van mammoet tot maaswaal

Commentaren

Transcriptie

van mammoet tot maaswaal
Van Mammoet tot Maaswaal
va n ma m mo e t tot ma as wa a l
Waarin wordt uitgelegd hoe drie scholen van verschillende
signatuur en samenstelling in een woelig tijdsgewricht
proberen met vallen en opstaan samen te smelten tot
één bloeiende scholengemeenschap.
terugblik bij het 12½ jarig bestaan van het maaswaal college
1
Van Mammoet tot Maaswaal
VOORWOORD
Het tienjarig bestaan van het Maaswaal College was
de directe aanleiding tot het initiatief om de
oorsprong van het Maaswaal College bloot te leggen
en de inhoudelijke rijkdom van haar
rechtspositionele voorgangers te etaleren met alle
daarbij behorende successen en teleurstellingen
Bevlogenheid, creativiteit, visie gepaard gaande
met ongebreidelde energie en innovatief vermogen
maar ook onbegrip, waan van de dag, weinig
consistent overheidsbeleid, gebrek aan draagvlak
èn civiel effect kenmerken de omgeving waarbinnen
de Maaswaal scholen avant la lettre: de Klokkenberg, de Scholengemeenschap Wijchen en het
Dukenburg College hun onderwijskundige ontwikkelingen vorm hebben gegeven.
Drie pioniers uit die tijd, oud medewerkers:
Kees van de Wiel, Anton Meeuwsen en Kees Bos,
werkveld- en ervaringsdeskundigen uit de toenmalige praktijk aanvaardden de opdracht om het
Maaswaal verleden op - en terug te halen, te
omlijsten met passende teksten en te garneren met
de nodige commentaren.
Het resultaat ligt nu voor ons. Boeiend, herkenbaar
en lezenswaardig zeker voor hen die daadwerkelijk
betrokken zijn geweest bij de vormgeving van dit
stuk onderwijsgeschiedenis. Gegoten in een
treffende lay-out en gelardeerd met beelden die het
tijdsbeeld weer doen herleven en van de kenmerkende accenten voorzien. Het geheugen wordt
opgefrist en vele herinneringen komen terug en
vallen op hun juiste plek.
Het overleg dat ik met hoofdscribent Kees van de
Wiel voerde was telkens uitermate plezierig en rijk
aan humor en relativering. De teksten werden door
hem persoonlijk afgeleverd zelfs in de vakantie op
het huisadres.
Mij past een dankwoord aan hem en de andere
schrijvers, tevens aan allen die hebben bijgedragen en hun medewerking hebben verleend aan de
totstandkoming van dit lustrumboek.
Aan dit lustrumboek zal over enige jaren weer een
nieuw hoofdstuk worden toegevoegd, de ontwikkelingen staan niet stil en een volgende ingrijpende
herstructurering staat op stapel.
We wensen U veel leesgenoegen.
Met verve hebben de schrijvers zich van hun taak
gekweten, de hervormers van toen, de bikkelaars,
de innovatoren hebben ook in de totstandkoming
van dit opus blijk gegeven van hun tomeloze inzet
en betrokkenheid bij het onderwijs: bleek dat in het
verleden als vormgevers en uitvoerders, nu als
geschiedschrijvers en beschouwers; wellicht voor
hen ook nodig om afstand te kunnen nemen
misschien wel af te kunnen kicken van hun levenswerk: het lustrumboek als ultiem sluitstuk van de
vervulling van hun onderwijsidealen.
Vele archieven zijn ontsloten en uitgekamd, elke
potentiële nieuwe bron is aangeboord en als
bestudeerd, het werk was soms taai maar leverde
telkens weer nieuwe invalshoeken en inzichten op
die op hun beurt weer leidden tot nadere vorsing en
studie. De oorspronkelijk ingeschatte tijd werd in
ruime mate overschreden. Uiteindelijk bleek het
noodzakelijk om een ultieme opleverdatum vast te
leggen.
H. Koolen
rector
Oktober 2005
2
Van Mammoet tot Maaswaal
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord
Deel 1
1.
2.
3.
Wat vooraf gaat.
Met de mammoet van start
Naar school in Wijchen en Nijmegen
Brede scholengemeenschappen. Deconfessionalisering
- Christelijke Scholengemeenschap “De Klokkenberg” voor mavo-lbo
- Martin Luther King wordt Scholengemeenschap Dukenburg voor mavo, havo en vwo
- Gemeenschap van scholen - Scholengemeenschap Wijchen e.o.
4.
5.
6.
7.
8.
Deel 2
9.
10.
Deel 3
11.
12.
13.
14.
Middenschool; geïntegreerd onderwijs voor 12- tot 15-jarigen.
De scholengemeenschappen naar hun hoogtepunt
Van eenmanszaak naar medezeggenschap
Dat waren nog eens tijden
De strijd om de leerlingen
Het is al fusie dat de klok slaat
Het voorspel van de fusie
De fusie op volle toeren
Maaswaal College op weg
Maaswaal College een feit
Vitaliteit geboden
Opnieuw in een stroomversnelling
Een echte Wijchense school
Slot
3
Van Mammoet tot Maaswaal
4
DEEL 1
WAT VOORAF GAAT
Van Mammoet tot Maaswaal
1. MET DE MAMMOET VAN START
Verandering in onderwijs
en samenleving niet parallel
Hoewel de samenhang van de onderwijsveranderingen met maatschappelijke ontwikkelingen nauwelijks aangetoond wordt, anders dan met
het vernoemen van de noodzaak tot opheffing van
het onsamenhangende standenonderwijs en betere
doorstroming naar opleidingen in het vervolgonderwijs, is er in de samenleving in deze periode wel
degelijk sprake van ingrijpende veranderingen,
waaraan geheel voorbij wordt gegaan. Die houding
zal enkele jaren later tot de nodige perikelen in het
voortgezet en hoger onderwijs leiden.
Geert Mak schetst in zijn boek “In Europa” (Amsterdam, maart 2004) op pagina 860 met enkele
steekwoorden in het oog springende verschijnselen
ten tijde van de invoering van de mammoetwet.
“De jaren zestig vormden een mentaliteitscrisis van
zowel de oudere als de jongere generaties. Iedereen
moest, vanuit een eigen verleden en achtergrond,
plotseling reageren op een overdonderende reeks
veranderingen. En die crisis werd ditmaal niet
veroorzaakt door een economische depressie, zoals
in de jaren dertig, maar juist het omgekeerde: een
ongekende economische groei in heel West-Europa,
een opvallende toename van vrije tijd en mobiliteit,
een onophoudelijke reeks technische vernieuwingen, een massale beschikbaarheid, voor het eerst,
van auto’s, bromfietsen en andere luxe artikelen,
een anticonceptiepil die, vanaf 1962, de seksualiteit “bevrijdde” van de last van de voortplanting,
een neergang van het Amerikaanse ideaalbeeld in
Het gehele voortgezet onderwijs gaat in de jaren
zestig op de helling om invulling te geven aan de
mammoetwet van onderwijsminister Cals. Per 1
augustus 1968 gaat het vervolgonderwijs bijna in
zijn totaliteit op de schop. Het is wennen aan de
wijziging van de namen van de veelal standgebonden scholen. Vertrouwde namen als ambachtschool of lts, mulo of ulo, hbs, lyceum, vglo, mms
verdwijnen met uitzondering van het gymnasium.
De laatste schoolsoort zal in het kader van veranderingen en vernieuwingen veelal de dans ontspringen.
Alles is gericht op uitstel van school- of beroepskeuze, gemeenschappelijke brugklassen en
bevordering van doorstroming. De sterk
industrialiserende samenleving kan het zich niet
langer permitteren talenten verloren te laten gaan
door slechte doorstromingsmogelijkheden als
gevolg van niet op elkaar afgestemde onderwijsprogramma’s. Schoolkeuzes moeten ontkoppeld
worden van de vervagende standen in de maatschappij. De in het lager onderwijs behaalde
onderwijsprestaties dienen de basis te zijn voor de
aard van de instroom in het voortgezet onderwijs,
bestaande uit onder meer lavo, drie- en vierjarig
mavo, havo, atheneum en gymnasium naast de
lager beroepsopleidingen als lto, leao en lhno.
Foto uit het begin van de twintigste eeuw
van de christelijke scholen op de Klokkenberg in Nijmegen.
5
Van Mammoet tot Maaswaal
1. MET DE MAMMOET VAN START
Vietnam, een massale opkomst van televisie en
transistorradio, waardoor jongeren van San
Francisco tot Amsterdam zich verenigd voelden in
eenzelfde levensritme.”
De mentaliteitscrisis manifesteert zich eerst en
vooral in onze universiteitssteden zoals Amsterdam
en Nijmegen en het platteland volgt schoorvoetend
en op afstand. Het onderwijs loopt in het algemeen
achter de ontwikkelingen aan, ook al zijn er sterke
verschillen tussen afzonderlijke scholen te noemen.
Zo zijn er in de jaren zeventig scholen in alle lagen
van het onderwijs, die het als hun taak zien voorop
te lopen in de wenselijke maatschappelijke
ontwikkelingen. Het onderwijs wordt als het ware
gezien als een koevoet, die de oude maatschappelijke structuren moet doen wankelen, naast het
“scholen in actie” met als doel de leerlingen te
bekwamen in het tot stand brengen van de vernieuwde samenleving.
Verreweg de meeste scholen beperken zich tot het
geven van onderwijs volgens de richtlijnen van het
ministerie van onderwijs. Er is echter nauwelijks
een school te vinden, waar niet op een of andere
wijze uitgangspunten van beleid, doelstellingen,
besluitvormingsstructuren, werkwijze in de klas,
invloed van leerlingen en ouders en onderwijsinhouden in diverse graden van heftigheid en duur
ter discussie staan.
Scholengemeenschap Wijchen 1977
(v.l.n.r. K. van de Wiel, XXX en F. van Luijk
Naarmate de samenleving meer vertrouwd raakt
met veranderingen op alle mogelijke terreinen,
komt het onderwijs in een rustiger vaarwater.
Andere problemen dienen zich dan weer aan, maar
daarover later.
In onze scholen het Dukenburg College, De Klokkenberg, Scholengemeenschap Wijchen en het Maaswaal College, is, zo zal blijken, steeds het tijdsbeeld
herkenbaar aanwezig. Alleen al daarom is het
interessant terug te blikken op de ontwikkelingen,
waarin velen van ons hebben geparticipeerd.
Scholengemeenschap Dukenburg, gebouw Lankforst 58-02 te Nijmegen.
Fietsenrally personeel (1981) met o.a. H. Davids, M. Kruip, E. Akkermans,
M. de Beijer en L. Thijssen
6
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
Den Klokkenberg:
christelijke enclave in een katholieke stad
Christelijke Scholengemeenschap De Klokkenberg Mavo -Lbo (1987)
In een villa op “den Klokkenberg”, één van de
heuvels waarop de bijna volledig katholieke stad
Nijmegen is gebouwd, staat rond 1850 een christelijke bewaarschool, een lagere school gesticht in
1844 en een afzonderlijke klas voor kwekelingen.
Men spreekt later van de christelijke “normaalschool” of de kweekschool, die zijn opleidingen aan
talentvolle leerlingen geheel of gedeeltelijk kosteloos kan aanbieden uit gelden van particulieren en
van de Vereniging van het Christelijk Nationaal
Onderwijs. Vanaf 1925 ontwikkelt zich het uitgebreid lager onderwijs aan de Klokkenberg tot een
zelfstandige school. Op de Klokkenberg zijn dan de
lagere school, het ulo en de kweekschool gevestigd;
van daaruit zal de school zich elders in de stad
gaan manifesteren. In 1951 opent de mulo het
gebouw aan de Hugo de Grootstraat.
Dat alles is de verdienste van Mr. J.J.L. van der
Brugghen, stichter en naamgever van de stichting
die al deze scholen beheert. Tot in de jaren van de
scholenfusie blijft zijn naam met respect genoemd
in samenhang met alles wat de Klokkenberg
aangaat. Vanaf 1979 is de oude “vereniging”, die
als stichting functioneert, onder de naam van
Stichting Christelijke Scholen op de Klokkenberg
voortgezet. In 1981 besluit men over te gaan tot het
oprichten van drie afzonderlijke stichtingen voor
basisschool, pedagogische academie en mavo-lbo,
die elk het recht verkrijgen om de aanduiding “De
Klokkenberg” in hun naam te voeren.
Over de stichter van de christelijke scholen in
Nijmegen schrijft Cor den Dulk, directeur van de
pedagogische academie, in de jubileumuitgave ter
gelegenheid van het 140-jarig bestaan van de
lagere school “De Klokkenberg”, dat hij een
pedagogisch klimaat voorstond, dat getypeerd is
met de trefwoorden tolerantie, bevrijding, ruimtescheppend en persoonlijkheidsvormend. Dat
klimaat heerst naar zijn mening in 1984 nog altijd.
We proeven bij Rinni Krips, adjunct-directeur van de
scholengemeenschap Klokkenberg, onder meer de
tolerantie en wederzijdse betrokkenheid, wanneer
hij op ons verzoek in zijn bijna tastbare beschouwingen de sfeer beschrijft, die dan op de ulo heerst.
“De leraar die in 1965 aan de P.C. - school voor mulo
“De Klokkenberg” benoemd werd, trof een christelijke school aan. Al bij de werving en selectie was
dat volstrekt duidelijk. Uit de personeelsadvertentie
bleek, dat van de toekomstige collega werd
verwacht dat hij/zij het P.C.- onderwijs uit overtuiging zou dienen. De directeur, de onvergetelijke
Herman Rademaker, ging er op uit om de sollicitanten te bezoeken, een proefles bij te wonen en in een
persoonlijk gesprek de nieren te proeven. De wijze
waarop hij daarbij over zijn school sprak, maakte
de sollicitant meteen enthousiast voor de in het
vooruitzicht gestelde baan.
Van de leraar werd verwacht dat hij een bijdrage
leverde aan het christelijk karakter van de school.
In elke klas werd de schooldag met gebed begonnen en beëindigd. De klassenleraar verzorgde in de
eigen klas het godsdienstonderwijs; psalmen en
gezangen werden met enige regelmaat gehoord. Het
was in die tijd niet uitzonderlijk, dat in de lerarenkamer op maandagochtend nog nagepraat werd
over de op zondag gehoorde preek. De vraag bij een
vacature was dan ook niet of er een docent van
christelijke huize benoemd zou worden, maar
Christelijke M.A.V.O.-school De Klokkenberg 1971
7
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
veeleer of hij hervormd of gereformeerd zou zijn.
Het evenwicht werd zorgvuldig nagestreefd.
“Wat is uiteindelijk het verschil?”, werd op een
morgen gevraagd. Harrie Brouwer, altijd goed voor
de vrolijke noot, had het antwoord. “Je kunt het aan
de pantalon zien,” zei hij. “Hervormd heeft een
omslag, gereformeerd niet.” Bij alle aanwezigen
bleek het te kloppen. Elke binnenkomer werd
daarna gecontroleerd. Tenslotte moest alleen de
gereformeerde Rademaker nog uit zijn kamer te
voorschijn komen om allen te groeten. Zonder
omslag.
Het groeten was een vast ritueel. Elke collega werd
elke ochtend door Herman Rademaker met een
handdruk begroet. Had je pas later op de dag je
eerste les en kwam je Herman in het gebouw tegen,
dan wist hij feilloos, dat hij je die dag nog niet
gezien had en kreeg je alsnog een hand. Het
tekende de kleinschaligheid en de saamhorigheid.
En hoewel nieuwelingen er wel eens vreemd van
opkeken, dacht men er later met weemoed aan
terug”.
Daarbij komt tevens de wijk Dukenburg in het vizier.
In februari 1968 besluit het bestuur de ulo, die dan
een leerlingenpopulatie in de drie- en de vierjarige
stroom van totaal ruim 400 leerlingen kent, tot een
zelfstandige mavo te maken met de bedoeling deze
te doen uitgroeien tot een volledige avo-vwoschool.
Het Diaconessenziekenhuis wil echter het
ulogebouw voor uitbreiding van haar verpleegruimte. Het bestuur ziet toekomst in de nieuwe wijk,
te meer omdat dan tevens het voedingsgebied van
de oecumenische S.G. Groenewoud wordt verlaten.
In de Meyhorst vestigt de Klokkenberg een
dependance voor 40 brugklas-mavo-leerlingen. In
de directe omgeving bevindt zich een jaar later ook
de r.k. school voor mavo Martin Luther King van de
stichting Hatert – Dukenburg. Kort daarna zijn de
eerste contacten op directieniveau over de verdeling van de leerlingen. Beide scholen zijn in
noodgebouwen gehuisvest en richten zich op
dezelfde categorie leerlingen. In goed nabuurschap
vindt overleg plaats, dat in de komende jaren een
ander doel zal gaan dienen: een intensievere
samenwerking.
In het archief van Nijmegen bevindt zich de nota
Scholenplanning Algemeen Voortgezet Onderwijs
Nijmegen. Een voorbereidende ambtelijke notitie
dateert al van 30 juni 1966. Het gemeentebestuur
vindt planning noodzakelijk vanwege de invoering
van de mammoetwet. Deze wet brengt mogelijkheden voor verplaatsing en samenvoeging van
scholen met zich mee. Uit de vele aanvragen voor
stichting en samenvoeging van scholen blijkt, dat er
volop beweging te verwachten valt in het voortgezet
onderwijs van Nijmegen. Daarnaast heeft de stad
grootse plannen tot renovatie van de binnenstad en
het bouwen van woonwijken aan de rand van de
stad. De reeks van verzoeken wordt op een rijtje
gezet.
Er ligt in het kader van de nieuwe onderwijswet een
verzoek van het bestuur van het Nijmeegs Lyceum
tot stichting van een scholengemeenschap bestaande uit het Nijmeegs Lyceum, de school die
later zal uitgroeien tot de Nijmeegse Scholengemeenschap Groenewoud, en de ulo van de Klokkenberg. Omdat de besprekingen tussen de betrokken
scholen op een later tijdstip vastlopen op onder
meer het al of niet opnemen van de havo-top,
voorheen de eerste leerkring van de kweekschool,
de verdeeldheid van het personeel, een sterk wijgevoel aan de bestaande mavo-school, die directeur Rademaker zelfstandig wil houden, heeft de
Klokkenberg haar plannen bij moeten stellen.
8
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
Dukenburg:
eerste woningen in uitgestrekte weilanden
Per 1 augustus 1968 wordt in de wijk Hatert met de
mavo gestart. Het ligt in de bedoeling deze met
havo en vwo uit te breiden en te vestigen in
Dukenburg. De school zal een snelle groei door
gaan maken. Er moet een nieuw team aan de slag.
Zuster Annemarie Groothaert gaat in op het verzoek
van het stichtingsbestuur Hatert-Dukenburg om in
de nieuwbouwwijk Dukenburg een middelbare
school op poten te zetten. Als directrice van een ulo
elders in Nijmegen vindt ze dit een nieuwe uitdaging.
In de eerder genoemde gemeentelijke notitie wordt
voorgesteld tot stadsdeelgewijze spreiding van
onderwijsvoorzieningen aan de periferie van de
bebouwing in de nabijheid van ringwegen. Dat acht
men vanuit verkeersbewegingen veiliger voor de
leerlingen. Deze keuze is dus niet gemaakt met het
oog op het aangaan van concurrentie met de
Scholengemeenschap Wijchen. Doordat realisatie
van avo-vwo scholen in Dukenburg en later ook in
Lindenholt samenvalt met de dringende wens van
de Scholengemeenschap Wijchen tot uitbreiding
met havo en vwo, heerst aldaar de opvatting, dat
concurrentie wel degelijk aan de orde is, temeer,
omdat haar uitbreiding in Wijchen met regelmaat in
de weg wordt gestaan door de Katholieke Schoolraad, afdeling Nijmegen. Deze organisatie is mede
verantwoordelijk voor het opstellen van de deelplannen tot stichting van r.k. scholen in de stad en
haar omgeving. Dat even terzijde.
Er zijn ver voor de invoering van de mammoetwet al
diverse verzoeken op het gemeentehuis van
Nijmegen ingediend, waaronder die van het r.k. onderwijs waarin melding wordt gemaakt van de
wens tot stichting van een scholengemeenschap
vwo-havo-mavo in de nieuw te bouwen wijk
Dukenburg. Het stichtingsbestuur, dat de naam St.
Antonius Abt draagt en reeds het kleuter- en lager
onderwijs in deze wijk onder zijn hoede heeft,
vormt zich om tot de Stichting Katholiek Onderwijs
Hatert – Dukenburg. Daarmee geeft het zijn
doelstelling bloot ook verantwoordelijkheid te
willen dragen voor het voortgezet onderwijs (vwohavo-mavo) in de wijk Dukenburg, waarvan de
eerste straten reeds zijn volgebouwd.
De cijfers worden op een rij gezet. Om vast te
stellen welk type school in een nog niet bestaande
wijk wenselijk is, wordt het opleidingsniveau van de
mannelijke beroepsbevolking als criterium gebruikt
voor het vaststellen van het toekomstig
deelnemingspercentage aan een bepaalde schoolsoort.
De eer is aan Jan Robben, conrector van de toenmalige Scholengemeenschap Dukenburg, afgekort tot
S.G.D., om kernachtig de eerste stappen van deze
school in onderwijsland onder de aandacht te
brengen. Bij gelegenheid van de studiedag op 11
februari 1983 houdt hij een voordracht ten huize
van “Ons Erf” te Berg en Dal onder de titel: “De
S.G.D. van 2CV tot Citroën BX”. Hij mag het
voltallige personeel toespreken.
“Begonnen als mavo Martin Luther King in Hatert
met drie brugklassen van tezamen 81 leerlingen en
zeven docenten, breidde de school zich snel uit tot
haar huidige proporties. Na een éénjarig verblijf in
basisschool “Albert Schweitzer” in Malvert,
vestigde de mavo zich in augustus 1970 definitief in
de huidige bouw in de Lankforst. De school telde
toen 306 leerlingen.”
Na één jaar in Hatert in enkele noodlokalen telt de
school al 185 leerlingen en wordt er tot genoegen
van bestuur en personeel ruimte gevonden in
Malvert in genoemde basisschool, die nog ruimte
over heeft. De stap naar Dukenburg is gezet.
Het aantal van 306 leerlingen waarmee het derde
jaar wordt gestart, ligt ruim boven het prognosegetal in de gemeentelijke notitie en het is dan ook
niet vreemd, dat vanaf het begin bouwperikelen aan
de orde van de dag zullen zijn.
Uit de mond van Ben Rutten, in 1969 reeds docent
aan deze Mavo, is het volgende door Anton
Meeuwsen opgetekend: “In de beginjaren 70
vinden er bijna jaarlijks uitbreidingen plaats in de
vorm van noodlokalen op de locatie in Lankforst. De
Resultaat: Dukenburg
1 9 70
1 9 75
In
str
oom brugk
Ins
troom
brugkllas
vw
o hav
o mav
o
vwo
avo
avo
11-14 24
51
21-23 40
113
tot
al
e sscchoo
olk
in
g
otal
ale
hoollbev
bevo
lkin
ing
vw
o hav
o mav
o tot
aal
vwo
avo
avo
otaal
159
221
380
417
294
500
1211
Vwo-leerlingen moeten naar Nijmegen - Zuid of West tot er voldoende leerlingen zijn.
9
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
aannemer laat, nadat een bouwput is gegraven,
betonelementen uitzetten, waarop de vloer en de
opbouw van enkele noodlokalen moeten komen te
rusten. Als alles uitgezet is, klimt Ben door een
kozijn en springt tussen de elementen in de
bouwput. Tot zijn verrassing beweegt de grond
onder hem, alsof hij zich op een cakewalk op de
Nijmeegse kermis bevindt. Samen met zijn broer
Frans onderzoekt hij dit vreemde verschijnsel en ze
komen tot de conclusie dat de aannemer een flink
pak veen heeft laten zitten. Vanaf dit moment
worden de broers aangeduid als de gebroeders
Bever en de verschillende schoolgebouwen hebben
er hun voordeel mee gedaan.”
Uit die periode dateert terecht zijn benoeming tot
staf docent met als speciale taak zich met bouwzaken bezig te houden. Later zullen we vaststellen,
dat hij dat met enthousiasme en deskundigheid
uitvoert tot en met de laatste dag van zijn
onderwijsloopbaan. Iedereen, inclusief Ben, rekent
er in 1970 op, dat binnen enkele jaren permanente
nieuwbouw gerealiseerd zal worden. Het duurt nog
dertien jaar voor het zover is.
Directie Scholengemeenschap Dukenburg (1978) v.l.n.r. Taede de Boer, André Latta, Jan Robben, Annemarie Groothaert, Ben Rutten en Dick Dekker
10
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
Wijchen: ambities van een burgemeester met visie
In een voorbereidende vergadering op 8 januari
1968 op het gemeentehuis onder bezielend
voorzitterschap van burgemeester Van Thiel met de
directeuren van de plaatselijke scholen van
voortgezet onderwijs, diverse inspecteurs, een
vertegenwoordiger van het ministerie en wethouder
Janssen, worden duidelijke doelstellingen geformuleerd.
Terwijl inspecteur nijverheidsonderwijs Evers zich in
deze vergadering nog afvraagt wat het nut van een
scholengemeenschap is, geeft Van Thiel een pittige
definitie daarvan. De mogelijkheid die de mammoetwet biedt, dient naar zijn stellige visie een
gemeenschappelijk brugjaar, een éénhoofdige
leiding en één schoolbestuur op te leveren.
Correctie van een eerder gedane schoolkeuze is
naar zijn mening dan nog mogelijk. Hij deelt nog
mede dat er negen brugklassen lbo en drie klassen
ulo in Wijchen functioneren.
Van Thiel verwijst naar een eerder overleg, waarin
de inspecteur van het ulo-onderwijs, de heer
Ackermans, een duidelijke uiteenzetting heeft
gegeven over de voordelen en inrichting van brede
scholengemeenschappen. De inspecteur zal
deskundig, inspirerend en krachtig bijdragen aan
de uitbouw van de Scholengemeenschap Wijchen.
De burgemeester stelt voor te komen tot het vormen
van een commissie, die de stichting van de gewenste scholengemeenschap gaat voorbereiden.
Vier directeuren en vier vertegenwoordigers van de
besturen gaan “de organisatie en programmering
van de scholengemeenschap, de voorlichting aan
de ouders en de onderwijskundige vormgeving van
de brugklas” nader uitwerken. De burgemeester zal
het initiatief houden en het proces van nabij sturen.
In augustus 1968 gebeurt er in Wijchen wat ook
elders in het land gebeurt. De ulo wordt mavo (=
middelbaar algemeen voortgezet onderwijs), de
technische school wordt lto (= lager technisch
onderwijs) en behoudt nagenoeg haar naam, de
huishoudschool noemt zich voortaan lhno (= lager
huishoud- en nijverheidsonderwijs) en het vglo gaat
vorm geven aan het leao (= lager economisch en
administratief onderwijs). Van het overleg dat zich
voornamelijk op het gemeentehuis afspeelt en van
de ingestelde commissie ter voorbereiding van de
brede scholengemeenschap wordt in het Wijchense
onderwijsveld nauwelijks notitie genomen.
Dat blijkt onder meer uit opmerkingen van Theo
Clemens, docent en adjunct-directeur van de mavo
Sint-Bonaventura en later waarnemend directeur
van de scholengemeenschap. Van het streven van
Eind jaren zestig gaan stromen leerlingen op
diverse locaties in Wijchen naar het voortgezet
onderwijs. De goed georganiseerde gemeentelijke
technische school voor dag- en avondonderwijs,
bezocht door ruim 200 leerlingen op de dagschool,
biedt opleidingen voor bouw en metaal. Met
vreugde en trots geniet men van de nieuwbouw aan
de Oosterweg, waarnaar jaren is uitgezien en
waarin het hele team zijn inbreng heeft gehad. Het
team van de zelfstandige ulo St. Bonaventura aan
de Lijsterbesstraat verzorgt het onderwijs aan 280
leerlingen. De huishoudschool van de NCB aan de
Ravensteinseweg, Sancta Anna, biedt in een
gemoedelijke sfeer gedegen opleidingen voor zo’n
160 meisjes en het vglo (= voortgezet gewoon lager
onderwijs), Sancta Maria aan de Graafseweg in
Alverna, vormt zich om tot een leao-school en
neemt ongeveer 80 leerlingen voor zijn rekening. De
landbouwschool aan de Balgoyseweg is dan reeds
opgeheven. Voor hbs, mms en gymnasium zijn
leerlingen op Nijmegen aangewezen.
Al meer dan tien jaren gaan jongens van de ulo naar
de lts om handenarbeidlessen te volgen en ulomeisjes naar huishoudschool Sancta Anna voor
lessen in koken en naaldvakken. Van samenwerking
tussen de scholen is dan nog geen sprake; zelfs niet
van enige affiniteit.
Vanaf 1967 worden op het gemeentehuis in de
geest van de mammoetwet al plannen gesmeed om
te komen tot een brede scholengemeenschap,
waarin alle bestaande scholen van Wijchen op
zullen gaan en de ontbrekende scholen zoals havo
en atheneum of gymnasium op termijn verworven
worden. Dat laatste is al een lang bestaande
Wijchense wens.
burgemeester Van Thiel
11
Van Mammoet tot Maaswaal
2.
NAAR SCHOOL IN WIJCHEN EN NIJMEGEN
Gebouw Lijsterbesstraat in de vijftiger jaren
invloed uit op de dagelijkse werkzaamheden. Te
meer omdat het NCB-bestuur de kat uit de boom
kijkt en een jaar later dan de andere scholen in de
scholengemeenschap opgaat. Men vindt het
jammer, dat de zelfstandige, kleinschalige opleiding gaat verdwijnen.”
Zuster Ingrid van het leao herinnert zich van de
periode van de voorbereidingscommissie slechts,
“dat er veelal verschil van mening heerste. Van
echte samenwerking was geen sprake. Belangen
werden veilig gesteld. Deze situatie beloofde weinig
inspiratie en binding bij het personeel.”
het gemeentebestuur om eerder een hbs in Wijchen
te realiseren, weet hij alleen te vertellen, dat er
pogingen zijn gedaan om in augustus 1968 het op
te heffen gymnasium van Megen naar Wijchen te
halen. De inspanningen van burgemeester Van
Thiel, om zo spoedig mogelijk tot een brede
scholengemeenschap te komen, zijn bij Theo dan
nauwelijks bekend. Met de voorbereiding van de
scholengemeenschap heeft hij niets van doen
gehad; laat staan dat hij op de hoogte was van het
bestaan van de eerder genoemde voorbereidingscommissie. “Daar hield directeur Vogten zich weinig
geïnspireerd mee bezig. In de periode van de eerste
stappen van het realiseren van de scholengemeenschap werd het personeel van de mavo in de
wandelgangen bijgepraat.”
Lts-docent Wim Vonk aan het woord: “We werden
geïnformeerd in de wandelgangen, maar in de
besluitvorming is het team nooit betrokken. Toen
het beklonken was, werd het personeel ingelicht.”
Toos Rovers, directeur van Sancta Anna, zegt het
weer anders. “Van de aanstaande fusie gaat weinig
En toch, er gaat veel gebeuren
In alle scholen die 25 jaar later in het Maaswaal
College zullen opgaan, staan ingrijpende ontwikkelingen te wachten. Een aantal daarvan zal heel
fundamenteel en mogelijk ook spectaculair zijn.
Andere tonen kenmerken van geleidelijkheid en
wijken niet af van wat elders in het voortgezet
onderwijs plaats gaat vinden.
12
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
De Klokkenberg (gebouw Zwanenveld 1989)
Geheel in de geest van de mammoetwet wordt in
onze scholen gewerkt aan het vormen van scholengemeenschappen, bestaande uit schoolsoorten, die
ook zelfstandig kunnen functioneren. Naarmate
men op basis van een onderwijskundige en/of
pedagogische visie meer uiteenlopende schoolsoorten samenbrengt, is er een veelvoud van problemen
van verschillende aard en oorsprong te overwinnen.
De gemeenschappelijke brugklassen vormen het
onderwijskundige probleem. Naarmate de brugklas
heterogener is samengesteld, wordt het probleem
omvangrijker. Docenten zijn opgeleid om op één,
hooguit twee niveaus gelijktijdig onderwijs te
geven, waarbij in het algemeen onderwijs- en
leermiddelen in de vorm van methodieken ten
dienste staan. Men streeft ieder op zich of in
samenwerking met andere scholen oplossingen na
en is daarbij vaak aangewezen op collegiale
inspiratie, werkkracht en op literatuur vanuit de
pedagogische centra, zoals daar zijn het Christelijk
(CPS), Katholiek (KPS) en Algemeen Pedagogisch
Centrum (APS). Deze hebben de krachten gebundeld in de vereniging van Landelijk Pedagogisch
Centrum(LPC). De invloed van deze centra is
nauwelijks structureel terug te vinden in de onderwijskundige ontwikkelingen binnen onze scholen,
al wordt met regelmaat een beroep op hen gedaan,
evenals op de bestaande lerarenopleidingen. De
noodzakelijke bijscholing vindt veelal incidenteel
en op vrijwillige basis plaats.
Naast het geven van onderwijs moet het schoolsysteem met heterogene brugklassen en/of een
geïntegreerd tweede leerjaar ook in staat zijn de
leerlingen te selecteren voor de te behalen categoriale diploma’s. De noodzakelijke instrumenten
daartoe zijn praktisch allemaal “uitvindingen” van
de scholen zelf.
Met de verschillen in samenstelling van de brugklassen of de brugperiode binnen onze scholen
zullen we op beide terreinen een diversiteit aan
probleemhanteringen aantreffen.
oog heeft laten vallen op het gebouw aan de Hugo
de Grootstraat. De drang om met de mavo in zijn
totaliteit naar de nieuwe wijk te gaan wordt daarmee versterkt. Wanneer dan bovendien nog de
Christelijke Boeren- en Tuindersbond het bestuur
benadert voor de stichting van christelijk lager
beroepsonderwijs in de vorm van een lhno en een
lts, wordt de druk alleen maar verhoogd. Deze bond
ontdekt een witte vlek in het christelijk onderwijs
puur op basis van de zuilengedachte, waaraan men
rechten kan ontlenen. Er is feitelijk onder de ouders
en leerlingen geen uitgesproken behoefte aan
christelijk lbo-onderwijs. Er zijn in Nijmegen al meer
dan voldoende voorzieningen voor deze leerlingen.
De Klokkenberg is de enige school waar de bond
een beroep op kan doen.
Hoe om te gaan met de nieuwe loot aan het
christelijke onderwijs? Wanneer dan binnen de
schoolleiding en het personeel de discussie plaats
vindt of er overgegaan moet worden tot het vormen
van een scholengemeenschap of dat naast de mavo
een aparte lbo-school gesticht moet worden en men
niet tot een eensluidend voorstel komt, hakt het
bestuur de knoop door. Het redeneert als volgt:
“Wanneer wij het niet doen, springt een ander in dit
gat” en “omdat vorming van scholengemeenschap-
Christelijke Scholengemeenschap
“De Klokkenberg” voor mavo-lbo
Tot het jaar 1976 ontwikkelt zich de mavo zowel in
het hoofdgebouw aan de Hugo de Grootstraat als
op de dependance aan de Meyhorst. De laatste
profiteert van de voorspoedige uitgroei van de wijk
Dukenburg.
We weten nog, dat het diaconessenziekenhuis
driftig naar uitbreidingsmogelijkheden zoekt en zijn
13
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
gevolg van de groei van de schoolpopulatie komen
er veel docenten bij, die integratie voorstaan. De
drijvende krachten komen uit de voorstanders van
de scholengemeenschap. Goede vakdocenten
dwingen respect af. “Behalve dat ze in de brugjaren
het vak algemene technieken moesten opzetten,
kregen ze ook tot taak de praktijklokalen in te
richten en het beroepsonderwijs vorm te geven. Dat
ze daarnaast nog in staat bleken het mentoraat voor
hun afdeling op zich te nemen en aan collega’s
duidelijk probeerden te maken hoe met hun
leerlingen om te gaan, dwong veel respect af,”
aldus Rinni.
Henk Wijnands, docent en decaan aan de mavo en
later directeur van 1980 tot 1989 aan de mavo-lbo
scholengemeenschap, is belast met het voorbereiden van de vestiging van deze scholengemeenschap, zo mogelijk in nieuwbouw. Er is dan sprake
van inspanningen om samen met de mavoschool
“Martin Luther King” te gaan bouwen aan de
Streekweg.
pen “in” is, is dit het goede moment voor integratie
van lbo en mavo.”
Op 9 februari 1976 richt de “Vereniging Christelijke
Normaalschool op den Klokkenberg” een brief aan
de besturen van scholen voor lager beroepsonderwijs in Nijmegen en omgeving. “Het verheugt ons U
te kunnen bevestigen, dat wij bij aanvang van het
schooljaar 1976/77 een begin kunnen maken met
Christelijk beroepsonderwijs in Dukenburg”. De te
stichten scholen voor lhno en lto zullen dan voor
leerlingen van de eerste klassen worden opengesteld. “Deze scholen zullen met de Chr. Mavo “De
Klokkenberg” een scholengemeenschap mavo/lbo
vormen. Wij verklaren ons gaarne bereid tot goed
overleg.” Was getekend, het bestuur. In een zeer
correcte brief stelt deze school zich voor en zal ook
tot een goed samenspel met de andere scholen
komen.
De onrust onder de Nijmeegse scholen voor lts is
dan al een feit. Bovendien is binnen De Klokkenberg verdeeldheid merkbaar. Rinni Krips: “Er is
enthousiasme voor de onderwijskundige uitdaging
naast absolute afwijzing vanuit de tegenstelling
mavo versus lbo. Dat laatste manifesteert zich
vooral wanneer de mavo nog op de Meyhorst zit en
het lbo op Zwanenveld van start gegaan is.” Als
Het wordt Zwanenveld
Naar de mening van het bestuur en de schoolleiding van De Klokkenberg is realisatie van deze
bouw echter veel te ver weg gezien de plaats op het
scholenbouwplan van het ministerie van onderwijs;
vele jaren na de Scholengemeenschap Dukenburg
(SGD) Er moet een deugdelijke oplossing gevonden
worden. De snelle uitgroei van de dependance in de
Meyhorst, de op handen zijnde uitbreiding met lbo
en de verhuizing van de hoofdvestiging maken het
noodzakelijk, de verwachte lange procedure voor de
bouw aanmerkelijk te verkorten.
Omdat op de basisscholen het aantal leerlingen
vanwege de “pilknik” sterk gaat afnemen heeft het
bestuur haast met het neerzetten van de nieuwe
onderwijsvormen aan hun school.
Men wil het dan nog grote leerlingenpotentieel
benutten om de lbo-opleidingen goed te vullen en
vorm te geven. De bedreiging, onder meer gelegen
in het te omvangrijke aantal lbo-scholen in
Nijmegen en de te verwachten terugloop van het
aantal leerlingen, is het meest effectief te bestrijden
door een goede naam op te bouwen met gedegen
opleidingen.
De mogelijkheid van het betrekken in 1978 van een
bestaand onderwijsgebouw aan het Zwanenveld
wordt met beide handen aangegrepen. Het gebouw
is in gebruik bij het Streekcentrum, een laatste
overblijfsel van een onderwijsvorm voor volwasse-
Henk Wijnands, docent en decaan aan de mavo en later directeur (1989)
14
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
nen. Het aantal leerlingen is marginaal en wisselt
zeer sterk. Velen beginnen aan een leerjaar en
maken het lang niet altijd af. Bij het ministerie
wordt aangedrongen op toewijzing van dit gebouw
aan De Klokkenberg. In 1978 wordt het met een
terrein dat uitbreiding mogelijk maakt eigendom
van de school.
Een omvangrijk pakket aan lbo-onderwijsprogramma’s moet gestalte gegeven worden en dan
dient een deugdelijk onderwijsgebouw beschikbaar
te zijn. Het zal nog een fikse uitbreiding van het
gebouw ter plaatse vragen, alvorens naast de mavo
(drie- en vierjarig), bouwtechniek, consumptieve en
metaaltechniek van het lto enerzijds en anderzijds
de praktijkvakken van het lhno zoals huishoudkunde, gezondheidskunde, textiele werkvormen
naast kantoor-, winkelpraktijk en machineschrijven
een plek geboden kan worden. Gelukkig wordt er
met de brugklas gestart en is er nog een tweetal
jaren beschikbaar alvorens de ruimteverslindende
praktijkvakken gegeven moeten worden. Maar twee
jaar zijn snel voorbij. Daar komt nog bij, dat de
school aanvankelijk bijna explosief groeit.
“Met ingang van de nieuwe cursus hopen we de
uitbreiding in Zwanenveld 43-01 gerealiseerd te
hebben.” Aldus luidt de tekst in een advertentie in
De Brug van 9 maart 1979 ten behoeve van het
aanmelden van leerlingen voor het schooljaar
1979-’80. Dan kan ook het gebouw aan de Meyhorst
verlaten worden.
Uitstel van de bouw aan de Streekweg wordt afstel,
wanneer het ministerie besluit het gebouw Zwanen-
DECONFESSIONALISERING
veld als permanente huisvesting van De Klokkenberg aan te merken.
Beleidskeuzes worden gemaakt
Heterogene brugklassen
De scholengemeenschap voor mavo-lbo kan van
start. “Het geheel past in het politieke plaatje van
die tijd,” aldus Henk Wijnands. Besloten is met een
brugklas lbo-mavo te starten. In onderwijsland,
zeker binnen de scholengemeenschappen, is het
vorm geven aan de middenschool het gesprek van
de dag. Dit troetelkind van het kabinet Den Uyl,
waarover minister Jos van Kemenade de discussie
stevig aanzwengelt, staat geheel in het teken van
“gelijke kansen voor iedereen”. Een brede scholengemeenschap van lbo-mavo-havo-vwo met een
meerjarige brugperiode vormt de kern van de
middenschool.
Dirk van de Pasch, leraar bouwtechniek en handenarbeid, komt de gelederen versterken in 1977 bij de
start van het tweede leerjaar. De verlengde brugperiode lbo-mavo is dan nog geen feit. Hij, adjunct
directeur geworden in 1978, zal zich ongetwijfeld
positief uitspreken op grond van zijn ervaringen.
Dirk formuleert het kernachtig. “De school kiest
voor het cursusjaar 1982-1983 definitief voor de
tweejarige brugperiode.De middenschooldiscussie
heeft daarin een rol gespeeld. Veel studiedagen
worden bezocht en aan samenwerkingsverbanden
wordt meegedaan. Er wordt aandacht gegeven aan
differentiëren binnen klassenverband; het DBK –
model
docentenvergadering De Klokkenberg 1980
15
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Diplomauitreiking De Klokkenberg (+1989)
en uitstel van keuze. De algemene vorming moet
breder en beter. Er waait een wind door het land en
iedereen wordt meegezogen. De praktijkvakken
krijgen echter te weinig aandacht.”
Opnieuw Dirk aan het woord: “In het tweede
leerjaar van het lbo moet het nieuwe vak algemene
technieken worden ingevoerd. De accommodatie op
het Zwanenveld bestaat uit één groot leeg lokaal. Ik
moet dat vak gaan geven aan vijf tweede klassen en
mag dat helemaal zelf gaan ontwikkelen. Ik mag zelf
bepalen wat er allemaal aan materialen nodig is en
overleg daarover met adjunct Rinni Krips en
handenarbeidcollega Mari van de Anker.”
Dirk laat de leerlingen werkstukken maken die
ontleend zijn aan een opdrachtenmap van het KPC.
Deze map bevat zelfredzaamheidopdrachten zoals
fietsband plakken, leertje in de kraan vervangen en
opdrachten die ontleend zijn aan de natuurkunde
om bv. door middel van proefjes te ontdekken wat
verschillen in luchtweerstand teweeg kunnen
brengen.
“Dit alles vraagt enorm veel voorbereiding. De
motivatie van de leerlingen is vaak slecht. Veel
leerlingen zijn negatief ingesteld, omdat ze - na een
jaar brugklas - te horen hebben gekregen, dat het
keuzeadvies niet de mavo, maar het lbo is.” Een
ervaring, die zijn positieve houding ten opzichte
van de verlengde brugperiode versterkt heeft.
Niet iedereen in de schoolleiding deelt die opvatting in zijn volle omvang. We citeren Ina Wigboldus.
Zij neemt haar baan aan in de volle wetenschap,
dat de heterogene tweejarige brugperiode aanstaande is. Daar kan zij in die tijd mee uit de
voeten. Haar visie is later kennelijk gewijzigd. Zij
mist “de erkenning dat sommige leerlingen lbo zijn,
omdat ze lbo zijn. Zowel de school, het personeel,
maar vooral de politiek doet daar te weinig mee. De
algemeen vormende vakken worden belangrijker
gemaakt, terwijl de praktijk tekort komt. Er zijn
leerlingen die praktisch intelligent zijn. Deze
leerlingen komen tekort. Het systeem van de
Diplomauitreiking De Klokkenberg (+1989)
16
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
tweejarige heterogene brugperiode houdt de
leerlingen te lang bij elkaar. De onderlinge verschillen in niveau tussen de leerlingen maken het
lesgeven heel moeilijk en de leerlingen niet
gemotiveerder.”
Dergelijke uitspraken komen we in elke scholengemeenschap tegen en die houden de collega’s
scherp. Natuurlijk zit daar een kern van waarheid
in. Niet voor niets kiezen vele scholen voor “alleen
maar heterogeen wanneer het niet anders kan” en
wordt heterogeniteit vaak teruggebracht tot enkele
brugklassen, die met “dakpanklassen” worden
aangeduid en waarin twee niveaus samengaan.
Soms zijn dit soort klassen over de hele breedte
van de brugperiode opgezet om zo drie of meer
niveaus te overbruggen. Zo komen we bij het
Dukenburg College de dakpanbrugklassen mavohavo en havo-vwo tegen.
DECONFESSIONALISERING
“regelgeving” in het geding is.
Er worden werkgroepen van vakdocenten gevormd,
die het samenstellen van leerstof op zich nemen om
daarmee binnen heterogene klassen te kunnen
differentiëren. Men spreekt van het al eerder
genoemde DBK-model. Kern daarvan vormt de
basisleerstof, waarvan men vindt, dat elke leerling
die moet beheersen. Na toetsing daarvan, wordt op
grond van het resultaat voor elke afzonderlijke
leerling gekozen voor het herhalen van het programma dan wel voor het verdiepen daarvan.
Kortom: binnen dit model dient een drietal
onderwijsleerprogramma’s ter beschikking te staan
voor klassen met een heterogene samenstelling.
De deelnemende scholen hebben vaak sterk
verschillende ervaringen en verkeren niet allemaal
in dezelfde fase van ontwikkeling. Diverse scholengemeenschappen dubben bv. vrij lang over de
invoering van een tweede brugjaar. Alle scholen zijn
echter voor dezelfde onderwijskundige problemen
gesteld. De éne school heeft al leerstof ontwikkeld
en ondervindt bv. veel problemen met toetsing; de
andere school moet er praktisch nog mee beginnen.
Zo bestaan er in die periode o. a. werkgroepen voor
wiskunde, kennis der natuur en cijfergeving. Dat
laatste leidt soms tot zeer creatieve oplossingen.
Centraal daarbij staat, dat men wil vermijden dat
leerlingen door “onvoldoendes” gedemotiveerd
raken. Leerlingen met minder capaciteiten kunnen
er immers niets aan doen, dat ze met leerlingen in
één klas zitten, die behendiger zijn met het
verwerken van moeilijker leerstof. Op de basisscholen, dan nog lagere scholen, heeft deze groep
leerlingen al altijd op moeten boksen tegen de
bollebozen. Men kiest vaak voor een eenvoudige en
duidelijke oplossing. Het ligt voor de hand, dat men
het 10-punten systeem, zoals het op de lagere
school in gebruik is, hanteert. Ouders, leerlingen en
de onderwijzers van de lagere school zijn ermee
vertrouwd en uitleg is daardoor overbodig. Men kan
zich beperken tot toelichting inzake de verschillende niveaus. Deze worden vaak gekoppeld aan de
schoolsoort. De leerling heeft bv. voor wiskunde
een cijfer op lbo-niveau en op mavo-niveau; een
rapport met twee rijtjes cijfers.
Omdat het voor de omgeving van de leerling vaak al
moeilijk is uit te leggen wat het betekent op een
scholengemeenschap te zitten, wil de school dit
soort zaken zo eenvoudig mogelijk houden.
De werkgroepen, die zich met vakinhoudelijke
zaken bezig houden binnen het DBK-model, ook wel
Basis- Herhaling- Verdiepingstof (BHV-model
Samenwerking met andere
scholengemeenschappen
Na de invoering van de mammoetwet kiezen
geleidelijk aan steeds meer scholen voor het
vormen van een scholengemeenschap. Er is zelfs
een “convent van scholengemeenschappen (m)avolbo gevormd met als uitgangspunt: Onderlinge
samenwerking om de noodzakelijke onderwijskundige ontwikkeling te stimuleren en door bundeling
van expertise een overlegorgaan met het ministerie
van onderwijs te vormen. Beide facetten zijn
duidelijk uit de verf gekomen.
Kort nadat De Klokkenberg het besluit neemt een
scholengemeenschap voor mavo-lbo te realiseren,
gaat zij participeren in het convent. Henk Wijnands
herinnert zich de vele openhartige gesprekken met
andere directeuren. “Open overleg met collega’s
over vorderingen, ideeën over onderwijs en
varianten in management leveren een vruchtbare
samenwerking op. Modellen van integratie van de
diverse onderwijstypen zijn regelmatig onderwerp
van gesprek.”
Gedurende enkele jaren wordt goed werk verricht in
samenwerking met scholengemeenschappen uit
Bemmel, Best, Wijchen, Groesbeek, Terhautert uit
Nijmegen, Franeker en Tilburg. Vele zullen nog
volgen. Ongeveer 50 scholen werken eind zeventiger jaren in dit convent samen. Uit en door de
deelnemers aan het “Convent van scholengemeenschappen AVO-LBO” kiest men een bestuur om de
werkzaamheden te coördineren en als gesprekspartner te dienen voor het ministerie, wanneer
17
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
zogenaamde kerngroep, die speciaal door Rinni
Krips in het leven is geroepen om het onderwijs in
de brugperiode vorm te geven. Vanuit de diverse
secties zijn collega’s aangetrokken, die heel
betrokken gestalte proberen te geven aan het
onderwijs in de heterogene brugklas. Het zijn ook
veelal de collega’s, die vanuit het samenwerkingsverband met andere scholengemeenschappen
informatie inbrengen en deskundigheid ontwikkelen. Aan ideeën geen gebrek. De discussies en
ervaringen worden op een rij gezet en leiden met
regelmaat tot voorstellen. Deze worden via de
schoolleiding, al of niet bijgesteld, voorgelegd aan
de algemene vergadering. De problematiek van de
differentiatie wordt uitgebreid besproken. Daarbij
worden collega’s geconsulteerd, die met leerstofgehelen ervaringen hebben opgedaan. De kerngroep geeft sturing aan het ontwikkelingsproces. De
invoering van het tweede algemene brugjaar is één
van de hoogtepunten van de onderwijskundige
inspanningen van deze groep. Alle lbo-opleidingen
strekken zich dan uit over vier leerjaren. Een
uitgebreide interne discussie gaat daaraan vooraf
en neemt vele maanden in beslag. De taak van de
kerngroep bestaat verder uit begeleiden en evalueren van de voortgang van het onderwijsontwikkelingsproces.
Hans Straten, eerder lid van de kerngroep, herinnert
genoemd), krijgen al in een vroeg stadium belangstelling van uitgeverijen van onderwijsmethodieken. De landelijke pedagogische centra
geven bijscholingen in en publiceren over genoemd
onderwijskundig model. Veel collega’s vinden het
allemaal wel wat zweverig, maar dat is gebruikelijk
bij docenten; daarin is weinig verandering gekomen. Enkele uitgeverijen bieden zelfs faciliteiten
aan in de vorm van proefdrukken en maken
docenten tot auteurs. Binnen onze scholen kennen
wij daar geen voorbeelden van.
Enkele grote uitgeverijen proberen het initiatief over
te nemen. Zij zijn daartoe ook uitgerust. Zo is bv. de
methode “Moderne Wiskunde” geschreven op basis
van het BHV-model en op één van onze scholengemeenschappen uitgeprobeerd. Het is later voor
wiskundedocenten een meer dan bekende methode.
De scholengemeenschap Klokkenberg heeft in haar
beginperiode in enkele werkgroepen collega’s van
de Scholengemeenschap Wijchen ontmoet en er
vruchtbaar mee samengewerkt. Groesbeek en
Bemmel zijn daarin ook van de partij.
Kerngroep Onderwijs
Op scholengemeenschap De Klokkenberg functioneert in de periode van nieuwe ontwikkelingen de
18
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
zich, “dat de taak van de groep met de instelling
van het tweede brugjaar beëindigd zou zijn, De
kerngroep blijft echter in gewijzigde samenstelling
bestaan en trekt andere onderwijskundige zaken tot
zich. Er worden voorstellen gedaan, zoals het
structureren van sectieoverleg, het vastleggen van
taakomschrijvingen, het voorbereiden en met
docenten uitvoeren van projecten met andere
scholen en instanties, activiteitenplannen opzetten
rond ontwikkelpunten, het beschrijven van
besluitvormingsprocessen, waarin helder wordt
door wie, wat, wanneer en waar wordt besloten.”
DECONFESSIONALISERING
bouwtechniek meer kans van slagen biedt dan een
mavo-opleiding. De leerresultaten zullen deze
redenering ongetwijfeld ondersteunen. De cijfers op
twee niveaus komen tot stand door toetselementen
zowel op A- als B-niveau in de proefwerken op te
nemen. Enkele vakgroepen hanteren een bepaalde
formule om de twee cijfers te berekenen.
Tijdens de rapportvergaderingen worden alle
elementen gewogen, alvorens men een advies
uitbrengt. De ouders worden daarbij betrokken. Zij
worden goed op de hoogte gehouden van het reilen
en zeilen van hun zoon of dochter. De elementen,
die bij de advisering worden betrokken, zijn in een
uitgebreide brief bij elk van de rapporten vastgelegd.
De normen voor de doorstroming zijn op basis van
de cijfers overzichtelijk gepresenteerd, maar daar
wordt soepel mee omgegaan door een ruim
“bespreekgebied” te hanteren. De vergaderingen
nemen dan ook redelijk veel tijd in beslag en
worden vooral gericht op de visie van de betrokken
docenten op vooral de niet cijfermatige gegevens..
Nettie Visscher geeft het aldus weer. “Heel vaak is
in eerdere besprekingen met ouders en de leerling
al over een richtingkeuze gesproken. Bij twijfel
worden de voor- en nadelen van een bepaalde
keuze aan de ouders voorgelegd en mogen ze
uiteindelijk zelf de beslissing nemen.”
Deze methodiek van intensieve leerlingbegeleiding
trekt op termijn veel ouders van relatief zwakke
zorgleerlingen aan en dat zal de school geen
voordelen opleveren. Kees Bos verwoordt het als
Verwijzing naar lbo of mavo
Het determinatiesysteem is één van de klussen die
de kerngroep moet zien te klaren. Het voorstel, dat
tot uitvoering wordt gebracht luidt: “Geef de
leerlingen twee cijfers, een A- en een B-cijfer en
houd nauwkeurig notitie van inzet, motivatie,
werkverzorging en belangstelling.” Het leerresultaat, uitgedrukt in cijfers, is niet het enige
gegeven, dat duidelijkheid moet brengt omtrent de
mogelijkheden voor leerlingen op het niveau van
lbo of mavo. Naar de visie van het docententeam
vormen persoonlijkheidskenmerken en leergedrag
een even belangrijke indicatie voor het al of niet
welslagen op een bepaald schooltype. Bij een
leerling bv., die nauwelijks geïnteresseerd is in
theoretische leerstof, maar daarentegen opbloeit,
wanneer er met de handjes gewerkt moet worden, is
het duidelijk, dat een lbo-opleiding in metaal- of
Afscheid Henk Wijnands (1989)
19
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
volgt: “Het aantal mavo-leerlingen nam in aantal af,
terwijl steeds meer leerlingen met een problematische ontwikkeling onze school gingen bezoeken.
Dat was voor ouders en basisscholen één van de
redenen om leerlingen elders te plaatsen. Niettemin
hebben veel leerlingen in de tussenliggende jaren
veel baat gehad bij deze warme aandacht.”
DECONFESSIONALISERING
te kennen.
Om het opzetten van scholengemeenschappen te
bevorderen, worden formules voor deze schoolorganisaties ruimer opgezet dan voor categoriale
scholen. Daarnaast levert een heterogeen leerjaar
in deze ook meer op. Taakeenheden kunnen
bovendien nog toegekend worden, wanneer een
school of scholengemeenschap een door het
ministerie voorgestaan experiment ter hand neemt.
Het eerder genoemde convent van scholengemeenschappen heeft hierin zeker zijn invloed aangewend.
Zo kan het gebeuren, dat er meer “schoolleiding”
nodig is, dan er op basis van diensteenheden
beschikbaar is. Dan komt de “coördinator” om de
hoek kijken, die op basis van taakeenheden zijn
functie kan uitoefenen.
Directeur – adjunct-directeur –
coördinator; taak- en diensteenheden
Elke school kent zijn schoolleiding. In categoriale
scholen treft men naast een rector of directeur
respectievelijk conrectoren of adjunct-directeuren
aan. De taken die deze functionarissen vervullen,
zijn veelal aan een leerjaar gekoppeld. Daarnaast
zijn hun vaak specifieke taken toegewezen, die zij
ten behoeve van de totale organisatie vervullen,
zoals waarnemen van de schoolleider, bouw- en
beheerszaken of public relations. Deze zijn hun
veelal toegewezen, omdat ze over de vereiste
bekwaamheden beschikken of minimaal een
bepaalde affiniteit met het taakgebied hebben.
Een scholengemeenschap vormt daarop geen
uitzondering. Hier doet zich echter de situatie voor,
dat afdelingen en schoolsoorten binnen het
taakgebied van diverse leden van de schoolleiding
kunnen liggen. Zo zijn de brugklassen veelal in
handen gesteld van adjuncten of coördinatoren en
die klassen overlappen twee of meer schoolsoorten.
Naarmate de graad van integratie van de schoolsoorten intensiever is, zullen de functionarissen een
breder taakgebied verzorgen. Adjuncten op
schoolsoort en leerjaar hebben eerder de neiging
zich daarop te profileren en kunnen daardoor naar
de totale scholengemeenschap contraproductief
werken.
Een conrector of adjunct-directeur wordt in deze tijd
van dominante regelgeving door het ministerie van
onderwijs benoemd op basis van een berekend
aantal “diensteenheden”. De formule is in grote
lijnen gebaseerd op het aantal schoolsoorten
binnen de scholengemeenschap en het aantal
leerlingen in de diverse schoolsoorten. Daarbij
“wegen” leerlingen van het lbo zwaarder dan die
van het avo. De diensteenheden zijn uitsluitend
beschikbaar voor adjuncten en conrectoren. Er
bestaat ook nog een formule voor taakeenheden,
die ter beschikking gesteld kunnen worden aan
onderwijsgevenden binnen de school. Het ministerie is daarnaast in deze periode ook bereid op basis
van voorgenomen activiteiten extra faciliteiten toe
De invulling op De Klokkenberg
In de beginperiode is de heer H.J. Rademaker
directeur van mavo-school De Klokkenberg. Hij
wordt directeur van de scholengemeenschap ook al
is hij voorstander van aparte scholen voor mavo en
lbo. Henk Krol, Rinni Krips en Dirk van de Pasch zijn
Directie De Klokkenberg (1981)
link
linkss
H. Wijnands
R. Krips
J.K. Wigboldus
rec
hts
echts
G. J. T. van de Pasch
H. van Roekel
20
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
leerjaar. Zij onderhouden de contacten met de
basisscholen en verzorgen jarenlang de public
relations.
dan adjunct-directeur. Henk leidt mavo drie en vier,
Rinni beheert de brugklassen, het tweede leerjaar
en gaat over onderwijskundige zaken terwijl Dirk
vanaf 1978 lbo drie en vier leiding geeft. Henk
Wijnands volgt in 1980 de heer Rademaker op en
tevens komt Ina Wigboldus de gelederen versterken. Zij wordt lid van de schoolleiding voor alle
derde klassen en neemt de post leerlingbegeleiding
voor haar rekening. Dirk neemt de vierde klassen.
We laten Ina even aan het woord: “De advertentie
waarop ik in 1980 solliciteer, heeft vooraf bij een
aantal personeelsleden toch nog wel wat vragen
opgeroepen. De verplichting m/v in de advertentie
op te nemen bestaat dan nog niet. De in de
advertentie vermelde voorkeur voor een vrouwelijk
directielid wordt niet door alle personeelsleden
gedeeld. De argumenten dat er nog geen vrouw in
de directie zit en dat er meer meisjes op school zijn
dan jongens, zijn niet voor iedereen afdoende
duidelijk.”
Jo Silverentand is wisselend met John van Hemert
brugklascoördinator en coördinator van het tweede
Klokkenberg-mavo wil zelfstandig blijven.
Raakt lied en gebed kwijt
“Aan het einde van de zestiger jaren veranderde er
veel in onderwijsland,” aldus Rinni Krips. “Scholengemeenschappen ontstonden, brugperiodes met
heterogeen samengestelde groepen werden
ingevoerd. Fusiebesprekingen waren aan de orde
van de dag. “We moeten zelfstandig blijven”, zei
directeur Rademaker, daarbij de mavo-school voor
ogen hebbend. Ouders willen een kleine vertrouwde
school. Leerlingen hebben veiligheid en aandacht
nodig. Hoezeer bleek later dat hij het bij het rechte
eind had!”
Een bijkomend verschijnsel, dat zich in alle
betrokken scholen voordoet, is vergaande
deconfessionalisering. Bij de Klokkenberg maken
bestuur, directie en diverse collega’s zich daar
De Klokkenberg, een school met een lange geschiedenis.
21
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
zorgen over en bovendien wordt de aanduiding P.
C.-School steeds vaker vervangen door Christelijke
School.
We laten opnieuw Rinni aan het woord. Hij begint
zijn bijdrage met: “Hoe God verdween van de
Klokkenberg.”
“Inderdaad veel ouders, ook niet-kerkelijke,
verkozen de vertrouwde Klokkenberg boven andere
scholengemeenschappen. De Klokkenberg groeide
en dat bleef niet zonder gevolgen. Het eerst was dat
te merken aan het verdwijnen van het lied. Docenten merkten dat ze in de klas steeds meer alleen
stonden te zingen. Was tot dan toe de baard in de
keel de enige reden om niet mee te zingen, toen
was ook de onbekendheid met het liedboek een
oorzaak. Toen enkelen er mee ophielden, werd het
voor anderen steeds moeilijker. Uiteindelijk
verdween het lied uit de school en werd er nog
slechts bij de traditionele kerstviering gezongen.
Ook het godsdienstonderwijs begon menige docent
zwaar te vallen. Men wist het verhaal niet meer te
vertellen aan groepen, die zo divers van samenstelling geworden waren. Voor godsdienstonderwijs
heb je een vakleerkracht nodig, werd een steeds
meer gehoorde verzuchting. En zo was het mogelijk,
dat de ontkerstening van de school aanleiding was
voor het aanstellen van een godsdienstleraar.
Toch bleef de Klokkenberg een christelijke school
en bij werving van docenten werd onverkort met
dezelfde formule geadverteerd. Totdat op enig
moment er een vacature biologie was. Er was een
goede sollicitante, maar ze was rooms-katholiek.
De benoeming werd een feit. Ans Hageman kwam
het klokkenbergteam versterken en hoe!
De mavo van De Klokkenberg werd Scholengemeenschap de Klokkenberg. … Zowel op de leerlingenals op de lerarenpopulatie had deze uitbreiding een
seculariserende uitwerking. De aanduiding ‘vogels
van diverse pluimage’ gold steeds meer voor het
personeel. Leraren die gewend waren de schooldag
met gebed te beginnen en te eindigen, zagen
steeds meer verbaasde gezichten Uiteindelijk
verdween het gebed uit de school, overigens zonder
dat er ooit een besluit over genomen was.
Er was echter één plaats in de Klokkenberg waar
nog gebeden werd, de bestuursvergadering.
Toen in de jaren negentig verdergaande scholenfusie aan de orde kwam, ontving ons bestuur het
bestuur van de naburige r.k.-school. De vergadering
werd op ‘de gebruikelijke wijze’ geopend. De gasten
waren onder de indruk van deze traditie. “Dat gaan
wij ook doen,” was de reactie van de voorzitter.
DECONFESSIONALISERING
“Geef me eens een bijbel,” vroeg hij zijn directeur,
toen een tegenbezoek werd gebracht.. De bijbel
werd nog gevonden, maar daarin een geschikte
tekst te vinden, bleek moeilijker te zijn. “We lezen
de volgende keer,” sprak de voorzitter, “nu bidden
we het onze vader.” De anekdote wil dat hij daarin
bleef steken” Dick Dekker: “Klopt, ik was er bij.”
Ook Ina Wigboldus spreekt haar zorgen uit. Ze heeft
altijd uit overtuiging gekozen voor christelijk
onderwijs en kiest daarom ook bewust voor De
Klokkenberg. Heel snel blijkt haar, dat een christelijke school in het rooms-katholieke Nijmegen een
heel andere christelijke school is dan in het midden
of noorden van het land. Ze heeft daar best moeite
mee. In haar ogen wordt er maar weinig inhoud
gegeven aan christelijk onderwijs. Het verwatert
steeds meer. Dit feit is ook niet of nauwelijks
bespreekbaar.
Toch staat in de statuten van de school nog altijd
onverkort, dat “de stichting is gegrond op Gods
woord, zoals dat gegeven is in de Bijbel. Zij stelt
zich ten doel in christelijke zin en geest onderwijs
en vorming te doen geven aan leerlingen in het
voortgezet onderwijs.”
Bij benoemingen van personeel wordt er over de
identiteit nauwelijks nog gesproken en hoewel de
krappe arbeidsmarkt daar mogelijk mede schuldig
aan is, vindt Ina dat geen goede zaak.
Dat de christelijke identiteit haar na aan het hart
ligt blijkt uit het volgende. “Bij de fusiebesprekingen is de identiteit van de school slechts
bijzaak”, zo merkt zij op. Mede dit gegeven doet
haar besluiten niet mee te gaan naar de nieuwe
school.
Er is toch altijd een sfeer binnen de school levend
gehouden, waarin christelijke waarden de grondslag blijven voor de omgang met leerlingen en
collega’s. Het humane pedagogisch klimaat is
daarvan het resultaat.
22
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Jan Vermeulen (1986)
Martin Luther King wordt Scholengemeenschap
Dukenburg voor mavo, havo en vwo
Ben Rutten, stafdocent, start in 1971 met
bouwbemoeienissen. Mavo Martin Luther King is
gevestigd in Dukenburg op een locatie, die in het
gemeentelijke bestemmingsplan als groenstrook is
aangeduid. De eerste twee leerjaren van de mavo
zitten in 1969 in de eerder genoemde Albert
Schweitzerschool, terwijl voor de bovenbouw
noodbouw in aantocht is op de Lankforst.
Met regelmaat moeten er noodlokalen bijgebouwd
worden, terwijl men daar in het geheel niet tevreden over is. Ben zou Ben niet zijn als hij niet
aanhoudend gebreken in de noodbouw vaststelt.
Op het gemeentehuis liggen plannen voor nieuwbouw. Men wil in fases gaan bouwen, maar haast
heeft men niet. Er zal een doorbraak gemaakt
moeten worden. Maar voorlopig komt dat er niet
van.
Eerst zorgen dat de toenemende stroom mavoleerlingen steeds een schooldak boven het hoofd
heeft. Zo worden in 1971 vier lokalen en een
gymzaal aan het complex van houten noodlokalen
van Lankforst toegevoegd en in 1972 nog eens acht
eenheden.
Gelijktijdig met al die bouwplannen loopt de
aanvraag voor havo en vwo.
Dezelfde wensen bestaan aan de Scholengemeenschap Wijchen. Al ver voor de invoering van de
mammoet is herhaalde malen door het gemeentebestuur van Wijchen geijverd voor realisering van
aanvankelijk een hbs en later een havo-school, later
overgenomen door de stichting. Deze pogingen
stuiten steeds op de kille cijfers en de houding van
de Katholieke Schoolraad, afdeling Nijmegen en bij
gevolg ook van de Nederlandse Katholieke Schoolraad ofwel het Centraal Bureau voor Katholiek
Onderwijs, dat op de zogenaamde deelplannen het
ministerie voorstellen kan doen tot oprichting van
katholieke scholen. Het ministerie wijkt hier zelden
of nooit van af.
In januari 1971 is er overleg tussen de besturen van
de Martin Luther King mavo en de scholengemeenschap met de bedoeling tot samenwerking te
komen ten behoeve van Wijchen. Dit op voorstel
van de Nijmeegse schoolraad, die zich als gesprekspartner opstelt. Natuurlijk levert het overleg
niets op, omdat het bestuur van de mavo reeds
vernomen heeft, dat hun aanvraag voor havo en
atheneum op het deelplan 1973-1975 is geplaatst.
Deze zekerheid laat het bestuur niet op losse
schroeven zetten door samen te gaan werken met
Wijchen. Bovendien zijn de perspectieven uitstekend vanwege het uitgroeien van de wijk tot 30.000
inwoners. Beleefdheidshalve geeft men te kennen
zich binnen het bestuur te zullen beraden.
Er heerst een tevredenheid over de school. Jan
Vermeulen geeft in zijn interview met Leo Thijssen
bij zijn afscheid te kennen dat hij dierbare herinneringen bewaart aan de jaren van de mavo. Naast
een kritische kanttekening drukt hij behaaglijkheid
uit. ”De toenmalige rectrix besliste als een soort van
God gegeven autoriteit alles in haar eentje.”
Dierbaar is hem “het kleine schooltje met een
familiaire sfeer. De eerste jaren was alles mogelijk.
… We waren een hele goede mavo.”
Afscheid Annemarie Groothaert (rectrix, links op de foto) 1983
23
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Havo én Atheneum
Wanneer dan de heuglijke mededeling komt, dat de
meermalen aangevraagde havo in 1974 met een 1e
en 2e en 4e leerjaar van start mag gaan, nemen de
bouwzorgen opnieuw toe. Eén jaar later komt er
toestemming om met Atheneum te beginnen.
Daarmee is de completering van de school een
gegeven. De vanaf 1968 bestaande wens is realiteit.
Het verwerven van de havo is reden genoeg om de
naam te veranderen in “Scholengemeenschap
Dukenburg”. De afkorting SGD raakt in zwang. De
school telt dan ruim 600 leerlingen. De gekozen
naam geeft uitdrukking aan wat deze school wil
zijn: “De school voor avo-vwo voor de wijk
Dukenburg.”
Tot en met 1977 heeft Ben zijn handen vol en komt
het complex tot zijn grootste omvang. Dan zijn
diverse sporthallen in Dukenburg, de wijk Lindenholt en zelfs in Neerbosch-oost in gebruik genomen.
Harry Boelaars, vanaf 1974 bestuurslid, formuleert
kort en bondig: “Voor een moderne scholengemeenschap is de huisvesting in noodlokalen een
onhoudbare situatie. Daarbij komt nog een groot
probleem: formaldehydegas, dat zich vooral bij
Scholengemeenschap Dukenburg 10 jarig bestaan (mei 1979) v.l.n.r José
Kneepkens-Thijssen, Gerard Derksen, ? , Marga Boes en Wil van Rossum?
Duitse gymnastiek (afscheid Annemarie Groothaert, maart 1983)
Olivo Argante
Rob Thijssen
Harrie Brunsveld
Wil v. Rossum
Henri v. d. Burg
Frits Wensing
Jos Keersmaekers
Marius Kwaks
24
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
hitte doet gelden. … De noodzaak om tot nieuwbouw te komen wordt steeds dringender.”
Er wordt een bouwcommissie ingesteld, die een
mandaat van het bestuur krijgt. Ben en Harry
vormen het hart van de commissie; een geweldig
effectief duo. Ze beginnen met contacten te leggen
met gemeente, rijk en provincie.
In het lustrumnummer van mei 1979 lezen we
enkele treffende passages onder de kop: Nieuwbouw nodig. “Nederig en bescheiden liggen de
sobere semi-permanente gebouwtjes bij elkaar
gehurkt in een hoekje van Dukenburg, achter Huize
Duckenburg en vlakbij de brug naar Hatert.” “Die
DECONFESSIONALISERING
nieuwbouw is hard nodig, want er moet enorm
geïmproviseerd worden in de huidige ruimten, die
gehorig zijn en voor de uitgegroeide school te
krap.” Perspectief biedt het volgende: “Dat nieuwe
schoolgebouw zou dan moeten komen te staan aan
de Staddijk. … Het schoolbestuur heeft een optie op
dat terrein, dat van de gemeente de bestemming
schoolbebouwing heeft meegekregen. Het wachten
is nog op het moment dat Den Haag met de centen
over de brug komt.” Er is dus licht.
Maar hoe is binnen de muren nu het onderwijs
georganiseerd? Zijn er heterogene brugklassen en
hoe gaat men daar te werk?
gebouw SGD Lankforst 1983
25
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Studiedagen Identiteit
te simpel onderscheid. Je kunt op die manier de
mensheid niet opdelen in twee verschillende
categorieën. In iedere mens strijden geloof en
ongeloof met elkaar, laten we eerlijk zijn.” Uit: “De
vele wegen en de éne Weg.”
In het schooloverleg, waarin alle geledingen hun
inbreng hebben, is de bespreking in procedurele
zin vooraf besproken. Anton Meeuwsen, de
docentenraad vertegenwoordigend, geeft, blijkens
het verslag van 12 december 1978, in dat overleg te
kennen, dat hij “er veel voor voelt een discussiemiddag over het predikaat katholiek van de SGD te
houden.” Hij vindt, dat men niet bang moet zijn een
discussie te starten en is blij dat deze zaak in
breder verband besproken gaat worden. Zuster
Annemarie sluit zich bij zijn woorden aan. Het
bestuur staat een school voor ogen, die bijdraagt
tot grotere rechtvaardigheid; die de verhoudingen
tussen mensen zuivert en die helpt de zin van het
leven te ontdekken.
Het personeel kan zich hier goed in vinden. Dat
blijkt uit het resultaat van de studiemiddag van 21
maart en de plenaire docentenvergadering van 2
april 1979. De discussie is op de andere scholen
niet zo structureel opgezet, maar de uitkomst is
heel herkenbaar.
Op de SGD zal de discussie over de identiteit echter
nog geruime tijd gevoerd worden binnen en tussen
de docenten- en de ouderraad, zonder dat dit zal
leiden tot wijzigingen in het schoolstandpunt.
De statuten van de stichting blijven vrij steriel
melding maken van een opvatting, die sterk
aanleunt tegen de katholieke zuil. Binnen de school
heerst een andere sfeer; meer pragmatisch en
gericht op het functioneren van de godsdienst in
het dagelijkse leven.
“De stichting beoogt onderwijs te geven op katholieke grondslag en wil daarbij handelen volgens de
We laten Jan Robben tijdens de studiedag van 11
februari 1983 weer even aan het woord. De school is
op dat moment uitgegroeid tot 1220 leerlingen.
“Naarmate de school groeide, d.w.z. de
leerlingeninstroom groter werd en het docententeam meer divers van samenstelling, namen de
belangentegenstellingen toe en daarmee de
problemen. Een aanvankelijk eensgezinde bevolking splitste zich steeds verder op in subgroepen
van verschillende signatuur. Deze “wildgroei” vond
plaats tussen de jaren 1974 (de komst van de havo.
Red.) en 1980 en kende momenten van de grootste
chaos en irritatie. Hieruit ontstond allengs de
behoefte aan een door de directie gestuurd en
gestimuleerd onderwijskundig beleid, dat er naar
streefde het team weer op één lijn te brengen,
relatief-progressief van karakter, met ruimte voor
ieders persoonlijke visie en autonomie. De school
was rijp geworden voor studiedagen om zich te
bezinnen op haar heden en toekomst. Daar zijn we
in januari 1978 voor het eerst mee begonnen … .”
De discussie spitst zich dan toe op de doelstellingen en de katholieke identiteit in het kader van een
schoolwerkplan, dat de directie op verzoek van het
bestuur moet samenstellen. Het bestuur heeft een
discussiestuk over “De katholieke grondslag van
het op de scholen van de stichting gegeven
onderwijs,” dat eventueel als inleiding van het
schoolwerkplan kan dienen. Het vraagt alle
betrokkenen te reageren op de inhoud met in het
achterhoofd “de dagelijkse praktijk van het
schoolleven”. De brochure wordt ingeleid met een
citaat van bisschop J. Bluijssen. “Soms wordt te
gemakkelijk onderscheid gemaakt tussen gelovigen
en niet-gelovigen, tussen kerkelijken en nietkerkelijken, tussen getrouwen en ontrouwen. Een al
Team Scholengemeenschap Dukenburg (1982?)
DECONFESSIONALISERING
26
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Afscheid André Latta, rechts (links Hugo Besjes)
omvang. Voor ervaren docenten zijn deze banen
niet aantrekkelijk; het gevolg is, dat de nieuwe
aanwas van docenten voornamelijk bestaat uit
jongeren met weinig ervaring op onderwijsgebied.”
Per augustus 1974 zijn opnieuw docenten aangesteld, mede omdat de havo van start gaat. Men
besluit tot het inrichten van aparte mavo- en havoklassen naast een tweetal brugklassen mavo-havo.
Het 2e en 4e leerjaar havo wordt in homogene
klassen opgezet naast de bestaande mavo-klassen.
De discussies tussen de vormgevers van de
brugklassen levert bij de start van het volgende
schooljaar de intrede van de heterogene klassen op
met mavo-, havo- en atheneumleerlingen op. Aan
de visie van rector Annemarie wordt voldaan. Zij
wenst brugklassen waarin alle leerlingen een kans
geboden wordt hun leercapaciteiten te tonen en zo
mogelijk boven het advies van de basisschool uit te
stijgen en daardoor op een hoger niveau het
regelingen betreffende het Katholiek Onderwijs, die
op grond van het gezamenlijk overleg in de Nederlandse Katholieke Schoolraad zijn vastgelegd,
alsmede handelen volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.”
Wanneer je kiest voor formuleringen als deze loop
je geen enkel risico bij het Centraal Bureau van het
Katholiek Onderwijs, dat je schoolbelangen
behartigt bij het ministerie. De lijnen blijven helder
lopen.
Scholengemeenschap experimenteert
met brugklassen mavo-havo-atheneum
André Latta, conrector van de mavo brugklassen
vanaf 1973 beschrijft de beginsituatie van de
school. “In 1970 telt de mavo vier brugklassen, vier
tweede klassen en vier derde klassen. In advertenties worden banen aangeboden van vaak geringe
27
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
tweede leerjaar in te gaan. Dat is geheel in de
tijdgeest van de zeventiger jaren; gelijke kansen
ook in het onderwijs.
De term “mastery learning” doet opgeld binnen de
school: met op de leerling afgestemde leerstof en
didactische werkwijze kan elke leerling in principe
het gevraagde leren beheersen.
Dat is in grote lijnen de redenering. In feite tracht
men vorm te geven aan het model basis-, herhalingen verrijkingsstof met diagnostische toetsen om
vast te kunnen stellen, waar de leerling binnen het
afgebakende blok van leerstof verder aan moet
werken. Moet hij herhalen of kan hij zich de
verdiepingsstof gaan eigen maken?
Het blijft een conglomeraat aan onderwijskundige
problemen opleveren, waar moeilijk greep op te
DECONFESSIONALISERING
krijgen valt. Verspreid worden positieve en negatieve ervaringen opgedaan en door een gebrek aan
effectieve samenwerking, naast vastgeroeste
opvattingen is er geen helder beeld van de onderwijskundige aanpak in de brugklassen.
Over de 2-jarige brugperiode wordt opportunistisch
gedacht. In de directienotitie, “Schetsontwerp
beleidsvoering op SGD” van 26 november 1979,
lezen we onder de lange termijn-onderwerpen: “Het
is Pais’ (de minister van onderwijs – red.) bedoeling
uiterlijk 1990 de 2-jarige brugperiode integraal in te
voeren. Vraag is of wij daar op dit moment al op
moeten inspelen en hoe in onze huidige tweede
klassen? Naar ons idee heeft dit onderwerp nog
geen prioriteit.”Intussen experimenteren enige
secties met differentiatie binnen klassenverband in
Ton van den Ho0gen en Henri van den Burg (1991 Dukenburg College)
28
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
potentie,” zo stelt hij en “de structuur vertoont
lacunes.Er zijn verschillen van mening over de aard
van de brugklasperiode. De volledige heterogeniteit
stuit op steeds meer bezwaren.” Het ideaal van
“gelijke kansen” vertoont slijtage, dus wordt het tijd
voor een studiedag die helemaal aan deze problematiek is gewijd. In de groei van de school is dit een
belangrijk moment. Inzet van de discussie is o.a.
een tweejarige brugperiode met uitstel van keuze of
het continueren van het huidige systeem met een
aangepaste onderwijskundige invulling.” Ondersteuning van het KPC wordt met regelmaat ingeroepen. Met het toenemen van positieve ervaringen en
resultaten in de brugklassen vormt zich een groep
docenten rond Taede, die met hard werken – zeker
niet als laatste de brugklasleider zelf – een stabiele
factor binnen de school tot stand brengen.
Ook de selectie van de leerlingen voor het tweede
leerjaar heeft zijn ontwikkelingen doorgemaakt.
Gemiddeld een “zes” levert instroom in twee mavo
op, de “zeven” is goed voor de havo en de “acht”
voor atheneum. Door aanvullende ondergeschikte
regelgeving zoals vakken “voor” en “achter” de
streep, die al of niet meetellen voor doorstroming
valt er tijdens de rapportvergaderingen van de
brugklassen soms na intensief overleg een oordeel
over elke leerling. Een leerling met een gemengd
advies mag samen met zijn ouders een keuze
maken.
het tweede leerjaar.
Een jaar later staat het onderwerp vermeld onder
“belangrijke onderwerpen voor de komende jaren.”
Geen stap verder. “Het lijkt ons zinvol in dat
toekomstperspectief de mogelijkheden van DBK in
onze tweede klassen te gaan onderzoeken.” Daarna
keert dit onderwerp in 1984 terug op een studiedag
in maart. Minister Pais’ ambities reiken niet zo ver.
Meer structuur in de brugklas
De opvolger in 1980 van André Latta, Taede de
Boer, draagt eveneens zorg voor alle brugklassen.
Hij stelt: “Er zijn jaren bij dat het docentencorps
zich verdubbelt na de grote vakantie. Deze nieuwe
docenten hebben een andere opleiding dan de
zittende docenten, wat soms tot behoorlijke frictie
aanleiding heeft gegeven.”
Zowel André als Taede geven aan, dat het
onderwijsconcept niet als vanzelfsprekend tot stand
is gekomen.
Bij zijn aanstelling krijgt Taede tot taak structuur in
de dan nog heterogene brugklassen aan te brengen
en vorm te geven met zijn team aan DBK. Een
kritischer benadering van de basisscholen en de
ouders doen een strijd om de leerling
ontstaan.Tijdens studiedagen wordt veel aandacht
geschonken aan nieuwe ontwikkelingen op
onderwijsgebied. “Het is een jong team met veel
De Hypogrieten (1983):
v.l.n.r. Petra de Water, Wijnanda van Veen, Marga Boes, Marieke Wensing-Kruip,
Hannie Thuis, José Kneepkens-Thijssen, Marja Kaptein en Miriam Lange
29
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Dukenburg College, gebouw aan de Streekweg in Nijmegen (1983)
Veranderende visie in de brugklas
5.
In 1984 wordt besloten de brugklas niet te verlengen met nog een jaar, maar het brugklasjaar te
handhaven. Tijdens de studiedag van 2 maart 1984
buigt het totale personeel van het Dukenburg
College zich over een vijftal notities van de “commissie tweejarige brugperiode”, waaronder
“argumenten voor en tegen invoering van een
tweede brugjaar” en “vier onderwijskundige
varianten”.
In een zevental groepen van elk 12 of 13 personeelsleden worden de afwegingen gemaakt.
6.
7.
8.
geadviseerde schooltype ook al is dat voor hen
te eenvoudig,
Handhaving gedurende twee jaar van het
klassenverband.
Continuïteit in de leerlingbegeleiding wanneer
de mentor mee gaat.
Verdeling van de leerlingen in de tweede klassen
blijft gelijk. Besparing van leraarlessen door niet
op te splitsen in verschillende schooltypes.
Wederzijds leren accepteren en respecteren van
verschillen in niveau, tempo, interesse, sociale
achtergrond en dergelijke meer.
Tegen:
1. Keuze niet langer uitstellen dan strikt nodig is.
Voor het overgrote deel van de leerlingen is na
een jaar prima vast te stellen welk schooltype bij
hen past. Het systeem van voortgezette determinatie voor leerlingen met gemengde advies (MH
of HV0 voorziet in de mogelijkheid in het derde
leerjaar goed terecht te komen.
2. Een deel van de leerlingen zal er negatief door
gemotiveerd worden. De zwakkere leerlingen
Voor:
1. Uitstel van keuze.
2. Externe democratisering voor leerlingen die
vanwege milieuachtergronden niet direct havoof vwo-aspiraties hebben.
3. Positieve invloed op de motivatie door niet te
vroeg te selecteren.
4. Vermijden van aanpassing van leerlingen aan
het verwachtingspatroon behorend bij het
30
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Vier vari
ant
en.
ariant
anten.
1. Een volledig heterogeen MHA tweede leerjaar
met de mogelijkheid de zwakste mavo-leerlingen met deels c-niveau in een aparte klas te
plaatsen.Deze leerlingen stromen dan niet uit.
Geldig blijft, dat de onderwijskundige problemen voor de overige klassen opgelost zullen
moeten worden door middel van vergaande
individualisering. Dezelfde leerdoelen zullen in
de heterogene klassen gehaald moeten worden
die anders op het einde van de categoriale
tweede klassen bereikt worden.
2. Opdeling in MH enerzijds en A anderzijds,
eventueel met de eerder genoemde zwakke
mavoklas. Voor ongeveer driekwart van de
leerlingen wordt de keuze uitgesteld. Het zal
door middel van het aanbieden van verrijkingsstof voor sterke havo-leerling mogelijk moeten
zijn naar 3-atheneum door te stromen.
raken ontmoedigd in een heterogene klas.
3. Handhaving van het klassenverband is afhankelijk van het goed functioneren van de brugklas
en dat is lang niet bij elke brugklas het geval.
4. Een bevredigende onderwijskundige aanpak is
niet realiseerbaar. De niveauverschillen groeien
en vergaande vormen van differentiatie binnen
klassenverband zijn onmogelijk.
5. Voor de gemiddelde docent is DBK in het tweede
leerjaar te hoog gegrepen.
6. Het betekent een grote taakverzwaring voor
docenten.
7. Niet alle secties zijn er in de brugklassen in
geslaagd hun onderwijs op bevredigende wijze
gedifferentieerd aan te bieden.
8. De organisatie wordt complexer. Vaksecties
zullen veel meer afspraken moeten maken en
overleg moeten plegen om in een tweede
heterogeen brugjaar de noodzakelijke uniforme
koers te kunnen varen.
Vrijdagmiddag: sectieborrel Dukenburg College v.l.n.r. Frans Versteegden, An van der Woerdt-Coenders, Martin de Beijer, Rob Bastiaanse en Fred Marcus (1984)
31
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
sluit de commissie haar inbreng af.
Visie van de hoofden van de basisscholen
De contactpersonen van de basisscholen in het
voedingsgebied (Dukenburg, Lindenholt, Wijchen
en Overasselt) hebben de hoofden van de scholen
en/of de leerkrachten van de eindgroep naar hun
mening gevraagd over een eventuele tweejarige
brugperiode en de opvattingen van ouders daarover.
De meest voorkomende reactie op de vraag of
ouders de voorkeur zouden geven aan een tweejarige brugperiode boven een eenjarige is, dat
“bepaalde ouders wel, andere niet die voorkeur
hebben, omdat het afhangt van het advies. Bij
uitgesproken adviezen wenst men geen verlenging.
Verlenging is goed voor laatbloeiers en twijfelaars.
Op de vraag of zij het Dukenburg College zouden
aanraden de tweejarige brugperiode in te voeren,
antwoorden er 9 met ja en 9 met nee; 4 hebben
geen duidelijke mening.
De ja-antwoorden variëren van “uitstel is voor de
meeste leerlingen goed” tot “ja, maar niet volledig
heterogeen.”
De nee-antwoorden houden in, “dat de betere
leerlingen tekort komen” en “het atheneum komt in
gevaar.”
3. De HA-klassen bijeen en M apart, gevormd door
naar mavo bevorderde leerlingen in homogene
tweede klassen. In dit geval geldt voor 60% van
de leerlingen dat de keuze wordt uitgesteld. De
verschillen tussen de leerlingen zijn niet zo groot
en de mavo-leerlingen, die een wat andere
instelling hebben ten aanzien van “leren”, zijn
beter af. Alleen in 2HA zal een verrijkingsprogramma de aansluiting op 3-atheneum
moeten garanderen.
4. De combinatie van MH en HA waarbij de grens
gelegd wordt bij de leerlingen die mavo aan
kunnen, maar over wier havo-mogelijkheden nog
geen zekerheid bestaat. Ook hierbij kan de
zwakke mavoklas worden ingezet evenals bij de
andere varianten. Beide groepen zijn gematigd
heterogeen maar de cesuur moet goed functioneren om leerlingen niet in de knel te brengen.
Het BHV-model wordt voldoende geacht om
onderwijskundig de zaak beheersbaar te
houden.
Bij alle geboden varianten geldt, dat “de vakgroepen bereid moeten zijn de onderwijskundige
aanpak te realiseren. Dit houdt ook in dat men een
meerderheidsbesluit van de plenaire vergadering
respecteert en het vervolgens loyaal uitvoert”, aldus
Team van het Dukenburg College in 1992-1993
32
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Aanmeldingen basisschool
en interne doorstroming
De cijfers van 1980 tot en met 1983 liggen voor.
Deze zijn respectievelijk 198, 174, 262 en 298
leerlingen. Een sterk stijgende lijn, dus waar zou je
je zorgen om moeten maken?
De adviezen in procenten geven over deze jaren een
tamelijk evenwichtig beeld te zien
Adv
ie
s
Advie
ies
Lbo-mavo
Mavo
Havo en mavo-havo
Havo-atheneum en atheneum
1981
1
34,3
52,5
12,1
1985 schoolplein Dukenburg College
1984
3,7
32
51,5
12,8
komen. De helft van de brugklasdocenten kan
redelijk tot goed werken in deze brugklas. De
overigen zijn er niet enthousiast over en kunnen er
niet goed uit de voeten.
De uitslag
Dit degelijke pak aan informatie ligt op de studiemiddag voor aan de discussiegroepen. Ongetwijfeld
is er stevig van gedachten gewisseld. Op een
formulier hebben 57 docenten en leden van de
schoolleiding gelegenheid genomen hun instemming te betuigen met de argumenten voor en tegen
de invoering van de tweejarige heterogene brugperiode. De argumenten “tegen” worden veelvuldig
ondersteund, waarbij er twee echt uitspringen. De
keuze moet niet nodeloos worden uitgesteld en
onderwijskundig is het niet realiseerbaar.
Van de aangeboden varianten kiezen er 40 voor de
opsplitsing in MH en HA en 21 voor MH en A.
Wanneer het gaat om een keuze tussen MH en HA of
de bestaande situatie van het tweede leerjaar met
leerlingen in de categoriale schooltypen opgedeeld,
kiezen 55 van de 67 aanwezigen voor het handhaven van de bestaande situatie. Of de zwakke
mavoklas in het leven geroepen moet worden,
daarover zijn de meningen verdeeld; bijna evenveel
voor als tegen en bijna de helft heeft geen oordeel.
Het resultaat van deze studiemiddag is dus een
Opvallend bij de interne doorstroming is, dat de
mavo procentueel enigszins terugloopt, de havo
groeit en het havo-atheneum een weinig afneemt.
De brugklasdocenten geven hun mening
De argumenten voor het invoeren van de heterogene brugklas, zoals de uitstel van keuze en leren
met elkaars verschillen om te gaan, wordt door 9
van de 10 brugklasdocenten gedeeld. Dat daaruit
de onderwijskundige consequenties getrokken
moeten worden, vindt iedereen voor zich spreken.
Anders wordt de uitslag, wanneer het gaat om de
daadwerkelijke invulling van het onderwijs in de
brugklas. Op de vraag of de docenten de noodzakelijke differentiatie ook werkelijk toepassen, reageert
22% met ja, 33% met voor een deel en maar liefst
45% met niet of nauwelijks. De laatste twee
groepen voeren daartoe allerlei praktische en
didactische motieven aan, waaronder te grote
groepen en te veel individuele verschillen, die nog
toenemen in de loop van het schooljaar. Men is er
van overtuigd, dat de zwakke leerlingen het meest
profiteren van de heterogene brugklas en dat de
atheneum leerlingen onvoldoende aan hun trekken
33
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
docentenbijeenkomst Dukenburg College (1983)
met o.a. M. Welschen en W. van Veen
weloverwogen keuze voor handhaving van wat men
reeds bereikt heeft. Het feit, dat de school nog altijd
een groei doormaakt, zal weinig twijfel onder het
personeel te weeg brengen. De schoolleiding legt in
mei 1984 de plenaire vergadering voor, dat “de
invoering van een tweejarige brugperiode voorlopig
van de baan is.”
heterogene brugklas uitgebreid onder de loep
genomen. In het voorlichtingsmateriaal stelt de
school: “Leerlingen die tot het Dukenburg College
worden toegelaten, hebben recht op een zo groot
mogelijke kans de brugklas te voltooien op het
niveau van hun mogelijkheden…. De didactische
aanpak in de brugklas moet er op gericht zijn, dat er
rekening wordt gehouden met de verschillen tussen
leerlingen en wel op een zodanige manier, dat aan
de mogelijkheden van alle leerlingen, zowel de
zwakkere als de betere, recht wordt gedaan.”
Kort na de discussie in 1984 is de mate van
We zijn nog niet klaar
De discussie over de heterogeniteit steekt in 1988
echter opnieuw de kop op. Deze keer wordt de
Wim Hammecher temidden van leerlingen (pauze Dukenburg College tachtiger jaren)
34
Van Mammoet tot Maaswaal
Mieke Welschen 1989
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
differentiatie in de brugklas nog eens bekeken. In
grote lijnen komt men tot de conclusie, dat differentiatie niet in elke les noodzakelijk is. Klassikaal
werken dient wel frequent afgewisseld te worden
met werkvormen, waarin van differentiatie sprake
is. Daarnaast hangt nog de opmerking van de
brugklasdocenten in het luchtledige, dat slechts
een kwart van hen er in voldoende mate in slaagt
DBK te hanteren.
Dit leidt in 1988 tot de keuze voor de zogenaamde
dakpanklassen (mavo-havo en havo-vwo klassen
voor leerlingen met een gemengd advies vanuit de
basisschool. Red.) en tegelijk voor een aantal
didactische aanpassingen: het aanbieden van de
leerstof in een klas op twee niveaus, samen met
gelede toetsen en een twee-cijfersysteem. Dit
systeem werkt tot op de huidige dag over de volle
breedte van het Maaswaal College.
Rector – conrector – coördinatoren
Met het Atheneum in 1975 wordt directeur
Annemarie rector en de adjuncten conrectoren.
Gekozen wordt voor het benoemen van functionarissen in leerjaarklassen van de afzonderlijke
schooltypes. De conrector “brugklassen” is de
utt
en (illustratie 1985)
Rutt
utten
Ben R
enige functionaris die met alle drie de schoolsoorten te maken heeft.
Zo is Jan Robben aanvankelijk conrector bovenbouw
havo-vwo, wordt Dick Dekker de conrector van het
vwo en ontfermt Ben Rutten zich over de mavo.
De conrector is verantwoordelijk voor de dagelijkse
gang van zaken. De lesroosters worden centraal
gemaakt op het einde van het schooljaar; een
hectische periode waarin het docentenkorps zich
danig roert. Vakgroepen bekijken de door de
schoolleiding toegewezen lessen en dienen hun
wensen bij de roostermakers in. Bij het begin van
het volgende schooljaar wordt alles geacht “geregeld” te zijn. Vaak volgt er dan nog een ronde van
bijstellingen en daarna is het weer voor een heel
jaar voor elkaar. De conrectoren hebben er dan
geen omkijken meer naar.
Zij houden zich bezig met het onderwijskundig en
pedagogisch begeleiden van mentoren, docenten
en leerlingen, die om diverse redenen voor extra
aandacht in aanmerking komen. Hij of zij regelt het
teamoverleg en leidt de rapportvergaderingen.
Kortom; een baan die nooit afgerond is, versnipperd over allerlei taken en het kan altijd nog beter.
Maar er is goed mee te leven.
Dic
kD
er (illustratie 1985, H. Davids)
Dick
Dekk
ekker
ekk
35
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
staan, leerlingen niet geïndoctrineerd mogen
worden, ruimte moet zijn voor ieders persoonlijke
mening en gemeenschappelijke onderwijsdoelstellingen moeten worden nagestreefd.” …
“Naar mijn persoonlijke mening hebben wij onze
identiteit sedertdien niet meer bijgekleurd.”
Hij stelt voor, ook al is het wat opportunistisch, het
nieuwe Dukenburg College “school op interconfessionele grondslag” te gaan noemen. De
motivatie daartoe vindt hij in de steeds pluriformer
geworden samenstelling van de schoolbevolking
onder invloed van de deconfessionalisering. Het
lijkt hem “een school met een aantrekkelijker
signatuur dan de school in haar huidige outfit, met
bovendien een steeds grotere concurrentie van de
openbare stedelijke scholengemeenschap in onze
directe nabijheid.” Jan duidt hier op de vestiging
van de dependance van de openbare school, die
later als zelfstandige school voor avo-vwo de naam
Lindenholt college zal gaan dragen.
Zijn suggestie wordt niet overgenomen. In de
ouderbrochures wordt de katholieke identiteit
vermeld met een toelichting in de geest zoals Jan
die hierboven schetst.
Jos Keersmaekers (laatste lesdag 1984)
Zijn we nog wel katholiek?
Men is vertrouwd met discussie op basis van
uitwisseling van argumenten. Bespreking van
onderwijskundige en pedagogische items zorgen
voor aanhoudende uitwisseling van opvattingen;
bepaalde visies hangen samen met de identiteit
van de betrokken persoon en/of met die van de
school. Met afnemende regelmaat en intensiteit
wordt het thema centraal gesteld. Aanleiding is dan
nog de naamgeving van de school, het bestuur of
iets heel simpels als het samenstellen van een
ouderbrochure.
We gaan opnieuw naar de studiedag van februari
1983 bij gelegenheid van het derde lustrum van de
school en de verhuizing naar de nieuwbouw. Jan
Robben refereert in zijn voordracht aan de in mei
1978 in meerderheid geformuleerde katholieke
grondslag van de school.
“Als ik de stukken juist interpreteer … zijn wij
geenszins een “kerkelijke” of “Roomse” school in
de oude betekenis van het woord, maar eerder een
school op algemeen christelijke grondslag, waar
een pluriforme religieuze vorming voorop moet
Henk P
et
er
Pet
eter
erss (illustratie 1986)
36
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Gemeenschap van scholen
Scholengemeenschap Wijchen e.o.
DECONFESSIONALISERING
Vanuit een karig perspectief wordt niettemin aan
een bijna onmogelijke karwei begonnen; allereerst
met het centraal informeren van het personeel.
De eerder gehouden voorlichtingsavonden voor
personeel en lagere scholen hebben kennelijk
weinig effect gesorteerd bij het personeel, omdat
niemand er in onze gesprekken aan refereert.
De vastberadenheid van het gemeentebestuur met
als grote stimulator burgemeester Van Thiel,
onmiddellijk gevolgd door wethouder Janssen, de
voormalige directeur van de plaatselijke landbouwschool, is door de voorbereidingscommissie van de
scholengemeenschap niet overgenomen. De
opdracht om de opzet van de brugklassen uit te
werken naast het samenstellen van een informatiepakket ten behoeve van de lagere scholen is alleen
maar een reden om van mening te verschillen.
Zuster Ingrid van het leao geeft te kennen, dat
belangen van vrij persoonlijke aard een rol spelen
en vindt dat er dan geen goede start in het vooruitzicht kan liggen. “Elke school stelde zoveel als
mogelijk was, eigen belangen veilig; adjuncten in
de directie; financiën gescheiden houden en lessen
toewijzen aan eigen docenten. Oude rechten
werden gehandhaafd. Het heeft lange tijd geduurd,
voordat daar verandering in kwam.”
De organisatorische en juridische problemen laten
zich kennelijk wel met redelijk succes aanpakken,
al zullen er in de praktijk van alledag nog vele
nieuwe uitdagingen volgen.
De burgemeester noemt in de bijeenkomst van 8
januari 1968 als uiterste datum voor de start van de
scholengemeenschap augustus 1969, maar dat gaat
niet lukken.Het lhno van de NCB is nog niet aan
fusie toe.
Plenair geïnformeerd.
Eénhoofdige leiding aangekondigd
Op 24 juni 1969, een maand voor het passeren van
de stichtingsakte, stelt het bestuur van de “Stichting Voortgezet Onderwijs Wijchen” zich voor aan
de directies en het voltallige personeel van het leao,
het lto en de mavo in de aula in het toekomstige
hoofdgebouw aan de Oosterweg. Het bestaat uit
vier aangewezenen van de gemeente onder wie de
voorzitter wethouder Janssen, drie van de zusterorde van liefdadigheid van St. Lucia, die de
huishoudschool en de vglo besturen en drie
personen namens de Wijchense parochie H.
Antonius Abt. Pastoor Janssen stelt zich beschikbaar. “Het bestuur zal zich uitbreiden met een
ouder van elk van de drie scholen en een leraar van
een havo-school,” aldus de voorzitter.
Het feitelijke gegeven, dat het bestuur uit delegaties
met verschillende belangen en achtergronden is
samengesteld, drukt bij de start
“gemeenschappelijkheid” uit, maar deze verschillen zullen later met regelmaat problemen veroorza-
team LTS Wijchen (+1968)
37
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
ken door belangenverstrengeling.
Het bestuur wordt bijgestaan door drie inspecteurs,
waaronder de voor de ontwikkeling van de scholengemeenschap zo belangrijke drs. J. Ackermans van
de mavo, die zich zal ontpoppen als een warm
voorstander van in sterke mate geïntegreerd
voortgezet onderwijs.
De drie besturen van de afzonderlijke scholen
dragen het bestuur per 1 augustus 1969 over aan de
stichting. In de rechtspositie van het personeel
komt geen verandering.
Per 1 augustus 1970 wordt de stichting omgezet in
“Stichting Scholengemeenschap Wijchen en
Omstreken.” In de directievoering verandert niets;
de brugklassen blijven categoriaal zoals in ’68-’69.
Wel wordt begonnen met de integratie van het
onderwijs in de brugklassen. Hoe? Dat deelt het
bestuur niet mee. De opmerking over de te integreren brugklassen wordt gevolgd door een inhoudelijk
wel zeer vrijblijvende; “Na verloop van tijd zullen
alle klassen geïntegreerd zijn.” Ook hier geen
toelichting. Het KPC zal bijstand bieden.
Er zal gestreefd worden naar concentratie in één
gebouw en zolang dit niet het geval is, “moet er op
gelet worden, dat de drie scholen geen afzonderlijk
leven gaan leiden.” Dat is dan opgelost.
Precair vindt het bestuur het onderwerp van de
“éénhoofdige leiding per 1 augustus 1970”. De
directies is gevraagd een voorstel te doen. Door het
veelvuldige overleg en de samenwerking, zo stelt
men vast, is een directieteam ontstaan. “Voor een
goede start is deze eensgezindheid en energieke
samenwerking van de drie schoolleiders een
essentiële voorwaarde.” Uit het driemanschap zal
één der deelnemers moeten worden aangewezen
als teamleider, die directeur van de scholengemeenschap wordt. Mavo-directeur Vogten wordt
voorgedragen. Deze treedt in bestuursvergaderingen als directeur van de scholengemeenschap op vanaf het moment dat deze een feit is; 1
augustus 1970.
Uit de vragen van enkele personeelsleden blijkt, dat
er zowel instemming als ernstige terughoudendheid
bestaat. Men wil, dat er zo weinig mogelijk met
personeel van school naar school geschoven gaat
worden
DECONFESSIONALISERING
De bespreking met het personeel is achter de rug.
Men betreurt het feit dat het lhno niet mee doet.
Met de NCB zijn nog gesprekken. Wat let het
bestuur om op 17 juli 1969 bij de notaris een akte
op te laten maken van “de stichting voortgezet
onderwijs Wijchen en omstreken”? Niets. Per
augustus 1969 zijn de administratie en het geldelijk
beheer van de drie scholen centraal geregeld. De
havo is aangevraagd en de regels en voorschriften
zullen nageleefd worden om toewijzing van deze
schoolsoort te bevorderen.
Doel en moderne identiteit
“De stichting heeft ten doel de bevordering van het
voortgezet onderwijs in Wijchen en omstreken,”
aldus luidt artikel 2. Zij staat het oprichten en
beheren van één of meer scholen voor.
“Het onderwijs op deze scholen zal, in aansluiting
bij de levensbeschouwelijke opvattingen van de
meerderheid van de Wijchense bevolking, een
overwegend katholiek accent dragen, doch zal
overigens worden gegeven met inachtneming van
het feit dat de scholen openstaan voor alle kinderen
uit Wijchen en omgeving ongeacht hun levensbeschouwelijke afkomst. Op grond van dit laatste zal
de toegang tot de scholen aan leerlingen niet
worden geweigerd.”
Het is duidelijk, dat deze formulering van de
identiteit duidt op een brede en voor die tijd
moderne visie. Tijdens de eerder vermelde bijeenkomst met het personeel blijkt iedereen hiermee in
te kunnen stemmen. Van een uitgesproken katholieke identiteit is geen sprake. Het godsdienstonderwijs zal in het teken staan van brede levensbeschouwelijke vorming.
“Stichting Scholengemeenschap Wijchen en
Omstreken.” Verbreding met lhno
De drie scholen functioneren nog afzonderlijk, ook
al moeten er vele besluiten genomen worden
omtrent de heterogene brugklas, de onderwijskundige voorbereiding daarvan en de plaatsing van de
overige klassen in de beschikbare gebouwen.
Bovendien verlopen de gesprekken met de NCB
positief; het lhno besluit in april zich administratief
per augustus 1970 in te voegen en het daarop
volgend schooljaar deel uit te gaan maken van de
scholengemeenschap. Vanaf dat moment wordt
volledig geparticipeerd in de besluitvorming rond
de voorbereiding van de scholengemeenschap. De
“Stichting voortgezet onderwijs Wijchen en
omstreken” notarieel vastgelegd
De mammoetwet is van kracht. Elke school voor
voortgezet onderwijs vormt haar eigen brugklassen.
38
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
toestemming van het ministerie om tot de stichting
van de scholengemeenschap over te mogen gaan
wordt elke dag verwacht.
Statuten moeten worden aangepast aan de nieuwe
situatie en nog meer gericht worden op de toekomstige situatie. Op 5 augustus 1970 is het dan zover.
De akte van de Stichting Scholengemeenschap
Voortgezet Onderwijs Wijchen en Omstreken kan
passeren. Het doel van de stichting is gericht op het
completeren van de scholengemeenschap. De
identiteit wijzigt niet. Per afzonderlijk reglement
wordt de schoolraad, ouderraad, leerlingenraad en
personeelsraad geregeld. Men kan binnen de
school met de invulling van deze geledingen aan
het werk.
DECONFESSIONALISERING
taar letterlijk voorgelezen en besproken.
“Moeten wij dit gelezen hebbende en de overeenkomsten met onze situatie opgemerkt hebbende
ons niet afvragen of we binnen onze scholengemeenschap verder met volledige integratie moeten
gaan dan alleen met de brugklas. Liever categoriaal
iets dan integraal niets.”
Het bestuur gaat akkoord met publicaties ophangen
op het prikbord, maar is enigszins verbolgen over
“het zeer eenzijdige commentaar”. Dat het commentaar niet anoniem is, siert de man.
In 1973 zet men verdere stappen in het zogenaamde
“democratiseringproces” door het aanwijzen van
bestuursleden op basis van rechtstreekse voordrachten vanuit het gemeentebestuur, de dekenale
raad en de geledingen uit de school, zijnde de
personeelsraad en de ouderraad. Later zal deze
keuze toch niet zo gelukkig blijken te zijn.
De fusie wordt pas echt voelbaar na fysieke
veranderingen, zoals het veranderen van de
onderwijsbestemming van een gebouw en het
samen moeten gaan werken met collega’s uit
andere teams. Het personeel volgt de ontwikkelingen vrij kritisch.Dat blijkt onder meer uit het
volgende voorval dat we de “prikbordaffaire”
noemen. Het is mei 1970. Kennelijk is er een artikel
verschenen in de Gelderlander van 27 mei. De heer
Struiken ventileert zijn visie op scholengemeenschappen. Het wordt aan de Oosterweg op het
prikbord gehangen en van commentaar voorzien
met de paraaf van Wim Vonk eronder. In de
bestuursvergadering van 6 juni wordt het commen-
Van start met een brugklascoördinator
Per augustus 1970 start een heterogene brugklas
aan de Lijsterbes. Zuster Hadewijch is coördinator.
Zij haalt haar bul in de eerste lichting van
onderwijskundigen aan de universiteit van
Nijmegen met als specialisatie leerplanontwikkeling. Zij is een zwaargewicht, waardoor
andere sollicitanten geen kans maken. Naar haar
zeggen geeft dat ergernis in het team, omdat één
van hun collega’s die baan wilde.
Optreden van Frank Boeijen
op S.G. Wijchen
(tachtiger jaren)
39
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Met veel energie en creativiteit leidt Hadewijch het
team. Gevraagd naar haar ervaringen reageert zij
nogal teleurgesteld. “Collega’s zijn niet enthousiast.
Sommigen waren niet gewend met jongens te
werken en anderen weer niet met meisjes. Men was
gelukkiger op de oude bases en probeerde het les
geven in de brugklas te mijden. Er was geen team
van te maken. Ze kwamen uit kleine teams en
moesten nu één groot team gaan vormen. Het liep
niet. De docenten konden en wilden om uiteenlopende redenen ook vaak niet met de groepen echt
aan het werk gaan. Het waren zware jaren, temeer
omdat ik niet geaccepteerd werd door het team. Het
werken onder een vrouw was voor een aantal
docenten niet acceptabel; bovendien moesten ze
zich geheel inwerken in een nieuwe opzet en
eigenhandig samengestelde methodieken. Bovendien was vanuit de pedagogische centra weinig
deugdelijke begeleiding voorhanden.” Toch is er in
het voorafgaande schooljaar diverse malen overleg
met het KPC. Kennelijk levert dat weinig op. Wel
weet ze in overleg met hetzelfde KPC extra faciliteiten voor de brugklas los te peuteren onder de term
“experimenteerschool”.
Zij maakt allereerst een informatiebrochure voor
ouders, leerlingen en onderwijzers en kondigt
daarin het eerste algemeen leerjaar; het brugjaar
aan. Er wordt gewerkt in niveaugroepen. Het
docententeam zal mede op grond van observatie op
het einde van het jaar een advies geven. In een
schema worden de interne doorstromingsmogelijkheden in beeld gebracht en de benamingen van de
schoolsoorten uitgelegd.
Zij schrijft samen met vakcommissies het leerplan
voor de 11-klassige brugklas en diverse methoden
waaronder Nederlands en studielessen volgens het
basis- herhaling- verdiepingsmodel. Voor sociale
vakken, aardrijkskunde en geschiedenis, is er een
eigenhandig samengesteld lessenpakket.
Volgens teamafspraak neemt men tijdens een
vastgesteld lesuur in alle brugklassen hetzelfde
proefwerk af. Docenten binnen hetzelfde vak
houden nauw contact om zowel de inhoud als het
tempo van hun onderwijsoverdracht gelijk te
houden, evenals de beoordeling van het werk van
de leerlingen. Zo bewaakt men het principe, dat alle
brugklassers eenzelfde programma volgen en op
gelijke wijze worden beoordeeld.
Voetbalwedstrijd tussen leerlingen en docenten (1987)
40
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Set balpennen: Zwart, Rood, Groen en Blauw
DECONFESSIONALISERING
Uitreiking prijs tijdens HEWAHO-show 1987
Toch zet zuster Hadewijch een duidelijke onderwijskundige stempel op de brugklas; nog jaren de basis
voor verdere uitbouw. Ook het cijfersysteem getuigt
van haar creatieve inbreng en inlevingsvermogen in
de emoties van ouders en leerlingen.
Bij intrede als brugklasdocent krijg je van
Hadewijch een etui met balpennen in de kleuren
blauw, rood, zwart en groen om te gebruiken bij
correctie en becijfering van proefwerken en het
invullen van de schoolrapporten.
Elke klas kent een grote diversiteit aan leervermogen; van zeer eenvoudig lbo- tot uitstekend
mavo-niveau. “Zelfs havo- en vwo-leerlingen zitten
er tussen”, aldus Hadewijch, “omdat de ouders
vinden dat ze beter in Wijchen naar de brugklas
kunnen gaan dan naar het verre en stedelijke
Nijmegen.” Voor het tweede leerjaar vloeien ze af
naar Nijmegen of Oss.
Op het einde van de brugklas wordt op grond van
rapportcijfers gekozen voor klas 2 mavo, 2vbotheoretisch of 2 vbo-praktisch. Zuster Hadewijch:
“Vanwege de breedte van elke klas, was het niet
meer dan billijk, dat leerlingen op hun niveau
beoordeeld worden. Toetsen, overhoringen en
proefwerken werden met maximaal dertig punten
gewaardeerd. Het hogere niveau kreeg een zwart
cijfer. Dat ontstond door het delen van het resultaat
boven de twintig door drie. Voor het midden niveau
werd het cijfer tussen elf en twintig gedeeld door
twee en kreeg men het rode cijfer. Bij het laagste
niveau werden de cijfers niet gedeeld en in groen
vastgelegd. Vandaar het etui met de vier balpennen. Op deze wijze werden de leerlingen gewaardeerd binnen het vertrouwde 10-cijfersysteem en
bovendien niet onnodig geconfronteerd met een
onvoldoende. Leerlingen wisten zich erkend en
gestimuleerd. Bovendien had men een “hard”
instrument in handen om goed te kunnen determineren.”
naast een reguliere mavo. Er bestaan verlengde
opleidingen, waarin leerlingen participeren, die na
afsluiting van een bepaalde opleiding een aansluitende leergang volgen zoals metselen na timmeren
of fijn metaal na de basisopleiding.
De regelgeving is minutieus opgezet. Zuilen en
districten, landelijk en regionaal georganiseerd,
besturenbonden en adviesraden, normen en
schriftelijk ingediende onderwijsplannen, inspecties voor elke schoolsoort, pedagogische centra,
gemeentebesturen, diverse afdelingen op het
ministerie met elk hun regelingen, etc. etc.. Alles en
iedereen wordt erin gemoeid en elk komt met nog
verfijnder regelingen. Natuurlijk kost algemene
invoering veel geld ten behoeve van docenten en
lokalen en dat is niet voorhanden. Dan ga je wat
bedenken.
Voorbeeld: Het leao wil per augustus 1971 het
vierde leerjaar invoeren. Alle organisaties zijn het
hierover eens. De Bond van Besturen van Katholieke Scholen voor Beroepsonderwijs schrijft eind
april besturen en directies van de RK scholen voor
leao aan. Daarin lezen we samengevat: Integraal
starten van het vierde leerjaar per augustus 1971 is
“wegens ontoereikende financiële middelen
onmogelijk.” Daarom is het volgende bedacht: een
40-tal klassen van 25 leerlingen kan. Verdeling: RK
sector mag 15 scholen voordragen. Besturen en
directies worden uitgenodigd om de buit te komen
verdelen. Snel wezen, want het ministerie wacht op
antwoord. Of de Scholengemeenschap Wijchen
meegedaan heeft aan deze wedloop is niet waarschijnlijk, want er zijn geen lesuren voor vrijgemaakt.
Met het in 1975 vierjarig worden van de lbo-scholen
is de weg vrij voor verdere uitbouw van de brugperiode en integratie van de schoolsoorten. De
ontwikkelingen in de Scholengemeenschap Wijchen
lopen daarmee gelijk op.
Vierjarig lbo en mavo; orde in de chaos
Alom is de wens om tot vierjarige opleidingen te
komen in onderwijskringen en samenleving begin
jaren zeventig hoorbaar. Er is immers nauwelijks
sprake van eenvormigheid. In het algemeen zijn de
beroepsgerichte opleidingen driejarig. Scholen
kennen praktijk- en theoriestromen in al of niet
experimenterende afdelingen; een eenvoudige
driejarige mavo met vijf examenvakken functioneert
41
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
Een adjunct-directeur met recht van opvolging
Directeur – adjunct-directeuren – coördinatoren.
Taak- en diensteenheden
De heer Vogten start in augustus 1971 zijn laatste
schooljaar. Door de pensionering van Reichgelt is er
ruimte voor een nieuwe adjunct-directeur. Reeds bij
de start van de scholengemeenschap heeft het
bestuur te kennen gegeven “iemand van buiten”
aan te willen trekken om bij gebleken geschiktheid
Vogten als algemeen directeur op te volgen. Aan
alle personeelsleden, ook die van het nog zelfstandige lhno, wordt schriftelijk mededeling gedaan
over de op handen zijnde plaatsing van een
advertentie. Het bestuur staat open voor wensen
van het personeel.
Frans van Luijk, leraar HTS, voormalig arbeidsdeskundige in het bedrijfsleven, met kandidaatsexamen economie en een pedagogisch getuigschrift, wordt in tijdelijke dienst per 1 augustus 1971
benoemd.
De scholengemeenschap is dan bezig een goede
basis te leggen in de vorm van een geïntegreerde
brugklas, maar een nieuwe impuls is dringend
nodig. Een beleid voor de toekomst is er niet. Men
is zoekende. Frans treft een school aan, die erg
verdeeld is over een toekomstvisie, belangentegenstellingen moeilijk kan overbruggen en
ondanks een welwillend bestuur niet echt als
scholengemeenschap van de grond komt. Hij
kenschetst in enkele zinnen zijn beginsituatie en
zijn visie op “hoe een school dient te zijn”.
“In 1971 spreekt men in Wijchen wel van een
scholengemeenschap, maar in werkelijkheid is er
sprake van een agglomeraat van vier verschillende
scholen op verschillende locaties, ressorterend
onder vier verschillende inspecties. Het zijn de
scholen voor mavo, lto, lhno en leao. Mavo en lto
zitten dan al op één locatie.”
Het is pas drie jaar na de invoering van de Mammoetwet en Frans weet zich geïnspireerd door de
ideeën van onderwijsminister Cals: “artikel 19 van
de Wet op het Voortgezet Onderwijs: een scholengemeenschap is één school, waarin de leerlingen de
kans geboden wordt tot maximale ontplooiing op
alle gebieden van onderwijs voor hoofd en hand.”
Dit oorspronkelijke idee is volgens Frans nooit
uitgevoerd. “In Wijchen wordt dat wel geprobeerd in
de vorm van een totaalexperiment. Daarvoor is het
nodig dat bestuur, directie, docenten, ouders en
leerlingen hetzelfde doel voor ogen houden. Dat
vraagt van alle betrokkenen een grote inzet.” Het is
ook de eerste prioriteit van Frans. “Grenzen in de
school moeten worden opgeruimd; grenzen tussen
In augustus 1969 is er sprake van een gemeenschap
van scholen. J. Vogten, directeur mavo, zuster
Ingrid, directeur leao, C. Reichgelt, directeur lts, en
de adjuncten Zr. Hadewijch van het leao, P. Pelser
van de lts en Th. Clemens van de mavo. Een jaar
later start de Scholengemeenschap Wijchen. De
directiestaf wordt uitgebreid met C. Rovers en P. van
Wijk van het lhno. Zuster Hadewijch is de pedagogisch-didactisch medewerker en coördineert de
brugklas.
Zodra de scholengemeenschap bestaat, begint het
bedelen om extra taakeenheden. Experimenteren
en overtuigen levert winst op. Nauwkeurig voldoen
aan alle eisen, zoals die in circulaires en
toekenningsbrieven van het ministerie zijn gesteld,
is een belangrijke voorwaarde. Vaak wordt hierin
om notities gevraagd, waarvan je je kunt afvragen
of die er wel toe doen. Het aankaarten van problemen, zoals het ontwikkelen van een onderwijsprogramma voor een heterogene brugklas, levert
vaak nieuwe regelgeving op. Een school, die in haar
ontwikkeling voorop loopt, is gedoemd tot eindeloos overleg met ambtenaren op het ministerie. Dat
heeft automatisch tot gevolg, dat er altijd meer
gewerkt moet worden dan er “uren” tegenover
staan.
Frans van Luijk
42
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
schooltypen, grenzen tussen vakken in de brugklassen, grenzen tussen docenten, grenzen tussen
leerlingen.” Frans benadrukt: “Grenzen bevorderen
conflictsituaties. Daaruit volgt het zoveel mogelijk
mengen van docenten en leerlingen om tot een
optimalisering van het onderwijs te komen. Zo
worden ook de lasten van het lesgeven eerlijker
verdeeld. Een docent 2-lbo heeft een zwaardere
taak als een docent 2-atheneum, terwijl de
eerstegrader beter wordt betaald en in die tijd voor
minder lesuren.
Als hoogste principe geldt: leerlingen moeten
werken in een werkbare situatie. Dat bevordert de
motivatie, waardoor het aantal drop-outs tot een
minimum wordt beperkt.In de onderbouw van twee
jaar maakt de leerling kennis met een breed palet
van leergebieden. Zittenblijven is er niet bij. Na
twee jaar wordt de algemene beoordeling toegespitst op ieders individuele capaciteiten en
belangstelling. Dit profiel wordt doorgesproken met
ouders en leerlingen. Op
grond van dit profiel vindt bevordering plaats naar
het derde leerjaar in homogene groepen.”
Dat laatste komt later nog aan de orde. Deze visie
heeft steeds ten grondslag gelegen aan de ontwikkelingen, die Frans met grote inzet samen met het
directieteam, de docenten, de ouders en het
bestuur voortvarend op gang zal brengen.
DECONFESSIONALISERING
bestuur stelling. Zo staat in de notulen van 19
januari 1972: Kritiek mag, “mits hieraan langs
normale wegen uiting wordt gegeven.” Het is niet
mogelijk gebleken een duidelijk en gefundeerd plan
op tafel te leggen, inhoudende de vorming van een
geïntegreerde scholengemeenschap, zonder heilige
huisjes omver te halen, die in de bestaande sterk
verschillende schoolculturen nog worden gekoesterd. … Het bestuur stelt bij dezen, dat het vertrouwen aan de Hr. Van Luijk bij zijn benoeming
gegeven, alleen maar is versterkt.” Kennelijk heeft
Frans het goed aangepakt, wat later ook zal blijken,
wanneer het personeel met volle inzet vorm gaat
geven aan de brede scholengemeenschap. Aan
visie en ideeën om deze te verwezenlijken geen
gebrek. “En Route”!!
Stroomversnelling. Volop werk aan de winkel
De scholengemeenschap staat voor grote beslissingen. De brugklas heeft zijn opzet gevonden.
Oriënterende gesprekken over de invoering van een
algemeen tweede leerjaar vinden plaats. De bittere
pil van de afwijzing van het verzoek om een havo te
mogen oprichten wordt een weinig verguld met de
Voor de leeuwen
Van een rustige start is geen sprake. De school
verkennen, één van de directietaken oppakken en
zich geleidelijk aan inwerken, is er niet bij. Er is
afscheid genomen van Reichgelt en Vogten begint
aan zijn laatste schooljaar. Bij de eerste directievergadering moet Frans reeds de directeur wegens
ziekte vervangen en enkele weken later woont hij
de eerste bestuursvergadering bij. Er ligt dan een
praatstuk op tafel van het KPC met “suggesties voor
een taakverdeling t.b.v. directeur en adjunctdirecteuren”. De heer Vogten zal zijn taak niet meer
op kunnen nemen. Van hem wordt op het einde van
het schooljaar afscheid genomen.
Op 27 oktober wordt Frans aangewezen als waarnemend directeur. Hij is voor de leeuwen geworpen.
Bovendien wordt hij al snel geconfronteerd met
negatieve reacties, die te maken hebben met het
doorbreken van ingeslepen verworvenheden, die de
ontwikkeling van een geïntegreerde scholengemeenschap in de weg staan. Wanneer die kritiek
ongenuanceerd en ongefundeerd wordt, neemt het
Diploma Scholengemeenschap Wijchen 1984
43
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
negatief zal zijn en passeert daarom met de
rechtstreekse aanvraag het Centraal Bureau van de
eigen katholieke zuil. Dat is ongehoord en leidt
later tot misverstanden inzake de denominatie van
de school. Samenwerkingsschool? Interconfessioneel? Openbaar bijzonder? Van de
katholieke signatuur is binnen de school overigens
nooit een punt gemaakt. De contributie van één
gulden per leerling wordt keurig afgedragen. Alleen
de medewerking van de zuil is steeds een heet
hangijzer. Telkens in dezelfde val lopen, zo redeneert het bestuur, getuigt ook niet van een verstandige aanpak.
bekostiging van de nieuwe afdeling
elektrotechniek. Het vierjarig worden van het totale
lbo is voorwaarde voor verlenging van de brugperiode. Overleg met inspecteurs moet ruimte
daartoe opleveren. Frans van Luijk legt in januari
1972 een notitie met eerste aanzetten op tafel, die
zowel de invoering van het tweede algemene
leerjaar betreft als de integratie van het derde en
vierde leerjaar met de mogelijkheid de vakkenpakketkeuze van de leerlingen te verruimen. Allerlei
praktische regelingen moeten worden getroffen; de
diverse raden worden geëffectueerd, zoals de
schoolraad en de leerlingenraad, die door kandidaatstelling en verkiezing van brugklas- tot en met
het vierde jaarsleerlingen wordt samengesteld.
De havo wordt opnieuw aangevraagd; nu rechtstreeks bij het ministerie en met een afschrift naar
de Katholieke Schoolraad De procedure begint weer
van voren af aan, met één verschil. Het bestuur
schat in, dat de advisering van de afdeling
Nijmegen van de Katholieke Schoolraad opnieuw
Verlengde brugperiode in fasen ingevoerd
Vanaf het begin van de scholengemeenschap vindt
er een discussie plaats over het tweede brugjaar.
De opleidingen voor lbo, waarin per augustus 1971
het lhno is opgenomen, gaan vierjarig worden en er
vindt verbreding plaats van de algemene vorming.
Wereld der natuur
44
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Deze gelegenheid grijpt men aan voor het experimenteren met een tweede brugjaar. Er wordt al
gewerkt met enkele klassen in het tweede leerjaar,
waar nadere determinatie voor lbo dan wel mavo
nog moet plaats vinden. Het is een tussenoplossing, die zo spoedig mogelijk uitzicht moet bieden
op toepassing in alle tweede klassen.
Hans Satter, studerende voor pedagogiek MO-B,
wordt per augustus 1972 benoemd om daarmee een
start te maken. Hij wordt mentor van de twee
determineerklassen. Daarnaast zijn er negatieve
ervaringen met het lesgeven en begeleiden van de
leerlingen in de 2-lbo klassen van het meest
eenvoudige niveau. Deze leerlingen voelen zich al
kansloos in de opgedrongen theoretische vakken
en geven blijk van minimale motivatie. Ook dat
probleem moet meteen aangepakt worden. Een
lessentabel voor deze klassen is, zoveel als
mogelijk, gebaseerd op de minimumtabellen van de
afzonderlijke schoolsoorten. Zonder deze tabellen
geweld aan te doen kom je er niet. Gelukkig hecht
het ministerie meer aan een degelijke integratie
dan aan de minimumtabellen. Overleg met alle
inspecteurs en diverse ambtenaren van het
ministerie biedt een oplossing. Het overleg vereenvoudigt, wanneer later de heer Ackermans inspecteur van de scholengemeenschap wordt.
Ook hier weer blijkt, dat wanneer je één wezenlijk
element zoals de verlenging van de brugperiode
aanpakt, er talloze gevolgen zijn voor de rest van de
schoolorganisatie.
De hele papierwinkel, inhoudende lessentabellen,
herschikking van gebouwen, berekeningen van les-,
dienst- en taakeenheden en nog veel meer formele
zaken, moet naar Den Haag en dan ook nog eens
naar verschillende afdelingen met elk hun beleidsfunctionaris.
Frans van Luijk besluit gezamenlijke besprekingen
met ambtenaren van het ministerie, de inspectie,
bestuur en directie op school te organiseren. Dat
maakt heel wat zaken helder, meer haalbaar en
hanteerbaar. Deze vorm van overleg voeren is
succesvol; een gouden greep om snel zaken te
kunnen doen. Frans kiest er ook voor om direct
betrokken docenten in deze besprekingen te laten
participeren. Dat verhoogt de geloofwaardigheid en
levert meer betrokkenheid van docenten op.
De chef van de afdeling mavo-vbo bij het ministerie
schrijft op 21 maart 1973: “Het bezoek, dat ik de
vorige week aan uw scholengemeenschap mocht
brengen, is voor mij zeer leerzaam geweest. Ik ben
getroffen door het enthousiasme, waarmee U met
DECONFESSIONALISERING
Sportdag 1988 (Frans Verhoeven en Annet Mannie)
elkaar aan het onderwijs werkt. Ik wens U dan ook
veel succes toe en hoop dat het U mogelijk zal zijn
dit enthousiasme te blijven opbrengen. Ook het
persoonlijk contact met de voorzitter en de secretaris van uw bestuur alsmede met de directeur heb ik
zeer op prijs gesteld.”
Dergelijke bijeenkomsten worden met regelmaat,
aanvankelijk jaarlijks, georganiseerd om doorbraken te kunnen maken.
Hans Satter heeft het schooljaar 1972-’73 beschikbaar als een volledig voorbereidingsjaar. Dan nog
levert de determinatie aan het einde van het eerste
brugjaar een splitsing op van negen klassen meer
theoretisch gericht en drie klassen meer praktisch
gericht onderwijs. In de laatst genoemde klassen
worden veel negatieve ervaringen opgedaan, omdat
de leerlingen met weinig motivatie en teleurgestelde leerlingen met mavo-wensen het de docenten niet gemakkelijk maken daar lessen te verzorgen. De school vindt dat mede een motief om te
besluiten tot de invoering van een algemeen
tweede leerjaar. Men laat de klassen in zijn
45
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
eerste en ook nog na de tweede klas uit naar de
havo in Oss of Nijmegen. Reden te meer om haast
te maken met de realisering van de havo.
totaliteit doorgaan naar het tweede leerjaar.
Inmiddels zijn er vakgroepen gevormd, die de
boekenlijsten voor alle opleidingen samenstellen
en bij gevolg ook de keuze moeten maken voor de
leergangen van het tweede leerjaar. Onder leiding
van Hans wordt het leerplan voor het tweede
leerjaar uitgewerkt. Het BHV-model, zoals gebruikelijk is in de brugklas, wordt gecontinueerd. De
samenwerking met andere scholengemeenschappen wordt met nog meer energie via werkgroepen
opgezet en werpt zijn vruchten af. Het determinatiesysteem van de brugklas wordt overgenomen en
toegepast bij de overgang naar het derde leerjaar
mavo of één van de lbo-opleidingen. Van elke
leerling is op het einde van de brugperiode een
dossier opgebouwd. De leerresultaten zijn in cijfers
vertaald. Het dertig punten systeem wordt niet meer
omgerekend; het B-, C- en D-niveau elk 10 punten.
Gegevens met betrekking tot inzet en belangstelling
zijn vastgelegd. Tevens wordt op dat moment de
beroeps- of opleidingswens na de scholengemeenschap daarin betrokken. De Beroepen Interesse Test
is daarbij behulpzaam. De ouders en de leerling
kiezen mede op advies van de mentor en de
decaan, rekening houdend met gebleken belangstelling en vaardigheden, de vervolgopleiding.
Een redelijk groot aantal leerlingen stroomt na de
Algemene Technieken in de fietsenkelder.
Ontwikkelingsmodel
In de brugperiode is het vak algemene technieken
ingevoerd om de leerlingen gelegenheid te geven
zich te oriënteren op de vele beroepsgerichte
vakken van de bovenbouw naast het verwerven van
praktische zelfredzaamheid; het leren beheersen
van allerlei vaardigheden, die je op je levenspad
tegen kunt komen, zoals het plakken van een band,
het repareren van een stekker en het maken van
een vla-flip.
Het vak moet op de scholengemeenschap breed
oriënterend zijn en alle vakken kunnen er in
participeren, inclusief de avo-vakken. Het moet een
kweekvijver worden voor het onder begeleiding
zelfstandig verwerken van leerstofgehelen.
Inspecteur Ackermans is enthousiast. De fietsenkelder wordt in eigen beheer ingericht door vooral
de beroepsgerichte docenten en hun leerlingen.
Het idee van inrichten is naar zeggen van Wil
Schoenmakers “geboren achter zijn hengeltje aan
de oever van de Maas”. Samen met Jos Janssen
Sportklas 1992 SGW (voor gebouw Oosterweg)
46
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Bouwmeester pakt hij de klus op. Hij legt alle
potentiële collega’s AT de plattegrond voor en de
handen gaan letterlijk uit de mouwen. Middelen
worden aangeschaft en taken worden geschreven.
Leerlingen moeten zelfstandig kunnen werken. De
materialen en de werkbladen liggen bij aanvang
van het lessenblok gereed. De docent begeleidt de
werkende leerling. De meer praktisch ingestelde
leerlingen van de tweede klas krijgen op basis van
hun keuze het dubbele aantal lessen AT door een
tweede vreemde taal te laten vallen.
De organisatie is opmerkelijk en staat tevens model
voor verdere ontwikkelingen in andere vakgebieden. Een docententeam werkt gelijktijdig met
enkele klassen. De leerlingen worden verdeeld over
verschillende “hoeken” waar de aspecten van AT tot
hun recht komen. Leerlingen rouleren per lesbezoek
volgens een bepaald schema langs hoeken en
docenten. De leerresultaten worden geregistreerd.
We noemen: de huishoudelijke hoek met ruimte
voor textiele werkvormen, de economisch administratieve hoek, de agrarische hoek en een technische werkruimte voor kunststof-, hout-, metaal-, en
elektrotechnieken, die in 1974/75 ter beschikking
staan. Vier docenten begeleiden 75 tot 80 leerlingen. Het ligt dan nog in de bedoeling een informatieve hoek in te richten voor de sociale vakken, een
exacte en een talenhoek. Daar is het echter niet van
gekomen. De vakgroepen geven er de voorkeur aan
het teamonderwijs in eigen aangepaste ruimten op
te zetten. AT levert veel expertise en werkt inspirerend naar collega’s toe. Bovendien zijn de leerlingen gemotiveerd bezig. Opvallend is, dat zelfs de
stoerste jongens prima met de naaimachine om
kunnen gaan en dat de meisjes het werken aan de
schroefbank niet schuwen. Pure winst.
DECONFESSIONALISERING
nend personeel, enz.
Uitgangspunt daarbij is, dat de functie-uitoefening
de totale scholengemeenschap betreft. Daarmee
heeft de toedeling op grond van schoolsoort of
afdeling afgedaan en plaats gemaakt voor een
organisatie op basis van staf- en lijnfuncties. Zo
stuurt de adjunct - leerlingbegeleiding alle mentoren binnen de scholengemeenschap aan en
begeleidt de adjunct-onderwijskunde alle vakgroepen en docenten bij de opzet van het onderwijs. De
directieleden houden allen kantoor in het hoofdgebouw. De coördinatoren hebben zitting in de
gebouwen waar hun klassen zijn; brugklas in de
Lijsterbes en het tweede leerjaar aan de
Balgoyseweg.
Hans Satter, momenteel voorzitter van de centrale
directie van de scholengroep Rijk van Nijmegen
blikt terug. “In En Route I, het beste van de drie
rapporten aan het ministerie, staat een organogram
van de schoolleiding met een functionele lijn-staf
opzet, zoals je die ook in bedrijven tegenkomt.
Directeur, zijn waarnemer en de adjuncten vormen
de directie. De coördinatoren doen wel mee aan de
directievergadering, maar hebben geen stemrecht.
Er is georganiseerd naar functies. De directeur heeft
wel een centrale, alles overheersende functie.
Adjunct-directeur betekent in feite ook een ondersteunende functie naar de directeur. Veel regels en
bevoegdheden werden in die tijd vanuit het
ministerie gesteld en geregeld. Dat vraagt een
andere organisatieopzet en andere kwaliteiten
binnen de school en zeker binnen de schoolleiding.
In deze tijd zou men het “productieproces” als
organiserend principe hanteren.
Deze lijn-staf-structuur met de daaraan gekoppelde
secties en andere groepen van personeel binnen de
school heeft goed gewerkt. Hij gaf duidelijkheid
binnen de school over zowel de te verlenen diensten als de wijze waarop besluiten tot stand
kwamen. Op zich passend bij de organisatie in
ontwikkelingen in die tijd; vernieuwing en dynamiek was een deel van de tijdgeest. Daar was
Wijchen geen uitzondering op; er werd veel energie
in de opzet van een bij de tijd passende brugperiode gestoken.” Daar wordt tijdens het
ontwikkelingsproces verantwoording over afgelegd.
Er zijn immers extra taakuren ten behoeve van de
realisering van de brugperiode en de integratie in
de bovenbouw door het ministerie beschikbaar
gesteld. Men verwacht op de hoogte gehouden te
worden. Daaraan wordt in de vorm van uitgebreide
verslaggeving tegemoet gekomen.
Directeur – waarnemend directeur – adjunctdirecteuren en coördinatoren
Het is augustus 1973. Frans van Luijk is directeur en
Theo Clemens zijn waarnemer. Hans Satter wordt bij
het vertrek van Toos Rovers in 1973 de nieuwe
adjunct-directeur. Gerrie Derks neemt de plaats in
van Hadewijch.De schoolleiding is redelijk
vernieuwd.Herschikking van taken is gewenst. Men
kiest voor het verdelen van de diverse functies over
de adjuncten, naar gelang hun capaciteiten en
belangstelling. De taakomschrijvingen, die vooraf
met de betrokken functionarissen zijn doorgesproken, leiden vervolgens weer tot taakomschrijvingen
voor de leraar, de mentor, het onderwijs ondersteu47
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
“En Route”, rapportage over Integratie avo-lbo
DECONFESSIONALISERING
De scholengemeenschap wil kiezen voor een
driejarige brugperiode over de volledige breedte
van de school. Het idee van Frans van Luijk in dezen
is “om alle vormen van voortgezet onderwijs
vijfjarig te maken. De achtergrondgedachte is: Het
lesgeven aan homogene groepen in de bovenbouw
levert zoveel winst op, dat voor het vwo met een
jaar minder kan worden volstaan, terwijl dat extra
jaar zeer welkom is in de mavo en het lbo. Leerlingen moeten gelegenheid krijgen bij aanwezige
mogelijkheden om hun pakket te verbreden of te
verdiepen in een extra jaar in plaats van zittenblijven.” Dit idee is niet verder uitgewerkt, omdat
vwo, ook na herhaalde aanvragen, nooit aan de
scholengemeenschap is toegewezen.
In En Route wordt er tevens op aangedrongen, dat
integrerende scholengemeenschappen niet in een
isolement moeten werken, maar dat het totale
voortgezet onderwijs geleidelijk aan moet streven
naar harmonisatie.
Deze verslaglegging is mede bedoeld om met
andere scholen te communiceren. Veel gesprekken
met bezoekende scholen zijn gevoerd over de
organisatie van en de wijze waarop herstructurering
heeft plaatsgevonden. Vele pagina’s worden
besteed aan de bestuurlijke organisatie en de
besluitvormingsstructuur, waarin geledingen
binnen de school participeren. Statuten en reglementen, de samenstelling en bevoegdheden van de
diverse raden worden onverkort weergegeven en
zijn vaak in andere scholen als uitgangsbasis
genomen. Dat geldt ook voor de beschrijving van de
categorie: uitvoerend. De taakomschrijvingen geven
helderheid naar de personeelsleden en beperken
het langs elkaar heen werken tot een minimum.
Dan volgt nog een beschrijving van de onvoldoende
huisvesting, de lessentabellen met een toelichting,
het onderwijsleerplan in ontwikkeling van alle
aangeboden vakken in de brugperiode, de begeleiding van de leerling en een paragraaf over de
leerkrachten en de betrokkenheid van de ouders.
De slotconclusie eindigt met: “Besluiten we met de
wens dat onze scholengemeenschap op korte
termijn verdere ontplooiingsmogelijkheden zullen
worden geboden.” Eén zin in deze conclusie trekt
nog onze aandacht waar het gaat om de vraag waar
de school aan werkt. “Een schooltype, - en of dat de
middenschool moet heten, willen we gaarne in het
midden laten - dat aan elke leerling optimale
ontwikkelingskansen biedt.” De Middenschool zal
de gemoederen in en om de school in de nabije
toekomst danig gaan bezighouden.
In de vorm van een lijvig boekwerk met op het
titelblad de bekende uitlating van Churchill: “I have
nothing to offer but blood, toil, tears and sweat”
wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen tot
maart 1974 en een schets van geplande activiteiten
in het kader van verdere integratie met als doel “de
capaciteiten van elk kind een optimale kans tot
ontplooiing te bieden”.
Naast een korte geschiedschrijving wordt erg veel
aandacht gegeven aan de doelstellingen. Doorbreking van milieugebonden onderwijs en uitstel
van keuze naast de kansen tot optimale ontwikkeling worden als speerpunten daarvan weergegeven.
Aan een aantal kernvoorwaarden moet worden
voldaan, zoals de onderwijskundige vormgeving,
personele en materiële beschikbaarheid. De
harmonisatie van onderwijsprogramma’s van lbo en
mavo heeft al vorderingen gemaakt door
veralgemening van het onderwijs. Begeleide
experimenten met een structuurdoorbrekend
karakter moeten worden ondernomen, gericht op de
volgende doelen:
a. een zodanige differentiatie en individualisering
van het onderwijs naar inhoud en organisatie,
dat het de leerling ontplooiingskansen biedt,
aansluitend bij zijn talenten, belangstelling en
eerder genoten onderwijs.
b. een veelzijdige, intellectuele, praktische,
expressieve en sociale vorming, waarbij een
evenwichtig programma met betrekking tot de
oriëntatie inzake levensbeschouwing, maatschappij, arbeid en vrije tijd moet worden
geboden.
c. een optimale organisatie van de doorstroming,
ondersteund door leerplanontwikkeling, waarbij
de doelen, beoordelingswijzen en –middelen
worden aangegeven.
d. een zodanige begeleiding en determinatie, dat
de leerling in overeenstemming met zijn
ambities en mogelijkheden op het juiste spoor
wordt gezet.
e. het opheffen van de examendruk door het
systeem te herzien.
De examendruk kan aanmerkelijk teruggebracht
worden door invoering van certificaten per vak en
niveau, die leerlingen kunnen behalen bij de
afsluiting van betreffende leerstofgehelen. Een
bepaald samenstel van certificaten geeft recht op
een diploma. De leerling bouwt een soort van
dossiermap op.
48
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
DECONFESSIONALISERING
opzet van het derde leerjaar wordt uitvoerig
besproken evenals de wensen voor het vierde
leerjaar. Het rapport “En Route” betreffende de
integratie van avo-lbo wordt overhandigd.
Het rapport beschrijft onder meer de werkwijze in
het komende derde leerjaar. Ieder vak op het
rooster is een potentieel eindexamenvak en zal op
ieder niveau in clusters aangeboden worden
gedurende drie lesuren per week. Alleen Nederlands heeft vier lesuren. Op zich is het een voortreffelijke uitgangsbasis.
De potentiële mavo-eindexamenkandidaat kiest
tien vakken; de theoretische lbo-stroom volgt negen
vakken en de practicus zeven vakken. Het verschil
zit in het aantal lesuren praktijk.
Bij de determinatie ter afsluiting van de brugperiode stelt elke leerling volgens de eerder
genoemde procedure zijn vakkenpakket samen.
Dan begint het werk voor de roostermensen. En
daar komt het probleem in alle hevigheid naar
voren. De keuzes zijn dermate gevarieerd, dat de
clusters zeer onevenwichtig van samenstelling zijn.
Bovendien is het rooster voor de overige leerjaren al
gereed, wanneer nog altijd gewerkt wordt aan het
Het dankwoord aan de inspecteurs, de diverse
beleidsambtenaren, de geledingen en het voltallige
personeel sluit deze verslaglegging af.
Het boekwerk is heel populair bij zich ontwikkelende scholen en is in enkele duizendtallen over het
land verspreid. Een jaar na verschijning beleeft het
al zijn derde ongewijzigde druk.
Het derde leerjaar met een hectische start
De behoefte aan een coördinator voor het derde
leerjaar, waar in principe per vak elk niveau moet
worden aangeboden, dient zich aan. Deze functie
mag Kees van de Wiel vanaf augustus 1974 gaan
vervullen. Het jaar daarop komt er het vierde
leerjaar bij. Dan is de schoolleiding op de gewenste
sterkte en wordt de school door meer dan 1000
leerlingen bezocht.
In maart voorafgaand aan de start van het geïntegreerde derde leerjaar, is er op school de inmiddels
gebruikelijke bespreking met inspecteur Ackermans
en betrokken ambtenaren van het ministerie,
waaronder de heer Brijder. De leerplannen van de
onderbouw worden overhandigd en toegelicht, de
Afscheid SGW Herman Maas (midden), links Kees van de Wiel
49
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
inclusteren en toekennen van roostertijden aan
derdejaars leerlingen. Wat zo ideaal lijkt aan te
sluiten bij de filosofie van de school, blijkt praktisch heel moeilijk uitvoerbaar te zijn. Keuzes van
leerlingen kun je niet terugdraaien. Door de
mogelijk verkeerde volgorde in het samenstellen
van het rooster moet er tot aan de herfstvakantie
gewerkt worden met een noodrooster. Er wordt
intussen hard gewerkt aan een totale herziening,
maar het komt niet meer echt goed.
De realiteit vraagt om een heroverweging van de
uitgangsbasis, hoezeer die ook aansluit bij de
filosofie van de school. Het derde leerjaar blijft
geïntegreerd, maar het aantal te kiezen vakken
wordt aangepast, mede omdat een beperkt aantal
leerlingen onvoldoende motivatie vertoont voor
vakken die zij voor het eindexamen zullen laten
vallen. Het aantal eindexamenvakken voor de
gekozen afstudeerrichting is voortaan richtlijn.
Eén belangrijk doel is echter wel bereikt; de
afzonderlijke schoolsoorten zijn geïntegreerd. Het
vak natuurkunde bv. wordt zowel de lto- als de
mavo-leerlingen in clusters gegroepeerd aangeboden en bij de vakken Nederlands en Engels geldt
dat voor alle niveaus, waarop leerlingen in het
vierde leerjaar examen kunnen afleggen.
DECONFESSIONALISERING
“een geprofileerd eindexamen met deelcertificaten”
uiteen. Aangezien het zittenblijven is verdwenen,
kan eventueel een extra leerjaar besteed worden
aan verbreding en/of verdieping om de doorstroming op een hoger plan te brengen. Ackermans
adviseert “een goed gemotiveerd voorstel bij het
ministerie in te dienen.” Dat gaat gebeuren. De heer
Brijder zal daarbij als overlegpartner dienen. Frans
van Luijk neemt alle eindexamenbesluiten van de
diverse categoriale schoolsoorten ter hand en komt
tot een concept. Daarin worden tevens voorstellen
gedaan om de expressievakken en Spaans als
eindexamenvakken op te voeren.
De andere in een convent samenwerkende scholengemeenschappen worden op de hoogte gehouden
van de ontwikkelingen. Frans is dan inmiddels lid
van het dagelijks bestuur van het convent.
De heer Brijder neemt het concept door en geeft het
advies alle onnodige kronkels ten gevolge van de
categoriale ondergrond te vermijden en tot een
consistent geheel te komen, uitgaande van de
geïntegreerde scholengemeenschap. Naast
Nederlands als enig verplicht vak, zijn er logische
eisen als “alle vakken moeten met minimaal een
zes worden afgesloten” en bij gevolg kan er van
compensatie van een onvoldoende vak met een
meer dan voldoende vak geen sprake zijn. De
doorstromingseisen van het vervolgonderwijs zijn
voor de leerling richtingbepalend voor de keuze van
de eindexamenvakken; zonodig kan nog verbreed
of verdiept worden in een extra leerjaar. Vanuit het
ministerie wordt de doorstromingscirculaire, die
aangeeft met welke vakken en niveaus de leerling
naar vervolgonderwijs kan doorstromen, in augustus 1979 aangevuld met een kolom “Eindexamens
sg Wijchen e.o.”. Kees Bos, in die tijd decaan aan
De Klokkenberg, herinnert zich deze circulaire. “De
extra kolom viel goed op. In vergelijking met de
reguliere scholen was het heel duidelijk en eenvoudig. De vereiste vakken en niveaus stonden per
vervolgopleiding op een rijtje.”
De regeling, waarin het havo niet betrokken is,
wordt geaccepteerd met uitzondering van het door
het jaar heen behalen van deelcertificaten om
examendruk te vermijden. Maandenlang is er aan
gewerkt, alvorens er toestemming komt van het
ministerie.
Het vierde leerjaar beknot. Eindexamenbesluit
“Voortgezet Onderwijs” geeft lucht
Dit leerjaar moet qua opzet een voortzetting zijn
van het derde. Elke leerling moet voor zes of zeven
vakken op zijn diploma examen doen. Allerlei
problemen doemen op vanwege de sterk verschillende categoriale eindexamenbesluiten. Harmonisatie is ver zoek.
We nemen enkele passages uit het eerder genoemde breed overleg van maart 1974. Inspecteur
Ackermans: “Dit eindigt dus in een aanvraag van
jullie om eindexamen te mogen doen per niveau per
vak. Lopen jullie dan niet vast met de doorstroming?” Frans van Luijk: “Juist niet, want wij bieden
altijd meer dan het vereiste minimum.” Voorbeeld:
Een lbo-theoretische leerling kan in onze opzet de
theoretische vakken op mavo-niveau afsluiten en
daardoor met een maximum pakket naar het mto.
“Een scholengemeenschap als de onze kan
ontelbaar veel tussenliggende pakketten bieden,
maar volgens de wet mag dat niet.”
De heer Brijder van het ministerie reageert: “U tast
de categoriale opzet van de mammoet wel tot in zijn
fundamenten aan.” Frans zet dan zijn visie over
Zes jaar later. Uitreiking eerste diploma !
Op 2 juni 1980 overhandigt staatssecretaris drs. K.
de Jong Ozn. het eerste diploma “Voortgezet
50
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
Onderwijs” voorafgegaan door lovende woorden ten
aanzien van de school. Laten we hem even aan het
woord.
“Wijchen is langzamerhand in Nederlandse
onderwijskringen een begrip geworden. … De
buitenwereld vindt jullie eindexamenregeling
hoogst opmerkelijk. En dat is ook zo. Je kunt hier je
eindexamenvakken kiezen uit alle vakken van de
verschillende schooltypen, die binnen de scholengemeenschap aanwezig waren voor de
samensmelting. Dat kan bovendien nog op verschillende niveaus. Dit alles is een noodzakelijk gevolg
van de manier waarop het onderwijs wordt gegeven
in de vier jaren die aan het examen voorafgaan. Tal
van scholen in Nederland kijken daarnaar met veel
interesse. Zij hopen iets dergelijks te kunnen gaan
doen. Jullie zijn de eersten, die het gehele proces
hebben doorlopen. Ik vind het van zoveel belang,
dat ik graag bij de uitreiking van de eerste diploma’s aanwezig wilde zijn.”
Deze gelegenheid grijpen het bestuur en vooral de
directeur aan om nog enkele wensen naar voren te
brengen met betrekking tot het examenbesluit. Het
havo is buiten de regeling gehouden, waardoor
mogelijkheden voor leerlingen geblokkeerd worden.
Verder ligt het ook niet in de lijn van de scholengemeenschap, dat de leerling het hele schooljaar over
moet doen, wanneer er ook maar één vak tijdens de
examenperiode met een onvoldoende wordt
afgesloten. Beter is certificaten van de voldoende
vakken uit te reiken en de leerling de gelegenheid
te geven zich in een volgend schooljaar op dat éne
onvoldoende vak te concentreren, terwijl hij tevens
andere vakken op een hoger niveau volgt in een
verdiepingsjaar.
Frans van Luijk geeft aan, dat het geïntegreerde
schoolsysteem zich dit kan permitteren. “Als we
nagaan, dat op dit moment ongeveer 30% van de
leerlingen in het voortgezet onderwijs één of meer
keer doubleren en dat eveneens ongeveer 30% van
de leerlingen de school zonder diploma verlaten,
dan zien we hoe belangrijk die voorbereiding op
studie- en beroepskeuze en daarna de vrije
vakkenkeuze is. Op onze school zijn de cijfers voor
zittenblijven en voor het zogenaamde “drop out”effect inmiddels teruggelopen tot respectievelijk 0,4
en 5 tot 6%.” Met andere woorden: Een effectief
aanvullend jaar is op een school met een gemiddeld lagere verblijfsduur dan in het reguliere
onderwijs uit de normale middelen te bekostigen.”
Toch zullen er, hoe wenselijk ook, geen wijzigingen
meer in de examenregeling aangebracht worden. De
DECONFESSIONALISERING
problemen, die tot een volledige afschaffing in 1990
van deze wijze van diplomering leiden, zullen van
geheel andere aard zijn. De doorstroming komt niet
in het gedrang. De maatschappelijke acceptatie
wordt ondermijnd door het alsmaar moeten
toelichten van het diploma en de cijferlijst als
gevolg van het feit, dat het op een aparte regeling is
gebaseerd. Voor ouders en leerlingen die een
bewuste keuze hebben gemaakt zijn er geen
problemen maar voor anderen blijft de vraag naar
herkenbare diploma’s bestaan.
Kees Bos van De Klokkenberg heeft hier ervaringen
mee.“Op onze school meldden zich leerlingen aan
met een Wijchen-diploma met het verzoek het
examenjaar te mogen instromen om een zogenaamd normaal diploma te halen. Daar gingen we
niet op in, behalve wanneer een zinvol
doorstromingsprofiel bereikt kon worden.”
De categoriale diploma’s blijven bestaan, waardoor
het voortgezet onderwijs-diploma een uitzondering
blijft. Dat is mede het gevolg van het volledig
ontbreken van ondersteuning vanuit de andere
scholengemeenschappen. Slechts één school volgt
na enkele jaren, maar dat is van korte duur. Enkele
Aankondiging Maaswaal College
door An Veenstra
(beschuit met muisjes)
51
Van Mammoet tot Maaswaal
3. BREDE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN
andere scholengemeenschappen geven de voorkeur
aan het uitreiken van categoriale diploma’s.
Leerlingen, die daaraan niet voldoen, krijgen het
scholengemeenschapdiploma. Het convent avo-lbo
heeft in de loop der jaren aan kracht verloren en het
voorbeeld van Scholengemeenschap Wijchen
volgen is wel besproken, maar is jammer genoeg
niet uit de verf gekomen. De “markt”, waar de
DECONFESSIONALISERING
scholen van afhankelijk zijn, verandert midden
jaren tachtig. Scholengemeenschappen mavo-lbo
staan sterk onder druk. De categoriale school en de
scholengemeenschap avo-vwo met maximaal één
brugjaar; liefst nog met een dakpanconstructie, zijn
favoriet. Dat zal in de samenleving, waarin het
individu steeds meer een centrale plaats gaat
innemen, zeker niet veranderen. Integendeel.
Scholengemeenschap Wijchen 1977
52
Van Mammoet tot Maaswaal
4. MIDDENSCHOOL; GEÏNTEGREERD ONDERWIJS VOOR 12- TOT 15-JARIGEN.
Het bestuur van de Scholengemeenschap Wijchen
doet voor het eerst melding van haar wens te
komen tot een middenschool in de bestuursnotulen
van 19 september 1973, waarin verslag gedaan
wordt van een bespreking met het college van
burgemeester en wethouders van Wijchen. Voorgestaan wordt, dat leerlingen onderwijs geboden gaat
worden op het niveau dat de leerling aankan. Of dat
doel overeenstemt met de middenschoolgedachte
en of de wijze van uitvoering, zoals de scholengemeenschap die in gedachte heeft, overeenkomt met
wat de overheid voorstaat, is de grote vraag.
Onderwijsminister Van Veen en vooral zijn staatssecretaris Grosheide van het kabinet Biesheuvel
lanceren bij regelmaat hun ideeën over wenselijke
ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs. Vier
jaar na invoering van de mammoetwet heeft het
onderwijsveld zijn handen nog vol aan het wegwerken van geconstateerde gebreken, zoals harmonisatie van onderwijsprogramma’s en het effectief
invoeren van de één- of tweejarige brugperiode.
Men meent daar in alle rust aan te kunnen werken
en verwacht vooralsnog geen aansprekende
plannen voor de ontwikkeling van de middenschool.
opgedaan, is het echter duidelijk, dat deze wet
slechts als een fase, zij het een belangrijke fase,
moet worden beschouwd in het vernieuwingsproces
van het voortgezet onderwijs. Krachtige argumenten
zijn aangevoerd voor de integratie van de
onderwijsvormen voor de leeftijdsgroep van ca. 12
tot ca. 15 jaar.” Opnieuw staan doorbreking van de
sterke milieugebondenheid bij school- en beroepskeuze voor ogen naast het uitstellen van die keuze,
tot de leerling gezien zijn rijpingsgraad daartoe in
staat wordt geacht. Algemene persoonlijkheidsontwikkeling bevorderen, educatieve achterstanden
wegwerken, door socialisering en individualisering
voor alle leerlingen de kansen op een zo groot
mogelijke ontplooiing vergroten worden als
voordeel van geïntegreerd onderwijs genoemd.
(Bron: Het Schoolbestuur, januari 1974)
Deze kernbegrippen uit de presentatie van de
middenschool sluiten aan bij de uitgangspunten,
die de scholengemeenschap van Wijchen onderschrijft. Logisch dan ook, dat de discussie en het
proces rond het experimenteren met de middenschool niet aan deze school voorbijgaan.
Op Scholengemeenschap De Klokkenberg wordt de
“middenschoolgedachte” nogal eens in verband
gebracht met het heterogeen opzetten van de
tweejarige brugperiode. De school gaat haar eerste
schreden zetten in het beroepsonderwijs, wanneer
de middenschoolexperimenten van start gaan.
Verder dan het met belangstelling volgen van de
eerste ontwikkelingen gaat de school niet. De
Scholengemeenschap Dukenburg vindt vanwege
haar samenstelling van schoolsoorten, dat de
middenschool aan haar voorbij kan gaan.
Echter reeds in het parlementaire zittingsjaar 1972
presenteert minister Van Veen in de vorm van
kamerstuk 12.000 zijn nota over het onderwijsbeleid, waarin hij de middenschoolgedachte verwoordt als “geïntegreerd voortgezet onderwijs voor
12- tot 15-jarigen”. In hoofdstuk 3, pagina 9 lezen
we: “Op grond van nieuwe onderwijskundige en
maatschappelijke inzichten en van ervaringen, die
inmiddels met de wet voortgezet onderwijs zijn
Examenkandidaten 1977 ( Stan Kroes, Hilde Hubert, Karin Hoogstraten, Rob Gremmen, Antoine van den Berg en Peter van Wijk)
53
Van Mammoet tot Maaswaal
4. MIDDENSCHOOL; GEÏNTEGREERD ONDERWIJS VOOR 12- TOT 15-JARIGEN.
S.G. Wijchen, e.o.; Contactschool
bereidheid tot samenwerking en rapportage over
ervaringen en verkregen inzichten. Tevens accepteert het bestuur, dat deelnemen als contactschool
niet persé inhoudt, dat men na afronding deelneemt als experimenteerschool.
Eind juni komt er al een reactie. Ongeveer 130
scholen hebben een gelijksoortige aanvraag
ingediend en 37 daarvan zijn geselecteerd, waaronder de Osdorper Schoolgemeenschap (vwo-avolbo), Heythuizen (lto), Christelijke Scholengemeenschap Franeker (mavo-lbo) en SG Wijchen (mavolbo). De scholen zullen, zo blijkt uit stuk 13.100.
zitting ’74-’75 H. VIII van de 2e Kamer, “in 1974-1975
betrokken moeten worden in het denkproces”.Dat
levert weer een aantal taakuren op.
Aangehaald kamerstuk geeft in dezelfde passage
een fasegewijze invoering van de middenschool
weer, die voorziet in definitieve besluitvorming in
1985. “De voorgestelde fasering laat echter wel
zien, dat het nog vele jaren zal duren voordat een
beleidsbeslissing genomen zal worden over een
landelijke invoering van een middenschool.” Een
lange weg te gaan, terwijl het kabinet Den Uyl
serieus werk wil maken van het “delen van kennis,
inkomen en macht”. Dit uitgangspunt wordt ook als
basis gehanteerd voor deze zeer ingrijpende
onderwijsinnovatie. Het zal echter als een nachtkaars uitgaan, zodra het “linkse kabinet” in 1977
niet meer is.
Aanvankelijk worden de artikelen in diverse
tijdschriften ook in deze school voor kennisgeving
aangenomen,ook al kan men zich vinden in de
uitgangspunten. Men is er van overtuigd, dat er
binnen de school duidelijk vorderingen worden
gemaakt, die in het verlengde liggen van de
wenselijke ontwikkelingen, zoals die in de beleidsnotitie zijn vastgelegd.
Op 21 juni 1973 richt het bestuur een brief aan de
Commissie Onderwijskundige Experimenten waarin
het te kennen geeft in aanmerking te willen komen
voor experimenten op het gebied van de middenschool. Het wil daarmee de verworven faciliteiten
ten behoeve van de ontwikkelingen binnen de
school veilig stellen.
Onderwijsminister Jos van Kemenade van het
kabinet Den Uyl brengt de discussie in een stroomversnelling en zet een invoeringstraject uit. Hij is
een meer dan warme voorstander van de middenschool.
Op 1 april 1974 veroorzaakt zijn naam de nodige
paniek bij directeur Frans van Luijk. In alle vroegte
wordt een levensecht telegram op zijn bureau
bezorgd waarin onder het stempel van Den Haag en
de kop van het ministerie de mededeling prijkt, dat
minister van Kemenade om 10.00 uur op het station
van Wijchen komt en de scholengemeenschap wil
bezoeken. Frans, die gewoonlijk uiterst eenvoudig
is gekleed, spoedt zich naar huis om zich om te
kleden. Wanneer hij de datum beter tot zich laat
doordringen, rijst bij hem de vraag hoe het mogelijk
is, dat zo’n professioneel uitziend telegram hem
heeft bereikt? Enkele creatieve docenten glunderen
vanwege hun succesvolle operatie.
Enkele dagen later ligt er een brief van de minister
van O en W., waarin deze de weg wijst naar een
tiental experimenten via de Innovatie Commissie
Middenschool, waarin onder meer de drie pedagogische centra participeren. Deze commissie heeft
tot taak de uitvoering volgens de richtlijnen van de
minister te realiseren.
Reagerend op deze brief besluit het bestuur in mei
1974 het ministerie te verzoeken “ons aan te wijzen
als contactschool”. Het verklaart zich akkoord met
de eisen, dat “binnen de contactscholen een
fungerende communicatiestructuur aanwezig zal
moeten zijn, waardoor de opvattingen van alle
groeperingen van rechtstreeks betrokkenen tot
uitdrukking zullen komen. Verder staat het bestuur
in voor instemming met de uitgangspunten, de
Rapport Operationalisering en Actieplan
De schoolraad, voorloper van de
medezeggenschapsraad, zal functioneren als
werkgroep in het kader van de contactscholen. Er
komen in oktober richtlijnen vanuit de innovatiecommissie. De contactscholen moeten vóór 1
februari 1975 een rapport indienen onder de titel
“Operationalisering” en voor 1 april 1975 dient er
een “Actieplan” te zijn. Een hele reeks eisen en
vragen worden ter ondersteuning gerubriceerd
weergegeven. Het voert te ver om hierover uit te
weiden. Hans Satter heeft enkele weken de handen
vol om met inschakeling van collega’s deze rapporten samen te stellen. Dat geschiedt in een hoog
tempo. “Operationalisering” is reeds verzonden in
december 1974. De laatste te beantwoorden vraag
in het actieplan betreft de voorwaarden om als
school “de gewenste experimenten te beginnen”.
Het antwoord is resoluut en duidelijk; “een op onze
situatie aansluitende vernieuwingsstrategie en
voldoende faciliteiten.“ (pagina 11 Aktieplan dd 13
54
Van Mammoet tot Maaswaal
4. MIDDENSCHOOL; GEÏNTEGREERD ONDERWIJS VOOR 12- TOT 15-JARIGEN.
februari 1975.)
De dan lopende contacten met begeleiders en
commissie zijn open van karakter. Het ongeduld
van de school om verder te gaan met eigen ontwikkelingen naast de remmende werking van het op
sleeptouw moeten nemen van scholen in zeer
verschillende stadia van ontwikkeling, worden
onomwonden uitgesproken. Het schiet dan ook in
het verkeerde keelgat, wanneer aanvullende eisen
gesteld worden aan het reeds ingediende Aktieplan
en inspecteur Ackermans het ministerie duidelijk
gaat maken, dat Wijchen niet van plan is de
voorgenomen activiteiten ten behoeve van de eigen
ontwikkelingen stop te zetten om daarmee aan te
sluiten bij het zogenaamde voorbereidingsjaar.
In maart 1975 opteert het bestuur geheel volgens de
ministeriële procedure voor een integraal experiment, te meer, omdat tegelijkertijd gerekend kan
worden op uitbreiding met havo..
school intensief bezig is.
Het tijdschrift “School” van mei 1975 besteedt een
artikel aan de procesgang middenschool en
Wijchen. Onder de kop “De kater van Wijchen”
wordt uitgebreid verslag gedaan van de visie van de
s.g. Wijchen. Jos Ahlers eindigt met “Wijchen heeft
er genoeg van.” En dat blijkt.
Op 6 juni poogt een stevige afvaardiging van de
innovatiecommissie de schoolraad nog tot andere
gedachten te brengen inzake het deelexperiment.
Tevergeefs. Het front blijft gesloten. Inspecteur
Ackermans, de enthousiaste, degelijke steun voor
de school in ontwikkeling, gaat met pensioen. De
waardering voor zijn inspanningen, ook voor
deelname aan een integraal experiment, wordt aan
hem overgebracht tijdens een afscheidsbijeenkomst. Zijn hartelijke brief daarop volgend
vol lof over de samenwerking met de school, heeft
de bittere pil van deze afwijzing enigermate
verguld.
In een brief, eind december, van de innovatiecommissie, dat er nog ruimte is voor enkele scholen
om betrokken te worden in het innovatieproces
middenschool, worden de voorwaarden herhaald.
De innovatiecommissie reageert met de mededeling, dat de “aanvraag” in overweging wordt
genomen, maar dan moeten de eerder ingediende
rapporten bijgesteld worden en wel binnen enkele
dagen. Het bestuur kiest voor handhaving van de
rapporten, omdat zij het voor onmogelijk houdt in
dit tijdsbestek de vereiste procedure voor interne
besluitvorming af te handelen. Daarmee is de kous
af en de deur naar de middenschool definitief
gesloten.
Ongetwijfeld heerst er verbittering, zowel bij het
bestuur, de directie als bij de leden van de schoolraad. Dat men de scholengemeenschap nog
jarenlang zal nadragen een soort middenschool te
zijn, wordt op zijn minst als negatief beleefd.
Deelexperiment onaanvaardbaar.
School trekt zich terug
Op 14 mei bespreekt het bestuur de mededeling
van de innovatiecommissie, dat de school niet voor
een integraal experiment in aanmerking komt, maar
het deelexperiment Algemene Technieken krijgt
toegewezen. Dat wordt als een rechtstreekse
schoffering van de wensen van de totale schoolpopulatie gezien. Dit te meer, omdat de drie
scholen, die wel een integraal experiment toegewezen is, al over een langere periode elk met één van
de pedagogische centra samenwerken. Het wordt
door het bestuur ervaren als “erg doorzichtig en te
berusten op een op voorhand in de innovatiecommissie genomen besluit.” Het betreft de
scholengemeenschap van Franeker, die door het
CPS wordt begeleid, de brede Osdorper Scholengemeenschap, die het APS onder haar hoede heeft en
wat als het meest kwalijk wordt gezien, de toewijzing van een integraal experiment aan de categoriale lts van Heythuizen op het Limburgse platteland. Het KPC ontfermt zich over deze school.
Het bestuur besluit de besprekingen met de
innovatiecommissie op te schorten, de minister te
laten weten, dat wordt afgezien van het deelexperiment en de contactschoolfase te verlaten. Het
deelexperiment is onaanvaardbaar, omdat de
energie van de school, gezien de aard van het
experiment en de daarmee samenhangende
werkzaamheden, weggezogen zal worden uit
ontwikkelingen, waarmee de nog altijd integrerende
Scholengemeenschap Wijchen 1977
55
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
De staart van de hoge geboortegetallen van eind
jaren zestig komt in zicht. De mogelijkheden voor
gezinsplanning zijn door de anticonceptiepil
aanmerkelijk verbeterd. In stabiele leefgemeenschappen leidt dat al snel tot daling van het aantal
leerlingen op de lagere scholen en in de beginjaren
tachtig op het voortgezet onderwijs.
Voor de scholengemeenschappen De Klokkenberg
en Dukenburg geldt dat nog niet, omdat beide
gelegen zijn in een jonge stadswijk, die in haar
laatste fase van uitbreiding is. De nabijgelegen
nieuw te bouwen wijk Lindenholt zal de terugloop
aanvankelijk compenseren. Doordat er veel
nieuwbouwwijken worden opgezet, is Wijchen een
snel groeiende gemeente. Ondanks de geleidelijke
afname van het belangstellingspercentage blijft de
Scholengemeenschap Wijchen gestaag groeien. Het
aantal ouders, dat zich afwendt van de experimenterende school groeit, terwijl leerlingen uit
Nijmegen en Oss juist om die reden in Wijchen
onderwijs gaan volgen. Zowel op De Klokkenberg
als op Dukenburg treffen we veel leerlingen
afkomstig uit Wijchen aan. De leerlingenstroom van
Wijchen naar Ravenstein is aanvankelijk minimaal,
maar gaat steeds grotere vormen aannemen.
Op alle drie scholen wordt het hoogste aantal
leerlingen bereikt in het begin van de tachtiger
jaren. Een logisch gevolg van deze ontwikkeling is,
dat op elk van de scholen aanhoudend
huisvestingsproblemen bestaan. We gaan enkele
herinneringen ophalen.
driejarige en vierjarige mavo. De school heeft drie
gebouwen in gebruik. Hugo de Grootstraat is dan
overgedragen aan “Kopse hof” en huisvest het
lopende schooljaar nog vijf mavo-klassen. Daarna
wordt het gebouw compleet overgedragen. Het
noodgebouw Meyhorst 13-02 is vanaf 1969 in
gebruik en gegroeid tot een 15-tal lokalen. Het
gebouw Zwanenveld 43-01 is tijdelijk in gebruik,
ondanks het feit, dat dit de uiteindelijke huisvesting wordt. Naast de 10 bestaande leslokalen zijn er
enkele vaklokalen, zoals voor algemene techniek,
koken en textiele werkvormen gerealiseerd.
De verwachtingen voor 1978-1979 op een rij:
Brugklassen:
2 mavo
2 lbo
3 mavo
3 mavo3
4 mavo
3 lto
3 lhno
Tot
aal:
otaal:
leerlin
gen
klassen
eerling
205
9
95
4
110
5
95
4
12
1
92
4
65
3
65
3
—————————
739
33
Daar komen in 1979 nog bij: lto 65 en lhno eveneens 65 leerlingen, zodat het totaal aantal leerlingen op 869 uitkomt en er 39 klaslokalen nodig
zullen zijn.
Reeds lang is een ruim perceel aan de Staddijk
gereserveerd voor zowel De Klokkenberg als voor de
avo-vwo Dukenburg. De terreinen zijn nog niet
ontsloten. In onderling overleg tussen die scholen
dient een verdeling van de grond plaats te vinden.
Voor De Klokkenberg is dat alles op korte termijn
niet meer haalbaar en de school accepteert elke
oplossing om maar uit de problemen te komen. Te
meer omdat in de planning van het ministerie voor
nieuwbouw de school nog enkele jaren later dan de
Scholengemeenschap Dukenburg is opgenomen.
Het bestuur richt zich voor de oplossing van zijn
huisvestingsprobleem geheel op het gebouw
Zwanenveld. De grond is al van het Rijk en met
uitbreiding en verdiepingsbouw kan de hele
scholengemeenschap aldaar gehuisvest worden. De
plek is voor de wijken Dukenburg en Lindenholt
goed bereikbaar. Voordeel voor het Rijk, zo wordt
gesteld, is, dat de besparingen voor de overheid op
wat langere termijn aanzienlijk zijn. Op deze lijn zet
het bestuur alle energie in.
S.G. “DE KLOKKENBERG”
zet de bouwzaken op een rijtje
In 1976 start scholengemeenschap De Klokkenberg
met de brugklassen van het lbo. Werkplaatsen en
instructielokalen vragen veel ruimte. De ruimte, die
in het Streekcentrum ter beschikking is gekomen, is
snel ingevuld. Een bouwcommissie onder leiding
van directeur Rademaker ziet al spoedig het licht.
Henk Wijnands, de decaan, is de stuwende kracht.
Er is overleg nodig met het gemeentebestuur
waaronder het onderwijs in het Streekcentrum
ressorteert en het ministerie, afdeling bouwzaken.
Een notitie van september 1977 bevat de bestaande
“gebouwenproblemen” en in samenhang daarmee
de verwachtingen van de komende twee schooljaren. Men geeft de volgende situatieschets.
De brugklas mavo-lbo is heterogeen. Daarna is er
een opsplitsing in mavo en lbo. Vanaf het tweede
leerjaar kent de school alleen een volledige
56
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Zwanenveld 43-01 gaat groeien.
Bureaucratie slaat toe
metaal, bouw, huishoudkunde, textiele werkvormen, consumptieve techniek en kantoorpraktijk
bitter noodzakelijk. Deze zijn wel in de bestaande
bouw gepland, maar dan is er een schromelijk
tekort aan gewone leslokalen.
Het ministerie werkt voor het vaststellen van
prioriteiten met een meerjarig scholenbouwplan. De
Klokkenberg heeft daarop een plek gekregen voor
het jaar 1982. Om zo spoedig mogelijk in de bouw
te voorzien stelt het bestuur voor verplaatsbare
elementenbouw te accepteren als uitbreiding op
een aanpalend perceel van de Streekschool. Voor
twee miljoen gulden, inclusief verbouwing, kan het
ministerie de huisvestingsproblemen oplossen.
Architect en aannemer hebben met ramingen het
voorstel onderbouwd. Er is nog een stevige discussie nodig, wanneer bv. blijkt, dat het ministerie voor
verbouw het meent af te kunnen doen met twee ton,
terwijl de aannemer in zijn raming bijna vier keer
hoger uitkomt. Om moedeloos van te worden.
Het is 8 december 1976 wanneer prognoses worden
opgesteld, die met de bouwaanvraag naar de
afdeling bouwzaken van het ministerie worden
gezonden. De eerste contacten met de aannemer en
architect worden gelegd. Het gaat allemaal moeizaam. Zo blijkt in april 1977, dat de brief van
december 1976 ook na herhaald toezenden niet op
het juiste bureau van het ministerie terecht gekomen te zijn. Directeur Rademaker kan hem ter
plekke overhandigen. In november worden opnieuw
prognoses opgestuurd en zal op het ministerie met
spoed een lokalenplan daarvan afgeleid worden. In
februari 1978 zit er na meer dan een jaar besprekingen voeren met het ministerie nog geen schot in.Er
is geen uitzicht op bouw en per 1 augustus melden
zich de leerlingen voor de bovenbouw van het lbo
en dan zijn de ruimte verslindende vaklokalen voor
De Klokkenberg (locatie Zwanenveld, tachtiger jaren)
57
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Het bestuur reageert “erg dankbaar”. Binnen één
maand moet er een schriftelijke verklaring bij het
ministerie liggen, dat men definitief voor deze
bouwmethode kiest met als gevolg dat men
afgevoerd wordt van het scholenbouwplan en er
“ook geen aanspraken meer gemaakt kunnen
worden voor opname in eerstvolgende scholenbouwplannen”. Twee dagen later gaat deze verklaring richting Den Haag.
Begin juli 1978 komt er een positief antwoord op de
aanvraag van december 1976. Het ministerie geeft
in principe toestemming voor de bouw van “tijdelijke en verplaatsbare huisvesting met een
gebruiksduur van ten minste 15 jaar”. Een architect
is niet nodig en wordt ook niet betaald. De school
moet geld gaan lenen en de afhandeling daarvan
inclusief de garantiestelling van het Rijk, kost
enkele maanden. Gezien het tijdstip van de
goedkeuring, zal de school, indien zij meteen aan
de bouw wil beginnen, zelf moeten voorfinancieren.
Ook deze kosten neemt het ministerie niet voor
haar rekening.
De brief, die met vreugde ontvangen wordt, eindigt
met een koude douche. “Het zal U duidelijk zijn, dat
na realisatie van bovenbedoelde voorziening en de
realisatie van de verbouwing binnen het bestaande
gebouw, de noodsituatie m.b.t. de huisvesting van
Uw school zal zijn opgelost. Dit is de reden, waarom
ik de nieuwbouw van het scholenbouwplan zal
afvoeren.” Was getekend, Staatssecretaris K. de
Jong Ozn..
De papierwinkel moet in orde zijn.
Dat kost even tijd
Offertes, kostenberekeningen, financieringsplannen, basisplannen, lokalenplannen,
inrichtingsvoorschriften, bestemmingsplanwijzigingen en bouwvergunning, brandbeveiligingsvoorschriften, formulieren en brieven passeren
onder andere het bureau van de directeur. Henk
Wijnands schrijft, vult in, vraagt aan, overlegt en
onderhandelt in een hoog tempo en toch zullen er
problemen ontstaan, wanneer het ministerie de
De Klokkenberg (locatie Zwanenveld, tachtiger jaren)
58
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
“gunning” niet even voorspoedig afhandelt. De
sinterklaasviering van 1978 is dan al achter de rug.
Henk onderneemt in maart 1979 een reis naar het
ministerie voor de afhandeling van de
financieringsregeling. Hij krijgt van de “directie
bouwzaken onderwijs” de circulaire mee: “Richtlijnen financiering scholenbouw voortgezet onderwijs”. Bouwnummer en de bankrekening van de
Bank Nederlandse Gemeenten zijn bekend. Kan dan
nu eindelijk de schop in de grond? Nog even het
nodige krediet aanvragen bij het ministerie ten
behoeve van de eerder genoemde bankrekening
met daarbij een lijstje van personen inclusief hun
handtekeningen, die betalingsopdrachten mogen
afhandelen. Henk Wijnands staat als bouwcoördinator boven aan het lijstje.
11 oktober 1979; opening vernieuwde
en uitgebreide scholengemeenschap
Voorlopig geen papieren, maar de handjes uit de
mouwen. De aannemer heeft de garantie gegeven,
dat hij binnen vijf maanden het gebouw kan
opleveren. Het bestuur mag van hem deze termijn
in laten gaan op 12 maart, terwijl het weet, dat de
definitieve opdracht van het ministerie een maand
later zal komen. Zo ook is het nog wachten op het
opendraaien van de geldkraan. Maar alles is goed
gekomen. De verbouwingen in het bestaande
gebouw zijn al geruime tijd achter de rug, omdat
het derde leerjaar lbo niet zonder vaklokalen kan.
Bovendien maken de leerlingen van het vierde
leerjaar van dezelfde lokalen gebruik.
Van de nieuwbouw komen er in september nog
rekeningen binnen van wat meerwerk, zoals het
bestraten van de toegang tot de school. Met trots
kunnen bestuur, directie en personeel de school op
11 oktober 1979 aan ouders en leerlingen tonen.
Drie jaren van bouwinspanningen zijn achter de
rug. De school kan zich verder concentreren op zijn
onderwijskundige taken en de begeleiding van de
leerlingen.
Wanneer Henk Wijnands directeur Rademaker
opvolgt, wordt het beheer van het gebouw aan Dirk
van de Pasch overgedragen. De nieuwbouw vraagt
met regelmaat om extra aandacht, omdat blijkt, dat
deze “tijdelijke” bouw in twee verdiepingen
telkenmale zwakke plekken vertoont. Het lukt het
personeel niettemin aardig de inrichting van het
schoolgebouw op de leerlingen af te stemmen.
Eenmaal binnen straalt de school degelijkheid en
gezelligheid uit, waar leerlingen goed op hun plaats
De Klokkenberg (locatie Zwanenveld, tachtiger jaren)
zijn. De school groeit voorspoedig, tot ook deze
scholengemeenschap het aantal leerlingen geleidelijk aan ziet afnemen. De school komt zelfs ruim in
haar jasje te zitten.
Helaas gaat ook de kwaliteit van het gebouw sneller
achteruit dan wenselijk is. Toch heeft de scholengemeenschap daar tot 1993, het jaar van de fusie tot
het Maaswaal College, met het geven van onderwijs
goed uit de voeten gekund. De tweejarige brugperiode zit geheid, de zorg voor de leerling krijgt
alle aandacht en de werksfeer is goed.
Handelsmerk van De Klokkenberg.
De zorg voor de leerling
De brugklasleerlingen worden toegelaten op grond
van het advies van de basisschool. In het algemeen
beperken die adviezen zich tot het aangeven van
het schooltype zoals lbo of mavo. Sommige
onderwijzers geven er de voorkeur aan bv. lbo-mavo
te adviseren, omdat ze er geen idee van hebben,
hoe de leerling zich zal gaan ontwikkelen.
Wanneer de citotoets zijn intrede doet, wordt zo
rond de score van 520 de grens voor toelating
gelegd voor de lbo-mavo brugklas. De scores
daaronder doen sterk vermoeden, dat de leerling is
59
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
aangewezen op individueel onderwijs met eenvoudige leerstof en veel praktisch handelen.
Jo Silverentand en John van Hemert zijn de vaste
contactpersonen met de basisscholen. Met andere
brugklasdocenten voeren zij gesprekken over de
aangenomen leerlingen en leggen belangrijke
gegevens van de leerlingen vast. Het gaat daarbij
vooral om informatie, die zodanig van belang is, dat
de begeleiding van de leerling meteen op het goede
spoor kan worden gezet.
Nettie Visscher, vanaf het eerste uur één van de
centrale personen in de leerlingbegeleiding, is
nauw betrokken bij de opzet en de uitvoering ervan.
“Mede aan de hand van die gegevens krijgen de
leerlingen van hun mentoren veel persoonlijke
begeleiding. Regelmatig worden ook ouders
uitgenodigd om op school te komen praten buiten
de spreekavonden om, die na elk rapport op school
worden gehouden. Daarbij gaat het niet alleen over
de cijfers maar is de persoonlijke ontwikkeling van
de leerling belangrijk. Als zich daarbij problemen
voordoen, wil de school, waar mogelijk, de helpende hand bieden in de vorm van advisering of
het inroepen van externe hulp. Ook worden er in die
tijd door de mentoren huisbezoeken afgelegd.”
Elke mentor houdt het begeleidingsdossier van de
leerling onder zijn beheer en draagt er zorg voor dat
de belangrijkste feiten en ontwikkelingen worden
vastgelegd, zodat zowel de schoolleiding als
externe begeleiders daarmee uit de voeten kunnen.
In grote lijnen is de begeleiding van de leerlingen
op de andere twee scholen gelijk van opzet. De
accenten liggen mogelijk wat anders, maar de
centrale figuur is toch steeds de mentor.
Henk Wijnands 1980
60
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Voor het vak wiskunde is het Instituut voor Ontwikkeling van het Wiskunde Onderwijs, iowo, een
gerenommeerde organisatie, die sterk aan vernieuwing van haar onderwijsgebied werkt. Henk Peters,
wiskundeleraar, onderhoudt daar vruchtbare
contacten mee. Hij weet zijn vaksectie te overtuigen
van een nieuw en experimenteel vak; computerkunde, de voorloper van het later in te voeren vak
informatica, dat al op diverse scholen in Nederland
wordt gegeven.
Het woord “computer” komen we voor het eerst
tegen in het verslag van de bespreking op de
centrale administratie op 15 april 1970. “Koffiegeld
en lerarenkas samen f. 5,50 in te houden via
computer” Waar dat gaat gebeuren en hoe staat er
niet bij.
SCHOLENGEMEENSCHAP DUKENBURG.
Vernieuwend en nieuwbouw
Computerkunde
Een succesvolle school met veel jonge docenten en
binnen enkele schooljaren uitgegroeid van een
categoriale mavo tot een scholengemeenschap avovwo in een nieuwbouwwijk met veel jonge gezinnen
is per definitie een school die aan de weg wil
timmeren. De vaksecties beslissen van jaar tot jaar
over de aanschaf van nieuwe methodes en bijbehorende leerboeken. Vakliteratuur, informatiepakketten van uitgeverijen, contacten met vakgenoten van andere scholen zijn even zovele aanknopingspunten om tot goede besluiten te komen.
Menig ouder van een 4-havo leerling zal in oktober
1976 aangenaam verrast zijn met een brief van
Henk Peters. Hij kondigt daarin aan, dat de leerlingen kunnen deelnemen aan een cursus computerkunde. Het doel: “als voorbereiding op de maatschappij leerlingen uit eigen ervaring kennis laten
maken met een computer en met een aantal
toepassingen.Hiervoor is een eenvoudige programmeertaal met schrapkaarten ontwikkeld, die door
een computer van het iowo te Utrecht wordt
verwerkt.” De leerlingen dienen, naast het leren
beheersen van een aantal grondbeginselen,
tenminste vijf opgaven per computer te verwerken.
De lessen worden buiten het rooster aangeboden.
Er kunnen maximaal 20 leerlingen aan de cursus
deelnemen.
Op de meeste scholen wordt dan nog een beetje
vreemd aangekeken tegen computers. Op de
Scholengemeenschap Wijchen zijn enkele docenten
bezig met het in elkaar zetten van een computertje
van het merk Apple, maar succesvol is dat niet,
omdat zich telkens storingen voordoen, waarna het
plezier er na een tijdje vanaf is. Een gelijksoortige
activiteit doet zich aan De Klokkenberg voor, maar
die zijn in het verleden verzonken.
Open computerdag
De SGD schaft in 1980 een aantal micro-computers
aan. Een serie cursussen is achter de rug, wanneer
men besluit tot het houden van een “open
computerdag” op 18 december 1980. Er wordt een
persbericht samengesteld. De aula van de school is
61
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
scholen van voortgezet onderwijs van computers te
voorzien om het vak informatica vorm te kunnen
geven. De overheid geeft door middel van het NIVOproject een impuls aan scholen op het terrein van
informatie- en communicatietechnologie (ict) door
scholing en middelen te faciliteren. Aangezien de
financiën, die daarvoor door het bezuinigende
kabinet slechts mondjesmaat beschikbaar zijn,
kiest de minister voor een bekostigingstraject van
een drietal jaren.
De Klokkenberg zit in de 2e tranche en Wijchen in de
3e. Deskundigen uit de betrokken secties van de
Scholengemeenschap Wijchen vormen in 1988 een
commissie onder leiding van Anton van den Akker.
Dan begint er een beetje vaart in te komen met de
inrichting van een lokaal. Het talenpracticum wordt
opgeofferd.
omgebouwd tot een ruimte, waarin de computer
centraal staat. Leerlingen, die de cursus gevolgd
hebben, laten hun programma’s zien. Verder zullen
“enkele programma’s gedemonstreerd worden, die
gemaakt zijn t.b.v. de schooladministratie en t.b.v.
het onderwijs.” Leden van De Jonge Onderzoekers
zijn uitgenodigd om hun zelf gebouwde computer,
die internationaal is bekroond, te demonstreren.
Een diavoorstelling over ontwikkelingen op
computergebied completeert de presentatie. De
school geeft te kennen niet kritiekloos te staan ten
opzichte van deze ontwikkelingen. “Uiteraard zijn
wij er van doordrongen, dat er aan het op grote
schaal toepassen van computers veel nadelen
verbonden kunnen zijn en dat zeer goed overwogen
moet worden op welke plaatsen en in welk tempo
geautomatiseerd moet worden.” Daar is echter op
deze open computerdag geen ruimte voor vrijgemaakt, “In lessen maatschappijleer zal, voor zover
mogelijk, uitgebreid ingegaan worden op de
voordelen en de schaduwzijden van de computer.”
De Gelderlander van de volgende dag spreekt van
“een indrukwekkend computercentrum” en citeert
verder uit het persbericht.
Het Dukenburg College valt meteen in de prijzen bij
de eerste tranche. De school verkrijgt in 1987 vanuit
het landelijke NIVO project een elftal computers.
Dat is ongetwijfeld het gevolg van de voortvarende
aanpak van het vak informatica op deze school, die
veel eigen middelen heeft gestoken in de aanschaf
van microcomputers ten behoeve van het
onderwijs.Er is op eigen kracht veel voorwerk
gedaan.
Om vaart te brengen in wat dan nog de burger-
Drie tranches. Alle scholen aan de computer
Halverwege jaren tachtig besluit het ministerie de
Studiedag Computertoepassingen1984
v.l.n.r. Nol Milder, Ries Willems,
Wil van Hal, Wijnanda van Veen,
Hans Weijers en Laurens Houben
62
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
informatica wordt genoemd, organiseert de school
op 2 maart 1984 een studieochtend, die met
excursies voor het personeel aanvangt. Diverse
instellingen in Nijmegen, het architectenbureau
Haskoning, het Radboudziekenhuis, de Rabobank
en de Keuringsdienst van Waren, geven een
uiteenzetting over de toepassing van de computer
bij de automatisering in hun bedrijfstak. De
collega’s nemen kennis van zeer gevarieerde
toepassingsmogelijkheden en kunnen zelf de link
leggen met de mogelijkheden binnen het onderwijs.
Ter afsluiting van deze ochtend houdt de mediacoördinator van de lerarenopleiding Interstudie een
lezing over onderwijs en informatica. Een inspirerende ochtend, die de docenten ongetwijfeld meer
gemotiveerd heeft zich in te spannen voor de
verovering van het onderwijs door de computer. De
term informatietechnologie is binnen dit college
niet meer weg te denken.
Gebouw Streekweg
Nijmegen
Enter
Op De Klokkenberg is Harry Bottema samen met
Hans Straten meer dan gemiddeld geïnteresseerd in
alles wat de computer de school te bieden heeft.
Wanneer zich dan de gelegenheid voordoet op het
Dukenburg College nader kennis te maken met deze
supertechnologie, wordt die met beide handen
aangegrepen. Hans Straten doet melding van de
ontmoeting ergens in 1983. “De collega’s van De
Klokkenberg maken voor het eerst kennis met de
computer. Op het Dukenburg College aan de
Streekweg worden in lokaal 212 computerlessen
gegeven op MSX-computers. Henk Peters leert ons
de eerste stapjes en toetsvaardigheden.
In een Basic-programma moet je eerst je naam
invoeren en wanneer Ina Wigboldus later een
invoerfoutje maakt, slaat haar de schrik om het hart
als de pc schrijft “foei Ina”. Daarmee kwam de
computer voor Ina wel heel dichtbij”.
Het schoolbestuur schaft een aantal Vendexcomputers van de V&D aan en stelt het personeel in
de gelegenheid met een renteloze lening deel te
nemen aan het zogenaamde “PC-privé” project.
Gelijksoortige voorzieningen treffen ook de besturen van SGD en Scholengemeenschap Wijchen. In
die periode kun je op onze scholen docenten bezig
zien met elkaar de computerwijsheid bij te brengen
of ingehuurde cursussen te volgen.
“We starten met deze commodore-achtige computers met als opslagmedium magneetbandjes,”
aldus Hans.”De voormalige doka, filmzaal annex
kappersplek van conciërge Henk van Uden wordt
De vakgroep wiskunde spant zich in om tot een
onderwijskundig verantwoorde methodiek te
komen. Dat vergt veel schrijf- en denkwerk. Hans
Viervijzer, Rob Couvée en Henk Peters ontwikkelen
in de loop van een aantal schooljaren een succesvolle leergang, waar de leerlingen met plezier aan
werken. Uitgeverij Van Walraven ziet er wel brood in
en geeft de methode “Enter!” met de subtitel,
“omgaan met de pc in de onderbouw” uit in 1989,
inclusief een beknopte handleiding voor docenten.
“Doelstelling. De leerlingen maken kennis met drie
soorten programma’s. Te weten een tekstverwerker,
een bestandenprogramma en een spreadsheet. In
hoofdstuk 5 leert de leerling dat programma’s ook
samen kunnen werken.” Het boek is geschikt voor
alle onderbouwleerling van lbo tot en met vwo.
Wanneer je dan dit boek openslaat, zie je een hele
beschrijving van de onderdelen van de computer,
waarbij de grote buigzame floppy-disc nog als
gangbaar wordt geacht. De kleine diskette van 3,5
inch, die nog altijd in gebruik is, komt op de markt.
Al bladerend concludeer je, dat de ontwikkelingen
op het gebied van computer- en informatietechnologie ontzettend snel gaan. Het is nauwelijks bij te
houden. Het gebruik van de methodiek, die
ontwikkeld is aan het Dukenburg college, heeft niet
zo’n geweldige vlucht genomen. Het ontbreekt
docenten aan tijd om de snelle ontwikkelingen
telkens in de methode te verwerken.
63
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
hiertoe ingericht. Ter herinnering: Henk knipte
collega’s onder schooltijd in dit achteraf gelegen
donkere vertrek en werkte ook baarden bij. Hij
bedacht allerlei trucs om op zijn post “afwezig” te
kunnen zijn, omdat deze karweitjes onopgemerkt
door de schoolleiding dienden te geschieden.
Omdat deze ingrepen geheel individueel en op
grond van strikte geheimhouding plaatsvonden, is
hij geruime tijd enkele collega’s, waaronder ook
leden van de schoolleiding, van dienst geweest.”
Terug naar de computers, die onvriendelijk in
gebruik zijn en veel kennis vereisen van de gebruiker. Het levert voor het geven van onderwijs te
weinig op.
In 1987 stapt de school in de 2e tranche van het
NIVO-project. De Klokkenberg besluit Hans Straten
voor één dag per week vrij te roosteren om hem bij
te scholen. Hij kiest voor Tulip computers en
daarmee voor het meest bedrijfszekere systeem.
Nadat Hans het netwerk geïnstalleerd heeft systeembeheerders zijn er nog niet - wordt het
lokaal feestelijk geopend.
“Docenten en leerlingen maken voor het eerst
kennis met een netwerk en de toegankelijkheid
daarvan is laagdrempelig. Er is een hoofdschakelaar, die nadat hij omgezet is, de “meestercomputer” opstart. De andere “slaven-computers”
worden automatisch ingelogd. Dus zonder enige
kennis van computers of informatica staat al snel de
boel standby.
De vakdocent die zijn onderwijsprogramma op het
netwerk heeft staan, kan de leerlingen de naam van
het programma verstrekken. Vanaf dat moment is
de vakdocent met zijn vak bezig en zijn vaardigheden op computergebied worden gelimiteerd tot
enkele toetsvaardigheden.
Het netwerk blijkt zeer stabiel te zijn. Daardoor
wordt de drempel om tot gebruikmaking van de
computers over te gaan, voor docenten laag. Dat
leidt tot veelvuldig gebruik van de computer binnen
de diverse schoolvakken.”
Hans spreekt van “het probleem om aan goede
software te komen. Het staat een goede invoering in
de weg. Hij zet een cursus op voor collega’s en
menigeen werkt dan ook thuis met tekstverwerker
en spreadsheet. De belangstelling hiervoor is groot
en er ontstaan vervolgcursussen. Uiteindelijk geeft
de school prioriteit aan Wordperfect en daarmee is
de software van het NIVO doorgewerkt.
In 1989 wordt Harry Bottema aangesteld tot docent
informatica en komt er continuïteit in programmering en aanbod. Hij is een “genie” op het terrein van
ict en weet de leerlingen met enthousiasme en
deskundigheid vertrouwd te maken met het
computersysteem. Menig vakdocent weet hij te
brengen tot implementatie van ict binnen zijn of
haar vakgebied.
Het gemis aan een systeembeheerder wordt aldoor
duidelijker en het duurt tot ver in de negentiger
jaren, voordat daartoe wordt overgegaan.
Harry Bottema zal opnieuw een invloedrijke rol
spelen bij het vak informatica bij de start van het
Maaswaal College en het gaande houden van het
netwerk en de vele computers.
De Scholengemeenschap Wijchen deelt pas bij de
derde tranche in de vreugde. Het talenpracticum
wordt daartoe geofferd, omdat het lokaal goed
beveiligd kan worden; een eis van het ministerie.
Anton van de Akker, adjunct-beheer, is zeer
intensief bij de computers binnen de school
betrokken. De computers met twee werkstations en
de grote, slappe floppies hebben goed dienst
gedaan, maar moeten al snel vervangen worden
door moderner apparatuur. En vele vervangingen
zullen nog volgen.
De computer is niet meer weg te denken. Aangezien
nagenoeg elke collega momenteel in het bezit is
van “het digitale rijbewijs” kunnen zowel docenten
als leerlingen met veel genoegen gebruik maken
van computers. Informatie- en communicatietechnologie bieden het onderwijs eindeloze
mogelijkheden . Zowel in de samenleving als in de
school ben je levensvreemd, wanneer je niet met de
computer uit de voeten kunt.
Henk Peters, man van het eerste computeruur en
beslist niet levensvreemd, blijft zich inspannen, ook
binnen het Maaswaal College, voor een optimale
uitrusting van alle onderwijsgebieden binnen de
school.
64
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
burg. Hij wordt omringd door een ondersteunende
groep ambtenaren en enkele mensen die de
verschillende zuilen vertegenwoordigen. Ben waagt
het in het begin zich rechtstreeks tot de heer
Wijtenburg te wenden. De reactie:”Wie bent U? Ik
doe alleen zaken met schoolbesturen .” Toch lukt
het Ben geleidelijk aan een goed contact met hem
op te bouwen.
Ben Rutten, Frans Rutten en Anton Meeuwsen (1993)
Scholenbouwplan. Zoek de kortste weg
Het ministerie beschikt ieder jaar over een bepaalde som geld, waaruit de nieuwbouw wordt
gefinancierd. Wat aan het eind van het jaar niet
verzilverd is, verdwijnt weer in de schatkist. In Den
Haag heeft men er een hekel aan, als schoolbesturen zelf met een architect en een ontwerp voor een
nieuwe school komen. Dat leidt vaak tot vertraging,
omdat het ontwerp dan mogelijk niet voldoet aan
de eisen van de rijksgebouwendienst. Budgetten
blijven dan onnodig lang geblokkeerd. Het ministerie is bovendien extra alert op eventuele belangenverstrengeling. Het is zaak de heren in Den Haag te
vriend te houden Het is ondertussen wel duidelijk:
als je je doel wilt bereiken, kun je het best met één
van de architectenbureaus in zee gaan, die voldoen
aan de eisen van het ministerie. Het Macropedius
College in Gemert is een ontwerp van architect
Rozenburg. Om vast kennis te maken met het werk
van deze architect bezoeken vele docenten deze
school. Het geeft hun een idee hoe hun toekomstige
werkplek eruit kan gaan zien.
Ben en Harry maken zich ondertussen druk over
lokalenplannen, mogelijke grondaankopen en
contacten met rijk, gemeente en provincie. Het
bestuur laat, vooruitlopend op goedkeuring door
het ministerie, voor eigen risico door Rozenburg een
schetsplan maken. Er zal een school moeten komen
voor rond 1100 leerlingen. Weliswaar groeit de
school in 1983 uit tot 1250 leerlingen, maar de
prognose geeft aan, dat in 1990 het aantal tot 1035
zal dalen. Tot het zover is, zal er een noodoplossing
bedacht moeten worden.
Op naar nieuwbouw
De moderne technologie ten spijt is de huisvesting
van de SGD ver onder de maat. De noodlokalen op
de locatie in de Lankforst, in het schooljaar 19781979 huisvesting voor 1100 leerlingen en 75
docenten, vertonen steeds meer gebreken en de
noodzaak dient zich aan, dat er een permanent
schoolgebouw komt om onderdak te bieden aan
een steeds groeiende leerlingenstroom. De naam is
er al: Dukenburg College, maar daarmee heb je nog
geen gebouw. In feite loopt Ben tegen dezelfde
reeks bureaucratische regels op, die we ook bij De
Klokkenberg aantreffen.
Hij neemt de uitdaging aan en vindt in Harry
Boelaars, die in 1976 als lid van het bestuur de taak
van bouwzaken op zich neemt, een uitermate
belangrijke en energieke bondgenoot. In het
gesprek met Ben onderstreept hij meermalen hoe
belangrijk deze samenwerking met Harry Boelaars
is. “Harry beschikt over een uitgebreid netwerk en
weet dat op cruciale momenten te benutten.” Ben
zegt eerlijk dat zij aanvankelijk over te weinig
kennis beschikken, maar overal steken zij hun licht
op. Zo levert ervaring van het Elshofcollege waardevolle informatie op over het Haagse circuit. Ben
volgt later een speciale cursus in Utrecht over
management voor scholenbouw.
“En dan is er de sprong in het diepe: De Haagse
slangenkuil. Het is bijzonder nuttig als je weet hoe
je daar moet handelen, want er bestaan codes en
heilige huisjes en persoonlijke eigenaardigheden,”
zo stelt Ben en geeft een voorbeeld. Een topman op
bouwzaken van het ministerie is de heer Wijten-
Met spoed grond aankopen
Dan in november 1978 komt plotseling een telefoontje van Wijtenburg. ”Hebben jullie al een stuk
grond voor de bouw? Koop dat dan maar al vast.”
Paniek! Ben heeft wel een voor scholenbouw
gereserveerd stuk grond op het oog aan de zuidrand van Tolhuis, gelegen aan hoek Streekweg –
65
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Staddijk. Die grondaankoop moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad van Nijmegen, die nog
maar één keer vergadert voor 31 december. Alle
hulptroepen worden in stelling gebracht en inderdaad lukt het de grond te kopen, die wordt betaald
met het restant van het jaarlijkse budget, dat
anders terug gestort wordt in de schatkist.
Samenvallend met het tienjarig bestaan van de
Scholengemeenschap Dukenburg worden de wegen
in de richting van nieuwbouw meer en meer
geplaveid. In september 1979 wordt het bestemmingsplan herzien. De bouwvergunning volgt.
dakconstructie boven de ingang naar de aula is
opgehangen aan één stevige bout aan een stalen
balk. De aannemer, de architect en de constructeur
beweren bij hoog en bij laag, dat deze constructie
absoluut verantwoord is, maar Alfred rust niet,
voordat de veiligheid gegarandeerd is door een
extra bevestiging.
De bouwcommissie, tijdelijk uitgebreid met vele
insprekers, belegt een bijeenkomst met de architect
om nog eens alle details aandachtig door te nemen.
Er heerst alom vertrouwen in de goede afwikkeling
van de nieuwbouw. Men is er klaar voor. Het
ministerie heeft mondeling het verzoek gedaan om
het plan op 1 december 1979 aanbestedingsgereed
te hebben liggen.
Staatssecretaris De Jong Ozn. publiceert in juli 1981
het “scholenbouwplan 1981 – 1985”. In het eerste
gelid staat de SGD. De school moet in 1983 gereed
zijn. Op datzelfde plan staat voor het jaar 1985
Scholengemeenschap Wijchen genoemd. Deze
bouwaanvraag wordt in 1982 door een bouwstop
geblokkeerd.
Oog voor alle details
Ben benadrukt dat de leden van de kleine, slagvaardige bouwcommissie zich uit de naad werken voor
het tot stand brengen van het gebouw. In mei 1976
vraagt Ben versterking vanuit het veld. Alle vakgroepen en ook het onderwijs ondersteunend personeel
worden betrokken in het samenstellen van het
“plan van eisen”, waarin tot in detail de inrichting
van elk van de leslokalen, studieruimten, werkkamers voor directieleden, administratie, de lerarenkamer, vergaderruimten, aula met toneeluitrusting,
garderobe en hal, fietsenkelder en zelfs gangen is
vastgelegd. Alfred Deenik is wel bijzonder actief. Op
millimeterpapier tekent hij plattegronden van
practicumlokalen met alle aansluitingen nauwkeurig op de centimeter en rekent alles na. Op een
gegeven moment komt hij tot de ontdekking, dat de
Alles verloopt volgens plan. 22 augustus 1983:
“Dukenburg College” Streekweg 21
Het uitstekend opgezette bouwplan wordt goedgekeurd en de bouwvergunning volgt. Enkele weken
later wordt op vrijdag 18 december 1981 de eerste
paal “geslagen”. Het verslag van de gebeurtenis in
De Gelderlander van zaterdag begint als volgt: “De
grond was steenhard, de heimachine zat vast-
Vossenjacht 1983 Scholengemeenschap Dukenburg
66
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
gevroren, de snijdende oostenwind gierde over de
vlakte, maar het feest ging door.” De heer Wijtenburg komt de eer toe de heimachine te
bedienen.Helaas, “de heimachine zat vast, maar er
waren vele handen, die de eerste paal de grond in
wilden helpen. Symbolisch werden er daarna een
paar klappen op gegeven.” Verder meldt de krant:
“Wij lopen hier met koude voeten, omdat wij dit van
Deenik moeten.” De journalist citeert een spandoek. “En toen het historisch gebeuren achter de
rug was, werd er op ruime schaal warme snert
uitgedeeld.” De hele schoolpopulatie van inmiddels
1200 jongeren en 90 personeelsleden kan met
vreugde uitzien naar iets moois.
Het is 8 oktober 1982 wanneer het “hoogste punt”
wordt bereikt. Opnieuw een reden om in opperste
stemming te geraken. Rector Groothaert, voor
iedereen op school zuster Annemarie, gaat de
kapvlag hijsen. Volgens advertentieweekblad
“Dukenburgs Nieuws” van 13 oktober heeft “het
zogeheten pannenbier die middag dan ook vele
kelen gesmeerd.”
In maart daaropvolgend is de bouw van de school
in de eindfase aanbeland. De wegen moeten nog
aangelegd worden en het terrein geëgaliseerd en
bestraat. In de periode van de aanmelding van
leerlingen wordt daarvan uitgebreid melding
gemaakt in de pers. Oud-minister Jos van
Kemenade wordt benaderd om de opening van de
school op te luisteren.
Hoogste punt nieuwbouw aan de
Streekweg in Nijmegen (maart 1983)
“Rectrix Annemarie Groothaert
verlaat onderwijs na 40 jaar”
Zo kopt De Gelderlander van 19 februari 1983.
Zuster Annemarie: “Dukenburg was een uitdaging.”
Ze hecht er aan in het interview melding te maken
van haar betrokkenheid bij de leerlingen. “Weet je,
ik heb alle leerlingen steeds bij naam en toenaam
gekend. Telkens als er nieuwe brugklassers bijkwamen, leerde ik aan de hand van pasfoto’s direct alle
namen uit mijn hoofd. Als ik dan zo’n nieuwe
leerling tegenkwam, noemde ik zijn of haar naam.
Dan zag je ze denken: hoe weet ze dat nou? Pas
toen het leerlingenaantal van de Scholengemeen-
Start nieuwbouw aan de Streekweg in Nijmegen (1982)
Afscheid rectrix Annemarie Groothaert
in 1983 (rechts Marieke Kruip-Wensing)
Afscheid rectrix
Annemarie
Groothaert
in 1983 met
Henk Gerrits
67
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Afscheid rectrix
Annemarie
Groothaert
(rechts Henk
Gerrits)
Harrie Boelaars
(bestuursvoorzitter Dukenburg College)
schap Dukenburg de grens van 800 leerlingen
overschreed, raakte ik op een gegeven moment de
draad kwijt. Toen werd het te moeilijk ze allemaal
uit elkaar te houden. Dat vond ik heel erg jammer.”
Dit citaat zeg veel over de wijze waarop Annemarie
als leider van de organisatie in de school stond. Zij
heeft zich omringd met betrokken conrectoren en
hecht veel waarde aan een goede werksfeer. Daar is
de school groot mee geworden.In een feestelijke
ambiance wordt afscheid van haar genomen.
Omdat de accommodatie in de noodlokalen in
Lankforst nauwelijks een representatieve uitstraling
heeft, wordt voor de receptie uitgeweken naar de
Goffertboerderij. “Ik hoop die dag veel mensen uit
het verre en nabije verleden te ontmoeten,”aldus
eindigt het interview. En dat gaat ook gebeuren.
Harry Boelaars vindt dat de rol van Zuster
Annemarie zeker aandacht verdient. “Onder zeer
moeilijke omstandigheden heeft zij het aangedurfd
de sprong over het kanaal te maken. De school
onder haar leiding groeide onstuimig, zowel qua
leerlingen als qua docenten. Dat bracht naast
Mieke Welschen geeft maatschappijleer (tachtiger jaren)
68
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
voldoening ook vele problemen met zich mee. Zij
heeft de hitte van de dag gedragen. Ruim veertig
jaar heeft ze zich ingezet voor het onderwijs. Als
waardering voor haar onvermoeide inzet en
betrokkenheid ontvangt ze een koninklijke onderscheiding.” Een terechte blijk van waardering.
Karin Schoots-Bastiaanse geeft wiskundeles (tachtiger jaren)
Hugo Besjes wordt rector in een inspirerende fase
Hugo Besjes wordt per 1 maart 1983 tot rector
benoemd aan de scholengemeenschap met veel
jonge docenten. Het bestuur nam het unanieme
advies van de benoemingsadviescommissie over.
Afgestudeerd in de fysica aan de universiteit van
Nijmegen en met ervaring op zak als docent, als
adjunct en waarnemend directeur aan de pedagogische academie, blijkt hij de meest geschikte
kandidaat te zijn, in wie men alle vertrouwen heeft.
Hij wordt tot zijn grote verrassing warm onthaald bij
de kerstviering voor het personeel, die als een
traditionele en zeer gewaardeerde happening vaste
voet in de school heeft en ook zal behouden.
Hugo schetst de situatie zoals hij die aantreft: “Er is
een snelle uitgroei geweest van mavo en havo; het
atheneum aarzelt. De leerlingenstroom begint op te
drogen, het voedingsgebied is te klein. De school
wordt gekenmerkt door een soepele, goed gestructureerde aanpak in de brugklassen. Na het brugjaar
is er een gat in de opvang en begeleiding, wat zich
wreekt in de mindere appreciatie door de ouders en
een voortdurende discussie onder het personeel.”
De nieuwe rector hecht eraan dat met het betrekken
van de nieuwe locatie, zoals voorgesteld vanuit het
personeel, tevens afscheid wordt genomen van de
oude naam S.G.D. en het daaraan verbonden
imago. Hij geeft hoog op over “het personeel dat
soms tegendraads en eigenwijs is, maar ook zeer
betrokken en bereid tot een hoge inzet, daarbij in
staat tot zelf-relativering”, zoals hij bemerkt tijdens
zijn eerste kennismaking met school en personeel
bij de eerder genoemde kerstviering.
Voor de nieuwe rector is er volop werk om naar uit
te zien. Daar zal hij zich met visie en
vastberadenheid voor gaan inzetten, maar allereerst is er een feestelijke aangelegenheid te
organiseren: de opening van een goed geoutilleerd
schoolgebouw met uitstraling; een aanmoediging
voor iedereen om weer stevig de schouders onder
het verzorgen van het onderwijs te zetten.
Een inspirerende fase in het bestaan van het
Dukenburg College begint.
Fred Marcus in gesprek met Hugo Besjes (1986)
69
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Oud-minister dr. Jos van Kemenade
opent Dukenburg College
toenemend aantal leerlingen. Het hoogste aantal
brugklasleerlingen meldt zich in het schooljaar
1984 – 1985. Van het totaal van 342 komen er 172
uit Wijchen. Daarna nemen beide getallen geleidelijk aan af en komt de school in een nieuwe fase.
In juni begint de verhuizing. Een achttal noodlokalen wacht in het nieuwe schooljaar nog op
toestemming van de gemeente voor overplaatsing
naar de Streekweg en blijft voor onderwijs in
gebruik. De rest gaat op transport naar Hellevoetsluis.
Het nieuwe gebouw wordt geopend op de 63e
verjaardag van zuster Annemarie op vrijdag 7
oktober door Van Kemenade, de man van de
middenschool. De ideeën, die aan de middenschool ten grondslag liggen, vinden steeds minder
ondersteuning in het onderwijsveld, maar de oudminister vraagt in zijn openingstoespraak aandacht
voor de nog altijd voortdurende discussie over de
vormgeving van het voortgezet onderwijs. Hij
spreekt over “voortgezet basisonderwijs” om
daarmee de schoolkeuze uit te stellen. Opvallend
is, dat hij een tweetal zwaarwegende uitgangspunten van de Scholengemeenschap Wijchen presenteert zonder overigens die naam te noemen. Het
eerste is het weghalen van de schotten tussen de
diverse opleidingen. Leerlingen van de theoretische
opleiding moeten naar zijn mening ook de gelegenheid hebben technische vakken in hun pakket op te
nemen. Het tweede betreft de afschaffing van het
uniforme eindexamen door invoering van certificaten-diplomering. Het komt er in de praktijk niet van.
Ook in Wijchen zijn de vakken op havo-niveau van
hogerhand buiten de examenregeling gehouden en
is ondanks stevig aandringen nooit toestemming
gegeven voor het als zodanig werken met certificaten. In de discussie over onderwijsverandering zal
nog maar weinig aandacht naar deze zaken
uitgaan. Eén wens van Van Kemenade is vervuld. Hij
pleit voor invoering van stageperioden in het
bedrijfsleven. Tien jaar later worden daar de eerste
aanzetten voor gegeven.
In het wijkblad van Dukenburg, “Trefpunt”, wordt
een uitgebreide beschrijving gegeven van het
gebouw en wordt de wijkbewoners aanbevolen op
de uitnodiging de school te bezoeken in te gaan.De
feestelijkheden rond de opening in de vorm van een
“totaaldag” vol activiteiten voor de leerlingen, de
theatervoorstelling van het personeel en de
zaterdag van het “Open Huis” verlopen succesvol.
Vanuit de omgeving is er volop belangstelling voor
het nieuwe Dukenburg College. Het zal de school
een extra impuls geven om verder uit te groeien tot
een avo-vwo–school met een goede naam en een
Anton Meeuwsen, Marius Kwaks
en Alfred Deenik
Laatste lesdag show
70
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
S.G. WIJCHEN
breidt per 1 augustus 1977 uit met Havo
stap voor stap, duidelijk vorderingen gemaakt.
In “En Route II” worden deze vastgelegd, aangevuld
met op handen zijnde ontwikkelingen. Het ministerie wordt er in november 1976 mee verblijd. Ook
voor dit rapport is in den lande veel belangstelling.
En dan kondigt de havo zich aan, waarnaar zo lang
is uitgezien. Per augustus 1977 start het eerste, het
tweede om de havo-kandidaten uit het eerste
brugjaar op te vangen en het vierde leerjaar voor de
mavo-gediplomeerden. Het hele voorjaar van 1977
staat dan ook geheel in het teken van het “inbouwen” van het havo-niveau in de onderbouw, waar
de grootste klus ligt en het opzetten van 4-havo.
Vele collega’s ervaren de komst van de havo als een
erkenning van en waardering voor het degelijke
werk, dat de afgelopen jaren is verricht. De havo
willen ze beslist en met overtuiging in de brede
onderbouw opnemen.
Van de vele sollicitanten vanwege uitbreiding met
havo en toename van het aantal leerlingen worden
Met ingang van schooljaar ’75 – ’76 kent het lboprogramma een A, B en C-niveau. Vakgroepen
stellen de leerplannen samen met uitzondering van
het A-niveau, dat wordt gezien als behorend bij het
individuele onderwijs ofwel het voortgezet speciaal
onderwijs; vso. Dat wordt binnen de scholengemeenschap niet verzorgd. Het D-niveau is voor de
mavo gereserveerd. De determinatiegrenzen in het
30-punten systeem worden hierop aangepast. Er is
al voorzien in een oplossing voor inbouw van het
havo-niveau door dit puntensysteem uit te bouwen
tot 40 voor het E = havo niveau. Elke vakgroep
bepaalt het aantal punten dat behaald moet
worden om in de bovenbouw de verschillende
niveaus te mogen volgen. Er gaat veel energie zitten
in de harmonisatie van de onderwijsprogramma’s
in de bovenbouw, maar er worden, ook al is het
S.G. Wijchen (locatie Oosterweg)
71
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
de nieren geproefd, wanneer het gaat om het verder
uitbouwen van het onderwijsmodel van de scholengemeenschap. Het betreft veelal jonge docenten. De
“eerste grader” doet zijn intrede. Voor een aantal
collega’s is dat best even wennen. De nieuwelingen
praten en denken anders, houden van discussiëren
en bevragen aanhoudend de uitgangspunten en de
besluitvormingsstructuur. Het dwingt iedereen,
inclusief de schoolleiding, tot scherper formuleren
van de onderwijskundige opzet van de onderbouw.
Hans Satter: “Al werkende zou die discussie kunnen
plaatsvinden en de groep zou vanzelf tot de
conclusie komen, dat we goed bezig waren. Die
overtuiging leefde binnen de directie. Het moest
voor de nieuwelingen een uitdaging en een eer zijn
aan de scholengemeenschap Wijchen te mogen
werken.” Later blijkt, dat hier te licht tegenaan
gekeken wordt.
De nieuwe docenten gaan met hun collega’s
enthousiast aan het werk. De vele studenten,
variërend in aantal van vijf tot tien personen,
komend van de diverse lerarenopleidingen, worden
daarbij ingeschakeld en werken enthousiast mee.
“Musisch-expressieve vaardigheden:” muziek,
manuele expressie, verbale expressie, sport en
spel.
“Algemene technieken.”
De schoolleiding stimuleert, motiveert, ondersteunt, schept extra faciliteiten en materiële
voorzieningen. Er wordt veel tijd gestoken in overleg
en het vervaardigen van onderwijsmiddelen om de
individualisering vorm te kunnen geven. In “En
Route II” wordt een beschrijving gegeven van het
“ontwikkelingsmodel”.
De school participeert dan nog in het
middenschoolproject. In dit rapport wordt op
pagina 60 de duur van de brugperiode in het
midden gelaten, maar “een onderwijskundige
ontwikkeling is reeds op gang gebracht en wel de
opzet van methoden, waarbij de individuele
ontplooiingsmogelijkheden van iedere leerling
gegarandeerd worden. Wanneer gewerkt wordt met
heterogene groepen, is het een vereiste, dat elke
leerling niet te veel, maar ook niet te weinig wordt
geboden. Opdrachten, die individueel en zelfstandig door de leerlingen kunnen worden uitgevoerd,
waarbij aandacht wordt besteed aan motorische,
intellectuele en affectieve aspecten, aan oriëntatie,
actieve inbreng en waarvan een motiverende
werking uitgaat, zijn vereist. De leerkracht zal
daarbij steeds meer als begeleider gaan functioneren.” De lesuren gaan in blokvorm gegeven worden
om de opdrachten voldoende diepgang te kunnen
garanderen. “Meer leerkrachten zullen in teamverband moeten samenwerken bij voorkeur in één
grotere ruimte.”
Individualisering,
het onderwijskundige ontwikkelingsmodel
In de onderbouw wordt de onmogelijkheid ingezien
van het geven van onderwijs op vier niveaus binnen
een klas, maar daarmee is nog geen oplossing
gevonden voor dit hardnekkige probleem. Het bhvmodel biedt onvoldoende mogelijkheden. Er moet
een onderbouwperiode worden opgezet, die de
leerlingen alle gelegenheid biedt zichzelf te
oriënteren en gevrijwaard te blijven van selectie. Er
wordt stevig nagedacht over het werken naar het
model, zoals dat bij AT is ingezet.
Dat leidt onder meer tot een heldere indeling van
het totale onderwijspakket van de onderbouw in
een vijftal onderwijsgebieden, waarin de traditionele vakken geïntegreerd worden. Bij de invoering
daarvan wordt de weg van geleidelijkheid gevolgd
en betrekt men ervaringen in het ene gebied op de
ontwikkeling van het andere. Op pagina 33 van En
Route II wordt het volgende voorgesteld:
“Communicatie:” moedertaal, moderne vreemde
talen
“De wereld van de natuur:” natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde
“De sociale wereld:” aardrijkskunde, geschiedenis,
godsdienst en maatschappijleer
Diverse voordelen worden genoemd. Bij ziekte van
een collega bv. kunnen de lessen doorgaan, omdat
het team dat kan opvangen. Leer- en hulpmiddelen
kunnen veel doelmatiger ingezet worden. Een
voorbeeld: In één van de opdrachten staat de
microscoop centraal. De aanschaf van één microscoop is voldoende, omdat in de loop van de
onderbouw elke leerling kennis maakt met deze
opdracht. Een klassikale set microscopen, die bijna
het hele schooljaar in de kast staat, kan van de
inventarislijst worden geschrapt.
“Het punt waar alles om draait, is de opdrachtenvorm, waarin de leerstof moet worden gegoten om
op deze wijze verder te kunnen gaan.” Aan welke
kwaliteiten moeten de opdrachten voldoen?
72
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
De individuele positioneerbare opdracht. (ipo)
naast moderne naslagwerken, moeten de verwerking van de opdracht positief ondersteunen.
Niettemin vormt toch de geschreven taal de
hoofdmoot in alle ipo’s. De leesvaardigheid van de
leerling wordt ernstig op de proef gesteld en voor de
samensteller van de opdracht is dat één van de
hoofdbrekens.
Terwijl de collega’s de leerlingen begeleiden,
stuiten ze vanzelf op onduidelijkheden in de
opdracht en andere onvolkomenheden. Daar wordt
nauwkeurig aantekening van gemaakt, zodat bij de
volgende druk de verbeteringen kunnen worden
aangebracht.
De opdracht, zowel het schriftelijke deel, dat voor
de leerling instructies en leerinhouden bevat, als de
hulp- en leermiddelen, die voor de verwerking
noodzakelijk zijn, wordt op een vaste plek in het
lokaal gepositioneerd.
Ga daar maar aanstaan als eenvoudige docent. Aan
motivatie om dit nooit eindigende karwei op zich te
nemen ontbrak het verreweg de meeste docenten
niet. In die periode is Kees van de Wiel adjunctdirecteur en belast met onderwijskundige zaken.
Het is uiterst moeilijk om een opdracht van drie
lesuren te maken, die door het opklimmen in
moeilijkheidsgraad alle brugklasleerlingen op hun
leerkwaliteiten aanspreekt. De leerdoelen moeten
dermate verfijnd elkaar opvolgen, dat de vorderingen in de opdrachten overeenstemmen met het
niveau van de leerling. De toetselementen dienen
ingebouwd te zijn, zodat de docent met het doornemen van de uitgevoerde opdracht kan vaststellen
op welk niveau de leerling functioneert. Omdat het
niveau van de leerlingen uiteenloopt van uiterst
eenvoudig B-niveau met een zeer gering taalniveau
tot een degelijke E-leerling met een grote taalvaardigheid, dient veel aandacht gegeven te worden
aan het taalgebruik. Dit te meer, omdat de leerling
zoveel als maar mogelijk is, zelfstandig moet
kunnen werken. Omdat de leerlingen onder invloed
van de televisie en films steeds meer beïnvloed zijn
door de beeldcultuur, zijn aantrekkelijke en ter zake
doende illustraties onontbeerlijk. Audiovisuele
hulpmiddelen, zoals dia’s, foto’s, geluidsbanden
Carnaval S.G.. Wijchen
73
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
Eindeloos veel tijd wordt er door alle betrokken
collega’s ingestoken en elke verbetering wordt als
een impuls om door te gaan ervaren. Tot begin jaren
tachtig loopt alles naar wens. Het aantal leerlingen
in de brugklas groeit uit tot boven de 300 en het
totaal passeert het getal van 1300. De school
verkeert in een allelujastemming. De middenschool
is dan nagenoeg van het onderwijsfirmament
verdwenen. De kater uit de periode van contactschool is definitief naar de achtergrond geschoven.
natuur” is Jan van der Wijst. Hij weet een aantal
enthousiaste collega’s in zijn directe werkomgeving. Niet in de laatste plaats voldoet daaraan
amanuensis Sjef van Groningen, die in de voorbereidingen een grote rol speelt. Samen met de
conciërges creëren zij van drie lokalen één grote
onderwijsruimte.
Bij de start in augustus 1977 zijn 15 opdrachten
door de docenten geschreven en in de onderwijsruimte op een vaste positie van de nodige materialen voorzien. Naast het bestaande onderbouw
programma putten de collega’s uit het “Australian
Science Experimental program” (Asep), waarin
onderwerpen met proefjes voor leerlingen zijn
uitgewerkt. Het altijddurende werken aan de ipo’s
is begonnen.
Er wordt ervaring opgedaan en evaluatie daarvan
levert aanwijzingen op voor het verbeteren van
reeds bestaande en het samenstellen van nieuwe
opdrachten. De repro draait op volle toeren. Er zijn
voor de docenten geen momenten van rust meer.
Jan: “Onderwijskundig werd er zowel in de breedte
als de diepte gewerkt.Talloze vragen komen op ons
af, zowel tijdens het begeleiden van de leerlingen,
als bij de aanpak van de verdere ontwikkeling van
wereld van de natuur.” Het team werkt hecht samen
met veel enthousiasme en grote inzet. Elk lid van
het team kan zijn sterkste kanten aanspreken; bij
de één is dat begeleiden van leerlingen, bij de
ander het maken van toetsen of schrijven van
taken.
Zo neemt Jan de organisatie van de “wereld van de
natuur” op zich. Hij maakt een reisgids voor de
leerlingen, waarin alle taken vermeld zijn en de
leerling kan zien, welke taak hij bij een volgend
bezoek gaat maken. Sjef zorgt perfect voor de
materiële voorzieningen. Bij elke taak is dat weer
anders. “Aan de hand van een materialenlijst kan
de leerling controleren of alle ge- en verbruiksartikelen aanwezig zijn. De leerling leert op deze
manier tevens allerlei namen van hulpmiddelen en
materialen, die in de “wereld van de natuur” in
gebruik zijn,” aldus Jan. ”Sjablonen van Sjef maken
het bij practicumopdrachten eenvoudig en overzichtelijk alle gebruikte materialen en hulpmiddelen terug te plaatsen. De leerlingen doen veel
practicum, zodat Sjef met regelmaat naar de winkel
of zelfs naar het abattoir moet. Zo is er een taak
waarvoor een oog van een koe ontleed moet
worden om de werking van de lens van het oog te
kunnen bestuderen. Bij elk bezoek van een groep
leerlingen aan de onderwijsruimte moet er weer een
Landelijke pers informerend en bemoedigend
In de landelijke onderwijspers verschijnen met
regelmaat artikelen over het onderwijs aan de S.G.
Wijchen. Koppen in bv. “School” van 28 augustus
1976 als “Van Kemenade moet toch maar eens naar
Wijchen gaan kijken; een eind op weg naar de
middenschool,” strelen het gevoel van trots. Dat
gaat alsmaar door. “Onderwijs en Opvoeding”
schetst in haar nummer van december 1977 “een
portret van de scholengemeenschap voor havo/
mavo/lbo in Wijchen, niet ver van Nijmegen.
Gesprekken met leerlingen, docenten en schoolleiding.” De Volkskrant publiceert op 14 maart 1978
een paginagroot interview met Frans van Luijk,
waarin hij alle gelegenheid krijgt zijn visie op
onderwijs en de daartoe noodzakelijke veranderingen naar voren te brengen. “Wijchen, een vooruitgeschoven post,” wanneer het gaat over onderwijsvernieuwingen. De stelling, die Frans op het lijf
geschreven is, vormt de kop, die Piet van Seeters
boven de weerslag van het gesprek plaatst: “School
is er voor het kind, niet andersom.” Zo wordt er in
maart 1980 een Special van Elzeviers Weekblad
uitgegeven, die geheel gewijd is aan de school.
Personen uit alle geledingen zijn daarin aan het
woord. Opstekertjes, die positieve energie opleveren. In “En Route II” worden enkele artikelen als
bijlage bijgevoegd. Op de prikborden in de
docentenkamers prijken de kopieën.
Wereld van de natuur
De docenten van de vakgroep natuurkunde,
scheikunde en biologie nemen de uitdaging aan om
“wereld der natuur” op te bouwen onder het motto,
“niet alleen praten, maar ook doen.” De vakgroep
wiskunde ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor
integratie en concentreert zich op verdiepingstaken
voor D- en E-niveau.
Een man van het eerste uur in “wereld van de
74
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
De sociale wereld
oog in een schaaltje klaar liggen met de nodige
ontleedmesjes erbij. De opdracht van het koeienoog maakt grote indruk. Veel leerlingen kunnen die
zich vele jaren later nog helder herinneren.
Elke leerling heeft voor de onderbouwlessen een
werkboekje waarin de score van elke taak wordt
vastgelegd. Nu ligt het in de bedoeling, dat in de
opdracht zelf toetselementen verweven zijn, maar
dat ondervindt problemen. Men kiest voor een
“voorlopige” oplossing. Het team bundelt de
toetsen in een toetsweek, die voor elke klas op een
ander moment plaats vindt volgens de reisgids van
Jan. Wanneer eenmaal dit systeem is ingevoerd,
komt men daar niet meer van los. Omdat het
toetsen ongeveer één lesuur in beslag neemt,
worden de overige twee lesuren gebruikt voor een
klassikale themataak, die ontleent is aan de
actualiteit of de directe leefwereld van de leerling.
De “wereld van de natuur” ontwikkelt in alle jaren
van haar bestaan kwalitatief steeds betere ipo’s,
maar komt niet tot het door de schoolleiding
voorgestane aantal van 80 om volledige individualisering door te kunnen voeren. Dat aantal is nodig
om in de twee-jarige onderbouw van in totaal 80
lesweken telkens 80 leerlingen aan een individuele
opdracht te laten werken. Hoe gaat dat in andere
vakgroepen?
Terwijl de “wereld van de natuur” haar eerste
schooljaar draait, komen collega’s van de vakgroep
aardrijkskunde, geschiedenis, godsdienst en
maatschappijleer vaak op bezoek en wisselen
ervaringen uit. Zij bereiden de “sociale wereld”
voor. De zolder van het bijgebouw van de voormalige landbouwschool wordt gereed gemaakt voor
vier klassen.De grote zolder wordt ingericht voor 60
leerlingen, die aan individuele taken werken.
Informatieoverdracht en basisvaardigheden
aanleren staan daarbij centraal. De inhoud van de
taken sluit zoveel mogelijk aan bij de leefwereld
van de leerling. De identiteit van de afzonderlijke
vakken wordt daarbij niet uit het oog verloren. De
kleine zolder is het domein van de godsdienstleraar, die de klassikale taken en projecten begeleidt, die mede gericht zijn op het aanleren van
sociale vaardigheden zoals samenwerken,
menings- en attitudevorming.
De docenten steken enorm veel tijd in het samenstellen van ipo’s. Studenten werken mee. Het tempo
waarin deze vakgroep aan de realisering van deze
onderwijsruimte werkt, is indrukwekkend. Werkwijze en ervaringen komen veelal overeen met
“wereld van de natuur”. Specifiek voor “de sociale
laatste lesdag examenkandidaten (S.G. Wijchen, tachtiger jaren)
75
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
S.G. Wijchen (v.l.n.r XXX, Gerard X, XXX en Anton van den Akker)
en intensieve samenwerking op basis van idealisme. Pieter van de Schans, de voorzitter van de
medezeggenschapsraad tijdens de fusie, komt het
tweede scholjaar meedoen. “We hebben vreselijk
hard moeten werken zowel aan de verbetering van
de opdrachten als aan de uitbreiding van het aantal
daarvan. Ton van de Hoogen, Henk Notté, die bij
zijn aanstelling aan de havo tot projectleider is
verheven en Martin Hulsen zijn de noeste werkers
op de zolder. Weekeinden hebben wij bij elkaar
gezeten. Om inspiratie op te doen, te werken aan
opdrachten en te ontspannen hebben wij jaarlijks
een weekend in de Ardennen of elders in Nederland
of België.” Nog vele jaren is deze manifestatie in ere
gehouden en deze overleeft zelfs de scholengemeenschap. De nadruk ligt inmiddels op de
ontmoeting.
wereld” is het documentatiecentrum. Leerlingen
kunnen bij opdrachten daarnaar verwezen worden.
Op de zolder tref je drie kleuren taken aan. Een
vaste cyclus maakt het de leerlingen gemakkelijk de
weg te vinden in “de sociale wereld”. De gele taken
zijn ipo’s voor individueel werkende leerling. De
groene taken hebben een voorlopig karakter. Vier
leerlingen werken samen aan informatieverwerving.
Deze taken moeten op termijn naar de “kleine
zolder” als taak voor grote groepen, wanneer
voldoende individuele taken voorhanden zijn. De
rode taken zijn voor de grote groep.
Een aansprekende opdracht is het inrichten van een
dorp in een grote zandbak met fijn zaagsel. De
huisjes, kerkjes en fabrieken komen uit Italië,
meegebracht van vakantie. De leerling moet aan de
hand van richtlijnen zijn opstelling maken, deze
kunnen verantwoorden en op papier vastleggen.
Het zaagsel is aanhoudend “speelgoed” voor de
leerlingen, zodat er na elke les geveegd moet
worden.
Een kwalitatief zeer goede opdracht heeft de titel:
“Wijchen, wie, wat waar.” Bij deze opdracht, waarin
aardrijkskunde en geschiedenis zijn geïntegreerd,
krijgt de leerling een blanco plattegrond, waarop hij
allerlei zaken moet aangegeven en aan de hand van
een informatiepakket uitwerkt. Zo moet bv. de wijk
Wijchen-Zuid verder ingericht worden.
Specifiek voor deze groep docenten is hun hechte
Geen gebrek aan belangstelling. Aapjes kijken?
Ook de zolder vormt evenals algemene technieken
en “wereld van de natuur” een vast onderdeel van
de rondleidingen van bezoekende scholen en
vertegenwoordigers van diverse instanties. Het
wordt op een gegeven moment zo druk, dat de
school moet besluiten het aantal bezoeken tot één
per week terug te brengen. Enerzijds, omdat steeds
leden van de schoolleiding daarmee belast worden
en anderzijds, omdat het toch de nodige onrust
76
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
geeft onder de leerlingen. Op een gegeven moment
vinden ze het gewoon niet leuk meer telkens van
het werk gehaald te worden om vragen van bezoekers te beantwoorden. De leden van het team
worden natuurlijk ook steeds aangesproken, zodat
leerlingen, die begeleiding nodig hebben moeten
wachten. Soms ontstaan er hele discussies, zowel
over de uitgangspunten als over vakinhoudelijke
zaken. Dat levert voor de leerlingen nog meer
problemen op. Soms vang je dan wel eens de
opmerking van leerlingen op, dat er weer sprake is
van “aapjes kijken”.
In de nabesprekingen meestal met de adjunctonderwijszaken, spreken de bezoekers veelal hun
bewondering uit voor wat ze hebben aangetroffen.
Kritische vragen worden meestal nogal terughoudend gesteld. Met allerlei documentatiemateriaal,
waaronder En Route I en II, vertrekt men dan weer
huiswaarts. Van een school, waar men op gelijke
wijze is gaan werken, is nooit iets vernomen.
den die in verschillende disciplines opdrachten
uitvoeren, komt het niet. De specifieke bekwaamheden, die elke discipline van de docent vraagt, vormt
het struikelblok. Het is begrijpelijk, dat de docent
gezondheidskunde problemen krijgt bij het
begeleiden van opdrachten in de elektrotechniek.
Dat probleem blijft zich voordoen ondanks de
sterke verbetering van de afzonderlijke opdrachten.
Zo heeft Michel Terheggen na jarenlang perfectioneren van opdrachten voor elektrotechniek het voor
elkaar gekregen, dat begeleiding van de leerlingen
tot het minimum is teruggebracht. Met enthousiasme stellen leerlingen vast, dat ze door de meest
ingewikkelde dradenpatronen te monteren lampjes
aan het branden kunnen krijgen.
Communicatie struikelt over de sequentie in de
leerstof
In de vakgroepen Nederlands en moderne vreemde
talen wordt stevig nagedacht en gediscussieerd
over de mogelijkheden tot individualisering. Er
spelen veel aspecten een rol, zoals de diversiteit in
communicatieve situaties en het verloop van de
individuele taalverwerving. Bij Nederlands stelt
men thema’s samen, die leerlingen individueel of
samenwerkend doorwerken. Het thema “reclame en
taal” valt goed bij de leerlingen en wordt verder
uitgewerkt. De omvangrijke taak bevat veel oefeningen en activiteiten in verschillende communicatieve
Musisch-expressieve vaardigheden
Tekenen en handvaardigheid vangen aan met
pogingen tot individualisering binnen klassenverband. Muziek, sport en spel ofwel lichamelijke
oefening zoals het officieel heet, blijven op klassikale wijze werken. Het vak drama is geen lange
levensduur beschoren.
De vakgroep stelt als doel van haar onderwijs, dat
de leerling kennis dient te maken met het vakgebied in al zijn geledingen en vormingsmogelijkheden om een keuze na de onderbouw meer
bewust te kunnen onderbouwen. Het zijn immers
potentiële examenvakken. Belangrijk is daarbij de
verruiming van de blik op het totale vakgebied, wat
betreft zowel de praktische productieve als de
theoretisch reflectieve aspecten.
Het is uiterst moeilijk opdrachten te schrijven, die
daaraan kunnen voldoen. Wanneer je in 1978 een
klas aan het werk ziet, tref je individueel werkende
leerlingen aan naast kleine groepjes. Plannen zijn
er wel, maar door de uiterst kritische houding van
beide docenten naar hun eigen werk, blijft de
werkwijze hetzelfde. De opdrachten worden wel
steeds beter, maar positionering komt er niet van.
Algemene technieken
In een reeks opdrachten heeft individualisering
vastere vormen aangenomen. Tot echte
teamteaching, waarbij collega’s leerlingen begelei-
XXX
77
Van Mammoet tot Maaswaal
5. DE SCHOLENGEMEENSCHAPPEN NAAR HUN HOOGTEPUNT.
situaties, waarin kwaliteiten van leerlingen in de
volle omvang van de verschillende niveaus tot hun
recht komen, maar met een individueel
positioneerbare opdracht heeft deze themagewijze
opzet niets van doen.
Evenals de docenten Nederlands nemen de
collega’s van de moderne talen de onderwijskundige opzet van individualisering door middel van
het ipo-systeem serieus in bespreking. Thema’s, die
klassikaal worden aangeboden, ziet men wel zitten.
Boekjes over wereldoriëntatie uit Frankrijk en
Engeland en voor Duits van het Goethe-instituut
worden op hun mogelijkheden bekeken. Aantrekkelijke leerstof maken is één zaak, maar om het
talenonderwijs in sequentieloze opdrachten op te
splitsen vindt men niet mogelijk en verantwoord.
Eén voorbeeld om het probleem helder neer te
zetten. Maakt een leerling een opdracht over bv.
vervoermiddelen, dan kan hij enorm veel profijt
hebben van alle eerder gemaakte opdrachten. De
woordenschat, zinsbouw, woordbetekenis, grammaticale kennis nemen geleidelijk aan toe. Er moet
echter bij de behoefte aan begeleiding en beoordeling uitgegaan worden van een voor iedere leerling
gelijke beginsituatie. Wanneer je het als leerling
treft, dat je de ipo over vervoermiddelen als eerste
in de reeks maakt, dan zul je tot heel andere
resultaten komen, dan wanneer je halverwege het
jaar of op het einde van het tweede leerjaar
daaraan gaat werken. Beoordelingen zijn daardoor
Optreden van Frank Boeijen Op S.G. Wijchen
niet vergelijkbaar. En dit is het grote struikelblok om
het onderwijsmodel van de scholengemeenschap
vorm te geven. Niettemin zijn alle leerkrachten van
beide vakgroepen er op gespitst zo aantrekkelijk
mogelijk en effectief op de leerling afgestemd
onderwijs te bieden.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx-??
78
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
In de tijd van de invoering van de mammoetwet is
een autoritaire en door één persoon geleide school
eerder regel dan uitzondering. Een directeur of
rector neemt de beslissingen. Dat wil niet zeggen,
dat volledig voorbij wordt gegaan aan opvattingen
binnen de school. Visies , ervaringen en wensen
worden uitgesproken. Dat geschiedt in de wandelgangen en in de gebruikelijke plenaire of algemene
lerarenvergaderingen. De leden van het nietonderwijzend personeel zijn veelal welkom en zeker
wanneer er zaken besproken worden die hen ook
aangaan.Op onze scholen zijn dat invloedrijke
vergaderingen. Voorstellen van de schoolleiding
worden becommentarieerd, maar de enige bevoegdheid van dergelijke vergaderingen is
advisering van de schoolleiding. Daarnaast
gebruiken de directies dergelijke vergaderingen
voor het peilen van meningen en standpunten.
Vaak wordt verwacht van de schoolleider, c.q. de
schoolleiding dat er beslissingen genomen worden.
In de al eerder aangehaalde opmerking van Jan
Vermeulen, docent aan het Dukenburg College, is
één kant van de zaak herkenbaar.Hij stelt bij zijn
afscheid: ”De toenmalige rectrix besliste als een
soort van God gegeven autoriteit alles in haar
eentje.” Kennelijk heeft rectrix Annemarie ook
rekening gehouden met de zich wijzigende omstandigheden. Met de intrede van de veelal jonge
docenten met een eerste graads opleiding aan de
universiteit van Nijmegen, bolwerk van
maatschappijkritische scholing, komt een heel
andere visie op leiding geven en besluiten nemen
binnen de SGD. Dat geldt in mindere mate ook voor
de Scholengemeenschap Wijchen. Bij de SGD leidt
dat tot verwarring, verhitte discussies en
contraproductieve belangentegenstellingen, zoals
Jan Robben dat tijdens de al eerder aangehaalde
studiedag van 11 februari 1983 in herinnering
brengt. “Een aanvankelijk eensgezinde bevolking
splitste zich steeds verder op in subgroepen van
verschillende signatuur.” De indruk wordt gewekt,
dat er tussen 1974 en 1980 sprake is van wildgroei,
chaos en irritatie tussen de verschillende geledingen. Maar ook is er sprake van het zoeken naar een
weg van breder gedragen besluitvorming met
inbreng van ieders mening. Voor het uitwisselen
van visies op onderwijs en samenleving, argumenten, ideeën en ervaringen wordt een overlegstructuur gezocht. De vanzelfsprekendheid, dat de
schoolleiding het primaat heeft in het nemen van
besluiten op alle terreinen binnen de school, staat
ter discussie. Docenten willen invloed uitoefenen
op besluiten, die hun werkterrein aangaan, geheel
in overeenstemming met de tijdgeest. Men tracht
die inspraak en invloed te kanaliseren in de vorm
van een docentenraad.
De directie streeft er naar het team weer op één lijn
te brengen, maar binnen de schoolleiding is er in
die periode ook geen eensgezindheid.
We laten Dick Dekker aan het woord. Hij ijvert voor
het tot stand brengen van een leerlingenraad.
“Daarin vonden discussies plaats over bv. het
Jan Robben (links) en Dick Dekker (1989)
79
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
docentenraad heeft een zeer belangrijke rol
gespeeld bij het tot stand komen van allerlei
democratiseringsprocessen. In die periode is door
de docentenraad veel ruimte bevochten om invloed
uit te oefenen op het reilen en zeilen van de
school.Dat bracht ook een grote betrokkenheid met
zich mee van de individuele docenten. Die invloed
op en de betrokkenheid van de docenten bij het
leerproces mist hij nu grotendeels. Het beleid wordt
vanaf grote afstand door het bestuur bepaald en je
hebt het maar uit te voeren.” Het is dus de moeite
waard de goede, oude tijd te beschrijven.
In de democratiseringsprocessen in de 70er en 80er
jaren speelt ook Marga Boes een belangrijke rol. We
laten haar aan het woord. “Ik behoorde tot de groep
van jonge academici die met nieuwe ideeën les ging
geven aan de jonge, onstuimig groeiende school. Zij
stelden zich beschikbaar als sectieleiders, namen
zitting in de docentenraad en toonden een grote
betrokkenheid bij alles wat de school aanging. Dat
botste regelmatig met schooloverleg, directie en
collega’s. Er zijn heel wat verhitte discussies
gevoerd over allerlei onderwerpen die rechtstreeks
te maken hadden met de actuele maatschappelijke
en onderwijskundige problemen.”
Vanaf het schooljaar 1975-1976 functioneert de door
dragen van lang haar en het al of niet mogen roken.
In de toenmalige aula was met pallets, kussens en
ander alternatief spul een ruimte ingericht voor
verblijf van leerlingen. Zo’n 50 leerlingen zaten daar
met gordijnen dicht, met kaarsjes aan, glazen thee
en fris zichzelf op vrijdagmiddag te vermaken.
Zuster Annemarie was daar fel op tegen evenals
Ben Rutten. Jan Robben liet het voor wat het was . Ik
zette me in voor behoud van de verworven rechten.
Na twee, drie jaar (1977, ‘78, ‘79) gingen de kaarsen
vanzelf uit. De stad en de jeugdhonken boden
voldoende alternatief.”
Werken met de docentenraad; het is even wennen
Kort na de intrede van de havo en de komst van het
atheneum wordt op 27 juni 1975 de behoefte aan
georganiseerde inspraak en besluitvorming in
gemeenschappelijke verantwoordelijkheid vertaald
in het oprichten van de docentenraad.
Martien de Beijer is één van oudste medewerkers
(vanaf 1971) die bij het samenstellen van dit
boekwerk nog steeds les geeft. Hij is heel duidelijk
betrokken geweest in de golf van democratisering
in de 70er jaren als medeoprichter van de
docentenraad en tevens de eerste voorzitter. “De
Smartlap gezongen door docententeam Dukenburg College
80
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
Een gedeelte van de fotolijst van het team van het Dukenburg College (voor het computertijdperk, uit de tachtiger jaren)
81
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
bevoegdheden.
De raad heeft een adviserende stem bij benoeming
en ontslag van directieleden. Dat is in de door
beide geledingen goedgekeurde procedure vastgelegd. Zo dient de raad ook vooraf gehoord te
worden over ontslag of niet verlengen van een
tijdelijk dienstverband van een docent. De raad kan
een plenaire vergadering bijeenroepen, mits vooraf
de agenda bekend is gemaakt. Verder beheert één
van de leden de “lief en leedpot”, waaraan alle
docenten bijdragen en attenties ontvangen. In het
schooloverleg bezet de raad twee plaatsen,
waarvan één voor de voorzitter.
De raad vergadert in principe in het openbaar voor
alle docenten. Zij kan contact opnemen met de
andere geledingen en is verplicht in te gaan op
verzoeken van andere geledingen voor een gesprek.
Er is alle ruimte voor het werken aan een goede
verstandhouding.
Met uitgebreide verslaglegging, notities en jaaroverzichten van voorzitters worden de personeelsleden, de directie en andere overlegorganen goed op
de hoogte gehouden van wat de raad en het
docentencorps bezig houdt. En dat is zeker niet op
de laatste plaats de zorg om het welbevinden van
het personeel.
Laurens Houben, Trudy Hendriks en
Marga Boes (1984)
de docenten uit eigen gelederen gekozen raad,
bestaande uit zeven leden, die in grote regelmaat
de docenten voor overleg bijeenroept.
De leden van de schoolleiding kunnen aanwezig
zijn, maar stellen zich bescheiden op. Zij informeren de raad bv. over de activiteiten van de bouwcommissie. Tegen ernstige vertraging in de besluitvorming, zoals rond de benoeming van een 4e
conrector, tekenen zij protest aan. De inspraak in
deze aangelegenheid is niet helder door verdeeldheid onder de docenten, 1e graads versus de rest,
waardoor de schoolleiding moet besluiten alvorens
er een gedragen advies ligt. De show must go on.
André Latta stelt het volgens het verslag van 31 mei
1976, waar ruim dertig collega’s aanwezig zijn, heel
scherp: “A. Latta heeft geen behoefte om over
argumenten te discussiëren, omdat de standpunten
op papier staan. Bovendien moet de directie het
recht hebben het werk zo te organiseren, zoals dat
haar het beste uitkomt.”
Gezien de korte ervaring met het organiseren van
inspraak, bij docenten zowel als bij de schoolleiding, is het niet vreemd, dat de lijnen tussen de
verschillende geledingen nog niet soepel verlopen.
Het past in dit beeld van vallen en opstaan, dat de
voorzitter de aangehaalde vergadering opent “met
de wens, dat het mandaat voor de docentenraad
duidelijker omschreven moet worden.”
Knelpuntenenquête
In de samenwerking met andere geledingen wordt
naar een vruchtbare weg van verbeteringen
gezocht. Zo organiseert de docentenraad onder
voorzitterschap van Anton Meeuwsen in samenwerking met de directie in mei 1980 de zogenaamde
knelpuntenenquête om de vinger te kunnen leggen
op de vele frictiepunten tussen de verschillende
geledingen. “Daarbij gaat het er vooral om, de
problemen op te sporen, die een optimale voortgang van het onderwijs voor de betrokken geledingen belemmeren,” aldus vermeldt de inleiding van
de enquête naast “dat het de directie en de
docentenraad zorgen baart, dat de laatste tijd
verschillende docenten voor een kortere of langere
periode hebben moeten afhaken, omdat zij hun
werk niet meer aan konden. Zonder op voorhand te
willen beweren, dat de oorzaken daarvan uitsluitend in de school moeten worden gezocht, zijn de
directie en de docentenrad wel van mening, dat de
school daarin een rol, zelfs een heel belangrijke rol
kan spelen.” Terechte zorgvraag. “Om niemand bij
voorbaat in zijn openhartigheid te remmen, houden
we deze enquête anoniem.”
Reglement Docentenraad
Een bijgestelde versie van het reglement wordt in
april 1979 goedgekeurd. Naast samenstelling,
doelstellingen, waaronder “het bevorderen van een
prettige werksfeer”, verkiezingsprocedure en
werkwijze, zijn een aantal artikelen gewijd aan
82
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
Het hele onderwijsveld
Er komt heel wat aan het licht. De respons van 49
collega’s, ruim 60%, is redelijk te noemen. De
uitkomsten van de enquête worden voorgelegd aan
alle personeelsleden, inclusief de directie. Serieuze
pogingen worden aangewend om zowel de werksfeer als de onderlinge verhoudingen te verbeteren.
In het uitslagenformulier wordt daartoe een weg
aangegeven. “Waar wrijvingspunten worden
geconstateerd, zullen wij de betrokken geleding
hierop attenderen en verzoeken gesprekken op
gang te brengen om waar mogelijk de situatie te
verbeteren. Elke geleding kan een beroep doen op
de docentenraad om haar daarbij behulpzaam te
zijn.” En met succes. Het is niet overdreven te
stellen, dat vanaf 1980 een sterke verbetering
optreedt in de onderlinge verhoudingen op de
scholengemeenschap.
De raad beschouwt het hele onderwijsveld tot haar
competentie en zet allerlei commissies aan het
werk, zoals de commissie onderwijskunde. Hierop
kan iedereen intekenen. De leden van de commissie wordt gevraagd reglement en werkschema op te
stellen en deze aan de algemene vergadering voor
te leggen. De ervaring zal leren, dat men dat vooraf
met elkaar moet regelen alvorens mensen aan het
werk te zetten. De schoolleiding heeft kennelijk
geen vraag gesteld of richtlijnen gegeven.
Conrector Dick Dekker blikt terug. “De school heeft
in het Nijmeegse de naam een links bolwerk te zijn,
waar alles kan en baarden welig tieren. Het zoeken
naar een nieuw evenwicht tussen de belangen van
de verschillende geledingen is begonnen. Docenten
Docentenraad Dukenburg College 1983
v.l.n.r. Theo Derks, Frank Verhoeven, F.
Beckers-Penders, J. Kneepkens-Thijssen,
Erica Mutti, Harrie Geurts
en Marieke Kruip-Wensing
83
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
willen inspraak en overal bij betrokken worden. Dat
geldt ook voor leerlingen. Een tekenend voorbeeld.
Op een hete lesdag verschijnt een jonge docent in
shorts in de leslokalen. Dit leidt tot een rel. De
directie tikt de docent op de vingers en ogenblikkelijk vormen zich groepen docenten, leerlingen, vooren tegenstanders , die een felle polemiek voeren. In
de inmiddels ingestelde docentenraad komen deze
botsingen ter sprake. Dick Dekker woont namens
de directie de vergaderingen bij. Hij luistert.
een beter functionerende overlegstructuur. Harry
Boelaars bepleit de SGD een eigen bestuur te
geven, naar hij zegt “om directer te kunnen reageren op de school-specifieke problemen. Dit resulteert in de formatie van het “schooloverleg”, waarin
alle geledingen van de SGD vertegenwoordigd zijn.
De besluiten die in het schooloverleg worden
genomen, moeten formeel bekrachtigd worden door
het bestuur. In de praktijk heeft dat nooit tot
moeilijkheden geleid.”
Dick herinnert zich dat “het oude vademecum met
zijn vele ge- en verboden verdwijnt en plaats maakt
voor reglementen per geleding. Er wordt ruimte voor
overleg geschapen tussen bestuur, directie,
docenten, niet-onderwijzend personeel en ouders.
Leerlingen hebben hun eigen raad. Dat krijgt zijn
uiteindelijke vorm in het Schooloverleg. Ik heb daar
steeds deel vanuit gemaakt.De verbindingslijnen
zijn heel kort, men weet elkander te vinden. Het
luidt de bloei in van de jonge scholengemeenschap.
De medezeggenschapsraad die later verplicht
wordt, biedt minder ruimte aan de diverse geledingen dan het schooloverleg.”
Deze laatste zin is ook vaak gehoord op de Scholengemeenschap Wijchen. De schoolraad, ingesteld
met de start van de scholengemeenschap, kent
dezelfde samenstelling als het schooloverleg, maar
dan aangevuld met leerlingen uit de
leerlingenraad.De schoolraad neemt geen besluiten, maar stelt zichzelf tot taak wederzijdse
ervaringen, visies en standpunten helder in beeld te
brengen. In geval bestuurlijke actie verwacht wordt,
kan de raad gevraagd of ongevraagd adviseren. Alle
belangrijke besluiten van het bestuur rond de opzet
van de brugperiode en de bovenbouw, de eigen
examenregeling, de deelname aan het middenschool-project en de inbouw van de havo in de
onderbouw zijn genomen op basis van een eenstemmig advies van de schoolraad. De besluitvorming rond de breed opgezette individualisering met
opdrachten, verwoord in En Route III, hoofdstuk zes,
gaat niet zo gesmeerd. De schoolraad wordt in
Wijchen opgeheven bij het eerste optreden van de
voorlopige medezeggenschapsraad, die betrokken
zal worden in de afhandeling van de besluiten met
betrekking tot dit pittige onderwijskundige vraagstuk.
Op de Klokkenberg heeft men geen behoefte aan
een ander overlegorgaan dan de algemene vergaderingen. Er kunnen stevige discussies plaatsvinden
tussen de schoolleiding en de docenten, maar
veelal worden de zaken naar wederzijds genoegen
De weg naar inspraak en meebeslissen geplaveid
In mei 1977 doet de voorzitter van de docentenraad
verslag van het afgelopen jaar. Met de directie is
afgesproken, dat de rector en de voorzitter wekelijks een korte bespreking houden en dat ook
maandelijks de directie en de docentenraad
gezamenlijk vergaderen. Daarnaast zal de directie
maandelijks een algemene docentenvergadering
organiseren. De eerste lijnen tekenen zich af, maar
over bevoegdheden van de docentenraad wordt niet
gerept. Men verplicht elkaar tot het nadenken over
een overlegstructuur, “tussen ouders, bestuur,
directie, docentenraad en later eventueel
leerlingenraad.”
Harry Boelaars maakt deel uit van de delegatie van
het bestuur, die zich buigt over een werkbare
overlegstructuur en heeft de voorzitter van de
docentenraad een voorstel gedaan.. “Hij plaats de
directie centraal. Alle informatie loopt via de
directie naar het bestuur, de docentenraad, de
ouderraad, de leerlingenraad en de vertegenwoordigers van de niet-onderwijsgevenden. In de toekomst zouden dan de bestuurlijke beslissingen
materieel genomen kunnen worden door dit
overlegorgaan en formeel door het dagelijks
bestuur van de stichting. Voor het zover is, moet er
over en weer meer informatie verschaft worden,
opdat we elkaars werk zo goed mogelijk gaan
aanvoelen en dan als het ware vanzelf toegroeien
naar zo’n overleglichaam.”
Schooloverleg. Schoolraad. Plenaire vergaderingen
Docentenraad, ouderraad en leerlingenraad
functioneren afzonderlijk. Na enkele bijeenkomsten
van bestuur, directie, leden van docenten- en
ouderraad tekent zich de behoefte af tot een
zakelijke regeling van dit overleg. Het bestuur, dat
haar aandacht moet verdelen over het kleuter-,
lager- en voortgezet onderwijs, heeft behoefte aan
84
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
aangepakt. Ouderraad en leerlingenraad komen in
de startperiode van de medezeggenschapsraad
geleidelijk aan in beeld.
Hetty Klaver: “De democratisering is op De Klokkenberg geen noemenswaardig probleem geweest,
omdat iedereen eigenlijk altijd via
personeelsvereniging en/of de algemene docentenvergadering zijn inbreng kan hebben en daar ook
gebruik van maakt.”.
geleidelijke groei naar dit democratiseringsmodel.
De ouderraad functioneerde met vallen en opstaan;
afhankelijk van de kwaliteit van de mensen in de
raad.”
De werkafspraak geeft in artikel 2 de samenstelling.
Twee leden van het bestuur, voorzitter ouderraad
met een ander lid, voorzitter docentenraad met een
ander lid, de rector/rectrix met een conrector en één
lid uit en aangewezen door het onderwijs ondersteunend personeel nemen aan het overleg deel.
Het schooloverleg, aldus artikel 3 “beraadt zich over
zaken, die voor de SGD van bijzonder belang zijn;
het adviseert terzake aan het bevoegd gezag.” Als
het bestuur van het advies afwijkt, moet het binnen
20 dagen het schooloverleg de motivering daarvan
geven.
Artikel 4 zegt, dat het schooloverleg wordt voorgezeten door een bestuurslid. Dat zal steeds Harry
Boelaars voor zijn rekening nemen. De secretariële
ondersteuner wordt door de directie aangewezen.
Dat werk zal Martien Broens, hoofd administratie,
steeds voor zijn rekening nemen.
De frequentie van vergaderen is minimaal éénmaal
per trimester of zo vaak als de voorzitter of drie
leden dat wensen. In artikel 6 staat, dat de voorzitter in overleg met de geledingen de agenda
samenstelt. Verder mogen personen “vanwege
specifieke deskundigheid of interesse” worden
uitgenodigd.
Hetty Klaver
Opbouwen van vertrouwen en daadkracht
In de eerste vergadering worden de artikelen op
praktische uitvoering doorgesproken. Het vertrouwen, dat alles in goede banen geleid kan worden,
wordt al meteen op de proef gesteld, wanneer de
docentenraad nogal furieus schriftelijk reageert op
een bestuursbesluit om de gymlessen in Hatert en
Neerbosch onmiddellijk stop te zetten. Een verkeersongeval is daartoe de aanleiding. Ook de
directie voelt zich gepasseerd. Er komt een ingelaste vergadering. Er is geen eenstemmigheid, maar
het bestuursbesluit blijft overeind. Er is hier sprake
van een beheerzaak en aangezien het schooloverleg een beleidsorgaan is, vindt Harry Boelaars
het eigenlijk geen zaak, die in dit overleg besproken
moet worden. Zulke incidenten brengen duidelijkheid. Er zal met meer zorgvuldigheid gecommuniceerd worden. De agenda gaat dan ook steeds meer
in betekenis toenemen. Schoolwerkplan, public
relations, financiën, benoemingsprocedures,
begeleiding en beoordeling nieuwe docenten,
Structuur en inhoud in het overleg
Op 14 september 1977 wordt aan de SGD het
“schooloverleg” voor een experimentele periode
van twee jaar ingesteld. Er ligt een “werkafspraak”
van acht artikelen aan ten grondslag. Het bestuur
laat per brief van 26 september weten kennis te
hebben genomen van het opzetten van het schooloverleg en onderschrijft de werkafspraken. “Het is
een goede zaak, dat op deze wijze de bestuurlijke
verantwoordelijkheden duidelijker gekoppeld
worden aan het feitelijke schoolgebeuren.” De
evaluatie na de proefperiode leidt tot verlenging.
Het schooloverleg zal ruim vijf jaar functioneren tot
in december 1982 de MR wordt geïnstalleerd.
Dick reageert spontaan.“Het reglement en de
omstandigheden met en rond het schooloverleg
had trekjes van “arbeiderszelfbestuur”. Het bestuur
en de leden van de directie voelden wel voor een
85
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
beleidsnotities van de schoolleiding, bouwplannen
tot in details, statutenwijzigingen van het bestuur,
festiviteiten rond het 10 jarig bestaan, problemen
rond formaldehyde en vele mededelingen vanuit de
diverse geledingen. Zo deelt bv. Ben Rutten in de
vergadering van 10 oktober 1978 mee, “dat de
discussie over pils drinken op school aan de gang
blijft.” Hij wil een uitspraak van het schooloverleg.
De geledingen willen hun achterban raadplegen en
komen er op terug. De docenten- en de leerlingenraad vinden dat aan de bovenbouwleerlingen onder
toezicht van de mentor tijdens de schoolfeestjes
gelimiteerd pils geschonken kan worden. De
schoolleiding wil een duidelijke afspraak en de
ouderraad is er dan nog niet uit. Later wordt
unaniem besloten de leerlingen van klas 4, 5 en 6
toestemming te verlenen tijdens schoolfeestjes
alcohol te gebruiken. Daar kan een punt achter.
Intussen heeft men vastgesteld, dat het
democratiseringsmodel van de SGD de toets van de
kritiek kan doorstaan. De Nederlandse Katholieke
Schoolraad heeft haar visie gegeven en de SGD
slaat daarin geen slecht figuur.
Nog beter wordt het, wanneer de leden van de
docentenraad bepleiten leerlingen uit de leerlingenraad aan het schooloverleg te laten deelnemen. Zij
mogen de vergadering bijwonen, wanneer de
agenda punten bevat, die hen interesseren.
In 1979 bestudeert de docentenraad de ontwikkelingen rond de wet op de ondernemingsraden, die
in de toekomst ook gaat gelden voor het onderwijs.
Daarin kan slechts van advisering sprake zijn en het
schooloverleg kent bestuurlijke gedelegeerde
bevoegdheden. Men besluit het voorlopig zo te
houden en niet vooruit te lopen op wat mogelijk
komen gaat. Alom is men positief over het schooloverleg, dat zo in kwaliteit gewonnen heeft.
De werkafspraken worden na twee jaar verlengd in
afwachting van een echt huishoudelijk reglement.
Van alle geledingen wordt een constructieve
inbreng verwacht. Het invoeren van stemverhoudingen in plaats van één stem per lid van het
schooloverleg, zal verzanden in een woordenvloed,
omdat belangen in de grote variëteit van bespreekpunten telkens anders liggen. Wachten op de wet
van de medezeggenschap?
huishoudelijk reglement. De bevoegdhedenstrijd
speelt een rol. Men komt tijdens de vergadering van
februari 1980 tot het voorstel, dat het bestuur
gedemocratiseerd dient te worden, wil het schooloverleg niet verworden tot een meepraatorgaan.
André Latta lanceert zijn idee. “Een gedemocratiseerd bestuur (enkele leden aangewezen door
personeel en ouders), met daarnaast een
medezeggenschapsraad voor overleg en advies, die
in belangrijke zaken adviseert.” Anton Meeuwsen
ziet graag een zelfstandig bestuur voor de SGD. Een
bestuurslid pleit voor een deelbestuur. De bal wordt
bij het bestuur neergelegd.
Het bestuur denkt mee. Harry Boelaars werpt aldaar
vragen op rond de voorgestelde “zelfbestuurconstructie” in plaats van het inspraak- en adviesmodel van het schooloverleg. Hoe komt dan de
relatie werkgever – werknemer te liggen? Hoe de
bevoegdheden af te bakenen met het stichtingsbestuur? Is afsplitsing van een gedemocratiseerd
sectorbestuur mogelijk?
Een werkgroep binnen het bestuur bespreekt de
mogelijkheden van een sectorbestuur in samenhang met de vele vragen. Het bestuur gaat in
overleg met de directie. De werkafspraken worden
opnieuw met een jaar verlengd. De meningen van
de geledingen worden op prijs gesteld. In oktober
1980 wil het bestuur een besluit nemen, maar dat is
te optimistisch gesteld. Intussen discussieert de
Tweede Kamer over de wet op de medezeggenschap
en de democratisering van het bestuur; beide
initiatiefvoorstellen van de Partij van de Arbeid, die
geen deel uitmaakt van de regering.
Scholengemeenschapsraad ofwel voorlopige
medezeggenschapsraad
Het bestuur neemt kennis van de opvattingen van
de diverse geledingen. De docentenraad informeert
zich vroegtijdig en tot in details over de inhoud en
diverse standpunten rond de wet op de medezeggenschap. In februari 1979 ligt er al een notitie.
Mogelijkheden om gelijktijdig te komen tot
bestuursdemocratisering worden door de raad
geaccentueerd.
Er zijn vanuit de geledingen vooral veel vragen van
zeer uiteenlopende aard bij het bestuur ingebracht.. De scholengemeenschapsraad, een andere
betiteling van het schooloverleg en de latere
medezeggenschapsraad, komt in beeld. De eerder
genoemde commissie neemt de taak op zich de
reglementen daarvoor uit te gaan werken in
Commissie buigt zich over het reglement. Andere
bestuurssamenstelling wenselijk
Enkele leden van het schooloverleg gaan zich
beraden op bijstelling van de werkafspraken tot een
86
Van Mammoet tot Maaswaal
6. VAN EENMANSZAAK NAAR MEDEZEGGENSCHAP
met uitvoering van de voorschriften. Pakken papier
gaan er naar Den Haag en binnen de scholen
worden verkiezingen georganiseerd. Het is wennen
aan inspraak of instemming van de
medezeggenschapsraad, alvorens het bestuur kan
beslissen. De SGD loopt niet meer uit de pas.Op 1
december 1982 verklaart Harry Boelaars namens
het bestuur de MR als geïnstalleerd.
Korte tijd later krijgt de school haar eigen bestuur
onder voorzitterschap van Harry Boelaars onder de
koepel van de stichting Katholiek Onderwijs Hatert
Dukenburg.
Hans Weijers
Wanneer Hugo Besjes als pas benoemde rector de
school betreedt, komt hij nog restanten tegen uit de
tijd van vóór het schooloverleg. “De sectie biologie
schrijft aan één van hun collega’s, dat deze als
docent niet voldoet en derhalve niet op een vaste
benoeming hoeft te rekenen. Voor mij aanleiding
om het personeel te informeren over de taken en
bevoegdheden van de geledingen binnen onze
schoolorganisatie. Dat geeft de noodzakelijke
helderheid omtrent inspraak en besluitvorming.”
samenhang met een gedemocratiseerd bestuur. Een
goed uitgewerkt concept is in mei 1981 beschikbaar. Over mogelijkheden van de wenselijke vorm
van bestuur is dan nog geen duidelijkheid. Het
bestuur wil toetsing aan de op handen zijnde wet
en tot die tijd zal er gewacht worden.
Het wetsontwerp op de medezeggenschap passeert
juist in deze periode de Tweede Kamer en wordt op
15 december 1981 door de Eerste Kamer aangenomen. Een maand later ligt de “handleiding bij de
toepassing van de Wet medezeggenschap onderwijs voor het katholiek voortgezet onderwijs” van
het Centraal Bureau Katholiek Onderwijs op het
bureau van de rector.
Het bestuur kan instemmen met het door het
schooloverleg bijgestelde concept reglement onder
voorbehoud, dat de wet wijzigingen noodzakelijk
maakt. Invoering kan gelijktijdig met de eventuele
start van het sectorbestuur.
De wet schrijft voor, dat er per 1 augustus 1982 een
voorlopige medezeggenschapsraad ingesteld dient
te worden. In het schooloverleg spreekt men nog
van een voorlopige scholengemeenschapsraad.
Mogelijk kan het schooloverleg als zodanig
functioneren.Het conceptreglement wordt geaccepteerd. Over de kwestie van deelname van personeel
aan het sectorbestuur is nog discussie. De meerderheid is er voor, maar het bestuur is nog lang zo ver
niet.
Vossenjacht S. G. Dukenburg
(afscheid Annemarie Groothaert
1983) met Dick Dekker en Jan
Robben.
Met de instelling van de wettelijk verplichte
medezeggenschapsraad gaat de vaststelling van
een reglement gepaard. Men tracht de bevoegdheden van het schooloverleg over te dragen aan de
voorlopige medezeggenschapsraad vanwege de
continuïteit. Enkele leden van het schooloverleg
stellen zich kandidaat.
Alle scholen voor voortgezet onderwijs zijn bezig
87
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
effect hebben op het uithoudingsvermogen en de
spanningen in het werk even doen vergeten. De
boog kan immers niet altijd gespannen zijn en dat
geldt zowel voor de leerlingen als de docenten.
KERSTBINGO aan De Klokkenberg
Dagen voor de kerst verbreidt zich de heerlijke
braadlucht in en om de keuken van het in 1978
nieuw ingerichte restaurant “Klokkenberg” in
Zwanenveld. Wim de Graaff houdt zich op de
hoogte van de vorderingen van het braden en het
klaarmaken voor transport van het wild. De kok
maakt fazant, reerug en zelfs rendierrug kant en
klaar voor de aanstaande kerstdis. Bij de diepgevroren pakketten wildbraad op aluminiumkleurige kartonnen schalen treft de gelukkige een
zorgvuldige beschrijving van de verdere bereiding
aan. De sauzen zijn toegevoegd en met een beetje
handigheid heeft de collega een uiterst smakelijk
hoofdgerecht in het vooruitzicht.
De jaarlijkse bingoavond kan beginnen. De opkomst van de personeelsleden is heel erg hoog.
Wim verkoopt tegen een uiterst lage prijs de
bingokaarten. De opbrengst is voor de
personeelsvereniging. Wanneer hij zich dan
installeert met de doorzichtige bol met balletjes en
de nummers van de tevoorschijn gekomen ballen
gaat vermelden, wordt het stil. “Het ging er allemaal
zeer serieus aan toe. Wee je gebeente, als er
iemand geluid maakte. Dan werd snel de geluidsbron gedempt. Er waren vijf ronden en dat nam
ongeveer anderhalf uur in beslag. De spanning
werd voelbaar opgedreven, want in de laatste ronde
viel de extra prijs; het meest gewilde stuk wild, dat
de deelnemers deed watertanden bij de gedachte
dat het thuis bij de kerstdis kon worden opgediend.
Naast het wildbraad waren nog vele andere prijzen
te winnen, zoals flessen wijn, pennen en flessenopeners, zodat niemand met lege handen naar huis
ging.”
Na afloop is er nog een gezellig samenzijn met
hapjes en drankjes, waarbij de centrale rol weer is
toebedeeld aan het restaurant van de afdeling
consumptieve techniek. Wat een bofkonten!
Hugo Besjes
Hugo Besjes is bij zijn kennismaking met het
Dukenburg College in december 1982 aangenaam
verrast door de hartverwarmende kerstviering en
Hans Satter denkt met genoegen terug aan zijn
dienstbetrekking aan de Scholengemeenschap
Wijchen. “Het is het begin van je carrière en in de
tijd van je studie. Op deze school was reflectie en
een kritische kijk op het onderwijs mogelijk,
inspirerend, vernieuwend en geheel in de sfeer van
de tijdgeest. Ik heb daar veel collegialiteit ondervonden en ook de nodige ontspannende momenten, zoals het werken met een groep aan een goed
stuk schoolcabaret.” En Jo Silverentand vertelt nog
met het water in de mond over “de bekende
kerstbingo onder leiding van Wim de Graaff met
prijzen, zoals fazanten, reerug, bereid door onze
kok en zijn leerlingen.”
Voor leerlingen zijn er de vele buitenschoolse
activiteiten, zoals werkweken, demonstraties
samen met de docenten van de SGD, de festiviteiten op De Klokkenberg en de Hewaho-show aan de
school in Wijchen. Activiteiten ten behoeve van
charitatieve doelen ontbreken ook zeker niet.
Voldoende om nader op in te gaan. Er zijn momenten van zeer gewaardeerde, gezamenlijke inspanning en ontspanning, die een licht compenserend
WERKWEKEN
voor de tweede klassen van De Klokkenberg
De school groeit uit. Op het hoogtepunt zijn er
twaalf tweede klassen en al deze leerlingen wordt
een werkweek aangeboden o.a. op de “Hoge
88
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Feest op De Klokkenberg, dan ook feest voor de
leerlingen
Hoenderberg” in Groesbeek. Dat vraagt veel
voorbereiding van betrokken docenten. Er wordt
een staf gevormd, die het programma samenstelt
en de activiteiten coördineert. “De staf kon wel
eens drie weken achter elkaar in touw zijn, omdat
maximaal vier klassen tegelijk van de herberg
gebruik konden maken,” aldus Wim de Graaff. “De
jongens hadden hun nachtverblijf in de kelder. Dat
maakte de zaak overzichtelijk en voor de staf
hanteerbaar.” Dat er veel zorg en aandacht voor de
leerlingen nodig is, wordt veelal verzacht door de
vele plezierige momenten die de docenten met de
leerlingen beleven. Ook de leerlingen herinneren
zich in het algemeen de werkweken als zeer
plezierig en erg waardevol. Vooral het plezier
tijdens de niet vooraf geplande informele momenten tussen leraren en leerlingen enerzijds en
leerlingen onder elkaar anderzijds. Van verveling en
onnuttige leermomenten is nauwelijks sprake. De
werkweken zitten immers barstensvol met activiteiten van zeer uiteenlopende aard. Wim noemt een
bezoek aan een imker, de molen van Groesbeek,
het Afrikamuseum, natuurwandelingen en diverse
vormen van sport en spel. Voor elk wat wils. Het
gaat erom dat de leerlingen goed met elkaar leren
omgaan en samenwerken, daar waar het nodig is,
bv. bij de afwas of bij speurtochten.
Het begint volgens Henk Wijnands al bij de verjaardagen van directeur Rademaker. “Zijn verjaardag
was een feestdag. Zo werd hij bv. met het draaiorgel
“De Corsicaan” van huis opgehaald en werd de
toon voor de feestdag gezet.”
Jo Silverentand staat bol van goede herinneringen
aan de vele feestelijke activiteiten op De Klokkenberg. Jarenlang maakt hij deel uit van het bestuur
van de personeelsvereniging, ook wanneer het
Maaswaal College al jaren bestaat.“Ook zijn er
buitenschoolse activiteiten, die door vakdocenten
worden begeleid. Zo kan het personeel kiezen uit
onder andere koken, timmeren, tekenen, metaal
bewerken en kantklossen, terwijl de levenspartner
vrolijk mee mag doen.” Hij geniet met velen nog na
van “de zaalvoetbaltoernooien van leerlingen en
docenten. Bij Rinus ten Dolle, keeper bij de docenten, wordt steeds de bril van het hoofd geschoten.
Wel twee keer per wedstrijd. Muziekdocent Karel
van Rooy zet zijn beste beentje voor. Er wordt onder
zijn leiding met een eigen muziekbandje met
zangers en zangeressen een tweetal grammofoonplaatjes gemaakt, die onder het personeel, leerlingen en ouders gretig aftrek vonden. Conny van de
Bosch komt onder grote belangstelling de
Conamusprijs ter bevordering van de Nederlandse
muziek aan de docent en de betrokken leerlingen
uitreiken.“
Ook op deze school worden activiteiten voor goede
doelen niet achterwege gelaten. Jo spreekt over de
sponsorloop voor een artsenproject in Mali. “Gerard
van Elst blijft alsmaar rondjes lopen met administrateur Arie Kok op zijn rug tot uitbundig genoegen
van personeel en leerlingen. Het kost de dames van
de administratie handenvol geld. Dirk van de Pasch
werkt op de lachspieren door op zijn handen te
lopen. Daar is flink op ingezet.”
Ook Jo Silverentand denkt heel positief terug aan
die tijd van de werkweken met de leerlingen in bv.
Schayk, Beneden-Leeuwen en Zeeland. Hij noemt
enkele andere aspecten. “Voor de docenten was het
zeer leerzaam om te zien hoe de leerlingen met
elkaar omgaan. Dat waren heel belangrijke ervaringen, die ook van pas kwamen bij de beoordeling op
het einde van het schooljaar, wanneer het gaat om
persoonlijkheidskenmerken en de doorstroming.”
Hij herinnert zich andere, meer vermakelijke
gebeurtenissen, zoals een nachtwandeling onder
leiding van Marie van den Anker, waarbij, na enige
flinke omzwervingen als gevolg van verkeerde
aanwijzingen van deze leider, men pas om kwart
voor drie weer terug is met de tong op de schoenen.
“We zijn een beetje verdwaald,” luidt het excuus
aan de achterblijvers. Ook worden de nachtelijke
uren door de begeleidende personeelsleden nogal
vaak gebruikt om hevig over school te discussiëren.
“Meningsverschillen worden soms bijna letterlijk
uitgevochten, wat de onderlinge sfeer overigens
niet negatief beïnvloedt.”
Kamp 1985 Dukenburg College (Hans Weijers en Jos Keersmaekers ontbijten)
89
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
“Al regent het pijpestelen”
de treinreis hoffelijk en beleefd tegenover medepassagiers en NS-personeel.”
Onder dit motto gaat in de week van 12 t/m 16
oktober 1981 een vijftal groepen 4-havo van de SGD
op kamp in de provincie Zeeland. De leerlingen van
3-mavo gaan naar Wellerlooi en Ottersum en 5atheneum brengt een bezoek aan Ameland. In die
tijd worden dit nog flinke afstanden genoemd. De
andere leerlingen van de bovenbouw bijten zich in
die periode vast in hun schoolonderzoeken.
De havo-leerlingen reizen per trein naar de verschillende bestemmingen over de hele provincie
verspreid: Haamstede, Oudelande, Breskens,
Hengstdijk en Wolphaartsdijk. De “Zeelandkrant”
biedt de leerlingen informatie over de provincie, de
regels tijdens het kamp, een lijst van mee te nemen
uitrusting en nog allerlei wetenswaardigheden uit
reisgidsen in samenhang met de plaatselijke
omgeving.
Het programma heeft alles te maken met het
“kennismaken met elkaar” en het functioneren in
een groep. De genoemde regels geven aan, dat je
geacht wordt aan alles mee te doen, je sociaal en
solidair gedraagt, niet naar een andere groep
overstapt, om 0.00 uur naar je slaapvertrek gaat en
er niet meer vanaf komt, en dergelijke. Bij overtreding, zo meldt de leiding, kan uiteindelijk “naarhuis-zending” volgen.
“Dit klink allemaal wat bars, maar het verschaft
duidelijkheid,” aldus de begeleiding van de
kampweek. Deze geeft tussen neus en lippen door,
dat dit kamp 16.000 gulden kost, “ook een reden
tot nadenken in dit verband.”.
De begeleiding is zorgzaam en de meeste kampen
verlopen erg succesvol en ook hier wordt er, zeker
door de leerlingen, altijd met plezier aan teruggedacht.
Vertederend is de toevoeging: “O ja, wees tijdens
De onderwijscommissie, waarvan Jan Robben en
Taede de Boer deel uit maken, wijdt in een notitie
van december 1987 een paragraaf aan de werkweken. De 3-mavo werkweken staan vanaf de beginjaren zeventig op het programma. Gaat het aanvankelijk hoofdzakelijk om de gezelligheid, op termijn
“krijgen ze steeds meer het karakter van werkweken.” De 4-havo kampen zijn o.a. door “tijdrovende
organisatie, gebrekkige medewerking van de
leerlingen, dubieus rendement, vretende energie
tijdens de werkweek zelf en het hoge kostenaspect
een natuurlijke dood gestorven. Ze zijn vervangen
door een andere vorm van introductie.” Zo vergaat
het ook de 5-atheneum werkweken.
Excursies met een duidelijk onderwijskundig doel
en de uitwisselingsprogramma’s met buitenlandse
scholen overleven wel de tand des tijds.
BIJZONDERE PERSONEELSFEESTEN
op het Dukenburg college
Al ver voor de naamswijziging in Dukenburg College
kijken de personeelsleden van de avo-vwo scholengemeenschap uit naar de kerstviering, die altijd
verrassend is en waarvan een zeer ontspannend
effect uit gaat. Het potentieel uit eigen personeel
voor muziek en zang wordt aangeboord en stelt het
publiek niet teleur. Hugo Besjes voert de kerstrede
in, waarin hij op de hem gebruikelijke wijze het
personeel toespreekt; geestig met een ernstige
ondertoon.
Taede de Boer heeft onmiskenbaar zijn taalvaardige
stempel gezet op de vele personeelsfeesten. We
laten hem uitgebreid aan het woord. Velen zullen
onmiddellijk zijn stijl van schrijven herkennen en
het gebruik van naamvervormingen om bekende
personen in transparante vermomming op te
kunnen voeren.
Een geheel apart fenomeen vormen de
“hypogrieten”. Marga Boes verklaart het merkwaardige “verschijnsel” in een interessante context met
een groot waarheidsgehalte.
“Na de bezuinigingen op personeelssalarissen
kiezen mannen minder voor het onderwijs. Ik zie dit
als een algemeen verschijnsel: Beroepen die hun
status verliezen, worden gefeminiseerd. De verpleging is daarvan een duidelijk voorbeeld. Zodra
verbetering in betaling optreedt, neemt het aantal
broeders toe. Dit alles betekent voor het Dukenburg
Kamp 1985, Dukenburg College (Hans Davids, midden))
90
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Een aantal van de hypogrieten (v.l.n.r. Wijnanda van Veen, Petra de Water, Marja Kapteijn, Hannie Thuis en Marieke Kruip-Wensing)
zich weldra vertakte naar de secties muziek en
tekenen en die in de vroege jaren tachtig zelfs bezit
nam van de directie. De educatieve taak van de
school diende zich niet tot de leerlingen te beperken, ze diende zich ook uit te strekken tot het
docententeam! De ontstellende culturele leegheid,
die de dagelijkse conversaties in de docentenkamer
teisterde, schreeuwde om vulling. Iedere gelegenheid die zich voordeed, moest worden aangegrepen
om het culturele peil van het docententeam op te
vijzelen naar een hoger niveau,” aldus Taede en hij
vertelt verder.
College, dat steeds meer vrouwen deel gaan
uitmaken van het docentencorps.
En dat heeft een tamelijk grote impact op de sfeer.
Vrouwen gaan anders met elkaar om dan mannen.
Bij mannen blijven de contacten vaak beperkt tot
het werk, bij vrouwen gaan de contacten veel
verder. Zo is het te begrijpen dat er een groep
ontstaat van Hypogrieten die o.a. via cabaret
luidkeels hun ongenoegen uiten over zaken die hen
niet aanstaan. Er zijn regelmatige bijeenkomsten
buiten de school waarin de vrouwen elkaar steunen, van advies dienen, smartlappen zingen,
opvoedingsperikelen bespreken en ook gewoon
veel plezier hebben. In 1983 treden de Hypogrieten
voor het eerst op bij het afscheid van Anne-Marie.
Voor de goede verstaander: de naam Hypogrieten is
natuurlijk niet willekeurig gekozen. Zelfs nu, in
2005, zijn er nog steeds contacten.”
DE KERSTVIERING
“Vrijdag 21 december 1979, de laatste leerlingen
hebben zojuist de school verlaten om te beginnen
aan hun kerstvakantie, de armzalige kantine van de
SGD stroomt vol met docenten en niet-onderwijzend
personeel. Ook het bestuur is uitgenodigd en zelfs
voor enkele leerlingen is een stoel gereserveerd,
want democratisering van het onderwijs is een hot
item in die dagen. Het zal het begin worden van een
traditie die geen moment van verslapping heeft
gekend tot 1993, het jaar waarin de school opgaat
in het Maaswaal College. En reeds dat eerste
Hoe het begon
Taede weer aan het woord. “Het was in de tweede
helft van de jaren zeventig, het Dukenburg College
heette nog SGD, het atheneum was nog maar net
toegevoegd aan mavo en havo, dat het in de sectie
Nederlands begon te kriebelen. Een kriebeling, die
91
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
programma wordt gekenmerkt door bijdragen die
zullen uitgroeien tot vaste ingrediënten van het
kerstmenu. De hilarische conference van Edje
Maopetje, in de docentenkamer gevreesd vanwege
zijn krachtige politieke voorkeuren. Het oneerbiedige kerstverhaal van Boersma, doortrokken van
anti-roomse sentimenten. De stichtelijke samenzang, waarmee kapelaan Kuiper het dankbare
publiek opzweept tot vocale prestaties ver boven de
menselijke gehoorgrens.”
“En het geschiedde in de dagen dat Van Agt
minister-president over Nederland was, tot grote
vreugde van alle bondgenoten, dat zijn jonge vriend
Wiegel een gebod deed uitgaan, vanwege de VVD,
dat alle leden zich opnieuw moesten laten inschrijven. En alle VVD’ers gingen op reis om zich te laten
inschrijven, een ieder naar de plaats van zijn
tweede woning. Ook Fred Marcus …” (De eerste
zinnen van het Kerstverhaal 1979)
“Eerder traden ook Albatros, Wijnanda en later
Gnodde toe tot het keurcorps van uitvoerenden: in
Oud-Hollandse klederdracht voorzien zij kerst op
kerst het jaar dat voorbij is, van kritisch commentaar. Joop van Engelen en Arnold Boomgaard steken
schaamteloos alle vingers in de mond en brengen
de toehoorders in extase met hun geniale kunstfluitcreaties. De met het jaar verder uitdiepende
decolletés van de zingende Hypogrieten slaan het
mannelijk deel van het docententeam lam van
verrukking en zorgen elke kerst weer voor een
hausse aan echtelijke twisten.
En altijd weer zijn er grote presentatoren die de
programma-onderdelen met onweerstaanbare
teksten aan elkaar rijgen: Rob Couvée, Leon
Thiesema en Mieke Welzijn, in haar onvergetelijke
creatie van Dame Edna.
Ed Akkermans (kerstviering 1988)
Er zijn helaas ook dieptepunten, zoals de rampzalige Ronde van Betlehem in 1986, het jaar waarin
God de Vader neerdaalt uit de hemelen om het
ongekende niveau van de jaarlijkse kerstvieringen
met eigen ogen te kunnen vaststellen.
“Heilige Vader,” riep Thiesema, terwijl hij even van
het podium afdaalde om God een startpistool in de
handen te drukken, “mag ik u dan verzoeken nu het
startschot te geven van de Ronde van Betlehem,
“We maken er weer een ouderwets kerstfeest van,“
zei God handenwrijvend. Hij zat onderuitgezakt op
zijn troon naar een diaserie te kijken van Jezus’
geboorte. “Dat maken ze tegenwoordig ook steeds
realistischer,” mopperde hij tegen de jeugdige
aartsengel Franciscus, die de antieke projector
bediende. “Vroeger wachtte je als man netjes op de
gang tot alles achter de rug was, maar hier staat
Jozef er met zijn snufferd bovenop!”
Franciscus bloosde en duwde haastig de volgende
dia in het schuifje.
(Begin van het Kerstverhaal 1986)
Rob Bastiaanse (decor kerstviering 1987)
92
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Taede de Boer (kerstviering)
Kerstviering 1987 (het koor)
93
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
een wielerwedstrijd van honderd ronden rondom
het Eendenburg College, die wij speciaal voor u
hebben georganiseerd?’ En hij wees naar het
betegelde gedeelte van de aula, waar de conciërges
Gerretson en Mannetjeseend met de grootste
moeite de enige deelnemer, het Nepalese rekenwonder Rip Tiesema, in bedwang hielden, die met
uitpuilende ogen en de sneeuw van de Nepalese
Alpen nog vers op zijn wielerpet, gekromd over zijn
racestuur hing, vastbesloten de Ronde van
Betlehem met grote voorsprong te winnen.
Kerstviering 1989 (Mieke Welschen als Dame Edna)
“Het geschiedde nu dat Chokotoff voor opperrector
Kersjes werd geleid. Deze ondervroeg hem en zeide:
“Zijt gij de boodschapper van de basisvorming die
heeft gezegd: ik kan het Maaswaalpaleis afbreken
en binnen drie dagen een nieuwe school bouwen?”
En Grote Wiel zeide: “Deze heeft gezegd dat hij in
een luchtballon zal opstijgen om het onderwijs te
redden en dat hij op een wolk zal terugkeren, met
aan zijn rechterhand Anton Albatros en een geheel
nieuw programma voor de studielessen.”
Maar Joshua Chokotoff weigerde op deze beschuldigingen in te gaan.
Onder de schare, die van de ondervraging getuige
was, bevond zich ook de Heilige Gregorius. En een
stagiaire van de Klokkenheuvel sprak hem aan en
vroeg: “Zijt ook gij niet een liefhebber van
chocoladeletters?”
Maar Gregorius loochende ten aanhore van alle
omstanders dat hij van zijn leven ooit chocola had
gegeten.
En een docent van het Wijchens kasteel stootte hem
aan en zei: “Ik weet zeker dat ik u onlangs een
chocoladesigaar heb zien roken.”
Maar Gregorius loochende opnieuw dat hij zich ooit
tot het nuttigen van chocoladeproducten bekend
had.
Niet veel later kwam de hele MRP van het Maaswaalpaleis naar Gregorius toe en zeide: “Ontken het
maar niet, want Grutten zelf heeft u boterhammen
met cacaoboter zien eten.”
Maar Gregorius bezwoer hen met grote stelligheid,
dat hij absoluut geen idee had wie de cacaoboter
op zijn boterhammen had gesmeerd.
En precies op dat moment kraaide de schoolbel!
En Gregorius herinnerde zich het woord dat
Chokotoff gesproken had: “Voor de bel heeft
gekraaid, zult gij tot driemaal toe de kerndoelen van
het vak verzorging verloochend hebben!”
En Gregorius rende naar het Woud van Petalo, waar
hij uitbarstte in een bitter geween.
(Fragment uit ‘Het Evangelie volgens Droste’, 1992)
Vrijdag 18 december 1992, de basisvorming werpt
zijn schaduwen reeds vooruit, de fusie met de
Klokkenberg en de Scholengemeenschap Wijchen
staat op het punt te worden bekrachtigd, viert het
docententeam van het Dukenburg College in de
aula van de Streekweg zijn laatste kerst. “ Tot zover
Taede over de kerstvieringen, maar er is nog meer.
Hij krijgt opnieuw het woord.
AFSCHEIDSFEESTEN
Ook het afscheid van docenten en directieleden, die
hun loopbaan in het onderwijs afsloten na een
langjarig dienstverband aan SGD en Dukenburg
College, wordt met grote gretigheid aangegrepen
om te werken aan het culturele peil van het
docententeam, meer zelfs nog dan de kerstviering.
Het team is relatief jong, daarom is dit soort
festiviteiten aanvankelijk zeldzaam. Het afscheid
van zuster Annemarie, rectrix van de SGD, in 1982,
is het startschot. Het vindt plaats in Wijkcentrum
Meijhorst, omdat de school niet beschikt over een
aula met een podium. Het kan beschouwd worden
als de opmaat naar een reeks van indrukwekkende
culturele evenementen.
Afscheid van André Latta
Op 20 maart 1987 neemt het Dukenburg College
afscheid van conrector André Latta en het is meteen
een cultureel hoogtepunt. Harrie Geurts zet het
feestvarken in de sigarenrook via een schitterende
imitatie en legt zo de basis voor het succesvolle tvprogramma “Kopspijkers”. Het segment van het
docententeam dat zich mag verheugen in de grofste
lichaamsvormen, brengt het enthousiaste publiek
in een staat van opperste vervoering met een ballet
94
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Kees
Sorry dat ik alweer bel, maar ik weet
niet wat ik moet doen. Er komt
allemaal rook uit de lift. En er zit hier
iemand ongelooflijke herrie te
maken.
Kersjes
Dat bestaat niet. Ben heeft die
leerling net geschorst.
Kees
Maar het is echt waar. Frans kan
gewoon niet kopiëren van het
lawaai. En Henk heeft al twee keer
een pleister op de verkeerde leerling
geplakt.
Kersjes
Luister nou eens, Kees. Dat gebel
tijdens directievergaderingen moet
maar eens afgelopen zijn. Ik heb er
meer dan genoeg van. Die rook
wacht wel tot na de vergadering. Is
dat begrepen? (Legt de hoorn neer)
(Meteen rinkelt de telefoon opnieuw)
Kersjes
(Wanhopig) Wanneer houdt dat nu
eens op?
(Fragment uit ‘De directievergadering’)
van een elegantie die sindsdien op de Dukenburgse
planken niet meer is vertoond. De voltallige directie
beklimt het podium en zwaait de vertrekkende
collega uit in ‘De directievergadering’, een toneelstuk dat speciaal voor deze gelegenheid is geschreven.
Grutten
Kersjes
Grutten
(Komt terug.
Vertel eens, Ben?
Ze worden tegenwoordig met de dag
brutaler. Staat daar een leerling
onder de douche, die bij hoog en bij
laag beweert dat ie niets gedaan
heeft. Ja, ik ben gek. Als ik
ergens niet tegen kan, dan is
het als ze tegen me staan te liegen.
En dat ie loog, dat zag ik meteen. Hij
had niet eens kleren aan.
Dekkerswald En wat heb je gedaan?
Grutten
Nou, wat dacht je? Meteen geschorst
natuurlijk. We hebben toch allemaal
gehoord wat ie deed?
Cluster
Heb je nog overleg gepleegd met de
klassenmentor?
Grutten
Wat is dat nou voor onzin? Voor zo’n
schorsing heb ik geen mentor nodig.
Dat kan ik best alleen af.
Boersma
Wie is de mentor eigenlijk?
Grutten
(Tegen Cluster) Weet jij dat? Het was
een leerling van de tweede klas.
Cluster
Hoe zag ie d’r uit?
Grutten
Ongeveer één meter 75, kort blond
haar en geen sproeten…
Cluster
Harrie Geurts. Daar is Harrie Geurts
de mentor van.
Grutten
Harrie? O, die staat altijd achter me.
Afscheid van het Dukenburg College,
afscheid van Anton Meeuwsen en Anton Klerkx
Donderdagavond 1 juli 1993. Het is zo ongeveer de
warmste avond van het jaar, maar de aula van het
Dukenburg College is afgeladen: zelfs vele oudcollega’s zijn naar de school gekomen om dit
afscheid mee te vieren. En warm of niet warm: het
wordt de mooiste avond van allemaal. Via een
kroniek van dia’s met commentaar trekt de geschiedenis van de school nog eenmaal voorbij. Anton
Meeuwsen wordt met liedjes, toespraken en een
heus toneelstuk in het zonnetje gezet.
Anton Klerkx (tachtiger jaren)
(Telefoon. Kees vanuit de zaal. Kersjes neemt op.)
95
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Anton Meeuwsen (met soeplepel 1981),
rechts Corrie Schelke-Kuil,
links Ben rutten en Ed Akkermans.
George Martens zwaait zijn collega Anton Klerkx
(“Mijn Anton”) uit. Fietje speelt met handen en
voeten op de piano. Voor de laatste keer wordt
het publiek opgehitst door de balletgroep, die als
een tsunami tekeer gaat op het podium. Als het
programma eindelijk ten einde loopt, is het
middernachtelijk uur ruim verstreken.
In “Gijsbrecht van Albatros”, gespeeld door de
sectie Nederlands, aangevuld met enkele
docenten uit andere secties, komen de twee
thema’s van de avond samen: het afscheid van
een collega en het afscheid van het Dukenburg
College, dat plaats moet maken voor een nieuwe
school.
Gij
sbr
ec
ht
Gijs
brec
echt
Het hemelse gerecht heeft zich ten langen leste
Erbarremt over mij en mijn benauwde veste
En ’t arme personeel. Door mijn beheerst gebed
En redelijk argument is plots de school ontzet.
Hoewel wij op geen uitkomst durfden hopen
Bleek onverwacht de vijand heengelopen.
Mentoren jagen nu te fiets en hobbelpaard
Op ’t Lindenholter heir, het Domicaans gevaar.
(…)
Gij
sbr
ec
ht
Gijs
brec
echt
Nooit hoorde ik schoner woorden.
Ik buig mij dan voor u, o engel, hooggeboren.
Vanden Hoog
en
Hoogen
Stoa mij nog toe dat ik u onthul de nieuwe noam:
Ze heet MoasWoal en ‘k voorspel haar grote foam!
Annemoon
Maar zeg eens hoe gij denkt dat wij van hier vertrekken?
Vanden Hoog
en
Hoogen
Ik zal u met een dauw en met een dikke mist bedekken
En voeren noar de Eend die het Petaloklooster
Voor u heeft buit gemoakt. Dan trek ik noar het oosten
Noar de stad van Oss, woar ’n andre klus mij wacht.
Gij
sbr
ec
ht
Gijs
brec
echt
Ik kijk nog eenmaal om!
Rei van A
ossen
Allbatr
atro
Hoe moeilijk wordt volbracht
Het scheiden van een school, als alles is verloren.
De liefde tot zijn school is ieder aangeboren!
Annemoon
Afschuw’lijk oord, wij gaan en komen nimmer weer.
Gij
sbr
ec
ht
Gijs
brec
echt
Vaarwel mijn Dukenburg: verwacht een andre heer!
(Begin- en slotregels van ‘Gijsbrecht van Albatros’)
96
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Hugo Besjes
Ben Rutten
Taede de Boer
Af
scheid van het D
uk
enb
ur
gC
ollege op 1 ju
li 119
993
Afs
Duk
ukenb
enbur
urg
Co
juli
97
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
DOCENTENTONEEL
“Ic was in myn hoofkyn om cruut gegaen.” Ik
herhaal: “Ic was in myn hoofkyn om cruut gegaen.”
Dat betekent zoiets als: ik was naar mijn hofje, mijn
tuintje, gegaan om kruit te halen. Zo’n vrouw was
het! Ze zegt niet tegen een broeder: zeg broeder, ik
ben zo moe, wil jij voor mij het kruit even halen?
Nee, ze doet het net zo lief zelf! Nu denkt u misschien: allemaal leuk en aardig, maar waar had ze
dat kruit dan voor nodig? Ik heb lang naar het
antwoord gezocht en het tenslotte gevonden in een
ander gedicht: “Ic voele in my een vonkelkyn.” Voelt
u hem? “Ic voele in my een vonkelkyn,“ een vonkje.
Toneel was soms te zien op afscheidsfeesten, zoals
hierboven is gebleken, maar het was dan altijd
slechts een onderdeel van het programma. Reeds in
1979, als het 10-jarig bestaan van de SGD wordt
gevierd, studeren onder leiding van Joost Angenent
docenten een toneelstuk in: “De twee Egyptische
dieven”. De hoofdrollen worden gespeeld door
Anton Meeuwsen, Joost Buskes en Wijnanda van
Veen en in een bescheiden bijrol valt voor het eerst
het stentorgeluid op van een acteur, nog maar net
ontstegen aan de Limbabwaanse löss: Leo Thijssen.
Het is het begin van een andere traditie, die veel
aarzelender op gang komt: een toneelvoorstelling,
geheel verzorgd door docenten en op twee avonden
gespeeld: een voorstelling voor ouders en leerlingen en een voorstelling voor personeel en genodigden. Het betrekken van het nieuwe Dukenburg
College is de aanleiding tot een nieuw initiatief:
geen pasklaar toneelstuk, maar eigen teksten! Een
schrijfgroep vervaardigt in een paar weken tijds een
caleidoscoop van toespraken, sketches en liedjes.
Verbindend element: het zeer katholieke Suster
Bertken College, zeer onlangs letterlijk uit de
fictieve as herrezen. Op woensdag 7 oktober 1993
gaat de voorstelling, onder de pijnlijke titel
‘Brand!”, in première. Er is nauwelijks een maand
geoefend en er doen 25 spelers mee.
Wordt het u een beetje duidelijk? Kruit en vonkje,
snapt u waar Suster Bertken, met u, met mij, met
ons allemaal, ook met Jan Pieter van de Waterbork,
naar toe wil? Kruit, vonkje erbij en dan boem, boem,
dat is de boodschap die Suster Bertken ons vanuit
haar kluis in die verre middeleeuwen toeschreeuwt.
Boemerdeboem, halleluja!
(Fragment uit de toespraak van drs.Balustrade t.g.v.
de opening van het nieuwe Suster Bertken College)
Eén figuur uit de voorstelling is zelfs legendarisch
geworden: de leerling Jan Pieter van de Waterbork,
die nog jaren later opduikt in tal van verhalen en
toespraken.
Toneelstuk Turandot (maart 1993)
98
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
wordt meestal een beroep gedaan op bestaand
repertoire.
Aan het docentenfront wordt de draad pas weer
opgepakt met “Gijsbrecht van Albatros”. Dit drama
wakkert het verlangen aan naar meer en het
inspireert Boersma een nieuw toneelstuk in verzen
te schrijven, ditmaal avondvullend. En evenals
“Brand!” in 1983 wijdt “Marieken van Bergharen” in
1996 (vrijdag 7 juni) een nieuw podium in: dat van
het Maaswaal College aan de Veenseweg. De prille
talenten van “Brand!” (Hans Weijers, Jos
Keersmaekers, Leo Thijssen, Wijnanda van Veen)
zijn tot rijpheid gekomen en nieuwe talenten maken
hun opwachting, ook van de twee andere scholen
waaruit het Maaswaal College is opgebouwd.
Hugo besjes overlegt met Iris tijdens het optreden van
leerlingen op de laatste lesdag (1987).
Rechts Marcel Holleboom
Voor
er
oorzzitt
itter
Zoals u weet zijn deze notulen, door de brand die
onze school geteisterd heeft, veel te laat bij u
aangekomen, maar toch …
Deetm
an (Staat op)
eetman
Voor
er Meneer Deetman, u wilde het woord?
oorzzitt
itter
Deetm
an
eetman
Ja, meneer de voorzitter. U weet allen hoe pijnlijk
dit onderwerp is voor mij en mijn familie. Ik vraag u:
zijn wij niet al genoeg gestraft omdat wij een
dochter hebben voortgebracht als onze Denise, die
onze familienaam zo te schande heeft gemaakt?
Daarom verzoek ik de leden van deze raad, die ik
óók beschouw als mijn vrienden, om de passage
over de brand uit de notulen te schrappen.
hamperm
Sch
amperman
Sc
an
(Springt op) Voorzitter! Vrienden, jazeker, maar ik
moet u erop wijzen dat volgens onze statuten artikel
37, lid twee, een dergelijk voorstel buiten elke orde
is!
er
oorzzitt
itter
Voor
Ik dank u, meneer Schamperman, voor uw als altijd
scherpe bijdrage inzake onze statuten. Toch meen
ik dat wij in dit bijzondere geval de familie Deetman
niet in de kou kunnen laten staan, nietwaar,
Matthieu?
Van de Wat
erbork (Knikt instemmend)
aterbork
Voor
er
oorzzitt
itter
Ik stel voor het woord ‘brand’ in de notulen te
wijzigen in ‘noodlottig ongeval’ en de naam ‘Denise
Deetman’ te vervangen door ‘onbekenden’. Kan
iedereen daarmee accoord gaan?
Het is deze traditie van het Dukenburg College die is
blijven voortleven in het Maaswaal College en pas
daar tot volle wasdom komt. Want na “Marieken van
Bergharen” volgen in 1999 “Metamorfosen”, in
2002 “De Bus” en in 2004 “De Diepe Bal”.
(Fragment uit de sketch ‘De ouderraad ’)
Dan is het jaren stil. Toneel voor leerlingen wordt
nieuw leven ingeblazen en krijgt een vaste plaats in
het jaarprogramma. Eerst zijn het voorstellingen op
teksten die door docenten zijn geschreven, later
Prijsuitreiking schaakweddstrijd (1989)
99
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
glanzende schoenen vervolgen. De leerlingen
leggen uit, dat de school een ontwikkelingsproject
heeft geadopteerd. “In dat project wil men 8-10
jarige zwervertjes in Indonesië aan onderdak, enige
opleiding en een baan proberen te helpen,” aldus
legt een leerling uit aan de journalist van het
Nijmeegs weekblad De Brug. “Centraal in deze actie
staat een rommelmarkt met veel attracties … in en
om het schoolgebouw.”
In 1984 wordt mede steun gegeven aan een
missieziekenhuisje in Kibara (Tanzania). Dit project
onder leiding van Frans Versteegden leidt ertoe, dat
hij met vrienden in een oude Man-diesel met
voorraden naar Kibara rijdt en veel geld steekt in
het omkopen van grensbeambten.
Soortgelijke acties zullen met regelmaat gehouden
worden tot en met het Maaswaal College, dat een
project, dat eerder aan de Scholengemeenschap
Wijchen in 1989 is opgestart, voortzet. In Managua,
de hoofdstad van Nicaragua, floreert een wijkschool, die geheel is opgebouwd met gelden van
jaarlijks terugkerende schoolactiviteiten. Leerlingen
spannen zich in om zoveel mogelijk geld bijeen te
vergaren door activiteiten binnen en buiten de
school. Jarenlang staat tijdens de Nica-dag een
rommelmarkt in de aula van de scholengemeenschap centraal in de grote reeks van werkzaamheden, waarmee leerlingen geld verdienen.
Marijke Thijsse Claase grijpt met genoegen naar de
schaar om bij de opbrengst van 500 gulden deze in
de baard van de pas tot directeur benoemde
directeur Kees van de Wiel te zetten. Jaren later
wordt voor hetzelfde doel de baard van Wim
Hammecher geofferd.
Gebouw en inrichting worden ten behoeve van een
honderdtal kinderen door plaatselijke ambachtslieden gerealiseerd. De onderwijsmiddelen en het
personeel betaalt het fonds “Salto Adelante”, dat
Marieken (zojuist diep gekwetst door tante An):
Ik trek me zelf de haren uit het hoofd!
Ik voel me als was ik van mijn eer beroofd
Door duizend man! Mijn God, wat heb ik misdaan
Dat ik zo behandeld ben? Slaan wil ik, slaan
Dat vals serpent! Haar tot gehakt verwerken!
Haar lichaam met zo’n gloeiend ijzer merken
Dat de hel de hemel lijkt! Het allerlaatst
Die muil met naalden van zulk grof formaat
Dichtnaaien dat ’t bloed uit de wonden springt
Als zalm uit de rivier, Jee, mijn hart swingt
Zowaar van het idee. Wie wil mij assisteren?
God of de duivel, wie mag ik contracteren?
Kaalkop:
Al dagen lig ik op de watertoren,
Op ’t hellend vlak, te loeren op een prooi.
Nooit in mijn leven was mijn score
Zo laag: de fik in een mijt hooi,
Een tas geroofd, een keeshond platgeknepen,
Me bij de Leurse Hof aan een Peugeot vergrepen,
Een hakenkruis geschilderd op de kerk,
Een geit gemold: kortom, slechts broddelwerk.
(Marieken van Bergharen, scène 3)
Taede: “Wat zou het prachtig zijn als deze traditie
ook in de jaren die voor ons liggen, zou worden
voortgezet.”
Activiteiten voor de leerlingen.
Van schoenenpoetsen tot wijkschool in Managua
Het heeft het personeel van de MLK-mavo, de SGD
en het Dukenburgcollege nooit aan energie ontbroken om leerlingen ook naast onderwijs een zinvol
pakket van buitenschoolse activiteiten aan te
bieden. Het betreft werkweken, culturele programma’s, projecten, sportdagen, klassen- en schoolfeesten naast vieringen rond bijzondere aangelegenheden. Dat geldt eveneens voor de Klokkenberg
en de Scholengemeenschap Wijchen, maar toch is
het aanbod daar meer bescheiden van omvang en
veelal gekoppeld aan schoolse zaken.
Bij de SGD is er sprake van enkele in het oog
springende feiten, die ook in de regionale pers de
aandacht krijgen. Zo gaan op initiatief van Wim
Hammecher in mei 1979 tijdens een koopavond
scholieren van de SGD als “schoenpoetsers” het
winkelcentrum van Dukenburg in. Tegen een kleine
vergoeding kan het winkelend publiek de weg met
Boekenmarkt Lankforst (SGD) +1983
100
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
een medische post. Om de vier jaren bezoeken
enkele leerlingen en docenten het project en doen
verslag aan de schoolbevolking. Vanaf de start van
dit grootse project is het immers de bedoeling, dat
de leerlingen begrip krijgen voor armoede, de derde
wereldproblematiek en ontwikkelingshulp, mede
door zelf de handen uit de mouwen te steken. Jan
Hein Hoftijzer, Geert van Amstel, de mannen van
het eerste uur, hebben samen met de Spaans
sprekende Wilbert van Rijen en Janine Klein-Willink
er hard aan getrokken om binnen de school en bij
het bedrijfsleven veel sympathie en steun te
verwerven om dit project zo succesvol te maken en
te houden.
Wilbert van Rijen in Managua
(project Collegio Maaswaal)
door leerlingen, docenten en sponsors behoorlijk
gevuld blijft. In 1998 krijgt de basisschool zijn
definitieve vorm en zijn de ontwikkelingen in een
stroomversnelling gekomen. Het “Collegio Maaswaal” groeit uit met een weeshuis, een
polytechnisch centrum ter bestrijding van de grote
werkloosheid van jongeren en een wijkcentrum met
Van onderwijsbezuinigingen en kruisraketten.
Soms zijn demonstraties nodig
Docenten en leerlingen van SGD slaan de handen
ineen, wanneer zij ervan overtuigd zijn, dat een
demonstratieve actie noodzakelijk is om politieke
1 kruisraket minder Deetman op de plee (1982?)
101
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
demonstratie leerlingen Dukenburg College bij Duckendonck (1982)
invloed uit te oefenen. De pers laat zich niet
onbetuigd.
Onder de kop “Deetman als bal” doet de Gelderlander in maart 1982? verslag van een “ruig potje
volleybal op de Grote Markt, waarbij Deetman de
bal was. De pop, die de bewindsman moest
voorstellen, heeft een aantal flinke smakkers
gemaakt. Een hand- en voetbaldemonstratie met
gymleraren als paal waar tegenaan moest worden
geschopt, een bezuinigingsspel (wie door een bal
getroffen was, werd wegbezuinigd), een nummertje
disco als warming-up, protestliedjes, sketches. Het
werd haast een feest daar op de Grote Markt. Tal
van leerkrachten, ouders en vooral ook leerlingen
hadden gehoor gegeven aan de oproep van de
Scholengemeenschap Dukenburg voor een laatste
demonstratie tegen de bezuinigingen.”
In november is het weer raak. In de school hangen
spandoeken met teksten zoals “1 kruisraket minder,
veel banen meer!” en “Deetman op de plee,
onderwijzers uit de WW.”
onder de loep genomen en we waren er op uit de
nodige vegen uit de pan te geven. De toeschouwers
spitsten hun oren, nieuwsgierig als zij waren of hun
naam wel genoemd werd.”
Hans Satter herinnert zich nog enkele one-liners
zoals: “Er is bij bouwtechniek geen sprake van
massief eiken, maar van passief zijken.” en “Theo
Clemens mag het volgend schooljaar één afwijkende mening hebben.” Ook bij het afschaffen van
de koffiebon, zo groot als de bekende lotjes, die
vaak bij loterijen worden gebruikt, zo vertelt Hans,
“viel de smartlap daarover goed in de smaak. Voor
elke kop koffie diende men een “bon” op tafel
achter te laten. Dat liep al jaren van geen kanten.
Cabaret 1977 (An Veenstra en Hans Satter)
SCHOOLCABARET in Wijchen
Halverwege de jaren zeventig barst de scholengemeenschap bijna uit zijn voegen van de vrijkomende energie. De school groeit uitbundig en de
onderwijsontwikkelingen gaan zo snel, dat gevoelens van succes alom voelbaar zijn. Dat inspireert
de tekstschrijvers Hans Satter en Toon van Dijk,
leraar wiskunde, die later Theo Clemens opvolgt, tot
het vormen van een cabaretgroep, aangevuld met
Anton van de Akker, de man met de gouden
technische handjes. An Veenstra, dan één van de
jongste docenten, “vond de onderlinge band in de
groep een buitengewone ervaring. Het plezier, de
spontaniteit en vooral de spanning en voorpret,
wanneer liedjes en sketches werden uitgeprobeerd,
zijn me altijd bijgebleven. Het afgelopen jaar werd
102
Van Mammoet tot Maaswaal
7. DAT WAREN NOG EENS TIJDEN
Ook zo’n cabaretavond wordt afgesloten met vooral
veel napraten onder het genot van een borrel. Dat
de directeur en leden van de schoolleiding vooral
op de hak genomen worden, verhoogt alleen maar
de feestvreugde. Het opgewaaide stof verdwijnt vrij
snel onder het kleed van de dagelijkse gang van
zaken
Sommigen lieten een heel bonnenboekje achter in
de hoop achteraf en vooruit voor een hele periode
betaald te hebben. Het was nog een heel gedoe om
alle personeelsleden een handtekening te doen
zetten voor het inhouden van koffiegeld op het
salaris.”
Uit het leven gegrepen
HEWAHO-show voor de leerlingen
Het slotlied van het cabaret “De zoete inval” van 28
maart 1980 is gegrepen uit het leven van elke
docent, ook die van heden.
De laatste twee regels van het refrein vormen de
lijfspreuk van Frans van Luijk:”Voor hen die hopen
met verstand, is ook het verste doel bereikbaar.”
Ter afsluiting van het schooljaar wordt de leerlingen
in een reeks van jaren een wervelende showdag
bezorgd. Een landelijk bekende muziekband treedt
in de namiddag op. De jeugd heeft zich die dag
vermaakt met sport en allerlei spelletjes door de
hele school heen, waarvoor de organisatoren van
het eerste uur, Frans van de Heuvel, Arent Jan
Wansink en Willem Houtappels, het hele personeel
inzetten. Het zijn de bekende schoolspelletjes zoals
muizen meppen en pijltjes gooien op afbeeldingen
van koppen van leraren en directieleden.
Het hele achterterrein vult zich met leerlingen,
wanneer een band als “Bots” optreedt met hun
bekende tophit “Al die willen te kaap’ren varen”
met de telkens terugkerende zin meezinger:
“moeten mannen met baarden zijn.” Wanneer de
leerlingen om zich heen kijken, weten ze, dat veel
personeelsleden echte mannen blijken te zijn. Maar
ook deze mannen zijn na het opruimen hard aan
vakantie toe.
Enk
el
e ccit
it
at
en uit dit lied.
Enkel
ele
itat
aten
“Ik zit met al die taken ontzettend in mijn maag.
En die positionering, dat blijft voor mij de vraag
Ik heb de pest aan pendel, want waar komt het op
neer? Geen plaats om te parkeren en ook geen
koffie meer. Ik zie de zaak graag zonnig, toch baal
ik als een stier Want die vergaderingen, die zitten
me tot hier. Ik houd van democratisch en niet van
wat er moet. Dat dictatoriale bevalt me niet zo goed.
Toch zit er wel muziek in, als ik me niet vergis.
Al tien jaar lang allegro en dat is lang niet mis.”
Dan volgen er nog enkele coupletten over invalbriefjes en uitval van lessen, die de druk op je werk
verhogen.
Frans van de Heuvel,
Arent Jan Wansink
en Willem Houtappels
Cabaret 1977 (An Veenstra en Toon van Dijk)
103
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
gemeden.
De korte periode rond 1980, dat het mavo-diploma
behaald kan worden met zes vakken op het
eenvoudige C-niveau, heeft dat effect zeker versterkt. Dat vervolgens enkele jaren later maximaal
drie vakken op C-niveau en de overige drie op Dniveau de ondergrens van het examenpakket wordt,
brengt nauwelijks verlichting.
De basisscholen worden door de ouders onder druk
gezet om zo “hoog” mogelijke adviezen te geven.
Dat leidt soms tot uitzonderlijke adviezen als
“mavo-proberen” als alternatief voor het lboadvies. De leerling wordt dan opgezadeld met een
demotiverend en frustrerend schooljaar door het
“mavo-proberen” tot een groot goed verklaren. Dat
leerlingen het willen, kan nog toegeschreven
worden aan het gebrek aan zelfinzicht, dat op deze
leeftijd niet ongewoon is. De adviserende basisscholen en de ouders zouden verstandiger moeten
zijn. Je vraagt om wat de leerling ervaart als
afstroom. Dat kan binnen een scholengemeenschap.
In brochures neem je deze eerlijke vorm van
informatie over afstromen niet op. Ouders wensen
niet dat hun kind afstroomt en willen die mogelijkheid in een school zeker niet geregeld zien. Het is
uit oogpunt van concurrentie niet verstandig daar
melding van te doen. Wanneer zich echter het
probleem voordoet, dat een leerling op een niveau
moet functioneren dat hij niet aan kan, zijn de
ouders maar wat blij, dat er binnen de school een
oplossing geboden wordt. En toch ontstaat er
minder belangstelling voor de scholengemeenschap.
Ouders en leerlingen voelen zich steeds minder
aangetrokken tot de brede scholengemeenschappen. Deze raken meer en meer in het slop door de
structurele afname van de gemeenschapszin en de
toenemende individualisering van de samenleving.
De meerjarige brugperiode staat, zeker in brede
scholengemeenschappen, sterk onder druk. Ouders
willen hun kind zo spoedig mogelijk op het door
hen verwachte niveau plaatsen en een gevolg is,
dat scholen hierin meegaan om hun aantrekkingskracht te vergroten. Dat leidt soms tot spanningen
tussen de realisten en de idealisten binnen het
personeel.
Veel scholen voor categoriaal lbo naderen in snel
tempo de opheffingsnorm en zoeken hun heil in
samengaan met andere gelijksoortige scholen of
avo-scholen. De eerste fusiegolf treft het land en
dus ook Nijmegen. Vele lbo- en kleine mavo-scholen
Al jaren is het de scholen voor voortgezet onderwijs
bekend, dat het aantal leerlingen drastisch zal gaan
afnemen. De effecten van de geboorteplanning
bereiken ook onze scholen. Daarnaast doet zich
steeds meer het verschijnsel voor, dat de ouders
veel kritischer worden bij de keuze van de opleiding
voor hun kroost. Nauwelijks te bestrijden maatschappelijke verschijnselen als het afbrokkelen van
het beroepsonderwijs dienen zich aan. Vanaf de
invoering van de mammoetwet zijn het de scholen
voor avo-vwo, die uit oogpunt van maatschappelijke status, geleidelijk aan de norm gaan bepalen.
Deelname aan het beroepsonderwijs verleent je
geen status; integendeel.
Getalsmatig verliezen de beroepsopleidingen veel
leerlingen, in verhouding tot de algemene terugloop
zelfs extreem veel, mede doordat ouders steeds
hogere eisen aan hun kinderen stellen en basisscholen hun status afhankelijk maken van het
aantal leerlingen, dat doorverwezen wordt naar avovwo. Het beroepsonderwijs wordt waar mogelijk
5 VWO tekengroep (Scholengemeenschap Dukenburg) 1980
Nymha Rooyakkers, Ingrid Schroder, Petra Smits en Sandra Maas
104
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Terwijl het Dukenburg College nog groeit, waartoe
de nieuwbouw in 1983 ongetwijfeld positief heeft
bijgedragen, zijn de eerste tekenen voor terugloop
bij de andere twee scholen duidelijk te constateren.
Redenen om dat eens nader te bekijken.
verdwijnen door samenvoeging of opheffing.
In alle scholen staan activiteiten op het terrein van
public-relations hoog op de agenda. De eenvoudige
gestencilde informatieve geschriften voor ouders en
basisscholen worden in hoog tempo tot professionele brochures gemaakt door vormgevers en
drukkers. Advertenties in dag- en weekbladen
prijzen de scholen aan en op de voorlichtingsavonden worden de beste mensen en middelen
ingezet.
Het Dukenburg College, De Klokkenberg en de
Scholengemeenschap Wijchen zijn eerst onderling
de strijd aangegaan en pas na verloop van tijd
elkaar in de armen gevallen.
Informatiegidsen, ouderbrochures,
foldermateriaal, kwaliteitskaarten
Even wat cijfers
Begin jaren tachtig staan er voor onze scholen nog
gunstige cijfers, als het gaat om de totale schoolbevolking.
De Klokk
enber
g
Klokkenber
enberg
Duk
enb
ur
gC
o ll e g e
ukenb
enbur
urg
Co
S.
G. Wij
ijcchen
S.G.
1 97 8
1 9 79
1980 1981
720
1060
1219
832
1149
1251
940
1172
1325
953
1163
1298
Dukenburg College (begin tachtiger jaren)
105
Het eerste wat een bedrijf doet, dat minder belangstelling voor zijn product ondervindt, is zich
afvragen of de kwaliteit optimaal is en of er alles
aan gedaan is om het product goed aan de man te
brengen. Gemakshalve laten we de financiën dan
nog even buiten beschouwing.
Is er concurrentie en gaat alles nog naar wens, dan
draagt men er zorg voor, dat het met de eigen
organisatie niet dezelfde kant op gaat als de minder
goed lopende bedrijven.
Een school vergelijken met een bedrijf is bijna
hetzelfde als vloeken in de kerk,
maar toch? Wat betekent werkgelegenheid voor een school in een
198
2
1
98
3
982 983
krimpende markt? Iedere docent
werkt optimaal, wanneer hij zich
963
910
geen zorgen hoeft te maken over
1218 1261
zijn baan en wanneer er goede
1289 1161
perspectieven zijn voor de school
als geheel.
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Mankeert daar iets aan, dan is public relations het
eerste waar men aandacht aan besteedt en worden
de tastbare p.r.-middelen kritisch bekeken. Er moet
wel van overduidelijk falen in de organisatie van het
onderwijsproces sprake zijn, wil men daar bij
voorrang aan gaan werken. Onderwijsgevenden zijn
in het algemeen immers niet zo kritisch naar hun
eigen werkwijze.
actuele ontwikkelingen worden er telkens in
verwerkt. Voor velen binnen en buiten de school is
het daarnaast nog een zeer handig naslagwerk.
De Klokkenberg; een school met een naam, die
klinkt als een klok
Deze “one-liner” komt weliswaar uit een brochure
van 1990-1991, maar geeft uitstekend weer met
welk doel deze boekjes worden uitgegeven; het is
direct wervingsmateriaal. Maar daar is het aanvankelijk niet om begonnen. In de gedrukte informatiegids voor ouders en de leerlingen van De Klokkenberg schrijft directeur Wijnands in september 1980:
“Wij willen in onze school werken vanuit een
algemeen christelijke levensovertuiging. We willen
proberen de belangen van iedere leerling zoveel
mogelijk tot hun recht te laten komen en we willen
samen met de leerlingen en hun ouders de beste
oplossing zoeken bij eventuele problemen. Onze
scholengemeenschap telt op dit moment ongeveer
950 leerlingen en zo’n 80 leraren en andere
medewerkers. Zo’n grote gemeenschap vraagt een
aantal afspraken om een goede, onderlinge
samenwerking mogelijk te maken. We hopen dat
deze gids daarbij een goede hulp is.”
Een fotootje van Henk Wijnands bij dit voorwoord
maakt het meteen al een stuk persoonlijker. De
In de tijd, dat de leerlingen als vanzelf de scholen
binnenstromen, is het niet gebruikelijk om met
allerlei folders of brochures de markt op te gaan. Er
is vanuit ouders en lagere scholen relatief weinig
kritiek op de scholen; er heerst nog een zekere
vanzelfsprekendheid en blindelings vertrouwen.
Scholen zijn binnen de samenleving nog een
autoriteit, waaraan je zo maar niet twijfelt. Er zijn
nog geen ouderraden en andere inspraakorganen.
Met de komst van de mammoetwet valt er wel wat
uit te leggen, maar dan gaat het meer om voorlichting over de structuur dan om de kwaliteit van het
onderwijs. De tijd van de kwaliteitskaarten is nog
ver weg.
Eind negentiger jaren zien we de eerste poging van
de overheid om in de voorlichting een objectief
element in te brengen. Het dagblad Trouw heeft zijn
lezers geïnformeerd met gegevens over de resultaten die scholen boeken. Examenresultaten worden
bv. onderling vergeleken en scholen van een
rapportcijfer voorzien. Dat spoort de overheid aan
kwaliteitskaarten aan de scholen te verstrekken en
deze op internet te publiceren. Zeker aanvankelijk
zijn de gegevens op basis van alleen eindexamenuitslagen voor discussie vatbaar. Het is aan de
scholen om de kwaliteitscijfers toe te lichten,
waarbij ze naast het voorlichtingsmateriaal ook van
internet gebruik maken.
Met de krimpende markt in zicht en de toenemende
mondigheid van ouders, doet zich de behoefte voor
om ouders en basisscholen te informeren over
allerlei schoolaangelegenheden.
De eerste informatieve geschriften, vaak ouderbrochures genoemd, gaan naar de ouders en de
basisscholen. Aanvankelijk wordt volstaan met het
betere stencilwerk, maar een school die zichzelf
respecteert, schakelt al snel een vormgever en een
drukkerij in. Dat doet bv. het Dukenburg College
met het blauwe uilenkopje op de omslag. Het is de
informatiegids waar praktisch alles in staat wat voor
ouders, leerlingen en personeel van belang is. De
106
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Een stukje uit een wervingsfolder van De Klokkenberg
107
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
directieleden en decaan zijn met foto, naam,
functie, adres en telefoonnummer vooraan in het
boekje afgedrukt. Opvallend en uniek is het, dat je
de namen en foto’s aantreft van de drie conciërges.
Hun adresgegevens staan er begrijpelijk niet bij om
te voorkomen dat ze thuis onnodig gestoord
worden. Zijn er problemen, dan moet men immers
bij de schoolleiding en de docenten zijn. Van de
laatste groep zijn naast hun bevoegdheid en hun
mentorklas de adressen en telefoonnummers wel
gegeven. De namen van bestuursleden en de
rijksinspectie completeren het eerste gedeelte.
Een schematisch overzicht geeft weer hoe de school
“in elkaar zit”. Vanuit de éénjarige brugklas mavolbo lopen er pijlen naar het tweede leerjaar en de
bovenbouw; een vertrouwd plaatje voor mensen in
het onderwijs.
leerlingen, wat te doen tijdens tussenuren, het
plaatsen van rijwielen, aansprakelijkheid bij
diefstal en vernieling en het afhandelen van
formulieren voor tegemoetkoming in de studiekosten. De ouderbijdrage en het boekengeld, één
van de zaken waarnaar ouders heel kritisch zullen
kijken, worden uitgebreid toegelicht. Met de
vermelding van “speciale activiteiten binnen en
buiten schooltijd”, zoals klassenavonden, sportdagen, culturele activiteiten, de fotoclub, muziekgroep en toneelclub wordt de brochure afgesloten.
In latere versies zijn er meer regels opgenomen,
waaraan leerlingen zich dienen te houden, zoals
het rechts houden in de gang en niet eerder een
lokaal betreden, dan nadat de leerkracht is gearriveerd.
Uitgaande van de rubrieken lijken alle schoolbrochures op elkaar. De scholen gaan steeds meer
rekening houden met de vragen die in het veld
heersen en benadrukken terecht hun sterke kanten.
Vervolgens worden de opzet en de diverse schoolsoorten uiteengezet. De nadruk ligt op het overleg
met de ouders, wanneer het gaat om de keuzes die
gemaakt moeten worden op het einde van de
brugklas en van het tweede leerjaar. Zo wordt op
het einde van het 2e brugjaar de mogelijkheid
geboden te kiezen voor 3-mavo of 3-lbo.
Expliciet wordt melding gemaakt van de emanciperende mogelijkheid, dat voor zowel jongens als
meisjes alle opleidingen toegankelijk zijn.
In het kader van de begeleiding wordt de rol van de
mentor en de decaan toegelicht met de uitdrukkelijke toevoeging, dat ouders en leerlingen ook
initiatieven in hun richting kunnen nemen.
Dan volgen nog een aaltal rubrieken betreffende de
schoolbibliotheek, de schooltijden, vakanties,
rapporten, verzuimregeling, te laat komen van
Informatiegids 1982-1983.
Wervingsbrochure De Klokkenberg
Afgezien van de actuele ontwikkeling, zoals het
zelfstandig worden van de stichting en het proberen
gestalte te geven aan een oudercommissie en een
leerlingenraad, zijn er weinig veranderingen
aangebracht in de brochure van 1982. In feite is
deze bedoeld voor het informeren van de schoolbevolking en de ouders. Steeds meer gaat zo’n
brochure tevens als p.r.-middel functioneren.
Wanneer besluiten genomen worden om de
brochures om te zetten in informatiegidsen, worden
deze ontdaan van gegevens als namen en adressen
van docenten en wordt er meer ingespeeld op de
aanstaande leerlingen en hun ouders.
De wervingsbrochure van De Klokkenberg in 1991 is
heel gericht geschreven voor “ouders van toekomstige leerlingen van onze school”. Evenals het
Dukenburg College heeft deze school ook een
folder, die speciaal voor de toekomstige
brugklassers is geschreven.
In de wervingsbrochure tref je een korte beschrijving van de voorgeschiedenis van de school aan en
vervolgens de opleidingsmogelijkheden, de interne
doorstroming en een aantal praktische gegevens,
zoals de schooltijden. Aan de begeleiding van de
leerling, de sterke kant van de school waarop zij
zich wil profileren, wordt uitgebreid aandacht
besteed. De school presenteert zich met eenvoudig
taalgebruik en verlucht het boekje met tekeningen
108
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
schoolleiders en brugklasleiders, wanneer een
school zich daar niet aan houdt. Maar dan is het
“kwaad” meestal al geschied; dan heeft een school
op onreglementaire wijze extra aandacht gekregen.
Sommige scholen zijn daarin hardnekkige boosdoeners.
van leerlingen. Hetty Klaver, sinds augustus 1989
de opvolgster van directeur Wijnands, heeft hier
duidelijk de hand in gehad.
De pers. Advertenties
Al in de zeventiger jaren tref je in de Gelderlander,
de Brug en de wijkkrant van Dukenburg lijsten met
geslaagde leerlingen aan van de diverse scholen.
De SGD heeft steeds meer ruimte nodig om de
lange namenlijsten geplaatst te krijgen. Met elk
positief bericht over de school is men vereerd; dat
geldt voor elke school. Het draagt bij tot positieve
naamsbekendheid. In de pers krijgen jubilea,
nieuwbouw, specifieke activiteiten en fusies
aandacht. De pers wordt ook gebruikt voor het
plaatsen van gemeenschappelijk advertenties ten
behoeve van de open dagen en de aanmeldingen
van brugklassers en zij-instromers in havo en
atheneum.
Rond open dagen, wervingsadvertenties en
activiteiten specifiek op aanstaande leerlingen
gericht worden afspraken gemaakt om elkaar in de
concurrentiestrijd niet op te jagen. Daarover
ontstaan met regelmaat stevige discussies tussen
Schoolkranten
De stelling, dat je eigen leerlingen en hun ouders de
beste ambassadeurs van je school zijn, is onmiskenbaar juist. Een goed uitziende schoolkrant, door
leerlingen samengesteld met meer of mindere hulp
van docenten, doet het goed bij de ouders. De
eerste SGoolkranD ziet in september 1977 het licht
met onder meer het verzoek een goede naam te
bedenken. De “Duke Express” wordt het lijfblad van
het Dukenburg College.
In Wijchen circuleert de schoolkrant “Klaverblad”.
De naam is gebaseerd op het logo van de scholengemeenschap, dat de vier schoolsoorten in de vorm
van een “klavertje–vier” in het brievenhoofd voert.
Met de toevoeging van havo wordt het een klavertje
vijf. Het “Klokje” wordt gevuld door geschriften van
de leerlingen van de Klokkenberg.
109
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
De schoolkranten richten zich op schoolgebeurtenissen, die vooral de leerlingen aanspreken, zoals excursies, schoolkampen, films en
muziek. Interviews met leerkrachten zijn ook een
gewild onderwerp. Soms worden er ook artikelen
opgenomen, die politiek getint zijn of getuigen van
af hoe zij contact kan onderhouden met haar
achterban. Annemarie biedt de raad de mogelijkheid om van de Info gebruik te maken. Deze info
sluit de ouderraad af met zich voor te stellen en
vermeldt, dat zij zich over allerlei zaken een mening
tracht te vormen en deze gevraagd of ongevraagd
naar voren brengt.
De inhoud van deze info van 8 maart 1979 bevat
onder meer een uiteenzetting omtrent “het pilsje op
schoolfeesten van de bovenbouw”, de
absentenmelding en er wordt vooruitgekeken naar
het tienjarig bestaan van de school en de conceptplanning van de feestelijkheden. Jan Robben lucht
zijn hart in “Kleine filosofie van het spijbelen”. Hij
vraagt zich af welke oorzaken mogelijk aan het
spijbelen ten grondslag liggen. “Het ligt misschien
al te zeer voor de hand als één van de oorzaken de
met name de laatste 10 jaren toegenomen welvaart
te noemen, waarvan de tieners van nu een stevige
portie hebben meegekregen. Materiële welvaart
met misschien als gevolg een zekere verwendheid,
passiviteit, ja zelfs inertie en blaséheid.” Klagen
over de leerlingen is ook van alle tijden en vaak
worden dezelfde oorzaken genoemd.
Hannie Thuis,
Leo Thijssen
en Hans Weijers
engagement met bewegingen als de anti-apartheid
en milieuorganisaties. Oproepen om kopij in te
leveren of om de redactie te versterken zijn niet van
de lucht. Puzzels en informatie over popsterren
functioneren vaak als opvulling om de schoolkrant
toch nog een redelijke omvang te geven. Striptekenaars en illustratoren leven zich uit om het
geheel een betere uitstraling te bezorgen.
Opinies en visies van leerlingen, pogingen om in
discussie te komen met de schoolleiding en
controversiële en soms zelfs provocerende artikelen
tref je meer aan in de leerlingenbladen van de
scholen met havo en vwo. Voor bv. de Scholengemeenschap Wijchen is dit één van de redenen
geweest om van docenten in de redactie een
matigende invloed te verwachten op al te felle
uitlatingen van jeugdige schrijvers.
Naast alle informatie moeten er brieven geschreven
worden; zeer veel brieven en het is altijd maar weer
de vraag, net als bij de info’s, of de leerlingen die
thuis afgeven; antwoordstrookje of niet. Eén van de
oplossingen is de wekelijks uit te reiken
berichtgeving, waarop ouders vast kunnen rekenen.
Het meegeven van brieven wordt daardoor zoveel
mogelijk vermeden. Aan het Maaswaal College is dit
tot ieders tevredenheid al jaren het gebruik.
In Wijchen wordt bij het afzwakken van de belangstelling om deel te nemen aan de redactie van de
schoolkrant door Jacques van Krevel het initiatief
genomen tot het samenstellen van een wekelijks
verschijnend schoolbulletin voor leerlingen en
personeel. Daarin worden de actualiteiten verwerkt
naast een opsomming van de verjaardagen van
docenten en leerlingen. Een speciale rubriek wordt
gewijd aan opvallende en kolderieke gebeurtenissen, die in een zo kort mogelijke beschrijving tot
optimaal plezier bij de lezers moet leiden. Dat is
tevens de lokker van de aandacht voor het bulletin.
Wanneer ook in dit informerend stencil de klad
komt, vult de directeur de ontstane leemte voor het
personeel op door het “weekoverzicht” uit te geven,
waarvan de dienstmededelingen de hoofdmoot
uitmaken.
Tussentijdse info’s, wekelijkse berichten
Waar De Klokkenberg en de Scholengemeenschap
Wijchen werken met een informatiegids, die aan het
begin van het schooljaar wordt uitgegeven, geeft de
Scholengemeenschap Dukenburg daarnaast nog
vanaf 1979 elk kwartaal haar info’s uit. Ouders
worden op de hoogte gebracht van op handen
zijnde activiteiten binnen de school waarbij de
ouders en/of de leerlingen betrokken zijn.
Zuster Annemarie opent de eerste info met: “De
school wordt groot. Het is voor U en ons niet meer
zo gemakkelijk als in de eerste jaren om met elkaar
in contact te komen.” De “info” wordt per post
verzonden. De ouderraad vraagt zich met regelmaat
110
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
De Klokkenberg kiest voor
optimalisering leerlingbegeleiding
beschikbaar. Daarin hebben een leerplichtambtenaar, de schoolarts, de schoolverpleegkundige en de jeugdhulpverlening zitting.
De mentor of de leerjaarcoördinator kunnen
leerlingen inbrengen, die voor speciale hulp in
aanmerking kunnen komen. Dit team tracht te
voorkomen, dat leerlingen de richting van “dropout” uit gaan. Dit alles vraagt veel overleg en kost
derhalve veel vergadertijd.”
Nieuw in het informatieboekje van 1988 is de
uitgebreide paragraaf over de leerlingbegeleiding,
het speerpunt van De Klokkenberg om de aantrekkingskracht van de school te vergroten. Naast de
mentor wordt melding gemaakt van de jaarcoördinator. De rapportage aan de ouders wordt
breder opgezet. Naast cijfers wordt het niveau
aangegeven en voor inzet en werkverzorging varianten op gedrag, vlijt en netheid – worden
letters gebruikt van g voor goed en o voor onvoldoende. Verder stelt de mentor bij elk rapport een
“brief aan de leerling” op, waarin hij geïnformeerd
wordt over zijn gedrag in de groep, adviezen van
vakdocenten en aanwijzingen om met succes verder
te kunnen gaan.
De extra leerlingbegeleiding, uitgeschreven in de
wervingsbrochure van 1990, is gebaseerd op de
visie dat “iedere leerling anders is. Ieder persoontje
heeft een eigen karakter. En iedereen heeft weer
andere capaciteiten. Maar de kans bestaat, dat het
ook wel eens misloopt of gewoon even niet goed
gaat. … Op onze school zijn er allerlei mensen, die
voor extra begeleiding zorgen op momenten dat het
nodig of gewenst is.” Ina Wigboldus is de coördinator voor de leerlingbegeleidingsgroep.
Elke dag zijn er docenten beschikbaar voor het
geven van kosteloze huiswerkbegeleiding en
eventuele extra uitleg telkens voor een periode van
drie maanden. Remediale hulp wordt ingezet op
basis van een klassikale test aan het begin van de
eerste klas. Concentratieproblemen, taalachterstand en tekort aan ruimtelijke oriëntatie zijn
gebieden, waarop remediale hulp verbetering moet
brengen. Voor faalangstige leerlingen worden
trainingen verzorgd. In de tweede klas wordt een
vragenlijst aan alle leerlingen voorgelegd om
faalangst op te sporen.
Nettie Visscher speelt een centrale rol in de
uitvoering van de speciale leerlingbegeleiding.
“Deze manier van werken bezorgt ons relatief veel
zwakke zorgleerlingen,” zo stelt zij.
“Veel studiedagen en cursussen in verband met
leerlingbegeleiding worden gehouden om het
personeel te bekwamen in de zorg voor zwakke
leerlingen en deze binnen de school te houden. Een
beperkt aantal docenten laat zich opleiden tot
remedial teacher.
Voor meer specifieke hulp hebben we ook nog het
preventieteam onder leiding van Ina Wigboldus
Symbiose en “Weer Samen Naar School”
Begin jaren tachtig komt er een experiment in de
vorm van samenwerking met De Sonnewijser, een
regionale school voor zeer moeilijk opvoedbare
kinderen in Dukenburg. Met de hulp en bijstand van
docenten van De Sonnewijser experimenteert De
Klokkenberg op verzoek van De Sonnewijser met
twee van haar onderbouwklassen. Een klein
gedeelte van de leerlingen komt van De
Sonnewijser. Dat heeft vanwege onvoldoende
bevredigend resultaat geen vervolg.
In de bovenbouw is eerder wel positieve ervaring
opgedaan met symbiose-leerlingen in de praktijkvakken van het lbo. Het betreft steeds een beperkt
aantal leerlingen, dat onder strakke begeleiding van
docenten en de directeur van de Sonnewijser het
reguliere diploma probeert te behalen.
De theorielessen voor deze groep leerlingen worden
geheel op basis van individueel onderwijs door de
altijd aanwezige Sonnewijserdocenten verzorgd.
Vele zmok-leerlingen bereiken op De Klokkenberg
met succes de eindstreep van het voortgezet
onderwijs. Wanneer zich één van de onvermijdelijke
incidenten voordoet in de praktijklessen, springt
deze docent bij. Doet zich het geval voor, dat er
ernstige maatregelen genomen moeten worden,
dan zijn de docenten van de Sonnewijser altijd
solidair met de opvattingen van De Klokkenberg. Is
een leerling niet te handhaven, dan schroomt men
niet de leerling terug te plaatsen op de hoofdvestiging.
De samenwerking tussen de docenten van beide
scholen is voorbeeldig te noemen. Over de samenwerking zelf is zelden een verkeerd woord gevallen.
Henk Stoks, docent van de Sonnewijser, vervult
vanaf 1991 de taak van begeleider: “Dankzij het
inlevings- en incasseringsvermogen van de docenten en de positieve benaderingswijze van betrokken
leden van de schoolleiding is wezenlijk bijgedragen
aan het welslagen van deze symbiose.”
Deze samenwerking is na de fusie voortgezet en in
111
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
het grotere geheel van het Maaswaal College als
vanzelfsprekend opgenomen
“We werden,” zo vervolgt Nettie, “langzamerhand
een andere soort school met alle gevolgen van dien.
Het personeel wilde de probleemleerlingen graag
helpen en heeft daartoe bekwaamheden ontwikkeld met als gevolg, dat de schoolpopulatie
geleidelijk aan meer en meer leerlingen van deze
kwalificatie gaat bevatten. Dat is één van de
redenen dat de belangstelling voor de brugklas van
De Klokkenberg op termijn sterk afneemt.”
De weg terug is niet begaanbaar en alleen samenwerking of fusie kan uitkomst bieden. Bij de
benoeming van Hetty Klaver tot directeur is de
belangrijkste opdracht die ze meekrijgt: “Kom tot
fusie”.
Eind jaren tachtig komt vanuit het ministerie het
“gebod”: “Weer samen naar school.” Het speciaal
onderwijs, zowel in het basis- als het voortgezet
onderwijs, heeft naar de mening van de
beleidsvoerders op het ministerie van onderwijs
een onverantwoord grote vlucht genomen. In
vergelijking met andere Europese landen bezoeken
erg veel kinderen het speciaal onderwijs. In
Denemarken gaat 2% van de kinderen naar deze
vorm van onderwijs tegen ruim 6% in Nederland.
Aan de visie van het ministerie om dit percentage
meer dan te halveren ligt eerder een bezuinigingsdrift ten grondslag dan een verbetering van de
opvang van de leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen.
Bijna alle vormen van speciaal onderwijs, zoals de
scholen voor leer-en opvoedingsmoeilijkheden,
lom, en voor moeilijk lerende kinderen, mlk, zijn
vanaf 1999 gedwongen opgegaan in één school
voor speciaal basisonderwijs, het sbao.
In het voortgezet onderwijs worden de effecten van
“weer samen naar school” in diezelfde periode
vanzelf merkbaar bij de aanmeldingen van
brugklassers. Ook daar moeten voor 2002 de
scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, vso,
gedwongen op zoek naar fusiepartners.
Om op deze ingrijpende verandering voorbereid te
zijn stelt het ministerie eind jaren tachtig de
Samenwerkingsverbanden VO/VSO in. Nettie
Visscher, coördinator-leerlingbegeleiding aan De
Klokkenberg, noemt het “een voorloper van de
samenwerking met het speciaal onderwijs. Er waren
heel vruchtbare vergaderingen met onder andere de
Scholengemeenschap Wijchen in de persoon van
Margreet Versteeg en de lhno van Grave, Regina
Pacis, waarvan directeur Jan Arts de inbreng
verzorgde. Scholen met ervaringen met speciaal
onderwijs, zoals die uit Grave en de Meerdreef voor
lom uit Wijchen, droegen hun ervaringen op een
heel praktische wijze over aan de scholen met
alleen regulier onderwijs. Daar hadden we op De
Klokkenberg best wel profijt van. (Het Dukenburg
College maakt deel uit van een ander samenwerkingsverband. Red.) Zo zijn studiemiddagen voor
alle docenten georganiseerd om taalstoornissen als
dyslexie te leren onderkennen en werkmiddagen
voor talendocenten, waarin men instructies kreeg
om met leerlingen met deze taalstoornis te leren
omgaan.”
Scholengemeenschap Wijchen; strijd rond de
idealen. En Route III, hoofdstuk VI
De schoolleiding is gaande de ontwikkelingen
verjongd. Wies Streef leidt de onderbouw, Willem
Houtappels neemt de leerlingbegeleiding over van
Zuster Ingrid. Jacques van Krevel leidt de bovenbouw, Anton van de Akker neemt na herhaalde
invalbeurten de taak van beheer over en Toon van
Dijk wordt na het vertrek van Theo Clemens de
waarnemend directeur. Wanneer Wies de school
gaat verlaten, wordt Sipke Pardieske benoemd.
Op 26 februari 1980 wordt het derde rapport in de
reeks “En Route” het personeel aangeboden, “zoals
dat ter verantwoording van onze ontwikkeling naar
het ministerie aan Onderwijs en Wetenschappen is
gezonden,” aldus de aanbiedingsbrief. “Het rapport
zal in ieder geval nog besproken worden op één of
meer open gespreksavonden en daarna(ast) in
schoolraad en bestuur.”
De eerste zin van de aanbiedingsbrief, waarin
melding gemaakt wordt van toezending aan het
ministerie, leidt bij enkele collega’s al tot heftige
reacties. “Wat wij als personeel er van vinden, is
kennelijk niet belangrijk,” klinkt het vanuit de
gedemocratiseerde gelederen. Het is het begin van
een discussie, die tot ernstige stagnatie in de
ontwikkeling van de school zal leiden.
In hoofdstuk VI van En Route III is het ipo-systeem
uitgebreid in zijn didactische vormgeving uitgewerkt en in principe ter uitvoering door alle vakgroepen. Die kant moet het uit in de onderbouw. En
daar zit de angel van dit strijdpunt. De ontwikkelingen zijn in enkele vakgroepen, zoals eerder
beschreven, ver gevorderd, maar er wordt nog
geworsteld met ofwel hardnekkige didactische
problemen rond bv. de toetsing bij “de wereld van
112
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
de natuur”, dan wel met pedagogische uitgangspunten als individualisering versus sociale vorming
door middel van groepstaken bij “de sociale
wereld”.
De uitwisseling van visies en standpunten binnen
de diverse vakgroepen, in de wandelgangen en
binnen de personeelsraad, brengt diepgaande
verschillen van inzicht en opvattingen onder de
docenten aan het licht. Daarnaast houden de
gemoederen zich bezig met uitspraken over de
democratische kwaliteit van de besluitvorming
ofwel het ontbreken ervan.
Hoewel Hans Satter vanaf de start van de havo bij
Interstudie werkzaam is en dus niet direct met de
school verbonden is, heeft hij de ontwikkelingen in
Wijchen op afstand gevolgd. Hij verschijnt later
weer op het toneel in een poging de impasse te
doorbreken. Hij schetst de situatie als volgt:
“Het verschijnen van En Route III wekte veel irritatie
binnen de school; in alle geledingen werd erover
gesproken en vooral in de bekende wandelgangen.
Ook collega’s, die nog oude geschilpunten over zeer
uiteenlopende zaken met regelmaat aan de orde
stelden in de vakgroepen of andere geledingen,
sloten zich hierbij aan; soms alleen met de bedoeling oude strijdpunten weer in discussie te kunnen
brengen. Dat werkte vertroebelend en de discussiepunten stapelden zich op. Daarnaast hadden de
jonge collega’s volop kennis kunnen nemen van het
democratiseringsproces in hun opleidingsinstituten
en er ook vaak in geparticipeerd. Het was voor hen
een normaal gegeven, dat de inhoud, de vormgeving en de werkwijze in het onderwijs ter discussie
stonden en er in gemeenschappelijkheid op de
“werkvloer” over beslist diende te worden. Deze
opvattingen vonden geen gewillig oor bij de
schoolleiding, een aantal collega’s binnen de
school en zeker niet bij het bestuur. Wat de ene
groep als “opgelegd” beschouwde, zag de andere
als een volgens de juiste procedure tot stand
gekomen afspraak.
De school had zichzelf opgescheept met een
nauwelijks te hanteren probleem, dat zich onder en
aan de oppervlakte wist te handhaven tot ver in de
jaren tachtig. Langzaam maar zeker gingen vakgroepen meer en meer hun eigen weg en de centrale
regie nam af.”
Veel ongerichte energie komt vrij
Vele besprekingen volgen. Het bestuur wenst advies
van de schoolraad. Alle geledingen in dit adviesorgaan kunnen instemmen met het gestelde in En
Route III, inclusief hoofdstuk VI; alleen de afvaardiging van de personeelsraad neemt geen standpunt
in vanwege de complexiteit van het probleem en de
grote verdeeldheid hierover in haar achterban. Het
bestuur van deze raad komt alsmaar niet op één lijn
en voelt zich van alle kanten onder druk gezet. Het
schoolbestuur formuleert in november 1980 zijn
visie: “De komende tijd zal er duidelijkheid
verschaft moeten worden aan de vakgroepen, dat
113
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
het besluit herzien. Het bestuur stelt het besluit
over En Route opnieuw uit en wijst tevens het
personeel erop, dat het bestuur beslissingen neemt
omtrent de onderwijsdoelen en de wijze waarop
deze bereikt dienen te worden. Dat hoort niet tot de
competentie van de vakgroepen. Dat is de knuppel
in het hoenderhok. Discussie alom en verwarring in
alle gelederen. Het getuigt van een grote betrokkenheid en het vergt veel energie. Het werk moet
immers doorgaan. Vooral in de onderwijsgebieden
waar de ipo’s een grote rol spelen, wordt tegen de
algemene opinie in, met volle inzet gewerkt aan
verbeteringen en aanvullingen.
De “momentopname van het onderwijsveranderingsproces in de onderbouw”, door Kees
van de Wiel vastgelegd in februari 1981 in een
notitie, brengt enige helderheid, maar deze draagt
geen oplossingen aan. Het bestuur wenst een
constructieve discussie met het personeel over het
realiseren van het ipo-systeem; er is nog te weinig
op basis hiervan uitgewerkt om te kiezen voor een
alternatief. De vakgroepen wordt gevraagd een
overzicht van activiteiten gericht op gepositioneerd
onderwijs op te stellen, waarin ook de problemen in
relatie met de vakdoelstellingen worden aangegeven.
men zich dient te houden aan het uitgestippelde
beleid. Momenteel wordt er niet direct naar het
einddoel gewerkt.” Ook binnen de directie, zo is
bekend bij het bestuur, is er geen overeenstemming
over de oplossing. Daar valt ook nog werk te doen.
Vakgroepen, waaronder die van “de sociale
wereld”, stellen de algemene onderwijsdoelen van
de school ter discussie, met name de individualisering in de onderbouw.
Enkele bestuursvergaderingen verder, januari 1981,
heerst er sterke onvrede over de houding van de
personeelsraad. Deze heeft op haar verzoek
schriftelijke reacties ontvangen van veel personeelsleden en zendt deze met het verslag van haar
beraad toe aan het bestuur. “Uit deze reacties blijkt
overduidelijk, dat tegen de inhoud van hoofdstuk VI
grote bezwaren bestaan… Op grond van het
voorgaande moet de personeelsraad negatief
oordelen over hoofdstuk VI en zij verzoekt het
bestuur het personeel indringend en formeel te
betrekken in de beleidsvoering.”
Geprikkeld neemt het bestuur een besluit; model En
Route III of DBK te realiseren door aan te sluiten bij
het DBK-project avo/lbo van het convent van
scholengemeenschappen. Een maand later wordt
114
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Wie heeft het voor het zeggen?
directie en speciaal de directeur, wordt een al te
overheersende rol verweten. De schoolraad is het
enige orgaan, dat in de beleidsvoorbereiding kan
worden betrokken. Het bestuur wijst het verzoek af.
Een deel van het personeel en vooral de
personeelsraad ziet hierin de hand van de schoolleiding. De tegenstellingen binnen de school
worden steeds meer in de sfeer van aantijgingen en
wantrouwen uitgedrukt.
We geven Frans van Luijk het woord. “Het zijn goede
jaren voor Scholengemeenschap Wijchen. In de
eerste tien jaar is er een toename van leerlingen
van 700 tot ruim 1300. Moeilijke leerlingen uit Oss
en Nijmegen weten de weg te vinden. Maar er zijn
ook schaduwzijden. Cals’ idee maakt plaats voor de
middenschool van Van Kemenade, waarin de
grenzen nog steeds gehandhaafd worden. Met de
komst van de havo in 1977 doet een andere
splijtzwam zijn intrede. Een deel van de nieuwe
havo-docenten wendt zich af van de gegroeide
praktijk, wat de eenheid van het team danig
verstoort. Hoewel de onderwijsinspectie steun
verleent, is er in politiek Den Haag steeds minder
aandacht en interesse voor de Wijchense problematiek. Gevolg: het aantal leerlingen loopt snel terug.”
Frans onthult daarmee de uitkomst van de strijd om
de idealen.
Directie en bestuur liggen niet op één lijn. De
directie vindt, dat de besluitvormingslijn gevolgd
dient te worden en de schoolraad niet buiten spel
mag staan. Stevige discussies zijn nodig om op één
lijn te blijven. Het bestuur, ook onderling verdeeld,
wil deze lijn opnieuw uitgewerkt zien, omdat het
personeel zijn onvrede uit over de wijze waarop
besluiten tot stand komen. De directie neemt nu
eenmaal de centrale positie in, die voortvloeit uit de
organisatiestructuur en redelijk past bij het
uitvoeren van de dominante Haagse regelgeving.
Daarmee heeft een aantal docenten geen vrede. Het
gegeven, dat En Route III om faciliteiten veilig te
stellen reeds naar Den Haag gestuurd is, weliswaar
met de opmerking, dat beraad binnen de school
nog plaats moet vinden, schiet hen in het verkeerde
keelgat. Vooral de jonge generatie, geschoold in de
democratiseringsperiode tijdens hun opleiding,
roert zich. Discussie en medezeggenschap is hun
met de “Nijmeegse paplepel” ingegeven. Weliswaar
valt dit verschijnsel samen met het ingroeien van de
havo in de scholengemeenschap,maar het is te veel
eer, dit alleen aan de havo-docenten toe te schrijven. Recht van spreken hebben de jonge docenten
in “de wereld van de natuur” en “de sociale
wereld”, omdat zij de uitdaging invulling te geven
aan een zeer fundamentele onderwijsvernieuwing,
zijn aangegaan. Wanneer je dan door
meerderheidsstandpunten wordt teruggefloten, is
dat moeilijk verteerbaar.
Pieter van de Schans: “De meerderheid van de
docenten, waaronder ook veel havo-docenten,
bemoeide zich nauwelijks met de onderwijskundige
ontwikkelingen in de onderbouw. De vakgroepen,
die wel hun nek hadden uitgestoken door het iposysteem in te voeren, waren toe aan evaluatie en
verbetering. Ze hadden het gevoel dat het systeem
tegen zijn eigen grenzen en beperkingen aanliep. Er
was ruimte en tijd nodig om daarover met collega’s,
schoolleiding en bestuur te kunnen discussiëren
alvorens verder te kunnen gaan.”
Het overleg van de vakgroepcoördinatoren en
indirect daarmee de vakgroepen vraagt bij de
beleidsvoorbereiding rond de onderwijsontwikkeling betrokken te worden. In de
organisatiestructuur is dit overleg echter alleen
bedoeld voor het uitvoeren van onderwijsbeleid,
dat door het bestuur is vastgelegd. Deze discussie
past weliswaar in de tijdgeest, maar leidt niet tot
bijstelling van de besluitvormingsstructuur. De
Het woord is aan de vaksecties
De eerder genoemde momentopname wordt verder
uitgebouwd tot een uitgebreide inventarisatie van
activiteiten en problemen. Een lijfelijk boekwerk
door de onderwijskundig adjunct-directeur in
hechte samenwerking met de vakgroepen samengesteld, wordt binnen de schoolleiding geanalyseerd.
Problemen worden ingedeeld in bespreekbaar en
oplosbaar enerzijds en onoplosbaar anderzijds.
Terugkoppeling naar de vakgroepen levert geen
nieuwe standpunten op.
In juni 1981 buigt het bestuur zich over de inventarisatie van de problemen met het standpunt van de
directie ernaast. Deze laatst beschouwt realisatie
van het ipo-systeem als onhaalbaar en geeft het
bestuur het advies mee de schoolraad te raadplegen over eerder genoemde keuze; ipo of DBK.Het
bestuur dient voor einde 1981 te beslissen. “De
wereld van de natuur” zou de gelegenheid geboden
kunnen worden de individualisering verder te
ontwikkelen.
115
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Het bestuur conformeert zich aan de analyse van de
schoolleiding, maar houdt daar niet eensgezind
aan vast. In een bijeenkomst met de
personeelsraad wordt door de aanwezige docenten
een pleidooi gehouden voor het aanpakken van de
problemen van het ipo-systeem en de bestuursleden reageren zeer verdeeld. Voorstellen, zoals
basismodel per vak, worden gedaan, maar de
voorzitter verklaart, dat er geen besluiten worden
genomen. Verwarring alom.
Open gesprekken; we gaan door
In oktober kondigt de directie aan, dat er een serie
open gesprekken volgt. Intussen is de school
geconfronteerd met de terugloop van het aantal
aanmeldingen voor de brugklassen van 306 in 1980
naar 243 in 1981. Elke leerling minder kost ongeveer 1 ½ leraarles. De moed om door te gaan staat
onder druk, wanneer de gesprekken gevoerd
worden. Er is van de zijde van het personeel weinig
belangstelling voor de historische ontwikkeling en
de organisatorische opzet in tegenstelling tot die
voor de bespreking van het model “En route III,
hoofdstuk 6”. Zetten worden herhaald. Ondanks de
vele problemen pleit het personeel voor doorgaan
met de ingezette ontwikkelingen.
Het bestuur besluit mede op aangeven van de
schoolraad het ipo-systeem als ontwikkelingsmodel
voor de hele school te kiezen. Vakgroepen moeten
hun planning meer afstemmen op invulling van het
systeem. De talen, wiskunde en expressie dienen
op langere termijn over te gaan van de bestaande
opzet naar het gekozen ontwikkelingsmodel. Over
twee jaar, juni 1983, vindt evaluatie plaats.
Intussen wordt na een half jaar door de schoolleiding over de voortgang gerapporteerd. De vorderingen zijn minimaal. Het bestuur neigt tot vervroeging
van het evaluatiemoment. Onder druk wordt dit
moment verplaatst naar januari 1983.
Tegen alle verwachtingen in herstelt zich het aantal
aanmeldingen voor de brugklas tot 274 in 1982.
honoreren door het ministerie van het derde en
vierde leerjaar als zijnde heterogeen. Teamteaching
bij het ipo-systeem met vier docenten op drie
klassen is nauwelijks te handhaven. Het bestuur
neemt het voorlopige standpunt in, dat het ipomodel, gezien de stand van zaken, vervangen dient
te worden door DBK. Eind februari 1983 dienen de
directie, die de visie van het bestuur onderschrijft
en de raden hierop schriftelijk te reageren. De
reacties komen te laat voor een goede besluitvorming en bevatten meer vragen dan standpunten. Er
ontstaat in de bestuursvergadering een ellenlange
discussie. Men is letterlijk besluiteloos. Weten we
wel waar het allemaal om gaat? Hoe ziet er DBK uit?
Hoe is het tot deze crisis kunnen komen? De keuze
is niet het probleem, maar hoe lossen we de
problemen op? De te maken keuze heeft ook zijn
invloed op de geplande nieuwbouw. Stel die dan
maar uit? De bestuursgeleding van de ouders “wil
zo snel mogelijk van de ellende af, zodat de school
weer normaal gaat functioneren.” Dat wordt nog
eens onderstreept door: “Ik heb al ettelijke reacties
gekregen van ouders, die leerlingen hier op school
hebben en het komende jaar geen kinderen hier
naar toe sturen.”
De problemen zijn complex en veelvuldig. Martin
Hulsen en Arie de Kleyn, uitgenodigd als vertegenwoordigers van de personeelsraad, discussiëren
mee, wanneer het gaat om het instellen van een
“commissie van goede diensten” en de inrichting
van het onderwijs. Het bestuur neemt geen besluit,
maar wil een degelijk advies van niet-betrokken
deskundigen. Dat kost tijd; heel veel tijd. De
neiging van het bestuur om nu eens de oren te laten
hangen naar de personeelsraad en dan weer naar
de schoolleiding verscherpt de toch al geladen sfeer
binnen de school. Problemen worden alleen maar
groter en niet aangepakt. Hoe moet het met de
bouwplannen en de leraarlessen? Het personeel wil
Heroverweging.
Het ipo-model wordt verlaten?
Een besluiteloos bestuur
De planning En Route III vordert niet naar wens.
Alleen “de wereld van de natuur” voldoet in
voldoende mate. De financiën staan sterk onder
druk. Er moet geld uit eigen fondsen bij. Het aantal
leraarlessen wordt minder in verband met het niet
116
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
verder. Mogen we offers vragen? Moeten de vier
docenten op drie klassen in de onderbouw teruggebracht worden tot drie? De klassendeler wordt
geleidelijk aan verhoogd tot 28 leerlingen per
klas.Uiteindelijk komt er ook nog bij, dat de
leerlingen in de bovenbouw meer dan gemiddeld
niet op het juiste niveau blijken te functioneren.
Anton van de Akker blikt terug. Hij is jarenlang
voorzitter van de personeelsraad. “De discussies
met de havo-docenten waren een logisch gevolg
van het democratiseringsproces, dat aan de
universiteiten in die tijd tot een afronding was
gekomen. Op zich geen verkeerde of kwalijke
ontwikkeling. Het inkaderen van de havo eiste een
dermate grote hoeveelheid werk op, dat voor
discussies over het hoe en waarom van de opzet
van de totale scholengemeenschap nauwelijks
ruimte werd gemaakt. We hadden meer moeite
moeten doen om in gesprek te blijven met de
nieuwelingen. De indruk, dat al het bestaande niet
deugde, drong zich sterk op. De groepsvorming van
docenten rond de onvrede met de bestaande
besluitvorming was schadelijk voor de richting en
de vlotte aanpak van de bestaande integratieproblemen. De discussie verplaatste zich naar de
vakgroepen en de vakgroepcoördinatoren. Een
open discussie met de schoolleiding verviel vaak in
het betrekken van stellingen en niet in oplossend
handelen of een constructieve planning van hoe nu
verder. De nieuwe collega’s hadden zeker veel
capaciteiten in huis. Jammer dat die niet altijd
constructief werden benut.”
greerde 3-havo wordt categoriaal.
In december concludeert de commissie, dat “voor
een aantal vakken het huidige model niet haalbaar
is en voor andere vakken grote waarde heeft,” aldus
de bestuursnotulen van 22 december 1983. “Laat
deskundigen hier een uitspraak over doen.”
Opnieuw fataal uitstel.
Intussen zijn er ontwikkelingen achter de schermen
omtrent het andere deel van de opdracht.
Opnieuw Hans Satter aan het woord. Hij schat “de
situatie bij aanvang van de werkzaamheden in als
“chaotisch”, omdat steeds meer mensen hun eigen
richting kozen; gebrek aan regie. Frans van Luijk zag
duidelijk in, dat daar problemen lagen. Geen
samenhang meer. Niemand in huis bleek in staat de
gewenste nieuwe structuur aan te brengen. Er
vonden gesprekken plaats met alle geledingen,
waarbij men vrijuit kon spreken en een hoorzitting
met het totale personeel. Individuele gesprekken
werden gevoerd met de directie- en de bestuursleden.”
De commissie brengt rapport uit aan het bestuur.
Hans Satter weer aan het woord. “Een uitgebreide
analyse van de situatie en een opsomming van de
werkzaamheden van de commissie werden gevolgd
door een aantal voorstellen, die in de vorm van
afzonderlijke bestuursbesluiten waren geformuleerd. Het is overhandigd aan de voorzitter en in de
bestuursvergadering gebracht. Verder is het nooit
gekomen. Mogelijk lag dat aan de eerste twee uit te
voeren bestuursbesluiten: Alle bestuursleden
dienen terug te treden om plaats te maken voor een
geheel nieuw bestuur.
Elk bestuurslid kwam immers voort uit constituerende geledingen, te weten personeel, ouders, de
pastorale raad en de gemeente. Gevolg was, dat de
belangen van de school niet altijd op de allereerste
plaats kwamen. Ook in de schoolleiding zouden
mensen zich op hun positie moeten beraden.Zowel
het bestuur als de top van de school moest met een
schone lei kunnen beginnen om het vertrouwen van
het personeel terug te winnen.
De door de commissie voorgestelde besluiten
werden niet genomen, waardoor een definitieve
breuk met het bestuur ontstond. Alle geledingen
zegden het vertrouwen op en binnen de school was
men blij met het onmiddellijke vertrek van dit zo
verdeelde en besluiteloze bestuur. In september
1984 was de school bestuurloos.
Alleen wanneer de geledingen afzagen van hun
recht tot voordracht van bestuursleden kon een
nieuw, op de belangen van de school gericht,
Commissie van goede diensten.
Ingrijpende voorstellen.
Het is al juni 1983, wanneer de commissie is
samengesteld. Hans Satter als de kartrekker, Theo
Clemens, oud-inspecteur Ackermans en jurist Mr.
Zegers vormen de groep van wijze mannen. Hun
opdracht is tweeledig. Bezie hoe het staat met de
interne verhoudingen, de knelpunten en de
openingen, uitmondend in een advies om op een
andere dan wel betere wijze verder te gaan en
adviseer omtrent de keuze tussen En Route III en
DBK. Gevraagd wordt om in juni de bevindingen
kenbaar te maken. Maar het is al juni, wanneer de
commissie geïnstalleerd wordt.
De schoolleiding moet maatregelen nemen.
Teamteaching wordt bij gebrek aan leraarlessen
teruggebracht tot één docent per klas, met uitzondering van “de wereld van de natuur”. De geïnte117
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
bestuur samengesteld worden. Schriftelijk werd de
geledingen gevraagd niet binnen de drie maanden,
zoals statutair vereist was, met een voordracht te
komen om ruimte voor het vormen van een nieuw
bestuur te creëren.”
Tot zover Hans Satter. Hij wordt er op uit gestuurd
om kandidaten aan te zoeken. Ruud van Ommeren,
organisatiedeskundige van het Bureau Zuidema
wordt voorzitter. Verder krijgt hij de medewerking
van Siem Markering, Pim Kleinbergen en Gert
Leertouwer. Het rompbestuur zoekt met Hans naar
verdere aanvulling. Twee leden keren terug in het
nieuwe bestuur, dat op 17 december aantreedt. Eén
van de eerste besluiten is het instellen van de
medezeggenschapsraad, het opheffen van de
schoolraad en een kennismakingsronde met
ouderraad en het personeel.
Ruim een jaar na haar instelling beëindigt de
commissie haar werkzaamheden.
Intussen is de teamteaching verder afgebouwd en
zijn kleine clusters in de bovenbouw opgeheven.
Het schooljaar 1984-1985 gaat nog altijd met een
onveranderd onderwijsmodel verder, maar er zit
nog maar weinig spirit in. In het schooljaar 19851986 is het afgelopen met “de wereld van de natuur
en “de sociale wereld”. Algemene techniek werkt
ook voortaan met één klas per docent. Het personeel neemt een uiterst afwachtende houding aan.
De eerste ontslagen zijn gevallen en docenten, die
jarenlang niet in de onderbouw werkzaam zijn
geweest, gaan erg sceptisch om met de verworvenheden in de brugperiode. De enkele idealisten, die
hun schouders onder het takenonderwijs hebben
gezet, vechten steeds meer tegen de bierkaai en
gaan verliezen.
Het oude bestuur besluit in mei 1984 op één van
zijn laatste vergaderingen tot het instellen van een
“Commissie Onderwijs op Langere Termijn”.
stand van zaken opgemaakt. De vakgroepcoördinatoren worden ingeschakeld en zij koppelen
terug naar de vakgroepen. Visies en onderwijskundige argumenten dienen de doorslag te geven om
zakelijke besluitvorming haalbaar te maken.
De commissie hanteert een open werkwijze naar
personeel, directie en de andere geledingen en wint
daarmee vertrouwen. Zij organiseert bijeenkomsten
van de vakgroepcoördinatoren met de schoolleiding
over de randvoorwaarden, behorend bij diverse
modellen en ook dat is vertrouwenwekkend. In
oktober verschijnt het tussenrapport. Uitdrukkelijk
wordt iedereen gevraagd vanuit hun invalshoek en
hun deskundigheid te reageren op de voorstellen
en de verslaglegging van diverse bijeenkomsten. De
commissie probeert zo zakelijk mogelijk vragen te
beantwoorden.”
Het is duidelijk; het personeel wil uit de verlammende impasse. Op de vraag of de vakgroepen in
staat zijn leerstof te verzorgen in en over te dragen
aan een tweejarige heterogene onderbouw, klinkt
steeds vaker het “nee”. In enkele vakgroepen zijn
minderheden die liever een bevestigend antwoord
geven. De discussie verlegt zich dan naar de opzet
van het tweede leerjaar; havo naast mavo-lbo,
havo, mavo en lbo, havo-mavo naast lbo of een
dakpansysteem. Het al of niet handhaven van het
diploma “voortgezet onderwijs” hangt daarmee
samen.
De studiemiddag van 28 november 1984 voor het
totale personeel, inclusief de schoolleiding, moet
resulteren in keuzes ten behoeve van de opzet van
de school in de toekomst. De getalsmatige voorkeur
omtrent de geboden varianten zal de Colt betrekken
in haar eindadvies. De varianten zijn gewogen op
de volgende criteria: onderwijskundige
hanteerbaarheid, individualiserend vermogen,
duidelijkheid en rust in de organisatie naast
haalbaarheid. De vergadering heeft de neiging toch
weer andere varianten in te brengen,maar de
commissie houdt haar rug recht om te voorkomen,
dat er een eindeloze discussie ontstaat met een
onwerkbare uitkomst. De schriftelijke stemming
levert op, dat de school verder dient te gaan met
één brugjaar en daarna de schoolsoorten separaat
opzet. Een grote minderheid, bijna veertig procent,
vindt dat in het tweede leerjaar de havo naast
mavo/lbo haalbaar is.
De commissie adviseert in haar eindrapport in
december 1984 het bestuur conform het
meerderheidsstandpunt. Het bestuur legt dit advies
voor aan de MR en de schoolleiding ter advisering
De COLT.
Eénjarige brugperiode en daarna categoriaal
Het personeel, het bestuur en de directie leveren
elk twee leden voor deze commissie. Vanuit het KPC
komt ondersteuning. Opdracht: “Stel voor november een onderwijsmodel op voor het schooljaar
1985-1986.” In deze commissie vervult Kees van de
Wiel de taak van het secretariaat. Al snel ontvallen
de Colt door de bestuurscrisis de leden van het
bestuur.
Kees: “In hoog tempo wordt informatie vergaard
over modellen, de historie op een rij gezet en de
118
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
stand te kunnen houden.
Tijdens de informatieavonden op de basisscholen
worden de voorlichters nogal vaak geconfronteerd
met lastige vragen. Zij kunnen niet die duidelijkheid
geven, die wenselijk is. De besluiteloosheid over
het te kiezen onderwijsmodel is niet uit te leggen.
De onrust en verdeeldheid binnen de school heeft
zijn effecten naar de buitenwereld, zowel naar
ouders als naar het onderwijzend personeel van de
basisscholen. Het “sg Wijchen-diploma” vraagt veel
uitleg en hoewel leerlingen van de opzet alleen
maar voordeel hebben, neemt de twijfel “in het
dorp” toe. De Scholengemeenschap Wijchen heeft
veel van haar krediet verspeeld. Zo goed als de
contacten zijn in de tijd, dat alles crescendo gaat,
zo verstoord zijn die in de tachtiger jaren. De
bijeenkomsten van de basisschoolleiders op de
scholengemeenschap worden in afnemende mate
bezocht. De mening heerst o.a. bij bestuur en
schoolleiding, dat verbetering van het info-materiaal naar de basisscholen en ouders geen zoden aan
de dijk zet en daar wordt aanvankelijk dan ook niet
in geïnvesteerd. Daarnaast zijn de ideeën achter de
scholengemeenschap steeds minder verkoopbaar
als gevolg van de veranderende visie op onze
samenleving, waarin individualisering meer en
meer tot norm wordt gesteld.
en besluit op 6 maart 1985 “ten aanzien van het
onderwijsmodel voor een éénjarige brugperiode en
een indeling vanaf het tweede leerjaar in de
schooltypen lhno,leao, lto, mavo, havo, (vwo). Het
bestuur zal, mede gelet op landelijke ontwikkelingen, opdracht geven tot een studie waarbij de
mogelijkheden van inrichting van het tweede
leerjaar v.w.b. de onderwijskundige vormgeving
onderzocht worden. Deze onderwijskundige
vormgeving moet een positief perspectief bieden
voor een zo optimaal mogelijke interne doorstroming van leerlingen.” Aan de geledingen en alle
personeelsleden wordt dit besluit met een toelichting toegezonden. Daar kan de school op het eerste
gezicht mee vooruit.
Vechten tegen de bierkaai.
Intussen gaan de aanmeldingscijfers naar een
dramatisch dieptepunt. Is dat in 1983 nog 217, in
1984 daalt het tot 180 en in het jaar, dat alles
anders moet, hebben slechts 125 leerlingen
vertrouwen in de nieuwe opzet. Dat neemt in 1986
enigszins toe om daarna steeds rond 120 te blijven
hangen; onvoldoende om een zo brede scholengemeenschap met zijn vele afdelingen optimaal in
119
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
Teleurstelling overheerst bij de voorvechters van
geïntegreerd onderwijs
1987 schrijft hij namens het bestuur een brief aan
het Ministerie van Onderwijs, waarin hij mededeelt,
dat de scholengemeenschap Wijchen zal worden
ontbonden in categoriale settings. Het “sg Wijchen
– diploma” wordt na 1990 niet meer uitgereikt.
De nieuwbouw aan de Oosterweg in de vorm van
versoberde elementenbouw, die in 1985 gerealiseerd zou worden, is mede door de bouwstop in
oktober 1984 ook al niet doorgegaan.
Bij de stemming over het te kiezen onderwijsmodel
is de teleurstelling alom merkbaar bij de docenten,
die de tweejarige brugperiode willen handhaven.
Het betreft vooral de collega’s in de onderwijsgebieden, die al zo vele ipo’s hebben geschreven
en ingericht. Ook in de schoolleiding heerst een
katterig gevoel, want de realiteit dwingt tot bezinning op verdere uitvoering van het bestuursbesluit:
terug naar de situatie van begin jaren zeventig.
In ons gesprek met Frans van Luijk vragen we hem
naar zijn reactie. In de wereld van de brede scholengemeenschappen vervult hij immers met
overtuiging en vasthoudendheid een pioniersrol en
dan valt hem en de hardwerkende idealisten
binnen de school de ene verworvenheid na de
andere uit handen. Van hem is de uitspraak: “Want
het ideaal, hoewel onbereikbaar, moet zo dicht
mogelijk benaderd worden.” (Uitleg, 7 mei 1980)
Het ideaal is verder weg dan ooit en definitief
onbereikbaar geworden. Hij verwoordt zijn teleurstelling als volgt:
“Essentieel is voor mij in het onderwijs, dat de
leerling naar vermogen wordt belast.Is dat niet het
geval, dan zullen onherroepelijk problemen
optreden. Ik heb niet kunnen realiseren wat ik voor
de leerling van wezenlijk belang vind: een juiste
vak- en niveaukeuze gecombineerd met de
belangstellingsrichting voor elke individuele
leerling.
Ik vind het spijtig, dat ik niet het hele docententeam
heb kunnen overtuigen van de grote voordelen van
onze aanpak op de lange termijn. Die tijd werd ons
niet gegund. Dat geldt ook voor de politiek: het
korte termijn denken is daar nog steeds gemeengoed, telkens wisselend met de politieke kleur.
Als ik naar het Voortgezet Onderwijs anno 2005
kijk, zie ik weinig verandering met als gevolg grote
aantallen drop-outs, wat de gemeenschap uiteindelijk veel schade zal berokkenen. Juist nu géén
bezuinigingen, maar een fundamenteel andere
aanpak van het onderwijs. Als de grote voordelen
die een scholengemeenschap de leerlingen kan
bieden, niet mogen worden benut, kan men beter
het categoriale systeem handhaven dan wel een
gemeenschap van scholen vormen.”
De wonden worden gelikt. Frans moet in een
periode van drie jaar 54 personeelsleden ontslaan
als gevolg van de terugloop van het aantal leerlingen en de bezuinigingen van de rijksoverheid. In
Scholengemeenschappen bedreigd door opheffingsnormen
Tussen de jaren 1975 en 1985 is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met nagenoeg
100.000 verminderd. Dat treft voor een zeer groot
deel het beroepsgericht onderwijs. Dat is het
ministerie ook niet ontgaan en de nota “Herschikking en Fusie Voortgezet Onderwijs”, beter bekend
onder HEF-VO, verschijnt eind 1984. Vooral de
kleine categoriale scholen worden door de daarin
genoemde opheffingsnormen in hun voortbestaan
bedreigd. Aangezien de terugloop van het aantal
leerlingen zich vooral voordoet op de beroepsgerichte scholen, komt deze nota bij menige
directie en personeel hard aan. Ook het voortbestaan van scholengemeenschappen waarin diverse
schooltypen van deze onderwijsrichting, is in
gevaar en daarmee de werkgelegenheid van velen.
Er komt op grond van deze nota een samenhangend
stelsel, waarbinnen aanvragen voor fusies moeten
worden gedaan. Beslissingen daarover moeten voor
augustus 1988 worden genomen.
Zowel de Scholengemeenschap Wijchen, waar de
terugloop evident is, als De Klokkenberg, waar het
aantal leerlingen eveneens merkbaar vermindert,
maken de rekening op van de eventuele gevolgen
van de voorgestane maatregelen. In Wijchen wordt
daarnaast nog altijd de strijd gevoerd voor het
binnenhalen van het atheneum. De havo groeit niet
uit, zo stelt men daar vast, omdat het vwo ontbreekt. De herhaalde verzoeken tot opneming van
deze schoolsoort worden steeds afgewezen op
grond van het feit, dat er voldoende voorzieningen
in de regio zijn. Overleg over het stichten van een
dependancevorming met één van deze scholen,
waaronder het Dukenburg College, loopt op niets
uit.
Bovendien blijkt, dat de Scholengemeenschap
Wijchen met de keuze voor een éénjarige brugperiode zichzelf ernstig tekort doet, wanneer ze die
keuze ook gaat uitvoeren. De opheffingsnorm
120
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
dilemma.
In de regio Nijmegen is het aantal leerlingen in de
brugklassen van 1979 tot 1984 volgens gegevens
van het Centraal Bureau Katholiek Onderwijs met
21% afgenomen en voor de school in Wijchen zelfs
met 38%. De basisgeneratie, het totale aantal
leerlingen dat naar het voortgezet onderwijs zal
gaan, blijft in deze periode nagenoeg gelijk. De
afname van het aantal geboorten wordt redelijk
gecompenseerd door nieuwbouwwijken. In 1980
behoren 483 leerlingen tot de basisgeneratie en in
1995 zijn dat er 391. Ernstiger is het, wanneer het
belangstellingspercentage, het aantal leerlingen dat
voor je school kiest, verder terugloopt. Dan zit je
snel in de problemen. Voor de Scholengemeenschap Wijchen is het belangstellingspercentage in
1980 nog 48, terwijl dat in 1984 gehalveerd is tot
23. Ervan uitgaande, dat door de keuze van een
duidelijke opzet van de totale school dit percentage
zich enigszins herstelt, hanteert het bestuur bij
haar prognoses 25% en komt zo tot 716 leerlingen
in 1990 en 648 in 1995.
Dat zijn slechte cijfers. De totale schoolbevolking in
1984-1985 van 1077 nadert de opheffingsgrens in
geval van de éénjarige brugperiode. Bijna zes
voltijdbanen staan zonder meer al op het spel. Dat
zal nog oplopen, doordat het aantal verbreders en
volgens HEF-VO wordt dan eerder bereikt.
De Klokkenberg met een tweejarige brugperiode
beperkt zich tot mavo-lbo en tracht, naast de
uitbreiding van de mogelijkheden voor haar
leerlingen, haar voortbestaan veilig te stellen door
gesprekken aan te gaan met het Dukenburg College.
Enkele cijfers ter verduidelijking
De Klokkenberg kent drie schooltypen. Elk jaar in de
brugperiode telt één keer mee voor de opheffingsnorm. Met een bezetting van 60 leerlingen in de
brugklas, 60 leerlingen in de tweede klas, 3x60
leerlingen in het derde leerjaar en eveneens 3x60 in
het vierde leerjaar komt de opheffingsnorm volgens
HEF-VO op 480 leerlingen.
Voor Wijchen met vijf schoolsoorten geldt bij één
brugjaar 1x60, voor het tweede, derde en vierde
leerjaar elk 5x60 en voor 5havo nog eens 1x60
wordt in totaal 1020. Komt men daaronder, dan
moeten er drastische maatregelen genomen
worden, zoals het opheffen van het meest zwakke
schooltype. Bij een tweejarige brugperiode komt de
opheffingsnorm geheel anders uit: namelijk 2x60,
voor derde en .vierde leerjaar elk 5x60 en voor 5havo 1x60, wat een totaal geeft van 780. Dat scheelt
erg veel en het plaatst de school voor een nieuw
121
Van Mammoet tot Maaswaal
8. DE STRIJD OM DE LEERLINGEN
opstellen, waarin aandacht gegeven wordt aan de
gevolgen van het gekozen model voor de rechtspositie van het personeel, de inrichting van de
heterogene brugklas per augustus 1985 en de
inrichting van het 2e leerjaar, de bijstelling van het
determinatiesysteem en de voorlichting aan de
ouders en de hoofden van de basisschool. De
organisatie van de school en de gevolgen van de
keuze voor de nieuwbouw mogen niet onvermeld
blijven.
verdiepers afneemt als gevolg van de stichting van
het Kort Middelbaar Beroepsonderwijs. Genoeg
redenen om nog eens na te denken over het
gekozen onderwijsmodel.
Herbezinning in Wijchen?
Het nieuwe bestuur van de Scholengemeenschap
Wijchen toont daadkracht door de statuten aan te
passen, zodat het vertegenwoordigingsaspect
ondergeschikt wordt aan het schoolbelang.
Benoemingen in het bestuur zijn voortaan een zaak
van het bestuur. De ouderraad en de
personeelsraad mogen reglementair personen
voordragen, waaruit het bestuur zijn keuze maakt.
Het realiseren van vwo in Wijchen zal een vast
onderdeel van de bestuursvergaderingen zijn.
Problemen binnen de school worden onderkend.
In de vergadering van 6 maart 1985 ligt een nota op
tafel, waarin het bestuur de gevolgen schetst van de
HEF-VO. Het gaat naar zijn mening niet meer alleen
om het onderwijsmodel, maar ook om het voortbestaan van de school. Vandaar ook de toevoeging
aan zijn besluit over het onderwijsmodel, dat “het
bestuur, mede gelet op landelijke ontwikkelingen,
opdracht zal geven tot een studie waarbij de
mogelijkheden van inrichting van het tweede
leerjaar v.w.b. de onderwijskundige vormgeving
onderzocht worden.” De directie moet een plan
De praktijk
De onderwijskundige inrichting van het tweede
leerjaar kost bij complete opsplitsing in schoolsoorten veel leraarlessen. Het bestuur heeft gevraagd
een onderzoek te doen naar de opzet van het
leerjaar en verzoekt de directie in oktober 1985 in
verband met het schrijven van het voorlichtingsmateriaal voorstellen te doen in de vorm van bv.
opsplitsing in lbo- en avo-klassen. Het wordt: vier
klassen mavo-lbo en één klas havo. De MR reageert
en wil instemmingsrecht, wanneer het personeel in
meerderheid het besluit afwijst. Dat laatste gaat
niet gebeuren. De tweejarige brugperiode blijft voor
een groot deel voorlopig overeind en het veertigpunten systeem ook. Toch zullen minimaal een
tiental volle banen verloren gaan. De totale schoolbevolking is op 1 september 1986 gedaald tot 806.
122
DEEL 2 HET IS AL FUSIE DAT DE KLOK SLAAT
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
aantal brugklasleerlingen, zodat er afdelingen of
zelfs schoolsoorten met opheffing worden bedreigd. Het Dukenburg College ziet aan de verre
horizon problemen opdagen, wanneer in Wijchen
het vwo wordt binnengehaald zonder directe
betrokkenheid van Dukenburg. Daarnaast ontwikkelt zich in Lindenholt het openbaar avo-vwoonderwijs.
Er worden wat vliegoefeningen gehouden voorafgaand aan de start van het Maaswaal College.
Alvorens scholen tot vergaande samenwerking
besluiten met als doel fusie, moet er heel wat aan
de hand zijn. Het voortbestaan van de school kan
op korte of langere termijn problematisch worden.
De mogelijkheden om tot samenwerking met
andere scholen te komen worden verkend. Het
vormen van brede scholengemeenschappen is
vanaf halverwege de jaren tachtig zeker niet meer
populair. Het fuseren met gelijksoortige scholen is
vaak een tussenoplossing. Er wordt veel energie
gestoken in het onderzoek naar de leerlingenstromen, het onderwijsaanbod, de gevolgen voor
het personeel, de inrichting van het onderwijs, de
huisvesting, de organisatie van de school, de
schoolcultuur en de financiën. Alle fusieprocessen
beginnen met een soort verkenning van deze
factoren om er in de fase na de intentieverklaring
van de besturen grondig studie van te gaan maken.
Wederzijds vertrouwen en gunstige toekomstperspectieven voor leerlingen, school en niet in de
laatste plaats het personeel, vormen een goed
fundament voor een geslaagde fusie.
De scholengemeenschappen De Klokkenberg en
Wijchen kampen met een sterke afname van het
SAMENWERKING IN DE WIJK DUKENBURG
Vanaf het moment van de vestiging in de nieuwbouwwijk Dukenburg van de beide mavo’s Martin
Luther King en De Klokkenberg zijn er goede
contacten tussen beide scholen. Er vindt met
regelmaat overleg plaats over toelating en het
wederzijds opnemen van tussentijds uitstromende
leerlingen. Aan de Staddijk is voor beide scholen
bouwgrond gereserveerd, waar de tot avo-vwo
uitgegroeide Martin Luther King zich onder de naam
Dukenburg College huisvest. Om eerder genoemde
redenen is De Klokkenberg op Zwanenveld terecht
123
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
personeel en school? Een brede scholengemeenschap betekent niet het huisvesten van duizenden
leerlingen op één locatie, maar integendeel: de
leerlingen spreiden over goed geoutilleerde
gebouwen. Echter, één grote organisatie geeft wel
de mogelijkheid om de gezamenlijke verantwoordelijkheid gestalte te geven voor alle leerlingen in het
voedingsgebied.”
En Hugo staat in zijn visie niet alleen. In een brief
van 10 juni 1986 aan de Scholengemeenschap
Wijchen, die fusiegesprekken voert met De Griend
in Grave, verwoordt bestuursvoorzitter Harrie
Boelaars het als volgt: “Het bestuur streeft – uit
oogpunt van optimalisering van het onderwijsaanbod, alsmede van het streven naar continuïteit
in personeelsbeleid en middelengebruik – naar
bundeling van krachten van het bijzonder voortgezet onderwijs in de regio Dukenburg, Lindenholt /
Wijchen. De in de afgelopen periode gegroeide
overlegsituatie tussen (de directies van) de S.G. De
Klokkenberg en het Dukenburg College juicht het
bestuur dan ook toe.” De voorzitter stelt “dat
uitbreiding van de samenwerking in de richting van
de S.G. Wijchen een goede zaak is.” Het is een
regelrechte uitnodiging voor nadere contacten, die
gekomen.
Kees Bos is er van overtuigd, dat “wanneer de
oorspronkelijke bouwplannen doorgegaan waren,
er op één plek in de wijk een brede onderwijsvoorziening ontstaan was, waarin voor samenwerking optimale kansen lagen.”
De beide directies brengen met regelmaat naar
voren, dat de afname van het aantal leerlingen in
het voedingsgebied, ontwikkelingen in het kader
van de mogelijke toename van het onderwijsaanbod in Lindenholt en Grave/Wijchen en de
afnemende betekenis van de denominatie bij de
keuze van ouders voor de school voor hun kinderen,
beide scholen steeds dichter bij elkaar brengen. De
identiteitsbeleving binnen beide scholen groeit ook
steeds meer naar elkaar toe. Al deze factoren
vergroten in de loop der jaren de wil tot samenwerking.
Hugo Besjes verklaart zich voorstander van een
brede scholengemeenschap, maar verbindt daar
wel voorwaarden aan. “Een school is geen eiland en
dient niet enkel de plaatselijke opvang van leerlingen. De structuren moeten meer omvattend
zijn.Waarom elkaar beconcurreren, terwijl samenwerking winst kan opleveren voor leerlingen,
Hugo Besjes presenteert Duckchannel
(1989) links Marga Boes
rechts Wil van Rossum en Ben Rutten
124
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
voor verdere uitwerking aan de beide schoolleiders
wordt overgelaten.
voordeel…. Ondanks herhaald aandringen van
Nijmeegse kant hebben de besturen van Wijchen en
Grave tot nu toe er geen blijk van gegeven de toen
gemaakte afspraken te honoreren.” De
Dukenburgse scholen willen het voorgenomen
onderzoek niet langer opschorten. Beide scholen
liggen in hetzelfde voedingsgebied en staan samen
garant voor een breed vormingsaanbod. Als zij zich
als een samenhangende eenheid aan de basisscholen presenteren, zal de wervingskracht mogelijk
sterker worden. Dat is nodig, wanneer de in 1980
opgestarte ontwikkelingen voor openbaar onderwijs
in Lindenholt en de mogelijke fusie Grave/Wijchen
gestalte krijgen. Daarnaast stimuleert het ministerie
brede samenwerking in de sfeer van de bekostiging
en andere maatregelen in de voorwaardensfeer.
Het bestuur nodigt de medezeggenschapsraden uit
hun voorzitters of een ander lid voor te dragen voor
bedoelde commissie, waarin van beide scholen
twee directieleden en een bestuurslid participeren.
De heer Van Balen van het KPC biedt betaalde
ondersteuning. Voor de zomervakantie van 1988
moet de nota zijn samengesteld.
Het gezamenlijke directieberaad heeft, gezien de
notitie van oktober 1987, al voorwerk verricht,
waarmee de commissie haar voordeel kan doen.
Fusieboeken van organisaties als het KPC zijn er op
nageslagen. Veel werk is gemaakt van de formulering van de opdracht.
Onder
wij
sk
undig
eo
wegin
gen zoals de
Onderw
ijsk
sku
ndige
ovver
erw
ging
onderwijsdoelen van beide scholen en de praktische realisering daarvan. Voordelen, wensen,
praktische gevolgen voor onderwijsprogramma,
leerlingenaanbod, voorzieningen en personeel,
mogelijke noodzaak tot veranderingen, gevolgen
daarvan, etc. zijn allemaal punten, waaraan veel
aandacht moet worden geschonken.
Om
gev
in
gsaspect
en omvatten de bestudering van
Omg
evin
ing
pecten
de leerlingenstromen in het voedingsgebied, de
bestaande en toekomstige onderwijsvoorzieningen
en de landelijke ontwikkelingen en dat alles op
korte en lange termijn. Wat zijn de gevolgen en
welke vorm van samenwerking is dan noodzakelijk?
Kortom: De commissie krijgt de opdracht mee zowel
de wenselijkheid als de haalbaarheid van samenwerkingsverbanden in beeld te brengen.
Op beide scholen worden de noodzakelijke
gegevens op onderling vergelijkbare wijze verzameld en de commissie aangereikt. Op basis van
consensus worden er voorlopige conclusies aan
verbonden, die met relevante informatie naar de
besturen worden gezonden.
Onderzoekscommissie: Grave geen bezwaar
In het overleg in oktober 1986 met de besturen en
directies van Dukenburg en Wijchen is de afspraak
gemaakt “een onderzoekscommissie in het leven te
roepen, die de wenselijke samenwerkingsvormen
tussen besturen en/of scholen in onze regio in kaart
brengt.”
Wijchen is dan, zo stelt haar bestuur, “in een ver
gevorderd stadium van een fusieproces met twee
scholen in Grave.” Dat vraagt veel aandacht, “maar
niet dusdanig dat men geen oog heeft voor het
mogelijke belang van een bredere, regionale
aanpak van de onderwijsproblematiek.” Het
Dukenburg College “benadrukt andermaal het
belang van samenwerking in de regio voor de
optimalisering van het onderwijsaanbod, voor de
verbetering van de concurrentiepositie ten opzichte
van het openbaar onderwijs en voor het planmatiger omgaan met mensen en middelen.”
Zo liggen de kaarten. In Wijchen blijft het stil. De
afspraak Grave erbij te halen heeft geen resultaat.
Dukenburg werkt nauw samen met De Klokkenberg
en die twee scholen wijzen, zoals afgesproken, elk
een bestuurslid en een lid van de directie aan.
Op 4 februari 1987 herinnert W. Braakhekke,
bestuursvoorzitter van De Klokkenberg, het bestuur
van Wijchen aan de afspraak met het verzoek
“eveneens tot aanwijzing van de commissieleden
over te gaan en de beide Graafse schoolbesturen
daartoe uit te nodigen. Mocht U inmiddels van
gedachte zijn veranderd over het nut van een
dergelijke onderzoekscommissie, dan zouden wij
dat gaarne op korte termijn van U vernemen.”
Daar wordt niet meer op gewacht. Onderzoeksgroep Klokkenberg – Dukenburg College
Het bestuur van het Dukenburg College richt op 16
november 1987 een schrijven aan het schooloverleg, waarin het mededeelt samen met het
bestuur van De Klokkenberg een commissie te
hebben ingesteld, die een onderzoek moet doen
naar de wenselijkheid van en de eventuele mogelijkheden tot een meer gestructureerde en nauwere
samenwerking tussen beide scholen. Er bestaat al
sedert lang een informeel overleg en de landelijke
ontwikkelingen volgend, doet zich steeds vaker de
noodzaak voor tot verdere samenwerking tot beider
125
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
Op basis van de reacties van het bestuur stelt de
commissie haar eindrapport samen, dat voor advies
en inspraak de scholen in gaat. Daarna besluit het
bestuur.
Tijd
pad: november 1987, instelling van de
Tijdp
onderzoeksgroep. Maart en april 1988 de inspraakfase. In september besluiten de besturen en
kunnen eventuele activiteiten, voortvloeiend uit de
besluiten, in het cursusjaar 1988-1989 uitgevoerd
worden.
nog positief uitpakt. Begin 1989 wordt duidelijk,
dat Grave niet naar een andere locatie binnen
Wijchen wil. Directeur Helsland vertrekt naar zijn
geliefde Zuid-Limburg. De nieuwe directeur komt
afscheid nemen. Hij gaat zich richten op de
profilering van zijn eigen school en zal jaren later
fuseren met het Merlet College in Cuijk.
Daarmee is het fusiedoek in Grave definitief
gevallen en wordt alles in het werk gesteld zo
spoedig mogelijk in het overleg met De Klokkenberg
en het Dukenburg College te gaan participeren; nu
echter met één groot verschil; de Scholengemeenschap Wijchen, weliswaar onmisbaar voor een
goede oplossing van de onderwijsproblemen in de
regio, is veel meer de sterk verzwakte, afhankelijke
en vragende partij geworden. Het overleg van de
scholen in de wijk Dukenburg heeft dan al diverse
stadia doorgemaakt.
Tegenvallers
Pas in maart 1988 kan de commissie echt aan het
werk. De invoering van de basisvorming en de
omzetting van het lbo in de diverse schoolsoorten
naar voorbereidend beroepsonderwijs, (vbo) met
afdelingen, noopt tot nadere overwegingen. Men
kan niet uitgaan van allerlei gegevens over
leerlingenstromen, omdat het onderwijsbeleid gaat
veranderen binnen de eigen scholen en in de regio.
Een blauwdruk van het onderwijsaanbod in de regio
is moeilijk te maken. Het niet participeren van
Wijchen in deze commissie maakt het noodzakelijk
deze school wel mee te nemen in de verdere
procedure, omdat ze deel uitmaakt van de
onderwijsvoorzieningen in het gezamenlijke
voedingsgebied. Dat mag het werk in de commissie
niet frustreren, maar dat doet het wel. “Wijchen is
een belangrijke leerlingenbron,” aldus stelt de
commissie in haar verslag van 25 maart 1988. “Met
Wijchen zal contact worden gezocht op basis van
een blauwdruk.” De heer Van Balen wordt ingeschakeld om het contact met Wijchen te leggen.
Aangezien de school in Wijchen nog altijd verwikkeld is in een fusieproces met Grave, waar alleen
nog gewacht wordt op beslissingen van overheidsorganen zoals het ministerie en de betrokken
provincies, is de reactie van zowel het bestuur als
de directie terughoudend te noemen. Hugo Besjes
en Kees van de Wiel hebben een positief gesprek
over de wenselijkheid van samenwerking en
persoonlijk ziet de laatste op dat moment best de
noodzaak daarvan in. Er zijn veel problemen rond
het bestemmingsplan bij vestiging van een vbo-avovwo-school in Lunen, maar het definitieve “nee”
heeft nog niet geklonken. Bovendien gaat in
september 1988 opnieuw de atheneum-aanvraag
de deur uit. Zelfs over de aanschaf van onderwijsmethoden wordt nog onderling overleg gepleegd. Er
is nog altijd een sprankje hoop, omdat ook het
scholenhuisvestingsplan 1990-1994 voor Wijchen
Maaswaal College in embryonale vorm
In mei 1988 begint er schot te komen in het
onderzoek naar regionale samenwerking, te
beginnen met De Klokkenberg en het Dukenburg
College. Wijchen kan desnoods als toehoorder de
besprekingen bijwonen. Eén van de besluiten luidt:
“Om te voorkomen dat door het wachten op
Wijchen de zaak op de lange termijn wordt geschoven, besluit men door te gaan en op die wijze het
positieve effect van samenwerking te demonstreren. Daarbij zal Wijchen wel steeds als potentiële
partner worden beschouwd.”
Eén resultaat daarvan is het samenstellen van de
blauwdruk van de toekomstige regionale onderwijsvoorzieningen. Hugo Besjes en Henk Wijnands
hebben gegevens aangedragen en
zich gebogen over de opzet van zo’n onderwijsvoorziening inclusief Wijchen. Een opzet zonder
Wijchen biedt te weinig perspectieven anders.
De relevante aspecten van samenwerkingsmogelijkheden zijn in een korte notitie vastgelegd. Enkele
markante passages laten een uitgangsbasis voor
het toekomstige Maaswaal College doorschemeren.
- Bij teruglopend leerlingenaantal is het niet
zinvol uit te gaan van meer dan drie bestaande
locaties.
- Ten aanzien van de afdelingen beroepsonderwijs
moet een verdeling worden gemaakt tussen
Klokkenberg en Wijchen.
- Bewust gekozen verschillen tussen de locaties,
waarbij elke locatie zich profileert ten opzichte
van een bepaalde doelgroep.
126
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
-
-
-
Voorzieningen: Dukenburg: onderbouw met
mavo, havo en vwo. Wijchen: onderbouw met
lbo, mavo en havo (vwo?). Klokkenberg: onderbouw met lbo en mavo.
Keuzes, die gemaakt worden t.a.v. groeperingsvormen, didactiek, begeleiding van leerlingen
hoeven niet op elke locatie hetzelfde te zijn
Betreffende de identiteit valt te denken aan een
oecumenische uitgangspunt; een ontmoetingsschool, waarbinnen de verschillende levensbeschouwelijke richtingen tot hun recht komen.
scholen of afdelingen en de wens van de overheid
tot bredere scholen te komen, blijven onverkort
geldig. Voor het ideaalplaatje echter wordt op de
potentiële partner, de Scholengemeenschap
Wijchen gewacht, ondanks “ het afhoudende
gedrag tot nu toe.
In de bespreking van de eindnota overheerst het
gevoel, dat “deze commissie niet veel verder is
gekomen dan het directierapport destijds.”
Beide directies stellen in een brief van 23 november
aan de besturen voor het moment van keuze uit te
stellen naar het voorjaar van 1989, wanneer de wet
op de basisvorming in de Tweede Kamer wordt
behandeld en regionale ontwikkelingen, aangekaart bij Ginjaar-Maas door het Dukenburg
College, af te wachten.
De besturen nemen dit voorstel over en Harrie
Boelaars bericht de commissie, dat ze (voorlopig)
op non actief gaat.
Mogelijk voelt men aan, dat het tij in Wijchen
kerende is.
Het vele werk leidt niet tot resultaten
Diverse samenwerkingsvormen worden door het
Dukenburg College in beeld gebracht. Ook daarin
wordt Wijchen meegenomen. Het streven naar fusie
van besturen en centralisering van de ondersteunende organen is de meest voor de hand liggende
stap.
De samenwerking Klokkenberg en Dukenburg biedt
mogelijkheden tot wederzijdse afstemming van het
onderwijsaanbod, regelen van de doorstroming,
gezamenlijke presentatie en terugkoppelen naar de
basisscholen en dergelijke.
De optie Dukenburg, Klokkenberg en Wijchen is het
moeilijkst te realiseren, maar geeft, volgens de
samensteller, op termijn de meeste waarborgen
voor een levenskrachtig, breed, regionaal
onderwijsaanbod. “Daarom beschouwen wij dit als
de beste keuze, te meer omdat de andere opties
geen tussenstappen kunnen zijn in dit proces van
samenwerking tussen drie scholen; althans, de
kans is groot, dat de ene keuze de andere frustreert. Desondanks stellen wij voor om te streven
naar invulling van de optie Klokkenberg en
Dukenburg.”
De voorzitters van beide besturen presenteren een
notitie over diverse bestuursconstructies. Enkele
mogelijkheden tast men af, zoals fusie, één bestuur
met commissies, besturenfederatie en een personele unie, waarbij één of meer leden in beide
besturen zitten. Voorstellers geven de voorkeur aan
één bestuur bestaande uit twee commissies.
De “Eindnota onderzoekscommissie” is in juni 1988
gereed. Eén van de eindconclusies luidt: “De
commissie heeft geen doorslaggevende argumenten gevonden die op dit moment een nader(e)
samenwerking/samengaan van Dukenburg College
en De Klokkenberg noodzakelijk maken.” Argumenten voor samenwerkingsoverleg, zoals de teruglopende leerlingenaantallen, het voortbestaan van
1992 Start Homed-project
(bedrijfssimulatie) in Wijchen
127
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
FUSIE BIEDT WIJCHEN KANS OP VWO
brugklas van De Klokkenberg 40 leerlingen in en op
het Dukenburg College is dat 162. Daarna lopen
deze cijfers bij de eerste school al snel terug naar 3
in 1989. In dat jaar stromen nog altijd ruim 110
Wijchense brugklassertjes in op Dukenburg en is
Lindenholt er als nieuwe pleisterplaats bijgekomen.
Burgemeester Van Thiel van Wijchen steunt de
eerste verzoeken van de Scholengemeenschap van
harte. In zijn ambtsperiode van 1949 tot 1970 tracht
hij de HBS binnen te halen en na de invoering van
de mammoetwet neemt hij havo en vwo in het
vizier. In 1977 voegt de havo zich bij de scholengemeenschap en de aanvraag van atheneum wordt
jaar op jaar herhaald en afgewezen. Eén keer, in
1979 wordt de zaak zelfs tot aan de Raad van State
doorgezet, maar dit alles zonder resultaat.
Eén van de “dwarsliggers” is de Nederlandse
Katholieke Schoolraad en specifiek haar afdeling
Nijmegen. De gevestigde scholen met vwo, waaronder ook het Dukenburg College, geven te kennen,
dat zij vwo in Wijchen niet zien zitten, omdat er
reeds voldoende voorzieningen in de regio zijn.
Geen speld tussen te krijgen. Dependancevorming
met respectievelijk Dominicus, de Stedelijke
Scholengemeenschap en met toen nog Scholengemeenschap Dukenburg blijkt kansloos.
In 1979 is er een sprankje hoop. Onder auspiciën
van de N.K.S.R. is er op 17 september een gesprek
met haar afdeling Nijmegen en belanghebbende
Nijmeegse scholen. Alleen SGD is aanwezig. De
eventuele consequenties voor deze school worden
doorgesproken.
In principe heeft de school geen bezwaar tegen het
verbinden van een atheneum aan de Scholengemeenschap Wijchen, maar wenst bepaalde toezeggingen. Daaraan wordt tegemoet gekomen.
- Het atheneum zal integraal opgenomen worden in
de scholengemeenschap.
- De opbouw zal plaats vinden vanaf het eerste
leerjaar en
- Personeelsleden, die ten gevolge van de vermindering van de schoolpopulatie met de Wijchense
atheneumleerlingen moeten afvloeien, zullen in
onderling overleg en bij optredende vacatures,
zonder meer worden overgenomen.
De N.K.S.R. ondersteunt de Wijchense aanvraag. De
Raad van State gaat niet door de bocht, ondanks
bijgesloten bericht omtrent toezeggingen.
Verkenningen
Het nieuwe bestuur wordt in de lente van 1985
geconfronteerd met de HEF-VO - nota en besluit tot
verkennende besprekingen, zowel in Nijmegen met
het Dukenburg College als met De Griend, school
voor avo, in Grave. Er is al voorwerk gedaan door
een gemeenschappelijke commissie van de
scholengemeenschap en het gemeentebestuur,
“Vwo-Wijchen”, waarin burgemeester Hendrikx een
stuwende kracht is. Hij voert vele gesprekken.
Minister Deetman geeft het advies: “Snel handelen
op basis van de HEF-VO – nota” Staatssecretaris
Ginjaar-Maas wordt uitgenodigd voor een bezoek
aan de school. Hendrikx maakt op 12 februari
kennis met het nieuwe bestuur en spreekt daar
namens de commissie uit, dat Grave in het kader
van de herschikking een reële optie kan zijn, gezien
het voedingsgebied en dat de contacten met
Nijmegen belangrijk kunnen zijn. Hij spreekt daar
de gevleugelde woorden “te zaaien in Grave en te
oogsten in Nijmegen.”
Frans van Luijk heeft dan al enkele malen over
zaken rond het vwo met Hugo Besjes gesproken. De
laatste dacht zeker niet aan samenwerking op de
korte termijn en daarom is het niet tot afspraken
gekomen. Ook voorzitter Van Ommeren heeft op
informele wijze kennis gemaakt met Hugo en
bestuursleden van het Dukenburg College. De beste
oplossing is samenwerken met het Dukenburg
College, maar Grave biedt mogelijkheden.
Grave wil wel over de brug, maar niet Wijchen in
Wanneer op 4 juni Ginjaar-Maas de school bezoekt,
leidt Van Ommeren de bespreking in onder bijzijn
van een bestuurslid en directeur Van Helsland van
De Griend met het uiteenzetten van de wens van
beide scholen om door fusie te komen tot één brede
scholengemeenschap inclusief vwo. Ginjaar-Maas
vindt fusie een prima voorstel, maar kan geen
toezeggingen doen. Een gesprek met haar ambtenaren op het ministerie geeft mogelijk duidelijkheid.
Dan komt er de vaart in. Op 10 juni besluiten beide
besturen tot een intentieverklaring en drie dagen
Juist in de periode hierna gaat het in Wijchen
bergafwaarts met de school. In september 1982
blijkt als reactie op een aanvraag, dat atheneum
alleen mogelijk is door herschikking van het
scholenbestand in de regio Nijmegen. De leerlingen
uit Wijchen fietsen in toenemende mate naar
Ravenstein en Nijmegen. In 1985 bv. stromen in de
128
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
informele ontmoeting dat men kan rekenen op het
vwo. Voorbereidingen voor het vormen van een
fusiebestuur per 1 januari 1987 worden getroffen.
De stuurgroep gaat aan het werk evenals diverse
werkgroepen om de scholenfusie per 1 augustus
1987 te kunnen realiseren. Het gemeentebestuur wil
meewerken aan de vestiging in Lunen. Niettemin
blijft herziening van het bestemmingsplan alsmaar
uit en is op termijn zelfs onhaalbaar. Provincie en
gemeente wijzen elkaar als schuldige aan.
Herhaling van het Haagse overleg levert op, dat
men weet dat het CBKO dwars heeft gelegen en toch
zegt deze organisatie opnieuw toe haar steun te
geven. Opnieuw afwachten dus.
Het personeel wordt met het bulletin “Fusiologie”
op de hoogte gehouden.
later ligt die onder embargo bij de MR’s. Op 18 juni
zitten bestuursleden van beide scholen, de directeuren en het al vaker genoemde CBKO met
ambtenaren van planning en bouwzaken rond de
tafel. Het CBKO zal de belangen van beide scholen
behartigen. Vestiging van de nieuwe school kan in
Lunen, een aan de Graafseweg gelegen woonkerntje
aan de rand van Wijchen-zuid. Eindconclusie: in
september 1985 ligt er een beslissing.
Het persbericht gaat op 19 juni de deur uit. Daarin
wordt 1 augustus 1986 als uiterste datum van de
fusie genoemd ter realisering van een school voor
lbo-avo-vwo bij Lunen.
De lhno Regina Pacis in Grave wil meedoen in de
fusie. Met B en W van Wijchen moet de vestiging op
Lunen besproken worden. Een stuurgroep zal het
fusieproces coördineren.
De september-beslissing houdt in, dat GraveWijchen niet op het scholenplan vermeld wordt.
Informatie over dit besluit inwinnen levert niets op.
Er moet een nieuwe aanvraag voor 1 februari 1986
ingediend worden. Kees van de Wiel schrijft de
zoveelste aanvraag. Ginjaar-Maas meldt tijdens een
Afwijzing volgt
De Gelderlander van 22 april 1986 meldt dat
Gedeputeerde Staten van Brabant het ministerie
zullen gaan melden, dat zij het atheneum van
Lunen afwijzen en dat die van Gelderland nog
Homed 1992 locatie Oosterweg
129
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
beraadslagen. Later haakt ook Gelderland af. B en
W van Wijchen krijgen het nieuwe bestemmingsplan
niet gereed. Ook het Dukenburg College laat
Gedeputeerde Staten van Gelderland in april weten,
dat het oplossen van het probleem van Wijchen/
Grave, waar het atheneum aangevraagd is om de
aantrekkingskracht van de toekomstige school te
vergroten, alleen maar leidt tot het verschuiven van
het probleem naar andere scholen, zoals het
Dukenburg College.
Het fusieproces stagneert. Alles schuift een jaar op.
Ginjaar-Maas is nog altijd bereid het vwo in te
brengen.
In de bestuursvergadering van oktober 1986 deelt
Van Ommeren mee, dat er opnieuw een gesprek is
geweest met het Dukenburg College. Dat geeft te
kennen een samenwerkingsverband te hebben met
De Klokkenberg. Het college stelt voor een commissie in te stellen waarin de vijf scholen participeren
om het voortgezet onderwijs regionaal te bezien.
Een begin van een ander perspectief, maar er wordt
vanwege Grave weinig mee gedaan.
Afscheid van een pionier
Begin 1988 legt Frans van Luijk wegens ziekte de
leiding van de school in handen van Kees van de
Wiel. Enkele maanden daarvoor is hij benoemd tot
waarnemend directeur. Twee jaar later, op 16
februari 1990, neemt de school definitief afscheid
van deze overtuigde en gedreven onderwijspionier.
In de toespraken tijdens de druk bezochte receptie
worden de verdiensten nog eens op een rijtje gezet.
Daarin past terecht, dat de burgemeester van
Heumen hem mededeelt, “dat het Hare Majesteit
heeft behaagd hem te benoemen tot Ridder in de
Orde van Oranje Nassau.”
De school moet verder. De fusie met Grave komt in
een eindstadium. Er wordt in februari 1989 nog een
poging gedaan Ginjaar-Maas te overtuigen. De
nieuw benoemde burgemeester van Wijchen, de
heer Steegman, voert de delegatie aan. De staatssecretaris herhaalt: “Herschikking in de regio is de
enige mogelijkheid voor een complete onderwijsvoorziening in Wijchen.” Het provinciebestuur van
Gelderland keurt vestiging in Lunen niet goed,
ondanks het pleidooi van de staatssecretaris. Het
wordt een slepende zaak tot op 19 juni1989 de
staatssecretaris laat weten dat de fusie Wijchen –
Grave “niet zal worden gerealiseerd, mede gezien
de problematiek rond de vestigingsplaats”. Dat
verneemt Kees eerder bijna letterlijk bij een bezoek
“Het Bordes” nieuwe aanpak van het vak elektrotechniek
aan de onderwijscommissie in Den Haag. “Voor
Wijchen”, zo zegt ze na afloop in de wandelgangen,
“bedenken wij iets moois” en spoedt zich heen.
Meteen na de commissievergadering heeft Kees een
afspraak met kamerlid Wim van de Camp. Ook deze
versterkt bij hem de opvatting, dat alles ingezet
moet worden op samenwerking met het Dukenburg
College en De Klokkenberg.
Ginjaar-Maas benadert de NKSR om met voortvarendheid initiatieven te nemen, die leiden tot
overleg in de regio Wijchen-Nijmegen.
Vrijwel onmiddellijk daarna besluit het schoolbestuur van Wijchen definitief de weg op te gaan, die
zal leiden naar het Maaswaal College. Al in 1979
werd aangedrongen op samenwerking met het
Dukenburg College tot verkrijging van het vwo. De
brief van Harrie Boelaars van 10 juni 1986 is een
herhaalde uitnodiging voor samenwerking. We zijn
drie jaar verder; het wordt hoog tijd op deze
uitnodiging in te gaan. De NKSR is nu een compagnon.
130
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
Bijstellingen in de opzet van de school; meer
categoriaal dan ooit tevoren
De Wijchense ommekeer
In september 1989 komt voorzitter Van Ommeren
speciaal naar de plenaire vergadering om de stand
van zaken rond Grave uit de doeken te doen. “Tot
onze grote teleurstelling hebben we moeten
vaststellen, dat we veel energie gestoken hebben
om in samenwerking met Grave te komen tot een
scholengemeenschap in het woongebied van
Wijchen met een breed onderwijsaanbod van lbo
tot vwo. Dit is helaas op een mislukking uitgelopen.
Vrij veel politiek geharrewar. Uiteindelijk moesten
de scholen van Grave kiezen voor een andere
locatie binnen Wijchen, toen duidelijk was, dat bij
de provincie de locatie Lunen onacceptabel was.”
Op eigen kracht lukt het niet het vwo te verwerven
en toch heeft de plaats Wijchen het potentieel en bij
gevolg ook het recht op een vwo-voorziening. “We
zijn nu in contact getreden met het Dukenburg
College en De Klokkenberg.” De bedoeling is een
onderzoek op te zetten, dat niet vrijblijvend is. Voor
het einde van het kalenderjaar zullen een aantal
gesprekken tussen besturen en directies plaatsvinden en dan zal het personeel bijgepraat worden.
Het schooljaar 1988-1989 gaat van start met een
brugklas, waarin leerlingen in twee groepen worden
ingedeeld; klassen met het vak Frans en klassen
met extra uren algemene technieken. Dat maakt de
doorstroming naar de categoriale tweede klassen
een stuk eenvoudiger. Een projectgroep met de
opdracht het lbo, de mavo en de havo scherper te
profileren, wordt in september 1989 aan het werk
gezet. Drie ervaren docenten gaan met Kees aan de
slag. De regeling toelating en doorstroming moet
geheel worden herzien. Nieuwe pr-middelen
worden ontwikkeld en de school treedt veel meer
naar buiten onder meer met een driemaandelijkse
nieuwsbrief aan de basisscholen.
Door het wegvallen van adjunct-directeuren als
gevolg van de sterke vermindering van de schoolpopulatie en vervanging wegens ziekte, moeten de
directietaken herschreven en herschikt worden.
Vanwege garantie-eenheden kunnen Janette
Campbell en An Veenstra met vervanging van de
zieke Sipke Pardieske de schoolleiding ondersteu-
“Het Bordes” nieuwe aanpak van het vak elektrotechniek
131
Van Mammoet tot Maaswaal
9. HET VOORSPEL VAN DE FUSIE
nen. Zij hebben de dagelijkse leiding over respectievelijk de bovenbouw en de onderbouw van het
lbo. Margreet Versteeg continueert het coördinatorschap leerlingenbegeleiding. Jacques van Krevel
neemt het avo voor zijn rekening naast onderwijskundige zaken. Anton van de Akker voelt zich thuis
op beheer en financiën. Samen met hem lukt het
van de heer Appelman van het ministerie een half
miljoen min één gulden los te krijgen om noodzakelijke aanpassingen aan het gebouw Oosterweg te
realiseren als gevolg van de sloop van een aantal
superoude noodlokalen. Anton heeft die ene
gulden bijgelegd om het bedrag af te ronden. Terwijl
de gesprekken over een mogelijke fusie met De
Klokkenberg en het Dukenburg College al volop
gaande zijn, rijden de kruiwagens met stenen en
specie door de gangen van de school.
Met de invoering in 1992 van het Homed-project,
een gesimuleerd handelsbedrijf met educatief doel,
zijn de eerste schreden op de weg naar
modernisering van de beroepsgerichte afdelingen
gezet. Michel Terheggen spant zich in om de
afdeling elektrotechniek up to date te maken.
Op alle mogelijke manieren tracht de school haar
zelfrespect te hervinden en voor de leerlingen en
het personeel toekomstperspectieven te behouden.
De malaise van het lbo in het algemeen, ook al
klinkt dat hard en mogelijk ongenuanceerd, heeft
kennelijk invloed op de andere in de scholenge-
meenschap opgenomen schoolsoorten. En dat geldt
niet alleen voor Wijchen. Noem het maar een
marktmechanisme, waar je als dienstverlenend
instituut niet om heen kunt.
Kees van de Wiel: “Vanaf het moment dat ik de
school ging leiden, droeg ik de overtuiging uit, dat
alleen door fusie een aansprekende onderwijsvoorziening voor Wijchen was te realiseren. Het
bestuur koesterde al jaren deze wens en was
vastberaden om het nieuw op te starten fusieproces
positief in te gaan. Er was ook geen alternatief.”
“Het Bordes” nieuwe aanpak van het vak elektrotechniek
132
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
Aankondiging van de fusie in de brochures
(de eerste publicatie waarin het Maaswaal College zich als zodanig presenteerde)
133
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
Uit het voorgaande wordt overduidelijk, dat aan een
herschikking van onderwijsvoorzieningen in onze
regio niet meer te ontkomen valt. Er zijn twee wegen
denkbaar. Laat men het recht van de sterkste
gelden, dan heeft dat ongetwijfeld tot gevolg, dat
scholen als De Klokkenberg en de Scholengemeenschap Wijchen een steeds kwijnender bestaan gaan
leiden en hun voortbestaan nog enkele jaren
oprekken, met alle negatieve gevolgen van dien
voor leerlingen en personeel. Voor het Dukenburg
College geldt een bedreiging van de werkgelegenheid op langere termijn door de afname van de
basisgeneratie in Dukenburg en de uitgroei van het
in 1982 als dependance van de openbare Stedelijke
Scholengemeenschap Nijmegen, de SSGN, gestarte
Lindenholt College in de naastgelegen nieuwbouwwijk. De leerlingen uit Wijchen en Beuningen
kunnen door de op handen zijnde nieuwbouw van
het Lindenholt College de voorkeur geven aan deze
avo-vwo-school. Bovendien valt niet te voorzien
welke krachten gaan spelen, wanneer een gemeente als Wijchen alles in het werk gaat stellen
om desnoods een openbare voorziening binnen
haar gemeentegrenzen te realiseren. Het gemeentebestuur zal niet werkeloos toezien; zeker niet na de
teleurstellende ervaringen rond de poging tot fusie
met Grave, waardoor een complete onderwijsvoorziening aan de neus van Wijchen voorbij is
gegaan. Wat zal het bestuur van de christelijke
scholen in Nijmegen ondernemen? Wat gaat er op
termijn met het Dukenburg College gebeuren,
wanneer men het schoolbeleid niet wijzigt? Vele
vragen waarop het antwoord in het ongewisse blijft.
De andere weg van beredeneerde herschikking of
fusie maakt het mogelijk het daarbij behorende
proces te sturen. Het krachtenveld, het voedingsgebied van betrokken scholen, is overzichtelijk te
maken door cijfers af te leiden uit de demografische
ontwikkelingen, in beeld gebracht door gemeentebesturen en de centrale bureaus van de zuilen, die
in het onderwijs nog altijd bestaan. Regeren is
vooruitzien, geldt ook voor schoolbesturen. Het ligt
voor de hand, dat voor de verstandigste weg
gekozen wordt, al is lang niet iedereen onmiddellijk
daarvan overtuigd. Zo is het nog een hele klus het
personeel van de Scholengemeenschap Wijchen, na
een geringe toename van het aantal aanmeldingen
in 1988, het geloof in een herschikking over te
dragen. Kees van de Wiel is vanaf zijn aantreden er
vast van overtuigd, dat hoe je de school ook
profileert, het tij van de neergang niet meer te keren
is. De enige oplossing is fusie met een school in
hetzelfde voedingsgebied. De categoriale opzet van
de school, zo denkt een groot deel van de docenten,
kan succesvol worden, maar het feit, dat het
voortbestaan van de havo en het volledig ontbreken
van het uitzicht op atheneum ernstige bedreigingen
zijn, zet menigeen weer met beide benen op de
grond.
Een aanmerkelijk deel van de vbo-mavo docenten
heeft een onderwijzersopleiding gevolgd en is
daardoor bevoegd voor bv. Nederlands, aardrijkskunde en geschiedenis. Weer een deel van hen
heeft akten behaald, die hun bevoegdheden geeft
voor specifieke vakken voor het voortgezet onderwijs; de reden waarom ze aan deze scholen
solliciteren. De bevoegdheden op basis van het
onderwijzer zijn worden dan vaak niet geëffectueerd en “slapende” gehouden.
Wanneer een school te maken heeft met ernstige
terugloop en ontslagen gaan vallen, moeten de
laatst benoemden er het eerste uit. Dat zijn ook
vaak de jongere docenten. Oudere docenten
moeten hun slapende bevoegdheden gaan exploiteren en kunnen in omstandigheden komen vakken
te moeten gaan geven, waarmee ze nauwelijks nog
binding hebben. Teleurstelling alom en motivatie
een vraagteken. Dit zet de vernieuwingscapaciteit
op een laag pitje, terwijl een teruglopende school
zich juist daarop moet concentreren om haar
marktaandeel terug te winnen. De vicieuze cirkel
naar beneden is nauwelijks te doorbreken.
Wijchen heeft zijn ervaringen opgedaan met Grave
en kiest in september 1989 voor gesprekken met
het Dukenburg College en De Klokkenberg. Deze
laatste twee scholen hebben alle mogelijke facetten
van samenwerking met elkaar doorgesproken en
treden gemeenschappelijk op in de nieuwe fusiebesprekingen.
In 1989 wordt Henk Wijnands met een warm
afscheid op zijn Klokkenberg door het voltallige
personeel op een hartelijke wijze uitgezwaaid.
Geheel in de sfeer van de school is er dan ook een
feestelijke dag georganiseerd vol sport, spel en
plezierige bezigheden voor de leerlingen. Een
officiële receptie doet Henk beseffen, dat hij met
velen een goede werkrelatie heeft opgebouwd,
waarop hij met alle genoegen terug kan zien.
Hetty Klaver volgt hem op. De belangrijkste opdracht die zij van het bestuur meekrijgt, is de fusie
te realiseren, omdat de school met een flinke
terugloop te maken heeft, waarvan vooral de mavo
de dupe is.
134
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
onderwijs zo mogelijk op verschillende locaties te
vestigen. Zo heeft de Scholengemeenschap Wijchen
de mavo en havo in het gebouw van de Lijsterbes
ondergebracht om de aantrekkingskracht van deze
schooltypen te verbeteren. Hetty staat in haar visie
dan ook niet alleen.
Ook Hugo is om puur pragmatische redenen geen
voorstander van het vestigen van een brede
scholengemeenschap op één locatie, maar in de
politiek is men zover nog niet. Vanuit het ministerie
wordt aangedrongen op brede scholen, maar
geleidelijk aan keert ook daar het tij. Er komt ruimte
voor brede scholengemeenschappen met nevenvestigingen. Fuseren met als resultaat dat door
herschikking de onderwijsvoorzieningen levensvatbaar zijn, is een groter goed dan de vorming van
politiek wenselijke brede scholengemeenschappen
op één locatie. Het Maaswaal College, één van de
eerste fusiescholen in de wijde omgeving, zal van
die bijstelling profijt hebben.
“Bij de fusiebesprekingen,” aldus Hetty, “heeft De
Klokkenberg maar weinig in te brengen. Gaandeweg
blijkt voor mij de strategie van het Dukenburg
College. Ze willen naar Wijchen, omdat in Nijmegen
niet voldoende toekomst is. Daartoe is een fusie
noodzakelijk. Collegascholen in het Nijmeegse
begrijpen in eerste instantie niets van de fusiebesprekingen. “Je bent als mavo-havo-vwo-school
wel gek om met lbo samen te gaan,” zo hoor ik om
me heen.”
Dat wordt tijdens de eerste besprekingen niet direct
zo gezegd, maar toch is die opvatting een belemmering om succesvol samen te gaan. Het personeel,
inclusief de schoolleiding, voelt in eerste instantie
niets voor een samengaan met het beroepsonderwijs. De tweedeling in de samenleving tussen dat
deel van de bevolking, dat op eenvoudige of zelfs
ongeschoolde arbeid is aangewezen en de meer
status gevoelige middenklasse; de tegenstellingen
tussen de man in de overall en de daarop neerkijkende witte boord tekenen zich steeds scherper af.
Deze scheidslijn loopt precies tussen deze twee
schooltypen. Elke school van brede samenstelling
neemt zijn maatregelen om het lager beroepsonderwijs, dat inmiddels door opheffing van de verschillende schooltypen is omgedoopt tot voorbereidend
beroepsonderwijs (vbo) met afdelingen en avo-
De motor achter de fusie is snel zichtbaar
“Als in 1983,” aldus rector Hugo Besjes, “het
Dukenburg College op zijn nieuwe locatie aan de
Streekweg in Nijmegen-zuid start, begint er een
bloeiperiode. De school groeit en vanuit deze sterke
De Maaswaalvlag in top (personeelsdag)
135
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
positie is het gewenst de plannen t.a.v. de fusiemogelijkheden in de regio nieuw leven in te
blazen.” Hugo houdt daarbij zijn ideaal van een
brede scholengemeenschap voor ogen: alle vormen
van voortgezet onderwijs van gymnasium tot en met
voorbereidend beroepsonderwijs. “De Klokkenberg
en Scholengemeenschap Wijchen zijn de voor de
hand liggende partners, maar daarmee is de
samenvoeging van deze drie met ieder de eigen
geschiedenis en achtergrond nog geen feit.” Hij
blikt nog even terug. “In talloze ontmoetingen
tussen besturen, rectoren en docentencorpsen
worden de mogelijkheden van de toekomstige
samenwerking gewikt en gewogen. In 1990 is de
kogel door de kerk en verklaren de besturen van de
drie scholen zich bereid op te gaan in een nieuwe
scholengemeenschap met vestigingen in Wijchen
en Nijmegen-zuid.”
De samenwerking tussen Hugo Besjes en zijn
bestuur is voortreffelijk te noemen. Het bestuur,
onder aanvoering van voorzitter Harry Boelaars,
deelt niet alleen de visie van de rector, maar draagt
die ook met overtuiging uit. Het levert veel energie
op in het fusieproces. Zowel het bestuur van De
Klokkenberg als dat van Wijchen kunnen zich hier
uitstekend in vinden. Daar liggen geen echte
hobbels. Hugo zal echter allereerst binnen zijn
personeel, dat vorm en inhoud geeft aan een
relatief succesvolle en zelfstandige school, de
overtuiging moeten overdragen, dat een fusie met
de twee andere scholen in het voedingsgebied het
behoud van werkgelegenheid tot ver in de toekomst
garandeert en dat gaat hem lukken. De combinatie
van tijdig informeren, overtuigen, overleggen,
inspraak serieus nemen en heldere besluitvorming
plegen is de formule, die daaraan ten grondslag
ligt.
het onderwijs.De bonden beschermen de positie
van de zittende docenten. Wie het laatst komt, moet
er als eerste uit. In combinatie met het in die jaren
ingezette bezuinigingsbeleid leidt dit ertoe, dat de
vergrijzing zijn intrede doet in het docentenbestand. De zo noodzakelijke verjonging en
vernieuwing stokt. Voeg daarbij de talloze directieven waarmee het ministerie de scholen bestookt.
Onderwijsmethodieken worden veranderd en
einddoelen niet gehaald. Dit is niet effectief en
werkt onrust in de hand.”
Terug naar het directierapport. “Het doel van de
voorliggende nota is tweeledig. Enerzijds is het een
beleidsinstrument. De consequenties van een
ongewijzigd beleid voor de leerlingenstromen en
voor het personeelsbestand worden zo nauwkeurig
mogelijk in kaart gebracht voor de middellange
termijn. Door een jaarlijkse bijstelling van de nota
op grond van nieuwe gegevens worden tevens de
effecten duidelijk van wijzigingen in het beleid van
onszelf, maar ook in het beleid van anderen.
Anderzijds dient de nota om bestuursbesluiten
inzake eventuele afvloeiingsontslagen te onderbouwen.”
Het aantal leerlingen op de school is de basis van
de werkgelegenheid, uitgedrukt in leseenheden,
taakuren en eenheden voor het onderwijs ondersteunend personeel (het o.o.p.). De meest actuele
regelgeving omtrent de toedeling is in de nota
vastgelegd, inclusief de afvloeiingsvolgorde. Het
voert te ver om details weer te geven. Uit de
berekeningen blijkt, dat de verwachte leerlingenaantallen per 1 augustus 1988 niet zullen leiden tot
wijzigingen in de bestaande directieformatie en die
Het Dukenburg College op middenlange termijn.
Een helder beleidsinstrument
“Voor de getallen van Nijmegen herkennen wij eerst
dalingen, daarna weer stijgingen. Voor de wijk
Dukenburg geldt dat echter niet. De daling tot 1990
is in Dukenburg zeer groot (sterker dan in
Nijmegen), daarna wordt de daling minder sterk
maar het wordt zeker geen stijging.” Dit is een citaat
uit het directierapport van april 1988, (pagina 3)
met de titel: “Leerlingenstromen en werkgelegenheid Dukenburg College 1988 – 1993.”
Hugo Besjes spreekt de zorg uit, die hem in die tijd
erg bezig heeft gehouden. “Er is ook veel onrust in
136
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
van het o.o.p. “Alle vast aangestelde docenten
kunnen weer met (enige) eigen uren worden belast,
m.a.w. het is volgens deze urenverdeling niet
waarschijnlijk, dat er dit jaar gedwongen ontslagen
zullen vallen onder de vast aangestelde docenten.”
(pagina 22 van de nota) Maar dan komt de passage
die te denken geeft. “Aan de andere kant is de
marge bij sommige vakken zo klein, dat een
mogelijk ontslag voor enkele docenten niet helemaal uit te sluiten is. Het gaat hierbij om …” en dan
vallen er vier namen, waaronder die van Ton van de
Hoogen, die eerder is afgevloeid bij de Scholengemeenschap Wijchen, waar hij één van de motoren
van “de sociale wereld” was.
De schade is voor het schooljaar 1988-1989 nog
zeer beperkt, maar de prognose voor de komende
jaren geeft de zekerheid, dat er ontslagen zullen
gaan volgen. Deze lijvige nota biedt ieder lid van
het personeel helderheid.
In april 1989 verschijnt de eerste bijstelling.De
totale schoolbevolking loopt met ongeveer 50
leerlingen terug. Het hoofdstuk over de afvloeiing
(pagina 19) vermeldt nu het boventallig worden van
één conrector, aan wie eventueel vrijkomende uren
binnen de bevoegdheid moeten worden opgedragen. Het o.o.p. blijft in zijn geheel in stand. Maar uit
de urenverdeling “blijkt dat niet alle vast aangestelde docenten met het hun gegarandeerde
urenaantal kunnen worden belast. De verwachte
teruggang varieert daarbij van “mogelijk enige uren
minder” tot zelfs “wellicht in het geheel geen uren
meer”. Uit de lijst kan iedereen opmaken hoe hij of
zij ervoor staat.
De eerste ontslagen gaan volgen, enkele collega’s
solliciteren om meer zekerheid te verwerven en de
lijnen naar de toekomst geven aan, dat bestuur en
schoolleiding het schoolbeleid niet ongewijzigd
kunnen laten.
intentieverklaring de onderzoekscommissie in,
bestaande uit voorzitter Daamen van de NKSR
aangevuld met een bestuurslid en de schoolleiders
van de drie scholen. De taakstelling luidt: “Het
opzetten van een onderzoek naar een mogelijke
optimalisering van de onderwijssituatie in het
gezamenlijke voedingsgebied door middel van
samenwerking. Geen enkele samenwerkingsvorm
wordt daar a-priori van uitgesloten. Dit onderzoek
moet voor eind 1989 zodanig zijn afgerond, dat de
schoolbesturen zich kunnen uitspreken of conform
de resultaten van het onderzoek de voor de
optimalisering wenselijke samenwerking wordt
gerealiseerd.”
Beschrijving van de drie scholen,
hun knelpunten en mogelijke oplossingen
De centrale bureaus voor het katholiek en protestants christelijke onderwijs leveren de prognosecijfers. De demografische ontwikkeling in het
voedingsgebied wordt in beeld gebracht. De
knelpunten, al vaker aan de orde geweest rond de
leerlingenstromen en het behoud van afdelingen,
strekken zich ook uit over het personeel, dat
gemiddeld steeds ouder wordt, meer in de garantie
gaat lopen en met ontslag wordt bedreigd. Dat
huisvesting en bekostiging bij krimpende scholen
problemen geeft, is op voorhand wel duidelijk. De
knelpunten van elk van de scholen worden gerelateerd aan mogelijke oplossingen door middel van
samenwerking. De vormen daarvan worden
geïnventariseerd en op zijn consequenties bezien.
Binnen de commissie ontstaat een stevige discussie over de meest wenselijke combinatie van
gefuseerde scholen. Daarbij wordt dankbaar
gebruik gemaakt van de mogelijkheid van het
realiseren van een nevenvestiging, waarvoor de
bestaande huisvesting om economische redenen
het meest in aanmerking komt. Het ministerie is er
nog niet helemaal helder in.
De commissieleden wisselen hun meningen uit.
Algemeen wordt de visie gedeeld, dat de gemeente
Wijchen, gezien haar omvang van 35.000 inwoners,
terecht aanspraak maakt op een volledig onderwijsaanbod. Maar wat is verstandig?
Wanneer de drie scholen in één brede scholengemeenschap in Wijchen opgaan, heeft dat tot gevolg,
dat bijna alle leerlingen en personeel van De
Klokkenberg niet in de fusie zullen participeren. Het
Dukenburg College brengt ongeveer 65 % van haar
leerlingen en het volledige personeel in. Dat is geen
Onderhandelingen komen op gang.
Onderzoekscommissie wordt ingesteld
De NKSR wordt in 1989 verzocht de besprekingen
tussen de schoolbesturen in de regio op gang te
brengen. Op 19 juni vindt het eerste gesprek van de
besturen en directies plaats, inclusief het
Dominicus College, dat later samen met het Elshof
College enige tijd als toehoorder bij de vergaderingen aanwezig zal zijn. Wanneer het proces een jaar
later enigszins stagneert, houden ze het voor gezien
en wensen de achterblijvers veel succes.
Op 22 september 1989 stellen de besturen in een
137
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
aantrekkelijke oplossing, omdat De Klokkenberg
dan wordt opgeheven, de kleine vbo-afdelingen in
Wijchen nauwelijks te handhaven zijn en het
atheneum bovendien te klein zal blijven. Veel
personeelsleden zullen uit moeten zien naar een
andere baan en het aantal leerlingen gaat bij deze
invulling met ongeveer 1000 naar beneden.
Geen enkel bestuur zal daar de verantwoordelijkheid voor willen nemen.
Wat moet het dan wel worden?
De negatieve werking van de aanwezigheid van een
vbo-afdeling op de instroom voor havo en vwo
maakt dergelijke combinaties minder wenselijk. De
aard van de tweedeling in de samenleving heeft
hierop zijn invloed. Gaan we tegen deze zich sterk
manifesterende opvattingen bij ouders in of kiezen
we voor de veilige weg?
Om voldoende aantrekkingskracht van de toekomstige school te verwerven, is de keuze voor enerzijds vbo-mavo en anderzijds avo-vwo onvermijdelijk. Vbo apart heeft weer tot gevolg, dat de betere
vbo-leerling toch de school opzoekt met een mavo
eraan verbonden of voor de school in Ravenstein
kiest, die lokt met het motto “mavo proberen”. Een
zelfstandig atheneum in Wijchen wordt te klein en
dan is er een vierde locatie nodig.
Het eindresultaat luidt als volgt: “De
voorbereidingsgroep gaat nadere uitwerking geven
aan de variant: een avo-vwo scholengemeenschap
in Dukenburg met nevenvestiging in Wijchen en een
nieuw te bouwen vbo-mavo-scholengemeenschap
op het hoekpunt Wijchen – Lindenholt Dukenburg.
Alvorens de besturen een besluit kunnen nemen is
een gesprek met staatssecretaris Wallage nodig in
verband met het gegeven van de nevenvestiging.
Het is dan al januari 1990. De bewindsman wordt
aangespoord zich positief te richten op deze
vraagstelling, omdat het fusieproces stagneert en
onduidelijkheid over de toekomst demotiverende
invloed heeft op het personeel. Ouders van
leerlingen, die hun keuze voor het voortgezet
onderwijs moeten gaan maken, geven de voorkeur
aan een school die qua huisvesting en onderwijsaanbod stabiel is.
gaat. Een vervolg is noodzakelijk.
Basisvorming krijgt de volle aandacht van de
staatssecretaris. Dat kan bij verdere
uitkristallisering ook zijn invloed hebben op de
vorming van de scholengemeenschap.
Op verzoek van de besturen buigen de schoolleiders zich over de mogelijke voortgang. Zij
adviseren de scholenfusie gelijk op te laten lopen
met de golf van de basisvorming. Mogelijke
invoering is voorzien in augustus 1992. In Uitleg,
het “voorschriftentijdschrift” van het ministerie,
staat op 4 april 1990 “…dat een beleid zal worden
gevoerd dat heel nadrukkelijk gericht is op bevordering van evenwichtig samengestelde scholengemeenschappen vbo-avo-vwo.” Wallage wordt op
zijn wenken bediend.
Een gefuseerd bestuur, aldus de schoolleiders, richt
de scholengemeenschap voor vbo-avo-vwo op in
aansluiting op het ontwikkelen van een nieuw
onderwijsprogramma voor onder- en bovenbouw.
Nieuwbouw op de het eerder genoemde hoekpunt.
De huidige instroompunten dienen vooralsnog te
blijven functioneren. Het gebouw aan de Streekweg
zal waarschijnlijk om economische redenen deel
moeten blijven uitmaken van de huisvesting van de
school.
CBKO en het PCO worden benaderd om een gesprek
op het ministerie te arrangeren. In mei stellen zij de
staatssecretaris hiervan op de hoogte. Zij vragen
een reactie op de volgende tijdlijn:
1. Zo spoedig mogelijk toetsing van het voorstel
aan het beleid van het ministerie.
2. Is dat positief, dan gaan voor 1 september de
besturen overleg plegen met geledingen en de
medezeggenschapsraden om tot voorbereiding
van de fusie te kunnen komen.
3. Het eerste trimester 1990-1991 wordt benut om
het besluit tot fusie binnen de scholen voor te
bereiden, opdat per 1 januari 1992 een besturenfusie kan plaatsvinden.
4. Vervolgens wordt de scholenfusie voorbereid
met de bedoeling de nieuwe scholengemeenschap per 1 augustus 1992 te kunnen starten
met het eerste leerjaar en die te onttrekken aan
de drie bestaande scholen.
De beide bestuursorganisaties rapporteren over
hun overleg van 14 juni op het ministerie met
beleidsmedewerkers van zowel de afdeling Planning als Huisvesting en Bouwzaken. Een maand
later zitten ze weer om de tafel.
Het woord is aan staatssecretaris Wallage
De nieuwe regering is nog maar nauwelijks aangetreden en de ambtenaren kunnen in het gesprek
geen duidelijkheid geven. De besturen en directies
concluderen, dat daar weinig bemoediging van uit
138
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
Reacties positief en bereidheid tot medewerking
niet omheen kunnen en die er dan ook wel degelijk
rekening mee gaan houden.”
De koppeling van vbo aan avo-vwo blijkt in de
praktijk een negatief effect te hebben op de
instroom van potentiële avo-vwo-leerlingen. Wil je
leerlingen integreren, dan zul je andere wegen
moeten zoeken. Voor het personeel van het
Dukenburg College is dat een uitgesproken opvatting, gebaseerd op uitspraken van veel toeleverende scholen en ouders van hun leerlingen.
Dat ligt wat genuanceerder bij de collega’s van de
andere scholen, gewend als zij zijn aan het jarenlang werken aan integratie van schoolsoorten. Een
afnemend aantal overtuigde voorstanders van de
brede scholengemeenschap blijft geloven in de
maakbare samenleving evenals de partij van
staatssecretaris Wallage.
Verder hangt de vraag boven de besprekingen of
een dergelijke oplossing wel aansluit bij de
gangbare leerlingenstromen en of daarmee
optimaal het leerlingenpotentieel binnen gehaald
kan worden. Ook daaraan wordt ernstig getwijfeld.
De uitdrukkelijke wens van Wijchen een volledige
onderwijsvoorziening te verwerven wordt hiermee
ook al niet vervuld.
Weinig redenen om deze weg in te slaan.
Op het ministerie wordt het effect van de groeiende
tweedeling in de samenleving als “niet opportuun”
gekwalificeerd. Van de op handen zijnde invoering
van de basisvorming verwacht men bevordering van
de vorming van evenwichtige scholengemeenschappen vbo-avo-vwo. Zowel de bekostiging, de aanpassing van de opheffingsnorm als het neven-
Dat is de slotsom na het eerste gesprek. Het
vervolggesprek brengt helderheid. Het verslag bevat
duidelijke taal.
Het ingediende plan “past zowel spreidingstechnisch als onderwijskundig zeer goed in het door
het ministerie gevoerde beleid t.a.v. schaalvergroting en scholengemeenschapsvorming; de invoering
van de basisvorming, het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) en de havo-zonder atheneum
problematiek.”
Maar dan komt het. Het gebouw Dukenburg moet
blijven. Er zal nieuwbouw worden gepleegd in
Wijchen. Deze zal in het investeringsplan 1991-1995
worden opgenomen. Daarin moet de basisvorming
van alle schoolsoorten en het vbo worden gehuisvest. Wanneer de nieuwbouw klaar is, “zullen alle
leerjaren basisvorming, alsmede de bovenbouw
van het vbo worden gehuisvest in deze nieuwbouw
onder gelijktijdige complete sluiting van de
Scholengemeenschap Wijchen en De Klokkenberg.”
Dat gaat allemaal anders lopen. De onderzoekscommissie brengt in september 1990 haar eindverslag uit. De discussie komt in een nieuw stadium.
Dat wordt het dus niet
Het voorstel past dan wel in de politieke beleidslijn
van het ministerie, maar de fusie voorbereidende
besprekingen worden erdoor ernstig belemmerd.
Men kan geen enthousiasme opbrengen voor een
nieuwe school, waarvan de bovenbouw van avovwo in Nijmegen blijft en op de grens van Wijchen
en Nijmegen nieuw gebouwd wordt voor basisvorming van alle schooltypen en de bovenbouw van
het vbo, waardoor het gewraakte “marktmechanisme” van de effecten van de tweedeling in de
samenleving zijn verwoestende werk zal doen.
Zowel de besturen als de directies verwachten niets
van een dergelijke constructie. Daar hoef je bij de
medezeggenschapsraden niet mee aan te komen.
Kees van de Wiel: “De vereenvoudiging van het
mavo-onderwijs met het C-niveau komt overeen met
de wens van vele ouders die het beroepsonderwijs
willen mijden vanwege de mentaliteit en de
gedragingen die een beperkt aantal lbo-leerlingen
ten toon spreiden. Met het beroepsonderwijs is
niets mis en vaklui zullen altijd nodig zijn, maar
toch maar liever voor de kinderen van de buren.
Cynisch geformuleerd, dat wel, maar het is de
realiteit waar ook scholengemeenschappen met lbo
139
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
vestigingsbeleid zal schoolbesturen enthousiasmeren om tot vorming van brede scholengemeenschappen over te gaan. (Zie “Op weg naar basisvorming” in Uitleg, jaargang 6, no. 10 van 4 april
1990.) Mogelijk dat het gevreesde marktmechanisme daardoor een halt toe geroepen wordt. Het
antwoord ligt in de schoot van de toekomst.
De directeuren storten zich op deze kwestie en
geven in een notitie van mei 1990 aan, dat het de
voorkeur verdient zich te concentreren op de
basisvorming en die gelijk met de aanvang van de
fusieschool tot stand te brengen..”Voor het personeel ligt het leeuwendeel van het werk en tevens de
interessantste uitdaging in het opzetten van een
nieuw onderwijsprogramma voor de te vormen
scholengemeenschap voor basisvorming, een
uitdaging, die alleen in gezamenlijkheid tot een
goed einde kan worden gebracht.” Dat is wel een
perspectief dat geheel gericht is op de nieuw te
vormen school en geeft het fusieproces een andere
basis, dan enkel het samenvoegen van scholen,
waarvan er twee in een noodlijdende situatie
verkeren, Maar dan nog blijft de aard van de
samenstelling en de vestigingspunten van de
school een heikel punt.
De besturen willen het fusieproces zo spoedig
mogelijk op gang brengen en stellen een tijdlijn
voor, die eindigt met de fusie tot één school, gelijk
opgaand met de invoering van de basisvorming. De
locatie moet centraal in het voedingsgebied liggen.
Men wenst een haalbaarheidsonderzoek en na
instemming van de medezeggenschapsraden
verschijnt de intentieverklaring. Inmiddels is van de
zijde van het ministerie duidelijk gemaakt, dat om
economische redenen het gebouw aan de Streekweg deel moet blijven uitmaken van de nieuwe
brede scholengemeenschap. Dat is niet onverwacht; het gebouw is immers nog maar relatief kort
geleden gebouwd. Hoe past dit weer in de fusieplannen?
de besturen beargumenteerd genomen kan
worden.” Ter ondersteuning van de taak van de
stuurgroep worden gelijktijdig vier werkgroepen
ingesteld, te weten:
1.
Bestuurlijk-organisatorische zaken,
2.
Rechtspositie,
3.
Onderwijs en schoolorganisatie
4.
Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen m.b.t. basisvorming.
De stuurgroep en werkgroepen zijn elk samengesteld uit personen afkomstig van de drie bloedgroepen en die weer onderverdeeld in bestuursleden,
leden van het personeel en van de directies.
Alom wordt waardering uitgesproken voor de
energieke wijze waarop de werkgroepen hun taken
oppakken en uitvoeren. Consensus tref je in alle
groepen aan, ook al heerst nog altijd discussie over
de vestigingsplaats en de mogelijkheden voor
nevenvestiging, waarbij de koppeling van het vbo
het hete hangijzer is. Een alom geaccepteerd
voorstel over dit punt is mede bepalend voor het
succes van de fusie. Daar komt men voor de
gestelde datum niet uit. Werkgroep 3, onderwijs en
schoolorganisatie, speelt een belangrijke rol.
Eén brede scholengemeenschap
of twee zelfstandige scholen onder één bestuur?
“De stuurgroep adviseert de betrokken besturen om
nu niet over te gaan tot de stichting van één brede
scholengemeenschap.” Zo luidt het advies van de
stuurgroep in haar concept eindrapport van 21 mei
1991. Werkgroep 3 komt met een verrassend
alternatief. Zij stelt voor over te gaan tot het
opzetten van twee onderwijsvoorzieningen, te
weten: één voor basisvorming met afsluitingsmogelijkheden voor mavo-havo-vwo gesitueerd in
nieuwbouw op locatie “De Wijchert”, waar voorheen
het zwembad gelegen heeft en één voor basisvorming met mavo-vbo in het gebouw van het
Dukenburg College. Deze oplossing is gunstig voor
de instroom van leerlingen voor beide vestigingen
en de “maatschappelijk moeilijk liggende koppeling van het vbo en het vwo wordt in dit voorstel
vermeden.” Over rechtspositionele kwesties doet
de werkgroep geen uitspraken; die consequenties
worden door werkgroep 2 over het voetlicht
gebracht.
Naar het oordeel van de stuurgroep is het gewenst
over te gaan tot de stichting van twee scholengemeenschappen om redenen van onder andere
“grotere rechtspositionele veiligheid en financiële
Haalbaarheidsonderzoek;
werkgroepen doen hun naam eer aan
De instemming van de drie medezeggenschapsraden tot het opzetten van een haalbaarheidonderzoek geeft de vastberaden schoolbesturen moed. Ze
stellen in december een stuurgroep in, die “op
basis van de uitkomsten van het
haalbaarheidsonderzoek” voor 15 mei 1991 zodanig
adviseert, dat “een besluit tot het al dan niet
stichten van een brede scholengemeenschap door
140
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
armslag onder het FBS/lump-sum-regime”, een
nieuw in te voeren bekostigingsregeling. Het eerste
argument geeft de doorslag om tot dit voorstel te
komen.De medezeggenschapsraad van het
Dukenburg College zal het risico van extra ontslagen
ten behoeve van de fusie met twee noodlijdende
scholen niet willen lopen. “Laat zoveel als mogelijk
is de risico’s daar liggen waar ze zijn,” zo luidt haar
stelling.
Dit advies betekent, dat er twee scholengemeenschappen moeten worden opgebouwd onder
gelijklopende afbouw van drie andere scholen. Een
hele operatie en er staat nauwelijks iemand te
juichen.
Diverse alternatieven worden tegen het licht
gehouden. Argumenten en criteria zijn terug te
vinden in het concept eindrapport van de stuurgroep. Bij alle overwegingen moeten marktpositie
van scholen en schooldelen, werkgelegenheid,
rechtspositie, beeldvorming naar ouders van
leerlingen, voedingsgebied, leerlingenstromen,
reputatie ofwel de naam van de scholen in de
beoordeling betrokken worden. Een tijdschema van
de opbouw en de afbouw is in concept bijgevoegd.
Maar ook dat zal het niet worden.
Het conceptadvies roept in diverse besprekingen
veel vragen op. “Waarom niet één scholengemeenschap op twee locaties?” Mogelijk is dat een
handreiking naar het ministerie?
Wanneer de besturen dit idee gaan overnemen,
zullen allereerst de rechtspositionele gevolgen in
beeld gebracht moeten worden. Levert het voordeel
van de fusiebevorderende maatregelen van het
ministerie voldoende waarborg op voor de werkgelegenheid? Voor de stuurgroep, de directies en de
besturen is er volop werk aan de winkel. Er wordt
duidelijk gevraagd om een doorbraak van de
impasse. Dat blijkt ook tijdens de informatieve
bijeenkomsten met het personeel van elke school
afzonderlijk. De stuurgroep zal de taak op zich
nemen alle noodzakelijke informatie in te winnen
om een besluit te kunnen nemen over één school
op twee locaties. De werkgroepen hebben hun werk
gedaan.
wordt voor vele personeelsleden een vakantie met
bijzondere verwachtingen.
Door een voortvarende aanpak presenteert de
besluitvoorbereidende groep, de voormalige
stuurgroep, op 25 september 1991 haar eindrapport.
De inschatting, dat vanuit de leerlingenstromen
gezien de optie van één school met de twee
voorgestelde onderwijsvoorzieningen op de
genoemde locaties de best denkbare is, wordt
onderschreven door het rapport van de besturenorganisaties. De nadelige gevolgen voor het
personeel blijken beperkt te zijn onder meer door
de fusie bevorderende maatregelen van het
ministerie.
Uit overleg op dit ministerie blijkt, dat het voorgestelde voldoet aan de prioriteiten en daarmee is
bijna alle kou uit de lucht. Aan plannen tot het
stichten van twee scholengemeenschappen, die
beide niet voldoen aan het criterium “breed”, wordt
geen enkele steun geboden.
Resten nog de torenhoge problemen rond de
huisvesting; nieuwbouw op de Wijchert en verbouw
tot vbo-gebouw aan de Streekweg; een klus met
uitdaging en dus op het lijf geschreven van Ben
Rutten. Rond hem is inmiddels een groep gevormd,
die deze problematiek in beeld moet brengen.
Advies van de groep luidt:
enf
usie per 1 jjanuari
anuari 119
992 en ssccho
usie
urenf
enfu
hollenf
enfu
Bestur
per 1 augu
stus 119
992. Dat llaats
aats
at o
augus
aatstte lijkt w
wat
ovv er
er-haa
st, m
aar om eer
der op het ssccho
aas
maar
eerder
hollenhui
svestin
gsplan tte
e kku
unnen kkomen,
omen, kkie
ie
st men
huis
ting
ies
voor dez
ed
at
um, al valt er veel voor tte
e zeggen
deze
dat
atum,
pas ttot
ot ssccho
usie o
e ggaan
aan per augu
s tu s
hollenf
enfu
ovv er tte
augus
1993, ggelijk
elijk op
gaand met de in
g van de
opg
invvoerin
oering
basisvormin
g , die tot die datum is uitgesteld.
orming
Voor het ineenschuiven van het totale personeelsbestand, zo wordt voorgesteld, wordt de voorkeur
gegeven aan de zogenaamde HBO-variant, waarbij
naar verhouding van het aantal personeelsleden
van de bestaande scholen, docenten en o.o.p’ers
hun plaats op de nieuwe afvloeiingslijst krijgen
toegewezen. De diverse vakbonden zullen daarin
betrokken worden.
Met een “concept voorgenomen besluit” voor elk
van de schoolbesturen verleent de groep haar
laatste dienst. De besturen zullen met kleine
amenderingen dit voorgenomen besluit voorleggen
aan de medezeggenschapsraden. Het bestuur van
de Scholengemeenschap Wijchen stelt in haar
Informatie verzamelen. Opluchting alom
Het personeel wordt enkele dagen voor de zomervakantie ingelicht over de pogingen die de stuurgroep
gaat ondernemen om zo spoedig mogelijk tot een
advies aan de besturen te kunnen komen omtrent
de ene scholengemeenschap op twee locaties. Dat
141
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
vergadering van 26 september 1992 vast, “dat met
dit besluit een belangrijke fase aanbreekt.” Brieven
over de nadering en overschrijding van de
opheffingsnorm worden voor kennisgeving aangenomen.
nieuwe bestuur overgedragen. De personeelsleden,
die op die datum in dienst van de “oude stichtingen” zijn, treden in dienst van het nieuwe bestuur.
De eigen fondsen worden ondergebracht bij de
stichting Steunfonds Stivo en de reserves in de
Stichting Methusalem. De eerste stap is gezet.
Hetty Klaver: “De identiteit van de school is geen
echt onderdeel van de onderhandelingen. Wel een
punt van aandacht is de besteding van de Klokkenberggelden. Deze flinke som geld mag niet in de
grote pot belanden, maar alleen worden ingezet
voor minder kansrijke leerlingen. Met de inzet
daarvan wordt steeds rekening gehouden.” De Van
de Brugghenstichting zal dat bewaken.
Door de nog niet uitgekristalliseerde regelgeving en
invoering van FBS is het niet haalbaar de scholenfusie eerder dan in augustus 1993 te doen plaatsvinden. Het personele plaatje vraagt terecht een
zorgvuldige aanpak, dit te meer, omdat behoud van
banen niet voor iedereen gegarandeerd kan
worden.
De administratie wordt gecentraliseerd. In Wijchen
en op Zwanenveld blijft de leerlingenadministratie
en het schoolsecretariaat tot de scholen gefuseerd
zijn.
Het stivo-bestuur kent de volgende samenstelling:
Voorzitter Herman Maas, voormalig gemeentesecretaris, die vanaf februari 1991 lid is van het bestuur
Perspectief levert energie op. “Stichting Interconfessioneel Voortgezet Onderwijs NijmegenWijchen” (STIVO)
Er wordt rechtstreeks op de besturenfusie aangestuurd. Een interim-bestuur bestaande uit zes
leden, waaronder de voorzitters Braakhekke,
Boelaars en Van Ommeren bereiden samen met het
interim-managementteam, gevormd door de drie
directeuren het fusie-uitvoeringsplan voor. De
commissie besturenfusie stort zich op de statuten
voor het nieuwe bestuur en de samenstelling
daarvan; de commissie personeel worstelt zich door
de regelgeving van het formatie-budget systeem
(FBS) en de commissie huisvestingsplan pleegt
uitgebreid overleg met het ministerie, de besturenbonden en de gemeente Wijchen, waar de pas
benoemde burgemeester Franssen enthousiast en
Burgemeester Franssen (Wijchen)
Herman
Maas
consistent meedenkt en handelt om de nieuwbouw
zo spoedig mogelijk te kunnen realiseren. De
architect, die eerder het gebouw aan de Streekweg
heeft gebouwd, wordt ingeschakeld.
De commissie onderwijs bestudeert de literatuur
over de basisvorming.
De akte van oprichting van de nieuwe rk/pc
stichting vindt plaats op 13 april 1992 en daarmee
worden de drie scholen per 1 augustus aan het
van de Scholengemeenschap Wijchen; Siem
Markering, directeur van een universitaire afdeling,
voert het secretariaat en komt van hetzelfde bestuur
evenals de leden Pim Kleinbergen, docent/adviseur
en Jan Kuppeveld, management trainer, penningmeester is Cees de Ruwe, stadsontwikkeling, van
het bestuur van het Dukenburg College. Verder
142
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
vinden we in het bestuur nog drie leden van het
voormalige Dukenburg bestuur, Harrie Boelaars,
organisatieadviseur, Dorine Gebbink, juriste en
Joppe Proot, bedrijfspsycholoog. Van de Klokkenberg komen Frans Dolmans, organisatieadviseur en
Bé Wolbers, financieel deskundige. Zij allen
vormen, naar zal blijken, een zeer slagvaardig en
deskundig bestuur, dat in alle fusieaangelegenheden een hartig en enthousiasmerend
woordje meespreekt. Zij weten de grote gangmakers van de fusie zoals Hugo Besjes met zijn
overtuigingskracht en productiviteit naast het
ondernemende duo Ben Rutten en Herman Maas
inzake de huisvesting tot grootse prestaties te
brengen. De voorbereiding van de scholenfusie is in
goede handen.
Het bestuur houdt op 7 mei 1992 zijn eerste
vergadering.
vooral door beweringen van vakbondsleden, die tot
tegenstrijdige oplossingen leiden. Het is ook een
zeer gemêleerd gezelschap met een grote variëteit
aan (on)deskundigheid. Een dergelijke
onmondigheid van de zijde van de vakbonden
werpt de school terug op eigen inzichten. Uitgangspunten over een rechtvaardige aanpak van dit
probleem worden bereikt. Het aantal personeelsleden van de afzonderlijke scholen is bepalend voor
de verhouding voor het ineenschuiven van de
bestanden, waarbij de afvloeiingsvolgorde in de
afzonderlijke lijsten op zorgvuldige wijze wordt
betrokken. De fusiebevorderende maatregelen en
de verwachting, dat het aantal leerlingen niet
drastisch zal afnemen, geeft het overleg de ruimte
om te komen tot een voor de medezeggenschapsraden acceptabele regeling.
Aan het begin van het schooljaar 1992-1993 is er
een dalende tendens in het aantal leerlingen. Dat is
niet onverwacht, omdat ouders bij fuserende
scholen een afwachtende houding aannemen. Voor
het eerst sinds jaren blijft de schoolbevolking in
Wijchen gelijk. De Klokkenberg lijdt het meest
onder het nieuwe gesternte en het Dukenburg
College verliest veel aanmeldingen in Dukenburg.
Deze school gaat immers Nijmegen verlaten. Toch
vallen de cijfers niet tegen. Hoe eerder nieuwbouw
gerealiseerd kan worden, hoe minder dergelijke
negatieve effecten een rol zullen spelen. Het
gunstigst is, dat de te verwachten dip kan worden
opgevangen met de fusie bevorderende maatregelen. Vandaar de haast met de bouw.
Al in september dient Hugo Besjes een deelbesluit
in betreffende het protocol, inhoudende de
afvloeiingsregeling en het in elkaar ritsen van de
afvloeiingslijsten volgens de HBO-methode. Diverse
amenderingen van alle drie de MR-en bereiken het
bestuur. Na vele reacties over en weer besluit het
bestuur in december als volgt: “de volgorde tussen
de personeelsleden onderling van elk van de
fuserende scholen ondergaat geen wijziging en de
personeelsleden van de fuserende scholen worden
zo evenredig mogelijk over de protocollijst verdeeld. Het bestuur stelt zich op het standpunt, dat
de fusie in het belang is van elk van de scholen en
dat derhalve de gevolgen van de fusie in gelijke
mate moeten drukken op, cq ten goede moeten
komen aan het personeel van elk van de drie
scholen.” Het bevoegd gezag geeft daarmee
overduidelijk aan zich verantwoordelijk te voelen
voor het totale personeel.
Grootste zorgen om personeel en huisvesting
Vanuit de medezeggenschapsraden bereiken het
nieuwe bestuur veel vragen over personeel,
onderwijskundige en organisatorische inrichting,
overlegstructuren en hun procedures naast de vraag
om helderheid rond de huisvesting. De eerste en de
laatste kwestie zijn algemeen aangeduid als de
meest hardnekkige en krijgen dan ook de hoogste
prioriteit.
soneel
sf
orm
atie speelt de wijze
Rond de per
personeel
soneelsf
sform
ormatie
waarop het personeelsbestand “in elkaar wordt
geschoven” de hoofdrol. Zowel bij de vakbonden
als bij de besturenbureaus is hierover onvoldoende
helderheid te verkrijgen vanwege het nieuwe FBSsysteem en de aangekondigde lump-sum regeling,
waarbij de bekostiging van het personeel gekoppeld gaat worden aan de landelijk gemiddelde
leeftijd van het personeel. De vooruitzichten zijn
vanwege de hoge gemiddelde leeftijd van het totale
personeel van de gefuseerde school minder positief
gekleurd. Er is jurisprudentie beschikbaar, maar die
biedt door nieuwe regelgeving weinig houvast.
Aan de hand van plannen, die vooral onder leiding
van Hugo worden opgesteld in samenwerking met
Martien Broens, wordt het decentraal georganiseerd
overleg (DGO) met vertegenwoordigers van diverse
vakbonden gevoerd. Vertegenwoordigers van de
medezeggenschapsraden zijn daarbij ingeschakeld.
Dat overleg, dat nog gaande is na de fusie van de
scholen, kent momenten van opperste verwarring,
143
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
ag
ement zal behoorlijk moeten afslanken.
Het man
anag
agement
Acht directieleden worden boventallig. Ina Wigboldus gaat vanwege de wijziging van identiteit niet
mee in de fusie. Sipke Pardieske gaat een lessentaak oppakken. Rinni Krips bouwt zijn “oude”
school nog mee af in het eerste jaar na de fusie.
Jacques van Krevel krijgt de dagelijkse leiding over
de Lijsterbes. Hij gaat daarna een lessentaak
vervullen. Marga Boes gaat na één jaar leiding
geven aan de havo-top interim taken vervullen als
waarnemend rector aan het Dominicus College en
interim directeur van de Monnikskap. Ben Rutten
blijft nog een extra jaar om de bouwperikelen tot
een goed einde te brengen. Dirk van de Pasch pakt
zijn lessentaak weer op. De overige leden van de
directies blijven min of meer op hun plek. Dick
Dekker gaat locatie Veenseweg leiding geven en
blijft de waarnemer van Hugo, die tot het jaar 2000
rector is van het Maaswaal College. Alle drie de MRen stemmen van harte in met zijn benoeming tot
rector van de nieuwe school. Hetty Klaver is
voorbestemd leiding te geven aan het vbo-mavo
aan de Streekweg. Anton van den Akker neemt de
bovenbouw aldaar voor zijn rekening en Kees van
de Wiel bouwt van het vbo-mavo het brugjaar en het
tweede leerjaar op. Taede de Boer blijft leider van
de brugklas avo-vwo. Henk Peters en Jan Robben
blijven ook op hun oude stek.
In het managementteam wordt in goed overleg met
elkaar op grond van deskundigheid, taakomschrijvingen en profielen gekomen tot een goede
taakverdeling. Diverse goed geslaagde studiedagen
dragen sterk bij tot een groeiende saamhorigheid.
Het resultaat wordt aan het personeel voorgelegd.
Er worden geen hindernissen ondervonden.
van de medezeggenschapsraden.
Wanneer dan op 14 augustus 1992 van de besturenbond, lid van de overlegcommissie voor het
scholenhuisvestingsbeleid, de mededeling komt,
dat de eerder gedane aanvraag om op het
investeringsplan 1993-1997 te komen een reële
kans maakt, stijgt het optimisme. De huisvesting
krijgt voorlopig 100 urgentiepunten toegekend op
een schaal van 100. Mooier kan het al niet. Helaas
komt later het conceptplan met het jaartal 1996 op
de proppen en dat is te ver weg. Dat de gemeente
Nijmegen een stimuleringssubsidie van f. 12.000
gulden over zal maken, is mooi meegenomen, maar
daar bouw je geen school mee.
Er moet opnieuw actie ondernomen worden in de
vorm van een pleitnota, waarmee het ministerie
bestookt wordt. In een gesprek, dat Herman Maas,
Hugo Besjes en Ben Rutten in Den Haag in februari
1993 hierover hebben met de woordvoerder in
onderwijszaken van het CDA, kamerlid Wim van de
Camp, wijst deze op de waarschijnlijk eenmalige
mogelijkheid van cofinanciering door Rijk en
gemeente.Dit biedt de kans om in één keer van alle
huisvestingsproblemen af te komen. Cofinanciering
betekent hier dat Rijk en gemeente samen het
project betalen.
Maar de ambtenaren in Den Haag stellen dat alleen
bouwprojecten, die al ver ontwikkeld zijn aan deze
regeling kunnen deelnemen. Dat is in Wijchen niet
het geval. Ben Rutten stelt dan direct dat het
nieuwe gebouw van het Mondriaan College in Oss,
wat hem betreft, gekopieerd kan worden. “Dan kan
het” is het antwoord.
De kans, dat de nieuwbouw een jaar vervroegd kan
worden wordt in spanning afgewacht. Alle plaatselijke formaliteiten als herziening van het bestemmingsplan, vormen geen hindernis. In de pleitnota
worden alle argumenten nog eens op een rij gezet.
Bovendien toont het aantal aanmeldingen voor het
eerste schooljaar van het Maaswaal College
ruimtegebrek in Wijchen aan voor een redelijke
uitgroei van de school. Actie is geboden om de fusie
te doen slagen en dat wil ook het ministerie.
Bij alle bouwplannen moet steeds rekening
gehouden worden met de tussentijdse huisvesting
van de leerlingen. Er zijn immers al vier gebouwen
in gebruik. Op Zwanenveld, het gebouw dat geheel
afgestoten zal worden, zitten mavo-vbo-leerlingen,
die ondergebracht moeten worden in het gebouw
aan de Streekweg. Dat geldt ook voor het gebouw
aan de Oosterweg met zijn vbo-leerlingen. Het
Lijsterbesgebouw huisvest het avo, dat op termijn
sv estin
gspr
oblemen zijn divers. Hoog op de
De hui
huis
ting
pro
prioriteitenlijst staat de nieuwbouw in Wijchen in de
rijk beboste omgeving van de Veenseweg en
Leemweg. De zeer ingrijpende verbouwing van de
avo-vwo-school aan de Streekweg loopt daarmee
gelijk op. Om de kansen van een voorspoedige
aanpak te vergroten heeft het nieuwe bestuur bijna
onmiddellijk na haar instelling een
“ongeclausuleerd besluit tot scholenfusie per 1
augustus 1993” genomen en legt dat aan de MR-en
voor met de mededeling, dat effectuering afhankelijk gesteld wordt van het verkrijgen van nieuwbouw
in Wijchen. De raden stemmen er mee in. In de
gegeven garantie, dat het besluit uitsluitend ter
bespoediging van de bouwplannen is genomen,
hebben ze vertrouwen. Een hoopgevende instelling
144
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
naar de Veenseweg gaat evenals de totale schoolbevolking van de Streekweg.
In berichten naar de ouders over de voorgenomen
fusie is de belofte uitgesproken, dat de leerlingen
op de plaats van instroom hun opleiding zullen
mogen afmaken. Dat kan niet gehandhaafd blijven,
omdat de wenselijke huisvesting eerder klaar is dan
op het moment van deze kennisgeving wordt
voorzien. Aangezien alle leerlingen bij verplaatsing
steeds in een betere situatie terecht komen, levert
het overleg met de betrokken ouders nauwelijks
problemen op.
Met instemming van de medezeggenschapsraden
werkt het bestuur aan het realiseren van
huisvestingsvoorzieningen terwijl de scholenfusie
nog gaande is. Velen hebben kennelijk alle vertrouwen in een goede afwikkeling daarvan. Mee
wiegend op de baren van het positieve politieke
klimaat ten aanzien van het tot stand brengen van
brede scholengemeenschappen zal het Maaswaal
College voorspoedig tot stand komen. Maar “geluk”
kun je afdwingen door zelf met volle inzet voor je
zaken te gaan.
verstaan. Deze ambtenaar kent de omstandigheden
van de Wijchense gebouwen erg goed. Hij heeft
medewerking verleend aan de “half miljoen”
oplossing om het slopen van de noodlokalen aan
de Oosterweg mogelijk te maken.
Den Haag stelt vele vragen: Wil de gemeente
Wijchen meewerken? Welk stuk grond staat ter
beschikking? Hoe staat het met het grondplan in
Nijmegen?
Er volgen weken van koortsachtige drukte. Herman
Maas slaagt erin het gemeentebestuur van Wijchen
te overtuigen van de unieke kans om in één klap
van allerlei schoolproblemen af te komen en
daarmee een volledige onderwijsvoorziening
binnen de gemeentegrenzen te halen. De eerlijkheid gebiedt echter te vermelden, dat het vbo in
deze constructie niet meer binnen de grenzen van
Wijchen aanwezig is.
Met regelmaat vindt overleg plaats en alle door de
gemeente te vervullen formaliteiten worden
probleemloos uitgevoerd. Zelfs in het overleg met
de buurtbewoners, die een voorstel voor een
andere locatie inbrengen, gaat het gemeentebestuur voorop.
Ben wil een kopieplan indienen van het Mondriaan
College in Oss, gebouwd door architect Roosenburg.
Den Haag vindt het prima, maar de architect niet.
Hij wil niet steeds dezelfde gebouwen neerzetten.
De bouwcommissie maakt een rondje langs een
aantal nieuw gebouwde scholen. Gezien de
vroegere ervaringen krijgt Roosenburg toch de
wbou
w aan de Veen
sew
eg wordt, figuurlijk
De nieu
nieuwbou
wbouw
eensew
sewe
gesproken, meteen in de steigers gezet. Voorzitter
Herman Maas coördineert het nieuwe bouwproject
vanuit het bestuur. Het spreekt voor zich, dat Ben
ook hier in de voorste gelederen te vinden is. In Den
Haag is de heer Appelman gesprekspartner, een
beminnelijk mens, met wie Ben zich uitstekend kan
Het gebouw aan de Veenseweg in Wijchen (2000)
145
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
opdracht om op zeer korte termijn, binnen door het
Rijk gestelde termijnen, een bouwplan in te dienen
voor nieuwbouw voor het Maaswaal College in
Wijchen en de herinrichting van het gebouw aan de
Streekweg. Er wordt gekozen voor een gelijksoortige
werkwijze als bij de nieuwbouw aan de Streekweg
in het begin van de jaren tachtig. De inspraak van
de secties is voor 100% gegarandeerd.
Ben: “Ook de gemeente Wijchen stelt zich zeer
coöperatief op. De gemeente stelt een prachtig
terrein gelegen aan de Veenseweg beschikbaar.”
Al deze resultaten van koortsachtig overleg worden
voorgelegd aan de heer Appelman. Zijn afdeling
Scholenbouw zal binnen afzienbare tijd worden
opgeheven en de activiteiten overgeheveld naar de
gemeenten. (Feitelijk geschiedt dat per 1 januari
1995. red) Dit is vermoedelijk een bijkomende
reden, dat de goedkeuring voor het gehele plan
royaal wordt toegekend. Het stelt de bouwcommissie in staat enkele sluimerende wensen,
zoals een toneelaccommodatie en een sporthal in
de nieuwbouw te verwezenlijken. Maar nog altijd is
er geen zekerheid over het tijdig kunnen beschikken over de nieuwbouw. Er valt nog veel te winnen.
Kees is voorzitter van de huisvestingsgroep
waarvan Ben Rutten de motor is en Hetty coördineert de projectgroep onderwijs en de subgroepen.
Het formuleren van de missie en schooldoelen
vormen een goed uitgangspunt voor verdere
opbouw. De groepen zijn zodanig samengesteld,
dat aan de drie personeelsgroepen recht wordt
gedaan.
Het fusiebouwwerk laat vele notities het licht zien.
In principe wordt de volgende lijn tot procedure
verheven. Vanuit de projectgroepen worden
voorstellen bij het managementteam aangeleverd.
Tegelijkertijd worden ze ter informatie aangeboden
aan bestuur en MR-en. Het managementteam
formuleert op basis daarvan een concept-voorgenomen-besluit en legt dat voor aan het bestuur, dat
het al dan niet gewijzigd als voorgenomen-besluit
accepteert. Het managementteam doet het toekomen aan de MR-en en draagt zorg voor publicatie in
het informatiebulletin voor alle personeelsleden. De
MR-en geven advies of betuigen hun instemming
conform het medezeggenschapsreglement. Het
managementteam formuleert het concept-besluit en
het bestuur maakt het tot een besluit.
Er wordt een vergaderschema opgebouwd dat alles
weg heeft van een spoorboekje. Vele avondvergaderingen maken korte metten met de vrije tijd
van veel leden van bestuur, management en MR-en.
Opvallend is, dat nagenoeg niemand het laat
afweten en dat met grote voortvarendheid voorstellen worden ingebracht. De mogelijkheid om in alle
stadia van de besluitvorming visies en opvattingen
in te brengen of nadere informatie te vragen of zelfs
de wens om extra plenaire vergaderingen kenbaar
te maken bij de betrokken personen, geeft de
fusiebesprekingen een open communicatief
karakter. De fusie leeft binnen alle drie de scholen.
Een PR-commissie onder leiding van Jan Robben
gaat korte tijd later aan het werk om zo adequaat
mogelijk informatief materiaal samen te stellen voor
de presentatie van de nieuwe school. Hugo deelt in
de bestuursvergadering van 5 november 1992 mee,
dat vanuit deze commissie het voorstel komt om de
aam M
aa
sw
aal C
ollege mee te geven.
school de n
naam
Maa
aasw
swaal
Co
De commissie heeft een “wedstrijd” onder het
personeel uitgeschreven en deze keuze gemaakt.
Docent Wim van Kraaij is de bedenker. Weinig
enthousiasme over de naam, maar het bestuur
heeft geen alternatieven.
De managementnotitie waaraan bovenstaande
gegevens zijn ontleend, sluit af met de volgende
zin: Zelfs op het eerste gezicht is het al duidelijk,
Het bestuur stelt zich voor.
Het gaat geel, groen en wit voor de ogen zien
Al in de eerste weken van het schooljaar 1992-1993
presenteert het nieuwe bestuur zich aan het
personeel. Dan wordt tevens mededeling gedaan
over de werkwijze van dit bestuur. De drie
medezeggenschapsraden zullen tijdig en uitgebreid
betrokken en geïnformeerd worden, zodat zij met
het bestuur hun beleidsbepalende rol kunnen
spelen. Het managementteam, bestaande uit Hugo
Besjes, Dick Dekker, Hetty Klaver en Kees van de
Wiel, vervult de coördinerende rol en heeft een
klankbord aan de responsegroep, samengesteld uit
personeelsleden: zes leden van Dukenburg en van
Wijchen en de Klokkenberg elk drie. In de voorbereiding zullen projectgroepen functioneren, zoals
dat ook eerder in het fusieproces het geval was met
uitzondering van de onderwijsgroep, die steun
krijgt van groepen rond basisvorming, vbo-avo, avovwo en leerlingbegeleiding. Dick zit de projectgroep
bestuur, organisatie, overlegstructuren en financiën
voor.
De spil vormt de projectgroep personeel
(afvloeiingsregeling,fusieprotocol,
personeelsbeleid, onderwijsbeleid, formatiebeleid
en formatieplan) deze is bij Hugo ondergebracht.
146
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
Sinterklaasviering van de brugklassen op de locatie Lijsterbes in Wijchen (1994)
147
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
o-l
bo leerlingen kunnen instromen in de
De mav
avo-l
o-lbo
locaties aan de Oosterweg en op Zwanenveld.
Voorlopig kan volstaan worden met het ontruimen
van de Lijsterbes. In januari 1993 werkt Kees van de
Wiel een voorstel uit om “containers” in te huren
die tot leslokalen worden samengevoegd en deze te
plaatsen aan de Oosterweg. Daarin krijgen de
mavo-havo-leerlingen onderwijs tijdens de facelift
van het oude schoolgebouw. Het resultaat mag
gezien worden.
dat slechts een ijzeren discipline dit tijdschema
enige kans van slagen geeft. Het is een belangrijke
taak van het managementteam om deze discipline
te handhaven. En dat gaat lukken.
Wanneer je een ordner van bv. bestuursstukken uit
deze periode ziet staan, dan valt je onmiddellijk op,
dat er naast het gebruikelijke witte papier veel
groen en geel zichtbaar is; een handigheidje om
zicht te houden op de status van de vastgelegde
notities. Je treft allereerst vele groene notities aan
met als kop “concept-voorgenomen-besluit”. De
gele papieren zijn een stadium verder; het zijn
voorgenomen-besluiten. De definitieve besluiten
van het bestuur zijn op wit papier vastgelegd en
vinden dan hun weg naar het totale personeel.
Om overzicht te houden krijgt het bestuur bij elke
vergadering een overzicht van de deelbesluiten en
in welke fase deze zich bevinden. Het personeel
wordt in grote lijnen op de hoogte gehouden door
een fusiebulletin. Een citaat uit het nummer van 17
november 1992 geeft de heersende werkwoede
uitstekend weer. “Na de herfstvakantie lijkt het
fusieproces in een stroomversnelling gekomen.
Links en rechts word je gepasseerd door rondvliegende deelbesluiten in al dan niet conceptuele
staat.” Vanuit alle in het fusieproces betrokken
groeperingen wordt de stand van zaken weergegeven. Het is een kunst om onwetend te blijven, maar
dat wil ook niemand.
“Eerste Wijchense atheneum.” Druk bezochte
voorlichtingsmiddag op 14 januari 1993
In De Wegwijs, het plaatselijke weekblad van
Wijchen, wordt onder de kop: “Eerste Wijchense
atheneum komt in Lijsterbesstraat.” Het bericht
doet melding van de druk bezochte voorlichtingsmiddag voor basisschooldirecteuren. Het getal van
100 aanwezigen wordt genoemd. Het optimisme
over de nieuwbouw wordt overgenomen; “In 1994
zal er met de bouwwerkzaamheden begonnen
worden en tot dit gebouw gereed komt, zullen de
huidige schoolgebouwen aan de Oosterweg en
Lijsterbesstraat in gebruik blijven.”
De presentatie van de nieuwe school is kennelijk
succesvol. “Een enorme stapel prachtig uitgevoerde
folders maakten zij (de basisschooldirecteuren red.) zeer snel tot de hunne en dat was uiteraard
precies de bedoeling van de school waarvan de
heer Besjes de beoogd rector is en waarvan het
bestuur wordt voorgezeten door de voormalige
Wijchense gemeentesecretaris, de heer Maas.” Zo’n
positief bericht in het Wijchense huis-aan-huis-blad
juist enkele weken, voordat leerlingen en ouders
hun schoolkeuze maken, is een hart onder de riem
van de nieuwe school.
Innamepunten van het Maaswaal College
per 1 augustus 1993
Belangrijk voor het samenstellen van de informatie
naar ouders en de toeleverende scholen is niet
alleen de naam van de school, maar ook waar de
leerlingen gaan instromen. De folders moeten voor
de kerstvakantie naar de drukker. Voorzitter Hugo
van het managementteam zendt half november aan
alle leden van de fusiegroepen een kort maar
krachtige notitie over mogelijke en wenselijke
innamepunten voor nieuwe brugklassers; de eerste
nieuw instromende leerlingen van het Maaswaal
College. Hij verzoekt om per omgaande te reageren
Er komen vele reacties binnen. De keuze wordt in
december vastgelegd in een voorgenomen besluit.
ovw
o zijn twee innamepunten: Streekweg
Voor av
avoo-vw
vwo
Nijmegen en in Wijchen wordt gekozen voor de
Lijsterbes. Het gebouw krijgt nog een flinke
opknapbeurt naar inrichting en uiterlijk om het
imago uit te kunnen stralen van een kwaliteitsschool zoals het Maaswaal College er een wil zijn.
Eerste Open Dagen
Op woensdag 10 maart op Zwanenveld en aan de
Oosterweg houdt het vbo-mavo van het Maaswaal
College haar eerste Open Dag. Zaterdag 13 maart is
het de beurt aan het avo-vwo. In De Wegwijs staat
enkele dagen van te voren een wervend artikel.
“Wie de laatste tijd vaker langs het gebouw heeft
gefietst, zullen twee dingen zijn opgevallen: de
opknapbeurt van het gebouw en het schoolterrein
en het nieuwe naambord. De naam Maaswaal
College, school voor vwo-havo-mavo, prijkt nu
breed boven de ingang. …De school heeft een
onderwijsspecial samengesteld, die een goed beeld
148
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
geeft van het totale schoolleven op het Maaswaal
College.”
In Wijchen spreken ouders en leerlingen hun
verbazing uit over de frisheid en het leerlingvriendelijke karakter van het gebouw aan de
Lijsterbes. Met twee en een halve ton zijn wonderen
verricht. Op de Streekweg blijft het vrij rustig.
De Open Dagen verlopen alom succesvol. De
tekendocenten Rob Bastiaanse en Hans Davids
hebben de informatieve borden over alle schoolvakken, leerlingbegeleiding, ouderraad, culturele
activiteiten, internationalisering, etc. tot volle
tevredenheid in hoog tempo vervaardigd. Het
Maaswaal College komt daardoor als een eenheid
over. Vanaf die eerste Open Dag is het systeem van
de borden gebleven en de collega’s mogen met een
bloemenbon een ruiker halen om thuis nog wat na
te genieten.
dekselbesluit met de nodige zorgvuldigheid uit de
schoolwereld geholpen. Dat is vooral een verdienste
van het duo Hugo Besjes en Herman Maas. Het
vertrouwen in een succesvolle fusie groeit bij alle
drie de betrokken scholen en hun teams.
In april vraagt het personeelsplaatje nog alle
aandacht en wanneer dat goed geregeld is, wordt
het dekselbesluit in procedure gebracht. Daaraan
zal een tweetal studiedagen voor het personeel
gewijd worden, zodat de MR-en een standpunt
kunnen innemen.
Het concept-formatieplan geeft aan dat 13 medewerkers een ontslagbericht ontvangen, maar dat
kan altijd nog meevallen. Sommige collega’s zijn
daaraan al gewend geraakt. Op hun oude school
kregen zij jaar op jaar in april een dergelijk bericht,
maar in augustus hoorden ze er weer bij.
Alle belangrijke zogenaamde deelbesluiten zijn
genomen. Het dekselbesluit kan nu in procedure
gebracht worden. De tekst luidt als volgt: “Nu de
medez
eggen
schap
sr
aden van de afz
onderlijk
e
medeze
ens
apsr
sra
afzonderlijk
onderlijke
scho
bben in
ges temd met de
hollen sscchrif
hrifttelijk he
hebben
ing
regelin
g van de ggev
ev
olgen van de ffu
usie en nu in
eling
evo
het dec
entr
aal ggeor
eor
gani
seer
do
eg van 2 ju
li
decentr
entraal
eorg
aniseer
seerd
ovverl
erle
juli
1993 o
een
stemmin
g iis
s ber
eikt o
ovv er
ereen
eens
emming
bereikt
ovv er de
per
sonel
e ggev
ev
olgen van die ffu
usie, be
sluit het
personel
sonele
evo
bes
be
s tuur STIV
O, d
at per 1 augu
stus 119
993 uit
bes
TIVO
dat
augus
uitvvoerin
g kkan
an w
or
den gge
egev
en aan het be
sluit van 1
ring
wor
orden
even
bes
ju
li 119
992 ttot
ot ffu
usie van Sc
ho
gemeen
schap
juli
Scho
hollen
eng
emeens
Wij
ho
gemeen
schap D
e Klokk
enber
g
ijcchen, Sc
Scho
hollen
eng
emeens
De
Klokkenber
enberg
en het D
uk
enb
ur
gC
ollege ttot
ot het M
aa
sw
aal
Duk
ukenb
enbur
urg
Co
Maa
aasw
swaal
College.”
In de bestuursvergadering van 8 juli 1993 wordt
aldus besloten en, zo lezen we in de notulen: “Het
feit, dat het dekselbesluit nog tijdig genomen kon
worden, wordt door het bestuur gezien als een
fantastische prestatie van het managementteam, de
schoolleiders, de MR-en , projectgroepen en
responsgroep. Zij allen verdienen een groot
compliment.”
Even wat cijfers over de aanmeldingen:
Streekweg
Klokkenberg
Oosterweg
Lijsterbes
Tot
aal:
otaal:
mhv
mv
mv
mhv
1 9 92
19 9 3
150
54
60
60
51*
65
67
130
32
4
324
3
33
33
* Slechts 18 leerlingen hiervan wonen in Dukenburg
of Lindenholt.
Winst in Wijchen; mavo/vbo versterkt uit de strijd;
avo-vwo meevallend verlies. Het feit, dat het
belangstellingspercentage in Wijchen aanmerkelijk
is gestegen, biedt perspectief.
Gezien de redelijk grote belangstelling in de
Lijsterbes is het wenselijk alle leerlingen van mavo
en havo van de scholengemeenschap Wijchen over
te plaatsen naar de Oosterweg.
Onderwijsinrichting, Lessentabellen, leerlingbegeleiding, etc., etc.. SCHOLENFUSIE!
Scholen vieren hun opheffing
De bus staat gereed bij het gebouw aan de Oosterweg om het personeel naar het stadje Buren te
vervoeren voor een ontspannende rondleiding. Het
is de warming up voor een feestavond in een
degelijke en prinselijke uitspanning in Beuningen.
ho
gemeenDaar is de overlijdensakte van de Sc
Scho
hollen
eng
schap Wij
ijcchen met muziek, zang en voordrachtskunst in mineur afgekondigd en zijn met gratie en
een vrolijk muziekje beschuit met muisjes uitge-
Talloze verslagen van vergaderingen, notities,
voorstellen en deelbesluiten, te veel om op te
noemen, gaan vooraf aan de eindbeslissing. Het
sel
be
sluit komt dichterbij. Er is
definitieve dek
deksel
selbe
bes
meer ophef over de tussentijds te nemen besluiten
dan het uiteindelijke besluit de scholen samen te
voegen tot het Maaswaal College. Veel oneffenheden en meningsverschillen worden op weg naar het
149
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
enb
ur
gC
ollege viert zijn feestje. Het is een
Het Duk
ukenb
enbur
urg
Co
super gezellige bijeenkomst. Het past geheel in de
schooltraditie en is als één van de vele feesten
opgenomen in de reeks, die eerder is weergegeven
in hoofdstuk zeven. Zeer de moeite waard om nog
eens terug te bladeren. Dat doet het personeel ook
tijdens dit feest. Daar pikken we toch nog een
stukje van mee, omdat het zo leuk is. Taede doet
verslag.
“Vooral het eerste programma-onderdeel bevat een
uitvoerige terugblik: “Diakroniek: de geschiedenis
van het Dukenburg College”. In deze kroniek
passeren drie onderwerpen de revue: waar we
woonden, de mensen en de feesten Het laatste
onderwerp is “de reden waaraan het Dukenburg
College zijn bestaansrecht ontleent”, aldus de
inleiding.
De 68 dia’s zijn voor het merendeel gebaseerd op
bestaande foto’s, waar nodig aangevuld met
geënsceneerd beeldmateriaal. Zo toont de eerste
dia twee manspersonen die op hun schouders een
deeld om de voorspoedige bevalling en de geboorte
van onze nieuwe school; het Maaswaal College, te
vieren. Onze Herman Maas geniet dubbel van dit
feest; als bestuurslid heeft hij afgedaan en als
voorzitter gaat hij verder.
D e Klokk
enber
g was; het Maaswaal komt er aan.
“D
Klokkenber
enberg
Hiermee gaat een lang gekoesterde wens in
vervulling,” zo lezen we in de 10e jaargang, no. 19
van het personeelsblad “Frame”. Daarin staat nog
meer over de laatste uren van De Klokkenberg. Er is
zelfs een poging gedaan het schoolhoofd te laten
verdwijnen. Netty Visscher, lang voorzitter van de
MR, doet verslag: “Wim Koopmans toverde het
hoofd van Hetty weg met veel magie en grote
messen. Hetty bleef, zoals we haar kennen, kalm.
Het was één van de aardige activiteiten, die het
einde van De Klokkenberg en het begin van het
Maaswaal College markeerde.”
Tevens maakt zij melding in Frame, van de poëtische ontboezeming van Henk Keyman, die het
laatste jaar voorzitter is.
“Het Klokkenberg-gerecht
heeft zich ten langen leste
over de fusie ontfermt en weet u wat haar restte?
Een eindeloze stroom van zeer gekleurde vellen
kwam traag op gang, nu zijn ze niet meer te tellen.
Het was zo veel, het was niet meer te stuiten,
het ging de maat van een grote ringband in januari al te buiten.
Wij worstelden en worstelden, maar kwamen steeds weer boven.
Hoewel, heel veel avondrust moest er aan geloven.
Wij praatten maar en praatten. Er wordt ook steeds geschreven,
maar Nettie heeft ons met koene hand de fusie in gedreven
Oh, notulerend Petra, met schrijfkramp is ’t gedaan
Het schip der fusie vaart nu uit; het Maaswaal College gaat bestaan.
De ouders deden driftig mee, speelden het spel snel en vlot,
maar ook zij, o, hoorder van dit gedicht, ontkwamen niet aan het fusielot.
De vijanden van de fusie, zij protesteerden luid.
De MR van De Klokkenberg nam vanavond
eindelijk het dekselbesluit.
Docententeam Scholengemeenschap Dukenburg 1971
150
Van Mammoet tot Maaswaal
10. DE FUSIE OP VOLLE TOEREN
enorme sleutel torsen. Het bijbehorende commentaar luidt: 23 augustus 1968. De gebroeders Bever
transporteren, tegen een geringe vergoeding, de
sleutel waarmee over enige ogenblikken het eerste
schoolgebouw van het Dukenburg College zal
worden geopend. Kenners weten welke personen
achter deze bijnaam schuilgaan.
Dia 4 is een afbeelding van de houtbouw. De
toelichting vat in enkele woorden de geschiedenis
samen.
1 augustus 1970 – 1 augustus 1983. Het Dukenburg
College groeit en bloeit in het gebouw op de locatie
Lankforst. De mavo krijgt een kind en Annemarie
noemt het havo. De havo krijgt een kind en Andre
Latta doopt het atheneum. De ene na de andere
commissie wordt benoemd om de nieuwe naam van
de scholengemeenschap te ontvangen. Tijdens een
spiritistische seance krijgt tekendocent Fred Marcus
van een valse profeet de lettercombinatie SGD door.
Dia 10 is een groepsfoto, gemaakt in het schooljaar
1970/71. Ze gaat vergezeld van de volgende
toelichting. Met dit docententeam, gefotografeerd
voor de houtbouw in Lankforst, ging de Scholengemeenschap Dukenburg de mammoetwet te lijf. We
staan even stil bij hen die ergens op de weg naar dit
moment een zijpad zijn ingeslagen. Een aantal van
hen zijn vanavond in ons midden. Annemarie is hier
en Andre Latta; Fred Marcus, Wil Koelmans en Ed
Akkermans zijn aanwezig; ook Piet Kuiper heeft zich
even van zijn laatste bouwproject los kunnen
weken.
We staan iets langer stil bij de docenten en directieleden die toen aan de school verbonden waren en
die nog steeds deel uitmaken van het team. Op de
dia staan in totaal 20 personen. Van dit totaal
hebben 8 docenten de geschiedenis van het
Dukenburg College bijna helemaal meebeleefd, één
van hen zelfs helemaal: op de achterste rij Frans
Rutten, Olivo Argante en Wil van Rossum; op de
middelste rij Ben Rutten, Rob Hirdes en Wim
Hammecher; op de voorste rij Jan Vermeulen en
Martin de Beijer.
Dia 6 kondigt de verhuizing aan naar een nieuw
gebouw. December 1982. Een corrupte ambtenaar
van het ministerie van onderwijs slaat onder
enorme belangstelling de eerste paal van het
Dukenburg College in de bevroren grond. De nieuwe
naam van de school is de avond
tevoren aan bestuurslid Harrie Boelaers in een
droom geopenbaard door Martin Luther King in
hoogsteigen persoon.
Dia 31 toont twee personen, zoals ook blijkt uit het
commentaar dat er bij wordt geleverd. In 1983
kwam een nieuwe man aan het roer van het
Dukenburg College: Hugo Besjes. Deze foto is
gemaakt enige ogenblikken nadat de transfer van
de Pabo naar het Dukenburg College aan de pers
was meegedeeld. De tevredenheid die afstraalt van
het gezicht van conrector Ben Rutten heeft niets te
maken met de kwaliteit van de nieuwe aankoop,
maar alles met de laagte van het transferbedrag.
Dat het een school is, waar alles kon, daarvan
getuigt dia 24, een afbeelding van Ben Rutten. Het
commentaar legt uit: Hoofd van de veiligheidsdienst, alias Ben Bever, bij het verlaten van een
bordeel.
De slotdia voert de aanwezigen terug naar het
begin. Deze dia geeft ons een beeld van het
onderwijs, zoals het in 1968 in Nederland algemeen
werd gepraktiseerd. Hij laat de hedendaagse
toeschouwer zien hoe ontspannen het er toen in het
onderwijs aan toe ging. Hij verklaart tevens hoe het
mogelijk is dat een docent die mede aan de wieg
van het Dukenburg College heeft gestaan, nog
steeds aan de school is verbonden.
De dia (niet geënsceneerd) liet een docent zien, die
gezeten voor een doodstille klas, geheel schuil ging
achter een krant. Zijn naam? Dat laatste kan voor U
een vraagteken blijven.
Dick Dekker (locatiedirecteur Veenseweg Wijchen)
tijdens zijn afscheidsspeech
151
DEEL 3 HET MAASWAAL COLLEGE OP WEG
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Het schooljaar 1993-1994 begint als elk ander.
Leerlingen, docenten, onderwijs-ondersteunend
personeel en leden van de schoolleiding gaan na
een welbestede vakantie aan het werk, zoals dat
ook gaat op andere scholen. Veel personeelsleden
zitten nog op de locatie van het voorgaande
schooljaar. Geen spectaculair verschil. Alleen biedt
het proces, waarin de school verwikkeld is, geen
zekerheid over hoe het verder zal gaan. Maar dat
het allemaal anders zal worden, is wel zeker.
Uitgangspunt is het Maaswaal College van jaar tot
jaar op te bouwen en de drie scholen gelijklopend
daarmee af te bouwen. Leerlingen moeten zoveel
mogelijk instromen op de plaats waar ze ook gaan
uitstromen; vbo-mavo aan de Streekweg en avovwo aan de Veenseweg. Op het moment van de
fusie is de school nog ver weg van dat ideale
plaatje. Er zitten vier brugklassen vbo-mavo in
Wijchen aan de Oosterweg en drie op Zwanenveld.
Verder zijn 130 brugklassers avo-vwo in het gebouw
aan de Lijsterbes gehuisvest en ruim 50 aan de
Streekweg. Er zit nog niet één leerling op zijn
plaats, maar daar staat tegenover, dat elke verplaatsing er een is naar een betere huisvesting. Van
teamvorming rond de leerlingen kan geen sprake
zijn, omdat op elk van de vier locaties een gedeelte
van de brugklassen gevestigd is. Op kleine schaal
worden docenten gemixt, zodat het wennen aan
elkaar soepel verloopt. Dat is de enige winst. De
verschillen tussen teams op basis van de diversiteit
aan schoolculturen blijven nog op de achtergrond.
Door het pendelen van leerkrachten van de ene
locatie naar de andere is van teamvorming nog
geen sprake. Het onderwerp pendelen leent zich
zelfs voor extra DGO (=Decentraal Georganiseerd
Overleg), om het verschijnsel te definiëren en in
werktijd om te zetten of om de betreffende collega’s
te compenseren.
Alleen de leden van de schoolleiding zijn gekoppeld
aan hun leerlingenpopulatie en moeten vooral
varen op hun mentoren. Toch heerst er een positieve sfeer onder het personeel, dat al snel gewend
is aan het werken op het Maaswaal College. De
oude scholen zijn snel vergeten. De namen van de
locaties worden in alle geschriften gebruikt en niet
gekoppeld aan de voormalige school. Niet de mavoleerlingen van bv. De Klokkenberg, maar de mavoleerlingen op Zwanenveld. De toekomst eist alle
aandacht op. De nieuwe medezeggenschapsraad
treedt in functie en de leden zijn vanuit en door het
totale personeel gekozen zonder acht te slaan op de
bloedgroepen. De MR zet zich in voor optimalisering
van de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden
van het totale personeel. Zij werkt kritisch, maar
ook constructief samen met Hugo Besjes. Deze
zorgt jaarlijks voor een goed informerend en
gedetailleerd formatieplan in de vorm van een lijvig
boekwerk, waarin naast het vigerende
personeelsbeleid en de op te lossen problemen ook
steeds vooruit gekeken wordt.
Het eerste schoolwerkplan van het Maaswaal
College verschijnt in december 1993. Beleidsafspraken op een groot aantal terreinen worden erin
behandeld en aangevuld met nieuw beleid. Zo
worden de missie en de schooldoelen, de onderwijskundige inrichting, de didactische werkvormen,
oriëntatie op studie en beroep, de leerlingbegeleiding, de toetsing, becijfering en bevordering, adviesmomenten en contacten met ouders
kort en bondig omschreven. Het is een uitstekende
notitie om verder te komen op de weg naar kwalitatief goed onderwijs in een goed georganiseerde
school
De onderwijsprogramma’s zijn op elkaar afgestemd. Taede de Boer en Kees van de Wiel hebben
met regelmaat overleg over zeer praktische zaken
zoals de vormgeving van de rapporten, het organiseren van de proefwerkweken, de ouderavonden en
de culturele activiteiten. Slechts daar, waar verschillen manifest zijn, wordt van de gezamenlijke
aanpak afgeweken.
Zeer veel aandacht van het bestuur en de directie
gaat uit naar de nieuwbouw aan de Veenseweg en
de verbouwing van de Streekweg. In het eerste jaar
zijn het veelal papieren voorbereidingen, maar die
zijn vaak vele malen moeilijker dan het realiseren
van bouwwerken in de praktijk. Toch worden er
flinke vorderingen gemaakt en de eerste wijzigingen
in de aanmeldingsplaatsen komen in zicht.
Met driemaandelijkse info’s worden de ouders op
de hoogte gehouden van activiteiten en ontwikkelingen en dat zijn er nogal wat.
Alles inzetten op invulling van de bouwplannen.
Cofinanciering door gemeente Wijchen
De gemeente zal binnen afzienbare tijd, 1 januari
1995, de verantwoordelijkheid krijgen voor de
huisvesting van de scholen. School en gemeentebestuur vormen een werkgroep voor de nieuwbouwplannen. Onderwerp van bespreking is met regelmaat de benarde situatie van de huisvesting van de
Wijchense leerlingen bij de verwachte verdere
uitgroei van de school.Er zal een lokalentekort
152
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
De bouw van de locatie Veenseweg in Wijchen (najaar 1995)
153
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Bezwaren geen probleem
optreden bij de start van het nieuwe schooljaar.
Ook deze werkgroep, bestaande uit het schoolkwartet Maas, Boelaars, Rutten en Peters naast vier
leden van de gemeente onder aanvoering van
wethouder Keser, brengt een bezoek aan het
Mondriaan College in Oss. Dat er twee gebouwen
vrij komen en daarmee financiën beschikbaar voor
mede-bekostiging van de nieuwbouw, biedt
perspectief in het kader van de voorfinanciering.
Men schat in dat projectontwikkelaars belangstelling hebben.
Nog altijd strijdt de groep voor een betere plaats op
het investeringsplan en tot twee maal toe wordt
Wim van de Camp benaderd om minister Ritzen nog
eens te polsen. In het kamerdebat roert het
kamerlid zich inzake het helder krijgen van plannen
rond een investeringsimpuls voor scholenbouw.
Brede scholengemeenschappen krijgen een
aanmerkelijk deel daarvan om knelpunten aan te
pakken.
Het voorontwerp bestemmingsplan “de Wijchert” is
op het gemeentehuis ter inzage gelegd en daarmee
in de openbaarheid gebracht. Enkele omwonenden
brengen hun bezwaren in. Sociale onveiligheid,
verkeersoverlast en de dreigende ondergang van de
vijver zijn het meest genoemd. Burgemeester
Franssen legt op 1 maart 1994 samen met leden van
het bestuur en de schoolleiding aan betrokkenen
uit in een openbare bijeenkomst, dat men deels
aan de bezwaren tegemoet zal komen door goede
toevoerwegen aan te leggen en verder hebben de
bezwaren niet voldoende gewicht om het plan te
wijzigen. Hugo Besjes bezweert de omwonenden,
dat hij eisen zal stellen aan de leerlingen. De
Gelderlander schrijft: “Echt een geruststelling was
dat voor de aanwezige omwonenden niet. Ook
wethouder Keser kon het publiek niet volledig op
zijn gemak stellen met de geplande
verkeersmaatregelen.” Het verbaast dan ook
niemand, wanneer in april de buurt een
handtekeningenactie organiseert. Alle argumenten
tegen zijn nog eens op een rij gezet en daarbij
alternatieve locaties geboden.
De bestuurders stellen alles in het werk om de
versnelde procedure voor de aanvang van de bouw
veilig te stellen. De bezwaren moeten dan afgehandeld zijn. Het bestuur wil het uitzicht op de vijver
opgeven door het gebouw op te laten schuiven. Dan
kunnen meer bomen blijven staan en zijn er enkele
bezwaren weggewerkt. De gemeenteraad wijzigt het
bestemmingsplan en keurt de verkorte procedure
goed.
Het ministerie, zo wordt bekend, zal in 1994 een
eenmalige impuls van 200 miljoen verstrekken ten
behoeve van scholenbouw. De heer Wever van de
gemeente Wijchen, lid van de werkgroep, bezoekt
op 3 december de bijeenkomst op het ministerie,
waar nadere toelichting gegeven wordt. Hij legt in
een verslag vast, dat de scholen op het
investeringsplan moeten staan, de bouw in 1994
aanbesteed moet worden en de gemeente bereid
moet zijn minimaal 25% bij te dragen in de vorm
van een cofinanciering, Dat laatste kan bv. door
grond in te brengen of winsten uit verkoop van
anuari 119
994 moeten de
schoolgebouwen. Voor 7 jjanuari
gemeenten de plannen indienen om in aanmerking
te kunnen komen. Zijn verslag eindigt met de
opmerking, dat wanneer deze weg niet gevolgd
wordt, de normale procedure zal leiden tot bouwen
in 1997 of later. Met andere woorden: deze kans
moeten we grijpen. Zijn notitie is opgemaakt op 5
december 1993. Of er een sinterklaasverpakking om
heen zit bij de aanbieding aan het bestuur, is niet
naar buiten gebracht. Het is kort dag, maar waar
een wil is, is een weg. Vervroeging van de bouw zal
ook de exploitatiekosten drukken door het afstoten
van overbodige gebouwen.
Het bestuur grijpt de nieuwe mogelijkheden aan en
heeft het gemeentebestuur van Wijchen geheel aan
haar zijde. De cofinanciering zal plaatsvinden. De
brief daarover gaat op 22 december 1993 naar het
ministerie.
De verhuizing van de Streekweg naar de Veenseweg
(voorjaar 1996, Jos Keersmaekers)
154
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Saamhorigheid bestuur en gemeente beloond.
Een schop aan de wand
Huisvesting 1994-1995
in samenhang met de innamepunten
Op 24 februari 1994 neemt de gemeenteraad het
besluit tot cofinanciering. De Van de
Brugghenstichting maakt het gebaar één miljoen te
reserveren als risicodekking. In het raadsvoorstel
wordt uitgegaan van 16 miljoen gulden om de
school te kunnen bouwen. Een schetsontwerp van
het gebouw door architect Roosenburg is bijgevoegd.
De schoolleiding ziet vooruit naar het volgende
schooljaar. Het gebouw Zwanenveld wordt per 1
augustus 1994 overgedragen aan de Streekschool.
De vaklokalen voor de beroepsgerichte vakken
kunnen nog in gebruik blijven. De onderbouw zal
moeten verhuizen naar de Streekweg. Er zullen daar
geen avo-vwo-leerlingen meer aangenomen
worden. De Lijsterbes kan alleen de eerste twee
leerjaren van het avo-vwo herbergen. De havomavo-leerlingen moeten naar de Streekweg of de
Oosterweg. De ouders van de kleine groep 3-havo
leerlingen stemmen in met overplaatsing naar de
Streekweg.
Dan zijn er nog twee instroompunten: vbo-mavo
aan de Streekweg en avo-vwo aan de Lijsterbes. Dat
is al een heel eind in de richting van het uiteindelijke doel.
De Open Dag verloopt wederom succesvol. Voor het
schooljaar 1994-1995 melden zich voor vbo-mavo
aan de Streekweg 133 leerlingen aan. Bij de
Lijsterbes zullen 200 brugklassers voor avo-vwo in
augustus voor de deur staan. Dat is 20 leerlingen
minder dan de prognose.
In De Gelderlander van 16 februari wordt een en
ander gemeld onder de kop: “Bouw Maaswaal
College dit jaar.” “Wijchen heeft zich als eerste
gemeente in Nederland bij het ministerie formeel
aangemeld voor het project.”
Belangrijk is, dat alle processen zoals de voorbereiding van de aanbesteding en de wijziging van het
bestemmingsplan zonder problemen verlopen om
de schop op tijd in de grond te steken. Hugo Besjes
schrijft in de agenda voor de bestuursvergadering
van 24 februari onder huisvesting: “In de afgelopen
periode heeft de weg naar de uiteindelijke
huisvestingssituatie ons weer langs onpeilbare
diepten gevoerd. Des te aanlokkelijker wenkt het
verschiet.” Dat is zo zijn manier om zijn enthousiasme de vrije loop te laten. Hij wil voor de Open
Dag de pers met de bouwplannen verlokken tot
uitgebreide berichtgeving.
In het verschiet ligt een bijeenkomst van bestuur en
het college van B. en W. op het gemeentehuis.
“Onderwijsambtenaar Den Halder bracht behalve
het besluit van het kabinet ook een schop mee.
Wethouder Keser en voorzitter Maas vinden het
prachtig. Helemaal als die schop nog dit jaar de
grond in gaat,” zo luidt het onderschift bij een foto
in De Gelderlander van 1 maart.De journalist schrijft
onder de kop “Dit jaar nieuwbouw school” een
verslag van deze ontmoeting. Herman Maas wordt
geciteerd: “Ik ben meer dan gelukkig, echt. Op een
gegeven moment heb je alle zinnen gezet op
nieuwbouw. Er waren teleurstellingen, maar we
hielden strak de kop in de wind.” De aanbesteding
op 1 juni wordt aangekondigd. Hugo heeft de schop
in bewaring tot het zover is om de eerste schep
grond voor de bouw te verplaatsen. Dit werktuig
prijkt nog altijd aan de wand van de kamer van de
rector aan de Veenseweg.
Ook staat op de kamer van Hugo staat een maquette van de nieuw te bouwen school voor 1250
leerlingen.
De verbouwing van de Streekweg
is geen kleinigheid
De huisvestingsgroep, onder leiding van Ben
win
g aan de
Rutten, werkt plannen voor de verbou
erbouw
ing
Str
eek
weg uit met hulp van architect Roosenburg,
Streek
eekw
die tien jaar eerder het gebouw heeft ontworpen.
Ben heeft de bouw begeleid en zij tweeën kennen
dan ook alle mogelijkheden en onmogelijkheden
ervan. Theorielokalen moeten omgebouwd worden
tot vaklokalen voor beroepsonderwijs. Naast het
Verbouwing locatie Streekweg 1995
155
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
resultaat gezien mag worden. In enkele maanden
tijd heeft het gebouw een totaal andere indeling
gekregen en kan iedereen zich met genoegen
wijden aan het onderwijsproces.
Per augustus 1995 wordt de bovenbouw-vbo van
Zwanenveld en Oosterweg verplaatst naar de
Streekweg. Alleen de afdeling consumptief met het
restaurant “De Klokkenberg” blijft nog even achter
tot de nieuwe keuken en het restaurant klaar zijn.
De schoolpopulatie aan de Streekweg is compleet
gewijzigd. Van bloedgroepen is nauwelijks iets te
merken. De klassen zijn “gemengd” samengesteld
en het loopt allemaal boven verwachting. De
docenten en mentoren gaan daarin voorop.
Op vrijdag 17 november 1995 wordt er feest gevierd
aan de Streekweg. De verbouwing is voltooid.
Herman Maas, burgemeester Franssen, de
onderwijswethouder van Nijmegen, Hr. Frik van
Hogeschool Gelderland spreken het gezelschap toe.
Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, waarvan
bijna elke afdeling van het vbo een kring om zich
heen verzamelt, geven daar ook acte de presence.
Hr. Van Riswik van de werkgeversvereniging Midden
Nederland, ziet met genoegen, dat de band met het
bedrijfsleven is gesmeed. Er is Open Huis voor alle
belangstellenden, van wie de ouders een speciale
uitnodiging hebben gekregen. Daar wordt goed
gebruik van gemaakt.
Verbouwing locatie Streekweg 1995
gebouw komt over de hele lengte een werkstraat;
een rij van lokalen voor bouw-, metaal- en
elektrotechniek. De overige vbo-afdelingen moeten
inpandig worden opgezet.
Ben aan het woord: “Voor de herinrichting van de
school is er een extra strook grond nodig. Herman
Maas en ik leggen daarvoor contact met het college
van B. en W. in Nijmegen en krijgen daar te maken
met de heer Jacques Thielen, oud-leerling van de
school. Grond in Nijmegen is bijzonder duur. Maar
de gemeente is zeer coulant en verkoopt het
gevraagde stuk als tuingrond. De besparing kan aan
het bouwbudget worden toegevoegd.”
Geheel volgens de regels van Ben worden vakdocenten en secties ingeschakeld bij de uitwerking
van de plannen. Allesbepalend voor de uitvoer van
deze plannen, die tot een totale metamorfose van
het gebouw zullen leiden, is de bekostiging.
Medewerking van het ministerie en de plaatselijke
overheden is onontbeerlijk.
Architect Roosenburg legt in april 1994 de laatste
hand aan het verbouwingsplan. Het zal in de
welstandscommissie van de gemeente Nijmegen
besproken worden. De verbouwing wordt voorbereid en gaat pas goed beginnen, wanneer de fusie
een feit is en de brugklassers en tweede jaars
leerlingen van Zwanenveld en Oosterweg zijn
ingestroomd. De eerste paal van een grote reeks
wordt eind februari 1995 geslagen voor de bouw
van de werkplaatsen.
Het onderwijsproces wordt soms ernstig verstoord,
wanneer de diamantboren door de betonnen
verdiepingsvloeren hun weg zoeken. Zuinig als Ben
Rutten is, zijn de noodlokalen blijven staan. “Je
weet maar nooit,” moet Ben gedacht hebben. Ze
komen goed van pas. Zitten er geen leerlingen in,
dan wordt de inventaris van te verbouwen lokalen
er in opgeslagen. Maar ondanks pijn en bekommernis stellen docenten en leerlingen vast, dat het
Samenwerking met het bedrijfsleven
De eerste intensieve vorm van samenwerking met
het bedrijfsleven manifesteert zich rond Homed. De
sponsors zien hun namen op bordjes aan de wand.
Het simulatiekantoor wordt overgeplaatst vanuit de
kelder aan de Oosterweg naar een vergroot lokaal
aan de Streekweg. Michel Terheggen neemt in
november 1994 een nagebouwd woonhuis in
gebruik onder grote belangstelling van
elektrotechnische bedrijven, die de inrichting voor
een deel hebben bekostigd. Eén van de bedrijven
leent haar bedrijfsleider uit om de installatie met de
leerlingen in te richten, waarbij docent Michel
Terheggen tot opzichter wordt gebombardeerd. Ook
deze installatie wordt overgeplaatst naar de
Streekweg in de nieuw gebouwde werkplaats.
Zo profiteren de afdelingen metaal en bouw
eveneens van belangstelling vanuit de bedrijfstak,
waarvoor de leerlingen worden opgeleid. Voor
consumptieve techniek en de afdeling verzorging
ligt het wat minder gemakkelijk. Wel voeren Anton
156
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Feestdag ter ere van de opening van de locatie Veenseweg in Wijchen (19-4-1996)
157
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
van den Akker en Ben Rutten intensief overleg met
bedrijven om tot een zo optimaal mogelijke
inrichting van de vaklokalen te komen; efficiënt, bij
de tijd en degelijke apparatuur.
Nicadagen en de opvoeringen van Romeo en Julia
voor de ouders op het einde van het schooljaar.
De band met het bedrijfsleven heeft voordeel voor
de leerlingen en de bedrijven. Docenten en leerlingen maken kennis met hun bedrijfstak en kunnen
het onderwijsprogramma verbeteren, voorzover
daar ruimte voor geboden wordt. Bedrijfsbezoeken
door leerlingen in hun oriëntatieperiode en stageafspraken zijn gemakkelijker te maken. Terugkoppeling van de werkresultaten en gedrag van leerlingen
in de bedrijven naar de school verbetert naarmate
men elkaar beter leert kennen.
Dat is ook een absolute voorwaarde, wanneer kort
na de eeuwwisseling gestart wordt met het leerwerk-traject voor leerlingen, die het B-programma
niet goed aankunnen en gebaat zijn bij veel meer
praktijk in hun onderwijsprogramma. In samenwerking met het bedrijfsleven stelt de school een
leertraject op, dat voor de leerling wel haalbaar is.
Je ziet de jongeren opbloeien en hun motivatie
neemt toe. Een aanmerkelijk deel van hun schoolweek brengen ze door in een bedrijf en het schoolprogramma is daarop voor een deel afgestemd om
tijdens hun stage beter te functioneren. Daar doen
beide partijen hun voordeel mee.
Al snel blijkt, dat pogingen om de brugklassen van
de beide schooltypen op één leest te schoeien,
beter niet ondernomen kunnen worden. De leerlingbegeleiding vraagt bv. veel meer en andere aandacht op de Streekweg dan op de Lijsterbes, want
daar staan de leerprestaties hoger in het vaandel
en is de docent in het algemeen meer gericht op het
geven van onderwijs. Bovendien komen daar de
leer- en gedragsproblemen van de leerlingen
minder manifest naar voren in tegenstelling tot de
leerlingen uit de volkswijken van Nijmegen en
Wijchen. De mentaliteit van de vbo-mavo-docent is
ook meer gericht op de leerling dan op zijn vak. Dat
draagt bij tot een schoolsfeer, waarin leerlingen
zich thuis voelen.
Onder de krachtige leiding van Hetty Klaver krijgt
het vbo-mavo een duidelijk smoel. Zij wil de
ambities om te komen tot een goed gereguleerde
schoolorganisatie met visie en positieve uitstraling
Eén of twee scholen?
Teamvorming
Hiervan is nog geen sprake wanneer Kees van de
Wiel vanuit het kamertje van Taede de Boer vanaf
augustus 1994 het team leidt van de onderbouw.
Mentoren en docenten van zowel de Oosterweg en
Zwanenveld komen samen in één team. Er zijn
slechts enkele docenten van het voormalige team
van de Streekweg ingezet. Het lukt wonderwel het
team tot een redelijk functionerende éénheid te
smeden. Vooral de wijze waarop de leerlingen door
het team begeleid worden in zowel didactisch als
pedagogisch opzicht, getuigt van de wil om van
elkaar te leren. De verschillen zijn ondergeschikt
aan de overeenkomsten. Het mentorenteam is het
hart van de onderbouw van vbo-mavo en de
ondersteuning door zowel de speciale leerlingbegeleiders Margreet Versteeg en Netty Visscher als
door Kees concentreert zich vooral op deze docenten. In de rapportbesprekingen en bij de uitvoering
van de buitenlesactiviteiten is men bereid tot
hechte samenwerking. Zo hebben we in de beginjaren bv. kunnen genieten van de sportdagen, de
Wim Hammecher laat zijn hoofd
kaalscheren voor 400 gulden ten
bate van Nicaragua (19-4-1996).
158
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
en daarbij een adequaat functionerend en zich
verantwoordelijk voelend personeelsbestand waar
maken. Zij draagt er ongetwijfeld met haar tomeloze
inzet toe bij, dat velen op deze school een goed
“wij-gevoel” ontwikkelen. Vele collega’s betreuren
dan ook haar vertrek in augustus 2002 om een
zelfstandig adviesbureau op te zetten. Er wordt op
een hartelijke en feestelijke wijze afscheid van haar
genomen. Henk Pouw volgt haar op en stelt na één
jaar voor zichzelf vast, dat hij te weinig affiniteit met
de school heeft. Dan is de leiding van de locatie een
jaar in handen van interim manager Nico Persoon
en Hans Straten. Tot genoegen van vele collega’s
vormt Joni Kappers vanaf augustus 2004 het nieuwe
vaste punt met een heldere aanpak en visie.
Aan de Veenseweg blijft de sfeer van het Dukenburg
College overeind. De mavo- en havo-docenten van
de Scholengemeenschap Wijchen vinden er snel
hun plek. De wijze waarop de school zich manifesteert, getuigt meer van een vervolg dan van een
nieuwe start. Het zal nog een tijd duren, voordat er
van een duidelijk op Wijchen gerichte organisatie
sprake is. Pas met de invoering van het studiehuis
en het z-urensysteem ontstaat een levendig debat
onder de docenten over het vernieuwende karakter
van het onderwijs. Taede is daarbij de grote
stimulator. Zijn invloed blijft te vaak helaas beperkt
tot de onderbouw. In de bovenbouw wordt veelal op
zekerheid en haalbaarheid gespeeld. Toch ontstaat
er een school, die zich meer en meer op modern
onderwijs gaat richten, maar voor een “wij-gevoel”
in een echte Wijchense school zijn er nog te weinig
elementen aanwezig.
leest geschoeid, is er een centrale directie en ga zo
maar door. Qua mentaliteit en sfeer heb je met twee
verschillende scholen te maken. De school presenteert zich enerzijds als een eenheid, anderzijds
kennen beide locaties een eigen schoolcultuur met
een eigen aanbod met weinig overlap en elk gericht
op een eigen doelgroep. De beide locaties groeien
uit elkaar. Streekweg wordt steeds meer een school
voor vbo. Het aantal mavo-leerlingen neemt af.
Cultuurverschillen
Hetty denkt “met een dankbaar gevoel terug aan de
sfeer tijdens de Klokkenbergtijd; het gevoel van
betrokkenheid, loyaliteit, respect. Met de totstandkoming van de fusie komt daar verandering in als
gevolg van de samenvoeging met Scholengemeenschap Wijchen. De identiteit van het Dukenburg
College kan vrijwel worden gehandhaafd, doordat
de samenstelling van dat team als gevolg van de
fusie nauwelijks veranderingen ondergaat.
De onderhandelingsgeest van het Dukenburg
College heeft zijn doorwerking op het Maaswaal
College. Voor de beide andere scholen is dat, zeker
in de beginjaren, behoorlijk wennen. Dit leidt er
onder andere toe, dat onbetaalde taken minder
vanzelfsprekend worden uitgevoerd.”
De Klokkenberg wordt gezien als een school met
degelijke docenten, die door de omstandigheden in
de knel zijn gekomen; bescheiden en constructief.
Een band tussen het personeel van beide scholen is
er niet echt. Het Dukenburg College krijgt de
kwalificatie mee van een sterke school te zijn met
een degelijke leiding.
“Mijn ervaringen met de cultuurverschillen,” aldus
Kees van de Wiel, “zijn naarmate de periode van de
fusie verder achter de rug ligt, positiever geworden.
Aanvankelijk ziet men alom de Scholengemeenschap Wijchen als een school vol disharmonie, waar
samenwerking en discipline ver te zoeken zijn; een
school in zware nood met een verkeerde schoolcultuur. Het heeft me persoonlijk vaak pijn gedaan,
wanneer men, al of niet openlijk, liefst niet met mijn
school in verband gebracht wil worden om met een
schone lei in Wijchen te kunnen beginnen. Het
verschijnsel, dat zowel de leerlingen als de docenten van het vbo minder gewaardeerd worden door
de avo-vwo-docenten, doet zich minder voor en ebt
geleidelijk aan weg. Op termijn is het tij duidelijk
gekeerd. Over en weer ontstaat er meer en meer
waardering voor elkaars werk en wordt verschil in
opvatting en beoordeling wederzijds geaccepteerd.
Ook de schoolleiding onderkent de verschillen die
tussen de beide locaties zich scherper gaan
aftekenen en dringt aan op het goed uitbouwen van
de beide schooltypen, eerder op basis van de leeren gedragskenmerken van de leerlingen dan op het
groeien naar een eenheid. Dat vraagt te veel
bijsturing, wat beide teams eerder als een ongewenste obstructie van hun werkzaamheden zullen
ervaren. Bovendien is het ook niet in het belang van
de leerlingen.
Liever een duidelijke verscheidenheid op basis van
kwalitatief goed onderwijs voor de betrokken
leerlingen dan een façade van geforceerde eenheid.
Daar waar de scholen gemeenschappelijkheid
kunnen uitdragen, moeten ze dat ook doen. Zo
worden bv. de PR-plannen en middelen geheel op
elkaar afgestemd, is er één ouderraad, lopen de
lestijden gelijk op, zijn de kantines op dezelfde
159
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Het wij-gevoel is er al vanaf de start van de school.
De schoolomgeving reageert positief op de naam
Maaswaal College en dat schept binnen de school
een onderlinge band. De personeelsleden van De
Klokkenberg en van de Scholengemeenschap
Wijchen groeien aan de Streekweg snel uit tot een
goed samenwerkend team.”
Hetty: “Wij zijn een vraagbaak voor andere scholen
in de regio met soortgelijke fusieplannen en kunnen
dan vanuit een positieve beleving reageren.”
De Dukenburg cultuur is dominant gebleven; zeker
in het avo-vwo. Het vbo-mavo heeft aanvankelijk
trekjes van deze schoolcultuur, maar is meer en
meer zijn eigen gang gegaan. De goede dingen van
Wijchen en De Klokkenberg zijn redelijk goed
geïntegreerd.
De cultuurverschillen van de drie afzonderlijke
scholen zijn nooit publiekelijk en transparant
besproken. Deze komen wel aan de orde in de
wandelgangen, tot ze er niet meer toe doen. Het
Maaswaal College heeft nu twee vestigingen met elk
de eigen schoolcultuur die past bij de aldaar
functionerende teams. Daar is niks mis mee, want
de onderlinge verhoudingen zijn uitstekend.
van de nieuwbouw in haar loverrijke omgeving in
het plaatselijke weekblad. Eind september 1995
hijst Herman Maas de schoolvlag van het Maaswaal
College in top onder grote belangstelling van zeer
veel collega’s, het bestuur, de architect en de
bouwvakkers, die trots zijn op hun werk. Van de
“onpeilbare diepten” waar Hugo eerder gewag van
maakt, is geen spoor te ontdekken;integendeel, hij
kan met trots kijken naar het hoogste punt.
De Wegwijs doet verslag. “Nieuwbouw Maaswaal
College oogst veel lof. De bewondering voor de
nieuwbouw, die naar verwachting begin februari in
gebruik wordt genomen, is algemeen en de situering temidden van de bossen, wordt als uniek
ervaren.” De journalist haalt Hugo Besjes aan. “Nu
staan we aan de voet van een immens gebouw met
prestigieuze allures dat zeer waarschijnlijk de
bange vermoedens van degenen die zich tegen de
nieuwbouw op deze plek hebben verzet, verre
overtreft.”
Ben Rutten gaat voor in het skelet van de nieuwbouw om zijn collega’s hun nieuwe werkplek aan te
wijzen. De contouren van de docentenkamer, de
aula, de sportzaal, het drie verdiepingen hoge
lokalenblok zijn te herkennen.
Nieuwbouw Veenseweg;
van hoogtepunt naar hoogtepunt
Weer enkele maanden verder kondigt De Gelderlander van 16 januari 1996 aan, dat de nieuwbouw
bijna gereed is. “Niets is aan het toeval overgelaten. Maaswaal College vanaf 4 maart in gloednieuw
gebouw aan Leemweg in Wijchen.” De Open Dag
wordt in het artikel aangekondigd. Rond het
gebouw gonst het van de activiteiten om de
afwerking van het gebouw op tijd rond te krijgen.
Ben Rutten: “De architect heeft de opdacht gekregen een glazen huis te tekenen en dat is aardig
gelukt. Het is de bedoeling dat buiten te zien is wat
er binnen gebeurt. Openheid.”
Ben vertelt de journalist over allerlei filosofietjes
achter bouwbesluiten zoals over het trappenhuis in
de vorm van een glazen koker. “Je kunt het wel
dichtmaken, maar de ervaring leert, dat mensen
dan hun oriëntatie kwijtraken. Nu kunnen ze steeds
zien waar ze zijn.” Iedere collega, die bouwman
Rutten kent, weet dat er inderdaad niets aan het
toeval wordt overgelaten. Alle collega’s hebben met
hem, al of niet via de secties, over hun inrichtingswensen gesproken en hij heeft er in samenwerking
met de architect en de uitvoerders van gemaakt wat
het is: het admiraalsschip van het Maaswaal
College, waar leerlingen en personeel zich thuis
voelen.
Ben is eigenlijk van plan in 1995 een punt te zetten
achter zijn schoolcarrière. Het bestuur verzoekt hem
echter dat besluit met een jaar uit te stellen. En zo
gebeurt het, dat met de voltooiing van het Maaswaal College in Wijchen en de herinrichting van het
gebouw aan de Streekweg in Nijmegen tegelijk een
einde komt aan de schoolloopbaan van Ben Rutten.
Met voldoening, zo laat hij weten, kijkt hij terug op
een periode, waarin hij in samenwerking met velen
mocht meewerken aan de totstandkoming van een
fraaie huisvesting voor het Maaswaal College.
De aanbesteding is achter de rug. Alle formaliteiten
hebben hun einde gevonden in de start van de
bouw, die door burgemeester Franssen in maart
1995 persoonlijk met de Haagse schop in gang
wordt gezet.
Ben volgt de bouw op de voet. De grote graafmachines stormen af op een bijna maagdelijk
gebied. Het is indrukwekkend om te zien met
hoeveel energie de grondwerken plaatsvinden.
Betonvrachtwagens rijden af en aan, bouwmaterialen worden massaal aangevoerd. De winter is
voorbij. De lente en zomer zijn onze school goed
gezind. In augustus staat een sfeervolle luchtfoto
160
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
5 VWO leert koken op de locatie Streekweg (1996)
161
Van Mammoet tot Maaswaal
11. MAASWAAL COLLEGE EEN FEIT
Afscheid van Ben Rutten
Ze beginnen daarmee op de eerste dagen van
maart. De verhuizing vanuit Lijsterbes en Oosterweg
is in volle gang en alles wordt in het werk gesteld
om op tijd voor de Open Dag van 9 maart zo goed
mogelijk voor de dag te komen. In de pers wordt er
ruime aandacht aan gegeven.
Deze happening wordt geheel verzorgd door
docenten en directieleden van het voormalige
Dukenburg College. Poëzie, met de dragende stem
van Taede, vormt één van de hoogtepunten. Taede
noemt dat “een posthume punt achter een traditie
die in 1982 zijn aanvang nam.”
Wethouder trakteert op vulkoeken.
Aula als concertzaal
Nieuwe auto
Overal kan ik tegen,
de verkoop van een Fiat,
een roestende Roover, een autokerkhof kan ik zonder tranen
zien ruimen, echt, het laat
me helemaal koud.
Terwijl de bouwvakkers, meubelinrichters, elektriciens en het onderwijs ondersteunend personeel
volop met elkaar bezig zijn onder toezicht van de
alom aanwezige Ben Rutten de laatste klussen aan
te pakken, sjouwen docenten en leerlingen met hun
spullen door de school. De eerste lessen gaan
gegeven worden en wethouder Ber van Haren deelt
vulkoeken uit. Leerlingen geven hun eerste indrukken, die variëren van “Kei gaaf” en “Prachtig mooi”
tot “Net een ziekenhuis” en “Nog niet af.” De
wethouder kan zijn woordje doen via de installatie,
wanneer het geroezemoes van leerlingen en
werkers in het gebouw enigszins is bedaard. Hij
bewondert de centrale ruimte vanaf de brug, die de
eerste verdiepingen van het lesgebouw met de
decanenruimte en het computerhart van de school
verbindt. De kleurige neonverlichting, het kunstwerk dat die grote hal een speelse sfeer meegeeft,
vormt de kers op de appelmoes. Het is genieten in
dit gebouw van het spel van ruimte, licht en
lijnenspel. Uit de ogenschijnlijke chaos is iets
moois geboren; een schitterende huisvesting van
een school, die een eerste, meer dan succesvolle
Open Dag organiseert.
Maar een BMW diesel in een showroom,
pas gepoetst, de slappe was
nog tussen de wissers, nee.
Beheer
Hij kent de binnenkant van schoolbank en kozijn,
onder de verf vermoedt hij kwalijke poliepen,
want hij behoort al speurend tot het type
dat alle bederf een schrede voor wil zijn.
Hij heeft zichzelf aan ’t stoffelijke verpand
om de laagste prijs te kunnen declareren
en de hoogste kwaliteit te genereren
van schilder en van meubelfabrikant.
God zal hem eenmaal in zijn zalen vinden,
speurend naar houtworm in zijn gouden kruk,
al azend op een spotgoedkoop adres.
Het idee, een “glazen huis” te willen zijn, houdt niet
alleen in, dat het gebouw alle kenmerken daarvan
moet hebben, maar ook dat de school zich wenst
open te stellen voor de Wijchense gemeenschap.
Amper als schoolgebouw in gebruik, treden 16
plaatselijke koren op in de aula, die daarmee
functioneert als concertzaal voor de korendag.
Het Maaswaal College is ruim een jaar eerder en
ook nog optimaal gehuisvest in het hart van zijn
voedingsgebied. Alle voorwaarden om uit te kunnen
groeien tot een kwaliteitsschool voor Wijchen,
Lindenholt en Dukenburg zijn vervuld. Ben Rutten
kan op zijn lauweren gaan rusten.
Verf en nieuw meubilair zijn schaars in de
uren na de dood – maar zie, hij heeft geluk,
reeds bellen aan de poort Histor en Eromes.
Ben Rutten
162
Van Mammoet tot Maaswaal
12. VITALITEIT GEBODEN
Op het huisvestingsfront zijn de inspanningen
beloond. Het management kan zich nu richten op
het primaire proces; het onderwijs. De organisatie
stoelt op een schoolleiding, waarvan de leden
allemaal kunnen bogen op een stevig aantal jaren
ervaring. De missie en schooldoelen, het pedagogisch klimaat, de leefregels en het handhavingsbeleid, de leerlingenzorg, het personeelsbeleid, de
onderwijskundige vernieuwing en verandering,
digitalisering, informatietechnologie, public
relations, onderwijsvragen uit de omgeving,
schaalvergroting en talloze andere beleids- en
uitvoeringszaken vragen blijvend de aandacht.
De onderwijskundige inrichting van het studiehuis
in de bovenbouw van havo en vwo vraagt om een
degelijke en tegelijk creatieve aanpak van het
proces van leerstofoverdracht in combinatie met
zelfstandig leren. De Z-uren doen hun intrede
De invoering van het vmbo, dat de mavo en het vbo
terugbrengt tot vier leerwegen, kan relatief eenvoudiger plaatsvinden. De basis-beroepsgerichte
leerweg kent veel punten van overeenkomst met het
vroegere B-niveau. De kader-beroepsgerichte
leerweg volgt in grote lijnen het C-programma. Het
D-programma is enigszins verzwaard en draagt de
naam van theoretische leerweg, vergelijkbaar met
de mavo. Men mag de naam mavo blijven gebruiken en daarmee schept de politiek de nodige
verwarring. Dan is er nog een tussenvorm, die de
gemengde leerweg wordt genoemd. Men volgt vijf
D-vakken in combinatie met één vak van de kaderberoepsgerichte leerweg. In de afkortingensfeer
spreekt men over vmbo-b, vmbo-k, vmbo-g en
vmbo-t.
Zowel het handhaven van mavo als de gemengde
leerweg zijn politieke compromissen ten behoeve
van het eerder genoemde marktmechanisme. Men
meent langs deze weg het beroepsonderwijs een
beter imago te geven, maar het tegendeel wordt
bereikt. Wie kent niet de vele krantenkoppen over
het negatieve imago van het vmbo? Voor ouders
wordt de keuze voor vervolgonderwijs aan hun
kinderen er niet eenvoudiger op. Het vmbo-t wordt
in het Maaswaal College op beide locaties aangeboden. De Streekweg huisvest het vmbo. Wat gebeurt
er met het vmbo-t aan de Veenseweg?
Het Maaswaal College kan zich niet permitteren in
tevredenheid achterover te leunen. Het vraagt na
een vijftal jaren van bestaan een extern bureau een
imago-onderzoek uit te voeren met het oogmerk
inzicht te verwerven in de aantrekkingskracht van
de school en hoe buitenstaanders, potentiële
klanten tegen de organisatie aankijken. Zal het
onderzoek duidelijkheid geven?
Intussen zijn de jaren van stilstand in het personeelsbestand achter de rug. Een jonge generatie
docenten kijkt wat onwennig om zich heen. Zij
vormen een klein smaldeel in het alsmaar ouder
wordende team. De mogelijkheden van arbeidstijdverkorting en vervroegde uittreding worden voor
oudere personeelsleden steeds gunstiger. Wanneer
de werkgelegenheid voor jongere docenten in
gevaar komt, - dat is bij de start van het Maaswaal
College het geval – is het verheugend als collega’s
van deze regelingen gebruik maken. Dat wordt
anders, wanneer zich de eerste tekorten aan
leerkrachten voordoen. Het personeelsbeleid moet
relatief snel om van een krimpende naar een
toenemende werkgelegenheid, van een team met
veel ervaren docenten naar een team met behoefte
aan begeleiding en scholing.
Het totaal aantal leerlingen neemt aanvankelijk af
van 1680 in 1994 naar 1600 in 1997, maar dan
wordt de groeiende lijn ingezet. Op basis van de
10 jarig jubileum Maaswaal College (oktober 2004) Foto: Arie Thomassen
163
Van Mammoet tot Maaswaal
12. VITALITEIT GEBODEN
licht stijgende basisgeneratie van Wijchen is groei
van de school mogelijk.
Het pakket aan onderwijsafdelingen zal op korte
termijn met gymnasium en leerweg ondersteunend
onderwijs (lwoo) uitgebreid worden. De effecten van
“weer samen naar school” zijn in het voortgezet
onderwijs en vooral in het vmbo merkbaar. De
opheffing van het voortgezet speciaal onderwijs
(vso) doet het Maaswaal College besluiten door
fusie met De Meerdreef, school voor vso in Wijchen,
zijn onderwijsaanbod te verbreden. Met de vestiging van het Junior College, een innamepunt in
Wijchen voor de onderbouw van het vmbo in 2001
in het schoolgebouw van de voormalige Meerdreef,
is de volledige bandbreedte van onderwijsvoorzieningen bereikt.
veilige en open sfeer en een goede verhouding
tussen leerlingen en docenten in een beroepsgerichte school. De sturing van het onderwijs en de
ontwikkelingen daarbinnen ervaart het team als
strak en soms te directief.. Dat is minder op de
Veenseweg. Secties en individuele docenten, zo
vindt men daar, hebben te veel ruimte voor eigen
pedagogisch en didactische opvattingen. De
directie moet daar meer sturing bieden.
Vanuit de basisscholen varieert de typering van de
Streekweg. Van een echte beroepsopleiding tot een
school voor wat zwakkere leerlingen. Met de ouders
en leerlingen beoordelen ook zij, dat de begeleiding
en opvang goed is.
De Veenseweg wordt geschetst als een school met
een weinig vernieuwend karakter en zij onderscheidt zich te weinig van andere soortgelijke
scholen. Het zelfbeeld van goede begeleiding wordt
niet echt onderschreven. Eerder is er sprake van
een koele en technische benadering. Goed scoort
de school op het zich veilig voelen van de leerling.
Hij zit graag op die school en er wordt goed op het
gedrag van de leerlingen gelet.
Bij de Streekweg wordt de duidelijke structuur, de
aandacht voor de leerlingen, het prettige klimaat
met rust en orde gewaardeerd.
Voor beide locaties geldt, dat de contacten met de
basisscholen kwantitatief zowel als kwalitatief als
goed worden ervaren. Met de ouders mag dat wel
intensiever zijn.
Tot slot levert de enquête onder ouders en leerlingen nog op, dat veel leerlingen bij hun keuze de
sfeer op school als belangrijkste argument hanteren, terwijl ouders meer het advies van de basisschool, de veiligheid van de fietsroute en de
afstand naar school daarin betrekken.Veelal beslist
uiteindelijk het kind.
De aanbev
elin
gen voor de totale school liggen
aanbevelin
eling
vooral in het vlak van een heldere profilering van de
keuze voor twee scholen. Het vwo vraagt dringend
om verbreding en dient zich als een moderne
afdeling van de school te profileren. De externe
communicatie moet verbeteren. Elke contactpersoon met de basisscholen moet marktbewust
optreden en niet alleen de leerlingen, maar ook de
school in beeld brengen. Richt de Open Dag
zodanig in, dat leerlingen meer zicht krijgen op de
sfeer binnen de school. De interne organisatie moet
meer aandacht geven aan gerichte sturing. De
Streekweg dient bij de invoering van het vmbo het
profiel scherper neer te zetten.
Van een ander gehalte is het advies op de
Het imago van de school voor verbetering vatbaar
Vijf jaar bestaat het Maaswaal College, wanneer de
rapportage “imago-onderzoek” bij Hugo Besjes op
zijn bureau komt. Het is gebaseerd op gesprekken
met het personeel en vertegenwoordigers van de
basisscholen. Ouders en leerlingen zijn betrokken
bij de enquête. Op basis van de realiteit gaat men
in het onderzoek uit van twee scholen. Conclusies
en aanbevelingen sluiten het rapport af. Dit rapport
heeft het management een tijdlang intensief bezig
gehouden. Allereerst is het personeel bijgepraat en
vervolgens worden in de marge zaken bijgesteld.
Het is een zeer leesbaar rapport, dat een schets
geeft van het zelfbeeld van beide teams naast de
visie van de basisscholen, de ouders en de leerlingen.
Intern ziet men de school aan de Veenseweg als een
echte avo-vwo-school met een te kleine vwoafdeling. Op de Streekweg ligt de nadruk op het
beroepsonderwijs en is de houding ten opzichte
van de mavo een dubbele; enerzijds deze opleiding
in stand houden als kwalitatieve top en anderzijds
wordt erkend, dat koppeling met het beroepsonderwijs geen recht doet aan de echte mavo-leerling.
De visie ten aanzien van de leerlingbegeleiding is
op beide locaties hetzelfde, maar het pedagogisch
klimaat wordt per locatie vorm gegeven.
Het personeel van de Streekweg ziet de eigen
school als traditioneel, wordt als streng ervaren,
leerlingen voelen er zich thuis, er is aandacht voor
de leerling en het personeel is betrokken bij de
locatie. De Streekweg kwalificeert zich als duidelijk
ten aanzien van normen en waarden, rust en orde
op locatie, grote aandacht voor de leerling, een
164
Van Mammoet tot Maaswaal
12. VITALITEIT GEBODEN
Zelfstudie-uren en studiehuis
mediatheek locatie Veenseweg Wijchen (3-11-05)
165
Van Mammoet tot Maaswaal
12. VITALITEIT GEBODEN
Veenseweg een cultuuromslag te maken door
medeverantwoordelijkheid voor alle medewerkers
centraal te stellen ten aanzien van het functioneren
van de locatie. Dat moet waarneembaar zijn in het
loyaal uitvoeren van alle aspecten van het
onderwijsproces, zoals dat op de locatie is afgesproken en vastgelegd.Het is moeilijk om de
autonome professional van het verleden om te
vormen tot een teamwerker. En toch is dat de
werkwijze waaraan het Maaswaal College vorm gaat
geven, wanneer de kernteams rond leerlingen in
leerjaren en afdelingen ingesteld worden.
De aanbevelingen van dit rapport worden ter harte
genomen in beide teams. Veel aandacht wordt
gegeven aan alle elementen van de public relations.
invoering van de tweede fase, het studiehuis, voor
de deur. De nadruk komt te liggen op zelfstandig
leren en het opleiden van de leerlingen in profielen,
bestaande uit een vast pakket van vakken, die
richtinggevend zijn voor de vervolgopleiding. Jan
Robben wordt belast met de invoering van deze
zogenaamde tweede fase.
Het Maurik College in Vught heeft een model
ontwikkeld van zelfstudie-uren, de zogenaamde zuren. Dat model implementeert men op de
Veenseweg op schooleigen wijze. Er gaat veel
overleg en sturing vooraf aan de invoering van dit
ontwikkelingsmodel. Een deel van het lesrooster
wordt omgezet in lesuren, waarin leerlingen aan de
hand van een studieplan zelfstandig werken onder
toezicht en begeleiding van docenten. Het gebruik
van de computer is daarbij erg belangrijk. Docenten
moeten daarin voorgaan en daarom wordt veel
energie gestoken in het bijscholen op de computer.
Een uitgebreide mediatheek is op beide locaties
onder leiding van een geschoolde bibliothecaris
opgezet.
De adviezen hebben hun invloed. Z-uren
Enkele opmerkingen over het traditionele karakter
van de school worden ter harte genomen, te meer
omdat het Maaswaal College juist een modern
imago wil uitstralen. Op de Veenseweg staat de
Open Dag
166
Van Mammoet tot Maaswaal
12. VITALITEIT GEBODEN
Het grote probleem bij z-uren is, dat leerlingen het
zelfstandig werken op hun eigen manier oppakken.
De studievaardigheden bijbrengen ten behoeve van
het acceptabel doen verlopen van dat zelfstandig
werken vormt de grootste hobbel en zal steeds alle
aandacht blijven vragen. Het onderwijsproces aan
de Veenseweg wordt er voor een groot deel door
overheerst. Voor het welslagen van het studiehuis is
het echter onvermijdelijk de leerlingen daarin
intensief te begeleiden. Het is een vereiste voor de
vervolgopleidingen.
Op de Streekweg gaat men aanvankelijk mee met
het model van de Veenseweg. Daar wordt het echter
geen succes en moet men in het tweede jaar van
invoering reeds drastisch bijsturen. Het aantal zuren wordt sterk beperkt en de begeleiding heeft
een sterk directief karakter. Niettemin is het ook
voor het welslagen van deze leerlingen in de
vervolgopleiding bitter noodzakelijk, dat zij hun
verantwoordelijkheid voor het zelfstandig studeren
invulling geven. De zorg om de begeleiding van de
probleemleerlingen zal daar echter veel meer
aandacht gaan opeisen van het totale team.
Zelfstudie-uren
(3-11-05)
Locatie Streekweg (2001)
167
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Het Maaswaal College heeft in zijn voedingsgebied
een naam van betekenis gekregen. De Streekweg
voert het vmbo met voortvarendheid in. De
modernisering van het onderwijsprogramma vraagt
de nodige aandacht.Noodzakelijke verbouwingen
als de aanpassing van het vaklokaal voor Zorg en
Welzijn zijn in voorbereiding. De werkplekkenstructuur in de vaklokalen wordt meer en meer vorm
gegeven. Hetty Klaver is druk in de weer met haar
jaarlaagcoördinatoren en vaksecties om goed
voorbereid het vmbo gestalte te geven. Het
voorlichtingsmateriaal vraagt opnieuw om aanpassing.
Aan de Veenseweg begint het z-urensysteem uit de
verf te komen. De eerste kinderziektes zijn overwonnen. De mediatheek wordt in het hart van de
school opgezet en de computer is alom aanwezig.
Op beide locaties is het personeelsbestand zich
aan het verjongen en dat gaat verder. Het aantal
leerlingen is gegroeid en gaat nog meer groeien
door de komst van het Juniorcollege en het gymnasium. Hugo Besjes kan tevreden zijn. Terwijl er nog
volop plannen op uitvoering liggen te wachten,
bereidt hij zich voor op zijn afscheid en het personeel ook.
Hugo Besjes (rechts) in gesprek met Dick Dekker (2003)
notities, rapporten, agenda’s voor vergaderingen en
brieven samen te stellen, zijn niet in getallen uit te
drukken. Wat heeft die man hard gewerkt! Toch is
hij ook altijd te vinden bij meer feestelijke aangelegenheden, waar zijn toespraken steeds een gewillig
oor vinden vanwege de serieuze inhoud met altijd
de nodige humoristische ondertoon.
En een feestelijke aangelegenheid is zijn afscheid.
Vele oud-collega’s komen hem de hand drukken.
Burgemeester Franssen spreekt hem toe en eindigt
met: “Het heeft Hare Majesteit behaagd, enz. enz.”
Hij speldt vervolgens de versierselen op, die
behoren bij de benoeming tot Ridder in de Orde van
Oranje Nassau. Uit het instemmend applaus en de
vele felicitaties blijkt hoezeer iedere aanwezige
vindt, dat deze erkenning meer dan terecht is.
Een maand later treffen we in de Gelderlander van
29 juni een interview aan met drie rectoren, die
afscheid hebben genomen van hun school. Hugo is
één van hen. Sprekend over kansen voor het
Nijmeegse onderwijs stelt hij: “De samenwerking
tussen scholen zoals die nu in Nijmegen tot stand
komt. (Hij doelt op de Strategische Alliantie, een
besturenfusie van zeven scholen die bij zijn
afscheid in de fase van afronding verkeert. Red.)
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor
alle leerlingen in de volle breedte, dat vind ik een
groot goed. Gevraagd naar waar men risico’s ziet,
reageert Hugo met een uiterst actueel probleem:
“Het geldt niet voor alle ouders, maar een toenemend aantal legt te veel verantwoordelijkheid voor
hun kinderen bij de school neer. Het aanleren van
klassieke talen moeten ze aan de school overlaten,
aan waarden en normen moeten ze zelf bijdragen.”
Hij ventileert zijn visie op de schoolkeuze van
ouders. “Het stemt mij nogal eens verdrietig, dat
ouders voor hun kind niet altijd kijken naar wat er
goed is voor het kind, maar afgaan op wat het beste
past bij hun idee van status. Met name bij kinderen
Afscheid van Hugo Besjes.
“Toch een beetje een herdershond”
Zo typeert hij zichzelf, wanneer hij voor de journalist van De Wegwijs terugblikt op de periode
onmiddellijk na de fusie, toen er ingekrompen
moest worden en er van meerdere docenten
gedwongen afscheid genomen moest worden. De
fusie van drie scholen tot het Maaswaal College is
ongetwijfeld de zwaarste uitdaging die hij in zijn
loopbaan is aangegaan.
“Zijn werkzame leven in het onderwijs heeft weinig
perioden van rust gekend,” zo staat te lezen in het
artikel van 17 mei 2000.
Dat is ongetwijfeld zo.Wanneer eenmaal het
Dukenburg College de wilde haren kwijt is geraakt,
komt het met Hugo in een rustiger vaarwater. De
interne regels zijn verduidelijkt en de organisatie
staat. Vervolgens gaat hij serieus werk maken van
de samenwerking met De Klokkenberg en stoot
gaandeweg het proces door naar een fusie, die tot
de vorming van het Maaswaal College leidt. De
hoeveelheid vergaderingen en gesprekken en niet
te vergeten de talloze koppen koffie die hij daarbij
ingeschonken heeft, de vele blocnotes met aantekeningen en de uren achter zijn tekstverwerker om
168
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
die het beste af zouden zijn met beroepsgericht
onderwijs, terwijl ouders kiezen voor een theoretischer niveau, omdat het beter bij hun idee van
status past. Het zegt wat over de manier waarop de
maatschappij denkt over bepaalde dingen. Dat zou
wat mij betreft anders moeten.”
De opvattingen die hij hier ventileert, herkennen
vele collega’s uit het werken met Hugo.
Gelukkig heeft iedereen kunnen lezen in de
Wegwijs van 17 mei: “Hugo Besjes heeft nu al zijn
agenda vol met leuke dingen.”
Marijke Broodbakker volgt hem op.
en de schoolbelangen behartigen bij het bestuur
van de Strategische Alliantie en bv. bij de beide
gemeentebesturen zag ik als mijn belangrijkste
taak. Dat hield bijna als vanzelfsprekend in, dat het
meeleven met wat er binnen de school gebeurde,
verder van me af kwam te staan dan me lief was.”
In de tijd, dat zij leiding geeft, zijn er veel belangrijke beslissingen genomen en uitgevoerd. Het
begint met de binnenkomst van het gymnasium,
gevolgd door de fusie met de Meerdreef en het
besluit tot het opzetten van een derde vestiging, het
Juniorcollege dat gaat uitgroeien tot een complete
vierjarige opleiding. Bij het afscheid van Marijke ligt
er de toezegging van het gemeentebestuur om
nieuwbouw voor het vmbo toe te staan; een groots
cadeau.
Het gymnasium versterkt de gelederen
Al tijdens het fusieproces wordt het besluit genomen de atheneum-leerlingen het vak Latijn als
keuzevak in het tweede leerjaar aan te bieden. Dat
is gekoppeld aan de aanvraag voor verbreding van
het onderwijsaanbod met het gymnasium, die voor
1 februari 1994 moet zijn ingediend. Het is dan al
bekend, dat relatief weinig leerlingen voor dit vak
zullen kiezen en dat voor het eindexamen daar nog
eens de helft niet voor kiest, maar toch, het is een
voorwaarde voor het verkrijgen van het gymnasium.
Om dit doel te bereiken wordt in december 1993 in
eerste instantie contact gelegd met het bestuur van
het Dominicus College, maar dat levert niets op.
Veel leerlingen uit Wijchen bezoeken voor het
gymnasium deze school. Bij het stichten van zo’n
afdeling in Wijchen kan de werkgelegenheid van het
Dominicus College afnemen, maar daarover valt
met het Maaswaal College te praten.
Marijke Broodbakker (2000)
Een nieuwe rector, een nieuw geluid
Marijke Broodbakker neemt per 1 augustus 2000
het rectoraat van Hugo over. De school heeft dan
ongeveer 1700 leerlingen en 165 personeelsleden.
Op haar vorige school in Veghel is ze vanuit
onderwijsfuncties door fusies meer en meer met
managementtaken belast.
“Dat was niet gezocht, want ik blijf op de eerste
plaats betrokken bij het onderwijs”, zegt ze in De
Wegwijs van 1 november 2000.
Dat vertelt ze Kees van de Wiel ook na haar overstap
naar een vwo-school in Tilburg in augustus 2004.
“Rector zijn is toch een eenzame plek. De bestuurlijke taak gaat sterk overheersen. Zeker wanneer na
de besturenfusie van zeven scholen strategische
beslissingen genomen en uitgevoerd moeten
worden. Wanneer dan je voorkeur uitgaat naar het
mee willen leven in het dagelijkse ritme van de
school, doe je jezelf tekort. Toch wilde ik me niet
echt bemoeien met de dagelijkse gang van zaken
op de locaties. Dat was de taak van de
locatieleiders en die wilde ik uit oogpunt van de
invulling van eigen verantwoordelijkheden niet voor
de voeten lopen.Coördinatie van de directievoering
Gymnasiumleerlingen op Romereis
(op de voorgrond Rianne Koetsier, 2004)
169
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
tief.
Een dergelijke tegenstrijdigheid vraagt om politieke
actie. De fracties in de gemeente Wijchen bestoken
hun partijgenoten in de provinciale staten. Het
Maaswaal College draagt cijfers aan. Van de 37
leerlingen in de vwo-brugklas uit Wijchen gaat 40%
naar het gymnasium. Driekwart daarvan zou in
Wijchen instromen. Er zijn altijd wel leerlingen, die
voor de stad kiezen. Omdat de avo-vwo-afdeling
van Dukenburg naar Wijchen wordt verplaatst,
levert dat weer leerlingen op voor Dominicus. Dus
nauwelijks nadelige gevolgen.
Hugo Besjes spreekt in zijn brief aan de provinciale
staten zijn verbazing uit over het omzetten van een
eerder positief advies. Hij vraagt met klem het
positief advies te handhaven.
De Gelderlander van 28 augustus 1995 kopt met:
“Lobby voor Lyceum Wijchen begonnen. Brievenlawine naar provinciehuis voor Maaswaal College.”
Kennelijk helpt het.
Toch wordt nog een keer het stichten van het
gymnasium afgewezen en weer opnieuw aange-
De NKSR laat in december 1993 het bestuur weten,
dat de aanvraag voor omzetting van atheneum in
lyceum (gymnasium en atheneum red.) op het
deelplan voor katholiek voortgezet onderwijs is
geplaatst voor 1996-1998. Dat is een goed begin.
Alle secties van avo-vwo zijn gekend in de plannen
inclusief de lessentabel. Er heerst geen eenstemmigheid, maar er is voldoende draagkracht om de
aanvraag door te zetten. Het vak Latijn wordt bij
wijze van experiment ingevoerd.
De gedeputeerde staten van de provincie berekenen in juni 1995 de uitstroom van Wijchense
leerlingen bij Dominicus en komen tot de conclusie,
dat de cijfers zodanig meevallen, dat het Maaswaal
College op een positief advies naar het ministerie
kan rekenen. In het voorstel aan de onderwijscommissie en de provinciale staten wordt de
voorwaarde opgenomen, dat het Maaswaal College
de negatieve personele gevolgen dient te ondervangen. Dat wordt door provinciale staten als een
oneigenlijke eis gezien en het advies wordt nega-
Griekenlandreis 2005
(rechts Harrie Koolen,
links TheoWillems en
op de tweede rij Debbie Giessen)
170
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Zorgverbreding met
leerwegondersteunend onderwijs
vraagd. Dan komt eindelijk de goedkeuring van het
ministerie.
Met ingang van het schooljaar 2001-2002 start op
de Veenseweg de vwo-brugklas en kan het tweede
leerjaar met gymnasiasten de officiële status
verkrijgen. Er komen opnieuw bezwaren uit de
omgeving, omdat men vreest voor bouwplannen
aan de Veenseweg. Dat laat nog even op zich
wachten. Marijke Broodbakker wordt hierover
ondervraagd en zij stelt de omwonenden gerust.
Het zal voorlopig zo’n vaart niet lopen, al wil ze zelf
een stevige portie energie zetten achter het
profileren van het gymnasium. De aarzelingen
liggen binnen de locatie zelf. Die is te weinig
overtuigd van eigen kunnen en is wat terughoudend
om op de borst te kloppen in de zin van “dat zullen
we als Wijchense school eens even goed neerzetten.”
Namens het Maaswaal College blaast Marijke vrij
snel haar partijtje mee in de afronding van de fusie
met de vso-school De Meerdreef in Wijchen. Er is
door het schoolbestuur bezwaar aangetekend tegen
de fusie van deze school met het Merlet College in
Cuijk. Door deze fusie beoogt het Merlet een
vestiging voor lwoo en vmbo in Wijchen te vestigen,
in het hart van het voedingsgebied van het Maaswaal College. Een toenemend aantal Wijchense
vmbo-leerlingen gaat al vanaf de stichting van het
vbo-mavo aan de Streekweg naar de vestiging van
het Merlet College in Grave. Het idee dat alle
Wijchense vbo-leerlingen naar de Streekweg
fietsen, blijkt niet juist te zijn. Leerlingen en ouders
ervaren dat als een stap naar de grote stad.
Het gemeentebestuur van Wijchen is dit evenals het
bestuur van het Maaswaal college een doorn in het
oog. Beide organisaties gaan zich inzetten voor het
behoud van De Meerdreef voor de Wijchense
gemeenschap. Het Maaswaal College wil een fusie
met deze vso-school wel aangaan, maar koppelt dat
aan het realiseren van een instroompunt voor vmbo
in Wijchen met uitzicht op een adequate huisvesting. Het gebouw van De Meerdreef kan daar als
voorlopige voorziening uitstekend voor ingericht
worden.
Het bestuur vindt het ministerie aan zijn zijde, want
die steekt geen gelden in de huisvesting van
Gelderse kinderen in een Brabantse school, een
huisvestingsprobleem voor het Merlet College. Met
een sprong over de Maas zou dat opgelost zijn,
omdat dan de Wijchense leerlingen in hun eigen
woonplaats terecht kunnen.
Bij het aantreden van Marijke Broodbakker is de
situatie nog zo, dat het OMO-bestuur van het Merlet
College de kosten voor huisvesting voor eigen
rekening wil nemen. “Wethouder Ber van Haren”, zo
refereert Marijke aan haar kennismakingsgesprek
met het gemeentebestuur, “betreurde het, dat het
Maaswaal College geen partij was rond De Meerdreef. In een brief gaf hij vervolgens te kennen, dat
het gemeentebestuur zich wilde inzetten voor alle
Wijchense kinderen en dat geld geen beperkende
rol mocht spelen.”
Marijke vervolgt: “Hetty Klaver heeft in de stuurgroep van de fusie een belangrijke rol gespeeld.
Samen met de leden van de werkgroepen zet zij het
unieke onderwijsconcept neer en bij het aanstellen
van de spilfunctionarissen heeft ze belangrijk werk
“Het heeft mij verleid tot de uitspraak in de Wegwijs
van 1 november 2000: “Het Maaswaal College zou
best iets minder bescheiden mogen zijn.” Zij zegt
dat bij haar aantreden vanuit haar ervaring, dat er
veel gepresteerd wordt dat in de etalage gezet mag
worden. Kunnen we wel op tegen Dominicus en
Canisius? Blijven de betere gymnasiasten naar
Nijmegen gaan? De school is na een aarzelende
start op weg het gymnasium echt te profileren. Het
schooltype is degelijk neergezet, het gymnasium
heeft het beeld gekregen van de schooltypen die er
al zijn: traditioneel, degelijk van inhoud en toch ook
door de mogelijkheden van het z-uren systeem
verrassend in het extra aanbod..
Dick Dekker is de eerst aangewezen persoon om als
locatieleider het gymnasium op de rails te zetten,
samen met Jacinta Laan voor de onderbouw en
Hans Weyers. Helaas valt Dick uit door een forse
CVA en komt de leiding van de locatie in handen
van een interim Geert Hoekstra. Hij zet samen met
de coördinatoren met hun kernteams een forse stap
voorwaarts in de professionele aanpak van het
gymnasium en de andere schooltypen.
Wanneer Dick door zijn ziekte niet meer aan de slag
kan, wordt hij opgevolgd door Harrie Koolen.
In juli 2005 worden door Harrie Koolen, de opvolger
van Marijke, de eerste 10 diploma’s uitgereikt. Dat
is een behoorlijk aandeel van de vwo-populatie.
“School Veenseweg tevreden over resultaten,”
vermeldt de Wegwijs dan ook terecht.. De feestelijkheden werden onderstreept door citaten uit
Ovidius.
171
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Juniorcollege, een verfrissend
nieuw onderwijselement in Wijchen
verricht. De stuurgroep zorgde ervoor, dat het
personeel van de Meerdreef weer vertrouwen in de
toekomst kreeg, waarin goed onderwijs voor hun
leerlingen gewaarborgd is.
De terugloop van het aantal brugklassers uit
Wijchen blijft natuurlijk niet onopgemerkt op de
vestiging aan de Streekweg. De mogelijkheid om de
reparatie van het aangetaste Wijchense pakket aan
onderwijsvoorzieningen uit te voeren, staat al
langer op het verlanglijstje van de school. Het
dubbelbesluit tot fusie met De Meerdreef en de
realisering van een nevenvestiging voor de onderbouw van het vmbo vormt de basis voor een nieuwe
loot aan het Maaswaal College.
In de Gelderlander van 13 oktober 2001 wordt de
vestiging van het Juniorcollege in het gebouw van
De Meerdreef met ingang van het schooljaar 20022003 aangekondigd. Alle Wijchense kinderen
kunnen na de basisschool naar het voortgezet
onderwijs in de eigen gemeente. Marijke wordt
geciteerd: “Er wordt al jaren geroepen dat het te gek
voor woorden is, dat een plaats met veertigduizend
inwoners deze soort van onderwijs niet kent.”
Kinderen wordt een goede huisvesting in kleine
groepen geboden. “Het gebouw van De Meerdreef is
een prima onderkomen voor dit type onderwijs.”
Deze groep leerlingen heeft een heldere, intensieve
en effectieve begeleiding nodig van een hecht
team. Rector Marijke is ervan overtuigd, “dat je de
eigenheid van een vestiging als motor dient te
beschouwen voor het bieden van een goede
onderwijskwaliteit en alles wat daarmee samenhangt.” Zij vindt de benoeming van Henk Keyman
tot locatie-directeur een uitstekend besluit. “Hij
heeft de kwaliteit een team om zich heen op te
bouwen en te inspireren tot het bieden van het
onderwijs, dat op de lwoo- en de vmbo-leerlingen is
afgestemd. Hij kent Wijchen en het basisonderwijs
van binnenuit en weet welke verwachtingen men
De ingestelde stuurgroep verwerft al snel de
medewerking van het gemeentebestuur van
Wijchen en daarmee kan, met instemming van het
bestuur van het Merlet College, de steven gewend
worden in de richting van het Maaswaal College.”
De inmiddels meer dan bekende procedures rond
fusies eindigen met een voorgenomen besluit tot
samenvoeging per 1 augustus 2002, dat voor
instemming wordt voorgelegd aan de MR-en op 1
juli 2001. “Bij dit besluit is in randvoorwaardelijke
zin de inrichting van de nevenvestiging voor de
leerjaren 1 en 2 vmbo (juniorcollege) betrokken.
Ondanks het ontbreken van een concrete toezegging van de gemeente Wijchen hieromtrent, zijn de
besturen van mening met het voorgenomen besluit
een strategisch juiste beslissing genomen te
hebben.”
Was o.a. getekend door voorzitter Ch. J. de Wolff,
opvolger van Herman Maas, die kort na de realisering van de nieuwbouw aan de Veenseweg afscheid
heeft genomen. De heer P. Leijdekkers, voorzitter
van de Stichting Katholiek Onderwijs Wijchen, is
medeondertekenaar van dit besluit. De MR-en
reageren met instemming en in oktober valt het
fusiebesluit. Per genoemde datum is de fusie een
feit en ligt de weg open om zowel het lwoo als het
Juniorcollege vorm te geven.
Marijke stuurt een fraai vormgegeven brief aan alle
directeuren en leerkrachten van groep 8, waarin zij
mededeling doet van dit heuglijke feit.
“De expertise van De Meerdreef blijft op deze wijze
behouden voor Wijchen. Als afdeling binnen het
Maaswaal College zullen de collega’s leerlingen
begeleiden bij hun schoolloopbaan. Maar dat niet
alleen. Een grote wens van het Maaswaal College
om vmbo-leerlingen in Wijchen dicht bij huis naar
school te laten gaan, kan ook in vervulling gaan. …
Het Juniorcollege besteedt veel aandacht aan het
actief en zelfstandig leren en het ontwikkelen van
de talenten die elk kind heeft. Sommige kinderen
hebben daarbij extra zorg en begeleiding nodig.
Voor hen zijn er de zogenaamde “huiskamerklassen”. Daar horen een aangepaste didactiek en
een klein team van vaste docenten bij.”
Daarnaast wordt er nog een gespreksronde langs de
Wijchense basisscholen gehouden.
J. van den Boogaard, B. Burgers en H. Keijman
(LMT Juniorcollege 2005)
172
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Het gebouw van het Juniorcollege in 2003 (Oosterweg 12, Wijchen)
De public relations activiteiten, met als begin het
samenstellen van de brochures voor ouders en
leerlingen volgens het stramien en in de huisstijl
van het Maaswaal College tot en met de
perspublicaties hebben het Juniorcollege stevige
basis op Wijchense grond gegeven.
heeft van het voortgezet onderwijs. De sfeer waarin
zowel het onderwijs als de begeleiding volledig ten
goede komen aan de leerlingen, heeft Henk
meegekregen uit zijn tijd op De Klokkenberg en de
Streekweg. Het zit in zijn genen.”
Het is dan ook niet vreemd, dat Henk Keyman in
samenspraak met de aanstaande teamgenoten en
Henk Peters, de man van de financiën, het gebouw
van De Meerdreef, voortaan aangeduid met
Oosterweg, grondig onder handen neemt. Een sterk
geïmproviseerde Open Dag levert 120 leerlingen op,
waarvan ruim 40 op lwoo zijn aangewezen.
Onder de kop “Juniorcollege klaar voor de start”
meldt De Wegwijs in augustus ook nog, dat de
leraren een vakantieweek hebben ingeleverd. Er is
door de gemeenteraad 6 ton aan guldens beschikbaar gesteld voor de verbouwing. Die worden goed
besteed. Een gebouw uit de jaren vijftig van de
vorige eeuw is compleet herboren en uiterst
leerlingvriendelijk gemaakt. De eerste vijftien
leerkrachten gaan met enthousiasme aan de slag.
Al snel is er sprake van een hecht samenwerkend
team; de vakantie- annex werkweek heeft tot
saamhorigheid geleid.
Op 3 oktober 2002 houdt het Juniorcollege Open
Huis voor iedereen die belangstelling heeft.
Evaluatie na het eerste schooljaar
Het gemeentebestuur realiseert zich, dat met de
vestiging van het Juniorcollege in Wijchen, de zorg
voor de huisvesting voor zijn rekening komt. Bij de
start wordt de afspraak gemaakt, dat na één jaar
evaluatie dient plaats te vinden op basis waarvan al
of niet kan worden besloten de ingeslagen weg te
vervolgen. Marijke Broodbakker aan het woord.
“Het Juniorcollege moest zich maar bewijzen. Hetty
Klaver had per 1 augustus 2002 afscheid genomen
van de school. We hebben haar gevraagd, bekend
als zij is met de bestaande situatie, het evaluatieonderzoek te doen. Gezien de prestaties die er op
die school geleverd werden en de belangstelling die
er vanuit Wijchen getoond werd, kon zij tot geen
andere conclusie komen dan dat het Juniorcollege
in één jaar tijd tot een uitstekende school was
uitgegroeid. In de toekomst zal deze formule
173
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Kernteams
ongetwijfeld tot een succesvolle onderwijsvoorziening leiden. Aanbevolen wordt te bezien in
hoeverre het vmbo in Wijchen gecompleteerd kan
worden.”
Met de komst van het Juniorcollege krijgt het
Maaswaal College een flinke groei-impuls. Het
aantal leerlingen is van rond 1600 naar 1800
uitgegroeid. Het personeelsbestand neemt toe tot
ongeveer 250 medewerkers. Enkele jaren eerder, bij
de start van het rectoraat van Marijke ligt dat nog
rond de 170. Dat resultaat kan niet zonder gevolgen
blijven. Groeien is bouwen.
Inmiddels liggen de eerste plannen voor nieuwbouw in Wijchen op tafel bij het gemeentebestuur
en bij de schoolleiding. Zal de droom van wijlen
Burgemeester Van Thiel alsnog uitkomen?
Eén van de eerste wensen die Marijke uitspreekt na
haar aanvaarding van de functie als rector, is het
organiseren van het onderwijs aan groepen van
leerlingen door kernteams te laten verzorgen. Deze
teams bestaan uit de mentoren en docenten die
onderwijs en begeleiding verzorgen aan een
duidelijk herkenbare groep leerlingen van bv. een
afdeling of een jaarlaag van een schoolsoort. Elk
kernteam heeft zijn teamleider, die verantwoordelijk is voor de communicatie met de schoolleiding
van de locatie. “De “8” van Marijke”, zoals dat vaak
binnen de school wordt gehoord. Het team wil een
aandachtspunt met bepaalde oplossingen te lijf
gaan, bv. het gedrag van leerlingen te verbeteren
door de invoering van een programma rond sociaalemotionele vorming. De schoolleiding neemt hier
kennis van en geeft haar visie weer. Het team
bespreekt de reactie en stelt de schoolleiding voor
een besluit te nemen. De schoolleiding, bestaande
uit de kernteamleiders en de locatie-directeur
bekrachtigen al of niet het voorstel van het team.
Het voorstel wordt afgewezen, wanneer het team
zaken wil uitvoeren, die in strijd zijn met wat de rest
van de school wil. Het is dan ook mogelijk, dat
verschillende malen van de “achtbaan” gebruik
gemaakt moet worden alvorens tot besluiten en
uitvoering te komen. Vaksecties en mentorgroepen
stellen zich ten dienste van de kernteams op door
oplossingen voor problemen aan te dragen voor
zover dat binnen hun vermogen ligt.
Of een kernteam al of niet succesvol is, ligt voor een
groot gedeelte aan de gezamenlijke ambitie, de
onderlinge saamhorigheid, de communicatie
daarover binnen het team en via de locatieleiding
met de andere teams. Het kan inspirerend werken,
wanneer de collega’s op constructieve wijze met
elkaar proberen de kwaliteit van het onderwijs- en
begeleidingsproces te verbeteren.
Met de invoering van de kernteams in het schooljaar 2002-2003 hoopt het Maaswaal College zijn
ambities beter waar te kunnen maken. Marijke
Broodbakker is er zich van bewust, dat “het werken
met kernteams een cultuuromslag vraagt van de
docenten. Niet de locatieleider is het eerste
aanspreekpunt, maar de teamleider en dat is nog
lang niet vanzelfsprekend voor veel docenten.”
Ook de Streekweg start
met leerwegondersteunend onderwijs
De opzet van het lwoo wordt op beide locaties op
dezelfde leest geschoeid. Een uitgebreid didactisch
en pedagogisch onderzoek gaat vooraf aan de
plaatsing in een lwoo groep. Een regionale commissie beslist daartoe aan de hand van dat onderzoek.
Margreet Versteeg en Ingrid Cornelissen verzorgen
in nauw overleg met Henk Keyman en Kees van de
Wiel de instroom van deze leerlingen. Om het
onderwijs- en begeleidingsproces zo effectief
mogelijk naar de leerlingen te maken, wordt
uitgegaan van een beperkt aantal docenten, die
meerdere vakken per klas geven. De leerlingen
volgen bijna alle lessen in hun “huiskamerklas” en
de mentor heeft de specifieke taak de communicatie rond de leerlingen met de ouders, alle collega’s
van het klassenteam en Astrid van Ommen, die de
leiding over de afdeling heeft, te coördineren. De
lokalen liggen bijeen rond de kamer van Astrid. Op
de Streekweg vinden de lwoo-leerlingen nagenoeg
geruisloos hun plek tussen de overige schoolpopulatie.
LMT-locatie Streekweg 2005:
H. Straten, R. Ebbeng, J. Kappers-Maspoli, L. Kracht en J. KleinWillink
174
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Kernteams,
het antwoord op leer- en gedragsproblemen?
literatuur bekend. Toch enkele citaten uit alledaagse geschriften.
De heer Doodkorte, hoofd van de Franciscusschool
in Wijchen, schrijft in december 1970 aan de
ouders: “Wij hebben dit schooljaar, meer dan ooit
tevoren, ontdekt, dat er zich als het ware een nieuw
type kind aan het ontwikkelen is. Een kind met een
totaal andere instelling … een kind met een
gemakzuchtiger levenshouding, vaak ook onverschillig. … Er zijn meerdere factoren aan te wijzen,
die ons de vraag doen stellen: “Zijn wij wel op de
goede weg?” Nee, we zitten fout, we moeten op
retour, willen we niet met een straaljagervaart de
puree in.” Hij vermeldt verder dat het beleid op
school drastisch zal veranderen. Uit het schrijven
valt verder op te maken, dat het vooral de richting
van repressieve maatregelen op zal gaan. “Als wij
niet nu deze maatregelen nemen, vrees ik, dat
binnen afzienbare tijd een gedeelte van het
personeel wegens zware overspanning met verlof
kan gaan.”
Interessante opmerkingen vinden we in de Volkskrant van 14 maart 1978, waarin conrector Parent
van het Peelland College wordt geciteerd. “De
karakteristieke eigenschappen waardoor het
Tijdens de voorlichtingsavonden komt de laatste
jaren steeds meer de vraag naar voren, hoe de
school omgaat met het reguleren van problematische gedrag van leerlingen. Kees van de Wiel geeft
dan met een one-liner een antwoord. “Wij vormen
samen een school die het nooit opgeeft.” Zo
verwoordt hij het aanhoudende gevecht van de
school tegen de normvervaging bij leerlingen en
soms ook ouders. Binnen het Maaswaal College en
meer specifiek binnen het vmbo aan de Streekweg
is tijdens studiedagen in pleno’s, cursussen en
vooral in kernteams het probleemgebied indringend
besproken, in beeld gebracht, geanalyseerd, zijn
oplossingen aangedragen en afspraken gemaakt.
Eén afspraak springt er altijd uit: “We zullen als
team een eenheid moeten vormen. Wegkijken van
wat er gebeurt of niet horen wat er gezegd wordt,
kan geen enkel teamlid zich permitteren. Communiceren, controleren, overtuigen en ouders erbij
betrekken moeten hand in hand gaan.”
Dat gedragsproblemen bij leerlingen niet specifiek
van deze tijd zijn is vanuit de overlevering en de
LMT- locatie Veenseweg 2005: K. Bergers, W. Meessen, E. van Loon, H. Weijers, E. Schoemaker-Konings, J. Laan en A. van der Maas
175
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
nieuwe type kind anders is dan het kind waarmee
ervaren mensen vertrouwd waren, zien er zo uit: Het
eist veel aandacht. Het heeft zelden geleerd te
gehoorzamen, maar is des te vaardiger in het
nastreven van zijn eigen verlangens. In sociaal
opzicht functioneert het nauwelijks, bezig zijn in
een groep moet het vanaf de grond leren. Het is
rumoerig en tot agressiviteit geneigd. Met geconcentreerd bezig zijn heeft het de grootste moeite.
Het demonstreert het einde van de verwondering:
het bijzondere en het nieuwe houden geen wezenlijke verrassing meer in.” Parent vindt dat het
nieuwe type kind veel “overeenkomsten vertoont
met de gedragingen van een enig kind” en verwijst
naar het snel dalende geboortecijfer.
In datzelfde artikel draagt Prof. Dr. A.D. de Groot
verklaringen aan. Hij noemt negatieve factoren als
afgeleid worden door het rumoer van de media, het
lawaaiige, verwarrende maatschappijbeeld, dat
weinig toekomstvertrouwen kent. Hij stelt dat
maatschappijkritiek de neiging heeft zelfkritiek van
de mensen te verdringen. “Als je steeds te horen
krijgt, dat jij niet fout bent, maar dat de maatschappij fout in elkaar zit, wordt zelfkritiek omzeild.”
Bovenstaande citaten kan men ook als geldend
voor deze tijd bestempelen, ware het niet dat in het
heden alles scherper, indringender en fundamenteler ligt en nauwelijks nog hanteerbaar overkomt
voor de docent, die zich meer en meer, zo niet bijna
uitsluitend tot opvoeder heeft moeten omvormen.
Het houdt de gemoederen binnen de school sterk
bezig.
leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen op de
basisschool en is het speciaal onderwijs geminimaliseerd. Dat alles onder het motto: “Weer samen
naar school.” Het vso is inmiddels ook opgeheven.
De fusie met De Meerdreef heeft het lwoo binnen de
muren van het Maaswaal College gebracht. Veel van
de leerlingen met leer- en gedragsproblemen
worden verwezen naar deze afdeling van de school.
Wilbert maakt vooraf een analyse, die met voorbeelden en plastisch taalgebruik tot een helder inzicht
leidt. Factoren als het verdwijnen van het natuurlijk
gezag van kerk, school en ouders, het besef van
goed en kwaad, de vercommercialisering en het
heersende materialisme, de democratisering tot op
ieder niveau, het “ik-sisme”, de televisie, computer
en internet, de immigratie en het ontstaan van
zwarte en witte scholen, het verschijnsel van de
tweeverdieners. Al deze negatieve invloeden op de
situatie waarin de jeugd de volwassenheid moet
zien te bereiken, vragen om een reactie van de
school.
Sociaal-emotionele vorming
Het antwoord wordt gezocht in een onderwijsprogramma dat fundamenteel en structureel de
sociale slagvaardigheid van zowel de docent als de
leerling moet verbeteren. Hulp bieden aan leerlingen bij stress veroorzakende problemen. Een
positief zelfbeeld, creatief denken, probleem
oplossend handelen, leren omgaan met emoties en
groepsdruk, dat zijn factoren die de vaardigheid om
zich naar behoren te gedragen kunnen
verbeteren.Het werken als team, samen met de
leerlingen en de ouders kan tot resultaten leiden.
Het Maaswaal College heeft met het inzetten van
Wilbert van Rijen vanaf 1999 samengewerkt met
externe deskundigen, instituten en scholen in
Nijmegen aan het “Parapluproject”, een methodiek,
die de sociale vaardigheid bij leerlingen bevordert.
Vooral het deel voor de brugklas is goed uitgewerkt.
De mentoren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en het kernteam dient de ontwikkelingen
nauwlettend te volgen en te ondersteunen.
Een gelijksoortig programma wordt geboden in de
methode “Leefstijl”. Dat is van oorsprong een
Amerikaanse leergang, die naar de Nederlandse
situatie is vertaald. Enkele teams, zoals dat van het
Juniorcollege, hebben hiervoor gekozen. Ook dit
onderwijsprogramma vraagt om scholing en is
alleen maar succesvol, wanneer het totale team er
zich onder leiding van de mentoren voor inzet.
Collega Wilbert van Rijen, lange tijd gewaardeerd
mentor van de brugklas-vmbo, heeft naar aanleiding van vele opmerkingen over het toenemend
aantal leerlingen met gedragsproblemen een notitie
samengesteld. Vanaf 1985 is met de invoering van
de basisschool, samenvoeging van kleuter- en lager
onderwijs, gestreefd naar het handhaven van
Juniorcollege (gebouw Oosterweg 12)
176
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
De besturenfusie Strategisch Alliantie
Op de achtergrond werkt de filosofie van Hugo
Besjes, waarmee Marijke Broodbakker zich ook zeer
vertrouwd voelt, nog altijd door. Zij zijn beiden van
mening, dat scholen de zorg en de verantwoordelijkheid moeten nemen voor alle leerlingen en zeker
voor leerlingen, die van het onderwijssysteem
weinig verwachtingen hebben, ook wel probleemleerlingen en drop-outs genoemd. “Het is zaak,”
aldus Hugo Besjes, “dat het bestuur de beschikbare
gelden en faciliteiten voor een belangrijk deel doet
toekomen aan die afdelingen die het ‘t zwaarst te
verduren hebben. Dit geldt zeker voor het toenmalige lbo en het huidige vmbo, dat steeds meer een
vergaarbak dreigt te worden van drop-outs en
ongemotiveerde leerlingen. Een vergelijking tussen
de taakzwaarte van een docent aan het gymnasium
en aan een vmbo-afdeling is dan uitermate zinvol.
Te denken valt aan het terugbrengen van de
klassengrootte op extra zware afdelingen. Een
overkoepelend bestuur heeft daar de middelen
voor. In de VORN (= Voortgezet Onderwijs Regio
Nijmegen, een overlegorgaan onder aanvoering van
Hugo Besjes dat korte tijd bestaat tot de besturenfusies in Nijmegen-West en die in Nijmegen-Oost.
Red.) hebben de rectoren sterk aangedrongen op
een dergelijke facilitering t.b.v. onderwijsknelpunten. Het is tevens een antwoord op de
tweedeling in het onderwijs, die duidelijk gerelateerd is aan de tweedeling in de maatschappij.
Verantwoordelijken in het onderwijs mogen geen
vrede hebben met instituten voor restonderwijs,”
aldus besluit Hugo.
Dit is een helder standpunt en daarom heeft hij zich
voor de totstandkoming van de besturenfusie van
zeven scholen voor voortgezet onderwijs in het
westelijk deel van de stad Nijmegen, Wijchen en
Druten met de nodige energie ingezet. Marijke heeft
het karwei mee afgemaakt.
Een stuurgroep, bestaande uit de schoolleiders van
Dominicus, Lindenholt, Maaswaal, Pax Christie uit
Druten, het Stedelijk Gymnasium, de Stedelijke
Scholengemeenschap Nijmegen en de Technische
School Jonkerbosch, installeert projectgroepen om
aanbevelingen te doen over de wijze waarop de
samenwerking gestalte gegeven kan worden. Het
resultaat wordt aan het voltallige personeel van de
zeven scholen gepresenteerd op 17 januari 2000.
Het advies betreft onder meer de wenselijke
onderwijskundige ontwikkelingen zoals het
realiseren van sterke vmbo-afdelingen, diverse
mogelijkheden van het inrichten van vmbo-t, naast
het aangaan van een besturenfusie als maximale
garantie voor de rechtszekerheid van het betrokken
personeel.
Er moeten maximale garanties ingebouwd worden
om het behoud van het eigen karakter, waaraan de
onderwijsinstituten zeer hechten, te waarborgen.
Dat alles staat te lezen in het voorwoord van het
rapport dat in april 2000 het licht ziet.
De afzonderlijke scholen leggen het intentiebesluit
volgens de geijkte procedures voor aan de MR-en.
Motief voor samenwerking is daarin vermeld:
“Schaalvergroting te bewerkstelligen t.a.v. verdere
implementatie van een renderend en volledig vmbo
en studiehuis en effectiviteit en efficiency te
bevorderen van de inzet van personeel en door
harmonisatie van administratieve en financiële
procedures en systemen.”
In het lijvige rapport worden de resultaten van de
projectgroepen gepresenteerd. De projectgroepen
“vmbo” en “studiehuis” komen met een opsomming van allerlei mogelijkheden in geval van
samenwerking tussen de betrokken besturen.
Met ingang van 1 augustus 2002 is de besturenfusie
een feit. De Strategische Alliantie staat.
Alle personeelsleden van het Maaswaal College, de
grootste school binnen de alliantie, krijgen een
nieuwe akte van benoeming. Dat is voor hen het
Schooleiding MWC 2005: v.l.n.r. H. Peters, J. Kappers-Maspoli,
H. Koolen, E. Schoemaker-Konings en H. Keijman
177
Van Mammoet tot Maaswaal
13. OPNIEUW IN EEN STROOMVERSNELLING
Later volgt ook Riky Gerrits, die haar eerste werkzaamheden voor de school binnen de lts in Wijchen
uitvoerde, nauwgezet en degelijk werk leverde voor
Frans van Luijk en Kees van de Wiel en in 1992 de
centrale administratie van het Maaswaal College
gaat versterken. Financiën, personeelsbeheer en –
beleid vormen het hoofdbestanddeel van de
werkzaamheden op dit bureau. De scholen voeren
hun strategisch beleid in samenhang met de andere
zes scholen in de alliantie.
Nadere informatie geeft Martien. “Het personeelsbestand van al deze scholen telt ± 1100 leden.
Samen met een staf van 10 medewerkers werk ik op
het bestuursbureau in Zwanenveld. De bestuursmanager doet zijn intrede, de rectoren vormen de
rectorenraad en er komen nieuwe functionarissen
zoals controller, hoofd P & O en de scholen krijgen
hun eigen personeelsfunctionaris. Het besturen
gebeurt meer op afstand; men komt 4 à 5 keer per
jaar bij elkaar en dan worden er strategische punten
eerste merkbare feit. Er zullen er nog meer volgen,
wanneer het vmbo en het studiehuis vanuit de
centrale directie meer aansturing gaat krijgen.
De discussie over de opzet van een “campus voor
de beroepsgerichte vakken” ergens in de Lindenholt houdt de gemoederen op de locatie Streekweg
bezig. De vormgeving van het vmbo-t veroorzaakt
weer elders discussies.
De afzonderlijke scholen en hun schoolleiders
krijgen te maken met een bestuur op afstand, een
bestuursmanager, een raad van rectoren en een
bestuursbureau. Elke school behoudt haar eigen
management en medezeggenschapsraad.
Martien Broens, verdienstelijk hoofdadministrateur
van het Dukenburg en Maaswaal College, verlaat na
jarenlange bijstand aan bestuur en directie de
school om het bestuursbureau mee op te zetten. Hij
wordt daar vanaf 2002 hoofd personeel- en
salarisadministratie en adviseur in rechtspositiezaken.
Nieuwe onderwijswerkvormen op de locatie Streekweg (2005)
178
Van Mammoet tot Maaswaal
14. EEN ECHTE WIJCHENSE SCHOOL
besproken t.a.v. de onderwijsproblematiek in de
hele regio. Hoe wenden we de financiële middelen
zo effectief mogelijk aan ten gunste van de zeven
scholengemeenschappen? Nieuwe ontwikkelingen
worden reeds voorbereid zoals het opzetten van
campussen waar alle soorten van onderwijs
aangeboden worden in verschillende, bij elkaar
gelegen locaties.”
Juniorcollege nu nog is gehuisvest, wordt volgend
jaar verruild voor een prachtige nieuwe school, die
volgens een geheel nieuw concept is ontworpen:
langs een zogenaamde onderwijsstraat komen
kleine leerwinkeltjes, waar de verschillende
leerrichtingen worden ondergebracht. Op diverse
leerpleinen en centraal gelegen practicum lokalen
kunnen leerlingen zelfstandig werken volgens een
min of meer eigen schema.” Een uiterst ambitieuze
opzet van het modern onderwijs, aangepast aan de
leerling van deze tijd, wordt in het vooruitzicht
gesteld. Herleeft het gepositioneerd onderwijs en
teamteaching in Wijchen?
In een zeer recente notitie van het kernteam vmbo
van de Veenseweg worden voorstellen geformuleerd
omtrent de inrichting van het tweede leerjaar van
het vmbo-t in het schooljaar 2005 – 2006. De
vakgebieden “Mens en maatschappij” en “Mens en
natuur” worden in blokuren gegeven en nemen een
flink deel van de lesrooster in beslag. Mogelijk
kunnen de docenten nog profiteren van eerder
opgedane ervaringen in Wijchen in de jaren
zeventig en tachtig!
Kennelijk is ook de kogel door de kerk, wanneer het
gaat om de plaats van het vmbo-t. “Een andere
verandering is, dat de leerlingen van het vmbo en
die van het vmbo-t in hetzelfde gebouwcomplex
lessen gaan volgen.” De tijd, dat de mavo-leerlingen voor een aanmerkelijk deel naar havo doorstroomden, ligt ver achter ons. Het zijn slechts
enkelingen in het vmbo-t, die hun opleiding
vervolgen op havo. De band tussen vmbo-t en havo
is dan ook veel minder reëel, dan die van vmbo-t,
met de bekende andere leerwegen van vmbo. Het
type leerling zal zich ook eerder thuis voelen in een
volwaardige vmbo. Bovendien kiezen ze bijna
allemaal voor vervolgopleidingen in het middelbaar
beroepsonderwijs. Binnen het vmbo is er alle
gelegenheid kennis te maken met de aard en
inhoud van beroepsonderwijs, ook al voel je meer
voor de theoretische leerweg. Een verstandige
keuze. Het betekent, dat men de uitdaging aangaat
het leren en werken in een anders gerichte vorm van
onderwijs voor de leerlingen en docenten aantrekkelijk te maken.
“Het belangrijkste uitgangspunt is uiteraard de
leerling,” zo stelt Henk Keyman. Hij neemt het
duidelijk op voor de vmbo-leerling. “We hebben te
maken met een groep jongeren van 12 tot 16 jaar,
die de wereld wil ontdekken en daarin een plekje
wil veroveren, maar nog te jong is om dat 100%
zelfstandig te kunnen doen. Aan de ene kant zijn ze
De schooladministratie blijft en aan elke school is
voortaan een functionaris actief voor personeel en
organisatie in samenwerking met het bestuursbureau. Voor bij- en nascholing kunnen centrale
afspraken worden gemaakt en de mogelijkheden
voor mobiliteit en promotie voor het totale personeel worden aanmerkelijk uitgebreid.
Hoe het allemaal verder gaat uitpakken, ligt in de
toekomst verscholen. Het Maaswaal College werkt
intussen aan haar eigen toekomst. De plannen
liggen klaar.
De band tussen het Maaswaal College en de
Wijchense gemeenschap is met de komst van het
Juniorcollege versterkt. Architect Roosenburg heeft
ter voorbereiding van bouw aan de Veenseweg de
opdracht meegekregen de school het karakter van
“een glazen huis” mee te geven. De achtergrond
hiervan ligt in de wens van het toenmalige bestuur
en de schoolleiding de drempel naar de Wijchense
gemeenschap zo laag mogelijk te houden. De aula
is korte tijd gebruikt door Wychense verenigingen
tot het sociaal cultureel en educatief centrum
“Mozaïek” in het voormalige hoofdgebouw van de
Scholengemeenschap Wijchen aan de Oosterweg
gereed is.
Architect Eelco Basten krijgt bij de voorbereidingen
van de nieuwbouw van de vmbo-locatie de opdracht een ontwerp te maken dat voldoet aan de
eisen van kleinschaligheid, veiligheid, geborgenheid en herkenbaarheid. Daartoe dienen er een
aantal bouwdelen te worden opgezet.
Een absolute uitdaging, waaraan Harrie Koolen en
Henk Keyman hun hart op kunnen halen.
Een nieuw gebouw, een nieuwe opzet.
De droom van burgemeester Van Thiel
In de lente van 2005 verschijnt een fris ogende,
kleurrijke wervingskrant, die geheel in het teken
staat van de toekomstplannen van het Maaswaal
College, de Leerwerkhuiskrant.
De openingsalinea luidt: “Het gebouw waarin het
179
Van Mammoet tot Maaswaal
14. EEN ECHTE WIJCHENSE SCHOOL
Leerwerkhuiskrant (november 2005)
180
Van Mammoet tot Maaswaal
14. EEN ECHTE WIJCHENSE SCHOOL
avontuurlijk en daardoor onbevangen, nieuwsgierig
en soms onbesuisd, aan de andere kant hebben ze
ook nog een sterke behoefte aan een veilige plek en
zeker in het begin aan sturing en leiding. Bovendien
zijn ze volop bezig met volwassen worden en
daardoor vaak onzeker. De motivatie laat soms te
wensen over, waardoor ze een drive nodig hebben
om te leren.”
Wanneer de architect er in slaagt te bouwen naar dit
onderwijsconcept en Henk samen met zijn team
daar vorm en inhoud aan geeft, dan zal zijn
uitspraak waar gemaakt worden: “Een goed vmbo
geeft leerlingen en de maatschappij een mooie
toekomst.”
De leerwerkhuiskrant kondigt de mogelijke komst
naar Wijchen aan van de opleidingsrichtingen van
Zorg en Welzijn naast Economie. De overige
richtingen blijven in Nijmegen, voorlopig nog aan
de Streekweg en mogelijk later in de campus elders
in Nijmegen-West.
De Wijchense wethouder van onderwijs, Ber van
Haren, geeft daarom gevraagd zijn visie op de
plannen van het Maaswaal College. “De gemeente
Wijchen, … heeft altijd gestreefd naar een compleet
aanbod voor voortgezet onderwijs in Wijchen.” Over
de samenwerking met en de plannen van de school
is hij helder. “We weten elkaar altijd snel te vinden.
Met goed overleg vinden we altijd een oplossing.”
Sprekend over de locatie naast het Mozaïek, de
opzet en het zeer vernieuwend karakter van het
voorgestane onderwijs, vooruitlopend op de
toekomstige onderwijsontwikkelingen, reageert hij
wat terughoudend. Een tussenzinnetje brengt
eerdere ervaringen weer in beeld. “Nieuwe ontwikkelingen zijn niet per definitie goed. In het verleden
heeft de Wijchense Scholengemeenschap dat ook
gemerkt. Toch ben ik van mening, dat de opzet van
het vmbo op de nieuwe locatie tegemoet komt aan
de wens van velen om geen grote anonieme scholen
te maken.” Hij spreekt geen oordeel uit over het
concept. Wel komt hij met een aansporing, waaraan
beide vestigingen in Wijchen zeker gehoor willen
geven. “De toekomst van het Maaswaal College
moet volgens mij zo zijn dat het dé school voor
voortgezet onderwijs voor Wijchen is.” Daar moet
aan gewerkt worden.
het die in de jaren vijftig bij bespreking over het
verwerven van een hbs het perceel aan de Oosterweg bestemd wil zien voor deze school ter completering van de onderwijsvoorzieningen in Wijchen.
Dat herhaalt hij nog eens, wanneer hij de havoaanvraag met inspecteur Ackermans in mei 1968
doorspreekt.
Zo zijn we weer terug bij het begin. Tussen toen en
nu, het twaalf en een halfjarig bestaan van het
Maaswaal College, ligt een tijd van boeiende
ontwikkelingen op het gebied van onderwijs. Heeft
indertijd de wens om te kunnen beschikken over
een volledige voortgezet onderwijspakket nog
geheel het karakter van een droom; nu is het een
kwestie van invulling
geven aan gedurfde, maar zeer concrete plannen.
Het managementteam en het totale personeel van
het Maaswaal College zullen onder de inspirerende
leiding van Harrie Koolen deze uitdaging tot een
goed einde brengen, gezien de werkkracht en
creativiteit die deze organisatie in de loop van haar
12 ½ jarig bestaan aan de dag heeft gelegd.
Tot slot.
We citeren Harrie Koolen uit de Leerwerkhuiskrant.
“Het onderwijs blijft altijd in beweging en moet
voortdurend meegaan met de tijd. … Een leeromgeving moet prikkelen, motiveren en de natuurlijke nieuwsgierigheid opwekken. Je moet dus
voortdurend alert blijven en tijdig ingrijpen als die
prikkelingen wegvallen. Van de andere kant moet je
ook voorzichtig zijn, want voortdurend veranderen
is ook onrustig, terwijl rust nodig is om te wennen
aan nieuwe dingen en ze te kunnen realiseren.”
Hij kiest voor een verstandig en wel doordacht
beleid. Dat betekent niet dat er achterovergeleund
gaat worden, want even verderop zegt hij: “En je
moet als school ook lef hebben om je grenzen te
verleggen, op zoek te gaan naar nieuwe prikkels en
daarvoor je nek uit te steken.”
Terug bij het begin?
Met de realisering van de nieuwbouw op de eerder
genoemde locatie is de droom van burgemeester
Van Thiel na vijftig jaar in vervulling gegaan. Hij is
181
Van Mammoet tot Maaswaal
182
Van Mammoet tot Maaswaal
Verantwoording.
Op initiatief van rector Marijke Broodbakker is ons
werkgroepje ontstaan, dat inhoud moest geven aan
de wens over de voorlopers van het Maaswaal
College niet slechts een chronologische beschrijving
vast te leggen, maar een tijdsbeeld te geven van de
onderwijsontwikkelingen, de idealen en het
gedachtegoed van het Dukenburg College, De
Klokkenberg en de Scholengemeenschap Wijchen.
Onze werkgroep bestond uit oudgedienden van
deze scholen, respectievelijk Kees Bos, Anton
Meeuwsen en Kees van de Wiel. We zijn in februari
2004 aan de slag gegaan. Wil van Rossum, docent
aan het huidige Maaswaal College, heeft de
brainstormfase nog meegemaakt, maar moest
wegens omstandigheden afhaken.
We hebben alle drie de taak op ons genomen
informatie te verzamelen. Daarnaast corrigeerde
Anton het schrijfwerk van Kees van de Wiel.
We hebben een aantal thema’s besproken en
uitgewerkt, die kenmerkend waren of ingrijpend in
de ontwikkelingen van de afzonderlijke scholen en
het Maaswaal College zijn geweest. We hebben
echter het meegroeiende tijdsbeeld niet uit het oog
verloren. Maatschappelijke en omgevingsfactoren
hebben immers onmiskenbaar hun invloed op het
functioneren binnen de scholen gehad.
We zijn begonnen met het uitkammen van de
archieven, zowel het gemeentelijk archief van
Nijmegen en Wijchen als de schoolarchieven. Van
de laatste moeten we opmerken, dat we vaak met
kruimels hebben moeten werken en dat we al heel
gelukkig waren, wanneer we een deel van bestuursnotulen konden gebruiken of notities aantroffen,
die belangrijke informatie verschaften. In de tekst is
steeds melding gemaakt van de bronnen, die we
hebben benut.
Vruchtbaar voor ons waren de vele openhartige
gesprekken met collega’s, oud –collega’s of
vroegere werknemers en we zijn hen erg dankbaar
voor hun spontane medewerking. Met vermelding
van de naam hebben we met citaten hun inbreng
vastgelegd. Van de interviews van Leo Thijssen met
vertrekkende collega’s, die hij publiceerde in de
personeelsinfo “Maaswaalkanaal“ mochten wij
gebruik maken. Ook hiervoor is onze dank op zijn
plaats.
We zijn uitgegaan van de schoolsituatie rond de
invoering van de mammoetwet. Het voortgezet
onderwijs heeft een compleet nieuwe start moeten
maken en dat leek ons een goed moment om de
geschiedschrijving mee te beginnen. Door te
eindigen met de toekomstplannen van het Maaswaal College geven we aan slechts een deel van de
eeuwige durende ontwikkelingen in het onderwijs
te hebben vastgelegd; voor velen van ons een
periode waaraan we deelachtig waren.
Wij hopen met onze selectie uit de vele wetenswaardigheden betreffende de voorlopers en het
Maaswaal College een boeiend geheel tot stand
gebracht te hebben en dat veel van de beschreven
elementen uw herinneringen meer vorm en inhoud
gaan geven.
De vormgeving is verzorgd door Hans Davids, opdat
ook dit werkje past in de huisstijl van het Maaswaal
College.
Anton Meeuwsen
Kees Bos
Kees van de Wiel
December 2005
183
Van Mammoet tot Maaswaal
184
Van Mammoet tot Maaswaal
185
Van Mammoet tot Maaswaal
186
Van Mammoet tot Maaswaal
187
Van Mammoet tot Maaswaal
188
Van Mammoet tot Maaswaal
189
Van Mammoet tot Maaswaal
190
Van Mammoet tot Maaswaal
191
Van Mammoet tot Maaswaal
192

Vergelijkbare documenten