beleidsschets 2013 - Stadsschouwburg Amsterdam

Commentaren

Transcriptie

beleidsschets 2013 - Stadsschouwburg Amsterdam
Beleids- en activiteitenplan 2013-2016 van de Stadsschouwburg Amsterdam
1. Missie en ambitie
De Stadsschouwburg heeft de afgelopen jaren majeure stappen gezet. Naast een renovatie van de 118 jaar oude
klassieke (Italiaans / Franse) zaal opende een tweede ‘State of the Art’ zaal met een vlakke toneelvloer. Er
ontstond een verbinding met popcentrum Melkweg met nog eens twee zalen, ‘hoge’ en ‘lage’ kunsten komen bij
elkaar. Het monumentale voorgebouw aan het Leidseplein is bijna 24/7 geopend en werd een culturele
ontmoetingsplek, het publiek is gegroeid en verjongd, er werd scherper geprogrammeerd en de laatste paar jaar
werden er steeds meer eigen producties gemaakt. Al met al maakte de Amsterdamse Stadsschouwburg zonder
twijfel een van de meest ingrijpende veranderingen uit haar bestaan mee en werd zij de meest ‘hippe’ Schouwburg
van het land. Voor de mensheid een kleine stap, maar voor de Stadsschouwburg een reuzenstap.
Succes smaakt naar meer, de ambities blijven fier overeind. Maar de tijden veranderen. Er wordt op de subsidie
bezuinigd, fors. Dat heeft gevolgen voor bedrijfsvoering en activiteiten van de Stadsschouwburg. We kunnen niet
alle ambities realiseren. Nu gaat het meer om hoe we de ‘broek ophouden’ in het nieuwe tijdsgewricht. Een tijd
waarin de kunsten en de samenleving zich wat gespannen verhouden en een tijd waarin te verwachten is dat er
maatschappelijk grote veranderingen gaan plaatsvinden. Daarop willen wij anticiperen en reflecteren, de
Stadsschouwburg volgt immers op de voet wat zich in de samenleving afspeelt.
Missie
Waar we voor staan blijft ongewijzigd:
De Stadsschouwburg is een plek waar het publiek op aandachtige wijze met podiumkunst en zijn maatschappelijke
context in contact kan komen, waar het iets kan leren en zich kan informeren. Maar tegelijkertijd is het een plek
waar het publiek aangenaam kan vertoeven, waar het kan genieten, ontmoeten en zich kan ontspannen. Wat er in
de Stadsschouwburg gebeurt omschrijven we als ‘serious pleasure’, een term geleend van de Amerikaanse
kunstcriticus Robert Rosenblum. De Stadsschouwburg staat aldus ten dienste van de theaterkunst én van het
publiek; zij moet zich richten naar de eisen en behoeften van het moderne theater, alsook de omstandigheden
scheppen voor het publiek om tot een optimale kunstbeleving te kunnen komen. De Stadsschouwburg heeft niet
alleen de intentie om het theater ongehinderd tot zijn recht te laten komen, maar zet zich ook actief in om het
theater dichter bij het publiek te brengen en de denkbeelden van de theatermakers op een heldere manier over te
dragen.
De Stadsschouwburg heeft de ambitie het toonaangevende centrum van de theatercultuur in Nederland te zijn.
Zoals het Concertgebouw in Nederland het ‘Huis voor de Klassieke Muziek’ is, en het Stedelijk Museum het ‘Huis
voor de moderne Beeldende Kunst’, zo is de Stadsschouwburg het Nederlandse ‘Huis voor het Theater’. Die
positie wil de Stadsschouwburg niet alleen ontlenen aan de traditie en het verleden, maar juist aan de positie die zij
in het hedendaagse kunstleven inneemt. Door de aard en geschiedenis van de accommodatie ligt de nadruk in de
programmering op toneel, maar daarnaast is ruimte voor hedendaagse dans, muziektheater, - inclusief cross-overs
tussen de verschillende disciplines-, en nieuwe jongere kunstuitingen die zich lenen voor een theatrale presentatie.
Bovendien geven we aandacht aan de maatschappij en de actualiteit, omdat we een plek in het hart van de
samenleving verkiezen boven een plek in de marge. De programmering is van hoge kwaliteit en toegankelijk voor
een relatief breed en divers publiek. De Stadsschouwburg opereert met haar activiteiten in het centrum van de
theaterwereld. Het is vanzelfsprekend dat aan de Stadsschouwburg het belangrijkste toneelgezelschap van het land
verbonden is. Gezamenlijk vormen wij een belangrijk onderdeel van het Amsterdamse culturele leven, met een
uitstraling naar het gehele land.
Een korte terugblik op de vorige periode 2009 – 2012
- De voornemens uit het Beleids- en activiteitenplan 2009 – 2012 zijn uitgevoerd.
- De meest ingrijpende verbouwing uit de geschiedenis van het gebouw (1894) werd gerealiseerd (Rabozaal,
kantoren en studio’s, uitbreiding Max-zaal, renovatie Voorgebouw).
- Het bezoekersaantal is sindsdien van ca 115.000 gestegen naar ca 185.000, plus nog minimaal 150.000
bezoekers die jaarlijks Ticketshop, Theaterbookshop, de informatiehal of Stanislavski bezoeken. De
Stadsschouwburg is een hoogwaardige culturele ontmoetingsplek aan het belangrijkste culturele
uitgaansplein van Nederland geworden.
- Het aantal voorstellingen per jaar is met 76 % gestegen.
- Het publiek is verjongd terwijl de landelijke trend vergrijzing is. Dat is uniek. Het aandeel publiek met een
dubbele culturele achtergrond is nog klein.
- De eigen inkomsten zijn met 52 % gestegen en bedragen nu € 4,8 miljoen.
- We hebben een grote sponsor (RABO) en diverse private donateurs.
- Onze internationale positie is versterkt o.a. door co-producties met de belangrijkste Europese theaterhuizen.
- De relatie met ons huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam is afgelopen periode enorm verbeterd; een wereld
van verschil met tien jaar geleden, we trekken nu veel meer samen op.
1
-
We redden het met de bestaande exploitatiesubsidie (ca. € 5,3 miljoen). De Algemene Reserve is echter nog
gering en de organisatie blijft dus kwetsbaar.
We hebben educatieve activiteiten opgezet met name gericht op het basisonderwijs, gefinancierd buiten de
normale subsidies.
Behalve dat de Stadsschouwburg in haar programmering duidelijk kiest -en zich daarmee onderscheidt ten
opzichte van de traditionele ‘receptieve’ schouwburgen-, is nieuw dat de Stadsschouwburg Amsterdam in
toenemende mate zelf is gaan produceren. Het afgelopen jaar hebben wij bijvoorbeeld 5 programma’s zelf
geproduceerd en 10 gecoproduceerd. Expanding Theatre is met name het programma-onderdeel waar de eigen
producties plaatsvinden. Als voorbeelden van deze eigen producties gelden het All American Breakfast (n.a.v. de
Amerikaanse verkiezingen), Exploding Cities (over verstedelijking in China), het jaarlijkse Sinterklaasgala voor
Volwassenenen, de Canon van You Tube, het Interviewgala en het programma Nederland in Oorlog. Als
voorbeelden van co-producties gelden bijvoorbeeld Richard III (met Orkater), Rêve d’Automne (met Théâtre de la
Ville), TEDx, en het bezoek van Jesse Jackson, Spike Lee en The Yes Men. Al deze genoemde avonden waren
(nagenoeg) uitverkocht. Deze producties hebben bijgedragen aan een ‘open’ reputatie van de Stadsschouwburg en
mede daardoor heeft de Schouwburg ook een nieuw, jong en divers publiek aan zich gebonden.
Ontwikkeling
Het is met enige trots en tevredenheid dat wij terugkijken op het recente verleden. Maar er zijn enkele
ontwikkelingen die de naaste toekomst allerminst zorgeloos maken:
- Er is sprake van een economische en politieke crisis die van invloed kan zijn op publiek, publieke
belangstelling, maar ook op de positie van de kunsten in de samenleving. Anderzijds verstedelijkt Nederland
meer en meer en gaat het relatief goed met Amsterdam.
- Er is sprake van Rijksbezuinigingen die van invloed zijn op het aanbod van (gesubsidieerde) voorstellingen
waaruit de Stadsschouwburg programmeert. En er is sprake van Gemeentelijke bezuinigingen die direct de
exploitatie van de Stadsschouwburg raken.
- De concurrentie op de vrije tijdsmarkt neemt alleen maar toe, terwijl de bevolkingssamenstelling verandert en
het publiek niet meer automatisch de weg naar het theater weet te vinden. Anderzijds is sprake van vergrijzing
die -zo duiden onderzoeken van het SCP aan- kansen bieden voor kunstinstellingen.
- De Stadsschouwburg is er in geslaagd de aansluiting bij jong volwassenen te vinden. Dit biedt een goede
uitgangspositie voor innovatie.
2. Accenten in beleid en activiteiten 2013-2016
In Nederland zijn wij de meest geprofileerde Schouwburg. In tegenstelling tot de meeste Schouwburgen doen
wij geen cabaret/kleinkunst/musical, geen muziek, geen grootschalig ballet of opera, geen vrije producties, geen
kleine zaal producties. We doen daarentegen wèl grootschalige politiek / maatschappelijke programma’s
(Expanding Theatre) die bij andere Schouwburgen juist ontbreken. En we hebben het belangrijkste
toneelgezelschap, Toneelgroep Amsterdam, in huis, een voordeel dat geen andere Schouwburg in die mate kent.
In onze programmering bestaat ca. 2/3 uit toneel (waarvan ons huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam
ongeveer de helft voor zijn rekening neemt1) en ongeveer 1/3 uit moderne dans, muziektheater en Expanding
Theatre. We kiezen bij onze programmering grotendeels uit het (grote zaal) aanbod van de grotere
gesubsidieerde dans- en toneelgezelschappen. Totaal hebben we nu ca. 450 voorstellingen per jaar, waarvan de
Melkweg er ca. 50 voor zijn rekening neemt.
Dat willen we allemaal zo houden. Maar we gaan wel intensiever samenwerken met een aantal partners (zie
paragraaf 2.1) en we verleggen in ons programmeringsbeleid voor de komende periode een aantal accenten
(paragraaf 2.2).
2.1 Samenwerking
Een aantal prominente theaterinitiatieven in Amsterdam, te weten de Stadsschouwburg Amsterdam, Toneelgroep
Amsterdam, Holland Festival, Frascati, Julidans, Likeminds en het Nederlands Theater Festival (waarvan
onderdeel de Amsterdam Fringe) hebben zich verenigd binnen in een nieuw samenwerkingsverband teneinde de
theaterinfrastructuur in onze hoofdstad te versterken en te stimuleren 2.
1
In 2010 deed TA 30% van de voorstellingen waarmee 22% van het publiek werd bereikt. In 2011 (voorlopige cijfers) steeg
dat naar 35% resp 26%
2
Zie de notitie ‘Van Nood tot Deugd’ september 2011
2
De alliantie omvat een, voor een ambitieuze culturele wereldstad, essentiële keten van productie en presentatie
die begint bij de jonge theatermaker en startend cultureel ondernemer en die eindigt bij de promotie en
presentatie van internationale topkunst op het allerhoogste niveau.
De alliantie gaat planning en beleid met elkaar afstemmen met als doel het boeken van nog betere resultaten,
bijvoorbeeld waar het gaat om het bewerkstelligen van een internationale doorbraak van Nederlandse
theatermakers en regisseurs. Daarnaast wil de alliantie bezien op welke vlakken er effectiever en efficiënter
gewerkt kan worden vanuit het oogpunt van o.a. publieksbereik en kostenreductie.
De alliantie wil in gezamenlijkheid pal staan voor de waarde en het belang van een bloeiend Amsterdams
theaterklimaat en gezamenlijk de (internationale) promotie van de Amsterdamse podiumkunsten ter hand nemen
vanuit het besef dat iedereen gebaat is bij het succes van de ander. Kwaliteit, diversiteit en dynamiek zijn daarbij
kernbegrippen. Ofschoon het in het landelijke beleid geen prioriteit meer lijkt te hebben is culturele diversiteit
voor de Alliantiepartners van belang.
De alliantie gaat samenwerken op de volgende zes hoofdgebieden:
1. Presentatie en productie van hoogwaardig aanbod voor grote -, midden- en kleine zaal.
Het theater in Amsterdam kent in geografisch opzicht twee belangrijke kernen; het Leidseplein en De Nes. De
Stadschouwburg en Frascati, gepositioneerd in deze twee kernen, nemen verantwoordelijkheid voor een breed
theateraanbod. Zij zullen de programmering in nauwe samenhang tot stand laten komen, zonder dat afbreuk
wordt gedaan aan de eigenheid van beide huizen.
De Alliantie zoekt naar interactie tussen de verschillende circuits; grote-, midden- en kleine zaal. Hierdoor krijgt
het theater meer dynamiek en innovatieve kracht. Zo zal Ivo van Hove bijvoorbeeld weer een voorstelling voor
Frascati maken en gaat Likeminds op voor een productie in de grote zaal van de Stadsschouwburg. De
Stadsschouwburg organiseert ‘Specials’ met groepen die normaal de kleine zaal bespelen (zie verderop).
2. Internationale programmering en profilering
De Stadsschouwburg, Holland Festival en Frascati gaan intensief samenwerken op het gebied van de
internationale programmering. Doel is het bieden van een volwaardig internationaal programma, gebracht over
het gehele seizoen, dat een maximaal publiek bereikt. We kunnen bovendien van elkaars publieken profiteren,
van elkaars ‘merkvertrouwen’ en van elkaars kennis.
De Stadsschouwburg en TA werken samen binnen het Europese Prospero-project waardoor in de volgende jaren
zes internationale coproducties exclusief in Amsterdam gepresenteerd worden. TA produceert zelf twee
internationale reisvoorstellingen.
Zowel het Holland Festival, Julidans als het Nederlands Theater Festival (NTF) fungeren als promotieplatform
voor het theater onder internationale professionals, waarbij het HF en Julidans internationaal en nationaal aanbod
toont en het NTF Nederlands en Vlaams aanbod.
3. Talentontwikkeling
Frascati, Toneelgroep Amsterdam, Likeminds en het Amsterdam Fringe Festival garanderen door bestaande
expertise de invulling van deze belangrijke functie voor de stad op een wijze die recht doet aan de artistieke en
culturele diversiteit van het Amsterdamse landschap.
Door de samenhang kan de doorstoom worden gewaarborgd naar de diverse circuits (repertoiretoneel voor de
grote zaal naast documentair theater voor de kleine zaal, multidisciplinair theater naast mime en locatie theater
e.d.). Hier speelt de Stadsschouwburg een rol en de alliantie als geheel richt zich op de talentontwikkeling
voorafgaand aan en na afloop van de kunstvakopleiding. In het bijzonder is er aandacht voor jongeren. Met
Likeminds wordt een samenwerking opgezet waardoor getalenteerde jongeren na jong Frascati een vervolgstap
kunnen zetten.
4. Diversiteit
Diversiteit is onlosmakelijk verbonden met het theater in de stad Amsterdam. Grootstedelijk en eigentijds
theater komt tot stand vanuit een dialoog tussen de verschillende tradities en achtergronden en is bij voorkeur
ingebed in de bestaande structuren. TA, Stadsschouwburg, Likeminds, de Fringe en Frascati geven maximale
ruimte aan deze dialoog. Acteurs van TA doen bijvoorbeeld projecten met jonge acteurs van Likeminds, De
Stadsschouwburg gaat programmeren in Bijlmerparktheater en Podium Mozaïek3.
5. Publiek
3
Zie bij 2.2 Artistiek beleid, diversiteit en publiek
3
Zowel publieksverbreding als een versterking van de binding met het publiek zijn van belang. De
Stadsschouwburg en Frascati gaan samenwerken op gebied van marketing en communicatie waardoor het
publiek op maat kan worden geïnformeerd over het integrale aanbod van de diverse partners. TA en de
Stadsschouwburg werken al intensief samen, maar dat kan nog effectiever. Ook het NTF, Julidans en de
Stadsschouwburg trekken op publicitair vlak met elkaar op. De Alliantiepartners voelen een gezamenlijke
verantwoordelijkheid voor de blijvende aanwas van nieuw publiek. Door een continue en consequente
programmering wordt nieuw publiek gegenereerd.
Daarnaast worden programma’s ontwikkeld op de grens van kunst en samenleving (bijv. Expanding Theatre in
de Stadsschouwburg) die succesvol zijn gebleken in het genereren van een nieuw publiek. De Wijkjury, een
initiatief van Adelheid Roosen ondersteund en geadopteerd door Stadsschouwburg, Frascati, NTF en TA, is
eveneens een voorbeeld van een wijze waarop nieuw publiek kan worden betrokken bij theater.
Educatieve activiteiten op gebied van educatie voor jongeren en volwassenen worden samengebracht waarbij de
Alliantie denkt een gezamenlijk totaalpakket voor het onderwijs in Amsterdam te kunnen aanbieden.
6. Ondersteuning en bedrijfsvoering
Waar mogelijk en wenselijk wordt facilitair en zakelijke ondersteuning geboden aan een aantal Amsterdamse
gezelschappen (zoals wij nu onderdak bieden aan Urban Myth, happyChaos en Eric de Vroedt en TA
bijvoorbeeld zakelijke ondersteuning biedt aan Female Economy en Thibaud Delpeut) om daarmee, ondanks de
bezuinigingen belangwekkend aanbod in stand te houden. Het Nederlands Theater Festival zal weer bij ons
intrekken.
De Alliantiepartners gaan waar mogelijk samenwerken in de bedrijfsvoering. Sommige back office activiteiten
zullen gedeeltelijk worden samengevoegd waardoor de output kan worden vergroot. Daarbij denken we vooral
aan ticketing/kaartverkoop (Stadsschouwburg doet nu bijvoorbeeld de kaartverkoop voor het Holland Festival),
theatertechniek (TA/SSB), productie (HF voor SSB en Frascati) en automatisering.
We willen voorkomen dat de samenwerking vrijblijvend wordt en daarom staan de directies van de
alliantiepartners garant voor de doorvertaling van het gezamenlijke beleid naar de eigen organisatie.
2.2 Artistiek beleid en accenten in onze theaterprogrammering
Vorig jaar hebben wij een stap gezet in de richting van meer flexibel programmeren. De programmering wordt
minder van te voren vastgelegd en dichtgetimmerd, er wordt minder gedacht in seizoenen. Dit bevalt goed en wij
willen ermee voort.
Hoewel het aanbod –als gevolg van de bezuinigingen- wellicht wat afneemt, is onze wens om meer
voorstellingen te programmeren. De vraag is naar onze ervaring voldoende aanwezig. Het gaat om meer
zomerbespeling, intensievere bespeling (reductie rust-, bouw- en onderhoudsdagen) en meer matinee’s. We
zullen bij producties die zich daarvoor lenen, meer in serie gaan programmeren, zoals dat bij Toneelgroep
Amsterdam en Orkater al succesvol gebeurt. Ook stimuleren we, bij gebleken succes, gezelschappen een
voorstelling in reprise te nemen (Midzomernachtsdroom/HNT, Augustus: Oklahoma/DUS, Alice/Orkater). Dit
leidt tot publieksbinding en kostenreductie. Maar meer bespeling vraagt ook een andere attitude van
toneelmakers, techniek en scenografie.
Om grote producties mogelijk te maken zullen we doorgaan met de recent ingezette lijn om te coproduceren,
zoals we dat deden met Orkater / Richard III en gaan doen met Prospero. We zijn in overleg met Toneelgroep
Amsterdam over een co-productie in 2014, idem met Orkater.
De samenwerking met sommige gezelschappen zullen we echter (moeten) verbreken of verkleinen, omdat de
kosten te hoog zijn en de publieke belangstelling of artistieke meerwaarde te gering. Daarbij gaat het o.a. om
Nationale Reisopera, Wayn Traub, Muziektheater Transparant, LOD. Met Het Toneel Speelt zal de
samenwerking zich gaan beperken tot de Gijsbrecht, aangezien dit gezelschap zich meer richting het DeLaMar
theater heeft ontwikkeld.
Voor zover de financiële middelen het toelaten –in dit geval geen overbodige toevoeging- willen we speciale
projecten à la Brandhaarden en de ‘Specials’ met Oostpool, Veenfabriek en Wunderbaum blijven doen. Het idee
is dat een gezelschap een aantal dagen de Stadsschouwburg ‘overneemt’ en gebouw en publiek naar zijn hand zet
door divers repertoire, randprogrammering, optredens van het hele gezelschap plus vrienden. Het gezelschap kan
zich op deze wijze sterker profileren in Amsterdam. In het kader van deze ‘Specials’ vinden we het belangrijk
om makers/gezelschappen die de ambitie hebben om de stap van kleine naar grote zaal te maken daarbij te
helpen via introductieprogramma’s, zoals we die het afgelopen jaar succesvol ontwikkelden met o.a.
Wunderbaum, FC Bergman en De Warme Winkel.
De Stadsschouwburg biedt onderdak aan verschillende festivals. Naast het aan ons gerelateerde Julidans festival,
die voor de internationale Amsterdamse dansprogrammering van eminent belang is, zijn dat met name het
Holland Festival en Nederlands Theater Festival.
4
Hedendaagse dans blijft een belangrijk onderdeel van ons artistiek beleid en die rol is alleen maar toegenomen
door het nagenoeg verdwijnen van de internationale gastprogrammering in het Muziektheater. We
programmeren de diverse landelijke (middel)grote dansgezelschappen, programmeren internationaal en hebben
Julidans. De ontwikkeling van de dans in Amsterdam zelf is de afgelopen periode wat teleurstellend geweest.
Daar is ruimte voor vernieuwing en verbetering en we blijven daar ons theater voor openstellen. Wij voelen ons
op dit moment wat de Amsterdamse grotere gezelschappen betreft het meest verwant met ICK (Emio Greco/PC)
Accenten in onze internationale programmering
Onze ambitie om van de Stadsschouwburg hét Nationale Huis van Het Theater te laten zijn maakt het
onontkoombaar dat de Stadsschouwburg over de eigen landsgrenzen heenkijkt en haar internationale
programmering versterkt. Daarmee bevordert de Stadsschouwburg zijn eigen internationale aantrekkingskracht en
die van de stad Amsterdam. Vroeger waren er uitsluitend tijdens het Holland Festival grootschalige internationale
theaterproducties in Amsterdam te zien, maar in de afgelopen jaren werd door de Stadsschouwburg een
internationale programmering gestart en deze was – op een enkele uitzondering na - succesvol. Met deze
internationale programmering speelt de Stadsschouwburg internationaal gezien weer een rol van betekenis en
draagt bovendien bij aan de promotie van Amsterdam als stad met een dynamisch internationaal theaterklimaat.
Daar komt bij dat internationale programmering de (culturele) diversiteit van de programmering versterkt.
Bij onze internationale programmering liggen onze accenten op
- Het tonen van belangrijke voorstellingen van onze ‘zustertheaters’, soms ook in coproductie: KVS/Brussel,
Théâtre de la Ville/Parijs, Sadler’s Wells/Londen en Barbican/Londen, Schaubühne/Berlijn en Münchner
Kammerspiele. De programmering van de Stadsschouwburg richt zich met name op de buitenlandse
‘stadstheaters’, op repertoire en verhalend theater, minder op losse initiatieven en beeldend theater 4.
- Bij onze artistieke keuzes is er een samenhang met ons huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam (internationaal
werk van regisseurs die ook bij TA zijn uitgenodigd of omgekeerd het tonen van werk dat Van
Hove/Versweyveld in het buitenland hebben gemaakt). Ook in het buitenland gemaakte voorstellingen van
andere Nederlandse makers tonen we regelmatig5 en vanzelfsprekend volgen, en presenteren we, het werk van
makers die al vele jaren aan ons verbonden zijn6
- In het kader van het Prospero-project zijn wij een samenwerking aangegaan met een zevental belangrijke
Europese theaters. Vanaf 2013 zal dit leiden tot een zestal grote producties in de Stadsschouwburg 7.
- We willen samenwerken met het Holland Festival op het gebied van marketing, programmering en productie.
- Vanzelfsprekend worden internationale voorstellingen, waar nodig, boventiteld en omkaderd met een
randprogramma, zoals bijvoorbeeld inleidingen en ontmoetingen/workshops met regisseurs, acteurs en/of
dansers.
Expanding Theatre
Vanaf 2002 is het nieuwe programma-onderdeel Expanding Theatre geïntroduceerd, waarin we de grenzen
verkennen en onderzoeken wat er in een ‘klassiek’ theater als de Stadsschouwburg mogelijk is. Met Expanding
Theatre halen we de maatschappij en de actualiteit de Stadsschouwburg binnen en we richten ons daarbij op de
randgebieden van theater en op theater in relatie tot onder andere beeldende kunst, film, vormgeving, ‘spoken
word’, populaire cultuur en nieuwe media. Inmiddels bestaat het programma-onderdeel tien jaar en is het een
belangrijk onderdeel van onze programmering geworden dat mede de identiteit van de Stadsschouwburg
Amsterdam bepaalt8. De frequentie is toegenomen, de publieke belangstelling groter9 en veel partners willen met
ons werken. We hebben ‘naam’ en erkenning gekregen dat we dit soort evenementen goed kunnen. Bijgevolg is
het verlies op Expanding Theatre-activiteiten gedaald. Dat –maar natuurlijk primair om inhoudelijke redenenmaakt dat wij dit programma-onderdeel verder willen versterken. We hebben een aantal min of meer vaste partners
(o.a. John Adams Institute, Upload Cinema, NRC, Submarine, Parool, Expertisecentrum Journalistiek,
happyChaos, TEDx, Urban Myth, BKB, Melkweg, CPNB). Het Nationale Toneel wil graag met ons samenwerken
bij het realiseren van Expanding-evenementen en er is het voornemen om met TA en Likeminds een gezamenlijk
Expanding-evenement te organiseren. We willen jaarlijks de balans voor Amsterdam opmaken met een nieuw
evenement ‘De Staat van Amsterdam’. We ontwikkelen de SSBA-Salon, een initiatief van twee twintigers met
4
Zoals bijvoorbeeld de Rotterdamse Schouwburg meer doet
Anouk van Dijk/Schaubühne, Nanine Linning/Dance Company Theater Osnabrück, Club Guy & Roni (Oldenburg,
Moskou)
6
Anne Teresa de Keersmaeker (Rosas), Wim Vandekeybus, Akram Khan, Sidi Larbi Cherkaoui, Alain Platel, Jan Fabre, Jan
Lauwers, Guy Cassiers.
7
Prospero is een samenwerkingsverband van 8 Europese steden/theaters (waar de SSB (samen met TA) de Nederlandse partner
is). Het gaat om een uitwisseling van regisseurs, het coproduceren van stukken, talentontwikkeling, internationale workshops.
Daarnaast werken we mee aan de presentatie van een aantal kleine zaal producties, internationale uitwisseling van journalisten
uit de 8 partnerlanden en kennisbevordering door internationale stages.
8
In februari 2012 verschijnt een publicatie over 10 jaar Expanding Theatre. Voor meer informatie verwijzen we daarnaar.
9
In 2011 waren er 22 Expanding Theatre evenementen, waarvan er 9 uitverkocht waren
5
5
aparte programma’s voor jonge volwassenen. Maar vooral blijven we open staan voor nieuwe ideeën en nieuwe
partners.
Diversiteit in de programmering en nieuw publiek
De Stadsschouwburg staat midden in Amsterdam, een stad met bewoners van diverse culturele en etnische
achtergronden. De Stadsschouwburg toont, binnen de geformuleerde missie, een divers programma voor een zo
breed mogelijk publiek. Daarbij zoeken we nadrukkelijk naar nieuw divers en jong publiek. We gaan door met
diversiteit in programmering, samenwerking met andere organisaties (en hun netwerken) en met educatieprojecten.
We hebben daarvoor een beleid ontwikkeld10, een medewerker aangetrokken (Jörgen Tjon a Fong) en we zijn
bezig met de realisatie van verschillende programma’s met Likeminds, MC en Rast. Een probleem is dat het
aanbod voor grote zaal binnen ons programmeringsgebied heel beperkt is. We moeten dus echt zoeken en moeten
meestal ook co-produceren om een productie mogelijk te maken, zoals dat bij Likeminds en Urban Myth het geval
is. Met Likeminds doen we komende periode twee projecten in de grote zaal.
Daarnaast gaan we programmatisch en op het gebied van marketing samenwerken met het Bijlmerparktheater en
Podium Mozaïek11. We streven met deze beide theaters naar een publieksketen voor potentiële theaterbezoekers,
waarbij we producties in deze theaters èn in de Stadsschouwburg laten zien. We gaan dus een aantal voorstellingen
in Podium Mozaïek en het Bijlmerparktheater programmeren. Het ‘merk’ Stadsschouwburg kan deze theaters
helpen en het helpt anderzijds de Stadsschouwburg laagdrempeliger te maken voor en door projecten als Cafe
Istanbul. Een pilot gaan we al dit jaar doen, gesteund door Fonds Podiumkunsten en AFK. Voor 2013 en verder
zijn wij voor continuïteit afhankelijk van te verwerven financiële middelen in de orde van € 1 ton.
Nieuw is dat we cultureel diverse voorstellingen van (inter)nationale klasse in de Grote Zaal gaan programmeren,
waarbij we samenwerken met de Utrechtse Schouwburg. Ook ondersteunen van harte het “Enriching Culturesproject” dat geïnitieerd werd door FPK en waarvan Frie Leysen curator is. Frie Leysen (voorheen Kunsten Festival
Brussel) oriënteert zich vooral op Azië, Afrika en Latijns Amerika. De Stadsschouwburg is première-theater van
de grote zaalvoorstellingen binnen dit project.
Samenwerking Leidseplein
Wij leveren een bijdrage aan de alom gewenste culturele opwaardering van het Leidseplein in samenwerking met
de culturele instellingen op of rond het Leidseplein. Al jaren zijn Melkweg, Paradiso en Bellevue partners bij
Julidans. Het Theater Festival wil en kan aanjager zijn om het Leidseplein nog meer een ‘Theatre District’ te
maken.
Context en educatie
We vinden het belangrijk dat Amsterdammers zich verbonden voelen met de Stadsschouwburg, ook wanneer ze
(nog) niet tot de vaste theaterbezoekers behoren. We hebben de afgelopen beleidsperiode –met steun van
donateurs, fondsen en sponsors- een inspirerend en sterk programma voor educatie en talentontwikkeling
opgezet, afgestemd met TA en andere theaters in de stad (o.a. door deelname aan het netwerk Theatereducatie
Amsterdam). De Stadsschouwburg wil deze ontwikkeling voortzetten en blijft projecten opzetten waardoor het
maatschappelijk draagvlak voor theater in het algemeen en de Stadsschouwburg in het bijzonder wordt vergroot.
We ontwikkelen verschillende programma's waarmee we Amsterdammers in contact brengen met hun
schouwburg. Cursussen (ism Volksuniversiteit, TA en Volkskrant), binnenschoolse activiteiten waaronder het
buitengewoon succesvolle Theaterkraken, workshops theatertechniek, vakantietheaterdagen voor kinderen en
jongeren, randprogramma’s rond de reguliere (jeugd) programmering en nieuwe activiteiten geïnspireerd op The
National Theatre en gericht op cultureel divers publiek (bijvoorbeeld Prem neemt je mee).
Met onze alliantiepartners gaan we nauw samenwerken. Met TA en Frascati gaan we een intensieve
samenwerking aan met het voortgezet onderwijs van Amsterdam. Ook bouwen we samen verder aan het
adoptieprogramma van De Wijkjury in samenwerking met Female Economy en het Nederlands Theater Festival.
Stadsschouwburg Amsterdam wil ook een plaats zijn waar interessante educatieve programma’s vanuit
gezelschappen en instellingen (o.a. Toneelmakerij, Theater Instituut Nederland, ) een plaats krijgen en waar
maatschappelijk relevante programma’s voor het onderwijs een podium krijgen.
3. Cultureel ondernemerschap, publiek en financiën
De Stadsschouwburg Amsterdam is een ondernemende culturele organisatie geworden, flexibel naar klanten
(publiek, theatermakers, gezelschappen), efficiënt en effectief. De lijnen zijn kort, de medewerkers voelen grote
10
11
De notitie “Culturele Diversiteit & de Stadsschouwburg Amsterdam: Theater voor alle Amsterdammers”
Ik het kader van Julidans bestaat al jaren een samenwerking met Bijlmerpark (en Krater) en Podium Mozaiek
6
betrokkenheid bij het theaterbedrijf en de bedrijfsvoering is eerder resultaat- dan procesgericht. De organisatie
staat open voor samenwerking met andere organisaties.
De Stadsschouwburg heeft zich enige naam verworven op het gebied van cultureel ondernemerschap. We
realiseerden de Stadsfoyer (investering € 4 miljoen), Expanding Theatre, het educatieprogramma en de exploitatie
van de nieuwe zaal zonder additionele subsidie. De subsidie per bezoeker daalde van € 41,18 naar € 28,6112 We
zijn in Nederland pionier (althans in de culturele sector) op het gebied van dynamic pricing13, onze eigen
inkomsten zijn met 52 % gestegen naar € 4,8 miljoen (2010)
Publiek en marketing
De Stadsschouwburg als theater zit dicht op het publiek, vormt in zekere zin de schakel tussen publiek en de
bespelers. Vanuit onze missie proberen we het publiek zo goed mogelijk te bedienen, in de wetenschap dat ‘het’
publiek niet bestaat. Het publiek voor TA (goed voor ca een kwart van ons totaal bezoeken) verschilt al onderling,
maar wijkt weer af van ‘het’ publiek voor bijvoorbeeld Orkater, het Nationale Toneel of Wim Vandekeybus en dat
publiek verschilt weer van ‘het’ publiek voor Expanding Theatre. Juist daarom bouwen wij verder aan een
eenduidige merkbelevenis en identiteit van de Stadsschouwburg, met als kenmerken kwaliteit, betrokkenheid,
inspiratie en verassing. Publieksonderzoek wijst keer op keer uit dat een groot deel van het potentiële publiek
moeilijk wijs kan uit de hoeveelheid aanbod en dat men moeilijk kan kiezen. Ondanks de uitgesproken wens tot
theaterbezoek ‘komt men er niet uit’ en ‘komt het er niet van’ en ‘toen we wilden was het uitverkocht’. Onze
potentiële bezoekers willen –bijna individueel- hulp en duiding. Als theater –dat dichter dan wie ook op het
publiek zit- gaan we daar wat aan doen. We gaan meer ‘helpen’. We gaan meer gericht het (potentiële) publiek
benaderen, waarbij we wat willen opschuiven van voorstellingsgerichte benadering naar doelgroepgerichte
benadering. Door verscherping in onze marketingcommunicatie maar bijvoorbeeld ook door het (potentiële)
publiek te verleiden zich te ‘binden’ (aankoop met ruiloptie, vroeg bestellen bevorderen, o.a. door dynamic
pricing).
In onze communicatie-uitingen waren we de eerste die de jaarlijkse programmabrochures uitbouwden tot een
serieus jaarlijks programmaboek. Maar we waren ook de eerste van de grote theaters die het weer overboord heeft
gezet en vervangen door een vier maal per jaar verschijnend actueler en diepgaander Journaal. Onze communicatie
zal verder worden gedifferentieerd naar doelgroepen.
We doen publieksonderzoek en werken met ‘Mystery Guests’ en weten daardoor dat de toegankelijkheid van de
Amsterdamse Schouwburg is vergroot en de enorme variëteit aan activiteiten wordt gewaardeerd. Maar we weten
ook dat het laatste stof er nog uit moet en de service voor het publiek beter kan.
Na jaren van forse groei van publiek (+ 60 %) blijft onze inzet vergroting en verbreding van ons publiek. Maar we
gaan voor de komende tijd toch uit van stabilisatie. Dat is niet uit gebrek aan ambities, maar rekening houdend met
de gevolgen van de economische crisis, BTW-verhoging en minder aanbod voorstellingen.
Opvang bezuinigingen
Bij de voorbereiding van het besluit van de Gemeente Amsterdam tot realisatie van de nieuwe zaal, hebben de
toenmalige directies van de drie betrokken instellingen moeten beloven dat de exploitatie van de nieuwe zaal
subsidieneutraal zou gaan plaatsvinden. Het financiële kader dat de gemeente Amsterdam ons indertijd heeft
gesteld was even helder als nuchter: de vernieuwing van de Stadsschouwburg en de exploitatie van de nieuwe zaal
moesten worden gerealiseerd zonder additionele financiële middelen. Daarmee hadden we een zware opgave.
Immers, de praktijk leert dat uitbreiding met een nieuwe zaal en bijbehorende programmering doorgaans leidt tot
een lastenverzwaring. Er is gesneden in kosten, gereorganiseerd en er zijn nieuwe eigen inkomsten behaald.
Daardoor exploiteren we nu subsidieneutraal de Rabozaal ‘erbij’, doen we eigen producties en was het mogelijk
educatieve activiteiten op te zetten. Maar de mogelijkheden om verder te snijden zijn nu wel beperkt, zeker
aangezien wij een fors deel min of meer onbeïnvloedbare kosten hebben.
Onbeínvloedbare kosten
Als basis voor de aanvraag is de subsidie 2012 (incl. 1,56% indexatie Raadsdruk 2012) genomen. De totale
gemeentelijke subsidie van € 10.464.070 bestaat uit een drietal onderdelen:
1. De huursubsidie
€ 3.295.540
2. MOP
€ 1.880.000
3. Exploitatie
€ 5.288.530
De huursubsidie is opgelegd door de gemeente op verzoek van de inspectie der gemeentebelastingen om zo de
teruggave van de voorbelasting (BTW) over de gedane nieuwbouwinvesteringen niet in gevaar te brengen.
12
Cijfers 2008 en 2010. Deze cijfers betreffen –anders dan de gemeente in haar ‘zakelijke evaluatie’ doet- de
exploitatiesubsidie exclusief gebouwgebonden kosten. Bovendien zijn in deze cijfers de bezoekers van projecten (ca 50)
buiten de zaal wel meegeteld, voor- en nagesprekken zijn niet meegeteld
13
We waren de eerste in Nederland met Yield Pricing.
7
Daarnaast is er een extra subsidie toegevoegd aan de exploitatie van de schouwburg om het gebruikers- èn
eigenaaronderhoud te kunnen bekostigen. De onderbouwing van dit bedrag is vastgelegd in een door de
gemeenteraad ten tijde van de verzelfstandiging (2005) goedgekeurd meerjaren onderhoudsplan (MOP). De
samenstelling van dit bedrag is uniek ten opzichte van ander organisaties, aangezien dit uit twee componenten
bestaat namelijk het bedrag voor benodigd groot onderhoud (€ 460.000) en afschrijvingskosten (€ 1.420.000)
om toekomstige en noodzakelijke investeringen te kunnen doen. Dit had alles te maken met de gemeentelijke
wens om al het onderhoud (incl in de aard nagelvaste installaties) door de Stadsschouwburg te laten doen, net
zoals dat als gemeentedienst ook het geval was. Als wij genoemde bedragen uit de totale subsidie achterweg
laten resulteert een exploitatiesubsidie van € 5.288.530.
Van deze € 5.288.530 is nog een substantieel bedrag niet beïnvloedbaar, te weten de rente over de aangegane
lening voor de nieuwbouwinvesteringen (€ 523.250), de gemeentelijke onderhoudsnorm naast groot onderhoud
(energie, klein onderhoud, heffingen, beveiliging, schoonmaak, telefoon en verzekeringen) van € 1.100.000 en
de beheerskosten personeel ter begeleiding en beheer van het totale onderhoud aan ons monumentaal pand voor
een bedrag van € 220.000. Daardoor resteert slechts een beïnvloedbaar deel van de exploitatiesubsidie van € 3,4
miljoen.
Wij beseffen ons, ondanks eerdere besparingen voor exploitatie van de tweede zaal en ondanks het beperkte
beïnvloedbare deel van onze exploitatie, dat wij een bijdrage moeten leveren aan de noodzakelijke gemeentelijke
bezuinigingen. Wij zijn uitgegaan van een vermindering van subsidie van € 6 ton. Dat is 12 % van de feitelijke
subsidie voor exploitatie. Daarnaast houden we rekening met druk op tarieven en voorwaarden van bespeling
door bezuinigingen bij gezelschappen en mogelijk ook minder bespeling van bestaande gezelschappen waardoor
we minder huur- of partage-inkomsten zullen hebben. We verwachten deze vermindering van inkomsten te
compenseren door meer inkomsten en kostenreducties.
Kostenreducties
We verwachten aan de kostenkant de volgende maatregelen te kunnen realiseren
- Bezuinigingen op bedrijfsvoering
- Intensieve samenwerking van onderdelen van Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam. Andere planning
en inroostering, technische dienstverlening (wordt nu onderzocht).
- Besparing bij ondersteunende, facilitaire diensten, e.e.a. in samenwerking met Toneelgroep Amsterdam
- Minder programmeren van producties van gezelschappen als NRO, LOD, Transparant.
- Natuurlijk verloop, vervallen Gemeentegaranties bij salarissen.
Een aanzienlijk deel van de besparingen in de exploitatie zal worden opgebracht door intensivering van de
samenwerking met Toneelgroep Amsterdam. Op dit moment wordt een samenwerking onderzocht bij de
afdelingen Theatertechniek, onderhoud, P&O functie, secretariaat en receptie, educatie, catering/kantine,
financiële afdelingen en marketing/publiciteit.
Verhogen eigen inkomsten
Onze eigen inkomsten zijn afgelopen periode fors gestegen (52%) 14, maar een aanzienlijk deel van de eigen
inkomsten gaat door naar de door ons geprogrammeerde gezelschappen. Zo wordt het effect van hogere eigen
inkomsten (bijvoorbeeld door dynamic pricing) gedempt. We gaan niettemin door met het verhogen van eigen
inkomsten door te experimenteren met het prijsinstrument. Daarnaast intensiveren we de donateurcampagnes (we
waren de eerste culturele instelling in Nederland die telemarketing daarvoor inzette) en zetten ons in voor
sponsoring en fondsenwerving. Wij zijn een van de weinige gesubsidieerde (toneel)theaters in Nederland met een
aparte professionele afdeling Fondsenwerving. Door het economisch tij en de drukte op de sponsor- en
fondsenmarkt zijn wij niettemin voorzichtig met al te optimistische prognoses. Commerciële verhuring blijkt in
praktijk beperkt mogelijk. Al met al achten we een stijging van de eigen inkomsten in de komende periode met
15% 15 haalbaar. Zoals gezegd, deze komen uiteindelijk slechts ten dele aan de Stadsschouwburg zelf toe.
Bedrijfsrisico’s en voorzieningen
Het grootste bedrijfsrisico’s voor de komende jaren is de onzekerheid over het vinden van voldoende alternatieve
geldstromen ter compensatie van terugvallende subsidie. Ook de ‘winst’ uit efficiencyverbetering en
samenwerking zijn onzeker alsook de speelvoorwaarden en publieksinkomsten. Maar afwijkingen kunnen er ten
voordele en ten nadele zijn en we hebben enige voorzieningen voor tegenvallers in organisatorische en
programmatische zin. In het slechtste geval zullen we moeten ingrijpen in de relatief kostbare (internationale)
programmering en bijzondere programma’s.
14
Over de hoogte van de eigen inkomsten ten opzichte van de subsidie bestaan verschillende cijfers afhankelijk of uitgegaan
wordt van bruto omzet (incl recette) of netto omzet en afhankelijk of gebouwgebonden subsidies (die bij de Stadsschouwburg
uitzonderlijk hoog zijn als gevolg van verzelfstandiging en bouw nieuwe zaal) worden meegeteld.
15
Van ca € 4,8 miljoen naar € 5,5 miljoen.
8
Zakelijke evaluatie opgave SSBA
Naam instelling
Discipline
Code Cultural Governance
Subsidie Amsterdam
Exploitatie
MOP (incl. afschrijvingen)
Huur
Stadsschouwburg Amsterdam
Theater
Ja
2010
2009
€
7.151.603 €
6.871.938
€
5.328.810 €
5.237.158
€
1.822.793 €
1.634.780
PM
PM
Totaal baten
Totaal lasten
€
€
15.075.376,00
14.948.036,00
€
€
13.252.918,00
13.466.215,00
1)
2)
3)
Inkomsten
Publieksinkomsten
Sponsorinkomsten
Overige inkomsten
Subsidies
Private bijdragen
2010
21,5
1,7
9,5
47,4
0,2
2009
15,8
PM
7,8
51,9
0,1
Eigen inkomsten
31,9
28,3
17,40
28,61
12,17
27,24
2010
68,6
11,4
57,2
31,4
15,6
15,8
2009
69,2
12,4
56,7
30,8
15,2
15,7
27,0
73,0
27,6
72,4
2010
1,34
0,04
2009
0,94
0,03
Aantal activiteiten
Aantal bezoeken
2010
Realisatie
484
186.226
Doelstelling
527
192.250
Afwijking
8,23,1-
Aantal activiteiten
Aantal bezoeken
2009
417
172.599
527
192.250
20,910,2-
Aantal activiteiten
cumulatief
901
1.054
14,5-
358.825
384.500
6,7-
Euro per bezoeker
Subsidie per bezoeker
4)
Uigaven
Beheerlasten
Personeel
Materieel
Activiteiten
Personeel
Materieel
Personeelslasten
Materiële lasten
Financiële kengetallen
Liquiditeit
Solvabiliteit
Prestaties
Aantal bezoeken
5)
noten
1. In de subsidie gemeente Amsterdam is de huursubsidie niet betrokken. Deze huur en subsidie is opgelegd door de gemeente
op verzoek van de inspectie der gemeentebelastingen om zo de teruggave van de voorbelasting (BTW) over de
nieuwbouwinvesteringen niet in gevaar te brengen.
2. De baten zijn hoger dan de opgave van de Gemeente Amsterdam aangezien alle inkomsten (dus inclusief alle recettes) in
baten zijn betrokken.
3. De lasten stijgen navenant met de hogere baten.
4. Het percentage eigen inkomsten is hoger dan bij de opgave Gemeente Amsterdam omdat hier de totale publieksomzet is
verantwoord ( zie note 2).
5. In de opstelling Gemeente Amsterdam zijn alleen de reguliere voorstellingen in een van de beide grote zalen opgenomen.
In onze opstelling zijn ook de activiteiten in de andere ruimtes opgenomen zoals Expanding Theatre, Urban Myth
voorstellingen, workshops, educatieve activiteiten en cursussen. Niet meegteld zijn inleidingen en nagesprekken.
9
10

Vergelijkbare documenten