De Haagse Hogeschool Academie voor Gezondheid Opleiding HBO

Commentaren

Transcriptie

De Haagse Hogeschool Academie voor Gezondheid Opleiding HBO
De Haagse Hogeschool
Academie voor Gezondheid
Opleiding HBO-V Voltijd en Duaal
Studiejaar 2010-2011
Jaar 3 Periode 3.1
BLOKBOEK 3.9 MGZ:
Zorg voor Ouderen en Chronisch
Zieken
AUTEURS
Peter Bakens
Kitty Martens
Huub Sibbing
MET BIJDRAGEN VAN
Janke Damoiseaux
AnneMarie Bergsma
Pit van Nes
Dirkje Oldenhuis
Thom Rijpstra Anthony
Versie 14 juli 2010
Definitieve versie 1
Copyright: De Haagse Hogeschool, opleiding HBO-Verpleegkunde. Niets uit deze uitgave mag
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
opleiding HBO-V.
Inhoud
1
VOORWOORD
2
INLEIDING EN BLOKSCHEMA
3
INTEGRALE LEERLIJN MGZ
3.1.1
Beginsituatie en beginvereisten
3.1.2
Thematiek
3.3.1
Verplichte literatuur Cluster 9 MGZ
3.3.2
Reeds in bezit, wederom actief te gebruiken
3.3.3
Boeken /Rapporten
3.3.4
Internetbronnen
3.3.5
Blackboard
3.3.6
Video’s in de Bibliotheek
3.3.7
Video’s op Blackboard
3.3.8
Afstudeerwerkstukken
4
!"#! $%&' &( )( *&
+ &,' -
!"#! $%&' &( )( *&
+
!"#! $%&' &( )( *&
+ (. % ")&
!"#! $%&' &( )( *&
+ /)&01& 2-( -!0)(3 (
!"#! $%&' &( )( *&
4+
.)--%)3 %&' &(15 &(/--' 6&)*5*&#!&33)&
!"#! $%&' &( )( *&
+
!"#! $%&' &( )( *&
+ &' &(1)&
!"#! $%&' &( )( *&
+ )-$&1&3
+
5
LEERLIJN PERSOONLIJKE ONTWIKKELING/SLB
4
7
8 77
9
:
4
4
5.3.1
WEEK 1
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
1
6
5.3.2
WEEK 2
5.3.3
WEEK 3
5.3.4
WEEK 4
5.3.5
WEEK 5
5.3.6
WEEK 6
4
5.3.7
WEEK 7
4
5.3.8
WEEK 8
ERVARINGSREFLECTIELIJN
;
7
6.1.1
WEEK 1
6.1.2
WEEK 2
6.1.3
WEEK 4
6.1.4
WEEK 6
6.1.5
WEEK 8
<
HET PRAKTIJKLEREN
78
7
7.4.1
8
TOETSING
9
BIJLAGE 1
7
7
7
Inleiding
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
2
1 Voorwoord
Beste student,
Voor jullie ligt het blokboek 3.9: het eerste blok van het derde jaar.
Jullie starten nu met de verdieping in jullie afstudeerrichting: AGZ, GGZ of MGZ.
In het eerste jaar hebben jullie al kennis gemaakt met deze verschillende zorgcategorieën en
doelgroepen. Dit derde jaar verdiepen en verbreden we deze kennis en bespreken we de
verpleegkundige zorgverlening aan verschillende doelgroepen binnen jullie afstudeerrichting.
In dit blok verdiepen we ons ook in het klinisch redeneren waarmee jullie een start hebben gemaakt in
het eerste leerjaar. De verschillende thematieken van dit blok wordt toegepast op cliënten- en
patiëntensituaties binnen je afstudeerrichting.
Op deze wijze worden je competenties op het gebied van verpleegkundige zorgverlening op niveau 5
verder uitgebreid.
Wij wensen jullie een leerzaam en inspirerend blok 3.9 toe!
Het docententeam HBO-V
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
3
2 Inleiding en blokschema
In onderstaande schema’s staat de globale inhoud van de verschillende leerlijnen van dit blok
beschreven. Daarnaast biedt dit schema een overzicht op de globale leerdoelen, de werkvormen,
toetsing en studiepunten. De voltijd studenten lopen 4 dagen stage in blok 3.9 en de duaal studenten
werken en leren in de praktijk. De duaal- en voltijdstudenten volgen samen het theoretisch onderwijs,
een dag per week.
BLOK 3.9 V PRAKTIJKLEREN, VERDIEPING IN DE AFSTUDEERRICHTING EN KLINISCH REDENEREN
In dit blok ga je opnieuw theorie in praktijk brengen. Je gaat je stage lopen in een instelling (AGZ, GGZ of MGZ
instelling) die aansluit bij je afstudeerrichting. In het terugkom onderwijs staat een aantal cliënten- en
patiëntengroepen met hun specifieke zorgvragen centraal. Het klinisch redeneren wordt per afstudeerrichting
vertaald en toegepast.
Draagt bij aan de volgende
Zie bijlage en blokboek 3.9 voor de uitwerking van de kerncompetenties HBO-V. In deze periode werk je aan
competenties
verschillende competenties van de rollen zorgverlener, regisseur, beroepsbeoefenaar en ontwerper.
Relatie met andere
In het eerste en tweede jaar heb je al stage gelopen. Dit blok ga je de verschillende rollen verbreden en
Onderwijsblokken
verdiepen in een instelling die aansluit bij je afstudeerrichting. In het terugkom onderwijs word je theoretische
kennis over verschillende cliënten- en patiëntengroepen verder verdiept en uitgebreid. Klinisch redeneren is in
het eerste en tweede jaar aan bod geweest. Ook in het derde jaar is aandacht voor deze belangrijke
competentie.
Leerdoelen/inhoud
Werkvo Toets
St
rmen
p
Integrale leerlijn
Je verdiept je kennis en inzicht met betrekking tot kenmerken, ziektebeelden en
HC
Schrifteli
3
zorgvragen van verschillende cliënten- en patiëntengroepen binnen je
WC
jke toets
afstudeerrichting.
Je verbreedt je competenties op het gebied van klinisch redeneren en past deze toe
bij verschillende cliënten- en patiëntengroepen binnen je afstudeerrichting.
Beroepsvaardighedenlijn
De beroepsvaardigheden sluiten aan bij jouw leerbehoefte. Je kunt, per
HC,
Leerdos
1
onderwijsgroep, een aanvraag doen voor een training op basis van datgene wat je
training sier
zelf wilt leren op basis van bijvoorbeeld stage-ervaringen.
en
rollens
pel
Leerlijn persoonlijke
De ontwikkeling van de kerncompetentie zelfregie staat centraal
Groeps
Portfolio
1
ontwikkeling (SLB)
bijeenkomste
n
Ervaringsreflectielijn
Praktijkleren: werken aan de competenties van de competentiekaart en je maakt
Eindbeo
8
een proeve in de rol van zorgverlener.
ordeling
Relatie met het
werkveld/beroep
Tijdens de methodische praktijkbegeleiding reflecteer je op je stage-ervaringen en
zet je je stage-ervaringen om in bewuste leerervaringen.
Presenti
e en
actieve
participa
tie
Blok 3.11 V en 3.12 V worden gedurende het studiejaar 2010-2011 in samenspraak met het werkveld
ontwikkeld. Informatie over de inhoud van deze blokken volgt gedurende het studiejaar.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
4
2
BLOK 3.9 D
Relatie met het werkveld/beroep
Draagt bij aan de volgende
competenties
Relatie met andere
Onderwijsblokken
Integrale leerlijn
Beroepsvaardigheden-lijn
Leerlijn persoonlijke ontwikkeling
(SLB)
Ervaringsreflectielijn
VERDIEPING IN DE AFSTUDEERRICHTING EN KLINISCH REDENEREN
Je verdiept je in de verschillende zorgvragers en zorgcategorieën binnen je afstudeerrichting
Zie bijlage en blokboek 3.9 voor de uitwerking van de kerncompetenties HBO-V. In deze periode werk je
aan verschillende competenties van alle rollen.
In het terugkom onderwijs wordt je theoretische kennis over verschillende cliënten- en patiëntengroepen
verder verdiept en uitgebreid. Klinisch redeneren is in het eerste en tweede jaar aan bod geweest. Ook
in het derde jaar is aandacht voor deze belangrijke competentie.
Leerdoelen/inhoud
Werkvormen
Toets
Stp
Je kennis en inzicht met betrekking tot kenmerken,
HC
Schriftelijke
3
ziektebeelden en zorgvragen van verschillende
WC
toets
cliënten- en patiëntengroepen binnen je
afstudeerrichting wordt verdiept.
Je competenties op het gebied van klinisch
redeneren worden verder verdiept en toegepast bij
verschillende cliënten- en patiëntengroepen binnen
je afstudeerrichting.
De beroepsvaardigheden sluiten aan bij jouw
HC, training en
Leerdossier
leerbehoefte. Je kunt, per onderwijsgroep, een
rollenspel
aanvraag doen voor een training op basis van
datgene wat jullie zelf willen leren op basis van
praktijkervaring
De ontwikkeling van de kerncompetentie zelfregie
Groepsbijeenkomsten Portfolio
staat centraal
Praktijkleren: werken aan de competenties van de
competentiekaart en je maakt een proeve in de rol
van zorgverlener.
Tijdens methodische praktijkbegeleiding reflecteer
je op je stage-ervaringen en zet je je stageervaringen om in bewuste leerervaringen.
Eindbeoordeling
Presentie en
actieve
participatie
NB: De studiepunten voor beroepsvaardighedenlijn (3 punten), studieloopbaanbegeleiding (3 punten)
en mpb (3) worden aan het eind van periode 4 toegekend.
Blok 3.10 D, 3.11 D en 3.12 D wordt lopend het studiejaar 2010-2011 ontwikkeld. Informatie hierover
volgt gedurende het studiejaar.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
5
8
3 Integrale leerlijn MGZ
3.1
INLEIDING AFSTUDEERRICHTING MGZ
In periode 3 van het 1e jaar heb je al kennis gemaakt met de uitgangspunten van de MGZ
− De MGZ is: een werkveld
− De MGZ is: nadruk op “Care” en “preventie”
− De MGZ is: Niet alleen individugericht maar ook groepsgericht
− De MGZ is: uitgaan van de leef-, woon of werksituatie van de cliënt
− De MGZ is ook: een benaderingswijze, een brede manier van kijken
− De MGZ is ook: Open staan voor maatschappelijke en politieke ontwikkelingen
− De MGZ is ook: Leren hanteren van belangenconflicten en ethische reflectie
− De MGZ is ook: Multidisciplinair of zelfs multisectoraal werken
De zorgsituaties waarmee je in de taken geconfronteerd gaat worden zijn hoogcomplexe zorgsituaties.
Het gaat er in deze fase van de opleiding om jezelf tot doel te stellen deze zorgsituaties nu wel te
leren hanteren. Het zwaartepunt ligt bij deze taken op:
de breedheid van de zorgsituaties waarin je in de Maatschappelijke Gezondheidszorg mee
geconfronteerd wordt en in de verschillende functies die je daarin als Hbo-verpleegkundige kan
hanteren.
de maatschappelijke context van de zorgsituatie van de cliënt te kunnen analyseren en hanteren
de invloed van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen (wet- en regelgeving) op de
zorgsituatie van de cliënt en de verpleegkundige beroepsuitoefening te kunnen analyseren en
hanteren.
de belangenconflicten waarmee je in de Maatschappelijke Gezondheidszorg mee geconfronteerd
kunt worden te kunnen hanteren.
de multidisciplinaire en multisectorale benadering van zorgvraagstukken waarmee je in de
Maatschappelijke Gezondheidszorg mee geconfronteerd wordt te kunnen hanteren.
3.1.1 Beginsituatie en beginvereisten
e
e
Je hebt nu het 1 en 2 jaar van de Hbo-V afgerond. In het 1 jaar heb je competenties ontwikkeld met
betrekking tot zorgvraagstukken in de AGZ (oa. Chronische zorgvraagstukken), de GGZ en de MGZ
en in het 2e jaar mbt. Kwaliteitszorg en Zorgprogrammering. Ook heb je in het 2e jaar 10 weken stage
gelopen, mogelijk in de MGZ.
In de conceptuele leerlijn heb je:
− Kennis verworven en deze kennis ook leren toepassen, wat betreft verpleegkundige methodiek
− Kennis verworven van diverse chronische ziektebeelden (MB1 t/m MB6) incl. het werken met
MBZ’s
− Kennis verworven met betrekking tot de verpleegkundige zorg aan de Zorgcategorieën de
“chronische cliënt”, de “geriatrische cliënt”, de “psychiatrische cliënt”, “de verstandelijk
gehandicapte cliënt”
Daar wordt in deze periode op voortgebouwd.
3.1.2 Thematiek
Specifiek voor deze periode
In periode 1 staat de chronische en de oudere cliënt in de thuissituatie centraal.
In periode 3 gaan we aandacht besteden aan de Jeugdgezondheidszorg en in periode 4 aan de
Openbare Gezondheidszorg (OGZ) en de Arbozorg.
In deze eerste periode gaan we dus dieper in op de meest voorkomende zorgproblemen van ouderen
en chronisch zieken. Met deze zorgcategorieën zul je binnen de maatschappelijke gezondheidszorg
veel in aanraking komen.
Binnen het Hbo-V-curriculum is er sprake van een volgtijdelijke en een gelijktijdige samenhang.
Volgtijdelijke samenhang
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
6
Hierboven is al aangegeven dat wordt voortgebouwd op de verworven competenties uit het 1e en 2e
jaar. Deze competenties worden verdiept en in de maatschappelijke context van de verpleegkundige
beroepsuitoefening in de MGZ geplaatst.
Gelijktijdige samenhang
Daarnaast zal ook gedurende deze periode een actieve samenhang bestaan met de generieke
competenties
Onderzoeksvaardigheden incl. bijbehorende beroepsvaardigheden
Visies, modellen en concepten incl. bijbehorende beroepsvaardigheden
Klinisch redeneren incl. bijbehorende beroepsvaardigheden
De opbouw van dit onderdeel kent een vaste, eenvoudige structuur.
Eerst wordt verantwoord waarom het specifieke zorgprobleem is opgenomen in de selectie.
Na de vaststelling wat jullie er eventueel eerder al aan gedaan hebben (beginsituatie) volgen de
leerdoelen. Deze leerdoelen bestrijken 3 gebieden; die we met de sprekende termen “hoofd”, “hart”
en “handen” aanduiden. Het is niet voldoende veel te weten over een chronische ziekte, (hoofd) je
moet ook dingen kunnen (handen), en die twee combineren met het verplegen vanuit je gevoel (hart)!
Daarna volgen de belangrijkste bronnen : internet, een selectie van literatuur, waarbij de rode draad
telkens is de DVD Chronisch Ziek van het RIOM (researchgroep voor informatie en organisatie
management) vormt het huiswerk voor elk ‘zorgprobleem’.
Ten slotte: de beschrijving van de studieactiviteiten, zowel begeleid (D+) als onbegeleid (D-).
Stapsgewijs worden aanwijzingen gegeven voor de zelfstudie en de nabespreking.
De D- activiteiten zijn onderscheiden in individuele studieactiviteiten en groepsgewijze
studieactiviteiten (Werkcollege D-).
3.2
Week
0
1
2
3
4
5
6
7
8
3.3
PROGRAMMASCHEMA
MGZ-thematiek
Ondersteunende colleges
Voorbereiding Blok
Act. 0.1 t/m 0.3
Reuma
Comorbiditeit (Act.1.2)
Act. 1.1, 1.3 en 1.4
CVA
Klinisch redeneren (Act.2.2)
Act. 2.1, 2.3 en 2.4
Oncologie
Act. 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4
Parkinson
Klinisch redeneren MGZ (Act. 4.2)
Act. 4.1, 4.3 en 4.4
Sociaal isolement, eenzaamheid en depressie
Act. 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4
COPD
Zorgstandaarden (Act. 6.2)
Act. 6.1, 6.3 en 6.4
Dementie
Maatschappelijke positie en Overheidsbeleid
Act. 7.1, 7.3 en 7.4
Ouderen en Chronisch zieken (Act. 7.2)
Diabetes
Zorgstandaard Diabetes (Act 8.2)
Act. 8.1, 8.3 en 8.4
BRONNEN
3.3.1 Verplichte literatuur Cluster 9 MGZ
Voor dit cluster gelden wat betreft de afstudeerrichtingspecifieke onderdelen:
DVD Chronisch Ziek van het RIOM (researchgroep voor informatie en organisatie management)
€ 6,- (aan te schaffen voor deze periode) via http://www.dvdchronischziek.nl en dan kiezen voor
“Bestellen”
We hebben voor deze DVD gekozen omdat daarin 7 relevante chronische zorgproblematieken elk
vanuit 7 thema’s en vanuit 7 informatiebronnen gebundeld worden.:
Gezondheidsprobleem;
Bij elk aandacht voor Bij elk informatie
over
Marije: Reuma
Besef
Acute hulp
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
7
Christien, diabetes
Tijd en energie
Wat kun je zelf
Naaste/relatie
Hulp zoeken
Tom, ziekte van Parkinson
Over praten
Begeleiding
Jolanda, hartfalen
Kennis
en
hulp
Wonen
Kitty, longemfyseem/ COPD
Genieten
Werken
Marjon, MS
Perspectief
Welzijn
Wilbert, ziekte van Crohn/ Bechtrew
J. Mast en A.Pool Competentiebeschrijvingen voor de wijkverpleegkundigen. NIZW december
2003. ISBN 90-5957-235-1 (Blackboard)
Chronisch ziek 2010, uitgave van de week van de Chronisch zieken 2010 krijgen jullie uitgereikt)
3.3.2 Reeds in bezit, wederom actief te gebruiken
H. Sibbing, reader Cluster 3 (MGZ), 1e jaar
H. Sibbing, reader SW2 1e jaar
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken (behorend bij het leerpakket Chronisch zieken)
T.v.d. Kruk, Zorgverlening aan Ouderen (behorend bij het leerpakket Geriatrie)
Reader met een bescheiden aantal aanvullende artikelen per studieopdracht.
3.3.3 Boeken /Rapporten
Een aantal werkelijk prima boeken met betrekking tot zorg voor Ouderen en Chronisch Zieken zijn:
Blackboard/ Internet
Min. VWS
Ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing, mei 2005
J. Bussemaker
Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid, 2e kamer 2007-2008 29.389 nr.7
Min. VWS
Kabinetsstandpunt “Lang zullen we leven”, 2007
Min. VWS
Handicap of chronische ziekte ??, Brochure mbt. Wet Gelijke Behandeling
nov. 2003
C.van Campen
Grijswaarden, Monitor ouderenbeleid 2008, Uitg. SCP 2008
C. Kullberg
Ouderen van nu en van de toekomst, Uitg. SCP 2005
CGB
Recht op gelijke behandeling wettelijk geregeld
C. Ross v.Dorp
Gelijke behandeling voor mensen met een handicap of chronische ziekte, 2e
Kamer 29.355, te downloaden via www.overheid.nl.op en op Blackboard.
Min. VWS
Handicap of chronische ziekte ??, Brochure mbt. Wet Gelijke Behandeling
nov. 2003 (door de docent versterkt)
Min VWS
Brancherapport Care: te downloaden via www.minvws.nl of via Blackboard
Met aandacht voor: Vraag en aanbod, clienten, Ontwikkelingen mbt. inhoud
en kwaliteit, Ontwikkeling in organisatie en doelmatigheid, Arbeidsmarkt,
Sturing en bekostiging
WRR
Generatiebewust beleid, Uitg. SDU, den Haag 1999, ISBN 90 399 1687, (Bibl.
324/GENE)
SCP
Verpleging en Verzorging Rijswijk 2009 (Blackboard)
SCP
Ouderen van nu en van de toekomst, Werkdocument 113, Rijswijk 2005
SCP
Grijswaarden, Monitor Ouderenbeleid 2008, Rijswijk 2008 (Blackboard)
RIVM/SCP
Ouderen nu en in de toekomst 2000-2020, Bilthoven 2004 (Blackboard)
NZA
Care voor de toekomst, 2007 (Blackboard)
NIZW
Gewoon beter Zorgvernieuwing in de Caresector, Utrecht 2004 (Blackboard)
NIZW
Community that Cares, Utrecht 2005 (Blackboard)
SCP
Evaluatie WMO febr 2010 (Blackboard)
SCP
de Sociale staat van Nederland 2009, Uitg. SCP, Rijswijk 2009 (Bibl.
301.8/2009), ook te downloaden via www.scp.nl of via Blackboard
Boeken
J. Egtberts
Verpleegkundige psychosociale zorg aan chronisch zieken, Uitg. NIZW,
Utrecht 1998 (ISBN 90 5050 6747) (Bibl. 605.99/EGTB)
A. Pool
Zorg met een gezicht, belevingsgerichte zorg in de praktijk, Uitg. NIZW,
Utrecht, 1999 (ISBN 90 5050 731 X) (Bibl. 613.77/POOL)
G.v.d.Bos (red.)
Chronisch zieken en gezondheidszorg, uitg. Elsevier, Maarssen 2000 (ISBN
90 352 2226 1), (Bibl. 605.99/CHRO)
B. Stoelinga (red.)
Chronisch zieken en gehandicapten, Uitg. NIZW, Utrecht 1996 (ISBN 90 5050
386 1) (Bibl. 605.99/CHRO)
T.v.d.Kruk
Verpleegkundige zorgverlening aan ouderen, Uitg.Lemma Utrecht 2007,
(ISBN 9789059314597) (Bibl. 613.66/VERP)
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
8
D.Oostelaar
A. de Boer ea
H. Buijssen
H. Mostert/Pool
M. de Klerk
A. Schrijvers
Min VWS
K. Milisen ea.
I. Baart
M. Senten
LEVV
LVW
------------D.Oostelaar
A. de Boer ea
H. Buijssen
H. Buijssen
A. Schrijvers
K. Milisen ea.
I. Baart
J. Timmermans
C. van Campen
D. Draaisma,
SCP
SCP
M. de Klerk
WRR
M. de Klerk
Ouderen in de samenleving, uitg. Coutinho, 2006 (ISBN 9046900314) (Bibl.
324/OOST)
Rapportage Ouderen 2006, Uitg. SCP, Rijswijk 2006 (ISBN 9037701566 (Bibl.
324/RAPP)
Psychologische hulpverlening aan ouderen 1 en 2, uitgeverij INTRO Baarn,
2000., (Bibl. 324/PSYCH)
De kunst van het afstemmen.Belevingsgerichte zorg: theorie en praktijk van
een nieuw zorgconcept. Uitg. NIZW 2003, (ISBN 90-5050-773-5), (Bibl.
613.37/POOL)
Rapportage gehandicapten 2002 Uitg. SCP, Rijswijk 2002 (Bibl. 325/RAPP)
Moderne patiëntenzorg, Uitg. Elsevier gezondheidszorg Maarssen 2002
(ISBN 9035225651, (Bibl. 601.51/MODE)
Brancherapport Care: te downloaden via www.minvws.nl of via Blackboard
Met aandacht voor: Vraag en aanbod, clienten, Ontwikkelingen mbt. inhoud
en kwaliteit, Ontwikkeling in organisatie en doelmatigheid, Arbeidsmarkt,
Sturing en bekostiging
Verpleegkundige zorgaspecten bij ouderen. Elsevier, 2002. ISBN 9035224868 (Bibl. 613.66/VERP)
Ziekte en zingeving. Een onderzoek naar chronische ziekte en subjectiviteit.
Van Gorcum, 2002. ISBN 90-232-3779-X (Bibl. 605.99/BAAR )
Preventie loont, tussenstand van het Programma Preventie van ZonMw :
ouderen Uitg. Van Gorcum, Assen 2003 (Bibl. 614.5/PREV)
State of the Art , onderzoek naar de “State of the Art” in de verpleging,
Opgenomen op Blackboard of te downloaden via www.levv.nl
LESA’s (Landelijke Eerstelijns Samenwerkingafspraken) mbt. Decubitus,
dementie en palliatieve zorg, te downloaden via www.lvw.nl (publicaties) of via
Blackboard
Verpleegkundige handboeken op het gebied van ebp/best practice: zie
bibliotheek code 600-614
Ouderen in de samenleving, uitg. Coutinho, 2006 (ISBN 9046900314) (Bibl.
324/OOST)
Rapportage Ouderen 2006, Uitg. SCP, Rijswijk 2006 (ISBN 9037701566 (Bibl.
324/RAPP)
Psychologische hulpverlening aan ouderen 1, uitgeverij INTRO Baarn, 2000.
(Bibl. 324/PSYCH)
Psychologische hulpverlening aan ouderen 2 ,uitgeverij INTRO Baarn, 2001.
(Bibl. 324/PSYCH)
Moderne patiëntenzorg, Uitg. Elsevier gezondheidszorg Maarssen 2002
(ISBN 9035225651, (Bibl. 601.51/MODE)
Verpleegkundige zorgaspecten bij ouderen. Elsevier, 2002. ISBN 9035224868 (Bibl. 613.66/VERP)
Ziekte en zingeving. Een onderzoek naar chronische ziekte en subjectiviteit.
Van Gorcum, 2002. ISBN 90-232-3779-X (Bibl. 605.99/BAAR )
Mantelzorg, over de hulp van en aan mantelzorgers, Den Haag Sociaal en
Cultureel Planbureau 2003 (Bibl. 613.8/MANT) ook te downloaden via
www.scp.nl en via Blackboard
Vragen om hulp, vraagmodel verpleging en verzorging : samenvatting van het
onderzoeksrapport, Den Haag Sociaal en Cultureel Planbureau 2003, (Bibl.
601.51/CAMP) ook te downloaden via www.scp.nl en via Blackboard
Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Historische Uitgeverij,
2001. ISBN 90-655-4470-4 (Bibl. 415.4/DRAA)
Sociaal Cultureel Rapport 2006, Uitg. SCP, Rijswijk 2006 (Bibl. 497/SOCI
2006),
de Sociale staat van Nederland 2009, Uitg. SCP, Rijswijk 2009 (Bibl.
301.8/2009),
Rapportage Ouderen 2006, Uitg. SCP, Rijswijk 2006 (Bibliotheek Haagse
Hogeschool 324/RAPP)
Generatiebewust beleid, Uitg. SDU, den Haag 1999, ISBN 90 399 1687, (Bibl.
324/GENE)
Rapportage gehandicapten 2006 Uitg. SCP, Rijswijk 2006 (Bibl. 325/RAPP
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
9
Websites:
Voor aanvullende websites, zie Bijlage 1
3.3.4 Internetbronnen
www.nationaalkompas.nl
Gezondheid en ziekten
- Ziekten en aandoeningen
- Functioneren en kwaliteit van leven
- Sterfte, levensverwachting en DALY’s
Gezondheidsdeterminanten
- Persoonsgebonden
- Leefstijl
- Omgeving
Preventie
Zorg
- Eerstelijnszorg
- Verpleging en verzorging
Bevolking
- Vergrijzing
www.minvws.nl en dan kiezen voor onderwerpen:
AWBZ
Diabetes
Eerstelijnszorg
Gehandicapten
Hulpmiddelen
Mantelzorg
Ouderen
Palliatieve zorg
Persoonsgebonden Budget
Thuiszorg
Vergrijzing
Vrijwilligers
WMO
Wet Voorziening Gehandicapten (WVG)
Wonen en Zorg
Zorgzwaartebekostiging
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
Ziekten
Onderzoek
Behandeling
Dagelijks leven
Hulp en zorg
Relaties en gezin
http://www.npcf.nl
3.3.5 Blackboard
Op Blacboard is het digitale archief mbt. alle aspecten voor de zog voor Ouderen en Chronisch zieken
opgenomen.
3.3.6 Video’s in de Bibliotheek
Hartfalen
Leven met hartfalen, Teleac 2001, Videotheek 605.12/LEVE
Hartziekten, Vinger aan de pols, AVRO 2000, Bibl. 605.12/VING )
Hart- en vaatziekten (605.12/HART
Hartfalen psychische oorzaak (605.12/HART)
Kanker
Leven met kanker, Teleac 2004,4 afleveringen Videotheek 605.91/LEVE
− Je lijf, je leven:Stap voor stap: werken aan herstel bij reuma en kanker (612.1/JE)
− Zwanger en kanker (603.1/ZWAN (video)), EO 2003
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
10
Reuma
Leven met reuma, Teleac 2004, Videotheek 605.18/LEVE
− Je lijf, je leven:Stap voor stap: werken aan herstel bij reuma en kanker (612.1/JE)
Dementie
Leven met dementie, Teleac Videotheek 605.93/LEVE
Video 605.93/HERS
Speelfilm "Hersenschimmen"
Video 605.93/VROE,Speelfilm "Vroeger is dood"
"Vergeten" (Videotheek 605.93/VERG nr. 1253)
Verloren tijd: "Dementie en de gevolgen voor hun partners" (Videotheek 605.93/DEME en
605.94/VERL))
Dementie en Euthanasie, Rondom 10, NCRV 2000 Bibl. 603.1/ROND
Chronisch zieke kinderen
- Lief rotkind (chronisch zieke kinderen), Teleac 2004, Videotheek 604.64/LIERF, 605.99/LIEF en
462.4/LIEF
- Je moet overal zelf achteraan (606.4/LIEF)
- Geef hem maar een dag aan mij mee. (462.4/LIEF)
- Onderhuids, Chronisch ziek-zijn jongvolwassenen, NCRV 2001 Bibl. 605.99/ONDE
- Je lijf, je leven:Niet als andere kinderen (kinderen met astma en diabetes) 605.2/JE (video)
- Barend en Witteman, Euthanasie bij kinderen, VARA 2002, Bibl. 603.1/BARE
- Zwanger van een kind met het Down-syndroon, EO, 2002 Bibl. 462.3/ZWAN (video)
- Overleven met een chronisch ziek kind (Bij ons thuis): www.teleac.NL/bijnonsthuis
− Je lijf, je leven:Niet als andere kinderen (kinderen met astma en diabetes) 605.2/JE (video)
Diabetes
Elke dag diabetes Teleac 2001, Videotheek 605.16/ELKE (3 afl.)
− Je lijf, je leven:Niet als andere kinderen (kinderen met astma en diabetes) 605.2/JE (video)
Depressiviteit
Kopzorg, aflevering depressiviteit, Teleac 2004 Videotheek 606.32/KOPZ
Dokument: Serie “Oud zeer” , 3 afleveringen, Angsstoornissen en depressiviteit 2001 Bibl.
606.32/DOKU
Rondom 10: Depressiviteit bij ouderen’ 1991(Videotheek 324/DEPR)
Astma/ COPD
− Opgelucht (CARA), Teleac 2000, 605.14/OPGE (video)
− Je lijf, je leven:Niet als andere kinderen (kinderen met astma en diabetes) 605.2/JE (video)
CVA/ Hersenletsel
Een beroerte, (606.13)
Mijn ogen zeggen alles (606.13/MIJN)
− Je lijf, je leven:Een beroerte, en dan ? 606.13/JE
− Teleac: Zeggen dat ik zo veranderd ben 6 delen (hersenletsel), 1998/2000 Bibl606.13/EILA
Rondom 10 : CVApatienten (606.13/CVA)
ALS
− Avro, Vinger aan de Pols afl. “A.L.S” 26 -2-2005 (Code 605.18/VING)
− Je lijf, je leven:Waarom zou ik (ALS) (615.8/JE)
Parkinson
− Je lijf, je leven:Verrast door Parkinson (606.11/JE (video)
ME
Eb en vloed (Renate Dorrestein, ME, 1995, bibl. 605.99/EB
Cystic Fibrosis
Cystic Fibrosis, Vinger aan de pols 605.16/CYST
Pijn
− Je lijf, je leven:Vechten tegen de pijn (604.3/JE)
Eenzaamheid
Zembla: geen hulp alstublieft (324/ZEMB)
DNW: De laatste Jeugd: Ouderen worden anno 2002, VPRO, DNW 2002, (324/DNW) (oudere
worden, verlies van relaties, dreigende eenzaamheid)
Autisme, ook kinderen
− Een '
Asperger'kan hooguit afgericht worden, VPRO 2002, 462.4/ASPE (video)
− Het andere gezicht :Autisme (462.4/ANDE)
− Autisme Volwassenen, Zembla, Vara Bibl. 462.9/ZEMB (video)
− Kopzorg, afl. Autisme (606.33/KOPZ)
− Buitenbeenjes, afl. Autisme (606.4/BUIT
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
11
3.3.7 Video’s op Blackboard
De meest recente video’s staan niet meer opgenomen in de videotheek van de HHS maar zijn digitaal
beschikbaar via Blackboard (veelal met een link naar www.uitzendinggemist.nl of zijn op DVD
beschikbaar bij de docent)
3.3.8 Afstudeerwerkstukken
Carmen Versluis-v.d.Aa De longverpleegkundige in de thuiszorg, een toegevoegde waarde of niet?
Over verpleegkundige zorg aan astma/COPD-patiënten, den Haag 2003
(scriptotheek MGZ 03.015) en via Blackboard
Heidi Rohde
Mantelzorger alleen maar zorgen of samen zorgen?: den Haag 2003,
Scriptotheek HHS MGZ03.017
Alma Segers
Bereikbaarheid : samenwerking tussen wijkverpleegkundige en huisarts den
Haag 2003, Scriptotheek HHS MGZ03.020
Karin Wolff
Spiritualiteit in de terminale fase; van levensbelang, den Haag 2004,
Scriptotheek HHS MGZ04.020
Joke Drop
Samenwerking tussen wijkverpleegkundige en huisarts, den Haag 2004,
Scriptotheek HHS MGZ04.005
Heleen Klok
De wijkverpleegkundige en zorgnetwerken, den Haag 2003, Scriptotheek HHS
(alleen digitaal)
Liesbeth vd.Weel
Hoofd, hart en hand : belevingsgerichte zorg en evidence based nursing in de
thuiszorg, den Haag 2003, Scriptotheek HHS MGZ 03.022
Lucy van Oosterom
Transmurale zorg voor cliënt met chronisch hartfalen, den Haag 2006,
Scriptotheek HHS MGZ 06.010
Nellie Pronk
Wie zoet is krijgt lekkers, thearietrouw bij diabetespatiënten, den Haag 2006,
Scriptotheek HHS MGZ 06.012
Anneke Lanser
Eenzaamheid, den Haag 2006, Scriptotheek HHS MGZ 06.009
Alice van Putten
Hart voor hart, preventie van hartfalen, den Haag 2009, Scriptotheek HHS
MGZ 09.009
Kiek Schoenmakers
Stop fixeren, Vrijheidsbeperkende maatregelen bij dementeren, den Haag
2009, Scriptotheek HHS 09.010
Hanneke Gravendeel Hard werken - hart werken : bejegening van palliatieve terminale patiënte, den
Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.004
Daphne van Hasselaar Samenwerking tussen de wijkverpleegkundige en de specialistisch
verpleegkundige tijdens de palliatieve terminale fasepatiënte, den Haag 2005,
Scriptotheek HHS MGZ05.015
Nicole van Kasteren
Oud en eenzaampatiënte, den Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.009
Marlène Kortrijk
Voorlichting over pijn en pijnbestrijding in de palliatieve fase : een
verpleegkundige benaderingpatiënte, den Haag 2005, Scriptotheek HHS
MGZ05.011
Marja Langeveld
Samen sterk in de strijd tegen eenzaamheid! : vrijwilligers in de thuiszorg,
patiënte, den Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.008
Ina-Joke Lemstra
Vraaggestuurde zorg binnen het indicatiebeleid 2005 : ideologie of realiteit?
patiënte, den Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.013
Erna Vrijland
De gezamenlijke zorg rond het levenseinde : de samenwerking tussen
beroepskrachten en vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg patiënte, den
Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.019
Florence Sardjoe
Diabetes bij Hindostanen,,den Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.014
Birgit Stade
Competenties van wijkverpleegkundigen, inzet en mogelijkheden, ,den Haag
2005, Scriptotheek HHS MGZ05.017
Nicoline de Groot
De transferverpleegkundige die zichzelf en anderen motiveert, ,den Haag
2005, Scriptotheek HHS MGZ05.023
Elly van Wakeren
Mantelzorg uit balans, ,den Haag 2005, Scriptotheek HHS MGZ05.020
Gonda van der Wel
De rol van de ethiek in de palliatieve zorg, ,den Haag 2005, Scriptotheek HHS
MGZ05.021
Petra Blom
Thuiszorg en dementie : wat kan er beter? Stand van zaken, den Haag 2006,
Scriptotheek HHS MGZ06.002
Linda van Bohemen
Functiegerichte indicatie en bekostiging in de thuiszorg, den Haag 2006,
Scriptotheek HHS MGZ06.003
Jolanda van Dijk-Pieper Ontspoorde zorg : eerst geloven dan zien (Oudermishandeling), den Haag
2006, Scriptotheek HHS MGZ06.004
Fieke van der Elsen
"Zorg op afstand" mbv. ICT vs. Belevingsgerichte zorg in de Thuiszorg, den
Haag 2010, Scriptotheek HHS MGZ10.0xx
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
12
Alice Houweling
Mirjam Kramer
Suzanne Ritchi
Jetty Sokawikrama
Signalering depressiviteit bij ouderen, den Haag 2010, Scriptotheek HHS
MGZ10.0xx
Mantelzorgondersteuning bij dementerenden, den Haag 2010, Scriptotheek
HHS MGZ10.0xx
Kwaliteitsverbetering door invoering cliëntbespreking in de thuiszorg, den
Haag 2010, Scriptotheek HHS MGZ10.0xx
Optimalisering Palliatieve zorg thuis, den Haag 2010, Scriptotheek HHS
MGZ10.0xx
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
13
3.4
PROGRAMMABESCHRIJVING
Voordat we daadwerkelijk van start gaan, is het belangrijk dat je jezelf alvast goed voorbereidt en
oriënteert op wat je tijdens dit blok gaat leren.
Activiteit 0.1
Werkvorm
Zelfstudie
Bestudeer de inhoud van het blokboek. Let daarbij vooral op:
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2 , Inleiding
Hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. t/m 3.2
Activiteit 0.2
Werkvorm
Zelfstudie
Blader door de verplichte literatuur en andere bronnen die in dit blok gebruikt wordt (zie paragraaf
3.3). Vorm je door middel van de inhoudsopgave van elk boek alvast een beeld welke bijdrage dit
boek aan dit blok kan leveren.
Activiteit 0.3
Werkvorm
Zelfstudie
Verken ter oriëntatie de in paragraaf 3.3.4 genoemde websites en probeer je vast een globaal beeld te
vormen over de inhoud van deze websites.
1. Verantwoording
De term reuma wordt over de hele wereld gebruikt. Er worden meer dan 200 verschillende
ziektebeelden mee aangeduid die klachten geven in of nabij de gewrichten of elders in het houdingen bewegingsapparaat. De voornaamste vorm, reumatoïde artritis (RA), is gekenmerkt door
ontsteking en zwelling van de gewrichten en misvormingen, resulterend in pijn en vermoeidheid.
Afwijkingen van de gewrichten kunnen duidelijk aanwezig zijn, maar zijn soms op het eerste gezicht
niet te zien. Het beloop van de ziekte is vaak onvoorspelbaar en de klachten kunnen variëren van uur
tot uur en van dag tot dag. Dit soort ziekten, waar ook verpleegkundigen in de maatschappelijke
gezondheidszorg veel mee geconfronteerd worden, heeft grote gevolgen voor de cliënt en zijn
omgeving en beïnvloedt niet alleen het lichamelijk functioneren maar ook het psychisch en sociaal
functioneren. Onderzoek laat een vijftal kernproblemen zien, zoals reumatoïde artritis patiënten die
althans ervaren: niet meer alles kunnen doen, moeheid, pijn, afhankelijkheid en stijfheid.
2. Beginsituatie
e
Studenten hebben in Cluster 3 van het 1 jaar kennis gemaakt met de maatschappelijke
gezondheidszorg.
Studenten hebben binnen het onderwijs nog niet expliciet te maken gehad met cliënten met het
ziektebeeld reuma en de gevolgen die deze ziekte heeft voor cliënten op lichamelijk, psychisch en
sociaal gebied..
Studenten hebben mogelijkerwijs in één van de stages wel expliciet te maken gehad met cliënten
met het ziektebeeld reuma en de gevolgen die deze ziekte heeft voor cliënten op lichamelijk,
psychisch en sociaal gebied..
3. Leerdoelen
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges.
De student
a. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
14
b. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met reuma te moeten leven voor zowel patiënt
als familie en vrienden.
c. Kent de sociale kaart
d. Voelt zich betrokken bij de “ziekte”beleving van de cliënt
e. Kan vanuit het patiëntenperspectief een aantal relevante verpleegkundige aandachtspunten
benoemen voor het verplegen en begeleiden van mensen met reuma
f. Communiceert adequaat in fora gericht op de specifieke doelgroep
g. Levert een bijdrage aan voorlichting op farmacologisch gebied aan cliënten met reuma
4. Bronnen:
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken
- DVD Chronisch Ziek: hoofdstuk Marije.
- V&VN reumatologie: de afdeling van V&VN van verpleegkundigen in de reumazorg
- www.reumafonds.nl
- www.reumabond.nl
Reader
- J.W. Dannenberg e.a., Reumatoïde artritis, wat vindt de patiënt er zelf van?, TVZ 2006 nr 11/12
pp 61-67
Aanbevolen:
Teleac
Leven met reuma, Teleac 2004, Videotheek 605.18/LEVE
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 1.1
Werkvorm:
Individueel DWerk je leerdoelen uit mbv. de bronnen waaronder de website van de afdeling van V&VN.
Bestudeer het interview met Marije.
Bekijk aflevering 6 van de serie “Uitgedokterd” met oa. Marieke (Blackboard)
Opdracht 1: Wijkverpleegkundigen kunnen reumapatiënten ondersteunen bij het (tijdig) signaleren
van de behoefte aan hulpmiddelen. Ga op internet op zoek naar specifieke sites over hulpmiddelen.
Bereid je voor op een presentatie van vijf minuten in je team over de resultaten van je
“bronnenstudie”.
Opdracht 2: : noteer een drietal verpleegkundige diagnoses die je op basis van het interview met
Marije zou kunnen stellen. Werk 1 ervan uit in een plan van aanpak (met resultaten en interventies).
Maak hiervoor gebruik van de hierboven genoemde bronnen!
Activiteit
MGZ 1.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege samen met AGZ en GGZ
Het hoorcollege van deze week behandelt het begrip “comorbiditeit”
Activiteit
MGZ 1.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DBespreek met elkaar waar een goede presentatie zoals bedoeld in activiteit MGZ 1.1 aan moet
voldoen. Maak gebruik van de in de vorige jaren gehanteerde scorelijsten!
Activiteit
MGZ 1.4
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege is er naast bespreking van de resultaten van de zelf- c.q. onbegeleide studie,
ruimte voor een aantal korte presentaties van opdracht 1 en 2. Let op: beargumenteer je keuzes van
de uitwerking van het plan van aanpak!
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
15
1. Verantwoording
Ieder jaar krijgen ruim 41.000 mensen voor de eerste keer een CVA en circa 7000 mensen worden
opnieuw met een CVA geconfronteerd. Op dit moment is een CVA de doodoorzaak nummer 1 bij
vrouwen.
CVA, Cerebro Vasculair Accident, betekent ‘ongeluk in de bloedvaten van de hersenen’. Dit kan een
hersenbloeding of een herseninfarct zijn. Veelal is er links of rechts van het lichaam een verlamming
en soms in meer of mindere mate afasie aanwezig. Verder kunnen de gevolgen voor gedrag en
karakter zeer ernstig zijn. Een CVA zonder blijvende gevolgen heet een TIA. Een CVA valt onder harten vaatziekten. Verpleegkundigen in de maatschappelijke gezondheidszorg ontmoeten veel cva
patiënten in hun werk. Vaak gaat het om mensen die na de eerste opvang in “stroke-units” van ziekenof verpleeghuis weer thuis komen. Evenals bij andere hart- en vaatproblemen – zoals coronaire
hartziekten en hartfalen – komt psychosociale problematiek bij CVA-patiënten en hun naasten, veel
voor. Gelukkig is er de laatste tijd, onder andere vanuit het programma “Hart voor mensen” van de
Hartstichting, veel aandacht voor het bieden van psychosociale ondersteuning als integraal onderdeel
van de zorg voor hart en vaatpatiënten.
2. Beginsituatie
Studenten hebben in het eerste jaar in cluster AGZ een taak (is er leven na een beroerte?) over de
problematiek rond het CVA gedaan. In het tweede jaar is er in cluster 7 aandacht geweest voor
ketenzorg, CVA-ketens zijn anno 2008 prominent aanwezig in de Nederlandse gezondheidszorg.
3. Leerdoelen
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student
a. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
b. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met CVA te moeten leven voor zowel patiënt als
familie en vrienden.
c. Heeft zich verdiept in een drietal relevante/actuele richtlijnen rond de zorg voor CVA-patiënten en
hun partners
d. Heeft vanuit deze richtlijnen voor zichzelf een top 10 samengesteld van verpleegkundige
aandachtspunten voor het verplegen/begeleiden van patiënten met een CVA en hun naasten in de
maatschappelijke gezondheidszorg
e. Kan een drietal voorbeelden van best practice benoemen van ketenzorg voor CVA patiënten.
f. Kan de hoofdlijnen van de maatschappelijke positie van chronisch zieken verwoorden
g. Kan de hoofdlijnen van het chronisch ziekenbeleid verwoorden
4. Bronnen:
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken
- www.cva-samenverder.nl
Blackboard
- Beroerte: CBO Richtlijn
- Zorg voor de mantelzorg: richtlijnen en aanbevelingen voor de begeleiding van naasten van
getroffenen door een beroerte.
- Revalidatie na een beroerte: richtlijnen en aanbevelingen voor zorgverleners
- www.hartvoormensen.nl
- Verpleegkundige Revalidatierichtlijn Beroerte, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Divisie
Hersenen, Thora B. Hafsteinsdottir. Elsevier gezondheidszorg 2009.
Aanbevolen
Teleac
Je lijf, je leven, Teleac 2004, aflevering “Een beroerte en dan”, Videotheek 606.13/JE
Teleac
Je lijf, je leven, Teleac 2004, aflevering “Je werk hebben, je werk houden”, Videotheek
318.6/JE (over gevolgen arbeid bij chronisch zieken)
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
16
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 2.1
Werkvorm:
Individueel DBestudeer de bronnen. Zoek daarbij antwoorden op de leerdoelen.
Bestudeer de website van de patiënten verenging “Samen Verder” en fris je kennis op over de
achtergronden van het cva. Bekijk de website hartvoormensen.
Bestudeer de richtlijnen en stel een top 10 samen van aandachtspunten waar je vanuit de positie van
de verpleegkundige werkzaam in de maatschappelijke gezondheidszorg (bijvoorbeeld de thuiszorg)
prioriteit aan zou kunnen geven. Motiveer je keuze.
Activiteit
MGZ 2.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege samen met AGZ en GGZ
In blokweek 2 richt het hoorcollege zich op een algemene heroriëntatie op het klinisch redeneren
oftewel de toepassing van de verpleegkundige methodiek, zoals in afgelopen leerjaren regelmatig aan
de orde is geweest.
Activiteit
MGZ 2.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DWerk elkaars “ratings” (activiteit 2.1) uit en discussieer over de wenselijkheid van een uniforme
prioriteitenlijst.
Probeer overeenstemming te vinden over het antwoord op de vraag: Wat vind jij het verschil tussen
“chronisch ziek zijn” en “een chronische ziekte hebben”?
Activiteit
MGZ 2.4
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege worden de resultaten van activiteit 2.1 en 2.3 met elkaar vergeleken, en het belang
van het werken met (evidence based) richtlijnen nabesproken. Aan de hand van casusmateriaal
(kritische beroepssituatie) zal de rol van de mgz-verpleegkundige bij het bieden van psychosociale
ondersteuning aan CVA-patiënten worden uitgewerkt. In het werkcollege wordt ook aandacht besteed
aan het programma “hartvoormensen” van de Nederlandse Hartstichting. Vooral het belang van een
goede, integrale psychosociale ondersteuning zal worden benadrukt.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
17
! "
1. Verantwoording
Kanker is na hart en vaatziekten de nummer 2 in Nederland van ziekten waar mensen aan overlijden.
Totaal is het aantal nieuwe gevallen met kanker 30.000 tot 100.000 per jaar.
Ondanks dat er nog veel mensen aan overlijden, is er ook winst geboekt door de steeds vroegere
opsporing van verschillende soorten kanker. Daarnaast gaat de ontwikkeling wat betreft de
behandeling ook snel. Hierdoor is de levenskans van veel patiënten verbeterd.
Ook is er meer aandacht ontstaan voor de kwaliteit van leven bij patiënten die niet meer beter kunnen
worden. De zogenaamde palliatieve zorg.
Er is een duidelijke tendens om oncologie patiënten zoveel mogelijk thuis te laten en zo min mogelijk
te belasten met ziekenhuis behandelingen en/of opnamen. Niet alleen is dat meestal goedkoper, maar
ook prettiger voor de patiënten zelf.
Hierdoor zal je als verpleegkundige steeds meer mensen in de thuissituatie tegenkomen die thuis of
poliklinisch behandeld worden en waarvoor nog hoop is dat ze het zullen overleven. Maar je komt
natuurlijk ook mensen tegen die terminaal zijn.
2. Beginsituatie
Studenten hebben in Cluster 3 van het 1e jaar kennis gemaakt met de maatschappelijke
gezondheidszorg.
Studenten hebben binnen het onderwijs nog niet expliciet te maken gehad met cliënten met
kanker.
Studenten hebben mogelijkerwijs in één van de stages wel expliciet te maken gehad met cliënten
met kanker.
3. Leerdoelen
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student:
a. Kent de meest voorkomende soorten en screenings van kanker. (heroriënteer je op kennis
propedeuse en leerjaar 2)
b. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
c. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met kanker te moeten leven voor zowel patiënt
als familie en vrienden en kan dit onderbouwen vanuit de theorie.
d. Kan aangeven welke preventie op het gebied van kanker plaats vindt.
e. Kent de laatste zelfzorgmethoden die kankerpatiënten thuis kunnen toepassen.
f. Kan de belangrijkste andere vormen van ondersteuningen noemen met betrekking tot kanker.
(specifieke hulpverleners, websites, patiëntenverenigingen etc)
g. Kan de belangrijkste psychische, sociale en medische aandachtspunten in de zorg om de
oncologiepatiënt in de thuissituatie benoemen.
h. Kent de belangrijkste onderdelen van de sociale kaart in de zorg betreffende oncologische
patiënten.
i. Kan een zorgplan opstellen voor een oncologische patiënt.
4. Bronnen:
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken
- www.oncoline.nl
- RIVM/chronische ziekten
- www.oncologie.venvn.nl
- ikcnet.nl
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
Video: Een jaar of minder (longkanker): Blackboard
Video: Kun je ooit nog gelukkig zijn? (gevolgen voor het gezin bij ouders met kanker): Blackboard
Aanbevolen
Teleac
Leven met kanker, Teleac 2004, Videotheek 605.91/LEVE
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
18
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 3.1
Werkvorm:
Individueel DWerk je leerdoelen uit mbv. de bronnen. Let met name op de vele voorbeelden van best practice uit
de website van oncoline. Bekijk (evt. met elkaar tijdens de d- activiteit) het indrukwekkende
videoverslag “een jaar of minder”, over de beleving en belevenissen van een vrouw met longkanker is
de laatste fase van haar ziekte – die ze thuis doorbrengt. Noteer je
observatie/gevoelens/aandachtspunten/vragen voor de nabespreking.
Activiteit
MGZ 3.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege
Volg het hoorcollege oncologie samen met de AGZ over de verschillende vormen en screenings van
oncologie.
Activiteit
MGZ 3.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DNabespreking van het videoverslag in subgroepen. Wat heeft je in dit beeldverhaal geraakt? Wat
maakte het bij je los (heel veel mensen hebben ervaring in hun (naaste) omgeving met kanker). Hoe
kijk je als “aankomend” mgz-verpleegkundige naar deze beelden. Als je de opnames koppelt aan je
studie van de diverse genoemde bronnen voor de zelfstudie, welke verpleegkundige aandachtspunten
komen dan bovendrijven?
Activiteit
MGZ 3.4
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege bespreken we het subgroepswerk na. Tevens proberen we tot een “top” vijf te
komen van relevante verpleegkundige aandachtspunten voor het verplegen van patiënten met kanker
in de thuissituatie. Deze aandachtspunten zullen worden gekoppeld aan bestaande verpleegkundige
diagnoses, resultaten en interventies.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
19
#
$
%
1. Verantwoording
Een van de veel voorkomende neurologische aandoeningen, is de ziekte van Parkinson. Zoals veel
chronische ziekten kenmerkt deze zich door een sluipend verloop. Veel wijkverpleegkundigen weten
hoe veel moeite mensen hebben om te accepteren dat ze steeds moeilijker gaan functioneren. Een
paar jaar geleden was het de echtgenoot van koningin Beatrix, prins Claus, die er openlijk voor
uitkwam aan de ziekte van Parkinson te lijden. Je moet overigens altijd heel voorzichtig zijn met die
laatste constatering. Een bekend voorbeeld is de uitspraak van een andere “bekende” chronisch
zieke, de schrijfster Karin Spaink, bekend met M.S., die ooit de hulpverleners voorhield: (citaat) “ pas
op hè, noem mij niet ‘ chronisch ziek’ . Ik heb MS en daardoor ben ik af en toe niet in staat om
“normaal” te functioneren, vergelijk het met een fikse griep. Maar voor de rest ben ik een gewoon
mens, burger, en wens ik niet als ziek te worden aangemerkt”.
In de begeleiding van mensen met de ziekte van Parkinson zijn veel aandachtspunten te ontdekken.
En wie kan je dat beter uitleggen dan de patiënt zelf?!,
2. Beginsituatie
e
Studenten hebben in Cluster 3 van het 1 jaar kennis gemaakt met de maatschappelijke
gezondheidszorg.
e
Studenten hebben in 2 jaar gewerkt met zorgprogramma’s
3. Leerdoelen:
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student
a. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
b. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met de ziekte van Parkinson te moeten leven
voor zowel patiënt als familie en vrienden.
c. Kan aangeven welke preventie op het gebied van de ziekte van Parkinson plaats vindt.
d. Kent de laatste zelfzorgmethoden die patiënten met de ziekte van Parkinson thuis kunnen
toepassen.
e. Kan de belangrijkste andere ondersteuningen noemen met betrekking tot de ziekte van Parkinson.
(specifieke hulpverleners, websites, patiëntenverenigingen etc)
f. heeft vanuit de richtlijn verplegen van Parkinson patiënten een top drie van verpleegkundige
aandachtspunten voor zichzelf geformuleerd (hoofd, handen
g. kan vanuit het patiëntenperspectief een aantal relevante verpleegkundige aandachtspunten
benoemen voor het verplegen en begeleiden van mensen met Parkinson
h. reflecteert op het ervaringsverhaal van een cliënt met Parkinson
4. Bronnen:/Bronnen
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken
- DVD Chronisch ziek, onderdeel Ton
Blackbors
- Tripartite richtlijn verplegen van Parkinsonpatiënten (eventueel in onderdelen te downloaden via
VenVN)
Aanbevolen
Teleac
Je lijf, je leven, Teleac 2004, aflevering “Verrast door Parkinson”, Videotheek
606.11/JE
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 4.1
Werkvorm:
Individueel DBestudeer de bronnen. Zoek daarbij antwoorden op de leerdoelen.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
20
Luister naar wat Ton vertelt over zijn ervaringen. Maak een keuze voor 2 van de 7 deelthema’s, en vat
deze kort in eigen woorden samen. Bestudeer de “tripartiete” richtlijn “Verplegen van
Parkinsonpatiënten”.
Activiteit
MGZ 4.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege
Dit gastcollege van een verpleegkundig specialist, zal ingaan op recente ontwikkelingen in de in de
zorg, begeleiding en behandeling van Parkinsonpatiënten. Speciale aandacht zal uitgaan naar het
klinisch redeneren, specifiek vanuit de MGZ, voor deze patiëntencategorie.
Activiteit
MGZ 4.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DVoorafgaande zelfstudie en (gast)colleges hebben je nieuwe inspiratie opgeleverd voor het verplegen
van patiënten (en hun familieleden/partners) met Parkinson. Noteer, in subgroepen, deze nieuwe of
hernieuwde gezichtspunten. Stel eens een top 3 op van diagnoses, resultaten en interventies die je op
dit moment van belang lijkt voor het werk van een mgz-verpleegkundige die in haar praktijk patiënten
met Parkinson verpleegt. Uiteraard onderbouw je je keuze met relevante bronnen (zelfstudie of
college).
Activiteit
Duur
Werkvorm:
MGZ 4.4
2 SBU
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege worden de resultaten van 4.1 en 4.3 plenair nabesproken.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
21
&
& '"
%
() #
* (
%%
1. Verantwoording
Chronisch ziek zijn of ouder worden heeft onherroepelijk gevolgen voor je sociale netwerk. Mensen
bouwen een sociaal netwerk op door ontmoetingen op het werk of bij het uitoefenen van hobby’s. Als
chronisch zieke kan je niet meer net zo leven en werken als gezonde mensen. Ouderen hebben geen
officiële werkkring meer. Hierdoor kan je het risico lopen dat je sociale netwerk erg klein wordt.
Daarnaast komen ouderen in een levensfase waar vrienden en familie gaan wegvallen. (Een mevrouw
van 75 vertelde dat ze de afgelopen tijd gemiddeld één begrafenis of crematie per maand had gehad
van een goede vriend(in). )
Door een te klein of geen sociaal netwerk kunnen mensen zich erg eenzaam gaan voelen. Maar ook
MET een sociaal netwerk kunnen mensen zich diep eenzaam voelen.
Sociaal isolement en eenzaamheid is één van belangrijke risicofactoren voor het ontstaan van een
depressie. In Nederland kampen jaarlijks 738.000 mensen uit de leeftijdsgroep 12-75 jaar met een
depressie. Depressie kan optreden op elk moment in de levensloop.
Er wordt in Nederland geleidelijk meer gedaan aan het probleem van eenzaamheid. Dit gebeurt vaak
in de vorm van samenwerkingsprojecten.
2. Beginsituatie
Studenten hebben in Cluster 3 van het 1e jaar kennis gemaakt met de maatschappelijke
gezondheidszorg.
Studenten zijn in cluster 2 taak 2 al geconfronteerd met depressie als psychiatrisch ziektebeeld.
Studenten hebben binnen Cluster 3 in taak 1 al te maken gehad met de gevolgen van sociaal
isolement en de gevolgen dit heeft voor cliënten op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied.
De student heeft de leerdoelen van leerpakket SW4 over verlieskunde behaald.
In het 1e en 2e jaar is er op verschillende momenten gesproken over het probleem van sociale
netwerken bij chronisch zieken en ouderen. Ook over depressie bij ouderen verschillende keren
gesproken en literatuur aangedragen, vaak verwerkt in andere thema’s. Dit is de eerste keer dat
het als afzonderlijk thema wordt aangeboden.
3. Leerdoelen
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student
a. Kan zich een mening vormen over de maatschappelijke positie van ouderen in deze samenleving
b. Kan de hoofdlijnen van het integraal overheidsbeleid mbt. ouderen verwoorden
c. Kan benoemen: factoren die eenzaamheid en depressie kunnen veroorzaken en factoren die ze
kunnen verhelpen.
d. Kan aangeven wat de rol van de verpleegkundige is of zou kunnen zijn in het
verminderen/opheffen van de eenzaamheid en depressie
e. Kan 2 bestaande projecten presenteren. Eén die met succes eenzaamheid aangepakt heeft en
één die mislukt is.
4. Bronnen:
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
T.v.d. Kruk, Zorgverlening aan Ouderen (behorend bij het leerpakket Geriatrie)
www.projectenzorgenwelzijn.nl
www.eenzaamheid.linkje.nl
dvd: chronisch ziek: Ton, het onderdeel: naaste relatie
www.rodekruis.nl
www.eenzaamheid.info
Aanbevolen Bibliotheek
de Jong Gierveld en van Tilburg,
Zicht op eenzaamheid, van Gorcum, 2007 Isbn: 9789023243441
Teleac
Kopzorg, aflevering depressiviteit, Teleac 2004 Videotheek 606.32/KOPZ
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
22
---
Multidisciplinaire richtlijn depressie : richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van
volwassen cliënten met een depressie, Utrecht : Trimbos-instituut, 2005, Bibl. Boeken
606.33/MULT
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 5.1
Werkvorm:
individueel DOrienteer je d.m.v. genoemde bronnen op het thema van deze week. Verdiep je in de literatuur.
Daarbij bevat het boek “Zicht op eenzaamheid” een zeer volledige analyse, en aanpak van het
probleem. Internet geeft uiteraard een stuwmeer aan info over het onderwerp.(leerdoelen c, d en e)
Bekijk de video’s Soeterbeeck-aflevering “Eenzaamheid je eigen schuld?” en de Netwerk-aflevering
“Depressie onder ouderen” (Blackboard)
Activiteit
MGZ 5.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Gastcollege samen met GGZ
Volg het hoorcollege Eenzaamheid en sociaal isolement
Activiteit
MGZ 5.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DVerdiep je samen met 2 medestudenten in 2 bestaande projecten voor de aanpak van
eenzaamheidsproblematiek. Let hierbij over de “status” van deze projecten (evidence based of niet
bijvoorbeeld?). Uiteraard maak je gebruik van nieuwe inzichten en inspiratie vanuit het gast-college.
Bespreek met elkaar hoe je de rol van de (mgz)verpleegkundige in het aanpakken van eenzaamheid
bij chronisch zieken en ouderen, inhoudelijk zou kunnen onderbouwen en beargumenteren. Om deze
rol zo breed mogelijk te beschouwen, maak je gebruik van de verpleegkundige rollenset: met name
die van Zorgverlener, Regisseur en Ontwerper. Maak tevens gebruik van het onderscheid tussen
individuele, en collectieve zorgverlening.
Activiteit
Duur
Werkvorm:
MGZ 5.4
2 SBU
Werkcollege D+ (samen met GGZ)
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
Nabespreking van het individuele en subgroepswerk. In de nabespreking zal de nadruk liggen op de
verpleegkundige ‘legitimering’ van de aanpak van eenzaamheid/sociaal isolement
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
23
+
+ !$,
1. Verantwoording
De Engelse afkorting COPD staat voor Chronic Obstructive Pulmonary Diseases (chronische
obstructieve longaandoeningen).
Bij COPD zijn de luchtwegen vernauwd door een ontsteking en bij een ernstige vorm zijn de longen
beschadigd. Roken is vaak de belangrijkste oorzaak van deze beschadiging. Chronische bronchitis
komt alleen voor bij volwassenen. Wanneer kinderen '
bronchitis'hebben, komt dat meestal door een
virusinfectie.
In Nederland heeft 2% van alle mensen COPD. De ziekte komt vooral veel voor bij ouderen (17% van
de mensen boven de 80 jaar heeft COPD). Er komen in Nederland, net zoals in de rest van de wereld,
alsmaar mensen met COPD bij. Een van de hoofdgroepen van COPD is de aandoening
Longemfyseem. In 2007 lanceerde de regering een nieuw preventieprogramma, met daarin 5
prioriteiten. Stoppen met roken is er 1 van.
2. Beginsituatie
De student heeft in het eerste jaar 1 taak (mag ik meer lucht svp) rond copd gedaan. In het tweede
jaar was er in cluster 7 aandacht voor o.a. ketenzorg. Copd-ketens maken anno 2008 een prominent
deel uit van transmurale zorgprogramma’s. Tevens werd in cluster 7 aandacht besteed aan de
gevolgen van de sociaal economische status voor voorkomende maatschappelijke
gezondheidsverschillen.
3. Leerdoelen
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student
a. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
b. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met COPD te moeten leven voor zowel patiënt
als familie en vrienden.
c. Kan aangeven welke preventie op het gebied van COPD plaats vindt.
d. Kent de laatste zelfzorgmethoden die COPD patiënten thuis kunnen toepassen.
e. Kan de belangrijkste andere ondersteuningen noemen met betrekking tot COPD. (specifieke
hulpverleners, websites, patiëntenverenigingen etc)
f. Voelt zich betrokken bij de “ziekte”beleving van de cliënt
g. Kan vanuit het patiëntenperspectief een aantal relevante verpleegkundige aandachtspunten
benoemen voor het verplegen en begeleiden van mensen met COPD
h. Heeft aan den lijve ondervonden hoe benauwdheid kan leiden tot angst & stress
i. Kan de jongste ontwikkelingen rond COPD-ketenzorg benoemen
j. Kan vanuit het patiëntenperspectief een aantal relevante verpleegkundige aandachtspunten
benoemen voor het verplegen en begeleiden van mensen met COPD
4. Bronnen:
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
A. Pool ea. Zorgverlening aan Chronisch zieken
DVD Chronisch Ziek: hoofdstuk Kitty
N. de Graaf e.a., Transmurale COPD-zorg, TVZ 2005 nr. 7/8 pp 60-63
Rubriek vakinfo, Lage sociaal-economische status maakt COPD patiënt extra kwetsbaar, TVZ
2007, nr 2 pp 36
B.S. Boot e.a., Zorg rondom COPD, TVZ 2007 nr. 4 pp 46
www.astmafonds.nl/allesovercopd
patiëntenversie richtlijn COPD (€3,75): te bestellen via het astmafonds
Aanbevolen
C. Versluis-v.d.Aa De longverpleegkundige in de thuiszorg, een toegevoegde waarde of niet? Over
verpleegkundige zorg aan astma/COPD-patiënten (scriptotheek MGZ 03.015) en
via Blackboard
Teleac
Opgelucht, Teleac 2000, Videotheek
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
24
Teleac
Je lijf, je leven, Teleac 2004, aflevering “Niet als alle kinderen” Videotheek
605.2/JE. (gaat over chronisch zieke kinderen, bv. met diabetes en astma)
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 6.1
Werkvorm:
Individueel DFris je kennis op over het COPD syndroom: maak gebruik van in bezit zijnde boeken (o.a.
Gregoire) en de website van het astmafonds, met vele sprekende links (bijvoorbeeld naar
www.ziekenhuis.nl/animaties)
Doe de “benauwdheidtest”: zoek een zwemwater op, neem een duik en blijf zo lang mogelijk
onder water. Stel voor jezelf vast welke gevoelens er vlak voor het moment van opduiken bij je
opkwamen.
Bestudeer het interview met Kitty en let vooral op de onderdelen ‘kennis en hulp’ en ‘perspectief’.
Bestudeer de patiëntenversie van de richtlijn COPD
Stel een lijst op met de 10, in jouw ogen meest belangrijke verpleegkundige aandachtspunten bij
het verplegen/begeleiden van mensen met COPD.
Activiteit
MGZ 6.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege (samen met AGZ en GGZ)
Het hoorcollege van week 6 gaat in op het nieuwe fenomeen van de Zorgstandaarden, in de zorg voor
chronisch zieken.
Activiteit
MGZ 6.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DBediscussier met elkaar de uitkomsten van het hoorcollege. Wat is het verschil tussen een
zorgstandaard en een richtlijn? Welke eerdere ervaring met ketenzorg hebben jullie? Discussieer met
elkaar over het maatschappelijke debat rond het verbod op roken in de horeca. Welk standpunt zou
de beroepsgroep (VenVN) hierover naar buiten moeten brengen?
Activiteit
MGZ 6.4
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege worden de uitkomsten van voorafgaande activiteiten met elkaar nabesproken,
waarbij consequenties voor klinisch redeneren en zorgplan centraal staan. Uiteraard zal hierbij
gekeken worden naar de consequenties van het bestaan van Zorgstandaarden voor de praktijk van de
mgz-verpleging.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
25
-
-,
1. Verantwoording
Dementie komt steeds vaker voor. Cijfers uit 2007 wijzen op een toename tot 450.00 patiënten in
2050. Huisarts en thuiszorg zijn meestal de eerste schakels uit de zogenaamde formele zorgketen,
waar patiënten, en vaak hun familie of vrienden, om hulp vragen. Met nadruk hebben we het over de
‘formele’zorgketen. Want in de informele sfeer is het de mantelzorg, die een enorme hoeveelheid tijd
(en geld) besteed aan de opvang van dementerenden en hun partners. Vaak is het pas op het
allerlaatste moment, als het water hun tot de lippen is gestegen, dat zij een beroep doen op de
formele hulpverlening.
In de thuiszorg zie je steeds vaker de functie van ‘casemanager’ dementie. In cluster 7 uit het tweede
jaar hebben we al in het kort kennis gemaakt met deze nieuwe functie. In de komende opdracht
besteden we nog eens aandacht aan deze cruciale vorm van crisisopvang. Optimale zorg voor
dementerenden en hun omgeving veronderstelt een zorgverlening met aandacht voor “hoofd, hart en
handen”.
2. Beginsituatie
Studenten hebben in cluster MGZ in het eerste jaar globaal kennis gemaakt met de MGZ en in taak 4
specifiek met dementie (of was het nou pseudo-dementie ?). In het tweede jaar werd er o.a. in cluster
7 aandacht besteed aan casemanagement bij dementie. Onderliggende stelling was: zorg voor
dementerenden is in principe complexe zorg.
3. Leerdoelen:
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
De student
a. Kan de hoofdlijnen van de maatschappelijke positie van chronisch zieken verwoorden
b. Kan zich een mening vormen over de maatschappelijke positie van ouderen in deze samenleving
c. Kan de hoofdlijnen van het chronisch ziekenbeleid verwoorden
d. Kan de hoofdlijnen van het integraal overheidsbeleid mbt. ouderen verwoorden
e. Kan een vijftal vormen van dementie omschrijven (heroriënteer je op kennis propedeuse en
leerjaar 2)
f. Kan 5 van de 14 “probleemvelden”uit het landelijk dementieprogramma (LDP) in eigen woorden
omschrijven
g. Kan zich, op basis van een praktijkvoorbeeld, empatisch verplaatsen in de problematiek waar je
als mantelzorger mee te maken krijgt
h. Is in staat haar eigen gevoel van onmacht of weerstand te hanteren in situaties waarin er sprake is
van ver voortgeschreden dementie of dementie gepaard met ‘gedragsproblematiek’
i. Toont aan onderdelen van specifieke richtlijnen voor de begeleiding van mensen met dementie
toe te kunnen passen
j. Kan de voor- en nadelen benoemen van het “Validation-concept” in de zorgverlening aan
dementerenden.
4. Bronnen
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
http://www.alzheimer-nederland.nl
T.v.d. Kruk, Zorgverlening aan Ouderen (behorend bij het leerpakket Geriatrie)
http://www.kennisring.nl en dan kiezen voor: Gezondheidshulp
- DVD Benjamin & de Anderen, met o.a. het LDP (zie ook Blackboard)
- www.imoz.nl en dan kiezen voor “Publicaties en artikelen”
Reader
Stapel/ Keukens hoofdstuk hoofdstuk 6.3.4 en 6.4.4 (Positie van Ouderen)
W. Gerenveld. Alzheimer en Co, uit: Denkbeeld april 2006 pp.10-13
K.Kroon
Menselijke wegwijzer moet dementiezorg verbeteren uit: ZorgvisieMagazine 2008 nr.6
pp.18-20
Blackboard
- C.v.d. Kooij, Validation, theorievorming op basis van praktijkervaring, Psychiatrie en Verpleging,
jaargang 68 nr. 5 pp.256-263
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
26
- Richtlijn omgaan met gedragsproblematiek
- Richtlijn multidisciplinaire aanpak van dementie
- LESA standaard dementie
Aanbevolen (Bibliotheek)
S.Braam
Ik heb Alzheimer, Uitg. Nijgh en v.Ditmar, Bibl. 605.93/BRAA
Teleac
Leven met dementie, Teleac Videotheek 605.93/LEVE
N. Feil
Validation : respectvol omgaan met dementerende ouderen, Dwingeloo : KAVANAH,
cop. 2004, Bibl. 605.93/FEIL
H. Buijssen
De beleving van dementie : een eenvoudige gids voor naasten van dementerenden
Utrecht : Het Spectrum, 2007, Bibl. 605.93/BUIJ
P. Dautzenberg Ik ben het steeds meer kwijt : over Alzheimer en andere vormen van dementie,
Wormer : Inmerc, 2007: 605.93/DAUT
--DVD: Benjamin & de anderen : een film over leven met dementie : Tilburg : Moved,
cop. 2006, Videotheek 605.93/BENJ
e
LESA’s (Landelijke Eerstelijns Samenwerkingafspraken) mbt. dementie (Blackboard)
V&VN 1 lijn
P.W.E. v. Rijn Gezond ouder worden : Deelrapportage [email protected] dementie Leiden :
STG/Health Management Forum, 2005, Bibl. 605.93/RIJN
5. Studieactiviteiten
Activiteit
MGZ 7.1
Werkvorm:
Individueel DBestudeer te voorbereiding op het Hoorcollege (Act. MGZ 72)
Werk je leerdoelen uit mbv. de bronnen
Bekijk (BB) de DVD “Benjamin en de anderen”. Door welke fragmenten wordt je het meest
(emotioneel) geraakt? (top 3).
Oriënteer je op de resultaten van het Landelijk Dementie Programma, inmiddels overgegaan in het
zorgprogramma dementie.
Beantwoord de volgende vragen:
- welke vorm van dementie komt het meeste voor. Wat is het hoofdkenmerk van de zogeheten
Lewy Body dementie?
- Wat is de functie van een mono- & multidisciplinaire richtlijn voor zorgverlening?
Activiteit
MGZ 7.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege samen met GGZ
Hoorcollege over de maatschappelijke positie van en Overheidsbeleid met betrekking tot Ouderen en
Chronisch zieken (leerdoel h) met aandacht voor:
ontwikkelingen in Sociale zekerheid (oa. WIA)
maatschappelijke uitstoting
patiënten- en cliëntenorganisaties
overheidsbeleid mbt. Ouderen en Chronisch zieken met aandacht voor interdepartementaal
beleid (wonen, welzijn, sociale zekerheid, arbeid, vervoer, maatschappelijke participatie etc.) en
het integraal Ouderenbeleid
Activiteit
MGZ 7.3
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege DBespreek de resultaten van de zelfstudie.
Activiteit
MGZ 7.4
Duur
2 SBU
Werkvorm
werkcollege D+ samen met GGZ
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
In het werkcollege zal, aan de hand van casuïstiek, het nut en de noodzaak van het gebruik van
richtlijnen en t.z.t. zorgstandaarden t.b.v. de zorgcategorie “mensen met dementie” worden
besproken. Tevens richten we ons op actuele projecten rond casemanagement dementie.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
27
.
.,
%
1. Verantwoording
“Kiezen voor gezond leven” (de vigerende VWS-beleidsnota van 2007 tot 2010), telt 6 speerpunten:
roken, schadelijk alcoholgebruik, overgewicht, diabetes en depressie. Diabetes en overgewicht
hangen nauw met elkaar samen. Actueel is de relatie tussen diabetes en depressie. Roken en
alcoholgebruik vormen een risicofactor voor de conditie van het hart en vaatstelsel, zwakke organen in
geval van diabetes. Inderdaad, er is sprake van ‘multimorbiditeit’.
Zie hier de urgentie om, ook binnen de mgz, veel aandacht te besteden aan de aanpak en liefst nog
de preventie van diabetes.
Anno 2009 is er een hoop te doen op het gebied van Diabetes. Van hulpverleners wordt verwacht dat
zij werken volgens de laatste kennis en inzichten op het gebied van effectief onderzoek en
behandeling. Daarom richten we de aandacht op een paar essentiële documenten waar je als
verpleegkundige in de mgz zeker kennis van moet hebben genomen: de Diabetes Zorgstandaard, met
de daarvan afgeleide Zorgwijzer als een ‘populaire’ patiëntversie; het actuele literatuuronderzoek
“effectieve diabetesinterventies op gebied van preventie en zorg in kaart” in Nederland en als
voorbeeld van het toenemende belang van e-health; de cursus ‘diabetergestemd’
(www.diabetergestemd.nl) . Tenslotte blijven we dicht bij huis en zien we aan de hand van een
praktijkvoorbeeld hoe hulpverleners in Den Haag proberen de diabeteszorg in beweging te krijgen!
2. Beginsituatie:
In het eerste jaar in de clusters AGZ en MGZ is diabetes één van de onderdelen geweest in het PGO
onderwijs (oa. taak 5 cluster MGZ). In het 2e jaar is het uitgebreid aan bod geweest: klinisch beeld,
preventie, behandeling, complicaties etc.
3. Leerdoelen:
Algemeen: de student kan de kern van het verpleegkundige aandeel in de zorg; het klinisch redeneren
in het primaire proces, op willekeurig welk thema, zorgprobleem of ziektebeeld, toepassen. De
generieke onderwerpen uit de gemeenschappelijke hoorcolleges hebben een plaats gekregen in de
werkcolleges
a. Kan uitleggen wat het ziektebeeld inhoudt (heroriënteer je op kennis propedeuse en leerjaar 2)
b. Heeft kennis genomen van een aantal essentiële, actuele documenten op het gebied van kwaliteit
van zorg op diabetes gebied.
c. Kan verwoorden wat voor gevolgen het heeft om met diabetes te moeten leven voor zowel patiënt
als familie en vrienden.
d. Kan aangeven welke preventie (primair, secundair en tertiair; of met de nieuwe termen:
universeel, selectief, geïndiceerd of zorggericht) op het gebied van diabetes plaats vindt.
e. Heeft zich verdiept in de sociale kaart voor diabetes (websites, patiëntenverenigingen etc.)
f. Kan mensen in de thuissituatie begeleiden in het uitvoeren van de zelfzorg bij diabetes.
4. Bronnen::
www.nationaalkompas.nl
www.minvws.nl
- DVD chronisch ziek: Christien
- www.rivm.nl
- www.diabetesfond.nl/nuttigelinks (voor de ‘sociale kaart’)
- www.dvn.nl (voor de zorgwijzer)
- www.diabetesfederatie.nl (voor de zorgstandaard)
- www.loketgezondleven.nl (voor de literatuurstudie effectieve diabetesinterventies in Nederland)
Aanbevolen
Teleac
Elke dag diabetes Teleac 2001, Videotheek 605.16/ELKE
Teleac
Je lijf, je leven, Teleac 2004, aflevering “Niet als alle kinderen” Videotheek 605.2/JE.
(gaat over chronisch zieke kinderen, bv. met diabetes en astma)
5. Studieactiviteiten
Activiteit:
MGZ 8.1
Werkvorm:
D- individueel)
e e
Fris je kennis op over de achtergronden van diabetes mbv. de literatuur/bronnen uit het 1 /2 jaar en
bovengenoemde bronnen.
Bekijk aflevering 2 van de serie “Uitgedokterd” met oa. Sylvia (Blackboard)
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
28
Activiteit
MGZ 8.2
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Hoorcollege D+
In het hoorcollege zal het klinisch redeneren, toegespitst op hoe dit in de MGZ gestalte krijgt, ten
aanzien van de doelgroep mensen met diabetes, worden toegelicht.
Activiteit
MGZ 8.3
Werkvorm:
Individueel DNeem verder kennis van de Zorgstandaard, de daarvan afgeleide Zorgwijzer, het literatuuronderzoek
naar effectieve diabetesinterventies, bekijk het interview met Christien (dvd chronisch ziek) en surf
naar de cursus ‘diabetergestemd’.
Werk in subgroepjes aan de volgende opdracht:
De literatuurstudie en hoorcolleges hebben een hoop nieuwe gezichtspunten, inspiratie en verdieping
opgeleverd. Noteer nu op een flap drie aansprekende voorbeelden hiervan, en licht in de presentatie
hiervan toe welke concrete toepassingsmogelijkheden je hiervan ziet als verpleegkundige in het brede
mgz-werkveld. Het is niet verboden om hierbij bijvoorbeeld gebruik te maken van een patiëntcasus
(ook wel een ‘kritische beroepssituatie’ genoemd).
Mocht je zelf geen inspiratie hiervoor hebben; gebruik dan de volgende casus:
Steve:
Je vrouw is vroeg overleden en je kinderen zitten verspreid over het land. Je hebt geen werk en
brengt je tijd voornamelijk door met voetbal kijken op tv en een korte wandeling maken met de hond.
Vroeger speelde je zelf nog wel voetbal. Maar na het overlijden van je vrouw ben je erg laks
geworden. Daardoor ben je ook uiteindelijk je baan kwijt geraakt. Je vindt je er niks meer aan. Je vindt
het heel moeilijk om je aan de leefregels te houden die je van de diabetesverpleegkundige hebt
gehad. Je houdt van een biertje en van lekker eten. En nou ja, dan ga je toch wat eerder dood, zal jou
een worst zijn.
Diabetesverpleegkundige:
Steve komt bij jou op het spreekuur. Steve is 55 jaar en al lang bekend met diabetes. Je bent
ingeschakeld omdat hij sinds kort een open wondje heeft aan zijn voet wat moeilijk dicht gaat.
Steve woont alleen. Hij is ook al een paar keer niet op de afspraak verschenen. Vandaag is hij er
gelukkig wel.
Activiteit
MGZ 8.4
Duur
2 SBU
Werkvorm:
Werkcollege D+
Tijdens het werkcollege zal uitdrukkelijk stilgestaan worden bij de relevantie van de inhoud van het
voorafgaande hoorcollege voor het klinisch redeneren.
Presentatie van de subgroepwerkzaamheden, nabespreken van alle nieuwe inspiratie,
discussiepunten en resterende aandachtspunten. Nadruk licht op de vraag: wat kan ik ermee als
verpleegkundige in de praktijk. Afronding en evaluatie van de afgelopen 8 weken.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
29
4.1
INLEIDING
Tijdens de stage hebben jullie twee VEVA-trainingen en 1 COVA-training. Het onderwerp van deze
trainingen gaan jullie zelf bepalen als groep. Het gaat om het oefenen van vaardigheden, dus niet om
theorie. Mochten jullie als groep 2 COVA-trainingen willen en 1 VEVA-training, dan is dat ook
mogelijk.
Door deze vrijheid heb je de kans om naar jullie eigen behoefte te leren. Tijdens je stage kom je
verschillende vaardigheden tegen, waar je meer van zou willen leren. Dit kan een bekende
vaardigheid zijn die je (nog eens) wilt oefenen en waar je dan feedback op krijgt. Ook kan het zijn dat
je een vaardigheid in een specifieke situatie wilt leren. Verder kan het een vaardigheid zijn die je nog
niet eerder hebt gehad en die wel in de praktijk naar voren komt.
4.2
VOORBEREIDING:
Advies: bespreek in 1 keer de verschillende onderwerpen die jullie aan bod willen laten komen
binnen de groep. Zo kun je met elkaars wensen rekening houden.
Bepaal minimaal twee weken voorafgaand aan de training het onderwerp voor de VEVA- of
COVA-training.
Mail het onderwerp naar de desbetreffende docent.
Formuleer concreet wat jullie willen leren in welke specifieke situaties.
Zoek zelf relevante literatuur op en bestudeer deze voor de desbetreffende training.
Aanwezigheid trainingen
De voorbereiding van de trainingen zijn verplicht. Dat geldt ook voor de aanwezigheid.
Als groep zijn jullie zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van het onderwerp aan de docent en de
voorbereiding ervan.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
30
5 Leerlijn persoonlijke ontwikkeling/SLB
5.1
INTRODUCTIE LEERLIJN PERSOONLIJKE ONTWIKKELING (SLB)
De leerlijn van de persoonlijke ontwikkeling is vooral gericht op het betekenis geven aan je studie: aan
het begeleiden bij het opstellen en uitvoeren van studieplannen, het wegnemen van hindernissen.
In onderstaand programma is deze leerlijn te herkennen in het aanbod SLB:
studieloopbaanbegeleiding (bron: Studentenstatuur deel 2 HBO-Verpleegkunde).
De afgelopen twee leerjaren heb je gewerkt aan je portfolio, persoonlijke leerdoelen en competenties.
e
Het 2 jaar heb je afgesloten met een portfolio-assessment: je beheerst vier SLB-competenties op
niveau 3, waarvan in ieder geval Plannen en Organiseren en Reflecteren.
De overige twee competenties op niveau 3 heb je zelf gekozen. De overgebleven competenties heb je
op niveau 2 afgesloten.
Je zit nu in het derde leerjaar. Ook nu zal je SLB-er je begeleiden in je studieloopbaan, je stimuleren
en indien nodig adviseren en/of verwijzen.
Doelen SLB 3e studiejaar:
Je bent je als student bewust van je persoonlijke kwaliteiten, beperkingen, motieven, interesse en
drijfveren in relatie tot je studieloopbaanontwikkeling;
Je regisseert je leerproces: je maakt een planning, houd je eraan, formuleert leervragen etc.;
Je ontwikkelt je persoonlijke kwaliteiten en zet deze actief in m.b.t. je studie, beroep en
studieloopbaanplanning om een professionele identiteit te ontwikkelen.
Aan het eind van periode 1 & 2 beheers je Plannen en organiseren en Reflecteren op niveau 4
e
evenals de twee door jou gekozen SLB competenties aan het eind van het 2 jaar. De resterende
e
3 SLB-competenties beheers je op niveau 3. Einde 3 jaar zijn alle SLB-competenties op niveau 4.
De 7 loopbaancompetenties zijn:
1. leervaardigheden
2. plannen en organiseren
3. reflecteren
4. ambitie
5. initiatief
6. resultaatgerichtheid
7. sensitiviteit
In jaar 3 in peergroepjes van vier studenten de SLB vorm en inhoud geven. Dat betekent dat de
differentiatiegroep in vier groepjes gesplitst wordt. Wanneer je daarnaast denkt dat een individueel
gesprek met je SLB’er je verder helpt, dan kan je een gesprek aanvragen. Op basis van een door jou
gemaakt voorstel of opgestelde agenda wordt hier gehoor aangegeven. Als leidraad in SLB maak je
op kritische wijze gebuik van je portfolio, dat alleen de ‘beste bewijzen’ bevat! Je maakt dus constant
keuzes, die je bij je medestudenten en bij je collega’s in de praktijk toetst.
5.2
PROGRAMMASCHEMA
Centrale
thema’s
Beoordeling
Week 2
Competentie
Plannen en
organiseren &
Reflecteren
Installeren leercoachgroep,
motivatie
differentiatie
en opleiding,
wat heb je nodig om
te leren, hoe zie jij
je 3e jrs.
stage,voorbereiding,
SWOT
Week 4
Competentie
Leervaardigheden
Week 6
Competentie
Ambitie
Participatie, inhoud portfolio, reflectieniveau, POP
Week 8
Competentie
Resultaatgerichtheid
Begin minor, hoe stap
je daarin? Werken
aan portfolio: delen
van ervaringen en
waar heb je moeite
mee
Bewijzen verzamelen
voor portfolio, eisen
hieraan. Op niveau 4:
Plannen/ organiseren;
Reflecteren; 2 andere
competenties. Op
niveau 3: de andere 3
Toekenning
1 ETCS= 28 uren
studiepunten
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
31
5.3
PROGRAMMABESCHRIJVING
In blok 1 ligt het accent op een goede installatie van je peergroepje, waardoor je in een sfeer van
vertrouwen in staat bent het maximale uit je studie en stage te halen. Je creëert met elkaar een
krachtige leeromgeving, waarin je in staat bent via verschillende werkvormen en opdrachten je SLBcompetenties verder te ontwikkelen tot het hoogste niveau 4.
e
Vandaar uit ben je bij de start van het 4 jaar in staat je studie en loopbaan zelfstandig te managen.
Te gebruiken literatuur
Sites
http://www.leidenuniv.nl/ics/sz/so/
Zeer uitgebreide website van de studentenpsychologen van de Leidse Universiteit met uiteenlopende
informatie over studievaardigheden en problemen. Veel tips en adviezen, diverse zelftests en
checklists.
http://vsm.cs.utwente.nl/tips.html
Website van de Universiteit Twente met een uitgebreide diagnostische vragenlijst studiemethoden en
met tips en toelichting over diverse studievaardigheden en problemen.
http://www-dsz.service.rug.nl/los/
Website van studentenpsychologen in Nederland en Vlaanderen. Met o.a. tips, informatie en links
naar informatie, checklists en zelftests op tal van andere relevante sites.
http://www.eur.nl/essc/adviesbegeleiding/zelftesten
Website van de Erasmus Universiteit Rotterdam met links naar tips, adviezen en zelftests over diverse
studievaardigheden.
http://iwp.cs.utwente.nl
Interactieve Website Projectvaardigheden met elektronisch lesmateriaal voor het zelfstandig trainen
van projectvaardigheden. Met veel foto'
s, videoclips en interactieve oefeningen.
Activiteiten
Week Voorbereidende activiteit
2 SBU
1
Voorbereiding voor week 2:
Act. 1.1
2
3
4
5
6
7
8
5.3.1
Voorbereiding voor week 4:
Act. 1.4
Voorbereiding voor week 6:
Act. 1.7
Voorbereiding voor week 8:
Act. 1.10
Verwerkingsopdracht
2 SBU
2 SBU D+: Act. 1.2
Competentie Plannen en
organiseren & Reflecteren
Afronding
Act. 1.3
2 SBU D+: Act. 1.5
Competentie Leervaardigheden
Afronding
Act. 1.6
2 SBU D+: Act. 1.8
Competentie
Ambitie
Afronding
Act. 1.9
2 SBU D+ Act. 1.11
Competentie Resultaatgerichtheid
Afronding
Act. 1.12
WEEK 1
Act SLB 1.1
Duur:
Werkvorm:
a.
D + les
2 SBU
2 SBU DZelfstudie voorbereiding Plannen en organiseren& Reflecteren
Lees het document: ‘Hoe te mailen’ op BB. Lees op BB ook verdere theorie over Plannen en
organiseren. Pak dan je eigen agenda erbij. Bekijk kritisch hoe je zaken hierin opschrijft.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
32
Wat is jouw systeem? Ben je daar tevreden mee? Wat kan je verbeteren?
b.
Zet de activiteiten in je leven (privé, sociale leven, studie, werk, hobby’s) in het schema
Urgent/ belangrijk. Wat zegt dit over jou?
c.
Je gaat nu jezelf voorbereiden op het voorstellen van jezelf.
Bekijk: http://www.youtube.com/watch?v=Tq0tan49rmc en lees:
http://www.carrieretijger.nl/carriere/zelfmarketing/elevator-pitch
Nu je weet wat een elevatorpitch is en hoe je deze kan samenstellen, ga je er zelf één maken.
Maak zelf persoonlijke, sprankelende elevatorpitch van 30-45 seconden en schrijf deze uit.
Geef er ook een mooie titel aan: deze titel wordt je persoonlijke slogan voor dit jaar en is
kenmerkend voor jou!
d.
Ga voor jezelf na welk ‘type’ medestudent voor jou stimulerend is om te leren. Stel vast op
basis waarvan je dat vindt. Is je medestudent kritisch? Geeft hij/zij je feedback? Is het een
meegaand iemand of juist een ‘ direct’ persoon die confrontaties niet uit de weg gaat?
In professionele termen: welke gedragsstijl van een ander helpt jou het meest? En natuurlijk
ook: wat is jouw gedragsstijl? Wat kan jij een medestudent bieden qua ‘leren’?
Opdracht: leg je gedachten in ½ A4 schriftelijk vast en neem deze A4 mee naar school.
Neem allemaal je agenda mee om de andere SLBbijeenkomsten te plannen.
5.3.2
WEEK 2
Act SLB 1.2
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm:
Leercoachgroep Plannen en organiseren & Reflecteren
Leerdoelen:
De student:
Kan op basis van genuanceerde gedachten een leercoachgroep samenstellen;
Toont aan dit op een respectvolle wijze te doen;
Kan de eigen tijd adequaat indelen;
Kan diverse manieren benoemen om een werkbare planning te maken.
maakt met zijn/ haar leercoachgroep een effectieve planning;
kan prioriteiten maken en vaststellen;
kan eigen ‘patronen’ bij zichzelf herkennen en doorbreken.
Deel 1 van de les:
Kennismaking: je stelt jezelf voor aan de hand van je voorbereide ‘elevatorpitch’ .
Wat kunnen we van elkaar leren, waar kunnen we elkaar bij helpen, sterke, zwakke kanten, carrière,
waar wil je heen? Wat is je motivatie voor de differentiatie en je opleiding, wat heb je nodig om te
leren, hoe kijk je tegen het 3e jaar aan, stage voorbereiding, SWOT. Welke groepsregels spreken we
samen af (t.a.v. mail, op tijd komen, vragen stellen, etc.)
Deel 2 van de les:
Je vormt tijdens deze eerste les een leercoachgroep van max. 4 studenten. Op basis van je
voorbereiding ga je in onderhandeling met de hele groep. De hele groep heb je straks met elkaar in 4
groepjes verdeeld. Je drie medestudenten zijn jouw ‘kritische vrienden’. Met hen zal je het komende
jaar veel zaken bespreken.
Je gaat elkaars activiteiten schema bekijken. Wat zeggen deze keuzes over jou?
Neem allemaal je agenda mee om onze andere SLB-lessen te plannen.
Act SLB 1.3
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Leercoachgroep afronding Plannen en organiseren & Reflecteren
Bespreek, formuleer en stel op schrift in je leercoachgroep:
Je groepsdoel(en)
Je persoonlijke leerdoelen (hierin gaan je medestudenten je helpen).
Je samenwerkingscontract: hoe wil je samenwerken in dit SLB-team; wat zijn de kaders en regels
om goed te kunnen werken?
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
33
Lees hoofdstuk 5 en 6 van het boek Integriteit in uitvoering (v. Dalen).
5.3.3
WEEK 3
Act SLB 1.4
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Zelfstudie voorbereiding Leervaardigheden
Maak weer de leerstijlentest van Kolb/ Vermunt.
Bronnen hierbij
http://www.123test.nl/leerstijl/
http://www.leren.nl/rubriek/persoonlijke_vaardigheden/leren_leren/
http://lerenleren.majestic-communications.com/test/index.htm
http://lerenleren.majestic-communications.com/test/leervaardigheden.htm
http://lerenleren.majestic-communications.com/test/testvermunt.htm
Bekijk je scores. Kloppen deze? Wat vind je daarvan?
Maak een stappenplan voor jezelf voor het komende semester, waarbij je probeert al je doelen helder
in kaart te brengen.
5.3.4
WEEK 4
Act SLB 1.5
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm:
Leercoachgroep Leervaardigheden
Leerdoelen:
Je kan efficiënt en adequaat werken en studeren;
Je bent je bewust van je leerstijl en zet deze actief in;
Je realiseert je dat medestudenten en collega’s op een andere manier kunnen leren;
Je kan je Inleven in andere leerstijlen.
Je kiest de juiste leervaardigheden.
Er zijn veel verschillende manieren om te leren. Vandaag ga je uitzoeken of jouw manier om te leren
de snelste en beste manier is.
Ga met je leercoachgroep na welke manier van leren je gebruikt.
Bespreek daarna met elkaar of dat de goede manier is geweest, gezien de resultaten in het verleden.
(Leercyclus: doelen stellen; oriënteren en plannen; uitvoeren; terugkijken en evalueren.)
Vraag zo nodig hulp aan je SLB-er.
Je hebt als voorbereiding voor deze les de leerstijlentest van Kolb gemaakt. Neem je huidige en je
oudere versie mee naar de les. Spreek dit na in je peergroepje; wat is er veranderd?
Bespreek ook in je peergroep het door jou geformuleerde stappenplan. Bespreek bijlage 8 en bijlage 9
na als deze gebruikt zijn.
Act SLB 1.6
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Leercoachgroep afronding Leervaardigheden
Extra bronnen over dit onderwerp:
http://www.leren.nl/rubriek/persoonlijke_vaardigheden/leren_leren/
http://leren.startpagina.nl/
http://www.neurocampus.nl/
5.3.5
WEEK 5
Act SLB 1.7
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Zelfstudie voorbereiding Ambitie
Leerdoelen:
Je toont inzicht in eigen ambitie
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
34
Je benoemt ideeën van andere over jouw ambitie en toekomst
Lees hoofdstuk 1 van het boek Integriteit in uitvoering (v. Dalen) ter voorbereiding van de SLB.
Maak opdracht 1 van bladzijde 27.
Als verpleegkundige gebruik je je handen, hoofd, hart en sta je voor de soort zorg die jij geeft.
Beschrijf:
- Ik doe: …….(benoem de acties die jij later als verpleegkundige wilt doen)
- Ik denk: ….(beschrijf wat je daarbij denkt, hoe je wilt kijken naar zorgvragers, over je vak, over je
collega’s)
- Ik voel: …. (beschrijf hoe je je in je werk wilt voelen, hoe je je wilt voelen bij je collega’s en bij je
zorgvragers)
- Ik sta voor: …. (beschrijf waar jij voor wilt staat als verpleegkundige; wat wil jij dat jou kenmerkt als
verpleegkundige, waar strijd jij voor, waarvoor doe jij het werk wat je doet?)
Schrijf een brief aan jezelf, waarbij je ingaat op je wensen, dromen en verwachtingen over precies vijf
jaar. Wat wil je doen (werk, studie, hobby’s), waar ben je (land, stad, huis), met wie en hoe voel je je?
5.3.6
WEEK 6
Act SLB 1.8
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm:
Leercoachgroep Ambitie
Presenteer aan elkaar in de leercoachgroep je beschrijving over hoe jij als verpleegkundige wilt zijn.
Bespreek deze na.
Hoe komt dit overeen met je elevatorpitch die je hebt gemaakt en je persoonlijke slogan uit week 2?
Mensen die ambitieus zijn beschikken over een aantal vaardigheden om hun doelen te halen:
doelgerichtheid;
accuratesse;
doorzettingsvermogen;
incasseringsvermogen.
Bekijk weer je stappenplan zoals geformuleerd bij Act. 1.4 en nabesproken bij act. 1.5.
Beantwoord samen de volgende vragen:
a. Is dit een ambitieus plan?
b. Waarom wel/ niet?
c. Hoe zou je het ambitieuzer kunnen maken voor jezelf?
Aan het einde van deze les lever je ‘brief aan jezelf’, waarbij je ingaat op je wensen, dromen en
verwachtingen over precies vijf jaar in een gesloten envelop in bij je SLB-er.
Act SLB 1.9
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Leercoachgroep Afronding Ambitie
Bekijk de kranten en kijk welke vacatures jou op dit moment aanspreken. Knip er vijf uit.
Noteer waarom deze er voor jou uitspringen; wat wordt daar gevraagd aan vaardigheden en
persoonskenmerken, waardoor jij denkt dat ze voor jou geschikt zijn?
Vraag je kritische vrienden of ze jou dit werk zien doen, waarom wel/ niet.
5.3.7
WEEK 7
Act SLB 1.10
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Zelfstudie voorbereiding Resultaatgerichtheid
Lees de op blackboard geplaatste theorie.
Voor de begeleide les van week 8 neem je je portfolio mee.
Zorg dat deze bijgewerkt is.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
35
Je kunt opdrachten van de stage en opdrachten van anders leerlijnen alsmede van deze leerlijn
meenemen in de bewijzen van de competenties. Wees echter kritisch: alleen de ‘beste’ bewijzen
neem je in je portfolio op.
5.3.8
WEEK 8
Act SLB 1.11
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm:
Leercoachgroep Resultaatgerichtheid
Voor deze les neem verplicht je je portfolio mee.
Deel 1 van de les:
In deze les starten we met een gezamenlijke oefening in resultaten behalen onder tijdsdruk,
daarna spreken we deze plenair na.
Bij de start vindt hij/zij in het postvakje een aantal poststukken (interne mails, memo'
s,
klachtenbrieven, nota'
s) van zijn/haar nieuwe medewerkers, klanten,... Deze beschrijven problemen
waar ze mee zitten, nieuwe projecten waar ze aan denken,...
Bedoeling is dat de kandidaat deze complexe hoeveelheid informatie gaat analyseren en beslissingen
neemt of acties formuleert over hoe hij/zij elk geval zal aanpakken.
De concrete functie waarvoor de kandidaat solliciteert, bepaalt in welk soort fictieve bedrijfscontext
deze simulatieoefening zal plaatsvinden en welke concrete problemen de kandidaat zal krijgen
voorgeschoteld.
Deel 2:
Je gaat in je leercoachgroep de volgende zaken bespreken:
Minor; wat voor bewijzen ga je daar halen, gelinkt aan de competenties
Minor; aan welke persoonlijke leerdoelen ga je aan werken?
Begin minor, hoe stap je daarin? Werken aan portfolio: delen van ervaringen en waar heb je
moeite mee
Werken aan portfolio: delen van ervaringen, hoe ver ben je en waar heb je moeite mee?
Bewijzen verzamelen voor portfolio, eisen aan portfolio.
Hoe houd je contact met je peergroepje tijdens je minor? (2 x bij elkaar komen met groep en
reflectie/ voorgang beschrijven) Je houdt contact in week 2/3 en 7/8. Aanvullende info op
Blackboard]
Act 1.12
Duur:
2 SBU DWerkvorm:
Leercoachgroep afronding Resultaatgerichtheid
Bekijk evt. elkaars portfolio nogmaals.
Rond samen dit blok af door bijvoorbeeld wat leuks te gaan ondernemen.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
36
6 Ervaringsreflectielijn
6.1
INTRODUCTIE ERVARINGS- EN REFLECTIELEERLIJN
In deze periode ga je 4 dagen stage lopen/werken en leren waarbij je aan een proeve van
bekwaamheid in de rol van zorgverlener werkt. Verder werk je aan de competenties zoals in het
volgende hoofdstuk beschreven en reflecteer je op je stage/praktijkleren door middel van een
reflectieverslag, de praktijkopdracht.
Tijdens de terugkomdagen heb je 4 bijeenkomsten die het karakter van Methodische Praktijk
Begeleiding1 hebben, deze bijeenkomsten worden op het rooster vermeld als MPB.
De bijeenkomsten worden ingevuld vanuit het principe van Methodische Praktijkbegeleiding (MPB).
Geen twee verpleegkundigen gaan op identieke wijze met een beroepssituatie om. Elke
verpleegkundige maakt in haar functioneren voortdurend bewust of onbewust keuzes. Welk
gedragsalternatief zij kiest hangt af van een reeks factoren. Factoren zoals de situatie, de omgeving,
maar ook de persoon van de verpleegkundige zelf. De individuele gedragskeuzes in bepaalde
situaties zullen ook in de Hbo-v aan de orde komen. Ze vormen een wezenlijk bestanddeel van het
feitelijk beroepsmatig handelen. Het aanleren van een bewuste onderzoekende houding naar
factoren, die in het handelen tijdens de praktijkleerperiode een rol spelen, staat centraal in de MPB.
Dit gebeurt door praktijkervaringen te leren problematiseren en elkaar te leren bevragen. Daarnaast
kent de MPB een voorbereidend element op de supervisie, welke in de afstudeerfase aan bod komt.
In supervisie ligt het accent meer op integratie van voelen, denken en handelen van de persoon als
beroepsbeoefenaar c.q. duaal student of stagiaire.
Het leren in zowel MPB als supervisie is gebaseerd op reflecteren. Dit is het vanuit verschillende
gezichtspunten of denkkaders aan de ervaring een nieuwe betekenis geven. Dit betekent dat de eigen
praktijkervaringen centraal staan bij het leren.
6.1.1
WEEK 1
Inleiding
In deze week ga je je praktijkleerplan maken, zodat je in de stage/tijdens het praktijkleren gericht aan
de slag kunt gaan met de competenties.
Act. 1.1
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Hoorcollege
In dit openingscollege krijgen jullie uitleg over het praktijkleren in blok 1.
Act. 1.2
Duur:
2 SBU DWerkvorm
Werkcollege
Je maakt een start met het praktijkleerplan. Dit kun je zelfstandig of met medestudenten doen. Voor
de begeleide bijeenkomst stel je concrete vragen op.
Act. 1.3
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Werkcollege
Het praktijkleerplan en je verwachtingen die je van de stage en leerwerksituatie hebt worden
besproken.
Op de vrijdag van deze week lever je je praktijkleerplan in bij je MPB-docent. De schriftelijke (digitale)
feedback die je krijgt van je MPB-docent laat je zien in het gesprek met de praktijk.
6.1.2
1
WEEK 2
!
"
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
37
Inleiding
De eerste twee weken heb je je kunnen oriënteren op je stage. De eerste indrukken en
leermogelijkheden worden in deze week besproken.
Te gebruiken literatuur
Koetsenruijter R. e.a. (2001). Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening.Utrecht: Lemma BV.
Act. 2.1
Duur:
1 SBU DWerkvorm
Zelfstudie
Inventariseer je leermogelijkheden op je werk/stage/werkplek m.b.t. de proeve en het behalen van de
competenties.
Welke mogelijkheden zie je voor de uitwerking van je competenties en proeve in de praktijk?
Ga voor jezelf na hoever je bent en wat je plan is, zodat je dit in de groep kan vertellen. Stel zo nodig
concrete vragen op, die je verder kunnen helpen.
Act. 2.2
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Methodische Praktijkbegeleiding
In het eerste deel worden ervaringen uitgewisseld: eerste indruk praktijkplek m.b.t. leermogelijkheden
en wordt een eerste verkenning gedaan van de proeve van bekwaamheid.
In het laatste deel van de bijeenkomst wordt een thema gekozen, waaraan de praktijkervaringen voor
de volgende MPB-bijeenkomsten worden gekoppeld. Er worden afspraken gemaakt over:
de planning van het inbrengen van een praktijkervaring en hoeveel werkdagen van te voren de
praktijkervaring op BB wordt geplaatst.
6.1.3
WEEK 4
Inleiding
In deze week staat de reflectie van de leerervaringen centraal.
Te gebruiken literatuur
Koetsenruijter R. e.a. (2001). Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening.Utrecht: Lemma BV.
Act. 4.1
Duur:
1 SBU DWerkvorm
Zelfstudie
Heb je een inbreng, dan plaats je dat op het afgesproken tijdstip op BB.
Heb je geen inbreng, dan lees je de inbrengen en stelt kritische vragen op.
Act. 4.2
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Methodische Praktijkbegeleiding
Bespreking van praktijkervaringen met behulp van gekozen methodiek
6.1.4
WEEK 6
Inleiding
In deze week staat de reflectie van de leerervaringen centraal en is er aandacht voor de
praktijkopdracht ‘ reflectie’ .
Te gebruiken literatuur
Pool e.a.; Met het oog op de toekomst, NIZW
Koetsenruijter R. e.a. (2001). Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening.Utrecht: Lemma BV.
Wilkinson, M; Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces, Pearson Education Benelux, 2008
Aangereikte literatuur (over klinisch redeneren) vanuit je afstudeerrichting
Act. 6.1
Duur:
1 SBU D-
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
38
Werkvorm
Zelfstudie
Heb je een inbreng, dan plaats je dat op het afgesproken tijdstip op BB.
Heb je geen inbreng, dan lees je de inbrengen en stelt kritische vragen op.
Act. 6.2
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Methodische Praktijkbegeleiding
In de eerste helft van de bijeenkomst worden de leerervaringen besproken en in de tweede helft de
proeve en praktijkleeropdracht ‘ reflectie’
6.1.5
WEEK 8
Inleiding
In deze week wordt de methodische praktijkbegeleiding afgerond.
Te gebruiken literatuur
Koetsenruijter R. e.a. (2001). Reflectie in de verpleegkundige beroepsuitoefening.Utrecht: Lemma BV.
Act. 8.1
Duur:
1 SBU DWerkvorm
Zelfstudie
Je bereidt je voor op de beoordeling functioneren ervarings- en reflectieleerlijn. Je vult voor jezelf en
twee medestudenten de beoordelingslijst in en je motiveert je score. Het beoordelingsformulier van de
ervarings- en reflectielijn, met daarin de criteria vind je in op Blackboard, bijlage 6 ervarings- en
reflectieleerlijn.
Je neemt een kopie mee voor de deelnemers aan het beoordelingsgroepje.
Act. 8.2
Duur:
2 SBU D+
Werkvorm
Methodische Praktijkbegeleiding
In deze bijeenkomst wordt aandacht besteed aan de afronding van de proeve en opdracht ‘reflectie’.
Je functioneren in de ervarings- en reflectieleerlijn wordt beoordeeld.
In het gesprek worden deze scores van jou en je medestudenten besproken en wordt een definitieve
beoordeling vastgesteld.
De tutor bepaalt de eindbeoordeling met afweging van jouw oordeel en dat van je medestudenten.
Daarna worden in groepsverband de volgende punten geëvalueerd:
Samenwerking in de groep
Rol van en samenwerking met de docent
Leerrendement praktijkleerperiode en bijeenkomsten ervarings- en reflectieleerlijn.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
39
7 Het praktijkleren
7.1
ROLLEN EN COMPETENTIES
Tijdens deze praktijkleerperiode werk je aan het ontwikkelen van de onderstaande competenties tot
minimaal niveau 2 of 3. Het is mogelijk competenties op een hoger niveau te behalen.
Integreer de proeve voor de rol van zorgverlener voor het behalen van de competenties. Je selecteert
de deelcompetenties van onderstaande kerncompetenties die relevant zijn voor je stage/werkplek.
Nr.
1.1
Competentie
Om de last van ziekte, handicap op sterven te verlichten, verleent de hboverpleegkundige op een professioneel verantwoorde wijze verpleegkundige zorg
op maat.
niveau
3
1.2
Om de risico’s voor de gezondheid en complicaties van onderzoek en
behandeling te verminderen, past de hbo-verpleegkundige primaire, secundaire
en tertiaire preventie toe.
3
1.3
Om een gezonde leefstijl van patiënten en hun familie te bevorderen geeft de
hbo-verpleegkundige op basis van een programmatische aanpak informatie
voorlichting en advies aan individuen en groepen.
3
2.1
Om de zorg te laten verlopen als een continu en integraal proces dat is gericht op
het welzijn van de zorgvrager, coördineert de hbo-verpleegkundige de zorg.
Voltijd:2
2.2
Om te zorgen dat de doelen van een preventieprogramma worden gerealiseerd,
coördineert de hbo-verpleegkundige de afgesproken activiteiten.
3.1
Om verpleegkundige deskundigheid te waarborgen in een integrale aanpak van
zorg, behandeling en voorlichting werkt de hbo-verpleegkundige mee aan
ontwikkeling en vaststelling van nieuwe zorgprogramma’s.
3.2
Om de zorgverlening op de afdeling zo efficiënt en goed mogelijk te laten
verlopen levert de hbo-verpleegkundige een bijdrage aan het tot stand komen van
het verpleegbeleid.
2
3.3
Om de kwaliteit van de zorg te bewaken en te waarborgen participeert de hboverpleegkundige in het ontwerpen van kwaliteitszorg op afdelingsniveau.
2
4.1
Om de doelen van het verpleegbeleid en de zorgprogramma’s te realiseren kan
de hbo-verpleegkundige andere verpleegkundigen en verzorgende helpen en
ondersteunen bij het uitvoeren van de vastgestelde taken en functies.
2
4.2
Om stagiaires en collega verpleegkundigen en ziekenverzorgenden te steunen in
hun professionele identiteit, staat de hbo-verpleegkundige de collega met raad en
daad ter zijde.
2
5.1
Om het beroep van verpleegkundige te ontwikkelen tot een professie die aansluit
bij maatschappelijke ontwikkelingen van de 21-ste eeuw, vervult de hboverpleegkundige een actieve rol in de vernieuwing van het beroep en het
bevorderen van het beroepsbewustzijn.
3
Duaal:3
Voltijd:2
Duaal:3
2
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
40
Werkwijze
De rollen werk je uit volgens onderstaande stappen:
kerncompetentie
de deelcompetentie
het niveau dat je wilt behalen
beschrijving van de wijze waarop je de deelcompetentie wilt behalen.
je tijdsplanning
je voorstel voor bewijsmateriaal
wat, wanneer en met wie je wilt evalueren
welke begeleiding je nodig hebt
wat de begeleider van jou, als stagiaire/leerling-werknemer, kan verwachten
maak tenslotte een schematisch overzicht van je praktijkleerplan, zodat je begeleiders snel inzicht
hebben in wat je wilt gaan leren.
In de uitvoering van de activiteiten die je kiest om de deelcompetenties te behalen laat je zien dat je
een effectieve leerhouding hebt en reflecteert.
Voorbeelformat
Kerncompetentie
Deelcompetentie
Niveau
competentie
Hoe te
behalen?
bewijsmateriaal
Tijdsplanning
Evaluatie
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
41
7.2
VOORBEREIDINGSOPDRACHT VOOR DE STAGE
Onderdelen A, B en C worden door voltijd studenten zoveel mogelijk voorafgaand aan de
praktijkleerperiode gemaakt. Onderdeel D wordt opgestart voorafgaand of bij aanvang van en
afgerond in de eerste twee weken van de praktijkleerperiode.
A: Informatie uitzoeken over de instelling
NB: DEZE OPDRACHT IS ALLEEN VOOR VOLTIJD STUDENTEN
Voordat je start met je stage is het belangrijk om een beeld te hebben van de setting waarin deze
stage plaatsvindt. Zoek antwoord op de volgende vragen:
Is het een particuliere of een overheidsinstelling?
Valt de instelling onder een stichting/koepelorganisatie?
Welke functie heeft de instelling in deze regio?
Welke doelgroep kun je verwachten?
Wat is het doel van de instelling (behandelen, revalideren, wonen, preventie)?
Wat is de visie van de instelling?
Hoeveel zorgvragers worden bediend? Hoeveel, bedden, behandelplaatsen, wooneenheden?
Hoeveel locaties telt de instelling?
Hoe is de samenstelling van het verplegend personeel (helpende, verzorgende,verpleegkundigen,
gespecialiseerde verpleegkundigen, nurse practioners)?
De informatie kun je op de volgende manieren verkrijgen:
opzoeken op internetsites
folders opvragen bij de instelling
in een kennismakingsgesprek met je begeleider in de instelling
site SBBL
Verzamel de informatie en maak hiervan een overzichtelijk verslag, dat je opneemt in je
praktijkleerplan. Benoem wat jij belangrijk vindt bij het verplegen van de doelgroep van je
stage/werkplek (max. 3 pagina’s).
B: Organisatie van de begeleiding op de praktijkleerplaats.
NB: ALS DUAAL STUDENT MAAK JE ONDERSTAANDE OPDRACHT ALLEEN WANNEER JE VAN
AFDELING BENT VERANDERD SINDS JE VORIGE PRAKTIJKLEERPERIODE.
Breng in kaart hoe de begeleiding op de praktijkleerplaats is georganiseerd.
Verzamel informatie tijdens het kennismakingsgesprek en/of de eerste dag van de praktijkleerperiode.
Punten die van belang zijn:
Hoe wordt de begeleiding vormgegeven?
Wie geeft de begeleiding (werkbegeleider, praktijkbegeleider, alle medewerkers van de afdeling)?
Hoe zijn de taken tussen de verschillende begeleiders verdeeld en wie is waarvoor
verantwoordelijk?
Welke rol verwacht de begeleiding van jou als duaalstudent?
Welke afspraken zijn er ten aanzien van diensten op de praktijkleerplaats?
Hoe kunnen wensen m.b.t. diensten kenbaar worden gemaakt en hoe wordt hier rekening mee
gehouden
Wie wordt op de hoogte gesteld van ziekte of niet kunnen nakomen van afspraken m.b.t het
leerproces?
Wie kan als rolmodel dienen voor jou als duaalstudent?
Hoe kun jij je leerproces zichtbaar maken (schriftelijk, mondeling, dagevaluatie, aangeven van
leerdoelen per dag)?
Neem de afspraken, die je met je begeleiders hebt gemaakt op in je praktijkleerplan (max 1
pagina).
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
42
C: Algemene oriëntatie op de afdeling
NB: ALS DUAAL STUDENT MAAK JE ONDERSTAANDE OPDRACHT ALLEEN WANNEER JE VAN
AFDELING BENT VERANDERD.
Als je optimaal wilt functioneren op een afdeling, dan is kennis van en inzicht in de organisatie van
groot belang. Gebruik de eerste twee weken van de praktijkleerperiode om informatie uit te zoeken
over de afdeling door het stellen van vragen, informatie op de afdeling te lezen, medewerkers te
observeren en meelopen met je begeleider. In sommige gevallen is een inwerkprogramma
beschikbaar voor ondersteuning hierbij.
De volgende punten zijn van belang om te weten:
Hoe is de afdeling georganiseerd, hoe is de besluitvormingsprocedure, welke
verantwoordelijkheden hebben de verschillende functionarissen?
Welke disciplines zijn op de afdeling en wat zijn hun taken?
Welke diensten hebben verpleegkundigen en welke mag jij draaien?
Vanuit welke visie wordt verpleegd en hoe wordt dit zichtbaar in het zorgorganisatiemodel?
Hoe is de afdeling ingedeeld en welke procedures zijn van belang (ruimten,
telefoon/oproepsysteem, alarmsysteem, overlegmomenten, opnameprocedures,
ontslagprocedures, logistiek)?
Hoe vindt de personeelsplanning plaats en door wie (units, diensten, roosters, pauzes,
coördinatie)?
Hoe ziet de dagindeling eruit (welke werkzaamheden, wanneer, door wie en met welk doel)?
Hoe is het verpleegdossier opgebouwd (welke ordening, structuur wordt gehanteerd bij het
verpleegplan, verslaglegging)?
Welke werkprocedures, protocollen en richtlijnen zijn aanwezig en hoe wordt de actualiteit/kwaliteit
hiervan bewaakt?
Met welke disciplines, afdelingen wordt samengewerkt
Inventariseer punten, die je aanspreken, zijn opgevallen, die je moeilijk vindt en twee punten, die
volgens jou beter anders kunnen en bespreek deze bevindingen aan het eind van de eerste twee
weken met je begeleider. Bespreek hierbij ook je eigen leerhouding in de eerste twee weken wat
betreft initiatief nemen, vragen stellen en observeren. Maak een verslag van de resultaten van dit
gesprek, laat dit ondertekenen door je begeleider en neem het op in je praktijkleerplan als kritisch
bewijs (Max.1 pagina)
D: Oriëntatie op de zorgcategorie
NB: ALS DUAAL STUDENT MAAK JE ONDERSTAANDE OPDRACHT ALLEEN WANNEER JE VAN
AFDELING BENT VERANDERD.
Tegelijkertijd met het kennismaken met de afdeling, begin je je een beeld te vormen over de
zorgcategorie. Om de zorgvrager goed te kunnen verplegen en begeleiden heb je kennis nodig over
de achtergrond van ziektebeelden en behandeling medisch en verpleegkundig nodig. Verdiep je hierin
op de stageplaats en sla je studieboeken er op na. Vervolgens participeer je in de zorgverlening.
De volgende informatie is minimaal nodig:
Kennis van de meest voorkomende ziektebeelden/gezondheidsverstoringen, die van belang is
voor het observeren en uitvoeren van de zorg aan de toegewezen zorgvragers
Dossiers toegewezen zorgvragers lezen: onbekende begrippen opzoeken en onduidelijkheden
navragen
Welke zorg geboden wordt (meest voorkomende verpleegkundige diagnoses en interventies,
verpleegtechnische vaardigheden, communicatieve vaardigheden)
Kennis van medicatie toegewezen zorgvrager (werking, bijwerking, observatie)
Hoe vindt informatie-uitwisseling over de zorgvrager plaats?
Activiteiten van andere bij de zorg van de toegewezen zorgvrager betrokken disciplines
Maak een verslag van de verzamelde resultaten en voeg dit toe aan je praktijkleerplan (max 5
pagina’s).
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
43
7.3
PROEVE VAN BEKWAAMHEID
Inleiding
In het vierde jaar ga je proeven van bekwaamheid opstellen met betrekking tot de rollen van de HBOVerpleegkundige. Om hiermee alvast ervaring op te doen en gaan we in deze stage ook werken met
een proeve van bekwaamheid.
De proeve van dit blok is een proeve over de rol van zorgverlener in de domeinspecificatie zorg voor
zieken, gehandicapten en stervenden.
Een proeve is een bewijs van functioneren op Hbo-niveau. De proeve is een afspiegeling van de
uitvoering van de rollen in de praktijk.
De proeve gaat uit van een hoogcomplexe (multidisciplinaire) situatie waarin je laat zien wat je kan.
Het gaat om het vinden van creatieve oplossingen bij complexe ( niet standaard) situaties.
In de proeve wordt een kritische beroepssituatie beschreven: ‘een zorgsituatie met uitloop’ dat wil
zeggen dat de situatie afgebakend is in opnameduur en een aanleiding vormt voor verbetering van de
volgende zorgsituatie, ook al is de zorgvrager al ontslagen.
De context is verbeteren/optimaliseren. De individuele situatie wordt verbreed naar meso- en
macroniveau.
Werkwijze
Je schrijft eerst een voorstel voor een proeve van bekwaamheid.
Lever je voorstel eind week 3 in bij je begeleider in de praktijk en bij je begeleidende MPB-docent.
In week 5 ontvang je een goedkeuring van je begeleidend MPB-docent aan de hand van het formulier
feedback proeve van bekwaamheid op Blackboard ‘ ervarings- en reflectieleerlijn’ bijlage 2.
Na goedkeuring van het voorstel voer je de planning uit. In verband met de tijd ga je, onafhankelijk
van de goedkeuring van je voorstel door je begeleiders, alvast aan de slag.
Je levert de uitwerking van je proeve voor beoordeling uiterlijk in week 10 in bij je begeleider in de
praktijk (maak een definitieve afspraak hierover met je begeleider) en de eerste maandag na afloop
van blok 3.9. bij je begeleidende MPB-docent.
Voorstel voor de proeve van bekwaamheid
Je proeve gaat over de volgende rol, kerncompetentie, domein en domeinspecificatie:
Rol
Zorgverlener
Kerncompetentie
Om de rol last van ziekte, handicap of sterven te verlichten, verleent de verpleegkundige op een
professioneel verantwoorde wijze verpleegkundige zorg op menselijke maat
Domein
Zorg
Domeinspecificatie
Zorg voor zieken, gehandicapten en stervenden
Deze proeve bevat de volgende onderdelen:
Klinisch redeneren
Een complexe verpleegsituatie
Een kritische beroepssituatie waarin HBO-competenties nodig zijn
Je gaat op zoek naar een situatie met betrekking tot de directe zorgverlening aan zorgvragers waarbij
bovenstaande onderdelen van toepassing zijn.
Ga uit van de specifieke zorgbehoefte van de zorgvragers en de mogelijkheden op de afdeling en de
mogelijkheden. Beschrijf deze verpleegsituatie als een ‘kritische beroepssituatie’: een complexe
verpleegsituatie waarin jij een aantal competenties van een verpleegkundige op niveau laat zien (zie
hiervan voorbeelden in het boek ‘Met het oog op de toekomst’ van Aart Pool e.a, 2001).
Inventariseer dan je persoonlijke leerbehoefte en de te behalen deelcompetenties op minimaal niveau
3 van de competentiekaart in deze gekozen kritische beroepssituatie en motiveer waarom je juist voor
deze kritische beroepssituatie hebt gekozen.
Formuleer dan gedragscriteria waaraan je handelen moet voldoen (op welke wijze is aan je gedrag te
zien dat je de geformuleerde deelcompetenties uit kunt voeren en behaald hebt op minimaal niveau 3;
denk hierbij aan SMART).
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
44
Formuleer leeractiviteiten die je gaat uitvoeren om aan de gedragscriteria te voldoen (wat heb jij nodig
om de geformuleerde competenties uit te kunnen voeren).
Maak een planning (wat doe je wanneer en met wie).
Formuleer kritische bewijzen (op welke wijze laat jij in je portfolio zien dat je de kerncompetentie en je
geformuleerde deelcompetenties hebt behaald?). Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een
literatuurstudie, reflectieverslag, feedback van collega’s, een uitgewerkt en onderbouwd
verpleegplan….etc.
Het product
Het product van deze proeve bestaat uit twee onderdelen.
Gedragscriteria: wat laat jij in concreet gedrag op de afdeling zien en waaruit blijkt dat je kunt
handelen in deze kritische beroepssituatie (SMART geformuleerd).
Kritische bewijzen: schriftelijk bewijsmateriaal in je portfolio waarin je je verpleegkundig handelen
verantwoordt en theoretisch onderbouwd aan de hand van evidence based literatuur.
De beoordeling vindt plaats aan de hand van het beoordelingsformulier Proeve van Bekwaamheid op
Blackboard ‘ ervarings- en reflectieleerlijn’, bijlage 3.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
45
7.4
PRAKTIJKOPDRACHT
REFLECTIE OP DE PRAKTIJKLEERPERIODE
7.4.1 Inleiding
Aan de hand van deze opdracht kijk je terug op je werk/stage- en leerervaringen.
Dit ga je doen door middel van een reflectie opdracht. Door het reflecteren op de afgelopen 10 weken
praktijkleren word je je bewust van wat er goed ging. Maar ook wordt het zo inzichtelijk waarin je je
nog verder kunt ontwikkelen. Deze punten vormen het startpunt voor je volgende praktijkleerperiode.
Opdracht 2a
Beschrijf van elk van de rollen beroepsbeoefenaar en ontwerper een belangrijke leerervaring en
reflecteer hierop. Bij het schrijven van je reflectieverslag besteed je aandacht aan de persoonlijke
leerdoelen die je in je praktijkleerplan hebt geformuleerd.
Je schrijft je reflectie volgens het model van Korthagen en eindigt daarbij met het beschrijven van
nieuwe leerdoelen.
Geef aan hoe je de komende praktijkleerperiode gaat werken aan het behalen van je leerdoelen.
Opdracht 2b
Kijk terug op de planning (praktijkleerplan) en hoe het proces in de praktijk is verlopen.
Benoem de bevorderende en belemmerende factoren voor je leerproces. Geef aan op welke factoren
je zelf invloed kunt uitoefenen.
Beschrijf naar aanleiding van bovenstaande punten tenminste drie leerpunten of acties waarmee je
rekening houdt bij je volgende praktijkleerperiode.
De opdracht wordt beoordeeld door de begeleidend MPB-docent. Wanneer de opdracht is beoordeeld
met een onvoldoende kan de student de opdracht herkansen conform het OER.
Het beoordelingsformulier bij deze opdracht, met daarin de criteria vind je in op Blackboard ‘
ervarings- en reflectieleerlijn’, bijlage 4.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
46
8 Toetsing
Integrale leerlijn
De integrale leerlijn wordt getoetst door middel van een schriftelijke toets met open vragen. Het
gebruik van een beperkt aantal boeken is hierbij toegestaan.
Beroepsvaardighedenlijn
Van twee trainingen maak je een reflectieverslag (zie Blackboard ‘beroepsvaardigheden’).
Bij een voldoende beoordeling neem je deze verslagen op als geoormerkte opdrachten in je slbportfolio.
De leerlijn van de persoonlijke ontwikkeling/SLB
Aan het eind van periode 1 & 2 beheers je Plannen en organiseren en Reflecteren op niveau 4
evenals de twee door jou, aan het eind van het 2e leerjaar, gekozen SLB competenties.
De resterende 3 SLB-competenties beheers je op niveau 3.
e
Op het einde van het 3 jaar zijn alle SLB-competenties op niveau 4.
Op basis van bovenstaande, zichtbaar in je portfolio, worden de punten van SLB aan het einde van
het 3e jaar toegekend.
Ervarings- en reflectieleerlijn
De ervarings- en reflectieleerlijn wordt met een voldoende afgesloten indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
Voldoende aanwezigheid van, en actieve participatie tijdens, de MPB-bijeenkomsten
Voldoende beoordeling voor de proeve van bekwaamheid en praktijkopdracht ‘reflectie’
Voldoende beoordeling voor de stage/het praktijkleren
In deze periode maken de volgende opdrachten onderdeel uit van de beoordeling:
Proeve van bekwaamheid in de rol van zorgverlener
- Reflectie op de praktijkleerperiode
Je functioneren tijdens de praktijkleerperiode (de competenties inclusief de geformuleerde
gedragscriteria van de proeve)wordt beoordeeld door de begeleider in de praktijk.
De beoordeling wordt ingevuld op de competentie kaart. Deze wordt uiterlijk de eerste week na
beëindigen van de praktijkleerperiode bij de betreffende MPB-docent ingeleverd.
De studiepunten van de stage/het praktijkleren worden toegekend als ook de proeve van
bekwaamheid en de praktijkopdracht ‘reflectie’ met een voldoende worden beoordeeld.
De begeleidende MPB-docent beoordeelt de praktijkleeropdracht ‘reflectie’ en de kritische bewijzen
van de proeve van bekwaamheid.
Herkansing
De herkansing vindt plaats conform het onderwijs- en examenreglement (OER).
Aanwezigheid
Voor dit blok geldt een verplichte aanwezigheid.
Hierbij geldt dat:
- een presentie van 100% geldt als VOLDOENDE
- een presentie van 80%-100% voldoende met dispensatie. Indien de student een geldig
excuus heeft, te beoordelen door de docent, wordt tot 20% dispensatie verleend, behalve bij
de stages
- een presentie van 70%-80% onvoldoende met compensatieopdracht
- een presentie van minder dan 70% geldt als onvoldoende. De consequenties hiervan worden
beoordeeld door de Examencommissie en kan tot gevolg hebben dat de betreffende
onderwijseenheid in z’n geheel opnieuw gevolgd dient te worden
- Bij onvoldoende presentie met compensatieopdracht betekent dit het maken van een compensatieopdracht, zulks te bepalen door de betreffende docent, desgewenst na overleg met de
teamleider of de examencommissie. De compensatieopdracht is qua inhoud en omvang afgestemd op het verzuimde deel van de betreffende blok. De MPB-docent is verantwoordelijk
voor het beoordelen van de compensatieopdracht. De student heeft, bij een onvoldoende
beoordeling van de compensatieopdracht recht op één herkansing.
- Een onvoldoende presentie leidt tot het overdoen van de betreffende onderwijseenheid, tenzij
de examencommissie anders beslist.
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
47
9 Bijlage 1
Goede internetsites met betrekking tot dit thema zijn:
Gezondheidsinformatie
Website met betrouwbare gezondheidsinformatie
Idem
Het digitale ziekenhuis met veel info over ziektebeelden
en patiëntenvoorlichting
Reumapagina
Ziekten-pagina
Patiëntenorganisaties, belangenbehartiging
Nederland Patiënten en Consumenten Platform (NPCF)
waar alle patiëntenorganisaties te vinden zijn
De Chronisch zieken en Gehandicaptenraad
Seniorweb: website van ouderenorganisaties
De Gehandicapten-homepage (aanbevolen)
Gehandicapten- startpagina
Leefwijzer homepage (aanbevolen)
CSO: Samenwerkende ouderenorganisaties
Algemene Nederlandse Bond van Ouderen
Per Saldo: Vereniging van PGB-gebruikers
Stichting week van de Chronisch zieken
Overzichten van patiëntenorganisaties
Overheidsbeleid, maatschappelijke ontwikkelingen
Ministerie van VWS
Ministerie Sociale Zaken (mn. AOW, WVG, Soc.
Zekerheid
Centraal Bureau Statistiek
Sociaal Cultureel Planbureau
Nederlands Instituut voor onderzoek in de
gezondheidszorg (NIVEL)
Vilans (vroeger NIZW)
Landelijk Kennisnetwerk gehandicapten
Info-website voor gehandicapten
Sociale Verzekeringsbank (PGB)/AOW
Diverse
Zorgmediatheek
de Ouderenpagina
VilansKenniscentrum Ouderen
Zorgwijzer
Kenniscentrum Leeftijd
Lectoraat '
Verpleegkundige en paramedische zorg voor
ouderenzorg, familiezorg en mensen met chronische
aandoeningen'
Kenniscentrum Lokaal Ouderenbeleid
www.belevingsgerichtezorg.nl
imoz.nl (website over belevingsgerichte zorg)
zorgvoorbeter.nl
www.gezondheidskiosk.nl
www.medischestartpagina.nl/
www.ziekenhuis.nl
www.reuma.pagina.nl/
www.ziekten.pagina.nl/
www.npcf.nl
www.cgraad.nl
www.seniorweb.nl
www.handicap.nl
www.gehandicapten.pagina.nl
www.leefwijzer.nl
www.ouderenorganisaties.nl
www.anbo.nl
www.pgb.nl
www.chronischziek.nl
www.patientenvereniging.pagina.nl/
www.minvws.nl en dan mn. de
“onderwerpen”
Ouderen
AWBZ
WMO
www.minszw.nl en dan onder de knop
“uitkeringen” het dossier AOW
www.cbs.nl en dan met name:
Dossier Verwijzing
Thema Gezondheid en
Welzijn
www.scp.nl
www.nivel.nl, rubriek feiten en cijfers
gezondheidszorg: patiënten
www.vilans.nl
http://www.lkng.nl/
www.nietafwachten.nl
www.svb.org
www.zorgmediatheek.nl
www.ouderenzorg.pagina.nl
www.kenniscentrum-ouderen.nl/kco/
www.zorgwijzer.nl
www.leeftijd.nl
www.hvu.nl, dan kiezen voor
“lectoraten” en dan voor “faculteit
gezondheidszorg”
www.lokoud.nl
www.belevingsgerichtezorg.nl
http://www.imoz.nl
http://www.zorgvoorbeter.nl
Blokboek MGZ studiejaar 2010-2011, periode 3.1, voltijd en duaal, versie september 2010, De
Haagse Hogeschool, opleiding HBO-V.
48