GLORIEUZE INTOCHT VAN DE GEALLIEERDEN.

Commentaren

Transcriptie

GLORIEUZE INTOCHT VAN DE GEALLIEERDEN.
GLORIEUZE INTOCHT VAN DE GEALLIEERDEN.
Na de bevrijding van Balkbrug waren Bonvanie en zijn KP’ers naar de Wijk gedirigeerd. Alhoewel het dorp zich al enkele dagen gedroeg alsof het bevrijd was, bestond er - vooral 's nachts,
wanneer de Canadezen weer verdwenen waren - een gerede kans, dat vanuit Meppel een
aanval zou worden ingezet. In deze uren was de verdediging van De Wijk geheel in handen
van de daar samengestroomde verzetsmensen. Aan Bonvanie c.s. werd in de nacht van 11
op 12 april een stelling toegewezen bij de Dickningerpoort, die toen nog aan de reguliere weg
tussen Meppel en De Wijk lag. In de namiddag van 12 april waren de wagens van Royal Canadian Dragoons te vinden aan de Hoogeveensche Vaart bij Meppel. Het inmiddels gebruikelijke vuurwerk brandde opnieuw los. Tussen de Rumptigerbrug en het ziekenhuis werd een
Canadese luitenant dodelijk in het hoofd getroffen. Overigens hadden in het kamp van onze
oosterburen in voorgaande dagen ook al enkelen hun zinloze tegenstand met de dood moeten bekopen. Onder hen een Nederlandse Hauptmann van de Grünen en enkele niet in dit
soort werk getrainde landwachters. In het de dag ervoor bevrijde Ruinen werd de rest van
het 'foute' volk opgepakt en opgeborgen in het café van de eveneens nazi-gezinde uitbater
Bisschop.
Steenwijk
Inmiddels staken de Canadezen bij Dieverbrug via de 'vers' geslagen noodbrug de Smildervaart over en kort hierna behoorde Diever tot bevrijd gebied. Spoedig daarna waren de bevrijders in Vledder en zo rond tien uur kwam in Steenwijk het verwachtingsvolle nieuws binnen, dat de Canadezen zich in Frederiksoord hadden laten zien. Paniekerig gedoe bij het Herrenvolk in Steenwijk volgde. Er werd druk met voertuigen gereden en mitrailleurs werden
opgesteld. In bedrijven waar nog gewerkt werd, maakte het personeel dat het thuis kwam.
Rond het middaguur werden de Canadezen op de Eesveenseweg met mitrailleurvuur begroet. De aanvallers schoten uiteraard terug en vanaf het landgoed De Bult werden tevens
nog granaten op de toren van de Grote Kerk afgeschoten. Vijf waren raak. Vanuit deze hoge
commandopost, zo meenden de aanvallers, zou eveneens op hen gevuurd zijn. Na deze eerste kennismaking verdwenen de wagens in de richting van waaruit ze gekomen waren. Het
zal omstreeks zes uur geweest zijn, dat de stad opnieuw werd genaderd, nu via de Kallenkoterallee. Nog maar een handjevol bezetters verbleef op dat moment in Steenwijk en gaf
zich, waarschijnlijk oorlogsmoe en gedesillusioneerd, over. In de namiddag waren op diverse
plaatsen al aanplakbiljetten opgehangen met het advies bij de komst van de Canadezen niet
meteen alle feestregisters open te trekken. Een eventueel terugkerende Duitse strijdmacht
zou, zoals elders gebeurd was, een afschuwelijk bloedbad kunnen aanrichten. Wel werden
op voorhand alvast enkele prominente Mussert-mannen in hechtenis genomen. Achter het
gaas gingen onder andere de waarnemend burgemeester Lang, de dank zij de bezetters 'omhoog gevallen' politieman Dijkert en de lokale NSB-baas Pit. De rest van het landverraderlijke
volk ging de volgende dag, toen de bevrijders in Steenwijk de zaak geconsolideerd hadden,
in gevangenschap. De bevrijdingsfeesten konden beginnen.
1
Spanning ten top
Ondertussen was in Ruinerwold de spanning ten top gestegen. In tegenstelling tot vorige
dagen was er geen Canadees te bespeuren geweest, evenmin trouwens als nog rondschuimende bezetters. Niettemin wordt 12 april in Ruinerwold nog steeds beschouwd als de dag
van de bevrijding. Aan de Ruinerwoldse kant van Meppel dreigde in de avonduren nog een
bloedbad te zullen ontstaan. Duitse en Nederlandse Grüne Polizisten in hun stellingen bij de
Wold Aa bij Tweeloo, hadden zich, nu hun vijand steeds meer naderbij kwam, een flinke portie moed ingedronken. Dit werd een groepje achter de huizen van de Piet Heinstraat vrolijk
koutende buurlieden bijna fataal. In hun stellingen konden de Grünen dit waarnemen en volgens hun ietwat benevelde breinen hadden ze vanuit die richting schoten gehoord. Behangen
met hun wapens en vergezeld van hun herdershonden zou 'even' schoon schip gemaakt worden. De vermeende terroristen waren reeds voor een fusillade reeds op een rij gezet toen
een van de vrouwelijke echtelieden in een hysterisch gegil losbarstte. Het werkte duidelijk
ontnuchterend. Het gevreesde politievolk keerde althans terug naar de stellingen, wellicht
om zich nog meer moed in te drinken! 13 April zou de vrijheid brengen voor weer tal van
gemeenten. Nog in de late uren van de dag ervoor waren zwaar bewapende SS-ers vanuit
Meppel in de richting van De Wijk getrokken, onderweg de aanwonenden verbaal bedreigend met niet mis te verstane sancties. Bij de Dickningerpoort waren KP’ers van Bonvanie
verwittigd van hun komst. Ze hielden zich gereed om de 'heren' passend te ontvangen. Echter
bij de Havixhorst gekomen maakten ze wijselijk rechtsomkeert.
Geen nut
Terug in Meppel hebben ze waarschijnlijk direct hun spullen kunnen pakken. De bevelvoerders zagen duidelijk in dat verdere tegenstand geen enkel nut meer had. Met achterlating
van enkele gewonden werd, via Hesselingen en Baarlo, teruggetrokken op Zwartsluis. Het
was een schamele optocht van bijeen geraapte voertuigen, gevorderde paard en wagens en
fietsen. Wel totaal iets anders dan op 10 mei 1940! Voor het vertrek werd de telefooncentrale achter het postkantoor opgeblazen en werden SD-gevangenen- deze keer zonder een
haar gekrenkt te worden- op vrije voeten gesteld. Al in de nachtelijke uren was het in De Wijk
bekend geworden wat er in Meppel gaande was. De in het dorp aanwezige districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten wist na nogal wat gezoek, contact te krijgen met
een Canadese bevelvoerder in de Bloemberg. Wederzijds werd de nodige informatie uitgewisseld. De Meppeler knokploeg werd vervolgens van instructies voorzien en stond met enkele auto's omstreeks kwart voor tien bij de hoge versperring aan de Hoogeveensche Vaart.
De auto's lieten ze staan. Lopend trokken ze naar de binnenstad, steeds (tevergeefs) trachtend- door in de lucht te schieten- de bevolking binnenshuis te krijgen. Deze had zich voor
het eerst sinds 10 mei 1940 niet meer van de jankende sirenes aangetrokken en wilde niets
van het aanstaande historische schouwspel, dat bevrijding heette, missen. De BS’ers daarentegen waren bang, dat er vijandelijke sluipschutters, met kwalijke bedoelingen, in de stad
achtergebleven waren. Het politiebureau en het gemeentehuis werden door de 'ondergrondsen' bezet. De illegaliteit werd hiermee op slag het legale gezag op dat moment.
2
Brencarriers
Een kwartier na de verzetsmensen arriveerden de brencarriers van het Toronto Scottisch Regiment, onder bevel van kapitein Bryan Upjohn, in de stad. Voor de inwoners van toen een
onvergetelijke, blijde en emotionele gebeurtenis. In de dorpen rond Meppel was al snel bekend geworden, dat de stad onder het 'moffenjuk' vandaan was en derhalve beschouwden
Nijeveen en Wanneperveen zich eveneens bevrijd territoir. Havelte en Uffelte werden eveneens door hetzelfde regiment bevrijd. Het desbetreffende peloton voerde in de gemeente
uitgebreide patrouilletochten uit en maakte hierbij talrijke, ietwat confuus ronddolende Duitsers krijgsgevangen. Blijkens een gevechtsverslag van het Toronto Scottisch Regiment opereerden de carriers van het regiment op deze dag ver van elkaar. We komen hierin plaatsen
tegen als Assen, Vries en Paterswolde, maar ook Nieuwleusen, Vilsteren en Den Hulst. Ten
aanzien van drie laatstgenoemde plaatsen wordt vermeld: 'De C-compagnie verlaat in konvooi het hoofdkwartier richting Nieuwleusen. Het 9e peloton slaat af nar Vilsteren, het 10e
naar Nieuwleusen en het 8e naar Den Hulst. Het moet de commandant van het 10 peloton
geweest zijn die 's avonds omstreeks zes uur Nieuwleusen tot bevrijd gebied verklaarde. De
klok van de Nederlands hervormde kerk werd hierna geluid en de samengestroomde bevolking was, dolzinnig van vreugde, getuige van het officiële hijsen van het rood, wit en blauw
op het gemeentehuis.
Geen feestvreugde
Voor Staphorst geen feestvreugde deze dag. Na haar taak nabij De Wijk volbracht te hebben,
moest de groep van Bonvanie, nabij hotel Waanders in Staphorst, het kruispunt stevig in
handen zien te houden voor de 3e Canadese Divisie, die de volgende dag vanaf Zwolle verwacht mocht worden. In de middaguren zagen de mannen, in een in de haast opgeworpen
versterking, vanuit de richting van Rouveen enkele voertuigen naderen. Voorzien van oranje
doeken en de geallieerde ster haast onmiskenbaar 'goed volk'. De KP’ers lieten de wagens
derhalve ongestoord naderbij komen en merkten te laat dat het de vijand was. Van dichtbij
werd op elkaar geschoten en toen de Duitsers hier hun laatste wanhoopsdaad voltooid hadden, waren niet minder dan zeventien boerderijen en gebouwen een prooi der vlammen geworden. Naast een dode en enkele gewonden werden nog vijf gijzelaars meegevoerd. Pas
een dag erna namen de bevrijders definitief bezit van het dorp. Wel een grote opluchting
daarentegen in Giethoorn, dat zich bevrijd achtte op deze gedenkwaardige vrijdag- de dertiende nog wel. In de nacht van 13 op 14 april werd een begin gemaakt met de bevrijding van
Zwolle door het Régiment de la Chaudière van de 3e Canadese Divisie. De hoofdmacht zou
op 14 april, via Staphorst, Meppel en Steenwijk doorstoten naar Friesland. Ter bescherming
van de linkerflank reden opnieuw verkenningswagens door dit gebied, om eventueel nog tegensputterende Duitsers uit te schakelen. Hiervoor waren de gepantserde voertuigen van
het 17th Canadian Reconnaissance Regiment (17th Duke of York's Royal Canadian Hussars)
aangewezen, die bij het eerste ochtendgloren al op pad gegaan waren. En afdeling werd uitgezonden om de weg naar Hasselt te verkennen. Zij kon het stadje bevrijden zonder een
schot te lossen. Het waren deze verkenners die zich op een gegeven moment aan de overzijde van het Zwartewater op de Boerdijk vertoonden. Hier was men de vorige dag, met veel
genoegen, getuige geweest van de weinig glorieuze aftocht van het Meppeler garnizoen. Een
3
delegatie van het lokale verzet had de dag ervoor al contact gehad met officieren van de 2e
Canadese Divisie in de omgeving van Meppel. Er werd op aangedrongen op een spoedige
bevrijding van Zwartsluis omdat het niet denkbeeldig was, dat de vijand de bruggen en sluizen zou gaan opblazen. Het verzoek kon niet terstond gehonoreerd worden, maar had wel
als resultaat, dat de in de vroege uren van 14 april een achtergebleven Sprengcommando
twee schepen in en een grote schelpenzuiger voor de Kolksluis tot zinken bracht. De nabij
gelegen brug bij het Bosch en de Nieuwe Sluis ging dezelfde weg. Nadat de laatste Duitser
verdwenen was, achtte men zich bevrijd. Echter vooreerst nog zonder uitbundig feestvertoon. Pas de volgende dag, toen de Canadezen vanuit Hasselt- over een noodbrug over het
Meppelerdiep de plaats binnenreden, brandden de festiviteiten los.
Klederdracht
Hiervoor memoreerden we reeds, dat Staphorst op deze zaterdag definitief bevrijd werd. De
3e Divisie trok toen in haar geheel door het dorp. In het regimentsboek van de Stormont,
Dundas and Glengarry Highlanders-infanteristen, gezeten boven op de tanks, is het volgende
citaat te vinden: 'Het platteland geeft hier weinig tekenen van oorlogsvoering te zien, afgezien van een paar afgebrande gebouwen. Zuidelijk van Meppel keken we vreemd op bij het
zien van groepen vrouwen en meisjes die in klederdracht liepen. Zij en de mannen, gekleed
in blauwe broeken en jasjes, vertegenwoordigden hetgeen onze schoolboekjes ons meenden
te moeten leren over hoe iedereen in Nederland er bij liep en zoals we verwacht hadden het
overal te zullen aantreffen. Niettemin kwam een schouwspel als dit op ons, onmiddellijk na
de geleverde strijd, als enigermate niet passend en anachronistisch over. Ze zagen er uit als
groepen uit Hollywood, figuranten die aan het uitrusten waren van een film die zich afspeelde in vroeger tijden'. De Canadese bevrijdingsacties in onze contreien vinden een eind
op 15 april. In het regimentsboek van de 17th Duke of York's Royal Canadian Hussars vonden
we nog het volgende: 'Het A-eskadron zond een afdeling uit om poolshoogte te nemen in
Genemuiden. Deze plaats werd vijandenvrij bevonden en de afdeling bezette het dorp....'
Vollenhove zag op deze zondag eveneens gevechtsvoertuigen de stad binnenrijden en was
hiermee bevrijd. Voor de komst van de Canadezen had het verzet de NSB’ers en aanverwante
lieden reeds in de kraag gevat en opgesloten.
Citaten
We willen dit artikel besluiten met een tweetal veelzeggende citaten. Een van de dagen voor
15 april kwam de dagboekschrijver op het hoofdkwartier van de 9e Brigade, die door Meppel
en Steenwijk oprukte naar Friesland: 'De ontvangst die we thans krijgen is grootser dan die
we tot nu toe in Nederland gewend geweest zijn. Overal waar we verschijnen hangt het vol
met oranje vlaggen, spandoeken en opschriften. In enkele gevallen is de bevolking zo verlangend ons te begroeten, dat het onmogelijk is er met de voertuigen door te komen'.
Van een heel andere teneur is de tekst in een artikel, enkele dagen later, in het lijfblad 'Volk
en Vaderland' - in een nooduitgave verschenen in het nog bezette deel van ons land - van de
Mussert-aanhang: 'Bergt u, daar komt de bevrijder, die u opnieuw in de ketenen van het
kapitalisme zal slaan, of u ten prooi zal doen vallen aan de chaos van het Aziatisch bolsjewisme. In vertrouwen en eerbied schouwen wij in dit ernstige uur naar de Führer, die met
4
zijn sterke handen dit noodlot alsnog van het Avondland poogt af te wenden. God sta hem
bij'. De Führer en zijn regime zouden echter definitief het onderspit delven.
Bron: Meppeler Courant woensdag 29 april 1992.
5

Vergelijkbare documenten