Fr Opm B

Commentaren

Transcriptie

Fr Opm B
Gerdi Edens
Taal &
Toerisme
FRANS
Walvaboek
Woord vooraf
Taal en toerisme Frans is bestemd voor studenten van het mbo Toerisme & Recreatie en
andere toeristisch-recreactieve opleidingen. De uitgave is naast iedere methode te gebruiken.
Per onderwerp zijn alle relevante begrippen die in de recreatie en het toerisme een rol spelen,
gerangschikt.
Elk onderwerp begint op een nieuwe pagina.
De derde druk is aangepast aan de jongste ontwikkelingen op het vlak van de telecommunicatie, het geld- en bankverkeer en het internet. Ook de lay-out is herzien en het opgenomen
fotomateriaal is vernieuwd.
Taal en toerisme Frans is onderdeel van een serie die ook delen voor Duits, Engels en
Spaans kent. De serie is opgezet door docenten die aan het mbo Toerisme & Recreatie zijn
verbonden en staat onder eindredactie van Hans Uijterwijk, voormalig directeur mbo
Toerisme & Recreatie.
Wij vertrouwen dat u met deze nieuwe druk naar tevredenheid zult werken.
Den Haag
3
Gerdi Edens
Inhoud
SOCIALE OMGANGSTAAL
7
De begroeting
7
De kennismaking
7
Het afscheid
7
Beleefdheidsuitdrukkingen
7
Zeggen dat je iets leuk / prettig vindt 8
Je mening uiten
8
Zeggen dat je iets (niet) weet
8
Zeggen wat je wilt doen / hebben
8
Zeggen wat je liever wilt
8
Zeggen dat iets je niet kan schelen
9
Zeggen dat je het met iemand
9
(on)eens bent
Je verontschuldigen/spijt betuigen 10
Informatie vragen
10
Alstublieft
10
Bedanken en hierop reageren
10
Toestemming vragen / geven
10
Een uitnodiging aannemen
10
RECREATIE
De sport
Het zwembad
De sauna
Het solarium
Fitness
Het balspel
Overige sporten
De wintersport
De bergsport
De watersport
31
31
31
32
32
32
32
33
33
34
34
REISBUREAU
Het reisbureau
37
37
REISDOCUMENTEN
De reisdocumenten
39
39
RESERVERING
De reservering
40
40
RESTAURANT
Het restaurant
42
42
STRAND
Het strand
46
46
BETALING
De betaling
11
11
CONGRES
Het congres
14
14
DOUANE
De douane
16
16
(TELE)COMMUNICATIE
De telecommunicatie
Het postkantoor
47
47
49
EXCURSIE
De excursie
De kermis
Het casino
17
17
20
21
TIJD EN KALENDER
De tijd
De kalender
50
50
51
GEOGRAFIE
Het landschap
Aardrijkskundige namen
22
22
23
TOERISTENINDUSTRIE
De toeristenindustrie
53
53
GEZONDHEID
De gezondheid
26
26
VAKANTIETIJD
De vakantietijd
55
55
INFORMATICA
De informatica
Het internet
E-mail
28
28
28
29
VALUTA
De munteenheid
56
56
KLACHTEN
De klacht
30
30
VERBLIJF
Het verblijf
Het hotel
De receptie
De camping
57
57
58
58
61
4
Het bungalowpark
De inventaris
De jeugdherberg
62
63
64
VERVOER
Het vervoer
Het stadsvervoer
Reizen per trein
Reizen per auto
Reizen per touringcar
Reizen per vliegtuig
Reizen per boot
65
65
66
66
68
69
69
71
5
VERZEKERINGEN
De verzekering
73
73
HET WEER
Het weer
Het klimaat
75
75
76
DE WEG VRAGEN
De weg vragen
77
77
HET WINKELCENTRUM
Het winkelcentrum
79
79
1 Sociale omgangstaal
De begroeting
La salutation
Hallo! Hoi!
Hallo! Hoe gaat het ermee?
Goed. En met jou? Goed.
Goedemorgen, mevrouw, meneer,
mejuffrouw.
Goedemiddag.
Goedenavond, dames en heren.
Hoe maakt u het?
Heel goed, en u?
Kan ik u van dienst zijn?
Salut!
Salut! Ça va?
Ça va. Et toi? Ça va.
Bonjour, Madame, Monsieur,
Mademoiselle.
Bonjour.
Bonsoir, Mesdames. Bonsoir, Messieurs.
Comment allez-vous?
Très bien merci. Et vous?
Vous désirez?
De kennismaking
Faire connaissance
kennis maken met
Hij maakt kennis met hem / haar.
Mag ik u mevr. Bac voorstellen?
Aangenaam (met u kennis te maken).
iemand welkom heten
een hartelijke ontvangst
Hartelijk welkom, meneer!
Hartelijk welkom, mevrouw!
Hartelijk welkom, heren!
Hartelijk welkom, dames!
een visitekaartje
de afspraak
een afspraak maken met
faire la connaissance de
il fait sa connaissance.
Je vous présente madame Bac.
Enchanté(e) (de faire votre connaissance).
souhaiter la bienvenue à quelqu’un
un accueil cordial
Soyez le bienvenu, Monsieur!
Soyez la bienvenue, Madame!
Soyez les bienvenus, Messieurs!
Soyez les bienvenues, Mesdames!
une carte de visite
le rendez-vous
prendre rendez-vous avec
Het afscheid
Les adieux
Tot ziens!
Tot straks!
Goede reis!
Wel thuis!
Ik wens u een goede reis.
afscheid nemen van
Au revoir! A bientôt!
A tout à l’heure!
Bon voyage! Bon vol! Bonne route!
Bon retour!
Je vous souhaite une bonne route!
dire adieu à / prendre congé de
Beleefdheidsuitdrukkingen
Formules de politesse
Ik ben tevreden.
Ik ben blij u te zien.
Het doet me genoegen.
Ik ben er absoluut niet blij mee.
Je suis content(e).
Je suis content de vous voir.
Ça me fait plaisir.
Je n’aime pas du tout ça.
7
Ik ben niet tevreden over de bungalow.
Je ne suis pas content du bungalow.
Zeggen dat je iets leuk / prettig vindt
Ik houd (veel) van Parijs.
Ik vind voetbal vreselijk.
Ik ben gek op après-ski.
Ik tennis graag.
Dat is aardig van u.
J’aime (beaucoup) Paris.
Je déteste le football.
J’adore l’après-ski.
J’aime jouer au tennis.
Vous êtes gentil.
Je mening uiten
Ik denk dat u gelijk heeft.
Ik geloof dat
Ik vind dat
Naar mijn mening / volgens mij
Ik ben er zeker van dat
Ik weet het zeker.
Je pense que vous avez raison.
Je crois que
Je trouve que
A mon avis
Je suis sûr que
J’en suis sûr.
Naar iemands mening vragen
Wat vindt u?
Wat is uw mening over dat plan?
Wat vindt u van dit idee?
Que pensez-vous?
Quelle est votre opinion sur ce projet?
Comment trouvez-vous cette idée?
Zeggen dat je iets (niet) weet
Ik weet dat hij gelijk heeft.
Ik weet waar u woont.
Ik heb geen idee.
Ik ken dat meisje niet.
Je sais qu’il a raison.
Je sais où vous habitez.
Je ne sais pas du tout.
Je ne connais pas cette fille.
Zeggen wat je wilt doen / hebben
Ik wil snel reserveren.
Ik wil graag met Jo spreken.
Ik heb zin om te zwemmen.
Ik wil graag boeken.
Je veux réserver vite.
Je voudrais parler à Jo.
J’ai envie de nager.
Je voudrais réserver.
Zeggen wat je liever wilt
Ik heb liever een 2 ps. kamer.
Ik ga liever naar Dijon.
8
Je préfère une chambre double.
Je préfère aller à Dijon.
Zeggen dat iets je niet kan schelen
Dat geeft niet.
Dat is niet erg.
Dat kan me niet schelen.
Ça ne fait rien.
Ce n’est pas grave.
Ça me n’est égal.
Zeggen dat je het met iemand (on)eens bent
Goed. O.K.
U heeft gelijk.
Ik ben het niet met u eens.
Welnee!
Dat is niet waar.
Nee, u vergist u.
O ja, zeker.
Ik bewijfel het.
Ik weet het nog niet.
Bon. D’accord.
Vous avez raison.
Je ne suis pas d’accord.
Ah, mais non!
Ce n’est pas vrai.
Non, vous vous trompez.
Mais oui, bien sûr.
J’en doute.
Je ne sais pas encore.
Bon, d’accord
9
Je verontschuldigen / spijt betuigen
Neemt u me niet kwalijk.
Sorry / pardon
Het spijt me dat
Het spijt me erg.
Sorry ik heb het niet begrepen.
Wilt u dat a.u.b. herhalen?
Wilt u a.u.b. wat langzamer praten?
Zijn verontschuldigingen aanbieden
Excusez-moi.
Pardon.
Je regrette que
Je suis désolé.
Excusez-moi je n’ai pas compris.
Pourriez-vous répéter cela?
Voulez-vous parler un peu moins vite?
Présenter ses excuses
Informatie vragen
Mag ik u iets vragen?
Waar kan ik de folder vinden?
Kunt u me een goed appartement
aanbevelen?
Kunt u mij zeggen waar het station is, mevrouw?
Je peux vous poser une question?
Où puis-je trouver le dépliant?
Pourriez-vous me recommander un bon
appartement?
Pardon Madame, la gare s’ il vous plaît?
Alstublieft
Stilte a.u.b.!
Alstublieft, uw koffie.
Een ogenblik a.u.b.
Silence s’il vous plaît!
Voilà, votre café.
Un instant s’il vous plaît.
Bedanken en hierop reageren
Dank u (zeer).
Bedankt voor ...
Graag gedaan / geen dank.
Tot uw dienst.
Merci (beaucoup).
Merci pour / de ...
Je vous en prie / Pas de quoi / de rien.
A votre service.
Toestemming vragen / geven
Mag ik binnenkomen?
Vindt u het goed dat ...
Laat mevrouw binnenkomen!
Binnen!
Je peux entrer?
Vous permettez que ...
Faites entrer madame!
Entrez!
Medeleven uitdrukken
Het is jammer dat ...
Dat is jammer.
C’est dommage que ...
C’est dommage.
Een uitnodiging aannemen
Goed / o.k..
Graag.
10
Bon. d’accord.
Je veux bien. / Avec plaisir.
2 Betaling
het geld
het kleingeld
het muntstuk
het bankbiljet
de waarde van een munteenheid
waard zijn
de dag-, wisselkoers
revalueren
devalueren
in waarde stijgen
in waarde dalen
de koersstijging
de koersdaling
het koersverlies
de deviezen
de buitenlandse valuta
wisselen
het omwisselen
de betalingswijze
betalen
geld uitgeven
contant betalen
sparen
de betaling per cheque
de aanbetaling / het voorschot
een aanbetaling doen
in termijnen betalen
de terugbetaling
terugbetalen
de vooruitbetaling
vooruitbetalen
de bijbetaling
bijbetalen
de openstaande rekening
de aanmaning
de schuld (geld)
de kosten
de extra kosten
de administratiekosten
de inkomsten
l’argent (m), la monnaie
la monnaie
la pièce (de monnaie)
le billet de banque
la valeur d’une unité monétaire
valoir
le cours du jour, le taux de change
réévaluer / revaloriser
dévaluer
s’apprécier / monter
baisser
la hausse
la baisse
la perte au change
les devises (v)
les devises étrangères
changer
le change
le mode de paiement
payer / régler
dépenser de l’argent
payer comptant / payer en espèces
épargner / économiser
le règlement par chèque (m)
les arrhes (v) / l’acompte (m)
verser des arrhes (v) / verser un acompte
payer en ... fois / traites / à crédit
le remboursement
rembourser
le paiement anticipé
payer d’avance
le paiement supplémentaire
payer un supplément
l’impayé (m)
le rappel
la dette
les frais (m)
les frais supplémentaires
les frais d’administration
les revenus (m)
de belasting
de BTW
la taxe / l’impôt (m)
la TVA (taxe sur la valeur ajoutée)
11

Vergelijkbare documenten

basiszinnen spreekvaardigheid

basiszinnen spreekvaardigheid De derde druk is aangepast aan de jongste ontwikkelingen op het vlak van de telecommunicatie, het geld- en bankverkeer en het internet. Ook de lay-out is herzien en het opgenomen fotomateriaal is v...

Nadere informatie