Voorbeeld gedetailleerde rubric extra

Commentaren

Transcriptie

Voorbeeld gedetailleerde rubric extra
Rubr ic voor he t Onde r zoe k spla n va n h e t PGO
ve 2 / fkhs
De Eerste Aanzet
Vraagt Verdere Aanscherping
Werkbaar plan
Beste Praktijk
Inleiding
1. Probleem
Stelling
1. Een onderzoeksprobleem is in
algemene bewoordingen beschreven,
terwijl het belang van onderzoek zeer
beperkt (of niet) wordt aangestipt.
1. De probleemstelling beschrijft de
door de school aangedragen
problematiek, terloops verwijzend naar
het belang van onderzoek en het type
gegevens dat verwacht wordt; nogal
breed voor een haalbaar PGO.
1. De probleemstelling beschrijft de op
de school gesignaleerde problematiek
waaruit het belang van onderzoek
duidelijk volgt; het probleem leidt tot
essentiële vragen, daadwerkelijk te
onderzoeken als een PGO, impliciet
begrijpelijk voor insiders.
1. De probleemstelling beschrijft de schoolproblematiek
waaruit het belang van het onderzoek uitdrukkelijk
volgt; met duidelijke termen, ingeperkt door scherpe
vraagstellingen die zorgen voor werkelijk praktijk gericht
onderzoek dat voor iedereen pertinent begrijpelijk is. De
keuze voor een primaire doelgroep wordt
beargumenteerd.
2. Inbedding in
theoretisch kader
2. Het theoretisch kader is te beperkt
om het onderzoek te plaatsen, het
ontbreekt aan relevante bronnen en
wetenschappelijke literatuur.
2. Het onderzoek is voor een deel
geplaatst in een theoretisch kader dat
bestaat uit een enkele bron en
wetenschappelijke literatuur.
2. Het onderzoek is ingebed in een
theoretisch kader dat bestaat uit
relevante bronnen en
wetenschappelijke literatuur.
2. Het onderzoek is ingebed in een breed en relevant
theoretisch kader, verwijst naar wetenschappelijke
literatuur en de verschillende stromingen daarin en
positioneert het eigen onderzoek ten opzichte van de
theorie.
3. Onderzoeksfunctie
3. De werkelijke functie van het
onderzoek is onduidelijk of onbepaald;
of meerdere onderzoekfuncties worden
gecombineerd waardoor het onderzoek
te ambitieus wordt
3. Meerdere functies worden aan het
onderzoek toegekend; het plan
onderkent dat (en hoe) er een keuze
daarin moet worden gemaakt om het
PGO haalbaar te maken.
3. De onderzoeksfunctie wordt helder
benoemd met een onderbouwing hoe
dit in zich verhoudt tot de
probleemstelling.
3. De onderzoeksfunctie is verhelderend en realistisch
onderbouwd in het licht van de probleemstelling. Er is
duidelijk gekozen voor één primaire onderzoeksfunctie.
Er wordt ingegaan op de algemeen didactische en/of
vakdidactische aspecten van het onderzoek.
4. Onderzoeksvraag
4. Een onderzoeksvraag ontbreekt, is
niet precies geformuleerd is
onvoldoende ingeperkt; of dient afgeleid
te worden uit de probleemstelling en het
theoretisch kader.
4. De onderzoeksvraag is geformuleerd
en ingeperkt en er staan deelvragen
genoemd die verband gebracht kunnen
worden met de probleemstelling of het
theoretisch kader
4. De onderzoeksvraag is precies
geformuleerd en goed ingeperkt en
uitgewerkt in een aantal deelvragen; het
plan beschrijft helder hoe deze vragen
voortkomen uit de probleemstelling en
het theoretische kader.
4. De onderzoeksvraag en deelvragen zijn precies
geformuleerd,ingeperkt en komen voort uit resultaten
van eerder onderzoek op dit terrein. De deelvragen
dragen direct bij aan het beantwoorden van de
hoofdvraag (niet meer en niet minder).
5. Verwachting /
Hypothese *
(* alleen van
toepassing bij
specifieke typen
onderzoek)
5. Vrij impliciet wordt een enkele
verwachte opbrengst gegeven, zonder
onderbouwing.
5. Op intuïtieve of persoonlijke gronden
worden verwachtingen geuit wat
mogelijke antwoorden op de
onderzoek(deel)vragen kunnen zijn
5. Op basis van praktijkervaring wordt
een verwachte uitkomst (hypothese),
dan wel voorspelbare verbanden tussen
onderzoeksgroepen gepresenteerd
5. Een bruikbare hypothese, een verwachting van
verbanden tussen variabelen dan wel van verschillen
tussen onderzoeksgroepen wordt gepresenteerd die
logisch volgt uit het theoretisch kader en eerder
onderzoek. Impliciete aannames worden geëxpliciteerd.
6. Praktische
Relevantie
6. De relevantie van dit onderzoek voor
de praktijk is enigszins duidelijk
gemaakt volkomen los van de literatuur.
6. De relevantie van dit onderzoek voor
de praktijk wordt duidelijk gemaakt, met
verwijzing naar literatuur
6. De relevantie van het onderzoek voor
de praktijk wordt met behulp van
voorbeelden duidelijk gemaakt en wordt
ondersteund met relevante literatuur
6. De relevantie van het onderzoek voor de praktijk
wordt met behulp van een vooronderzoek duidelijk
gemaakt en wordt daarnaast ook aangetoond vanuit de
literatuur. De verbinding en relevantie voor de school
wordt geëxpliciteerd en is onderbouwd door informatie
uit de school.
7. Persoonlijke
Relevantie
7. Het plan stelt dat het onderzoek
relevant is voor leden van het
onderzoeksteam.
7. De persoonlijke relevantie van het
onderzoek is in grove lijnen uitgelegd
voor het onderzoeksteam als geheel of
voor één van de onderzoekers.
7. De persoonlijke relevantie van het
onderzoek wordt duidelijk gemaakt door
vast te stellen wat elk teamlid verwacht
te kunnen leren uit (het doen van) het
onderzoek.
7. Het onderzoek is persoonlijk relevant voor elk
teamlid afzonderlijk in termen van expertise,
belangstelling en leerdoelen. Dit staat helder
beschreven.
8. Consistentie
(kwaliteit
toegevoegd ter
overkoepeling van
het gehele plan.)
8. De probleemstelling,
onderzoeksfunctie, gebruikte theorie en
concepten roepen vragen op en staan
onderling niet met elkaar in verband.
8. De probleemstelling,
onderzoeksfunctie, gebruikte theorie en
concepten zijn (evt pas na mondelinge
toelichting) duidelijk en consistent.
8. De probleemstelling,
onderzoekfunctie, gebruikte theorie en
concepten zijn in grote lijnen helder en
consistent
8. Alle onderdelen van het plan zijn samenhangend en
uitgesproken helder beschreven, door onderlinge
verbanden te expliciteren en te onderbouwen.
Bron: Universiteit Utrecht 3. Opstellen
van een
werkplan
/ beoordelen
van een
werkplan
Valide en
betrouwbare
experimentele
methode kiezen
/beoordelen
bijvoorbeeld:
- ontwikkelen
van een
ontwerp
- experimentele
toetsing van
een hypothese
3.1. techniek kiezen die past
bij de onderzoeks/
ontwerpvraag en keuze
onderbouwen
3.2. variabelen kiezen die
horen bij de vraagstelling en
keuze onderbouwen
3.3. een maat kiezen om een
variabele mee te bepalen en
keuze onderbouwen
3.4. aangeven welke andere
variabelen van invloed
kunnen zijn en hoe je de
invloed daarvan beperkt
3.5. geschikte controles en
duplo-bepalingen kiezen
3.6. in ontwerp foutenbronnen
minimaliseren
3.7. aangeven wat bronnen
van variatie zijn
3.8. juiste steekproeven en
aantallen kiezen
Niveau 1
a. Van een gegeven
methode (bijv. een
practicumproef) de opzet
beschrijveni volgens de
punten 3.1. t/m 3.8ii
b. Standaard-technieken
beschrijven die gebruikt
worden om een veel
gebruikte variabele te
bepalen of om een veel
gebruikte experimentele
ingreep te doeniii
c. Een eenvoudig eigen
onderzoek bedenken,
beargumenteren en
achteraf evalueren op
basis van de punten 3.1
t/m 3.8.
d. Onderzoeksopzet van
anderen beoordelen op
validiteit en
betrouwbaarheid met
behulp van de punten
3.1 t/m 3.8 (peer
feedback)
Niveau 2
a. de experimentele
opzet beschrijven van
een onderzoek in een
eenvoudig primair artikel
b.1. Combinaties van
technieken beschrijven
die een variabele
bepalen of een ingreep
doen
b.2. Meerdere
technieken beschrijven
met dezelfde functie en
beoordelen welke
techniek de voorkeur
verdient in een gegeven
situatie
c. Een onderzoek
bedenken waarin
meerdere technieken
worden gecombineerd
d. Onderzoeksopzet van
complexer
studentonderzoek
beoordelen
Niveau 3
a. de experimentele
opzet beschrijven
van een onderzoek in
een complex primair
artikel
b. Technieken
beschrijven die in het
onderzoeksveld van
de vakgroep worden
toegepast, wat deze
meten of veranderen
en waarom ze
gekozen zijn
c. Een onderzoek
bedenken binnen het
programma van de
vakgroep
d. Onderzoeksopzet
van een onderzoek
beschreven in een
primair artikel
beoordelen
i
de vetgedrukte werkwoorden geven het cognitieve niveau aan waarop het leerdoel wordt bereikt. In combinatie met het niveau van complexiteit (bijv. een eenvoudig artikel of een
complex artikel) is hiermee een differentiatie te maken in opdrachten op bachelor niveau 1, 2 of 3.
ii
Voorbeeld opdracht; Beschrijf van methode X
x
hoe de techniek werkt,
x
wat de variabelen zijn,
x
welke maat is gekozen voor een niet rechtstreeks meetbare variabele,
x
hoe andere variabelen constant zijn gehouden,
x
wat de controles zijn en wat deze meten,
x
hoe rekening is gehouden met bronnen van variatie en hoe steekproeven zijn genomen.
iii
Hier kan per departement een tabel worden gemaakt van de meest gebruikte technieken met hun toepassing (bijvoorbeeld technieken voor het meten van dissimilatiesnelheid,
technieken om mengsels te scheiden). Uit de tabel kan ook duidelijk worden welke variabelen in veel onderzoeken gemeten worden en welke experimentele ingrepen veel worden
gedaan.
Bron:FreudentalInstituut,UniversiteitUtrecht