Nazi`s en hun Germaans Verleden

Commentaren

Transcriptie

Nazi`s en hun Germaans Verleden
Het nazisme: verering of verkrachting van het Germaanse
verleden? Lesvoorbereiding 6ASO
Van Peteghem Hendrik
1. Beginsituatie:
De leerlingen hebben de lessenreeks over het nazisme afgerond en hebben de Duitse
expansiepolitiek reeds gezien. Alle kenmerken van de ideologie zijn besproken en nu
wordt ingezoomd op een minder goed gedocumenteerd en gekend fenomeen, dat vaak
gewoon wordt vermeld of zelfs over het hoofd wordt gezien: het gebruik of misbruik
van het “Germaanse verleden” door de nazi’s. In de les zullen ook andere kenmerken
van het nazisme aan bod komen. De les kan dan ook als een analyse over het nazisme
doorgaan, aangezien er op bepaalde zaken dieper wordt ingegaan, die op het eerste
zicht details lijken. Anderzijds kan deze les beschouwd worden als een uitsmijter,
vermits dit onderwerp geen verplichte leerstof is om het leerplan te volgen. Dit thema
is echter aan te raden omdat het de leerlingen actief aan het denken zet, linken laat
leggen en hen de verworvenheden van de historische kritiek laat toepassen! Vanwege
de moeilijkheidsgraad is dit onderwerp dan ook een echte uitdaging voor de
leerlingen!
2. Probleemstelling:
Het nazisme: verering of verkrachting van het Germaanse verleden?
De les moet als een gezamenlijke zoektocht (tussen leerkracht en leerlingen) naar een
centrale vraag worden opgevat. Het vertrekpunt voor de leerlingen is de kennis dat de
nazi’s gebruik maakten van talloze elementen van hun zogenaamde Germaanse
verleden. De leerlingen worden echter uitgedaagd om na te gaan op welke manier de
nazi’s met hun “Germaanse verleden” omgingen. Naar welk specifiek verleden
verwees men bijvoorbeeld? En welke elementen pikten de nazi’s eruit en om welke
redenen? Daarna begint pas het echte denk- en onderzoekswerk, aangezien de
leerlingen moeten inzien dat dit Germaanse verleden vooral werd ingeschakeld in de
ideologie van het nazisme. Waren de nazi’s namelijk oprecht bij het gebruik van hun
verleden of maakten ze er hun eigen geschiedenis van met vervormingen,
tegenstellingen en onwaarheden om zo de bevolking voor zich te winnen? Ja, luidt
uiteraard het antwoord! Dit ganse thema draait dan ook rond de kernvraag of de nazi’s
hun verleden eerder gebruikten of misbruikten of dus: verering of verkrachting van
het Germaanse verleden? De leerlingen moeten op die manier inzien dat het gebruik
van het Germaanse verleden één van de vele elementen was die de nazi’s gebruikten
om hun eigen machtspositie te legitimeren.
Aan de hand van een dergelijke scherpe analyse maken de leerlingen ook kennis met
het aloude gebruik van politieke trucs en machtsspelletjes om grote groepen mensen
te indoctrineren en zelfs te vergiftigen met een bepaald gedachtegoed! Iets dat heel
mooi aansluit bij talloze actuele conflictsituaties!
3. Doelstellingen: de leerlingen
- kunnen aantonen dat de nazi’s het verleden te pas en te onpas aanwendden om
hun ideologie kracht bij te zetten en kunnen het thema plaatsen in de
kenmerken ‘nationalisme’ en ‘rassenideologie’
1
-
zien in dat de verwijzingen vaak tegenstellingen inhielden, die de nazi’s niet
aan bod lieten komen of die ze vervormden zodat deze binnen hun ideologie
pasten
kunnen deze tegenstellingen aangeven aan de hand van de vergelijking
fascisme-nazisme (Romeins-Germaans verleden)
kunnen aan de hand van propagandaposters de elementen die naar het verleden
verwijzen, aanduiden en kritisch analyseren
zien in dat het gebruik van het verleden overal en tot op de dag van vandaag
verspreid is en voor talloze doelen wordt gebruikt
4. Didactische werkvormen:
- doceren
- onderwijsleergesprek
- kritische analyse van propagandaposters
5. Lesstructuur:
- Instap: herhaling kenmerken nazisme
- Lesfase I: wat-vraag: welk Germaans verleden?; plaatsen van het thema
binnen de nazi-ideologie (rassenideologie en nationalisme)
- Lesfase II: doelen en waarom-vraag
- Lesfase III: manier waarop het verleden werd voorgesteld of hoe-vraag:
tegenstellingen, vervorming en selectie
- Lesfase IV: uitwerking van voorbeelden (Romeinen, naamgeving, SS,
propagandaposters)
- Besluit: inpikken op Vlaams-nationalisme, actuele situaties en beantwoorden
probleemstelling
6. Media:
- illustratie Oude Germanen en furor teutonicus
- cartoon Dictat von Versailles
- nazi-propagandaposter gebiedsverlies na WO I
- foto Ieper en Passendale 1917
- foto en grafiek economische crisis
- atlaskaart 113 nazi-expansie jaren 1930 (Atlas van de algemene en Belgische
geschiedenis)
- foto van nazi-vlaggenparade en Romeinse standaarden
- afbeeldingen ‘Romeinse groet’
- illustraties Duitse historische figuren: Frederik I Barbarossa, Blücher, Prinz
Eugen
- foto Heinrich Himmler
- emblemen SS-divisies: Totenkopf, Wiking, Charlemagne, Prinz Eugen, Götz
von Berlichingen
- illustratie Totenkopf bij Pruisische huzaren
- kaft boek over de Guldensporenslag van Vlaams Blok-auteur Karim Van
Overmeire
- citaten
- nazi-propagandaposters met elementen van het Germaanse verleden
7. Gebruikte informatie:
2
-
EVANS (R.J.), Het Derde Rijk. Deel 1: Opkomst, Antwerpen, Standaard
Uitgeverij, 2004
FRANCOIS (L.) en VAN EENOO (R.), Geschiedenis van de Nieuwste
Tijden. Band 2, Gent, Academia Press, 2001
FREI (N.), De Führerstaat. De nationaal-socialistische heerschappij 19331945, Utrecht, Het Spectrum, 1995
HAYT (F.), GROMMEN (J.), JANSSEN (R.), e.a., Atlas van de algemene en
Belgische geschiedenis, Lier, Van In, 1997
HITLER (A.), Mijn kamp, Ridderkerk, Ridderhof, 1982
JUNG (E.F.), De Germanen. Bedwingers van het Romeinse rijk,
Amsterdam/Brussel, H. Meulenhoff, 1978
KNOPP (G.), Hitlers Moordenaars. De geschiedenis van de SS, Antwerpen,
Manteau/Standaard, 2004
LUZZATTO (S.), “The Political Culture of Fascist Italy”, Contemporary
European History, VIII, 2, 1999, pp. 317-334
MANGAN (J.A.), Superman supreme: fascist body as political icon – Aryan
fascism, London, Cass, 1999
REES (L.), De nazi’s. Een waarschuwing uit het verleden, Antwerpen, Icarus,
1998
SCHREIBER (H.), De Goten. Vorsten en vazallen, Amsterdam/Brussel, H.
Meulenhoff, 1979
SMITS (W.), VAN DE VOORDE (H.) e.a., Documentatiemappen
Geschiedenis. Infoboek 6: De wereld en Europa. 1918-heden, Kapellen,
Pelckmans, 1994
s.n., De Tweede Wereldoorlog. Begrippen, mensen en militaria van A tot Z,
Utrecht, Het Spectrum, 2000
TACITUS, Germania (Klassieke Galerij. Nummer 23), Antwerpen, De
Nederlandsche Boekhandel, 1963
VAN PETEGHEM (H.), Geschiedenis van het lichaam, Gent, onuitgegeven
licentiaatsoefening, RUG, 2004
VAN PETEGHEM (H.), ‘Heraus met dien man’. Nieuwe Orde en VNVinfiltratie in het bestuur van de stad Lokeren tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1938-1947, Gent, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, RUG, 2005
eigen curus Geschiedenis 6e jaar ASO
http://en.wikipedia.org en http://nl.wikipedia.org
3
BORDPLAN
Het nazisme: verering of verkrachting van het Germaanse verleden?
Welk verleden?
- Oude Germanen
- Vikingen
- algemeen: vroegere rijken uit Duitse regio en belangrijke historische figuren
Waarom?
- zelfvertrouwen en houvast in onzekere tijden  o.a. Dictat von Versailles en
econ.crisis!
- propaganda: WO II  ronselen voor Oostfront
Hoe?
- selectie: enkel het positieve, elementen van succes, expansie, kracht…
- overdrijving, onwaarheden, tegenstellingen, vervorming
- elementen fascisme  Romeinse Rijk
Voorbeelden
- Romeinen:
 vlaggenparades
 Hitlergroet – Romeinse groet
 kunst: schoonheidsideaal GRIE en ROM  “verheerlijken”
Germaanse lichaam
- naamgeving
- SS: extreem
 obsessie Germaans verleden  rol Himmler
 schrijfwijze “SS”
 embleem: Totenkopf
 organisatie
 mythe Germaanse held  Tacitus, De Germania: furor teutonicus en
beserkerwoede
 benaming SS-divisies
Andere voorbeelden
- Vlaams-nationalisten: Guldensporenslag 1302
- Schotten: vrijheidsstrijd 14e eeuw
- Amerikanen: Manifest Destiny
 gebruik en misbruik = tijdloos en overal
BESLUIT:
VERERING OF VERKRACHTING VAN HET GERMAANSE VERLEDEN?
4
5
DRAAIBOEK
Instap
In de vorige lessen hebben we al uitgebreid het ontstaan en de kenmerken van het
nazisme gezien, alsook de Duitse expansiepolitiek in de jaren ’30.
Vraag: Herinneren jullie zich nog de voornaamste kenmerken waar deze ideologie
op steunde? Leg ze nog even kort uit.
Antwoord: anticommunisme, corporatisme, leidersbeginsel, anti-individualisme,
rassenideologie en antisemitisme, Sociaal Darwinisme,
Lebensraumpolitik,
antidemocratische en antiparlementaire ingesteldheid (de kenmerken worden los op
bord opgeschreven)
We herhalen even vlug de kenmerken van het nazisme omdat deze doorheen de
komende les nog vaak zullen terugkeren. Vandaag gaan we iets dieper in op een
element dat vaak over het hoofd wordt gezien bij het nazisme, of dat meestal gewoon
terloops even wordt vermeld. Dit is bedoeld om het grote hoofdstuk ‘nazisme’ af te
sluiten, maar ook om reeds de hand uit te reiken naar een aantal gebeurtenissen uit
WO II, waar jullie binnenkort nog uitgebreid op zullen ingaan.
We hebben reeds gezien dat nationalisme een basispijler van het nazisme was, met de
nadruk op de enkeling als lid van de gemeenschap.
Vraag: wat bond alle Duitsers toen (en nu nog) waardoor ze zich snel als lid van
een gemeenschap gingen voelen en gedragen? Waar beroepen veel nationalisten
hun eenheid meestal op?
Antwoord: gemeenschappelijke afkomst en verleden en daardoor voelde men zich
sterk en zelfs superieur vergeleken met andere volkeren.
Juist, en die verwijzing naar het verleden wil ik nu met jullie behandelen. Het is de
bedoeling dat we gaan kijken over welk verleden de nazi’s het hier hadden, hoe ze dit
verleden concreet gebruikten en met welk intentie of bedoelingen (om de lln. te
“prikkelen” en nieuwsgierig te maken wordt een propagandaposter met Germaanse
elementen getoond).
De rode draad doorheen deze les is de vraag of de nazi’s correct omgingen met dit
verleden of dat ze er een eigen invulling aan gaven en het zo bij wijze van spreken
“verkrachtten” om een bepaald doel na te streven (de probleemstelling wordt op bord
geprojecteerd of geschreven). In een tweede gedeelte zullen we meer aandacht
besteden aan concrete voorbeelden. Belangrijk daarbij is dat we zullen zien dat de
nazi’s vaak foute verwijzingen maakten om hun ideologie kracht bij te zetten. Wat,
hoe en waarom zijn dus onze 3 kernvragen. Bedoeling is ook dat jullie tijdens de les
een eigen beeld en mening vormen over deze centrale vraag: verering of verkrachting
van het Germaanse verleden. Want in feite gaan we in deze les dieper in op een
fenomeen dat tijdloos is, namelijk, het gebruik van het verleden om hedendaagse
zaken te rechtvaardigen of legitimeren.
Lesfase I
- De nazi’s verwezen dus vaak naar hun eigen “Germaans” verleden. Maar welk
Germaans verleden kwam juist aan bod?
Vraag: naar welk verleden grepen de nazi’s zoal terug?
6
Verwachte antwoorden: Germanen en Vikingen/Noormannen
1. Oude Germaanse stammen (illustratie): Germanen uit de Oudheid die in
Scandinavië en te noorden van de Rijn en Midden- en Oost-Europa waren gevestigd,
zoals de Franken, Alemannen, Saksen, Angelen, Sueven, Teutonen, Goten,
Vandalen... (er wordt verwezen naar kaart 32 en 34 in de historische atlas). Deze
Germanen zijn daadwerkelijk de biologische voorouders van de hedendaagse
Duitsers, Scandinaviërs, Engelsen, Vlamingen…, kortom alle Germaanstalige
volkeren.
Vraag: waarom was het voor de nazi’s zo doeltreffend om de Duitsers met deze
voorouders in verband te brengen? Wat vonden de nazi’s zo prachtig aan deze
Germanen?
Antwoord: deze stammen overrompelden tijdens de grote volksverhuizingen het ooit
oppermachtige Romeinse Rijk rond de 3de-5de eeuw en gaven op die manier gestalte
aan nieuwe staten die Europa gingen vormen.
Vraag: hoe kan je dit in verband brengen met de rassenideologie van het nazisme?
Antwoord: het overrompelen van het Romeinse rijk was volgens de nazi’s een bewijs
van de kracht en superioriteit van het Arische-Germaanse ras!
Juist, vanuit het rassenideologie redeneerden de nazi’s bijgevolg dat dezelfde kracht
in het bloed van de Duitsers of Germaanse nakomelingen stroomde. Om die reden
werden er alvast talloze verwijzingen gemaakt naar deze Germanen.
2. Vikingen
Vraag: waarom waren op hun beurt de Vikingen volgens de nazi’s het vereren
waard?
Antwoord: van eind 8e tot 11e eeuw terroriseerden zij vanuit Scandinavië Europa, ze
stichtten nieuwe rijkjes in het zuiden van Italië en ontdekten als eersten via de Schotse
eilanden, IJsland en Groenland de Oostkust van Noord-Amerika.
SS-PROPGAGANDAPOSTER MET DRAKKAR ter illustratie
Vraag: welk element op deze poster verwijst duidelijk naar de Noormannen?
Antwoord: de drakkar met drakenkop: de typische boot waarmee de Noormannen hun
rooftochten en ontdekkingen ondernamen.
Net als bij de oude Germanen gaat het bij deze voorouders weer voornamelijk om
elementen van strijdvaardigheid en verovering, kracht, successen…
Vraag: met welke kenmerken van het nazisme kunnen we dit in verband brengen?
Antwoord: de expansiepolitiek en Lebensraumpolitik. Zowel Germanen en Vikingen
gingen op veroveringstocht om zich ergens te kunnen vestigen en gebieden te kunnen
veroveren.
Kortom: Vikingen en Germanen kwamen uit Scandinavië: Noorwegen, Zweden en
Denemarken. Dit waren volgens de nazi’s de streken waar de echte en zuivere Ariërs
leefden met de typische karaktertrekken die de nazi’s verheerlijkten: groot, robuust,
blonde haren en blauwe ogen, krachtig, of anders gezegd: superieur aan de andere,
zwakke rassen. Germanen en Vikingen pasten dus perfect in hun idee van
rassenonderscheiding
3. Veralgemeend: Duitsers verwijzen ook naar andere, jongere geschiedenissen,
zolang het maar elementen betrof van Duitse historische figuren of periodes waar
7
Duitse of Germaanstalige rijken oppermachtig waren, strijdvaardig, succesvol en
gericht op expansie
Vraag: kunnen jullie een aantal van dergelijke voorbeelden geven? Periodes of
elementen uit de Duitse geschiedenis waarin het Duitse volk succesvol, krachtig of
expansiegericht was? Welke historische taferelen ging men dan vooral aanwenden?
Mogelijke antwoorden:
- het Heilig Roomse Rijk
- het militarisme van de Pruisen
- het Tweede Rijk onder Bismarck
- oude koningen en andere historische figuren die gebieden veroverden zoals de
Teutoonse Ridders, kruisvaarders…
 korte verwijzing naar en bespreking van Deense KONING KNOET op
één van de nazi-propagandaposters:
De figuur op de voorgrond stelt de Deense koning Knoet voor: een Viking uit
de 10-11e eeuw die koning was van Denemarken en daarna Engeland en
Noorwegen veroverde
Vraag: waarom was deze figuur zo belangrijk voor de nazi’s?
Antwoord: het was een historische figuur die veel had veroverd 
expansionisme
Vraag: Voor wie is de poster dus bedoeld?
Antwoord: de Denen.
Vraag: welk gevoel wilden de nazi’s met deze figuur dus oproepen bij de
Denen en waaraan zie je dat?
Antwoord: strijdvaardigheid (zwaard en schild) + kracht en trots putten uit
een belangrijke historische figuur
Vraag: is dat echter het uiteindelijke doel van de nazi’s? Wat is de echte
bedoeling van de poster en waaraan zie je dat?
Antwoord: de wapens opnemen tegen de communisten aan het Oostfront  de
figuren op de achtergrond met rode, communistische vlag + het woord
“Bolchevismen”.
Via een omweg (het Deense verleden) willen de nazi’s dus gewoon
propaganda maken en de inwoners van door nazi’s veroverde gebieden
aanzetten om mee te vechten tegen de communisten. Dit kaderde in het gebrek
aan strijdkrachten aan het Oostfront.
-
grote historische veldslagen waarbij Duitsers of Germaanse volkeren
triomfeerden; daarbij hanteerden de nazi’s ook het verleden van Noren,
Denen, Zweden, zij waren immers ook Germanen
 voorbeeld: PROPAGANDAPOSTER DENEMARKEN met verwijzing
naar vroegere veldslag ter illustratie (uitleg: Narva 1219  stad in huidige
Estland die in 1219 door Teutoonse ridders in dienst van Denemarken werd
veroverd  in kader van zoektocht naar grondgebied en kruistocht tegen
heidenen in Oost-Europa)  legende toen men in 1219 Narva innam: Deense
vlag kwam uit de lucht gevallen
Vraag: welke gebeurtenis en figuren zien we nog op de propagandaposter?
Antwoord: marcherende (Deense) SS-soldaten tijdens het jaar 1944
8
De nazi’s gebruikten deze middeleeuwse geschiedenis toen ze in 1944 door de
Sovjets werden teruggedrongen tot in Estland.
Vraag: waarom worden de SS’ers zo dicht afgebeeld bij de middeleeuwse
soldaten? Wat is hun relatie?
Antwoord: men wil een soort continuïteit aangeven tussen de Deense soldaten
uit de middeleeuwen en de SS’ers in 1944. Het stoppen van de Sovjetopmars
wordt gezien als de voortzetting van de middeleeuwse expansie naar het
oosten. De inname van Narva in 1219 wordt als voorbeeld gezien voor de
SS’troepen in 1944, om hen te inspireren.
-
Juist. Dit stukje geschiedenis wordt dus aangewend om SS-troepen te ronselen
en de soldaten van het Reich te overtuigen verder te vechten tegen het
communistische monster.
Vraag: welke elementen verstevigen de dramatiek in de propagandaposter?
Welke elementen moesten de soldaten juist aanzetten verder te strijden tot
het bittere eind en hoe wordt dat verheerlijkt op deze poster? Welke
symboliek is dus aanwezig?
Antwoord: de lichtinval linksboven op de figuur die de soldaten oplicht, alsof
ze waren uitverkoren + het theatrale van de ridderfiguur en de vloeiende
overgang tussen de middeleeuwse strijders en SS-soldaten om de continuïteit
mee aan te geven.
-
In deze les is het echter ook de bedoeling om het foute of verkeerde gebruik
van het verleden door de nazi’s aan te tonen.
Vraag: waarom kunnen we bijgevolg kritiek geven op de vergelijking van de
Deense soldaten in Narva uit 1219 met de SS’ers in 1944?
Antwoord: de strijd ging telkens om compleet andere redenen. In 1219 waren
er bijvoorbeeld nog geen communisten. Toch stellen de nazi’s de strijd tegen
het communisme in WO II voor als een voortzetting van de strijd tegen de
heidenen door Duitse ridders in de middeleeuwen, terwijl deze in feite niets
met elkaar te maken hebben.
-
Correct. Het verleden wordt hier dus duidelijk misbruikt om een ander doel te
legitimeren, namelijk, het aanmoedigen van de strijd tegen het communisme.
Lesfase II
 Belangrijker is echter de vraag waarom de nazi’s eigenlijk teruggrepen naar het
Germaanse verleden?
 de lln. hebben reeds uitvoerig gezien op welke manier het nazisme is ontstaan
tijdens de lessen over het ontstaan van de Nieuwe Orde in het interbellum; via een
onderwijsleergesprek wordt nogmaals nagegaan waarom de nazi’s een houvast en
zekerheden nodig hadden tijdens die woelige periode
REDENERING:
- Bij het behandelen van het nazisme hebben we het onlangs gehad over de term
“Dertigjarige Oorlog”.
9
Vraag: kan iemand nog eens uitleggen wat men daarmee bedoeld?
Antwoord: het is de benaming voor de periode van begin WO I tot eind WO II
(1914-1945), een periode die ongeveer 30 jaar duurt.
Vraag: welke gebeurtenis zorgde er dan voor dat WO II integraal gelinkt is
aan WO I? Misschien helpt de volgende uitspraak van de Franse
maarschalk Foch: “dit is geen vrede, maar een wapenstilstand voor 20
jaar”.
Antwoord: met het Verdrag van Versailles werd DL zwaar gestraft voor de
door haar berokkende oorlogsschade! Daarmee werd DL echter de mond
gesnoerd, zonder dat ze er zelf iets over had te zeggen.
Correct. Daarom dat veel Duitsers het al snel hadden over het Dictat von
Versailles (cartoon Versailles)
Vraag: welke waren nu weer de voornaamste bepalingen in dat Vedrag?
Antwoord: gebiedsverlies (propagandaposter), verlies van kolonies,
herstelbetalingen en demilitarisering
-
Daarnaast waren er nog een aantal andere algemene oorzaken die de opkomst
van de Nieuwe Orde en het nazisme verklaren. De maatschappij bevond zich
toen bijvoorbeeld nog steeds in een stroomversnelling.
Vraag: wat hield deze stroomversnelling in?
Antwoord: de jaren ’20-’30 waren nog steeds een snel veranderende tijd als
gevolg van de industrialisering en modernisering. En een snel veranderende
tijd is en blijft een onzekere tijd (zoals ook vandaag de dag!) waarbij de
mensen zullen zoeken naar een houvast.
Vraag: kunnen jullie ook de overige oorzaken nog eens kort uitleggen?
Maak eventueel gebruik van de volgende foto’s (er worden een aantal foto’s
getoondeen foto over het vernielde Ieper
 foto van Ieper en Passendale in 1917: vernietigende gevolgen van
WO I = verwarring en onzekerheid + machtsvacuüm in gebieden die
het sterkst getroffen waren = voedingsbodem radicale denkrichtingen
 massademocratieën zwak en weinig slagkracht: in vele landen werd
de fulltime-democratie ingevoerd na WO I  ineens mochten velen
stemmen en kiezen in een systeem dat compleet nieuw was en
onvoldoende was ingeworteld bij de burgers (ook in DL 
Weimarrepublik veel kritiek)
 foto en grafiek econ.crisis jaren ’30: vanaf beurscrash Wallstreet
1929  economische crisis = wereldwijde economische malaise (DL
hardst getroffen in Europa!)
-
De economische crisis was inderdaad als zout in de nog steeds openliggende
wonde van DL. Doorheen het interbellum was er weinig houvast en weinig
zekerheden + economische crisis is moeilijk op te lossen.
Vraag: wat begonnen veel mensen zich naderhand dan ook af te vragen en
welke gevolgen had dit in DL?
Antwoord: men verlangde naar iemand die wel oplossingen kon vinden op de
problemen en wel krachtdadige beslissingen kon nemen. In het geval van DL
10
betekende dit de opkomst van het nazisme en de instelling van de dictatuur
door Hitler vanaf 1933
-
Hilter probeerde zekerheid en oplossingen te bieden  hiervoor
totalitarisme + nationalisme uitbouwen door alle mensen achter één idee te
scharen en individueel denken uit te schakelen
 GEVOLG (dit deeltje wordt gedoceerd)  ook gebruik van het “grote
nationale verleden” om zekerheid, trots en houvast uit te putten, alsook
eenheid, samenhorigheid en identiteit: nadat Hitler aan de macht was
gekomen moest hij die consolideren, ervoor zorgen dat alle Duitsers achter
hem stonden en dat zijn beloftes nakomen. Om de Duitsers achter zich te
krijgen  individueel denken uitschakelen. Door een beroep te doen op de
gemeenschappelijke geschiedenis moest de individuele Duitser het gevoel
krijgen dat hij bij een groep hoorde, nl. het Duits-Germaanse volk (=
nationalisme) . Uit de cultus van het nationale verleden moest men volgens
het natiebegrip kracht putten. Dit zorgde ook voor een zekere identiteit en gaf
zelfvertrouwen en een houvast tijdens de onzekerheden van het interbellum.
Het Germaanse verleden was dus net zoals de rassentheorie een antwoord op
vele vragen en onduidelijkheden van die periode. Verwijzen naar het
heldhaftige verleden riep bij de bevolking bepaalde emotionele indrukken
op en moest een gevoel van trots ontwikkelen  de Duitsers moesten echt
denken dat ze deel uitmaakten van een superieur volk, dat in de
geschiedenis alleen maar overwinningen boekte. Bijgevolg dacht men dat
hetzelfde krachtige bloed door hun aderen stroomde, zodat de nazi’s er van
overtuigd waren dat ze ook supersoldaten konden voortbrengen en het hun lot
was te veroveren en te domineren. Al deze gevoelens moesten bijgevolg
worden opgeroepen met heel wat media en het Germaanse verleden had
overkoepelend een grote symbolische functie, in combinatie met eretekens,
vlaggen, uniformen, armbanden, parades en dergelijke meer.
 propaganda: (reeds behandeld bij de poster) vóór maar ook tijdens de oorlog
 propagandaposters en televisiejournaals moesten niet alleen de nationale
trots maar ook de strijdvaardigheid aanwakkeren en de potentiële soldaten
helpen herinneren dat ze deel uitmaakten van een superieur volk.
Afbeeldingen van het verleden moesten die stelling ondersteunen; het Arische
ras had vroeger immers al vele overwinningen behaald, dus nu moesten de
nazi’s wel zeker de oorlog winnen  dit werd handig ingeschakeld in de strijd
tegen het communisme aan het Oostfront, wat het uiteindelijke doel was
(verwijzing naar leuzes en uitspraken op propagandaposters die duidelijk
anticommunistisch zijn)
Vooral vanaf 1942, sedert het keerpunt Stalingrad en door het falen van de
oorlog op het Oostfront, leden de nazi’s vele verliezen, zodat een tekort aan
soldaten dreigde en men een manier moest vinden om meer kanonnenvoer te
vinden  daarvoor werd propaganda ingeschakeld, zodat het Germaanse
verleden hier enkel het symbolische jasje was waarmee de echte bedoeling
werd aangekleed, namelijk verder strijden tegen het goddeloze communisme
11
Lesfase III
- Hoe verwees men eigenlijk naar dat Germaanse verleden? Belangrijk is dus op
welke manier men dit verleden ging gebruiken. Een deel van die vraag hebben we
reeds beantwoord.
Vraag: welke elementen waren nu weer van belang voor de nazi’s, of beter gezegd,
welk soort verleden?
Antwoord: historische veldslagen, personen die de zogezegde kracht en
heldhaftigheid van het Germaanse ras uitdroegen, zodat ze dit op zichzelf konden
projecteren.
Inderdaad. Gebeurtenissen waar kracht, strijd, verovering, expansie, of algemeen:
waar de grootsheid en superioriteit van het Germaanse volk uit bleek.
Vraag: wat valt je daar dan bij op? Hoe gingen de Duitsers dus om met hun eigen
geschiedenis?
Antwoord: ze hadden enkel oog voor positieve aspecten van hun verleden, enkel voor
de successen en niet voor de zwarte pagina’s in hun geschiedenis  ze selecteerden
en waren dus niet objectief.
De nazi’s selecteerden dus in hun eigen verleden. Dat is een grote nuance die we
moeten maken:
 enkel het “positieve” van hun geschiedenis werd benadrukt, taferelen die
macht verheerlijkten; zeker geen nederlagen of zwakke persoonlijkheden uit
de Duitse geschiedenis, hetgeen ook begrijpelijk is aangezien men de
bevolking slechts één beeld van het Germaanse ras wou opleggen en men de
natie anders niet meekreeg.
 overdrijving, geloof in onwaarheden en het verspreidden van beweringen
waar geen enkel bewijs voor was  daarom dat dit thema vaak wordt
geassocieerd met de sfeer van het mystieke, het occulte of geheime (vooral bij
de SS, waarbij velen dachten dat ze in direct contact stonden met het verleden,
of geloofden dat ze de reïncarnatie waren van vroegere koningen…, maar
daarover direct meer)
 tegenstellingen en vervorming: feiten uit het verleden die niet pasten in de
nazi-ideologie werden vaak aangepast, of gewoonweg niet vermeld of juist
uitvergroot. Soms stonden bepaalde zaken dan ook lijnrecht tegenover elkaar.
De gewone bevolking had daar uiteraard geen weet van
 leentjebuur, het overnemen van elementen bij andere culturen: vooral
elementen uit het vroegere Romeinse Rijk  het Italiaanse fascisme greep
ook terug naar haar verleden
Vraag: weten jullie om welke redenen de nazi’s dan naar het Romeinse
verleden keken?
Antwoord: het Romeinse Rijk was zeer machtig en imperialistisch = uiting van
kracht en expansie dus ideaal voor het nazisme + bondgenootschap met Italië
en een zeker respect (volgens Hitler moesten Ariërs en Latijnen, samen met de
Mongoolse volkeren de wereld overheersen)
12
Vraag: valt jullie dan ook geen tegenstelling (of meerdere tegenstellingen)
op bij deze appreciatie voor het Romeinse Rijk?
Antwoord: Romeinen waren raciaal gezien geen Germanen, maar er werden
toch elementen van overgenomen + men ging zowel verwijzen naar de
grootsheid van de Romeinen als de overwinning op het Romeinse Rijk door de
Germanen.
Juist. Hetzelfde gold in zekere mate ook bij de Italianen zelf: zo waren er ook
Italianen die eerder naar het Germaanse verleden teruggrepen en het Arische
ras superieur(der) vonden i.p.v. hun eigen verleden, hoewel de meesten wel de
Romeinse cultuur en geschiedenis in de kijker wilden brengen (cfr. Mare
Nostrum-politiek).
Lesfase IV
CONCRETE VOORBEELDEN
- Romeinse verleden
 vlaggenparades die deden denken aan de vroegere Romeinse legioenen
waarbij o.a. de adelaar een gemeenschappelijk symbool was
(foto SS-vlaggenparade en Romeinse standaarden ter vergelijking)
Vraag: naar welke elementen verwijst deze foto zoal? Denk vooral aan de
waarom-vraag die we daarnet hebben behandeld.
Antwoord: uiting van organisatie, militarisme, strijdvaardigheid, eenheid
 Hitlergroet: afgeleid van de Romeinse groet  betekenis toen: Avé (“ik kom
in vrede”)  de nazi’s vervormden de betekenis tot een militaire groet 
teken van trouw aan Hitler, verpersoonlijking van de hele cultus rond de
Führer  Hitler groette terug als teken dat hij de begroeting van zijn
volgelingen accepteerde  onzekerheid of de groet in de Romeinse tijd met
dezelfde betekenis werd gebruikt, terwijl SS-leider Himmler ervan overtuigd
was dat de groet reeds werd gebruikt bij samenkomsten van de oude
Germanen  Hitler nam dit over en zag het als uiting van de krijgsgeest van
het Germaanse ras, maar geen bewijs!!!
Romeinse groet vandaag nog in vele extreem-rechtse kringen gebruikt met
wisselende betekenissen (neo-nazi’s  nazi’s en Hitler of White Power,
Franco-activisten  Franco… foto’s ter illustratie)
 Kunst: teruggrijpen naar het Romeinse en zelfs Griekse schoonheidsidealen
 krachtige lichamen als voorbereiding op de strijd  sterke Duitsers;
Olympische spelen  om het Germaanse lichaam te verheerlijken + om
superioriteit van het Arische ras in de kijker te zetten (bood, hoewel compleet
verzonnen, ook zekerheid en trots bij de gewone burger)
13
- eigen Germaanse verleden: o.a. via de kunst (schilderijen van beroemde
veldslagen), propaganda en naamgeving
•
Naamgeving:
 “Dritte Reich”: waarom het Derde Rijk?  om de bevolking een glorieuze
toekomst te beloven na het fiasco van de Weimarrepubliek + historische
bodem: continuïteit met het Eerste en Tweede Rijk aangeven.
Vraag: kennen jullie de twee Rijken waar men hier naar verwijst?
Antwoord: het Heilig Roomse Rijk en het Duitse Keizerrijk o.l.v. de krachtige
kanselier Bismarck
 men wil dus teruggrijpen naar de “grootsheid” van deze twee vroegere
rijken  tegenstelling: het Heilig Roomse Rijk was lange tijd een
lappendeken van verschillende vorstendommen die elkaar vaak bestreden +
het Tweede Rijk was het gevolg van een oorlog tussen twee Duitse staten:
Pruisen en Oostenrijk
Vraag: welke tegenstelling valt jullie hier op in het gebruik van dit verleden?
Antwoord: versnippering vroeger versus het streven naar eenheid onder de
Germaanstalige volkeren bij de nazi’s  Duitsers niet altijd één geweest
hoewel de nazi’s dit willen doen blijken
 later, gedurende de wereldoorlog zelf: namen van operaties verwijzend naar
historische personen: vb. Operatie Barbarossa: invasie USSR 1941 
Frederik I Barbarossa (illustratie): Duits koning en keizer uit de 12e eeuw:
trachtte zijn keizerlijk gezag te versterken en meer eenheid in Heilig Roomse
Rijk te brengen  tegenstelling: mislukt, eerder meer versnippering, maar
toch wordt er naar verwezen
 naamgeving slagschepen naar historische figuren: o.a.
o de Bismarck  Otto von Bismarck
o de Admiral Scheer en Admiral Hipper en Admiral Graf Spee  Duitse
marine-admiraals die tijdens WO I uitblonken (o.a. zeeslag bij Jutland)
o de Blücher: Pruisische generaal die tegen Napoleon vocht tijdens Slag
bij Waterloo (illustratie)
•
Extreme verwijzingen bij de SS:
 SS’ers waren de ultieme referentie voor de bevolking naar de Germaanse
superioriteit, zij vormden de elite (hoge toelatingseisen (blond, groot, afkomst
kunnen aantonen…)  gezien als de beste Ariërs, het ideaal
 obsessie voor het Germaanse verleden  veel vervorming, onwaarheden, uit
de lucht gegrepen verbanden  wordt echter een ware cultus of godsdienst:
verbondenheid met de vroegere generaties; gepropageerd door haar leider,
Heinrich Himmler (foto)  de SS geloofde in eigen gecreëerde leugens (o.a.
heldenmythes)
 schrijfwijze “SS”  Oudgermaanse runetekens (sig-rune)  (“SS” wordt
op de juiste manier op bord getekend)  letters samengesteld uit rechte en
hoekige lijnen die gemakkelijke in hout of steen konden worden gekrast 
runen afkomstig uit Germanië sedert oudheid  verwijzing naar Germaanse
14
mythologie en de god Sigtyr, een naam van Odin, om verbonden te zijn met
het verleden en betekende “overwinning”
 Standaard-embleem van de SS: doodskop of Totenkopf (illustratie)  ter
afschrikking + teken van loyaliteit aan de bevelhebber + verwijzing naar
vroegere troepen die deze doodskop reeds hanteerden: bvb. de “zwarte
huzaren” van Frederik De Grote (illustratie), koning van Pruisen in de 18e
eeuw die expansionistisch was ingesteld (een groot militair strateeg en daarom
ook Hitlers grote voorbeeld uit de geschiedenis) + tijdens de Napoleontische
Oorlogen gebruikt bij Duitse troepen als teken van wraak jegens de Fransen 
overname door Freikorpsen na WO I en door SS is dan ook niet verwonderlijk
want wijst op strijd, moed, wraak…
 organisatie SS: Himmler  model van Duitse Tempeliers (korte uitleg:
waarom?  moedig tijdens kruistochten en daarna streefden ze naar een eigen
staat met uitbreiding naar oosten (cfr. Lebensraum!)), Italiaans-fascistische
zwarthemden en zelfs naar het voorbeeld van de jezuïeten, de christelijke
strijders in dienst van de katholieke kerk
 ideaal van de “Germaanse held” ontleend aan het werk ‘De Germania’ van
de Romeinse schrijver Tacitus, handelend over de Germaanse stammen
(subjectief, overdreven en incorrect!)
CITAAT Himmler: “het schitterende beeld van onze hoogstaande, zedelijke,
zuivere en luisterrijke voorouders…zo moeten we weer worden”
CITAAT: “Maar zelfs als Himmler de historische feiten had gekend, dan was
zijn wereldbeeld er waarschijnlijk niet door veranderd. Per slot van rekening
was hij altijd bereid de geschiedenis aan zijn waandenkbeelden aan te
passen”.
 Himmler trok zijn eigen conclusies uit hetgeen hij las en paste het aan de
nazistische ideologie aan
 de nazi’s geloofden in de mythe dat de Ariërs over de legendarische “furor
teutonicus” (illustratie) beschikten met “beserkerwoede”
o ‘teutonicus’: verwijzing naar de Teutonen die rond 2e eeuw v. C. als
eerste Germaanse stammen vanuit Denemarken het Romeinse rijk
binnenvielen (evenwel verslagen). Volgens de nazi’s zat deze “furor
teutonicus”, een zogezegde raciale karaktertrek, in het bloed van alle
Germanen, zodat ze wel onoverwinnelijk moesten zijn.
o ‘beserkerwoede’: de vroegere Germanen streden vaak op
ondoordachte, maar daarom niet minder effectieve wijze, hun vijanden,
waarbij ze zonder nadenken, enkel gevoed door hun woede en
krijgslust de vijand (met als het ware alleen een wapen in de hand)
bestreden  dit stroomde dus ook zogezegd in het bloed van de Ariërs
 benaming SS-divisies: met duidelijke verwijzingen naar het verleden en
figuren die van belang waren voor de Duitse geschie
denis: “Wiking”,
“Prinz Eugen” (ook de naam van een schip  tegenstelling: was een
Fransman!), “Hohenstaufen” ( dynastie van Duitse koningen), “Götz von
15
Berlichingen” ( een Duitse ridder  tegenstelling: vocht nog tégen het
Heilig Roomse Rijk en werd vogelvrij verklaard), “Nibelungen” ( bloedlijn
van Bourgondische koningen), “Charlemange” ( Franse SS: verwijzing
naar de grote Frankische koning Karel de Grote, die eigenlijk ook niet zuiver
“Duits” te noemen was ( geen zuivere Duitse geschiedenis dus, maar vaak
verwijzingen naar Franse geschiedenis  mag hier dus blijkbaar om zo
soldaten te ronselen en bij Franse “collaborateurs” samenhorigheid en kracht
op te roepen o.b.v. een soort nationale leidersfiguur uit het verleden = vorm
van opportunisme (tegenstelling!  Hitler bouwt hier nog op verder door bvb.
Walen later ook Germanen te noemen, en hen zo ook voor de nazi-zaak te
winnen)
•
Extreme voorbeelden:
 men liet voor gesneuvelde SS-officieren grafheuvels opmaken naar het
voorbeeld van de oude Germaanse stammen
 bewerking van het onzevader dat
natuurgodsdienst  echter vol fouten
aansloot
bij
de oud-Saksische
 vieren van oud-Germaanse feesten: zonnewendefeest, midwinterfeest dat
Kerstmis verving  gevierd op “magische” plaatsen waar de geest van de
voorouders zogezegd rondhing
 Himmler was ervan overtuigd dat hij de laatste telg was van een Germaanse
stam (de ‘Uligoten’); hij dacht ook dat het Germaanse ras reeds sedert
200.000 v.chr. bestond en dat de bijbel in Duitsland was geschreven (ook
christelijke geschiedenis wordt dus omgevormd)
 Himmler zag zichzelf als de reïncarnatie van de Duitse, middeleeuwse
koning Hendrik I (vocht in Oost-Europa  Lebensraum), wiens duizendste
sterfdag werd gevierd in 1936
 zoektochten naar sites waar vroeger zogezegd heroïsche veldslagen hadden
plaatsgevonden van voorouders  Wewelsburg, militair bolwerk waar de
Hunnen zich vroeger op hadden stukgebeten + expeditie naar Iran waar men
op zoek ging naar de oudste Ariër (men wist wel dat het een absurde zoektocht
was, maar geloofde er toch in)
 door handig de media te bespelen, werd dit allemaal door de gehersenspoelde
massa geslikt
Besluit
Om af te sluiten (en/of om in te leiden op komende lessen over Vlaams-nationalisme):
 synchroon met nazisme ook in andere culturen gebruik en misbruik van het
verleden, zoals in ons eigenste Vlaanderen  veel Vlaams-nationalisten 
verheerlijking Guldensporenslag 11 juli 1302 :
16
-
gezien als dé gebeurtenis in het verleden van de Vlamingen  vaak
uitvergroot en opgeblazen (illustratie boek van Vlaams Blokker Karim Van
Overmeire): vereerd door veel Vlamingen als een teken van volksgeest en
kracht van de Vlamingen  veldslag toch overschat, betekende immers niet
echt veel in onze ‘vaderlandsche geschiedenis’,  uitleg: de Vlamingen
boekten toen in 1302 wel een overwinning tegen een Frans ridderleger dat
superieur en onverwoestbaar leek maar wat men vaak niet vermeld is dat de
Fransen enige tijd later terugkwamen naar onze streek en de Vlamingen
gewoon in de pan hakten met een verlies van autonomie als gevolg (+ niet alle
Vlamingen vochten mee: de Gentenaars hielden zich bijvoorbeeld koest!)
-
zeker met WO II en de Duitse bezetting was er nu niets meer dat de
collaborerende Vlaams-nationalisten tegenhield om die gebeurtenis te
vereren met in vele gemeenten bijvoorbeeld zeer grootse 11-julivieringen 
ook in Lokeren bvb.: 1943  de scholen moesten een zangmiddag in elkaar
steken met authentieke “Vlaamsche” liederen + leren over die
Guldensporenslag  CITAAT uit het jaarverslag van Lokeren 1943: “De
aandacht werd gevestigd op de beteekenis van dezen vaderlandschen
gedenkdag, en over de zegenrijke gevolgen van den sporenslag voor de
vrijheid onzes lands”  moest liefde voor het vaderland opwekken
 ook in andere landen en culturen wordt de geschiedenis gebruikt: de Schotten
verwijzen op die manier ook vaak naar hun vrijheidsstrijd uit 14e eeuw en zelfs de
Amerikanen hebben het nu nog over een goddelijke missie (Bush sluit bijvoorbeeld
bijna elke speech af met de woorden: God bless America) om de democratie te
verspreiden of beriepen zich vroeger op hun zogenaamde ‘manifest destiny’  de
overtuiging die met het ontstaan van de kolonies op de Amerikaanse Oostkust
ontstond dat het de opdracht van de Amerikanen was om steeds meer westwaarts
gebieden te ontdekken en te veroveren met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld
de indianen en de natuur…
AFSLUITEND EN AFRONDEND: kort klasgesprek op basis van de
probleemstelling  Vraag: hoe zouden jullie nu antwoorden op de
probleemstelling die we aan het begin van de les hebben aangereikt? Hebben de
nazi’s hun verleden correct geëerd of toch wat misvormd en misbruikt om andere
doelen te bekomen?
Antwoord: (de leerlingen geven hun eigen mening op basis van de leerstof en trachten
correct te redeneren  de nazi’s vereerden wel degelijk hun verleden (de SS
bijvoorbeeld heel extreem), maar ze deden dit op zo’n manier dat ze geen onderscheid
maakten tussen wat wel of niet waar was, wat uit de lucht gegrepen was, waar men
bewijs voor had. Bijgevolg was het moeilijk uit te maken wat wel uit het Germaanse
verleden kwam en wat compleet verzonnen was. De nazi’s “verkrachtten” bijgevolg
hun eigen verleden en dit om het kost wat kost in hun rassenideologie en streven naar
nationalisme in te passen. Ze “misbruikten” het verleden om hun eigen nazistische
doelen na te streven zoals het creëren van een Groot-Germaans gevoel en de strijd
tegen het communisme, en in een erger stadium, de legitimering van de holocaust. 
we mogen ons echter niet beperkten tot de nazi’s, want het is een eeuwenoud gebruik
om je eigen verleden voor de meest uiteenlopende doeleinden te gebruiken…
17
18
Koning Knoet als nazi-propaganda voor Deense Oostfronters
19
Oude
Germanen vs.
Romeinen
Cartoon Dictat von Versailles
20
Propagandaposter gebiedsverlies Duitsland na WO I
21
Ieper 1917
22
Passendale
vóór en tijdens
WO I
Crisis jaren ‘30
23
24
Romeinse en nazi-standaarden
Varianten ‘Romeinse groet’
25
Frederik I Barbarossa
Blücher
26
Heinrich Himmler
27
SS-Totenkopf
28
Pruisische huzaren met Totenkopf
29
“Furor Teutonicus”
Prinz Eugen
30
Wapenschild en nazi-embleen Hohenstaufen
Wiking
Berlichingen
Götz von
Charlemagne
31
32
VERERING…
… of
VERKRACHTING
van het
Germaanse verleden?
33