Uitgebreide modulebeschrijving VHT plus

Commentaren

Transcriptie

Uitgebreide modulebeschrijving VHT plus
Modulebeschrijving
VHT plus
Video Home Training in gezinnen
met complexe problematiek
INDEX
Samenvatting
3
A. Modulebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering
5
1.
2.
3.
4.
5.
Risico- of probleemomschrijving
Doel van de module
Doelgroep van de module
Aanpak van de module
Materialen en links
5
6
7
8
10
B. Onderbouwing van de module
11
6.
7.
8.
9.
11
15
15
17
Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak
Samenvatting onderbouwing
Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking
Onderzoek naar de uitvoering van de module
C. Effectiviteit
18
10.
11.
18
19
Nederlandse effectstudies
Buitenlandse effectstudies
D. Overige informatie
19
12.
13.
14.
19
19
19
Toelichting op de naam van de module
Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners)
Overeenkomsten met andere modules
Bijlage
CAP-J classificatie-overzicht (assen en rubrieken)
Basiscommunicatie-schema
Trajectplan
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 2/30
SAMENVATTING
Doel
Met behulp van de module VHT plus zijn ouders1 weer in staat goed afgestemd te reageren op hun
kinderen, waardoor de kwaliteit van de interactie/communicatie tussen ouder en kind verbetert, het
onderling contact wordt hersteld en probleemgedrag van de jeugdige afneemt. Dit leidt tot versterkte
opvoedingsvaardigheden en positieve ouderschapservaringen waardoor ouders weer ruimte ervaren
en benutten om te werken aan hun eigen ontwikkeling. In het verlengde hiervan verbetert het sociale
functioneren van het gezin.
Doelgroep
VHT plus richt zich op gezinnen waar sprake is van een verstoorde interactie tussen ouders 2 en hun
kind(eren) welke in samenhang met complexe problematiek leidt tot ernstige en/of langdurige
opvoedingsproblemen (opvoedingsnood). Deze complexiteit kan in de eerste plaats gelegen zijn in
het feit dat er in het gezin sprake is van ernstige en langdurige problemen op meerdere domeinen
die van invloed zijn op de kwaliteit van de opvoeding. Vaak kampen ouders met eigen problematiek
(zoals een traumatische jeugd of psychische problematiek) en functioneert het gezin binnenshuis
(huishouden) en buitenshuis (maatschappelijk) niet adequaat. In de tweede plaats kan de
complexiteit ook gelegen zijn in het feit dat de verstoorde interactie samenhangt met
kindgerelateerde problematiek samenhangend met aanlegfactoren gelegen in de jeugdige danwel
voortkomend uit een problematische voorgeschiedenis van de jeugdige, waarbij vaak sprake is van
hechtingsproblematiek.
De cumulatie van problemen leidt in beide gevallen tot ernstige en/of langdurige
opvoedingsproblemen, welke de kwaliteit van de interacties tussen ouders en hun kind en daarmee
de ontwikkeling van de jeugdige in sterke mate negatief beïnvloedt. Dit resulteert bij de jeugdige in
externaliserende gedragsproblemen zoals driftbuien, ongehoorzaamheid, agressief gedrag of sociale
problemen
danwel
internaliserende
gedragsproblemen
zoals
teruggetrokken
gedrag,
psychosomatische klachten, (faal)angst, depressieve klachten, emotionele reactiviteit, weinig
zelfvertrouwen of contactproblemen.
Aanpak
Ouders worden in de thuissituatie begeleid met behulp van video-opnames die door de VHT in de
thuissituatie worden gemaakt. Er wordt een opname gemaakt van een dagelijks moment (eet- spel of
overlegsituatie), waarbij zowel de initiatieven van het kind om contact te maken met de ouders als de
ontwikkelingsinitiatieven van de jeugdige in beeld gebracht worden. Deze video-opname wordt
volgens de beschreven richtlijnen teruggekeken met de ouders en eventueel de jeugdige (afhankelijk
van leeftijd en ontwikkeling), waarbij de focus allereerst gericht is op de initiatieven van het kind om
contact te maken met zijn ouders.
Bij de analyse en het terugkijken van de beelden staan de behoeftes en mogelijkheden van het kind
centraal, maar wordt tevens aandacht besteed aan de behoeftes en mogelijkheden van de ouders.
VHT plus is kansrijk, indien in de eerste drie opnames voldoende voortgang (leerbaarheid van de
ouders op dat moment) word geboekt, is dit niet het geval dan wordt naar betere alternatieven
gezocht. Omdat de stress in het gezin mede wordt veroorzaakt door een cumulatie van problemen
Waar wordt gesproken over gezinnen kan ook pleeggezinnen/samengestelde gezinnen worden gelezen. Hetzelfde geldt
voor ouders/verzorgers/pleegouders en kinderen/pleegkinderen.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 3/30
werkt de VHT de hierin niet alleen samen met ouders, maar ook met “andere volwassene in het
netwerk” die steun kunnen bieden en met betrokken professionals.
De VHT komt maximaal 20 keer bij de ouders op bezoek in de thuissituatie. Dat wil zeggen 10 keer
video opname en 10 keer terugkijken samen met de ouders. Indien gewenst kan er door de VHT een
opname gemaakt worden op de peuterspeelzaal/school en teruggekeken worden met ouders en
leerkracht.
Materiaal
Binnen VHT plus staat het maken en terugkijken van videobeelden (videofeedback) centraal, waarvoor
hiertoe geschikte apparatuur noodzakelijk is. Daarnaast zijn verschillende handleidingen beschikbaar,
waarin de methodiek beschreven is. Voor het mogen en kunnen toepassen van de interventie is de
opleiding tot VHT een vereiste of supervisie middels een ´verlengde arm´- constructie.
Onderzoek
Er zijn twee relevante meta-analyses uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam. Als eerste een
meta-analyse naar de effecten van binnen- en buitenlandse gezinsprogramma's waarin
gebruikgemaakt wordt van videofeedback. Het onderzoek werd uitgevoerd door het SCOKohnstamm Instituut van de UVA (Fukkink, 2007; 2008). De meta-analyse laat zien dat deze
programma's gemiddeld genomen een positief effect hebben op ouders en kinderen.
Ten tweede een meta-analyse naar het effect van video-feedback op de kwaliteit van het handelen
van professionals. De resultaten laten zien dat video-feedback een effectieve methode is om de
interactievaardigheden van professionals in diverse contactberoepen te verbeteren (Fukkink,
Trienekens & Kramer, 2010).
Daarnaast konden Kemper en Janssens ( 1997) aantonen dat in gezinnen die Video Home Training
gevolgd hadden positiever werd gecommuniceerd dan in gezinnen die geen VHT hadden gekregen.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 4/30
A. MODULEBESCHRIJVING: PROBLEEM, DOELGROEP, DOEL,
AANPAK, MATERIALEN EN UITVOERING
1. Risico- of probleemomschrijving
Een verstoorde interactie tussen ouders 3 en hun kind(eren) kan in samenhang met complexe
problematiek leiden tot ernstige en/of langdurige opvoedingsproblemen (opvoedingsnood).
Deze complexiteit kan in de eerste plaats gelegen zijn in het feit dat er in het gezin sprake is van
ernstige en langdurige problemen op meerdere domeinen die van invloed zijn op de kwaliteit van de
opvoeding. Vaak kampen ouders met eigen problematiek (zoals een traumatische jeugd of
psychische problematiek) en functioneert het gezin binnenshuis (huishouden) en buitenshuis
(maatschappelijk) niet adequaat.
In de tweede plaats kan de complexiteit ook gelegen zijn in het feit dat de verstoorde interactie
samenhangt met kindgerelateerde problematiek samenhangend met aanlegfactoren gelegen in de
jeugdige danwel voortkomend uit een problematische voorgeschiedenis van de jeugdige, waarbij
vaak sprake is van hechtingsproblematiek.
De cumulatie van problemen leidt in beide gevallen tot ernstige en/of langdurige
opvoedingsproblemen, welke de kwaliteit van de interacties tussen ouders en hun kind en daarmee
de ontwikkeling van de jeugdige in sterke mate negatief beïnvloedt. Dit resulteert bij de jeugdige in
externaliserende gedragsproblemen zoals driftbuien, ongehoorzaamheid, agressief gedrag of sociale
problemen danwel internaliserende gedragsproblemen
zoals teruggetrokken gedrag,
psychosomatische klachten, (faal)angst, depressieve klachten, emotionele reactiviteit, weinig
zelfvertrouwen of contactproblemen.
De verstoorde ouder-kindinteractie uit zich in veel ruzie en strijd, weinig blijk van genegenheid of
plezierig contact, het negeren van elkaars initiatieven en/of het gebruik van negatieve bewoordingen.
Ouders reageren niet (meer) opvoedingsadequaat en is er sprake van relatief veel corrigeren en
straffen. Tevens zien ouders de relatie met hun kind als negatief en weten ze niet meer hoe ze zelf
de negatieve ontwikkelingen kunnen ombuigen. De stress veroorzaakt door de verstoorde relaties
thuis, vaak in combinatie met reeds ontwikkelde emotionele- en gedragsproblemen, heeft tot gevolg
dat de jeugdige in veel gevallen ook op school niet meer adequaat functioneert. Bij ouders is deze
stress een risicofactor voor een laag-sensitieve opvoedingsstijl, waarbij een lage sensitiviteit
vervolgens weer een risicofactor is voor een onveilige hechting en niet –optimale psychische
ontwikkeling van het kind. Ook is een hoge mate van stress bij specifieke groepen gerelateerd aan
fysieke vormen van kindermishandeling.
Een gevolg van niet interveniëren is het blijven bestaan of vermeerderen van negatieve interacties
(nee-reeksen) tussen ouders en kind en een toename van emotionele- en gedragsproblemen bij het
kind. Zoals van der Ploeg (1997) aangeeft, is een ongewenste ontwikkeling van het kind, zoals
gedragsproblemen, van invloed op het gedrag van de ouders. Zeker wanneer kinderen hun ouders
waarnemen als afwijzend en straffend. In dat geval kunnen interacties leiden tot een wederzijdse
negatieve beïnvloeding, waarbij de kinderen meer problemen kunnen geven en de ouders meer
straffend kunnen worden. Zodoende versterken opvoedingsonmacht bij ouders en problemen bij
kinderen elkaar wederzijds, waardoor de problematiek bij het kind verergert en het gezin steeds
meer onder druk komt te staan. De pedagogische problemen kunnen in ernstige vorm tot
mishandeling en verwaarlozing leiden (Kijlstra et al., 2005). Een praktisch gevolg van niet
interveniëren is dat kinderen later mogelijk (onnodig) in zware hulpverlening belanden of in het
speciaal onderwijs.
3
Waar wordt gesproken over gezinnen kan ook pleeggezinnen/samengestelde gezinnen worden gelezen. Hetzelfde
geld voor ouders/verzorgers/pleegouders en kinderen/pleegkinderen.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 5/30
2. Doel van de module
Met behulp van de module VHT plus zijn ouders4 weer in staat goed afgestemd te reageren op hun
kinderen, waardoor de kwaliteit van de interactie/communicatie tussen ouder en kind verbetert, het
onderling contact wordt hersteld en probleemgedrag van de jeugdige afneemt. Dit leidt tot versterkte
opvoedingsvaardigheden en positieve ouderschapservaringen waardoor ouders weer ruimte ervaren
en benutten om te werken aan hun eigen ontwikkeling. In het verlengde hiervan verbetert het sociale
functioneren van het gezin.
Geordend weergegeven werkt de VHT plus aan de volgende doelen:






De kwaliteit van de interactie/communicatie verbetert en het contact tussen ouders en kind
wordt hersteld of komt tot stand en ontwikkeld zich positief.
Er ontstaat goed contact en hechting met de ouders
De opvoedingsvaardigheden van de ouders verbeteren:
ouders leren initiatieven sensitief te ontvangen, volgen en benoemen,
ouders leren de aandacht te verdelen tussen de betrokkenen
ouders leren met hun kind te overleggen
ouders leren om te gaan met conflicten
- ouders leren om op een prettige wijze leiding te geven aan het gedrag van hun kind.
De sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen (thuis, op school, vrije tijd) verbetert en
het probleemgedrag neemt af
De ouders voelen weer ruimte en benutten deze om te werken aan hun eigen ontwikkeling
Het sociaal functioneren van het gezin verbeterd
Daarnaast kan specifiek onderscheid maken qua doelen per leeftijd.
VHT plus in gezinnen met kinderen in de leeftijd 0-4 jaar richt zich primair op:

-

-


het tot stand komen van een goed contact en veilige hechting tussen ouders en kind tot stand
komt. Dit betekent dat op de videobeelden te zien is dat:
de baby oogcontact zoekt met de ouders, de baby leeftijdsadequate initiatieven heeft, de baby
na rondkijken terug naar de ouders keert, de baby geluidjes maakt;
de opvoeder ziet wat de baby bedoelt, de respons van de opvoeder is gericht op het contact
met de baby en de ontwikkeling van de baby, de opvoeder benoemt wat de baby doet en wat
hij zelf doet, de opvoeder reactieruimte geeft aan de baby;
de ouders en de baby elkaar imiteren, de ouders en baby lachen op dezelfde momenten.
Tussen de ouders en het jonge kind de kwaliteit van de interactie verbetert. Dit betekent dat
op de videobeelden te zien is dat:
het kind zowel non-verbaal als verbaal contact zoekt met de opvoeder(s) en na geslaagd
contact aandachtig en leeftijdsadequaat bezig is met zijn ontwikkeling;
de opvoeder een vriendelijke intonatie gebruikt, de opvoeder actief en responsief is, onder
andere doordat de opvoeder benoemt waar het kind mee bezig is, zichzelf benoemt, benoemt
wat hij van het kind verwacht en reactieruimte geeft;
opvoeder en kind oogcontact maken, opvoeder en kind naar elkaar lachen en elkaar volgen;
het kind hulp vraagt aan de opvoeder, de opvoeder begrijpt wat het kind bedoelt en op een
passende wijze ondersteuning geeft.
De ouder in staat is de aandacht te verdelen tussen de kinderen
De opvoedingsvaardigheden van de ouders verbeteren, zoals op een positieve manier leiding
kunnen geven aan het kind en zelfvertrouwen ontwikkelen.
VHT plus in gezinnen met kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar richt zich op:



Ouder en kind hebben (weer) goed contact.
De kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind is geoptimaliseerd.
De opvoedingsvaardigheden van de ouders zijn geoptimaliseerd.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 6/30
Realisatie van voornoemde doelen leidt er toe dat:
 het kind zich (weer) adequaat ontwikkelt op sociaal-emotioneel gebied thuis en/of op school
 het kind in staat is om adequaat te verwoorden wat er in hem/haar omgaat en waar hij/zij hulp
bij nodig heeft
 in staat is om te luisteren naar en af te stemmen op anderen.
VHT plus in gezinnen met kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar richt zich op:
 Ouder en kind hebben (weer) goed contact
 De kwaliteit van de interactietussen ouder en kind is geoptimaliseerd
 De sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind wordt ondersteund en problemen op dit
gebied worden voorkomen of opgelost.
 De ouders beter in staat zijn om met de jeugdige in overleg te treden en tegenstellingen in de
meningsvorming tussen ouder en kind kunnen benoemen en vorm geven.
 De ouders op een constructieve wijze kunnen omgaan met conflicten, het contact kunnen
herstellen en kunnen komen tot overeenstemming.
Deze ordening in doelen per leeftijd sluit niet uit dat ze niet per leeftijdscategorie kunnen doorlopen/
variëren.
3. Doelgroep van de module
3.1 Voor wie is de module bedoeld?
3.2 Indicatie en contra-indicatiecriteria
Jeugdhulp Friesland biedt specialistische jeugdzorg op het gebied van opgroei- en
opvoedingsproblemen, in de leeftijdscategorie 0 t/m 18 (met een uitloop tot 23) jaar. Kinderen,
jongeren en hun ouders/opvoeders kunnen een beroep doen op Jeugdhulp Friesland. Dit doen zij als
de normale ontwikkeling van het kind wordt belemmerd. Mogelijk is er sprake van psychosociale
problemen, psychiatrische problemen, gezinsgerelateerde problemen, psychische problemen,
gedragsproblemen of een combinatie daarvan.
Kinderen en jeugdigen met een psychiatrische, zintuiglijke, lichamelijke en/of verstandelijke
beperking die redelijk sociaal redzaam zijn, worden ook behandeld en/of opgevangen, als dit past
binnen de behandelprogramma‟s en mogelijkheden van Jeugdhulp Friesland. We nemen ook
jeugdigen op met een civielrechtelijke maatregel. In specifieke situaties worden kinderen met een
strafrechtelijke maatregel behandeld (Gedragsbeïnvloedende maatregel).
De door Jeugdhulp Friesland gehanteerde indicatiecriteria en contra-indicaties zijn uitgebreid
beschreven in De Betekenis onder het hoofdstuk Doelgroepenbeleid op pagina 15. Deze folder is te
downloaden op www.jeugdhulpfriesland.nl onder het tabblad „Jeugdhulp Friesland‟.
Voor de module (naam) gelden naast de algemene indicatiecriteria en contra-indicaties de volgende
indicatiecriteria en contra-indicaties.
Indicatiecriteria
Ernstige opvoedingsproblematiek (pedagogische onmacht bij de ouders en emotionele en
gedragsproblemen bij het kind), als onderdeel van een chronische en complexe
crisissituatie;
De kinderen moeten, in ieder geval gedeeltelijk, thuis wonen. Hier is minimaal 1 vaste
verzorger en deze is in staat om tijdens de behandeling aandacht te besteden aan de
opvoeding van het kind.
Er is sprake van communicatie/interactieproblematiek tussen ouder en kind.
VHT plus zich ook op Pleeggezinnen. De VHT beschikt over een specifieke kennis over
pleegzorg(pleegkind problematiek, problematiek eigen biologische ouders, rol pleegouders)
waarvan gebruik kan worden gemakt bij de inzet van VHT plus.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 7/30
Contra-indicaties
Beschrijf hier de voor de module specifieke contra-indicaties.
3.3 Toepassing bij migranten
De interventie is niet speciaal ontwikkeld voor migrantengroepen. Het werken met videobeelden
biedt veel mogelijkheden om 'helder in beeld te brengen' wat van belang is waardoor de taalbarrière
kan worden verkleind. Ook kunnen er bijvoorbeeld familieleden van het gezin worden ingezet als tolk.
Er zijn verder geen speciale voorzieningen voor migranten. Wel is er binnen het AIT
videovoorlichtingsmateriaal ontwikkeld in verschillende talen.
4. Aanpak van de module
4.1 Structuur en opbouw
Binnen VHT plus staat het gezin centraal en niet de individuele gezinsleden. Het functioneren van het
gezin als totaal is altijd aandachtspunt binnen VHT plus. De basis van het gezinsfunctioneren wordt
beïnvloed door het aanreiken van de basiscommunicatie. In het aanbod van de basiscommunicatie
blijkt ieder gezin door eigen kenmerken en hulpvragen een op zichzelf toegespitste aanpak te vragen.
In gezinnen met complexe problematiek zijn de basale omstandigheden minimaal aanwezig, het zijn
bewerkelijke gezinnen (Baartman1991; Baartman & Dijkstra, 1986-1987). De gezinnen zijn vaak
moeilijk toegankelijk of onbereikbaar voor de hulpverlening. Gezien de complexiteit van de
problematiek richt VHT plus zich niet enkel op het aandachtsveld van de basiscommunicatie, maar ook
op het domein van de dagelijkse gezinssituatie, de ontwikkeling van de kinderen, de ontwikkeling van
ouders en het maatschappelijk functioneren5, waar nodig in nauwe samenwerking met modules van
het Zorgprogramma Ambulante Gezinsinterventies.
In een aantal van deze gezinnen is sprake van een kinderbeschermingsmaatregel. In dergelijke
gezinnen zal de VHT veel aandacht besteden aan de basiscommunicatie met daarin expliciet
aandacht voor de toepassing van overleg en conflicthantering door de ouders in contact met
volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel in de ontwikkeling van het gezin, omdat de ouders
door de maatregel overleg met de gezagdragende instanties moeten kunnen voeren. Deze
overlegsituaties zijn belangrijk voor de ouders omdat daar wordt geoordeeld over hun ontwikkeling
en hun interactiemogelijkheden. In deze gezinnen zijn ook de contacten met instanties een specifiek
aandachtspunt. Hier zal vaak vanaf het begin van de VHT plus aandacht aan worden besteed via de
basiscommunicatie, waarbij de videobeelden van de interacties met de VHT als uitgangspunt dienen.
Daarnaast komt het voor dat gezinsleden ernstige trauma‟s hebben meegemaakt en als gevolg
waarvan zij zeer onevenwichtig kunnen reageren. In deze gezinnen is nauwelijks de rust om
stelselmatig te werken door de onverwachte en afschuwelijke dingen die gezinsleden (steeds weer)
meemaken. De groei in het contact met de kinderen raakt steeds aan oude ervaringen, waardoor de
VHT zeer wisselend gedrag kan tegenkomen. In deze gezinssituaties beïnvloeden alle
aandachtsvelden elkaar en dienen ze aandacht te krijgen. Voor het vasthouden van de ontwikkeling
in het gezin is het nodig dat de VHT beschikt over uithoudingsvermogen en standvastigheid en de
mogelijkheid van goede supervisie. De VHT zal helder zicht moeten blijven houden op de
gezinsontwikkeling in de verschillende aandachtsvelden.
VHT plus verloopt in vier stappen.
1. De introductie aan de ouders. Pas wanneer de methodiek zorgvuldig aan de ouders is
uitgelegd, kan men overgaan naar het maken van de video/opname.
2. Het maken van de video-opname: het filmen en het analyseren ervan.
3. Het nabespreken van de video-opname met de ouders en eventueel de jeugdige
(afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling) De ondersteuning in het verwerken van de
informatie die ouders krijgen aan de hand van de beelden.
5
Zie bijlage Trajectplan
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 8/30
4.
Herhaling van stap 2 en 3 totdat de ouders en kinderen de basiscommunicatie kunnen
toepassen, er voldoende positieve ontwikkeling zichtbaar is en de verandering beklijft. VHT
kan dan worden afgesloten.
Indien gewenst kan er door de VHT een opname gemaakt worden op de peuterspeelzaal/school en
teruggekeken worden met ouders en leerkracht. Ter afsluiting van VHT plus word een overleg
georganiseerd met ouders en relevante personen uit het ( professionele) netwerk waarin samen een
korte selectie van video opnames word besproken, met als doel een goede afgestemde aanpak te
realiseren waarbij de ontwikkeling van de kinderen centraal staat. Na dit evaluatiegesprek beschrijft
de VHT het proces, de bereikte doelen en de eventuele voortzetting door een andere hulpvorm.
Ad.1.
Bij de introductie krijgen de gezinsleden alle informatie die nodig is om op een helpende, effectieve
manier te werken met VHT. Ouders weten wat er met de opname gebeurt en dat privacy geborgd is.
VHT spreekt met de ouders samen werkdoelen af. Hierbij wordt altijd aangesloten op de hulpvragen
van de ouders.
Ad 2.
De VHT maakt bij voorkeur een opname van geslaagde contactmomenten. Dat wil zeggen dat de
VHT zelf kiest wat er wel gefilmd wordt en op welke momenten niet. In principe worden de
momenten gefilmd waarop het kind een initiatief heeft om contact te maken én (indien aanwezig)
aansluitend de momenten waarop de ouder het contact-initiatief positief 'ontvangt'. Ook worden de
ontwikkelingsinitiatieven van het kind in beeld gebracht en (indien aanwezig) de momenten waarop
de ouder hierop adequaat reageert. Wanneer de ouder een adequate respons heeft spreekt men van
een geslaagd contactmoment. Er worden drie à vier momenten van kind-initiatieven of geslaagde
communicatie (tussen kind en ouder) gedurende drie à vier minuten gefilmd. Bij elkaar wordt er
tussen de negen tot zestien minuten gefilmd per bijeenkomst. Men krijgt zo een reeks van momenten
van geslaagde interactie of een reeks van initiatieven van het kind te zien op de opname en niet een
aaneengesloten observatie van wat er in het gezin gebeurt. Er moet sprake zijn van een toename
van de geslaagde contactmomenten gedurende de begeleiding. De derde video-opname laat meer
geslaagde contactmomenten zien en langere reeksen van geslaagde uitwisseling, dan de eerste
video-opname.
Ad 3.
Het terugkijken met ouders gebeurt aan de hand van de micro-analyse (ook wel interactie-analyse
genoemd) die de VHT-er gemaakt heeft aan de hand van het basiscommunicatie-schema 6 . Dit
basiscommunicatie-schema geeft de interactie weer die ouders normaal gesproken (wanneer er
geen problemen zijn) intuïtief gebruiken om hun kind te ondersteunen in de ontwikkeling. De VHT-er
geeft de ouders informatie tijdens het eerste terugkijkgesprek over 'gezonde' interactie. Hierbij wordt
uitgegaan van wat ouders van nature intuïtief gedaan zouden hebben. De focus ligt dan op het
uitvoeren en het beklijven van de informatie uit het eerdere terugkijkgesprekken. Ouders ervaren op
die manier hun eigen mogelijkheden (empowerment) en kunnen hun intuïtieve ouderschap weer
oppakken.
Bij de terugkijkmomenten waarbij de jeugdige aanwezig is wordt de inzet van beelden ook gebruikt
om in het hier en nu te oefenen met ouders en jeugdige om tot overleg te komen. Ouders en
jeugdige kunnen hierdoor “de tweede kans” van het beeld gebruiken om de communicatie alsnog
positief te laten verlopen. Het basiscommunicatie-schema is hierin een leidraad voor zowel ouders
als jeugdige.
6
Zie bijlage
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 9/30
Het terugkijken met andere relevante personen uit het (professionele) netwerk vindt plaats in overleg
met de ouders en peuterspeelzaal/school. Er kan er gekozen worden voor het filmen op school door
de VHT. Er wordt één keer gefilmd als de leerkracht aangeeft dat de communicatie met het kind niet
gemakkelijk verloopt en het kind niet adequaat participeert aan de activiteiten op school. Videoanalyse onder leiding van de VHT met de leerkracht op school, helpt de leerkracht om het contact en
de communicatie met het kind te verbeteren, waardoor positief leiding geven aan het kind bij de
verschillende activiteiten op school gemakkelijker wordt. Tenslotte organiseert de VHT een
gezamenlijk overleg tussen ouders en leerkracht(en) waarin een selectie van de videobeelden die
thuis en op school zijn gemaakt gezamenlijk worden bekeken en besproken, met daarbij de focus op
de 'gebruiksaanwijzing' van het kind. Hierdoor kan vervolgens de (sociaal-emotionele) ontwikkeling
van het kind gericht ondersteund worden vanuit een goed afgestemde aanpak thuis ( door de
ouders) en op school ( door de leerkracht).
4.2 Duur
Maximaal 6 tot 9 maanden, waarbij het aantal sessies leidend is.
4.3 Frequentie
Wekelijks 1 huisbezoek/sessie van gemiddeld 60 minuten.
4.4 Intensiteit
Maximaal 20 huisbezoeken/sessies waarvan 10 opnames en 10 terugkijkmomenten.
4.5 Setting
In de thuissituatie en indien gewenst een opname en terugkijken op de peuterspeelzaal/school.
5. Materialen en links
De methodiek is beschreven in het boek “Video Home Training in gezinnen” 1 e druk 1994 van Bohn
Stafleu en van Loghum.
Daarnaast zijn verschillende handleidingen beschikbaar, waarin de methodiek beschreven is:
“Kortdurende Video-Home Training in gezinnen met jonge kinderen” met DVD een uitgave
uit 2008 van Alfabase, Alphen aan de Rijn.
“Video home training in gezinnen met kinderen in de basisschoolleeftijd” met DVD een
uitgave uit 2010 van SWP, Amsterdam
“Gehechtheid in beeld” Video Interactie Begeleiding voor professionals in de adoptiezorg
met DVD een uitgave uit 2012 van SWP Amsterdam
“Baby‟s in beeld “ een naslagwerk met DVD , dat specifiek gericht is op het werken met
jonge kinderen van 0-4 jaar. Een uitgave uit 2005 van SWP Amsterdam
zie verder www.aitnl.org
Tevens dient iedere VHT/VIB-er dient in het bezit te zijn van een Ipad die geschikt is voor VHT/VIB.
Gedurende de opleiding dient men gemakkelijk gebruik te kunnen maken van een 2 de Ipad/camera
en bijbehorende apparatuur (kabels, groothoeklens en statief) om opnames te kunnen maken tijdens
het terugkijken in het gezin, met de cliënt.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 10/30
B. ONDERBOUWING VAN DE MODULE
6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak
Geef aan hoe probleemanalyse, doel, doelgroep en methodiek op elkaar aansluiten. In uw betoog
moet antwoord gegeven zijn op de volgende vragen (zie ook de handleiding bij dit werkblad):
Probleemanalyse
Het bevorderen sensitieve afstemming is centrale focus van VHT plus. Dit uitgangspunt is terug te
vinden in verschillende theorieën over en onderzoeken naar de interactie tussen ouders en jonge
kinderen (Trevarthen 1997; Stern, 1985; Papoušek & Papoušek, 1999). Deze onderzoeken laten
zien dat baby's en jonge kinderen een actieve inbreng hebben in de communicatie en dat de meeste
ouders daar van nature 'afgestemd' op reageren. Onbewust zijn ouders meestal op een natuurlijke
manier kwalitatief en kwantitatief aangepast aan het ontwikkelings- en communicatieniveau van het
kind. Ze putten daarbij uit eigen ervaringen en uit eigen krachten, waarbij hun ontwikkeling als ouder
in het ouderschap min of meer gelijk opgaat met de ontwikkeling(sbehoeftes) van hun kind. De mate
van sensitiviteit en responsiviteit is daarbij van groot belang, omdat deze de kwaliteit van de
interactie bepalen.
Onderzoeken laten verder zien dat met name de sensitieve afstemming veel invloed heeft op de
vroege hersenontwikkeling van het jonge kind (Riksen-Walraven, 2002). In de jonge jaren
ontwikkelen de hersenen zich snel en zijn ze erg vatbaar voor omgevingsinvloeden (Gunnar, Herrera
& Hostinar, 2009). Vroege emotionele ervaringen worden letterlijk ingebed in de structuur van het
brein. Deze emotionele ervaringen vinden bij baby's en jonge kinderen plaats tijdens de interactie
met de verzorger. Kinderen laten ongemak zien en huilen als ze zich hongerig, koud, nat of om een
andere reden oncomfortabel voelen en ze ervaren positieve emoties als ze gevoed, verzorgd en
vastgehouden worden. De associatie tussen positieve emoties en de beschikbaarheid van sensitieve
en responsieve verzorging wordt versterkt gedurende de kindertijd en is zowel waarneembaar in het
gedrag als in de hersenstructuur (National Scientific Council on the Developing Child, 2004).
De responsieve sensitiviteit is dus zowel van belang voor de hechtingsrelatie, als voor de
ontwikkeling op neurobiologisch niveau. Hiermee samen hangt de stressregulatie. Kinderen leren
namelijk door middel van positieve interacties met belangrijke andere mensen de stress te reguleren.
Bij VHT worden deze mogelijkheden actief benut. Op de videobeelden kan per moment bekeken
worden wanneer en waardoor het kind in een stress-situatie raakt en worden ouders geholpen door
de video-hometrainer om het kind te helpen de stress te reguleren, dit bevordert bij het kind de
ontwikkeling
van
een
adequaat
systeem
voor
stress-regulatie.
Als dit niet adequaat gebeurt, zal het kind later moeite hebben met stressregulatie en het omgaan
met spanningen (Riksen-Walraven, 2002). Als de stress niet gereguleerd wordt door de ouder of de
emotionele stress langdurig is kan dit de zich ontwikkelende hersenstructuur van het jonge kind
aantasten (National Scientific Council on the Developing Child, 2004).
Voor oudere kinderen (vanaf 12 jaar) geldt dat de hulpvragen met adolescenten vaak betrekking
hebben op het niet nakomen van afspraken, er niet meer geluisterd wordt en de jeugdige zijn eigen
gang gaat. Het zijn veelal situaties waarin er sprake is van een conflict of een belangenstrijd. Vaak
vormen deze conflicten in het gezin nog de enige aanleiding om iets uit te wisselen met elkaar. In het
contact met adolescenten staat de hantering van de basiscommunicatie centraal en dan vooral het
overleg leren voeren en het omgaan met tegengestelde meningen. Als een puber ongeveer vijftien
jaar lang in een moeilijke gezinssituatie is opgegroeid, heeft hij veelal een sociale
ontwikkelingsachterstand opgelopen in het hanteren van taal en luisteren in overleg en in het zich
concentreren. Men moet dan in de interactie vaak afstemmen op een jonger leeftijdsniveau. Bij
adolescenten ziet men ook niet altijd onmiddellijk resultaat. Het is voor ouders met adolescenten
soms dan ook moeilijk te geloven dat de jongere zich beter zal ontwikkelen door toepassing van de
interactieprincipes. Het resultaat is minder direct zichtbaar dan bij jongere kinderen.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 11/30
Beïnvloedbare factoren
VHT plus is een gedragsgeoriënteerd programma dat zich primair richt op het interactiegedrag van
opvoeder(s) en kind, waarbij de focus is gericht op het initiatief van de jeugdige en op het
opvoedgedrag van ouders, met daarin de dimensies sensitieve responsiviteit en leidinggeven. De
beelden die bij VHT worden gemaakt dienen om de behoeftes van het kind en de ontwikkeling van
het kind helder in beeld te brengen en centraal te stellen in een bespreking hiervan door de
hulpverlener met de ouders.
Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak
De genoemde onderzoeken naar de interactiepatronen tussen ouders en kinderen en de
gehechtheidstheorie vormen het theoretisch kader, dat door Biemans (1994) benut werd in het
ontwikkelen van video-hometraining, een begeleidingsmethode die erop gericht is gezinnen met
opvoedingsvragen en/of -problemen op een praktische manier thuis te helpen.
Aan de hand van video-opnames worden de initiatieven van het kind en momenten van positieve
interactie tussen ouder en kind in beeld gebracht. De ouders krijgen door het terugkijken naar de
eigen beelden en door de informatie over gezonde communicatie met kinderen, nieuwe
mogelijkheden om hun sensitiviteit voor de signalen van hun kind (verder) te ontwikkelen en zo het
contact met hun kind te verbeteren. De kwaliteit van de interactie optimaliseert en aansluitend
kunnen ook de opvoedingsvaardigheden van de ouder(s) zich positief ontwikkelen.
De video-hometrainer signaleert ook de momenten waarop de interactie (nog) niet goed verloopt en
brengt in een later stadium een beperkte selectie van deze situaties aan de hand van de
videobeelden op een uitnodigende manier in gesprek met ouders. Vertrekpunt hierbij is de oriëntatie
op het initiatief van het kind 'wat heeft je kind hier (extra) nodig?' en 'hoe kun je je kind hierbij (extra)
helpen?' Door deze aanpak wordt gezonde ontwikkeling en adequaat handelen versterkt en wordt
bevorderd dat op 'moeilijke momenten' enerzijds het contact kan worden hersteld doordat ouders
hun kind beter begrijpen en anderzijds dat ouders inadequate reactiepatronen kunnen vervangen
door adequate reacties. Op de vervolgopname komt dit in beeld en kan het ombuigen van 'neereeksen' naar 'ja-reeksen' extra worden bekrachtigd in de feedback. Bij kinderen verdwijnt het
meeste probleemgedrag bij (herstel van) het contact en een adequate pedagogische aanpak.
Werkzame factoren /mechanismen
De resultaten van overzichtsstudies naar de effecten van video-feedback bij ouders zijn eensgezind
positief. De meta-analyse van Fukkink (2008) laat een positief effect zien van video-feedback,
inclusief VHT-programma's, op het opvoedgedrag (a), op de opvoedbeleving (b) en op de
ontwikkeling van het kind (c). Een meta-analyse van Bakermans-Kranenburg, van IJzendoorn en
Juffer (2003) laat zien dat de effecten van sensitiviteitsprogramma's met video-feedback bovendien
gunstig afsteken bij die van andere programma's, gelet op de sensitiviteit van de ouders.
Verandering opvoedgedrag
Video-feedback programma's slagen erin om effectief opvoedgedrag (dat zichtbaar is, zij het
infrequent) te versterken door positieve videofragmenten te tonen aan de ouder en deze vervolgens
met hen te bespreken. Eventueel minder effectief opvoedgedrag wordt eveneens herkenbaar
gemaakt. Ouders krijgen inzicht in hun effectieve en minder effectieve opvoedgedrag en positief
opvoedgedrag wordt bekrachtigd. De hulpverlener benoemt geslaagde interacties, wijst soms ook op
negatieve interactiepatronen (bijvoorbeeld de 'nee-reeks') en ondersteunt ouders bij het formuleren
van adequate alternatieven. Door het bekijken en bespreken van de videobeelden met de
hulpverlener slagen ouders erin effectiever op te voeden.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 12/30
De werkzame elementen van VHT worden beschreven door Fukkink in 'Video-feedback in
breedbeeldperspectief', een meta-analyse van de effecten van video-feedback in gezinsprogramma's
(zie Fukkink, 2008 voor een overzicht). Belangrijke verklaringen voor de aantrekkingskracht van het
video-medium zijn:
- Video-opname: ouders kijken met bovengemiddelde aandacht en vaak met grote emotionele
betrokkenheid naar zichzelf en hun kind op de beelden.
- Interactieanalyse: door de opname van de interactie te bekijken en de slow-motionfunctie en
het stilzetten van het beeld te benutten kan men het interactiegedrag van ouders en
kind(eren), dat zich soms in een fractie van een seconde afspeelt, intensief analyseren. Op
deze manier maakt een video-opname de ouders duidelijk hoeveel signalen hun kind geeft
die zij hiervoor in de dagelijkse omgang niet herkenden (Ladnier & Massanar, 2000).
- Informatie over de gezonde ontwikkeling en de ontwikkelingsbehoeftes van het kind tijdens
de review, zodat ouders hun focus kunnen gaan leggen op het ondersteunen van de
gezonde ontwikkeling van hun kind.
- De video-beelden maken het mogelijk voor ouders om met enige afstand en ruimte voor
reflectie naar zichzelf te kijken. Zij kunnen bijvoorbeeld een discrepantie ontdekken tussen
het beeld dat zij van zichzelf of hun kind hadden en de beelden die zij van zichzelf en hun
kind zien (Fivaz-Depeursinge, Corboz-Warney & Keren, 2004; Papousek, 2000).
- De combinatie van beelden terugzien met het verkrijgen van informatie heeft effect op de
bewustwording en het inzicht van ouders én op hun gevoelens over hun kind.
Bovengenoemde werkzame elementen leiden in combinatie, tot het positieve effect van de
methode VHT Voorwaarde om dit te realiseren is een ontspannen en positieve attitude van
de Ouders bij de bespreking van de videobeelden met de ouders, zodat de ouders een open
houding hebben m.b.t. de reflectie op hun opvoedgedrag. Dit is belangrijk omdat negatieve
effecten zijn gerapporteerd van meer confronterende aanpakken (vaak aangeduid met
'video confrontation' of 'self-confrontation'). De kwaliteitsborging door het supervisiesysteem,
maakt dat elke VHT inzicht kan krijgen in de kwaliteit en het effect van de hulpverlening door
zijn eigen gesprekken op te nemen en te analyseren en de (micro-)analyse van de reeks
pedagogische video-opnames in het gezin.
In de literatuur is verder gewezen op het belang van een gedetailleerde en gestructureerde analyse
van de videobeelden met 'behavior coding' om inzicht te krijgen in het eigen opvoedgedrag en dit
vervolgens te veranderen (zie ook Fukkink, Trienekens, & Kramer, 2011). Bij VHT wordt het gedrag
van het kind en de ouder geconcretiseerd door te focussen op concrete gedragingen, die zijn
afgeleid van ethologisch onderzoek van de moeder-kind interactie (Trevarthen 1979; Papousek &
Papousek 1979, Stern, 1985).
De positieve effecten zijn gevonden bij gezinnen waar de interactie tussen ouder(s) en kind minder
goed verloopt. In een deel van de wetenschappelijke studies is met name sprake van een risicofactor
op ouderniveau (bijvoorbeeld: weinig sensitief gedrag van de moeder door een problematisch
gehechtheidsverleden), in een ander deel van de studies is met name sprake van een risicofactor op
kindniveau (bijvoorbeeld: druk gedrag van een kind met ADHD). Een gedeeld kenmerk in het
onderzoek in beide populaties met een risicofactor op ouder- of op kindniveau is dat de interactie
tussen ouder(s) en kind moeilijker verloopt en dat de ouder als opvoeder met name verantwoordelijk
is voor de interacties in het gezin. In beide contexten blijkt het werken met videobeelden effectief (zie
Fukkink, 2008).
De literatuur laat daarnaast positieve effecten zien van video-feedback bij een brede doelgroep van
ouders. De effecten voor de verandering van opvoedgedrag blijken niet samen te hangen met
diverse risicofactoren bij de ouders. Anders gezegd, het effect van video-feedback is relatief robuust
en lijkt niet sterk afhankelijk van risicofactoren. De enige kanttekening die vanuit wetenschappelijk
onderzoek moet worden gemaakt is dat de werkzaamheid van video-feedback geringer is als het
gaat om de verandering van de opvoedbeleving van de ouders (en dus niet de verandering van het
opvoedgedrag) bij gezinnen met risicofactoren.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 13/30
Ten slotte blijken korte programma's effectiever dan langdurige (Fukkink, 2008); dit is ook wel
aangeduid als de 'Less is more'-hypothese (zie Bakermans-Kranenburg e.a., 2003). De metaanalyse van Fukkink (2008) laat concreet zien dat effecten groter zijn als de sessies in een korte
periode worden aangeboden. VHT sluit hierop aan doordat het een relatief kort programma is.
Verantwoording
Nederlands en buitenlands onderzoek naar de effecten van soortgelijke interventies ondersteunen
verder de uitgangspunten en opzet van VHT. Relevante onderzoeksgegevens zijn overzichtelijk
weergegeven in twee meta-analyses die zijn uitgevoerd door de UVA o.l.v. Fukkink: een metaanalyse naar het effect van video-feedback in de hulpverlening aan gezinnen met opvoedingsproblemen en een meta-analyse naar het effect van video-feedback op de kwaliteit van het handelen
van professionals in 'contactberoepen'. Daarnaast refereren we aan het in Nederland op de
Universiteit van Leiden uitgevoerde primair effectonderzoek naar een soortgelijke interventie (VIPP)
en varianten van VIPP.
Het SCO-Kohnstamm Instituut voerde een meta-analyse uit, waarbij (binnen- en buitenlandse)
onderzoeken naar het effect van videofeedback (in de hulpverlening aan gezinnen met
pedagogische problemen) zijn doorgelicht (Fukkink, 2007; 2008). In het onderzoek wordt geordend
weergegeven op welke manier videofeedback in de afgelopen jaren is benut in de hulpverlening aan
gezinnen en werd gekeken naar de opzet en resultaten van onderzoek op dit gebied. De impact van
videofeedback wordt al vroeg beschreven in de literatuur (Berger, 1978; Fuller & Manning, 1973 in:
Fukkink, 2007). Een verklaring voor de aantrekkingskracht van het medium video is dat ouders
zichzelf in interactie met hun kind zien en daardoor met bovengemiddelde aandacht en vaak met
grote emotionele betrokkenheid naar zichzelf en hun kind op de videobeelden kijken (Dowrick, 1999;
Fuller & Manning, 1973, Papoušek, 2000 in: Fukkink, 2007). Daarnaast maakt de video-opname het
mogelijk om met enige afstand en ruimte voor reflectie naar zichzelf te kijken. Ouders kunnen
bijvoorbeeld een discrepantie ontdekken tussen het beeld dat zij van zichzelf of hun kind hadden en
de beelden die zij van zichzelf en hun kind zien (Fivaz-Depeursinge, Corboz-Warney & Keren, 2004;
Papoušek, 2000 in: Fukkink, 2007). Door terug te spoelen, te werken met de slow-motionfunctie en
door beelden stil te zetten kan men bovendien het interactiegedrag van ouders en kinderen, dat zich
soms in een 'split-second' afspeelt, intensief nader analyseren. Op deze manier maakt een videoopname de ouders soms duidelijk hoeveel signalen hun kind geeft die zij hiervoor in de dagelijkse
omgang, niet herkenden (Ladnier & Massanar, 2000 in: Fukkink, 2007). Fukkink (2007) rapporteert
dat videofeedback effectief is bij gezinnen met jonge kinderen. Er zijn statistisch significante effecten
voor opvoedgedrag, opvoedingsbeleving/stress en de kinderlijke ontwikkeling. Uit de meta-analyse
van 28 studies (n=1794 gezinnen) van 'videofeedbackinterventies' bleek dat het opnemen van
interacties en het laten zien van de videobeelden - wat veelal is ingebed in een meer omvattend
programma - leidt tot statistisch significante positieve effecten op het opvoedingsgedrag en de
attitude van de ouders en de ontwikkeling van het kind. Ouders worden vaardiger in de interactie met
hun kind en ervaren minder problemen en meer plezier in hun rol als ouder.
Verder bleek dat kortere programma's effectiever zijn voor de verbetering van de
opvoedingsvaardigheden. De effecten op de attitude van de ouders waren groter wanneer ouders (a)
niet afkomstig zijn uit een risicogroep en (b) wanneer er met een focus op specifieke
gedragselementen naar de opnames wordt gekeken.
In de meta-analyse wordt ook onderscheid gemaakt tussen VHT/VIB programma's en 'andere
programma's'. Voor het gedrag van de ouder wordt bij de andere programma's een effectgrootte
gemeld van 0.47 en voor VHT/VIB een effectgrootte van 0.76. Bij de attitude van de ouder zijn de
effectgroottes respectievelijk 0.24 en 0.56 en voor de ontwikkeling van het kind 0.29 en 0.42.
VHT/VIB programma's bleken dus effectiever dan de andere programma's.
Bij VHT worden niet alleen de ouders, maar ook de hulpverlener intensief begeleid m.b.v. videofeedback. Het gaat hierbij om feedback op de eigen attitude en handelen met name in het overleg
met de ouders tijdens de review. Regelmatig worden de terugkijkgesprekken met de ouders op video
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 14/30
opgenomen en met de supervisor besproken met de focus op zowel de communicatie als de inhoud.
Een meta-analyse van Fukkink, Trienekens en Kramer (2010) laat zien dat dit een effectieve
methode is om belangrijke interactievaardigheden van professionals te verbeteren. Door zichzelf
terug te zien op video verbeteren professionals hun receptieve, informatieve en relationele
vaardigheden. Het uitgevoerde onderzoek laat tevens zien dat video-feedback bijdraagt aan de
verbetering van verbale, non-verbale en paralinguale aspecten van de communicatie in professionele
settings.
7. Samenvatting onderbouwing
VHT is een gedragsinterventie voor gezinnen waar sprake is van een verstoorde interactie tussen
ouders en hun kind(eren) die samenhangt met complexe problematiek welke leidt tot ernstige en/of
langdurige opvoedingsproblemen (opvoedingsnood),met als gevolg dat bij de aangemelde kinderen
sprake is van externaliserend of internaliserend probleemgedrag. Om deze problemen te
verminderen, verbetert VHT de kwaliteit van interacties tussen ouders en kind en, indien gewenst of
nodig, die tussen leerkracht en kind, en realiseert een goede afstemming van de aanpak thuis (en op
school). Hiertoe maakt VHT gebruik van video-feedback aan opvoeders, waarbij de focus is gericht
op het initiatief van het kind en op het opvoedgedrag van ouders, met daarin aandacht voor
dimensies sensitieve responsiviteit en leidinggeven. Aan de hand van video-opnamen van interacties
tussen ouder en kind en door het aanvullend verstrekken van (specifieke) informatie over de
ontwikkeling en opvoeding van kinderen en waar nuttig en nodig over het oplossen van eventuele
problemen daarbij.
8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking
8.1 Eisen ten aanzien van opleiding
VHT plus word uitgevoerd door medewerkers met een afgeronde HBO- opleiding
(MWD/SPH/Pedagogiek) aangevuld met een afgeronde opleiding tot Video Home Trainer.
De gecertificeerde VHT-er wordt opgenomen in het landelijk register van de AIT. Vervolgens vindt
driejaarlijks een kwaliteitstoetsing plaats waarvan een aantekening wordt gemaakt in de AITcertificeringsbank.
Er is scholing nodig om aan de kwaliteitseisen van de VHT te blijven voldoen
kwalitatief „onderhoud‟ van het certificaat voor de gecertificeerde VHT:
o deelname Werk Ontwikkeling Kring. (WOK) 4 keer per jaar
o AIT studiedag 1x per jaar
o supervisie en consult, 12 keer per jaar
o hercertificeren ( 1x per 3 jaar)
De opleiding, supervisie, hercertificering en WOK worden intern verzorgt door de opleider VHT/VIB.
De opleider VHT valt onder de supervisieladder van het AIT. Deze supervisie vindt op consultbasis
plaats en de opleider neemt deel aan de opleiderskring van het AIT 4x per jaar.
JHF is participant van de stichting „Associatie Intensieve Thuisbehandeling‟ waardoor er de
bevoegdheid is om mensen intern en extern op te leiden/ (her)certificeren tot VHT,VIB-er en opleider
VHT/VIB.
Zie verder www.aitnl.org
8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie
Overdracht en implementatie zijn gewaarborgd door de uitgebreide en gedetailleerde handleidingen
en de intensieve training, begeleiding en kwaliteitsbewaking van de uitvoeders.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 15/30
8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking
De kwaliteit van de module wordt bewaakt aan de hand van de resultaten uit de prestatieindicatoren: doelrealisatie, cliënttevredenheid, reden beëindiging hulp en afname ernst
problematiek. Jeugdhulp Friesland voldoet aan de kwaliteitsnormen HKZ, hetgeen betekent dat
de cliënt centraal staat en er continu gewerkt wordt aan het verbeteren van de hulpverlening.
Driejaarlijkse kwaliteitstoets: gecheckt wordt of de video-hometrainer voldoet aan de volgende
criteria:
1. Het adequaat uitvoeren van een (beeld voor beeld) interactieanalyse van de video-opnamen,
om gezinsinteractiepatronen te kunnen vaststellen en aan de hand hiervan
aandachtspunten te formuleren zowel t.b.v. het bekrachtigen van wat goed gaat als t.b.v. op
gang brengen/ondersteunen van gewenste ontwikkeling.
2. Het op activerende wijze samen met de ouders terugkijken en bespreken van de
videobeelden.
3. Zich richten op de krachten in het gezin zonder de problemen en de risico's uit het oog te
verliezen.
4. Het zelfstandig uitvoeren van de VHT plus.
5. Via videobeelden aantonen in de begeleiding en hulpverlening de basiscommunicatie te
benutten
6. Het verwerken in schriftelijke rapportage van interactieanalyse en (gewenst)
veranderingsproces.
7. Voldoende actief gebleven in het helpen van gezinnen met behulp van VHT plus in de
afgelopen drie jaar, met voldoende resultaat. (Aantal begeleidingen wordt tevoren
vastgesteld).
De VHT-er heeft deelgenomen aan verschillende deskundigheidsvergrotende activiteiten, conform
het AIT bijscholingsprogramma.
De VHT wordt gesuperviseerd in de eigen communicatie met en afstemming op de ouders in de
terugkijkgesprekken, die ook op video opgenomen worden. Deze video-feedback, die zowel gericht
is op de kwaliteit van de communicatie als de inhoudelijke inbreng van de professional, is van grote
waarde. Er ontstaat helder zicht en inzicht in de kwaliteit en de effectiviteit van de begeleiding en er
kan indien nodig bijgesteld worden. Deze aanpak waarborgt de kwaliteit van de begeleiding in de
gezinnen. Bevestiging hiervoor is te vinden in een meta-analyse van Fukkink, Trienekens en Kramer
(2010), die laat zien dat video-feedback een positief effect heeft op de interactievaardigheden van
professionals in contactberoepen. Er is een supervisie systeem ontwikkeld waarbij de VHT zichzelf
opneemt op video, terwijl hij de belden terugkijkt met de ouders en jeugdige. Dit betekent dat er een
goed zicht is op de correcte toepassing van de methodiek door de VHT.
8.3. Kosten van de module
Betrokken professionals:
VHT-er
2.4 uur per sessie per week. 8
capaciteitsplekken
VHT supervisor/opleider
Verblijf: nee
Verzorgingskosten: nee
Pleeggeld: nee
Licentie: ja
Training / opleiding: ja, zie 8.1
Specifiek materiaal: zie hoofdstuk 5 (iPad en afspeelapparatuur)
overige kosten: belegd in submodules
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 16/30
9. Onderzoek naar de uitvoering van de module
Zie pararaaf 6 voor onderzoek naar VHT. Er is geen onderzoek gedaan naar de uitvoering van de
module VHT plus.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 17/30
C. EFFECTIVITEIT
10. Nederlandse effectstudies
10.1 Studies naar de effectiviteit van de module in Nederland
In vier studies is sprake van een zogenaamd 'veranderingsonderzoek' (niveau 1 in de DEI-classificatie). De
onderzoeksopzet uit de studie van Wels e.a. (1994) is niet goed classificeerbaar in de DEI-indeling, maar
heeft een lage status. Er is in alle studies gebruik gemaakt van een onderzoeksopzet met een voor- en een
nameting bij een VHT-groep zonder een controlegroep in een praktijksetting in de Nederlandse context. De
studie van Jansen en Wels (1998) heeft als enige nog een follow-up van minimaal 6 maanden na het einde
van de interventie. Kort samengevat, de interne validiteit van het effectonderzoek is relatief laag.
Uitkomsten uit evaluaties van VHT met kinderen in de basisschoolleeftijd.
Jansen en Wels (1998)
De studie van Jansen en Wels laat een positief effect zien wat betreft de attitude van de ouder en het
gedrag van de ouders en van het kind. Deze studie was een 'within-design' zonder controlegroep met 27
gezinnen waarvan de kinderen als diagnose ADHD of ten minste druk gedrag en nog enkele andere
problemen hebben gekregen. Bij de intake was de opvoedingsbelasting door de relatie met het kind hoog
bij de ouders, na afloop van VHT was dit significant veranderd in de positieve richting. Dit effect was 6
maanden na afloop van de VHT nog aanwezig.
Bewijskracht van het onderzoek: Sterk
Effectiviteit: positieve resultaten op twee uitkomstmaten bij moeder en vader (zie het schema hieronder)
Janssens en Kemper (1996)
Ook Janssens en Kemper deden een onderzoek met een experimentele opzet zonder controlegroep. De
belangrijkste resultaten: Na VHT komen meer positieve en minder negatieve interacties tussen ouder en
kind voor.
Bewijskracht van het onderzoek: Zwak
Effectiviteit: positieve resultaten bij twee uitkomstmaten bij vader en moeder
Vogelvang (1993)
Vogelvang deed onderzoek met een 'within-design' zonder controlegroep. De effecten van VHT werden
vergeleken met de methode Project aan Huis.
Belangrijkste resultaten: weinig positieve effecten voor de totale groep (15 gezinnen) die VHT ontving. Bij 2
van de 15 kinderen verbetering van de gedragsproblemen.
Bewijskracht van het onderzoek: Zwak
Effectiviteit: 2, effectiviteit niet vastgesteld
Bij een kleinschalige studie van Wels, Jansen en Pelders (1994) zijn de effecten van VHT groot wat betreft
de attitude van de ouders.
Het onderzoekstype: 'within-design' zonder controlegroep
Belangrijkste resultaten: positieve effecten van VHT op de beleving van ouders van de opvoedingssituatie.
Bewijskracht van het onderzoek: Zeer zwak
Effectiviteit: 5 effectiviteit onduidelijk of onbekend
10.2 Samenvatting Nederlandse effectstudies
Het geaggregeerde effect van de studies naar VHT is 0.76 voor opvoedgedrag, 0.56 voor de
beleving van de opvoeding en 0.42 voor de ontwikkeling van het kind (zie Fukkink, 2007).
De studies laten als groep heterogene uitkomsten zien. De studies van Jansen en Wels (1998),
Janssens en Kemper (1996) laten een positief beeld zien; ook de resultaten van de kleinschalige
studie van Wels, Jansen en Pelders (1994) zijn positief. Uitgedrukt in positieve en negatieve
uitkomsten ('vote-counting') is er sprake van 3 studies met positieve uitkomsten, maar voor elke
studie geldt, zoals gezegd, dat er sprake is van een laag niveau van de studies volgens de DEIclassificatie.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 18/30
11. Buitenlandse effectstudies
Onderzoek van Weiner, Kuppermintz en Guttmann (1994) toont aan dat VHT effectief is. In hun
onderzoek wordt aangetoond dat alleen bij de VHT-groep positieve effecten te zien waren op de
communicatie tussen ouder en kind. Ook een kleinschalige studie van Häggman-Laitila, Seppänen,
Vehviläinen-Julkunen en Pietila (2010) laat bij een follow-up na 6 maanden zien dat de ouders
tevreden zijn over het programma en vooruitgang constateren bij de opvoeding van hun kinderen.
D. OVERIGE INFORMATIE
12. Toelichting op de naam van de module
De term 'Home-training' is een verzamelbegrip voor verschillende methodes voor pedagogische
hulpverlening in de thuissituatie, met voor elke methode eigen kenmerken en accenten. Videohometraining is één van deze methodes (Schaap-Paauw & Stavast, 1989). Video-hometraining is
ontwikkeld vanuit de Stichting Orion ('Orion methode') en later door SPIN (Stichting Promotie
Intensieve Thuisbehandeling Nederland) uitgewerkt. Na het opheffen van SPIN wordt zowel de
borging als de ontwikkeling van de methode behartigd vanuit de AIT( associatie Intensieve
thuisbehandeling),
een
intersectorale
vereniging
van
instellingen.
De titel VHT verwijst naar een centrale component van de aanpak: het maken en gebruiken van
video-opnames van interacties in de thuissituatie. VHT vindt altijd plaats in de thuissituatie bij de
ouder en het kind.
In het buitenland is VHT bekend onder de naam Video Interaction Guidiance.
13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners)
Er zijn geen gegevens over de uitvoerende organisatie bekend.
14. Overeenkomsten met andere modules
Er zijn verschillende modules die werken middels video-feedback:
K-VHT is een vorm van specialistische begeleiding of zorg die zowel preventief als curatief
word ingezet in gezinnen met jonge kinderen (0-4 jaar) K-VHT word met name uitgevoerd in
het voorliggende veld.
-
VIPP-SD richt zicht op ouders met kinderen in de leeftijd van ongeveer 1 – 5 jaar bij wie
sprake is van gedragsproblemen (bijvoorbeeld ongehoorzaamheid, driftbuien, slaan). VIPPSD bestaat uit 6 sessies bij het gezin thuis. De eerste 4 sessies vinden elke drie tot vier
weken plaats, de laatste twee sessies (herhalingssessies) kunnen iets meer gespreid
plaatsvinden.
-
VIPP-FC richt zicht op pleeg(pleeg)ouders die zorgen voor een pleegkind bij wie sprake is
van gedragsproblemen (bijvoorbeeld ongehoorzaamheid, driftbuien, slaan) in de leeftijd van
1 tot 5 jaar.
-
PPI is opgezet voor pleegouders die problemen/spanning ervaren in de opvoeding van hun
pleegkind (in de leeftijd van 0 tot 4 jaar). PPI bestaat uit 6 individuele sessies van 60 tot 90
minuten en twee video-opnames in de leefomgeving van het pleegkind. Tevens vindt er
psycho-educatie over veiligheid en gehechtheid plaats. Elke sessie heeft een thema en is
gekoppeld aan vaardigheden die aan pleegouders worden geleerd.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 19/30
VHT plus onderscheidt zich ten opzichte van bovengenoemde modules doordat:



VHT plus richt zich op het gezinssysteem en werkt daar in middels het trajectplan gericht op
meerdere aandachtsgebieden dan enkel de basiscommunicatie.( zie paragraaf 4.1).
VHT plus zich richt op gezinnen met complexe problematiek met kinderen in de leeftijd van 0
tot 18 jaar.
VHT plus richt zich op gezinnen waarbij de complexiteit van problematiek ook gelegen is in
het feit dat de verstoorde interactie samenhangt met kindgerelateerde problematiek
samenhangend met aanlegfactoren gelegen in de jeugdige danwel voortkomend uit een
problematische voorgeschiedenis van de jeugdige, waarbij vaak sprake is van
hechtingsproblematiek. VHT plus is om die reden ook inzetbaar binnen pleeggezinnen en de
VHT die de module VHT plus uitvoert beschikt dan ook over een specifieke kennis over
pleegzorg(pleegkind problematiek, problematiek eigen biologische ouders, rol pleegouders)
waarvan gebruik wordt gemaakt bij de inzet van VHT plus.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 20/30
Aangehaalde literatuur
Assay, T.P., & Lambert, M.J. (1999). The empirical case for the common factors in therapy: Quantitative
findings. In M.A. Hubble, B.L. Duncan, & S.D. Miller (Eds.), The heart and soul of change. What works in
therapy (pp. 33-56). Washington, DC: American Psychological Association.
Baartman, H. (1996). Opvoeden kan zeer doen: Over oorzaken van kindermishandeling, hulpverlening en
preventie. Utrecht: SWP.
Bartels, A.A.J., Schuursma, S. & Slot, N.W. (2001). Interventies. In R. Loeber, N.W. Slot & J.A.
Sergeant (red). Ernstige en gewelddadige jeugddelinquentie. Omvang, oorzaken en
interventies, pp. 291-318. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
Berger, M. M. (1978). Videotape techniques in psychiatric training and treatment (rev. ed.). New York, NY:
Brunner/Mazel Publishers.
Biemans, H. ( 1989). Thuisbehandeling, video en feedback gegevens. Utrecht: Stichting Promotie
Intensieve thuisbehandeling Nederland.
Biemans, H. ( 1990). Leiding geven aan de communicatie met principes van video-hometraining. Utrecht:
Stichting Promotie Intensieve thuisbehandeling Nederland.
Biemans, H. ( 1991). Trajectplan voor het gezin. Werkplan voor de hulpverlener. Supervisiesysteem voor
de organisatie. Utrecht: Stichting Promotie Intensieve thuisbehandeling Nederland.
Biemans, H.M.B., & Dekker, J.M. (1994). Videohometraining in gezinnen. Houten: Bohn Stafleu Van
Loghum.
Biemans, H. (1996). Veranderingstraject video-hometraining en de 'determinants of parenting van Belsky'.
Utrecht: Stichting Promotie Intensieve thuisbehandeling Nederland.
Booth, A., & Dunn, J. (Eds.). (1996). Family-school links: How do they affect educational outcomes?.
Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum.
Bowlby, J. (1973). Attachment and Loss, Vol. 2: Separation, Anxiety, and Anger. London: Penguin Books.
Bronfenbrenner, U. (1979). The Ecology of Human Development: Experiments by Nature and Design.
Cambridge, MA: Harvard University Press.
Brown, B.B., Mounts, N., Lamborn, S.D., & Steinberg, L. (1993). Parenting practices and peer group
affiliation in adolescence. Child Development, 64, pp. 467-482.
Cassidy, J., Kirsh, S. J., Scolton, K. L., & Parke, R. D. (1996). Attachment and representations of peer
relationships. Developmental Psychology, 32(5), 892-904.
Dekovic, M. ( 2000). Opvoedingsproblemen in (pre-)adolescentie. Rede uitgesproken bij de aanvaarding
van het ambt van hoogleraar in de orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam: Vossiuspers
AUP Dekovic, M., Janssens, J. A. M. A., & As, N. M. C. van. (2003). Family predictors of antisocial
behavior in adolescence. Family Process, 42, 223-235
Desforges, C., & Abouchaar, A. (2003) The Impact of Parental Involvement, Parental Support and Family
Education on Pupil Achievement and Adjustment: A Literature Review. Department for Education and
Skills Research Report RR433. London: HMSO
Donenberg, G.R., & Weisz, J.R. (1997). Experimental Task and Speaker Effects on Parent-Child
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 21/30
Interactions of Aggressive and Depressed/Anxious Children. Journal of Abnormal Child Psychology,
25(5), pp 367-387
Dowrick, P. W. (1999). A review of self modelling and related interventions. Applied & Prevention
Psychology, 8, 23-39.
Faas, M. (2009). Meten is weten. Bouwen aan een wetenschappelijke en effectieve jeugdzorg.
Amsterdam: SWP.
Feldman, R., Guttfreund, D., & Yerushalmi, H. (1998) Parental care and
intrusiveness as predictors of the abilities-achievement gap in adolescence,
Journal of Child Psychology and Psychiatry, 39, pp.721-730
Fivaz-Depeursinge, E., Corboz-Warnery, A., & Keren, M. (2004). The primary triangle: Treating infants in
their families. In A. J. Sameroff, S. C.
Foolen, N., Ince, D., Baat, M de ( 2012) Wat werkt bij gedragsproblemen en gedragsstoornissen? Notitie
Nji. Fukkink, R. (2007). Video-feedback in breedbeeldperspectief: Een meta-analyse van de effecten van
videofeedback in gezinsprogramma's. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.
Fukkink, R. (2008). Video feedback in widescreen: A meta-analysis of family programs. Clinical
Psychology Review, 28, 904-916.
Fukkink, R.G., Trienekens, N., & Kramer, L. (2010). Video-feedback in opleiding en training: Leren in
beeld gebracht. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.
Fuller, F. F., & Manning, B. A. (1973). Self-confrontation reviewed: A conceptualization for video playback
in teacher education. Review of Educational Research, 43, pp.469-528.
Glasgow, K.L., Dornbusch, S.M., Troyer, L., Steinberg, L. and Ritter, P.L. (1997). 'Parenting styles,
adolescents' attributions, and educational outcomes in nine heterogeneous high schools', Child
Development, 68, pp. 507-529
Greenberg, M.T., Siegel, J.M. and Leitch, C.J. (1983) The nature and importance of attachment
relationships to parents and peers during adolescence, Journal of Youth and Adolescence, 12, pp.373-86
Groenendaal, H., & Dekovic, M. (2000). Risicofactoren voor kwaliteit van de
Opvoeding. Pedagogiek, 20, pp.3-22.
Gunnar, M. R., Herrera, A., & Hostinar, C.E. (2009). Stress and early brain development. In: Tremblay,
R.E., Barr, R.G., Peters, R.V., Boivin, M., eds. Encyclopedia on early childhood development [online].
Montreal, Quebec: Centre of excellence for early childhood development; 2009: 1-8. Beschikbaar op
http://www.childenceclopedia.com/documents/Gunnar-Herrera-HostinarANGxp.pdf.
Häggman-Laitila, A., Seppänen, R., Vehviläinen-Julkunen, K., & Pietila, A. (2010). Benefits of video home
training on families' health and interaction: evaluation based on follow-up visits. Journal of Clinical
Nursing, 19, 3504-3515.
Hermanns, J.M.A. (1992). Het sociale kapitaal van jonge kinderen: jonge kinderen, ouders en
opvoedingsondersteuning. Amsterdam: SWP.
Hermanns, J. (2009). Het opvoeden verleerd. Rede uitgesproken bij het aanvaarden van het ambt van
Bijzonder hoogleraar op de Kohnstammleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam:
Vossiuspers UvA.
Hermanns, J. (2009). Het wraparound care model en de vraag naar nieuwe jeugdzorgprofessionals. In J.
Gerris, & R. Engels, Professionele kwaliteit in jeugdzorg en jeugdzorgonderzoek (pp. 85-98). Assen: van
Gorcum.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 22/30
Jansen, R. J. A. H., & Wels, P. M. A. (1998). The effects of video home training in families with a
hyperactive child. Association for child psychology and psychiatry, Occasional papers (no. 15), 63-73.
Jansen, R. J. A. H., & Wels, P. M. A. (1998). Videohometraining, een veelbelovende
hulpverleningsmethode? De beloften theoretisch en empirisch onderzocht. In J. R. M. Gerris (Ed.),
Jongerenbegeleiding, jeugdbeleid en gezinsbegeleiding (pp. 68-83). Assen: Van Gorcum.
Janssens, J. M. A. M., & Kemper, A. A. M. (1996). Uitgangspunten en effecten van Videohometraining.
Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 35, 178-193.
Janssens, J. M. A. M., & Kemper, A. A. M. (1996). Effects of video hometraining on parental
communication and a child's behavorial problems. International Journal, 2, 137-148.
Jansssens, J. M. A. M., & Kemper, A. A. M. (2003). Intensieve ambulante gezinsbehandeling: Een
alternatief voor uithuisplaatsing? Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 42, 37-45.
Juffer, F., Bakermans-Kranenburg, M.J., & IJzendoorn, M.H. van (2008). Methods of video-feedback
programs to promote positive parenting alone, with sensitive discipline, and with representational
attachment discussion. In F. Juffer, M.J. Bakermans-Kranenburg, & M.H. van IJzendoorn (Red.),
Promoting positive parenting: An attachment-based intervention. New York: Lawrence Erlbaum
Associates.
Kijlstra, M., Prinsen, B., & Schulpen, T. (2005). Kwetsbaar jong. Een quick scan van de kansen op
achterstand van kinderen van 0 tot 4 jaar in risicosituaties. Utrecht: NIZW Jeugd.
Klein Velderman, M. (2005). The Leiden VIPP and VIPP-R study. Evaluation of a short-term preventive
attachment-based intervention in infancy. Proefschrift Universiteit Leiden. Leiden: Mostert & Van
Onderen.
Ladnier, R. D., & Massanari, A. E. (2000). Treating ADHD as attachment deficit hyperactivity disorder. In
T. M. Levy (Ed.), Handbook of attachment disorders (p. 27-65). San Diego, CA: Academic Press.
Lambert, M.J., & Ogles, B. (2004). The efficacy and effectiveness of psychotherapy. In M.J. Lambert
(Ed.), Bergin and Garfield's handbook of psychotherapy and behavior change (5th ed.) (pp. 139-193).
New York: Wiley.
Lieberman, M., Doyle, A.B., & Markiewicz, D. (1999) Developmental patterns in security of attachment to
mother and father in late childhood and early adolescence: associations with peer relations, Child
Development, 70, pp.202-213
McDonough, & K. L. Rosenblum (Eds.), Treating parent-infant relationship problems (pp.123-151). New
York, NY: The Guilford Press.
Meij, H. & Boendermaker, L. (2008). Oorzaken en achtergronden van een problematische ontwikkeling.
Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
Mesman, J., Stolk, M.N., Zeijl, J. van, Alink, L.R.A., Juffer, F., & Bakermans- Kranenburg, M.J. (2008).
Extending the video-feedback intervention to sensitive discipline: The early prevention of antisocial
behavior. In F. Juffer, M.J. Bakermans-Kranenburg, & M.H. van IJzendoorn (Red.), Promoting positive
parenting: An attachment-based intervention. New York: Lawrence Erlbaum Associates.
Moss, E., Rousseau, D., Parent, S., St-Laurant, D., & Saintonge, J. (1998) Correlates of attachment at
school age: maternal reported stress, mother-child interaction, and behaviour problems, Child
Development, 69, pp.1390-405
National Scientific Council on the Developing Child, Children's emotional development is built into the
architecture of their brains. (2004), working paper no.2.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 23/30
Nemeroff , C.B. (2004). Neurobiological consequences of childhood trauma. Journal of clinical psychiatry,
65, 18-28.
NIZW jeugd (2006). Rijksbeleid. In Expertisecentrum opvoedingsondersteuning
www.opvoedingsondersteuning.info Beleid\ rijksbeleid, 26 september 2006. Utrecht: NIZW.
Overbeek, G. (2003). Internalizing and externalizing behaviors in adolescence and young adulthood;
Longitudinal studies on the role of co-occurrence and intimate bond with parents and partners. Doctor.
Universiteit Utrecht
Papousek, M., & Papousek, M. (1979). Early ontogeny of human social interaction; its biological roots and
social dimensions. In M. von Cranach e.a. ( Red.), Human ethology: Claims and limits of a new discipline.
Cambridge: Cambridge University Press.
Papousek, H. & Papousek, H. (1999). Early integration of experience. The interplay of nature and culture.
In A.F. Kalverboer, B. Hopkins, & L. Genta (Eds.). Current issues in developmental psychology.
Biopsychological perspectives. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.
Papousek, M. (2000). Einsatz von Video in der Eltern-Säuglings-Beratung und -Psychotherapie [Use of
videofeedback in parent-infant counselling and parent-infant psychotherapy]. Praxis der
Kinderpsychologie und Kinderpsychiatrie, 49(8), 611-627.
Patterson, G.R. (1976). The aggressive child: victim and architect of a coer-cive system. In: E.J. Mash,
L.A. Hamerlynch & L.C. Hardy (Eds.) Behavior modification and families (pp. 267-316). New York:
Brunner/Mazel.Patterson, G.R. (1982). Coercive family process: A social learning approach. Eugene, OR:
Castilia.
Perry, B.D., Pollard, R.A., Blakley, T.L., Baker, W.L., & Vigilante, D. (2006). Childhood trauma, the
neurobiology of adaptation, and 'use-dependent' development of the brain: How 'staits' become 'traits'.
Infant mental health journal, 16, 271-291.
Ploeg, J.D. van der (1997). Gedragsproblemen, Ontwikkelingen en risico's. Rotterdam
Prinzie, P., Dekovic, M., & Reitz, E. (2008). Ouderlijke persoonlijkheid, opvoeding en probleemgedrag;
Directe en indirecte effecten. Kind en Adolescent, 29(1), pp. 4-16
Riksen-Walraven, J.M. (2002). Wie het kleine niet eert... over de grote invloed van vroege sociale
ervaringen. Nijmegen: Katholieke Universiteit (Oratie).
Rusconi-Serpa, S., Sancho Rossignol. A., & McDonough, SC. (2009). Video feedback in parent-infant
treatments. Child Adolescent Psychiatric Clinical Northern America,18(3), 735-51.
Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2008). A self-determination theory approach to psychotherapy: The motivational
basis for effective change. Canadian Psychology, 49, 186-193.
Schaap-Pauw, A., Stavast, A. (1989). Hometraining Beleid en Methodiek. Utrecht: SWP.
Sentse, M. (2010). Bridging contexts : the interplay between family, child, and peers in explaining problem
behavior in early adolescence. Dissertation. Rijksuniversiteit Groningen
Shaw, D. S., & Bell, R. Q. (1993). Developmental theories of parental contributors to antisocial behavior.
Journal of Abnormal Child Psychology, 21, pp.493-518.
Smeets, E., van der Veen, I., Derriks, M., & Roeleveld, J. (2007). Zorgleerlingen en leerlingenzorg op de
basisschool. Nijmegen/Amsterdam: ITS - Radboud Universiteit Nijmegen/SCO-Kohnstamm Instituut.
Snijders J. (2006). Ouders en hun behoefte aan opvoedingsondersteuning. Utrecht: NIZW jeugd.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 24/30
Sroufe, L. A., Carlson, E. A., Levy, A. K., & Egeland, B. (1999). Implications of attachment theory for
developmental psychopathology. Development and Psychopathology, 11(1), 1-13.
Stern, D.N. (1985). The interpersonal world of the infant: A view from psychoanalysis and developmental
psychology. New York: Basic Books/London: KarnacBooks.
Stevenson, H.W., & Lee, S.Y. (1990). Contexts of achievement: a study of American,
Chinese, and Japanese children, Monographs of the Society for Research in Child
Development, 55(1-2), pp.1-123
Trevarthen, C. (1979). Communication and cooperation in early infancy. A description of primary
intersubjectivity. In M. Bullowa, Before Speech. The beginning of interpersonal communication.
Cambridge: Cambridge University press.
Vansteenkiste, M., & Neyrinck, B. (2010). Optimaal motiveren van gedragsverandering: Psychologische
behoeftebevrediging als de motor van therapiesucces. Tijdschrift voor Psychotherapie, 36 (3), 171-189.
Vansteenkiste, M., Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2008). Self-determination theory and the explanatory role of
psychological needs in human well-being. In: L. Bruni, F. Comim & M. Pugno (Eds.), Capabilities and
happiness (pp. 187-223). Oxford: Oxford University Press.
Veen, M. van der, & Prinsen, B. (2010). Handleiding video-hometraining in gezinnen met kinderen in de
basisschoolleeftijd: voor professionals in het maatschappelijk werk. Utrecht/Amsterdam: Nederlands
Jeugdinstituut/ Uitgeverij SWP.
Verschueren, K. (2008). Relaties van kinderen thuis en op school: benaderd vanuit de
gehechtheidstheorie. In:Denken en weten over de wereld: Lessen voor de XXI-ste eeuw. Editie
2007/2008, pp. 85-104. Leuven: Universitaire Pers.
Vogelvang, B. (1993). Video-hometraining 'Plus' en het Project aan Huis; Verheldering van twee
methodieken voor intensieve pedagogische thuisbehandeling. Enschede: CopyPrint 2000.
Veen.M & Prinsen. B (2010) Handleiding Video Home Training in gezinnen met kinderen in de
basisschoolleeftijd.Amsterdam:SWP NJI/AIT/Maatschappelijk Werk Fryslan.
Wampold, B.E. (2001). The great psychotherapy debate. Models, methods and findings. Hillsdale NJ:
Erlbaum. Weiner A., Kuppermintz, H., & Guttmann, D. (1994). Video Home Training (the Orion Project): A
short-term preventive and treatment intervention for families with young children. Family Process, 33, 441453. Wels, P.M.A. (2001). Helpen met beelden. Video in de hulpverlening aan gezinnen. Houten/Diegem:
Bohn Stafleu Van Loghum.
Wels, P. M. A., Jansen, R. J. A. H., & Pelders, G. E. J. M. (1994). Videohometraining bij hyperactiviteit
van het kind. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 33, 363-379.
Wijnroks, L., Janssen, C., Epskamp, S., Kloosterman, D., Mispelblom Beyer, I., Post, T., Stor, P. &
Storsbergen, H. (2006). Onveilig gehecht of een hechtingsstoornis. Het onderkennen van
hechtingsproblematiek bij mensen met een verstandelijke beperking. Utrecht: Uitgeverij LEMMA.
Zeanah, C. H., & Boris, N. W. (2000). Disturbances and disorders of attachment in early childhood. In C.
H. Zeanah (Ed.), Handbook of infant mental health (2nd ed., pp. 353 – 368). New York: Guilford Press.
Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., & Reijneveld, M. (2005). Kinderen in Nederland. Den
Haag/Leiden: Sociaal en Cultureel Planbureau/TNO Kwaliteit van Leven.
ZuidZorg Eindhoven (2002). Opleidingsklapper Video-hometraining kortdurend in de JGZ. Interne uitgave.
Eindhoven: AIT/ZuidZorg.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 25/30
Bijlage CAP-J
CAP-J classificatie overzicht (assen en rubrieken):
Naam van de module:
Onderdeel van het zorgprogramma:
Legenda:
X (probleem waar de module aan werkt),
X! (probleem waar de module aan werkt, niet genoemd in de modulebeschrijving),
C (contra indicaties of belemmerende factoren genoemd in de beschrijving),
0 (kenmerken van de doelgroep, genoemd in de moduleomschrijving maar de module is hier niet op
gericht)
? (niet duidelijk, discussiepunt)
richt zich op
CAP-J Groep
As A: Psychosociaal functioneren jeugdige
A100 Emotionele problemen
A101 Introvert gedrag
X!
A102 Angstproblemen
X!
A103 Stemmingsproblemen
X!
A200 Gedragsproblemen
x
A201 Druk en impulsief gedrag
x
A202 Opstandig gedrag en/of antisociaal gedrag
x
A300 Problemen in de persoonlijkheid(sontwikkeling en identiteit(sontwikkeling)
X!
A301 Problemen met de competentiebeleving
X!
A302 Problemen in de gewetensvorming/morele ontwikkeling
X!
A303 Identiteitsproblemen
X!
A400 Gebruik van middelen/verslaving
A900 Overige psychosociale problemen jeugdige
A901 Problemen bij de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen
x
A902 Overmatige stress
x
A903 Automutilatie
A904 Andere problemen psychosociaal functioneren jeugdige
x
CAP-J groep
As B: Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige
B100 Lichamelijke ziekte, aandoening of handicap
B101 Gehooraandoeningen
B102 Oogaandoeningen
B103 Spraakaandoening
X!
B104 Motorische handicap
B105 (Chronische) lichamelijke ziekte
B200 Gebrekkige zelfverzorging, zelfhygiëne, ongezonde levenswijze
B201 Problemen met zelfverzorging en zelfhygiëne
B202 Ongezonde levenswijze
B203 Overgewicht
B300 Aan lichamelijke functies gerelateerde klachten
B301 Lichamelijke klachten
B302 Voedings-/eetproblemen
X!
B303 Zindelijkheidsproblemen
X!
B304 Slaapproblemen
X!
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 26/30
B305 Groeiproblemen
B306 Onverklaarbare lichamelijke klachten
B900 Overige problemen lichamelijke gezondheid
B901 Andere problemen lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige
CAP-J Groep
As C: Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling jeugdige
C100 Problemen in de cognitieve ontwikkeling
X!
C101 Problemen met schoolprestaties/leerproblemen
X!
C102 Aandachtsproblemen
X!
C103 Problemen verbandhoudend met hoogbegaafdheid
X!
C104 Problemen met het sociaal aanpassingsvermogen
X!
C200 Problemen met vaardigheden
x
C201 Sociale vaardigheidsproblemen
x
C900 Overige problemen vaardigheden en cognitieve ontwikkeling
x
C901 Andere problemen cognitieve ontwikkeling jeugdige
x
C902 Andere problemen vaardigheden jeugdige
x
CAP-J groep
AS D: Gezin en opvoeding
D100 Ontoereikende kwaliteiten van de opvoeding
x
D101 Ontoereikende opvoedingsvaardigheden
x
D102 Problemen met ondersteuning, verzorging en bescherming kinderen
x
D103 Pedagogische onwil
c
D104 Onenigheid tussen ouders over opvoedingsaanpak
x
D105 Problematische gezinscommunicatie
x
D200 Problemen in de ouder-kindrelatie
x
D201 Gebrek aan warmte in ouder-kindrelatie
x
D202 Symbiotische relatie tussen ouder en jeugdige
x
D203 Jeugdige in de rol van ouder (parentificatie)
x
D204 Vijandigheid tegen of zondebok maken van jeugdige door de ouder
x
D205 Problemen in de loyaliteit van jeugdige naar ouder
x
D206 Problemen in de hechting van jeugdige aan ouder
x
D207 Generatieconflict
x
D208 Problemen door religieuze en/of culturele verschillen tussen ouder en jeugdige
x
D209 Mishandeling ouder door jeugdige
x
D210 Jeugdige weggelopen van huis
x
D211 Jeugdige weggestuurd door ouders
x
D300 Verwaarlozing, lichamelijke/psychische mishandeling, incest, seksueel misbruik van de
jeugdige in het gezin
D301 Jeugdige slachtoffer verwaarlozing
X!
D302 Jeugdige slachtoffer mishandeling
X!
D303 Jeugdige slachtoffer seksueel misbruik
X!
D400 Instabiele opvoedingssituatie
D401 Problemen bij scheiding ouders
X!
D402 Problemen met omgangsregeling
D403 Problemen met gezagsrelaties
D404 Problemen die gepaard gaan met het samengaan van twee gezinnen/samengestelde
gezinnen
X!
D405 Problematische relatie tussen ouders
x
D406 Problematische relatie jeugdige met partner opvoeder
X!
D407 Problematische relatie (stief)broers/zussen
x
D500 Problemen van ouder
D501 Negatieve jeugdervaring/traumatische ervaring ouder
X!
D502 Problemen met werkloosheid ouder
X!
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 27/30
D503 Problemen bij zwangerschap of bevalling
D504 Moeilijke start ouderschap
x
D505 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ouder
x
D506 Antisociaal gedrag ouder
x
D507 Gebruik van middelen/verslaving ouder
X!
D508 Pleger seksueel misbruik
X!
D509 Overmatige stress ouder
x
D510 Psychische/psychiatrische problematiek ouder
X!
D600 Problemen van ander gezinslid
D601 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ander gezinslid
X!
D602 Antisociaal gedrag ander gezinslid
x
D603 Gebruik van middelen/verslaving ander gezinslid
X!
D604 Psychische/psychiatrische problematiek ander gezinslid
X!
D700 Problemen in het sociaal netwerk gezin
x
D701 Problemen in de familierelaties (niet het gezin)
x
D702 Gebrekkig sociaal netwerk gezin
x
D800 Problemen in omstandigheden gezin
X!
D801 Problemen met huisvesting
X!
D802 Financiële problemen
X!
D803 Problemen met hulpverleners of (vertegenwoordigers van ) instanties
X!
D804 Problematische maatschappelijke positie gezin als gevolg van migratie
X!
D900 Overige problemen gezin en opvoeding
D901 Andere problemen gezin en opvoeding
X
CAP-J Groep
As E: Jeugdige en omgeving
E100 Problemen op speelzaal, school of werk
E101 Problematische relatie met leerkracht, werkgever of leidinggevende/problemen met
hiërarchische relatie
X
E102 Problematische relatie met medeleerlingen, collega‟s of groepsleden
X
E103 Motivatieproblemen op school of werk (onder andere spijbelen)
X
E104 Van school gestuurd
X!
E105 Problemen met school-, studie- of beroepskeuze of vakkenpakket
X!
E106 Problemen met werkloosheid jeugdige
X!
E107 Problemen met speelzaal, schoolorganisatie of onderwijsstijl, arbeidsorganisatie
X
E200 Problemen met relaties, vrienden, sociaal netwerk en vrije tijd
E201 Problemen met vrijetijdsbesteding
X
E202 Problemen met verliefdheid/liefde en relaties
X
E203 Problematische relatie met leeftijdgenoten (onder andere gepest worden buiten school/werk)
X
E204 Gebrekkig sociaal netwerk jeugdige
X
E205 Risicovolle vriendenkring (antisociaal gedrag, gebruik middelen)
X
E300 Problemen in omstandigheden jeugdige
E301 Problemen met zelfstandige huisvesting jeugdige
X!
E302 Financiële problemen jeugdige
E303 Problemen van jeugdige met hulpverleners of (vertegenwoordigers van) instanties
X!
E304 Problematische maatschappelijke positie jeugdige (onder meer als gevolg van migratie)
X!
E305 Problemen jeugdige met justitiële instanties
E900 Overige problemen omgeving jeugdige
E901 Andere problemen jeugdige en omgeving
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
X
Pagina 28/30
Bijlage: Basiscommunicatie-schema
Cluster
1. Initiatief en ontvangst
2. Uitwisselen in de kring
Patronen
Attent zijn
Elementen
Toewenden
Aankijken
Opmerkzaam zijn
Vriendelijke stem
Vriendelijke gezichtsuitdrukking
Vriendelijke houding
Gebaren
Afstemmen
Mee doen
Ja knikken, ja zeggen
Benoemen: geef woorden aan je eigen
gedachten, gevoelens, handelingen en
intenties en benoem ze ook van de ander
In kring betrekken
Rond kijken
Kring vormen
.
3. Overleg
4. Conflicthantering
Beurten maken
Ontvangstbevestiging geven en vragen in
de kring
Coöperatie
Beurten geven en nemen
Gelijke beurtverdeling
Beurten doorgeven
Samen handelen
Elkaar helpen
Fysiek ondersteunen
Meningsvorming
Inhoudelijk
Mening: - geven
- aannemen
- uitwisselen
- onderzoeken
Besluitvorming
Onderwerpen: - aanreiken
- uitwerken/uitdiepen
Tegenstellingen
benoemen
Afspraken over: - voorstellen
- overeenkomen
- bijstellen afspraken
Intenties onderzoeken
Contact herstellen
Terugvoeren naar cluster 1, 2 en 3
Onderhandelen
Standpunten vaststellen, regelingen
overeenkomen.
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 29/30
Bijlage: aandachtsgebieden VHT plus
Module VHT plus - Jeugdhulp Friesland
Pagina 30/30

Vergelijkbare documenten

Video-feedback in breedbeeld-perspectief

Video-feedback in breedbeeld-perspectief hiertoe geschikte apparatuur noodzakelijk is. Daarnaast zijn verschillende handleidingen beschikbaar, waarin de methodiek beschreven is. Voor het mogen en kunnen toepassen van de interventie is de ...

Nadere informatie