Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Commentaren

Transcriptie

Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Protocol Huiselijk Geweld en
Kindermishandeling
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
1
Voorwoord
Sinds de eerste activiteiten vanuit het ziekenhuis in 2005 om te komen tot een protocol voor het
signaleren van kindermishandeling en huiselijk geweld zijn er vele ontwikkelingen geweest binnen
de politiek, de wetgeving, de regionale samenwerking en binnen het ziekenhuis zelf. Daarom ligt
nu voor u het herschreven protocol. Het protocol blijkt in de praktijk te functioneren als een
groeidocument. Regelmatig worden onderdelen aangepast vanwege gewijzigde procedures of
nieuwe regelgeving.
Voor de inhoud is door verschillende leden van de werkgroep geput uit diverse bronnen. Vaak
worden die bronnen vermeld. Zoals de Wet Verplichte Meldcode.
De allereerste bron die ooit benut kon worden was het toenmalige protocol kindermishandeling
van het Flevoziekenhuis. Inmiddels is uit al die verschillende bronnen dit document gegroeid.
Van begin af aan heeft het signaleren van huiselijk geweld bij volwassenen en ouderen deel
uitgemaakt van ons protocol. Daarmee hebben we enkele jaren voorop gelopen. Sinds juli 2013 is
de signalering van huiselijk geweld bij volwassenen en ouderen van instellingen zoals een
ziekenhuis verplicht gesteld in het kader van de Wet Verplichte Meldcode. In 2011 tekende het
ziekenhuis een provinciaal convenant dat gesloten werd vooruitlopend op het in werking treden
van de Wet Verplichte Meldcode.
Voor de signalering kindermishandeling bestaan er al langer wettelijke kaders. Zo is volgens de
definitie in de Wet op de jeugdzorg die sinds 1 januari 2005 van kracht is kindermishandeling als
volgt gedefinieerd: “Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie
van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie
de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief
opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de
minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”.
Dit protocol is een leidraad voor medewerkers die bij hun werk te maken krijgen met huiselijk
geweld bij kinderen, volwassenen of ouderen. Het is bedoeld voor alle afdelingen, poliklinieken en
de Spoed Eisende Hulp (SEH). Het protocol is ondergebracht in MAVIM, het ziekenhuis systeem
dat bedoeld is voor dergelijke informatie.
Deel 1 bevat alle stroomdiagrammen plus een stroomdiagram om te bepalen welk diagram van
toepassing is. Daarnaast bevat deel 1 een lijst van belangrijke telefoonnummers.
Deel 2 bevat inhoudelijke informatie en achtergrond informatie. Tevens bevat dit deel ook
informatie over bijvoorbeeld medische regelgeving.
Deel 3 geeft een overzicht van de cijfers die bekend zijn over huiselijk geweld.
Mocht u nog ideeën hebben over verbeteringen van dit instrument, dan horen wij dat graag.
Werkgroep Huiselijk Geweld kinderen, volwassenen, ouderen:
o
Jolanda Winters-Vierhuizen
medisch maatschappelijk werker
Tevens aandachtsfunctionaris huiselijk geweld volwassenen/ouderen.
o
Ingrid van der Drift
orthopedagoog generalist NVO
Tevens aandachtsfunctionaris huiselijk geweld kinderen.
o
o
o
o
o
o
Annelies Walrave
Anja Eijbersen
Lia Verheul-Schouten
Maria Nijland
Vivian Leijen
Esther Hiemstra
kinderarts
clusterhoofd Vrouw/Kind cluster
hoofd SEH
orthopedisch chirurg
verpleegkundige SEH
SEH-arts
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
2
Afbeelding voorzijde is gemaakt door kunstenares Celine Schweizer, www.celineschweizer.nl en wordt met toestemming
gebruikt.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
3
Inhoudsopgave:
DEEL 1 STROOMDIAGRAMMEN EN LIJST TEL NR EN SITES
STROOMDIAGRAMMEN
 Keuzehandleiding stroomdiagrammen huiselijk geweld kinderen, volwassenen en ouderen
 Stroomdiagram 1: Signaleren huiselijk geweld kinderen ALGEMEEN
 Stroomdiagram 2: Signaleren huiselijk geweld volwassenen, ouderen ALGEMEEN
 Stroomdiagram 3 : Signaleren huiselijk geweld kinderen SEH
 Stroomdiagram 4 : Signaleren huiselijk geweld volwassenen, ouderen SEH
 Stroomdiagram 5 : Preventie en signalering HG&KM (ongeboren) kinderen en
volwassenen GYNAECOLOGIE / VERLOSKUNDE
 Stroomdiagram 6 : Kindcheck
LIJST MET BELANGRIJKE TELEFOONNUMMERS/WEBSITES
DEEL 2 ACHTERGRONDEN VOLWASSENEN, OUDEREN, KINDEREN
ACHTERGRONDEN VOLWASSENEN EN OUDEREN
1.1 Definitie volwassenen en huiselijk geweld
1.2 Vormen van huiselijk geweld
1.3 Signalen van huiselijk geweld bij volwassenen
1.4 Definitie ouderenmishandeling
1.5 Vormen van ouderenmishandeling
1.6 Signalen van ouderenmishandeling
1.7 Juridische aspecten huiselijk geweld volwassenen en ouderen
ACHTERGRONDEN KINDEREN
2.1 Huiselijk geweld tegen kinderen; kindermishandeling
2.2 Kindermishandeling, verschijningsvormen
2.3 Signalen en symptomen
2.4 Diagnostiek algemeen
2.5 Werkwijzer Top Teen onderzoek
2.6 (Verdenking) Seksueel misbruik
2.7 Medische Verslaglegging
2.8 Gespreksvoering
2.9 Advies vragen over en melden van vermoeden kindermishandeling
2.10 De Raad van de Kinderbescherming
2.11 De Politie, afdeling jeugd en zedenzaken
2.12 Medisch juridische aspecten van kindermishandeling
2.13 Relevante literatuur/bronnen
2.14 Toelichting Kindcheck (voorheen Verkorte Melding)
DEEL 3 CIJFERS
CIJFERS
Huiselijk geweld: aard en omvang, gevolgen, hulpverlening en aanpak; Movisie mei 2011
1. Aard en omvang
2. Gevolgen
3. Hulpverlening
4. Aanpak
LITERATUUR
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
4
DEEL 1 Stroomdiagrammen
Titel protocol NZGH
Discipline
Keuzehandleiding stroomdiagrammen
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Alle professionals
Doel/doelstelling
Komen tot de keuze voor het juiste stroomdiagram Huiselijk Geweld en/of
Kindermishandeling.
Achtergrondinformatie
Door het juiste stroomdiagram te kiezen, kan zo efficiënt mogelijk gewerkt worden.
Bevoegd tot het uitvoeren van de handeling
De arts draagt eindverantwoordelijkheid voor het proces van signaleren van huiselijk
geweld.
Benodigdheden
De stroomdiagrammen ondersteunen het proces van signaleren en komen voort uit
gemaakte afspraken.
Werkwijze
STROOMDIAGRAM 1
Signaleren huiselijk geweld kinderen ALGEMEEN
De patiënt is jonger dan 18 jaar. Het stroomdiagram geldt voor alle poliklinieken en
afdelingen met uitzondering van de SEH en gynaecologie.
STROOMDIAGRAM 2
Signaleren huiselijk geweld volwassenen, ouderen ALGEMEEN
De patiënt is 18 jaar of ouder. Het stroomdiagram geldt voor alle poliklinieken en
afdelingen met uitzondering van de SEH en gynaecologie.
STROOMDIAGRAM 3
Signaleren huiselijk geweld kinderen SEH
De patiënt is jonger dan 18 jaar en aanwezig op de SEH.
STROOMDIAGRAM 4
Signaleren huiselijk geweld volwassenen, ouderen SEH
De patiënt is 18 jaar of ouder en aanwezig op de SEH.
STROOMDIAGRAM 5
Preventie en Signalering HG&KM (ongeboren)kinderen en volwassenen,
GYNAECOLOGIE/VERLOSKUNDE
De patiënt of het ongeboren kind wordt begeleid door de gynaecoloog/verloskundige van
het ziekenhuis.
STROOMDIAGRAM 6
Signaleren kindermishandeling via de ouder/verzorger; Kindcheck
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
5
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode.
Naam document
Status document/geldig tot
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Keuzehandleiding stroomdiagrammen
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
1-1-2015
Naam
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
6
Titel procedure
Stroomdiagram 1:
Signaleren kindermishandeling ALGEMEEN
Doel/doelstelling
Bij verdenking kindermishandeling weten welke stappen gemaakt moeten worden.
Achtergrondinformatie
Signaleren van kindermishandeling is lastig. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit
mishandeling niet uit.
Met behulp van het stroomdiagram weet elke arts welke stappen er gemaakt moeten
worden.
Werkwijze
Minderjarige patiënt <18 jaar
Screening aanwezigheid risicofactoren
|
|______geen: voortzetten reguliere medische zorg
|
|______onbegrepen en onverklaarbaar letsel en/of signalen van medische, lichamelijke,
|
emotionele verwaarlozing(§2.3 en §2.4) :
|
Arts bespreekt signalen met patiënt/ouders:
|
Bij alsnog passende, niet verontrustende verklaring letsel/verwaarlozing:
|
voortzetten reguliere zorg.
|
Bij ontbreken passende, geruststellende verklaring vervolg
|
A (acute zorg) of B (geen acute zorg)
|
|
|
A-Bij acuut gevaar kind: opname ter bescherming of voor
|
nader onderzoek. Consulteer dienstdoende KA.
|
Bij opname: Hoofdbehandelaar bespreekt zorg met ouders.
|
Hoofdbehandelaar kan advies en hulp vragen aan
|
aandachtsfunctionaris huiselijk geweld kinderen 06-48139935
|
en/of collega. Consulatie AMK door arts 036-5484920 verplicht.
|
Bij weigering opname: Hoofdbehandelaar neemt contact op met AMK
|
voor melding, 036-5484920. Medisch specialist kan ook rechtstreeks bij
|
de Raad melden: 0320-286500
|
Vervolg tijdens opname:
|
A1-Ouders blijven bij niet passende verklaring en
|
zorg blijft: AMK melding
|
A2-Ouders komen met voor arts passende verklaring (geen
|
kindermishandeling) en accepteren indien geadviseerd hulp.
|
Hoofdbehandelaar verwijst door voor hulp via Medisch Maatschappelijk
|
Werk 06-48139931 of rechtstreeks naar andere hulpverlening.
|
A3-Ouders verklaren hun kind te hebben mishandeld. Altijd
|
AMK melding.
|
|
B-Er is geen acuut gevaar; er zijn signalen van medische, lichamelijke,
|
pedagogische, emotionele verwaarlozing (§2.3)
|
Arts bespreekt de signalen met ouders.
|
Arts kan advies en hulp vragen aan aandacht functionaris kinder|
mishandeling 06-48139935 en/of collega of dienstdoende KA.
|
Consultatie AMK door arts verplicht (AMK 036-5484920). Arts mag
|
aandacht functionaris vragen de consultatie AMK uit te voeren (§2.12.8)
|
Vervolg
|
B1-Ouders blijven met voor arts niet passende verklaring en
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
7
|
zorg blijft: sputovamomelding of AMK melding 036-5484920.
|
B2-Ouders komen met voor arts passende verklaring (geen
|
kindermishandeling) en accepteren indien geadviseerd hulp.
|
Hoofdbehandelaar verwijst door voor hulp via Medisch Maatschappelijk
|
Werk 06-48139931 of rechtstreeks.
|
Invullen sputovamo met advies om na te kunnen gaan of advies wordt
|
opgevolgd.
|
B3-Ouders verklaren hun kind te hebben mishandeld. Altijd
|
AMK melding. Heroverweeg veiligheid thuissituatie.
|
B4-Er blijft twijfel bestaan over de gegeven verklaring. Arts
|
meldt zorg bij aandacht functionaris kindermishandeling
|
via SPUTOVAMO en/of e-mail.
|
[email protected]
|
Arts meldt aan ouders dat er een zorgmelding wordt gedaan.
|
|
|
|IN ALLE GEVALLEN SIGNALERING/ZORG VERMELDEN IN BRIEF AAN DE HA/medische
rapportage (§2.8)
Naam document
Status document/geldig tot
Stroomdiagram 1:
Signaleren kindermishandeling ALGEMEEN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
8
Titel procedure
Stroomdiagram 2:
Signaleren huiselijk geweld volwassenen/ouderen
ALGEMEEN
Doel/doelstelling
Bij verdenking huiselijk geweld en/of kindermishandeling weten welke stappen gemaakt
moeten worden.
Achtergrondinformatie
Signaleren van huiselijk geweld is lastig. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit
mishandeling niet uit.
Met behulp van het stroomdiagram weet elke arts welke stappen er gemaakt moeten
worden.
Werkwijze
Screening aanwezigheid risicofactoren
|
|______geen: voortzetten reguliere medische zorg.
|
|______onbegrepen en/of onverklaarbaar letsel:
|
Arts bespreekt signalen met patiënt.
|
Bij alsnog passende verklaring voortzetting reguliere zorg.
|
Bij blijvende twijfel: uitspreken zorg en direct inschakelen
|
aandachtsfunctionaris huiselijk geweld volwassen: J. Winters
|
van het Medisch Maatschappelijk Werk, 06-48139931, spreek
|
voicemail in
|
|______patiënt geeft zelf huiselijk geweld aan:
|
Arts bespreekt dit met patiënt. Arts benoemt zorg en verwijst
|
direct door naar aandachtsfunctionaris huiselijk geweld volwassene:
|
J. Winters van het Medisch Maatschappelijk Werk 06-48139931
|
Doorverwijzing melden aan patiënt.
|
MMW start hulpverlening.
|
Arts vraag na of er kinderen zijn <18 jaar in het
|
gezin waar sprake is van HG. Indien ja: vervolg procedure kindcheck,
|
zie stroomdiagram 6
|
|______sterk ondermaatse zelfverzorging en/of overbelaste mantelzorg (M.n. bij
|
ouderen en/of chronisch zieken) :
|
Arts spreekt zorg uit over de situatie voor patiënt en/of
|
mantelzorgers en verwijst direct door naar aandachtsfunctionaris
|
huiselijk geweld volwassene: J. Winters van het
|
Medisch Maatschappelijk Werk,
|
06-48139931 spreek voicemail in.
|
|______verslavingsproblematiek en of psychiatrische problematiek:
|
Bij afwezigheid actuele zorg, verwijzing GGZ, psychiatrie
|
of Tactus.
|
Arts vraag na of er kinderen zijn <18 jaar in het
|
gezin waar sprake is van HG. Indien ja: vervolg procedure kindcheck,
|
zie stroomdiagram 6
|
|______patiënt heeft kinderen < 18 jaar (arts vraagt na) en doet TS of vertoont zeer
|
agressief gedrag of heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats of andere
|
kenmerken waardoor de arts grote zorgen heeft over veiligheid en welzijn
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
9
|
van de kinderen, vervolg procedure Kindcheck, zie stroomdiagram 6.
|
|______psycho-sociale zorg gewenst:
|
Verwijzing Medisch Maatschappelijk Werk.
|
|
|IN ALLE GEVALLEN SIGNALERING/ZORG VERMELDEN IN SEH FORMULIER EN BRIEF
AAN DE HA/medische rapportage (§2.7)
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode.
Naam document
Status document/geldig tot
Stroomdiagram 2:
Signaleren huiselijk geweld volwassenen/ouderen
ALGEMEEN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
10
Titel procedure
Stroomdiagram 3:
Signalering Kindermishandeling op SEH
Doel/doelstelling
Bij verdenking kindermishandeling weten welke stappen gemaakt moeten worden.
Achtergrondinformatie
Signaleren van kindermishandeling is lastig. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit
mishandeling niet uit.
Met behulp van het stroomdiagram weet elke arts welke stappen er gemaakt moeten
worden.
Werkwijze
Start normale anamnese en lichamelijk onderzoek kind.
Tot 12 jaar inclusief top-teen onderzoek (§2.5).
Screening aanwezigheid risicofactoren m.b.v. SPUTOVAMO plus top-teenonderzoek <12
jaar.
|
|______geen: voortzetten reguliere medische zorg
|
|______alcohol intoxicatie bij puber: overleg kinderarts (KA), vervolg
|
conform afspraken met Tactus/verslavingszorg. Zie: Mavim, Afd., Vrouw/Kind,
|
Kindergeneesk., Protocollen, Medisch, Alc. Intox.
|
|______onbegrepen en onverklaarbaar letsel en/of signalen van medische, lichamelijke,
|
emotionele verwaarlozing(§2.3 en §2.4):
|
Arts bespreekt signalen met patiënt/ouders:
|
Bij alsnog passende, niet verontrustende verklaring letsel/verwaarlozing:
|
voortzetten reguliere zorg.
|
Bij ontbreken passende, geruststellende verklaring vervolg
|
A (acute zorg) of B (geen acute zorg)
|
|
|
A-Bij acuut gevaar kind: opname ter bescherming of voor
|
nader onderzoek. Consulteer dienstdoende KA.
|
Bij opname: Hoofdbehandelaar bespreekt zorg met ouders.
|
Hoofdbehandelaar kan advies en hulp vragen aan
|
aandacht functionaris kindermishandeling 06-48139935
|
en/of collega. Consulatie AMK door arts 036-5484920 verplicht.
|
Bij weigering opname: Hoofdbehandelaar neemt contact op met AMK
|
voor melding, 036-5484920. Medisch specialist kan ook rechtstreeks bij
|
de Raad melden: 0320-286500
|
Vervolg tijdens opname:
|
A1-Ouders blijven bij niet passende verklaring en
|
zorg blijft: AMK melding
|
A2-Ouders komen met voor arts passende verklaring (geen
|
kindermishandeling) en accepteren indien geadviseerd hulp.
|
Hoofdbehandelaar verwijst door voor hulp via Medisch Maatschappelijk
|
Werk 06-48139931 of rechtstreeks naar andere hulpverlening.
|
A3-Ouders verklaren hun kind te hebben mishandeld. Altijd
|
AMK melding.
|
|
B-Er is geen acuut gevaar; er zijn signalen van medische, lichamelijke,
|
pedagogische, emotionele verwaarlozing (§2.3)
|
Arts bespreekt de signalen met ouders.
|
Arts kan advies en hulp vragen aan aandacht functionaris kinder-
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
11
|
mishandeling 06-48139935 en/of collega of dienstdoende KA.
|
Consultatie AMK door arts verplicht (AMK 036-5484920). Arts mag
|
aandacht functionaris vragen de consultatie AMK uit te voeren (§2.12.8)
|
Vervolg
|
B1-Ouders blijven met voor arts niet passende verklaring en
|
zorg blijft: sputovamomelding of AMK melding 036-5484920.
|
B2-Ouders komen met voor arts passende verklaring (geen
|
kindermishandeling) en accepteren indien geadviseerd hulp.
|
Hoofdbehandelaar verwijst door voor hulp via Medisch Maatschappelijk
|
Werk 06-48139931 ook invullen sputovamo met advies om na te kunnen
|
gaan of advies wordt opgevolgd.
|
B3-Ouders verklaren hun kind te hebben mishandeld. Altijd
|
AMK melding. Heroverweeg veiligheid thuissituatie.
|
B4-Er blijft twijfel bestaan over de gegeven verklaring. Arts
|
meldt zorg bij aandacht functionaris kindermishandeling
|
via SPUTOVAMO en/of e-mail.
|
[email protected]
|
Arts meldt aan ouders dat er een zorgmelding wordt gedaan.
|
|______signalen van seksueel misbruik(§2.6):
|
Arts bespreekt signalen van seksueel misbruik met patiënt en/of ouder(s).
|
Desgewenst consultatie collega of KA. Consulatie AMK door arts verplicht.
|
Bij ontkenning: consulatie AMK door arts 036-5484920.
|
Doe zorgmelding bij aandacht functionaris Kindermishandeling:
|
06-48139935, via SPUTOVAMO en/of via e-mail:
|
[email protected]
|
Bij bevestiging: bespreek aangifte, overleg politie (§2.12) over
|
medisch onderzoek, overweeg consultatie kinderarts, evt. forensisch arts
|
inschakelen.
|
|IN ALLE GEVALLEN SIGNALERING/ZORG VERMELDEN IN SEH FORMULIER EN BRIEF
AAN DE HA/medische rapportage (§2.8)
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode
Naam document
Status document/geldig tot
Stroomdiagram 3:
Signalering Huiselijk Geweld kinderen op SEH
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
12
Titel procedure
Stroomdiagram 4:
Signalering Huiselijk Geweld volwassenen, ouderen op SEH
Doel/doelstelling
Bij verdenking huiselijk geweld en/of kindermishandeling weten welke stappen gemaakt
moeten worden.
Achtergrondinformatie
Signaleren van huiselijk geweld is lastig. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit
mishandeling niet uit.
Met behulp van het stroomdiagram weet elke arts welke stappen er gemaakt moeten
worden.
Werkwijze
Start normale anamnese en lichamelijk onderzoek volwassene en ouderen
Screening aanwezigheid risicofactoren
|
|______geen: voortzetten reguliere medische zorg
|
|______onbegrepen letsel:
|
Arts bespreekt signalen met patiënt.
|
Bij alsnog passende verklaring voortzetting reguliere zorg.
|
Bij psychosociale zorg verwijzen naar Medisch
|
Maatschappelijk Werk (MMW).
|
Bij blijvende twijfel: uitspreken zorg en direct inschakelen
|
aandachtsfunctionaris huiselijk geweld volwassenen/ouderen
|
J. Winters, 06-48139931, spreek voicemail in.
|
Arts informeert patiënt over inschakelen aandachtsfunctionaris
|
huiselijk geweld.
|
|______patiënt geeft zelf huiselijk geweld aan:
|
Arts bespreekt dit met patiënt. Arts benoemt zorg en verwijst
|
direct door naar aandachtsfunctionaris huiselijk geweld
|
06-48139931 (MMW), spreek voicemail in.
|
Navragen of de patiënt kinderen <18 jaar heeft waar hij/zij
|
(deels) voor zorgt.
|
Nee: Reguliere zorg vervolgen.
|
Ja: Naast reguliere zorg, starten Kindcheck (zie stroomdiagram 6).
|
|______sterk ondermaatse zelfverzorging of overbelaste mantelzorg
|
(M.n. bij ouderen en/of chronisch zieken):
|
Arts spreekt zorg uit over de situatie voor patiënt en/of
|
mantelzorgers en verwijst direct door naar
|
aandachtsfunctionaris huiselijk geweld volwassene/ouderen:
|
J. Winters van het Medisch Maatschappelijk Werk,
|
06-48139931, spreek voicemail in.
|
|______auto-intoxicatie/TS/psychiatrische problematiek, zeer agressief gedrag,
|
ontbreken vaste woon- of verblijfplaats:
|
Navragen of de patiënt kinderen <18 jaar heeft waar hij/zij
|
(deels) voor zorgt.
|
Nee: Reguliere zorg vervolgen.
|
Ja: Naast reguliere zorg, starten Kindcheck (zie stroomdiagram 6)
|
Arts meldt melding aan patiënt.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
13
|
|
|IN ALLE GEVALLEN SIGNALERING VERMELDEN IN SEH FORMULIER EN BRIEF AAN DE
HA
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode.
Naam document
Status document/geldig tot
Stroomdiagram 4:
Signalering Huiselijk Geweld volwassenen, ouderen op
SEH
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
14
Titel procedure
Stroomdiagram 5: Preventie en signalering HG&KM
(ongeboren) kinderen en volwassenen GYNAECOLOGIE
/VERLOSKUNDE
Doel/doelstelling
Bij verdenking kindermishandeling of risico op ontstaan kindermishandeling weten welke
stappen gemaakt moeten worden.
Achtergrondinformatie
Signaleren en voorkomen van huiselijk geweld is lastig bij ongeboren kinderen.
Met behulp van het stroomdiagram weet elke arts welke stappen er gemaakt moeten
worden.
Werkwijze
Screening aanwezigheid risicofactoren (eindverantwoordelijkheid arts) ?
|
|______geen: voortzetten reguliere medische zorg.
|
|______kindcheck: Patiënt draagt zorg voor (ongeboren) kind < 18 jaar en Patiënt:
|
-pleegt TS
|
-behoort tot situatie waarin huiselijk geweld voorkomt
|
-vertoont kenmerken van auto-intoxicatie
|
-vertoont zeer agressief gedrag
|
-is bekend met psychiatrische problematiek
|
-heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats
|
-een ander kenmerk bij de Patiënt waardoor u zorgen hebt over de
|
veiligheid en het welzijn van de kinderen.
|
Vervolg stroomdiagram 6.
|
|
tienerzwangerschap:
|
Verwijzing Medisch Maatschappelijk Werk voor regelen
|
Voorzorg Icare & BJZ voor voogdij, info naar KA.
|
|______verslavingsproblematiek en of psychiatrische problematiek zwangere:
|
Bij afwezigheid actuele zorg, verwijzing GGZ of psychiatrie of
|
Tactus. Informeer aandacht functionaris kindermishandeling wanneer de
|
voorgeschreven hulp niet op gang (dreigt) te komen.
|
Info naar KA. Tevens Kindcheck, zie stroomdiagram 6.
|
|______zwakbegaafdheid (IQ<70):
|
Verwijzing naar MMW voor risico-inventarisatie en
|
inventarisatie hulp plus zo nodig inschakelen hulp.
|
Info naar KA.
|
|______overige risicofactoren mogelijk slechte zorg voor ongeboren kind:
|
-Raad v Kinderbescherming heeft bij oudere kinderen ingegrepen
|
(OTS of VOTS).
|
-Er is eerder een AMK melding gedaan voor oudere of a.s. kind
|
-Er is sprake van een multi-problem gezin.
|
-Aanstaande moeder volgt medische voorschriften niet op
|
en/of verschijnt niet op afspraken.
|
-Acute problematiek zoals plotse opname verslaafde
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
15
|
moeder/drugsbaby.
|
Consulatie AMK door arts verplicht (036-5484920).
|
Overleg desgewenst met aandacht functionaris kindermishandeling:
|
06-48139935.
|
[email protected]
|
Info naar KA.
|
|______er is sprake van huiselijk geweld volwassen in gezin:
|
Overleg plus verwijzen naar de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld
|
volwassene J. Winters 06-48139931, spreek voicemail in.
|
Info naar KA.
|
|______psycho-sociale risicofactoren:
-ontbreken sociaal netwerk;
-alleenstaande zwangere;
-rouw korter dan 1 jaar geleden;
-verlies kind/miskraam vorige zwangerschap.
Verwijzing Medisch Maatschappelijk Werk.
NB Bij een signaal van kindermishandeling is de arts verplicht het AMK te consulteren.
De aandacht functionaris Kindermishandeling kan gevraagd worden deze
consultatie uit te voeren. Zie ook §2.12.8
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode
Naam document
Status document/geldig tot
Stroomdiagram 5: Preventie en signalering HG&KM
(ongeboren) kinderen en volwassenen GYNAECOLOGIE /
VERLOSKUNDE
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
16
Titel procedure
Stroomdiagram 6: Signaleren kindermishandeling via de
ouder/verzorger; Kindcheck
Doel/doelstelling
Bij verdenking kindermishandeling via de ouder als patiënt of risico op ontstaan
kindermishandeling weten welke stappen gemaakt moeten worden.
Achtergrondinformatie
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat signaleren en het voorkomen van
kindermishandeling zeer effectief blijkt te zijn wanneer dit gebeurt via de kindcheck.
Werkwijze
Screening aanwezigheid volgende zaken, (eindverantwoordelijkheid arts):
|
|
|______kindcheck: Patiënt draagt zorg voor (ongeboren) kind < 18 jaar en
|
-Patiënt pleegt TS
|
-Patiënt behoort tot situatie waarin huiselijk geweld voorkomt
|
-Patiënt vertoont kenmerken van auto-intoxicatie
|
-Patiënt vertoont zeer agressief gedrag
|
-Patiënt is bekend met psychiatrische problematiek
|
-Patiënt heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats
|
-een ander zorgelijk kenmerk bij de Patiënt waardoor u zorgen hebt over
|
de veiligheid en het welzijn van de kinderen.
|
|
|
Optioneel: Consulatie bij AMK arts (036-5484920) en/of overleg met
|
aandacht functionaris kindermishandeling: 06-48139935.
|
[email protected]
|
|
Bespreek uw zorg over de kinderen en uw verplichting tot signaleren met
patiënt en vul het meldformulier kindcheck in (Voorheen Verkorte Melding)
te vinden op Mavim en stuur dit op aan het CAT en aan de
aandachtsfunctionaris kindermishandeling.
NB Bij een signaal van kindermishandeling is de arts verplicht het AMK te consulteren.
Het AMK maakt onderdeel uit van Bureau Jeugdzorg en met het opsturen
van een meldformulier Kindcheck mag u ervan uitgaan dat u als arts aan u
verplichting hebt voldaan.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling paragraaf 2.14
Literatuur/referenties
Wet Verplichte Meldcode
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
17
Naam document
Stroomdiagram 6: Signaleren kindermishandeling via de
ouder / verzorgen; Kindcheck
Status document/geldig tot
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
18
DEEL 1 Belangrijke telefoonnummers/websites
Titel procedure
Belangrijke telefoonnummers/websites in
alfabetische volgorde:
Doel/doelstelling
Informatie en telefoonnummers snel vindbaar maken.
Achtergrondinformatie
Regelmatig is het bij huiselijk geweld van belang om snel te kunnen overleggen met
andere instanties. Ook is het regelmatig zinnig om achtergrondinformatie in te winnen,
bijvoorbeeld bij de KNMG
Werkwijze
Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld Kinderen
Bereikbaar via: [email protected]
I. van der Drift 06-48139935, ma di en do.
Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld Volwassenen en Ouderen
Bereikbaar via: [email protected]
J. Winters 06-48139931 (7 x 24 uur bereikbaar, altijd inspreken).
Advies- en meldpunt Kindermishandeling (AMK): 036-5484920
Zowel voor consultatie als meldingen.
Bureau jeugdzorg–ook bereikbaarheidsdienst: 0320-267100
Informatieve site over huiselijk geweld:
www.huiselijkgeweld.nl
KNMG
www.KNMG.nl
Site voor artsen. Ook voor niet-artsen is hier veel informatie te vinden m.b.t. zaken die
te maken hebben met het signaleren van Huiselijk Geweld kinderen, volwassenen en
ouderen. Denk ook aan regelgeving.
Medisch Maatschappelijk Werk
J. Winters 06-48139931 (7x 24 uur per dag bereikbaar, altijd inspreken). U wordt zo
snel mogelijk teruggebeld.
Ministerie van Justitie www.justitie.nl/onderwerpen/familieengezin/huiselijkgeweld
Movisie
MOVISIE is hét landelijke kennisinstituut en adviesbureau voor toepasbare kennis,
adviezen en oplossingen bij de aanpak van sociale vraagstukken op het terrein van
welzijn, participatie, sociale zorg en sociale veiligheid. Op de site is veel overzichtelijk
(cijfermatige) informatie te vinden over huiselijk geweld kinderen, volwassenen en
ouderen. Zie ook deel 3 CIJFERS.
www.movisie.nl
Politie: 0900-8844
Raad voor de Kinderbescherming
www.kinderbescherming.nl
Schepenen 9, 8232 DB Lelystad
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
19
Telefoon: 0320-286500
Fax: 0320-286590
Postadres
Postbus 2076
8203 AB Lelystad
Tolkentelefoon
088-2555222 Let op: sinds 01-01-2012 dient betaald te worden voor deze
dienstverlening.
Steunpunt Huiselijk Geweld Hulp
Voor volwassen slachtoffers/daders huiselijk geweld plus coördinatie hulpverlening.
Noorderwagenstraat 1, 8223 AM Lelystad 0900-2020634 [email protected]
www.huiselijkgeweldflevoland.nl 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar (buiten
kantoortijden en in het weekend alleen voor acute situaties.
Wet Verplichte Meldcode
www.rijksoverheid.nl: zoekterm Wet Verplichte Meldcode voor informatie over deze wet.
Gerelateerde documenten
Telefoonboekje Intranet.
Literatuur/referenties
Zie werkwijzer.
Naam document
Status document/geldig tot
Belangrijke telefoonnummers/sites in alfabetische volgorde
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
20
DEEL 2 Achtergronden volwassenen en ouderen
Titel procedure
1.1 DEFINITIE VOLWASSENEN EN HUISELIJK
GEWELD
Doel/doelstelling
Vast leggen wat onder huiselijk geweld wordt verstaan.
Achtergrondinformatie
Om elkaar te verstaan is het van belang dezelfde definitie te hanteren.
Werkwijze
Inleiding
Onder de term huiselijk geweld valt al het geweld in huiselijke kring van het slachtoffer
(en getuigen) gepleegd door iemand uit de huiselijke kring; (ex) partners, gezinsleden,
familieleden en huisvrienden.
Onder geweld wordt verstaan zowel lichamelijk, geestelijk als seksueel geweld. Deze
definitie omvat nadrukkelijk ook alle vormen van kindermishandeling en als het kind
getuige zijn van huiselijk geweld in de eigen huiselijke kring. Een kenmerk van huiselijk
geweld is dat er altijd sprake is van een machtsverschil tussen de dader en het
slachtoffer. Bijvoorbeeld tussen man en vrouw, tussen ouders en kind of tussen
chronisch zieke en mantelzorger.
In hoofdstuk 1 zal worden ingegaan op huiselijk geweld bij volwassenen en ouderen en
in hoofdstuk 2 komt huiselijk geweld bij kinderen aan de orde.
Definitie Huiselijk Geweld
Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het
slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging,
belaging en bedreiging (al dan niet door middel van, of gepaard gaand met,
beschadiging van goederen in en om het huis).
Er is altijd sprake van een machtsverschil tussen dader en slachtoffer. Uit onderzoek
blijkt dat plegers de meest kwetsbare personen kiezen als slachtoffer. Een ander
kenmerk van huiselijk geweld is de omstandigheid dat dader en slachtoffer (waaronder
ook minderjarige slachtoffers) desondanks - en soms noodgedwongen – blijvend deel
uitmaken van elkaars leef- en woonomgeving. Hiermee hangt samen dat huiselijk
geweld vaak een stelselmatig karakter heeft en er een hoog recidiverisico is. Geweld in
het gezin gaat vaak met andere problematiek gepaard, zoals spanningen tussen
echtgenoten, werkloosheid of verslaving.
Toelichting
Enkele termen vragen om verduidelijking.
Geweld:
Aantasting van de persoonlijke integriteit in de vorm van lichamelijk of seksueel, en/of
geestelijk geweld. Het geweld kan variëren van een enkele klap, trap of schop met letsel
als gevolg tot systematisch frequent en langdurig geweld met blijvend lichamelijk letsel
als gevolg.
Huiselijke kring:
De dader is een (ex-)partner, gezinslid, familielid of huisvriend. Huisvrienden zijn
personen die een vriendschappelijke band onderhouden met het slachtoffer of iemand
uit de onmiddellijke omgeving van het slachtoffer en het slachtoffer in de huiselijke sfeer
ontmoeten.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
21
Slachtoffer(s):
Iemand die door de gevolgen van bepaalde handelingen of gebeurtenissen wordt
getroffen.
Slachtoffers van huiselijk geweld:
Personen die het geweld ondergaan of ervaren, veroorzaakt door hen die tot de
huiselijke kring behoren. Zoals vrouwen en mannen die door hun (ex-)partners worden
mishandeld, kinderen die door hun ouders of huisvrienden worden mishandeld of
misbruikt. Maar ook ouders of ouderen die door hun kinderen of verzorgenden worden
mishandeld. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld (en niet direct het
slachtoffer) worden toch aangemerkt als slachtoffers, omdat alleen al het getuige zijn
van vormen van geweld in huis kan leiden tot traumatische gevolgen.
Pleger of dader:
iemand die een strafbaar feit pleegt, iemand die een misdrijf pleegt.
Omvang (Factsheet Movisie zie deel 3)
Van de Nederlandse bevolking was de afgelopen vijf jaar bijna 1 op de 10 personen
slachtoffer van huiselijk geweld. Bij ouderen staat vast dat minstens 1 op de 20 te
maken heeft met een vorm van mishandeling.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Naam document
Status document/geldig tot
1.1 DEFINITIE VOLWASSENEN EN HUISELIJK GEWELD
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
22
Titel procedure
1.2 VORMEN VAN HUISELIJK GEWELD
Doel/doelstelling
Toelichten welke vormen van huiselijk geweld bestaan.
Achtergrondinformatie
Vaak wordt alleen gedacht aan fysiek geweld bij de term huiselijk geweld. Er bestaan
echter veel meer vormen.
Werkwijze
Lichamelijk geweld.
Bijvoorbeeld: lichamelijk letsel als gevolg van slaan, schoppen, hardhandig duwen,
steken, vastbinden aan stoel of bed en het doven van sigaretten op het lichaam.
Psychisch geweld.
Bijvoorbeeld beledigingen, schelden, treiteren, negeren, dreigen en vals beschuldigen.
Seksueel geweld.
Bijvoorbeeld ongewenste handelingen met of in het bijzijn van personen, die door het
slachtoffer niet worden gewenst, zoals betasting van het lichaam, verkrachting en
exhibitionisme.
Financiële uitbuiting.
Bijvoorbeeld het verkopen van eigendommen zonder toestemming of medeweten van de
betrokkene, iemand financieel kort houden, diefstal van persoonlijke goederen.
Verwaarlozing.
Bijvoorbeeld: lichamelijke of psychische verwaarlozing als gevolg van het onthouden van
voeding, lichamelijke en medische zorg, het geven van teveel of te weinig medicijnen,
het negeren van behoeften aan geestelijke ondersteuning en hulp.
Schending van rechten.
Bijvoorbeeld inbreuk plegen op iemands vrijheid, privacy of zelfbeschikking door post
achter te houden, bezoekers weg te sturen en iemand te verhinderen het huis te
verlaten.
Opsluiting, belaging en ‘stalking’.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Naam document
Status document/geldig tot
1.2 VORMEN VAN HUISELIJK GEWELD
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
23
Titel procedure
1.3 SIGNALEN VAN HUISELIJK GEWELD BIJ
VOLWASSENEN
Doel/doelstelling
Handvaten bieden bij de signalering.
Achtergrondinformatie
Het is niet eenvoudig om huiselijk geweld te signaleren. Kennis van de handvaten is van
belang.
Werkwijze
Het slachtoffer:
Moet altijd overal verantwoording over afleggen aan de partner (wordt vaak gebeld en
bevraagd).
Mag niet over eigen geld beschikken.
Gedraagt zich nederig/slaafs ten opzichte van de partner/familie.
Gaat altijd onder begeleiding van partner/familie over straat.
Heeft nauwelijks contact met anderen, zelfs niet met de familie (isolement).
Heeft gezondheidsklachten, problemen met slapen, eten, vermoeidheid, depressie.
Heeft regelmatig blauwe plekken, kneuzingen of botbreuken (verbergt deze met
bedekkende kleding).
Heeft moeite met oogcontact en is zichtbaar bang voor de partner/familie
Is schrikachtig.
Zegt vaak: “Ik mag van mijn partner/familie niet…. “
Vertelt tegenstrijdige verhalen over partner/familie.
Risicofactoren
Er bestaan risicofactoren waardoor de kans om te maken te krijgen met huiselijk geweld
worden vergroot:
-een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen;
-overmatig alcohol- en drugsgebruik;
-opgroeien in een gezin waarin gebrek is aan aandacht;
-opgroeien in een gezin waarin mishandeling en verwaarlozing spelen.
Risicofactoren (bron: Van Schaik 2005, Mastenbroek 1995).
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Literatuur/referenties
Van Schaik 2005, Mastenbroek 1995
Naam document
Status document/geldig tot
1.3 SIGNALEN VAN HUISELIJK GEWELD BIJ
VOLWASSENEN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
24
Titel procedure
1.4 DEFINITIE OUDERENMISHANDELING (in
protocol)
Doel/doelstelling
Vast stellen wat onder ouderenmishandeling wordt verstaan.
Achtergrondinformatie
Om elkaar te verstaan is het van belang dezelfde definitie te hanteren.
Werkwijze
Onder mishandeling van een ouder persoon (iemand vanaf 65 jaar) verstaan we al het
handelen of nalaten van handelen van al degenen die in een persoonlijke en/of
professionele relatie met de oudere staan, waardoor de oudere persoon (herhaaldelijk)
lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt dan wel vermoedelijk zal lijden
en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of
volledige afhankelijkheid. (Comijs e.a. 1996, pag. 18)
Opzettelijke mishandeling
Hierbij weten de plegers heel goed wat ze doen, de mishandeling is moedwillig. Ze
handelen uit financieel gewin, desinteresse of wraak. Soms komt ouderenmishandeling
voor in een lange traditie van familiegeweld en -conflicten.
Ontspoorde zorg door professionals
Er is sprake van ontspoorde zorg als de mishandeling gebeurt door een professional of
vrijwilliger in het kader van diens beroep of vrijwilligerswerk. Het kan bewuste
mishandeling zijn, maar ook het gevolg zijn van overbelasting. Bedenk dat 40% van de
medewerkers in de zorg ook mantelzorger zijn. Er kan dus sprake zijn van opzet, maar
ook van onmacht of overbelasting.
Ontspoorde mantelzorg
Er is sprake van ontspoorde mantelzorg als de mishandeling het gevolg is van
overbelasting van de mantelzorger, er is dan dus geen sprake van opzet. De
mantelzorgers beseffen niet dat ze te ver gaan. Hun acties komen voort uit onmacht en
zijn eigenlijk een noodkreet. Ook verwaarlozing is een vorm van mishandeling en kan
een gevolg zijn van ontspoorde zorg.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassene en Ouderen.
Naam document
Status document/geldig tot
1.4 DEFINITIE OUDERENMISHANDELING
1-1-2015
Naam
Handtekening en datum
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
25
Titel procedure
1.5 VORMEN VAN OUDERENMISHANDELING
Doel/doelstelling
Vaak wordt bij mishandeling alleen aan fysiek geweld gedacht. Er bestaan meer vormen
die hier worden beschreven.
Achtergrondinformatie
Van belang is om aan te geven welke vormen onderscheiden kunnen worden.
Werkwijze
Lichamelijke mishandeling
Blauwe plekken, schrammen, zwellingen, fracturen of brandplekken: deze symptomen
kunnen het gevolg zijn van lichamelijke mishandeling.
Soms worden ouderen vastgebonden aan een stoel of bed. Ze vertonen dan striemen
aan polsen of enkels. Een minder zichtbare vorm van lichamelijke mishandeling is het
geven van te weinig of juist te veel medicijnen (bijvoorbeeld slaapmiddelen).
Psychische mishandeling
Bij psychische mishandeling is er sprake van treiteren en sarren, dreigementen, valse
beschuldigingen, beledigingen of bevelen. Bij de oudere leidt dit tot gevoelens van
angst, woede, verdriet, schuchterheid, verwardheid of apathie.
Verwaarlozing
Lichamelijke verwaarlozing kan blijken uit ondervoeding, uitdroging, slechte hygiëne of
wonden als gevolg van doorliggen. Wanneer de geestelijke behoeften van ouderen
worden genegeerd, zoals de behoefte aan aandacht, liefde en ondersteuning, spreken
we van psychische verwaarlozing.
Financiële uitbuiting
Bij deze vorm van ouderenmishandeling gaat het om het wegnemen of profiteren van
bezittingen van de oudere. Te denken valt aan diefstal van geld, juwelen en andere
waardevolle spullen, aan verkoop of gebruik van eigendommen zonder toestemming van
de oudere en aan gedwongen testamentverandering. Ook iemand financieel kort houden
is een vorm van uitbuiting.
Seksueel misbruik
Ouderen kunnen het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, zoals exhibitionisme,
betasten van het lichaam en verkrachting.
Schending van rechten
Hiervan is sprake wanneer de rechten van ouderen, zoals het recht op vrijheid, privacy
en zelfbeschikking, worden ingeperkt. Bijvoorbeeld door post achter te houden,
bezoekers weg te sturen en de oudere te verhinderen het huis te verlaten.
Verschillende soorten van ouderenmishandeling komen vaak naast elkaar voor.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
26
Naam document
Status document/geldig tot
1.5 VORMEN VAN OUDERENMISHANDELING
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
27
Titel procedure
1.6 SIGNALEN VAN OUDERENMISHANDELING
Doel/doelstelling
Concrete signalen beschrijven.
Achtergrondinformatie
Ouderenmishandeling is lastig te herkennen. Informatie over concrete signalen is dus
van belang.
Werkwijze
Er zijn meerdere signalen die kunnen wijzen op ouderenmishandeling,
maar een of enkele van die signalen hoeft zeker niet altijd mishandeling in
te houden.
Enkele gedragssignalen zijn:
-de oudere of verzorger geeft onsamenhangende en tegenstrijdige verklaringen voor
lichamelijke verwondingen;
-de verzorger toont zich onverschillig voor het wel en wee van de oudere;
-de verzorger vertoont verschijnselen van overbelasting;
-er wordt gescholden en geschreeuwd in aanwezigheid van arts of hulpverlener;
-de oudere maakt een depressieve, angstige indruk;
-de oudere ziet er onverzorgd uit en de huishouding is verwaarloosd.
-er verdwijnen spullen en geld van de oudere;
-de oudere krijgt geen gelegenheid om alleen met de hulpverlener te praten;
-de betrokkenen proberen de hulpverlener buiten de deur te houden;
-toenemend aantal schuldeisers;
-lege koelkast.
Risicofactoren
Risicofactoren bij de oudere:
-Toenemende afhankelijkheid:
Afhankelijkheid van zorg door lichamelijke en geestelijke
achteruitgang. De afhankelijkheid kan ook van financiële of van
emotionele aard zijn.
-Familiegeschiedenis:
Gewelddadig met elkaar om gaan kan van generatie op generatie worden overgedragen.
-Ingrijpende voorvallen:
Er is stress ontstaan door een verhuizing, de dood van een geliefd persoon, verlies van
een baan of scheiding van een huisgenoot. Er kan sprake zijn van financiële nood.
-Isolement:
Het slachtoffer heeft weinig contact met de buitenwereld.
Risicofactoren bij de pleger:
-Afhankelijkheid:
De pleger kan afhankelijk zijn van het slachtoffer bijvoorbeeld voor huisvesting, sociale
contacten of inkomen.
-Overbelasting:
De zorg is teveel geworden of de zorgbehoefte is groter dan de mantelzorger kan
bieden. Ook kan de pleger te kampen hebben met langdurige werkloosheid,
moeilijkheden op het werk, relatieproblemen of schulden.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
28
-Psychische gesteldheid.
De pleger kan psychiatrische problemen of ontwikkelingsstoornissen hebben.
Alcoholisme, drugs- en gokverslaving vergroot het risico van mishandeling.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Naam document
Status document/geldig tot
1.6 SIGNALEN VAN OUDERENMISHANDELING
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
29
Titel procedure
1.7 JURIDISCHE ASPECTEN HUISELIJK GEWELD
VOLWASSENEN EN OUDEREN
Doel/doelstelling
Bieden van informatie over de juridische aspecten van huiselijk geweld.
Werkwijze
De volgende onderwerpen komen in de volgende paragrafen aan bod:
1.7.1
1.7.2
1.7.3
1.7.4
1.7.5
1.7.6
1.7.7
1.7.8
Strafbare feiten
Huiselijk Geweld en het strafrecht
Vasthouden verdachte, voorlopige hechtenis
Huis- straat en contactverbod
Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Juridische aspecten Verkorte Meldingen op de SEH
Beroepsgeheim en verschoningsrecht
Juridische aspecten van een zorgmelding bij de aandachtsfunctionaris HG
1.7.1 Strafbare feiten
De term huiselijk geweld komt niet in het wetboek van strafrecht (Sr) voor. In het
wetboek van strafrecht wordt een groot aantal gedragingen precies omschreven, waarbij
de maximumstraf die op het plegen van dat delict (strafbaar feit) staat wordt vermeld.
Huiselijk geweld is niet als apart feit strafbaar gesteld, maar kan bestaan uit een of
meer van de delicten die in het wetboek van strafrecht staan omschreven, zoals:
Huisvredebreuk (art. 138 Sr)
Verkrachting (art. 242 Sr)
Gemeenschap met een minderjarige (art. 244/245 Sr)
Aanranding (art. 246 Sr)
Ontucht (art. 247 en 249 Sr)
Brengen tot ontucht/prostitutie (art. 250/250a Sr)
Verlating van hulpbehoevenden (art. 255 Sr)
Iemand tot wiens onderhoud je verplicht bent in hulpeloze toestand brengen of laten,
met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (art. 257 Sr)
Wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr)
Dwang (art. 284 Sr)
Bedreiging (art. 285 Sr)
Belaging (art. 285b Sr)
Moord en doodslag (art. 287-291 Sr)
Mishandeling en zware mishandeling (art. 300-303 Sr)
Beschadiging van goederen (art. 350 Sr); niet strafbaar tussen echtgenoten.
Iemand kan pas bestraft worden voor het plegen van een delict wanneer de gehele
delictsomschrijving kan worden bewezen.
Pogingen tot misdrijven (bijvoorbeeld poging tot doodslag) zijn ook strafbaar.
Slachtoffers van huiselijk geweld hebben meer mogelijkheden dan het ontvluchten van
het geweld en het doen van aangifte; ze hebben rechten. Slachtoffers kunnen in veel
gevallen aanspraak maken op het recht om met rust gelaten te worden, het recht om de
woning toegewezen te krijgen, het recht op schadevergoeding, rechten met betrekking
tot de kinderen, het recht op alimentatie of het recht op een zelfstandige
verblijfsvergunning.
1.7.2 Huiselijk Geweld en het strafrecht
Het woord huiselijk geweld staat niet in het wetboek van strafrecht. Toch is het
strafbaar. Dit komt omdat bij huiselijk geweld zaken voorkomen die wel in de wet staan
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
30
zoals mishandeling, verkrachting, bedreiging of belaging (lastig vallen). In het wetboek
van strafrecht staat ook welke straf een dader kan krijgen. Dat kan een gevangenisstraf
zijn, een geldboete of een taakstraf. Een straf kan ook voorwaardelijk zijn. Dat betekent
dat de straf niet wordt uitgevoerd wanneer de dader zich aan bepaalde voorwaarden
houdt. Zo’n voorwaarde kan bijvoorbeeld een contactverbod zijn, of dat hij hulp gaat
zoeken (daderhulpverlening). Een strafzaak begint bij de politie. De politie komt in actie
na een melding door het slachtoffer of een getuige (bijvoorbeeld de buren). Als een
slachtoffer aangifte wil doen dan is de politie verplicht deze op te schrijven. Als het
slachtoffer geen aangifte wil doen dan kan de politie toch een onderzoek starten. Ook
als het slachtoffer de aangifte intrekt kan de politie besluiten om het onderzoek voort te
zetten. De politie kan de pleger arresteren en een aantal uren op het bureau
vasthouden. Afhankelijk van de ernst van de zaak en de kans op herhaling kan een
pleger langer worden vastgehouden.
Dit heet voorlopige hechtenis. Als de politie klaar is beslist de officier van justitie of de
pleger voor de rechter moet verschijnen. Als dat niet gebeurt wordt de pleger niet
vervolgd. De zaak wordt dan geseponeerd. Als de zaak doorgaat, beslist de rechter of er
sprake is van een misdrijf, of de dader strafbaar is, en welke straf hij krijgt. Als
slachtoffer ben je geen partij in de strafzaak: je kunt niet beslissen of er een strafzaak
komt, dat doet de officier van justitie. Ook heb je niets te zeggen over de straf die de
dader krijgt, dat doet de rechter. Je kunt als slachtoffer wel een gesprek aanvragen met
de officier van justitie om te zeggen wat je er van vindt. Als slachtoffer word je in het
strafrecht vooral behandeld als getuige. Getuigen moeten verschijnen en moeten de
waarheid spreken. Echtgenoten en naaste familieleden hoeven niet tegen elkaar te
getuigen, maar het mag wel en de verklaring is dan geldig bewijs. Als slachtoffer heb je
ook rechten in de strafprocedure. Je moet op de hoogte gehouden worden van
belangrijke ontwikkelingen, je hebt recht op inzage in het dossier, je kunt een
schadevergoeding vragen, en je hebt spreekrecht op de zitting. Het is verstandig hierbij
ondersteuning te vragen, bijvoorbeeld van slachtofferhulp of een gespecialiseerde
slachtoffer-advocaat. Kinderen kunnen als slachtoffer of als getuige bij de zaak zijn
betrokken (of allebei). In al deze gevallen doet de politie een melding bij het Advies en
Meldpunt Kindermishandeling (AMK ). In de strafzaak worden kinderen alleen als getuige
gehoord als dat echt nodig is om het bewijs rond te krijgen.
1.7.3 Vasthouden verdachte, voorlopige hechtenis
Na de aanhouding door de politie kan de verdachte zes uur worden vastgehouden voor
verhoor. Hierbij wordt de tijd die nodig is om iemand naar het bureau te brengen en de
uren tussen 0.00 ’s nachts en 9.00 ’s ochtends niet meegeteld. Wanneer de politie het
noodzakelijk vindt dat de verdachte langer wordt vastgehouden kan worden overgegaan
tot inverzekeringstelling. Dit kan alleen voor strafbare feiten waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten. Dat is bij huiselijk geweld vrijwel altijd het geval. Een
inverzekeringstelling duurt maximaal drie dagen en kan eenmaal met maximaal drie
dagen worden verlengd.
De politie meldt de inverzekeringstelling bij de reclassering, die kan bekijken of er
mogelijkheden zijn voor (vrijwillige) daderhulpverlening (zie hoofdstuk 3) en/of
begeleiding door de reclassering. Bij ernstige strafbare feiten (moord, doodslag, zware
mishandeling), of wanneer sprake is van een (levens)bedreigende situatie kan de
verdachte na de in verzekeringstelling in voorlopige hechtenis blijven. Dit wordt op
verzoek van de officier van justitie door de rechter bepaald, steeds voor een bepaalde
periode. De voorlopige hechtenis kan in totaal maximaal 106 dagen duren; binnen die
termijn zal de zaak op zitting moeten worden behandeld, of zal de verdachte in vrijheid
moeten worden gesteld.
Het gebeurt vaak dat er voorlopige hechtenis wordt opgelegd, maar dat deze direct
wordt geschorst, meestal onder voorwaarden. Dat betekent dat de verdachte vrij komt,
maar weer vast zal komen te zitten zodra hij de voorwaarden overtreedt. In zaken van
huiselijk geweld zal de officier van justitie zoveel mogelijk aandringen op voorwaarden
als het deelnemen aan daderhulpverlening en/of een huis-, straat- of contactverbod.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
31
1.7.4 Huis- straat en contactverbod
Soms is het niet genoeg om tegen een pleger van huiselijk geweld te zeggen dat je geen
contact meer wilt en dat hij je met rust moet laten. Je hebt dan juridische middelen
nodig.
Bij een contactverbod is het iemand verboden om contact met je te zoeken. Hij mag je
niet volgen, niet aanspreken, niet opbellen en niet schrijven of e-mailen. Bij een
huisverbod is het iemand verboden in een bepaald huis te komen. Dat kan ook het huis
zijn waar hij zelf woont. Bij een straatverbod mag iemand niet in een straat, of een
gebied van een aantal straten komen. Met ingang van 1 januari 2009 is de wet tijdelijk
huisverbod van kracht. Een pleger van huiselijk geweld kan dan voor korte tijd (10 tot
maximaal 28 dagen) uit huis worden geplaatst. Het huisverbod wordt opgelegd door de
burgemeester. De politie beoordeelt of een huisverbod nodig is; als slachtoffer hoef je er
niet om te vragen. Aan een huisverbod is een contactverbod gekoppeld.
Als er een strafprocedure loopt over huiselijk geweld dan kan de pleger een huis-,
straat-, en/of contactverbod opgelegd krijgen als bijzondere voorwaarde. Hij hoeft dan
bijvoorbeeld niet in voorlopige hechtenis zolang hij het slachtoffer met rust laat. Als je
een huis-, straat-, en/of contactverbod wilt en er loopt een strafzaak, bespreek dit dan
met de politie of de officier van justitie. Je kunt een advocaat of iemand van
slachtofferhulp vragen je daar bij te helpen. Als er geen strafzaak loopt of als politie en
justitie je niet kunnen of willen helpen dan kun je zelf om een huis-, straat-, en/of
contactverbod vragen bij de rechter. Je begint dan zelf een civiele procedure. Je hebt
hier een advocaat voor nodig en er zijn ook kosten aan verbonden. Voor mensen met
weinig geld zijn de kosten beperkt. Ook wanneer je wilt dat een huisverbod langer duurt
dan het maximum van vier weken, kun je een civiele procedure beginnen.
1.7.5 Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
Er is op 28 oktober 2011 een wetsvoorstel voor het verplichte gebruik van de meldcode
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling aangeboden aan de Tweede Kamer.
Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS) heeft het wetsvoorstel voorbereid,
minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) is medeondertekenaar.
Wetsvoorstel bevat het volgende voorstel: "Wijziging van diverse wetten in verband met
de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en
voor bepaalde zelfstandige professionals om te beschikken over een meldcode voor
huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis en het gebruik daarvan te
bevorderen, onderscheidenlijk die meldcode te hanteren (verplichte meldcode huiselijk
geweld en kindermishandeling)".
De verwachting is dat dit wetsvoorstel per juni 2013 van kracht zal zijn.
1.7.6 Juridische aspecten Verkorte Meldingen op de SEH
Op de afdeling SEH wordt een protocol gehanteerd dat berust op afspraken met het AMK
en BJZ. Er is vastgelegd dat wanneer een ouder van kinderen of een kind jonger dan 18
jaar de SEH bezoekt omdat er:
-of sprake is van een tentamens suicide door de ouder
-of sprake is van auto-intoxicatie door ouder
-of sprake is van huiselijk geweld volwassenen in het gezin
er een Verkorte Melding wordt gedaan middels het formulier Verkorte Melding (Zie
Mavim, Afdeling, SEH, Kindermishandeling, Verkorte Melding).
De melding komt terecht bij het Centraal Aanmeldingsteam van BJZ/AMK. Zij bekijken
de casus, verzamelen informatie wanneer zij daarover beschikken en wegen of zij zelf de
casus onderzoeken of dat zij de zorg doorleiden naar de jeugdgezondheidszorg of een
betrokken hulpverlener van de eigen of een andere instantie.
Tevens is in het kader van de procedure Verkorte Melding afgesproken dat aan de
patiënt medegedeeld wordt dat er een verkorte melding wordt gedaan. Wanneer de
patiënt niet bij kennis is of om een andere reden onvoldoende aanspreekbaar is, kan dit
aan familie en/of partner verteld worden. Is dit ook niet mogelijk, dan is het van belang
dat deze mededeling overgedragen wordt aan de afdeling die de opname verzorgt.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
32
In sommige gevallen geeft de patiënt daarop aan dat hij of zij verbiedt om contact op te
nemen met andere instanties of met name genoemde instanties. Juridisch gezien kan de
Verkorte Melding dan alleen doorgang vinden wanneer de hulpverlener inschat dat het
belang van het kind dient te prevaleren. Deze weging kan desgewenst samen met de
aandachtsfunctionaris kindermishandeling (06-48139935) worden gedaan. Zie ook
paragraaf 2.12.
1.7.7 Beroepsgeheim en verschoningsrecht
Zie paragraaf 2.12
1.7.8 Juridische aspecten van een zorgmelding bij de aandachtsfunctionaris HG
Wanneer de professional het van belang vindt dat er een zorgmelding gedaan wordt bij
de aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en dat deze patiënt door haar gezien wordt en
de Patiënt weigert dit, dan kan de zorgmelding geen doorgang vinden.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen.
Literatuur/referenties
http://huiselijkgeweld.nl/doc/publicaties
Kies dan juridische aspecten van huiselijk geweld jan 2009.pdf
www.veiligsamen.nl
www.movisie.nl
Naam document
Status document/geldig tot
1.7 JURIDISCHE ASPECTEN HUISELIJK GEWELD
VOLWASSENEN EN OUDEREN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Winters
Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
33
Titel procedure
2.1 DEFINITIE, OMVANG EN HULPMIDDELEN
HUISELIJK GEWELD TEGEN KINDEREN;
KINDERMISHANDELING
Doel/doelstelling
Vastleggen wat onder de term kindermishandeling wordt verstaan, wijzen op de omvang
van het verschijnsel en wijzen op hulpmiddelen in huis.
Achtergrondinformatie
Werkwijze
Definitie
Volgens de definitie in de Wet op de jeugdzorg die sinds 1 januari 2005 van kracht is,
omvat kindermishandeling:
“Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van
fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van
wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of
passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden
berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”.
Deze definitie is echter geen meetlat waaraan je eenvoudig kunt afmeten of er in een
bepaalde situatie sprake is van kindermishandeling of niet. Er is veel informatie over de
gezinssituatie nodig om daarover een uitspraak te kunnen doen.
Uiteindelijk is het niet de definitie die het zwaarst weegt. De zorgen om het kind zijn
reden voor actie. Ook als er sprake is van ernstige opvoedingsproblemen waardoor de
kinderen worden verwaarloosd, verdienen het kind en zijn ouders steun en hulp.
Bovendien is alert zijn op het welzijn van kinderen gerechtvaardigd vanwege het VNVerdrag inzake de rechten van het kind. Justitie is op dit terrein verantwoordelijk voor
het wetsvoorstel Verbod op gebruik van geweld in de opvoeding.
Omvang (Factsheet Movisie zie deel 3)
Naar schatting worden er jaarlijks 107.000 kinderen in Nederland mishandeld.
Ongeveer 50 kinderen overlijden aan de gevolgen.
Ongeveer 4% van de kinderen die mishandeld worden in Nederland presenteren zich op
de SEH van een ziekenhuis. (bron: LIS 2007)
De laatste prevalentiestudie van 2010 naar de prevalentie van kindermishandeling,
onderdeel van het Leiden Attachment Research Program, uitgevoerd door TNO Child
Health, laat zien dat de prevalentiecijfers niet zijn gewijzigd ten opzichte van 2007.
In 2008 werd door artsen uit het Medisch Centrum Leeuwarden onderzoek uitgevoerd
naar SEH bezoek van 676 mishandelde kinderen. De resultaten werden vergeleken met
676 niet mishandelde leeftijdsgenootjes. De groep mishandelde kinderen bleek vaker
dan de niet mishandelde kinderen de SEH bezocht te hebben (zie ook Nederlands
Tijdschrift Geneeskunde 2011;155:A3001)
http://www.ntvg.nl/publicatie/Weinig-herkenning-van-kindermishandeling-op-SEH
Stroomdiagrammen en SPUTOVAMO formulier zijn hulpmiddel
In navolging van het protocol van de Vereniging van Kindergeneeskunde gaan wij er ook
van uit dat het niet zozeer gaat om het hebben van uitvoerige signaleringslijsten. Het
gaat om het ontwikkelen van een juiste attitude van degenen die het signaal moeten
zien en erkennen als een mogelijke aanwijzing voor kindermishandeling. Wel is van
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
34
belang dat wanneer, op welke polikliniek of afdeling dan ook, signalen van
kindermishandeling opgemerkt worden dat verpleegkundigen, arts-assistenten en
medisch specialisten een handzaam stappenplan, zoals een stroomdiagram, in het bezit
hebben met betrekking tot het te voeren beleid. Het SPUTOVAMO formulier ondersteunt
het signaleren en de verdere verwerking van signalen.
Dit formulier wordt als richtlijn tot handelen genomen, met name op de SEH, waar het
SPUTOVAMO formulier onderdeel uitmaakt dan de digitale module voor de SEH. Hier
werkt veelal personeel dat frequent met de problematiek te maken kan krijgen. In ons
ziekenhuis werken o.a. arts-assistenten en andere functionarissen met geringe
pediatrische ervaring, met name ook op dit gebied. Met deze lijst wordt het letsel van
het kind geïnventariseerd en vormt het als zodanig een handreiking bij het afnemen van
een gerichte anamnese die gebruikt kan worden als er een vermoeden van
kindermishandeling bestaat. De stroomdiagrammen, zoals wij die hanteren voor de SEH,
poliklinieken, afdelingen en kinderafdeling, vindt u in het voorste gedeelte van dit
protocol.
Gerelateerde documenten
Factsheet Movisie, zie deel 3
Naam document
Status document/geldig tot
2.1 DEFINITIE, OMVANG EN HULPMIDDELEN HUISELIJK GEWELD
TEGEN KINDEREN; KINDERMISHANDELING
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
35
Titel procedure
2.3 KINDERMISHANDELING, VERSCHIJNINGVORMEN
Doel/doelstelling
Uiteenzetten welke vormen van kindermishandeling bestaan.
Achtergrondinformatie
Bij kindermishandeling wordt vaak alleen aan fysiek geweld gedacht terwijl bijvoorbeeld
verwaarlozing, waaronder verwaarlozing aan medische zorg, een veel voorkomende
variant is.
Werkwijze
Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen mishandeling (een actieve
handeling) en verwaarlozing (een passieve handeling). Globaal kunnen we de volgende
vormen van kindermishandeling onderscheiden (er is overlap/combinatie van vormen
mogelijk):
a.
Lichamelijke mishandeling
het toebrengen van lichamelijk letsel door ouders
definitie
of verzorgers
uitingsvormen slaan, schoppen, bijten, branden etc.
b.
Emotionele mishandeling
het toebrengen van psychische schade door ouders
definitie
of verzorgers
het kind afwijzen, kleineren, terroriseren, isoleren,
uitingsvormen
corrumperen of exploiteren
c.
Lichamelijke verwaarlozing
het al dan niet bewust ontzeggen van de
definitie
noodzakelijke primaire levensbehoeften van het
kind door ouders of verzorgers
onthouden van voeding, kleding, verwarming,
uitingsvormen
slaap, hygiëne, medicatie etc.
d.
Emotionele verwaarlozing
het al dan niet bewust ontzeggen van emotionele
definitie
warmte en voor een gezonde geest benodigde
stimuli
het kind onthouden van koestering, stimulans,
uitingsvormen
gevoel van veiligheid en geborgenheid
e.
Seksueel misbruik
seksuele contacten met minderjarigen die
plaatsvinden tegen de zin van het kind, zonder dat
het kind (als gevolg van lichamelijk of relationeel
overwicht, emotionele druk of dwang of geweld)
definitie
het gevoel heeft (gehad) die seksuele contacten te
kunnen weigeren en waarbij voor het kind schade
ontstaat of redelijkerwijze verwacht mag worden
dat deze zal ontstaan (definitie Gezondheidsraad
1992)
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
36
uitingsvormen
van gluren naar en bespieden van het kind tot
betasting (en zich laten betasten) en penetratie
f.
Pediatric Condition Falsification of Factitious Disorder by Proxy, voorheen
Münchhausen syndroom bij proxy
definitie
een specifieke vorm van kindermishandeling waarbij
de ouders systematisch fictieve informatie geven
over somatische symptomen van hun kind dan wel
deze symptomen tot stand brengen of induceren,
wat het kind onnodig medisch ingrijpen bezorgt
Naam document
Status document/geldig tot
2.2 KINDERMISHANDELING, VERSCHIJNINGSVORMEN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Titel procedure
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
2.2 SIGNALEN EN SYMPTOMEN
Doel/doelstelling
Beschrijven van signalen en symptomen van kindermishandeling.
Achtergrondinformatie
Gestreefd wordt zo concreet mogelijke informatie te verschaffen omdat signaleren lastig
is.
Werkwijze
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
37
2.3.1 Inleiding
Signalen kunnen zich, binnen het ziekenhuis, in meerdere situaties presenteren:
 op de polikliniek bij de kinderarts EN andere specialismen;
 op de spoedeisende hulp;
 op de afdeling tijdens een klinische opname.
2.3.2 Wijze van presenteren
Algemene signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling:
Signalen die kunnen wijzen op lichamelijke mishandeling/verwaarlozing:
 onduidelijke recidiverende verwondingen, botbreuken etc.;
 ‘failure to thrive’;
 recidiverende ziekten/infecties op basis van onvoldoende verzorging;
 gedragssignalen (zie 3e punt).
Signalen die kunnen wijzen op emotionele mishandeling/verwaarlozing:

‘non organic failure’ to thrive ondanks dat het kind gewoon eten krijgt;

ontwikkelingsachterstand;

gedragssignalen.
Gedragssignalen die kunnen wijzen op kindermishandeling:
 apathisch, depressief, vreugdeloos gedrag, veel huilen;
 angst, spanning bij optillen of aanraking;
 leer- en concentratiestoornissen, schoolverzuim;
 provocatief of zelfs agressief gedrag, delinquent gedrag;
 bedelen, stelen van voedsel;
 wegloopgedrag;
 angstig, schuw, geen vrienden kunnen maken, soms het omgekeerde:
allemansvriendje;
 verslavingsgedrag;
 weinig zelfvertrouwen;
 regressie/retardatie;
 seksualiserend/seksueel uitdagend gedrag;
 negatief zelfbeeld, zelfhaat, zelfverwonding, tentamen suïcide.
2.3.3 Specifieke signalen
Enkele kenmerken van de anamnese bij vermoedens van kindermishandeling.
Met betrekking tot de voorgeschiedenis:
 talrijke eerdere ongevallen en opnamen;
 aantreffen van ouder letsel zonder adequate verklaring.
Met betrekking tot verklaringen over het ontstaan van het letsel:
 directe mededeling van kind of getuige;
 contradicties in de verklaringen;
- tussen kind en ouder(s)
- tussen de ouders
 geen verklaring (geen getuigen);
 voortdurend wisselende verklaringen;
 niet-realistische verklaring i.v.m. het ontwikkelingsniveau;
 aard/lokalisatie van het letsel niet in overeenstemming met verklaring.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
38
Met betrekking tot het zoeken van medische hulp:
 lange latentieperiode(uren/dagen) na ontstaan van het letsel;
 hulp gezocht door ander(en) dan de ouder(s);
 hulp gezocht bij ander(en) dan bij de huisarts of kinderarts;
 hulp gezocht op minder gebruikelijk tijdstip.
Met betrekking tot de houding van de ouders:
 contradictie tussen ernst van het letsel en de reactie van de ouder(s);
 overdreven, soms agressieve reactie op onschuldige vragen;
 onttrekken van het kind aan medische zorg op het moment dat
kindermishandeling ter sprake komt of dat doorgevraagd wordt naar de
oorzaak.
2.3.4 Problemen bij de signalering
Het signaleren van kindermishandeling wordt vaak bemoeilijkt door processen
die zich bewust en onbewust bij de verschillende partijen afspelen. Door zich dit
te realiseren kan men het signaleringsproces veelal beter in kaart brengen.
a) Processen bij het slachtoffer
Het kind zal, zelfs bij gericht navragen, de mishandeling niet vermelden of
toegeven:
 omdat het niet beter weet, denkt dat het zo hoort;
 uit loyaliteit ten opzichte van zijn ouders;
 ter bescherming van het gezin of zijn ouders (anders moet papa/mama
naar de gevangenis);
 uit een gevoel dat er toch niets zal veranderen;
 uit schaamte (wat zal men niet van mij denken);
 uit schuldgevoel (het moet aan mij zelf liggen);
 uit angst voor de straf die erop zou kunnen volgen;
 omdat het kind er vaak van uit gaat dat arts en ouders onder een hoedje
spelen (het zijn immers allemaal volwassenen);
 ziekenhuis/arts is niet vertrouwenwekkend (arts - spuitjes - pijn: geen
 geruststellende associaties).
b) Processen bij de ouders(s)-pleger
Ook de ouder(s)-pleger zullen niet geneigd zijn mishandeling toe te geven:
 uit loyaliteit tussen ouders onderling;
 uit schaamte en schuldgevoel;
 uit angst voor juridische gevolgen of materiële gevolgen van een
eventuele scheiding.
c) Processen bij de hulpverlener zelf
Hoewel van een hulpverlener een professionele benadering van het probleem
mag worden verwacht, kunnen er situaties zijn waardoor de hulpverlener niet
in staat is om op adequate wijze met kindermishandeling om te gaan:
 emotionele belasting, woede, ongeloof, gevoel van machteloosheid;
 angst om niet geloofd te worden binnen de groep (bijvoorbeeld bij
 verpleegkundigen);
 angst voor de werkbelasting;
 controverse over de zwijgplicht etc.;
 angst en onwetendheid betreffende de juridische consequenties;
 geen samenwerking met de huisarts, omdat deze vaak ook de
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
39


vertrouwensfiguur van de pleger is en bij soms ook anderszins een
bekende van de pleger is;
het niet kunnen herkennen van kindermishandeling (wat je niet kent zie
je ook niet);
angst voor represailles.
Naam document
Status document/geldig tot
2.3 SIGNALEN EN SYMPTOMEN
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
40
Titel procedure
Discipline
2.4 Diagnostiek kindermishandeling algemeen
Alle medische professionals die kinderen
behandelen.
Doel/doelstelling
Handvatten bieden bij de signalering van kindermishandeling in een medische setting
Achtergrondinformatie
Signalen van kindermishandeling bij het lichamelijk onderzoek zijn oha subtiel en lastig
te beoordelen. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit mishandeling niet uit.
Ook is vrijwel geen enkele somatische bevinding, klacht of symptoom hét bewijs voor
kindermishandeling. De anamnese is hierbij uiterst belangrijk.
Indicatie
Bij alle kinderen die een arts consulteren in het ziekenhuis dient meegewogen te worden
of er wellicht sprake is van kindermishandeling.
Contraindicatie
Er is geen reden om de weging of kindermishandeling plaatsvindt los te laten.
Diagnostiek en zorgbeleid
2.4.1 Inleiding
Een vermoeden van kindermishandeling moet getoetst worden. Er zullen gegevens nodig
zijn van diverse disciplines om tot een (waarschijnlijkheids)diagnose te komen.2
Gewoonlijk rust de diagnostiek op drie pijlers:
a. medische diagnostiek en differentiële diagnostiek
b. gezinsonderzoek
c. gedragsdiagnostiek
Binnen een ziekenhuis staat de medische diagnostiek op de voorgrond. Gewoonlijk
worden gezins- en gedragsdiagnostiek door andere instanties uitgevoerd.
2.4.2 Medische diagnostiek
Bij een vermoeden van kindermishandeling is vaak sprake van een discrepantie tussen de
anamnese en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Zo.
Zo nodig wordt aanvullend laboratorium- en of rontgenonderzoek ingezet, gericht op de
differentiaal diagnose (stollingsstoornissen, intoxicaties, fracturen etc.) en/of het aantonen van
kindermishandeling (radiologisch onderzoek/skeletstatus, fundoscopie)
2.4.3 Anamnese 2
Noteer eerst de voor uw specialisme reguliere anamnestische gegevens
Speciale aandacht voor de ontwikkeling, de voeding, failure to thrive, de zindelijkheid, obstipatie,
pijnklachten, infecties, angsten, slaapstoornissen, te sterk seksueel getint gedrag, niet
leeftijdsadequaat omgaan met seksualiteit
2.4.4 Specifiek
Het is van belang om deze gegevens te vermelden bij de verslaglegging
Door wie, wanneer en waarom werd patiënt naar u verwezen?
Wie komt met het kind?
Indien het kind komt met één of beide ouder(s)/verzorger(s): is er een afwijkende houding van
de ouders/verzorgers:
extreme overbezorgdheid of juist onverschilligheid;
worden de klachten van het kind gebagatelliseerd?
extreem boos reageren op wat het kind zegt, afkatten;
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
41
afwerend gedrag, afwijzen van (medische) hulp of interventie, waar het gezien de aard van de
klachten wel normaal of wenselijk zou zijn;
vaak veranderen van huisarts/hulpverlener, medical shopping;
veel aandacht vragen voor zichzelf;
vertoont het kind gedragsproblemen?
Wat is de aard van de klacht en hoe wordt deze door het kind en/of de ouders
gepresenteerd?
Wat is de aard van het letsel?
is de aard van het ongeval in overeenstemming met de leeftijd en psychomotore ontwikkeling van
het kind?
zijn er tegenstrijdigheden of vaagheden in de verklaring over het ontstaan van het huidige letsel:
is de gegeven verklaring voor het letsel volgens u in overeenstemming met de aard van het
letsel? Zo nee: wat is volgens u de verklaring?
Waren er anderen (getuigen) aanwezig bij het ongeval? Zo ja: wie? en kunnen zij zo mogelijk
meer informatie verschaffen?
Hoe werd er hulp gezocht en is er een onnodige vertraging geweest bij de
presentatie van het letsel ("patient's delay")?
Is er sprake van aanwijzingen die retrospectief wellicht anders geïnterpreteerd
moeten worden: in het verleden onduidelijke letsels, intoxicaties of onbegrepen
klachten?
Pediatric Condition Falsification Bijvoorbeeld: onbegrepen ziektebeelden? neiging tot
somatisatie?, vragen de ouders/verzorgers veel aandacht voor zichzelf?
2.4.5 Lichamelijk onderzoek
De arts beschrijft alle, mogelijk met mishandeling samenhangende, afwijkingen zoals
hematomen, contusies, brandwonden, andere huidafwijkingen, fracturen,
intoxicatiesymptomen, inwendig letsel, neurologische stoornissen, retina afwijkingen (lokalisatie,
bijzondere plaatsen, aspect, symmetrie etc.). Onderzoek van het gehele kind is nodig, inclusief
het anogenitale gebied; Zie voor procedure: Top-Teen onderzoek paragraaf 2.5.
Vermeld de bevindingen op het SEH formulier en zonodig op het sputovamo formulier;
Beoordeel groei en ontwikkeling;
Let op de algehele verzorgings- en de voedingstoestand van het kind;
Beschrijf het gedrag van het kind tijdens onderzoek;
Beschrijf het gedrag van de ouders tijdens onderzoek.
Kenmerken van kindermishandeling bij lichamelijk onderzoek
Voor uitgebreide informatie verwijzen wij naar de handboeken en de KNMG.
Hier volgt een kort overzicht.
Dateren van hematomen
Er is geen betrouwbare tijdsbepaling te geven aan de hand van de kleurveranderingen van een
blauwe plek. Oppervlakkige blauwe plekken kunnen direct huidverkleuring geven, terwijl de
diepere blauwe plekken pas later of nooit zichtbaar kunnen worden. De onderstaande regel moet
dan ook met voorzichtigheid gehanteerd worden:
Als er een gele verkleuring
bij het lichamelijk
onderzoek te zien is, is de
bloeding tenminste 18 uur
oud. Het omgekeerde geldt
echter niet, dat wil zeggen
rood, blauw, paars
als een blauwe plek nog
niet geel is, dan mag men
niet voetstoots aannemen
dat daarom de blauwe plek
minder dan 18 uur oud
is.gezwollen en gevoelig2 -
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
42
5 dagen
5 - 7 dagen
7 - 1 0 dagen
10 - 14 dagen (of langer)
2 - 4 weken
Lokalisatie van huidletsels
Niet- accidenteel
Bovenarmen
Romp
Bovenbenen, voor- en
binnenzijde
Zijkanten van gezicht
Oren en nek
Genitalia
Onder de billen
groen
geel
bruin
verdwenen
ten gevolge van kindermishandeling versus ongeval
Ongeval
Schenen en knieën
Heupen (crista iliaca)
Onderarmen en
ellebogen
Wervelkolom
Voorhoofd
Onder de kin
Nb. let op kenmerkende afdrukken: bv. handen, riemen, natte handdoeken of andere voorwerpen
waarmee geslagen is.
(Bron: Bilo)
Lokalisatie van brandwonden ten gevolgen van kindermishandeling
Niet-accidenteel
Ongeval
Billen, perineum, genitalia enkels en
Gewoonlijk voorzijde van het
polsen, handpalmen en voetzolen.
lichaam, lokalisatie in
Scherpe demarcatielijnen.
overeenstemming met de gegeven
Handschoen en sok verbrandingen
verklaring
(Bron: R.M. Reece et al).
Kenmerken van humerus en femurfracturen bij kindermishandeling versus ongeval:
supracondylaire humerusfracturen bij jonge kinderen zijn typisch bij een ongeval;
non-supracondylaire humerusfracturen (diafyse of distale gedeelten van de metafyse) zijn zeer
verdacht voor mishandeling; dit worden ook wel de metafysaire hoekfracturen of klassieke
metafysaire lesies genoemd;
een femurfractuur (dwars of spiraal) bij een kind kleiner dan één jaar is in 60-80% van de
gevallen het gevolg van mishandeling;
een femurfractuur (dwars of spiraal) bij een lopend kind kan het gevolg van een ongeval zijn.
(Bron: S.A. Thomas, Long bone fractures in young children: distinguish in aacidental injuries from
child-abuse. Pediatrics, 88, 471-476, 1991)
Kenmerken van schedelfractuur ten gevolge van kindermishandeling versus ongeval bij
kinderen jonger dan twee jaar
Niet-accidenteel
Ongeval
Meervoudig of complex
In het algemeen enkelvoudig liniair
Impressiefractuur
Ongecompliceerd
'Groeiende' fractuur
Fractuurwijdte > 0.3mm
Fractuurwijdte < 0.3 mm
Fractuur in meer dan 1 schedelbot
Fractuur in 1 schedelbot
Vooral pariëtaal en occipitaal
Vooral pariëtaal gelokaliseerd
gelokaliseerd
zelden andere locaties
Soms frontaal of temporaal in de fossa
cranialis anterior of media in combinatie
met intracraniëel letsel (shaken-baby
syndrome)
(Bron: CJ. Hobbs, Skull fracture and the diagnosis of abuse. Arch. Dis. Child. 59, 246-252,1984)
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
43
Kenmerken van overige fracturen t.g.v. kindermishandeling:
 Ribfracturen, aan de dorsale zijde, naast de costo-vertebrale overgang en lateraal. Je ziet
ze pas als er callus ontstaat, ongeveer 10-14 dagen na het trauma. Op een vroege
botscan zijn ze wel te zien en ze zijn zeer typisch;
 Sternum fracturen zijn zeer zeldzaam bij kinderen. Meestal ontstaan ze na een accidenteel
trauma. Bij kinderen onder de leeftijd van een jaar staat kindermishandeling hoog in de
differentiaal diagnose.
 Wervelfracturen: Fracturen van de processus spinosa en processus transversus van de
wervels ontstaat door tractie en afscheuring van het ligamentum interspinosus tijdens
schudden.

Fractuur van het acromion en avulsie fractuur van de clavicula (draaibeweging van de arm).
Oogafwijkingen
 Retinale bloedingen, bij hersenletsel zijn zeer verdacht, dus oogarts laten kijken bij
onbegrepen en zeker bij ernstig neurologisch trauma (shaken baby syndrome);
 Retina loslating, zeker als het bilateraal is;
 Gedisloceerde lens of cataract, zeker als het unilateraal is;
 Subconjunctivale bloedingen, komen voor na trauma, maar ook na hypoxie, wurging of
stompe buik- en/of thorax trauma.
Buikletsel
 Intra-abdominaal letsel als gevolg van niet-accidenteel letsel kan ontstaat zijn door een
directe klap of stomp in het abdomen of door directe druk hierop (staan of knielen op het
abdomen). De stomp of klap kan leiden tot vooral schade aan de holle organen, de directe
druk tot schade aan de solide organen.pancreasletsel of pseudo-cystes (bij uitgestelde
presentatie);
 jejenum of duodenum perforaties;
 lever- en miltcontusie, subcapsulair hematoom, laceratie of ruptuur.
Belangrijk!: Er dient bij ieder kind met onverklaarde shock, bewusteloosheid, hartstilstand of
overlijden zonder aanwijsbare oorzaak altijd aan abdominaal letsel gedacht te worden, dus niet
alleen bij abdominale symptomatologie.
AanlAanvullend onderzoek bij een vermoeden van seksueel misbruik, zie ook paragraaf 2.6
Behandeling en zorgbeleid
Ten aan zien van het medisch letsel zullen de medisch specialisten weten hoe te
handelen en welk zorgbeleid nodig is gezien het letsel of de aandoening. Van belang is
om tegelijk de route van de signalering te volgen. Zie de betreffende
stroomdiagrammen.
Post-klinische activiteiten
Denk aan de hulpmiddelen voor de signalering zoals het SPUTOVAMO formulier, het
consulteren van de kinderarts, contact opnemen aandachtsfunctionaris, etc.
Complicaties
Zie pararaaf 2.7 Differentiaal diagnostiek
Gerelateerde documenten
Richtlijn KNMG, stroomdiagram Signaleren huiselijk geweld kinderen ALG en SEH,
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
44
Cursusklapper kindermishandeling voor kinderartsen (WOKK), versie nov. 2008
Literatuur/referenties
Vakliteratuur Bilo
Naam document
Status document/geldig tot
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Titel procedure
2.4 Diagnostiek kindermishandeling algemeen
1-1-2015
Naam
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
2.5 WERKWIJZER TOP TEEN ONDERZOEK (0-12 jr.)
Doel/doelstelling
Op gestructureerde wijze het verzamelen van informatie over de mogelijke
letsels/gezondheidsproblemen van het kind tot 12 jaar dat zich presenteert op de SEH.
Achtergrondinformatie
Ervaringen in andere ziekenhuizen wijzen uit dat een standaard top-teen onderzoek leidt
tot een hogere signalering.
Werkwijze
Elk kind onder de leeftijd van 12 jaar wordt van top tot teen onderzocht indien zij zich
presenteren op de SEH.
Verpleegkundigen voeren het top teen onderzoek uit indien het een kind met letsel
betreft.
Kinderartsen, AGNIO`s en SEH-artsen voeren dit onderzoek uit indien het een kind met
een ziekte/aandoening betreft.
Het top teen onderzoek dient als volgt uitgevoerd te worden:
 Voorstellen.
 Vertel kind/ouders wat je gaat doen.
 Vraag of kind pijn heeft, pijnlijke delen het laatst onderzoeken. Onderzoek het
kind op de wijze welke tijdens TNCC is aangeleerd: kijken/luisteren/voelen.
 Laat het kind (zichzelf) steeds deels uitkleden (hemdje optillen, broekje
aanhouden)
 Bevinding/letsel: vraag om verklaring ouders/kind.
 Let op de ontwikkeling en het gedrag van het kind, gedrag ouders, interactie.
 Meet en weeg het kind op indicatie.
 Vertel aan ouders en kind bevindingen van het onderzoek.
Onderzoek top tot teen:
 Behaarde hoofdhuid en schedel.
 Ogen, oren en achter de oren.
 Lip, wangslijmvlies, tongriempje, lipbandjes en gebit.
 Hals en nek.
 Thorax en buik.
 Genitaal gebied en billen.
 Rug en extremiteiten inclusief voeten en handen.
Gerelateerde documenten
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
45
Protocol huiselijk geweld en kindermishandeling
Beroepsgroep: http://www.nursing.nl/verpleegkunde/specialismen/seh-enambulancezorg/article/2691/kindermishandeling-top-tot-teen-onderzoek
Literatuur/referenties
- E learning module Augeo-foundation
Naam document
Status document/geldig tot
Top teen onderzoek bij kinderen onder de 12 jaar
April 2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Vivian Leijen
Vivian Leijen
Autorisatie
Lia Verheul
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
Handtekening en datum
46
Titel procedure
Discipline
2.6 (VERDENKING) SEKSUEEL MISBRUIK
Kinderartsen, gynaecologen, arts-assistenten
SEH
Doel/doelstelling
Bij verdenking sexueel misbruik afnemen van specifieke anamnese, verrichten
lichamelijk onderzoek en op indicatie verrichten van aanvullend onderzoek en evt.
behandelen voor SOA.
Achtergrondinformatie
Signalen van seksueel misbruik bij het lichamelijk onderzoek zijn over het algemeen
subtiel en lastig te beoordelen. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit seksueel
misbruik zeker niet uit.
Ook is vrijwel geen enkele somatische bevinding, klacht of symptoom hét bewijs voor
seksueel misbruik. De anamnese is ook bij seksueel misbruik uiterst belangrijk.
Indicatie
Onder seksueel misbruik wordt verstaan: seksuele contacten met minderjarigen die
plaatsvinden tegen de zin van het kind, zonder dat het kind- als gevolg van lichamelijk
of relationeel overwicht, emotionele druk of dwang of geweld- het gevoel heeft (gehad)
die seksuele contacten te kunnen weigeren en waarbij voor het kind schade ontstaat of
redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze zal ontstaan.
Diagnostiek en zorgbeleid
Bij een melding van mogelijk seksueel misbruik is het van groot belang om te weten
wanneer het laatste incident heeft plaatsgevonden. Als dit <72 uur is, is er reden om
het kind nog diezelfde dag te zien, al of niet samen met de forensisch arts en de Jeugden Zedenpolitie.
Informeer bij een verzoek om beoordeling van mogelijk seksueel misbruik, of er al
aangifte gedaan is of wordt en of er nog mogelijk bewijsmateriaal verzameld moet
worden. In het laatste geval doet u het lichamelijk onderzoek en de afname van
materiaal samen met de forensisch arts van de GGD en de Jeugd-en Zedenpolitie
(technisch rechercheur). Adviseer: niet eten/drinken, niet wassen, niet omkleden, niet
plassen, alle materialen meenemen die van belang kunnen zijn voor forensisch
onderzoek.
Vraag na of de ouder(s) die zeggenschap over het kind hebben of u toestemming heeft
om het onderzoek uit te voeren.
Anamnese:
Algemene adviezen:
- Overweeg eerst een speciële anamnese te verkrijgen zonder het slachtoffer erbij;
- Ga na hoe het misbruik of verdenking daarop aan het licht is gekomen;
- Stel het slachtoffer (kort na het trauma) alleen vragen die relevant zijn voor het
onderzoek; dit is ook van belang om een eventueel studioverhoor van de
zedenpolitie niet te veel te doorkruisen;
Gedragssignalen:
- <4 jaar; o.a. regressie, slaapproblemen, afwijkend gedrag in relatie met
ouder(s);
- 4-12 jaar: o.a. schoolproblemen, angsten, depressie, anorexie, conversie;
- >12 jaar: o.a. depressie, anorexie, relatieproblemen, automutilatie, criminaliteit,
seksueel uitdagend gedrag.
Overige/tractusanamnese:
- Tractus digestivus (pijn, veranderingen in defaecatiepatroon, continentie);
- Tractus urogenitalis (afscheiding, bloedverlies, mictiepatroon, dysurie,
continentie, urineweginfecties, zichtbare afwijkingen);
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
47
-
Medische voorgeschiedenis en ontwikkelingsgeschiedenis;
Familiegeschiedenis, gezinsanamnese (andere kinderen?), geweld, psychiatrische
problemen en drugs-en alcoholgebruik van de ouders;
- Verdeling zorg/werk van de ouders- wie zorgt voor het kind?
- Gegevens over evt. pleger (risico op SOA’s; andere slachtoffers?);
- Sociale anamnese en welbevinden van het kind;
- Betrokkenheid van Bureau Jeugdzorg, kinder-en jeugdpsychiatrie, AMK, Raad
voor de Kinderbescherming of politie en/of andere instanties;
- Menstruele en seksuele anamnese bij adolescenten en rook-, drugs- en
alcoholgebruik;
- Bij gescheiden ouders: wie is/zijn belast met ouderlijk gezag? Is de andere ouder
op de hoogte van ziekenhuisbezoek?
Lichamelijk onderzoek:
Het lichamelijk onderzoek van een seksueel misbruikt kind mag nooit leiden tot een
(hernieuwd) emotioneel trauma. Het moet daarom direct worden verricht door een
getrainde (kinder)arts of kindergynaecoloog. In de situaties dat er nog sporen veilig
gesteld kunnen worden moet dit onderzoek z.s.m. met de forensisch arts uitgevoerd
worden. Bij moeizaam onderzoek en twijfel over de bevindingen verwijzen naar Forum
Educatief of AMC.
Het urogenitaal onderzoek wordt het best in rugligging en kikkerhouding verricht met de
voetzolen tegen elkaar. Onderzoek bij kleuters kan bij een van de
ouders/verpleegkundige op schoot. Groter kind liggend op de onderzoeksbank. Tevens
wordt geadviseerd het kind ook in knie-/ellebooghouding te onderzoeken.
 Bij meisjes: inspecteer labia majora en minora (verklevingen/roodheid), clitoris
(gezwollen), vestibulum (rood, wondjes), hymen en introïtus (vorm, laceraties,
bloedingen), vagina en fourchette posterior (kwetsbare plek, vaak als eerste
beschadigd), anus (reflexmatige anusdilatatie).
 Bij jongens: Inspecteer preputium, glans, meatus, penisschacht aan beide zijden,
de basis van de penis en de testikels, anus (reflexmatige anusdilatatie).
Als er afwijkingen gevonden worden bij lichamelijk onderzoek, zijn deze vaak weinig
specifiek voor sexueel misbruik. Bij seksueel misbruik wordt vaak gebruik gemaakt
van de indeling volgens Adams. Deze geeft de waarschijnlijkheid aan dat afwijkingen
in en rond de schaamstreek het gevolg zijn van seksueel misbruik.
Classificatie voor lichamelijk onderzoek volgens Adams
Anogenitale bevindingen
1a
Hymenal tags, banden, linea vestibularis etc.
Normaal
1b
Hymen septatum, perianale tags, diastasis ani
Normale varianten
1c
Lichen sclerosis et atrophicus, streptokokkenAndere aandoeningen
infectie, mollusca, hemangiomen
2
Fluor, verdikt hymen, roodheid van vestibulum,
Niet-specifiek, bevindingen kunnen
verkleving van labia minora, vesiculaire lesies in
resultaat zijn van seksueel misbruik,
genitaal gebied, vaginaal bloedverlies, anus
maar kunnen ook andere oorzaak
dilatatie
hebben
3
Duidelijke anusdilatatie zonder ontlasting en geen
Verdacht, bevindingen worden
anamnese van obstipatie etc., inkeping in hymen
gevonden bij seksueel misbruik,
posterior, acute beschadigingen labia, penis e.a.,
maar onvoldoende gegevens om
bijtwonden in genitaal streek, litteken of verse
duidelijk bewijs te zijn
laceratie fourchette posterior
4
Laceratie van het hymen, ecchymosis v.h. hymen,
Duidelijk bewijs
laceraties perianaal, transsectie v.h. hymen,
afwezigheid hymen in posterieure deel
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
48
Aanvullend onderzoek:
Indicaties voor SOA-onderzoek:
- Aanwijzing voor penetratie of ejaculatie;
- Verdachte bekend met (risicofactoren voor) SOA (verdenking van drugsgebruik,
alcoholisme of ander risico-verhogend gedrag);
- Wens van ouders of kind;
- Voor SOA verdachte symptomen (fluor vaginalis, pijn, jeuk, onprettige geur,
symptomen van de tractus urogenitalis, genitale ulcera of laesies)
Afname diagnostiek bij hoog risico:
Op t=0 (<72 uur na incident):
 HBsAg, anti HB-c, HIV-serologie;
 Lues serologie: VDRL, IgM, IgG en FTA-ABS
(bij pre-puberale kinderen zeer onwaarschijnlijk).
Op t=2 weken na incident:
 Chlamydia en Gonorrhoe-PCR in “First void” urinepotje en over te brengen in een
potje met gele sticker (Aptima set), of indien mogelijk uitstrijk maken van
vagina, cervix, keel of anus (Aptima set) zie MMB;richtlijn inzenden materiaal.
 Evt. zwangerschapstest;
 Herpeskweek (alleen bij zichtbare laesies);
 Biopt van condylomata accuminata bij twijfel. Idem bij klachten (fluor);
 Banale kweek (Stuart medium);
 Trichomonaskweek (ook uit Aptima set te bepalen; wel erbij vermelden)
 Kweek op gisten en schimmels;
 Na 6, 12 en 24 weken HBsAg, anti-HB-c, HIV-serologie.
Behandeling en zorgbeleid
Na verkrachting kan SOA-preventie noodzakelijk zijn.
Hepatitis B: Indien hepatitis risico hoog of dader hepatitis B positief; dan binnen 72 uur
passieve immunisatie met immuunglobuline, gecombineerd met de eerste vaccinatie.
De inenting wordt na 6 en 24 weken herhaald.
HIV: Na een accidenteel bloed- of een ander risicovol contact kan gestart worden met
medicijnen, die het risico op een HIV infectie mogelijk verkleinen. Deze Post Expositie
Profylaxe (PEP) bestaat uit drie anti-retrovirale middelen. De medicijnen moeten zo snel
mogelijk na het accidenteel bloedcontact worden ingenomen, bij voorkeur binnen 2 uur,
en gedurende 28 dagen gecontinueerd. PEP wordt alleen overwogen als er een
werkelijke kans op de besmetting is, omdat de medicijnen ook bijwerkingen hebben.
PEP keuze en dosering jonge kinderen voor wie medicatie in drankvorm aangewezen is:
 Zidovudine (AZT)-Retrovir® 10 mg/ml
 Lamivudine (3TC)-Epivir® 10 mg/ml
 Efavirenz-Stocrin® 30 mg/ml
Het voorschrijven van anti-retrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen
van een HIV-team. In voorkomende gevallen overleggen met kinderinfectioloog van
academisch ziekenhuis.
Chlamydiasis: Gezien de goede behandelbaarheid wordt geen standaard profylaxe
gegeven. Bij de poliklinische controle na 2 weken wordt een urine-PCR ingezet. Indien
positief behandeling met azitromycine.
Gonorroe: Gezien de lage incidentie geen standaard profylaxe, tenzij dader bekend met
gonorroe. Indien urine PCR positief, volgt kweek en wordt behandeling ingezet met
ceftriaxon.
Zwangerschapspreventie: Aan post-puberale meisjes die mogelijk seksueel misbruik
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
49
(onbeschermd geslachtsverkeer) hebben ondergaan, wordt liefst binnen 12 uur, maar
zeker binnen 72 uur na het contact de morning-after pil voorgeschreven. De bekendste
pil met de minste bijwerkingen is NorLevo® 1,5 mg (indien binnen 3 uur na inname van
de tablet wordt uit gebraakt dient de behandeling onmiddellijk te worden herhaald.
(Morning-after pil is ook zonder recept verkrijgbaar bij de drogist).
Post-klinische activiteiten
Verwijzing psychotrauma centrum Dronten.
http://www.traumahulp.com/
Complicaties
Bijwerkingen anti-retrovirale therapie.
Gerelateerde documenten
Indeling volgens Adams.
Protocol kindermishandeling.
Literatuur/referenties
Werkboek kindermishandeling- 2e druk 2011 (sectie sociale- en psychosociale pediatrie
van de Nederlandse Vereniging van kindergeneeskunde.
Cursusklapper Kindermishandeling voor Kinderartsen- nov. 2008.
Naam document
Status document/geldig tot
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
(Verdenking) sexueel misbruik
Juni 2015
Naam
A. Walrave
A. Walrave
A. Walrave
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
Handtekening en datum
50
Titel procedure
2.7 Medische verslaglegging
Doel/doelstelling
Handvaten bieden bij medische verslaglegging in het geval van (een vermoeden van)
kindermishandeling.
Achtergrondinformatie
Het geen is vastgelegd over signalen van kindermishandeling is van groot belang. Het
voorkomt dat andere disciplines zoals de huisarts niet kunnen beschikken over de
informatie die in het ziekenhuis is vergaard. Tevens is vastleggen van belang wanneer
juridisch onderzoek of onderzoek door de Raad van Kinderbescherming wordt ingezet.
Werkwijze
2.7.1 Inleiding
Het zal duidelijk zijn dat zorgvuldige verslaglegging van belang is.
Omdat meerdere medewerkers bij de casus betrokken zijn moeten, voor een goede
hulpverlening, alle feiten voor iedereen even duidelijk zijn. Bij eventuele klachten moet
uit de verslaglegging helder zijn dat ten behoeve van het bedreigde kind op een medisch
verantwoorde manier is gehandeld. Het NVK adviseert om, naast de standaard medische
verslaglegging dat er bij vermoedens van kindermishandeling aandacht besteedt moet
worden aan de volgende punten:
 op wiens verzoek is het kind verwezen?
 bij wie is vermoeden van kindermishandeling ontstaan en waar is dat vermoeden op
gebaseerd?
 wie heeft het ouderlijke gezag en vindt het onderzoek plaats met instemming van die
persoon?
 van wie zijn bepaalde uitspraken afkomstig (kind, ouder, begeleider, huisarts etc.);
 groei, inschatting van ontwikkeling ;
 de reacties van het kind bij lichamelijk onderzoek, verzorgingstoestand, exacte
weergave van lichamelijke bevindingen;
 ook negatieve bevindingen noteren.
De KNMG meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld adviseert t.a.v.
dossiervoering het volgende:
1. De arts houdt in het dossier van zijn cliënt zorgvuldig en zo feitelijk mogelijk
aantekening van (aanwijzingen voor) kindermishandeling, van de onderzoeken
die met het oog daarop zijn gedaan, van de uitkomstendaarvan, van de inhoud
van het overleg met collega’s, andere beroepskrachten en/of instanties zoals het
AMK, van het gegeven of voor het verstrekken van gegevens aan derden
toestemming werd gevraagd en/of verkregen en van alle andere stappen die de
arts in het kader van (het vermoeden van) kindermishandeling heeft
ondernomen.
Blijkt een vermoeden uiteindelijk onterecht, dan vermeldt de arts ook dat
uitdrukkelijk in het dossier.
2. De arts bewaart dossiers die gegevens bevatten over (vermoedens van)
kindermishandeling, totdat het kind op wie de gegevens betrekking hebben, 34
jaar is geworden of zoveel langer als in verband met goed hulpverlenerschap
noodzakelijk is.
3. Vernietiging van gegevens over (vermoedens van) kindermishandeling uit het
dossier van het kind, vindt uitsluitend plaats op verzoek van het kind zelf en
uitsluitend als dat de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en in staat kan worden
geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
4. Een verzoek van een ouder om vernietiging van gegevens over (vermoedens van)
kindermishandeling uit diens eigen dossier, kan worden geweigerd vanwege het
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
51
gerechtvaardigd belang van betrokken kinderen bij bewaring van die gegevens.
5. Goed hulpverlenerschap kan meebrengen dat de arts ouders inzage in en/of
afschrift van gegevens over kindermishandeling weigert.
2.7.2 Signaleringsprotocol kindermishandeling voor de acute hulp
Op de SEH wordt het SPUTOVAMO formulier te gebruikt. Dit formulier is zo gemaakt dat,
als de professional het langsloopt, hij gedwongen wordt om goed naar enkele dingen te
kijken. De SEH-arts of arts-assistent op de SEH wordt gevraagd om bij elk kind vier
screenende vragen te doorlopen. Wijkt een van de vragen af dan dienen de 9 vragen van
het sputovamoformulier te worden doorlopen. De 9 letters van SPUTOVAMO, het woord
is een geheugensteuntje, staan voor 9 kenmerken: Soort, Plaats, Uiterlijk, Tijd, Oorzaak,
Veroorzaker, Anderen, Maatregelen, Oude letsels.
Er wordt gevraagd om bij die 9 vragen ja of nee aan te geven. Bij het beantwoorden van
de vragen wordt snel duidelijk of, in differentiaal diagnostisch opzicht, rekening met
kindermishandeling gehouden moet worden.
2.7.3 Inhoud medische correspondentie
Het zal duidelijk zijn dat in een brief aan de huisarts en andere betrokkenen een aantal
zaken vermeld moeten worden. Omdat de resultaten van een medisch onderzoek in
bepaalde omstandigheden van doorslaggevend belang kunnen zijn bij de bescherming
van het kind (bijvoorbeeld in een juridische procedure) is het belangrijk dat de resultaten
ook voor niet medisch geschoolden begrijpelijk omschreven worden.
Melding AMK
Een melding AMK wordt gewoonlijk gedaan via het format dat op dat moment gebruikt
wordt door het AMK. Telefonisch (036-5484920) kan de meest recente digitale versie
worden opgevraagd.
Melding Raad Voorbeeldbrief kindermishandeling
Geachte collega,
................., geboren ..............., wonende .....................,
zagen wij op de polikliniek/was opgenomen van ............ tot .....
.... wegens ..................... (klachten/signalen)/vermoeden van
kindermishandeling/vermoeden van seksueel misbruik.
Hij/zij werd verwezen door ...............
Anamnese:
Voorgeschiedenis:
Actuele anamnese: (lichamelijke symptomen, gedragssignalen)
Ontwikkelingsanamnese:
Sociale anamnese: (gezin, school)
Familie-anamnese:
Onderzoek:
Lichamelijk onderzoek:
Gezinsonderzoek (verricht door ....... ):
Gedragsdiagnostiek (verricht door .........):
Werkdiagnose en differentiële diagnostiek:
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
52
Aanvullende diagnostiek:
specifiek aanvullend onderzoek: (al naar gelang dit ingezet is)
Aanvullend overleg/informatie:
(huisarts, AMK, Raad voor de Kinderbescherming, politie)
Conclusie:
 (bewezen c.q. sterk vermoeden van) kindermishandeling,
namelijk …………………....(type mishandeling),
op basis van .....……………(signalen en diagnostische bevindingen),
bij uitsluiting van .................(DD's)
en bij de volgende (causale) gezinsproblematiek ……………………….
 Nevendiagnoses
Beleid en adviezen en beloop:
 gesprekken met de ouders/verzorgers:
 medische adviezen/behandeling:
 interne hulpverlening en follow-up
 externe hulpverlening
Gerelateerde documenten
KNMG meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld:
http://www.artsennet.nl/Nieuws/Op-tv/Uitzending/111329/KNMGmeldcodekindermishandeling-en-huiselijk-geweld-maart-2012.htm
Naam document
Status document/geldig tot
2.7 Medische verslaglegging
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
53
Titel procedure
2.8 Gespreksvoering
Doel/doelstelling
Informatie verschaffen om gesteund een gesprek over signalen van kindermishandeling
aan te kunnen gaan.
Achtergrondinformatie
Het voeren van een gesprek over signalen van kindermishandeling is niet eenvoudig.
Het is van belang om heldere informatie hierover te verschaffen.
Werkwijze
2.9. 2.8.1 Inleiding
Het primaire doel van het gesprek met de ouders is om de bezorgdheid van de
kinderarts/het ziekenhuis te bespreken en de ouders aan te spreken op hun
verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind. Indien de ouders deze bezorgdheid
kunnen delen kan op grond van het ingestelde nader onderzoek de hulpbehoefte van
het gezin vastgesteld worden om deze samen met de ouders te vertalen naar een
hulpvraag. Soms moet dit gesprek een soort breekijzerfunctie hebben om ouders
duidelijk te maken dat hulpverlening in de ogen van de medische professional
noodzakelijk is en weliswaar op vrijwillige basis plaats zal vinden, maar van de kant
van de kinderarts niet vrijblijvend is. Dit laatste omdat de kinderarts/het ziekenhuis
een verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van
het kind en ervoor verantwoordelijk is om in elk opzicht herhaling van het gebeurde te
voorkomen.
Het moet ook duidelijk zijn dat, als de ouders niet bereid zijn tot verdere diagnostiek
en/of hulpverlening, de kinderarts de verantwoordelijkheid heeft hierover in contact te
treden met het AMK en, als de situatie voor het zeer acute kind onveranderd
bedreigend of onduidelijk blijft, met de Raad voor de Kinderbescherming. Overigens is
het niet de taak van medisch specialist of andere functionarissen van het ziekenhuis
om aan “waarheidsvinding te doen”. Het is de taak van kinderarts en andere betrokken
functionarissen om zorg over een kind te signaleren en de zorg door te leiden naar de
betreffende instanties.
2.8.2 Uitvoering Gesprek
Plaats:
Het is zinnig na te gaan wat een goede plaats is voor het voeren van een gesprek in
het ziekenhuis. Bij voorkeur een ruimte waar men niet direct gestoord wordt. Tegelijk
een ruimte van waaruit collega’s opgeroepen kunnen worden.
Deelnemers:
Spreek zo mogelijk met beide ouders tegelijk waardoor beide ouders gelijktijdig
dezelfde informatie krijgen (bij seksueel misbruik kan op verzoek van het kind alleen
met de niet-mishandelende ouder gesproken worden).
Spreek nooit alleen met ouders, tenminste de verantwoordelijke (kinder)arts en
bijvoorbeeld een verpleegkundige.
Spreek niet met meer dan drie personen met de ouders om de ouders niet de indruk te
geven dat zij voor een forum verschijnen.
Denk bij gesprekken met kinderen aan de juridische rechten en plichten die
samenhangen met de leeftijd van het kind. Zie paragraaf 2.13.
Bij taalproblemen kan gedacht worden aan het inschakelen van de tolken telefoon
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
54
(088-2555222). Laat bij een vermoeden kindermishandeling het kind niet tolken:
loyaliteitsconflict, onjuiste informatie heen en terug).
Rolverdeling:
De inhoud van de boodschap en wie deze mede deelt moet goed voorbereid en
afgesproken worden. Hierbij dient de rolverdeling te worden afgesproken: de
kinderarts of andere medisch specialist of arts dient de meer gespreksvoerende/leidende rol te hebben, de verpleegkundige heeft dan een meer observerende en
steunende rol.
2.8.3 Schema met toelichting Gesprekken met de ouders
Inhoud:
 vragen naar hun verklaring van de symptomen
 bezorgdheid uiten
 ouders laten meedenken
 noodzakelijkheid nadere diagnostiek uitleggen
 behandelplan bespreken
Attitude:
 vriendelijk, geduldig, luisterend
 niet beschuldigend
 duidelijkheid geven over de ernst van problemen en wat er dient te gebeuren
 duidelijk zijn over de te nemen stappen als er onduidelijkheid blijft bestaan of
als de ouders niet wensen mee te werken (het medisch advies negeren)
 openheid over welke in- en externe hulpverleners er worden geconsulteerd en
ingeschakeld.
Ad inhoud gesprekken:
 Voorstellen: stel u zelf en uw collega voor en verduidelijk de
hoedanigheid/functie waarin u met hen gaat spreken;
 Hoeveelheid informatie: wees kort en helder en geef niet te veel informatie
tegelijk; beperk u tot de essentie van de zaak (ik heb redenen tot bezorgdheid
over uw kind; namelijk ….); denk aan het kiezen van een goed moment (the
golden window of oppertunities);
 Probleemstelling: bespreek eerst de aanleiding van uw zorg en bemoeienissen:
de signalen, de symptomen, de onduidelijkheden in de verklaring van de
ouders, het functioneren van het kind, het belang van gezondheid, veiligheid en
het voorkomen van herhaling;
 Vermijden van beschuldigingen: vraag de ouders mee te denken als
verantwoordelijk ouder van hun kind, vraag wat ze van de situatie vinden;
 In latere gesprekken kunnen samen met de arts of maatschappelijk werker
meer persoonlijke zaken aan de orde komen, bijvoorbeeld hoe het met hen zelf
gaat, eigen verleden, de relatie met de partner etc.;
 Voorkomen moet worden dat er een discussie ontstaat op betrekkingsniveau.
Het gesprek vindt zijn legitimiteit in het belang van het kind. Wijs er steeds op
dat in feite ouders en hulpverleners hetzelfde doel nastreven: het bieden van
optimale ontwikkelingskansen voor het kind;
 Tevens moet voorkomen worden dat ouders en gespreksleider in feite "om de
hete brij heen draaien " en de ouders openingen geboden worden om verder
niets te hoeven zeggen.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
55
Ad attitude:
 In feite gaat het voor de ouders toch vaak om een gesprek waarin zij zich
geconfronteerd voelen met het eigen falen of hun onmacht. Daarbij kunnen
diverse reactiepatronen bij de ouders naar voren komen; bereid u voor hoe u
gaat reageren bij: ontkenning, neiging tot isolering, woede, onderhandelen of
berusting;
 Bedenk dat de ouders vaak zelf een belaste familieanamnese hebben en dat de
kindermishandeling vaak uit onmacht heeft plaatsgevonden;
 Als de ouders uw zorg niet delen en/of hun eigen rol in het ontstaan van de
problemen niet in kunnen of willen zien, probeer hen dan niet van uw gelijk te
overtuigen (beschuldigen), maar bekijk of ze de signalen en symptomen
herkennen en uw zorg daarover kunnen delen;
 Vermijd termen als: schuld, dader, (kindermishandeling en overtuig de ouder
van de noodzaak tot hulpverlening;
 Geef ruimte aan het uiten van boosheid ook als die direct tegen u gericht is,
maar stel er wel grenzen aan (structureer de boosheid);
 Voorkom dat de boosheid van de ouders zich richt tegen het kind (zich verraden
voelen); ook dit moet uitgesproken worden;
 Probeer de ouders te motiveren voor de hulpverlening; voorkom het gevoel van
verlies van autonomie bij de ouders; vaak hebben de ouders al lang begrepen
dat er iets mis is en dat hulp nodig is;
 Ga niet over tot onderhandelen: laat u niet een beperkte bemoeienis van
buitenstaanders met het gezin afdwingen;
 Geef aan het eind altijd een samenvatting niet een herhaling van de gemaakte
afspraken;
 Maak altijd een schriftelijk verslag van het gesprek (zie ook paragraaf 2.8
medische verslaglegging);
 Maak duidelijk wat uw stappen zullen zijn als de ouders zich niet aan de
gemaakte afspraken houden;
 Bespreek welke hulpverleners en instanties ingeschakeld zullen worden, ook als
het gaat om AMK of de Raad voor de Kinderbescherming;
 Informeer andere betrokkenen (de verpleging bijvoorbeeld) over het gesprek.
Naam document
Status document/geldig tot
2.8 Gespreksvoering
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
56
Titel procedure
2.9 Advies vragen over en (verkort) melden van vermoeden
kindermishandeling
Doel/doelstelling
Een toelichting verstrekken over rol en taak van AMK/BJZ en CAT bij een vermoeden
van kindermishandeling
Achtergrondinformatie
Voor professionals in het ziekenhuis is het goed te weten welke taken het AMK/BJZ CAT
vervult bij het signaleren van kindermishandeling
Werkwijze
2.9.1 Inleiding
Binnen het de MCGroep is het voor alle medewerkers mogelijk om advies te vragen over
een vermoeden van kindermishandeling bij:
-de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld kinderen 06-48139935
-de dienstdoende kinderarts
Voor alle professionals en burgers in Nederland is het mogelijk om advies te vragen aan
het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling; kortweg het AMK genoemd. In principe
kan iedereen met het AMK overleggen over zijn vermoedens. De kindermishandeling
hoeft niet bewezen te zijn.
Het AMK is tijdens kantooruren bereikbaar (036-5484920). Buiten kantooruren kan men
voor dringende zaken bellen met de bereikbaarheidsdienst via hetzelfde
telefoonnummer.
Het AMK is een onderdeel van Bureau Jeugdzorg en is een onafhankelijke instelling, die
geen formele relatie heeft met justitiële instellingen, zoals de Raad voor de
Kinderbescherming en de Politie. Wel zijn er onderling uitgebreide
samenwerkingsafspraken gerealiseerd.
2.9.2 Functie, taken en werkwijze AMK
De functies van het AMK zijn:
1-De advies- en consultfunctie
Bij het AMK kan, bij een vermoeden, advies of consult gevraagd worden. Hierbij hoeft
degene, die contact legt met het AMK, de naam van het betreffende kind of het
betreffende gezin niet te noemen. Hij beperkt zich tot de probleembeschrijving en
probeert samen met het AMK een route uit te zetten, waarbij duidelijkheid wordt
verkregen over de aard van het probleem en de mogelijke oplossingen voor de
adviesvrager, het kind en/of het gezin.
Het AMK start op basis van een dergelijk verzoek om advies of consult geen onderzoek.
De verantwoordelijkheid voor de aanpak blijft berusten bij de adviesvrager, met andere
woorden de adviesvrager blijft eigenaar van het door hem/baar geschetste probleem.
Iedereen kan om een advies of consult vragen.
2-Algemene taken: evalueren van eigen handelen, signaleren van knelpunten bij de
hulpverlening en in de samenwerking en participatie in regionale beleidsorganen.
3-Het meldpunt (meldingen ter activiteit)
Het AMK heeft als derde taak het aannemen van meldingen van (vermoedens van)
kindermishandeling. Het AMK neemt bij een melding ter activiteit de
verantwoordelijkheid van de melder niet over, maar deelt deze met de melder.
Het AMK zal de melding onderzoeken, beoordelen, zo nodig hulpverlening starten en
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
57
feedback geven aan de melder. Indien nodig leidt het AKM de zaak door naar de Raad
voor de Kinderbescherming. Het gaat dan om situaties waarin een maatregel nodig
wordt geacht.
Hieronder wordt puntsgewijs op enkele relevante aspecten die aan de orde zijn bij een
melding ingegaan.
De status van de melder
Het AMK houdt in zijn werkwijze rekening met de relatie van de melder met het kind
en/of het gezin. Er wordt een driedeling gemaakt, die consequenties heeft voor de
status van de melder:
***Meldingen vanuit het informele circuit door omstanders (onder andere familieleden,
vrienden, kennissen en buren). Deze mensen mogen bij het AMK melden en de wens
uitspreken anoniem te blijven ten opzichte van het gemelde kind en/of het gezin. Het
AMK is gerechtigd dit verzoek te honoreren en de melding wordt in behandeling
genomen.
***Meldingen uit het circuit van de beroepsbeoefenaren (onder andere huisartsen,
medisch specialisten, kinderartsen, verpleegkundigen, medewerkers van de
consultatiebureaus voor zuigelingen en kleuterzorg en van de jeugdgezondheid en
leerkrachten). Deze groep kan de wens uitspreken anoniem te blijven ten opzichte van
het gemelde kind en/of het gemelde gezin. Het AMK is gerechtigd deze wens te
honoreren, nadat de redenen voor het verzoek uitgebreid met de melder besproken zijn.
***Meldingen door professionele hulpverleners, die een behandelingsrelatie hebben met
het betreffende kind en/of gezin (onder andere medewerkers Algemeen Maatschappelijk
Werk en Jeugdhulpverlening /jeugdbescherming). Het AMK is niet gerechtigd een
verzoek om anonimiteit van de zijde van deze groep melders te honoreren, tenzij het
evident is dat het belang van het kind daarmee geschaad wordt of er risico's voor de
hulpverlener ontstaan.
De informatieplicht
Het AMK heeft de verplichting tot het informeren van het kind en/of het gezin dat er een
melding is aangenomen. Deze informatieplicht is aan duidelijke termijnen gebonden en
bedraagt 4 weken na binnenkomst van de melding. Deze termijn mag met 2 weken
verlengd worden in situaties waarin sprake is van ernstige bedreiging van het kind en
verlenging van de termijn noodzakelijk is om een verantwoorde interventie te doen. Met
andere woorden, verlenging is alleen toegestaan als een te vroege interventie de situatie
van het kind zou verslechteren.
Het inzagerecht
Bij het AMK hebben het kind en/of zijn wettelijke vertegenwoordigers recht op inzage in
het dossier. Inzage moet worden verleend zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 4
weken na ontvangst van het verzoek tot inzage. In principe moet de inzage zo volledig
mogelijk zijn. De opzet van het dossier mag zo zijn dat iedere verwijzing naar de
identiteit van de melder ontbreekt, als het AMK het verzoek om anonimiteit van de
melder heeft gehonoreerd.
Een beperkte inzage en het weigeren van inzage is alleen mogelijk onder strikte
voorwaarden. Argumenten hiervoor zijn aantasting van de persoonlijke levenssfeer van
betrokkenen (kind, gezinsleden, melders, informanten) en evidente aanwijzingen, dat
het kind en/of andere betrokkenen bij inzage ernstige schade oplopen.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
58
Het onderzoek
Het AMK is gerechtigd gegevens te verzamelen bij informanten zonder medeweten van
het kind en/of het gezin. De periode waarin dit kan gebeuren bedraagt maximaal 4
weken. Nadat een contact ontstaan is met het gezin zal het opvragen van informatie bij
derden in principe alleen kunnen plaatsvinden na toestemming van het kind en/of het
gezin. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er sprake is van een weigering tot
toestemming in situaties waarin de informatie die door derden kan worden verstrekt
essentieel is voor een verbetering van de situatie van het kind/de jongere.
De activiteiten van het AMK eindigen op het moment dat:
-De hulpverlening goed op gang is gekomen;
-Naar overtuiging van het AMK een einde is gekomen aan de mishandelingssituatie;
-De verantwoordelijkheid voor het kind is overgenomen door de Raad;
-Het kind meerderjarig is geworden.
2.9.3 Verkorte Melding
Sinds 2012 is het vanuit de SEH van de MCGroep mogelijk om een zogenaamde
Verkorte Melding te doen bij het Centraal Aanmeldingsteam (CAT) van het AMK/Bureau
Jeugdzorg. Dit betreft specifiek op maat gemaakte afspraken tussen ziekenhuis en
AMK/BJZ. Het gaat hierbij om de kinderen jonger dan 18 jaar van drie specifieke
groepen patiënten op de SEH:
-patiënten met auto-intoxicatie
-patiënten na een tentamen suïcide
-patiënten met huiselijk geweld tussen volwassenen
Voor deze patiënten geldt dat er standaard een zogenaamde verkorte melding bij het
CAT wordt gedaan m.b.v. een standaardformulier. Uiteraard dient dit gemeld te worden
aan de patiënt en/of partner, familie. Het CAT voert daarna een risico-inventarisatie uit.
Het formulier voor de Verkorte Melding is te vinden op Mavim bij de afdeling SEH onder
kindermishandeling.
Doel van deze procedure is om de risico-inventarisatie neer te leggen bij een orgaan dat
daarop is toegerust en dat bovendien direct hulpverlening kan inschakelen wanneer dat
wenselijk is. Tevens schept de procedure veel duidelijkheid over hoe te handelen in de
beschreven situatie.
Gerelateerde documenten
Formulier Verkorte Melding (Mavim/Afdelingen/SEH/kindermishandeling
Naam document
Status document/geldig tot
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
2.9 Advies vragen over en (verkort) melden van
vermoeden kindermishandeling
1-1-2015
Naam
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
59
Titel procedure
2.10 De Raad voor de Kinderbescherming
Doel/doelstelling
Informatie verstrekken over de Raad van de Kinderbescherming die relevant is bij het
signaleren van kindermishandeling vanuit het ziekenhuis.
Achtergrondinformatie
Het is van belang dat artsen weten wat de Raad doet. Met name vanwege het expliciete
recht van artsen om in acute situaties zelf rechtstreeks te melden bij de Raad.
Werkwijze
2.10.1 Werkwijze Raad
De samenleving als geheel heeft de verantwoordelijkheid voor de directe zorg voor de
gezonde en evenwichtige ontwikkeling van kinderen. De ouders zijn daarbij primair, de
voorzieningen- en zorgsector zijn secundair en overheid is tertiair verantwoordelijk.
De overheid heeft een publieke verantwoordelijkheid ten aanzien van kinderen, die
gegrond is op het fundamentele recht van leder kind op een gezonde en evenwichtige
ontwikkeling. De Raad geeft inhoud aan deze publieke functie van de overheid. De Raad
komt pas in actie als daar om gevraagd wordt door Bureau Jeugdzorg of het AMK.
Informatie over de Raad voor de Kinderbescherming en bijvoorbeeld over wat uw
rechten zijn wanneer u wordt benaderd voor informatie vindt u op:
www.kinderbescherming.nl
2.10.2 Kinderbeschermingsmaatregelen
De Raad kan besluiten tot een aantal kinderbeschermingsmaatregelen:
1. De ondertoezichtstelling (O.T.S.)
De O.T.S. is de meest opgelegde kinderbeschermingsmaatregel. De O.T.S. beperkt de
ouders in het gezag over hun kinderen. De kinderrechter geeft een organisatie voor
Jeugdzorg (Bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, de William Schrikker Stichting, het Leger des
Heils, de SGJ) de opdracht de gezinsvoogdij uit te oefenen. Namens de organisatie zal
een gezinsvoogd de ouders steunen bij de opvoeding van de kinderen. De O.T.S. wordt
uitgesproken voor een jaar. Hij kan eerder worden opgeheven en ook steeds met een
jaar worden verlengd. Soms worden kinderen in het kader van een O.T.S. uit huis
geplaatst. Doel van de O.T.S. is altijd: herstel van contact tussen ouder en kind.
In een situatie waar een acute bedreiging van een kind aanwezig is, bestaat de
mogelijkheid voor de Raad om een voorlopige O.T.S. (V.O.T.S.) aan de kinderrechter te
vragen. Het is van belang dat daarbij (voor zover mogelijk) voldoende informatie
voorhanden is. Een V.O.T.S. wordt uitgesproken voor de duur van drie maanden. Na een
raadsonderzoek zal duidelijk moeten worden of een verzoek gedaan zal moeten worden
tot een definitieve O.T.S.
Wanneer een uithuisplaatsing vanuit de kinderafdeling plaats vindt en Bureau Jeugdzorg
de gezinsvoogd levert, geldt de Procedure Uithuisplaatsing Bureau Jeugdzorg van de
kinderafdeling.
2. De ontheffing
Als de ouders de verzorging en opvoeding van een kind niet aankunnen, kunnen ze van
het gezag worden ontheven. De rechter draagt het gezag dan meestal op aan een
voogdij-instelling. De ouders hebben dan niets meer over het kind te vertellen. Een
ontheffing wordt voor een bepaalde tijd uitgesproken. Ouders kunnen de rechter wel
vragen om in het gezag hersteld te worden. Deze maatregel komt niet veel voor.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
60
3. De ontzetting
Als ouders verwijtbaar ernstig tekort schieten in de verzorging en opvoeding van hun
kind, kan de rechter hen uit de ouderlijke macht ontzetten. De rechter draagt het gezag
als regel op aan een voogdij-instelling. De rechter geeft het gezag alleen aan de ouders
terug als zij in staat zijn hun kind weer goed te kunnen verzorgen en opvoeden. Deze
maatregel komt zelden voor.
4. De voorlopige toevertrouwing
In crisissituaties kan het kind voorlopig toevertrouwd worden aan de Raad. Tijdens deze
voorlopige toevertrouwing heeft de Raad zeggenschap over het kind. Dit gebeurt als er
sprake zeer bedreigende situatie voor het kind (bv. ouders weigeren toestemming te
geven voor een, voor het kind noodzakelijke, operatie) of als het gezag geheel
ontbreekt. In principe wordt deze maatregel gebruikt in crisissituaties, waarin sprake is
van ontheffings- of ontzettingsgronden.
Literatuur/referenties
www.kinderbescherming.nl
Naam document
Status document/geldig tot
2.10 De Raad voor de Kinderbescherming
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
61
Titel procedure
2.11 DE POLITIE, AFDELING JEUGD- EN ZEDENZAKEN
(JZP)
Doel/doelstelling
Informatie verstrekken over de mogelijke rol van de politie bij de signalering van
kindermishandeling.
Achtergrondinformatie
In een aantal gevallen is het nuttig de politie te raadplegen, of het is nodig de politie in
te schakelen of het is nodig de patiënt te wijzen op mogelijkheden via de politie.
Werkwijze
De JZP is gespecialiseerd in het onderzoeken van misdrijven op het terrein van seksueel
geweld. Ook het omgaan met minderjarigen die met de politie in aanraking komen hoort
tot haar taak. Indien bij een patiënt een (zeden)delict heeft plaatsgevonden kan, in
overleg met de ouders, contact gezocht worden met de Jeugd
Doel/doelstelling
Handvatten bieden bij de signalering van kindermishandeling in een medische setting
Achtergrondinformatie
Signalen van kindermishandeling bij het lichamelijk onderzoek zijn oha subtiel en
lastig te beoordelen. Afwezigheid van lichamelijke signalen sluit mishandeling niet uit.
Ook is vrijwel geen enkele somatische bevinding, klacht of symptoom hét bewijs voor
kindermishandeling. De anamnese is hierbij uiterst belangrijk.
Indicatie
Bij alle kinderen die een arts consulteren in het ziekenhuis dient meegewogen te
worden of er wellicht sprake is van kindermishandeling.
Contraindicatie
Er is geen reden om de weging of kindermishandeling plaatsvindt los te laten.
Diagnostiek en zorgbeleid
2.4.1 Inleiding
Een vermoeden van kindermishandeling moet getoetst worden. Er zullen gegevens
nodig
zijn van diverse disciplines om tot een (waarschijnlijkheids)diagnose te komen.2
Gewoonlijk rust de diagnostiek op drie pijlers:
a. medische diagnostiek en differentiële diagnostiek
b. gezinsonderzoek
c. gedragsdiagnostiek
Binnen een ziekenhuis staat de medische diagnostiek op de voorgrond. Gewoonlijk
worden gezins- en gedragsdiagnostiek door andere instanties uitgevoerd.
2.4.2 Medische diagnostiek
Bij een vermoeden van kindermishandeling is vaak sprake van een discrepantie tussen
de anamnese en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Zo.
Zo nodig wordt aanvullend laboratorium- en of rontgenonderzoek ingezet, gericht op
de differentiaal diagnose (stollingsstoornissen, intoxicaties, fracturen etc.) en/of het
aantonen van kindermishandeling (radiologisch onderzoek/skeletstatus, fundoscopie)
2.4.3 Anamnese 2
Noteer eerst de voor uw specialisme reguliere anamnestische gegevens
Speciale aandacht voor de ontwikkeling, de voeding, failure to thrive, de zindelijkheid,
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
62
obstipatie, pijnklachten, infecties, angsten, slaapstoornissen, te sterk seksueel getint
gedrag, niet leeftijdsadequaat omgaan met seksualiteit
2.4.4 Specifiek
Het is van belang om deze gegevens te vermelden bij de verslaglegging
Door wie, wanneer en waarom werd patiënt naar u verwezen?
Wie komt met het kind?
Indien het kind komt met één of beide ouder(s)/verzorger(s): is er een afwijkende
houding van de ouders/verzorgers:
extreme overbezorgdheid of juist onverschilligheid;
worden de klachten van het kind gebagatelliseerd?
extreem boos reageren op wat het kind zegt, afkatten;
afwerend gedrag, afwijzen van (medische) hulp of interventie, waar het gezien de
aard van de klachten wel normaal of wenselijk zou zijn;
vaak veranderen van huisarts/hulpverlener, medical shopping;
veel aandacht vragen voor zichzelf;
vertoont het kind gedragsproblemen?
Wat is de aard van de klacht en hoe wordt deze door het kind en/of de ouders
gepresenteerd?
Wat is de aard van het letsel?
is de aard van het ongeval in overeenstemming met de leeftijd en psychomotore
ontwikkeling van het kind?
zijn er tegenstrijdigheden of vaagheden in de verklaring over het ontstaan van het
huidige letsel: is de gegeven verklaring voor het letsel volgens u in overeenstemming
met de aard van het letsel? Zo nee: wat is volgens u de verklaring?
Waren er anderen (getuigen) aanwezig bij het ongeval? Zo ja: wie? en kunnen zij zo
mogelijk meer informatie verschaffen?
Hoe werd er hulp gezocht en is er een onnodige vertraging geweest bij de
presentatie van het letsel ("patient's delay")?
Is er sprake van aanwijzingen die retrospectief wellicht anders geïnterpreteerd
moeten worden: in het verleden onduidelijke letsels, intoxicaties of onbegrepen
klachten?
Pediatric Condition Falsification Bijvoorbeeld: onbegrepen ziektebeelden? neiging tot
somatisatie?, vragen de ouders/verzorgers veel aandacht voor zichzelf?
2.4.5 Lichamelijk onderzoek
De arts beschrijft alle, mogelijk met mishandeling samenhangende, afwijkingen zoals
hematomen, contusies, brandwonden, andere huidafwijkingen, fracturen,
intoxicatiesymptomen, inwendig letsel, neurologische stoornissen, retina afwijkingen
(lokalisatie, bijzondere plaatsen, aspect, symmetrie etc.). Onderzoek van het gehele
kind is nodig, inclusief het anogenitale gebied; Zie voor procedure: Top-Teen
onderzoek paragraaf 2.5.
Vermeld de bevindingen op het SEH formulier en zonodig op het sputovamo formulier;
Beoordeel groei en ontwikkeling;
Let op de algehele verzorgings- en de voedingstoestand van het kind;
Beschrijf het gedrag van het kind tijdens onderzoek;
Beschrijf het gedrag van de ouders tijdens onderzoek.
Kenmerken van kindermishandeling bij lichamelijk onderzoek
Voor uitgebreide informatie verwijzen wij naar de handboeken en de KNMG.
Hier volgt een kort overzicht.
Dateren van hematomen
Er is geen betrouwbare tijdsbepaling te geven aan de hand van de kleurveranderingen
van een blauwe plek. Oppervlakkige blauwe plekken kunnen direct huidverkleuring
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
63
geven, terwijl de diepere blauwe plekken pas later of nooit zichtbaar kunnen worden.
De onderstaande regel moet dan ook met voorzichtigheid gehanteerd worden:
Lokalisatie van huidletsels ten gevolge van kindermishandeling versus
ongeval
Niet- accidenteel
Ongeval
Bovenarmen
Schenen en knieën
Romp
Heupen (crista iliaca)
Bovenbenen, voor- en binnenzijde
Onderarmen en ellebogen
Zijkanten van gezicht
Wervelkolom
Oren en nek
Voorhoofd
Genitalia
Onder de kin
Onder de billen
Nb. let op kenmerkende afdrukken: bv. handen, riemen, natte handdoeken of andere
voorwerpen waarmee geslagen is.
(Bron: Bilo)
Lokalisatie van brandwonden ten gevolgen van kindermishandeling
Niet-accidenteel
Billen, perineum, genitalia enkels en polsen,
handpalmen en voetzolen.
Scherpe demarcatielijnen.
Handschoen en sok verbrandingen
Ongeval
Gewoonlijk voorzijde van het lichaam,
lokalisatie in overeenstemming met de
gegeven verklaring
(Bron: R.M. Reece et al).
Kenmerken van humerus en femurfracturen bij kindermishandeling versus ongeval:
supracondylaire humerusfracturen bij jonge kinderen zijn typisch bij een ongeval;
non-supracondylaire humerusfracturen (diafyse of distale gedeelten van de metafyse)
zijn zeer verdacht voor mishandeling; dit worden ook wel de metafysaire
hoekfracturen of klassieke metafysaire lesies genoemd;
een femurfractuur (dwars of spiraal) bij een kind kleiner dan één jaar is in 60-80%
van de gevallen het gevolg van mishandeling;
een femurfractuur (dwars of spiraal) bij een lopend kind kan het gevolg van een
ongeval zijn.
(Bron: S.A. Thomas, Long bone fractures in young children: distinguish in aacidental
injuries from child-abuse. Pediatrics, 88, 471-476, 1991)
Kenmerken van schedelfractuur ten gevolge van kindermishandeling versus
ongeval bij kinderen jonger dan twee jaar
Niet-accidenteel
Ongeval
Meervoudig of complex
In het algemeen enkelvoudig liniair
Impressiefractuur
Ongecompliceerd
'Groeiende' fractuur
Fractuurwijdte > 0.3mm
Fractuurwijdte < 0.3 mm
Fractuur in meer dan 1 schedelbot
Fractuur in 1 schedelbot
Vooral pariëtaal en occipitaal
Vooral pariëtaal gelokaliseerd
gelokaliseerd
zelden andere locaties
Soms frontaal of temporaal in de fossa
cranialis anterior of media in combinatie
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
64
met intracraniëel letsel (shaken-baby
syndrome)
(Bron: CJ. Hobbs, Skull fracture and the diagnosis of abuse. Arch. Dis. Child. 59,
246-252,1984)
Kenmerken van overige fracturen t.g.v. kindermishandeling:
 Ribfracturen, aan de dorsale zijde, naast de costo-vertebrale overgang en
lateraal. Je ziet ze pas als er callus ontstaat, ongeveer 10-14 dagen na het
trauma. Op een vroege botscan zijn ze wel te zien en ze zijn zeer typisch;
 Sternum fracturen zijn zeer zeldzaam bij kinderen. Meestal ontstaan ze na een
accidenteel trauma. Bij kinderen onder de leeftijd van een jaar staat
kindermishandeling hoog in de differentiaal diagnose.
 Wervelfracturen: Fracturen van de processus spinosa en processus transversus
van de wervels ontstaat door tractie en afscheuring van het ligamentum
interspinosus tijdens schudden.

Fractuur van het acromion en avulsie fractuur van de clavicula (draaibeweging van
de arm).
Oogafwijkingen
 Retinale bloedingen, bij hersenletsel zijn zeer verdacht, dus oogarts laten kijken
bij onbegrepen en zeker bij ernstig neurologisch trauma (shaken baby syndrome);
 Retina loslating, zeker als het bilateraal is;
 Gedisloceerde lens of cataract, zeker als het unilateraal is;
 Subconjunctivale bloedingen, komen voor na trauma, maar ook na hypoxie,
wurging of stompe buik- en/of thorax trauma.
Buikletsel
 Intra-abdominaal letsel als gevolg van niet-accidenteel letsel kan ontstaat zijn
door een directe klap of stomp in het abdomen of door directe druk hierop (staan
of knielen op het abdomen). De stomp of klap kan leiden tot vooral schade aan de
holle organen, de directe druk tot schade aan de solide organen.pancreasletsel of
pseudo-cystes (bij uitgestelde presentatie);
 jejenum of duodenum perforaties;
 lever- en miltcontusie, subcapsulair hematoom, laceratie of ruptuur.
Belangrijk!: Er dient bij ieder kind met onverklaarde shock, bewusteloosheid,
hartstilstand of overlijden zonder aanwijsbare oorzaak altijd aan abdominaal letsel
gedacht te worden, dus niet alleen bij abdominale symptomatologie.
2.4.5 Differentiaal diagnose kindermishandeling
Volgens de auteurs van het protocol gemaakt door de Nederlandse vereniging
van Kindergeneeskunde moet het volgende gezien worden als een voorbeeld van een
differentiaal-diagnose.
Huidlaesies
blauwe plekken
trauma, mongolen vlekken, vitamine K deficiëntie,
hemofilie, Morbus van Willebrand, automutilatie,
anafylactische purpura,
thrombopenie/idiopathische trombocytopenetsiche
purpura, alternatieve genees- wijze, purpura
fulminans, Syndroom van Ehlers-Danlos
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
65
locaal erytheem of
bullae
accidentele verbranding, allergische reactie,
urticarieën, stafylococcen impetigo, bacteriële
cellulitis, pyoderma gangrenosum, bevriezing,
herpes zoster/simplex, epidermolysis bullosa,
contactdermatitis, automultilatie, erythema
multiforme
brandwonden
accidentele verbranding, trauma, alternatieve
geneeswijzen, bevriezing, automutilatie, impetigo,
herpes zoster/simplex, eczeem, luieruitslag,
toxische epidermale necrolysis contact dermatitis,
acrocyanosis, congenitale huiddefecten
diverse
huidafwijkingen
Morbus Henoch-Schönlein, vele vasculitiden in het
algemeen, sepsis (meningococcen), diffuse
intravasale stolling, stafylococcen, scalded skin
syndroom, impetigo, sensibiliteitsstoornissen
Oogheelkundige problemen
retinale bloedingen
schudden/ander trauma, stollingssstoornis,
neoplasma, resuscitatie, specifieke oogziekten
conjunctivale bloeding
trauma, bact./virale/allergische conjunctivitis,
hoesten
zwelling orbita
trauma, (pre) orbitale cellulitis, metastase,
epiduraal hematoom
Urinewegen
Hematurie
trauma, urineweginfectie, acute/chronische
glomerulaire ontstekingen, erfelijke/familiaire
nierafwijkingen
cave: bloedtoevoeging (Münchhausen by proxy
syndroom)
Chirurgische aandoeningen
acute buik
trauma, intrinsieke gastrointestinale of urologische
ziekte met obstructie en/of infectie, vasculair
voorval, infectie (onder andere appendicitis en
peritonitis)
fracturen
trauma, osteogenesis imperfecta, rachitis,
geboorte trauma, pseudo fracturen, leukemie,
osteomylitis, osteoporosis, septische arthritis,
neurologische stoornis
metafysaire fractuur,
epifysair of beide
trauma, vitamine C deficiëntie, Menkes syndroom,
syfilis, geboorte trauma
subperiostale
trauma, neoplasma, syfilis, infantiele corticale
hyperostosis
laesies
vitamine C deficiëntie
Failure to thrive
adequate voedsel
inname
malabsorptie/digestie onder andere: coeliakie,
pancreasfibrose, koemelkintolerantie, lactoseintolerantie, parasitaire infestatie
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
66
inadequate
voedselinname
afwijkingen van het centraal zenuwstelsel,
oesophagale/orophagale malformatie, gastrooesophageale reflux, cardio-pulmonale ziekte,
chronische infecties, ziekte van Crohn, intestinale
obstructie, metabole ziekte, nierfalen, diabetes
mellitus of insipidus
Sudden infant death/onverklaarde plotse dood
diverse oorzaken
onverklaard, cerebraal trauma, asfyxie, infectie
(botulisme) immunodeficiëntie,
hartritmestoornissen, hypoadrenalisme/
Adrenogenitaal syndroom en hypoglycemie,
metabole afwijkingen, anafylaxie
Gedragsproblematiek
andere gedrags
problemen
faseproblematiek, pedagogische problematiek,
schoolproblemen, ontwikkelingsstoornissen,
psychiatrische ziekten, ADHD
zelfverwondingen
depressie, mentale retardatie, Cornelia de Lange,
Lesch-Nyhan, familiaire dysautonomie, ADHD,
aandacht trekken, woedebuien
Seksueel misbruik
genitale bloeding
trauma (pijnlijke val), vroege puberteit
fissuren
harde ontlasting, diarree, wormen, seborrhoeïsche
dermatitis, ziekte van Crohn
vulvitis en vaginitis
(pre- puberaal)
slechte hygiëne, candida, garnerella, betahaemolytische streptococcen, wormen, atopisch
eczeem, seborrhoeïsche dermatitis, excessief
wassen, corpus alienum, lichen sclerosis
recidiverende
urineweginfecties
obstipatie matige hygiëne, urologische
anatomische afwijkingen, hemangioom, poliepen
obstipatie
slecht voedingspatroon, anorectale stenose, ziekte
van Hirschsprung, spinal cord lesion,
faseproblematiek
2.4.6 Aanvullend onderzoek
Tot het aanvullend onderzoek behoort al het onderzoek, dat noodzakelijk is voor:
1.
de behandeling van het aanwezige letsel of de klacht;
2.
de differentiële diagnostiek van de afwijkingen die het vermoeden van
kindermishandeling hebben doen ontstaan.
Aanvullend onderzoek bij een vermoeden van lichamelijk geweld en/of verwaarlozing
1.
bij hematomen en/of schaafwonden:
 onderzoek naar erfelijke of verworven stollingsstoomissen;
 globale datering;
 dia's/foto's.
2.
bij fracturen, verdacht voor toegebracht letsel:
 X-foto Li pols (rachitis), onderzoek calciummetabolisme etc.;
 skeletstatus ((bij alle kinderen <2 jaar bij vermoeden van kindermishandeling; bij
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
67
kinderen tussen 2 en 5 jaar op indicatie). Als standaard skeletstatus wordt het
volgende protocol gehanteerd;
Hoofd & Romp
Extremiteiten
Schedel (frontaal en lateraal)
Humerus 2x (AP)
CWK (lateraal)
Onderarmen 2x (AP)
LWK (lateraal)
Handen 2x (PA, obique)
Bekken (AP, incl. mid-en laag-LWK)
Femur 2x (AP)
Thorax (AP en lateraal)
Onderbenen 2x (AP)
Voeten 2x (AP)
NB. Bovendien wordt geadviseerd de opnamen bij voorkeur tijdens kantooruren te
maken en te laten beoordelen door een (kinder)radioloog. Evt. kan in overleg met de
locale radioloog herbeoordeling door een kinderradioloog worden aangevraagd.
Geaviseerd wordt bij een sterk vermoeden van kindermishandeling de opnamen na
twee weken te herhalen (callusvorming), gezien de grotere diagnostische waarde.
 globale datering.
3.
bij groeistoornissen:
 groeicurve, schedelomtrek, X-Li hand (skeletleeftijd);
 oude groeigegevens.
4.
bij neurologische problematiek:
 oogspiegelen (retinabloedingen); zo nodig consult oogheelkunde;
 CT-scan/MRI, na neurologisch consult.
5.
bij andere klachten vindt gericht aanvullend onderzoek plaats, bijvoorbeeld:
 onderzoek KNO-gebied: trommelvliezen (hematotympanum, perforatie),
binnenzijde mondholte (frenulumruptuur, gebitsproblemen, SOA); zo nodig
consult KNO-arts;
 algemeen urine-onderzoek (hematurie, infecties);
 bloed, urine en maaginhoud op intoxicaties.
Aanvullend onderzoek bij een vermoeden van seksueel misbruik
Zie ook paragraaf 2.6
Behandeling en zorgbeleid
Ten aan zien van het medisch letsel zullen de medisch specialisten weten hoe te
handelen en welk zorgbeleid nodig is gezien het letsel of de aandoening. Van belang is
om tegelijk de route van de signalering te volgen. Zie de betreffende
stroomdiagrammen.
Post-klinische activiteiten
Denk aan de hulpmiddelen voor de signalering zoals het SPUTOVAMO formulier, het
consulteren van de kinderarts, contact opnemen aandachtsfunctionaris, etc.
Complicaties
Zie pararaaf 2.7 Differentiaal diagnostiek
Gerelateerde documenten
Richtlijn KNMG, stroomdiagram Signaleren huiselijk geweld kinderen ALG en SEH,
Cursusklapper kindermishandeling voor kinderartsen (WOKK), versie nov. 2008
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
68
Literatuur/referenties
Vakliteratuur Bilo
- en Zedenpolitie. De mogelijkheid bestaat om:
 advies te vragen;
 melding te doen van het delict;
 aangifte te doen van het delict.
Ad 1. Advies vragen
Iedereen, dus ook de behandelend arts, kan advies vragen over hoe verder te handelen
bij de afhandeling van een delict. Dit is zeker het geval, wanneer onduidelijkheden
bestaan over het te voeren beleid. De patiënt wordt anoniem doorgesproken en door de
JZP wordt verder geen actie ondernomen. JZP is 24 uur per dag bereikbaar.
Ad 2. Melding doen van een delict
Men kan melding doen van een delict. Dit betekent dat de JZP alleen registreert en geen
actie onderneemt. Dit kan bijvoorbeeld zinvol zijn als er andere lopende zaken zijn in de
betreffende buurt of district, die mogelijk verband hebben met het onderhavige delict.
Deze melding kan anoniem en dus ook door een ander persoon gedaan worden. Indien
men niet wil dat de verdachte weet van deze melding, wordt deze niet doorgegeven aan
de verdachte.
Ad 3. Aangifte doen van een delict
Bij aangifte wordt het delict gemeld en wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit houdt
in dat een politieonderzoek gestart wordt en de verdachte vervolgd wordt.
Indien patiënten gezien worden die een strafbaar feit is overkomen, kan gevraagd
worden of er aangifte gedaan is. Als er al aangifte is gedaan, kan in overleg met de
ouders de JZP gebeld worden over het - door het ziekenhuis - te voeren beleid. Als er
nog geen aangifte is gedaan, kan in overleg met en na toestemming van de ouders
contact met de JZP gezocht worden voor meer informatie en/of advies. Met name bij
zedendelicten is het voor de bewijsvoering belangrijk dat in overleg met de Jeugd -en
Zedenpolitie wordt gehandeld. Dit geldt met name in de acute fase van een zedendelict
(binnen 72 uur na het seksuele contact) voor het zogenaamde sporenonderzoek, dat op
een gestandaardiseerde wijze plaatsvindt met behulp van de zogenaamde zedenkit.
Bij uithuisplaatsingen vanaf de kinderafdeling kan de politie om steun worden gevraagd.
Bijvoorbeeld wanneer agressie wordt verwacht op het moment van uithuisplaatsing. Zie
verder Procedure Uithuisplaatsing Bureau Jeugdzorg bij de kinderafdeling voor het geval
de gezinsvoogd van BJZ komt.
Gerelateerde documenten
Procedure Uithuisplaatsing BJZ vanuit kinderafdeling
(Mavim).
Naam document
Status document/geldig tot
2.11 DE POLITIE, AFDELING JEUGD EN ZEDENZAKEN (JZP)
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
69
Titel procedure
2.12 Medisch juridische aspecten van kindermishandeling
(grotendeels uit het protocol van het NVK overgenomen)
Doel/doelstelling
Snel een overzicht kunnen krijgen op juridische aspecten bij de signalering van
kindermishandeling in een ziekenhuis.
Achtergrondinformatie
Verschillende onderdelen van de juridische regelgeving zijn relevant voor artsen in
ziekenhuizen. Het is belangrijk dat zij snel informatie hierover kunnen vinden.
Werkwijze
2.12.1 Inleiding
In het onderstaande wordt ingegaan op enkele belangrijke juridische aspecten, waarover
vaak veel onduidelijkheid bij artsen bestaat, te weten:
-toestemming voor onderzoek, zie paragraaf 2.12.2
-inzage in en afschrift van het medisch dossier, zie paragraaf 2.12.3
-bewaartermijn dossiers, zie paragraaf 2.12.4
-geheimhoudingsplicht, zie paragraaf 2.12.5
-verschoningsrecht, zie paragraaf 2.12.6
-juridische aspecten SPUTOVAMO melding en Verkorte Melding 2.12.7
2.12.2 Toestemming voor onderzoek
Bij een verzoek om onderzoek van een kind, bij wie vermoedens van kindermishandeling
bestaan, is de arts steeds verplicht zich af te vragen of hij gerechtigd is dit kind op dat
moment en in deze situatie te onderzoeken.
De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen:
 onderzoek op verzoek van het kind en/of de ouders (1)
 onderzoek op verzoek van één van beide ouders (2)
 onderzoek op verzoek van pleeg- of stiefouders (3)
 onderzoek op verzoek van derden (bijvoorbeeld politie of de Raad) (4)
1.
Onderzoek op verzoek van het kind en/of de ouders
Kind jonger dan 12 jaar
Als het kind jonger is dan 12 jaar mag de arts het kind op verzoek van de ouders
onderzoeken.
Kind tussen 12 en 16 jaar
Als het kind tussen de 12 en 16 jaar oud is zal het kind - indien het in staat is tot een
redelijke waardering van de eigen belangen (niet geretardeerd, zelf goed begrijpen
waarover het gaat) - ook zelf dienen in te stemmen met het onderzoek. Als een kind in
deze leeftijdscategorie het onderzoek weigert, terwijl het wel in staat is tot waardering
van de eigen belangen, dan mag het onderzoek niet plaatsvinden. Als het kind het
onderzoek weigert, maar niet in staat is tot deze beoordeling van de eigen belangen,
dan kan, mits medisch geïndiceerd en afhankelijk van het belang van het kind dat met
het onderzoek is gebaat, de wens van de ouders doorslaggevend zijn.
Het onderzoek kan plaats vinden zonder instemming van ouders of voogd indien dit
medisch geïndiceerd is om ernstig nadeel te voorkomen en het kind dit onderzoek zelf
weloverwogen blijft wensen.
Kind ouder dan 16 jaar
Boven de leeftijd van 16 jaar kan het kind zelfstandig toestemming geven voor het
onderzoek. Van iedere beslissing dienst gemotiveerd schriftelijk verslag te worden
gedaan in het medisch dossier.
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
70
2.
Onderzoek op verzoek van één van beide ouders
Uitgangspunt is, dat beide ouders instemmen met het onderzoek. In principe geldt dit
ook na echtscheiding: sinds 1-1-1998 blijven ouders na echtscheiding gezamenlijk met
het ouderlijke gezag belast. Dit is slechts anders, indien de rechter op uitdrukkelijk
verzoek één der ouders met het ouderlijke gezag heeft belast. De aldus met het
ouderlijke gezag belaste ouder is dan de officiële wettelijke vertegenwoordiger (voor 0101-1998 werd één der beide ouders met het ouderlijke gezag belast dan wel was op
verzoek sprake van co-ouderschap). Als er dus sprake is van gescheiden ouders, vooral
als het onderzoek plaats vindt in het kader van echtscheidingsproblematiek (de ene
ouder beschuldigt de andere ouder van mishandeling van het kind) dan dienen beide
ouders met het onderzoek in te stemmen, tenzij de vragende ouder alleen met het
ouderlijke gezag belast is.
Aandachtspunten:
 als de verzoekende ouder de ouderlijk gezag heeft, kan de arts het kind nakijken,
mits rekening gehouden wordt met het onder a) gestelde;
 als de verzoekende ouder niet de ouderlijk gezag heeft, dan hoort de arts eerst
officiële toestemming te hebben van de ouder die de ouderlijke macht heeft;
indien deze toestemming niet verkregen wordt kan het onderzoek niet plaats
vinden, tenzij er sprake is van een overmacht situatie of een medische urgentie.
Is hiervan geen sprake, dan kan de verzoekende ouder zich desgewenst wenden
tot de Raad voor de Kinderbescherming
 indien er sprake is van een overmacht situatie (bijvoorbeeld ouders niet
bereikbaar) of een medische urgentie kan in het belang van het kind besloten
worden geen rekening te houden met de gezagsverhoudingen. In dergelijke
situaties zal een arts optreden als "zaakwaarnemer". Deze beslissing moet
gemotiveerd en toetsbaar in het medisch dossier worden vastgelegd. Als de arts
achteraf door de ouders gevraagd wordt verantwoording voor zijn handelen af te
leggen, is hij hiertoe verplicht.
3.
Onderzoek op verzoek van pleegouders of stiefouders
Bij het onderzoek op verzoek van pleegouders of stiefouders gelden dezelfde
overwegingen als enerzijds bij het verzoek van één van de ouders en anderzijds bij een
verzoek door de Raad voor de Kinderbescherming of de politie is gesteld. De
verzoekende pleegouder dient bovendien de arts eerst de officiële toestemming van de
gezinsvoogd te overleggen.
4.
Onderzoek op verzoek van derden
Raad voor de kinderbescherming en/of de Politie (afdeling Jeugd- en Zedenzaken).
 als de ouders (nog) het ouderlijk gezag uitoefenen, is toestemming van de
ouders nodig; in het algemeen zal de Raad voor de Kinderbescherming deze
toestemming zelf vragen; dit moet schriftelijk in de status vastgelegd worden;
 als de ouders tijdelijk zijn geschorst in de uitoefening van het ouderlijke gezag en
er sprake is van zogenaamde "tijdelijke voogdij" over het kind of als de ouders
ontheven of ontzet zijn uit het ouderlijk gezag, dan geldt dat de toestemming van
de persoon 'in loco parentis' voldoende is;
 als de juridische status van het kind onduidelijk is en hierover op korte termijn
geen informatie kan worden verkregen, zal de arts moeten bepalen of er sprake
is van een overmacht situatie. Daarbij moet worden vastgesteld of de belangen
van het kind ernstig geschaad worden als het onderzoek niet plaats vindt; indien
dit het geval is mag het onderzoek plaats vinden; de beslissing dient goed
gemotiveerd in het medisch dossier opgetekend te worden.
2.12.3 Inzage in en afschrift van het medisch dossier
Van de hulpverlening aan individuele slachtoffers en hun ouders worden door de
verschillende hulp- en zorgverleners dossiers bijgehouden. Het medisch dossier omvat
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
71
onder andere gegevens die betrekking hebben op de anamnese, het lichamelijke
onderzoek, diagnostische overwegingen, brieven, decursus, laboratoriumuitslagen en
foto's. Het inzagerecht gaat over het gehele medische dossier, maar niet over de
privéaantekeningen van de behandelaars. Deze privéaantekeningen behoren niet in het
dossier te zitten. Er dienen afspraken gemaakt te worden waar de dossiers bewaard
worden (centraal/decentraal). Toegang tot de dossiers en de inhoud ervan hebben
alleen die medehulpverleners voor wie dat noodzakelijk is voor hun onderdeel van de
behandeling. De hoofdbehandelaar bepaalt waar de grens ligt tussen hetgeen wel en
hetgeen niet noodzakelijk is.
Op basis van de vigerende wetgeving ter zake is het volgende van toepassing bij een
verzoek tot inzage/afschrift van het dossier van een patiënt:
Kinderen jonger dan 12 jaar
Bij een kind dat de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt of wel al ouder is dan 12
jaar niet in staat tot redelijke waardering van zijn belangen geldt dat de wettelijke
vertegenwoordigers recht hebben op inzage/afschrift van de gegevens, tenzij het belang
van het kind in voorkomende gevallen kan worden geschaad door aan de ouders als
wettelijk vertegenwoordiger van hun kind inzage in het medisch dossier te verschaffen,
dit wil zeggen: strijdig zou zijn met een goede hulpverlening aan resp. behandeling van
de patiënt. In dit laatste geval kan het verzoek geweigerd worden. Doet de hulpverlener
een beroep op dit artikel dan kunnen de wettelijke vertegenwoordigers alleen de eigen
algemene gegevens inzien of is beperkte inzage mogelijk.
Kinderen tussen 12 en 16 jaar
Tussen 12 en 16 jaar hebben zowel het kind als de wettelijke vertegenwoordigers recht
op inzage/afschrift. Het kind heeft een zelfstandig inzagerecht in zijn medisch dossier,
maar heeft hiervoor wel de toestemming van de wettelijk vertegenwoordigers nodig.
Omgekeerd geldt hetzelfde. Deze inzage blijft achterwege, indien dit noodzakelijk (b)lijkt
voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. Dat wil zeggen, als
het om gegevens gaat door een derde (bijvoorbeeld, een ouder) verstrekt in vertrouwen
dat het kind hiervan geen kennis zal krijgen. Om een beroep hierop te kunnen doen zal
de hulpverlener moeten kunnen aantonen, dat het privacybelang van een derde in het
geding is. De 12 tot 16 jarige kan weigeren, dat zijn ouders inzage krijgen in zijn
medisch dossier, indien dit in strijd is met zijn belangen en de hulpverlener dit in strijd
acht met goed hulpverlenerschap. Tot slot geldt dat het in het belang van een goede
behandeling/ hulpverlening mogelijk is inzage door de wettelijke vertegenwoordigers in
de gegevens van het kind te weigeren, ook al heeft het kind hiervoor toestemming
gegeven.
Kinderen ouder dan 16 jaar
Als de patiënt 16 jaar of ouder is heeft alleen de patiënt zelf recht op inzage/afschrift
van zijn gegevens.
Tot slot
Het inzagerecht wordt beperkt wanneer de persoonlijke levenssfeer van een ander door
inzage/afschrift wordt geschaad. Het spreekt voor zich dat een eventuele weigering tot
inzage/afschrift duidelijk wordt gemotiveerd en vastgelegd in het medisch dossier.
2.12.4 Bewaartermijn van dossiers
Overeenkomstig het bepaalde in de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO)
en de Wet persoonsregistratie (en overigens in diverse klinieken vastgelegd in het
Privacyreglement) dienen de aangelegde dossiers in beginsel 10 jaren bewaard te
blijven, te rekenen vanaf het tijdstip van de laatste contactdatum of zoveel langer dan
redelijkerwijze uit de zorg van een goede hulp/zorgverlening voortvloeit.
2.12.5 Beroepsgeheim: geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
72
Geheimhoudingsplicht
Het beroepsgeheim van een hulpverlener brengt met zich mee dat deze (in principe)
verplicht is om tegenover anderen te zwijgen over alle zaken waarvan hij in het kader
van de hulpverlening kennis heeft genomen, de zgn. geheimhoudingsplicht. Daarbij gaat
het om de wetenschap, feiten, waarnemingen en ondervindingen waarvan hij in de
uitoefening van zijn beroep met betrekking tot de persoon die zijn hulp heeft ingeroepen
(de patiënt, de ouders) kennis heeft gekregen. Dit betekent ook dat situatieve factoren,
zoals bijvoorbeeld een gescheurd of besmeurd kledingstuk maar ook ter plaatse gedane
mededelingen van of uitingen door de patiënt onder het beroepsgeheim vallen. Het gaat
dus om het "geheim" van de patiënt dat de hulpverlener dient te bewaren en niet om
het "geheim" van de hulpverlener (arts) zelf. De geheimhouding strekt zich ook uit tot
andere medewerkers die bij de behandeling zijn betrokken, bijvoorbeeld
maatschappelijk werkers.
Het beroepsgeheim heeft geen absoluut karakter. Dit blijkt onder andere uit de
rechtspraak. Het is de hulpverlener in een beperkt aantal gevallen toegestaan zijn
beroepsgeheim te doorbreken:
-met gerichte toestemming van de patiënt of diens wettelijke vertegenwoordiger (1)
-in het kader van overleg met medebehandelaars (2)
-ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (3)
-in een noodtoestand (4)
Mondeling toestemming is in principe voldoende. De geheimhoudingsplicht is echter niet
alleen afhankelijk van deze toestemming van patiënt: ook wanneer deze is verkregen,
dan is de hulpverlener niet verplicht om informatie aan derden te versterken. De
hulpverlener kan in deze zelfstandig het belang van de patiënt afwegen.
De behandelend arts kan aan de niet-behandelend arts bepaalde zuiver medische
gegevens verstrekken die deze door eigen onderzoek te weten zou kunnen komen, maar
waarvoor dan een overbodig (en mogelijk schadelijke) herhaling van het onderzoek
nodig is. Degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de
behandelingsovereenkomst kunnen onderling gegevens uitwisselen; tot deze kring
behoren niet de externe maatschappelijk werker, de pastor etc. Gegevens die alleen aan
de behandelend arts(en) bekend kunnen zijn (voortvloeiend uit de persoonlijke
behandelingsrelatie) mogen alleen met toestemming van de patiënt/wettelijke
vertegenwoordigers - en uitsluitend indien in zijn/ hun belang - worden medegedeeld.
Dit belemmert in de dagelijkse praktijk het verkrijgen van gegevens (zonder
toestemming van de wettelijke vertegenwoordigers van het kind), van huisartsen,
schoolartsen of consultatiebureauartsen, terwijl deze gegevens
belangrijk kunnen zijn voor de besluitvorming. Deze gegevens zouden wel verstrekt
kunnen worden, maar dan dienen deze hulpverleners zich zelf af te vragen of het
verstrekken van deze gegevens van zwaarwegend belang zijn voor een goede
hulpverlening aan het kind.
3. Deze rechtvaardigingsgrond geldt bijvoorbeeld bij de uitvoering van de Wet
Bestrijding Infectieziekten en Opsporing Ziekteoorzaken en de -Wet BOPZ. Deze
rechtvaardigingsgrond geldt niet bij vermoedens van kindermishandeling.
In geval van overmacht, als de hulpverlener van mening is dat de belangen die
gediend zijn met het zwijgen van minder gewicht zijn dan de belangen van het kind die
gediend zijn met het spreken. Het betreft veelal een situatie waarin, in het belang van
het kind, een keuze gemaakt moet worden tussen twee "kwaden". Deze
uitzonderingsbepaling is weliswaar niet opgenomen in BW 7:457, maar
kindermishandeling wordt in dit verband in diverse tuchtrechtelijke uitspraken genoemd
als voorbeeld. Op basis van literatuur en jurisprudentie is het aan de hulpverlener als
zwijgplichtige om zelf te beslissen of zich hier een overmacht situatie (conflict van
plichten) voordoet en welke plicht in dit geval de doorslag geeft.
In de literatuur worden een zestal (cumulatieve) criteria aangedragen die de
hulpverlener bij deze moeilijke te maken keuze kunnen helpen:
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
73
-alles is in het werk gesteld om toestemming tot doorbreken van de
geheimhoudingsplicht te krijgen;
-de zwijgplichtige verkeert in gewetensnood door het handhaven van zijn zwijgplicht;
-er is geen andere weg dan het doorbreken van de geheimhoudingsplicht om het
probleem op te lossen;
-het niet doorbreken van de geheimhoudingsplicht levert een ander ernstige schade op;
-het moet vrijwel zeker zijn dat door doorbreking van de geheimhoudingsplicht de
schade aan een ander voorkomen of beperkt kan worden; het geheim wordt zo min
mogelijk geschonden.
Onder ernstige schade wordt onder andere verstaan een bedreiging van het leven of de
lichamelijke integriteit van een persoon. Te denken valt aan een zeer concrete dreiging
van kindermishandeling.
Het is voor een effectieve behandeling van gevallen van kindermishandeling van groot
belang dat degene die weet of vermoedt dat kindermishandeling plaats vindt, deze
informatie met anderen deelt. De vraag of en onder welke omstandigheden een arts
daartoe mag overgaan is in het licht van bovenstaande niet eenduidig te beantwoorden.
Wat wel mag worden geconcludeerd is dat het medisch beroepsgeheim niet inhoudt dat
het een arts verboden is een geval van kindermishandeling ter kennis te brengen van
c.q. te melden bij een collega-arts, de Raad voor de Kinderbescherming of zelfs de
politie. Een arts of specialist doet er goed aan om in een geval van (vermoedelijke)
kindermishandeling te overleggen met een erkende deskundige op dit gebied,
bijvoorbeeld het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. In de meer ernstige gevallen
waarin snel handelen geboden is, lijkt overleg met de Raad voor de Kinderbescherming
meer aangewezen. Zoals reeds gesteld is toestemming van de geheimgerechtigde
belangrijk voor het geoorloofd doorbreken van de geheimhoudingsplicht, maar niet
beslissend. Ook zonder die toestemming mag de arts de kindermishandeling melden.
Lukt het de hulpverlener om in voorkomende gevallen voldoende aannemelijk te maken
dat hij in die specifieke situatie de juiste afweging heeft gemaakt, dan zullen verdere
(juridische) consequenties van het verbreken van de zwijgplicht (dat ter beoordeling van
het Openbaar Ministerie) uitblijven.
In het geval van kindermishandeling kan het doorbreken van de zwijgplicht van de
hulpverlener worden gerechtvaardigd in het belang van het slachtoffer. Het is lang niet
meer zo dat een behandelingsrelatie beperkt is tot een arts en de patiënt. In de regel
zijn meer hulpverleners betrokken bij de behandeling en begeleiding van een patiënt.
Sommige van deze hulpverleners hebben een zelfstandig beroepsgeheim (artsen,
verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, para- en perimedische hulpverleners en
een patiënten-vertrouwenspersoon), anderen, zoals een secretaresse van de arts en een
receptionist, hebben een van de zelfstandig geheimhoudingsplichtige afgeleid
beroepsgeheim. Ditzelfde geldt ten aanzien van het verschoningsrecht.
2.12.6 Het verschoningsrecht
Het verschoningsrecht, zoals omschreven in het Wetboek van Strafvordering geeft
artsen in bepaalde gevallen het recht te zwijgen als hij voor de rechter moet
verschijnen. Hierdoor heeft de arts het recht om zich te verschonen van het geven van
een getuigenis of het beantwoorden van bepaalde vragen met betrekking tot zaken,
waarover hij verplicht is te zwijgen in het kader van zijn geheimhoudingsplicht. Het is
een recht tot verschonen en geen plicht, zodat de arts ook hierbij het recht heeft zelfs
de afweging te maken over zwijgen dan wel spreken.
2.12.7 Juridische aspecten SPUTOVAMO melding en Verkorte Melding
Op de afdeling SEH wordt een protocol gehanteerd dat berust op afspraken met het AMK
en BJZ. Er is vastgelegd dat wanneer een ouder van kinderen of een kind jonger dan 18
jaar de SEH bezoekt omdat er:
-of sprake is van een tentamens suicide door de ouder
-of sprake is van auto-intoxicatie door ouder
-of sprake is van huiselijk geweld volwassenen in het gezin
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
74
er een Verkorte Melding wordt gedaan middels het formulier Verkorte Melding (Zie
Mavim, Afdeling, SEH, Kindermishandeling, Verkorte Melding).
De melding komt terecht bij het Centraal Aanmeldingsteam van BJZ/AMK. Zij bekijken
de casus, verzamelen informatie wanneer zij daarover beschikken en wegen of zij zelf de
casus onderzoeken of dat zij de zorg doorleiden naar de jeugdgezondheidszorg of een
betrokken hulpverlener van de eigen of een andere instantie.
Tevens is in het kader van de procedure Verkorte Melding afgesproken dat aan de
patiënt medegedeeld wordt dat er een Verkorte Melding wordt gedaan. Wanneer de
patiënt niet bij kennis is of om een andere reden onvoldoende aanspreekbaar is, kan dit
aan familie en/of partner verteld worden. Is dit ook niet mogelijk, dan is het van belang
dat deze mededeling overgedragen wordt aan de afdeling die de opname verzorgt.
In sommige gevallen geeft de patiënt daarop aan dat hij of zij verbiedt om contact op te
nemen met andere instanties of met name genoemde instanties. Juridisch gezien kan de
Verkorte Melding dan alleen doorgang vinden wanneer de hulpverlener inschat dat het
belang van het kind dient te prevaleren. Deze weging kan desgewenst samen met de
aandachtsfunctionaris kindermishandeling (06-48139935) worden gedaan.
Een SPUTOVAMO melding is een interne zorgmelding. Elke professional wordt geacht
een SPUTOVAMO melding te doen wanneer er sprake is van meerdere zorgsignalen of 1
zeer ernstig signaal dat kan duiden op een vorm van kindermishandeling (zie ook
definitie). De betrokken professional dient de in het SPUTOVAMO aangegeven zorg te
bespreken met de juridische verantwoordelijke persoon en mede te delen dat er een
interne zorgmelding zal worden gedaan en dat dit betekent dat de aandachtsfunctionaris
de zorg zal bespreken met jeugdgezondheidszorg en/of de huisarts en/of de door
patiënt/ouders aangegeven hulpverlener. De enige uitzondering hierop wordt gevormd
door situaties waarin de professional angst heeft voor agressie bij het bespreken van de
SPUTOVAMO melding.
Wanneer patiënt en/of ouder(s) aangeven dat zij niet instemmen met of toestemming
geven hiervoor is dat juridisch gezien niet relevant. Elke professional van het ziekenhuis
kan het SPUTOVAMO formulier gebruiken om gesignaleerde zorg voor te leggen aan de
aandachtsfunctionaris kindermishandeling.
Wanneer ouders/patiënt het ziekenhuis (diens medewerkers) verbiedt om naar
aanleiding van gesignaleerde zorg (bijvoorbeeld vastgelegd m.b.v. een SPUTOVAMO
formulier) contact op te nemen over deze zorg met andere instanties of specifiek
aangeduide externe professionals, is het aan de professional om te wegen of men zich
houdt aan dit verbod. Zie paragraag 2.12.5. voor wegingscriteria.
Literatuur/referenties
Site KNMG
Naam document
Status document/geldig tot
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
2.12 Medisch juridische aspecten van kindermishandeling
1-1-2015
Naam
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
75
Titel procedure
2.13 Relevante literatuur
Doel/doelstelling
De mogelijkheid bieden relevante literatuur te vinden op het gebied van huiselijk
geweld.
Achtergrondinformatie
Op het internet is m.b.v. een zoekmachine uiteraard veel relevante literatuur op te
sporen. Hieronder worden enkele literatuur verwijzingen gedaan naar publicaties die
leden van de werkgroep relevant vinden.
Werkwijze
Zie kopje Literatuur
Literatuur/referenties
Alink e.a.; Kindermishandeling in Nederland Anno 2010, De Tweede Nationale
Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM-2010), Leiden
Attachment Research Program, University Leiden, TNO Child Health, 2011
http://www.leidenattachmentresearchprogram.eu/
Bilo, meerdere publicaties m.n. over beelddiagnostiek
Mishandelde kinderen vaker bij eerste hulp, Tijdschrift Kindermishandeling, 4, december
2011
TOP-TEEN:
http://www.nursing.nl/verpleegkunde/specialismen/seh-enambulancezorg/article/2691/kindermishandeling-top-tot-teen-onderzoek
Werkboek kindermishandeling- 2e druk 2011 (sectie sociale- en psychosociale pediatrie
van de Nederlandse Vereniging van kindergeneeskunde.
Cursusklapper Kindermishandeling voor Kinderartsen- nov. 2008
www.tijdschriftkindermishandeling.nl (gratis abonnement): vele relevante artikelen
Naam document
Status document/geldig tot
2.13 Relevante literatuur
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
76
Titel procedure
2.14 Toelichting Kindcheck
Doel/doelstelling
Toelichting geven op de uitvoering van de verplichte kindcheck en professionals
handvaten bieden bij die uitvoering.
Achtergrondinformatie
Sinds enige tijd is de kindcheck verplicht. Uit onderzoek is gebleken dat de kindcheck
leidt tot een vorm van signalering met een zeer hoog percentage van het aantal
casussen (>90%) waarin de gesignaleerde zorg wordt bevestigd.
Werkwijze
Op de SEH wordt bij elke Patiënt
-die een TS uitvoerde
-die kenmerken van auto-intoxicatie vertoont
-waarbij sprake blijkt te zijn van huiselijk geweld
-die zeer agressief gedrag vertoont
-die bekend is met psychiatrische problematiek
-die geen vaste woon- en/of verblijfplaats heeft
-die een ander zorgelijk kenmerk vertoont waardoor de arts/professional zorgen heeft
over de veiligheid en het welzijn van de kinderen,
nagevraagd of deze Patiënt kinderen heeft die jonger zijn dan 18 jaar. Wanneer dit door
de Patiënt of familie bevestigd wordt, wordt via het formulier kindcheck een
zorgsignalering naar het Centraal Aanmeldingsteam (CAT) van BJZ verstuurd. Daar
onderzoekt men de situatie van de kinderen en vaak wordt door BJZ of een reeds
betrokken hulpverlener of de JGZ contact met de ouder(s) opgenomen.
De arts of de professional namens de arts dient de verplichte zorgsignalering naar BJZ
uiteraard te bespreken.
Ook voor de artsen die niet op de SEH werken, geldt de verplichting om de kindcheck
uit te voeren. Dit houdt in dat wanneer het de arts in het patiëntencontact of via andere
professionals die voor hem/haar werken duidelijk wordt dat één van bovenstaande
kenmerken actueel is, hij/zij geacht wordt na te vragen of de Patiënt kinderen jonger
dan 18 jaar heeft en indien het antwoord bevestigend is, het kindcheck formulier in te
vullen en te versturen.
U vindt het kindcheck-formulier als volgt:
Open Mavim
Kies Werkwijzer
Kies Algemeen
Kies Agressie, Huiselijk geweld & Kindermishandeling
In het linkermenu ziet u staan “kindcheck”, aanklikken en doorklikken op de linker aan
de linker zijde van uw scherm.
De beoordeling van het kenmerk alcoholintoxicatie kan soms tot discussie leiden
en daarom volgen hieronder waarneembare kenmerken van alcoholintoxicatie:
-spreken met dubbele tong of erg onduidelijk
-desoriëntatie in ruimte en tijd (vraag: welke dag is het, weet u waar u bent?)
-dronkenmansgang (niet over een rechte lijn kunnen lopen) en andere ongecoördineerde
bewegingen
-luidruchtig en weerspannig gedrag tot braken, sufheid en bewusteloosheid. De persoon
kan er blozend uitzien en om hem/haar kan een merkbare lucht van alcohol hangen
-familie geeft aan dat er een alcoholprobleem is
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
77
NB Bij een signaal van kindermishandeling is de arts verplicht het AMK te consulteren.
Het AMK maakt onderdeel uit van Bureau Jeugdzorg en met het opsturen van een
meldformulier Kindcheck mag u ervan uitgaan dat u als arts aan u verplichting hebt
voldaan.
Literatuur/referenties
www.oudermeldingen.nl
Naam document
Status document/geldig tot
2.14 Toelichting Kindcheck
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Handtekening en datum
Van der Drift
Van der Drift
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
78
DEEL 3 Cijfers
Titel procedure
Cijfers Huiselijk Geweld kinderen, volwassen en ouderen.
Doel/doelstelling
Professionals toegang verschaffen tot relevante informatie over prevalentie en ander
cijfermatige zaken via een betrouwbare bron (Movisie).
Achtergrondinformatie
Cijfers over de signalering van Huiselijk Geweld Kinderen, Volwassenen en Ouderen
binnen ons ziekenhuis zijn te vinden in de jaarverslagen.
Gegevens over prevalentie, aard en omvang, gevolgen, hulpverlening en aanpak zijn in
de factsheet van Movisie te vinden
http://www.movisie.nl/onderwerpen/huiselijk_geweld/docs/websheet_huiselijkgeweld_jan_2010.pdf
Meer info is te vinden bij www.huiselijkgeweld.nl.
Werkwijze
Via de link van Movisie is gerichte informatie te vinden over onderstaande onderwerpen:
Inhoudsopgave:
Huiselijk geweld: aard en omvang, gevolgen,
hulverlening en aanpak mei 2011
1.Aard en omvang
Incidenten, aangiften en meldingen bij de politie
Gevlucht of gedood
Geweld in partnerrelaties
Kinderen als slachtoffer
Kinderen als getuige
Huiselijk geweld tegen ouderen
Huiselijk geweld onder allochtonen
Schadelijke traditionele praktijken
Geweld tegen asielzoekers/vluchtelingen
Plegers van huiselijk geweld
2.Gevolgen
Geweld in partnerrelaties
3.Hulpverlening
Systeemgerichte ketenaanpak
Steunpunten huiselijk geweld
Hulpverlening aan kinderen als getuige of slachtoffer van huiselijk geweld
Hulpverlening aan plegers
Ondersteuning hulpverlening
4.Aanpak
Landelijk Beleid
Lokaal beleid
Nieuwe) Instrumenten
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Huiselijk geweld en beroepsgeheim
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
79
Richtlijn familiaal huiselijk geweld
Strafrechtelijke aanpak
Huisverbod
Literatuur
Naam document
Status document/geldig tot
Cijfers Huiselijk Geweld kinderen, volwassen en ouderen
1-1-2015
Naam
Opsteller
Beheerder
Autorisatie
Van der Drift en Winters
Van der Drift en Winters
Werkgroep HG
Protocol Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, MC|Groep, 2014
Handtekening en datum
--
80