Verslag Tuinenreis West-Vlaanderen juni 2011 02

Commentaren

Transcriptie

Verslag Tuinenreis West-Vlaanderen juni 2011 02
Verslag van de tuinenreis van Groei&Bloei Beilen – Meppel
juni 2011
De meerdaagse tuinenreis van de afdelingen Beilen en Meppel van Groei&Bloei gaat dit jaar
naar West-Vlaanderen. Deze bestemming is gekozen door de contactpersonen van de twee
afdelingen, in overleg met de beoogde leider van de reis, Annemarie Aardewerk.
Er zouden met 36 tuinliefhebbers aan de reis deelnemen, maar door familieomstandigheden
moesten de dames Heemstra, Smit en Tiddens verstek laten gaan. Ook blijkt kort voor de
reis dat Annemarie door omstandigheden in haar familie niet in staat is de reis te leiden.
Gelukkig hebben we in Thérèse de Vries een perfecte vervanger van Annemarie.
In het onderstaande verslag zijn de cursieve gedeelten rechtstreeks overgenomen uit de
folder van Dalstra Reizen.
Maandag 27 juni
De reis kon starten onder prachtige weersomstandigheden. Na in Meerkerk Philomeen
Bruinsma opgepikt te hebben, koersen we naar Oosterhout, waar we bij het AC restaurant
koffie drinken en kennis maken met onze begeleidster Thérèse.
Onze chauffeur en gastheer Wim Snel van Dalstra Reizen leidt ons op voortreffelijke wijze
om de verschillende files heen en brengt ons naar de eerste tuin, de Meirlaenhof in Sint
Pauwels. De bestemming van onze tuinenreis is eigenlijk West-Vlaanderen, maar omdat
Sint Pauwels zo mooi op de route ligt richting Brugge, is deze Oost-Vlaamse tuin in het
programma opgenomen.
Deze landelijke tuin werd ruim 40 jaar geleden aangelegd maar is in 1991 volledig
vernieuwd. Een groot deel is beplant in een harmonie van kleuren (geel, wit, blauw en roze).
De tuin biedt voor elk wat wils: je vindt er tal van vaste planten in pastelkleuren, verschillende
soorten heggen, een brede waaier van terras- en kuipplanten en snoeivormen in buxus en
taxus. Verder zijn er een wintertuin, een bloemenweide omringd door zeldzame bomen, een
groentetuin met serre, een natuurlijke vijver en een jonge hoogstamboomgaard. Thérèse
heeft ons in de bus al uitgelegd hoe de Vlamingen hun fruitbomen noemen: appelaar,
perelaar, notelaar enz. Velen van ons zijn geïnteresseerd in de tuinornamenten: een met
snelbeton verduurzaamde tafel en stoel. Ook de verstilde schapen zijn fotogeniek. Bij
aankomst staat er een keurig verzorgde lunch voor ons klaar.
Hierna rijden we naar Sijsele (West-Vlaanderen) voor een bezoek aan de Tuin van
Mevrouw Katrien Vandierendonck.
Voor een aantal van ons was mevrouw Vandierendonck en haar tuin al een beetje een
bekende. Dat bleek te zijn van de presentatie van Annemarie Aardewerk tijdens de
voorbespreking van de reis in Beilen. Met veel charme leidt mevrouw Vandierendonck ons
door haar tuin.
Na een korte wandeling door het bos komt men in deze superbe tuin. De tuin is opgedeeld in
half open kamers . Er is een pergola van maar liefst 20 meter lang, beplant met blauwe
regen. In de hele aanleg is blauw de belangrijkste kleur. Hoe dichter bij het huis hoe
gestructureerder, hoe verder hoe meer de natuur het overneemt. Achter het huis gaat de tuin
langzaam op in de omliggende velden. Blikvangers zijn onder meer een royale lavendeldoorgang, de golvende lavendelbanen, bloemrijke borders, de rozentuin en een kleine
boomgaard.
Op deze eerste dag komen we er al achter dat hagen en sculpturen van buxus en taxus in
geen enkele Vlaamse tuin ontbreken. Het kan aan de hoge temperatuur liggen, maar bij
velen van ons breekt het zweet los als we denken aan de vele uren die nodig zijn om dit alles
hun vorm te geven. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat mevrouw Vandierendonck alles
in de tuin alleen doet. Maar terug in de bus wijst Thérèse ons op haar nagels: die van een
echte tuinierster.
Tegen 18.00 uur arriveren we in Brugge, bij hotel ’t Putje. Het lukt chauffeur Wim om ons pal
voor het hotel af te zetten. Thérèse adviseert ons om onze kamer goed te bekijken op
eventuele onvolkomenheden en dat meteen te melden. Een goede suggestie, want op
enkele kamers was het bloedheet, terwijl een airconditioning ontbrak. Zo kon een enkeling
door een ventilator wat extra verkoeling krijgen.
Steeds om 19.00 uur gaan we dineren in het naastgelegen restaurant van het hotel. Deze
eerste avond was het erg warm in het restaurantgedeelte, een zweterig gebeuren dus.
Gelukkig maakt de kwaliteit van het eten veel goed. Omdat we steeds bijtijds aan tafel gaan,
is er daarna nog volop gelegenheid om Brugge te verkennen. Tenslotte hadden we niet voor
niets een hotel uitgezocht aan de rand van het centrum. We hebben veel tuinliefhebbers op
een van de vele terrassen zien veranderen in liefhebbers van een koel biertje of wijntje.
Volop genieten dus in deze prachtige stad.
Dinsdag 28 juni
De weersverwachting belooft veel warmte, maar ook een grote kans op een stevig onweer.
De warmte wordt inderdaad realiteit, gelukkig blijft het onweer weg uit onze streek.
Na het ontbijt rijden we naar Ertvelde, waar we de tuin van de heer en mevrouw Daniël De
Sy en Kathleen De Smet bezoeken. Ze hebben hun tuin Les Déesses Vertes genoemd
Mevrouw De Smet legt uit waar deze wat cryptische naam vandaan komt: van beiden
bestaan de initialen van hun achternaam uit DS. Het meervoud van DS is DS-sen. Het
“Vertes” van het Franse “groen” spreekt voor zich. Met prachtige gebaren legt ze de
ontstaansgeschiedenis van hun tuin uit. De tuin van 4500 m2 is ontworpen door de
landschapsarchitect Erik de Waele. Langs golvende taxusmassieven aan de voorzijde van
het huis bereikt men via een mooie poort de achtertuin met rozenborders en vaste planten
en komt men bij de vijver. Als een spiegel weerkaatst deze het zonlicht naar de
naastgelegen borders. Zilvergrijze Pyrus salicifolia ‘Pendula’ verzachten de
kleurencombinaties. Tegen het huis ligt nog een buxustuin. Vanuit een carpinusbaldakijn
heeft men een mooi overzicht over deze sfeervolle tuin. Een aantal bijzondere bomen, zoals
Liquidambar styraciflua (amberboom), Pauwlonia tomentosa en Populus lasiocarpa trekken
de aandacht. Het is een tuin waar zowel de echte botanicus als de liefhebber van de wat
strakkere tuinaanleg zijn hart kan ophalen. Een enorm goed onderhouden formele tuin,
waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Hier genieten we ook van een koffie. Kathleen
leert ons dat je bodembedekkers als Pachisandra en Vinca uitstekend kunt onderhouden
door ze met de strimmer of hoog afgestelde gazonmaaier af te maaien. Terug in de bus
brengt Thérèse ons nog een miniatuur Citroen DS in herinnering, als ornamentje in de tuin,
in het kader van de “Déesses”.
De lunch gebruiken we op eigen gelegenheid in het schilderachtige Damme. Je waant je er
in de middeleeuwen tussen alle historische gebouwen en de gerestaureerde stadswallen. De
destijds welvarende havenstad pronkt nu nog met statige patriciërshuizen, het gotische
stadhuis, musea, pittoreske molens en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Damme is ook de stad
van Tijl Uilenspiegel, die hier is geboren. In het centrum zien we een standbeeld van deze
legendarische vrijbuiter. Tot ver over de landsgrenzen heen is Damme bekend vanwege
haar gastronomie. We ontdekken meer restaurants dan winkels. De deelnemers aan de reis
zien we vooral in de restaurants waar ze buiten in de schaduw kunnen eten.
’s Middags brengen we een bezoek aan het Kasteel van Oostkerke.
Thérèse heeft met onze rondleider Frans Dietgat afgesproken dat hij ons opwacht voor de
kerk van Oostkerke. En inderdaad: daar staat een heer met fiets. Terwijl we gezamenlijk
naar het kasteel lopen, krijgt Hilly telefoon dat haar man plotseling in het ziekenhuis is
opgenomen. Chauffeur Wim is zo vriendelijk om haar terug te brengen naar Brugge en haar
via het hotel op de trein te zetten. Later horen we dat de reis naar Groningen erg lang duurde
vanwege de stormschade aan het spoor in Nederland.
Op een steenworp afstand van de kerk ligt het kasteel van Oostkerke. Via een brug over de
slotgracht komen we in de besloten kasteeltuin. Het ontwerp van deze tuin is een creatie van
‘onze’ Mien Ruys uit de jaren vijftig. De 14de-eeuwse grondvesten van de vroegere ringmuur
en de hoektorens werden daarbij blootgelegd, en zijn als tracé van de wandelpaden in de
nieuwe tuin geïntegreerd. Rond het huis, op hetzelfde niveau, vormen gesloten tuinen een
schitterend plantenbastion. Ze zijn afgeschermd door taxushagen die na vijftig jaar een dikke
muur vormen. Langs de paden die van daaruit in de tuin leiden bewonderen we niet alleen
de collectie oude rozen, verschillende bloemenborders in uitgebalanceerde
kleurencombinaties en indrukwekkende topiaries, maar voor alles de perfecte harmonie met
het prachtige polderlandschap. Gids Frans geeft op zijn eigen humoristische wijze uitleg over
de tuin, zijn historie en de eeuwenoude relatie van het kasteel met Brugge. Bijvoorbeeld dat
de jonge zwanen, geboren op het landgoed, na een jaar aan de stad Brugge worden
geschonken. Steeds als het onderwerp gaat over “de bloemetjes en de bijtjes” (de oudere
lezer begrijpt wel wat schrijver dezes bedoelt) zien we ondeugende pretlichtjes in zijn ogen.
Na de uitvoerige rondleiding lopen we (Frans gaat op zijn fiets, vanwege zijn lichamelijke
ongemakken) terug naar Oostkerke, waar Frans ons trakteert op een bezoek aan de kerk. Hij
meldt dat hij niet alleen gids is in de kasteeltuin, maar ook kinderverhalen schrijft en
duizenden oude foto’s probeert te ordenen en zo voor het nageslacht te ontsluiten. Als oudschoolmeester was hij buiten uitstekend te verstaan, maar in de kerk is dat minder vanwege
de enorme galm. Wel komt het liedje dat hij voor ons zingt daardoor erg goed tot zijn recht.
Hij begeleidt ons naar het gezellige dorpscafé “In de Knotwilg”, waar we ons vochtverlies een
beetje kunnen aanvullen.
Nadat we afscheid nemen van Frans, rijden we naar Oedelem waar de de tuin van Chris
Ghyselen bezoeken. Het is erg warm en broeierig, maar gelukkig blijft het onweer uit.
Chris Ghyselen is tuinarchitect. Woensdagmorgen zullen we nog een tuin bezoeken die hij
heeft ontworpen. Zijn tuin is in twee fasen ontstaan. Een eerste deel is de tuin rondom het
woonhuis. De voortuin bestaat uit twee tuinkamers: een vijver- en een bordertuin. Deze
worden gescheiden door een laantje met buxusvormen. Vanuit de achtertuin is er een groots
zicht over de kleurrijke, lange border naar de grassentuin en de weiden met achterliggend
bos. Sterk golvende hagen flankeren deze border. De grassentuin met zwemvijver past hier
perfect in het landschap. Een bloemenweide met 'ha-ha' vormt het sluitstuk van de tuin zelf.
In de bus heeft Thérèse ons al uitgelegd wat een “ha-ha” is: een speciaal ontworpen laagte
achter in een park waardoor er ogenschijnlijk veel meer diepte ontstaat richting het
achterliggende landschap. Onder de boomkruinen van de dreef, die tevens de toegang vormt
tot de tuin, staan heel wat bijzondere schaduwplanten. Een beekje met watervalletjes vormt
de verbinding tussen zwemvijver en formele vijver in de voortuin. Tussen de beektuin en de
lage border tuin is het praktische gedeelte: een rustieke serre, moestuin, kwekerijtje en
proeftuin met een Persicaria- en Brunnera collectie. Een heerlijke plek om de thee te
gebruiken. We zijn onder andere onder de indruk van de wel vier meter hoge hagen van
taxus en moeten er met name met dit drukkende weer niet aan denken om deze te moeten
knippen.
Woensdag 29 juni
We moeten wisselen van tenue: was het de eerste dagen drukkend warm, vandaag is het
uitgesproken fris. Dat valt ons vooral op als we kennis maken met mevrouw Christiaan, van
de tuin Topiary in Zedelgem. Ze uiterst charmant, maar ook erg luchtig gekleed. Enkele
deelnemers fluisteren “ik krijg het al koud als ik naar haar kijk”. Haar Engels-geïnspireerde
tuin ligt in de kern van het dorp Zedelgem en is in 1991 ontworpen door tuinarchitect Chris
Ghyselen. De structuur wordt weergegeven door strak gesnoeide hagen in haagbeuk, Taxus
en leilinden. Met hagen van Taxus zijn tuinkamers gevormd, waarbinnen paadjes lopen,
afgeboord met Buxushaagjes die een mooie ruimte scheppen voor de bijzondere vaste
planten, bolgewassen en bodembedekkers, die het hele jaar door voor een uitbundige
bloemenrijkdom zorgen. Ook vinden we hier een prachtige verzameling rozen. In het
Engelse gazon ligt een formele vijver en er is een dambordpatroon van 99 Buxus- en
Taxusvakken aangelegd. Aan de linkerzijde moeten de blokken van het dambord nog
geknipt worden, aan de rechterzijde zijn ze met ongelofelijke precisie getrimd. Volgens
deskundigen in ons midden moet daar laserapparatuur aan te pas gekomen zijn. Ook zijn we
onder de indruk van de enorm hoge muur van Hedera, als afscheiding met de buren. Het is
een mooi gezicht om de elegant geklede mevrouw Christiaan in een ton met modder een
waterlelie te zien scheuren. Haar koffie is heerlijk.
Op naar Snellegem, waar we op het landgoed Loverlij Mevrouw Lies Vandenberghe
ontmoeten. Met haar man had ze een slagersbedrijf, waar ze gingen voor de kwaliteit van
het vlees. Op Loverlij fokten ze hormoonvrij-vlees. Tenminste dat dachten ze, totdat een exmedewerker van het bedrijf waar ze hun veevoer kochten, aan hun bekende dat hij al die
jaren door zijn baas verplicht was om DES (een hormoon!) door het veevoer te mengen.
Weg droom ! Nadat haar man was overleden stortte ze zich volledig op het tuinieren. De
droomtuin van Loverlij is nu meer dan 2 hectare groot en is onderverdeeld in éénenveertig
tuinkamers. Maar liefst 950 variëteiten rozen zijn hier nu te bewonderen gecombineerd met
een rijk assortiment vaste planten. Elk jaar creëert ze één of meer nieuwe tuinkamers. “Een
gezellige tuin” zo vat Thérèse het samen. Vermoedelijk zullen weinig medereizigers gebruik
gaan maken van haar B&B, want het lawaai van de nabijgelegen snelweg bederft veel van
de sfeer.
Volgens het reisschema zouden we nu eerst een paar uur in Brugge doorbrengen en dan de
laatste tuin van de dag bezoeken, maar vanuit de deelnemers komt het voorstel om het
programma om te draaien. Thérèse belt op of dat uitkomt en voorwaar: we stellen de lunch
uit en gaan door naar Oostkamp waar we de tuin van de heer Maurice Vergote bezoeken.
We worden ontvangen met koffie en zelfgebakken mueslikoek. Die gaat er wel in, want we
zijn wel toe aan versterking van de inwendige mens, mede door de uitgestelde lunch.
Onderaan dit verslag treft u het recept voor de mueslikoek aan. Maurice blijkt een
alleraardigste man te zijn, die uitgebreid de tijd neemt om op onze vele vragen in te gaan. Hij
heeft een landschapstuin gecreëerd met nadruk op vaste plantenborders: eupatorium,
astrantia, aster, amellus, boehmeria. De aanleg van de tuin begon in 2004 en is ondertussen
uitgegroeid tot een ongekende bloemenweelde. Er zijn meer dan honderd oude heesterrozen
te bewonderen o.a. rosa alba en rosa gallica en een uitgebreide verzameling agapanthus.
Een aantal deelnemers brengt een bezoek aan de naastgelegen vasteplantenkwekerij.
Na Maurice gaan we dan naar Brugge. We kennen de stad al een beetje van de eerste twee
avonden, maar deze middag kunnen we dingen doen die ’s avonds niet mogelijk zijn: een
tocht met een bootje over het vele water dat Brugge rijk is, een museum bezoeken, de stilte
van het begijnhof proeven of heel aards: proeven van de heerlijke bonbons waar de stad zo
beroemd om is.
Donderdag 30 juni
Het is alweer de laatste dag van onze vierdaagse. We maken een flinke reis naar het zuiden,
en wel naar Otegem, dat iets oostelijk van Kortrijk blijkt te liggen, dicht bij de Franse grens.
Daar bezoeken wij De Egelantier. De tuin van de Egelantier ligt rondom een vroegere
weverij en bijhorend herenhuis en is in 1991 gekocht door tuin- en landschapsontwerper Jos
Pannecoucke en meesterbloembindster Ann Desmet. De tuin bestaat uit drie afgescheiden
delen, elk met een duidelijke structuur. In de binnentuin is deze structuur het strakst met een
rechtlijnige waterpartij en met hagen van buxus, taxus en haagbeuk op stam. In de
bezoekerstuin is er een grote natuurlijke waterpartij, slingerende paden, hellende vlakken en
trappen. In de natuurtuin domineren grashellingen en hoogstamappelaars. In een voormalige
weverij is de winkel van Ann Desmet gevestigd. Volgens de planning zou zij vanochtend
speciaal voor ons een demonstratie bloemsierkunst geven, maar helaas is er sprake van een
verkeerde afspraak. De uitleg over het ontstaan van de tuin door haar man, Jos
Pannecoucke maakt veel goed. Hij heeft voortgeborduurd op de natuurlijke hoogteverschillen
in de tuin en deze sterk uitvergroot. Velen van ons vinden het bijzonder dat hij niet houdt van
roodbladige bomen: die “maken zo’n gat in een beplanting”. Wel heeft hij prachtige
doorkijkjes naar het omringende langschap gecreëerd. De koffie smaakt heerlijk.
We vertrekken naar alweer de laatste tuin van de reis: De Hoge Roker in Vinderhoute.
Vinderhoute ligt ten noordwesten van Gent, dus we maken al een mooie slag richting
Nederland.
Mevrouw Ann de Witte is opgeleid als binnenhuisarchitecte en bloemschikster. Dit is te
herkennen in haar “Cottage” tuin van meer dan drieduizend m2. De tuin is een oude
boomgaard met veel notenbomen. In het voorjaar zijn er talloze bloembollen te zien. Sinds
1989 is de oude boomgaard aangepast en zien we hier uitbundige borders met mooi
geknipte buxusbollen. Deze bollen vertonen veel schade van de zware sneeuwval van de
winter. Gezien haar leeftijd streeft ze ernaar om de tuin onderhoudsarmer te maken,
bijvoorbeeld door het aantal rozen te beperken. Net daarvoor had Thérèse ons in de bus al
ingewijd in de technieken van het “senioriseren” van een tuin, bijvoorbeeld door, op een
aangepast moment de hagen te knippen, zodat met slechts één keer per jaar knippen kan
worden volstaan. Er staat een heerlijke lunch voor ons klaar.
Voor we weer in Oosterhout stoppen voor de koffie en afscheid moeten nemen van Thérèse,
bedanken we haar voor haar enthousiaste uitleg, haar grote betrokkenheid en haar literaire
bijdragen. Omdat de groep nu nog compleet is, bedanken we ook chauffeur Wim Snel alvast
voor het veilige gevoel dat hij ons gaf, zijn hoffelijkheid en zijn vrolijkheid.
We besluiten de reis met een driegangendiner in Achterveld, in de omgeving van Amersfoort.
Daar staat Frans zijn Philomeen alweer op te wachten. Het restaurant is zo flexibel dat ook
hij mee kan eten.
We kunnen terugkijken op een prachtige week, met heel veel leuke contacten tussen de
deelnemers en prachtige, afwisselende tuinen. Voor herhaling vatbaar !
Peter van ‘t Rood
Ruinerwold
Een plezierig aspect van deze tuinenreis is dat ik na het knippen van onze heggen nooit
meer hoef op te ruimen. Gewoon een kwestie van “opkuisen”. Dat klinkt toch heel anders!
Recept van de mueslikoek van Maurice:
Ingrediënten: ·200 gram zelfrijzend bakmeel
200 gram havermoutvlokken
200 gram donkerbruine basterdsuiker
200 gram boter
1 ei
Dit alles in een kom mengen. Uitrollen op een bakplaat, op bakpapier. Uitgerold moet het
deeg ongeveer 1 cm dik zijn. Gedurende 25 minuten bakken in een oven op 1800.
Een eigen variatie van Ellie op dit recept: Ongeveer 150 gram grof gehakte walnoten of
gemengde noten door het deeg mengen.

Vergelijkbare documenten