zou
proberen om ook barmhartig te zijn. Een schepping die in Zijn licht zou herkennen, dat Hij
van Zijn essentie uit zou laten gaan, zou leren over de eigenschappen van het eeuwige leven
van de Schepper. De kabbalisten zeggen dat het daarom onmogelijk is om Zijn essentie te
bevatten. Van Zijn essentie kwam licht uit dat a.h.w. bekleedt was. De Wijzen noemen de
Schepper ‘Boreh’. Eén van de werelden heet ‘brieja’ en dat komt van Boreh, scheppen.
HaBoreh is de Schepper.
Van de Schepper kwam het licht Ejnsof. En met dit licht werd alles geschapen. In deze
perfecte realiteit kwam een beperking. Het beperkte zichzelf op een plaats en daar ontstond
tekort. Dat is de plaats waar wij leven. Niet alleen de aarde en de hemel maar het hele heelal.
Dit is de plek vanwaar Ejnsof vertrok en leeg achterliet, om op die plaats ruimte te maken
voor de schepping. Zonder tekort zou daar geen schepping kunnen ontstaan. Het licht kwam
naar de zijden van deze plaats en de plaats bleef leeg. Deze plaats was in de vorm van een
cirkel. De cirkel is een perfect figuur, want alles op hetzelfde niveau heeft dezelfde afstand tot
het middenpunt.
Het licht Ejnsof verliet deze plek, deze cirkel, en die werd leeg. Dit is de eerste keer dat er
leegte ontstond. Leegte betekent tekort. Tekort aan wat er is geweest, en dat is het licht,
Ejnsof. Het licht is nu weg en wat is er achtergebleven op deze plaats? Wens, eenzaamheid,
tekort en het streven naar wat er is geweest. Het licht Ejnsof kwam dan die plaats binnen die
als een bol is. Ejnsof kwam van boven, via de buitenkant deze ‘bol’ binnen. Het kwam nu niet
van alle kanten, van rondom, maar als een lijn van boven. Eerst was het allemaal gevuld van
dit licht, maar nu om hier leven mogelijk te maken, kwam het als een lijn, kav in het
Hebreeuws. Het licht kwam dus als een lijn en de schepping kon het verduren en er kon leven
zijn.
Het licht Ejnsof kwam van boven binnen tot het middelpunt en niet helemaal door de hele
‘bol’ heen, want dan zou er geen boven of onder of zo zijn. Het licht kwam in de bovenste
51
helft van de bol. Voordat Ejnsof deze bol binnen kwam, bereidde Ejnsof zich voor. De
eigenschap van Ejnsof is het ultieme geven, schenken, en de schepping moest het
tegenovergestelde worden. De belangrijkste eigenschap werd ontvangen. Want als de
Schepper wil geven en er geen ontvanger, aan wie zou Hij dan kunnen geven. Daarom schiep
hij in deze bol, waar het heelal werd geschapen, de wens om te ontvangen. Dat is een tekort,
de wens om te ontvangen en dat is de hele eigenschap van alles dat geschapen is.
Zo zien we in onze wereld dat alles wil ontvangen. De vegetatieve natuur, daar draaien
bijvoorbeeld de bloemen zich naar de zon, ze willen ontvangen en dat is inherent aan de
schepping. En de tweede keer dat het licht in deze bol kwam maakte Ejnsof voorbereiding.
Het licht beperkte zich in vier stadia. Het licht is gever en hoe kan de gever het licht
ontvangen in iets dat wil ontvangen. Het licht is geven en er is geen tekort. Hoe kan het zich
dan omvormen tot iets dat wil ontvangen?
De kabbalisten vertellen ons dat het daarom nodig was om door vier stadia te gaan om een
soort van ontvanger, klie, te worden voor het licht. Klie is Hebreeuws en betekent ontvanger.
Ejnsof beperkte Zichzelf in vier stadia voordat het de bol in kwam. Het eerste stadium is de
Ejnsof zelf, maar als wortel voor deze vier stadia. Kabbalisten noemen dit stadium ‘keter’,
kroon. Want een koning draagt ook een kroon, en die kroon is boven het hoofd van de koning.
De kroon is niet de koning zelf. Zo is het ook met de keter. De keter heeft alle in potentie in
zichzelf. Keter is net als Ejnsof, wil geven. Het eerste stadium in het transformeren van het
licht in iets als de wortel van de schepping is de eerste ontvanger van het licht en dat heet
chochma. We spreken nu van de sfirot. Chochma is de eerste emanatie van het licht zelf. De
wortel is keter. Keter is de vertegenwoordiger van het licht van de Schepper zelf.
Het eerste stadium dat dit licht ontvangt is chochma, dit is Hebreeuws voor wijsheid. Het is
het licht van leven. Het geeft aan alles leven. Chochma ontvangt het licht van boven zonder
dat hij een wens hier voor had. De eerste fase was dus gewoon ontvangen, maar het was wel
al een stadium dat de sfira chochma iets ontvangt. Ejnsof ontwikkelde zichzelf naar de
schepping toe. Ejnsof heeft die ontwikkeling niet nodig, maar het voor de schepping zelf.
Wanneer chochma was ontwikkeld proefde chochma het licht van de gever. Eerst ontving
chochma zoveel als er gegeven werd, maar aan het einde van de ontwikkeling van chochma,
voelde hij dat het licht hoger was van kwaliteit, meer verheven, dan de chochma. Chochma
ontving alleen, het licht van de keter, het hoge stadium, de wortel. De sfira keter was
verhevener, die wilde geven. En toen kwam er een nieuw stadium dat zich in
overeenstemming wilde brengen met de gever, de keter. En deze sfira, emanatie van licht in
het proces van het transformeren van het licht van geven naar ontvangen, is biena. Biena
betekent iets als begrip, intuitie. Haar kwaliteit is geven, lijken op de Gever. De
eigenschappen van sfirot veranderen niet. Biena wil altijd geven, door haar wens om op de
keter te lijken.
We zien dat door ons ontvankelijk te maken voor het licht, we het licht in onszelf ontvangen.
Zelfs door gewoon de tekst van Zohar te lezen. We zullen onvoorwaardelijk het licht proeven
dat allerlei inkervingen in ons zal maken. Het kerft plaatsen bij ons in waar we het licht zullen
ervaren, proeven.
Biena wilde alleen maar geven, ze wilde het licht van chochma niet ontvangen, want dan zou
ze als hem zijn. Ze zegt “nee, ik wil niet ontvangen’. Maar aan het eind van haar ontwikkeling
realiseert ze zich – ‘ze’, want het is een vrouwelijke kracht van de sfirot. Chochma is
mannelijk, die ontvangt, maar zonder wens om te geven. Biena heeft de eigenschap van geven
52
en wil niet ontvangen, en dat is vrouwelijk. Vrouwelijk element of vrouwelijke kracht is
‘hitgabroet’, weerstand, van de kant van de schepping. Weerstand van beneden naar boven.
En mannelijk is van boven naar beneden. Aan het eind van de ontwikkeling van de biena
realiseerde ze zich dat als ze wil geven, ze ook wat licht moet ontvangen van de chochma.
Het is belangrijk dat ik hier een korte introductie geef over hoe geestelijke objecten van elkaar
verschillen en hoe ze met elkaar overeenkomen. Als twee geestelijke objecten helemaal
hetzelfde zijn, dan staan ze op hetzelfde geestelijke niveau. Als een ander geestelijk object
een deel ontwikkelt dat anders is dan het originele geestelijke object, dan scheidt hij zich af en
wordt een nieuw geestelijk object. Het is niet zo dat er iets verdwijnt, maar er ontstaat iets
nieuws. Er is een wet: “niets verdwijnt er in het geestelijke’.
Aan het eind van de ontwikkeling van de biena wilde ze geven. Hoe? Ze wilde niet ontvangen
omdat ze op de Bron van het licht wilde lijken, de keter. En nu op het eind realiseert ze zich
dat ze iets moet ontvangen. Haar basiskwaliteit is niet om te ontvangen maar om te geven.
Deze nieuwe kwaliteit van het ontvangen van het licht chochma, samen met haar belangrijkste
eigenschap van geven, maar een nieuwe sfira, kwaliteit, stadium; dit stadium heet Zejr Anpin.
Zejr Anpin (z”a) heeft twee kwaliteiten. De kwaliteit van zijn moeder, biena, waardoor hij van
het licht van de kwaliteit chochma kan ontvangen. Biena ontvangt het licht chochma niet voor
haarzelf, want zij heeft het niet nodig, het is niet haar eigenschap. Ze heeft het nodig om aan
z’a te geven, want die heeft het nodig. Een ander woord voor Zejr Anpin is tiferet, pracht.
Tiferet is ook één van de 6 sfirot van de zejr anpin. Tiferet is de vertegenwoordiger van die 6
sfirot en daarom wordt het tiferet genoemd. Een andere naam is zejr anpin, Aramees voor
‘klein gezicht’. Klein gezicht betekent klein in het ontvangen van het licht van leven, van
wijsheid.
De vierde sfira, het derde stadium van de ontwikkeling van het licht is Zejr Anpin. Zejr Anpin
staat heel dicht bij de Biena, maar daarna ontwikkelet hij zichzelf en proeft hij in zichzelf al
die smaken die eerst in zijn ouders waren, zijn moeder die geeft, en hij proeft ook de
eigenschap van chochma en die is zijn vader. Chochma ontvangt wel het licht, zonder wens
daarvoor te hebben. Zejr anpin wil meer van dat licht ontvangen, want het ontvangen van dat
licht is het doel van de schepping.
We hebben geleerd dat Ejnsof, de Schepper, Boreh – verschillende woorden voor hetzelfde,
maar vanuit een ander gezichtspunt – de schepping heeft geschapen met een tekort, zodat de
schepping de wens om te ontvangen zou hebben om al het goede van Ejnsof te ontvangen.
Daarom is het zo’n sterk verlangen, wens, om het licht chochma te ontvangen. Aan het eind
van de ontwikkeling wil Zejr Anpin alleen maar ontvangen. En dan, zoals we al een beetje
geleerd hebben, als een nieuwe kwaliteit verschijnt dan scheidt hij zich af van het origineel.
Hier is het ook zo: de wens om dit licht chochma te ontvangen maakt een afscheiding van zejr
anpin en dan ontstaat de vijfde sfira, het vierde stadium, malchoet. Zejr Anpin is de gever,
zoals we geleerd hebben, net als chochma, en daarom is hij mannelijk. Malchoet wil
ontvangen en daarom is zij vrouwelijk. Dit vierde stadium is de sfira die helemaal wil
ontvangen. Zij komt overeen met de wens van de Schepper om een schepping te maken die
het licht wil ontvangen. Geen van de vier sfirot die boven malchoet staan hebben de
volwassen wens om te ontvangen. Malchoet heeft het wel. Keter is de wortel en heeft geen
ontvanger in zich. De wens om te ontvangen komt van het licht, dus in het licht moet ook een
soort wens om te geven zijn. Die wens om te geven verandert in de schepping tot de wens om
te ontvangen. In Ejnsof zijn twee dingen die totaal tot één verenigd zijn: het licht zelf, en de
53
wens om te geven. De wens om te geven is als de wens om te ontvangen, maar we kunnen
niet zeggen dat in Ejnsof de wens is om te ontvangen, want deze twee eigenschappen zijn
tegengesteld. Maar in Ejnsof zijn ze in één. Dit is een groot geheim, dat in de leer van rabbi
Eliëzer wordt verklaard.
We zien in de sfira chochma geen volwassen wens om te ontvangen. Het is gewoon
ontvangen zonder wens. In de biena zien we een soort kracht, het is de eerste reactie van de
komende schepping, dat ze niet wil ontvangen. Dit is het begin wat later zorgt voor de
begrenzing. Zonder begrenzing kan het licht niet ontvangen worden. Het is alleen in de
eigenschap, haar wens, haar neiging om overeen te komen met de keter, maar het is geen
volwassen wens om te ontvangen.
De vierde sfira, Zejr Anpin, heeft als voornaamste kwaliteit geven. Hij ontvangt een beetje
om te kunnen geven aan de malchoet. Alleen malchoet heeft de volwassen wens om te
ontvangen. De wens van haarzelf. Zij kijkt omhoog en ziet zejr anpin en in zejr anpin ziet ze
biena die alleen wil geven, en daarin chochma, en ze wil meer ontvangen, want ze ziet dat het
een groot ding is om dit te ontvangen. Het is de wens van Ejnsof, die wil een schepping die
dat licht wil ontvangen.
Dit is een kleine introductie van het scheppen van de wereld en de kwaliteiten van de sfirot.
Door de houding van biena, die weigerde het licht te ontvangen, om in overeenkomst te
komen met de keter, de gever. Het licht dat zij daardoor ontvangt is ‘or chassadiem’, het licht
van goedertierendheid.
Alles is opgebouwd uit twee lichten: or chochma, het licht van wijsheid of het licht van leven,
of licht van wijsheid; en or chassadiem, het licht van goedertierendheid, licht van geven. Alles
in de schepping is uit deze twee lichten opgebouwd. Het licht in Ejnsof is niet anders, maar
daar zijn ze in één verenigd. Alleen in de schepping zelf zijn ze als twee.
Werk deze les uit, probeer als mogelijk het te voelen, dus niet met je verstand.
Leer de kabbalistische termen. Als je die uitspreekt komt er licht.
De wijzen zeggen: het ene goede trekt het andere goede aan.
Je ogen gaan verder open en je zal meer van het goede zien.
Maar zo ook: een zonde trekt een andere zonde aan. Die persoon wordt dan zwakker en
zwakker en a.h.w. neemt de dood hem steeds meer in beslag.
Wat je kan leren van de Zohar, leer het. De Zohar is heilige en maakt ook ons heilig.
54
In het rechterrond zijn geestelijke werelden afgebeeld zoals Ejnsof hen in het
scheppingsproces tot stand bracht om tot voorbeeld te dienen aan de mens die het op zijn
beurt voor Onze wereld zelf kan toepassen, waarbij hij zegen en overvloed van Ejnsof
naar Onze wereld en al zijn wezens zal overbrengen. Met zwart puntje is Onze wereld
afgebeeld waar de aarde het meest in het centrum ligt. In het linkerrond zijn alle wezens
van Onze wereld afgebeeld: A- mens; B – dierenrijk; C- plantenrijk; D – zeeën; E Aarde en het zwart puntje is haar epicentrum - Magma. In beide ronden zijn met
stippeltjes ‘rond licht’ (iegoeliem) aangegeven. Dat licht (van het laagste niveau néfesj)
wordt aan de hele schepping ‘standaard’ van boven gegeven. Dat is het absolute
minimum aan licht (levenskracht) dat elk schepsel ‘om niets’ ontvangt. Er is echter nog
één speciale mechanisme in de schepping ingeplant – directe licht - dat uitsluitend door
de mens aangetrokken kan worden. En dat in verschillende gradaties oplopend van
néfesj, roeach, nesjamá. Dat betrekt de mens door goede daden en verzoeken (Ma’N)
aan de Schepper. Daarop komt het directe licht van boven (Ma’D).
Directe licht
Ma”N
Ejnsof in Onze wereld
Directe licht –
door de mens
Ma”N
Ma”D
Tekening .1M
3
Ma”D
EJNSOF in werelden
55
Eerst bestond slechts ATSMOETO – Zijn essentie -die ondoorgrondelijk is en kan dus geen onderwerp van
studie zijn. Van Atsmoeto kwam een scheppende gedachte – om een schepping te scheppen zodat die van Zijn
Goedheid te weten zal komen. Deze scheppende gedachte heet Ejnsof – het oneindige licht. Ejnsof bestaat uit
de wetten (eigenschappen) van het Heelal die eeuwig, onveranderlijk en volmaakt zijn. Op die manier kan de
mens zich door het geestelijke werk in overeenkomst te brengen met die eigenschappen om met Hem samen te
vloeien. Maar eerst moest Ejnsof zich verruwen, want de schepping kan hem niet direct ontvangen daar het veel
te sterk is. Daarom gingen aan het scheppen van de schepping 4 stadia van het verruwen van licht vooraf (arba
bchienot de or jasjar) die op de tekening met de letter A zijn aangeduid. Al deze voorafgaande fasen bevinden
zich in de Wereld van Oneindigheid – Olam Ejnsof. De malchoet van Olam Ejnsof bestaat uit 10 sfirot
waarvan de laatste – malchoet van de malchoet (op de tekening aangeduid met de letter B) heet de Wereld van
Beperking – Olam Tsiemtsoem. Binnen deze wereld vonden nog 5 verruwingen van Ejnsof plaats: Olam
Adam Kadmon, olam Atsieloet, olam Brieja, olam Jetsiera en olam Asieja. En het laagste en grofste deel van
olam Asieja is Onze wereld die op de tekening met de letter C wordt aangeduid. Onze studie betreft de structuur
van al deze 5 werelden van boven naar beneden (waarin ook de mens werd gezet) met alle onderlinge
verhoudingen die daar plaats vinden. Dat is wat wij ‘geestelijke ladder’ noemen, de ladder die Jaakov. Als wij
deze structuur van boven naar beneden bestuderen worden wij in staat gesteld om ook van beneden naar boven
erlangs ‘op te klimmen’.
ATSMOETO-Zijn essentie
Tekening3.2M
Licht ‘Ejnsof’
56
Tek. 3.3M Masach
Het licht dat zich van Ejnsof naar de schepselen verspreidt heet directe licht - or jasjar – het is
absoluut enkelvoudig. Wat betekent enkelvoudig? Niet samengesteld, niet bestaande uit
miljarden afzonderlijke smaken. Er zijn in hem überhaupt geen smaken te onderscheiden.
Smaak eraan geeft verbruiker – klie - aan met zijn persoonlijke eigenschappen. Afhankelijk
van het feit, hoe die klie dit bij hem aankomende licht in zijn or chozer, in zijn wilskracht,
kan laten inhullen, welke frequenties van het bij die klie aankomende licht het volgens
eigenschappen van die klie in or chozer van die klie kan inhullen – slechts in die mate kan die
klie dat aankomende licht zien, ervaren, begrijpen.
Or chozer is als het ware ‘bekleding’ (omhulling) van een klie op or, op Boré. En wanneer dit
or chozer het aankomende licht bekleedt (omhult), worden zij beide als één geheel. In deze
bekleding van or chozer wordt de volledige verbondenheid tussen klie en or verwezenlijkt.
Natuurlijk, dat deze verbondenheid plaatsvindt afhankelijk van datgene welke uitwerking
zendt or, Boré klie, aan de schepping; op welke wijze bouwt or klie=malchoet op; op welke
wijze vormt or in malchoet masach.
Or Chozér. Terwijl een klie
or weerkaatst en or jasjar in
or chozer laat inhullen, begint
te begrijpen wat is Bore; wat
Hij wenst; wat Hij haar zendt.
Or jasjár (dunne aankomende licht).
Als klie=malchoet de sterkste masach
heeft die al haar egoïstische wensen
dekt, dan kaatst het or jasjar tot de
meeste top af – tot de bron waarvan
het uitkwam.
Masach
Klie
Klie is wens. Wens is slechts één
ding – om te genieten en dat is de
schepping die door Boré zo is
geschapen. Wij beschikken niet
over voorwaarden om or te gaan
ervaren, want or schijnt slechts in
or chozer, slechts in de mate van
overeenkomst naar eigenschappen
tussen klie en or.
Masach. Wilskracht of te wel
grootte van geloof,
tegenwerking aan de wens om
te ontvangen heet masach. En
deze masach beschermt
malchoet dat or in haar niet
binnen zou dringen, opdat zij
niet geforceerd zou zijn hem
gedwongen te ontvangen.
Omdat wens roept in klie
passende handeling op.
57
Tek 3.4M
De eerste 3 verspreidingen
van de straal [kav]. Het ‘fonteinprincipe’ van verspreiding van licht (“or”)
Deze tekening is het vooraanzicht
van cirkels in dwarsdoorsnede,
waarvan alleen de linkerzijde is
uitgetekend. Dus wat zich links van
de tekening bevindt, bevindt zich
ook aan de rechterkant
Ejnsof
I
II
Or chochma
Or chassadiem
(licht van
genade)
Atsieloet
Brieja
Jetsiera
III
Masach de rosj
(van “hoofd”)
Het totaal
aan licht
dat de
Schepping
dient te
ontvangen
A”B
Sa”G
Hier mag
het licht
chochma
niet
ontvangen
worden
daar onder
de taboer
geen
kracht
voor is
Masach de Goef
(van “lichaam”)
Asieja
’t Punt van “Onze wereld”
58
Tek. 3.5M
Alles bestaat uit 5 basissfirot waarbij de 4e sfira (Zejr Anpien) uit haar afzonderlijke 6 sfirot bestaat. Daarom
spreken wij ook over 10 sfirot. Maar als wij over algemene processen in het geestelijke spreken, dan zijn dat altijd
5.
Links zijn de verhoudingen tussen 5 basissfirot afgebeeld. Het maakt niet uit waar die sfirot zich bevinden – deze
kwalitatieve verhouding blijven altijd geldig. Vergeet niet: bij het lezen van kabbalistische teksten, graag steeds in
de gaten houden waar het over gaat: over lichten of over keliem. Want die zijn tegenovergesteld (het principe van
twee cilinders waarbij één cylinder binnenkomt – licht en de ander hem ontvangt – klie).
Kether bevat alle potentiële krachten die zich nog dienen te ontvouwen. Het is een directe ‘vertegenwoordiger’
van de Schepper in het Heelal.
Chochma – ontvangt alles wat van men van boven geeft en dat is het licht chochma (licht van wijsheid). Het
komt altijd van Kether uit. Het is een mannelijk (gevend) beginsel.
Biena - wenst het licht chochma niet. Haar bovenste helft is onafscheidelijk met Chochma verbonden in eeuwige
eenheid en samenvloeiing. Het is een vrouwelijk beginsel en zij wil alleen maar chassadiem (licht van genade).
Pas wanneer ‘haar kinderen’ – Z”A en Malchoet om een schijnsel van licht chochma vragen (die laatste hebben
het wel nodig!), dan keert Biena zich tot Chochma toe om erom te vragen. Haar tweede, onderste helft is daarvoor
ook toegekeerd (afgedaald) naar Z”A. Via dat tweede lagere deel ‘ziet’ Biena behoeften van haar kinderen.
Z”A – ontvangt licht chassadiem van Biena (het merendeel van zijn behoefte is immers licht chassadiem) en een
beetje van licht chochma. Hij is altijd ‘bezorgd” om het licht (met name om het schijnsel van licht chochma aan
Malchoet verder door te geven). Z”A is een mannelijk beginsel.
Malchoet – is eigenlijk de definitieve schepping, de volgroeide vorm van een klie. Zij is een vrouwelijk beginsel.
Kabbalisten spreken over ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ met name uitgaande van de aard van een geestelijk object in
zijn/haar verhoudingen tot een ander object.
Kether
Chochma
Biena
(6) – Z”A
Malchoet
“Onze wereld”
59
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 4
Er bestaan drie dingen: licht, klie (de ontvanger), en daartussen zitten de verruwingen van
licht, de geestelijke werelden.
Het licht mag je niet direct egoïstisch in je opnemen, je moet die dus eerst weerkaatsen, zodat
je leert om het mondjesmaat te ontvangen en niet meteen dat wat je wilt.
Een masach, een scherm, is een anti-egoïstische kracht, die een mens tussen zichzelf, het licht
en de geestelijke werelden, plaatst.
Het enkel ‘scannen’ van Zohar helpt niet, omdat je geen inspanning hoeft te leveren. Denk je
dat het wel een heel klein beetje helpt dan is dat door suggestie. Als men je iets zegt te doen
en je hoeft daarbij geen inspanning te leveren, dan komt het van de duivel, het slechte
beginsel.
Alles wat kwalitatief goed is - dichter bij de eeuwigheid - die manifestatie van het goede, is
in elke generatie zeldzaam. Loop dus nooit achter de massa aan, want daar kan weinig goeds
zitten. In elke generatie zijn het altijd enkelingen die enorme ontwikkelingen brengen, en niet
de massa.
Wat het geestelijke betreft loopt de massa achter de enkeling, maar betreffende de algemene
dingen, het sociale leven etc., moet de enkeling zich aanpassen aan de massa. Des te dichter je
bij het goede komt, des te meer inspanningen je moet leveren. Geen andere wonderen dan dat
jij steeds dieper komt en steeds meer van het goede ontvangt.
Het is de mens niet gegeven om zijn geestelijke weg af te maken; hij kan het doen, maar het is
hem niet gegeven om het resultaat te zien van zijn geestelijk werk. Omdat je steeds aan jezelf
moet werken. Het is niet zoals in onze wereld dat je resultaat moet zien.
In Pirkei Awot, de Spreuken der Vaderen staat dat het de mens niet is gegeven om zijn werk
af te maken. Aan de andere kant is er ook gezegd: “Je bent ook niet vrijgesteld om jezelf
ervan te onthouden”. Hoe kan dit? Dit is goddelijke logica, het is niet van onze wereld.
Er staat ook geschreven: “De Schepper zal het afmaken”.
Het afmaken is niet aan ons, maar je moet wel vertrouwen en geloof opbrengen. Dat jij
telkens vooruit gaat en niet naar je oude toestand terugkeert. En het geloof, het vertrouwen is
cruciaal, want dat betekent dat jij MA”N, gebed, opbrengt. Dus denk niet dat je weer op
dezelfde plek komt. Zeg tegen jezelf, vertouw, breng geloof op.
Zonder geloof komen we nergens. Geloof betekent dat je inspanningen levert, dat er bij jou
sporen van het licht worden achtergelaten. Hoe meer geloof, hoe minder twijfels. Ik wil niet
dat het een preek wordt; Zohar zelf zal het in ons structureren.
Onthoud, schrijf op: Bij alles wat wij in Zohar zelf leren (niet in het commentaar wat
verklaart, Sjosjana, lelie, etc.), moeten wij ons afvragen: waar zit het op de geestelijke ladder.
60
Spreekt Zohar over de wereld Adam Kadmon, of over de wereld Atsieloet? Welke partsoef?
Welke sfira? Over licht of over klie? En niet ingaan op de woorden, zoals lelie, zelf.
De auteur van Zohar met negen van zijn leerlingen en andere kabbalisten gebruiken de taal
van onze wereld, maar zij bedoelen nooit de aardse verhoudingen. Zij spreken altijd over de
geestelijke wortels, waaruit alle zegen komt; dus Atsieloet, en andere werelden. Daar spreken
zij over en geen woord over onze wereld.
In het begin is dat moeilijk voor mensen, het gaat stap voor stap. Religie geeft ons ook een
beeld van een mens die G’d is. Dat is zo gedaan om het makkelijker voor de mens te maken,
maar het is niet zo, want alles is absoluut geestelijk.
Zohar spreekt soms over zeven planeten van het zonnestelsel, zoals Jupiter, Mars, Venus,
maar spreekt hij dan over die planeten? Nee. Later zullen wij leren waarvandaan de kracht
naar die planeten komt. Bijvoorbeeld: de oorsprong komt van Brieja, van Brieja komen
lichten naar die planeten, maar die planeten, de lagere wortel is dan in het tweede uitspansel
van Assieja, maar ook daar is alles nog geestelijk. Planeten zijn ook materieel.
De invloed van de planeten is er wel, zoals astrologen zeggen, maar de wil van de mens gaat
door alle planeten heen. Geen planeet kan het tegenhouden. De mens kan tot Atsieloet komen,
maar de planeten hebben ergens in het 2e gedeelte van Brieja hun oorsprong, vandaar krijgen
zij hun straling, terwijl een mens veel hoger strekt dan alle planeten, ook hoger dan de zon en
de maan.
Ook de zon ontvangt zijn kracht, want in zichzelf heeft hij niks geestelijks, net als een mens.
Een mens is ook van zichzelf een ‘zwarte doos’. Wanneer religie zegt dat G’d in de mens zit,
bedoelen zij dat goed, maar een mens zonder dat die zich in overeenstemming met het
geestelijke brengt, heeft niets geestelijks in zichzelf. Het geestelijke komt pas wanneer de
mens zich realiseert dat hij niet enkel wilt ontvangen, maar ook wilt geven.
Misschien na vijf of meer jaren kabbala leren, kunnen wij ervaren dat wij absoluut niet
kunnen geven, maar ook dan moet je vertrouwen en geloof opbrengen dat je verder bent
gekomen, dichter bij het licht, ook al weet je dat je niet kan geven. In de kabbala kom je niet
direct in het nirwana. Als de wekker gaat wordt je ego ook wakker en staat gelijk met jou op.
Onthou dus dat wat Zohar zegt absoluut geestelijk is, de golflengtes zijn anders. Wel wordt de
taal van onze wereld gebruikt, maar bedoeld wordt dus de geestelijke wortels. Probeer niet te
verdwalen in hun spraakgebruik, vraag je steeds af over welk deel van het besturingsproces
het gaat. Zohar spreekt enkel over het besturingsproces, de besturingskracht in het Heelal. Het
is een geweldige logica, maar hij vereist overgave.
Visualiseer ook niet. Denk ook niet dat door snel alle pagina’s door te nemen, wij ook verder
zullen gaan. Je zal niets ervaren, niets kunnen opnemen. Niemand van ons is klaar om sneller
te gaan dan we nu gaan, en het moet wel zinvol zijn.
Zelf doe ik ook iets van zes pagina’s op een dag, en soms doe ik een hele dag over één alinea.
En bij de volgende lezing van Zohar zal ik misschien een weekje kunnen vechten, met
mijzelf, om overgave te krijgen, zodat ik er van ontvang. De grote Ari kon soms een week
met één vers stribbelen; dag en nacht een vers leren en er niet doorheen komen.
61
Misschien gaan we in de hele cursus vijf of tien pagina’s door, maakt niet uit. Het resultaat,
dat ons vertrouwen, geloof, ervaring van het geestelijke toeneemt, daar gaat het om. Alles
moet groeien.
Pagina 2, (bet, de 2e letter van het alfabet, staat rechts bovenaan de bladzijde),
1e kolom, 1e alinea:
En er is in deze lelie twee toestanden ‫ויש בשושנה זו ב' מצבים‬: toestand van katnoet ‫מצב של‬
‫קטנות‬, kleine toestand, wanneer er minder dan 10 sfirot wordt ervaren. Dat wil zeggen van het
begin van haar wording ‫דהיינו של תחלת התהוותה‬, de Sjosjana. We hebben gezegd dat Zohar
met lelie, noekwa bedoelt, Malchoet van de wereld Atsieloet. Dat dan, in die toestand van
haar katnoet, in haar niet meer dan één sfira is, kether ‫שאז אין בה אלא ספי' אחת כתר‬, dat
binnen in haar ingehuld is licht nefesj ‫שבתוכה מלובש אור הנפש שלה‬.
Vorige les hebben we in het principe van twee cilinders gezien, van lichten en keliem, dat als
een klie maar één compartimentje heeft, enkel kether, (er bestaat altijd vijf, maar er wordt er
maar één ervaren, kether; worden er twee ervaren dan is dat kether en chochma), dan komt
daarin het laagste licht, dus licht nefesj. Er is een omgekeerde afhankelijkheid tussen lichten
en keliem. In keliem worden eerst de hogere gevuld, en de lagere lichten gaan het eerst
binnen. Totdat alle lichten klie binnenkomen, want dan staat alles netjes op zijn plaats.
Een klie heeft dus vijf compartimenten en voordat die vijf lichten binnen kunnen komen,
bestaat er geen overeenkomst tussen de lichten en de keliem, binnen de keliem. Keliem zijn
waarnemingsorganen. Straks zullen we dat allemaal begrijpen.
Wanneer een mens op een bepaalde traptrede in twee compartimenten het licht al kan
weerkaatsen, dan komen er twee lichten, d.w.z. dat hij dan al twee lichten kan ervaren. Dit
gaat zo verder tot hij alle vijf de compartimenten kan ervaren.
Dus, in de kleine toestand had de Malchoet van Atsieloet één sfira: kether, en daarin was één
licht: nefesj. In de klie zit dus licht. Wat is de klie dan? Iets materieels? Absoluut niet. In iets
wat niet materieel is, zit iets wat nog hoger, nog ijler is. Klie wat in een bepaalde toestand klie
is, kan ten opzichte van een lagere als licht dienen. Begrijpt u? Het is dus niet zwart/wit.
Hogere klie ten opzichte van lagere klie is dus licht, omdat het een lichtere vorm van licht is.
Met keliem bedoelen wij dus altijd een verruwing van het licht, maar nooit bedoelen wij
materie. Het is even wennen, maar stap voor stap zal het duidelijk worden. Hoger is fijner,
lager is ruwer. Hogere kracht komt in lagere kracht. Keliem zijn dus ook een vorm van licht.
Licht is jesj m’jesj, het bestaande van het bestaande, en onze keliem zijn jesj m’ajin, het
bestaande uit niets, iets dat uit niets is gekomen. Dat betekent, dat de schepping iets is dat niet
bestond en werd in de realiteit geschapen - en dat heet uit niets. Want eerst was er alleen maar
licht met de eigenschap van GEVEN. En dan werd de schepping geschapen met de
eigenschap van ontvangen, iets dat daarvoor niet geweest was. En daarom heet het jesj m’ajin,
het bestaande uit niets.
En negen lagere sfirot van haar worden beschouwd alsof ze gevallen zijn buiten
Atsieloet ‫וט' הספירות התחתונות שלה נבחנות כנופלות לבר מאצילות‬. We hebben het er vorige keer al een
beetje over gehad. Je kan zeggen dat in Atsieloet enkel reine krachten zijn. Bij de schepping
van de wereld was het zo dat de kracht Malchoet één sfira in zichzelf had, en negen waren in
de lagere wereld Brieja gevallen.
62
De Schepper schiep de wereld op dusdanige manier dat er interactie tussen Hem en ons zou
zijn. Alles tot en met Atsieloet is door het licht zelf opgebouwd. De mens moet inspanning
leveren om die negen sfirot van Malchoet omhoog te trekken. Dat is onze taak. Zo heeft de
Schepper de wereld geschapen. Door ons gebed, vervullen van voorschriften, dat wij
daarmee…Zohar zal het ons allemaal vertellen, hoe dat gereedschap werkt. Het is niet te
evenaren wat wij zullen leren…..Door ons toedoen worden die negen sfirot langzamerhand
weer opgebouwd totdat de hele schepping, Assieja, Jetsiera, Brieja, weer in Atsieloet terecht
komen en dan komt de kracht van de Masjiach.
In Atsieloet blijft dus één sfira, kether, in tact, en negen sfirot zijn gevallen in Brieja.
Gevallen betekent dat het niet ervaren wordt in Atsieloet.
En zij zijn in de wereld Brieja ‫ והן בעולם הבריאה‬daar zitten dezelfde wetten, maar er zijn meer
onreine krachten. De bedoeling is om alle krachten in de 6000 jaar van het bestaan van de
wereld, omhoog te brengen naar Atsieloet. Dat is de bedoeling van de schepping.
6e regel:
En daarnaast in haar is een toestand van gadloet ‫ועוד בה מצב של גדלות‬, van gadol wat groot
betekent; de grote toestand. Er bestaat een kleine toestand en een grote toestand. Klein, als ik
nog onder de tafel sta, en groot als ik al aan de tafel kan zitten. dat dan stijgen negen sfirot
de lagere van haar vanuit de wereld Brieja tot de wereld Atsieloet ‫שאז מתעלות ט"ס התחתונות‬
‫שלה מן עולם הבריאה אל עולם האצילות‬. Voor ons is belangrijk om te weten dat de onderste negen
sfirot bij de schepping onder haar waren in de wereld Brieja.
Grote toestand is dat de onderste sfirot stijgen naar Atsieloet en daarmee verkrijgt zij tien
volle sfirot, en is zij volwassen.
En zij, Sjosjana, is opgebouwd door hen ‫והיא נבנית עמהן‬, de onderste negen sfirot, tot een
volmaakte partsoef van tien sfirot ‫לפרצוף שלם בעשר ספירות‬, een partsoef is een geestelijk object
dat tien sfirot in zich heeft. Sjalem, volmaakt, heel. Sjalom, vrede, komt van het woord
sjalem, heel. Men kan geen vrede bereiken alvorens men heel wordt.
Vrede in onze aardse betekenis is het ontbreken van oorlog, maar dat is geen vrede. In de
hebreeuwse woorden zit de essentie van het begrip. Vrede betekent niet: staakt het vuren of
laten wij goed met elkaar omgaan, we eten niet bij elkaar maar we tolereren elkaar wel.
Tolerantie is geen vrede, wel de weg naar vrede, maar geen vrede. Vrede is liefde.
Liefde is wanneer we in volledige overeenstemming zijn met de wetten van het Heelal,
wanneer we ten aanzien van iets, tien sfirot ervaren, dan is het liefde. Dan is er geen plaats
voor onreine krachten.
Dus in de grote toestand, zegt hij, is zij met de onderste negen sfirot opgebouwd tot 10 sfirot,
een volledig partsoef, en dan heet het sjalem. De bedoeling van onze studie is dat we elke dag
een stukje sjalem, sjalom, ervaren. Je moet niet gaan slapen voordat je een stukje van sjalem
wordt.
Ga niet slapen wanneer je boos bent, of nog met de scheppende krachten een appeltje wil
schillen. Vraag, verlang ernaar, tot je sjalem voelt, voor deze dag, en niet voor morgen.
Vandaag. En zo zal je het in jezelf opbouwen, dat je elk moment naar sjalem zal verlangen. Je
63
zal zien dat sjalom, vrede, enkel in jou is, en niet dat de buurman of een ander, jou iets
aandoet.
En als je dan vrede hebt voordat je gaat slapen, dan ervaar je dus op dat moment 10 sfirot. Op
dat moment breng je jezelf in overeenstemming met het Heelal. Het is altijd een
momentopname, tot wij zover komen, door werken aan jezelf, dat er constant sjalem is. Wij
moeten altijd aan onszelf werken, maar er komt een moment dat de Schepper het als het ware
afmaakt, dat wij permanent liefde, geloof, voelen.
En dan stijgt zij op met Z”A, haar man ‫ואז עולה עם ז"א בעלה‬, tot een gelijke traptrede met
Av”I van Atsieloet ‫ לקומה שוה עם או"א דאצילות‬Abba - Chochma, en Iema - Biena, van het
besturingssysteem van het Heelal en zij bekleden hen ‫ומלבישים אותם‬.
Dus Malchoet en Z”A stijgen naar Av”I en bekleden hen. Straks komen we bij het bekleden,
wat dat is.
En dan wordt Z”A genoemd de naam Israël ‫ בשם ישראל‬,‫ואז נק' ז"א‬. Dat hij (Israël) uit de
letters bestaat (die twee woorden vormen) - lie rosj ‫שהוא אותיות לי ראש‬. Israël bestaat uit die
twee woorden: Lie, Mij, en rosj, hoofd. Zij zijn mij tot hoofd. De kracht Israël, Zeir Anpien
en noekwa, als besturingssysteem, is als hoofd van de hele schepping. Wat dat allemaal
betekent zullen we gaan zien.
En de noekwa ‫ והנוקבא‬noekwa is ander woord voor malchoet, vrouwelijk aspect. In het
hebreeuws is het nekeva, vrouwelijk. Daar zit ook een wortel van nekev, gat, in. Ze heeft een
opening in zichzelf die het licht naar beneden doorlaat naar lagere werelden. In het hebreeuws
is alles vol van originele betekenis naar krachten.
Dus we hebben gezegd dat Z”A Israël wordt genoemd, in zijn volle toestand.
...wordt genoemd Knesset Israël ‫נק' בשם כנסת ישראל‬, de verzameling van Israël. De noekwa
heeft nu 10 sfirot in haarzelf en wordt de verzameling van Israël genoemd. Vanwege het feit
dat zij verzamelt binnen haarzelf van alle lichten van Israël ‫על שם שכונסת בתוכה כל האורות של‬
‫ישראל‬, Zejr Anpien, haar man ‫בעלה‬, de kracht waaruit zij licht ontvangt, dat zij doorgeeft
hen ‫ שהיא משפעת אותם‬de lichten naar de lagere ‫( אל התחתונים‬schepselen). Naar ons, naar de
lagere, naar de wereld Brieja, Jetsiera, Assieja en alle overige schepselen.
We hebben hier enorm veel informatie gekregen. In principe zit de hele kabbala ook hier. Je
moet het zo zien dat niet in de pagina’s, maar in elk stuk, in elk klein detail, de kracht van de
kabbala, de kracht van de schepping zit. Als wij één detail goed doornemen, dan hebben wij
het doel bereikt. We hoeven niet een heel brood te eten om te weten hoe een brood smaakt.
Zo ook hier. Er zitten enorm veel details.
We gaan het nu in vogelvlucht nogmaals doornemen en zal ik wat toelichting geven.
Op de geestelijke ladder, in het operationele systeem van het Heelal, wordt met Sjosjana,
Lelie, Malchoet bedoeld. Wanneer Malchoet nog niet sjalem, nog niet heel is, noemen wij
haar noekwa.
De toestand van katnoet, als er iets ontbreekt, dus bij de noekwa van Atsieloet. Bij haar
wording, bij het scheppen van de wereld had zij enkel één sfira, kether. Alleen kether kon
ontvangen. Alles wat in Atsieloet was kon het licht zelf ontvangen. Wat onder de wereld
Atsieloet is, daar is een enorm verlies aan kracht van wat men ontvangt.
64
Ten aanzien van Atsieloet, is Brieja maar een fractie van het licht. Mosje kwam ergens in
Brieja.
In het begin moet je je niet afvragen waarom, maar wat en hoe. Wat leren wij hier en hoe
komt het tot stand. Op die manier zal je veel leren. Vragen die niet beantwoord zijn dat is
jouw schatkamer. Wil niet meteen antwoord krijgen, laat die vragen bij jou sudderen, dan
krijg je verlangen en dat verlangen zal het licht bij jou weerkaatsen en door je eigen
inspanningen ga je dan ervaren, kom je tot een explosie van begrijpen.
En dan komen er weer nieuwe vragen, en dan denk je pppffff…en dan komt er weer licht,
want van boven wil men ons niet vermoeien. Men wil ons alles geven, maar wij moeten klaar
zijn. Kabbala is niet gecompliceerd, maar je moet er voor open staan, en dan zal alles voor je
opengaan.
Door de vertaalde boeken over kabbala kan je misschien tot doctor promoveren, maar je
verkrijgt er nog geen druppeltje licht van. De auteurs zijn geen kabbalisten, zij weten wel
veel, maar door te weten kom je niet tot het ervaren van het geestelijke.
Dus zij had maar één sfira, kether. Licht zit altijd in een klie. Het licht, wat leven is, wil steeds
verder komen. De klie is een begrenzing, een verruwing. De klie begrenst omdat die nog niet
de kracht heeft om te ontvangen, want als je ontvangt zonder dat je klie daarvoor hebt, dan
krijg je daar een kater van. Net als je bijvoorbeeld van vakantie komt, je bent lekker uit de
band gesprongen, je hebt alles gedaan wat je wilt, en daarna moet je naar de psychiater, omdat
je namelijk meer ontvangt dan je kracht hebt, en egoïstisch ontvangen.
Door de klappen van de zweep leert de mens in onze wereld zich te beheersen. De mens moet
zichzelf leren beperken, want dat is de projectie van het Hogere. Het Hogere wil behagen
geven, wil bij je binnenkomen. Het is gemakkelijker om niet te drinken, dan om bij drie
borreltjes te stoppen, want dan ben je namelijk al verzwakt, en is het makkelijker om door te
gaan. Daarom zeggen velen dat zij dat niet doen, totdat zij het kunnen om drie borreltjes te
drinken en blij en vrij te zijn, maar vaak kunnen mensen dat niet verdragen.
Ook met al het andere plezier in onze wereld, precies hetzelfde. Dat komt omdat als het licht
een klie binnenkomt, dan wil het licht steeds verder penetreren, want jij hebt hem al
toegelaten in jezelf. Door het leren van kabbala laat je het licht steeds verder in je penetreren.
Stribbel niet tegen, want dan gaat het licht inkervingen maken, gaat op je drukken en jij hebt
geen kracht meer om hem te weerstaan. Het licht wil steeds meer binnenkomen. Jij bent
degene die beperkingen maakt. En dan als je het niet meer kan verdragen, heb je zoiets van: ik
ga het licht niet meer waarnemen. Eerst laat je het licht (behagen) binnen (gaat genieten)
omdat je blijkbaar niet van tevoren weet, dat het je kater zal bezorgen, want je hebt nog geen
kracht om hem meer te verdragen, en dan laat je hem wegstromen, je wilt het niet meer en
daarom ervaar je hem niet meer.
(Einde audio opname les 4 deel 1).
Hecht geen waarde aan de tekeningen, want in het geestelijke bestaan geen tekeningen. Ik zal
ook minder tekeningen gaan maken. In de vorige cursus heb ik er velen gemaakt, en wellicht
zal ik enkel nog wat verfijningen aanbrengen. Alles moet namelijk van binnen komen.
65
Je moet geduldig zijn, want geduld hebben als je nog niets voelt, betekent dat je wel al iets
voelt maar dat nog niet ervaart. Elke week gaan wij allemaal vooruit, dat is zeker. De heilige
vonken, en telkens andere, trekken wij van beneden naar boven. Zelfs als je het niet ziet
zitten, moeten je doorgaan, want elke keer dat je doorgaat dan overwin je.
De 9 sfirot van de Malchoet worden dus geacht naar beneden gevallen te zijn. ‘Geacht’ omdat
niets naar beneden valt, en niets boven blijft. Geen licht verplaatst zich. Vanaf de schepping
bevindt alles zich in absolute sereniteit en onbeweeglijkheid. Wij op aarde bewegen, maar het
hele besturingssysteem is onbewegelijk en tegelijkertijd dynamisch. Hoe kan dat? Als we zien
hoe een elektrische zaag werkt, dan is het alsof die niet beweegt wanneer hij op hoge toeren
draait. Hoe meer dan de geestelijke werelden die zo’n hoge frequentie hebben dat er geen
verschil tussen wel en niet bewegen lijkt te zijn.
Alle werelden bevinden zich in absolute stilte. Er is geen verplaatsing. In de tekst staat: “als
gevallen in Brieja”. Er staat dus niet dat ze gevallen zijn, want er is enkel volmaaktheid, alles
is sjalem. Wij zullen ook steeds meer sjalem in onszelf ervaren, wanneer Zohar ons verheft,
we zullen zien dat er geen vijanden meer zijn; enkel je eigen slechte beginsel ervaar je dan als
vijand.
Mijn slechte beginsel moet ik straks ook integreren in het hoge niveau, en dan gaat hij mij
dienen. Nooit het slechte in jezelf verwensen. In het hebreeuws zeggen we verwensen en niet
vervloeken. Alleen al het uitspreken van negatieve krachten trekt je naar hen toe, je opent de
poorten naar die onreine krachten.
Ook het woord duivel bijvoorbeeld, moet je niet uitspreken. Soms gebruik ik wel zulke
woorden, omdat ze voor de les nodig zijn, maar van binnen sluit ik dan een poort, zodat het
mij niet schaadt.
Alles is één tegenover de ander geschapen. Er zijn twee krachten en die zijn functioneel, alles
is functioneel, maar je moet het niet aantrekken door nare dingen. Dus niet vloeken, niet
schelden…. Door kabbala gaat het ook verdwijnen, je weet ze niet meer uit te spreken.
‘Als gevallen’ is enkel qua positionering, qua waarneming. Enkel kether werd waargenomen,
in het begin, in de kleine toestand. De andere negen sfirot werden nog niet waargenomen.
Ze vielen buiten Atsieloet in Brieja. En er kwam een toestand van gadloet. De 9 sfirot van
Brieja stijgen naar Atsieloet en alles in Atsieloet komt dan tot zijn volmaaktheid. Later zullen
we zien dat ook in de andere werelden een vorm van volmaaktheid is.
Streef elke dag naar volmaaktheid. Ga niet slapen als je kwaad op iets of iemand bent, want
anders heb je je dag aan het geestelijke werk niet volbracht en heeft het geen zin gehad.
Als je bidt terwijl je kwaad bent, dan zit je gebed enkel in onze wereld en niets stijgt dan naar
boven. Bidden is een innerlijke instelling, dat je van binnen inspanning levert om in sjalem te
zijn, om heel te worden. Het gaat enkel om dit moment: nu ben ik niet heel; en het gaat niet
over later.
Als je geen sjalem voelt, zit je in katnoet, kleine toestand, je voelt geen 10 sfirot. De sfirot die
je niet ervaart, moet je beschouwen alsof ze zijn gevallen. Als je van binnen vraagt en
verlangt naar sjalem, maar je blijft kwaad op wie of wat dan ook, dan gaat je gebed nergens
66
naar toe; dan is het geen gebed, maar gezeur. Als je kwaad bent, moet je doorgaan tot je heel
wordt, tot je sjalem verkrijgt, op jouw niveau natuurlijk, want je werkt altijd aan jezelf.
Dus ben je nog steeds kwaad, dan spreek je enkel woorden uit en geen gebed. Je gebed komt
niet omhoog. Omhoog betekent dat je een hogere mate van eenheid verkrijgt, meer sfirot
ervaart. Hoe kan je dit toetsen? Als je kwaad bent en door het gebed geen twijfels krijgt, dan
wordt je verhoord.
Wanneer je maar één sfirot ervaart, betekent het dat je nog geen kracht hebt om die andere te
doorlichten, te zuiveren en omhoog te trekken. Het is dus absoluut aan ons, en dat is een groot
wonder: het is enkel aan ons om volmaaktheid te verkrijgen, en aan niemand anders. Dit is
geweldig! Van binnen moet je je inspannen. Hoe meer sfirot je naar boven trekt, des te meer
je tot sjalem komt.
Gisteravond lag ik in bed en buiten was er feest buiten, met zoveel muziek, dat mijn oren, die
fysiek zijn, last hadden van de decibellen, want decibellen zijn niet geestelijk. Op dat moment
moet je zeggen: gam ze tov, ook dat is goed. En je zal zien dat door je instelling de muziek je
niet meer zal storen. Je komt tot die plek in jezelf waar enkel het eeuwige leeft, en je uiterlijke
mens zal daar wel last van hebben, maar het innerlijke niet, en je valt dan gewoon in slaap.
Wat voor muziek dan ook, of een bekeuring of wat dan ook zal je doorstaan met vreugde.
Zeg tegen jezelf: gam ze tov. Ook als er iets plaatsvindt wat in jouw ogen slecht lijkt, moet je
dat zeggen. Later zal je dat niet zeggen, maar ervaren. Het is enkel kwaad namelijk in jouw
waarneming. Wat is er verkeerd als er iets gebeurt wat jij niet prettig vindt? Je moet alles
prettig vinden. Natuurlijk moet je niet zulke situaties gaan opzoeken, maar als ze er zijn…
Hij zegt verder: “De noekwa stijgt omhoog “, omwille van correctie, volmaaktheid. Als je
jezelf verheven voelt, dan voel je je ook of je omhoog bent gegaan, zo ook in het geestelijke.
Alles kunnen we ons aanleren.
Wat Mosje, en alle grote profeten, door unieke toewijding konden doen, kunnen wij in onze
tijd door veel minder inspanning ervaren. Waarom? Omdat het al geweest is, het bestaat al.
Zeg dus niet: het is mij niet gegeven. Het gaat om de mate van je wens en toewijding aan
jouw vervulling, en dat is wanner je goed doet aan de Schepper.
Zeg tegen jezelf: Daar heb ik alles voor over. Als mijn vervulling afhangt van het
overeenkomen met de wetten van het Heelal, met het liefhebben van de Schepper, dan ben ik
tot alles bereid. Later draait het om, dan zal je zeggen: Al betekent mijn vooruitgaan, dat ik
mijn vooruitgang moet vergeten, maar de Schepper lief moet hebben….zelfs als Hij mij dood
zal laten gaan, dan zal ik Hem liefhebben.
Noekwa, de 9 sfirot uit Brieja, stijgen dus naar Atsieloet, dan heeft zij tien en vervolgens
stijgt zij met Z”A naar Abba ve Iema; en zij bekleden Av”I.
Z”A heet dan Israël, de woorden lie rosj.
Tekening 4:
Rechts op de tekening staat het in een verticale lijn getekend, want dat is handiger,
Maar het is als op de linker afbeelding op tekening 4: het Hogere zit altijd binnen het lagere.
Arich Anpien wordt dus bekleedt door Abba ve Iema. Een bekleding is als een lampenkap.
67
In onze wereld is het onmogelijk om licht zonder bekleding te ervaren.
Eerst was er Ejnsof, licht, en vandaar kwam één straaltje, en werd er steeds meer
verruwingen, bekledingen, lampenkappen gemaakt, tot het zo was dat de mens gecreëerd kon
worden.
Wij zien zo niets van de Schepper, en het was nodig, dat wij zo ver weg zijn, dat er zoveel
bekleding was, dat wij niets ervaren, dat tussen ons lichaam en Ejnsof zoveel lampenkappen
zijn, dat het licht er niet doorheen komt, dat wij als een zwarte doos zijn. En vanuit die
ervaring als zwarte doos moeten wij inspanning leveren, dat stap voor stap die bekledingen
verdwijnen. We gaan eerst de buitenste bekleding ervaren en dan verdwijnt het voor ons. We
zijn dan in staat om het licht te zien met één lampenkap minder.
Tekening 4, rechter afbeelding:
A”A, Av”I ,Z”A,1sfira: kether van noekwa in Atsieloet, en 9 sfirot in Brieja.
Dit is de toestand van de lelie in de kleine toestand, waar de Zohar over spreekt.
Wij kunnen ons wel wat voorstellen als er gezegd wordt dat 9 sfirot naar beneden zijn
gevallen, maar het geeft ons weinig gevoel voor het geestelijke. Wanneer hij zegt dat 1 sfira
boven blijft, en negen naar beneden en dat dat lelie is, dan wil Zohar bij ons een gevoel
bijbrengen.
Als de 9 sfirot zijn gestegen in Atsieloet dan is het boven water. Water kan ook modderig
zijn, met algen en planten, en dan …een prachtige waterlelie. Als een lelie opkomt, dan zie je
eerst enkel het knopje, het kroontje, en dat is kether. De 9 prachtige compartimenten van haar
zitten nog beneden, die moeten nog boven water komen.
Naast de lelie moeten wij ook begrijpen hoe dat zit op de levensboom, of de ladder. Wat wij
leren is de levensboom, niets anders. Tot de komst van de Masjiach zal niets veranderen, het
is voor eeuwig geschapen. De politiek en andere dingen veranderen, maar dit niet, dit is voor
eeuwig.
Noekwa ervaart dus maar één compartimentje, sfira kether, want alles in Atsieloet heeft licht
en alles eronder is als onder water. Ook onder water is leven, maar dat leeft op een andere
manier, en zo ook hier.
Soelam zegt ons dat het een kleine toestand is: katnoet. Dit komt van katan, klein. Klein
betekent dat er nog geen 10 sfirot worden ervaren.
Gadloet betekent grote toestand. Dit komt van gadol, groot. Noekwa heeft dan 10 sfirot
opgebouwd, we noemen dat dan Malchoet, Koninkrijk of K’I (Knesset Israël).
Zohar vertelt dat zij alles naar boven heeft getrokken door haar man, Z”A. Hij geeft haar alles
wat hij heeft, want hij moet haar alles geven om haar in een grote toestand te laten komen,
want dan kan hij met haar een volmaakte zivoeg, samenvloeiing maken. In onze wereld is het
niet anders, wanneer een bepaald niveau is dan zoekt hij een vrouw van zijn niveau, niet
altijd, maar je moet een vrouw hebben die bij jou past, zo ook bij Z”A.
Noekwa stijgt omhoog en wordt tot 10 sfirot. Zij staat dan op hetzelfde niveau als Z”A en zij
bekleden Av”I in Atsieloet. Bekleden betekent bijvoorbeeld, dat ik in mijn bevattingen tot een
bepaalde hoogte kom, bepaalde traptrede kan bekleden, dat ik dus op hetzelfde niveau kom te
staan, ook al is het maar voor 1 miljardste deel. Voor dat kleine stukje dat ik dan van de
nieuwe hogere traptrede ervaar krijg je er een lampenkap bij, want je bekleedt de nieuwe
68
toestand. Jij legt je als embryo in de buik van die hogere traptrede zonder berekeningen te
maken. Jij begrijpt van die hogere traptrede, van haar eigenschappen nog nauwelijks iets,
want het hoort bij die hogere traptrede en jij bent er gast bij. Jij moet je daar eerst als een
blind katje nog tastend gaan oriënteren, eigenlijk nog in duisternis, totdat je op die hogere
traptrede op krachten kom (verkrijgt toestanden van katnoet en dan gadloet). En dan ken je
die hogere trap, je Schepper.
De nieuwe toestand is hoger dan ik. Z”A is groter dan Malchoet, want die is enkel één sfira en
Z”A zes. Samen bekleden ze Av”I. Zij komen omhoog en bekleden hem. Licht van binnen
van hen is dan licht van Av”I. Zij bevinden zich dan op dat moment, en niet voor altijd, in
gadloet. Dit is wat HaSoelam ons wil vertellen.
Als het gadloet is, dan betekent dat dat Z”A en Malchoet als het ware op één niveau zijn op
het niveau van Av”I, zij bekleden Av”I.
Natuurlijk zitten ook daar structuur zitten, Z”A bekleedt Abba, want alles komt overeen naar
eigenschappen, en beiden zijn mannelijk. Abba heeft ook zijn eigen structuur. Noekwa
bekleedt Iema, beiden zijn vrouwelijk.
Bekleden betekent bevatten.
Gadloet is altijd tijdelijk, wij kunnen niet altijd in gadloet blijven. Wij willen dat wel, maar
wij kunnen dat niet omdat er nog andere aspecten zijn waar wij tekortschieten. We kunnen
voor een bepaalde toestand 10 sfirot verkrijgen, wanneer we iets hebben bevat, maar dan
krijgen we van het licht andere, hogere dingen die wij nog niet bevatten. Er komt dus van
boven altijd weer een nieuw aspect.
Na gadloet krijgen we dus weer katnoet; katnoet in de hogere traptrede. Zoals een puber kan
zeggen dat hij de enige ware liefde heeft gevonden, en dan later is een ander weer de ware
liefde, omdat hij weer tot een nieuwe bevatting komt.
Houd absoluut niet vast aan bepaalde opvattingen, houd je aan niets vast behalve aan je
toewijding om het geestelijke te ervaren, maar aan niets anders, want als je denkt: o dat is de
waarheid, en je straks in je ervaring weer in een nieuwe waarneming komt, dan wordt je, in
jouw waarneming, als het ware weer naar beneden gedonderd. Je komt namelijk op een traject
wat je nog nooit in jezelf hebt ervaren en dan heb je het gevoel of je gevallen bent.
Ik ben er aan gewend aan dat gevoel van vallen, ik heb het de hele dag en steeds zeg ik: gam
ze tov, ook dat is goed!
Probeer van binnen de intentie te hebben dat je het meent als je die woorden uitspreekt. Dat je
sjalem wilt zijn.
Probeer niet te gaan slapen voor je sjalem bent, heel bent.
Werk eraan om sjalem te zijn.
Onthoud dit.
69
Tek. 4
Toestanden Katnoet en Gadloet van de Noekwa en haar opstijgen naar Z”A om samen
met hem (haar ‘man’) Av”I te ‘bekleden’.
Gam ze tov! – Ook dat is goed!
“Bekleding van partsoefiem” als “uiringen” of
cylinders op elkaar.
“Bekleding van partsoefiem” op elkaar
schematisch (handig om te hanteren).
Atsieloet
E”S
Katnoet
A”A
Gadloet
A”A
Av”I
Av”I
Z”A
6 sfirot
Noekwa =1/10
van Malchoet
Katnoet
=
1 sfira
Kether
van
Noekwa ’t
kroontje
van de
Lelie
(Abba ve Iema)
10 sf. = K”I
(Knesset
Israel) van
Malchoet
Boven
water
9 onderste sfirot van
Noekwa/
Lelie worden geacht als70
‘gevallen’ in Brieja.
Foto 4
71
‫ מרגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder
In de vorige les heb ik aan het eind iets gezegd dat pretentieus kan overkomen: dat de studie
van de heilige Zohar ertoe zal moeten leiden dat wij heilig worden. Als iemand dit hoort kan
hij zeggen: ‘het is pretentieus. Hoe kan iemand heilig worden, want het is een geschenk van
boven en slechts aan enkelen gegeven in een generatie.’ Het woord heilig, kadosj, komt van
de Thora. In de Thora staat geschreven dat Hasjem - dit woord zullen we veel gebruiken; het
betekent de Naam, de Schepper - tegen Zijn uitverkoren volk zei: ‘maak jezelf kadosj, heilig’.
Probeer de woorden in de heilige taal te horen en te herkennen. De naam van de heilige taal is
ook kadosj: lasjon hakadosj. En ieder van dit volk, en allen die daar aanhechten zijn kadosj.
Alles dat aanhecht aan wat dit volk speciaal maakt is kadosj, heilig. Kadosj betekent
afscheiden. Dat je je afscheidt van futiele dingen, futiele wensen, futiele daden. En dat kan
alleen verkregen worden door toegewijde studie van de Zohar.
De Schepper zegt niet tegen zijn volk dat ze wijs moeten worden, of goed moeten studeren, of
veel moeten begrijpen, maar Hij zegt alleen: wordt heilig. De houding, het hart van iemand,
maakt hem kadosj. En daardoor gaat hij begrijpen, wordt hij wijs en komt tot vervulling.
De introductie die ik in de vorige les begon is erg belangrijk. Er valt anders niets te begrijpen
van deze mamar over de sjosjana. Daarom nog iets meer daar over. We waren gestopt waar de
plaats leeg werd van Ejnsof, en de Ejnsof kwam die plaats, als een appel, binnen tot het
midden, en in die gebieden ontstonden spirituele werelden. Wat betekent dat? Om een
schepping te scheppen staat bovenaan een mens. Om een mens te maken moest het licht
verschillende bekledingen maken, zich groffer maken. Het licht kwam in deze lege plaats en
de eerste wereld ontstond, de wereld Adam Kadmon. Adam betekent mens, kadmon betekent
antiek, vroeger, dus de antieke mens. Wat betekent dit? Het zal wel even duren voordat we
bevrijdt zijn van materiele beelden als we het geestelijke leren.
Alles is opgebouwd in de beeltenis van een mens. De Schepper zei: ‘laten we een mens
maken naar ons evenbeeld’. Dus een mens lijkt op de Schepper.
De eerste wereld is de wereld van Adam Kadmon, de eerste 10 sfirot die licht in zichzelf
hebben, het licht keter, van de kroon. Sfira betekent emanatie, een bepaalde verduistering van
het licht. Elk lager stadium van een sfira is dikker, donkerder, groffer, als wolken, er zijn
lichte en donkere wolken.
De 10e sfira was malchoet. We kunnen ook 5 sfirot zeggen, want zejr anpin bestaat uit 6
sfirot. Voordat het licht de wereld Adam Kadmon vormde was er de eerste beperking en dat
was een belangrijke tikoen, correctie.
Tiekoen, correctie: om het licht te transformeren tot een schepping, moest er een bepaalde
plaats zijn waar geen licht binnen kan komen d.m.v. geweld. Alleen de schepping zelf moet in
zichzelf de behoefte opbouwen om te wensen en te handelen om het licht te ontvangen. Van
boven was een systeem ontwikkeld, waarbij het laatste stadium, malchoet, koninkrijk,
weigerde om het 10e deel in zichzelf te ontvangen. Negen delen wel, maar het 10e dat
malchoet van malchoet is, in dat deel wil ze niet ontvangen. Niet dat ze niet wil ontvangen,
want hoe kan men zeggen dat men het licht niet wil ontvangen, maar de 10e sfira van
malchoet… we kunnen zeggen keter chochma biena zejr anpin en malchoet (k ch b z’a en m),
die voelden in zichzelf alle voorafgaande stadia van haar ontwikkeling. Z’a en dan biena en
dan ch en dan k, en zij voelde haar discrepantie met de gever, de keter, en dan wilde ze als
72
keter lijken, ze wilde alles ontvangen. De malchoet is de uiteindelijke ULTIMATE stadium
om te ontvangen en ontvangen markeert de schepping.
In haar streven om de ORIGIN, de gever, de keter te lijken, wil ze niet in malchoet de
malchoet ontvangen. Maar ze kon niet zeggen dat ze niet in haar 9 hogere sfirot wilde
ontvangen, want dat zijn de eigenschappen van het licht. K ch b z’a zijn eigenlijk de
eigenschappen van het licht. De volle wens om te ontvangen voor haarzelf, kon ze alleen
zeggen voor malchoet de malchoet, dat ze daar niet wilde ontvangen. Natuurlijk is dat van
boven ingesteld. Tegelijkertijd was het al de handeling van de toekomstige schepping.
Ejnsof wil alleen maar geven, het goede geven, en beperking komt alleen van de schepping.
De wens om te verenigen met het licht, de mogelijkheid om het licht te ontvangen… er zijn
verschillende redenen waarom. Dus de malchoet beperkte zichzelf en ontving alleen de 9
bovenste sfirot, van keter t/m jesod. Dit was de eerste beperking: tsimtsoem alef, beperking
één.
Het is belangrijk de letters en cijfers met elkaar te verbinden.
Dus de malchoet begon het licht in haar 9 bovenste sfirot te ontvangen, en in de 10e sfira
ontving zij niet. En in de hele schepping, 6000 jaar, 6000 correcties, zal het licht niet
ontvangen worden in m de m. Maar correcties gaan door, waarbij op het eind alleen een paar
wensen overblijven in m de m die gecorrigeerd zullen worden door de komst van de
Masjiach, de Bevrijder, aan het eind van de tijd van correcties; dit heet gmar tikkoen,
vervulling van de correcties, algehele correctie.
Deze eerste ontvangst van het licht is de eerste wereld, de wereld Adam Kadmon. Uit deze
wereld kwam een andere wereld en nog een wereld… totaal 5 werelden, die tot zo’n vorm van
bestaan kwamen waardoor een vorm van bestaan kon komen waarin vier naturen konden
verschijnen. De mens is het hoogste schepsel.
De volgende wereld wordt gevormd door m de m. De m de m van een hogere wereld wordt de
k van de lagere wereld. De volgende wereld is atsieloet, emanatie. En Atsieloet is de wereld
van correctie. Het is een moeilijke taak om in een paar woorden, of een paar uur, te komen
waar we in het artikel sjosjana, waterlelie, staan. Maar toch… er waren 3 ontvangsten van het
licht in a’k. De eerste heette galgaltha, schedel. Dit is 10 sfirot met de kwaliteit van keter: k
de k, ch de k, b de k etc. Deze 10 sfirot, partsoef – partsoef betekent ‘gezicht’, en elke
partsoef heeft zijn eigen kwaliteit, de sfirot die samen worden opgebouwd heten partsoef. Er
zijn leerlingen die al wat geleerd hadden over kabbala voordat ze met ons Zohar gingen leren,
maar vooral voor anderen die nieuw zijn is het goed om op onze site of zo een beetje de basis
van kabbala te leren. Hier is niet de plaats er op in te gaan, maar ik zal het een beetje doen.
Dus Adam kadmon heeft drie ontvangsten: Galgaltha, schedel; A’B, chochma, alles is van
chochma: k de ch, ch de ch, b de ch etc.; elke partsoef in de wereld Adam kadmon heeft zijn
eigen kleur en dat is keter. De derde is Biena. We hebben al geleerd dat biena wil geven, het
is de kwaliteit van geven. In de wereld a’k kwam eerst het licht galgalta, dat als een lijn
kwam. De naam is kav, we hebben het er in de vorige les over gehad, alleen een straal licht
kwam in dit gebied en kwam tot het punt van deze wereld en raakte deze wereld niet aan.
Vervolgens beperkte het licht zich, zoals ik al heb verteld, en kwam het tot de plaats die we
taboer noemen. Alle namen van sfirot en structuren van de wereld hebben de namen van
menselijke ledematen. Waarom? De mens heeft in zichzelf, van binnen, dezelfde kwaliteiten,
alles, als het hele heelal. In hem is alles opgebouwd als de geestelijke structuur. Daarom
73
wordt er op die manier over gesproken en zo is het ook makkelijk voor ons om te begrijpen
waar over gesproken wordt, over welke plaats in een partsoef.
De kabbalisten hebben deze taal gemaakt, maar natuurlijk kwam het van boven. Niet alleen de
namen er van, maar de letters die elke naam vormen van elke ledemaat van een mens, hebben
een enorme geestelijke kracht. We spreken niet over het vlees van een mens, maar over de
geestelijke ledematen. Het vlees is echter op dezelfde manier opgebouwd, maar heeft totaal
geen heiligheid. Maar het is wel opgebouwd in overeenstemming met de geestelijke wortels.
Dus het eerste licht dat in de schepping kwam, de partsoef galgaltha, maakte een hoofd.
Hoofd, rosj, zoals bij een mens. Daarvoor was er geen hoofd. Voor de beperking was er geen
behoefte aan, in het lagere deel van het lichaam, want malchoet kon alles ontvangen wat zij
wilde - malchoet is de 5e, of 10e sfira in het plan van de Schepper om de schepping te
scheppen – maar zij gaf er de voorkeur aan om niet te ontvangen in haar 10e plaats, de laagste
plaats in haar.
Wij hebben dezelfde structuur en dezelfde plicht, om het licht niet te ontvangen in het 10e
deel van onze malchoet. Wanneer we in het algemeen spreken, over de schepping, het heelal,
spreken we tegelijkertijd over onszelf want er is niets in de hogere wereld wat niet in de
lagere wereld is. Alles is te vinden in een mens. De Zohar studie is een studie over jezelf.
Alleen in deze letters kan je de Schepper vinden en op geen enkele manier door buiten te
lopen, in het bos, of door vertalingen te lezen. Hij is alleen verborgen in Zijn heilige letters.
Hij is heilig, Zijn volk is heilig, Zijn taal is heilig. Heilig, geen verbinding met wat dan ook
dat materieel is.
Het licht kwam dus naar de malchoet en zij ontving het alleen in 9 delen van haar en niet in de
10e. De negen delen heten taboer, navel. Vanwege de beperking is er een behoefte in
verschillende delen van de ontvanger. De ontvanger heeft nu een hoofd nodig, om te denken,
te berekenen hoeveel hij kan ontvangen om toch verbonden te zijn met het licht. Begrijp je?
Op die manier kwam er een behoefte naar een hoofd, rosj, en dan naar een lichaam, en voeten.
Einde 4.1
Deze Zoharstudie is niet echt voor beginners. Ik geef geen beginnerscursussen meer, maar wel
geef ik een beetje basisinformatie van de kabbala. Het is onmogelijk om het op de wijze te
geven zoals ik aan mijn interne studenten heb gegeven, die al ongeveer vier jaar leren. Ik zal
het wel proberen.
Het is belangrijk, daarom herhaal ik het, om het niet met je hoofd proberen te begrijpen, want
dat brengt je nergens. Het geeft je niet de ervaring van het geestelijke. Het gaat er om dat je de
geestelijke werelden binnen kan gaan en je leven beter zal worden. Wees ontvankelijk. Dat is
heel moeilijk, zeker voor een westerling is het moeilijk om zijn verstand op te geven.
Niemand vraagt je om je verstand voor aardse aangelegenheden op te geven. Voor zaken en je
dagelijks leven is het nodig, maar voor het geestelijke moet je de moed hebben, leren, en
vragen aan de hogere krachten die zich in jou, in je dagelijks leven manifesteren, je te helpen
om ontvankelijk te worden, om in jezelf een verborgen plaats, je eigen tempel, op te bouwen
waar je het licht kan ontvangen. Op die manier kan je ervaren waar we mee bezig zijn.
74
Malchoet zag het licht en zij bouwde voor het eerst een scherm, een soort filter, op. Dit stelde
haar in staat om in haarzelf alleen het licht te ontvangen dat haar niet in discrepantie zou
brengen met de gever. Dit heet ‘scherm’. En het scherm heeft in zichzelf ook vijf krachten, en
die hebben dezelfde namen: keter chochma biena z’a en malchoet. Elk partsoef is zo
opgebouwd dat het correspondeert met het lichaam van een mens: we hebben ‘hoofd’ van 10
sfirot: keter, chochma biena
Waar het hoofd eindigt is een mond, in het Hebreeuws: peh. Peh is de plaats van de malchoet
in het hoofd.Een partsoef bestaat als een menselijk lichaam uit drie delen: hoofd, rosj;
lichaam, goef of toch; en het einde, van de navel tot de voeten, ‘sof’.
Hoe gaat het ontvangst? Eerst komt het licht naar de peh, de mond. Malchoet heeft in haar
mond, peh, een scherm en dat weerkaatst het licht dat van boven naar haar toe komt. Dit licht
dat van boven naar haar toekomt heet ‘or jasjar’, direct licht. Het is dun licht, licht van
genade, or rachamim. En de malchoet weerkaatst dit licht, want zij moet het licht weerkaatsen
en berekenen hoeveel zij in haarzelf kan ontvangen. Zij heeft kracht nodig om het licht te
weerkaatsen, dan het licht te bekleden, en het dan te ontvangen.
Dit weerkaatste licht heet ‘or chozer’, het licht dat terug gaat, van de mond naar boven. En dit
maakt 10 sfirot in de rosj, hoofd. Het licht weerkaatst, de or chozer, tot een bepaald punt,
bijvoorbeeld tot z’a van or jasjar, het directe licht, maar misschien heeft ze meer kracht en
weerkaatst tot biena van or jasjar, het directe licht. En als ze nog meer kracht heeft kan ze het
licht weerkaatsten tot chochma van or jasjar, of zelfs tot keter van or jasjar. Hoe meer ze het
licht kan weerkaatsen, des te meer licht ze in zichzelf kan ontvangen. Het weerkaatste licht is
dikker dan or jasjar, het directe licht. Daarom omhelst a.h.w. het weerkaatste licht, or chozer,
het directe licht, or jasjar en leidt het in haarzelf.
Het licht dat van beneden naar boven gaat is vrouwelijk licht. Het licht dat van boven naar
beneden gaat is mannelijk licht. Het heeft niets te maken met geslacht in onze wereld. Dit
weerkaatste licht maakt de klie, ontvanger. Onthou deze woorden: klie, ontvanger; keliem,
ontvangers. Het weerkaatste licht maakt de keliem. De hele schepping en zijn correctie is het
maken van keliem. Het doel van de schepping is het licht te ontvangen en om licht te
ontvangen hebben we keliem nodig.
Van boven is de ‘ets chajiem’, de levensboom, gemaakt. Dit is het systeem van de werelden
waardoor meer en meer ware keliem verschijnen. Keliem die leiden naar de keliem van de
mens. Het proces van correctie is om de keliem groter, dieper te maken, en het licht minder
intens te maken zodat de keliem het aankomende licht kunnen weerstaan. Dat men er niet
door wordt verblind. Een individu moet het licht toestaan om in zijn duisternis te komen.
Dit is de wijze waarop we geacht worden het licht te ontvangen. En niet als kinderen, of
volwassenen die als kinderen zijn, die spelen, spontaan dingen doen die ze willen, en gewoon
het licht ontvangen als robotjes. Een mens moet steeds een beetje meer licht ontvangen in zijn
duisternis. Net zoals malchoet dat deed.
Malchoet kwam dus in interactie met or jasjar, het directe licht, en ontving het licht in
haarzelf. Zij maakte zich breder en dieper en in haarzelf liet zij 10 sfirot komen. Het directe
licht, or chochma, licht van wijsheid, kwam in haar en haar eigen licht, or chozer, werd
omringend licht, werd de keliem. En dit licht ging dan door de mond naar het lichaam tot de
taboer, navel. Er is een krachtig principe van Ari, Arizal, die zegt “van mijn vlees, zal ik de
Goddelijke krachten, structuren, zien”. En we zullen zien dat het met elkaar correspondeert.
75
Het helpt ons ook om het te begrijpen, maar pas op dat je niets materialissert van wat je leert
in de Kabbala, want geen een woord gaat over de materiele wereld, de emoties.
Kabbala gaat alleen over de geestelijke structuren, geestelijke bewegingen, die we in onszelf
moeten opbouwen. We hebben het gereedschap daarvoor, maar dat is ons niet bij geboorte
van nature gegeven. Het moet door onszelf van binnen worden opgeroepen. Die roep komt in
onszelf; het komt tot degene tot wie het komt. Er zijn velen die deze behoefte niet voelen. Zij
zullen dat misschien op een andere tijd krijgen, misschien na nog enkele incarnaties krijgen.
Dat is niet onze zaak. Maar als ik het voel, moet ik mijzelf in …brengen. Voordat ik het
geestelijke, de levensboom, ging leren was alles één ongedefinieerd gevoel, en stap voor stap
wordt het zachter, verschillende niveau’s, hoogten, dieptes. Dit is het geestelijke lichaam dat
eeuwig is, en niet het uiterlijke lichaam dat dood gaat en waar niets van over blijft.
Deze interactie van or jasjar en het licht dat van de malchoet, de peh, komt, or chozer, de
naam daarvan is zievoeg de hakaa. Zievoeg is als geslachtsgemeenschap. Onthou het
Hebreeuwse woord ‘zievoeg’. Veel termen van de kabbala zijn delen van het lichaam of
interacties tussen het mannelijke en het vrouwelijke. Ook gynocologische termen, en over wat
een vrouw in haar buik heeft, en hoe het groeit, hoe het werkt… we vinden het allemaal in de
geestelijke wereld, want niets komt in de lagere wereld wat niet in het geestelijke bestaat.
Daarom is het belangrijk om de woorden te gaan herkennen en de heilige termen te gaan
gebruiken die je hoort en niet de vertaling. Ik zal de Hebreeuwse woorden niet steeds vertalen.
Onzichtbaar, stap voor stap zal het gaan. En als ik merk dat jullie in staat zijn om het te
volgen, dan zal ik de vertaling niet meer geven, en alleen de heilige woorden gebruiken. Met
verbinding naar de vertaling natuurlijk, want anders kan men materiele associaties krijgen en
dat is niet goed.
We zijn net begonnen met het ware geestelijke, en probeer om elke keer dat je materiele
beelden krijgt dat te corrigeren. Het kan lang duren. Dat hangt af van hoe sterk je wens is om
vrij te worden van de materiele slavernij. Om een meester van de materiele wereld te worden
en geen slaaf er van te zijn. Deze waarschuwing is vooral voor onze Amerikaanse studenten.
Meer voor hen dan voor de andere studenten, want het gevecht voor de materiele wereld was
zo intens voor Amerikanen, dat het heel moeilijk voor hen is om daar afstand van te nemen.
Daarom zeg ik ‘Amerikanen’, want zo moeilijk het voor Amerikanen is om zich los te maken
van de materiele natuur die inherent aan hen is, meer dan bij welk volk dan ook, door de grote
inspanning die zij moeten leveren om zich los te maken, maar zo groot zal ook hun beloning
zijn. De behoefte aan grote inspanning is zeer duidelijk.
De naam is ‘zievoeg de hakaa’, stotende samenvloeiïng. Het ene licht wil het andere
binnengaan en stoot a.h.w. op het scherm, masach. En de masach die weerkaatst het licht.
Het licht komt dus in de malchoet en zij stopt het in haarzelf, 10 sfirot. Van de peh is het keter
en chochma t/m malchoet van het lichaam. En daar stopt het. Het is door de tsimtsoem alef,
de eerste beperking, onmogelijk om licht onder de taboer te trekken. De plaats – dit is heel
belangrijk, we komen steeds dichterbij – van de taboer, de navel, tot de voeten, heeft geen
licht chochma. Er is wel licht chassadiem, licht van geven, maar dat is niet genoeg. Hoe lager
we in een partsoef komen, des te zwaarder zijn de wensen. De term voor de verschillen in
wensen is aviejoet, dikte, dikte van de wens. Hoe dikker de wens is, met het scherm, des te
intenser is het licht dat deze partsoef of deze wens kan ontvangen.
76
Deze plaats onder de navel blijft zonder licht chochma. Maar de schepping moet volmaakt
worden. Dat betekent dat er aan alle voorwaarden moet worden voldaan om de volmaaktheid
te ontvangen, zodanig dat het licht alleen tot de navel kan worden ontvangen en niet lager, er
is geen weerkaatsing, want onder de navel kan het licht niet ontvangen worden. Zo zien we de
tendens van alle ontwikkelingen van de werelden nu om te zorgen dat ook hier licht kan
worden ontvangen.
Zo komt de tweede ontvangst van het licht, de tweede partsoef in de wereld Adam Kadmon,
A’B, Chochma, tot de navel, de taboer en niet lager, want dat is niet mogelijk, is verboden
door tsimtsoem alef, de eerste beperking. En dan komt de partsoef van Biena, Sa’G. De naam
is Sa’G. Waarom? Dat komt later. De partsoef Biena is het licht van geven. Zij wil geven, zij
is de moeder van zejr anpin en malchoet. De plaats van zejr anpin en malchoet is onder de
navel, taboer. De partsoef biena heeft het licht... Herinner je de vier stadia van de
transformatie van het licht. Zij wilde het licht niet ontvangen, maar aan het eind van haar
ontwikkeling wilde zij het wel ontvangen maar om te geven aan haar kinderen. Haar kinderen
zijn hier onder de navel.
De partsoef biena van a’k strekt zich gewoonlijk uit tot de navel, en dan gaat ze verder tot het
punt van deze wereld om hen het licht te geven. En omdat het licht van biena hier op de plaats
kwam waar enorm tekort is en de wensen om het licht chochma te ontvangen groot is, dan de
malchoet die in het punt van deze wereld stond – ik heb nog niet gesproken over deze derde
malchoet: eerst staat m in de peh, de mond, en heeft 10 sfirot van de rosj, het hoofd, in
haarzelf. Dan van de peh, de mond, tot de navel hebben we 10 sfirot, en het eindigt met de
malchoet van de goef, lichaam. En we hebben 10 sfirot van de sof, het derde, onderste deel;
we hebben die nog niet, ik bedoel dat ze niet geactiveerd zijn in je, maar er is wel een plaats
voor hen. En het eindigt met de malchoet in de sof met het punt van deze wereld. Dit punt, op
de plaats onder de navel waar de biena introk, maakt de malchoet een tweede beperking.
Er is iets belangrijks aangaande je houding: weerstand. Je zal voelen dat wat ik je vertel, dat
daar weerstand door komt. Je wilt iets zeggen of discussieren met mij, het oneens zijn met wat
ik zeg. Dat is heel normaal. Wanneer iemand het ware geestelijke gaat leren, dan komt zijn
ego in opstand, want je ego kan geen enkele beloning krijgen door je studie van het
geestelijke. Daarom fluistert je ego in dat je ermee op moet houden, dat het niets voor jou is,
dat je er gewoon van af moet zien. Dat moet je overwinnen. Elke keer moet je kracht
opbrengen om niet naar je ego te luisteren. Het ego dat je hele leven - misschien ben je 40
jaar, 50 jaar, of misschien zelfs 20 jaar - over je heerst en jij slaaf van het ego bent. Accepteer
wat ik zeg, het zijn niet mijn woorden. Ik vraag je niet om mij te volgen, ik volg mijzelf ook
niet. Maar wat wij leren is een studie over je zelf. Door Zohar te leren, leer je jezelf. Het is
geen studie dat een rabbi van een bepaalde school je het ene leert en een rabbi van een andere
school je het andere leert, of een priester, of andere religies.
In Kabbala is er geen sprake van religie. Er is alleen het licht en de interactie met het licht
door de masach, scherm (meervoud: masachiem). Je eigen scherm, en het scherm in het
systeem van het heelal: de ets chaim, de levensboom. Daar breng je jezelf mee in
overeenkomst. Het is dus aan jou. Je moet het overwinnen. Sommige mensen verlaten het
slagveld in het midden van de strijd. Dat is persoonlijk. Maar als je verlangt om een winnaar
te zijn, dan moet je het overwinnen. Wil je een verliezer zijn, wees een verliezer.
We komen nu bij de plaats onder de navel. Op deze plaats kwam de Biena, het deel van de
Biena onder de taboer, navel. Hier, onder de navel, is de plaats van vier lagere geestelijke
77
werelden. De eerste onder de navel is Atsieloet, en dan Brieja, Jetsiera en Assieja. Wanneer
de malchoet van het einde naar het middel opstijgt, naar de plaats tussen de navel en het punt
van deze wereld, hoe ging dat? Dit was ook een soort mechanisme van boven, want er was
geen mogelijkheid om licht te geven, om tiekoen te maken in deze plaats onder de navel. Hoe
zou het licht daar moeten komen als er geen keliem zijn die het licht binnen kunnen laten,
kunnen laten doordringen, want er moeten keliem, ontvangers zijn.
Het was door de 1e beperking dus niet mogelijk om het licht chochma, het levenslicht, in deze
plaats te laten komen. Het was een voorziening om malchoet de malchoet die niet toestond dat
er licht in haar kwam – het is onmogelijk om licht in m de m te brengen. Dus de m stijgt op
naar biena. En er is een wet, wanneer een lagere naar een hogere geestelijke traptrede stijgt,
wordt hij als de hogere. Op deze manier stijgt malchoet dus op naar de biena - de biena van de
plaats van de partsoef biena die af was gedaald naar de navel - om op haar te lijken, om deze
twee krachten te combineren.
Na de 1e beperking manifesteerde zich in de wereld dien, gestrengheid, strengheid van de wet.
En biena heeft de krachten van rachamiem, barmhartigheid. En op deze wijze kan de wereld
bestaan. De 1e beperking kon niet zo voortduren, maar met de 2e beperking wel. Malchoet
maakte zich kleiner door naar biena te gaan en i.p.v. vijf lichten ziet ze maar twee lichten,
alleen sfirot keter en chochma. Maar malchoet kan haar gelijken op biena gebruiken en het
licht biena ontvangen.
Op deze plaats, na het opstijgen van malchoet naar ongeveer de helft van deze plaats onder de
taboer, navel, waar de wereld nekoediem begint. Nekoeda betekent punt. Waarom? Omdat er
10 sfirot waren gevormd, maar alleen 1/10e sfira bestond, keter de keter, want alleen 1/10e van
elke sfira bestond en niet de volledige sfira. Elke sfira heeft ook 10 punten. Voordat een sfira
opgebouwd is heeft die 10 punten. Net zoals sterren die we in de hemel zien. Overdag zien we
het licht, de zon schijnt en ’s nachts zien we alleen de puntjes. Dit is te vergelijken met de
wereld nekoedot, alleen puntjes.
En toen kwam het grote licht van boven. Hoe? Dat zullen we apart behandelen. Stap voor stap
zal ik meer uitleggen over de hier aan voorafgaande dingen in de Kabbalaleer. En de plaats
waar de malchoet opstijgt naar de biena, die plaats heet parsa, de grens, scheidingslijn. En het
hoge licht kwam door deze parsa en deze hele plaats, de 10 sfirot, werden gebroken. Hiervoor,
toen de malchoet opsteeg naar de biena, halverwege deze plaats onder de taboer, navel, kon
het licht al naar boven trekken naar de parsa. Dus we zien als resultaat van de 2e beperking dat
het licht al tot de parsa kon komen, halverwege deze lagere plaats. Dit is al een grote tiekoen.
En nu was alleen de helft over tot de plaats van deze wereld. En in deze plaats was geen
mogelijkheid tot correctie. Daarom was er een nieuwe voorzienigheid van boven: er kwam
een groot licht chochma door deze plaats. De naam van deze plaats is tieferet. We zullen zien
waarom. Vanaf de taboer tot deze plaats zijn 6 sfirot: keter chochma biena chesed gvoera en
de helft van tieferet. En onder deze parsa is de onderste helft van tieferet, netsach, hod, jesod
en malchoet.
In de plaats onder de parsa was het niet mogelijk om het licht binnen te laten. Om zeker te
zijn dat de schepping volmaakt zal zijn werd een volgende voorzienigheid gebracht. Dit is het
systeem van de Levensboom, hoe het van boven functioneert om deze schepping en de mens
te scheppen. En om de keliem, ontvangers, van het licht te maken die het licht kunnen
verduren.
78
Op die manier kwam het licht door de parsa. En op het eind van de parsa staat de
eindmalchoet. Onder de malchoet mag het licht niet binnenkomen, vanwege de 1e beperking;
er is een soort verbod om in de malchoet te ontvangen. Alles wat in het hogere gebeurt is een
wet voor de lagere. Daarom dat die plaats, z’a en m, werden gebroken en met elkaar
vermengd werden. Wat hier gebeurde was heel speciaal: een hoger deel van z’a stond boven
de parsa en het lagere deel stond onder de parsa. Boven de parsa was het wel toegestaan om
het licht te ontvangen, maar onder de parsa niet.
Alle sfirot waren gebroken en met elkaar vermengd. En elk gebroken stukje heeft nu een
deeltje dat wel licht heeft, en een deeltje dat geen licht heeft. Nadat ze gebroken waren vielen
ze naar beneden, onder de parsa. Het was een grote voorziening want anders zou het
onmogelijk zijn om het licht onder de parsa te geven. En alles wat we leren gaat er over hoe
de schepping tot volmaaktheid kan komen. Alles wat in de wereld nekoediem was gebroken
heeft licht in zichzelf, en plaatsen waar geen licht is. En dat is het punt waar de klippot, de
schillen, onreine krachten, verschijnen. Hoe? Dat zullen we nog zien. Onder de parsa waren
de wensen om het licht egoistisch te ontvangen. En het verlangen naar het licht was enorm.
Elk stukje heeft een beetje licht in zichzelf en plaatsen waar geen licht is. Gewoonlijk komt
het licht binnen en gaat weer naar buiten, om een nieuw partsoef te vormen, een nieuwe
tikoen, nieuwe 10 sfirot, die het licht in lagere delen brengt.
Zo ook hier. De resten van wat hier was ging naar de bron, naar het hoofd, rosj, naar de biena,
boven de taboer en beviel van de wereld Atsieloet, de volgende wereld en dat is de wereld van
correctie. De Zohar spreekt hier over. De wereld Atsieloet ontstond en die heeft twee delen in
zichzelf: 10 sf aan de rechterkant, dat is als licht en heeft de functie om de partsoef van de
wereld nekoediem die gebroken was te corrigeren. En nu neemt elk deel van de 10 sfirot van
de partsoef van atsieloet voor zichzelf gepaste partner van de gebroken wereld nekoediem om
die te corrigeren.
Keter heeft de beste delen van de gebroken delen. De lagere neemt de lagere delen en laat de
mindere delen over voor de lagere delen van de partsoef. Op die manier werd van die
scherven de wereld atsieloet opgebouwd. Atsieloet die uit twee delen bestaat. De rechterkant
is mannelijk en de linkerkant die gecorrigeerd moet worden is vrouwelijk. De mannelijke kant
geeft en de vrouwelijke kant ontvangt. Beide kanten hebben een functie. De mannelijke kant
wil geven en dat is zijn doel. Zonder dit doel kan het zich niet ontwikkelen, zijn functie niet
vervullen. De linkerkant moet ontvangen. Dit is de wereld atsieloet, de wereld van correctie.
En in de plaats onder de parsa werden drie werelden geschapen: Brieja, Jetsiera en Assieja.
Van het lagere deel van tiferet werd Brieja geschapen; van nh’j werd jetsiera geschapen en
van m werd assieja geschapen. Alles was dus al geschapen tot aan het punt van deze wereld.
Is er dan meer nodig? Toch was er iets nog niet af. We zien dat het licht nu tot de wereld
assieja kan komen, tot het punt van deze wereld. Is het dan volmaakt? Nee.
De Schepper liet de finishing touch aan de mens. In deze vier werelden ABieJ”A schiep de
Schepper Adam en Chawwa (Eva), en die bevielen weer van anderen. Hoe? Dat zullen we in
de Zohar leren. De finishing touch werd aan hen gegeven. Hoe? Er waren nog scherfjes licht
met onreine krachten die nog niet gecorrigeerd waren. En alle 6000 jaren moet elk mens van
binnen zichzelf, van onder de plaats…de plaats waar deze scherfjes liggen te wachten om
gecorrigeerd te worden. Wij moeten die selecteren en de gevallen scherfjes omhoog brengen
79
naar de wereld assieja, en dan naar de wereld jetsiera en dan naar de wereld brieja en dan naar
de wereld atsieloet. Dit is de taak die wij hebben.
De tijd zal komen dat de hele mensheid zich op deze wijze heeft gecorrigeerd. Hoe? We
zullen dat leren. Twijfel niet, hoor en blijf ontvankelijk voor wat je hoort. Er is nog veel te
leren. Ik zeg het nu even heel in het kort. Na 6000 jaar zullen de correcties zijn gemaakt en
alles zal dan tot atsieloet komen. Dit duurt 6000 jaar. In het 7000e jaar, Sjabbat, zullen er
enorme veranderingen plaatsvinden. Ik zal niet vertellen welke dat zijn. Vernietigingen, maar
wat voor vernietigingen? Transformaties… b’esrat Hasjem, met G’ds hulp, zal ik dat op de
juiste plaats vertellen.
B’esrat Hasjem, met G’ds hulp, zal ik regelmatig zeggen. Het is belangrijk om te zeggen. Als
je bijvoorbeeld zegt ‘ik zal…’, zeg dan altijd b’esrat Hasjem. ‘Morgen ga ik daar naartoe…’
en dan blijkt dat je dat niet kan doen. Je hebt dan allerlei dingen gezegd die je niet na kan
komen en dat is destructief. Hoe? Dat zullen we leren.
Het 7000e jaar is van transformatie van alles wat gecorrigeerd is en omhoog gebracht. En dan
komt het 8000e, 9000e, en 10.000e jaar, waarbij de atsieloet 3x zal afdalen onder het punt van
de parsa: één duizend jaar zal het afdalen naar de Brieja en die insluiten; het 9000e jaar
afdalen naar de jetsiera en die insluiten; het 10.000e jaar afdalen naar de assieja tot de punt
van onze wereld. Dat is wat er in de Thora staat geschreven dat de voeten van de Bevrijder op
de olijfberg komen te staan. Dit betekent dat het licht dan helemaal tot het punt van deze
wereld komt. Dat betekent dat geen plaats leeg zal zijn, er geen plaats is voor kwaad, want
alles zal gecorrigeerd zijn. En atsieloet, de wereld van g’ddelijk licht zal tot dit punt komen en
het hele heelal tot het punt van deze wereld zal gevuld zijn met de gloerie van het licht van
Ejnsof. Dit is het schitterende plan van de schepping.
B’esrat Hasjem zullen we volgende les vanaf hier verder gaan. We zullen het onderwerp
waterlelie gaan behandelen dat gaat over de wereld atsieloet, het opbouwen van de malchoet.
Hoe zij opgebouwd werd en gevuld met licht. Haar relatie met z’a en de verdere goddelijke
familie.
Leer het, maar bovenal: let op je houding. Vertrouw niet op je kennis. Niemand vraagt je om
te vergeten, maar pas het niet toe op je Zoharstudie. ‘Maar ik heb dit gelezen…’ Nee. Nergens
in de wereld kan je de Zoharstudie vinden zoals die aan mij is gegeven om te trachten het
door te geven op de manier dat het helpt. Ik mag dit zeggen omdat het niet van mij is. Het is
niet míjn wijsheid, het is niet míjn systeem. Daarom zeg ik dat het aan mij gegeven is. Ik wil
het met jullie delen terwijl ik nog leef, want wij zijn onderling met elkaar verbonden. En je
kan het niet ontvluchten door alleen voor jezelf te leren. Je moet de kennis van Ejnsof delen
met anderen die dat willen, die hun Meester willen kennen.
80
Kether
Galgalta
Tek. 4.1M
Chochma
A”B
De eerste manifestatie van twee
“tegengestelde” krachten in het
Heelal.
Kav (lijn) - het
licht dat ten
behoeve van de
schepping is
neergedaald. Dit
licht dient de
schepping in staat
te zijn om na alle
correcties
uiteindelijk ten
volle te ontvangen.
Eerst verricht elke
mens zijn eigen
correcties totdat
men tot de kritieke
massa aan het
totaal van
correcties door alle
zielen komt,
waarop het licht
Kether
(=Messias/Masjiac
h) zal “afdalen”.
Deze toestand heet
Gmar Tiekoen
(de Uiteindelijke
correctie).
Biena
Sa”G
Z”A
M”A
Malchoet
Bo”N
Kether
Chochma
Biena
Z”A
Malchoet
Punt van “Onze Wereld”
81
Tek. 4.2M Parsa
Deze tekening is het vooraanzicht
van cirkels in dwarsdoorsnede,
waarvan alleen de linkerzijde is
uitgetekend. Dus wat zich links van
de tekening bevindt, bevindt zich
ook aan de rechterkant
ROSJ
{HOOFD}
Chochma
Pe
II
‘t Bovenste deel van biena
Taboer
‘t Onderste deel van biena
geeft or aan Z”A en M.
Galgalta
Kether
Biena
Kether
Chochma
Z”A
Malchoet
I
Pe {mond
Chessed
A”B
Nekoedot de
Sa”G
III
Gvoera
Pe
GALGALTA
S”aG
1/3 Tieferet
Kether
Chochma
Tot hier komt het licht
Biena
Chessed
Parsa
Gvoera
Tieferet
Netsach
Hod
2/3Tieferet
Taboer
Netsach
Hod
Jessod
Malchoet
Jessod
Malchoet
Siejoem - Punt van “Onze Wereld”
J
e
s
s
82
Tek. 4.3M Nekoedot de-Sa”G. Tsiemtsoem
Bet. Malchoet stijgt op tot parsa. Plaatsen
van werelden: Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja.
Deze tekening is het vooraanzicht
van cirkels in dwarsdoorsnede,
waarvan alleen de linkerzijde is
uitgetekend. Dus wat zich links van
de tekening bevindt, bevindt zich
ook aan de rechterkant
Kether
Chochma
Or chochma
‘t Bovenste deel van biena
Taboer
Z”A
Malchoet
‘t Onderste deel van biena
geeft or aan Z”A en M.
Plaats van de wereld Atsieloet
Deze lijn heet “Parsa” (tot hier kan
or eljon ontvangen worden).
Or chassadiem
(licht van
genade)
Ejnsof
ff
I
II
Masach de rosj
(van “hoofd”)
Het totaal
aan licht
dat de
Schepping
dient te
ontvangen
III
Masach de Goef
(van “lichaam”)
Taboer
Nekoedot de S”G (vanaf
de taboer naar beneden
tot aan het punt van
“Onze wereld”)
Hier mag
het licht
chochma
niet
ontvangen
worden
daar onder
de taboer
geen
kracht
voor is
Plaats van de wereld Brieja
Plaats van de wereld Jetsiera
Z“A
Plaats van de wereld Asieja
Ontvangt
geen licht
Malchoet
’t Punt van “Onze wereld”
83
Galgalta
Tek. 4.4M
Het breken van keliem Z”A en Malchoet in de Olam Nekoediem.
I
Kether
Zoals wij bemerken wordt de wereld Nekoediem niet meegerekend tot de
overige geestelijke werelden aangezien het ‘gebroken werd’. Het een en ander
om ‘duisternis’ (onder parsa) en ‘licht’ (boven parsa maar onder de taboer) met
elkaar te vermengen zodat het licht ook onder parsa zou kunnen
doorschemeren. Dat is dus het opbouwende breken dat van boven in het
scheppingsplan is voorzien. Later zal het ‘breken van de ziel van Adam’ door
wat men ‘zondeval’ noemt plaatsvinden, het ‘verbrokkelen’ ervan – en dat was
geen opbouwende breken. Daar had de Eerste mens wel de vrijheid van keuze
voor om het ook niet te veroorzaken.
72
A”B
II
63
Sa”G
52
M”A
45
Bo”N
V
Malchoet
IV
Chochma
III
Biena
Z”A
Taboer
Atsieloet
Parsa
Brieja
Jetsiera
Asieja
Mens stijgt in zijn gebed
geleidelijk van ‘Onze wereld’,
via de lagere geestelijke
werelden (BeJ”A) naar de
hogere (Atsieloet).
In de wereld
Nekoediem breekt
het licht door de
parsa heen en
keliem van Z”A en
Malchoet breken.
Z”Ae
s
s
o
d
J
Malchoet
Punt van “Onze Wereld”
84
Tek. 4.5M De onderlinge verbintenis tussen elementen van de
geestelijke ladder van de werelden: het uiterlijke en innerlijke.
Atsieloet
A”A
Innerlijk (Av”I, omhulsel van
A”A)
Uiterlijk (van A”A)
K
C
K
Uiterlijk (van Av”I)
B
Z”A
M
C
B
Z”A
M
Innerlijk (van A”A)
M
Malchoet
Parsa
Brieja
Brieja
(zieken)
Jetsiera
(zielen)
Jetsiera
Asieja K
C
B
Z”A
M
“Onze wereld” (leven voor alle 100% in het materiële)
85
Galgalta (4,4)
10 sfirot
de Rosj
de Galgalta
Tek. 4.6M
Katnoet en Gadloet van Olam Nekoediem en Olam Atsieloet. Sjvierat
keliem (Breken van keliem).
A”B (4,3)
Pe
5 partsoefiem van Olam Adam Kadmon
Taamiem
5 partoefiem van olam Atsieloet
Atiek de
TS”B
A”A
Av”I
Z”A
Pe
Pe
Atiek de
Ts”A
Taboer de A”K
Atiek
A”A
Av” I
Siejoem
10 sf.
G”E
Kether Kether
10 sf.
Av”N
G”E
Av”I
Nekoedot
de Sa”G
Kether
Chochma
J
Biena
e
s
10 sfirot
s
de Sof
de Galgaltao
d
Chessed
Z”A
Malchoet
Plaats van de werelden BeJ”A
Pe
Bo”N Eljon (1,0)
Taboer
Malchoet
10 sfirot
de Goef (Toch)
de Galgalta
Pe
Nekoedot
M”A Eljon (2,1)
Taboer de A”K
Sa”G (3,2)
10 sf.
Zo”N
G “E
Zo”N
Parsa
Gvoera
Tieferet
Plaats van
de
werelden
BeJ”A
Sjvierat
keliem
van
Zo”N
Geen
licht
Netsach
Hod
Jessod
Malchoet
Siejoem
Punt van “Onze Wereld” (Olam ha-Ze)
86
2e stijging v/d
wereld (na 5u.
s’middags)
Bovenlichaam van Adam
is“Boom des leven”.
Onderlichaam van Adam
is “Boom van kennis van
goed en kwaad”.
1e stijging v/d
wereld (na 12u. op
vrijdag)
Galgalta
Kether
V
IV
Atiek
A”B
Chochma
A”A
Atiek
Aanduidingen:
I. Huidige toestand der
werelden.
II. Geboorte van de
werelden.
III. Geboorte van Adam
Sa”G
Biena
Av”I
De
zondeval
van Adam
2e stijging
van Adam
A”A
1e stijging
van Adam
III
II
Atiek
I
Z”A + M
Av”I
A”A
Atiek
Hoofd
Brieja
Z”A + M
Av”I
A”A
Hals/b. lichaam
Jetsiera
Onderlichaam
+
Benen
Ejnsof
Tek. 4.7M
Hoofd
Hals/Boven
Z”A + M
Av”I
Hoofd
Brieja
Z”A + M
Hals
4 bovenste
sf. Jetsiera
Malchoet
Brieja
Jetsiera
Asieja
Parsa
onderlichaam
4 b sf.
Asieja
Benen
6 o. sf v. Asieja
Bovenlichaam
Taboer
Kether
Chochma
Biena
Chessed
Wortel van
Goed
Gvoera
1/3 Tieferet
6 o. sf.Jetsiera
2/3 Tieferet
Brieja
Onderlichaam
Vallen van Adam naar
Onze wereld
Benen
Netsach
4 b. v. Asieja
6 b. Sf. van
Asieja
Jetsiera
Hod
Wortel van
Kwaad
Jessod
Deze plaats
nog niet
bezet
“De voeten van de Masjieach
komen op de Olijfberg te staan”
Plaats v.
Kliepot
(onreine
krachten)
Asieja
Malchoet
Punt van Onze wereld - Siejoem (einde). De mens in “onze wereld”
87
Galgalta
6000 jaar tot uiteindelijke correctie
Tek. 4.8M
Kether
Toestand na het scheppen van de werelden en
Adam na zijn “zondeval”
Atiek
Kav
Komst van de Masjieas
(na 6000 jaar)
10e
9e
8e
duizend
jaar
duizend
jaar
duizend
jaar
Alle
bovenste
werelden
en
traptreden
De wereld
Adam Kadmon
Atiek
Av”I
Alle
bovenste
werelden
en
traptreden
Alle
bovenste
werelden
en
traptreden
e
A”A
e
3 2000 jaar
2 2000 jaar
van
correctie
van
correctie
Z”A
Brieja
Biena
Atiek
M”A
1e 2000 jaar
van
correctie
Bo”N
Av”I
A”A
Atiek
Z”A
Av”I
A”A
Taboer
…
…
…
A”A
Sa”G
…
Punt van
toekomstige
wereld
A”B
Chochma
Kether
½ Kether
Chochma
Brieja
…
Jetsiera
Brieja
Z”A + M
Av”I
½ Av”I
J
Biena
e
s
s
Chessed
Brieja
Jetsiera
Asieja
Jetsiera
Brieja
Z”A + M
½ Z”A
Parsa
Gvoera
1/3 Tieferet
Nekoedot
de
SA”G
2/3 Tieferet
Brieja
Jetsiera
Opheffing
van de dood
Jetsiera
Asieja
Asieja
Asieja
Jetsiera
Asija
Brieja
Jetsiera
Breken
van
Keliem
Netsach
Hod
Jessod
Asieja
Asieja
Malchoet
“De voeten van de Masjieach
komen op de Olijfberg te staan”
Punt van Onze wereld - Siejoem (einde). De mens in “onze wereld”
88
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 5
Pagina bet,2, rechter kolom, 3e alinea - bestaat uit vijf regels:
En de toestand van katnoet ‫והמצב של הקטנות‬, kleine toestand, heet in de naam ‫נק' בשם‬, wordt
genoemd, Sjosjana tussen de doornen ‫שושנה בין החוחים‬. Omdat negen onderste sfirot van
haar ‫ משום שט"ס התחתונות שלה‬zijn leeg komen te staan van het licht van de Atsieloet ‫נתרוקנו‬
‫מאור האצילות‬.
We hebben gezien dat die 9 sfirot van Atsieloet in Brieja vielen. Brieja, Jetsiera en Assieja
zijn de werelden van afscheidingen. Er bestaat daar al wat separatie van het licht. De 9 sfirot
zijn als gevallen in Brieja, en daarom zijn ze zonder licht van Atsieloet, licht Chochma.
In totaal zijn er vijf werelden en elke wereld heeft zijn overkoepelend licht dat daarin is. De
wereld (olam) Adam Kadmon, wat de eerste wereld was die ontstond, staat onder licht
Kether, het hoogste licht. Licht Kether betekent ook licht van Jechieda, eenheid.
In de volgende wereld was minder licht omdat er meer verruwing was. Atsieloet staat onder
licht Chaja, licht Chochma. Daarom komt al het goede van Atsieloet, van het licht Chochma.
En de 9 sfirot van de Sjosjana, die zijn als gevallen in Brieja, worden beschouwd als dat zij
geen licht in zich hebben, geen licht van Atsieloet, geen licht Chochma. Want Brieja staat
onder licht Nesjama, licht Biena; dit is hetzelfde, maar de één is naar eigenschap en de ander
naar sfira.
Licht Nesjama geeft ‘onderhoudslicht’, het is wel genoeg, maar is niet als het licht Atsieloet.
In de wereld (olam) Jetsiera, zit een nog lager licht: licht Ruach, licht Z”A.
En in olam Assieja is de hoogste mate van verruwing van het licht, het laagste licht komt
daar: licht Nefesj. We hadden al over het principe van twee cilinders geleerd.
Vraag cursist: Zijn de zielsniveaus gelijk aan lichtniveaus?
Antw.: Ja, dat kan je zeggen. Altijd is het gerelateerd aan wat een klie kan ontvangen, en klie
is ziel. Als een klie in die mate ontwikkeld is, gecorrigeerd is, zichzelf in overeenstemming
met het Hogere heeft gebracht, dat hij licht Chochma, licht Chaja, kan ontvangen, dan is het
niveau van de ziel van Chaja van Atsieloet.
Als wij over kelim spreken, spreken wij altijd over kelim die in staat zijn om het licht te
ontvangen. We spreken nooit over keliem die niet gecorrigeerd zijn. Zohar, en ook Ari,
spreekt altijd over keliem die al in staat zijn om alle lichten te ontvangen waar wij over leren,
en niet vóór de correctie.
Natuurlijk worden ook alle stappen van de correctie besproken, maar als een ziel nog
egoïstisch is, dan wordt het gezien als dat het nog niet bestaat. In kabbala, als iets nog geen
ervaring heeft van licht, helemaal egoïstisch is, dan wordt het gezien als dat het niet bestaat.
Natuurlijk bestaat het wel al in de kiem, maar de mens ervaart het niet.
Op Jom Kippoer, grote verzoendag, wordt tijdens de gebeden uitgesproken: “Schrijf ons in in
het boek van het leven”. Dat betekent: Laat in onze keliem, onze ziel, het licht schijnen. Dus
maak je geen voorstelling, want er is geen boek.
89
Dus de 9 sfirot vielen in olam Brieja en daar is or Nesjama, or Biena, en dat is een fractie van
wat or Chochma is, van Atsieloet. We komen hier straks op. We moeten proberen om niet
vooruit te lopen, maar steeds de Zohar het ons laten vertellen.
Midden van 3e regel:
En die blijven achter in Brieja als doornen ‫ונשארו כחוחים‬. Doornen hebben geen bloei, geen
leven. Maak je geen beeld, maar het moet je naar het gevoel brengen van de essentie van wat
het is. Zij blijven in Brieja zonder licht, is als doornen. Als wij ons slecht, geïrriteerd of zo
voelen, dan voelt dat ook stekelig van binnen, net of het ons negatief prikkelt, zo ook als
doornen. Zohar is dus niet symbolisch of allegorisch.
En de toestand van gadloet ‫והמצב של הגדלות‬, de grote toestand, heet Sjosjana gewoon ‫נק' בשם‬
‫שושנה סתם‬. Dus gewoon Sjosjana, zonder predikaat. Sjosjana onder de doornen is een kleine
toestand van Malchoet, waarbij enkel één sfira licht heeft, de 9 onderste zijn a.h.w. naar
beneden gevallen. Wanneer Sjosjana alles met licht kan vullen is dat haar toestand van
gadloet, grote toestand, wij zullen dat ook allemaal zelf kunnen gaan ervaren, dat heet
Sjosjana, Lelie, of Knesset Israël .‫או כנסת ישראל‬. Zohar geeft dus een andere naam voor
Sjosjana in gadloet, in haar grote toestand: Knesset Israël.
En dat is wat hij had gezegd ‫וזה אמרו‬, hij is r’ Chizkija, de auteur van deze uitspraak, “Daar is
een Lelie en daar is een lelie.” ‫אית שושנה ואית שושנה‬
Er zijn dus verschillende lelies. Eén lelie in de toestand van katnoet, kleine toestand, waarbij
zij maar één emanatie van het licht ervaart, en de 9 onderste worden gezien als dat zij naar
beneden, in Brieja, zijn gevallen. Zij hebben geen licht en daardoor worden zij gezien als
‘onder doornen’. En de andere toestand van die Sjosjana is gadloet, de grote toestand, van het
woord gadol, groot. Dit betekent dat alle tien het licht kunnen ervaren. Alles gaat alleen om
waarneming.
De krachten die wij nu leren zijn de wereld, olam, Atsieloet. Dit is het operationele systeem
van het Heelal. Waar zijn wij? Atsieloet is het besturingssysteem en daaronder komen de
werelden Brieja, Jetsiera, Assieja. Daar in BieJ”A (afk. van Brieja, Jetsiera, Assieja) zijn
zielen van tsaddikiem (rechtvaardigen). Deze hele grote zielen kunnen daar regelmatig
verblijven; zij putten van daar hun licht dat vanuit Atsieloet de overige werelden binnenkomt.
Een paar zeer bijzondere zielen hebben hun wortel in de wereld Atsieloet. Die worden eens
per tien generaties in een lichaam van een mens van onze wereld ingebed.
En onder die werelden is de ervaring van onze wereld. Alle overige zielen van mensen
bevinden zich in onze wereld, maar de ervaring komt van verschillende plaatsen. Alle zielen
bevinden zich dus in Brieja, Jetsiera en Assieja plus onze wereld als verlengstuk van de
wereld Assieja. De mens komt overeen met het Hogere.
Wat wij nu leren van noekwa van Sjosjana, zijn toestanden die wij ook kunnen ervaren: Z”A
en Malchoet. Want Z”A is een mannelijk beginsel, rechts, en noekwa is een vrouwelijk
beginsel, links. We zullen zien dat het hele operationele systeem erop gericht is om hen in
verbinding te brengen. Ook in onze wereld zullen wij dat nastreven en ervaren. Waarbij wij in
elke toestand zowel het mannelijke als het vrouwelijke gedeelte in onszelf gaan ervaren. Of je
een man of een vrouw bent dat doet er niet toe.
90
Dus in elke toestand moet een mens leren om twee in zichzelf te ervaren. En alleen dat geeft
ons de reddende hand, de reddende boei als het ware. Wanneer een mens enkel rechts of links
ervaart dan komt hij tekort. Wij zullen dat allemaal leren. Ik wil niet voor de voeten van
Zohar lopen.
6000 Jaar zijn gegeven om Z”A en Malchoet in volledige samenvloeiing en grootte met elkaar
te brengen. Net als dat de zon groter is dan de maan. Zohar spreekt met woorden van onze
wereld. De zon is Z”A en de maan is noekwa. Ook de zon is die 6000 jaar groter dan de
maan. De bedoeling is, wij gaan zien hoe dat allemaal werkt, dat zij aan het eind van die 6000
jaar, 6000 correcties, op dezelfde hoogte komen. Wij moeten nastreven dat wij in elke
toestand beide kanten, mannelijk, Z”A en vrouwelijk, noekwa, in onszelf gaan ervaren.
Laatste alinea:
En zie hier kleur rood leert ‫ והנה גוון סומק מורה‬dat daar is het aangrijpen van uiterlijke
krachten ‫שיש שם אחיזה לחיצונים‬, en van kliepot ‫ולקליפות‬, onreine krachten. Kliepa betekent
schil. Kliepot is meervoud en kliepa enkelvoud..
Rood betekent dat er aanzuiging is van krachten van buiten, van kliepot, die we onreine
krachten noemen, maar het is geen goed begrip, het is beter als wij het kliepot noemen, want
onreine krachten klinkt al onrein, negatief.
Terwijl het niet negatief is. Het betekent niet dat het allemaal slecht is. Is de schil van een
appel slecht? We eten het niet, maar het beschermt de vrucht. We zullen leren dat alles in de
schepping goed is, functioneel is.
We zullen het allemaal leren, want ik wil niet vooruitlopen, want Zohar moet ons het gevoel
bijbrengen. Alleen Zohar moet ons leiden.
Om te zuigen eraan ‫לינק ממנה‬, in het Hebreeuws is dat hetzelfde woord als het zuigen van een
zuigeling aan de borst van de moeder. Kijk nou eens naar het taalgebruik… Om te zuigen van
het reine, waar het licht wel is.
En dat is in de toestand van de katnoet ‫וזהו בזמן המצב של הקטנות‬, in die tijd bestaat het
aanzuigen van iets dat van buiten is. Dat die 9 onderste sfirot van haar ‫שט"ס התחתונות שלה‬,
van Sjosjana, van noekwa, die zijn in Brieja ‫הן בבריאה‬, en er is in haar eveneens aspect wit
‫ויש בה ג"כ בחינת חוור‬. Dat wil zeggen ‫דהיינו‬.
5e regel 2e woord:
in de klie kether van haar ‫בכלי דכתר שלה‬. Wat zegt hij ons hier? Hij begon opeens over twee
kleuren te spreken. Het is wel te begrijpen dat een Lelie een witte kleur heeft. Dan zegt hij dat
de 9 onderste deeltjes, sfirot, van lelie, Malchoet, noekwa, dat die de kleur rood hebben. Niet
dat het kleur is, want daar spreekt hij niet over, maar de kwalitatieve inhoud, om ons een
beetje gevoel te geven.
In de sfira kether, die in Atsieloet blijft, zit de kleur wit. We kunnen nu de conclusie trekken
dat het wit is omdat daar licht zit. Hij heeft gezegd dat in de onderste 9 sfirot sprake is van
buitenstaande krachten en kliepot, schillen, onreine krachten. Daarom verbindt hij dat met de
kleur rood. En in de sfira kether zit wit.
91
Dat er daar geen aanzuigen van de buitenstaanders zijn ‫ שאין שם אחיזה לחיצונים‬. In die
kether. Dus één sfira, kether, waar licht is, blijft nog in Atsieloet. In die sfira zit de kleur wit,
daar is geen aanzuigen van buitenstaande krachten, van onreine krachten. We zullen zien wat
dat allemaal is. Eén sfira in wit, en de onderste 9 sfirot zijn dus nog in rood.
Wanneer een jonge vrouw trouwt gaat ze in het wit omdat het traditie is, maar daarmee toont
zij traditioneel als het ware door haar jurk dat er geen plaats in haar is waar anderen,
buitenstaanders, zich aanzuigen. De kleur wit toont dat zij rein is, er is geen aanzuiging, ook
niet in gedachte. Onze wereld is absoluut een reflectie van het geestelijke.
En dat is wat geschreven is (afk. ‫ )וז"ש‬net zoals Sjosjana dat zij is onder de doornen heeft
zij rood en wit ‫מה שושנה דאיהי בין החוחים אית בה סומק וחוור‬, zo ook Knesset Israël heeft in
zichzelf gestrengheid en barmhartigheid ‫אוף כנסת ישראל אית בה דין ורחמי‬. Om weer te
geven dat ook in haar grote toestand ‫להורות כי גם בגדלותה‬, van Lelie, Sjosjana, Malchoet,
in de tijd waarbij zij genoemd wordt Knesset Israël ‫בעת שנקראת כנסת ישראל‬, omdat zij alle
lichten in zichzelf verzameld heeft, daarom is het grote toestand ondanks het feit (afk. ‫)אע"פ‬
dat zij dan is opgeklommen en bekleden de Biena ‫שעולה אז ומלבישה את הבינה‬, in een grote
toestand komen alle 9 sfirot van Brieja omhoog in Atsieloet, in haar grote toestand, zoals
boven genoemd ‫במצב גדלותה כנ"ל‬, toch (afk. ‫)מ"מ‬.
1e regel 2e kolom:
blijft in haar aspect gestrengheid ‫נשארת בה בחינת דין‬, omdat zij ‫כי היא‬, de gestrengheid, dien,
is nodig voor het geheim van het scherm ‫נצרכת לסוד המסך‬, masach. Dus in de grote toestand
bestaat dien, die is nodig voor masach, scherm.
Dat bij haar is geïnstalleerd voor stotende samenvloeiing ‫המתוקן בה לצורך הזווג דהכאה‬, een
stotende samenvloeiing. Dus door het stoten komt een samenvloeiing. Ik zal er zo over
vertellen, want het is cruciaal. De hele Zohar gaat dat verder opbouwen, en zullen wij meer
dimensies verkrijgen.
Dat wegens gestrengheid dat in het scherm is ‫שמסבת הדין שבמסך‬, die slaat op het hoge licht
‫ הוא מכה על האור העליון‬en laat hem terugkeren ‫ומחזירו לאחוריו‬. En doet opstijgen daarmee tien
sfirot van weerkaatst licht ‫ומעלה עי"ז ע"ס דאור חוזר‬, die heet licht van gestrengheid ‫הנקרא אור‬
‫של דין‬, dien, is ook oordeel en trekt daarin ‫וממשיך בתוכן‬, in het weerkaatste licht, 10 sfirot van
direct licht ‫ע"ס דאור ישר‬. Direct licht is licht dat niet aan een klie gebonden is. Ik geef zo
meteen een toelichting. Dat ook heet het licht van barmhartigheid ‫הנקרא אור של רחמים‬.
We hebben hier nu drie lichten gezien: licht van gestrengheid, licht van barmhartigheid en
weerkaatst licht.
En daarom (afk. ‫ )וע"כ‬ook in Knesset Israël ‫גם בכנסת ישראל‬, dus Noekwa in haar grote
toestand, wanneer zij 10 sfirot heeft, heeft in zichzelf gestrengheid en barmhartigheid ‫אית‬
‫ בה דין ורחמי‬tegenover het rode en witte dat er is in de Lelie onder de doornen ‫כנגד הסומק‬
‫והחוור שיש לשושנה בין החוחים‬.
Enorm veel informatie. We gaan proberen het te ontcijferen. Vorige keer hebben we al gezegd
dat alles wat Zohar ons vertelt over onze wereld, wij moeten kijken waar Zohar in bedekte
termen over spreekt, over welke plaats in het operationele besturingssysteem van het Heelal.
We gaan terug naar laatste alinea van de 1e kolom: rood betekent dus dat er aanzuiging is van
buitenkrachten, en wit betekent dat er geen aanzuiging is, dat er licht is. We hebben ook
92
gezien dat in Sjosjana ook de kleur wit bestaat, en dat is in de kether. In Sjosjana bestaat dus
wit en rood, twee kleuren.
Zohar zelf, gaat een vergelijking maken van Knesset Israël, de grote toestand van Malchoet,
Sjosjana. We hebben ook gezegd dat sjosjana, lelie, onder de doornen een kleine toestand is
van malchoet. En Sjosjana, zonder het predikaat onder de doornen, is de grote toestand.
Nu legt Zohar een verbinding met een ander begrip: Knesset Israël. Tegenover rood hebben
wij gestrengheid, want er is een tekort. Tegenover wit van kether, de eerste sfira van Sjosjana,
die in het licht staat, is er in Knesset Israël ook barmhartigheid.
Niets is rood of wit, maar het is enkel om ons gevoel bij te brengen. Wit is zuiver. Rood daar
zit toch iets in. Het is ook de kleur van passie. Er is niets mis met rood, maar daar is een
bepaalde aanzuiging van buitenkrachten.
Malchoet is het laatste station van de wereld Atsieloet, en grenst aan de lagere werelden, waar
al geen volmaaktheid meer is. En omdat het een grensstation is, zitten daar ook onreine
krachten, kliepot vanuit de lagere werelden.
Ook een mens in onze wereld: Eerst woont hij in een straatje, als student, waar het niet slecht
is, maar dan gaat hij toch in een andere omgeving wonen. Om dichter bij ‘het witte’ te komen,
in zijn voorstelling, gaat hij in een rustiger omgeving wonen. Dat komt ook uit het geestelijke;
alles gaat naar volmaaktheid toe.
In de onderste regel van de 1e kolom geeft hij ons ook iets speciaals. We zouden verwachten
dat hij ons gaat vertellen dat er alleen in de kleine toestand een tekort is, een aanzuiging van
rode krachten bestaat. Als er 10 zijn, dat er geen plaats is voor rood, maar enkel voor wit.
Hij gaat ons echter teleurstellen, want wij zouden denken dat als er 10 zijn, we in gadloet
komen, dat er dan enkel wit is en we klaar zijn. Waarom moet dat zo moeilijk, waarom
moeten er ook twee krachten bestaan als ik mij voor een bepaalde wens al uitgecorrigeerd
heb? Hier zit een enorm geheim. Dit is cruciaal. Ik probeer het langzaam aan uit te gaan
leggen, stap voor stap…een geweldige onthulling van het goddelijke licht.
Hij zegt dan, in de 2e kolom bovenaan, dat er ondanks de grote toestand waarin Knesset Israel
terechtkomt, er toch gestrengheid, dien, is. Later zullen we leren wat het betekent om in grote
toestand of kleine toestand te zijn, hoe in die toestanden te komen.
In het begin, toen er nog geen mens was, heeft de Schepper als het ware al het mechanisme
opgebouwd, zodat het werkt, dat iets omhoog kan gaan etc. Maar sinds de mens op aarde is,
komt niets uit zichzelf omhoog, of stijgt in zijn waarneming, alles staat dynamisch, stabiel en
statisch tegelijkertijd. Niets beweegt. Enkel de mens beweegt, van binnen. Alleen de mens
kan Malchoet, Sjosjana, Knesset Israël, omhoog laten komen vanuit Brieja.
Dus die 9 sfirot van Sjosjana blijven in zekere mate beneden, en al de 6000 jaar van de
schepping moeten wij die omhoog laten komen naar Atsieloet. Zij kunnen dat niet zelf, alleen
de mens kan dat doen.
Dus als wij MA”N opbrengen, gebed uitspreken – gebed betekent wat anders dan wij denken,
het is dat je van binnen aan het Hogere vraagt, wij zullen allemaal leren hoe dat gaat… u zult
93
versteld staan wat gebed is. Alleen de mens kan van beneden een verzoek omhoog brengen,
wij zullen ook bewegingen leren maken van beneden naar boven en van boven naar beneden.
Dus niet alleen naar boven. We komen dan van boven als het ware met onze eigen Thora naar
beneden, net als Mozes Ook wij zullen die krachten naar beneden halen.
Omhoog en naar beneden, en daarmee verrijken wij ook de hogere werelden, hoe vreemd het
ook klinkt. Door goed te leven, te leven naar de wetten van het Heelal, brengen wij als het
ware de volmaaktheid aan de hogere werelden. Zo heeft de Schepper dat gemaakt; wij zijn
partners van Hem.
En als wij dan een gebed uitbrengen, dan pas trekt de Malchoet de Sjosjana haar eigen 9 sfirot
omhoog. Het hoeft niet alle 9 tegelijk te zijn, het is afhankelijk van mijn gebed. Als mijn
gebed enkel één sfira waard is, dan komt er enkel één sfira omhoog, van rood naar wit. En als
mijn gebed oprechter, krachtiger, is dan zijn het er meer.
Wij moeten weten dat niets omhoog komt wanneer wij van beneden geen inspanningen
leveren, en oprecht verlangen. Dus niet kinderlijk zeuren van ‘geef mij dit en geef mij dat’,
maar dat wat wij vragen met altruïstische bedoelingen omhoog brengen - daardoor brengen
wij ons in overeenstemming met het Heelal, en wekken wij als het ware iets op bij Malchoet.
Wij moeten van boven opwekken om iets voor ons te doen. Er komt niets van boven als het
niet beneden is opgewekt. Als een baby in zijn wiegje slaapt, dan slaapt mama en papa ook.
Ze zouden het liefst willen dat hij zijn hele leven zou slapen, dat is makkelijker. Maar als het
kindje wakker is begint hij te schreeuwen en het geschrei van een kind is afschuwelijk, is echt
eisend. Mama wordt dan wakker en gaat vervolgens papa wakker maken.
Zo is het ook in het geestelijke: Iema, moeder, geeft door aan papa die op moet staan om iets
warms te maken, en zij geeft direct het kindje eten, maar vader moet nog wat andere dingen
doen, kan niet direct aan het kind geven….
Wij spreken nu nog over het besturingssysteem zelf, voorlopig zonder de mens erbij te
betrekken, maar de mens is er absoluut bij betrokken.
Dus hij zegt dat Knesset Israël, de Malchoet, waar wij allen van ontvangen, en die ons helpt
bij alle vervullingen van ons leven, brengt ons licht Chochma, licht van het leven. Zij staat op
een grensgebied en kan het naar ons brengen. Zij bestaat uit twee krachten: gestrengheid,
dien, en barmhartigheid, rachamiem, ondanks het feit dat de toestand van gadloet, de grote
toestand, is verkregen.
Hij gaat ons uitleggen waarom dat zo is. Wij zouden verwachten dat we in het nirwana
zouden zitten, zoals men dat in onze wereld doet, en dan klaar. Maar dat is niet zo. Ook
wanneer wij 10 sfirot ervaren, zijn altijd die twee krachten gestrengheid, dien en
barmhartigheid, rachamiem, als het ware daar geïntegreerd. Wij gaan niet als engeltjes
vliegen.
Hij zegt dat de dien nodig is. Wij zelf zouden zeggen: “Geef ons enkel het goede”, waarom
ook gestrengheid? We leren nu hoe dat in het Heelal is, en het is onwrikbaar wat wij leren, het
is eeuwig, het zijn de wetten van het Heelal.
94
Wij hebben absoluut niets te maken met religie. Onthoud dat. Het is niet een geloof. Voor ons
is geloof dat wij de wetten van het Heelal vertrouwen, geloven, omdat wij ze nog niet ervaren.
Wanneer wij ze ervaren hebben wij geen geloof meer nodig. Wel heb je dan weer geloof
nodig voor de volgende traptrede waar je nog geen kracht hebt om die te ervaren.
Geloof hebben wij nodig om die volgende traptrede te gaan penetreren, te gaan waarnemen.
Maar als wij ons eenmaal daar bevinden, dan zijn onze ogen open voor die bewuste traptrede.
Traptrede is ook in ons, en komt overeen met de traptrede in Atsieloet.
Telkens als je Zohar gaat leren, of aan Zohar denkt, moet je tegen jezelf zeggen: “Dit boek
spreekt over mij”. Dit boek spreekt over iedereen die het gaat leren, en niet over volkeren, of
degenen die wel een geloof hebben, of geen geloof hebben. Wanneer iemand helemaal geen
geloof heeft, spreekt Zohar ook over hem, geeft ook hem de mogelijkheid om zich in
overeenstemming te brengen met de wetten van het Heelal. Het is voor iedereen.
Hij zegt ook dat gestrengheid, dien - wij gaan langzaam aan die hebreeuwse termen
gebruiken, want dan gebruiken wij ook de krachten daarvan –nodig is om het scherm,
masach, op te bouwen.
Hij vertelt dat wij in de grote toestand twee krachten hebben: dien en rachamiem,
gestrengheid en barmhartigheid. Waarom hebben we dan die gestrengheid nodig? Hij vertelt
ons omwille van masach, scherm, anti-egoïstische kracht, begrenzing. Zonder begrenzing
kunnen wij niets bevatten.
In elke toestand hebben we naast barmhartigheid ook begrenzing nodig. Je loopt bv. op straat
en je ziet iemand die in een verschrikkelijke toestand verkeert, door drugs of zo, onverzorgd,
hij stinkt, en jij wordt door barmhartigheid overspoeld, je geeft hem zonder mate geld en wat
dan ook. Voor religie is dat geweldig, je hebt net je salaris ontvangen en je bent zo mateloos
overspoeld door barmhartigheid, rachamiem, en je geeft hem de helft of meer van jouw
salaris, een prachtige daad.
Maar zonder dien kan het toch een laffe daad zijn, een daad die niet in overeenstemming is
met de wetten van het Heelal en zal ook geen hulp zijn. Omdat het één tegenover het ander
moet worden afgewogen. Stel dat je hem 500 euro geeft en zegt: “Sta op, ga lekker eten,
drinken, ga naar sociale dienst, of op zoek naar werk of zo.” Je doet het goed, maar ten
aanzien van hem is het een overspelige daad, want hij neemt het geld aan en gaat direct naar
dezelfde dealer of wat dan ook en wordt het nog erger voor hem. Alles moet dus met mate
zijn, naar de mate van de krachten… Dus ook in de grote toestand moet je die twee krachten
altijd in jezelf hebben.
HaSoelam zegt dus dat we de dien, gestrengheid, nodig hebben omwille van masach, scherm.
Wat is scherm in onze wereld? Alles wat afgeschermd wordt, wat begrenzing maakt, dat is
scherm. Waarom die begrenzing nodig is zullen we zo zien. We houden eerst een kleine pauze
waarin jullie lekker kunnen eten en drinken, zonder masach.
Deel twee van de les:
Gestrengheid, dien, is dus nodig om masach op te bouwen. Het commentaar, verlengstuk, van
Zohar vertelt ons dat dien nodig is voor het geheim van masach, die bij Malchoet ingesteld is
omwille van stotende samenvloeiing, zievoeg de hakaa. Ik ga een beetje uitleggen wat
95
hiermee bedoeld wordt, want niet iedereen heeft onze vorige cursussen gevolgd, en nu is het
toch weer op een ander niveau.
Zievoeg betekent in het (moderne) Hebreeuws copulatie. Daarom is het voor Israëliërs
moeilijker, omdat de Zohar ook termen gebruikt als borsten, benen, omhelzen, etc., dingen die
bij hen direct associaties met het fysieke oproepen.
Leer gewoon zievoeg de hakaa. Zievoeg betekent dus contact. Contact met elkaar betekent
eenheid, dat iets het niveau van iets anders bereikt. Als resultaat van innerlijk werk stijgt één
element van een traptrede naar een andere traptrede. Hoe kunnen wij stijgen? Ik zal proberen
een beetje uit te leggen hoe wij de kracht ontvangen om te stijgen.
Hij zegt dat ook vanwege dien, die in de masach is, die op het hoge licht slaat en hem terug
laat keren. Het is zeer belangrijk hoe dit mechanisme werkt, want alles werkt zo, elk
ontvangst van licht, elke bevatting werkt zo.
Zie tekening 5, die tijdens het volgende gemaakt wordt:
We hebben gezegd dat er altijd twee deelnemers zijn: licht en klie. Licht ‘doorlicht’ als het
ware een klie. Licht heeft geen begrenzing. In een kerk, synagoge, schijnt hetzelfde licht van
boven, maar men merkt het niet. Dus om het licht op te merken, om het licht te kunnen
waarnemen, moet een interactie plaatsvinden. Dus een klie moet een deel van het licht, al is
het maar een fractie, kunnen zien. Dat is het mechanisme hoe het tussen licht en klie werkt.
Het licht is natuurlijk nergens begrensd, waar je ook bent. Licht is niet gebonden aan plaats of
aan tijd, nergens aan, het is gewoon eeuwigheid. Het ervaren van het licht is een kwestie van
het waarnemingsvermogen, de mate van correctie, van een klie om het licht te ervaren. Licht
moet je ervaren. Hoe? Ik zal proberen dat een beetje uit te leggen.
Zohar zegt ons dat ook in de grote toestand twee krachten in een klie blijven. In een klie
bestaat dus dien, gestrengheid en rachamiem, genade. De kracht dien is nodig om begrenzing
te maken, “tot hier en niet verder”.
Rechts is altijd een hogere sfira dan links. Bijvoorbeeld: Chessed is rechts en gvoera (of dien,
wat in principe op hetzelfde neerkomt – de nuances komen later wel aan de orde) is links, het
licht komt van chessed naar gvoera, dien. De moeilijkheid bij het optekenen is dat de mens
dan de tekening gaat onthouden. Het wordt opgetekend alsof chessed ook echt rechts is en
gvoera links, maar licht daalt loodrecht naar beneden.
We hebben opgeschreven dat chessed rachamiem is, Zohar zegt het zo maar bedoelt licht
chassadiem, want rachamiem is meestal in het midden.
Wanneer licht van boven naar beneden gaat, dan kan dat niet bij chessed, chassadiem, genade,
ophouden, want genade kan geen begrenzing hebben. Alleen genade zonder gestrengheid,
dien, leidt tot een onvolwassen handeling. Chessed begrenst niets. Geven zonder begrenzing
is eigenlijk geen geven. Begrijpt u dat? Wanneer iemand uit zijn hart geeft, is dat in de regel
een overspelige handeling.
Aan de ene kant is het goed als je kan geven. Hoe kan geven dan slecht zijn? Echt geven is
wanneer er wordt gegeven wanneer die twee krachten er zijn, wanneer er aan de ene kant
overgave is bij het geven, en er ook een verborgen gestrengheid is. Dat is geven volgens de
96
wetten van het Heelal, en niet volgens de ingevingen van ‘het menselijke hart’ en/of hun
ideeën.
Het licht gaat altijd naar beneden naar de masach, het scherm, en de masach staat altijd bij
Malchoet. Malchoet is dus degene die de kracht heeft waar de dien gevoeld wordt. Als er
ergens in gvoera masach is, bedoelen wij dat Malchoet naar gvoera gestegen is. De hele
bedoeling is dat Malchoet naar kether opklimt.
De dien blijft altijd bestaan, in een andere kleurschakering dan zwart, want vermengt met het
licht, maar het blijft altijd bestaan. Omdat er altijd sprake is van Malchoet, die zwart is, waar
absoluut geen licht binnenkomt. Malchoet brengt altijd dien met zich mee.
Ook wij, die geestelijk werk doen en hoog kunnen klimmen, houden dien. Het wordt wel wat
verzoet, het geeft misschien niet meer het gevoel dat er dien in zit, maar dien zit er altijd
achter.
Het is nodig dat er altijd dien in zit, om het licht te kunnen zien. De Zohar zegt ons dat dien,
een kracht van Malchoet is, die nodig is om een stotende samenvloeiing te maken, zivoeg de
hakaa.
De bovenste negen sfirot zijn eigenschappen van het licht en daarom komt het licht daar altijd
doorheen, naar Malchoet. Ook in ons. Wij hebben goede dingen in ons, wij kunnen aardig
zijn, omdat de 9 bovenste sfirot van ons ook eigenschappen van het licht, in ons, zijn,
waardoor wij ons op een aparte manier in overeenstemming met het licht brengen. Het is
natuurlijk geen correctie, maar uiterlijk kunnen wij dan wel goed met elkaar omgaan.
Maar de 10e sfira niet. Niemand kan zijn 10e sfira laten zien, en dat is ook goed, want daar zit
de ellende. Daarom ook moet je niet met een ander over jouw geestelijk werk praten, want
met geestelijk werk heb je met je Malchoet te maken, met jouw duistere kanten, en daar moet
je met niemand over praten, alleen met het licht…om de hele zwarte Malchoet die je hebt
steeds een andere lichtschakering te geven, te vermengen met de kracht van chassadiem of
rachamiem, om je met de tegenligger te vermengen, om jouw Malchoet, jouw zwarte punt,
zoveel mogelijk aan te leren om zich aan het licht aan te passen.
Hoe gaat het verder? Het licht probeert dus door te dringen in de Malchoet, want de Malchoet,
de klie, de schepping heeft een begrenzing gemaakt, om niet egoïstisch te ontvangen. De wet
is zo dat als men egoïstisch is ingesteld, men absoluut niet kan ervaren.
Ook in onze wereld. Er is zo’n lied: I can get no satisfaction; en die zanger heeft nog wel alles
behaald in zijn leven wat hij wilde.
Waarom is dat? Omdat de wetten van het Heelal zo zijn ingericht dat er geen satisfaction
komt zonder dat men zich aan de wetten van het Heelal aanpast. Er komt, zonder die
aanpassing aan de wetten van het Heelal, enkel ellende. En je komt dan van de ene ellende in
de andere.
Direct licht, or jasjar, is licht dat nog niet is omvat door een klie. Zohar vertelt ons ook dat wij
geschapen zijn om net als het licht direct naar beneden te komen. Adam Kadmon had geen
smoesjes: doe je goed, dan komt het van kether chochma biena en zo direct naar beneden, en
als je niet goed doet dan stopt het. En dan is er ellende.
97
De mens kon zo niet bestaan, en daarom heeft de wereld het voor ons anders ingericht, naar
Adam Kadmon, opdat wij ook twee krachten zouden hebben. Genade is mooi, maar het is ook
een onvolwassen toestand. Als een mens tot zijn wasdom komt, dan weet hij niet rechts, links,
dan wordt het allemaal één licht, direct omhoog. Dan voelt een mens ook geen pijn.
Dus or Jasjár komt altijd naar Malchoet. Malchoet is de enige plaats, zowel in de werelden als
bij ons, waar wordt overwogen of het toegestaan wordt of geweigerd. Malchoet doet zo ook
bij ons. ‘Drie borreltjes, en niet meer; hier wel een kusje en daar niet’.
Begrenzing is zeer belangrijk. Je kan niet tegen iedereen zeggen dat hij binnen mag komen, je
moet begrenzing aanbrengen.
Malchoet gaat het directe licht eerst afkaatsen. Zo ook bij ons: drinken we wel of niet dat
kopje koffie, gaan we dat telefoontje plegen of niet… Alles wat wij doen is dus ook volgens
dezelfde wet.
Wat is licht van or Jasjár bijvoorbeeld bij koffie drinken? De koffie is het directe licht, koffie
is een genotsmiddel. Geestelijk of lichamelijk behagen is enkel verschillend in gradaties van
het licht. Ook voedingsmiddelen zijn ons gegeven om ons te confronteren. Je koopt bij de
bakker een heel brood, en dan ga je niet het hele brood in je mond stoppen. Je gaat één sneetje
eten, want je stopt alleen in je mond wat kan, en dan ga je het kauwen, het hele proces om het
in jezelf op te nemen. Precies zo, is het ook in het geestelijke.
De eerste reactie van beneden, van de klie is altijd: nee! Elk genot, behagen, moet je eerst
afstoten. Dat is altijd zo, is onveranderlijk. Tot de komst van de Masjiach zal het niet anders
zijn en is het nooit anders geweest.
Dus eerst afstoten, daarna berekening maken, omdat wij nog niet gecorrigeerd zijn. Naarmate
wij meer kabbala hebben geleerd, meer gecorrigeerd zijn, zullen wij voelen dat wij minder
hoeven te denken, minder overwegingen hoeven te maken. Denken doen wij omdat wij nog
niet genoeg kracht hebben, maar er moet een toestand komen dat wij niet hoeven te denken,
dat het spontane waarneming wordt. Dat je het licht dat naar je toe komt, meteen af gaat
stoten, en berekenen. Berekenen hoeveel je naar binnen kan halen, zoals dat sneetje brood.
Als je geen kracht hebt om het licht te ontvangen dan zie je het niet. Daarom is het cruciaal
om in elke toestand rachamiem of chassadiem te hebben, om niet kwaad te worden, niet boos,
want dat is een afschuwelijke zaak omdat je dan alles afbreekt wat je opgebouwd hebt.
Er staat ook geschreven dat als je alle verboden die in de Thora staat – gij zult niet doden etc.
– naleeft, maar jij wel kwaad wordt, zelfs over schijnbaar kleine dingetjes, dat dat veel erger
is dan de overtreding van alle verboden die in de Thora staan. Dat staat geschreven. Kan je je
voorstellen? Zelfs het verbod om niet te doden. Voor alle andere dingen die de mens doet en
die de Thora verbiedt, bestaat een correctie, je kan nog inkeer doen daarvoor.
Inkeer is niet iets wat de kerk of de synagoge heeft bedacht, maar het is ingesteld door de
Schepper zelf. Door inkeer kan je toch wel in het reine komen. Als het oprechte inkeer is.
Maar als je kwaad wordt, wordt dat niet vergeven! Alles wat je tot dan hebt opgebouwd, valt
uiteen, gooi je als het ware in de gracht. De klie is dan gebroken, en er is geen reparatie
mogelijk. Je moet dan opnieuw beginnen om jouw geestelijke werk op te bouwen. Dit is geen
grap! Probeer op te letten.
98
Wees voorzichtig, let er op!, om geen woede aan de dag te brengen. En het gaat niet alleen om
het uiten van woede. Wanneer woede bij je opkomt, moet je meteen proberen om het van
binnen in de kiem te smoren, zodat je niet reageert.
Het is niet in onze kracht om niet woedend te worden, maar wel om het in de kiem te smoren,
om niet te wachten tot het de omvang neemt dat het in je gevoel komt en je op wie of wat dan
ook woedend wordt. Het is geen religie. Religie zegt het ook, maar in kabbala leer je ook
waarom het zo is, het komt namelijk van de wetten van het Heelal.
Woede is dus erger dan overspel of wat dan ook, terwijl het in onze ogen niet belangrijk lijkt.
Je wordt woedend en ach, daarna wordt je weer relaxed. ‘Relaxed’ betekent dat er geen
geestelijke beweging is. Zoek dus niet naar het relaxed zijn. Mensen houden ervan als je
relaxed bent, want dat doet geen pijn. Net als de poes die naast mij ligt, die doet geen pijn.
Het is lekker om met relaxte mensen om te gaan. Je moet wel van binnen vrede nastreven,
maar niet ten koste van alles, dat je je daardoor relaxed gaat voelen.
Dus eerst afstoten, dan berekening maken. Na de berekening ga je kijken waarvoor je wel
kracht hebt om altruïstisch, dus niet voor jezelf, te ontvangen. Natuurlijk moeten wij ook
genieten, maar op de manier waarbij je aan de Schepper, aan de wetten van het Heelal
genoegen geeft, wat dus betekent dat je je in overeenstemming brengt met de wetten van het
Heelal. Dat is altruïstisch ontvangen, ontvangen op een goede manier.
Kabbala zal ons leren dat alles mag, omdat er bij jou een systeem opgebouwd wordt waarbij
je niet meer hoeft te denken, je hoeft geen berekening meer te maken, want er zit in jou dan al
een anti-egoïstisch systeem, waardoor jij niets toelaat wat niet goed is. Natuurlijk komen er
altijd druppeltjes naar binnen, die nog niet gecorrigeerd zijn, en dat is goed want daar kan je
dan aan werken.
Dus altruïstisch ontvangen betekent weerkaatst licht, or chozer. Op de tekening staat dat in het
blauw, want blauw is het kenmerk van afstoten. Het staat zonder pijltje, omdat je gewoon
afstoot en dat niet naar een bepaalde hoogte doet. Het weerkaatsen kan van alles zijn,
bijvoorbeeld een alinea van Zohar. Stel dat ik Zohar lees, dan is die tekst het directe licht, or
Jasjár. Wanneer je begint moet je dus meteen weerkaatsen, want als je dat niet doet wordt het
gewoon lezen.
Het weerkaatsen doe je dus meteen, en dan ga je kijken wat je er al van kan ervaren. Dus eerst
afstoten. Daarom heet het ook stotende samenvloeiing. Eerst stoot je het af en dan ga je het
weerkaatsen, dat betekent al een reactie van mij wat ik al op kan nemen van Zohar, of van het
stukje vlees dat ik op wil eten, of ander behagen. Alles in onze wereld is behagen. De
Schepper heeft ons geschapen dat wij alleen ontvangen. Hij wil ons alle plezier doen, alles
wat wij willen; maar wij kunnen dat niet en soms willen wij dat niet.
Dat weerkaatste licht heet dus or chozer of or dien, licht van gestrengheid. Gestrengheid
omdat het van binnen van mij komt, en niet van het licht zelf. Licht is volmaakt en van mijn
reactie, van het vuur in mijzelf als het ware, komt een soort licht, dat is het licht van mijn
weerstand om licht in volle mate te ontvangen. Licht van gestrengheid, van mijn begrenzing,
en daarom heet het ook or dien, licht van gestrengheid.
99
Natuurlijk is dat licht van gestrengheid dikker, het is niet zo fijn als het aankomende, directe
licht. Aankomend licht is altijd fijner, lichter, van een hogere frequentie dan weerkaatst licht.
Daarom zegt Zohar ons dat or dien ook rood van kleur kan zijn, en or jasjar wit. Zo moeten
wij dat een beetje zien.
De volgende fase wat hij ons zegt is dat masach het aankomende licht afstoot, zonder te
begrijpen wat voor genot het is. Bijvoorbeeld: wil je koffie? Nee. Wil je wat eten? Nee. Altijd
dus eerst afstoten en daarna als je gaat proeven, dat is or chozer, of or dien. Or chozer is de
naam die eraan gegeven is omdat het weerkaatsing is en or dien is naar kwaliteit, is licht van
gestrengheid. Or chozer is naar de richting, het gaat altijd omhoog. Or dien, licht van
gestrengheid, is naar kwaliteit want het is licht van begrenzing.
Ik kom bijvoorbeeld naar een feest en heb ik elk oog tien vrouwen, maar ik kan nog niet eens
met mijn eigen vrouw omgaan. De wens is er, maar heb je de kracht? De mens moet het zo
berekenen: ik zou het willen, maar heb ik de kracht. Ik wil een rolls royce, maar heb ik de
kracht om dat te kopen? De wens moet kosjer blijven.
Je moet leren weten welke wens voor jou kosjer is. Je moet niet naar andere dingen
kijken. Het moet geen probleem voor je zijn als iets niet voor jou is weggelegd is.
Or chozer, wat dikker is dan het directe licht, vormt vervolgens een soort kanaal, want alles
wat dikker is kan wat lichter is opnemen. Het directe licht, or Jasjár, komt dan in dat kanaal
en vermengt zich gedeeltelijk met het or chozer en komt dan de klie binnen.
In het kanaal zit dus rood, niet helemaal rood omdat het als het de klie binnenkomt al
vermengd is, de klie is niet volledig gecorrigeerd, dus als het genot bij ons binnenkomt wordt
het op een verschillende manier ervaren. De één zegt dat de koffie goed is en de ander zegt
dat de koffie niet zo lekker is, zo zijn er verschillende correcties.
De Zohar zegt ons dat binnenin het directe licht zit, en dat de klie het omringt en dat is het
weerkaatste licht. Klie is niets anders dan or chozer, die het directe licht in zichzelf opneemt
en naar binnenhaalt, dat is klie, en niets anders.
Klie is dus wat je weerkaatst. Wat je weerkaatst is dus ook licht, maar dikker licht en daarin
ga je het stukje licht opnemen wat je op dat moment wel aankan. En dat komt via jouw mond
in jou. De plaats waar dat licht binnenkomt heet altijd pe, mond. In het geestelijke komt, net
als bij de mens, alles via de mond naar binnen. We zullen dat gaan voelen en niet verstrengeld
raken met wat dan ook in onze wereld. We zullen de eenheid in alles gaan zien.
Zeg deze week bij alles: Gam ze tov, alles is goed. Zelfs als je nog geen kracht hebt om dat
werkelijk te zien, dan moet je dat alvast zeggen met het oog op morgen, of overmorgen.
Daardoor zal je het licht kunnen weerkaatsen en eenheid en sjalom verkrijgen.
100
Tek. 5 Zievoeg de hakaa (Stotende samenvloeiing)
Or dien (rood)
“Or chozér”
(weerkaatste
licht)
Licht daalt loodrecht naar beneden
K
Licht (wit)
Or Jasjár
C
Afstoten
__
C (chassadiem)
B
C
Dien
G
T
9 sfirot
Gestrengheid
Rachaniem
Genade
N
H
J
Pe (mond)
Malchoet
Reactie van Klie:
KL
1. Afstoten
2. Berekening
3. Altruïstisch ontvangen
(weerkaatsing))
Directe licht
Klie
101
Foto 5
102
‫ מרגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder
We hebben veel tekeningen toegevoegd bij de lessen 2, 3 en 4. Print ze uit en leg ze naast je
tijdens de les. Deze tekeningen geven de algemene informatie. Zij illustreren de noodzakelijke
kennis van de kabbala om je voor te bereiden op de lessen 5 en verder. Het maakt niet uit wat
je wel of niet begrijpt, kijk naar de tekeningen. Deze tekeningen zal je later ook nodig hebben.
Er zullen nog tekeningen toegevoegd worden die we ook nodig hebben voor de Zohar. De
tekeningen zijn van ondergeschikt belang, ze zijn er enkel om iets te illustreren, maar niet om
ze uit je hoofd te leren. Wij werken met de geestelijke tekeningen, die in je innerlijk
gegraveerd worden, en niet op papier. Alleen als we er met woorden niet uit kunnen komen,
helpt het om een tekening te maken. Het komt dus niet op de eerste plaats. Onthou dat.
Nu gaan we beginnen met mamar hasjosjana, met het commentaar van haSoelam.
Op pag. 1 zien we het commentaar haSoelam. In de linkerkolom zie je de letter alef en dat
verwijst, komt overeen met de letter alef in de 5e regel van de basistekst van Zohar zelf.
Meestel geeft haSoelam de letterlijke vertaling van de ot, paragraaf, van de Zohar, en soms
voegt hij een woord toe dat ons helpt om de woorden op zich van de ot van de Zohar te
begrijpen. En dan gaat hij verder met de uitleg van de ot.
Probeer terwijl we lezen met volle concentratie met je ogen mee te kijken, maar werk niet met
je hoofd, laat het aan je gebeuren. Laat de woorden die je hoort en wat je ziet bij elkaar
komen.
Blz. 1 Linkerkolom regel 16:
'‫ שהיא הבינה הנק‬,‫ לבאר סדר אצילותה מאמא‬,‫ור' חזקיה פתח בביאור הנוקבא דז"א‬
.‫בשם אלהים‬
En rabbi Chizkia opende met de uitleg van de noekwa van de z’a, om uit te leggen de
orde van haar verschijning uit de iema, dat zij (iema) is de biena, dat heet (blz.2, r.1) in
de naam Elokiem. In deze taal wordt het zo gezegd dat zij heet in de naam Elokiem, en dat
betekent dat zij Elokiem heet. Dat is de manier waarop het wordt uitgedrukt in deze taal.
‘Rabbi Chizkia opende’ de discussie, en het maakt niet uit of hij alleen was of omringd door
andere kabbalisten. Hij opende de discussie en haSoelam zegt dat hij het opende met de uitleg
van de noekwa van de zeir anpin. Hier is wat verdere uitleg nodig. Zoals je weet zijn er 5
basis sfirot: keter chochma biena zejr anpin en malchoet. Hier komen we nu de naam noekwa
tegen, noekwa van zejr anpin. Noekwa is vrouwelijk gedeelte van z’a, en het is ook de
malchoet. We zullen zien dat gewoonlijk spreken we over malchoet en dat is dan de 5e sfira.
Wanneer de malchoet 10 ontwikkelde sfirot heeft, of 5, die het licht kunnen ontvangen, dan
noemen we het malchoet. Maar wanneer ze a.h.w. niet ontwikkeld is, dan is ze a.h.w. een deel
van z’a. En elke sfira heeft trouwens ook zijn eigen malchoet. Ook z’a heeft zijn eigen
malchoet. De malchoet van z’a heet noekwa, dat is dus het vrouwelijk deel van hem. Vier
sfirot in één partsoef zijn a.h.w. mannelijk ten opzichte van de 5e of 10e sfira die vrouwelijk
is. In het geestelijke is de ontvanger het vrouwelijke gedeelte.
Wat is belangrijk voor ons, voor rabbi Chizkia? Waarom opent hij de discussie met de
noekwa, het vrouwelijk deel van de z’a. Ik heb de laatste lessen al verteld dat de chochma
mannelijk is en de biena is vrouwelijk ten opzichte van de chochma. En deze chochma en
103
biena vormen een hoger koppel, een hogere wereld, en het lagere koppel wordt gevormd door
z’a en noekwa, z’a is mannelijk en noekwa of malchoet vrouwelijk.
Waar gaat dit mannelijk en vrouwelijk allemaal over? De keter is het potentieel, is a.h.w.
Ejnsof, op elk niveau, het licht zelf, en dat komt tot een bepaalde mate, dat dicht bij het licht
is. De actieve delen van elke entiteit vormen deze vier stadia: chochma biena z’a en malchoet;
zij vormen een skelet van alles dat leeft en zij komen overeen met de meest heilige naam van
de Schepper: JKWK.
En deze chochma en biena waar we het over hadden waren alleen de fasen van het doorgeven
van het licht, de eigenschappen van het licht. En z’a en malchoet…malchoet is de ontvanger.
Daarom is het zo belangrijk voor rabbi Chizkia om ons uit te leggen, te vertellen over de
noekwa van z’a. Wij, de zielen, de mensen, zijn het produkt van z’a en noekwa. Hoe? Dat
zullen we leren.
Onze hemelse vader is z’a, en onze hemelse moeder is malchoet. Wat betekent dat? Het klinkt
religieus, maar dat is het niet. De Zohar vertelt ons ergens anders ook, dat een mens een
fysieke vader en moeder heeft, hier op aarde, dat net zoals zijn lichaam is opgemaakt door de
fysieke vader en moeder van een persoon, zo heeft de nesjama, de ziel, zijn eigen ouders,
vader en moeder, van waar de ziel, de nesjama, komt. Nesjama is de algemene term voor ziel.
De vader van deze ziel is z’a, en de moeder is malchoet. Daarom vindt rabbi Chizkia het
belangrijk om te beginnen met de noekwa van z’a.
We zullen ook de relatie tussen de chochma en de biena zien, dat zij altijd optimaal zijn. Ze
staan naast elkaar en kijken naar elkaar, dat betekent copulatie, zievoeg. Hij geeft aan haar en
zij weerkaatst het licht, dat is copulatie. We zullen het woord zievoeg gebruiken. Ze staan in
non stop zievoeg. Dat is de eigenschap van de hogere wereld, maar de lagere wereld is… de
vertaling van de zohar in het engels wil je laten geloven dat de lagere wereld de fysieke
wereld is. Dat is niet zo. De lagere wereld is nog steeds de blauwdruk van onze fysieke
wereld, maar niet onze fysieke wereld zelf.
De lagere wereld is dus z’a en noekwa, dit koppel. En z’a geeft aan noekwa. In de lagere
wereld is het iets anders. Soms staan ze in de positie dat ze naar elkaar stralen en soms niet.
En alles dat in onze wereld komt, ook in de fysieke wereld, komt van deze twee. Natuurlijk
komt het ook van andere, maar het directe operationele systeem is z’a en noekwa. Is dit
duidelijk?
Het is een introductie. We proberen hier alles te plaatsen wat we gewoonlijk uit verschillende
bronnen krijgen. Ook uit de Zohar zelf, maar soms heeft het wat meer introductie nodig.
r.17 – om uit te leggen de orde van haar verschijnen, van de noekwa van z’a uit de iema.
Iema, hadden we ook in regel 5, daar zei hij abba we iema. Abba betekent vader, chochma, en
iema betekent moeder, biena. Hier is het hetzelfde als chochma en biena, maar in de wereld
atsieloet, de wereld van correctie vond correctie plaats, een instelling plaats waardoor de
chochma de toegevoegde naam abba kreeg, en de biena de toegevoegde naam iema, moeder,
kreeg. Als we over vader en moeder spreken is dat in relatie tot haar kinderen en dat zijn z’a
en noekwa, of z’a en malchoet.
Het is trouwens erg belangrijk voor ons om ons te realiseren dat we de hemelse, goddelijke
familie leren. Dat is de goede houding om de Zohar mee te beginnen. We leren de goddelijke
104
familie waar we nog niets over weten. Daarom moeten we openstaan om te kijken en te
voelen wat voor relaties zij met elkaar hebben, en hoe die relaties veranderen in andere
situaties. Waarom? Op die manier, hoe meer wij weten over hun relaties, des te meer wij daar
op kunnen gaan gelijken. D.w.z. ons innerlijk, dat we die met hen in overeenstemming
brengen. En dan zullen we een deel van hen gaan uitmaken en in staat zijn om van hen te
ontvangen.
Hij zegt ons dus in regel 17… hij legt ons de orde uit, de verschijning van de noekwa uit de
iema. Dat is voor ons heel belangrijk, dat de malchoet, of de noekwa uit de iema kwam. Dat is
belangrijk want zij is a.h.w…. z’a gaat aan haar voor af, maar zoals we zullen leren is z’a
mannelijk ten opzichte van haar, maar hij is ook als een broer voor haar en zij als de zuster.
Beide hebben iema als moeder.
Zo zullen we de goddelijke familie leren, met hen te leven en van ze te houden. Het is als dat
je gaat logeren bij een familielid dat je niet goed kent, en na een tijdje ga je die leren kennen,
hun karakter, houding etc. Dit zal je in de studie helpen.
Hij zegt dat de iema biena is. We hebben iema, en biena is de algemene naam van deze
geestelijke eenheid van het operationeel systeem van het heelal. Een andere naam is Elokiem.
Onthou dat in de Kabbala niets symbolisch is, niet allegorisch is, zoals men je wil doen laten
geloven. Elke keer als je een naam tegenkomt, ongeacht wat voor naam, of die in jouw idee
positief of negatief is, alles wat we studeren heeft betekenis. Elk woord in de Thora hoort bij
de naam van Hasjem, de Schepper. In de Thora zijn ook slechte jongens in de Thora, zou je
kunnen zeggen, zoals Bilam, Lawan die Ja’akov slecht behandelde, Fara’o en vele anderen.
Als je zo denkt, verander je houding, want de Thora geeft een uitgebreide biografie van
Isjmael en zo, het is allemaal belangrijk, elk woord. Ook al die plaatsen die worden genoemd
in de Thora. Elk woord in de Thora gaat over de naam van de Schepper. Ook in de Kabbala.
De Zohar is de verklaring, het innerlijke geheim van de Thora.
Zo ook de naam Elokiem. Elokiem is de naam van de Schepper in zijn hoedanigheid van
gestrengheid van de wet. Het is tegengesteld aan de eigenschap van chesed, goedertierenheid.
En beide zijn nodig, want de Schepper heeft Zijn schepping zo gemaakt dat alles deze twee
krachten heeft. In de rechterlijn goedertierenheid, chesed, en de linkerlijn gestrengheid, de
wet, dien. En uit deze twee moeten we in elke situatie de middellijn opbouwen. Hoe? De hele
Zohar zal ons dit leren. En alleen door het ontvangen door de middellijn kunnen we het licht
op een kosjere manier ontvangen, licht dat ons op kan bouwen, dat ons vervulling kan geven.
De naam Elokiem is de biena en wat we nog niet hadden verteld is dat chochma aan de
rechterkant is en biena aan de linkerkant is. We zullen zien dat alles aan de rechterkant
chassadiem, goedertierendheid is, en aan de linkerkant is dien, gestrengheid. En beide
behoren tot kedoesja, heiligheid.
De naam ‫ אלהים‬Elokiem, deze heilige naam spreek ik uit als Elokiem; de derde letter is een
‘h’, maar die spreek ik uit als ‘k’. Er staat in de Thora namelijk geschreven dat het verboden
is om de heilige naam ijdel te gebruiken. Daarom spreken we het zo uit. Doe dat ook en vraag
je niet af waarom en zo. Ook de engelen deden dat zo. Op de juiste plaats zullen we over de
engelen spreken, zoals Michael, Gabriel, Uriel, Rafael. Grote engelen, malachei hasjaret,
dienst doende engelen. Sommige namen… het wordt ons aanbevolen… en wie beveelt mij dat
105
aan? Dat is mijn grote leraar Ari, Hij sprak die namen niet voluit, maar alleen de eerste twee
letters. Maar de heilige namen zoals Elokiem, daar spreek je de ‘h’ dus niet uit.
Waarom? Kijk, soms als we leren kunnen we in een lagere positie zijn, in de wens om voor
onszelf te ontvangen, voor vernauwde persoonlijk belangen. Op die momenten zijn we niet
klaar om ons te verbinden met heilige namen zoals Elokiem, JKWK, Hawajah, Adni, Kel, of
andere namen. Er zijn verschillende namen. Door ze uit te spreken wanneer we niet in de
toestand zijn om ze juist te ontvangen, dan trekken we het aan en komt het niet om ons te
helpen, te verlichten, maar het komt naar de behoeften van de onreine krachten, en dat
betekent zonde. Zonde is egoïstisch ontvangen van licht. Het licht is niet van ons. Ook hier in
de fysieke wereld is elk genot, alles wat we voor genot gebruiken, eten, drinken, alles, ook
hier moet je voorzichtig zijn met wat je tot je neemt, want alles buiten je is licht en het licht is
niet mij, maar ik ben de ontvanger er van. Daarom, om het licht juist te ontvangen en dat het
licht bevrediging geeft, vervulling, alles. Dan moet ik mijn keliem, mijn reservoir voor
bereiden om juist te kunnen ontvangen. Daarom ook dat we de heilige namen niet uitspreken
zoals ze uitgesproken zouden moeten worden. Alleen in gebed zullen we ze kunnen
uitspreken zoals ze geschreven zijn.
r.1 na de punt:
.‫ שהיא הנוקבא דז"א‬,‫וזהו שפתח בביאור השושנה‬
En dat is waarom hij opent de uitleg van de sjosjana, dat zij is de noekwa, vrouwelijk
deel, van z’a. Allereerst spreekt hij over de z’a en de noekwa van de wereld atsieloet. Dat
moeten we weten, want er zijn vijf werelden. En hij spreekt over de wereld atsieloet want van
de wereld atsieloet komt al het licht dat wij ontvangen. Van deze wereld komt het licht
chochma, chaja, het levenslicht. Daarom opent hij met de uitleg van de sjosjana. Sjosjana
vertalen we met waterlelie. Meestal wordt het als roos vertaald. Eigenlijk is zoals ik het
vertaal, niet dat ik het anders doe dan anderen, maar het komt overeen met de tekst van Zohar.
Zowel de waterlelie als de roos komen overeen, het is beide. Soms is het dit en soms is het
dat, want de toestanden veranderen. En er is hoge correctie en lage correctie. We zullen zien
dat in atsieloet – ontvang wat ik zeg en accepteer het – keter chochma en biena hebben 10
sfirot en z’a heeft er 6, eigenlijk 6/10 van een sfira, want alles zes zijn van 1 sfira: z’a, of
tiferet. Waarom? Na het breken van de keliem in de wereld nekoediem hebben we nu alleen k
ch b en 6/10e van tiferet, of z’a, en zoals we zien is dat niet vol, en 1/10e van malchoet. En de
rest moeten wij, de mens, tijdens de 6000 jaar van correctie, of 6000 stadia van corectie a.h.w.
toevoegen, om ze uit de klipot, de onreine krachten, te halen - onreine krachten zijn
beschermende krachten, die de heiligheid beschermen – om ze uit de klipot te halen en terug
te brengen naar atsieloet. En daardoor participeren we actief in het opbouwen, in de daad van
het scheppen. Kijk, hoe groots de Schepper was in het scheppingsplan. Hij maakte het a.h.w
niet af., in onze ogen, maar hij gaf de mens de mogelijkheid om de ‘finishing touch’ te doen.
De mens zal a.h.w. de schepping afmaken, en alle glorie ontvangen er van, want wie een daad
volbrengt, tot die komt alle glorie.
Sjosjana is zoals we gezegd hebben lelie of roos, of allebei. Het hangt af van welk aspect van
deze noekwa we naar kijken. Kijk naar het woord ‫ השושנה‬hasjosjana . Aan het begin, voor
sjosjana, staat de letter hej ‫ ה‬. Als dat voor een zelfstandig naamwoord staat betekent het ‘de’,
bepaald lidwoord. Hij zegt … en dat is waarom hij opent met de uitleg van ‘de’ sjosjana, want
er is één sjosjana waar hij over spreekt, en dat zij is de noekwa van z’a.
106
De noekwa van z’a is de ontvanger van al het goede. Dat is het doel, dat zij al het goede van
z’a ontvangt. En zij kan het doorgeven aan de lagere werelden BieJ’A, aan vele schepselen en
ook aan de zielen van de mensen.
We hebben nu een parallel: sjosjana is de noekwa van z’a. Waarom noemt de Zohar de
noekwa van z’a sjosjana? Waarom zegt hij niet de noekwa, want dan weten we de relatie
tussen twee dingen, tussen de mannelijke z’a en de noekwa? Dat zou voor ons toch
makkelijker zijn?
De Zohar is geschreven in een speciale taal, de taal van de Zohar waardoor de relaties en het
opbouwen van de Levensboom is verborgen aan de ogen van de buitenstaanders. Een
buitenstaander is iemand die zichzelf niet in overeenstemming wil of kan brengen met de
wetten van het heelal. We noemen het een boosdoener, in Hebreeuws: rasja. In de Thora kan
je verschillende namen ervoor zien. Zij ontnemen zich de ontvangst van al het goede dat
beschikbaar is voor de mens.
De Zohar gebruikt deze speciale taal waardoor wij kunnen gaan denken aan de materiele
wereld. Neem nou ‘waterlelie’, iemand die de Zohar zomaar leest, zou denken aan een plant
in het water. En iemand die denkt wat gevorderd te zijn denkt misschien dat het niet over een
plant gaat, maar dat het symbolisch is. Maar er is niets symbolisch. De Zohar wil dat we leren
deze goddelijke familie te voelen, dit operationeel systeem van het heelal. De namen van de
sfirot zijn niet altijd voldoende. Op deze manier leren we door de taal van de Zohar de sfirot
en hun kwaliteiten, geestelijk te voelen. De Zohar spreekt van de hemel en de aarde, water,
vuur, hel en nog veel andere dingen. Probeer altijd om parallellen te trekken met de
Levensboom. Hoor je ‘sjosjana’, de roos, de waterlelie, verbindt het dan binnen je zelf met de
noekwa of de z’a. Ook bij andere woorden waar over geestelijke eenheden wordt gesproken.
Het is interessant dat de Thora de heilige Thora wordt genoemd en de Zohar wordt de heilige
Zohar genoemd. Geen ander heilig boek heeft dit predikaat. Bij deze wil ik wijzen op de
speciale plaats die de Zohar inneemt, en ook de Thora. We kunnen geen woord in de Thora
begrijpen zonder de Zohar.
r.2 na punt:
.‫ דא כנסת ישראל‬,‫ מאן שושנה‬,‫ וזהו שאומר‬,‫ כמ"ש להלן‬,‫והנוקבא דז"א בעת גדלותה נקראת בשם כנסת ישראל‬
En de noekwa van zejr anpin in de tijd van haar grote toestand heet in de naam knesset
israel, de verzameling israel, zoals zal worden geschreven verder, en dat is wat hij de
Zohar zegt, wat is sjosjana, waterlelie of roos, en hij antwoordt: dat is knesset israel de
verzameling van israel.
Ik heb het nu eerst vertaald en nu gaan we proberen het uit te werken.
‘En de noekwa van de z’a in de tijd van haar grote toestand’, of haar volwassen toestand, haar
grootheid. We zien hier iets nieuws, namelijk dat de noekwa een grote toestand heeft. Zij kan
dus ook in een kleine toestand zijn. Later zullen we hier over leren, maar merk het op. In de
tijd dat de noekwa in de grote toestand is, wanneer ze volwassen is, wat betekent dat ze in de
toestand is waar ze is opgebouwd uit 10 sfirot. In de tijd van haar grote toestand is haar naam:
knesset israel. De verzameling van Israel, wat betekent dat? Zie, wat de Zohar toevoegt aan
onze bevatting en gevoel over deze hemelse familie. Knesset Israel betekent verzameling van
Israel. Wat betekent dat? Knesset is de noekwa wanneer ze de volle kracht van 10 sfirot in
107
haarzelf heeft. Knesset israel betekent dat alle nesjamot (zielen; enkelvoud, ziel, is nesjama)
van israel van malchoet komen, van deze noekwa in haar glorie als ze malchoet is. Daarom is
haar naam knesset israel.
Na de komma: ‫ כמ"ש‬dit is een afkorting. Een afkorting is in het Hebreeuws zo opgebouwd dat
de laatste letter van de afkorting door twee aanhalingstekens wordt gescheiden van de letters
die er voor staan. Zoals hier: kmo”sjekatoev, zoals het zal worden geschreven. ‘Zoals zal
worden geschreven verder, dat is wat hij zegt, wat is sjosjana’ De letters van de Zohar zijn in
vette grote letters. Hij geeft het antwoord: ‘dat is knesset israel’. Hij voegt toe, hij geeft ons
meer bevatting, kleur, aangaande sjosjana. Hij zegt dat sjosjana noekwa van z’a is, en nu zegt
hij dat als de noekwa van z’a volgroeid is, 10 sfirot heeft, dat dan haar naam veranderd in
knesset israel. Veel is dan in haar verzameld. Zij is dan als een moeder van al de zielen van
israel, israel boven en israel beneden.
We zullen zien hoe het werkt, want de Thora spreekt van de eenheden van de krachten van het
operationeel systeem in de hoge wereld. En hier op aarde komt het ook overeen, knesset israel
is ook hier een term: gemeenschap van israel. We zullen zien dat de Zohar eigenlijk over één
ziel spreekt. En de verzameling van israel, hij spreekt ook over het hele volk israel. Hoe
kunnen we deze twee verbinden? Door één heel belangrijk principe: alles wat bestaat, bestaat
uit twee componenten die integraal met elkaar verbonden zijn, het algemene en het bijzondere
aspect. Alles heeft beide in zichzelf, het algemene aspect en het bijzondere aspect. We zullen
dan zien dat de Thora en de Zohar alleen over één ziel spreekt, en dat is dan het bijzondere
inzicht. En als we zoals hier de Zohar zegt, de verzameling van israel, dan gaat het ook over
het volk israel, het gaat dan over het algemene aspect. Dit principe is op alles toepasbaar. Dit
correspondeert met het principe: er is niets in het kleinste deeltje van de schepping dat niet
bestaat in het algemene deel van de schepping, in de gehele schepping.
De chachamiem, de wijzen van israel, zeiden: ‘Eén mens heeft de hele wereld in zichzelf’.
Dat betekent dat het innerlijk van een mens, van elk mens in de hele wereld, zichzelf gedraagt
als dezelfde wetten als het hele heelal. En heeft dezelfde relatie tussen al zijn delen als in het
hele heelal.
Wat zal ik verder nog zeggen, in de laatste minuten van deze les? Zie hoe langzaam we door
de tekst gaan. Voor een nieuwe student kan het heel uitgebreid lijken. Het is naief om te
denken dat hoe meer bladzijden je doet, des te meer je weet. In de Kabbala is dat niet zo. Het
geestelijke is anders. Het stukje dat je vandaag, nu, leert, geeft alle voeding dat je vandaag
nodig hebt. Niet meer en niet minder. Wat je vandaag kan behappen, dat is belangrijk. Iemand
kan honger hebben en heel veel brood, vlees etc. snel in zijn buik stoppen, maar werkt dat…
langzaam aan. Ook als ik alleen leer doe ik het langzaam. Het is als een bioritme.
Men moet zichzelf in overeenstemming brengen met zijn eigen relatie met de eeuwigheid. Het
is noodzakelijk dat als je Zohar leert, of als ik het geef, dan moet ik mij van binnen helemaal
één voelen met wat ik jullie geef. Ik zal jullie iets bekennen, het voelt als dat de Schepper
aanwezig is tijdens de les. Voor de les was dat niet zo, want ik sprak tegen mijn vrouw en
anderen en zo, maar tijdens de Zohar worden mijn handen zachter en alles in mij komt tot
leven. Het is anders onmogelijk om de Zohar te geven op de manier dat het werkt, dat het
helpt. Accepteer alles wat je hoort zonder tegen te stribbelen. Deze wijze geeft je de kortste
weg naar jouw eigen vervulling.
108
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 6
In het Hebreeuws worden lidwoorden en voorzetsels vaak gekoppeld aan het woord waar ze
betrekking op hebben.
De vorige les eindigden wij op bladzijde bet, 2, 2e kolom, 1e alinea. We spraken over zievoeg
de hakaa, stotende samenvloeiing. Stotend, omdat er twee tegenovergestelde krachten zijn die
tegen elkaar stoten. De kracht van Malchoet, dien, wordt afgestoten en de kracht die
binnenkomt is rachamiem, barmhartigheid.
Eerst dachten wij dat iemand de drager van deze eigenschappen kan zijn, maar nu weten wij
dat niemand barmhartig is. Barmhartigheid is namelijk een eigenschap van het licht dat in een
klie, een mens, binnenkomt door de instelling van een mens om zich in overeenstemming met
het hogere te brengen. Eerst komt er altijd een afstoting en daarna komt het licht binnen. Niets
komt natuurlijk binnen, maar als je jezelf open stelt heb je het gevoel dat het licht
binnenkomt. Het is dus enkel een kwestie van instelling en werken aan jezelf.
Pagina 2, 2e kolom, 2e alinea:
En dat is geheim van de zee die maakte Sjlomo, Koning Salomo ‫וז"ס הים שעשה שלמה‬, die
staat op 12 ossen ‫שני עשר בקר‬. Want deze 9 sfirot de lagere van haar ‫כי אלו טה"ס התחתונות שלה‬,
van Malchoet, de negen onderste sfirot, die vielen in Brieja, zoals boven vermeld ‫שנפלו‬
‫ כנ"ל‬,‫לבריאה‬, hebben correctie ondergaan, zich geïnstalleerd in geheim twaalf ossen ‫נתתקנו שם‬
‫בסוד שני עשר בקר‬. De 9 onderste sfirot van noekwa, lelie, zijn in Brieja gevallen, een kleine
toestand. We zullen straks zien waarom iets niet direct volmaakt is. We hadden al gezegd dat
wit, kether, boven blijft en in de 9 onderste zit rood, onreine krachten, die naar beneden zijn
gevallen.
Hier zegt hij ons nog iets, hij bewijst ons vanuit Thora - omdat Zohar met Thora verbonden is
- dat de bovenste sfira, kether, in Atsieloet blijft. In II Koningen staat geschreven, dat koning
Salomo, die aan de 1e Tempel bouwde, een zee bouwde die op 12 ossen stond. Net als in
Amsterdam, of een andere plek waar veel water is, wordt er op palen, zuilen, gebouwd. En die
zuilen zijn 12 ossen.
Aan Salomo werd onthuld wat dat betekent, want hij bouwde de Tempel, en de Tempel is de
Malchoet. De Tempel waar al het goede komt, want iedereen gaat daar naartoe om licht te
ontvangen. De Tempel is de noekwa, waarbij in de kleine toestand alleen de zee, 1 sfira, wit,
boven, in Atsieloet, staat.
Opeens heeft hij het over 12 ossen en niet over 9 sfira. Waarom dat zo is, zullen wij later zien.
Het punt van kether ‫ונקודת הכתר‬, het puntje van kether dat in Atsieloet blijft, die gebleven is
in Atsieloet ‫שנשארה באצילות‬, als het laatste station van Atsieloet, dat is geheim ‫ה"ס‬, het
betekent zowel geheim als essentie, maar Zohar bedoelt geheim, want je moet het penetreren,
jezelf ontvankelijk maken, de zee, die ene sfira, kether, dat is een parallel met de zee die
Salomo had gebouwd, die staat boven hen van boven ‫הים העומד עליהם מלמעלה‬, en allen
109
samen heten zij 13 bladeren ‫וכללותם יחד נק' תליסר עלין‬. We hadden eerst 10: één boven, en
negen beneden. We hebben ook 13 bladeren van de lelie ‫דשושנה‬.
En het onderwerp van de indeling van deze tien sfirot van haar ‫וענין ההתחלקות הזו של עה"ס‬
‫שלה‬, van Malchoet, tot het geheim van 13 wordt uitgelegd later in het commentaar Visies
van Soelam .‫לסוד י"ג מתבאר להלן במראות הסולם‬. Dat is een extra commentaar waar ook Jehoeda
Ashlag bij heeft geschreven. Over een paar pagina’s zullen wij dat aantreffen. Er komt dus
nog een commentaar om bepaalde begrippen te verduidelijken.
We hebben gezien dat er één sfira boven is en negen beneden. En hier zegt hij dat de zee, die
overeenkomt met die ene sfira, boven is en er twaalf ossen beneden zijn. En die ondersteunen
die ene.
Zohar brengt dat naar voren om bij ons gevoel te creëren en ook om een verbinding met de
Thora te maken. Ik heb die passage zo vaak gelezen, en alleen Zohar vertelt ons wat het
allemaal is. Koning Salomo heeft de Tempel op die manier opgebouwd. Hij heeft boven een
zee gemaakt en onderaan plaatste hij zuilen om de bodem van de zee te ondersteunen.
Waarom hij dat heeft gedaan wisten wij niet, maar Zohar legt het ons uit.
De Tempel is niets anders dan de Malchoet, plus al die andere hogere krachten, maar vooral
van Malchoet ontvangen wij alles. De Malchoet is dan de Tempel, en Salomo heeft ons laten
zien dat daar dezelfde opbouw is als bij het scheppen van de wereld: één boven en negen
beneden. Waarom dat zo is, zullen we allemaal van Zohar leren.
Pagina 2, 2e kolom, 3e alinea:
En zie hier het licht, mochien is ook een soort licht. Waarom er verschillende woorden voor
licht zijn, zullen wij straks zien. Moach betekent ook hersenen… van gadloet, grote toestand
waarbij alle tien sfirot stralen en worden ervaren... van noekwa ‫והנה המוחין דגדלות של הנוקבא‬,
Malchoet, de hele bedoeling is om noekwa zover te krijgen dat zij gadloet verkrijgt, het licht
in zijn volle glorie ontvangt, want dan kan zij dat ook naar het lagere doorstralen.
Dat er is in hen van het schijnsel van chochma ‫שיש בהם מהארת החכמה‬, we zullen leren dat
alleen Malchoet Chochma nodig heeft. Alles is erop gericht om Malchoet Chochma, wijsheid,
te geven. Koning Salomo werd ‘de wijste mens ooit’ genoemd, daarom moest hij de Tempel
opbouwen, want wijste betekent dat de Malchoet, in zijn tijd, in zijn Tempel, alle 10 sfirot
straalden.
Na alle zonde en ellende kunnen wij dat in onze tijd niet zeggen. Het moest zo gaan, maar de
dien, gestrengheid, zou zich nooit zo hard manifesteren in elke mens en in de geschiedenis,
zoals het geweest was. Het was natuurlijk de bedoeling dat die twee krachten in het Heelal
zouden zijn, omdat beide nodig waren.
Maar de mens heeft ook bepaalde zonde gepleegd door de wijsheid van boven naar beneden,
naar zichzelf toe, te willen trekken, graag te willen weten, en dat is de ellende. Weten is goed,
maar weten moet zodanig zijn dat het niet de waarnemingsorganen, zoals die geschapen zijn,
opbreekt. Als een mens koste wat het kost wil weten, dan komt hij tot ellende.
Dit is voor ons ook een zeer belangrijke les. Je moet de houding hebben om niet te willen
weten. Jouw slechte beginsel prikkelt je om dit te lezen en dat te lezen, want het leeft door jou
110
te verleiden om te lezen, want jouw slechte beginsel profiteert daarvan. We zullen leren hoe
de mens zich in overeenstemming met de wetten van het Heelal brengt.
3e alinea 2e regel:
In hen, in die Mochien, het licht dat noekwa ontvangt, een schijnsel van Chochma, moet
Malchoet ontvangen. Hij zegt niet in volle omvang, maar een schijnsel. In A”A zit volle
Chochma, dat is heel hoog. De mens kan Chochma, wijsheid, niet in zijn volle omvang
ontvangen.
Adam had geprobeerd om de wijsheid naar zichzelf, naar beneden, toe te trekken, voor de
Schepper. De bedoeling was echter dat hij, door correcties te doen, zich omhoog zou trekken,
daar zou ontvangen en vervolgens naar beneden af zou dalen, en niet alles van boven naar
beneden te trekken. Hij had dan een beetje wijsheid, chochma, naar beneden gehaald, want er
was geen plaats om zoveel op te nemen. Bij zoveel breken de keliem, de waarnemingsorganen
zoals die waren ingesteld vanaf het begin van de schepping, vanaf zijn geboorte.
Net zoals hij deed, deden ook de verdere generaties. Zij diepten zijn zonden verder uit.
Het is zo verleidelijk om te willen weten. Omdat wij altijd een beetje gebrek voelen en door
dat weten denken wij dat te compenseren, dat wij de 10 sfirot in onszelf gaan ervaren, dat wij
vervulling ontvangen. En dat wordt altijd door de slang ingefluisterd. Hij wil dat we het naar
onszelf toetrekken. Waar wij ook zijn: “Neem dat, pak dat….”. En als het niet om gewoon
behagen gaat dan gaat het om kennis: “Ga dit lezen, ga daar naartoe…”.
Dus ‘een schijnsel van Chochma’, dat is een kosjer ontvangst. Malchoet kan dan met alle
krachten in harmonie blijven. Ook wij kunnen Chochma niet naar ons toe trekken.
Zij, Mochien, worden aangetrokken van het geheim ‫הם נמשכים מסוד‬, mie’sod betekent
geheim of essentie, van het woord masjach, aantrekken. Daaruit komt ook het woord
Masjiach, wat aantrekken, aanzuigen betekent…van 13 namen dat heet 13 eigenschappen
van barmhartigheid ‫י"ג השמות הנק' י"ג מדות הרחמים‬. We begrijpen nog niets, maar wij zullen
wel ervaren.
Als we over een toestand spreken, spreken we over ontvanger, klie, en dat wat ontvangen
wordt licht?. Het zijn de 10 sfirot die ontvangen. We willen in onze wereld graag ontvangen,
maar we moeten daar wel plaats voor hebben. In gebed kunnen we wel om licht vragen, maar
kunnen wij die plaatsen? Wij moeten moeite doen, ons inspannen.
Er is een boek over mensen die veel geld hebben gewonnen in loterijen of zo, en het blijkt dat
het hen niet goed was vergaan, want ze konden er niet mee omgaan. Als een mens zijn
rijkdom langzaam opbouwt, dan leert hij daar mee om te gaan, maar heeft hij opeens een
enorm groot kapitaal… Zo ook met andere ontvangsten.
Eerst hadden we 13 bladeren van de Lelie, dan de zee van Salomo die overeenkomt met de
kether van noekwa in Atsieloet, en in Brieja staan 12 ossen. En nu zegt hij 13 eigenschappen
van barmhartigheid.
En dat is wat geschreven is ook K”I (Knesset Israël) ‫וז"ש אוף כ"י‬, verzameling van Israël,
Malchoet van Atsieloet, die alle licht, alle krachten al in zichzelf verzameld heeft, in gadloet
is, in volle glorie is.
111
Hij trekt een vergelijking tussen de 13 bladeren en Knesset Israël, om ons gevoel bij te
brengen. Hij geeft ons soms ook een citaat of vertelt over de Tempel van Salomo. Er komt
dan een dimensie bij, wij krijgen onzichtbaar bulk van allerlei voorstellingen, die
langzamerhand onze keliem opbouwt, waar enorm licht binnen kan komen. Want als je je niet
met het geestelijke bezighoudt heb je daar geen keliem voor.
Als je resultaat gericht bent, en met je hoofd wilt begrijpen, geen keliem heb, dan kan je niet
ontvangen. Je probeert te nemen, terwijl je nog niet weet wat het is, en wat je ermee zal doen.
Er bestaat de wet dat er van boven niet zoveel gegeven wordt dat het jou kan opbreken, een
soort verdedigingssysteem. Tenzij je zo koppig, zo dom doet dat je zegt dat het je niets kan
schelen, en dat je het gewoon wilt nemen.
Er staat geschreven dat als iemand komt om zichzelf te zuiveren, dan wordt hij geholpen. Er
staat ook geschreven dat wie zichzelf komt bevuilen, men hem helpt om zich te bevuilen. Ook
van boven. Niet dat er iets slechts van boven komt, maar hij opent dan namelijk al zijn
kanalen om bevuiling naar zichzelf toe te trekken. Hij helpt zichzelf naar de knoppen. Het is
of het één of het ander. In het geestelijke bestaat geen tussenweg. De houding moet volmaakt
zijn. Dan haal je het meest.
Er is in haar 13 vergevingen van barmhartigheid ‫אית בה י"ג מכילן דרחמי‬. Vergeving
betekent dat je inkeer doet. Inkeer is dat je jezelf naar het licht toekeert en niet naar het
duiveltje, naar je eigen ik, naar malchoet de Malchoet. En dan ga je een licht ervaren dat als
het ware vergeving brengt. Al die aanzuigingen van onreine krachten verlaten dan jouw
waarneming.
Niets kleeft er aan ons aan. Wij laten zelf de onreine krachten aan ons aanzuigen. Dat is niet
erg, maar wij moeten eraan werken om zuivere keliem te ontvangen. En dan zullen we elke
dag geweldige dingen ervaren, steeds dichter tot onze vervulling komen.
En de essentie, hoofdzaak, van datgene wat kwam rabbi Chizkija, de hele paragraaf wordt
in zijn naam gebracht, om te leren ‫ והעיקר מה שבא ר' חזקיה להורות‬in deze vergelijking van lelie
onder de doornen en Knesset Israël ‫בהשואה הזו משושנה דבין החוחים לכנסת ישראל‬, R’Chizkija wil
ons de vergelijking laten zien tussen lelie onder de doornen, lelie in kleine toestand, en
Knesset Israël, die in grote toestand is. Welke vergelijking kunnen we nu trekken?
Noekwa, heeft 1 sfira in Atsieloet en 9 beneden, en dat is lelie onder de doornen.
Knesset Israël, Malchoet, Koninkrijk, heeft 10 sfirot. Ook in religie wordt gesproken over
Koninkrijk des Hemels, wat Malchoet is waar wij over spreken. Wij gaan leren hoe alle
eigenschappen van het Koninkrijk des Hemels zich gedragen en daardoor komen wij in dat
Koninkrijk des Hemels.
Daarom is er ook gezegd dat het moeilijk is om het Koninkrijk binnen te komen, te ervaren,
want het is net als iemand die rijk is, rijk aan zijn eigen ik, om door het oogje van de naald te
gaan, hij kan niet het Koninkrijk binnenkomen, want om binnen te komen heb je een plekje
diep in jezelf nodig waar alle onreine krachten aan de poorten staan om de Malchoet te
beschermen.
De Malchoet van Atsieloet is het Koninkrijk des Hemels. Daar bevindt zich dien,
gestrengheid en dat wordt ‘de steen des aanstoots’ genoemd. Voor boosdoeners is het de steen
112
des aanstoots, want als zij het licht - ook rijkdom en zo - naar zich toe proberen te trekken,
dan worden zij van die plek, die de Malchoet omringd, door dien. Net als in Thora waarin
staat dat Adam uit het Paradijs werd verjaagd. We zullen gaan zien dat niet de Schepper hem
heeft verjaagd.
Wat is Paradijs? Paradijs is Atsieloet, de plaats waar geen onreine krachten zijn. Voor die
ingang werd een engel gezet, een bepaalde kracht, dien, met een aan twee kanten snijdend
zwaard. Niemand kon binnenkomen. Daar zit een enorm geheim over het binnen komen van
het Koninkrijk des Hemels.
Daarom staat het ook geschreven, ook in religie, dat een rijke en zo, niet door het oogje van
een naald kan. Net als een kameel, met zijn grote bulten, die dus niet glad is, maar vele
overbodige dingen heeft. Een kameel heeft als het ware zijn spaarrekening voor nog twee
weken op zijn rug. De Thora spreekt altijd over het geestelijke. Waarom kameel en geen
olifant? Omdat een kameel spaart, niet enkel vandaag leeft, maar op zijn voorraad rekent, die
achter hem is en niet voor hem is.
Daarom wordt er ook gezegd dat het moeilijk is om dichter bij de Schepper te komen, want
hoe dichter bij des te zwaarder je je voelt.
Bij het naderen van de Malchoet van Atsieloet staan als het ware de krachten die wij dien
noemen, om de ingang naar het Koninkrijk des Hemels te bewaken. Als iemand daar met
slechte bedoelingen komt - een boosdoener die al veel materiele goederen heeft en ook het
geestelijke erbij wilt - dan wordt die mens die in de toestand van boosdoener is, (in de
toestand van, omdat alles langzamerhand tot zijn vervulling zal komen), door de dien, die
rondom de Malchoet zit - de bewaking van Malchoet - bestraft, of straft zichzelf.
Maar voor degenen die zich in overeenstemming met de wetten van het Heelal brengen, gaan
die krachten, dien, die Malchoet omringen, poorten opbouwen. Poorten, want voor je in een
troonzaal komt, ook in onze wereld, zijn er vele poorten. Zo ook voor degenen die aan
zichzelf werken. Van de dieniem, de strenge krachten, worden als het ware de poorten
opgebouwd, die die persoon naar het Koninkrijk des Hemels brengt. Dus voor hen is het
positief.
Het is niet zo dat die krachten de uitstraling hebben van: “Kom nou jongen”, of Lazarus:
“Wat ben je lief”. Niet zo, want je moet het overwinnen en dan krijg je gevoel of je aan de
vleugels wordt gebracht.
Sommigen vragen zich af waarom het zo moeilijk moet allemaal, waarom de Schepper het zo
moeilijk heeft gemaakt, dat we het eerst moeten verdienen. Ten eerste moet het in deze wereld
zo zijn dat als iemand een boosdoener is, hij dan eerst van binnen straf moet ervaren. Straf is
dat hij er als het ware van langs krijgt, maar om zichzelf te corrigeren.
Het is een zelfcorrigerend systeem wat de Schepper heeft ingesteld. Als de mens nog tekort
schiet in zijn handeling, dan krijgt hij het gevoel dat hij geïrriteerd, geprikkeld wordt, om hem
naar overeen stemming te laten streven, om verder te gaan. Anders zouden wij allemaal
kinderen blijven. We moeten aan onszelf werken.
Een professor in de geesteswetenschappen aan de universiteit hoeft niet eerder tot zijn
vervulling te komen - het ervaren van het geestelijke - dan een gewone arbeider. Het verstand
113
van de professor zal hem in de weg staan. Je moet namelijk boven verstand gaan. En het is
moeilijk om de aardse keliem die hij, evenals bijvoorbeeld wetenschappers, heeft opgebouwd,
op te geven om het geestelijke te gaan ervaren. Weten heeft dood gebracht aan de wereld. We
zullen dat allemaal leren.
Dus rabbi Chizkija trekt een vergelijking tussen lelie onder de doornen, malchoet in kleine
toestand, met Knesset Israël. Hoe kan je een kleine toestand vergelijken met een grote
toestand?
3e alinea, 6e regel, laatste woord:
om ons te leren, dat alles wat er is in noekwa haar grote toestand is noodzakelijk ‫הוא‬
‫ שכל שיש לנוקבא במצב גדלותה צריך‬,‫ ללמדנו‬om het in haar te vinden tegenover haar aspect
voorbereiding en bereidheid ‫ להמצא בה כנגדן בהי' הכנה והכשר‬nog aan het begin van haar
wording dat wil zeggen in de toestand van katnoet ‫עוד בתחילת הויתה דהיינו במצב הקטנות‬. Hij
wil ons vertellen dat de grote toestand niet opeens komt, je wordt niet opeens miljonair, maar
moet eerst kranten verkopen of zo, als voorbereiding voor de grote toestand.De kleine
toestand van noekwa is nodig als voorbereiding op haar grote toestand.
Einde 1e deel van de les.
We hebben nu in de pauze wat gegeten en gedronken. Vandaag was het de vastendag van
Gedalia. Het is goed om nu en dan te vasten, mits je niet loopt te zeuren. Voor mij is het
moeilijk om te vasten, maar door het vasten heb ik een hele productieve dag. Je houdt je niet
met materie bezig. Wat ik vandaag allemaal heb gedaan….zonder vasten zou dat niet lukken.
Zo is het goed om te vasten, maar als het ten koste gaat van jouw toewijding, dan is het niet
goed. Alles moet zinvol zijn en niet alleen omdat het staat geschreven….wat jij ervan maakt,
daar gaat het om.
Einde 7e regel:
Dus de kleine toestand is nodig als voorbereiding op de grote toestand. Wil je hogerop
komen, moet je naar de ‘topmanager’ kijken, hoe hij doet. En langzamerhand ga je je dan
aanleren om ook zo te doen.
Dat is wat geschreven is, tegenover het witte en het rode van katnoet ‫ שכנגד חוור וסומק‬,‫וז"ש‬
‫דקטנות‬, lelie had twee kleuren, wit in kether, en de 9 onderste waren rood, in katnoet. Hij zegt
nu dat tegenover het witte en het rode van katnoet, waarbij 1 sfira in Atsieloet was en 9 in
Brieja gezakt. Komt bij haar uit, ontspruit bij haar, gestrengheid en barmhartigheid in
gadloet ‫יוצא בה דין ורחמי בגדלות‬.
Wij zeggen dat er twee krachten in de schepping zijn. Waar komen die vandaan? Die komen
van Malchoet, als Lelie. Uit die ene sfira, wit, in Atsieloet komt barmhartigheid en van de 9
onderste komt gestrengheid, dien. Beiden zijn nodig. Natuurlijk niet zoals wij dat in de
geschiedenis ervaren, met al die slachtpartijen en andere ellende, want dat was niet de
bedoeling. Het had niet zo hoeven te zijn. Het was noodzakelijk als gevold van ons gedrag.
Adam had gezondigd en er zijn kabbalisten in deze tijd – waarin taboes worden opgeheven,
zij zeggen dat alles mag, ook de zonde van Adam was het plan van de Schepper. Het gevolg
van zijn zonde was wel noodzakelijk. De dien, gestrengheid en rachamiem, barmhartigheid
zijn natuurlijk noodzakelijk. Ze zijn in de wereld gezet zodat wij tot onze ontwikkeling, onze
volmaaktheid kunnen komen.
114
De Schepper is de absolute eigenschap van absoluut altruïsme, die wij overal ervaren. Meer
kunnen wij niet zeggen over wie de Schepper. Hij wil dat wij op Hem gelijken.
Toen Adam had gezondigd waren die twee krachten wel aanwezig, maar niet in die mate. Er
was weinig dien geschapen, enkel wat nodig was om een beetje vuur te geven aan de mens,
zodat die een beetje ‘pikant’ wordt. Net als een soep, daar moet je ook wat peper in doen. Is
alleen peper lekker? Nee. Maar in de soep wel. In dien zit ook niets lekkers, maar samen met
barmhartigheid is het een lekkere soep. Maar de Schepper wil niet dat de soep bitter wordt,
dat als wij het proeven, wij het niet lekker vinden. Dat is het gevolg van de zonde van Adam,
en Kaïn en anderen. Daardoor wordt de soep te bitter, maar dat komt niet van de Schepper. Er
is dan teveel dien.
Ook in gadloet is dus dien en rachamiem. Alles wat in de kleine toestand is geweest, bestaat
ook in de grote toestand. Ook bij zaken doen. In het begin moet je veel investeren, je hebt het
idee dat je verliest, en dan kom je tot een ‘break-even point’, een nul punt, en dan gaat het pas
omhoog. Maar wie kan dat verdragen? Want de meeste beschouwen hun initiële verliezen, als
echte verliezen, terwijl het absoluut structureel is. Het is onmogelijk om het ‘break-even
point’ naar het goede te passeren, als je niet eerst voorbij dat punt afdaalt. Ook in het
geestelijke is het zo.
En tegenover 13 bladeren van katnoet komt uit in haar, Malchoet, 13 eigenschappen van
barmhartigheid in gadloet ‫וכנגד י"ג עלין דקטנות יוצא בה י"ג מדות הרחמים בגדלות‬. Malchoet bij het
opgroeien, is eerst in katnoet en dan komt zij tot gadloet, waarbij zij toch de twee krachten
van haar vorige toestand behoudt.
En er bestaat nog iets, waarbij de vergelijking met de 13 bladeren van de lelie wordt
getrokken. In katnoet heeft zij 13 bladeren en in gadloet komen er 13 eigenschappen van
rachamiem uit. Alleen van rachamiem, alleen van het licht dat het goede brengt, en niet van
dien, van de kant die problemen brengt.
En hij ‫והוא‬, rabbi Chizkija – we zullen veel verwijzingen tegenkomen waarbij Zohar of
Jehoeda Ashlag ons in verwarring brengt. Waarnaar wordt verwezen? Hij, zij…. Je krijgt
enorme problemen om daar uit te komen. Wie is hij? Wie is zij? Temeer daar geslacht van de
woorden voor een kabbalist geen vaststaand gegeven is, want in één geval zegt hij mannelijk
en in een ander geval vrouwelijk. Alles naar kwaliteit.
Soms staat een entiteit in de vrouwelijke, ontvangende, corrigerende positie en dan noemt de
kabbalist het vrouwelijk. En in een andere toestand wordt hetzelfde mannelijk genoemd.
Bijvoorbeeld: noekwa, vrouwelijk, wanneer zij gecorrigeerd is, Malchoet, dan geeft zij aan
een lagere en is zij in de hoedanigheid van gever, mannelijk. Geven is mannelijke toestand en
ontvangen is meestal vrouwelijk. Zo is het Heelal opgebouwd: rechts wil geven en links wilt
ontvangen. Beide zijn niet volmaakt.
Alleen geven is mooi, maar ben je te goed voor deze wereld. De wereld is niet zo gemaakt, hij
is er voor het leerproces. Je moet uiteindelijk beide krachten, dien en rachamiem, in jezelf
gaan aanvoelen. Rachamiem moet de overhand nemen, maar niet kunstmatig, alleen qua
kracht. Wij moeten beide krachten aanvoelen, dat betekent dat je een mens wordt. Het maakt
niet uit van welk geslacht je bent.
115
Ervaar je rechts, dan wil je geven, het mannelijk beginsel. Links in de mens is vrouwelijk. Elk
mens, ook de grootste macho en de grootste seksbom, moet beide in zichzelf ervaren. Zo is de
wereld gemaakt. Dan kan de mens tot vervulling komen. Dan kunnen ook de man en vrouw
op gelijke voet met elkaar omgaan.
Een mens heeft dus twee kanten in zichzelf: mannelijk en vrouwelijk, rechts en links. Als je
een man bent en dat door wilt zetten met je mannelijke pushen dan kom je niet tot vervulling.
Alles wat de mens bedenkt dat enkel mannelijk is, dan wordt het niets, omdat het niet in de
wetten van het Heelal is ingebakken, het is een verzinsel van de mens. Ook al is het prachtig
uitgedacht.
Wat wij hier doen is uitermate persoonlijk en geen groepsgebeuren. Het is uniek, wat ik vertel
is niet van mij. Enkel als je ultiem persoonlijk aan jezelf werkt, dan kom je tot vervulling. En
niet door groepen en kunstmatige grepen, waarbij je alleen verlekkerd wordt.
En hij, rabbi Chizkija, brengt dat hier om ons te leren hoe geschriften die voor ons liggen
verklaren hun twee ordes van katnoet en gadloet ‫ בכדי ללמדנו איך הכתובים שלפנינו‬,‫מביא זאת כאן‬
‫מבארים אותם ב' הסדרים דקטנות וגדלות‬. De verzen die voor ons liggen verklaren, met al hun
prachtige beelden, niets anders dan de toestanden van katnoet en gadloet. Wij hebben daar
enorm veel aan, want ook in elke toestand van ons moeten wij door al die facetten heen; klein
en dan groter worden, tot je weer een ander facet in jezelf corrigeert. Elk facet heeft weer
betrekking op alles.
Die aangewend worden bij het uitstralen van noekwa ‫הנוהגים באצילות הנוקבא‬, wanneer Zohar
of de kabbala over iets spreekt dat in de wereld (olam) Atsieloet wordt gecreëerd, dan wordt
het werkwoord ‘Atsieloet’ gebruikt, emaneren, uitstralen. Katnoet en gadloet die aangewend
zijn bij het emaneren van noekwa.
Zoals verder vervolgt, ‘holech’ betekent lopen, en als dat bij een werkwoord wordt
toegevoegd, wordt er een proces aangeduid, een proces van voortgaan. zo ook Elokiem van
hier enzovoorts '‫ אוף אלהים דהכא וכו‬,‫כמו שממשיך והולך‬.
We hebben nu al meerdere malen Elokiem, de naam van de Schepper, gehad. Vooral in de
eerste verzen werd deze naam gebruikt. ‘In den beginne schiep Elokiem’. Elokiem, en niet de
Schepper of de Barmhartige – de naam van Barmhartige is de Vierletterige naam.
We hebben gezegd dat er twee krachten zijn: dien en rachamiem. Dat kan je ook in de namen
van de Schepper terugvinden. De naam van de Schepper is de entiteit van krachten in het
besturingssysteem van het Heelal, waaruit alle dien, de strenge wet, naar ons – de schepping –
toestroomt. Alle dien die wij ervaren, ervaren wij uit de naam Elokiem.
Beide krachten in de schepping zijn functioneel. In Atsieloet is de naam Elokiem 100 % goed,
100 % heilig. Het is de kracht van gestrengheid, maar niet in die vorm dat daardoor de
schepping de aanzuiging van onreine krachten krijgt. Trouwens, in de hele Thora staat: ‘gij
zult niet doden’ etc. Dit komt allemaal van deze naam, maar er bestaan ook andere dingen die
van de barmhartige Schepper komen.
Dat zien we ook hier. Noekwa heeft in haar grote toestand wit, rachamiem, en rood, dien, van
haar kleine toestand overgehouden. Daar is absoluut niets verkeerds aan. Dus ook in Malchoet
zijn die twee krachten.
116
Daarna hebben we gelezen dat er ook een grote toestand in haar is, die op noekwa in de kleine
toestand lijkt waarin ze 13 bladeren had. En nu, in haar grote toestand, heeft zij dan 13
eigenschappen van barmhartigheid. En dat schijnt het ‘neusje van de zalm’ te zijn, dat er
enkel barmhartigheid is.
Nu begrijpen we misschien al waarom de Schepper in het begin van de schepping gebezigd
wordt met de naam van dien. Omdat we hebben gezien dat de noekwa van Atsieloet eerst in
haar kleine toestand werd geschapen. Eerst werd de hemel en de aarde geschapen. Niets is
direct volmaakt.
Zie je hoe wij dat nu al leren uit het scheppingsverhaal. In de Talmoed staat dat je je vrijdag
eerst goed moet voorbereiden en dan heb je Sjabbat en kan je lekker eten, slapen, leren… Als
je je niet voorbereidt op Sjabbat, wat ga je dan eten op Sjabbat? Alles is absoluut geestelijk.
In het begin werd alles in zijn volmaaktheid geschapen, maar het moest nog ontvouwen
worden. De Schepper heeft dat zo ingenieus opgebouwd, dat er een wisselwerking,
samenspel, medewerking, van de mens moest zijn. Anders zou er geen schepping zijn.
De fase van ontwikkeling, ook die zes dagen, tekenden een patroon, waarnaar de mens precies
dezelfde wetten van het scheppingsplan in leven zou roepen, hetzelfde systeem naleeft, en
zichzelf zou corrigeren…alleen de mens zou bijdragen tot de gadloet van de noekwa.
Alles is volmaakt, ook de noekwa is volmaakt gemaakt, maar ten aanzien van de schepselen
heeft de Schepper haar zodanig bekleed dat als het ware alleen haar hoofdje boven blijft en de
rest in het moeras. De bedoeling is dat de mens, als enig actief schepsel, het hoogste schepsel
– dieren hebben geen ontwikkeling – alleen de mens, door zijn wens en bereidheid om met
het Hogere in overeenstemming te komen, het operationeel systeem van het Heelal tot
volmaaktheid kan brengen brengt.
Alles is volmaakt, en tegelijkertijd is het naar de mens toe katnoet. Malchoet kan nooit tot
haar 10 sfirot, tot haar volmaaktheid komen, zonder toedoen van de mens. Van elk mens.
Kunt u zich voorstellen? Dat is het geestelijke waar aan de ene kant volmaaktheid - in onze
wereld kan je dat niet zeggen, daar spreekt men enkel over volmaaktheid of geen
volmaaktheid – en aan de andere kant het werk om tot volmaaktheid te komen.
Voor een gewoon mens in onze wereld is dat onbegrijpelijk. Laatst vroeg iemand, die
‘gewone’ Thora leert: – ik heb ook ‘gewone’ Thora en Talmoed gestudeerd, maar heb dat als
een toestand van katnoet ervaren - “De Schepper gaf de Thora aan het volk Israel, bleef de
Schepper dan zonder Thora?” Dit is een vraag vanuit onze wereld, van iemand die met zijn
hoofd wil begrijpen. Ik heb hem uitgelegd dat de Schepper niet van Zijn essentie geeft. Net
als een moeder die haar kind de borst geeft. Het raakt niet op. Zij geeft niet van haar essentie,
zij is niet haar borst.
Als je een koe ziet, en je kijkt naar de plek waar de biefstuk vandaan komt, dan krijg je geen
trek, lust. Zo ook als een man naar een vrouw kijkt, moet hij onhecht raken van zijn lusten,
want anders bevuilt hij zichzelf.
Er is ook een Malchoet van Atsieloet van onreine krachten en dat vinden we bijvoorbeeld in
de pornografie terug. Tegenover de vier werelden van heiligheid, van goede krachten, bestaan
117
ook precies dezelfde werelden van onreine krachten. Dat komt niet, zoals velen beweren,
omdat de wereld zo geschapen was en de mens daartussen in is gezet.
Het onreine systeem van werelden werd veroorzaakt door Adam en Chawwa, Eva, en daarna
waren er nog anderen die verder gingen, die de zondeval van Adam, in andere vormen,
herhaalden. We zullen zien dat Kaïn die Hewel, Abel, doodde precies dezelfde zonde was als
die van Adam. Het was een andere uiting van dezelfde bron.
De vier werelden betekent een enorme kracht, zelfs in Atsieloet bestaat Atsieloet van onreine
krachten. Kan je je voorstellen hoe hoog de mens grijpt? Ook in Thora leren wij dat er
goddelijke mensen op aarde kwamen, refaïm en nefieliem; vallende mannen kwamen op aarde
en namen zich aardse vrouwen tot vrouwen en daaruit kwamen kinderen. We zullen dat
allemaal leren. Het is allemaal het gevolg van de zonde van Adam.
Vraag cursist: Hoe onderscheidt je de goede van de andere krachten?
Antwoord: De ene kracht is intrinsiek in het scheppingsplan ingebouwd en de andere is de
tegenligger. Naarmate jij je steeds corrigeert verdwijnen ze uit jouw zicht. Het is niet iets wat
jij kan zien, maar is afhankelijk van de mate van jouw reinheid en jouw streven. Kijkt de
mens alleen naar beneden, naar het aardse, dan zit hij tot zijn oren vol met die andere
krachten. Hij denkt dan dat er niets anders bestaat.
Vraag: Die krachten kunnen toch heel veel op elkaar lijken?
Antwoord: Wij gaan dat in Zohar leren. Ik geef een paar dingen aan, zodat je een beetje weet,
maar ik geef niet wat Zohar ons nog niet vertelt, want het zal je niet helpen, je wilt dan enkel
met weten. Als ik het vertel dan krijg je een intellectuele kick, en ik mag jullie niets vertellen
wat geen hulp zal brengen, geen effect zal hebben.
Als iemand alleen wilt weten, dan kan ik niet verder vertellen. Alles op de juiste tijd.
We moeten goed weten dat de twee tegenovergestelde krachten in de werelden een product is
van de zonde van Adam. Als een mens die twee krachten goed gebruikt, komt hij tot zijn
vervulling, maar niet als hij teveel aan dien etc. hangt.
118
‫ מרגלות הסולם‬- Marglót haSoelám – De Voeten van de Ladder
Pag.2, rechter kolom in haSoelam, r.6
Voordat we met de vertaling beginnen is het nodig dat ik een introductie geef:
Na het breken van de keliem en het opbouwen van de wereld atsieloet is elk deeltje, elk sfira, elk partsoef,
elk schepsel in twee delen verdeeld: bovenste deel en onderste deel. Want de malchoet kwam ergens in het
midden van de partsoef te staan. En deze toestand noemen we katnoet. Onze zielen zijn op dezelfde manier
opgebouwd. We zijn in twee delen verdeeld: hoger deel en lager deel. Het doel van de schepping en al
onze correcties - tijdens de 6000 jaar van bestaan van de wereld - is om deze twee delen bij elkaar te
brengen en zoveel mogelijk te verenigen. De instructie hoe dat te doen, is in de Thora gegeven. Hoe de
Thora toegepast moet worden is gegeven in de Kabbala, in de Zohar en in de Boom des Levens van Ari.
Ari had zijn Kabbala van de Zohar en de grote openbaringen die hij van de profeet Elijahoe kreeg.
We zien in onze wereld dat alle problemen komen door de het niet in staat zijn om deze
twee te verenigen. Alle genot, alle zonden in deze wereld komen allemaal door het feit dat
er niemand, geen religieuse, filosofische of wetenschappelijke methode is die weet hoe met
het lagere deel om te gaan. Niet het fysieke, maar de wensen, de krachten in de mens.
Niemand kan ze verenigen. Er zijn verschillende benaderingen, maar die poetsen alleen
maar die onbekwaamheid op. Het is uiterlijke oppoetserij. Hierdoor krijgt de mens een
gespleten persoonlijkheid. Alle psychologische problemen, alle problemen van deze wereld,
geen een cultuur kan die problemen oplossen. Geen religie kan het oplossen op de manier
dat de mens die twee delen kan verenigen. De tweeledigheid van het innerlijk van een
mens komt ook door de structuur van de wereld Atsieloet nadat die was opgebouwd van de
gebroken wereld nekoediem.
De eerste structuur van atsieloet na het opbouwen van de wereld atsieloet was de toestand van katnoet,
kleine toestand. Klein betekent dat er minder dan 10 sfirot of keliem zijn, ontvangers, keliem, en 10 lichten
die deze keliem moeten vullen.
Atsieloet werd opgebouwd in de kleine toestand, op zo’n manier dat er keter was, alsof het volledig was,
chochma en biena. Elk van hen had 10 punten, dus a.h.w. 10 sfirot in zichzelf: keter chochma etc. t/m
malchoet. Zejr Anpin had alleen 6/10e van zichzelf. Malchoet had alleen 1/10e van zichzelf.
De Zohar spreekt van de sjosjana, die malchoet is, in de toestand dat zij alleen 1/10e boven had. Wat
betekent dat? Alles bestaat uit 10, of 5 zoals we hebben gezegd. Er is niet meer en niet minder. Maar als
we zeggen dat er alleen 1/10e bestaat, dan betekent dat dat alleen 1/10e a.h.w. boven water staat; alleen
1/10e kan wat licht ontvangen en de lagere 9/10e zijn ondergedompeld in het lagere deel van deze eenheid,
zoals de sjosjana. Zij heeft alleen 1/10e boven water, boven de bovenste helft van de partsoef van deze
sjosjana.
‫ שבתוכה מלובש אור הנפש‬,‫ שאז אין בה אלא ספי' אחת כתר‬,‫ דהיינו של תחלת התהוותה‬,‫ מצב של קטנות‬: ‫ויש בשושנה זו ב' מצבים‬
.‫ וט' הספירות התחתונות שלה נבחנות כנופלות לבר מאצילות‬,‫שלה‬
r.6 – En er zijn in deze sjosjana (waterlelie, roos; we spreken nu over haar toestand als waterlelie) twee
toestanden: de kleine toestand, d.w.z. het begin van haar wording, dat dan zij heeft alleen één sfira
keter, dat daar in is ingesloten het licht nefesj van haar, en de 9 lagere sfirot van haar worden
beschouwd als gevallen buiten atsieloet. Buiten het punt waar het hogere deel en het lagere deel van het
partsoef is verdeeld.
119
Misschien nog wat aanvulling op de introductie:
Van het punt waar een geestelijk object? - sfira, partsoef, wereld, schepsel, het maakt niet uit wat, alles wat
leeft, dat leven in zich heeft - wordt verdeeld in een hoger en lager deel, kan in het hoge deel het licht
komen, maar niet in het lage deel. In het hoge deel kan het licht chochma komen, maar het hoge deel wil
het licht chochma niet, die wil alleen maar het licht chassadiem goedertierendheid, genade en in het lage
deel zitten de wensen en die zijn zwaarder, die hebben het licht chochma, het levenslicht nodig om leven
te verkrijgen. Zij ontvangen alleen wat licht chassadiem. Onthou deze termen. Maar dat is niet genoeg
voor hen, zij hebben licht chochma nodig, zoals we geleerd hebben in de vier stadia van transformatie van
het licht. Herinner je je? Zejr anpin wilde wat licht chochma ontvangen om aan malchoet te geven, en
malchoet wilde alle licht chochma ontvangen. Dat is wat hij hier zegt:
De kleine toestand van de noekwa’. Waarom is ze klein? Omdat het opbouwen van de geestelijke
werelden dat van boven komt – later komt adam en de zielen en die zullen zichzelf opwekken en de
werelden, voor de correcties. Zij zullen zichzelf en de werelden opwekken door de verdienste van hun
gebed, hun goede daden, het leren van de Thora. Maar nu komt alles, als voorbeeld van boven. En alle
correcties die we nu zien na het breken van de keliem in de wereld nekoediem, is om de wereld die
geschapen wordt veilig te maken, om de keliem te verbreden en te verdiepen en het licht te verminderen,
zodat de schepping – alles dat lager is – in staat is om het licht te ontvangen, om dit licht aan te kunnen.
We zien dus dat in atsieloet eerst de kleine toestand komt en in de kleine toestand heeft de sjosjana één
sfira boven de parsa, zoals te zien is in de tekeningen van de vorige lessen.
Dus één sfira en die ik keter, is boven het midden; de scheidingslijn heet parsa. Sjosjana heeft alleen één
sfira, een klie en dan één licht. Dit is volgens het principe van twee cylinders. Als klie keter in een partsoef
is, dan komt daar licht nefesj, het laagste licht in. Hij zei ons: in deze toestand heeft ze alleen één klie,
keter, waarin haar licht nefesj is en haar 10 lagere sfirot – van chochma en naar beneden – worden
beschouwd als vallen buiten de atsieloet, dus buiten de parsa die de wereld atsieloet scheidt van de lagere
werelden brieja jetsiera en assieja. Daarom zegt hij:
r.10 .‫והן בעולם הבריאה‬
r.10 – En zij zijn in de wereld brieja.
Probeer geduldig te zijn. Overhaast je niet. Accepteer alles, het zal komen. De Zoharstudie is verschillend
van alle studies van deze wereld. Open jezelf en maak je ontvankelijk en dan komt het vanzelf. Hier een
beetje en daar een beetje en steeds meer. Je zal zien dat je steeds meer in de ware werkelijkheid gaat leven
en niet zoals in onze wereld waar alles verborgen is, waar je op niets kan steunen zonder onze verbinding
met de hogere wereld. Het is als ons gebouw. We zijn uit twee delen opgebouwd: hoog deel en laag deel,
net als het gebouw van het heelal. Ook daar, alles is hetzelfde opgebouwd. Er is niets in het kleinste deeltje
van de schepping dat niet in de gehele schepping bestaat. Dezelfde structuur is dus in de hele wereld, dat
het hogere deel is de hogere wereld, en het lagere deel is de lagere wereld. We kunnen dingen dus niet
goed begrijpen zonder innerlijke verbinding met de hogere wereld, in onszelf. We hoeven niet buiten
onszelf te kijken, want in onszelf hebben we dezelfde constructie. Dus wanneer we het hogere deel van
mijn innerlijk met het lagere deel verbindt, dan kan ik het hele plaatje van een situatie zien. En op dat
moment heb ik geen adviseur nodig. Op dat moment zie ik de waarheid en geen leugen. Maar iemand die
deze instructie niet kent en die niet beoefent, leeft in de duisternis, echte duisternis. Dat RELYS op iets
waar alles bedekt is door leugen.
‫ והיא נבנית עמהן לפרצוף שלם בעשר‬,‫ שאז מתעלות ט"ס התחתונות שלה מן עולם הבריאה אל עולם האצילות‬,‫ ועוד בה מצב של גדלות‬.
.‫ספירות‬
120
r.11 –En daarboven is de toestand van gadloet (grote toestand, volwassen toestand), dat dan haar 9
onderste sfirot stijgen van de wereld brieja naar de wereld atsieloet, en zij (de sjosjana) wordt
opgebouwd met hen vol partsoef met 10 sfirot. Dit betekent dat een partsoef dat 10 sfirot heeft, in grote
toestand is, in gadloet. Op die manier worden de geestelijke werelden opgebouwd van atsieloet en lager.
Dat alleen katnoet standaar beschikbaar is. Het is het minimum aan licht dat aan de schepping wordt
gegeven. Zoals we zeggen dat de zon voor iedereen opgaat. Je hoeft daar niets voor te doen. Dat is het
minimum. En hier op aarde kunnen we geestelijk de toestand van katnoet krijgen. Dat is niet helemaal
correct, want in de materiele wereld gebruiken we maar een fractie van deze toestand. Gewoonlijk kunnen
we deze toestand van katnoet ontvangen, maar gadloet, de grote toestand hangt af van de mate waarin wij
onszelf opbouwen en vragen, een oprecht gebed voor leven. Dit is een geestelijke toestand die van
beneden moeten komen, van de mens.
Hier spreekt hij van twee toestanden, alleen van de noekwa hoe zij opgebouwd kan worden, in katnoet en
gadloet. Vragen als ‘waarom’, hou die vragen voor jezelf, ze zullen stap voor stap in jezelf beantwoord
worden. Ik geef alleen een beetje dat aan wat je helpt, maar de hoofdzaak is dat het in jezelf gaat groeien.
Niet alleen de woorden bouwen je op, maar het werk aan jezelf en dat moet je zelf doen. Het lijkt hard en
moeilijk, maar niemand kan jou helpen behalve jezelf. Het lijkt misschien vreemd en wreed, maar het is
geen wreedheid van mij, een ander of Zohar; de mens is zo geschapen dat hij in een verheven staat zal
komen waarin hij tete a tete, oog in oog met Ejnsof zal zijn en dan kan hij ook met de rest van de wereld
omgaan. En pas dan kan hij aan anderen geven en om anderen geven en niet eerder. Daarvoor is het spelen
als kinderen.
Hij zegt over de gadloet dat er een toestand is waar stap voor stap de negen lagere sfirot van de sjosjana op
kan stijgen naar de klie keter en zich met de keter kunnen verenigen en dan krijgt ze alle 10 sfirot, en krijgt
ze alle lichten die overeenkomen met de 10 sfirot. Zie hoe dat gaat, het is niet zo dat het licht door de
parsa, de scheidingslijn, naar beneden gaat in het lagere deel van de partsoef, maar van de wereld atsieloet
en verder wordt er een grote tiekoen gemaakt: alleen door het opstijgen van het lagere deel naar het
hogere deel is het mogelijk om het licht, keliem, alles, in het lagere te trekken. Want in het geestelijke is
geen plaats voor fouten. Eerst was er een big bang, het breken van de keliem, want het licht kwam van het
bovenste deel van de partsoef, het grote licht chochma kwam door de parsa, en de lagere sfirot in de
wereld nekoediem waren niet voorbereid om dat te ontvangen. Daarom werd het ‘opgeblazen’. En daarom
zijn er in de wereld atsieloet maatregelen getroffen om dit te voorkomen. En die maatregelen zijn tikoenim
(enkelvoud is tikoen).
Hij vertelt ons dat er een toestand is dat de sjosjana haar ‘gevallen’ sfirot weer krijgt. En
dan wordt ze groot, wordt ze knesset Israel, verzameling van Israel. Dat is de toestand van
gadloet. Zo is het ook met ons, we zijn een produkt van de wereld atsieloet. Bij ons is het
dus ook onmogelijk om ons innerlijk op een constructieve manier op te bouwen om licht en
correcties te ontvangen, en om naar onze vervulling te gaan door alleen het licht van abba
tot de helft van ons innerlijk te trekken naar ons lagere deel en daarvoor in de plaats
moeten we het a.h.w. uitschreeuwen en voor de lagere deel de vonken van het licht naar
boven brengen. Wij moeten dit werk doen, het itra’oeta, opwekking, moet van beneden
komen. Daarom, wanneer iemand de wetten van het heelal leert, ziet hij dat er geen manier
is om de schepping of de mensheid te corrigeren, zijn sociale staat, door wetten van boven,
beslissingen van de regering want het moet van beneden komen. In overeenstemming met
wat wij nu leren over de wereld atsieloet.
Nu zien we dat de sjosjana alleen één sfira, keter, had in de toestand van katnoet, haar kleine staat. We
zullen zien dat boven het licht is, dus keter is ook licht. Dit is één van de redenen dat de sjosjana waterlelie
wordt genoemd. De lelie is gewoonlijk wit, want zij is gecorrigeerd, ze is boven de parsa. Het is als op de
oppervlakte van het water; ze is mooi, gecorrigeerd. Maar onder het water, wanneer haar 9 onderste sfirot
121
in de BieJ’A, dus uit de atsieloet zijn gevallen, zijn ze als de sjosjana onder de doornen. En dan lijkt ze op
de roos. Sommigen zien de sjosjana daarom als roos en sommigen zien haar als lelie. In het geestelijke…
een kabbalist noemt iets naar de eigenschap die het heeft. Keter, 1 sfira van de sjosjana in atsieloet,
noemen we lelie. De 9 onderste sfirot wanneer die in brieja zijn, noemen we roos. Dat is niet
controversieel.
r.14 ‫ואז עולה עם ז"א בעלה לקומה שוה עם או"א דאצילות ומלבישים אותם‬
Hij gaat nu verder over de grote toestand van de sjosjana.
En dan zij stijgt op met z’a haar man naar hetzelfde niveau van de abba we iema van de wereld
atsieloet en bekleedt hen. Hier is veel informatie: opstijgen, bekleding van de hogere secties… Hoe het
allemaal gaat, het proces: de toestand waarin zij in staat is om haar lagere sfirot te ontvangen, dan kan ze
opstijgen naar de aw’i, de vader en moeder, de hogere biena. Hoe is dat mogelijk? Hoe kunnen we
opstijgen naar een hoger geestelijk niveau.
We zagen dat hij – en ik heb het jullie ook gezegd aan het begin van de les – dat de geestelijke werelden
van atsieloet en verder zijn opgebouwd in de toestand van katnoet. En deze toestand, elke geestelijk
lichaam, partsoef, sfira, staat met zijn bovenste deel in het geestelijke, maar het lagere deel is gedaald in de
lagere geestelijke niveau. En dat is een grote voorzienigheid die hier in atsieloet was gemaakt. Iets was er
al in wereld nekoediem, maar in atsieloet kunnen we deze structuur in elke partsoef, sfira en wereld
vinden. Elk geestelijk niveau is in tweeen verdeeld: het bovenste deel daar is keter en chochma; biena z’a
en malchoet zijn a.h.w. gevallen naar een lager geestelijk niveau.
Voorbeeld: het niveau van biena in atsieloet, in haar gewone staat van katnoet heeft ze alleen keter en
chochma van haarzelf; biena z’a en malchoet van biena zijn a.h.w. afgedaald in het hogere deel van een
lager niveau. Het lagere niveau van biena is z’a. Dus biena z’a en malchoet van de biena zijn afgedaald in
de keter en chochma van de z’a. Dus het lagere deel van de hogere partsoef wordt geplaatst in het hoge
deel van de lagere. Dit is een grote voorzienigheid dat het lagere in staat stelt om naar hogere niveaus te
gaan.
Wanneer een lagere partsoef, of schepsel, zijn leven betert en kiest voor zijn hogere deel, dus binnen zijn
eigen systeem het lagere deel op doet stijgen naar het hogere deel – wij kunnen dat zelf doen. Ik ben in
tweeën gedeeld en in mijn hogere deel kan ik min of meer de dingen handelen, maar in het lagere deel
niet. De hele wereld struikelt hierover, ook de president en geestelijke leiders van de volkeren, zij kunnen
niet met hun lagere deel omgaan. Maar ik kan dat in mijzelf doen, als ik mijn werk doe, mijn leven beter,
het geestelijke leer, dan kan ik wat vonken uit het lagere omhoog brengen naar mijn hogere deel van 10
sfirot. Elke keer hebben we andere toestanden van 10 sfirot. Elk moment heb ik 10 sfirot van dat moment.
Als ik daar op voorbereid ben, neem ik wat vonken van beneden en breng dat in mijzelf naar boven, in
mijn keter en chochma. En op die momenten zal ik in mijn hogere deel, het lagere deel vinden van de
hogere geestelijke toestand: biena z’a en malchoet van de hogere geestelijke toestand. En alles is in
mijzelf. Dan bevat ik het lagere deel van de volgende aangrenzende niveau. En dan gebeurt er een wonder:
het lagere deel van de hogere geestelijke toestand gaat dan terug naar haar eigen geestelijke niveau. Naar
je eigen geestelijke niveau gaan is gewoon, door overeenkomst naar eigenschappen van twee delen. Het
lagere deel gaat terug naar haar hogere helft en neemt met zich mijn keter en chochma, mijn hogere deel.
En niets verdwijnt in het geestelijke, dus ik blijf in keter en chochma, en een extra toestand wordt aan mij
toegevoegd. Ik stijg samen met het lagere deel van de hogere deel naar een hoger niveau boven mijzelf,
geestelijk. Op die manier is het stijgen en dalen mogelijk in het geestelijke. Dat is de ladder van Ja’akov.
Hij zag dat toen hij onderweg was. Hij zag de ladder en de engelen, malachiem, stegen op en daalden af en
de Schepper was boven. Zo is het echt.
122
Stap voor stap, door het leren van de Zohar zal je in jezelf de niveau’s, de ladder ontdekken. Dit is ets
chajiem, de boom des levens. Daarvoor was je innerlijk ongedifferentieerd en nu breng je stap voor stap
differentiatie aan in je innerlijk, door de Zohar. Het kan langzaam of snel gaan, dat maakt niet uit, het
hangt af van je intentie, je verlangen naar verbetering, het echte leven en niet het leven in futiliteiten.
Hij spreekt hier over bij het stijgen van de sjosjana samen met haar man. Haar man is het geestelijke
niveau boven haar en dat is zejr anpin. Hoe kan ze met hem opstijgen? In grote toestand stijgt ze in
haarzelf op naar haar keter en chochma, haar hogere toestand en zo verenigt ze zich a.h.w. met het lagere
deel van de z’a, de hogere geestelijke toestand die in haar is ondergedompeld vanwege haar katnoet,
kleine toestand. En nu het lagere deel van het hogere deel, in dit geval z’a, neemt haar met zich mee en
haalt haar naar zijn hogere deel, zij stijgen samen naar dit hogere deel op, want wanneer de twee delen –
lagere deel van hogere en hogere deel van lagere; altijd zijn het er twee die opstijgen naar één niveau, en
dan stijgt de hele ladder. Wat daarvoor was, op de plaats waarvan ze opstegen, die geestelijke krachten die
daar waren, in dit geval het hogere deel van z’a en het lagere deel van biena, die stijgen één niveau hoger.
En de hele structuur stijgt één plaats. Daardoor komen ze bij aw’i, die biena is. En in de biena waar de z’a
en de malchoet of de noekwa als ze geen 10 sfirot heeft.
Wanneer z’a, mannelijk, en noekwa, vrouwelijk, opstijgen boven atsieloet naar de biena – we zullen zien
dat er een voorziening was gemaakt dat biena ook hoger en lager heeft – in twee opstijgingen stijgen ze
naar de hogere biena en ontvangen alles. Hoe kunnen zij het hogere niveau bekleden? Het bekleden van
een hoger niveau is bedekken, bijv.: z’a komt met de noekwa naar boven en hij bekleedt de abba, het
mannelijke van de biena, en zij – de noekwa – bekleedt de iema, de moeder. Hier is iets speciaals met het
bekleden, want aw’i zijn erg hoog. Zij zijn altijd in de toestand dat zij naar elkaar kijken, zij zijn altijd in
eenheid, in zievoeg, copulatie, non stop. We gebruiken niet de vertaling van het woord zievoeg, want dan
gaan we associeren en bezig met het materiele terwijl we het over het geestelijke gaat. Aw’i zijn altijd in
eenheid en z’a en noekwa zijn soms wel in eenheid en soms niet. Wanner ze aw’i bekleden schijnt in z’a
het licht van abba en in haar schijnt het licht van iema, en op dusdanige manier dat er zievoeg is op de
hogere positie waar zij nu zijn, er is geen zievoeg op hun lagere positie. Door de zievoeg komen ze tot
volmaaktheid in overeenstemming met de krachten die ze nu ontvangen door dit stijgen naar aw’i. We
zullen zien dat alleen de mens, alleen wij tijdens de 6000 jaren, stadia van de schepping, elke ziel in de
geschiedenis van alle zielen die er waren, zijn en zullen zijn tot de komst van de Masjiach deze correcties
maken. Het operationeel systeem van het heelal is de z’a en de noekwa; dat is de wereld die is geschapen.
En de verlenging, de materiele manifestatie ervan is onze wereld, de laagste wereld die in het hele heelal
bestaat.
En op die manier door ons leven te beteren door het geestelijke te bestuderen en te leven, dus volgens de
wetten van het heelal, bidden met de juiste intentie, brengen we de gevallen vonken van licht omhoog,
zoals het was bij het breken van keliem. Het was het breken van de keliem van de werelden. En daarna
werden in de wereld Adam en Chawwa, Eva, geschapen. Door hun daden, hun zonde, bracht het breken
van hun keliem, van de mensheid, teweeg. Hoe? Dat zullen we in de Zohar leren. Wat er in onze wereld
wordt gezegd over de zonde van Adam en Eva is kinderlijk. Wij zullen het bestuderen.
We brengen dus de gevallen vonken van heiligheid omhoog, die door zonden gebroken waren, en brengen
die naar noekwa. Noekwa is de verzameling van alle zielen van Israel. Alle zielen die streven naar eenheid
met de hogere wereld. Noekwa stijgt dan op naar de z’a en samen stijgen ze naar aw’i. Waarom doen ze
dat? Als mama, vanwege wat we geleerd hebben, de 4 stadia van het vormen van keliem. Herinner je je?
Van de biena kwamen haar kinderen z’a en noekwa. En van de zievoeg tussen z’a en noekwa – zij stonden
op de plaats van aw’i, wanneer ze de aw’i bekleedden, waar we net over hebben gesproken – en van dat
punt werd Adam en Chawwa geschapen. Tot 6000 jaar, want we moeten ons steeds reinigen, de vonken
123
omhoog brengen en daardoor corrigeren we onszelf en met onze innerlijke correctie corrigeren we de
wereld.
.‫ בשם ישראל‬,‫ ואז נק' ז"א‬.‫ואז עולה עם ז"א בעלה לקומה שוה עם או"א דאצילות ומלבישים אותם‬
Ik zal nu de vertaling herhalen van r.14 – En wanneer zij, sjosjana, steeg op met z’a, haar man naar
hetzelfde niveau van aw’i van atsieloet en zij bekleedde hen aw’i. En dan z’a wordt genoemd in de
naam Israel. We spreken nu niet van de lagere wereld waar ook een volk is die in overeenkomst zou
moeten leven met z’a en noekwa; dat is het hele doel van dit speciale volk. Maar natuurlijk moeten alle
andere volkeren zich aanhechten aan dit uitverkoren volk, op een goede manier, dan zullen ze ook
opstijgen en al het goede krijgen zoals Israel.
Probeer je tot het uiterste te concentreren zodat je hoort wat hij zegt. Een kabbalist gebruikt woorden van
deze wereld maar spreken van de hogere werelden. Zejr anpin in de hoge toestand heet Israel. Kijk naar
het woord Israel, zonder Hebreeuws is er niets te begrijpen.
Als je de eerste letter joed verbindt met de laatste letter, de lamed, krijg je ‘li’, mijn. Van de rest van de
letters kan je het woord rosj vormen, hoofd. Samen is het ‘li rosj’ zij, Israel, zijn voor Mij als een hoofd.
Stap voor stap zal je gaan voelen wat dat betekent. Wanneer de gebeden komen, van beneden, wordt a.h.w.
de kronen voor de hogere sfirot gemaakt.
‫ על שם שכונסת בתוכה כל האורות של ישראל בעלה שהיא‬,‫ והנוקבא נק' בשם כנסת ישראל‬,‫שהוא אותיות לי ראש‬
.‫משפעת אותם אל התחתונים‬
Dat zijn de letters ‘Mij als hoofd’ dan de noekwa in haar grote staat heet in de naam knesset Israel,
verzameling van Israel, omdat zij in haarzelf brengt alle lichten van Israel z’a, haar man, dat de
lichten die zij knesset Israel, malchoet, doorgeeft aan de lagere schepselen. Wie zijn lager dan malchoet,
noekwa, knesset Israel? Alle schepselen in de Brieja Jetsiera en Assieja; alle zielen van de mens; alle
schepselen van de vier naturen die bestaan.
124
‫ בדרך אל הסולם‬- Badérech el-haSoelám – Op weg naar de Ladder
Les 7
De 13 eigenschappen van barmhartigheid:
1. El – Naam van de Schepper van het niveau Chessed
2. Rachoem – Barmhartige
3. We-chanoen – en Vertroostende
4. Erech – lang
5. Apajiem – van woede (lang van woede, zeer geduldig om Zijn woede te tonen)
6. We-rav chessed – en zeer Genadige
7. We- emmet – en Waarheidsgetrouw
8. Notser chessed – die genade vormt
9. Le-alafiem – aan duizenden
10. Nose awon – vergeeft (draagt) zonde
11. Wafesja – en misdrijf
12. We-chata’a – en misstap
13. We-nakee – en zuivert
In de Zohar zijn wij nu bij de 13 eigenschappen van barmhartigheid, van rachamiem. Wij
leren dat Knesset Israel, Malchoet, daarmee van boven wordt omringd, beschermd.
Gisteravond en vandaag is het Jom Kippoer, grote Verzoendag. Op deze dag gaat het om de
bovenstaande 13 woorden. Vandaag worden deze meerdere malen uitgesproken, maar de
meeste mensen begrijpen niet waar men het over heeft. Vanavond gaan wij deze, voor het
sluiten van de poorten van de hemel, 1x uitspreken. Volgens de kalender van het universum,
die men de joodse kalender noemt, is het zo dat in deze tijd - dat elke jaar weer op dezelfde
moment valt het van boven een gunstig, welwillend, moment voor een mens is, om zichzelf
extra in te spannen en voorzichtig en aandachtig met zijn dagen en leven om te gaan, om die
niet in ijdelheid te verspillen. In de eerste of tweede les hebben wij het over de 13 woorden
van de Thora gehad: “In het begin schiep Elokiem…” De naam Elokiem werd gebruikt omdat
het als het ware volmaakt is, maar in katnoet.
Tussen de 1e en 2e vermelding van de naam Elokiem staan die 13 woorden. Die woorden
komen overeen met de 13 woorden (zie begin deze les) die later aan Mozes werden gegeven,
toen hij aan de Schepper vroeg om hem te vertellen hoe Hij het Heelal bestuurde. Hij wilde
graag weten hoe dat ging, weten om te doen, en niet om zijn intellect te prikkelen. Te weten
om te dienen, daar gaat het om en niet om te weten voor jezelf want dan zoek je naar de dood.
Want voor Mozes was het een probleem, net als voor ons en elke generatie. In de Talmoed
Brachot, zegeningen, staat in dit traktaat dat Mozes aan de Schepper vroeg: “Wil Je mij
alsjeblieft vertellen …. Wij zeggen altijd jij tegen de Schepper, want alle andere volkeren
spreken de Schepper aan met ‘U”, spreken dus zeer afstandelijk tot de Schepper, want voor
hen is de Schepper ergens in de hemel, maar voor de Jood is Hij heel dichtbij.
Een Jood kan niet U tegen de Schepper zeggen. U zeg je tegen een vreemde. Als je
verwantschap voelt kan je jij tegen iemand zeggen. We hebben het hier niet over religie. Ik
zeg het jullie nogmaals dat we niets met religie te maken hebben! We hebben te maken met de
Schepper, met ik en de Schepper. En ik moet mij in overeenstemming brengen met Zijn
125
wetten, de wetten zoals die zijn en niet wishful thinking of om mij met een of andere religie te
verlekkeren. Maar wil je verlekkerd worden….ga je gang.
Dus Mozes was verwonderd. Hij zei: “Ribbono sjel olam, Meester van het Heelal, vertel mij
hoe je het Heelal bestuurt, want ik begrijp het niet”. Hij was de grootste van aller tijden en hij
begreep het niet, laat staan dat wij het begrijpen. Hij zei: Ik kijk soms naar iemand die
rechtvaardig is in zijn vertoning, een heilige, een rechtvaardig mens die goed doet en volgens
de voorschriften leeft, en toch zit die in nood, lijdt hij. Terwijl anderen, die zo te zien
schurken zijn, aardse bezittingen hebben en briljant leven. Voor hem was dat vreemd en hij
wilde weten wat de eigenschappen van het Heelal zijn, en dat de Schepper Zich aan hem
onthult. De Schepper antwoordde hem: “Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn en
Ik ben genadig voor wie Ik wil genadig zijn.” Met andere woorden: Dat gaat jou niets aan.
Want als het evidente bestuur zou zijn, zouden wij allen als engeltjes zijn, maar de bedoeling
is dat door niet begrijpen wij geloof opbrengen dat het goed is. Wanneer wij zouden zien dat
iemand die goed doet, aardig met anderen is en de wetten naleeft direct een beloning
ontvangt, dan zouden wij allemaal goed doen. Het is de bedoeling dat wij oorzaak en gevolg
niet zien. Daarom kunnen wij ook niet zien waarom het iemand, die in onze ogen een schurk
is, goed vergaat. Er zijn wetten, maar wij kunnen die niet zien.
Mozes drong erg aan. Hij wilde graag weten en omdat hij het niveau had waarop de Schepper
niet om hem heen kon, moest Hij het hem vertellen. Zo is het ook met ons. Naarmate je meer
doet, jezelf meer met de Wetten van het Heelal in overeenstemming brengt, kan je ook meer
eisen. Eisen in alle nederigheid en pas als je op het niveau bent waarop je het als het ware
verdient, want anders is het onrechtmatig eisen en wordt het gezien als een kind dat eist. Hij
eiste van de Schepper, en de Schepper onthulde hem de 13 eigenschappen van
barmhartigheid. Voordat je die uitspreekt noem je dan 2x de vierletterige naam van de
Schepper. Voor de sluiting van de poorten van de hemel gaan wij dat samen uitspreken
zonder op te staan. In de synagoge staan ze wel allemaal op. Opstaan betekent dat je gadloet
hebt, volmaaktheid. Als een mens opstaat terwijl hij gebed uitspreekt, dan komt hij in een
grote toestand qua gebed, want de gebeden zijn door grote Wijzen volmaakt opgemaakt.
Zitten is kleine toestand. Vanavond zullen de mensen in de synagoge ook gaan knielen, dat
heeft te maken met gradatie van toewijding in het gebed, waarbij je jezelf als het ware
opoffert. Zonder opoffering, zonder inkeer, is het absoluut onmogelijk om iets in het leven te
bereiken. Inkeer is voor ons voorbeschikt door het besturingssysteem van het Heelal. Het is
belangrijk dat je van binnen opstaat, dat je de 13 eigenschappen als lof voor de Koning van
het Heelal uitspreekt. Al die eigenschappen vind je overal in het Heelal, en dat is de toestand
wanneer al gadloet is. Als een mens niet dagelijks aan zichzelf werkt, raakt hij vervreemd van
het Eeuwige, de wetten van het Heelal, en vraagt hij om ellende. Die 13 eigenschappen van
barmhartigheid worden vandaag meerdere malen uitgesproken in de synagoge, en daarbij
staat de ark open. Open betekent dat de hoge kracht Zijn gezicht naar ons keert. En op dat
moment moet de mens zijn uiterste best doen om die gelegenheid te benutten. Maar eigenlijk
moeten wij dat elke dag doen en niet wachten op deze dag.
Pagina bet, twee, 2e kolom (is de linker kolom), de laatste twee regels:
Dat is wat geschreven is, ook Elokiem enzovoorts, dit staat in de tekst vet gedrukt, om aan
te geven dat het uit de Zohar komt, en dat wij dat stukje gaan behandelen, uitgekomen zijn
13 woorden ‫ אוף אלהים וכו' אפיק י"ג תיבין‬,‫ וז"ש‬. Als prototype van de 13 woorden van
barmhartigheid. Deze werden eerst in het eerste paar zinnen van de Thora zelf aangegeven.
126
Er bestaat een principe: ejn moekdám oe-meochar ba-Torah - er bestaat geen eerder of later in
de Thora, er is geen chronologische volgorde. Dat betekent, geestelijk natuurlijk, dat alles wat
met Mozes en het volk etc. zou gaan gebeuren, je in de wortel al in de scheppingsdaad zelf
terug kan zien. Alles is met elkaar verbonden, niets ontstaat uit niets. We zullen straks
bijvoorbeeld bij Kaïn zien waar alle zondes vandaan komen, en welke zondes dat zijn. Ook zo
met de goede dingen. Zohar vertelt ons dat er van de eerste tot de tweede benoeming van
Elokiem, dertien woorden waren, en die woorden waren de krachten van rachamiem,
barmhartigheid, maar in de kiem, om later ontvouwd te worden, te ontspruiten. In elke
generatie werkt feilloos hetzelfde mechanisme, enkel in een andere verschijningsvorm. In de
scheppingsdaad kunnen wij alles zien. Tot aan de komst van de Masjiach kunnen wij in de
Thora zien. Als je het scheppingsverhaal kent, dan weet je tot aan het einde der tijden wat er
allemaal kan gaan gebeuren. Alle krachten staan daar in verwerkt.
Dat leert dat de naam Elokiem dat in de vers van hier ‫ שאלהים שבמקרא דהכא‬,‫מורה‬, in de
Thora zelf, die hij hier gaat citeren:
Bladzijde 3, commentaar HaSoelam, 1e kolom (dat is de rechter kolom, want Hebreeuws gaat
van rechts naar links):
In den beginne schiep Elokiem ‫בראשית ברא אלהים‬, er staat Elokiem en niet G’d, want we
moeten weten over welke kracht het gaat, dat het geheim is de Biena ‫שה"ס הבינה‬. Biena is dus
Elokiem, doet emaneren de noekwa van Z”A ‫המאצלת לנוקבא דז"א‬.
We hebben gezegd dat er 6 sfirot van Z”A en één van Malchoet zijn. Dat is wat geschapen
werd, de 7 dagen, wat de 7 sfirot betekent.
Kwam uit 13 woorden en die zijn ‫אפיק י"ג מלים שהן‬. Het Hebreeuwse woord ‘et’ staat voor
een lijdend voorwerp, het wordt geschreven met de eerste en laatste letter van het Hebreeuwse
alfabet: ‘et’ de hemel en ‘et’ de aarde en de aarde was woest en ledig en de duisternis
boven de afgrond en de geest ‫את השמים ואת הארץ והארץ היתה תוהו ובוהו וחושך על פני תהום ורוח‬.
Van de 1e tot de 2e keer dat Elokiem wordt genoemd zijn er 13 woorden.
Alles zit in de kiem in het scheppingsplan om later ontvouwd te worden. De 13 woorden van
barmhartigheid zijn al niet de woorden zoals hemel en aarde, geest etc., maar het zijn al
eigenschappen. Later komen zij op lagere niveau’s tot uitdrukking in eigenschappen. Zij
manifesteren zich aan ons als eigenschappen. In de eerste zinnen van de Thora zijn het enkel
woorden, namen van de Schepper, en bij de 13 woorden van barmhartigheid zijn het al
eigenschappen van de Schepper. Het zijn de namen van de Schepper, dus stel je geen hemel
of aarde voor, want het gaat niet over het materiële. Controleer jezelf steeds dat je geen
beelden maakt, want anders gaat het niet over datgene wat bedoeld is. Kabbalisten spreken
altijd over krachten, en dat kan enkel in de taal van onze wereld.
Hemel, aarde, de aarde was woest (chaos) en ledig…maar bij de 13 woorden van
barmhartigheid zien wij al de openbaring van de Schepper aan Mozes, al in de krachten die de
eigenschappen van de Schepper zijn. In de 13 woorden die wij nu leren, hemel aarde etc., kan
je het nog niet zien, daar zit het nog in de kiem.
4e regel in het midden:
dus tot Elokiem tweede ‫דהיינו עד אלהים תנינא‬, dus tot de 2e keer dat de naam Elokiem genoemd
werd: “en G’ds geest (adem) zweefde over de wateren”. Al vanaf het begin van de Thora
staan die 13 woorden, de 13 eigenschappen van barmhartigheid, al aangegeven, waarmee de
hele schepping omringd en beschermd zal zijn.
127
Dat deze 13 woorden ‫שאלו י"ג תיבין‬, soms gebruikt hij ‘mila’ en soms ‘tewa’ voor ‘woord’.
We zullen later zien waarom. Een hint geven ‫רומזים‬, we zullen dit woord vaak gaan
tegenkomen, een hint geven, romziem; op die 13 bladeren van de lelie onder de doornen in
het geheim: de zee die staat boven op 12 ossen, zoals boven genoemd ‫על אותם י"ג עלין של‬
‫ כנ"ל‬,‫שושנה בין החוחים בסוד הים העומד על שני עשר בקר‬.
Vorige keer hebben we het gehad over Salomo die de Tempel heeft opgebouwd, wat een
remmez, toespeling was op het geestelijke vlak. Ze hadden bij het tempelcomplex een zee
aangelegd en daaronder stonden de zuilen van 12 ossen. Is er iets heiligs aan de zee of aan de
ossen? Absoluut niet. Maar hij heeft het zo gemaakt dat het een toespeling is op de noekwa,
waarbij er 1 sfira boven water is en er 12 onder zijn. Natuurlijk ging het volk daar buigen. Het
gewone gepeupel, elk volk, denkt dat de dingen heilig zijn. Het is altijd makkelijker om te
buigen voor iets dat je ziet. Het is bijzonder moeilijk om ervan doordrongen te worden dat
datgene heilig is wat altijd leeft, en geen steen of iets anders, maar wat in het programma zit,
iets wat altijd leeft. Veel mensen die nooit naar de synagoge gaan, gaan deze dagen wel en
dan buigen ze voor de ark en denken dat daar iets zit, maar daar zit niets heiligs! Je moet dus
heilige dingen niet zo zien, want heilige dingen leven altijd. Het is prima om naar de
synagoge te gaan, maar pas als je buigt voor de Thora en denkt dat je voor de Schepper, de
Eeuwige, buigt, dan heeft het zin. In de kerk of in de synagoge vind je pas iets heiligs als je je
in overeenstemming brengt met de eeuwige, absolute wetten van het Heelal, want dat geeft
leven. Hij zegt dus dat die 13 woorden ook weer terug te vinden zijn in de ‘zee en de 12
ossen’. De zee is iets vloeiends, onbegrensd. En de ossen staan als het ware onder de parsa
(scheidingslijn) in Brieja. Ossen betekent zwaar, lichamelijk…
Dat is voorbereiding en zich kosjer maken (gereid) voor de toestand Knesset Israel ‫שהם‬
‫הכנה והכשר לכנסת ישראל‬.We hebben gezegd dat Knesset Israel - Malchoet in haar volle toestand
is. Het feit dat 12 nog in de Brieja stonden en 1 daarboven, betekent dat er nog een kleine
toestand is, en dat is nog een periode van voorbereiding.
Dat zij, Knesset Israel, verzameling van Israel, Malchoet in haar volle glorie, zou ontvangen
13 vergevingen van barmhartigheid ‫שתקבל י"ג מכילן דרחמי‬. Die 13 woorden: de hemel en de
aarde etc. waar we over gesproken hebben, dat die als het ware allemaal aanduidingen zijn, en
dat Knesset Israel, Malchoet, later al die eigenschappen van barmhartigheid zal ontvangen. De
13 woorden die in Thora staan “hemel, aarde, geest etc.” zijn de namen van de Schepper in de
kern, maar wanneer ze al uitgewerkt op de Knesset Israel komen, dan krijgen zij een andere
vorm, de vorm van eigenschappen. Er is dus geen verschil. Alle wetten van het Heelal zijn
eenvoudig en geniaal. Je moet vluchten van alles wat complexiteit heeft. In onze wereld moet
het soms wel, maar je moet het altijd terug omhoog brengen om het aan de kern te gaan zien.
Altijd eenvoudig. Alles wat complex is, zit boven in eenvoud. Complex betekent dat er
tegenstellingen zijn.
En dat is wat gezegd is: Om te omringen de Knesset Israel en hen te beschermen ,‫ז"ש‬
‫לסחרא לכנסת ישראל ולנטרא לה‬, We zien dat het bij het scheppingsplan zo bedoeld is. Vanaf
Rosj Hasjana, nieuwjaar, tot vandaag, zijn 10 dagen verstreken - 10 dagen betekent een hele
partsoef. En vandaag, Jom Kippoer, grote verzoendag, is een belangrijk moment waarop we
die 13 eigenschappen uitspreken.
Over 4 minuten sluiten de poorten van de Hemel. Natuurlijk moeten wij dat niet zo nauw
zien, dat het allemaal gesloten wordt. Het is altijd goed als je bij de opening of bij de sluiting
128
komt, maar niet als het al gesloten is. Voor de sluiting van een winkel kan je misschien nog
afdingen, in het begin van de dag denkt de verkoper ‘laat ze maar komen, ik heb nog de hele
dag voor me’. Zo ook de Schepper. Want ook al zit de synagoge op deze dag vol, de Schepper
let enkel op het innerlijk van de mens.
Bij het uitspreken van die woorden is innerlijke overgave belangrijk; wij moeten geen
komedie spelen. Probeer je innerlijk over te geven. We hebben geen idee hoe graag de
Schepper ons hier, in dit lokaal, wil opnemen en Zijn 13 eigenschappen van barmhartigheid
op ons wil uitgieten. Probeer niet te twijfelen. Voor de 13 woorden zeg ik eerst twee maal de
naam van de Schepper. Later zullen we de opbouw van elk woord in het Hebreeuws zien.
Waar de kracht vandaan komt en waar elke kracht mee overeenkomt in de mens zelf. Wij
hebben er ook mee te maken, maar wij zullen deze namen, van Thora, niet noemen; wij zullen
te maken hebben met sfirot. Wij zullen weten waar het zich in ons bevindt. Welke plaats je in
jezelf overeen moet laten komen om bijvoorbeeld de naam El in jezelf te ervaren. Niets komt
van boven als wij ons niet ermee in overeenstemming brengen. El bijvoorbeeld komt overeen
met Chessed. Sfira is emanatie, weergave van het licht, en de namen van de Schepper.
De poorten van de Hemel zijn nu gesloten, maar wij kunnen zo’n kracht verkrijgen, dat we a
la minute de poorten weer open kunnen laten gaan. Zo moet je het zien en niet dat je een
passieve schakel in een machine bent. Het is zo dat, als we in kracht overeenkomen met de
hogere kracht wij het op kunnen eisen. Een grote heilige is in staat om zo’n enorme kracht uit
zichzelf te laten komen, waardoor hij in staat is om qua kracht zo’n gebed te doen dat
verordeningen, ellende etc. die in de wereld zou moeten komen - omdat al door het Hoge
Gerecht besloten is dat dat door het gedrag van de mensheid, onvermijdelijk plaats gaat
vinden; het vonnis is al geveld - teniet te doen. Een mens kan dus het vonnis van boven teniet
doen. Wat zit er allemaal in de mens! Wat voor krachten kan een mens opbouwen! Wij
moeten als Hem worden en ons niet schijnheilig klein maken, want alleen van jou en van
niemand anders hangt het af, niet van religie en niet van de feestdagen. Er gebeurt niets als je
niet naar de synagoge, of de kerk, gaat. Die 13 eigenschappen kan je thuis in je kleine
kamertje, of waar dan ook in welke toestand dan ook uitspreken, als het maar oprecht is.
Voor het uitspreken van de 13 eigenschappen van barmhartigheid moet je eerst twee maal
Adonaj uitspreken. Er wordt geschreven als vierletterige naam HaWaJ”A maar i.p.v. die naam
als zodanig uit te spreken, zeggen wij Adonaj. Maar in de gewone omgang mag men ook deze
naam Adonai niet uitspreken om de naam van de Schepper niet in ijdelheid uit te spreken. De
vierletterige naam betekent ‘was, is, zal zijn’, waar geen onreine krachten zich aan kunnen
zuigen. In Adonaj zit alles, en dan ga je het qua krachten ontvouwen. Zelfs als je het niet
begrijpt, maar het met volle overgave, zonder twijfels, uitspreekt. Twijfel is het probleem van
iedereen. Het verschil tussen een heilige en anderen is dat een heilige een grote mate van
vertrouwen heeft opgebouwd. Niemand heeft het van nature. Als je dat opbouwt, dan ervaar
je alles. Ervaren en niet weten, want van weten komt geen zegening van boven. Je kunt alles
weten van alles wat je wilt, de Talmoed, heilige geschriften, uit je hoofd kennen en dat er dan
toch niks van terecht komt. Door overgave ontvang je alles.
1e kolom, 10e regel:
Want 13 eigenschappen, miedot betekent eigenschappen maar ook maat. Alles wat meetbaar
is, is eigenschap. Is het niet meetbaar dan is het licht. van de barmhartigheid ‫כי י"ג מדות‬
‫הרחמים‬, rachamiem komt van het woord rechem, baarmoeder. Ook wij bevinden ons als het
ware in de baarmoeder. Het hele Heelal is als het ware voor ons een soort placenta. Alles zit
erin, al die krachten, water… alles zit ook in ons.
129
Dat zij zijn mochien, letterlijke vertaling van mochien is hersenen, licht in de keliem van
Z”A en Malchoet. heel, volledig, van noekwa ‫שהן המוחין השלמים דנוקבא‬. Dus hij zegt dat de 13
eigenschappen van barmhartigheid licht is, geen woorden maar licht. Volmaakt licht van de
noekwa, de Malchoet van Atsieloet, waaruit al het goede naar de hele schepping komt. Straks
zullen wij dat stap voor stap ervaren, want wij – de mens - zijn ingesloten in de noekwa, wij
zijn een deel daarvan. Dus hetzelfde wat in het hogere gebeurt, gebeurt ook in de zielen van
de mens. Onthoud dat erg goed. Wij spreken niet over ons lichaam. Dat is namelijk geen
onderwerp van Kabbala, en überhaupt geen onderwerp van Thora. Het lichaam gaat dood. Het
is moeilijk, want het volk denkt dat het heilig is. Maar mijn lichaam verschilt niet van het
lichaam van een hond of zo, het is allemaal van de aarde genomen. Er zit dus niets heiligs aan
het lichaam! Onthoud dat! Geen mens ooit had ooit een heerlijk lichaam. Heiligen hadden van
binnen een enorme mate van zuivering, maar het vlees stinkt zoals van iedereen. Je moet je
lichaam wel verzorgen, je kan niet zeggen dat het lichaam niet heilig is en je er dus mee doen
kan wat je wilt, ontucht plegen of zo. In je lichaam zit je ziel, je moet je lichaam
schoonhouden, wassen en zo, maar van al dat wassen wordt je niet heiliger. Ook in het rituele
bad, het mikwe, kom je niet dichter bij de Schepper, als je je innerlijk niet instelt en overgeeft.
Maar als je je innerlijk wel overgeeft kan je net zo goed in een moeras wassen, en wordt je
schitterend wit van binnen. Natuurlijk mag ik dit niet zeggen, want men zegt dit niet, maar
door een juiste intentie en overgave kan je op elke plaats dichter bij de Schepper komen. Ik
wil graag dat iedereen van jullie sneller vooruit gaat en daarom wil ik niemand zijn gevoel
sparen. Dus als je volwassen wilt worden, wilt functioneren zoals de Schepper wil en niet
volgens eigen wishful thinking …
Ik was ooit in een plaats in Nederland, en in één straat staan vijf of zes kerken en die haten
elkaar allemaal - ook bij mijn volk is een afschuwelijke haat tussen verschillende kwaliteiten,
liberaal en orthodox, ze kijken naar elkaar als vuil. En daar in die plaats in Nederland is er
nog minder verschil, katholiek, protestant…, ze haten elkaar, ze mogen elkaar niet eens
groeten. Laat staan dat ze mogen trouwen. Ik liet mij vertelden ook dat ze een jongeman en
een meisje, beiden gereformeerd, maar van een verschillende stroming, niet met elkaar lieten
trouwen. Net Romeo en Julia. En ik wil graag vermijden dat jullie zo doen. Het gaat absoluut
niet over verschillende kleuren, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, we streven hetzelfde
doel na, iedereen apart zijn eigen doel, maar toch zijn wij allemaal verbonden met elkaar.
Begrijpt u? Dit moet je langzaam aan gaan aanvaarden, van hart. Als je bijvoorbeeld katholiek
bent probeer dan eerst iemand die gereformeerd is te aanvaarden, vanuit je hart, want die is
dichter bij je, omdat je beiden christelijk bent. En dan langzamerhand zal je kracht hebben om
iemand anders te aanvaarden. En dan kan je langzamerhand ook een Jood aanvaarden, dit
bedoel ik niet zoals het bij jullie overkomt hoor. Waarom is het altijd een probleem ten
aanzien van Joden? Omdat de problemen in jezelf zitten, want je moet de Jood - niet qua
cultuur - in jezelf aanvaarden. Christen, Arabier, of wie dan ook kan pas tot de Schepper
komen, als hij de ‘Jood-afdeling’ in zichzelf penetreert. Iedereen heeft een Jood in zich, we
zijn allemaal verbonden met elkaar. Alleen, de Jood van geboorte is altijd Jood, die moet
dicht bij de Schepper blijven. De Jood heeft allen in zichzelf. De Schepper heeft de Joden ook
in alle volkeren verspreidt opdat zij alle kwaliteiten van alle volkeren weer in zich opnemen
en dan zullen zij bij de 3e Tempel terugkeren en zullen bij de tempeldienst in Israël, alle
volkeren present zijn in de Joden. Qua Joden zullen wij daar allemaal present zijn.
Einde 1e deel van de les.
130
Het ergste van alles is het vertellen van leugens. Het is zo in ons ingebakken. Wij moeten
leren om dat niet te doen, want na een tijdje zal je niet meer weten wat waarheid is en dat is
afschuwelijk, want je weet dan ook niet meer hoe je een relatie met de Schepper op moet
bouwen. Daarom leren wij om steeds moeite te doen om helder te worden. Helder, niet
gecompliceerd, want gecompliceerdheid komt door leugens. De Schepper heeft de mens
gemaakt om geniaal eenvoudig te zijn. Eenvoudig en geen dingen verdraaien. Ook in onze
wereld zie je soms mensen die een enorme rijkdom hebben vergaard en die wel eerlijk zijn,
die eerlijke zaken hebben gedaan; het zit in hun karakter. En mensen die rijkdom op een
leugenachtige wijze hebben verkregen, krijgen het nooit voor elkaar, zij worden ermee dus
niet gelukkiger en komen daarmee geen stap dichter bij hun vervulling. Dit geldt ook voor
alle andere dingen.
Pagina 3, 1e kolom, 11e regel:
Wordt beschouwd dat zij, die 13 eigenschappen barmhartigheid, omringen haar en stralen
in haar van alle kanten rondom haar ‫נבחנות שהן מסבבות ומאירות אליה מכל הצדדים סביב סביב‬, omdat
Noekwa in volle toestand is wordt het beschouwd dat zij haar omringen, en zij wordt
beschermd door hen ‫ונשמרת על ידיהן‬, die 13 eigenschappen van barmhartigheid van het
aanraken van buitenstaanders ‫ממגע החיצונים‬, buitenstaanders zijn voor ons onze eigen
onvolmaaktheid, het aanzuigen van onreine krachten in ons, wat voelt als het aanvallen van
buitenstaanders.
Daarom heeft een mens die onderontwikkeld is ook vaak een haat voor een ander. Hij zit
namelijk vol van de onreine krachten, die aan hem vreten en hij projecteert dat op de
buitenwereld. Naarmate wij ons vervolmaken, gaan leven naar de wetten van het Heelal,
zullen wij ook onthecht raken van de aanzuiging van de kliepot, de onreine krachten. Overal
waar tekort is in onze waarnemingsvelden, daar komt bij ons het gevoel dat er iets van ons
wordt afgezogen, leegte. Stap voor stap zullen wij gaan leren wat aanzuigen van onreine
krachten is. Dat je voelt dat er innerlijk iets van je lekt, lekkage. Een vrouw kan het misschien
meer begrijpen, omdat zij maandelijks iets heeft wat daar op lijkt. Precies zo is geestelijke
lekkage, zowel bij mannen als bij vrouwen. Het is afhankelijk van jouw ontwikkeling. Je
ontwikkeling betekent niet veel boeken lezen, maar je bereidheid om aan jezelf te werken,
daardoor werkt je aan het vervullen van jezelf en het scheppingsplan. Hij zegt dus “van het
aanraken van buitenstaanders”, de noekwa, de laatste kracht van Atsieloet, door zichzelf in
volmaaktheid te brengen - in staat te zijn om alle lichten waar te nemen - wordt zij omringd
door die krachten, die 13 eigenschappen van barmhartigheid, die wij kunnen gaan voelen. In
elke toestand kan je gaan voelen dat je op die momenten omringd wordt met de
barmhartigheid van de Schepper. En op zo’n moment, op je eigen niveau, zie je helder,
duidelijk, tête a tête de Schepper, maar op jouw niveau, dus niet zoals Mozes dat zag.
Waarom kunnen wij Hem niet zien? Omdat aan ons de onreine krachten zijn aangezogen. De
Schepper heeft ook de onreine krachten geschapen om ons volwassen te laten worden. Want
als het mij van binnen irriteert, dat ik mij bewust ben dat het mij tekort brengt, dan ga ik
werken. Wanneer ga je naar de dokter? Als je pijn hebt en niet als je gezond bent. Vaak gaan
mensen te laat naar de dokter. Omringd worden door de 13 eigenschappen voelt alsof je
beschermd wordt. Waarom hebben wij angst? Omdat wij door onreine krachten, overspelige
gedachten, aangetrokken worden. Wij moeten ons aanleren om die overspelige gedachten in
de kiem te verwijderen en niet te wachten tot ze al een kwaadaardig gezwel zijn geworden.
Door het leren van kabbala zal je oplettend worden dat je op tijd zal reageren. Wij zijn een
product van die noekwa, die malchoet van Atsieloet, waaruit al het goede komt in onze
wereld. En wij zien dat zij wordt beschermd tegen het aanzuigen van buitenstaanders. De
buitenstaanders zijn voor haar altijd buitenkrachten, uiterlijke krachten, en die worden door
131
haar en ook door ons altijd ervaren in een toestand van katnoet, wanneer wij geen 10 sfirot
ervaren.
Want zolang dat zij niet heeft het grote licht ‫כי כל זמן שאין בה המוחין הגדולים‬, mochien, licht
van Z”A en M, die 7 sfirot worden dus mochien genoemd, met een schijnsel van chochma
‫בהארת החכמה‬, want malchoet of noekwa moet altijd een beetje Chochma, wijsheid, hebben, alle
andere 9 sfirot hebben dat niet nodig, die zijn de eigenschappen van de Schepper, die hebben
genoeg aan Chassadiem, genade. Alleen Malchoet heeft de grote toestand nodig, want die is
de laagste van alles, die is de schepping, het meest grove van alles. En hoe grover hoe meer
Chochma er nodig is. Chochma kan in die grove toestand penetreren. Kijk bijvoorbeeld naar 2
mensen. De ene heeft een beetje ego, eigenliefde, en de ander heeft een groot ego. Het is
makkelijker om die met het kleine ego te corrigeren, want hij heeft kleine behoeftes. Die
andere, die de hele wereld wil, heeft veel meer moeite om zichzelf te corrigeren. Stel dat
beiden gecorrigeerd worden, dan is degene met het grote ego hoger, hij is dan een zegening
voor zichzelf, de Schepper en de hele wereld. Maar als zij beide niet gecorrigeerd zijn, dan is
degene met het kleine ego, beter, hij is minder gevaarlijk voor de maatschappij. Hoe groter
het ego van de mens, des te liever wij hem hier, bij de studie van de kabbala, hebben, maar
ook iemand met een klein ego is snel gecorrigeerd en gaat dan iemand die een grote schurk is
helpen. Grote schurk betekent dat je ver van je correctie bent.
Vraag cursist: Zegt de grootte van het ego iets over de kwaliteit van de ziel?
Antwoord: We weten niet in welke toestand de ziel verkeert. Niemand kan dat zien, zelfs
Mozes kon het niet zien, en over hem werd gezegd dat hij tête a tête met de Schepper had
gesproken. Hij hoefde zichzelf niet in te stellen zoals anderen dat doen.
Wij zullen allemaal leren om contact met de Schepper te hebben, met net zo’n gemak als het
draaien van een telefoonnummer. Alles hangt van jezelf af. Als je aandacht bij het uiterlijke is
geweest, en je dan met Zohar bezig houdt, heb je - op je eigen niveau - meteen de Schepper
weer voor je. Je ervaart weer het innerlijke, je ziet de realiteit weer helder en wat er even
daarvoor was, lijkt niet verbonden te zijn met wat je dan ervaart. Niets komt op ons als wij het
niet oproepen. De verordeningen en het lot wat volgens de astrologie voor jou is, wordt door
het leren van het geestelijke teniet gedaan. Want de astrologie strekt niet zo ver als de ziel van
de mens. Als de mens hier als dier leeft, of als sociaal dier, in de politiek zit, of professor of
Nobelprijswinnaar is, dan zit hij onder de dierenriem en is onderworpen aan de krachten van
de hemellichamen. Wat wij leren strekt zich veel hoger uit, wij gaan door alle hemellichamen.
Zij hebben niet de kracht om ons tegen te houden in ons streven. Wat wij leren blijft eeuwig
aan onze ziel hangen. Daarom zeg ik dat je niets moet onthouden. Je moet niets vasthouden
van wat wij leren. Het komt in jou en het is niet van jou. Wanneer je het nodig hebt komt het
weer en kan je het geven. Alle kennis van onze wereld, religie en filosofie is allemaal
bovenbouw. Natuurlijk helpt het jou om je door deze wereld te manoeuvreren, maar alleen in
deze wereld. Wanneer je dood gaat, gaat het samen met jou het graf in. Wat wij leren is niet
door een mens gemaakt. Daarom moet je niet onthouden. Door meer te onthouden kom je niet
dichter bij de Schepper. Absoluut onmogelijk. Dus al het leren, Talmoed en zo, enkel om te
weten, enkel om te onthouden, brengt de mens niet dichter bij de Schepper. Het brengt je niet
tot je bevrijding. Van de hele generatie kunnen slechts een paar door Talmoed, en alle andere
joodse wetenschappen – wetenschappen zijn ook van boven gegeven – tot het licht komen.
Men zit zijn broek te verslijten met het leren van droge redenen en komt niet dichter bij de
Schepper, hoewel het natuurlijk beter is dat te doen allerlei slechte zaken.
1e Alinea laatste 3 regels van onderen, 3e woord:
132
want telkens dat zij de noekwa niet heeft het grote licht in een schijnsel van chochma (ik
probeer een letterlijke vertaling te geven, zodat men een Hebreeuwse zin woord voor woord
leert volgen), want alleen Malchoet heeft Chochma, wijsheid, nodig. En daarom ook dat geen
religie wijsheid behoeft. Zij zeggen enkel: wees genadig; en dat is enkel goed voor de
engelen, maar niet voor de mens. Een mens komt van noekwa en noekwa kan niet tot haar
volmaaktheid komen, dat de 13 eigenschappen van barmhartigheid haar omringen, en geen
onreine krachten aan haar aanzuigen, zonder dat zij een beetje chochma in zichzelf ontvangt.
Wij zullen leren hoe dat mechanisme werkt. Precies zo is het met ons. Chochma komt van de
linkerzijde, rechts en links zijn in een samenspel en dan komt het tot een gemiddelde waarbij
genade is en daarin een beetje Chochma. Chochma is de kracht van de scheppingsdaad en
moet altijd in ons zitten. Er zijn 7 dagen van de week en Sjabbat is Malchoet. Joden moeten
zich elke Sjabbat, met de oerkrachten, de oer-scheppingskrachten, in verbinding brengen. In
de oerkrachten van de verbinding van de 7 dagen van de schepping zitten alle krachten, alle
antwoorden die de mensheid kunnen helpen. Dus elke week ervaren wij het licht een beetje
tot de komst van de uiteindelijke correctie. Wij moeten alle scheppende kracht in onszelf
aanboren en aan het licht laten komen. Wat heeft dat voor gevolg? Als je een nieuw batterijtje
koopt en in je minidisk stopt, een beetje opneemt en dan het batterijtje gaat opladen, weer een
beetje opneemt en dan weer opladen, zodat je hem dus niet helemaal leeg maakt, dan gaat hij
na een tijdje stuk, omdat hij niet weet wat zijn capaciteit is. Zo is het ook met de mens in onze
wereld. De cultuurpatronen, tradities, etc. raken de scheppingskrachten van de mens slechts
voor 2%. Einstein zei dat de mens zijn capaciteit maar voor 2% gebruikt. Het is geweldig dat
hij dat kon zien, hij was geen kabbalist. Hij was een mens van onze wereld, die dat via de
natuurkunde kon zien. Na 2000 jaar van religie, culturele patronen – die allemaal nodig zijn
om van de mens getemde dieren te maken –is er aan de ene kant wel vooruitgang. Als je naar
een leeuw in de natuur kijkt, is dat prachtig. Kijk je naar een leeuw in de dierentuin zie je een
aardige jongen. Hij loopt daar wel, maar toch mis je iets. Hij krijgt elke dag zijn eten, hij hoeft
niets te doen, hij gebruikt zijn scheppingskracht niet. Zo ook de mens, wij gebruiken onze
scheppingskracht niet elke dag. ’s Ochtends sta je op, neem je koffie, ga je met de auto naar je
werk, alles is geregeld en waar zijn je scheppingskrachten? Weet je iets van je
scheppingskrachten? Liever niet. “Laat mij maar met rust.” Wij leven met maximaal 2% van
alles wat ons gegeven is. Natuurlijk hebben wij rust, want wij weten al hoe wij ons in de
maatschappij moeten gedragen, maar wij ontzeggen ons andere dingen, want de redding kan
je niet zien als je niet een klein beetje van die 100% kan gebruiken. Boven die 2% is dus een
deel wat wij niet gebruiken, die liggen onopgevraagd bij ons. En wij vragen ons af waar alle
problemen vandaan komen. Door je scheppingskrachten niet aan te boren ontstaan ook
ziektes.
Als je naar de ellende van anderen kijkt, en met hen gaat meeleven in plaats van aan jezelf te
werken, denkt dat je goed bent door met hen medelijden te hebben, maar dat is niet goed. Als
je niet aan jezelf werkt is het komedie spelen. Dat is wat de hele wereld doet: kijken naar het
leed van anderen, want dan voel je jezelf lekkerder. Het is bedrog. Probeer aan jezelf te
werken en niet te vluchten. Mensen geven, om te vluchten, liever geld aan de armen dan dat
zij aan zichzelf werken. Velen vluchten in het doen van goede daden, natuurlijk moet je dat
wel doen, maar je bent dan niet klaar, want je komt daardoor niet dichter bij de Schepper.
Onthoud dat. Je moet elke dag je scheppingskrachten aanspreken. In elke situatie. Alles wat je
doet, zelfs de kleinste kleinigheid moet je met volle krachtsinspanning doen. Men denkt vaak
dat je op je werk wel alle kracht moet gebruiken, maar daarbuiten minder, en nog minder. Je
doet dan als het batterijtje. Je gaat in capaciteit minder doen totdat het leven in jou wordt
uitgeblazen. Er zijn mensen van 30 jaar die geen krachten hebben, want zij spreken hun eigen
krachten niet aan.
133
Waar komt alle kanker vandaan? Door de mens zelf, omdat hij zijn scheppende krachten niet
aanspreekt. Kanker betekent dat de cellen voor zichzelf gaan leven. Omdat er geen Chochma
binnenkomt. Alleen licht Chochma heeft de kracht om alle gezwellen, zowel geestelijke als
andere, want allemaal zijn die het gevolg van een tekort van het geestelijke, te vernietigen.
Wat staat er over Mozes geschreven, voor zijn dood? ‘En Mozes ging dood”, hij was 120 jaar
oud, niemand weet waar hij begraven is, want anders gaat men pelgrimstochten maken en in
Mozes geloven in plaats van in de Schepper, “zijn ogen waren niet vertroebeld”. Zijn ogen
waren alsof hij 20 jaar was. Zo zal het ook met ons zijn als wij met Zohar doorgaan. Van al
onze krachten, waarvan we nu nog 1 ½ % aanspreken, gaan wij ook de andere aanwakkeren
en tot leven laten komen. Want de andere procenten zijn nu latent, dood. En als wij die
aanspreken en naar het licht omhoog trekken, worden zij doordrongen door het hoge licht met
een schijnsel van Chochma. Een schijnsel van Chochma omdat het laag is. Hoger, zoals
Ariech Anpien heeft volle Chochma nodig. Hoe lager hoe minder Chochma nodig is, alleen
Malchoet heeft Chochma nodig. Niemand van het operationele systeem heeft Chochma nodig,
ze hebben er wel enorm veel van, maar voor zichzelf hebben zij dat niet nodig. Onthou dat.
Alle 9 sfirot, alle krachten in het Heelal, dienen de mens en de mens dient de Schepper. Wij
hoeven niet te weten wat de horoscoop ons zegt, want dan zouden wij laten zien dat de
hemellichamen belangrijker zijn dan ons. En zo is het niet geschapen. De hemellichamen
dienen ons. De mens is de hoogste, het enige schepsel dat absolute volmaaktheid kan
bereiken, en dezelfde krachten als de Schepper zelf kan hebben. Ten aanzien van de Schepper
moet je natuurlijk ware bescheidenheid aan de dag brengen. Aan de andere kant, Hij zelf wil
dat wij net als Hem worden. Dat betekent dat wij dezelfde eigenschappen als Hem gaan
hebben.
Van de 13 eigenschappen ‫מי"ג מדות‬, zie begin van deze les. We hebben gezegd dat zolang de
noekwa nog geen licht van gadloet, van volmaaktheid, krijgt, dus in staat is om dat te ervaren,
er is in haar aanzuigen van de buitenkrachten ‫יש בה יניקה לחיצונים‬. Zolang zij niet tot
volmaaktheid is gekomen, is er dus aanzuiging van buitenkrachten.
Hij geeft ons hier een beetje aan in welke toestanden Malchoet kan verkeren. Later zullen wij
stap voor stap tot het mechanisme komen hoe de noekwa tot zulke volmaaktheid komt. En
dan gaan wij dat in onszelf verwezenlijken. In elke toestand kunnen wij zo doen dat de 13
eigenschappen van barmhartigheid ons gaan omringen. Stap voor stap gaan wij dat aanleren
en langzaam aan wordt het van jou. Wat je dan ook doet, op je werk, of wanneer je slechte
berichten ontvangt, of negatieve ervaringen, zal je dan niet meer gaan zien als negatief. Jouw
ziel zal in alles de volmaaktheid zien, naarmate jij jezelf corrigeert. Alle ellende zit in jou.
Ellende is ongecorrigeerd zijn en het gevoel hebben dat je in ellende verkeert, of dat anderen
jou het leven zuur maken. Dat betekent dat je op dat moment aanzuiging hebt van onreine
krachten. Wat moet je op een dergelijk moment doen? Je ellende op andere blijven
projecteren? Hun de schuld geven? Je moet volwassen gaan worden en ten alle tijden weten
dat het jouw probleem is. Als je geïrriteerd raakt, dan ben je in iets te ver gegaan, en moet je
naar binnen gaan, daar contact mee maken, en dan ben je zo klaar. Dan ga je je afvragen wat
die ellende even daarvoor was, het gevoel dat je buiten je eigen krachten kwam. Dat komt
omdat een stukje van jou door andere krachten wordt aangezogen, door jouw onvolmaakte
toestand en dat geeft je het gevoel alsof anderen jou aanvallen. Als je dan steeds probeert om
alle krachten binnen jezelf te houden, dan voel je waar jouw eigen scheppende krachten
zitten. Jij, en niet de maatschappij… dat je iets voor de maatschappij wilt doen…het is
allemaal leugen, absolute leugen. Kijk naar de politici, niet dat zij liegen, maar zij verbinden
134
hun aspiraties enkel met de maatschappij. Dat is niet verkeerd, maar dan moet je het aardse
leven toch overdoen. Want het gaat om persoonlijke correcties? Niet in de maatschappij, niet
in de geschiedenis was, is, of zal zijn, iets verkeerds. Daar moet je kracht voor hebben, en die
kracht moet je vragen, om dat aan te kunnen. Want alle problemen zitten absoluut alleen in
jou!
Als je gaat werken aan jezelf, zal je absoluut verlost worden van al je problemen, in dit leven.
Problemen zitten in het aanzuigen van klippot, onreine krachten. Het doet er absoluut niet toe
wat er buiten je gebeurt! Want het zit allemaal in jou zelf. Hier zit een enorm geheim. Werk
aan jezelf, en dan zal je enorme vooruitgang boeken. Wat wij hier in de lessen in korte tijd
doen, en je aan jezelf werkt, kunnen anderen nog niet in een lange tijd. Alleen aan jezelf
werken. Je moet je brood verdienen, maatschappelijke verplichtingen doen etc. , en doe dat,
maar zie erop toe dat je niet buiten jezelf komt. Alles moet binnen jouw eigen krachten zijn.
Je zult dan het gevoel krijgen, net zoals Soelam zegt “zolang de malchoet tekort heeft van die
13 eigenschappen….”, geen vol licht in jezelf, dan voel je jezelf bedrogen, of door anderen
aangevallen of angsten of nog iets dergelijks. Alles hangt van ons af. Wij zijn in staat om een
volmaakte relatie met de Schepper te hebben. En afhankelijk van onze inspanningen, van onze
wensen, kan dat al in heel korte tijd,. Natuurlijk zijn er steeds nieuwe, hogere, geestelijke
traptreden, maar als je op de traptrede waar je bent volmaaktheid bereikt, dan zal je or Ejnsof
ervaren. Zelfs op de laagste traptrede die 13 eigenschappen ervaart, zal je in volmaaktheid
zijn. En dan ga je verder. Je hebt dan al de ervaring wat volmaaktheid is.
Wat gaat er dan gebeuren? Dan wordt jou weer een nieuw stukje werk, ego, voorgeschoteld,
en moet je verdere krachten opbrengen om ook daar correcties te doen. Je komt op een hogere
traptrede, waar misschien maar één sfira gecorrigeerd is, en negen daar onder zijn – net als
noekwa bij de schepping van de wereld, met 1 sfira in Atsieloet en 9 in Brieja. Ongeveer
1/100e van haar heeft licht, want ook de kether van noekwa heeft 10 in zichzelf. En dan moet
je dat dus weer opbouwen, die 9 ossen moet je dan als het ware omhoog trekken dat die in de
zee komen en tot een grote zee worden. Je krijgt dan het volmaakte licht van die traptrede
waar je aan werkt. En dan ga je verder en verder tot hogere vormen van volmaaktheid. En je
moet je niet afvragen wanneer je moet stoppen, want dat is iets van onze wereld. Je krijgt van
binnen wel het gevoel wanneer je klaar bent, maar je moet niet denken dat wanneer je klaar
bent je kan genieten en niks gaan doen. De grootten der aarde vroegen, nadat zij klaar waren,
weer om werk, want zij voelden zich ellendig, ze hadden niets meer te doen op aarde. Je moet
je dus niet afvragen wat er verder gaat gebeuren, want dat gaan we niet uitleggen, want dan
heb je een tête a tête relatie met de Schepper en daar kan niemand wat over zeggen. Nu leren
wij allerlei procédés, allerlei eigenschappen van de Schepper, maar jouw relatie bouw je zelf
op. Ik zeg niet dat je mij moet volgen, want iedereen heeft zijn eigen relatie. Dit is uniek in de
wereld, omdat wij Zohar volgen en niet de natuurlijke neigingen van één of andere leider. Bij
de natuurlijke neigingen krijg je ook de natuurlijke afwijkingen. Ik laat jullie niet mijn werk
zien. Als jullie zouden zien waar ik aan werk en wat ik ervaar, dan zou je je afvragen of je van
mij wat zou kunnen leren. Begrijpt u? Ik geef jullie alleen een deeltje van Zohar, wat ons
allemaal gereedschap kan geven, zodat je het zelf gaat voelen, ervaren. Van dat gedeelte van
mij wat dat ervaart en niet van mijn ongecorrigeerde kant, want die geef ik enkel aan de
Schepper. Je ongecorrigeerde kant moet je enkel aan de Schepper geven. Als je iemand op
zijn tenen staat, moet je dat natuurlijk even uitpraten, maar over je geestelijk werk moet je
met niemand spreken. Zelfs niet met je partner, want moet die weten wat er in jou omgaat? Je
moet proberen om dat op jouw niveau tête a tête aan de Schepper te vertellen. Dit is
tegengesteld aan hoe het in onze wereld is, want onze wereld wil jou verlekkeren. Wij willen
ons niet verlekkeren, maar vooruitgaan. Zelfs als het mij pijn zal doen om vooruit te gaan,
135
want dan moet ik door bepaalde lagen van mijn innerlijk gaan, die voordien dood of latent
waren. Wanneer je jezelf gaat corrigeren moet je door al je zonden heen lopen. Je kunt dat
niet omzeilen, want er is slechts één weg.
Je hebt gezondigd, je innerlijk vertroebeld, en nu je goed gaat leven, moet je weer hetzelfde
kanaal doorlopen. Toen heb je dat vervuild en nu moet je door die vervuiling heen lopen. Hoe
kan je dat zonder pijn doen? Als er bij jou een verstopping is, waar je niet van af wist, moet je
nu door die verstopping heen gaan. Je hebt daarvan nooit iets ervaren en tot nu toe heb je
gezegd: “tot hier en niet verder, ik ga niet verder”. Waarom niet? Tot 2% is het mijn cultuur,
mijn traditie, mijn kracht. En in het geestelijke moet je al je kracht aansporen en als je dat niet
doet zal je zien dat al die natuurlijke plaatsen waar je hebt gezondigd je het gevoel geven alsof
je pijn hebt. Je moet daar doorheen. Het is geen ware pijn, geen fysieke pijn, je hoeft niet naar
de dokter. Als je op dat moment aan jezelf werkt en niet naar een psychiater, of de buren gaat
om je hart te luchten, maar aan jezelf gaat werken en naar de ‘Hoge Dokter’, de Enige Dokter
gaat, en Hem vragen en vertellen dat je je ellendig voelt en niet weet of je de kracht op kan
brengen om je te zuiveren, dan wordt je geholpen mits het oprecht is. Als je komedie speelt
dan niet.
Ook vandaag, Jom Kippoer (de Grote Verzoeningsdag), hangt alles van je innerlijk af. Je kan
naar de synagoge gaan en de gebeden te doen, maar je komt enkel vooruit door vertrouwen en
overgave. Onthoud dat. Anders helpt het enkel psychologisch en kom je niet dichter bij de
Schepper. We hebben dit al eerder gezegd, het lijkt dus een herhaling, maar het is elke keer
nieuw, want het is elke keer op een ander niveau. Het gaat ons niet om meer te leren, maar om
het effect, dat het ons helpt. Daarom herhalen wij wat nodig is. De herhalingen komen niet
van mij, maar van boven.
136
Tek. 7
137

Vergelijkbare documenten