AAA-pro GrAmm A 7>11 December 10

Commentaren

Transcriptie

AAA-pro GrAmm A 7>11 December 10
AAA-programma
dinsdag 7 december 2010
zaterdag 11 december 2010
Academisch-cultureel
Muziekgebouw aan ’t IJ
17 - 18 uur
20.15 uur
Centrum SPUI25
Concert Amsterdam Sinfonietta -
Lezing door David B. Nieborg:
Moz-Art à la Haydn
Tussen fysiek en virtueel
voorafgaand om 19.15 uur
In deze lezing zal Nieborg de
een inleiding met het orkest
belangrijkste academische en
leiding & viool Pekka Kuusisto
populaire discussies op het gebied
soliste Jacobien Rozemond viool
van digitale games bespreken en
Sallinen Aspecten van Hintrik
vooral kijken naar de potentie
Peltoniemi’s begrafenismars
van het medium. Nieborg is als
Mozart Vioolconcert nr. 5, KV 219
promovendus verbonden aan
Schnittke Moz-Art à la Haydn
de Universiteit van Amsterdam
Haydn Symfonie nr. 45 ‘Abschieds-
en als docent aan Amsterdam
Symphonie’
University College. Zijn onderzoek
Kaarten à € 23,- zijn verkrijgbaar
richt zich met name op online
aan de kassa van het Muziekgebouw
participatiecultuur en gamecultuur
(020 7882000) of via muziekgebouw.nl
in het bijzonder. gratis toegankelijk - reserveren
noodzakelijk via www.SPUI25.nl
donderdag 9 december 2010
Zie de cover flap voor
COLOFON
uitgever
Koninklijk Concertgebouworkest
Jacob Obrechtstraat 51 / 1071 kj Amsterdam
Postbus 78098 / 1070 lp Amsterdam
www.concertgebouworkest.nl
7>11 DECember 10
het volledige programma
grafisch ontwerp
Atelier René Knip en Rens Martens
vrijdag 10 december 2010
tekst/redactie
Michiel Cleij, Floris Don, Mark van Dongen,
Hans Ferwerda
Zie de cover flap voor
het volledige programma
drukwerk
Drukkerij Calff & Meischke
papier binnenwerk
Lessebo Design Smooth Natural, Igepa Nederland
copyright
Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten
bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht
geregeld met Pictoright te Amsterdam.
© c/o Pictoright Amsterdam 2010
beeld
Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Overname van artikelen alleen na toestemming
van de uitgever.
Concertgebouwlijn 0900 671
83 45 (€ 1,- per gesprek) €2,25
administratiekosten per kaart.
www.concertgebouworkest.nl/AAA
De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden van
het beeldmateriaal te achterhalen. Zij die menen
zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich
alsnog tot de uitgever wenden.
actueel, avontuurlijk, aangrijpend
SECOND LIFE
9 en 10 december 2010
< Sigmar Polke, Ohne Titel, 1983
2
Andy Warhol, Mao, 1972
second life
e
en virtueel tweede leven op internet, dat zal voor velen
de eerste associatie zijn met de woorden Second Life.
De in 2003 opgerichte fantasiewereld telt momenteel 20
miljoen leden die zich met hun zogenaamde avatar in hun
dubbellevenavonturen kunnen storten. Voor de meesten een
onschuldig spel, voor sommigen een noodzakelijke vlucht uit
alledaagse sleur. En terloops wordt het woord avatar, dat in de
hindoeïstische filosofie incarneren betekent, gemeengoed in
onze taal. De intrigerende wisselwerking tussen de virtuele
en de reële wereld is onderwerp van de lezing die David
B. Nieborg houdt op dinsdag 7 december in Spui25. In het
orkestprogramma van deze week staat - met enige vrijheid in
het gebruik van de term - de avatar van Mahler centraal, die
reïncarneert in een nieuw werk van Willem Jeths en in Berio’s
Sinfonia.
Second Life staat voor het gebruik van bestaande materialen in
de kunsten en van citaten in de muziek. Denk aan het urinoir
van Duchamp uit 1917 of de collagetechnieken uit de jaren
zestig. Muziek over muziek is altijd onderdeel geweest van het
twintigste-eeuwse discours en vond zijn eerste hoogtepunt
rond de Eerste Wereldoorlog. Richard Strauss grijpt in Der
Rosenkavalier terug op het Weense Rococo, Bartók laat zich
inspireren door de volksmuziek en Stravinsky geeft de Barok
een tweede leven in Pulcinella. Het neoclassisme wordt een stijl
op zich.
3
Een dergelijke nieuwe plaatsbepaling ten opzichte van traditie
en verleden is ook waar te nemen in de jaren zestig, wanneer
componisten een uitweg zoeken uit het doorgeschoten
en vaak al te serieuze modernisme dat in het voorgaande
decennium was opgekomen. In Amerika doet met Roy
Lichtenstein en Andy Warhol de Pop-Art zijn intrede.
Het is in deze onstuimige en geëngageerde tijd van de Beatles,
de studentenopstanden in Parijs en de moord op Martin
Luther King dat de Italiaanse componist Luciano Berio zijn
Sinfonia schrijft. Een waarschuwing: dit hoofdwerk van het
programma van vanavond is geen gemakkelijk toegankelijke
4
hapklare brok. De eerste indruk is bizar en confronterend,
aldus Michiel Cleij in zijn toelichting. In de gelaagdheid van
muziek en tekst, van muziek over muziek over muziek is dit
monument van het postmodernisme nooit overtroffen. Niet
alleen gaan het structuralisme van Claude-Lévi Strauss, de
nagedachtenis aan Martin Luther King, de links socialistische
strijd en het absurdisme van Samuel Becket samen in een
bont en humorvol geheel, ook passeren vele flarden (Mahler!)
uit het collectieve geheugen van de muziekgeschiedenis.
Een feest van pluralisme en metacollage, serieus, speels
en ritualistisch tegelijk. Soms lijkt het wel een (voor-)
afspiegeling van het bombardement van de multimediale
informatiemaatschappij.
De slagschaduw van Gustav Mahler - inspirator van de
muzikale collage- en citatentechniek - ligt ook op een andere
manier over het programma. Busoni’s Berceuse élégiaque
beleefde in orkestversie zijn wereldpremière op 21 februari
1911 in Carnegie Hall. Het was het laatste concert dat de toen
al zieke Mahler dirigeerde, drie maanden voor zijn dood.
De onuitwisbare indruk die het doodsakkoord uit de Tiende
symfonie op Willem Jeths maakte, leidde ertoe dat dit akkoord
een second life kreeg in zijn nieuwe werk Scale, dat op zijn
beurt weer een second life krijgt in de film die Lucas van
Woerkum erbij maakt en die tijdens het middagprogramma
Confrontaties vertoond zal worden.
Verder in Confrontaties: beeldende kunst met Margriet
Schavemaker en pianomuziek met Ralph van Raat. Dat een
tweede levensfase tot nieuwe inzichten kan leiden zal onder
meer blijken uit het gesprek met Ruud Lubbers. Ook dat is
Second Life.
Hans Ferwerda
5
6
Marcel Duchamp, La boîte-en-valise, 1936-49
Andy Warhol, Flowers (Large Flowers), 1964-5
second life stellingen
1
Het nieuwe hoort voort te komen uit het oude en er niet
een veroordeling of verwerping van te zijn Romain Rolland
2
Het enige juiste commentaar op een stuk muziek is
een ander stuk muziek Igor Stravinsky
3
In Second Life weet je nooit wie je voor je hebt. Zo blijf je
bezig. Het lijkt verdomme wel op First Life Ilja Leonard Pfeiffer
4
Aan waardevolle vernieuwingen in de cultuur ligt altijd een
toepassen van verworvenheden van gisteren en een weer
opnemen van oudere, vergeten waarden ten grondslag
Hermann Hesse
5
Zonder traditie is de kunst een kudde schapen zonder herder,
zonder vernieuwing: een lijk Winston Churchill
6
Teveel preoccupatie met traditie is een kenmerk van
een zwakke cultuur Daniel Barenboim
7
The surest way to make a monkey of a man is to quote him
Robert Benchley
8
The next thing to saying a good thing yourself,
is to quote one Ralph Waldo Emerson
9
Er is altijd de mogelijkheid tot emotionele luiheid,
ik bedoel: citeren Alain de Botton
10
‘Grenzen verleggen.’ Anders, modern, postmodern,
postpostneo. Waarom dienden grenzen zo nodig verlegd
te worden? Kunstenaars wisten niets van geschiedenis.
Wie grenzen verlegd krijgt oorlog Guido van Heulendonk
7
Roy Lichtenstein, As I opened fire, 1964
8
Sigmar Polke, Radioaktiver Abfall, 1992
Ferruccio busoni
voortbouwen op de geschiedenis
‘h
et wiegelied van een man aan zijn moeders sterfbed’ – zo
ondertitelde Ferruccio Busoni zijn Berceuse élégiaque, en
het is een prachtige metafoor voor de levenscyclus: de rollen
van moeder en kind zijn omgedraaid, waar het ene leven
eindigt bereikt het andere volwassenheid. Met dezelfde blik
bezag Busoni, componist en pianist, de muziekgeschiedenis.
In hetzelfde jaar dat hij de Berceuse componeerde, schreef hij
aan Schönberg: ‘U wilt een nieuwe waarde de plek van de
oude laten innemen, in plaats van haar aan de oude toe te
voegen.’ Busoni bouwde liever voort op modellen uit de Barok
– fuga’s, toccata’s enzovoort – maar rekte de meerstemmigheid
daarbij zover op dat er vaak ‘vreemde’, moderne harmonieën
ontstonden. Dat heeft alles met zijn achtergrond te maken:
als Italiaan voelde hij zich aangetrokken tot melodisch
lijnenspel, en door de Duitse afkomst van zijn moeder
neigde hij tevens naar strenge vormbeheersing en dichte
klankstructuren.
9
In geen van zijn orkestwerken kwam die vermenging zo
geslaagd uit de verf als in de Berceuse. Het melodisch materiaal
is sober en bestaat uit korte, klagende motieven die met
een beheerste dynamiek worden gespeeld; daaronder zijn
de (voortdurend gedempte) strijkers de dragers van een
constante, zacht deinende ritmische puls. Maar doordat die
motieven elkaar voortdurend overlappen – ze worden door
steeds andere instrumenten of instrumentgroepjes gespeeld
– ontstaat een dicht, broeierig klankweefsel. Het is dan ook
10
niet verwonderlijk dat Duits-romantische musici de eerste
pleitbezorgers van dit merkwaardige werk waren. Niemand
minder dan Gustav Mahler bracht de orkestversie van het stuk
in première in het laatste concert dat hij zou dirigeren; en
Richard Strauss, zelf zo’n instrumentatiekampioen, prees het
betoverende effect van de slotmaten waarin harp, celesta en
gong (!) een etherische, ‘hemelse’ klanknevel produceren.
Michiel Cleij
willem jeths
en de ontreddering van Mahler
I
n tegenstelling tot de andere componisten op dit
programma leeft Willem Jeths nog volop, en je zou
wensen dat hij zich niet prematuur met doodssymboliek
zou bezighouden - als dat niet zulke aangrijpende muziek
opleverde. De dood werd langzamerhand een terugkerend
gegeven in zijn composities– liefdesdood in de recente
opera Hôtel de Pékin, een citaat van het ‘doodsakkoord’ uit
Mahlers Tiende symfonie in het Flügelhornconcert, en eerder al
het overlijden van zijn moeder in het orkestwerk Throb – en
het zijn allemaal werken met, ironisch genoeg, een enorm
vitale expressie. Als er bij Jeths gestorven wordt geeft hij daar
intense muzikale energie voor terug.
Nu componeerde hij Scale - Italiaans voor ‘trappen’ of ‘(toon-)
ladders’. Die zijn, zoals Jeths zegt, ‘een symbool voor de
levensloop: je ontwikkelt je als mens naar een steeds hoger
plan, tot je uiteindelijk bij de hemelpoort kunt aankloppen.’
Leven en sterven zijn alledaagse processen – iedereen doet het
– maar ze krijgen een extra dimensie als ze muzikaal worden
weergegeven. De componist die daarin excelleerde was de dit
jaar alomtegenwoordige Mahler, aan wie Scale herhaaldelijk
refereert.
11
Hoewel Jeths zelf geen componist is die ‘hapklare’ beelden
of gebeurtenissen wil weergeven speelde ditmaal op de
achtergrond een anekdote mee: Mahler was in New York
toevallig getuige van een begrafenisstoet die onder zijn
hotelraam stilhield en daar plots met één gedempte
trommelslag een saluut aan de overledene bracht – een
verbijsterende ervaring voor een componist die op dat moment
zelf rouwt over zijn jong gestorven dochtertje en aan een
hartkwaal lijdt.
Scale knoopt aan bij dat ontredderende moment. Na een
‘openingsknal’ laten strijkers en houtblazers toon­ladder­
motiefjes uitwaaieren, opstijgend naar dat verpletterende
12
‘doodsakkoord’ uit de Tiende – dat Jeths het wederom zou
citeren was onafwendbaar. Een Mahleriaans trekje is ook de
plotselinge lyriek van een hoornsolo (beantwoord door tuba);
en, meer nog, het opdoemen van een ‘Fernorchester’, een
verdekt opgesteld koperensemble dat de toonladderpatronen
doorbreekt met een treurmarsachtige hymne.
‘In mijn eerdere stukken wilde ik dat het moment waar
de schoonheid zich schaamteloos mag manifesteren
afgedwongen moest worden’, vertelt Jeths. ‘Nu heb ik juist
geprobeerd om daarmee te beginnen. Die hoornmelodie klinkt
al aan het begin, maar staat niet op zichzelf: die komt ergens
vandaan en gaat ergens naartoe.’
Inderdaad heeft Jeths’ muziek altijd een duidelijke
dramaturgie: in al zijn werken wordt een kettingreactie
van muzikale gebeurtenissen in gang gezet, op een bijna
filmische manier.
‘De toonladderfiguurtjes zijn aanvankelijk chromatisch,
dus uit halve tonen opgebouwd. Aan het slot zijn die
toonafstanden verruimd tot frygische ladders - een
opeenvolging van halve en hele tonen die in de oudheid als
tragisch en duister gold. Net als bij mensen zijn hier kleine
stapjes uiteindelijk geëvolueerd tot grotere stappen.’
Wat Scale ook de typische Jeths-signatuur geeft is het
eigenaardige gebruik van klankkleur. Het luiden van een
doodsklok – op zich een effect dat door diverse (vooral
Russisch-romantische) componisten is toegepast – wordt
hier door steeldrums weergegeven. En tweemaal in het stuk
geven gestemde wijnglazen, ‘bevingerd’ door leden van de
slagwerksectie, een doorslaggevende wending. Na het eerste
hoogtepunt slaan ze, in Jeths’ woorden, ‘een hemelse brug’
tussen de bestegen ladders en dat Fernorchester; en aan het
slot produceren ze een indringende nagalm die abrupt (‘con
grande effetto’, volgens de partituur) tot zwijgen komt.
Michiel Cleij
Tijdens het vrijdagmiddagprogramma Confrontaties zal
de film Scale van Lucas van Woerkum in première gaan,
gebaseerd op dit nieuwe werk van Willem Jeths
13
14
Yves Klein, Monogold (untitled), 1961, privécollectie
bernd alois zimmermann
Van modern naar postmodern
B
ernd Alois Zimmermann is een typische representant
van de muzikale avant-garde die kort na de Tweede
Wereldoorlog ontstond. Traditionele, vormvaste, ‘tonale’
muziek was uit, abstractie en klankexperiment waren troef
– en die goedbedoelde wederopbouwgedachte resulteerde
veelal in technisch interessante stukken waar weinigen
naar wilden luisteren: ze boden de doorsnee concertbezoeker
geen enkel houvast. Tegelijkertijd ging er iets dwingends
van uit, alsof je ‘gewone’ klassieke muziek niet meer mooi
mocht vinden. Zo werd de nieuwe muziek uit die periode
iets van kille griezelgeleerden die in elektronische studio’s
mensonvriendelijke klanken produceerden, en dat de hoezen
van plaatopnamen eruitzagen alsof er maagzuurremmende
medicijnen in zaten, deed het imago ook geen goed.
Nu, zo’n vijftig jaar later, kun je daar met andere oren naar
luisteren. Zo valt bij Zimmermann op – meer dan toen – dat
hij in zijn ‘weerbarstige’ stukken soms doelbewust een
jazzy bigband-klank nastreefde. En anders dan veel van zijn
generatiegenoten geneerde hij zich niet voor onverbloemde
emotionaliteit in zijn muziek. De flarden van jazz en citaten
van bekende oudere componisten resulteren in sommige
stukken tot en collageachtig, caleidoscopisch geheel dat
tegenwoordig als postmodern zou worden aangemerkt. Ook
zocht hij aansluiting bij schilderkunst die op dat moment nog
wel modern was, maar niet meer als schokkend werd ervaren.
15
De gedachte achter Photopsosis (‘Lichtinval’) is redelijk
simpel. Zimmermann was geboeid door de schilderijen
van Yves Klein: grote, abstracte kleurvlakken met subtiele
schakeringen in tint en textuur. Wat, bijvoorbeeld, bij Klein
een egaal rood veld lijkt, blijkt nader beschouwd hier en daar
geeltinten te vertonen, of ruwe kwaststreken in wat van een
afstand een spiegelglad oppervlak schijnt.
Gefascineerd door de variatie die zo’n ‘eenvoudig’
kleurvlak kan hebben, ging Zimmermann uit van beperkt
notenmateriaal dat door geleidelijke veranderingen in timbre
16
en dynamiek steeds andere gedaanten aanneemt. Het oor
fungeert hier als een vergrootglas: zoals een kleur uit andere
primaire kleuren opgebouwd wordt, rafelt Zimmermann hier
de klank van de verschillende instrumenten uit in boventonen
en echo’s. Het klankmateriaal verdicht zich geleidelijk,
en halverwege het stuk laat Zimmermann (meestal
onherkenbare) citaten opduiken uit werken van Beethoven,
Skrjabin, Wagner, Bach en Tsjaikovski: het zijn, als het ware,
de bergen die je ziet wanneer je een schilderij horizontaal
onder je neus zou houden en alleen nog maar het reliëf van de
verf (en dus niet het beeld) zichtbaar is.
Michiel Cleij
luciano berio
Sinfonia, een monument
O
ok Luciano Berio was zo’n muziekvernieuwer die in
de jaren vijftig en zestig heel wat concertbezoekers
in de gordijnen joeg: atonaal! Kop noch staart! Eng! Lelijk!
Maar Berio was óók een componist die oude volksliedjes
orkestreerde, Beatles-nummers bewerkte en onvoltooid werk
van Schubert, Beethoven en Puccini aanpakte – kortom,
een man die het muzikale verleden koesterde en bruggen
sloeg. Zijn Sinfonia (klemtoon op tweede ‘i’) uit 1968, voor
orkest en stemmen, klinkt bij eerste indruk zoals je van
experimentele composities uit die periode verwacht: bizar,
confronterend. Wat drukt deze muziek uit? Samenklank,
aldus de titel; ‘sinfonia’ is hier letterlijk bedoeld, en niet in
de betekenis van de klassieke symfonie. En die samenklank
zoekt – aldus Berio zelf – voortdurend evenwicht: tussen het
gesproken en het gezongen woord, tussen de stemmen en de
instrumentpartijen, en tussen beweging en rust.
Het streven naar balans kan zich uiten in overeenstemming,
zoals wanneer de houtblazers de tekstvoordracht imiteren
(in het eerste deel); maar ook in tegengestelde reacties,
bijvoorbeeld wanneer spijkerharde staccatonoten van de
piano worden beantwoord met fluwelige, uitgestrekte vocale
‘klankvelden’ (in deel twee, een hommage aan Martin Luther
King). Het sterkst blijkt het uit de manier waarop Berio echo’s
uit het verleden in zijn moderne klankweefsel toelaat.
17
Vooral het derde deel is een feestje van muziekcitaten:
het ‘raamwerk’ ervan is gebaseerd op het scherzo ‘In
ruhig fliessender Bewegung’ uit Mahlers Tweede symfonie
(‘Auferstehung’), maar daarbinnen passeren fragmenten
van Debussy, Ravel, Stravinsky, Schönberg, Brahms en
diverse anderen de revue – en alles omzongen/omsproken
met tekstelementen uit Samuel Becketts experimentele,
‘hoofdpersoonloze’ novelle The unnamable.
Willekeurig is die keuze van muziekcitaten niet. Zo kan
Berio (met zijn eigen noten) het ritmische patroon van
Mahlers scherzo volgen en dan, op het punt waarop Mahler
een dalende vioollijn schreef, een dalend motiefje uit een
werk van Alban Berg citeren. Je zou het een soort genetische
18
manipulatie met muzikaal materiaal kunnen noemen, en
als luisteraar hoef je niet eens al die geciteerde stukken
te kennen om er het plezier aan te beleven dat Berio er
overduidelijk in had toen hij Sinfonia schreef.
Want hoe gehaaid het hele werk ook in elkaar zit – het slotdeel
vat elementen uit de voorgaande vier delen nog eens bondig
samen – het is bovenal een sprankelend en overrompelend
stuk: what you hear is what you get. Wanneer je nu in een mediamegastore staat hoor je gelijktijdig verschillende tv-zenders,
ringtones en pratende klanten. Hier zijn al die verschillende
klankperspectieven georganiseerd en gestroomlijnd in een
compositie – en met beduidend meer adempauzes en meer
harmonie dan in het omgevingsgeluid van alledag.
Michiel Cleij
berio: sinfonia
de teksten en een korte verklaring per deel
De teksten in deel I, IV en V komen uit het boek Le cru et le
cuit (het rauwe en het gekookte) van de Franse antropoloog
en structuralist Claude-Lévi Strauss. De tekst van deel III
komt deels uit Samuel Beckets novelle The unnamable. De
teksten breken vaak abrupt af, worden grotendeels door
de verschillende stemmen door elkaar heen uitgesproken
en vormen meer een muzikaal dan een betekenisgevend
bestanddeel. Het is dan ook niet de bedoeling de tekst precies
te volgen.
Deel I bestaat uit fragmenten van een Braziliaanse mythe
over de oorsprong van het water, beginnend met ‘Er was eens
een indiaan...’ en met als steeds terugkerende woorden
water, regen, bloed en tot slot ‘musiques rituelles’ en vooruit
wijzend naar deel twee: ‘héros tué’ (gedode held).
Deel II is met de woorden ‘O King O Martin Luther King’
een hommage aan de op 4 april 1968 vermoorde Martin
Luther King.
19
Deel III is gebouwd op het scherzo uit de Tweede symfonie van
Mahler, dat op zijn beurt een bewerking is van het lied Des
Antonius von Padua Fischpredigt uit Des Knaben Wunderhorn. De
link met het water uit deel I is hiermee gelegd. ‘In ruhig
fliessender Bewegung’ komen citaten van maar liefst 19
componisten langs, door de sprekers van divers commentaar
voorzien, met als meest herkenbare terugkerende uitroep:
‘Keep going’.
Deel IV refereert met de tekst ‘rose de sang’ aan het
socialistische symbool van de rode roos en aan Mahlers Urlicht
(‘O Röschen Rot’) . Het vormt de symmetrische tegenhanger
20
van deel II.
Deel V grijpt terug op de tekst uit deel I en vertelt het verhaal
van de indiaan Asaré verder.
s = sopraan
a = alt
t = tenor
b = bas
tutti = allen
deel I
[b2] il y avait sang [b1] Il y avait il y avait il y avait une fois un indien marié et
père de plusieurs fils adultes, à l’exception du dernier né qui s’appelait Asaré.
Un jour, un jour que cet indien était à la chasse, les frères, les frères
Quand l’océan s’était formé, les frères d’Asaré avaient tout de suite voulu s’y
baigner. Et encore aujourd’hui, vers le fin de la saison des pluies, des pluies
on les voit apparaître dans le ciel, dans le ciel, tout propres et removes sons
l’apparence des sept étoiles des Pleiades ce mythe nous retiendra longtemps.
[b2] aujourd’hui vers le fin de la saison de la saison des pluies des pluies des
pluies dans le ciel dans le ciel cans le ciel
[tutti] Pluie douce appel bruyant [repeated several times, broken down into component
syllables]
[7 voices] sang [solo] sang eau eau [7]eau [solo] eau sang [7] eau [solo]
sang [tutti] sang [7] eau [solo] eau [7] sang [solo] eau céleste [7] eau [solo/7
antiphonally] eau céleste sang eau eau terrestre pluie, pluie, pluie, pluie
douce, pluie douce de la saison sèche pluie, pluie orageuse, pluie orageuse de
la saison des pluies bois eau, bois bois eau, bois pourri, bois, bois dur roc arbre
arbre résorbé sous l’eau un fils privé de mere, un fils privé de nourriture héros
honteaux, héros tuant, héros tué, héros furieux, musiques rituelle [7] eau
sang céleste eau eau terrestre sang eau terrestre sang eau sang eau terrestre
eau sang eau eau eau terrestre eau eau terrestre eau célestebois bois arbre
résorbé bois dur bois dur résorbé arbre résorbé bois pourri les héros bois dur le
héros héros furieux héros tué [tutti] musiques rituelle
[tutti] tuant tué
deel II
O KING
O King O Martin Luther King
21
deel III IN RUHIG FLIESSENDER BEWEGUNG
[tutti] oh peripeti [t1] nicht eilen, bitte [s1] oh [a1] no [b1] recht gemä...
[s2] quatrième symphonie [a2] duxième symphonie [t2] recht gemä...
[s1] deuxième partie [a1] première partie [t1] quatrième partie [b1] troisième
partie [t2] gemäche... [b1] In ruhig fliessender Bewegung [t1] sehr gemächlich
nicht eilen [b1] keep going [tutti] peripetie [b1] peripetie where? [a1] and now?
[b1] nothing more nothing more restful than chamber music [a1] when now?
[t1] I, say I
[t1] You are nothing but an academic exercise [b1] no time for chamber music
{...} we need to do something [s2] For though the silence here is almost
unbroken it is not completely so he emerges as from heavy hangings. Hardly
a resurrection [a2] we want that [a1] It seems there are only repeated sounds
[t2] what? [a2] who? [t1] I prefer a wake [t2] why? [b1] Something is going to
happen. So after a period of immaculate silence there seems to be a violin
concerto being played in the other room in three quarters a2] two violin
22
concertos [s2] in three eights [A1] I am not deaf, of that I am convinced, that
is to say half-convinced [t2] Keep going [b2] where now? [t1] With not even
a small mountain on the horizon, a man would wonder where his kingdom
ended [a1] where? [t1] Keep going [t2] what? [t1] a poem [b2] Keep going
[t1] a danced poem, all round, and endless chain, taking turns to talk
[s2] Keep going [t1] This represents at least a thousand words I was not
counting on. [a1] three thousand notes [t1] I may well be glad of them {...}
But seeing Daphne and Chloé written in red, counting the seconds while
nothing has happened but the obsession with the [b1] go on [a2] with the
chromatic [s2] and the chromatic again [t2] Where now? [t1] I am in the air,
the walls, everything yields, opens, ebbs, flows like the play of waves
[s1] Keep going [b2] Yes, I feel the moment has come for us to look back, if
we can and take our bearings if we are to go on. [t1] Yes, I feel the moment
has come for me to look back. I must not forget this, I have not forgotten
it. But I must have said it before, since I say it now. They think I am alive,
not in a womb, either... Well, so there is an audience it’s a fantastic public
performance [b1] and the curtain comes down for the ninth time. [b1] You
never noticed you were waiting. You were waiting alone, that is the show.
Keep going.
[b1] I shall say my old lessons now, if I can remember it [t2] then I shall have
lived they think I am alive, not in a womb, either, even that takes time.
[a1] it is [t2] keep going [a1] is it? [b1] keep going [t1] it is as if we were rooted,
that’s bonds if you like – the earth would have to quake. it isn’t the earth,
one doesn’t know what it is [a1] But you all know that they will bring me to
the surface one day or another and there will be a brief dialogue in the dunes
[t1] maybe a kind of competition on the stage, with just eight female dancers
and words falling. you don’t know where, where now [a1] under the sun
[t1] who now? But now I shall say my old lessons if I can remember it.
I most not forget this. But I must have said it before, since I say it now.
I am listening. Well, I prefer, that, I must say I prefer that [a2] that what who
you [t1] oh you know, oh you, oh I suppose the audience, well well, so there is
an audience, it’s a public show, you buy your seat and you wait, perhaps it’s
free, a free show, you take your seat and you wait for it to begin, or perhaps
it’s compulsory, a compulsory show...
you wait for the compulsory show to begin, it takes time, you hear a voice,
perhaps it is a recitation, that is the show, someone reciting, selected
passages, old favourites, or someone improvising, you can barely hear him,
that’s the show, you can’t leave, you are afraid to leave, you make the best
of it, you try to be reasonable, you came too early, here we’d need latin, it’s
only the beginning, it hasn’t begun, he’ll appear any moment, he’ll begin
any moment [a1] He is only preluding, clearing his throat, alone in his
dressing room, or it’s the stage-manager giving his instructions, his last
recommendations before the curtain rises [tutti] that is the show
[t1] that’s the show waiting for the show, to the sound of a murmur, you try to
be reasonable, perhaps it is not a voice at all, perhaps it’s the air, ascending,
descending, flowing, eddying, seeking exit, finding none, and the spectators,
where are they, you didn’t notice, in the anguish of waiting, never noticed
you were waiting alone, that is the show, for the fools, in the palace, waiting
[b1] the brightest star [t1] waiting alone that is the show [tutti] that is the
show [t1] waiting alone in the restless air, for it to begin, while every now and
23
then a familiar passacaglia [t2] (etwas zurükhaltend) [b1] not really
[t1] filters through the other noises waiting, for something to begin, for there
to be something else but you, for the power to rise, the courage to leave,
picking your way through the crossed colors, seeking the cause, losing it
again, seeking no longer. We shall overcome the incessant noised, for as Henri
says, if this noise would stop there’d be nothing more to say. You try and be
reasonable, perhaps you are blind, probably deaf, the show is over, all is over,
but where then is the hand, the helping hand, or merely charitable, or the
hired hand, it’s a long time coming, to take yours and draw you away, that is
the show, free, gratis, and for nothing, waiting alone, blind, deaf, you don’t
know where, you don’t know for what, for a hand to come and draw you away,
somewhere else, where perhaps it’s worse. [s1+2] It’s a real pleasure upon my
word it is to be unable to drown under such conditions in a lake full of colors
far from my walls [t1] where now? [a1] who now? [b1] keep going now [t1] when
now? [g1] blood [a1] Just a small murder [t1] keep going [b2] hardly worth it, yet
what can you expect [t1] they don’t know who they are either [b1] did you hear?
24
[t1] keep going [s2] Did you hear? [t2] stop [b2] stop [a1] do you hear? [t1] keep
going [b1] Hören Sie? [t2] Dort! [b2] Heavens! There was a sound! [t1] yes, there!
[b1] Ja, dort! [t2] Jesus! Das war ein Ton!
I am here so little, I see it, I feel it round me it enfolds me, it covers me, if only
this voice would stop, for a second, [t1+2] it would seem long to me, a second
of silence I would listen, [t2] I’d know if it was going to start again or if it was
stilled for ever what would I know it with, I’d know. And I’d keep on listening
[t1] I’d know if it was going to start again it’s late now, and he is still talking
incessantly, any old thing, repetition after repetition, talking unceasingly, in
yourself, outside yourself
It’s late now, he shall never hear again the lowing cattle, the rush of the
stream. In a chamber, dimensions unknown, I do not move and never shall
again on long road or short. But the fact is I trouble no one. But I did. And after
each group disintegration, the name of Majakowsky hangs in the clean air.
And when they ask, why all this, it is not easy to find an answer. [s2] la mer,
la mer toujours recommencée [t1] For when we find ourselves, face to face,
now, here, and they remind us all this can’t stop the wars, can’t make the
old younger or lower the price of bread [a1] say it again, louder! [t1] it can’t
stop the wars, can’t make the old younger or lower the price of bread, can’t
erase solitude or dull the tread outside the door, we can only nod, yes, it’s
true, but no need to remind, to point, for it is all with us, always, except,
perhaps at certain moments, here among these rows of balconies, in a crowd
or out of it, perhaps waiting to enter, watching. And tomorrow we’ll read that
................ [mentions composer and title of a work included in the same program] made
tulips grow in my garden and altered the flow of the ocean currents. We must
believe it’s true. There must be something else. Otherwise it would be quite
hopeless. But it is quite hopeless. Unquestioning. But it can’t go on. It, say it,
not knowing what. It’s getting late. Where now? When now? I have a present
for you. Keep going, page after page. Keep going, going on, call that going, call
that on. But wait. He is barely moving, now, almost still. Should I make my
introductions? {This voice introduces to the public the other seven singers.} But now it’s
done, it’s over, we’ve had our chance. There was even, for a second, hope of
resurrection, or almost, Mein junges Leben hat ein End. We must collect our
thoughts, for the unexpected is always upon us, in our rooms, in the street, at
the door, on a stage. Thank you, Mr. {full name of the conductor}
25
deel III Muziekcitaten
Schönberg – Fünf Orchesterstücke
Debussy – La mer
Mahler – Vierde symfonie
Hindemith – Kammermusik IV
Berlioz – Symphonie fantastique
Berg – Vioolconcert
Brahms – Vioolconcert
Ravel – La valse
Ravel – Daphnis et Chloé
Beethoven – Negende symfonie
Mahler – Negende symfonie
Stravinsky – Le sacre du printemps
26
Stravinsky – Agon
R. Strauss – Der Rosenkavalier
Bach - koraal
Brahms – Vierde symfonie
Pousseur – Couleurs croisées
Berg – Wozzeck
Beethoven – Zesde symfonie
Globokar – Accord
Boulez – Pli selon pli
Webern – Kantate op.31
Stockhausen – Gruppen
En natuurlijk het scherzo ‘In ruhig fliessender Bewegung’
uit Mahlers Tweede symfonie, als raamwerk voor het gehele deel
deel IV
[tutti] Rose de sang appel bruyant appel doux bruyant Rose de sang
deel V
[s1] Rose de sang Rose de sang appel bruyant appel bruyant doux appel appel
doux [a1/2] Voilà voilà Il y avait, il y avait une fois un jeune, un jeune garcon
qui suivit sa mere [t1] rose de sang Rose de sang [t2] Listen, listen, are you
going already? Listen, listen, let me see your face once more [b1] nous voilà
voilà where now? who now? And now? who now? [b1] Voilà quoi Voilà qui
Voilà. Il y avait une fois. [b1,2] Il y avait un fois un indien, un indien marié et
père de plusieurs fils adultes
[tutti] bruyant doux appel doux
[b1] Partiel ou proviso ire, ce dernier commentaire n’est pas convaicant, car il
laisse de côté d’importants aspects de nos thèmes. [other seven voices repeat
the following words and phrases] sang, pluie, bruyant appel, doux bruyant,
vie, sang, feu [b1] appel bruyant mais pourtant, mais pourtant les thèmes
sont là. Partout, ailleurs mais pourtent voilà [s2] Partiel ou provisoire, ce
dernier commentaire n’est pas convaicant. [a1] mais pourtant les thèmes sont
là [t1] mais pourtant, mais pourtant, mais pourtant les thèmes sont là, quie
affirment la priorité [t2] Listen, let me see your face once more. Listen
[b2] where now? Keep going [b1] Partout, ailleurs, les thèmes inversent la
valeur de leur termes selon qu’il s’agit de retarded la mort ou d’assurer la
resurrection [b2] Avant de terminer d’une façon provisoirement definitive
(à Vienne on dit ‘définitivement provisoire’) il faudrait résoudre quelque
contradiction
[t2] mais partout les thèmes sont là, qui affirment [a2] les thèmes qui
affirment la priorité de la discontinuité universelle des thèmes sur la
continuité de [s1, s2, a1] un fils privé de mere [s2] un fils privé de nouriture
[t1] il y avait, il y avait, il y avait un fois, un jeune, un jeune garcon qui
suivit sa mere en cachette, la surprit et la voila. [t2,b2] sur la continuité de
l’organisation interne à chacuns [b1] il y avait une fois un indien marié, père de
plusieurs fils adunts à l’exception du dernier né qui s’appelait Asaré.
27
Un jour que cet indien était à la chasse les frères d’Asaré à tour de role
violèrent leur mere dans la maison des hommes. [t1] continuez M. {the name
of 2nd Bass} s.v.p. [b2] Persuadé de son infortune le père expédie son fils au
‘nid des âmes’ [b1] Les coupables reçoivent de leur père une rude correction
[b2] un: les âmes la grandmère lui recommande d’obtenir l’aide de l’oiseau
mouche [b1] un: le crocodile. A sa demand les oiseaux pics le dissimulent sous
un tas doux: Il lui échappe grâce aux perdrix qui consentent à le cacher sous la
paille [b2] deux: l’animal secuétant cette fois la colombe au vol rapide.
[t1] Trois: Asaré se cache sous les épulchures des gousses de yatoba. [b2] Trois:
il est aide par la grande sauterelle, dont le vol est plus lent.[a1] Quartre: au
beau milieu du fleuve il recontre un crocodile né d’une multitude de lézards
qu’il avait lui-même tués pendant le voyage, et que les eaux grossissantes ont
entraînés. [b2] Quartre: chasse les lézards qui abondent sur le plateau. Cinq:
Du macabre festin il ne reste au fond de l’eau que les ossements décharnés, et
les poumons surnagent sous forme de plantes aquatiques don’t les feuilles
dit-on ressemblent à poumons. [a2] Cinq: Peu après, on les voit apparaîtres
28
dans le ciel tout propres et rénovés sous l’apparence des sept étoiles des
Pléiades. Six: Assaré arrive enfin chez son oncle qui attend le crocodile de pied
ferme et l’inonde de son fluide-- [b2] Six: la grandmère ne sait trop comment
parer à ce nouveau danger, mais elle remet à son petit fils un baton magique-[s2] un jeune qui couchait en plein air, tombe amoureux d’une étoile
[a2] Assez [b1] Listen [b2] non, pas ça [a2] L’esprit créateur que les homes
seraient immortels. [t1] Listen are you going already? let me see your face
once more [b2] l’esprit créateur avait décidé Il fallait les informer, et il choisit
il choisit le caméléon [s2] et il choisit comme messager [a2] qui est un animal
fort lent [s2] l’esprit malin, à l’affût d’un bon fond, alla porter aux homes
la nouvelle [t1] la nouvelle qu’ils étaient mortels [b2] qu’ils étaient mortels
Cela ne leur plût pas énormément [t2] Listen, are you going? [s2] mais ils
finirent par se résigner tant bien que mal [t2] Let me see your face once more
[a2] L’esprit créateur n’y pouvait plus rien [b2] Alors, alors, pour consoler les
homes, il créa un esprit special. dont le role était de leur apporter de leur
apporter...
[Tutti, repeat many times] péripétie, héroes tué
29
Reinier Lucassen, Stilleven met zonnebloemen, 1969
biografieën
D
e in Haarlem geboren dirigent Ed Spanjaard is regelmatig
te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest in
avontuurlijke programma’s. Eerder was hij assistent-dirigent
van dit orkest. Zijn muzikale veelzijdigheid komt ook tot
uiting in zijn nauwe verbondenheid met het Nieuw Ensemble
en het Atlas Ensemble; als operadirigent maakte Spanjaard
recent furore met de eerste twee delen van Wagners Der Ring des
Nibelungen bij de Nationale Reisopera. Sinds 2001 is Spanjaard
chefdirigent van het Limburgs Symfonie Orkest.
In 1997 werd de flexibele, vaak met microfoon versterkte
30
zanggroep Synergy Vocals opgericht door Michaela Haslam.
Zij was aanvankelijk lid van Swingle Singers, en begon na
een succesvol project met componist Steve Reich haar eigen
vocale groep. Synergy Vocals blinken uit in ritmische precisie
en aanpassingsvermogen in klank en stijl. Ze werkten met
vooraanstaande muziekensembles als Asko/Schönberg,
Ensemble Modern, London Sinfonietta, met de belangrijkste
Amerikaans orkesten en met dansgezelschappen als het Royal
Ballet en Rosas.
Vocalisten: Micaela Haslam, Amanda Morrison,
Rachel Weston, Heather Cairncross, Gerard O'Beirne,
Andrew Busher, Michael Dore, Simon Grant
voortuitblik de nacht
Naar aanleiding van Mahlers Nachtmuzieken in zijn Zevende
symfonie, staan we in het midden van de winter stil bij de
duistere kant van ons bestaan. De sfeer van de nacht heeft
vele componisten geïnspireerd tot een uitzonderlijk fijnzinnig
raffinement, verstillend en angstaanjagend. U krijgt ook
de mogelijkheid dit midden in de nacht te ervaren tijdens
het unieke Nachtconcert in de Spiegelzaal, waar eigentijdse
klanken liggen ingebed in het middeleeuwse gregoriaans.
vrijdag 21 januari 16.00 uur
vrijdag 21 januari 20.15 uur
Concertgebouw, Spiegelzaal
Concertgebouw, Grote Zaal
Confrontaties: multidisciplinair
Koninklijk Concertgebouworkest
middagprogramma
dirigent Pierre Boulez
met o.a. muziek door leden van het
Webern Sechs Stücke für Orchester
Koninklijk Concertgebouworkest,
Mahler Symfonie nr. 7
beeldende kunst met conservator
Kaarten vanaf € 21,- inclusief
fotografie van het Stedelijk Museum
programmaboekje verkrijgbaar
Hripsimé Visser en een gesprek met
via www.concertgebouworkest.nl,
Armando en Maarten Doorman
via de Concertgebouwlijn of aan
Kaarten à € 7,50 inclusief programmaboekje
de kassa van het Concertgebouw
verkrijgbaar via www.concertgebouworkest.nl, via de Concertgebouwlijn of
vrijdag 21 januari 22.30 uur
aan de kassa van het Concertgebouw
Concertgebouw Café
Entrée Late Night Café
vrijdag 21 januari 19.15 uur
Concertgebouw, Koorzaal
Inleiding op het concertprogramma
door Floris Don
alleen toegankelijk voor concertbezoekers
Kaarten zijn te bestellen via de Concertgebouwlijn (€ 2,25 administratiekosten
per kaart) of gratis af te halen bij de kassa
Gratis toegankelijk
31
32
vrijdag 21 januari 24.00 uur
zondag 23 januari 11.00 uur
Concertgebouw, Spiegelzaal
Bijlmer Parktheater
Nachtconcert
Bijlmer Klassiek Nachtmuziek op
Een afwisseling van gregoriaans en
zondagochtend
nachtmuziek van recenter datum, met
Ursula Schoch en Junko Naito viool
o.a. de Schola Cantorum Amsterdam
Michael Gieler altviool
o.l.v. Marcel Zijlstra en ensembles van
Benedikt Enzler cello
leden van het KCO
Georgina Poad contrabas
Kaarten à € 10,- verkrijgbaar
Mark Braafhart slagwerk
via www.concertgebouworkest.nl,
Lauretta Bloomer piano
via de Concertgebouwlijn of aan
Mozart Eine kleine Nachtmusik
de kassa van het Concertgebouw
Crumb Dream Sequence
Schubert Notturno in Es gr.t., D 897
zaterdag 22 januari 21.00 uur
Kaarten à € 10,- via
Concertgebouw, Kleine Zaal
www.bijlmerparktheater.nl
Concert Doelen Kwartet Serie
Tijdgenoten
Concertgebouwlijn 0900 671 83 45
Dutilleux Ainsi la nuit
(€ 1,- per gesprek, € 2,25
Boesmans Summer Dreams
administratiekosten per kaart)
Crumb Black Angels
Kaarten à € 29,50 verkrijgbaar
via www.concertgebouw.nl,
via de Concertgebouwlijn of aan
de kassa van het Concertgebouw
Arcam Architectuurcentrum Amsterdam
De Groene Amsterdammer | De IJ Salon | Entrée
Filmmuseum/EYE filminstituut Nederland | Foam
Het Concertgebouw | Holland Festival | Muziekgebouw aan ‘t IJ
Spui25 Academisch-cultureel centrum | Stedelijk Museum
DAGprogramma
PA R T N E R S A A A
Concertprogramma 9 en 10 dec
middagprogramma 10 dec
Koorzaal, 19.15 uur
Spiegelzaal 16.00 – 18.00 uur
Inleiding op het concertprogramma
Confrontaties: multidisciplinair middagprogramma
Renee Jonker vertelt over het programma en spreekt met Willem Jeths
Het thema Second Life van diverse kanten belicht
Grote Zaal, 20.15 uur
Presentatie Beeldende Kunst
Concert Koninklijk Concertgebouworkest
door dr. Margriet Schavemaker, kunsthistorica, filosofe
Ed Spanjaard dirigent, Synergy Vocals
Ferruccio Busoni 1866-1924
Berceuse élégiaque op. 42 (1909)
en mediatheoretica en verbonden aan het Stedelijk Museum
als Hoofd Collecties
Intermezzo
‘Des Mannes Wiegelied am Sarge seiner Mutter’ Poesie für Orchester
Ralph van Raat, piano
Willem Jeths 1959
Henry Cowell - The Tides of Manaunaun en Aeolian Harp
Scale per orchestra sinfonica (2010) wereldpremière,
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
09>10 december
en het Fonds Podiumkunsten
György Kurtág - uit Jatekok: Preludium és Korál en Hommage a Domenico Scarlatti
Charles Ives - uit Tweede pianosonate, ‘Concord Sonata’: The Alcotts
Scale - een korte film van Lucas van Woerkum
Robbert van Steyn, assistent-dirigent
gebaseerd op de gelijknamige compositie van Willem Jeths
Bernd Alois Zimmermann 1918-1970
Sterk cinematografische beelden en muzikale montage kenmerken
Photoptosis (1968) Prelude voor groot orkest
de film, die de verhalende kracht van de muziek blootlegt
pauze
De dialoog
Luciano Berio 1925-2003
Sinfonia (1968) voor acht stemmen en orkest
begin van de pauze ca. 21.00 uur / einde van het concert ca. 22.10 uur
Meet & Greet (alleen 9 dec)
Joel Ethan Fried, adjunct-directeur KCO,
in gesprek met Ed Spanjaard, Micaela Haslam (Synergy Vocals)
en enkele musici van het KCO
a a a - p ro g r a m m a 7 t/ m 1 1 d e c
b i n n e n z i j d e ac h t e r f l a p
Een discussie over tweede levens in de kunsten en in de politiek.
Met o.a. oud-premier Ruud Lubbers (Handvest van de Aarde),
componist Willem Jeths, oud-politica en sociologe Hedy d’Ancona,
kunsthistorica Margriet Schavemaker en musicoloog Hans Ferwerda
Entrée Late Night Café 10 dec
Concertgebouw Café, 22.15 - 01.00 uur
Een muzikale tocht langs covers, samples en jatwerk in de soul, jazz en hiphop
door dj Leroy Rey. Ook met bijdragen van hard//hoofd