Handleiding voor de professional

Commentaren

Transcriptie

Handleiding voor de professional
Handleiding voor de
specialist
Handleiding voor
de specialist
Alleen Rx (Uitsluitend VS)
Copyright voor Handleiding voor de specialist
© 2011, Bioness Inc
Alle rechten voorbehouden.
Geen enkel deel van deze uitgave mag worden gereproduceerd, overgedragen, getranscribeerd, opgeslagen in een
ophaalsysteem of vertaald in welke taal dan ook of enige computertaal, in welke vorm dan ook of door enige derde,
zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Bioness Inc.
Handelsmerken
NESS®, NESS H200®, NESS H200® Wireless, Bioness, het Bioness-logo® en LiveOn® zijn gedeponeerde
handelsmerken van Bioness Inc. in de Verenigde Staten of andere landen | www.bioness.com | Alleen Rx
(Uitsluitend VS)
Patenten aangevraagd
Aspecten van dit apparaat worden gedekt door verschillende patenten en aangevraagde patenten.
Afwijzing
Bioness Inc en geaffilieerde bedrijven zijn niet aansprakelijk voor enig letsel of enige schade geleden door welke
persoon dan ook, hetzij direct of indirect, als gevolg van onbevoegd gebruik of reparatie van Bioness Inc-producten.
Bioness Inc en geaffilieerde bedrijven accepteren geen verantwoordelijkheid voor enige schade veroorzaakt aan
haar producten, hetzij direct of indirect, als gevolg van gebruik en/of reparatie door onbevoegd personeel.
Milieubeleid
Onderhoudspersoneel wordt geadviseerd dat bij het verwisselen van een onderdeel van het NESS
H200 Wireless-systeem ervoor moet worden gezorgd dat die onderdelen op de juiste manier worden
afgevoerd; waar van toepassing dienen onderdelen gerecycled te worden. Wanneer het NESS H200
Wireless-systeem het einde van de levenscyclus heeft bereikt, dient het product volgens de wetten
en voorschriften van de plaatselijke instantie te worden afgevoerd. Voor gedetailleerdere informatie
met betrekking tot deze aanbevolen procedures neemt u contact op met Bioness Inc. Bioness Inc
is toegewijd aan het voortdurend zoeken naar en implementeren van de best mogelijk fabricageprocedures en
onderhoudsroutines.
Wereldwijd hoofdkantoor
Bioness Inc
25103 Rye Canyon Loop
Valencia, CA 91355 VS
Telefoon: 800-211-9136
E-mail: [email protected]
Website: www.bioness.com
Gefabriceerd door
Bioness Neuromodulation Ltd.
Een Bioness Inc-bedrijf
19 Ha'Haroshet Street
PO Box 2500
Industrial Zone
Ra'Anana 43654, Israël
II
Handleiding voor de specialist
Erkende vertegenwoordiger voor Europa
NESS Europe B.V.
Stationsweg 41
3331 LR Zwijndrecht, Nederland
Telefoon: +31.78.625.6088
E-mail: [email protected]
Website: www.bioness.com /Landing.php?reset
Conformiteitscertificering
Lijst met symbolen
Voorzichtig of Waarschuwing
Toegepaste onderdelen type BF
Voldoet aan de Richtlijn van de Europese Unie voor Medische
hulpmiddelen
Dubbel geïsoleerd (equivalent aan klasse II van IEC 536)
Niet-ioniserende straling
Dit product mag niet worden afgevoerd met het gewone huishoudelijke
afval
Voldoet aan productveiligheidsnormen van de Verenigde Staten en
Canada
Erkende vertegenwoordiger voor Europa
Fabrikant
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
Bestelnummer
Lotnummer
Serienummer

Voor gebruik bij een enkele patiënt
Fabricagedatum
Lt
Voor linkerorthese
Rt
Voor rechterorthese
III
Rt
Voor grote orthese
Lt
Lt
Voor kleine en normale orthese
Inzetstuk dikke pols
Grote
Rtthenar
Lt
FPL-paneel
IV
Handleiding voor de specialist
Inhoudsopgave
Lijst met symbolen........................................................................................................................................III
Hoofdstuk 1: Inleiding........................................................................................................... 1
Hoofdstuk 2: Beschrijving van het apparaat en informatie over veiligheid.......................... 3
Beschrijving van het apparaat.......................................................................................................................3
Indicaties voor gebruik...................................................................................................................................4
Contra-indicaties............................................................................................................................................4
Waarschuwingen...........................................................................................................................................4
Bijwerkingen..................................................................................................................................................5
Voorzorgsmaatregelen..................................................................................................................................5
Hoofdstuk 3: Omstandigheden die het gebruik beïnvloeden.. ............................................... 9
Radiofrequentie (RF) communicatie..............................................................................................................9
Veiligheid tijdens het reizen en op de luchthaven........................................................................................10
Elektromagnetische compatibiliteit..............................................................................................................10
Waarschuwingen en voorzichtigheid..................................................................................................... 11
Hoofdstuk 4: Het NESS H200 Wireless-systeem.. ................................................................ 13
H200 Wireless-orthese................................................................................................................................13
Stimulatie-elektroden............................................................................................................................14
Flexorsteun van orthese.......................................................................................................................15
Extensorvleugel orthese.......................................................................................................................15
Spiraalvormige uiteinde van de orthese................................................................................................16
Indicatielampjes....................................................................................................................................17
Audiowaarschuwingen..........................................................................................................................18
Oplaadbare batterij en laadpoort..........................................................................................................19
H200 Wireless-besturingseenheid...............................................................................................................20
Bedieningsknoppen..............................................................................................................................20
Aan/-uit-lampjes....................................................................................................................................22
Bedrijfsmodi..........................................................................................................................................22
Stand-bymodus........................................................................................................................22
Gebruikersmodus.....................................................................................................................22
Klinische modus.......................................................................................................................22
Indicatoren en digitale display...............................................................................................................23
Audiowaarschuwingen..........................................................................................................................26
Oplaadbare batterij en laadpoort..........................................................................................................27
V
H200 Wireless klinische programma's........................................................................................................28
Programma's voor functionele training..................................................................................................28
Programma A—Grijpen en loslaten.........................................................................................28
Programma B—Hand openen..................................................................................................28
Programma C—Grijpen............................................................................................................28
Neuroprotheseprogramma's.................................................................................................................29
Programma D—Hand openen.................................................................................................29
Programma E—Grijpen en loslaten.........................................................................................29
Programma F—Sleutelgreep...................................................................................................29
Programma voor neuromodulatie motoriek...........................................................................................29
Programma G—Buig- en strekspieren, alleen buigspieren of alleen strekspieren...................29
Programma's met persoonlijke instellingen...........................................................................................30
Persoonlijke aangepaste programmering.............................................................................................30
Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen.............................................................................................31
Het systeem aan- en uitzetten..............................................................................................................31
De stimulatie in de H200 Wireless-orthese testen................................................................................31
Een gebruikersprogramma selecteren..................................................................................................31
Klinische modus activeren....................................................................................................................31
Een klinisch programma selecteren......................................................................................................31
Stimulatie aanzetten.............................................................................................................................32
Stimulatie pauzeren..............................................................................................................................32
Stimulatie uitschakelen.........................................................................................................................32
De intensiteit van de stimulatie afstellen...............................................................................................32
Dempen van audiowaarschuwingen van het systeem aan-/uitzetten...................................................32
Diepe slaapmodus ingaan en verlaten..................................................................................................32
Hoofdstuk 5: NESS H200 Wireless Clinician's Kit............................................................... 33
H200 Wireless Clinician's Kit (klein/normaal)..............................................................................................33
H200 Wireless Clinician's Kit (groot)...........................................................................................................34
H200 Wireless Clinician's Upgrade Kit........................................................................................................34
PDA-onderdelen..........................................................................................................................................37
HP iPAQ Clinician's Programmer met NESS H200 Wireless-software.................................................37
Aan/uit-knop.............................................................................................................................38
Laadlampje..............................................................................................................................38
VI
Handleiding voor de specialist
SD (Secure Digital) sleuf..........................................................................................................38
Aansluitpoort............................................................................................................................38
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus................................................................................................38
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer....................................................................................38
Accessoires.................................................................................................................................................39
Thenar...................................................................................................................................................39
Thenarschroeven..................................................................................................................................39
Polsinzetstuk.........................................................................................................................................40
Schroeven voor polsinzetstuk...............................................................................................................40
Afdekkingen polsinzetstuk....................................................................................................................40
H200 Wireless FPL-paneel...................................................................................................................41
Schroeven voor H200 Wireless FPL-paneel.........................................................................................41
Fittingpanelen.......................................................................................................................................42
Extensorfittingpanelen.............................................................................................................42
Flexorfittingpanelen..................................................................................................................43
Elektrodehouderset...............................................................................................................................44
Schroef voor elektrodehouder en set afdichtingsringen........................................................................44
H200 Wireless-elektroden.....................................................................................................................44
Hoofdstuk 6: De H200 Wireless-orthese aanmeten.. ............................................................ 45
De maat opnemen voor de juiste orthese....................................................................................................45
De thenar aanmeten....................................................................................................................................46
Het polsinzetstuk aanbrengen.....................................................................................................................48
De polsband en het FPL-paneel aanbrengen..............................................................................................51
De polsband vastmaken.......................................................................................................................53
Het FPL-paneel bevestigen..................................................................................................................55
De optimale elektrodeconfiguratie bepalen.................................................................................................57
Extensorfittingpanelen..........................................................................................................................57
Flexorfittingpanelen...............................................................................................................................59
De H200 Wireless-elektroden natmaken/bevestigen..................................................................................61
Hoofdstuk 7: PDA instellen.. ................................................................................................ 63
De Clinician's Programmer op de configuratiehouder aansluiten................................................................63
De Clinician's Programmer opladen............................................................................................................63
De H200 Wireless-besturingseenheid aansluiten........................................................................................64
VII
Hoofdstuk 8: NESS H200 Wireless-software.. ...................................................................... 65
Navigatietools..............................................................................................................................................65
Informatiepictogram..............................................................................................................................65
Menu's...................................................................................................................................................66
Tabbladen.............................................................................................................................................67
Knoppen................................................................................................................................................68
Toetsenbord..........................................................................................................................................69
Vervolgkeuzelijsten...............................................................................................................................69
Schuifbalken.........................................................................................................................................70
Balk voor stimulatie-intensiteit..............................................................................................................70
Programma-aftelklok.............................................................................................................................71
Kleurenweergave actieve fase van programma....................................................................................71
Het NESS H200 Wireless-systeem programmeren.....................................................................................72
Aanmelden............................................................................................................................................72
Berichten bij het opstarten....................................................................................................................73
Nieuwe patiënt gevonden........................................................................................................73
Besturingseenheid niet toegewezen........................................................................................74
H200 Wireless-besturingseenheid niet geregistreerd..............................................................74
Gegevens zijn strijdig...............................................................................................................75
Een patiëntendossier openen/aanmaken.............................................................................................76
Stimulatieparameters configureren.......................................................................................................77
Klinische programma's A–G configureren.............................................................................................78
Programma A—Grijpen en loslaten.........................................................................................79
Programma B—Hand openen..................................................................................................80
Programma C—Grijpen............................................................................................................81
Programma D—Grijpen en loslaten.........................................................................................82
Programma E—Hand openen..................................................................................................83
Programma F—Sleutelgreep...................................................................................................84
Programma G—Neuromodulatie motoriek...............................................................................85
Streksp.&Buigsp. (Strekspieren en Buigspieren)........................................................85
Strekspieren................................................................................................................86
Buigspieren.................................................................................................................87
Een persoonlijk aangepast programma configureren...........................................................................88
VIII
Handleiding voor de specialist
Knop 1 en knop 2 voor gebruikersprogramma's toewijzen...................................................................90
De sessielog van een patiënt bekijken........................................................................................................92
De gebruikslog van een patiënt bekijken.....................................................................................................94
Systeeminformatie bekijken.........................................................................................................................95
Patiëntendossiers beheren..........................................................................................................................96
Een patiëntnaam wijzigen.....................................................................................................................96
Een patiëntendossier verwijderen.........................................................................................................96
Gebruikers beheren.....................................................................................................................................97
Een gebruiker toevoegen......................................................................................................................97
Een gebruiker verwijderen....................................................................................................................98
Het wachtwoord van een gebruiker wijzigen.........................................................................................98
Een back-up van databases maken en databases herstellen.....................................................................99
Automatische back-up..........................................................................................................................99
Handmatige back-up.............................................................................................................................99
Herstellen............................................................................................................................................100
Hoofdstuk 9: Training en follow-up van de patiënt.. .......................................................... 101
Training van de patiënt..............................................................................................................................101
De H200 Wireless-orthese aanbrengen/afdoen..................................................................................102
Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen.....................................................................................103
Onderhoud en reiniging van het NESS H200 Wireless-systeem........................................................103
Probleemoplossing.............................................................................................................................103
Follow-up van en klinische ondersteuning van patiënten .........................................................................104
Voorstel voor follow-upagenda............................................................................................................104
Hoofdstuk 10: Onderhoud en reiniging............................................................................. 105
Opladen.....................................................................................................................................................105
Batterijen...................................................................................................................................................105
HP iPAQ Clinician's Programmer........................................................................................................105
H200 Wireless-orthese.......................................................................................................................105
H200 Wireless-besturingseenheid......................................................................................................105
H200 Wireless-elektroden.........................................................................................................................106
Elektrodehouders......................................................................................................................................106
Elektronische registratie............................................................................................................................106
Samenvatting van onderhoudstaken.........................................................................................................107
IX
De H200 Wireless-onderdelen reinigen.....................................................................................................108
De H200 Wireless-onderdelen ontsmetten................................................................................................108
Elektronische onderdelen...................................................................................................................108
Polsinzetstuk.......................................................................................................................................109
Hoofdstuk 11: Probleemoplossing ....................................................................................111
Veelgestelde vragen.................................................................................................................................. 112
Hoofdstuk 12: Technische specificaties.. .......................................................................... 115
Hoofdstuk 13: Appendix - EMI-tabellen............................................................................. 119
X
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
1
Inleiding
Beroertes en andere aandoeningen van het centrale zenuwstelsel (CZS) kunnen leiden tot langdurige
lichamelijke beperkingen. Voor veel mensen kunnen langdurige lichamelijke beperkingen zich uiten
in een slechte spiercontrole, spierspasmen, verminderde spierkracht en verminderde functionele
vaardigheden. Wanneer het de bovenste ledematen betreft, kunnen complicaties als contracturen
(aanspanning van spier), oedeem (zwelling), pijnsyndroom in de hand en schouder, en verwaarlozing
van de ledematen als gevolg van 'learned non-use" (aangeleerd onbruik) optreden.
Het NESS H200 Wireless hand-revalidatiesysteem levert elektrische stimulatie aan de zenuwen van
de buig- en strekspieren die de hand aansturen, om de handfunctie te verbeteren en beperkingen
van de bovenste ledematen als gevolg van letsel aan het centrale zenuwstelsel te behandelen.
Het NESS H200 Wireless-systeem kan eenvoudig onafhankelijk worden gebruikt en bevordert de
klinische doeltreffendheid en therapietrouw van de patiënt.
In deze NESS H200 Wireless Handleiding voor de specialist wordt het volgende beschreven:
••
Het NESS H200 Wireless-systeem.
••
De NESS H200 Wireless-software.
••
Hoe u het NESS H200 Wireless-systeem aanmeet.
••
Hoe u het NESS H200 Wireless-systeem programmeert.
Deze handleiding bevat ook belangrijke veiligheidsinstructies. Neem deze veiligheidsinstructies met
patiënten door voordat zij het NESS H200 Wireless-systeem gaan gebruiken.
Wanneer u vragen hebt, neemt u dan contact op met uw lokale distributeur of bezoek de
website van Bioness: www.bioness.com
Hoofdstuk 1 - Inleiding
1
2
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
2
Beschrijving van het apparaat en
informatie over veiligheid
Beschrijving van het apparaat
Het NESS H200 Wireless-systeem bestaat uit een via radiofrequentie bediende orthese en een
draadloze handheld besturingseenheid. Zie afbeelding 2-1.
H200 Wirelessbesturingseenheid
H200 Wirelessorthese
Afbeelding 2-1: H200 Wireless-orhese en -besturingseenheid.
H200 Wireless-orthese—stabiliseert de pols bij een functionele hoek en stuurt elektrische stimulatie
via vijf oppervlakte-elektroden om de pols en hand optimaal te laten bewegen.
H200 Wireless-besturingseenheid—wordt gebruikt om stimulatie te starten en te stoppen, de
intensiteit van de stimulatie aan te passen, en stimulatieprogramma's te selecteren. De specialist
past stimulatieprogramma's aan voor elke patiënt, met gebruikmaking van speciale H200 Wirelesssoftware die op de H200 Wireless Clinician's Programmer is geïnstalleerd.
Deze onderdelen communiceren draadloos om de zenuwen van de buig- en strekspieren die de hand
aansturen te stimuleren, ter verbetering van de handfunctie en ter behandeling van beperkingen van
de bovenste ledematen als gevolg van letsel aan het centrale zenuwstelsel.
Hoofdstuk 2 - Beschrijving van het apparaat en informatie over veiligheid
3
Indicaties voor gebruik
Het NESS H200 Wireless-systeem is een apparaat voor elektrische stimulatie dat bedoeld is
voor de volgende toepassingen:
••
Functionele Elektrische Stimulatie (FES).
••
••
Verbetering van de handfunctie en het actieve bewegingsbereik voor patiënten met hemiplegie
als gevolg van beroertes of verlamming van bovenste ledematen als gevolg van een C5dwarslaesie.
Neuromusculaire elektrostimulatie (NMES).
••
Behoud en/of verbetering van bewegingsbereik van de hand.
••
Voorkomen en/of vertraging van atrofie door gebrek aan gebruik.
••
Verbetering van plaatselijke doorbloeding.
••
Vermindering van spierspasmen.
••
Opnieuw trainen van spieren.
Contra-indicaties
••
Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet op een arm indien sprake is van een
carcinomateuze laesie of bij het vermoeden van een dergelijke laesie.
••
Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem op patiënten die een pacemaker, geïmplanteerde
defibrillator of ander elektrisch of metalen implantaat hebben. Het gebruik van het NESS H200
Wireless-systeem samen met een van bovenstaande apparaten kan leiden tot elektrische schok,
brandwonden, elektrische storing of de dood.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem mag niet worden gebruikt op een been met een lokale
stoornis, zoals een breuk of dislocatie, die negatief zou worden beïnvloed door beweging ten
gevolge van de stimulatie.
Waarschuwingen
4
••
De H200 Wireless-orthese mag alleen worden gedragen op de onderarm of hand van de patiënt
voor wie de orthese is aangemeten. De orthese mag niet worden gedragen door iemand anders
of op een ander lichaamsdeel.
••
De H200 Wireless-orthese mag niet worden gedragen over gezwollen, geïnfecteerde of ontstoken
plekken of huiderupties, zoals flebitis, tromboflebitis en spataderen.
••
Pas alleen stimulatie op een normale, ongeschonden, schone, gezonde huid.
••
Adviseer patiënten het NESS H200 Wireless-systeem uit te schakelen bij het autorijden, het
bedienen van machines of elke andere activiteit waarin onwillekeurige spiercontracties kunnen
resulteren in letsel voor de patiënt.
••
Adviseer patiënten het NESS H200 Wireless-systeem niet te gebruiken terwijl zij aan het slapen
zijn.
Handleiding voor de specialist
••
Het NESS H200 Wireless-systeem mag uitsluitend door een bevoegde specialist worden
geconfigureerd.
••
De plaatsing van de elektroden en de stimulatie-instellingen mogen alleen door de getrainde
specialisten worden bepaald.
••
De H200 Wireless Clinician's Programmer mag uitsluitend het besturingssysteem Windows
Mobile voor Pocket PC en gepatenteerde software van Bioness Inc hebben. Softwarepakketten
van derden worden niet ondersteund en kunnen een negatief effect hebben op de werking van
het NESS H200 Wireless-systeem en daarmee de garantie ongeldig maken.
••
Probeer nooit zelf het NESS H200 Wireless-systeem te repareren of aan te passen.
••
Als de H200 Wireless-orthese oververhit raakt, schakelt u stimulatie uit en verwijdert u de orthese.
••
Als stimulatie niet kan worden uitgeschakeld met gebruikmaking van de H200 Wirelessbesturingseenheid of de triggerknop op de H200 Wireless-orthese, verwijdert u de orthese om
de stimulatie stop te zetten.
••
Voor elektrische en draadloze medische apparatuur zijn speciale voorzorgsmaatregelen nodig
voor elektromagnetische compatibiliteit en immuniteit. Zie hoofdstuk 3 en de appendix voor meer
informatie.
Bijwerkingen
••
••
Adviseer patiënten het gebruik van het NESS H200 Wireless-systeem onmiddellijk te staken in
het onwaarschijnlijke geval dat een van het onderstaande gebeurt, en hun arts te raadplegen:
••
Tekenen van aanzienlijke irritatie of drukzweren waar de H200 Wireless-orthese in aanraking
komt met de huid.
••
Aanzienlijke toename in spierspasticiteit.
••
Een drukkend gevoel op het hart tijdens de stimulatie.
••
Zwellingen van hand, pols of onderarm.
••
Alle andere onverwachte reacties.
Er zijn meldingen van huidirritaties en brandwonden onder de stimulatie-elektroden bij het gebruik
van elektrische spierstimulatoren.
Voorzorgsmaatregelen
••
Er is niets bekend over de langetermijneffecten van chronische elektrische stimulatie.
••
Wees voorzichtig bij patiënten bij wie hartproblemen vermoed of geconstateerd zijn. Overleg met
de arts van de patiënt voordat het NESS H200 Wireless-systeem in gebruik wordt genomen. Het
NESS H200 Wireless-systeem kan fatale hartritmestoornissen veroorzaken bij mensen die hier
gevoelig voor zijn.
••
Elke schadelijke stimulatie kan leiden tot autonome dysreflectie in patiënten met een dwarslaesie
op T6-niveau of hoger (acute hypertensie and bradycardie).
Hoofdstuk 2 - Beschrijving van het apparaat en informatie over veiligheid
5
6
••
Wees voorzichtig bij patiënten bij wie epilepsie vermoed of geconstateerd is.
••
Een arts dient expliciet toestemming te verlenen voor het gebruik van het NESS H200 Wirelesssysteem op patiënten die een afwijking in de normale arteriële of veneuze bloedstroom hebben
in de omgeving van de H200 Wireless-orthese vanwege lokale insufficiëntie, occlusie, een
arterioveneuze fistel ten behoeve van hemodialyse of primaire aandoeningen in het vaatstelsel.
••
Een arts dient expliciet toestemming te verlenen voor het gebruik van het NESS H200 Wirelesssysteem als er bij patiënten sprake is van een structurele misvorming op de plaats die moet
worden gestimuleerd.
••
De veiligheid van het gebruik van de het NESS H200 Wireless-systeem tijdens zwangerschap
is niet vastgesteld.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem dient buiten het bereik van kinderen te worden gehouden.
Adviseer patiënten om voorzichtig te zijn met het gebruik van de H200 Wireless-orthese:
••
Als bij de patiënt het gevaar bestaat van bloeden na acuut trauma of een fractuur.
••
Als de patiënt onlangs geopereerd is en spiercontracties het genezingsproces kunnen
verstoren.
••
Als de huid ter plaatse minder gevoelig is dan normaal.
••
Ontstekingen op de plaats van de H200 Wireless-orthese kunnen worden verergerd door
beweging, spieractiviteit of druk van de orthese. Adviseer patiënten om het gebruik van het
NESS H200 Wireless-systeem te stoppen totdat alle ontsteking verdwenen is.
••
Controleer de huid altijd op roodheid of uitslag bij het aan- en uitdoen van de H200 Wirelessorthese.
••
Na verwijdering van de H200 Wireless-orthese is het normaal dat de huid onder de elektroden
rood en ingedeukt is. De roodheid zou na ongeveer een uur moeten verdwijnen. Aanhoudende
roodheid, laesies of blaren zijn tekenen van irritatie. Het gebruik van de het NESS H200 Wirelesssysteem dient tijdelijk te worden stopgezet totdat de ontsteking volledig is verdwenen.
••
Zet het NESS H200 Wireless-systeem uit voordat de orthese wordt omgedaan of afgedaan.
Zet het NESS H200 Wireless-systeem pas aan wanneer de orthese goed om de arm zit en de
extensorvleugel is gesloten.
••
Adviseer patiënten het NESS H200 Wireless-systeem uit te schakelen wanneer zij bij een
tankstation zijn. Zij mogen het NESS H200 Wireless-systeem niet gebruiken in de buurt van
ontvlambare brandstof, dampen of chemische middelen.
••
Schakel het NESS H200 Wireless-systeem uit voordat u de elektrodehouders aan de orthose
bevestigt.
••
Schakel het NESS H200 Wireless-systeem uit alvorens de elektroden te verwijderen of te
vervangen.
••
Verwijder de H200 Wireless-orthese voordat u de elektroden natmaakt.
Handleiding voor de specialist
••
De H200 Wireless-besturingseenheid en orthese zijn spatbestendig. Bescherm alle elektronische
onderdelen echter tegen contact met water, zoals van wastafels, badkuipen, douches, regen,
sneeuw enzovoort. Houd de H200 Wireless-besturingseenheid en -orthese uit de buurt van het
water waarmee de elektroden nat worden gemaakt.
••
Te veel lichaamshaar op de plek waar de H200 Wireless-elektroden zitten, kunnen het contact
van de elektroden met de huid belemmeren. Verwijder zo nodig te veel lichaamshaar met een
elektrisch scheerapparaat of een schaar. Gebruik geen scheermesje. Een scheermesje kan de
huid irriteren.
••
Gebruik uitsluitend door Bioness Inc geleverde H200 Wireless-elektroden.
••
Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet zonder de elektroden.
••
Zorg vóór gebruik dat de NESS H200 Wireless-elektroden nat zijn en goed aan de elektrodehouders
bevestigd zitten.
••
Bevochtig de H200 Wireless-elektroden voor en na gebruik en na elke drie tot vier uur van
gebruik.
••
Vervang de H200 Wireless-elektroden minimaal om de twee weken, zelfs als ze in goede staat
lijken te zijn.
••
Bewaar de H200 Wireless-elektroden altijd op een plek waar zij aan de lucht kunnen drogen.
••
Zorg er bij het plaatsen van de H200 Wireless-orthese voor dat de elektroden gelijkmatig contact
maken met de huid.
••
Ventileer de huid door de H200 Wireless-orthese om de drie tot vier uur minimaal 15 minuten te
verwijderen.
••
Laat de H200 Wireless-orthese aan de lucht drogen nadat deze is afgedaan.
••
Bewaar het NESS H200 Wireless-systeem niet op een plek waar de temperatuur het aanbevolen
opslagtemperatuurbereik kan overschrijden: -25°C tot +70°C. Extreme temperaturen kunnen de
onderdelen beschadigen.
Adviseer patiënten het gebruik van het NESS H200 Wireless-systeem onmiddellijk te staken als
huidirritatie of een huidreactie optreedt en om met hun specialist of dermatoloog en met hun lokale
distributeur contact op te nemen. Ze mogen het gebruik pas hervatten als de huid helemaal genezen
is en dienen daarna een protocol voor huidverzorging te volgen volgens de aanbevelingen van een
medische zorgverlener.
Bel uw lokale distributeur wanneer u vragen of zorgen hebt.
Hoofdstuk 2 - Beschrijving van het apparaat en informatie over veiligheid
7
8
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
3
Omstandigheden die het gebruik
beïnvloeden
Radiofrequentie (RF) communicatie
Een aantal componenten van het NESS H200 Wireless-systeem communiceert via radiocommunicatie,
is getest en er is geconstateerd dat ze voldoen aan de grenzen voor een klasse B digitaal apparaat,
krachtens Deel 15 (RF-apparaten) van de FCC-regels (Federal Communications Commission). Deze
grenzen zijn bedoeld om redelijke bescherming tegen schadelijke storing in een woonomgeving te
bieden. Deze apparatuur genereert, gebruikt en kan RF-energie uitstralen en, indien niet geïnstalleerd
en gebruikt in overeenstemming met de aanwijzingen, kan schadelijke storing veroorzaken in
radiocommunicaties. Er is echter geen garantie dat er geen storing zal optreden in een bepaalde
installatie. Als dit apparaat schadelijke storing veroorzaakt aan de ontvangst van radio of tv, wat kan
worden bepaald door het apparaat in en uit te schakelen, dient de gebruiker de storing te verhelpen
door een of meer van de volgende maatregelen te treffen:
••
Stel de antenne opnieuw af of verplaats deze.
••
Sluit de apparatuur op een stopcontact aan van een andere groep dan waarin de ontvanger is
aangesloten.
••
Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
••
Neem voor hulp contact op met de dealer of een ervaren radio- of tv-monteur.
De antennes voor elke zender mogen niet op dezelfde plaats zijn of samen met enige andere antenne
of zender werken.
Draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur kan het het NESS H200 Wireless-systeem
nadelig beïnvloeden.
Conformiteitscertificering
Het NESS H200 Wireless-systeem voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Het gebruik is onderhevig
aan de volgende twee voorwaarden:
1. Dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken.
2. Dit apparaat moet eventuele ontvangen storing accepteren, inclusief storing die een ongewenste
werking kan veroorzaken.
Deze apparatuur voldoet aan de limieten voor RF-stralingsblootstelling die door de FCC voor een
ongecontroleerde omgeving zijn vastgesteld.
Opmerking: Wijzigingen of modificaties aan deze uitrusting die niet uitdrukkelijk goedgekeurd zijn door
Bioness Inc, kunnen de bevoegdheid van de gebruiker om de uitrusting te bedienen ongeldig maken.
Hoofdstuk 3 - Omstandigheden die het gebruik beïnvloeden
9
Veiligheid tijdens het reizen en op de luchthaven
De oplader van het NESS H200 Wireless-systeem met verwisselbare stekkers is compatibel met
voltages in Australië, het VK, de Europese Unie en de V.S.: 110/220 V, 50/60 Hz.
Adviseer patiënten het NESS L300 Plus-systeem uit te schakelen voordat zij door de veiligheidscontrole
bij de luchthaven gaan. Zij moeten losse kleding dragen, zodat zij hun NESS H200 Wireless-systeem
gemakkelijk aan de beveiligingsbeambte kunnen laten zien. Het NESS H200 Wireless-systeem zal
waarschijnlijk het veiligheidsalarm doen afgaan. Patiënten moeten voorbereid zijn om het NESS
H200 Wireless-systeem te verwijderen, zodat beveiliging het kan scannen, of vragen of het systeem
kan worden gescand als zij het niet willen verwijderen. Patiënten wordt aangeraden een kopie van
het recept van hun specialist voor het NESS H200 Wireless-systeem bij zich te hebben. Een recept
van de specialist kan ook nuttig zijn als zij door de douane gaan.
Patiënten kunnen bij hun lokale distributeur een kopie van hun recept aanvragen of een bezoek
brengen aan de website van Bioness op www.bioness.com. Een medewerker van Bioness kan hen
een kopie per fax of per post toesturen.
Opmerking: Het NESS H200 Wireless-systeem bevat radiozenders. Volgens de regels van de FAA
(Federal Aviation Administration) moet alle apparatuur die radiosignalen uitzendt tijdens de vlucht
worden uitgeschakeld.
Elektromagnetische compatibiliteit
Het NESS H200 Wireless-systeem is medisch elektrische apparatuur en is getest op elektromagnetische
compatibiliteit (EMC) in overeenstemming met de normen van IEC (International Electrotechnical
Committee) 60601-1-2. De tabellen in de appendix bevatten informatie over de EMC-tests en
richtlijnen voor een veilig gebruik van het systeem. Het NESS H200 Wireless-systeem moet worden
geconfigureerd en gebruikt in overeenstemming met de instructies in deze handleiding.
Het NESS H200 Wireless-systeem is getest en gecertificeerd voor gebruik van het volgende:
••
Netvoeding (gelijkstroom) zoals geleverd door Bioness Inc, gefabriceerd door FRIWO,
onderdeelnr. FW7555M/05.
••
Y-kabel (2-wegsplitter) zoals geleverd door Bioness Inc, modelnr. L3G-5C00. Gefabriceerd door
Tamuz Electronics Ltd.
De AC/DC plug-in-adapters voor de H200 Wireless-besturingseenheid en -orthese, en de Clinician's
Programmer, zijn de enige manier waarop de apparaten van AC-voeding kunnen worden losgekoppeld.
10
Handleiding voor de specialist
Waarschuwingen en voorzichtigheid
••
Men dient waakzaam te zijn bij het gebruik voor patiënten met geïmplanteerde intrathecaleintravasculaire medicijnpompen. Tijdens de eerste proeven met het NESS H200 Wirelesssysteem dienen specialisten patiënten met intraspinale/intravasculaire therapie zorgvuldig te
monitoren op nieuwe neurologische of andere medische verschijnselen of symptomen. Deze
specialisten wordt aangeraden hun patiënten op de hoogte te stellen van de verschijnselen en
symptomen van te grote of te kleine doses medicijnen. Specialisten en patiënten wordt ook
aangeraden de programmeerrichtlijnen en voorzorgsmaatregelen te volgen die worden verstrekt
in de producthandleidingen bij de relevante medicijnpompen.
••
Pas geen stimulatie toe in de aanwezigheid van elektronische bewakingsapparatuur (bijvoorbeeld
hartmonitoren, ECG-alarmen). Het is mogelijk dat deze niet goed werken wanneer het apparaat
voor elektrische stimulatie wordt gebruikt.
••
Adviseer patiënten het NESS H200 Wireless-systeem te verwijderen voordat zij een diagnostische
of therapeutische medische procedure ondergaan, zoals een röntgenonderzoek, ultrasound,
MRI (Magnetic Resonance Imaging), enzovoort.
••
Het gebruik van andere accessoires, omvormers en kabels dan die gespecificeerd zijn, met
uitzondering van omvormers en kabels die door de fabrikant van het NESS H200 Wirelesssysteem worden verkocht als vervanging van interne onderdelen, kan resulteren in verhoogde
emissies of verminderde immuniteit van het NESS H200 Wireless-systeem.
••
Het gebruik van het accessoire, de omvormer of de kabel bij andere apparatuur en systemen dan
die gespecificeerd zijn, kan resulteren in verhoogde emissies of verminderde immuniteit van het
NESS H200 Wireless-systeem.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem kan storing ondervinden van andere apparatuur, zelfs als
die apparatuur voldoet aan de emissievereisten van CISPR (International Special Committee on
Radio Interference, International Electrotechnical Commission, IEC).
••
Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet binnen een meter van kortegolf- of
microgolftherapieapparatuur. Dergelijke apparatuur kan instabiliteit in de stimulatie-output van
de orthese veroorzaken.
Hoofdstuk 3 - Omstandigheden die het gebruik beïnvloeden
11
12
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
4
Het NESS H200 Wireless-systeem
H200 Wireless-orthese
De orthese houdt de pols in een functionele positie bij het produceren van elektrische stimulatie voor
het strekken en buigen van de hand.
Onderdelen van de H200 Wireless-orthese: Zie afbeelding 4-1.
••
Stimulatie-elektroden. Zie tabel 4-1.
••
Een flexorsteun.
••
Een extensorvleugel.
••
Een spiraalvormig uiteinde.
••
Indicatielampjes (status- en stimulatielampjes).
••
Audiowaarschuwingen.
••
Een oplaadbare batterij en laadpoort.
ED-elektrode
nr. 1
Polsinzetstuk
EPBelektrode nr. 2
Extensorvleugel
Thenarelektrode nr. 3
FPL-elektrode
nr. 5
Laadpoort
Spiraalvormig uiteinde
FDS-elektrode
nr.4
Flexorsteun
Stimulatielampje
Statuslampje
Afbeelding 4-1: De H200 Wireless-orthese.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
13
Stimulatie-elektroden
De orthese zendt elektrische stimulatie via vijf oppervlakte-elektroden, die door de specialist zijn
geplaatst voor het aansturen van optimale pols- en handbewegingen. Zie tabel 4-1.
••
Twee elektroden worden geplaatst op het ventrale aspect van de onderarm om de buigspieren
te stimuleren.
••
Eén elektrode wordt geplaatst op de muis van de duim om de thenar-spiergroep te stimuleren.
••
Twee elektroden worden geplaatst op het dorsale aspect van de onderarm om de strekspieren
te stimuleren.
Elektrode
Doelspier
Beweging
#1
Extensor Digitorum (ED)
Vingerstrekking
#2
Extensor Pollicis Brevis (EPB) en/of
Extensor Pollicis Longus (EPL)
Duimstrekking
#3
Thenar-spiergroep (Thenar)
Flexie/oppositie van de duim
#4
Flexor Digitorum Superficialis (FDS)
Vingerflexie
#5
Flexor Pollicis Longus (FPL)
Duim interfalangeaal (IP) gezamenlijke flexie
Tabel 4-1: H200 Wireless-elektroden.
14
Handleiding voor de specialist
Flexorsteun van orthese
De flexorsteun is ontworpen om de onderarm te ondersteunen terwijl de buigspieren worden
gestimuleerd. Zie afbeelding 4-2.
Flexorsteun
Afbeelding 4-2: Flexorsteun H200 Wireless-orthese.
Extensorvleugel orthese
De extensvleugel heeft een vrijmaakhendel voor het openen van de vleugel en een vleugelarm voor
het sluiten van de vleugel. Zie afbeelding 4-3. Deze is voornamelijk ontworpen om de strekspieren
te stimuleren.
Extensorvleugel
Vleugelarm
Vleugelhendel
Afbeelding 4-3: Extensorvleugel H200 Wireless-orthese.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
15
Spiraalvormige uiteinde van de orthese.
Het spiraalvormige uiteinde van de orthese is ontworpen om de hand te ondersteunen terwijl de
thenar-spiergroep van stimulatie wordt voorzien.
Onderdelen van het spiraalvormige uiteinde: Zie afbeelding 4-4.
••
Een verwijderbare thenar—ondersteunt de spieren in de muis van de duim.
••
Een polsbrug—wordt gebruikt om de hand in een functionele positie te stabiliseren terwijl deze
in de orthese zit.
••
Een triggerknop—zit op de polsbrug voor het aanzetten/pauzeren van stimulatie.
••
Een verwisselbaar polsinzetstuk—bevindt zich onder op de polsbrog en wordt als kussentje
gebruikt. (Niet getoond in afbeelding 4-4.)
••
Een bevestigingsring—wordt gebruikt voor de polsband van de orthese.
••
Een bevestigingshaakje—wordt gebruikt voor het vastmaken van de polsband van de orthese.
Bevestigingshaakje
polsband
Triggerknop
Bevestigingsring
polsband
Polsbrug
Thenar
Afbeelding 4-4: Spiraalvormige uiteinde van de H200 Wireless-orthese.
16
Handleiding voor de specialist
Indicatielampjes
De statuslampjes van de orthese tonen informatie over de systeemstatus en foutberichten.
Het stimulatielampje van de orthese geeft aan of stimulatie aan of uit staat of is gepauzeerd.
Zie tabel 4-2.
Linkerorthese
Statuslampje
Stimulatielampje
Indicator
Beschrijving
Definitie
KNIPPERT GROEN
Systeem aan
KNIPPERT GEEL
Batterij bijna leeg
KNIPPERT
AFWISSELEND GEEL
en GROEN
Batterij bezig met
opladen
CONSTANT GROEN
Batterij volledig
opgeladen; registratie
geslaagd
KNIPPERT ROOD
Gebrekkig
elektrodecontact
CONSTANT ROOD
Hardware/
softwarefout; laadfout
CONSTANT GEEL
Stimulatie gepauzeerd
KNIPPERT SNEL
GEEL
Stimulatie aan
Tabel 4-2: Indicatoren op de H200 Wireless-orthese.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
17
Audiowaarschuwingen
De orthese geeft een audiosignaal wanneer:
18
••
Een oplader is aangesloten.
••
Een elektrodecontact niet goed zit.
••
Een fout bij het opladen is opgetreden.
••
De batterij bijna leeg is.
••
Stimulatie is ingeschakeld/uitgeschakeld of gepauzeerd.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem is ingeschakeld/uitgeschakeld.
••
De stimulatie-eenheid van de H200 Wireless-orthese niet goed werkt.
Handleiding voor de specialist
Oplaadbare batterij en laadpoort
De laadpoort bevindt zich op het distale uiteinde van de orthese. De batterij van de orthese moet voor
het eerste gebruik worden opgeladen en daarna dagelijks. De NESS H200 Wireless-systeemkit is
voorzien van een systeemopladerset waarmee de orthese en de H200 Wireless-besturingseenheid
tegelijk kunnen worden opgeladen. Zie afbeelding 4-5.
Opmerking: Zorg ervoor dat de orthese tijdens het laden niet op zijn zij ligt. Hierdoor zou de
triggerknop continu kunnen worden ingedrukt. Hierdoor reset het systeem en schakelt het uit.
Laadpoort
Flexibel klepje
Y-kabel
Laadpoort
Systeemoplader
Verwisselbare
stekker
Afbeelding 4-5: Opzet voor het opladen van het NESS H200 Wireless-systeem.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
19
H200 Wireless-besturingseenheid
De besturingseenheid communiceert draadloos met de orthese om stimulatie aan/uit te zetten,
de intensiteit van de stimulatie aan te passen en de systeemstatus te controleren.
De H200 Wireless-orthese is voorzien van:
••
Bedieningsknoppen.
••
Aan/-uit-lampjes.
••
Bedieningsmodi.
••
Indicatoren en een digitaal display.
••
Audiowaarschuwingen.
••
Een oplaadbare batterij en laadpoort.
Bedieningsknoppen
De bedieningsknoppen van de H200 Wireless-besturingseenheid worden getoond in afbeelding 4-6.
Aan/uit-knop
Dempknop
Triggerknop
Knoppen voor
programmaselectie
Knoppen voor
aanpassing
van stimulatieintensiteit
Stimulatietestknop
Afbeelding 4-6: Bedieningsknoppen op de H200 Wireless-besturingseenheid.
20
Handleiding voor de specialist
De bedieningsknoppen worden gebruikt om: Zie tabel 4-3.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem aan/uit te zetten.
••
De stimulatie in de H200 Wireless-orthese te testen.
••
Een gebruikersprogramma te selecteren/wijzigen.
••
Klinische modus te activeren om een klinisch programma te selecteren.
••
Stimulatie aan/uit te zetten en te pauzeren.
••
Het intensiteitsniveau van de stimulatie aan te passen.
••
Audiowaarschuwingen te dempen.
••
De diepe slaapmodus te activeren.
Bedieningsknop
Beschrijving
Functie
Aan/uit-knop
Schakelt het systeem aan/uit
Activeert de diepe slaapmodus
Triggerknop
Zet stimulatie aan/uit en pauzeert stimulatie
Knoppen voor
aanpassing
van stimulatieintensiteit
Verhoogt de intensiteit van de stimulatie
Verlaagt de intensiteit van de stimulatie
Dempknop
Zet demping van audiowaarschuwingen van de
besturingseenheid en H200 Wireless-orthese aan/
uit
Knoppen voor
programmaselectie
Bovenste: Hiermee selecteert u
gebruikersprogramma 1. In klinische modus loopt
u hiermee door de klinische programma's A–G.
Onderste: Hiermee selecteert u
gebruikersprogramma 2. In klinische modus loopt
u hiermee terug door de klinische programma's
A–G.
Stimulatietestknop
Test de stimulatie in de H200 Wireless-orthese:
test anders de strek- en buigspieren.
Tabel 4-3: Bedieningsknoppen op de H200 Wireless-besturingseenheid.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
21
Aan/-uit-lampjes.
De aan/uit-lampjes van de besturingseenheid worden beschreven in tabel 4-4.
Aan/-uitlampjes.
Beschrijving
Definitie
Aan/uit-knop KNIPPERT GROEN
Systeem aan
Triggerknop KNIPPERT GEEL
Stimulatie aan
Triggerknop brandt CONSTANT GEEL
Stimulatie gepauzeerd
Tabel 4-4: Aan/uit-lampjes H200 Wireless-besturingseenheid.
Bedrijfsmodi
Het H200 Wireless-systeem heeft drie bedrijfsmodi: stand-by, gebruiker en klinisch.
Stand-bymodus
Het NESS H200 Wireless-systeem staat aan en wacht op opdrachten; stimulatie staat uit.
Gebruikersmodus
Wanneer de besturingseenheid wordt aangezet, wordt de gebruikersmodus automatisch geactiveerd.
Gebruikersprogramma's 1 en 2 kunnen worden geselecteerd.
Klinische modus
Klinische modus wordt geactiveerd door tegelijk op de aan/uit-knop
en de minknop
drukken. Programma's A–G zijn direct toegankelijk vanaf de besturingseenheid.
22
Handleiding voor de specialist
te
Indicatoren en digitale display
De indicatoren van de besturingseenheid en digitale display worden in afbeelding 4-7 geïllustreerd.
Statusindicator
besturingseenheid
Indicator RFcommunicatie
Indicator programma 1
Indicator programma 2
Digitale display
Afbeelding 4-7: Digitale display en indicatoren van H200 Wireless-besturingseenheid.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
23
De indicatoren op de besturingseenheid geven aan:
••
Systeemstatus.
••
Geselecteerd gebruikersprogramma.
••
Status RF-communicatie. Zie tabel 4-5.
Indicator
Beschrijving
Definitie
Statusindicator besturingseenheid
KNIPPERT GEEL
Batterij bijna leeg, H200
Wireless-besturingseenheid
Statusindicator besturingseenheid
brandt CONSTANT ROOD
Laadfout besturingseenheid;
Fout bij elektronische
registratie; Hardware/
softwarefout besturingseenheid
Indicator programma 1 is GROEN
Programma 1 geselecteerd
Indicator programma 2 is GROEN
Programma 2 geselecteerd
Indicator voor RF-communicatie
KNIPPERT ROOD
RF-communicatiefout
Tabel 4-5: Indicatielampjes H200 Wireless-besturingseenheid.
24
Handleiding voor de specialist
Het digitale display van de besturingseenheid laat zien:
••
Intensiteitsniveau van stimulatie.
••
Geselecteerd klinisch programma.
••
Status van elektronische registratie.
••
Status van batterij in de besturingseenheid. Zie tabel 4-6.
Indicator
Beschrijving
Definitie
0–9
Intensiteitsniveau van stimulatie;
'0' betekent geen stimulatie
A–G
Klinisch programma A–G.
Afwisselend GROENE
bogen
Registratie aan de gang
Letter 'C'
Registratie voltooid
Letter 'E'
Registratiefout
Letter 'U'
H200 Wireless-besturingseenheid niet
geregistreerd
Draaiende GROENE cirkel
H200 Wireless-besturingseenheid wordt
geladen
Horizontale GROENE lijn
H200 Wireless-besturingseenheid
volledig geladen
Tabel 4-6: Digitale indicatoren op de H200 Wireless-besturingseenheid.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
25
Audiowaarschuwingen
De H200 Wireless-besturingseenheid geeft een geluidssignaal om het volgende aan te geven:
26
••
Er is op een knop gedrukt.
••
RF-communicatie is mislukt.
••
Er is een fout bij het laden opgetreden.
••
Audiowaarschuwingen zijn gedempt/ongedempt.
••
Er is een lader aangesloten of verwijderd.
••
Het NESS H200 Wireless-systeem is ingeschakeld/uitgeschakeld.
••
De batterij in de H200 Wireless-besturingseenheid is bijna leeg.
••
Er trad een hardware/softwarefout in de H200 Wireless-besturingseenheid op.
••
Elektronische registratie is gestart, geslaagd of niet geslaagd.
Handleiding voor de specialist
Oplaadbare batterij en laadpoort
De H200 Wireless-besturingseenheid wordt door een enkele, oplaadbare NiMH AAA-batterij van
stroom voorzien. Deze is eenvoudig te vervangen met behulp van een kruiskopschroevendraaier. De
laadpoort bevindt zich onder op de besturingseenheid, onder het flexibele klepje. Zie afbeelding 4-8.
Signaalingang/
uitvoerpoort
Laadpoort
Afbeelding 4-8: Laadpoort op de H200 Wireless-besturingseenheid.
VOORZICHTIG: Naast de laadpoort bevindt zich een signaalingang/uitvoerpoort
voor de communicatiekabel van de configuratiehouder. Zie afbeelding 4-8. De
signaalingang/uitgangpoort op de besturingseenheid mag alleen door de specialist
worden gebruikt.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
27
H200 Wireless klinische programma's
Het H200 Wireless-systeem ondersteunt:
••
Programma's voor functionele training.
••
Neuroprotheseprogramma's.
••
Programma voor neuromodulatie motoriek.
••
Programma's met persoonlijke instellingen.
••
Aangepaste persoonlijke programmering.
Programma's voor functionele training
Er zijn drie programma's voor functionele training, A, B en C, die zijn ontworpen voor het oefenen
van de hand. Deze bestaan uit herhaalde bewegingen met een ontspanningspauze tussen elke
beweging. Zij beginnen wanneer de triggerknop
op de besturingseenheid of orthese wordt
ingedrukt. Zij eindigen wanneer de geprogrammeerde trainingstijd afloopt. De trainingstijd kan
variëren van 5 tot 120 minuten.
Programma A—Grijpen en loslaten
Hiermee wordt een opeenvolging van het openen en sluiten van de hand geactiveerd. Wanneer op
de triggerknop wordt gedrukt, wordt de stimulatie gestart voor het openen van de hand. De hand sluit
en opent dan weer, met een pauze tussen elke fase. De intensiteit van de stimulatie en duur van de
strek- en buigfasen, evenals de duur van het programma, kunnen worden aangepast.
Programma B—Hand openen
Hiermee worden alleen de strekspieren geactiveerd. Wanneer op de triggerknop wordt gedrukt, wordt
het strekken van de hand gevolgd door een ontspanningsperiode en vervolgens wordt dit hele proces
herhaald. De intensiteit van de stimulatie en duur van de strek- en ontspanningsfasen, evenals de
duur van het programma kunnen worden aangepast.
Programma C—Grijpen
Hiermee wordt een opeenvolging van het sluiten van de hand geactiveerd. Wanneer op de
triggerknop wordt gedrukt, wordt het buigen van de hand gevolgd door een ontspanningsperiode en
vervolgens wordt dit hele proces herhaald. De intensiteit van de stimulatie en duur van de buig- en
ontspanningsfasen, evenals de duur van het programma, kunnen worden aangepast.
28
Handleiding voor de specialist
Neuroprotheseprogramma's
Er zijn drie neuroprotheseprogramma's, D, E en F, die zijn ontworpen voor hulp bij het uitvoeren
van een specifieke taak, zoals het openen van een deur of het grijpen van een voorwerp. Zij
beginnen wanneer de triggerknop op de besturingseenheid of orthese wordt ingedrukt. Dit gaat
door tot de triggerknop nogmaals wordt ingedrukt. Neuroprotheseprogramma's hebben geen vaste
programmatijd. De duur wordt bepaald door de taak/gebruiker.
Programma D—Hand openen
Activeert de hand om te openen en open te blijven tot de triggerknop nogmaals wordt ingedrukt.
Programma E—Grijpen en loslaten
Activeert de hand om voorwerpen te grijpen en vast te houden via een palmaire greep. Wanneer
de triggerknop wordt ingedrukt, wordt een pauze van een halve seconde gevolgd door een vooraf
bepaalde duur van handopening. Vervolgens sluit de hand en deze blijft gesloten tot de triggerknop
nogmaals wordt ingedrukt om de greep los te laten. Wanneer de triggerknop een tweede keer wordt
ingedrukt, wordt een halve seconde van voortgezette flexorstimulatie gevolgd door een aanpasbare
duur van extensorstimulatie om de hand te openen. Vervolgens schakelt de stimulatie uit en de hand
ontspant.
Programma F—Sleutelgreep
Programma F wordt gebruikt voor het vastpakken en vasthouden van kleine voorwerpen in een
laterale greep (of sleutelgreep) tussen de duim en de laterale zijde van de wijsvinger. Programma F
houdt de vingers in flexie gedurende de werkfasen.
Wanneer de triggerknop wordt ingedrukt, opent de duim. Vervolgens sluit de duim en blijft deze
gesloten tot de triggerknop nogmaals wordt ingedrukt om de greephouding los te laten. Wanneer
de triggerknop een tweede keer wordt ingedrukt, wordt de duim geopend door extensorstimulatie.
Vervolgens schakelt de stimulatie uit en de hand ontspant.
Programma voor neuromodulatie motoriek
Programma G—Buig- en strekspieren, alleen buigspieren of alleen strekspieren
Programma voor neuromodulatie motoriek G levert snelle stimulatie-uitbarstingen aan de buigen strekspieren, alleen de buigspieren of alleen de strekspieren. Het programma wordt gestart
en gepauzeerd door op de triggerknop op de besturingseenheid of de orthese te drukken. De
programmatijd kan variëren van 5 tot 30 minuten.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
29
Programma's met persoonlijke instellingen
De programma's met persoonlijke instellingen zijn bedoeld ter ondersteuning van variaties bij
patiënten in:
••
Vrijwillige beweging van de pols en vingers.
••
Reactie van vingers op neuromodulatie motoriek.
••
Tonus.
De drie programma's met persoonlijke instellingen bestaan uit een serie segmenten voor functionele
training en neuromodulatie motoriek die herhaaldelijk gedurende de geprogrammeerde totaaltijd
doorlopen worden. Elk programma kan uit maximaal acht oefeningen bestaan met tussenliggende
rustperioden. Persoonlijke programma's beginnen wanneer de triggerknop op de besturingseenheid
of orthese wordt ingedrukt. Zij eindigen wanneer de programmatijd afloopt. De programmatijd kan
variëren van 30 tot 240 minuten.
••
Persoonlijk instelling 1—Voor alle patiënten bij eerste gebruik. Daarna voor patiënten met een
hoger niveau van flexortonus.
••
Persoonlijke instelling 2—Voor patiënten met een gemiddelde flexortonus.
••
Persoonlijke instelling 3—Voor patiënten met een lage flexortonus.
Persoonlijke aangepaste programmering
Een programma voor persoonlijke aangepaste programmering is een programma dat door de
specialist wordt geconfigureerd en dat tot acht programmasegmenten en zeven rustperioden kan
omvatten. De specialist past het programma aan door programmasegmenten toe te voegen, te
verwijderen en te herschikken en door de niveauduur aan te passen. De programmatijd kan variëren
van 30 tot 240 minuten.
30
Handleiding voor de specialist
Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen
Het systeem aan- en uitzetten
Druk eenmaal op de aan/uit-knop
op de besturingseenheid.
Wanneer het systeem aan is:
••
KNIPPERT de aan/uit-knop
••
KNIPPERT het statuslampje
op de besturingseenheid GROEN.
op de orthese GROEN.
De stimulatie in de H200 Wireless-orthese testen
1. Controleer of het systeem is ingeschakeld. De triggerknop
mag niet zijn opgelicht.
en houd deze ingedrukt om de stimulatie van de strekspieren te
2. Druk op de stimulatietestknop
testen. Stimulatie wordt aangezet en blijft aan tot de knop wordt losgelaten. Wanneer de stimulatie
aan is, KNIPPERT de triggerknop
SNEL GEEL.
3. Laat de stimulatietestknop
los om stimulatie uit te zetten.
4. Herhaal dit om de stimulatie van de buigspieren te testen.
Een gebruikersprogramma selecteren
Tijdens de klinische/therapeutische sessie selecteert de specialist de klinische programma's die het
beste bij de therapeutische behoeften van de patiënt aansluiten, past de programma's aan, en wijst
vervolgens voor thuisgebruikers twee van de klinische programma's aan programmaknop 1 en 2 op
de H200 Wireless-besturingseenheid toe.
Om een gebruikersprogramma te selecteren schakelt u het systeem in. Gebruikersprogramma 1 is
automatisch geselecteerd. De indicator van Programma 1
is GROEN. Om Gebruikersprogramma
2 te selecteren, drukt u op de knop voor het selecteren van Programma 2
.
Klinische modus activeren
Terwijl het systeem is uitgeschakeld drukt u op de knop
en de aan/uit-knop
en houdt u
deze ingedrukt tot de H200 Wireless-besturingseenheid een piepsignaal geeft en programmaletter
'A' en het niveau van stimulatie-intensiteit elkaar afwisselen in het digitale display. Druk op de aan/
uit-knop
om klinische modus te verlaten.
Een klinisch programma selecteren
Terwijl de klinische modus actief is, drukt u op de bovenste of onderste knop voor programmaselectie
op de H200 Wireless-besturingseenheid tot de gewenste programmaletter in het digitale display
verschijnt.
Hoofdstuk 4 - Het NESS H200 Wireless-systeem
31
Stimulatie aanzetten
Druk op de triggerknop
op de H200 Wireless-besturingseenheid of de triggerknop op de orthese.
Stimulatie pauzeren
Druk op de triggerknop
op de H200 Wireless-besturingseenheid of de triggerknop op de orthese.
Opmerking: Neuroprotheseprogramma's kunnen niet worden gepauzeerd. Wanneer u op de
triggerknop drukt en stimulatie is ingeschakeld, wordt de tweede fase van het neuroprotheseprogramma
gestart.
Stimulatie uitschakelen
Druk op de aan/uit-knop
triggerknop op de orthese.
of de triggerknop
op de besturingseenheid of druk op de
Opmerking: Om stimulatie onmiddellijk stop te zetten, drukt u op de aan/uit-knop
neuroprotheseprogramma.
in een
De intensiteit van de stimulatie afstellen
Druk eenmaal op de plusknop
of minknop
op de besturingseenheid om het stimulatieintensiteitsniveau met één niveau te verhogen of te verlagen. De besturingseenheid geeft een pieptoon
voor elke niveau van verandering en het nieuwe niveau wordt op het digitale display weergegeven.
Opmerking: Een intensiteitsniveau van '0' is gelijk aan geen stimulatie.
Dempen van audiowaarschuwingen van het systeem aan-/uitzetten
Druk kortstondig op de dempknop
besturingseenheid.
. De dempknop bevindt zich op de zijkant van de
Diepe slaapmodus ingaan en verlaten
Terwijl het systeem uitstaat, drukt u gedurende tien seconden op de aan/uit-knop
.
De besturingseenheid en orthese geven een geluidssignaal en het ortheselampje knippert wanneer
de diepe slaapmodus wordt geactiveerd. U verlaat de diepe slaapmodus door op de triggerknop op
de orthese te drukken.
Opmerking: Diepe slaapmodus is een energiebesparende functie waarbij het systeem wordt
uitgeschakeld en geen indicatoren worden weergegeven. Het gebruik van de diepe slaapmodus
wordt aanbevolen wanneer u het systeem gedurende langere tijd niet gebruikt.
32
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
5
NESS H200 Wireless Clinician's Kit
De NESS H200 Wireless Clinician's Kit wordt gebruikt om het NESS H200 Wireless-systeem aan
te meten en te programmeren. De klein/normaal Clinician's Kit is voor het aanmeten van de kleine/
normale orthese. De grote Clinician's Kit is voor het aanmeten van de grote orthese.
H200 Wireless Clinician's Kit (klein/normaal)
PDA-onderdelen
••
HP iPAQ Clinician's Programmer met H200 Wireless®-software
••
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
••
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer
Accessoires
••
Thenars: links/rechts, normaal/groot (klein/normaal)
••
Thenarschroeven
••
Polsinzetstukken: links/rechts, dik/normaal/dun (klein/normaal)
••
Schroeven voor polsinzetstuk (klein/normaal)
••
Afdekkingen voor polsinzetstuk (klein/normaal)
••
H200 Wireless FPL-panelen: links/rechts (klein/normaal)
••
Schroeven voor FPL-paneel (klein/normaal)
••
Sets met fittingpanelen: links/rechts (klein/normaal)
••
H200 Wireless-elektroden
••
Kruiskopschroevendraaier
••
H200 Wireless Referentiekaart voor de specialist
••
HP iPAQ Instructies van de fabrikant
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
33
H200 Wireless Clinician's Kit (groot)
PDA-onderdelen
••
HP iPAQ Clinician's Programmer met H200 Wireless®-software
••
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
••
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer
Accessoires
••
Thenars: links/rechts, groot (groot)
••
Thenarschroeven
••
Polsinzetstukken: links/rechts, dik/normaal/dun (groot)
••
Schroeven voor polsinzetstuk (groot)
••
Afdekkingen voor polsinzetstuk (groot)
••
H200 Wireless FPL-panelen: links/rechts (groot)
••
Schroeven voor FPL-paneel (groot)
••
Sets met fittingpanelen: links/rechts (groot)
••
H200 Wireless-elektroden
••
Kruiskopschroevendraaier
••
H200 Wireless Referentiekaart voor de specialist
••
HP iPAQ Instructies van de fabrikant
De NESS H200 Wireless Clinician's Upgrade Kit is voor gebruik met de NESS H200 Clinician's Kit
voor het aanmeten en programmeren van het NESS H200 Wireless-systeem.
H200 Wireless Clinician's Upgrade Kit
PDA-onderdelen
••
HP iPAQ Clinician's Programmer met H200 Wireless®-software
••
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
••
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer
Accessoires
34
••
H200 Wireless FPL-panelen: links/rechts (klein/normaal).
••
H200 Wireless FPL-panelen: links/rechts (groot)
••
Schroeven voor FPL-paneel (klein/normaal).
Handleiding voor de specialist
••
Schroeven voor FPL-paneel (groot)
••
Afdekkingen voor polsinzetstuk (klein/normaal)
••
Afdekkingen voor polsinzetstuk (groot)
••
H200 Wireless-elektroden
••
H200 Wireless Referentiekaart voor de specialist
••
HP iPAQ Instructies van de fabrikant
VOORZICHTIG: Controleer alle onderdelen voor gebruik op schade.
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer
HP iPAQ Clinician's Programmer met H200 Wireless®-software
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
35
Thenar
Thenarschroef
2,5 x 4 mm
Schroef voor
polsinzetstuk
(klein/normaal)
3 x 6 mm
Extensor A, B, C, D
#1
#2
H200 Wireless-elektroden
H200 Wireless FPL-paneel
36
Afdekking polsinzetstuk
Polsinzetstuk
Handleiding voor de specialist
Schroef voor
polsinzetstuk (groot)
3 x 8 mm
Schroef voor H200
Wireless FPL-paneel
(klein/normaal)
3 x 12 mm
Set met fittingpanelen
#3 Normaal
#3 Groot
Kruiskopschroevendraaier
Schroef voor H200
Wireless FPLpaneel (groot)
3 x 14 mm
Flexor A, B, C
#4
#5
PDA-onderdelen
HP iPAQ Clinician's Programmer met NESS H200 Wireless-software
De HP iPAQ Clinician's Programmer is een draagbare personal digital assistant (PDA) die wordt
gebruikt om het NESS H200 Wireless-systeem te programmeren. Wanneer de Clinician's Programmer
is aangesloten op de HP iPAQ-configuratiehouder en de H200 Wireless-besturingseenheid, kan deze
draadloos communiceren met de H200 Wireless-orthese. Zie afbeelding 5-1.
Oplader voor HP iPAQ Clinician's
Programmer
Aansluitpoort
HP iPAQ Clinician's Programmer met H200
Wireless-software
SD-sleuf voor opslagkaart
Stylus
H200 Wirelessbesturingseenheid
Communicatieaansluit­
kabel
Communicatie­aansluit­
kabel
HP iPAQ-configuratiehouder
met stylus
Aan/uit-knop en
laadlampje
Afbeelding 5-1: PDA-onderdelen, H200 Wireless-besturingseenheid aangesloten.
WAARSCHUWING: De Clinician's Programmer mag uitsluitend het besturingssysteem
Windows Mobile® en eigen software van Bioness Inc bevatten. Softwarepakketten
van derden worden niet ondersteund en kunnen een negatief effect hebben op de
werking van het NESS H200 Wireless-systeem en daarmee de garantie ongeldig
maken.
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
37
Aan/uit-knop
Wordt gebruikt om de Clinician's Programmer aan en uit te zetten.
Laadlampje
Het laadlampje is GEEL wanneer de Clinician's Programmer aan het opladen is en GROEN wanneer
de batterij van de Clinician's Programmer volledig opgeladen is.
SD (Secure Digital) sleuf
De SD-sleuf is voor de SD-kaart, die wordt gebruikt om back-ups te maken van de Clinician's
Programmer-database en deze te herstellen.
Aansluitpoort
Wordt gebruikt om de Clinician's Programmer op de communicatieaansluitkabel op de HP iPAQconfiguratiehouder aan te sluiten.
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
De HP iPAQ-configuratiehouder wordt gebruikt om de Clinician's Programmer aan te sluiten op de
H200 Wireless-besturingseenheid en op de oplader van de Clinician's Programmer. De stylus wordt
gebruikt om door de software te navigeren.
Oplader voor HP iPAQ Clinician's Programmer
Wordt gebruikt om de batterij van de Clinician's Programmer op te laden. Gebruik alleen de Clinician's
Programmer-oplader die in de H200 Wireless Clinician's Kit is meegeleverd.
38
Handleiding voor de specialist
Accessoires
Thenar
De thenar is een verwijderbaar onderdeel dat op het spiraalvormige uiteinde van de orthese wordt
bevestigd. Zie afbeelding 5-2. Deze wordt gebruikt om de thenar-spiergroep te stimuleren. De thenar
is verkrijgbaar voor rechter (Rt) en linker (Lt) configuraties, in de maten normaal en groot.
Thenar
Afbeelding 5-2: Thenar.
Thenarschroeven
Er is één thenarschroef nodig om de thenar aan het spiraalvormige uiteinde van de H200 Wirelessorthese te bevestigen. Zie afbeelding 5-3.
Thenarschroef
Afbeelding 5-3: Thenarschroef.
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
39
Polsinzetstuk
Het polsinzetstuk is een verwijderbaar onderdeel dat aan de onderkant van de polsbrug van de
orthese wordt bevestigd. Zie afbeelding 5-4. Het wordt gebruikt om de bovenkant van de hand te
bedekken, contactdruk tussen de orthese en de hand in stand te handen om de hand te stabiliseren,
en voor een optimale handhouding tijdens stimulatie. Het polsinzetstuk is verkrijgbaar voor rechter
(Rt) en linker (Lt) configuraties, en in drie maten (dik, normaal en dun).
Schroef voor
polsinzetstuk
Polsinzetstuk
Afbeelding 5-4: Polsinzetstuk en schroef voor polsinzetstuk.
Schroeven voor polsinzetstuk
Eén schroef is nodig om het polsinzetstuk aan de polsbrug van de H200 Wireless-orthese te
bevestigen. Zie afbeelding 5-4.
Afdekkingen polsinzetstuk
Een afdekking kan aan het polsinzetstuk worden vastgeplakt en wordt gebruikt als hygiënische
afdekking wanneer de orthese door meerdere patiënten wordt gebruikt. Deze is verkijgbaar in twee
maten: klein/normaal en groot. Een afdekking voor het polsinzetstuk is voor eenmalig gebruikt. Zie
afbeelding 5-5.
40
Handleiding voor de specialist
Afdekking
polsinzetstuk
Polsinzetstuk
Afbeelding 5-5: Afdekking polsinzetstuk bevestigd aan polsinzetstuk.
H200 Wireless FPL-paneel
Het Wireless FPL-paneel past over elektrodehouder nr. 5 op de orthese. Zie afbeelding 5-6. Het FPLpaneel is voor patiënten met smalle polsen, om het contact van ledematen met de FPL-elektrode te
verbeteren. Het FPL-paneel is verkrijgbaar in rechter (Rt) en linker (Lt) configuraties.
Inzetstuk en
schroef voor
H200 Wireless
FPL-paneel
FPL nr. 5
Elektrodehouder
Afbeelding 5-6: FPL-paneel en schroef voor FPL-paneel.
Schroeven voor H200 Wireless FPL-paneel
Er is één schroef voor het H200 Wireless FPL-paneel nodig om het H200 Wireless FPL-paneel aan
de orthese te bevestigen. Zie afbeelding 5-6.
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
41
Fittingpanelen
De fittingpanelen omvatten een serie elektrodehouderconfiguraties die worden gebruikt om het
openen en sluiten van de hand en vingers te stimuleren. De extensorfittingpanelen worden bevestigd
aan de extensorvleugel van de orthese. De flexorfittingpanelen worden bevestigd aan de flexorsteun
van de orthese. De fittingpanelen worden gebruikt bij de klinische opzet voor het aanpassen van de
elektrodehouders aan de orthese voor thuisgebruikers. Zie afbeelding 5-7.
Extensorfittingpaneel
Flexorfittingpaneel
Afbeelding 5-7: Fittingpanelen geplaatst op de orthese.
Extensorfittingpanelen
De extensorfittingpanelen zijn verkrijgbaar in rechter (Rt) en linker (Lt) configuraties, en in vier
elektrodehouderconfiguraties: A, B, C en D. Zie afbeelding 5-8.
A
B
C
D
Afbeelding 5-8: Extensorfittingpanelen A, B, C en D: rechterconfiguratie (Rt).
VOORZICHTIG: Ontsmet de fittingpanelen voor elk gebruik.
42
Handleiding voor de specialist
Elk extensorfittingpaneel heeft twee elektrodehouders (Extensor Digitorum (ED) nr. 1 en Extensor
Pollicis Brevis (EPB) nr. 2) op de ene zijde en twee geleideveren aan de andere zijde. Zie afbeelding
5-9. De geleideveren maken elektrisch contact met de contactpunten van elektrodehouder nr. 1 en
2 op de orthese.
ED nr. 1
Elektrodehouder
EPB nr. 2
Elektrodehouder
Geleideveren
Voor
Achter
Afbeelding 5-9: Rechter (Rt) extensorfittingpaneel, voor en achter.
Flexorfittingpanelen
De flexorfittingpanelen zijn verkrijgbaar in rechter (Rt) en linker (Lt) configuraties, en in drie
elektrodehouderconfiguraties: A, B en C. Zie afbeelding 5-10.
A
B
C
Afbeelding 5-10: Flexorfittingpanelen A, B en C: rechterconfiguratie (Rt).
De flexorfittingpanelen hebben elk één elektrodehouder (Flexor Digitorum Superficialis (FDS) #4) en
één geleideveer. De geleideveer zit achter op het fittingpaneel en maakt contact met de aansluiting
van elektrodehouder nr. 4 op de orthese.
Hoofdstuk 5 - De NESS H200 Wireless-kit voor de specialist
43
Elektrodehouderset
De elektrodehouderset wordt gebruikt om de elektrodeposities voor orthese voor thuisgebruik aan te
passen.
Schroef voor elektrodehouder en set afdichtingsringen
De schroef voor de elektrodehouder en set afdichtingsringen worden gebruikt om elektrodehouders
1, 2 en 4 aan H200 Wireless-orthesen voor thuisgebruik te bevestigen. Gebruik één schroef en één
afdichtingsring voor elke elektrodehouder.
H200 Wireless-elektroden
De H200 Wireless-orthese maakt gebruik van vijf elektroden. De elektroden worden in de
elektrodehouders geschoven. De elektroden zijn gemaakt van ongeweven katoen/polymeer
ontworpen voor het vasthouden van vocht terwijl de H200 Wireless-orthese op de arm zit.
De elektroden moeten voor en na gebruik en na elke drie tot vier uur van gebruik worden natgemaakt.
De thenar-elektrode is verkrijgbaar in de maten normaal en groot.
VOORZICHTIG: Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet zonder de
elektroden.
VOORZICHTIG: De H200 Wireless-elektroden moeten vóór gebruik nat worden
gemaakt en vervolgens opnieuw worden natgemaakt om de vier uur van gebruik.
VOORZICHTIG: De H200 Wireless-elektroden mogen slechts op één patiënt
worden gebruikt.
VOORZICHTIG: De H200 Wireless-elektroden moeten om de twee weken worden
vervangen, of eerder als zij beschadigd raken.
44
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
6
De H200 Wireless-orthese aanmeten
Voordat u de H200 Wireless-orthese aanmeet:
••
Was de onderarm van de patiënt met zeep en water en verwijder eventueel aanwezige lotion
of olie.
••
Zorg dat de patiënt alle sieraden van de hand, pols en onderarm verwijdert.
De maat opnemen voor de juiste orthese
De orthese is in drie maten verkrijgbaar: klein, normaal en groot. Voor de kleine en normale orthese
zijn de polsomtrekmetingen hetzelfde, maar de kleinere orthese pas op een dunnere of kleinere
onderarm.
Meet met behulp van een meetlint de omtrek van de pols, de omtrek van de onderarm en de lengte
van de onderarm van de patiënt en raadpleeg tabel 6-1.
Polsomtrek
Omtrek van onderarm
Lengte van onderarm
(Distaal naar processus
styloideus ulnae)
(8 cm distaal naar lateraal
epicondyl)
(Van distale polsplooi naar
elleboogplooi)
Klein
~ 14,5 tot 20 cm
~ 17 tot 20 cm
~ 24 cm of minder
Normaal
~ 14,5 tot 20 cm
> 20 cm
~ 24 cm of minder
Groot
~ 17 tot 25 cm
> 20 cm
~ 24 cm of meer
Maat van
orthese
Tabel 6-1: Pasdiagram voor de H200 Wireless-orthese.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
45
De thenar aanmeten
De thenarelektrode nummer 3 moet op de muis van de duim rusten. Zie afbeelding 6-1.
Thenar nr. 3
Elektrode
Afbeelding 6-1: Plaatsing van de thenar op de muis van de duim.
De thenar aanmeten:
1. Kies een thenar van de juiste maat en configuratie.
2. Trek het flexibele klepje op de thenar weg om het metaal bloot te leggen. Zie afbeelding 6-2.
Metaal
Afbeelding 6-2: Thenar.
46
Handleiding voor de specialist
3. Schuif het metalen uiteinde van de thenar in de sleuf op het spiraalvormige uiteinde van de
orthese.
4. Draai de thenarschroef vast. De schroef houdt de thenar op zijn plaats en zorgt dat de thenar en
orthese elektrisch contact maken. Zie afbeelding 6-3.
Flexibel klepje
Thenar
Afbeelding 6-3: De thenar aan het spiraalvormige uiteinde van de orthese bevestigen.
5. Sluit het flexibele klepje weer over de schroef.
De thenar verwijderen:
1. Haal voorzichtig het flexibele klepje op de thenarschroef omhoog en draai de schroef los. Verwijder
de schroef niet. Zorg dat u het flexibele klepje niet scheurt.
2. Schuif de thenar van de orthese vandaan.
Opmerking: Bij het gebruik van een verkeerde schroef kan de H200 Wireless-orthese beschadigd
raken.
VOORZICHTIG: Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet zonder de thenarelektroden nat te maken en te bevestigen.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
47
Het polsinzetstuk aanbrengen
Het polsinzetstuk past onder de polsbrug van de orthese. Zie afbeelding 6-4.
Polsbrug
Afbeelding 6-4: polsbrug met polsinzetstuk eronder.
Het polsinzetstuk aanbrengen:
1. Kies een polsinzetstuk van het juiste formaat, voor de juiste zijde en van de juiste dikte. Volg deze
richtlijnen voor het kiezen van de juiste dikte:
••
Houding van hand/arm: U kunt aan de hand van de hand/arm van de patiënt bepalen welk
polsinzetstuk geschikt is. De optimale hoek van de pols moet tussen 0 en 20 graden liggen
van de strekking wanneer de orthese wordt aangetrokken. Een dun polsinzetstuk biedt meer
vrijheid bij handbewegingen dan een dik polsinzetstuk.
••
Stabiliteit en contact van orthese: De orthese moet goed op de hand/arm passen. De
grootte van de polsinzet en de functionele positie van de hand zijn de elementen die bepalen
hoe de orthese passend moet worden gemaakt.
2. Selecteer de juiste schroef voor polsinzetstukken.
3. Lijn het polsinzetstuk uit op de polsbrug. De vork(en) op het polsinzetstuk moeten distaal liggen
en het schroefgat proximaal. Zie afbeelding 6-5.
4. Schijf de vork(en) van het polsinzetstuk in de polsbrug. Zie afbeelding 6-6. Beschadig het
elektronische circuit in de polsbrug niet.
5. Lijn het schroefgat van het polsinzetstuk uit met het schroefgat van de polsbrug.
6. Plaats de schroef voor het polsinzetstuk in de schroefgaten en draai de schroef vast. Zie
afbeelding 6-7.
48
Handleiding voor de specialist
Thenar
Schroefgat
Vork(en)
Polsinzetstuk
Polsbrug
Afbeelding 6-5: Het polsinzetstuk uitlijnen.
Vork(en)
Polsbrug
Afbeelding 6-6: Het polsinzetstuk in de polsbrug plaatsen.
Afbeelding 6-7: De schroef van het polsinzetstuk vastdraaien.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
49
Het polsinzetstuk verwijderen:
1. Haal voorzichtig de hoekvulling weg die op de schroef van het polsinzetstuk ligt. Zorg dat u de
vulling niet scheurt.
2. Verwijder de schroef.
3. Til het polsinzetstuk (uiteinde met schroefgat eerst) van de polsbrug af. Zorg dat u het elektische
circuit op de polsbrug niet beschadigt.
Opmerking: Bij het gebruik van een verkeerde schroef kan de H200 Wireless-orthese beschadigd
raken.
De afdekking van het polsinzetstuk aanbrengen:
1. Selecteer het juist formaat afdekking voor het polsinzetstuk. Gebruik een kleine/normale
afdekking voor het polsinzetstuk voor de kleine/normale orthese en een grote afdekking voor het
polsinzetstuk voor de grote orthese.
2. Pel de middelste vulling ervan af.
3. Bevestig de afdekking voor het polsinzetstuk aan de polsbrug die het polsinzetstuk bedekt
(blauwe gebied).
4. Pel de zijvullingen eraf en trek de afdekking strak over de polsbrug. Plaats de afdekking voor het
polsinzetstuk niet over de triggerknop van de orthese en de bevestigingsring van de polsband.
5. Zorg dat het volledige polsinzetstuk bedekt is. Zie afbeelding 6-8.
Vulling midden
Triggerknop
Vullingen zijkant
Bevestigingsring
polsband
Afbeelding 6-8: Afdekking polsinzetstuk bevestigd aan polsinzetstuk.
De afdekking van het polsinzetstuk verwijderen:
1. Pak de zijkant van de afdekking vast en pel deze voorzichtig van het polsinzetstuk af.
Opmerking: Verwijder na elk gebruik de afdekking van het polsinzetstuk en gooi deze weg.
50
Handleiding voor de specialist
De polsband en het FPL-paneel aanbrengen
1. Plaats terwijl de extensorvleugel geopend is, het spiraalvormige uiteinde van de orthese proximaal
op de hand.
2. Breng de orthese rond de onderarm aan en plaats de flexorsteun op de onderarm. Zie afbeelding 6-9.
Afbeelding 6-9: De flexorsteun positioneren.
3. Controleer nogmaals de positie van het spiraalvormige uiteinde. Zorg dat er niet overmatig veel
druk op de arm/hand wordt uitgeoefend, met name in het polsgebied. Verifieer dat de thenar in
het midden van de duim van de muis is geplaatst.
4. Als de orthese te distaal zit, verwijdert u de orthese en begint u opnieuw. Verschuif de orthese
niet proximaal op de arm.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
51
5. Als de orthese goed geplaatst is, sluit u de extensorvleugel. Plaats uw hand op de vleugelarm en
buig uw vingers onder de extensorvleugel van de orthese. Trek de extensorvleugel naar buiten
terwijl u op de vleugelarm omlaag drukt. Druk tot u geen geklik meer hoort. Zie afbeelding 6-10.
Afbeelding 6-10: De extensorvleugel sluiten.
6. Controleer of de FPL nr. 5 elektrode contact maakt met de radiale zijde van de pols. Er mag geen
zichtbare ruimte zijn tussen de onderarm en de extensorvleugel. Als er toch ruimte is, bevestigt u
de polsband en trekt u deze strak.
Opmerking: Knijp niet in de vleugelhendel terwijl u de vleugel sluit.
Opmerking: Plaats orthese correct om een slechte of ongebalanceerde handactivering en drukplekken
rond de pols te voorkomen.
52
Handleiding voor de specialist
De polsband vastmaken
1. Bevestig het haakje op de polsband aan de bevestigingsring van de polsband van de orthese.
Zie afbeelding 6-11.
Bevestigingshaakje
van polsband
Bevestigingsring
polsband
Afbeelding 6-11: De polsband vastmaken.
2. Haal de polsband onder de pols door en weer omhoog door het bevestigingshaakje van de
polsband. Zie afbeelding 6-12.
Bevestigingsbalk
polsband
Polsband
Afbeelding 6-12: De polsband strak trekken.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
53
3. Trek de polsband omhoog.
4. Leg de polsband op zichzelf neer om hem vast te maken.
5. Controleer of de FPL nr. 5 elektrode contact maakt met de radiale zijde van de pols. Als er toch
een ruimte is, trekt u de polsband strak. Als er nog steeds een ruimte is, bevestigt u het FPLpaneel.
Opmerking: Als de patiënt heel veel druk onder de polsband of op de radiale zijde van de pols voelt,
maakt u de polsband losser.
VOORZICHTIG: Trek de polsband niet omlaag. Hierdoor kan het bevestigingshaakje
van de polsband breken.
VOORZICHTIG: Trek de polsband niet zo vast dat de bloeddoorstroming naar de
hand wordt belemmerd.
54
Handleiding voor de specialist
Het FPL-paneel bevestigen
Het FPL-paneel past over FPL-elektrodehouder nr. 5. Zie afbeelding 6-13.
Opmerking: Het FPL-paneel is voor patiënten met smalle polsen, om het contact met de FPLelektrode te verbeteren.
FPL-paneel
Afbeelding 6-13: Het FPL-paneel geplaatst over elektrodehouder nr. 5.
Het FPL-paneel bevestigen:
1. Selecteer het juiste FPL-paneel.
2. Open de extensorvleugel van de orthese.
3. Verwijder de schroef uit de FPL nr. 5 elektrodehouder van de orthese. Verwijder niet de
elektrodehouder. Zie afbeelding 6-14.
FPL nr 5.
elektrodehouder
Afbeelding 6-14: De schroef uit de FPL nr. 5 elektrodehouder verwijderen.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
55
4. Plaats het FPL-paneel op de FPL nr. 5 elektrodehouder van de orthese.
5. Breng de schroef voor het FPL-paneel door de elektrodehouder van het FPL-paneel in de FPL
nr. 5 elektrodehouder en aansluiting op de orthese.
6. Draai de schroef vast.
VOORZICHTIG: Gebruik het NESS H200 Wireless-systeem niet zonder de FPL nr. 5
elektrode nat te maken en te bevestigen.
56
Handleiding voor de specialist
De optimale elektrodeconfiguratie bepalen
De fittingpanelen worden gebruikt om de optimale elektrodeconfiguratie voor de strek- en buigspieren
te bepalen. De fittingpanelen klikken eenvoudig in en uit de orthese en kunnen worden verwisseld om
de gewenste handbeweging te verkrijgen.
Extensorfittingpanelen
1. Selecteer een extensorfittingpaneel dat de gewenste handbeweging geeft. Zie afbeelding 6-15.
A
B
C
D
Afbeelding 6-15: Extensorfittingpanelen.
••
Begin altijd met fittingpaneel A.
••
Voor een verhoogde ulnaire stimulatie en strekking van lid 4 en 5 gebruikt u extensorfitting
paneel B.
••
Voor een verhoogde radiale stimulatie en strekking van lid 1 en 2 gebruikt u extensorfitting
paneel C of D. Zie afbeelding 6-16.
Ulnaire plaatsing van elektroden B - A - C - D Radiale plaatsing van elektroden
Afbeelding 6-16: Extensorfittingpaneel, selectierichtlijn.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
57
2. Met de orthesevleugel open lijnt u het smalle uiteinde van het extensorfittingpaneel uit met het
smalle uiteinde van de extensorvleugel. Zie afbeelding 6-17. Zorg dat het lipje van het fittingpaneel
buiten de vleugel blijft.
Extensorvleugel
Extensorfittingpaneel
Afbeelding 6-17: Plaatsing van het extensorfittingpaneel.
3. Pak het extensorfittingpaneel en de extensorvleugel vast en druk voorzichtig op het fittingpaneel
tot het op zijn plaats klikt.
VOORZICHTIG: Gebruik de fittingpanelen alleen nadat u eerst de elektroden hebt
natgemaakt en bevestigd.
VOORZICHTIG: Ontsmet altijd de fittingpanelen en orthese na gebruik. Zie de sectie
Onderhoud en reiniging in deze handleiding.
58
Handleiding voor de specialist
Flexorfittingpanelen
1. Selecteer een flexorfittingpaneel dat de gewenste handbeweging geeft. Zie afbeelding 6-18.
A
B
C
Afbeelding 6-18: Flexorfittingpanelen.
••
Begin altijd met fittingpaneel A.
••
Gebruik flexorfittingpaneel B of C voor meer radiale stimulatie en voor een betere flexie van
de wijsvinger en/of duim. Zie afbeelding 6-19.
Ulnaire plaatsing van elektroden A - B - C Radiale plaatsing van elektroden
Afbeelding 6-19: Flexorfittingpaneel, selectierichtlijn.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
59
2. Zorg dat de orthesevleugel geopend is en breng het flexorfittingpaneel op de flexorsteun van de
orthese. Zie afbeelding 6-20.
Extensorvleugel
Fittingpaneel
Orthese
Afbeelding 6-20: Plaatsing van het flexorfittingpaneel.
3. Zorg dat het lipje van het fittingpaneel buiten de rand van de orthese ligt.
4. Pak de ulnaire zijde van het flexorfittingpaneel en de ulnaire zijde van de H200 Wireless-orthese
vast.
5. Druk deze voorzichtig samen tot het fittingpaneel op zijn plaats klikt.
VOORZICHTIG: Gebruik de fittingpanelen alleen nadat u eerst de elektroden hebt
natgemaakt en bevestigd.
VOORZICHTIG: Ontsmet altijd de fittingpanelen en orthese na gebruik. Zie de sectie
Onderhoud en reiniging in deze handleiding.
60
Handleiding voor de specialist
De H200 Wireless-elektroden natmaken/bevestigen
De elektroden natmaken:
1. Verwijder de elektroden van de H200 Wireless-orthese.
2. Maak de elektroden grondig en gelijkmatig nat. Zie afbeelding 6-21.
Afbeelding 6-21: De elektroden natmaken.
3. Verwijder het teveel aan water van de elektroden. Zie afbeelding 6-22.
Afbeelding 6-22: De elektroden droogdeppen.
VOORZICHTIG: Gebruik de H200 Wireless-orthese pas nadat u de elektroden hebt
natgemaakt en bevestigd.
Hoofdstuk 6 - De H200 Wireless-orthese aanmeten
61
4. Bevestig elektrode nr. 3 aan de thenar.
5. Bij elektroden nr. 1, 2, 4 en 5 houdt u de witte punt op de elektrode naar de elektrodehouder
gericht. Breng de hoeken van de elektrode in de elektrodehouder in. Zie afbeelding 6-23.
Afbeelding 6-23: De elektrode nr. 5 in de elektrodehouder nr. 5 plaatsen.
62
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
7
PDA instellen
De Clinician's Programmer op de configuratiehouder aansluiten
1. Plaats de Clinician's Programmer in de configuratiehouder met het aanraakscherm omhoog en
de aansluitpoort naar links gericht. Zie afbeelding 7-1.
HP iPAQ Clinician's Programmer met software
Oplaadadapter
Oplader
Aansluitpoort
Communicatieaansluitkabel
HP iPAQ-configuratiehouder met stylus
Afbeelding 7-1: PDA gereedmaken en laden.
2. Steek de communicatieaansluitkabel met oplaadadapter in de aansluitpoort van de Clinician's
Programmer.
De Clinician's Programmer opladen
1. Sluit de oplader van de Clinician's Programmer aan op de oplaadadapter op de
communicatieaansluitkabel. Zie afbeelding 7-1.
2. Steek de oplader in een stopcontact.
3. Laat de Clinician's Programmer opladen. Tijdens het opladen is het laadlampje AMBERKLEURIG.
Het laden van de Clinician's Programmer kan twee tot vier uur duren. Wanneer de Clinician's
Programmer helemaal is opgeladen, is het laadlampje GROEN.
Hoofdstuk 7 - PDA instellen
63
De H200 Wireless-besturingseenheid aansluiten
1. Schakel de besturingseenheid uit of zet hem in stand-bymodus. Stimulatie mag niet aan staan of
gepauzeerd zijn.
2. Steek de communicatieaansluitkabel van de configuratiehouder in de signaalingang/uitgangpoort
van de besturingseenheid. De witte pijl moet omhoog wijzen. Zie afbeelding 7-2.
3. Breng de besturingseenheid in de configuratiehouder.
HP iPAQ Clinician's Programmer met software
H200 Wirelessbesturingseenheid
HP iPAQ-configuratiehouder met
stylus
Communicatieaansluitkabel
Afbeelding 7-2: H200 Wireless-besturingseenheid aangesloten op de HP iPAQ Clinician's
Programmer.
VOORZICHTIG: Schakel de H200 Wireless-besturingseenheid uit of zet hem in standbymodus alvorens hem op de configuratiehouder aan te sluiten.
WAARSCHUWING: Laad de H200 Wireless-besturingseenheid, orthese en Clinician's
Programmer niet tegelijk op terwijl de besturingseenheid op de configuratiehouder
is aangesloten.
64
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
8
NESS H200 Wireless-software
De H200 Wireless-software wordt gebruikt om het NESS H200 Wireless-systeem te programmeren.
Navigatietools
Informatiepictogram
Het informatiepictogram bevindt zich in de rechterbovenhoek van een scherm. Het informatiepictogram
geeft de systeemstatus aan en kan, wanneer erop gedrukt wordt, schermen met foutberichten en
probleemoplossing openen. Zie afbeelding 8-1 en tabel 8-1.
Informatiepictogram
Afbeelding 8-1: Informatiepictogram.
Informatiepictogram
Weergave
Definitie
CONSTANT
GROEN
H200 Wireless-besturingseenheid aangesloten.
CONSTANT
GRIJS
H200 Wireless-besturingseenheid niet aangesloten.
KNIPPERT GEEL
Batterij en H200 Wireless-besturingseenheid en/of -orthese
bijna leeg.
KNIPPERT
ROOD
Fout: RF-communicatiefout, gebrekkig elektrodecontact.
CONSTANT
ROOD
Fout: Software- of hardwarefout in de H200 Wirelessbesturingseenheid en/of -orthese.
Tabel 8-1: Weergaven van het informatiepictogram.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
65
Menu's
De H200 Wireless-software heeft vijf menu's onder in elk scherm: Afsluiten, Patiënten,
Programma's, Logs en Hulpmiddelen Zie afbeelding 8-2 en tabel 8-2.
Menu's
Afbeelding 8-2: Menu's.
Menu
Functie
Afsluiten
De H200 Wireless-software afsluiten, of uitloggen.
Patiënten
Het venster Patiëntenlijst openen om een patiëntendossier te openen, te maken, te
wijzigen of te verwijderen
Programma's
•
•
•
•
Het venster Stimulatieparameters openen om het volgende te doen:
• De stimulatie-intensiteit, faseduur en polsslag af te stellen en te testen.
• De remote trigger-knop op de orthese in of uit te schakelen.
Het venster Programmainstellingen openen om instellingen voor stimulatie-intensiteit
en tijd voor klinische programma's A–G te bekijken/programmeren.
Programma's aan Gebruikersknop 1 en 2 van de H200 Wireless-besturingseenheid
toewijzen.
Een persoonlijk programma aanpassen.
Logs
De gebruikerslog en sessiedetails van een patiënt bekijken.
Hulpmiddelen
Het venster Systeeminformatie openen.
Alleen voor beheerders: voor het beheren van gebruikers en het maken van een back-up
en herstellen van de database.
Tabel 8-2: Menufuncties
66
Handleiding voor de specialist
Tabbladen
Het menu Logs heeft twee tabbladen: Gebruikslog en Sessies. Zie afbeelding 8-3.
Tabbladen
Afbeelding 8-3: Tabbladen, menu Logs.
Het menu Hulpmiddelen heeft vier tabbladen: Info, Gebruikers, Back-up en Herstellen. Alleen
beheerders hebben toegang tot de tabbladen Gebruikers, Back-up en Herstellen. Zie afbeelding 8-4.
Tabbladen
Afbeelding 8-4:Tabbladen van het menu Hulpmiddelen.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
67
Knoppen
Wanneer u op een knop drukt, wordt een nieuw scherm geopend of een opdracht uitgevoerd.
Zie afbeelding 8-5. Veelgebruikte knoppen worden beschreven in tabel 8-3.
Knop
Knop
Afbeelding 8-5: Knoppen.
Knop
Functie
Start
Start de stimulatie.
Stop
Stopt de stimulatie.
Trigger
Start een stimulatiefase in triggergecontroleerde oefening.
Wijzigen
Opent een venster voor het wijzigen van verschillende gegevens.
Beeld
Druk hierop om het programma toegewezen aan Programmaknop 1 of
Programmaknop 2 te zien: ingeschakeld wanneer geen H200 Wirelessbesturingseenheid is aangesloten.
Bewerk
Opent een programmavenster om een programma-instelling te wijzigen:
ingeschakeld wanneer een H200 Wireless-besturingseenheid is aangesloten.
Volgende segment
Gaat naar het volgende programmasegment van een aangepast persoonlijk
programma.
Toevoegen
Voegt een programmasegment toe.
Verwijderen
Verwijdert een programmasegment.
Klaar
Gaat terug naar het vorige scherm.
Nieuw
Maakt een nieuw patiëntendossier.
Verwijderen
Verwijdert een patiëntendossier.
Stim.- parameters
Opent een venster voor het aanpassen van de stimulatie.
Programmain­
stellingen
Opent het venster voor het selecteren van het juiste programma.
Tabel 8-3: Veelgebruikte knoppen.
68
Handleiding voor de specialist
Opmerking: Voor het wijzigen van een patiëntendossier moet een H200 Wireless-besturingseenheid
op de Clinician's Programmer zijn aangesloten. Wanneer geen besturingseenheid is aangesloten,
zijn veel van de navigatietools uitgeschakeld. Zie afbeelding 8-6.
Afbeelding 8-6: Uitgeschakelde knoppen, intensiteitsbalken en vervolgkeuzelijsten.
Toetsenbord
Gebruik het toetsenbord op het scherm om tekens in een veld in te voeren waarvoor alfanumerieke
invoer nodig is. Het toetsenbord wordt ingevouwen weergegeven rechtsonder op de meeste
schermen. Om het toetsenbord uit te vouwen of te minimaliseren, raakt u het toetsenbord met de
stylus aan. Selecteer tekens met behulp van de stylus om gegevens in te voeren. Zie afbeelding 8-7.
Vervolgkeuzelijst
Toetsenbord
Afbeelding 8-7: Toetsenbord op het scherm en vervolgkeuzelijsten.
Vervolgkeuzelijsten
Druk op de pijl-omlaag om de waarden in een vervolkeuzelijst weer te geven. Gebruik de stylus om
een waarde te selecteren. Zie afbeelding 8-7.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
69
Schuifbalken
Druk op de pijlen op een schuifbalk om door de gegevensset te lopen. Zie afbeelding 8-8.
Schuifbalken
Afbeelding 8-8: Schuifbalken.
Balk voor stimulatie-intensiteit
Druk op de balk voor stimulatie-intensiteit om de balk uit of in te klappen. Zie afbeelding 8-9. Druk op
de pijlen om stimulatie-intensiteit te verhogen/verlagen.
5 mA verhoging
1 mA verhoging
1 mA verlaging
5 mA verlaging
Intensiteitsbalken
Afbeelding 8-9: Balk voor stimulatie-intensiteit.
Opmerking: De stimulatie-intensiteit kan vanuit programma's A-G worden aangepast.
70
Handleiding voor de specialist
Programma-aftelklok
De programma-aftelklok laat de resterende tijd in een programma zien, in UU:MM. De aftelklok
verschijnt wanneer op Start wordt gedrukt. Zie afbeelding 8-10.
Aftelklok
Afbeelding 8-10: Aftelklok.
Kleurenweergave actieve fase van programma
Tijdens een programma met meerdere fasen, wordt de actieve fase ORANJE weergegeven.
Zie afbeelding 8-11.
Actieve fase in
ORANJE
Afbeelding 8-11: Kleurenweergave actieve fase van programma.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
71
Het NESS H200 Wireless-systeem programmeren
Voordat u het H200 Wireless-systeem programmeert:
••
Zorg dat de elektroden nat zijn en aan de elektrodehouders van de orthese zijn bevestigd.
••
Zorg dat de elektroden goed contact maken met de onderarm.
••
Verifieer dat er geen drukplekken of huidirritatie rond de pols of op de handpalm zijn, of waar de
elektroden contact maken met de huid.
••
Controleer de positie van de polsbrug en thenar. De polsbrug moet over de pols liggen en de
thenar moet op de muis van de duim liggen.
Aanmelden
1. Schakel de Clinician's Programmer in en start de H200 Wireless-software.
2. Voer in het aanmeldscherm een gebruikersnaam en wachtwoord in en druk op Aanmelden.
Zie afbeelding 8-12.
3. Als het aanmelden lukt, wordt het venster Patiëntenlijst geopend. Zie afbeelding 8-13.
Afbeelding 8-12: Aanmeldscherm.
72
Handleiding voor de specialist
Afbeelding 8-13: Venster Patiëntenlijst.
Berichten bij het opstarten
Wanneer een besturingseenheid op de Clinician's Programmer wordt aangesloten, kan een van de
volgende berichten verschijnen.
Nieuwe patiënt gevonden
Dit bericht wordt weergegeven wanneer een besturingseenheid met patiëntgegevens wordt
aangesloten op een Clinician's Programmer die geen registratie van de gegevens in de database
heeft. Zie afbeelding 8-14. Voer een van de volgende handelingen uit:
••
Druk op Ja om de gegevens van de patiënt aan de database van de Clinician's Programmer toe
te voegen.
••
Druk op Nee om een bestaand patiëntendossier te openen.
Opmerking: Als u op Nee drukt en een bestaande patiëntendossier opent, overschrijft het geopende
record permanent alle bestaande gegevens op het NESS H200 Wireless-systeem.
Afbeelding 8-14: Bericht voor Nieuwe patiënt.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
73
Besturingseenheid niet toegewezen
Dit bericht wordt weergegeven wanneer een nieuwe, niet-toegewezen besturingseenheid (een
besturingseenheid zonder patiëntgegevens) wordt aangesloten op de Clinician's Programmer. Zie
afbeelding 8-15. Voer een van de volgende handelingen uit:
••
Druk op OK en dan op NIEUW om een nieuw patiëntendossier aan te maken.
••
Druk op OK en selecteer een patiëntendossier in de patiëntenljst. Druk op Open om de voor dat
dossier opgeslagen parameters van de Clinician's Programmer naar het NESS H200 Wirelesssysteem te kopiëren. (Kies deze optie voor het opzetten van een nieuwe patiënt of voor een
vervangend NESS H200 Wireless-systeem.)
Afbeelding 8-15: Bericht dat geen besturingseenheid is toegewezen.
H200 Wireless-besturingseenheid niet geregistreerd
Dit bericht verschijnt wanneer de aangesloten besturingseenheid niet bij een orthese is geregistreerd.
Zie afbeelding 8-16. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een patiënt een vervangende
besturingseenheid meebrengt, die niet elektronisch is geregistreerd. Koppel de niet-geregistreerde
besturingseenheid los en registreer hem bij de bestaande orthese. Raadpleeg de H200 Wireless
Gebruikershandleiding voor instructies over elektronische registratie van vervangende onderdelen.
74
Handleiding voor de specialist
Afbeelding 8-16: Bericht dat besturingseenheid niet is geregistreerd.
Gegevens zijn strijdig
Dit bericht wordt weergegeven wanneer de in de database van de Clinician's Programmer
opgeslagen gegevens en die op het NESS H200 Wireless-systeem verschillen. Zie afbeelding 8-17.
Een gegevensinconsistentie kan optreden wanneer twee Clinician's Programmers worden gebruikt
om het systeem te programmeren. Voer een van de volgende handelingen uit:
••
Druk op Systeem om de gegevens in de database van de Clinician's Programmer met die op het
NESS H200 Wireless-systeem te overschrijven.
••
Druk op Database om de gegevens op het NESS H200 Wireless-systeem met die in de database
van de Clinician's Programmer te overschrijven.
••
Druk op Negeren om beide gegevenssets onveranderd te laten.
Afbeelding 8-17: Bericht over strijdige gegevens.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
75
Een patiëntendossier openen/aanmaken
1. Selecteer een patiëntendossier in de patiëntenlijst en druk op Openen, of druk op Nieuw om een
nieuw patiëntendossier aan te maken. Zie afbeelding 8-18.
Afbeelding 8-18: Venster Patiëntenlijst.
2. Voor nieuwe patiënten voert u in het venster Nieuwe patiënt de voornaam en achternaam in
(alleen alfanumerieke tekens) en wijst u een Patiënt-id toe (1–14 tekens). Alle velden moeten
worden ingevuld. Druk daarna op OK. Zie afbeelding 8-19.
Afbeelding 8-19: Venster Nieuwe patiënt.
76
Handleiding voor de specialist
Stimulatieparameters configureren
1. Open het patiëntendossier.
2. Druk in het menu Programma's (zie afbeelding 8-20) op Parameters stim. om het venster
Stimulatieparameters te openen. Als het patiëntendossier nieuw is, opent het venster
Stimulatieparameters automatisch. Zie afbeelding 8-21.
Afbeelding 8-20: Venster Programma's.
Vervolgkeuzelijsten
Balken voor
stimulatieintensiteit
Vak Schakel remote
trigger uit
Afbeelding 8-21: Venster Stimulatieparameters.
3. Pas Duur fase en Polsslag aan met gebruikmaking van de vervolgkeuzelijsten.
4. Pas de stimulatie-intensiteit voor de strek- en buigspieren aan.
••
Druk op Start om stimulatie in te schakelen.
••
Druk op Stop om de stimulatie uit te schakelen.
5. Zet de remote trigger-knop op de orthese uit of aan door het vak "Schakel Remote Trigger uit" te
selecteren of niet te selecteren.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
77
6. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programma's.
Opmerking: Een intensiteit van '0' staat gelijk aan geen stimulatie.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve programma F—Openen voor sleutel.
Klinische programma's A–G configureren
1. Druk vanuit het menu Programma's op Programmainstellingen om het venster
Programmainstellingen te openen. Zie afbeelding 8-22.
Afbeelding 8-22: Venster Programmainstellingen.
78
Handleiding voor de specialist
Programma A—Grijpen en loslaten
Programma A activeert een opeenvolging van het openen en sluiten van de hand. Dit programma
start wanneer u op Start drukt. Het openen van de hand begint na een pauze van een halve seconde.
De hand sluit en opent dan weer in cycli, met een pauze tussen elke cyclus. Het programma schakelt
automatisch uit wanneer de totale tijd is verstreken (bereik: 5–120 minuten). De stimulatie-intensiteit,
de duur van het strekken en buigen, en de totale tijd zijn aanpasbaar. Zie afbeelding 8-23.
Afbeelding 8-23: Venster Programma A.
U configureert als volgt programma A:
1. Selecteer programma A.
2. Pas de tijd aan voor openen/loslaten en grijpen, en de totale programmatijd.
3. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
4. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
5. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
6. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
79
Programma B—Hand openen
Programma B activeert alleen de strekspieren. Dit programma start wanneer u op Start drukt. Het
cyclisch strekken van de hand wordt gevolgd door een ontspanningsperiode waarna het strekken van
de hand wordt herhaald. Het programma schakelt automatisch uit wanneer de totale tijd is verstreken
(bereik: 5–120 minuten). De stimulatie-intensiteit, de duur van het strekken en ontspannen, en de
totale tijd zijn aanpasbaar. Zie afbeelding 8-24.
Afbeelding 8-24: Venster Programma B.
U configureert als volgt programma B:
1. Selecteer programma B.
2. Pas de tijd aan voor openen, de tijd voor uitgeschakelde stimulatie en de totale programmatijd.
3. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
4. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
5. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
6. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
80
Handleiding voor de specialist
Programma C—Grijpen
Programma C activeert alleen de buigspieren. Dit programma start wanneer u op Start drukt. Het
cyclisch buigen van de hand wordt gevolgd door een ontspanningsperiode waarna het buigen van de
hand wordt herhaald. Het programma schakelt automatisch uit wanneer de totale programmatijd is
verstreken (bereik: 5–120 minuten). De stimulatie-intensiteit, de duur van het buigen en ontspannen,
en de totale tijd zijn aanpasbaar. Zie afbeelding 8-25.
Afbeelding 8-25: Venster Programma C.
U configureert als volgt programma C:
1. Selecteer programma C.
2. Pas de tijd aan voor grijpen, de tijd voor uitgeschakelde stimulatie en de totale programmatijd.
3. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
4. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
5. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
6. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
81
Programma D—Grijpen en loslaten
Programma D wordt gebruikt om voorwerpen te grijpen en vast te houden met een palmaire greep.
Dit programma start wanneer u op Trigger drukt. Een pauze van een halve seconde wordt gevolgd
door het openen van de hand gedurende meerdere seconden. Vervolgens sluit de hand en deze blijft
gesloten tot de triggerknop nogmaals wordt ingedrukt om de greep los te laten. Wanneer de triggerknop
een tweede keer wordt ingedrukt, wordt een halve seconde van voortgezette flexorstimulatie gevolgd
door een vooraf bepaalde duur van extensorstimulatie. Vervolgens schakelt de stimulatie uit en de
hand ontspant. De stimulatie-intensiteit en de duur van het strekken en loslaten zijn aanpasbaar.
Zie afbeelding 8-26.
Afbeelding 8-26: Venster Programma D.
U configureert als volgt programma D:
1. Selecteer programma D.
2. Pas de tijd voor het openen aan (hiermee wordt ook de tijd voor het loslaten aangepast).
3. Druk op Trigger om de fase voor het openen te starten. De grijpfase volgt automatisch.
4. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
5. Druk op Trigger om de grijpfase te stoppen en de fase voor het loslaten te starten, of druk op
Stop om het programma te beëindigen.
6. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
82
Handleiding voor de specialist
Programma E—Hand openen
Programma E zorgt ervoor dat de hand wordt geopend en open blijft. Dit programma start wanneer u
op Trigger drukt. Dit programma eindigt wanneer u op Trigger drukt. Zie afbeelding 8-27.
Afbeelding 8-27: Venster Programma E.
U configureert als volgt programma E:
1. Selecteer programma E.
2. Druk op Trigger om het programma te starten.
3. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
4. Druk op Trigger om het programma te stoppen of druk op Stop om het programma onmiddellijk
te stoppen.
5. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
Opmerking: Langdurig gebruik (meer dan 30 seconden ononderbroken gebruik) van deze modus
wordt niet aanbevolen, omdat hierdoor de strekspieren vermoeid kunnen raken.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
83
Programma F—Sleutelgreep
Programma F wordt gebruikt voor het vastpakken en vasthouden van kleine voorwerpen in een
laterale greep (of sleutelgreep) tussen de duim en de laterale zijde van de wijsvinger. Dit programma
start wanneer u op Trigger drukt. Een pauze van een halve seconde wordt gevolgd door het openen
van de duim gedurende meerdere seconden. Vervolgens sluit de duim weer tegen de laterale zijde
van de wijsvinger aan en blijft deze gesloten tot Trigger nogmaals wordt ingedrukt om de greep
vrij te geven. Wanneer Trigger een tweede keer wordt ingedrukt, wordt een halve seconde van
flexorstimulatie gevolgd door een vooraf bepaalde duur van extensorstimulatie om de duim te openen.
Vervolgens schakelt de stimulatie uit en de hand ontspant. De stimulatie-intensiteit en de duur van
het strekken en loslaten zijn aanpasbaar. Zie afbeelding 8-28.
Opmerking: De extensorstimulatiebalk in dit programma wordt Sleutel openen genoemd. Deze
stimuleert tegelijkertijd de strekspieren van de duim en vingers en buigspieren van de vingers om
een open duim te verkrijgen.
Afbeelding 8-28: Venster Programma F.
U configureert als volgt programma F:
1. Selecteer programma F.
2. Pas de tijd voor het openen aan (hiermee wordt ook de tijd voor het loslaten aangepast).
3. Druk op Trigger om de fase voor het openen te starten. De sleutelgreepfase volgt automatisch.
4. Pas de stimulatie-intensiteit voor Sleutel openen aan. Pas de tijd aan.
5. Pas zo nodig de buig- en thenarintensiteit aan.
6. Druk op Trigger om de sleutelgreepfase te stoppen en de fase voor het loslaten te starten, of
druk op Stop om het programma te beëindigen.
7. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
84
Handleiding voor de specialist
Programma G—Neuromodulatie motoriek
Programma G levert een gepulseerde stimulatie boven de motordrempel voor een instelbare
programmaduur (5–30 minuten). Dit programma start wanneer u op Start drukt. Zie afbeelding 8-29.
Afbeelding 8-29: Programma G, venster voor strek- en buigspieren.
U configureert als volgt programma G:
1. Selecteer programma G.
2. Selecteer Streksp.&Buigsp., Strekspieren of Buigspieren.
Streksp.&Buigsp. (Strekspieren en Buigspieren)
1. Pas de tijd voor strekspieren, de tijd voor uitgeschakelde stimulatie, de tijd voor buigspieren en
de totale programmatijd aan. Zie afbeelding 8-29.
2. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
3. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
4. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
5. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
85
Strekspieren
1. Pas de tijd aan voor strekspieren, de tijd voor uitgeschakelde stimulatie en de totale programmatijd.
Zie afbeelding 8-30.
Afbeelding 8-30: Programma G, venster voor strekspieren.
2. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
3. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
4. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
5. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
86
Handleiding voor de specialist
Buigspieren
1. Pas de tijd aan voor buigspieren, de tijd voor uitgeschakelde stimulatie en de totale programmatijd.
Zie afbeelding 8-31.
Afbeelding 8-31: Programma G, venster voor buigspieren.
2. Druk op Start. De programma-aftelklok verschijnt onder in het scherm.
3. Pas zo nodig de stimulatie-intensiteit aan.
4. Laat het programma voor de totale tijd lopen of druk op Stop.
5. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Programmainstellingen.
Opmerking: De actieve programmafase wordt ORANJE weergegeven.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Openen voor sleutel.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
87
Een persoonlijk aangepast programma configureren
1. Selecteer Persoonlijk aangepast in het venster Aan Knop 1 toewijzen of Aan Knop 2 toewijzen
en druk op Bewerk. Zie afbeelding 8-32.
Afbeelding 8-32: Venster Aan Knop 1 toewijzen.
2. Het venster Persoonlijk aangepast wordt geopend, met de lijst programmasegmenten. Zie
afbeelding 8-33. Pas de totale duur aan met gebruikmaking van de pijlen boven aan het scherm.
Wanneer u de duur van een afzonderlijk segment wilt aanpassen, markeert u het segment en
past u de duur aan met gebruikmaking van de pijlen onder aan het scherm.
Afbeelding 8-33: Segmentenlijst Persoonlijk aangepast programma.
3. Wanneer u een segment op een andere plaats wilt zetten, markeert u het segment en drukt u op
de pijl-omhoog/omlaag.
4. Wanneer u een segment wilt bewerken, markeert u het segment en drukt u op Bewerk. Het
geselecteerde programma-instellingenvenster wordt geopend. Pas de programmainstellingen
aan en druk op Klaar om naar het venster Persoonlijk aangepast terug te gaan.
88
Handleiding voor de specialist
5. Wanneer u een segment wilt verwijderen, markeert u het segment en drukt u op Verwijderen.
6. Wanneer u een segment wilt toevoegen, drukt u op Toevoegen. Het venster Segment toevoegen
wordt geopend. Zie afbeelding 8-34. Selecteer het gewenste segment, pas de duur van het
Afbeelding 8-34: Venster Segment toevoegen van Persoonlijk aangepast programma.
segment aan en druk op Toevoegen. Het toegevoegde segment verschijnt onder aan de lijst met
segmenten.
7. Druk op Start en pas de stimulatie-intensiteit aan.
8. Druk op Volg segm. om naar het volgende programmasegment te gaan, of druk op Stop.
9. Druk op Klaar om terug te gaan naar het venster Aan Knop toewijzen.
Opmerking: Het maximumaantal programmasegmenten is acht. Het maximumaantal rustperioden is 15.
Opmerking: Aanpassingen aan de stimulatie-intensiteit zijn van toepassing op alle programma's
behalve Sleutelgreep.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
89
Knop 1 en knop 2 voor gebruikersprogramma's toewijzen
De specialist kan twee programma's aan de H200 Wireless-besturingseenheid toewijzen voor
thuisgebruik door patiënten. De toegewezen gebruikersprogramma's kunnen door de patiënt worden
gebruikt door op de knoppen Programma 1 en Programma 2 op de H200 Wireless-besturingseenheid
te drukken.
U wijst als volgt gebruikersprogrammaknop
1. Druk in het menu Programma's op
toe:
Wijzigen. Zie afbeelding 8-35.
Afbeelding 8-35: Venster Programma's.
2. Het venster Aan Knop 1 toewijzen wordt geopend. Zie afbeelding 8-36.
Afbeelding 8-36: Venster Aan Knop 1 toewijzen.
3. Selecteer een programma.
4. Druk op Klaar om naar het menu Programma's terug te gaan, of druk op Bewerk om het
programma te openen en de programmainstellingen te wijzigen.
90
Handleiding voor de specialist
U wijst als volgt gebruikersprogrammaknop
1. Druk in het menu Programma's op
toe:
Wijzigen.
2. Het venster Aan Knop 2 toewijzen wordt geopend. Zie afbeelding 8-37.
Afbeelding 8-37: Venster Aan Knop 2 toewijzen.
3. Selecteer een programma of druk op 'Identiek aan Knop 1'.
4. Druk op Klaar om naar het menu Programma's terug te gaan, of druk op Bewerk om het
programma te openen en de programmainstellingen te wijzigen.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
91
De sessielog van een patiënt bekijken
Een patiëntsessie begint wanneer eenH200 Wireless-besturingseenheid wordt aangesloten op de
Clinician's Programmer en een patiëntendossier wordt geopend. Een patiëntsessie eindigt wanneer
sessiegegevens worden opgeslagen en de H200 Wireless-besturingseenheid wordt losgekoppeld
van de Clinician's Programmer. Als de H200 Wireless-besturingseenheid wordt losgekoppeld en
daarna binnen een uur weer wordt aangesloten, wordt de meest recente sessie weer geopend.
U bekijkt de sessielog van een patiënt als volgt:
1. Open het dossier van de patiënt en druk op het menu Logs.
2. Druk op het tabblad Sessies. Het venster Lijst Sessies wordt geopend en laat de datum, tijd en
systeemgebruiker voor elke opgeslagen sessie zien. Zie afbeelding 8-38.
Afbeelding 8-38: Venster Lijst Sessies.
92
Handleiding voor de specialist
3. Selecteer een sessie in de Lijst Sessies en druk op Openen.
4. Het venster Sessiegegevens wordt geopend en laat de voor de details zien die voor die sessie
zijn opgeslagen. Zie afbeelding 8-39.
Afbeelding 8-39: Venster Sessiegegevens.
5. Kies 'Alle' in de vervolgkeuzelijst Bekijken om alle sessiegegevens te zien, of verfijn de zoekactie
door een van de volgende te selecteren:
••
Demografische details
••
Programma Knoppen Toewijzing
••
Stimulatieparameters
••
Stimulatie Programma's
6. Druk op Terug om terug te gaan naar het venster Lijst Sessies.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
93
De gebruikslog van een patiënt bekijken
De gebruikslog is een registratie van de geschiedenis van het gebruik van het NESS H200 Wirelesssysteem door de patiënt. De gebruikslog kan worden gefilterd op datum en interval.
U bekijkt als volgt de gebruikslog van een patiënt:
1. Open het dossier van de patiënt en druk op het menu Logs.
2. Druk op het tabblad Gebruikslog. De gebruikslog wordt geopend. Zie afbeelding 8-40.
3. Kies 'Alle' in de vervolgkeuzelijst Toon rechts onder in het scherm om de gebruikslog voor alle
programma's te zien, of verfijn de zoekactie door een specifiek programma te selecteren.
Afbeelding 8-40: Gebruikslog, alle programa's.
94
Handleiding voor de specialist
Systeeminformatie bekijken
1. Sluit een H200 Wireless-besturingseenheid op de Clinician's Programmer aan.
2. Druk in het menu Hulpmiddelen op het tabblad Info. Zie afbeelding 8-41.
Afbeelding 8-41: Venster Systeeminformatie.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
95
Patiëntendossiers beheren
Een patiëntnaam wijzigen
1. Selecteer een patiënt in de patiëntenlijst en druk op Wijzigen.
2. Het venster Patiënt wijzigen wordt geopend. Zie afbeelding 8-42.
3. Wijzig de naam en druk op OK.
Opmerking: Het id-nummer van de patiënt kan niet worden gewijzigd.
Afbeelding 8-42: Venster Patiënt wijzigen.
Een patiëntendossier verwijderen
1. Koppel de besturingseenheid van de PDA los.
2. Selecteer een patiënt in de patiëntenlijst.
3. Druk op Verwijderen.
4. Het bevestigingsvenster Patiënt verwijderen wordt geopend. Zie afbeelding 8-43. Druk op Ja.
Afbeelding 8-43: Bevestigingsvenster Patiënt verwijderen.
96
Handleiding voor de specialist
Gebruikers beheren
Via het menu menu Hulpmiddelen kunnen systeembeheerders gebruikers toevoegen of verwijderen,
gebruikerswachtwoorden wijzigen en een back-up van de database maken of deze herstellen.
Een gebruiker toevoegen
1. Druk op het tabblad Gebruikers om het venster Gebruikersbeheer te openen. Zie afbeelding 8-44.
Afbeelding 8-44: Venster Gebruikersbeheer.
2. Druk op Nieuwe gebruiker. Het venster Nieuwe gebruiker toevoegen wordt geopend.
Zie afbeelding 8-45.
Afbeelding 8-45: Venster Nieuwe gebruiker toevoegen.
3. Voer een gebruikersnaam en wachtwoord in en bevestig het wachtwoord.
4. Selecteer in de vervolgkeuzelijst 'Groep' 'Beheerders' of 'Gebruikers' en druk vervolgens
opToevoegen.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
97
Een gebruiker verwijderen
1. Selecteer een gebruiker in het venster Gebruikersbeheer.
2. Druk op Gebruiker verwijderen.
3. Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Zie afbeelding 8-46. Druk op Ja.
Opmerking: De laatst overblijvende beheerder kan niet worden verwijderd.
Afbeelding 8-46: Bevestigingsvenster Gebruiker verwijderen.
Het wachtwoord van een gebruiker wijzigen
1. Selecteer een gebruiker in het venster Gebruikersbeheer.
2. Druk op Ww wijzigen. Het venster Gebruikerswachtwoord wijzigen wordt geopend. Zie afbeelding 8-47.
3. Voer het nieuwe wachtwoord in en bevestig het. Druk op OK.
Afbeelding 8-47: Venster Gebruikerswachtwoord wijzigen.
98
Handleiding voor de specialist
Een back-up van databases maken en databases herstellen
Automatische back-up
De H200 Wireless-software maakt automatisch een back-up van de database telkens wanneer de
toepassing wordt afgesloten. Als er geen opslagkaart in de SD-sleuf zit, wordt er bij het afsluiten van
de toepassing een waarschuwing weergegeven.
Opmerking: Gebruikers dienen de H200 Wireless-software aan het einde van elke dag af te sluiten.
U schakelt als volgt automatische databaseback-up uit:
1. Druk op het menu Hulpmiddelen en vervolgens op het tabblad Back-up.
2. Verwijder het vinkje van 'Een automatische back-up van database inschakelen'. Zie afbeelding 8-48.
Afbeelding 8-48: Venster Back-up.
Handmatige back-up
Beheerders kunnen op elk moment handmatig een back-up van de database van Clinician's
Programmer op de opslagkaart (SD) maken.
U maakt als volgt handmatig een back-up van de database:
1. Zorg dat er een opslagkaart in de SD-sleuf van de Clinician's Programmer zit.
2. Druk op het menu Hulpmiddelen en vervolgens op het tabblad Back-up.
3. Druk op Start Back-up. Er wordt op de opslagkaart een bestand aangemaakt. De bestandsnaam
is de datum en tijd waarop het bestand is aangemaakt.
4. Controleer de voortgangsbalk totdat de back-up met succes is voltooid en druk daarna op ok.
Hoofdstuk 8 - NESS H200 Wireless-software
99
Herstellen
Beheerders kunnen de database herstellen wanneer de Clinician's Programmer wordt vervangen of
de database beschadigd is. Voer geen nieuwe patiëntinformatie in voordat de database hersteld is.
U herstelt de database als volgt:
1. Als de Clinician's Programmer een nieuwe opslagkaart bevat, verwijdert u deze.
2. Zorg dat de vergrendelingsschakelaar van de back-upopslagkaart ontgrendeld is en plaats de
opslagkaart met de back-upbestanden in de Clinician's Programmer.
3. Open de H200 Wireless-software en meld u aan met een beheerdergebruikersnaam en wachtwoord.
4. Druk op het menu Hulpmiddelen en vervolgens op het tabblad Herstellen. Het venster Herstellen
wordt geopend. Zie afbeelding 8-49.
5. Selecteer 'Van Automatische back-up' of 'Van Handmatige back-up', selecteer een bestandsnaam
in de vervolgkeuzelijst en druk op Start herstellen.
Afbeelding 8-49: Venster Herstellen.
6. Er wordt een bericht weergegeven: "Als u een database herstelt, wordt de huidige database
overschreven. Weet u het zeker?" Druk op Ja.
7. Wacht totdat de voortgangsbalk 100% aangeeft en het bericht 'Herstel gelukt' wordt weergegeven.
Druk daarna op ok.
8. Druk op het menu Patiënten om terug te gaan naar het venster Patiëntenlijst en controleer of de
database hersteld is.
100
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
9
Training en follow-up van de patiënt
Training van de patiënt
Specialisten moeten patiënten trainen in het instellen, de bediening en het onderhoud van hun NESS
H200 Wireless-systeem. Patiënten moeten hun H200 Wireless-trainingprogramma kunnen volgen,
problemen kunnen herkennen, en weten met wie zijn contact moeten opnemen voor hulp.
De training van patiënten moet het volgende omvatten:
••
Doornemen van de H200 Wireless Naslagkaart voor de gebruiker en Gebruikershandleiding.
••
Het aanbrengen en afdoen van de orthese.
••
De bediening van het NESS H200 Wireless-systeem.
••
Instructies voor onderhoud en reiniging van het systeem.
••
Oplossen van basisproblemen.
••
Controle van het persoonlijke trainingsprogramma van de patiënt.
••
Oefenen met het NESS H200 Wireless-systeem.
Veel van bovenstaande onderwerpen worden in de H200 Wireless Gebruikershandleiding besproken.
In deze sectie worden nog enkele aanvullende punten besproken.
Hoofdstuk 9 - Training van de patiënt en follow-up
101
De H200 Wireless-orthese aanbrengen/afdoen
Herinner patiënten aan het volgende:
102
••
Lotion of olie van hun hand en onderarm te verwijderen met zeep en water.
••
Te controleren of de elektroden nat zijn en geen droge plekken hebben. Droge plekken reduceren
de stimulatiestroom naar de arm/hand.
••
Hun vingers, pols, elleboog en schouder zelf zo nodig te strekken om het afdoen van de orthese
te vergemakkelijken.
••
Het spiraalvormige uiteinde van de orthese eerst aan te brengen.
••
De positie van de polsbrug en thenar te controleren voordat zij de flexorsteun onder de onderarm
halen. De polsbrug moet over de pols liggen en de thenar moet op de muis van de duim liggen.
Verifieer dat patiënten de correcte positie van de orthese op de arm/hand weten. Een slechte
plaatsing kan resulteren in slechte of ongebalanceerde activering op de hand, en drukplekken
op de huid rond de pols.
••
De orthese te verwijderen en opnieuw te plaatsen als hij te distaal op de hand is geplaatst.
Herinner patiënten eraan dat zij de orthese niet op de onderarm mogen verschuiven.
••
De vleugelarm goed te sluiten en te controleren op ruimte tussen de arm en de orthese. Er mag
geen zichtbare ruimte zijn.
••
De positie van de orthese te controleren met gebruikmaking van de stimulatietestknop
op
de besturingseenheid. Druk eenmaal om de sterkspieren te controleren. Druk nogmaals om de
buigspieren te controleren.
Handleiding voor de specialist
Het NESS H200 Wireless-systeem bedienen
Neem met patiënten door hoe ze het volgende moeten doen:
••
Het systeem inschakelen.
••
De stimulatie in de orthese testen met gebruikmaking van de stimulatietestknop
••
Gebruikersprogramma 1 en 2 selecteren.
••
Stimulatie aan/uit zetten en pauzeren met gebruikmaking van de triggerknop op de orthese en
besturingseenheid.
••
Stimulatie-intensiteit verhogen/verlagen.
••
Demping van audiowaarschuwingen voor de orthese en besturingseenheid aan/uit zetten.
••
Een vervangende besturingseenheid of orthese elektronisch registreren.
.
Onderhoud en reiniging van het NESS H200 Wireless-systeem
Neem met patiënten door hoe ze het volgende moeten doen:
••
De batterijen van de orthese en besturingseenheid laden.
••
De elektroden natmaken en wanneer deze vervangen moeten worden.
••
De onderdelen van het NESS H200 Wireless-systeem en de draagtas van de NESS H200
Wireless-systeemkit reinigen en ontsmetten.
••
De elektrodehouders reinigen.
Probleemoplossing
Vertel patiënten bij vragen of problemen contact op te nemen met hun lokale distributeur.
Oefenen met het NESS H200 Wireless-systeem
Laat patiënten het NESS H200 Wireless-systeem opzetten en bedienen volgens hun trainings­
programma.
Hoofdstuk 9 - Training van de patiënt en follow-up
103
Follow-up van en klinische ondersteuning van patiënten
Een programma voor de follow-up van en klinische ondersteuning van patiënten moet het
volgende omvatten:
••
Evaluatie van de voordelen van voortzetting met de gekozen programma's.
••
Controle van klinische voortgang.
••
Maximalisatie van klinische doeltreffendheid.
••
Klinische en technische ondersteuning.
Voorstel voor follow-upagenda
1. Controleer de orthese en besturingseenheid.
2. Controleer de gebruikslog van de patiënt.
3. Voer een klinische evaluatie uit.
4. Pas zo nodig de stimulatieparameters aan.
5. Pas zo nodig het trainingsprogramma van de patiënt aan.
6. Geef de patiënt zo nodig aanvullende oefeningen (bijvoorbeeld oefeningen voor passief
bewegingsbereik en functionele training).
7. Wijs zo nodig andere programma's toe aan de knoppen Programma 1 en Programma 2 van de
besturingseenheid.
8. Spreek een datum voor het volgende follow-upbezoek af.
104
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
10
Onderhoud en reiniging
Opladen
De H200 Wireless Clinician's Programmer moet vóór gebruik ten minste vier uren worden opgeladen,
dagelijks en wanneer de indicator voor een bijna lege batterij wordt weergegeven.
Batterijen
HP iPAQ Clinician's Programmer
Haal de batterij uit de HP iPAQ Clinician's Programmer als deze voor langere tijd niet wordt gebruikt.
Zie de aanwijzingen van de fabrikant van de PDA voor informatie over het verwijderen en vervangen
van de batterij.
H200 Wireless-orthese
De oplaadbare batterijen van de orthese moeten mogelijk ongeveer om de twee jaar worden
vervangen. De batterijen mogen alleen door een door Bioness Inc gecertificeerde technicus worden
vervangen. Neem voor assistentie contact op met uw lokale distributeur.
H200 Wireless-besturingseenheid
Zie de H200 Wireless Gebruikershandleiding voor aanwijzingen voor het vervangen van de batterij.
VOORZICHTIG: Gebruik alleen een batterij die door Bioness Inc. is geleverd.
WAARSCHUWING: Laad de H200 Wireless-besturingseenheid, orthese en Clinician's
Programmer niet tegelijk op terwijl de besturingseenheid op de configuratiehouder
is aangesloten.
WAARSCHUWING: De H200 Wireless-orthese kan tijdens het opladen van de orthese
en besturingseenheid worden gebruikt, zolang de besturingseenheid NIET op de
Clinician's Programmer is aangesloten terwijl de Clinician's Programmer opgeladen
wordt.
Hoofdstuk 10 - Onderhoud en reiniging
105
H200 Wireless-elektroden
De H200 Wireless-elektroden moeten om de twee weken worden vervangen, of eerder als zij
beschadigd raken.
De H200 Wireless-elektroden moeten voor en na gebruik en na elke drie tot vier uur van gebruik
worden natgemaakt. Verwijder de elektroden van de orthese voordat u ze natmaakt.
Elektrodehouders
Wanneer u de elektrodehouders wilt vervangen, schroeft u ze lost en haalt u ze van de orthese af.
Volg vervolgens de procedure voor het bevestigen van de elektrodehouders.
Elektronische registratie
Een vervangende H200 Wireless-besturingseenheid moet elektronisch bij de bestaande H200
Wireless-orthese worden geregistreerd om te zorgen dat de onderdelen draadloos kunnen
communiceren. Zie de H200 Wireless Gebruikershandleiding voor instructies over het elektronisch
registreren van een vervangende H200 Wireless-besturingseenheid.
Een vervangende H200 Wireless-orthese moet elektronisch bij de bestaande H200 Wirelessbesturingseenheid worden geregistreerd om te zorgen dat de onderdelen draadloos kunnen
communiceren. Zie de H200 Wireless Gebruikershandleiding voor instructies over het elektronisch
registreren van een vervangende orthese.
106
Handleiding voor de specialist
Samenvatting van onderhoudstaken
In tabel 10-1 ziet u een korte lijst met de verantwoordelijkheden van gebruikers met betrekking tot
onderhoud.
Verantwoordelijke
Taak
Patiënt
•
•
•
•
•
•
•
•
Specialist
•
•
•
•
•
•
•
•
Onderhoudstechnicus
•
•
De lading van de batterij in de H200 Wireless-orthese en
-besturingseenheid in de gaten houden.
De batterijen van de H200 Wireless-orthese en -besturingseenheid laden.
Een defecte/verouderde batterij in de H200 Wireless-besturingseenheid of
-orthese identificeren.
De batterij van de H200 Wireless-besturingseenheid vervangen.
De H200 Wireless-elektroden voor en na gebruik van de orthese en na elke
drie tot vier uur van gebruik natmaken.
De H200 Wireless-elektroden om de twee weken vervangen, of eerder als
zij beschadigd zijn.
De H200 Wireless-orthese, -elektrodehouders, -besturingseenheid en
accessoires reinigen/ontsmetten.
Een vervangende H200 Wireless-orthese of -besturingseenheid
elektronisch registreren.
Alle bovenstaande patiëntverantwoordelijkheden voor klinische
systeemkits.
De lading van de batterij van Clinician's Programmer in de gaten houden.
De Clinician's Programmer laden.
Defecte of beschadigde onderdelen identificeren en aan Bioness
rapporteren.
Waar nodig vervangbare onderdelen en elektrodehouders vervangen.
Controleren op mechanische defecten in de H200 Wireless-orthese en
-besturingseenheid.
De inhoud en draagtas van de H200 Wireless Clinician's Kit reinigen.
De H200 Wireless-orthese en fittingpanelen na klinisch gebruik ontsmetten
om kruisbesmetting tussen patiënten te voorkomen.
Periodieke controle en periodiek onderhoud van onderdelen.
Diagnose en van fouten en reparatie en/of vervanging van onderdelen.
Tabel 10-1: Samenvatting van onderhoudstaken.
Hoofdstuk 10 - Onderhoud en reiniging
107
De H200 Wireless-onderdelen reinigen
De H200 Wireless-onderdelen kunnen zo nodig of wekelijks worden gereinigd door ze voorzichtig
af te vegen met een vochtige doek. De elektrische onderdelen zijn niet waterbestendig. Dompel ze
niet onder in water.
De H200 Wireless-onderdelen ontsmetten
Elektronische onderdelen
De H200-besturingseenheid mag worden gereinigd en licht ontsmet met gebruikmaking van
CaviWipes™ (Metrex, Orange, CA), of doekjes die bevochtigd zijn (maar niet druipend nat) met 70%
isopropylalcohol (IPA) volgens de instructies hieronder:
1. Gebruik één verzadigde ontsmettingswipe of verzadigd ontsmettingsdoekje om het oppervlak
van het onderdeel goed nat te maken.
2. Gebruik een ander verzadigde ontsmettingswipe of verzadigd ontsmettingsdoekje om vuil van het
oppervlak te verwijderen. Vuil (enz.) kan de effectiviteit van het ontsmettingsmiddel verminderen,
als dit niet wordt verwijderd.
3. Gebruik waar nodig aanvullende verzadigde ontsmettingswipes of ontsmettingsdoekje om het
oppervlak van de onderdelen 3 minuten nat te houden.
Opmerking: Volg de aanwijzingen van Bioness voor de juiste contacttijd om te zorgen dat bacteriën
effectief worden gedood.
De H200 Wireless-orthese (met uitzondering van het polsinzetstuk) kan worden gereinigd en licht ontsmet
met wipes of doekjes verzadigd met 70% isopropylalcohol (IPA), volgens de aanwijzingen hieronder:
1. Gebruik één verzadigde ontsmettingswipe of verzadigd ontsmettingsdoekje om het oppervlak
van het onderdeel goed nat te maken.
2. Gebruik een ander verzadigde ontsmettingswipe of verzadigd ontsmettingsdoekje om vuil van het
oppervlak te verwijderen. Vuil (enz.) kan de effectiviteit van het ontsmettingsmiddel verminderen,
als dit niet wordt verwijderd.
3. Gebruik waar nodig aanvullende verzadigde ontsmettingswipes of ontsmettingsdoekje om het
oppervlak van de onderdelen 3 minuten nat te houden.
Opmerking: Volg de aanwijzingen van Bioness voor de juiste contacttijd om te zorgen dat bacteriën
effectief worden gedood.
WAARSCHUWING: Ontsmet de fittingpanelen en orthese na elk gebruik om
kruisbesmetting tussen patiënten te voorkomen.
108
Handleiding voor de specialist
Polsinzetstuk
Het polsinzetstuk kan niet worden ontsmet. Het polsinzetstuk kan alleen worden gereinigd met zeep
en water. Gebruik geen 70% IPA op het polsinzetstuk. Gebruik de afdekkingen voor inzetstukken
voor eenmalig gebruik om kruisbesmetting tussen patiënten te voorkomen.
Draagtas voor Clinician Kit
De draagtas voor de H200 Wireless Clinician Kit mag worden gereinigd en licht ontsmet met behulp
van CaviCide® (Metrex, Orange, CA) of 70% isopropylalcohol (IPA) volgens de instructies hieronder:
CaviCide:
1. Spuit CaviCide op de volledige buitenkant van de draagtas van de Clinician Kit.
2. Gebruik een schone handdoek om eventueel vuil te verwijderen. Vuil (enz.) kan de effectiviteit
van het ontsmettingsmiddel verminderen, als dit niet wordt verwijderd.
3. Spuit nogmaals CaviCide op de volledige buitenkant van de draagtas van de Clinician Kit.
4. Ga net zo lang door met spuiten als nodig is om de volledige buitenkant van de draagtas
gedurende 10 minuten nat te houden.
70% IPA:
1. Veeg de volledige buitenkant van de draagtas van de Clinician Kit af met een doekje dat verzadigd
is met 70% IPA.
2. Gebruik een nieuw doekje of nieuwe wipe verzadigd met 70% IPA om eventuele besmettingen
van het oppervlak te verwijderen. Vuil (enz.) kan de effectiviteit van het ontsmettingsmiddel
verminderen, als dit niet wordt verwijderd.
3. Veeg de volledige buitenkant van de draagtas van de Clinician Kit nogmaals af met een nieuw
doekje dat verzadigd is met 70% IPA.
4. Gebruik zo veel aanvullende doekjes verzadigd met 70% IPA als nodig is om het volledige
oppervlak van de draagtas gedurende 10 minuten nat te houden.
Opmerking: Volg de aanwijzingen van Bioness voor de juiste contacttijd om te zorgen dat bacteriën
effectief worden gedood.
Opmerking: Gebruik geen andere reinigings-/ontsmettingsmiddelen, zoals een oplossing van water
en bleek, Lysol- of Clorox-wipes. Bioness heeft de effectiviteit van deze producten op H200 Wirelessonderdelen niet getest.
Metrex-producten worden via geautoriseerde dealers wereldwijd verkocht; 70% IPA is verkrijgbaar bij
uw drogist of apotheek. Neem contact op met uw lokale distributeur als u hulp nodig hebt.
Hoofdstuk 10 - Onderhoud en reiniging
109
110
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
11
Probleemoplossing
Deze sectie bevat tips voor specialisten voor het oplossen van problemen. Verwijs patienten naar
het gedeelte over probleemoplossing in de H200 Wireless Gebruikershandleiding en hun lokale
distributeur.
Probleem
Oplossing
De elektroden zijn beschadigd of
komen van de orthese los.
Vervang de elektroden.
De thenar is beschadigd.
Vervang de thenar.
Het polsinzetstuk is beschadigd.
Vervang het polsinzetstuk.
Stimulatie is niet gelijkmatig.
•
•
Maak de elektroden weer nat.
Neem contact op met uw lokale distributeur.
Gebrekkig elektrodecontact
•
Zorg dat de elektroden nat zijn en aan de orthese zijn
bevestigd.
Zorg dat de elektrodehouders goed zijn vastgeschroefd.
Reinig de elektrodehouders.
Neem contact op met uw lokale distributeur.
•
•
•
Stimulatie staat aan, maar de vingers
van de patiënt bewegen niet.
1.
2.
3.
4.
5.
Schakel de H200 Wireless-besturingseenheid uit.
Verwijder de orthese.
Maak de elektroden grondig nat.
Herpositioneer the orthese op de hand.
Zet de besturingseenheid aan en druk op de
stimulatietestknop of de triggerknop.
Als de vingers nog steeds niet bewegen:
1. Schakel de besturingseenheid uit.
2. Verwijder de orthese.
3. Neem contact op met uw lokale distributeur.
Systeem gaat niet aan.
Het systeem staat mogelijk in slaapmodus.
• Druk op de triggerknop op de orthese om slaapmodus
te verlaten.
• Als de triggerknop van de orthese is uitgeschakeld,
sluit u de systeemoplader op de besturingseenheid aan
om slaapmodus af te sluiten.
Er wordt geen stimulatie geleverd
terwijl de fittingpanelen zijn
aangebracht.
1. Verwijder de fittingpanelen.
2. Controleer of de geleideveren intact en schoon zijn.
3. Gebruik wipes op alcoholbasis om de geleideveren van de
fittingpanelen schoon te maken.
4. Gebruik wipes op alcoholbasis om de corresponderende
metalen contacten van de orthese schoon te maken.
5. Bevestig de fittingpanelen.
6. Zet stimulatie aan.
Hoofdstuk 11 - Problemen oplossen
111
Veelgestelde vragen
Neem contact op met uw lokale distributeur wanneer u vragen of zorgen hebt.
Onze kliniek heeft meerdere NESS H200 Wireless-systemen. Hoe weten welke elektronische
onderdelen bij welk H200 Wireless-systeem horen?
••
Elk NESS H200 Wireless-systeem heeft een alfanumeriek systeemidentificatie (ID) nummer
(bijvoorbeeld A123) gedrukt op de achterkant van de H200 Wireless-besturingseenheid en onder
de vleugel van de H200 Wireless-orthese. De systeem-ID nummers op de twee elektrische
onderdelen moeten met elkaar overeenkomen, anders werkt het systeem niet. Controleer de
nummers vóór gebruik om te zien of ze overeenkomen.
De knoppen in de H200 Wireless-software die gebruikt worden om een nieuw patiëntendossier
aan te maken of de instellingen voor een huidige patiënt aan te passen zijn grijs en werken niet.
••
De Clinician's Programmer en de H200 Wireless-besturingseenheid communiceren niet met elkaar.
Ze moeten allebei aangesloten zijn op de communicatieaansluitkabel van de configuratiehouder
om met elkaar te kunnen communiceren. Schakel de H200 Wireless-besturingseenheid uit of zet
hem in stand-bymodus. Sluit vervolgens de communicatieaansluitkabel van de configuratiehouder
weer aan op de H200 Wireless-besturingseenheid en de Clinician's Programmer.
Ik heb de H200 Wireless-besturingseenheid op de configuratiehouder aangesloten en er werd
een bericht weergegeven op de Clinician's Programmer. Het bericht zegt dat de datum en tijd
in de H200 Wireless-besturingseenheid verschillen van die in de Clinician's Programmer.
••
112
De klokken van de H200 Wireless-besturingseenheid en de Clinician's Programmer moeten
gesynchroniseerd zijn, anders zijn de registraties in de gebruikslog en sessielog niet nauwkeurig.
••
Als de datum- en tijdsinstellingen van de Clinician's Programmer correct zijn, kunt u de klok
van de H200 Wireless-besturingseenheid bijstellen.
••
Als de datum- en tijdsinstellingen van de Clinician's Programmer niet correct zijn, drukt u
op Afsluiten om de H200 Wireless-software af te sluiten en het PDA-instellingenscherm
te openen. (Zie de aanwijzingen van de fabrikant van de PDA.) Gebruik de stylus om de
tijdzone, klok en datum van de Clinician's Programmer af te stellen. Druk op Ok om de
instellingen op te slaan. Meld u weer aan in de H200 Wireless-software, sluit de H200
Wireless-besturingseenheid weer aan en werk de klok van het NESS H200 Wireless-systeem
bij, zodat deze overeenkomt met de klok van de Clinician's Programmer .
Handleiding voor de specialist
Ik heb de H200 Wireless-besturingseenheid op de configuratiehouder aangesloten en er werd
een bericht weergegeven op de Clinician's Programmer. Het bericht zegt dat er een nieuwe
patiënt is gevonden en vraagt of ik dit dossier aan de database wil toevoegen.
••
Selecteer Ja als u de instellingen van de patiënt wilt bekijken of deze wilt wijzigen. Als dat niet het
geval is, selecteert u Nee om naar de patiëntenlijst terug te gaan. Als u een ander patiëntendossier
naar de H200 Wireless-besturingseenheid wilt kopiëren, opent u terwijl de H200 Wirelessbesturingseenheid nog op de configuratiehouder is aangesloten, een ander patiëntendossier
of maakt u een nieuw patiëntendossier voor gebruik met de H200 Wireless-besturingseenheid.
Opmerking: Als u een ander patiëntendossier opent terwijl de H200 Wireless-besturingseenheid
nog is aangesloten, worden de gegevens op het NESS H200 Wireless-systeem permanent
overschreven door het dossier dat wordt geopend.
Toen ik de H200 Wireless-besturingseenheid op de configuratiehouder aansloot, verscheen
het bericht dat de parameters inconsistent zijn op de Clinician's Programmer.
••
De laatste keer werd een andere Clinician's Programmer gebruikt om het aangesloten NESS
H200 Wireless-systeem bij te werken.
••
Druk op Systeem om de gegevens op de Clinician's Programmer te overschrijven met
de gegevens op het H200 Wireless-systeem (dit heeft de voorkeur wanneer patiënten de
instellingen op de NESS H200 Wireless-besturingseenheid gebruikt hebben en terugkomen
voor een follow-upevaluatie).
••
Druk op Database om de gegevens op het NESS H200 Wireless-systeem met die in de
database van de Clinician's Programmer te overschrijven.
••
Druk op Negeren om de parameters op de Clinician's Programmer en het NESS H200
Wireless-systeem onveranderd te laten.
Als ik het NESS H200 Wireless-systeem oplaad, hoe weet ik dan wanneer de batterijen volledig
zijn opgeladen?
••
Wanneer de H200 Wireless-besturingseenheid volledig opgeladen is, wordt een GROENE
horizontale lijn
weergegeven in het digitale display van de H200 Wireless-besturingseenheid.
••
Wanneer de H200 Wireless-orthese volledig opgeladen is, is het statuslampje
RF-stimulator CONSTANT GROEN.
••
Opladen neemt ongeveer drie uur in beslag. Wanneer alle onderdelen volledig zijn opgeladen,
laat ze dan aan de systeemoplader zitten tot u ze wilt gebruiken.
voor de
WAARSCHUWING: Laad de H200 Wireless-besturingseenheid, orthese en Clinician's
Programmer niet tegelijk op terwijl de besturingseenheid op de configuratiehouder
is aangesloten.
Hoofdstuk 11 - Problemen oplossen
113
Toen ik het NESS H200 Wireless-systeem en de orthese volledig had opgeladen, heb ik
de oplader van het systeem losgekoppeld en daarna onmiddellijk weer aangesloten. De
oplaadpictogrammen verschenen weer op de H200 Wireless-besturingseenheid en -orthese.
Moet ik het oplaadproces herhalen?
••
Als u pas uw systeem hebt opgeladen en de pictogrammen voor volledig opgeladen werden
weergegeven, is uw systeem nog steeds volledig opgeladen. U hoeft het oplaadproces niet te
herhalen.
Ik kreeg een vervangende besturingseenheid/orthese en er werd mij gezegd dat ik deze moet
registreren. Waarom is registratie belangrijk en hoe registreer ik een onderdeel?
••
Een vervangende H200 Wireless-besturingseenheid of -orthese moet elektronisch bij het
bestaande H200 Wireless-onderdeel worden geregistreerd om te zorgen dat de onderdelen
draadloos kunnen communiceren. Zie de H200 Wireless Gebruikershandleiding voor meer
informatie over het elektronisch registeren van een onderdeel.
Ik probeerde de registratieprocedure uit te voeren, maar zag nooit de AFWISSELEND GROENE
bogen in het digitale display. Het vervangende onderdeel werkt niet.
••
114
Mogelijk is de klinische modus gestart in plaats van het registratieproces. De klinische modus wordt
gestart door op de minknop
en aan/uit-knop
op de H200 Wireless-besturingseenheid
te drukken. Registratie wordt gestart terwijl de H200 Wireless-besturingseenheid uit staat
en door daarna te drukken op de minknop
en triggerknop
op de H200 Wirelessbesturingseenheid. Schakel de H200 Wireless-besturingseenheid uit en druk op de minknop
en triggerknop
om het registratieproces opnieuw te starten.
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
12
Technische specificaties
Specificaties van H200 Wireless-besturingseenheid
Classificatie
Inwendig aangedreven, continu bedrijf
Bedrijfsmodi
Gebruiker, stand-by, klinisch
Batterijtype
Oplaadbare AAA NiMH 1,2 V, 900–1100 mAh
Bedieningen
•
•
•
•
•
•
Verlichte aan/uit-knop
Verlichte triggerknop om stimulatie aan te zetten en te pauzeren
Intensiteit +/- knoppen om intensiteitsniveau nauwkeurig af te stellen
Dempknop om audiowaarschuwingen te dempen
Knoppen voor programmaselectie (1, 2)
Stimulatietestknop
•
Vier statuspictogrammen: H200 Wireless-besturingseenheid,
RF-communicatiestatus, geselecteerd programma (1, 2)
Digitaal display geeft relatieve stimulatie-intensiteit aan
Verlichte knoppen geven systeem aan/uit en stimulatie aan/uit of gepauzeerd aan
Pieptonen voor audiowaarschuwingen
Indicaties
•
•
•
Opties voor
dragen
In zak, nekband, polsband of riemhouder
Afmetingen
Lengte: 73 mm; Breedte: 46 mm; Hoogte: 18 mm
Gewicht
45 gram
Omgevings­
bereiken
•
•
•
•
Transport- en opslagtemperatuur: -25°C tot +70°C
Temperatuur bij bedrijfsomstandigheden: 5°C tot 40°C
Relatieve vochtigheid bij apparatuur in bedrijf: 15% tot 93%
Oplaadtemperatuur: 5°C tot 40°C
Hoofdstuk 12 - Technische specificaties
115
Specificaties van H200 Wireless-orthese
Classificatie
Inwendig aangedreven, continu bedrijf met toegepaste onderdelen type BF
Bedrijfsspanning
3,7 V
Batterijtype
Speciale oplaadbare Li-Ion (lithium-ion) 3,7 V, 280 mAh–350 mAh
Indicaties
•
•
Status H200 Wireless-orthese (storing, batterij, opladen) en stimulatie-ledjes
Pieptonen voor audiowaarschuwingen
•
•
•
•
Systeemkast: Rilsan BZM 30 OTL
Vleugelomhulsel: TEREZ ABS 5010
Polsinzetstuk: Flexibel schuim, tweecomponenten urethaan niet-integrale huid,
Purtec GMBH
Thenar: Dow Corning Silicone Rubber NPC 40
Configuraties
•
•
•
Grootte: klein/normaal/groot
Zijde: links en rechts
Zes configuraties in totaal
Omgevings­
bereiken
•
•
•
•
•
Transport- en opslagtemperatuur: -25°C tot +70°C
Temperatuur bij bedrijfsomstandigheden: 5°C tot 40°C
Relatieve vochtigheid bij apparatuur in bedrijf: 15% tot 93%
Oplaadtemperatuur: 5°C tot 40°C
IP-classificatie: IP27
Materiaal
116
Klein
Normaal
Groot
Afmetingen
(gesloten)
Lengte: 270 mm
Breedte: 110 mm
Diepte: 90 mm
Lengte: 270 mm
Breedte: 110 mm
Diepte: 90 mm
Lengte: 300 mm
Breedte: 130 mm
Diepte: 130 mm
Geschat gewicht
300 gram
300 gram
300 gram
Handleiding voor de specialist
H200 Wireless-orthese: impulsparameters
Impuls
Gebalanceerd bifasisch
Stroomvorm
Symmetrisch
Intensiteit (piek)
0–80 mA, 1-mA resolutie (positieve fase)
Maximum stroomintensiteit (rms)
Elektrode 1, 2, 3, 5: 13,1 mA rms
Elektrode 4: 18,6 mA rms
Max spanning
120 V
Symmetrisch
Positieve impulsduur (μsec)
100
200
300
Negatieve impulsduur (μsec)
100
200
300
Inter-fase interval (µsec)
50
Maximum totale impulsduur (μsec)
250
450
650
Laadbereik
0–5000 ohm (afhankelijk van max spanningsbeperking)
Nominale lading
500 ohm
Max stroomlading
500 ohm (80 mA, 120 V)
Impuls herhalingstempo
20-45 Hz, 5 Hz resolutie
Stijgingstijd
0–3,1 seconden
Daaltijd
0–3,1 seconden
Max. duur van de
stimulatieprogramma
4 uur, 5 minuten resolutie
Specificaties van H200 Wireless-elektroden
Materiaal
Niet-geweven stof
Opmerking: Gebruik uitsluitend door Bioness Inc geleverde elektroden.
Elektrode, nr.
1
2
3 normaal
3 groot
4
5
Gebied (mm2)
1784
1185
791
1284
2038
1185
Gebied (inch2)
2,8
1,8
1,2
2,0
3,2
1,8
Hoofdstuk 12 - Technische specificaties
117
Stroomvoorzieningsspecificaties
Gebruik medische klasse II veiligheidsgekeurde stroomvoorziening geleverd/goedgekeurd door Bioness met
de volgende classificaties:
Ingang
Spanning
100–240 V AC
Stroom
400 mA
Frequentie
50–60 Hz
Uitgang
Spanning
5 V ± 5%
Stroom
2400 mA
Opmerking: De H200 Wireless-besturingseenheid en -orthese kunnen tijdens het opladen worden gebruikt,
als de besturingseenheid niet op de Clinician's Programmer is aangesloten.
Beschrijving van draadloze technologie
Specificaties draadloze verbinding
Frequentieband
2,4 GHz, ISM-band
Zendvermogen
Voldoet aan de regels van FCC 15.247 (voor de VS)/ETSI EN 300-440 (voor
Europa).
Zenders
Bedrijfsfrequentieband
2401–2482 MHz
Type modulatie
FSK
Type modulatiesignaal
Binair gegevensbericht
Datasnelheid
[=Frequentie van
modulatiesignaal]
250 Kbps
Effectieve
uitgestraalde stroom
<10 dBm
Ontvangers
118
Bedrijfsfrequentieband
2401–2482 MHz
Ontvangerbandbreedte
812 kHz rond een geselecteerde frequentie
Handleiding voor de specialist
Hoofdstuk
13
Appendix - EMI-tabellen
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant: Elektromagnetische emissies
Het NESS H200 Wireless-systeem is bedoeld voor gebruik in de elektromagnetische omgeving die hieronder
wordt gespecificeerd. De klant of gebruiker van het NESS H200 Wireless-systeem dient ervoor te zorgen dat
het systeem een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Emissietest
Compliantie
Elektromagnetische omgeving — Richtlijnen
RF-emissies
CISPR 11
Groep 1
Het NESS H200 Wireless-systeem gebruikt alleen
RF-energie voor de interne functies. Zodoende zijn de
RF-emissies zeer laag en zullen ze vermoedelijk geen
interferentie veroorzaken met nabije elektronische
apparatuur.
RF-emissies
CISPR 11
Klasse B
Harmonische
emissies
IEC 61000-3-2
Klasse A
Het NESS H200 Wireless-systeem is geschikt voor
gebruik in alle gebouwen, inclusief woningen en
gebouwen die rechtstreeks zijn aangesloten op het
openbare laagspanningsnetwerk in gebouwen die voor
woondoeleinden worden gebruikt.
Spanningsschommelingen/
flikkeringsemissies
Voldoet
Hoofdstuk 13 - Appendix - EMI-tabellen
119
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant— Elektromagnetische immuniteit voor
alle apparatuur en systemen
Het NESS H200 Wireless-systeem is bedoeld voor gebruik in de elektromagnetische omgeving die hieronder
wordt gespecificeerd. De klant of gebruiker van het NESS H200 Wireless-systeem dient ervoor te zorgen
dat het systeem een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Immuniteitstest
IEC
60601-testniveau
Compliantieniveau
Elektromagnetische omgeving —
Richtlijnen
Elektrostatische
ontlading (ESD)
IEC 61000-4-2
6 kV contact
8 kV atmosfeer
6 kV contact
8 kV atmosfeer
Vloeren moeten van hout, beton of
keramische tegels zijn. Als vloeren
zijn bedekt met synthetisch materiaal,
moet de relatieve vochtigheid minstens
30% zijn.
Elektrische
sprongspanning/
pieken
IEC 61000-4-4
2 kV voor
voedingskabels
1 kV voor ingangs-/
uitgangskabels
2 kV voor
voedingskabels
De kwaliteit van de netspanning
moet gelijk zijn aan die van
een standaardomgeving in een
winkelcentrum of ziekenhuis.
Overspanning
IEC 61000-4-5
1 kV lijn naar lijn
2 kV lijn naar aarde
1 kV lijn naar lijn
(Klasse II
apparatuur
zonder geaarde
verbindingen)
De kwaliteit van de netspanning
moet gelijk zijn aan die van
een standaardomgeving in een
winkelcentrum of ziekenhuis.
Spanningsterugval,
korte stroomonderbrekingen en
schommelingen
in de spanning op
de voedingskabels
IEC 61000-4-11
<5% UT
(>95% terugval in
UT) voor 0,5 cyclus
<5% UT
(>95% terugval in
UT) voor 0,5 cyclus
40% UT
(60% terugval in
UT) voor 5 cycli
40% UT
(60% terugval in
UT) voor 5 cycli
70% UT
(30% terugval in
UT) voor 25 cycli
70% UT
(30% terugval UT)
voor 25 cycli
De kwaliteit van de netspanning
moet gelijk zijn aan die van
een standaardomgeving in een
winkelcentrum of ziekenhuis. Als
de gebruiker van het NESS H200
Wireless-systeem dit systeem continu
nodig heeft tijdens onderbrekingen
van de netspanning, verdient het
aanbeveling de apparatuur van
stroom te voorvoorzien met een
ononderbroken voeding of batterij.
<5% UT
(>95% terugval in
UT) voor 5 sec
<5% UT
(>95% terugval in
UT) voor 5 sec
3 A/m
3 A/m
Netfrequentie
(50/60 Hz)
magnetisch veld
IEC 61000-4-8
Netfrequentie magnetische
velden moeten een niveau
hebben die kenmerkend is voor
een standaardomgeving in een
winkelcentrum of ziekenhuis.
Opmerking: UT is de netspanning (wisselspanning) voordat het testniveau wordt toegepast.
120
Handleiding voor de specialist
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant—Elektromagnetische immuniteit
Het NESS H200 Wireless-systeem is bedoeld voor gebruik in de elektromagnetische omgeving die hieronder
wordt gespecificeerd. De klant of gebruiker van het NESS H200 Wireless-systeem dient ervoor te zorgen dat
het systeem een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Immuniteitstest
IEC
60601-testniveau
Compliantie-niveau
Elektromagnetische omgeving —
Richtlijnen
Draagbare en mobiele RFcommunicatieapparatuur mag niet
dichter bij onderdelen van het NESS
H200 Wireless-systeem, inclusief
de kabels, worden gebruikt dan de
aanbevolen scheidingsafstand die is
berekend op basis van de vergelijking
die geldt voor de frequentie van de
zender.
Geleide RF
IEC 61000-4-6
3 Vrms
150 kHz t/m
80 MHz
3 Vrms
150 kHz t/m
80 MHz
Aanbevolen scheidingsafstand:
d = 1,2√P
RF-straling
IEC 61000-4-3
3 V/m
80 MHz t/m
2,5 GHz
[E1] = 3 V/m
in 80 MHz t/m
2,5 GHz
[E1] = 10 V/m
in 26 MHz t/m
1 GHz
Aanbevolen scheidingsafstand:
d = 0,4√P, 80–800 MHz bereik
d = 0,7√P, 800–1000 MHz bereik
d = 2,3√P, 1000–2500 MHz bereik
OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de scheidingsafstand voor het hoogste frequentiebereik.
OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. Elektromagnetische overdracht
wordt beïnvloed door absorptie door en weerkaatsing van structuren, objecten en personen.
OPMERKING 3: P is het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in Watt (W) volgens de
fabrikant van de zender en d is de aanbevolen scheidingsafstand in meter (m).
OPMERKING 4: De veldsterkten afkomstig van vaste RF-zenders, zoals bepaald met een
elektromagnetisch onderzoek van de locatiea, dienen lager te zijn dan het compliantieniveau per
frequentiebereik.b
OPMERKING 5: Interferentie kan voorkomen in de omgeving van apparatuur die is voorzien van het
volgende symbool:
a De veldsterkten voor vaste zenders, zoals basisstations voor radiotelefoons (mobiel/draadloos) en mobiele
radio's op land, zenders van zendamateurs, radio-uitzendingen in AM en FM en tv-uitzendingen kunnen
theoretisch niet nauwkeurig worden voorspeld. Voor het evalueren van de elektromagnetische omgeving als
gevolg van de aanwezigheid van vaste RF-zenders moet een elektromagnetisch onderzoek op de locatie
worden uitgevoerd. Als de gemeten veldsterkte op de locatie waarin het NESS H200 Wireless-systeem
wordt gebruikt, hoger is dan het relevante RF-compliantieniveau hierboven, moet het NESS H200 Wirelesssysteem worden geobserveerd om te controleren of het normaal functioneert. Als blijkt dat het systeem niet
normaal functioneert, kunnen extra maatregelen nodig zijn, zoals het anders richten of verplaatsen van het
NESS H200 Wireless-systeem.
b In het frequentiebereik 150 kHz t/m 80 MHz moeten de veldsterkten lager zijn dan 3 V/m.
Hoofdstuk 13 - Appendix - EMI-tabellen
121
Aanbevolen scheidingsafstanden tussen draagbare en mobiele
RF-communicatieapparatuur en het NESS H200 Wireless-systeem
Het NESS H200 Wireless-systeem is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin
uitgestraalde RF-storingen onder controle zijn. De klant of de gebruiker van het NESS H200 Wireless-systeem
kan elektromagnetische interferentie mede voorkomen door een minimumafstand aan te houden tussen
draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur (zenders) en het NESS H200 Wireless-systeem volgens de
onderstaande aanbevelingen, afhankelijk van het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur.
Scheidingsafstand afhankelijk van frequentie van de zender
Maximale
nominale
uitgangsvermogen van zender
(W)
150 kHz t/m
80 MHz buiten
ISM-banden
d = 1,2√P
80 MHz t/m
800 MHz
d = 0,4√P
800 MHz t/m
1000 MHz
d = 0,7√P
1000 MHz t/m
2,5 GHz
d = 2,3√P
0,01
0,12 m
0,04 m
0,07 m
0,23 m
0,1
0,38 m
0,13 m
0,22 m
0,73 m
1
1,2 m
0,4 m
0,7 m
2,3 m
10
3,8 m
1,3 m
2,2 m
7,3 m
100
12 m
4m
7m
23 m
OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt de scheidingsafstand voor het hoogste frequentiebereik.
OPMERKING 2: Deze richtlijnen gelden mogelijk niet in alle situaties. Elektromagnetische overdracht
wordt beïnvloed door absorptie door en weerkaatsing van structuren, objecten en personen.
Voor zenders met een maximaal nominaal uitgangsvermogen dat hierboven niet wordt vermeld, kan de
aanbevolen scheidingsafstand d in meters (m) worden geschat aan de hand van de vergelijking die geldt
voor de frequentie van de zender, waarbij P het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in
watt (W) is volgens de fabrikant van de zender.
Opmerking: Alle berekeningen zijn gemaakt op basis van tabel 204 en 206 of IEC 60601-1-2 voor
niet-levensondersteunende apparatuur met gebruikmaking van factoren van 3,5 in 0,15 –800 MHz
en 7 in 800–2500 MHz. Deze tabellen bevatten geen vereisten voor ISM-banden.
122
Handleiding voor de specialist
Vervaardigd door Bioness Neuromodulation Ltd.
Een bedrijf van Bioness Inc.
19 Ha'Haroshet Street
PO Box 2500
Industrial Zone
Ra'Anana 43654, Israël
Wereldwijd hoofdkantoor
Bioness Inc
25103 Rye Canyon Loop
Valencia, CA 91355 VS
Telefoon: 800.211.9136
E-mail: [email protected]
Website: www.bioness.com
Erkende vertegenwoordiger voor Europa
NESS Europe B.V.
Stationsweg 41
3331 LR Zwijndrecht, Nederland
Telefoon: +31.78.625.6088
E-mail: [email protected]
Website: www.bioness.com
NESS®, NESS H200®, NESS H200® Wireless, Bioness, het Bioness-logo® en LiveOn® zijn gedeponeerde handelsmerken
van Bioness Inc. in de Verenigde Staten of andere landen | www.bioness.com
Alleen Rx (Uitsluitend VS)
©2011 Bioness Inc.
612-00526-001 Rev. A

Vergelijkbare documenten

Probleemoplossing

Probleemoplossing De stimulatie in de H200 Wireless-orthese testen................................................................................31 Een gebruikersprogramma selecteren...................................

Nadere informatie

NESS H200 NESS H200®

NESS H200 NESS H200® en voorschriften van de plaatselijke instantie te worden afgevoerd. Voor gedetailleerdere informatie met betrekking tot deze aanbevolen procedures neemt u contact op met Bioness Inc. Bioness Inc is...

Nadere informatie