Er waren meerdere aanleidingen tot opstelling van een nieuwe

Commentaren

Transcriptie

Er waren meerdere aanleidingen tot opstelling van een nieuwe
CULTUURNOTA HELLEVOETSLUIS 2008
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 2
Inhoudsopgave
1.
INLEIDING
5
2.
SAMENVATTING
6
3.
VEEL CULTUURERVARING RIJKER
4.
5.
6.
10
3.1.
Hoogtepunten van culturele ontwikkeling
10
3.2.
Kunstencentrum en cultuurprojecten
10
3.3.
Cultuurhistorie in beeld
10
3.4.
Fundamenten voor de toekomst
11
BESTUUR EN CULTUUR
13
4.1.
Culturele diversiteit en cultuurbereik
13
4.2.
Rijksbeleid: basisinfrastructuur en programmasubsidies
13
4.3.
Agenda Cultuurbeleid
13
4.4.
Programmafonds Cultuurparticipatie
13
4.5.
Beleid van de provincie Zuid-Holland
14
4.6.
Provinciaal Actieprogramma Cultuurbereik
14
4.7.
Cultuurbereik straks
14
EEN CULTUURMAP VAN DE STAD
17
5.1.
Orde in voorzieningen
17
5.2.
Structuren behouden
17
5.3.
Cultureel panorama
17
5.4.
Kunstencentrum ‘De Nieuwe Veste’
19
5.5.
Bibliotheek Zuidhollandse Delta
21
5.6.
Musea en cultuurhistorie
22
5.7.
Museaal Beleid
22
5.8.
Amateurkunst in Hellevoetsluis
22
5.9.
Cultuureducatie
23
5.10.
Monumenten en Archeologie
24
5.11.
Beeldende kunst in de openbare ruimte
24
5.12.
Resumerend
26
CULTUUR EN PRESTATIE
29
6.1.
Vooraf
29
6.2.
Openbare bibliotheek
29
6.3.
Muziekschool De Toon
30
6.4.
Jeugdtheaterschool Hellevoetsluis
31
6.5.
Theater Twee Hondjes
31
6.6.
Kunstuitleen Hellevoetsluis
32
6.7.
Gezelschappen Amateuristische Kunstbeoefening Hellevoetsluis
33
6.8.
Indexcijfers subsidies en prestaties
33
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 3
7.
CULTUUR EN SCHOOL
37
7.1.
Regeling versterking cultuureducatie
37
7.2.
Kunstmenu – cultuureducatie in het primair onderwijs
37
7.3.
Kunst in uitvoering - Inspirerende projecten en lespakketten
37
7.4.
Gemeentelijk beleid ‘Cultuur en School’
38
7.5.
Wat doet Hellevoetsluis?
38
7.6.
Erfgoedspoor
38
7.7.
Platform Cultuureducatie
39
8.
‘CULTURELE COHESIE’
41
8.1.
Cultuur als bindende factor
41
8.2.
Samen is niet nieuw
41
8.3.
Amateurkunst vaak gemeenschapskunst
41
8.4.
Amateurkunstprojecten ad hoc
41
8.5.
Amateurkunst als gemeenschapskunst
41
8.6.
Gemeenschapskunst in Hellevoetsluis
42
8.7.
Hellevoetsluis en Brielle
43
IMPULS CULTUURPARTICIPATIE
45
9.
9.1.
Interactieve participatie
45
9.2.
Meer meedoen
45
9.3.
Projectgericht werken
47
9.4.
Onafhankelijke kwaliteitsbewaking
47
9.5.
De projectvormen
47
10.
CULTURELE IDENTITEIT EN VISIE
50
10.1.
Inzetten op culturele identiteit
50
10.2.
Beleidsvisie op de toekomst
50
10.3.
De vier v’s
50
10.4.
De V van Verbreding
51
10.5.
De V van Verjonging
51
10.6.
De V van Vernieuwing
52
10.7.
De V van Versterking
52
10.8.
Budgettaire kaders
53
11.
BIJLAGEN
54
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 4
C
Opdracht:
Portefeuillehouder:
Realisatie:
Door:
Bijdragen:
Omslagfoto:
Gemeentebestuur HELLEVOETSLUIS
Jorriena de Jongh-de Champs
Afdeling Samenlevingszaken, team Welzijn, Cultuur en Sociaal Beleid
Taco Meeuwsen
Buys Culturele Profielen, Denktank Cultuurnota, Veronique Stern, e.a.
Het spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 5
1.
INLEIDING
De nota Cultuur- en Kunstbeleid Hellevoetsluis 2000 is aan vernieuwing toe. Veel van de
uitgangspunten in de nota zijn inmiddels gerealiseerd en de stad is veranderd. Daarmee heeft ook het
culturele leven in Hellevoetsluis andere accenten gekregen.
Met deze Cultuurnota willen we de kaders aangeven voor het toekomstige cultuurbeleid. Een
cultuurnota moet in ieder geval gaan over de cultuurmakers en de cultuurgebruikers, ook wel genoemd
de actieve en receptieve cultuurparticipanten. Verder wil deze Cultuurnota het terrein van de cultuur zo
breed mogelijk bestrijken. Dat wil zeggen dat er zal worden stilgestaan bij:
•
•
•
•
•
Amateurkunst
Podiumkunsten
Beeldende kunst
Musea en monumenten
Letteren en nieuwe media
Cultuureducatie strekt zich uit over alle uitvoerende cultuurterreinen en alle kunstvormen. Er bestaan
aparte beleidsnota’s voor bijvoorbeeld de musea en de monumenten in Hellevoetsluis. Niettemin horen
beide onderwerpen ook thuis in een cultuurnota, al was het alleen maar vanwege de rijke culturele bron
die ze vertegenwoordigen en waaraan een stad als Hellevoetsluis de eigen culturele identiteit ontleent.
Cultuur is één van de vijftien topprioriteiten van dit college. Cultuurhistorische identiteit en
cultuurparticipatie (meedoen met cultuur op tal van manieren) zullen de rode draad van deze
cultuurnota vormen. ‘Meedoen met cultuur’ zal voor de komende beleidsperiode het streven zijn,
evenals het zichtbaar en bereikbaar maken van alle culturele faciliteiten in de stad. We hebben bij de
totstandkoming van deze cultuurnota dan ook intensief ons oor te luisteren gelegd bij de gebruikers en
genieters van cultuur in onze stad.
Door op een dergelijke wijze naar de lokale stedelijke cultuur te kijken willen we de kunst en cultuur in
Hellevoetsluis:
Verbreden - meer draagvlak en participatie ontwikkelen;
Verjongen - meer doelgroepen bereiken en actief stimuleren;
Vernieuwen - meer culturele diversiteit ontwikkelen;
Versterken - levensvatbaarheid voor culturele initiatieven waarborgen.
Met tien concrete beleidsvoornemens op deze vier aandachtsgebieden geven wij aan goed te hebben
geluisterd naar de noden en behoeften van het culturele leven in Hellevoetsluis en geven wij invulling
aan een beleidsontwikkeling die ook de komende jaren belangrijke impulsen voor de cultuursector zal
bieden.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 6
2.
SAMENVATTING
In deze nota wordt beschreven hoe het culturele leven in Hellevoetsluis zich heeft ontwikkeld sedert de
vaststelling van de Nota Cultuur- en Kunstbeleid Hellevoetsluis 2001. Er is een cijfermatige analyse
gemaakt van de ontwikkeling in prestatieniveau bij de belangrijkste culturele instellingen en er is
inhoudelijk gekeken naar de ontwikkelingen in het beleidsveld (zowel landelijk, als provinciaal en
gemeentelijk) in de afgelopen zeven jaar. De belangrijkste conclusies worden hier genoemd.
Sterk is:
• De culturele infrastructuur. Het voorzieningenniveau van het cultuurveld is heel behoorlijk
ontwikkeld in de laatste zeven jaar. Het Kunstencentrum, de bibliotheek, de musea – al deze
voorzieningen hebben een belangrijke verbeterslag door mogen maken en dat begint zich ook af te
tekenen in het publieksbereik: de bezoekersaantallen en de deelnemende leden.
• De kunst in de openbare ruimte: een compleet beeldenpark dat beduidend groter is dan dat van
veel vergelijkbare gemeenten. De zorg voor de collectie in de openbare ruimte is eveneens goed
geregeld.
• Het monumenten- en archeologiebeleid: veel meer dan de strikte naleving van wettelijke taken,
slaagt Hellevoetsluis erin het cultuurhistorisch erfgoed breed onder de aandacht van burgers te
brengen. Er is toenemend (en breed gedragen) sprake van een imagoversterkende functie voor het
cultuurhistorisch toerisme.
• De pop- of jongerencultuur: enkele sprekende evenementen zetten hierin de toon: Wallenpop, de
concerten in het Bomvrij Hospitaal, de programmering in MACH en de activiteiten van het
Muzikanten Overleg Hellevoetsluis.
Zwak is:
• De ontwikkelingsmogelijkheden voor de amateurkunst in Hellevoetsluis. De gezelschappen die er
nog zijn, bestaan zonder veel gemeentelijke ondersteuning en van centrale podia en betaalbare
oefen- of atelierruimtes voor deze vormen van amateurkunst is ternauwernood sprake.
• De binnenschoolse cultuureducatie, zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs. Niet
zozeer de programmatische invulling (die dankzij een rijkssubsidieregeling heel behoorlijk te
noemen is), maar veelmeer de onderlinge afstemming en de constructieve samenwerking tussen
het onderwijs en de lokale cultuurinstellingen. Daar kan nog veel verbeterd worden.
• De behoefte van jongeren aan kleinschalige, spontane initiatieven op cultureel gebied (ondermeer
verwoord in de Kadernota Jeugd en Jongeren) wordt met de huidige subsidiestructuur
onvoldoende ingevuld.
• De professionele bemensing van cultuurinstellingen: niet in alle gevallen kunnen de culturele
instellingen ook waarmaken wat het gemeentebestuur graag ziet – namelijk een verbetering van de
onderlinge, projectmatige en inhoudelijke samenwerking teneinde een grotere en meer diverse
groep burgers te trekken en te boeien. Deels is dat te wijten aan formatieomvang die in enkele
gevallen het strikte minimum bedraagt en nergens erg riant te noemen is. Vaak is nu nog veel van
één persoon afhankelijk en dat maakt het cultuurveld kwetsbaar.
Wenselijk is:
• Een gedetailleerd beeld van de accommodatiewensen en ambities van de grotere culturele
instellingen in samenhang met de vraag naar oefenruimten en podia uit de sector amateurkunst.
• Een vorm van personele en beleidsmatige ondersteuning voor de vaak kwetsbare onderdelen van
de organisatie van de grotere culturele instellingen. Te denken valt aan collectieve voorzieningen
op het gebied van bereikbaarheid, secretariaat en administratie.
• Subsidiemogelijkheden op kleine schaal, zonder rompslomp die voor jongeren direct toegankelijk
zijn.
De nota werkt de analyse verder uit en bespreekt in navolgende hoofdstukken uitgebreid de
mogelijkheden voor bijvoorbeeld cultuureducatie in het onderwijs en cultuurparticipatie van inwoners en
bezoekers van Hellevoetsluis in het kader van de ontwikkelingen rond het landelijke Fonds
Cultuurparticipatie (voorheen Actieprogramma Cultuurbereik). Ook worden de mogelijkheden tot
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 7
professionele samenwerking tussen de cultuurinstellingen nader bekeken en van passende voorstellen
voorzien. De uitwerking van het beleid zoals in deze nota gepresenteerd, is vooraf uitgebreid besproken
met opinieleiders in het culturele veld. Het college presenteert een beleidsvisie en
uitwerkingsvoorstellen die er als volgt uitzien.
Cultuur is een topprioriteit voor dit college. Meedoen met cultuur wordt op allerlei manieren bevorderd.
We willen het publieksbereik van de culturele instellingen in de stad vergroten. We willen ook de
kwetsbaarheid van de culturele infrastructuur verminderen door aandacht te schenken aan de
praktische noden van de culturele instellingen. Verder kijken we ook naar nieuwe mogelijkheden voor
cultuur, bijvoorbeeld in de onderlinge samenwerking van culturele instellingen met verenigingen voor
amateurkunst en met burgers bijvoorbeeld in de wijken en buurten van Hellevoetsluis. We zullen ons
richten op de verbreding van mogelijkheden tot cultuurparticipatie in schoolverband en we willen
opnieuw onderzoeken wat het provinciale Actieprogramma Cultuurbereik onze stad en buurgemeenten
te bieden kan hebben. In meerjarenperspectief zullen we de noodzakelijke investeringen en de
financiële impulsen schetsen die een bloeiend cultureel leven naar ons oordeel mogelijk maken. We
doen dat vanuit een beleidsvisie die als volgt geformuleerd kan worden:
‘De gemeente Hellevoetsluis ziet cultuur- en kunstuitingen als belangrijke bijdragen aan de stedelijke
identiteit, de ontwikkeling en het welbevinden van de inwoners van de stad. Cultuur is interessant en
uitdagend, het prikkelt en nodigt uit tot ontmoeting en uitwisseling. Meedoen met allerlei uitingsvormen
van kunst en cultuur is belangrijk en de gemeente Hellevoetsluis wil daar de voorwaarden voor
scheppen en waarborgen’.
De blijvende verankering van het begrip ‘lokale culturele identiteit’ is gebaat met een viertal duidelijke
facetten: verbreding, verjonging, vernieuwing en versterking. In deze vier v’s komen alle rollen van de
gemeente optimaal tot uitdrukking. Het beoogde resultaat moet een financieel gezond, rijk en bloeiend
cultureel leven zijn, met bewuste aandacht voor die vier facetten:
De V van Verbreding
Cultuur moet breed bekend zijn en in principe voor iedereen in grote mate bereikbaar. Iedereen doet
mee! Vanaf 2009 zorgen we voor uitwerking van het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie
2009-2019 waarin de ondermeer de accommodatiewensen van de grotere culturele instellingen in
samenhang met de vraag naar oefenruimten en podia uit de sector amateurkunst worden bezien.
Meedoen met cultuur – actieve cultuurparticipatie – is een topprioriteit voor ons. De amateuristische
kunstbeoefening in onze stad vormt een goede basis voor deze vorm van actieve kunstbeoefening. Wij
willen het cultureel verenigingsleven blijvend ondersteunen en staan open voor gemotiveerde
subsidieaanvragen van deze verenigingen waarin de ledengroei een duidelijke impuls krijgt. Ook
betrekken we de wensen van de sector amateurkunst voor goede en goedkope oefenruimtes en
geschikte podia in het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019.
De V van Verjonging
Wil de jeugd in staat zijn later actief en passief aan cultuur deel te nemen, dan zal daarvoor al vroeg
een stimulerende basis moeten worden gevormd. Jeugd doet mee!
Wij willen de cultuureducatie in het primair onderwijs verder versterken. Bovenop de rijksbijdrage van
10,90 euro per leerling per jaar stellen wij een gemeentelijk subsidiebijdrage van 2,50 euro per leerling
per jaar beschikbaar. De middelen zijn deels inzetbaar voor de nieuw op te richten werkgroep
cultuureducatie primair onderwijs. Daar is grote behoefte aan. Voor het overige komen de
subsidiemiddelen ten goede aan de programmavorming cultuureducatie.
Wij willen ook de cultuureducatie in het voortgezet onderwijs verder versterken. We stellen jaarlijks €
10,000,00 beschikbaar voor de ontwikkeling van cultuureducatieve trajecten en activiteiten waarin de
lokale cultuurhistorie van de stad vooropstaat. In 2009 ronden we met de convenantpartners het
regioproject Cultuurbemiddelaar af. Afhankelijk van de evaluatie en verslaglegging van vier jaar
cultuurbemiddelaar zullen we besluiten nemen over de wijze waarop wij de cultuureducatie in het
onderwijs verder willen ondersteunen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 8
Samen met het Jongerenwerk van SWS gaan wij Cultvouchers beschikbaar stellen. Het zijn
minisubsidies tot maximaal € 500,00 voor initiatieven van jongeren op het gebied van de jeugdcultuur.
Met een minimum aan ambtelijke regels kunnen jongeren een maximum aan resultaat bereiken door de
snelle inzet van de Cultvoucher ter ondersteuning van hun eigen culturele initiatieven en projecten.
De V van Vernieuwing
Cultuur is dynamisch en veranderlijk. De gemeente zal daarbij sturen op nieuwe en vernieuwende
initiatieven terwijl de instandhouding van het bestaande voorzieningenniveau niet wordt verwaarloosd.
Gemeenschapskunst is een vorm van cultuurparticipatie die wij willen stimuleren. Voor de realisatie van
tenminste twee cultuurprojecten per jaar waarbij de bevolking van Hellevoetsluis intensief wordt
betrokken (zowel in de organisatie en uitvoering als bij het publieksdeel) stellen wij jaarlijks € 30.000,00
euro beschikbaar. Dat is tenminste € 15.000,00 per project. De projectmiddelen kunnen worden
gecombineerd met andere projecten of initiatieven.
Cultuurparticipatie, amateurkunst en volkscultuur (de drie pijlers van het landelijke Fonds
Cultuurparticipatie) passen goed in ons nieuwe cultuurbeleid. Wij willen regionale samenwerking
onderzoeken, geschoeid op de leest van de eerdere, succesvolle V*E*T-projecten. We zijn voornemens
een aanvraag in te dienen voor een ‘kwartiermaker’ die in 2009 de samenwerkingsbereidheid van de
gemeenten op Voorne moet gaan onderzoeken en een regiovisie op cultuurparticipatie moet gaan
formuleren. Het is ons streven in de komende jaren tenminste € 30.000,00 extra aan provinciale
subsidiebijdragen te verwerven voor de uitbouw van onze (regionale) cultuurprojecten.
De V van Versterking
Samenwerking tussen culturele instellingen en verenigingen en scholen voor basis en voorgezet
onderwijs leidt tot culturele meerwaarde. Alle instellingen doen mee! Het vergroot ook het draagvlak
voor cultuur onder de inwoners van de stad. De gemeente heeft hier een duidelijk stimulerende,
voorwaardenscheppende en regisserende taak.
Met de impulsen op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie willen we de projectmatige
vormen van samenwerking tussen alle culturele instellingen bevorderen en verbeteren. Het doel: meer
én betere projecten op het gebied van de amateurkunst en de volkscultuur en versterking van de
cultuureducatie in het onderwijs. De nieuwe Denktank Cultuur willen wij ook blijvend kunnen raadplegen
als het gaat om de vakinhoudelijke en kwalitatieve verbetering van ons cultuurbeleid. We reserveren
voor het bestaan van de Denktank een jaarlijkse kostenpost van € 3.500,00.
We willen een Cultuurmakelaar aanstellen. We reserveren voor deze centrale beleidsfunctie Cultuur
een bijdrage van € 45.000,00. De Cultuurmakelaar krijgt een initiërende, bemiddelende en
regisserende taak ten dienste van de ontwikkeling van alle eerder genoemde impulsen op cultureel
gebied, met name de uitbouw van de lokale cultuurparticipatie en -educatie, alsmede de projecten in
het kader van het nieuwe Fonds Cultuurparticipatie. De functie ondersteunt ook de nieuwe taken van de
Denktank Cultuur waarin alle culturele instellingen nauw gaan samenwerken.
Er is blijvende aandacht voor de praktische noden van de kernvoorzieningen en de voorzieningen voor
amateurkunst. We stellen een subsidiebijdrage van € 20.000,00 beschikbaar voor de collectieve
aanpak van bereikbaarheidsproblemen, secretariële en administratieve ondersteuning van alle culturele
instellingen in het Kunstencentrum, alsmede de musea en het Bezoekerscentrum in de vesting. Met de
instellingen samen bepalen we hoe deze collectieve dienst kan worden uitgebouwd. Een eigen bijdrage
van de instellingen is daarbij noodzakelijk.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 9
Bij de foto: lokale verenigingen voor amateurkunst zijn niet weg te denken als het gaat over ‘meedoen met
cultuur’. Hier het dweilorkest de Dauwtrappers van muziekvereniging Voorne-Putten – altijd van de partij ter
verlevendiging van sociaal-culturele evenementen in de stad.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 10
3.
VEEL CULTUURERVARING RIJKER
3.1. Hoogtepunten van culturele ontwikkeling
Cultureel Hellevoetsluis is ver gekomen in de afgelopen twintig jaar. De Notitie Cultuur- en Kunstbeleid
Hellevoetsluis 1989 bood een eerste raamwerk voor de destijds verspreid bestaande culturele
initiatieven. Dé opdracht in het cultuurbeleid toen was de ontwikkeling, verzelfstandiging en
professionalisering van verschillende culturele disciplines die in 1989 nog in de kinderschoenen
stonden. In de jaren die volgen worden aanbevelingen uit de Notitie Cultuur- en Kunstbeleid
Hellevoetsluis 1989 successievelijk uitgewerkt in nota’s en notities op de verschillende
beleidsonderdelen en wordt aan het beleid uitvoering gegeven.
In de jaren negentig van de vorige eeuw trekt Hellevoetsluis de aandacht met het
kunstopdrachtenbeleid van de gemeente. De boekuitgave en fototentoonstelling ‘Twaalf
Stadsgezichten, Uitgesproken visies op Kunst in Hellevoetsluis’ valt in 1993 zelfs landelijk in de prijzen.
In 1995 participeert Hellevoetsluis in de Kunstestafette van Zuid-Holland. Middelharnis, Brielle en
Spijkenisse stappen aarzelend in het project dat met twee reizende tentoonstellingen, een prijsvraag,
theatervoorstellingen en het AVRO-programma ‘Kunst te Kijk’ de ‘Grenzen van de Stad’ onderzoekt.
‘Bladzijden uit het Verleden’ een kunst- en cultuurhistorisch project in 1996, waarmee de markering van
het cultuurhistorische erfgoed in de vesting gestalte krijgt, wordt met de uitgave/stadswandeling
‘Bladzijden uit het Verleden’ en de samenwerking van de museale instellingen bij de totstandkoming
van alle projectonderdelen, een voorbeeld van een integrale benadering van beeldende kunst als
aanvulling op de cultuurhistorie van de stad.
3.2. Kunstencentrum en cultuurprojecten
De projecten en hun dwarsverbanden leggen mede het fundament voor het culturele imago van de stad
en de draagvlakversterking voor verdergaande professionalisering van de cultuur in Hellevoetsluis. In
1997 neemt Hellevoetsluis het initiatief voor de voordracht van de zes gemeenten op Voorne-PuttenRozenburg in het kader van het Cultuurstedenproject van de provincie Zuid-Holland. Voorne-PuttenRozenburg wordt in 1999 de eerste ‘Cultuurregio’ van de provincie. In 2001 weet Hellevoetsluis de
provincie Zuid-Holland te enthousiasmeren voor een flankerend cultuurproject ‘Havens en
Heerlijkheden’ in het jaar waarin Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa is.
De opera ‘De Vrijheid, de Woede en het Water’ werd met groot succes in 2001 in en om het Droogdok
Jan Blanken uitgevoerd door HOT (het Hellevoets Openlucht Theater). De vestingwandeling in woord
en beeld: ‘Bladzijden uit het Verleden’ verscheen in datzelfde jaar.
In september 2002 gaan voor het eerst de zalen open van het nieuwe Kunstencentrum. Theater Twee
Hondjes, Muziekschool de Toon, Stichting Beeldende Kunst (SBK) Kunstleen en Omroep Voorne geven
de geheel gerenoveerde accommodatie aan de Opzoomerlaan een nieuwe invulling en trekken al gauw
een groeiend publiek.
Met ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’ doen Hellevoetsluis en Brielle drie jaar lang op grootschalige wijze mee
met het provinciale Actieprogramma Cultuurbereik (2001-2004). Jaarlijks worden tientallen
cultuurprojecten gerealiseerd door het speciaal in het leven geroepen projectbureau dat zetelt in
Hellevoetsluis. Talloze cultuurinstellingen in Brielle en Hellevoetsluis evenals vele enthousiaste
vrijwilligers zetten zich gedurende drie jaar keihard in voor een goed gevuld, eigentijds actieprogramma.
Ingrijpende bezuinigingen in de gemeentebegroting zorgen ervoor dat noch Hellevoetsluis, noch Brielle
in 2005 een nieuwe subsidieaanvraag doen voor de tweede actieplanperiode (2005-2008) van de
provincie Zuid-Holland. Het projectbureau wordt ontmanteld.
Wel resteert er een jaarlijks Cultuurfestival met een culturele uitmarkt waarop de vele kunst- en
cultuurinstellingen van Hellevoetsluis zich elk jaar weer van hun beste kant laten zien.
3.3. Cultuurhistorie in beeld
In 2003 levert Hellevoetsluis met het Kunstenplan Ravense Hoek een bijdrage aan het provinciale
project ‘Kleurrijke Wijken’. Een zestal grote kunsttoepassingen verbeelden de historie van de grond
waarop de wijk wordt gebouw. Met het boek ‘De Kunst van het Graven’ verdient Hellevoetsluis in
datzelfde jaar opnieuw een landelijke prijs. Het Kunstenplan Ravense Hoek is meteen ook de kroon op
15 jaar intensief kunstopdrachtenbeleid in de openbare ruimte. In de jaren daarna zal de gemeente zich
meer en meer gaan richten op de professionalisering van andere cultuuruitingen en op de
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 11
cultuureducatie rondom het cultuurhistorisch erfgoed van de stad. Met de museale beleidsnota
‘Parelketting van Maritiem-Historische Attracties’ leggen gemeente en het Museum Platform in 2004 de
gezamenlijke fundamenten voor een verbeterde integratie van alle museale karakteristieken in de
vesting. In mei 2006 opent het Bezoekercentrum De Veste haar deuren voor het publiek. Het is een
zichtbare stap in het bijeenbrengen van alle museale en cultuurhistorische voorzieningen binnen de
vesting en bovendien het centraal gelegen onderkomen van de VVV/ANWB.
3.4. Fundamenten voor de toekomst
Op hoofdlijnen kan dus worden gesteld dat de culturele infrastructuur van Hellevoetsluis op tal van
fronten een volwassen aanzicht heeft gekregen. Een gedegen basis voor de toekomst. Aandacht voor
het actieve culturele verenigingsleven is evenwel in de afgelopen wat achter gebleven.
Muziekverenigingen, toneelverenigingen, schilder- en tekenclubs, koren en ensembles,
dansverenigingen en Hellevoetse popgroepen – zij vormen het cement voor de cultuurparticipatie die
we zo graag willen stimuleren. Vooral omdat het juist bij die verenigingen en initiatieven in de stad is
waar inwoners van Hellevoetsluis al hun culturele zintuigen kunnen laten werken. Horen, zien, voelen,
zingen, schrijven, dansen en boetseren. Meedoen aan cultuur wordt door dit college van groot belang
gevonden.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 12
Bij de foto: kunstschilder Arie Meuldijk maakt een aquarel van één van de mooiste plekjes in Hellevoetsluis: het
ringdorp van de voormalige gemeente Nieuw-Helvoet met de statige kerktoren.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 13
4.
BESTUUR EN CULTUUR
4.1. Culturele diversiteit en cultuurbereik
De laatste jaren stimuleren alle bestuurslagen in meer of mindere mate de culturele diversiteit en de
vergroting van cultuurdeelname. Aan het begin van de 21e eeuw scherpte staatssecretaris Rick van der
Ploeg de discussie aan in het beleidsplan ‘Cultuur als Confrontatie’ en het ‘Actieplan Cultuurbereik’
(2001). De overheid wilde het publieksbereik vergroten en de interactie tussen kunst en de samenleving
stimuleren. In november 2003 plaatste het kabinet met de nota ‘Meer dan de som. Beleidsbrief Cultuur
2004 – 2007’ het cultuurbeleid in een nieuw perspectief: niet het maatschappelijk bewustzijn in de
cultuur, maar het culturele besef in de maatschappij moet worden vergroot. Kwaliteit staat voorop, maar
het kabinet meet zich geen oordeel aan over de artistieke kwaliteit. De afweging wordt gemaakt op
financiële, beleidsmatige, bedrijfsmatige en bestuurlijke gronden. Het Actieplan Cultuurbereik wordt in
gemoderniseerde vorm voortgezet.
4.2. Rijksbeleid: basisinfrastructuur en programmasubsidies
Het Rijk wil in de toekomst minder rechtstreekse verantwoordelijkheid dragen voor individuele
instellingen en zal een basisstructuur inrichten waarin een geringer aantal instellingen zal worden
opgenomen. Instellingen die straks niet tot de basisinfrastructuur behoren, kunnen terecht bij de
landelijke fondsen die in het nieuwe bestel ook meerjarige subsidies zullen gaan verstrekken. De Raad
voor Cultuur heeft op 6 maart 2007 een advies uitgebracht over het nieuwe landelijke bestel, getiteld
‘Innoveren, participeren!’ Agenda cultuurbeleid en culturele basisinfrastructuur. Het advies bevat een
agenda voor het cultuurbeleid van de komende jaren en geeft invulling aan het begrip
basisinfrastructuur.
4.3. Agenda Cultuurbeleid
Het leidende principe van de agenda is cultureel burgerschap. Het belang van cultuur voor het
functioneren van de samenleving staat centraal. Onder deze paraplu heeft de Raad voor Cultuur een
aantal agendapunten geformuleerd voor de cultuuragenda van het Rijk. De Raad voor Cultuur heeft
geformuleerd welke functies tot de culturele basisinfrastructuur moeten worden gerekend:
• De instandhoudingsfunctie binnen de podiumkunsten;
• De ontwikkelingsfuncties binnen alle sectoren (cultuurwerkplaatsen, productiehuizen in de
podiumkunsten, presentatie-instellingen in de beeldende kunst en internationale vakfestivals);
• De ondersteuningsfuncties binnen alle sectoren, bijvoorbeeld sectorinstituten als het Instituut
Collectie Nederland.
De basisinfrastructuur zoals die in de afgelopen jaren is opgebouwd, blijft volgens het advies van de
Raad in tact. Dat wil zeggen dat de Raad kiest voor een regionaal gespreide infrastructuur. De Raad
adviseert de Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving te decentraliseren en te verdelen over een
aantal lokale en regionale instellingen. De Raad adviseert het ‘Actieplan Cultuurbereik’ te verbreden tot
een actieprogramma cultuurparticipatie waarin cultuureducatie eveneens een plaats moet krijgen. Dit
programma moet de actieve participatie van burgers aan kunst en cultuur vergroten.
4.4. Programmafonds Cultuurparticipatie
Vanaf 2009 zal het kabinet de middelen van het ‘Actieplan Cultuurbereik’ anders gaan verdelen en
inzetten. Met de oprichting van het ‘Programmafonds Cultuurparticipatie’ geeft Minister Plasterk
uitvoering aan de ambitie van het kabinet om amateurkunst en cultuureducatie een stevige impuls te
geven. Deelname als actief burger aan het culturele leven is een belangrijke voorwaarde voor de
ontplooiing van mensen; hun talent, hun geestelijk leven, hun expressie en samenleving. Vanuit die
gedachte wil het kabinet cultuurparticipatie extra stimuleren.
Het rijk stelt € 0,95 per inwoner beschikbaar. Provincies en de grote gemeenten (90.0000+) dienen in
het vervolg hun plannen niet meer in bij het rijk maar bij het nieuw te vormen Programmafonds.
Verschillende programma’s voor amateurkunst, cultuurbereik en cultuureducatie worden gebundeld in
het nieuwe Programmafonds Cultuurparticipatie. Zo ontstaat er een belangrijk nieuw instrument om de
cultuurparticipatie te vergroten. Geld en inspanningen worden op die manier doelgerichter en beter
gecoördineerd.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 14
In de nota van minister Plasterk, ‘Kunst van leven’, krijgt het Programmafonds de volgende taken
toebedeeld: Het geven van een vervolg aan het Actieplan Cultuurbereik, het overdragen en zo nodig
herzien van een meerjarig subsidiesysteem van instellingen voor cultuurparticipatie. En het overnemen
en zo nodig herzien van de regeling amateurkunst die tot 1 november 2007 door het Fonds voor
Amateurkunst en Podiumkunsten werd uitgevoerd, plus de Regeling cultuureducatie die door de
Mondriaan Stichting wordt uitgevoerd.
4.5. Beleid van de provincie Zuid-Holland
Provinciaal beleid 2005-20081 - de provincie opent het eigen cultuurplan met de woorden: 'Cultuur
inspireert. Cultuur maakt mensen bewust van hun identiteit én identiteit is een inspiratiebron voor
culturele activiteiten'. De provincie wil herkenbaar zijn, ze wil een duidelijke taakafbakening met
gemeenten, rijk en instellingen en ze wil haar middelen vooral substantieel inzetten. Centraal staat
culturele planologie en het voorwaarden scheppen tot groter cultuurbereik en actievere
cultuurparticipatie. Prioriteiten liggen bij versterking van de regionale culturele infrastructuur en inzet op
cultuureducatie van jeugd en jongeren. In het cultuurplan worden deze algemene uitgangspunten op
hoofdlijnen nader uitgewerkt. In grote lijnen wordt het eerder ingezette beleid gevolgd en wordt
aangesloten bij de ook door het ministerie van OCW gevolgde prioriteiten.
4.6. Provinciaal Actieprogramma Cultuurbereik
Het eerste Actieprogramma Cultuurbereik (2001-2004) is succesvol geweest. Hellevoetsluis nam
hieraan samen met de gemeente Brielle deel. Het programma ‘V•E•T Voorne’s Eigen Tijd’ was hiervan
het resultaat. Om nog meer mensen met cultuur in aanraking te brengen hebben rijk, provincies en
gemeenten ook voor de periode 2005-2008 een landelijk actieplan gemaakt. Zuid-Holland heeft dit
uitgewerkt in een provinciaal Actieprogramma Cultuurbereik en met het ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen afspraken gemaakt over de resultaten die de provincie in deze periode wil
realiseren. Aan deze tweede planperiode nam Hellevoetsluis geen deel. Met het Actieprogramma
Cultuurbereik wil de provincie het culturele bewustzijn van burgers versterken. Cultuur moet meer
mensen bereiken en meer mensen moeten actief deelnemen aan kunst en cultuur. Om dit te bereiken
wil de provincie de culturele infrastructuur op regionaal niveau versterken. In vijf regio's stimuleren
zogeheten ‘aanjagers’ de regionale samenwerking tussen gemeenten. De provincie wil in zoveel
mogelijk culturele regio's aanjagers aan het werk hebben.
Prioriteiten in het Actieprogramma Cultuurbereik zijn cultuureducatie in het onderwijs en de doelgroep
jeugd. Daarnaast richt de provincie zich op amateurkunst en de doelgroep senioren. Voor een
projectsubsidie onder dit actieprogramma komen bij de provincie Zuid-Holland twee categorieën
aanvragers in aanmerking:
• Samenwerkingsverbanden van gemeenten;
• Grotere instellingen (zoals Kunstgebouw, Probiblio, het Erfgoedhuis en PJ Partners) die actief zijn
op het terrein van kunst en cultuur in Zuid-Holland en hiervoor een provinciale boekjaarsubsidie
ontvangen.
De tweede periode van het Actieprogramma Cultuurbereik is nu ruim twee jaar onderweg. Het aantal
aanvragen is sterk toegenomen en ook de kwaliteit ervan stijgt. De resultaten die de provincie in 2008
wil bereiken komen steeds scherper in zicht.
4.7. Cultuurbereik straks
Het huidige Actieplan Cultuurbereik loopt eind 2008 af. De initiatieven van gemeentes en provincies om
het cultuurbereik te vergroten, zijn grotendeels succesvol gebleken. Daarom gaat het landelijke
Programmafonds een nieuwe invulling geven aan de samenwerking tussen de overheden op het gebied
van cultuurparticipatie. De rol voor de convenantpartners uit het Actieplan Cultuurbereik blijft in het
nieuwe fonds op hoofdlijnen gelijk. Ook matching van de rijksbijdrage door gemeenten en provincies
blijft het uitgangspunt. Het Programmafonds zal, in navolging van de resultaten van het Actieplan, de
focus op drie thema’s richt;
• amateurkunst;
• cultuureducatie;
1
Identiteit als inspiratie, Cultuurplan 2005-2008 Provincie Zuid-Holland
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 15
•
volkscultuur.
In een intentieverklaring van 8 april 2008 heeft de provincie Zuid-Holland aan het Programmafonds
Cultuurparticipatie, de opvolger van het Actieprogramma Cultuurbereik, laten weten ook in 2009 en
verder bereid te zijn het beleid voor cultuurbereik in de provincie te continueren. Daartoe dient de
provincie uiterlijk 15 november een aanvraag te hebben ingediend bij het Programmafonds. De
provincie Zuid-Holland wil de subsidiegelden graag verdelen via de Regionale Agenda’s Samenleving
(RAS) waarin de samenwerkende gemeenten functioneren en via de provinciale steuninstellingen voor
cultuur. De provincie Zuid-Holland stelt zich ten doel:
1. De provinciale en regionale netwerkvorming op het gebied van cultuurparticipatie en
cultuureducatie te bevorderen;
2. Het bieden van een provinciaal basisaanbod (Cultuurmenu) aan het onderwijs;
3. Het stimuleren van innovatieve regionale projecten op het gebied van cultuureducatie,
amateurkunst en volkscultuur.
De provincie Zuid-Holland zal de eerste subsidieaanvragen voor regionale projecten cultuurparticipatie
in 2009 en verder vermoedelijk al voor 1 oktober 2008 wensen te ontvangen (gesteld in de brief van 24
april 2008).
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 16
Bij de foto: basisschoolleerlingen tijdens een cultuurwandeling langs de rijksmonumenten in de vesting. De
cultuureducatie in het basisonderwijs krijgt in de komende jaren veel meer aandacht.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 17
5.
EEN CULTUURMAP VAN DE STAD
5.1. Orde in voorzieningen
De basisinfrastructuur van het culturele leven in Hellevoetsluis krijgt vorm door middel van meerjarige
en incidentele subsidierelaties met culturele instellingen, verenigingen en initiatieven. We streven naar
een zo compleet mogelijk aanbod van culturele voorzieningen passend bij onze stad. Wij
onderscheiden in het cultuurbeleid:
Kernvoorzieningen
Ze vormen basisfuncties van de culturele infrastructuur. Te denken valt aan de basisbibliotheek, de
podiumkunsten, het muziekonderwijs en de beeldende kunst. Verder natuurlijk de diverse musea in de vesting.
Voorzieningen voor amateurkunst.
Hier worden bijvoorbeeld de muziekverenigingen bedoeld, de koren en dansverenigingen en enkele
theaterverenigingen die de stad rijk is. Kenmerkend voor deze voorzieningen is dat zij veelal in verenigings- of
stichtingsverband vormen van cultuur beschikbaar maken voor de leden. Ook de activiteiten op cultureel gebied
zoals aangeboden door de Volksuniversiteit (creatieve cursussen en dergelijke) zijn bij deze voorzieningen te
rekenen.
Specifieke voorzieningen
Ze richten zich op artistieke ontwikkeling van een bepaalde doelgroep of bieden een specifiek aanbod. We denken
hierbij aan de Jeugdtheaterschool Hofplein, de Kinderkunstklassen, de concerten in het Bomvrij Hospitaal, de
popoefenruimten van MACH en het MOH en andere soms jaarlijks terugkerende, projectmatige onderdelen in het
hoofdaanbod van de kernvoorzieningen.
Tijdelijke voorzieningen
Incidentele cultuurprojecten, bijzondere samenwerkingsprojecten tussen culturele instellingen onderling of met
andersoortige instellingen. Gemeenschapskunst in projectverband, vaak een buurt of een wijk betreffende.
Cultuureducatieve voorzieningen
Voorzieningen (bijvoorbeeld in projectvorm) die door de grotere, professionele cultuurinstellingen worden
ontwikkeld ten behoeve van het onderwijs of voorzieningen die het onderwijs treft in samenwerking met
cultuurinstellingen. Beide vormen zijn bedoeld om de kennismaking met cultuur in brede zin te bevorderen voor de
verschillende leeftijdsgroepen in het onderwijs.
5.2. Structuren behouden
Voor al deze voorzieningen en cultuurvormen biedt de Algemene Subsidieverordening Hellevoetsluis
ondersteuningsmogelijkheden in de vorm van incidentele of budgetsubsidies, projectsubsidies en
waarderingsubsidies. Sommige financiële impulsen zijn langlopend, andere worden voor een jaar
getroffen en weer andere zijn slechts enkele maanden nodig. Wij willen ook in de komende periode
blijven investeren in de diversiteit van de hier beschreven infrastructuur en waar mogelijk extra
impulsen geven. Concreet betekent dit dat er blijvende aandacht is voor de praktische noden van de
kernvoorzieningen en de voorzieningen voor amateurkunst. Wij willen echter daarnaast prikkels geven
voor nieuwe (projectmatige) samenwerkingsvormen tussen culturele disciplines onderling en met de
rest van de samenleving. De participatie van de burgers van Hellevoetsluis en de cultuureducatie staan
daarbij voorop.
5.3. Cultureel panorama
De historische terugblik laat al zien dat de diversiteit van cultuuruitingen en culturele instellingen in de
stad de afgelopen jaren enorm is gegroeid. De belangrijkste culturele instellingen en afnemers van
cultuureducatie zijn in het overzicht vertegenwoordigd. Wij zijn de mening toegedaan dat de culturele
infrastructuur van de stad, zeker waar het de kernvoorzieningen betreft, goeddeels compleet is en in
verhouding tot de vraag naar cultuuraanbod. Schematisch ziet het aanbod van instellingen die een
actieve culturele rol spelen er ongeveer zo uit:
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 18
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 19
5.4. Kunstencentrum ‘De Nieuwe Veste’
Het Kunstencentrum ‘De Nieuwe Veste’ voorziet momenteel in een volwaardig en professioneel
cultureel aanbod. Muziek, theater, jeugdtheater en beeldende kunst hebben in het Kunstencentrum een
uitstekend trefpunt gevonden dat gerechtvaardigd wordt door de omvang van de stad en de intensieve
toeloop die de accommodatie kent. De in de loop der jaren groeiende bezoekersaantallen voor de
verschillende functies in het Kunstencentrum zijn in de volgende grafieken in beeld gebracht.
BEZOEKERS THEATER
34.000
2006
2004
33.369
39.651
2003
2002
8.968
18.398
2001
LEERLINGEN MUZIEKONDERWIJS
396
2006
350
2004
2003
337
400
2002
361
2001
LEERLINGEN JEUGDTHEATERSCHOOL
2006
285
20040
210
2003
222
2002
2001
125
Bij de grafiek: in 2004 was er een tijdlang sprake van het beëindigen van de subsidierelatie met de
Jeugdtheaterschool. Dat is niet doorgegaan, maar het gevolg was wel dat over de leerlingen van dat jaar geen
gegevens zijn verstrekt. Ter informatie: in alle grafieken met bezoekersaantallen ontbreekt 2005 – in dat jaar
verscheen er geen Statistisch Jaaroverzicht.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 20
ABONNEMENTEN KUNSTUITLEEN
1.371
2006
632
2004
920
2003
900
2002
600
2001
Het Kunstencentrum ‘De Nieuwe Veste’ is daarmee een professioneel centrum van cultuur in de
vesting; het culturele hart van Hellevoetsluis. Verdere ondersteuning van de faciliteiten en de
accommodatie is van blijvend belang voor de culturele infrastructuur van de stad.
De lasten en subsidies die momenteel het Kunstencentrum draaiende houden, zijn in de loop der jaren
gegroeid. De volgende grafieken brengen die ontwikkeling in beeld.
SUBSIDIES KUNSTENCENTRUM
2007
446.252,20
2006
458.195,73
2005
429.181,80
2004
417.530,90
655.057,10
2003
2002
2001
450.621,75
72.593,94
2000
Bij de bovenste grafiek: in de jaren 2002 en 2003 zijn nog de lasten van de verbouwing van het nieuwe
Kunstencentrum in de subsidiebijdrage zichtbaar. Die lasten worden in de jaren nadien apart begroot (zie
volgende grafiek). In 2001 is slechts de subsidiebijdrage van dat jaar aan Theater Twee Hondjes zichtbaar. Vanaf
2002 (het jaar van feitelijke verhuizing) voegen zich daar ook muziekschool De Toon, de Kunstuitleen en Omroep
Voorne bij.
LASTEN KUNSTENCENTRUM
2007
2006
2005
2004
229.194,33
210.781,98
184.796,20
251.631,38
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 21
5.5. Bibliotheek Zuidhollandse Delta
Een andere belangrijke kernfunctie van cultuur kan worden gevonden in het nieuwe bibliotheekgebouw
aan het Woordbouwerplein. De Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta is een jonge organisatie, ontstaan
door een fusie van de bibliotheken in Brielle, Hellevoetsluis, Middelharnis, Ooltgensplaat, Oostvoorne,
Ouddorp, Oude-Tonge, Rockanje en Rozenburg. Deze vernieuwde organisatie deelt de ruimte met de
Volksuniversiteit Hellevoetsluis. Beide instellingen bieden vormen van cultuureducatie en zelfscholing.
Beide instellingen hanteren bovendien een doelgroepenbeleid waarmee de Hellevoeter wordt bereikt
voor wie een blijvende kennismaking met de cultuur en de letteren in het bijzonder doorgaans wat
minder vanzelfsprekend is. Acties en projecten als ‘het Groot Dictee’, ‘Schoolsout’, SkoolZone en het
‘Makkelijk Lezenplein’ zijn voorbeelden van bijdragen aan de plaatselijke cultuureducatie en participatie.
LEDEN BIBLIOTHEEK
instellingen
242
84
5.417
18 jaar en ouder
16-17 jaar
5.642
405
457
4.297
t/m 15 jaar
4.846
2004
De terugloop in ledenaantallen wordt verklaard als gevolg van een landelijk fenomeen: er wordt minder
gelezen. Bibliotheken overal in Nederland krijgen in het kader van de bibliotheekvernieuwing nieuwe
taken, het worden kenniscentra en ontmoetingsplekken voor de letteren en de nieuwe media.
De Bibliotheek Zuid Hollandse Delta is een basisbibliotheek. De sector van openbare bibliotheken heeft
voor een basisbibliotheek enkele kernfuncties gedefinieerd. Het betreft de volgende functies:
1. Informatie:
de bibliotheek als warenhuis van kennis en informatie
2. Educatie:
de bibliotheek als centrum voor ontwikkeling en educatie
3. Cultuur:
de bibliotheek als encyclopedie van kunst en cultuur
4. Lezen:
de bibliotheek als inspiratiebron voor lezen en literatuur
5. Ontmoeting: de bibliotheek als podium voor ontmoeting en debat
De ontwikkeling van de gemeentelijke subsidie-uitgaven ten behoeve van de bibliotheek is in de
volgende grafiek in beeld gebracht.
SUBSIDIE BIBLIOTHEEKWERK
868.469,60
2007
809.302,66
2006
785.407,72
2005
2004
814.851,28
2003
811.034,00
2002
551.324,66
2001
559.871,20
2000
544.971,43
2006
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 22
Bij de grafiek op de vorige bladzijde: vanaf 2003 wordt de privatisering van de bibliotheek (eerst Probiblio, nu
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta) zichtbaar in de subsidiebijdrage.
5.6. Musea en cultuurhistorie
De museale instellingen in de vesting van Hellevoetsluis benaderen op een geheel andere wijze
aspecten van cultuureducatie. Zij bundelen de cultuurhistorische identiteit van de stad die ze vervolgens
ook actief uitdragen. De voortgaande ontwikkeling van een gezamenlijk steeds beter afgestemd aanbod
van maritiem-historische attraties in de vesting heeft een duidelijke publiekstrekkende (toeristischrecreatieve) kant, maar draagt ook bij aan de definitie van de culturele identiteit van de stad in de ogen
van de eigen inwoners. Met de naderende voltooiing van het Herontwikkelingsplan Vesting kan worden
geconstateerd dat de bezoekersaantallen van de maritiem-historische attracties in de vesting duidelijk
toenemen. Het museaal beleid maakt gebruik van eigen gemeentelijke beleidsnota’s. We noemen hier
kort de belangrijkste ontwikkelingen.
5.7. Museaal Beleid
In de beleidsnota ‘Samen Sterk’ (Hellevoetsluis 2000) werden de eerste stappen gezet naar een
nauwere samenwerking tussen de verschillende museale instellingen in de vesting. De laatste fase van
het Herontwikkelingsplan Vesting was aanleiding voor het opnieuw onderzoeken van het museaal
beleid. In april 2004 werd een nieuwe museale beleidsvisie gepresenteerd, inmiddels door velen
kortweg ‘De Parelketting’ genoemd. In september 2008 wordt een tussentijdse evaluatie gepresenteerd
van het museaal beleidsplan ‘Hellevoetsluis Parelketting Van Maritiem-Historische Attracties’ (april
2004) in relatie tot actuele ontwikkelingen. In die evaluatie is uiteraard aandacht voor de museale
beleidsdoelen in relatie tot het cultuurbeleid, het evenementenbeleid en het toeristisch-recreatief beleid.
De subsidie-uitgaven ten behoeve van de museale functies in de vesting zijn in de volgende grafiek in
beeld gebracht.
SUBSIDIE MUSEA
128.416,26
2007
2006
104.980,23
108.452,24
2005
99.786,50
2004
63.224,67
2003
68.504,94
2002
73.412,01
2001
2000
13.828,96
5.8. Amateurkunst in Hellevoetsluis
De amateuristische kunstbeoefening in Hellevoetsluis is sinds jaar en dag erg levending. Een groot
aantal koren, muziekverenigingen, dansverenigingen en enkele theatergezelschappen weet zich al
jaren te handhaven. In subsidietechnisch opzicht is dit evenwel de cultuursector die er in de afgelopen
periode het minste op vooruit is gegaan. Dat werd reeds geconstateerd bij de nota Cultuur- en
Kunstbeleid 2001 en dat is na vaststelling van de nota niet noemenswaardig verbeterd.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 23
SUBSIDIE AMATEURKUNST
39.560,00
2007
2006
32.803,30
2005
32.769,71
30.745,33
2004
35.771,19
2003
29.885,76
2002
2001
25.839,25
2000
26.008,59
Voor een deel wordt dit veroorzaakt door het feit van de georganiseerde amateuristische
kunstbeoefening over het algemeen erg bescheiden is in het doen van subsidieaanvragen. Voor een
ander deel zijn (bijvoorbeeld) de twee grotere muziekverenigingen inmiddels dermate goed
georganiseerd dat beide het zonder al te hoge subsidiebijdragen van de gemeente kunnen stellen.
Nieuwe stimulansen voor de amateurkunst in Hellevoetsluis worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 7
‘Culturele Cohesie’.
5.9. Cultuureducatie
Aan de cultuureducatie in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is hoofdstuk 5 gewijd: ‘Cultuur
en School’. Over het algemeen kan worden gesteld dat de gemeente Hellevoetsluis, met uitzondering
van de jaren waarin het cultuurprogramma V*E*T ‘Voorne’s Eigen Tijd’ werd gerealiseerd, niet echt
heeft ingezet op de ondersteuning en stimulering van vormen van cultuureducatie. De omvang van het
cultuurprogramma V*E*T voor de gemeente Hellevoetsluis wordt duidelijk in het overzicht van
subsidiebijdragen voor cultuureducatie in de afgelopen jaren.
SUBSIDIE CULTUUREDUCATIE
2007
2006
4.200,00
9.648,09
2005
54.815,29
2004
177.321,10
139.348,31
2003
2002
2001
175.770,30
5.376,18
2000
Bij de grafiek: duidelijk zichtbaar is de piek in de programmajaren van V*E*T Voorne’s Eigen Tijd. De subsidies
cultuureducatie en cultuurparticipatie werden vanaf 2005 als gevolg van bezuinigingen afgeraamd.
In hoofdstuk 7 ‘Culturele Cohesie’ worden de nieuwe kansen voor buitenschoolse cultuureducatie in de
gemeente nader uitgewerkt.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 24
5 . 1 0. M o n u m e n t e n e n A r c h e o l o g i e
Ruim twaalf jaar na de eerste monumentennota werd in 2007 de nota Monumentaal Erfgoed
Hellevoetsluis 2007 bestuurlijk vastgesteld. De nieuwe beleidsnota verwerkt een belangrijke wijziging in
de wet; de invoering van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim - de
gecombineerde onderhouds- én restauratieregeling) op 1 januari 2006. Bovendien ging in 2006 de
vroegere Rijksdienst voor de Monumentenzorg op in de nieuwe Rijksdienst voor Archeologie,
Cultuurlandschap en Monumentenbeleid (RACM).
Daarnaast werd eveneens in 2006 de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg vastgesteld,
een uitwerking van het Verdrag van Malta, waarin meer aandacht voor het archeologische
bodemarchief in Nederland. Deze nieuwe wet legt gemeenten als bevoegd gezag nieuwe verplichtingen
op. Om uitvoering te geven aan de nieuwe wettelijke plichten werd in 2007 tevens de nota
Archeologisch Erfgoed Hellevoetsluis 2007 vastgesteld. Bij de nota Archeologisch Erfgoed behoren ook
twee belangrijke bijlagen. Het zijn de Archeologische Waarden- en Beleidskaart van Hellevoetsluis en
de Archeologieverordening. De gemeentelijke taken in het beleid rond rijksmonumenten zijn
teruggebracht tot de vergunningsverlenende bevoegdheid en het op juiste wijze toetsen van en
adviseren over restauratieplannen. Het laatste gebeurt in een onafhankelijke adviescommissie: de
nieuwe Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit. Als gevolg van nieuwe wetgeving is de gemeente
verplicht een archeologiebeleid te voeren. In de nota wordt op sobere en doelmatige wijze gehoor
gegeven aan deze verplichting. Hellevoetsluis is hiertoe met het Bureau Oudheidkundig Onderzoek
Rotterdam een nauwe werkrelatie aangegaan. De gemeentelijk taken op het gebied van voorlichting en
publieksbegeleiding rondom de bodemschatten van de stad zullen in de komende jaren extra aandacht
krijgen. De directe lasten als gevolg van het monumenten- en archeologiebeleid zijn in de onderstaande
grafiek zichtbaar gemaakt voor de periode 2000-2007.
UITGAVEN MONUMENTEN & ARCHEOLOGIE
75.386,40
2007
2006
49.389,78
119.884,61
2005
2004
42.079,27
154.290,60
2003
2002
2001
36.033,48
44.137,93
2000
104.842,95
Bij de grafiek: de uitgaven fluctueren al naar gelang de rijksmonumenten die in een bepaald jaar zijn
gerestaureerd.
5 . 1 1. B e e l d e n d e k u n s t i n d e o p e n b a r e r u i m t e
Bij de vaststelling van de nota Cultuur- en Kunstbeleid Hellevoetsluis 2000 werd geconcludeerd dat het
intensieve kunstopdrachtenbeleid van de gemeente in de jaren daarvoor had geleid tot een
beeldenpark in de openbare ruimte met ruim 35 kunsttoepassingen dat als ‘voltooid’ kon worden
beschouwd. Van een actief opdrachtenbeleid werd overgegaan tot een verantwoord beheer van het
beeldenpark. De adviescommissie Kunstzaken werd opgeheven. De Percentageregeling en het Fonds
Kunsttoepassing Hellevoetsluis werden afgeschaft. In de jaren nadien was er nog slechts incidenteel
sprake van nieuwe kunstopdrachten (voorbeelden zijn de kunst bij het Technisch Paviljoen, de
belettering in het Park Ravense Hoek, de mozaïekbank ‘De Heren van Voorne’ in de Ravense Hoek).
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 25
ONDERHOUD KUNST OPENBARE RUIMTE
14.584,60
2007
2006
5.283,25
69.105,51
2005
2004
13.465,20
25.571,31
2003
32.488,54
2002
2001
2000
12.693,54
7.655,45
Bij de grafiek: de piek in de uitgaven in 2005 wordt veroorzaakt door de afronding van een grootschalig
onderhoudsplan van meerdere (5) grote kunsttoepassingen in de openbare ruimte.
Er is besloten door de raad om slechts nieuwe kunstopdrachten in de openbare ruimte te formuleren als
daartoe binnen een project in de stedelijke ruimte de noodzaak en de financiële mogelijkheden voor
zijn. In zo’n geval wordt een ad hoc adviescommissie bijeengebracht en worden de mogelijkheden voor
geïntegreerde kunst in de openbare ruimte uitgewerkt ten laste van het bouw- en woonrijpmaken van
een dergelijke locatie in de stad. Het Kunstenplan Ravense Hoek is hiervan een voorbeeld. In de
nieuwe Welstandsnota zal verder aandacht worden besteed aan de moderne kunst in de openbare
ruimte. De lasten van het beeldende kunstbeleid in de afgelopen jaren zijn in de grafiek hierboven in
beeld gebracht.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 26
5 . 1 2. R e s u m e r e n d
Dit hoofdstuk kende een voornamelijk beschrijvend en evaluerend karakter. Dat was noodzakelijk om
een zo duidelijk mogelijk beeld te scheppen van het diverse culturele veld. Het beeld wat ontstaat levert
een aantal in het oog springende sterke en zwakke punten op.
Sterk is:
• De culturele infrastructuur. Het voorzieningenniveau van het cultuurveld is heel behoorlijk
ontwikkeld in de laatste zeven jaar. Het Kunstencentrum, de bibliotheek, de musea – al deze
voorzieningen hebben een belangrijke verbeterslag door mogen maken en dat begint zich ook af te
tekenen in het publieksbereik: de bezoekersaantallen en de deelnemende leden.
• De kunst in de openbare ruimte: een compleet beeldenpark dat vele malen groter is dan dat van
veel vergelijkbare gemeenten. De zorg voor de collectie in de openbare ruimte is eveneens goed
geregeld.
• Het monumenten- en archeologiebeleid: veel meer dan de strikte naleving van wettelijke taken,
slaagt Hellevoetsluis erin het cultuurhistorisch erfgoed breed onder de aandacht van burgers te
brengen. Er is toenemend (en breed gedragen) sprake van een imagoversterkende functie voor het
cultuurhistorisch toerisme.
• De pop- of jongerencultuur: enkele sprekende evenementen zetten hierin de toon: Wallenpop, de
concerten in het Bomvrij Hospitaal, de programmering in MACH en de activiteiten van het
Muzikanten Overleg Hellevoetsluis.
Zwak is:
• De ontwikkelingsmogelijkheden voor de amateurkunst in Hellevoetsluis. De gezelschappen die er
nog zijn, bestaan zonder veel gemeentelijke ondersteuning en van centrale podia en betaalbare
oefen- of atelierruimtes voor deze vormen van amateurkunst is ternauwernood sprake.
• De binnenschoolse cultuureducatie, zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs. Niet
zozeer de programmatische invulling (die dankzij een rijkssubsidieregeling heel behoorlijk te
noemen is), maar veelmeer de onderlinge afstemming en de constructieve samenwerking tussen
het onderwijs en de lokale cultuurinstellingen. Daar kan nog veel verbeterd worden.
• De behoefte van jongeren aan kleinschalige, spontane initiatieven op cultureel gebied (ondermeer
verwoord in de Kadernota Jeugd en Jongeren) wordt met de huidige subsidiestructuur
onvoldoende ingevuld.
• De professionele bemensing van cultuurinstellingen: niet in alle gevallen kunnen de culturele
instellingen ook waarmaken wat het gemeentebestuur graag ziet – namelijk een verbetering van de
onderlinge, projectmatige en inhoudelijke samenwerking teneinde een grotere en meer diverse
groep burgers te trekken en te boeien. Deels is dat te wijten aan formatieomvang die in enkele
gevallen het strikte minimum bedraagt en nergens erg riant te noemen is. Vaak is nu nog veel van
één persoon afhankelijk en dat maakt het cultuurveld kwetsbaar.
Wenselijk is:
• Een meerjaren Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019 waarin de ondermeer de
accommodatiewensen van de grotere culturele instellingen in samenhang met de vraag naar
oefenruimten en podia uit de sector amateurkunst worden bezien. Een dergelijke visie kan twee
belangrijke ontwikkelingen voorbereiden: bouwkundige aanpassingen in en rond het
Kunstencentrum die een antwoord geven op de vraag naar multifunctionele ruimte die duidelijk
groeiende is én een zinvolle culturele herbestemming van de (rijks)monumenten in de vesting die
thans geen echte gebruiksfunctie hebben (te denken valt aan de Affuitenloods, het Bomvrij
Hopitaal, het Schietkatoenmagazijn e.d.).
• Een vorm van personele en beleidsmatige ondersteuning voor de vaak kwetsbare onderdelen van
de organisatie van de grotere culturele instellingen. Te denken valt aan collectieve voorzieningen
op het gebied van bereikbaarheid, secretariaat en administratie.
• Subsidiemogelijkheden op kleine schaal, zonder rompslomp die voor jongeren direct toegankelijk
zijn. Te denken valt aan de succesvolle minisubsidies jeugdcultuur waarmee de gemeente Delft
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 27
experimenteert of de aanpak van Hellevoetsluis in het wijkbeheer, waar bewonersinitiatieven snel
en rechtstreeks een bescheiden maar vitale financiële prikkel kunnen krijgen.
In de volgende hoofdstukken zullen we deze aandachtspunten verder uitwerken.
Beleidsvoornemen 1
Vanaf 2009 zorgen we voor uitwerking van het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 20092019 waarin de ondermeer de accommodatiewensen van de grotere culturele instellingen in
samenhang met de vraag naar oefenruimten en podia uit de sector amateurkunst worden bezien.
Concreet zijn dat: de accommodatiewensen en ambities van Theater Twee Hondjes (zaalcapaciteit en
functionaliteit), Jeugdtheaterschool, Muziekschool, Kunstuitleen, Bibliotheek, Volksuniversiteit,
Droogdok, Brandweermuseum, Bezoekerscentrum, Lichtschip, Korenmolen en Oudheidkamer .
Beleidsvoornemen 2
Meedoen met cultuur – actieve cultuurparticipatie – is een topprioriteit voor ons. De amateuristische
kunstbeoefening in onze stad vormt een goede basis voor deze vorm van actieve kunstbeoefening. Wij
willen het cultureel verenigingsleven blijvend ondersteunen en staan open voor gemotiveerde
subsidieaanvragen van deze verenigingen waarin de ledengroei een duidelijke impuls krijgt. Ook
betrekken we de wensen van de sector amateurkunst voor goede en goedkope oefenruimtes en
geschikte podia in het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019.
Beleidsvoornemen 5
Samen met het Jongerenwerk van SWS gaan wij Cultvouchers beschikbaar stellen. Het zijn
minisubsidies tot maximaal € 500,00 voor initiatieven van jongeren op het gebied van de jeugdcultuur.
Met een minimum aan ambtelijke regels kunnen jongeren een maximum aan resultaat bereiken door de
snelle inzet van de Cultvoucher ter ondersteuning van hun eigen culturele initiatieven en projecten.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 28
Bij de foto: net als het monumentenbeleid en het museaal beleid hoort sinds 2007 ook de archeologie van
Hellevoetsluis tot het cultuurbeleid. Hier zijn de archeo-karteerders van het Bureau Oudheidkundig Onderzoek
Rotterdam bezig met archeologisch vooronderzoek in de polders waar de nieuwe woonwijk Parnassia moet gaan
komen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 29
6.
CULTUUR EN PRESTATIE
6.1. Vooraf
In 2000 heeft Hellevoetsluis meegedaan aan het zogeheten ‘Benchmarkonderzoek Cultuur, Zorg &
Welzijn’ van het onderzoeksbureau Buys Culturele Profielen. Het onderzoek was erop gericht de
subsidiegever een beeld te geven van de subsidieomvang en de geleverde producten en prestaties van
gesubsidieerde instellingen in Hellevoetsluis ten opzichte van soortgelijke instellingen in een aantal
referentiegemeenten. Voor de culturele voorzieningen zijn indertijd de gegevens van de openbare
bibliotheek van Hellevoetsluis, Muziekschool De Toon, de Jeugdtheaterschool Hellevoetsluis, Theater
Twee Hondjes, Kunstuitleen Hellevoetsluis en de gesubsidieerde verenigingen Amateuristische
Kunstbeoefening in het onderzoek opgenomen. Peiljaar van het onderzoek was 1998. Nu, tien jaar
later, zijn deze instellingen weer tegen het licht gehouden. Er is nagegaan hoe de subsidie en de
producten en prestaties van deze instellingen zich in tien jaar tijd hebben ontwikkeld. De resultaten van
de vergelijking tussen de peiljaren 1998 en 2007 worden in de volgende tabellen gepresenteerd.
6.2. Openbare bibliotheek
Tabel 1. Openbare bibliotheek: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
bibliotheek ZH Delta
afd. Hellevoetsluis
2007
39.700
bibliotheek ZH Delta
afd. Hellevoetsluis
1998
37.356
34
37
4.472
5.447
238
10.157
46.624
279.245
ja
ja
geen gegevens
geen gegevens
geen gegevens
12.808
geen gegevens
420.000
nee
geen gegevens
ja
ja
nee
geen gegevens
SUBSIDIE
subsidie gemeente
€ 822.395
€ 543.155
KENGETALLEN
lidmaatschappen per 1000 inwoners
uitleningen per lid
collectie per lid
subsidie per inwoner
subsidie per lid
256
27
4,6
€ 20,72
€ 80,97
343
33
n.b.
€ 14,54
€ 42,41
inwonertal Hellevoetsluis
PRESTATIES
openingsuren per week totaal
Lidmaatschappen:
- lidmaatschappen t/m 17 jaar
- lidmaatschappen vanaf 18 jaar
- lidmaatschappen scholen/instellingen
- lidmaatschappen totaal
collectie totaal
uitleningen totaal
[email protected] (digitale vragendienst)
Leesbevorderingsprojecten Jeugd
Makkelijk Lezen Plein (service kinderen met
leesproblemen)
Leesbevorderingsprojecten Volwassenen
bronnen:
- benchmarkonderzoek 1998
- jaarverslag ZHD 2007
- jaarrekening ZHD 2007
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 30
De vergelijking van de gegevens van de bibliotheek over de jaren 1998 en 2007 is lastig. Het gehele
bibliotheekwezen is in tien jaar grondig gewijzigd, en deze bibliotheekvernieuwing is ook niet
voorbijgegaan aan de bibliotheek in Hellevoetsluis. De bibliotheek heeft er nieuwe taken en functies bij
gekregen. In 1998 was al duidelijk dat er grote veranderingen op komst waren in de bibliotheekbranche.
Dalende ledentallen en een verminderde tijdsbesteding aan lezen waren er de belangrijkste oorzaken
van dat de traditionele rol van de bibliotheek onder druk kwam te staan. De bibliotheken zijn niet bij de
pakken neer gaan zitten. Zij hebben zich in hoog tempo getransformeerd tot belangrijke lokale
informatiecentra, ze zijn projectmatig gaan werken op het gebied van onder meer educatie, en ze
hebben een belangrijke functie ontwikkeld als (sociale-culturele) ontmoetingsplek. De technologische
ontwikkelingen op het gebied van internet en multimedia zijn door de bibliotheken aangegrepen om zich
te profileren als kenniscentra waar je op afstand in kunt grasduinen (bijv. het [email protected]). De
bibliotheekbranche is ook bedrijfsmatiger gaan werken. Dit heeft onder meer geresulteerd in
samenvoeging van lokale bibliotheken tot regionale voorzieningen. Al deze ontwikkelingen hebben ook
bij de bibliotheek in Hellevoetsluis plaatsgevonden. Vanwege de veranderde omstandigheden en de
nieuwe taken en functies is het lastig om vergaande conclusies te trekken uit de vergelijkende data. Wel
kan worden vastgesteld dat de teruggang in ledentallen en uitleningen zich, conform de landelijke trend,
heeft doorgezet. De resultaten van de nieuwe taken en functies zijn echter veelbelovend, volgens het
jaarverslag 2007 van de bibliotheek. Deze resultaten laten zich moeilijk kwantificeren.
6.3. Muziekschool De Toon
Zowel de subsidie als het aantal cursisten zijn bij Muziekschool De Toon toegenomen. De toename van
de subsidie 2007 bedroeg 78% ten opzichte van de subsidie 1998. De stijging is vooral aangewend om
de gestegen personeelskosten (CAO’s) te financieren. Deze noodzakelijke kostenstijging vertaalt zich
uiteraard niet in een toename van de prestaties. Opgemerkt wordt dat De Toon in 2001 nieuwe
huisvesting heeft gekregen in het Kunstencentrum waardoor de huisvestingslasten eveneens
toenamen.
Tabel 2. Muziekschool De Toon: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
inwonertal Hellevoetsluis
St. De Toon
Hellevoetsluis
2007
39.700
St. De Toon
Hellevoetsluis
1998
37.356
PRESTATIES
cursisten muziek
396
272
SUBSIDIE
subsidie gemeente
€ 63.131
€ 35.531
KENGETALLEN
cursisten per 1000 inwoners
subsidie per inwoner
subsidie per cursist
10,0
€ 1,59
€ 159,42
7,3
€ 0,95
€ 130,63
bronnen:
benchmarkonderzoek 1998
jaarverslag 2006-2007
jaarrekening 2007
prestatie-eisen t.b.v. beschikking
2007
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 31
6.4. Jeugdtheaterschool Hellevoetsluis
De Jeugdtheaterschool Voorne opereert regionaal en heeft een afdeling in Brielle en een afdeling in
Hellevoetsluis. De Jeugdtheaterschool repeteert in GSG Helinium. Voorstellingen van de school worden
uitgekocht door Theater Twee Hondjes. De gegevens in tabel 3 hebben alleen betrekking op de
afdeling Hellevoetsluis.
Tabel 3. Jeugdtheaterschool Hellevoetsluis: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
inwonertal Hellevoetsluis
Jeugdtheaterschool
Afd. Hellevoetsluis
2007
39.700
Jeugdtheaterschool
Afd. Hellevoetsluis
1998
37.356
PRESTATIES
cursisten spel/zang/dans
146
120
SUBSIDIE
subsidie gemeente
€ 10.193
€ 9.076
KENGETALLEN
cursisten per 1000 inwoners
subsidie per inwoner
subsidie per cursist
3,7
€ 0,26
€ 69,82
3,2
€ 0,24
€ 75,63
bronnen:
benchmarkonderzoek 1998
jaarverslag 2006-2007
Ook voor de Jeugdtheaterschool geldt dat zowel de subsidie als de prestatie (aantal cursisten) zijn
toegenomen. De stijging van de prestaties overtrof de bescheiden stijging van de subsidie. De
Jeugdtheaterschool heeft in 2006-2007 de productie Tristan en Isolde gemaakt en uitgevoerd. Theater
Twee Hondjes heeft voor deze productie een bedrag van € 10.200,00 beschikbaar gesteld. Dit bedrag
is niet opgenomen in de subsidiebijdrage van de gemeente.
6.5. Theater Twee Hondjes
De situatie van Theater Twee Hondjes is anno 2007 sterk gewijzigd ten opzichte van 1998. Destijds
was het theater ondergebracht bij scholengemeenschap Helinium. In 2001 is Twee Hondjes verhuisd
naar het Kunstencentrum. Zij heeft sindsdien de beschikking over een eigen up-to-date
theateraccommodatie. De subsidie nam toe (70%). Grotendeels ter dekking van huisvestings- en
energielasten. De prestatie-eis is sindsdien ook sterk opgevoerd. De prestatiegegevens over het
peiljaar 2007 laten zien dat Twee Hondjes aan deze eisen meer dan voldoet. Het programma van
professionele voorstellingen heeft in 2007 12.803 bezoekers getrokken. Daarmee heeft het theater een
aanmerkelijke stijging in de prestaties gerealiseerd: +126% (zie ook tabel 4). Ook het overige bezoek
en de verhuringen zijn in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 32
Tabel 4. Theater Twee Hondjes: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
inwonertal Hellevoetsluis
Theater Twee
Hondjes
Hellevoetsluis
2007
39.700
Theater Twee
Hondjes
Hellevoetsluis
1998
37.356
PRESTATIES
zitplaatsencapaciteit zaal
aantal voorstellingen
aantal bezoekers voorstellingen
aantal schoolvoorstellingen
aantal amateurvoorstellingen
aantal verhuringen
aantal bezoekers verhuringen
198
89 12.803
24
10
geen gegevens
13.500
220
43
3.925
geen gegevens
3
35
2.105
SUBSIDIE
subsidie gemeente (incl. I/D-banen)
€ 319.783
€ 187.750
KENGETALLEN
bezoekers voorstellingen per 1000
inwoners
subsidie per inwoner
subsidie per bezoeker voorstellingen
bezettingsgraad grote zaal
322 € 8,05 € 24,98 73% 105
€ 5,03
€ 47,83
41%
bronnen:
benchmarkonderzoek 1998
jaarrekening 2007
prestatie-eisen t.b.v. beschikking 2007
6.6. Kunstuitleen Hellevoetsluis
Tabel 5. Kunstuitleen Hellevoetsluis: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
inwonertal Hellevoetsluis
Kunstuitleen
Hellevoetsluis
2007
39.700
Kunstuitleen
Hellevoetsluis
1998
37.356
PRESTATIES
openingsuren per week totaal
aantal leners
collectie totaal
uitleningen totaal
exposities per jaar
10
556
2000
1226
2
10
300
900
450
8
SUBSIDIE
subsidie gemeente (euro)
€ 39.299
€ 30.474
KENGETALLEN
leners per 1000 inwoners
uitleningen per lener
14,01
2,21
8,03
1,50
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 33
collectie per lener
subsidie per inwoner (euro)
subsidie per lener (euro)
3,60
€ 0,99
€ 70,68
3,00
€ 0,82
€ 101,58
bronnen:
benchmarkonderzoek 1998
jaarrekening 2007
jaarverslag 2007
beleidsperspectief 2005-2010
prestatie-eisen t.b.v. beschikking 2007
De gemeten prestaties van Kunstuitleen Hellevoetsluis zijn in tien jaar tijd fors toegenomen. De
kunstuitleen heeft in de periode 1998-2007 de kunstcollectie meer dan verdubbeld. Het aantal leners
nam met 85% toe. Het aantal uitleningen nam zelfs met 172% toe. De subsidie steeg ook, maar
verhoudingsgewijs een stuk minder met 29%.
6.7. Gezelschappen Amateuristische Kunstbeoefening Hellevoetsluis
In 1998 werden tien verenigingen Amateuristische Kunstbeoefening (AK) door de gemeente
gesubsidieerd. Dit aantal is in 2007 min of meer ongewijzigd. In 2007 werden elf AK-verenigingen
gesubsidieerd. De totale subsidie aan de AK-verenigingen nam in tien jaar tijd in bescheiden mate toe:
+18% (gemiddeld +1,8% per jaar)
Tabel 6. AK-gezelschappen Hellevoetsluis: prestaties, subsidies en kengetallen 2007 vs. 1998
AKgezelschappen
Hellevoetsluis
2007
39.700
AKgezelschappen
Hellevoetsluis
1998
37.356
PRESTATIES
totaal aantal gesubsidieerde AK-gezelschappen 11
totaal aantal leden
geen gegevens
10
geen gegevens
SUBSIDIE
subsidie gemeente
€ 18.760
€ 15.907
KENGETALLEN
subsidie per inwoner
€ 0,47
€ 0,43
inwonertal Hellevoetsluis
bronnen:
benchmarkonderzoek 1998
uitgaven cultuur gemeente Hellevoetsluis 2007
6.8. Indexcijfers subsidies en prestaties
Diagram 1 geeft een samenvattend beeld van de verschillen in subsidies en prestaties tussen de jaren
1998 en 2007. Ter toelichting, de subsidie/prestatieverhouding 1998 van de betreffende instellingen is
geïndexeerd op 100. Vervolgens zijn de verschillen in subsidie/prestatie 2007 ten opzichte van peiljaar
1998 geïndexeerd. Het gaat hier niet om absolute cijfers, maar om verhoudingen. Ter illustratie: de
subsidie van Theater Twee Hondjes nam met 70% (indexcijfer = 170) toe, de prestatie (in dit geval het
aantal bezoekers van professionele voorstellingen) nam met 126% (indexcijfer= 226) toe. Het diagram
geeft een voorzichtige indicatie of de subsidie en prestatie van de instellingen zich evenredig hebben
ontwikkeld.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 34
Culturele instellingen Hellevoetsluis • Index subsidie/prestaties 2007 1998(=100)
Diagram 1.
toe-/afname subsidie
toe-/afname prestatie
250
226
200
150
100
50
85
78
51
70
46
12
29
22
18
0
‐21
-50
Bibliotheek
Muziekschool
Jeugdtheaterschool
Theater Twee Hondjes
index subsidie
subsidie
1998
subsidie
2007
Bibliotheek
Muziekschool
Jeugdtheaterschool
Theater twee hondjes
Kunstuitleen
AK-verenigingen
€ 543.155
€ 35.531
€ 9.076
€ 187.750
€ 30.474
€ 15.907
€ 822.395
€ 63.131
€ 10.193
€ 319.783
€ 39.299
€ 18.760
prestatie
1998
prestatie
2007
12.808
272
120
3.925
300
geen
gegevens
10.157
396
146
14.621
556
geen
gegevens
index prestaties
prestatiemaat
Bibliotheek
Muziekschool
Jeugdtheaterschool
Theater Twee Hondjes
Kunstuitleen
lidmaatschappen
cursisten
cursisten
bezoekers
leners
AK-verenigingen
aantal leden
Kunstuitleen
AK-verenigingen
index subsidie
2007
subsidie
1998=100
toe-/afname
subsidie
151
178
112
170
129
118
51
78
12
70
29
18
79
146
122
326
185
-21
46
22
226
85
index prestatie toe-/afname
2007
prestatie
prestatie
1998=100
Conclusies:
1. In dit hoofdstuk werden alleen prestaties vergeleken die een instelling in 1998 al nastreefde.
Nieuwe prestaties kunnen in de vergelijking niet betrokken worden, maar zijn wel van invloed op
het algehele beeld van een instelling.
2. Alle instellingen hebben in 2007 meer subsidie ontvangen vergeleken met 1998. De stijging van de
subsidie ten opzichte van 1998 was verhoudingsgewijs het grootst bij Muziekschool De Toon
(+78%) en het kleinst bij de Jeugdtheaterschool (+12%).
3. Bij Muziekschool De Toon, de Jeugdtheaterschool, Theater Twee Hondjes en de Kunstuitleen zijn
de gemeten prestaties toegenomen ten opzichte van 1998. De grootste prestatiestijging komt op
naam van Theater Twee Hondjes (+126%).
4. De prestatiemaat van de bibliotheek betrof het aantal lidmaatschappen. Conform de landelijke
trend is het aantal lidmaatschappen ook bij de bibliotheek afd. Hellevoetsluis afgenomen (-21%)
afgenomen. Aan deze daling moet niet te zwaar worden getild bij de beoordeling van de
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 35
bibliotheek. De prestatiemaat doet geen recht aan de huidige activiteiten en de prestaties. De
bibliotheek anno 2008 heeft er nieuwe taken en functies bij gekregen op het gebied van
informatieverstrekking, educatie en sociaal-culturele activiteiten. Deze taken en functies zijn niet in
de prestatiemaat gevangen.
5. De in dit hoofdstuk gepresenteerde cijfers zijn geen benchmarkgegevens. Van de controlegroep uit
2000 (9 gemeenten vergelijkbaar met Hellevoetsluis) zijn geen gegevens over 2007 bekend. Toch
kunnen we wel iets opmerken over de ontwikkeling van de koopkracht van de Hellevoetse culturele
instellingen. Afgezet tegen landelijke cijfers van inflatie en loon-prijsindexering over de afgelopen
tien jaar blijft in alle onderzochte gevallen de toename van de subsidiebijdrage nog onder de
gemiddelde geldontwaarding in diezelfde periode. Met andere woorden: instellingen kunnen met
dezelfde euro subsidie minder besteden maar presteren meer.
Beleidsvoornemen 10
Er is blijvende aandacht voor de praktische noden van de kernvoorzieningen en de voorzieningen voor
amateurkunst. We stellen een subsidiebijdrage van € 20.000,00 beschikbaar voor de collectieve
aanpak van bereikbaarheidsproblemen, secretariële en administratieve ondersteuning van alle culturele
instellingen in het Kunstencentrum, alsmede de musea en het Bezoekerscentrum in de vesting. Met de
instellingen samen bepalen we hoe deze collectieve dienst kan worden uitgebouwd. Een eigen bijdrage
van de instellingen is daarbij noodzakelijk.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 36
Bij de foto: leerlingen van het voortgezet onderwijs (Helinium) mogen het Droogdok onder water zetten.
Binnenschoolse cultuureducatie in de buitenlucht.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 37
7.
CULTUUR EN SCHOOL
7.1. Regeling versterking cultuureducatie
De ‘Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs’ is een subsidieregeling van het rijk
rechtstreeks naar de scholen. De regeling wil cultuureducatie verankeren in het primair onderwijs en het
(voortgezet) speciaal onderwijs. Het doel is kinderen in een doorlopende leerlijn kennis te laten maken
met cultuur. Scholen werken hierbij samen met culturele instellingen. Deelnemende scholen ontvangen
€ 10,90 per leerling per schooljaar moeten daartoe aan de volgende voorwaarden voldoen:
• de school vult het bij de aanvraag behorende vragenformulier volledig in;
• de school is bereid mee te werken aan een nulmeting en (tussentijdse) evaluaties;
• de school neemt de besteding van de subsidie herkenbaar op in het jaarverslag.
Met het indienen van de aanvraag verklaart het bevoegd gezag dat de school:
• een meerjarige visie op de rol van cultuureducatie in het onderwijsprogramma ontwikkelt en deze
visie opneemt in het schoolbeleid;
• in samenwerking met culturele instellingen deze visie vertaalt in passende cultuureducatieve
activiteiten;
• deelneemt aan een netwerk van scholen en culturele instellingen;
• aandacht besteedt aan deskundigheidsbevordering van het personeel op het gebied van
cultuureducatie.
7.2. Kunstmenu – cultuureducatie in het primair onderwijs
De provincie Zuid-Holland subsidieert een provinciaal programma van cultuureducatie onder de naam
Kunstmenu. Kunstmenu wordt door Kunstgebouw, de provinciale steuninstelling, georganiseerd.
Kunstmenu brengt zo’n 75.000 Zuid-Hollandse basisschoolleerlingen in contact met professionele
kunst. De kinderen uit groep 1 tot en met 8 bezoeken een dans- of theatervoorstelling, een concert, film
of vertelvoorstelling. Of ze krijgen beeldende kunst in de klas. Door deze kunstontmoeting ontdekken
kinderen hoe inspirerend kunst kan zijn. Via Kunstmenu komt elke leerling tijdens zijn of haar schooltijd
in aanraking met alle kunstdisciplines. De school sluit hiervoor (in bovenschools verband) een
overeenkomst die ervoor zorgt dat ieder kind per schooljaar een activiteit bezoekt. Jonge kinderen
beleven de activiteit in het klaslokaal of aula, wat oudere kinderen gaan naar een ruimte in de buurt van
de school. Nog iets oudere kinderen bezoeken een echt theater of bioscoop. Zo groeit Kunstmenu met
de leerlingen mee. Er doen momenteel 76 scholen in Zuid-Holland mee met Kunstmenu.
De leerlingen komen in contact met kwalitatief hoogwaardig cultuur. De projectleiders van Kunstmenu
selecteren geschikte en sterke voorstellingen uit het landelijke aanbod. Voor de discipline beeldende
kunst ontwikkelt Kunstgebouw zelf inspirerende tentoonstellingen. Kunstgebouw regelt de contracten en
communicatie met de gezelschappen, theaters en werkgroepen en zorgt voor de planning en logistiek.
Om een optimale aansluiting bij de leerlingen te realiseren, werkt Kunstgebouw met lokale
werkgroepen. Daarin zitten leerkrachten, directeuren en gemeenteambtenaren van de aan Kunstmenu
deelnemende scholen. Een werkgroep regelt de lokale organisatie van activiteiten, ondersteund door de
projectleiders Kunstmenu. Startende werkgroepen krijgen advies van Kunstgebouw over organisatie en
financiën. In juni informeert Kunstgebouw scholen en werkgroepen over de inhoud en het rooster van
het nieuwe programma in het volgende schooljaar.
7.3. Kunst in uitvoering - Inspirerende projecten en lespakketten
Kunst in uitvoering wordt door Kunstgebouw verzorgd en biedt projecten en lespakketten waarmee
leerlingen zelf creatief aan de slag gaan. De nadruk ligt hierbij op de actieve kunsteducatie. De kunst
komt letterlijk in de klas. In 2008 vindt Kunst in uitvoering plaats op 99 scholen in 16 Zuid-Hollandse
gemeenten. Zo maken ruim 18.000 leerlingen kennis met kunst.
Kunst in uitvoering bestaat uit lespakketten en projecten met uitnodigend materiaal voor leerkrachten en
leerlingen. Elk kind neemt ieder schooljaar deel aan één activiteit. De helft van de activiteiten begeleidt
de leerkracht zelf en bij de andere helft geeft een vakdocent van Kunstgebouw een gastles. Elk project
of lespakket vertrekt vanuit een bepaalde discipline. Het is een kennismaking met de klanken van
muziek, de geuren van verf, de kracht van theater, enzovoort. Afhankelijk van de kunstdiscipline maken
leerlingen zelf theater, boetseren een beeld, of voeren ze een dans uit.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 38
Met Kunst in uitvoering wil Kunstgebouw een basis leggen voor inspirerend en actief beleid op het
gebied van kunsteducatie in de school. Bij elke activiteit zit daarom educatief materiaal dat aansluit bij
de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de doelgroep. Meestal een lerarenhandleiding
met daarin lessen ter voorbereiding en verwerking van het project. De lerarenhandleiding gaat vaak
vergezeld van een cd, dvd of leerlingenmateriaal.
Om een optimale aansluiting bij de leerlingen te realiseren, zijn er lokale werkgroepen. Daarin zitten
leerkrachten, directeuren en gemeenteambtenaren van de aan Kunst in uitvoering deelnemende
scholen. Een werkgroep regelt de lokale organisatie van activiteiten, onder begeleiding van
Kunstgebouw. Startende werkgroepen krijgen advies van Kunstgebouw over organisatie en financiën.
7.4. Gemeentelijk beleid ‘Cultuur en School’
De ‘Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs’ is één van de bouwstenen in het
Cultuur en School-programma van het rijk, de provincies en de gemeenten in Nederland. Voor de
uitvoering van de Cultuur en School-projecten zijn de landelijke projectgroep Cultuur en School, de
provincies en de dertig grotere gemeenten samen verantwoordelijk. De gemeenten en provincies
richten zich bij Cultuur en School vooral op het tot stand brengen van een continue en structurele
samenwerking tussen culturele instellingen en scholen. Heel veel gemeenten in Nederland voeren
aanvullend beleid voor cultuureducatie op school. Zo zijn er gemeenten die de rijksregeling aanvullen
met bedragen tussen de € 2,50 en € 4,50 per leerling per jaar. Enkele gemeenten stellen een
beduidend hogere bijdrage beschikbaar of matchen de rijksregeling zelfs 100%. Ook zijn er gemeenten
die een cultuurcoördinator aanstellen en daarmee de samenwerking tussen scholen en
cultuurinstellingen meer structuur geven.
7.5. Wat doet Hellevoetsluis?
De gemeente Hellevoetsluis doet sedert het wegvallen van het Kunstenplan Basisonderwijs structureel
niet veel meer op het gebied cultuureducatie in het primair onderwijs (in 2008 startte wel het project
‘Erfgoedspoor’ waarover verderop meer). Voor het voorgezet onderwijs ondersteunt de gemeente de
functie van cultuurbemiddelaar – een regionale coördinatierol die mede door de provincie Zuid-Holland
wordt gesubsidieerd.
Betekent dit dat er geen cultuureducatie in het primair onderwijs van Hellevoetsluis plaatsvindt?
Integendeel. 16 Hellevoetse basisscholen maken inmiddels gebruik van de ‘Regeling versterking
cultuureducatie in het primair onderwijs’ en ontvangen van het rijk € 10,90 per leerling per schooljaar
ter uitvoering van de cultuureducatie op school (volgens opgave van het rijk in 2008). Van deze 16
scholen profiteren er 13 van het door de provincie Zuid-Holland gesubsidieerde Kunstmenu. Alleen de
Regenboog, de Bron en de Brug maken geen gebruik van Kunstmenu. Deze drie confessionele scholen
organiseren de cultuureducatie op alternatieve wijze. In totaal nemen volgens opgave van
Kunstgebouw 17 Hellevoetse basisscholen het Kunstmenu jaarlijks af. Deze praktijk van
cultuureducatie in het primair onderwijs is dermate succesvol dat de Stichting PRIMO VPR vanaf 2008
het Kunstmenu gaat afnemen voor nog eens tien basisscholen in de regio Voorne-Putten en
Rozenburg. Naast Kunstmenu maken de basisscholen in Hellevoetsluis sedert 2004 ook gebruik van
Kunst in uitvoering.
In Hellevoetsluis ontbreekt echter sinds een paar jaar een goed functionerende werkgroep
cultuureducatie primair onderwijs. Organisatie en afstemming van de programmaonderdelen van
Kunstmenu kunnen dus nog verbeterd worden. Kunstgebouw wil in 2008 en verder zorgen voor de
oprichting van zo’n werkgroep maar doet een beroep op de scholen zelf en de gemeente voor de
financiële ondersteuning van een dergelijke organisatiestructuur.
7.6. Erfgoedspoor
Op 21 mei 2008 ondertekenden de basisscholen, de musea en de gemeente een contract met het
Erfgoedhuis voor het project ‘Erfgoedspoor’. Erfgoedspoor is een programma voor de groepen 5, 6, 7
en 8 waarbij de leerlingen kennismaken met de geschiedenis van hun woonplaats en omgeving door
middel van activiteiten, lezingen en opdrachten in de diverse musea of op andere van cultuurhistorisch
belang zijnde plaatsen. Op deze manier leren zij de geschiedenis op locatie. Op school worden zij door
middel van door het Erfgoedhuis ontwikkeld lesmateriaal eerst voorbereid. Hellevoetsluis doet met 14
basisscholen mee aan dit project. Hiermee is Hellevoetsluis de gemeente met het grootste aantal
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 39
deelnemende basisscholen in Zuid-Holland. De gemeente stelt voor het project een bescheiden
subsidie beschikbaar.
7.7. Platform Cultuureducatie
De cultuurbemiddelaar voor het voortgezet onderwijs komt voort uit de instelling van een Platform
Cultuureducatie in de regio. Naar aanleiding van de notitie ‘Samen werken aan een regionaal
cultuuraanbod voor het voortgezet onderwijs’ (2005) is op Voorne-Putten Rozenburg een Platform
Cultuureducatie in het leven geroepen. De regio Voorne-Putten Rozenburg werkt daarin samen op het
terrein van cultuureducatie voor het voortgezet onderwijs.
De gemeenten Bernisse, Brielle en Hellevoetsluis doen mee. De gemeente Westvoorne en Rozenburg
zagen destijds geen mogelijkheid om deel te nemen en de gemeente Spijkenisse valt buiten de
regeling. De overblijvende gemeenten hebben met Kunstgebouw een convenant gesloten. Het
convenant is aangegaan voor een periode van vier jaren (2005-2009) met de intentie om de
samenwerking daarna voort te zetten. Hellevoetsluis draagt per jaar € 2.100,00 bij. De bijdrage is
gebaseerd op het aantal inwoners. De provincie verdubbelt de gemeentelijke bijdrage.
De in vier jaar bereikte resultaten zullen door de cultuurbemiddelaar (en diens opdrachtgevers) dienen
te worden geëvalueerd in het jaar waarin het convenant eindigt: 2009. Aan de hand van een
beoordeling van de concrete resultaten wordt besloten al dan niet een vervolg te geven aan deze wijze
van organisatie van cultuureducatie in het voortgezet onderwijs.
Beleidsvoornemen 3
Wij willen de cultuureducatie in het primair onderwijs verder versterken. Bovenop de rijksbijdrage van
10,90 euro per leerling per jaar stellen wij een gemeentelijk subsidiebijdrage van 2,50 euro per leerling
per jaar beschikbaar. De middelen zijn deels inzetbaar voor de nieuw op te richten werkgroep
cultuureducatie primair onderwijs. Voor het overige komen de subsidiemiddelen ten goede aan de
programmavorming cultuureducatie. De maatregel bedraagt 3.626 x 2,5 = 9.065,00 euro (leerlingen BO
volgens de oktobertelling 2006).
Beleidsvoornemen 4
Wij willen de cultuureducatie in het voortgezet onderwijs verder versterken. We stellen jaarlijks €
10,000,00 beschikbaar voor de ontwikkeling van cultuureducatieve trajecten en activiteiten waarin de
lokale cultuurhistorie van de stad vooropstaat. In 2009 ronden we met de convenantpartners het
regioproject Cultuurbemiddelaar af. Afhankelijk van de evaluatie en verslaglegging van vier jaar
cultuurbemiddelaar zullen we besluiten nemen over de wijze waarop wij de cultuureducatie in het
onderwijs verder willen ondersteunen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 40
Bij de foto: onthulling van de mozaiëkbank ‘De Heren van Voorne’, een cultuurproject van beeldend kunstenaar
Francine Bisscheroux in samenwerking met basisschoolleerlingen en hun ouders uit de nieuwe wijk de Ravense
Hoek.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 41
8.
‘CULTURELE COHESIE’
8.1. Cultuur als bindende factor
Cultuur en kunst worden de laatste jaren op tal van manieren ingezet ter bevordering van de sociale
cohesie. Het ‘smeermiddel’ van de samenleving. Zo kon op rijksniveau in 2001 het Actieplan
Cultuurbereik ontstaan, met als doel het bevorderen van cultuurparticipatie in (oude) stadswijken en
door jongeren en allochtonen. Door de vorm die het actieplan in vele wijkgerichte kunstprojecten kreeg,
was de stap naar een beleidsadvies van de Raad voor Cultuur over community arts in 2003 snel gezet.
Kunst- en cultuureducatie wordt nu meer dan ooit in het beleid gezien als een middel om sociale
cohesie te versterken, vooral in de multiculturele achterstandswijk of de forenzende ‘slaapwijk’.
Na ‘verheffing van het volk’, maatschappijhervorming en de opheffing van achterstanden van bepaalde
bevolkingsgroepen, lijkt er een nieuw doel te zijn ontstaan voor het inzetten van wat wel
‘gemeenschapskunst’ wordt genoemd, namelijk: het bevorderen van de sociale samenhang.
8.2. Samen is niet nieuw
Gemeenschapskunst heeft veel namen. Het heet ook wel: community arts (Groot-Brittannië),
community outreach (Verenigde Staten), community cultural development (Australië) of sociaal
artistieke projecten (Vlaanderen en Nederland). In Groot Brittannië, de VS en Australië kent de huidige
vorm van gemeenschapskunst een traditie van meer dan dertig jaar. Gemeenschapskunst heeft echter
een nog een veel oudere traditie. Voordat de kunst als uitdrukking van het individu belangrijk werd, was
het vooral een uiting van een gemeenschappelijk gevoelde cultuur. Kunst was daarmee per definitie
gemeenschapskunst. Vroeg-Middeleeuws religieus theater is daarvan een goed voorbeeld, maar ook
de wandschilderingen en grottekeningen van de eerste gemeenschappen van mensen (Lascaux en
Altamira) zijn uitdrukkingen van sociale ‘gemeenschapskunst’.
8.3. Amateurkunst vaak gemeenschapskunst
Amateurkunst, de actieve beoefening van verschillende vormen van kunst als liefhebberij, is veelal een
vorm van gemeenschapskunst. Amateurkunst wordt immers vaak in verenigingsverband beoefend,
samen met gelijkgezinden. Het meedoen staat daarbij centraal. Toch is amateurkunst ook nauw
verbonden met de twee andere cultuurbegrippen: cultuureducatie en cultuurparticipatie. Onderzoek in
Nederland wijst uit dat meer vrouwen dan mannen een vorm van amateurkunst beoefenen.
Amateurkunstenaars besteden gemiddeld ruim zes uur per week aan hun kunstdiscipline (dansers zo’n
2,5 uur, beeldend kunstenaars ruim 7,5 uur). Muziek blijkt de meest populaire vorm van amateurkunst
en kent maar liefst 2,3 miljoen beoefenaren. Beeldende kunst en audio-visuele kunst (fotografie en film)
blijken met 2,2 miljoen en 2 miljoen een goede tweede en derde plaats te bezetten. Met de revolutie in
de digitale fotografie en film is het aantal beoefenaren de laatste jaren enorm stijgende.
8.4. Amateurkunstprojecten ad hoc
Steeds vaker blijken amateurkunstenaars zich niet langer in traditionele verenigingsverbanden te
organiseren, maar treffen zij elkaar bij ad hoc projecten of gelegenheidsontmoetingen. Van de
gemiddeld 42.000 vormen van amateurkunstbeoefening in een gemeente met 100.000 inwoners,
vinden er slechts een kleine 12.000 plaats in clubverband. De resterende 30.000 beoefeningen vinden
buiten traditionele verenigingen en clubs plaats. Onder hen is een groeiend aantal amateurkunstenaars
actief in zogenaamde ‘communities’ op het internet. Voorbeelden van dergelijke succesvolle ecommunities zijn YouTube (film), Flickr (fotografie) en Nederpix (fotografie). Amateurkunst
vertegenwoordigt een niet gering economisch belang. Recent onderzoek schat de jaarlijkse omzet in de
amateurkunstsector in Nederland op bijna 2,5 miljard euro.
8.5. Amateurkunst als gemeenschapskunst
De amateurkunstenaars werken veelvuldig mee aan vormen van gemeenschapskunst in de eigen
woonplaats of daarbuiten. Muziekverenigingen, toneelverenigingen, koren en dansgroepen zijn vaak
betrokken bij de kunstzinnige opluistering van lokale evenementen. De laatste jaren is een trend
zichtbaar waarbij samenwerking tussen professionele beoefenaars van een kunstdiscipline en de
amateurkunstenaars leidt tot kwalitatief hoogstaande cultuurprojecten. Zo worden choreografen ingezet
in voorstellingen voor amateurdansers. Regisseurs begeleiden amateurtoneelverenigingen en beeldend
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 42
kunstenaars werken in groepsverband samen met amateurkunstenaars. Ook de organisatie van
cultuurprojecten met een wijkgebonden karakter, waarbij amateurkunstenaars, burgers en professionele
beoefenaars van een kunstdiscipline betrokken zijn, neemt in Nederland de laatste jaren een enorme
vlucht.
8.6. Gemeenschapskunst in Hellevoetsluis
In Hellevoetsluis kennen we reeds vormen van gemeenschapskunst waaraan bewoners van wijken en
buurten met veel enthousiasme hebben deelgenomen. Heel recent nog werd in 2007 de mozaiëkbank
’De Heren van Voorne’ onthuld, een cultuurproject waaraan kinderen en ouders uit de Ravense Hoek
een bijdrage hebben geleverd. Door de hele stad heen zijn inmiddels dit soort mozaïekprojecten te
vinden en in alle gevallen werd er samengewerkt met de buurt of de wijk of de straat. Ook
muurschilderingen, zoals bij het fietstunneltje onder de A.I.-laan, zijn vaak een geslaagde vorm van
gemeenschapskunst geweest. Maar ook theater is in onze stad een uitingsvorm van
gemeenschapskunst met een rijke traditie. Denk bijvoorbeeld aan de opera ‘De Vrijheid, de Woede en
het Water’ over het leven en werken van Jan Blanken. Ruim honderd Hellevoetse amateurkunstenaars
brachten het spektakel met zang, dans en toneel tot leven in het Droogdok tijdens een viertal
openluchtvoorstellingen. Uitgevoerd door het Hellevoets Openlucht Theater in 2001. Die aanpak heeft
in 1995 ook gezorgd voor de uitvoering door Hellevoeters van het danstheater ‘IJstijd’ of het
danstheater ‘Emotions’ bij het Bomvrij Hospitaal. En nog wat langer geleden was er het Klank- en
Lichtspel, een imposant tableau vivant als een rijk uitgedost kostuumstuk door en voor Hellevoeters in
het William en Mary-jaar 1988 (driehonderd jaar na de grote overtocht van Willem III naar Engeland).
Wij zien in de toekomst meer mogelijkheden voor cultuurprojecten waarbij de actieve participatie van de
inwoners van Hellevoetsluis vooropstaat.
Bij de foto: gemeenschapskunst uit 1988. Het Klank- en Lichtspel over de ‘Glorieuze Overtocht’ van Willem III in
het feestelijke William en Mary-jaar. Honderden Hellevoeters waren maanden bezig met de repetities en
voorbereidingen. Iedereen deed mee.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 43
Beleidsvoornemen 6
Gemeenschapskunst is een vorm van cultuurparticipatie die wij willen stimuleren. Voor de realisatie van
tenminste twee cultuurprojecten per jaar waarbij de bevolking van Hellevoetsluis intensief wordt
betrokken (zowel in de organisatie en uitvoering als bij het publieksdeel) stellen wij jaarlijks €
30.000,00 euro beschikbaar. Dat is tenminste € 15.000,00 per project. De projectmiddelen kunnen
worden gecombineerd met andere projecten of initiatieven.
8.7. Hellevoetsluis en Brielle
De gemeenten Hellevoetsluis en Brielle hebben in het verleden bij verschillende cultuurprojecten nauw
samengewerkt. Met ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’ deden Hellevoetsluis en Brielle van 2001 tot 2004 drie
jaar lang op grootschalige wijze mee met het provinciale Actieprogramma Cultuurbereik. Jaarlijks
werden tientallen cultuurprojecten gerealiseerd door de destijds speciaal in het leven geroepen
projectbank Cultuurbereik. Talloze cultuurinstellingen in Brielle en Hellevoetsluis evenals vele
enthousiaste vrijwilligers zetten zich gedurende drie jaar keihard in voor goed gevuld, eigentijds
actieprogramma.
Bij de afbeelding: het logo van V*E*T was de aardappel als ambassadeur van Voorne en als beeldmerk van
volkscultuur. Hellevoetsluis en Brielle waren de tijd vooruit in 2001, als we bedenken dat volkscultuur vanaf 2009
één van de topthema’s van het landelijke Programmafonds Cultuurparticipatie is.
Het is nog niet geheel duidelijk hoe de subsidies voor cultuurparticipatie in de regio vanaf 2009 verdeeld
zullen worden. De provincie Zuid-Holland wil de gelden via de Regionale Agenda’s Samenleving (RAS)
verdelen. De Stadsregio heeft onlangs die taak niet aanvaard en aan de provincie teruggegeven. Hoe
dan ook, gemeenten op Voorne-Putten en Rozenburg zullen moeten samenwerken voor de nieuwe
subsidiegelden. Van verschillende kanten is al geopperd om het thema ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’
nieuw leven in te blazen. Nu in de komende planperiode van het Programmafonds Cultuurparticipatie
volkscultuur, amateurkunst en cultuureducatie de speerpunten voor cultuurprojecten gaan vormen,
lijken de aanknopingspunten in ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’ als op maat gesneden. Brielle en
Hellevoetsluis zouden een RAS-project kunnen formuleren en indienen, waarvan het doel is om het
cultuurthema ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’ te ontwikkelen voor alle gemeenten in de regio. Rozenburg
heeft ook al belangstelling getoond voor participatie. Het RAS-project zou dan in 2009 moeten fungeren
als ‘kwartiermaker’ voor ‘V*E*T Voorne’s Eigen Tijd’ in de jaren daarna.
Voor de participatie in projecten die door het programmafonds Cultuurparticipatie worden gesubsidieerd
dienen gemeenten zelf 0,79 eurocent per inwoner aan nieuw geld op de cultuurbegroting te realiseren.
Voor Hellevoetsluis betekent dat een bijdrage van 31.600,00 euro. Hierin wordt reeds voorzien bij de
omschrijving van Beleidsvoornemen 6 (‘voor de realisatie van tenminste twee cultuurprojecten per jaar
waarbij de bevolking van Hellevoetsluis intensief wordt betrokken (zowel in de organisatie en uitvoering
als bij het publieksdeel) stellen wij jaarlijks 30.000,00 euro beschikbaar. Dat is 15.000,00 per project. De
projectmiddelen kunnen worden gecombineerd met andere projecten of initiatieven’).
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 44
Beleidsvoornemen 7
Cultuurparticipatie, amateurkunst en volkscultuur (de drie pijlers van het landelijke Fonds
Cultuurparticipatie) passen goed in ons nieuwe cultuurbeleid. Wij willen regionale samenwerking
onderzoeken, geschoeid op de leest van de eerdere, succesvolle V*E*T-projecten. We zijn voornemens
een aanvraag in te dienen voor een ‘kwartiermaker’ die in 2009 de samenwerkingsbereidheid van de
gemeenten op Voorne moet gaan onderzoeken en een regiovisie op cultuurparticipatie moet gaan
formuleren. Het is ons streven in de komende jaren tenminste € 30.000,00 extra aan provinciale
subsidiebijdragen te verwerven voor de uitbouw van onze (regionale) cultuurprojecten.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 45
9.
IMPULS CULTUURPARTICIPATIE
9.1. Interactieve participatie
Bij de totstandkoming van deze nota is intensief samengewerkt met enkele grotere culturele
instellingen. Zij hadden zitting in de Denktank Cultuurnota en speelden onder andere het spel ‘Bouw je
Eigen Cultuurstad’. De inzichten en bijdragen die deze vorm van interactieve participatie heeft
opgeleverd, zijn overal in de nota terug te vinden. Daarnaast is er ook een openbare debatavond
georganiseerd. De hoofdpunten van die debatavond (het verslag is als bijlage toegevoegd) zijn
eveneens verwerkt in de conclusies en beleidsaanbevelingen die in deze nota worden gepresenteerd.
9.2. Meer meedoen
In de voorgaande hoofdstukken tekent zich steeds duidelijker af dat er behoefte is aan een impuls op
het gebied van de (actieve en passieve) cultuurparticipatie. Die behoefte wordt ook duidelijk verwoord
door de Denktank Cultuurnota en kwam naar voren in het spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ en de
openbare debatavond die daarop volgde. De huidige vormen van (deels projectmatige) samenwerking
tussen de culturele instellingen voldoen in de praktijk niet echt. Instellingen hebben het al moeilijk om
de dagelijkse werkdruk op een goede wijze vorm te geven, laat staan dat er budgettair ruimte is om
binnen de organisatie mensen ‘vrij’ te maken voor de ontwikkeling en organisatie van extra
cultuurprojecten. Die organisatiegraad van de samenwerkingsvormen van dit moment is schematisch
als volgt voor te stellen:
Wanneer wij het motto van deze Cultuurnota (‘verjongen, verbreden, vernieuwen en versterken’)
zouden willen toepassen op de bestaande culturele infrastructuur, in de overtuiging dat er bij de
cultuurinstellingen voldoende animo is om de versterking van de cultuurparticipatie verder vorm te
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 46
Bij het schema: een schematische weergave van een nieuwe wijze van werken ter verbetering van de
cultuurparticipatie en –educatie. Versterking van de organisatiekracht van de cultuursector.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 47
geven, dan moeten er wel enkele belangrijke randvoorwaarden worden gerealiseerd. Het bedenken van
leuke cultuurprojecten is onvoldoende, er zal beleid, structuur en organisatiekracht noodzakelijk zijn.
9.3. Projectgericht werken
De professionele cultuurinstellingen in de stad stellen zich op het standpunt dat het optuigen van een
zelfstandige projectorganisatie niet nodig is en zelfs averechts kan werken. Een zelfstandige
projectorganisatie zou heel gemakkelijk ‘over de hoofden’ van de cultuurinstellingen heen kunnen
organiseren. De grotere cultuurinstellingen hebben hier geen behoefte aan. Consensus is er over een
volgende werkvorm. Er dient een ‘cultuurmakelaar’ te komen, een beleidsvoorbereider en
beleidsuitvoerder die als een spil tussen de verschillende cultuurinstellingen en de hoofdafnemers kan
fungeren, maar ook iemand die terdege is ingewerkt in de kansen en beperkingen van
overheidsorganisaties, de gemeente in het bijzonder. Iemand die tussen de verschillende partijen staat,
een organisator is en met name de link met de gemeente en met het onderwijs (basisonderwijs én
voorgezet onderwijs) goed weet te leggen.
Naast een dergelijke professionele ondersteunende kracht zien de cultuurinstellingen ook graag een
voortzetting van de Denktank Cultuur. De Denktank Cultuur is het overlegpodium van de grotere
cultuurinstellingen met de gemeente en met het onderwijs. Het is tevens de plek waar de inhoudelijke
kwaliteit van culturele projecten kritisch kan worden bewaakt. Schematisch zou die nieuwe
projectmatige wijze van organisatie van de cultuurparticipatie er uitzien zoals weergegeven in de
illustratie op de vorige bladzijde.
9.4. Onafhankelijke kwaliteitsbewaking
De overheid wil niet ingrijpen in de kwaliteit en inhoud van culturele uitingen, maar hiertoe slechts de
voorwaarden scheppen. Het getuigt van goed bestuur hiervoor het deskundige advies van de
cultuursector in te winnen. Dat zou één van de permanente taken van de Denktank Cultuur kunnen zijn.
De Denktank komt zes maal per jaar bijeen met ambtelijke ondersteuning. Aanwezigen ontvangen een
vergoeding voor hun inspanningen. In de Denktank zijn alle professionele cultuurinstellingen
vertegenwoordigd. Ook de nieuwe Cultuurmakelaar heeft zitting in de Denktank Cultuur. Op toerbeurt
schuiven amateurkunstverenigingen en onderwijsinstellingen aan. In de Denktank Cultuur worden
culturele en educatieve programma’s en activiteiten ontwikkeld.
9.5. De projectvormen
Bij culturele en cultuureducatieprojecten denken wij aan:
1. Cultuureducatieve projecten voor het basisonderwijs;
2. Cultuureducatieve projecten voor het voortgezet onderwijs;
3. Cultuurprojecten met de inwoners van Hellevoetsluis (amateurkunst in relatie tot volkscultuur als
onderdeel van het Programmafonds Cultuurparticipatie);
4. Verbetering incidentele culturele evenementen (Cultuurfestival, Jongerenfestival,
Vestingevenementen, Open Monumentendag, MuseumNacht etc.);
5. Amateurkunstprojecten met een regionale uitstraling als onderdeel van het Programmafonds
Cultuurparticipatie.
De projecten krijgen vanuit de Denktank Cultuur een trekkende culturele instelling aangewezen. Die
culturele instelling verzorgd de subsidieaanvraag voor het cultuurproject en doet de overige
beleidsontwikkeling, de organisatie en de coördinatie samen met de Cultuurmakelaar. In de
subsidieaanvraag maakt de trekkende instelling ruimte voor de organisatie en coördinatie van het
cultuurproject. De ambtelijke ondersteuning gedurende zes bijeenkomsten per jaar én de nieuwe rol
van de Cultuurmakelaar maken het mogelijk snel in te spelen op subsidiemogelijkheden vanuit
verschillende invalshoeken.
Beleidsvoornemen 8
Met de impulsen op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie willen we de projectmatige
vormen van samenwerking tussen alle culturele instellingen bevorderen en verbeteren. Het doel: meer
én betere projecten op het gebied van de amateurkunst en de volkscultuur en versterking van de
cultuureducatie in het onderwijs. De nieuwe Denktank Cultuur willen wij ook blijvend kunnen raadplegen
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 48
als het gaat om de vakinhoudelijke en kwalitatieve verbetering van ons cultuurbeleid. We reserveren
voor het bestaan van de Denktank een jaarlijkse kostenpost van € 3.500,00.
Beleidsvoornemen 9
We willen een Cultuurmakelaar aanstellen. We reserveren voor deze centrale beleidsfunctie Cultuur
een bijdrage van € 45.000,00. De Cultuurmakelaar krijgt een initiërende, bemiddelende en
regisserende taak ten dienste van de ontwikkeling van alle eerder genoemde impulsen op cultureel
gebied, met name de uitbouw van de lokale cultuurparticipatie en -educatie, alsmede de projecten in
het kader van het nieuwe Fonds Cultuurparticipatie. De functie ondersteunt ook de nieuwe taken van de
Denktank Cultuur waarin alle culturele instellingen nauw gaan samenwerken.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 49
Bij de foto: Beeldende kunst in de openbare ruimte. Hellevoetsluis kent heel veel opvallende kunstwerken die de
openbare ruimte sieren. Hier een detail van het zeealgje-met-hechtvoet ‘Pseudopalmata’, een kunstwerk bij de
Brielse Poort gemaakt door beeldend kunstenaar Jerome Symons.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 50
10. CULTURELE IDENTITEIT EN VISIE
1 0 . 1. I n z e t t e n o p c u l t u r e l e i d e n t i t e i t
Een eigen visie op cultuur begint natuurlijk met een eigen culturele identiteit. De verhechting van
Hellevoetsluis is in de afgelopen jaren enorm verbeterd, voor een deel dankzij de wijze waarop de
cultuurhistorische identiteit is uitgedragen. We zijn een zelfbewuste stad geworden met enkele
landelijke cultuurparels, zoals het Droogdok, de cultuurhistorische vesting en het Brandweermuseum.
Ook ons Kunstencentrum mag er wezen en vormt inmiddels een bruisend cultureel hart in de vesting.
Meer en meer draagt de stad het rijke verhaal van het verleden met succes uit. Rijksmonumenten
worden gerestaureerd en krijgen nieuwe culturele gebruiksfuncties, de cultuurhistorische
bewegwijzering in en om de vesting wordt gemoderniseerd en burgers en bezoekers kunnen in
verschillende talen kennisnemen van ons cultuurhistorisch erfgoed.
Bij de uitwerking van het beleid voorziet de gemeente voor zichzelf een viertal rollen in het lokale
cultuurbeleid met de volgende kenmerken:
• Luisterend oor - de gemeente onderzoekt en weet wat er leeft onder de cultuurliefhebbers in de
stad;
• Enthousiasmerende rol - de gemeente geeft (mede) inspirerend vorm aan vernieuwende
cultuurinitiatieven;
• Regierol - de gemeente voert actief de regie, maar voert niet zelf uit. Als makelaar/regisseur slaagt
de gemeente erin de drempel tussen bestuur en cultuurinstellingen te verlagen;
• Voorwaardenscheppende rol - de gemeente schept randvoorwaarden (met name in financiële zin)
voor een divers aantal culturele basisvoorzieningen.
1 0 . 2. B e l e i d s v i s i e o p d e t o e k o m s t
Cultuur is een topprioriteit voor dit college. Meedoen met cultuur wordt op allerlei manieren bevorderd.
We willen het publieksbereik van de culturele instellingen in de stad vergroten. We willen ook de
kwetsbaarheid van de culturele infrastructuur verminderen door aandacht te schenken aan de
praktische noden van de culturele instellingen. Verder kijken we ook naar nieuwe mogelijkheden voor
cultuur, bijvoorbeeld in de onderlinge samenwerking van culturele instellingen met verenigingen voor
amateurkunst en met burgers bijvoorbeeld in de wijken en buurten van Hellevoetsluis. We zullen ons
richten op de verbreding van mogelijkheden tot cultuurparticipatie in schoolverband en we willen
opnieuw onderzoeken wat het provinciale Actieprogramma Cultuurbereik onze stad en buurgemeenten
te bieden kan hebben. In meerjarenperspectief zullen we de noodzakelijke investeringen en de
financiële impulsen schetsen die een bloeiend cultureel leven naar ons oordeel mogelijk maken. We
doen dat vanuit een beleidsvisie die als volgt geformuleerd kan worden:
‘De gemeente Hellevoetsluis ziet cultuur- en kunstuitingen als belangrijke bijdragen aan de stedelijke
identiteit, de ontwikkeling en het welbevinden van de inwoners van de stad. Cultuur is interessant en
uitdagend, het prikkelt en nodigt uit tot ontmoeting en uitwisseling. Meedoen met allerlei uitingsvormen
van kunst en cultuur is belangrijk en de gemeente Hellevoetsluis wil daar de voorwaarden voor
scheppen en waarborgen’.
1 0 . 3. D e v i e r v ’ s
De blijvende verankering van het begrip ‘lokale culturele identiteit’ is gebaat met een viertal duidelijke
facetten: verbreding, verjonging, vernieuwing en versterking. In deze vier v’s komen alle rollen van de
gemeente optimaal tot uitdrukking. Het beoogde resultaat moet een financieel gezond, rijk en bloeiend
cultureel leven zijn, met bewuste aandacht voor die vier facetten:
• Verbreding: cultuur is breed bekend en in principe voor iedereen in grote mate bereikbaar.
Iedereen doet mee!;
• Verjonging: wil de jeugd in staat zijn later actief en passief aan cultuur deel te nemen, dan zal
daarvoor al vroeg een stimulerende basis moeten worden gevormd. Jeugd doet mee!;
• Vernieuwing: cultuur is dynamisch en veranderlijk. De gemeente zal daarbij sturen op nieuwe en
vernieuwende initiatieven terwijl de instandhouding van het bestaande voorzieningenniveau niet
wordt verwaarloosd;
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 51
•
Versterking: samenwerking tussen culturele instellingen en verenigingen en scholen voor basis en
voorgezet onderwijs leidt tot culturele meerwaarde. Alle instellingen doen mee! Het vergroot ook
het draagvlak voor cultuur onder de inwoners van de stad. De gemeente heeft hier een duidelijk
'stimulerende' taak.
In de volgende paragrafen werken we alle beleidsvoornemens rond deze vier impulsen nader uit.
1 0 . 4. D e V v a n V e r b r e d i n g
Cultuur moet breed bekend zijn en in principe voor iedereen in grote mate bereikbaar. Iedereen doet
mee!
Beleidsvoornemen 1
Vanaf 2009 zorgen we voor uitwerking van het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 20092019 waarin de ondermeer de accommodatiewensen van de grotere culturele instellingen in
samenhang met de vraag naar oefenruimten en podia uit de sector amateurkunst worden bezien.
Concreet zijn dat: de accommodatiewensen en ambities van Theater Twee Hondjes (zaalcapaciteit en
functionaliteit), Jeugdtheaterschool, Muziekschool, Kunstuitleen, Bibliotheek, Volksuniversiteit,
Droogdok, Brandweermuseum, Bezoekerscentrum, Lichtschip, Korenmolen en Oudheidkamer .
Beleidsvoornemen 2
Meedoen met cultuur – actieve cultuurparticipatie – is een topprioriteit voor ons. De amateuristische
kunstbeoefening in onze stad vormt een goede basis voor deze vorm van actieve kunstbeoefening. Wij
willen het cultureel verenigingsleven blijvend ondersteunen en staan open voor gemotiveerde
subsidieaanvragen van deze verenigingen waarin de ledengroei een duidelijke impuls krijgt. Ook
betrekken we de wensen van de sector amateurkunst voor goede en goedkope oefenruimtes en
geschikte podia in het Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019.
1 0 . 5. D e V v a n V e r j o n g i n g
Wil de jeugd in staat zijn later actief en passief aan cultuur deel te nemen, dan zal daarvoor al vroeg
een stimulerende basis moeten worden gevormd. Jeugd doet mee!
Beleidsvoornemen 3
Wij willen de cultuureducatie in het primair onderwijs verder versterken. Bovenop de rijksbijdrage van
10,90 euro per leerling per jaar stellen wij een gemeentelijk subsidiebijdrage van 2,50 euro per leerling
per jaar beschikbaar. De middelen zijn deels inzetbaar voor de nieuw op te richten werkgroep
cultuureducatie primair onderwijs. Daar is grote behoefte aan. Voor het overige komen de
subsidiemiddelen ten goede aan de programmavorming cultuureducatie. De maatregel bedraagt 3.626
x 2,5 = 9.065,00 euro (leerlingen BO volgens de oktobertelling 2006).
Beleidsvoornemen 4
Wij willen de cultuureducatie in het voortgezet onderwijs verder versterken. We stellen jaarlijks €
10,000,00 beschikbaar voor de ontwikkeling van cultuureducatieve trajecten en activiteiten waarin de
lokale cultuurhistorie van de stad vooropstaat. In 2009 ronden we met de convenantpartners het
regioproject Cultuurbemiddelaar af. Afhankelijk van de evaluatie en verslaglegging van vier jaar
cultuurbemiddelaar zullen we besluiten nemen over de wijze waarop wij de cultuureducatie in het
onderwijs verder willen ondersteunen.
Beleidsvoornemen 5
Samen met het Jongerenwerk van SWS gaan wij Cultvouchers beschikbaar stellen. Het zijn
minisubsidies tot maximaal € 500,00 voor initiatieven van jongeren op het gebied van de jeugdcultuur.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 52
Met een minimum aan ambtelijke regels kunnen jongeren een maximum aan resultaat bereiken door de
snelle inzet van de Cultvoucher ter ondersteuning van hun eigen culturele initiatieven en projecten.
1 0 . 6. D e V v a n V e r n i e u w i n g
Cultuur is dynamisch en veranderlijk. De gemeente zal daarbij sturen op nieuwe en vernieuwende
initiatieven terwijl de instandhouding van het bestaande voorzieningenniveau niet wordt verwaarloosd.
Beleidsvoornemen 6
Gemeenschapskunst is een vorm van cultuurparticipatie die wij willen stimuleren. Voor de realisatie van
tenminste twee cultuurprojecten per jaar waarbij de bevolking van Hellevoetsluis intensief wordt
betrokken (zowel in de organisatie en uitvoering als bij het publieksdeel) stellen wij jaarlijks €
30.000,00 euro beschikbaar. Dat is tenminste € 15.000,00 per project. De projectmiddelen kunnen
worden gecombineerd met andere projecten of initiatieven.
Beleidsvoornemen 7
Cultuurparticipatie, amateurkunst en volkscultuur (de drie pijlers van het landelijke Fonds
Cultuurparticipatie) passen goed in ons nieuwe cultuurbeleid. Wij willen regionale samenwerking
onderzoeken, geschoeid op de leest van de eerdere, succesvolle V*E*T-projecten. We zijn voornemens
een aanvraag in te dienen voor een ‘kwartiermaker’ die in 2009 de samenwerkingsbereidheid van de
gemeenten op Voorne moet gaan onderzoeken en een regiovisie op cultuurparticipatie moet gaan
formuleren. Het is ons streven in de komende jaren tenminste € 30.000,00 extra aan provinciale
subsidiebijdragen te verwerven voor de uitbouw van onze (regionale) cultuurprojecten.
1 0 . 7. D e V v a n V e r s t e r k i n g
Samenwerking tussen culturele instellingen en verenigingen en scholen voor basis en voorgezet
onderwijs leidt tot culturele meerwaarde. Alle instellingen doen mee! Het vergroot ook het draagvlak
voor cultuur onder de inwoners van de stad. De gemeente heeft hier een duidelijk stimulerende,
voorwaardenscheppende en regisserende taak.
Beleidsvoornemen 8
Met de impulsen op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie willen we de projectmatige
vormen van samenwerking tussen alle culturele instellingen bevorderen en verbeteren. Het doel: meer
én betere projecten op het gebied van de amateurkunst en de volkscultuur en versterking van de
cultuureducatie in het onderwijs. De nieuwe Denktank Cultuur willen wij ook blijvend kunnen raadplegen
als het gaat om de vakinhoudelijke en kwalitatieve verbetering van ons cultuurbeleid. We reserveren
voor het bestaan van de Denktank een jaarlijkse kostenpost van € 3.500,00.
Beleidsvoornemen 9
We willen een Cultuurmakelaar aanstellen. We reserveren voor deze centrale beleidsfunctie Cultuur
een bijdrage van € 45.000,00. De Cultuurmakelaar krijgt een initiërende, bemiddelende en
regisserende taak ten dienste van de ontwikkeling van alle eerder genoemde impulsen op cultureel
gebied, met name de uitbouw van de lokale cultuurparticipatie en -educatie, alsmede de projecten in
het kader van het nieuwe Fonds Cultuurparticipatie. De functie ondersteunt ook de nieuwe taken van de
Denktank Cultuur waarin alle culturele instellingen nauw gaan samenwerken.
Beleidsvoornemen 10
Er is blijvende aandacht voor de praktische noden van de kernvoorzieningen en de voorzieningen voor
amateurkunst. We stellen een subsidiebijdrage van € 20.000,00 beschikbaar voor de collectieve
aanpak van bereikbaarheidsproblemen, secretariële en administratieve ondersteuning van alle culturele
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 53
instellingen in het Kunstencentrum, alsmede de musea en het Bezoekerscentrum in de vesting. Met de
instellingen samen bepalen we hoe deze collectieve dienst kan worden uitgebouwd. Een eigen bijdrage
van de instellingen is daarbij noodzakelijk.
1 0 . 8. B u d g e t t a i r e k a d e r s
De voorgestelde financiële consequenties zijn in het volgende overzicht nader uitgewerkt:
FINANCIËLE UITWERKING TIEN BELEIDSVOORNEMENS CULTUUR
VERBREDINGSIMPULS
Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019
Versterking sector Amateurkunst
subsidie
nieuw geld
pm
pm
VERJONGINGSSIMPULS
Lokale cultuureducatie en Kunstmenu in het B.O.;
Cultuurbemiddelaar V.O. (tot medio 2009)
Ontwikkelen van lokale cultuureducatie V.O. en B.O.
Cultvouchers Jeugdcultuur (SWS)
subsidie
9.000,00
4.500,00
10.000,00
nieuw geld
9.000,00
23.500,00
VERNIEUWINGSIMPULS
Uitbouw CultuurFestival & de Open Monumentendag;
Twee cultuurprojecten/amateurkunst/burgers
Ontwikkelen Cultuurprogramma (RAS Cultuurparticipatie);
VERSTERKINGSIMPULS
Cultuurmakelaar: beleidsregisseur culturele samenwerking
Denktank Cultuur (6 bijeenkomsten, onkostenbudget)
Administratieve ondersteuning instellingen Kunstencentrum e.o.
Eigen bijdragen cultuurinstellingen
totaal
subsidie
6.500,00
30.000,00
30.000,00
66.500,00
nieuw geld
subsidie
45.000,00
3.500,00
20.000,00
15.000,00
83.500,00
nieuw geld
45.000,00
3.500,00
20.000,00
173.500,00
117.500,00
Samenvatting:
Uitvoeringsprogramma Cultuuraccommodatie 2009-2019
Cultvouchers Jeugdcultuur
Bestaand geld
Nieuw geld
Eigen bijdragen cultuurinstellingen
Subsidiemiddelen RAS (Cultuurparticipatie)
B.O. = Basisonderwijs
V.O. = Voortgezet Onderwijs
RAS = Regionale Agenda Samenleving
10.000,00
pm
19.000,00
pm
pm
11.000,00
117.500,00
15.000,00
30.000,00
173.500,00
30.000,00
30.000,00
68.500,00
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 54
11. BIJLAGEN
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 55
Bijlage 1 PARTICIPATIE EN PLANNING
Voor een goede realisatie van deze Cultuurnota werden enkele belangrijke aanvullende voorwaarden in
acht genomen.
Partners
(Maatschappelijke) partners die bij de uitwerking van Cultuurnota betrokken zijn, waren zijn o.a:
• Theater Twee Hondjes
• Stichting Museum Platform Hellevoetsluis
• Muziekschool de Toon
• Jeugdtheaterschool Hofplein
• Stichting Beeldende Kunst – Kunstuitleen
• Omroep Voorne
• Bibliotheek, Zuid-Hollandse Delta
• Volksuniversiteit
• Verenigingen amateurkunst
• Stichting Kinderkunstklassen
• Scholen Basisonderwijs
• Scholen Voortgezet Onderwijs
• Cultureel bemiddelaar Voorne-Putten en Rozenburg
• Stichting Welzijn Schiedam (SWS)
• Stichting PUSH
• Regiogemeenten
• Provincie Zuid-Holland
• Kunstgebouw
• Erfgoedhuis
Interactieve participatie
Zowel bij de beleidsvorming als bij de uitvoering van het beleid is gestreefd naar een zo groot mogelijke
participatie van de cultuurmakers en de cultuurgebruikers. Een vernieuwende en interactieve
participatie van alle belanghebbenden en doelgroepen is uitgewerkt door het bureau Buys Culturele
Profielen. Het bureau kent Hellevoetsluis goed en heeft in het verleden op verschillende momenten
bijgedragen aan inzicht in en beleidsontwikkeling op het terrein van de cultuur, onder andere bij de
totstandkoming van het Kunstcentrum ‘De Nieuwe Veste’.
Bij de cultuurnota in 2000 vervaardigde Buys Culturele Profielen het cultureel profiel van de stad. In het
vervolg daarop is het bureau gevraagd ook in 2008 een nieuwe, cijfermatige meting van de
producten/prestaties, personeelsformatie, de financiële jaarcijfers en diverse kengetallen van de grotere
culturele instellingen te verzorgen. Ook de cultuurbegroting 2007 werd daarbij tegen het licht gehouden
en de resultaten werden vergeleken met de meting uit 2000.
Bouw je eigen Cultuurstad
Buys Culturele Profielen heeft daarnaast een tweetal interactieve bijeenkomsten georganiseerd. De
werkavond rond het kaartspel ‘Bouw je eigen Cultuurstad’, ontwikkeld door het bureau. Hiermee
hebben cultuurmakers uit het veld op een gemotiveerde wijze het cultureel profiel van de stad
samengesteld en de eigen keuzes verdedigd. Daarna werd een Debatavond met de cultuurgebruikers
georganiseerd, ondermeer op basis van de uitkomsten van het kaartspel ‘Bouw je eigen Cultuurstad’.
Denktank Cultuur
Naast de hierboven beschreven, meer geanimeerde vormen van participatie is een ‘Denktank
Cultuurnota’ in het leven geroepen. De Denktank Cultuurnota is samengesteld uit enkele
vertegenwoordigers (opinieleiders) van culturele instellingen in de stad. De Denktank Cultuurnota heeft
een zelfstandige rol in de totstandkoming van de Cultuurnota en wordt bij drie gelegenheden gevraagd
een bijdrage te leveren.
1. Een eerste reflectie met een visitekaartje na de vaststelling van de startnotitie;
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 56
2. Een tweede inhoudelijke bijeenkomst na de werkavond ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ uitmondend in
een meer uitgewerkte conceptversie van de Cultuurnota.
3. Een derde en laatste bijeenkomst na de Debatavond waarin de Denktank Cultuurnota een
slotreactie geeft op de concept-Cultuurnota.
In de Denktank Cultuurnota hadden de volgende culturele instellingen zitting:
1. St. Muziekschool De Toon;
2. St. Theater Twee Hondjes;
3. St. Museumplatform Hellevoetsluis;
4. St. Kunstuitleen ZHE;
5. De Cultuurbemiddelaar;
6. Bibliotheek ZHE;
7. St. Volksuniversiteit Hellevoetsluis.
De verslagen van de bijeenkomsten van de Denktank Cultuurnota zijn als bijlagen bij deze nota
gevoegd.
Procedure en planning
Moment
1e bijeenkomst Denktank Cultuurnota
Jaarrekeningen 2007 cultuurinstellingen naar BCP
Werkavond ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ BCP
Debatavond Cultuurnota BCP
Verwerking Cultureel profiel 2000-2007 BCP
2e bijeenkomst Denktank Cultuurnota
Uitwerken alle input en afmaken concept
Concept naar vergadering Adviesraad Welzijn
3e bijeenkomst Denktank Cultuurnota
College B&W vaststelling nota
Commissie ZWO
Inspraak en ter visielegging drie weken vanaf
Nota en inspraakreacties terug in B&W (een week later dan de oorspronkelijke planning)
datum
06-mei
20-mei
1e week juni
3e week juni
4e week juni
4e week juni
juni/juli
14-jul
3e week juli
12-aug
04-sep
13-aug
16-sep
Met nagekomen raadsvoorstel naar de commissie ZWO
02-okt
Raad
16-okt
Financiële consequenties meenemen bij de Begroting 2009 (concept-optie aanleveren in
juni), eventueel de Voorjaarsnota 2009 (deels) en de begroting 2010.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 57
Bijlage 2
BIJDRAGEN DENKTANK CULTUURNOTA
1e Bijeenkomst Denktank Cultuurnota dinsdag 6 mei 2008
Aanwezig:
St. Museumplatform Hellevoetsluis
St. Theater Twee Hondjes
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta
St. Kunstuitleen ZHE
St. Volksuniversiteit
Buys Culturele Profielen
Beleidsmedewerker Samenlevingzaken
Mw. Mieke Bakker-Mantjes
Dhr. Hans Webbers
Mw. Ineke Zonneveld
Mw. Nathaly van der Wielen
Dhr. Harm Gruis
Dhr. Loek Buys
Dhr. Taco Meeuwsen
Afwezig met kennisgeving:
Cultuurbemiddelaar
St. Theater Twee Hondjes
Beleidsmedewerker Cultuur
Dhr. Peter Oole
Dhr. Johan Veenstra
Mw. Veronique Stern
Afwezig zonder kennisgeving:
St. Muziekschool de Toon
Opening
De bijeenkomst wordt geopend. Iedereen stelt zichzelf kort voor. Van Muziekschool de Toon is nog
geen enkele reactie ontvangen. Dhr. Webbers vervangt dhr. Veenstra die herstellende is en graag wil
aansluiten zodra zijn gezondheid dat toelaat. Dhr. Oole herstelt eveneens van een ingreep en heeft
toegezegd de informatie te blijven volgen.
Dhr. Buys legt uit wat Buys Culturele Profielen gevraagd is te betekenen bij de totstandkoming van de
nieuwe cultuurnota.
1. Het organiseren van het spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ met vertegenwoordigers van
cultuurinstellingen uit Hellevoetsluis.
2. Het organiseren van een theatrale Debatavond voor alle cultuur-belangstellenden.
3. Het opstellen van een cijfermatige vergelijking van het cultuurveld van nu in vergelijking met 10 jaar
geleden.
Alles is er op gericht om de participatie van het cultuurveld bij de totstandkoming van de nota volop een
kans te geven. De beleidsnota zal meer vraaggericht en minder aanbodsgericht moeten worden. De
denktank is vooral bedoeld als een klankbord van de groep van culturele opinieleiders in de stad.
(Aanvulling door dhr. Webbers) Hierbij de kanttekening dat gewaakt moet worden voor een vervlakking.
De cultuurinstellingen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de culturele activiteiten. Een te sterk
vraaggericht beleid houdt het risico in dat het accent teveel wordt gelegd op ‘brood en spelen’.
Een terugblik
De denktank wordt gevraagd na te denken over het cultuurbeleid van de laatste acht à tien jaar. Zijn de
doelen uit de cultuurnota van 2001 gehaald? Is met name de participatiegraad van de inwoner van
Hellevoetsluis bij cultuuruitingen toegenomen? Is het voorts gelukt om de cultuurhistorische identiteit
van Hellevoetsluis een duidelijk eigen gezicht te geven? Wat worden de uitdagingen voor de komende
periode?
Over het algemeen geven de aanwezigen aan dat van een forse groei van het aantal
cultuurparticipanten sprake is. Met name het Kunstencentrum De Nieuwe Veste noteert op de
onderdelen kunstuitleen, theater, theaterschool en muziekschool een toename van bezoekers en
deelnemers die de aanvankelijke verwachtingen verre overtreft. De bibliotheek en de volksuniversiteit
geven aan dat groei wat minder onstuimig is geweest en dat valt ook te verwachten gezien de
teruglopende belangstelling voor het lezen (bibliotheek) en het plafond in het beschikbare
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 58
cursusaanbod (volksuniversiteit). Bij de Volksuniversiteit is de participatiegraad van burgers die
cursussen doen heel behoorlijk, deelt dhr. Gruis mede. Achthonderd cursisten op jaarbasis
vertegenwoordigen ongeveer 2 procent van de bevolking in de stad. De Rotterdamse Volksuniversiteit
doet dat niet na. Tegelijkertijd heeft de Hellevoetse Volksuniversiteit daarmee ook het maximaal aantal
deelnemers wel zo ongeveer bereikt.
De musea zagen de afgelopen jaren naar zeggen van mw. Bakker-Mantjes, de bezoekersaantallen niet
opvallend toenemen. Wel zijn er cultuurevenementen ontwikkeld die inmiddels op een vaste
bezoekersschare kunnen rekenen: Open Monumentendag, Cultureel Festival, MuseumNacht en
dergelijke. Ook de relatie met het onderwijs en de musea (cultuureducatie) is verder verstevigd.
Buys Culturele profielen constateert (met een afstandelijke blik) dat de culturele infrastructuur van
Hellevoetsluis in korte tijd een enorme groei en professionalisering heeft doorgemaakt.
Historisch gezicht
De vraag of het is gelukt de cultuurhistorische identiteit van Hellevoetsluis voldoende eigen gezicht te
geven wordt door de aanwezigen heel verschillend gedacht.
Mw. Bakker-Mantjes meent dat het museumbeleid (de nota de Parelketting in vergelijking met de
huidige ontwikkeling) ‘echt scheef loopt’. Er is in haar ogen beleid neergezet dat nooit goed werd
uitgevoerd. Andere aanwezigen zien echter wel duidelijke vorderingen op museaal-cultuurhistorisch
gebied:
• De restauratie van het Droogdok is voltooid;
• Het Bezoekerscentrum is gerealiseerd;
• Er zijn gezamenlijke, thematische activiteiten ontwikkeld;
• Er zijn vorderingen geboekt bij de restauratie van enkele moeilijke rijksmonumenten (Dubbele
Remise, Conincx’s Bolwerk, Kruithuisje)
• De georganiseerde vestingwandelingen zijn inhoudelijk veel beter geworden;
• Er wordt nu druk gewerkt aan de Museumboulevard (het Groote Dok Oost), als een sluitstuk in het
Herontwikkelingsplan Vesting.
Mw. Van der Wielen wijst verder op de ondernemingsgezindheid van het Museum Platform. Vooral de
laatste zes maanden is er een enorme versnelling in de bereidheid tot samenwerking zichtbaar. Er
wordt voorts opgemerkt dat museaal beleid een eigen evaluatietraject kent en een zelfstandige
beleidsontwikkeling (er verschijnen museale beleidsnota’s). Het hoort wel thuis bij het cultuurbeleid en
dus bij de Cultuurnota in de dop maar het dient niet de boventoon te voeren. Voor het
monumentenbeleid en het archeologiebeleid kan iets dergelijks worden opgemerkt.
Onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling
Alle aanwezigen zijn wel gezamenlijk van oordeel dat de netwerkontwikkeling, de onderlinge
samenwerking tussen culturele instellingen en het ontwikkelen van culturele evenementen, cultuureducatieve programma’s en activiteiten voor bijzondere doelgroepen (bijvoorbeeld toeristen of ouderen
of jongeren); dat al die aspecten van beleid te kampen hebben met een gebrek aan professionele
menskracht voor de coördinatie en een gebrek aan financiële ondersteuning bij de uitvoering.
Er wordt ondermeer gewezen op de drie succesvolle programmajaren cultuureducatie 2002-2004
‘V•E•T Voorne’s Eigen Tijd’ en het verlies van de Projectbank Cultuurbereik nadat dit onderdeel door de
gemeenten Hellevoetsluis en Brielle in 2005 werd wegbezuinigd. Veel netwerkkennis en
organisatietalent is daarmee verloren gegaan. De cultuurinstellingen hebben nu geen menskracht ‘over’
om zomaar projecten te organiseren.
Cultuurprojecten
Het college heeft aangekondigd jaarlijks tenminste twee culturele projecten te willen organiseren waarin
de bijdrage van burgers groot is. Er zijn echter voor de realisatie nog geen extra middelen beschikbaar
gesteld en de cultuurinstellingen zijn dan ook terughoudend in het leveren van een bijdrage. In dit
verband is ook nog onduidelijk of Hellevoetsluis op cultureel gebied nog gaat meedoen met de nieuwe
subsidiemogelijkheden vanaf 2009 die het Programmafonds Cultuurparticipatie van Minister Plasterk
biedt. De provincie Zuid-Holland heeft aangekondigd de subsidiemiddelen uit dit rijksfonds te matchen
met eigen subsidiemiddelen. Er wordt over gedacht deze gezamenlijke subsidiebron te verdelen via de
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 59
Regionale Agenda Samenleving. Voor Hellevoetsluis zou dit de Stadsregio Rijnmond zijn. Wat de
voorwaarden voor participatie zijn, is op dit moment nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat al in 2009
cultuur een belangrijk onderdeel van de Regionale Agenda Samenleving zal zijn. Hier liggen kansen,
vinden ook de aanwezigen, al is nog onvoldoende helder wat de verplichtingen zullen zijn en welke
subsidiemiddelen dit mogelijk moeten gaan maken.
Organisatiegraad en vrijwillige inzet
Mw. Zonneveld stelt uitdrukkelijk dat cultuurprojecten waarin de bibliotheek participeert bij voorkeur een
duidelijk verband moeten hebben met de kerntaken van de bieb. Anders wordt het onmogelijk om er
menskracht voor in te zetten. Dhr. Webbers wijst erop dat de laatste tien jaar de toenemende
individualisering en de drukke dagtaken van veel mensen hebben gezorgd voor een terugloop van het
aantal vrijwilligers. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de teruggang van het amateurtoneel. Tien jaar
geleden werden nog eenakterfestivals georganiseerd, waar zo’n twaalf groepen uit de regio aan
deelnamen, enkele jaren later is de evenement doodgebloed. Het aantal actieve toneelverenigingen in
Hellevoetsluis, daalde van vijf naar twee.
Overal is deze terugloop in het aantal actieve mensen merkbaar en veel extra zaken kunnen niet meer
georganiseerd worden omdat het aan vrijwillige inzet ontbreekt. Ook het ‘cultureel burgerschap’, dus
een actieve participatie van burgers in de stad aan allerlei vormen van cultuur, is hierdoor moeilijk te
organiseren. Burgers moeten overal aan meedoen tegenwoordig. Ze moeten actief worden in de wijken
en buurten, ze worden geacht actief te participeren op scholen en in verenigingen en nu moeten ze ook
actief meedoen met cultuur. Ergens houdt dit op. ‘Modale tweeverdieners met kinderen’ willen en
kunnen zich niet voor langere tijd binden aan een initiatief en zijn vaak ‘kort maar hevig’ bereid zich
ergens voor in te zetten. Dat betekent dat de organisatiestructuur, bijvoorbeeld de besturen van
stichtingen en verenigingen die voor langere tijd de kar moeten trekken, maar ook de musea die het van
trouwe vrijwilligers moeten hebben, al snel kampen met structurele onderbezetting.
Cultuur en onderwijs, cultuureducatie
Ondanks de wegbezuiniging van subsidiemiddelen voor cultuureducatie in 2005 en het wegvallen van
het Kunstenplan Basisonderwijs in datzelfde jaar, heeft de cultuureducatie in onderwijsverband in
Hellevoetsluis een eigen vlucht genomen.
Aan de rijksregeling ter versterking van de cultuureducatie in het primair onderwijs wordt in
Hellevoetsluis door 16 Basisscholen meegedaan. Dat is erg veel in vergelijking met de omliggende
gemeenten. Het programma dat deze scholen inkopen met het extra subsidiegeld wordt hoofdzakelijk
verzorgd door Kunstgebouw (Kunstmenu) en deels door de Projectbank Hellevoetsluis (onder andere
met het recente project ‘Schatgraven in het Dok’).
Kunstgebouw maakt momenteel afspraken met Onderwijsgroep PRIMOvpr, de stichting voor openbaar
primair onderwijs op Voorne Putten en Rozenburg met 23 basisscholen, 2 scholen voor speciaal
basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs. Het is de bedoeling het Kunstmenu over al deze
scholen uit te rollen.
In het Voorgezet Onderwijs zijn inmiddels behoorlijk wat cultuureducatieve programma’s ontwikkeld in
het kader van de CKV-vakken. Een deel van die programma’s maakt gebruik van het museale aanbod
en van wat het ‘lokale cultuuraanbod’ of de ‘lokale culturele identiteit’ wordt genoemd.
Met Kunstgebouw zal worden gekeken naar de participatiegraad van het onderwijs en of hierin
verbeteringen mogelijk en wenselijk zijn. Als cultuurbemiddelaar zou dhr. Oole een bijdrage aan dit deel
van het cultuurbeleid en de meningsvorming kunnen leveren.
Afronding
De aanwezigen worden gevraagd suggesties te doen voor instellingen die een rol kunnen spelen bij het
spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’.
Iedereen wordt tevens verzocht na te denken over het besprokene en via de e-mail te reageren als er
nog aanvullingen en invallen zijn. De Denktank komt slechts drie keer bijeen dus het is wenselijk om
ook tussentijds te reageren.
Mailen kan naar: [email protected]
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 60
Bijgesloten worden de reacties die inmiddels via de mail ontvangen zijn (3) en een gewijzigde planning
van alle participatie- en beslismomenten rond de totstandkoming van de Cultuurnota. In de 4e week van
juni is daarbij ruimte voor een tweede bijeenkomst van de denktank. Voorgesteld wordt om op
donderdag 26 juni bijeen te komen. De uitnodiging wordt nog verzonden.
2e Bijeenkomst Denktank Cultuurnota donderdag 26 juni 2008
Aanwezig:
Cultuurbemiddelaar
St. Museumplatform Hellevoetsluis
St. Theater Twee Hondjes
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta
St. Kunstuitleen ZHE
St. Muziekschool de Toon
Beleidsmedewerker Samenlevingzaken
Beleidsmedewerker Cultuur
Dhr. Peter Oole
Mw. Mieke Bakker-Mantjes
Dhr. Edwin van der Geest
Mw. Ineke Zonneveld
Mw. Nathaly van der Wielen
Dhr. Jan-Remmert Fröling
Dhr. Taco Meeuwsen
Mw. Veronique Stern
Afwezig met kennisgeving:
St. Theater Twee Hondjes
Buys Culturele Profielen
St. Volksuniversiteit
Dhr. Johan Veenstra
Dhr. Loek Buys
Dhr. Harm Gruis
Afwezig zonder kennisgeving:
Opening
De bijeenkomst wordt geopend. Iedereen stelt zichzelf kort voor. De Muziekschool heeft om
onduidelijke redenen de eerdere uitnodigingen en stukken niet ontvangen. Dat is inmiddels
gecorrigeerd. Dhr. Fröling (bestuur de Toon) is voor de eerste maal aanwezig en zegt toe er in het
vervolg te zullen zijn. Dhr. Van der Geest (bestuur theater Twee Hondjes) vervangt dhr. Veenstra die
herstellende is en graag wil aansluiten zodra zijn gezondheid dat toelaat.
De denktank Cultuurnota is vooral bedoeld als een klankbord van de groep van culturele opinieleiders
in de stad. Ter vergadering wordt een nieuwe conceptversie van de Cultuurnota uitgedeeld. Op de
agenda staat:
1. Bespreking verslag vorige bijeenkomst;
2. Bespreking indrukken spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’;
3. Discussie en meningsvorming inzake projectgericht werken;
4. Rondvraag en sluiting.
Verslag bijeenkomst 6 mei
Er zijn geen concrete aanvullingen op het verslag. Wel wordt er gevraagd of de financiële vergelijking
2000-2007 die door Buys Culturele Profielen gemaakt zou worden al gereed is. Dhr. Meeuwsen zegt
dat deze is aangekondigd voor 1 juli a.s..
[Inmiddels is duidelijk dat er cijfers en prestatie-eisen ontbreken in de bij Buys aangeleverde stukken.
De oplevering van de analyse is daarmee met een week verlaat]. Afgesproken wordt dat de leden van
de Dentank het stuk zo spoedig mogelijk krijgen evenals de meest recente versie van de Cultuurnota.
Afgesproken wordt ook dat de laatste bijeenkomst van de Denktank Cultuurnota zal plaatshebben op
dinsdag 15 juli – twee weken na het Cultuurdebat op donderdag 3 juli.
Spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’
Er is nog geen uitgewerkte analyse van de resultaten van het spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ dat op
donderdag 5 juni gespeeld werd door de vertegenwoordigers van de grotere cultuurinstellingen. Toch
kijkt de Denktank terug op de spelavond.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 61
Tijdens het spel werd (met fictieve budgetten) het voorzieningenniveau van een cultuurstad gebouwd.
Daarmee werd ook duidelijk welke uitgaven er gemoeid zijn bij het oplossen van de werkelijke
knelpunten in het cultuurbeleid van Hellevoetsluis. De Denktank vraagt zich af of het college voor de
beleidsvoorstellen in de nieuwe Cultuurnota bereid is nieuw geld vrij te maken of dat er een
verschuiving van budgetten zal plaatsvinden. Dhr. Meeuwsen antwoordt dat nog onduidelijk is hoe de
financiële consequenties van enkele beleidsvoorstellen moeten worden opgevangen. ‘Oud voor nieuw’
zal een mogelijkheid zijn, evenals een aantal beleidsopties.
Een duidelijke uitkomst van het spel was de wens bij alle spelers om meer te doen aan cultuureducatie
(binnenschools en buitenschools) en om een projectmatige werkwijze te voorzien van een goede
organisatiestructuur.
Dhr. Van der Geest merkt op dat er voor de feitelijke uitvoering van door het college gewenste
cultuurprojecten ook accommodatie nodig zal zijn. Harde infrastructuur dus. Je kunt niet alles in de
wijken laten plaatsvinden. De cultuurinstellingen barsten uit hun voegen, om nog maar te zwijgen van
de ruimte waarmee de amateurkunst het moet doen. Niet alleen ontbreekt het de culturele instellingen
aan menskracht, het ontbreekt ook aan goede accommodatie om cultuurprojecten te laten plaatsvinden.
Dhr. Van der Geest zou het motto van de Cultuurnota (verjongen, verbreden, vernieuwen en
versterken) graag willen toepassen op de bestaande infrastructuur in de overtuiging dat er bij de
cultuurinstellingen voldoende animo is om de wensen van het college in te vullen, maar dat er
belangrijke randvoorwaarden ontbreken. Het bedenken van leuke cultuurprojecten is onvoldoende.
De andere aanwezigen beamen dat hier een punt van zorg wordt aangeroerd. De indruk bestaat dat het
college erg tevreden is over de in de afgelopen jaren bereikte organisatiegraad en infrastructuur van het
culturele veld en dat die zelfgenoegzaamheid remmend werkt op de noodzaak om voortdurend te
blijven investeren en verbeteren. De cultuurstad Hellevoetsluis is verre van voltooid.
Projectgericht werken
Er ontspint zich een discussie over de wijze waarop projectgericht werken binnen het cultuurveld
georganiseerd zou moeten worden.
Eerder was er betoogd dat het organiseren van de zo gewenste cultuurprojecten (educatief, museaal,
toeristisch-recreatief en sociaal) niet kan met de bestaande capaciteit bij de culturele instellingen. Een
zelfstandige projectorganisatie die deze taak van de instellingen zou overnemen en de projecten zou
coördineren, leek toen een goede oplossing.
Enkele sprekers stellen zich op het standpunt dat het optuigen van een zelfstandige projectorganisatie
helemaal niet nodig is en zelfs averechts kan gaan werken. Een zelfstandige projectorganisatie zou
heel gemakkelijk ‘over de hoofden’ van de cultuurinstellingen heen kunnen organiseren. De grotere
cultuurinstellingen hebben hier geen behoefte aan. Er wordt opgemerkt dat het zou lijken alsof het
college geen vertrouwen heeft in de deskundigheid en het organisatievermogen van de grotere
culturele instellingen. Zowel het theater, de bibliotheek, als het droogdok zien met formatie-uitbreiding
zelf goed kans de wensen van het college vorm te geven. De cultuurinstellingen begrijpen echter ook
dat voor een echt integrale participatie van alle cultuurinstellingen het niet bevorderlijk zou zijn een
projectorganisatie te koppelen aan één van de grootste in de stad. Daarmee zijn alle aanwezigen het op
hoofdlijnen eens.
Consensus is er uiteindelijk over een volgende werkvorm. Er dient een cultuurmakelaar, een
beleidsontwikkelaar en projectcoördinator, te komen. Iemand die tussen de verschillende partijen staat,
een organisator is en met name de link met de overheid het onderwijs goed weet te leggen. De
samenstelling van de Denktank zou na de nota kunnen overgaan in een permanente Denktank Cultuur.
De Denktank Cultuur is het overlegpodium van de grotere cultuurinstellingen met de gemeente en met
het onderwijs. Het is tevens de plek waar de inhoudelijke kwaliteit van culturele projecten kritisch kan
worden bewaakt. Een gemeentebestuur hoort niet te gaan over de kwaliteit en inhoud van culturele
uitingen, maar hiertoe slechts de voorwaarden te scheppen. Het getuigt van goed bestuur hiervoor het
deskundige advies van de cultuursector in te winnen. Dat zou één van de permanente taken van de
Denktank Cultuur kunnen zijn. De Denktank komt zes maal per jaar bijeen met ambtelijke
ondersteuning. Aanwezigen ontvangen een vergoeding voor hun inspanningen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 62
In de Denktank zijn alle professionele cultuurinstellingen vertegenwoordigd. Ook de Cultuurmakelaar
heeft zitting in de Denktank. Op toerbeurt schuiven amateurkunstverenigingen en het onderwijs aan. In
de Denktank worden culturele en educatieve projecten ontwikkeld. Het gaat om:
6. Cultuureducatieve projecten van het basisonderwijs
7. Cultuureducatieve projecten van het voortgezet onderwijs
8. Cultuurprojecten in de wijk (amateurkunst in relatie tot volkscultuur als onderdeel van het
Programmafonds Cultuurparticipatie)
9. Incidentele culturele evenementen (Cultuurfestival, Jongerenfestival, Vestingevenementen, Open
Monumentendag, MuseumNacht etc.)
10. Amateurkunstprojecten met een regionale uitstraling als onderdeel van het Programmafonds
Cultuurparticipatie)
De projecten krijgen vanuit de Denktank Cultuur een trekkende instelling aangewezen. Die culturele
instelling verzorgd de subsidieaanvraag voor het cultuurproject en doet de overige
organisatie/coördinatie samen met de Cultuurmakelaar. De ambtelijke ondersteuning gedurende zes
bijeenkomsten per jaar maakt het mogelijk snel in te spelen op subsidiemogelijkheden vanuit
verschillende invalshoeken.
Afronding
De aanwezigen worden gevraagd zo veel mogelijk mensen te wijzen op het aanstaande Cultuurdebat.
Iedereen wordt tevens verzocht na te denken over het besprokene en via de e-mail te reageren als er
nog aanvullingen en invallen zijn. De Denktank komt slechts drie keer bijeen dus het is wenselijk om
ook tussentijds te reageren.
3e Bijeenkomst Denktank Cultuurnota donderdag 16 juli 2008
Aanwezig:
Cultuurbemiddelaar
St. Museumplatform Hellevoetsluis
St. Theater Twee Hondjes
St. Volksuniversiteit
St. Kunstuitleen ZHE
St. Muziekschool de Toon
Beleidsmedewerker Samenlevingzaken
Beleidsmedewerker Cultuur
Dhr. Peter Oole
Mw. Mieke Bakker-Mantjes
Dhr. Edwin van der Geest
Dhr. Harm Gruis
Mw. Nathaly van der Wielen
Dhr. Jan-Remmert Fröling
Dhr. Taco Meeuwsen
Mw. Veronique Stern
Afwezig met kennisgeving:
St. Theater Twee Hondjes
Buys Culturele Profielen
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta
Dhr. Johan Veenstra
Dhr. Loek Buys
Mw. Ineke Zonneveld
Opening
De bijeenkomst wordt geopend.
De denktank Cultuurnota is vooral bedoeld als een klankbord van de groep van culturele opinieleiders
in de stad. Ter vergadering wordt een nieuwe conceptversie van de Cultuurnota uitgedeeld. Op de
agenda staat:
1. Verslag tweede bijeenkomst;
2. Verslag spel en analyse ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’;
3. Verslag debatavond ‘Maak je Eigen Cultuurstad’;
4. Informatie voortgang concept Cultuurnota
5. Rondvraag en sluiting.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 63
Verslag 2e bijeenkomst Denktank do 26 juni 2008
De heer Gruis wijst op vergissing in de data van de verschillende verslagen. De fouten worden hersteld.
Voor het overige wordt het verslag zonder wijzigingen vastgesteld.
Verslag 2e spel en analyse ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ do 5 juni 2008
Dhr. Van der Geest merkt op dat het voor de lezer goed zou zijn wanneer in de verslaglegging steeds
duidelijk wordt gemaakt dat het in het spel ging om fictieve voorzieningen en fictieve bedragen. De
anderen beamen deze wens. Afgesproken wordt hieraan extra aandacht te besteden. Voor het overige
wordt het verslag zonder wijzigingen vastgesteld.
Verslag debatavond ‘Maak je Eigen Cultuurstad’ do 3 juli 2008
De aanwezigen kijken terug op een interessante en geslaagde debatvond. Er zijn geen inhoudelijke
aanmerkingen op het verslag dat vervolgens zonder wijzigingen wordt vastgesteld.
Informatie voortgang concept Cultuurnota
De aanwezigen ontvingen de analyse van Buys Culturele Profielen, waarbij van enkele grotere
cultuurinstellingen de gegevens van 1998 zijn vergeleken met 2007.
Enkele instellingen maken inhoudelijke kanttekeningen bij de gepresenteerde cijfers. De opmerkingen
zijn verwerkt in de uiteindelijke presentatie van de cijfers in hoofdstuk 5 van deze nota : ‘Cultuur en
Prestatie’.
Afsluiting
Dhr. Meeuwsen dankt alle aanwezigen voor hun constructieve bijdrage aan de totstandkoming van de
Cultuurnota. De leden krijgen een presentje en de toezegging dat zij allen zo snel als mogelijk het derde
concept van de Cultuurnota krijgen toegezonden. Eenieder wordt tevens uitgenodigd aanwezig te zijn
bij de inspreekmomenten die volgen als onderdeel van de besluitvorming rond de Cultuurnota.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 64
Bijlage 3 ‘BOUW JE EIGEN CULTUURSTAD’, Spel met analyse, do. 5 juni 2008
Spelers:
St. Volksuniversiteit
Cultuurbemiddelaar
St. Museumplatform Hellevoetsluis
St. Theater Twee Hondjes
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta
Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta
St. Kunstuitleen ZHE
Beleidsmedewerker Samenlevingzaken
Hoofd Samenlevingszaken
Dhr. Harm Gruis
Dhr. Peter Oole
Mw. Mieke Bakker-Mantjes
Dhr. Edwin van der Geest
Mw. Ineke Zonneveld
Mw. Gerie Luijendijk
Mw. Nathaly van der Wielen
Dhr. Taco Meeuwsen
Mw. Zosia Huykman
Spelleiding:
Buys Culturele Profielen
Dhr. Loek Buys
Afwezig zonder kennisgeving:
St. Muziekschool De Toon
Afwezig met kennisgeving:
St. Theater Twee Hondjes
St. Theater Twee Hondjes
Beleidsmedewerker Cultuur
Dhr. Hans Webbers
Dhr. Johan Veenstra
Mw. Veronique Stern
Alle cultuurinstellingen en -verenigingen (professionele en amateuristische) zijn schriftelijk voor het spel
uitgenodigd. Naast de leden van Denktank Cultuur hebben zich voor het spel geen andere
cultuurliefhebbers aangemeld. De opkomst is daarmee teleurstellend te noemen.
Inleiding
De heer Buys houdt een inleiding over het Spel Bouw je eigen Cultuurstad. De spelregels worden uit de
doeken gedaan en er wordt kort ingegaan over de wijze waarop de spelresultaten geanalyseerd
worden. Door mee te doen aan Bouw je eigen Cultuurstad maakt de speler zijn of haar eigen visie op
het gebied van kunst en cultuur kenbaar. Er kan in het spel worden gekozen voor de ondersteuning van
allerlei culturele voorzieningen. Bij elke voorziening worden globaal de functies en prestaties genoemd.
Ook is aangegeven hoeveel subsidie nodig is om de voorziening in stand te houden. Het gaat in het
spel om fictieve aantallen en subsidiebudgetten.
De fictieve startsituatie: stel dat er geen enkele culturele voorziening in Hellevoetsluis is en u
krijgt de opdracht om de culturele infrastructuur in te richten, welke voorzieningen zou u dan
kiezen? Met andere woorden, wat vindt u belangrijke culturele voorzieningen voor de stad?
Spelers moeten tenminste vijf voorzieningen kiezen en gebruiken bovendien eventuele jokers (een
culturele voorziening die men niet heeft aangetroffen, maar die men wel belangrijk vindt). De keuze die
een speler maakt is niet vrijblijvend. Er mag aan cultuur ten minste € 2.000.000,00 en ten hoogste €
3.000.000,00 worden uitgegeven. Het totaalbudget van alle mogelijke keuzes overschrijdt verre de vijf
miljoen euro, dus een speler is genoodzaakt afwegingen te maken in het voordeel van bepaalde
culturele functies en ten nadele van andere.
Nadat iedereen voor zich de eigen voorkeuren in de spelbegroting heeft verwerkt, wijst de spelleider
groepen van twee spelers aan. Die twee spelers moeten met elkaar onderhandelen over de
cultuurbegroting die ze uiteindelijk zullen indienen bij de spelleider. Net als in een politieke coalitie dient
er dus op kracht van argumenten een cultuurbegroting te worden gemaakt waarin beide partijen zich
herkennen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 65
Conclusies ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’
De uitkomsten van het spel worden in de computer ingevoerd en dat levert een snelle analyse van de
algemene trends en voorkeuren die de spelers belangrijk hebben gevonden. De grafische weergave
van de resultaten ziet er als volgt uit:
GESPEELDE SITUATIE
Hier volgen de conclusies:
Op het eerste plan (dus unaniem bij alle spelersgroepen)
1. Een bibliotheek als culturele voorziening voor iedereen bezet veruit de belangrijkste plaats in de
keuze van alle spelers. De spelers volgen daarmee overigens het landelijke beeld, zowel bij
beleidsmakers als bij burgers/gebruikers.
2. Alle spelers zetten verder sterk in op de gemeentelijke ondersteuning van cultuureducatie. Met
name de binnenschoolse cultuureducatie (in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs) wordt
gezien als een gemeentelijk kerntaak van belang. Dat is opvallend aangezien Hellevoetsluis
momenteel weinig subsidie-inspanningen voor die vorm van cultuureducatie tentoonspreidt.
3. Unaniem ook bij alle spelers is het belang van en de subsidiebijdrage aan de historische musea.
Minder unaniem in het door de spelers toegekende belang van cultuurinstellingen volgen allereerst (bij
drie van de vier spelersgroepen):
1. een theater;
2. een muziekschool;
3. een kunstuitleen;
4. kunstopdrachten in de openbare ruimte.
Drie van de vier spelergroepen pleiten voor een toename van de gemeentelijke ondersteuning aan de
amateurkunst, dus het verenigingsleven (muziekverenigingen, koren, dans- en theatergezelschappen
enzovoorts). Dat is opmerkelijk aangezien van een groei in de subsidiebijdragen voor deze sector in
Hellevoetsluis in de afgelopen vijftien jaar slechts zeer mondjesmaat sprake was.
Verder menen drie van de vier spelersgroepen dat een aantal functies bijeengebracht zou moeten
worden in een Centrum voor Cultuureducatie. Dus een geïntegreerd instituut waarin zouden moeten
opgaan:
1. de muziekschool;
2. de jeugdtheaterschool;
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 66
3. de verspreide cursussen beeldende vorming (Volksuniversiteit en Kinderkunstklassen
bijvoorbeeld);
4. een popcentrum voor de muziekcultuur van de jeugd.
Er is over de hele linie een grote bereidheid bij de spelers om alle vormen van buitenschoolse kunst- en
cultuureducatie (voor jeugd, volwassenen en senioren) te integreren onder één dak.
Diezelfde visie overweegt ook bij het onder één dak brengen van alle podiumkunsten: theater,
concerten, popconcerten, filmtheater en dans. Dat betreft dan de integratie van zowel de professionele
podiumkunsten als de podiumkunsten van amateurgezelschappen.
Drie van de vier spelersgroepen kennen overigens ook belang toe aan culturele evenementen, waarbij
één grootschalig cultuurhistorisch evenement wordt gekozen en meerdere kleinschalige wijk- of
buurtevenementen. Het middensegment, namelijk een cultureel festival wordt door de spelers minder
gewaardeerd.
Deze uitkomsten laten zich in de formule van het spel ‘Bouw je Eigen Cultuurstad’ ook op een geheel
andere wijze analyseren. De heer Buys licht die zienswijze toe.
De uitkomsten kunnen worden onderverdeeld in:
1. de keuze voor ‘stenen’ (het uitbreiden van de harde infrastructuur);
2. de keuze voor passieve cultuurparticipatie;
3. de keuze voor actieve cultuurparticipatie;
4. de keuze voor cultuur als imagoversterking voor de stad.
Een dergelijke analyse van de fictieve wensen is in de volgende grafiek zichtbaar gemaakt:
GESPEELDE SITUATIE
Zo bezien scoren bij de spelersgroepen de actieve en passieve cultuurparticipatie erg hoog. Daarbij
moet worden gedacht aan de functie van de bibliotheek, het theater, de kunstuitleen, de musea en de
muziekschool en natuurlijk ook aan de cultuureducatie in het onderwijs. Allemaal erg belangrijke
onderwerpen in de ogen van de aanwezigen.
De keuze voor ‘stenen’ (dus de bouw van harde infrastructuur) is veel minder uitgesproken, evenals het
belang van de imagoversterking van de stad. Dat laatste wordt wel een vanzelfsprekende taak van de
musea in de stad gevonden, én van de kunst in de openbare ruimte.
Voor cultuur als middel tot cohesie en integratie is bij de spelers ook weinig uitgesproken belangstelling.
Wellicht is dit terug te voeren op het feit dat Hellevoetsluis (in tegenstelling tot de grotere steden) geen
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 67
echte achterstandswijken kent. Wellicht ook vanwege het feit dat cultuurbeleid nu eenmaal geen sociaal
beleid of welzijnsbeleid is (ondanks het feit dat die scheidslijnen bij de politiek beginnen te vervagen).
De wens om de krachten te bundelen is verder een opmerkelijke uitkomst. Alle spelersgroepen vinden
een betere projectmatige samenwerking in het culturele veld een belangrijke ontwikkeling. Bij enkele
spelersgroepen wordt daarvoor zelfs ‘de joker’ ingezet, in de vorm van een professionele
projectorganisatie cultuurbereik of een betere netwerkontwikkeling.
In zijn afrondende analyse waarschuwt de heer Buys over een al te grote drang tot ‘samenvoegen’. We
hebben inmiddels in Nederland voldoende ervaring om te mogen zeggen dat bundeling van
cultuurfuncties onder één dak (vaak ook een kostenbesparing) niet bij uitstek de formule is om de
onderlinge synergie te verbeteren. Vaak is er sprake van het tegendeel, bureaucratisering en verlies
van eigen identiteit.
De aanwezigen beamen deze bedenking en zien onderlinge samenwerking ook niet als een ‘moloch’
met voornamelijk logistieke winst en besparing, maar als een vorm van gezamenlijk optreden en het
elkaar inspireren van de verschillende ‘cultuurfuncties’ met behoud van eigen identiteit.
Er wordt tenslotte nog gesproken over de wenselijkheid voor een meerjarenvisie (10 tot 15 jaar) op de
ontwikkeling van de infrastructuur in het cultuurveld. Gemist wordt een duidelijke visionaire
standpuntinname van het bestuur met betrekking tot de verbetering op termijn van wat nu als
succesvolle ‘harde’ infrastructuur wordt beschouwd. Het kan niet zo zijn, is de mening van de
aanwezigen, dat functies als bibliotheek, theater, kunstuitleen, musea en muziekschool niet op termijn
kunnen meegroeien met de stedelijke ontwikkeling. ‘Een stad is nooit klaar’.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 68
Bijlage 4 CULTUURDEBAT HELLEVOETSLUIS DONDERDAG 3 juli 2008
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 69
Verslag CULTUURDEBAT HELLEVOETSLUIS DONDERDAG 3 juli 2008
Tijd:
Locatie:
Aantal deelnemers:
20.00-22.15 uur
Theater Applauzzz
Kunstencentrum Hellevoetsluis
Opzoomerlaan 106
3221 AP Hellevoetsluis
28 inwoners en cultuurminnaars van Hellevoetsluis
Het debat werd in opdracht van de gemeente Hellevoetsluis georganiseerd door Buys Culturele
Profielen uit Nijmegen. De gespreksleiding was in handen van journalist Marcel Rözer (‘Goedemorgen
Nederland’, presentator culturele evenementen). Cultuurliefhebbers en inwoners van Hellevoetsluis
werden tijdens de debatavond uitgenodigd hun visie op en mening over het cultuurbeleid te geven aan
de hand van enkele stellingen. De stellingen werden ondermeer ontleend aan de startnotitie
Cultuurnota en aan de discussiebijeenkomsten van de Denktank Cultuurnota. Na afloop ontvingen de
aanwezigen als dank voor hun een bijdrage een theaterbon. Voorafgaand hield de heer Loek Buys een
korte inleiding waarin de culturele ontwikkelingen in Hellevoetsluis van afgelopen jaren de revue
passeerden.
Het zou te ver voeren om de (soms verhitte) discussies die tijdens de debatavond plaatshadden
letterlijk te verslaan. In dit verslag worden de slotconclusies per stelling (of per paar van stellingen) op
hoofdlijnen genoemd.
Bij de foto: organisator Loek Buys houdt een korte inleiding over het cultuurbeleid in Hellevoetsluis in de afgelopen
jaren.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 70
Stellingen Cluster 1 (‘hardware’ of ‘software’)
1. Hellevoetsluis heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in de culturele infrastructuur (kunstencentrum,
musea, fusie bibliotheken, professionalisering instellingen). Nieuwe voorzieningen hebben geen prioriteit.
De gemeente moet nu inzetten op versterking van het cultuuraanbod van de bestaande instellingen.
Over het algemeen zijn de aanwezigen het eens met de stelling. Wel worden nieuwe voorzieningen
zoals een Denksportcentrum genoemd. De vraag is overigens of zoiets als de Denksportcentrum tot de
cultuur gerekend moet worden. De discussie spits zich evenwel vooral toe op de mogelijkheden om de
bestaande voorzieningen beter te maken. Zo wordt er een lans gebroken voor de culturele
herbestemming van monumenten in de vesting. Als voorbeeld wordt daarbij het Kruithuisje genoemd.
Ook is er een pleidooi om de bibliotheek (en de Volksuniversiteit) uit te breiden. Één van de jongere
deelnemers aan het debat vindt dat met alle nieuwe functies van de bieb de stilte en ruimtenood er wat
te lezen of te studeren helemaal verloren is gegaan.
Bij de foto: debatleider Marcel Rözer ondervraagt Harm Gruis (Volksuniversiteit).
2. Er is een dringende behoefte aan investeringen zoals de capaciteitsvergroting van Theater Twee
Hondjes, een podium voor jongerencultuur en een verenigingsgebouw voor de amateurkunsten.
Veel uitgesprokener zijn de reacties van de aanwezigen inzake deze stelling. Er is bij vrijwel iedereen
instemming als het gaat om de verbetering van de gebruiksfuncties van de bestaande accommodaties.
Ook wanneer hier van gemeentewege flinke investeringen mee gemoeid zijn. Vooral de
functieverbeteringen van Theater Twee Hondjes (waardoor ook meer amateurverenigingen
geaccommodeerd kunnen worden en een podium vinden) vinden vrijwel unaniem bijval. ‘Als je het
goede kan verbeteren dan moet je dat zeker doen’, is de heersende opinie. De aanwezig jongeren
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 71
wijzen echter ook op de noodzaak om met kleine budgetten (minisubsidies zoals in de gemeente Delft
bijvoorbeeld) de zelforganisatie en initiatieven van de jeugd op cultureel gebied extra te stimuleren.
Daarbij is het vooral van belang ‘tijdelijke plekken’ beschikbaar te maken (gewezen wordt op een plek
als het Bomvrij Hospitaal). De aanwezigen wijzen ook op de noodzaak voor een meerjarenvisie bij de
politiek: ‘het is belangrijk te weten waar je wilt zijn over tien, vijftien jaar met al je huidige culturele
voorzieningen en daar nu al de nodige investeringen voor te ramen’.
3. Clustering van voorzieningen op het gebied van de buitenschoolse cultuureducatie2 (muziekschool,
jeugdtheaterschool, cursussen beeldende vorming) en de podiumkunsten (theater, filmtheater,
poppodium) is gewenst (‘het geheel is meer dan de som der delen’).
4. Clustering van voorzieningen is ongewenst. Het leidt tot (1) nieuwe huisvestingsinvesteringen, (2) extra
overheadkosten en (3) een verlies van identiteit van de afzonderlijke instellingen.
Beide stellingen roepen geen heftige discussies op. ‘Gebruik de bestaande instellingen en hun
onderlinge samenwerking efficiënter en geef ruimte voor groei en ontwikkeling’. Dat was in grote lijnen
de mening van de aanwezigen, waarbij er geen noemenswaardig voordeel werd gezien in het al of niet
verder clusteren van instellingen.
Bij de foto: ongeveer 25 cultuurliefhebbers deden actief mee aan de debatavond ‘Maak je Eigen Cultuurstad’ over
het cultuurbeleid in Hellevoetsluis.
Stellingen Cluster 2 (participatie of sociale cohesie/integratie)
5. Hellevoetsluis moet meer middelen vrijmaken voor cultuurprojecten die zich richten op de bevordering
van de sociale cohesie in Hellevoetsluis en de integratie van diverse inwonersgroepen (bijvoorbeeld
‘Cultuur in de wijk’).
6. Bevordering van sociale cohesie en integratie is geen doel van cultuurbeleid, en er dienen dan ook
geen cultuurgelden voor te worden vrijgemaakt.
2
Buitenschoolse cultuureducatie werd vroeger ‘kunstzinnige vorming’ genoemd en was bedoeld voor alle leeftijdsgroepen.
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 72
De meeste aanwezigen zijn van mening dat cultuurbeleid geen sociaal beleid is. ‘De verbetering van de
sociale cohesie in de stad kan een gunstig nevenproduct zijn van een bloeiend cultureel leven, maar
het is geen doel van cultuurbeleid’. Er is ook een enkele aanwezige die vindt dat cultuurbeleid een
opvoedende en ‘moraliserende’ taak heeft – een opvatting die op nogal wat weerstand stuit. De
aanwezigen vinden unaniem de nadruk van het huidige college op cultuurprojecten voor wijk en buurt
(zoals verwoord in ‘Zeker & Vast’ de 15 topprioriteiten van het college) erg eenzijdig. ‘Sociaal beleid,
integratiebeleid, wijkbeheer en jeugdbeleid zijn zelfstandige beleidsterreinen waarvoor voldoende
middelen moeten zijn. De tweedeling in de samenleving, armoedebestrijding, gebrek aan burenzorg en
de nieuwe onverdraagzaamheid jegens ‘vreemdelingen’ zijn geen issues waarvoor het cultuurbeleid
oplossingen moet aandragen. Zoals een aanwezige het verwoordt: ‘Ons cultuurbeleid is geen canon
van het beste van de Hollandse cultuur, maar moet álle culturen van de inwoners van Hellevoetsluis
respecteren en is gericht op het welbevinden van álle Hellevoeters. Cultuurbeleid dient slechts de
voorwaarden te scheppen om duizend bloemen te laten bloeien’. Een ander zegt: ‘Cultuurbeleid mag
best wat nadruk leggen op gezamenlijkheid, bijvoorbeeld door de cultuurhistorie van Hellevoetsluis als
verhaal beter te ontsluiten – zowel in de aandacht die we geven aan de monumenten die we hebben,
als in de wijze waarop de musea en cultuurinstellingen de geschiedenis van de stad actief uitdragen’.
De spreker krijgt een spontaan applaus.
7. De amateurkunstverenigingen verdienen meer gemeentelijke ondersteuning dan thans het geval is. Ze
zijn laagdrempelig en leveren een wezenlijke bijdrage aan de actieve cultuurparticipatie. Het nieuwe
kernbegrip in het cultuurbeleid: ‘gemeenschapskunst’, werd door de amateurverenigingen al in praktijk
gebracht, lang voordat deze term was ‘uitgevonden’.
8. De sector Georganiseerde Amateurkunsten (koren, harmonie-/fanfareverenigingen,
toneelgezelschappen, enzovoorts) levert een wezenlijke bijdrage aan de cultuurparticipatie. Maar extra
gemeentelijke ondersteuning van de sector is niet nodig, want ze heeft een lange staat van dienst als een
zichzelf bedruipende sector.
Deze twee stellingen leiden als snel tot de conclusie dat de amateurkunst vooral gebaat is met goede
podiummogelijkheden en plekken om te kunnen repeteren tegen een betaalbare huur. Daar ontbreekt
het momenteel aan. Verenigingen voor amateurkunst zien een terugloop in het aantal actieve leden en
merken dat het vinden van bestuurders als gevolg van de vergrijzing steeds moeilijker wordt. De
samenleving verandert en het is moeilijk om als vereniging leden, vooral jonge leden, te blijven boeien
nu het aanbod van vrijetijdsbestedingen zo overweldigend groot is geworden.
9. Cultuureducatie (binnenschools en buitenschools) dient in de komende jaren hét speerpunt van het
cultuurbeleid van Hellevoetsluis zijn.
10. De cultuureducatie is in Hellevoetsluis vitaal en behoeft daarom geen speerpunt van het cultuurbeleid
te zijn.
Alle aanwezigen vinden cultuureducatie belangrijk. De aanwezigen vinden over het algemeen de
cultuureducatie binnen het onderwijs (dus specifiek voor de jeugd) zo mogelijk nog belangrijker dan de
kunstzinnige vorming voor andere doelgroepen (ouderen, allochtonen, gehandicapten bijvoorbeeld).
Enkele reacties: ‘Wanneer je geen zorg en aandacht besteed aan de cultuureducatie van de jeugd dan
mis je de basis voor de toekomst’, ‘Cultuureducatie in onderwijsverband mag geen ondergeschoven
kindje zijn van het gemeentebestuur maar is één van de kerndoelen van cultuurbeleid’, ‘Het wordt tijd
dat het gemeentebestuur nu eens met een wat langere adem de cultuureducatie van de jeugd gaat
ondersteunen: al die ad hoc cultuurprojecten leveren maar weinig op’. Één van de aanwezigen wijst op
de recente ontwikkeling dat de oplossing voor maatschappelijke problemen door de overheden maar
over de schutting van de scholen wordt ‘gekwakt’. Buitenschoolse opvang, opvoedingsondersteuning,
integratie en samenleven, de buurtfunctie van scholen en ga zo maar door. Als je cultuureducatie in het
onderwijs belangrijk vindt, dan moet je als gemeentebestuur zorgdragen voor de bemensing en de
financiële ruimte voor die extra taken. Zorg voor een trekkende kracht die het onderwijs ondersteunt bij
de cultuureducatie en die instellingen ondersteunt bij de vorming van het (projectmatige) aanbod van
Cultuurnota Hellevoetsluis 2008 pag: 73
cultuureducatie. En zorg voor de nodige subsidiemiddelen om de lokale cultuureducatie echt te
ontwikkelen.
Afronding
Loek Buys vatte de hoofdpunten van de debatavond samen en dankte elk van de aanwezigen voor
diens inbreng. Daarna werd de debatavond op geanimeerde wijze afgesloten.

Vergelijkbare documenten