Anti-boycotwetgeving in Israël

Commentaren

Transcriptie

Anti-boycotwetgeving in Israël
Juli 2011
Factsheet:
De Israëlische anti-boycotwet
Introductie
Op 15 juni 2010 lanceerden 24 Israëlische parlementsleden, onder leiding van Zeev Elkin (rechtse
coalitiepartij Likoed), Aryeh Eldad (extreemrechtse Nationale Unie) en Dalia Itzik (centrumpartij
Kadima), een voorstel voor een „Antiboycotwet‟. Deze wet maakt strafbaar het oproepen tot een
boycot tegen de staat Israël en het participeren in de oproep tot boycot. Het wetsvoorstel is sinds haar
eerste versie in juni 2010 op een paar punten gewijzigd; zo heeft de wet geen betrekking meer op
niet-Israëli‟s, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor buitenlandse bedrijven die een Israëlische
dochteronderneming of Israëlische filialen hebben. Israëli‟s die zich schuldig maken aan
bovenstaande riskeren een hoge boete; ook een oproep tot een boycot van Israëlische nederzettingen
of nederzettingenproducten wordt in het wetsvoorstel strafbaar gemaakt. Op 27 juni 2011 werd het
wetsvoorstel voor het laatst besproken alvorens ter stemming te worden voorgelegd in de Knesset. In
de laatste versie worden ook non-gouvernementele organisaties gedreigd met onder meer het verlies
van belastingontheffingen als zij zich uitspreken voor een boycot. Op 11 juli 2011 stemde de Knesset
over het wetsvoorstel; met 48 stemmen voor en 37 stemmen tegen werd de wet aangenomen.
Achtergrond en consequenties van de wet
Volgens de eerste versie van de „Antiboycotwet‟ zou op overtreding een boete van maximaal 30.000
Israëlische sjekel (circa 6.000 euro) komen te staan, los van verplichting tot vergoeding van mogelijke
verdere schade (economisch dan wel anders) die kan oplopen tot 30.000 euro. De eerste versie van
de wet had ook betrekking op niet-Israëli‟s. Zo mochten deze Israël niet in voor een periode van tien
jaar indien zij zich schuldig zouden maken aan overtredingen en zou het hen verboden worden
gebruik te maken van Israëlische bankrekeningen, te handelen in Israëlische aandelen en het
aankopen van onroerend goed in Israël. Hetzelfde gold voor politieke entiteiten uit het buitenland.
Op 11 juli 2010 werd het wetsvoorstel in de Ministerraad aangenomen. Daarbij werden enkele
wijzigingen in het voorstel aangebracht: de antiboycotwet zou geen betrekking meer hebben op nietIsraëli‟s, waarbij een uitzondering werd gemaakt voor buitenlandse bedrijven met een
dochteronderneming of filialen in Israël. Op 14 juli 2010 werd de geamendeerde versie voorgelegd
aan de Knesset, waarna het wetsvoorstel geruime tijd niet meer aan de orde is geweest. Na de
behandeling op 27 juni jongstleden is een definitieve versie van de „Antiboycotwet‟ vastgesteld.
1
Het wetsvoorstel is een reactie op de zogeheten BDS-beweging en op recente successen bij het
aansprakelijk stellen van bedrijven als Dexia en Deutsche Bahn voor hun activiteiten in de Bezette
Gebieden. De BDS-beweging, die staat voor „Boycott, Divestment and Sanctions‟, werd in 2005
geïnitieerd door het Palestijnse maatschappelijk middenveld. Zij heeft tot doel om door boycot,
desinvesteren en sancties Israël te bewegen tot het beëindigen van de bezetting van de Palestijnse
Gebieden en zich te houden aan het internationaal recht. Sindsdien heeft een scala aan organisaties
de BDS-oproep ondertekend, zowel buiten als ook binnen Israël.
De definitieve versie van de „Antiboycotwet‟, zoals vastgesteld op 27 juni 2011, bevat de volgende
2
elementen :
1
„Palestinian Civil Society Calls for Boycott, Divestment and Sanctions against Israel Until it Complies with
International Law and Universal Principles of Human Rights‟, BDSmovement.net, 09-07-2005,
http://www.bdsmovement.net/?q=node/52
2
Association for Civil Rights in Israel (ACRI), „Final reading‟, 27-06-2011, http://www.acri.org.il/en/?p=2600
E: [email protected] | T: 020 679 58 50 | www.eajg.nl | Facebook: eenanderjoodsgeluid | Twitter: EAJGnieuws
 Diegene die oproept tot een boycot tegen „de staat Israël‟ zal een geldboete worden opgelegd.
Onder de „staat Israël‟ worden, gezien de toelichting gegeven door de indieners, ook de
Israëlische nederzettingen in de Palestijnse Gebieden geschaard. De hoogte van de
geldboete is in het laatste voorstel weggelaten (er is dus geen maximum van 30.000
Israëlische sjekel als boete aan verbonden).
 De wet maakt het oproepen tot een boycot of, in enkele gevallen, het meedoen aan een
boycot strafbaar. Israëlische individuen of organisaties die oproepen tot, bijvoorbeeld, een
economische boycot van de nederzettingen kunnen hoge boetes opgelegd krijgen, zelfs als
de boycot niet direct schade heeft berokkend aan de betrokkenen.
 In de laatste versie van de wet lopen non-gouvernementele organisaties maar ook bedrijven
die betrokken zijn bij een boycot het risico belastingontheffingen alsook verschillende andere
(financiële) voordelen ontnomen te worden. Ook kunnen zij aansprakelijk worden gesteld voor
opgelopen schade. Dit heeft direct betrekking op Israëlische mensenrechten- en
vredesorganisaties, maar ook wetenschappelijke, culturele en academische instituties. Zo
kunnen NGO‟s hun non-profit status verliezen, waardoor zij het risico lopen geen Nederlandse
of Europese fondsen meer te (kunnen) ontvangen.
De clausule waarin ook bedrijven kunnen worden aangesproken heeft haar achtergrond in de
samenwerking tussen Israëlische en Palestijnse bedrijven bij het bouwen van de Palestijnse stad
Rawabi, op de Westelijke Jordaanoever. Als voorwaarde voor samenwerking is door de Palestijnse
opdrachtgevers gesteld dat de Israëlische bedrijven die meehelpen aan de bouw niet actief zijn of
zullen zijn bij de bouw in en van Israëlische nederzettingen.
Op 11 juli 2011 stemde het Israëlisch parlement over het wetsvoorstel; met 48 stemmen voor en 37
3
tegen werd het wetsvoorstel aangenomen .
Reacties
ACRI (Association for Civil Rights in Israel), de grootste burgerrechtenorganisatie in Israël, heeft zich
4
fel gekant tegen de wet, die volgens de organisatie „politiek gemotiveerd‟ is . Een consumentenboycot
is een legitieme vorm van protest tegen de bezetting door Israël van de Palestijnse Gebieden, aldus
directeur Hagai El-Ad. ACRI is een van in totaal 53 Israëlische maatschappelijke organisaties die zich
gezamenlijk hebben uitgesproken tegen de wet. Andere organisaties zijn onder meer B‟Tselem,
Coalition of Women for Peace, Gisha, Amnesty International - Israel, Rabbis for Human Rights, Yesh
Din en Physicians for Human Rights - Israel.
De feministische Israëlische vredesorganisatie Coalition of Women for Peace (CWP) heeft naar
aanleiding van het indienen van de „antiboycotwet‟ een campagne opgestart onder de naam „Right to
Resist‟, doelend op het voornemen van deze organisatie zich te blijven uitspreken en verzetten tegen
5
de bezetting ondanks de groeiende politieke druk om dit niet te doen . Volgens Israëlische advocaten
verbonden aan CWP is de wet „gevaarlijk‟. Iemand die oproept tot een boycot van, bijvoorbeeld, een
bedrijf in een nederzetting kan in principe worden aangeklaagd en gesommeerd worden tot het
betalen van een hoge boete. Dit terwijl de aanklager niet hoeft te bewijzen dat de oproep tot boycot tot
daadwerkelijke (financiële) schade heeft geleid, of hoeft te specificeren om hoeveel schade het zou
gaan. Daarnaast is de term „boycot‟ vaag gedefinieerd in de wet; het risico zit erin dat de uitleg wordt
opgerekt. Ook is het onduidelijk hoe aan het begrip „oproep‟ tot boycot precies invulling zal worden
gegeven.
Organisaties die oproepen tot of participeren in een oproep tot boycot zullen hiervoor financieel
worden gestraft. Dit kan er toe leiden dat buitenlandse donoren, waaronder buitenlandse (Westerse)
regeringen, minder geneigd zijn aan deze organisaties geld te geven, omdat het donorgeld
gedeeltelijk terecht zal komen bij de Israëlische regering. Dit kan er toe leiden dat organisaties als
CWP, die onderzoek doen naar de „economie van de bezetting‟ en de nederzettingen, dit onderzoek
3
Dimi Reider, „Knesset outlaws political boycott by 48 votes to 37‟, +972 Magazine, 11-07-2011,
http://972mag.com/boycottlaw2/
4
Association for Civil Rights in Israel (ACRI), „New Version of Boycott Prohibition Bill Approved for Final Reading‟,
27-06-2011, http://www.acri.org.il/en/?p=2600
5
Coalition of Women for Peace (CWP), „Launching “Right to Resist” Campaign‟, 20-06-2011,
http://www.coalitionofwomen.org/?p=2157&lang=en
E: [email protected] | T: 020 679 58 50 | www.eajg.nl | Facebook: eenanderjoodsgeluid | Twitter: EAJGnieuws
niet langer kunnen voortzetten, waarmee Nederlandse en Europese beleidsmakers een belangrijke
informatiebron zullen verliezen.
Volgens Israëlisch journalist Yossi Gurvitz kan de wet vooral worden opgevat als politiek verweer
tegen het (linkse) segment in de Israëlische samenleving dat tegen de nederzettingen en de bezetting
6
is . Wat verder schokkend is, is dat niet alleen de rechtse partijen voor de wet hebben gestemd, maar
ook verschillende parlementariërs van centrumpartij Kadima.
In een eerder commentaar heeft ACRI al aangegeven dat de wet niet verenigbaar is met de vrijheid
van Israëlische staatsburgers om zich door oproepen of acties te uiten over iets dat zij
7
maatschappelijk of politieke verkeerd vinden . De burgerrechtenorganisatie beschouwt een boycot als
een legitiem, legaal en geweldloos instrument voor politieke of maatschappelijke verandering.
Daarnaast is de wet ook discriminerend van aard, aangezien het zich blijkens de toelichting richt op
boycots die betrekking hebben op de bezetting (het boycotten van nederzettingenproducten, de
boycot van Israëlische universiteiten vanwege hun rol in de bezetting) en niet een meer algemene
definitie van boycot bevat. Daarmee laat de wet een partijdigheid zien die aansluit bij de opvattingen
van de huidige meerderheid in de Knesset, maar tevens een “onwettige manier is om politieke rivalen
de mond te snoeren”, aldus ACRI. Volgens ACRI kan de wet ook consequenties hebben voor andere
groepen in de samenleving, die uit andere overwegingen oproepen tot een boycot, of die niet
oproepen tot een boycot maar uit persoonlijke overwegingen overgaan tot een boycot. ACRI verwijst
hierbij naar een oproep van een Knessetlid om een bank te boycotten die “immoreel” gehandeld zou
hebben, een boycot door veel ultraorthodoxe Joodse Israëli‟s van winkels die open zijn op Sabbat, de
Joodse rustdag, en een recente (succesvolle) dreiging met een consumentenboycot als de prijzen van
8
Israëlische cottage cheese niet zouden dalen . Al met al ziet de burgerrechtenorganisatie de wet dan
ook als een teken van de antidemocratische tendens die momenteel rondwaart in de Israëlische
politiek en samenleving.
Opinie Een Ander Joods Geluid
Een deel van de Israëlische samenleving heeft zich al vanaf het begin verzet tegen de Israëlische
bezetting van de Palestijnse Gebieden en de Golanhoogten en tegen het optreden van Israël in die
bezette gebieden. Sommigen uiten hun politieke overtuiging door niet naar de Bezette Gebieden af te
reizen, geen wijn van de Golanhoogten te drinken, hun kinderen niet mee te laten gaan op
schoolreisjes naar steden als Hebron of Jericho of door als artiest niet op te treden in een
nederzetting. Een deel ondersteunt BDS, de Palestijnse oproep tot boycot, desinvesteren en sancties,
omdat men de bezetting onrechtvaardig en verkeerd vindt, solidariteit wil tonen met het Palestijnse
volk of het als enige manier ziet om Israël weer op het goede pad te brengen.
Een Ander Joods Geluid beschouwt een boycot als een legitiem en geweldloos middel waarvan de
Israëlische staatsburger gebruik mag maken. De nu aangenomen wet is een duidelijke inperking van
de vrijheid van meningsuiting, een directe aanval op zowel individuen als organisaties die zich binnen
Israël verzetten tegen de bezetting en is een bedreiging voor de Israëlische democratie. Het is
onbegrijpelijk en ondemocratisch dat zelfs een persoonlijke steunbetuiging op Facebook voor een
oproep tot boycot van een bepaald product uit een (illegale) nederzetting iemand op een boete van
duizenden euro‟s kan komen te staan. De vaagheid waarmee de term „boycot‟ in het voorstel wordt
omschreven opent de deur tot verregaande criminalisering van een legitieme politieke opvatting en zal
voor honderden zo niet duizenden Israëli‟s - politici, activisten, academici, artiesten - verstrekkende
gevolgen kunnen hebben.
6
Yossi Gurvitz, „Boycott bill: A way to persecute the Israeli left‟, +972 Magazine, 28-06-2011,
http://972mag.com/boycott-bill-will-persecute-the-left/
7
„Prohibition on Instituting a Boycott Bill - Info Sheet‟, Association for Civil Rights in Israel (ACRI), 16-02-2011,
http://www.acri.org.il/en/?p=1620
8
„Israëliërs dwingen met Facebook goedkopere kaas af‟, Trouw, 30-06-2011,
http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/2460246/2011/06/30/Israeliers-dwingen-met-Facebookgoedkopere-kaas-af.dhtml
E: [email protected] | T: 020 679 58 50 | www.eajg.nl | Facebook: eenanderjoodsgeluid | Twitter: EAJGnieuws

Vergelijkbare documenten

Waarom een boycot van Israel - Nederlands Palestina Komitee

Waarom een boycot van Israel - Nederlands Palestina Komitee Gebieden. De BDS-beweging, die staat voor „Boycott, Divestment and Sanctions‟, werd in 2005 geïnitieerd door het Palestijnse maatschappelijk middenveld. Zij heeft tot doel om door boycot, desinvest...

Nadere informatie

De antiboycotwet en de nederzettingenboycot in Israël

De antiboycotwet en de nederzettingenboycot in Israël gedeeltelijk terecht zal komen bij de Israëlische regering. Dit kan er toe leiden dat organisaties als CWP, die onderzoek doen naar de „economie van de bezetting‟ en de nederzettingen, dit onderzoek

Nadere informatie