Verslag Raadsvergadering 25 augustus 2015

Commentaren

Transcriptie

Verslag Raadsvergadering 25 augustus 2015
Nr. 8
Zitting van dinsdag 25 augustus 2015
Voorzitter: de heer G. Veldhuijzen, waarnemend burgemeester.
Aanwezig zijn de leden: de heren F. Alba Heijdenrijk en F.M.Th. Barth, mevrouw G.H. Biesheuvel-van Diemen, de heren R.J.J. van Breemen en H. Chaaby, mevrouw N. van DalenEggink, de heren I. Elmaci en E. Güngör, de dames E.W.H. Hamann en J.T.E. Hoogesteger,
de heren A. de Jong, E.B. Klink*, A. Koçak, K.E. Lutterkort en L.R.J. van Luijk, de dames A.
Mager-Schroten, N.J. Maris-van Exel** en M.J. Molengraaf-Vullers, de heren H.J. van Mourik,
L.A. Onvlee en P.C.J. Schefferlie, mevrouw F.J. Schouwenaar en de heren B. van Son, I. Tekir
en D. van Zanten.
Griffier: de heer H. Sepers.
Tevens aanwezig: de wethouders mevrouw A.L. Dansen en de heren M.A.J. Doodkorte, J.
Freije en A.J. Rijsdijk, alsmede mevrouw mr. drs. A.W. Vergouwe, gemeentesecretaris.
Afwezig: mevrouw A.G. van Maaren.
* *
) tot diens benoeming als wethouder (agendapunt 5)
**
) na installatie (agendapunt 6)
*
AGENDA:
1. Opening (19.30 uur). ............................................................................................................................................... 1
2. Aanwijzing van het lid dat het eerst aan de beurt van stemmen is. .......................................................................... 2
3. Vaststelling agenda. ................................................................................................................................................. 2
4. Lijst ingekomen stukken. ......................................................................................................................................... 2
5. Benoeming wethouder (nr. 2015-1403) ................................................................................................................... 2
6. Toelating en installatie nieuw raadslid (nr. 2015-1404) ......................................................................................... 23
7. Sluiting. ................................................................................................................................................................. 24
*
1. Opening (19.30 uur).
De voorzitter: Ik open de vergadering en heet u allen van harte welkom in deze wat
bijzondere raadsvergadering, belegd ter vervulling van een wethoudersvacature. Ik deel
u mede dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Maaren.
H-1
2. Aanwijzing van het lid dat het eerst aan de beurt van stemmen is.
Door het lot wordt aangewezen de heer Schefferlie.
3. Vaststelling agenda.
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4. Lijst ingekomen stukken.
I. Te besluiten conform de in de raadsbrief geformuleerde ontwerpbesluiten
1 Brief van fractie D66 Gorinchem
43763 06.07.2015
2 Aanbiedingsbrief voorzitter raad van brief fractievoorzitter D66
43522 07.07.2015
3 Brief van mevrouw Hoogesteger
43764 07.07.2015
4 Dhr. A.P. Faro – indienen ontslag
33484 13.07.2015
5 Persbericht coalitie Gorinchem
00000 15.07.2015
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel besloten.
5. Benoeming wethouder (nr. 2015-1403)
Beste raadsleden,
Bij e-mail van 13 juli 2015, 10.54 uur, heeft wethouder Faro aangekondigd met onmiddellijke ingang terug te treden als wethouder van Gorinchem.
De coalitie heeft bij monde van mevrouw Molengraaf (fractie CU-SGP) aan mij over de vrijkomende
plek, als gevolg van het terugtreden van wethouder Faro, aangegeven de wethouderspositie voor de resterende periode, tot aan de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018, te willen laten invullen door een
wethouder uit de kring van het CDA. De beoogde wethouder is de heer E.B. Klink. Overigens is de raad
in zijn keuze uiteraard geheel vrij.
Ingevolge artikel 35 van de Gemeentewet is de benoeming van een wethouder een bevoegdheid van de
gemeenteraad. Ook dient de raad te besluiten over de omvang van de betrekking van het zijn van wethouder (artikel 36 lid 4 Gemeentewet). Het is de bedoeling de taakomvang van de vacature niet te wijzigen.
Om deze reden is die niet voor de raad geagendeerd. De taakverdeling binnen het college is een zaak van
het college zelf.
Om te kunnen worden benoemd tot wethouder dient er te worden getoetst aan de volgende bepalingen uit
de Gemeentewet:
– de vereisten voor het lidmaatschap van de raad gelden tevens voor de wethouders (artikel 10 en 36a
van de Gemeentewet). Deze gaan over het ingezetenschap, de leeftijdsgrens en het niet uitgesloten
zijn van het kiesrecht;
– het (niet) hebben van zogeheten onverenigbare betrekkingen (artikel 36b Gemeentewet);
– het (niet) vervullen van nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede
vervulling van het wethouderschap (artikel 41b Gemeentewet);
– het (niet) verrichten van verboden handelingen (artikel 41c, lid 1 in combinatie met artikel 15, lid 1 en
2 Gemeentewet).
Verder gelden de bepalingen van de gemeentelijke gedragscode Bestuurlijke integriteit, zoals vastgesteld
in augustus 2004. Voor de benoeming van wethouders zijn hierin geen aanvullende bepalingen opgenomen. Het ligt voor de hand dat de burgemeester, in relatie tot zijn binnenkort wettelijk te verankeren taak
om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen, onderzoekt of er op dit punt belemmeringen
zijn.
H-2
Op maandag 24 augustus 2015 is door mij, in aanwezigheid van de griffier, met beoogd wethouder de
heer E.B. Klink een gesprek gevoerd omtrent het bovenstaande. Met de heer Klink zijn de navolgende
onderwerpen besproken:
– procedure en reden van gesprek
– benoembaarheidsvereisten onverenigbare (neven)functies
– onverenigbare of verboden handelingen
– eed of belofte
– integriteit
– andere zaken die nog van belang zijn
Aan de heer Klink zal voor de duur van zijn wethouderschap bij zijn huidige werkgever, de politie, buitengewoon verlof worden verleend. Hij vervult verder een tweetal nevenfuncties:
* Bestuurder van de WE Stalkaarsenflat {onbezoldigd, tijdsbeslag 2 uur per week). Hij zal deze functie
binnen een jaar beëindigen en in die periode niet langer functionele contacten met de gemeente onderhouden.
* ZZP-er E. Klink fotografie {commerciële nevenactiviteit, tijdsbeslag 5 uur per week). Hij zal geen opdrachten (meer) uitvoeren van de gemeente of daaraan te relateren partijen.
Er is geen sprake van wettelijk uitgesloten nevenfuncties. Binnen de bovengenoemde condities is tegen
uitoefening ervan mijns inziens geen bezwaar.
Voor het overige is mij niet gebleken dat er feiten zijn die de benoembaarheid van de heer Klink in de
weg staan. Daarbij baseer ik mij onder meer op de door hem aan mij overlegde verklaring omtrent het gedrag (VOG).
De burgemeester van Gorinchem.
Voorgesteld wordt:
1. kennis te nemen van het e-mailbericht d.d. 13 juli 2015, kenmerk 33484 inzake terugtreding van wethouder de heer A.P. Faro;
2. gehoord de bevindingen van de voorzitter ad-hoc commissie uitslag van de stemming;
3. de heer E.B. Klink te benoemen als wethouder in een dienstbetrekking van 80%.
De heer Alba Heijdenrijk: Mijnheer de voorzitter. Laat ik beginnen met de opmerking
dat deze crisis – want zo zou ik het wel willen noemen – veel veelbelovende ontwikkelingen heeft doorkruist. Zo zijn nieuwe economische impulsen in gang gezet voor de
binnenstad en zijn ook problematische dossiers voortvarend opgepakt, zoals de reorganisatie van de RSD en de Avelingen Groep, en iedere stagnatie in deze essentiële ontwikkelingen is doodzonde, vooral als het niet nodig is.
Hoe heeft deze crisis kunnen ontstaan? Laat ik vooropstellen dat het niet gaat om een
politieke crisis. In een politieke crisis gaat het namelijk om de inhoud, bijvoorbeeld om
dossiers, als het theater of de parkeerproblematiek. Aan de huidige crisis ligt echter
geen dossier ten grondslag. In dit geval gaat het dus niet om de inhoud, maar om personen. Daarom noem ik het een oneigenlijke politieke crisis, een crisis die onnodig veel
schade heeft berokkend, zowel persoonlijk, voor de betrokkenen, als financieel voor alle
inwoners van Gorinchem. Ik zeg “onnodig” omdat, wanneer D66 nog steeds de beschikking had gehad over twee zetels, wij hier met z’n allen niet hadden gezeten.
Deze crisis heeft de coalitie genoodzaakt om steun bij de oppositie te zoeken. In dat
kader zijn gesprekken gevoerd met zowel het CDA als Gorcum Actief. Onze voorkeur
ging daarbij uit naar een minderheidscoalitie, met gedoogsteun van Gorcum Actief. De
gedoogsteun van Gorcum Actief had in wezen niet veel veranderd aan de bestaande situatie en was dus het minst ingrijpend. Daarnaast vonden wij dat met het CDA het conH-3
servatieve gedachtegoed binnen de coalitie de overhand zou nemen, wat maakt dat een
progressief-kritisch tegengeluid weinig kans meer zou krijgen, laat staan oppositionele
standpunten. Nu waren wij niet de enige progressieve partij in de coalitie die hiermee
moeite had, maar dit terzijde.
Al snel werd duidelijk dat de voorkeur van de andere coalitieleden uitging naar een
samenwerking met het CDA. Daarmee was de keuze voor een minderheidscoalitie eigenlijk van de baan. Het CDA heeft aan zijn steun één voorwaarde verbonden: het accepteren van de heer Klink als wethouder. In coalitieverband zijn daarna nog een aantal
opties besproken, waaronder een college met zes wethouders. Wat ons betreft waren dit
geen acceptabele opties, naast het feit dat wij met het CDA het zwaartepunt binnen de
coalitie zagen verschuiven. Dat laatste is uiteindelijk de belangrijkste reden geweest
waarom wij geen plek meer voor onszelf zagen in de coalitie en in het college.
In onze nieuwe rol als oppositiepartij willen wij beter en vaker het progressieve geluid laten horen in de gemeenteraad. Dat betekent niet dat D66 plotseling een heel andere koers zal varen. Onze handtekening staat immers onder het coalitieakkoord.
Tot slot. Terugkijkend kan ik mij niet aan het gevoel onttrekken dat de keuzes die door de coalitie zijn g
idealen plaatst.
Mevrouw Mager-Schroten: Mijnheer de voorzitter. Ik sta hier namens de partijen
ChristenUnie/SGP, SP, GroenLinks en VVD en zal kort verwoorden hoe wij de periode
van de wisseling binnen het coalitie hebben beleefd.
Het moge duidelijk zijn dat, ondanks het feit dat de uitkomst van het proces heel
goed voelt en wij vertrouwen hebben in de aanstaande coalitie, ik hier liever niet had
gestaan. Het uit elkaar vallen van de D66-fractie vlak voor de laatste raadsvergadering,
voorafgaande aan de zomervakantie, was eerst en vooral een drama voor de drie hoofdpersonen zelf. Een intern conflict, dat wat ons betreft uit de lucht kwam vallen en zo
snel escaleerde, dat er geen zicht was op herstel van de relaties in D66 binnen afzienbare
tijd. Tegelijk leverde het een situatie voor de coalitie op waarbij wij onze meerderheid
in de raad kwijt raakten. Een coalitie die met elan en open vizier in 2014 met een krappe
meerderheid aan de nieuwe raadsperiode was begonnen, met veel vertrouwen in elkaar
en een doordacht coalitieakkoord, dat na intensief overleg tot stand was gekomen. Daarin werden wij gesteund door CDA en Gorcum Actief. Zij hebben het coalitieakkoord
aangevuld en onderschreven. Bij de vijf coalitiepartijen was en is er de overtuiging dat
het ingezette beleid moet worden voortgezet, met grip op de financiën en schuldenafbouw aan de ene kant en het creëren van kansen voor onze stad door investeringen aan
de andere kant.
De coalitie is naar aanleiding van de ontstane situatie juist daarom met CDA en Gorcum Actief in gesprek gegaan, omdat zij er al eerder blijk van hadden gegeven het coalitiebeleid te steunen. In eerste instantie was dat om te peilen of er een meerderheid zou
zijn om de perspectiefnota van 9 juli jl. vast te stellen, en dat bleek inderdaad het geval.
Daarna is onderzocht of bij beide fracties de bereidheid bestond de coalitie te versterken
op de langere termijn. Al heel snel, namelijk op vrijdagavond 10 juli, is met beide partijen gesproken over de vraag hoe zij daaraan invulling dachten te geven.
Het CDA gaf aan vanaf het begin de coalitie grotendeels in het akkoord te hebben
herkend, ook al omdat hun opmerkingen destijds daarin verwerkt waren. Gorcum Actief
H-4
wilde wel een lijstje aan het akkoord toevoegen en in nauwe samenwerking met het resterende deel van de D66-fractie een soort gedoogrol vervullen, waarbij zij geen eigen
wethouder ambieerde, terwijl het CDA dat wel wilde, om volwaardig als coalitiepartner
mee te kunnen doen. Hierbij wil ik opmerken dat de volgtijdelijkheid die ik zojuist
hoorde in de bijdrage van D66 hierin afwijkt.
Naar aanleiding van de uitkomst van deze gesprekken is op zaterdag 11 juli door de
vijf partijen – de oorspronkelijke coalitie dus, inclusief D66 – verder gesproken over
mogelijke scenario’s. Gezien het feit dat een aantal betrokkenen al snel op vakantie zou
gaan – zo praktisch is het ook wel weer – en er dan nog geen uitkomst zou liggen
waarmee we verder konden, ontstond het idee verdere besprekingen later weer op te
pakken.
Toen op zondagavond 12 juli duidelijk werd dat Arnie Faro terugtrad als wethouder
en vervolgens ook D66 zich terugtrok uit de coalitie, was het toetreden tot de coalitie
van het CDA met twee zetels een haast natuurlijke overgang. De coalitie behoudt daarmee haar meerderheid met een ongewijzigd coalitieakkoord, waardoor de continuïteit
van bestuur gewaarborgd is. Onze doelstelling om het ingezette beleid met een coalitie
die op een meerderheid kan rekenen, voort te zetten, is hiermee behaald. De positieve
grondhouding en het enthousiasme om deel te nemen aan de coalitie, sterkt ons in de
keuze voor het CDA, wat overigens niet wegneemt dat we de betrokkenheid van Gorcum Actief buitengewoon waarderen.
Dat dit tegelijkertijd geen moment is om de vlag uit te hangen, mag ook duidelijk
zijn. Het feit dat we tot en met het moment van aftreden van de heer Faro met alle vijf
partijen aan tafel hebben gezeten en de gesprekken hebben gevoerd, zegt veel over de
collegialiteit en de loyaliteit. Er is stevig en kritisch gesproken, maar altijd mét elkaar.
Dat de heer Faro de conclusie heeft getrokken terug te treden, betreuren we, vooral in
de persoonlijke sfeer. Er is op geen enkel moment sprake geweest van beleidsinhoudelijke verschillen in dit hele proces. Wij hebben Arnie Faro leren kennen als een rechttoe, recht-aan wethouder die veel oog had voor het proces. Zijn onorthodoxe opstelling
in het IHP en zijn onverschrokken houding ten aanzien van het binnenstadsmanagement
zijn memorabel. We willen hem bedanken voor zijn inzet voor de stad de afgelopen vijf
jaren en de prettige samenwerking, zowel binnen de coalitie als daarbuiten. De fractie
van D66 heeft zich in deze, en de vorige coalitie een innovatieve en constructieve coalitiepartner getoond. Daar waren we blij mee. Ze heeft ingezet op de relatie tussen inwoners en het stadhuis en zich sterk gemaakt voor het gezond maken van de gemeentelijke
financiën. We hopen dat zij dit ook in de oppositie zal blijven doen.
Het CDA wordt coalitiegenoot en versterkt het college met een nieuwe wethouder,
die we veel wijsheid en succes toewensen. Daarnaast een nieuwe fractievoorzitter en
een nieuw raadslid. Ook hen beiden wensen wij dit toe.
En ja, de politieke werkelijkheid is dat we dadelijk met vijf coalitiepartijen vol vertrouwen verder gaan, ChristenUnie/SGP, SP, VVD, GroenLinks en CDA. Deze vijf partijen zullen het coalitieakkoord “Verbindend, levendig, zorgzaam” verder gaan uitvoeren de komende jaren. De continuïteit van bestuur is op deze manier gewaarborgd en dat
is voor ons van essentieel belang. Wij gaan echter niet met vijf, maar met tien partijen
door. We hopen op een constructieve samenwerking in deze raad voor de stad waar we
het met z’n allen voor doen: Gorinchem.
H-5
De heer Klink: Mijnheer de voorzitter. Graag neem ik u mee in de motieven van de
fractie van het CDA om toe te treden tot de huidige coalitie in Gorinchem. Eigenlijk is
het voornamelijk één motief: onze stellige indruk dat Gorinchem niet beter wordt van
een bestuurscrisis. Wij vinden dat samenwerken altijd de beste methode is om onze stad
nog mooier, nog leuker en nog beter te maken. En ja, als het dan tijd is om verantwoordelijkheid te nemen, dan nemen wij die ook. Dat is de korte uitleg.
Natuurlijk hebben we hier soms verschil van inzicht over wat precies goed is voor de
stad, vooral welk onderwerp voorrang krijg, of moet krijgen, boven een ander onderwerp. Dus toen sprake was van toetreden tot de coalitie, hebben wij ons afgevraagd of
wij, naast onze verantwoordelijkheid jegens heel Gorinchem, ook verantwoord bezig
waren naar onze kiezers en leden van het CDA. Ook op die vraag is een kort antwoord
mogelijk: ja, dat zijn we. Het CDA staat voor stabiel bestuur. Dat betekent dat de veranderde politieke werkelijkheid ertoe leidde dat het CDA een vertegenwoordiging in het
college heeft, zodat er solide bestuurd kan worden. Eigenlijk had de fractie van het CDA
die conclusie al veel eerder getrokken: het vorig jaar, na de verkiezingen, toen de coalitie in vorige samenstelling met haar coalitieprogramma kwam en wij als CDA een reactie mochten geven. Onze reactie is toen meegenomen in het definitieve coalitieakkoord
– een handreiking van die coalitie waar wij gelukkig mee waren – en een uiteindelijk
akkoord van die coalitie waarover wij best te spreken waren, al leek ons toen dat het wat
beleidsarm was.
Ja, dat leek ons toen, want inmiddels zijn we een beetje van gedachten veranderd.
Wij hebben namelijk tot nu toe als oppositiepartij mogen ervaren hoe waardevol het is
dat we gezamenlijk beleid vorm kunnen geven, als gehele raad, dat je als oppositiepartij
niet langs de zijlijn hoeft te staan, maar juist mee kunt doen en, als je die kans krijgt, je
die eigenlijk ook moet pakken. De raadsopdrachten die we momenteel aan vormgeven
zijn, zijn daar een mooie methode voor. Soms is het even zoeken hoe we dat precies
doen, maar juist ook die zoektocht is zo waardevol. Het brengt ons ertoe gezamenlijk te
kiezen wat het beste is voor onze gemeente. En juist dat is de samenwerking die onze
stad verder kan brengen.
Laten we als politieke partijen doen wat we van al onze burgers verwachten in deze
tijd, namelijk samen initiatieven nemen, participeren, elkaar op waarde schatten en elkaars zienswijze waarderen en in overweging nemen, en daar onze energie in steken.
Niets zou sterker zijn als de Gorcumse politiek zou kunnen voorleven wat we verkondigen. Practice what you preach. In dat licht past het ons voormalig wethouder Faro hartelijk te danken voor zijn inzet voor deze stad.
Ook willen we even stilstaan bij de veranderende rol en omstandigheden van de collega’s Alba Heijdenrijk en Hoogesteger. Zij hebben nogal wat voor hun kiezen gehad de
afgelopen tijd. Daarover willen we niet al te veel uitweiden, maar wel het volgende opmerken. In een goede democratie worden niet alleen grote meerderheden gehoord, maar
moet juist oor zijn voor minderheden en ook voor kleinere fracties. Niet het machtsdenken van de helft plus één. Onze gemeenteraad telt inmiddels drie eenpersoonsfracties,
eenraadslidfracties beter gezegd. Juist vanuit het idee van de gezamenlijke verantwoordelijkheid wil het CDA deze drie fracties een hart onder de riem steken en aangeven dat
we ze altijd proberen te horen.
H-6
De komende tweeënhalf jaar draagt het CDA vol overtuiging een steentje bij aan een
stabiel bestuur in Gorinchem, door in deze coalitie plaats te nemen. We gaan uit van een
goede samenwerking met zowel collegeleden als raadsleden, wat ons betreft álle
raadsleden. Dat is het beste voor Gorinchem.
De heer Schefferlie: Mijnheer de voorzitter. Ik beloof u in eerste termijn met een positieve inleiding te starten en ook positief te eindigen. Daartussen zitten wel wat kritische
noten om te kraken.
De PvdA wil, net als in mei 2014, eerst de wethouderskandidaat die met de aannemelijke steun van een raadsmeerderheid wordt voorgesteld, in de eerste plaats succes toewensen. De heer Klink heeft zich laten kennen als een gedreven, ambitieus politicus, die
nu bereid is van zijn hobby zijn werk te maken, en voor die bereidheid verdient hij onze
succestoewensing. Wat wij ook over de omstandigheden denken, het is toch leuk te zien
dat een 31-jarige talentvolle politicus in Gorinchem als veelbelovende wethouder kan
starten. Gelet op zijn roots, wordt het de moeite waard om hem in de gaten te houden.
Eerlijk gezegd vonden wij het wat listig hoe het CDA in dit college wist te komen. Er
was een burgemeesterswisseling voor nodig en wat je dan vervolgens ziet, en dat zie je
wel meer in gemeentehuizen met adviesbureaus: eerst loopt er één binnen, meestal in
een mooi blauw pak, en verrek, even later loopt er nog één. In die zin wil ik wel met u
de afspraak maken dat het hierbij blijft, want twee CDA-bestuurders vinden wij wel oké,
maar ook genoeg. Eén was verrassend, twee opzienbarend, maar vanaf drie zouden we
spreken van een plaag!
De voorzitter: Ik hoef u natuurlijk niet te vertellen dat de politieke afkomst van de
voorzitter binnen de gemeente geen rol speelt!
De heer Schefferlie: Ik heb ook nog geen enkel moment die indruk gehad!
Wij menen het oprecht: wij gunnen de heer Klink de kans en succes is hem toegewenst. Wij denken trouwens ook dat hij qua energie en niveau de nieuwe coalitie kan
opbeuren. We zouden er zelfs niet van opkijken als de heer Klink binnen korte tijd – zij
het op een moment dat de burgemeester op vakantie is – met kop en schouders zal uitsteken in dit nieuwe college.
Na deze positieve inleiding is het wel nodig te bezien hoe de heer Klink in deze gelegenheid is gekomen. Daarvoor moeten we terug naar de formatie van de eerste coalitie
in deze periode. Als wij in die periode aan GroenLinks en D66 vroegen hoe zij toch in
het net van die coalitie waren gezwommen, was de reactie: ja, we moesten wel, want de
SP vond alles goed en de heer Klink stond op de parkeerplaats te wachten om D66 of
GroenLinks te vervangen. Het gerucht gaat dat de heer Klink vijftien maanden op die
parkeerplaats is blijven staan, maar met het mooie gezin dat hij aan het stichten is, weten wij dat hij minimaal één keer thuis moet zijn geweest! Maar zijn geduld is beloond.
Het was de heer Klink die zich in mei 2014 nog wel afvroeg waarom de coalitie toch
zo lang in achterkamertjes was gebleven om uiteindelijk met zo’n schraal akkoord – zoals hij het noemde – naar buiten te komen. Letterlijk zei hij: het is toch wel een wat visie- en beleidsarm hoofdpijnakkoord geworden. Maar goed, toen wist hij nog niet dat de
oppositie kennelijk alle ruimte zou krijgen om die visie alsnog in te brengen, en dat
H-7
hebben wij graag gedaan. Fijn dat hij ervan geniet en er nu alle heil in ziet om zich voor
dit akkoord te gaan inzetten.
De heer Klink had in de gaten dat het wat moeilijk lag met de verbinding in de ontstane coalitie. Wij hebben met elkaar kunnen zien dat de eerste coalitie zich wat moeizaam voortbewoog, met veel coalitieoverleg en volgeboekte achterkamers. Regelmatig
was duidelijk hoe mevrouw Hoogesteger zich geen raad wist met het gebrek aan transparantie. Zonder ons verder te mengen in de D66-crisis, zien wij het geweten van de
D66-transparatie, om het zo maar te noemen, toch vooral gehuisvest bij mevrouw
Hoogesteger, ook al maakt zij geen deel meer uit van die fractie. De positieve animo in
de bestuurlijke bijdrage van D66 was wat ons betreft al een poosje onzichtbaar. We hadden niet het idee dat de heer Faro zich nog met grote blijdschap bestuurlijk door deze
coalitie bewoog. In de laatste vergadering hadden wij zelfs de indruk dat hij aan zijn eigen stoelpoten aan het zagen was, en niet alleen hij: wij deden dat met Stadsbelang ook
al een beetje met onze kritische inbreng over de vertraging rondom stadspromotie. Dat
hoorden wij mevrouw Molengraaf ook doen en eigenlijk ook de heer Klink. Het voordeel is echter – ik heb dat zelf ook een keer meegemaakt – dat, als er aan vier poten tegelijk gezaagd wordt, je in principe gewoon kunt blijven zitten! Je moet dan overigens
alle vier wel even snel zagen en wij hadden het idee dat de heer Klink net wat harder
ging. Ook hij bekritiseerde de heer Faro en zei zelfs dat deze zich moest schamen over
de vertraging in de stadspromotie. Vandaag zien wij zijn gretigheid beloond en het door
hem zelf hiermee gecreëerde hoge verwachtingsniveau zien wij met belangstelling tegemoet.
Nu moet ik wel zeggen dat de eerste stap nog wat tegenvalt. Wij hebben ons in de
stukken suf gezocht waar een soort ophemeling, of verrijking, te vinden zou zijn van het
coalitieakkoord, terugdenkend aan de manier waarop de heer Klink dat akkoord in mei
2014 beschreef. Hij zei toen dat de visie in het coalitieakkoord niet veel meer leek dan
de eerste alinea uit het VVD-foldertje, of dat van een boerencamping. Het is wel bijzonder dat het CDA op dat moment nog zo kritisch was en dat we nu niet een aanpassing
van betekenis zien, behalve dan de kennelijke inbreng die er in het afgelopen jaar is geweest. Wat ons betreft zag de heer Klink het scherp op dat moment, maar het blijft toch
wel een beleidsarm akkoord.
Nog meer verwonderd zijn wij over de wijze waarop deze nieuwe coalitie, en met
name de architecten daarvan, het proces om tot deze nieuwe coalitie te komen, hebben
ingericht. Ook al is de keuze voor samenwerking met het CDA niet verrassend, en wat
ons betreft ook begrijpelijk, toch is het teleurstellend dat in het proces geen consultatie
heeft plaatsgevonden met alle fractievoorzitters. Dat neem ik degenen die dit leiden toch
kwalijk, want het is een ongeschreven parlementaire regel om na een coalitiebreuk op
z’n minst, al is het maar telefonisch, de fractievoorzitters te consulteren. Ook al weet je
nog zo goed wat je gaat doen, het is toch een vorm van respect om dat te doen, zeker in
de context waarin we met z’n allen zeggen dat weer eens gewerkt moet worden aan het
herstel van de bestuurlijke verhoudingen. Wij vinden dit daarom een gemiste kans. Ook
hadden wij absoluut niet de illusie om een heel andere uitkomst te krijgen dan deze, behalve dan een ook door D66 voorgestelde vorm van een gedoogconstructie. Kortom, opnieuw een gemiste kans voor die normalisatie. Maar goed, het is nooit te laat. Ik breng
wel even in herinnering dat wij na het vertrek van de heer Barske de coalitie een handH-8
reiking hebben gedaan, door tijdens de – laat ik het maar noemen: – transparante en eerlijke mededingingscrisis rond het theater aan de Haarstraat, bewust de keuze te maken
om deze crisis niet verder op de spits te drijven. U weet drommels goed dat de bestuurlijke crisis, of chaos, veel groter had kunnen worden. Die handreiking hebben wij niet
echt vertaald gezien in de manier waarop onze voorstellen in de perspectiefnota zijn bejegend, maar goed, dat kan. Misschien moeten we ook even wennen aan pogingen tot
betere verstandhoudingen. Niettemin hebben we dit proces als een tweede gemiste kans
gezien. Er is geen enkele betrokkenheid of consultatie geweest bij de nieuwe formatie,
en dat is wat ons betreft ongekend, ongelooflijk en ongehoord, maar ook niet onvergeeflijk. We zien het als een ernstige omissie, maar ook als een belangrijk moment. Wij zijn
van mening dat we op dit punt een oprecht excuus verdienen van degenen die dit proces
hebben geleid, en dan zijn wij bereid met goede zin, net als u, primair voor de stad te
gaan.
Als wij wel geconsulteerd waren, hadden wij best wel serieuze alternatieven gehad.
Was er bijvoorbeeld niet voldoende steun – ik heb het vanuit D66 ook gehoord – voor
het akkoord om met vier wethouders door te gaan en gedoogsteun te zoeken, of met
wisselende meerderheden te werken? Als PvdA hebben wij daar in de Eerste Kamer
enorm goede ervaringen mee, zoals u kunt terugzien in de peilingen! Maar vergeet u
ook niet wat een hele hoop burgers denken: leuk weer zo’n nieuwe, vijfde wethouder,
naast de twee wachtgelders die we in deze nog korte periode achter de rug hebben, hoeveel OZB gaat dat geintje ons nu weer kosten? De kritische burger heeft de heer Klink
aangehoord over het feit dat het ambitieniveau beleidsarm is en veel burgers vinden
daardoor een vijfde wethouder onzin, en in dit geval zelfs klinkklare onzin! Maar goed,
er is niet geprobeerd om via gedoogsteun of compromissen met vier wethouders door te
gaan. Wij weten niet of het naïviteit is over de spelregels, ijdelheid of gewoon moeheid,
maar hoe het ook komt: de oplossing die nu is gekozen kost de burger een kwart miljoen in de rest van de periode. Laten wij er echter van uitgaan dat de nieuwe wethouder
die investering in klinkende munt zal uitbetalen en dat Gorinchem eindelijk weer een
stabiel bestuur krijgt. U kunt ons daar meer in meekrijgen dan u zich kunt indenken,
maar geef dan ook toe, beste nieuwe coalitie, dat u in deze procedure ernstig voorbij
bent gegaan aan de normale spelregels.
Zoals gezegd, zou ik positief eindigen, en dat doe ik ook. Wij nemen het het CDA
zeker niet kwalijk dat het zijn kans pakt. Daarbij wensen wij behalve de heer Klink ook
de heer Onvlee succes toe in zijn nieuwe rol. Wij zien in hem best wel een groot talent,
die met rust en ad rem zijn debatten voert, en zijn ervan overtuigd dat het goed komt.
Ook mevrouw Maris wensen wij alvast veel succes, en ook haar man, want die gaat zijn
vrouw aardig wat avondjes missen de komende periode.
Wie weet, al met al een mooi moment voor een nieuwe start in Gorinchem.
De heer Van Zanten: Mijnheer de voorzitter. Een extra raadsvergadering, nodig omdat
er problemen zijn ontstaan in de coalitie. We zijn daarvoor teruggeroepen van het zomerreces, en dat is volgens mij een novum in de Gorcumse parlementaire politiek, maar
goed, voor alles is een eerste keer. Mijn insteek hierbij is ongeveer dezelfde als die van
de heer Schefferlie, al zal de bewoording wat anders zijn. Ik ben nu eenmaal minder
H-9
goed dan hij in staat om op een positieve, opgewekte en humoristische wijze uiting te
geven aan mijn gevoelens die bij zulke situaties ontstaan.
Om te beginnen wil ik verwijzen naar het coalitieakkoord, “Verbindend, levendig en
zorgzaam”, van de coalitie die wij nu nog wel, maar straks niet meer hebben, bestaande
uit SP, VVD, D66, ChristenUnie/SGP en GroenLinks. Al op de eerste pagina daarvan
staat dat communicatie bij de coalitie centraal staat. De coalitie stelt in haar eigen tekst
dat ze open en transparant wil zijn en de boodschap helder naar buiten wil brengen,
waarbij ze niet alleen wil zenden, maar ook luisteren. Dat laatste hebben we in ieder geval node gemist; dat zeg ik de heer Schefferlie na.
Het is kennelijk een beetje anders gelopen dan de coalitie zich had voorgesteld, want
na ruim een jaar moeten we constateren dat deze coalitie niet houdbaar is gebleken. Wat
echter tegenvalt, en dan refereer ik aan de toespraken die eerder zijn gehouden vanuit de
coalitie, is dat de coalitie zich in dit verantwoordingsdebat – zo beschouw ik dit tenminste – niet wenst te verantwoorden voor wat er fout is gegaan in de afgelopen periode. De
teloorgang van de coalitie wordt in de stukken vrijwel volledig toegeschreven aan een
bedrijfsongevalletje bij D66, dat, naar mijn mening volledig ten onrechte, mevrouw
Hoogesteger in de schoenen geschoven heeft gekregen. D66-wethouder Arnie Faro
neemt plotseling ontslag, en dat doet hij in een briefje van een enkele regel, eigenlijk
dus geheel ongemotiveerd. Hij zegt dat hij per direct ontslag neemt, en dat is het dan.
Dat vind ik niet bijdragen aan een vorm van verantwoorden. Over wat er precies is gebeurd, moeten we maar speculeren, want dat weten we niet. Opvallend is wel dat we
vandaag of gisteren ineens een mailtje kregen met de mededeling dat er een nieuwe interimmanager is aangesteld voor de fusie Avelingen Groep/RSD. Uit het geruchtencircuit – over openheid en transparantie gesproken – hebben we begrepen dat er het nodige
aan de hand geweest moet zijn bij Avelingen Groep en RSD rond de zittende directies.
Vroeger werd je daarover, als je al geen lid was in het algemeen bestuur van zo’n gemeenschappelijke regeling, geïnformeerd, maar dat is in dit geval allemaal niet gebeurd,
terwijl in dat gebeuren kennelijk toch een oorzaak ligt…..
De heer Van Breemen: Er is een vertrouwelijke bijeenkomst geweest waarin wij uitgebreid zijn bijgepraat over wat u een crisis noemde in het bestuur van de Avelingen
Groep en de RSD. Ik bestrijd dan ook dat we daarin niet gekend zouden zijn.
De heer Van Zanten: Wellicht is dat dan een coalitieoverleg geweest.
De heer Van Breemen: Het was zelfs een regionaal overleg, waarvoor iedereen was
uitgenodigd, inclusief de fractie van Stadsbelang.
De heer Van Zanten: Nou goed, dat hebben wij dan niet meegemaakt en we hebben er
ook niets van vernomen.
Feit is dat zaken niet goed zijn gelopen en dat die mevrouw Hoogesteger zijn aangewreven. De uitkomst ervan is dat D66 uit de coalitie moest treden – er was immers
slechts één lid meer over –, waardoor ze haar meerderheid is kwijt geraakt. Wij zijn van
mening dat dat beter verantwoord had mogen worden, ook vanavond, maar dat is niet
gebeurd.
Wat wethouder Faro betreft, zou ik willen vaststellen – de heer Klink deed dat in feite al in de laatstgehouden raadsvergadering voor het zomerreces – dat hij in zijn porteH - 10
feuille economische zaken in anderhalf jaar besturen weinig heeft bereikt, in tegenstelling tot wat daarover zojuist werd ingebracht. Hij heeft helaas geen kans gezien om de
raadsopdracht Binnenstad en Stadspromotie tot besluitvorming te brengen, kennelijk –
dat is weer iets uit het geruchtencircuit, want dat horen we niet – omdat binnen de coalitie, of binnen het college, onvoldoende ruimte was om de winkelopeningstijden te regelen. Ook dat is speculatie van mijn kant, dat geef ik toe, maar openheid en transparantie….
De heer Alba Heijdenrijk: Ik heb het gevoel dat de heer Van Zanten nu wel heel erg
neigt naar het geruchtencircuit voor wat betreft dingen die al dan niet zouden zijn gezegd. Ik hoop dat hij zich aan de feiten wil houden.
De heer Van Zanten: Het probleem is dat die feiten mij, anders dan u in coalitieverband, niet allemaal geworden zijn. Rond de nieuwe coalitievorming zie je nu ook dat
enkele partijen in deze raad – de PvdA is er één van en wij zijn een andere – vrij structureel buiten welke discussie dan ook worden gehouden. Wij kunnen dus niet alles weten
wat u weet.
De heer Alba Heijdenrijk: Misschien hebt u een aantal overleggen gemist, zoals die
waarnaar zojuist al werd verwezen.
De heer Van Zanten: Dat zou zomaar kunnen, ja.
In de gemeente bestaat behoefte aan genormaliseerde verhoudingen binnen de raad.
Het staat in uw opdracht en zelf laat u niet af dat zo te duiden, en terecht volgens mij.
Dat doel blijft naar ons idee wel ver weg als bij de vorming van een nieuwe meerderheidscoalitie niet eens het fatsoen wordt opgebracht om alle partijen in de raad te consulteren over de vorming van een nieuwe coalitie. Dat is jammer, want daarmee wordt
een kans gemist om de verhoudingen binnen deze raad te normaliseren. Zeer terecht
heeft de heer Schefferlie zojuist opgemerkt dat het binnen de parlementaire verhoudingen normaal is dat in tijden van crisis alle partijen worden geconsulteerd, al was het
maar pro forma, ten aanzien van het aanvullen of vernieuwen van de coalitie. Eerlijk
gezegd zou ik wel eens willen horen welke diepe trauma’s kennelijk binnen de coalitie
leven waar het gaat om de echte oppositie, zoals ik maar zal zeggen, van PvdA en
Stadsbelang, toch de twee grootste fracties in deze raad.
D66 wordt vervangen en het CDA komt ervoor in de plaats. Dat maakt de verhoudingen binnen de coalitie nog opmerkelijker dan ze al waren. In een coalitie die bestaat uit
links en rechts conservatieve partijen als SP en ChristenUnie/SGP en twee meer progressief gekenschetste partijen als D66 en GroenLinks, wordt een van de twee meer progressieve partijen vervangen door het CDA, dat ik meer kenschets als behorend tot het conservatieve blok. Dat betekent dat GroenLinks als enige progressief denkende groepering
deze coalitie draagt, en dat is opmerkelijk. Van GroenLinks zou ik graag willen horen
hoe zij zich dat voorstelt en hoe zij het kan verantwoorden verder te opereren in deze
coalitie, die toch als links en rechts conservatief te kenschetsen valt.
Wij menen dat de vorige coalitie, maar ook deze, redelijk ver af staat van wat de
burger in Gorinchem destijds bedacht had bij de verkiezingen en wat daaruit zou moeten komen. Ik ga dan maar voorbij aan het gegeven dat de samenwerking tussen SP en
VVD door de respectievelijke achterbannen als onbegrijpelijk wordt beschouwd.
H - 11
Er komt nu een nieuwe coalitie, berustend op een meerderheid in de raad. Dat is op
zichzelf prima en democratisch gezien een feit dat er nu eenmaal ligt. Daar zullen wij
ons dan ook zonder meer bij voegen, al is er op het gebied van openheid en transparantie in de gevolgde procedure het nodige af te dingen. D66 is uitgetreden en het CDA
treedt toe. Geen enkel verwijt daaromtrent aan het CDA. De gelegenheid is geboden en
door het CDA geaccepteerd. Nou, prima. Stadsbelang rekent nimmer een partij af die
verantwoordelijkheid wil nemen. Blij zijn wij niet, omdat het toetreden van het CDA
ongetwijfeld betekent dat het huidige, strakke financiële beleid wordt doorgevoerd voor
de rest van de periode. Dat is jammer voor de stad en ook niet goed voor de stad, maar
wellicht ziet de heer Klink kans om daarin toch enige verlichting aan te brengen en als
toekomstig wethouder voor economische zaken alsnog die dingen te doen die de heer
Faro heeft laten zitten….
De heer Van Breemen: Heeft de heer Van Zanten in het geruchtencircuit ook al een
portefeuilleverdeling opgevangen?
De heer Van Zanten: Niet uit het geruchtencircuit, ik heb uit de stukken begrepen dat
de heer Klink in het begin wellicht andere ambities had, maar dat hem is verteld dat de
portefeuilleverdeling een zaak is van het college en dat hij zich erop moest voorbereiden
vooral de bestaande portefeuilles van de heer Faro over te nemen.
De heer Van Breemen: Maar het college gaat over de portefeuilleverdeling en het is
daarom erg prematuur nu te zeggen dat de heer Klink de wethouder voor economische
zaken zal worden.
De heer Van Zanten: De tijd zal het leren, maar ik durf er wel een wedje op te zetten
dat de heer Klink de volgende wethouder voor economische zaken is.
De heer Van Breemen: Dat wedje ga ik graag aan met de heer Van Zanten!
De heer Van Zanten: Dan weet u toch weer méér, wat opnieuw een voorbeeld is van
een gebrek aan transparantie, zou ik haast zeggen.
De heer Van Breemen: Ik ga alleen een weddenschap met de heer Van Zanten aan,
meer niet.
De voorzitter: Heren, hoe u uw weddenschappen wilt organiseren, is geen onderdeel
van de beraadslagingen.
De heer Van Zanten: Ik wil eerlijk gezegd ook voorkomen dat u om halfnegen alweer
naar Dordrecht kunt!
De heer Schefferlie heeft aangegeven wat hij van de coalitie verwacht op het punt
van het achterwege laten van consultatie bij een aantal fracties in deze raad en daar sluit
ik me graag bij aan. Desondanks wens ik de heer Klink, de heer Onvlee en diens opvolgster heel veel succes in het afronden van deze periode. Ik hoop dat de heer Klink
van meerwaarde zal blijken in dit college.
Mevrouw Hamann: Mijnheer de voorzitter. Het is ook in de politiek vaak vallen en
opstaan. Deze coalitie, nog geen anderhalf jaar oud, heeft zich een lastige klus ten doel
H - 12
gesteld, namelijk onder meer gezonde gemeentefinanciën en daarvoor vergaande bezuinigingen. Dat zo’n traject niet gemakkelijk gelopen kan worden, is duidelijk. Het gonst
van de kritiek en, nog erger, er vallen bestuurders: in nog geen jaar tijd een burgemeester en een wethouder. Dat getuigt niet van een krachtige en eenduidige situatie.
Nu D66 niet langer deel uitmaakt van de coalitie, wordt een meerderheid aan stabiliteit gezocht met deelname van het CDA aan de coalitie. Wij hebben daar op zich niets
op tegen. Het CDA is een partij die altijd al bestuursverantwoordelijkheid heeft willen
dragen en als het CDA instemt met het huidige akkoord, kunnen wij ons daar ook in
vinden.
Tot zover geen enkel probleem. Een probleem hebben wij echter wel met de onervaren kandidaat van het CDA. De heer Klink trekt als fractievoorzitter sinds de verkiezingen, nu nog geen anderhalf jaar, de kar van zijn fractie op een opvallende wijze. Jong,
fris en fruitig, zal menigeen zeggen, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom wat goed
is voor de stad. Wat is goed voor Gorinchem? Die vraag moet je je dan altijd stellen.
Het gaat om het belang van de stad. Het belang van de stad is een goed gemeentebestuur, dat stabiel is en goed samenwerkt. Beter een kleiner team dat daadkrachtig kan
aanpakken. Gorcum Actief is sowieso niet voor vijf wethouders. Vier zou voldoende
moeten zijn voor een kleine stad als Gorinchem. De portefeuille van de vertrokken wethouder Faro kan gemakkelijk over de zittende wethouders worden verdeeld, omdat zij
allen nu immers 0,8 fte werken. Doorgaan met een kleiner team en gedoogsteun van andere partijen lijkt ons een betere oplossing dan weer een nieuwe wethouder aan te stellen. We zullen om deze twee redenen blanco stemmen vandaag, maar we zullen ook de
nieuwe wethouder kritisch volgen en wensen de coalitie succes bij de uitvoering van het
beleid.
Mevrouw Hoogesteger: Mijnheer de voorzitter. De aanleiding was een droeve, in ieder
geval voor mij persoonlijk een droeve aanleiding. Het was geen lichtzinnig besluit om –
laat ik het zo formuleren – mijn lidmaatschap van de D66-fractie op te zeggen. Ik ben tot
op de dag van vandaag nog steeds lid van de partij D66. En nu ben ik een eenvrouwsfractie onder de naam Hoogesteger, en dan is er ook meteen, en dat had ik niet kunnen
bedenken op het moment dat ik mijn brief schreef, een nieuwe politieke werkelijkheid.
Die politieke werkelijkheid bestaat eruit dat nu een jong, fris en fruitig iemand toetreedt
tot deze coalitie. Per definitie hoeft dat niet slecht te zijn voor de stad, een jong, fris en
fruitig iemand, ook al is hij dan erg ambitieus en pas 31. Ik heb wel vertrouwen in de
competenties van de heer Klink, al zijn er nog wat kleine verbeterpunten waarvoor ik
mogelijk in tweede termijn nog een kleine suggestie zal doen.
Ik vind het ook wel een gemiste kans, want deze stad, met 35.000 inwoners, had prima met vier wethouders toe gekund, of misschien zelfs wel met vijf en een minderheid
en gedoogsteun van voldoende partijen die zich in de afgelopen anderhalf jaar heel constructief hebben opgesteld. Een gemiste kans dus, jammer.
De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn. Naar ik
heb begrepen, bestaat thans behoefte aan een korte schorsing. Ik schors derhalve de vergadering (20.17 uur).
Schorsing
H - 13
De voorzitter: Ik heropen de vergadering (20.31 uur). Aan de orde is de tweede termijn.
Gelet op het verloop van de eerste termijn, ligt het mijns inziens voor de hand eerst mevrouw Mager het woord te geven.
Mevrouw Mager-Schroten: Mijnheer de voorzitter. Aangezien in eerste termijn niet
direct vragen aan de VVD zijn gesteld, wil ik direct maar ingaan op de opmerking van
de heer Van Zanten als zou sprake zijn geweest van een crisis in de coalitie. Ik meen
namens de vier doorgaande coalitiepartijen, maar ook wel namens D66, te kunnen spreken als ik daar nadrukkelijk afstand van neem. Van een coalitiecrisis is helemaal geen
sprake geweest. Uiteraard is ook intensief gesproken over het aanhouden van de D66wethouder, ook in een minderheidscoalitie, maar door het besluit van de heer Faro is op
den duur gekozen voor een andere insteek. Daaraan wil ik nog toevoegen dat het de
heer Van Zanten wellicht is ontgaan dat in de provincie gedurende vier jaar op een uiterst succesvolle manier is samengewerkt tussen SP en VVD.
De heer Schefferlie: Mijnheer de voorzitter. Ik vraag me bijna af wat ik in deze tweede
termijn nu eigenlijk nog moet, behalve op mezelf reageren. Eerlijk gezegd had ik de
hoop dat na de opbouw van mijn betoog in eerste termijn een reactie zou volgen vanuit
de coalitiepartijen over de door ons gemiste betrokkenheid in de procedure…
Mevrouw Mager-Schroten: Ik had het misschien even moeten zeggen, maar de partijen geven in deze termijn ieder voor zich antwoord. Wij hebben daarin een prachtige
verdeling gemaakt. Het is misschien onhandig dat u nu aan de beurt bent, maar ik zou
zeggen: even geduld.
Mevrouw Biesheuvel-van Diemen: Dan stel ik voor dat wij later aan de beurt komen,
zodat wij even de reacties kunnen afwachten.
De voorzitter: Als de heer Schefferlie daarmee instemt, lijkt me dat verstandig.
De heer Schefferlie: Ik luister altijd naar de burgemeester!
De voorzitter: Dan zullen we eerst de coalitiepartijen afgaan en daarna de oppositie het
woord geven.
Mevrouw Van Dalen-Eggink: Mijnheer de voorzitter. De heer Schefferlie zeg ik allereerst dank voor zijn subtiel-vileine bijdrage; daar kunnen wij altijd van genieten!
Het blijkt dat PvdA en Stadsbelang af en toe heel goed opletten, maar soms ook wat
minder, en dat is wat jammer. Zoals mevrouw Mager al zei: de SP en de VVD werken
op meerdere plaatsen al samen, en in de provincie zelfs al voor de tweede termijn. En
zoals wij onze goede naam hebben: de leden van de SP gaan eerst overal over en mogen
hun mening geven. Ook bij de samenwerking in de provincie hebben de leden daarover
hun mening gegeven. De heer Van Zanten hoeft er dus niet bang voor te zijn dat onze
achterban er niet achter staat.
De afgelopen anderhalf jaar hebben wij wel degelijk ook geluisterd naar de oppositie.
Verschillende bijdragen in verschillende vergaderingen gaven aan wat de koers van zowel PvdA als Stadsbelang was als het ging om het coalitieakkoord. Zij konden niet altijd
geheel instemming vinden bij het coalitieakkoord, ook niet bij de behandeling van de
H - 14
laatste turap, en dan kijk ik zeker naar Stadsbelang. Voor ons waren zowel de PvdA als
Stadsbelang dus niet de eerste logische partners om mee te praten. Dat wij hen echter
hadden moeten consulteren, is waar. We hadden moeten bellen. Een echt constructieve
samenwerking zagen wij niet zozeer bij deze partijen, maar wel bij het CDA, dat al eerder in het jaar had laten zien waar het stond.
Voor diepe trauma’s hoeft Stadsbelang niet bang te zijn. Wij hebben geen diepe
trauma’s als het gaat om werken met andere partijen, oppositie of coalitie. We zien wel
verschillen. De heer Van Zanten ziet ook verschillen, heel veel verschillen. Wij willen
ons echter graag richten op de raakvlakken die er zijn, en dan verwijs ik maar weer even
terug naar de samenwerking die wij hebben met de VVD. Die lijkt misschien onlogisch,
maar gezien de verhoudingen in deze stad, de partijen zoals ze zijn en de samenwerking
die we ervaren in de anderhalf jaar dat we nu met elkaar aan het besturen zijn, zijn die
verschillen niet zo groot en de overeenkomsten des te groter.
Vijf wethouders. Ja er komen vijf personen, maar net zoals de vorige keer is dat voor
4,2 fte. Voor u mag dat misschien een subtiel verschil zijn, maar voor ons was dat wel
degelijk van belang: 5 personen, 4,2 fte.
Als laatste heb ik nog een vraag aan de heer Schefferlie. Hij zei dat de PvdA graag
een handreiking wil van de coalitie naar de oppositie in verband met het al dan niet geconsulteerd zijn, om dan te bezien of hij zich weer met voldoende zin kan inzetten voor
de stad. Ik zou de heer Schefferlie willen vragen altijd met voldoende zin weer aan de
slag te gaan voor de stad, met of zonder consultatie. Ik hoop dat wij het er met z’n allen
over eens zijn dat het gaat om de goede zin die wij hebben om het goede voor Gorinchem te bereiken.
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Mijnheer de voorzitter. Ook ik wil graag reageren op
een aantal dingen die gezegd zijn en daarvoor zal ik in willekeurige vorm wat partijen
langs gaan.
De heer Alba Heijdenrijk heeft iets gezegd over angst van waaruit de coalitie zou
hebben gereageerd. Ik begrijp dat hij dat zegt, maar ik herken mezelf daar niet in. Ik heb
zelf ervaren dat de coalitie de politieke realiteit heeft vastgesteld en van daaruit heeft
gereageerd, waarbij, ondanks de zeer plotselinge situatie die zich voordeed, de rust en
de kalmte steeds zijn bewaard.
Het punt dat de heer Schefferlie heeft gemaakt van het niet consulteren van PvdA en
Stadsbelang, klopt. Ik erken dat ruiterlijk. Dat daar ook verzachtende omstandigheden
voor waren, is ook helder: een totaal onverwachte crisis binnen D66, die de door iedereen zo begeerde rust en vakantie verder weg schoof, de vermoeidheid die, zeker de laatste week, bij mij ook wel zichtbaar was, en ook wel het chagrijn over wat er gebeurde.
Dat alles heeft in ieder geval bij mij geen moment tot de gedachte geleid dat ik ook PvdA en Stadsbelang eens moest bellen, ook omdat ik bij de behandeling van de perspectiefnota niet echt had geproefd dat daar veel alternatieven lagen. Maar het is correct: ik
heb er niet aan gedacht. Hoewel ik zeer hoop dat een situatie als deze nooit meer zal
voorkomen, beloof ik dat ik de heer Schefferlie als eerste zal bellen mocht dat wel zo
zijn.
De heer Schefferlie: Die afspraak is geboekt!
H - 15
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Goed zo.
De handreiking waaraan de heer Schefferlie refereerde bij de discussie over het theater hebben wij overigens wel beantwoord: wij hebben destijds de coalitiemotie ingetrokken. Maar de handreiking van vandaag om naar betere onderlinge verhoudingen te
komen, neem ik graag aan. Ik hoop dat ons dat gaat lukken, want daar zijn wij allemaal
voor nodig.
Stadsbelang berispt ons naast de omissie die ik al erkend heb, ook over het gebrek
aan openheid en transparantie. Ik kan me voorstellen dat de heer Van Zanten dat zo ervaart, maar dan vraag ik hem ook om van zijn kant daarvoor mede de voorwaarden te
creëren. It takes two to tango. Hij blijft beweren dat het strakke financiële beleid niet
goed is voor de stad, maar de informatiebrief over de houdbare gemeentefinanciën, overigens een idee van D66, omgezet in een coalitiemotie, zegt mijns inziens iets anders.
Verschillende partijen hebben aangegeven de optie van een minderheidscoalitie met
gedoogsteun te verkiezen. Ik kan u zeggen dat in de week waarin wij hiermee bezig waren, bij de meeste coalitiepartners het idee dat we over van alles en nog wat in wisselende meerderheden zouden moeten gaan steggelen, dusdanig onaantrekkelijk was, maar
ook zo instabiel lijkt, dat wij die optie absoluut niet verkieslijk vonden.
De heer Van Breemen: Mijnheer de voorzitter. Een aantal onderwerpen uit de eerste
termijn wil ik graag even aanstippen. Als eerste de vraag van de heer Van Zanten nu
eens te duiden hoe GroenLinks zich in deze coalitie voelt als een progressieve linkse
partij. Eigenlijk voelt GroenLinks zich daar best senang bij, en ik zal ook uitleggen
waarom. GroenLinks is een partij die van nature gaat voor de inhoud. Wij geloven in dit
coalitieakkoord en dat coalitieakkoord is net zo progressief, of conservatief, of links, of
rechts, hoe je het ook wilt noemen, als het was in mei 2014. Als wij het coalitieakkoord
lezen, zien wij er genoeg progressieve, groene en linkse elementen in om het volmondig
te kunnen steunen. In die zin is er dus niets veranderd. Wij geloven in het akkoord, wij
denken en weten dat met deze coalitie het coalitieakkoord uitgevoerd kan worden. Zoals
altijd, zijn er overeenkomsten en verschillen met partijen, maar de grootste overeenkomst op dit moment is het coalitieakkoord.
Zowel Stadsbelang als PvdA heeft het een en ander gezegd over de communicatie en
de transparantie. Inderdaad zijn hier excuses op hun plaats. De snelle opeenvolging van
gebeurtenissen, de drukte rondom de situatie, de drukte daarvoor met de perspectiefnota
en de vermoeidheid na een heel druk politiek jaar, waarnaar mevrouw Molengraaf reeds
verwees, hebben tot deze vergissing of misstap geleid. Stadsbelang en PvdA hebben gelijk dat het niet netjes is en dat excuses in dezen op hun plaats zijn…
De heer Schefferlie: Ik wil alvast mijn waardering uitspreken voor deze duidelijke uitleg.
De voorzitter: U krijgt ook nog een tweede termijn, zodat u zich daarin nog verder kunt
uitputten!
De heer Van Breemen: Over de communicatie wil ik ook nog het volgende opmerken,
en dan richt ik me vooral tot de heer Van Zanten. Hij heeft veel informatie geput uit geruchten. Ik zou zijn fractie willen aanraden ook gewoon de officiële informatiebijeenH - 16
komsten te bezoeken, want daar hoor je dingen die niet uit het geruchtencircuit komen
en die zijn vaak heel vruchtbaar.
De heer Van Zanten heeft in dit verband ook geïnformeerd naar eventuele diepe
trauma’s. Die trauma’s zijn er niet. Ik heb zojuist uitgelegd dat PvdA en Stadsbelang bij
vergissing niet bij de consultatie zijn betrokken, en dat is geen gevolg van trauma’s. Natuurlijk is wel een bepaalde politieke polarisering ontstaan, de perspectiefnota in juli
was daar een duidelijk voorbeeld van, maar dat zou ik geen trauma noemen, eerder een
verschil van mening. Wees dus gerust, meneer Van Zanten, wij hebben geen trauma jegens u.
Ten slotte vroeg de heer Van Zanten nog om een duiding van een coalitiecrisis. Mevrouw Mager heeft volgens mij al duidelijk gezegd dat van een politiek probleem geen
sprake is. In een goede sfeer hebben wij gezocht naar een oplossing voor het feit dat de
fractie van D66 uit elkaar viel en daarin is een groot aantal opties besproken, waaronder
die van een gedoogcoalitie, maar ook die van zes wethouders, of vijfenhalve wethouder.
Allerlei opties zijn over de tafel gegaan. Uiteindelijk hebben wij toen besloten eerst
even de rust van de vakantie te nemen en daarna verder te kijken. Zo zijn we in een hele
goede sfeer uit elkaar gegaan, maar helaas besloot D66 in dat weekend om haar moverende redenen zich terug te trekken uit de coalitie en besloot dus ook de heer Faro af te
treden. Dat was geen politieke crisis, zoals de heer Van Zanten schetste, geen crisis op
de inhoud. Door interne partijtrammelant binnen D66, waarover ik hier verder geen oordeel vel, heeft D66 zich blijkbaar genoodzaakt gevoeld zich terug te trekken uit de coalitie. Voor ons was dat net zo verrassend als voor Stadsbelang en dus is er wat ons betreft
van een crisis geen sprake geweest.
De heer Klink: Mijnheer de voorzitter. In grote lijnen is in tweede termijn onder andere
ingegaan op de constructie die is gekozen. In eerste aanleg was dat natuurlijk iets waarop de vier overgebleven coalitiepartijen zelf de regie voerden. Toch zijn ook wij daarin
partij geweest, omdat wij daarin voorstellen hebben gedaan. Zoals de PvdA nu in de
Eerste Kamer wat uitdagingen heeft, heeft het CDA in het verleden een kabinet gehad
met iets van gedoogsteun, wat ons niet zo goed is bevallen! Het kwam ons in de peilingen bijna op een zetelaantal te staan waar de PvdA nu op staat. In die zin zijn we lotgenoten en dat moet de heer Schefferlie wat bemoedigen, want het blijkt dat het zich ook
weer kan herstellen. De moraal van het verhaal is dat wij absoluut niet voor wisselende
meerderheden en gedoogconstructies zijn. Stabiel bestuur is wat ons betreft echt wel
nodig en dat is gewoon het sterkst op het moment dat je met een aantal coalitiepartijen
een meerderheid hebt, die ook allemaal vertegenwoordigd zijn in het college, wat overigens zeker niet wil zeggen dat de overgebleven partijen niet gehoord zullen worden.
De heer Alba Heijdenrijk heeft opgemerkt dat het CDA het wethouderschap van de
heer Klink als eis had gesteld. Zo is het echter wat ons betreft niet gesteld. Wat wij wel
hebben gezegd, is dat bij het lidmaatschap van deze coalitie ook een collegevertegenwoordiging hoort, en dat allemaal in het kader van de stabiliteit.
De heer Schefferlie heeft een citaat van mij aangehaald over het coalitieakkoord bij
het aangaan van deze coalitie, en dat was juist. Volgens mij heb ik in eerste termijn ook
aangegeven dat wij destijds op het sceptische af waren. Daaraan heb ik echter toegevoegd dat wij daarna ontdekt hebben dat de gekozen methodiek van de raadsopdrachten
H - 17
juist zo waardevol kan zijn voor oppositiepartijen. Wij hebben dat altijd ervaren als een
handreiking naar de oppositie. Weliswaar is deze coalitieperiode misschien begonnen
met niet al te veel beleid in het coalitieakkoord, maar dat wil niet zeggen dat deze hele
coalitieperiode beleidsarm is…
De heer Schefferlie: Maar het is toch wel een hele gang om een foldertje van een boerencamping op te lichten tot een ambitieus programma.
De heer Klink: U krijgt vandaag vaker gelijk en uw zin dan in de afgelopen anderhalf
jaar en daar ga ik aan meedoen. Ik wil bij deze best erkennen dat mijn onervarenheid als
fractievoorzitter in de eerste raadsvergadering er debet aan was dat ik dit niet goed heb
ingeschat. Met de kennis van nu moet ik zeggen dat het mij alles is meegevallen en dat
de coalitie op dat moment echt niet zo’n gekke lijn had ingezet.
Zoals ik eerder al zei, zien wij in de loop van deze coalitieperiode een heel beleidsrijke situatie ontstaan, waar wat ons betreft ook echt wel vijf wethouders de handen aan
vol kunnen hebben – vijf maal 0,8 fte overigens – en daarom denk ik dat dit op zichzelf
een goede bezetting is van het college.
Bij onze intrede in de coalitie hebben wij natuurlijk nagegaan waarin we terecht zouden komen. Ik had de heer Van Zanten al eerder over trauma’s gehoord en daarom hebben wij een beetje opgelet, maar tot op heden hebben we die echt niet kunnen ontdekken. Maar goed, we zijn er pas net en daarom hebben de heer Onvlee en ik tijdens de
schorsing even nagedacht over de vraag wat we zouden doen als we die trauma’s toch
zouden ontdekken. We hebben bedacht dat we dan zullen proberen daarvoor hulp in te
roepen, en daarbij zoek je dan het profiel van een hulpverlener, iemand die psychologie
gestudeerd heeft wat ons betreft, iemand die verstand heeft van politiek én een beetje in
de HRM zit. U voelt ‘m al aankomen: wij suggereren dan de heer Schefferlie in te roepen als hulpverlener…
De heer Schefferlie: Is de heer Klink zich ervan bewust, nu hij straks misschien ook
wel over de financiën van de gemeente gaat, dat ik niet aan de balkenendenorm voldoe!?
De voorzitter: Het is ondenkbaar dat u een opdracht van het gemeentebestuur zou krijgen!
De heer Klink: Wij gingen uit van pro deo!
Mijn laatste opmerking aan de heer Van Zanten is dat we het vanavond zouden hebben over een wethouderschap en niet over een weddenschap; misschien moet hij wat dat
betreft de stukken nog eens keer goed doorlezen. Hij heeft gezegd dat D66 wordt vervangen door het CDA, maar dat is wat ons betreft feitelijk echt niet aan de orde geweest.
D66 is op eigen initiatief uit deze coalitie gestapt en er is op eigen initiatief een wethouder opgestapt. Daardoor ontstond in zekere zin een vacature en na een gesprek is het
CDA er inderdaad uitgekomen als de kandidaat die die vacature gaat vervullen, maar het
is niet zo dat de één is afgedankt ten bate van de ander. Ik zou het betreuren als dat gevoel ergens in deze raad zou bestaan.
H - 18
De heer Van Zanten: Misschien ter geruststelling van de heer Klink: de weddenschap
ging niet over zijn wethouderschap “sec”, maar over de portefeuille die hij zou gaan beheren. Daarover ben ik met de heer Van Breemen een weddenschap aangegaan, maar ik
heb inmiddels gemerkt dat hij voorkennis heeft en dat maakt het wel een beetje lastig
om die weddenschap gestand te doen, maar goed, voor een goede fles wijn kunnen we
toch een heel eind komen. Ik zie uit naar uw wethouderschap van economische zaken!
De heer Klink: Ik meng me niet in de condities van uw weddenschappen, maar ik laat
dat nu maar voor wat het is. Ik ging even in op uw opmerking dat D66 door het CDA
vervangen zou zijn en dat lijkt mij echt niet een juiste duiding van wat er aan de hand
was.
De heer Van Zanten: Ik stel toch vast dat D66 vertrekt en het CDA komt. Dat kan ik
niet anders zien dan als vervanging, maar goed, dat doet er niet toe.
De heer Klink: Als het in die volgordelijkheid gesteld wordt, kan ik ermee akkoord
gaan.
Opgemerkt is ook dat de signatuur van de coalitie zou veranderen, omdat het CDA
conservatief zou zijn. Persoonlijk herken ik dat helemaal niet zo. Ik kijk even naar mijn
collega Onvlee, en die schudt ook nee…; het was in ieder geval de bedoeling dat hij nee
zou schudden! Op één punt heeft de heer Van Zanten wel gelijk: het CDA volgt de financiële lijn die door deze coalitie is aangezet, en dan kom ik ook een beetje bij de informatiebrief die op 14 augustus ook naar zijn fractie is verzonden over de houdbare
gemeentefinanciën. Wat daarbij opmerkelijk is, is dat die toets is gedaan op initiatief
van D66. Ze wijst uit dat de financiële koers van deze coalitie de goede is. Wat dat betreft denk ik niet dat wij conservatief zijn, of heel strikt, maar dat we gewoon een goede
koers varen.
Voor alle opmerkingen die zijn gemaakt over de aanstaande voordracht van mij als
persoon, verwijs ik naar mijn collega Onvlee, die daarover mogelijk straks iets zal zeggen. Het lijkt me niet gepast daar zelf op in te gaan.
Mevrouw Hoogesteger heeft beloofd in tweede termijn mijn verbeterpunten te duiden. Gun mij alstublieft de kans om voor de laatste keer het gras voor haar voeten weg
te maaien. Ik ga er in ieder geval twee noemen: het mag wat korter en misschien met
wat minder moeilijke woorden. De rest mag zij aanvullen!
De voorzitter: Dat lijken mij prachtige voornemens; als voorzitter ben ik daar altijd blij
mee!
De heer Alba Heijdenrijk: Mijnheer de voorzitter. Wie geschoren wordt, moet stil zitten; dat is in ieder geval mijn stellige voornemen. Daarentegen ben ik wel wat geprikkeld door de heer Van Zanten en daarom wil ik kort reageren op zijn bijdrage. Waar hij
refereerde aan de korte mail van de heer Faro, verwijs ik hem naar het gezamenlijke
persbericht dat van D66 is uitgegaan, dus ook van de heer Faro. Voorts beweerde de
heer Van Zanten dat het raadsvoorstel Binnenstad gestruikeld zou zijn op de winkeltijdenopenstelling. Niets is echter minder waar. Juist de zorgvuldigheid van de heer Faro
maakte dat het stuk op zich liet wachten, in goed overleg trouwens met andere coalitieleden.
H - 19
De heer Schefferlie: Mijnheer de voorzitter. Ik heb het gevoel dat het me voor het eerst
in vijftien jaar gelukt is een derde termijn te krijgen, een termijn overigens waar ik heel
graag gebruik van maak!
Ik vond het een heel vitaal moment vandaag, en in die zin ben ik echt tevreden met
de gemaakte excuses voor de gevolgde procedure. Als je niet betrokken wordt en als er
niet gecommuniceerd wordt, ga je nu eenmaal speculeren. We hebben dat bij de heer
Van Zanten gezien en wij deden dat ook. Je maakt dan een soort reconstructie van die
nieuwe coalitievorming: mevrouw Molengraaf bedenkt een snelle oplossing, de heer
Van Breemen beoordeelt het als een duurzaam construct, vervolgens wordt de VVD opgeroepen voor een blij communicatiebericht en de SP om er braaf mee in te stemmen,
klaar is kees, en de heer Klink is blij. Wij waren daarin vergeten, maar daarvoor is in
een zekere opbouw door de fracties excuus aangeboden. Het begon wat “mager”, eigenlijk heb ik er van de VVD helemaal niets over gehoord, maar goed: over communicatie
moeten we het op een ander moment maar eens hebben. Daarna kwam die opbouw en
daar ben ik zeer tevreden over. Mevrouw Molengraaf voerde nog wat verzachtende omstandigheden aan, die begrijp ik ook wel, maar de heer Van Breemen was klip en klaar
en dat vond ik een duidelijk verhaal, al had ik er wel een soort dejà vu bij.
Vervolgens heb ik er behoefte aan een paar misverstanden op te heffen. De nieuwe
coalitie heeft het voortdurend over vijf partijen, maar voor de stad en voor de coalitie
zelf is het toch goed te weten dat het echt over zes partijen gaat, want de ChristenUnie/SGP is weliswaar een fraaie lijstverbinding, maar is nog steeds niet één partij geworden; wie weet, een idee voor de toekomst.
Een ander misverstand heb ik beluisterd bij mevrouw Van Dalen. Wat Stadsbelang
naar voren brengt, hoeft niet identiek te zijn aan wat de PvdA zegt. Wij hebben ons helemaal niet verwonderd over de samenwerking tussen de VVD en de SP. Sterker nog:
wie weet, is dat ook wel een mooie kans voor een toekomstige lijstverbinding!
Voorts is het een misverstand dat wij op enig moment geen zin zouden hebben gehad
om voor deze stad te werken. Dat stralen we ook zeker niet uit. Het ging meer over de
samenwerking in deze stad en in deze raad. Daarmee grijp ik weer terug naar het excuus
dat is gemaakt voor de gevolgde procedure: na de vernieuwing in het college gaan we
wat ons betreft weer proberen een nieuwe start te maken. Ik denk dat wij op z’n sterkst
zijn gebleken in Gorinchem als we die samenwerking wisten te vinden, met uitzondering misschien van de regionale samenwerking, want dat doen we heel erg samen, maar
het blijft moeilijk daarin een goede weg te vinden.
Vandaag mag het primair gaan over de heer Klink. Het is een mooie dag voor hem en
uit zijn verhaal heb ik eigenlijk begrepen dat hij het licht gezien heeft, het licht over de
kwaliteit van het coalitieakkoord, iets waar een hele hoop andere mensen in de stad ook
naar smachten: dat zij de visie die er kennelijk wel is ook te zien krijgen. Ik had er al
zo’n voorgevoel bij en daarom heb ik voor de heer Klink het prachtige boek Kus de visie wakker meegenomen, zodat niet alleen hij, maar straks heel de stad getuige kan
worden van de visie die er wel is, maar die we nog niet kennen.
Nogmaals succes. Mede dankzij het gemaakte excuus zal ik de fractie adviseren de
start van de heer Klink unaniem te steunen.
H - 20
De heer Van Zanten: Mijnheer de voorzitter. Soms leer je weer eens wat en wat we
vanavond hebben kunnen leren, is dat je niet altijd al te veel achter iets moeten zoeken
als je de juiste feiten niet kent. Vaak blijken er toch een hoop toevallige omstandigheden te zijn die tot iets leiden. Ik ben wat dat betreft content met de geluiden uit de coalitie over het feit dat het met de procedure wat eleganter had kunnen verlopen door ook
de twee resterende partijen te horen in het kader van de nieuwe coalitievorming. Ik begrijp ook waarom dat niet is gebeurd. Het heeft ook een beetje te maken met het tijdstip
van het jaar waarin het voorval zich voltrok, om het zo maar uit te drukken. Wij vinden
het prettig van de coalitie te horen dat in voorkomende gevallen wat breder gekeken zal
worden.
Er zijn een aantal opmerkingen gemaakt die misschien wel een tegenopmerking vragen, al hoeft het niet echt. Het is prima dat de samenwerking in de provincie en elders
tussen VVD en SP goed verloopt. Dat kunnen wij ook hier wel constateren, maar wij
hoeven dat in ieder geval bij de verkiezingen niet uit te leggen; we gaan het zien.
Mevrouw Van Dalen-Eggink: Wij leggen het heel graag uit aan onze achterban.
De heer Van Zanten: Dat is mooi.
Mooi is ook dat er geen diepe trauma’s blijken te zijn. Hoewel inmiddels een klein
tipje van de sluier is opgelicht, houd ik staande dat wel degelijk sprake is geweest van
een crisis. Die crisis kan in één partij zijn ontstaan, maar als de resterende partijen in de
coalitie naar een nieuwe partner gaan kijken, hebben ze zelf ook geaccepteerd dat er
sprake was van een crisis die opgelost moest worden. Maar goed, voor de rest is het een
woordenspel en daar hoeven we niet langer bij stil te staan.
De rol van GroenLinks heb ik in eerste termijn wat geaccentueerd en naar aanleiding
daarvan heeft de heer Van Breemen uitgelegd dat zijn inspiratie is neergelegd in het
programma en dat daarin voor hem voldoende progressieve elementen zitten om in een
overigens in mijn ogen toch wel wat conservatief getinte coalitie verder te gaan. Dat is
aan hem. Ook dat kan wellicht uitgelegd worden aan de kiezers en dan zien we wel
weer wat dat gaat opleveren.
Zo dadelijk kunnen we de heer Klink feliciteren met zijn benoeming tot wethouder
van deze stad. Dat zal ook de instemming krijgen van Stadsbelang. Heel ongewoon is
dat niet, want Stadsbelang heeft nooit tegen personen gestemd die verantwoordelijkheid
gaan nemen voor het besturen van deze stad en dat zullen we ook bij de heer Klink zeker niet doen.
Mevrouw Hoogesteger: Mijnheer de voorzitter. Ik zou kunnen zeggen dat de heer
Klink een wijs man is, want “korter” is inderdaad een puntje dat ook ik naar voren had
willen brengen. Zelfs nog vóór de verkiezingen, volgens mij ergens in een debat, of elders, heb ik hem eens gevraagd of zijn vader soms dominee was, omdat hij wel erg lang
van stof was. Die moeilijke woorden vind ik overigens reuze meevallen. Ik heb in het
algemeen geen moeite om hem te begrijpen, wél om de aandacht soms vast te houden.
Misschien is het wel aardig te vermelden dat ik volgens mij een van de eersten was
die de heer Klink met het voorgenomen besluit mocht feliciteren, in het café, toen ik
hem tegenkwam op de Langendijk. Wij wonen allebei in die omgeving. Ik moet eerlijk
zeggen dat mijn stemming op dat moment niet bijster goed was, maar we hebben toch
H - 21
even een prettig gesprek gehad in het café, waarbij we van gedachten hebben kunnen
wisselen over de ontstane situatie. Ik kan eraan toevoegen dat de heer Klink toen helemaal niet zo lang van stof was. Mijn ervaring in de gemeenteraad is echter anders. Even
dacht ik: het is misschien wel mooi als hij aan de andere kant gaat zitten, want dan hebben we er misschien minder last van, maar of dat werkelijk zo zal zijn, valt nog te bezien. Ik heb in ieder geval een handreiking bij me, die ik zeker ook zal delen met de
nieuwe collega’s, en mogelijk zelfs – want ik zag net een kleine aarzeling in de communicatie tussen hem en de heer Onvlee – in zijn fractie.
De voorzitter: Dames en heren. Zo langzamerhand zijn we toe aan het moment van besluitvorming. Ik geef voorafgaand daaraan het woord aan de heer Onvlee.
De heer Onvlee: Mijnheer de voorzitter. Het CDA is toegetreden tot de coalitie van Gorinchem en vanavond wordt gestemd over de wethouder die zal toetreden tot het huidige
college van burgemeester en wethouders. Gezien de nieuwe positie van onze fractie,
lijkt het ons passend een wethouderskandidaat aan de raad voor te stellen. Naast verantwoordelijkheid in de coalitie, nemen wij ook graag verantwoordelijkheid in het college van burgemeester en wethouders. Het zal inmiddels geen verrassing meer zijn dat
wij onze huidige fractievoorzitter, de heer Klink, voordragen als kandidaat. Fractie en
afdelingsbestuur van het CDA Gorinchem hebben deze voordracht intern overwogen en
zijn tot de conclusie gekomen dat deze voordracht op dit moment passend is. Met de
heer Klink is gesproken over zijn bereidheid om deze functie te aanvaarden, mocht de
raad vanavond zulks besluiten. Het CDA is van mening in de heer Klink een capabel en
aimabel persoon voor deze functie te hebben gevonden. Wij vertrouwen erop dat hij van
meerwaarde zal zijn in het college van burgemeester en wethouders en voor onze stad.
De voorzitter: Ik sluit hiermee de beraadslagingen en stel de besluitvorming aan de orde. De benoeming van de wethouder is een vrije stemming, hetgeen impliceert dat u een
blanco stembiljet zal worden uitgereikt, waarop u de naam van degenen die u tot wethouder wilt benoemen kunt invullen. Vanzelfsprekend is het ook toegestaan blanco te
stemmen.
Ik benoem tot leden in de commissie van stemopneming de heer Tekir, als voorzitter,
en de heren Van Son en Van Luijk. Voor de duur van de stemming schors ik thans de
vergadering (21.05 uur).
Schorsing
De voorzitter: Ik heropen de vergadering (21.09 uur). Het woord is aan de voorzitter
van de commissie van stemopneming.
De heer Tekir: Mijnheer de voorzitter. Bij de stemming zijn 18 stembiljetten ingeleverd, waarop 15 stemmen zijn uitgebracht op de heer Klink, terwijl 3 biljetten in blanco
waren ingeleverd.
De voorzitter: Ik vrees dat we nu een probleem hebben, want er zijn 23 raadsleden
aanwezig. Ik verzoek de commissie tot een hertelling over te gaan.
Schorsing
H - 22
De voorzitter: De vergadering is heropend. Het woord is opnieuw aan de heer Tekir.
De heer Tekir: Mijnheer de voorzitter. Enige spanning kan geen kwaad, vonden wij!
Bij hertelling is gebleken dat er 23 stembiljetten zijn ingeleverd, waarop 20 stemmen
zijn uitgebracht op de heer Klink, terwijl 3 blanco stemmen zijn uitgebracht. (Applaus)
De voorzitter: Ik stel vast dat de heer Klink door de raad is benoemd tot wethouder.
Aan de heer Klink de vraag of hij zijn benoeming aanvaardt.
De heer Klink: Ja, voorzitter.
De voorzitter: Dan verzoek ik u naar voren te komen voor uw beëdiging.
De heer Klink legt hierop in handen van de voorzitter de bij de wet vereiste eed en gelofte af.
De voorzitter: Meneer Klink, gefeliciteerd met uw beëdiging. Ik nodig u uit uw plaats
achter de collegetafel in te nemen.
(Applaus)
Dames en heren. Voor het sluiten van dit agendapunt spreek ik graag mijn erkentelijkheid uit voor alles wat wethouder Faro in de ruim vijf jaar dat hij wethouder is geweest, voor deze stad heeft gedaan. Wij zullen aan het eind van de volgende maand op
passende wijze afscheid van hem nemen. Daarover zult u nog bericht ontvangen.
6. Toelating en installatie gemeenteraadslid (nr. 2015-1404)
De heer E.B. Klink heeft in zijn brief van 25 augustus 2015 aangegeven zijn raadslidmaatschap per 25
augustus 2015 te beëeindigen onder voorbehoud van benoeming tot wethouder.
Mevrouw N.J. Maris - Van Exel komt in aanmerking om de heer E.B. Klink op te volgen (wettelijke bepalingen, zoals vermeld in de Kieswet). Zij heeft aangegeven een benoeming tot lid van de raad te aanvaarden.
Voordat mevrouw N.J. Maris - van Exel kan worden benoemd tot lid van de raad, moet haar geloofsbrief
onderzocht worden. Bij een positief resultaat kan zij toegelaten worden als lid van de raad (kieswet).
Daarvoor legt zij aan de voorzitter van de raad ofwel de belofte ofwel de eed af.
De voorzitter: Dames en heren. Door de benoeming tot wethouder van de heer Klink is
een vacature ontstaan in de raad. Ter vervulling van die vacature heb ik als voorzitter
van het Centraal Stembureau mevrouw Maris-van Exel als raadslid benoemd verklaard,
wier geloofsbrief thans dient te worden onderzocht. Ik benoem tot leden in de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven de heer Lutterkort, als voorzitter, en de heren
Alba Heijdenrijk en Van Mourik. Voor de duur van het onderzoek schors ik de vergadering (21.14 uur).
Schorsing
De voorzitter heropent te 21.18 uur de vergadering en verzoekt de voorzitter van de
commissie tot onderzoek der geloofsbrieven verslag uit te brengen van haar bevindingen.
De heer Lutterkort: Mijnheer de voorzitter. Het is mij een waar genoegen u namens de
commissie mede te delen dat de geloofsbrief en alle verdere door de Kieswet gevorderH - 23
de bescheiden, ingediend door mevrouw N.J. Maris-van Exel, door de commissie zijn
onderzocht en in orde bevonden. Zij voldoet aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen.
De commissie adviseert derhalve mevrouw Maris-van Exel toe te laten als lid van de
raad der gemeente Gorinchem.
Aldus wordt besloten.
(Applaus)
De voorzitter ontbindt de commissie tot onderzoek der geloofsbrieven en verzoekt mevrouw Maris naar voren te komen.
Mevrouw Maris-van Exel legt in handen van de voorzitter de bij de wet vereiste eed
en gelofte af.
De voorzitter: Gefeliciteerd met uw toelating tot lid van de raad, mevrouw Maris.(Applaus)
7. Sluiting.
De voorzitter sluit te 21.22 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Gorinchem op
24 september 2015.
De griffier,
H - 24
De voorzitter,