Jason Mott - De Mus

Commentaren

Transcriptie

Jason Mott - De Mus
Korte inhoud
De mus
JASON MOTT
Heather is vastbesloten de tien jaar oude Tatiana, die plotseling
in haar leven opduikt, te herenigen met haar vader in Sierra
Leone. Maar hoeveel is ze bereid op het spel te zetten voor het redden van een teruggekeerd meisje, een meisje dat ze niet eens kent?
De mus
Een stel twintigers vond haar net buiten Michigan, waar ze langs
de rand van een drukke snelweg stond en met een angstige en hulpeloze uitdrukking op haar gezicht naar het verkeer staarde. Ze
droeg een witte jurk met bloemen, en haar donkere haar was bijeengebonden in twee staartjes met kleine kraaltjes aan de uiteinden. Haar huid was donker, en ze was tenger en mooi. Toen ze
haar vroegen hoe ze daar terecht was gekomen, zei ze dat ze het
niet wist. ‘Het komt wel goed,’ zeiden ze steeds maar weer tegen
haar. ‘We zorgen dat je hulp krijgt.’
Zo ging het nu al een paar weken. Mensen die ooit dood waren
geweest, doken plotseling levend op, alleen en ver van huis. Het
was bijna zes weken geleden begonnen met een man in North Carolina, Edmund Blithe, die op onverklaarbare wijze op zijn werk
was verschenen, precies een jaar nadat hij bij een tragisch busongeluk was omgekomen. Vanaf dat moment was het aantal nieuwe
gevallen uit de pan gerezen. Inmiddels waren het er duizenden,
en niemand – zelfs de overheid niet – wist waar ze vandaan kwamen of wat er met ze moest gebeuren.
Ze waren op de weg terug van een bezoekje aan Matts moeder,
die even buiten Saginaw woonde. Het was Heather die het meisje
zag staan, pal naast de snelweg, als een geest in het donker en de
kou. Ze heette Tatiana, en in plaats van de politie of een nieuwszender te bellen, namen ze haar mee naar huis. Hoezeer alle gebeurtenissen hen ook intrigeerden, hoe trouw ze de nieuwste
ontwikkelingen ook volgden via tv en internet, ze hadden nooit
gedacht dat ze in hoogsteigen persoon met een Teruggekeerde te
maken zouden krijgen.
‘Wat gaan we nu doen?’ vroeg Matt zijn vrouw, terwijl ze fluisterend in de deuropening van hun slaapkamer stonden. Ze sloegen
Tatiana gade terwijl het meisje een kom cornflakes at aan de keukentafel. Nu en dan keek het kind om zich heen en nam ze haar
omgeving op – een antieke houten tafel, een groot, luxe uitziend
koffieapparaat op het aanrecht, een aardewerken kan met keukengerei erin. Hoewel ze niet meer huilde, maakte ze nog steeds een
angstige indruk.
‘We vinden er wel iets op,’ antwoordde Heather.
‘Waar denk je dat het vandaan komt?’ vroeg Matt. ‘Afrika? Aan
haar accent te horen wel.’
‘Zíj,’ verbeterde Heather. ‘En maakt het iets uit?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei Matt. ‘Ik ben gewoon, nu ja, nieuwsgierig.’ Hij wiebelde met zijn benen van de onderdrukte energie.
‘Kun je je voorstellen dat we er daadwerkelijk eentje aan onze keukentafel hebben zitten? Een echte Teruggekeerde?’
Heather wendde eindelijk haar blik van Tatiana af. Ze keek Matt
aan. ‘We hebben een kind in huis, Matt. Ze is een kind. Praat niet
over haar alsof ze een ding is.’
Hij leek haar nauwelijks te horen. ‘We moeten het aan de praat
zien te krijgen,’ zei hij. ‘Erachter zien te komen wat het zich herinnert. Waar het geweest is.’ Hij pakte Heathers hand. ‘Stel je eens
voor hoe ons leven eruit zou zien als we als eerste antwoorden
over de Teruggekeerden zouden kunnen geven.’ Zijn ogen waren
groot, en ze schitterden als die van een klein jongetje dat op het
punt staat een cadeautje uit te pakken.
‘Ze is een kind,’ zei Heather, zijn gezicht omvattend met haar
handen. ‘Ze is gescheiden van haar ouders en omringd door onbekenden, Matt. Dat is het enige waar we ons mee bezig moeten
houden.’
Later die avond, toen Tatiana alles had opgegeten wat ze haar
hadden voorgezet – cornflakes en ijs en diepvriespizza – gingen
ze met zijn drieën aan de keukentafel zitten. Heather en Matt
zaten naast elkaar tegenover het teruggekeerde meisje en glimlachten naar haar alsof ze op sollicitatiegesprek waren. Heather
speelde met haar haar. Matt veranderde steeds van houding, niet
in staat om stil te blijven zitten.
‘Kom je uit Afrika?’ vroeg Matt ten slotte.
Voordat Tatiana antwoord kon geven, vroeg Heather echter:
‘Heb je nog honger? Er is nog wat pizza over.’
‘Nee, dank u.’ Tatiana wrong haar handen nerveus in haar
schoot.
‘Hoe oud ben je?’ vroeg Matt. En meteen erachteraan, met een
blik naar Heather: ‘Dat mag ik wel vragen, toch?’
‘Ik ben tien,’ zei Tatiana. Haar ogen gleden van Matt naar Heather en weer terug. Ze was slim genoeg om aan te voelen dat er
spanning tussen hen heerste. Ze gedroegen zich zoals haar ouders
zich gedroegen wanneer ze ruzie hadden en daar niets van aan
haar wilden laten blijken.
‘En waar ga je naar school?’ vroeg Matt.
‘Hoe heet je moeder?’ vroeg Heather, luid, alsof ze haar man
wilde overstemmen. ‘We willen je helpen om je familie te vinden,
maar dan moeten we natuurlijk wel weten wie we zoeken.’ Ze
glimlachte erbij, in een poging het meisje op haar gemak te stellen.
‘We moeten iets weten over de mensen die van je houden.’
‘Het komt wel goed,’ zei Tatiana’s moeder. Ze had het echter al zo
vaak gezegd dat het kind het niet langer geloofde.
Het was 1994, en Tatiana mocht niet naar buiten. Nu en dan
hoorde ze geweerschoten in de verte, grote vrachtwagens die heen
en weer reden, het geluid van gevechten. Veel van de buren waren
al naar familieleden in veiliger plaatsen gevlucht. Tatiana’s moeder
weigerde weg te gaan. Ze zat de hele dag aan de televisie gekluisterd, op zoek naar haar man.
Bij het ontbijt liep Tatiana’s moeder nerveus heen en weer door
de keuken, van het fornuis naar het raam, alsof ze iets of iemand
verwachtte. Tatiana zat aan de keukentafel en zwaaide met haar
korte benen heen en weer en keek naar haar moeder. Er was voor
drie gedekt, hoewel ze Tatiana’s vader al enkele dagen niet meer
hadden gezien.
‘Is het gisteravond nog gelukt met je rekensommen?’ vroeg haar
moeder.
‘Ja,’ antwoordde Tatiana.
‘Mooi. Dat de school is gesloten, wil niet zeggen dat je niet hoeft
te leren. Vergeet dat nooit.’
Het land zonk steeds verder weg in chaos, en de school was nu
bijna een week dicht. Tatiana’s moeder was echter vastbesloten
dat haar dochter er niet onder zou lijden. Deze periode zou weer
voorbijgaan, had ze besloten. En als het eenmaal zover was, zou
alles weer terugkeren naar het oude. Dat was toch onvermijdelijk?
Gedurende het ontbijt leek de lege plek waar Tatiana’s vader
had moeten zitten wel een draaikolk, die alles opzoog wat enigszins op troost of geruststelling leek. Tatiana’s moeder had elke
ochtend wallen onder haar ogen, en tijdens gesprekken was ze zo
afwezig dat haar lichaam zelfstandig leek te spreken. Op de meeste
ochtenden – zoals deze – zei ze nauwelijks iets.
Tatiana kreeg hoofdpijn van de gespannen sfeer. ‘Wanneer
komt vader thuis?’ vroeg ze.
‘Binnenkort,’ zei haar moeder zonder aarzelen, alsof ze de onvermijdelijkheid van de vraag al lang geleden had onderkend. ‘Hij
moet overwerken, Tati. Dat is alles.’
Tatiana kauwde langzaam op haar eten, zich afvragend in hoeverre ze kon aandringen. Buiten reed er een vrachtwagen langs die
de scherpe stank van brandende diesel met zich meedroeg, een
geur die de laatste tijd tot in elk hoekje van Tatiana’s dorp leek
door te dringen.
Ze zeiden geen van beiden iets, en lang nadat de vrachtwagen
was verdwenen, koesterde Tatiana onwillekeurig de stilte, in de
hoop dat die zou worden verbroken door het geluid van haar vaders sleutel in de voordeur.
‘Wanneer denk je dat hij thuiskomt?’ vroeg ze ten slotte, toen
de stilte haar vader niet had gebracht. ‘Ik had aan ons verhaal willen werken.’
‘Ik kan je ermee helpen,’ bood haar moeder aan.
‘Maar het was een van vaders verhalen,’ zei Tatiana op klaaglijke toon. Haar moeder knikte, maar ze keek haar dochter niet in
de ogen.
Haar hele leven lang hadden Tatiana’s ouders verhalen met haar
verzonnen. Fabels en sprookjes vol avonturen en toverkunst. Het
was al voor haar geboorte begonnen, toen haar vader zijn hand
op de buik van zijn vrouw had gelegd en was begonnen te fluisteren. De verhalen begonnen altijd op dezelfde manier: ‘Ooit… toen
de wereld nog heel jong was…’ Tatiana’s moeder plaagde haar
vader dan door te vragen waarom hij niet begon met ‘Er was
eens,’, zoals alle andere mensen deden. En dan antwoordde hij
simpelweg: ‘Omdat elk sprookje al op die manier begint. Ik wil
haar een andere herinnering aan mij geven. Ik wil dat onze verhalen bijzonder zijn.’
Tatiana en haar ouders sponnen de verhaallijn om beurten verder uit, en gaven er hun eigen draai aan door nieuwe personages
en nieuwe plotwendingen toe te voegen. De verhalen van haar
moeder waren doorgaans vrolijke sprookjes over prinsessen en
liefde. En hoewel de verhalen die Tatiana samen met haar vader
verzon ook vaak over liefde gingen, waren ze toch anders – het
was moeilijker om de liefde in stand te houden.
Hun nieuwste verhaal ging over een vrouw die was grootgebracht door een mussenfamilie en die verliefd werd op een man
die was geboren tussen de takken van een acaciaboom. De twee
groeiden samen op; het meisje hipte van tak naar tak, en de jongen
zat haar achterna. Soms beloofde ze dat ze weg zou vliegen, dat ze
haar vleugels zou uitslaan en over de horizon zou verdwijnen.
Maar dan klom de jongen naar de top van de acaciaboom en zong
hij een lied – dat deed denken aan dat van een mus – om haar
naar hem terug te laten keren.
Elke avond wanneer Tatiana’s vader haar in bed stopte, verzonnen ze een nieuw stuk van het verhaal, een nieuw detail. Het was
nu echter vier dagen geleden dat ze samen aan het sprookje hadden gewerkt. Hij was aan de beurt, en elke avond dat hij er niet
was, vreesde Tatiana dat er een eind zou komen aan het avontuur.
Tatiana’s moeder reikte over de tafel en gaf haar een speels
kneepje in haar oor. Het kind grijnsde, maar toch aarzelde ze. ‘Ik
beloof je dat ik het verhaal precies zo vertel als je vader zou hebben
gedaan,’ zei haar moeder. ‘Hoe begint het?’
7
Het meisje staarde zwijgend naar haar bord. Na enkele ogenblikken zei ze zachtjes: ‘Je zou het goed vertellen, maar niet zoals
hij.’
‘Nee,’ antwoordde haar moeder. ‘Dat zal wel niet.’ Toen begon
ze zachtjes te huilen. ‘Hij komt wel bij ons terug,’ zei ze ten slotte.
‘En dan laat ik hem nooit meer gaan. Dat beloof ik.’
Ze waren erin geslaagd haar bijna een week verborgen te houden.
Heather bleef een aantal dagen thuis van haar werk, en Matt
bracht zijn dagen grotendeels door met het afspeuren van het internet op zoek naar nieuws. Ondertussen sliep het kind ’s nachts
op de bank voor de televisie, gewikkeld in de Disney-prinsessenslaapzak die Heather voor haar had aangeschaft. Verder had Heather genoeg kleren gekocht voor een paar weken, waarbij ze de
maat verrassend goed bleek te hebben ingeschat. Toen Matt de
berg tassen bij de voordeur zag, vroeg hij Heather hoelang ze verwachtte dat het kind bij hen zou blijven. Heather zei alleen maar:
‘Tot ze weg is.’
Op het internet gonsde het als altijd van de geruchten, maar
niemand kon verklaren wat de Teruggekeerden precies waren,
waar ze vandaan kwamen of wat er met hen moest gebeuren. Eén
ding was echter zeker: de mensen waren bang en verward. De kerken zaten elke zondag tot de nok toe vol. Meer mensen gingen
biechten. Schenkingen aan liefdadigheidsinstellingen en aanmeldingen voor vrijwilligerswerk stroomden binnen.
Toen Matt op een avond thuiskwam uit zijn werk, trof hij Heather en Tatiana zittend in de woonkamer aan. Beiden staarden
als gehypnotiseerd naar de tv. Heather zat op de bank en kamde
het haar van Tatiana, die op de grond tussen haar benen zat. Ze
8
wendde haar blik echter geen seconde van het scherm af. Er was
een verslag op het nieuws over een instelling genaamd Arcadia,
die op dit moment werd gebouwd in een klein dorpje in North
Carolina. Dit soort instellingen, die in het hele land uit de grond
werden gestampt, dienden als een soort verwerkingscentra voor
de Teruggekeerden. Het was nog steeds onduidelijk wat er zich
precies tussen de muren van deze centra afspeelde – wat de overheid met de Teruggekeerden deed, hoelang ze hen vasthielden, hoe
de leefomstandigheden waren – maar het bood de mensen enig
houvast dat er in elk geval íéts gebeurde, hoe weinig gefundeerd
dat houvast ook was.
Na het nieuws nam Matt Heather mee naar de slaapkamer en
ging met haar op het bed zitten.
‘Ik heb een idee,’ zei hij op fluistertoon. ‘Wat vind je ervan om
een blog over deze hele toestand te beginnen? Ik zat vandaag wat
op internet te neuzen, en er zijn allerlei verhalen te vinden over
mensen die een Teruggekeerde hebben gezien. Maar er is niemand
die er daadwerkelijk eentje in huis heeft, zoals wij.’
Heather las de opwinding en de gretigheid in Matts ogen, maar
ze zag nog iets anders, iets wat haar niet beviel. ‘Maar ze blijft niet
hier, Matt. En we gaan al helemaal geen blog over haar schrijven.
We gaan haar helpen haar familie terug te vinden. Hoe kun je zelfs
maar aan zoiets denken?’
‘Haar ouders kunnen wel dood zijn,’ antwoordde Matt. Hij
stond op en krabde aan zijn hoofd. ‘En trouwens, het is niet iemands kind, daar in onze woonkamer,’ vervolgde hij. ‘Kinderen
keren niet terug uit de dood, tenminste, daar heb ik nog nooit van
gehoord. Die dingen zijn geen mensen. Ze zijn iets anders. En als
we hier voordeel uit kunnen halen, ben ik daar helemaal voor.’
9
‘Nee.’ Heather haalde diep adem, rechtte haar rug en keek op
naar haar man. ‘Ze is een kind, Matt. En ergens op deze aardbol
lopen haar ouders rond, of op zijn minst haar familie. Als ze mijn
kind was, mijn dochter, zou ik willen dat ze thuiskwam. Ik zou
haar terug willen.’
‘Nou, ik niet.’ Matt wees naar de woonkamer. ‘Ik zou dat ding
niet willen, dat me herinnerde aan mijn dochter en alle pijn en
verdriet weer naar boven haalde. Ik weet niet wat die dingen zijn,
maar het zijn geen mensen, Heather. Dat kun jij toch ook onmogelijk geloven?’
‘Ik kan het heel goed geloven,’ zei Heather. ‘En ik hoop vanuit
het diepst van mijn hart dat het waar is. Dat het allemaal echt is,
al is het maar voor even.’ Haar woorden bleven steken in haar keel.
‘Als ik mijn moeder terug zou kunnen zien, dan zou het me geen
barst uitmaken of ze het echt was of niet. Ik zou dat soort vragen
niet stellen, en ik heb medelijden met iedereen die dat wel zou
doen. Als mijn moeder op de een of andere manier opduikt, als
ik een telefoontje krijg dat ze plotseling ergens gevonden is, dan
zou ik bidden dat de mensen die haar hadden gevonden goed voor
haar zouden zorgen, en dat ze zouden proberen haar met mij te
herenigen. En dat ze het fatsoen zouden hebben om mij te laten
besluiten of ze echt was of niet, en of ik in staat zou zijn om weer
van haar te houden.’ Ze stond op en liep met vastberaden tred
naar de deur. ‘Ze is hier al te lang,’ zei ze. ‘Het wordt tijd dat ze
terugkeert naar haar familie.’
Tatiana zag haar vader nog maar één keer terug. Het was heel laat,
en ze werd gewekt door het vertrouwde gebrom van zijn stem.
‘Tati?’ zei hij zacht.
10
Ze werd wakker, wreef in haar ogen en glimlachte blindelings.
Haar vader was weinig meer dan een schaduw in de duisternis, maar
ze had genoeg aan zijn silhouet. Ze stak haar armen naar hem uit
en voelde de warmte van zijn omhelzing. Hij rook naar dieseldampen en klei en gras – zoals een vader hoorde te ruiken, vond ze.
‘Vader!’ riep ze uit.
‘Sst,’ vermaande hij haar op milde toon. ‘Niet zo hard, Tati. We
moeten heel stil zijn. Anders maken we je moeder wakker.’
‘Vader, ik maakte me zo’n zorgen om je,’ zei ze. Ze kon zijn borstelige wenkbrauwen en het schitteren van zijn tanden net onderscheiden in het donker, maar haar ogen begonnen zich aan te
passen. Stukje bij beetje nam hij vaste vorm aan.
‘Dat weet ik,’ zei hij. ‘Ik wilde je niet ongerust maken.’ Hij omvatte haar gezicht met beide handen en glimlachte. ‘Ik ben een
heel slechte vader geweest. Eigenlijk zou ik voor straf in de hoek
moeten staan en een hele tijd scheel moeten kijken.’ Hij vertrok
zijn gezicht en keek scheel.
Tatiana giechelde. ‘Je bent een gekkie,’ zei ze.
‘Ja,’ zei hij. ‘Maar het spijt me ontzettend dat ik er niet was. Ik
hoop dat je niet al te erg over me hebt ingezeten.’
‘Moeder zegt dat je extra werkt om meer geld te verdienen.’
‘Aha.’ Hij klopte zachtjes op haar hoofd. ‘Je moeder is een
slimme vrouw.’
Buiten stond er een volle maan aan de hemel, en Tatiana merkte
op dat het raam openstond en dat een klein stapeltje boeken in
de vensterbank was verschoven.
‘Vader?’ vroeg ze. ‘Ben je door het raam naar binnen gekomen?’
Hij keek naar de boeken en grijnsde. ‘Je hebt een scherpe blik,
Tati.’
11
‘Waarom?’
Haar vader dacht even na. ‘Omdat ik je wilde zien, maar ik niet
wilde dat iemand mij zag. Ben je oud genoeg om dat te begrijpen?’
‘Loop je gevaar?’ vroeg ze. ‘Soms hoor ik ze schieten, in de verte.
Moeder zegt dat het niet dichterbij zal komen, dat het ons niet zal
bereiken. Is dat waar?’
Hij zuchtte. ‘Eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik denk niet dat iemand dat weet. Als ík er iets over te zeggen heb, dan blijft het altijd
ver bij jou en je moeder vandaan.’
Tatiana zweeg even. ‘Waarom vertelde ze me een leugen?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat was geen leugen,’ zei hij. ‘Ze vertelde je wat ze hoopte dat de waarheid was. Soms doen mensen
dat wanneer… nu ja, wanneer de wereld ingewikkeld is en de
waarheid onzeker. Mensen scheppen hun eigen waarheid, en ze
hopen dan dat hij uitkomt. Klinkt dat logisch?’
‘Zoals onze verhalen?’
Hij glimlachte breed, en zijn ogen lichtten op. ‘Ja, net als onze verhalen.’ Hij gaf een speels tikje op haar voet. ‘Over verhalen gesproken,
zullen we verder gaan met het sprookje over het mussenmeisje?’
‘Ja,’ zei ze met een gretig knikje. Ze ging met haar rug tegen het
hoofdeinde zitten en schopte de dekens van zich af. ‘Moeder heeft
aangeboden om me te helpen, maar ik heb nee gezegd.’
‘Waarom?’
‘Omdat het verhaal dan anders zou zijn gegaan,’ zei ze zachtjes
en ernstig. ‘En bovendien weet ik dat ze zich graag laat verrassen
door onze verhalen.’
Hij lachte zacht. ‘Dus ze houdt van de werelden die wij bedenken?’
12
‘Ja!’
‘Dan gaan jij en ik zo’n wereld voor haar scheppen!’ Onder het
spreken spreidde hij zijn armen, alsof hij de hele verbeeldingswereld van zijn dochter wilde omvatten. Ze klom over het bed heen
op zijn schoot, en hij sloot zijn sterke armen om haar heen, en
heel even geloofde ze dat alles weer bij het oude was en dat ze altijd
veilig zou zijn zolang haar vader bij haar was.
Haar vader hield haar secondenlang zwijgend vast. ‘Tati,’ zei
hij ten slotte. ‘Als het af is, dan moet ik weer gaan.’
‘Waarom?’
‘Omdat er dingen gebeuren, hier, in dit land, die niet genegeerd
kunnen worden. Vreselijke dingen. Er gaan mensen dood, en ik
moet helpen om daar een eind aan te maken. Voor jou en voor je
moeder.’
‘Moeder zegt dat ze je niet nog een keer weg laat gaan,’ zei Tatiana. Ze wilde schreeuwen om haar moeder roepen. Ze wilde haar
armen om deze man heen slaan en hem nooit meer laten gaan.
Dat deed ze echter niet. In plaats daarvan maakten zij en haar
vader hun sprookje af. Het zou het laatste zijn dat ze ooit zouden
delen.
De dag nadat Heather de autoriteiten had gebeld, verscheen er een
kleine man in een grijs pak voor de deur, met een aktetas en een
geoefend kalme uitdrukking op zijn gezicht. ‘Heather Ryan?’
‘Ja,’ antwoordde ze.
‘Mijn naam is James Duncan. Ik werk voor het Bureau voor de
Teruggekeerden. Ik kom voor het meisje.’
Er volgde een simpel gesprek aan de keukentafel. Heather en
Matt vertelden hoe ze het kind hadden gevonden; de man van het
13
bureau vroeg Tatiana naar haar ouders. Hij nam het gesprek op
met een videocamera en maakte uitgebreid aantekeningen. Het
was een beetje een anticlimax, vond Heather.
‘Wat gebeurt er nu?’ vroeg ze.
‘Dat hangt ervan af,’ antwoordde Mr. Duncan.
‘Waarvan?’ vroeg Matt.
‘We zijn bezig opvangcentra te bouwen voor mensen als zij,’
vervolgde Mr. Duncan. ‘Plekken waar de verwerking van de Teruggekeerden wat efficiënter kan worden geregeld.’ Hij noteerde
iets in zijn boekje. ‘Als u wilt, kan ik het meisje in een van die centra laten opnemen.’
‘Een opvangcentrum?’ zei Heather. Ze liet het woord even in
de lucht hangen, denkend aan de reportage over het nieuwe centrum dat in Arcadia werd gebouwd. Ze vroeg zich af wat voor
plaatsje dat was, wat voor mensen er woonden, en – belangrijker
nog – wat ze ervan vonden om zo’n grote hoeveelheid Teruggekeerden vlakbij te hebben. In gedachten stelde ze zich het centrum
voor als een gebouw met witte kamers, waar het rook naar ontsmettingsmiddel en overheid – weinig meer dan een gevangenenkamp.
Ze keek naar Tatiana. ‘Dat idee bevalt me niet.’
‘U hoeft zich geen zorgen te maken,’ zei de man van het Bureau.
‘Dat beloof ik u. Er zijn bedden, er is ruim voldoende te eten, alles
wat ze nodig heeft.’
‘Dat klinkt goed,’ zei Matt. ‘Ik geloof niet dat ik het erg prettig
vind om het in huis te hebben.’
‘Haar,’ verbeterde Heather. ‘Ze heeft een naam.’
Mr. Duncan maakte nog wat aantekeningen en richtte zijn aandacht toen grotendeels op Tatiana. Hij wilde haar niet zenuwach-
14
tig maken, maar het hoorde bij zijn werk om de Teruggekeerden
te observeren – hun gedrag, hun reacties, eventuele herkenning,
alles wat van belang zou kunnen zijn.
Het enige wat hij zag, was echter een jong meisje dat klem zat
tussen twee kibbelende getrouwde mensen. ‘Misschien zou het
beter zijn,’ zei hij, ‘als we haar naar een van de centra zouden sturen.’ Hij rommelde in zijn aktetas en haalde een lang ingewikkeld
formulier tevoorschijn, dat hij op tafel legde en in begon te vullen.
Heather stelde zich Tatiana ondertussen voor in haar eentje, verloren in een mensenmassa achter de hekken van een kil en kaal
kampement. Het woord opvangcentrum bood haar geen enkele
geruststelling.
‘Mag ik bij jou blijven, Heather?’ vroeg het meisje plotseling.
Matt schudde zachtjes zijn hoofd, met een smekende blik naar
zijn vrouw, een laatste pleidooi om het meisje niet te houden. De
afgelopen paar weken had Tatiana’s aanwezigheid voor steeds
meer spanning tussen hen gezorgd. In het begin had Matt gehoopt
op faam en financieel gewin. Toen was gebleken dat het meisje
geen vragen over de Teruggekeerden kon beantwoorden, was het
winnende lot uit zijn fantasie langzaam vervaagd – samen met
zijn geduld.
Heather was er zeker van dat Matts bezwaar tegen Tatiana
voortkwam uit het feit dat hij zelf nooit iemand had verloren. Zijn
beide ouders leefden nog. Zijn broers en zussen, zelfs zijn grootouders, leefden nog. Hij wist niet hoe eenzaam je je voelde wanneer je midden in de nacht wakker schrok uit een droom waarin
je was herenigd met een moeder die al bijna tien jaar dood was.
Een gevoel dat Heather maar al te goed kende. Als Tatiana werkelijk was wie ze beweerde te zijn – als ze echt leefde – dan was het
15
mogelijk dat Heathers moeder ook leefde. En dat ze naar haar op
zoek was.
Hoe kon ze Tatiana ooit wegsturen?
‘Nee,’ zei ze ten slotte. ‘Ze gaat nergens naartoe. Ze blijft bij ons,
en wij gaan op zoek naar haar ouders.’
De man van het bureau knikte en stopte zijn papierwerk weg.
Matt liet zijn adem luid en gefrustreerd ontsnappen, en Tatiana
rende door de kamer en sloeg haar armen om Heathers middel.
‘Bedankt!’ riep ze uit. ‘Heel erg bedankt.’
‘We zorgen dat je weer thuiskomt,’ zei Heather, en ze omhelsde
het kind.
Later die avond, nadat de man van het Bureau was vertrokken
en nadat Matt het huis uit was gestormd, bracht Heather Tatiana
naar bed. Bij het instoppen pakte het meisje Heathers hand en
vroeg haar of ze een verhaaltje wilde vertellen.
Heather ging met een zucht op de rand van het bed zitten. ‘Ik
ben niet zo goed in verhaaltjes vertellen.’ Ze schraapte haar keel.
Tatiana ging gretig rechtop zitten. ‘Ik kan jou er eentje vertellen,
maar het is nog niet af. Mijn vader en ik moeten het eind nog bedenken.’
‘Het eind is altijd het lastigst,’ zei Heather glimlachend. ‘Niemand wil dat er een eind komt aan een goed verhaal, dus volgens
mij is het juist wel fijn dat het jouwe nog niet af is.’ Ze strekte zich
uit aan de voeten van het kind en wachtte nieuwsgierig af. ‘Ik wil
het dolgraag horen.’
Tatiana ging in kleermakerszit zitten en stak van wal. ‘Ooit, toen
de wereld nog heel jong was, was er een meisje dat geen ouders
had. Ze woonde alleen in het bos, heel bang en heel verdrietig. Ze
had zelfs geen naam, omdat er niemand was om mee te praten.’
16
‘Dat is een triest begin,’ onderbrak Heather haar.
‘Volgens mijn vader hoort een goed verhaal triest te beginnen,’
zei Tatiana nuchter. ‘Want om blij te zijn, moet je eerst verdrietig
zijn geweest.’
‘Zo te horen is je vader een wijs man,’ zei Heather na een korte
stilte.
Tatiana vervolgde haar verhaal. ‘Toen het meisje vijf was, leerde
ze in bomen klimmen –’
‘Waarom moest ze in bomen klimmen?’ onderbrak Heather
haar opnieuw. Ze zag dat Tatiana het heerlijk vond om vragen te
beantwoorden.
‘Om te ontsnappen aan de leeuwen en de luipaarden en de
wilde honden die altijd naar het bos kwamen om te jagen.’
‘Je hebt hier goed over nagedacht!’
‘En bovenin een van die bomen,’ vervolgde Tatiana, ‘vond ze
een mussenfamilie. Ze deden aardig en vriendelijk tegen haar. Ze
waren net als jij.’
Tatiana’s verhaal ging bijna een uur door, en toen ze klaar was,
vertelde ze Heather dat zij en haar vader er wekenlang bijna elke
avond aan hadden gewerkt. ‘Dat van de mussen was vaders idee,’
zei ze op een gegeven moment.
‘Waarom mussen?’ vroeg Heather. ‘Waarom niet een andere
vogel?’
‘Omdat het zijn lievelingsvogels waren toen hij klein was,’ zei
Tatiana. ‘Hij zei dat zijn moeder hem ooit had verteld dat mussen
je wensen overbrengen aan God.’
Toen Tatiana de volgende ochtend wakker werd, voelde het alsof
het bezoek van haar vader van de vorige avond een droom was
17
geweest. Haar vader was weg, en uit haar moeders gedrag bleek
duidelijk dat zij hem niet had gezien of gesproken.
Het was een koude onheilspellende dag. Halverwege het klaarmaken van het ontbijt brandde Tatiana’s moeder haar hand aan
een koekenpan, en ze zakte snikkend in elkaar op de vloer. Tatiana
hurkte naast haar en sloeg haar armen om haar heen.
‘Het komt wel goed,’ zei ze, in een poging haar moeder te troosten.
‘We moeten hier weg,’ zei haar moeder.
‘En vader dan?’ vroeg Tatiana, maar haar moeder gaf geen antwoord.
Het meisje bleef een poosje zwijgend zitten, trachtend te bevatten wat er gebeurde, en toen begon ze stilletjes te huilen. Ze wilde
tegen haar moeder zeggen dat ze niet weg konden gaan, maar ze
wist wel beter. Het nieuws dat de televisie bracht, werd met de minuut slechter. Er kwamen steeds meer mannen met geweren, en
het geluid van de gevechten kwam elke dag dichterbij.
Het was te laat, en moeder en dochter beseften dat allebei.
Tatiana’s moeder legde haar arm om de schouders van het
meisje. Ze zette de tv uit en kuste Tatiana’s voorhoofd. ‘Ik denk
dat het tijd is om aan een nieuw verhaal te beginnen,’ zei ze. ‘Iets
heel anders dan we tot nu toe verzonnen hebben.’ Ze drukte haar
dochter tegen zich aan. ‘Ooit,’ begon ze, ‘toen de wereld nog heel
jong was…’
Haar moeders woorden vormden een kabbelende stroom die
het kind maar half hoorde en die ze niet zou onthouden. Toch
putte ze troost uit de vertrouwde stem. Hij verzachtte de vreselijke
geluiden die vanaf de straat hun huis binnen drongen. Hij deed
Tatiana aan het verhaal van haar vader denken, en heel even lukte
18
het haar om te geloven dat er ergens in deze wereld echt een vrouw
woonde die was grootgebracht door mussen, een vrouw die weg
kon vliegen van alles wat haar kwaad zou kunnen doen.
Op dat moment verloor Tatiana zich in een dagdroom waarin
ze samen hun vleugels spreidden en ontsnapten, en hoog boven
de aarde naar de plek zweefden waar haar vader hen opwachtte.
En dan zouden ze elkaar met zijn drietjes omhelzen en lachen en
zou niets hen ooit meer kunnen deren.
Midden in die dagdroom werd de deur ingebeukt en stormden
de mannen met de geweren het huis binnen en haalden ze hun
trekkers over.
Het was moeilijker dan ze had gedacht om het meisje te laten gaan.
Ze was gewend geraakt aan een extra paar voeten dat ’s avonds door
het huis stampte. Ze was naar de winkel gegaan en had de koelkast
tot de nok toe volgestopt met gezonde tussendoortjes voor kinderen
en alle ongezonde traktaties die Tatiana maar lekker zou kunnen vinden.
Nu, enkele weken nadat Tatiana bij hen was komen wonen, was
haar vader gevonden. Hij woonde in Canada, waar hij in 1994
naartoe was gevlucht nadat zijn vrouw en zijn dochter waren omgekomen. Hij werkte als predikant in een kleine kerk in Montreal.
Toen Heather hem had gesproken aan de telefoon, was hij gaan
huilen en had hij hartstochtelijk zijn spijt betuigd, hoewel Heather
niet begreep waarom.
‘Laat haar niet gaan,’ had hij op een gegeven moment gezegd.
‘Alsjeblieft. Houd haar bij je tot ik haar zelf vast kan houden.’
Heather had hem beloofd dat ze dat zou doen, en ondanks de
wetenschap dat het meisje hen zou gaan verlaten, was ze vanaf dat
19
moment alleen maar meer van haar gaan houden.
Toen ze op die laatste dag in het hotel aankwamen, voelde Heather een strakke knoop in haar maag. Ze deed wat juist was; zoveel was duidelijk. Toch zat ze in over Tatiana, ze kon het niet
helpen. Stel dat haar vader van gedachten was veranderd? Stel dat
hij haar tóch niet terug wilde? Wat de wereld betrof, vormden de
Teruggekeerden nog steeds één groot vraagteken. Wat er gebeurde,
had niets natuurlijks, en je hoefde de tv maar aan te zetten om te
zien hoe bang iedereen was.
Het was nu echter te laat om iets anders te doen dat dit door te
zetten.
Terwijl ze in de auto voor het hotel zaten te wachten, bedacht
Heather hoezeer haar leven was veranderd sinds Tatiana bij hen
was komen wonen. Matt was nu een week weg; hun relatie was
onherroepelijk beschadigd. ‘Ik wilde dat je had kunnen geloven,’
was het laatste wat Heather tegen hem had gezegd. Sinds het vertrek van Matt waren zij en Tatiana met zijn tweetjes geweest, en
ze had het gevoel dat er een soort verwantschap was ontstaan.
Misschien was dit een glimp van het gezin dat ze ooit samen met
Matt had gehoopt te hebben. Dat gevoel van familie was nu echter
zonder hem gegroeid. In feite was het pas ontstaan na zijn vertrek.
Misschien had de komst van Tatiana Heather iets doen inzien wat
haar anders pas duidelijk zou zijn geworden na jaren ongelukkig
getrouwd te zijn geweest met een man die ze nooit had moeten
huwen.
In zekere zin had het kind haar gered.
De hemel was grijs en bewolkt. Heather draaide zich om en
keek naar Tatiana, die op de achterbank zat. ‘Ben je er klaar voor?’
vroeg ze.
20
Tatiana knikte. ‘Hij zal toch nog wel van me houden?’ vroeg ze.
Heather reageerde door op de achterbank te klimmen en haar
armen om het meisje heen te slaan. ‘Je bent zijn dochter,’ zei ze
met een glimlach. ‘Natuurlijk houdt hij van je. Maar ik wil dat je
weet dat het niet jouw schuld is als hij, nou ja, als hij een beetje
raar doet wanneer hij je ziet, oké? Je moet me beloven dat je daar
niet overstuur van raakt.’
Tatiana knikte. ‘Hij zal toch niet boos op me zijn?’
‘Natuurlijk niet.’ Ze trok het kind dicht tegen zich aan. ‘Je bent
een wonder, Tatiana. Ik weet zeker dat je vader het ook zo ziet. Dat
zou iedere ouder doen. Maar als je ooit bang bent, besef dan dat ik
van je houd. Vergeet nooit dat er iemand is die van je houdt.’
Het meisje sloeg haar armen om Heathers hals.
‘Het komt wel goed,’ zei Heather, en heel even wenste ze dat
Tatiana haar eigen kind was.
Ze hield Tatiana’s hand vast terwijl ze het vertrek binnen liepen.
Toen Tatiana’s vader zijn dochter zag, las Heather een wereld van
opluchting en vreugde in zijn blik. Hij was klein en slank, met een
donkere huid en dik grijs haar. Hij had diepe rimpels in zijn gezicht, die daar te leken zijn geëtst door een leven van zorgen en
spijt, door de last die hij jarenlang met zich had moeten meedragen: dat hij er niet was geweest toen zijn vrouw en zijn dochter
werden vermoord. Heather kon zich slechts een voorstelling
maken van de invloed die dat op een man moest hebben.
Zonder aarzeling liet ze het kind los.
Tatiana en haar vader vielen elkaar lachend en huilend in de
armen en lieten zich samen op de vloer zakken. Hij riep steeds opnieuw haar naam terwijl hij haar tegen zich aan klemde. Hij
streelde haar haar met trillende handen. Hij probeerde zijn blik
21
niet van haar af te wenden, zelfs niet met zijn ogen te knipperen,
alsof dezelfde magische krachten die haar naar hem hadden teruggebracht haar ook weer plotseling van hem af konden nemen.
‘Ik kan u niet genoeg bedanken,’ zei Tatiana’s vader tegen Heather, toen hij eindelijk in staat was om te spreken. Zijn stem
beefde, en hij snufte als een verkouden kind.
‘Het was niets,’ zei Heather, terwijl ze de tranen uit haar ogen
veegde. ‘Ik heb het met alle liefde gedaan. Ze is een engel.’
‘Ja,’ zei de man, terwijl hij zijn blik op zijn dochter liet rusten.
‘Dat is ze.’
Heather aarzelde. Er was nog een vraag die ze wilde stellen, een
vraag die rondzweefde in haar hart. Ze schraapte haar keel, bereidde zich voor om de woorden uit te spreken, maar ze zei niets.
Tatiana’s vader zat nog steeds op de vloer, heen en weer wiegend, zijn dochter in zijn armen geklemd. Ze klampte zich aan
hem vast, alsof hij degene was die was teruggekeerd uit de dood.
‘Je wilt me iets vragen,’ zei de man tegen Heather.
‘Het is niet belangrijk,’ zei Heather, maar haar stem brak, en de
tranen stroomden over haar gezicht.
‘De belangrijkste woorden zijn de woorden die niet worden uitgesproken,’ zei hij, terwijl hij overeind kwam van de vloer. Hij was
ouder en vermoeider dan hij vroeger was, en het kostte hem
moeite om zijn dochter op te tillen en vast te houden zoals hij al
die jaren geleden had gedaan. ‘Er zijn dingen die ik nooit tegen
mijn vrouw heb gezegd. Dingen die ik nooit tegen mijn dochter
heb gezegd. Dingen die ik binnenhield zonder dat ik me daarvan
bewust was. En op een dag waren ze weg, en alles wat ik hun wilde
vertellen, alle verhalen die ik samen met hen had willen scheppen,
waren ook verdwenen.’
22
‘Ik kan het me nauwelijks voorstellen,’ zei Heather, en ze had
meteen spijt van haar woorden.
‘Stel je alle eenzaamheid van de wereld voor,’ zei de man. ‘Zo
is het voor een man om zijn familie kwijt te raken.’ Hij kuste Tatiana’s voorhoofd. ‘Uiteindelijk is dit moment het enige wat ertoe
doet. Dit gevoel. Ik heb mijn dochter terug.’
Hij keerde zich naar Tatiana en glimlachte. ‘Vertel je oude vader
dan nu maar een verhaal, kind. Zijn hart heeft de magie van zijn
dochters stem gemist.’
23
Colofon
Harlequin IBS Thriller
© 2013 Jason Mott
Oorspronkelijke titel: The Sparrow
Vertaling: Karin Jonkers
ISBN 978 94 6199 795 1
Zetwerk e-book: Mat-Zet B.V., Soest
Omslag: Véronique Cornelissen/Catch/Peter Verwey
Originele uitgave verschenen bij Mira Books, Don Mills, Canada
Deze uitgave is uitgegeven in samenwerking met Harlequin Enterprises II B.V./S.à.r.l.
© Nederlandse uitgave: Harlequin Holland
Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de uitgever. Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis
met bestaande personen berust op toeval.
www.harlequin.nl

Vergelijkbare documenten