ATMosfeer editie 1

Commentaren

Transcriptie

ATMosfeer editie 1
M a g a z i n e v a n e n o v e r AT M M o e r d i j k
nr. 1 december 2006
25 jaar afvalverwerking
Oostergasfabriek
Reym Sittard
Van de redactie
V
oor U ligt de eerste uitgave
van “ATMosfeer”.
Wij realiseerden ons dat er
zoveel gebeurt waarbij het bedrijf
betrokken is, dat zelfs ons eigen
personeel niet altijd op de hoogte
is. Ook voor onze klanten en buren is het goed om te weten bij
welke projecten ATM betrokken
is, wat ATM kan, de filosofie achter de installaties en hoe de organisatie opgebouwd is en vooral
wie de mensen zijn die dit alles
voor elkaar weten te krijgen. Het
draait immers om de mensen die
betrokken zijn en serieus omgaan
met afval, ieder in zijn of haar
eigen discipline.
Daarom hebben wij gemeend dat
we hier een speciaal magazine
voor in het leven moesten roepen.
Wij hopen zo iedereen te informeren over ons wel en wee in
afvalland.
Eigenwijs als we zijn willen we ook
informatief zijn door achtergronden over het ontstaan van afval, de
verwerkingstechnieken en de milieu effecten daarvan in dit magazine te verwerken, zodat de lezer
van dit blad er later nog eens naar
teruggrijpt.
De directie bijt in dit nummer de
spits af en verder kunt U lezen over
het jubileum dat onlangs gevierd
is. We laten het moederbedrijf aan
het woord, de scheepsreiniging
komt uitvoerig aan bod, een aantal
projecten passeren de revue en
nog meer interessante zaken, wat
het werken in de afvalbranche zo
leuk maakt. Ook wordt aandacht
besteed aan zaken die van belang
zijn voor buren en omgeving
Als lid van de redactie word je geacht een ruim blikveld te hebben.
Daarom heb ik voor de grap de
afkorting ATM in de zoekmachine
van Google ingetikt. Dat levert
meer dan één miljoen hits op.
Waar veel over te doen is, is de
nieuwe techniek voor supersnelle
netwerken: Asynchronous Transfer Mode. Snelheid van handelen
heeft ATM hoog in haar vaandel
staan.
Ook Amateur Telescope Maker
vond ik wel iets hebben met ons
bedrijf. Wij proberen vooruit te
kijken naar de toekomst, ook al
kijk je met een telescoop eigenlijk
naar het verleden
Automated Teller Machine (=flappentap) associeerde ik met het
feit dat ATM probeert om transparante tarieven voor haar klanten neer te leggen.
Ook de naam van ons blad is op
deze manier ontstaan. Ik stelde
mijzelf de vraag: in welke woorden komen de letters ATM achter elkaar voor. Woorden als
beatmuziek, graatmager, batman,
fosfaatmijn, surrogaatmelk of klimaatmodel spraken niet echt aan.
ATMosfeer was een woord waarmee ik onmiddellijk een link had
met ATM. Onze activiteiten zijn
er immers primair op gericht om
onze leefatmosfeer schoner te
maken.
Wij hopen dat U het blad zult
waarderen en hopen op reacties en ideeën waar wij als
redactie mee vooruit kunnen. Het
is namelijk onze bedoeling om
dit magazine 2x per jaar te laten
verschijnen.
Namens de redactie,
Arno Nijssen
COLOFON
Eindredactie:
Jack Droog
Arno Nijssen
Piet Rolloos
Tel: 0168-389225
Fax: 0168-389270
E-mail: [email protected]
2
Interviews:
Michel van Straten
Vormgeving:
Artfull Media, Rotterdam
www.artfullmedia.nl
[email protected]
Dit magazine is een uitgave van:
ATM
Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V.
Industrieterrein - Seaport M152
Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk
Postbus 30, 4780 AA Moerdijk
Nederland
Druk:
Drukkerij Van der Louw,
Berkel & Rodenrijs
Indien u dit magazine niet wenst te
ontvangen bel, fax of e-mail naar de
redactie.
Afval heeft een
imagoprobleem
I
n de afgelopen maanden zijn er
een aantal voorvallen geweest
waarbij ATM betrokken was en
waarbij we volop in de belangstelling van omgeving, pers en
overheid stonden. Ik doel hierbij
op de stankgolf die in de maand
april, vooral in het dorp Moerdijk,
de gemoederen bezig hield. Verder was er het afval uit het schip
de Probo Koala, dat wel bij ATM
was aangeboden voor verwerking
maar uiteindelijk in Ivoorkust is
gestort. Ten slotte kan onze eigen
“gifschipaffaire”, de Martens 7, ook
nog aan dit rijtje worden toegevoegd.
Eigenlijk drie heel verschillende
zaken, maar zaken die helaas
alledrie een negatief beeld opleveren over ATM en dat komt
vooral doordat alles wat met afval
te maken heeft als negatief wordt
ervaren. Noem het woord afval
en bijna iedereen associeert dat
met vies, stank, rommel, kortom;
iets dat je gauw moet weggooien
en nooit meer terug wilt zien. Dat
geldt ook voor het afval dat elke
dag bij ATM binnenkomt. Of het
nu verontreinigde grond, scheepsafval, afvalwater, slib of verfafval is:
vaak stinkt het, het ziet er niet uit
en kan - bij verkeerd gebruik - ook
nog gevaarlijk zijn. Er is dus weinig
aantrekkelijks aan afval en er kan
ook nog eens hinder door veroorzaakt worden. Het is er echter wel en het moet verantwoord
verwerkt worden en liefst niet te
duur. Het blijft moeilijk om hierover een positief beeld te laten
ontstaan. Voor wat betreft imago
is er een parallel met de dierenwereld te trekken. Ook daar hebben
de opruimers van afval geen goed
imago: aasgieren, hyena’s, mieren
en ratten staan niet hoog op de
“leuke-dieren-ladder”.
Dit imago blijkt bijvoorbeeld
bij de gebeurtenissen rond
het scheepsafval van de Probo
Koala en Martens 7, die in de
media consequent met de titel
“gifschepen” worden aangeduid.
Eigenlijk zijn dit schoolvoorbeelden die het bestaansrecht van bedrijven als ATM benadrukken.
Immers, de affaire met het afval
uit de Probo Koala geeft aan wat
er gebeurt als er geen goede afvalverwerking bestaat, of als daarvan geen gebruik wordt gemaakt.
De Martens 7 is een voorbeeld
van hoe het wel in goede banen
geleidt kan worden.
Dit is echter niet het overheersende beeld dat er bestaat, zo
merk ik ook in mijn eigen vrienden- en kennissenkring. Zelfs bij
de overheid, die toch een zorgtaak voor een goede afvalverwerking heeft, is vaak eerder sprake
van wantrouwen en opsporen van
mogelijke fouten, dan begrip en
medewerking aan efficiënte afvalverwerking in de praktijk.
Door dit imago beschouwen we
het als onze taak om de noodzaak
en wijze van goede afvalverwerking
naar buiten te brengen en vooral
goed te luisteren naar de omgeving. Door open over problemen
en mogelijke hinder te spreken en
daar op te anticiperen willen we u
meer bekend maken met ons bedrijf, wat we al enige tijd doen in
de Burenraad van Moerdijk.
Het uitbrengen van dit magazine
is hier ook een voorbeeld van.
Wij steunen dit initiatief dan
ook van ganser harte. In dit
nummer wordt speciaal voor
omwonenden en buurbedrijven, in twee artikelen, inhoudelijk ingegaan op de hierboven al
genoemde stankgolf in Moerdijk
en het scheepsafval. Mocht dit nog
vragen oproepen of uitnodigen
tot een reactie dan horen wij dat
graag ([email protected]).
Jack Droog,
directeur
Inhoud
2
Van de redactie
3
4
Afval heeft een
imagoprobleem
25 Jaar afvalverwerking
6
Het moederbedrijf
8
Grondreiniging
10
12
Gasfabriek.
Van zegen tot zorg
Sanering Oostergasfabriek
14
Schoon schip maken
16
18
International Slop
Disposal
Reym Sittard
19
Induserve
20
Stankgolf in Moerdijk
22
Gifschepen
23
Nieuwsflits
3
25 jaar afvalverwerking aan
het Hollands Diep
O
nlangs, zonder dat daar veel
ophef over gemaakt is naar
de buitenwereld, heeft ATM haar
25-jarig bestaan gevierd.
Reden dus om terug te blikken
op deze periode, waarin veel gebeurd en veranderd is. Een milieuschandaal vormt het startpunt van
Afvalstoffen Terminal Moerdijk.
Op last van de overheid werd op
de huidige locatie van ATM, de
afvalverwerker Uniser eind jaren
‘70 gesloten. De firma Mourik uit
Groot-Ammers was bereid om
de tanks, die nog vol met afval zaten, te saneren. Een klus die meer
dan een jaar geduurd heeft. Omdat Mourik ook betrokken was
bij de eerste bodemsanering in
Nederland, Lekkerkerk, zagen zij
wel brood in het thermisch reinigen van vervuilde grond. Samen
met de Nederlandse Investeringsbank (NIB) is in juni 1981 ATM door
Mourik opgericht op de huidige
locatie (zie ook oudste foto ATM
terrein). Met een oude, aangepaste
asfaltcentrale om grond te reinigen en een olie-waterscheider om
afvalwater te verwerken is ATM in
1983 opgestart.
4
Vanaf 1985 beginnen de activiteiten
echt vorm te krijgen, maar al spoedig blijkt dat het verwerken van afval een vak apart is en behoorlijk
kapitaalintensief. Na terugtrekking
van de NIB staat Mourik er alleen
voor. Het is echter moeilijk voor
dit bedrijf om de grote investeringen te doen die nodig zijn om het
bedrijf goed te laten functioneren.
Al spoedig moet dan ook surseance van betaling aangevraagd worden; een situatie die ongeveer een
jaar duurt. Waste Management is
in 1988 de reddende engel. Groot
geworden in de USA wil het haar
vleugels uitslaan naar Europa en
de rest van de wereld, ook omdat de Amerikaanse concurrent
BFI hetzelfde doet. Er kan en mag
weer geïnvesteerd worden. Een
grote stap wordt gemaakt op het
gebied van waterzuivering. De
SBR (biologische waterzuivering)
doet zijn intrede. Deze techniek
van batchgewijs (partij voor partij) afvalwater voeden aan een reactor gevuld met biologisch actief
slib (bacteriën), beluchten, bezinken en decanteren wordt veelvuldig toegepast bij de stortplaatsen
die Waste Management in de US
Het terrein van ATM in 1982.
beheerd. Deze techniek werd met
succes geïntroduceerd op de locatie Moerdijk, met dien verstande dat er geen ervaring was met
zwaar vervuild afvalwater. Het
blijkt een succes te zijn, waarbij
15 jaar later de laatste verfijning
werd aangebracht. De stappen bezinken en decanteren zijn in 2003
vervangen door membraanfilters,
zodat het nu een continu proces
(MBR) is geworden.
Begin jaren ‘90 wordt het inzamelen van klein chemisch afval in Nederland politiek een hot item; de
burgers wordt gevraagd het klein
chemisch afval apart in te leveren
en dit blijkt zo succesvol dat er
een tekort aan verwerkingscapaciteit ontstaat. ATM haakt hierop
in door een installatie te bouwen
die verfafval, dat het grootste deel
is van het ingezamelde klein chemisch afval, kan bewerken.
Blikken, kwasten e.d. worden vermalen en gewassen met oplosmiddel. Het blik kan opnieuw gebruikt worden en het oplosmiddel
kan als zgn. secundaire brandstof
ingezet worden bij de verbranding
van chemisch afval. Dit is de enige
activiteit van ATM die nooit een
succes is geworden, mede door
het grote verbruik van oplosmiddelen. Maar ATM zou ATM niet
zijn als hier geen oplossing voor
werd bedacht. Intussen draait al
een aantal jaren de Pyrolyseplant.
Een op zichzelf “oude” techniek,
die vergelijkbaar is met de verderop in dit blad omschreven
gasfabrieken. Onder een tekort
aan zuurstof (lucht) wordt het afval bij 300°C gekraakt en zo van
zijn verontreinigingen ontdaan. De
“oude” techniek, is helemaal door
ATM zelf verder ontwikkeld voor
deze nieuwe toepassing, met al
het vallen en opstaan dat daarbij
hoort.
In dezelfde periode werd ook de
slibverwerking serieus aangepakt.
Na de nodige experimenten met
de kamerfilterpers werd overgeschakeld op decantercentrifuges
met als resultaat dat we nu in
de SOVI grote hoeveelheden slib
kunnen verwerken.
bardeerd tot afval dat thermisch
moet worden verwerkt. Daarom
heeft ATM in 2005 haar capaciteit
bijna verdrievoudigd. Scheepsreiniging en scheepsafval was al die
jaren een constante factor en is
niet meer weg te denken aan het
Hollands Diep. Omdat de Amerikaanse aandeelhouder Waste
Management zich terug trok naar
Amerika, maakt ATM sinds het
jaar 2000 deel uit van de Engelse
afvalverwerker Shanks.
Al met al een bewogen periode en
als je net als de schrijver van dit
verhaal meer dan 20 jaar bij hetzelfde bedrijf werkt, maak je ook
veel mee op het menselijke vlak.
Collega’s die promoveren, die hun
heil elders zoeken, die scheiden,
die vader/moeder worden, die met
pensioen gaan, die ernstig ziek zijn,
maar ook collega’s die overlijden.
Alles wat in een normaal men-
senleven passeert, gebeurt ook bij
ATM. Dat schept een band en die
band maakt een bedrijf sterk.
Tijdens de familiedag, die ter ere
van dit jubileum op 6 juni werd
georganiseerd, zagen we naast
de huidige collega’s ook veel excollega’s met hun familie. Het
organisatiecomité had zijn uiterste
best gedaan om een perfecte entourage neer te zetten en is daar
uitstekend in geslaagd.
Gegroeid van 30 naar 180 werknemers betekende dat er ongeveer
700 volwassenen en kinderen in
de feesttent waren, om te vieren
dat we bij een bijzonder bedrijf
werken of gewerkt hebben, dat in
25 jaar zijn waarde heeft bewezen
voor de samenleving.
Aan het eind van de dag, nadat de
herinneringen opgehaald waren
en iedereen bijgepraat was, kreeg
de directie een schilderij aangebo-
Als laatste was de grondreiniging
weer aan de beurt. Onder invloed
van regelgeving werd teerhoudend
asfalt, dat vervuild is met polycyclische koolwaterstoffen, gebom-
den. De aanwezige kinderen hadden onder deskundige leiding hard
gewerkt om het kunstwerk op tijd
af te hebben. Het schilderij heeft
een prominente plaats gekregen in
het kantoor van ATM.
5
Het moederbedrijf
Onlangs werd ik geconfronteerd
met een mooi initiatief vanuit
ATM. Men zou een magazine gaan
uitgeven en het verzoek aan mij
was om in de eerste uitgave het
moederbedrijf te introduceren.
Wat nu zo typisch is voor Shanks
Nederland, is het zoveel mogelijk
zelfstandig laten functioneren van
onze bedrijven. Lokaal ondernemerschap, daar gaat het om. Wat
wij op het hoofdkantoor in Rotterdam doen, is controle op afstand en een aantal zaken die voor
alle bedrijven van belang zijn onder onze hoede nemen. En uiteraard, het consolideren van de Nederlandse cijfers en de rapportage
daarvan aan onze Engelse moeder.
De oorsprong van de huidige organisatie ligt bij het Amerikaanse bedrijf Waste Management,
dat vanaf het begin van de jaren
tachtig actief werd in Nederland.
In 2000 werden de Nederlandse activiteiten verkocht aan de
Engelse Shanks Group plc., dat een
notering heeft aan de Londense
beurs. Met bedrijven in Engeland,
Nederland en België behoort de
Shanks Group tot de grotere
afvalbedrijven in Europa.
In Nederland, want daar gaan wij
over, is Shanks een toonaangevende afvalverwerker met acht grote
dochterbedrijven en met in totaal
een 30-tal locaties. Recentelijk is
het bedrijf Smink uit Amersfoort
aan de holding toegevoegd, waardoor Shanks nu ook in Nederland
over een stortplaats beschikt.
Deze bedrijven houden zich bezig
met diverse soorten afval. Om er
een aantal te noemen: bedrijfsafval, bouw- en sloopafval, gevaarlijk afval, industrieel afval, asbesthoudend afval, vervuilde grond en
straalgrit.
Door dit brede scala aan milieuactiviteiten kan er in veel gevallen een totaalpakket van diensten
aangeboden worden aan onze
klanten.
Om met dit afval om te gaan zijn
processen nodig die er voor zorgen dat alles in goede banen geleid wordt, waarbij te denken valt
aan: inzameling en transport, sorteren en verwerken, hergebruik
en recycling, industriële reiniging,
waterzuivering, composteren en
milieucalamiteiten oplossen.
Voor de continuïteit is het belangrijk om onderzoek te doen naar
nieuwe verwerkingsmethodieken,
naar optimaal beheer van afvalstromen, maar ook het beheer
van installaties en de engineering
ervan mag niet uit het oog verloren worden.
Wat ik merk is, dat het binnen
Shanks een sport is, om zodanig
met afval om te gaan dat er zo
veel mogelijk gerecycled en hergebruikt kan worden. Slechts de
reststoffen die niet verder inzetbaar zijn, komen als afvalstroom
voor definitieve verwijdering in
aanmerking.
Voorbeelden van hergebruik zijn:
puingranulaat, gereinigde grond,
energiepellets, steenwolgranulaat,
houtsnippers, asfaltgranulaat, pyrolyse met terugwinning van energie, compostering van groenafval
en agrarische afvalstoffen.
Vorig jaar is maar liefst 86% van de
afvalstoffen nuttig toegepast. Dit
is evenals voorgaande jaren een
hoog percentage waar wij best
trots op zijn.
In het jaarverslag van 2005/2006
valt te lezen dat we ruim 1800
werknemers hebben, die samen
Van houtafval tot grondstof voor spaanplaten, welke in Duitsland geproduceerd worden.
6
een omzet realiseren van € 310
miljoen. Met dit jaarverslag kom ik
bij een tweede punt wat heel belangrijk is. De openheid naar buiten toe. Vrij uniek, maar passend
in de visie dat we de buitenwereld
willen laten zien waar we mee bezig zijn.
Door deze open en eerlijke houding, die ook intern gehanteerd
wordt, proef je bij alle bedrijven
dat er een “drive” heerst die er
voor zorgt dat we constant beter
willen worden. Ieder doet dat op
zijn eigen vakgebied en eigen manier. Het eindresultaat van deze
filosofie is dat de Shanks bedrijven tot de marktleiders behoren
doordat ze zich onderscheiden
door een zeer hoog serviceniveau,
bundeling van kennis,
samenwerking en een
grote flexibiliteit.
normale bedrijfstak en niet als iets
wat zich in het duistere circuit
afspeelt, zo vinden wij bij Shanks.
Helaas zijn er nog steeds voorvallen die het negatieve beeld bevestigen.
In ditzelfde kader is het belangrijk
om aan te kunnen tonen dat de
organisaties op orde zijn. Certificering is de manier om dit aan de
buitenwereld te laten zien.
Omdat we een particuliere onderneming zijn, is het toch zaak om het
eind van het jaar met een positief
saldo af te sluiten. Het is dus van
commercieel belang om zo veel
mogelijk afval binnen te halen. Dat
betekent inspringen op trends die
we zien of om zelf trends in gang
Samenvattend zou ik willen stellen
dat de grote kracht van Shanks het
autonoom laten functioneren van
de bedrijven is. Dit samen met een
open en eerlijke benadering leidt
tot een gemotiveerdheid die aanzet tot grote prestaties op gebied
van innovatie, productie, flexibiliteit, kwaliteit, ARBO en milieu.
Al met al is het voor mij erg inspirerend om mensen zo gedreven
met afval bezig te zien.
Wim Besselink,
financieel directeur Shanks Nederland
Productielijn van pellets, die in Zweden als brandstof voor energiecentrales wordt gebruikt.
Een milieubeleid dat voldoet aan
de geldende wet- en regelgeving is
één van de speerpunten van het
beleid van Shanks. In dit kader voldoen wij aan de meest uitgebreide
eisen op milieugebied. Een complianceprogramma zorgt voor blijvende aandacht en verbeteringen
op dit punt. Een onderwerp waar
uit blijkt dat we een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben
naar onze omgeving.
Voor ARBO en veiligheid kennen
we ook een dergelijk zorgsysteem
en er worden jaarlijks doelstellingen geformuleerd die moeten
leiden tot verlaging van het ziekteverzuim en verhoging van veiligheid en werkplezier.
Afval verwerken is een business
die gezien moet worden als een
te zetten. Zo hebben we tegenwoordig een landelijk opererend
commercieel team in het leven geroepen: Shanks National Accounts,
om vooral klanten met meerdere
locaties in Nederland van dienst
te kunnen zijn. Een andere trend
is het bij één leverancier onder
willen brengen van alle afvaltaken.
Dit leidt tot samenwerkingsverbanden zoals Induserve (speciaal
voor Shell Benelux) en RnnShanks
(Rnn - Recycle Nederland Netwerk).
7
Grondreiniging: Nederland
schoner dankzij afval!
H
et reinigen van grond is de
wieg van ATM geweest. Toen
in 1980 in Lekkerkerk de eerste bodemsanering in Nederland
speelde, werd duidelijk dat er nogal wat plaatsen met bodemverontreiniging bestonden en dat het
opruimen ervan een belangrijk milieuthema zou worden. Het bedrijf
Mourik uit Groot-Ammers was
de aannemer die in Lekkerkerk
de sanering heeft uitgevoerd en
toen begreep dat die grond ook
moet worden schoongemaakt. In
1981 werd door Mourik het oude
Uniser-terrein in Moerdijk gekocht en werd ATM opgericht om
daar grond te gaan reinigen. Sinds
1985 is grondreiniging een van de
hoofdactiviteiten op het terrein
aan de Vlasweg.
Grondreiniging is een thermisch
proces, wat betekent dat de vervuiling door verhitting uit de
grond wordt gebrand en vervolgens wordt vernietigd. De installatie heet daarom de Thermische
Reinigings Installatie, ofwel TRI.
De eerste installatie, die in 1985
in gebruik werd genomen, was
een aangepaste asfaltinstallatie.
Het principe van deze installatie, een draaiende trommeloven,
wordt nog steeds gebruikt. In de
20 jaar dat ATM nu grond reinigt
is er, met vallen en opstaan, veel
geleerd en zijn er op drie aspecten
grote verbeteringen aangebracht.
Dat zijn de storingsgevoeligheid,
de productiehoeveelheden en de
rookgasbehandeling. Hieronder is
de huidige TRI schematisch weergegeven.
De verontreinigde grond wordt
met twee voedingsbunkers en een
aantal transportbanden naar de
draaitrommel van vijftig meter lang
en vijf meter doorsnee gebracht.
Aan beide zijden van de trommel is een oliebrander aanwezig,
waarmee de verontreinigde grond
wordt verhit tot ongeveer 500°C.
Bij deze temperatuur verdampen
alle verontreinigingen, die vervolgens uit de trommel worden afgezogen naar de rookgasreiniging.
Deze rookgasreiniging is eigenlijk
het grootste deel van de installatie en bestaat allereerst uit een
naverbrander, waarin alle organi-
sche verontreinigingen helemaal
worden verbrand. Daarna gaat het
uitgebrande rookgas door diverse
koelers, stoffilters en gaswassers,
die ervoor zorgen dat de emissie aan milieuschadelijke stoffen
uit de schoorsteen voldoen aan
de strenge Europese Richtlijn Verbranden van Afvalstoffen.
De vervuilende stoffen uit deze
rookgassen komen in het zogenaamde
rookgasreinigingresidu
terecht, dat naar een stortplaats
wordt afgevoerd. De hoeveelheid
daarvan is minder dan 1% van
de totale hoeveelheid grond die
wordt gereinigd; 99% van de grond
wordt dus teruggewonnen en kan
weer worden hergebruikt.
Het verlagen van de emissies naar
de lucht is vooral de afgelopen 10
jaar een groot aandachtspunt geweest, waarvoor grote investeringen noodzakelijk waren. Voor alle
stoffen die via de schoorsteen naar
buiten gaan geldt dat deze tegenwoordig 10 tot 20 keer lager zijn
dan 10 jaar geleden en bovendien
worden die nu continu gemeten.
De gereinigde grond wordt aan
het eind van de draaitrommel met
behulp van een zeef gescheiden in
een puinfractie en een zandfractie, die beide worden gekoeld met
water voordat ze uit de installatie
komen.
Om het proces gaande te houden
is brandstof nodig. Deze brandstof
komt voor een groot deel vrij in
de andere afvalverwerkingsinstallaties van ATM. Bij het kraken
van afval in de pyrolyse-installatie
komt een brandbaar gas vrij.
Bij de slibverwerking en bij het
splitsen van olie/water mengsels,
komt afvalolie vrij. Deze afval-
8
olie en het pyrolysegas worden
als brandstof gebruikt. De grond
wordt dus gereinigd door brandstof die teruggewonnen wordt uit
afval!
Sinds 2005 wordt uit de hete
rookgassen ook nog eens warmte
teruggewonnen om er stoom van
te maken, die dan weer als verwarmingsbron gebruikt wordt bij
andere verwerkingsprocessen.
Al met al dus een grote installatie
die volcontinu in bedrijf is, afgezien
van één of twee weken per jaar die
nodig zijn voor groot onderhoud,
dat ook in 24-uurs diensten wordt
uitgevoerd. Door de hoge mate
van procesautomatisering wordt
de installatie met drie mensen per
ploeg bedreven; twee man om het
proces en de emissies te bewaken
en één man op de shovel, die de
voeding van de installatie en afvoer
van gereinigde grond verzorgt.
Werd aanvankelijk alleen verontreinigde grond in de TRI verwerkt,
sinds 2003 worden ook grote
hoeveelheden teerhoudend asfalt,
afkomstig van oudere asfaltwegen
en zanderig afval zoals veegvuil,
riool- en gemalenslib, etc. schoongemaakt. Was de productie in de
beginjaren 60.000 ton/jaar, tegenwoordig is 900.000 ton/jaar normaal. Hiervan komt ca. 15% uit het
buitenland.
Dit betekent ook een grote logistieke operatie waarover we in een
volgende editie van ons blad uitgebreid zullen berichten.
De gereinigde materialen worden
door een onafhankelijk bureau uitgekeurd, volgens de richtlijnen van
het Bouwstoffenbesluit, waarna de
uitgezeefde grindfractie toegepast
wordt in de asfaltproductie en
de zandfractie gebruikt wordt in
allerlei spoor-, weg- en waterbouw
projecten.
9
Gasfabriek:
van zegen tot zorg
10
O
p de volgende pagina’s wordt
de sanering van de Oostergasfabriek in Amsterdam besproken. Veel oudere mensen kennen
de naam gasfabriek wel, maar wat
er daadwerkelijke gebeurde en
waarom deze terreinen gesaneerd
moeten worden is minder bekend.
Daarom hieronder een korte uitleg over wat er gebeurde in een
gasfabriek. Dat dergelijke fabrieken ook mooi konden zijn moge
blijken uit onderstaande foto van
gasfabriek Kralingen. Een stuk industrieel erfgoed, wat soms een
nieuwe bestemming heeft gekregen, maar in de meeste gevallen is
verdwenen.
Daartoe werden fabrieken gebouwd (in Nederland ca. 240) die
het zogenaamde stadsgas produceerden.
In de grote steden werd begonnen
(Amsterdam 1825), maar weldra
verschenen ze ook op het platteland, waar ze vaak gezichtsbepalend voor de dorpen waren (bijv.
Oudenbosch, Klundert, Etten-Leur,
Steenbergen, Roosendaal, Bergen
op Zoom). In eerste instantie
werd het gas gebruikt voor de
verlichting van fabriekshallen, later
ook als straatverlichting en voor
huishoudelijk gebruik. Tot zover
de zegen van de gasproductie.
De ontdekking van de gasbel bij
Dat bij de verhitting zonder lucht
(droge destillatie) van steenkool
brandbare gassen vrijkwamen
was al lang bekend. Reeds in 1785
verlichtte de Maastrichtenaar
Minckelers, professor in Leuven,
één keer per jaar de studiezaal
met lichtgas. Ten tijde van de industriële revolutie (ca.1800) ontstond de behoefte aan een langere
daglengte in de fabrieken. Met verlichting kon men immers langer
werken, meer produceren, meer
winst behalen en meer welvaart
voor de gewone man realiseren.
Slochteren rond 1960 betekende
het einde van deze oude technologie, al duurde het nog tot 1969
voor de laatste gasfabriek buiten
bedrijf werd gesteld. Hier begint
de zorg om de gasfabriekterreinen.
Gasfabrieken zijn gebouwd volgens toenmalige technologie en
inzicht, wat betekent dat er weinig
tot geen aandacht was voor het
afval; dat werd gewoon op het terrein begraven.
Uitgaande van één ton kolen
werd 200 m3 stadsgas (mengsel
van waterstof, methaan en koolmonoxide) geproduceerd. Bij een
dichtheid van 0.5 kg/m3 is er dus
bijna 900 kg restproduct. De benaming cokesfabriek zou beter op
zijn plaats zijn geweest, want het
merendeel van de steenkool werd
dus gebruikt onder de naam cokes
als brandstof voor b.v. hoogovens
of eierkolen en briketten (cokesstof met pek) voor huishoudelijk
gebruik. De meest kwalijke stoffen kwamen vrij bij het zuiveren
van het gas: naftaleen, benzeen,
cyanide, zwavel en teer.
Het schema uit een scheikundeboek van 1927 laat zien welke
stappen er te onderscheiden zijn.
Oven
In de ovens werd de steenkool
zonder zuurstof (droge destillatie of pyrolyse genoemd) verhit
tot ca. 1200ºC. Na verloop van
tijd moesten de ovens leeggehaald worden, waarna het restant
(cokes) werd gebruikt als brandstof (o.a. voor de eigen ovens).
Afhankelijk van de gebruikte
steenkoolsoort duurde het langer
of korter voordat dit moest gebeuren.
Dompelvat
Door de hoge temperatuur vond
ook ontleding van stikstofverbindingen plaats en verdampten de
zwaardere fracties. In het dompelvat werden deze zware teerfracties afgevangen, om afgevoerd
te worden naar de teerput elders
op het terrein, samen met het zgn.
gaswater, wat eigenlijk een oplossing was van ammoniak.
De teer werd elders verder gedestilleerd, terwijl het ammoniakwater
werd verkocht (o.a. als onkruidverdelger!). Vanaf het moment dat
de toepassing van kunstmest een
feit was, werden gasfabrieken uitgebreid met een ammoniakfabriek,
waar o.a. ammoniumsulfaat, ammoniumchloride en ammoniumcarbonaat werden bereid. Ook werd
het gaswater direct als kunstmest
gebruikt.
Gaszuivering
Bij het zuiveren van het gas zijn
drie stappen te onderscheiden. Het
gas werd na het dompelvat eerst
door de zgn. Pelouze geperst; een
systeem van dunne spleten in een
ketelwand (in het schema linksonder op het “blok” bij de gaszuivering). Op deze wand zette zich het
teer af. Was de ketel vol dan werd
die geleegd in de teerput.
Vervolgens werd het gas via verschillende soorten gaswassers ontdaan van benzeen en naftaleen. De
inhoud van deze gaswassers werd
of opnieuw in de oven gebracht of
werd elders gebruikt voor verdere
destillatie. Als laatste moest het
gas ontdaan worden van zwavel
en cyanide (gevormd in de ovens
door reactie van koolstof met stikstof). Dit gebeurde in zgn. zuiveringskisten die gevuld waren met
ijzerhydroxide, ook wel ijzeraarde
genoemd. In deze kisten wordt H2S
gebonden als ijzersulfide en wordt
zwavel gevormd.
2 Fe(OH)3 + 3H2S => 2 FeS + S + H2O
Bij de reactie wordt een gedeelte
van het ijzer gereduceerd zodat
Oven
Dompelvat (teerput)
het kan reageren met cyanide tot
Fe(CN)2.
Door omwoelen (reactie met
zuurstof) werden de kisten geregenereerd, waarbij meer zwavel
ontstond.
4 FeS + 3 O2 + 6H2O => 4 Fe(OH)3 + 4S
Na verloop van tijd werd de inhoud van deze kisten over het
fabrieksterrein uitgespreid, soms
over het hele terrein soms op
een vaste plaats. Een enkele keer
werd het verkocht zodat de cyanideverbinding “Berlijns Blauw”
(ontstaan tijdens het regenereren)
gebruikt kon worden als kleurstof.
Ook kwam het voor dat het werd
verkocht aan zwavelzuurfabrieken.
Het zwavelgehalte kon na een aantal malen regenereren oplopen tot
40%.
Gashouder
Het gas was nu dusdanig gezuiverd
dat het naar de gashouder afgepompt werd, waar het op water
opgeslagen werd. Afhankelijk van
de samenstelling werd de kwaliteit verbeterd door toevoeging
van extra gas met hoge calorische
waarde. Dit noemde men carbureren.
Door verbetering van de processen werd de hoeveelheid afval in
de loop der tijd weliswaar kleiner,
maar de omgang ermee (begraven
op het eigen terrein) bleef onge-
Gaszuivering (carburatie)
Gashouder
wijzigd. Vandaar dat de grond van
gasfabrieken vooral verontreinigd
is met teer, zwavel en cyanide. De
gevaren c.q. milieubezwaren van
deze stoffen werden steeds duidelijker en daarom is vanaf ca. 1990
met de sanering van dergelijke
terreinen begonnen. Een andere,
niet onbelangrijke factor was dat
deze fabrieken inmiddels midden
in stad of dorp waren gelegen en
de terreinen nodig waren voor
woningbouw.
Het principe van droge destillatie
is niet helemaal in de ban gedaan.
Door het toenemende gebruik
en afnemende voorraden van olie
en gas stijgen de prijzen van deze
producten. Dit heeft er toe geleid
dat steenkool, wat wereldwijd in
ruime mate aanwezig is, weer een
interessante optie is geworden
voor elektriciteitscentrales.
In feite beleeft de gasfabriek zo
zijn wedergeboorte, alleen heet
het nu kolenvergassing en is het
productieproces
technologisch
sterk verbeterd, waarbij met het
gevormde afval zorgvuldiger wordt
omgegaan. Een grote kolenvergasser is gebouwd in het Limburge
Buggenum, terwijl Nuon een 5x
zo grote installatie in de Eemshaven gaat neerzetten, die zowel op
kolen, biomassa als gas gestookt
kan worden.
Er is meer technische informatie
te vinden op www.gasfabrieken.nl
11
Koen Ruiter (DHV) over
de sanering van het
Oostergasfabrieksterrein:
‘Met een eerlijk
verhaal is er
eerder begrip
voor elkaar’
Door Michel van Straten
W
anneer je in het Amsterdamse stadsdeel Watergraafsmeer/Oost vanaf de Linnaeusstraat de Polderweg inslaat, denk
je even dat je tegen een modern
festivalterrein aanloopt. Het beeld
wordt bepaald door meterslange
schuttingen die vrolijk versierd zijn
met graffiti. Halverwege de Polderweg staan bovendien nog een aantal roodfluwelen, goudkleurig ombiesde vlaggen. Dus toch? De vlaggen blijken de weg te wijzen naar
een feestzaal/disco, die gevestigd is
in een oud metergebouw, één van
de overblijfselen van de voormalige Oostergasfabriek. Inmiddels
is dan wel duidelijk wat er daadwerkelijk op het tien hectare grote
terrein gaande is.Vanaf najaar 2004
is men daar bezig met de bodemsanering en herontwikkeling van
het Oostergasfabrieksterrein/Polderweggebied. Bij de kengetallen
hoort het afvoeren van meer dan
100.000 kubieke meter vervuilde
grond naar ATM. Er wordt naar
gestreefd om het gebied in 2010
12
schoon en met een nieuwe stedelijke bestemming op te leveren.
,,Soms krijg ik een telefoontje van
de mensen uit Moerdijk met de
vraag waar de vrachtwagens met
grond blijven,’’ vertelt Koen Ruiter
van advies- en ingenieursbureau
DHV. ,,Dat heeft natuurlijk alles
met hun planning en capaciteit te
maken. Maar vaak moet ik dan zeggen, dat de boel hier weer even stil
ligt. En dat heeft meestal te maken
met de complexiteit van deze sanering. Op en aangrenzend aan het
terrein vind je een zwembad, een
disco, een snooker- en squashcentrum, een dierenasiel, een sporthal,
een drukke winkelstraat, een grote
scholengemeenschap (Montessori
College Oost, red.) en ook nog
eens een woonwijk. Komt er een
gerede klacht over overlast, dan
moeten we meteen stoppen. Het
kan ook een technisch probleem
zijn. In de bodem zijn we tal van
funderingsresten, leidingen en olietanks tegengekomen, waar niemand iets meer van wist.’’
DHV doet in opdracht van het
Project Bureau Bodem van de gemeente Amsterdam de directievoering van én het toezicht op de
bodemsanering van het Oostergasfabrieksterrein. ,,Het project is
om meerdere redenen complex,’’
vervolgt Ruiter. ,,Los van de omwonenden heb je te maken met
tal van instanties die bij het project betrokken zijn. Het is extra
ingewikkeld, omdat sanering en
herontwikkeling elkaar deels overlappen. Straks gaat er aan de ene
kant gebouwd worden, terwijl
we aan de andere kant nog aan
het saneren zijn.’’ Een niet volledige opsomming van betrokkenen:
projectbureaus, de aannemer, projectontwikkelaars, architecten, de
(deel)gemeente, Beschermingsgroep Omgeving en niet te vergeten de GGD als onafhankelijk
toezichthouder op de luchtkwaliteit. De GGD meet 24 uur per
dag de luchtkwaliteit en fungeert
daarnaast als schakel naar de
bewoners, wanneer het om
gezondheidsvragen gaat.
Communicatie
,,Eigenlijk ben ik dus de hele week
aan het praten,’’ overziet Ruiter
de kern van zijn werkzaamheden.
,,De zaken op elkaar afstemmen.’’
De DHV-ingenieur hecht daarbij vooral grote waarde aan een
heldere communicatie naar de
omgeving, oftewel het omgevingsmanagement. ,,De mensen hebben niets aan loze beloftes. Vertel
steeds helder waar je mee bezig
bent, vertel de waarheid. Vooral
de bewoners van de aangrenzende
Tuinwijck hebben behoorlijk wat
overlast; van emissies, van stof, van
parkeerproblemen, van trillingen
en van geluid. Maar met een eerlijk
verhaal is er eerder begrip voor
elkaar.’’
Koen Ruiter noemt nog een reden,
waarom de sanering van het Oostergasfabrieksterrein zo complex
is. In de directiekeet wijst hij op een
luchtfoto van het gebied. Het is als
het ware een schiereiland tegen de
binnenstad aan. Het terrein is voor
autoverkeer slechts via de Polderweg, een zijstraat van de drukke
Linnaeusstraat bereikbaar. Vandaar
dat er op de hoek Linnaeusstraat/
Polderweg ook voortdurend verkeersregelaars klaar staan om het
verkeer in goede banen te leiden.
De hand van Ruiter gaat vervolgens langs de spoorwegtracés die
het gebied aan de noordelijke en
aan de oostelijke zijde begrenzen.
Aan de zuidzijde wordt het Oostergasfabrieksterrein van de stad
geïsoleerd door de Ringvaart.
,,Door de veelheid aan problemen
die we tegenkomen binnen het
project, kunnen we er uiteindelijk
ook veel van leren.Voor in de toekomst, maar ook nu reeds,’’ vindt
Ruiter. ,,Aanvankelijk werkten we
vrij star volgens het opgezette
integrale projectplan. In dat plan
werkten we, zeg maar, van A naar
B. Kwam er een kink in de kabel,
dan moest iedereen op iedereen
wachten. Gaande de sanering zijn
we in deelprojecten gaan werken,
waardoor we nu flexibeler met
gewijzigde omstandigheden om
kunnen gaan. Ligt er iets stil, dan
kan een andere activiteit nog wel
doorgaan.’’
Historie
De Oostergasfabriek is van 1885.
De uit Engeland afkomstige Imperial Continental Gaz Association
begint dan met de bouw van hoge
schoorstenen, een watertoren en
gashouders. In de loop der jaren
komen daar verschillende bijgebouwen bij. In 1898 neemt de Gemeente Amsterdam de gasfabriek
over. Door de kolenschaarste
ín 1917 - steenkool is dé grondstof voor gasfabricage - verdwijnt
de gasgloeilamp uit het Amsterdamse straatbeeld. Voor de openbare verlichting gaat men over
op elektriciteit. In 1921 wordt de
gasproductie gestaakt. De grond
is dan al behoorlijk verontreinigd
door stoffen als benzeen, naftaleen en cyanide. De fabriek krijgt
tot de komst van het aardgas nog
een distributiefunctie, maar veel
fabrieksgebouwen krijgen door
de jaren heen een andere bestemming (variërend van remise tot
broodfabriek) of worden gesloopt.
Ook de nieuwe gebruikers vervuilden de grond met vooral minerale
olie.
De reden om tot sanering over te
gaan was tweeledig: in het centrum
van de stad kon niet alleen een
levendige wijk ontwikkeld worden,
maar tevens kon het gevaar afgewend worden dat de bodemvervuiling zich richting de lager liggende
Watergraafsmeer zou verplaatsen.
Koen Ruiter loopt nog even naar
de luchtfoto en wijst op de met
een markeerstift aangegeven vlekken die met de gemeten bodemverontreiniging corresponderen.
Er is al een vlek die voor een deel
de Ringvaart overlapt.
,,Aanvankelijk maakten we kuipen
met behulp van damwanden die
royaal om de geconstateerde vlek
werden geslagen,’’ verhaalt Ruiter.
,,Later zijn we daar van afgestapt.
Nu zitten we meer bij de kern van
de vlek en isoleren we de grond,
waar we niet bij kunnen komen.
Het is ook vaak noodzakelijk, omdat we heel dicht op bebouwing
zitten. Het slaan van damwanden
brengt daar te veel bouwtechnische risico’s met zich mee.’’
Van de afgevoerde grond is al zo’n
15.000 kubieke meter thermisch
gereinigd teruggekomen van ATM.
,,Nee, niet alle grond komt retour,’’
verduidelijkt Koen Ruiter. ,,Bij de
herontwikkeling van het gebied
komen ook parkeergarages en kelderruimten. Op die plaatsen hoeft
dus geen grond terug.’’
Gewild
Het Oostergasfabrieksterrein belooft een gewilde locatie te worden. Op het terrein komen 500
woningen, alsmede het nieuwe
stadsdeelkantoor. De gespaarde
restanten van de gasfabriek krijgen
of behouden hun openbare functie.
Zo wordt de op de restanten van
een gashouder gebouwde sporthal
omgebouwd tot het Huis van de
Dans, krijgt de ammoniakfabriek
(nu nog dierenasiel) waarschijnlijk een horecabestemming evenals het voormalige huis van de
assistent-ingenieur (nu nog politiebureau) en wordt het Sportfondsenbad (gevestigd in de koolgasstokerij) uitgebreid tot multifunctioneel sportcomplex. De eerste
opleveringen zijn gepland in 2008.
Koen Ruiter hoopt wat dat betreft
op een aantal ‘gunstige winters’ om
op schema te kunnen blijven. ,,In de
winter zijn de weersomstandigheden meestal het gunstigst om flink
op te schieten. De emissie is dan
wat lager en doorgaans is er ook
meer wind, waardoor de overlast
stukken minder is.’’
Na een gesprek van een uur zit
de tijd van Koen Ruiter er weer
op. Er wacht nog een vergadering.
Ook bij het afscheid nemen vertelt de DHV’er nog enthousiast
door. Het kan niet anders of met
gedreven mensen als Ruiter moet
het project rond het Oostergasfabrieksterrein tot een goed einde
gebracht kunnen worden.
13
Schoon schip maken!
minder gewassen hoeft te worden.
Bij hoge waterstanden mag er niet
altijd gevaren worden.
S
inds jaar en dag worden aan
de steiger van ATM slops
(=ladingsrestanten afkomstig uit
pompen en leidingen) afgegeven
en schepen gereinigd. Voor de reders is het een noodzakelijk oponthoud, waar men het liefst zo
weinig mogelijk tijd en geld aan
wenst te besteden. Aan ATM dus
de uitdaging om snel en relatief
goedkoop de schepen af te handelen. Gezien het aantal schepen,
1500 per jaar, dat aan het Hollands
Diep bij ATM aanmeert, doen we
dat met succes.
Sommige schepen zijn binnen een
uur weer vertrokken; zij geven alleen slobs af en/of zijn zelfwassers.
Andere schepen liggen een paar
uur tot een dag aan de steiger en
sommige zelfs een week. Dit zijn
meestal stookolieschepen waar
veel schepwerk aan te pas komt.
Er worden verschillende wasprogramma’s gebruikt die afhankelijk
14
zijn van de lading die het schip
heeft vervoerd. ATM heeft de status van Haven Ontvangst Installatie, wat zoveel wil zeggen dat alle
(vloeibare) scheepsafvalstoffen bij
ATM afgegeven kunnen worden.
Hoe dit alles in goede banen wordt
geleid vroegen we aan Danny van
Leeuwen, het gezicht van ATM op
scheepvaartgebied.
“Als je in aandelen wilt handelen,
moet je op de juiste momenten inen uitstappen, daarbij is het aantal
schepen dat komt wassen en afgeven een mooie graadmeter” zegt
Danny lachend. Een conjunctuurgevoelige bezigheid dus. Gaat het
goed met de economie, dan komen
er veel schepen. Ook het weer in
Midden-Europa speelt een rol. Bij
weinig regen is de waterstand in
de Rijn laag en kunnen de schepen
niet vol geladen de Rijn afzakken,
dit leidt tot meerdere reizen met
hetzelfde product, waardoor er
Dat vloeibare scheepsafvalstoffen een serieuze aangelegenheid
is moge wel blijken uit de recente
affaire met de Probo Koala, die
scheepsafval in Ivoorkust dumpte.
Metingen verrichten en goed ventileren zijn zaken die van levensbelang zijn als een tank betreden
moet worden, volgens Danny. Dus
niet iets waar je laconiek over
moet doen. Je ziet immers niets
gebeuren als een tanker aan de
steiger ligt, dus lijkt het alsof het
om een simpel, ongevaarlijk klusje gaat. De mensen die dit werk
uitvoeren zijn dan ook speciaal
getraind om dit werk veilig, goed
en efficiënt te doen. Het plaatsen van de zgn. butterwaskop (zie
foto) dient nauwkeurig te gebeuren, omdat anders in de 20 minuten die een wascyclus duurt niet
alle delen van de tank even goed
gereinigd worden.
Als we Danny vragen wat er met
de afvalstoffen gebeurt, luidt het
antwoord: “Heb je even”. Net als
Butterwaskop.
het cleanen is ook dit een complexe zaak. Er worden monsters
genomen, die door ons laboratorium worden geanalyseerd, zodat
we weten wat we in huis halen.
Door onze jarenlange ervaring
kunnen we aan de hand van sloplijsten en ladingsbrieven van tevoren inschatten wat we kunnen
verwachten. Als de analyseresultaten bekend zijn kan bepaald worden welke verwerkingsmethode
toegepast moet worden en kan
het materiaal in een daarvoor
bestemde tank aan wal gepompt
worden en start de verwerking.
Hier zijn alle installaties van ATM
bij betrokken. Sedimenten worden verwerkt via de SOVI (Slib
Ontvangst & Verwerking Installatie), water via de biologische waterzuivering, niet wateroplosbare
ladingsrestanten worden gebruikt
als brandstof voor de grondreiniging en als laatste wordt het vaste
afval verwerkt in de pyrolyseplant.
“Het is allemaal ingewikkelder dan
dat ik hier vertel” meldt Danny,
elke lading is immers toch net
even anders. Niet elk schip is hetzelfde gebouwd en vraagt dus om
zijn eigen aanpak bij reiniging.
Regelmatig komen er schepen
waar een certificaat voor nodig is
na reiniging. Schepen met schade,
die gesloopt gaan worden of die
naar de werf toe moeten voor
onderhoud en dus gasvrij moeten
zijn. De controle en uitgifte van de
bijbehorende certificaten laten we
over aan surveybedrijven, die daarin gespecialiseerd zijn. Wordt een
certificaat afgegeven, dan betekent
het dat wij ons werk goed hebben
uitgevoerd. Een ladingscontroleur
wordt ingeschakeld om te beoordelen of het schip schoon genoeg
is voor de volgende lading. Dit gebeurt meestal op initiatief van de
opdrachtgever van de rederij.
ovens in Belgie en Frankrijk en aan
de verbrandingsinstallaties voor
chemisch afval in Duitsland, die
deze stromen wel kunnen en mogen accepteren”.
Verder worden de steigerfaciliteiten gebruikt door bilgeboten
voor de afgifte van ingezamelde
bilge. Bilge is het water dat via de
schroefas onderin de machinekamer terecht komt en verontreinigd is met vet uit de schroefas en
smeerolie van de machinekamer.
Bilgeboten nemen dit water in,
meestal terwijl zij meevaren met
het schip.
Als een klant een grote partij afvalwater heeft, wordt vaak besloten om dit per schip naar ATM te
transporteren. Het komt de laatste jaren ook regelmatig voor dat
vervuilde grond in schepen wordt
aangevoerd. Die lossen dan elders op het industrieterrein, maar
komen wel voor de steiger om
schoon te maken.
“Alles bij elkaar kan het soms een
drukte van belang zijn aan de steiger” merkt Danny op en dan is het
belangrijk om goed te plannen en
regelmatig overleg te hebben met
de steigeroperator.
Om de capaciteit te vergroten
hebben we een tweetal jaren geleden de steiger uitgebreid, zodat
we meer schepen tegelijkertijd
van dienst kunnen zijn.
Er kunnen nu schepen terecht
tot een lengte van 135 meter en
met een maximale diepgang van 7
meter.
De productie van warm water en
stoom hebben we vorig jaar aangepast, zodat we minder brandstof
gebruiken en dat is milieuvriendelijker. Voorheen hadden we een
aparte stoomketel, die op olie
gestookt moest worden, tegenwoordig maken we stoom met de
restwarmte van de grondreiniging.
We gebruiken de stoomketel nu
alleen nog als de grondreiniger stil
ligt voor onderhoud.
Het van tevoren tanks inspecteren van schepen, om vast te kunnen stellen hoeveel tijd we nodig
zullen hebben voor de reiniging en
uiteraard om een offerte af te geven aan de klant, behoort tot mijn
taak, evenals de hele verdere commerciële afhandeling. ATM meldt
de schepen aan bij de havenautoriteiten en betaalt de havengelden.
Een stukje service, waar ook het
flushen met stikstof en soms het
leveren van kleine hoeveelheden
gedemineraliseerd water bij horen; dat doen we nagenoeg tegen
kostprijs. De GSM rinkelt als we
afscheid nemen van Danny, waarbij we nog net opvangen dat het
reinigen van een schip van DCPD
een aantal uren opschuift en dat
het wel nachtwerk kan worden.
Geen probleem volgens Danny:
“Wij staan 24 uur per dag, 7 dagen
per week en 365 dagen per jaar
klaar om schepen te ontvangen”.
Wat gebeurt er nu als ATM het
materiaal niet kan verwerken?
Danny: “Wij hebben contacten
met diverse andere afvalverwerkers, denk daarbij aan de cement-
15
‘Allebei zijn we
probleemoplossers’
Barend Sleeuwenhoek (International Slop Disposal BV) koestert de band met ATM
Door Michel van Straten
V
oor wie nog TomTom-loos
door het leven gaat, is het
even zoeken om de bedrijfslocatie
van International Slop Disposal BV
(ISD) in het Botlekgebied in het vizier te krijgen. Zoeken is een groot
woord, want met de havennummering is ondanks de wirwar van
wegen, spoorlijnen, havens en kanalen elk plekje in het havengebied
te vinden. Het bedrijf, gevestigd op
het terrein van de Service Terminal Rotterdam aan de Torontoweg
20 (havennummer 4540), ligt vanaf
de landzijde enigszins verscholen
achter loodsen en opslagtanks.
Eénmaal bij de portier van het bedrijfsterrein is het meteen safety
first. Naam, handtekening, kenteken van de auto, nummer van het
rijbewijs, tijd van binnenkomst: het
wordt allemaal genoteerd op het
bezoekersformulier. Het bezoek
wordt telefonisch aangekondigd bij
ISD en de slagboom gaat open. De
portier haast zich nog te zeggen:
,,En vergeet u straks niet om u bij
vertrek weer even af te melden.’’
16
International Slop Disposal BV is
in het Rotterdamse havengebied
(maar soms ook daarbuiten) een
belangrijke speler op het gebied
van het inzamelen van vloeibare
scheeps- en ladinggebonden afvalstoffen. Of het nu om drab uit de
machinekamer gaat, om waswater,
chemicaliën, vuilnis, ballastwater of
septicwater; ISD staat 24 uur per
dag klaar om het in te zamelen of
om voor reiniging te zorgen. Ook
bij calamiteiten biedt het bedrijf
zijn diensten aan.
Het ‘zenuwcentrum’ van ISD is
gevestigd op de eerste etage van
een kantoorpand aan de Tweede
Werkhaven, waar het bedrijf ook
over een kadelengte van 700 meter beschikt plus een vijftal afvalstations. De kade biedt een
ligplaats aan klanten en is tevens
de thuishaven van de inmiddels al
acht schepen tellende vloot. De
schepen zoeken de klanten op in
het havengebied en voeren het afval vervolgens af. De schepen van
ISD meren geregeld aan bij ATM.
Meer dan negentig procent van
wat de International Slop Disposal
BV inzamelt, wordt uiteindelijk in
Moerdijk afgeleverd.
Service
Op kantoor is het blijkbaar altijd
spitsuur. Aan alle kanten wordt
druk getelefoneerd. De telefoontjes komen van alle kanten. Het
zijn vooral scheepsagenten, rederijen, en charteraars die tot afspraken proberen te komen. Soms zijn
het verzekeringsmaatschappijen,
die na een schadegeval de boel
opgeruimd willen hebben. Barend
Sleeuwenhoek (36) doet drie dingen tegelijk. Hij biedt even hulp
aan een medewerker die tegen
een probleempje aanloopt, staat
iemand te woord via de telefoon
en houdt tegelijkertijd zijn eigen
beeldscherm in de gaten.
,,Ach, wat heet druk. Hier zijn we
niet anders gewend. Wij willen het
waarmaken om 365 dagen per jaar
24 uur per dag voor onze klanten
klaar te staan en dan is dat één
van de consequenties,’’ stelt Sleeuwenhoek nuchter vast. Om rustig te kunnen vertellen, zet hij uit
voorzorg zijn mobieltje toch maar
even uit. ,,Ook wanneer ik op zaterdagmiddag op het voetbalveld
te vinden ben, blijf ik bereikbaar,’’
bekent de inwoner van Ouddorp,
die ontspanning vindt als assistenttrainer bij een zaterdagderdeklasser. ,,Niet dat ik dan zelf achter
elke klus aan moet. Die hoge mate
van servicegerichtheid kan alleen
maar met een team dat daar net
zo over denkt. De medewerkers
zijn uit hetzelfde hout gesneden en
nemen op hun beurt genoeg van
me over.’’
Sleeuwenhoek vervolgt: ,,We zijn
niet alleen altijd bereikbaar, maar
bieden onze klanten ook een totaalpakket. We kunnen naar de
klant toe om het afval in te nemen,
maar wanneer het de klant zo uitkomt, is er hier ook een ligplaats.
Het kan voor een klant wel eens
voordeliger zijn of beter uitkomen
om hier een dagje bij ons aan de
kade te liggen. Daarnaast zijn we
uitermate flexibel met onze inzet.
We kunnen onze eigen schepen
benutten, maar desnoods huren
we ook extra capaciteit in. Eigenlijk hoeven we een klant nooit teleur te stellen. We zijn er én ook
op tijd.’’
Veiligheid
De veiligheidseisen die bij de portier begonnen, zijn bij het werk op
de schepen een vanzelfsprekendheid. ,,De veiligheid wordt steeds
benadrukt,’’ verzekert Barend
Sleeuwenhoek. ,,We voldoen aan
de strengste landelijke eisen en
Bilge boten klaar om uit te rukken.
aan die van het havenbedrijf. Vandaar dat wij over een zogenaamde
HOI-aanwijzing beschikken.’’ HOI
staat voor Haven Ontvangst Installatie. Bij ISD wordt het personeel
met de regelmaat van de klok intern of extern bijgeschoold op het
gebied van het werken met afval-,
c.q. gevaarlijke stoffen. Het bedrijf
hanteert het KVGM-beleid (Kwaliteit, Veiligheid, Gezondheid en
Milieu). Dit wordt gedragen door
de bedrijfsfilosofie, maar komt ook
voort uit de ISO-certificering.
,,Grote verrassingen komen we
aan de aanbodkant zelden tegen.
Meestal kunnen we op basis van
onze ervaring een behoorlijke
inschatting maken van de eventuele risico’s die de ons aangeboden
stoffen met zich meebrengen,’’
vertelt de dertiger. ,,En hebben we
onze twijfels, dan kunnen we ook
terugvallen op de expertise van
ATM.’’
En: ,,Het bedrijf wil ook anticiperen
op de steeds strenger wordende
regelgeving. Niet alleen door scholing, maar ook in technische zin
willen we vooruitlopen op wat
komen gaat. Zo zullen de nieuwe
schepen dubbelwandig uitgerust
worden.’’
Over aanbod heeft ISD geen reden
tot klagen, al merkt Sleeuwenhoek
nog weinig van het gegeven dat de
Rotterdamse haven de laatste tijd
Bilge boot bezig met de inname van slops.
weer meer scheepsbewegingen
kent. Ook van de recente subsidieregeling op het aanbieden van
machinekamerolie is nog weinig
effect merkbaar. ,,Mede dankzij de
ver doorgevoerde regelgeving zitten we in een duur land met dure
havens. We zullen het vooral moeten hebben van kwaliteit, maar de
prijskant is natuurlijk niet onbelangrijk.Wanneer wij vernemen dat
een schip zijn afval ergens anders
aan wil bieden, willen we nog wel
eens even met ATM overleggen of
we iets met de prijs kunnen doen.
Tja, beter iets dan niets.’’
Aanvullen
Sleeuwenhoek geeft samen met
Jack Geeve (49) dagelijks leiding
aan het bedrijf. En waar eerstgenoemde zich vooral richt op de
logistieke kant van het werk, doet
Geeve meer de commerciële zijde.
Waar ISD zijn ingezamelde materiaal brengt, staat dus eigenlijk al bij
voorbaat vast: ATM Moerdijk.
,,ATM is voor ons méér dan zo
maar een zakelijke relatie,’’ stelt
Sleeuwenhoek. ,,Zie ons als partners. Het zijn twee bedrijven die
elkaar uitstekend aanvullen. Wij
zorgen voor het aanvoeren, zij
voor het verwerken. Bij hoge uitzondering wijken we uit naar een
ander. Dat gebeurt alleen, wanneer
ATM kortstondig ‘vol’ zit. Er is ook
geen gezeur over de prijs of zoiets. Er is een volledig wederzijds
vertrouwen. Je mag stellen dat ISD
en ATM, om in scheepstermen te
blijven, blind op elkaar durven te
varen. Ik denk ook dat onze bedrijfsculturen precies op elkaar
aansluiten. Allebei flexibel, allebei
zijn we probleemoplossers.’’
17
Reym Sittard opent haar ABI
A
TM heeft binnen de Shanks
groep een aantal zuster bedrijven. Eén daarvan is de firma
Reym, die met 6 locaties in heel
Nederland te vinden is. Eén van
die locaties is Sittard. Reym is gespecialiseerd in industriële reiniging, transport en afvoer van afvalstoffen.
Sinds eind juni beschikt Reym
Sittard over een eigen ABI (Afval
Bewerking Installatie). Een kleine, compacte installatie die aan
strenge milieu eisen voldoet.
De ABI bestaat achtereenvolgens
uit een bedieningsgebouw van
waaruit de installatie en ook de
weegbrug wordt bediend. Hiernaast bevindt zich de opslag voor
monsters gevolgd door de ruimte
waar de hoge druk unit staat opgesteld. Deze unit kan 1000 bar leveren voor spuitwerkzaamheden.
Tevens staat hier een warmte-unit
opgesteld waarmee het spuitwater tot 90°C opgewarmd kan
worden. Vervolgens 2 losplaatsen
met daarbij een aantal tanks/silo’s voor opslag. Eén van de tanks
wordt gebruikt om afvalwater te
flocculeren.
Dit is in het kort de installatie
zoals die in Sittard aan de Nusterweg 139 is gerealiseerd. Als
tweede, want bij Reym Beverwijk
is de ABI al een aantal jaren operationeel. Een derde is gepland in
2007 bij Reym Veendam. Zo wordt
de landelijke dekking gecompleteerd. Het doel van de ABI’s is om
klanten van een betere en snellere
service te voorzien voor de inname van vloeibare afvalstromen
en slibben en ook kunnen dan landelijk reinigingsklussen uitgevoerd
worden op de diverse locaties.
18
De installaties zijn geschikt
voor het op-, be-, en verwerken van vloeibaar afval. De installatie is bij uitstek geschikt voor
het voorbehandelen van speciale
stromen.
Het opbulken van stromen is natuurlijk ook mogelijk, zodat kleine
partijen efficiënt behandeld kunnen worden.
Hoe werkt het?
Allereerst het onzichtbare deel
van het werk. De acceptatie van
het afval wordt voorafgegaan door
het maken van een dossier waarin
alle relevante gegevens vastgelegd
zijn. Indien het materiaal officieel
geaccepteerd is kan tot aanlevering worden overgegaan.
Na het aanmelden verschijnt de
wagen voor de poort en wordt na
wegen gelost bij één van de losplaatsen.
De twee losplaatsen zijn identiek,
behoudens dat er op één losplaats
ruimte is om spuitwerkzaamheden uit te voeren, zoals het reinigen van bundels en onderdelen.
Om tankwagens goed te kunnen
reinigen wordt er binnenkort nog
een butterwasinstallatie aangebracht. De beide losplaatsen zijn
schuin aflopend gemaakt en stromen ieder in een sedimentput van
30 m3, die overloopt in olie/water
afscheider met dezelfde inhoud.
Nadat het water van de olie is gescheiden worden beiden separaat
naar opslagtanks gepompt met
een inhoud van 40 m3.
Het water uit deze vuilwatertanks
wordt via de flocculatie tank (toevoeging van ijzerchloride, loog/
zuur en/of andere chemicaliën)
overgepompt naar bezinktanks
van 40 m3. Het bezonken slib
wordt teruggepompt naar de sedimentput, het schone water uit de
bezinktanks wordt overgepompt
naar schoonwatertanks van 40 m3.
Van hieruit kan het water, na bemonstering en analyse afgevoerd
worden naar ATM of afgevoerd
worden via het riool.
Alle tanks staan bij elkaar in een
mooi tankpark. Voor het tankpark
ligt een vloeistofkerende vloer
voor eventuele opslag of andere
reinigingsactiviteiten, zoals het
chemisch technisch reinigen van
installaties of onderdelen daarvan. Al met al een mooie, professionele, installatie, waarmee Reym
haar klanten in Limburg een extra
faciliteit biedt.
Met gep
aste tro
ts meld
de gebo
en we
orte van
ons kin
d
Geboren
: 1 oktob
er 2006
Bezoeka
dres: S
hell Per
n
Van Ga Ouders:
nse
Mourik winkel
Services
Reym
is
Samen Sterk
Nadat Shell aangaf haar afvalstromen en reinigingsactiviteiten zoveel mogelijk bij één partner te
willen onderbrengen en hier een
Europese aanbesteding van te maken, zijn Reym, Mourik Services
en Van Gansewinkel met elkaar in
overleg gegaan. Geen van de bedrijven kon deze gigantische aanbesteding van tientallen miljoenen
en vele arbeidsplaatsen alleen aan.
Door samen te werken en als één
bedrijf op deze aanbesteding in
te schrijven konden de bedrijven
Shell een compleet pakket aanbieden. En met succes, Induserve kwam als beste uit de bus
en verwierf de opdracht.
De Europese aanbesteding
was gekoppeld aan een
veiling via internet, die in
elf Europese landen tegelijkertijd werd gehouden.
Bij de meeste veilingen
gaat de prijs steeds verder
omhoog, maar bij deze in-
ternetveiling ging de prijs juist
omlaag. En met veel kapers op de
kust bleef het tot op het laatste
moment spannend; het is uiteindelijk toch alles of niets. “En het
werd alles” vertelt Jonny Kappen,
algemeen directeur van Reym,
met gepaste trots.
Sinds 1 oktober 2006 verzorgt
Induserve de totale afvaldienstverlening en per 1 januari 2007 ook
alle tankcleaningen en industriële
reinigingsactiviteiten voor Shell
Benelux. De bijdrage van ATM aan
dit geheel is dat zij voor een groot
deel de verwerking van het afval
voor haar rekening neemt.
Bij Shell Pernis is een servicecentrum ingericht, van waaruit
een team van 35 personen van
Induserve de dienstverlening organiseert en zorgdraagt, samen
met honderden collega’s, voor de
operationele diensten op diverse
locaties.
De drie afzonderlijke organisaties staan garant voor het leveren
van gekwalificeerd personeel en
voldoende materieel gedurende de normale bedrijfsvoering, maar ook tijdens
extreem grote werkpieken
ten tijde van onderhoudsstops. Induserve streeft
doorlopend naar een hoogwaardige dienstverlening
tegen de laagst mogelijke
prijs.
19
Stankgolf in het dorp
Moerdijk
H
et zal - uit alle krantenberichten - niemand uit de
omgeving ontgaan zijn dat er van
eind maart tot eind april van dit
jaar een stankgolf in het dorp
Moerdijk is geweest. De regionale
milieudienst, de provincie NoordBrabant en zelfs het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieuhygiëne) zijn ingeschakeld
om de klachten en de mogelijke
gezondheidsschade te onderzoeken. Het was vrij snel duidelijk dat
de stankklachten afkomstig waren
van het industrieterrein Moerdijk.
Omdat ATM één van de mogelijke
veroorzakers is van geurklachten,
is er op dat moment een eigen 24uurs “snuffeldienst” opgezet, om te
ruiken of de geur van ATM afkomstig was. Ook werd onderzocht of
er bij de data en tijdstippen van de
klachten bijzondere bedrijfsomstandigheden waren geweest of
dat er bijzondere afvalstoffen zijn
verwerkt. Zowel “de snuffeldienst”
als het klachtenonderzoek leverde
geen direct verband tussen ATM
20
en de klachten. Omdat tijdens een
flink deel van de periode van de
stankklachten de grondreinigingsinstallatie en de pyrolyseplant stillagen voor onderhoud was het
erg onwaarschijnlijk dat deze installaties de oorzaak waren van de
stankgolf.
ingeschakeld om de eigen geuremissie te meten en te onderzoeken of ATM de veroorzaker was
van de stankgolf. Ook in het verleden had Witteveen + Bos bij ATM
al geurmetingen uitgevoerd, zodat
een vergelijking met de “oude”
situatie mogelijk was.
Door het RIVM is in de periode
van 14-24 april een onderzoek
uitgevoerd, waarbij luchtmonsters
zijn genomen bij ATM, bij een
rioolgemaal van het Hoogheemraadschap, op het industrieterrein
en op verschillende plaatsen in het
dorp Moerdijk en de omgeving.
Ondanks dat er in die periode ook
geurklachten waren, zijn er geen
stoffen in de lucht, in het dorp
Moerdijk, aangetroffen boven de
normale achtergrondwaarde. Er
is ook geen relatie gevonden met
stoffen die bij ATM aanwezig zijn.
Bij deze geurmetingen worden bij
de mogelijke geurbronnen speciale
zakken gevuld met de “geurlucht”.
Deze lucht wordt in een laboratorium verdund met schone lucht
en aangeboden aan een panel van
mensen die moeten aangeven of
ze de geur kunnen ruiken of niet.
De hoeveelheid verdunningslucht
die nodig is om de geur niet meer
waar te nemen is de maat voor de
geur en wordt uitgedrukt in “geureenheden”. Hiermee kan met behulp van rekenmodellen berekend
worden hoever een geur draagt in
de omgeving.
Dit onderzoek is in april en mei
een aantal malen uitgevoerd. Dit is
vooral gedaan bij de waterzuive-
Omdat er geen duidelijke oorzaak
ontdekt kon worden heeft ATM
het adviesbureau Witteveen + Bos
ring en voor de zekerheid ook bij
de grondreiniging. Uit de resultaten bleken 2 dingen:
1. De grootste geurbron was de
biologische waterzuivering (MBR)
en de geuremissie ervan was hoger dan tijdens de laatste metingen in 2004 en hoger dan in de
vergunning was toegestaan.
2. De som aan geuremissie van alle
gemeten bronnen op het terrein
was niet zo hoog dat daarmee de
vele stankklachten uit Moerdijk
konden worden verklaard.
In een plaatje hieronder zijn de
berekende “geurcirkels” ingetekend, die ATM in de omgeving kan
veroorzaken.
Deze geurcirkels geven aan tot
hoever en hoe vaak de geur te
ruiken is. Het plaatje betekent dat
bij de buurbedrijven (binnen de op
één na buitenste cirkel) met enige
regelmaat (2% van de tijd) ATM te
ruiken is. Verder blijkt hieruit dat
ATM een incidentele klacht kan
veroorzaken in het dorp Moerdijk,
maar geen geurgolf van een maand
lang. Dit resultaat komt overeen
met de geurklachten die ATM in
Van alle tanks worden de dampen afgezogen en verbrand.
de afgelopen 4 jaar heeft ontvangen. Dat zijn 20 tot 25 klachten
per jaar, waarvan er 2 of 3 afkom-
stig zijn uit het dorp Moerdijk en
de rest van buurbedrijven. Ook in
het halfjaar na de stankgolf is het
aantal klachten weer terug op dat
niveau.
De belangrijkste geurbron bleek
dus de biologische waterzuivering
(MBR) te zijn. Dit is een installatie bestaande uit 4 tanks, waarin
afvalwater wordt gezuiverd door
bacteriën. Deze bacteriën hebben
daarvoor zuurstof nodig, die in
het water wordt geïnjecteerd. Aan
deze installatie zijn in 2002 al geurmaatregelen getroffen
door over te schakelen van lucht (20%
zuurstof) op zuivere
zuurstof. Door deze
verandering
daalde
de geuruitstoot met
meer dan 90%. Omdat ATM er zoveel,
als redelijkerwijs mogelijk is, aan wil doen
om geurklachten te
voorkomen, is in mei
van dit jaar besloten
om aanvullende maatregelen te treffen aan
de MBR.Alle tanks van
de MBR zijn sinds oktober 2006 voorzien
van afzuiging, waardoor alle vrijkomende
dampen en geuren
naar de naverbrander
getransporteerd worden, om vervolgens bij
850ºC verbrand te worden.
De soorten afvalstoffen die bij
ATM worden aangevoerd en verwerkt kunnen een zekere geuremissie veroorzaken, maar met de
extra maatregelen aan de MBR
zal de mate van geuroverlast in de
directe omgeving nog verder worden beperkt.
21
“Gifschepen” bij ATM
O
nder deze vervelende berichtgeving is ATM de laatste weken
veelvuldig, zowel in de kranten als
op telvisie en radio, in het nieuws
geweest. Bij veel lezers en kijkers
blijft het beeld achter dat ATM iets
vervelends te maken zou hebben
met die gifschepen of zelfs dat het
afval bij ATM vandaan zou komen.
En dat is niet het geval, dus reden
om via dit artikel wat toelichting
te geven op wat er allemaal aan de
hand was.
Proba Koala
Allereerst was dat in verband met
het schip de “Probo Koala”, het
schip dat begin juli een partij afvalstoffen wilde afgeven bij de HOI
(Haven Ontvangst Installatie) van
Amsterdam. Deze HOI kon de
zwaar vervuilde partij scheepsafvalstoffen niet zelf verwerken en heeft
onder andere ATM gevraagd of het
afval daar verwerkt kon en mocht
worden.
Hierbij is de normale procedure
gevolgd: monster, analyse, offerte.
Het bleek om een natronloog oplossing met veel organische verontreinigingen en een hoog gehalte
aan zwavelverbindingen te gaan. De
partij zou mondjesmaat verwerkt
moeten worden, wat een hoge tariefstelling tot gevolg had. Op deze
aanbieding is de eigenaar van het
afval niet ingegaan en uiteindelijk is
dit afval in Ivoorkust afgegeven met
de rampzalige gevolgen van dien.
Voor zover ATM bekend is met
deze afvalstof zijn de grote gevolgen in Ivoorkust helemaal te wijten
aan het dumpen van dit afval in de
open lucht op stortplaatsen waar
het afval met andere stoffen in aan-
22
raking moet zijn gekomen om zulke
giftige effecten te veroorzaken.
De analyseresultaten van ATM en
de monsters van het afval uit de
Probo Koala zijn later in beslag
genomen voor het strafrechtelijk
onderzoek naar de Probo Koala.
Omdat dit afval uit de Probo
Koala heen en terug in een opslagtank is gepompt, zijn in het leidingstelsel van de HOI in Amsterdam
wat restanten van dat afval achtergebleven. Deze restanten zijn
samen met nieuw scheepsafval in
een opslagtank gekomen, maar
uiteraard in sterk verdunde vorm.
Martens 7
Hier begint de 2e fase van het
verhaal.
Eind september heeft de HOI van
Amsterdam gevraagd of ATM 800
ton olie-water afval (met een klein
restje uit de Probo Koala) kon verwerken, omdat dit bij een ander bedrijf in Vlissingen niet mogelijk was.
Wederom werd de normale procedure doorlopen: monster, analyse,
offerte.
Hierna is het afval per schip “de
Martens 7” naar ATM verscheept.
Tijdens het transport is er een
melding bij de waterpolitie gedaan
dat in de Martens 7 hetzelfde afval
zou zitten als in de Probo Koala en
ook dat bemanningsleden onwel
waren geworden. Bij aankomst van
de Martens 7 bij ATM kwam de
waterpolitie aan boord voor een
inspectie en een gesprek met de
bemanning.
ATM ging tegelijkertijd, zoals gebruikelijk, de scheepstanks bemonsteren en analyseren. In de uren
en dagen daarna vonden steeds
meer overheidsinstanties (provincie, havenschap, gemeente, RIVM,
brandweer, rijkswaterstaat, inspectie gevaarlijke stoffen) radioverslaggevers en cameraploegen (RTL4,
SBS6, Nova) de weg naar ATM en
de Martens 7.
Nadat de volgende dag de analyseresultaten bekend waren was onze
conclusie dat het ging om normaal
scheepsafval dat veilig verwerkt
kon worden. Echter,
Echter het schip werd
door justitie aan de ketting gelegd
hangende de onderzoeken naar de
lading. Er zijn toen monsters genomen en onderzoeken gestart door
politie, provincie en RIVM.
Nadat de gegevens van deze onderzoeken bekend waren en bleek
dat het inderdaad ging om normaal
scheepsafval dat verwerkt kon
worden, werd het schip na 2 weken
weer vrij gegeven. Met de provincie
zijn vervolgens afspraken gemaakt
over de wijze van lossen en verwerken van het afval van de Martens 7. Begin oktober is dit allemaal
zonder problemen verlopen.
Wat het geval met de Probo Koala duidelijk maakt is dat er met
scheepsafval nog veel te veel (legaal)
gehandeld kan worden of afgegeven
kan worden aan twijfelachtige verwerkingsbedrijven.
Wat het verder aantoont is dat de
afvalstoffen die we met ons allen
produceren op een juiste manier
verwerkt moeten worden en dat
er behoefte is aan bedrijven die dat
op een goede manier doen.
ATM doet dat met haar 175 medewerkers iedere dag weer,
weer volgens
vaste procedures, voorschriften en
met de juiste middelen.
Nieuwsfl its
ATM aanwezig op de ENTSORGA
Over het algemeen worden de milieubeurzen in Europa
maar matig bezocht. De Entsorga in Keulen blijkt daar
echter geen last van te hebben, wat positief is voor de
standhouders. Op de stand van ATM was het weer een
drukte van jewelste.Veel Duitse relaties die sowieso waren uitgenodigd maar ook onze Zwitserse en Italiaanse
relaties zagen we weer op deze beurs. Als we aan onze
medewerkers vragen of er nog belangrijke nieuwe contacten zijn gelegd is het antwoord meestal positief maar
dat is niet alleen de opzet van deze beurs.Wij vinden het
net zo belangrijk om veel van onze bestaande klanten
weer eens te ontmoeten omdat we daar gereis door
Europa mee besparen.
Boete € 2000,De verkeersinspectie houdt
regelmatig controles. Als
niet alle stickers op de vaten
goed leesbaar zijn, is dit een
overtreding. De transporteur krijgt een boete van
€ 2000,- en ook de ontdoener mag € 2000,- afrekenen. Het loont dus de
moeite, om voor vertrek, de
stickers op de vaten nog
eens goed te controleren.
Speciaal voor ATM heeft de buurman, het ZHD (Zeehavenbedrijf
Dordrecht), een nieuwe laadbrug voor schepen laten bouwen.
Het laden van schepen met gereinigde grond gaat nu 3 keer zo snel.
Voor Jacques de Jong en Oskar van de Berg van de afdeling Milieu was 1 november een
memorabele dag. Op die datum moest de nieuwe vergunningsaanvraag binnen zijn bij de
diverse overheidsinstanties. ATM moet elke 5 jaar haar vergunning compleet vernieuwen. Dat dit een megaklus is moge blijken uit bijgaande foto waarop beide heren zichtbaar tevreden kijken met de complete vergunningsaanvraag in de hand. Dit pakket moet
in 50-voud ingeleverd worden bij
de overheden. Men kan zich voorstellen dat dit een volle pallet met
papier oplevert. Nu dit maanden
durende karwei erop zit kunnen zij
zich weer bezig gaan houden met
hun normale werkzaamheden. Al
zullen tussendoor naar verwachting nog vele vragen van de overheid beantwoord moeten worden
mbt tot de aanvraag.
Vergunningsaanvraag
Monsterpot
Zegt de ene monsterpot tegen de
andere: „Wat stink
jij.” „Ja verschrikkelijk hè. Maar gelukkig ben ik onderweg naar ATM,
want zij zijn de
enige in Nederland
die dit probleem
voor mij op kunnen oplossen.”
23
Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V.
Industrieterrein - Seaport M152
Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk
Postbus 30, 4780 AA Moerdijk
Nederland
Tel.: +31 (0)168 389289
Fax: +31 (0)168 389270
E-mail: [email protected]
Internet: www.atmmoerdijk.nl

Vergelijkbare documenten

ATMosfeer editie 5

ATMosfeer editie 5 is namelijk onze bedoeling om dit magazine 2x per jaar te laten verschijnen. Namens de redactie,

Nadere informatie

ATMosfeer editie 7

ATMosfeer editie 7 wij op het hoofdkantoor in Rotterdam doen, is controle op afstand en een aantal zaken die voor alle bedrijven van belang zijn onder onze hoede nemen. En uiteraard, het consolideren van de Nederland...

Nadere informatie