jaarverslag

Commentaren

Transcriptie

jaarverslag
jaarverslag 2005
VIB-ACTIVITEITEN VAN 2004
VIB versterkt het institutioneel potentieel door
initiatieven te lanceren zoals het groepsleiderscomité,
een interne nieuwsbrief en bio-informatica tools die
beschikbaar zijn voor alle Vlaamse wetenschappers.
hoogtepunten van 2004
De omvangrijke financiële steun die VIB van
de Vlaamse regering ontvangt, is de financiële
ruggengraat voor de 800 onderzoekers
en technici van VIB.
In 2004 starten er 3 nieuwe onderzoeksgroepen
bij VIB. Dit versterkt de internationalisering van
het instituut.
VIB draait op volle toeren. Hoogstaand
en competitief onderzoek levert minstens
elke dag een publicatie in een internationaal
vaktijdschrift en wekelijks een bijdrage
in toptijdschriften zoals Science en Nature.
De tweede editie van het schoolproject van
VIB zet 1800 jongeren onder begeleiding
van biotechnologen aan het werk in laboratoria
van universiteiten, hoge scholen en bedrijven.
Zo worden bruggen gebouwd tussen scholieren
en wetenschappers.
Via 23 nieuwe octrooiaanvragen worden
de vindingen van VIB beschikbaar voor
de maatschappij. De 51 nieuwe O&O- en
licentieovereenkomsten transfereren kennis
en technologie naar de bedrijfswereld.
VIB’s proteomicstechnologie lag aan de basis van
de oprichting van zijn vierde spin-off Peakadilly.
In enkele jaren is VIB erin geslaagd een
uitgebreid netwerk uit te werken. Dit leidde
in 2004 tot de oprichting van de vzw FlandersBio
dat de motor wil zijn voor de duurzame interne
groei van de biotechindustrie in Vlaanderen.
Inleiding
Woord vooraf van de algemene directie
Woord vooraf van de voorzitter van de raad van bestuur
Een Vlaams onderzoeksinstituut met internationale uitstraling
Een autonoom instituut
Centrum voor biotechnologische expertise
Resultaten 2004
Een netwerk van contacten
Institutionele en departementele adviesraden
Institutioneel beleid
Huisvesting VIB-onderzoeksgroepen
Nieuwe onderzoeksgroepen
2
3
4
5
5
6
6
6
7
7
7
on de rzo ek
Gezondheid
Bloedtest voor levercirrose
Bacterie haalt dikke darm uit de knoop
Genprik voor ALS
Chaperones in de fout
Bloedvaten en zenuwbanen luisteren naar zelfde gids
PS1, van vele markten thuis
Aan tafel!
Ringchromosoom veroorzaakt leukemie
Met de remmen los
Kankerinvasie gestuurd vanuit kern
Nanobodies verhinderen tumorgroei
Gespikkelde botten sleutel tot osteoporose
Tango voor eiwitten
8
8
10
10
11
11
12
12
13
13
14
14
15
Plantenonderzoek
Celcyclus op ontleedtafel
Genoom schrijft geschiedenis
16
17
Service faciliteiten
Alles op een chip
DNA-sequenties en SNPS maken het verschil
Eiwitexpressie en -opzuivering
Nanobodies: kameelantichamen als een uniek VIB-technologieplatform
Bio-informatica platform
18
18
19
19
19
Technologietransfer
De octrooiportfolio
Overeenkomsten met bedrijven
Start-ups
De VIB-bio-incubator
FlandersBio vzw
20
20
21
21
21
Maatschappij
Vraag en aanbod
VIB-onderzoek in de kijker
[email protected]
[email protected]
VIB en biotechwetgeving
Ook actief op Europees niveau
22
22
23
23
24
25
Personeel
Samenwerking met de universiteiten
Personeelsstructuur
Internationalisatie van VIB
Werknemersvertegenwoordiging
26
26
27
27
on de rzo ek
Financieel overzicht
28
Organisatie
36
Woord vooraf van de algemene directie
2004 was voor VIB een belangrijk jaar. We zijn halfweg de
beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid (20022006) en het instituut is op volle kruissnelheid gekomen.
Met behulp van biomoleculair onderzoek bestuderen de
VIB-onderzoekers het functioneren van het menselijk
lichaam, planten en micro-organismen. Zo wenst VIB de
basiskennis te verwerven die kan bijdragen tot het
genereren van een betere levenskwaliteit. Om dit doel te
realiseren, concretiseert VIB haar activiteiten op de 3 pijlers
van het instituut: strategisch basisonderzoek,
technologietransfer en communicatie met het publiek.
De sterkte van VIB wordt volledig bepaald door de sterkte
van zijn kennismedewerkers. Zij staan in voor de
creativiteit en excellentie van het VIB-onderzoek en zijn
dus het belangrijkste actief van de organisatie. In een
onderzoeksgemeenschap is een continue instroom van
goede wetenschappers op diverse niveaus dan ook een
belangrijke driver. In 2004 werden drie nieuwe, jonge
onderzoeksgroepen, actief in ontluikende onderzoeksgebieden, in VIB opgestart. De groepsleiders ervan werden
internationaal aangetrokken en ondergingen een
stringente selectieprocedure. Twee van hen zijn Belgen
die na een internationale carrière en extra expertise naar
Vlaanderen terugkeren. Een voorbeeld van omgekeerde
hersenvlucht. Deze uitbreiding van het VIB-potentieel
werd mooi aangevuld door een toenemende instroom
van internationale postdoctorale onderzoekers die de
VIB-onderzoeksgroepen in 2004 kwamen versterken.
Deze stimulerende onderzoeksomgeving van VIB is ook
uitermate geschikt om Vlaamse jongeren op te leiden tot
volwaardige, zelfstandige onderzoekers. In 2004 behaalden
43 jonge onderzoekers een doctoraat op basis van hun
onderzoek, uitgevoerd en begeleid in één van de VIBonderzoekslaboratoria.
In 2004 werd ook geïnvesteerd in mogelijks toekomstige
wetenschappers: onze Vlaamse jongeren (14 – 17 jaar). Zo
werden inspanningen geleverd om hen reeds op deze jonge
leeftijd te laten ontdekken hoe boeiend wetenschappelijk
onderzoek kan zijn. Het gezegde ‘jong geleerd, oud gedaan’
werd vertaald in een schoolproject dat in het schooljaar
2004 – 2005 zowat 1 800 jong-adolescenten kennis liet
maken met het onderzoek in de levenswetenschappen.
Het VIB-onderzoek was in 2004 gekenmerkt door heel wat
technologische primeurs en wetenschappelijke doorbraken
in plantensysteembiologie en het onderzoek naar
de moleculaire mechanismen van normale ontwikkeling
of van belangrijke ziekteprocessen bij de mens. Zowat elke
dag van het jaar verscheen een VIB-publicatie in de
02
internationale vakpers. 188 publicaties werden gepubliceerd
in hoge rangtijdschriften (IF > 5). 53 ervan haalden
toptijdschriften (IF > 10). Dit is zowat één doorbraak per
week. Deze hoge productiviteit van het VIB-onderzoek is het
resultaat van onze expliciete keuze om onderzoek te den aan
de frontlijn van de wetenschap. Deze strategie heeft tot doel
om een kennisvoorsprong te nemen die hier in Vlaanderen
economisch en maatschappelijk kan geconsolideerd worden.
Toch is er in het VIB-onderzoek nog een hele weg te gaan.
Om in de komende jaren de internationale competitie te
kunnen blijven trotseren en op eenzelfde niveau te kunnen
blijven presteren, zullen gerichte inspanningen noodzakelijk
zijn. De genomen van heel wat species zijn reeds bekend.
Het komt er nu op aan de functie van de verschillende genen
en hun proteïnen te achterhalen, evenals de netwerken en de
systemen te ontrafelen waarin ze opereren. Dit vereist steeds
meer een multidisciplinaire aanpak en een wisselwerking
tussen diverse kennisgebieden. Veel van deze kennisgebieden,
disciplines en technologieën zijn in het instituut aanwezig,
weliswaar verspreid over de organisatie. VIB wil er zich in de
komende jaren dan ook op toeleggen om deze activa
doorheen het instituut te integreren. Om de betrokkenheid
van de verschillende onderzoeksgroepen en hun groepsleiders
in dit integratieproces te betrekken, richtte VIB in 2004 het
groepsleiderscomité op. Dit zal concrete initiatieven
uitwerken om de institutionele integratie en internationale
visibiliteit te bevorderen.
Om de economische en maatschappelijke waarde van de
onderzoeksresultaten te kunnen capteren, voert VIB een
assertief valorisatiebeleid. In 2004 diende VIB 26 nieuwe
prioriteitsaanvragen in en onderhield het in totaal een
portefeuille van nagenoeg 150 octrooifamilies. Eind 2004
beschikte VIB over 72 toegekende octrooien, deel uitmakend
van 29 verschillende octrooifamilies. In 2004 werden
jaarverslag 2005
WOORD VOORAF
bijzondere inspanningen gedaan om de industrie te
informeren over de kennis-, technologie- en octrooi-positie
van VIB. Deze inspanning is niet zonder succes gebleven.
In 2004 konden 61 nieuwe industriële samenwerkingsakkoorden afgesloten worden, goed voor een totale
verbintenis van 7.5 miljoen € aan onderzoeks- en serviceovereenkomsten.
Voor de industriële valorisatie van het innovatieve VIBtechnologieplatform rond gelvrije proteomics, werd een
aparte route gevolgd: het opstarten van een nieuwe
onderneming. Deze jongste telg van de Vlaamse
biotechindustrie, Peakadilly, werd mid 2004 opgericht en
stelde in de VIB-incubator (Zwijnaarde) begin 2005 reeds
10 werknemers te werk.
De 4 VIB start-up bedrijven verkeren in goede gezondheid.
Ablynx en CropDesign konden in 2004 een belangrijke
nieuwe financieringsronde succesvol afronden. DevGen
sloot diverse overeenkomsten met internationale
ondernemingen. Samen stellen de 4 VIB start-ups zo
een 200 mensen in Vlaanderen tewerk. In 2004 bracht
VIB de Vlaamse biotechindistrie samen in FlandersBio.
Deze organisatie telt intussen reeds 56 leden en heeft tot doel
de interactie tussen de Vlaamse biotechspelers te bevorderen,
de krachten te bundelen tot een ware cluster en de
internationale visibiliteit van dit geheel te bevorderen.
VIB heeft in 2004 ook belangrijke inspanningen geleverd om
de resultaten van het VIB-onderzoek en de biotechnologische
vooruitgang in het algemeen bij een breder Vlaams publiek
kenbaar te maken. Het communicatieprogramma van VIB
bereikte in 2004 zowat 75 000 mensen. Opmerkelijke nieuwe
initiatieven waren [email protected] en [email protected],
het hogervermelde schoolproject voor Vlaamse jongeren.
Het enthousiasme van deze jongeren werkt aanstekelijk.
Dit stimuleert ons om onze queeste naar nieuwe kennis en
de valorisatie ervan verder te zetten.
Jo Bury & Rudy Dekeyser
Algemene directie VIB
Woord vooraf van de voorzitter van de raad van bestuur
Naast zijn educatieve en wetenschappelijke taken, moet
VIB ook aan specifieke verwachtingen voldoen wat betreft
de economische ouput van de jaarlijkse investering van
gemeenschapsgeld in VIB’s onderzoeksactiviteiten.
Het spreekt voor zich dat de hoge wetenschappelijke
performantie van de VIB-onderzoekers vertaald moet worden
in de creatie van nieuwe banen. Bovendien moet het leiden
tot een toename van de economische competitiviteit van
de Vlaamse regio.
De gestage groei van het aantal toegekende VIB-octrooien
en afgesloten samenwerkingen met de industrie, is een
belangrijke factor om deze doelen te bereiken. Het illustreert
het potentieel van biotechonderzoek om een kennisgebaseerde economie te creëren, een uitdaging die ook
een prioriteit van de Vlaamse regering geworden is. De
goedkeuring van een deelname van VIB in de bouw van twee
nieuwe bio-incubators, één in Gent en één in Leuven, past in
deze strategie. De aanwezigheid van zulke faciliteiten, samen
met de inspanningen van FlandersBio, moet van Vlaanderen
een aantrekkelijker alternatief maken voor buitenlandse
biotechbedrijven die op zoek zijn naar een Europese locatie.
FlandersBio is een cluster van Vlaamse biotechbedrijven,
die in 2004 werd opgericht onder auspiciën van VIB.
FlandersBio heeft het doel de interactie tussen de
verschillende biotechspelers in Vlaanderen te vergroten en de
internationale visibiliteit van onze biotechregio te verbeteren.
Het spreekt voor zich dat het een belangrijk doel blijft om
nieuwe spin-offs op te richten, die gebaseerd zijn op
intellectuele eigendomsrechten van VIB. De beschikbaarheid
van startkapitaal en opvolginsinvesteringen is cruciaal om
nieuwe bedrijven succesvol van start te laten gaan.
Daarom lanceerde de Vlaamse Overheid een initiatief
– de operationele start van ARKimedes in 2005 – om
investeringen van risicokapitaal in Vlaamse KMO’s en jonge
bedrijven aan te moedigen. Dit wordt beschouwd als een
belangrijke steun in onze inspanningen om ons toponderzoek
te vertalen naar het welzijn van de hele gemeenschap.
Hugo Van Heuverswyn
Voorzitter raad van bestuur
03
Een Vlaams onderzoeksinstituut
met internationale uitstraling
VIB, het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, is een ondernemend wetenschappelijk
onderzoeksinstituut en telt zo’n 60 onderzoeksgroepen die actief zijn in verschillende domeinen van
de levenswetenschappen. Met behulp van biomoleculair onderzoek bestuderen VIB-wetenschappers
de werking van het menselijk lichaam, planten en micro-organismen. Zo wil VIB basiskennis verwerven
die ingezet kan worden voor een betere levenskwaliteit, met bijzondere aandacht voor de menselijke
gezondheidszorg en plantensysteembiologie.
De VIB-wetenschappers werken in 9 onderzoeksdepartementen aan vier Vlaamse universiteiten (de UA
in Antwerpen, de VUB in Brussel, de UGent in Gent en de K.U.Leuven in Leuven). Door een hecht
partnerschap met deze universiteiten bundelt VIB de krachten van 800 wetenschappers en technici in
1 instituut. In het kader van dit partnerschap investeren beide partners (VIB en de betrokken
universiteiten) op een evenwaardige basis en op lange termijn in deze zorgvuldig geselecteerde
onderzoeksgroepen, en delen ze de opbrengst van de investering. De krachtenbundeling in 1 instituut
levert bovendien een onmiddellijke meerwaarde op voor de verschillende partners en hun academische,
industriële en maatschappelijke omgeving.
In samenwerking met zijn universitaire partners ontplooit VIB drie complementaire kernactiviteiten.
1.
Strategisch basisonderzoek. De hoofdopdracht van VIB is nieuwe kennis verwerven; de levensnoodzakelijke aanzet voor
het proces van innovatie, met inbegrip van de industriële en maatschappelijke valorisatie ervan. VIB-onderzoek leidde
in 2004 tot doorbraken in de verschillende takken van de levenswetenschappen waarin VIB actief is.
De VIB-wetenschap scheerde hoge toppen die ondermeer resulteerden in 188 publicaties in internationale
hogerangstijdschriften, waarvan 53 in toptijdschriften. VIB breidde in 2004 haar onderzoeksgroepen uit
met 3 nieuwe groepen, en versterkt zo het internationaal karakter van het instituut.
2.
Technologietransfer. VIB voert een actief technologietransferbeleid. De vernieuwende kennis van VIB is een continue
bron van nieuwe technologieën en vindingen. Deze kunnen de basis vormen voor nieuwe maatschappelijke
en industriële toepassingen, zoals onder meer diagnostica en geneesmiddelen. Om zijn wetenschappelijke
ontdekkingen en inzichten te kunnen vertalen naar toepassingen worden ze via octrooien beschermd.
De VIB-octrooiportfolio wordt actief uitgelicentieerd aan bedrijven in binnen- en buitenland die de uitvindingen
willen omzetten in nuttige producten of toepassingen. VIB bouwt nieuwe vindingen ook uit tot technologieplatformen, als basis voor de opstart van een nieuw biohightechbedrijf.
In 2004 diende VIB voor 23 nieuwe uitvindingen een octrooiaanvraag in en sloot 51 samenwerkingsovereenkomsten
met de bedrijfswereld af. In 2004 zag het bedrijf Peakadilly het licht.
3.
Wetenschappelijke informatie voor een breed publiek. VIB ontwikkelt wetenschappelijk onderbouwde documentatie
en informatie over gentechnologie en haar maatschappelijke toepassingen, gericht aan specifieke doelgroepen zoals
politici, pers, jongeren en een breed publiek van niet-specialisten.
De tweede editie van het schoolproject ‘[email protected]’ zette 1800 scholieren aan het werk in een biotechnologisch
laboratorium; meer dan het dubbele van de eerste editie.
04
jaarverslag 2005
INLEIDING
Raad van bestuur en algemene directie (tweede rij van links): Roger Bouillon, Bernard Convent, Albert Van Loo. (eerste rij van links) Dirk Van Dyck, Jo Bury,
André De Leenheer, Hugo Van Heuverswyn, Rudy Dekeyser, Staf Van Reet. (Niet op de foto aanwezig: Michèle Oleo, Gerard Van Acker, Jan Cornelis, André Oosterlinck,
Marc De Clercq, Bart De Moor, Toon Tessier en Gil Beyen).
Een autonoom instituut
VIB is een autonome onderzoeksinstelling. Het is een vzw
die onder leiding staat van een algemene vergadering en
een raad van bestuur.
De algemene vergadering is het hoogste orgaan van de vzw
en bestaat uit 33 leden. De raad van bestuur neemt
beslissingen omtrent het beheer en de strategie van het
instituut en vertegenwoordigt de instelling in en buiten
rechte. De raad van bestuur telt 13 bestuurders en wordt
voorgezeten door Hugo Van Heuverswyn met André
De Leenheer als ondervoorzitter.
De wetenschappelijke directeurs, aan het hoofd van
de VIB-onderzoeksdepartementen, staan in voor de
wetenschappelijke leiding van VIB. Samen met de
algemene directie, waargenomen door Jo Bury en Rudy
Dekeyser, en de financieel directeur vormen zij het
directiecomité van het instituut. Zij staan samen in voor
het creëren van institutionele meerwaarde en het
uitbouwen van de langetermijnstrategie van het instituut.
Centrum voor biotechnologische expertise
Directiecomité (van links): Wim Goemaere, Rudy Dekeyser, Johan Thevelein,
Jo Bury, Désiré Collen, Dirk Inzé, Christine Van Broeckhoven, Lode Wyns,
Joël Vandekerckhove, Guido David, Frans Van Roy, Danny Huylebroeck
VIB vormt met zijn 800 wetenschappers en technici een
vooraanstaand kenniscentrum op het terrein van de
levenswetenschappen in Europa. Het instituut kon deze
positie innemen mede door de omvangrijke structurele
basisfinanciering die VIB jaarlijks ontvangt van de Vlaamse
overheid. De Vlaamse overheidsdotatie 2004 bedroeg
29,5 M€. Deze investering werd contractueel vastgelegd in
een 5-jaarlijkse beheersovereenkomst tussen de Vlaamse
overheid en VIB. Tegenover deze omvangrijke investering
van de Vlaamse overheid staat een wel omschreven
verwachting inzake wetenschappelijke productiviteit en
05
industriële en maatschappelijke valorisatie. Met deze dotatie
financiert VIB ongeveer 40% van het onderzoek van de
60 onderzoeksgroepen die in VIB actief zijn. De overige
60% wordt door VIB of de betrokken partneruniversiteit
verworven via competitieve financiering (competitieve
beurzen, industriële samenwerking, enz.). Het VIB-onderzoek
wordt regelmatig onderworpen aan de kritische analyse van
gespecialiseerde en internationale wetenschappelijke
adviesraden. Op deze manier kan en wil VIB garant staan
voor excellentie en onderzoek van wereldklasse.
Technologietransfer
Ook op gebied van technologietransfer boekte VIB
belangrijke resultaten. In 2004 diende VIB voor
23 uitvindingen een octrooiaanvraag in. Er werden in
2004 51 samenwerkingsovereenkomsten gesloten met
de bedrijfswereld, goed voor een inkomst in 2004 van
5,1 miljoen €. VIB-technologie leidde in 2004 ook tot
de oprichting van zijn vierde spin-off: Peakadilly nv.
Dit bedrijf baseert zich op de innovatieve proteoomtechnologie van VIB om een nieuwe generatie van
moleculaire diagnostica te ontwikkelen en te
commercialiseren: de zogenaamde eiwitbiomerkers.
Een netwerk van contacten
VIB seminarie 2005, Blankenberge
Resultaten 2004
Onderzoek
Door jarenlange investeringen in een geschikte onderzoeksomgeving en -cultuur, is de kwaliteit en de performantie
van het VIB-onderzoek in de voorbije jaren significant
toegenomen. VIB-wetenschappers publiceerden ook in
2004 veel: 334 artikels in internationale (peer-reviewed)
vakbladen, waarvan 188 in hogerangtijdschriften (IF>5),
het hoogste aantal sinds het ontstaan van VIB in 1995. 53
artikels verschenen in toptijdschriften (IF>10), zoals
Nature, Nature Medicine, Cell, Nature Genetics, Nature
Biotechnology, Molecular Cell, EMBO Journal, Plant Cell,
PNAS, etc. Deze excellente resultaten plaatsen VIB tussen
de topinstituten in Europa en zorgt ervoor dat het instituut
een geschikte omgeving is voor de vorming van jonge
wetenschappers. 43 jonge VIB-wetenschappers schreven in
2004 de resultaten van hun eerste onderzoeksjaren neer en
behaalden met glans hun doctoraat.
IF > 10
IF > 5
60
200
180
188
160
140
53
50
40
120
100
30
80
68
20
60
19
40
10
20
0
0
1995
06
2004
1995
2004
Biotechnologisch onderzoek overschrijdt de (virtuele)
muren van VIB. De VIB-vorsers werken nauw samen
met Vlaamse en buitenlandse topwetenschappers in een
competitieve internationale omgeving. In enkele jaren tijd
is VIB erin geslaagd een interessant netwerk van contacten
uit te bouwen dat breder dan louter academisch is.
Vanuit zijn activiteiten verbonden aan het onderzoek,
de technologietransfer en publieksvoorlichting schaart zich
rond VIB een brede waaier van mensen en organisaties
met een verschillende toegevoegde waarde voor de biotechsector: vertegenwoordigers van de biotechindustrie,
onderwijsinstellingen, Vlaamse en buitenlandse durfkapitaalinvesteerders, octrooigemachtigden, personen
betrokken bij de tot standkoming van de regelgeving,...
Ze vormen samen een hecht netwerk dat aan de basis
ligt van de oprichting in 2004 van de vzw FlandersBio.
FlandersBio opereert volledig zelfstandig maar blijft wel
nauw samenwerken met VIB.
Institutionele en departementele adviesraden
Om VIB bij te staan in haar institutioneel beleid, wordt
het instituut bijgestaan door zijn institutionele
adviesraad, die VIB aanbevelingen verstrekt inzake
de langetermijnstrategie van het onderzoeksinstituut.
In deze internationale adviesraad zetelen gerenomeerde
wetenschappers:
- Fotis C. Kafatos, director-general, EMBL, Heidelberg,
Duitsland;
- Daniel Louvard, research director, Institut Curie, Paris,
Frankrijk;
- Leena Peltonen, chair, Biomedicum, National Public
Health Institute, Helsinki, Finland;
- Dick Flavell, CSO, Ceres, Los Angeles, California, VS;
- Gregory Petsko, Professor, Brandeis University,
Massachusetts, VS;
- Børge Diderichsen, vice president, Novo Nordisk,
Bagsvaerd, Denemarken;
- Hans Wigzell, president, Karolinska Institute,
Stockholm, Zweden.
jaarverslag 2005
INLEIDING
Ook op departementeel niveau werden adviesraden
aangesteld om de koers van de verschillende onderzoeksdepartementen te evalueren en aanbevelingen te
verschaffen voor de toekomst.
Institutioneel beleid
In 2004 richtte VIB veel aandacht op het versterken van
de institutionele banden. Dit leverde verschillende nieuwe
initiatieven op. VIB trok een integratiemanager aan
om de kennis- en technologiediffusie binnen VIB en
Vlaanderen te stimuleren, evenals de institutionele
uitstraling ervan te bevorderen.
Het VIB-seminarie in 2004 betekende de start van een
nieuw institutioneel orgaan: het groepsleiderscomité
(GLC). De missie van het GLC is het voorstellen en
uitwerken van initiatieven ter bevordering van de
institutionele excellentie van VIB. Het GLC is
samengesteld uit een verkozen vertegenwoordiger voor
elk VIB-onderzoeksdepartement en de bundeling van
de afzonderlijke VIB-projectgroepen. Jan Steyaert was
in 2004 de voorzitter van het GLC met Bassem Hassan
als ondervoorzitter.
Om technologiedifussie binnen VIB te stimuleren wordt
op initiatief van het GLC een electronische toolbox
ontwikkeld, waarop VIB-technologieën via intranet
opengesteld worden aan de VIB-onderzoekers. Een aantal
daarvan worden ook opgengesteld voor onderzoekers
buiten VIB, zoals onder meer de door VIB-onderzoekers
ontwikkelde bio-informaticatools
(www.vib.be/bioinformatics).
Eind 2004 zag de tweewekelijkse elektronische nieuwsbrief
van VIB het licht. De nieuwsbrief brengt de VIBwetenschappers recente informatie over het instituut en
de wetenschappelijke wereld.
VIB’s GLC (van links): Jan Gettemans, An Zwijsen, Nico Mertens,
Vincent Timmerman, Jan Steyaert, Bassem Hassan, Joost Schymkowitz,
Wout Boerjan (ontbreken: Thierry Vandendriessche en Patrick Van Dijck)
Huisvesting VIB-onderzoeksgroepen
Om toponderzoek te kunnen verrichten, dient aan een
aantal basisvereisten voldaan te zijn. Essentiële elementen
hierin zijn een langetermijnfinanciering van voldoende
omvang en flexibiliteit, toegang tot geavanceerde
technologieën, aangepaste infrastructuur en een goede
samenstelling en interactie van onderzoeksteams met een
discussiecultuur. Hiervoor is een geschikte huisvesting
cruciaal.
De Gentse en Brusselse VIB-onderzoeksdepartementen zijn
sinds 2003 reeds in nieuwe infrastructuur gehuisvest. Voor
de Leuvense en Antwerpse VIB-onderzoeksgroepen werd in
2004 verder gewerkt aan een duurzame oplossing van het
huisvestingsprobleem. In Antwerpen wordt de intrek in
een nieuw onderzoeksgebouw ingepland midden 2005. In
Leuven werden in 2004 concrete bouwplannen opgesteld.
De acute nood werd geledigd via een prefablaboratorium.
Prefab Leuven - Onderzoeksgebouw Antwerpen
Nieuwe onderzoeksgroepen
In de loop van 2004 werden in VIB drie nieuwe
onderzoeksgroepen gestart onder leiding van een
internationaal gerecruteerde groepsleider:
- Jean-Christophe Marine startte het VIB-Laboratorium
voor Moleculaire Kankerbiologie (UGent). Hij keerde
terug naar België na 7 jaar internationaal onderzoek in
o.a. Memphis en Milaan. Zijn team verricht onderzoek
naar kankeronderdrukking.
- Patrick Callaerts bracht een deel van zijn Amerikaans
team mee naar Vlaanderen om er aan de K.U.Leuven
het VIB-Laboratorium voor Ontwikkelingsgenetica op
te richten. Hij investeert de kennis en ervaring van
12 jaar internationaal onderzoek in o.a. Basel en
Houston in een nieuwe groep die onderzoek verricht
naar de hersenontwikkeling in de fruitvlieg.
- De Canadese onderzoeker Jody Haigh werd door het
Departement voor Moleculair Biomedisch Onderzoek
(UGent) aangetrokken om er het VIB-Laboratorium
Cardiovasculaire Biologie op te richten. Hier worden
nieuwe factoren bestudeerd die een belangrijke rol
spelen bij de ontwikkeling van stamcellen en hart en
bloedvaten.
07
onderzoek
Gezondheid
Ze zijn met meer dan 10 000 miljard. De cellen van ons lichaam. Elk met een eigen plaats, een eigen functie,
een eigen identiteit. Zelf zijn ze samengesteld uit biomoleculen – eiwitten, nucleïnezuren, vetten en suikers.
Het complexe samenspel van die biomoleculen bepaalt hoe onze cellen functioneren en hoe ons lichaam zich
uiteindelijk voelt. Gezond of ziek. Indien de biomoleculen in onze cellen ontoereikend met elkaar communiceren,
niet behoorlijk samenwerken, of onvoldoende inspelen op veranderende omstandigheden, dan loopt het mis
en worden we ziek. Door te onderzoeken hoe het al heel vroeg fout loopt op het niveau van de cel en zijn
componenten, hopen onderzoekers een oplossing te vinden voor de aandoeningen die de mens treffen.
VIB-onderzoekers nemen in dit onderzoek een
vooraanstaande plaats in. Zij trachten niet alleen de
ziektemechanismen tot in hun moleculaire vezels te
ontrafelen, ze hebben ook oog voor methoden om
aandoeningen vroeg op te sporen en beter te behandelen.
Afgelopen jaar zorgden zij voor doorbraken in onder meer
zenuw-, spier-, bot- en darmaandoeningen, diabetes,
levercirrose en kanker.
Bloedtest voor levercirrose
Een biopsie is vandaag de enige betrouwbare methode om
cirrose van de lever met zekerheid vast te stellen. De arts
prikt dan met een naald doorheen de huid tot in de lever
van de patiënt, neemt een stukje leverweefsel weg en
analyseert het onder de microscoop. Een procedure die
niet helemaal risicovrij is, en die bovendien duur en soms
pijnlijk is. Nico Callewaert en Roland Contreras van het
Departement voor Moleculair Biomedisch Onderzoek
(UGent) hebben een methode ontwikkeld om levercirrose
op te sporen aan de hand van een bloedstaal. Een stuk
goedkoper en bovendien comfortabeler voor de patiënt.
Levercirrose is een ver gevorderd stadium van zowat alle
chronische leverziekten. Het leverweefsel is dan
onherstelbaar beschadigd als gevolg van vergiftiging
(meestal alcohol), infectie (chronische hepatitis) of een
andere ziekte. Littekenweefsel heeft dan het normale
leverweefsel vervangen, de opbouw en de normale functies
08
van de lever zijn grondig verstoord en de kans op
leverkanker ligt 25 tot 40 keer hoger. In dit eindstadium is
een levertransplantatie meestal de enige redding.
De nieuwe cirrosetest laat toe om snel en goedkoper een
beginnende levercirrose op te sporen. De test detecteert
veranderingen in suikers die gebonden zijn op de eiwitten
in het bloed. Bij mensen met cirrose gaat de lever sommige
van die suikers in andere verhoudingen produceren. De
onderzoekers konden heel accuraat deze suikerveranderingen
meten met behulp van analysetechnieken die vandaag in
moleculair diagnostische laboratoria worden gebruikt.
De test wordt nu verder geperfectioneerd. De doelstelling
is om te komen tot een gemakkelijk bruikbare test die bijna
100% specifiek is, en daarbij gevoelig genoeg is om een
belangrijk percentage van de vroege levercirroses op te
sporen. Daardoor kan de arts veel beter de evolutie van
leverziektes volgen. Een regelmatige bloedtest zou dan
elke wijziging snel detecteren en levercirrose in een vroeg
stadium opsporen zodat een behandeling tijdig kan worden
bijgestuurd.
Callewaert, N., et al., Nature Medicine, 10, 429-434 (2004)
Bacterie haalt dikke darm uit de knoop
Ontstekingen van de dikke darm behandelen met genetisch
gewijzigde bacteriën, lijkt op sciencefiction. Niet voor de
onderzoekers Klaas Vandenbroucke, Erik Remaut en Pieter
jaarverslag 2005
GEZONDHEID
Hier vindt u een aantal hoogtepunten uit het VIB-onderzoek van 2004.
Een meer gedetailleerde weergave staat beschreven in het wetenschappelijk rapport 2005.
Ziek of gezond
Rottiers van het Departement voor Moleculair Biomedisch
Onderzoek (UGent). Zij slaagden erin om de bacterie
Lactococcus lactis te voorzien van een beschermingsfactor
tegen darmziekten. Orale toediening van de bacterie aan
muizen met darmontsteking leidt tot een spectaculair
herstel van het ontstoken weefsel.
De Lactococcus bacterie is geen vreemde voor de mens.
We gebruiken de bacterie onder meer om melk om te
zetten tot allerlei kaassoorten, zoals de bekende Goudakaas. Ook als producent van geneesmiddelen is ze niet aan
haar proefstuk toe. VIB-medewerkers van hetzelfde
onderzoeksdepartement slaagden er eerder al in om het
ontstekingsremmende eiwit interleukine 10 (IL-10) te laten
aanmaken door de bacterie. Deze IL-10-producerende
bacterie is veelbelovend in de strijd tegen chronische dikke
darmontstekingen en wordt nu getest op patiënten met de
ziekte van Crohn.
De Gentse ploeg onderzoekt ook al enkele jaren de
mogelijkheid om de bacterie andere potentiële medicijnen
te laten produceren. Ze kwamen daarbij terecht bij eiwitten
met de naam ‘trefoil’-factoren, afgekort TFF. Dit is een
klasse van korte eiwitten, 38 tot 39 aminozuren lang, die
zich spontaan opplooien tot een klaverbladstructuur,
vandaar hun Engelse naam ‘trefoil’ wat klaver betekent.
Deze eiwitten beschermen in ons lichaam de darm- en
maagwand tegen beschadigingen.
TFF staat al langer in de belangstelling als potentieel
medicijn tegen acute en chronische dikke darmontsteking.
Als deze eiwitten echter oraal worden ingenomen, komen
ze onvoldoende als actief werkend medicijn op de plaats
van de ontsteking terecht: of ze verliezen een deel van hun
structuur, en die is belangrijk voor hun functie, of ze raken
verstrengeld in de slijmlaag van de dunne darm.
Daarom besloten de Gentse onderzoekers om de
Lactococcus-bacterie te gebruiken als producent en koerier
van TFF. Ze brachten de TFF-genen binnen in de
Lactococcus-bacterie en selecteerden die bacteriën die ook
werkelijk de klaverbladeiwitten aanmaakten. Muizen met
acute darmontsteking die de TFF-bacterie consumeerden,
vertoonden na vijf dagen een spectaculaire genezing. Ook
bij muizen met chronische darmontsteking leverde een
behandeling met de TFF-bacterie beloftevolle resultaten op.
Dit onderzoek bevestigt dat genetisch gewijzigde bacteriën
veelbelovend zijn voor de behandeling van ontstekingen
van de dikke darm. Mogelijk kan men het scala aan
genezende bacteriën in de nabije toekomst nog uitbreiden
met andere therapeutica.
Of hoe sciencefiction plots heel dichtbij lijkt.
Lactococcus-bacterie
Vandenbroucke, K., et al., Gastroenterology, 127, 502-513 (2004).
09
onderzoek
Genprik voor ALS
Muizen met de spierziekte amyotrofische laterale sclerose
(ALS) leven tot 30% langer als ze worden ingespoten met
een genetisch gewijzigd virus dat het gen bevat voor de
vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF). Het VEGFeiwit staat vooral bekend als regulator bij de aanmaak van
nieuwe bloedvaten, maar blijkbaar vertraagt het ook
sommige zenuwaandoeningen. Het baanbrekende
onderzoek staat op naam van Erik Storkebaum, Diether
Lambrechts en Peter Carmeliet van het Departement
Transgene Technologie en Gentherapie (K.U.Leuven).
Zij werkten samen met Britse onderzoekers van het
biotechbedrijf Oxford BioMedica.
ALS is een aandoening waarbij de zenuwen afsterven die
de verbinding vormen tussen de spieren en het ruggenmerg
en tussen het ruggenmerg en de hersenen. Daardoor
ontstaat spierverzwakking, die meestal eerst optreedt in de
ledematen. Die verzwakking neemt echter toe en na
verloop van tijd worden ook de spieren aangetast die we
gebruiken bij het praten en het slikken. Uiteindelijk
ondermijnt de ziekte het middenrif en wordt de
ademhaling bemoeilijkt. De snelheid waarmee de ziekte
verloopt, varieert: een enkeling leeft er wel 30 jaar mee,
maar meer dan de helft van de patiënten overlijdt binnen
de drie jaar na de eerste symptomen.
Carmeliet en zijn medewerkers ontdekten eerder al dat een
gebrek aan VEGF de ontwikkeling van ALS in de hand
werkt, zowel bij muizen als mensen. Voor de aandoening
bestaat geen genezende behandeling. De Leuvense
onderzoekers vroegen zich af of een behandeling met
VEGF misschien een eerste stap kan vormen in de
therapie. Het probleem is echter om het therapeutische
eiwit in de nabijheid van de afstervende zenuwcellen te
brengen. Misschien kan gentherapie daarbij helpen?
Uit hun onderzoek op muizen met ALS, blijkt alvast dat
gentherapie een mogelijkheid is. De onderzoekers
gebruikten een lentivirus als vector om het VEGF-gen in
de muizencellen in te brengen. Een enkele injectie met het
virus leidde al tot een merkbaar uitstel van de aanvang van
ALS. Meer nog, de conditie van muizen, bij wie de helft
van de zenuwbanen al was afgestorven, verbeterde
eveneens gevoelig. De progressie van de aandoening
vertraagde en de levensverwachting van de muizen steeg
met dertig procent. Bovendien traden er bij geen enkele
muis toxische nevenverschijnselen op als gevolg van de
therapie.
Toch is een behandeling bij de mens nog niet voor
morgen. Zelfs als alle verdere experimenten positief zijn,
zal het nog vele jaren duren vooraleer ook deze gentherapie
bij de mens kan worden toegepast. Het is immers niet de
eerste keer dat een succesvolle vorm van gentherapie bij
proefdieren geheel mislukt tijdens klinische studies bij de
mens. Daarom leggen de onderzoekers niet al hun eieren
in de mand van de gentherapie. Ze hebben ook een reeks
experimenten opgezet waarbij ze het VEGF-eiwit
rechtstreeks in de hersenen van ratten met ALS brengen.
10
Verbinding tussen spier en zenuw
Ze gebruiken daarvoor een medicijnpompje. En ook dat
lijkt goed te werken, want ook met deze techniek
behaalden ze een therapeutisch effect dat nooit eerder in
een ALS-proefdiermodel werd behaald.
Storkebaum, E. en Carmeliet, P. Journal of Clinical Investigation, 113,
14-18 (2004).
Azzouz, M., et al., Nature, 429, 413-417 (2004).
Lambrechts, D., et al., Trends in Molecular Medicine, 10, 275-285
(2004).
Chaperones in de fout
Hitteschokeiwitten (HSPs van ‘Heat-shock proteins’)
fungeren als ‘chaperones’ die andere eiwitten stabiliseren
en beschermen tegen afbraak. HSPs worden vooral
aangemaakt door een gestresste cel. Bijvoorbeeld als de cel
gedurende enige tijd op een hogere temperatuur wordt
gebracht dan de comfortabele 37°C waarin ze gewoon is
te leven.
HSPs hebben ook een specifieke taak in onze
zenuwcellen. Dat blijkt uit onderzoek van Joy Irobi, Peter
De Jonghe en Vincent Timmerman van het Departement
voor Moleculaire Genetica (UA). Zij ontdekten dat
sommige patiënten met de zenuwziekte van CharcotMarie-Tooth fouten dragen in de erfelijke code voor
HSP22 of HSP27. Door een verandering in één van beide
hitteschokeiwitten gaan ze sterker met elkaar binden en
neerslaan. Bovendien verliezen ze ook hun bindingskracht
ten opzichte van eiwitten die ze normaal moeten
beschermen. Wellicht takelen daardoor zenuwcellen
vroeger af. Voor het eiwitonderzoek werkten de
Antwerpse vorsers samen met Katrien Van Impe en Jan
jaarverslag 2005
GEZONDHEID
Gettemans van het Departement voor Medisch Proteïne
Onderzoek (UGent).
De ziekte van Charcot-Marie-Tooth is de meest
voorkomende erfelijke aandoening van het perifeer
zenuwstelsel. De ziekte leidt tot een verzwakking van de
spieren in de onderbenen, voeten en handen doordat de
zenuwen die van het ruggenmerg naar de spieren lopen,
afsterven. Het ziektebeeld is erg variabel: sommige
patiënten merken er nauwelijks iets van, anderen belanden
in een rolstoel. Vandaag bestaat er enkel een
ondersteunende behandeling, er zijn nog geen
doeltreffende therapieën om het ziekteverloop te vertragen
of te verhinderen.
Bovendien is de ziekte van Charcot-Marie-Tooth een
heterogene groep van aandoeningen. De meeste subtypes
worden veroorzaakt door wijzigingen in telkens andere
genen. Meer inzicht in het geheel van moleculaire
processen dat aan de basis ligt van deze groep van
aandoeningen, is fundamenteel voor een verbetering van de
diagnose en voor het zoeken naar een geschikte
behandeling. De opsporing van de betrokken genen en
eiwitten vormt voor de VIB-onderzoekers een eerste
essentiële stap in die zoektocht.
Irobi, et al., Nature Genetics, 36, 597-601 (2004).
Evgrafov, et al., Nature Genetics, 36, 602-606 (2004).
Bloedvaten en zenuwbanen luisteren naar zelfde gids
Tijdens hun ontwikkeling navigeren bloedvaten en
zenuwbanen zich een weg doorheen het lichaam. Hoe de
uitlopers van zenuwcellen dat doen, is vrij goed gekend.
Maar voor bloedvaten is dat veel minder duidelijk.
Onderzoekers Monica Autiero en Peter Carmeliet van het
Departement Transgene Technologie en Gentherapie
(K.U.Leuven) hebben samen met collega’s uit Stanford
(VS) en Parijs bewezen dat er gemeenschappelijke
signaalmoleculen zijn voor de groei van bloedvaten en
zenuwbanen. Een opmerkelijke vondst.
Centraal in het verhaal staan de eiwitten UNC5B en
netrine. UNC5B is een receptoreiwit waarop het
wateroplosbare netrine bindt. Beide spelen bij gewervelde
dieren een belangrijke rol bij het gidsen van de
uitgroeiende perifere zenuwen gedurende de embryonale
ontwikkeling. De VIB-onderzoekers ontdekten nu dat
UNC5B en netrine ook betrokken zijn bij de
ontwikkeling van de capillaire bloedvaten. Ze gebruikten
daarvoor zebravisjes als model. Visjes die geen UNC5B
aanmaken, vertonen een bloedvatennetwerk met
ongecontroleerde vertakkingen en afwijkende patronen.
Verder onderzoek leert dat de UNC5B-receptor zich
bevindt op het membraan van de endotheelcellen in de
groeitip van het bloedvat. Als het signaalmolecule netrine
op de receptor bindt, is dat voor de endotheelcellen het
signaal om de groei te staken. De combinatie UNC5Bnetrine is met andere woorden een ‘no-go’-signaal voor
het bloedvat om niet verder in die richting te groeien.
Precies op dezelfde manier als een uitgroeiende zenuwcel
dit signaal interpreteert.
Dat de Leuvense onderzoekers kozen voor het zebravisje
om dit mechanisme te ontrafelen, is niet echt een
verrassing. Zebravisjes vermenigvuldigen zich snel en ze
zijn doorzichtig. Daardoor is hun bloedvatenstelsel veel
gemakkelijker te bestuderen dan dat van muizen, ratten of
mensen.
Het ontrafelen van het embryonale mechanisme waarmee
bloedvaten zich ontwikkelen kan ook leiden tot praktische
toepassingen. Artsen zoeken immers naar methoden om
nieuwe bloedvaten, op een medisch gecontroleerde
manier, te laten aangroeien bij de behandeling van harten vaatziekten, de zogenaamde therapeutische
angiogenese. Anderzijds kan een afremming van de te
sterke groei van bloedvaten ook therapeutisch zijn, onder
meer bij kanker en sommige oogaandoeningen.
Lu, X., et al., Nature, 432, 179-186 (2004).
PS1, van vele markten thuis
Zebravis
Preseniline 1 (PS1), het eiwit dat soms gemuteerd is bij de
familiale vorm van de ziekte van Alzeimer, maakt deel uit
van het enzymcomplex gamma-secretase. Dit complex
knipt andere eiwitketens. Het is onder meer betrokken bij
de opruiming van het amyloïde voorlopereiwit (APP). Als
APP echter onzorgvuldig wordt geknipt, ontstaat het
beta-amyloïde peptide, een kleverig eiwitfragment dat
neerslaat in de hersenen tot amyloïde plaques. Die
eiwitplaques zijn een typisch kenmerk voor de ziekte van
Alzheimer.
PS1 gaat soms ook solo. Het heeft blijkbaar nog andere
ambities dan alleen deel uit te maken van gammasecretase. Dat toonden onderzoekers van het Departement
voor Menselijke Erfelijkheid (K.U.Leuven) aan. Enkele
11
onderzoek
jaren geleden toonde Wim Annaert al de bijzondere
interactie aan tussen PS1 en het eiwit telencefaline (TLN).
TLN komt exclusief voor op de buitenzijde van
zenuwcellen en is betrokken bij de adhesie tussen de cellen.
Als er in de cel geen PS1 aanwezig is, raken oude TLNketens niet opgeruimd en stapelt het eiwit zich op binnenin
de cellen. Tot hun verbazing kwamen Cary Esselens en
Wim Annaert er onlangs achter dat het gammasecretasecomplex hier niet bij betrokken was. De
verwerking van TLN door PS1 verliep dus via een andere
reactieketen.
Met behulp van immuno-elektronmicroscopie ontdekten
de onderzoekers dat afgeschreven TLN-eiwitten
terechtkomen in vacuolen in de cel. Het probleem is dat
die vacuolen weigeren samen te smelten met endo- en
lysosomen, kleine compartimentjes die volgepakt zitten met
enzymen die ‘versleten’ componenten van de cel afbreken.
Er blijven nog vele vraagtekens, maar het is alleszins
duidelijk dat PS1 er alvast een nieuwe functie heeft bij
gekregen. Of de nieuwe reactieketen waarin PS1 betrokken
is, ook een rol speelt bij de ziekte van Alzheimer of andere
degeneratieve zenuwaandoeningen, is nog niet helemaal
duidelijk en valt zeker niet uit te sluiten. Het opslaan van
onverwerkt eiwitafval in vacuolen is immers een kenmerk
van verscheidene neurodegeneratieve aandoeningen
waaronder de ziekte van Alzheimer, Huntington en
Parkinson.
Esselens, C., et al., The Journal of Cell Biology, 166, 1041-1054 (2004).
Aan tafel!
Kan bakkersgist ons iets leren over zwaarlijvigheid en
suikerziekte? Patrick Van Dijck en Johan Thevelein van
het Departement Moleculaire Microbiologie (K.U.Leuven)
denken van wel. Zij onderzoeken hoe een gistcel de
aanwezigheid van voedingsstoffen detecteert en hoe ze
vervolgens een biochemische cascade van reacties op gang
brengt om het signaal doorheen heel de cel te
communiceren.
Cellen voelen onmiddellijk aan wanneer er een voedselbron
als glucose (druivensuiker) in hun buurt is. De manier
waarop ze dat voelen, is bij bacteriën al vrij goed
achterhaald. Maar bij hogere organismen (de zogenaamde
eukaryoten), is dat nog grotendeels een raadsel.
Uit het Leuvense onderzoek blijkt nu dat bakkersgist
(Saccharomyces cerevisiae) daarvoor het receptoreiwit GPR1
inschakelt. Dit eiwit vertoont alle kenmerken van een
zogenaamde G-proteïnegekoppelde receptor. Dat is een
klasse van receptoren die betrokken is bij de detectie en
overdracht van diverse signalen van de buitenwereld naar
de binnenkant van de cel. Hormonen, groeifactoren,
geur- en smaakstoffen en zelfs licht, ze brengen allemaal
hun boodschap over via G-proteïnegekoppelde receptoren.
Voor elk signaal een andere receptor, dus ook voor
voedingsstoffen.
12
Saccharomyces cerevisiae
Voor menselijke cellen is de detectie van glucose eveneens
van levensbelang. Glucose is immers een belangrijke
voedselbron voor onze cellen. Bovendien moet het
glucosepeil in het bloed binnen strikte grenzen worden
gehouden. Als dat misgaat, ontstaat suikerziekte. Een
grondige kennis over de mechanismen waarmee onze
cellen de aanwezigheid van glucose aanvoelen, helpt ons
om deze aandoeningen beter te begrijpen. Bovendien
biedt het zelfs perspectieven om geneesmiddelen te
ontwikkelen waarmee we deze en andere
stofwisselingsziekten kunnen behandelen. De ontrafeling
van de mechanismen waarmee bakkersgist glucose
detecteert, is daarom een belangrijke eerste stap.
Lemaire, K., Molecular Cell, 16, 293-299 (2004).
Holsbeeks, I., Trends in Biochemical Sciences, 29, 556-564 (2004).
Ringchromosoom veroorzaakt leukemie
T-cel acute lymfatische leukemie (T-ALL) is een
levensbedreigende ziekte waarbij de cellen die zich
gewoonlijk tot T-lymfocyten ontwikkelen, beginnen te
woekeren. Ze nemen dan zeer snel de plaats in van de
normale cellen in het beenmerg en er ontstaan problemen
met het immuunsysteem. Het is niet duidelijk hoe T-ALL
precies ontstaat. Nochtans is het de meest voorkomende
kanker bij kinderen onder de 14 jaar en zelfs bij een
optimale chemotherapie, geneest slechts de helft van hen
volledig. Een beenmergtransplantatie biedt voor de
overblijvende patiënten de beste kans op genezing.
Onderzoekers Jan Cools en Peter Marynen van het
Departement voor Menselijke Erfelijkheid (K.U.Leuven)
ontdekten dat bij 6% van de onderzochte T-ALLpatiënten een losgekomen stukje van chromosoom 9
voorkomt in de tumorcellen. De VIB-genetici werkten
voor dit onderzoek samen met Carlos Graux en Anne
jaarverslag 2005
GEZONDHEID
Hagemeijer van de K.U.Leuven.
Het afgesplitste DNA-fagment is doorgaans een half
miljoen basenparen groot en neemt een circulaire vorm
aan. Het vermenigvuldigt zich vrij in de cel. Op het eerste
gezicht allemaal niet zo’n probleem, ware het niet dat het
ABL1-kankergen op dit chromosoomfragment ligt. En
ABL1 is een oude bekende van kankeronderzoekers: het
gen speelt een vooraanstaande rol bij andere bloedkankers
als chronische myeloïde leukemie (CML) en B-cel acute
lymfatische leukemie (B-ALL). De Leuvense onderzoekers
toonden aan dat op het chromosoomfragment een fusie
ontstaat tussen het NUP214-gen en het ABL1-gen.
Hierdoor wordt ABL1 overactief, wat de oorzaak is van de
blijvende groei van de kankercellen bij deze T-ALL
patiënten.
Het onderzoek leidt tot een beter inzicht in het ontstaan
van T-ALL en heeft ook onmiddellijke implicaties voor de
behandeling van patiënten met dit extra DNA-fragment.
De activitiet van van ABL1 kan immers in toom worden
gehouden met imatinib (Gleevec), een nieuw
geneesmiddel waarmee artsen succesvol CML behandelen.
Toch een sprankeltje hoop voor T-ALL-patiënten.
samenwerking met onderzoekers van het Institute of
Oncology in Milaan (Italië), het eiwit Mdmx. Dat is
het eiwitbroertje van Mdm2. Door normale cellen meer
Mdmx te laten produceren, konden de onderzoekers de
cellen aanzetten tot permanente groei, een eerste stadium
in het ontstaan van kanker. Verder zagen ze hoe in
ongeveer 20% van de onderzochte tumoren, het Mdmxeiwit in verhoogde mate voorkomt. In die tumoren was
p53 zelf niet gewijzigd en waren ook de Mdm2-niveaus
niet verhoogd. Een teken dat Mdmx op zichzelf zorgt
voor het uitschakelen van p53.
Kortom, Mdmx is een belangrijke speler in de p53biochemische reactieketen. De verstoring van deze keten
is heel belangrijk bij het ontstaan van kankercellen.
De onderzoekers hopen dat hun verruimde kennis nieuwe
wegen opent om betere geneesmiddelen tegen kanker te
ontwikkelen.
Danovi, D., et al., Molecular and Cellular Biology, 24, 5835-583
(2004).
Graux, C., et al., Nature Genetics, 36, 1084-1089 (2004).
Met de remmen los
Elke cel beschikt over controle- en herstelmechanismen
om zijn genetisch materiaal in prima staat te houden. Als
deze mechanismen uitvallen, zijn er twee mogelijkheden:
de cel sterft of gaat ongecontroleerd groeien. In het laatste
geval spreken we van kanker.
Een belangrijke speler bij die controle is het p53tumorsupressoreiwit. Dit eiwit wordt aangemaakt als de
cel in een stresssituatie terecht komt en haar DNA
beschadigd raakt. Het p53-eiwit blokkeert dan verdere
celdeling of zet een mechanisme in gang waardoor de cel
zelfmoord pleegt.
In de meeste menselijke tumoren is de p53-reactieketen
verstoord. Ofwel is het p53-gen zelf gewijzigd waardoor
het p53-eiwit zijn functie niet meer naar behoren kan
uitoefenen, ofwel is de activiteit van p53 door andere
eiwitten stilgelegd. Als er met andere woorden geen p53 in
de cel aanwezig is, loopt die het risico om ongeremd te
delen.
Jean-Christophe Marine en zijn team van het laboratorium
voor Moleculaire Kankerbiologie onderzoeken hoe de p53activiteit wordt geregeld in de cel en wat het effect is van
weinig of veel p53. Eerder al toonde Marine aan dat het
eiwit Mdm2 de hoeveelheid/activiteit van p53 tempert.
Uit experimenten met muizen die geen Mdm2 aanmaken,
blijkt dat dit een levensbelangrijke taak is. Zonder Mdm2
staat er geen rem op de p53- activiteit. Deze overvloed aan
p53 zet de celdeling muurvast, waardoor de diertjes al
vroeg in de embryonale fase sterven.
Onlangs onderzochten Marine en zijn team, in
Borstkankercel
Kankerinvasie gestuurd vanuit kern
Een kankercel heeft alle remmen losgegooid en
vermeerdert zich ongecontroleerd. Eerst hoopt het
kankerweefsel zich op, dan groeit het door in de
omliggende weefsels (invasie) om zich vervolgens te
verspreiden in het hele lichaam (metastase). Veerle
De Corte, Katrien Van Impe en Jan Gettemans van het
Departement voor Medisch Proteïneonderzoek (UGent)
onderzoeken de cellulaire processen die leiden tot invasie
en metastase. Zij weten dat die processen onder meer
13
onderzoek
afhangen van de dynamische veranderingen in het
cytoskelet. Dit inwendige skelet van de cel is opgebouwd
uit eiwitfilamenten. Het geeft de cel zijn vorm en zorgt
ervoor dat ze kan bewegen. Vooral het eiwit actine is een
belangrijke speler bij de opbouw van het cytoskelet.
Alhoewel er al heel wat gekend is over de interacties die
actine aangaat met andere eiwitten, blijft volgens de
Gentse onderzoekers de rol van deze eiwitten in het
kankerproces onduidelijk. Daarom willen ze alle eiwitten
die interacties aangaan met actine bekijken vanuit een
‘kankerbril’. Hun oog viel in de eerste plaats op CapG.
Dit eiwit houdt zich zowel op in de kern als in het
cytoplasma van de cel. De onderzoekers konden bewijzen
dat CapG op een actieve manier door het kernmembraan
wordt getransporteerd. Bovendien blijkt dat alleen CapGmoleculen in de kern de invasiekracht van kankercellen
vergroten. CapG in het cytoplasma kan dat niet. Voor de
onderzoekers is dit eiwit één van de belangrijkste sleutels
om de biochemische reactieketen bloot te leggen die
kankercellen invasief maakt.
De Corte, V., et al., Journal of Cell Science, 117, 5283-5292 (2004).
Nanobodies verhinderen tumorgroei
Geneesmiddelen tegen kanker zijn doorgaans niet erg
specifiek: ze zijn niet alleen toxisch voor kankercellen,
maar ook voor gezonde lichaamscellen. Talrijke
bijwerkingen zijn het gevolg… en die heeft elke
kankerpatiënt al aan den lijve ondervonden. Medicijnen
die alleen de tumorcellen te lijf gaan, staan hoog op de
prioriteitenlijst van kankeronderzoekers. Ook van Hilde
Revets, Patrick De Baetselier en Serge Muyldermans van
het Departement voor Moleculaire en Cellulaire
Interacties (VUB). Hun strategie om tumoren aan te
pakken, is gebaseerd op antilichamen. Dit zijn eiwitten
die we zelf aanmaken en die helpen om vreemde stoffen
onschadelijk te maken die ons lichaam binnendringen.
Revets, De Baetselier en Muyldermans hebben een
boontje voor antilichamen die worden geproduceerd door
kamelen, dromedarissen en lama’s. Die zijn veel
eenvoudiger en kleiner van structuur dan de antilichamen
van de mens en toch zijn ze even efficiënt. Omdat ze zo
klein zijn, noemt men ze nanobodies.
Afgelopen jaar creëerden ze een nanobody tegen het
carcino-embryonaal antigen (CEA). Dit is een eiwit dat
vooral voorkomt op de buitenkant van cellen die deel
uitmaken van epitheeltumoren. Daartoe behoren onder
meer dikke darm-, rectum-, long-, borst- en
eierstokkanker. Het nanobody bindt weliswaar op de
tumorcellen maar het is niet in staat om de tumor te
doden. Het fungeert eerder als een vlaggetje dat aanduidt
waar de tumor zich bevindt. Om de tumor uit te
schakelen, bonden de onderzoekers een beta-lactamase
aan het nanobody. Dit eiwit is afkomstig van de bacterie
Enterobacter cloacae en heeft de eigenschap dat het een
redelijk onschadelijke stof - als CCM - omzet tot een
uiterst toxisch product. Omdat het nanobody het
lactamase in de onmiddellijke nabijheid van de
tumorcellen brengt, wordt het toxische product alleen
daar vrijgesteld. Gevolg: alleen de tumorcellen hebben er
last van, de andere lichaamscellen voelen er niets van.
Het complex van lactamase en het CEA-nanobody bleek
niet alleen in de reageerbuis tumorcellen lam te leggen,
ook bij proefdieren verliepen de experimenten succesvol.
Ze slaagden er in om tumoren bij muizen volledig terug te
dringen.
Cortez-Retamozo, V., et al., Cancer Research, 64, 2853-2857 (2004).
Gespikkelde botten sleutel tot osteoporose
Eierstokkankercel
14
Osteopoikilosis betekent letterlijk ‘gespikkelde botten’.
Mensen met deze aandoening vertonen op verschillende
plaatsen in hun skelet gebieden met toegenomen
botdensiteit. Omdat het fenomeen veelal onschuldig is,
komt het meestal pas aan het licht tijdens een toevallige
radiografie. Het verschijnsel wordt autosomaal dominant
overgeërfd en soms is er ook een associatie met andere
uitzonderlijke verschijnselen van de huid of het
botweefsel. Artsen spreken dan van Buschke-Ollendorff
syndrome (BOS) en melorheostosis. Jan Hellemans en
Geert Mortier van het Gentse Centrum voor Medische
Genetica gingen op zoek naar de genetische oorzaak van
de spikkels. Na een aftasting van het volledige genoom
jaarverslag 2005
GEZONDHEID
Osteoporosis
kwamen ze terecht bij het LEMD3-gen. LEMD3 codeert
voor een eiwit dat zich ophoudt in het kernmembraan.
VIB-onderzoekers Olena Preobrazhenska en Kristin
Verschueren van het Departement Ontwikkelingsbiologie
(K.U.Leuven) toonden aan dat de LEMD3 de
signaalketens stillegt waarin het bot morfogenetisch
proteïne (BMP) en de transformerende groeifactor-beta
(TGFB) centraal staan. Beide signaalketens zijn uiterst
belangrijk voor de groei en de differentiatie van cellen in
het botweefsel. Door die signaalketens af te remmen,
wordt een te onstuimige botgroei tegengegaan. Bij de
patiënten met osteopoikilosis bleek die rem minder goed
te functioneren, vandaar de extra botgroei in de vorm van
spikkels.
Het onderzoek kan ook belangrijk zijn voor andere
botaandoeningen, onder meer osteoporose, een belangrijk
gezondheidsprobleem. Zo vragen de onderzoekers zich af
of het ooit mogelijk is om de botaanmaak bij
osteoporosepatiënten te stimuleren door de LEMD3-rem
minder sterk aan te spannen. Een speculatieve
behandelingsroute die evenwel nog jaren onderzoek zal
vergen. Maar wie weet, vormen de gespikkelde botten ooit
de sleutel tot een succesvolle osteoporosebehandeling?
Alzheimer, Huntington enzovoort. Cellen zijn immers
niet in staat om eiwitneerslag bijtijds op te ruimen, en de
opstapeling van neerslag leidt tot vergiftiging en
aftakeling. Waarom, wanneer en hoe eiwitten neerslaan,
was tot voor kort koffiedik kijken. Daarom ontwierpen de
SWITCH-onderzoekers een wiskundig model dat ze
TANGO noemden. TANGO brengt een groot aantal
gegevens in rekening waaronder de structuur van het eiwit
en factoren uit de omgeving. Uit al die gegevens destilleert
TANGO de informatie om te voorspellen of eiwitten al
dan niet samenklitten. Het model vindt in de eerste plaats
zijn toepassing in nieuwe diagnosetechnieken voor
aandoeningen die veroorzaakt worden door neerslaande
eiwitten. Belangrijk is hierbij dat TANGO in staat is om
het effect van genetische fouten te voorspellen, zoals die
bijvoorbeeld in familiale aandoeningen voorkomen. Maar
TANGO heeft een breder toepassingsgebied, zoals de
productie van eiwitten. Vaak ligt de opbrengst van deze
productieprocessen zeer laag, omdat de eiwitten aan elkaar
kleven en moeilijk te zuiveren zijn. Met TANGO kan
men berekenen onder welke omstandigheden de
oplosbaarheid van die eiwitten maximaal is.
Fernandez-Escamilla, A.-M., et al., Nature Biotechnology, 22, 13021306 (2004).
Hellemans, J., et al., Nature Genetics, 36, 1213-1218 (2004).
Tango voor eiwitten
Joost Schymkowitz en Frederic Rousseau van het
SWITCH-Laboratorium ontwikkelden een statistisch
model, TANGO, waarmee ze het samenklitten en
neerslaan van eiwitten kunnen voorspellen. Dit op het
eerste gezicht fundamentele onderzoek ligt aan de basis
van veel voorkomende ziekten met grote maatschappelijke
impact zoals BSE, de ziektes van Creutzfeld-Jacob,
15
onderzoek
Plantenonderzoek
Genomics heeft op een fundamentele wijze de plantenbiologie veranderd. De reductionistische visie van de pregenomics-onderzoeker maakt plaats voor een globale visie op het geheel van cellulaire processen die in de plant
plaatsgrijpen. Daarbij beperkt de moderne plantenonderzoeker zich niet langer tot typische planteneigenschappen
als blad- en wortelvorming. Hij gebruikt de plant als model om fundamentele levensvragen te beantwoorden
voorbij de groene grenzen van het plantenrijk.
Ook de plantenonderzoekers van VIB verleggen steeds verder hun terrein. Ze trachten een zicht te krijgen op
fundamentele biologische fenomenen als de celcyclus of de evolutie. Daarbij integreren ze steeds meer informatica
en biologie in een globale benadering die systeembiologie heet.
Celcyclus op ontleedtafel
Een levend organisme ‘groeit’ doordat zijn cellen delen.
Op het eerste gezicht lijkt die celdeling eenvoudig: de cel
doorloopt eerst een fase waarin zij in omvang toeneemt,
daarna deelt ze zich en vormt ze twee 'dochter'-cellen.
Dit proces van groei gevolgd door deling, is de celcyclus.
Toch is de celcyclus een stuk complexer dan het van
de buitenzijde lijkt. Het is onder meer belangrijk dat het
genetisch materiaal van de moedercel op een betrouwbare
manier wordt verdubbeld en gelijk verdeeld raakt over
beide dochtercellen. Daarvoor is een strak, maar niettemin
dynamisch moleculair mechanisme nodig. Dat moet niet
alleen toezien op een feilloze DNA-replicatie en distributie,
het moet tevens signalen van interne en externe
differentiatieprogramma’s integreren. Celdeling bepaalt
in grote mate de groeisnelheid en grootte van planten.
In de praktijk blijken de cycline-afhankelijke kinasen
(CDKs) een cruciale rol te spelen in de celcyclus. Het zijn
eiwitten die andere eiwitten activeren door er fosfaatgroepen op te binden. Hoe deze CDKs de celcyclus bij
planten reguleren, is één van de belangrijkste onderzoekstopics in het Departement Planten Systeembiologie
(UGent) onder leiding van Dirk Inzé.
Véronique Boudolf en Lieven De Veylder bestudeerden
vooral de functie van B1-type CDKs. Deze klasse van
CDKs komt alleen bij planten voor. De plantenonderzoekers ontdekten dat deze B1 CDKs bij de zandraket
16
(Arabidopsis thaliana) enorm belangrijk zijn om
huidmondjes te vormen. Dit zijn microscopisch kleine
openingen die zich meestal aan de onderzijde van het blad
bevinden en waarlangs de planten gassen en waterdamp
uitwisselen met de atmosfeer. Het onderzoeksteam kon
ook aantonen dat de productie van CDKB1;1, een
vertegenwoordiger van de groep van type B1 CDKs,
De wortel van Arabidopsis
jaarverslag 2005
PLANTENONDERZOEK
Hier vindt u een aantal hoogtepunten uit het VIB-onderzoek van 2004.
Een meer gedetailleerde weergave staat beschreven in het wetenschappelijk rapport 2005.
De groene grenzen voorbij
wordt aangestuurd door het eiwitcomplex E2Fa-DPa.
Dat is belangrijk, want daarmee tonen de onderzoekers
aan dat eiwitten, die tussenkomen in geheel verschillende
overgangspunten van de celcyclus, ook onderling elkaar
beïnvloeden.
Ook voor Kristiina Himanen en Tom Beeckman staat
de celdeling centraal. Zij kijken vooral naar de processen
die zich afspelen bij de vorming van zijwortels. Zij legden
een cataloog aan van meer dan 900 eiwitten waarvan
de concentratie wijzigt in cellen die uitgroeien tot een
zijwortel. Deze cataloog bevat een schat aan informatie,
want ze vormt de volledige inventarislijst van eiwitten
die betrokken zijn bij de voorbereiding van de celdeling
en bij de deling zelf.
De onderzoeksresultaten vormen elk op zich slechts een
enkel stukje van de grote complexe legpuzzel die de
celcyclus is. De Gentse plantendeskundigen zijn de eersten
om dat toe te geven. Maar door stukje voor stukje aan
de puzzel toe te voegen, hopen ze ooit een volledig zicht te
krijgen op de hele celcyclus.
Boudolf, V., et al., The Plant Cell, 16, 945-955 (2004).
Boudolf, V., et al., The Plant Cell, 16, 2683-2692 (2004).
Himanen, K., et al., Proceedings of the National Academy of Sciences
of the USA, 101, 5146-5151 (2004).
Genoom schrijft geschiedenis
Ongetwijfeld is de aflezing van het genoom een mijlpaal
in de geschiedenis van de biologie. Maar wat heb je aan
de ontzaggelijke hoeveelheid informatie die een volledig
genoom in zich draagt, als je ze nauwelijks begrijpt?
En zeker als je naast het genoom van de mens ook nog
wordt overspoeld door genoominformatie van chimpansee,
muis, rat, kip, worm, fruitvlieg, ballonvis, zebravis, diverse
planten als zandraket, rijst, populier, lotus en maïs, enkele
schimmels en ontelbare bacteriën en virussen. Dan snellen
bioinformatici als Yves Van de Peer, Pierre Rouzé en hun
medewerkers van het Departement Planten Systeembiologie
(UGent) te hulp. Zij gebruiken computers en wiskundige
algoritmen om wijs te raken uit de chaotische hoeveelheid
genetische informatie. Net als andere bioinformatici, leggen
de Gentse computerbiologen zich toe op het identificeren
van genen, de DNA-sequenties die coderen voor eiwitten.
Maar uit hun onderzoek blijkt dat het genoom nog andere
parels verborgen houdt.
Onlangs ontdekten ze in het genoom van het zandraketplantje, de code voor een verzameling van microRNAs.
Van deze kleine RNA-moleculen vermoedde men al langer
dat ze tussenkomen in de regulatie van bepaalde genen.
Maar blijkbaar zijn sommige microRNAs ook betrokken
bij andere cellulaire processen zoals de assimilatie van zwavel
en de degradatie van eiwitten.
Bovendien slagen Van de Peer en zijn medewerkers er in
om belangrijke evolutionaire mechanismen te achterhalen
door genomen van verschillende organismen met elkaar
te vergelijken. Eerder ontdekten zij al dat het genoom
van sommige planten verdubbelingen had ondergaan.
Nu bespeurden ze dit fenomeen ook in genomen van andere
organismen. Zo onderging het DNA van de ballonvis in
de loop van de evolutie maar liefst drie verdubbelingen.
De eerste twee vonden 600 miljoen jaar geleden plaats,
het ogenblik waarop volgens paleontologische gegevens
de gewervelde dieren ontstonden. Ze waren dus ook cruciaal
voor de ontwikkeling van de mens. Een meer ‘vis-specifieke’
verdubbeling kwam er zo’n 320 miljoen jaar geleden.
Deze grootse genoomverandering lag vermoedelijk aan
de basis van de 25 000 vissoorten die we vandaag kennen.
Met de resultaten van hun onderzoek formuleren de Gentse
bioinformatici antwoorden op een aantal sleutelvragen in
de evolutietheorie. Of hoe je het genoom ook kan lezen als
een geschiedenisboek.
Bonnet, E., et al., Proceedings of the National Academy of Sciences
of the USA, 101, 11511-11516 (2004).
Vandepoele, K., et al., Proceedings of the National Academy
of Sciences of the USA, 101, 1638-1643 (2004).
Van de Peer, Y., Nature Reviews Genetics, 5, 752-763 (2004).
Taylor, J.S. en Raes, J. Annual Reviews Genetics, 38, 615-643 (2004).
17
Service faciliteiten
In zijn diverse laboratoria beschikt VIB over een brede waaier van geavanceerde technologieën en expertises.
Er worden inspanningen gedaan om deze technologieën ter beschikking te stellen van alle VIB-wetenschappers.
Voorbeelden zijn de hooggespecialiseerde faciliteiten voor kleine modelorganismen, technologieën om
de structuur van eiwitten te bepalen, geavanceerde microscopische technieken enzovoort.
Om de toegang tot een aantal spitstechnologieën, zoals microroostertechnologie en genetische analyse, te
verzekeren, werden institutionele kern- of servicefaciliteiten opgericht. Deze zijn niet alleen toegankelijk voor
VIB-onderzoekers, maar ook voor alle academische en industriële onderzoekers in Vlaanderen. In 2005 zal werk
gemaakt worden van een aantal bijkomende initiatieven.
Alles op een chip
Microroosters zijn kleine glasplaatjes (2 x 6 cm) met
tienduizenden DNA-fragmenten die in een matrix van
rijen en kolommen zijn aangebracht. Elk DNA-fragment
op zo’n chip correspondeert met een bepaald gen. Met
deze matrix kunnen onderzoekers nagaan welke genen
in een weefsel aan- of uitgeschakeld zijn.
De microroosterfaciliteit van VIB biedt de wetenschappers
de mogelijkheid gebruik te maken van de drie belangrijkste
commercieel beschikbare microroostertechnologieën,
namelijk de platformen ontwikkeld door Affymetrix
(GeneChip®), Agilent Technologies (SurePrint) en
Amersham Biosciences (CodeLink™).
De faciliteit beschikt ook over ‘huisgemaakte’
microroosters met 21 000 cDNA-sequenties van
de mens, 22 000 cDNA-sequenties van de muis, 26 000
geëxpresseerde genfragmenten van Arabidopsis
(de zandraket) en microroosters met het volledige genoom
van bakkersgist. Met behulp van deze roosters kunnen
de VIB-onderzoekers expressie-experimenten uitvoeren
op nagenoeg alle organismen die relevant zijn voor hun
onderzoek, waaronder mens, muis, rat, zebravis, kikker,
C. elegans (worm), Drosophila (fruitvlieg), Arabidopsis, gist,
Pseudomonas aeruginosa en E. coli.
De toepassing van chiptechnologie zit duidelijk in de lift:
het aantal gegenereerde data verdubbelde in 2004; van
7 miljoen in 2003 tot 14 miljoen in 2004. Hierdoor
18
verdubbelde ook het aantal wetenschappelijke publicaties
gebaseerd op deze technologie. De jaarlijkse gebruikersbijeenkomst kende een nooit geziene interesse met zowat
driehonderd aanwezigen. Hiermee is deze kernfaciliteit
uitgegroeid tot een steunpilaar van menig Vlaams
onderzoeker. Verder werken de onderzoekers van de
microroosterfaciliteit verder aan de optimalisatie van
de technologie, zoals onder meer in het gebied van de
comparatieve genoomhybridisatie.
www.vib.be/microarray
DNA-sequenties en SNPS maken het verschil
Na het in kaart brengen van het menselijk genoom hebben
genetici zich op de genetische variabiliteit geworpen: ze
willen een volledige atlas opstellen van de verschillen in
het genoom. Immers, die verschillen in het genoom zorgen
ervoor dat we allen uniek zijn, maar tevens bepalen ze onze
gevoeligheid voor tal van aandoeningen waaronder hart- en
vaatziekten, diabetes, kanker, dementie… Deze variabiliteit
bepaalt ook hoe we (goed of slecht) reageren op bepaalde
geneesmiddelen. Het grootste deel van die genetische
verschillen bestaat overigens uit zeer kleine verschillen in
het DNA. In het jargon worden die ook afgekort met het
letterwoord SNP’s (snips) – van single nucleotide
polymorphisms.
jaarverslag 2005
SERVICE FACILITEITEN
Toegang tot geavanceerde technologieplatformen
versterkt de wetenschappers
Om het belang van DNA-sequentie- en genetische analyse
te onderstrepen, werd onder leiding van Christine Van
Broeckhoven (UA) een service faciliteit opgebouwd rond
genetische analyse en DNA-sequentiebepaling. De faciliteit
heeft zich gespecialiseerd in SNP- en mutatiedetectie en
analyse, tandem-repeat genotypering, DNA-sequentieanalyse en ondersteuning op het vlak van bioinformatica.
De faciliteit beschikt over een geïntegreerd en state-of-theart genetisch screening technologieplatform gebaseerd op
de meest moderne genotypering- en sequentietechnieken.
De technologie van de faciliteit is ruim toepasbaar in
diverse domeinen: menselijke genetica, basisonderzoek,
forensische wetenschap, farmacogenetica, veeteelt en
landbouw….
www.vib.be/geneticservice
Nanobodies: kameelantichamen als een uniek
VIB-technologieplatform
Voor de lokalisatie en detectie van eiwitten wordt vaak
gebruik gemaakt van antilichamen. Antilichamen zijn
echter duur om te produceren en hebben nadelige
structurele eigenschappen voor welbepaalde toepassingen.
De antilichamen van kamelen en lama’s vertonen in dit
opzicht een aantal unieke eigenschappen die het toelaten
om hen zeer goedkoop en met optimale structurele
eigenschappen te produceren. Deze vinding vormde reeds
de basis voor de VIB-start up, Ablynx. Binnen VIB wordt
nog steeds onderzoek verricht naar de eigenschappen
van deze nanobodies in de groep van Serge Muyldermans
aan de VUB. In 2005 zal deze unieke technologie breder
beschikbaar worden voor toepassingen in VIB-onderzoek.
www.vib.be/nanobody
Eiwitexpressie en -opzuivering
Alhoewel de genoomprojecten steeds weer de aandacht
op het DNA vestigen, zijn de eiwitten de eigenlijke
werkpaarden van de cel. Functionele analyse van eiwitten
is dan ook één van de grote uitdagingen nu de genoomen DNA-analyses reeds zo ver gevorderd zijn. Voor
allerlei experimenten rond functionele eiwitanalyse
(kristallografie, eiwit-therapie, immunisatie...) is het
echter noodzakelijk om over een grote hoeveelheid zuiver
en biologisch actief eiwit te beschikken. Binnen VIB is
er een unieke expertise op het vlak van eiwitproductie,
-opvouwing en -opzuivering aanwezig in de groep van
Nico Mertens aan de UGent. In 2005 wordt een service
faciliteit uitgebouwd die deze expertise ter beschikking zal
stellen van alle Vlaamse wetenschappers.
Bio-informatica platform
De steeds groter wordende hoeveelheid data uit
hogedoorstroomexperimenten maakt een zo efficiënt
mogelijke toegang tot en analyse van (grote hoeveelheden)
data onontbeerlijk. Hiervoor is de bio-informatica
uitermate geschikt. Omwille van het toenemende belang
van bio-informatica startte VIB een overkoepelend en
geïntegreerd bioinformaticaplatform dat zowel VIB- als
niet-VIB-onderzoekers gestructureerd toegang geeft tot
een brede waaier van bio-informaticatools. Dit platform
zal in 2005 worden uitgebouwd.
www.vib.be/bioinformatics
www.vib.be/proteinservice
19
Technologietransfer
De uitvindingen van VIB-onderzoekers kunnen op langere termijn de basis vormen voor nieuwe maatschappelijke
en industriële toepassingen, zoals diagnostica en geneesmiddelen.
VIB zal, als onderzoeksinstelling, deze producten niet zelf commercialiseren. Om de behaalde resultaten toch tot
bij de burger te brengen, sluit VIB overeenkomsten af met bedrijven die de uitvindingen verder willen ontwikkelen
en commercialiseren.
Technologietransfer legt dus de brug van het academisch
onderzoek naar de bedrijfswereld. Het proces is in grote
lijnen opgebouwd uit drie opeenvolgende stappen:
1. uitvindingen opsporen die niet alleen
wetenschappelijke doorbraken zijn maar ook de basis
kunnen vormen van nieuwe industriële toepassingen;
2. eigendomsrechten bekomen op deze uitvindingen
onder meer door octrooiaanvragen in te dienen;
3. de uitvindingen omzetten naar marktrijpe producten
door overeenkomsten af te sluiten met bestaande
bedrijven of start-ups op te richten.
De kennis en de expertise van onze onderzoekers en in
het bijzonder hun uitvindingen, zijn de grondstof voor
de technologietransferactiviteiten. Uitvindingen kunnen
variëren van een nieuwe medische toepassing met een
welbepaald eiwit, over een methode om de groei van
gewassen te bevorderen, tot een technologie om
eiwitprofielen te vergelijken van gezonde en zieke
weefsels. In 2004 genereerden de VIB-wetenschappers
47 uitvindingen. Dit brengt het totaal aantal
gerapporteerde uitvindingen sinds de start van VIB
op 416. Ongeveer 45% van deze uitvindingen wordt
vertaald in een octrooiaanvraag.
20
De octrooiportfolio
In 2004 werden 26 prioriteitsaanvragen ingediend.
Omdat er als onderdeel van het actief portfoliobeheer ook
octrooiaanvragen gestopt worden, bleef de octrooiportfolio
van VIB nagenoeg constant ten opzichte van 2003.
De portefeuille bestond eind 2004 uit 142 actieve
octrooifamilies. Ongeveer 60% van de octrooiaanvragen
bevindt zich in de nationale fase, bijna een vijfde in
de PCT-fase en ongeveer een vijfde in het prioriteitsjaar.
Het aantal verleende octrooien is in 2004 gestegen van
39 naar 72. Deze verleende octrooien behoren tot 29
octrooifamilies. VIB verstrekte licenties aan bedrijven voor
53% van de octrooiaanvragen in de nationale fase, voor
18% van de aanvragen in de PCT-fase en voor 10% van
de aanvragen in het prioriteitsjaar. In totaal zijn op 37%
van de octrooifamilies één of meerdere licenties verstrekt.
Overeenkomsten met bedrijven
In 2004 sloot VIB 51 O&O- en licentieovereenkomsten
af. Op jaarbasis is dit het hoogste aantal sinds de oprichting
van VIB en brengt dit het totaal aantal overeenkomsten op
234. 46% van deze overeenkomsten werden afgesloten met
in Vlaanderen gevestigde bedrijven, 28% met Europese
en 25% met Amerikaanse bedrijven. Zo ondertekende VIB
in 2004 onder meer overeenkomsten met Innogenetics,
Thromb-X, Galapagos, Ablynx, GPC, Johnson & Johnson,
jaarverslag 2005
TECHNOLOGIETRANSFER
Bayer en Solvay. In deze nieuwe contracten met bedrijven
werd ongeveer 7 miljoen euro vastgelegd aan O&O
investering in VIB-departementen. Dit is een verdubbeling
ten opzichte van vorig jaar en het beste resultaat sinds
de start van VIB.
Start-ups
Een van VIB’s doelstellingen is nieuwe biotechbedrijven
oprichten. VIB bouwt in nauw overleg met de
onderzoekers aan technologieplatformen die de basis
kunnen vormen voor een nieuw bedrijf. Na een
conceptfase stelt VIB een ondernemingsplan op. Daarna
begint de zoektocht naar ervaren managers om het bedrijf
te leiden, en naar binnen- of buitenlandse investeerders
die in de start-up willen investeren.
In 2004 werd Peakadilly nv opgericht. Deze start-up
gebruikt een nieuwe technologie als basis voor de
ontwikkeling en commercialisatie van innovatieve
biomerkers. Biomerkers vinden toepassing in diverse
sectoren zoals de diagnostiek, de ontwikkeling van
geneesmiddelen en de voedingssector. Peakadilly sloot
reeds 3 overeenkomsten af met topfarmabedrijven.
De VIB-bio-incubator
VIB stelt een bio-incubator van 3 750 m ter beschikking
van startende en jonge bedrijven in het domein van de
levenswetenschappen. Ook O&O-intensieve afdelingen van
grotere bedrijven zijn welkom. In 2004 werkten
7 biotechbedrijven in de bio-incubator: Methexis
Genomics nv, Algonomics nv, Devgen nv, Biotechnology
Investment Partners nv (BIP nv), BioMaric nv, Ablynx nv
en Peakadilly nv. In de bio-incubator werken nu een
60-tal kennismedewerkers.
FlandersBio vzw
VIB was in 2004 één van de mede-oprichters van
FlandersBio vzw. Deze organisatie telde in 2004 al 55
leden, waaronder nagenoeg alle pur sang biotechbedrijven.
FlandersBio wenst zich te ontplooien tot een heuse
biotechcluster. Synergieën ontwikkelen tussen de regionale
actoren en profileren van de Vlaamse biotech in Europa
en de wereld, zijn twee belangrijke objectieven van de
cluster. Het einddoel is de verdere uitbouw van Vlaanderen
als een hoogcompetitieve regio in het domein van de
levenswetenschappen.
Drie vroegere start-ups van VIB, Devgen nv (opgericht in
1997), CropDesign nv (opgericht in 1998) en Ablynx nv
(opgericht in 2002) stelden in 2004 gezamenlijk 200
mensen te werk. CropDesign slaagde er in 2004 in zijn
kapitaal te verhogen met 16 miljoen €. Ablynx haalde in
2004 25 miljoen € durfkapitaal, één van de grootste
Europese series B kapitaalrondes.
21
Maatschappij
Biotechnologie staat vaak dichter bij ons dan we weten. Met sommige toepassingen wordt een aantal onder ons zelfs
dagelijks geconfronteerd, denk maar aan de biotechinsuline om diabetes te lijf te gaan. Andere toepassingen, zoals
bijvoorbeeld stamceltherapie, staan nog in hun kinderschoenen. Toch zijn die nieuwe toepassingen ook vandaag al
relevant. Zo was stamceltherapie het onderwerp van een van de verkiezingsdebatten in de Verenigde Staten in 2004.
Duidelijke informatie over de huidige en toekomstige biotechtoepassingen is dan ook essentieel. VIB communiceert
op verschillende manieren over diverse aspecten van biotechnologie en wil met wetenschappelijk onderbouwde
informatie een gefundeerd maatschappelijk debat ondersteunen.
Vraag en aanbod
VIB verspreidt een breed gamma aan educatief materiaal
over biotechnologie en haar toepassingen.
De communicatiemiddelen zijn specifiek afgestemd op
verschillende doelgroepen, zoals politici, pers, leerkrachten
en jongeren. Op www.vib.be/info staat een volledig
overzicht van VIB’s boeken, brochures, dossiers,
voordrachten, lesmateriaal en schoolwedstrijden. In 2004
bereikte VIB met zijn communicatiemiddelen ongeveer
75 000 mensen.
wekelijks wel ergens in Vlaanderen een uitwisseling plaats
van kennis, meningen en vragen over biotechnologie.
In 2004 had VIB naar goede gewoonte ook een stand
op het Wetenschapsfeest, een initiatief van de Vlaamse
overheid om de bevolking in contact te brengen met
wetenschap. Naast het bekomen van educatief materiaal,
konden bezoekers ook zelf DNA uit een kiwi halen;
een experiment waardoor velen beseften dat DNA iets uit
ons dagelijkse leven is.
VIB-onderzoek in de kijker
De informatie die VIB over biotechnologie brengt, is
wetenschappelijk onderbouwd, genuanceerd, op maat voor
verschillende doelgroepen en gebaseerd op dialoog en open
communicatie.
Op zoek naar informatie bij VIB
Via de website, brief of telefoon vraagt men VIB continu
om informatie. Vaak worden brochures, lezingen of
lesmateriaal aangevraagd of schrijven leerkrachten zich
in voor het schoolproject [email protected] Maar ook met
specifieke vragen kunnen mensen bij VIB terecht.
Ze krijgen hier telkens een persoonlijk antwoord op.
Actief informatie verspreiden
VIB stapt ook zelf naar buiten. Op vraag van scholen
of organisaties geeft VIB lezingen over de verschillende
toepassingsgebieden van biotechnologie. Zo vindt er
22
In 2004 richtte VIB extra aandacht op de bekendmaking
van het VIB-onderzoek bij een groot publiek. VIB’s
bestaande communicatiemiddelen informeren immers
vooral over algemene toepassingen van biotechnologie,
en minder over het fundamenteel onderzoek dat aan de
verschillende onderzoeksdepartementen plaatsvindt.
Het VIB-onderzoek levert regelmatig spectaculaire
vondsten die niet enkel voor vakgenoten, maar ook voor
de bevolking interessant nieuws zijn.
Naast het jaarverslag waarin de belangrijkste doorbraken
van het afgelopen jaar vermeld staan, speelt VIB ook korter
op de bal. Als er een nieuwe doorbraak is in het onderzoek
brengt VIB de pers hiervan meteen op de hoogte.
Het VIB-communicatieteam vertaalt het vakjargon van
de wetenschappelijke publicatie en schrijft een persbericht
jaarverslag 2005
MAATSCHAPPIJ
Bruggen bouwen
door communicatie
of organiseert een persconferentie. De 26 persberichten
die VIB in 2004 uitstuurde, werden massaal door de pers
opgepikt. Dit bracht voor bijna alle VIB-onderzoeksdepartementen één of meerdere onderzoeksitems in
regionale, nationale en internationale media. Door
publicaties in kranten en tijdschriften en interviews op
radio en televisie werden meer dan een miljoen Vlamingen
regelmatig op de hoogte gebracht van VIB’s onderzoek.
Het bezoek van Prins Filip en Prinses Mathilde aan het
UGent-VB-Onderzoeksgebouw in september zorgde ook
voor veel persbelangstelling. Deze interesse van het hof,
sterkte de wetenschappers in hun inspanningen voor een
belangrijke kennistechnologie in Vlaanderen.
‘Hoe lang duurt het vooraleer dit onderzoek tot
een geneesmiddel leidt?’
‘Kan ik deelnemen aan klinische studies?’
VIB lanceerde daarom [email protected], waar
patiënten, familie of vrienden terecht kunnen met hun
vragen. Elke vraag krijgt een persoonlijk antwoord en
geeft zo een beter beeld van wat het VIB-onderzoek kan
betekenen. Het succes van dit e-mailadres toont het
maatschappelijk belang aan van de vindingen van VIB
en de noodzaak om hierover te communiceren met de
bevolking.
[email protected]
Het schoolproject [email protected] brengt 14- tot 18jarigen bij de onderzoekers in hun labo. Onder begeleiding
van een ‘echte’ wetenschapper werken de scholieren een
project uit dat kadert in diens onderzoek. Om meer
informatie over het onderwerp te bekomen, kunnen de
leerlingen nog vragen via e-mail stellen aan Europese
wetenschappers. Elke groep maakt een eindwerk en 10
laureaten stellen dit voor tijdens een slothappening in
de Aula van de UGent.
Prins Filip en Prinses Mathilde op bezoek bij VIB
[email protected]
De toenemende persaandacht breng het VIB-onderzoek
meer onder de aandacht. Voor doorbraken in geneeskundig
onderzoek, zoals het ontrafelen van de oorzaak van
bepaalde ziektes, leidt dit tot veel vragen bij de bevolking.
Leerlingen aan de slag in het labo
23
De eerste editie: een succes
De eerste editie van [email protected] was direct een schot
in de roos; 77 groepen uit 54 scholen waren goed voor
845 scholieren uit alle Vlaamse provincies die deelnamen.
Een 40-tal wetenschappers lieten hen tussen oktober 2003
en maart 2004 kennis maken met de boeiende wereld
van de biotechnologie.
51 teams dienden een eindwerk in en namen zo automatisch
deel aan de wedstrijd. VIB bundelde de samenvattingen
van deze ingediende projecten in een boekje en een
onafhankelijke jury selecteerde 10 laureaten.
De apotheose van [email protected] vond plaats op 21 april
2004: de slothappening in Gent. Tijdens een minisymposium stelden de 10 geselecteerde groepen hun project
voor met een poster en een mondelinge presentatie.
De jury in de zaal stelde vragen en selecteerde 3 winnaars.
Frank Beke, burgemeester van Gent, overhandigde
de winnaars hun prijs.
De winnende klas
Reacties van wetenschappers en leerlingen die deelnamen
aan de eerste editie van [email protected]:
• Zowel de leerlingen als de leerkrachten waren bijzonder
geïnteresseerd en wij – de wetenschappers - hadden
de indruk dat ze het allemaal wel tof vonden. Ook wij
vonden het een zeer aangename en leerrijke ervaring
• Als wetenschapper vond ik het een zeer leuke ervaring
en had de indruk dat de leerlingen het echt interessant vonden.
[email protected] boekje, 2003-2004
• We houden wel van een uitdaging en eindelijk
kregen we de kans om in een echt lab te werken.
• De wetenschappers hebben ons een boeiende
en leerrijke namiddag bezorgd.
• Ik sta er versteld van hoe we met eenvoudige
methodes ziektes kunnen opsporen.
• Een didactisch bijzonder interessante uitstap
die begeleid werd door mensen die een positieve
uitstraling geven aan wetenschappelijk onderzoek.
• Een pluim voor het labo!
• Ik wil jullie nogmaals bedanken voor de kans
die we kregen om als ‘jonge broekjes’ een het echte
laboleven op te snuiven.
• Een vriendelijke ontvangst door gekwalificeerde mensen
met veel geduld, met andere woorden het kon niet beter!
• Bedankt voor jullie initiatief!
• Ik heb een beter inzicht gekregen in het wetenschappelijk werk,
wat een invloed zal kunnen hebben op mijn verdere studiebepaling.
• We kregen ook ruimte om fouten te maken.
• Niets dan lof!
• De mooiste ervaring die je kan opdoen tijdens
dit project is niet winnen, maar in praktijkvorm
verscheidene zaken bijleren.
• Later wil ik wetenschapper worden.
24
De tweede editie: 1000 extra deelnemers
Het succes van de eerste editie werd ruimschoots
overtroffen door de tweede editie: meer dan 1800
leerlingen gaan in het schooljaar 2004-2005 aan de slag
in een biotechlabo in Vlaanderen. Dankzij de extra
inspanningen van de meer dan 100 deelnemende
wetenschappers uit universiteiten, hogescholen en
bedrijven, was VIB in staat hen allemaal een project toe
te wijzen.
VIB en biotechwetgeving
Nieuwe regels voor GGO’s in laboratoria
In 2004 harmoniseerde de Vlaamse overheid haar
milieuwetgeving met de EU-richtlijn 98/81/EG inzake
het ingeperkt gebruik van genetisch gewijzigde microorganismen. VIB heeft actief bijgedragen tot de
totstandkoming van deze wetgeving en lichtte in
verschillende fora de gevolgen van de nieuwe regels toe.
Een belangrijk nieuw gegeven is de verplichte aanduiding
van een bioveiligheidscoördinator die instaat voor de
jaarverslag 2005
MAATSCHAPPIJ
organisatie van de bioveiligheid binnen de betrokken
instelling. Op initiatief van onder andere de UGent werd
eind 2004 een informeel bioveiligheidscoördinatorenoverleg
opgestart, waaraan VIB actief deelneemt. Daarmee heeft
Vlaanderen nu een platform om praktische ervaringen
rond bioveiligheid uit te wisselen en verder uit te bouwen.
Cellen en weefsels afkomstig van mensen
Er werd nieuwe Belgische wetgeving gepubliceerd voor
het ontwikkelen en op de markt brengen van therapeutische
producten die gebaseerd zijn op mensencellen en -weefsels.
Dit domein is sterk in ontwikkeling en kent een groeiend
aantal nieuwe bedrijven. Samen met een aantal bedrijven is
VIB in gesprek met de overheid om de betrokken wetgeving
verder te verbeteren.
De toepassing van genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) in
de landbouw
Eind 2004 heeft de Belgische overheid de finale knoop
doorgehakt voor de omzetting in Belgische wetgeving van
EU-richtlijn 2001/18/EG inzake de doelbewuste introductie
in het leefmilieu en het op de markt brengen van GGO’s.
VIB heeft dit dossier actief opgevolgd en voorzag verschillende
overheden van concrete adviezen.
Op Vlaams niveau heeft VIB aangedrongen op een proactieve behandeling van het ‘co-existentievraagstuk’: de vraag
hoe men GGO’s in de landbouw kan toepassen zonder boeren
die geen GGO’s telen, economische schade te berokkenen
als gevolg van een vermenging van GGO’s met niet-GGO’s.
VIB verzamelt actief relevante informatie over dit onderwerp
als input voor de overheid. Een ontwerp-kader voor coexistentie zal in 2005 worden uitgewerkt.
netwerk van biotech-communicatoren. ECOD-BIO
organiseerde in 2004 een workshop over biowetenschappelijke communicatie inzake landbouw en voeding in Gent.
De workshop richtte zich op een verbetering van
tweerichtingscommunicatie en ging ervan uit dat het niet
het publiek is dat zich moet aanpassen om wetenschap
te begrijpen, maar dat de wetenschappelijke gemeenschap
een manier moet vinden om te interageren met het publiek.
Om dit te bereiken gebruikte deze workshop een nieuwe
formule. De eerste dag was gewijd aan communicatie
en discussie met 5 doelgroepen: scholen, media, beleidsmakers en -adviseurs, het brede publiek en professionals.
Expertsprekers woonden deze discussie-groepen op een
actieve manier bij. De tweede dag stelden de sprekers hun
visie voor, niet alleen gebaseerd op hun expertise, maar
ook op wat er de vorige dag tijdens de interacties met
de doelgroepen naar voor was gekomen. Het publiek,
verschillende vertegenwoordigers van de doelgroepen en
levenswetenschapscommunicatoren, daagden de sprekers
uit, waardoor er een levendige en interactieve discussie
plaatsvond.
Deze aanpak leidde tot een overzicht van de beste manieren
om met verschillende doelgroepen te communiceren
over biotechnologie in landbouw en voeding. Dit werd
allemaal gebundeld in het verslag dat te vinden is op
www.vib.be/ECODworkshopGent.
Ook actief op Europees niveau
ECOD-BIO (Effective Communication and Dissemination
of Bioscience Information in Europe) is een project dat
gefinancierd wordt door de Europese Commissie. Samen met
VIB bouwen 6 Europese partners aan een pan-Europees
25
Personeel
Innovatie en technologietransfer zijn gebaseerd op kennis en technologie, maar blijven in hoofdzaak een kwestie
van mensen. Voor VIB zijn de medewerkers dan ook het belangrijkste actief van de organisatie.
Samenwerking met de universiteiten
Typerend voor VIB als wetenschappelijke instelling is
het partnerschap met de Vlaamse universiteiten. Dit
vertaalt zich ook in het beheer van de VIB-medewerkers.
Zowat de helft van de medewerkers wordt door VIB
beheerd via de VIB-betaalrol, gefinancierd via de dotatie
of via externe bronnen zoals contractonderzoek of
internationale financiering. De andere helft van de VIBmedewerkers is werknemer van de partneruniversiteit of
is beursmandaathouder bij het FWO of IWT en resorteert
dusdanig onder het beheer van de partneruniversiteit.
In zake personeelsstructuur en operationeel beheer
worden ze echter beschouwd als één gemeenschappelijke
groep van VIB-medewerkers.
Personeelsstructuur
Het VIB-personeelsbeleidsplan is gebaseerd op eenvoud
en doorzichtigheid en is volledig afgestemd op de
specifieke noden in een onderzoeksomgeving.
In de personeelsstructuur worden verschillende taken,
activiteiten en verantwoordelijkheden van de
wetenschappers en de ondersteunende functies duidelijk
gedifferentieerd.
Om de medewerkers van VIB correct en eenduidig te
kunnen inschalen, beoordelen, evalueren en te trainen
26
werd een personeelsstructuur met 4 functionele domeinen
uitgewerkt:
• Leidinggevend wetenschappelijk personeel, bestaande
uit de groepsleiders en de wetenschappelijk directeurs (L)
• Wetenschappelijk personeel: Ph.D studenten en post
doctorale medewerkers (W)
• Technisch ondersteunend personeel (T)
• Administratief, logistiek, IT ondersteunend personeel (O)
Eind 2004 telde de volledige VIB-onderzoeksgemeenschap
(VIB en partneruniversiteiten samen) 856 medewerkers,
waaronder 64 leidinggevenden, 197 postdocs, 286 predocs
en 309 personeelsleden in technisch en administratief
ondersteunende functies. Binnen ieder functioneel domein
bestaan verschillende functieniveaus die gewenste
competentie en kennisniveau van iedere medewerker
aangeven. Naarmate de medewerker professioneel groeit,
kan hij meerdere niveaus doorlopen.
Dit personeelsbestand is uiteraard in continue evolutie.
De onderstaande tabel geeft een evolutie van het personeelsbestand in de periode 2002-2004.
Uit de vergelijking van de cijfers van de voorbije jaren
kunnen we afleiden dat de VIB-onderzoeksgemeenschap
sinds 2002 is toegenomen met 12%. Deze toename is
voornamelijk te wijten aan:
• de opstart van 3 nieuwe onderzoeksgroepen
die ondertussen 25 mensen tewerkstellen,
jaarverslag 2005
PERSONEEL
•
•
het groeiend aantal buitenlandse medewerkers die via
persoonlijke mandaten (onder meer via de Marie-Curie
acties van de Europese Comissie) in VIB zijn
tewerkgesteld,
meerdere aanwervingen als gevolg van het toenemend
industrieel contractonderzoek.
Figuur 1: aantal personeelsleden per functioneel domein op 31/12/2004
2002
2003
2004
350
318
309
300
278
286
Werknemersvertegenwoordiging
250
197
164
173
150
100
50
55 58
Tijdens het jaar 2004 werden 32 nieuwe postdoctorale
onderzoekers in dienst genomen. Het aanwerven van
postdoctorale medewerkers gebeurt steeds meer via
advertenties in internationale vakbladen, gevolgd door een
stringente selectie. Dit beleid heeft ertoe geleid dat 62%
van de in 2004 aangeworven postdoctorale onderzoekers
buitenlanders zijn. Dit versterkt de internationale ambitie
en connectiviteit van VIB. Dit stijgende aantal buitenlandse
onderzoekers dat VIB vervoegt, is een gevolg van de
toenemende internationale bekendheid van VIB, waardoor
het instituut een sterke aantrekkingskracht uitoefent op
jonge wetenschappers. VIB levert ook grote inspanningen
om jonge wetenschappers aan te trekken via de MarieCurie beurzen. Deze beurzen en wetenschappelijke
netwerkprogramma’s vinden hun oorsprong in de Europese
Commissie die er ernstig werk van maakt jonge maar ook
meer ervaren wetenschappers te motiveren om
internationaal mobiel te zijn.
290
264
200
Internationalisatie van VIB
64
36 37
35
Naar aanleiding van de sociale verkiezingen in mei 2004
werd voor het eerst een ondernemingsraad en een comité
voor preventie en bescherming op het werk opgericht.
Beide raden worden door dezelfde werknemers
waargenomen. Ze gaan na hoe VIB de veiligheid en
gezondheid van de werknemers kan bevorderen alsook
hoe de communicatie en het overleg tussen de werknemers
en de werkgever (VIB) kan worden geoptimaliseerd.
De vergaderingen verlopen op een constructieve en open
manier.
0
groepleiders
postdocs
predocs
tech en
onderst
hq*
*HQ: algemene diensten op VIB-hoofdkantoor
27
Financieel overzicht
Resultatenrekening 2004 ('000 Euro)
2004
2003
2002
40.426
8.243
31.008
1.175
41.401
5.107
26.378
9.916
40.768
5.482
29.303
5.983
38.733
4.514
10.199
20.141
2.816
0
1.063
40.175
3.645
8.349
18.285
2.846
0
7.050
38.963
3.959
8.222
17.911
2.563
-372
6.680
1.693
1.226
1.805
695
664
31
697
667
30
880
857
23
464
400
0
64
260
202
0
58
263
183
6
74
1.924
1.663
2.422
VII. Uitzonderlijke opbrengsten
8
0
3.764
VIII. Uitzonderlijke kosten
0
64
1
1.932
1.599
6.185
0
0
0
XI. Saldo van het boekjaar
1.932
1.599
6.185
XII. Te bestemmen saldo van het boekjaar
1.932
1.599
6.185
Resultaatverwerking ('000 Euro)
2004
2003
2002
- Te bestemmen saldo van het boekjaar 2004
- Overgedragen saldo van het vorig boekjaar 2003
1.932
0
1.599
0
6.185
0
C. Toevoeging aan de reserves
1.932
1.599
6.185
0
0
0
0
0
0
0
0
0
I. Bedrijfsopbrengsten
- Omzet uit contractonderzoek
- Subsidie-inkomsten
- Andere bedrijfsopbrengsten
II. Bedrijfskosten
- Inkoop van grond-en hulpstoffen
- Diverse diensten en goederen
- Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
- Afschrijvingen en waardeverminderingen
- Voorzieningen voor risico's en kosten
- Andere bedrijfskosten
III. Operationeel saldo
IV. Financiële opbrengsten
- Opbrengsten uit vlottende activa
- Andere financiële opbrengsten
V. Financiële kosten
- Kosten van schulden
- Waardeverminderingen andere vlottende activa
- Andere financiële kosten
VI. Saldo uit de gewone bedrijfsuitoefening
IX. Saldo van het boekjaar voor belastingen
X. Belastingen
A. Te bestemmen saldo
D. Over te dragen saldo
- Over te dragen boni
- Over te dragen mali
28
jaarverslag 2005
FINANCIEEL OVERZICHT
Balans op 31.12.04 na resultaatverwerking ('000 Euro)
31.12.’04
31.12.’03
31.12.’02
22.214
380
19.615
15.320
4.066
180
4
45
2.219
1.075
1.111
33
21.022
415
19.463
15.596
3.701
159
7
0
1.144
0
1.111
33
15.836
373
14.343
5.318
4.111
131
11
4.772
1.120
0
1.111
9
VII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar
- Handelsvorderingen
- Overige vorderingen
VIII. Geldbeleggingen
- Aandelen
- Overige beleggingen
IX. Liquide middelen
X. Overlopende rekeningen
48.257
9.957
4.731
5.226
35.223
0
35.223
746
2.331
42.330
8.941
3.101
5.840
29.054
0
29.054
2.077
2.258
37.051
8.489
2.341
6.148
25.830
0
25.830
726
2.006
Totaal der activa
70.471
63.352
52.887
Eigen vermogen
31.580
29.626
24.700
IV. Reserves
- Onbeschikbare reserves
V. Overgedragen boni
VI. Kapitaalsubsidies
20.377
0
11.203
18.445
0
11.181
16.846
0
7.854
0
0
0
0
0
0
38.891
8.505
0
7.478
1.027
13.474
271
6.015
33.726
8.766
4
7.745
1.017
9.790
259
4.175
28.187
1.014
7
0
1.007
15.370
4
8.280
812
2.949
2.363
1.064
16.912
760
2.756
1.231
609
15.170
721
2.662
1.536
2.167
11.803
70.471
63.352
52.887
a c t i v a
Vaste activa
II. Immateriële vaste activa
III. Materiële vaste activa
- Terreinen en gebouwen
- Installaties, machines en uitrusting
- Meubilair en rollend materieel
- Leasing en soortgelijke rechten
- Activa in aanbouw en vooruitbetalingen
IV. Financiële vaste activa
- Verbonden ondernemingen
- Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
- Andere financiële activa
Vlottende activa
p a s s i v a
Voorzieningen en uitgestelde belastingen
VII. Voorzieningen voor risico's en kosten
- Overige risico's en kosten
Schulden
VIII. Schulden op meer dan 1 jaar
- Leasing en soortgelijke schulden
- Kredietinstellingen
- Overige schulden
IX. Schulden op ten hoogste 1 jaar
- Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen
- Handelsschulden - Leveranciers
- Schulden met betrekking tot belastingen,
bezoldigingen en sociale lasten
• Belastingen
• Bezoldigingen en sociale lasten
- Ontvangen vooruitbetalingen op contractonderzoek
- Overige schulden
X. Overlopende rekeningen
Totaal der passiva
29
Toelichting bij de jaarrekening
Resultatenrekening 2004
BEDRIJFSOPBRENGSTEN
De bedrijfsopbrengsten voor 2004 beliepen in totaal
K€ 40.426 t.o.v. K€ 41.401 in 2003. Deze lichte daling
is integraal het gevolg van de daling van de andere
bedrijfsopbrengsten, die zowel de aanzienlijke stijging
van de omzet (+61%) en in mindere mate ook de stijging
van de subsidie-inkomsten (+18%) neutraliseren.
Omzet
In 2004 werd een omzet gerealiseerd van K€ 8.243.
Het belangrijkste deel van deze omzet resulteert uit
contractonderzoek, met enerzijds industriële en andere
partners uit binnen- en buitenland, in totaal voor
K€ 5.214 (+ 95% ten opzichte van 2003), en anderzijds
met de Europese Commissie, voor een totaal bedrag van
K€ 2.665 (+23% t.o.v. 2003). De uitbating van de bioincubator resulteerde in 2004 in een omzet van K€ 364
(+35% ten opzichte van 2003). De totale omzet, inclusief
de vrijval van omzetinkomsten uit de overlopende
rekeningen overstijgt daarmee de omzet uit het
voorgaande boekjaar met 61%. Deze stijging werd reeds
vorig jaar aangekondigd op basis van de belangrijke
toename van het aantal afgesloten overeenkomsten met
industriële partijen in 2003 voor een totaal bedrag van
3,3 mio euro. In 2004 werd deze lijn doorgetrokken
en werden er in totaal 51 nieuwe contracten afgesloten
die een waarde vertegenwoordigen van 7,6 mio euro.
Subsidie-inkomsten
In de resultatenrekening worden er voor 2004 netto
K€ 31.008 aan subsidie-inkomsten geboekt. Deze
subsidies bestaan uit de bruto-ontvangen bedragen van
de verschillende subsidiërende instellingen gecorrigeerd
voor transfers van subsidie-inkomsten naar de balans,
meer bepaald transfers naar:
- de post kapitaalsubsidies voor investeringen
gefinancierd met deze middelen en;
- de post overlopende rekeningen waarbij nog niet
bestede inkomsten worden overgedragen naar
het volgende werkingsjaar.
tewerkgesteld onderzoekspersoneel;
K€ 501 in toepassing van het KB van 4 mei 2004
houdende de erkenning van de wetenschappelijke
instellingen bedoeld in artikel 385 van
de programmawet van 24 december 2002, waarbij
deze instellingen tevens konden genieten van
een lastenverlaging door het niet doorstorten van
de helft van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op
de lonen van de door hen tewerkgestelde onderzoekers
(periode 08-12/2004).
De brutosubsidie-inkomsten voortvloeiende uit de
basistoelage van de Vlaamse overheid stegen t.o.v. 2003
met 3% op basis van een indexering met 1,5% en op basis
van het realiseren van een groeipremie ten belope van
1,5% door het behalen van de in de beheersovereenkomst
opgelegde performantiedoelstellingen. De inkomsten uit
internationale subsidies en prijzen zijn bijna verdubbeld
(+85%) ten opzichte van het voorgaande boekjaar.
De totale stijging van de brutosubsidie-inkomsten t.o.v.
2003 beliep K€ 502 of 1,5%.
Conform de waarderingsregels worden de brutosubsidies
vervolgens aangepast voor transfers naar:
- de post ‘kapitaalsubsidies’ voor een bedrag van K€ 22.
Dit betekent dat de afschrijvingen op kapitaalsubsidies
bijna integraal de toevoegingen aan de post
kapitaalsubsidies ingevolge nieuwe investeringen
absorberen;
- de ‘overlopende rekeningen van het passief’,
inzonderheid deze met betrekking tot subsidies. Deze
post nam toe met K€ 1.112 (zie ook verdere toelichting
hieromtrent bij de bespreking van de balansposten).
Andere bedrijfsopbrengsten
De andere bedrijfsopbrengsten bedroegen K€ 1.175.
Deze opbrengsten hebben voornamelijk betrekking op
kosten gerecupereerd van derden waaronder de
doorrekening van kosten aan de Universiteit Gent in
het kader van de gezamenlijke oprichting van een
onderzoeksgebouw op het Technologiepark “Ardoyen”
te Gent.
BEDRIJFSKOSTEN
De bruto subsidie-inkomsten bedroegen K€ 32.140
bestaande uit:
- de basistoelage van de Vlaamse overheid ten belope
van K€ 29.453;
- K€ 2.107 aan andere subsidies, voornamelijk van
internationale prijzen en subsidies;
- K€ 80 ingevolge vrijstelling van werkgeversbijdragen
voor sociale zekerheid m.b.t. het boekjaar 2003
in toepassing van de Wet van 29 april 1996 inzake
vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen voor extra
30
De bedrijfskosten beliepen in totaal K€ 38.733 ten
opzichte van K€ 40.175 in het voorgaande boekjaar.
Dit vertegenwoordigt een daling met 3,6% of K€ 1.442
ten opzichte van het voorgaande boekjaar. De verklaring
hiervoor dient integraal gezocht te worden in de afname
van de andere bedrijfskosten in analogie met de daling
van de andere bedrijfsopbrengsten. Met uitzondering van
de post afschrijvingen zijn de uitgaven op alle andere
posten toegenomen tijdens het afgelopen boekjaar.
jaarverslag 2005
FINANCIEEL OVERZICHT
Personeelskosten
De personeelskosten bedroegen in totaal K€ 20.141 en
komen daarmee op zowat 10% meer uit dan in 2003.
Deze stijging is in belangrijke mate toe te schrijven aan
de toename van het aantal gepresteerde VTE in 2004
(+8,4%). In totaal werd K€ 14.891 uitgekeerd aan
bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen, K€ 4.257
aan patronale bijdragen voor sociale verzekeringen, K€ 521
aan patronale premies voor bovenwettelijke verzekeringen
en ten slotte K€ 473 aan andere personeelskosten.
Balans 2004
BALANSGEGEVENS: ACTIVA
Overzicht mutaties immateriële en materiële vaste activa
K€
31-12-03
Andere bedrijfskosten
De andere bedrijfskosten bedroegen in 2004 K€ 1.063.
Zij hebben voornamelijk betrekking op:
en transfers
-
Totaal
materieel
vaste
activa
415
15.597
3.700
158
8
0
19.463
117
515
3.113
58
0
45
3.731
NBW
uitboekingen
kosten door te rekenen aan de Universiteit Gent in
het kader van de gezamenlijke oprichting van een
onderzoeksgebouw op het Technologiepark “Ardoyen”
te Gent voor een bedrag van K€ 633;
kosten door te rekenen aan andere entiteiten in
het kader van gemeenschappelijke acties voor
een bedrag van K€ 199;
diverse belastingen voor een bedrag van K€ 214;
andere diverse posten voor een bedrag van K€ 17.
Vaste
activa
in
aanbouw
Balans per
Toevoegingen
-
Immateriële Terreinen Installaties, Meubilair Leasing
vaste
en
machines
en
activa
gebouwen en
rollend
uitrusting materieel
Afschrijvingen
0
0
-970
-1
0
0
-971
-152
-792
-1.777
-35
-4
0
-2.608
380
15.320
4.066
180
4
45
19.615
Balans per
31-12-04
Immateriële vaste activa
De aankopen van immateriële vaste activa beliepen in totaal
K€ 117. Dit betreft investeringen in software voor zowel
administratieve, in het bijzonder de aanschaf van een
intranet-systeem voor de ondersteuning van het
personeelsbeleid (E-HR), als laboratoriumtoepassingen.
FINANCIËLE OPBRENGSTEN EN KOSTEN
Materiële vaste activa
De financiële opbrengsten beliepen K€ 695 bestaande
uit ontvangen interesten voor een bedrag van K€ 673
en K€ 22 positieve wisselresultaten. De rente-inkomsten
liggen in lijn met de inkomsten in 2003 (+1%).
De bijzonder lage rentevoeten maakten het niet mogelijk
om meer inkomsten te realiseren op basis van
de gemiddeld hogere kaspositie t.o.v. het vorig boekjaar.
De financiële kosten beliepen K€ 464 of K€ 204 meer dan
vorig jaar. De stijging is integraal toe te schrijven aan de
rentelasten verbonden aan de lening voor de financiering
van het VIB-aandeel in het nieuwe onderzoeksgebouw op
het Technologiepark Ardoyen te Gent. In tegenstelling tot
vorig jaar drukken de kosten nu voor een vol jaar op het
resultaat van het boekjaar (in 2003 was dit slechts voor een
periode van 3 maanden). De financiële kosten kunnen
worden samengevat als volgt:
- K€ 50 rente aangerekend op de erfpachtovereenkomst
met de UGent voor de kavel waarop de bio-incubator
werd opgetrokken;
- K€ 350 toegerekende interesten op de langetermijnlening die werd aangegaan voor de financiering van
het VIB-aandeel van het nieuwe onderzoeksgebouw;
- Het saldo bestaat ten slotte uit bankkosten ten belope
van K€ 12 en negatieve wisselresultaten ten belope
van K€ 52.
UITZONDERLIJKE OPBRENGSTEN EN KOSTEN
De uitzonderlijke inkomsten beliepen K€ 8.
In 2004 werden geen uitzonderlijke kosten geboekt.
De investeringen in materiële vaste activa beliepen in totaal
K€ 3.731 bestaande uit:
- K€ 515 aan “terreinen en gebouwen”. Dit betreft
hoofdzakelijk de verdere afwerking van het nieuwe
laboratoriumgebouw dat in de loop van 2003 in dienst
werd genomen (K€ 505) en investeringen uitgevoerd
in andere bestaande gebouwen voor een bedrag K€ 10;
- K€ 3.113 aan “installaties, machines en uitrusting”.
Dit betreft voornamelijk investeringen in
uitrustingsgoederen bestemd voor het strategisch basisonderzoek alsook investeringsgoederen die werden
aangeschaft met het oog op de oprichting van een
nieuw start-up bedrijf (zie ook verder);
- K€ 58 aan “meubilair en rollend materieel”;
- K€ 45 aan “vaste activa in aanbouw”. Deze uitgaven
hebben integraal betrekking op de tweede bio-incubator
die in 2005 op het Technologiepark Ardoyen in Gent
zal worden opgetrokken als uitbreiding van
de bestaande infrastructuur waarin startende
biotechbedrijven kunnen worden gehuisvest.
De afschrijvingen op materiële vaste activa beliepen
in totaal K€ 2.608 en werden geboekt conform
de waarderingsregels ter zake.
Verder werd er voor een bedrag van K€ 971 aan materiële
vaste activa uitgeboekt. Dit betreft activa die werden
aangeschaft met het oog op de oprichting van een nieuw
start-up bedrijf “Peakadilly”. Deze uitrusting werd
operationeel gemaakt binnen VIB en daarna overgedragen
aan nieuwwaarde aan deze nieuwe vennootschap via een
inbreng in natura (zie ook “financiële vaste activa”).
31
De nettoboekwaarde van de materiële vaste activa op
jaareinde beliep K€ 19.615 en bleef daarmee zo goed
als ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande boekjaar
(+0,8%).
Financiële vaste activa
De boekwaarde van de financiële vaste activa beliep per
einde 2004 K€ 2.219 en is aldus gestegen met K€ 1.075.
De stijging is volledig toe te schrijven aan de participatie
die VIB verworven heeft in de nieuwe start-up Peakadilly.
Deze waarde vertegenwoordigt enerzijds een inbreng van
materiële vaste activa met een inbrengwaarde van K€ 971
en anderzijds een inbreng in geld voor een bedrag van
K€ 104. VIB verwierf hiermee 91% van het
aandelenkapitaal en deze participatie werd dan ook in
de jaarrekening opgenomen onder de post “verbonden
ondernemingen”.
Het saldo vertegenwoordigt enerzijds de participaties
die VIB bezit in de start-up-bedrijven Devgen nv,
CropDesign nv en Ablynx nv waarvan de waarde,
K€ 1.116, ongewijzigd bleef ten opzichte van het
voorgaande boekjaar en anderzijds betaalde waarborgen
voor een bedrag van K€ 28.
Handelsvorderingen en Overige vorderingen op ten hoogste 1 jaar
De handelsvorderingen per einde boekjaar bedroegen
K€ 4.731 en liggen daarmee 53% of K€ 1.630 hoger dan
per einde 2003. De verklaring hiervoor dient zowel gezocht
te worden bij de gewone handelsvorderingen die met
K€ 759 zijn gestegen of 59% (wat in lijn ligt met de
stijging van de omzet) alsook bij de verder gestegen
openstaande vorderingen op de Europese Commissie in
het kader van contractonderzoek dat VIB in opdracht
van deze laatste uitvoert. Deze vorderingen zijn met 32%
gestegen en belopen nu K€ 2.149. Verder is de post “op te
maken facturen” gestegen tot K€ 530, zijnde een stijging
met K€ 369.
De overige vorderingen beliepen op het einde van het
boekjaar K€ 5.226 wat een daling inhoudt met 11% ten
opzichte van het vorig boekjaar. De overige vorderingen
bestaan uit:
- een vordering op de UGent ten belope van K€ 1.183
in het kader van de gezamenlijke oprichting van
het nieuwe onderzoeksgebouw;
- te ontvangen subsidies voor een bedrag van K€ 2.000
voornamelijk met betrekking tot het saldo op
de basistoelage van de Vlaamse overheid voor 2004;
- een vordering op de RSZ in het kader van de Wet van
29 april 1996 ter bevordering van het wetenschappelijk
onderzoek. Deze vordering beloopt K€ 1.496 met
betrekking tot het tweede, derde en vierde kwartaal
2003;
- een voordelig saldo ten opzichte van de BTWadministratie voor een bedrag van K€ 338;
- een vooruitbetaling voor de groepsverzekering ten
bedrage van K€ 75;
- andere diverse vorderingen voor een bedrag van
K€ 134.
32
Geldbeleggingen
De beschikbare fondsen werden belegd in kortetermijnbeleggingsproducten. In totaal was er op het jaareinde
voor K€ 34.171 belegd in vastrentende effecten
uitgegeven door kredietinstellingen en K€ 1.051 op
termijn-rekeningen met een looptijd van hoogstens 1
maand.
Overlopende rekeningen van het actief
Aan actiefzijde beliepen de overlopende rekeningen in
totaal K€ 2.331. Het betreft hier verkregen opbrengsten
met betrekking tot contractonderzoek in opdracht van
de Europese Commissie ten belope van K€ 2.075.
Het saldo ten bedrage van K€ 256 vertegenwoordigt over
te dragen kosten van allerlei aard.
BALANSGEGEVENS: PASSIVA
Onbeschikbare reserves en kapitaalsubsidies
Het eigen vermogen is na toewijzing van het saldo van
het boekjaar aangegroeid tot K€ 31.580. Het bestaat nu
enerzijds uit ‘onbeschikbare reserves’ ten belope van
K€ 20.337, zijnde het saldo uit de uitbating tot op heden
en anderzijds uit ‘kapitaalsubsidies’ ten belope van
K€ 11.203.
De onbeschikbare reserves zijn met K€ 1.932 aangegroeid
in 2004. Deze toename vertegenwoordigt het integrale
batige saldo voor het boekjaar dat toe te schrijven is aan
zowel een positief operationeel, financieel en uitzonderlijk
resultaat.
Het operationele resultaat beloopt K€ 1.693.
Na het wegwerken van geplande operationele verliezen
voor zowel strategisch basisonderzoek, als voor algemeen
beheer en de uitbating van de hoogtechnologische
kernfaciliteiten met een voorziene financiering vanuit de
beschikbare reserves, blijft er een batig operationeel saldo
beschikbaar, voornamelijk voortvloeiend uit techtransfer
activiteiten en extern contractonderzoek, van K€ 1.112.
Er dient opgemerkt te worden dat het resultaat in
belangrijke mate (97%), zijnde een bedrag van K€ 1.075,
een niet kasresultaat vertegenwoordigt. Het betreft
de middelen die werden geinvesteerd in de nieuwe
start-up “Peakadilly” en die in de balans terug te vinden
zijn onder de post “verbonden ondernemingen”.
Verder wordt het operationeel resultaat nog verhoogd
met K€ 80 teruggaaf van RSZ-bijdragen voor bijkomend
tewerkgesteld onderzoekspersoneel. Het betreft hier een
aanvullende provisie voor verwachte inkomsten m.b.t.
2003. Tenslotte werd er ook K€ 501 aan inkomsten
genoteerd uit de nieuwe maatregelen ter bevordering van
het wetenschappelijk onderzoek getroffen door de federale
overheid, die voorzien dat de helft van de bedrijfsvoorheffing, verschuldigd door de onderzoeksinstellingen
vermeld in het KB van 4 mei 2004 houdende de
erkenning van de wetenschappelijke instellingen bedoeld
in artikel 385 van de programmawet van 24 december
2002, verschuldigd op de lonen van de door hen
jaarverslag 2005
FINANCIEEL OVERZICHT
tewerkgestelde onderzoekers niet moet worden doorgestort
aan de schatkist. Deze maatregel werd toegepast met
ingang van augustus 2004.
Het financiële resultaat resulteerde in een nettowinst
van K€ 231. De interestlasten in het kader van
de financiering van het nieuwe onderzoeksgebouw drukken
aanzienlijk het netto financieel resultaat.
Het uitzonderlijke resultaat tenslotte resulteerde in een
kleine winst van K€ 8 ingevolge gerealiseerde meerwaardes
op buiten gebruik gestelde activa.
Schulden op meer dan één jaar
VIB heeft in 2003 een langetermijnlening (20 jaar)
afgesloten voor een bedrag van K€ 8.000 voor de
financiering van haar aandeel in het nieuwe onderzoeksgebouw. In 2004 werd er reeds een bedrag van K€ 255
terugbetaald en verder komt er binnen het jaar een bedrag
van K€ 267 te vervallen. Aldus beloopt het saldo aan
schulden op meer dan 1 jaar per einde 2004 K€ 7.478.
Deze lening wordt integraal gewaarborgd door de Vlaamse
Gemeenschap.
De overige schulden op meer dan 1 jaar, ten belope van
K€ 1.027 bestaan uit de geactualiseerde waarde van
de toekomstige verschuldigde erfpachtvergoedingen
die VIB verschuldigd is aan de UGent in het kader van
erfpachtovereenkomst tussen VIB en de UGent voor
de kavel waarop de VIB-bio-incubator is opgetrokken.
Schulden op ten hoogste één jaar
De schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar
vervallen belopen K€ 271 waarvan K€ 267 betrekking
heeft op de hierboven vermelde lening en K€ 4 betrekking
heeft op een lange termijn leaseverbintenis die in 2005
een einde neemt.
De belastingschulden ten belope van K€ 812 betreffen
enerzijds niet- vervallen belastingschulden voor een bedrag
van K€ 754 en geraamde belastingen voor een bedrag van
K€ 58.
De schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale
lasten, ten belope van K€ 2.949 resorteren onder “andere
schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale
lasten”.
De overige schulden op ten hoogste 1 jaar beliepen
K€ 1.064. Zij vertegenwoordigen hoofdzakelijk nog
verschuldigde vergoedingen, ten belope van K€ 926,
aan andere onderzoeksinstellingen, in het kader van
EC-projecten waar VIB optreedt als project-coördinator
en verantwoordelijk is voor het beheer van de middelen
van deze projecten.
Overlopende rekeningen van het passief
Via de overlopende rekeningen van het passief worden
de tijdsverschillen tussen de inkomsten, op basis van
de waarderingsregels omtrent inkomstenerkenning,
en de bestedingen van deze middelen geneutraliseerd,
dit echter binnen de grenzen van de afgesloten overeenkomsten. De post overlopende rekeningen van het passief
ten belope van K€ 16.912, kan als volgt worden
opgesplitst:
• K€ 2.723 voor de verbintenissen die VIB aanging
in het kader van het projectmatig onderzoeksprogramma dit voornamelijk ingevolge de latere
opstart van de projecten ten opzichte van de start
van de lopende beheersovereenkomst;
• K€ 5.297 voor de realisatie van valorisatieprojecten
en de nieuwe opdrachten die werden vastgelegd in
de beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid
in het kader van technologietransfer;
• K€ 848 voor maatschappelijke opdrachten in
het bijzonder de geplande organisatie van een
tentoonstelling inzake biotechnologie en geneeskunde;
• K€ 2.769 voor departementaal strategisch
basisonderzoek voor het afwerken van lopende
projecten gefinancierd via de basistoelage;
• K€ 4.349 voor het afwerken van onderzoeksopdrachten voor derden;
• K€ 840 gefactureerde inkomsten voor projecten
die pas een aanvang nemen in 2005;
• K€ 86 toe te rekenen kosten zijnde interesten
betaalbaar op de lening die werd afgesloten ter
financiering van het nieuwe onderzoeksgebouw.
Andere Inlichtingen
•
•
•
Na het afsluiten van het boekjaar 2004 hebben er zich
tot op heden geen gebeurtenissen voorgedaan die
een belangrijke invloed hebben op de jaarrekening
van dit boekjaar.
Er doen zich verder geen omstandigheden voor die
momenteel de ontwikkeling van de vereniging
aanzienlijk kunnen beïnvloeden.
Voor een uitvoerige toelichting omtrent
de onderzoeksactiviteiten van VIB wordt er verwezen
naar het “Wetenschappelijk Jaarrapport 2005”, waarin
de onderzoeksactiviteiten en resultaten behaald in
het jaar 2004 worden beschreven.
De beheersrekeningen 2004
SITUERING
In de beheersrekeningen (zie tabel pag. 34) worden de
inkomsten en de uitgaven analytisch weergegeven op basis
van de verschillende inkomstenstromen. Het resultaat
van de beheersrekeningen is in overeenstemming met
het resultaat zoals weergegeven in de jaarrekening.
Voor het opmaken van de beheersrekeningen worden
echter andere principes gevolgd dan voor de opmaak van
de jaarrekening. Verschillen situeren zich o.a. in het vlak
van inkomstenerkenning, het in rekening brengen van
investeringskosten in plaats van afschrijvingen en het in
33
rekening brengen van vastleggingen voor budgetten die
gealloceerd zijn maar nog niet zijn uitgegeven. Voor een
uitvoerige bespreking van deze verschillen verwijzen wij
naar vroegere jaarverslagen.
In de beheersrekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen
drie financieringsstromen, meer bepaald (i) de basistoelage
die VIB als directe financiering van de Vlaamse overheid
ontvangt in het kader van de beheersovereenkomst,
(ii) de externe middelen die VIB verwerft op competitieve
basis door mededinging in internationale onderzoeksprogramma’s en inkomsten uit industrieel contractonderzoek, en (iii) de andere inkomsten die zowel een
operationeel als een financieel of uitzonderlijk karakter
kunnen hebben en die in de beheersrekeningen als een
aparte stroom gerapporteerd worden.
onderzoek werd K€ 577 vastgelegd voor lopend onderzoek
gefinancierd uit de basistoelage van de Vlaamse overheid.
Voor de techtransferactiviteiten werd een bedrag van
K€ 507 vastgelegd voor geplande initiatieven. Een bedrag
van K€ 107 werd dan weer opgenomen uit de overlopende
rekeningen voor de financiering van het projectmatig
onderzoek dat ondertussen op kruissnelheid is gekomen.
Na verrekening van de overlopende rekeningen voor
de begrotingsposten met een overschot per einde 2004
ontstaat er een globaal tekort ten belope van K€ 697.
Voor de begrotingsposten met een gebudgetteerd deficit,
in het totaal K€ 1.141, en in het bijzonder de post
algemeen beheer voor een bedrag K€ 382, het strategisch
basisonderzoek voor een bedrag van K€ 524 en de
kernfaciliteiten voor een bedrag van K€ 235, wordt
de financiering geput uit de batige saldi uit het verleden,
meer bepaald uit vroegere financiële inkomsten en
uitzonderlijke inkomsten. Voor de begrotingspost
techtransfer werd een batig saldo in winst genomen ten
belope van K€ 443. Dit batig saldo wordt toegevoegd
aan de reserves van de instelling ter financiering van
de participatie in Peakadilly N.V. Het betreft een niet-kas
winst gezien de middelen effectief de vereniging hebben
verlaten onder de vorm van de activa die werden
overgedragen aan deze vennooschap in ruil voor aandelen.
DIRECTE FINANCIERING VLAAMSE OVERHEID 2004
De beheersovereenkomst tussen de Vlaamse overheid
en VIB voorziet in een brutotoelage voor 2004 van
K€ 29.453.
De uitgaven 2004, exclusief vastleggingen, bedroegen
K€ 29.038.
De nettomutatie van de vastleggingen beliep K€ 1.112
(toevoeging). Voor het maatschappelijk luik van de
VIB-opdracht werd K€ 135 vastgelegd. Deze middelen
zullen worden aangewend voor de organisatie van een
tentoonstelling omtrent biotechnologie en geneeskunde
die gepland wordt in 2006. Voor het strategisch basis-
EXTERNE MIDDELEN
In 2004 verwierf VIB K€ 10.578 externe middelen, hetzij
een toename t.o.v. 2003 met 52%.
Beheersrekeningen VIB 2004 ('000 Euro)
Directe Financiering
Vlaamse Overheid
inkomsten
omzet
2004
Externe
Middelen
2003
2004
2003
Andere Inkomsten
& Uitgaven
2004
2003
Totaal
Werkjaar
2004
2003
0
0
8 471
5 800
0
0
8 471
5 800
29 453
28 595
2 107
1 137
581
1 907
32 142
31 640
financiële
0
0
0
0
689
699
689
699
uitzonderlijke
0
0
0
0
0
0
0
0
29 453
28 595
10 578
6 937
1 270
2 607
41 301
38 139
personeel
16 044
15 553
4 287
2 886
0
0
20 331
18 439
werking
10 287
8 401
4 475
2 414
0
0
14 763
10 815
2 155
6 105
0
-2
0
0
2 155
6 103
552
586
185
209
0
0
736
795
financiële
0
0
0
0
43
59
43
59
uitzonderlijke
0
-2 822
0
0
0
0
0
-2 822
vastleggingen
1 112
2 276
228
875
0
0
1 341
3 151
30 150
30 098
9 175
6 382
43
59
39 368
36 540
-697
-1 503
1 403
555
1 227
2 548
1 932
1 599
subsidies
totaal inkomsten
uitgaven
investeringen
afschrijvingen
totaal uitgaven
saldo
34
jaarverslag 2005
FINANCIEEL OVERZICHT
Hiervan werd K€ 8.107 gerealiseerd uit contractonderzoek met de industrie, de Europese Commissie en met
andere actoren binnen het onderzoekslandschap.
Het ter beschikking stellen van de VIB-bio-incubator aan
startende bio-hightechbedrijven resulteerde in een omzet
van K€ 364 in 2004. De omzet bedraagt aldus K€ 8.471
en is gestegen met K€ 2.671 of 46%.
Uitzonderlijk
Er zijn geen “Andere inkomsten & uitgaven” met een
uitzonderlijk karakter te rapporteren in 2004.
UITBATINGSSALDO
Het batig saldo voor het jaar 2004 beliep in totaal K€ 1.932.
Daarnaast werden er voor K€ 2.107 aan andere subsidieinkomsten gerealiseerd via diverse internationale
subsidiërende instellingen, wat een stijging met K€ 970
vertegenwoordigt ten opzichte van het vorig boekjaar,
ingevolge het succesvol meedingen naar internationale
prijzen en subsidies.
De uitgaven, exclusief vastleggingen, beliepen in totaal
K€ 8.947 t.o.v. K€ 5.507 K€ in het voorgaande jaar.
Er werd K€ 228 toegevoegd aan de vastleggingen voor
toekomstige bestedingen binnen nog lopende projecten.
Dit betekent dat de inkomsten en de uitgaven wat betreft
externe inkomsten steeds beter op elkaar afgestemd geraken.
Het saldo op de externe middelen beliep in totaal
K€ 1.403 en heeft betrekking op projecten die volledig zijn
afgewerkt. Dit saldo blijft beschikbaar via de reserves voor
onderzoek binnen de betreffende departementen. Er dient
echter te worden opgemerkt dat dit batig saldo ten belope
van K€ 631 uit nietkasmiddelen bestaat. In analogie
met de winst die werd genoteerd onder de post
techtransfer (directe financiering Vlaamse overheid) zijn
deze middelen gebruikt voor de aanschaf van activa voor
de start-up Peakadilly. Deze activa werden ook
overgedragen aan deze vennooschap in ruil voor aandelen.
ANDERE INKOMSTEN EN UITGAVEN
Operationeel
De andere operationele inkomsten ten belope van K€ 581
werden gegenereerd enerzijds, voor een bedrag van K€ 80,
via de recuperatie van werkgeversbijdragen voor sociale
zekerheid op bijkomend aangeworven wetenschappelijk
personeel in het kader van de wet van 29 april 1996
ter bevordering van het wetenschappelijk onderzoek,
en dit nog met betrekking tot het werkingsjaar 2003
en anderzijds, voor een bedrag van K€ 501, via toepassing
van het KB van 4 mei 2004 houdende de erkenning van
de wetenschappelijke instellingen bedoeld in artikel 385
van de programmawet van 24 december 2002, waarbij
deze instellingen kunnen genieten van een lastenverlaging
door het niet doorstorten van de helft van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de lonen van de door hen
tewerkgestelde onderzoekers.
Financieel
De financiële inkomsten beliepen in totaal K€ 689.
De financiële lasten beliepen in totaal K€ 43.
Het financieel saldo, dat uitsluitend betrekking heeft op
niet aan de verschillende operationele begrotingsposten
toegewezen kosten en opbrengsten, bedroeg aldus K€ 646.
Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten
op 31 december 2004 gericht tot de leden van het Vlaams
Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie vzw (VIB vzw)
Overeenkomstig de statutaire bepalingen, brengen wij U verslag uit over
de uitvoering van de controleopdracht die ons werd toevertrouwd.
Wij hebben de controle uitgevoerd van de jaarrekening van uw vereniging
zoals opgenomen op pagina’s 28 t.e.m. 33, en opgesteld onder
de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur, over het boekjaar
afgesloten op 31 december 2004, met een balanstotaal van K€ 70.471
en waarvan de resultatenrekening afsluit met een batig saldo van het
boekjaar van K€ 1.932
Verklaring over de jaarrekening zonder voorbehoud
Onze controles werden verricht overeenkomstig de Belgische controlenormen, uitgevaardigd door het Instituut der Bedrijfsrevisoren. Deze
beroepsnormen eisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en
uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat
de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat, rekening
houdend met de Belgische wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften
met betrekking tot de jaarrekening.
Overeenkomstig deze normen hebben wij rekening gehouden met
de administratieve en boekhoudkundige organisatie van de vereniging,
alsook met de procedures van interne controle. De verantwoordelijken
van de vereniging hebben onze vragen naar opheldering of inlichtingen
duidelijk beantwoord. Wij hebben op basis van steekproeven
de verantwoording onderzocht van de bedragen opgenomen in de
jaarrekening. Wij hebben de waarderingsregels, de betekenisvolle
boekhoudkundige ramingen die de vereniging maakte en de voorstelling
van de jaarrekening in haar geheel beoordeeld. Wij zijn van mening dat
deze werkzaamheden een redelijke basis vormen voor het uitbrengen
van ons oordeel.
Naar ons oordeel, rekening houdend met de wetgeving met betrekking
tot de jaarrekening, geeft de jaarrekening afgesloten op 31 december
2004 een getrouw beeld van het vermogen, van de financiële toestand
en van de resultaten van de vereniging en wordt een passende
verantwoording gegeven in de toelichting.
Bijkomende verklaringen
Wij vullen ons verslag aan met de volgende bijkomende verklaringen
die niet van aard zijn om de draagwijdte van onze verklaring over
de jaarrekening te wijzigen:
• Het jaarverslag stemt overeen met de jaarrekening;
• Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, wordt
de boekhouding gevoerd en de jaarrekening opgesteld
overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1976
met betrekking tot de jaarrekening;
• Wij dienen U geen enkele verrichting of beslissing mede te delen
die in overtreding met de statuten of de wetgeving op de VZW zou
zijn gedaan of genomen.
25 maart 2005
De commissaris
PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren
Vertegenwoordigd door
Raf Vander Stichele
Bedrijfsrevisor
35
Organisatie
Raad van bestuur
Dr. Hugo Van Heuverswyn
Prof. dr. Freddy Adams
voorzitter
ondervoorzitter (tot en met 5 juli 2004)
Prof. dr. Roger Bouillon
Prof. dr. Marc De Clercq
Dr. Bernard Convent
Prof. dr. ir. Jan Cornelis
Prof. dr. André De Leenheer
Prof. dr. ir. Bart De Moor
Dr. Michèle Oleo
Prof. dr. ir. André Oosterlinck
De heer Gerard Van Acker
Prof. dr. Dirk Van Dyck
Dr. Albert Van Loo
Dr. ir. Staf Van Reet
bestuurder
bestuurder
bestuurder
bestuurder
bestuurder, ondervoorzitter vanaf 6 juli 2004
bestuurder
bestuurder
bestuurder
bestuurder
bestuurder (vanaf 6 juli 2004)
bestuurder
bestuurder
Dr. Gil Beyen
De heer Toon Tessier
regeringscommisaris
regeringscommisaris
Directiecomité
Dr. Jo Bury
Dr. Rudy Dekeyser
Prof. dr. Frans Van Roy
Prof. dr. Dirk Inzé
Prof. dr. Désiré Collen
Prof. dr. Guido David
Prof. dr. Lode Wyns
Prof. dr. Danny Huylebroeck
Prof. dr. Christine Van Broeckhoven
Prof. dr. Joël Vandekerckhove
Prof. dr. Johan Thevelein
De heer Wim Goemaere
algemeen directeur
vice-algemeen directeur
wetenschappelijk directeur departement voor moleculair biomedisch onderzoek
wetenschappelijk directeur departement planten systeembiologie
wetenschappelijk directeur departement transgene technologie en gentherapie
wetenschappelijk directeur departement menselijke erfelijkheid
wetenschappelijk directeur departement moleculaire en cellulaire interacties
wetenschappelijk directeur departement ontwikkelingsbiologie
wetenschappelijk directeur departement moleculaire genetica
wetenschappelijk directeur departement medisch proteïne onderzoek
wetenschappelijk directeur departement moleculaire microbiologie
financieel directeur
Staff (hoofdkantoor)
Dr. Karine Clauwaert
Ir. René Custers
Mevrouw An Debbaut
Dr. Chris De Jonghe
Dr. Jan Demolder
Dr. Dirk Iserentant
Dr. Philippe Jacobs
Mevrouw Marijke Lein
Dr. Lieve Ongena
De heer Emil Pot
Dr. Ann Van Gysel
Dr. Mark Veugelers
36
licensing manager
regulatory affairs and technology assessment manager
manager biotechnetwerk
licensing manager
invention analyst
invention analyst
technology protection manager
personeelsmanager
wetenschappelijk directiemedewerker
business development manager
communicatiemanager
integratiemanager (vanaf 1 augustus 2004)
Antwerpen
Leuven
VIB Hoofdkantoor
Rijvisschestraat 120, 9052 Gent
Dept. Moleculaire Genetica
UA
Gebouw T, 5de verdieping
Universiteitsplein 1, 2610 Antwerpen
Dept. Transgene Technologie
en Gentherapie
K.U.Leuven
Onderwijs en Navorsing, bus 912,
9de verdieping
Campus Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
Dept. voor Moleculair Biomedisch
Onderzoek
UGent
UGent-VIB-Onderzoeksgebouw FSVM
Technologiepark 927, 9052 Gent
Genetische Analyse Service Faciliteit
UA
Gebouw T, 5de verdieping
Universiteitsplein 1, 2610 Antwerpen
Dept. Planten Systeembiologie
UGent
UGent-VIB-Onderzoeksgebouw FSVM
Technologiepark 927, 9052 Gent
Brussel
Dept. Medisch Proteïne Onderzoek
UGent
Albert Baertsoenkaai 3, 9000 Gent
Dept. Moleculaire en Cellulaire
Interacties
VUB
Gebouw E
Pleinlaan 2, 1050 Brussel
Laboratorium voor Moleculaire
Kankerbiologie
UGent
UGent-VIB-Onderzoeksgebouw FSVM
Technologiepark 927, 9052 Gent
SWITCH Laboratorium
VUB
Gebouw E
Pleinlaan 2, 1050 Brussel
Proteïne Service Faciliteit
UGent
UGent-VIB-Onderzoeksgebouw FSVM
Technologiepark 927, 9052 Gent
Nanobody Service Faciliteit
Gebouw E
Pleinlaan 2, 1050 Brussel
Bio-incubator
Technologiepark 4, 9052 Gent
Dept. Menselijke Erfelijkheid
K.U.Leuven
Onderwijs en Navorsing, bus 602,
6de verdieping
Campus Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
VIB locaties
Gent
Dept. Ontwikkelingsbiologie
K.U.Leuven
Onderwijs en Navorsing, bus 812,
8ste verdieping
Campus Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
Dept. Moleculaire Microbiologie
K.U.Leuven
Kasteelpark Arenberg 31, 3001 Leuven
Laboratorium voor Ontwikkelingsgenetica
Onderwijs en Navorsing, bus 602,
prefablaboratorium
Campus Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
Microrooster Faciliteit
Onderwijs en Navorsing, bus 816,
8ste verdieping
Campus Gasthuisberg
Herestraat 49, 3000 Leuven
Antwerpen
Gent
Leuven
www.vib.be
STEFANO RUSSO DESIGN
Brussel
VIB, het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, is een onderzoeksinstituut waar
800 wetenschappers gentechnologisch onderzoek verrichten in domeinen van de levenswetenschappen,
zoals menselijke gezondheidszorg en planten systeembiologie. Door een partnerschap met vier Vlaamse
universiteiten (UGent, K.U.Leuven, UA, VUB) bundelt VIB de krachten van 60 onderzoeksgroepen uit
negen universitaire wetenschapsdepartementen in èèn enkel instituut.
VIB behandelt alle aspecten van technologie transfer. VIB bouwt aan een portfolio van octrooien rond
nieuwe ideeën en vindingen, richt start-ups op en werkt samen met talrijke bedrijven in binnen- en
buitenland. VIB exploiteert eveneens een incubator ten behoeve van nieuwe biotechbedrijven.
VIB biedt wetenschappelijk onderbouwde informatie aan ter ondersteuning van een maatschappelijk
debat rond biotechnologie. Hiervoor ontwikkelde VIB verschillende middelen voor specifieke
doelgroepen, zoals politici, pers, studenten en een breed publiek. VIB verstrekt hen informatie over
biotechnologie en plaatst de beschouwingen en bedenkingen van de verschillende betrokkenen
in een bredere context.
VIB
Vlaams Interuniversitair Instituut
voor Biotechnologie
Rijvisschestraat 120
9052, Gent, België
Tel. +32 9 244 66 11
Fax +32 9 244 66 10
E-mail: [email protected]
Web: www.vib.be

Vergelijkbare documenten

Schering-Plough/Organon renews RadarScreen license from reMYND

Schering-Plough/Organon renews RadarScreen license from reMYND Woord vooraf van de algemene directie 2004 was voor VIB een belangrijk jaar. We zijn halfweg de beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid (20022006) en het instituut is op volle kruissnelheid ge...

Nadere informatie