grenzeloos ziek - Solidariteit Zo

Commentaren

Transcriptie

grenzeloos ziek - Solidariteit Zo
ppcover06pms287.eps
9/26/06
5:09:52 PM
M
C
M
Y
CM
MY
CY
CMY
K
edisch gezien zijn illegale arbeiders in Nederland vogelvrij. Zieken
worden met medewerking van hulpverleners onbehandeld door
de overheid uitgewezen. Infectieziekten worden daardoor
verspreid. In ons land, maar ook in het land van herkomst. Onverzekerde
werknemers die toch in een ziekenhuis worden opgenomen, worden
nogal eens met zachte ‘dwang’ onderworpen aan medische trials: zij
worden studieobjecten en krijgen bij het optreden van complicaties niet de
voor-geschreven nazorg bij medische experimenten. Zelfs kinderen zonder
verblijfsvergunning ondergaan dit lot en raken blind en verlamd.
Illegalenbeleid en gezondheidszorg: twee onverenigbare grootheden?
Nizaar Makdoembaks, voormalig huisarts en politicus in Amsterdam
Zuid-oost, vindt van niet. In deze niets verhullende studie laat hij onomwonden zien hoe Nederland profiteert van illegale werknemers. De
economie van ons land behaalt in alle lagen winst uit hun aanwezigheid:
overheid, bedrijfsleven en particulieren. Maar wat gebeurt er als illegale
arbeiders ziek worden? Onverzekerden in Nederland hebben geen recht
op medische hulp. Het Hollandse gedoogbeleid in optima forma! Daarom
stelt de auteur: als illegalen een bijdrage leveren aan de economie,
hebben zij recht op gezondheidszorg. En hij laat zien hoe dat kan.
Een belangrijke oorzaak van de problematiek van onverzekerden ligt in
de kosten-batenoverwegingen binnen de gezondheidszorg. Deze bepalen
het overheidsbeleid in hoge mate. De verzekeringsstatus van een patiënt
bepaalt in veel gevallen de hulpverlening en therapeutische keuze. En
daardoor ook de ethiek en beslissingen van de meeste hulpverleners. Past
dat nog in deze tijd? En wie is verantwoordelijk voor de ‘suboptimale’
behandeling bij het infectieziektenbestrijdingsbeleid? TBC, HIV en Hepatitis
B hebben in Nederland vrij spel.
In deze kritische publicatie laat de medicus aan de hand van literatuuronderzoek, feitelijk materiaal en patiëntencasussen zien waar de gezondheidszorg zelf ziek is. Hij legt de vinger op de wonde: de overheid is op de
hoogte, maar reageert daar inefficiënt op. Daardoor komt de volksgezondheid in gevaar. Talloze Nederlandse burgers kunnen een infectieziekte
oplopen en anderen besmetten, zonder dat zij dat weten.
Een ieder die vertrouwen had in de openbare gezondheidszorg in
Nederland, komt na lezing van dit boek met een schok tot de realiteit.
Laser Proof
coverbinnenzijde02.eps
9/15/06
8:05:25 AM
Mission 2 vormt de tweede publicatie in de reeks van
Uitgeverij Het Tribunaal / www.solidariteitzo.nl
Eerder verschenen in deze reeks:
Mission 1: Nizaar Makdoembaks,
Openbare Gezondheidszorg: bedreiging van de volksgezondheid. Noodoproep Tweede Kamer: Regering dient
in te grijpen in Amsterdam, 2006. (ISBN 90-810890-2-1)
Projectbegeleiding: Bureau A tot Z, Amsterdam
Omslagontwerp: Aad van den Berg, Amsterdam
Druk: ADC Reproservice BV, ’s-Hertogenbosch
© Tekst Nizaar Makdoembaks, 2006
© Foto’s Arie Kievit, Ingeborg Mak, Nizaar Makdoembaks,
Utrechts Universiteitsmuseum, Redactie De Ware Tijd.
Reacties en bestellingen: [email protected]
Omslagfoto: Terminale patiënt Khalid Bakli in het IJsselland Ziekenhuis
met zijn zoontje Karim, augustus 2002. Foto: Arie Kievit, Rotterdam
ISBN
90-810890-1-3
[ISBN-13 978-90-810890-1-2]
GRENZELOOS ZIEK
ETHISCHE WONDEN IN DE GEZONDHEIDSZORG
Nizaar Makdoembaks
Het Tribunaal
Mission 2
2
Voor Roelfien Sant en Foussini Baraya
3
INHOUD
1
Inleiding
I
PROLOOG
2
Klassenjustitie en medisch machtsblok bedreigen
volksgezondheid
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
2.5.1
2.5.2
2.5.3
2.5.4
2.5.4.1
2.5.4.2
2.5.4.3
2.5.4.4
2.6
2.7
2.8
Illegalen hebben geen recht op gezondheidszorg
Op de bres voor illegalen
Aanleiding voor boete: casus onverzekerde illegale patiënt
Medisch Tucht College
Achtergronden
Achtergronden zieke illegalen
Achtergronden CVA
Achtergronden CPA
Achtergronden AMC
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Bijlmermeer-huisarts Peter van Kanten
Kwetsende vervolggeschiedenis CVA-patiënt
Kwetsende vervolggeschiedenis in tuchtproces huisarts
Conclusie
II
ILLEGALEN EN DE ECONOMIE
3
Illegalen leveren geld op: Neêrlands economie vaart er wel bij
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
3.6
3.7
3.8
3.9
3.10
3.11
Omvang reservoir illegale arbeiders
Migranten onmisbaar voor de toekomst
Lage arbeidskosten noodzaak voor economie
Illegale arbeiders smeerolie economie
Nederlandse economie bloeit dankzij moderne slaven
Paradepaardje economie draaft dankzij illegalen
Economie op microniveau: stedelijke locaties
Onverzekerde illegalen lopen gezondheidsrisico
De berg komt naar Mohammed: goedkope arbeid in de
thuislanden
Illegalen en overheid
Conclusie: gedoogbeleid?
4
Illegalen leveren geld op: mensensmokkel
4.1
Nederland en de smokkel van illegale arbeiders
4
9
11
12
12
15
16
16
17
18
19
20
21
21
22
23
24
26
28
31
31
34
36
39
42
43
47
48
57
61
4.2
4.3
4.4
Mensensmokkel: vraag en aanbod op de markt
Corruptie: ambtenaren ontvangen steekpenningen
Mensensmokkel: de schuldvraag
5
Illegalen leveren geld op: huisvesting
5.1
5.2
5.3
Illegale huurinkomsten uit illegaal werk
Ophokken in krotten
Conclusie
III
ILLEGALEN EN GEZONDHEIDSZORG
6
Balkenende versus Bakli: tweedeling in de gezondheidszorg
6.1
6.2
Illegalen en gezondheidszorg: een introductie
‘Grenzeloos zieke’ Khalid Bakli sterft in IJsselland ziekenhuis:
geen geld voor thuiszorg
Premier Balkenende opgenomen in het IJsselland ziekenhuis
Tweedeling in de gezondheidszorg
6.3
6.4
62
64
65
67
68
70
72
72
74
75
7
Illegale arbeid en ziektekosten
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
7.5.1
7.5.2
7.5.3
7.6
7.7
7.8
7.9
7.10
7.11
Inleiding
Federatie van artsen (KNMG) en volksgezondheid: kwalitatief
inferieure zorg aan illegale arbeiders
Toename ziekenhuisopname onverzekerden
Gezondheidszorg niet toegankelijk voor illegalen
Koppelingsfonds
Uitvoeringsperikelen van het koppelingsfonds
Effecten koppelingswet door TNO en Nivel onjuist geëvalueerd
Gevolgen van Koppelingswet rampzalig voor volksgezondheid
Identificatieplicht
Angst voor arrestatie: gevaar voor volksgezondheid
Verzekeren tegen ziektekosten voor illegalen vrijwel onmogelijk
Zo kan het ook: EU-lid Spanje maakt het mogelijk
Nationaal waarborgfonds ziektekosten illegale arbeiders (WZIA)
Conclusie: WZIA goed voor maatschappij en economie
8
Tweedeling in de gezondheidszorg Amsterdam Zuidoost
8.1
8.2
8.3
8.4
Inleiding
Onderklassen in gezondheidszorg
Miniconferentie met bisschop Muskens
Conclusie
77
78
80
83
84
85
86
88
89
90
92
94
96
97
100
101
102
104
5
9
Illegalen en infectieuze ziekten
9.1
9.1.1
9.2
9.3
9.4
9.5
9.5.1
9.5.2
9.5.3
9.5.4
9.6
9.6.1
9.6.2
9.6.3
9.6.4
9.6.5
9.6.6
9.7
9.7.1
9.7.2
9.7.3
9.7.4
9.8
9.9
Inleiding: dood door eigen schuld?
Casus 1
Tuberculose
Bron- en contactonderzoek en DNA-fingerprinting
TBC en illegale patiënten
De tering naar de nering: verzekeringsstatus bepaalt
opnamebeleid bij longontsteking
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Illegalen met pulmonale en extrapulmonale tuberculose
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Casus 5
Casus 6
Vier legale, verzekerde patiënten wél opgenomen
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Casus: artsen die willen, kunnen zieke illegalen wél helpen
Beschouwing
10
Varia: casussen illegalen met diverse medische histories
10.1
10.2
10.2.1
10.2.2
10.3
10.3.1
10.3.2
10.3.3
10.3.4
10.3.5
10.4
10.4.1
10.4.2
10.5
Inleiding
Ondermaatse behandeling van onverzekerde illegale patiënten
Casus 1
Casus 2
Medische trials bij patiënten zonder verblijfsvergunning
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Casus 5
Shah versus Ernesto: tweedeling in de gezondheidszorg
Casus A
Casus B
Conclusie
6
105
105
106
109
112
115
115
116
117
119
120
120
120
122
123
125
126
126
126
127
127
127
127
128
133
133
133
136
138
140
142
143
144
146
147
147
147
151
11
Zieke illegalen en arrestaties
11.1
11.1.1
11.1.2
11.1.3
11.1.4
11.1.5
11.1.6
11.1.7
11.1.8
11.2
11.3
11.3.1
11.3.2
11.3.3
11.3.4
11.3.5
11.3.6
11.4
11.5
Inleiding
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Casus 5
Casus 6
Casus 7
Casus 8
Casus 9: waar een wil is, is een weg
Laten doodgaan of arresteren van zieke illegalen:
geen incidenten
Casus 1
Casus 2
Casus 3
Casus 4
Casus 5
Casus 6
Schending van het vertrouwen in de medische stand
Conclusie
12
Detentiekamp ‘Bijlmer-Goelag’ (grenshospitium)
12.1
12.2
12.2.1
12.2.2
12.3
Illegale patiënten en asielzoekers vóór transport
naar het thuisland
Casussen
Casus 1
Casus 2
Conclusie
175
177
177
178
181
13
Aanbevelingen en conclusies
183
14
Over de auteur
189
15
Over degenen aan wie dit boek is opgedragen
191
16
Woordenlijst
193
17
Literatuur
199
18
Noten
241
153
154
155
156
157
158
160
163
164
166
167
167
168
168
169
169
170
170
173
7
1
Inleiding
De niet-zieke, in Somalië geboren en genaturaliseerde asielzoekster, tevens
voormalig lid van de Tweede Kamer, mevrouw Ayaan Hirsi ‘Ali’, mag van geluk
spreken dat premier Balkenende en de Tweede Kamer in mei 2006 voor haar
in de bres sprongen en haar binnen enkele dagen in bescherming namen door
de minister van Vreemdelingenzaken terug te fluiten. 1 Hierdoor heeft Hirsi ‘Ali’
haar Nederlandse nationaliteit teruggekregen, ondanks dat zij
immigratiewetten heeft overtreden. Volgens deze politici en een deel van de
bevolking moest Hirsi ‘Ali’ gezien worden als een vrouw van grote verdienste
ten aanzien van de Nederlandse samenleving.
Minister Rita Verdonk had, net als bij andere frauderende asielzoekers,
het Nederlanderschap van Hirsi ‘Ali’ ingetrokken en haar in wezen tot
vreemdeling zonder geldige verblijfspapieren verklaard. Dat deed de
partijgenote binnen enkele uren nadat voor haar duidelijk werd dat de exmoslima bij haar asielverzoek in 1992 bij de Immigratie en Naturalisatiedienst
(IND) een valse identiteit had opgegeven. 2 Ook de mensenrechtenorganisatie
Amnesty International maakte zich in haar Jaarboek 2005 al ernstig zorgen
over de behandeling van asielzoekers en migranten in Nederland. 3 Maar,
zoals Zembla-eindredacteur Kees Driehuis het formuleerde, ‘Hirsi Ali kan
rekenen op invloedrijke vrienden. Dat kunnen de duizenden asielzoekers die
ons land worden uitgezet niet. Er is sprake van hypocrisie en van een
onrechtvaardige situatie.’ 4
Dit boek gaat over de ongelijkwaardige behandeling van niet-westerse
migranten. En dan voornamelijk over illegaal in Nederland verblijvende
werknemers. Dankzij hun illegale status zijn zij gewilde arbeidskrachten bij
vele bedrijven. Ze leveren een bijdrage aan de Nederlandse economie, maar
hebben geen rechten. Als ze ziek worden, slaan alle deuren dicht, omdat ze
niet verzekerd zijn tegen ziektekosten. De patiënten van wie de ziektegeschiedenissen in deze studie beschreven worden, zijn bijna allen afgewezen
asielzoekers die bij legale migranten ondergedoken zijn in Amsterdam en
omgeving.
Deze lotgenoten van Hirsi ‘Ali’ hadden minder geluk. Zij of hun kinderen
waren ernstig ziek en hulpbehoevend. Maar net als het kamerlid van
Somalische afkomst hadden ook zij geen verblijfsvergunning en om die reden
waren ze niet-verzekerd tegen ziektekosten. En geen enkele medicus,
politicus of krant nam het voor ze op, toen ze door verraad van ziekenhuizen
en hulpverleners werden gearresteerd tijdens hun medische behandeling.
Zonder pardon werden ze onbehandeld en lijdend aan TBC, HIV-Aids,
psychose, terminale nierinsufficiëntie, kanker en invaliditeit door de IND
Nederland uitgezet.
Andere gevallen waren minstens zo schrijnend. Zieke illegale arbeiders
werden niet verraden maar werden door het ziekenhuis of de GGD niet
behandeld voor een besmettelijke vorm van TBC. Zieke invalide kinderen van
illegale werknemers werden door ziekenhuizen niet of niet adequaat geholpen.
9
Andere kinderen met tijdelijke verblijfsvergunningen kregen van het ziekenhuis
geen justitiële ondersteuning bij seksueel misbruik. Weer anderen konden
soms door ziekenhuizen geholpen worden indien ze meededen aan medische
experimenten.
De premier, het kabinet en het parlement zijn op de hoogte van deze
mensonterende toestanden, maar ze kijken de andere kant op. De
Nederlandse economie profiteert van goedkope arbeidskrachten, maar laat
hun illegale arbeiders vallen als er kosten voor hen gemaakt moeten worden.
Openbare gezondheidszorg is een recht voor iedereen. Vooral in een westers
land als Nederland. Dit boek houdt een vurig pleidooi voor veranderingen in
het vreemdelingenbeleid, politiek, gezondheidszorg en medische ethiek. Of
voor wie het anders wil lezen: voor normen en waarden op deze terreinen.
10
I
PROLOOG
2
Klassenjustitie en medisch machtsblok bedreigen
volksgezondheid
2.1
Illegalen hebben geen recht op gezondheidszorg
Dwalingen van de regering veroorzaken een gevaar voor de volksgezondheid.
Keer op keer wordt te laat ingegrepen als het gaat om het medische beleid
met betrekking tot onverzekerde illegalen die in Nederland leven. Afgezien van
de schrijnende individuele gevallen die oogluikend worden toegelaten waar het
gaat om adequate hulpverlening, is er sprake van een tweedeling in de
gezondheidszorg. Dit is het gevolg van het weigeren van medische hulp of het
verlenen van medische hulp die ondermaats is. Illegalen die in Nederland
verblijven, leveren vrijwel allemaal een bijdrage aan de Nederlandse
economie. Onze welvaartstaat profiteert van hun inzet, terwijl deze arbeiders
financieel worden uitgeknepen en in mensonterende omstandigheden leven.
Doorgaans zijn zij niet verzekerd tegen ziektekosten, terwijl zij juist banen
vervullen die grotere risico’s met zich meebrengen op het gebied van hygiëne
en ongevallen.
Als huisarts heb ik mij deze problematiek altijd aangetrokken. Om deze
mensen te helpen in hun keiharde bestaan heb ik illegale, onverzekerde
zieken vaak geholpen zonder daar financiële vergoedingen voor te vragen. In
mijn gedrevenheid het beleid onder de loep te nemen en een sociaalmaatschappelijke en zelfs politieke discussie uit te lokken, heb ik professionele
en juridische risico’s gelopen. Het medisch bolwerk en de juridische macht
hebben een hekel aan andersdenkenden en ik ben uiteindelijk – onterecht –
gestraft. Eind jaren negentig van de vorige eeuw hebben functionarissen van
de ministeries van Volksgezondheid en Justitie mij veroordeeld in een tuchtzaak, terwijl ik niet beticht kon worden van medische fouten. Mijn verweerschrift, dat ontlastend bewijs bevatte, is niet meegenomen in de klachtenbehandeling, noch is er tijdens het proces aan gerefereerd. Ik zie dit proces
nog steeds als een voorbeeld van klassenjustitie en gebrek aan onpartijdigheid.
Door de uitspraak kon het imago van de medische macht gered worden,
maar het voorkwam dat noodzakelijke maatregelen werden genomen tegen
structurele misstanden bij de GGD en de ziekenhuizen in Amsterdam. Daardoor bleven infectieuze besmettingsbronnen onbehandeld. Maar bovenal
leidde het de aandacht af van de hopeloze situatie van de vele onverzekerde
illegale patiënten in Nederland. Zij krijgen in de meeste gevallen niet de
medische hulp die men verwachten mag in een West-Europese welvaartsstaat. Met deze publicatie wil ik alsnog trachten de vinger op de wond te
leggen. Om te beginnen aan de hand van een ongefingeerde voorbeeldcasus.
11
2.2
Op de bres voor illegalen
Sinds de jaren negentig heb ik mij als Amsterdamse huisarts ingezet voor het
mogelijk maken en verbeteren van medische hulp aan onverzekerde illegalen
die in Nederland wonen en werken. Vanuit mijn huisartsenpraktijk in
Amsterdam Zuidoost kwam ik vrijwel dagelijks met deze patiënten in contact.
In de vorm van discussies met medische instanties, hulpverleners, politici en
door publicaties heb ik getracht aandacht te vestigen op de zwakke plek in het
medische bestel van Nederland. Mijn kritische uitlatingen werden mij niet in
dank afgenomen. Het werd gezien als intern verraad en ik werd op basis van
mijn uitspraken – niet op basis van foutief of nalatig medisch handelen – door
het Medisch Tuchtcollege (MTC) veroordeeld tot een boete van ƒ 1.000 en na
een tweede klacht tot een schorsing van drie maanden uit mijn beroepspraktijk.
Ruim de helft van de misstanden, vooral veroorzaakt door instellingen
en hulpverleners die onverzekerde zieke illegalen niet wilden behandelen, die
in dit boek beschreven worden, zijn in 1997 door mij als verweerschrift aangeboden aan de rechter van het MTC, de Inspectie voor de Gezondheidszorg
(IGZ) te Haarlem en in dictaatvorm aan de media (de Volkskrant, Het Parool,
Trouw). Dit verweerschrift, waarmee ik de aantijgingen van de IGZ, de
Centrale Post Ambulancevervoer (CPA), het Academisch Medisch Centrum
Amsterdam (AMC), de leden van de Amsterdamse Huisartsen Vereniging
(AHV), media en anderen had willen ontkrachten en begrip had willen vinden
voor mijn visie, is echter door de rechter en de inspecteur niet meegenomen in
de klachtenbehandeling.
Zodoende is bij de bepaling van de strafmaat tegen mij als arts geen
rekening gehouden met de keerzijde van de zaak. De media waren weinig
kritisch en hebben zich grotendeels gericht op het standpunt van de overheid.
Het ingediende hoge beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) in Den Haag is bovendien door een ‘ingreep’ van de IGZ via
mijn advocaat en tevens voormalige Inspecteur in overheidsdienst, ingetrokken.
2.3
Aanleiding voor boete: casus onverzekerde illegale patiënt
Wat ging er vooraf aan de veroordeling door het MTC? Eind oktober 1995
kreeg een vijftigjarige niet-verzekerde patiënt te Amsterdam een hersenbloeding (CVA). Deze man van Surinaams-hindoestaanse afkomst woonde
sinds twee jaar illegaal in Nederland. Hij werkte illegaal bij verschillende
horecazaken in Amsterdam en Den Haag en had in Nederland familie en
kennissen waar hij met zekere regelmaat verbleef. Hij was sinds jaren bekend
met een slecht gereguleerde hypertensie. Af en toe kreeg hij tabletten van
familieleden tegen de verhoogde bloeddruk.
12
Op een middag kreeg de patiënt last van een in ernst toenemende
duizeligheid en hoofdpijn en kon de woning van een familielid in de Bijlmermeer, waar hij logeerde, nog bereiken. De huisarts van de gastheer, die zijn
praktijk had in Amsterdam Zuid, was op dat moment onbereikbaar. Via de
doktersdienst kreeg de gastheer van de patiënt contact met mij, huisarts in de
Bijlmermeer. Ik stond in Amsterdam Zuidoost bekend als huisarts die zich
inzette voor onverzekerde illegale patiënten. De informatie die ik tijdens het
telefonische consult kreeg over de conditie van de patiënt, wezen op een
ernstige, mogelijk levensbedreigende situatie. Ziekenhuisopname was vereist.
De procedure in een dergelijk geval is dat de huisarts eerst een bed
moet zien te vinden bij een ziekenhuis. Dat is een tijdrovende opgave en een
belronde langs de Eerste-Hulpafdelingen neemt al snel anderhalf tot twee uur
in beslag. Ik had positieve ervaringen met spoedeisende gevallen bij verzekerde patiënten die onaangekondigd werden gepresenteerd in het AMC, het
dichtstbijzijnde ziekenhuis. De CPA had doorgaans een beter inzicht in het
aantal beschikbare bedden en hielp vaak bij het plaatsen van patiënten.
Achteraf bleek dat ziekenhuizen, die in eerste instantie aan de arts
mededeelden dat er geen vrije bedden waren, deze bedden wel beschikbaar
stelden aan de CPA (zie hiervoor de casussen onder 2.4.4). Indien de zieke
geen illegale onverzekerde was, zou ik het zeker geprobeerd hebben, omdat
een ziekenhuisbed in dat geval sneller gevonden zou zijn.
Wat meespeelde was dat ik, juist in het spoedeisende geval bij deze
onverzekerde patiënt, geen tijd wilde verliezen en ik besloot direct de CPA te
bellen om de patiënt te laten vervoeren naar het AMC.
Omstreeks 16:25 uur kwam mijn oproep bij de Amsterdamse CPA
binnen. 5 Ik legde de ernst van de situatie uit, de sociaal-maatschappelijke kant
van de zaak en de verzekeringsstatus. Ziekenhuizen en CPA vragen namelijk
standaard naar het laatste. Dat de patiënt niet verzekerd was, noemde de
CPA ‘inderdaad een probleem.’ In verband met het spoedkarakter verzocht ik
de centralist te helpen met het vinden van een ziekenhuisbed. De centralist
deelde mij mee, dat er ‘vroeger wel zo’n meldbureau was, maar dat dit niet
meer het geval was waar ze dit soort opnames kwijt kunnen.’
CPA: ‘Kijk, op zich geen bezwaar tegen vervoer, maar welk ziekenhuis
moet deze meneer naar toe?’
Huisarts: ‘Ik ben ervan overtuigd dat iedereen mij zal afwijzen.’
CPA: ‘Laten we het zo afspreken: u gaat proberen toch die patiënt
ergens in een ziekenhuis te krijgen en belt ons zodra het gelukt is, dan
sturen wij een auto.’
Huisarts: ‘Nee, want het lukt mij haast nooit.’
CPA: ‘Nee? Maar ons ook niet.’
Ik maakte de centralist duidelijk dat de patiënt naar mijn inschatting zou
kunnen komen te overlijden als er niet snel gehandeld werd.
13
CPA: ‘Goed ik zal kijken wat ik kan doen dokter.’
Huisarts: ‘Ja…en sorry, maar ik zit er ook mee.’
CPA: ‘Ja, nee begrijpelijk.’
Huisarts: ‘Oké’
CPA: ‘We doen ons best.’
Huisarts: ‘Ja, bedankt, dag.’
CPA: ‘Dag.’
Huisarts: ‘Dag, dag.’
Door de ontwikkeling van het gesprek kreeg ik de indruk dat de CPA de
patiënt nu als spoedgeval behandelde en de ernstig zieke man zou gaan
ophalen om hem in een ziekenhuis te presenteren. Wat de centralist echter
deed, was overleg plegen met de medisch leider van de CPA, de heer E.I.
Iwema Bakker. Deze zou de beslissing moeten nemen of de onverzekerde
patiënt werd opgehaald of niet.
Iwema Bakker was echter van mening dat een telefonisch consult in dit
geval niet voldoende was. Hij wilde eerst meer medische informatie krijgen
voor hij een besluit tot vervoer kon nemen. Hij eiste dat ik als huisarts de
patiënt eerst fysiek zou onderzoeken. Bovendien was hij van mening dat ik
vooraf voor een ziekenhuisbed moest zorgen, omdat dat tot de huisartsentaak
beschouwd wordt. Zoals later bleek, trachtte Iwema Bakker mij om 17:05 uur
te bereiken via mijn semafoon om zijn bevindingen mede te delen. Ik had, in
de veronderstelling dat het ambulancevervoer geregeld was, om 17:00 uur
mijn semafoon uitgeschakeld en de dienst werd voortgezet door mijn waarnemer G. Nassier.
Deze werd om 17:30 uur gebeld door Iwema Bakker. Nassier zegde toe
de patiënt te gaan bezoeken en de medische gegevens aan de CPA door te
bellen. In de veronderstelling dat het vervoer en opname al geregeld waren
door de CPA, had ik de patiëntengegevens niet persoonlijk doorgegeven aan
Nassier. Deze kreeg de informatie via de CPA, die personalia, adres en verzekeringsstatus had opgetekend na mijn melding. Nassier beloofde vervolgens
aan de CPA op te geven in welk ziekenhuis de patiënt een bed zou kunnen
krijgen. Pas dan zou er een ambulance gestuurd worden.
Pas één uur na het telefonisch onderhoud tussen Nassier en de CPA
was mijn waarnemer bij de patiënt. Om 18:35 had Nassier de patiënt onderzocht en hij wilde de gegevens aan de medisch leider doorbellen. Iwema
Bakker was echter niet meer te bereiken, maar de ambulance was al onderweg; merkwaardig genoeg zonder dat de informatie van Nassier afgewacht
was. Later deelde Iwema Bakker in het AT5 Nieuws van 30 oktober 1995 mee
‘dat bij zijn CPA een hersenbloeding geen spoedgeval is.’ Op wonderbaarlijke
manier lukte het de waarnemer om zonder enige discussie of getouwtrek een
opnamebed voor de patiënt te regelen in het AMC, alsof de ziekenhuisarts
naast de telefoon zat te wachten op een telefoontje.
Uiteindelijk werd de ernstig zieke man om 19:19 uur gepresenteerd in
het AMC en opgenomen op de afdeling Neurologie. Bijna drie uur na de eerste
14
melding presenteerde een ambulance de patiënt in het ziekenhuis. Hoewel er
sprake was van een ernstige, levensbedreigende situatie, was in eerste
instantie aan mijn oproep geen prioriteit gegeven. De patiënt, die ten tijde van
het eerste telefonische consult nog kon brabbelen, had inmiddels een vrijwel
volledige spraakstoornis ontwikkeld. Na het weekend ontving ik het bericht dat
de patiënt ’s zondags was overleden.
2.4
Medisch Tuchtcollege
De ziektegeschiedenis, het medisch handelen en de opvolging door overheidsdiensten bij deze illegale en onverzekerde patiënt waren op zich geen
aanleidingen voor een onderzoek van de IGZ en een toetsing door het MTC.
Immers, de patiënt was uiteindelijk na fysieke consultatie door waarnemer
Nassier gepresenteerd op de afdeling Spoedeisende Hulp van het AMC en
had een bed gekregen op de afdeling Neurologie.
De diensten kwamen echter pas in actie nadat ik de schrijnende kwestie
in de openbaarheid bracht in de vorm van een persbericht. Ik ging er toen nog
vanuit dat de trage afhandeling door het ambulancevervoer een rol gespeeld
zou kunnen hebben in de dood van de onverzekerde illegale patiënt. In een
later stadium bracht ik informatie over de werkwijze van het AMC in de openbaarheid via twee uitzendingen op Radio I. 6 Het waren opnieuw pogingen om
aandacht te vestigen op de falende en niet-adequate hulpverlening aan onverzekerde ernstig zieken.
De uitzending bleef niet onopgemerkt. De IGZ bundelde de onderzoeken naar klachten over mijn kritische uitspraken met betrekking tot de
werkwijze van de CPA en AMC bij onverzekerde illegalen. De uitkomst werd in
de vorm van een klacht bij het MTC neergelegd, dat mij schuldig bevond aan
laster. Mij werd op 4 maart 1997 een geldboete opgelegd van ƒ 1.000.
Tijdens het proces van het MTC hield ik natuurlijk voet bij stuk dat er in
de behandeling van ernstig zieke, onverzekerde illegale patiënten sprake was
van grote ongelijkheid in de kwaliteit van de verleende hulp door de CPA,
Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD) en
ziekenhuizen. Ik verzocht het MTC om mijn verweer goed door te nemen en
ervoor zorg te dragen dat de gezondheid van burgers en de volksgezondheid
in de toekomst niet meer bedreigd zouden worden. Daartoe had ik mijn onderbouwing voor de genoemde misstanden gebundeld in een verweerschrift van
171 pagina’s. Hieraan werd tijdens het proces geen aandacht besteed en het
werd zodoende niet meegenomen in de behandeling van de tuchtzaak en in
de bepaling van de zwaarte van de strafmaat.
15
2.5
Achtergronden
De hierboven beschreven casus is alleen te begrijpen als de medische,
ethische en sociaal-maatschappelijke achtergronden in hun historische context
worden geschetst. Deze onderdelen komen na deze inleiding uitgebreider aan
de orde in afzonderlijke hoofdstukken en paragrafen.
2.5.1 Achtergronden zieke illegalen
In de beschrijving van de klacht die de IGZ tegen mij indiende bij het MTC,
beweerde Inspecteur F.J. Biesenbeek het volgende:
Met betrekking tot de stellingname dat Amsterdamse ziekenhuizen
veelal geen ernstige zieke illegale patiënten opnemen, moge ik
vermelden dat de inspectie te Haarlem hieromtrent niets bekend is:
nimmer zijn klachten in deze sfeer bij inspectie gedeponeerd. Wel is het
zo, dat in enige radioprogramma’s de heer Makdoembaks in dit verband
grieven heeft geuit: hij heeft deze grieven evenwel niet kunnen
onderbouwen. 7
Deze opmerkingen van de toezichthoudende- en controlerende topambtenaar
in dienst van de regering kwamen bij mij raadselachtig over. In mijn huisartspraktijk had ik met zekere regelmaat voorbeelden gezien van de onwil om
ernstig zieke illegale patiënten op te nemen. Dit zou gestaafd worden door
onderzoek dat in 2001 door het Nationaal Instituut voor de Volksgezondheid
werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Dat
toonde aan dat het huisartsen vaak niet lukt zieke illegale patiënten te laten
opnemen en behandelen, doordat de specialisten en ziekenhuizen een
financiële garantstelling verlangen. 8
Dat er daarover bij de inspectie te Haarlem niets bekend was, had
blijkbaar te maken met de afwezigheid van klachten op dit terrein. Dat mag
allesbehalve vreemd genoemd worden. Illegale zieken, die niet verzekerd zijn
tegen ziektekosten, consulteren een huisarts of gezondheidsinstelling niet of
vaak laat. Ze zijn bang om gearresteerd en het land uitgezet te worden. Ze
hebben weinig of geen geld en moeten doorgaans eerst betalen voordat ze
medische hulp krijgen. Gezien hun illegale status en hun sociaal-maatschappelijke positie zal deze groep patiënten nooit een klacht bij een rechtsprekende instelling durven in te dienen. 9
Daarnaast zal een gezondheidsinstelling – ziekenhuis, Tuberculosebestrijdingsbureau van de GGD of hulpverlener – nooit spontaan uit zichzelf
naar de IGZ stappen, indien de medische hulp aan een illegale zieke
geweigerd wordt, of indien deze de zieke niet adequaat behandeld heeft.
Medisch directeur van de GGD Amsterdam en omstreken, Rob Vrenken
erkende in 1998: ‘Pas op een moment dat hulpverlening echt acuut wordt
weten ze ons te vinden. Dat verhoogt het lijden en brengt adequate hulp in
16
gevaar.’ 10 Toch was hij van mening dat er gevaar in schuilt om (onverzekerde)
illegalen onbehandeld te laten: ‘…illegalen die slechter in hun vel zitten door
hun medische verleden en het ontbreken van adequate zorg van vóór hun
komst worden (…) een groter gevaar voor de gemeenschap onder meer door
overdraagbare infectieziekten. De infectie-druk op de samenleving zie je dan
toenemen. Voor ons wordt het steeds lastiger om de bron van die infectie op
te sporen of om preventief te werk te kunnen gaan.’ 11
Juist deze problematiek was voor mij aanleiding om de openbaarheid te
zoeken. Daarin was ik dus blijkbaar de eerste. Kon door het gebrek aan
andere meldingen de zaak niet getoetst worden? Was de aanklacht daardoor
minder waar? Bestond er daarom een reden om mij als medicus te veroordelen?
2.5.2
Achtergronden CVA
Enkele cijfers: in 1996 kregen jaarlijks ruim 26.000 patiënten en in 2005 ruim
30.000 patiënten een beroerte (CVA), zoals de patiënt in de bovenstaande
Bijlmermeer-casus. 12 ‘Volgens de Nederlandse Hartstichting ligt het aantal
mensen dat jaarlijks getroffen worden door een beroerte hoger dan aanvankelijk werd verondersteld. Nu is dat 49.000.’ 13 In 80 procent van de gevallen
betrof het een herseninfarct, waarbij een slagader dichtslibt en in de overige
gevallen een hersenbloeding, veroorzaakt door een geknapt bloedvat. 14 In
1991 bedroegen de totale kosten van de medische zorg voor CVA 1,8 miljard
gulden (69.000 gulden per patiënt).
In 1996 promoveerde de Amsterdamse psycholoog Wilfried Post op een
onderzoek naar ambulancediensten. 15 Hij toonde aan dat het rechtstreeks
alarmeren van de ambulancedienst bij hartaanvallen het aantal sterfgevallen
met zeker 10 procent kon laten afnemen. 16 Het overslaan van een consult
door de huisarts leverde volgens zijn onderzoek gemiddeld een uur tijdwinst
op. 17
In de tijd waarin de probleemcasus speelde, werden CVA-patiënten nog
niet aangemerkt als directe spoedpatiënten. Hoogleraar dr. J. Stam,
waarnemend hoofd afdeling Neurologie van het Amsterdamse AMC, had op
deze situatie kritiek en bevestigde de problematische gang van zaken
aangaande CVA-patiënten, waarmee huisartsen al jaren hadden te kampen:
Ik erger me al jaren aan het gesol met patiënten met een beroerte. Ze
liggen te lang in een ziekenhuis, of kunnen er juist niet terecht. Soms
moet een huisarts vier tot vijf ziekenhuizen bellen, voordat een patiënt
met een beroerte kan worden opgenomen. Dat is een ontzettend
vervelende situatie. 18
In april 1996, ongeveer zes maanden na de datum van bovengenoemde
casus, is met de pas opgerichte ‘Stroke Unit’ van het AMC afgesproken een
17
CVA voortaan als spoedgeval te beschouwen. Naar aanleiding daarvan
tekende René Steenhorst op in de Telegraaf van 20 juni 1996: ‘Van de fouten
in het verleden hebben hulpverleners veel geleerd.’ Sindsdien geldt het
adagium: ‘Handel direct want tijdverlies = hersenverlies.’ 19
2.5.3
Achtergronden CPA
In Amsterdam valt de CPA onder verantwoordelijkheid van de GGD. In de
periode toen de bovengenoemde casus speelde, was er bij de GGD sprake
van een bestuurlijke chaos. Burgemeester, wethouders en raad ontbeerden de
deskundigheid en de politieke wil om als gelijkwaardige partners toezichthoudend en coördinerend te kunnen optreden. Vanaf het begin van de jaren
negentig kampte de hoofdstedelijke GGD bovendien met ernstige financiële
problemen die een hoge tol eisten waar het ging om het halen van de
doelstellingen van de GGD op diverse terreinen.
Volgens huisarts Bosma, bestuurslid van de Districts Huisartsen
Vereniging te Rotterdam en belast met de relaties met ambulancediensten in
de Maasstad, was het in oktober 1995, dus in de periode van bovengenoemde
casus, nog wettelijk verplicht om op elk verzoek te reageren met het uitrijden
van een ambulance. Daarbij gold als wettelijke norm dat een ambulance
binnen 15 minuten aanwezig moest zijn op het adres van de patiënt. 20
In juli 1997 bleek echter uit een vertrouwelijk rapport van de
Amsterdamse GGD-directie aan wethouder Jikkie van der Giesen dat de
GGD-ambulances ‘dagelijks niet in staat [bleken] om hun deel van de
stedelijke en regionale dienstverlening te kunnen leveren’, aldus de notitie. 21
Als belangrijkste oorzaak werd het falen van de bedrijfsleiding genoemd, maar
ook de niet-betalende patiënten. 22 Volgens Rob Vrenken had dat vooral te
maken met het feit dat de ambulances alle ritten van en naar Amsterdam
Zuidoost voor hun rekening moesten nemen. Jaarlijks leed de ambulancedienst in de onderzochte periode meer dan een miljoen gulden verlies. 23
In een artikel in NRC Handelsblad van 30 juni 1998 stelde Vrenken dat
‘artsen, verpleegkundigen van de Amsterdamse GGD van mening zijn dat
illegalen tot nu toe op creatieve wijze een beroep doen op medische zorg en
dat medisch noodzakelijke zorg, ambulancevervoer, spoedeisende operaties,
hen nooit wordt geweigerd.’ 24
Bovendien onderschreven de toenmalige directeur van de AHV, wijlen
mevrouw C.H.M. Krug, en de huisartsen aangesloten bij de Regionale
Huisartsen Vereniging van Amsterdam Zuidoost het volgende: ‘[In
levensbedreigende situaties verlenen alle ziekenhuizen hulp.] Los van de
verblijfsstatus van een patiënt kun je in direct levensbedreigende situaties
altijd de ambulance bellen (CPA) zonder dat je van tevoren een bed in een
ziekenhuis geregeld hebt.’ 25
In maart 1996 had minister Borst van het ministerie van VWS in een
brief aan een Utrechts Inspraakorgaan dezelfde indruk gegeven. Zij was er
18
nog van overtuigd dat financiële argumenten geen rol speelden bij de
beslissing van zorgverlenende personen en instellingen of zij een onverzekerde persoon – illegaal of niet – al dan niet medische zorg zouden
verlenen. Volgens haar zouden zij zich houden aan de bij de beroepsgroep
behorende medisch-ethische normen. 26
Al deze uitspraken geven naar mijn oordeel een onjuist en onvolledig
beeld van de werkelijke situatie. Vanuit mijn huisartsenpraktijk kende ik als
medicus genoeg voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Vooral in de grote
financiële tekorten bij de GGD ten aanzien van het ambulancevervoer zie ik
een belangrijke reden dat de CPA in oktober 1995 niet reageerde op mijn
verzoek een ambulance naar de onverzekerde illegale patiënt in Amsterdam
Zuidoost te sturen. Hij was van mening dat de CPA in het bovengenoemde
geval ernstige fouten had gemaakt en stuurde een persbericht met de feiten
naar de Telegraaf. Journalist Theo Kuiper van het dagblad publiceerde de
tekst. 27
2.5.4
Achtergronden AMC
In verband met begrotingstekorten moet het AMC, een semi-publieke instelling, keuzes maken die door burgers kunnen worden gezien als immorele
klassengeneeskunde. In februari 2005 gaf mevrouw prof. dr. L.J. GunningSchepers, voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC, haar mening over
de hoge kosten van nieuwe geneesmiddelen:
Maar allen leven we in de geruststellende zekerheid dat de premie die
wij maandelijks betalen ons het recht geeft op adequate behandeling.
Het is wrang, dat als een ziekte zich dan echt voordoet, die zorgplicht
door administratieve afspraken niet wordt nagekomen (…) De afspraak
met de verzekeraars dat de ziekenhuizen soms meer dan een kwart van
de kosten van die dure geneesmiddelen uit hun eigen budget moeten
betalen, dwingt sommige van die ziekenhuizen tot de moeilijke afweging
om zulke dure middelen niet (meer) voor te schrijven… 28
In 2004 werd bekend dat de bestuursvoorzitter de achtste plaats inneemt van
de vijftig best betaalde ziekenhuisdirecteuren van Nederland en dat ze ruim
2½ maal meer verdient dan onze minister-president. Ze verdiende bij het
samenstellen van de lijst jaarlijks 336.000 euro, haar AMC-collega’s
E. Broekhuizen (nr. 6) en E. Briët (nr. 11) respectievelijk 365.000 en 289.000
euro. 29
Blijkbaar ging de voorzitter ervan uit dat net als zij, vrijwel alle
Nederlanders verzekerd zijn tegen ziektekosten. Zij vervolgde:
Die financiële prikkel van de onvolledige vergoeding, bedoeld voor
kostenbeheersing, leidt tot oneigenlijke willekeur in de behandeling als
19
gevolg van financiële overwegingen of tot het bewust spreiden van het
financiële risico met verlies aan kwaliteit (…) We moeten dan wel
accepteren dat mensen die zich niet hebben bijverzekerd, om welke
reden dan ook, een suboptimale medische behandeling krijgen. 30
De zienswijze van de topbestuurder van het AMC is dus dat we moeten
accepteren dat financiële redenen de overweging vormen dat een legale
patiënt die niet is bijverzekerd een minder goede behandeling krijgt. Bij
onverzekerde illegalen, zoals de CVA-patiënt die in deze casus werd
beschreven, zal deze beslissing het eerst worden toegepast. De operatie en
de langdurige revalidatie van deze onverzekerde illegale patiënt zou het AMC
een paar tonnen hebben gekost. De rekening zou door niemand betaald
kunnen worden. Deze CVA-patiënt is dan ook niet geopereerd. 31
Al was het niet voor de eerste maal, in de Nieuwsbrief Amsterdamse
Huisartsen Vereniging van maart 1996 werd het opnameprobleem van acute
patiënten besproken. Er werd gesteld dat ‘met name door de ziekenhuizen is
ingebracht’ dat er sprake is van ‘een daadwerkelijk capaciteitsprobleem’, maar
ook dat de enorme problemen ‘veroorzaakt worden door planningsproblemen
aan het eind van het (budgettaire) jaar en gebrek aan direct voor huisartsen
toegankelijke informatie over waar wel en geen plaats is.’
Daar waar het moeilijk is om een – al of niet acute – patiënt geplaatst te
krijgen, zijn de onverzekerde illegale zieken dus de kinderen van de rekening.
En sommigen vormen door infectieuze aandoeningen een bedreiging voor de
volksgezondheid. Huisartsen die hen de medische zorg niet willen ontzeggen,
moeten leuren met patiënten en bedelen om een plaats. Ook in het AMC.
Illustratief zijn de volgende drie casussen – twee van de patiënten zijn
inmiddels overleden –, geregistreerd begin 1996. Tevens zullen de ervaringen
met het AMC door de Bijlmermeer-huisarts Peter van Kanten uit 1996 hier
beschreven worden.
2.5.4.1
Casus 1
In februari van 1996 werd in de vooravond in een ondiepe sloot te Amsterdam
een vrouw gevonden van ongeveer 70 jaar oud. Ze woonde vlakbij in een
verzorgingstehuis en tobde de laatste maanden met afwisselend depressieve
klachten. Ze werd door verzorgenden naar haar woonkamer gebracht en ik
werd als huisarts gewaarschuwd.
De patiënte had duidelijke onderkoelingsverschijnselen: ze vertoonde
een vale huidskleur, ze klappertandde en had een lichaamstemperatuur van
32°C, bij een polsfrequentie van 50 slagen per minuut. Hier was sprake van
een ernstige situatie: de patiënte moest binnen een half uur in het ziekenhuis
zijn om adequaat behandeld te kunnen worden voor cardiale complicaties. De
verpleegkundigen wikkelden haar in aluminiumfolie.
De internist van het AMC, het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Amsterdam,
werd door mij gebeld voor een opname. De dienstdoende arts deelde mee dat
20
de patiënte niet opgenomen kon worden, omdat er geen bedden vrij waren. Ik
probeerde de acute patiënte bij de andere vier Amsterdamse ziekenhuizen
opgenomen te krijgen, maar ook die zeiden geen plaats te hebben.
Uiteindelijk besloot de CPA alsnog de patiënte op te halen en te laten
opnemen in het AMC. Er was meer dan een uur levensreddende tijd verloren
gegaan bij het vinden van een ziekenhuisbed. Niet lang daarna is de patiënte
overleden.
Vanwege de vreemde gang van zaken met betrekking tot de plaatsing
van de patiënt informeerde ik later bij het AMC hoe de vork in de steel zat. Het
ziekenhuis antwoordde dat er een chronisch tekort was aan bedden. In
uitzonderlijke gevallen kon er echter gebruik worden gemaakt van een
noodbed. Eigenlijk was er maar één noodbed vrij. Maar dit noodbed wilde de
internist niet gebruiken, omdat die bedoeld was bedoeld voor een opname de
volgende dag. Door het schuiven met bedden naar andere afdelingen kon dit
bezette noodbed toch zijn functie terugkrijgen.
2.5.4.2
Casus 2
In februari 1996 werd te Amsterdam een 20-jarige patiënte als spoedpatiënte
aangemeld. Ze had koorts, hoofdpijn, voor de eerste maal epileptische
trekkingen van armen en benen en last van ernstige duizeligheid met braken.
Huisarts Peter van Kanten vermoedde een aandoening van de hersenen en/of
het hersenvlies.
Zonder dat deze huisarts de patiënte fysiek had onderzocht en zonder
dat de CPA eiste dat hij bij de verzekerde legale patiënte aanwezig diende te
zijn, kwam een ambulance voorrijden. De medicus belde het AMC, het
dichtstbijzijnde ziekenhuis in Amsterdam, voor een spoedopname. De
dienstdoende neuroloog deelde hem mee dat het ziekenhuis geen
opnamecapaciteit had. De huisarts kreeg het advies om andere ziekenhuizen
te proberen.
Gezien het acute karakter van de patiënt wilde de huisarts tijd winnen.
Hij weigerde daarom alternatieve ziekenhuizen te bellen voor het vinden van
een opnamebed. De neuroloog besloot de patiënte alsnog op de Eerste Hulp
Post te stabiliseren en haar dan via het AMC in een ander ziekenhuis te laten
opnemen. 32
Later op de avond probeerde dezelfde neuroloog van het AMC een
andere patiënt te plaatsen in een ander ziekenhuis. Hij moet dan zeventien
ziekenhuizen in de omgeving bellen alvorens hij een vrij bed kan vinden.
2.5.4.3
Casus 3
Begin maart 1996 had een derde Bijlmermeer-huisarts te Amsterdam, dokter
Nassier, dezelfde ervaring als zijn twee andere collega’s. Hij werd met spoed
gevraagd een oudere patiënt te onderzoeken die plotseling buikpijn kreeg.
Kort hierna raakte deze een halfuur lang bewusteloos. Afgaand op zijn
21
onderzoek dacht de huisarts te maken kunnen te hebben met een gebarsten
buikslagader (aneurysma). De mortaliteit is in dit soort gevallen zeer hoog
(binnen een uur).
In de tussentijd had de echtgenote van de patiënt de CPA al gebeld voor
ambulancevervoer. De CPA stuurde onmiddellijk een wagen. Onduidelijk was
op dat moment of er al voor een ziekenhuisbed was gezorgd door de huisarts.
Pas nadat de ambulance bij de woning van de patiënt arriveerde, belde
de huisarts het AMC, het dichtstbijzijnde ziekenhuis, voor een spoedopname.
De patiënt was bij de chirurg in het AMC bekend met een aneurysma van de
grote buikslagader, die nog niet geopereerd hoefde te worden. Ondanks dat
de conditie van de patiënt snel achteruit ging, weigerde de dienstdoende
specialist opname van de patiënt omdat er geen intensive-carebed vrij was.
Een tweede ziekenhuis weigerde ook de opname en de specialist
dreigde zelfs de patiënt op de EHBO te laten doodbloeden als hij toch werd
ingestuurd. Ook een derde ziekenhuis weigerde de patiënt op te nemen.
De toestand van de patiënt ging verder achteruit met een sterk
verlaagde bloeddruk. Ten einde raad adviseerde de huisarts de CPA de
patiënt maar gewoon te presenteren in het AMC. De patiënt werd na een uur
vertraging alsnog in shockerige toestand opgenomen. Er bleek dus toch een
bed vrij te zijn. Zeer kostbare tijd was verloren gegaan. Enkele dagen later is
de patiënt overleden.
2.5.4.4
Bijlmermeer-huisarts Peter van Kanten
De eerdergenoemde huisarts Peter van Kanten praktiseerde in de Bijlmermeer
in Amsterdam en verwees zijn patiënten naar het AMC in Amsterdam
Zuidoost. In dagblad Trouw van 3 oktober 1996 stond het volgende relaas:
Het probleem van de illegalen in de gezondheidszorg heeft vooral voor
huisartsen in regio’s waar veel illegalen en andere onverzekerden
wonen, grote gevolgen. In de tweede lijn, waartoe de ziekenhuizen
behoren, gaat veel geld om. De ene procent van het budget dat door
onverzekerden wordt gebruikt, wordt ongeveer gelijk verdeeld tussen
ziekenhuis en zorgverzekeraar. Althans dat geldt voor de regio
Amsterdam, waar de zorgverzekeraar zich inspant voor de zorg aan
onverzekerden. De ziekenhuizen maken zich daarom minder bezorgd.
Dat bleek gisteravond, toen in het Amsterdamse Academisch Medisch
Centrum (AMC) werd gesproken over de toegankelijkheid van de
gezondheidszorg voor onverzekerden na de Koppelingswet. Huisarts P.
van Kanten, die in Amsterdam Zuidoost praktijk voert, vertelde dat zestig
procent van de onverzekerde patiënten die hij krijgt, tussen wal en schip
terechtkomen, doordat ze niet doorgezonden kunnen worden naar de
tweede lijn.
‘Het verschijnsel kost ons handen vol geld. Dikwijls komen mensen
onverrichter zake terug in de praktijk, hoewel ze bijvoorbeeld
22
schotwonden hebben. Het ziekenhuis stuurt terminale patiënten weg
omdat het niets meer voor hen kan doen, maar de huisarts is daar wel
veel tijd mee kwijt.’
Internist dokter R. Michels van het AMC erkende dat het soms moeite
kost om bij de directie het groene licht te krijgen voor een patiënt die
zich aandient, maar met een beetje schipperen lukt het toch aardig om
een patiënt te helpen zei hij. In de praktijk van het AMC weet de staf met
wat gesjoemel het illegalenprobleem wel op te lossen. 33
De eerste paarse regering, de IGZ, de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst (KNMG), de Landelijke
Huisartsen Vereniging (LHV) en de media waren sinds begin jaren negentig op
de hoogte van de relatie tussen de hoofdstedelijke capaciteits- en financiële
problemen van ziekenhuizen en de toename van de medische risico’s voor de
patiënten. Adequate maatregelen bleven echter achterwege, of ze waren
onder de maat.
2.6
Kwetsende vervolggeschiedenis CVA-patiënt
De eerstgenoemde casus van de CVA-patiënt (2.3) uit mijn huisartspraktijk
was na CPA-vervoer en opname op de afdeling Neurologie in het AMC nog
niet compleet: de medische geschiedenis rond deze illegale onverzekerde
man kende een pijnlijk vervolg. De patiënt en zijn familie wachtte een
onterechte en inhumane behandeling.
De hulpverleners hadden de familie namelijk de indruk gegeven dat de
patiënt spoedig geopereerd zou worden. Waarschijnlijk uit financiële
overwegingen, tegen de wil van de familie in en zonder vooroverleg besloot
het AMC deze opgenomen onverzekerde illegale CVA-patiënt niet te opereren.
Volgens drie van de vier neurochirurgische afdelingen van buiten het AMC
bestond er echter een medische indicatie voor een dergelijk ziektebeeld. 34
Na het verlate vervoer (melding 16:25 en presentatie in AMC 19:19 uur)
door de CPA werd de onverzekerde illegale CVA-patiënt in het AMC opgenomen. 35 De patiënt werd in subcomateuze toestand opgenomen op de
afdeling Neurologie. 36 Na neurologisch- en aanvullend onderzoek werd de
diagnose bevestigd in de vorm van een CT-scan van de hersenen op de
eerste dag: een grote hersenbloeding. Na twee dagen: verslechtering van de
neurologische situatie met een diepere bewustzijnsdaling. 37 Een nieuwe CTcerebrum ondersteunde het verslechterde beeld. 38
Er werd overlegd met de familie wat de patiënt het liefst zou hebben
willen laten doen. Indien hij dat kon, zou hij dan voor een operatie gekozen
hebben of niet? Als hij namelijk de operatie zou overleven, zou hij verder als
een kasplantje moeten voortleven. Gezien de religieuze achtergrond van de
inmiddels comateuze patiënt koos de familie voor een operatie. 39
23
Familie en vrienden waren bereid een betalingsregeling met het AMC te
treffen om de operatiekosten te betalen. Maar ze kwamen niet tot een
overeenstemming met het AMC. Van hogerhand werd toen beslist om niet te
opereren, ‘gezien de te verwachten ernstige restverschijnselen [bij de] patiënt’.
De neurochirurgen van dit ziekenhuis werken lege artis. 40
In plaats van de operatie werd de patiënt conservatief behandeld met
Mannitol. De volgende dag overleed hij zonder dat familie en vrienden
aanwezig waren. Zijn dierbaren waren zwaar teleurgesteld. Wat was hun
alternatief? Gezien de onverzekerde status van patiënt en het gebrek aan
financiële middelen om de al gemaakte kosten te kunnen betalen, hebben ze
hun diepe teleurstelling alleen tijdens een bezoek aan mijn huisartspraktijk
kunnen ventileren.
Uit het bovenstaande is gebleken dat er na opname van de nietverzekerde illegale CVA-patiënt door het AMC besluiten zijn genomen die niet
volgens de gangbare medisch ethische normen worden ondersteund. Na
gesprekken met teleurgestelde familieleden van de illegale CVA-patiënt over
de werkwijze van het AMC, bracht ik – ik was overigens geen lid van de AHV –
dit aspect over de patiënt ook in de openbaarheid.
De medisch coördinator van het AMC diende toen tegen mij een klacht
in bij de IGZ, maar op het moment dat de IGZ de zaak mogelijk klaarstoomde
voor het MTC, zorgde ik ervoor dat de betrokken ziekenhuisartsen betrokken
werden in de discussie. Tot teleurstelling van de IGZ zette het ziekenhuis
hierop de klacht niet meer voort.
2.7
Kwetsende vervolggeschiedenis in tuchtproces huisarts
De CPA en het AMC namen aanstoot aan de openbaarmaking van de
behandelingsgeschiedenis van de illegale onverzekerde CVA-patiënt. Zij
legden hun klacht neer bij de IGZ. De dienst verrichtte onderzoek en het
resultaat werd bij het MTC gedeponeerd. In maart 1997 werd mij een
geldboete opgelegd van ƒ 1.000.
Tijdens de voorfase van het onderzoek door de IGZ om een klacht bij
het MTC tegen mij te kunnen formuleren, plaatste ik een ingezonden
mededeling in het NRC-Handelsblad van 5 januari 1996. De aanleiding was
dat twee ernstig zieke, niet-verzekerde patiënten geweigerd waren door het
AMC, omdat er geen sprake was van een acute, levensbedreigende situatie.
In mijn krantenoproep deed ik ‘een klemmend beroep op minister Borst van
Volksgezondheid om met oplossingen te komen voor illegale, niet-verzekerde
patiënten die in een medische noodsituatie verkeren.’ 41
De media pikte de zaak op. De zaterdagavond daarop werd ik
geïnterviewd in ‘Met het oog op Morgen’ van de KRO, de zondagochtend door
de IKON-radio. Ik was gekwetst omdat ik geen medische fout had gemaakt,
noch nalatig had gehandeld en bovendien bemerkte ik dat mijn verweer
genegeerd werd door de overheid en de medische instanties. Ik wilde mijn
24
kant van de zaak naar buiten brengen. In bijtende retoriek noemde ik de
behandelingswijze van de CVA-patiënt een vorm van passieve euthanasie:
was de keuze om deze zieke man niet te behandelen niet goedkoper voor het
AMC? Kostbare operatie en revalidatie van deze patiënt werden immers
uitgespaard.
Deze constatering was niet alleen gebaseerd op deze ziektegeschiedenis, maar tevens op de ervaringen die ik een jaar eerder had met dezelfde
neuro-chirurgische afdeling van het AMC. 42 Revalidatiekosten spelen een
beslissende rol bij de medische besluitvorming bij illegale patiënten. Zo werd
bij drie andere onverzekerde illegale CVA-patiënten om financiële redenen de
adequate behandeling niet verleend binnen de eerste cruciale termijn van drie
maanden. 43
Het AMC vond dat ik het ziekenhuis ten onrechte zwaar beschuldigde.
Op 24 januari 1996 diende het hospitaal een nieuwe klacht in bij de IGZ te
Haarlem. 44 Het AMC vroeg de Inspectiedienst nu onderzoek in te stellen naar
het overlijden van de bedoelde onverzekerde patiënt, waarna de IGZ mijn
handelwijze aan de orde moest stellen voor het MTC wegens ondermijning
van het vertrouwen in de medische stand. 45
In Trouw van zaterdag 21 en zondag 22 september 1996 ventileerde ik
vervolgens kritische opmerkingen aan het adres van de huisartsen van de
AHV. Journaliste Andrea Bosman ondervroeg mij naar mijn gedrevenheid om
tot het uiterste te gaan voor de positie van illegale onverzekerde patiënten, dit
in tegenstelling tot mijn collega’s. Omdat de zaak mij zwaar aan het hart lag,
bekritiseerde ik hun foutieve opstelling in het verleden. Vooral het schenden
van het beroepsgeheim in kwesties betreffende illegalen en migranten kort na
de Bijlmervliegramp nam ik enkelen zeer kwalijk. 46
Tevens was de traumatische ervaring met de autochtone huisartsen J.
Post, Th.J.M. Beijerink en dr. Rijpma nog in mijn geheugen gegrift. Deze drie
artsen, verbonden aan het Huisartsen Instituut der Vrije Universiteit te
Amsterdam weigerden in het verleden een stageplaats aan personen die van
Surinaamse afkomst zijn.
Ik noemde mijn collega’s in de Bijlmermeer die zich niet inzetten voor
sociaal-maatschappelijke minderheden, artsen ‘die alleen bezig [zijn] om hun
portemonnee te vullen’; collega’s die zich niet bekommerden om deze illegale,
veelal allochtone groep patiënten, noemde ik in het krantenartikel ‘racistisch’. 47
Het was gespierde taal, maar de kern van het sarcastische betoog bevatte
mijn sterke overtuiging: ‘Ik kan mijn beroep niet gescheiden zien van de
sociaal-maatschappelijke omstandigheden…’ 48
Enkele Amsterdamse autochtone huisartsen uit Amsterdam Zuidoost die
zich beledigd voelden, startten nu ook een procedure om mij de mond te
snoeren, met steun van de AHV. Zij formuleerden eveneens een nieuwe klacht
bij het MTC. De IGZ, in personae F.J. Biesenbeek en Peter Lens, ging gelijk in
de aanval om het imago van de CPA, het AMC en de AHV-huisartsen
overeind te houden.
25
Zonder dat ik er als beklaagde voegde de IGZ de klacht van het AMC –
namelijk mijn uitspraak dat er sprake zou zijn van ‘passieve euthanasie’ – toe
aan de klacht van de CPA. Niet alleen werd ik op 4 maart 1997 veroordeeld tot
betaling van een geldboete, op dezelfde zittingsdag van deze CPA-AMCkwestie werd ik in verband met de klacht van de AHV over mijn ‘racisme’uitlating door het MTC veroordeeld en voor drie maanden geschorst in mijn
beroepsuitoefening als arts. De uitspraak werd gemanipuleerd en mijn
verweerschrift werd genegeerd en niet meegenomen in de strafbepaling.
Het verzoek van mijn advocaat, mr. drs. André Haakmat (voormalig
vice-premier van Suriname), om de CPA-band te mogen komen beluisteren
werd afgewezen omdat de bandopname al gewist zou zijn. 49 Juridisch gezien
was dit eigenlijk onhoudbaar, want alleen de IGZ beschikte over een oncontroleerbare transcriptie. 50 Deze was naar mijn herinnering deels onvolledig en
deels onwaar. Zo waren de tijdsaanduidingen incorrect.
Beschuldigingen aan mijn adres waren daarnaast eveneens laakbaar
voor waarnemer Nassier: pas één uur na het verzoek van de CPA had hij de
patiënt fysiek onderzocht (doctor’s delay van 1 uur) en ook hij had niet de
komst van de ambulance afgewacht bij de patiënt. Alleen ik werd mede op
basis van dit feit veroordeeld. Ook vond er geen overdracht plaats van
medische gegevens van Nassier aan het ambulancepersoneel. Dit was ook
een argument geweest van de IGZ in zijn klacht tegen mij bij het MTC te
Amsterdam. 51
Het mag duidelijk zijn: ik moest in het gareel gehouden worden, mede
om de status quo van de medische stand en haar werkwijze te laten accepteren. Blijkbaar verdraagt de medische macht geen kritiek en al zeker geen
andere visie vanuit eigen gelederen.
2.8
Conclusie
Ziekenhuizen zien zich altijd geconfronteerd met kosten die gemaakt worden
door onverzekerde illegalen. Ook het budget van het AMC wordt daardoor
belast. Met alle mogelijke middelen wordt getracht deze post zo laag mogelijk
te houden. Daarnaast is een academisch ziekenhuis ermee gebaat om
patiënten op te nemen die in het kader van medisch onderzoek gewenst zijn.
Vermoedelijk bepaalt en verklaart deze zienswijze tevens de in dit onderzoek
besproken niet-behandelde of niet-adequaat behandelde onverzekerde illegale
patiënten.
De reden waarom de ambulance in oktober 1995 met zo veel vertraging het
adres van een ernstige zieke patiënt bereikte, lag in een combinatie van procedurele factoren die in feite indruisen tegen de regels van het artsenvak.
• In de eerste plaats had de patiënt een onverzekerde illegale status.
• In de tweede plaats verleende de CPA in die tijd bij CVA-patiënten geen
26
spoed. Door de manier hoe het gesprek met de centralist was beëindigd,
ging ik er echter vanuit dat de patiënt wel als zodanig werd gezien,
vervoerd zou worden naar het ziekenhuis en daar gepresenteerd zou
worden.
• In de derde plaats was de reden waarom de heer Iwema Bakker meer
medische gegevens nodig had niet duidelijk. Hij wilde dat ik eerst bij de
patiënt ging kijken. De aanwezigheid van de arts bij de patiënt en meer
medische gegevens afhankelijk laten maken voor het vervoeren van
deze ernstige zieke patiënt is niet helder en niet logisch. Daarnaast is
het opmerkelijk dat, nadat waarnemer Nassier de vermoedelijke
diagnose had gesteld, hij de heer Iwema Bakker niet meer kon bereiken.
Iwema Bakker was afwezig om de door hem verlangde medische
informatie te vernemen. In de tussentijd reed er al wel een ambulance.
• In de vierde plaats weigerden in deze tijd vrijwel alle Amsterdamse
ziekenhuizen structureel opnames van acute patiënten, terwijl er bedden
vrij waren. 52
In deze casus is een mensenleven door toedoen van (semi)overheiddiensten
onnodig in gevaar gebracht en mogelijk sneller verkort door inadequaat en
inhumaan handelen. Financiële overwegingen speelden daarbij een rol.
Het betrof hier een onverzekerde illegale patiënt zonder infectieuze
aandoening, die geen gevaar vormde voor de volksgezondheid. Vergelijkbare
afwegingen worden echter gemaakt bij het al dan niet diagnosticeren en
behandelen van TBC, Hepatitis-B, HIV en aids, infectieziekten die gevaar
opleveren voor de Nederlandse samenleving en die van de buurlanden.
Indien mijn verweerschrift serieus bekeken zou zijn geweest, zou het
MTC niet alleen argumenten hebben kunnen vinden voor een ontlasting van
de klachten, maar tevens een pakket ernstige kritiekpunten die hadden
kunnen leiden tot een versnelde herstructurering van en procedureverbetering
bij (semi)overheidsdiensten als GGD en ziekenhuizen.
Deze instituten en instanties moeten namelijk uitvoeren wat de centrale
overheid bepaald heeft. Daardoor zijn zij aan handen en voeten gebonden en
kunnen zij ten aanzien van onverzekerde illegalen slechts beperkt werken
vanuit medisch-ethische perspectieven.
Omdat de beoogde patiëntengroep kwetsbaar en onmondig is, kan
verandering van inzicht door de overheid echter alleen vanuit de medische
wereld zelf op gang gebracht worden. Zaak is dus dat zorgverleners zich
gezamenlijk daarvoor inzetten en zich gezamenlijk kritisch opstellen ten
aanzien van het overheidsbeleid. Pas dan zal een geldstroom voor ziekenhuizen en gemeentelijke diensten worden gecreëerd zodat illegale onverzekerde patiënten een humane behandeling kunnen krijgen. Bijvoorbeeld door niet
langer het Koppelingsfonds te gebruiken, maar door een Waarborgfonds te
hanteren. Zodat niet alleen zij er beter van worden, maar de gehele Nederlandse samenleving.
27
II
ILLEGALEN EN DE ECONOMIE
3
Illegalen leveren geld op: Neêrlands economie vaart
er wel bij
3.1
Omvang reservoir illegale arbeiders
Begin 2005 schatte minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) het
aantal illegale arbeiders in Nederland op 200.000 à 250.000. Verdonk zei de
cijfers te baseren op ‘gegevens van de werkvloer, op gesprekken met wetenschappers en andere mensen bij gemeenten.’ 53 Begin jaren negentig had haar
collega, staatssecretaris Aad Kosto, een aantal van 150.000 illegale arbeiders
genoemd. 54
Illegalen tellen niet mee. Dat maakt het lastig om met harde cijfers te
komen. Elk onderzoeksbureau komt met andere cijfers. In 2002 telde Nederland naar schatting van onderzoekers van de Erasmus Universiteit tussen de
112.000 en 163.000 illegalen. In 2004 heeft de Erasmus Universiteit
Rotterdam in opdracht van minister Dekker (VROM) het onderzoek ‘Wijken
voor illegalen’ uitgevoerd. Dit onderzoek heeft Dekker naar de Tweede Kamer
gestuurd. VROM meldt: ‘Jaarlijks verblijven in Nederland tussen 125.000 en
225.000 illegale vreemdelingen.’ Hoe deze tellingen exact totstandkomen blijft
onduidelijk. Alle getallen lijken in ieder geval te zijn gebaseerd op ruwe schattingen. Zo gaf de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2004 dezelfde cijfers als
enkele jaren ervoor aan een andere minister.
Volgens VROM komen ‘tussen de 75.000 en 125.000 Illegalen van
buiten Europa.(…) Illegalen wonen vaak bij familie en bekenden of in pensions
en verdringen nauwelijks legale bewoners. Ze wonen in vervallen woningen
waar legale bewoners vaak niet willen wonen. Illegalen verblijven voornamelijk
in de (grote) steden en in bepaalde agrarische gebieden (…) Ook de aanwezigheid van goedkope huisvesting en vraag naar goedkope arbeid speelt
een belangrijke rol. Door het onderzoek is er voor het eerst een betrouwbaar
beeld over het aantal illegalen en hun vestigingsplaats.’ 55
Bijna eenderde bestaat uit uitgeprocedeerde asielzoekers, anderen zijn
binnengesmokkeld, of zijn als toeristen in Nederland beland en hier gebleven.
Een klein deel daarvan is in Nederland geboren. Het gaat daarbij voor het
grootste deel (tweederde tot 85%) om mannen in de leeftijd van 18 tot 40 jaar.
Verder gaat het om gezinnen met (kleine) kinderen. Er worden ook illegale
mannen gemeld die een andere immigratiegeschiedenis hebben en hun vrouw
en kinderen naar Nederland halen als zij zich hier enigszins gesetteld hebben.
Het aantal alleenstaande vrouwen blijkt vrij klein te zijn. Zij worden bijna allen
in de prostitutie aangetroffen. 56
Door het strenge Nederlandse asielbeleid is te verwachten dat het aantal illegalen zal gaan toenemen. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en
28
vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Tilburg, zegt hierover: ‘Alleen het
aantal asielzoekers is gedaald, onderzoek wijst niet uit dat we ook minder
illegalen hebben. Het is bijna een natuurwet dat streng asielbeleid een toename betekent van het aantal illegalen.’ 57 Het strenge uitzettingsbeleid van
Nederland noemt Van Kalmthout een schijnoplossing: ‘Een druppel op een
gloeiende plaat. We weten dat ruim 60% van de uitgeprocedeerde asielzoekers en andere illegalen niet kan worden uitgezet en op straat terecht
komen of wordt opgesloten.’ Minister Verdonk heeft bovendien verklaard dat
illegalen zelf verantwoordelijk zijn voor hun terugkeer. 58
‘Volgens de Europees Commissaris Franco Frattini van Justitie werden
in 2004 660.000 vreemdelingen in de EU uitgewezen. “Maar van 212.000
weten we zeker dat ze ook echt zijn vertrokken,” zei Frattini in september
2005. Uit Nederland zijn volgens het ministerie van Justitie in 2004 ongeveer
45.000 vreemdelingen vrijwillig of gedwongen vertrokken. Een veelvoud krijgt
van de IND een aanzegging het land te verlaten (…) In de EU komen jaarlijks
500.000 illegalen binnen.’ 59 Het leeuwendeel van deze illegalen begeven zich
naar de 15 rijkere van de 25 lidstaten. Ruw en voorzichtig geschat komen er
jaarlijks circa 30.000 illegalen naar Nederland.
Deze mensen kunnen geen aanspraak maken op overheidsgeld. Zij
voeren dus ergens (illegaal) werk uit. De niet-westerse illegalen vormen een
diverse groep. In grote lijnen gaat het om mensen afkomstig uit Noord-Afrika
(vooral Marokko), West-Afrika (Ghana, Nigeria, Sierra Leone), Oost-Afrika
(Ethiopië, Somalië) en West-Azië (Turkije, Irak, Iran, Afghanistan). Ook China
wordt een aantal keer genoemd. Midden- en Zuid-Amerikaanse illegalen komt
men slechts beperkt tegen in Nederland. 60
De eerdergenoemde cijfers van minister Dekker (VROM) geven aan dat
van de totale groep van 75.000 tot 225.000 er tussen 75.000 en 12.5000
afkomstig zijn van buiten de EU. Dit betekent dat tussen de 50.000 en
100.000 afkomstig zullen zijn uit Oost Europa. Deze illegale Oost-Europeanen
zijn voor het grootste deel afkomstig uit Bulgarije, de drie Baltische staten
(Estland, Letland, Litouwen), Oekranië, Rusland, Roemenië.
Vooral Bulgaren, Polen en Oekraïners zoeken steeds vaker werk in de
Nederlandse kassen van de land- en tuinbouwsector waar een grote behoefte
is aan goedkope arbeidskrachten. Waren dit er in 1995 nog 10.000 in deze
sector, naar schatting van de Arbeidsinspectie lag dit getal in 2000 op
17.000. 61 Begin 2005 werkten er naar schatting 20.000 à 30.000 illegale Polen
in Nederland. Ze wonen in caravans, boerenschuren of in een gehuurde slaapplaats. 62 Een substantieel deel van de illegale Oost-Europeaanse vrouwen is
werkzaam in de verborgen prostitutie.
De uitzendbranche gaat uit van hogere cijfers: zeker een totaal van
300.000 illegale arbeidskrachten. 63 De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) houdt dit getal lager. In april 2004 werd uit hun onderzoek bekend
dat in Nederland 210.000 mensen illegaal werkten. Het verschil in cijfers toont
aan dat een exactere schatting niet te maken is. Het is mijn indruk dat wetenschappelijk onderzoekers vooral kijken naar het aantal gearresteerde illegalen.
29
Gemeenten hebben een praktischer berekening. Zo kijkt stadsdeel Amsterdam
Zuidoost naar de hoeveelheid afvalproductie in relatie tot het aantal bewoners.
Uitzendbureaus bemiddelden voor bijna de helft, dus voor ruim 100.000
illegale werknemers. Volgens de ABU (april 2004) was de omzet van de
illegale uitzendbureaus naar schatting één miljard euro, de bij de ABU aangesloten legale bureaus zetten ruim vier miljard euro om. 64 Twee jaar later, in
maart 2006, maakte de ABU bekend dat de branche 7 miljard euro aan omzet
maakte en dat 2 miljard euro op conto van de malafide bureaus kwam. 65 De
FNV en ABU vinden dat de Arbeidsinspectie tekort schiet bij de controle en
aanpak van louche uitzendorganisaties. 66
Als wij kijken naar het aantal jaarlijkse uitzettingen, dan kan minister
Verdonk met haar schatting van 200.000-250.000 illegale arbeiders nog aan
de lage kant zitten. In 2004 zijn alleen al vanuit twee uitzetcentra in totaal
6.468 illegalen Nederland uitgezet. 67 Jaarlijks houdt de politie in Nederland
12.500 illegalen aan, aldus een in 2002 verschenen rapport van het ministerie
van Justitie. In de helft van de gevallen worden deze mensen het land uitgezet. 68 In datzelfde jaar kregen meer dan 26.000 asielzoekers het predikaat
‘uitgeprocedeerd’. Maar weinigen werden uitgezet. Justitie vertrouwt er nog
steeds op dat de asielzoekers zelf vertrekken (zie 11.1). 69 De meesten zullen
echter in de illegaliteit verdwijnen.
Pas als mensen uit bijvoorbeeld Afrika en Azië hier arriveren, merken zij
dat het Westen niet zo gastvrij is als zij verwacht hadden en dat er niet automatisch voor iedereen een mogelijkheid is om een menswaardig bestaan op te
bouwen. Het Walhalla dat hier verblijvende familieleden of vrienden met goedverdienende banen hadden voorgespiegeld, bleek voor hen niet haalbaar.
Terugkeren is in de meeste gevallen niet eens een optie.
De helft van het totale aantal illegale arbeiders is in de grote steden
gehuisvest. Onderzoekers onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar
sociologie Godfried Engbersen stelden in januari 2001 dat een kleine 30.000
illegalen in en rond Amsterdam verbleven. Engbersen durfde het ‘met een
zekere stelligheid’ te zeggen en vond de berekening nog tamelijk bescheiden. 70 ‘Mensen komen via verschillende wegen de grens over. Wordt de asielprocedure restrictiever, dan mag je verwachten dat het aantal mensen dat
illegaal de grens oversteekt, toeneemt. Al kan ik niet zeggen in welke mate.’
Zijn rapport Illegale vreemdelingen in Nederland spreekt over 150.000 tot
200.000 illegalen, afkomstig uit 200 landen. Engbersen: ‘Vijftien procent van
de illegalen zijn jonger dan twintig jaar (…) In sommige wijken in de vier grote
steden is vijf tot tien procent van de bewoners illegaal.’ 71
Opmerkelijk is overigens dat in bovenstaande schattingen en
berekeningen van vooraanstaande onderzoeken geen rekening gehouden
wordt met de jaarlijkse immigratiegroei van het aantal illegalen. Sinds jaren
hanteert men dezelfde cijfers bij voorzichtige schattingen. Toch is het zo, dat
het aantal illegale arbeiders dat Nederland jaarlijks binnenkomt, het aantal
illegalen dat uitgezet wordt met enkele tienduizenden overschrijdt.
30
Omdat minister Verdonk spreekt over een aantal van 200.000 tot 250.000
(schatting 2005), Engbersen van 150.000 tot 200.000 (schatting 2001), VROM
van 125.000 tot 225.000 (schatting 2004) en de ABU van 210.000 (schatting
2004) lijkt een grootste gemene deler van 200.000 een hanteerbaar cijfer: de
wetenschap is eerder terughoudend uit voorzichtigheid, de politiek overdrijft
liever voor het vormen van een draagvlak. En tellingen zijn nu eenmaal
onmogelijk. In deze publicatie ga ik daarom gemakshalve uit van een aantal
van 200.000 illegale arbeiders n Nederland.
Dit aantal bleek in september 2006 aan de lage kant te zijn. De
christelijke vakbond CNV die in navolging van FNV-bond Abva Kabo besloten
heeft dat illegale huishoudelijke werksters lid mogen worden van een CNVbond, schat dat alleen al bij de huishoudelijke werksters 144.000 tot 168.000
(60 tot 70 procent van de 240.000 allochtone werksters) illegaal is in
Nederland. 72
3.2
Migranten onmisbaar voor de toekomst
Op 1 januari 2000 bleek de bevolking van de Europese Unie met bijna één
miljoen inwoners gegroeid te zijn tot een totaal van 376,4 miljoen. Voor bijna
driekwart was deze stijging het gevolg van immigratie. 73 Dit bleek uit een
eerste schatting van het statistiekbureau van de Europese Commissie,
Eurostat. In Nederland bedroeg de bevolkingsgroei volgens Eurostat 0,64
procent. 74
De Verenigde Naties menen dat Europa de komende vijftig jaar veel
meer immigranten moet toelaten om de bevolking in het algemeen en de
beroepsbevolking in het bijzonder, op peil te houden. Dit staat in het rapport
van de UNDP, de UN-Population Division (de VN-bevolkingsafdeling). 75
Volgens schattingen zal de Europese beroepsbevolking de komende vijftig
jaar enorm afnemen. Momenteel ligt de verhouding in Europa zó, dat er vijf
mensen binnen de ‘werkbare leeftijd’ staan tegenover iedereen die 65 jaar of
ouder is. In 2050 zal dit cijfer gedaald zijn naar twee mensen in de ‘werkbare
leeftijd’ tegenover iedereen die 65 of ouder is. 76 De voornaamste reden is het
lage geboortecijfer en de vergrijzing van de samenleving. 77
De noodzaak van migranten voor het arbeidsproces is dus heel groot.
Het belang van illegale arbeiders voor onze economie is misschien wel groter.
Deze werknemers vullen de meest ongewilde arbeidsplaatsen in en doordat
sociale lasten niet worden afgedragen, zijn de kosten een schijntje vergeleken
met die voor legale arbeiders. Als moderne slaven zijn illegalen daardoor wel
verstoken van alle basale rechten.
3.3
Lage arbeidskosten noodzaak voor economie
De afgelopen jaren zijn in de grote steden regelmatig illegalen opgepakt.
Begin juni 2004 had de Amsterdamse politie 66 illegalen gearresteerd. Het
31
ging om Bulgaren, Roemenen en Algerijnen in Amsterdam Oost en West. 78
Van alle illegalen in Nederland heeft 90% een economische reden om hier te
zijn en hen wordt hier werk geboden. 79 Veel illegalen leven en werken onder
miserabele omstandigheden, maar zullen blijven komen, omdat ze willen
overleven en geen andere keuze hebben. Hun loon is hier bijna tien keer
hoger dan in hun land van herkomst.
In februari 2005 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
bekend dat Nederland zich met gemiddelde arbeidskosten van 27 euro per
gewerkt uur in de middenmoot van West-Europese landen bevond. 80 OostEuropa is veel goedkoper dan de rest van de EU. In Polen bedroegen de
gemiddelde arbeidskosten per uur in 2003 vijf euro. ‘Dat betekent dat een Pool
vijf keer zo goedkoop is als een Nederlander, als hij even productief is. Polen
is nog altijd een geduchte concurrent,’ zegt CBS-econoom Michiel Vergeer. 81
Begin 2005 bedroeg het minimumloon in Polen 205 euro en in Nederland was dat 1.265 euro. 82 Uit cijfers van Eurostat in juni 2005 bleek dat Polen
met 17,9% werklozen het EU-land is met de hoogste werkloosheid. 83 Het
Centraal Planbureau raamde begin 2004 het aantal arbeidsmigranten uit OostEuropa nog op 5.000 tot 10.000. Volgens staatssecretaris Van Hoof van
Sociale Zaken blijkt dat na de toetreding tot de EU in 2004 binnen drie kwartalen al ruim 25.000 werkvergunningen aan deze nieuwe EU-werknemers zijn
verstrekt. ‘Het zijn er dus aanmerkelijk meer geworden,’ zegt de voorzitter van
de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), Van Zijl. Het verschil met het aantal
afgegeven vergunningen verklaart hij onder andere door te wijzen op Polen
met een Duits paspoort. ‘Deze groep heeft vrij toegang tot de Nederlandse
arbeidsmarkt en heeft geen vergunning nodig om voor een Nederlandse
werkgever aan de slag te gaan.’ Ook wijst hij op ‘constructies’ waarmee Polen
zonder vergunning hier aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld door als Poolse
kleine zelfstandige hier diensten uit te voeren. De raad bepleit bij
staatssecretaris Van Hoof terughoudendheid bij verdere liberalisatie, om
verdringing van Nederlandse werkzoekenden op de arbeidsmarkt te
voorkomen.
Sterker nog dan met Polen, is het conjunctuurverschil met Bulgarije: ‘In
2004 leefden van de 7,8 miljoen Bulgaren 1,1 miljoen onder de armoedegrens.
Het gemiddelde salaris in Bulgarije is 150 euro per maand. Een gezin met vier
kinderen heeft echter 159 euro netto per maand nodig om te kunnen overleven. De armoede is een gevolg van de hoge werkloosheid, die in juli 2004 op
12,6 procent lag.’ 84
Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de
Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Amsterdams Instituut voor
Arbeidsstudies (AIAS) en De Burcht, constateerde in 2004 een veranderende
benadering van de economie door de Nederlandse overheid: ‘Nog maar vijf
jaar geleden gold de Nederlandse economie als voorbeeld voor de rest van
Europa. De harmonieuze sociale verhoudingen in het poldermodel maakten
het mogelijk uitstekende economische prestaties te paren aan een lage
werkloosheid en geringe armoede. Het laatste jaar is de jubelstemming echter
32
omgeslagen in geweeklaag en wordt het poldermodel verantwoordelijk gesteld
voor de economische malaise.’ 85
Het is de visie van het kabinet Balkenende. In een interview in NRC
Handelsblad van datzelfde jaar liet minister Brinkhorst (Economische Zaken)
weten dat hij het poldermodel ziet als een belemmering voor het economisch
herstel van Nederland. In de notitie Kiezen voor groei, die hij samen met
minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schreef, stelde hij
dan ook een aantal structurele veranderingen voor. Waar premier Lubbers in
de jaren tachtig het grote beroep op de WAO aan de kaak stelde met de
opmerking: ‘Nederland is ziek,’ zo lijken Brinkhorst en De Geus nu van mening
dat Nederland ‘lui’ is. We moeten weer veertig uur gaan werken, minder met
vakantie en doorwerken tot ons vijfenzestigste – ja, liefst nog langer. De
ontslagbescherming moet op de helling en de drempel naar de WW moet
omhoog.
‘Inderdaad behoren de Nederlandse arbeidskosten tot de hoogste ter
wereld. Dat komt volgens het kabinet doordat we te veel verdienen, te weinig
werken en te hoge lasten moeten opbrengen voor onze royale sociale voorzieningen. Geen wonder dat we de concurrentiestrijd verliezen met landen als
India en China, waar ze langer werken, minder verdienen en veel lagere
sociale lasten hebben. Om ons in de internationale concurrentiestrijd staande
te houden moeten we dus ook langer werken en moeten de sociale uitgaven
omlaag.’ 86
Dat kan op verschillende manieren en er speelt meer. De regering
Balkenende is daadkrachtig gebleken in haar voornemen om de economie met
goedkope arbeid duurzaam omhoog te tillen. ‘In mei 2006 concludeerde
bestuurder Wim Baltussen van FNV Bondgenoten na honderd telefonische
klachten van Nederlandse werknemers dat het Centrum voor Werk en
Inkomen (CWI) te makkelijk ontslagvergunningen afgeeft voor werknemers in
de land- en tuinbouw in Limburg en Noord-Brabant. De ontslagenen blijken
dan niet veel later via uitzendbureaus vervangen te zijn door Poolse werknemers. Polen zijn goedkoper, werken langer en laten zich uitbuiten, blijkt uit
de telefoontjes van boze Nederlandse (ex-)werknemers. Volgens het CWI
“worden ontslagvergunningen op bedrijfseconomische gronden alleen
verleend als de werkgever kan aantonen dat het ontslag van een of meer
werknemers noodzakelijk is om het hoofd boven water te houden.”’ 87
Economische gezien hebben Nederland en de andere leden van de
Europese Unie er veel belang bij om de jaarlijkse illegale immigratie van grote
aantallen arbeiders zonder rechten in stand te houden. Zo verzoekt Marokko
de EU al jaren om hulp bij de bestrijding van illegale emigratie. 88 De EU
weigert nog steeds het al lang geleden toegezegde bedrag van veertig miljoen
euro voor de versterking van de grenscontroles in Marokko over te maken. 89
Blijkbaar wil de EU zich niet in eigen vingers snijden. Voor de concurrentiepositie tegenover China, India en de VS is het van groot belang dat
Europa over een reservoir aan zeer goedkope arbeidskrachten kan beschikken. In het belang van de gastlanden krijgen grote groepen illegalen inciden-
33
teel en onder bepaalde arbeidsvoorwaarden een tijdelijke arbeidsvergunning
in Italië, Engeland, België en Spanje. Pas dan blijkt hoe groot deze groepen
illegale werknemers zijn, en onder welke zeer slechte werkomstandigheden ze
al jaren hebben moeten ploeteren. Zoals al lang in Nederland gebeurt, kunnen
de niet-geregistreerde arbeiders, indien overbodig, op elk gewenst moment
worden opgepakt en uitgezet.
‘Verreweg de meesten van hen vinden in illegaliteit een plaats op de
arbeidsmarkt, waar in een aantal sectoren nog altijd een schreeuwend gebrek
aan personeel bestaat. Hoe dieper men daalt op de ladder van de arbeidsmarkt, hoe groter de kans is dat het vuile, zware of laagbetaalde werk door
illegalen wordt gedaan. Nederland maakt massaal gebruik van hun diensten –
dankbaar maar besmuikt. Als hun bijdrage aan de economie van de ene op de
andere dag zou wegvallen, stond in elk geval een deel van het raderwerk stil,’
aldus het hoofdredactioneel commentaar in het Algemeen Dagblad van 2 mei
2002. 90
3.4
Illegale arbeiders smeerolie economie
‘Nieuwe werknemers in Engeland [uit Oost-Europa, NM] lossen arbeidstekorten op in fabrieken, landbouw en horeca, maar ook als buschauffeur,
verpleger, ziekenverzorger of tandarts. Immigratie heeft in 2005 voor 0,5 tot 1
procent extra groei gezorgd.’ 91 Zo verstrekte Spanje vorig jaar in één klap aan
700.000 illegalen een verblijfsvergunning (zie ook 6.9). ‘In de afgelopen tien
jaar vestigden zich 3,2 miljoen immigranten in het land. Maar economisch
pakte dat goed uit, becijferden een Spaanse bank en een Barcelonese universiteit deze week [september 2006, NM]. Zonder de immigratie was het bruto
binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking in het afgelopen decennium niet gestegen, maar gedaald. De immigranten spekten het bbp met
gemiddeld 0,6 procent per jaar.’ 92
In 2004 bedroeg het Nederlandse bruto binnenlands product 468 miljard
euro. 93 In onze schaduweconomie ging maar liefst 10,3 miljard euro om
(2,2%). 94 Deze cijfers hebben onder andere betrekking op illegale uitzendbureaus en zwartwerkers (omvang van 12,8% van het Bruto Nationaal Product
in 2004). 95 Op de Duitse illegale arbeidsmarkt gaat 350 miljard euro om, 16%
van het Bruto Nationaal Product. 96 Dus we doen het nog niet zo slecht!
In april 2002 werd bekend dat veel illegale werknemers in de vleesverwerkende industrie, horeca, bouw, land- en tuinbouw werkten. Een fraudeteam vond het moderne slavenhandel: ‘Zoals men een koe koopt, koopt men
ook personeel.’ 97 Het inzetten van illegalen levert bedrijven jaarlijks 630
miljoen euro aan besparingen op, is de uitkomst van onderzoek door de ABU
in 2004. De werknemers uit Oost-Europa worden voornamelijk ingezet in de
tuinbouw, horeca, bouw- en schoonmaakbranche. 98
Zoals vroeger de slaven op de Nederlandse slavenmarkten in Afrika en
op de Antillen gekeurd werden, wordt deze methode ook nu in Nederland nog
34
voortgezet. Tweede-Kamerlid Gerda Verburg was er in 2002 in de Haagse
Schilderswijk ooggetuige van, hoe illegalen in de spierballen geknepen werden
om te kijken of ze sterk genoeg waren, voordat ze in de busjes stapten op weg
naar het Westland. 99 Begin 2005 erkende onze regering in de persoon van
minister Rita Verdonk dat arbeid verricht door illegalen ‘een soort moderne
slavenarbeid’ is. 100
‘Gewone mensen zijn niet te vinden, illegalen lopen de deur plat’, stelde
de voorman van de vakvereniging van boeren en tuinders, de Land- en
Tuinbouworganisatie (LTO), Gerard Doornbos, in juni 1999 met instemming
van de vakbeweging. 101 ‘Volgens sommige economen zijn illegale werknemers
een zegen voor de economie,’ betoogde Aslan Zorlu van het Tinbergen
Instituut en het Instituut voor Migratie en Etnische Studies van de Universiteit
van Amsterdam in 2000 in het economenvakblad Economisch Statistisch
Berichten (ESB), en zette uiteen ‘dat de goedkope arbeid van illegalen voor
bedrijven en consumenten zeer profijtelijk is, terwijl de aanpak van deze
illegaliteit handenvol geld kost (…) De voordelen van illegale immigratie voor
de Nederlandse samenleving lijken in economisch opzicht groter dan de
nadelen. Daarom is het niet te verwachten dat illegale arbeid in Nederland
verdwijnt.’ 102
Tegenover de profijtelijke goedkope illegale arbeid voor werkgevers en
consumenten staat volgens Zorlu dat de overheid bij de bestrijding van illegale
immigratie juist steeds meer kosten moet maken. Daarom is er een limiet
gesteld aan het terugsturen van illegalen, meent hij. Illegalen werken alleen in
die sectoren van de arbeidsmarkt waar autochtone Nederlanders niet willen
werken, of zeer moeilijk te krijgen zijn. Zij krijgen banen waar meestal geen, of
een zeer lage opleiding voor nodig is. Daarom bestaat er ook een gedoogbeleid van de overheid voor werkgevers in de tuinbouw, de bouw, de schoonmaaksector, de catering en bepaalde sectoren van de industrie, aldus Zorlu.
‘Mochten er toch controles op illegalen plaatsvinden, dan betaalt de werkgever
meestal liever de boete van tweeduizend tot vijfduizend gulden per illegale
werknemer, dan dat hij zonder werkkrachten zit. Bij herhaling kan de boete
oplopen tot tienduizend gulden. De meeste illegalen komen uit Turkije,
Marokko, Oost-Europa en Afrika.’ 103 Overigens werd de boete per illegale
werknemer in 2005 verhoogd tot 8000 euro.
In 1992 bevestigde prof. dr. H. Entzinger, hoogleraar studies van de
multi-etnische samenleving (migratie- en integratiestudies) in Utrecht en lid
van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), in het
openbaar dat de Nederlandse economie gebaat is bij de aanwezigheid van
illegale arbeiders. Volgens het WRR-lid zijn de illegalen de ‘smeerolie’ van
onze economie, die altijd een grijze zone heeft gehad en deze ook altijd zal
houden. 104
35
3.5
Nederlandse economie bloeit dankzij moderne slaven
De Arbeidsinspectie vond in 1997 bij 1.180 bedrijven illegalen aan het werk.
Dat is een verdubbeling van het aantal bedrijven in vergelijking met 1995. In
1996 ging het al om 916 gevallen. De controleurs vonden de meeste illegale
werkers in de horeca en de agrarische sector. De horeca voerde dat jaar de
ranglijst aan met 735 bedrijven in overtreding. De agrarische sector volgde
met 172 bedrijven die zich niet aan de regels hielden. Het Bedrijfschap Horeca
ziet vooral de grote-stadsproblematiek als oorzaak van het relatief grote aantal
illegalen dat werkzaam is in de horeca.
De overheid beschermt de illegale arbeid en laat de Inspectie zo nu en
dan een weinig zinvolle schijnactie tegen een bedrijf ondernemen. Volgens de
CNV-voorman René Paas ‘slaat de Arbeidsinspectie nog geen deuk in een
pakje boter.’ 105 ‘Paas schat dat er in 2004 een kleine 100.000 werkgevers
waren die personeel zonder juiste papieren in dienst hebben. “Dat is nota
bene één op de vijf. Dat zet de nette werkgever weer onder druk”, aldus de
CNV-baas.’ 106
‘De constatering van Paas blijkt ook uit een onderzoek dat staatssecretaris Van Hoof op 20 januari 2006 naar de Tweede Kamer stuurde. Van
Hoof liet onderzoeksbureau Regioplan het onderzoek doen onder werkgevers.
Volgens het onderzoeksbureau lieten tenminste 73.000 werkgevers samen
tussen de 65.000 en 90.000 illegale arbeiders werken. Het aantal gewerkte
uren door de illegale werknemers bedroeg samen ongeveer 1 procent van de
legale arbeidsuren die jaarlijks in Nederland worden gewerkt.’ 107 ‘Met ingang
van 1 januari 2005 is de boete voor het in dienst hebben van illegale werknemers voor werkgevers verhoogd tot 8.000 euro. Volgens de onderzoekers is
het effect van dit beleid nu nog nauwelijks te zien.’ 108 ‘In 2005 heeft het ministerie van Sociale Zaken 8.500 controles laten uitvoeren. Daarbij is in 2.200
gevallen illegale arbeid aangetroffen.’ 109
De Amsterdamse horeca is de hoofdstedelijke kampioen in het betalen
van lage lonen aan illegale werknemers. De economie gaat vóór de mensenrechten. In 2004 trof de Arbeidsinspectie bij 30% van de 1.260 horecabedrijven illegale werknemers aan. 110 Bij vervolgcontroles bleek dat 40% van
de beboete ondernemingen nog steeds de wet overtrad en illegale werknemers in dienst hadden. 111
Zo werkt Sukdev Singh gemiddeld 72 uur per week en ontvangt van een
horeca-organisatie 324 euro per week (4,50 euro per uur). 112 Deze horecaorganisatie levert bedienings- en schoonmaakpersoneel aan het Okura Hotel
en vele andere horecabedrijven. 113 Sukdev Singh, die via een Indiase
smokkelorganisatie in 1995 illegaal in Amsterdam terechtkwam, werkte de
eerste jaren in de glastuinbouw, daarna was hij huishoudelijk medewerker in
het Okura Hotel. Maandelijks hield hij 700 euro over om naar huis te sturen. In
2003 hoopte Singh terug te gaan naar Punjab om te trouwen en een tractor te
kopen. 114
36
Nederlandse bedrijven hebben anno 2005 nog steeds grote behoefte aan
duizenden zeer goedkope (illegale) werknemers voor ongeschoold werk in
slachterijen, de tuinbouw en in de schoonmaakbranche. 115 Volgens de Sociale
Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD), die onder het ministerie van Sociale
Zaken valt, worden er in landen in West-Afrika duizenden mensen geronseld
om in Nederland aan het werk te gaan. Eenmaal hier verdienen ze vaak niet
meer dan enkele euro’s per uur en moeten ze criminelen voor allerlei diensten
betalen (zie hoofdstuk 3). 116
Volgens schattingen in 2004 begeven zich zesduizend bemiddelaars op
de markt van de illegale arbeid. Ze zijn te vinden in kleine uitzendbureaus
(vergunningenstelsel in 1998 afgeschaft) bij schimmige loonbedrijven.
Sommige intermediairs opereerden zelfs via gerenommeerde uitzendbureaus.
Deze bemiddelaars leveren jaarlijks zo’n honderdduizend illegale arbeiders die
vooral in de bouw en op het land aan de slag gaan. 117
Onderzoek van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) toonde
in 2003 aan dat asielzoekers – een groep geregistreerde migranten in
Nederland die niet mag werken vanwege de asielstatus – en illegalen zonder
de benodigde papieren werk weten te vinden via kleinschalige, lokaal
georiënteerde uitzendbureaus in Amsterdam. Binnen het RIF werken onder
meer de Sociale Dienst Amsterdam, de belastingdienst, de Arbeidsinspectie,
het Openbaar Ministerie en de politie samen.
Projectleider Jan Brouwer onderzocht zes van de 38 geselecteerde
bedrijven. Fraude, misbruik van identiteitsgegevens en het gebruik van valse
documenten kenmerkt de werkwijze van deze uitzendbureaus die zich bezig
houden met illegale tewerkstelling en het zwart uitbetalen van loon. Volgens
Brouwer bestaat de kant van de afnemers uit reguliere, Nederlandse bedrijven
uit onder andere de voedselindustrie en de schoonmaakwereld ‘die graag voor
een dubbeltje op de eerste rang zitten.’ 118
De opdrachtgever betaalt 14 euro per uur voor een illegale arbeider in
plaats van 18 euro per uur die hij voor een legale uitzendkracht zou betalen.
Aanspraak op vakantie- of ziektegeld maakt de werknemer niet. Hij is ook niet
verzekerd tegen ziektekosten. Van het uitzendbureau ontvangt de illegaal
gemiddeld 4 euro per uur. De uitzendbaas verdient netto nog 200 extra door
de illegaal voor veel geld een kamer te verhuren. Al met al maakt hij zo’n 600
euro extra (zwarte) winst per illegaal per maand. 119
De vraag naar laaggeschoolde en goedkope arbeidskrachten is hoog en
de pakkans voor bedrijven die illegalen of asielzoekers tewerkstellen, is laag.
Daarbij is de te verwachten winst hoog, constateren de onderzoekers. Het
voorlopige financiële resultaat van het onderzoek van het RIF aan ontdoken
overheidsgeld bedroeg over 2002 ruim 1,7 miljoen euro aan belastingheffing
en premie-inning, inclusief boetes. 120 Het ministerie van Sociale Zaken moet
nu bepalen wat er met de andere 32 uitzendbureaus gebeurt, zegt Brouwer. 121
Bij 25% van de 4.300 bedrijven die in de eerste helft van 2005 werden
gecontroleerd (horeca, tuinbouw en bouw) trof de Arbeidsinspectie in totaal
2.500 illegale arbeiders aan. 122 Bij een in 2000 verricht onderzoek naar de
37
schoonmaakbranche in Amsterdam, bleek 11% van de 500 gecontroleerde
werknemers illegaal te werken. 123 Bijna de helft van de werkgevers in de bouw
drukken hun loonkosten door een deel van het werk te laten verrichten door
goedkope illegale arbeidskrachten. De Arbeidsinspectie had in 2002 op 45 van
de 99 onderzochte bouwplaatsen illegale werknemers aangetroffen: in totaal
129 illegale werknemers op 854 arbeidskrachten. 124
Ook de Uitvoering Werknemersverzekeringen (UWV) ontdekt regelmatig
fraude bij de uitzendbranche. 125 Maar gezien het economisch belang dat
behaald wordt met het inzetten van goedkope illegalen en asielzoekers, is het
ondenkbaar dat de overheid de werkgevers een voet echt dwars zal willen
zetten. ‘Illegalen werken alleen in sectoren waar autochtone Nederlanders
niet willen werken of zeer moeilijk te krijgen zijn. Mocht er toch een controle
komen, dan betaalt de werkgever liever een paar duizend gulden boete per
werknemer dan dat hij zonder personeel zit.’ 126
Hoe gaat het werken met de Poolse uitzendkrachten er eigenlijk aan toe
in een bedrijf? ‘Een ploeg van zo’n twintig Polen staat aan weerszijden van de
25 meter lange lopende band. Rode overalls, stofkapjes op, oordopjes in. In
de fabriekshal hangt een grijze, stoffige waas, het geraas van vallend puin is
soms oorverdovend. Zwijgend sorteren de mannen het puin dat wordt aangevoerd. De goede en de slechte houtsoorten, papier en karton, beton en
bakstenen. Acht uur per dag, soms nog langer. Vijf, zes dagen per week.’ 127
‘Bedrijfsleider Chris van Berkel van dit afvalverwerkingsbedrijf in
Amersfoort merkt het volgende op: “Het is eentonig werk.” Hij moet zijn stem
verheffen om boven het lawaai uit te komen. “Af en toe zet ik wel eens eigen
personeel aan de band, maar die klagen al heel snel.” De Polen niet. De Polen
doen waar voor ze gekomen zijn. Hard werken. Het liefst zoveel mogelijk, 5060 uur per week. Van Berkel roemt, net als alle andere werkgevers die Poolse
arbeid inhuren, hun arbeidsmoraal. “De werklust is groot. Ze komen keurig op
tijd, klagen niet en melden zich zelden ziek.” Ze zijn een verademing na het
gedonder met werklozen uit eigen land,” vertelt hij.’ 128
Sinds mei 2004 is Polen lid van de EU. Ondanks hun huidige status
zitten de legale Polen op de Nederlandse arbeidsmarkt in hetzelfde schuitje
als in hun periode van illegaliteit. ‘Vanwege de hoge werkloosheid in OostEuropa willen veel mensen daar graag in het westen werken. En ze zijn bereid
daarbij heel veel ongemak te accepteren.’ 129 Op 4 maart 2005 nam Marcel
Nuyten, bestuurder bij FNV Bondgenoten, deel aan een Europese
vakbondsconferentie over de vleessector in Hamburg (Duitsland). Hij
bevestigde dat de 4.000 Polen en andere Oost-Europeanen die in de
Nederlandse vleessector werken, vaak als slachter, onderbetaald worden.
‘De Polen krijgen minder betaald dan hun Nederlandse collega’s. Ook
de regels voor arbeidstijden worden ontdoken. De Polen maken erg lange
werktijden, soms wel tien tot twaalf uur per dag. Dat lokt natuurlijk ook
ongelukken uit. En als ze gewond raken, zijn ze afhankelijk van de zorg in
Polen. Er gaan echt dingen fout: mensen die onvoldoende verzekerd zijn,
slechte medische zorg krijgen en nauwelijks meer een inkomen hebben,’aldus
38
Nuyten. 130 Bovendien kunnen ze niet terugvallen op de Nederlandse sociale
zekerheid. 131 Inmiddels is circa een vijfde van de werknemers in de
Nederlandse vleesverwerkende sector afkomstig uit Oost-Europa, vooral uit
Polen. ‘In sommige bedrijven gaat het om bijna de helft van de mensen,’ aldus
Nuyten. 132
3.6
Paradepaardje economie draaft dankzij illegalen
Naast de Horeca zijn er genoeg andere sectoren die zich voor illegale
medewerkers melden bij de uitzendorganisaties, zoals de schoonmaakbranche, vleesverwerkende industrie en pluimveehouderij. De land- en
tuinbouw is naar schatting de grootste.
Zelfs de zeldzame incidentele controles van bedrijven door de overheid
(Arbeidsinspectie) op ‘eerlijke concurrentie en rechtsgelijkheid’ waren voor
ondernemingen (MKB-Nederland, VNO-NCW) redenen om te klagen. 133 In
september 2006 heeft het kabinet daarom maatregelen genomen om in 2007
de ‘overlast’ te verminderen die het bedrijfsleven ondervindt van inspectiediensten. 134
Minister Nicolaï (Bestuurlijke Vernieuwing, VVD) legde op 8 september
2006 de ministerraad een reeks voorstellen voor die de ‘toezichtlasten’ met
een kwart moeten verminderen. Staatssecretaris Van Gennip (Economische
Zaken, CDA) was mede-initiatiefnemer. De overige bewindslieden konden zich
vinden in de plannen. 135
‘Een van de maatregelen is dat Voedsel- en Waren Autoriteit vanaf
volgend jaar bij het bezoeken van horecagelegenheden ook de inspectietaken
van de Arbeidsinspectie gaat uitvoeren (…) Volgens de nieuwe regels mogen
ondernemers niet meer dan twee inspecteurs per jaar (twee inspecties per
jaar) over de vloer krijgen.’ 136 ‘De bewindslieden willen ook bewerkstelligen dat
er een cultuurverandering bij de inspectiediensten plaatsheeft, omdat veel
klachten van ondernemers gaan over de houding van inspecteurs bij
controles.’
De tuinbouw blijft groeien. Het is de belangrijkste sector in agrarisch
Nederland als het gaat om productie- en exportwaarde. ‘Begin 2004 werkten
er 9.400 tuinders. In de glastuinbouw werken ruim 150.000 mensen, van wie
60% in de productie en 40% in de (detail)handel.’ 137 In 1993 maakte alleen de
glastuinbouw 21% uit van de omzet van de totale landbouwsector. Van alle
glastuinbouwproducten werd driekwart geëxporteerd. De omzet bedroeg 3,4
miljard euro. 138 In 2003 was 28% van de omzet van de landbouwsector
afkomstig uit de glastuinbouw 21% . Het jaar daarvoor had de tuinbouw een
productiewaarde bereikt van 6,9 miljard euro, een stijging van 2% vergeleken
met 2001. De waarde van de export steeg in 2002 met 3% tot 12 miljard
euro. 139
‘De glastuinbouw is het goudhaantje van de Nederlandse economie,’ zei
voorzitter J. van der Veen van het Productschap Tuinbouw begin 2004. 140
39
Deze economische voorspoed is mogelijk dankzij de inschakeling van de
toenemende aantallen spotgoedkope niet-westerse illegale arbeiders in de
tuinbouw. ‘Volgens schatting van het Nederlands Economisch Instituut in 1994
werd 17% van het werk in de tuinbouw door illegalen gedaan. En de onderzoeksgroep Research voor Beleid schatte dit aandeel in 2000 op 23%.’ 141
Volgens de vakbonden waren in 2000 17.000 illegale arbeiders (20%) en
70.000 legalen werkzaam in de glastuinbouw. 142 Het bedrijf Dutch Fresh Food
werd in 2004 beticht van het ontduiken van 100 miljoen euro aan belasting en
premies. 143 In reactie op dit nieuws zei staatssecretaris Rutte van Sociale
Zaken dat de Arbeidsinspectie er alles aan doet om corrupte tuinders aan te
pakken. 144 Projectmanager P.J. Visser van de Land- en Tuinbouw-Organisatie
(LTO) Nederland liet later weten: ‘tuinders wegen de lagere arbeidskosten van
illegale Polen en de pakkans tegen elkaar af.’ 145
Na onderzoek bij 654 bedrijven had de Inspectie in 2002 ruim 18% van
de land- en tuinbouwbedrijven betrapt op het inzetten van illegale vreemdelingen. Bij 425 vreemdelingen beschikte de werkgever niet over de vereiste
papieren. Van hen kwamen 232 uit de landen die op 1 mei 2004 nog moesten
toetreden tot de EU. 146 Voor enkele guldens per uur doen ze daar het werk
waar veel Nederlandse werknemers zich te goed voor voelen. Bovendien is de
branche afhankelijk van seizoenarbeiders, die volgens Doornbos, voorzitter
van de LTO, in Nederland nauwelijks te vinden zijn. Vijfentachtig procent van
de vacatures wordt opgevuld met werknemers van buiten Europa. Ook al
groeit de werkloosheid hier. 147
De bonden weten zich geen raad met het verschijnsel. Al jaren vechten
ze binnen de glastuinbouw voor goede CAO’s en vooral voor de naleving van
de arbeidsovereenkomsten. Volgens de bonden en de werknemers zelf zijn de
werkomstandigheden schrijnend. Ook al zijn er voldoende werknemers voorhanden, de voorkeur van een deel van de tuinbouwers gaat uit naar hier
illegaal verblijvende Oost-Europeanen die hetzelfde werk voor luttele guldens
per uur doen, aldus de bonden. 148
De LTO Nederland pleitte in juli 1998 voor versoepeling van de Wet
Arbeid Vreemdelingen. ‘Er zijn veel bedrijven die van alles proberen, maar
zonder personeel blijven zitten. Het is een jaarlijks terugkerend probleem,
maar door de krapte op de arbeidsmarkt is het nu extra groot,’ aldus voorlichter J. Luiten. De overheid is volgens de LTO Nederland te streng met het
verlenen van vergunningen aan werkzoekenden van buiten de Europese Unie
en asielzoekers zonder status. LTO Nederland vreest zelfs voor de
concurrentiepositie van Nederlandse land- en tuinbouwers omdat andere EUstaten ‘veel ruimhartiger zijn in het verstrekken van vergunningen.’ 149
‘Waren er vijf jaar geleden nog 10.000, naar schatting van de
Arbeidsinspectie lag dit getal in 2000 op 17.000. Met name Bulgaren, Polen en
Oekraïners zoeken steeds meer werk in de Nederlandse kassen (...) Tuinders
argumenteren al sinds jaar en dag dat zij gedwongen zijn illegalen in dienst te
nemen, omdat Nederlanders simpelweg niet in de kassen willen werken. Maar
werknemersorganisaties noemen dit een achterhaald argument.
40
FNV-kaderlid Kees Boshuizen (55), zelf twaalf jaar werkzaam bij een tuinder in
het Westland, zegt genoeg mensen te kennen die wel in de kassen willen
werken. “Tuinders geven de voorkeur aan illegalen, omdat ze goedkoop zijn.”
Boshuizen zegt dat in het bedrijf waar hij werkt in vijf jaar tijd van de 300
werknemers ruim de helft is weggestuurd en vervangen door illegalen. “Voornamelijk Polen en Bulgaren.” Piet van Halsema, die werkzaam is bij een aardbeienkweker, deelt de mening van Boshuizen. “In het seizoen werken er zo’n
honderd Polen en Bulgaren. Ik werk er al vijftien jaar, maar per 1 februari sta ik
op straat. Mijn baas verhuist het hele bedrijf naar Polen, alle vijftien vaste
werknemers kunnen op zoek naar een andere baan,” vertelt Van Halsema.
In maart 2004 gaf de LTO openlijk toe dat een aanzienlijk deel van haar
achterban zijn toevlucht zoekt tot illegale praktijken. Daarvoor is een veelvoud
aan constructies in omloop, gaf een woordvoerder toe. ‘Omdat het gevaarlijk is
voor tuinders om zelf illegalen aan te nemen, verkopen ze de producten vaak
terwijl ze nog in de grond zitten. De afnemer moet dus zelf oogsten, en huurt
daarvoor illegalen in. Soms betaalt deze afnemer zijn werknemers netjes uit
conform de Nederlandse CAO, in andere gevallen geldt een buitenlandse, of
helemaal géén CAO. Ook draagt hij vaak geen belasting en premies af, of
doet hij dat in het land waar zijn bedrijf staat ingeschreven. Door deze constructie houdt de tuinder relatief schone handen,’ aldus de woordvoerder van
de LTO. 150
De zogeheten ‘Poolse constructies’ in de tuinbouw gaan in sommige
gevallen nog een stapje verder. ‘De constructie houdt in dat een Pools bedrijf
hier bijvoorbeeld coniferen komt rooien, en ze vervolgens meeneemt naar
Polen. Wat echter gebeurt, is dat de producten gewoon in Nederland geveild
worden, terwijl de Nederlandse arbeidsvoorwaarden met voeten getreden
worden.’ 151 In oktober 2004 meldde staatssecretaris Van Hoof dat de aanpak
van deze tuinders ‘in de steigers’ stond. 152
De komst van de Polen heeft volgens de werknemers en bondsvertegenwoordigers zelfs zijn weerslag op de andere – duurdere – illegalen,
zoals Turken en Marokkanen. Ogun vertelt dat tuinders geen trek meer
hebben in Turken. ‘Veertien gulden per uur voor een Turk is te duur, Polen,
Bulgaren en Oekraïners zijn met zeven, acht gulden een stuk goedkoper.’ 153
De land- en tuinbouworganisatie LTO werkte aan een project, bedoeld
om het werkgevers eenvoudiger te maken seizoenarbeiders uit Midden- en
Oost-Europa legaal te werven. Maar het sloeg in het Westland niet aan.
Slechts 50 tuinders hebben in 2003 op die manier arbeiders gezocht, en maar
350 vacatures zijn op die manier vervuld. Met een ruim, flexibel en weinig
veeleisend aanbod van illegalen voorhanden is de keuze simpel. De Bulgaren
hoor je niet klagen. Zij zijn allang blij dat ze ergens kunnen werken en geld
kunnen verdienen. Of dat nu voor 3, 4, 5 of 6 euro per uur is. Altijd nog vele
malen meer dan in hun vaderland. 154
De Haagse Stichting Okia, die zich inzet voor illegale arbeiders in
Nederland, berekende al in 1995, dat tuinders per illegale arbeider ongeveer
20.000 gulden (9.075 euro) per jaar besparen. De Arbeidsinspectie meldde in
41
die tijd een bezoek van tevoren aan en zei erbij dat ze een klacht hadden
ontvangen. Het kabinet heeft vervolgens het Westland Interventie Team (WIT)
ingesteld. In tegenstelling tot de Arbeidsinspectie valt zo’n team
onaangekondigd bedrijven binnen. Tuinders kregen destijds per illegaal een
boete van 2.000 gulden, plus de ontdoken belasting en sociale premies. 155 In
ruim anderhalf jaar tijd had het team 756 illegale arbeiders aangehouden, in
totaal goed voor zo’n 20 miljoen gulden (ruim 9 miljoen euro).
Staatssecretaris Van Hoof zei in een toelichting op het jaarplan van de
Arbeidsinspectie n 2005 dat de ‘Arbeidsinspectie (…) verwacht in totaal 20
miljoen euro aan boetes te innen van de werkgevers; er waren 8.500
controles; 156 vorig jaar ging het nog om een totaal bedrag van 3 miljoen
euro;er waren 6.000 controles; 157 dit betekent dat in 2004 met circa 30%
minder controles er 33% meer illegalen waren opgepakt.’ 158 Uit het
bovenstaande en het zwijgen van de media en vooraanstaande economen
kunnen we zien we een aanwijzing vinden dat de illegale arbeid door de
overheid beschermd wordt.
Joanne van der Leun onderzocht voor haar promotie aan de Erasmus
Universiteit in Rotterdam hoe illegalen in Nederland overleven. Zij zegt dat de
kans dat een illegaal wordt gepakt zeer klein is; per jaar wordt slechts vijf
procent van alle kwekers gecontroleerd. Het idee van tuinders om illegalen
een werkvergunning te verlenen vindt ze heel dubbel. “De kwekers hebben
profijt van die illegalen. Als ze een werkvergunning krijgen, worden ze duurder.
De tuinders zullen dan andere illegalen werven.”’ 159
3.7
Economie op microniveau: stedelijke locaties
De Amsterdamse politie heeft aanwijzingen dat er op de markten veel illegalen
werken. Door de uitbreiding van grote supermarktketens en hun lage prijzen
kunnen veel marktkooplui hun hoofd amper boven water houden. Met medewerking van goedkope illegalen kunnen deze kleine bedrijven in de grote
steden de moordende concurrentieslag overleven. Zo nu en dan onderneemt
de gemeente een ‘show-actie’ om protesterende marktconcurrenten te laten
zien dat de overheid deze werkwijze niet duldt.
Dit was ook de reden voor het Confectie Interventie Team (CIT) om zich
op de illegale marktkooplui te richten. Begin oktober 2005 wilde de politie in de
wijk Ganzenhoef (Amsterdam Zuidoost) de overlast verminderen. Op de
plaatselijke markt werden 15 kooplui aangehouden omdat ze geen verblijfsvergunning hadden. 160 Twee jaar daarvoor, op 12 april 2003, was de markt
van Ganzenhoef door het CIT gecontroleerd op illegale werknemers. Er
werden toen zeven illegale werknemers gearresteerd. 161
Ook maken steeds meer particulieren gebruik van de inzet van illegalen.
In 2004 was er bij 260 gecontroleerde particulieren in 140 gevallen sprake van
illegale arbeid, terwijl in de eerste drie maanden van 2005 er 36 van de 90
gecontroleerde particulieren betrapt werden op het inzetten van illegale
42
arbeid. 162 Dankzij goedkope werkkrachten en au pairs kunnen vele gezinnen
in de grote steden hun economische en maatschappelijke activiteiten
verrichten. Ook veel ouderen kunnen dan thuis blijven wonen en hoeven in
verband met de lange wachtlijst niet jaren te wachten op een verzorgingshuis
of serviceflat.
Ook steeds meer particulieren maken gebruik van goedkope illegale
arbeiders. In 2004 was er bij 260 gecontroleerde particulieren in 140 gevallen
sprake van illegale arbeid (ruim 50%), terwijl in de eerste drie maanden van
2005 er 36 van de 90 gecontroleerde particulieren gebruik maakten van
illegale arbeid (40%). 163 In de grote steden kunnen tweeverdieners dankzij het
aanbod van rechteloze, goedkope illegale schoonmaaksters en manlijke
hulpen, een volledige bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. De
werkzaamheden in en om het huis worden door hen moeiteloos overgenomen.
Ook hier geldt dezelfde afweging: lage uurlonen van de illegalen, tegenover
meer tijd en dus meer geld voor de particulieren. Zonder deze illegalen
‘dondert de economie haast in elkaar’, aldus een socioloog die eveneens
gebruikmaakt van een zwarte illegale werkster in huis. 164
Veel gezinnen hebben inmiddels een buitenlandse zwarte illegale hulp
uit de Filippijnen, uit Indonesië, Marokko, Suriname, Peru, Chili, Brazilië,
Colombia, Argentinië, Ecuador, Ghana, Senegal, of Irak. 165 Maar de laatste
jaren is ook Oost-Europa sterk vertegenwoordigd. 166 Buitenlandse hulpen zijn
vaak overgekwalificeerd. Velen hebben een goede opleiding gehad. Voor
twaalf uur werken verdienen ze 100 euro. Met het geld laten deze illegale
hulpen hun kinderen studeren. 167
Sinds decennia maken ook veel gezinnen in de grote steden gebruik
van minderjarige au pairs uit Oost-Europa en Azië. Het komt voor dat jonge
meisjes langer dan 32 uur per week werken zonder vrije dagen. De mogelijkheid van studie worden de meisjes niet gegund en ze ontberen bij vele
gastouders hun privacy. De au pairs moeten vaak in de huishouding meehelpen met werkzaamheden die niet voor hen bestemd zijn. Deze misstanden
zijn net als met de illegalen al lang bekend bij politici. Toch nam minister
Verdonk pas in 2003 enkele maatregelen om de uitbuiters van de au pairs een
halt toe te roepen. Gastgezinnen die au pairs te lang of te hard laten werken,
moeten hen voortaan het volledige arbeidsloon betalen. 168
3.8
Onverzekerde illegalen lopen gezondheidsrisico
Naast bedrijven in de (glas)tuinbouw, schoonmaak- en uitzendbranche, de
bouw en de vleesverwerkende industrie zijn er ook bedrijven in de pluimvee
die het zware werk laten doen door goedkope werknemers zonder
verblijfsvergunning. Op 1 juni 2004 deed de politie in een
pluimveeverwerkingsbedrijf in Utrecht een inval en hield 31 van de 40
werknemers aan (80%) wegens illegaal verblijf in Nederland. Het waren vooral
Ghanezen en Brazilianen die via een uitzendbureau bij het bedrijf werkten. 169
43
De inzet van migranten zonder verblijfs- en werkvergunning zijn goedkoop
omdat niet allen de belastingen worden genegeerd, maar ook de verzekeringen: zowel de oudedagsvoorziening, de sociale verzekeringskosten en de
ziektekostenverzekering.
Het is algemeen bekend dat bedrijven die hun winsten vergroten door
de arbeidskosten laag te houden – en in sommige gevallen de overheid – ook
weinig investeren in veiligheid en de werkomstandigheden van de werknemers. Hierdoor lopen in Nederland dagelijks duizenden van deze illegalen
een veiligheidsrisico.
Illegale werknemers kunnen doorgaans zo aan de slag als ‘tomatenzakkers’ in de glastuinbouw. ‘Zij moeten de tomatenplanten in toom houden,
die ieder jaar twaalf meter groeien. Omdat de kas geen twaalf meter hoog kan
zijn, groeien de planten langs draden die iedere twee weken naar beneden
worden gehaald, het zogeheten “zakken.” Zo blijven de tomaten steeds op een
hoogte van 2,5 à 3 meter hangen, de meest geschikte plukhoogte in de kas.
“Dat zakken is zwaar,” vertelt Frans van Oosten, bedrijfsleider bij Van der Lans
Tomaten in het Zuid-Hollandse Maasland. “We tilden de plant op en laten hem
met draad en al zakken, dat is toch iedere keer 5 kilo.” Meestal doen een paar
mannen dagenlang niets anders dan vele tienduizenden planten zakken, en
dat iedere twee weken opnieuw. Omdat ze op een verhoging staan, moeten ze
naast het tillen ook een complexe draaibeweging maken. Veel kasarbeiders
krijgen last van pijnlijke armen en schouders of worden arbeidsongeschikt.” 170
De werkgevers kunnen illegalen deze bedrijfsrisico’s nemen omdat de
straffen voor deze overtredingen minder kosten dan de investeringen. Voor de
Nederlandse rechters komen bedrijven met een paar duizend euro’s boete
weg. Zo werd slachterij Van Holland Vlees uit Breukelen op 25 januari 2004
door de rechtbank in Utrecht beboet met 15.000 euro wegens dood door
schuld. Een illegale Marokkaan was in mei 2002 bij een klus in een gierput
bewusteloos geraakt door giftige gassen; de man overleed later in het ziekenhuis. Het bedrijf had de man in zijn eentje laten afdalen, ‘zonder toezicht,
reddingslijn en beschermingsmiddelen.’ 171 Deze slachterij werkt vaker met
illegale Marokkanen. ‘Ze zijn goedkoop, 5 euro per uur, en doen hun werk
zonder morren.’ 172
Als men een dergelijk bericht leest in een door een illegale werknemer
bezorgde krant, denk dan niet dat het om een incident zal gaan. Ook in andere
sectoren van het bedrijfsleven komen deze misstanden voor. Illegalen worden
juist vaak voor het risicovolle werk in dienst genomen. Zij die werkzaam zijn in
de glastuinbouw hebben regelmatig huidaandoeningen die veroorzaakt
worden doordat ze op een ondeskundige manier in aanraking komen met
concentraten van bestrijdingsmiddelen. Veel bedrijven overtreden alleen al in
dat opzicht de wetgeving. 173
Ook de vakbonden zijn op de hoogte van het misbruik van de moderne
slaven. Tot nu toe is het echter nooit gekomen tot een staking voor structurele
verbetering van de werkomstandigheden voor deze illegalen. De
werknemersorganisaties willen hun eigen glazen niet ingooien. Zij zijn zich
44
ervan bewust dat vele bedrijven waar hun leden werken dankzij de goedkope
illegale arbeiders niet failliet zullen gaan.
Beleidsmedewerker bij de FNV, Frank Bluiminck, bevestigde in 2002 dat
‘goedkope illegale arbeid als smeermiddel voor hele sectoren van de Nederlandse economie fungeert.’ 174 Bluiminck: ‘Het overgrote deel van de meer dan
100.000 illegalen in Nederland werkt voor legale bedrijven. Vooral in de bouwwereld, de glastuinbouw en de horeca komt het veel voor. Dat is geen geheim.
Meestal wordt er gewerkt via een koppelbaas, zodat de onderneming zelf is
afgeschermd (…) Het aanpakken van de werkgevers heeft geen prioriteit.
Naar de arbeidsomstandigheden waaronder die mensen werken wordt
bijvoorbeeld nooit gekeken.’ 175
Maar ook de overheid zelf maakt soms misbruik van migranten zonder
een verblijfsvergunning. Zo nu en dan komt deze hypocrisie tot uiting. De
regering houdt de bevolking voor dat ze door haar goede toezichthoudendeen controlerende instanties misstanden en misbruik van de arbeid van moderne slaven kunnen voorkomen. Het tegendeel bleek waar te zijn in 2003. Onze
overheid liet tientallen asielzoekers, volwassenen en minderjarigen, gezondheidsrisico’s lopen tijdens de vogelpestepidemie.
De overheid liet de mensen zonder medicatie kippen ruimen die
mogelijk besmet waren met het vogelgriepvirus. Honderden asielzoekers zijn
in maart 2003 illegaal ingezet bij het ruimen van vergaste kippen tijdens de
vogelpestepidemie. 176 Uitzend- en arbeidsbureaus slaagden er niet in
Nederlandse werklozen in te schakelen, terwijl de nood hoog was. In totaal
werden er dertig miljoen kippen en kalkoenen vergast. 177
Directeur Pater van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) in
Limburg zei in augustus 2003 in de actualiteiten rubriek Netwerk dat er zelfs
illegalen en minderjarige asielzoekers aan het werk waren geweest in de
kippenstallen. Zij werkten eerst in de Gelderse Vallei en later in Limburg. Pater
sloot niet uit dat de asielzoekers het virus hebben meegenomen naar Limburg,
omdat zij hun beschermende kleding mochten meenemen. 178
De asielzoekers die moesten helpen ruimen, bevonden zich in een sterk
afhankelijke positie en konden het risicovolle werk in wezen moeilijk weigeren.
In afwachting van hun asielverzoek kregen de asielzoekers van de overheid
voedsel en onderdak in een soort kamp (asielzoekerscentrum met streng
regime). Mogelijk dachten ze ook dat dit gebaar zou helpen voor een gunstige
beslissing op hun asielverzoek. Niet bekend is of er asielzoekers later
gezondheidsschade hebben opgelopen. De meesten zijn waarschijnlijk al het
land uitgezet.
In oktober 2004 werd bekend dat het vogelgriepvirus in 2003 zeker
1.000 mensen geveld had. Bij veruit de meesten leidde het niet tot gezondheidsproblemen. Een minderheid had milde klachten, zoals oogvliesontsteking
of grieperigheid. Exacte cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondhied en
Milieu (RIVM) en het Instituut voor Psychotrauma laten zien dat de besmettelijkheid van het virus groter is dan werd gedacht. Na de uitbraak meldden
453 personen zich met lichte klachten. Aan verder onderzoek deden 1.300
45
pluimveehouders, familieleden en bestrijders van de kippengriep mee. Bij 500
mensen die contact hadden gehad met besmet pluimvee, werd bloed afgenomen: de helft daarvan had antistoffen tegen het virus gevormd. Blijkbaar verspreidde het virus zich vrij vlot van mens tot mens. Dat gegeven vergrootte de
zorg dat zich een virusvariant ontwikkelt die nóg besmettelijker is voor de
mens. Het antivirale middel Oseltamivir beschermde goed tegen besmetting;
mond-neusmaskers en veiligheidsbrillen niet, aldus de eerdergenoemde
instellingen. 179
Zo overleed de 57-jarige dierenarts Jan Bosch uit Rosmalen half april
2003 aan longontsteking veroorzaakt door vogelpestbesmetting. De arts was
namens de Gezondheidsdienst voor Dieren betrokken bij de bestrijding van de
vogelpest. Hij was in maart 2003 op vier bedrijven geweest in de Gelderse
Vallei. Eén daarvan bleek te zijn besmet. Twee dagen nadat hij op het laatste
bedrijf was geweest, werd hij ziek. Op 11 april werd de man opgenomen in het
Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, waar hij na zes dagen overleed. 180
Na zijn dood deden de bewindslieden van VWS, minister De Geus en
staatssecretaris Ross in de media het beeld ontstaan dat Bosch onverstandig
was geweest om geen pillen in te nemen. Toen kwamen de nabestaanden van
Bosch in het geweer. Volgens hen hadden bezoekende dierenartsen geen
instructies gekregen antivirale middelen in te nemen. Het ministerie gaf later
toe dat het er, op basis van de adviezen van VWS, steeds vanuit was gegaan
dat de mensen die besmette bedrijven ruimen, deze pillen moesten krijgen.
‘Het beeld ontstaat dat Bosch onverstandig was. Maar hij handelde conform
het advies. Hierna heeft het ministerie van VWS wel de voorzorgsmaatregelen
aangescherpt. Niet alleen de mensen die voortdurend gevaar van besmetting
lopen, moeten antivirale middelen nemen, maar ook degenen die dergelijke
contacten incidenteel hebben.’ 181
De vraag dringt zich natuurlijk op of de ruimende asielzoekers deze
pillen geslikt hebben. Deze migranten zijn door de overheid willens en wetens
in groot gevaar gebracht. Een dergelijke inzet van asielzoekers kan namelijk
geen toevallige actie zijn. Bij zo’n ingrijpende megaoperatie is er sprake van
doeltreffende regie en coördinatie. De verantwoordelijkheid voor de organisatie van de pluimveeruimingen was over enkele ministeries gespreid. In de
eerste plaats waren natuurlijk de departementen van Landbouw en Volksgezondheid erbij betrokken, maar mogelijk ook Justitie, want asielzoekers
vallen onder dit ministerie (departement Vreemdelingenzaken en IND). Toen
bleek dat Financiën en vermoedelijk Sociale Zaken er ook een janboel van
hadden gemaakt, moest dat nog maar eens duidelijk worden uitgesproken.
Op advies van de Belastingdienst in Heerlen werden alle asielzoekers
namelijk onder één fictieve naam (F. Vogelpest) en één sofi-nummer
ingeschreven. Dit is in strijd met de wet. Volgens het Centrum voor Werk en
Inkomen (CWI) beschikten de werknemers niet over een werkvergunning. In
juli 2003 erkende het ministerie van Financiën de ‘fout’. 182 Er zouden maatregelen genomen om herhaling te voorkomen, zei het departement. Maar dat
was vanzelfsprekend niet toereikend.
46
Is de overheid nog geloofwaardig? Een belastingplichtige die een misstap
begaat, komt met mooie beloften over goed gedrag in de toekomst niet weg.
Dat behoort dus ook voor de fiscus te gelden. In wat voor land leven we, als
de overheid zelf opdracht geeft tot valsheid in geschrifte omdat dat haar even
beter uitkomt?
3.9
De berg komt naar Mohammed: goedkope arbeid in de thuislanden
De arbeiders die hun geboorteland nog niet ontvlucht zijn om als illegalen in
Nederland te werken, zijn tientallen keren goedkoper in hun streek. Bovendien
gelden in deze landen doorgaans geen of soepelere regels als het gaat om
arbeidsvoorwaarden en -recht. Reden genoeg voor bedrijven om zich in deze
regio’s te vestigen.
Staatssecretaris Van Gennip van het ministerie van Economische Zaken
liet het Centraal Planbureau en onderzoeksbureau Berenschot onderzoek
doen naar de verplaatsingen van bedrijven en stuurde begin februari 2005 het
rapport naar de Tweede Kamer. De onderzoekers van Berenschot concludeerden in Visie op verplaatsing dat het proces van bedrijfsverplaatsingen de welvaart in Nederland versterkte, en dat consumenten ervan profiteerden door
lagere prijzen en dat het bijdroeg aan de versterking van de concurrentiepositie van het bedrijfsleven. 183 De staatssecretaris onderschreef de uitkomsten. 184
‘Vooral arbeidsintensieve activiteiten worden naar lagelonenlanden
verplaatst. In bijna de helft van de gevallen betreft het de verplaatsing van
laaggeschoolde, veelal industriële arbeid. Het onderzoek schat dat jaarlijks
netto 9.000 banen door bedrijfsverplaatsingen uit Nederland verdwijnen.’ 185
Met name Oost-Europa, gevolgd door Zuid- en West-Europa, China en India
zijn favoriet. 186
Bedrijven kunnen dus met goedkeuring van de overheid de loonkosten
verder verlagen zonder dat ze nog gebruik hoeven te maken van illegale
arbeiders. Het bedrijf verhuist eenvoudig naar het thuisland van de hier aanwezige illegalen en maakt gebruik van de arbeiders die te arm waren om naar
Nederland te vluchten. Dat versterkt hun concurrentiepositie in Nederland en
de consument profiteert. Zo wil Unilever in 2006 700 miljoen besparen door
een aanzienlijk deel van de financiële administratie te verplaatsen naar
servicecentra in India, Polen en Portugal. Hierdoor zullen in Nederland 75 van
de 150 banen kunnen verdwijnen. 187
Tientallen bloemenkwekers zijn al verhuisd naar Kenia, Ethiopië en
Uganda. ‘In 1999 vertrokken de laatste chrysantenbedrijven uit Nederland. De
stookkosten waren te hoog, de arbeid te duur. In Uganda kost een ongeschoolde arbeidster 45 euro per maand.’ 188 ’Dat is een profijtelijk verschil met
Nederland waar het dagloon van een illegaal 45 euro bedraagt.
‘De universitair geschoolde exportmanager heeft een salaris van 900
euro per maand. Alles is voor export naar Europa en Noord-Amerika, met de
47
Aalsmeerse veiling als distributiepunt. In 2003 werden er 600 miljoen
chrysantenstekken naar Nederland geëxporteerd, bijna 45% van de Nederlandse markt. Naast chrysanten kweekt Boenders in zijn 17 hectare aan
kassen vooral rozen voor Albert Heijn en Aldi. Een op de 40 rozen in Nederland komt uit Uganda.’ 189 In april 2005 begon de KLM twee keer per week te
vliegen naar Ethiopië, vanwege de groeiende teelt van groente en bloemen
door Nederlandse tuinders. 190
De markt staat sterk onder druk door concurrentie uit China. In maart
2005 besloot schoenenfabrikant Van Lier met een deel van het bedrijf naar
Polen en Portugal te vertrekken. Volgens directeur Geert van Spaendonck kan
zijn bedrijf het in Nederland ‘niet meer bolwerken op de schaal waarop we dat
hier gewend waren.’ 191 Van Spaendonck: ‘We lijden op de productie al langer
verlies. Dat dreigt het hele bedrijf naar beneden te trekken.’ 192
Deze veranderende economische situatie zet de concurrentiepositie van
de bedrijven die in Nederland blijven nog meer onder druk. Zij worden bijna
gedwongen om illegalen in te zetten in de fabrieken. Vele middelgrote tot grote
bedrijven raken failliet als ze geen gebruik kunnen maken van lage lonen
arbeiders. Illustratief in dit geval is het faillissement in 2004 van de in 1883
opgerichte fabriek Mosa Porselein, waarbij 130 werknemers op straat zijn
komen te staan. 193 De onderneming had te lijden onder moordende concurrentie uit de lagelonenlanden.
3.10 Illegalen en overheid
Ook al maakt de overheid soms zelf gebruik van migranten zonder verblijfs- en
werkvergunning, zij loopt jaarlijks de vele inkomsten mis die zij bij inzet van
illegale werknemers wel zou hebben ontvangen. Daar staat tegenover dat als
illegale werknemers ziek, arbeidsongeschikt en oud worden, het de overheid
geen geld kost. De vraag is dus of de overheid niet ook het bekende rekensommetje maakt: wat levert het de Nederlandse economie op. Aan die kant
zijn namelijk wel weer inkomsten te halen. Slaagt de overheid erin de schijn
van medeplichtigheid weg te nemen? Waaruit bestaat haar aanpak?
Onderzoeksinstituut Research voor Beleid in Leiden heeft in 2000 een
onderzoek verricht met cijfers verkregen door bestanden van de Arbeidsinspectie te gebruiken en door interviews met werkgevers uit verschillende
bedrijfstakken af te nemen. 194 Naar aanleiding van dit onderzoek bleek dat
illegale arbeid fors was toegenomen. Eind 2000 zei de opvolger van minister
De Vries van Sociale Zaken, Vermeend, dat rechters sinds kort hoge straffen
op gingen leggen aan werkgevers en koppelbazen. Dat de illegale arbeid
niettemin toegenomen was, weet minister Vermeend mede aan de krapte op
de arbeidsmarkt. ‘Dat merk je in de bouw, waar het aantal illegalen sterk is
toegenomen,’ aldus de bewindsman. 195
Ondanks de toegezegde ingrepen blijven de cijfers stijgen. In totaal
werden in 2003 ruim 20.700 illegalen opgepakt, waar dat aantal in 2000 nog
48
rond 13.063 lag. Het ministerie van Justitie, dat de cijfers openbaar maakte,
kon toen zelf niet verklaren waardoor het cijfer zo fors was toegenomen. 196 In
de illegalennota van april 2004 had het ministerie al wel geconstateerd dat de
zogenoemde ‘overlevingscriminaliteit’ door mensen zonder verblijfsvergunning
merkbaar toeneemt. Was de verhoging te wijten aan een toename van
illegalen of aan het feit dat er meer delicten werden opgelost?
Pas in november 2004 verklaarde het kabinet de bestrijding van illegaliteit en misdaad door illegalen tot een van de speerpunten van het beleid te
hebben gemaakt. Minister Verdonk wil het aantal illegalen in Nederland drastisch terugbrengen. Verdonk had in april een serie maatregelen aangekondigd
om illegaal verblijf, criminaliteit door illegalen, mensenhandel en illegale arbeid
strenger aan te pakken. De capaciteit van de vreemdelingenbewaring werd
uitgebreid van 1.500 naar 2.000 cellen. De Vreemdelingenpolitie werd versterkt met 450 agenten. Ook het uitzetbeleid is door Verdonk aangescherpt en
de uitzetcapaciteit is inmiddels verdubbeld. 197 Zo zijn bindende afspraken
gemaakt met diverse landen waar veel illegalen vandaan komen.
De Arbeidsinspectie controleert strenger dan voorheen op illegale
arbeid. De dienst trad in 2004 ruim duizend keer tegen illegale tewerkstelling
op, in 2005 steeg dat aantal naar 2.200. Daardoor werden 4.650 illegale werknemers opgespoord, tegen ruim 2.800 in 2004. 198 Ongeveer de helft van de
aangehouden illegalen komt uit de vier grote steden. Andere regio’s waar veel
illegalen worden gearresteerd, zijn Kennemerland, Zuidoost Brabant en
Limburg. 199 Uit onderzoek blijkt dat tweederde van de illegalen in het land
inkomsten heeft uit illegale arbeid. 200
Is de misdaad door illegalen dan ook toegenomen of leidt een hardere
aanpak van illegalen tot meer criminaliteit? Ook al stelt hij vast dat een groep
illegalen zich genoodzaakt ziet tot ‘overlevings-criminaliteit’, denkt Anton van
Kalmthout, hoogleraar strafrecht en vreemdelingenrecht aan de Universiteit
van Tilburg, dat illegalen niet gewelddadiger en crimineler worden: ‘De cijfers
tonen vooral aan dat de politie haar werk goed doet. Er is afgesproken dat de
politie strenger zal optreden tegen criminele illegalen, en vooral tegen de
zware criminelen in die groep. De politie heeft daar meer mensen voor
gekregen, en het aantal cellen voor de opsluiting van illegale en criminele
vreemdelingen is in de afgelopen jaren fors uitgebreid. Dat sorteert effect.’ 201
Van Kalmthout denkt zelfs dat dit de enige verklaring is voor de
stijgende cijfers: ‘Veel illegalen durven het criminele circuit niet in te gaan,
omdat ze het risico van arrestatie niet willen lopen. Dan worden ze uitgezet
(…) er is natuurlijk een groep illegalen die zich crimineel gedraagt, uit
noodzaak. Dat zijn dus niet de zware jongens, maar juist de mensen die de
kleinere delicten plegen. Die zullen toch moeten overleven. En als ze daarvoor
moeten stelen, zullen ze dat ook doen. Ondanks de risico’s die ze daarmee
lopen.’ 202
Vluchtelingenorganisaties wijzen er echter op dat de cijfers ook aantonen dat steeds meer illegalen de criminaliteit nodig hebben om te overleven.
‘Illegalen worden in de misdaad geduwd,’ zegt Rian Ederveen van het Lande-
49
lijk Ongedocumenteerden Steunpunt. ‘Er wordt strenger gecontroleerd op
zwart werken, waardoor illegalen kwetsbaarder worden en steeds meer in het
illegale circuit terechtkomen.’ 203
Illegalen dan maar massaal het land uitzetten of juist legaliseren? Begin
jaren negentig van de vorige eeuw zeiden de PvdA-coryfeeën staatssecretaris
van Justitie Aad Kosto en PvdA-voorzitter Felix Rottenberg dat alle illegalen
het land uit moesten. 204 Terecht reageerde hun partijgenoot in de Tweede
Kamer, W. de Boer, daarop door te stellen dat vooral eerst ‘de grote helers als
C&A moeten worden aangepakt, want hun spijkerharde inkopers zijn de
afnemers die de uitbuitende illegale textielateliers aan de gang houden.’ 205
Ook toenmalig commissaris van de Amsterdamse politie Eric Nordholt corrigeerde in november 1992 de schijnverontwaardiging van de eerste twee
politici. ‘We praten over grote aantallen mensen die hier niet mogen zijn, maar
die hier al wel jaren lang smerig werk mogen opknappen.’ 206
In een vonnis van mensenhandelaren bij een Belgische rechtbank in
2003 kreeg Engeland een uitbrander. Voorzitter Freddy Troch van de rechtbank noemde Groot-Brittannië ‘het beloofde land’. ‘Een land dat door zijn
gebrekkige wetgeving illegalen aantrekt, en hen door die gebrekkige wetgeving geen bescherming biedt. Het wekt verwondering dat een bepaald land
de oorzaken van de mensensmokkel niet aanpakt,’ aldus Troch. 207
In datzelfde jaar gaf de Britse regering al een schot voor de boeg door te
overwegen om duizenden illegale immigranten de mogelijkheid te bieden hun
verblijf in het land te legaliseren. 208 Minister van Binnenlandse Zaken David
Blankett gaf toe dat illegale immigranten een belangrijke rol spelen in de Britse
economie en bijdragen aan de welvaart van het land. 209 De Labourminister
wees er ook op dat er in verschillende branches, zoals de horeca en bouw,
met tekorten aan personeel kampen.
Deze poging van de Britse minister om het probleem op te lossen is op
zijn zachtst gezegd naïef. Hij gaat voorbij aan het feit dat een gelegaliseerde
illegaal duurder wordt voor de werkgever en de overheid. Tevens zal de legale
ook naar een andere en betere baan kunnen gaan uitkijken, waardoor er door
deze pardonregeling werknemerstekorten in verschillende sectoren kunnen
ontstaan. Met andere woorden: er zullen altijd illegale zwartwerkers in een
slaafse positie nodig zijn.
Toch wilde minister Verdonk in januari 2005 op Europees niveau
afspraken maken over het legaliseren van illegalen. 210 ‘Het beleid van
bijvoorbeeld Spanje om grote groepen illegalen te legaliseren, moet passen bij
een geharmoniseerd vreemdelingenbeleid.’ 211 Het lijkt erop dat de minister de
illegalen het liefst in hun illegale status wil laten. In deze status hebben ze
namelijk geen rechten en zijn ze dus spotgoedkoop voor het bedrijfsleven,
onze economie en de overheid (geen zorg, geen onderwijs, geen huisvesting,
etcetera): ‘Landen als Spanje, Italië en België hebben op grote schaal illegalen
gelegaliseerd, of gaan dat op korte termijn doen. Volgens minister Verdonk
heeft een dergelijk beleid ook consequenties voor andere landen omdat
50
gelegaliseerde illegalen aan die status ook rechten kunnen ontlenen in andere
EU-lidstaten.’ 212
De gelegaliseerden mogen zich van Spanje naar Nederland verplaatsen. Is Verdonk bang om haar goedkope reservoir kwijt te raken aan de iets
duurdere, pas gelegaliseerde krachten uit de EU? De huidige illegale status
van deze werknemers is voor de overheid het meest winstgevend en minder
duur en belastend. Legaliseren onder bepaalde voorwaarden is altijd duurder.
Maar als bepaalde wijken van steden door teveel, niet geregistreerde mensen
onbestuurbaar worden, zal men zich genoodzaakt voelen om maatregelen te
treffen zonder het eigen belang te willen schaden.
Ook minister Zalm van Financiën was weinig gecharmeerd van het plan
om bijvoorbeeld Poolse werknemers welkom te heten toen de Oost-Europese
landen tot de Europese Unie toetraden. Volgens Zalm zou het de staatskas
honderden miljoenen euro’s kosten aan Nederlandse uitkeringen voor OostEuropeanen die hier lang hebben gewerkt en later weer werkloos zijn
geworden. 213
Het probleem van illegale arbeiders in Nederland blijft het probleem van
vraag en aanbod. Heeft het dan bijvoorbeeld zin de vraag te beantwoorden
met goedkope(re) legale werknemers? Al in het begin van de jaren negentig
van de vorige eeuw waarschuwde de commissie-Zeevalking voor het ‘lui’
worden van werkgevers. Zolang deze vrijelijk over illegalen kunnen beschikken, zullen ze zich niet druk maken over scholingsprogramma’s en andere
vormen van planning op de arbeidsmarkt. 214 De waarschuwing is uitgekomen.
De werkloosheid onder bijvoorbeeld ongeschoolde niet-westerse migranten is
enkele keren hoger dan bij autochtonen en ze leven van een bijstandsuitkering.
In april 2005 telde Nederland meer dan anderhalf miljoen niet-werkende
burgers die de potentie hebben om klaargestoomd te worden om het werk te
verrichten die de illegalen en Oost-Europeanen op dit moment doen. Cijfers
die het CBS publiceerde maakten duidelijk dat de gemeenten eind 2004
337.000 uitkeringen verstrekten, duizend meer dan een jaar eerder; het aantal
WW-uitkeringen nam in 2004 toe met 13 procent, naar 323.000 en het aantal
Nederlanders met een arbeidsongeschiktheidsverzekering in 2004 bedroeg
961.000, aldus het CBS. 215
In 2004 waren er al signalen te bespeuren om dit reservoir goedkope
legale arbeiders in te zetten om het werk van de even goedkope illegale
arbeiders te laten doen. Vice-premier Zalm vond dat mensen met een bijstandsuitkering best als huishoudelijk hulp in de zorg konden werken. 216 Om
die reden wilden CDA, VVD en D’66 dat langdurig werklozen voor minder dan
het minimumloon aan de slag gaan. 217 Het plan hield in dat werklozen die
langdurig in de bijstand zitten en geen diploma’s hebben, een leerwerktraject
kregen aangeboden bij een werkgever. De coalitiepartijen waren van mening
dat de nieuwe loonschalen tot 20% lager (250 euro per maand) dan het
huidige wettelijke minimum konden worden vastgesteld. 218 Deze zouden dan
51
overeengekomen zijn met de lonen die bedrijven al betalen aan niet-westerse
illegalen.
Ze ontvangen dan 90% van het minimumloon totdat ze hun diploma
zouden hebben behaald. Daarna moet de werkgever hen nog minstens twee
jaar in dienst houden tegen een loon conform de CAO. De gemeente kan
besluiten om een deel van de bijstandsuitkering, die op deze manier werd
uitgespaard, aan de werkgever te geven als loonkostensubsidie. De drie
regeringsfracties zouden het voorstel indienen bij de behandeling van de
begroting van Sociale Zaken.
De vakcentrale FNV vond dat het plan een kans verdiende. ‘Maar ik ga
wel uit van gelijk loon voor gelijk werk,’ aldus FNV-bestuurder Ton Heerts. Ook
het CNV stond niet afwijzend tegen de uitgewerkte plannen van de regeringsfracties. Wel benadrukte CNV-bestuurder Rienk van Splunder dat er geen
sprake mocht zijn van een normale baan tegen een verlaagd inkomen.’ 219 Het
vorenstaande is een verkapte vorm van het laten verrichten van volwaardig
werk door een stagiaire via een leerwerktraject, waardoor de loonkosten even
laag blijven als de loonkosten voor een illegale werknemer.
Daartegenover moesten dan minder werkvergunningen worden
afgegeven door de overheid. Tegen deze beperkende maatregelen kwamen
de tuinders in het geweer. De LTO wil niet dat staatssecretaris Van Hoof het
aantal werkvergunningen voor Oost-Europeanen beperkt: ‘Als Van Hoof zijn
plan doorzet en er in het hoogseizoen straks geen mensen te krijgen zijn,
dreigt de illegaliteit weer de kop op te steken.’ 220 Ook vond de LTO het onzin
dat Van Hoof vreesde dat door de toestroom van vooral Polen in de land- en
tuinbouw de Nederlandse werklozen een baan aan hun neus voorbij zagen
gaan. Volgens de LTO ging de toestroom van duizenden Polen niet ten koste
van het Nederlandse arbeidsaanbod. De LTO verwees daarvoor naar het
speciale project ‘Seizoenarbeid’, dat samen met het CWI werd opgezet. Van
de 16.000 vacatures werden er nog geen 400 vervuld door Nederlanders,
terwijl ons land in januari 2005 nog 350.000 uitkeringsgerechtigden telde. 221
Het argument van werkgevers dat Nederlandse werklozen geen zwaar,
eenvoudig werk willen doen, is niet waar aldus vakbondsman Simon van der
Pol van de FNV. ‘Nederlanders willen best asperges steken of tomaten
plukken, als de arbeidsvoorwaarden maar goed zijn. Maar werkgevers willen
altijd drukken op de loonkosten.’ 222 Het animo onder Nederlanders was
inderdaad niet groot. Ze zullen zich nooit massaal melden, want ze willen geen
slavenarbeid verrichten. Het zeer lage loon en de slechte middeleeuwse
werkomstandigheden vormen de oorzaken. De illegalen en arme Polen en
Bulgaren zijn voor dit werk wel te porren, omdat ze geen andere keuze
hebben om te overleven. De economie speelt hierbij een grotere rol dan een
beleid dat er op gericht is de arbeiders een beter bestaan te bieden.
Met het oog op de verdringing van Nederlandse werknemers wil minister
de Geus dat buitenlandse bedrijven die hun werknemers in Nederland tijdelijk
laten werken, de bedrijfstak-CAO gaan hanteren. Voor hen gelden nu nog
alleen de minimumeisen (loon, werk- en rusttijd, veiligheid). Maar door de
52
CAO toe te passen, worden gedetacheerde werknemers in arbeidskosten
vergelijkbaar met hun Hollandse collega’s. ‘Nu kunnen buitenlandse bedrijven
nog lonen uitbetalen (ver) onder het minimumloon. Het kostenvoordeel is een
van de verklaringen waarom Polen populair zijn bij het Nederlandse
bedrijfsleven. Volgens de Geus is in de land- en tuinbouw duidelijk sprake van
oneerlijke concurrentie door bedrijven “die via allerlei trucs” goedkopere
Poolse arbeidskrachten inhuren.’ 223
De Geus beperkt hiermee een aantrekkelijke manier om financieel
voordeel te halen uit Oost-Europese arbeidskrachten. Het grootste financiële
voordeel is volgens de RWI te behalen als een Nederlands bedrijf opdracht
geeft aan een Poolse zelfstandige. ‘Afgezien van het feit dat deze
zelfstandigen niet zijn gebonden aan het Nederlandse minimumloon, zijn er
dan ook andere voordelen in sfeer van belasting en sociale premies,’ schrijft
de RWI. 224
Maar de werkgevers vinden zelfs asielzoekers te duur, laat staan de
Oost-Europeanen die onder dezelfde CAO-regels zouden vallen als de legale
Nederlandse werknemers. Asielzoekers die in 1999 na een strenge selectie
van het arbeidsbureau een tewerkstellingsvergunning kregen, kwamen
moeilijk aan een baan. Van de 1.250 werkzoekende asielzoekers vonden
slechts 400 mensen werk. 225
Toen deze zaak aan de orde kwam in het overleg tussen de Tweede
Kamer en minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voerde
de bewindsman, net als al zijn voorgangers een prachtige show op voor de
bühne: ‘De minister kondigde aan dat hij keihard gaat optreden tegen het
groeiend aantal werkgevers in de land- en tuinbouw die illegalen in dienst
nemen. De Vries gaf de werkgevers een behoorlijke veeg uit de pan. Het
geklaag over gebrek aan personeel was volgens hem in het geheel niet aan
de orde, de werkgevers zijn vooral uit op financieel gewin. En dat is precies
ook de reden waarom deze werkgevers geen asielzoekers willen aannemen.
Ze zijn te duur, omdat zij volgens de CAO-regels betaald moeten worden.’ 226
In een in juni 1999 gepubliceerd rapport concludeerde de Rekenkamer
dat de aanpak van illegale werknemers niet echt succesvol is. Het lukt de
Arbeidsinspectie onvoldoende de opsporing van illegale werknemers systematisch aan te pakken. De mogelijkheden om het economische voordeel van
werkgevers te bestrijden, blijken verre van optimaal. Bovendien wordt de
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ‘niet voorzien van relevante
beleidsinformatie,’ aldus de Rekenkamer. Werkgevers die illegalen in dienst
hebben, worden slechts in 5 tot 10% van de gevallen gepakt. De ministers van
Financiën en Justitie vinden volgens de Rekenkamer dat ze al voldoende
maatregelen hebben genomen om fraude aan te pakken. 227 ‘Nu nog is bij
illegale arbeid de kans op recidive hoog (34%), wat erop duidt dat de straffen
weinig effect hebben’, aldus de Rekenkamer. 228
Al zijn er sindsdien steeds nieuwe opsporingsdiensten geformeerd,
adequate aanpak en zinvolle wetgeving blijft achter. Steeds probeert de
overheid het publiek te overtuigen dat ze het niet zullen dulden dat bedrijven
53
misbruik maken van illegale arbeid. Het begint op een klucht te gaan lijken om
dan steeds met een nieuwe opsporingsorganisatie op de proppen te komen.
De overheid heeft naast het WIT en RIF-team ook een SIOD ingesteld. De
dienst is in 2002 opgericht voor de opsporing van zware, complexe fraude in
de sociale zekerheid. Als gevolg van de SIOD-onderzoeken werden in 2003
228 verdachten aangehouden. 229 Een Amsterdamse beslisambtenaar bevestigde dat van bijvoorbeeld het oppakken van illegale prostituees een ‘politieke
show’ wordt gemaakt. ‘Het komt op televisie, kranten erbij…Maar als je gaat
kijken naar de cijfers, dan worden er uiteindelijk maar twee illegalen verwijderd.’ 230
In het Haagse Regentesse-Valkenboskwartier doet de politie soms
invallen in de door illegalen bewoonde panden en het liefst op klaarlichte dag,
als de meeste illegalen op het werk zijn. 231 Advocaat Bob Hiddinga, die rechtsbijstand verleent aan illegalen, is cynisch over de inspanningen van de
Haagse autoriteiten. ‘Het is allemaal symboliek, die uitzetacties, bedoeld voor
de bühne. Die Bulgaren vormen helemaal geen probleem. We hebben illegale,
goedkope arbeid nodig. Arme mensen gaan nu eenmaal naar rijke landen, je
kunt het niet stoppen,’ aldus Hiddinga. 232 Dirk Kloosterboer, beleidsmedewerker bij de FNV, deed in 2002 als eerste onderzoek naar de positie van
illegalen in Den Haag. Hij merkte ook dat het effect van striktere politiecontroles, niet is dat er minder illegalen komen, maar dat ze het moeilijker
krijgen. 233
In oktober 2000 pakte de politie bij het oprollen van een mensensmokkelbende in Den Haag 72 illegalen op, die bij tuinders in het Westland werkten.
Volgens persofficier van Justitie C. Nooy zijn de tuinders strafbaar als zij
illegalen aan het werk hebben gezet, maar had vervolging van de tuinders
vooralsnog geen prioriteit. 234 Deze werkwijze van Justitie was toen al jaren
toegepast.
Later, in mei 2001, werd bekend dat het WIT in 2000 een kwart van de
tuinders betrapt had op onregelmatigheden met illegale arbeidskrachten. Dat
bleek uit het jaarverslag dat minister Vermeend van Sociale Zaken naar de
Tweede Kamer had gestuurd. Het ging onder meer om werken zonder een
vergunning, belasting- en premiefraude. Verder vermoedde het WIT dat in de
regio zo’n 400 tot 500 malafide uitleenbureau’s werkten. Zij werkten vooral met
mensen zonder een verblijfsvergunning. 235 Een halfjaar later maakte minister
Vermeend van Sociale Zaken wederom bekend dat bij een nieuwe actie van
de Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie begin oktober 2001 in het
Westland een recordaantal illegalen was aangehouden. Bij twee tomatenkwekers in Schipluiden waar de inval plaatshad, waren op dat moment 170
mensen aan het werk. Van hen bleken er 110 illegaal. In de eerste helft van
2001 werden er 384 en in 2000 waren er 372 illegale werknemers aangetroffen op tuinbouwbedrijven in het Westland. 236
Werkgevers die illegale arbeiders in dienst hebben krijgen een boete.
De opgelegde boetes worden met alle gemak betaald uit de gemaakte winsten
over dezelfde illegale arbeiders. Ook schrikt de boete de werkgever niet af om
54
nieuwe werknemers in dienst te nemen. Binnen een paar dagen worden de
uitgezette illegalen vervangen. Illustratief is het geval, toen door de Vreemdelingenpolitie in 1993 bij twee tuinders in Helmond 93 illegaal in Nederland
verblijvende arbeiders werden opgepakt. Bij dezelfde tuinders waren er een
paar weken hiervoor al 99 illegalen aangetroffen. De illegalen werden uitgezet
en de tuinders kregen wederom een boete. 237
In november 2005 maakte de SIOD bekend dat Nigeriaanse bendes bij
elkaar duizenden West-Afrikanen naar Nederland hadden gesmokkeld. 238 In
maart 2004 stuitte de SIOD op 68 grote zaken van illegale arbeid en zwart
werk bij bedrijven. Daarbij ging het in veel gevallen om het illegaal aan het
werk zetten van arbeiders van buiten de Europese Unie. In totaal was met de
sociale zekerheidsfraude ongeveer 60 miljoen euro gemoeid. 239 De zaken
kwamen voor in onder meer de uitzendbranche, de bouw en in de land- en
tuinbouw.
Volgens Sociale Zaken is het overtreden van de Vreemdelingenwet ‘in
bepaalde branches min of meer verworden tot een traditie.’ 240 Je kunt je
wederom afvragen hoe het mogelijk is dat bedrijven sinds enkele decennia
geen vrees hebben voor het overtreden van wetten. De Wet Arbeid Vreemdelingen, het ontduiken van belastingen en sociale premies kunnen blijkbaar
met hulp van ‘big sister Justitia’ – die een oogje dichtknijpt – jaar in en jaar uit
overtreden worden, zolang de Nederlandse economie er baat bij heeft. Onze
economie heeft goedkope wegwerpwerknemers nodig, daarom zullen illegale
vreemdelingen nooit verdwijnen. Voor de politiek en dus samenleving moet
hun aantal hanteerbaar blijven en worden er af en toe enkelen uitgezet.
PvdA-kamerlid Albayrak spreekt over ‘veel stoere taal, weinig zoden aan
de dijk’. Het huidige kabinet heeft ook veel pogingen gedaan het terugkeerbeleid te intensiveren, maar steeds zonder succes. ‘Veel van de nu gelanceerde plannen heb ik al eerder zien langskomen,’ zegt Albayrak. 241 ‘Het
vaststellen van de identiteit blijft een enorm probleem, en nog steeds zijn er
veel landen die moeilijk doen bij de terugname van hun onderdanen.’ Ze wijst
op de hoge kosten van het voorgenomen beleid en op de strijdigheid met
internationale verdragen. ‘Je wordt asoland no. 1 in Europa.’ De SP is eveneens tegen. ‘De nieuwe coalitie kiest voor de verkeerde oplossing,’ zegt
Kamerlid De Wit. ‘Welk strafbaar feit is er gepleegd als je je op het grondgebied van een andere staat begeeft zonder papieren? Wat doe je daar
vervolgens mee? Zet je zo iemand gevangen? Hoe lang? Dat gaat ons echt te
ver.’ 242
En in juni 2002 vroeg de redactionele commentator van het Algemeen
Dagblad zich af: ‘Beperking van de toelating van nieuwe asielzoekers, die door
de nieuwe Vreemdelingenwet van Paars al flink in gang is gezet, kent overigens ook een begrenzing. De onderhandelaren van CDA, LPF en VVD kunnen
dat maar beter hardop zeggen om misverstanden bij hun kiezers te voorkomen. In die zin moeten ook vraagtekens worden gezet bij de stoere taal die
wordt gesproken over het uitzetten van illegalen, die het kabinet-in-wording tot
criminelen wil verklaren. Daarmee worden verwachtingen gewekt die nauwe-
55
lijks waar te maken zijn. Afgezien van de vraag hoe de Nederlandse
samenleving zonder deze hardwerkende lieden functioneert (schoonmaakbranche, land- en tuinbouw, de bezorging van kranten), is het niet zonder
risico’s hen als criminelen te bestempelen. Omdat zij dat in de kern niet zijn,
zet zo’n beleid de deur voor willekeur wagenwijd open. En wat gaat de coalitie
doen met al die mensen zonder papieren? Oppakken en opsluiten? Dan zullen
er in razend tempo de nodige strafinrichtingen bijgebouwd moeten worden.
Het klimaat wordt op deze manier wel erg guur. Stemt een partij als het CDA
daar echt mee in?’ 243
De regering is al tientallen jaren op de hoogte van de extreem slechte
werkomstandigheden van de illegale arbeiders bij grote winstgevende legale
bedrijven die miljoenen omzetten. Om de economie te beschermen treuzelen
het kabinet en parlement om de wetgeving aan te passen voor het effectief
aanpakken van werkgevers, zoals in het geval van mensenhandelaren. In de
tussentijd maakt de regering en het parlement het de rechterlijke macht
onmogelijk om adequaat op te kunnen treden tegen de ware uitbuiters van
illegale arbeiders, namelijk de werkgevers. Naar de mening van Nordholt werd
de discussie een kleine vijftien jaar geleden al niet op een goede wijze
gevoerd, waardoor er geen oplossingen gevonden werden: ‘Waarom lees ik
niets over kritiek op hoe de mensen worden uitgebuit, hoe ze soms moeten
werken onder omstandigheden die eerder aan 1892 doen denken dan aan
1992.’ 244
Het blijven controleren van bedrijven en het streng aanpakken van de
werkgevers – of dat nu slecht is voor de economie of niet – is vooralsnog de
enige remedie. Niet het oppakken en vastzetten van illegalen. Zolang er een
vraag is naar goedkope (illegale) arbeid, zal het aanbod blijven bestaan. De
eerder geciteerde hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht aan de Katholieke
Universiteit Brabant, Anton van Kalmthout, merkte in 2002 op: ‘Er wordt geen
kennis genomen van allerlei adviezen. De Adviescommissie Vreemdelingenzaken heeft aangegeven dat het vastzetten van illegalen in strijd is met de
internationale regelgeving. Bovendien gaat Nederland voorbij aan een recent
advies van de Europese commissie waarin wordt gepleit voor vrijwillige
terugkeerprojecten, voor ondersteuning. Nu komt Nederland met repressie,
wordt illegaliteit strafbaar gesteld. Onnadenkend.’ 245
Het belangrijkste is dat er strengere wetgeving en straffen worden
geformuleerd. De rechterlijke macht speelt een belangrijke rol bij de aanpak
van werkgevers en koppelbazen die gebruik maken van illegale werknemers.
De voormalige minister van Sociale Zaken De Vries had zich in 2000 al
beklaagd over de slappe houding van de rechters. Hij vond dat zij te lage
straffen oplegden, waardoor de toegenomen controles door de Arbeidsinspectie amper indruk maakten op werkgevers. 246 Het Openbaar Ministerie
(OM) geeft toe dat zij zich wil richten op hoofdverdachten van organisaties. 247
Het OM demonstreert regelmatig deze schertsvertoning.
De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken kwam daarom in
februari 2005 met het voorstel werkgevers en uitzendbureaus die herhaaldelijk
56
illegalen inhuren, te veroordelen met gevangenisschap. De commissie vindt de
begin 2005 verhoogde boetes – tot 8.000 euro per illegale werknemer en 50%
verhoging bij recidive – nog te laag. Minister Verdonk wil dit advies overnemen. Als boetes niet helpen, dan maar de gevangenis. Zij wil werk gaan
maken van deze vrijwel nooit toegepaste wettelijke mogelijkheid. Verdonk is
het met de adviescommissie eens dat zowel de illegalen als de werkgevers
hard moeten worden aangepakt. 248
Wanneer deze aanpak effectief wordt, is nog maar de vraag. Begin jaren
negentig van de vorige eeuw lag bij de Tweede Kamer al eenzelfde wetsvoorstel dat gevangenisstraf mogelijk moest maken voor werkgevers die
illegalen in dienst namen. 249 De Amsterdamse hoofdofficier van Justitie liet via
de toenmalige korpschef van politie, Eric Nordholt, weten dat ‘hij niet bereid is
om illegale arbeid aan te pakken. Hij wachtte op de strafbaarstelling van de
werkgever. Op grond van de nieuwe wetgeving wordt het in dienst hebben van
illegalen een misdrijf, waarop een maximumstraf van drie jaar komt te staan.
Als dat eenmaal wet is, komt illegale arbeid uit de sfeer van de economische
delicten.’ 250 Tot 2006 zijn de regering en het parlement echter nog steeds in
gebreke gebleven met het aannemen van deze nieuwe wetgeving.
Over het algemeen doen de regering en de politiek er alles aan de
discussie over illegale werknemers zo veel mogelijk buiten de publieke arena
te houden en het bedrijfsleven in deze ethisch zeer gevoelige kwestie buiten
schot te houden, zo lijkt het. De werkgevers die gebruik maken van illegale
arbeiders worden door de overheid met fluwelen handschoenen aangepakt.
Werkgevers worden nog steeds niet, zoals mensenhandelaren, strafrechtelijk
vervolgd. Verschillende voorgaande regeringen schroomden de wetgeving
hiertoe aan te passen. Waarom?
3.11 Conclusie: gedoogbeleid?
Terug naar de kern van ons probleem: kan Nederland het zich in de 21ste
eeuw nog permitteren zich schuldig te maken aan moderne slavenarbeid?
Past dat in de huidige tijd nog in de westerse samenleving? Is dit de achtergrond van globalisering? Naar mijn idee zijn wij tegen de grens van de economie aangelopen. Onze economie heeft blijkbaar migranten en goedkope
arbeidskrachten nodig. Maar ten koste van mensenlevens? Vanuit economisch perspectief kun je illegalen niet straffen dat zij naar een gunstiger
klimaat gaan. Nederlandse bedrijven doen hetzelfde. Dat zijn de wetten van
vraag en aanbod. Als Nederland de vraag hoog houdt, moeten wij niet vreemd
opkijken als het aanbod zich aandient. En als Nederland vervolgens illegalen
aan het werk helpt, dan dient onze economie voor deze mensen ook de consequenties te dragen. Dat betekent dat deze mensen bescherming dienen te
krijgen en de voorwaarden voor een menswaardig bestaan.
Tweede Kamerfractievoorzitter Thijs Wöltgens (PvdA) wond er eind
1992 geen doekjes om: ‘Bijna honderd jaar na de oprichting van de SDAP
57
blijkt het nog steeds nodig uitbuiting en rechteloosheid te bestrijden. Wetten
die met veel moeite tot stand zijn gebracht over een behoorlijk minimumloon,
redelijke werktijden en gezonde arbeidsomstandigheden, zouden in ons land
voor iedereen moeten gelden. De praktijk is helaas anders. Voor tienduizenden werknemers zijn deze wetten meestal theorie, omdat zij geen vergunning
hebben in ons land te verblijven, waardoor zij aan de willekeur van hun werkgever onderworpen zijn. Het vraagstuk van illegale vreemdelingen is daarom
in de eerste plaats het vraagstuk van illegale arbeid in een moderne
samenleving (...) Dat zijn de redenen waarom de PvdA vond en vindt dat het
ontmoedigen van illegale migratie eerst en vooral gericht moet zijn op het
bestrijden van illegale arbeid. Onder dit kabinet worden eindelijk stappen gezet
om dit te bereiken,’ aldus Wöltgens. 251
Hoe goed bedoeld ook, de woorden van Wöltgens waren een doekje
voor het bloeden. In 2006 zitten we nog steeds met dezelfde problemen; ze
zijn alleen groter geworden. Nederland bezit een reservoir van 200.000 illegale
arbeiders, voornamelijk uit Oost-Europa, Afrika en Azië. Zij vervullen de banen
waarvoor Nederlanders niet uit bed willen komen. Zij doen dat voor een
hongerloontje en zijn verder vogelvrij. Arbeidsvoorwaarden zijn er niet,
verzekeringen al helemaal niet. Premies voor sociale- en zorgverzekeringen
worden niet afgedragen, evenmin als oudedagsvoorzieningen, belastingen
worden ontdoken. De productiviteit van deze moderne slaven ligt hoger dan
van hun legale collega’s en ze werken gemiddeld langer dan tien uur per dag.
Alleen in het uiterste geval zullen zij wegblijven van hun werk in verband met
ziekte. En als hen iets overkomt, geeft niemand thuis: zij zijn ongewenst en
hebben slechts de status van een moderne slaaf.
De overheid komt niet in beeld in dit ‘schouwspel’ en wast de handen
steeds in onschuld. Zij speelt de rol van degene die het hoofd schudt en orde
op zaken komt stellen en mompelt ondertussen: ‘moeilijk, ingewikkeld, gecompliceerd…tja, EU-problematiek.’ Maar wat goed is voor de bedrijven, is goed
voor Nederland. Uiteindelijk wegen de baten op tegen de kosten.
Voor arbeiders uit de lagelonenlanden geldt Nederland als het ‘beloofde
land’. Illegale arbeiders verdienen hier altijd nog meer dan in hun thuisland.
Als zij hier al levend aankomen, wacht hen een deceptie. De arbeidsomstandigheden zijn slecht en ze lopen gevaren op het gebied van veiligheid en
gezondheid. Ze zijn de paria’s van onze samenleving. Illegale arbeiders zijn
niet alleen spotgoedkoop, ze zijn ook bereid alle werkzaamheden te aanvaarden en op elk gewenste dag en tijdstip – ook bij ziekte – te werken én
ontslag te accepteren.
De regering laat de immigratie en huisvesting over aan mensenhandelaren en huisjesmelkers. Voor alle extra’s worden illegalen nog eens extra
uitgeknepen. Voor het onderwijs aan de kinderen van deze arbeiders kunnen
de scholen een extraatje op het budget tegemoet zien. Bij ziekte zijn de
illegalen aan God en Allah overgeleverd en zij die de ziekte overleven, zijn
toevertrouwd aan de medemenselijkheid van enkele vrijwilligers en hulpverleners. Als zij toch klagen of problemen krijgen met de werkgever, woning-
58
verhuurder, schoolbestuur of ziekenhuis dan komt de regering (IND, Justitie,
Binnenlandse Zaken) plotseling in beeld. Uitzetting volgt.
Nederland accepteert deze situatie, profiteert en verrijkt. Er wordt
eenvoudig gesteld: ‘Nederland heeft altijd een grijze zone gehad, die houden
we ook altijd.’ De economie van de (kas)tuinbouw bewijst dit. En de overheid
staat het oogluikend toe. Want de vraag naar goedkope arbeidskrachten is
groot en de pakkans voor bedrijven is klein. Illegalen vervangen door legale
arbeiders heeft geen zin: er dienen zich spoedig weer goedkopere krachten
aan.
Beschermd door de regering en uit economisch belang houden
werkgevers de arbeid door illegalen in stand. Alleen in deze slaafse positie
kunnen deze werknemers gebruikt worden. Bijna een kwart van de sectoren
land- en tuinbouw, horeca, bouw, schoonmaak maken gebruik van deze
arbeiders zonder grenzen en zonder rechten. Werkgevers die illegalen in
dienst hebben zijn in sterkere mate schuldig dan mensenhandelaren maar
riskeren alleen een geldboete. Mensenhandelaren krijgen celstraffen. Onze
regering is zich bewust van de zeer belangrijke grote economische betekenis
die deze goedkope illegale arbeidskrachten voor de Nederlandse economie
hebben.
Het wordt tijd dat het bedrijfsleven in Nederland zich bewust wordt dat
de grenzen van de economie bereikt zijn. De vraag dient zich niet langer te
richten op het economische gewin, maar op de menselijke productiekant. Het
is aangetoond dat de stroom illegale arbeiders naar Nederland drastisch zou
afnemen, indien er geen werk meer aangeboden zou worden. De illegalen zijn
niet de oorzaak, zij zijn het slachtoffer. De oorzaak ligt bij het bedrijfsleven.
Industrieën en ondernemingen die illegale arbeiders aantrekken en voor zich
laten werken moeten streng bestraft worden, net als mensenhandelaren. Een
nieuwe, versneld ingevoerde wetgeving moet dit mogelijk maken. Een regeling
die in het verlengde daarvan ook particulieren zou moeten kunnen aanpakken
die illegale werknemers in dienst nemen. Tot 2006 is het de regering en
parlement met behulp van de rechterlijke macht en media gelukt om dit uit te
stellen
En alleen de overheid kan een dergelijke vicieuze cirkel doorbreken. Om
de bedrijven te achterhalen zou de Kamer kunnen besluiten om iedere illegaal
een tijdelijke verblijfsvergunning te verlenen, indien deze kan aantonen dat hij
of zij een bepaalde periode bij een bepaalde werkgever gewerkt heeft. Ook
dient geregeld te zijn dat de werkgever en niet het uitzendbureau alleen
verantwoordelijk moet zijn voor de controle op de verblijfsstatus van de werknemer. Dit betekent dat deze arbeiders niet door de overheid gestraft zouden
worden, maar diegenen die het arbeidsreservoir van illegalen in stand houden,
met name de bemiddelaars, de werkgevers en de overheid zelf.
Op een ander manier gebeurt er niets. In deze problematiek van vraag
en aanbod rest maar een ding: het uitschakelen van de vraag. Alle pogingen
om het aanbod te keren zijn totnogtoe mislukt.
59
De schrijnende situatie van illegale arbeiders valt blijkbaar niet onder het
normen- en waardenbeleid. Zij zijn vogelvrij en worden uitgebuit. Uiteindelijk
worden niet de bedrijven in Nederland afgeschilderd als de boosdoeners,
maar de economische vluchtelingen. Nederland moet zich schamen. En
beteren. De overheid voorop.
60
4
4.1
Illegalen leveren geld op: mensensmokkel
Nederland en de smokkel van illegale arbeiders
In de Europese Unie verdienden de mensenhandelaren tussen 1997 en 2001
ruim 118 miljoen euro aan hun activiteiten. Een kwart van deze handelaren is
van Nederlandse afkomst. 252 De SIOD is al jaren op de hoogte dat ‘duizenden
mensen die via criminele organisaties vanuit West-Afrika in Nederland zijn
terechtgekomen, hier dusdanig worden uitgebuit, dat er sprake is van moderne
slavernij.’ 253
Op 16 maart 2005 bood het Nederlandse Informatie- en Analysecentrum
Mensensmokkel (IAM), onderdeel van het Korps Landelijke Politiediensten,
zijn rapport Mensensmokkel in beeld aan het landelijk parket van het Openbaar Ministerie aan. In dit rapport stond onder meer dat de luchthaven
Schiphol nog steeds een belangrijke rol speelt bij de mensensmokkel naar de
EU. Van twaalf bekende luchtsmokkelroutes naar de EU eindigen er volgens
de politieorganisatie Europol vijf op de nationale Nederlandse luchthaven
Schiphol. 254 Begin 2005 werd bekend dat vooral het luchthavenpersoneel een
belangrijke rol speelt in het binnenloodsen van illegalen. In de afgelopen vijf
jaar zijn 675 werknemers aangehouden voor mensensmokkel. Zij hielpen
vermoedelijk duizenden illegalen ons land in. 255
Ons land is tevens een doorvoerland van illegale werknemers naar
andere delen van Europa. Een substantieel deel van de illegalen in Nederland
zijn door mensensmokkelaars Nederland binnengehaald. Voor deze diensten
worden bedragen betaald tussen de 10.000 en 50.000 dollar. 256 Zo nu en dan
worden er organisaties van mensenhandelaren opgerold. In 2003 ontmantelden de Amsterdamse politie en de Koninklijke Marechaussee een groot netwerk. Er werden 46 mensen gearresteerd. De organisatie bestond uit Roemenen en Nederlanders. 257
Er zijn zeer veel smokkelorganisaties die verschillende bedragen
vragen. Onderling beconcurreren ze elkaar, soms met vuurwapens net als de
drugsdealers. Begin jaren tachtig werden om deze reden twee Sikhs met
zwaarden vermoord en van een hoge flat naar beneden gegooid. Na zijn straf
uitgezeten te hebben werd één van de daders patiënt in mijn praktijk. Misschien was de illegaal in Nederland verblijvende Sukdev Singh wel een van
zijn klanten. Sukdev woont sinds 1995 in Amsterdam. Hij betaalde een smokkelorganisatie in India 5.000 euro voor een visum en een vliegticket naar
Moskou. Per vrachtauto werd hij via Polen en Duitsland in Nederland afgeleverd. 258
Nederland is ook het centrum voor smokkel van illegale Chinezen naar
Engeland. 259 Onderzochte zaken maken duidelijk dat doorgaans de personenauto het meest gebruikte transportmiddel van mensensmokkelaars is, gevolgd
door de veerboot naar het Verenigd Koninkrijk. Daarna komen de trein en het
vliegtuig. De betaalde reissommen die door Chinezen betaald worden lopen
uiteen van 1.000 euro tot boven de 20.000 euro. 260
61
Na het Dover-drama met de gruweldood van 58 Chinezen in juni 2000
had men de verwachting dat een streng beleid gevolgd zou worden door een
hardere aanpak en hoge straffen. Zodat op zijn minst een ontmoedigend effect
bereikt zou worden bij mensensmokkelaars en hun klanten, want net als
drugssmokkel blijft het een lucratieve business. Bijna drie jaar later is die hoop
ijdel gebleken. In maart 2003 werd in Rotterdam weer een bende opgerold en
het zal de laatste niet zijn. De Chinese klanten hadden vooruit moeten betalen.
Als tegeneffect bleek alleen de prijs omhoog te zijn gegaan. Volgens sommige
betrokkenen van 15.000 tot 20.000 duizend dollar naar soms wel 30.000
duizend of meer. 261
4.2
Mensenmokkel: vraag en aanbod op de markt
De voormalige hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie, Eric Nordholt,
liet zich in 2004 als volgt uit over het illegalenbeleid: ‘Als het aantal asielzoekers terugloopt, denk jij dan dat er ook minder illegalen komen? Welnee, je
kunt toch zonder problemen in deze stad illegaal zijn? Je kunt hier gewoon
binnenkomen, dat laten wij toe. Er ontstaat pas een politiek probleem als je
iets kunt meten. En illegaliteit kan je niet meten. Dus doen ze net alsof het er
niet is en tellen ze alleen het afgenomen aantal asielzoekers, en dat is dan
hun succesnummer.’ 262
Waarvoor ex-hoofdcommissaris van politie Nordholt in 2004 waarschuwde kwam een jaar later uit. De bovengenoemde mensensmokkelanalisten (rapporteurs) meldden in maart 2005 dat de smokkel van mensen
naar Nederland sterk was afgenomen. Dat leidden zij af uit de scherpe afname
van het aantal asielzoekers. En verder zagen ze wel een lichte toename van
het aantal illegaal in Nederland verblijvende personen. 263
Illegale activiteiten als drugshandel, gokken, prostitutie en mensensmokkel voegen drie miljard euro aan waarde toe aan de Nederlandse
economie. Dat was in september 2005 de conclusie van een studie van het
CBS. 264 In 1995 was de omvang van de illegale economie nog geschat op 2,2
miljard euro. 265 Een deel van de economische vluchtelingen in Nederland
worden sinds decennia met behulp van mensensmokkelorganisaties Nederland binnengeloodst.
In oktober 2004 heeft de marechaussee een paar KLM-medewerkers
aangehouden die samenwerkten met een bende voor mensensmokkel. Ze
waren belast met het inchecken van passagiers en de afhandeling van bagage
en brachten illegalen via een personeelsdoorgang het land in. Er zijn tientallen
paspoorten in beslag genomen. De KLM meent dat dergelijke misstanden niet
volledig zijn uit te bannen. 266
Zolang de EU behoefte heeft aan goedkope arbeidskrachten om haar
concurrentiepositie op de wereldmarkt te behouden en te verbeteren, zullen de
deelstaten een veilige haven zijn voor arme illegale burgers uit niet-westerse
landen en uit Oost-Europa. Door de uitzichtloze situatie in hun thuislanden en
62
de betere kansen in het Westen om te kunnen overleven, blijft het bedrijfsleven in West-Europa een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op
economische vluchtelingen. ‘De gedachte dat illegalen kunnen worden
uitgebannen en dat het werk dat ze doen massaal door legale werknemers
kan worden overgenomen, is niet realistisch. Er is vraag en er is aanbod; het
zijn de werkgevers die het vraagstuk mede in stand houden.’ 267
Handel- en smokkelbendes die illegalen naar Nederland halen, zorgen
ervoor dat bedrijven goed voorzien kunnen worden van goedkoop personeel.
Voor de economische groei zijn er meer goedkope krachten nodig om de
banen die onder erbarmelijke omstandigheden worden uitgevoerd, in te vullen.
Terecht weigeren de Nederlanders deze taken te verrichten. Slecht presterende en zieke of oude illegalen moeten dus vervangen worden. Een continue
aanwas van verse krachten is zeer belangrijk om onze economie draaiend te
houden.
In feite houden Nederlandse bedrijven de bendes van mensensmokkelaars in stand. Zonder afnemers in het bedrijfsleven hebben deze smokkelorganisaties geen bestaanszekerheid. Een groot deel van de in Nederland
werkende illegalen zijn voor grote bedragen Nederland binnengesmokkeld
door mensenhandelaren. Uit zes onderzoeken van de opsporingsdienst bleek
dat bendes uit Nigeria en Ghana vele miljoenen verdienen aan de uitbuiting
van illegalen. 268 Hoeveel miljoenen euro’s winst de werkgevers en de
Nederlandse economie aan de illegalen overhouden, werd door de SIOD niet
meegedeeld. De ABU schatte echter in 2004 dat het inzetten van illegalen
jaarlijks een bedrag van 630 miljoen euro oplevert voor bedrijven. Ondernemers verdienen dus het meest aan deze illegalen en zij zullen nooit in de
gevangenis terechtkomen.
In april 2005 meldde het ministerie van Sociale Zaken dat ruim een
kwart van de 1.665 bedrijven die in het eerste kwartaal van 2005 werden
gecontroleerd, gebruikmaakten van illegale arbeid. 269 De Arbeidsinspectie
legde deze bedrijven slechts boetes op voor een totaal van ruim vier miljoen
euro. 270 Dat zijn lage straffen. In wezen zijn deze voornoemde bedrijven
medeverantwoordelijk geweest voor het in gang brengen en houden van
strafbare criminele activiteiten. De Duitse vakbond IG Bau noemde de
bedrijven die deze spotgoedkope werknemers te werk stellen regelrechte
‘mensenhandelaren.’ 271
Mensenhandelaren behoren via het strafrecht aangepakt te worden.
Blijkbaar is onze regering zich bewust van de zeer belangrijke en grote
economische betekenis die deze goedkope illegale arbeiders voor Nederland
hebben. De vier miljoen euro boete is maar een schijntje in vergelijking met de
tientallen miljoenen winst die deze moderne slaven voor onze economie
opleveren.
63
4.3
Corruptie: ambtenaren ontvangen steekpenningen
Het meest schrijnende is dat de Nederlandse overheid soms ook zelf
betrokken is bij deze mensensmokkel. De hieronder genoemde gevallen zijn
daar voorbeelden van. Maar ook gevallen op ambassades in Suriname,
Nigeria, Sri Lanka en China zijn bekend. Vele zaken worden echter achter
gesloten deuren besproken of er blijkt voor de rechter dat er geen sluitend
bewijs geleverd kan worden. 272 Sommige processen leiden gelukkig tot
veroordelingen.
In 2003 eiste het Openbaar Ministerie 14,5 miljoen euro van een
vrouwelijke mensensmokkelaar uit Eindhoven. 273 Het zijn summiere berichten
van het Openbaar Ministerie of de rechtbank, waaruit de doorsnee burger de
achtergronden en mechanismen bijna nimmer te lezen zal krijgen. Een
smokkelorganisatie kan namelijk alleen functioneren als het justitieel- en
politieapparaat een oogje toeknijpt. Ook ambtenaren verlenen in ruil voor geld
hand- en spandiensten voor het binnensmokkelen van illegale arbeiders.
In de jaren negentig zijn er in Amsterdam gedurende ruim tien jaar
duizenden mensen aan een Nederlands paspoort geholpen. Met medewerking
van een aantal ambtenaren van de IND en het bevolkingsregister was het heel
eenvoudig om een schijnhuwelijk aan te gaan.
In oktober 1999 is er tegen twee hoge ambtenaren van de Immigratieen Naturalisatiedienst (IND) respectievelijk anderhalf en een jaar gevangenisstraf geëist wegens het aannemen van steekpenningen. P. van B., bij zijn
aanhouding plaatsvervangend hoofd van het uitzetcentrum Ter Apel, gaf toe
dat hij in juni 1997 een enveloppe met 25.000 gulden had aangenomen van de
Srilankees A.M. Deze had een dag eerder terecht gestaan als hoofdverdachte
in een omvangrijke mensensmokkelzaak.
De tweede verdachte, E.D., bij zijn arrestatie unit-manager van het INDregiokantoor in Arnhem en daarvoor hoofd grensbewaking, had naar zijn
zeggen geen geld aangenomen, al was hij bij het overhandigen van de
enveloppe aanwezig geweest. De vluchteling M. was er een aantal keer in
geslaagd groepen Srilankezen naar Nederland uit te nodigen, via de Nederlandse ambassade in Colombo. De reizigers bleven illegaal in West-Europa en
M. ontving voor zijn diensten enorme geldbedragen. 274
In 2000 deed de Rijksrecherche onderzoek naar het verstrekken van
valse visa via de politie te Eindhoven. Een politiemedewerker werd ontslagen.
Een Roermondse bedrijfsjurist zou hierover contacten hebben onderhouden
met de politie in de Brabantse stad. De visa werden verkocht voor 2.500
gulden per stuk. 275
In april 2001 werd in Amsterdam bekend dat drie andere ambtenaren
van de IND door het ministerie van Justitie aangehouden waren wegens
corruptie. De 42-jarige hoofdverdachte werkte al jaren bij de IND en besliste
over de toekenning van verblijfsvergunningen. Hij arrangeerde sinds 1997
schijnhuwelijken en vervalste samen met twee collega’s documenten. Het is
volgens Justitie niet bekend hoeveel illegalen door het drietal aan een
64
verblijfsstatus zijn geholpen. 276 Begin 2003 eiste de Haagse rechtbank twintig
maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegen een frauderende IND’er
die zijn functie had misbruikt. De officier van justitie achtte bewezen dat hij
valsheid in geschrifte had gepleegd. Hij zou ten onrechte een bezwaarschrift
hebben toegewezen. Tevens zou hij bemiddeld hebben bij schijnhuwelijken
waarvoor hij 15.000 gulden vroeg. 277
In februari 2003 werd een medewerker van de Vreemdelingendienst in
Brabant gearresteerd wegens corruptie. Hij zou buitenlanders in ruil voor
smeergeld aan valse verblijfsvergunningen hebben geholpen. 278 Een paar
maanden later was het wederom raak. Op 8 september 2003 ontsloeg de
politie Midden- en West-Brabant een 48-jarige medewerker van de Vreemdelingendienst. Hij zou illegalen tegen betaling hebben voorzien van verblijfspapieren. 279
De marechaussee hield op 16 november 2004 in Breda een medewerkster van de IND aan voor corruptie. De 46-jarige vrouw zou een Iraanse
asielzoekster hebben geholpen bij een poging illegaal Groot-Brittannië in te
komen. Ook een andere vrouw (41) werd opgepakt. De twee verdachten
hadden de asielzoekster voorzien van een vals Brits paspoort en geld voor de
overtocht. Zij zouden 5.000 euro opstrijken voor hun hulp. 280
4.4
Mensensmokkel: de schuldvraag
Het lijkt een zinloze vraag: bij wie ligt de schuld als het gaat om mensensmokkel? Toch mogen we niet vergeten dat mensensmokkel alleen gedijt
onder economische factoren. Illegale arbeiders in Nederland verdienen meer
dan in hun thuisland. Daarnaast heeft de Nederlandse economie behoefte aan
goedkope arbeidskrachten. Het is een markt van vraag en aanbod. Aan de
activiteiten van mensenhandel en –smokkel zelf wordt bovendien veel geld
verdiend. Door de criminele organisatie, maar ook door het gehele netwerk –
inclusief overheidspersoneel.
Bovendien houdt de markt van vraag en aanbod zichzelf in stand. De
ruim 200.000 illegale arbeiders die in ons land werken moeten regelmatig
vervangen worden door nieuwe aanwas, als zij oud, ziek of te duur geworden
zijn.
Ook door de economische groei in bepaalde sectoren moeten er nieuwe
groepen illegalen binnengehaald worden. Vele Nederlandse arbeiders zijn
alleen onder de bestaande CAO-voorwaarden bereid het werk te doen.
Werknemers uit de nieuwe Oost-Europese landen zijn duurder dan illegale
werknemers, gaan in staking en stappen met succes makkelijker naar de
rechter bij arbeidsconflicten, zoals in juli 2005. 281 Het product wordt daardoor
te duur voor de markt en zo’n bedrijfssector zou economisch gezien
opgeheven moeten worden. Alleen dankzij de lage uurprijs van de illegale
arbeider kan doorgeproduceerd worden.
65
Het binnenhalen van illegalen is alleen mogelijk als iedereen een oogje
toeknijpt: regering, parlement, Openbaar Ministerie, rechterlijke macht,
ambtenaren in binnen- en buitenland, media en enkele burgers. Legale
bedrijven zijn de afnemers van criminele organisaties en maken gebruik van
binnengesmokkelde illegalen. Meestal wordt geredeneerd vanuit het aanbod:
als die goedkope krachten zich niet hadden aangediend, had ik ze nooit voor
mij laten werken. Maar moeten we in dit geval juist niet economisch denken?
Is het niet zo dat als er geen vraag is, er ook geen aanbod wordt gegenereerd? En licht daar ook niet de schuldkwestie? Zijn de bedrijven niet de
grootste profiteurs en in feite hoofdschuldigen? En zonder de stille steun van
regering, parlement en media was het de werkgevers nooit gelukt om ruim
200.000 arbeiders onzichtbaar mee te laten draaien in onze maatschappij.
Alles wijst erop dat de overheid doelbewust de 200.000 illegalen
gedoogt om enkele economische sectoren winstgevend te houden. Zo nu en
dan wordt er een razzia gehouden indien de overlast in een bepaalde wijk te
groot wordt, of indien vakbonden uit concurrentieoverweging zich aan illegale
arbeid gaan storen. De overheid is zich er ook van bewust dat de meeste
uitgezette illegalen binnen twee maanden in Nederland terug zijn.
Het minste wat de overheid kan doen is de schijn van betrokkenheid
wegnemen. Naast mensensmokkelaars en –handelaren dienen werkgevers
van illegele arbeiders structureel en streng te worden aangepakt. Bedrijven
maken misbruik van werknemers zonder de hier te lande geldende normen en
rechten in acht te nemen. Op deze problematiek zal in het volgende hoofdstuk
worden ingegaan.
66
5
Illegalen leveren geld op: huisvesting
5.1
Illegale huurinkomsten uit illegaal werk
Als illegalen eenmaal in Nederland zijn aangekomen, dan dient er eerst huisvesting geregeld te worden. Liefst daar, waar de anonimiteit van de nieuwe
‘Euroburgers’ gewaarborgd blijft. In de grote steden kunnen zij doorgaans
ongestoord verblijven, omdat de sociale controle daar kleiner is. De volgende
fase van profijt dient zich dus aan: illegale huurinkomsten.
In opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting deed de Erasmus
Universiteit Rotterdam in 2004 onderzoek naar de huisvesting van illegalen.
De onderzoekers concludeerden dat de illegalen geconcentreerd wonen in 32
wijken in de vier grote steden en in bepaalde agrarische gebieden: ‘Kenmerken van een typische illegalenwijk zijn onder meer een zwak sociaal milieu, de
aanwezigheid van legale landgenoten en veel alleenstaanden, die vaak
illegalen blijken te huisvesten.’ 282 Tevens werd ‘geruststellend’ geconcludeerd
dat de tienduizenden illegalen niet de huizen inpikten van andere woningzoekenden.
Op 21 juni 2004 wilde een Kamermeerderheid dat minister Verdonk
illegalen strenger zou gaan aanpakken. Illegalen die weigerden om uit
Nederland te vertrekken, moesten door de rechter tot ongewenste vreemdelingen worden verklaard. Op die manier zouden ze sneller het land kunnen
worden uitgezet. Deze juridische omweg was nodig, omdat illegaliteit op
zichzelf in Nederland niet strafbaar is. De Kamer wil dat ook niet veranderen.
De fracties wilden dat tevens de huisjesmelkers die woonruimte
aanbieden aan illegalen, sneller konden worden onteigend. Volgens de politici
gaat daar nu vaak een jarenlange procedure aan vooraf. 283 Opvallend was
opnieuw dat de kern van de discussie niet werd aangesneden: zonder werkgever is er ook bijna geen illegaal in Nederland. Zouden naast de huisjesmelkers niet ook de werkgevers voor een deel ‘onteigend’ moeten worden?
‘Huisjesmelkerij is een groot probleem in de vier grote steden. In Den
Haag gaat het vooral om huisbazen die illegalen en tijdelijke arbeidskrachten
uit Oost-Europa op grote schaal in oude panden wegzetten. Ambtenaren van
de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) komen jaarlijks zo’n 250 van deze
huizen tegen. Ze zitten vaak met tien, vijftien man in een verwaarloosd pand,’
aldus de Haagse wethouder Norder, portefeuillehouder Wonen in november
2005. 284 En met betrekking tot zaken die bij Justitie lopen: ‘Huisjesmelkers
lachen. Een dwangsom van een paar duizend euro stelt niets voor als je
maandelijks 20.000 euro verdient aan zulke panden.’
Als het gaat om de huisvesting van illegalen door huiseigenaren en
kamerverhuurders, is in veel gevallen de vergelijking met onderduikende
joodse Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog op zijn plaats. Illegalen
betalen relatief veel geld en hebben geen rechten; de ‘helpende hand’ is in
veel gevallen in staat om geroerd te verklaren dat deze mensen toch ook recht
hebben op een plaats in de maatschappij. Maar als de huisjesmelkers op een
67
bepaald ogenblik de ruimte terug willen en de illegale bewoners niet binnen de
gestelde termijn de kamer kan ontruimen, worden de illegalen verraden aan de
politie. Het lukt de verhuurder bijna altijd zich er met een smoesje uit te
kletsen. En de te veel betaalde huur wordt niet teruggevorderd.
De overheid zal zich achter dit ‘beleid’ verschuilen vanuit het standpunt
door te stellen dat de situatie op deze wijze nog enigszins controleerbaar is en
dat illegalen anders geheel in een verborgen en criminele wereld onderduiken.
Het is een argument dat past binnen het Nederlandse gedoogbeleid: doe maar
liever niets. Het kost zo min mogelijk geld en het levert zo veel mogelijk op.
5.2
Ophokken in krotten
Minister De Graaf van Grotestedenbeleid bezocht in 2003 de Haagse wijk
Transvaal. Hij bekeek een kleine woning waarin veertien mensen onder
mensonterende omstandigheden woonden. De minister was geschokt en zei
dat de burgemeesters meer bevoegdheden zouden moeten krijgen om op te
kunnen treden tegen huisjesmelkers en illegale uitzendbureaus die verantwoordelijk zijn voor wantoestanden in illegale slaappanden. 285 De bewoners
van de Haagse wijk hebben tot op heden geen verandering kunnen constateren na het bezoek van de geschokte minister De Graaf.
In de eerste zes maanden van 2003 werden in Den Haag al bijna net
zoveel meldingen gedaan als in heel 2002: 527 tegenover 530. Weliswaar
maakt de gemeente sinds twee jaar met verhoogde inzet werk van het
probleem van huisjesmelkers die bedden verhuren voor soms 300 euro per
maand, maar voor een goede aanpak missen ze de steun van het Rijk om er
een einde aan te maken. 286 In 2002 deed de gemeente een aantal invallen in
panden waar soms tientallen mensen sliepen. In een groot aantal gevallen
ging het daarbij om illegaal in Nederland verblijvende Bulgaren die werkzaam
waren in de tuinbouw in het Westland. In heel 2002 werden slechts 41
woningen gesloten. Den Haag zei in september 2003 de strijd te hebben
aangebonden met de illegale verhuur van woningen. In dat jaar werd in 54
gevallen een woning gesloten wegens brandgevaar of ernstige overlast voor
omwonenden.
Mensen die niet voor een kamer in een woning in aanmerking komen,
moeten hun toevlucht nemen tot een bed in een kamer in een woning. In een
opgerold pand in Den Haag huurden ze een matras op een bed in een kamer
in een woning. Slapen gebeurde in ploegen. Wanneer je wakker werd, propte
je je matras onder het bed zodat de volgende zijn eigen matrasje kon neerleggen. Overal waar je keek, zag je bedden en een veelvoud aan matrassen.
Ruimte om te lopen was er nauwelijks, de weinige vrije ruimte werd vooral in
beslag genomen door elektrische kacheltjes. ‘Levensgevaarlijk,’ bromt
Herman, een van de inspecteurs van het Meldpunt Onrechtmatig Wonen. 287
‘Als er brand uitbreekt, zitten ze als ratten in de val (…) Wij sluiten panden
waar huisjesmelkers een goeie boterham aan verdienen. Ga maar na: als je
68
zestien man in een woning stalt en je vraagt aan iedereen 250 euro, dan
begrijp je dat ze niet blij zijn als wij de boel komen verzegelen (...) We treffen
soms dertig man aan in één woninkje, daar wil je echt de buurman niet van
wezen.’ 288
Ook in een aantal oude wijken in Rotterdam hebben deze problemen
zich de afgelopen jaren huizenhoog opgestapeld. In bepaalde buurten in
Delfshaven en Charlois is van dertig tot veertig procent onduidelijk wie de
bewoners zijn en met hoeveel mensen de woning wordt gedeeld. Op deze
adressen wordt een groot deel van de kamers op een niet-legale wijze aan
illegalen verhuurd, maar ook aan uitgeprocedeerde asielzoekers, alleenstaande minderjarige asielzoekers en Nederlanders die zich bevinden aan de
onderkant van de woningmarkt. 289
Bij het oprollen van een mensensmokkelbende in Rotterdam in maart
2003, stonden 46 mensen opeengepakt in drie kamers. De meesten hadden
de afgelopen dagen tegen elkaar aan zittend, of zelfs staand moeten
slapen. 290 Arie Kaptein, teamleider Kerntaken Woningtoezicht bij de
Gemeente Rotterdam is belast met het controleren van verblijfsinrichtingen.
Regelmatig controleert hij woningen die door illegalen bewoond worden. In
een woning treft hij soms drie tot 22 mensen aan. De woningen in de oude
stadswijken ‘kunnen kamertjes zijn met bedden en soms met stapelbedden en
soms met allerlei kookplaatjes in allerlei kamers. Levensgevaarlijke
toestanden als er brand komt,’ aldus Kaptein. 291
Sinds 2002 constateerde Kaptein dat er steeds meer verblijfsinrichtingen
met overbewoning bijkomen en dat er grotere aantallen bewoners verblijven.
De teamleider merkte dat deze grotere aantallen veroorzaakt werden door ‘wat
agrarische uitzendbureau’s die mensen plaatsen in het Westland om tomaten
en paprika’s te plukken. Die huren bij iemand dan een pand of één of andere
tussenpersoon. Die mensen worden er dan ingepropt voor zo’n 150 tot 200
gulden per week.’
Veel illegalen blijken dus aan een kamer of woning te komen via een
verhuurbureau. In Amsterdam zijn er ten minste negentig illegale bemiddelingsbureaus actief. Zolderkamers van nog geen twintig vierkante meter
worden voor achthonderd euro per maand verhuurd, sociale huurwoningen
voor vijftienhonderd euro. 292
In januari 2005 werd bekend dat er over een periode van 10 jaar (sinds
1995) door de inzet van de Amsterdamse actie Zoeklicht 1.200 illegaal
verhuurde huizen waren vrijgekomen. ‘Wij gaan ervan uit dat tien tot vijftien
procent van de goedkope huurwoningen illegaal wordt bewoond, op een totaal
van ongeveer 260.000,’ rekent Hans van Zijl, het interim-hoofd van Zoeklicht,
voor. ‘Dat komt neer op 25.000 tot 40.000 huizen.’ Een deel van de woningen
wordt bewoond door illegaal in Nederland verblijvende burgers. 293
In het RTL-Nieuws van 12 maart 2005 verklaarde een woordvoerster
van de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale dat er bij controle van
woningen in Amsterdam soms 45 stoelen gevonden worden. 294 Uitgebuite
illegalen uit Nigeria en Ghana die in veel gevallen niet meer dan twee euro per
69
uur verdienen voor ongeschoold werk in slachterijen, de schoonmaakbranche
en de tuinbouw, ‘kunnen alleen een stoel huren voor 150 euro per maand,’
aldus directeur Nico Laagland van de SIOD. 295
Mensensmokkelaars gebruiken in Amsterdam soms woningen voor
illegalen als tijdelijk verblijf, om de bewoners later naar een ander EU-land te
smokkelen. Als beesten worden de illegalen in kleine ruimten volgepropt.
Onderzoek naar een bende mensensmokkelaars leidde de politie op 19
oktober 2004 naar een adres in de Amsterdamse binnenstad dat als doorvoerwoning werd gebruikt voor illegale Chinezen. In een tweekamerappartement werden 21 illegalen aangetroffen. De vreemdelingenpolitie telde vier
vrouwen en zeventien mannen die in afwachting waren van hun overtocht naar
Engeland. In het kleine tweekamerappartement stonden stapelbedden, die
met schotten waren afgeschermd. 296
De Vreemdelingenpolitie in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag komt
met zekere regelmaat op adressen in vooroorlogse wijken, waar vijf tot tien
volwassen buitenlanders een etage delen. ‘In de Bijlmer is illegale onderhuur
de regel.’ 297 In 1996 woonden er alleen al in Amsterdam Zuidoost op circa tien
procent van de adressen mensen die er niet volgens het bevolkingsregister
behoorden te wonen. 298
Toch worden politie-invallen in Amsterdam Zuidoost pas sinds begin
2004 met een zekere regelmaat uitgevoerd. Sinds de jaren tachtig van de
vorige eeuw is de overheid al op de hoogte van de aanwezigheid van ruim
15.000 illegale bewoners in dit stadsdeel. De illegalen die voornamelijk
afkomstig zijn uit West-Afrika ‘worden door criminele bendes Nederland
binnengesmokkeld.’ 299 De meesten hebben een baan in een van de sectoren
van het bedrijfsleven. Er zijn kleine groepjes illegalen die op den duur voor
overlast zorgen, doordat zij zich ook met criminele activiteiten bezighouden.
Begin 2004 voerde de politie onder de codenaam ‘Spirit’ in drie weken tijd
twee invallen uit . Per keer deden ambtenaren in gemiddeld tien woningen een
inval. De eerste keer arresteerde de politie 52 en bij de tweede keer 58
illegalen uit West-Afrika. 300 Van een echt structurele aanpak kan hier dus geen
sprake zijn. De invallen dienen slechts als prikacties en voorzien de overheid
van argumenten om te kunnen zeggen dat ze situatie onder controle heeft.
In dat jaar zijn er geen invallen meer in de media gemeld. De acties
vinden meestal alleen plaats als de overlast de politie teveel klachten
bezorgen. Het resultaat: gemiddeld 5 tot 6 illegalen per woning bij twee
selectieve steekproeven van in totaal 20 woningen.
5.3
Conclusie
Opnieuw de economische factor die prevaleert: illegaal werk aan illegale
werknemers levert illegale huurinkomsten op. De illegale werknemers staan
van hun karige loon hoge huursommen af aan Nederlandse huisbazen. Het
geld blijft circuleren in de Nederlandse economie. De moderne slaven van de
Nederlandse samenleving worden verder uitgebuit.
70
De regering is zich ervan bewust dat illegale werknemers ook een dak boven
hun hoofd moeten hebben. Deze verantwoordelijkheid laten ze over aan de
huisjesmelkers. Sinds tientallen jaren zijn de regering, het bedrijfsleven, de
vakbonden en de media op de hoogte van de schrijnende situaties in de
huisvesting van illegale werknemers. Deze werknemers zonder papieren
verblijven ver verwijderd van de gegoede burgerij. Zij ‘houden zich voornamelijk op’ in de verpauperde wijken van de grote steden.
Van hun lage loon betalen de illegalen aan de huisjesmelkers gemiddeld
150 euro per maand voor een matras of een stoel. Ze wonen vaak met tien
man in een kamer en slapen op stapelbedden of delen hetzelfde bed. Er is
geen privacy, de woning is onhygiënisch en brandgevaarlijk.
Als afleidingsmanoeuvre doen ambtenaren – al of niet vergezeld van de
media – zo nu en dan een inval in een door illegalen bewoond pand. Zo’n actie
brengt dan wat rust in de buurt en geeft de bevolking het idee dat de overheid
haar uiterste best doet om op treden als het gaat om veiligheid.
De maatregelen van de Tweede Kamer om de werkgevers en huisjesmelkers aan te pakken zijn nooit effectief geweest, omdat ze weten dat
honderden bedrijven niet zonder goedkope arbeid kunnen functioneren. Dit is
zeer belangrijk voor de Nederlandse economie. Daardoor houdt het systeem
zichzelf in stand. Alleen de overheid kan dit doorbreken.
71
III
ILLEGALEN EN GEZONDHEIDSZORG
6
Balkenende versus Bakli: tweedeling in de gezondheidszorg
6.1
Illegalen en gezondheidszorg: een introductie
Illegalen behoren tot de onderklasse in Nederland. Zij vormen een uit noodzaak geschapen arbeidersgroep zonder rechten. Ze hebben onze dure gastarbeiders vervangen. Ze mogen in ons midden vertoeven, zolang ze onze
economie versterken. Ze draaien verborgen mee in de samenleving en werken
voor een schijntje. Ze worden ook nog eens uitgebuit voor bijkomende kosten
bij immigratie (mensenhandelaren), huisvesting (huisjesmelkers) en ziekte
(zelfmedicatie).
(Zieke) illegalen, de overheid, het bedrijfsleven (economie) en de
gezondheidszorg spelen een centrale rol binnen het maatschappelijke
onderwerp van deze studie. Voor niet-ingewijden is dit echter een complexe
materie. Het werkt zeer inzichtelijk om de ongefingeerde casussen van twee
zeer verschillende modelpatiënten op te voeren, namelijk die van de heren
Bakli en Balkenende. Onze premier Jan Peter Balkenende (geb. 1956) – een
hooggeplaatste legale zieke verzekerde – en de onbekende, onverzekerde
stervende illegale patiënt, de heer Khalid Bakli (1968-2002) waren beiden
een tijdlang als patiënt opgenomen in hetzelfde ziekenhuis in Capelle aan den
IJssel. Hun ziektegeschiedenissen zijn sprekende voorbeelden van de
onethische tweedeling in de Nederlandse gezondheidszorg.
6.2
‘Grenzeloos zieke’ Khalid Bakli sterft in IJsselland Ziekenhuis:
geen geld voor thuiszorg.
Juli 2002: Khalid Bakli, een 34-jarige onverzekerde illegaal die sinds jaren in
Capelle aan den IJssel woont met zijn Nederlandse vriendin Elisabeth Geeve,
is zojuist vader geworden van een gezonde zoon, Karim. Hij heeft net twee
maanden kunnen genieten van zijn zoontje als kanker bij hem wordt geconstateerd. De ziekte is al in een ver gevorderd stadium en curatieve behandeling (gericht op herstel) blijkt zinloos te zijn: er is niets meer aan te doen.
Sinds midden jaren negentig woonde de heer Bakli zonder verblijfstitel
in Rotterdam. Hij was onverzekerd tegen ziektekosten. Met de Nederlandse
Elisabeth Geeve woonde Bakli sinds 1998 gelukkig samen en in 2001 lieten zij
door notaris H. v.d. Waal in hun woonplaats een samenlevingscontract
opstellen. Op basis van dit contract probeerde hij een verblijfsvergunning te
krijgen. De patiënt had een voorlopige voorziening die geldig was tot 5
september 2002. Hij vervulde in de tussentijd gedurende korte of langere tijd
allerlei baantjes. Tot hij ziek werd. Ondanks de pijn wilde hij toch steeds bij
72
Elisabeth en zijn zoon Karim zijn. Op bepaalde momenten konden ze zich
binnen hun gezinsleven blij en gelukkig voelen.
Op 13 juli 2002 werd de heer Bakli in verband met algehele malaise,
braken, hoge koorts, gewichtsverlies en steeds erger wordende pijnen in de
rug, opgenomen op de interne afdeling in het IJsselland Ziekenhuis te
Cappelle aan den IJssel, onder verdenking van pancreatitis, of miliaire
tuberculose. Zijn toestand werd met de dag slechter. Nader onderzoek liet
aanwijzingen zien voor een maligniteit met uitzaaiingen. De primaire tumor
werd niet gelokaliseerd, maar pathologisch onderzoek van een botbiopt liet
een grootcellig carcinoom zien. De patiënt was niet meer te behandelen. De
doktoren besloten tot palliatieve (pijnbestrijdende) therapie.
Door zijn slechte toestand lag de heer Bakli op een kamertje alleen. Half
augustus was hij sterk vermagerd, volledig bedlegerig en hij kon niet meer
praten; als er wat gezegd werd kon hij nog wel reageren met zijn ogen en zijn
handen. Omdat de patiënt niet thuis kon sterven, verbleven zijn vrouw en zoon
elke nacht bij hem op een veldbed in zijn kamer. Mevrouw Geeve had toestemming gekregen hem te verzorgen. De grootste wens van de heer Bakli
was echter om naar huis te gaan en daar in zijn eigen omgeving te sterven,
met hulp van zijn vrouw, thuiszorg, hulpmiddelen, medicatie, pijnstillers en
zuurstof.
In verband met bewustzijnsdalingen heeft de heer Bakli niet veel meer
van zijn zoon kunnen herinneren. Hij kreeg elk uur een aantal liters zuurstof
via een neusslangetje. Daarnaast kreeg hij pijnstillers en andere medicatie via
een infuus en een morfinepomp.
Bakli was onverzekerd, maar de ziekenhuiskosten mochten in dit geval
uit het Koppelingsfonds vergoed worden. Toen de patiënt het gevoel kreeg dat
zijn einde naderde, verzocht hij de verantwoordelijken van het ziekenhuis om
naar huis te mogen om temidden van zijn vrouw, zoon en vrienden te mogen
sterven in de huiselijke sfeer die hem nog wat geestelijke kracht zou kunnen
bezorgen. 301 Het bureau voor de toewijzing van de indicatie voor thuiszorg had
in afwachting van een financiële oplossing het volgende plan opgezet:
• Thuiszorg Zellingen zou voor de dagelijkse begeleiding zorgdragen.
• De firma Hoekloos zou zuurstof leveren: kosten 521 euro per maand.
• De firma Provema zou het infuus en de morfinepomp leveren: kosten
minimaal 50 euro per dag en eenmalig 134 euro voor leveringskosten.
• Zorgnet zou specialistische verpleging verzorgen voor het hanteren van
de morfinepomp.
Daarvoor moest echter de Thuiszorg worden ingeschakeld. De heer Bakli was
echter onverzekerd en deze kosten konden niet vanuit het Koppelingsfonds
vergoed worden. Daardoor kon het ziekenhuis de heer Bakli niet overdragen
aan de Thuiszorg. Het ziekenhuis zelf kon deze kosten ook niet uit eigen
budget vergoeden. Ook de verschillende onderdelen van thuiszorg hadden
geen geld om deze kosten te dekken.
73
De transferverpleegkundige van het ziekenhuis, mevrouw E.B. van Daal,
had met alle betrokken instanties contact opgenomen om hulp voor thuis te
regelen, maar zij kreeg nul op het rekest. De heer Bakli was immers niet
verzekerd. Pas als er zekerheid zou bestaan over een financiële regeling
waren de instanties bereid om de gevraagde hulp te geven. Vervolgens werd
ik op 13 augustus 2002, als huisarts in Amsterdam Zuidoost en voorzitter van
de Stichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen (SRGA),
gebeld door het IJsselland Ziekenhuis om financiële steun voor de thuiszorgkosten.
De SRGA vond de bedeltocht van het IJsselland Ziekenhuis opmerkelijk.
Net als andere ziekenhuizen heeft ook het ziekenhuis in Capelle aan den
IJssel een potje met enkele miljoenen euro’s voor dubieuze debiteuren. En de
kosten van patiënt Khalid Bakli in dit ziekenhuis waren totnogtoe vergoed uit
het Koppelingsfonds; bovendien had de patiënt naar verwachting niet langer
dan tien dagen nog te leven. Toch was de niet-gesubsidieerde SRGA bereid
eenmalig 500 euro per direct over te maken. Zo hoopte ik de stervende Bakli
alsnog thuis te krijgen. Dit gebaar hielp niet. De maatschappelijk werker,
mevrouw Renee van der Hulle-Ossendrijver, en mevrouw de Ruiter van het
IJsselland Ziekenhuis gingen niet akkoord met het voorstel van de SRGA,
omdat volgens het Transferbureau van het ziekenhuis Thuiszorg Zellingen
niets met dat bedrag zou kunnen beginnen. 302
Vrijdagnacht 16 augustus 2002 om 02.00 uur is de heer Khalid Bakli
overleden. Financiële redenen maakten het onmogelijk om in de warme
huiselijke sfeer bij zijn gezin en vrienden te kunnen sterven. Zijn laatste wens
is niet in vervulling gegaan. Hij ging dood in de kille omgeving van zijn
ziekenhuiskamertje.
6.3
Premier Balkenende opgenomen in het IJsselland Ziekenhuis
In 2002, het jaar dat Khalid Bakli in het IJsselland Ziekenhuis stierf, was
premier Jan Peter Balkenende aanwezig in hetzelfde ziekenhuis om een
WHO-certificaat uit te reiken. 303 We mogen aannemen dat onze premier
daardoor op de hoogte is van het werk van de Wereldgezondheids (WHO) en
de kritiek die deze internationale organisatie heeft op landen die de rechten
van illegalen structureel schenden.
Eveneens in 2002 gaf de WHO het startsein voor een project dat zich de
komende jaren zal gaan richten op gezondheidsaspecten en mensenrechten
in relatie tot discriminatie- en migratievraagstukken. 304 Voor die gelegenheid
bracht de organisatie het pamflet 25 Questions and Answers on Health and
Human Rights uit. Het uitgangspunt van de 36 pagina’s tellende publicatie
werd gevormd door de stelling, dat ‘overheden wereldwijd meer rekening
dienen te houden met mensenrechten in hun volksgezondheidsbeleid’. Ik hoop
dat de premier ook hiervan kennis genomen heeft. De publicatie weerspiegelt
namelijk de actueelste ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten en
74
volksgezondheid en biedt daarmee, zo stelt de WHO, een handvest voor de
toenemende eisen en verplichtingen die zowel op beleidsniveau als in de
medische praktijk gelden. Belangrijke onderdelen zijn de toegang tot zorg en
medicijnen, het uitsluiten van discriminatie, de bescherming van zorgverleners
evenals faciliteiten en de toegang tot medische zorg tijdens (inter)nationale
conflicten. 305
Onze buurlanden herkennen het door de WHO aangehaalde probleem
en hebben al actie ondernomen. Zo heeft Duitsland op nationaal niveau een
brochure doen uitgaan onder artsen met de titel Medizin gegen Ausländerhass. Zoals de titel al doet vermoeden is het centrale thema dat het uitsluiten
van iedere vorm van discriminatie en vreemdelingenhaat de bescherming
dient van gezondheid en leven. ‘Artsen kunnen hieraan een belangrijke
bijdrage aan leveren’, zo verklaart de initiator, de Duitse afdeling van een
internationale artsenorganisatie. 306
Twee jaar nadat premier Balkenende het WHO-certificaat had mogen
uitreiken aan het IJsselland Ziekenhuis, kon hij zelf de proef op de som nemen
of de standaards in acht genomen werden. Hij zal positief zijn geweest. Toch
is er in 2006 nog weinig hoop op verbetering van de rechten van de zieke
illegale mens in Nederland. De mensenrechtenorganisatie Amnesty
International windt er in haar Jaarboek 2005 geen doekjes om en heeft kritiek
over de behandeling van asielzoekers en migranten in Nederland. 307
September 2004: Jan Peter Balkenende, een 48-jarige verzekerde
Nederlander en premier van Nederland, woont sinds 1999 met zijn vrouw en
dochter in Capelle aan den IJssel. Op de 14de van deze maand wordt hij
opgenomen in het IJsselland Ziekenhuis in zijn woonplaats met een ontsteking
aan zijn rechtervoet. De ontsteking blijkt zich zeer agressief te ontwikkelen,
maar ondanks het zeer ernstige ziektebeeld kon de particulier verzekerde
patiënt Balkenende het ziekenhuis na een maand verlaten: lopend met twee
krukken en thuisrevaliderend met adequate Thuishulp.
Het verloop van de infectie kende ernstige momenten door de ontwikkeling van osteomyelitis (botontsteking) en sepsis (bloedvergiftiging). Met een
mindere kwalitatieve zorg zou de premier kunnen komen te overlijden. 308 De
restverschijnselen van de voetoperaties die Balkenende moest ondergaan,
waren dankzij adequate en optimale revalidatie door deskundigen thuis goed
te genezen. Hij mocht het ziekenhuis verlaten en verder genezen in de warme
omgeving van vrouw en kind. Immers, door het niet ontbreken van financiële
middelen was de patiënt verzekerd van goede zorg. Als particulier verzekerde
en belangrijke patiënt werd de premier bedolven onder aanbiedingen van de
medische sector, waaronder thuiszorgwinkels. 309
6.4
Tweedeling in de gezondheidszorg
De ziektegeschiedenissen van de patiënten Balkenende en Bakli, beiden
opgenomen in hetzelfde Nederlandse ziekenhuis, illustreren het ware gezicht
75
van ons gezondheidszorgsysteem. Je zou verwachten dat onze welzijnsstaat
aan beiden dezelfde adequate zorg zou bieden. Net als premier Balkenende
had de illegale arbeider Bakli in Nederland een arbeidsverleden en had
daardoor een bijdrage geleverd aan onze economie. Toch gaf geen enkele
organisatie thuis toen hij in de huiselijke sfeer wilde sterven. Het Koppelingsfonds vergoedt geen thuiszorg en het IJsselland Ziekenhuis durfde haar potje
‘dubieuze debiteuren’ voor een stervende in dat jaar niet aan te spreken. Het
ziekenhuis en de Thuiszorg hebben geluk gehad dat de heer Bakli snel is
overleden.
Onze regering is al jaren op de hoogte van het ontbreken van adequate
medische zorg voor niet-verzekerde, zieke illegale arbeiders. Een onderzoeksrapport uit april 2005 van enkele medische instellingen en GGD’s bevestigt dat
het, ondanks het Koppelingsfonds, voor illegalen bijna onmogelijk is om toegang te krijgen tot passende zorg. 310 De twee casussen hierboven zijn
exemplarisch voor de wijze waarop onze regering en de medische wereld
onrecht in de gezondheidszorg accepteert en verzwijgt. Het beleid van onze
regering aan niet-westerse migranten is duidelijk: als je niet kan geven zal je
ook niet krijgen op het moment dat het medisch noodzakelijk is. 311
Grondwettelijk, ethisch en christelijk hebben we zeer veel mogelijkheden
in ons beschaafde Nederland om iedere patiënt op een humane manier te
kunnen behandelen. Deze normen en waarden blijken echter onder druk
komen te staan als de financiële aspecten om de hoek komen kijken.
In deze publicatie wordt uiteengezet hoe slecht de medische zorg in
Nederland geregeld is voor zieken aan de onderkant van de samenleving.
Premier Balkenende, die aan den lijve heeft moge ervaren wat het betekent
als je ziek bent, is nu aan zet. Na zijn ziekenhuiservaringen kan hij zijn
kabinetsleden en parlement beter leiden om duurzame acties te ondernemen.
Want ook de premier is van mening dat wij de maatschappelijke plicht hebben
om (structurele) maatschappelijke misstanden in de samenleving aan het licht
te brengen. 312 Bovendien verwacht ik, dat als hij de activiteiten van de WHO
ondersteunt, ook maatregelen in eigen land wil nemen als het gaat om
adequate gezondheidszorg voor iedereen. Ook voor ‘grenzeloos’ zieken.
76
7
Illegale arbeid en ziektekosten
7.1
Inleiding
Volgens het CBS verricht ruim 90% van de illegale werknemers in Nederland
betaalde arbeid. 313 Volgens eerder gedane schattingen zou dit aantal neerkomen op 180.000. Werkgevers verzekeren deze spotgoedkope arbeidskrachten niet tegen ziektekosten en vertikken het in de meeste gevallen de
medische kosten te vergoeden bij ziekte en ongevallen. Ook Amsterdamse
ziekenhuizen weigeren om financiële redenen zieke, illegale en onverzekerde
arbeiders de adequate zorg te geven die ze verzekerde legale patiënten wél
geven. Directies van zorginstellingen maken keer op keer duidelijk dat ze geen
geld hebben om de kosten voor een optimale hulpverlening bij onverzekerde
patiënten te dekken. De regering speelt de bal terug door te wijzen op het
‘Koppelingsfonds’, de post ‘dubieuze debiteuren’ en last but not least, op een
verhoging van de efficiëntie van hun zorginstellingen.
Vooral het laatste argument is eenvoudig te pareren door de post van
tientallen miljoenen euro’s, die deze instellingen op deze hulpverlening aan de
zieke illegale arbeider kwijt zouden zijn, te stellen tegenover de honderden
miljoenen euro’s die door efficiënter en zorgvuldiger beleid bespaard zouden
kunnen worden.
Melden illegale onverzekerde patiënten zich toch bij zorginstellingen of
artsen, dan lopen ze nog een zeker risico ook. Met zekere regelmaat schenden individuele artsen hun beroepsethiek door de Vreemdelingenpolitie te
tippen. De meeste hulpverleners zijn bovendien niet bereid om hun naastenliefde te tonen door bijvoorbeeld gratis of voor minder geld hun hulp aan zieke
illegalen aan te bieden. In een enkel geval lichten ziekenhuisbestuurders over
deze wantoestanden een tipje van de sluier op. Jammergenoeg is het voor de
betrokken onverzekerden dan al te laat.
In dit hoofdstuk wordt aangetoond dat ziekenhuizen veel spoedeisende
medische zorg beschouwen als niet-spoedeisend, om op deze manier de
plicht te kunnen ontlopen de medische hulp te verlenen die vereist is. Het is
opnieuw een voorbeeld van de ondermaatse wijze waarop medische zorg in
Nederland wordt gegeven. Door deze willekeur wordt de volksgezondheid in
gevaar gebracht. Om deze situatie te doorbreken is een tijdelijk nationaal
Waarborgfonds Ziektekosten Illegale Arbeiders (WZIA) noodzakelijk als
overgang naar een duurzame oplossing. Daarvoor kan het systeem van het
EU-lid Spanje als voorbeeld dienen, dat er wel in geslaagd is een adequate
controle te krijgen over de gezondheidsaspecten van alle illegale arbeiders. Dit
komt ten goede aan de medische zorg en aan de volksgezondheid. Een
besluit van regering en parlement is nodig.
77
7.2
Federatie van artsen (KNMG) en volksgezondheid:
kwalitatief inferieure zorg aan illegale arbeiders
De KNMG is een federatie van zes beroepsverenigingen van artsen. Al sinds
de oprichting in 1849 maakt de KNMG zich sterk voor het bevorderen van de
kwaliteit van de beroepsuitoefening én van de kwaliteit van de volksgezondheid. 314 Aan zieke illegale arbeiders wordt om financiële redenen meestal
kwalitatief mindere zorg verleend door artsen in de eerste en tweedelijn.
Volgens de regels en richtlijnen van de KNMG zijn artsen die zich hier aan
schuldig maken officieel in overtreding. Toch wordt deze handelwijze
algemeen geaccepteerd en in de openbaarheid óf niet, óf slechts op terughoudende wijze bekritiseerd. Met betrekking tot deze doelstellingen lijkt de
KNMG een papieren tijger te zijn. Maar al te vaak vertonen de activiteiten van
de artsenfederatie gelijkenis met een groep schapenherders die een kudde
hoedt van ‘veel geschreeuw en weinig wol’.
De KNMG omschrijft zelf haar werkwijze aldus: ‘Dat doen wij door in te
spelen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, door zelf beleid
te ontwikkelen en beleid van anderen te beïnvloeden, en door individuele
dienstverlening. We werken samen met de overheid, de politiek, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties, zorginstellingen en andere organisaties in de
zorgwereld. Dat samenspel moet leiden tot het optimaliseren van de gezondheidszorg en van het functioneren van artsen. Voor de arts, de patiënt en de
samenleving.’ 315 De federatie beweert dat hun beleid aansluit op de relevante
ontwikkelingen in de volksgezondheid, de zorgbehoefte en de
gezondheidszorg. Het beleid heeft echter geen effect gehad op de medische
zorg aan illegale werknemers.
In een brief aan de Tweede Kamer schreef de KNMG midden jaren
negentig dat ‘het uitsluiten van illegalen voor de meest voorkomende
medische voorzieningen (…) er toe [zal] leiden dat in de grote steden artsen
hun werk niet meer goed kunnen doen. De maatregel kan daarnaast een
gevaar betekenen voor de volksgezondheid omdat besmettelijke ziektes, zoals
tuberculose, niet meer op tijd worden gesignaleerd. Volgens de artsenorganisatie zal de Koppelingswet in met name grote steden tot effect hebben dat
artsen die zich het lot van ontheemden aantrekken hun werk niet meer kunnen
doen, omdat deze mensen voor de overheid niet bestaan. Het gevolg hiervan
is dat deze mensen geen recht hebben op normale medische zorg.’ 316 Bijna
tien jaar later blijkt dat de KNMG eenvoudig heeft berust in het gegeven dat
het parlement niets met de inhoud van deze brief heeft gedaan.
Uit de reactie van de KNMG op het onderzoek van de Commissie
Smeets van enkele jaren geleden blijkt bovendien dat de federatie zelfs geen
poging deed om de positie van onverzekerde illegalen te verbeteren. De
Commissie Smeets deed onderzoek naar alleenstaande minderjarige
asielzoekers (AMA’s). In maart 2004 werd het onderzoeksrapport aan de
minister van Justitie overhandigd. De KNMG was het met de opvatting van het
Rapport eens dat er ‘vanuit een medisch-ethisch perspectief geen gronden
78
aanwezig (lijken te) zijn om het begrip medisch noodzakelijke zorg voor
asielzoekers en illegalen verder in te perken dan de inperking die (…) al voor
alle (overige) ingezetenen voor Nederland geldt, en af te wijken van de praktijk
het bepalen van de noodzakelijkheid van de zorg geschiedt vanuit het principe
dat elke patiënt gelijk is.’ 317
De KNMG heeft met haar reactie aan de leden van Vaste Kamercommissie van Justitie in Den Haag in wezen het ondermaatse overheidsbeleid
met betrekking tot de medische zorg aan asielzoekers en illegale werknemers
goedgekeurd. Dit is verwerpelijk, omdat door dit overheidsbeleid de kwaliteit
van leven van vele mensen achteruit is gegaan, en is tevens het gevaar voor
de volksgezondheid toegenomen. We kunnen ervan uitgaan dat de KNMG van
het ondermaatse en niet-adequate beleid op de hoogte was. In dezelfde brief
van de KNMG aan de Kamercommissie stelt de federatie van artsen dat ‘de
afgelopen jaren de KNMG door een groot aantal artsen benaderd is die vragen
hadden over de medische zorg aan vreemdelingen (waaronder asielzoekers
en mensen die illegaal in Nederland verblijven). Deze vragen hadden en
hebben betrekking op de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor deze
mensen en op de medische aspecten van de procedures die zijn gericht op
het krijgen van een verblijfstitel. In dat kader hebben onder meer gesprekken
plaatsgevonden tussen het Bureau Medische Advisering (BMA) van de IND en
de KNMG, over de taak en verantwoordelijkheid van de voor het BMA
werkzame artsen.’ 318
Het minste wat de KNMG had kunnen doen is om vóór de reactie op het
rapport van de Commissie Smeets zelf een onderzoek te beginnen, maar dan
rechtstreeks. Dat wil zeggen: artsen, GGD’s en ziekenhuizen omzeilen en
interviews afnemen onder de asielzoekers en illegale werknemers in de
opvangcentra en daarbuiten. Overigens moet de beroepsgroep van artsen
door andere publicaties op de hoogte zijn van de knelpunten in de verleende
zorg aan illegale werknemers en de gevaren in de gezondheidszorg in
Amsterdam die in deze studie worden beschreven. De KNMG had dus ook
anticiperend onderzoek kunnen (laten) doen. Het overnemen van de signalen
en het implementeren van nieuw beleid met betrekking tot het medisch
handelen heeft niet plaatsgevonden.
Regelmatig komt de KNMG met manifesten, maar de uitvoering wordt
nooit geëvalueerd. Zo zijn de onderstaande passages van een in 2003
uitgegeven manifest een typisch voorbeeld van veel geschreeuw en weinig
wol. De KNMG bevestigt dat ‘arts en patiënt samen de kern vormen van het
primaire proces in de zorg en dat het handelen van artsen jegens een patiënt
en samenleving wordt bepaald door de uitgangspunten en normen van de
medische professie. Die uitgangspunten en normen, waarin het belang van de
patiënt centraal staat, zijn voortdurend in discussie.’ 319 Terecht wijst de KNMG
erop dat de ‘talrijke veranderingen in samenleving en gezondheidszorg de
vraag oproepen of deze uitgangspunten en normen nog wel toereikend zijn.’ 320
De formulering van deze zin impliceert dat deze vraag ontkennend beantwoord moet worden.
79
De KNMG geeft tevens toe dat ‘in het kader van deze ontwikkeling de kwaliteit
van de door artsen geleverde zorg en bereidheid van de arts en de medische
professie om verantwoording af te leggen een belangrijke rol spelen. Dit zijn
kwesties die ook in de samenleving als geheel onderwerp van uitvoerige
discussie zijn. Gewezen kan worden op de toenemende aandacht in het
publieke debat voor de kwaliteit van zorg en op het overheidsbeleid inzake de
kwaliteit van zorg en het toezicht daarop.’ 321 Het artsenorgaan stelt tevens dat
‘kwaliteit en verantwoording hoog in het vaandel staan van artsen en hun
organisaties. En dat naar de mening van de federatie KNMG artsen in de
discussie over kwaliteit en verantwoording in de gezondheidszorg het
voortouw behoren te nemen.’ 322
De organisatie vindt ook dat het kwaliteitsmanifest een uiting daarvan is
en dat het manifest de visie van de federatie KNMG op het kwaliteitsbeleid in
de gezondheidszorg bevat. 323 De KNMG: ‘Het manifest is zowel gericht op
artsen en hun professionele omgeving als op burgers, patiënten en andere
betrokkenen bij de zorg. Dit manifest richt zich op thema’s die relevant zijn
voor alle artsen, ongeacht hun specialisme. Het manifest beoogt bouwstenen
aan te dragen voor een moderne visie van de arts met betrekking tot kwaliteit
en verantwoording in de gezondheidszorg. Naar de samenleving toe wil de
KNMG hiermee verhelderen wat men van individuele artsen en van de
medische beroepsgroep mag verwachten. Dit manifest is de opmaat voor het
kwaliteitsbeleid van de federatie KNMG in de komende jaren. De KNMG is
graag bereid daarbij samen te werken met andere organisaties in de zorg.’ 324
Het bovenstaande illustreert dat de KNMG blijkbaar niet weet wat er in
het veld plaatsvindt. Artsen mogen bij hun beroepsuitoefening geen onderscheid maken tussen legale en illegale – en tussen verzekerde – en nietverzekerde patiënten. Met andere woorden, alle door de KNMG opgestelde en
aan alle belanghebbenden aangeboden manifestaties zijn ook van toepassing
op de zieke illegale arbeiders. De KNMG verkeert in de positie om herstructurering van de gezondheidszorg in gang te zetten. Dit instituut kan politici en
regeringen maken en breken. We moeten dus concluderen dat de leden van
de federatie zich nooit op een succesvolle, adequate manier hebben willen
inzetten voor kwalitatieve optimale medische zorg aan de illegale werknemers.
Nu is dus de overheid aan zet.
7.3
Toename ziekenhuisopname onverzekerden
De groep zieke illegale werknemers die het geluk hebben gehad om in het
ziekenhuis behandeld te worden, laten jaarlijks onbetaalde rekeningen achter.
De omvang van deze schadepost staat niet in verhouding tot de honderden
miljoenen euro’s overbodige en te voorkomen kosten die ziekenhuizen maken.
Ziekenhuizen hebben geld waarmee de kosten van de behandeling van nietbetalende patiënten, zoals onverzekerde legalen en illegalen, gedekt zouden
80
mogen worden. Dit is de pot ‘dubieuze debiteuren’. Indirect wordt de pot
‘dubieuze debiteuren’ opgebracht door de premiebetalers.
Een zorginstelling spreekt dit budget echter niet graag aan. Zodra de
reservepot wordt aangesproken, neemt de kredietwaardigheid af en wordt het
moeilijker een lening te sluiten om bijvoorbeeld meer bedden te kopen. 325 Bij
de verdeling van dit budget krijgen de Nederlandse onverzekerden bovendien
voorrang boven de illegale arbeiders. Het CBS onderscheidt drie groepen nietverzekerden. Voor een deel gaat het om dak- en thuislozen en alcohol- en
drugsverslaafden. In andere gevallen gaat het om principiële bezwaren of is
de verzekering opgezegd vanwege het uitblijven van premiebetaling. 326 In de
hoofdstad is de groep onverzekerden iets meer divers: naast illegalen wordt
een substantieel deel gevormd door zwervers, gestrande toeristen en Nederlanders die geen zorgverzekering sluiten uit oogpunt van religie of kostenbesparing. 327 Door de verwachte sterke toename van het aantal Nederlanders
zonder zorgverzekering (het nieuwe zorgstelsel is op 1 januari 2006 ingegaan)
zal het geld uit de pot ‘dubieuze debiteuren’ waarschijnlijk helemaal niet meer
bestemd worden voor illegalen.
De laatste officiële cijfers van het CBS laten zien dat er in 2004 in
Nederland 223.000 onverzekerden waren (1,4%). 328 Volgens Maarten Boon,
directeur Agis Zorgverzekeringen (Amsterdam en omgeving) waren in
november 2005 300.000 Nederlanders, een kleine 2% van de bevolking, niet
verzekerd tegen ziektekosten. Boon verwacht dat dit aantal medio 2006 zal
oplopen tot een aantal tussen de 500.000 en de 800.000 mensen. 329 Gaston
Sporre, topman Achmea Zorg, maakt dezelfde inschatting. 330 De vrees is dat
mensen de relatief hoge rekening die ze vanaf januari 2006 maandelijks
moeten betalen voor hun zorgpolis, zullen laten liggen.
In het VU medisch centrum (VUmc) te Amsterdam houden onverzekerde patiënten gemiddeld 1,5 van de 26 IC-bedden (minder dan 6 procent)
permanent bezet. Het bezettingspercentage ligt boven de 90%. Calamiteiten,
zoals de opname van een onverzekerde patiënt, veroorzaken volgens prof. A.
Girbes, afdelingshoofd van de IC, direct een belangrijke verstoring van
geplande operaties in. Bovendien moet het ziekenhuis in zo’n geval zelf voor
de opnamekosten opdraaien. 331
Het aantal ziekenhuisopnamen in Amsterdam van patiënten die onverzekerd zijn tegen ziektekosten neemt jaarlijks toe. Directeur Wiegman van het
Amsterdamse AMC meldt dat het aantal opnamen van onverzekerden in ‘zijn’
ziekenhuis tussen 1998 en 2002 is verdubbeld van 234 naar 477 per jaar. In
1999 lagen er in het AMC 318 mensen zonder verzekering in het ziekenhuis. 332 De helft was van buitenlandse afkomst. 333 De kosten voor medische
hulp aan onverzekerden in dat jaar stegen tot ruim drie miljoen gulden – een
toename met 36 procent. 334
In 2004 nam het AMC 588 onverzekerden op: 78 meer dan in 2003. Een
woordvoerder van het AMC zei dat de kostenpost in 2003 vijf miljoen euro
bedroeg. ‘Een deel van dat bedrag krijgen we terug van de zorgverzekeraars.
Maar ik verwacht dat we er ongeveer een miljoen euro bij inschieten’, aldus de
81
woordvoerder van het AMC. 335 De stijging was vooral het gevolg van het
afschaffen van de Bijzondere Bijstand waarop onverzekerden voordien
aanspraak konden doen. De pot ‘dubieuze debiteuren’ was in 2001 nog 43,6
miljoen gulden groot, in 2004 bedroeg de buffer 32 miljoen euro. 336
Een AMC-woordvoerder: ‘Het is niet zo dat vooral illegalen een beroep
doen op het ziekenhuis. Het aantal dak- en thuislozen dat medische hulp
zoekt, is enorm toegenomen. We zien ook kleine ondernemers bewust geen
ziektekostenverzekering afsluiten om de premies uit te sparen. Deze patiënten
komen pas hulp vragen als het echt niet anders kan. Dak- en thuislozen
kunnen verzekerd worden als ze een postadres hebben. Illegalen proberen
met hulp van familieleden de rekening te betalen. Gelukkig doet de zorgverzekeraar niet moeilijk met vergoedingen.’ 337
Het Lucas-Andreas Ziekenhuis in Amsterdam West bleef in 1999 zitten
met twee miljoen gulden aan onbetaalde rekeningen, een stijging van 40
procent. 338 Bij het Amsterdamse VUmc steeg het totaal aantal onverzekerde
opnamen van 196 in 1998 naar 275 in 2002, waardoor de verpleegkosten
opliepen van 700.000 euro naar 1,7 miljoen euro. 339
Vooral ziekenhuizen in de probleemwijken van de grote steden zijn veel
geld kwijt aan het behandelen van onverzekerde patiënten. Het Academisch
Ziekenhuis Rotterdam (AZR) zag de post dubieuze debiteuren groeien van 2,5
miljoen gulden in 1998 naar 3,2 miljoen in 1999, dat is 1 procent van het
ziekenhuisbudget. Van die 3,2 miljoen ging 60 procent op aan onverzekerde
illegalen, en 40 procent aan daklozen. 340 Volgens E. van Veen, hoofd
juridische zaken van het AZR, zijn er gewoon steeds meer onverzekerde
illegalen en daklozen, die makkelijker de weg naar het ziekenhuis weten te
vinden. 341
Minister Borst van VWS beklemtoonde in 1999 nog dat artsen nooit
medisch noodzakelijke hulp aan illegalen mogen weigeren. Ze zei dit naar
aanleiding van een incident met een illegale vrouw die uit zuinigheid een
operatie werd onthouden. Hierdoor moest later een been worden geamputeerd. 342 Van Veen ergerde zich aan de wijze waarop het werkelijke probleem
werd ontkend: ‘De minister zegt dat we alle noodzakelijke behandelingen
moeten doen, maar we krijgen niet alles vergoed en dat klopt niet. Of we doen
alles en krijgen het vergoed, óf we willen criteria van de politiek op basis
waarvan we patiënten mogen weigeren.’ 343
De ziekenhuizen laten hun artsen over het algemeen zelf beslissen of
een ingreep noodzakelijk is. Maar ze drukken hun personeel op het hart de
kosten scherp in de gaten te houden. ‘Bij onverzekerde patiënten vragen we
onze artsen langer na te denken’, zei M. van den Heuvel, hoofd zorgadministratie van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht (AZU). 344
Niet het ziekenhuis, maar de gemeenschap draagt de kosten. Ziekenhuizen zijn strikt genomen dus geen risicodragende partij, maar geven de
rekening door. 345 Daardoor ligt het probleem feitelijk niet bij de zorginstellingen
en maar gedeeltelijk bij de verzekeraars. De burgers betalen de rekening. Het
is dus de overheid die knopen moet door hakken, temeer omdat ‘pappen en
82
nathouden’ van het beleid ten aanzien van onverzekerde patiënten de
volksgezondheid verder in gevaar brengt.
7.4
Gezondheidszorg niet toegankelijk voor illegalen
Volgens de KNMG heeft de overheid op basis van de Grondwet de
eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg. ‘Laten anderen na hun
verantwoordelijkheid op dit gebied te nemen, dan is het in het publiek belang
dat de overheid ingrijpt. Dit vergt een inzichtelijke en werkbare verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheid en het veld. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij het veld. Verder is op grond van artikel 22 van de Grondwet de
overheid verantwoordelijk voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de gezondheidszorg. Deze verantwoordelijkheid moet eveneens worden opgevat als een
eindverantwoordelijkheid. De overheid heeft een belangrijke faciliterende taak
en behoort in te grijpen als zorgaanbieders in de praktijk niet aan de geldende
kwaliteitsnormen voldoen.’ 346
De monitoring van de gezondheidstoestand van illegalen door VWS in
1999 leidde tot een aantal aspecten en kritische aantekeningen. Bij benadering is 5% van het aantal inwoners in Amsterdam, Rotterdam illegaal. 347 VWS
geeft toe dat monitoring van de gezondheidstoestand van illegalen zeer complex is en dat dit mede komt door de grote onzekerheden over het aantal
illegalen, hun sociaal-demografische samenstelling en door het grote aantal
gezondheidsklachten (en zorgvoorzieningen) waarnaar gekeken kan
worden. 348 VWS is zich bewust dat monitoring van zieke illegale arbeiders
onder de maat zal blijven, omdat ze zoveel mogelijk uit de Nederlandse
samenleving worden geweerd. Als zij hulp zoeken, zullen zij dit bovendien zo
veel mogelijk doen zonder hun illegaliteit bekend te maken. 349
Al in 1995 rapporteerde de Nationale Raad voor de Volksgezondheid
(NRV) dat de feitelijke gezondheidssituatie van illegale vreemdelingen voor
een groot deel onbekend is. Op een enkel oriënterend onderzoek naar de
leefsituatie van illegalen na, kan alleen maar afgegaan worden op wat zich bij
de gezondheidszorg aandient. 350 Tot 2006 is er in de tussenliggende jaren niet
veel gewijzigd omtrent het bovenstaande.
De DIA / RIVM-onderzoekers hebben ‘uit de officiële beleidsdoelen de
volgende prioriteitenvolgorde voor een monitoringstrategie van de gezondheidszorg voor illegalen kunnen afleiden:
1. monitoring van de toegankelijkheid van medisch noodzakelijke zorg
(waarbij ook de planning van de omvang van de benodigde zorg en de
financiering daarvan een rol speelt);
2. monitoring van de bedreigingen die de gezondheidstoestand van
illegalen voor de volksgezondheid kan hebben;
3. monitoring van de gezondheidstoestand van illegalen zelf (als afgeleid
doel van de eerste twee prioriteiten en niet als onderdeel van een
83
monitoringstrategie gericht op de bevordering van de algemene
gezondheidstoestand van deze groep zoals bij de legale bevolking). 351
De bevindingen in deze studie zijn naar mijn oordeel een waardevolle, oriënterende aanvulling voor de bovenstaande monitoringstrategie van het DIA /
RIVM. Deze aspecten zullen door de betrokken instellingen (GGD en ziekenhuizen) om strategische redenen niet vermeld worden aan onderzoekers. In
het bijzonder de gevallen niet die met geen enkel officieel onderzoek achterhaald zouden kunnen worden.
Vooral het aantal consulten van zieke illegalen bij eerstelijnhulpverleners
(huisartsen, verloskundigen, apothekers, tandartsen) wordt om belastingtechnische redenen zo laag mogelijk opgegeven en tevens worden de consulten in
de meeste gevallen niet controleerbaar geregistreerd. De illegalen moeten
contant afrekenen en deze inkomsten zien de hulpverleners als een dekking
van bijvoorbeeld de extra skivakantie. Zo registreert het NIVEL, het nationale
onderzoeksinstituut voor onderzoek in de eerstelijnsgezondheidszorg, alleen
contacten van patiënten die in de betreffende huisartspraktijken staan
ingeschreven. 352
7.5
Koppelingsfonds
Het ‘Koppelingsfonds’ is door de regering in het leven geroepen om vooral de
vergoeding van medisch noodzakelijke hulp aan onverzekerde zieke illegalen
mogelijk te maken. Sinds de invoering van de Koppelingswet kunnen illegalen
geen aanspraak meer maken op het ziekenfonds. Artsen en apothekers die
illegalen helpen, krijgen de kosten vergoed uit het landelijke Koppelingsfonds.
Jaarlijks wordt er door de overheid ruim 5 miljoen euro in dit fonds gestort. In
de praktijk valt het vies tegen met het halen van de doelen van dit fonds. Door
de beperkingen en administratieve rompslomp wordt dit fonds niet of nauwelijks aangesproken.
‘De Koppelingswet die werd ingevoerd op 1 juli 1998, koppelt het recht
op allerlei gemeenschapsvoorzieningen aan de vraag of iemand legaal in
Nederland verblijft. Personen zonder verblijfsvergunning hebben daardoor
onder meer geen recht op ziekenfondsverzekering. Medisch noodzakelijke
zorg kan echter niemand worden geweigerd; niet volgens de wet en niet vanuit
ethische overwegingen. Daarom wordt er op het koppelingsbeginsel een
uitzondering gemaakt voor spoedeisende en andere medisch noodzakelijke
hulp. Om dat te garanderen, zijn door de minister van VWS twee maatregelen
getroffen:
1.
84
Voor eerstelijnzorgverleners, zoals huisartsen, verloskundigen en
apothekers, maar ook voor kraamzorginstellingen, is er jaarlijks
een budget beschikbaar ter compensatie van de bovenmatige
kosten voor onbetaald verleende medisch noodzakelijke zorg.
2.
Stichting Koppeling vraagt voor dat doel subsidie aan bij het
ministerie van VWS. In de wandelgangen wordt wel gesproken
over het Koppelingsfonds of Illegalenfonds. De regeling heet
officieel Regeling Stichting Koppeling.
Voor ziekenhuizen, revalidatiecentra en ambulancediensten is
binnen het eigen budget een voorziening opgenomen ter dekking
van de kosten van dubieuze debiteuren. Deze al jaren bestaande
regeling is sinds de invoering van de Koppelingswet eveneens
opengesteld voor kosten waarmee de instelling blijft zitten als nietverzekerde patiënten hun nota’s niet kunnen voldoen. De hoogte
van de voorziening kan jaarlijks in overleg met de verzekeraars
worden bijgesteld.’ 353
De Stichting Koppeling werkt nauw samen met regionale platforms, die
kunnen bestaan uit GGD’s, districtshuisartsenverenigingen, apothekers,
verenigingen van verloskundigen, tandartsenkringen en zorgverzekeraars.
Ieder jaar wordt door elk regionaal platform een onderbouwde begroting
opgesteld, waarin wordt gespecificeerd welke kosten de zorgverleners binnen
de desbetreffende regio denken te gaan maken. Doorgaans is de lokale GGD
verantwoordelijk voor het indienen van de aanvraag, het beheer van de
bijdrage en het vergoeden van de kosten. Als de aanvraag wordt goedgekeurd
door het bestuur van de Stichting Koppeling, dan ontvangt de regio een
voorschot van 50% van het toegezegde bedrag. Het tweede deel wordt
uitgekeerd nadat verantwoording is afgelegd over de besteding van de
bijdrage van het voorgaande jaar.
7.5.1 Uitvoeringsperikelen van het Koppelingsfonds
Een standaardprocedure voor de declaratie van de kosten vanuit het
Koppelingsfonds bestaat niet, omdat de werkwijze is afgestemd op de aard en
omvang van de regionale problematiek. 354 Daarnaast is de accuratesse en
efficiëntie van de GGD een voorwaarde voor het welslagen van het systeem.
Dat levert wel eens uitvoeringsperikelen op.
Zo dreigden apothekers in Amsterdam in oktober 2002 te stoppen met
het verstrekken van medicijnen aan illegalen, omdat hun declaraties door de
GGD niet of te laat zouden worden terugbetaald. 355 Een aantal apothekers
was er al mee gestopt, of eiste een contante betaling. Ze klaagden dat ze vaak
een halfjaar moesten wachten op betaling. Hun declaraties zouden bij de
gemeentelijke gezondheidsdiensten verzanden in de bureaucratie. De
Amsterdamse apothekers declareerden samen 40 duizend euro per maand.
‘Vaak duurt het vier tot zes maanden voordat apotheken hun geld
terugkrijgen,’ zei Rein Sasburg, directeur van de koepelorganisatie van 97
apotheken in Amsterdam en omgeving. De norm is twee maanden. ‘We klagen
85
hier al een jaar over,’ zei Sasburg. Ongeveer vijftien Amsterdamse apotheken
hebben veel met illegalen te maken. 356
7.5.2 Effecten Koppelingswet door TNO en NIVEL onjuist geëvalueerd
Na de invoering van de Koppelingswet in 1998, die onder meer beoogt zieken
zonder geldige verblijfsvergunning te weren uit de gezondheidszorg, kunnen
illegalen haast geen gebruik meer maken van de gezondheidszorg. Over dit
onderwerp wordt de buitenwereld onjuist geïnformeerd. De feiten zijn in
tegenspraak met de resultaten van het onderzoek dat het Utrechtse instituut
Nivel in 2001 heeft gedaan naar de gezondheidsklachten van illegalen. 357
Nivel meldde via onder andere het NRC Handelsblad het volgende bericht:
‘Illegalen maken ondanks de invoering van de Koppelingswet vrijwel onbeperkt
gebruik van de gezondheidszorg. Zij weten tijdig de huisarts te vinden.’ 358
De toonaangevende en gezaghebbende krant maakte kritiekloos melding van dit persbericht. Het onderzoek verdient niet het predikaat wetenschappelijk en kan niet serieus genomen worden. De stelling was echter koren
op de molen van politici en medici en zal door hen nog steeds met tevredenheid geciteerd worden; burgers zullen aan de uitspraken een aangenaam
solidariteitsgevoel overgehouden hebben. Kritiek zal er dan ook uit de onderzochte doelgroep niet snel komen: de onderzoekers zijn zich bewust van het
feit dat de illegale arbeiders geen mogelijkheid tot inspraak hebben.
Bovendien is het Amsterdamse segment van de doelgroep bij dit onderzoek niet gehoord. Slechts de hulpverleners en ziekenhuis-medewerkers die
de illegalen hulp zouden moeten verlenen, zijn (voor een groot deel schriftelijk)
betrokken geweest bij het onderzoek. Het zijn juist deze mensen die vaak
besluiten om een zieke illegaal niet te helpen of niet die kwalitatieve optimale
hulp te verlenen die op dat moment noodzakelijk is en verleend zou worden bij
een verzekerde patiënt.
In opdracht van VWS voerde het Nivel onderzoek uit naar de gezondheidsklachten van illegalen. Het onderzoeksinstituut liet huisartsen en spoedeisende hulpafdelingen van ziekenhuizen verspreid over het land, al hun
contacten met illegalen nauwkeurig registreren. In dit onderzoek beperkte
Nivel zich tot de hulpverleners en ‘vergat’ de verkregen informatie van de
hulpverleners te verifiëren bij de illegalen. Omdat de illegalen niet zelf zijn
gehoord door de onderzoekers is dit onderzoek waardeloos. De hulpverleners
en ziekenhuizen hebben er namelijk alle belang bij om hun toegankelijkheid
voor niet-verzekerde illegalen zo gunstig mogelijk aan de onderzoekers voor te
spiegelen. Ze zouden anders namelijk in problemen kunnen komen met de
publieke opinie en de IGZ.
Uit het onderzoek concludeerde het Nivel in oktober 2001 dat beperkte
toegang van illegalen tot medische zorg niet of nauwelijks leidt tot extra
gezondheidsrisico’s en dat illegalen wel ernstiger klachten hebben dan
anderen, maar meestal op tijd naar een arts gaan. Tevens maakte het Nivel
86
bekend dat illegalen aan weinig ziekten leden met een hoog besmettingsrisico
voor de bevolking. ‘De risico’s vallen dus mee,’ zei onderzoeksleider D. de
Bakker van het Nivel. 359 ‘Medici dachten niet dat klachten van illegalen ernstiger waren dan van anderen.’ De consequenties moeten niet worden overdreven, vond hij. ‘Echt gevaarlijke aandoeningen komen maar sporadisch
voor. Dus er lijkt mij geen reden tot zorg,’ zei de Bakker.
Het onderzoek meldde verder: ‘Illegalen komen meestal op tijd (niet te
laat, niet te vroeg) bij hun arts en bij de Eerste Hulp. Hun klachten zijn relatief
vaak van psychische aard. In weinig of geen gevallen is sprake van “importziekten” of andere aandoeningen die een risico voor de algemene bevolking
vormen’. De Bakker concludeerde voorts dat de Koppelingswet er niet toe
heeft geleid dat de gezondheidszorg ontoegankelijk is geworden voor
illegalen. Ook zag hij geen aanwijzingen dat er onvoldoende hulp werd
geboden. 360
TNO Preventie en Gezondheid concludeerde in juli 2001 eveneens dat
illegalen niet of nauwelijks geweerd worden door de gezondheidszorg uit
financiële overwegingen. 361 En tevens dat zorginstellingen en artsen afdoende
kanalen hebben om deze zorg vergoed te krijgen. TNO constateerde ook dat
de vergoeding van de ziekteksten vanuit het Koppelingsfonds goed verliep,
evenals de boekingen onder de post ‘dubieuze debiteuren’ in ziekenhuizen.
Merkwaardig is wel dat TNO een jaar eerder nog het tegenovergestelde
concludeerde in een onderzoek naar de hulpverlening aan illegalen, eveneens
gefinancierd door het ministerie van VWS. Begin 2000, twee jaar na de introductie van de Koppelingswet, onderzochten artsepidemioloog dr. S. Reijneveld
van TNO Preventie en Gezondheid en gezondheidswetenschapper mevrouw
L.van Herten de toegankelijkheid van de zorg voor illegalen. Naar aanleiding
van een enquête onder 1.148 huisartsen en interviews met tientallen artsen,
tandartsen, ziekenhuisbestuurders en verloskundigen bleek dat zij ongerust
waren. 362 Hun rapport Toegankelijkheid van zorg voor illegalen liet zien dat de
zorg voor zieke illegalen te wensen overlaat. ‘Dat brengt gezondheidsrisico’s
met zich mee en mogelijk gevaar voor de volksgezondheid verwacht
Reijneveld. Denk aan onbehandelde diabetes of HIV-besmetting (…) Wat de
gevaren voor de volksgezondheid zijn, weten we niet precies. Maar ik sluit niet
uit dat psychiatrische problemen of besmettelijke ziekten een groot probleem
zijn. Hoeveel illegalen bijvoorbeeld niet voor tuberculose zijn behandeld, is
immers onbekend’. 363 Uit angst voor uitzetting durft de illegaal vaak ook pas
laat hulp te vragen. De zieke illegaal is afhankelijk van de inzet en inventiviteit
van de zorgverleners, was een van de conclusies in het rapport.’ 364
Het is onduidelijk hoe verschillende onderzoeksgroepen in zo’n korte tijd
tot verschillende conclusies kunnen komen. Daarbij zijn met name de
uitkomsten van de twee TNO-onderzoeken (2000 en 2001) opmerkelijk. De
onderzoeksmethoden moeten dan ook zeer kritisch bekeken en vergeleken
worden. Waarom een jaar later de visie compleet anders ligt en ineens
overeenkomt met die van het Nivel is duister. Wiens brood men eet, diens
woord men spreekt?
87
De praktijkervaringen die in onderhavige studie worden gepresenteerd, liggen
overigens zeer dicht bij de conclusies van het TNO-onderzoek uit 2000. Naar
mijn mening zijn de conclusies van bovenstaande onderzoeken van TNO en
Nivel (2001) daarom een ramp voor de gezondheid van de illegalen en de
volksgezondheid, omdat ze door beleidsmakers van overheid en medische
instellingen als leidraad gebruikt zullen worden.
Dit inzicht wordt gedeeld door de Leidse huisarts Kea Fogelberg. Zij is
actief bij de hulpverlening aan illegalen, is bestuurslid van de werkgroep
‘Gezondheidszorg en illegalen’. Zij zegt het volgende: ‘Door de Koppelingswet
is de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor illegalen aanzienlijk
kleiner geworden. Bovendien creëert die wet een hetze tegen illegalen: door
een bepaalde groep mensen de meest basale rechten te ontzeggen wordt de
suggestie gewekt dat we hier te maken hebben met een inferieure groep. Ik
vind het een hele slechte zaak wanneer een overheid tot dit soort zaken
aanzet. Bovendien zorgt de Koppelingswet voor een onaanvaardbare
tweedeling tussen mensen met geld en mensen zonder geld.’ 365
7.5.3 Gevolgen van Koppelingswet rampzalig voor volksgezondheid
Een van de doelen van de Koppelingswet is om te voorkomen dat illegale
werknemers zich bij een ziekenfonds kunnen verzekeren tegen ziektekosten.
Doordat zij economisch afhankelijk zijn (geworden) van Nederland, zullen zij
zich hierdoor niet laten ontmoedigen. Feit is, dat zij zich pas in het uiterste
geval zullen melden bij hulpverleners. Door de uitvoeringsproblematiek van de
Koppelingswet is de medische zorg voor onverzekerde illegalen zelfs in deze
noodsituaties uiterst onzeker. De werkelijke gang van zaken blijft buiten het
zicht van de gemeenschap, doordat de gezondheidszorg én de patiënt niet
naar buiten zullen treden.
Vele illegalen konden zich vóór deze wet nog met behulp van bepaalde
‘loonconstructies’ van koppelbazen en met medeweten van werkgevers, laten
verzekeren tegen ziektekosten. Door de koppeling van loongegevens met de
gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie en het Vreemdelingen
Administratie Systeem, kan dat echter niet meer. Door de koppeling van de
Gemeentelijke Basisadministratie aan die van het Vreemdelingen Administratie Systeem is een nog onbekend aantal illegalen hun uitkering kwijtgeraakt;
ook kunnen zij geen aanspraak meer maken op basisvoorzieningen als
kinderbijslag, huursubsidie, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en
studiefinanciering.
Als de gedupeerden daar al geld voor zouden hebben, behoort ook het
afsluiten van een standaardpakketpolis bij een particuliere ziektekostenverzekering tot het verleden. Mensen die deze verzekering willen afsluiten,
moeten namelijk een geldige verblijfstitel hebben. Naar verwachting zal het
aantal niet-verzekerde illegalen de komende tijd alleen maar stijgen. Aan
medici de taak om ook die nieuwe groep onverzekerden de noodzakelijke
88
medische hulp te bieden. De meeste artsen doen dat niet en de enkelen die
wél hulp willen verlenen, ondervinden de grootste problemen om een adequate hulpverlening te kunnen realiseren.
Naast de gangbare klachten en ziekten heeft deze categorie burgers
ook te maken met specifieke medische problemen die in verband staan met
het land van herkomst, maar ook met hun slechte armoedige leef- en woonsituatie in Nederland. Deze patiënten lijden vaak aan een scala van specifieke
psychische klachten die moeilijk te behandelen zijn. Ze leven ver van familie
en vrienden die soms grote schulden gemaakt hebben bij mensensmokkelaars. De onzekerheid en de druk op succes is soms dodelijk. Ook de angst
voor onbekenden en hulpverleners om verraden te kunnen worden is ontzettend groot.
Maria van den Muijsenbergh, huisarts in Nijmegen, is voorzitter van de
werkgroep ‘Gezondheidszorg en illegalen’. Volgens Van den Muijsenbergh
kost het huisartsen sinds de invoering van de Koppelingswet nog meer moeite
dan voorheen om illegalen opgenomen te krijgen in een ziekenhuis. In de
memorie van toelichting van de Koppelingswet wordt expliciet gesproken van
een ‘levensbedreigende situatie’ waarbij artsen verplicht zijn om illegalen te
behandelen. Vele huisartsen weigeren illegalen te behandelen als er geen
sprake is van een levensbedreigende situatie. Dokter van den Muijsenbergh
noemt het voorbeeld van een illegaal in Nederland verblijvende patiënt met
een ernstig kaakabces, die werd doorverwezen naar een kaakchirurg. Deze
specialist reageerde furieus op het feit dat de huisarts een onverzekerde
illegaal naar hem doorverwees.
Doordat illegaal in Nederland verblijvende migranten niet vanzelfsprekend een beroep kunnen doen op medische zorg, blijven ook sluimerende
infectieziekten onopgemerkt. Daarmee komt de volksgezondheid in gevaar.
De Amsterdamse GGD is verantwoordelijk voor de bestrijding van besmettelijke ziekten in de hoofdstad. Al sinds het einde van de jaren tachtig zijn daar
verontrustende cijfers over de toename van het aantal besmettingen met TBC,
HIV-Aids en hepatitis-B bekend. Financiële en bestuurlijke problemen, en het
ontbreken van de wettelijk vastgelegde aansturing vanuit de gemeente leiden
ertoe dat deze cijfers in Amsterdam nog steeds schrikbarend hoog zijn.
7.6
Identificatieplicht
Vanaf 2006 is er een legitimatieplicht ingesteld voor patiënten van 14 jaar en
ouder die het ziekenhuis of de polikliniek bezoeken. 366 Later volgen ook
andere sectoren in de zorg. 367 Vanaf de jaren tachtig merkten ziekenhuizen,
en in mindere mate huisartsen, namelijk dat zieke illegale arbeiders incidenteel
medische hulp zochten met het ziekenfondspasje van een verzekerde vriend
of familielid. Soms werden er ook personalia gebruikt van een particulier
verzekerde vriend of familielid.
89
De reden is begrijpelijk en drieledig. Deze patiënten zijn bang gearresteerd en
het land uitgezet te worden. Ze weten dat het voorkomt dat lotgenoten door
hulpverleners verraden zijn aan de Vreemdelingenpolitie. Immers, een
uitgezette illegaal hoeft niet meer behandeld te worden. Dit bespaart geld, de
zieke illegaal verdwijnt gelijk uit beeld en levert geen eventueel gevaar meer
op voor de volksgezondheid in Nederland. Een tweede reden waarom een
illegale zieke zich uitgeeft voor een verzekerde patiënt, is het gebrek aan geld
om de behandeling contant af te rekenen. Dat wordt namelijk verlangd door de
huisarts en financiële administratie van het ziekenhuis. De derde reden is dat
er hulpverleners zijn die zelfs de betalende groep ‘particuliere’ illegalen niet in
hun patiëntenbestand willen opnemen.
Deze illegalen worden door een substantieel deel van de huisartsen en
ziekenhuizen geweigerd om onderzocht en behandeld te worden. En zonder
deze doorverwijzing van een huisarts naar de tweedelijn (zoals een
ziekenhuis) is het haast onmogelijk voor een illegaal om het ziekenhuis te
bezoeken.
Om tegen dit misbruik van gedeclareerde ziektekosten op te treden,
heeft de Nederlandse regering in 2005 een legitimatieplicht ingevoerd. Naast
de daarvoor bevoegde ambtenaren, mogen ook ziekenhuizen naar een geldig
legitimatiebewijs vragen. Er zijn tevens ziekenhuizen die een digitale pasfoto
op het ziekenhuispasje plaatsen, zoals in het OLVG te Amsterdam sinds
september 2005 gebeurt. 368 Het kabinet wil zo een stokje steken voor het
misbruik van ziekenfondspassen door illegaal in Nederland verblijvende
werknemers. 369
In het AMC mogen zieken thans een polikliniek bezoeken indien zij het
volgende kunnen meenemen:
• Een geldig legitimatiebewijs: paspoort, rijbewijs, toeristen- of
identiteitskaart.
• Verzekeringsgegevens, ook indien men particulier verzekerd is.
• Verwijskaart indien men ziekenfonds verzekerd is.
• Verwijsbrief van de doorverwijzend arts of specialist.
• Het AMC-ponsplaatje.
Indien een patiënt geen geldig verzekeringsbewijs heeft, of indien deze
contant wil betalen, dan dient men zich een uur voor de afspraak te melden bij
een bureau in het ziekenhuis.
7.7
Angst voor arrestatie: gevaar voor volksgezondheid
De KNMG wijst er terecht op dat de wettelijke legitimatieplicht patiënten
afschrikt, vooral illegalen (die zich niet kunnen en mogen verzekeren) en
mensen die een verzekering niet kunnen betalen. Deze mensen met een (ook
onschuldig lijkend maar) ernstig medisch probleem, maar zonder ‘pas’ durven
90
niet naar het ziekenhuis komen, of zij krijgen daar niet de zorg die zij op dat
moment nodig hebben. 370 KNMG-beleidsmedewerker mr. Rose Marie S.
Doppegieter: ‘Halen we hiermee dan niet een groter gezondheidsprobleem in
huis? Te denken valt aan de toename van infectieziekten die lange tijd niet
meer in Nederland voorkwamen. Of aan ernstige gezondheidsschade door
uitstel van bezoek aan de arts. En dat is héél erg duur.’ 371
Tijdens een interview begin 1996 met Rob Oudkerk, een in Amsterdam
werkende huisarts die tevens lid van de Tweede Kamer was, werd de volgende uitspraak van een patiënte opgetekend:
Ik durf niet naar het ziekenhuis want dan moet ik me legitimeren en dan
word ik geregistreerd, en misschien binnen een week opgepakt en het
land uitgezet.
Ook maakte eerdergenoemde huisarts en politicus melding van het
volgende geval:
Een vijf à zes maanden zwangere vrouw met wat bloedverlies en
buikpijn, hetgeen – normaal – geen levensbedreigende situatie was,
maar die wel een bedreigende situatie kon zijn voor de zwangerschap.
Maar zij durfde niet naar het ziekenhuis, om de doodeenvoudige reden
dat ze beducht was dat die artsen een soort opsporingsambtenaren zijn
in buitengewone dienst: ‘die ontdekken dus dat ik illegaal ben, en dan
moet ik het land uit. 372
Ziekenhuizen die patiëntengegevens verzamelen, handelen tegen het advies
en richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Begin
2003 heeft de NVZ zich verzet tegen verplichte legitimering door patiënten. Dit
druist lijnrecht tegen het wetsvoorstel van de minister van VWS in. 373 De VNZ
vreest dat patiënten, zoals bovenstaand geval zich niet meer bij een ziekenhuis durven te melden als zij zich moeten legitimeren. 374 ‘Deze manier van
werken staat haaks op de eed die de artsen hebben afgelegd, staat haaks op
de verplichting van ziekenhuizen om verantwoorde zorg te leveren en daarbij
de persoonlijke levenssfeer te beschermen’, aldus de NVZ. Iedereen, zo stelt
de vereniging, heeft recht op zorg. Ook patiënten die geen pasje hebben. 375
‘Binnen onze muren moet men zich veilig kunnen voelen’, zegt een woordvoerder (…) Als je die asielfunctie niet kunt waarborgen, ontstaan alternatieve
circuits en kunnen verwaarloosde infectieziekten sneller om zich heen
grijpen.’ 376 De angst voor endemieën is terecht. Door de naleving van de
nieuwe Wet op de Identificatieplicht zal een groep zieke illegale arbeiders met
besmettelijke infectieziekten onbehandeld blijven.
Restricties op het gebied van gezondheidszorg roepen weerstand op.
Fundamentele mensenrechten worden daardoor beperkt. Begin 1996 zei de
toenmalige minister van VWS, Borst, het volgende: ‘Illegaal is illegaal, maar
dat moet je dan weten te combineren met het adagium in de Nederlandse
gezondheidszorg dat wie zorg nodig heeft, die zorg ook krijgt. Punt uit.’ 377 Met
deze machotaal van een vrouwelijke minister werd zand in de ogen van
91
mensen gestrooid die geen weet hebben van de huidige praktijk in de
medische wereld. De vraag is tevens of mevrouw Borst zelf wel op de hoogte
was van de werkelijke situatie.
Politici en journalisten maakten zich ongerust over het feit dat als de
zieken geen paspoort of rijbewijs zouden kunnen laten zien, zij niet toegelaten
zouden worden. Ook waren ze de mening toegedaan dat de gevolgen van die
maatregel niet in volle omvang waren te overzien, maar dat ze verstrekkend
zouden zijn, stond wel vast. 378 Dat was niet alleen voor hen en voor hun kinderen zeer ingrijpend vond men, maar het schaadde op den duur natuurlijk ook
de volksgezondheid. 379 Politici en media waren blijkbaar volledig onwetend dat
dit beleid al vanaf 1984 door Amsterdamse gezondheidszorginstellingen werd
uitgevoerd en dat de Amsterdamse volksgezondheid daar al langere tijd de
negatieve gevolgen van ondervindt, vooral op het gebied van besmettelijke
ziekten als TBC, HIV-Aids en hepatitis-B.
Uit de rapportage en evaluatie van honderden medisch dossiers,
voornamelijk afkomstig uit mijn huisartsenpraktijk in Amsterdam, kunnen we
concluderen dat er vanaf de jaren tachtig tot heden ernstige structurele
oorzaken ten grondslag liggen bij Amsterdamse instellingen die verantwoordelijk zijn voor de infectieziektenbestrijding.
Door het nalatig handelen van medici, administrateurs, inspectie en
vreemdelingenpolitie (VWS, Justitie) verslechtert dus de gezondheid van
patiënten en hun omgeving. Alle belangrijke en verantwoordelijke autoriteiten
en instanties zijn al jaren op de hoogte, zonder dat er ingegrepen wordt om dit
onheil te keren. De IGZ weigerde maatregelen te treffen. Hierdoor is het
vertrouwen in de medische stand ernstig geschaad bij de groep patiënten die
leden of lijden aan (de gevolgen van) een verslechterde gezondheid.
Bij onveranderd beleid bestaat het gevaar op het uitbreken van grotere
epidemieën en sociale spanningen. Dit zal een duurzaam en legitiem
argument zijn voor de uitsluiting van bepaalde etnische groepen in alle
sectoren in de samenleving. TBC en andere besmettelijke ziekten hebben
altijd geleid tot ernstige sociaal-maatschappelijke gevolgen in de samenleving.
7.8
Verzekeren tegen ziektekosten voor illegalen vrijwel onmogelijk
In 1996 voerde ik als huisarts in Amsterdam Zuidoost een briefwisseling met
het ministerie van VWS over het uitsluiten van behandeling van illegale
patiënten door gezondheidszorginstellingen vanwege financiële redenen en de
medische problematiek die dat veroorzaakte voor individuele medici.
Volgens de toenmalige minister van VWS, Borst, en de andere leden
van het kabinet heeft de ‘Koppelingswet tot doel illegaal in Nederland
verblijvende vreemdelingen af te sluiten van toegang tot collectieve
voorzieningen, waaronder de sociale ziektekostenvoorzieningen. Hiermee
streeft het kabinet ernaar om de medische zorg die aan illegalen wordt
verleend niet ten laste te laten komen van de collectieve middelen. Een
92
uitzondering op deze regeling wil het kabinet laten gelden voor situaties waarin
sprake is van in acute medische nood geboden hulp aan illegalen, waarvan de
kosten niet kunnen worden verhaald op de desbetreffende illegaal of op
derden. Onder acute nood verstaat de regering situaties waarin sprake is van
ogenblikkelijk levensgevaar of een acute vitale hulpeloze toestand, waarbij
verlening van medische zorg niet kan worden uitgesteld zonder het leven of de
gezondheidstoestand van betrokkene ernstig in gevaar te brengen – dan wel
gevallen waarin een algemeen volksgezondheidsbelang is gemoeid.’ 380
Volgens de minister ‘ontneemt de Koppelingswet illegaal in Nederland
verblijvende vreemdelingen echter niet de mogelijkheid van een particuliere
ziektekostenverzekering (anders dan de in de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen bedoelde, zogeheten Standaardpakketpolis).’ 381 Vooral
dit laatste punt van de minister van VWS illustreert overduidelijk hoe treurig
het gesteld was met de praktische kennis van ons kabinet over de uitvoering
van regelingen. Minister Borst had zich niet eens de moeite getroost om na te
gaan of illegalen inderdaad de mogelijkheid hadden een particuliere ziektekostenverzekering af te sluiten.
Vrijwel alle particuliere ziektekostenverzekeraars weigeren namelijk
illegalen. In 1996 al nam ik de proef op de som. Ik benaderde enkele particuliere ziektekostenverzekeraars om voor illegale arbeiders een verzekering af
te sluiten. Zes maatschappijen stuurden een afwijzing, maar Univé Verzekeringen te Alkmaar leefde mee met de illegale patiënten en adviseerde mij om
de illegalen aan te melden bij OOM Verzekeringen te Den Haag. 382 Deze
maatschappij zou zijn gespecialiseerd in het afsluiten van verzekeringen voor
illegaal in Nederland verblijvende personen. Ik liet de polisvoorwaarden van
deze maatschappij opsturen en het advies van Univé bleek juist te zijn. OOM
Onderlinge Ziektekostenverzekering-Maatschappij had een Tijdelijke
Ziektekostenverzekering die bestemd was voor zowel inkomend als uitgaand
reis- en toeristenverkeer voor maximaal 12 maanden. Aan het eind van deze
periode kon een nieuwe verzekering worden aangevraagd.
Om de Amsterdamse illegalen de kans te bieden hun gezondheidsrisico’s te verkleinen – zoals de weigering van hulpverlening door medische
instellingen indien er niet contant betaald kan worden –, plaatste ik als
voorzitter van de Stichting Rechtsbescherming Allochtonen op eigen kosten
een advertentie in een Amsterdamse dagblad. Hierin wees ik illegalen op de
mogelijkheid om bij OOM Verzekeringen te Den Haag een ziektekostenverzekering te kunnen afsluiten. Vele illegalen hebben dit advies opgevolgd.
De directie van OOM Verzekeringen schakelde echter onmiddellijk de
Juridische afdeling van hun maatschappij in, in de persoon van mw. mr.
M.C.V. Daniëls, om alle mogelijke maatregelen tegen mij te nemen. Ik zou
namelijk geen toestemming hebben om de maatschappij via een advertentie
aan te bevelen. Deze strijd liep echter even snel af als deze was begonnen,
toen men merkte dat er geen grond voor een aanklacht bestond.
Maar ondertussen is het wel een trieste zaak: in Nederland kunnen
drugsgerelateerde ondernemingen zich tegen velerlei risico’s laten verzeke-
93
ren, maar mensen zonder een verblijfstitel worden geweigerd voor een
ziektekostenverzekering. Directeur A. Wiechmann van verzekeraar Interpolis
liet in oktober 2004 weten hennepkwekerijen te willen verzekeren; de maatschappij had al coffeeshops als klant. 383 Ook bestaat er sinds 1999 een ziektekostenverzekering voor honden en katten in Nederland. 384 Bijna 70.000 katten
hebben deze verzekering. Dier en Zorg is de grootste dierenverzekeraar van
Nederland. In maart 2005 had deze maatschappij bijna 64.000 beesten in
dekking. ‘We verkopen zo’n 500 polissen per week, dat is nog niet veel,’ zei
Walter Boer. ‘Maar het huisdier wordt belangrijker. Neemt soms zelfs de rol
van het kind over. Een beugeltje bij een hond is bijvoorbeeld al niet meer gek,
want dan kan hij beter kauwen. Zelfs een niertransplantatie bij een kat wordt
gedaan.’ 385 De maatschappij introduceerde op 1 april 2005 zelfs een
reisverzekering voor huisdieren (honden en katten). 386
Het onderscheid tussen mens en dier gaat verder. Huisdieren in de EU
kunnen sinds 1 juli 2004 op een eigen paspoort vrij reizen. Baasjes mogen
met hun hond, kat of fret door de hele EU gaan, wanneer deze in het bezit zijn
van het blauwe paspoort. 387 Het document voor gezelschapsdieren ziet eruit
als een echt paspoort. Op het blauwe omslag staat de Europese vlag met
twaalf sterren. Binnenin is zelfs ruimte gemaakt voor een foto. 388
7.9
Zo kan het ook: EU-lid Spanje maakt het mogelijk
Uit de hoek van de medische sector worden er soms kortdurend initiatieven
ontwikkeld om de door illegalen gemaakte medische kosten enigszins te
kunnen dekken. Zo ook in Groningen, eind jaren negentig. Huisartsen,
vroedvrouwen of tandartsen die in deze noordelijke provincie illegalen
medische zorg verstrekten, konden hun kosten vanaf september 1999
declareren bij een speciaal noodfonds. Het doel van het noodfonds was de
circa 500 vreemdelingen in Groningen te stimuleren gebruik te maken van de
gezondheidszorg, zodat bijvoorbeeld TBC of andere infectieziekten sneller
konden werden opgespoord. 389
Behalve in Nederland zijn bijvoorbeeld in Spanje eveneens immigranten
nodig om aan de vraag naar arbeidskrachten te voldoen. Ook de Spaanse
economie is namelijk afhankelijk van deze goedkope werkers. ‘En dankzij hen
kent Spanje sinds kort weer een groei én verjonging van de bevolking. In
Spanje mogen ook bewoners zonder een verblijfsvergunning zich tegenwoordig laten inschrijven in het bevolkingsregister van een gemeente. Deze
inschrijving bij de burgerlijke stand kan gebeuren zonder opgave van
adresgegevens en zonder uittreksel van het arbeidsregister, maar geeft de
illegale migrant recht op gratis medische hulp. 390 De regeling maakt de illegale
werknemer zichtbaar – hoewel deze volledig anoniem blijft – en heeft dus een
gunstig effect op een systematische duurzame medische zorg en op kwaliteit
van de volksgezondheid.
94
Daarnaast heeft Spanje beging 2005 aan één miljoen illegale arbeiders
een verblijfsvergunning verleend. Ze moesten aantonen dat ze minimaal zes
maanden in het land woonden en een arbeidscontract voor minimaal zes
maanden hadden. 391 Tussen 7 februari en begin april 2005 hadden al 300.000
illegale werknemers, waaronder Ecuadorianen, Roemenen, Marokkanen en
Colombianen, een verzoek ingediend om een legale status te verkrijgen. 392
Vanaf april 2005 zijn voor de laat- of nieuwkomers weer andere normen van
kracht. Om dan papieren te bemachtigen, moeten de buitenlanders twee jaar
in Spanje verblijven en één jaar gewerkt hebben. Spanje hoopt op deze
manier ook een beter zicht op de niet aflatende stroom buitenlanders te
krijgen.’ 393
Volgens sommige gegevens is het aantal buitenlanders zonder papieren
in Spanje nog groter. Een eenvoudige rekensom laat dat zien: trek van het
aantal immigranten (van buiten de EU) dat over papieren beschikt, zo’n 1,6
miljoen, af van het aantal dat bij de gemeenten in het bevolkingsregister staat
ingeschreven, 3 miljoen: blijft dus over een totaal van 1,4 miljoen. Onder de
vorige Spaanse regering werden honderdduizenden immigranten gedoogd,
maar niet gelegaliseerd. Zoals de praktijk in Nederland ook al sinds decennia
is.
‘Het is de eerste keer dat de regering in samenspraak met de sociale
partners tot een overeenstemming is gekomen over een nieuwe legaliseringprocedure. Zowel werknemers- als werkgeversorganisaties klaagden dat het
geldende systeem van gecontroleerde instroom van buitenlanders al tijden niet
functioneert. Ondanks de hoge boetes voor werkgevers bestaat nog altijd een
groot illegaal circuit in sectoren als de land- en tuinbouw, de horeca en de
bouw. Demografen wijzen er evenwel op dat de immigratie nog substantieel
moet toenemen om aan de toekomstige vraag naar arbeid te kunnen
voldoen.’ 394
Premier José Luis Rodríguez Zapatero wil ‘recht doen aan mensen die
in veel gevallen wel werken, maar er verder niet bij mogen horen’. 395 Daarnaast is hij zich ervan bewust dat Spanje veel sociale premies misloopt. De
Nederlandse integratieminister Rita Verdonk, had eind januari 2005 in Brussel
veel kritiek op het Spaanse initiatief. De in Spanje gelegaliseerden zouden ook
in andere EU-lidstaten kunnen aankloppen. Om nog maar te zwijgen over de
‘aanzuigende werking’. De Spaanse Immigratiedeskundige Bernabé Lopez
García van de Autónoma Universiteit in Madrid maakt zich echter niet druk:
‘De afgelopen tijd zijn er niet meer pateras (immigrantenbootjes) geteld. Wel
zullen er illegalen binnen de Schengenlanden naar Spanje gaan, en als die
hier geen kans maken, zijn ze snel weer terug in het land waar ze hun netwerk
hebben om zich te handhaven.’ 396
Wilden migranten tot mei 2005 in Spanje in aanmerking komen voor
legalisatie, dan moesten zij aan een aantal voorwaarden voldoen; werkgevers
konden echter ook een aanvraag indienen:
95
1.
2.
3.
4.
Kandidaten moesten aantonen dat ze sinds augustus vorig jaar in
Spanje waren en een bewijs van goed gedrag overleggen.
De autoriteiten controleerden of de kandidaat een strafblad had.
De kandidaat moest in het bezit zijn van een arbeidscontract van
minstens een half jaar.
Voor de tuinbouw (veel illegalen werken in de ‘plastic kassen’ van
Murcia en Andalusië) gold een uitzondering: een contract van drie
maanden was voldoende. Wie in de horeca en de bouw in een
jaar tijd een halfjaar aan contracten had verzameld, maakte een
goede kans. 397
Spanje is een groot EU-land. Andere EU-staten, zoals Nederland, zouden
deze voorbeeldfunctie op waarde dienen te schatten en de regeling moeten
overnemen. Met steun van de regering en het medische machtsblok is dit
haalbaar. De financiering van de verleende zorg speelt een centrale rol in de
vraagstukken rond de zieke illegale arbeiders. Hiervoor is het noodzakelijk dat
de illegale arbeiders op korte termijn geregistreerd worden.
7.10 Nationaal Waarborgfonds Ziektekosten Illegale Arbeiders (WZIA)
Zolang Nederland en het EU-parlement de voorbeeldfunctie van het EU-lid
Spanje nog niet overnemen met betrekking tot het inschrijven van burgers
zonder verblijfspapieren in het bevolkingsregister, zodat aan deze werkende
burgers gratis medische zorg gegeven kan worden, is er behoefte aan een
overgangsregeling. 398 Ik stel voor deze tijdelijke regeling het Waarborgfonds
Ziektekosten Illegale Arbeiders (WZIA) te noemen.
De NVZ pleit al langer voor de invoering van een waarborgfonds dat
ziekenhuizen financieel compenseert voor de hulp aan onverzekerde
patiënten. 399 ‘In juni 2006 schrijft de artsenorganisatie KNMG aan de Tweede
Kamer dat er direct een waarborgfonds moet komen voor onverzekerde
patiënten en schrijft de KNMG verder dat het niet klopt dat de overheid vindt
dat artsen en ziekenhuizen noodzakelijke zorg móeten verlenen, maar daar
niet voor wil betalen (…) Volgens de artsenorganisatie is de toegankelijkheid
van de zorg in het geding. Bovendien levert niet-behandelen risico’s op voor
de individuele gezondheid én de volksgezondheid.’ 400
‘Minister Hoogervorst heeft in februari 2006 gezegd daar best voor te
voelen. Maar hij wil het fonds alleen invoeren als blijkt dat het aantal onverzekerden sinds januari 2006 enorm is gestegen.’ 401 Daarbij heeft het voorstel
van de NVZ en de minister van VWS echter geen betrekking op de zieke
illegale onverzekerde werknemers.
Midden 2006 liet onder andere de Nederlandse overheid blijken dat het
haalbaar is om een Waarborgfonds voor illegale arbeiders in Nederland op
korte termijn te realiseren. ‘Minister Agnes van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) stelde toen 100 miljoen euro over een periode van zes jaar
96
beschikbaar voor de subsidie op de ziekenfondspremie van een nieuw
opgericht ziekenfonds voor arme werknemers in Afrika (In Nigeria verdient 70
procent van de bevolking minder dan een dollar per dag). Juni 2006
presenteerde Van Ardenne en oud-bestuursvoorzitter Kees Storm van Aegon
in Amsterdam het nieuwe ziekenfonds, het Health Insurance Fund (HIF)voor
Afrika, te beginnen Nigeria. Het HIF met Kees Storm als voorzitter is het
product van een samenwerking tussen minister Van Ardenne, de top van het
Nederlandse bedrijfsleven, economen, wetenschappers, aidsbestrijders en de
Nigeriaanse verzekeringsmaatschappij Hygiea.’ 402
Het is niet meer dan terecht om werkende illegalen (in 2002 volgens het
CBS 90% van alle illegalen in Nederland) op te nemen in de WZIA, zodat zij
verzekerd zijn van medische hulp. 403 Voor de financiering van dit fonds zijn er
genoeg mogelijkheden en de baten van illegale arbeid zijn groter dan de
kosten. Door inefficiënt beleid en gedoogde fraude worden er in de gezondheidszorg jaarlijks voor honderden miljoenen euro’s extrakosten gemaakt.
Deze extralasten zijn natuurlijk te vermijden. Dat gebeurt echter niet: ze zijn
ingesleten in de werkwijze van de gezondheidszorg, ze zijn geaccepteerd en
worden doorberekend in de premie van de ziektekostenverzekeringen.
Een dergelijke regeling van het WZIA vereist voorbereidingstijd om de
wettelijke basis ervan te formuleren. In deze aanlooptijd dient een tijdelijke
financieringsregeling van de kosten van hulpverlening aan zieke illegale
arbeiders aangenomen te worden. Dit houdt in dat alle medische hulp aan
deze categorie patiënten verleend zal worden met een uitzicht op een tijdelijk
verblijf, alleen indien deze patiënt de werkgever(s) bij wie hij gewerkt heeft kan
aanwijzen. De kosten voor een adequate medische hulpverlening aan onverzekerde zieke arbeiders is immers verwaarloosbaar in verhouding tot de
bedragen die via de Koppelingswet en de pot ‘dubieuze debiteuren’ worden
uitgegeven. Deze kosten dienen dan alsnog op de werkgever(s) verhaald te
worden.
Ik denk echter dat de Nederlandse staat zal trachten te voorkomen dat
deze bedrijven worden aangeslagen. Duurdere arbeidskrachten betekenen dat
bedrijven sneller hun concurrentiepositie verliezen, zeker in een groeiende EU.
Het is in het belang van de regering om haar ondernemingen te beschermen.
Zij zal dus zorgdragen voor een tijdelijk Waarborgfonds Ziektekosten Illegale
Arbeiders. Werkgevers worden zo beschermd en hoeven hun daden niet
openbaar te maken. De regering ziet zichzelf vervolgens ingedekt voor kritiek
op het slecht functionerende Koppelingsfonds. Uiteindelijk zal Justitie de stap
dienen te maken om bedrijven niet (alleen) een boete op te leggen, maar
strafrechtelijk te vervolgen.
7.11 Conclusie: WZIA goed voor maatschappij en economie
De groep van onverzekerde legale Nederlanders is even groot als de groep
van illegalen die niet-verzekerd zijn tegen ziektekosten. De autochtone legalen
97
zijn niet verzekerd om verschillende redenen. Dat kunnen economische en
principiële redenen zijn, sommige patiënten zijn drugsverslaafd of dakloos.
Zoals bij zieke illegalen wèl gebeurt, weigeren ziekenhuizen nooit
spoedeisende medische zorg te verlenen bij de onverzekerde legalen. 404
De kosten voor medische zorg worden vergoed uit de eerdergenoemde pot
‘dubieuze debiteuren’. Vooral ziekenhuizen in wijken met veel daklozen en
illegalen moeten elk jaar een groot deel zelf betalen, omdat het budget niet
toereikend is. 405 Onterecht en systematisch beweren ziekenhuizen via de
media en in rapporten dat ze spoedeisende medische zorg nooit weigeren te
verlenen aan niet-verzekerden. 406 Bovendien komt het regelmatig voor dat
illegalen door ziekenhuizen aan de Vreemdelingenpolitie verraden worden om
het land te worden uitgezet. Op deze manier hoeft het ziekenhuis geen kosten
te maken voor de onverzekerde zieke illegaal.
Al decennialang wordt een beeld gecreëerd dat illegalen de gezondheidszorg jaarlijks tientallen miljoenen euro’s kosten. Dat is een eenzijdige
benadering: dit bedrag staat niet in verhouding tot het profijt dat de Nederlandse economie behaalt door ontdoken sociale premies, belastingen, achterstallig loon en gemaakte extra winsten. Dat is niet alleen opportuun voor een
onderneming, maar ook voor de Nederlandse regering. De overheid ‘bewaakt’
de landelijke omzetcijfers en krijgt in andere belastingvorm weer inkomen
terug.
Met deze gedoogsteun van de regering hebben Nederlandse bedrijven
ruim 90% van de arbeiders die niet beschikken over een verblijf- en werkvergunning in dienst. De regering helpt de werkgever met wetgeving om het deze
illegale arbeiders onmogelijk te maken zich te laten verzekeren tegen ziektekosten. Om financiële redenen verlenen huisartsen, verloskundigen, GGD’s en
ziekenhuizen deze goedkope arbeidskrachten (en hun gezinsleden) niet de
kwalitatieve medische zorg die nodig is om ziekten te voorkomen en te
genezen. De volksgezondheid loopt zodoende gevaar door het niet of nietadequaat behandelen van besmettelijke infectieziekten.
De door de ziekenfondsen en regering in het leven geroepen pot
‘dubieuze debiteuren’ en het ‘Koppelingsfonds’ zijn in de praktijk ongeschikt
gebleken om de problematiek met betrekking tot onverzekerde illegalen en de
volksgezondheid te bestrijden. Door de sterke groei van het aantal nietverzekerde legale inwoners zal de aanspraak van deze groep patiënten – in
2005 bedroeg dit aantal ruim 200.000, in 2006 wordt onder het nieuwe zorgstelsel een viervoudige toename verwacht – op deze budgetten alleen maar
stijgen. 407 Dat betekent dat de situatie van illegale onverzekerde patiënten nóg
penibeler zal worden. Zij zullen nog strenger geweerd worden door de gezondheidszorginstellingen.
Het minste wat de regering voor deze rechteloze, onderbetaalde werknemers behoort te doen is gelijkwaardige medische zorg verlenen bij ziekte.
Dat zou ten goede komen aan de Nederlandse volksgezondheid. De financiering hoeft geen probleem te zijn. De regering zou met een efficiënter en
98
doelmatiger beleid in de gezondheidszorg enkele miljarden euro’s kunnen
besparen.
De medische kosten dienen betaald te worden uit een tijdelijk fonds dat
door de Nederlandse staat gefinancierd dient te worden, het Waarborgfonds
Ziektekosten Illegale Arbeiders (WZIA). Voor vergoeding uit dit fonds komen
zieke illegalen in aanmerking die kunnen aantonen minstens twee maanden
voor bedrijven of particulieren gewerkt te hebben. Deze gegevens stellen de
overheid in staat om de kosten te verhalen op de betrokken bedrijven en
particulieren door de achterstallige premies en opgelegde boetes te laten
storten in het WZIA. Het geld dat verdiend is aan de inzet van illegale arbeiders, komt zo de onverzekerden weer ten goede.
Door de vrees van werkgevers om betrapt te worden zal de vraag naar
illegale werknemers haast verdwijnen. Enkele sectoren in het bedrijfsleven
zullen failliet gaan, of naar lagelonenlanden verhuizen, zoals nu al gebeurt.
Duizenden autochtone legale werknemers zullen hun baan verliezen. De
economie krijgt een gevoelige tik, de staatsinkomsten worden lager en de
uitgaven hoger. De regering zal deze situatie met alle middelen trachten te
voorkomen.
Maar de oplossing zal zijn dat voor uitgebuite arbeiders een menswaardige regeling wordt getroffen. Voor bepaalde beroepen en bepaalde lonen
zullen zij een tijdelijke werkvergunning kunnen krijgen, met kans op verlenging. Deze geregistreerde mensen kunnen dan eindelijk in alle vrijheid hun
eigen keuzes maken op alle maatschappelijke terreinen. De betekenis daarvan is een enorme winst voor het tegengaan van mensonterende situaties, de
verpaupering van bepaalde buurten en het tegengaan van het gevaar voor de
volksgezondheid.
Na politieke beraadslagingen en consensus kan het WZIA op den duur
vervangen worden door het duurzame systeem van mede EU-lid Spanje:
burgers zonder verblijfspapieren worden in het bevolkingsregister ingeschreven en ze ontvangen gratis medische zorg. 408
99
8
Tweedeling in de gezondheidszorg Amsterdam Zuidoost
8.1
Inleiding
Amsterdamse huisartsen hebben een Werkgroep Deskundigheidsbevordering
Huisartsen (WDH) opgericht, die de beroepsgroep de mogelijkheid biedt om
zich door bij- en nascholing te informeren van nieuwe maatschappelijke en
medische ontwikkelingen in hun werkgebied. De huidige samenstelling van de
samenleving in de vier grote steden, bestaande uit autochtonen en nietwesterse migranten, zorgt voor specifieke ontwikkelingen in de verschillende
sectoren van de maatschappij. Vooral op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt, gezondheidszorg, huisvesting en cultuur.
Het leeuwendeel van de illegale arbeiders in Nederland heeft familiebanden of is bevriend met legale niet-westerse migranten. Door dit hechte
netwerk dienen in alle maatschappelijke kwesties de niet-westerse migranten
en illegale arbeidskrachten eigenlijk als één demografische groep beschouwd
te worden. Want medische ontwikkelingen en vraagstukken die de legale nietwesterse migranten betreffen, hebben bijna altijd ook betrekking op de illegale
werknemers en omgekeerd.
Er bestaat een duidelijke scheiding tussen de positie van niet-westerse
migranten en die van autochtonen in al deze sectoren. Deze tweedeling heeft
uiteindelijk geleid tot een tweederangs, dus een kwalitatief mindere positie
voor de niet-westerse migranten. In het onderwijs leidt dat vaak tot een voortijdig verlaten - zonder diploma - van een school, of het gediplomeerd verlaten
van een school van een lager niveau.
Gerard van Miltenburg, tot voor kort algemeen directeur van het Terra
College in Den Haag, de zwarte school waar begin 2004 conrector Hans van
Wieren werd doodgeschoten, zei eind van dat jaar dat ‘het gros van de docenten op zwarte scholen voor voortgezet onderwijs niet geschikt is voor zijn taak.
Zij zijn niet in staat een fundamentele relatie aan te gaan met hun leerlingen.
Het gevolg is dat leerlingen zich afzetten en zonder diploma de school
verlaten.’ 409
Onderzoek is er niet naar gedaan, daarom kan Van Miltenburg de
ongeschiktheid van docenten niet staven met cijfers. Van Miltenburg: ‘Het is
verborgen te lezen in inspectieverslagen. Ik heb er met de onderwijsinspectie
over gesproken. Die is het met me eens.’ De onderwijsinspectie onderkent de
problemen, maar vindt ze te breed geformuleerd. ‘Wij zien veel verschillen bij
de scholen’, aldus een woordvoerder. 410 Van Miltenburg verwijt het onderwijs
dat het nooit adequaat heeft gereageerd op een compleet ander klantenbestand. ‘Wij gaan niet met respect om met het allochtone kind dat een andere
achtergrond heeft, een andere cultuur, een andere religie en ouders die geen
Nederlands spreken. Een docent moet uitstralen dat een leerling welkom is.’ 411
100
8.2
Onderklassen in gezondheidszorg
In Amsterdam hebben we in de gezondheidszorg niet alleen te maken met
racistische opmerkingen van artsen, maar – misschien nog erger – van
systematisch ondermaats geleverde medische zorg aan patiënten die behoren
tot de onderkant van de samenleving.
Een tweederangs positie binnen de gezondheidszorg leidt bij een nietwesterse migrant en in het bijzonder voor een illegale arbeider, tot een periode
van gemiddeld twintig jaar kwalitatief slechter leven. Bovendien wordt de
levensverwachting daardoor met gemiddeld vijf tot tien jaar bekort. De arbeiders in deze groep vervullen vaak de banen die de meeste autochtonen weigeren, vanwege slechte hygiëne en risico’s. De verwachting is dat zij door hun
beroepsuitoefening – en door de wijze waarop zij met andere niet-westerse
migranten samenleven – eerder een beroep zouden doen op medische hulp.
De meeste artsen weigeren deze onverzekerden echter en zijn bovendien niet
op de hoogte van de specifieke risico’s die deze groep vormt voor de volksgezondheid.
Vanuit mijn huisartsenpraktijk in Amsterdam Zuidoost (1994-2004) heb
ik zo’n tien jaar lang deze misstanden aan de kaak gesteld. Mijn doel was om
de vraagstukken, die in deze studie beschreven zijn, via nascholing van de
andere huisartsen breder aan te pakken. Daardoor zouden wij duidelijkheid
kunnen scheppen binnen het schemergebied van noodzakelijke medische
hulpverlening aan onverzekerde illegalen en – niet minder belangrijk – om
gerichte medische hulp te kunnen verlenen bij deze specifieke doelgroep. Het
aantal patiënten met een verhoogde bloeddruk en suikerziekte is bijvoorbeeld
in deze arme regio ruim vier maal groter dan landelijk het geval is.
De specifieke migrantenproblematiek zou vooral vanuit sociaal-maatschappelijke en cultureel-religieuze achtergrond van deze patiënten bezien
moeten worden. Met betere kennis zou het mogelijk zijn om adequaat te
kunnen reageren op de nieuwe medische problemen die zich voordeden in de
snel van ras, religie en cultuur veranderende samenleving. Mijn pogingen om
onderwerpen op dit gebied bespreekbaar te krijgen bij het orgaan van de
beroepsgroep, dat hiermee belast was in mijn stadsdeel (WDH-Zuidoost),
liepen op niets uit. Er bestond eenvoudig geen interesse bij de artsen om zich
te verdiepen in een meer menswaardig en medisch kwalitatief betere situatie
voor deze bevolkingsgroepen. Grote belangstelling was er bijvoorbeeld voor
technische instructies voor het verrichten van scopieën (‘kijk-operaties’),
poliklinische ingrepen die nooit plaatsvinden in een huisartsenpraktijk. Door de
behoudende en zeer krampachtige houding van Amsterdamse
gezondheidsinstituten zijn de misstanden in de zorg toegenomen en
complexer geworden.
101
8.3
Miniconferentie met Bisschop Muskens
Omdat ik constateerde dat er via de gangbare wegen en methoden geen
oplossingen kwamen voor de tweedeling in de Amsterdamse gezondheidszorg
met betrekking tot de legale niet-westerse migranten en onverzekerde illegale
werknemers, organiseerde ik op 20 februari 1997 een miniconferentie in de
raadszaal van het stadsdeelkantoor van de gemeente Amsterdam Zuidoost.
Bijna alle verantwoordelijken van de Amsterdamse eerstelijnsgezondheidszorg
waren aanwezig en meer dan 200 burgers. Het doel was de problemen in de
gezondheidszorg in Amsterdam in het openbaar bespreekbaar te maken, te
discussiëren en om op deze manier voor oplossingen te zorgen. Daardoor
zouden uitgangspunten voor gelijkwaardige medische zorg voor iedereen
geformuleerd kunnen worden. De bewoners en andere functionele groepen
werden met elkaar in contact gebracht om over de knelpunten in de
gezondheidszorg in Amsterdam Zuidoost in relatie met werkloosheid en
armoede te praten. Op deze manier hoopte ik dat in de toekomst de
problematische aspecten van de gezondheidszorg eerder vanuit de basis
(bottom-up) aangekaart zouden worden in plaats vanuit de hiërarchie (topdown). De bevolking zou dan samen met de gemeente van het stadsdeel
Zuidoost in overleg kunnen treden met de huisartsenorganisaties om naar
oplossingen te zoeken.
Mgr. Muskens tijdens de miniconferentie op
20 februari 1997
102
Dr. Coutinho tijdens dezelfde conferentie
in stadsdeel Amsterdam Zuidoost
De opening van de conferentie werd verricht door de wethouder van onderwijs
van het stadsdeel, mevrouw Helen Burleson-Esajas. Mgr. Dr. M.P.M. Muskens
van Breda, de bisschop die bekendheid verkreeg door zijn uitspraak dat een
arme drommel best een brood mag stelen als hij anders niet leven kan, was
eregast en de belangrijkste spreker. 412 Gezien het thema van die dag, sprak
hij over de relatie tussen armoede en gezondheid.
Hij ging in op gelijke, eerlijke verdeling van welvaart voor de maatschappij: ‘Armoede beïnvloedt de houding van de maatschappij ten opzichte van de
armen. Er wordt op ze neergekeken. In de huidige maatschappij waar alles
draait om individualiteit, wordt het steeds belangrijker dat we behulpzaam zijn
en helpen de sociale positie van armen te verbeteren, onder andere ter voorkoming van ziekten. Op materieel gebied dient dus hun situatie verbeterd te
worden.’ Monseigneur Muskens ging ook in op de uitholling van de thuiszorg,
waardoor vooral de ouderen getroffen zullen worden. Hij stelde dat er meer
waardering diende te komen voor de laagopgeleiden, daar zij het sociale
gezicht van Nederland zijn.
De heer B.P.M. Schweitzer, toenmalige voorzitter van de AHV en
huisarts in Diemen, gaf een uiteenzetting over het ontstaan van de tweedeling
in de maatschappij, de veranderingen in de economische situatie van de
minderbedeelden en het wegvallen van de sociale zekerheid in relatie tot het
stijgen van gezondheidsklachten. Hij ging tevens in op de moeilijkheid dat de
huisartsen geen structurele oplossingen kunnen aandragen voor deze problematiek, waardoor de medische hulpverlening bemoeilijkt wordt.
V.W.G. Hogervorst, voorzitter van de Regionale Huisartsen Vereniging
Amsterdam Zuidoost en huisarts in Amsterdam Zuidoost, wees op de demografische problematiek in Zuidoost: het hoge aantal eenoudergezinnen en de
verdrievoudiging over tien jaar van het aantal Bijlmerbewoners boven de 65
jaar. Hij zette dit af tegen het tekort aan huisartsen en vooral de behoefte aan
vrouwelijke allochtone huisartsen en de noodzaak van een 24-uurs bereikbaarheidsdienst.
Prof. dr. R.A. Coutinho, hoofd van de divisie Gezondheidszorg van de
Amsterdamse GGD, ging oppervlakkig in op infectieziekten, maar kaartte de
problematiek die we vooral waarnemen bij bepaalde grote groepen nietwesterse migranten niet aan. Vragen over het falend preventiebeleid van
gezondheidszorginstellingen aangaande de infectieziekten in Amsterdam en
omgeving ging hij uit de weg.
Onder het motto ‘geef een ieder de medische zorg die u voor u zelf
opeist’ ging ikzelf in op de problematiek van medische hulpverlening aan
onverzekerde niet-westerse migranten (zieke illegale werknemers) in
ziekenhuizen. Ik wees toen al op de tweedeling in de achterstandswijken, de
kloof tussen arm en rijk, de slechte resultaten in het onderwijs en op de
arbeidsmarkt. De paneldiscussie die hierna volgde was zeer levendig en soms
emotioneel. De oproep dat dergelijke conferenties wel zouden moeten leiden
tot resultaten en dat het niet alleen bij praten moest blijven, heeft achteraf
gezien geen effect gehad. De in deze studie besproken casussen bewijzen
103
dat: de ene helft dateert van vóór 20 februari 1997, de andere helft dateert van
na 1997.
8.4
Conclusie
Mijn oordeel is dat Amsterdamse huisartsen de reorganisatie van
zorginstellingen in de eerstelijn tegenhouden. Toch zijn medische
hervormingen noodzakelijk om in te kunnen spelen op de grote en snelle
veranderingen onder de verschillende etnische groepen. Noodzakelijke
nascholing en gerichte deskundigheidsbevordering helpen niet alleen deze
groep burgers, maar komt de gehele volksgezondheid ten goede. De hiervoor
bestemde gelden, beheerd door de WDH, worden door artsen eerder gebruikt
voor hobbyistische doeleinden en het binnenhalen van de vereiste
accreditatiepunten die ze nodig hebben om hun inschrijving als huisarts te
mogen behouden, dan dat ze besteed worden aan professionalisering en een
adequater uitoefenen van het huisartsenvak. In dienst van de patiënten.
Een substantieel deel van de bewoners van Amsterdam behoort tot de
onderklasse van de samenleving. Ze behoren tot de groepen van nietwesterse migranten en illegale arbeiders. Deze twee categorieën kennen een
hechte samenlevingsvorm. De mensen daarbinnen hebben een kwalitatief
slechter leven en een kortere levensverwachting dan de mensen die onder
een hogere levensstandaard leven.
Huisartsen, verloskundigen, apothekers en andere hulpverleners
ervaren in hun werkuitoefening de verbanden tussen sociaal-economische
factoren en medische problemen. Toch krijgen deze patiënten niet de zorg
waarop ze door hun bijdrage aan de Nederlandse economie recht hebben.
Structurele belemmeringen dienen opgeheven te worden, zodat de steeds
voortdurende misstanden die de Nederlandse volksgezondheid aangaan,
bestreden kunnen worden.
104
9
Illegalen en infectieuze ziekten
9.1
Inleiding: dood door eigen schuld?
Elk jaar worden er lijken aangetroffen in de openbare ruimte. Een aantal van
deze mensen verbleven tijdens hun leven illegaal in Nederland. De doodsoorzaak wordt nooit wereldkundig gemaakt. Ook artsen die hun praktijk
hebben in de buurt van het gevonden lichaam worden daarover niet ingelicht.
Terwijl vaak een verwaarloosde infectieziekte de doodsoorzaak is van het
overlijden.
Gerrie Ter Haar, verbonden aan de theologische faculteit van de
Universiteit van Utrecht, volgde zeven jaar lang de Christelijke kerkdiensten in
huiskamers en parkeergarages van zwarte Amsterdamse gemeenschappen.
Ter Haar zag hoe duidelijk de effecten van het illegaal bestaan aanwezig zijn.
Tevens maakte Ter Haar eind jaren negentig mee dat een kerklid op straat
overleed aan de gevolgen van een verwaarloosde longontsteking. Uit angst
als illegaal opgepakt te worden, zocht de man geen medische hulp. 413
De laatste jaren worden in de avond- of nachtelijke uren doodzieke
onverzekerde illegale arbeiders vaker bij de Spoedeisende-Hulpafdeling van
ziekenhuizen gedropt en maakt men zich uit de voeten. Deze jonge patiënten
tussen de 25 en 40 jaar oud komen dan meestal te overlijden, doordat ze te
lang geen hulp hebben durven te vragen uit angst voor arrestatie. 414
9.1.1
Casus 1
Illegale vrouw overlijdt aan een infectieziekte.
OM laat huisarts in het ongewisse
Een bijna 30-jarige vrouw werd midden 2002 dood aangetroffen in haar huis
aan de rand van Amsterdam. Ze woonde sinds enkele jaren illegaal in Nederland en was niet verzekerd tegen ziektekosten. Ze had een baan en woonde in
bij vrienden. Ze was ruim vijf jaar bekend met type1 diabetes mellitus (suikerziekte). De suikerspiegel bleef binnen redelijke grenzen met insuline.
Medische kosten (huisarts, apotheek) kon ze altijd zelf betalen. Een
week voor haar overlijden voelde patiënte zich niet goed. Ze had koorts en
was behoorlijk misselijk met braakneigingen. De suikerspiegel van het bloed
was niet te hoog. Ze kreeg een antibioticum en een medicijn tegen de
misselijkheid. De volgende ochtend werd ze thuis dood aangetroffen.
Justitie nam het lichaam in beslag. Sectie wees uit dat de longvliezen en
het buikvlies bezaaid waren met puntbloedingen. De sectiearts dacht dat er
mogelijk sprake was van een besmettelijke ziekte en in het kader van de
volksgezondheid nam de politie contact op met mijn huisartspraktijk, omdat
mijn waarnemer haar behandelende huisarts was.
De heer Brand van de politie wilde de medische gegevens van deze
patiënte inzien. Krachtens de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Wet
Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) moest ik mij beroepen
105
op de geheimhoudingsplicht. Om deze redenen verzocht ik de politie van de
Amsterdamse buurgemeente om een dwangbevel door de rechter commissaris uit te vaardigen om de privacywetgeving en geheimhoudingsplicht
zonder consequenties te kunnen omzeilen.
Tot mijn grote verbazing hoorde ik daarop niets meer van Justitie. Ik heb
van de autoriteiten nimmer gehoord aan wat voor soort besmettelijke ziekte de
patiënte is overleden, of onder de leden had. Familie, vrienden, hulpverleners
en de volksgezondheid zijn daardoor blootgesteld aan ernstige risico’s.
9.2
Tuberculose
Tuberculose (TBC) is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de
mycobacterium tuberculosis (ofwel de tuberkelbacil) of mycobacterium bovis
(runderTBC). Besmetting vindt plaats door druppelinfectie via de lucht
(hoesten) van de ene mens op de andere. Open longTBC is een van de meest
besmettelijke vormen van TBC. Extrapulmonale TBC (TBC die zich elders in
het lichaam openbaart) is vrijwel nooit besmettelijk. ‘TBC is een
gegeneraliseerde infectie, die in meerdere organen tegelijk actief kan zijn.
Tijdens actieve TBC vindt vanuit de primaire haard, die meestal in de long is
gelegen, versleping van tuberkelbacteriën plaats naar het dichtstbijzijnd
gelegen lymfklierstation; men spreekt van primair complex.’ 415 Circa 80% van
actieve TBC treedt binnen 2 jaar na infectie op. 416
Door de tuberkelbacillen ontstaan kleine ontstekingshaardjes in de
longen, bij aanvang gewoonlijk in de bovenkwabben. Dit primaire complex kan
genezen met littekenvorming, later onder afzetting van kalk in de longhaardjes
en de lymfeklieren. Deze calciumrijke delen ziet men op een Röntgenfoto van
de longen (X-Thorax) terug als oplichtende plekken.
De primaire longhaarden kunnen gaan verweken, verkazen en afsterven. Er ontstaat een holte (cavernevorming). Men spreekt dan van een
caverneuze of open longTBC. Deze holten bevatten veel tuberkelbacillen en
de besmettelijkheid via de lucht is dan voor anderen zeer groot. Gemiddeld
besmet een niet-behandelde patiënt per jaar 12 tot 15 mensen. 417 Een
caverneuze longTBC kan ook het gevolg zijn van een reïnfectie via de lucht
(aanhoesten). Vanuit de primaire longhaardjes kan echter ook uitzaaiing van
tuberkelbacillen plaatsvinden naar andere delen van het lichaam.
Opgehoeste en verstoven sputumdruppels van een drager kunnen na
inademing de longblaasjes van een ander bereiken, waarbij één tot drie
mycobacteriën voldoende zijn om infectie en ziekte te veroorzaken. 418 ‘Van
100 personen die besmet raken, ontwikkelen circa 10 tot 15 de ziekte TBC,
waarvan het merendeel in de eerste één à twee jaar. Vóór het tijdperk van de
tuberculostatica werd eenderde van deze zieke personen spontaan weer
beter, eenderde bleef chronisch ziek (met remissies) en circa eenderde kwam
te overlijden.’ 419 Thans overlijden jaarlijks meer dan 100 TBC-patiënten in
Nederland (30 aan alleen deze ziekte en 70 aan deze ziekte en een nevenaandoening). 420
106
Aan longTBC moet men denken bij hoestklachten die langer dan drie weken
duren, veranderingen in een al bestaand hoestpatroon en opgeven van
sputum (slijm, productief hoesten), soms met bloedbijmenging. Andere
symptomen bestaan doorgaans uit zwelling van de regionale lymfklieren,
moeheid, verminderde eetlust, gewichtsverlies en een lichte temperatuurstijging. Indien de verschijnselen van een luchtweginfectie niet verminderen bij
reguliere antibiotica, dient aan TBC te worden gedacht. In het geval van open
longTBC klaagt de patiënt doorgaans over sterke vermoeidheid, gewichtsafname, het opgeven van sputum met bloed (haemoptoë).
Meestal is het een medisch specialist, bijvoorbeeld een longarts of
internist, die TBC bij een patiënt vaststelt. Dit is bij drie van de vier mensen het
geval. De andere patiënten worden gevonden door de GGD’s. Als een
medisch specialist de diagnose heeft gesteld, meldt hij of zij dit zo snel
mogelijk bij de GGD voor registratie. Dit is geregeld in de Infectieziektenwet.
Vervolgens neemt de verpleegkundige van de GGD contact op met de patiënt.
Deze verpleegkundige zal de patiënt tijdens de langdurige behandeling
begeleiden.
Een indirecte methode om vast te stellen of iemand besmet is met de
tuberkelbacil, is te kijken naar de reactie van het afweersysteem van de
‘gastheer’ tegen de bacil. De Mantoux-test wordt daar het meest voor gebruikt.
Daarbij wordt een kleine hoeveelheid tuberculine onder de huid ingespoten,
bestaande uit een mengsel van uitscheidingsproducten van de tuberkelbacil.
Bij mensen die besmet zijn met de mycobacterium tuberculosis, ontstaat dan
op die plek in de loop van twee tot drie dagen een verdikking en roodheid als
gevolg van de celreactie van het afweersysteem tegen tuberculine.
‘Een positieve reactie bij een contactpersoon betekent dan dat een
infectie zeer waarschijnlijk is. De reactie is positief wanneer de doorsnede van
de verharding van het bindweefsel (de induratie) ten gevolge van de inspuiting
met de testvloeistof groter of gelijk aan 10 mm is. In verband met de tijd die
verloopt tussen het moment van infectie en het positief worden van de
Mantoux-test, zijn in het algemeen twee onderzoeksronden noodzakelijk met
een interval van acht weken (minimale incubatietijd). Een zogenaamde omslag
van de reactie, dat is een toename van de induratie van minder dan 2 mm in
de eerste ronde naar 10 mm of meer in de tweede ronde, duidt op een recente
infectie. Een valspositieve Mantouxreactie is een reactie die geen bewijs
oplevert voor een recente infectie, omdat de geteste persoon vóór 1945 is
geboren (oudere mensen hebben gewoonlijk een TBC-infectie doorgemaakt),
of gevaccineerd is tegen TBC (met BCG-vaccin), of geïnfecteerd is met een
ander mycobacterium dan een tuberkelbacterie.’ 421
Een negatieve reactie volgens Mantoux sluit een ernstige open longTBC
overigens niet uit. Daarom wordt ook altijd een Röntgenfoto van de longen
gemaakt. Hierop kan men eventuele infectiehaardjes waarnemen. Calcificaties
van de hiluslymfklieren kunnen na twaalf tot achttien maanden worden
gevonden. 422 Wijst een X-Thorax niet in de richting van TBC, dan wordt een
107
tweede controlefoto na drie maanden aanbevolen om te zien of zich alsnog
infectiehaardjes vormen.
Om direct vast te stellen of iemand TBC heeft, moet bij voorkeur de
tuberkelbacil zelf worden aangetoond, bijvoorbeeld in sputum (opgehoest
slijm). De diagnostiek is gericht op het aantonen van tuberkelbacillen en de
relatieve waarde van kleuringen en kweek. De kleuring volgens Ziehl-Neelsen
(ZN) is de bekendste methode om tuberkelbacillen aan te tonen (zuurvaste
staven). Een schaal van 1 tot 5 geeft de mate van besmettelijkheid aan. De
diagnose ZN+4 in combinatie met langdurige hoesten en het opgeven van
bloed, duidt op een hoge mate van besmettelijkheid.
Daarbij is alertheid geboden, want een éénmalige negatieve ZN-kleuring
sluit de besmettelijkheid van een patiënt niet uit. Onderzoekers toonden aan
dat besmettingen in circa 17% van de gevallen worden veroorzaakt door ZNnegatieve, maar kweekpositieve patiënten. 423 Tevens kan het zo zijn dat de
bron(nen) van infectie nog opgespoord moet(en) worden. Men spreekt van
recidief als tijdens of na de behandeling, na een aanvankelijk negatief worden
van directe ZN-preparaten of kweken (conversie), opnieuw mycobacteriën
vanuit dezelfde ziektehaard aantoonbaar zijn. 424
Daarnaast kan men via sputumkweken de microscopische aanwezigheid van tuberkelbacillen aantonen. Indien een sputumkweek de eerste maal
negatief blijft, terwijl er wel symptomatische aanwijzingen bestaan voor TBC,
of de anamnese op mogelijke infectie wijst, dienen deze Löwenstein-kweken
te worden herhaald.
Dieper aanwezig vocht en sputum kan men voor kweek en kleuring
verkrijgen via een bronchoscopie en lavage. Het is een methode indien een
patiënt geen productieve hoest heeft, of niet in staat is om zelfstandig sputum
te verzamelen. Het onderzoek is belastend voor de patiënt, maar heeft als
voordeel dat het de arts in staat stelt tevens de inwendige longen visueel te
inspecteren.
De incubatietijd van infectie tot ziekte kan variëren van zes weken tot
levenslang. In 80% van de gevallen waarin zich actieve TBC ontwikkelt, zal dit
echter gedurende de eerste twee jaar na een infectie gebeuren. 425 ‘Elk jaar
komen 800 TBC-patiënten Nederland in, en van hen kan de helft de ziekte
verder verspreiden,’ zegt Jaap Broekmans, directeur van de Koninklijke
Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding der Tuberculose (KNCV). 426 In
het eerst kwartaal van 2004 werden 326 patiënten met actieve TBC gemeld:
dit aantal is vergelijkbaar met het aantal patiënten in het eerste kwartaal van
2003. Van deze patiënten werd 94% nooit eerder behandeld voor TBC, een
lichte daling ten opzichte van 2003. Het percentage patiënten met de
Nederlandse nationaliteit steeg iets ten opzichte van 2003 van 39% naar 46%
in 2004. 427 Dit zou kunnen wijzen op nauwere contacten tussen autochtonen
en niet-westerse migranten.
TBC-bestrijding kan alleen succesvol zijn bij een optimale en adequate
organisatie en uitvoering van het bron- en contactonderzoek. De
Amsterdamse afdeling voor de Tuberculosebestrijding van de Gemeentelijke
108
en Geneeskundige Dienst (TB-GGD) voert deze wettelijk vastgelegde taak uit.
Een bevolkingsgroep is een risicogroep als de prevalentie van tuberculose
hoger is dan 50 per 100.000. 428 Onder de onverzekerde illegale werknemers is
de prevalentie van TBC ruim acht keer hoger. Deze ‘werknemers zonder
grenzen’ vormen daardoor een grote risicogroep.
Volgens dr. Loenhout-Rooyackers, longarts en sociaal-geneeskundige
GGD regio Nijmegen, bedroeg de TBC-incidentie onder autochtone
Nederlanders 10 per 100.000 over 1994. De prevalentie van TBC onder
immigranten bedroeg ongeveer 300 per 100.000, terwijl de prevalentie onder
asielzoekers 400 per 100.000 was. 429 Tussen 1994 en 2001 was de
prevalentie van TBC onder asielzoekers 283 per 100.000. 430 De laatste jaren
is een afname van de instroom van asielzoekers geconstateerd en ook een
stijgende prevalentie van TBC. De stijging wordt toegeschreven aan een
toegenomen instroom uit landen met een hoge TBC-prevalentie. 431 Net als in
andere Europese steden worden in Amsterdam onverzekerde illegale
arbeiders met TBC vaak niet geregistreerd. 432 Een nieuwe TBC-risicogroep in
Amsterdam wordt gevormd door de in aantal toenemende verslaafde
prostituees uit Oost-Europa die de controlerende en toezichthoudende
instellingen ontlopen.
9.3
Bron- en contactonderzoek en DNA-fingerprintingsysteem
Wanneer bij iemand een besmettelijke vorm van long-TBC wordt vastgesteld
dient de GGD volgens de procedure ook mensen voor onderzoek uit te
nodigen uit de omgeving van de patiënt. Dit kunnen verwanten en kennissen
zijn, maar bijvoorbeeld ook alle bezoekers van een bezochte discotheek of
café. Het contactonderzoek voorkomt dat mensen die zijn geïnfecteerd, zelf
TBC ontwikkelen en de bacterie aan anderen gaan overdragen.
Normaliter wordt het contactonderzoek naar TBC-besmettingen uitgevoerd aan de hand van het zogenaamde ‘steen-in-de-vijverprincipe’. Iedere
ring om een besmette persoon (de bron) duidt op een bepaalde intensiteit van
het contact met zijn omgeving. De meest intensieve contacten in de eerste
ring, zoals gezinsleden of medebewoners, en tweede ring, familieleden en
verwanten, maar ook frequent en intensief contact met bijvoorbeeld stamgasten in cafés, of met de kinderen in dezelfde schoolklas, worden doorgaans
als eerste onderzocht. Daar kan men namelijk de meeste besmettingen
vinden. Op geleide van het gevonden aantal besmettingen kan het onderzoek
uitgebreid worden naar derde- en vierderingscontacten (werk en sociale
contacten).
Hoe verder men komt, des te minder besmettingen men vindt. In de
regel wordt het onderzoek niet uitgebreid wanneer in de eerste ring, de directe
omgeving van de bron, geen infecties worden aangetoond. 433 TBC-bestrijders
weten uitbraken meestal snel in de greep te krijgen via dit contactonderzoek:
zodra blijkt dat iemand open longTBC heeft worden familie, vrienden, team-
109
genoten van de voetbalclub en bezoekers van dezelfde discotheek opgetrommeld voor de befaamde Mantoux-test. Blijkt dat ze besmet zijn, dan worden ze
onmiddellijk allemaal minstens een halfjaar behandeld. ‘Deze aanpak faalt bij
groepen mensen in de rafelranden van de samenleving: o.a. illegalen.’ 434
Midden jaren negentig van de vorige eeuw begonnen steeds meer hulpverleners gebruik te maken van een nieuwe opsporingsmethode voor TBC.
Patiënten kregen een streepjescode volgens het systeem van DNA-fingerprinting. ‘TBC-bacillen hebben hun eigen, erfelijke streepjescode, en die wordt
bij elke patiënt vastgelegd. Zo kan de verspreiding van de bacillen door de
Nederlandse samenleving nauwkeurig in kaart worden gebracht via hun DNAprofiel.’ 435
In de praktijk wordt jammergenoeg nog al eens afgeweken van de
standaardrichtlijnen. Logistiek en beperkte budgetten spelen daarbij een rol.
Maar onder onderzoekers bestaan ook verschillende meningen. Zo werd in
2005 het GGD-contactonderzoek van Zeist bekritiseerd door onder anderen
AMC-deskundigen. Naar hun mening hoefde het bron- en contactonderzoek
niet zo massaal uitgevoerd te worden.
Blijkbaar heeft Amsterdam, in tegenstelling tot de meeste gemeenten
een andere mening over het uitvoeren van adequaat bron- en contactonderzoek. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft zich vele keren een
situatie voorgedaan waarbij het nodig was om het ringonderzoek uit te
breiden, maar gebeurde dit niet. In andere gemeenten wordt doorgaans
sneller opgetreden. Zo had de Rotterdamse gezondheidsdienst in 1996 ‘zijn
handen vol’ aan de Zuid-Hollandse eilanden. Een cafébaas in Oud-Beijerland
bleek TBC te hebben. Vervolgens zijn zevenhonderd mensen – familieleden,
kennissen en trouwe cafébezoekers – onderzocht. Tachtig mensen bleken
besmet te zijn. 436
In het Groningse Meeden liep in 1996 een onderzoek onder leerlingen
van een basisschool. Bij een 39-jarige leerkracht was in maart 1996 open
longTBC geconstateerd. De Gezondheidsdienst had al wel ontdekt dat enkele
mensen uit de huiselijke omgeving van de vrouw waren besmet. 437
Bij bezoekers van jongerencafés in Venlo waren in 1995 enkele gevallen
van open TBC ontdekt. Zij hadden twintig mensen in hun naaste omgeving
besmet. Daarop besloot de plaatselijke gezondheidsdienst tot een groot
onderzoek onder alle regelmatige bezoekers van de cafés. Daaruit bleek dat
57 mensen ook de tuberkelbacterie hadden die TBC kan veroorzaken. 438
In de zomer van 1994 kende Friesland een reeks TBC-explosietjes. Een
kroegbaas in Warga bleek open TBC te hebben. Kort daarvoor was de ziekte
geconstateerd bij een werknemer van een supermarkt in Sneek. Deze had
zestien familieleden en kennissen besmet, zo bleek uit onderzoek 439 .
Na onderzoek in 1993 onder 4000 inwoners van Harlingen, kwamen 90
gevallen van TBC aan het licht. Het onderzoek volgde nadat 24 mensen in
deze plaats TBC bleken te hebben. Onlangs is via DNA-onderzoek vastgesteld dat de bron voor deze TBC-explosie dezelfde is als die van een aantal
TBC-gevallen in Vlissingen en Alkmaar in dat jaar, namelijk een lasser uit
110
Schotland. Deze man bleek een gemeenschappelijke kennis te zijn van enkele
inwoners van de drie plaatsen. 440
‘In het najaar van 1992 ging de GGD van de regio IJssel Vecht over tot
een grootschalig onderzoek onder 4.500 jongeren in Kampen en IJsselmuiden
die regelmatig uitgingen in die plaatsen. Ze ondergingen allemaal een
Mantoux-test. Van deze groep bleken 51 jongeren besmet. Aanleiding voor het
onderzoek was de ontdekking van twee gevallen van open TBC bij twee
cafébezoekers. Eén patiënt had tevens veertig mensen in zijn omgeving
besmet’. 441
En zo zijn er talloze voorbeelden te noemen. In de hoofdstad wordt een
dergelijk bron- en contactonderzoek haast nooit ondernomen. Dit ondanks het
feit dat enkele Amsterdamse onverzekerde illegalen met open longTBC in café
’s, restaurants of markten werkten.
Door het genetische kenmerk van hun ziekteverwekker op die manier in
kaart te brengen, was het gemakkelijker dan voorheen om te achterhalen via
welke weg een TBC-patiënt was besmet. Verspreiding kon zo eerder een halt
worden toegeroepen. De methode werd onder meer gebruikt om de oorsprong
van het in 1994 fors gestegen aantal Amsterdamse TBC-patiënten te
vinden. 442
Van Deutekom van de Amsterdamse GGD toonde zich enthousiast over
de methode van het RIVM in Bilthoven dat de methode heeft ontwikkeld: ‘Het
werkt razendsnel. Als twee patiënten precies dezelfde code hebben, moeten
zij elkaar wel hebben besmet.’ 443 ‘De methode begint als de GGD’s de TBCbacteriën voor nader onderzoek doorsturen naar het RIVM. De methode kan
pas worden toegepast nadat de bacterie is gekweekt en geïsoleerd.’ 444
Het Rijksinstituut streeft ernaar voor alle TBC-gevallen in Nederland een
streepjescode te maken. Op die manier kunnen ook nieuwe risicogroepen en
besmettingsbronnen sneller worden onderkend. De DNA-fingerprinting van de
tuberkelbacillen bij het RIVM is voor Amsterdam vanaf 1997 tot 2006 beschikbaar. In 2005 is men begonnen om het materiaal vanaf 1991 tot 1997 in kaart
te brengen. 445 Deze methode had de toename van het aantal TBC-gevallen in
Amsterdam achteraf gezien mogelijk kunnen beperken. In het jaarverslag over
1994 van de Amsterdamse GGD viel, behalve de stijging, vooral de toename
van de ziekte onder de autochtone bevolking op. ‘Een stam van een dakloze
kun je door middel van een identieke streepjescode ook terugvinden bij een
“gewone” Amsterdammer,’ aldus senior-onderzoeker F. Mooi van het RIVM. 446
‘Zeer infectieuze tuberculosebronnen, die lang ongediagnosticeerd
blijven, veroorzaken besmettingen die buiten het ringschema vallen en die niet
door contactonderzoek kunnen worden getraceerd. DNA-fingerprinting toont
aan dat besmetting door incidenteel, vluchtig contact met een dergelijk bron
vaker voorkomt dan tot nu toe werd aangenomen. Vroegtijdige diagnose en
behandeling van symptomatische patiënten met besmettelijke TBC is daarom,
meer nog dan het bewaken en actief opsporen van risicogroepen, van
essentieel belang om de transmissie van tuberculose in Nederland te
beperken.’ 447
111
9.4
TBC en illegale patiënten
Begin 2003 startte de KNCV een grote campagne met betrekking tot TBC. De
voice-over van het tv-spotje op de Nederlandse zenders: ‘Weet u nog, die
danseres op Java? Die is dood. Ze had tuberculose. Een ziekte die per jaar
nog altijd twee miljoen slachtoffers maakt. En dat terwijl tuberculose heel goed
te genezen is.’ 448 De campagne haakte in op nieuwe ontwikkelingen. In de
eerste helft van de jaren negentig kwam TBC, een ziekte die in Nederland
vrijwel geheel was uitgebannen, weer vaker voor. Vooral door de groei van het
aantal asielzoekers en illegalen steeg het aantal TBC-patiënten in Nederland
jaarlijks met 15 procent. Volgens cijfers in die tijd werd bij 5 op de 100.000
Nederlanders TBC aangetroffen; bij asielzoekers was het aantal besmettingen
aanzienlijk groter: 450 op de 100.000. 449
In augustus 2002 schatte de KNCV dat er jaarlijks tussen de 50 en 80
illegalen met een TBC-besmetting in Nederland verbleven. Volgens TBC-arts
en coördinator van de KNCV J. Kuyvenhoven kwamen deze patiënten dikwijls
terecht bij de plaatselijke GGD’s. ‘In ziekenhuizen heb je toch aardig wat
drempels. Dat begint al bij de balie, als je om een pasje wordt gevraagd.’ 450
De eerder geciteerde Van Deutekom verklaarde in 1999 het volgende: ‘Veel
van de grote tuberculose-explosies die zich zo nu en dan voordoen, zijn echter
een gevolg van het feit dat te laat aan tuberculose werd gedacht.’ 451
In een artikel verklaarde de TB-GGD later het volgende: ’Bij de preventie
van verspreiding is ook een belangrijke taak voor de huisarts weggelegd. Het
gaat erom tijdig aan tuberculose te denken en hier onderzoek naar te (laten)
doen. Bij personen uit risicogroepen moet eerder de diagnose tuberculose
worden overwogen. Het grootste gevaar voor verspreiding is de nog niet
gediagnosticeerde tuberculosepatiënt. Veel van de grote TBC-explosies die
zich zo nu en dan nog voordoen, met veel secundaire infecties en ziektegevallen, zijn een gevolg van het feit dat te laat aan tuberculose werd
gedacht.’ 452
De Amsterdamse TB-GGD telde in 1999 zo’n 1.500 TBC-patiënten in
Nederland. ‘Deze 1.500 patiënten waren niet evenredig over het land
verdeeld. In de grote steden in het westen van het land, waar relatief nog
steeds veel immigranten uit landen met een hoge TBC-prevalentie en
personen uit andere risicogroepen voor TBC wonen, was de tuberculoseincidentie drie- tot viermaal hoger dan in de rest van Nederland.’ 453
Om deze redenen maakte de IGZ midden jaren negentig bekend dat ze
maatregelen zou nemen om de TBC onder bijvoorbeeld illegalen beter te
kunnen bestrijden. Deze groep zou vaker dan tot daarvoor op TBC worden
onderzocht en er zou beter op toegezien worden dat zij hun medicijnen
slikken. 454 Infectie van anderen zou daardoor ingeperkt kunnen worden. Een
kwart van de patiënten met een caverneuze longTBC hoest namelijk al vier tot
zes maanden alvorens de ziekte wordt vastgesteld. 455
In diezelfde periode was in Amsterdam bij een groep van 250 bewoners
actieve TBC vastgesteld. Dat was daarmee de grootste populatie onder het
112
totaal van 1.600 TBC-patiënten in Nederland. In 1987 had de groep nog een
omvang van 1.227 patiënten. Ongeveer de helft van dit totaal was in Nederland geboren. 456 Prof. dr. R. Coutinho, het toenmalige hoofd van de Amsterdamse GGD, divisie Gezondheidszorg, onderkende dat Amsterdam en
Rotterdam sterker werden getroffen dan de rest van Nederland. Volgens
Coutinho was migratie een belangrijke factor voor de toename van recente
gevallen van besmetting. ‘TBC wordt als het ware geïmporteerd uit landen
waar het nog op grote schaal voorkomt. En veel migranten wonen nu eenmaal
in grote steden.’ 457
Nieuw onderzoek heeft overigens uitgewezen dat eenderde van alle
patiënten recent besmet is geraakt. 458 Dat betekent dat er een sterke aanwijzing bestaat dat besmetting in Nederland heeft plaats gevonden. De
gezondheidsdiensten in Nederland hebben het beleid dat direct na de diagnose van TBC, de patiënt drie weken in quarantaine moet. De eerste drie
weken na de start van de medicatie is de patiënt namelijk nog besmettelijk
voor zijn omgeving. A. Horstman, sociaal verpleegkundige bij de Amsterdamse
GGD: ‘Hij mag niet bij mensen op bezoek en hij mag geen bezoek krijgen. Hij
mag niet naar de supermarkt of naar andere openbare gelegenheden.’ 459
Toch erkennen de gezondheidsdiensten dat dit beleid tegenwoordig
lastig uitvoerbaar is bij alle patiënten. ‘En dat is ook de kern van het
“grotestadsprobleem”: de patiënt van vroeger was eenvoudig te bewegen tot
deze noodzakelijke eenzame afzondering van drie weken, en ook tot het
dagelijks slikken van medicijnen, negen maanden lang. In steden met veel
probleemgroepen als verslaafden, daklozen en illegalen is het geen sinecure
TBC-patiënten onder hen zover te krijgen.’ 460 Horstman: ‘We proberen eerst
zo iemand in het ziekenhuis te laten opnemen. Als hij dat niet wil, kunnen we
afspreken dat hij z’n pillen dagelijks hier komt halen. Of wij brengen de medicijnen naar hem toe. Desnoods helpen we de patiënt zijn leven enigszins op
de rails te zetten. We zorgen dan bijvoorbeeld voor tijdelijk onderdak bij het
Leger des Heils of het Beatrix-oord, een sanatorium in Haren.’ 461
Moet je mensen die weigeren daartoe dwingen? De GGD in Amsterdam
vindt van niet. Coutinho: ‘Ik ben geen voorstander van gedwongen opname.
Als allerlaatste redmiddel kan ik me wel voorstellen dat je er toe overgaat
iemand een gedwongen opname voor te houden, als een soort dreigement.
Maar alleen als je alles hebt geprobeerd en iemand bijvoorbeeld voor de vijfde
keer niet komt opdraven.’ 462
In Rotterdam wordt daar anders over gedacht. ‘In 1995 besloot
burgemeester Peper tot gedwongen opname van een drugsverslaafde met
open-tbc. “Hij was door ons naar het ziekenhuis gebracht voor een isolatie van
drie weken”, vertelt Els van Galen, sociaal verpleegkundige van de afdeling
TBC-bestrijding van de Rotterdamse Gezondheidsdienst. “Hij liep twee keer
weg. Hij kon niet lange tijd in een ruimte blijven, gewend als hij was aan het
straatleven. Deze man was erg besmettelijk, zijn longen zagen er heel slecht
uit, hij moest geïsoleerd worden.”’ 463 TBC-arts P. van Gerven vult haar aan:
‘Het besluit voor een gedwongen opname was volkomen terecht. De ernst van
113
zijn besmetting bleek uit het feit dat drie weken niet voldoende waren.
Uiteindelijk heeft er vijf maanden lang een politieagent voor zijn deur gestaan.
Nu is hij weer “vrij” en komt hij iedere dag trouw zijn medicijnen slikken.’
Rotterdam onderscheidt zich van Amsterdam in zijn benadering van
illegalen met TBC. Amsterdam negeert de illegalen, of laat ze arresteren. De
Maasstad regelt met de politie dat illegale patiënten gedurende hun behandeling van negen maanden een gedoogvergunning krijgen. Ze moeten daarvoor
elke maand een stempeltje halen bij de Vreemdelingenpolitie. Van Gerven:
‘Wij willen op geen enkele wijze de indruk wekken dat er een relatie zou
bestaan tussen de Gezondheidsdienst en de politie. Dan is het moeilijk een
vertrouwensrelatie met deze mensen op te bouwen, die juist zo noodzakelijk is
om er zeker van te zijn dat ze de behandeling afmaken. We hebben met de
politie de afspraak gemaakt, dat deze mensen met rust worden gelaten.’ 464
Van Galen: ‘Ook moet je niet te veel willen regelen voor deze groep
illegalen. We zorgen niet meer voor een tijdelijke uitkering of onderdak voor
die negen maanden. Dan haal je ze namelijk uit het sociale netwerk dat ze
tijdens hun illegaliteit hebben opgebouwd. Onze ervaring is dat het na de
behandeling moeilijk voor ze is zich te redden. Deze mensen waren illegaal,
zijn tijdens de behandeling illegaal en blijven het daarna. Je moet iemands
leven niet op zijn kop zetten voor die negen maanden.’ 465 Overigens komen de
behandelkosten – bijna 2000 euro per patiënt – in dit geval voor rekening van
de gemeenten.
Elk jaar wordt de TBC ontdekt bij circa zestig illegalen. Eén op de 25
illegalen blijkt de ziekte onder de leden te hebben. 466 Omdat zij anders dan
asielzoekers, niet onmiddellijk bij aankomst in Nederland worden gescreend
op aanwezigheid van de tuberkelbacil, is de kans dat zij anderen besmetten
vele malen groter. Uit angst te worden teruggestuurd doen weinig illegalen een
beroep op artikel 25 uit de Vreemdelingenwet, die voorschrijft dat vreemdelingen met een besmettelijke ziekte hier moeten worden behandeld. De KNCV
heeft in 1999 de toenmalige staatssecretaris van Justititie, Job Cohen,
gevraagd de betrokken instanties, waaronder ook het Centraal Orgaan
Opvang Asielzoekers, opdracht te geven om illegale TBC-patiënten met
soepelheid tegemoet te treden
Waarom illegalen met TBC niet eenvoudig het land uitsturen? Van
Gerven: ‘Dan exporteer je meteen de TBC-bacil. Los van de vraag of het
ethisch is, is het geen oplossing. Want uitgezette illegalen blijken binnen de
kortste tijd weer terug te keren. En dan zullen ze het wel laten weer naar de
Gezondheidsdienst te stappen voor behandeling van TBC, uit angst dat de
politie hen weer uitzet. Dat is pas gevaarlijk, want dan verdwijnt TBC echt in
het illegale circuit met de mogelijkheid dat een resistente vorm van TBC
ontstaat.’ 467
114
9.5
De tering naar de nering: verzekeringsstatus bepaalt opnamebeleid
bij longontsteking
Het bron- en contactonderzoek, zowel als het systeem van DNA-fingerprinting
zijn zeer kostbare onderzoeksmethoden. In de hoofdstad worden deze technieken maar zelden toegepast. Sterker nog, er zijn vele gevallen bekend van
patiënten die verdacht kunnen worden van TBC, maar behandeld worden als
zieken met een banale longontsteking. Het lijkt erop dat financiële overwegingen hierbij een rol spelen. Is het zo dat de TB-GGD de tering naar de nering zet
en doelbewust tot een zo goedkoop mogelijke diagnose stelt? Het antwoord
daarop lijkt positief te zijn. In een periode van twee jaar ontwikkelt zich maar
bij 8 van de 100 patiënten die besmet werden met de tuberkelbacil daadwerkelijk TBC (positieve Mantoux-test). Het stellen van de juiste diagnose bij een
bronpatiënt en het hierna uitvoeren van grootscheepse contactonderzoeken
die mogelijk tot tientallen legale en illegale latente TBC-patiënten kan leiden,
die dan ook nog gedurende een half jaar behandeld moeten worden met dure
tuberculostatica, zorgen voor grote aanvallen op de budgetten van de
infectieziektenbestrijding.
Het is van belang een patiënt met een ernstige pneumonie met ademhalingsklachten en hoge koorts de eerste paar dagen klinisch te behandelen
(ziekenhuisopname). Bij goede reactie op de kuur kan dan alsnog besloten
worden de behandeling van de patiënt poliklinisch voort te zetten. Op deze
manier heeft de behandelaar ook een betere kijk op de veroorzakende
bacteriën. Specifieker: of er sprake is van een TBC-pneumonie of een banale
pneumonie. Bij niet-verzekerde illegalen zijn Amsterdamse artsen vanuit
financiële overwegingen doorgaans minder zorgvuldig, waardoor de patiënt en
de samenleving grote risico’s kunnen lopen.
9.5.1 Casus 1
Illegale niet-verzekerde patiënt niet opgenomen
Midden jaren negentig bezocht een circa 50-jarige patiënt mijn huisartspraktijk
in Amsterdam Zuidoost. De man was onverzekerd en woonde illegaal in de
hoofdstad. Hij was afkomstig uit een endemisch gebied voor TBC. De patiënt
hoestte sinds een paar weken frequent, de laatste dagen met wat streperige
slierten bloederig slijm op en tevens had hij koorts.
Na onderzoek vermoedde ik dat er sprake zou kunnen zijn van een
pneumonie. In het dichtstbijzijnde ziekenhuis, het AMC, constateerde de
Röntgenoloog dat er sprake was van een lobaire pneumonie. Ik had de Röntgenoloog verzocht om bij de diagnose pneumonie de patiënt naar de internist
van het ziekenhuis door te verwijzen. Na evaluatie door de specialist volgt er
dan bijna altijd een opname bij verzekerde legale patiënten met dit ziektebeeld.
De internist van het AMC was van mening dat hij de patiënt niet hoefde
te zien. Hij belde mij op en adviseerde deze de patiënt een penicillinekuur voor
te schrijven. De patiënt was op dat moment in het ziekenhuis een paar meters
115
verwijderd van de specialist, maar moest alsnog met het openbaar vervoer en
lopend en hoestend met hoge koorts naar mijn praktijk komen om het recept
voor een kuur in ontvangst te nemen. De volgende dag verscheen de patiënt
niet op mijn controlespreekuur. Op het opgegeven adres heb ik mensen
ontmoet die zeiden hem niet te kennen. Er is nooit meer iets van de patiënt
vernomen. Voor Zorgverzekeraars worden pneumoniepatiënten gerekend tot
de categorie acute ziekenhuisopnamen. 468
9.5.2 Casus 2
Onverzekerde jongen met longinfiltraten en een openlongTBC in de anamnese. Door de TB-GGD behandeld
met een antibioticum.
In 1994 bezocht een elfjarig kind met zijn vader mijn huisartspraktijk. De
patiënt was afkomstig uit een voor TBC endemisch gebied. Hij was sinds een
halfjaar in Nederland en nog niet verzekerd tegen ziektekosten. Hij hoestte
sinds zes weken, was kortademig en had in wisselende mate koorts in de
avonduren. Het patiëntje had een slechte eetlust en zijn gewicht was met een
paar kilo afgenomen.
In verband met een huidaandoening gebruikte de jongen een antibioticum. Buiten Nederland was hij een paar jaren geleden behandeld voor een
open longTBC. Daarvoor was hij indertijd met BCG gevaccineerd. Zijn ouders
waren nog in gesprek met de Vreemdelingendienst en Justitie voor het
verkrijgen van een verblijfsvergunning. Het patiëntje had intensief sociaal
contact: hij speelde met andere kinderen op de galerijen en speelplaatsen en
bezocht samen met zijn vader markten en enkele religieuze ruimten. De
familie maakte gebruik van het openbaar vervoer (bus, tram en metro) om zich
binnen de stad te verplaatsen. Ik verwees de jonge patiënt naar de TB-GGD
om een recidief van long-TBC uit te sluiten.
De TB-GGD voerde geen Mantoux-prik uit, omdat men van mening was
dat op de arm van patiënt een recent BCG-litteken te zien was. Toch zou het
goed zijn geweest om tweemaal de reactie volgens Mantoux af te wachten,
met een tussentijd van drie maanden. Bij een TBC-infectie zou er dan alsnog
een Mantoux-omslag kunnen plaatsvinden, net als bij andere met BCGgevaccineerde kinderen die al eerder door mij verwezen waren naar de TBGGD. Ook een ZN-kleuring en een kweek van sputum op tuberkelbacillen
werd niet op dezelfde dag van het eerste consult gepland, maar op een
andere dag. Deze onderzoeken zijn om onduidelijke redenen niet meer
uitgevoerd.
Op de longfoto van het kind zag de specialist in beide longen
uitgebreide fibrotische en infiltratieve afwijkingen. Hier was dus sprake van
een longontsteking. De TB-GGD-arts voor infectieziekten- en TBC-bestrijding
was echter van mening dat de antibiotische behandeling voor de dermatose
mogelijk ook effectief was voor de longafwijkingen.
De voorgeschiedenis met TBC (mogelijke verklaring voor de uitgebreide
fibrotische afwijkingen op de longfoto) en de uitgebreide infiltraten (longont-
116
steking) bij een kind van elf jaar is normaal gesproken een duidelijke indicatie
voor ziekenhuisopname en het klinisch uitsluiten van TBC. De TB-GGD zag
geen reden om het onverzekerde kind in een ziekenhuis te laten opnemen en
een recidief open TBC klinisch te laten uitsluiten. De TB-GGD zette echter het
routine-onderzoek ter uitsluiting van TBC in en stuurde de patiënt naar huis
terug. Een controleafspraak werd gemaakt voor zes weken later.
Ik heb het resultaat van het TBC-onderzoek door de TB-GGD nooit
ontvangen. Het patiëntje is ook niet teruggekomen voor controle bij mij en de
TB-GGD. Men mag zich afvragen of het gezin mogelijk nog besmettingsgevaar veroorzaakt in Nederland. Of is het misschien het land uitgezet door de
Vreemdelingendienst en vormt het gezin een besmettingshaard in het land van
herkomst?
9.5.3 Casus 3
Niet-verzekerde illegale vrouw met sterke aanwijzingen
van open longTBC door TB-GGD behandeld met
gewone antibioticum.
Begin 1991consulteerde een circa 25-jarige vrouw mijn praktijk in Amsterdam
Zuidoost. Zij was afkomstig uit een voor TBC endemisch gebied met een heel
hoge TBC-prevalentie en -incidentie. Ze hoestte sinds zes weken zeer
frequent. In de avonduren had ze koorts en zweette ’s nachts veel. De eetlust
was afgenomen en de patiënte was in gewicht sterk afgenomen.
De vrouw woonde sinds een jaar in Amsterdam. Ze verbleef illegaal in
Nederland en was niet verzekerd tegen ziektekosten. De patiënte was lid van
een grote groep straatmuzikanten en verdiende haar kost met giften van het
publiek. Ze had daardoor dagelijks contact met honderden Amsterdammers op
verschillende locaties (pleinen en horecagelegenheden), bij kennissen en
vrienden en tijdens ritten met het openbaar vervoer (bus, tram, metro). Ook
bezocht ze wekelijks een sociaal-culturele ruimte in haar woonwijk waar ze
vele mensen ontmoette.
Bij onderzoek van de longen hoorde ik enkele knetterende geluiden in
de basale longvelden. Dit zou op een begin van een ontsteking kunnen wijzen.
Om te zien of er sprake kon zijn van een beginnende banaal infect gaf ik haar
een proefbehandeling met een breedspectrum antibioticum. Een paar dagen
later kwam de patiënte gelukkig terug voor de afgesproken controle om het
effect van de kuur te laten beoordelen. De patiënte deelde mee dat de
klachten erger waren geworden en dat ze nu ook grote klonters bloed
ophoestte. Na fysisch-diagnostisch onderzoek van de longen kwam ik tot de
conclusie dat er sprake zou kunnen zijn van een longontsteking die niet
reageerde op een breedspectrum antibioticum. Gezien haar achtergronden en
leefwereld moest een open longTBC worden uitgesloten totdat het tegendeel
bewezen werd.
Ik verwees de illegale niet-verzekerde patiënte om die reden niet naar
een gewoon ziekenhuis, maar naar de TB-GGD. Bij het eerste bezoek van de
patiënte verrichtte de TB-GGD geen Mantoux-test. Ook wachtte de TB-GGD
117
niet eerst het resultaat van de ZN-kleuring af, die pas na drie dagen bekend
zou zijn. Volgens de TB-GGD was er mogelijk sprake van een banale longontsteking, omdat er op de door de TB-GGD gemaakte longfoto rechtsachter
een groot infiltraat te zien was. De TB-GGD stuurde de niet-verzekerde illegale
patiënte dezelfde dag terug naar de huisarts met de opdracht aan mij om de
patiënte een ander breedspectrum antibioticum (Erythromycine) voor te
schrijven. Men mag zich afvragen wat de reden van de TB-GGD was om dit
recept niet zelf voor te schrijven. Ook vroeg men aan patiënte om gedurende
enkele dagen sputum in te leveren voor herhalingen van de kweek op TBC en
ZN-kleuring op zuurvaste staven.
Hier was hoe dan ook sprake van een longontsteking van iemand uit
een risicogebied voor TBC, die bloed ophoestte en die geen verbetering
vertoonde na behandeling met een breedspectrum antibioticum. De
behandeling had gericht moeten zijn op een open longTBC, totdat een andere
diagnose gesteld kon worden. Ook de Amsterdamse TB-GGD had vanaf het
eerste consult door de patiënte kunnen weten dat er mogelijk sprake kon zijn
van long-TBC, temeer daar de dienst zelf in een artikel gewezen had op de
symptomen en behandelingswijze. 469
Gelukkig verscheen de patiënte dezelfde dag bij mij met het schriftelijk
advies van de TB-GGD in haar hand. Ik gaf gehoor aan het verzoek van de
TB-GGD en schreef een tweede kuur van een ander breedspectrum antibioticum voor. We mogen van groot geluk spreken dat ze na drie dagen gedurende deze kuur naar de TB-GGD teruggegaan is voor sputum-controle met
behulp van een ZN-kleuring. 470
Mijn vermoeden werd bevestigd. In het ZN-preparaat toonde men
zuurvaste staafjes aan. Er was sprake van een open longTBC. Dit was in
wezen een opname-indicatie, omdat illegalen zich vaak om uiteenlopende
redenen aan behandeling onttrekken. Daarnaast kan een gewone longontsteking – en daar ging de TB-GGD vanuit – ernstig verlopen bij mensen in
een stress-situatie en met een verlaagde weerstand. De patiënte moest
stoppen met de tweede kuur breedspectrum antibioticum en kreeg een recept
voor drie tuberculostatica. De medicijnen werden via de overeenkomst met de
TB-GGD gratis verstrekt door de Dam-apotheek. Een ander geluk was dat de
gekweekte tuberkelbacteriën gevoelig bleken te zijn voor de gebruikte tuberculostatica. Door de niet-adequate behandeling van TBC circuleren er in bepaalde kringen namelijk resistente TBC-bacillen.
De onverzekerde, illegale vrouw werd gedurende tien maanden
behandeld. Een halfjaar na het begin van de behandeling losten haar familie
en kennissen in Nederland het probleem op door haar een schijnhuwelijk te
laten aangaan met iemand met een Nederlandse verblijfstitel. Hierdoor werd
zij opgenomen in het ziekenfonds van haar echtgenoot. De medicijnen werden
nu vergoed door het ziekenfonds en de TB-GGD verzocht mij om voortaan de
verantwoordelijkheid van het voorschrijven van de tuberculostatica over te
nemen. Bijna een jaar na de behandeling werd er een controlefoto van de
longen gemaakt. Er werd alleen nog littekenweefsel waargenomen.
118
Het contactonderzoek bleef beperkt tot de huisgenoten van de patiënte. Er
werd geen oproep gericht aan de honderden Amsterdammers die mogelijk
contact hadden gehad. In dit geval is de gezondheid van honderden mensen
in Amsterdam en omgeving beschermd gebleven. Ruwweg tien procent van
deze mensen zullen daadwerkelijk besmet zijn geraakt, zonder dat zij het
weten. Van deze groep met latente TBC kan zich bij tien procent een actieve
TBC ontwikkelen, bijvoorbeeld bij afname van de weerstand ten gevolge van
een andere ziekte.
9.5.4 Casus 4
TB-GGD verzuimt een niet-verzekerde illegale man met
sterke aanwijzingen van open longTBC als zodanig te
evalueren.
Een circa dertigjarige man, afkomstig uit een gebied endemisch voor TBC,
woonde sinds een jaar zonder een verblijfstitel in Amsterdam nadat zijn
asielverzoek was afgewezen. Hij woonde op dat moment met twaalf andere
volwassen mannen in een ééngezinswoning in onderhuur. Hij werkte in
Amsterdam in de horeca en op markten en bezocht wekelijks religieuze en
culturele ruimten. Hij had geen eigen vervoer en maakte gebruik van het
openbaar vervoer.
Midden 1994 bezocht hij na een maand continu hoesten mijn huisartspraktijk in verband met hoge koorts en zweten. Ik vond weinig afwijkingen bij
fysisch-diagnostisch onderzoek. Gezien de achtergrond van de patiënt besloot
ik de patiënt voor een mogelijk beginnende luchtweginfectie te behandelen
met een breedspectrum antibioticum. Toen de patiënt na een week op controle
kwam, waren de klachten niet verminderd en merkte ik dat zijn conditie slechter was. Ik besloot daarop TBC uit te laten sluiten en verwees de patiënt naar
de TB-GGD.
De TB-GGD verrichtte een ZN-kleuring van het sputum die negatief was.
Er werd geen Mantoux-test verricht en een sputumkweek werd afgenomen. De
TB-GGD verrichtte eveneens Röntgenonderzoek van de longen. Er werd een
fors infiltraat in de linker bovenkwab gezien, wat duidde op een pneumonie.
Ondanks dat het breedspectrum antibioticum van de huisarts niet
aansloeg en gezien de achtergronden van deze patiënt, concludeerde de TBGGD dat er waarschijnlijk sprake was van een banale pneumonie links. De
longarts schreef een tiendaagse kuur voor van een ander breedspectrum
antibioticum. Ook stuurde de TB-GGD-arts de patiënt naar mij terug met het
verzoek over twee weken een Röntgencontrole van de longen te laten doen.
De patiënt is na twee weken niet voor controle teruggekomen op mijn
spreekuur. Na acht weken bleek de door de TB-GGD verrichtte sputumkweek
positief te zijn voor mycobacterium tuberculosis: de patiënt leed dus al maanden aan een onbehandelde open longTBC. De bacteriën bleken gevoelig voor
de drie soorten tuberculostatica die hij in dat geval voorgeschreven zou
krijgen. De patiënt bleef echter onvindbaar en was onbekend op het opgegeven adres. Een oproep via de media werd niet gedaan. Een bron- en
119
contactonderzoek werd ook niet uitgevoerd. Over de gezondheid van de
patiënt mag gevreesd worden. Dat geldt ook voor de gezondheid van de
honderden mensen in zijn omgeving en de mensen die hij regelmatig ontmoet
en spreekt.
9.6
9.6.1
Illegalen met pulmonale en extrapulmonale TBC
Casus 1
Open longTBC bij niet-verzekerde patiënt, kweek
en gevoeligheid niet verricht, geen adequaat bronen contactonderzoek uitgevoerd.
Begin jaren negentig verwees de Vreemdelingenpolitie een ongeveer 25-jarige
onverzekerde zieke man, wonende in Amsterdam en afkomstig uit een voor
TBC endemisch gebied, naar de TB-GGD voor een keuring.
Hij hoestte sinds enkele maanden met opgeven van sputum. Tevens
klaagde de patiënt over nachtzweten en zijn gewicht was sterk verminderd. Op
de longfoto werden er infiltratieve afwijkingen rechtsonder gezien.
Sputumkweek en gevoeligheidsbepalingen werden niet verricht. Het ZNpreparaat was positief voor zuurvaste staven. Gelukkig waren de
tuberkelbacteriën gevoelig voor de drie soorten tuberculostatica die hij
gedurende negen maanden van de TB-GGD voorgeschreven kreeg. Een
adequaat bron- en contactonderzoek werd niet verricht.
9.6.2
Casus 2
Illegale niet-verzekerde, doodzieke vrouw,
vermoedelijk lijdend aan miliaire TBC niet
opgenomen in het AMC. Geen melding aan TBGGD. Geen bron- en contactonderzoek.
Midden 1993 bezocht een doodzieke 35-jarige vrouw mijn huisartspraktijk in
Amsterdam. De patiënte was moeder van drie kinderen van 10, 9 en 8 jaar
oud en ze was afkomstig uit een voor TBC endemisch gebied. De patiënte
was niet verzekerd tegen ziektekosten en woonde sinds vier jaar illegaal in
Amsterdam.
De patiënte had geen kracht meer en kon niet op haar benen staan.
Tijdens haar bezoek aan de huisartsenpraktijk werd zij ondersteund door twee
stevig gebouwde mannen. Sinds zes maanden hoestte ze regelmatig, ze was
erg duizelig en gaf soms gelig slijm op. Haar eetlust was verminderd, ze was
in gewicht sterk afgenomen en voelde zich erg beroerd en slap. De laatste
weken viel ze regelmatig flauw, in het openbaar en op het werk.
Net als veel van haar landgenoten, werkte de patiënte in deze periode
overdag op de bloemenveiling in Aalsmeer en ’s avonds vier uur als schoonmaakster. Ze woonde samen met vijf andere vrienden in een ééngezinswoning
in Amsterdam. Wekelijks bezocht de patiënte verschillende markten in
120
Amsterdam en ondanks haar ziekte maakte ze dagelijks gebruik van het
openbaar vervoer (bus, tram, metro).
Tevens was ze zeer gelovig en een fanatiek lid van een Christelijk
kerkgemeenschap. Wekelijks kwam een groep van gemiddeld honderd
mensen, steeds van wisselende samenstelling, in een kleine, slecht
geventileerde parkeergarage bijeen. Het lichamelijke contact tijdens de
diensten werd luidzingend begeleid. Daarnaast brachten moeders er hun
kinderen naar de crèche, tieners kregen er computerles en voorgangers
vervulden de taken van hulpverleners. 471
Na het onderzoek concludeerde ik dat er sprake zou kunnen zijn van
een ernstige ziekte met koorts en dat er snel gehandeld moest worden. De
patiënte en de twee begeleiders waren zeer angstig voor ambulancevervoer
naar het AMC. Ze prefereerden het vervoer door een snorder die de eigen taal
en cultuur had.
Het AMC verrichte aanvullend bloed- en beeldvormend onderzoek. De
bezinkingssnelheid was sterk verhoogd, hetgeen kon duiden op een
ontsteking. 472 De Röntgenoloog kwam tot de conclusie dat het beeld van de
longfoto zou kunnen passen bij een miliaire TBC (door tuberkelbacillen
veroorzaakte infectiehaarden ter grootte van een gerstekorrel via de bloedbaan door het gehele lichaam verspreid) of atypische pneumonie. De ZNkleuring op zuurvaste staven en de eenmalige kweek op tuberkelbacteriën
waren negatief, maar deze bevindingen sluiten een ernstige vorm van TBC
niet uit. Een reactie volgens Mantoux werd om onduidelijke redenen niet
verricht, hoewel deze test vaker positief is bij TBC-patiënten die een negatief
resultaat hebben bij een ZN-kleuring en kweek van het sputum.
Uitgaande van de achtergronden – endemisch gebied, illegale leefwereld, anamnese, sterk verhoogde bezinking en longfoto – zouden vrijwel
alle longartsen ervan zijn uitgegaan dat de diagnose TBC gesteld diende te
worden, totdat het tegendeel bewezen was. Ook voldeed de patiënte aan alle
medische criteria voor een opname in een ziekenhuis. Toch werd hiertoe niet
besloten. Deze ernstig zieke patiënte was illegaal in Nederland en niet
verzekerd. De patiënte met de mogelijke miliaire TBC werd naar huis gestuurd
met een poliklinische controleafspraak na tien dagen. Zij zou echter niet
geholpen worden voordat zij zich gemeld zou hebben bij een administratieve
afdeling van het AMC met een betalingsgarantie, tenzij zij kon aantonen
verzekerd te zijn tegen ziektekosten.
Zij kon niet voldoen aan deze voorwaarden en liet zich niet meer zien.
Bij de administratieafdeling was men niet bepaald humaan geweest en het
gesprek was op een dwingende toon beëindigd. De begeleiders en patiënte
waren bang geworden om gearresteerd te worden als ze de rekening niet
zouden kunnen betalen.
Een paar dagen later belden de begeleiders mij om verslag te doen van
de behandeling in het AMC en van de nog steeds zorgwekkende toestand van
de patiënte. Wanhopig adviseerde ik haar te presenteren op een Eerste-Hulpafdeling van een ander ziekenhuis. Hierna is er geen contact meer geweest.
121
Onbekend is of de patiënte is gearresteerd, overleden of mogelijk nog steeds
een besmettingsbron vormt voor de volksgezondheid.
Overigens verzuimde het ziekenhuis melding te doen bij de TB-GGD,
ondanks het vermoeden dat er ondermeer sprake zou kunnen zijn van een
ernstige vorm van een open longTBC. Daardoor kon er geen bron- en
contactonderzoek verricht worden bij de honderden burgers waarmee zij in
contact was geweest.
9.6.3 Casus 3
Mogelijk open longTBC in 1997 door TB-GGD gemist bij
een onverzekerde patiënt. Geen bron- en contactonderzoek.
Een bijna 40-jarige vrouw uit een voor TBC endemisch gebied, woonde sinds
1995 in Amsterdam. Ze had geen verblijfstitel en was niet verzekerd tegen
ziektekosten. Vanaf het begin van 1997 tot 2000 heeft ze gehoest. In verband
hiermee werd ze in 1997 door de TB-GGD geëvalueerd. Er werden geen
afwijkingen gevonden. In 1998 klaagde ze gedurende het hele jaar ook over
zweten en moeheid.
Begin 2000 bezocht ze mijn huisartspraktijk omdat ze bovendien bloed
was gaan ophoesten. De patiënte werd doorverwezen naar het AMC om een
longfoto te laten maken. Deze vertoonde afwijkingen: er was een streperige
afwijking in het rechterbovenveld met samentrekkingen en bindweefsel in de
top. Het beeld paste bij oude specifieke restafwijkingen. De patiënte werd door
de longarts van het ziekenhuis verder geëvalueerd. De Mantoux-reactie
mislukte doordat patiënte na drie dagen niet verscheen voor het aflezen van
de test.
Toen zij bij een vervolgafspraak wel verscheen, werd met behulp van
bronchoscopisch onderzoek biopten afgenomen en een lavage verricht in de
rechterbovenkwab. Cytologisch en bacteriologisch onderzoek van lavaat en
biopten toonde geen bijzonderheden en de ZN-kleuring van het lavaat was
negatief. De CT-scan (spiraalscan door de thorax) liet volumeverlies van de
rechterbovenkwab zien, een verplaatsing van de vrije borstholte naar rechts
en kalkafzettingen in de lymfklieren. De longarts concludeerde dat de
symptomen bij deze patiënt zeer waarschijnlijk werden door een eerder
doorgemaakte TBC.
Een actief proces met betrekking tot TBC kon niet worden aangetoond,
maar was niet volledig uit te sluiten. In overleg met de TBC-arts van de TBGGD werd gestart met de behandeling met drie soorten tuberculostatica. Voor
verdere controle en begeleiding werd de patiënte verwezen naar de TB-GGD.
De patiënte genas.
Medisch gezien moeten we ervan uitgaan dat de patiënte al in 1997 aan
TBC heeft geleden, maar dat de ziekte toen niet is gediagnosticeerd. Het is
niet duidelijk waarom de TB-GGD in 1997 geen afwijkingen had gevonden. De
patiënte heeft dus gedurende drie jaar (1997-2000) in het openbare leven
rondgelopen met een onbehandelde TBC en vormde gedurende die tijd een
122
besmettingsbron voor de samenleving. De patiënte heeft geluk gehad dat ze
deze drie jaar heeft kunnen overleven. Ze houdt overigens wel een blijvende
complicatie over aan een deel van de longen. Een contactonderzoek door de
TB-GGD is niet uitgevoerd.
9.6.4
Casus 4
Onverzekerde patiënt met extra-pulmonale TBC
behandeld met (goedkope) penicillinekuur.
Een circa 35-jarige man, afkomstig uit een voor TBC endemisch gebied,
woonde sinds een paar jaar als illegaal in onderhuur samen met zes andere
illegalen in een Amsterdamse flatwoning. Allen waren werkzaam in twee
verschillende horecabedrijven en op Amsterdamse markten. Zij maakten
gebruik van het openbaar vervoer (metro, tram, bus) om naar het werk te
gaan.
Eind 1991 bezocht de patiënt samen met twee begeleiders mijn
huisartspraktijk in Amsterdam omdat hij sinds twee maanden in rust
kortademig was. Ook moest hij vaak hoesten. In wisselende mate had hij
koorts, verminderde eetlust en zijn gewicht was met enkele kilo’s afgenomen.
Bij het lichamelijk onderzoek constateerde ik dat er waarschijnlijk sprake
was van een infectieus proces in de rechterlong. Om TBC uit te sluiten of te
bevestigen, werd de patiënt doorverwezen naar de hoofdstedelijke afdeling
TB-GGD.
Röntgenonderzoek van de thorax toonde aan dat er sprake was van een
vrij grote borstvliesontsteking (pleuritis) aan de rechterzijde. Bloedonderzoek
bevestigde een ernstige ontsteking. 473 Er werd pleuravocht gepuncteerd: de
ZN-kleuring was negatief op zuurvaste staven en een kweekproef werd
ingezet. Op grond van alleen deze bevindingen concludeerde de TB-GGD dat
er zeer waarschijnlijk sprake was van pleuritis tuberculosa (borstvliesontsteking veroorzaakt door de tuberkelbacil) en de patiënt werd behandeld
met drie soorten antibiotica. Er werd een controleafspraak gemaakt voor na
een maand. Maar vreemd genoeg werd er geen Mantoux-prik uitgevoerd.
Volgens de regels van het artsenvak werd de patiënt met drie verschillende tuberculostatica behandeld. De patiënt was voor zijn omgeving nooit
besmettelijk geweest. Afgaand op de symptomen en het laboratoriumonderzoek kan het echter ook zo zijn geweest, dat hij in Amsterdam door een
patiënt met een open longTBC geïnfecteerd is geraakt. Dit zou een indicatie
voor ziekenhuisopname en evaluatie zijn. De mogelijke diagnose van TBC
werd niet uitgesloten door middel van vervolgonderzoek.
Contactonderzoek in zijn omgeving bleef eveneens achterwege. Tijdens
een opname had het effect van de behandeling ook beter beoordeeld kunnen
worden, of de triple-therapie met tuberculostatica aansloeg of niet. Overigens
waren de bevindingen – kortademigheid, vrij grote pleuritis, zeer hoge
bezinking – ook symptomen die vooral bij bepaalde kwaadaardige aandoeningen te zien zijn. 474 Dat zou een sterke indicatie zijn voor een verwijzing
naar een klinisch werkende longarts. De patiënt had opgenomen moeten
123
worden na een thoracoscopie en pathologisch-anatomisch onderzoek voor
een stabiele drainage en differentiaal-diagnostiek.
De patiënt was echter niet verzekerd tegen ziektekosten en er waren
bezuinigingsoperaties van de gemeente gaande. De behandeling duurde bijna
een jaar en werd overigens succesvol afgesloten. Toch hebben de patiënt en
de bevolking in de tussentijd een onevenredig groot risico gelopen, doordat er
bezuinigd werd op het uitsluiten van de diagnose van een besmettelijke
infectieziekte.
Twee jaar na zijn genezing, in 1993, bezocht dezelfde patiënt opnieuw
mijn huisartspraktijk omdat hij zich erg beroerd voelde en sinds enkele
maanden een productieve hoest had. Na het lichamelijk onderzoek kwam de ik
tot de conclusie dat er sprake was van een longontsteking. Gezien de ziektegeschiedenis met pleuritis tuberculosa en de leefwijze van de patiënt, wilde ik
de diagnose longTBC of recidief pleuritis tuberculosa uitsluiten. Ik verwees de
patiënt niet door naar een ziekenhuis, maar naar de TB-GGD, omdat deze
dienst gespecialiseerd is in de diagnostiek en behandeling van TBC. Bovendien was de patiënt bekend bij deze instelling.
De TB-GGD bevestigde dat de klachten van de patiënt veroorzaakt
werden door een infiltraat in de long (longontsteking). Het behandelingsplan
van de TB-GGD kon echter bedreigend voor de patiënt en de volksgezondheid
zijn. Op grond van een tweede negatieve ZN van het sputum concludeerde de
longarts van deze instelling dat er sprake was van een banaal infiltraat. Iedere
TBC-arts dient zich er echter van bewust te zijn dat negatieve ZN (geen
zuurvaste staven) een open longTBC niet uitsluit. Dit geldt in sterkere mate
voor een patiënt die in het verleden geleden heeft aan TBC.
De longarts van de TB-GGD verleende niet zijn medewerking aan het
verkrijgen van de dure medicamenten, maar verwees de patiënt terug naar de
huisarts met het advies een breedspectrum antibioticum voor te schrijven, een
medicament dat helemaal geen effect zou hebben als deze illegale patiënt
opnieuw aan TBC zou hebben geleden.
Ook in dit geval zou het veiliger zijn geweest voor patiënt en maatschappij, indien de patiënt zou zijn opgenomen in een kliniek en hem klinisch
te evalueren na behandeling met het geadviseerde breedspectrum antibioticum. In het geval van een banaal infiltraat zou hij immers goed reageren op
de medicatie, maar bij long-TBC zou dat niet het geval zijn. In de tussentijd
zou de patiënt bovendien in het zicht blijven van zijn hulpverleners. Maar
vanuit kostenoverwegingen werd anders besloten. Net als in 1991 was deze
patiënt nog steeds niet verzekerd tegen ziektekosten en hij verbleef illegaal in
Amsterdam. Alle kosten zouden bij opname voor rekening zijn gekomen van
de TB-GGD.
We mogen van geluk spreken dat de patiënt het advies van de TB-GGD
wel opvolgde en zich wederom meldde op mijn spreekuur voor een
antibioticumrecept. En dat zijn werkgever bereid was de kosten te betalen.
Een gunstig vervolg was bovendien dat de patiënt een maand na de kuur ook
voor controle terugging naar de TB-GGD. Hier kon men tevreden concluderen
124
dat de patiënt was genezen en dat er toch sprake was geweest van een
banaal infiltraat. Toch blijft ook de mogelijkheid van een milde vorm van longTBC nog steeds aanwezig. Het is namelijk bekend (vóór de periode van de
tuberculostatica) dat actieve long-TBC zonder medicatie spontaan kan
genezen. Het uitsluiten van long-TBC zou de beste medische beslissing zijn
geweest. Voor patiënt en omgeving.
9.6.5 Casus 5
Onverzekerde illegale patiënt met lymfadenitis
tuberculosa (open longTBC in het verleden) en
mechanische bezwaren: geen geld, daarom geen
drainage
Midden jaren negentig consulteerde een circa 35-jarige man mijn huisartspraktijk in Amsterdam. Sinds negen maanden had hij een zeer grote zwelling
rechts in de hals die progressief in grootte toenam. In verband met pijn en
mechanische bezwaren, kon hij zijn hals niet meer naar links of rechts
bewegen. Hij wilde de zwelling laten verwijderen.
De patiënt was afkomstig uit een voor TBC endemisch gebied, woonde
illegaal in Nederland en hij was niet verzekerd tegen ziektekosten. Hij werkte
langer dan drie jaar buiten Amsterdam in de tuinbouw. Tien jaar hiervoor was
de patiënt voor open longTBC behandeld in zijn geboortestreek. De kuur had
hij niet afgemaakt.
Ik zag een man met een heel dikke hals, omwikkeld met een sjaal. In de
rechterhals was een circa 12 × 8 cm grote zwelling te zien, die vast-elastisch
aanvoelde. Onder de waarschijnlijkheidsdiagnose lymfadenitis colli met
mechanische bezwaren werd de man doorverwezen naar het Amsterdamse
OLVG, voor verdere evaluatie en (poli)klinische behandeling van de zwelling.
Evaluatie door de longarts volgde: laboratorium bloedonderzoek en
Röntgenologisch onderzoek van de longen toonden geen bijzonderheden aan.
Een Mantoux-test mislukte. Uit het zeer grote klierpakket in de rechterhals
werd pus gepuncteerd. Een ZN-kleuring liet geen zuurvaste staven zien. De
kweek van het materiaal op mycobacterium tuberculosis was wel positief.
In verband met de mechanische bezwaren vroeg de longarts voor de
patiënt een intercollegiaal consult aan bij de chirurg. Twee weken na het
eerste bezoek werd de patiënt gezien door de chirurg. De chirurg achtte een
indicatie aanwezig voor drainage van de grote zwelling in de hals, die hij twee
dagen later plande.
Vóór de ingreep moest de patiënt echter bij de financiële administratie
van het ziekenhuis alle kosten afrekenen. Doordat hij niet aan dat vele geld
kon komen en uit vrees voor de politie voor de reeds gemaakte kosten, liet hij
verstek gaan.
Een medicamenteuze behandeling van de TBC was echter ook
geïndiceerd. Gelukkig kon ik hem overtuigen en hem overreden dat deze
behandeling wel kosteloos mogelijk was bij de TB-GGD, zonder enige vrees
voor arrestatie door de Vreemdelingenpolitie. Enkele dagen later werd een
125
aanvang gemaakt met de behandeling met vier soorten tuberculostatica. Een
jaar later bleek hetero-anamnestisch de zwelling nog even groot te zijn
gebleven. Door de mechanische bezwaren voelde hij zich gehandicapt.
9.6.6 Casus 6
Onverzekerde illegale patiënt met lymfadenitis
tuberculosa gemist op controleafspraken
Eind jaren negentig bemerkte een circa 25-jarige patiënt enkele zwellingen
rechts en links in de hals, die progressief in omvang toenamen. Hij consulteerde mijn huisartspraktijk in Amsterdam. De patiënt was afkomstig uit een
voor TBC endemisch gebied, woonde en werkte sinds enkele jaren illegaal in
Amsterdam.
De man werd na overleg gepresenteerd aan de chirurg van het OLVG
voor verdere diagnostiek en behandeling. Om een specifieke ontsteking uit te
sluiten verwees de chirurg de patiënt door naar de internist van hetzelfde
ziekenhuis.
Bij lichamelijk onderzoek palpeerde de internist in de hals multipele
lymfnoduli. Onderzoek van de longen en verder algemeen lichamelijk
onderzoek was zonder afwijkingen. Laboratorium- en Röntgenologisch
onderzoek van de longen toonden geen afwijkingen aan. Een Mantoux-reactie
werd niet verricht. Pathologisch-anatomisch onderzoek van een halslymfklierpunctaat toonde een abcederende ontsteking, de ZN- en Grocott-kleuring op
zuurvaste staven was negatief. Echter na de bacteriologische kweek van de
punctaat werd duidelijk dat er sprake was van mycobacterium tuberculosis.
Geconcludeerd werd dat er sprake was van lymfklierTBC en de internist
schreef vier soorten tuberculostatica voor. De TB-GGD werd op de hoogte
gebracht van de bevindingen. Ik heb echter nooit meer iets vernomen van de
patiënt, van het OLVG en van de TB-GGD. Het is niet duidelijk of de patiënt de
medicijnen heeft kunnen verkrijgen en tot zich heeft genomen. Waarschijnlijk
dat zijn onverzekerde en illegale status iets te maken heeft gehad met de
abrupte beëindiging van het contact met de patiënt.
9.7
Vier legale, verzekerde patiënten wel opgenomen
9.7.1 Casus 1
Jongeman op verdenking van pneumonie opgenomen
en behandeld
Midden jaren negentig bezocht een 18-jarige legale en tegen ziektekosten
verzekerde jongeman mijn huisartsenpraktijk. Na onderzoek vermoedde ik dat
er sprake zou kunnen zijn van een longontsteking en ik verwees de patiënt
door naar de internist van het AMC.
De patiënt zag er niet ziek uit. De lichaamstemperatuur bedroeg 38°C.
De bloedbezinking en de hoeveelheid witte bloedlichaampjes waren verhoogd.
De sputumkweek bleef negatief. Na Röntgenonderzoek werd geconcludeerd
126
dat er sprake was van een lobaire pneumonie in de rechteronderkwab. Er
volgde een opname. Omdat er geen ziekteverwekker werd gevonden, werd
besloten om blind te starten met Amoxicilline 3 × daags 750 mg oraal
gedurende een week. Binnen een dag normaliseerde daarmee de temperatuur. Dit maakte een pneumonie veroorzaakt door een pneumokok waarschijnlijk.
Drie dagen na de opname kon de patiënt in goede toestand uit het
ziekenhuis ontslagen worden. Dit is een adequate aanpak: niet voordat er een
goed effect is gegenereerd op de antibioticumkuur, kan de patiënt naar huis
gestuurd worden. Daarmee is besmetting van anderen ingeperkt.
9.7.2 Casus 2
Verzekerde, legale man in ziekenhuis behandeld voor
pneumonie
Eind jaren negentig bezocht een 25-jarige verzekerde, legaal in Nederland
levende man het AMC. 475 Hij had koorts, hoestte, gaf sputum op en had pijn in
de rechterthoraxwand. Er waren aanwijzingen voor een longontsteking.
De longfoto liet een infiltratieve afwijking in de rechtermiddenkwab zien.
Onder verdenking van een pneumonie werd de patiënt opgenomen en
behandeld met het antibioticum Cefotaxim. Zowel de sputum- als de
bloedkweek bleken pneumokokken te bevatten en de patiënt werd vervolgens
behandeld met een ander antibioticum, te weten Augmentin. Een dag na de
opname en behandeling normaliseerde de temperatuur en knapte de patiënt
knapte snel op. Op de vierde dag kon hij in goede toestand naar huis.
9.7.3 Casus 3
Verzekerde man van middelbare leeftijd opgenomen en
behandeld
In 2001 bezocht een circa 50-jarige verzekerde, legale man het AMC in
verband met pijn op de borst en oorpijn. 476 Hij had geen koorts. Op de longfoto
werd een infiltraat in de linkerbovenkwab geconstateerd en er was sprake van
een oorontsteking rechts. Na vijf dagen opname en behandeling kon patiënt
ontslagen worden.
9.7.4 Casus 4
Verzekerde legale man opgenomen en behandeld
In 2002 bezocht een bijna 40 jarige verzekerde legale man het AMC. 477 Sinds
drie dagen had hij pijn in de rechterflank. Hij zag er niet ziek uit, maar had
koorts. Op de longfoto was er een infiltraat in de rechteronderkwab gezien.
Patiënt werd opgenomen en met goed resultaat behandeld.
9.8
Casus: Artsen die willen kunnen zieke illegalen wél helpen
Het tweejarige kind R.P. van ouders uit Kameroen was niet verzekerd tegen
ziektekosten. Vader was legaal in Nederland, moeder illegaal. Midden jaren
127
negentig was het vader gelukt met het jongetje op familiebezoek te gaan naar
een streek die endemisch is voor onder meer malaria tropica. Vader en kind
hadden geen malaria-profylaxe gebruikt. Kindje P. kwam ziek terug in Nederland. Een maand vóór zijn opname in het AMC had hij wisselend koorts tot
40°C, waarnaast diarree en geleidelijke kleurverandering van de huid
optraden.
Moeder besprak de klachten van kindje P. met mij op het spreekuur. Na
onderzoek dacht ik aanvankelijk aan een virale diarree en startte een conservatieve behandeling. De controleafspraak na twee dagen werd door moeder
pas na twee weken opgevolgd. De klachten waren afgenomen, maar de
peuter had soms nog koorts gedurende enkele uren per dag en het oogwit zag
er nu wat gelig uit. Ik liet onderzoek doen op malariaparasieten. Deze werden
aangetoond en er was tevens sprake van ernstige bloedarmoede. Het hemoglobinegehalte (Hb) was sterk verlaagd tot 3,1 mmol/l, in plaats van de
referentiewaarde van 8,5 mmol/l.
De afdeling Tropengeneeskunde van het AMC was bereid het nietverzekerde kind te onderzoeken. De diagnose malaria tropica werd bevestigd.
Ook bleek zijn diarree te berusten op een infectie met de campylobacter jejuni.
Naast de lage Hb was de bezinkingssnelheid van de rode bloedcellen met 122
mm het eerste uur sterk verhoogd, ten opzichte van een normale waarde
van10-15 mm/1e uur. Voor de behandeling werd het kind gedurende drie
dagen opgenomen op de afdeling Kindergeneeskunde en met goed resultaat
behandeld. Gelukkig was het beloop ongecompliceerd door de snelle
hulpverlening van de doktoren van deze afdeling van het AMC.
9.9
Beschouwing
De hierboven geïntroduceerde legale verzekerde patiënten (9.7) zijn volgens
de medische regels behandeld. De eerste dagen zijn ze bij het inzetten van de
antibiotische behandeling onder continue medische controle geweest. Hierdoor kon men klinisch zien of de bacteriën gevoelig waren voor het gekozen
antibioticum, omdat er ook bacteriën zijn die resistent zijn tegen een bepaald
antibioticum. Bij patiënten uit endemische gebieden voor TBC moet men dan
ook rekening houden met TBC. Door dit beleid kan men een betere waarborg
hebben voor de genezing van de patiënt en voor de volksgezondheid door het
beperken van besmettingen.
In 2003 werd bekend dat de sterfte door longontsteking in Nederland ten
opzichte van tien jaar ervoor met 60% was gestegen. Onderzoekers van het
RIVM hadden geen idee hoe dat kwam. 478 Dr. Marie-Louise Heijnen, epidemioloog bij het RIVM, leidde het project over infecties aan de luchtwegen. ‘Een
deel van de toename komt door de vergrijzing van de bevolking, maar dat
verklaart het verschil in sterfte niet geheel’, zei ze desgevraagd. 479 ‘In 2000
overleden 33 mannen en 40 vrouwen per honderdduizend mannen dan wel
vrouwen. In 1988 lagen die cijfers op 15 en 20, dus er is sprake van grofweg
128
een verdubbeling.’ 480 Volgens het hoofd Infectieziekten van het AMC, prof. P.
Speelman worden jaarlijks 16.000 mensen met een bacteriële longontsteking
in Nederlandse ziekenhuizen opgenomen. 481
Op grond van de Wet Bestrijding Infectieziekten kan een TBC-patiënt
onder dwang worden opgenomen, omdat hij vanwege zijn besmetting een
gevaar vormt voor zijn omgeving. Een TBC-patiënt die met medicijnen wordt
behandeld, is na enkele weken niet langer besmettelijk voor zijn omgeving. 482
In Amsterdam leidt het TBC-bestrijdingsbeleid van de GGD en de tweedelijn
echter tot een risicovolle situatie. Patiënten met mogelijke open longTBC
worden buiten de deur gehouden en lopen dus onbehandeld rond.
In het onderzoeksrapport van de Erasmus Universiteit te Rotterdam De
ongekende stad gaf de gezondheidsdienst een onjuist beeld. Het NRC
Handelsblad meldde over de GGD Amsterdam: ‘Artsen en verpleegkundigen
van de Amsterdamse gemeentelijke dienst voor volksgezondheid (GGD) zijn
van mening dat illegalen tot nu toe op creatieve wijze een beroep doen op
medische zorg. Medisch noodzakelijke zorg, ambulance-vervoer, spoedeisende operaties, wordt hen nooit geweigerd. De GGD is er in de loop der jaren in
geslaagd vrij snel en effectief en vaak anoniem onderzoek te doen naar
overdraagbare infectieziekten maar als de “haarden” niet te vinden zijn of er
wordt geen medewerking verleend aan verder onderzoek dan voorzien artsen
en verpleegkundigen van de GGD meer moeilijkheden.’ 483
In de casussen die hierboven werden beschreven, wordt de werkelijke
werkwijze van de hoofdstedelijke GGD in kaart gebracht. Deze staat haaks op
de uitspraken van de meeste beleidsmedewerkers van instellingen en
instituten binnen de gezondheidszorg. De toenmalige medisch directeur van
de GGD, R. Vrenken, deed er in het geciteerde NRC-artikel enkele schepjes
bovenop: ‘En illegalen die slechter in hun vel zitten door hun medische
verleden en het ontbreken van adequate zorg van vóór hun komst worden dan
een groter gevaar voor de gemeenschap onder meer door overdraagbare
infectieziekten. 484 De infectiedruk op de samenleving zie je dan toenemen.
Voor ons wordt het steeds lastiger om de bron van die infectie op te sporen of
om preventief te werk te kunnen gaan. Onder bezoekers van een disco in
Brabant kan je vlug nagaan wie in aanraking is gekomen met een patiënt met
TBC, maar roep hier maar eens caféklanten op voor een onderzoek. Soms
lukt het nog met het aanbieden van een of twee consumpties maar als ze hier
illegaal verblijven komen ze al helemaal niet. Je krijgt nauwelijks hun
medewerking omdat zij steeds verder aan de rand van de samenleving terecht
komen. Pas op een moment dat hulpverlening echt acuut wordt weten ze ons
te vinden. Dat verhoogt het lijden en brengt adequate hulp in gevaar.’ 485
Met de bovenstaande onjuiste informatie wordt de publieke opinie de
ware feiten onthouden. Zo veegde een Europees onderzoek een jaar later de
vloer aan met deze onwaarheden uit het onderzoeksrapport De ongekende
stad: ‘In september 1999 werd het rapport Mégapoles-Health in Europe’s
capitols gepubliceerd. Hierin bleek Amsterdam in Europees verband niet best
te scoren wat betreft het aantal gevallen van onder meer TBC (een van de
129
hoogste), Aids (hoogste aantal van de onderzochte hoofdsteden) en tienerzwangerschappen (die in Amsterdam ook relatief veel bleken voor te
komen). 486
De GGD Amsterdam vond de bevindingen in dit rapport aanleiding om
een aantal zaken eens goed uit te zoeken. Prof. Dr. R. A. Coutinho, in die tijd
directeur van de divisie Volksgezondheid van de GGD, bevestigde de situatie
van de openbare gezondheidszorg: ‘Ja, wij Nederlanders zijn nogal eens
zelfgenoegzaam. Het is dus wel eens goed om te zien dat we het helemaal
niet zo fantastisch doen, soms zelfs slechter dan andere landen.’ 487
Coutinho zocht de verklaring voor de relatief hoge TBC-cijfers vooral in
het multiculturele karakter van de hoofdstad. Coutinho: ‘Dat blijkt alleen al uit
het feit dat in Amsterdam ongeveer drie keer zoveel TBC voorkomt als in de
rest van Nederland (…) Dat komt louter doordat hier veel mensen uit Afrika en
Azië wonen, gebieden waar veel TBC voorkomt. Daar is niets aan te doen. We
testen alle immigranten op TBC, maar kunnen daarmee nooit alle gevallen
opsporen.’ 488 De GGD-directeur gaf maar een gedeeltelijke verklaring voor de
hoge TBC-prevalentie in de hoofdstad. Tweederde van de niet-westerse
Amsterdamse migranten loopt de besmetting namelijk in Amsterdam zelf op.
De belangrijkste oorzaken daarvan liggen in het jarenlange falend
beleid, de bestuurlijke- en financiële chaos van de TB-GGD en het onvermogen van de burgemeester en wethouders om aan de GGD leiding te geven
en de diensttaken te professionaliseren en te coördineren. In Amsterdam en
omgeving hebben daardoor de volksgezondheid en de gezondheid van
individuele burgers al tientallen jaren sterk te lijden onder het ondermaatse en
inadequate beleid van de instellingen.
Het Amsterdamse infectieziektenbestrijdingsbeleid van de GGD is
medeoorzaak van de hoge prevalentie van TBC onder de hoofdstedelijke
illegalen en niet-westerse migranten. Illegalen zijn terecht angstig om
aangegeven te worden. In deze publicatie is aannemelijk gemaakt dat illegalen
met mogelijke medewerking van ziekenhuizen en artsen zijn gearresteerd en
het land onbehandeld uitgezet.
We zien ook dat bij illegalen met longontstekingen door de TB-GGD
zonder degelijk diagnostiek en voorzorgen geconcludeerd wordt dat er sprake
is van een banale longontsteking (geen TBC) en dat dan later blijkt dat er toch
sprake was van open longTBC. De patiënten zijn dan niet meer te lokaliseren
en lopen jaren onbehandeld rond.
De Amsterdamse longarts en GGD-directeur dr. Deutekom van de
afdeling Tuberculose-bestrijding liet echter in 1993 in Het Parool het volgende
publiceren: ‘Het grote probleem bij illegalen is dat ze niet automatisch bij ons
worden onderzocht. Ghanezen bijvoorbeeld dragen voor bijna honderd
procent de TBC-bacterie. Juist door de stress waarin ze hier terechtkomen,
kan de bacterie actief worden. Tien procent van al onze patiënten zijn hier
illegaal en hun aantal neemt toe. Uit angst te worden aangegeven komen ze
niet gauw. Ten onrechte.’ 489
130
Zes jaar later deed directeur D.J. Bakker van het AMC over het illegalenbeleid
en gezondheidszorg een opmerkelijk vooruitstrevende uitspraak. In een bijdrage aan het boekje Illegale vreemdelingen op uw spreekuur schreef hij het
volgende: ‘We zouden ons in een rijk land als Nederland collectief moeten
schamen, wanneer we de zorg aan illegale vreemdelingen niet net zo goed
zouden regelen als de zorg voor anderen. Het totale bedrag dat hiermee
gemoeid is, is heus niet zo enorm dat we dat niet met zijn allen zouden
kunnen dragen.’ 490 Wanneer gaat Nederland dat regelen?
131
Een voorbeeld van genereuze medische
hulpverlening:het onverzekerde Togolese meisje
Edoh vóór en na de ingrijpende operatie
(Foto: Ingeborg Mak; overgenomen met
toestemming uit het Reformatorisch Dagblad
van 27 juli 1996)
. Zie ook paragraaf 10.1.1.
132
10
Varia: casussen illegalen met diverse medische histories
10.1 Inleiding
In het artsenvakblad Medisch Contact van 19 mei 2006, melden artsen die
hulp verlenen aan illegalen in Rotterdam dat ziekenhuizen steeds vaker
weigeren onverzekerden te behandelen. 491 ‘Patiënten zonder een identiteitsbewijs of verzekeringsbewijs bij de receptie van ziekenhuizen worden dikwijls
al weggestuurd zonder dat iemand heeft beoordeeld of hij dringend medische
hulp behoeft. Een Rotterdams ziekenhuis zou de artsen hebben gemeld dat zij
nooit onverzekerden behandelen.’ 492
Eind 2005 besloten Rotterdamse ziekenhuizen in de regio Rijnmond en
ziekenhuizen in Den Haag om onverzekerde patiënten alleen nog te behandelen voor medische zorg die geen uitstel vergt. 493 Projectmanager De Leeuw
van Medisch Centrum Haaglanden: ‘We zullen illegalen die niet direct geholpen hoeven te worden, adviseren voor behandeling terug te gaan naar het
land van herkomst. We kunnen niets voor ze doen.’ 494 Ook in Amsterdam
wordt sinds het begin van de jaren negentig het Rotterdamse en Haagse
beleid door de meeste ziekenhuizen uitgevoerd. 495
In Amsterdam waren er in de jaren negentig slechts zeven van de ruim
driehonderd huisartsen bereid om onverzekerde illegalen te helpen. 496 In de
volgende casussen worden verschillende ziektegevallen voorgelegd die inzicht
geven in de ondermaatse hulpverlening aan niet-verzekerde patiënten zonder
verblijfspapieren. De diagnostiek en behandeling worden bij deze categorie
patiënten sterk bepaald door economische factoren en niet door medische
ethiek. Budgetten bepalen daardoor individueel geluk en de volksgezondheid:
zo wordt een te corrigeren lichamelijke invaliditeit als een medisch niet
noodzakelijke aandoening gecategoriseerd; seksueel misbruik van een kleuter
is door medici en Justitie niet volgens de voorschriften behandeld; een
gehandicapte couveusebaby heeft om financiële redenen niet het gangbare
behandelingstraject doorlopen; medische experimenten op deze patiënten zijn
volgens wetten en regels niet toegestaan, maar gebeuren toch; ziekenhuizen
laten zieke illegalen door de politie arresteren en het land uitzetten als zij voor
behandeling terugkomen.
10.2 Ondermaatse behandeling van onverzekerde illegale patiënten
10.2.1
Casus 1
Onverzekerd kind pas na televisiedocumentaire
geopereerd
Abdul G. was de laatste van een gezin met vijf kinderen en werd in 1992 in
Kashmir (Pakistan) geboren. Het volledige gezin had sinds 1996 een tijdelijke
vergunning om in Nederland te verblijven. In november van dat jaar bezocht
Abdul in gezelschap van zijn vader mijn huisartspraktijk met het verzoek Abdul
133
van zijn functionele lichamelijke invaliditeit af te helpen. Het kind was nietverzekerd tegen ziektekosten.
Abdul was ernstig verbrand aan zijn rechterschouder en -borstkas. Op
tweejarige leeftijd was Abdul in een oven voor het bakken van roti’s
(Hindoestaan brood) gevallen. Van een goede brandwondenbehandeling was
geen sprake geweest. De wond was genezen met achterlating van grote dikke
invaliderende bindweefsellittekens (keloïdvorming). De Pakistaanse jongen
kwam naar Nederland en kreeg een tijdelijke verblijfsvergunning in verband
met de werkzaamheden van zijn vader voor een stichting.
Onverzekerde Abdul G. vóór behandeling in Nederland
134
Abdul was rechtshandig en de brandwond belemmerde op een pijnlijke manier
het functioneren van schouder en elleboog, waardoor de motoriek van zijn arm
in ernstige mate was gehinderd. De gewrichten waren verpakt in dikke
littekenkabels. Omdat de huid van zijn oksel was verkleefd kon hij zijn arm niet
buitenwaarts bewegen (abductiecontractuur). Deze dwangstand belemmerde
het heffen van de arm bij meer dan negentig graden. Tevens had de jongen
een volumineus litteken op de rug die doorliep over de achterzijde van de arm
en over de zijkant van de elleboog, zodat dit gewricht zeer beperkt kon buigen.
Bovendien werd zijn hoofd ontsierd door grote littekens aan het rechteroor.
Ik kwam tot de conclusie dat de littekens aan de rechterschouder de
groei van de botten van de rechter schoudergordel en bovenarm ernstig
belemmerde en dat de littekens op korte termijn gecorrigeerd dienden te
worden. Zo niet, dan zou er onherstelbare schade kunnen ontstaan. Het
patiëntje zou een verkorte arm en scheve schouder overhouden die hem in
zijn doen en laten mogelijk nog meer zouden hinderen. Ik verzocht het AMC,
afdeling plastische chirurgie, om een consult en mee te denken aan een oplossing. Begin december 1996 werd Abdul door plastisch chirurg mevrouw
C.M.A.M. van der Horst van het AMC onderzocht. Dokter Van der Horst kwam
echter tot de conclusie – mogelijk na overleg met ziekenhuisbestuurders van
het AMC – dat de contractuur niet zodanig ernstig was dat de groei van de
schouder en elleboog acuut belemmerd werd. De AMC-dokter eindigde met de
volgende passage: ‘Gezien het feit dat er geen acute noodzaak is om snel iets
te doen lijkt het me zinvol toch te proberen patiëntje in een verzekering onder
te brengen.’ 497
Het Ziekenfonds Amsterdam en Omstreken (ZAO) had het hele gezin G.
particulier verzekerd, maar zag ervan af om Abdul mee te verzekeren vanwege het financiële risico van de grote invaliderende littekenwond. Het AMC
zag geen medische noodzaak Abdul van zijn invaliditeit af te helpen vanuit de
pot ‘dubieuze debiteuren’. De mening van het AMC dat er geen acute noodzaak was, lijkt ingegeven uit financiële overwegingen en niet gebaseerd te zijn
op medische criteria.
Na de mededeling van het AMC zocht ik naar operatiemogelijkheden in
twee andere Amsterdamse ziekenhuizen. Op 2 januari 1997 werd met de
afdeling chirurgie van de Vrije Universiteit een nederig verzoek om hulp
gedaan. Op 6 januari werd ik teruggebeld door de VU met een afwijzende
mededeling. Het andere ziekenhuis verwees mij naar een derde ziekenhuis.
Ook hier konden de artsen niet helpen omdat hun budget voor de categorie
onverzekerde patiënten niet toereikend was.
Terwijl de kwestie met kindje Abdul speelde, werd ik eind 1996 benaderd door KRO-Netwerk. Ze wilden op de televisie een beeld geven van mijn
werk in de Bijlmermeer. De aanleiding was mijn rol in de kwestie van de
illegale CVA-patiënt, de acties van de IGZ en het MTC (zie proloog). 498 Ik heb
er toen voor gezorgd dat er in 1997 aan de ziektegeschiedenis van de nietverzekerde Abdul aandacht werd besteed. Na het zien van deze documentaire
maakten particulieren duizenden gulden over voor de behandeling. 499 Een
135
instelling was bereid meer dan 10.000 gulden te betalen voor de te maken
kosten.
Een dag na de uitzending belde de landelijk en internationaal bekende
brandwondenchirurg van het Rode Kruisziekenhuis te Beverwijk, dokter
Hermans, mij op met de mededeling dat hij Abdul in behandeling wilde nemen.
Het patiëntje werd voorgesteld aan plastisch chirurg dr. Frits Groenevelt, een
collega van dr. Hermans. Er werden geen verzekeringstechnische- of andere
financiële voorwaarden aan deze behandeling verbonden. Na een poliklinische
evaluatie werd de onverzekerde Pakistaanse jongen in februari 1997 gedurende tien dagen opgenomen in het Rode Kruisziekenhuis en geopereerd aan de
littekens van zijn rechterschouder en -elleboog.
Mogelijk schrok het AMC van de maatschappelijke- en schriftelijke reacties uit het hele land. Op 13 januari 1997, een week na de televisie-uitzending,
ontving ik als huisarts van de niet-verzekerde Abdul G. een afschrift van een
brief van medisch maatschappelijk-werker H.J.H.M. Hofman van het AMC.
Daarin verklaarde men dat er tóch sprake was van een medische indicatie en
dat het AMC de behandelingen zo spoedig mogelijk zou starten, maar pas
nadat kindje Abdul verzekerd kon worden.
Door de genereuze en menswaardige reactie van de artsen van het
Rode Kruisziekenhuis was dit niet meer nodig. Voor kleine Abdul gingen grote
deuren open en hij maakt door de operatie een betere kans op een volwaardig
en gezond leven.
10.2.2
Casus 2
AMC onderschat schade bij seksueel
misbruikt kind met tijdelijke verblijfsstatus
In de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw consulteerden de
ouders samen met hun nog geen tien jaar oude dochter Maria (fictieve naam)
mijn huisartspraktijk in Amsterdam. De ouders wilden weten waarom hun
dochter sinds vijf dagen pijn in de onderbuik had. Er was tijdens het plassen
bloed te zien en haar onderbroek was bevuild met bloed. De ouders en hun
dochter waren niet-westerse migranten. De volwassenen verbleven al enkele
jaren in Nederland, Maria was op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning
sinds een jaar met haar ouders herenigd in Amsterdam. Het verzoek voor een
definitieve verblijfsvergunning en voor de hereniging met nog een aantal in het
buitenland verblijvende kinderen was in behandeling bij de IND.
Maria sprak geen Nederlands. Sinds enkele maanden zat ze op een
basisschool in Amsterdam Zuidoost. Het meisje had het over pijn die ze
voelde en wees huilend naar haar onderbuik. Ik constateerde een gescheurd
maagdenvlies. Het verdere lichamelijk onderzoek was zonder afwijkingen. Een
begeleider verklaarde later aan mij dat een bijna even oude jongen van haar
school een dag ervoor zijn vingers in haar geslachtsorgaan gestoken had.
Omdat een politieonderzoek, waarbij ook ik als huisarts betrokken zou moeten
worden, tot 2006 niet heeft plaatsgevonden, dienen we de uitleg van de
begeleider als de juiste verklaring van Maria’s klachten te zien.
136
Om kindermisbruik en de eventuele complicatie van een seksueel
overdraagbare aandoening (SOA) uit te sluiten, verwees ik Maria naar de
dermatoloog van het AMC. Dermatoloog dr. H.J. Hulsebosch (chef de
policlinique) en arts-assistent dermatologie mw. C.N. Wibowo concludeerden
dat bij Maria het maagdenvlies (hymen) niet intact was door een traumatische
beschadiging. Onderzoek op infectieziekten werd niet verricht. Ik had tevens
verzocht om een vertrouwensarts in te schakelen indien er sprake zou zijn van
child abuse. 500 Dit verzoek werd niet gehonoreerd. De artsen van het AMC
verklaarden: ‘De anamnese leverde niets anders op dan een traumatische
beschadiging door een spelletje met een leeftijdsgenoot. Ons inziens hadden
wij op basis van de anamnese en onderzoek onvoldoende aanwijzingen voor
child abuse om een vertrouwensarts in te schakelen.’ 501
Een paar dagen na het AMC-bezoek kwam Maria voor controle naar de
huisartsenpraktijk. Ik zag dat haar psychische gesteldheid verslechterd was.
Zo keek zij angstig, hield haar moeder krampachtig vast, ze was vaker opstandig en boos bij de geringste aanleiding. Ik verwees haar daarom naar de
jeugdafdeling van de Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (RIAGG) aan de Fizeaustraat te Amsterdam, omdat ik een
psychisch trauma naar aanleiding van het gebeurde vermoedde.
Maria werd gedurende acht maanden in veertien contacten behandeld
naar aanleiding van de seksuele spelletjes. Maria werd behandeld door een
psychologe, een orthopedagoog en een sociaal-psychiatrische verpleegkundige. De laatste nam tijdens de behandeling de meeste contacten voor
haar rekening. Tevens werd er gewerkt aan het verbeteren van de aanpassingsproblematiek na migratie uit het buitenland. 502
Na de bevindingen van het AMC en het vernemen van het standpunt
van de dermatologen om geen vertrouwensarts in te schakelen, adviseerde ik
tijdens het tweede bezoek van Maria en haar ouders om aangifte te doen bij
de politie van Amsterdam Zuidoost (Karspeldreef). Volgens de ouders en een
begeleider van het gezin zouden ze deze raad opvolgen. Na het contact van
de ouders met de politie bemerkte ik een toenemende afstandelijkheid van de
ouders toen er over de kwestie werd geïnformeerd. De begeleider liet de
huisarts weten dat de ouders geen verdere actie wilden ondernemen, anders
zouden ze problemen kunnen krijgen met de gezinshereniging van Maria. Ook
moesten er nog twee andere kinderen uit het buitenland overkomen voor
hereniging.
Daarnaast was hun verblijfsvergunning nog van tijdelijke aard en ze
waren van mening dat als zij de kwestie zo zouden laten, ze mogelijk een
permanente verblijfsvergunning zouden kunnen krijgen. Over het beleid van
de school over de te nemen maatregelen na de vingerontmaagding van Maria
was bij de ouders overigens niets bekend geworden. Ik heb nog getracht de
ouders te overtuigen van de ernst van de kwestie en de overtuiging
uitgesproken dat er alleen door justitieel onderzoek conclusies getrokken
zouden kunnen worden. Hierna was het dan mogelijk om eventuele andere
137
slachtoffertjes te behandelen. Tevens zou overgegaan kunnen worden tot
onderzoek en behandeling van de jonge dader. 503
De meest merkwaardige ontwikkeling volgde een paar maanden later:
de ouders en Maria waren plotseling verhuisd naar een ander stadsdeel in
Amsterdam. Ik kon als huisarts geen contact meer krijgen met het gezin, zij
hadden ook een andere huisarts. Ruim drie jaar later kwam het gezin herenigd
met de andere twee kinderen wederom wonen in Amsterdam Zuidoost. Over
het trauma werd niet meer gesproken. Niet uitgesloten mag worden dat er
meer speelde rond de ontmaagding van dit kind. Haar begeleiders wisten
meer, maar durfden of wilden niet veel vertellen over de ware toedracht van de
kwestie. 504
10.3 Medische trials bij patiënten zonder verblijfsvergunning
Medische experimenten op illegale patiënten, of op patiënten met een tijdelijke
verblijfsvergunning is ethisch en juridisch verwerpelijk. Controle op nadelige
werkingen bij patiënten die door de IND zijn uitgezet, is niet meer mogelijk.
Wetten en regels aangaande aansprakelijkheid en verzekeringen kunnen niet
meer getoetst worden. Dit geldt nog eens zwaarder voor minderjarigen
(kinderen) die om medische redenen een langer verblijf in Nederland nodig
hebben. De wet dient met betrekking tot deze specifieke categorie patiënten
op korte termijn concreter te worden aangepast.
De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) heeft
als doel om ‘proefpersonen te beschermen tegen de risico’s en bezwaren van
wetenschappelijk onderzoek, zonder de voortgang van dat onderzoek onnodig
te belemmeren.’ 505 Artikel 5 van deze wet verbiedt wetenschappelijk onderzoek te verrichten op ‘proefpersonen van wie redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat zij gezien de feitelijke of juridische verhouding tot degene die
het onderzoek verricht of uitvoert, of degene die de proefpersonen werft, niet
in vrijheid over deelneming daaraan kunnen beslissen.’ 506 Ondanks het
toezicht van de IGZ wordt deze wet eenvoudig door ziekenhuizen en artsen
overtreden. Veel artsen hebben daarnaast moeite met het naleven van de
WGBO. Dit bleek in november 2003 uit een tussentijdse peiling bij het
‘artsenpanel’, een representatieve vertegenwoordiging van de landelijke
artsenkoepel KNMG, dat periodiek wordt geraadpleegd. 507 De WGBO, die in
1995 werd ingevoerd, regelt de rechten van de patiënt. Uit de peiling bleek dat
de artsen de wet willen naleven, maar dat dit vaardigheden en inzichten eist
die hun niet zijn geleerd. Zo achtte slechts de helft van de ondervraagde
artsen zich in staat om na te gaan of een patiënt de gegeven informatie ook
heeft begrepen. In de wet wordt de informatieplicht van de arts vastgelegd, de
plicht om toestemming te vragen voor het uitvoeren van een behandeling. 508
Niet-betalende patiënten, al of niet wachtend op een definitieve
verblijfsvergunning, verkeren in de afhankelijke positie en stemmen toe vanuit
de gedachte ‘voor wat hoort wat’. De informed consent in deze geestelijke
138
afhankelijke positie kan makkelijk gezien kunnen worden als een vorm van
psychische dwang om mee te doen. Immers, weigeren zou kunnen betekenen
dat de zieke niet in behandeling wordt genomen en in het ergste geval zou de
Vreemdelingenpolitie gebeld kunnen worden. Bij het optreden van complicaties (zoals in onderstaande casus) is de patiënt rechteloos, bovendien zal
deze geen aangifte kunnen doen om een schadeclaim te kunnen indienen.
Niet-westerse migranten zullen zonder enige emotionele overmacht (op
de grens van emotionele dwang) haast nooit vrijwillig betrokken willen worden
bij een medisch experiment. 509 Religieuze, maar ook culturele argumenten
liggen daaraan meestal ten grondslag. Zo publiceerden vier AMC-onderzoekers, Nievaard, De Vos, De Haes en Levi, begin januari 2004 de resultaten
van een systematisch literatuuronderzoek over de redenen voor patiënten om
(niet) te participeren in klinische trials. Over de zwarte patiënten kwamen de
onderzoekers tot de volgende beschouwing: ‘Bij onderzoek onder HIVpatiënten hing “allochtone afkomst” samen met een verminderde deelname.
Bij andere categorieën, zoals patiënten met kanker, is een dergelijk effect niet
beschreven, wellicht omdat er minder allochtonen in de onderzochte populatie
voorkwamen. De allochtone populatie zou over het algemeen wantrouwend
staan ten opzichte van de medische wetenschap en bang zijn haar autonomie
te verliezen en ook kunnen door een taalbarrière misvattingen ontstaan. Juist
deze taalbarrière belemmert het kunnen wegnemen van het wantrouwen. Wij
vonden in eerder onderzoek dat artsen het geven van informatie aan allochtone patiënten moeilijk vinden. Het inzetten van een tolk en het aanbieden van
geschreven informatie in de eigen taal van de patiënt kunnen mogelijke
oplossingen zijn.’ 510
Over het recht op informatie in de medische praktijk zegt mr. Roscam
Abbing het volgende: ‘Wat betreft de verstrekte informatie met het oog op
toestemming kan een handtekening van de patiënt de arts niet disculperen. De
handtekening is onvoldoende bewijs dat de informatie voldoende is geweest
en ook is begrepen.’ 511 Patiënten die hebben deelgenomen aan een experimentele hogere dosering in kortere tijd van een reeds geregistreerd medicijn,
zoals kinine (zie casus 2), moeten gedurende een langere periode gecontroleerd kunnen worden op nadelige effecten. Alle artsen, zoals ook die in het
AMC, zijn op de hoogte van het feit dat illegale arbeiders maar enkele weken
tot enkele maanden op één adres verblijven. Ook moeten deze medisch
geschoolde onderzoekers ervan op de hoogte zijn dat deze categorie
patiënten geen huisarts hebben en doorgaans schriftelijk of telefonisch slecht
te bereiken zijn.
‘Deskundigen zijn op de hoogte van de wetenschap dat patiënten die
een nieuw medicijn slikken, structureel moeten worden gecontroleerd. Op die
manier kunnen per jaar honderden doden als gevolg van bijwerkingen worden
voorkomen. Dat stelde hoogleraar klinische epidemiologie Frits Rosendaal van
het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Nederland heeft elk jaar te
maken met naar schatting 3.500 tot 4.000 medicijndoden. Volgens Rosendaal
wordt het probleem nog onderschat en vallen er veel meer doden door
139
onvoorziene bijwerkingen van medicijnen. Effectieve medicijnen zonder
bijwerkingen bestaan niet, maar dat wil niet zeggen dat als een medicijn op de
markt komt alle bijwerkingen bekend zijn. De meeste bijverschijnselen komen
pas aan het licht als het middel door vele duizenden mensen wordt geslikt. En
dat is na de registratie.’ 512
Beangstigend in dit verband is een artikel van artsen van het Erasmus
MC en Sophia Kinderziekenhuis Rotterdam. 513 De artsen schrijven het
volgende: ‘Het gebruik van niet-geregistreerde medicatie leidt eveneens tot
onduidelijkheden. Met enige regelmaat komt het voor dat de enige beschikbare effectieve medicatie nog niet is geregistreerd en de ouders weigeren
deze te geven. Juridisch staat het ouders en patiënten vrij om het gebruik van
een niet-geregistreerd geneesmiddel te weigeren. Toch vindt de werkgroep
dat gezien het levensreddende karakter van de therapie dit moet worden
gemeld bij het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) of de Raad
voor de Kinderbescherming.’ 514
In ditzelfde artikel schrijft men over de verblijfstatus het volgende: ‘Een
van de belangrijkste mogelijkheden om de medicatietrouw te garanderen is
tijdelijk de medicatie onder toezicht van een thuiszorgorganisatie te geven. Het
toelaten van de thuiszorg binnen het gezin is hierbij een voorwaarde. De
onduidelijke verblijfstatus van de patiënt en diens familieleden kan problemen
opleveren, zoals onduidelijkheden rond vergoedingen, problemen met
indicatiestelling van thuiszorg en verwarring over de rechtspositie van de
kinderen en de ouders/verzorgers. De verblijfstatus van een patiënt mag
echter geen enkele rol spelen bij de behandeling.’ 515
Over het algemeen tracht het ziekenhuis de kosten te verhalen bij
enkele instanties, hetgeen meestal succesvol blijkt te zijn. Er wordt eerst een
tijdelijke verblijfsvergunning op medische gronden aangevraagd bij de
Vreemdelingenpolitie Deze verblijfsvergunning is een vereiste bij de betalende
instanties. Door deze aanvraag van verblijf wordt het adres van de ouders
bekend bij de vreemdelingenpolitie. De ouders vertrouwen de behandelende
artsen blindelings en vermoeden bijna nooit dat er onraad kan ontstaan.
10.3.1
Casus 1
Illegaal medisch experiment op onverzekerde
Surinaamse baby leidt tot ernstige invaliditeit
‘Ruben Soeklall jr. is op 10 oktober 2002 geboren in Suriname. Zijn ouders
behoren tot de arme sociale klasse. Vader Ruben Soeklall: “Ruben groeide de
eerste maanden van zijn leven op als een normale baby, zag er stevig uit en
groeide goed. Alles werd anders toen bleek dat hij een open hartklep had.”’ 516
In maart 2003 lag Ruben in het ziekenhuis in Paramaribo en werd door
Nederlandse kinderartsen en hartchirurgen die in Suriname op bezoek waren,
opgemerkt. Met de ouders werd afgesproken dat baby Ruben naar het LUMC
overgebracht zou worden, alwaar onder deskundige leiding een
hartklepprothese van kunststof aangebracht zou worden. Alleen voor deze
ingreep werd toestemming verkregen. 517
140
Ruben Soeklal (in rolstoel) temidden van zijn familieleden na zijn medische behandeling
(Foto overgenomen met toestemming van De Ware Tijd)
Enkele uren na de ingreep in Leiden deelde de behandelend kindercardioloog
dokter Schoof vader Ruben Soeklall mee dat zijn kind ‘geen standaard
operatie’ had ondergaan. De heer Soeklall was verbolgen: ‘Er is
geëxperimenteerd. In plaats van dat ze een kunstmatige hartklep zoals
afgesproken hadden aangebracht, hadden ze er eentje vervaardigd van
Ruben’s eigen weefsel.’ 518
‘Enkele uren na de hartoperatie blijkt dat het experiment mislukt is en
moet Ruben jr. met spoed opnieuw aan zijn hart geopereerd worden. Dr.
Schoof deelt Ruben sr. mee dat het lichaam van de paar maanden oude baby
de weefselkleppen lijkt af te stoten.’ 519 Het kind moest met spoed terug en een
tweede operatie ondergaan. Onderweg van de Intensive-Careafdeling naar de
operatiekamer, een transport dat werd uitgevoerd zonder zuurstoftoediening,
raakte het kindje klinisch dood. Ruben jr. onderging gedurende acht uren een
tweede hartoperatie. De baby ontving alsnog de hartklepprothese van
kunststof, zoals vóór de eerste operatie was afgesproken. Na deze laatste
operatie bleek dat baby Ruben ernstige hersenschade had opgelopen,
waardoor hij blind en verlamd was geraakt. Tevens leed hij nu aan epilepsie.
Het kind is terug in Suriname waar de medische voorzieningen voor zo’n
kind niet bestaan. Voor zover hij zal blijven leven, is het kind nu bedlegerig,
rolstoelafhankelijk en heeft dagelijks intensieve zorg nodig. Een zorg die
141
maandelijks honderden euro’s kost. Artsen van het LUMC hebben aan de
ouders veel hulp beloofd, maar tot op heden is deze niet ingelost. Cardioloog
Blom was in januari 2006 op bezoek in Suriname en beloofde Ruben sr. een
maandelijkse bijdrage van 50 euro voor de verzorging van zijn kind. Op 13 mei
2006 was er nog geen eurocent overgemaakt. 520
10.3.2
Casus 2
Niet-verzekerde illegale prostituee en haar kind in
het AMC geïncorporeerd in een medisch
experiment. Kind ontzet uit ouderlijk gezag en nu
bij pleegouders
Midden jaren negentig van de vorige eeuw werd in het AMC een kind geboren
uit jonge ouders die beide HIV-positief waren. De ouders woonden sinds
enkele jaren illegaal in Amsterdam bij enkele vrienden. Ze waren afkomstig uit
een gebied dat endemisch is voor het HIV-virus. De zwangere jonge vrouw
was werkzaam in een illegaal bordeel in Amsterdam. De moeder woonde nog
geen drie jaar in Nederland en sprak geen woord Nederlands. Zij was
functioneel analfabeet en sprak een taal die zelden in Amsterdam wordt
gehoord. Met haar man was de taalkennis niet veel beter. Hij sprak maar
matig Nederlands.
De familie was niet verzekerd tegen ziektekosten. In verband met de
zwangerschap werd de vrouw in 1996 getest op het HIV-virus. Ze bleek
positief te zijn voor type-1. Er was sprake van een goede opvang, begeleiding
en preventieve behandeling van de zwangere moeder ter voorkoming van
transmissie van het HIV-virus naar het kind. Het kind kwam ter wereld met
behulp van een keizersnede. Er traden echter ernstige complicaties op. Bij
deze keizersnede vond veel bloedverlies plaats. Tijdens en na de operatie
kreeg de vrouw in totaal negen bloedtransfusies. Eén dag na de operatie
ontstond het beeld van een acute nierinsufficiëntie met geringe urineproductie
en bloedplassen. Opname volgde op de Intensive Care. De patiënte verbleef
enige dagen op de Intensive Care en herstelde zich verder langzaam.
Moeder en kind werden opgenomen in een landelijk medisch onderzoek
naar moeder-kind transmissie bij HIV. De illegale patiënte ondertekende een
verklaring van informed consent. Deze was gebaseerd op een schijn-juridische
basis. Bovendien was er geen gebruik gemaakt van een erkende en bekwame
tolk toen de vrouw haar toestemming verleende voor het experiment. De
patiënte kon niet rustig en zorgvuldig overzien waarvoor ze tekende, omdat ze
als onverzekerde illegale patiënt, lijdend aan een dodelijke virusinfectie,
medisch sterk afhankelijk was van de welwillendheid van de AMC-artsen. De
illegale ouders en het illegale kind waren niet verzekerd tegen ziektekosten.
De medische kosten werden gedekt door het ziekenhuis dat voor de behandeling van deze categorie patiënten gebruikmaakt van speciale financieringen.
Na de bevalling was het kind nog HIV-1-positief. Midden 1998 vond
seroconversie plaats en waren er geen antistoffen tegen HIV-1 meer aantoonbaar bij het kind. In deze periode was het kind een week opgenomen en
142
succesvol behandeld voor een longontsteking. De moeder bleef werkzaam in
de prostitutie, waar zij onbeschermde seks had met klanten. Gedurende haar
behandelingsfase werd zij regelmatig gezien door de artsen van het AMC.
Na deze periode van zes maanden verschenen de ouders begin 1999
niet op een afspraak bij mijn huisartspraktijk in Amsterdam Zuidoost. Later
vernam ik van vrienden van deze ouders, dat moeder en vader vroeg in de
ochtend tegen hun wil door enkele blanke mannen waren meegenomen naar
Rotterdam in verband met enkele formaliteiten. Deze legale vrienden van de
ouders vermoedden dat de blanke mannen van de politie zouden kunnen zijn
en dat de ouders zonder hun kind het land via Rotterdam hebben moeten
verlaten. Het kind werd van de ouders gescheiden en kwam terecht bij pleegouders. Begin 2001 bleken twee kinderartsen van het AMC meer van deze
kwestie te weten, maar durfden geen mededelingen te doen aan de huisarts
van de ouders.
10.3.3
Casus 3
Complicaties na medisch experiment in AMC van
niet-verzekerde illegale Ghanees sprekende
analfabete
Een 23-jarige patiënte, afkomstig uit een land buiten de EU met een endemisch gebied voor malaria, woonde iets langer dan een halfjaar illegaal in
Amsterdam. Ze was niet verzekerd tegen ziektekosten. In de eerste helft van
de jaren negentig van de vorige eeuw bezocht ze de huisartspraktijk in verband met algemene malaise, koorts en misselijkheid, soms met braken.
De patiënte maakte een matigzieke indruk. De temperatuur was 36,5° C,
de polsfrequentie 88/min en de bloeddruk was 130/80 mmHg. Het verdere
lichamelijke onderzoek leverde geen afwijkingen op. Laboratoriumonderzoek
toonde malariaparasieten aan in het dikke-druppelpreparaat. De diagnose
malaria werd gesteld en de vrouw werd doorverwezen naar het AMC. Er
volgde een opname gedurende vijf dagen door de internisten dr. R. Grijm en
dr. P.P.A.M. van Thiel.
In het AMC werd de diagnostiek uitgebreid. Er was sprake van malaria
tropica met een geringe tot matige parasitemie van 0,8 %. De bloedbezinking
was sterk verhoogd met 104 mm in het eerste uur (normaal 10–15 mm). Er
was tevens sprake van bloedarmoede: het Hb was verlaagd tot 5,3 (normaal
8,0–8,5 mmol/l). Deze anemie was veroorzaakt door hemolyse als gevolg van
een al langer bestaande malaria. De elektrolyten, nier- en leverfuncties
vertoonden geen afwijkingen. De behandeling met kinine werd intraveneus
gestart.
De patiënte had geen opleiding genoten en sprak een vreemde taal.
Zelfs de Engelse taal beheerste zij zeer slecht, maar zij moest een papier
tekenen dat opgesteld was in het Nederlands. De onverzekerde patiënte ging
ervan uit dat het bij de behandeling in Nederland zo hoorde en omdat ze
illegaal was, probeerde ze zo min mogelijk tegen te werken. In werkelijkheid
werd de patiënte onderworpen aan een onderzoek naar de farmacokinetiek
143
van kinine bij malaria tropica. Om deze reden werd in vier uur tijd 1.500 mg
kinine via de aderen toegediend als oplaaddosis, waarna de patiënte een
continu infuus met kinine kreeg (dagelijks 2.250 mg) tot 3 dagen verstreken
waren (de normale dosering is 600 mg kinine om de acht uur). Aan het eind
van de behandeling kreeg zij éénmalig drie tabletten Fansidar, een antimalaria-medicijn, in één dosis. Op de derde dag van de behandeling werden
geen malariaparasieten in de dikke druppel meer gezien. Op de dag van
ontslag, vijf dagen later, was het Hb gestegen naar 6,0 mmol/l.
Tijdens de behandeling had de patiënte erg veel last van oorsuizen en
haar gehoor was sterk verminderd. Na een week moest zij voor controle
terugkomen in het AMC, maar in verband met de nog steeds aanwezige bijwerkingen van de hoge dosis kinine was haar vertrouwen in de AMCinternisten volkomen verdwenen. Ruim twee weken later kwam ze met een
begeleider bij mij op de huisartspraktijk. De patiënte moest in verband met de
duizeligheid gesteund lopen en door de opgetreden doofheid kon een gesprek
nauwelijks gevoerd worden. Bekende bijwerkingen van kinine zijn gehoorstoornissen, duizeligheid, oorsuizen. 521 Pas tijdens dit bezoek werd het haar
duidelijk dat ze met haar handtekening toestemming verleend had aan het
AMC voor deelname aan een medisch experiment. De patiënte zou voor haar
klachten doorverwezen worden naar de afdeling Keel, Neus en Oor (KNO) en
de klachtencommissie, maar verscheen niet meer op haar controleafspraak bij
de huisarts.
10.3.4
Casus 4
Geestelijk en lichamelijk ernstig invalide kind met
een zeer slechte prognose en in een verblijfsprocedure onderworpen aan medisch onderzoek
Om Nederland binnen te kunnen komen had de moeder van Annie (fictieve
naam) een samenlevingscontract geregeld met een legale niet-westerse
migrant. Annie en haar moeder kregen een tijdelijke verblijfsvergunning. Tot
twee keer toe kreeg het gezin onaangekondigd bezoek van ambtenaren. In de
eerste helft van de jaren negentig bezocht Annie met haar moeder mijn huisartspraktijk in Amsterdam. Het patiëntje leed aan methemoglobinemie ten
gevolge van een tekort aan een specifiek enzym; de rode bloedcellen zijn in
die situatie minder goed geschikt voor zuurstoftransport. De prognose van
deze aandoening is ongunstig en de patiënt zal op jonge leeftijd komen te
overlijden.
Annie was lichamelijk en geestelijk zwaar gehandicapt. Zij kon niet
praten, niet lopen, eten en drinken kon zij alleen via een neusslangetje. Ze
was niet zindelijk en liet urine en faeces lopen. Om deze reden droeg zij een
luier. Familie en vrienden hadden moeder overtuigd van de betere therapiemogelijkheden in het AMC. Het bezoek van moeder aan mijn praktijk was
vooral bedoeld als kennismaking en het laten doorverwijzen van haar dochter
naar de afdeling kindergeneeskunde van het AMC.
144
Al spoedig werd Annie door de kinderartsen gezien. Lange tijd hoorde ik niets
meer van de moeder van Annie, totdat zij op een ochtend zonder een afspraak
en in overspannen toestand binnenwandelde op het spreekuur. Zij was in de
veronderstelling dat haar dochter Annie met medeweten van mij betrokken
werd in een medisch experiment dat zij niet wilde. Ik kon haar overtuigen dat
die mogelijke experimentele activiteiten buiten mijn perspectief plaatsvonden
en dat een huisarts geen bemoeienis heeft met het klinische traject.
Om medische redenen was Annie in het AMC, afdeling Paediatrie
(kindergeneeskunde) opgenomen geweest. In verband met een experiment
had dr. Lincke het volgende materiaal nodig van Annie: huidbiopt, bloed en
liquor cerebrospinalis (het verkrijgen van hersenvocht via een ruggenprik).
Tevens wilde men een film en dia’s van haar maken. De moeder van Annie
weigerde in het bijzijn van een verpleegkundige de huidbiopsie en lumbaalpunctie. Een tweede arts, dr. Wijburg, heeft de moeder van Annie vervolgens
overgehaald om alsnog toestemming te verlenen. Zij stemde uiteindelijk toe,
maar weigerde de lumbaalpunctie (ruggenprik).
Na de huidbiopsie ontstond een complicatie op de rechter onderarm. Op
de plaats van het biopt vormde zich een woekerend littekenweefsel (keloïd)
van 3 × 3 cm, hetgeen cosmetisch storend is. Naar mijn mening als huisarts
had de eerste beslissing van de moeder van Annie gerespecteerd dienen te
worden. Op verzoek van de moeder stelde ik de medisch coördinator van het
AMC, de arts M.M.J. van Campen vragen over de gevolgde procedure. Het
antwoord van dr. Van Campen volgde een week later:
In de ontslagbrief aan u wordt ongelukkigerwijs gesproken over
experimenteel biochemisch onderzoek. Dit is maar zeer ten dele waar.
In het kader van diagnostisch onderzoek is zowel bloed als huidbiopt
afgenomen. Bloed is onderzocht in Spanje voor enzym-analyse met
betrekking tot mogelijk dieet en DNA-onderzoek. Het huidbiopt is
afgenomen voor zowel wetenschappelijk onderzoek als ten behoeve van
diagnostiek. Enzym-onderzoek is gedaan daar mogelijk een specifiek
dieet het verloop van deze vorm van methemoglobinemie mee kan
beïnvloeden. Het geheel is volgens dr. Wijburg uitvoerig besproken met
de ouders, waarbij open kaart is gespeeld. Zowel het wetenschappelijk
karakter is besproken ten behoeve van mogelijke behandeling straks
van gelijksoortige patiënten, als het diagnostische karakter van het
onderzoek. Het is juist dat de ouders in eerste instantie weigerden, zeker
wat betreft het doen van een lumbaalpunctie, dit laatste was puur
wetenschappelijk en hiervan is dan ook afgezien. Dr. Wijburg had niet de
indruk dat het een en ander onder druk tot stand is gekomen. Wat betreft
het litteken. Keloïdvorming is een bekend fenomeen bij donkere rassen.
Over het verloop en te zijner tijd behandeling van het litteken wil ik mij nu
zeker niet uitlaten. Ook niet over schadeclaimstelling.
Enkele jaren later is Annie overleden.
145
10.3.5
Casus 5
Kind met tijdelijk verblijf: AMC-arts pleit bij de IND
voor een verblijf om patiënt te behouden voor een
experimentele behandeling
Rasta (fictieve naam) leed sinds enkele jaren aan een chronische autoimmuunziekte van de darmen. Op deze leeftijd is de aandoening zeldzaam en
zeer interessant voor onderzoekers. In het land van herkomst waren de therapeutische mogelijkheden beperkt en bovendien niet succesvol. In Nederland
werd Rasta in 2000 door mijn huisartspraktijk verwezen naar kinderarts dr. B.
Wolf, van de afdeling kindergeneeskunde van het Amsterdamse Lucas –
Andreas ziekenhuis. In het begin was de behandeling hoopgevend. De
klachten werden minder.
Het resultaat bleek jammer genoeg van tijdelijke aard en ondanks
adequate en optimale medicaties verspreidde de ziekte zich naar andere
delen van de darm. Om deze reden werd Rasta verwezen naar de gastroenterologen dr. B. Derkx en drs. L. de Ridder van het AMC. In verband met
een medisch experiment besloten de AMC-artsen Rasta op te nemen in het
landelijke Anti-TNF-protocol. De jongen werd experimenteel behandeld met
een nieuw middel. Hoewel Rasta eigenlijk was uitbehandeld in Nederland,
werd zijn verblijf op grond van dit medische experiment steeds verlengd.
Rasta’s ouders hadden geen keus en waren nu emotioneel genoodzaakt in te
stemmen, want anders zou hun zoon het land worden uitgezet.
De IND wees echter de medische gronden voor Rasta’s tijdelijke verblijf
in Nederland af. De drie kinderartsen klommen onmiddellijk in de pen. De
directeur van de IND, district Noord West Unit VOVO NW te Amsterdam, ontving een brief met de passage: ‘Het is mijns inziens onethisch hem een behandeling te onthouden, waarmee zijn ziekte naar alle waarschijnlijkheid beter
onder controle komt en die in zijn land niet voorhanden is.’ 522 En het ministerie
van Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst: ‘Concluderend lijkt het mij
geïndiceerd Rasta een vergunning tot verblijf op medische gronden toe te
staan, aangezien het hier een chronisch inflammatoir (…) betreft waarvoor
reguliere controle en interventie noodzakelijk zijn en waarover in Nederland
veel expertise voorhanden is.’ 523
Nog nooit had ik als huisarts zo’n vurig pleidooi van medici gelezen voor
een verblijfsvergunning in Nederland voor een jonge niet-westerse migrant. De
lezer mag zich afvragen wie uit eigen belang onethisch bezig geweest is. De
experimenterende medisch specialisten van het AMC of de IND. Ethisch blijft
het echter verwerpelijk en wettelijk verboden om kinderen die nog geen
definitieve verblijfsvergunning hebben te betrekken in een medisch
experiment.
146
10.4 Shah versus Ernesto: tweedeling in de gezondheidszorg door
verschil in behandeling van gehandicapt kind met legale en illegale
status
De ziektegeschiedenissen van twee gehandicapte kinderen die in Nederland
werden behandeld, illustreren de tweedeling in de gezondheidszorg. Beide
kinderen leden aan dezelfde genetische afwijkingen, hebben dezelfde
culturele en sociaal-maatschappelijke achtergrond en verschillen alleen in
verzekeringsstatus. 524
10.4.1
Casus A
Legaal kind loopt geen delay op
Ernesto (fictieve naam) werd geboren in het begin van 1998, de moeder was
een 25-jaar oude legaal in Nederland verblijvende moeder. Al twee weken na
de geboorte werd bij Ernesto een ernstige handicap aangetoond. 525 Naar
aanleiding van geringe dysmorfe kenmerken, in combinatie met nierproblematiek werd in het AMC genetisch onderzoek ingezet. Met behulp van de zeer
dure onderzoeksmethode Fluorescentie In Situ Hybridisatie (FISH) werden de
chromosomen van het kind gefotografeerd. Daarbij werd vastgesteld dat
enkele chromosomen incompleet waren, hetgeen duidt op een aangeboren
(genetische) afwijking, een ongebalanceerde chromosoomafwijking. 526 In het
algemeen is bij zo’n constatering sprake van een verstandelijke handicap. En
bij kindje Ernesto was er sprake van een globale ontwikkelingsachterstand.
Op basis van deze uitkomsten kon de behandeling en begeleiding van
het gehandicapte kind tijdig en adequaat gestart worden. Ernstige achterstand
in ontwikkeling (retardatie) kon daarmee voorkomen worden. (FISH). Zo kreeg
het verzekerde legale kind Ernesto vanaf de leeftijd van negen maanden
revalidatie. Ook maatschappelijk werk werd snel ingezet, om thuissituatie met
psychosociale problematiek te verlichten.
Daarnaast werd hulp door een revalidatiearts verleend. Zo kon door het
optimaal houden van zijn conditie de fysieke belastbaarheid vergroot worden.
Ook de achterstand in de grove en fijne motoriek en mondmotoriek kon aangepakt worden om de motorische ontwikkeling, en vooral het lopen te verbeteren. Daarmee kon tevens het psychisch functioneren verbeteren. De zintuiglijke functies konden in de gaten gehouden worden. Ook werd Ernesto nog
naar de kinderneuroloog verwezen.
10.4.2
Casus B
Illegaal kind loopt aanzienlijk delay op
Begin 1995 beviel een 25 jaar oud, illegaal in Nederland verblijvende, onverzekerde vrouw van een baby in het AMC. 527 Het gezin bestond mede uit een
30-jarige vader en twee dochters van acht en drie jaar oud. De familieleden
waren afkomstig uit een arm land buiten de EU en ze woonden sinds vijf jaar
in Amsterdam op een schuiladres. De ouders probeerden met klussen bij
vrienden en buren wat geld en goederen bij elkaar te sprokkelen. In hun ont-
147
vluchte geboorteland hadden ze het zeer moeilijk om brood op de plank te
krijgen en waren door velen uitgebuit.
Vanwege de draagtijd van 38 weken, het lage geboortegewicht van 1.740
gram en opvallende vervormingen werd het jongetje Shah (gefingeerde naam)
tijdens de kraamperiode verpleegd als couveusebaby. Shah was onverzekerd.
Het illegale kind bleek later geboren te zijn met multiple congenitale afwijkingen. 528 Het AMC nam Shah niet op, omdat deze niet verzekerd was tegen
ziektekosten. De kosten voor de zwangerschapscontrole moesten door de
ouders contant afgerekend worden. Met geleend geld konden ze aan deze
voorwaarde van de vrijgevestigde verloskundige voldoen.
In maart 1995 werd Shah overgeplaatst naar het OLVG. De artsassistent kindergeneeskunde van het OLVG, A.H. Adeel schreef dat dit was
ingegeven door plaatsgebrek in het AMC. Drie jaar later verklaarde de kinderarts mevrouw M.C.E. Jansweijer van het AMC echter dat de overplaatsing
direct na de geboorte van Shah naar het OLVG en de bijna zes weken
opname in de couveuse in verband stond met het niet verzekerd zijn van
Shah. 529
Het viel de kinderartsen M.Th.Th.Grimberg en A.H.Adeel op dat Shah er
heel anders uitzag dan een doorsnee baby. Zo had de baby een kleine
schedelomtrek (29 cm), opvallende lichaamsbeharing, een opvallend klein
mondje en een zeer laag en vlak verhemelte. De handen bestonden uit lange
dunne vingers met een licht ulnaire stand (naar binnen) en normale huidlijnen.
Verder lichamelijk en bloedchemisch onderzoek was zonder bijzonderheden.
Echografisch werden hartafwijkingen vastgesteld. 530
Blijkbaar dachten de artsen wel aan een mogelijke erfelijke afwijking,
want een paar weken na de geboorte werd cytogenetisch onderzoek
verricht. 531 Niet duidelijk is geworden waarom de artsen op basis van de
uitkomst geen FISH-onderzoek hebben laten verrichten. Bij een kind met een
dergelijke anamnese en richtinggevende bevindingen bij lichamelijk en
geavanceerd onderzoek hadden de artsen dit onderzoek moeten laten
verrichten, zoals bij het verzekerde kind Ernesto. In verband met de lichamelijke afwijkingen werd Shah wel onderzocht door een cardioloog en een KNOarts.
Een paar weken na het ziekenhuisontslag kwamen de ouders de eerste
poliklinische afspraken voor kindje Shah goed na. Dat was tevens de periode
dat de ouders de eerste rekeningen ontvingen. Het AMC wilde eerst ongeveer
4.000 gulden betaald zien voordat de poliklinische controles voortgezet
konden worden. Het OLVG wilde op korte termijn 25.000 gulden gestort zien
op de rekening van het ziekenhuis.
Om verraad aan de Vreemdelingenpolitie te voorkomen en om
incassobureaus te ontlopen, maakten de ouders gebruik van onderduikadressen van verschillende kennissen. Ze hadden dit probleem angstvallig
zien aankomen. Een bevalling in een ziekenhuis was niet ingecalculeerd in
hun budget. En de extra kosten voor een ziek kind hadden ze in de verste
verte niet zien aankomen.
148
Toen Shah zes maanden oud was, brachten zij hem op mijn spreekuur
in verband met ontstoken oogleden. De tweede keer was Shah een jaar oud
en zou diarree hebben en slecht eten. De ouders biechtten toen op dat ze alle
controles van het AMC (poli-kindercardiologie en poli-KNO), het OLVG en die
van het consultatiebureau (onder andere de vaccinatie DKTP en Hib) hadden
laten schieten. Ik beloofde de ouders dat zij zich geen zorgen hoefden te
maken voor arrestatie en dat er aan de ziekenhuizen een betalingsregeling
voorgesteld zou worden. Ik kon het hoofd van de poliklinische afdeling kindergeneeskunde van het OLVG overtuigen van de situatie. Hierdoor konden voor
het eerst na zeven maanden de medisch noodzakelijke controles plaatsvinden
door de kinderarts T.J. Herweijer in februari 1996. 532
Het bleek dat Shah al vijf maanden heel slecht vast voedsel tot zich
nam. Tijdens het eten had Shah moeite met ademhalen door de neus. Indien
moeder het eten alsnog trachtte binnen te krijgen, braakte hij het weer uit. De
ontwikkeling was dertien maanden na de geboorte matig vooruitgegaan: hij
maakte geluiden, trok zich op tot staan en kon zitten. De kinderarts dacht dat
de voedselweigering van het kind in relatie stond met de onaangename KNOingrepen in het mond-neusgebied. 533 Volgens haar berustte het probleem op
psychologische factoren. 534 Tevens was er sprake van psychomotore achterstand. Volgens dokter Herweijer wees dit op een belangrijker oorzaak dan de
afwijkende anatomie. Begin april 1996 verscheen het gezin Shah voor controle
in het OLVG. Geconcludeerd werd dat Shah een kind was met dysmorfie dat
op de leeftijd van een jaar eetproblemen had en dat er nadien sprake was van
matige groei en psychomotore retardatie. 535 De geconstateerde bloedarmoede
werd behandeld met staalpillen. Shah werd gezien zijn achterstand niet verwezen naar een revalidatiearts. De familie verscheen niet meer op controleafspraken van mei en juni 1996.
Het gezin was in de tussentijd bijna een jaar op de vlucht voor incassobureaus en politie. Pas in mei 1997 meldden moeder en kind zich bij de
kinderarts in het OLVG, mevrouw E.H. Scholvinck. Shah had darmklachten,
harde faeces en pijn bij de ontlasting. Moeder woonde niet meer bij haar man,
maar had met haar drie kinderen intrek genomen op een kamer bij een tante in
een Amsterdamse achterstandswijk.
De arts constateerde voortschrijdende ontwikkelingsachterstand. 536
Algemeen laboratoriumonderzoek werd verricht. Er werd een handfoto
gemaakt voor de bepaling van de skeletleeftijd. De behandeling van de
obstipatieklachten bestond uit voedingsadviezen en een lactulosedrank.
Scholvinck noteerde het volgende: ‘Het lijkt mij overigens van belang,
dat moeder inderdaad in een hulpverleningscircuit terecht komt, mede omdat
dit jongentje, nog afgezien van de uiteindelijke diagnose, mogelijk in aanmerking komt voor speciale begeleiding. Moeder heeft hierover overigens
geen duidelijke hulpvraag bij. Zij drong overigens niet aan op nadere diagnostiek.’ Dokter Scholvinck had geconstateerd dat de moeder van Shah geen
verblijfsvergunning had. Zij wist ook dat zij geen hulpverlening hieromtrent
ontving, wel zou zij contact hebben gehad met een advocaat voor een
149
verblijfsvergunning. De kinderarts kwam echter niet op het idee om een
verklaring aan deze advocaat te overleggen, zodat Shah op medische
gronden een verblijfsvergunning zou kunnen verkrijgen. Verder rapporteerde
de kinderarts het volgende: ‘Ik heb tijdens dit poliklinisch bezoek niet kunnen
uitmaken of daarbij angst voor bijvoorbeeld de vreemdelingenpolitie een rol
speelt. Indien ze nu wel op poliklinische afspraken zal verschijnen, zal ik
samen met onze psychosociale afdeling proberen iets op te zetten.’
Midden augustus 1997 nam moeder kindje Shah mee naar kinderarts
mevrouw Scholvinck van het OLVG. Deze keer was vader ook aanwezig,
ondanks de scheiding. Scholvinck zag nu pas in dat de begeleiding van patiënt
en familie bemoeilijkt werd door de psychosociale omstandigheden van
moeder en dat hierdoor de afspraken de afgelopen jaren regelmatig niet waren
nagekomen. Dokter Scholvinck legde de ouders uit dat hulp met betrekking tot
optimalisering van de ontwikkelingsmogelijkheden van Shah gegeven kon
worden, maar dat er een aantal randvoorwaarden voor noodzakelijk waren.
Eén daarvan was, dat er een ziektekostenverzekering moet zijn. Klinischpedagoge van het OLVG, mevrouw A. Berkelbach, besprak met moeder hoe
zij voor een ziektekostenverzekering in aanmerking kon komen voor haar en
haar kinderen. Dokter Scholvinck verklaarde dat als de verzekering van Shah
geregeld was, hij dan bijvoorbeeld aangemeld kon worden voor een plaatsing
in een Medisch Kinderdagverblijf (MKD).
Er werd voor oktober 1997 een controleafspraak gemaakt bij kinderarts
Herweijer van het OLVG. Moeder kreeg van Scholvinck de waarschuwing dat
indien zij zich niet aan deze afspraak zou houden, de polikliniek Kindergeneeskunde geen actieve begeleiding van het gezin meer zou verlenen. De
ouders kwamen deze afspraak na. Pas op de leeftijd van vier jaar van Shah
wilde de arts weten of er toch sprake was van een bepaald syndroom. Bij
Shah was nog steeds sprake van dysmorfie en psychomotore retardatie.
Collega kinderarts mevrouw Jansweijer van het AMC, afdeling Klinische
Genetica, onderzocht Shah in december 1997. Deze dacht aan enkele
aandoeningen, maar ook zij stelde vragen die toch duidelijk maakten dat er
weinig of nog geen geavanceerd onderzoekingen bij deze onverzekerde
jongen waren verricht, terwijl die al verricht hadden moeten zijn. 537 In oktober
1997 verwees dokter Herweijer kindje Shah tevens naar de afdeling
Logopedie. Na een half jaar behandeling, hield logopediste Vestering er
rekening mee dat kindje Shah zwak begaafd zou kunnen zijn. Zij zou graag de
zienswijze vernemen van een psycholoog of orthopedagoog.
Na een wisseling van artsen werd pas negen jaar na de geboorte het
gewone (dus goedkopere) cytogenetisch onderzoek uitgebreid met de
(duurdere) fluorescentie FISH- chromosoomonderzoek. 538 Kindje Shah bleek
te lijden aan een velocardiaalfaciaal syndroom. 539
Door de onverzekerde status (hoge kosten) en het illegale verblijf in
Nederland was er een ‘delay’ ontstaan bij de ouders (angst voor incassobureaus en politie) en een ‘delay’ bij de kinderartsen (het hebben van een
ziektekostenverzekering was een randvoorwaarde voor het krijgen van een
150
optimale behandeling). Deze situatie van dit kind is vergelijkbaar met andere
illegale chronische zieken (HIV-positieve kinderen, patiënt met tongkanker)
voor wie wel een tijdelijke verblijfsvergunning werd aangevraagd en verkregen.
De kosten zouden hierdoor gedekt kunnen worden. 540
10.5 Conclusie
Aan de hand van bovenstaande casussen is geïllustreerd hoe groot de
verschillen in hulpverlening zijn aan illegale onverzekerde patiënten en legale
verzekerde patiënten in Nederland. Zieke illegalen zijn niet alleen hulpeloos,
zij zijn bovendien rechteloos. Krijgen zij al hulp, dan is deze van laag allooi.
Niet alleen in ziekenhuizen, maar ook in de psychosociale hulpverlening,
vertrouwensartsen worden uitgespaard. Daarnaast kunnen illegalen – vaak
zonder het zich te realiseren, in andere gevallen min of meer gedwongen door
hun status – slachtoffer worden van medisch onderzoek. Het meest schrijnende voorbeeld in deze context is de casus van het Surinaamse kindje dat
‘gered’ wordt door Nederlandse artsen.
De tweedeling in de gezondheidszorg komt het sterkst tot uiting in de
ziektegeschiedenissen van de legale en verzekerde Ernesto ten opzichte van
de onverzekerde, illegale Shah. Vanaf de geboorte was het duidelijk dat Shah
een multidisciplinaire behandeling nodig had. Zijn onverzekerde situatie en de
angst van de ouders voor de financiële consequenties en de politie hebben
zijn situatie ondermijnd.
Zijn casus toont aan dat artsen een therapie van pappen en nathouden
hebben gevolgd, terwijl Ernesto gelijk de beste diagnostische en therapeutische service kreeg. Shah voldeed bovendien volledig aan de criteria om in
aanmerking te kunnen komen voor een aanvraag een verblijfsvergunning op
medische gronden. De vervolgafspraken hadden daardoor nagekomen
hebben kunnen worden. De ouders zouden verlost zijn geweest van angst
voor kosten en politie. Het gezin zou een stabielere basis hebben gehad en de
ouders zouden niet steeds hebben moeten verhuizen.
Shah heeft nu gedurende zijn eerste negen jaar niet de juiste benadering en begeleiding kunnen krijgen. Met een diagnose in de hand had hij een
verblijfsvergunning kunnen krijgen waarna hij makkelijker verzekerd zou
kunnen worden in een ziektekostenverzekering. De psychomotorische
ontwikkeling van een kind is vooral gedurende de eerst zeven jaren zeer
cruciaal en bij een kind met deze genetische afwijkingen is dit nog tientallen
keren belangrijker.
Voor artsen en ziekenhuizen was de onverzekerde status van kindje
Shah een grote hinder voor een adequate behandeling. De artsen zijn
gebonden aan de richtlijnen van de ziekenhuismanagers. De totale nietbetaalde medische kosten lopen waarschijnlijk in de tonnen. De medici mogen
alleen hulp verlenen aan onverzekerde patiënten indien deze medisch
noodzakelijk is. Het begrip ‘medisch noodzakelijk’ is niet te definiëren omdat
151
een niet-medisch noodzakelijke situatie binnen een uur kan veranderen in een
medisch noodzakelijke. Een arts bevindt zich in wezen tussen twee vuren,
doordat hij ethische- en morele aspecten en gedragsregels van zijn beroep in
acht moet nemen en niet uit het oog mag verliezen.
De vraag is wel, of het diagnostische pad en de conclusie van de
kinderarts dezelfde zouden zijn geweest indien het kind legaal en verzekerd
was. En – indien wij over dezelfde faciliteiten en financiële middelen zouden
kunnen beschikken – zou de zienswijze en handeling van de arts dezelfde zijn
geweest bij eenzelfde patiënt in de derdewereld buiten de Nederlandse
grenzen? Mijn verwachting is dat het antwoord bij de meeste artsen zou zijn,
dat zij adequaat zouden handelen volgens de regels van de geneeskunst.
De leidraad in de diagnostiek en behandeling van Shah is toch het geld
geweest. Een humane benadering is daardoor naar de achtergrond gedrukt. Is
dat ethisch nog te rechtvaardigen door artsen? Gelukkig niet door allen. Dat
hebben we kunnen zien aan de genereuze behandeling van Abdul in het Rode
Kruisziekenhuis. Zo onvoorstelbaar, dat je bijna denkt: ‘Dat is toch niet meer
van onze tijd?’
152
11
Zieke illegalen en arrestaties
11.1 Inleiding
Onverzekerde illegale patiënten in Amsterdam worden al jarenlang met
medewerking van de gezondheidszorg tijdens consulten verraden aan de
Vreemdelingenpolitie. Na arrestatie volgt uitzetting, zonder dat de patiënten de
kans krijgen de behandeling te mogen afmaken. Daarmee wordt het medisch
beroepsgeheim systematisch door artsen geschonden. De IGZ weigert
hiertegen op te treden. Binnen de ‘illegalen-gemeenschap’ is daardoor het
vertrouwen in de medische stand haast verdwenen.
Het gevolg is dat de zieke illegalen doorgaans heel lang doorlopen met
een bepaalde klacht of ziekte. Ook als zij lijden aan besmettelijke ziekten als
TBC, HIV-Aids en hepatitis-B. Hun eigen gezondheid en de volksgezondheid
komen hierdoor in gevaar. Dit werd bevestigd door kindercardioloog Bert
Wiegman, in de tweede helft van de jaren negentig plaatsvervangend medisch
directeur van het AMC: ‘De angst dat ze door artsen bij de
Vreemdelingenpolitie worden aangegeven, zou ertoe kunnen leiden dat
illegaal in ons land verblijvenden vaak te laat met de gezondheidszorg in aanraking komen. Dat is een ernstig probleem. Er moet goede voorlichting komen
aan illegalen over de zwijgplicht van artsen en over het feit dat ze, als ze zich
onder behandeling stellen, niet worden overgeleverd aan de politie. Dat is niet
onze plicht. Onze plicht is om waar nodig zorg te verlenen aan iedereen die
zich bij ons aanmeldt.’ 541
Prof. dr. G. van der Wal en mr. C. Das merkten in dit verband in oktober
2003 op: ‘Grondslag van het medisch beroepsgeheim is bescherming van de
vertrouwelijkheid die nodig is in de relatie tussen behandelend arts en patiënt.
Vrije toegang tot hulpverleners is een algemeen belang. Alles wat een arts
tijdens de uitoefening van zijn of haar beroep ziet, hoort, begrijpt of zelf
constateert (dus ook informatie die hem niet als geheim is vertrouwd), valt
onder het beroepsgeheim, ook niet-medische gegevens. De hulpverlener moet
zwijgen tegenover iedereen, ook tegenover politie en justitie.’ 542
Gerrit Kimsma, sinds 1977 huisarts in Koog aan de Zaan, is docent
ethiek op de beroepsopleiding huisartsgeneeskunde van de Vrije Universiteit
in Amsterdam. 543 Hij doceert op de beroepsopleiding voor huisartsen de
‘kleine ethiek’. Kimsma vroeg zich enkele jaren later na het verraad op de
illegale patiënt tijdens een interview af hoe je iemand kan helpen. Kimsma:
‘Alles wat je daarbij doet of laat, heeft ethische dimensies. Want als huisarts
heb je, soms zonder dat je het weet, een behoorlijke invloed op het leven van
mensen (…). Geneeskunde is immers het vak van het doen, ethiek is het vak
van de reflectie.’ 544
Volgens de journalist weegt op de huisartsopleiding bij de VU het
onderwerp ‘ethiek en recht’ zwaar. Kimsma: ‘Die verweving is belangrijk.
Ethiek kan bevrijden, recht kan beperken…’ 545 Een van de belangrijkste
vragen op de VU-opleiding, maar ook in de cursussen ‘Ethiek in de
153
Huisartsenpraktijk’ is: kan ik af van een lastige patiënt? ‘Dat is moeilijk,’ zegt
Kimsma. ‘Op basis van je professionele solidariteit kun je iemand niet zomaar
wegsturen. Een patiënt is daardoor verstoken van huisartsenzorg of je zadelt
een collega met hem of haar op. Bovendien heb je de plicht tot zorg
verlenen.’ 546
Zoals al eerder werd vermeld, was ook minister Borst van VWS ervan
overtuigd dat zorgverlenende personen en instellingen zich bij hun beslissing
om een onverzekerde persoon al dan niet medische zorg te verlenen, of die nu
illegaal is of niet, zich niet zouden laten leiden door overwegingen van financiële aard, maar zich zouden houden aan de medisch-ethische normen. 547 Zij
maakte begin 2000 haar standpunt duidelijk in een schrijven aan de Tweede
Kamer: ‘Illegalen hebben recht op alle medisch noodzakelijke zorg. Als het
vermoeden bestaat dat een arts of ziekenhuis in gebreke blijft, zal de Inspectie
voor de Gezondheidszorg ingeschakeld worden. Het is een misvatting dat
illegalen alleen in acute noodsituaties recht hebben op medische hulp.’ 548
De onderstaande casussen laten echter zien dat er van het tegendeel
sprake is. Sinds de jaren tachtig laten ziekenhuizen in Amsterdam en omgeving niet-betalende illegale patiënten tijdens de behandeling arresteren en het
land uitzetten. Deze kwesties vinden geruisloos plaats en komen ongeloofwaardig over. Om de lezer een beeld te geven hoe deze aanhoudingen op dit
moment in zijn werk gaan, worden in dit hoofdstuk enkele gevallen van
patiënten beschreven uit de periode toen dit fenomeen een aanvang nam.
11.1.1
Casus 1
Dialysepatiënt met astma cardiale inadequaat
behandeld en uitgezet
Ondersteund door twee mensen bezocht een onverzekerde niet-westerse
vrouw van ruim vijftig jaar oud in 1997 huisarts J.G. Rey in Amsterdam
Bijlmermeer. Deze arts werkt ook als huisartsopleider aan het in hoog aanzien
staande Amsterdamse huisartseninstituut der Vrije Universiteit. De patiënte
had pijn op de borst, was erg kortademig, kon daardoor nauwelijks praten en
ze kon alleen zittend op bed slapen. Sinds jaren was zij bekend met slecht
gereguleerde hypertensie. Bij onderzoek vond de arts door vocht gezwollen
onderbenen. De bloeddruk bleek torenhoog. Naar de longen werd niet geluisterd. De huisarts stelde niet de medisch acute diagnose astma cardiale, waarvoor ziekenhuisopname geïndiceerd is. De medicus concludeerde dat de
vrouw overspannen was. Ze kreeg een recept mee voor kalmeringsmiddelen.
Niet lang hierna verhevigden de klachten. In de vooravond werd
Bijlmermeer-huisarts I.H.M. Oudeman via de doktersdienst gebeld voor hulp.
De huisarts informeerde eerst naar de verzekeringsstatus en weigerde naar de
patiënte te komen toen ze vernam dat de zieke niet verzekerd was. Zij
weigerde in eerste instantie eveneens een ambulance te bellen, omdat de
huisarts ervan uitging dat ze de ziekenvervoerskosten niet zou kunnen
betalen. Familielid P.B.A. die de huisarts belde, verklaarde mij later: ‘Zelfs mijn
verzoek om een ambulance te bestellen werd geweigerd. Volgens haar zou
154
het ziekenhuis ons niet helpen. Oudeman zei: “Wil je geweigerd worden omdat
je niet verzekerd bent?” Toen ik merkte dat mijn smeekbede niet hielp heb ik
opgehangen en heb ik zelf het ziekenhuis gebeld met het verzoek voor een
ambulance, maar ik kreeg te horen dat de huisarts dat moest doen. Ik heb alle
moed verzameld en dokter Oudeman opnieuw gebeld. Ze ging flink tekeer
tegen mij. “Hoe kon ik het in mijn hoofd halen om de ambulance te bestellen,”
zei ze. Op mijn opmerking dat ik het voorval aan dokter Makdoembaks zou
doorgeven, antwoordde ze: “Ik heb schijt aan dokter Makdoembaks.” Terwijl
wij stonden te redetwisten lag mijn tante wel doodziek in bed.’
Na een gesprek van twintig minuten besloot Oudeman – zonder de
patiënt te hebben bezocht – een ambulance voor de doodzieke vrouw te laten
voorrijden. Dit gebeurde pas nadat het familielid de garantie had gegeven dat
de ambulancekosten contant zouden worden afgerekend. Ook moest P.B.A.
op verzoek van huisarts Oudeman liegen: aan de ambulance-broeders en aan
artsen van het AMC moest medegedeeld worden dat de huisarts de patiënte
thuis had bezocht en een bloeding had geconstateerd.
In het AMC werd geconstateerd dat de patiënte geen moment later had
moeten komen. Zij leed aan astma-cardiale door overvulling van de circulatie
en ernstige chronische nierinsufficiëntie ten gevolge van langdurig verhoogde
bloeddruk. Ze was dialyseafhankelijk geworden. Na ontwatering en stabilisatie
moest de patiënte volgens het AMC uit Nederland vertrekken, omdat zij
onverzekerd was. Niet lang daarna is zij in haar geboorteland buiten de EU
overleden aan de gevolgen van de complicaties van hypertensie en
nierinsufficiëntie.
11.1.2
Casus 2
Ghanese HIV-patiënte tegen wens artsen uitgezet
In november 2005 werd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
(NTvG) een casus gepubliceerd van een 34-jarige zieke vrouw met HIV-1infectie, afkomstig uit Ghana. Ze verbleef illegaal in Amsterdam en was
onverzekerd tegen ziektekosten. 549 Tijdens een bezoek aan de Eerste Hulp in
het AMC bleek ze een psychiatrisch toestandsbeeld te hebben. Door haar
infectieziekte had zij een sterk verlaagde weerstand waarvoor ze
antiretrovirale medicatie gebruikte. Recentelijk was in hetzelfde ziekenhuis nog
een pneumonie bij haar vastgesteld. Het NTvG meldt:
Dokter M.S. Oudijn et al. waren vanuit de psychiatrische consultatieve
dienst inhoudelijk betrokken bij deze casus (…) Conform de afspraken
die hiervoor in Amsterdam gelden, werd de IBS (In Bewaring Stelling)beoordeling door de Stedelijke Crisisdienst verricht. Een geneeskundige
verklaring ter verkrijging van een IBS werd echter niet afgegeven, omdat
er onvoldoende gevaarcriteria waren.
Een gedwongen somatische opname volgens de WGBO is in deze
casus door voornoemde psychiatrisch consulent wel degelijk overwogen,
aangezien het een psychiatrisch toestandsbeeld op basis van een
155
geneesmiddel (en dus een somatisch aandoening) leek te betreffen. De
mogelijkheid van gedwongen opname op de afdeling Interne
Geneeskunde van het AMC werd echter door de internistisch consulent
als niet uitvoerbaar gezien en verworpen.
Oudijn zag deze casus spijtig genoeg als voorbeeld van een situatie
waarbij de geldende juridische regelgeving het bestwilprincipe van het
geneeskundig handelen in de weg staat.
De gestarte behandeling van het AMC hield in om de oorzaak te
elimineren (staken van het antiretrovirale medicijn) en gaat patiënte naar
een nachtopvang van de Hulp voor Onbehuisden. Patiënte met haar
psychotische stoornis door (genees)middelen, met wanen wordt een dag
later gezien op de GGD-polikliniek door een verpleegkundige van de
GGD. Patiënte verwondt de verpleegkundige. Volgens dokter Van
Twillert et al. had ze toen gedwongen moeten worden opgenomen onder
de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO).
Patiënte wordt in hechtenis genomen. Dokter Twillert kreeg van de
politie geen kans meer om de psychotische patiënte de juiste
medicijnen, haloperidol en een benzodiazepine, toe te dienen. Dokter
H.D. Sierink et al.: ‘De triage met betrekking tot ziekenhuis of hechtenis
vindt plaats op het politiebureau en daarbij spelen naast haar
zorgbehoefte ook de ernst van het strafbare feit en omstandigheden
zoals patiëntes verblijfsstatus een rol. Eigenlijk was op dat moment een
opname wel geïndiceerd en waarschijnlijk ook humaner geweest,’ aldus
Sierink. Dokter Twillert, et al. van het AMC waren ongelukkig met de
hechtenis van patiënte. 550
De meeste illegalen in stadsdeel Amsterdam Zuidoost waren op de hoogte
van deze arrestatie en landuitzetting. 551 Alle media hadden dit artikel
geregistreerd, maar geen enkele journalist besteedde er aandacht aan. In
dezelfde tijd dat dit artikel in het NTvG verscheen, maakten het AMC en
enkele huisartsen tevens melding van de verdwijning van een aantal
onverzekerde illegale zwangere vrouwen. 552
11.1.3
Casus 3
Illegale patiënt met multiresistente open longTBC
uitgezet tijdens behandelingsperiode
Een illegale Zuid-Amerikaanse man was al van november 1992 tot februari
1993 in Duitsland voor TBC behandeld. Daar zou er resistentie voor
Rifampicine zijn vastgesteld. Aan het eind van datzelfde jaar werd hij in
Nederland gearresteerd. Bij screening bleek hij niet genezen: hij moest
worden opgenomen in de instelling AIVM Longklachten. Er werd toen een
caverneuze longTBC (longTBC waarbij holtes zijn ontstaan door verweking
van het weefsel) bij hem vastgesteld. In zijn sputum werden zuurvaste staven
gevonden (ZN-positief). Om deze reden werd hij geïsoleerd verpleegd.
156
De patiënt werd in Nederland na de diagnose behandeld met maar vier
middelen tuberculostatica (Rifampicine, Isoniazide, Pyrazinamide,
Ethambutol), terwijl er sterke aanwijzingen waren dat er resistentie bestond
voor ten minste Rifampicine, mogelijk ook voor Ethambutol. 553 Een intensieve
fase met vijf middelen was daarom bij deze patiënt geïndiceerd. 554
Een andere ernstige fout van de behandelaars was dat de patiënt na
drie weken isolatie en behandeling overgeplaatst werd naar zaal, terwijl het
vermoeden bestond dat er sprake zou kunnen zijn van resistentie. Op dat
moment werd geen nieuwe ZN-bepaling van het sputum aangevraagd. Er
bestond dus geen zekerheid of de patiënt nog besmettingsgevaarlijk was, of
dat sputumconversie was bereikt. Bij artsen is toch algemeen bekend dat 2-3
weken isolatie alleen geldt voor de gevoelige mycobacterium tuberculosisstammen, terwijl bij resistentie, zoals bij deze patiënt 3, de isolatie langer
moest duren dan 3 weken. 555
Een week later werd de patiënt overgeplaatst naar instelling B. 556 Voor
beide instellingen was de overplaatsing geen aanleiding om na te gaan of de
patiënt nog besmettelijk was, ondanks het gegeven dat hij tijdens zijn
behandeling voor TBC in Duitsland mogelijk immuun was geworden voor
Rifampicine.
In instelling B werd patiënt 3 door de artsen niet geïsoleerd behandeld,
waardoor hij patiënt 4 en een personeelslid heeft kunnen besmetten (zie
10.1.4). Door artsen van de KNCV en van de GGD’s van Amsterdam en Den
Haag wordt toegegeven dat het ‘duidelijk is dat de medicamenteuze behandeling, de isolatietermijn en de bacteriologische controle van de behandeling
een cruciale rol speelden’ bij de besmetting van patiënt 4 in het ziekenhuis. 557
Nogmaals een maand later, inmiddels begin 1994, werd de GGD
ingelicht dat uit het sputummonster dat bij opname was verkregen een
mycobaterium tuberculosis was gekweekt met resistentie voor Rifampicine,
Isoniazide en een verminderde gevoeligheid voor Ethambutol. 558
In de tussentijd was de patiënt per vliegtuig uitgezet naar het land van
herkomst. Dit gebeurde zonder sputumonderzoek en zonder overleg met de
GGD. Hierdoor werden ook personeel en passagiers van het vliegtuig onnodig
blootgesteld aan infectie met multiresistente tuberkelbacteriën. 559 Voor het
leven van patiënt 3 mag gevreesd worden. De dure behandeling van TBC met
resistente tuberkelbacillen zal hij nooit kunnen betalen. En de gevolgen voor
zijn omgeving zullen rampzalig zijn.
11.1.4
Casus 4
Door patiënt 3 geïnfecteerde man overleden aan
TBC
De hierboven beschreven ernstige procedurefouten van hulpverleners en de
overheid waren fataal voor een 35-jarige Nederlandse patiënt. Van deze
patiënt 4 staat vast dat hij besmet werd door dezelfde TBC-bacillen als van
patiënt 3. Deze arme patiënt kon tevens de dure en langdurige behandeling
niet bekostigen. Deze werden toentertijd in het westen begroot op tienduizen-
157
den gulden. 560 Hij fungeerde in de tussentijd als wandelende tijdbom voor zijn
omgeving. 561 Vele familieleden, vrienden en andere landgenoten zullen dus
besmet zijn geraakt.
Bijna twee jaar later werd bij patiënt 4 een besmettelijke TBC vastgesteld die zowel in de longen was gelokaliseerd als in andere organen. Hij
overleed korte tijd later. De uit het sputum en de liquor gekweekte mycobacterium tuberculosis bleek multiresistent. Het DNA-patroon van de bij deze
patiënt gekweekte stam was identiek met het patroon dat twee jaar eerder bij
patiënt 3 werd aangetroffen. 562
Later is bij nog twee andere contacten van patiënt 3 een Mantouxomslag waargenomen. Eén van deze twee besmette contacten was een
personeelslid van instelling B. 563 Deze twee personen zijn ontdekt bij contactonderzoek rondom de patiënten 3 en 4. We kunnen in dit geval dus spreken
van een (mogelijk beperkte) uitbraak van multiresistente TBC, waarbij de
gevolgen voor één patiënt fataal waren. De vrees bestaat dat er veel meer
mensen, dan de drie achterhaalde contacten besmet zijn geraakt met de bacil.
Vier jaar na de uitzetting van de onbehandelde illegale patiënt 3 met
multiresistente TBC en ruim een jaar na het overlijden van patiënt 4, besloot
het ministerie van Justitie in 1997 dat de uitzetting van uitgeprocedeerde
asielzoekers en illegalen voortaan opgeschort dient te worden als ze lijden aan
open TBC. Uitzetting vindt thans pas plaats als er geen enkel gevaar meer is
voor besmetting. 564
11.1.5
Casus 5
Arrestatie in en met medewerking van het AMC
M.H., ongeveer 45 jaar oud, was vanaf zijn dertigste jaar bekend met type 2
diabetes mellitus. De laatste jaren werd hij afhankelijk van insulinepreparaten.
Hij woonde sinds 1985 zonder verblijfsvergunning in Amsterdam in een
woning met zeven andere lotgenoten. Hij betaalde 350 gulden huur per
maand, exclusief energiekosten. De patiënt verwaarloosde zijn suikerziekte,
hij gebruikte zijn insuline zeer onregelmatig. Hij begreep niets van de
achtergrond van zijn ziekte en de relatie tussen het aantal calorieën dat hij via
de voeding tot zich nam, zijn suikerspiegel en de insulinedosering. Hij
vertoonde verschijnselen van complicaties in zenuwstelsel en organen, zoals
nieren en ogen.
Begin jaren negentig werd hij ’s avonds ernstig ziek. Hij kreeg hoge
koorts, koude rillingen en werd duizelig. Zijn collega op het werk nam hem
mee naar de Eerste-Hulpafdeling van een Amsterdamse ziekenhuis. De
patiënt was zo eerlijk om mee te delen dat hij niet verzekerd was tegen
ziektekosten. De hulpverleners weigerden daarop medische hulp.
De mannen gingen vervolgens naar een vriend, de heer M.I., en deze
zag hoe hij met het uur ernstiger ziek werd. Met de ziekenfondskaart van deze
kennis besloten ze de Eerste-Hulpafdeling van het AMC te bezoeken. M.H.
werd in een septische shocktoestand opgenomen en verbleef de eerste twee
weken op de intensive-careafdeling. Hierna lag hij twee weken op de
158
afdelingen Interne Geneeskunde en Chirurgie. De bloedvergiftiging waaraan
hij die avond zou zijn overleden indien behandeling geweigerd zou zijn
geweest, had zijn oorsprong in een ernstige prostaatontsteking. Zijn nieren
functioneerden maar voor dertig procent en zijn diabetes mellitus was volledig
ontregeld. Zijn onderbenen waren zo goed als gevoelloos geworden (neuropathie). Zijn gezichtvermogen was sterk verminderd. Een week na de opname
stierven de tenen van één voet af door aantasting van de bloedvaten. Om
deze zeer dringende medische redenen werd zijn voet geamputeerd.
De patiënt kreeg een goede behandeling volgens de regels van het vak.
Na vier weken opname en behandeling werd hij in redelijke toestand ontslagen. Zijn zeer slecht gereguleerde en complicerende diabetes zou poliklinisch
behandeld worden en een vervolgafspraak na twee weken werd gemaakt.
Via correspondenties werd ik, als de huisarts van M.I., door het AMC op
de hoogte gehouden van de opname en de ziektegeschiedenis van M.H.,
omdat M.I.’s ziekenfondskaart gebruikt was. Een week na het ontslag van de
patiënt uit het ziekenhuis, consulteerde de heer M.I. om medische redenen
mijn praktijk. Ik werd verrast met een patiënt wiens voet niet geamputeerd
was. Ik was in de veronderstelling dat twee patiënten per vergissing verwisseld
waren en verzocht het ziekenfonds om uit te zoeken hoe de vork in de steel
zat. Het ziekenfonds ontdekte het misbruik en gaf dit door aan het AMC. Voor
de verzekeraar was immers een schadepost ontstaan van ruim 40.000 gulden.
Toch was het leven van M.H. gered door het leugentje. 565
Het ziekenhuis besloot de onverzekerde illegale patiënt in een val te
lokken en te laten arresteren. Er werd aangifte gedaan bij de politie. De patiënt
werd eerder voor poliklinische controle uitgenodigd. Het ziekenhuis tipte de
politie wanneer en waar de ‘fraudeur’ aanwezig zou zijn. De politie verschanste zich in de behandelkamer van de polikliniek. De patiënt schoof vol vertrouwen op zijn krukken de behandelkamer binnen om in de boeien geslagen te
worden. M.H. werd afgevoerd en overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie.
Hij is daarna het land uitgezet. 566
De patiënt werd een arrestant zonder juridische bijstand. Hij werd een
paar dagen eenzaam opgesloten. Na verhoor werd hij zonder verbandwisseling, in dezelfde kleren, zonder bagage, zonder geld Nederland
uitgewezen met een fles insuline, wat medicijnen en een elleboogkruk als
aandenken aan zijn medische behandeling.
Daarmee was de kous overigens nog niet af. Enkele dagen later kreeg
ik bezoek van twee rechercheurs van het politiebureau Flierbosdreef in
Amsterdam Zuidoost. Twee fors gebouwde rechercheurs stapten op een
ochtend in 1991 onaangekondigd mijn praktijkruimte binnen. Zij stoorden zich
niet aan de ruim tien wachtende patiënten in de wachtkamer en maakten mij
op hoge toon duidelijk dat ik hen direct te woord moest staan, anders moest ik
meekomen naar het politiebureau. Gedurende twee uren werd ik binnenstebuiten gekeerd over de gang van zaken rond M.H. De vragen richtten zich
naar het vermoeden dat ik als huisarts de patiënt had doorverwezen naar het
AMC met de ziekenfondskaart van de patiënt die ingeschreven was in mijn
159
praktijk. Toen het de agenten duidelijk werd dat de antwoorden en ontkenning
van de beschuldiging consistent waren, besloten ze de ondervraging te
staken.
De behandelovereenkomst die M.H. met het ziekenhuis had opgebouwd
werd daarna eenzijdig door het ziekenhuis opgezegd zonder melding aan de
patiënt, zonder een opzegtermijn in acht te nemen en zonder het helpen
zoeken naar een andere zorgaanbieder.
Prof. dr. S. Gevers, hoogleraar Gezondheidsrecht, heeft gewezen op de
zorgvuldigheidseisen die bij beëindiging van de behandelingsovereenkomst
gelden. De arts moet een redelijk opzegtermijn in acht nemen, helpen bij het
zoeken naar een andere zorgaanbieder, zorg verlenen in acute gevallen en de
medische gegevens overdragen. 567 De directeur van het ziekenhuis merkte in
2002 op dat als er sprake is van een ‘gewichtige reden’ de arts de overeenkomst mag opzeggen, als bijvoorbeeld het vertrouwen is geschonden, als de
patiënt tegenwerkt en niet betaalt of dreigt niet te betalen. 568
Naar aanleiding van het bovenstaande werd in 1996 schriftelijk melding
gedaan bij de IGZ en het MTC te Amsterdam. 569 De Inspecteur was echter
van mening dat de ‘Inspectie niet de aangewezen instantie is om hiernaar een
onderzoek in te stellen, omdat zij primair toeziet op de kwaliteit van het
medisch handelen van professionele beroepsbeoefenaars en hier was er
sprake van fraude’. Toch verwerpen juristen dit standpunt van de Inspectie.
Volgens F. de Graaf en C. Lameer is voor een arts het medisch beroepsgeheim een essentieel onderdeel van zijn medisch handelen. 570 Deze artsen
hebben onder het mom van een medische handeling die ze zouden gaan
verrichten bij de patiënt een justitiële handeling laten plegen door de politie.
Doordat deze ziekenhuisartsen medewerking hadden verleend aan actieve
opsporing en arrestatie van een ernstig zieke hulpvrager, werd het vertrouwen
in de medische stand ernstig geschaad. Ook had het ziekenhuis het medisch
beroepsgeheim geschonden en waren de gedragsregels voor artsen en de
privacywetgeving ernstig overtreden. De Inspectie oordeelde in dit geval dus
onprofessioneel en partijdig. De ziekenhuisartsen hebben wel degelijk een
kwalitatief onjuiste medische handeling gepleegd en hadden zeer zeker door
de IGZ aan een onderzoek moeten worden onderworpen.
Wat was de reden van het AMC om de zieke in de val te lokken, en
binnen de muren van het ziekenhuis te laten arresteren? Kon het AMC geen
klacht bij de politie deponeren en met de overheid gaan overleggen over het
vergoeden van de kosten? Er was immers sprake geweest van een acute
levensbedreigende situatie!
11.1.6
Casus 6
Onverzekerde patiënt gearresteerd en het land
uitgewezen
De heer Lee C.K., een dertigjarige onverzekerde illegale man afkomstig uit
China, bezocht midden jaren negentig samen met een vriend mijn
huisartspraktijk in Amsterdam Zuidoost. Door een zeer grote tumor aan zijn
160
hals was hij minder valide geworden en hij wilde weten of hij kanker had. Zes
jaar ervoor was hij de armoede in China ontvlucht en hij was met zijn vrouw
via Engeland naar Amsterdam gekomen. Begin 1993 kreeg het gezin een
dochter. Vader werkte als kok in verschillende Amsterdamse restaurants. Aan
het eind van datzelfde jaar ontwikkelde zich geleidelijk aan de zwelling aan zijn
linkerhals die in omvang toenam. De tumor had na twee jaar de grootte van
een grote grapefruit. De omvang van de tumor veroorzaakte een mechanische
bewegingsbeperking van de hals.
Onverzekerde illegale Lee C.K. (pat.nr.
22129596) met halscyste
Patiënt uit 1898 met dezelfde aandoening.
(foto Collectie Universiteitsmuseum Utrecht).
Lee heeft in de twintigste eeuw een bijna even grote zwelling die hem geestelijk en
lichamelijk gehandicapt maakt als de patiënt van een eeuw geleden. In de negentiende eeuw konden de meeste mensen met invaliderende zwellingen in het halsgebied niet succesvol geholpen worden i.v.m. de niet bestaande en/of beperkte
chirurgische mogelijkheden die dan ook nog gereserveerd was voor de rijken.
De praktische toepassing van ethische regels in de medische wetenschap blijft
regelmatig achterwege indien het een geldkwestie betreft.
Bij inspectie van de hals constateerde ik een 10 × 13 cm grote en 7 cm dikke,
hard aanvoelende zwelling. De patiënt moest zijn hele lichaam meedraaien als
hij wilde omkijken. De huid over de tumor was rood van kleur. De diagnose
was op basis van eenvoudig onderzoek niet te stellen: het kon klierkanker,
kliertuberculose of een cyste zijn. Een ziekenhuis moest ingeschakeld worden
voor verdergaand onderzoek. De heer Lee en zijn tolk hadden niet zo veel
geld bij zich. Zij konden maximaal 300 gulden betalen.
161
Ik belde een paar ziekenhuizen op voor een poliklinisch consult om de
ernst van de aandoening te beoordelen. Door de nadruk op mogelijke TBC te
leggen, lukte het uiteindelijk om patiënt Lee naar de VU te verwijzen. De
specialist van de VU behandelde de patiënt volgens de regels van het vak. Na
lichamelijk, laboratorium- en aanvullend onderzoek hield de internist drie
mogelijke oorzaken verantwoordelijk voor de tumor: atypische mycobacteriën,
TBC of andere verwekkers.
De tolk van patiënt Lee vroeg naar de kosten. De specialist verwees ze
naar de administratie en naar de chirurg voor diagnostiek en drainage. Bij de
chirurg kon Lee over drie weken terecht. Indien de diagnose TBC gesteld zou
worden, konden de kosten betaald worden uit een speciale preventiepot. De
Centrale Administratiepost van het ziekenhuis kende de volgende regeling:
‘Indien u niet verzekerd bent, zullen wij u, voor uw bezoek, een
voorschotbedrag ad ƒ 150 in rekening brengen. Dit bedrag dient u een half uur
vóór uw afspraak op de polikliniek te voldoen. Hiertoe meldt u zich bij de
Centrale Administratiepost.’ 571
Tijdens een vervolgconsult werd de heer Lee door de chirurg
gepuncteerd en met het materiaal werden verschillende onderzoekingen
verricht. De patiënt had pech. Het onderzoek van het materiaal toonde aan dat
de zwelling een laterale halscyste was. Er was dus geen sprake van TBC of
klierkanker. De grote gezwollen ‘klier’ kon daardoor niet chirurgisch verwijderd
worden met geld uit de preventiepot. Om de heer Lee zijn validiteit terug te
kunnen geven, volgde toch een verwijzing naar de chirurg om de
reuzenzwelling te verwijderen. Chirurg J.C. van Mourik constateerde eind
maart 1996 eveneens dat er sprake was van een operatie-indicatie in verband
met de mechanische bezwaren. Er was zogezegd sprake van een medische
noodzaak en dan mag hulp niet geweigerd worden. 572 In afwachting van de
oplossing van financieradministratieve problemen werd de operatie van de
heer Lee C.K. echter voorlopig uitgesteld.
De afdelingsmanager van het VUmc, de heer W. Jansen, zou zich met
de financieradministratieve kant bemoeien. De tolk legde samen met de heer
Lee enkele malen tussen april en juni 1996 bezoeken af bij de heer Jansen om
over een betalingsregeling te praten. De hoogte van de aanbetaling en
aflossingen was nog een discussiepunt. In de zomer van 1996 bezochten ze
de financieradministratieve dienst voor de laatste keer en de patiënt kreeg de
indruk dat er een overeenkomst nabij was. De heer Lee C.K. vertrok van het
kantoor van de heer Jansen naar het restaurant in Uithoorn waar hij illegaal
als kok werkte.
De volgende dag viel de Vreemdelingenpolitie het restaurant binnen en
arresteerde Lee. De tolk van Lee en anderen vermoedden dat de personele
gegevens van de heer Lee vanuit de administratieafdeling van het VUmc zijn
uitgelekt. De ziekenhuisopname en operatie van de heer Lee zou circa 6.000
euro gekost hebben. De heer Lee is ongeopereerd met vrouw en kinderen het
land uitgezet.
162
11.1.7
Casus 7
Aziatische onverzekerde patiënt ongeopereerd het
land uitgezet
In de eerste helft van de jaren negentig bezocht een 35-jarige man, ondersteund door twee mensen, mijn huisartspraktijk in Amsterdam Zuidoost. Hij
kon bijna niet meer lopen door pijn in de lies. Na anamnese en lichamelijk
onderzoek concludeerde ik dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een
beklemde liesbreuk (totaal dan wel gedeeltelijk). Ik belde een chirurg van het
AMC op en legde de medische en sociale problematiek (in verband met de
onverzekerde status) uit en verzocht de chirurg om een verifiëring van de
diagnose. Vooral wilde ik weten of er sprake zou kunnen zijn van een andere
ziekte en welke nadelige gevolgen deze kon hebben voor patiënt.
De chirurg verontschuldigde zich en liet weten dat de zieke niet in het
AMC gepresenteerd kon worden. Zonder naar de patiënt gekeken te hebben
deelde de chirurg telefonisch mee dat er geen sprake was van acuut levensgevaar. Van het AMC had hij het advies gekregen dat hij alleen patiënten
mocht onderzoeken en behandelen als er sprake zou zijn van acuut
levensgevaar. Ik deed daarop navraag bij medisch coördinator M.M.J. van
Campen van het AMC. Deze ontvouwde een minder rigide standpunt:
‘Natuurlijk kan uw patiënt poliklinisch gezien en onderzocht worden en zonodig
klinisch of in dagbehandeling geholpen worden. Echter dan dienen deze
bezoeken en behandeling betaald te worden, of contant, of er dient een
betalingsregeling getroffen te worden met een financiële garantie. Dus de zorg
voor uw patiënt blijft mogelijk na een financiële zekerheidsstelling.’
Gezien de financiële positie van de patiënt en diens alarmerende
medische situatie, trok ik nogmaals de stoute schoenen aan. Ik belde de
afdeling chirurgie van het VUmc met hetzelfde verzoek. De patiënt mocht zich
dezelfde dag nog op de Eerste Hulp laten onderzoeken. Naast een liesbreuk
werd er tevens een navelfistel gediagnosticeerd. Na toediening van een lokaal
werkend verdovend middel had de patiënt minder pijn. Er werd geen melding
gemaakt van een al of niet beklemde breuk. Er werden afspraken gemaakt
voor verder onderzoek en chirurgische behandeling en de patiënt mocht naar
huis. In verband met nieuwe heftige pijnaanvallen werd hij na drie dagen
wederom gezien door de chirurg van het VUmc. Na behandeling van de pijn
liet chirurg dr. D. de Jong het volgende weten aan de huisarts: ‘Besloten werd
de navelfistel nader te analyseren met behulp van een echografie van de
buikwand en een enteroclyse van de dunne darm. Indien deze
onderzoekingen geen afwijkingen opleveren, zullen zowel de liesbreuk als de
navelfistel in dagbehandeling kunnen worden gecorrigeerd.’ De onverzekerde
status van de patiënt vormde echter nog een probleem, omdat er geen sprake
was van een levensbedreigende situatie. De vrienden van de patiënt hadden
het plan opgevat voor hem geld in te zamelen en ik bracht hen in contact met
de financiële administratie van het ziekenhuis.
Op 15 februari 1996 verwachtte ik de patiënt terug voor verdere
afspraken, doch hij verscheen niet op het spreekuur. Midden 1996 kwam ik
163
een van de begeleiders van de patiënt tegen na een vrijdagmiddaggebed in de
Taibahmoskee in Amsterdam Zuidoost. Ik informeerde naar de toestand van
de ‘geopereerde’ illegale patiënt. Tot mijn verbazing hoorde ik dat de patiënt
ruim een week na een bezoek bij de financiële administratie van het VUmc,
gearresteerd was door de ‘politie’ en Nederland was uitgezet, richting
Indonesië.
11.1.8
Casus 8
Onverzekerde illegale patiënt zachte dood niet
gegund: teruggestuurd naar Bangladesh
Ondersteund door twee vrienden consulteerde de heer M.K., een 37-jarige
niet-verzekerde illegale arbeider uit Bangladesh, in de jaren negentig mijn
praktijk in Amsterdam Zuidoost. De patiënt woonde en werkte sinds tweeëneenhalf jaar illegaal in Nederland. Hij was altijd gezond geweest, rookte niet en
dronk geen alcohol. Sinds enkele weken voelde hij zich erg ziek. Hij had pijn
achter zijn borstbeen en had moeite om vast voedsel door te slikken. De eetlust was verminderd en zijn lichaamsgewicht was sterk afgenomen. Zijn ogen
en wangen waren ingevallen. Soms braakte hij roodbruin bloed op, de ontlasting was zwart.
Ik vermoedde een kwaadaardige aandoening en belde twee ziekenhuizen voor een spoedconsult. Gezien de verzekeringsstatus van de patiënt
kon hij bij beide instellingen niet ontvangen worden. Ik besloot de hulp in te
roepen van de GGD, sector Algemene en Maatschappelijke Gezondheidszorg
(AMGZ). Deze dienst hield Eerste-Hulpspreekuur voor onverzekerde
patiënten. Bovendien had de GGD een betere toegankelijkheid dan een
huisarts voor het doorverwijzen van illegale niet-verzekerde patiënten. Het
hoofd van de sector AMGZ van de GGD, de arts E.I. Iwema Bakker, weigerde
zijn medewerking om de patiënt te helpen. Hij stuurde de patiënt linea recta
terug en liet mij het volgende weten:
Ik kan u meedelen dat op maandag, woensdag en vrijdagochtend van
09.00 tot 10.00 uur op de Nieuwe Achtergracht 100, een spreekuur
Eerste Hulp bij Ziekte bestaat. Dit betreft eerste hulp en is geen
verwijzingsspreekuur. De patiënt die u aanbood was door u gezien en
betrof geen eerste hulp. Wij hebben geen mogelijkheden om
laboratorium- of röntgenonderzoek te verrichten, daartoe moeten
patiënten naar een ziekenhuis worden verwezen. U had uw patiënt ook
kunnen verwijzen naar een Eerste Hulp of een polikliniek.
Indien mensen niet verzekerd zijn voor ziektekosten en zij deze niet zelf
kunnen betalen, dan kan een beroep op de Algemene Bijstandswet
worden gedaan. De betrokkene kan een aanvraag daartoe indienen bij
het rayonkantoor van de Gemeentelijke Sociale Dienst. Deze kan na
onderzoek van inkomen, verblijfsstatus, enz. besluiten de kosten van
geneeskundige behandeling te vergoeden. De GG & GD heeft hiervoor
164
geen financiële middelen en kan geen beslissing nemen over een
vergoeding van deze kosten. 573
De reactie van Iwema Bakker was opmerkelijk. Algemeen wordt ervan
uitgegaan dat deze GGD-post de laatste hulp kan bieden aan daklozen en
onverzekerde illegalen, die nergens anders terecht kunnen. Bij acute hulp aan
dergelijke patiënten worden hulpbehoevenden blijkbaar toch volgens ambtelijke regels tegen het licht gehouden. Huisartsen staan met de rug tegen de
muur, zieke illegalen worden van het kastje naar de muur gestuurd: hopeloosheid alom. Het humane aspect was ver te zoeken, want in de tussentijd werd
de patiënt niet spontaan beter.
Het advies van de heer Iwema Bakker van de GGD werd evenwel
opgevolgd. De patiënt werd verwezen naar het rayonkantoor van de Sociale
Dienst. De zieke en zijn twee begeleiders kwamen echter niet verder dan de
receptie. De patiënt kreeg te horen dat hij niet geholpen kon worden. De
patiënt meldde zich vervolgens weer op mijn spreekuur. Ik deed wederom een
beroep op het AMC, afdeling Interne Geneeskunde. Anders dan een paar
dagen ervoor kon de patiënt nu langskomen.
De patiënt werd door de internist gezien en gedurende een opname van
drie weken geëvalueerd. Na lichamelijk, aanvullende onderzoekingen en
laboratoriumonderzoek werden er afwijkingen van de maag gevonden. Echografisch onderzoek van de bovenbuik toonde een forse hoeveelheid ascites
(vochtophoping) in de buik aan. Gastroscopie (kijkoperatie van de maag) liet
een grote zweer zien in de kleine bocht van de maag, met tekenen van recent
bloedverlies. De wand had een hobbelig aspect, zeer verdacht voor maligniteit.
Nadat ongeveer drie liter buikvocht was afgetapt, voelde de patiënt zich
wat beter. Het vocht bevatte celrijk materiaal met groepjes en losliggende
atypische epitheelcellen met sterk vergrote celkernen. 574 Geconcludeerd werd
dat er zeer waarschijnlijk sprake was van adenocarcinoom van de maag met
peritonitis carcinomatosa.
De patiënt kon slecht eten en drinken en kreeg een infuus. Zijn pijn werd
bestreden met een morfine-preparaat en om de ascitestoename af te remmen
kreeg hij ook Lasix (plaspillen). Gezien de zeer slechte prognose werd besloten van behandeling af te zien en hem te repatriëren. Het ziekenhuis deelde
mee dat dit besluit in overleg met patiënt was genomen, nadat een ziekenhuis
in Dhaka had toegezegd de patiënt te zullen opnemen.
Ieder nuchter denkend mens weet echter dat in dit armste derdewereld
land ter wereld alleen genoeg geld en politieke invloed garanties bieden voor
een optimale medische behandeling. Een palliatieve (pijnverlichtende) ingreep,
in de vorm van een eenvoudige maagprothese, zou zijn lijden voor een
periode van enkele maanden tot een jaar die hem restte, zeker draaglijker
hebben gemaakt.
Volgens zijn twee vrienden en begeleiders, de heren N.A. Kazal en N.D.
Didar Ahmed (namen met toestemming van belanghebbenden vermeld), die
165
dagelijks bij hem in het ziekenhuis waren, wilde de patiënt niet gerepatrieerd
worden. Hij wilde hier behandeld worden en zou met een zekere emotionele
en verbale dwang door de politie van de Vreemdelingendienst uit het
ziekenhuis gehaald zijn en met infuus en een doosje medicijnen Nederland
zijn uitgezet. Het lijkt er sterk op dat het ziekenhuis de Vreemdelingenpolitie
heeft getipt om de patiënt tegen zijn zin het land te laten uitzetten. En dat
terwijl de patiënt niet lang meer te leven had.
11.2
Casus 9
Waar een wil is, is een weg
Patiënt Lassina S., geboren 1966 in een dorp in Burkina Faso, woonde sinds
1990 als illegaal in Amsterdam. Zonder privacy deelde hij met enkele andere
illegalen slechts één kamer met stapelbedden. Hij had geen partner en werkte
als schoonmaker in een Amsterdams hotel. Met zijn inkomsten in Nederland
kon hij zijn vele familieleden in Burkina Faso in leven te houden en ze een
betere toekomst bezorgen. Zijn werkgever had hem niet verzekerd tegen
ziektekosten.
In september 1997 bezocht hij mijn praktijk in verband met veel slijmvorming in zijn voorhoofd en keel. De patiënt rookte niet en dronk geen
alcohol. Lokaal onderzoek leverde geen bijzonderheden op. Er werd een
slijmoplosser voorgeschreven.
In januari 1998 bezocht hij wederom mijn spreekuur in verband met een
plek op zijn tong die raar aanvoelde. Bij onderzoek zag ik aan het voorste deel
van de rechterzijde van de tong een leuko-erythroplakische laesie met een
doorsnede van 6 mm. Van belang was om een kwaadaardige aandoening uit
te sluiten, daar het in de medische wereld algemeen bekend is dat leukoplakiën kunnen veranderen in carcinomen.
Ik belde prof. dr. P.F. Schouwenburg, hoofd van de poliklinische afdeling
KNO van het AMC, en verzocht hem een carcinoom van de tong uit te sluiten.
In dit gesprek legde ik uit dat patiënt illegaal in Nederland woonde en niet was
verzekerd tegen ziektekosten. De heer Lassina S. mocht midden februari
1998, na zes weken en buiten de gangbare administratieve regelingen om,
gezien worden door KNO-arts dr. M.P. Copper.
Deze arts bevestigde mijn bevindingen en liet onder plaatselijke
verdoving een excisiebiopt van de tong verder pathologisch-anatomisch
onderzoeken. Dit liet het beeld zien van een matig tot slecht gedifferentieerd
plaveiselcelcarcinoom. Uiteindelijk werd geconcludeerd dat er sprake was van
een T1 N0 tongcarcinoom rechts. 575 Dit slechte nieuws sloeg bij de patiënt in
als een bom. De heer Lassina S. had in Nederland geen familie en maar
weinig zakelijke ‘vrienden’, bij wie hij zijn emoties niet kwijt kon. Zijn wereld
stortte in elkaar.
De afdeling KNO van het AMC raakte niet in paniek door zijn
onverzekerde status, maar zette het artsenwerk op een voortreffelijke manier
respectvol voort. De artsen stoorden zich niet aan de richtlijnen van de AMCbestuurders, maar lieten de ethische- en morele normen prevaleren boven de
166
zakelijk-afstandelijke normen. Op medische gronden werd er een verblijfsvergunning voor de patiënt aangevraagd en verworven. Hierna kwam het AMC
met zorgverzekeraar ZAO een inschrijving voor patiënt overeen. Een maand
later, in maart 1998, volgde een ruime her-excisie van de tumor met een
gedeeltelijke resectie van de tong. De tumor werd radicaal verwijderd en er
volgden regelmatig controles op de polikliniek.
Anderhalf jaar later, in augustus 1999, sloeg het noodlot toe. In diverse
halsklieren was de tumor uitgezaaid. Er volgde opnieuw een onderzoek van de
hals. Hierna werd de 33-jarige heer Lassina S. gedurende zes weken
bestraald door radiotherapeut dr. F. Oldenburger van het AMC. De ziekte
bleek sterker te zijn dan de patiënt en zijn behandelaar. Ondanks de optimale
en adequate aanpak van medici en andere hulpverleners, werd hij begin 2000
kortademig. Dr. Chr. Alberts, longarts in het AMC, liet de patiënt uitgebreid
evalueren. De ademhalingsklachten bleken te berusten op een uitgebreid
uitgezaaid tongbodemcarcinoom. Op de polikliniek Oncologie van het AMC
werden de chemotherapeutische mogelijkheden met de patiënt besproken. De
patiënt zag hier echter vanaf, omdat hij de weinige kracht die hij nog bezat,
niet met deze zware medicijnen wilde verminderen. Daarnaast was er geen
zekerheid dat hij met deze behandeling genezen zou zijn. De laatste dagen
die hij nog had, wilde hij met zijn familieleden en vrienden doormaken. Zijn
laatste wens is in vervulling gegaan.
11.3
Laten doodgaan of laten arresteren van zieke illegalen: geen
incidenten
Illegale patiënten die hun rekeningen niet contant zouden kunnen betalen,
worden óf niet geholpen, óf aan de politie verraden als de hulpverlener het
gevoel krijgt zelf in problemen te kunnen komen bij de IGZ. Het niet helpen
van niet-betalende illegalen heeft soms ernstige gevolgen voor de zieken. In
Amsterdam komt het regelmatig voor dat huisartsen weigeren onverzekerde,
ernstige zieke illegalen thuis te bezoeken, omdat de (stervende) patiënt op dat
moment niet contant kan afrekenen. De IGZ is hiervan op de hoogte, maar
maatregelen blijven nog steeds uit. Ernstig zijn tevens de voorbeelden van
schending van het beroepsgeheim door medici en andere hulpverleners.
Hieronder worden enkele voorbeelden van deze misstanden gepresenteerd.
11.3.1
Casus 1
Huisarts laat patiënte stikken
Een ongeveer 70-jarige lichamelijk invalide vrouw, onverzekerd tegen ziektekosten en zonder verblijfstitel, verbleef bij een familielid in Amsterdam. Ze leed
aan een ernstige spierziekte en werd door een bekende van haar verzorgd.
Eind 2001 was ze drie dagen lang ernstig in de war, ze at slecht, was
sterk vermagerd, sprak en ademde slecht. De huisarts werd ’s avonds via de
centrale dienstenpost gebeld voor een huisbezoek. Deze wilde alleen komen
167
als men contant kon afrekenen. De patiënte had op dat moment geen geld,
ook de verzorger had niet zo veel geld in huis. Men wilde wel later betalen,
maar de arts weigerde te komen. Een paar dagen later stikte zij in haar slijm.
Op de dienstenpost is men op de hoogte van de weigering door de arts
om een huisbezoek af te leggen. De AHV is verantwoordelijk voor deze
dienstenpost.
11.3.2
Casus 2
Huisarts laat een illegale zieke arresteren
De Johannes Wier Stichting, die zich bezighoudt met mensenrechten en
gezondheidszorg, deed eind 1999 een onderzoek onder medici en organisaties. Zij had geconstateerd dat ‘de medische zorg voor illegalen ondermaats
was. Een deel van de hulpverleners in de eerste- en tweedelijn van de
gezondheidszorg was terughoudend bij de hulp aan de onverzekerde illegale
patiënten.’ 576
Huisarts mevrouw Fogelberg, actief in de Johannes Wier Stichting,
maakte in januari 2000, tijdens een interview op Radio I, melding van een
zieke illegaal die door de politie gearresteerd werd. De huisarts van deze
patiënt verraadde hem door zijn illegale status bij de politie te melden.
Ondanks de ernst van dit bericht op een landelijk radiostation kwam er onder
medici, juristen, politici en andere belangengroepen geen discussie op
gang. 577
De enquête van de Johannes Wier Stichting maakte duidelijk dat ‘de
medische zorg voor illegalen belabberd is. Soms wordt hulp geweigerd. Een
deel van de huisartsen, ziekenhuizen, psychiaters en apothekers is terughoudend bij illegale patiënten, omdat ze onverzekerd zijn en de rekening niet
kunnen betalen.’ 578
Uit de enquête bleek ook dat er huisartsen en gezondheidscentra zijn
die illegalen stelselmatig weigeren. Daarnaast worden illegalen vaak minder
goed behandeld dan verzekerde patiënten. Ze worden sneller ontslagen uit het
ziekenhuis, of krijgen minder nazorg. Voor illegalen bestaan andere medische
maatstaven, is de conclusie. 579 Volgens mevrouw Fogelberg worden in de
praktijk alle mensen met een donkere huidskleur argwanend bekeken, omdat
altijd de kans bestaat dat het om een illegale patiënt gaat. 580
11.3.3
Casus 3
Schending beroepsgeheim: identiteit
bolletjesslikker door artsen doorgegeven
Artsen van het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam lieten in 1999 een mogelijk
illegale patiënt arresteren. De patiënt had zich schuldig gemaakt aan het
smokkelen van hard drugs. Deze doodzieke bolletjesslikker kreeg
buikklachten. Hij had vertrouwen in de artsen en meldde zich bij de
Spoedeisende Hulpafdeling. Indien hij nog enkele uren gewacht zou hebben,
was de kans groot geweest dat hij was komen te overlijden ten gevolge van
lekkage van een bolletje. Na een operatie lieten artsen hem arresteren. De
168
arrestatie was het gevolg van op een samenwerkingsverband tussen het
ziekenhuis, de politie, de GGD en de gemeente Rotterdam. 581
Volgens hoogleraar mr. B. Sluyters hadden de artsen zich moeten
houden aan hun beroepsgeheim. Maar de toenmalige minister van Justitie, de
heer Korthals Altes, vond dat artsen daarvan kunnen afwijken. 582 Dit is
opnieuw een bewijs van hoe slecht de rechten van zieken worden nageleefd.
Ook wordt daarmee geïllustreerd dat dit beleid door de regering (Justitie,
VWS) wordt gesteund. Het vertrouwen in de medische stand werd ernstig
geschaad.
11.3.4
Casus 4
Arrestatie van een illegale patiënt na
doktersbezoek. Mogelijk gevaar voor de
volksgezondheid
Dominee C. van Veelen van een geloofsgemeente in Gaasperdam
(Amsterdam Zuidoost) ging op 21 juli 1999 in hongerstaking uit protest tegen
de arrestatie van een zieke illegaal. Deze man, Mimoun Aarass, verbleef in de
Driestromenkerk en werd op die dag gearresteerd nadat hij bij de dokter was
geweest. 583 Blijkbaar zijn de gegevens van deze patiënt doorgegeven aan
opsporingsambtenaren. Dit werkt in de hand dat illegale onverzekerden het
bezoek aan artsen vermijden. Zij blijven daardoor uit het zicht van de gezondheidszorg. De KNMG vreest dat het gevaarlijk is voor de volksgezondheid als
voorzieningen voor illegalen gestopt worden, omdat mensen zich bijvoorbeeld
niet laten behandelen voor besmettelijke ziekten als TBC.584
11.3.5
Casus 5
Hulpverleners geven opname crimineel door
De recherche arresteerde in december 2004 in een Amsterdams ziekenhuis
een 26-jarige ‘veelpleger’, die op de vlucht voor de politie uit een raam van de
derde etage van een flat in Amsterdam Zuidoost was gesprongen. De man
werd al geruime tijd gezocht, omdat hij nog een celstraf moest uitzitten. Na de
sprong was hij ontkomen. Een tipgever meldde dat hij met botbreuken onder
valse naam in een ziekenhuis was opgenomen. 585
Of de man illegaal in Nederland was, is mij niet duidelijk geworden. Wel is het
zo, dat illegalen soms de identiteit van een legale Nederlander huren. Zo
kunnen ze makkelijker voor uitzendbureaus werken. 586 Er zijn meerdere
gevallen bekend dat zij van flats springen als de politie voor de deur staat.
De ernst van deze casus ligt echter hierin, dat het ziekenhuis naar alle
waarschijnlijkheid de politie heeft getipt over deze patiënt. Alleen in het
ziekenhuis is er sprake geweest van een inschrijving onder valse naam.
Bovendien kunnen alleen hulpverleners van dit ziekenhuis op de hoogte zijn
geweest over de aard van de verwonding, namelijk dat er bij de patiënt sprake
is van botbreuken. Met andere woorden: hulpverleners hebben hun geheimhoudingsplicht geschonden en hierdoor hebben ze het vertrouwen in de
medische stand ernstig geschaad.
169
11.3.6
Casus 6
Uitzetten van een kraamvrouw na verraad door
het ziekenhuis
Een 36-jarige vrouw, Oesha Jangbahadoor, afkomstig uit een voormalige
Nederlandse kolonie, beviel eind 2001 in het Oudenrijn Ziekenhuis te Utrecht
van haar dochter Madhouri. Zes dagen na de bevalling kreeg ze thuis onverwachts bezoek van twee agenten van de Utrechtse Vreemdelingenpolitie. De
politie sommeerde haar binnen een maand het land te verlaten. Jangbahadoor
was er van overtuigd dat het Oudenrijn Ziekenhuis de vreemdelingenpolitie op
haar af had gestuurd, omdat zij de rekening van 800 gulden niet kon
betalen. 587 Deze mogelijke daad is onbegrijpelijk, omdat het ziekenhuis over
een pot van driehonderdduizend gulden per jaar beschikt, waaruit de oninbare
kosten kunnen worden vergoed. 588 Een paar maanden daarvoor had een
Kamermeerderheid overigens onderstreept dat ook bij zwangerschap sprake
is van noodzakelijke zorg. 589
Jangbahadoor: ‘Het eerste wat de agenten zeiden was: “U bent niet
verzekerd, hè!” Ik ben vijf jaar illegaal hier en ik heb nog nooit de politie aan de
deur gehad.’ 590 Het ziekenhuis ontkende de politie te hebben gebeld. Gezien
de ervaringen van illegalen met andere ziekenhuizen, is het duidelijk hoe de
vork in de steel zit.
11.4 Schending van het vertrouwen in de medische stand. Ethische en
gedragsregels bij de hulpverlening aan illegalen en migranten
worden met voeten getreden
Schending van het vertrouwen in de medische stand komt in vele vormen en
op verschillende niveaus voor. Soms betreft het individuele gevallen, maar
soms ook kan deze vorm van schending consequenties hebben voor
specifieke bevolkingsgroepen. Zij worden gestigmatiseerd en krijgen daardoor
moeilijkheden om hun plek binnen de samenleving te handhaven.
Hulpverleners en ambtenaren kunnen deze mensen daardoor op een andere,
onderscheidende wijze gaan behandelen. Een dergelijke situatie kan een
tendens in de richting van ‘racisme’ uitlokken. Ook in onderstaand geval, dat te
omvattend is om als ‘casus’ besproken te worden, kan men een dergelijke
tendentieuze gedachte bespeuren.
Begin jaren negentig, ruim een maand na de Bijlmervliegramp, bracht de
autochtone huisarts in Amsterdam Zuidoost, Henk Bond, zeer gevoelige
informatie over ondergedoken en in de marge levende illegalen en migranten
uit zijn praktijk in de openbaarheid. 591 Hij deed in wezen een aanval op zijn
eigen patiënten afkomstig uit Suriname en Ghana. Dit vond plaats onder het
zwijgend goedvinden van de andere huisartsen van het stadsdeel, VWS (IGZ),
Justitie (MTC) en de AHV. Niemand kwam in verweer. Toen ik deze huisarts
en collega’s tijdens een interview met Trouw indirect betichtte van ‘racisme’,
omdat de meeste huisartsen in Amsterdam Zuidoost zich niet bekommerden
om hulpverlening aan illegale onverzekerde migranten, kwam het Amsterdams
170
MTC ineens wel in actie en veroordeelde mij tot een schorsing van drie
maanden (zie Proloog). 592
Waarop hadden Bonds uitspraken betrekking? Sommige illegalen in
Amsterdam vonden wegen om door middel van een tijdelijk huwelijk met een
legale migrant (vaak met hulp van Amsterdamse ambtenaren) aan geldige
papieren te komen om via uitzendbureaus te kunnen werken. Huisarts Bond
merkte deze geheime constructies snel op. Onder de kop: ‘Half Suriname krijgt
pillen uit Bijlmer’ werden zijn observaties in Het Parool beschreven: ‘In 1973
kwam de eerste golf Surinamers naar de Bijlmer. De eerste Ghanees zag hij in
1982 op het spreekuur. “Destijds waren het alleen vrouwen die, aan hun naam
te zien, met Nederlanders waren getrouwd. Nephuwelijken, want bij de kinderen die ze kregen zat geen spoortje blank bloed. Later kwamen ook de
mannen.”’ Door zijn gebrek aan historische kennis stigmatiseerde Bond hier al
deze bevolkingsgroep: nazaten van slaven kregen verplicht de namen van
Nederlandse slavendrijvers, zoals Leerdam, Van der Puye, Van Dijk.
Politieagent Jacques Schultz, sinds 1978 werkzaam in Amsterdam
Zuidoost, gaf een beter beeld: ‘Het zijn over het algemeen goed opgeleide
mensen, die taalkundig goed onderlegd zijn en echte wereldreizigers zijn.
Nederlanders maakten misbruik van goedgelovige Ghanezen. Schijnhuwelijken werden aangegaan, waarna Ghanese meisjes in de prostitutie terecht
kwamen, er werd grof geld aan Ghanezen verdiend door ze valse officiële
papieren te verkopen. Ook werden ze uitgebuit door werkgevers.’ 593
Het vertrouwen in de medische stand wordt ernstig geschaad indien bij
bepaalde groepen patiënten het beroepsgeheim geschonden wordt. Vertrouwen tussen patiënt en arts vormt de primaire basis voor het medisch handelen.
Door de uitspraken van Bond wordt de indruk gewekt, dat je als huisarts geen
plicht tot geheimhouding hebt als je uitspraken doet over groepen allochtone
Nederlanders uit een bepaalde huisartsenpraktijk. Naar mijn mening is het
zelfs ernstiger als je een bevolkingsgroep en niet een afzonderlijk individu
openbaar beschuldigt van handelingen en feiten die strafbaar zijn. Hier werd
het medisch beroepsgeheim overtreden.
In de eed die artsen bij de aanvaarding van hun ambt afleggen, is de
volgende passage opgenomen en deze klinkt plechtstatig: ‘Wat ik ook bij de
behandeling, of ook buiten de praktijk, of over het leven van mensen zal zien
of horen aan dingen die nooit mogen worden rondverteld, zal ik verzwijgen,
ervan uitgaande dat zulke dingen geheim zijn.’ 594 Ook wordt opgemerkt dat
vrije toegang tot hulpverleners een algemeen belang is. Alles wat een arts
tijdens de uitoefening van zijn of haar beroep ziet, hoort, begrijpt of zelf
constateert - dus ook informatie die hem niet als geheim is vertrouwd -, valt
onder het beroepsgeheim. Ook niet-medische gegevens. De hulpverlener
moet zwijgen tegenover iedereen, ook tegenover politie en justitie. 595
Dat huisarts Bond zulke ernstige beschuldigingen van zijn eigen
patiënten en vertrouwelijke informatie en gegevens naar buiten mag brengen,
zonder dat dit consequenties heeft, is ernstig en in feite een schending van de
mensenrechten. Dat er schijnrelaties in Amsterdam Zuidoost voorkomen is
171
volkomen juist. Illegale arbeiders proberen vanuit hun overlevingsdrang soms
op deze manier aan papieren te komen om zonder angst te kunnen werken.
Alleen: Justitie heeft de verantwoordelijkheid om dit te bewijzen en een arts
mag vanuit zijn eed en het beroepsgeheim dit soort mededelingen in het
openbaar over deze patiënten of samenlevingsgroepen niet doen.
Bond deed in hetzelfde artikel ook een tendentieuze uitspraak over een
andere samenlevingsgroep: ‘Surinamers nemen nogal eens hun vader of
moeder mee naar de dokter. Die zijn dan op bezoek in Nederland en willen bij
voorbeeld hun bloeddruk laten controleren of medicijnen meenemen die ze in
Suriname niet kunnen krijgen (…) Vroeger gebeurde dat incidenteel en nu
raken we overspoeld met het uitschrijven van recepten voor derden op kosten
van het ziekenfonds. Het gaat in zulke grote aantallen dat ik de greep verlies
(…) In wezen wordt vanuit de Bijlmer half Suriname behandeld. Bij veel
Ghanezen is het niet anders. Sommigen denken dat je op één ziekenfondskaart heel Ghana kunt behandelen.’
Deze ongenuanceerde beschuldigingen van fraude met de ziekenfondskaart zijn door onderzoek van dr. E.V. Simons, hoofd Medische Advies Dienst
van ZAO, min of meer weerlegd. Van de 4.400 opnamen uit januari 1993 werd
een steekproef gedaan onder 1.170 patënten. Uiteindelijk konden twee
opnamen (0,2%) als mogelijk frauduleus worden gekwalificeerd. 596 Dat komt
neer op 8,8 opnamen bij 334 Amsterdamse huisartsen. Simons concludeert:
‘In tegenstelling tot berichten uit het veld, is uit het vergelijkend onderzoek
tussen de gegevens van het ZAO en die van de huisartsen, gebleken dat
fraude bij ziekenhuisopnamen slechts incidenteel voorkomt.’
Twee medische instellingen in Amsterdam bestreden eveneens de
uitspraken van Bond: ‘Een week na de beschuldigingen door dokter Henk
Bond van zijn patiënten bevestigden de Amsterdamse ziekenhuizen waarnaar
Bond patiënten verwijst, het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) dat misbruik van ziekenfondskaarten
van familieleden door niet-verzekerden heel weinig voorkomt; het AMC en het
OLVG constateerden in 1991 dat drie keer een patiënt op de kaart van een
familielid binnen was gekomen’. 597
Deze openbaarmakingen van dokter Henk Bond over zijn onverzekerde
en niet-westerse patiënten waren beledigend en bijzonder krenkend voor de
gehele Surinaamse en Ghanese bevolking in Nederland. Deze gemeenschappen waren bovendien van mening dat zulke ernstige beschuldigingen en
het openbaar maken van vertrouwelijke informatie van patiënten uit de artsenpraktijk niet wenselijk was. Indien deze juist waren, zijn de toegeschreven
feiten namelijk strafbaar en patiënten zouden veroordeeld kunnen worden,
niet-frauderende patiënten werden gestigmatiseerd en daardoor gewantrouwd
bij zorginstellingen. Daardoor was de relatie arts-patiënt geweld aangedaan.
172
11.5 Conclusie
Meestal moet een arts gemiddeld vier ziekenhuizen bellen om een onverzekerde illegale patiënt door te kunnen verwijzen. Een enquête van de GGD in
1993 onder de helft (150) van alle Amsterdamse huisartsenpraktijken bleek
dat huisartsen onverzekerde patiënten wel naar specialisten verwezen, maar
dat het vaak tevergeefs gebeurde. 598 De patiënten konden alleen gezien
worden door het ziekenhuis indien ze contant betaalden of voor een financiële
garantie konden zorgen.
Prof. dr. T.I. Oei, hoogleraar forensisch psychiatrie aan de Katholieke
Universiteit Brabant, maakt regelmatig de gevolgen mee van illegale psychiatrische patiënten aan wie geen hulp geboden wordt. 599 Prof. Oei: ‘Vrouwe
Justitia blijkt zo een waardige zuster te zijn van de barmhartige Samaritaan.
Dat hoeft echter geen reden te zijn voor trots. Immers, het recht op zorg dient
zonder aanzien des persoons, zowel materieel als immaterieel, in praktijk te
worden gebracht. Of neigen we er nu al toe het hoofd te buigen voor de tweedeling die in de gezondheidszorg –hoe dan ook – reeds aanwezig is? Een
tweedeling die de legale en nu dus ook de illegale zwakkeren in de samenleving wel tot moreel ontoelaatbaar gedrag móet aanzetten om de nodige zorg
(van de overheid) te kunnen afdwingen.’ 600
C. Tigges, het hoofd van de economisch-administratieve dienst van het
Westeinde Ziekenhuis in Den Haag gaf zich begin 2000 bloot door te laten
weten dat het financieel probleem met de niet betalende illegale patiënten als
volgt was op te lossen: ‘Financieel-technisch gezien zouden we de Vreemdelingenpolitie moeten bellen om ze aan te geven.’ 601 Niet alleen het beroepsgeheim wordt daarmee geschonden, het is in beginsel ook een vorm van
schending van mensenrechten. Het verdrag van de rechten van de mens stelt
onder andere dat niemand mag worden uitgewezen als dat tot een inhumane
situatie leidt. 602
Het meest pijnlijke is nog wel dat een maatschappelijke discussie
omtrent deze problematiek in het beschaafde Nederland niet van de grond
komt. Binnen kleine kring is er echter wel op gewezen door onder anderen dr.
F.van Ittersum, internist en nefroloog in het VUmc, die eind oktober 2004 een
kritische analyse gaf tijdens het symposium ‘De waarde van het leven’ van het
behoudende Contact Rooms-Katholieken. Ook Christelijke ziekenhuizen als
het zijne gaan volgens de arts niet meer uit van een richtinggevend gedachtegoed. Hun identiteit is daarvoor te zeer vervaagd. De macht in ziekenhuizen is
volgens Van Ittersum overgenomen door managers, die hun instelling leiden
als een bedrijf. Hun belangrijkste zorg is of ze de ‘productieafspraken’ met de
zorgverzekeraars halen en of ze aantrekkelijk genoeg zijn voor patiënten. ‘Of
die tevredenheid tot stand komt door respect voor het leven, is niet van
belang.’ 603
Het dient als zeer ernstig gezien te worden indien niet-verzekerde
zieken om financiële redenen gearresteerd worden met medewerking van
ziekenhuis en artsen. Veel van de gearresteerde patiënten leven tussen een
173
groep van honderden legale en illegale landgenoten afkomstig uit endemische
gebieden voor infectieziekten, zoals TBC, hepatitis-B en HIV-Aids.
Onder de illegale landgenoten verspreiden berichten over arrestaties
zich als een lopend vuurtje. Zo werd in het begin van 2004 door de Amsterdamse PvdA-wethouder Zorg bevestigd dat er aanwijzingen waren dat
mensen die illegaal in Nederland verbleven, bang waren om gebruik te maken
van diensten van officiële instanties, zoals huisartsen en ziekenhuizen, omdat
ze bevreesd waren dat via naamregistratie achterhaald en bewezen kon
worden dat zij in Nederland verbleven. 604 Daardoor ontstaat een sfeer van
angst en paniek.
Volgens ethicus, dr. Suzanne van de Vathorst, verbonden aan het
Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam is ‘de vuistregel dat de patiënt zich
vrij moet voelen om te komen als hij behandeling nodig heeft. Je wilt als arts
beschikbaar zijn voor de mensen die je hulp nodig hebben. De arts treedt het
privé-leven van een patiënt binnen en het is logisch dat hij daarover zijn mond
houdt.’ 605
De arrestaties van onverzekerde illegale patiënten, draagt er toe bij dat
illegale patiënten die lijden aan besmettelijke infectieziekten, uit angst voor de
politie, de medische wereld zullen mijden. En de medische ethiek wordt steeds
meer aangeknaagd. Begin 2004 maakte onze minister van VWS, de heer
Hoogervorst, het Nederlands parlement duidelijk dat de zwijgplicht en het
beroepsgeheim geschonden mag worden als het algemeen (volksgezondheids)belang daarmee gediend was. 606
IGZ en ziekenhuizen storen zich niet aan deze negatieve gevolgen voor
de volksgezondheid. Ziekenhuisdirecties en medici interpreteren definities
rond ‘medisch noodzakelijk of acuut levensgevaar’ bij een onverzekerde
illegale patiënt zodanig dat ze de zieke niet hoeven te behandelen. Voor deze
artsen is voor deze zelfde patiënten sprake van ‘medisch noodzakelijk’ indien
de zieke verzekerde is. Het schijnt dat onze medische ethiek alleen op
betalende patiënten van toepassing is.
Nu alle overheidsinstellingen op het gebied van de Gezondheidszorg het
laten afweten, is het de KNMG die het voortouw moet nemen. Het vertrouwen
in de medische stand kan alsnog hersteld worden. Uiteindelijk zal dit de volksgezondheid ten goede komen.
174
12
Detentiekamp ‘Bijlmer-Goelag’ (Grenshospitium)
12.1 Illegale patiënten en asielzoekers vóór transport naar het thuisland
Vanaf de jaren negentig worden gearresteerde illegale patiënten met andere
illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers tijdelijk gevangen gezet in de
‘Bijlmer-Goelag’, beter bekend als het beruchte ‘Grenshospitium’ in
Amsterdam Zuidoost. Op 6 april 1992 opende staatssecretaris van Justitie Aad
Kosto het detentiekamp. Hier verblijven kansloos geachte asielzoekers en
illegale vreemdelingen die op uitzetting wachten.
Grenshospitium (‘Bijlmer-Goelag’), Amsterdam Zuidoost
175
Gearresteerde illegalen en uitgeprocedeerde asielzoekers komen eerst in een
uitzetcentrum terecht, zoals in Schiphol Oost, voordat ze gerepatrieerd
worden. Vanaf 2005 (en eerder) worden asielzoekers met vrouw en kinderen
letterlijk op straat in de kou gezet en moeten zij zelf voor hun uitzetting zorgen.
Zonder geld worden zij op Schiphol of een treinstation afgezet met de
opdracht Nederland binnen 24 uur te verlaten. Deze techniek wordt alleen
gebruikt om de illegalen te imponeren. Er wordt niet gecontroleerd of zij daadwerkelijk vertrekken. De VNG heeft hiertegen tevergeefs bij de regering geprotesteerd (zie 2.4).
Eind 1990 besloot het kabinet om Schiphol Oost door een geheel nieuw
centrum te vervangen, het Grenshospitium in Amsterdam Zuidoost. Deze
Bijlmer-Goelag moest niet alleen over betere voorzieningen beschikken, zoals
slaap- en verblijfsruimten, sport- en recreatiemogelijkheden. Het moest bovendien meer plaatsen bieden dan Schiphol Oost, 120 in totaal. Ook moest aan
hulpverleners volwaardig onderdak geboden worden. Het verwijt viel snel dat
de Bijlmer-Goelag fungeerde als een gevangenis. 607
Dat kwam mede door de organisatiestructuur: de Bijlmer-Goelag werd in
tegenstelling tot Schiphol Oost niet beheerd door de Koninklijke Marechaussee, maar door het ministerie van Justitie. Het Grenshospitium viel daardoor
direct onder Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen.
De medewerkers waren vertrouwd met het fenomeen van vrijheidsbeperking. De negentig medewerkers van de Bijlmer-Goelag waren er vanaf
hun aanstelling van doordrongen dat de bejegening van asielzoekers anders
diende te zijn dan in de gebruikelijke justitiële inrichtingen. Zo bestonden er
geen disciplinaire straffen en beschikte de asielzoeker over wat bewegingsvrijheid. Een asielzoeker maakte immers gebruik van een internationaal
erkend ‘recht’ om asiel te vragen. 608 Mogelijk dat om deze laatste reden de
‘gevangenis’ niet aan alle voorwaarden voor een echte penitentiaire instelling
voldeed.
Sinds half maart 2001 worden illegalen en vreemdelingen die geen kans
meer maken op asiel vastgehouden in een toren van de Bijlmerbajes. Dit
‘hospitium’ biedt plaats aan 150 grensgevangenen, alleen mannen. Gezinnen,
vrouwen en kinderen worden gedetineerd in het gebouw aan de Tafelbergweg
in Amsterdam. 609
De zieken onder de gevangenen beleven hier een afschuwelijke tijd die
in bepaalde opzichten overeenkomsten vertoont met het leven in de
Russische Goelag Archipel. In kringen van medici en advocaten is al jaren
bekend dat illegalen in detentie medisch slechter worden behandeld dan hun
legale celgenoten. 610 Veel asielzoekers zijn al bij binnenkomst in Nederland
ondervoed. Indien hier niet adequaat op wordt ingespeeld kan deze situatie
fataal zijn voor bijvoorbeeld een zwangere asielzoeker en haar ongeboren
kind.
Daarnaast ervaren vluchtelingen die in hun thuisland de oorlog zijn
ontvlucht en die tijdelijk in Nederland een veilig onderkomen hebben kunnen
vinden, hier nog steeds de psychische gevolgen van traumatische ervaringen.
176
In onderstaande casussen van enkele patiënten wordt getracht de medische
hulpverlening in het kamp onder de loep te nemen.
12.2 Casussen
12.2.1
Casus 1
Zwangerschap en bloedarmoede: twee doden
hadden voorkomen kunnen worden
Het gezin Muluta arriveerde op 9 april 1992 samen met een andere Zaïrese
familie die op de vlucht was, op Schiphol. De groep was op doorreis, maar
werd tijdens een gate-controle bij het overstappen op Schiphol opgemerkt en
vastgezet. Na vier dagen werd het gezin, de zwangere, 27-jarige Jacqueline
met haar man en drie kinderen, overgebracht naar de Bijlmer-Goelag.
Mevrouw Muluta was al op Schiphol ziek geworden. Ondanks de uitdrukkelijke roep om medische hulp bleef deze uit: door de daar aanwezige
personeelsleden van de marechaussee werd niet gereageerd. Ook in de
Bijlmer-Goelag werd mevrouw Muluta niet adequaat geholpen. Zij braakte,
klaagde over opgezwollen enkels, pijn in de nierloge, hartkloppingen en
duizelingen. Zij lag veel op bed, at vrijwel niet meer en maakte een lusteloze
indruk. De Medische Dienst kwam niet in actie. De arts doet geen bloedonderzoek, evenmin wordt een zwangerschapscontrole uitgevoerd. Het
vragenformulier dat als leidraad fungeert bij de medische intake, bleef
oningevuld. Wel werd door een van de artsen een urinetest uitgevoerd, omdat
werd gedacht aan een urineweginfectie. 611
Op 21 april 1992, na acht dagen Bijlmer-Goelag, liet Justitie de familie
toch toe tot Nederland. Het gezin wordt doorgestuurd naar OC-Nijeveen. De
reisbeschrijving is zo onduidelijk dat de familie via een enorme omweg ’s
nachts pas in het Opvang Centrum aankwam. Mede daarom was het een te
vermoeiende reis voor een zieke en zwangere vrouw. Mevrouw Muluta is dan
helemaal op. Ook in Nijeveen blijft zorgvuldige medische zorgverlening door
de basisarts uit, ondanks dat de vrouw nog zieker was geworden.
De dag na aankomst werd een intake-gesprek gevoerd en werden haar
medische gegevens vanuit de Medische Dienst Bijlmer-Goelag telefonisch
doorgegeven. De basisarts maakt voor de dag daarna een afspraak voor
zwangerschapscontrole met de huisarts in het dorp. Maar op 23 april 1992
was mevrouw Muluta zo ernstig ziek geworden, dat haar man een taxi bestelt
en haar rechtstreeks naar het ziekenhuis wil brengen. Dat kan op dat moment
niet, en lukt pas na bezoek aan de huisarts. De huisarts concludeerde na een
zeer kort onderzoek dat hij een ernstig zieke vrouw voor zich heeft. Zij wordt
direct doorgestuurd naar het ziekenhuis waar zij enige uren later overlijdt. 612
Dr. J.H. Schumachers, die als vertrouwensarts voor arrestanten of
gedetineerden met enige regelmaat in politiecellen, huizen van bewaring of
gevangenissen in Nederland komt, verklaarde later: ‘…in de kwestie van
mevrouw Muluta is mij gevraagd onderzoek te doen naar haar dood. De 27-
177
jarige Jacqueline Muluta is niet door eigen schuld overleden. Zij was ziek, lag
op bed en was niet in staat “gewoon met haar kinderen te spelen”. Het is haar
niet gelukt adequate medische hulp te krijgen in Nederland, ook niet in het
Grenshospitium. Dit kwam onder meer omdat zij niet vrij was te gaan en te
staan waar zij wou.’ 613
In opdracht van Justitie stelde de IGZ een onderzoek in naar de gang
van zaken. Die concludeerde dat mevrouw Muluta overleden is aan de
gevolgen van een ernstige bloedarmoede. Het ziekteproces was al weken
gaande en het ziektebeeld had in de verschillende stadia onderkend kunnen
en moeten worden, aldus de IGZ. 614 De echtgenoot van de overleden
mevrouw Muluta diende een klacht in bij het MTC van Amsterdam en stelde
later beroep in over de uitspraak bij het Centraal Medisch Tuchtcollege. De
artsen van het Grenshospitium gingen vrijuit. 615
Het MTC in Amsterdam en het Centraal Medisch Tuchtcollege (CMT)
waren van oordeel dat eerder bloedonderzoek had kunnen uitwijzen dat de
vrouw aan bloedarmoede leed. Ook wees het CMT erop dat het niet de taak
van de arts in het Grenshospitium was zwangerschapscontroles te verrichten.
Na de dood van deze Zaïrese vrouw wordt nu bij alle zwangere asielzoeksters in de Bijlmer-Goelag standaard een bloedonderzoek verricht. 616
12.2.2
Casus 2
Arrestatie en laten sterven in gevangenschap:
ziekenhuizen weigerden onverzekerde doodzieke
illegaal op te nemen
Begin 2003 werd in een cel in het Grenshospitium in Amsterdam Zuidoost
(verhuisd naar de Bijlmerbajes) de zieke zwarte ongeveer 31-jarige heer
Foussini Baraya, aan zijn lot overgelaten en overleed. 617 Zelfs het MTC
constateerde dat liefde en zorg voor Foussini Baraya ontbroken hadden in het
Grenshospitium. 618 Volgens een medegevangene was Baraya een bemiddeld
man: hij dreef handel met Ivoorkust.
De zakenman uit West-Afrika was op 7 november 2002 terechtgekomen
in het Grenshospitium in Amsterdam, locatie Bijlmerbajes, onder
registratienummer 3501323. 619 Naar verluidt verliet hij in 2002 Burkina Faso,
op zoek naar adequate medische hulp in Frankrijk. Na onderzoek in een Parijs
ziekenhuis bleek hij te lijden aan TBC en malaria. Het ziekenhuis weigerde de
illegaal in Frankrijk verblijvende patiënt op te nemen. 620 In Parijs was hij
beroofd door een reisgenoot. Omdat hij zonder paspoort en geld was, werd hij
in het Franse ziekenhuis geweigerd.
Vervolgens wilde hij het proberen om in Duitsland behandeld te worden.
Hij werd echter op 2 november 2002 bij de Nederlands-Duitse grens te Venlo
aangehouden en aan de Nederlandse justitie overgedragen. Eerst belandde
hij in een Venlose politiecel in plaats van in een Duits ziekenhuis. 621 In
november 2002 kwam hij als illegaal in de Bijlmer-Goelag terecht. 622
Al bij het intakegesprek maakte Baraya een verwarde indruk. De
medische dienst keurde hem echter goed voor het doen van werk. 623 In de
178
Bijlmer-Goelag wachtte hij op zijn uitzetting, maar zijn klachten werden met de
dag erger. In januari 2003 vroegen de bewakers om specialistische medische
hulp, maar hij kreeg die hulp niet. 624 Zijn verwardheid maakte hem onhandelbaar. De leiding besloot hem hem zeven dagen in een isoleercel te plaatsen,
maar na twee dagen wordt Baraya uit de cel gehaald. 625 Een bewaarder sprak
zijn zorgen uit: ‘Het is zielig dat de gedetineerde hier verblijft.’ Hij pleitte voor
spoedopname in een ziekenhuis. ‘Ik vraag me af of Nederland nog humaan is.
Want wat gedetineerde Baraya hier meemaakt, is inhumaan’. 626
Een dag later is de illegaal er ‘zeer belabberd’ aan toe. ‘Na vele
verzoeken aan de functionarissen is er niet veel veranderd aan zijn situatie.
De verschijnselen van verwardheid werden alleen maar erger en kon hij niet
meer lopen. Hij ligt apathisch in bed en laat zijn urine lopen. Hij eet en drinkt al
een paar dagen niet,’ vermeldt het bewonersverslag van de bewaarders. Opnieuw werd de hulp van de medische dienst ingeroepen. Die kwam niet, maar
vroeg om de zieke man naar de dienst beneden te brengen. ‘Volgens de
medische dienst moet hij gemotiveerd worden,’ aldus het bewaardersverslag.
Dat lukte niet. Wegens personeelsgebrek zouden de verplegers ‘wel zien
wanneer ze naar boven komen.’
Later die dag kwam zowel de psychiater als de medische dienst kijken
bij Baraya. Zij vonden dat de man ‘er zeer ernstig’ aan toe was en wilden hem
per ambulance naar het ziekenhuis laten vervoeren. ‘Dat wil hem niet hebben,’
schreef een bewaker. 627 De locatiedirecteur stelde later in een brief aan het
personeel dat het niet lukte Baraya opgenomen te krijgen. 628 Ziekenhuizen in
Den Haag (penitentiair hospitaal, Scheveningen) en Tilburg weigerden hem op
te nemen; de directeur van het grenshospitium belde één dag voor Baraya’s
dood, kreeg te horen dat deze vol waren en staakte vervolgens zijn
belronde. 629
De volgende ochtend werd er even bij Baraya gekeken. De bewaarder
vermoedde dat de illegale man lag te slapen: ‘Ik weet niet waarom hij in zijn
broek geplast heeft.’ Hij belde de medische dienst voor hulp, die beantwoordde met ‘neen’. ‘Ik denk niet dat het de bedoeling is dat het personeel van
paviljoen 5 Baraya moet wassen en verschonen,’ aldus de bewaarder in het
rapport. Niemand kwam. Omstreeks 11:30 uur vond een andere bewaarder op
de ochtend van 14 januari 2003 Baraya dood aan in zijn cel.’ 630 Gestikt in zijn
eigen braaksel, naar verluidt. 631
Inmiddels staat vast dat de ‘gevangene’ is overleden aan toxoplasmose
in de hersenen. 632 Bij mensen met een verminderde afweer, zoals de heer
Baraya, kan de veelal door katten verspreide parasiet zeer ernstige gevolgen
hebben, waaronder de dood. De diagnose werd bij sectie op het lichaam
gesteld. De gangbare diagnostiek tijdens zijn leven is niet gedaan. Ziekenhuizen in Frankrijk en Nederland weigerden opname en medisch hulp. ‘Er is
wel degelijk medische zorg gegeven’, antwoordde minister van Justitie
Donner, mede namens de minister voor Vreemdelingenzaken Verdonk. ‘Op
basis hiervan heeft de psycholoog een aantal gesprekken met de gedetineer-
179
de gehad.’ 633 Men mag zich afvragen of een doodzieke patiënt, die als een
crimineel gedetineerd was, op een psycholoog zat te wachten.
Mr. M. Ulrici, vice-president van de Amsterdamse rechtbank en vicevoorzitter van de commissie van toezicht bij het Grenshospitium, noemde de
dood van Baraya in 2003 ‘een schokkende gebeurtenis’ en wilde weten waarom hij niet opgenomen was in het Scheveningse ziekenhuis en waarom hij
vervolgens niet naar een ander ziekenhuis was overgebracht. 634 Zorgmanager
Heleen Stevenson van de directie gevangeniswezen bij het ministerie van
Justitie zei ‘dat gezondheidszorg niet onze core business is.’ 635
De advocate van de patiënt, mr. M. Pluymen uit Roermond, herinnert
zich de eerste ontmoeting met Baraya nog goed. Het was voordat hij naar
Amsterdam werd overgeplaatst: ‘“Hij smeekte om behandeling,” vertelt ze.
“Zelfs een leek kon zien dat deze man ernstig ziek was. Hij had knalrode ogen
en kon amper op zijn benen blijven staan. De hulpofficier en ik keken elkaar
verbijsterd aan. Een paar dagen later, bij de rechtbank in Arnhem, moest de
vreemdelingenrechter de zitting een half uur schorsen omdat Baraya langdurig
op het toilet zat.”’ 636
Na het overlijden van Baraya volgden er vele maanden van onderzoek.
De Rijksrecherche ging in opdracht van het OM in Amsterdam op zoek naar
mogelijke verantwoordelijken voor de dood van Baraya. Het Nederlands
Forensisch Instituut (NFI) in Rijswijk probeerde de exacte doodsoorzaak te
achterhalen en de IGZ nam de medische dienst van het Grenshospitium onder
de loep. 637 Het onderzoek van de Rijksrecherche in het Grenshospitium richtte
zich in deze zaak alleen op de schuldvraag of iemand ‘dood door schuld’ kon
worden aangerekend. Daarvan kan sprake zijn wanneer de betrokkenen
‘verwijtbaar onachtzaam’ hebben gehandeld.
Willem Blaauw, de raadsman van Baraya had na een jaar nog niets
vernomen van de resultaten van het Rijksrecherche-onderzoek. De
Amsterdamse advocaat was het wachten meer dan beu. Blaauw: ‘Ik krijg het
idee dat hier en daar wordt gedacht: als we de boel maar lang genoeg
traineren, kraait er straks geen haan meer naar. Het onderzoek van de
Rijksrecherche naar mogelijke schuldigen schijnt klaar te zijn, maar op papier
heb ik nog niets gezien.’ 638
Na driekwart jaar onderzoek naar de toedracht van zijn dood
concludeerde het Openbaar OM op basis van een Rijksrechercheonderzoek,
een rapport van het NFI en de IGZ dan eindelijk en trok de volgende
conclusies: ‘B. is overleden aan een Toxoplasmose-infectie. Er is sprake van
nalatigheid van de behandelend arts en van de twee betrokken verpleegkundigen. Zij hebben onderschat hoe ernstig ziek hij was en pas in een laat
stadium is geprobeerd om opname in een ziekenhuis te bewerkstelligen. Er is
geen juiste diagnose gesteld, de klachten werden verklaard door psychische
belasting. De nalatigheid van de kant van de verpleegkundigen valt niet te
kwalificeren als dood door schuld in de zin van het Wetboek van Strafrecht. De
nalatigheid van de arts valt wel te kwalificeren als schuld. Het OM verwijt de
arts dat, hoewel er duidelijke signalen waren dat de lichamelijke toestand zeer
180
slecht was, hier foutief op heeft gereageerd en het slachtoffer niet naar
specialistische hulp heeft verwezen. Ook heeft de arts verzuimd het slachtoffer
over te laten brengen naar een ziekenhuis, toen dat geboden was. Hierdoor
heeft het slachtoffer niet de benodigde therapeutische opties gehad, waardoor
hij wellicht genezen had kunnen worden. Inmiddels heeft de Inspectie voor de
Gezondheidszorg een klacht ingediend tegen onder andere de arts bij het
Medisch Tuchtcollege (wie nog meer is aangeklaagd is niet bekend). Op grond
van de mate van schuld alsmede de zwaarte van de procedure bij het Medisch
Tuchtcollege, “prevaleert” de tuchtprocedure boven een strafrechtelijke
procedure en wordt de zaak tegen de arts geseponeerd.’ 639
Twee jaar na de dood van Baraya kwam de zaak tegen de hulpverleners
op 1 februari 2005 voor bij het Regionaal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg. ‘Hoe er ook gehandeld zou zijn: meneer Baraya was niet
meer te redden.’ Met die opmerking probeerde de advocaat van de
Amsterdamse huisarts D. zijn cliënt vrij te pleiten. Maar de aanklager had
direct het antwoord klaar: ‘Ook al is de dood onafwendbaar, het ontslaat je niet
van de plicht noodzakelijke zorg te bieden.’ 640 De IGZ ontdekte bij de twee
aangeklaagde verpleegkundigen meer onvolkomenheden en verweet beiden
onvoldoende adequate hulp te hebben geboden aan een mens in nood. 641
12.3 Conclusie
De eerder aangehaalde vertrouwensarts J.H. Schumachers, die met enige
regelmaat politiecellen, huizen van bewaring of gevangenissen in Nederland
bezoekt, merkte naar aanleiding van de dood van Muluta op dat de medische
zorg in detentie veel te wensen overlaat. ‘Vrijheidsbeneming geeft nu eenmaal
gemakkelijk klachten over de gezondheid en de medische voorzieningen zijn
bedoeld voor een beperkte hulp, vaak op korte termijn. Verder komen de
laatste jaren steeds meer zieke mensen achter slot en grendel. Een arts die in
een instituut werkt waar mensen van hun vrijheid zijn beroofd, kan niet zeggen
a-politiek te zijn; het medisch handelen, vindt plaats onder restricties voor de
arts en voor de patiënt. Het beroepsgeheim komt meer dan waar ook in de
knel, omdat de arts in dienst is van het instituut. Het is erg onwaarschijnlijk dat
er in de acht maanden van het bestaan van het Grenshospitium, in medisch
opzicht geen enkele fout is gemaakt. Dat Olie [arts Bijlmer-Goelag, NM] deze
fouten niet wil zien, getuigt van een kortzichtigheid die doet vermoeden dat hij
ook over een jaar nog geen fouten tegengekomen zal zijn.’ 642
Na de vermijdbare dood van de zwangere Jacqueline Muluta, haar
ongeboren baby en van Foussini Baraya is er weinig veranderd aan de
medische hulpverlening aan onschuldige gevangenen in de Bijlmer-Goelag.
Maar ook basale voorzieningen in tijdelijke Nederlandse opvangcentra voor
niet-westerse migranten blijken in sommige gevallen zelfs niet in orde te zijn.
Zo kostte de brand op 27 oktober 2005 op Schiphol Oost aan elf onschuldige
gevangenen het leven. Tot het moment van uitzetting is de overheid
181
verantwoordelijk voor de veiligheid van illegalen, asielzoekers en
uitgeprocedeerden in Nederland. Wanneer gaat Nederland echt voor hen
zorgen?
182
13
Aanbevelingen en conclusies
Uit onderzoek van de Erasmusuniversiteit, dat werd uitgevoerd van 1997 tot
2004, blijkt dat er in Amsterdam zeker 18.000 mensen illegaal leven. 643 In
werkelijkheid moet deze groep vele malen groter zijn. Alleen al in de Bijlmermeer leven er volgens ambtenaren van stadsdeel Amsterdam Zuidoost meer
dan 10.000 illegalen. Zij komen tot deze inschatting op basis van de extramaatschappelijke activiteiten van de gemeente in dit stadsdeel. De levensomstandigheden van de helft van deze illegalen is bijzonder slecht.
Hulp van de gemeente aan illegalen is volgens de Vreemdelingenwet
verboden. Volgens de onderzoekers van de Erasmusuniversiteit worden veel
zieke illegalen door hulpinstanties afgewezen. Uit onderzoek onder illegalen,
verricht door fractievoorzitter Maarten van Poelgeest van GroenLinks te
Amsterdam, blijkt dat veel hulpinstanties illegalen de deur wijzen, omdat zij
niet verzekerd zijn tegen ziektekosten. Daarnaast hebben illegalen doorgaans
weinig geld om contant te voorzien in behandeling.
Afgaand op de Koppelingswet proberen hulpverleners toch eerst de nietverzekerbare kosten bij de patiënt te innen. De hulpverlener moet namelijk
eerst kunnen aantonen dat de illegale patiënt de rekening niet kan betalen.
Pas dan kan deze de kosten voor behandeling vergoed krijgen uit het
Koppelingsfonds. Lukt dat niet, dan helpen instellingen illegalen niet.
Vluchtelingenwerk constateert dat deze patiënten daardoor in schrijnende
medische situaties belanden. 644
Illegale werknemers zijn eenvoudig rechteloos. Als ze ziek worden of
gewond raken, zijn de problemen niet te overzien. Door de aard van hun vaak
zware of gevaarlijke werk raken ze dikwijls geblesseerd, gewond of uitgeschakeld. De betaling van het loon stopt onmiddellijk en een huisarts kunnen ze
niet bezoeken omdat ze die niet hebben. 645 Daarnaast bestaat bij hen de
angst dat zij worden aangegeven als Nederlandse illegaal. Door deze problemen, die veelal gekoppeld zijn aan hun verblijfsstatus, ontvangen ze niet de
adequate medische hulp die een verzekerde burger wel zou krijgen. En dat
terwijl 90% inkomsten heeft uit betaalde arbeid en een bijdrage levert aan de
Nederlandse economie.
Bovendien lijden illegalen vaak aan minder gangbare en uiteenlopende
ziekten. Zowel niet-infectieuze, als infectieuze aandoeningen, zoals hiervoor al
werd betoogd. Deze ziekten hebben zij opgelopen in het land van herkomst, of
op het werk, of in de gesloten groep waarbinnen zij in Nederland leven. Vele
ziekten kunnen zich bij deze patiënten openbaren of versterken. De aandoeningen worden vaak niet of in een (te) laat stadium gediagnosticeerd. Daardoor loopt hun gezondheid en de volksgezondheid gevaar. Mede doordat
infectieuze aandoeningen uit kostenoverwegingen vaak onbehandeld blijven.
De besmettingsbron wordt medisch gezien dus niet of onvoldoende getraceerd
en geëlimineerd.
183
Om de positie van onverzekerde illegale patiënten te verbeteren, hun
menswaardige medische hulp te kunnen verlenen en daarmee een bijdrage te
kunnen leveren aan volksgezondheid, stel ik het hierna volgende voor:
Kosten-batenafwegingen in de gezondheidszorg dienen zoveel mogelijk
achterwege te blijven
De medische ethiek wordt bedreigd door kosten-batenanalyses. In een
welzijnstaat als Nederland dient iedereen een beroep te kunnen doen op
medische zorg. Vanuit zijn professie dient een medicus patiënten te helpen.
Door de vereconomisering van de gezondheidszorg, vinden grote verschuivingen plaats in aanbod en kwaliteit van de zorg. Onverzekerden raken
daardoor tussen wal en schip. Vooral illegalen zijn daarvan de dupe, terwijl zij
een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Artsen dienen zich
bewust te zijn van hun zorgplicht ten aanzien van illegale arbeiders. In de
eerste plaats voor hún gezondheid, maar tevens omdat de kwaliteit van de
volksgezondheid op het spel staat.
De KNMG dient het voortouw te nemen bij het veiligstellen van medischethische normen en waarden
Nu overheidsinstellingen morele en ethische normen ten aanzien van zieke
onverzekerde niet-westerse migranten verder laten vallen, dient de KNMG de
beroepspraktijk van artsen te ondersteunen in het uitvoeren en te controleren
op een meer humane uitvoering van de medische professie.
Illegalen met een baan: bij het bevolkingsregister inschrijven en garantie
voor medische zorg (Spaanse model)
Gezonde illegalen met een baan moeten zich kunnen laten inschrijven in een
bevolkingsregister. Daardoor hebben ze recht op gratis medische zorg. EU-lid
Spanje heeft deze wet al jaren ingesteld. Het is een groot voordeel voor de
gezondheidszorg en volksgezondheid.
Waarborgfonds ziektekosten illegale arbeiders (WZIA): geen gunst maar
een recht
Doordat illegale werknemers niet verzekerd zijn tegen ziektekosten, blijft de
gezondheidszorg voor hen meestal ontoegankelijk, of de kwaliteit van de
verleende zorg is laag. De door de staat betaalde medische zorg aan deze
onverzekerde werkende illegalen zouden ons jaarlijks niet meer dan een paar
miljoen euro’s kosten. Dit bedrag is maar een schijntje in vergelijking met het
bedrag dat de werkgevers van illegale arbeiders jaarlijks ontduiken aan sociale
premies, belastingen en achterstallige lonen.
184
Nieuwe wetgeving op korte termijn: werkgevers van illegalen
strafrechtelijk vervolgen
Als het gaat om werknemers zonder verblijf- en werkvergunning, maken
werkgevers zich net als mensenhandelaren medeschuldig aan ernstige
schendingen van vele wettelijke regels. Werkgevers hebben een grote vraag
naar premie- en belastingingvrije, goedkope werknemers. Deze werknemers
moeten op elk moment inzetbaar en te ontslaan zijn. De werkgever bepaalt
hoeveel uren en onder welke omstandigheden er gewerkt zal worden. Aan
deze voorwaarden voldoen alle illegale werknemers. De overheid is hiervan
altijd op de hoogte geweest. Van tijd tot tijd doet de Arbeidsinspectie enkele
schijninvallen in enkele bedrijven.
Deze werkgevers worden nooit strafrechtelijk aangepakt, zoals de
mensenhandelaren. Op korte termijn is er een nieuwe wetgeving nodig om
arbeid door illegalen te gaan berechten. Werkgevers en mensenhandelaren
kunnen met de eerdergenoemde nieuwe wetgeving strafrechtelijk rechtvaardiger aangepakt worden, in plaats van dat hen slechts boetes opgelegd
worden. In 2005 kregen werkgevers die tegen de lamp liepen een boete van
€ 8.000 boete per illegale werknemer en de plicht de achterstallige premies en
belastingen te betalen. Deze gelden zijn verwaarloosbaar in vergelijking met
de totale winst die de betreffende werkgever op die werknemer gemaakt heeft.
Verbod op medische experimenten met zieke illegalen en migranten met
een voorlopig verblijf
Medische experimenten worden zonder de gangbare zorgvuldigheidseisen
verricht op zieke illegale arbeiders en op niet-westerse migranten met een
tijdelijke verblijfsvergunning. Er dient daarom op korte termijn een wettelijk
verbod komen op wetenschappelijke trials (medische experimenten) met zieke
illegalen en zieke migranten met een voorlopige verblijfsstatus.
Voor hun behandeling of verlenging van verblijf zijn ze volledig
afhankelijk van de behandelaars en hulpverleners die belast zijn met het
experiment, waardoor de verkregen informed consent niet in alle vrijheid tot
stand gekomen kan zijn. Informed consent moet altijd en in alle omstandigheden in emotionele vrijheid verkregen worden. Dit is een situatie waaraan
deze patiënten nooit zullen kunnen voldoen.
Patiënten die meegedaan hebben aan medische trials moeten
bovendien gedurende langere tijd gebruik kunnen maken van de betrokken
medische instelling, in verband met de nacontrole op eventuele optredende
schadelijke werkingen ten gevolge van het medische experiment.
185
Verbod op medische experimenten met patiënten uit de
huisartsenpraktijk van het VUmc
Begin 21ste eeuw is het VUmc ook gestart met een eigen huisartsenpraktijk.
Gezien de ervaring in het verleden met illegale medische experimenten is de
kans groot dat artsen van dit centrum buiten het zicht van de buitenwereld
door kunnen gaan met deze werkwijze. De vestiging van een
huisartsenpraktijk is goed, maar er dient een verbod te komen voor deze
patiënten om deel te mogen nemen aan medische experimenten. Van emotionele onafhankelijke besluitvorming van deze patiënten bij het tot stand komen
van een informed consent, zoals vereist in de huidige wetgeving, kan hier
geen sprake zijn.
Stationeren van lid van Human Rights Watch in Bijlmer-goelag
Human Rights Watch dient een eigen kantoor krijgen in de Bijlmer-Goelag
(Grenshospitium) om toezicht te kunnen houden op het naleven van de
mensenrechten. Zieke illegalen kunnen ook tijdens detentie komen te
overlijden. In onze Bijlmer-Goelag in Amsterdam vinden de meest mensonterende vernederingen plaats van gevangengenomen, ernstig zieke
illegalen.
Oprichten van een juridisch kantoor voor het anoniem verzamelen van
klachten en eventueel het voeren van rechtszaken tegen andere partijen
Behalve problemen op het gebied van gezondheidszorg, huisvesting en
onderwijs hebben illegale arbeiders ook maatschappelijke conflicten met
bijvoorbeeld werkgevers die niet willen betalen, of mensensmokkelaars die
meer geld eisen of huisjesmelkers die zich niet aan de gemaakte afspraken
willen houden.
Er dient daarom een juridisch loket te komen voor illegale arbeiders. Dit
juridisch loket zou anoniem voor deze slachtoffers kunnen opkomen en het
probleem met de andere partij trachten te bespreken en op te lossen. Als
uiterste middel zou na een machtiging een rechtszaak gevoerd kunnen
worden in het belang van de illegale cliënt.
Financiële en andere conflicten met artsen en ziekenhuizen zouden
door dit kantoor begeleid kunnen worden. Hierbij zou dit kantoor een goed
aanspreekpunt voor de IGZ kunnen worden, waardoor de kwaliteit van de
hulpverlening verbeterd zou kunnen worden. Deze structurele oplossing zou
ook de volksgezondheid ten goede komen. Mogelijk zou dit loket onder
toezicht van de Nationale Ombudsman kunnen vallen.
186
Samenwerking IND, politie en ziekenhuis moet bekend zijn
Zoals de in deze studie beschreven illegale patiënten overkomen is, zijn er
sterke aanwijzingen dat er tussen ziekenhuizen en de IND een vorm van
samenwerking bestaat die het vertrouwen in de medische stand schaden. Al
jaren tippen ziekenhuizen de vreemdelingendienst regelmatig om hun budget
voor de post dubieuze debiteuren (voor niet-inbare rekeningen, bedoeld voor
patiënten die hun rekening niet betalen en voor een groot deel door de
zorgverzekeraars vergoedt) voor deze categorie patiënten niet te hoeven
aanspreken.
Deze werkwijze vindt regelmatig plaats, maar onder het mom van de
zwijgplicht en het beroepsgeheim van artsen en verpleegkundigen krijgt de
buitenwereld hierover niets te weten. Onderzoek zal daarom duidelijkheid
moeten verschaffen of deze samenwerking bestaat en of er hierdoor wetten en
regels overtreden worden.
Toetsen door de rechtbank bij uitzetting van zieken zonder
verblijfspapieren
Zieken zonder verblijfspapieren mogen niet worden uitgezet zonder dat de
rechtbank heeft kunnen beoordelen of dat schadelijke gevolgen heeft voor hun
gezondheid en de volksgezondheid van het land waarnaar de zieke wordt
uitgezet.
187
188
14
Over de auteur
Nizaar Makdoembaks, strijdbaar huisarts te Amsterdam, werd in 1948 in
Paramaribo geboren. Hij groeide op in de arme wijk ‘Abra Broki’ bij
Poelepantje. Na de lagere school doorlopen te hebben behaalde hij zijn
MULO-diploma in 1967. De laatste drie jaar voorzag hij in zijn eigen onderhoud en woonde hij op verschillende locaties. Pas een jaar voor zijn komst
naar Nederland (1968) had hij zijn eigen huurhuis. Hij volgde een avondopleiding tot laborant bij Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG). Hij kreeg
scheikundeles van Pretap Radhakisoen, de latere vice-president van
Suriname.
Tijdens zijn opleiding tot medisch analist (histo-cyto-pathologisch
analist) te Leiden kwam Makdoembaks in contact met de Surinaamse
Studenten Unie (SSU) onder voorzitterschap van Ruben Lie Paw Sam. Tijdens
deze periode werd hij politiek bewust en hij werd lid van de Surinaamse
Jongeren Vereniging ‘Manan’ in Den Haag. Enkelen van zijn politieke
vrienden, onder wie Frank Wijngaarde en Baal Oemrawsingh, werden later
slachtoffer van de politieke strijd in Fort Zeelandia te Paramaribo in 1980.
Op basis van een colloquium doctum werd hij toegelaten aan de
studierichting medicijnen van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Vervolgens
rondde hij in 1984 zijn huisartsenopleiding af. In de Bijlmermeer te Amsterdam
had hij tot 2004 een eigen praktijk. Gedurende deze periode heeft hij zich altijd
ingezet voor medische hulp aan sociaal-maatschappelijk zwakkeren en
illegalen. Tevens heeft hij in Amsterdam-Zuidoost de kwaliteit van
hulpverlening aan zwarte Nederlanders sterk laten verbeteren door structurele
veranderingen teweeg te brengen in de eerste- en tweede lijn van de
medische hulpverlening.
Vanuit dit streven naar gelijkwaardigheid en gelijke behandeling, zowel
vanuit de medische ethiek en moraal als in de politiek, richtte hij in 1997 de
politieke partij Solidariteit Zuidoost op. Deze fractie zet zich in voor de
belangenbehartiging van de sociaalzwakkeren in Amsterdam.
Tegenwoordig houdt Makdoembaks zich bezig met de wetenschappelijke analyse en publicatie van maatschappelijke vraagstukken. Zo bereidt
de auteur thans een kritische studie voor over Gezondheidszorg, Overheid en
Illegalen.
189
190
15
Over degenen aan wie dit boek is opgedragen
Roelfien Sant (1949-2003)
In de nacht van donderdag 28 op vrijdag 29 augustus 2003 overleed Paroolmedewerker Roelfien Sant in haar huis in Hilversum aan de gevolgen van een
plotseling opgetreden maagbloeding. De verbijstering bij haar familie en
collega’s op de redactie was groot.
Een paar maanden voor haar dood werd Roelfien na 27 jaar trouwe
dienst in de grote bezuinigingsoperatie van Het Parool boventallig verklaard.
Ze was het niet eens met haar ontslag en protesteerde hiertegen. Er ontstond
bij haar een depressie. Emotionele stress is een belangrijke risicofactor voor
het ontstaan van een bloedende maagzweer. Boosheid, wroeging en
stemmingsvervlakking kunnen de basis zijn voor bloedende maagzweren.
‘Zij kwam in 1976 in dienst van Het Parool en werkte lange tijd voor de
legendarische Kijk-pagina, waarvoor sterren werden geïnterviewd en/of
geportretteerd. Als media-redactrice bouwde ze een reputatie op waar menig
omroepbons de zenuwen van kreeg. Toen het tv-wereldje en de
omroeppolitiek haar begonnen te vervelen, stortte ze zich als verslaggever op
de gezondheidszorg.
Zo maakte ze kennis met de ellende en bureaucratie in deze sector en trachtte
de lezer hierover te informeren in de hoop dat er verbetering kon worden
gebracht aan deze situatie. Ze beschreef de humanistische kant. “Ik wil
helemaal niet schrijven over rapporten, die Gezondheidsraad, hou toch op, die
schreven dit of dat vorig jaar ook al. Laat mij toch over mensen schrijven, dat
vind ik veel leuker.” Zo ging ze haar eigen gang, op de manier die ze zelf
wilde, met een “maling aan alles wat ze niet interessant vond.”’ 646
Nizaar Makdoembaks ontmoette Roelfien Sant voor het eerst in
november 1992 naar aanleiding van haar publicaties in Het Parool. Haar
maatschappelijke betrokkenheid, vooral op het gebied van gezondheidszorg,
en haar stellingname ten opzichte van de gevestigde opinie heeft hem altijd
zeer aangesproken en geïnspireerd.
Foussini Baraya (1972-2003)
De aan malaria en TBC leidende zakenman Foussini Baraya uit Burkina Faso,
overleed in 2003 in Nederland aan toxoplasmose. Beroofd van geld en
paspoort werd hij door de overheid gezien als een ongewenste vreemdeling.
Tijdens zijn detentie werd hem vervolgens geen adequate medische hulp
geboden. De auteur ziet Baraya’s ziektegeschiedenis en de wijze waarop de
patiënt door de verantwoordelijke instanties werd genegeerd, als exemplarisch
voor hoe in Nederland tegen illegalen wordt aangekeken. (Zie voor een
uitgebreide bespreking van deze casus paragraaf 11.2.2.)
191
192
16
Woordenlijst
Abces
ABU
AIAS
Adenocarcinoom
AHV
AIDS
ophoping van pus in een voorheen niet bestaande holte
Algemene Bond Uitzendondernemingen
Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies
kanker van epitheelweefsel
Amsterdamse Huisartsen Vereniging
Acquired Immuno Deficiency Syndrome, aantasting van het
afweersysteem bij de mens
AMA
Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker
AMC
Amsterdams Academisch Medisch Centrum
AMGZ
Algemene en Maatschappelijke Gezondheidszorg
AMK
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
Anamnese
medische voorgeschiedenis van een patiënt
Aneurysma
door verslapping van de vaatwand uitpuilend bloedvat
Aorta
hoofdslagader
Ascites
vochtophoping in de vrije buikholte
Azc
asielzoekerscentrum
AZR
Academisch Ziekenhuis Rotterdam
AZU
Academisch Ziekenhuis Utrecht
BCG
vaccinatie tegen BCG met de Bacille Calmette-Guérain
Biopsie
onderzoek van weefsel dat uit een levend organisme is
verkregen
BMA
Bureau Medische Advisering
BSE
bloedbezinking, doorgaans gemeten na een uur
Carcinoom
kwaadaardig gezwel
Casus
ziektegeval of –geschiedenis zoals deze door (para)medici
wordt opgetekend
CAO
Collectieve Arbeidsovereenkomst
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CIT
Confectie Interventieteam
CMT
Centraal Medisch Tuchtcollege
COA
Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
CPA
Centrale Post Ambulanvevervoer
CTG
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
CT-scan
Computer-tomografische Röntgenfoto door een nauwkeurig
bepaald vlak in het lichaam
CVA
Cerebro Vasculair Accident (beroerte): bloeding of
verstopping van de hersenvaten
CWI
Centrum voor Werk en Inkomen
Cytogenetisch
m.b.t. de erfelijkheidsleer van de cellen, berustend op
onderzoek van chromosomen en genen
DIA
Dienst Informatie en Administratie
Diabetes Mellitus suikerziekte
193
DNA
Desoxyribo Nucleic Acid (desoxyribonucleïnezuur), in
levende wezens de drager van erfelijke informatie
Doctor’s delay
verlate constatering van een aandoening doordat medici het
geheel van symptomen niet tijdig diagnosticeerden
DOT
Directly Observed Therapy, het laten innemen van
medicatie onder toezicht
DSO
Dienst Stedelijke Ontwikkeling
Dysmatuur
achterstand in de ontwikkeling
Dysmorf
misvormd, met een afwijkende vorm
Electrolyt
een stof die in ionen gesplitst wordt, zodra ze in water wordt
opgelost
Enteroclyse
Röntgenonderzoek van de dunne darm na toediening van
contrastmiddel via een sonde die tot in de twaalfvingerige
darm wordt opgeschoven
Epitheel
één- of meerlagig oppervlakteweefsel van huid, slijmvliezen
en daarvan afgeleide structuren
Extrapulmonaal buiten de longen
Farmacokinetiek beweging en gedrag van een geneesmiddel in het lichaam
Fibrose
goedaardige toename of woekering van bindweefsel (en
latere schrompeling ervan), veelal na ontsteking of defect
FISH
Fluorescentie In Situ Hybridisatie; onderzoek waarbij de
chromosomen zichtbaar worden gemaakt door
Röntgenbestraling
Fissuur
spleet, bv. in huid, slijmvlieslaag, bot
Fistel
pijpzweer, abnormale buis- of spleetvormige verbinding
FNV
Federatie Nederlandse Vakvereniging
Gastroscopie
kijkoperatie van de maag
GGD
Gemeentelijke Geneeskundige (en Gezondheids) Dienst
Haematogeen
via de bloedbaan
Hb
Hemoglobine, ijzerhoudend eiwit in het bloed,
verantwoordelijk voor het zuurstoftransport door het
lichaam; bij onderzoek: gehalte aan rode bloedcellen in het
lichaam
Hemolyse
het uiteenvallen van rode bloedlichaampjes
HIV
Humaan Immunodeficiëntie Virus, vewekker van Aids
Hymen
maagdenvlies
Hypertensie
verhoogde bloeddruk
IAM
Informatie- en Analysecentrum Mensensmokkel
IBS
In Bewaring Stelling
IGZ
Inspectiedienst voor de Gezondheidszorg
IMF
Internationaal Monetair Fonds
IND
Immigratie en Naturalisatie Dienst
Induratie
verdikking, in deze context de verharding van het
bindweefsel als reactie op een Mantoux-test
Intraveneus
in een ader
194
Keloïd
KNCV
KNMG
KNO
Lavage
Lege artis
goedaardige bindweefselwoekering, na verwonding of
prikkeling van de huid
Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding
der Tuberculose
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering
van de Geneeskunst
(afdeling) Keel- Neus- en Oorziekten
spoeling
volgens de regelen der kunst (van het vak)
Leukoerythroplakie chronische ontsteking van een slijmvlies, met verdikking en
ontkleuring (wit aspect); wordt beschouwd als een voorstadium
van kanker
Liquor
vloeistof, doorgaans bedoeld hersen- of ruggemergvocht
Löwensteinkweek materiaalweek om de TBC-bacil aan te kunnen tonen
LP
Legionella Pneumonie (veteranenziekte)
LTO
Land- en Tuinbouworganisatie
Lumbaal
ter hoogte van de lendenen
Lumbaalpunctie ruggenprik voor het verkrijgen van liquor t.b.v. onderzoek
LUMC
Leids Universitair Medisch Centrum
Lymfadenopathie ziekelijke aandoening van een of meer lymfklieren
Lymfadenitis colli ontsteking van de halslymfklieren
Lymfnoduli
knobbel in de lymfklier
Maligniteit
kwaadaardig karakter van woekerende cellen
Malaria tropica
met koorts gepaard gaande parasitaire infectieziekte,
veroorzaakt door een tropische ziekteverwekker
Mantoux-reactie reactie op de onderhuidse inspuiting van tuberculine,
diagnostisch middel
om te zien of een patiënt is besmet
met de TBC-bacil.
Mediastinum
ruimte tussen beide longen in de borstkas
Mesothelioom
gezwel van éénlagig plaatepitheel dat o.a. buikvlies,
borstvlies en het hartzakje bekleedt
Methemoglobinemie
bloed dat rode bloedcellen bevat waarvan het ijzerion is
geoxydeerd
Miliaire TBC
kleine infectiehaarden veroorzaakt door de tuberkelbacil, die
de grootte en vorm van een gerstekorrel hebben
MKD
Medisch Kinderdagverblijf
MTC
Medisch Tucht College
Mycoliticum
slijmoplosser of -verdunner
NFI
Nederlands Forensisch Instituut
Nierinsufficiëntie ontoereikende werking van de nieren
NRV
Nationale Raad voor de Volksgezondheid
NTvG
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
NVZ
Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen
OM
Openbaar Ministerie
195
Palliatief
Pancreatitis
Parasitemie
Patient’s delay
verzachtend, verlichtend, (slechts) gericht op pijnbestrijding
ontsteking van de alvleesklier
het voorkomen van parasieten in het bloed
verlate constatering van een aandoening doordat de patiënt
zich niet tijdig meldde bij een arts
Peritoneum
buikvlies
Peritonitis
buikvliesontsteking
Plaveiselcellen
platte of plaatvormige oppervlaktecel in huid of slijmvlies
Pleuravocht
vocht dat zich bevindt in de pleuraholte, tussen de twee
borstvliezen
Pleuritis
borstvliesontsteking
Pneumonie
longontsteking
Psychomotoor
beweeglijkheid o.i.v. de geestelijke activiteit
Pulmonaal
de longen betreffende
Resistentie
weerstandsvermogen van bijvoorbeeld bacteriën tegen
antibiotica
Retardatie
het achterblijven in geestelijke of lichamelijke ontwikkeling
RIF
Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RWI
Raad voor Werk en Inkomen
Scopie
spiegeling van de ingewanden door het manueel inbrengen
van een flexibele en geoutilleerde slang voor onderzoek en
operatieve ingrepen (kijkoperatie)
Septische shock levensgevaarlijke toestand t.g.v. vermenigvuldiging van
micro-organismen in het bloed met als gevolg een tekort
aan circulerend vocht en sterke daling van de bloeddruk
SIOD
Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
SOA
Seksueel Overdraagbare Aandoening
Sputum
opgehoest secreet uit de ademhalingswegen
SRGA
Stichting Rechtsbescherming Gezondheidszorg Allochtonen
TBC
tuberculose
TB-GGD
Tuberculose Dienst van de GGD te Amsterdam
Thorax
borstkas
Thorascopie
kijkoperatie van de borstkas, via een snede tussen de
ribben
Trachea
luchtpijp
Tuberculostaticum geneesmiddel dat de groei van tuberkelbacillen (in het
lichaam) remt
Oedeem
vochtophoping in het intercellulaire weefsel
OLVG
Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis te Amsterdam
RIAGG
Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke
Gezondheidszorg
SOA
Seksueel Overdraagbare Aandoening
UWV
Uitvoering Werknemersverzekeringen
Ventraal
aan de voorzijde
196
Veteranenziekte Reeks symptomen veroorzaakt door besmetting met de
Legionella-bacterie
VUmc
Vrije Universiteit Medisch Centrum te Amsterdam
VWS
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WDH
Werkgroep Deskundigheidsbevordering Huisartsen
WGBO
Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
WIT
Westland Interventieteam
WMO
Wet Medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen
WRR
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
WZIA
Nationaal Waarborgfonds Ziektekosten Illegale Arbeiders
ZN-kleuring
Ziehl-Neelsenkleuring, laboratoriumonderzoek van sputum
bij verdenking op de aanwezigheid van tuberkelbacillen
(‘zuurvaste staven’)
197
198
17
Literatuur
A
Aalsum, Sytske, van, ‘Tuchtcollege hekelt gebrekkig oordeel arts’, Trouw 17
september 1996.
Admiraal, B., e.a., ’De moedersterfte voorbij’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 141 (14 juni 1997) nr. 24, pp. 1177-80.
Adolf, Steven, ‘Spanje: wie werk heeft mag blijven’, NRC Handelsblad 27 oktober
2004.
Agema, G.J., J.M. Cuperus-Bosma, F.A.G. Hout, e.a., ‘Publicatiepraktijk en -beleid
van de tuchtrechtspraak voor de Gezondheidszorg’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 149 (19 februari 2005) nr. 8, p. 425-29.
Akker, M. van den, G.J. Dinant, J.A. Knottnerus, e.a., ‘Zorg voor traumaslachtoffers:
huisartsen moeten helpen, maar kunnen niet altijd’, Medisch Contact 56
(31 augustus 2001) nr. 35, pp.1235-38.
Algra, Wybo, ‘De echte huur was 350 euro’, Trouw 4 januari 2005.
-------- ‘Te vroeg gejuicht’, Trouw 22 maart 2000.
Allan I., C.V. Broome, M.K. Cooney e.a., ‘Legionnaires’ disease in a
prepaid medical-care group in Seattle 1963-75’, The Lancet (1979) nr. 1, pp.
767-70.
American Thoracic Society, ‘Targeted tuberculin testing and treatment of latent
tuberculosis Infection’, Morbidity and Mortality Weekly Report 2000, nr. 49, pp.
1-51.
De Amsterdammers in acht etnische groepen. Amsterdam (Bureau O + S) 1997.
Année-van Bavel, J.A.C.M., J.V. Kuyvenhoven, C.S.B. Lambregts-van
Weezenbeek, ‘Tuberculose bij asielzoekers in Nederland’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 141 (1997) nr. 12, pp. 581-84.
Asante, Amma, ’Geef tienermoeders een kans’, Het Parool 24 november 2004.
An., ‘2,1 miljard voor aidsbestrijding’, NRC Handelsblad 17 oktober 2003.
An., ‘4 Miljoen boete voor illegaal werk’, Algemeen Dagblad 14 april 2005.
An., ’18 man vast voor vrouwenhandel’, NRC Handelsblad 25 april 2005.
An., ’18 mensen met tbc besmet in Harlingen’, Algemeen Dagblad 29 oktober 2003.
An., ’20 gevallen van tbc’, Trouw 31 juli 1999.
An., ‘210.000 illegalen werken in Nederland, NRC Handelsblad 6 april 2004.
An., ‘14-jarige jongen mishandelt varkentje’, Algemeen Dagblad 6 december 2004.
An., ‘Aanpak van legionella is geldverspilling’, NRC-Handelsblad 23 november 2001.
An., ‘Aanpak veteranenziekte: Huisarts beter scholen in infectieziekte’, NRC
Handelsblad 18 mei 1999.
An., ‘Aanpak zwart werk kan beter’, NRC Handelsblad 24 juni 1999.
An., ‘Aantal bijstandstrekkers blijft stabiel, aantal WAO’ers daalt’, de Volkskrant
15 april 2005.
An., ‘Aantal illegalen met aids groeit’, de Telegraaf 10 januari 2000.
An., ‘Aantal illegalen stijgt’, Algemeen Dagblad 9 februari 2005.
An., ‘Aantal onverzekerden neemt aanzienlijk toe’, de Volkskrant 22 maart 2005.
An., ‘Aanval op medische missers’, Algemeen Dagblad 11 november 2004.An.,
An., ‘Acties tegen illegalen op markt’, Het Parool 17 april 2003.
An., ‘Advies: hospitaal straffen om slechte prestaties’, Algemeen Dagblad 2
december 2004.
An., ‘Adviesraad: risico besmetting moet omlaag’, Trouw 19 februari 2001.
199
An., ‘Afscheid van witte gorilla’, Het Parool 17 september 2003.
An., ‘Agent op non-actief wegens zedenmisdrijf’, Algemeen Dagblad 16 december
2004.
An., ‘Aids ook zorg EU’, NRC Handelsblad 18 en 19 september 2004.
An., ‘Aidsbestrijding illegalen Zuidoost’, Het Parool 11 oktober 2004.
An., ‘Aidsepidemie in deel Europa’, Trouw 9 september 2004.
An., ‘Aidspatiëntje Nkosi in terminale fase’, Trouw 14 februari 2001.
An., ‘Air France – KLM betaalt leerstoel aan TU Delft’, NRC Handelsblad 16
december 2004.
An., ‘Alarm na dood van arts’, Algemeen Dagblad (Caribische editie) 22 april 2003.
An., ‘Als ik geen verdachte in de pot heb zitten, ben ik alleen maar met
Westafrikanen bezig’, De Echo (editie Amsterdam Zuidoost) 15 december
1993.
An., ‘Ama – Campus in Vught gaat dicht’, Algemeen Dagblad 6 november 2004.
An., ‘Ambtenaar heeft tbc, dorp wordt onderzocht’, NRC Handelsblad 12 september
1998.
An., ‘Ambtenaar vogelpestzaak handelde alleen’, Trouw 20 augustus 2003.
An., ‘AMC dwingt gemeente tot betalen hulp illegaal’, Het Parool 18 mei 1994.
An., ‘AMC wil crash-intensive-care’, Het Parool 11 december 1990.
An., ‘AMC: code voor integer onderzoek’, De Limburger 25 juli 2001.
An., ‘AMC: groot onderzoek vogel-tbc’, Het Parool 2 september 2003.
An., ‘Amnesty bezorgd over ons land’, Het Parool 23 mei 2006.
An., ‘Amstelveen beëindigt gesol met vreemdelingen’, Het Parool 23 december 2004.
An., ‘Amsterdam moet escortbureaus niet gedogen’, NRC Handelsblad 13 mei 2002.
An., ‘Amsterdam “niet effectief” bestuurd’, NRC Handelsblad 7 juli 2005.
An., ‘Amsterdamse bevolking mixt niet met elkaar’, Trouw 12 maart 2005.
An., ‘Angolese asielzoeker overleden aan open tbc’, Trouw 22 augustus 2001.
An., ‘Annan: wereld schiet tekort in aanpak van aids’, NRC Handelsblad 12 juli 2004.
An., ‘Apeldoorn zet Schmitz voor blok’, Trouw 27 januari 1997.
An., ‘Apotheker is weer op vrije voeten’, Medisch Vandaag 5 november 2003.
An., ‘Apotheker opgepakt wegens neprecepten’, Algemeen Dagblad 13 september
2003.
An., ‘Arbeidsinspectie: bij 1.180 bedrijven illegalen gevonden’, NRC Handelsblad 4
augustus 1998.
An., Arbeidsinspectie geeft meer boetes voor illegale arbeid’, NRC Handelsblad 23
december 2005.
An., ‘Arbeidsinspectie strenger’, Trouw 26 januari 2005.
An., ‘Armeense (12) vrij na vier maanden opsluiting’, Amsterdams Stadsblad (editie
8) 16 februari 2005.
An., ‘Arrestatie bij Vreemdelingendienst’, Algemeen Dagblad 12 februari 2003.
An., ‘Arrestatie na serie verkrachtingen’, Algemeen Dagblad 13 februari 2003.
An., ‘Arts hoeft smokkelaar van bolletjes niet aan te geven’, Algemeen Dagblad 29
juli 1999.
An., ‘Arts moet illegaal melden bij politie’, Trouw 16 maart 2000.
An., ‘Artsen: hospitaal weigert patiënt’, NRC-Handelsblad 20 en 21 mei 2006.
An., ‘Artsen in Grenshospitium vrijuit na dood van Zaïrese’, Het Parool 17 augustus
1994.
An., ‘Artsen tegen selectieve test op aids’, NRC Handelsblad 22 januari 2000.
200
An., ‘Artsenbond wenst snellere medische zorg voor werknemers’, NRC Handelsblad
29 april 1996.
An., ‘Asielen hebben te veel katten’, Algemeen Dagblad 8 december 2004.
An., ‘Asielzoeker krijgt celstraf wegens zelfverbranding’, NRC Handelsblad 28
februari 2001.
An., ‘Asielzoeker met besmettelijke tbc’, NRC Handelsblad 22 juli 2002.
An., ‘Asielzoeker met HIV ten onrechte land uitgezet’, de Volkskrant 22 februari
2003.
An., ‘Asielzoeker met tbc gedwongen opgenomen’, de Volkskrant 22 juli 2002.
An., ‘Asielzoekers met tbc zoek’, Het Parool 4 november 1994.
An., ‘Asielzoeker moet in illegaliteit’, NRC Handelsblad 22 november 2004.
An., ‘Asielzoekers onderzocht op open tbc’, Het Parool 22 november 1994.
An., ‘Asielzoekers ook weg als ze ziek zijn’, NRC Handelsblad 7 juni 1999.
An., ‘Asielzoekster langdurig misbruikt’, Algemeen Dagblad 19 december 2003.
An., ‘Asielzoeksters prooi voor verkrachters en pooiers’, NRC Handelsblad 14 mei
2004.
An., ‘Baby’s op tbc onderzocht’, Algemeen Dagblad 13 oktober 2000.
An., ‘Bacterie dat veteranenziekte veroorzaakt gevonden in warm-waterleiding. GG &
GD waarschuwt voor besmetting’, de Volkskrant 21 november 1992.
An., ‘Bedrijf krijgt straks maar twee inspecteurs op bezoek’, NRC Handelsblad
8 september 2006.
An., ‘Bende vast na vrouwenhandel’, Het Parool 25 april 2005.
An., ‘Besmette hoerenlopers zijn moeilijk op te sporen’, Algemeen Dagblad
7 november 2001.
An., ‘Besmettelijke ziekten vaak niet gemeld’, Reformatorisch Dagblad 3 juni 1993.
An., ‘Besmetting met tbc in Flevoland’, Het Parool 7 oktober 1998.
An., ‘Bestrijding van legionella’, Infectieziekten Bulletin 14 (2004) nr.4, pp.132-33.
An., ‘Beter letten op legionella-infectie’, Algemeen Dagblad 19 februari 2001.
An., ‘Betere opsporing voor TBC nodig’, Provinciale Zeeuwse Courant 8 januari
1996.
An., ‘Bevolkingsgroei naar peil 1920’, Provinciale Zeeuwse Courant 10 november
2004.
An., ‘Bewijs racisme Genet te pover’, Het Parool 22 juni 1993.
An., ‘Bezorgdheid over Spirit-acties tegen illegalen’, Amsterdams Stadsblad 18
februari 2004.
An., ‘Bijlmer huisarts vreest toename van malaria na schrappen pillen’, De Telegraaf
14 februari 1994.
An., ‘Bloemen helpen KLM aan lijn naar Ethiopië’, Trouw 4 april 2005.
An., ‘Bloemenveilingen samen’, Algemeen Dagblad 1 februari 2001.
An., ‘Boeren verruilen varkens voor tilapia’s’, Algemeen Dagblad 7 december 2004.
An., ‘Boete voor illegale arbeid’, NRC Handelsblad 14 april 2005.
An., ‘Boetes illegale kamerverhuur’, Het Parool 27 januari 2003.
An., ‘Bolkestein wil controle op verblijfsstatus’, Het Parool 21 augustus 1993.
An., ‘Bonus van apotheker blijkt hoger’, de Volkskrant 28 juli 2003.
An., ‘Borst: Asielzoekers niet uitsluiten van aids-test’, Algemeen Dagblad 26 januari
2000.
An., ‘Borst: ook illegalen aidstest aanbieden’, de Volkskrant 26 januari 2000.
An., ‘Borst: risico whirlpools was bekend’, Het Parool 16 januari 2004.
An., ‘Borst: weigeren medische hulp onaanvaardbaar’, de Volkskrant 14 april 1999.
201
An., ‘De Boskoopse haat-liefde met Polen’, Algemeen Dagblad 18 april 2005.
An., ‘Brigitte Bardot zet aan tot haat en krijgt boete’, de Volkskrant 11 juni 2004.
An., ‘Britse regering wil illegalen legaliseren’, NRC Handelsblad 14 november 2003.
An., ‘Britten krijgen identiteitskaart’, NRC Handelsblad 21 december 2004.
An., ‘Broer Hirsi Ali sprak uit vrije wil’, Het Parool 19 mei 2006.
An., ‘Bush laakt geweld in Nederland’, Algemeen Dagblad 22 februari 2005.
An., ‘Campagne tegen hiv-toename Bijlmer’, NRC Handelsblad, 4 februari 2004.
An., ‘Campagne tegen hiv-toename Bijlmer’, NRC Handelsblad 4 februari 2004.
An., ‘Cao voor directeur ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 10 december 2004.
An., ‘Centrum over infectieziekten van start’, Medisch Contact 58 (28 februari 2003)
nr. 9, p. 329.
An., ‘Cohen maakt oppakken van illegalen gemakkelijker’, de Volkskrant 22 februari
2000.
An., ‘Cohen ziet een “heet hoofd met koud hart”’, de Volkskrant 5 januari 2006.
An., ‘Controle op illegale arbeid werkt’, Het Parool 24 augustus 2005.
An., ‘Controle tbc bij horecabezoekers’, Het Parool 19 oktober 2000.
An., ‘Corruptie bij dienst immigratie’, Algemeen Dagblad 7 april 2001.
An., ‘Corruptiezaak bij Brabantse politie’, Algemeen Dagblad 9 september 2003.
An., ‘Coutinho directeur centrum infectieziekten’, Medisch Contact 59 (12 november
2004) nr. 46, p.1808.
An., ‘Coutinho nieuwe topman GG & GD’, Het Parool 25 februari 2000.
An., ‘R. Coutinho: “Openbare gezondheidszorg moet anders”’, Medisch Contact 58
(13 juni 2003) nr. 24, p. 969.
An., ‘Criminele sector voegt 3 miljard toe’, de Volkskrant 14 september 2005.
An., ‘Culturele misverstanden in de spreekkamer’, de Volkskrant 19 juni 2002.
An., ‘Daling van aantal mensen met tuberculose zet door’, Trouw 13 november 1996.
An., ‘Die kinderen zitten niet achter het raam’, Algemeen Dagblad 18 december
2001.
An., ‘Direct ambulance bellen verstandig’, Algemeen Dagblad 4 maart 1996.
An., ‘Deel asielzoekers mist tbc-onderzoek’, Trouw 27 juli 2000.
An., ‘Desnoods keten bij soa-kliniek’, Het Parool 28 mei 2004.
An., ‘DNA-vaccin tegen TB’, Medisch Contact 60 (11 februari 2005) nr.6, pp.238-39.
An., ‘Dodelijke veteranenziekte’, NRC-Handelsblad 13 maart 1999.
An., ‘De dokter verstaat geen Iraans’, Trouw 16 april 2004.
An., ‘Dood door schuld. Herfkens nalatig bij bestrijding wereldramp tbc’,
Trouw 24 maart 1999.
An., ‘Doodgestoken fietser was ex-bendeleider’, Algemeen Dagblad 9 augustus
2003.
An., ‘Doodgevroren man was Nigeriaan’, Het Parool 31 januari 1996.
An., ‘Doodzieke man “per ongeluk” uitgezet’, NRC Handelsblad 21 februari 2003.
An., ‘Drempel GGD voor zieke illegaal het laagst’, Trouw 10 augustus 2002.
An., ‘Drent met tbc besmet familie en collega’s’, De Telegraaf, 9 juli 1996.
An., ‘Driehonderd illegalen bij uitzendbureau’, NRC Handelsblad 17 september 2003.
An., ‘Driekwart personeel pluimveebedrijf illegaal’, Algemeen Dagblad 3 juni 2004.
An., ‘Drugsjacht in Westland’, Algemeen Dagblad 7 december 2005.
An., ‘Drugskoerier in vliegtuig overleden’, Het Parool 23 juni 1996.
An., ‘Duizend mensen dood door fouten’, Het Parool 5 juni 2003.
An., ‘Economie vaart wel bij productie in lagelonenland’, NRC Handelsblad 31 januari
2005.
202
An., ‘Eén miljoen onder armoedegrens’, Algemeen Dagblad 15 juli 2004.
An., ‘Eenderde ziekenhuizen in geldnood’, de Volkskrant 29 oktober 2002.
An., ‘Eerste opvang is inhumaan’, Algemeen Dagblad 29 maart 2001.
An., ‘Eerste slachtoffer van vliegtuigtrombose’, NRC Handelsblad 24 oktober 2000.
An., ‘Eis OM tegen Lucia de B.: levenslang’, NRC Handelsblad 19 mei 2004.
An., ‘Erasmus verzwijgt ziekte’, Algemeen Dagblad 18 maart 2005.
An., ‘Ergste nood IND snel gelenigd’, Trouw 5 oktober 2004.
An., ‘Ernstige psychose bij een Afrikaanse vrouw door het antiretrovirale middel
Efavirenz’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 150 (18 maart 2006) nr.
11, pp. 642-44.
An., ‘Euroland immigratieland’, Trouw 6 januari 2000.
An., ‘Europese regels voor bestrijden hotel-legionella’, NRC-Handelsblad 28
september 2000.
An., ‘Excessen seksbranche nauwelijks aangepakt’, Algemeen Dagblad 9 oktober
2002.
An., ‘FIOD beboet uitzendbedrijven’, NRC Handelsblad 27 mei 2004.
An., ‘FNV: Te makkelijk ontslag om goedkope Pool in te huren’, Trouw 22 mei 2006.
An., ‘Fors meer boetes illegale arbeid’, Trouw 20 mei 2006.
An., ‘Forse toename van fraude in de zorg’, NRC Handelsblad 4 februari 2004.
An., ‘Fort Europa’, deel1, Twee Vandaag 20 oktober 2003, Nederland 2.
An., ‘Fout medici treft 40.000 patiënten’, NRC Handelsblad 20 februari 2004.
An., ‘Foute diagnose niet schuld arts’, Trouw 20 februari 2001.
An., ‘Fraude bij kwekerijen’, Algemeen Dagblad 8 mei 2001.
An., ‘Fraude forse strop voor verzekeraar’, Medisch Vandaag 14 mei 2003.
An., ‘Fraude zorg was al bekend op ministerie’, Het Parool 18 februari 2003.
An., ‘Gast koffieshop bron tbc-besmetting’, Trouw 2 december 1999.
An., ‘Gebrekkige asielopvang werkt tbc in de hand’, de Volkskrant 12 december
1994.
An., ‘Gedetineerde met tbc in Doetinchem’, De Telegraaf 11 juli 1996.
An., ‘Gedragscode bestuurders in zorgsector’, NRC Handelsblad 28 oktober 2004.
An., ‘Gegevens legionella verzwegen’, Trouw 22 september 2000.
An., ‘Gematigde groei AMC Research’, Medisch Vandaag 12 september 2001.
An., ‘Gemeenten hebben meer aandacht voor noodlijdend voetbal’, Medisch
Vandaag 28 mei 2003.
An., ‘Geruzie kost ziekenhuis miljoenen’, Algemeen Dagblad 11 mei 2004.
An., ‘Gevaarlijke vreemdeling opvangen’, Trouw 20 november 1999.
An., ‘Geval van open tbc ontdekt in werkvoorziening Leiden’, Trouw 15 april 2005.
An., ‘Geval van open tbc vastgesteld in Zeist’, NRC Handelsblad 18 februari 2005.
An., ‘Gevangenis bron van tbc en aids’, de Volkskrant 23 oktober 2004.
An., ‘Gevolgen seksueel misbruik gaan niet vanzelf over’, de Volkskrant 26 juni 1999.
An., ‘Gezocht: opvang voor Libanese en haar zeven kinderen’, de Volkskrant 7
december 2004.
An., ‘Gezond leven in gezond Amsterdam!’, Nieuwsbrief Amsterdamse Huisartsen
Vereniging 11 (maart 2003) nr. 3.
An., ‘GGD Friesland vindt 75 besmettingen met tbc’, de Volkskrant 19 november
1996.
An., ‘GGD Hoorn onderzoekt 200 mensen op tbc’, de Volkskrant 11 oktober 2003.
An., ‘GGD: Open tbc breidt zich niet uit’, Algemeen Dagblad 18 december 2001.
An., ‘GGD stuit op 61 gevallen van tbc in St Anthonis’, de Volkskrant 1 mei 1996.
203
An., ‘GGD weer stabiele en zelfbewuste organisatie’, Amstelveens weekblad 19 mei
2004.
An., ‘GGD wil stem in beleid voor gezondheidszorg’, Amstelveens Weekblad 10
januari 2001.
An., ‘Ghanese arts laakt HIV-test in AMC, Het Parool 29 november 1993.
An., ‘Goed huis voor mishandeld varken’, Algemeen Dagblad 4 december 2004.
An., ‘Gouden handdruk funest voor zorg’, Algemeen Dagblad 24 februari 2003.
An., ‘J. Goudsmit van AMC naar Crucell’, NRC Handelsblad 20 september 2001.
An., ‘Groot onderzoek na tbc-besmetting’, Algemeen Dagblad, 1 april 2003.
An., ‘Groot onderzoek naar gezondheid’, Het Parool 21 april 2004.
An., ‘Grootschalig onderzoek tbc in Zeist’, de Volkskrant 31 januari 2005.
An., ‘Gynaecoloog woedend over oekaze inspectie’, de Volkskrant 21 januari 2000.
An., ‘Handel in mensen niet goed bestreden’, NRC Handelsblad 6 september 2005.
An., ‘Harde aanpak illegalen en profiteurs’, NRC Handelsblad 21 april 2004.
An., ‘Harde actie nodig tegen legionella’, Trouw 22 april 2000.
An., ‘Harde kritiek op identificatiewet’, NRC Handelsblad 13 februari 2003.
An., ‘Harde taal VN over falen bij aanpak aids’, de Volkskrant 8 juli 2002.
An., ‘Heb lief de vreemdeling’, Algemeen Dagblad 16 oktober 2002.
An., ‘Helft bevolking stad allochtoon’, Het Parool 1 april 2005.
An., ‘Helft resultaten tbc-test niet opgehaald’, Algemeen Dagblad 8 februari 2005.
An., ‘Een herder van vijf kilo’, Algemeen Dagblad 26 november 2004.
An., ‘Het mag niet zo zijn dat je door armoede ook eerder dood gaat’, NRC
Handelsblad 27 maart 1995.
An., ‘Hiv-campagne Schorer op de tocht’, Het Parool 25 november 2004.
An., ‘Honderden asielzoekers ruimden kippen op zonder werkvergunning’, de
Volkskrant 16 juli 2003.
An., ‘Honderden kinderen van asielzoekers op straat’, Algemeen Dagblad
8 december 2004.
An., ‘Honderden minderjarigen uitgebuit’, Het Parool 7 september 2005.
An., ‘Hoofdgebouw GG & GD is een bouwval’, Het Parool 5 juni 2003.
An., ‘Huisarts dreigt uit straatbeeld te verdwijnen’, Vereniging Nederlandse
Gemeenten Magazine 30 mei 2003.
An., ‘Huisarts krijgt vaak geen geld’, Het Parool 21 juli 1993.
An., ‘Huisartsen weigeren vaak verstandelijk gehandicapten’, Algemeen Dagblad
24 juni 2004.
An., ‘Huisartsentekort in 2010 lijkt afgewend’, Amsterdams Stadsblad (editie
Zuidoost) 24 december 2002.
An., ‘Huisartsenzorg in achterstandswijken blijft zwaar’, Medisch Contact 58
(14 november 2003) nr. 46, p. 1759.
An., ‘Huisdier in EU krijgt een eigen paspoort’, NRC Handelsblad 28 november 2003.
An., ‘Hulp voor ama’s in de prostitutie’, Trouw 15 januari 2004.
An., ‘Hulpverlening na seksueel geweld is ruim onvoldoende’, de Volkskrant 14 april
2003.
An., ‘Huurder lijdt niet onder illegalen’, Trouw 26 augustus 2004.
An., ‘Het ideale ziekenhuis voor armlastige lijders in kleine gemeenten’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 47 (1903) dl. II, pp. 1349-50 (opnieuw afgedrukt
in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 11 oktober 2003).
An., ‘Idee ontstond door chaos Bijlmerramp’, Het Parool 23 oktober 2004.
An., ‘Illegaal’, de Volkskrant 30 juli 2003.
204
An., ‘Illegaal heeft recht op alle medische zorg’, de Volkskrant 12 februari 2000.
An., ‘Illegaal kiest voor leven in de marge’, Algemeen Dagblad 26 november 2004.
An., ‘Illegaal kost de huisarts veel geld’, Trouw 3 oktober 1996.
An., ‘Illegaal niet uitsluiten van zorg artsen’, Het Parool 7 maart 1996.
An., ‘Illegaal vindt werk via klein uitzendbureau’, NRC Handelsblad 17 april 2003.
An., ‘Illegaal werk bij een op de vijf werkgevers’, NRC-Handelsblad 23 januari 2006.
An., ‘Illegale bouwvakkers op helft van bouwplaatsen’, Algemeen Dagblad 20 januari
2004.
An., ‘Illegale krachten in trek bij horeca en boerenbedrijf’, Het Parool 15 december
2000.
An., ‘Illegale Nigerianen land uitgezet’, Algemeen Dagblad 5 juni 2003.
An., ‘Illegale vrouw na bevalling bedreigd met uitzetting’, NRC Handelsblad 11
december 2001.
An., ‘Illegalen bij bouwbedrijven’, Algemeen Dagblad 14 mei 2005.
An., ‘Illegalen bij eenvijfde tuinders’, NRC Handelsblad 27 januari 2004.
An., ‘Illegalen hebben recht op gezondheidszorg’, Nederlands Dagblad 16 juli 1999.
An., ‘Illegalen in Rotterdam’, KRO – één op de middag 3 september 2002, Radio 1.
An., ‘Illegalen meer gecontroleerd’, Algemeen Dagblad 17 september 2003.
An., ‘Illegalen moeten altijd medicijnen kunnen krijgen’, de Volkskrant 24 oktober
2002.
An., ‘Illegalen moeten contant betalen in apotheek’, Het Parool 23 oktober 2002.
An., ‘Illegalen opgepakt’, De Echo 13 oktober 2004.
An., ‘Illegalen vaker aan de drugs’, Algemeen Dagblad 22 maart 2005.
An., ‘Illegalen weldaad voor de economie’, Het Parool 25 november 2000.
An., ‘Illegaliteit horeca blijkt hardnekkig’, NRC Handelsblad 29 augustus 2005.
An., ‘Imago verbeteren met hulp van ambassadeurs’, Trouw 25 januari 2005.
An., ‘IMF hekelt stijging van kosten zorg’, Het Parool 21 mei 2003.
An., ‘IMF bezorgd over Nederlandse gezondheidszorg’, Nederlands Dagblad 21 mei
2003.
An., ‘In de rij voor tbc-onderzoek’, Vereniging Nederlandse Gemeenten Magazine 4
februari 2005.
An., ‘In de rij voor tbc-test’, Rotterdams Dagblad 7 juli 2004.
An., ‘In de voetsporen van zijn grootvader’, Algemeen Dagblad 16 november 2004.
An., ‘In Harlingen 90 tbc-besmettingen’, NRC Handelsblad 9 juni 1993.
An., ‘In illegale economie gaat 3,3 miljard om’, Trouw 17 september 2004.
An., ‘In Tilburg 20 tbc-besmettingen’, Trouw 18 december 1999.
An., ‘IND-directeur Elting stapt op’, NRC Handelsblad 26 juni 1999.
An., ‘IND-directeur stapt op’, Het Parool 25 juni 1999.
An., ‘IND’ster opgepakt voor corruptie’, Algemeen Dagblad 20 november 2004.
An., ‘Infectiebestrijding op de schop’, Medisch Contact 58 (10 oktober 2003) nr. 41,
p. 1553.
An., ‘Inspectie Gezondheid werkt slecht’, de Volkskrant 5 februari 1999.
An., ‘Inspectie onderzoekt medische hulp illegalen’, Trouw 1 juni 1999.
An., ‘Inspectie: zorg in azc niet goed’, NRC Handelsblad 4 november 2004.
An., ‘Instellingen zoeken oplossing voor onverzekerden’, Medisch Contact 60 (13 mei
2005) nr. 19, p. 795.
An., ‘Interpolis wil hennepkwekerijen verzekeren’, Algemeen Dagblad 21 oktober
2004.
An., ‘Jacht op illegale arbeiders succesvol’, Algemeen Dagblad 20 mei 2005.
205
An., ‘Jonge verkrachter recidiveert’, Trouw 19 april 2002.
An., ‘Jongens van 11 tot 15 aangehouden voor jarenlange ontucht’, Algemeen
Dagblad 23 januari 2001.
An., ‘Justitie eist celstraf voor corruptie IND’, de Volkskrant 23 oktober 1999.
An., ‘Justitie onderzoekt schuldvraag besmetting Flora’, Trouw 16 maart 1999.
An., ‘Kabinet kan fluiten naar loonmatiging’, Algemeen Dagblad 26 juni 2004.
An., ‘Kabinet: puntensysteem voor talentvolle migrant, Trouw 20 mei 2006.
An., ‘Kamer kraakt VVD-plan voor aangeven zieke illegalen’, Algemeen Dagblad 16
maart 2000.
An., ‘Kamer: Kabinet te laks bij aanpak fraude’, Algemeen Dagblad 18 november
2004.
An., ‘Kamer: meer tbs-plaatsen’, Algemeen Dagblad 30 november 2004.
An., ‘Kamer: Verdonk is te vaag’, Algemeen Dagblad 22 juni 2004.
An., ‘Kamerleden boos over ganzenlever’, Algemeen Dagblad 16 december 2004.
An., ‘Kamervragen verkrachting’, Het Parool 29 november 2001.
An., ‘Kans allochtonen op werk onderzocht’, Algemeen Dagblad 8 december 2004.
An., ‘Keiharde aanpak huisjesmelkers’, Algemeen Dagblad 21 april 2004.
An., ‘Kind kan misbruik bijna niet verzinnen’, Algemeen Dagblad 20 november 2003.
An., ‘Kinderhandel is structureel probleem in Nederland’, Trouw 8 september 2005.
An., ‘Kindersmokkel op Schiphol opgerold’, Het Parool 7 april 2005.
An., ‘Kingma: Betalen voor inspectie’, Trouw 6 juni 2003.
An., ‘Klacht aanpak zieke asielzoeker’, Het Parool 22 december 2000.
An., ‘KLM en ABN in zee met ziekenhuis VU’, NRC Handelsblad 1 november 2004.
An., ‘KLM-personeel opgepakt voor mensensmokkel’, Algemeen Dagblad
28 oktober 2004.
An., ‘KNMG kant zich tegen bedrijvenpoliklinieken’, de Volkskrant 2 juli 1994.
An., ‘KNO-arts in de fout bij intuberen’, Medisch Vandaag 21 augustus 2002.
An., ‘Koningin naar HIV-patiënten’, Algemeen Dagblad 25 februari 2003.
An., ‘Korthals: Meer doen tegen mensenhandel’, Trouw 14 mei 2002.
An., ‘Korvinus: escortbureaus niet meer gedogen’, Het Parool 14 mei 2002.
An., ‘Kritiek op inspectie in zorg’, NRC Handelsblad 4 februari 1999.
An., ‘Kritiek op Kok van Balkenende én Bos’, Algemeen Dagblad, 3 mei 2004.
An., ‘Kwart tuinders werkt met illegalen’, Allochtonen Krant 9 mei 2001.
An., ‘Kwasniewski was illegaal in Londen’, Het Parool 8 mei 2004.
An., ‘Lassers werken illegaal bij bedrijf Lubbers’, de Volkskrant 25 juli 1991.
An., ‘Lasten ziekenfonds nauwelijks omhoog’, de Volkskrant 22 december 2004.
An., ‘Leerlingen getest op TBC na dood directeur’, NRC Handelsblad 15 oktober
2003.
An., ‘Leerlingen school onderzocht op tbc’, Algemeen Dagblad, 2 mei 2003.
An., ‘Legale prostitutie bevordert de illegale’, Trouw 9 oktober 2002.
An., ‘Legaliseren illegalen EU afstemmen’, NRC Handelsblad 31 januari 2005.
An., ‘Legionella beter bestrijden’, Medisch Contact 58 (8 augustus 2003) nr. 32/33,
pp.1206.
An., ‘Legionella in diverse gebouwen, Het Parool 31 juli 2001.
An., ‘Legionella in fontein van Villa Arena’, Het Parool 29 september 2001.
An., ‘Legionella in Villa Arena’, de Echo 3 oktober 2001.
An., ‘Legionella in veel overdekte zwembaden’, de Volkskrant 25 juni 2003.
An., ‘Legionella in water van verzorgingsflat Noord’, Het Parool 6 maart 2001.
An., ‘Legionella kan niet worden uitgebannen’, Trouw 31 juli 2003.
206
An., ‘Legionella krijgt tijdelijk vrij spel door traag bestuur’, NRC-Handelsblad
19 november 2002.
An., ‘Legionella vaak niet herkend’, Trouw 19 februari 2001.
An., ‘Legionella-besmetting verplicht opsporen’, Trouw 16 juli 2002.
An., ‘Legitimatieplicht voor patiënt AMC’, Het Parool 31 mei 1994.
An., ‘Lichter werk’, Trouw 24 februari 2004.
An., ‘Lifter gezocht in verband met hondsdolheid’, NRC Handelsblad 4 en 5
september 2004.
An., ‘Lijk vrouw in stukken gehakt’, Het Parool 7 december 2004.
An., ‘De lonen stijgen wel, maar Oost-Europa blijft goedkoop’, Het Parool 15 februari
2005.
An., ‘Loon bazen ziekenhuis veel te hoog’, Het Parool 25 juni 2004.
An., ‘LTO vindt stop op Polen in tuinbouw geen optie’, Trouw 25 januari 2005.
An., ‘Lubbers pleit op RK-feest voor opvang vluchtelingen’, Het Parool 10 juni 2003.
An., ‘Man ronselde meisjes voor werk in prostitutie’, Algemeen Dagblad 11 november
2004.
An., ‘Mannen bezoeken steeds vaker “illegale” prostituees’, Algemeen Dagblad
3 januari 2006.
An., ‘Marokko wil hulp van EU tegen illegale immigranten’, Trouw 23 november 2005.
An., ‘Massale arrestatie illegalen’, Algemeen Dagblad 14 maart 2003.
An., ‘Massale fraude door restaurants’, NRC Handelsblad 12 en 13 januari 2002.
An., ‘Medicijn lager in prijs voor Afrika’, NRC Handelsblad 27 mei 2003.
An., ‘Medicijnen worden doorgedraaid’, Medisch Vandaag 23 oktober 2002.
An., ‘Medicijnkosten fors gedaald’, NRC Handelsblad 8 juni 2004.
An., ‘Medisch noodfonds voor illegalen’, Nederlands Dagblad 11 september 1999.
An., ‘Medische zorg illegalen niet slechter door Koppelingswet’, NRC Handelsblad 22
oktober 2001.
An., ‘Meer asielzoekers besmet met hiv’, Algemeen Dagblad 11 juni 2003.
An., ‘Meer fouten bij ministeries’, Het Parool 21 mei 2003.
An., ‘Meer mensen met tbc besmet in Zeist’, NRC Handelsblad 5 en 6 februari 2005.
An., ‘Meer minderjarigen uit Nigeria in prostitutie’, de Volkskrant 14 november 2001.
An., ‘Meer onderzoek nodig naar Tamils die asiel aanvragen’, NRC Handelsblad 17
juni 2000.
An., ‘Meer Polen werken in Nederland’, de Volkskrant 5 februari 2005.
An., ‘Meeste illegalen werkten bij tuinders’, Trouw 12 december 2000.
An., ‘Meldingen Infectieziektenwet’, Infectieziekten Bulletin 15 (2004) nr.10.
An., ‘Mensenrechten en volksgezondheid’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
146 (24 augustus 2002) nr. 34, pp.1603-04.
An., ‘Mes in uitkeringen en zorg’, NRC Handelsblad 16 september 2003.
An., ‘Met mij gaat alles goed’, NRC Handelsblad 25 oktober 2004.
An., ‘Met tbc besmet’, Het Parool 8 december 1994.
An., ‘Migrant klaagt minder gauw over gezondheidszorg’, de Volkskrant 11 oktober
1994.
An., ‘Miljoenen straks zonder huisarts’, Algemeen Dagblad 28 januari 2004.
An., ‘Minder geld kwijt aan medicijnen’, Algemeen Dagblad 28 januari 2005.
An., ‘Minder inspecties bij ondernemingen’, Trouw 9 september 2006.
An., ‘Minder patiënten met geslachtsziekte’, de Volkskrant 28 mei 2004.
An., ‘Minimumloon moet Duitse banen redden’, Algemeen Dagblad, 14 april 2005.
An., ‘Minister geschokt over illegale slaappanden’, Vereniging Nederlandse
207
Gemeenten Magazine 14 november 2003.
An., ‘Minister Nawijn wijst eis van advocaat Nawijn af’, Het Parool 20 december
2002.
An., ‘Minister Van Aartsen alsnog naar China’, NRC Handelsblad 28 mei 2001.
An., ‘Mishandelde partner krijgt verblijstitel’, NRC Handelsblad 18 en 19 oktober
2003.
An., ‘Moderne slavernij in Nederland’, Algemeen Dagblad 14 maart 2005.
An., ‘Moderne slavernij in Nederland’, RTL-Nieuws 12 maart 2005.
An., ‘Moeder met zeven kinderen in bushokje’, Het Parool 6 december 2004.
An., ‘Mogelijk tbc op Haagse school’, Algemeen Dagblad 19 juni 2003.
An., ‘Mosa Porselein failliet door strijd met lagelonenlanden’, de Volkskrant 14
oktober 2004.
An., ‘Multiresistente tuberculose blijft uitzondering’, Trouw 17 maart 2004.
An., ‘Nachtdienst huisarts beter georganiseerd’, Het Parool 21 oktober 1998.
An., ’Nederland helpt Afrika aan een eerste ziekenfonds’, Trouw 29 juni 2006.
An., ‘Nederlander onbeschermd op verre reis’, Trouw 13 januari 1999,
An., ‘Nederlander steeds harder’, Algemeen Dagblad 18 november 2002.
An., ‘Nederlanders leven ongezond’, Vereniging Nederlandse Gemeenten Magazine
7 november 2003.
An., ‘Nederlandse zorgsysteem allochtonen niet bekend’, NRC Handelsblad
12 oktober 1994.
An., ‘Neergeschoten zwaan slaat vleugels weer uit’, Algemeen Dagblad 28 oktober
2004.
An., ‘Nelson Mandela: ‘Mijn zoon stierf aan aids’”, NRC Handelsblad 7 januari 2005.
An., ‘Niemand weet waar de prostituees van de Amsterdamse Theemsweg zijn
gebleven’, NRC Handelsblad 18 februari 2005.
An., ‘Nieuw alarmnummer zorg’, de Volkskrant 9 februari 2005.
An., ‘Nieuw centrum infectieziekten’, Medisch Vandaag 19 februari 2003.
An., ‘Nieuwe medicijnen tegen tbc hoognodig’, Trouw 22 maart 2000.
An., ‘NMa en huisartsen bereiken akkoord’, NRC Handelsblad 13 april 2001.
An., ‘NMa pakt kartel apothekers aan’, de Volkskrant 23 juni 2004.
An., ‘NMa: scherper toezicht gezondheidszorg’, NRC Handelsblad 29 oktober 2002.
An., ‘NMa: verscherping toezicht vrij beroep’, NRC Handelsblad 23 januari 2004.
An., ‘Offensief tegen tuberculose’, Nederlands Dagblad 18 september 2004.
An., ‘Ombudsman: opvang van vluchtelingen inhumaan’, de Volkskrant 29 maart
2001.
An., ‘Omdat ik geen telefoon had wilde de dokter niet komen’, De Nieuwe Bijlmer
30 maart 1995.
An., ‘Omgangsvormen aan VU flink aangescherpt’, de Volkskrant 1 oktober 2004.
An., ‘Omvang van tuberculose in Amsterdam gegroeid’, NRC Handelsblad
3 augustus 1993.
An., ‘Omvangrijk onderzoek tbc op school in best’, NRC Handelsblad 13 januari
1999.
An., ‘Onderzoek AMC naar legionella’, Het Parool 23 maart 1999.
An., ‘Onderzoek legionella deugt niet’, Het Parool 23 november 2001.
An., ‘Onderzoek levert 26 tbc-gevallen op in Volendam’, de Volkskrant 30 april 1996.
An., ‘Onderzoek naar dood asielzoekster Appelscha’, Algemeen Dagblad 20 oktober
2004.
An., ‘Onderzoek naar infectieziekten’, NRC Handelsblad 9 januari 2003.
208
An., ‘Onderzoek naar sponsoring door medicijnproducent’, Trouw 10 april 2000.
An., ‘Onderzoek naar tbc in zorgcentrum’, Trouw 2 augustus 2000.
An., ‘Onderzoek naar tbc-besmetting’, Algemeen Dagblad 3 maart 2005.
An., ‘Onderzoek stemt zeker tot nadenken’, Trouw 9 september 1999.
An., ‘Onderzoek valse visa via politie’, Het Parool 12 oktober 2000.
An., ‘Onderzoek WVC: GGD werkt niet goed’, Leeuwarder Courant 6 januari 1994.
An., ‘Onderzoek: ziekenfondsen hebben de wet overtreden’, Algemeen Dagblad 10
april 2003.
An., ‘Onderzoekers: aantal gevallen van legionella jarenlang onderschat’, de
Volkskrant 16 februari 2002.
An., ‘Onderzoekers stuiten op problemen met de WMO’, Medisch Contact 60
(28 januari 2005) nr. 4, p. 139.
An., ‘De onnodige dood van dierenarts Jan Bosch’, de Volkskrant 2 oktober 2003.
An., ‘Ontslag Poolse minister na blunder over ziekte’, de Volkskrant 9 december
2004.
An., ‘Onzekerheid over twee miljard zorgsubsidies’, de Volkskrant 22 mei 2003.
An., ‘Ook baas ziekenhuis vangt veel meer dan JP’, Trouw 27 mei 2003.
An., ‘Ook voor een Algerijn met dwarslaesie is geen plaats’, Het Parool 3 februari
1997.
An., ‘Oorlogskinderen in Beurs van Berlage’, Algemeen Dagblad 22 maart 2005.
An., ‘Open tbc bij arts van St.Radboud’, Het Parool 26 oktober 2000.
An., ‘Open tbc bij treinconducteur’, Algemeen Dagblad 26 februari 2005.
An., ‘Open tbc keuken ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 22 maart 2005.
An., ‘Open tbc ontdekt bij oppasmoeder in Alteveer’, Algemeen Dagblad 18 maart
2005.
An., ‘Open tbc op Haags politiebureau’, Het Parool 19 maart 2004.
An., ‘Open tbc op hoofdbureau politie in Rotterdam’, De Telegraaf 9 juli 1996.
An., ‘Open tuberculose bij de FC Volendam’, Trouw 21 januari 2000.
An., ‘Opnieuw tbc-besmetting ontdekt in Harlingen’, de Volkskrant 24 december
1993.
An., ‘Oppasmoeder besmet zeven kinderen met tbc’, Algemeen Dagblad 24 maart
2005.
An., ‘Opvallende stijging aantal tbc-gevallen’, Provinciale Zeeuwse Courant 3 mei
1994.
An., ‘Opvanghuizen weigeren hulp aan illegale vrouwen’, de Volkskrant 18 januari
2000.
An., ‘Organisatie KNMG’, website Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot
bevordering der Geneeskunst, printdatum 28 november 2005.
An., ‘Organisatie mensenhandel gearresteerd’, Het Parool 14 augustus 2003.
An., ‘Overwinteren in Hamburg’, Trouw 16 november 2004.
An., ‘Pak Poolse constructie sneller aan’, De Telegraaf 25 oktober 2004.
An., ‘Papa Wemba vervolgd’, Algemeen Dagblad 26 oktober 2004.
An., ‘Paspoortfraude in Peking’, Trouw 10 oktober 2003.
An., ‘Patiënten met urgentie kunnen amper terecht in ziekenhuis’, de Volkskrant 19
maart 1996.
An., ‘Patiënten ten onrechte niet naar hospitaal’, Het Parool 8 februari 2005.
An., ‘Patiëntveiligheid is ver onder de maat’, Medisch Contact 59 (12 november
2004) nr. 46, p.1808.
An., ‘Persoonlijk afscheid van prins Claus’, Trouw 16 oktober 2002.
209
An., ‘Piloten KLM onderzocht op tbc’, Trouw 28 november 2001.
An., ‘Pleidooi voor extra medicijnen tegen tbc voor besmette illegalen’, Trouw
26 september 1996.
An., ‘Pluk de handelaars in vrouwen’, Algemeen Dagblad 14 mei 2002.
An., ‘Poli geslachtsziekten overbelast’, Trouw 3 april 2001.
An., ‘Polen vinden massaal werk op Nederlandse arbeidsmarkt’, Trouw 5 februari
2005.
An., ‘Poliklinische Revalidatie na beroerte zinvol’, Medisch Contact 59
(6 februari 2004) nr. 6, p.202.
An., ‘Politie: 21 illegalen in twee kamers’, NRC Handelsblad 20 oktober 2004.
An., ‘Politie Amsterdam pakt 66 illegalen op’, de Volkskrant 12 juni 2004.
An., ‘Politie arresteert 23 illegale prostituees’, NRC Handelsblad 13 oktober 2001.
An., ‘Politie bestrijdt overlast in Amsterdam Zuidoost’, de Volkskrant 22 oktober 2005.
An., ‘Politieke doodzonde niet bestraft’, NRC Handelsblad 15 december 2005.
An., ‘Politie mag spitten in privé-leven’, Algemeen Dagblad 18 oktober 2003.
An., ‘Politie niet deskundig in zedenzaak’, Het Parool 1 oktober 2001.
An., ‘Politie wil vaker informatie van artsen’, Algemeen Dagblad 18 december 2004.
An., ‘Politiemensen ontslagen wegens vrouwenhandel’, Trouw 21 februari 2001.
An., ‘Een Pool op de ladder’, de Volkskrant 22 januari 2005.
An., ‘Popzanger Papa Wemba bekent mensensmokkel’, de Volkskrant 26 oktober
2004.
An., ‘Prijsverschil ziekenhuis soms groot’, de Volkskrant 6 april 2005.
An., ‘Principes sterven uit in ziekenhuis’, Provinciale Zeeuwse Courant 1 november
2004.
An., ‘Prins Claus’ schadevergoeding naar Pakistaans jeugdhuis’, Trouw 12 november
2002.
An., ‘Proefproces over ‘vliegtuigtrombose’, Trouw 18 juli 2001.
An., ‘Proefproces tegen Grenshospitium’, Het Parool 6 februari 2003.
An., ‘Profiteren van illegalen aan banden’, Trouw 21 april 2004.
An., ‘Prostituees zijn vaak handelswaar’, Het Parool 10 september 2002.
An., ‘Prostitutie-hype tergt stadsdeel’, Amsterdams Stadsblad (editie 8) 13 juli 2005.
An., ‘PTT bezorgt ’s avonds niet in de Bijlmer’, Het Parool 22 juli 1993.
An., ‘PvdA in Senaat tegen harde taal in partij over illegalenbeleid’, NRC
Handelsblad 18 november 1992.
An., ‘Raad: Gedwongen behandeling bij tbc soms toelaatbaar’, NRC Handelsblad
18 juni 1996.
An., ‘Randstad herbergt 40 duizend illegalen’, de Volkskrant 5 juni 1998.
An., ‘Rechten patiënt moeilijk voor arts’, NRC Handelsblad 17 november 2003.
Regelgeving Praktische Tuberculosbestrijding (Paragraaf 25.301), Den Haag
(KNCV) 2000.
An., ‘Regina MacNack vult lege magen’, De Echo 18 mei 2005.
An., ‘Reizigers hebben meer kans op tbc’, Nederlands Dagblad 4 augustus 2000.
An., ‘Rijke landen laks in strijd tegen armoede’, Algemeen Dagblad 18 januari 2005.
An., ‘Risico van fraude in de zorg valt mee’, NRC Handelsblad, 28 maart 2003.
An., ‘Rode Kruis laakt opvang van weggestuurd Zaïrees meisje’, de Volkskrant
15 januari 1994.
An., ‘Ruim 30 gevallen van tbc gevonden’, Algemeen Dagblad 30 januari 2001.
An., ‘Ruim 100 duizend illegalen werken via foute bureaus’, de Volkskrant 6 april
2004.
210
An., ‘Ruim 300.000 illegalen melden zich’, Trouw 9 april 2005.
An., ‘Ruim honderd illegalen opgepakt bij twee kwekers’, de Volkskrant 10 oktober
2001.
An., ‘Rundertuberculose ontdekt in twintig veehouderijen’, de Volkskrant 4 december
1999.
An., ‘Rusland stopt import fruit en groente’, NRC Handelsblad 1 december 2004.
An., ‘Rutte: Arbeiders uit Polen toch toelaten’, Algemeen Dagblad 27 november
2003.
An., ‘Ruzie rond zeehonden is gesust’, Algemeen Dagblad 17 mei 2003.
An., ‘Salaris van NS-directie onder vuur’, Algemeen Dagblad 22 december 2004.
An., ‘Samenvatting NMa-richtsnoeren voor de zorgsector’, Praktijkbericht (uitgave
van de Landelijke Huisartsen Vereniging) 13 december 2002.
An., ‘Sancties bij niet-melden van misbruiken kinderen’, Het Parool 11 maart 1994.
An., ‘Schenden geheim algemeen belang’, NRC Handelsblad 9 april 2004.
An., ‘Schijnhuwelijken vrijwel nooit opgespoord’, Algemeen Dagblad 1 december
2004.
An., ‘Schiphol spil mensensmokkel’, de Volkskrant 17 maart 2005.
An., ‘Scholieren op tbc getest’, Het Parool 28 januari 2000.
An., ‘Seks op school taboe’, NRC Handelsblad 6 december 2001.
An., ‘Seksueel kindermisbruik daalt’, Trouw 18 oktober 2004.
An., ‘Senaat tegen harde taal in partij over illegalenbeleid’, NRC Handelsblad 18
november 1992.
An., ‘SIOD doet inval bij uitzendbureau voor illegalen’, NRC Handelsblad 22 januari
2003.
An., ‘SIOD vindt bijna zeventig gevallen van illegale arbeid’, de Volkskrant 15 maart
2004.
An., ‘Sister P. niet schuldig aan Dover-doden’, Trouw 22 oktober 2004.
An., ‘Sjoemelende neuroloog beboet’, Trouw 18 september 2002.
An., ‘Slachterij beboet na dood in gierput’, Algemeen Dagblad 23 januari 2004.
An., ‘Slachtoffers Flora nog steeds ziek’, Trouw 10 maart 2001.
An., ‘Slachtoffers van Floriade blijven boos’, Het Parool 20 februari 2004.
An., ‘Smokkel mensen leidt tot hoge claim’, Het Parool 14 november 2003.
An., ‘Snel dood, dan mag aids-vluchteling blijven’, de Volkskrant 22 januari 2000.
An., ‘Snel rijk worden over rug illegalen, de Volkskrant 16 april 2002.
An., ‘Sorgdrager eens met lagere straffen koeriers’, de Volkskrant 21 augustus 1996.
An., ‘Spanjaard had open tbc’, Algemeen Dagblad 9 september 2000.
An., ‘Speciale poli voor onverzekerden’, Algemeen Dagblad 10 december 2004.
An., ‘Specialisten hekelen geldgebrek ziekenhuizen’, Trouw 28 februari 2005.
An., ‘Spoedeisende opnames’, Nieuwsbrief Amsterdamse Huisartsen Vereniging
maart 1998.
An., ‘Spoedhuwelijken allochtonen’, Het Parool 22 juni 2004.
An., ‘Steeds meer HIV-geïnfecteerden’, Medisch Contact 59 (3 december 2004) nr.
49, p. 1933.
An., ‘Steeds meer illegalen met tbc’, de Volkskrant 13 september 2004.
An., ‘Steeds meer meldingen van SOA’, NRC Handelsblad 30 april 2001.
An., ‘Steeds meer mensen zonder verzekering’, Trouw 22 maart 2005.
An., ‘Steeds meer vrouwen met hiv-infectie’, Het Parool 29 november 2002.
An., ‘Steeds minder asielzoekers’, Algemeen Dagblad 7 januari 2005.
An., ‘Steeds minder vertrouwen in de overheid’, NRC Handelsblad 4 september
211
2003.
An., ‘Stervende bij AMC gedropt’, Het Parool 16 april 2003.
An., ‘Stoere taal’, Algemeen Dagblad 13 juni 2002.
An., ‘Taakstraf inspecteur na misbruik dochter’, Het Parool 26 september 2001.
An., ‘Tabaksindustrie kocht geleerden’, Algemeen Dagblad 26 februari 2005.
An., ‘Tachtig honden in beslag genomen’, de Volkskrant 9 juli 1991.
An., ‘Tbc aangetroffen op school Delft’, NRC Handelsblad 18 mei 2000.
An., ‘Tbc bij AH-centrum Zwolle’, de Volkskrant 2 maart 2002.
An., ‘TBC bij Bulgaarse prostituee’, NCRV Netwerk 19 november 2001, Nederland I.
An., ‘Tbc bij prostituees Rotterdamse Keileweg’, Algemeen Dagblad 13 mei 2002.
An., ‘Tbc breidt zich nog steeds uit’, NRC Handelsblad 27 februari 1998.
An., ‘Tbc geconstateerd in Fries dorp’, NRC Handelsblad 15 juni 1994.
An., ‘Tbc komt weinig voor, maar kost wel miljoenen’, de Volkskrant 29 oktober 2003.
An., ‘TBC op Texelse basisschool’, Algemeen Dagblad 15 oktober 2003.
An., ‘Tbc treft 50 mensen in Vlaardingen’, Rotterdams Dagblad 24 november 2003.
An., ‘Tbc treft bewoner Huis aan de Poel’, Amstelveens Weekblad 14 maart 2001.
An., ‘Tbc wordt groeiend probleem in Amsterdam’, Het Parool 20 juli 1993.
An., ‘TBC rukt snel op’, Algemeen Dagblad 16 november 1994.
An., ‘Tbc woekert voort’, Rotterdams Dagblad 7 juli 2004.
An., ‘Tbc-besmetting in ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 1 augustus 2002.
An., ‘Tbc-golf treft Noord-Holland’, Het Parool 13 november 1996.
An., ‘Tbc-onderzoek bij Tilburgse stappers’, Algemeen Dagblad 10 december 1999.
An., ‘Tbc-onderzoek onder Vlaardings cafépubliek’, Rotterdams Dagblad 8 november
2003.
An., ‘Tbc-onderzoek treinreizigers’, Algemeen Dagblad 8 mei 2001.
An., ‘Tbc-platform bundelt kennis voor betere samenwerking’, Medisch Vandaag
20 maart 2002.
An., ‘Tekort aan artsen kost veel levens’, Het Parool 8 februari 2003.
An., ‘Ter Horst laakt vriendjespolitiek’, NRC Handelsblad 6 januari 2004.
An., ‘Testen leidingen op legionella verloopt traag’, NRC-Handelsblad 7 september
2001.
An., ‘Tewerkstellen illegalen al hard gestraft’, de Volkskrant 15 december 2000.
An., ‘Tippelaars opgepakt’, Het Parool 30 mei 2003.
An., ‘Tippelzone: 1 op 8 met hiv besmet’, Het Parool 7 juni 2005.
An., ‘Toch knagen aan minimumloon’, Het Parool 4 december 2004.
An., ‘De toelage van asielzoekers’, Trouw 24 december 2004.
An., ‘En toen leverden de apothekers hun bonussen in. Of niet?, Trouw 18 maart
2004.
An., ‘Toename aantal allochtonen stokt’, Algemeen Dagblad 19 november 2003.
An., ‘Toename onverzekerde patiënten’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
147 (1 november 2003) nr. 44, p. 2189.
An., ‘Toename van HIV-geïnfecteerden’, Trouw 26 november 2004.
An., ‘Toestroom asielzoekers neemt af’, de Volkskrant, 7 januari 2005.
An., ‘Topambtenaar van onderzoek gehaald’, NRC Handelsblad 19 februari 2003.
An., ‘Topbestuurders zorg wel erg fors beloond’, Trouw 26 juni 2004.
An., ‘Topinkomen zorgsector openbaar’, de Volkskrant 25 april 2003.
An., ‘Toploon slecht voor motivatie’, Het Parool 13 oktober 2003.
An., ‘Topsalarissen zorgverzekeraars’, de Volkskrant 24 juni 2004.
212
An., ‘Topverdiener lacht om salaris Balkenende’, Algemeen Dagblad 4 mei 2004.
An., ‘Tories willen immigranten op hiv gaan testen’, Trouw 16 februari 2005.
An., ‘Tragische dood Baraya herdacht in avondwake’, Amsterdams Stadsblad
6 augustus 2003.
An., ‘Tragische dood illegaal achtervolgt hulpverleners’, Trouw 2 februari 2005.
An., ‘Tuberculose’, Infectieziekten Bulletin 15 (2004) nr. 10, p. 392.
An., ‘Tuberculose dichterbij’, de Volkskrant 15 februari 2003.
An., ‘Tuberculose in Europa’, Factsheet KNCV-Tuberculosefonds, december 2003.
An., ‘Tuberculose tijdbom in nieuwe uitgebreide EU’, Trouw 23 september 2003.
An., ‘Tuinders verhinderen controles op illegalen’, Algemeen Dagblad 1 oktober
2004.
An., ‘Turk die zich in brand stak gevangenis in’, Het Parool 28 februari 2001.
An., ‘Twee arrestaties wegens dierenleed’, Algemeen Dagblad 28 juni 2001.
An., ‘Twee gewonden bij schietpartij kweker’, Het Parool 15 maart 2004.
An., ‘Tweehonderdduizend Portugezen lijden honger’, de Volkskrant 22 maart 2004.
An., ‘Tweeslachtige vlinder na een week overleden’, Algemeen Dagblad 7 december
2004.
An., ‘Uitbuiting van au pairs kost geld’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
An., ‘Uitgaven gezondheidszorg Nederland gemiddeld’, Medisch Contact 58 (24
oktober 2003) nr.43, p. 1635.
An., ‘Uitgaven voor zorg opnieuw omhoog’, NRC Handelsblad 28 mei 2003.
An., ‘Uitwijzen hiv-besmette vrouw wekt bosheid’, Trouw 11 januari 2000.
An., ‘Uitzetcellen op Schiphol ver onder de maat’, NRC Handelsblad 27 april 2004.
An., ‘Vaker patiënt zonder polis in ziekenhuis’, Het Parool 6 januari 2000.
An., ‘Van Geel: Te veel zwembaden besmet’, Algemeen Dagblad 1 september 2004.
An., ‘Van Lier wijkt uit naar buitenland’, Het Parool 23 maart 2005.
An., ‘Varkens krijgen vertier’, Algemeen Dagblad 23 november 2002.
An., ‘Veel illegale arbeid in de schoonmaak’, Algemeen Dagblad 3 mei 2006
An., ‘Veel gifovertredingen in glastuinbouw’, Algemeen Dagblad 25 oktober 2003.
An., ‘Veel meer kinderen actief in prostitutie’, Het Parool 14 augustus 2004.
An., ‘Veel slachtoffers Westfriese Flora nog ziek’, Medisch Contact 58 (6 juni 2003)
nr. 23, p. 945.
An., ‘Veel uitkeringsfraudeurs en illegale werkers in horeca’, de Volkskrant 22 maart
2005.
An., ‘Veel verzet tegen opsporingsteams voor illegalen’, Algemeen Dagblad 13 juni
2002.
An., ‘Veel wachtgelden bij ziekenfondsen’, Het Parool 10 december1996.
An., ‘Veel zelfmoorden onder asielzoekers’, Het Parool 15 juli 1996.
An., ‘Veelpleger springt uit flat en breekt been’, Het Parool 23 december 2004.
An., ‘Verdonk wast Lubbers de oren’, Algemeen Dagblad 6 juli 2004.
An., ‘Vergoeding illegalen “onbevredigend”’, de Volkskrant 24 januari 2001.
An., ‘Verhoren slachtoffers moet beter’, Trouw 2 oktober 2001.
An., ‘Vertrek van werk valt mee’, Algemeen Dagblad 1 februari 2005.
An., ‘Veteranenziekte na bezoek aan sauna’, Trouw 9 januari 1998.
An., ‘Vijf collega’s besmet met tbc’, Algemeen Dagblad 26 maart 2005.
An., ‘Visa-gesjoemel onbewezen’, Trouw 28 mei 2004.
An., ‘Vlaardingse tbc blijkt hardnekkig’, Rotterdams Dagblad 10 november 2003.
An., ‘Vogelgriepvirus velde 1000 mensen’, Trouw 14 oktober 2004.
An., ‘Vogelpest in Limburg door asielzoekers’, de Volkskrant 7 augustus 2003.
213
An., ‘Volksgezondheid wordt genegeerd’, de Volkskrant 11 december 2004.
An., ‘Vormfout nekt proces bouwfraude’, de Volkskrant 12 oktober 2004.
An., ‘Voor 40 mln aan foute declaraties in zorg’, NRC Handelsblad 4 mei 2004.
An., ‘Voor veertig miljoen onjuiste declaraties’, Algemeen Dagblad 5 mei 2004.
An., ‘Voor veertig miljoen onjuiste declaraties’, Het Parool, 4 mei 2004.
An., ‘Voorwaardelijk na verkrachten peuter’, Algemeen Dagblad 13 maart 2001.
An., ‘Vorig jaar 6468 illegalen weg’, Algemeen Dagblad 17 februari 2005.
An., ‘Vreemd virus geeft tuberculose kans’, de Volkskrant 30 oktober 2004.
An., ‘Vrij spel vrouwenhandel’, Het Parool 6 september 2005.
An., ‘Vrijspraak in voodoo-zaak’, Algemeen Dagblad 24 november 2004.
An., ‘Vrouwen illegaal in prostitutie’, Algemeen Dagblad 13 oktober 2001.
An., ‘Vrouwenhandelaren in Duitsland opgepakt’, Algemeen Dagblad 15 april 2005.
An., ‘VVD tegen ‘veel te ruime’ medische zorg voor illegalen’, NRC Handelsblad
16 maart 2000.
An., ‘VWS gaat tuchtcolleges beheren’, Medisch Contact 60 (8 april 2005) nr. 14, p.
556.
An., ‘VWS vergroot waakzaamheid gezondheidsrisico’s’, Medisch Vandaag
7 november 2002.
An., ‘VWS wil vaart zetten achter indikking GGD’en’, Medisch Vandaag 5 november
2003.
An., ‘Weer 58 illegalen opgepakt’, Het Parool 12 februari 2004.
An., ‘Weer besmetting met tbc op Texel’, Het Parool 21 november 1994.
An., ‘Weer illegalen bij tuinders’, Algemeen Dagblad 24 juli 2003.
An., ‘Weinig besmettingen door reiziger met tbc’, Trouw 27 juli 2001.
An., ‘Weinig verbetering huisartsenzorg achterstandswijken’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 147 (29 november 2003) 48, p. 2396.
An., ‘Werken in Nederland makkelijker’, NRC Handelsblad 29 november 2004.
An., ‘Werkgevers halen steeds meer Polen’, Het Parool 15 november 2004.
An., ‘Werkloosheid groeit hard’, NRC Handelsblad 1 juni 2005.
An., ‘Werkloze maakt handen niet graag vuil’, Het Parool 25 januari 2005.
An., ‘Werknemers KLM besmet met open tbc’, Het Parool 22 november 1999.
An., ‘Het weigeren van geneeskundige hulp’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 148 (24 april 2004) nr. 17, p. 835.
An., ‘Weer meer syfilis en hiv in 2002’, Het Parool 21 juni 2003.
An., ‘Weinig aandacht voor zieke asielzoekers’, de Volkskrant 19 maart 2004.
An., ‘Werk weigeren in tuinbouw moet van De Vries aangepakt’, de Volkskrant 10
november 1992.
An., ‘Werkgever illegalen gevangenis in’, Trouw 3 februari 2005.
An., ‘Woede na graaien topambtenaren’, Het Parool 21 oktober 2004.
An., ‘Zalm pakt salarissen aan’, Trouw 7 oktober 2004.
An., ‘Zeevalking: beleid Kosto werkt racisme in de hand’, Het Parool 21 juni 1993.
An., ‘Zeven tbc-gevallen in gevangenis’, Algemeen Dagblad 3 juli 2002.
An., ‘Zieke illegaal leeft vaak berooid op straat’, Amsterdams Stadsblad 15 december
2004.
An., ‘Zieke illegaal weigert vaak zorg van arts’, de Volkskrant 20 januari 2001.
An., ‘Ziekenhuis leert niet van fouten’, NRC Handelsblad 10 november 2004.
An., ‘Ziekenhuis moet scheiden van sponsor’, NRC Handelsblad 9 mei 2000.
An., ‘Ziekenhuis tipt politie over illegale moeder’, Trouw 8 december 2001.
An., ‘Ziekenhuis voor ton opgelicht bij renovatie’, Amstelveens Weekblad 27 oktober
214
2004.
An., ‘Ziekenhuis vraagt om paspoort’, Algemeen Dagblad 5 maart 2003.
An., ‘Ziekenhuis zoekt naar tbc’, Trouw 18 november 2000.
An., ‘Ziekenhuizen in financiële problemen’, Het Parool 28 november 2003.
An., ‘Ziekenhuizen moeten veiliger’, Trouw 11 november 2004.
An., ‘Ziekenhuizen onrechtmatig vergoed’, Medisch Contact 58 (18 april 2003) nr.16,
p. 620.
An., ‘Ziekenhuizen produceren te weinig tegen te hoge kosten’, de Volkskrant
16 december 2004.
An., ‘Ziekte treft Zeeuwse zwanen’, Algemeen Dagblad 10 december 2002.
An., ‘Zoon Mandela aan aids overleden’, Algemeen Dagblad 7 januari 2005.
An., ‘Zorg aan illegalen toereikend’, Algemeen Dagblad 7 juli 2001.
An., ‘Zorg bij VN over jonge asielzoeker Nederland’, NRC Handelsblad 9 oktober
1999.
An., ‘Zorg in uitzetcentrum onder de maat’, Medisch Contact 59 (9 april 2004) nr. 15,
p. 578.
An., ‘Zorg kan ruim drie miljard goedkoper’, Trouw 8 juni 2004.
An., ‘Zorgverzekeraar Agis schrapt kwart banen’, de Volkskrant 24 juni 2004.
An., ‘Zorgverzekeraar wil GG & GD in Amsterdam deels privatiseren’, Trouw
15 januari 1993.
An., ‘Zorgverzekeraars ontdekken meer fraude’, Trouw 21 maart 2005.
An., ‘Zorgverzekeraars woedend over beschuldiging onzorgvuldigheid’,
Trouw 12 december 1996.
An., ‘Zorgverzekeraars zoeken illegalen op’, Amsterdams Stadsblad (editie Zuidoost)
11 mei 2005.
An., ‘Zwakbegaafde Zweden waren proefkonijn bij onderzoek tandbederf’, Trouw
23 september 1997.
An., ‘Zware eis voor frauderende IND’er, Trouw 17 januari 2003.
An., ‘Zwervers worden vaker op tbc onderzocht’, de Volkskrant 14 oktober 1995.
Ayadi, Malika el, ‘Mensenhandel Europees aanpakken’, Trouw 7 november 2003.
Azough, Rachida, ‘LTO erkent illegalen in tuinbouw’, de Volkskrant 12 maart 2004.
B
Balci, Erdal, ‘Turkije tussenstop op weg naar het Westen, Trouw 22 juli 2003.
Baars, H.W.M., ’Opkomst van immigranten voor keuring op tuberculose’, Tegen de
Tuberculose 97 (2001) nr.2.
Baarsel, Mieke van, ’Bitter medicijn’, Cicero (magazine LUMC) 29 augustus 2003.
-------- ‘Nu is alles gericht op productie’, Cicero (magazine LUMC) 3 september 2004,
nr. 10, pp.14-15.
Bailey, Thomas C., W. Claiborne Dunagan, Victoria J. Fraser, e.a., ‘Risk factors for a
positive tuberculin skin test among employees of an urban, midwestern
teaching hospital’, Annals of Internal Medicine 122 (april 1995) nr. 8, pp. 58085.
Banning, Cees, e.a., ‘Wie niet mee wilt doen, sodemietert maar op’, NRC
Handelsblad 26 februari 2000.
Bartstra, Joris, ‘Huisarts en GGD’, Praktijkmanagement voor de huisarts, november
1993.
Bastiaanssen, Marjolein H.H., en Rose Marie S. Doppegieter, ‘Besmettingsgevaar’,
Medisch Contact 58 (11 juli 2003) nr. 28/29, pp. 1122-24.
Bax, Wouter, ‘Brussel verwacht massaal protest’, Trouw 19 maart 2005.
215
-------- ‘Politici in het Noorden moeten helpen een dam op te werpen’, Trouw 31
augustus 2006.
-------- ‘Spanje wil meer hulp Europa tegen illegalen’, Trouw 31 augustus 2006.
Beek, Hélène van, ‘Begrip in spreekkamer beter dan folder’, De Gelderlander
12 mei 1999.
Beer, Paul de, ‘Kabinet remt economisch herstel’, NRC Handelsblad 13 juli 2004.
Bemmel, Noël van, ‘Legitimatie past niet bij ziekenhuis’, de Volkskrant 27 februari
2003.
-------- ‘Meeste fraude zit bij aanbieders van zorg’, de Volkskrant 18 april 2003.
-------- en Ellen de Visser, ‘Honderden miljoenen zorgfraude’, de Volkskrant 30
januari 2003
Benson, R.F en B.S. Fields, ‘Classification of the genus Legionella’, Seminars in
Respiratory Infections, 1998, nr. 13, pp. 90-99.
Bergen, J.E.A.M. van, ‘Stijging aantal hiv-infecties en soa vragen om een actieve rol
van de “eerstelijn”’, Elsevier Gezondheidszorg november 2003, pp. 3-6.
Besseling, Sion, ‘Bedrijven zetten illegalen aan de kant’, Het Parool 13 november
2002.
Best, Martijn van, ’Huisjesmelkerij is kankergezwel’, NRC Handelsblad 19 en 20
november 2005.
Bestuurlijk verslag Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer (MOVB) 1999-2002.
Amsterdam (KLM) september 2003.
Beuker, R.J., O. de Brito, H. Goetz e.a., HIV-surveys bij hoog-risicogroepen in
Rotterdam 2002-2003. Bilthoven (RIVM) 2005.
Bhatti, N., e.a., ‘Increasing incidence of tuberculosis in England and Wales: a
study of the likely causes’, British Medical Journal 1995, nr. 310, pp. 967-69.
Blijker, Jeroen den, ‘Boycot Genthon forse kluif kartelwaakhond’, Trouw 10 mei 2003.
-------- ‘Naar welk ziekenhuis gaat Rein Willems?’, Trouw 11 november 2004.
Blokker, Bas, ‘Huisartsen, postbodes en chauffeurs durven Bijlmer niet meer in’,
NRC Handelsblad 10 februari 1996.
-------- ‘Speurtocht naar spookbewoners’, NRC Handelsblad 14 mei 1996.
Boer, A. de, ‘Een eliminatieplan voor tuberculose in Nederland’, Infectieziekten
Bulletin 11 (2002) nr. 2, pp. 30-32.
Boer, J.W. den, I.H.M. Friesema en J.D. Hooi, ‘Gemelde Legionella-pneumonie in
Nederland, 1987-2000’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 146 (2002)
nr. 7, pp. 315-20.
Boersma, W.G., ‘Assessment of severity of community-acquired pneumonia’,
Seminars in Respiratory Infectections 1999, nr. 14, pp. 103-14.
Bolwijn, Marjon, en Emilie Escher, ‘TBC, de strijd tegen een reislustige bacil’,
Het Parool 30 maart 1996.
Bonvin, L., en J.P. Zellweger, ‘Mass miniature X-ray screening for tuberculosis
among immigrants entering Switzerland’, International Journal for Tuberculosis
and Lung Disease 1992, nr. 73, pp. 322-25.
Boogaard, Frans, ‘De fatale kogel kwam van de buurman’, Algemeen Dagblad 9
oktober 2003.
Boot, H., ‘Inzicht in transmissie en epidemiologie van HBV’, Infectieziekten Bulletin
16 (2005) nr. 8, pp. 280-81.
Boot, H.J., e.a., ’Bescherming van kinderen geboren uit met hepatitis-B-virus
geïnfecteerde moeders’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148 (11
september 2004) nr. 37, pp.1816-1818.
216
Borgdorff, M.W., R. Bwire en S. Verver, ’Dekkingsgraad van tuberculosescreening bij
immigranten: sterke afname bij Vervolgscreening’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 145 (28 april 2001) nr. 17, pp. 823-26.
-------- e.a., ‘Groter sterfterisico onder tuberculosepatiënten in Nederland,
vooral onder patiënten ouder dan 65 jaar, HIV-geïnfecteerden en patiënten
met een maligniteit’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 143 (6 maart
1999) nr. 10, pp. 517-20.
-------- e.a., ‘Tuberculosis elimination in The Netherlands’, Emerging Infectious
Diseases 11 (april 2005) nr. 4, pp. 597-602.
Borst-Eilers, E., ‘Geachte Redactie’, de Volkskrant 15 juli 1998.
Bosje, T., ‘Dwangmaatregelen bij tuberculosepatiënten die behandeling weigeren’,
Tegen de Tuberculose 97 (2001) nr. 3.
Bosma, W., ‘Ambulance moet geen doktertje willen spelen, Algemeen Dagblad
11 augustus 1998.
Bosman, Andrea, ‘Poortwachter van onmondige patiënten’, Trouw 21 september
1996.
Bosman, Frans, ‘Aids viel gevangenisarts niet op’, Het Parool, 4 december 1995.
--------- ‘Half Suriname krijgt pillen uit Bijlmer’, Het Parool 13 november
1992.
--------- ‘Poli heeft eindelijk de ruimte’, Het Parool 28 maart 1996.
Bouma, Joop, ‘Asielzoeker klaagt artsen aan wegens dood vrouw’, Trouw 16 april
2004.
-------- ‘Industrie misbruikt nascholing huisartsen’, Trouw 22 april 2000.
-------- ‘Tien medicijndoden per dag’, Trouw 17 februari 2005.
-------- ‘Twee artsen gewaarschuwd na overlijden Iraanse asielzoekster’, Trouw 16
augustus 2005.
Brandt, Eveline, ‘Medisch onderzoek gestuurd’, Trouw 30 januari 2001.
Braun, J.J., e.a., ‘Buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie: verwekkers en beloop
bij patiënten opgenomen in een algemeen ziekenhuis’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 148 (24 april 2004) nr. 17, pp. 836-40.
Brendel, Carel, ‘Asielzoekers eruit en de Polen erin’, Algemeen Dagblad 20 januari
2005.
-------- ‘Het is aanpassen of opzouten’, Algemeen Dagblad 27 november 2004.
Brico, Rex, ‘Te gast bij moeder Teresa’, Algemeen Dagblad 18 oktober 2003.
Broek, Marc van den, ‘Arts zwijgt niet altijd meer’, de Volkskrant 9 augustus 2003.
--------- ‘Longziekte vaker fataal’, de Volkskrant 18 januari 2003.
--------- ‘Noem man en paard’, de Volkskrant 13 november 2004.
--------- ‘Verpleegduur na herseninfarct kan gehalveerd’, de Volkskrant 25 maart
2004.
Broekmans, J.F., ‘Tussen eliminatie en chaos: op zoek naar de politieke wil’, Tegen
de Tuberculose 96 (2000) nr.1, p.2
--------- en C.L.A. van Herwaarden, ’De behandeling van tuberculose: korter en
krachtiger’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 140 (1996) nr. 44, pp.
2160-63.
Brouwer, M.A., en S.T. Keizer, ‘Tuberculose bij asielzoekers’, Infectieziekten Bulletin
14 (2003) nr. 2 (zonder pag.nr.).
Brugh, Marcel aan de, ‘De zelfdenkende kas’, NRC Handelsblad 16 januari 2004.
Bruins, H., Mantoux skin testing and isoniazid prophylaxis in The Netherlands Army
(proefschrift). Rotterdam (Erasmus Universiteit) 1999.
217
Bruinsma, Jet, ‘Concurreren met prijzen lost niets op’, de Volkskrant 13 december
2004.
-------- ‘KLM en ABN Amro krijgen bedrijvenpoli in VU-ziekenhuis, de Volkskrant
1 november 2004.
-------- ‘NMa vermoedt kartel psychologen’, de Volkskrant 3 oktober 2003.
-------- ‘Reserves Ziekenhuis gedaald’, de Volkskrant 15 mei 2003.
-------- ‘Topsalaris in zorg met 40 procent toegenomen’, de Volkskrant 10 oktober
2003.
Brink, W. van den, G.H.A. van Brussel, M.C.A. Buster, e.a., ‘Incidence of
tuberculosis among drugaddicts in Amsterdam methadone programmes’,
European Journal for Public Health 5 (1995) nr. 4, pp. 253-58.
Buddingh, Hans, ‘Geboortecijfer EU niet eerder zo laag’, NRC Handelsblad 7 januari
2000.
Buf-Vereijken, P.W.G. du, e.a., ‘Swelling of hand and forearm caused by
Mycobacterium bovis’, The Netherlands Journal of Medicine 54 (1999) nr. 2,
pp. 70-72.
Bunnik, S., Notitie Stand van zaken Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer,
Amsterdam (Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuidoost) 11 februari 2003.
C
Calkoen, Theo, ‘Koppel tuchtcolleges los van Justitie’, Mednet 4 juni 2004, nr.10,
pp.18-20.
Cerda de Palou, E., e.a., ‘Een kind met meningo-encephalitis tuberculosa, door DNA“fingerprinting” in verband gebracht met een micro-epidemie van tuberculose
in Zuid-Limburg, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 143 (4 september
1999) nr. 36, pp. 1816-19.
-------- ‘Lymfadenitis als complicatie na vaccinatie met Bacillus Calmette-Guérin
(BCG)’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (22 maart 2003) nr. 12,
pp. 569-72.
Chin A Fo, Hanneke, ‘Overleven dankzij de regels’, NRC Handelsblad 28 oktober
2004.
-------- ‘Overlevingskans na een beroerte wisselt sterk’, NRC Handelsblad 28 oktober
2004.
Clevers, Richard, ‘Viervoeter zelfs op reis verzekerd’, Algemeen Dagblad 9 maart
2005.
Cobelens, F.G.J., e.a., ‘Beperkte deelname aan tuberculinescreening naar landen
met hoge tuberculose-incidentie; reden om voor sommigen BCG-vaccinatie te
overwegen’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (22 maart 2003)
nr. 12, pp. 561-65.
Coevorden, R.S. van, N. Mensing van Charante en H.M. Laane, ‘Euthanasie
demente patiënten’, Medisch Contact 55 (14 januari 2000) nr. 2, p. 43.
Colditz, G.A., e.a., ‘Efficacy of BCG vaccine in the prevention of tuberculosis.
Meta-Analysis of the published literature’, Journal of the American Medical
Association 1994, nr. 271, pp. 698-702.
Commissie voor Practische Tuberculosebestrijding, Beleid ten aanzien van
risicogroepen voor tuberculose in Nederland. Den Haag (Koninklijke
Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding der Tuberculose) 1995.
Comstock, G.W., e.a., ‘The prognosis of a positive tuberculin reaction in
childhood and Adolescence’, American Journal of Epidemiology 1974, nr. 99,
pp. 131-38.
218
Conyn-Van Spaendonck, Marina, ‘Ingezonden brief’, Medisch Contact 58 (25 juli
2003) nr. 30/31, pp. 1152.
Cotterell, Violet, ‘OM misleidde de rechtbank’, Het Parool 5 juli 1996.
Coutinho, R.A., H. van Deutekom, M.W. Langendam, e.a., ‘Tuberculose bij HIVpositieve en HIV-negatieve drugsgebruikers in Amsterdam’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 142 (24 januari 1998) nr. 4, pp. 184-89.
-------- A. Leentvaar-Kuijpers, G.E. Manos, e.a., ‘Tuberculin and “multitest” skin-tests
in drug abusers’, (ingezonden brief), The Lancet 1987, nr. 2, pp. 567-68.
Couzy, Michiel, ‘De miljarden liggen voor het oprapen’, Het Parool 16 oktober 2004.
-------- ‘Opbrengst vaak nog een schamel bedrag’, Het Parool 16 oktober 2004.
-------- ‘Vrees voor etnische spanning’, Het Parool 25 oktober 2004.
Craen, A.J.M. de, ‘Informed consent en prerandomisatie’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 144 (1 juli 2000) nr. 27, pp. 1301-03.
Crommentuyn, Robert, ‘Nu investeren in infectieziektenbestrijding’, Medisch Contact
58 (17 oktober 2003) nr. 42, pp. 1598-99.
Crul, B.V.M., e.a., ‘Informed consent alleen door bekwaam, bevoegd en deskundig
arts’, Medisch Contact 56 (1 juni 2001) nr. 22, pp.875-76.
-------- ‘Met één voet in de gezondheidszorg’, Medisch Contact 4 maart 2005,
pp. 344-47.
D
Danhof, Ellen, ‘Minder patiënten verzekerd’, Algemeen Dagblad 11 oktober 2003.
Das, C., en G. van der Wal, ‘Het beroepsgeheim en de forensische geneeskunde’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (18 oktober 2003) nr. 42, pp.
2076-9.
Dekker, Wilco, en Ferry Haan, ‘De Geus wil topinkomen aanpakken’, de Volkskrant
18 april 2003.
Derksen, Deedee, ‘Het Paspoort komt volgende week’, Volkskrant Magazine 1 juni
2002.
-------- ‘Utrecht remt komst prostituees af’, de Volkskrant 11 november 2004.
Deutekom, H. van, ‘Tuberculose anno 1999’, Modern Medicine 1999, nr 12, pp.
1024-29.
--------- ‘Tuberculose in Amsterdam in de 21ste eeuw nog steeds actueel’,
Infectieziekten Bulletin 13 (2002) nr. 4, pp.150-52.
-------- en G.H.C. Mientjes, ’Tuberculose bij druggebruikers in Amsterdam’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 135 (1991) nr. 23, p. 1060.
Dicke, Matthijs en Alex van Stipriaan Luiscius, ‘De zweep erover’, Algemeen Dagblad
Magazine 30 juni 2001.
Diekman, Annemieke, ‘Je moet nu van het leven genieten’, de Volkskrant 8 februari
2005.
Diemer, Riet, Beroerte niet langer stiefkindje van gezondheidszorg’, Trouw 4 april
1997.
Dijkgraaf, P.C., S.T. Keizer en M. Vis, ‘Heesheid: een onbekend symptoom van een
oude ziekte’, Tegen de Tuberculose 1997, nr. 2, pp. 33-36.
Dijkman, J.H., ‘Tuberculose: niet meer zo zeldzaam’, De papieren visite 13
(14 december 1996) nr. 20.
-------- ‘Tuberculostatische middelen’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
131 (1987) nr. 42, pp. 1845-49.
Dijkshoorn, H., H.J. Schilthuis, e.a., ‘Onvoldoende bereik van reizigersadvisering
over infectieziektepreventie onder autochtone en allochtone Amsterdammers’,
219
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (april 2003) nr. 14, pp. 658-62.
Dijkstra, Annelieke, ‘Artsen Savanna nalatig’, Algemeen Dagblad 2 juni 2005.
-------- ‘Kleuter van school wegens seksueel misbruik’, Algemeen Dagblad 20
november 2003.
-------- ‘Pleegmoeder gestraft voor hulp kind’, Algemeen Dagblad 22 maart 2005
-------- ‘Zoveel Savanna’s’, Algemeen Dagblad 26 maart 2005.
-------- en Sandra Donker, ‘Verdonk: Niet te vlug zijn met uitzetting’, Algemeen
Dagblad 18 november 2004.
Dijsselbloem, Jeroen, e.a.,‘Huisjesmelkers harder aanpakken’, Trouw 23 oktober
2003.
Dinther, Marc van, ‘Asielzoekers gezocht met slechte gebitten’, de Volkskrant 3 juli
1999.
Dirks, Bart, ‘Bende mensenhandelaars bestraft’, de Volkskrant 13 augustus 2003.
-------- ‘Busjes vol illegalen rijden af en aan richting kassen’, de Volkskrant 22
juni 1999.
-------- ‘De terugkeer van de oude koppelbaas’, de Volkskrant 16 april 2002.
Doggers, Robert, ‘Op graf 615 staat een naam, Baraya’, Het Parool 4 augustus 2003.
Dohmen, Joep, ‘Enorme legionellaoperatie’, NRC Handelsblad 13 oktober 2000.
-------- ‘Legionella Curaçao trof meer mensen’, NRC Handelsblad 19 februari 2000.
-------- ‘Legionella in hotels geheimgehouden’, NRC Handelsblad 21 september 2000.
-------- ‘Legionella in ministerie Zalm’, Algemeen Dagblad 3 oktober 2000.
-------- ‘Nederlandse slachtoffers van legionellahotels in Zuid-Europa’, NRC
Handelsblad 30 september 2000.
-------- ‘Opnieuw een man overleden aan legionella, NRC Handelsblad 28 april 1999.
-------- en Wim Köhler, ‘Dode leidingen’, NRC-Handelsblad 24 november 2001.
Dôme, Benoît, ‘Voorkomen van legionella is beter dan genezen’, Algemeen Dagblad
4 december 2001.
Doorduyn, Yvonne, ‘Te weinig mensen uit bijstand weer aan het werk’, de Volkskrant
14 januari 2005.
-------- ‘Zwartwerk naast uitkering onbestraft’, de Volkskrant 1 oktober 2004.
-------- en Marc Peeperkorn, ‘Acht dagen dienstreis, één dag iets te doen’, de
Volkskrant 23 oktober 2004.
-------- ‘Coalitie wil lonen onder minimum’, de Volkskrant 14 oktober 2004.
Doppegieter, Rose Marie S., ’Noodzaak voor inbreuk op privacy?’, Medisch Contact
17 juni 2005 (nr. 24), p. 1152.
Doveren, R.F.C., S.T. Keizer, e.a., ‘Verband tussen 2 tuberculose-explosies na 8 jaar
bewezen door DNA-“fingerprinting” van de oorspronkelijke mycobacteriën’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 142 (24 januari 1998) nr. 4, pp. 18992.
Dubbeld, Richard, ‘Ahoy’ voor even een schreeuwpaleis’, Algemeen Dagblad 1 april
2004.
Dute, J.C.J., ‘Het ontwerp Infectieziektewet’, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 1997,
nr. 21, pp. 394-408.
-------- ‘Wettelijke regels voor de infectieziektebestrijding: sluitstuk van preventie’,
Medisch Contact 49 (13 mei 1994) nr. 49, pp. 653-54.
-------- en J.K. van Wijngaarden, ‘Infectieziektenwet: nieuwe wetgeving voor de
infectieziektebestrijding’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 143 (1999)
nr. 20, 1049-53.
Duursma, Mark, ‘Het geloof kan lacunes in kennis niet vullen’, NRC Handelsblad
220
1 juni 2005.
E
Ebben, Maria, ‘Justitie onderzoekt fraude zorg’, Medisch Vandaag 5 februari 2003.
--------- ‘Opzeggen behandelrelatie moeilijke zaak’, Medisch Vandaag 18 december
2002.
Egten, Corine, e.a., Illegalen in beeld?, een inventarisatie in gemeenten. Amsterdam
(SGBO) 2004.
Eindrapport Parlementaire Enquête Vliegramp Bijlmermeer. Den Haag (Tweede
Kamer) 1999.
Engelen, Marcel van, ‘Explosie van hiv in de Bijlmer’, Het Parool 6 december 2003.
-------- ‘Illegalen in Amsterdam: theorie en praktijk’, Het Parool 26 januari 2001.
-------- ‘Laatste Bijlmerflats zitten boordevol problemen’, Het Parool 9 november
2002.
Epema, H.G., Illegaal: een zorg(e)loos bestaan? Een inventariserend onderzoek
naar de hulpverlening aan illegalen in Utrecht. Utrecht (GGD, Afdeling
Maatschappelijke Gezondheidsbevordering en Zorg) 1997.
Erkelens, D.W., ‘Artseneed aan herziening toe: wettelijke verantwoordelijkheid’,
Medisch Contact 56 (5 oktober 2001) nr. 40, pp.1461-64.
Es, Kurt van, ‘Men verwijt mij dat de realiteit niet anders is’, Het Parool 18 november
1992.
--------- ‘Nordholt wijst uitzetten ‘gesettelde’ illegalen af’, Het Parool 18 november
1992.
Es, S. van, K. Fogelberg, M. van den Muijsenbergh, ‘Vreemde tijden’, Medisch
Contact 55 (3 maart 2000) nr. 9, p 307.
Escher, Emilie, ‘De Witte Jas, hulp voor paria’, Het Parool 12 december 1994.
Etkind, S.C., en J. Veen, ‘Contact follow-up in high- and low-prevalence countries’.
In: Reichman, L.B., en E.S. Hershfield (red.), Tuberculosis. A comprehensive
international approach. New York (Marcel Dekker) 2000, pp. 377-99.
Evenblij, Maarten, ’Medisch handelen is minder wetenschappelijk gefundeerd dan we
dachten’, de Volkskrant 13 februari 1993.
Evertse, A.J., ‘Kwaliteit in gevaar’, Medisch Contact 59 (22 oktober 2004) nr. 43, pp.
1674-76.
F
Fauwe, Loes de, ‘Die blonde meid van de Kijk-pagina’, Het Parool 30 augustus 2003.
-------- ‘En over het meisje geen woord’, Het Parool 27 maart 2002.
-------- ‘Legalisering helpt prostituee niet’, Het Parool 24 november 2004.
Feenstra, Gerbrand, ‘Uit markt halen geneesmiddel blokkeert sepsis-onderzoek’,
de Volkskrant 26 januari 1993.
Feenstra, Perry, ‘Verzekeraars vrezen leger onverzekerden’, Trouw 26 november
2005.
Fijter, Nico de, ‘Asielzoeker krijgt veel te weinig geld’, Trouw 24 december 2004.
-------- ‘Asielzoeker medisch miskend’, Trouw 18 maart 2004.
-------- ‘Asielzoeker medisch niet miskend’, Trouw 19 maart 2004.
-------- ‘Wachten op verwijdering’, Trouw 28 juni 2004.
Fontani Philip, ‘Zoeken naar legionella heeft weinig zin’, Algemeen Dagblad
4 oktober 2000.
Fraaij, P.L.A., e.a., ‘Therapieontrouw HIV-geïnfecteerde kinderen, Medisch Contact
59 (5 november 2004) nr. 45, pp. 1792-95.
Franke, Bep, ‘Stroke Services in Nederland: geen witte vlekken meer’, The Stroke
221
Services 5 (3 oktober 2003) nr. 3.
Fros, K., ‘Illegale arbeid’ (ingezonden brief), Algemeen Dagblad 28 december 2005.
G
Gebouw van leugens. Amsterdam (Autonoom Centrum) 1993.
Geelen, E.G.M., e.a., ’Onnodig ongerust: ervaringen van zwangeren met
risicoschattende testen’, Medisch Contact 59 (5 november 2004) nr. 45, pp.
1710-1773.
Geelen, S.P.M., ‘HIV-infectie bij kinderen en preventie van moeder-kindoverdracht’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 146 ( 6 juli 2002) nr. 27, pp. 126164.
Gelder, Arno, ‘Nooit achterover leunen’, Algemeen Dagblad 3 september 1999.
Gelderen, Ron van, ‘Pak nu eindelijk de opdrachtgevers eens aan’, de Volkskrant
10 november 1991.
Gerven, P.J.H.J., J.V. Kuyvenhoven en C.B.S. van Lambregts-Weezenbeek,
‘Epidemiologie en bestrijding van tuberculose in Nederland’, Nederlands
Tijdschrift voor Medische Microbiologie 2002, nr.10, pp. 41-45.
Geuns, H.A. van, ‘De tuberculosebestrijding in Nederland’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 126 (1982), pp. 482-85.
Gezondheidsraad, Rapport van de BCG-Commissie. Den Haag (Staatsuitgeverij)
1959.
Gezondheidsraad (Commissie WBO), Wet Bevolkingsonderzoek: tuberculose. Den
Haag (Gezondheidsraad) 1999.
Gollin, Rob, ‘Bijlmer gevaarlijk?’, de Volkskrant 10 februari 1996.
Gooren, Pauline, Amsterdam-Bijlmer/Arena: Brasserie ‘Het Vervolg’, De corridor 2,
vrijdag 3 oktober 2003, en interview Blakka Makka, Radio Mart (Salto)
5 oktober 2003.
Gorp, E.C.M. van, ‘Welke factoren bepalen de toenemende incidentie van
tuberculose?’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 139 (7 oktober 1995)
nr. 40, pp. 2055-56.
Graaf, F. de, en C. Lameer, Medisch beroepsgeheim onder druk. Utrecht
(Molengraaf Instituut/ Universiteit van Utrecht) 1995.
Graaf, Peter de, ’Illegale prostitutie is als waterbed’, de Volkskrant 10 oktober 2002.
-------- ‘Toestroom werknemers Oost-Europa’, de Volkskrant 16 mei 2003.
Graaf, Maarten van der, ‘Verlossen in de Bijlmer’, de Volkskrant, 21 juli 2004.
Greef, Peter de, ‘De dode illegaal in de gierput’, de Volkskrant 26 januari 2004.
Grenshospitium. Den Haag, (ministerie van Justitie) 1992.
Grimont P.A., Y. Lasne, F. Lo Presti, e a., ‘Legionella taurinensis sp. Nov.: a new
species antigenically semilar to Legionella spiritensis,’ International Journal of
Systematic and Evolutonary Microbiology (1999) nr. 49, dl. 2, pp. 397-403.
Groenendijk, Bas, ‘Ziekenfonds voor hond en kat’, Algemeen Dagblad 17 oktober
2002.
Groenendijk, Peter, ‘Illegalen met tbs uitgezet’, Algemeen Dagblad 7 november
2005.
-------- ‘Meer illegalen in zware misdaad’, Algemeen Dagblad 26
november 2004.
-------- ‘Schiphol spil in mensensmokkel’, Algemeen Dagblad 20 januari
2005.
-------- en Dénis van Vliet, ‘Pornobende opgerold’, Algemeen Dagblad 14 mei 2004.
-------- en Dénis van Vliet, ‘Vrouw naakt op de vlucht’, Algemeen Dagblad 14 mei
222
2004.
Gruyter, Rentsje de, ‘Er is veel wangedrag in de wetenschap’, NRC Handelsblad
28 juli 2001.
Guld, J., e.a., ‘Standardization of a new batch of purified tuberculin (PPD) intended
for international use’, Bulletin WHO 1958, nr. 19, pp. 845-951.
Gunning-Schepers, L.J., ‘Nieuwe geneesmiddelen voor iedereen’, NRC Handelsblad
26 en 27 februari 2005.
-------- en Ivan Wolffers, ‘Alle zorg voor patiënten’, NRC Handelsblad 27 december
2005.
H
Haes, J.C.J.M. de, M. Levi, M.A.F. Nievaard e.a., ‘Redenen voor patiënten om (niet)
te participeren in klinische trials; een systematisch literatuuroverzicht’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 14 (24 januari 2004) nr. 4, pp.18690.
-------- e.a., ‘De uitvoering van de WGBO valt tegen’, Medisch Contact 54 (23 april
1999) nr.16, pp. 578-81.
Hakkenes, Emiel, ‘Condoompledooi van roepende in de woestijn’, Trouw 5 november
2005.
Haks, K., ‘Aangifte van Hepatitis B in 2001’, Infectieziekten Bulletin 13 (2002) nr. 8,
pp. 296-99.
Halberstadt, Jutka, ‘GGD: aanpak legionella verkeerd’, de Volkskrant 21 mei 2001.
Haveman, Ben, ‘Berichten van het poetsfront’, de Volkskrant 6 oktober 2003.
-------- ‘Tussen wanhoop en wantrouwen’, de Volkskrant 22 oktober 2004.
Heertje, Arnold, ‘Zwart werk moet uit de schemerzone’, NRC Handelsblad 28 oktober
2003.
Heese, Ruud van, ‘Verbod op slaan kinderen’, Trouw 26 november 2004.
-------- en Cees,van der Laan, ‘Minder ruimte voor nuances op Justitie’, Trouw
2 november 2004.
Hegener, Michiel, ‘Ook een gratis dier is duur’, NRC Handelsblad 2 en 3 oktober
2004.
Heijmans, Toine, ‘Medische zorg illegalen is belabberd’, de Volkskrant 19 januari
2000.
-------- ‘Nierdialyse voor dubieuze debiteuren’, de Volkskrant 10 januari 2000.
-------- en Bas Mesters, ‘Onverzekerde jaagt ziekenhuis op kosten’, de Volkskrant
6 januari 2000.
Hengel, W. van, ‘Helpen met hart en handen’, Reformatorisch Dagblad 27 juli 1996.
Hesdahl, B., en A.P. Verhoeff (red.), Gezond Leven in Gezond Amsterdam. Nota
volksgezondheidsbeleid 2004-2007. Amsterdam (GG&GD) 2004.
Hest, N.A.H. van, e.a., Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (20 september
2003) nr. 38, pp. 1825-29.
Herderscheê, Gijs, ‘Aantal armen met baan neemt fors toe’, de Volkskrant 14 januari
2005.
Heuvel, Hans van den, ‘Nieuwe sociale morele orde gezocht voor liberale waarborgstaat’, Trouw 13 september 1996.
Hillers, Roy, Philip Jie en Ina van Peperstraten, ‘Koppelingswet’, Surinaams
Inspraakorgaan maart 1996.
Hoebe, C.J.P.A., ‘Infectieziektebestrijding vraagt sterk systeem’, Infectieziekten
Bulletin 15 (2004) nr. 9, pp. 328-30.
Hoenderdos, Daniël, ‘Groot tbc-onderzoek in Zeist’, NRC Handelsblad, 28 januari
223
2005.
Hoepelman, I.M., J.W.J. Lammers, A.P.E. Sachs, e.a. ‘Angelsaksische richtlijnen
voor de behandeling van thuis opgelopen pneumonie ook in Nederland
toepasbaar’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 141 (1997) nr. 33, pp.
1597-601.
Hombergh, J. van den, ‘Reizigers en tuberculose’, Tijdschrift voor Huisartsgenees
kunde 16 (augustus 1999) nr. 7/8, pp. 371-73.
Hon, Maaike de, ‘GG&GD verkent de wereld’, Magazine Amsterdam 4 (2003) nr.9.
Hoogervorst, H., ‘Staat van de Gezondheidszorg 2005. Openbare Gezondheidszorg’,
kenmerk PG/OGZ 2.627.342, Den Haag, Inspectie voor de Gezondheidszorg,
2005.
-------- ‘Versterken infectieziektebestrijding’, kenmerk PG/ZP 2.507.890, Den Haag,
minsterie van VWS, 2004.
Hoogerwaard, John, ‘Hulp aan illegaal of krachtiger aanpak van uitbuitende
koppelbaas’, Trouw 7 december 2002.
Horsten, Hans, ‘Tbc is een opportunistische ziekte’, de Volkskrant 19 januari 1995.
Houweling, H., ‘Commissie Vaccinatie van kinderen van HBsAg-positieve moeders.
Gezondheidsraad adviseert actieve aanpak’, Infectieziekten Bulletin 14
(1 september 2003) nr. 8, pp. 269 -71.
Huisjes, Bert, ‘Kamer wil opheldering over weigeren patiënten’, Algemeen Dagblad
11 maart 1997.
Hurkmans, Marjolein, ‘Leven in angst’, De Telegraaf 30 april 2005.
Hustinx, P.J., ‘Algemene Identificatieplicht ondoordacht’, NRC Handelsblad 13
februari 2003.
Huysing, Renske, ‘Zwart werken kan gemakkelijk legaal’, Trouw 7 oktober 2004.
I
Infuso, A., B. Hubert en J. Etienne, ‘Underreporting of legionnaires’ disease in
France: the case for more active surveillance’, Eurosurveillance (1998) nr. 3,
pp. 48-50.
Index Tuberculosis 1996. Den Haag (KNCV) 1997.
Index Tuberculosis 1997. Den Haag (KNCV) 1998.
Index Tuberculosis 1999. Den Haag (KNCV) 2001.
Index Tuberculosis 2000. Den Haag (KNCV) 2003.
Inspectie voor de Gezondheidszorg en Ziekenfondsraad, ‘Bloedonderzoek in de
zwangerschap: zwangerschapsimmunisatie, hepatitis-B en lues’, Bulletin van
het Staatstoezicht op de Volksgezondheid 1998.
Israëls, Han, en Annet Mooij, Aan de Achtergracht. Honderd jaar GG & GD
Amsterdam. Amsterdam (Bert Bakker) 2001.
IUAT Committee on Prophylaxis, ‘Efficacy of various durations of isoniazid preventive
therapy for tuberculosis: five years of follow-up in the IUAT trial’, Bulletin WHO
1982, nr. 60, pp. 555-64.
J
Jaarboek van Het Amsterdamse Bureau voor Onderzoek en Statistiek. Amsterdam
(Bureau O + S) 1998.
Jager, Paul-Kleis, ‘Poolse loodgieter mobiliseert Frans onbehagen over Europa’,
Trouw 19 maart 2005.
-------- ‘Zapatero wil recht doen aan illegalen met baan’, Trouw 7 februari 2005.
Jansen, Jaap, ‘PvdA: Nederland, let op uw mensenrechten’, Algemeen Daglad
11 april 2001.
224
Janssen, Caspar, en Ellen de Visser, ’Besmetting HIV stijgt explosief’, de Volkskrant
21 juni 2003.
Janssen, Roel, ‘We gaan geen muur om Nederland bouwen’, NRC Handelsblad 1
februari 2005.
Jong, Annet de, en René Steenhorst, ‘AMC onderzoekt Legionella-zieken’, De
Telegraaf 23 maart 1999.
Jong, Flip de, ‘Zieke illegale’, De andere wereld 7 januari 1996, Radio 1.
Jong, Joost de, Interview, NOS Journaal 3 oktober 2003, 15:15 uur, Radio I.
Jorritsma, Elsje, ‘Illegale arbeid is goed voor de productiviteit’, NRC Handelsblad
15 december 2005.
Juffermans, N.P., e.a., ’Karakterisering van 100 patiënten met tuberculose behandeld
in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 142 (24 januari 1998) nr. 4, pp. 180-84.
Jungschleger, Ineke, ‘Sommige jonge criminelen worden nooit normaal’,
de Volkskrant 31 mei 2001.
K
Kalse, Egbert, en Guus Valk, ‘Eenzame Verdonk zwicht voor nijdige Kamer’,
NRC Handelsblad 17 mei 2006.
-------- ‘Niemand heeft nog greep op Rita Verdonk, NRC Handelsblad 19 mei 2006.
Kamerbeek, J., e.a., ‘Simultaneous detection and strain differentiation of
Mycobacterium tuberculosis for diagnosis and epidemiology’, Journal for
Clinical Microbiology 1997, nr. 35, pp. 907-14.
Kammer, Claudia,’We stuiten op allerlei criminele activiteiten’, NRC Handelsblad 26
en 27 november 2005.
Kehla Wirnkar, Jude, ‘Wie zijn mijn bovenburen?’, Het Parool 7 april 2004.
Keken, Kim van, ‘Een graf zonder een naam voor een illegaal’, de Volkskrant 26 juli
2003.
-------- ‘Illegale werkbemiddeling kost miljoenen’, de Volkskrant 7 april 2004.
-------- ‘Onderzoek naar grenshospitium’, de Volkskrant 5 augustus 2003.
Kerk, A. van der, RTL-4-Nieuws, 2 augustus 2002, 19.30 uur.
Ketelaar, Titia, ’Een leger van spookarbeiders’, NRC Handelsblad 15 oktober 2004.
Keuker, Joyce, ‘CNV Bedrijvenbond zet deur open voor illegale schoonmaker’, Trouw
8 september 2006.
-------- ‘Hoe meer werk, hoe beter’, Trouw 8 september 2006.
Kiene, Aimée, ‘Geen plek om te slapen, geen geld, wel zwanger’, de Volkskrant 19
november 2004.
Kiers, A., e.a., ‘Grensoverschrijdende bronopsporing bij tuberculose door DNA“fingerprint”-techniek, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 140 (1996) nr.
46, pp. 2290-93.
Kievits, F., en M.T. Adriaanse, ‘Niet verzekerd tegen ziektekosten’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (2003) nr. 48, p 2395-96.
Kingma, J. Herre, ‘Inspectie vraagt om uitkomstindicatoren’, Medisch Contact 58 (25
juli 2003) nr. 30/31, p. 1184.
Kleijwegt, Margalith, ‘De jacht op illegalen’, Vrij Nederland 2 april 1994.
Klingeren, B. van, C.S.B. Lambregts-van Weezenbeek en J. Veen, ‘Resistentie bij
Mycobacterium tuberculosis in Nederland’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 140 (1996) nr. 44, pp. 2187-91.
Klipp, Mijntje, ‘Andere opzet nodig voor ambulances’, Het Parool 19 januari 2000.
-------- ‘GGD-directeuren geloven in preventie’, Het Parool 14 mei 2005.
225
-------- ‘Lenen verzekeringspasje schering en inslag’, Het Parool 19 mei 2005.
-------- ‘Paraatheid ambulance deugt niet’, Het Parool 15 januari 2000.
-------- ‘Tbc-patiënten krijgen eigen streepjescode, Het Parool 26 augustus1995.
-------- ‘Uitbreiding hulp geslachtsziekten’, Het Parool 25 februari 2004.
-------- ‘Vrees voor golf onverzekerden’, Het Parool 14 mei 2005.
Klok, Pieter, en Xander van Uffelen, ‘Steeds meer geld naar directies goede doelen’,
de Volkskrant 23 oktober 2004.
Knoppers, W.J., e.a., ’Soa en HIV bij asielzoekers met seksueel misbruik in de
anamnese’, Infectieziekten Bulletin 15 (2004) nr. 3, pp. 96-100.
Knotter, Jaap, Dirk J. Korf, Erica van Vliet, e.a., Tippelen na de zone.
Straatprostitutie
en prostitutie in Amsterdam. Amsterdam (UvA / Bonger Instituut), 2005.
Koch, R., ‘Über bacteriologische Forschung’, Deutsche Medizinische
Wochenschrift 1890, nr. 16, pp. 756-77.
Koch, Han, ‘Armoede hoeft niet’, Trouw 19 januari 2005.
Koedijk, F.D.H., e.a., ‘Aangifte acute hepatitis B in 2003’, Infectieziekten Bulletin
16 (2005) nr. 1, pp. 15-17.
-------- e.a., ‘Chronische hepatitis B infecties in Nederland, een overzicht van 20012003’, Infectieziekten Bulletin 16 (2005) nr. 1, pp. 18-22.
Koelewijn, Jannetje, ‘Content na Sylvia Tóth’, NRC Handelsblad 6 mei 2004.
Koelewijn, Rinskje, ‘Politie op zoek naar onzichtbare hoeren’, NRC Handelsblad 7 en
8 mei 2005.
Köhler, Wim, ‘De beste prik’, NRC-Handelsblad 1 mei en 2 mei 2004.
-------- e.a., ‘Bacterieflora. Sterfte legionella onderschat’, NRC Handelsblad 28
augustus 1999.
Koier, I.J., en M.C.S. Vogelesang, Medisch Contact 55 (18 februari 2000) nr. 7,
p. 234.
Kok, Marie, en Frans Sikken, ‘Tweedeling op straat’, Medisch Contact 61 (19 mei
2006) nr. 20, p.843.
Koning, Petra de, ‘Illegale kinderen uit huis geplaatst’, NRC Handelsblad 8 en 9
februari 2003.
-------- ‘Kinderloterij’, NRC Handelsblad 8 en 9 februari 2003.
Kool, J.L., Preventing Legionnaires’ disease (proefschrift). Amsterdam (Universiteit
van Amsterdam) 2000.
Kooij, Anneke, ‘Meer tuberculose door uitbreiding van EU’, NRC Handelsblad
10 oktober 2003.
Kooij, Evert, ‘Legionella ook in huis te lijf’, Algemeen Dagblad 17 februari 2004.
Koolwijk, Quirien van, ‘Concurrentie op prijs in zorg’, NRC Handelsblad 12 maart
2004.
Koper, Arnold, en John Wanders, ’Daar is geen commissaris voor nodig’,
de Volkskrant 30 november 1992.
Korteweg, Esther, ‘Vrouwenhandel verkeerd bestreden’, Trouw 15 juli 2003.
Koster, Ben, NOS-Journaal, 11 februari 2005, Radio I.
Kottman, Pieter, ‘Vernietigend rapport over integratie’, NRC Handelsblad 25
november 2004.
Koop, Peter, en Robbert Salome, ‘Tuinders in wiet’, Algemeen Dagblad 6 december
2005.
-------- ‘Westland massaal in hennep’, Algemeen Dagblad 6 december 2005.
Kreulen, Edwin, ‘Verbod op tik is goed signaal’, Trouw 8 december 2004.
226
Kromhout, Bas, en Frans Smits, ‘Nederlandse tolerantie is voorbeeld voor Europa’,
Historisch Nieuwsblad 15 oktober 2004.
Kruijt, Michiel, ‘Integreren was nooit een plicht’, de Volkskrant, 30 september 2003.
-------- ‘Werkzoekende allochtoon niet/wel gediscrimineerd’, de Volkskrant 15 april
2005.
Kruyswijk, Marc, ‘Een eengezinswoning met 15 mannen’, Algemeen Dagblad
18 september 2003.
-------- ‘Meer klachten over huisjesmelkers’, Algemeen Dagblad 18 september 2003.
-------- ‘Khalid wil thuis zijn ogen sluiten’, Algemeen Dagblad 16 augustus 2002.
-------- ‘Vergunning komt te laat, Khalid sterft in ziekenhuis’, Algemeen Dagblad
17 augustus 2002.
Kuiper, Theo, ‘Huisarts verwijt GG & GD dood van onverzekerde man’, De Telegraaf
31 oktober 1995.
Kuyvenhoven, J.V., Modern Outbreak Management in de Nederlandse TBbestrijding. Amsterdam (KNCV Tuberculosefonds) 2005.
L
Laarhoven, J.F. van, F.G.J. Cobelens en E.A.M. Mensen, ‘De tuberculinetest in
Nederland: nieuw beleid voor een oude test; richtlijn van de Commissie voor
Praktische Tuberculosebestrijding,’ Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
147 (22 maart 2003) nr. 12, pp. 543-46.
-------- S.T. Keizer, e.a., ‘Transmissie van multiresistente tuberculose in een
Nederlands ziekenhuis’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 140
(16 november 1996) nr. 46, pp. 2293-95.
-------- en J.J. Polder, ‘Tuberculose loopt aardig in de papieren’, Infectieziekten
Bulletin 14 (2003) nr.10, 2003, pp. 345-46.
-------- en W.H. Scharwächter, ‘Communiceren met allochtone
patiënten’, Medisch Contact 55 (26 mei 2000) nr. 21, pp. 784 - 87.
Lammers, Esther, ‘Staatssecretaris: Rem op toevloed Polen’, Trouw 22 januari 2005.
Lammers, W., e.a., Algemene Farmacotherapie. Het geneesmiddel in theorie en
praktijk. Leiden (Stafleu) 1975.
Lange, J., ‘De voortdurende strijd tegen de aids-epidemie’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde (studenteneditie) 7 (december 2004) nr. 4, p. 80.
Ledegang, Nienke, ‘Te moeilijk voor de opvang’, Trouw 27 maart 2002.
Leemhuis-Stout, J.M., en P.A.M. Vierhout, ‘Ziekenhuizen leren van fouten’, NRC
Handelsblad 15 november 2004.
Legemaate, Johan, e.a., Kwaliteitsmanifest. Utrecht (KNMG Federatiewerkgroep
Kwaliteit) 2003.
Lens, Peter, (Inspecteur voor de Gezondheidszorg), ‘Koeriers met coke zijn plaag’,
Het Parool 18 mei 1996.
Ley, Eddy van der, ‘Burgemeester in de bres voor Congolees gezin’, Algemeen
Dagblad 28 december 2004.
Limpt, Cokky van, ‘Jodenhaat? Voor Levie niks bijzonders’, Trouw 2 juni 2004.
-------- ‘Respect bereikt meer dan excuus’, Trouw 4 mei 2004.
Linden, Frénk van der, ‘Formeel ben ik medeverantwoordelijk voor moord’,
NRC Handelsblad 9 december 1995.
Lingen, Marcel van, en Henk Schutten, ‘Bolkestein: hongerenden niet welkom’,
Het Parool 25 augustus 1993.
Lit, Anya van, ‘De nieuwe emigranten’, Trouw 27 september 2004.
Loeber, R., ‘De traan van de hulpverlener’, Amsterdams Stadsblad (editie Zuidoost) 2
227
oktober 2002.
Loenen, A.C. van, Farmacotherapeutisch Kompas. Amstelveen (Uitgave van de
Commissie Farmacotherapeutisch Hulp vanhet College voor
zorgverzekeringen Amstelveen) 2002.
Loenhout-Rooyackers, J.H. van, ‘Risico van tuberculose bij inadequate opvang van
aspirant-asielzoekers’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 138 (10
december 1994) nr. 50, pp. 2496-500.
-------- en C. Richter, ‘De diagnostiek en behandeling van halskliertuberculose’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 144 (18 november 2000) nr. 47, pp.
2243-47.
-------- J. Veen en A.L.M. Verbeek, ‘Verkorting van de therapieduur bij patiënten met
longtuberculose van 9 naar 6 maanden verdedigbaar op grond van
gepubliceerde gegevens’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 140
(1996) nr. 44, pp. 2181-87.
Luijt, Marleen, ‘FNV wil werkgevers illegalen aanpakken met proefproces’,
NRC Handelsblad 19 juli 2003.
Luyten Marcia, ‘Honderden doden door legionella’, de Volkskrant 1 oktober 1999.
M
Maassen, H., ‘Wel en niet de baas: Marc Sprenger over het vernieuwde RIVM’,
Medisch Contact 60 (2 december 2005) nr. 48, pp.1928-30.
Mackenbach, J.P. en N.S. Klazinga, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148
(10 april 2004) nr. 15, pp. 704-07.
Makdoembaks, A.M.N., ‘Nederlandse ambassadeur uitwijzen’, Weekkrant Suriname
12-18 oktober 1995.
-------- ‘Vliegtuigtrombose’, Medisch Contact 55 (17 november 2000) nr. 46, p. 1627.
-------- en P.A. Kager, ‘Toename van malaria bij migranten in Amsterdam-Zuidoost’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 144 (8 januari 2000) nr. 2, pp. 8385.
Mantel, Arianne, ‘Longziekten probleem bij verslaafden’, De Telegraaf 28 augustus
2001.
Mantoux, M.C., ‘La voie intradermique en tuberculinothérapie’, La Presse
Médicale 1912, nr. 20, pp. 146-48.
Marmelstein, Sylvia, ‘Miljoenenreserves in sociale fondsen onnodig’, Het Parool
24 november 2003.
Marx, Patrick, ‘KNCV bestrijdt tuberculose zowel in binnen- als buitenland,
Medisch Vandaag 28 mei 2003.
Mat, Joke, ‘Verbeterde zorg na een beroerte in stroke unit’, NRC Handelsblad
14 augustus 1998.
Matthhijssen, C.F.G.M., ‘Geen reclame door zorgverzekeraars’, Medisch Contact
60 (25 februari 2005) nr. 8, p. 326.
McDade, W.R. Dowdle, D.W. Fraser e.a., ‘Legionnaires’ disease: isolation of a
bacterium and demonstration of its role in other respiratory disease’, The New
England Journal of Medicine 1977, nr. 297, pp. 1197-203.
McDonald, Donna, e.a., www. geneclinics.org/profiles/22q11deletion/details.html,
update 23 juli 2003.
Meerhof, Ron, ‘Grote actie overheid bij Keileweg’, de Volkskrant 7 december 2004.
-------- ‘Voorbijzwemmend meisje in bil knijpen: ontucht met geweld’, de Volkskrant
6 december 2004.
Meershoek, Patrick, ‘Drugsparadijs? Welnee, de stad is prima bezig’, Het Parool
228
2 april 2005.
-------- ‘Pastor strijdt tegen pooiers en kwade geesten’, Het Parool 19 februari 2005.
-------- ‘Wat ging er mis met het Crea-gebouw’, Het Parool 31 augustus 2004.
Meijdam, Anne, ‘Den Haag wist van fraude post Peking’, Trouw 10 oktober 2003
Meijer van Putten, J. B., ‘Infectieziekten in Nederland, een gesprek met
mw. Leentvaar-Kuijpers’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 143 (29
mei 1999) nr. 22, pp. 1173-75.
Meerhof, Ron, ‘Mensensmokkel verhardt verder na Dover’, de Volkskrant 15 maart
2003.
Megens, Miranda, ‘Fondsen te star en te duur’, Algemeen Dagblad 10 december
2004.
Meij, Wim, ‘Aantal medicijndoden kan fors naar beneden’, Algemeen Dagblad
1 maart 2005.
Meijer, Janine, ‘Tbc-bacil reist mee naar Nederland’, de Volkskrant 12 augustus
2000.
Menzies, D., ‘What does tuberculin reactivity after bacille Calmette-Guérin
vaccination tell us?’, Clinical Infectious Diseases 2000, nr. 31 (supplement 3),
pp. 71-74.
Mesters, Bas, ‘Verdubbeling aantal illegale aidspatiënten’, de Volkskrant 8 januari
2000.
Mik, Karin de, ‘Massaal tbc-onderzoek in Harlingen’, NRC Handelsblad 15 november
1996.
Miller, M.A., e.a., ‘Tuberculosis risk after exposure on airplanes’, International Journal
for Tuberculosis and Lung Disease 77 (1996) nr. 5, pp. 414-19.
Moes, Gijs, ‘Angst voor Poolse arts’, Trouw 26 november 2004.
-------- ‘Polen onderbetaald in Europese slachterijen’, Trouw 5 maart 2005.
Moll, Hans, ‘Inspectieadvies minder snel openbaar’, NRC Handelsblad 26 en 27
februari 2005.
-------- ‘Vuile teringstad’, NRC Handelsblad 1 februari 2001.
Monden, Marieke, ‘God swingt in de garages onder de Bijlmer’, Het Parool 19 januari
1999.
Monnikendam, Vincent, ‘Overheid en bedrijfsleven profiteren van illegalen’,
de Volkskrant 19 juni 1991.
Mooij, Annet, Geen paniek! Aids in Nederland 1982 – 2004. Amsterdam (Bert
Bakker) 2004.
Mudde Leo, ‘GGD Rotterdam wil Amerikaanse toestanden voorkomen’, Vereniging
Nederlandse Gemeenten Magazine, 22 februari 2002.
Mulder, Eldert, ‘Vrouwen lopen niet met verhalen te koop’, Trouw 14 oktober 2000.
Mulder, Loek, ‘Zwerftocht met zeven kinderen nog niet ten einde’, Algemeen Dagblad
8 december 2004.
Mulder-Folkerts, D.K.F., e.a., ‘Minder weigering van deelname aan HIV-screening
door zwangeren in Amsterdam sedert de invoering van de standaard-HIVscreening – tenzij weigering (“opting-out”-methode)’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 148 (9 oktober 2004) nr. 41, pp. 2035-37.
Mungra, Paulus, ‘Leidraad voor alle relevante beleidsterreinen’, Vereniging
Nederlandse Gemeenten Magazine, 22 februari 2002.
-------- ‘Gezondheidsbeleid’, Vereniging Nederlandse Gemeenten Magazine
5 september 2003.
-------- ‘Sociaal-zwakkeren ernstig gedupeerd’, De Surinaamse Krant
229
december 1995.
Mureau, Carl, ‘Illegalen zijn geen probleem, ze hebben er een’, Algemeen Dagblad
13 juni 2002.
N
Naalt, J. van der, ‘Fysische diagnostiek – de Glasgow-comaschaal voor het meten
van Bewustzijnsstoornissen, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148 (6
maart 2004) nr. 10, pp. 472-475.
Nationale Raad voor de Volksgezondheid, Gezondheidszorg voor illegaal
verblijvende vreemdelingen. Zoetermeer (NRV) 1995.
Nederlanden, Frenk der, ‘Frenk vertelt het verhaal van Danilo’, Het Parool
7 december 2004.
Nederlandse Hartstichting, ‘Nederlandse Hartstichting en media’,
www.hartstichting.nl, printdatum 25 september 2005.
Neefjes, Carine, ‘Ziekenhuis pakt sponsoring niet goed aan’, Utrechts Nieuwsblad
3 juni 1993.
Nieuwenhuis, Willebrord, ‘Illegalen moeilijker bereikbaar voor medici’, NRC
Handelsblad 30 juni 1998.
-------- ‘In de vier grote steden leven ten minste 40.000 illegalen’, NRC Handelsblad
4 juni 1998.
Nijenhuis, Theo, en Jeroen Trommelen, ‘Directeur IND in opspraak bij eigen dienst’,
de Volkskrant 22 juli 1995.
Nijland, Rik, ‘Meer doden door een voorbeeldig beleid’, de Volkskrant 31 mei 2003.
Nourhussen, Seada, ‘Huisarts weigert illegale patiënt’, Trouw 13 augustus 2005.
-------- ‘Ongezond en onzichtbaar’, Trouw 13 augustus 2005.
Nyst, Eva, ‘Stinkende poorten naar Nederland’, de Volkskrant 29 maart 2001.
O
Oei, T.I., ‘In het slop geraakt’, Medisch Contact 55 (29 september 2000) nr. 39,
pp.1360-62.
Ogtrop, M.L. van, en A.M.H. Kranenburg, ‘Scabiës contactonderzoek’, Onze Lieve
Vrouwe Gasthuis, Amsterdam, Kenmerk AMK/TR, 28 november 2003.
Olgun, Ahmet, ’Vlaamse dramaserie over vrouwenhandel’, NRC Handelsblad 6 en 7
november 2004.
-------- ‘Ze wilden ons gewoon bang maken, zegt Sarif’, NRC Handelsblad 25
september 2002.
‘Onderzoek TBC politiebureau Jan Hendrikstraat Den Haag’, Persbericht Gemeente
Den Haag, 17 maart 2004.
Onnink, Gert, ‘CNV: Inspectie slaat bij jacht op illegale arbeid nog geen deuk in een
pakje boter’, Algemeen Dagblad 25 februari 2006.
-------- ‘Unilever ontziet Nederland niet bij uitbesteden werk naar het
buitenland’, Algemeen Dagblad 28 december 2005.
Oort, Nienke, ‘Illegalen uit 150 Bijlmerflats gezet’, De Telegraaf 31 december 2003.
Oostveen, Margriet, ‘Aanranden vaker verzwegen’, NRC Handelsblad 1 december
2001.
‘Opnieuw toename SOA en HIV’, Persbericht Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu, 30 november 2005.
Opoku, Alberta, ‘Een moeilijk en onhandelbaar volkje’, Het Parool 8 januari 2003.
-------- ‘Pimps. Ghanese studentes verdienen bij als lovergirl’, Nieuwe Revu
44 (18 oktober 2004) nr. 43.
230
P
Paans, Arjan, ‘Duitsland start Operatie Putzfrau’, Algemeen Dagblad 6 januari 2004.
-------- ‘Hoera, de Polen komen’, Algemeen Dagblad 24 april 2004.
-------- ‘Illegale Polen in aantocht’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
-------- ‘KLM negeert richtlijn trombose’, Algemeen Dagblad 14 februari 2001.
-------- ‘Onderzoek sponsoring ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 8 april 2000.
-------- ‘Tijdelijke status voor illegale tbc-patiënten’, Algemeen Dagblad 12 november
1999.
-------- ‘Vermeende vliegtuigtrombose wekt angst’, Algemeen Dagblad 10 januari
2001.
Peeperkorn, Marc, ‘Apothekers raken deel bonus kwijt’, de Volkskrant 17 januari
2004.
-------- ‘Belast snoepreisjes voor artsen’, de Volkskrant 29 januari 2004.
-------- ‘Duizenden gedupeerd door fouten’, de Volkskrant 20 februari 2004.
-------- ‘Medische hulp is risicovol bedrijf’, de Volkskrant 24 juni 2004.
-------- en Frank Poorthuis, ‘Er staat genoeg in het medicijnkastje’, de Volkskrant
17 september 2003.
-------- ‘Veel doden door flater ziekenhuis’, de Volkskrant 11 november 2004.
Pels, Dorien, ‘Amsterdamse dealer brengt waar fanatieker aan de man’, Trouw
30 maart 2005.
-------- ‘Asielzoekerskind lijdt onder stress’, Trouw 7 mei 2005.
-------- ‘Campagne tegen handel in vrouwen op hoerensite’, Trouw 4 januari 2006.
-------- ‘Kinderen van asielzoekers verpieteren’, Trouw 7 mei 2005.
-------- ‘Niet de klant, maar de wet is fout’, Trouw 4 januari 2006.
Pen, Hanneloes, ‘Meisjes in Zuidoost uitgebuit’, Het Parool 6 juli 2005.
-------- ‘Meisjes van 13 in de prostitutie’, Het Parool 6 juli 2005.
-------- en Etienne Prins, ‘Woede om dood Turkse man na weigering ambulance’,
Het Parool 31 augustus 1993.
-------- en Paul Vugts, ‘Ik moest geld voor hun verdienen’, Het Parool 30 april 2005.
-------- en Paul Vugts, ‘Iwans zaken waren geen geheim in Loenermark’, Het Parool
30 april 2005.
Perenboom, R.M., e.a., ‘Clinical features of HIV-seropositive and HIV-seronegative
patients with tuberculous lymphadenitis in Dar es Salaam’, International
Journal for Tuberculosis and Lung Disease 1995, nr. 76, pp. 401-06.
Petersen, L., ‘Syfilis: terug van weggeweest’, Infectieziekten Bulletin 16 (2005) nr. 3,
pp. 96-100.
Pijnappels, Riet, ‘Pools heimwee’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
Pinxteren, Gerrie van, ‘Het hele dorp wil weg uit China’, NRC Handelsblad 10 januari
2003.
Pirquet, C. von, ‘Frequency of tuberculosis in childhood’, Journal of the American
Medical Association 1907, nr. 52, pp. 675-78.
Ploeg, C.P.B. van der, e.a., ‘Verhoogd risico op hepatitis-B door onvolledige of
ontijdige immunisatie bij een kwart van de zuigelingen van hepatitis-Bvirusdraagsters’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 148 (11 september
2004) nr. 37, pp. 1820-24.
Postema, C.A., e.a., ‘Een explosie van voornamelijk extrapulmonale tuberculose in
een artsenpraktijk’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 136 (1992) nr.
50, pp. 2475-80.
231
Pots, Bert, ‘Onverzekerd in ic-bed’, Medisch Contact 58 (21 november 2003) nr 47,
p.1801.
Programma begroting 2004. Amsterdam (Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuidoost)
7 oktober 2003.
R
Randamie, Nancy de, ‘Wij gaan onze zoon niet dumpen in een tehuis’, De Ware Tijd
(Surinaams dagblad) 13 mei 2006.
Rapport Algemeen toezicht bij GGD’s: resultaten uit de periode 1999 – 2002.
Den Haag (Inspectie voor de Gezondheidszorg - Ministerie van VWS) 2003.
Red., ‘Blikschade IJzeren Rita’, NRC Handelsblad 15 december 2005.
Red., ‘De dood van een dierenarts’, Zembla 2 oktober 2003, 21.15 uur, Nederland 3.
Red., ‘Europees virus’, NRC Handelsblad 24 oktober 2005.
Red., ‘Fiscus in de fout’, Algemeen Dagblad 12 juli 2003.
Red., ‘Genees ook de armen’, NRC Handelsblad 17 maart 2004.
Red., ‘Herziening “Gedragsregels voor artsen”: achtergronden en uitgangspunten’,
Medisch Contact 48 (15 oktober 1993) nr 41, p. 1281
Red., ‘Illegale arbeider levert al jaren aanzienlijke bijdrage aan economie’, Trouw 3
mei 2002.
Red., ‘Illegalen (interview met Kea Fogelberg)’, NOS-Journaal 22 januari 2000, 18.20
uur, Radio1.
Red., ‘Illegalen en de bond’, NRC Handelsblad 3 mei 2002.
Red., ‘Illegalen goedkoper dan asielzoekers’, Trouw 3 september 1999.
Red., ‘Interview met Rob Oudkerk’, NOS-Journaal 6 januari 1996, 07.40 uur, Radio I.
Red., ‘Interview mw. Wilma Scholte op Reimer, epidemioloog Erasmus Medisch
Centrum’, Tros 30 oktober 2004, 08.50 uur, Radio I.
Red., ‘Jurisprudentie 1989/87’, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 1989, nr. 13, pp.
562-66.
Red., ‘Legionella-hotels’, NRC-Handelsblad 26 september 2000.
Red., ‘Mensenhandel’, Trouw 23 december 2004.
Red., ‘De onderkant: Legionellacontrole slecht’, Trouw 22 januari 2003.
Red., ‘Openbare gezondheidszorg’, Medisch Contact 58 (7 maart 2003) nr. 10,
p. 369.
Red., ‘Paspoort mee naar ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 4 oktober 2003.
Red., ‘Premie of falen’, Algemeen Dagblad 24 februari 2003.
Red., ‘Rechteloze illegalen’, Algemeen Dagblad 2 mei 2002.
Red., ‘Tuberculose in Nederland’, Infectieziekten Bulletin 16 (2005) nr. 1, p.35.
Red., ‘Uitzendbureaus hebben trucs genoeg, Trouw 25 juli 2003.
Red., ‘Vernieuw de partijen’, de Volkskrant 24 december 2004.
Red., ‘Verslaafde illegalen krijgen onvoldoende zorg’, Medisch Contact 60 (1 april
2005) nr.13, p. 518.
Red., ‘Wankele gezondheid’, Algemeen Dagblad 6 oktober 2003.
Red., ‘De week van het medicijn’, Trouw 10 mei 2003.Red., ‘Paspoort mee naar
Regt, H.B. de, e.a., Uitvoering van de informed consent-vereiste: een kwestie van
Communicatie. Utrecht (KNMG) 1997.
Reerink, Antoinette, ‘Risico gevaarlijke tbc-epidemie klein’, Algemeen Dagblad
17 maart 2004.
------- ‘Ziektepreventie slecht georganiseerd’, NRC Handelsblad 5 en 6 november
2005.
Regelgeving Praktische Tuberculosbestrijding (Paragraaf 25.301), Den Haag
232
(KNCV) 2000.
Reichman, L.B., e.a., ’Drug dependence, a possible new risk factor for tuberculosis
disease’, Archives of Internal Medicine 1979, nr. 139, pp. 337-39.
Renout, Frank, ‘Illegalen op tijd naar de dokter’, Algemeen Dagblad 22 oktober 2001.
-------- ‘Misbruik meisjes in asielpand’, Algemeen Dagblad 30 januari 2002.
Rieder, H.L., Epidemiologic basis of tuberculosis control. Parijs (International Union
Against Tuberculosis and Lung Disease) 1999.
Riemersma, Greta, ‘Asielzoeker in bushokje vormt geen uitzondering’, de Volkskrant
8 december 2004.
Roele, Marcal, Interventions for tuberculosis control and elimination, Parijs
(International Union Against Tuberculosis and Lung Disease) 2002.
-------- ‘Prehistorisch medelijden’, Algemeen Dagblad Magazine 3 februari 2001.
Rom, W.N., e.a., Tuberculosis. Londen (Little, Brown and Company) 1996.
Rombouts, Rob, ‘Gelukkig kwamen toen de mannen’, Het Parool 12 oktober 2001.
--------- ‘Illegaal bordeel Aga opgerold’, Het Parool 31 december 2004.
Roscam Abbing, H.D.C., ‘Het recht op informatie in de medische praktijk’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 137 (1993) nr.37, pp.1861-63.
Rosen, G., A history of public health. Baltimore (Johns Hopkins University Press)
1993.
Rosenberg, Esther, ‘Den Haag beperkt hulp onverzekerden’, NRC-Handelsblad
21 december 2005.
-------- ‘Geen gouden handdruk voor slechte zorgmanager’, NRC Handelsblad
24 december 2003.
-------- ‘Ik kan niet onder de 2,5 ton gaan zitten’, NRC Handelsblad 11 en 12 oktober
2003.
-------- ‘Tientallen afkoopsommen zorg’, NRC-Handelsblad 24 december 2003.
-------- ‘Wat is spoedeisende zorg?’, NRC-Handelsblad 22 december 2005.
-------- ‘Ziekenhuizen moeten hard zijn’, NRC-Handelsblad 14 en 15 januari 2006.
Rosenstiel, Ines von, ‘Een druppel op de gloeiende plaat’, Medisch Contact 56 (31
augustus 2001) nr. 35, p.1253.
Rossum, A.M.C. van, e.a., ‘Reductie van verticale transmissie door perinatale
profylaxe bij aan HIV-1 geëxposeerde in Nederland geboren kinderen in de
periode 1995-1999’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 146 (6 juli
2002) nr. 27, 1277-81.
-------- Hirasing, R.A., e.a., ‘Epidemiologische kenmerken van gemelde HIV-I
infectie bij kinderen in Nederland, 1998-2000: verticale transmissie door
ouders uit gebieden met een gegeneraliseerde epidemie’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 146 (6 juli 2002) nr. 27, pp. 1282-5.
Rottenberg, Hella, ‘Bukken, plukken, wegrukken’, NRC Handelsblad 11 en 12
oktober 2003.
Rube, Hans, ‘Bezuinigen was nuttig’, Medisch Vandaag 26 april 2000.
S
Sadée, Tijn, ‘Thuis? Dat is toch Polen!’, de Volkskrant 10 mei 2004.
Sant, Roelfien, ‘Dokter in de Bijlmer moet leren nee te zeggen’, Het Parool 20
november 1992.
-------- ‘Tbc is echt geen ziekte van de armen’, Het Parool 19 november 1994.
Santing, Froukje, ‘Integratiebeleid leidt tot twee typen Nederlanders’, NRC
Handelsblad 27 oktober 2004.
-------- en Egbert Kalse, ‘Verdonks excuses afgedwongen’, NRC Handelsblad
233
15 december 2005.
Sassen, Saskia, ‘Migratiebeleid onhoudbaar’, NRC Handelsblad 15 december 2005.
Schaaphok, Johan, ‘Gezondheidszorg in Venserpolder is niet los te zien van
buurtbeheer’, de Nieuwe Bijlmer 5 februari 1997.
Schepper & Co., NCRV 8 mei 2005, 15.15 – 15.25 uur, Radio 747-AM.
Schenk, Bert, ‘Zelfs politiemensen schrijven zich in voor een woning’, de Volkskrant
22 juni 1996.
Schenk, Weert, ‘Hulpverlening aan illegale prostituees steeds lastiger’, de Volkskrant
18 juni 1999.
-------- ‘Veel huisartsen durven Bijlmer niet meer in’, de Volkskrant 9 februari
1996.
Schipaanboord, Atie, ‘Medische fouten’, NRC Handelsblad 8 augustus 2001.
Schmidt, Maurits, ‘Drugsgebruikers nemen het niet zo nauw met tbc’, Het Parool 23
oktober 1993.
Scholten, Esther, ‘Ze is erg tegen zielig’, Trouw 16 november 2004.
Scholtens, Broer, ‘Bloedstollend vliegen’, de Volkskrant 24 maart 2001.
Schoon, Y., e.a., ‘Spondylodiscitis door tuberculose bij 3 oudere patiënten’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (4 januari 2003) nr. 1, p. 4.
Schoorl, John, ‘Steeds meer koppelbazen bemiddelen voor illegalen’, de Volkskrant
4 november 2000.
Schretlen, Ignace, ‘Op de centen’, Medisch Vandaag 5 maart 2003.
Schumacher, J.H., ‘Grenshospitium’, Het Parool 19 december 1992.
Seibert, F.B., en J.T Glenn, ‘Tuberculin purified protein derivative: preparation and
analysis of a large quatity for standard’, American Review of Tuberculosis and
Pulmonary Diseases 1941, nr. 44, p. 49.
Shvartzman, P., en J. Froom, ‘Need for continuing tuberculosis surveillance in
previously screened new immigrants’, Journal of the American Board of Family
Practice 1993, nr. 6, pp. 61-63.
Sikking, Ingrid, en Dénis van Vliet, ‘10% zoekt geen hulp bij soa’, Algemeen Dagblad
29 november 2002.
Sinnema, Pauline, ‘De ziekte van Nederland’, Het Parool 3 juli 2004.
Sluis, Bas van, ‘Kinderuitbuiting topje van de ijsberg’, Algemeen Dagblad
8 september 2005.
-------- ‘De oorlog heeft van mij een jood gemaakt’, Algemeen Dagblad 4 mei
2004.
Small, P.M., e.a., ‘The epidemiology of tuberculosis in San Francisco. A
population-based study using conventional and molecular methods’, The New
England Journal of Medicine 330 (16 juni 1994) nr. 330, pp. 1703-09.
Smit, Annelies, ‘Uit angst niet naar de dokter’, Algemeen Dagblad 1 juni 1999.
Smits, Paulus, ‘Risico’s van trombose nemen steeds meer toe’, Dagblad van Almere
24 juli 2001.
Snijders,Henk, ‘Eenderde zedendelicten door jonge knullen’, Het Parool 14 mei
2003.
Snow, G.B., ‘Consensus diagnostiek van een verdachte halslymfklier’, Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde 132 (1988) nr. 3, pp. 114-19.
Soolingen, D. van, e.a., ‘Comparison of various repetitive DNA elements as
genetic markers for strain differentiation and epidemiology of Mycobacterium
tuberculosis’, Journal for Clinical Microbiology 1993, nr. 31, pp. 1987-95.
Spauwen, P.H.M., ‘Een bureaulamp als OK-verlichting’, Medisch Contact 59 (19
234
maart 2004) nr. 12, pp. 467-68.
Spits, Frits, ‘Zieke illegalen’, Met het oog op morgen 6 januari 1996, Radio 1.
Stam, Jaap, ‘Die man van die school van die moord’, de Volkskrant, 24 december
2004.
Staal, Herman, ‘Dominee hongert voor een illegaal’, NRC Handelsblad 22 juli 1999.
-------- ‘Op zwarte school heerst de onkunde’, de Volkskrant, 24 december
2004.
Steenbergen, J.E. van, en A. Timen, ‘Infectieziektebestrijding in Nederland’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 149 (22 januari 2005) nr. 4, pp.17781.
Steenhorst, René, ‘Beroerte patiënten beter behandeld’, De Telegraaf 20 juni 1996.
Steensma, T. Jieldouw, ‘Tuberculose, gaat het wel altijd goed’, Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde 130 (1986) nr 4, pp. 145-57.
Steinmetz, Bert, ‘Indische buurt niet echt blij met Bulgaarse hoeren’, Het Parool 23
september 2002.
Steketee, Hans, ‘Folder tegen trombose in vliegtuigen’, NRC Handelsblad 10 januari
2001.
Steur, Hein, van der, ‘Illegaal achter glas’, Trouw 6 november 2001.
Stout, J.E., V.L. Yu, ‘Current Concepts : Legionellosis’, The New England Journal of
Medicine 337 (4 september 1997) nr. 10, pp. 682-87.
Stroeken, Sophie, ‘Kwetsbaar zonder witte jas’, de Volkskrant 2 oktober 2004.
Stulemeijer, H., en M. Langereis, ‘Brand Paramaribo’, Het Parool 17 augustus 1996.
Styblo, K., Epidemiology of tuberculosis (Selected Papers 24). Den Haag (KNCV)
1991.
-------- J. Broekmans en M. Borgdorff, ‘Expected decrease in the tuberculosis
incidence during the elimination phase: how to determine its trend?’. In: TSRU
report, Den Haag (KNCV) 1997.
Sutherland, I., ‘The ten-year incidence of clinical tuberculosis following “conversion”
in 2,550 individuals aged 14 to 19 years’. In: TSRU Progress report. Den Haag
(KNCV) 1968.
T
Takken, Hille, ‘Op pad met de dierenambulance’, NRC Handelsblad 17 december
2004.
Tamminga, Menno, ‘Sanctie bij falend bestuur. Hoogervorst wil rechter voor de zorg’,
NRC Handelsblad 10 en 11 juli 2004.
Thompson, N.P., e.a., ‘Anti-tuberculosis medication and the liver: dangers and
recommendations in management’, European Respiratory Journal 1995, nr. 8,
pp. 1384-88.
Tibben, Stevan, ‘Huisartsen blijven marktwerking afwijzen’, Medisch Vandaag
6 november 2002.
-------- ‘Het publieke belang huisarts is niet wettelijk geregeld’, Medisch Vandaag
2 mei 2001.
Tiemersma, Heleen, ‘Hulp aan kinderprostituee in gevaar’, Trouw 13 maart 2002.
Timen, A., e.a., ‘Een helder draaiboek’, Medisch Contact 58 (19 september 2003)
nr.38, pp. 1441 – 43.
Trommelen, Jeroen, ‘Anonimiteit is het enige wapen van de illegaal’, de Volkskrant
1 februari 1996.
-------- ‘Hoe groot is het probleem van de illegalen nu in werkelijkheid?’, de Volkskrant
14 november 1992.
235
-------- ‘Overleden zwangere asielzoekster kreeg nauwelijks medische hulp’,
de Volkskrant 14 mei 1992.
Tuberculose? Nog springlevend. Den Haag (KNCV) 1995.
Twillert, G. van, e.a., ‘Ernstige psychose bij een Afrikaanse vrouw door het
antiretrovirale middel Efavirenz’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
149 (26 november 2005) nr. 48, pp.2687-89.
V
Vaartjes, Jelle, ‘Toename slachtoffers van geweld bij Eerste Hulp AMC’,
AMC Magazine maart 1994, pp. 25-27.
Vaccinatie van kinderen tegen hepatitis-B. Den Haag (Gezondheidsraad) 2003.
Valk, Jeroen de, ‘De sax ging altijd in de kofferbak’, Het Parool 16 juni 1995.
Veen, J, ‘Microepidemics of tuberculosis: the stone-in-the-pond principle’,
International Journal for Tuberculosis and Lung Disease 1992, nr. 73, pp. 7376.
-------- ‘Nogmaals de BCG-controverse: geen aanleiding tot vaccinatie in de
Nederlandse Gezondheidszorg’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
139 (7 oktober 1995) nr. 40, pp. 2032-35.
-------- ‘Tuberculose, omvang van het probleem’, www.rivm.nl/vtv/object_document/
o1541n16934.html, printdatum 29 december 2005.
Veen, M.G. van, e.a., ‘Aangifte van Hepatitis B in 2002’, Infectieziekten Bulletin 14
(2003) nr. 11, pp. 378-81.
Veen, Maaike, ‘Angst voor Oost-Europese invasie’, Trouw 1 september 2006.
Veen, Rita van, ‘Geef ze een verblijfsstatus’, Trouw 29 november 2003.
-------- ‘Veel hiv-illegalen op straat’, Trouw 29 november 2003.
Veerman, Elmar, ‘Arts en politie’, Medisch Contact 58 (3 oktober 2003) nr. 40, p.
1504.
Ven, Jan van der, ‘Illegaal houdt de zorg die werkelijk nodig is’, Het Parool 14 maart
1996.
Ven, Pieter van der, ‘Volgzaam, vroom en voor de kerk niet bang, Trouw
26 november 2004.
Verbon, A., en F.G.J. Cobelens, ‘Indicaties voor en betekenis van de tuberculinetest
in Nederland’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 147 (22 maart 2003)
nr. 12, pp. 539-43.
Verhave, J.C., e.a., ‘Aanwijzingen voor miliaire tuberculose: welke diagnostiek en
wanneer behandelen?’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 146 (22 juni
2002) nr. 25, pp. 1161-65.
Verheul, Ellen, ‘Aids en blikvernauwing’, Medisch Contact 59 (5 november 2004) nr.
45 (zonder pagnr.).
Verhoef, Jan, ‘Een levensgevaarlijke race’, Medisch Contact 56 (7 september 2001)
nr. 36, p. 1292.
-------- Smetteloze kwaliteit? Den Haag ( Inspectie voor de Gezondheidszorg) 1999.
Verhoeven, Ruut, ‘Arts ziet zieke illegaal als aansteller’, Trouw 13 februari 2003.
--------- ‘Dood illegaal is schuld overheid’, Trouw 30 maart 2005.
--------- ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’, Trouw 30 december 2003.
--------- ‘Rechter Vermolen: betrokken en bedachtzaam’,Trouw 7 augustus 2002.
Verkleij, H., Monitoring van de gezondheidstoestand van illegalen. Den Haag
(ministerie VWS) 1999.
Verlaan, Jos, ‘Ambulancedienst in grote moeilijkheden’, Het Parool 24 juli 1997.
--------- ‘Amsterdam kort op zorg kinderen’, Het Parool 28 november 1994.
236
--------- ‘Asielzoeker met open tbc alleen genezen uitgezet’, Het Parool 24 april 1997.
--------- ‘College wil Coutinho als baas GG & GD’, Het Parool 8 oktober 1999.
--------- ‘Uitzetting vaak slechts op papier’, NRC Handelsblad, 31 juli 2003.
Vermeij, Peter, ‘Seropositieven tot behandeling “verleid”’, Het Parool 1 april 1998.
Verslag Commissie van Advies Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie, SociaalEconomisch Vernieuwing, etc (RO/CSEV). Amsterdam (Gemeente
Amsterdam Stadsdeel Zuidoost) 7 februari 2002.
Veld, Diana de, ‘De patiënt, de onderzoeker en de wet’, Cicero (magazine van het
LUMC) 24 maart 2006, nr.4, p.23.
Velzen, Joost van, ‘Allochtonen missen aansluiting’, Trouw 29 november 2004.
Vietsch, Antoinette, ‘Is Florence Nightingale vergeten?’, Algemeen Dagblad 30 juni
2004.
Vinckx, Yael, ‘Alleen nog hulp bij acute noodgevallen’, NRC Handelsblad 31 oktober
1995.
Vink, Anja, ‘Onzichtbare scholier’, NRC Handelsblad 2 en 3 november 2002.
Visser, Ellen de, ‘Een daverend succes’, de Volkskrant 1 december 2005.
-------- ‘De kinderen zullen nooit ergens terechtkomen’, de Volkskrant
5 januari 1998.
-------- ‘Gestoorde illegaal aan lot overgelaten’, de Volkskrant 3 oktober 2000.
-------- ‘Speciale kliniek illegalen met tbs’, de Volkskrant 28 oktober 2004.
-------- ‘Veteranenziekte slaat stilletjes en soms keihard toe’, de Volkskrant
8 oktober 1998.
-------- ‘We praten, maar waar dient het toe?’, de Volkskrant 28 oktober 2004.
Visser, H.K.A., ‘Europese regelgeving voor klinisch geneesmiddelenonderzoek bij
minderjarigen en meerderjarige wilsonbekwamen’, Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde 145 (19 mei 2001) nr. 20, pp. 942-45.
Visser, Joost G., ‘Artsen in de hongerwinter’, Medisch Contact 24 (24 december
2004) nr. 52, pp.2092-95.
Vlaskamp, Marijke, ’De Bijlmer, voor ‘iets speciaals’ uit Nigeria’, Het Parool 25 maart
2000.
-------- ‘Voor Nigeriaanse meisjes van dertien is hier een markt’, Het Parool 25 maart
2000.
Vliet, Dénis van, ‘Patiënten vaker niet verzekerd’, Algemeen Dagblad 18 juni 2004.
-------- ‘Vreemdelingen snel uit de cel’, Algemeen Dagblad 16 februari 2005.
Vree, Hedi de, ’Poolse landdag bij de Roermondse rechtbank’, de Volkskrant 30 juli
2005.
Vreeken, Rob, ‘Hollandse roos bloeit op Ugandese ruïne’, de Volkskrant 16 juli 2003.
Vries, G. de, e.a., ‘Preventie van ziekenhuisinfecties met Mycobacterium
tuberculosis’, Tegen de Tuberculose 2000, nr. 96, pp. 93-96.
-------- ‘Een uitbraak van multiresistente tuberculose uit Oost-Europa in Nederland’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneesunde 149 (27 augustua 2005) nr. 35, pp.
1921-24.
-------- ‘Het ziekenhuis als infectiebron’, Medisch Contact 55 (28 juli 2000) nr. 29/30,
pp. 1062-64.
W
Waal, R.A.L. de, e.a., ‘Langdurige buikklachten en ascites: denk ook aan peritonitis
Tuberculosa!’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 137 (1993) nr. 6, p.
273.
Waard, Michèle de, ‘De Polen komen niet, ze zijn er al’, NRC Handelsblad
237
27 november 2003.
------- ‘De willekeur van de Europese “uitzetindustrie”’, NRC Handelsblad
14 december 2005.
Waard, Peter de, ‘Britse adviseur schrikt van intolerantie in Nederland’, de Volkskrant
2 juli 2003.
Wal, G., van der, ‘Medische tuchtrechtspraak in Nederland; een 10-jaarsoverzicht’,
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 140 (28 december 1996) nr. 52, pp.
2640-44.
Walsum, Sander van, ‘Grote bedrijven sponsoren hoogleraren uit eigen belang’, de
Volkskrant 6 maart 2001.
-------- ‘Hoogleraar steeds vaker gesponsord’, de Volkskrant 2 maart 2001.
Weidema, Nicole, ‘Zieke illegaal is tikkende tijdbom’, Amsterdams stadsblad 30 juli
2003.
Wendel, Eric, ‘Aidsvoorlichting in Bijlmerkerken’, Het Parool 1 december 2005.
Werff, Sander van der, ‘Terreurverdachten hierheen via mensensmokkelroutes’,
Algemeen Dagblad 17 maart 2005.
Werkgroep therapiebeleid CPT, De behandeling van longtuberculose. Met hoeveel
middelen en hoe lang? Den Haag (KNCV) 1996.
Westendorp Laura, ‘Legionellapreventie zinloos’, Algemeen Dagblad 9 maart 2001.
‘Wet van 11 juni 1998, houdende regels ter afwending van de gevaren van
infectieziekten’, Staatsblad 1998, p. 394.
The WHO standard tuberculin test. Genève (WHO) 1963.
Wiegman, Bert, ‘Laveren tussen redden en rekenen’. In: Jaarverslag AMC 1997,
Amsterdam (AMC) 1998.
Wiegman, Marcel, ‘Anarchie bij Stadstoezicht’, Het Parool 19 februari 2004.
Wieringen, J.C.M. van, en A. Sminia, ‘Onverzekerden in Amsterdam III’,
Nederlands Tijdchrift voor Geneeskunde 141 (4 januari 1997) nr. 1, p. 69.
-------- Onverzekerden in Amsterdam. Amsterdam (GG&GD, afd. Epidemiologie,
Documentatie en Gezondheidsbevordering) 1996.
Wijgergangs, L., ‘Nieuw Centrum voor preventie en bestrijding van infectieziekten’,
Infectieziekten Bulletin 15 (2004) nr.9, pp. 325-26.
Wilcke, J.T., e.a., ‘Tuberculosis in a cohort of Vietnamese refugees after arrival in
Denmark 1979-1982’, International Journal for Tuberculosis and Lung Disease
1998, nr. 2, pp. 219-24.
Wildevuur, Sabine E., ‘Bijlmeronderzoek is in strijd met beginsel van Hippocrates’
(Interview met AMC-internist prof. dr. Ernest Briët), Medisch Contact 14 mei
1999, pp. 680-82.
Wilhelmis, Ernst Jan, ‘Open TBC bij kantoor ABN/Amro’, Amstelveens Nieuwsblad
13 maart 2002.
Winkels, Edwin, ’Spanje wettigt illegalen’, Algemeen Dagblad 28 oktober 2004.
Wöltgens, Thijs, ‘Bagatelliseren illegalenvraagstuk is onverantwoord’, de Volkskrant
14 november 1992.
Woude, D.H. van der, ‘Aanwezigheid bacterie in warm-waterinstallatie’, GG & GD,
Amsterdam, 18 november 1992.
Z
Zalm, Patricia van der, ‘Ethiek maakt huisartsenvak rijker’, Medisch Vandaag 11
september 2002.
-------- ‘Illegalen: beperkte toegang tot zorg’, Medisch Vandaag 24
mei 2000.
238
-------- ‘Zorginstellingen moeten calamiteiten melden’, Medisch Vandaag 15 mei
2002.
-------- en Hans Rube, ‘Disfunctionerende artsen modderen vaak jaren voort’,
Medisch Vandaag 5 juli 2000.
Zijlstra, Joantien, ‘Wel tienerprostitutie, maar niet grootschalig’, Het Parool 22 juli
2005.
Zoon, Cees, ‘Afgedankte illegale aardbeienplukkers’, de Volkskrant 15 juni 2002.
Zuidoost in cijfers. Amsterdam (Stadsdeel Amsterdam Zuidoost / CBMO-Onderzoek)
1998.
Zwaap, René, ‘Portugezen: Intimidatie in tuinbouw en vleessector’, Algemeen
Dagblad 13 maart 2004.
-------- ‘Terug uit de hel van Holland’, Algemeen Dagblad 13 maart 2004.
-------- en Tonny van der Mee, ‘Criminelen hebben uitzendbranche in de tang’,
Algemeen Dagblad 27 maart 2006.
Zwart, Milja de, ‘Weg met de tippelzone’, Algemeen Dagblad 6 november 2004.
Zwartsenburg, Mariska, ‘Proppen in de economy class’, Het Parool 31 maart 2001.
Zwol, Coen van, ‘De kans op tbc is groot bij al die rochelende kerels’, NRC
Handelsblad 14 december 1992.
239
240
18
Noten
1
Egbert Kalse en Guus Valk, ‘Niemand heeft nog greep op Rita Verdonk’, NRC
Handelsblad 19 mei 2006; Idem, ‘Eenzame Verdonk zwicht voor nijdige Kamer’, NRC
Handelsblad 17 mei 2006.
2
Egbert Kalse en Guus Valk (zie vorige noot); Omroepvereniging Vara, Zembla
11 mei 2006.
3
An., ‘Amnesty bezorgd over ons land’, Het Parool 23 mei 2006.
4
An., ‘Broer Hirsi Ali sprak uit vrije wil’, Het Parool 19 mei 2006.
5
In de verschillende getuigenverklaringen worden steeds andere tijden genoemd.
De CPA-band is gewist, het IGZ en MTC presenteerden een transcriptie zonder
tijdsvermeldingen. Op welke gronden deze diensten uiteindelijk kozen voor de tijdsregistraties die zij in hun oordeel hanteren is onduidelijk en deels onbetrouwbaar. Ik
hanteer daarom de weergave die naar mijn eigen oordeel het dichtst bij de waarheid
ligt.
6
Uitzendingen De Andere Wereld 6 januari 1996, IKON, en Met het Oog op Morgen,
7 januari 1996, NOS.
7
MTC te Amsterdam, kenmerk: 96 / 039, 28 februari 1996.
8
NOS-Journaal van zaterdag 20 januari 2001, Radio I, 12:00 uur.
9
De angst voor arrestatie en landuitzetting door de politie is bij de betrokkenen niet
onterecht. Enkele jaren geleden heeft het AMC in Amsterdam een illegale, ernstig
zieke invalide laten arresteren door de politie omdat de patiënt zich liet behandelen
met de ziekenfondskaart van een ander (zie 10.1.5).
10
Willebrord Nieuwenhuis, ‘Illegalen moeilijker bereikbaar voor medici’, NRC
Handelsblad 30 juni 1998.
11
Zie vorige noot.
12
Nederlandse Hartstichting, ‘Nederlandse Hartstichting en media’,
www.hartstichting.nl, printdatum 25 september 2005.
13
An., ‘Jaarlijks meer hersenbloedingen’, Trouw 9 mei 2006.
14
Joke Mat, ‘ Verbeterde zorg na een beroerte in stroke unit’, NRC Handelsblad 14
augustus 1998 en Nederlandse Hartstichting (zie noot 12).
15
Wilfried Post, Knowledge Technology in Pre-Hospital Emergency Management,
dissertatie Universiteit van Amsterdam, Faculteit Psychologie, Amsterdam, 1996.
16
An., ‘Direct ambulance bellen verstandig’, Algemeen Dagblad 4 maart 1996.
17
Zie vorige noot.
18
Riet Diemer, ‘Beroerte niet langer stiefkindje van gezondheidszorg’, Trouw 4 april
1997.
19
Zie noot 12.
20
W. Bosma, ‘Ambulance moet geen doktertje willen spelen’, Algemeen Dagblad
11 augustus 1998. Een aantal jaren daarna werd bovendien bekend dat het
ziekteverzuim onder ambulancepersoneel zó hoog was, dat ziekenauto’s in de regio
Amsterdam steeds minder in staat waren binnen het verplichte kwartier
spoedeisende hulp te bieden. Van paraatheid was nauwelijks sprake, onder meer
omdat het ziekteverzuim onder chauffeurs 20 tot 25 procent was; het landelijk
gemiddelde bedroeg slechts 8 procent. (Zie: Mijntje Klipp, ‘Paraatheid ambulance
deugt niet’, Het Parool 15 januari 2000.)
21
Zie vorige noot en Jos Verlaan, ‘Ambulancedienst in grote moeilijkheden’, Het
Parool 24 juli 1997.
22
Verlaan (vorige noot).
241
23
Zie noot 21.
Zie noot 10.
25
Regionale Huisartsen Vereniging Amsterdam Zuidoost-Diemen, Vergadering
Regio-overleg d.d. 7 februari 1996. Kenmerk verslag: f/wp/ahv/bestuur/1664.
26
Roy Hillers, Philip Jie en Ina, van Peperstraten, ‘Koppelingswet’, Surinaams
Inspraakorgaan (Postbus 13187, 3507 LD Utrecht), maart 1996.
27
Theo Kuiper, ‘Huisarts verwijt GG & GD dood van onverzekerde man’, De
Telegraaf 31 oktober 1995.
28
Prof. dr.L.J. Gunning-Schepers (voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC
en decaan van de medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam), ‘Nieuwe
geneesmiddelen voor iedereen’, NRC Handelsblad 26 en 27 februari 2005.
29
An., ‘Auto’s en bonussen rukken op in zorg’, de Volkskrant 3 juli 2004.
30
Zie noot 28.
31
Het standpunt dat hier naar voren gebracht wordt is sinds jaren bekend bij alle
medische specialisten. In het NOS-Journaal van 26 februari 2005 stelden
specialistenverenigingen voor de zoveelste keer dat geldgebrek bij ziekenhuizen er
vaak toe leidt dat patiënten niet de juiste zorg krijgen. Zie ook: an., ‘Specialisten
hekelen geldgebrek ziekenhuizen’, Trouw 28 februari 2005.
32
Deze werkwijze door huisartsen in Amsterdam is vrij algemeen en de CPA maakt
geen bezwaar als de patiënt verzekerd is en/of als de arts voor een opnamebed
gezorgd heeft.
33
An., ‘Illegaal kost de huisarts veel geld’, Trouw 3 oktober 1996.
34
In een later stadium zijn de volledige medische gegevens van deze patiënt
voorgelegd aan drie neurochirurgen van andere regio’s. Aan de hand hiervan hebben
ze mij hun mening gegeven m.b.t. de behandeling van de patiënt:
• Neurochirurg A uit Amsterdam: ‘De conservatieve behandeling zou bestaan uit
Mannitoltherapie en eventueel ventrikeldrainage.’
• Neurochirurg B uit Amsterdam: ‘Samenvattend bestaat er een redelijke
communus opinio over dat een spontane intracerebrale bloeding alleen dan
geopereerd dient te worden (de wijze van opereren doet er niet toe) wanneer
de neurologische situatie verslechtert.’
• Neurochirurg C uit Den Haag: ‘een drukverhoging ten gevolge van
liquorobstructie dient behandeld te worden met een uitwendige ventrikelliquordrain als de patiënt en/of familie de restvaliditeit aanvaardt en een
maximale behandeling wil.’
• Bovendien is in een dergelijk geval volgens deskundigen in het LUMC een
indicatie aanwezig voor het aanbrengen van een ventrikeldrain. ‘1997: Op de
obstetrische afdeling van het Academisch Ziekenhuis Leiden heeft men de
ervaring dat patiënten na zeer ernstige (hypertensieve) complicaties toch vaak
verrassend goed herstellen. Een klinisch en röntgenologisch vergelijkbare
verzekerde 33-jarige patiënte met ernstige pre-eclampsie en hersenbloeding
werd wel geopereerd. De vrouw was 37 weken zwanger, had hoofdpijn, was
verward en vertoonde een gelaatsaysmmetrie. De diastolische bloeddruk bij
patiënte was gestegen van 60 naar 100 mmHg en werd later comateus. De
diagnose ‘ernstig HELPP-syndroom werd gesteld. Op de CT-scan bleek er te
zijn ontstaan een groot hematoom links subcorticaal en in de basale gangliën
met doorbraak naar de ventrikels. Wegens dreigende inklemming werd het
intracerebrale hematoom operatief ontlast. Ruim een maand na de eerste
24
242
operatie werd in verband met een resorptiestoornis van de liquor en daardoor
een hydrocephalus een ventriculo-atriale drain aangelegd. Patiënte werd na
twee maanden overgeplaatst naar een revalidatiecentrum, waar zij een jaar
verbleef. Na bijna twee jaar is patiënte nog steeds ernstig gehandicapt. Haar
bewustzijn is helder, maar zij heeft nog ernstige taalstoornissen en cognitieve
stoornissen. Motorisch is er een hemiparese rechts, waarbij geleidelijk in het
been wat motoriek terugkomt. Patiënte is nog rolstoelafhankelijk.’ (Zie B.
Admiraal e.a.,’De moedersterfte voorbij’, Nederlands Tijdschrift voor de
Geneeskunde 141 (14 juni 1997) nr. 24, pp. 1177-80.
35
Zie noot 5.
36
Het bewustzijn was verlaagd, met Glasgow Coma Score (GCS): E 4 M 4 V 2. ‘Bij
het vastleggen van de GCS wordt de reactie van de patiënt, spontaan, na
aanspreken of na toedienen van pijnprikkels getest. De schaal bestaat uit drie
onderdelen: het actief openen van de ogen (E-score), de motorische reactie aan de
armen (M-score), de verbale reactie (V-score). Hiermede wordt de zogenaamde
EMV-score vastgelegd. De opgetelde EMV-score, de somscore, varieert van 3 – 15
punten. Aan de hand van de somscore kan een indeling worden gemaakt naar ernst
van traumatisch hersenletsel in 3 categorieën: licht (somscore 13-15), middelzwaar
(somscore: 9-12) en ernstig hersenletsel (somscore = of < 8).Patiënten met een
ernstig hersenletsel zijn per definitie dan ook in coma.’ (Zie: J. van der Naalt,
‘Fysische diagnostiek – de Glasgow-comaschaal voor het meten van
Bewustzijnsstoornissen, NTvG 148 (6 maart 2004) nr. 10, pp. 472-475.)
37
Glasgow coma score: E 1 M 4 V 2, dus een verslechtering in het actief bewegen
van de ogen van 4 naar 1 en in de M en de V traden er geen veranderingen op.
38
De intracerebrale bloeding in de basale ganglia in de linkerhemisfeer met een
matig ruimte-innemend effect had zich verergerd tot compressie van de vierde
ventrikel met aanwijzingen voor intracerebrale drukverhoging ten gevolge van een
ruimte-innemend proces naar rechts.
39
Onder de kop ‘De dokter doet graag zoveel mogelijk niets’ verscheen van de hand
van Ellen de Visser op 29 juli 2004 in de Volkskrant een artikel over verpleeghuis
Gaasperdam in Amsterdam Zuidoost. In dit artikel werd duidelijk hoe groot het
verschil in de beoordeling van levenswil kan zijn tussen autochtone artsen en zieke
niet-westerse migranten van Amsterdam Zuidoost gesteund door hun geestelijke
leider. Verpleeghuisarts Johan Schuijtemaker is in eerdergenoemd verpleeghuis
vaste arts van een afdeling waar een kwart van de bewoners, voornamelijk nietwesterse migranten, voor een ziekenhuisopname opteren. Vaak stellen vooral
familieleden hoge eisen aan de behandeling, weet Schuijtemaker. ‘De imam van het
AMC heeft me uitgelegd dat zij het gevoel willen hebben dat alles is gedaan’. Zelf
zegt hij eerlijk, heeft hij er moeite mee om bewoners tot het einde toe ingrijpende
behandelingen te laten ondergaan. Als leidraad voor zijn handelen, citeert hij graag
schrijver Samuel Shem: ‘To do as much nothing as possible’.
40
Vergelijk de casus van de illegale onverzekerde patiënte met de hersenvliestumoren (zie noot 42). Mogelijk hebben deze neurochirurgen, net als bij de
meningeoom-patiënte, van de ziekenhuis-managers geen toestemming gekregen
voor een operatieve behandeling bij deze onverzekerde illegale patiënt.
41
An., ‘Huisarts verwijt ziekenhuizen illegale patiënten te weren’, Trouw 8 januari
1996.
243
42
Ruim een jaar vóór de kwestie van de illegale CVA-patiënt op de afdeling
neurochirurgie van het AMC, bekommerde deze afdeling zich om een andere nietverzekerde illegale patiënt. Deze vrouw met hersenvliestumoren moest voor de
operatie net zolang wachten totdat zij de status zou krijgen van acute patiënt. Ze
heeft eigenlijk moeten wachten op het groeien van de tumoren tot een
levenbedreigende toestand zou kunnen ontstaan. De directie van het ziekenhuis
heeft waarschijnlijk te lang met de toestemming voor de operatie gewacht.
Chirurg Dirk Jan Bakker is medisch directeur van het AMC. Hij is Nederlands
Gereformeerd en is verder actief in stichtingen en commissies die zich bezighouden
met (christelijke) medische ethiek (Zie: Frénk van der Linden, ‘Formeel ben ik
medeverantwoordelijk voor moord’, NRC Handelsblad 9 december 1995). Geldt deze
ethiek ook voor illegale zieken?
CASUS
Midden jaren negentig bezocht een circa 55-jarige vrouw mijn huisartsenpraktijk
in Amsterdam Zuidoost. De patiënte was een niet-westerse niet-verzekerde
illegale patiënt, met klachten van het centraal zenuwstelsel. Zij had sinds drie
jaar hoofdpijn en progressief krachtverlies aan de linkerarm en -been. Sinds die
tijd had zij enkele keren een langdurige epileptisch-insult (grand-mal) doorgemaakt. Tevens was haar karakter veranderd en zij was apathischer
geworden. Zij ging slechter lopen.
De bevindingen bij het oriënterend neurologisch onderzoek en het
verhaal van de patiënte deed een ruimte-innemend proces in de
rechterhemisfeer vermoeden dat langzaam in omvang toenam. Ik handelde lege
artis en verwees de patiënte naar de polikliniek neuro-chirurgie van het AMC,
onder leiding van prof. dr. D.A. Bosch. Neurochirurge mevrouw R. BrouwerMladin en haar collega dr. G.J. Bouma onderzochten de patiënte. Er werd
aanvullend onderzoek verricht omdat de verdenking bestond op de
aanwezigheid van een tumor in de rechterhemisfeer.
Na de CT- en MRI-scan werd er geconcludeerd dat er sprake was van
drie meningeomen (hersenvliestumoren). De meeste klachten leken veroorzaakt
te worden door een falx-meningeoom. De mogelijkheid voor operatie van het
falx-meningeoom werd met patiënte besproken en zij stemde in met de operatie.
Over de verzekeringskwestie zou binnen het ziekenhuis overlegd worden. De
patiënte had geen geld om een operatie te bekostigen. Ik was bereid een
bedrag van 1000 gulden ter beschikking te stellen voor haar behandeling.
Voor de neurochirurgen bestond er een operatie-indicatie. Maar bij nietverzekerde illegalen moet de ziekenhuisdirectie het groene licht geven voor de
operatie. Ze gaven de neuro-chirurgen nog geen toestemming voor operatie,
omdat er nog geen sprake was van een acute situatie. De patiënte werd op een
soort wachtlijst voor niet-verzekerde illegalen geplaatst.
Het wachten was op een verergering van de ziekte. De maanden hierop
werden de epileptische aanvallen frequenter, ze duurden langer en het duurde
ook langer om helemaal bij bewustzijn te komen. Ook kon mevrouw niet meer
lopen en werd rolstoelafhankelijk. Op de neurochirurgische poli-klinische
controle’s zag men de verergering machteloos toenemen. Een CT-scan een
paar maanden later toonde aan dat het falx-meningeoom in grootte was
244
toegenomen. Regelmatig belden de artsen de administratieve afdeling van het
AMC op om hun verontrusting kenbaar te maken en te verzoeken om een
operatie.
In maart 1995, nadat de patiënte ruim een jaar op de wachtlijst had
gestaan, deed neurochirurge mevrouw Brouwer-Mladin een laatste poging de
topmanagers van het ziekenhuis op andere gedachten te brengen. De
neurochirurge: ‘Patiënte over wie wij herhaalde malen telefonisch contact
hadden, zag ik recent op de polikliniek Neurochirurgie. Zoals uit voorgaande
correspondentie is gebleken, lijdt deze vrouw aan multipele intracraniële
meningeomen in verband waarmee zij nu reeds 1 jaar op de wachtlijst staat voor
een operatie. Daar patiënte geen legale verblijfsstatus heeft in Nederland en ook
niet is verzekerd voor ziektekosten, werd tot nu toe geen toestemming voor
opname verkregen. De laatste tijd gaat de toestand van patiënte echter
achteruit. Zij is in toenemende mate initiatiefloos, slaapt veel en de parese zou
toenemen. Ook zou zij vaker insulten hebben dan voorheen. Er werd een
nieuwe CT-scan van de hersenen vervaardigd, waarop de naar achteren
gelegen falx-meningeoom toch wel iets in grootte is toegenomen. Concluderend
is er dus sprake van een progressief beeld en lijkt het niet verantwoord een
eventuele operatie nog verder uit te stellen. Deze operatie kan in haar land niet
worden uitgevoerd. Wij verzoeken u daarom nogmaals om toestemming tot
opname van deze patiënte,’ aldus de medisch-specialiste.
Het verzoek werd gehonoreerd en twee weken later werd de illegale,
onverzekerde vrouw alsnog geopereerd. Lichamelijk is ze redelijk goed stabiel
gebleven, maar de geestelijke achteruitgang was helaas van blijvende aard.
43
Pas toen ik mij realiseerde dat financiële overwegingen structureel bepalend waren
voor het al of niet voorschrijven van revalidatie door het AMC, ben ik begonnen met
het verzamelen van patiëntendossiers. Vele voorbeelden van de periode daarvoor
zijn dus wel geconstateerd, maar niet meegenomen in deze studie. Nu de genoemde
drie casussen:
Patiënt 1: Bij een circa 50 jarige illegale CVA-patiënt opgenomen in het AMC die
een CVA wel overleefd had, was de besluitvorming omtrent de revalidatie door
de neurologen als volgt geformuleerd: ‘Voor het verdere revalidatietraject is de
revalidatiearts in consult gevraagd. Er bestaat een indicatie voor opname in het
revalidatiecentrum. Hij is aangemeld voor klinische revalidatie, de voorwaarde is
dat zijn verzekering in orde moet zijn. Na overleg werd besloten om patiënt naar
huis te laten gaan en indien zijn verzekering geregeld is, op te laten nemen in
het revalidatiecentrum.’
Patiënt 2: Bij deze circa 45-jarige onverzekerde illegale CVA-patiënt die drie
maanden na de voornoemde patiënt in hetzelfde ziekenhuis was opgenomen en
ook de CVA had overleefd, was de besluitvorming omtrent de revalidatie door
de neurologen als volgt: ‘Een groot probleem tijdens de opname bleek het feit
dat patiënt niet verzekerd was. Daarom kon slechts zeer basale diagnostiek
verricht worden en daardoor kwam patiënt niet in het traject voor revalidatie. Hij
werd op (…) naar huis ontslagen met de dringende instructie zijn
ziektekostenverzekering te regelen zodat daarna poliklinisch verder diagnostiek
zou kunnen worden ingezet en de revalidatie zou kunnen worden geregeld.’
Patiënt 3: Op 20 mei 2004 ontwikkelde zich bij een 78-jarige onverzekerde
vrouw uitvalsverschijnselen aan een lichaamshelft. Ze werd op de
245
Spoedeisende Hulpafdeling van het AMC gepresenteerd. Patiënte verbleef
enkele weken bij haar dochter in Amsterdam, vlakbij het AMC. Zij was sinds
jaren bekend met diabetes mellitus type 2 en een matig verhoogde bloeddruk en
gebruikte medicijnen voor deze aandoeningen. Na evaluatie werd
geconcludeerd dat er sprake was van een CVA. Er werd besloten patiënte niet
op te nemen. Zij werd met ascal-medicatie en nog aanwezige restverschijnselen
naar huis gestuurd. Zij zou verder poliklinisch gecontroleerd worden. Er was nog
een asymmetrie in een gezichtshelft en gevoelsstoornissen aan een
lichaamshelft.
Feiten en verklaringen
1. Uit een systematische review die The Lancet begin februari 2004 publiceerde werd
aangetoond dat patiënten die zijn hersteld na een beroerte, baat hebben bij verdere
poliklinische revalidatie. De meta-analyse is uitgevoerd door een
samenwerkingsverband onder de naam ‘Outpatient Service Trialists’, waarin ook
EMGO, het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek van de Vrije
Universiteit participeert. De studie is verricht onder auspiciën van de Chochrane
Stroke Group. (Zie: An., ‘Poliklinische Revalidatie na beroerte zinvol’, Medisch
Contact 59, nr. 6, pp. 202).
2. Gemiddeld blijven CVA-patiënten drie weken in het ziekenhuis (volgens Trouw 9
mei 2006 gaat dat om dertigduizend per jaar; in 2006 ruim 49.000 per jaar). ‘Volgens
projectleider prof. dr. Robbert Huijsman van het Erasmus MC in Rotterdam is de
patiënt in het ideale geval binnen twee dagen van de intensive care. Maar dan moet
de revalidatie meteen beginnen en moet er door alle betrokkenen goed worden
samengewerkt (Zie: Marc van den Broek, ‘Verpleegduur na herseninfarct kan
gehalveerd’, de Volkskrant 25 maart 2004.).
3. ‘Mw. Wilma Scholte op Reimer, epidemioloog in het Erasmus Medisch Centrum
leider van het onderzoek Dutch stroke survey van de Nederlandse Hartstichting
bevestigde in oktober 2004 het volgende: ‘In revalidatie is nog heel veel winst te
halen’ (Zie: bovengenoemd interview, 2004). Dit interview werd gehouden naar
aanleiding van het reeds in het begin van deze casus vermelde onderzoek van de
Nederlandse Hartstichting naar de overlevingskans na een CVA in oktober 2004.
De studie toont een zeker verband aan tussen de mate waarin een ziekenhuis
richtlijnen naleeft en het aantal sterfgevallen in dat ziekenhuis.
44
Het is mogelijk dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (VWS) de CPA (klacht
A) en het AMC (klacht B) overgehaald hadden om klachten tegen mij in te dienen bij
deze IGZ. Het AMC had namelijk via het hoofd Voorlichting, de heer Kortenray, nog
op 7 januari 1996 bekendgemaakt dat ze ‘niet van plan was heel veel energie te
gaan spenderen in de uitlatingen van dokter Makdoembaks en het dus voorlopig
maar bij deze uitdrukking zou laten.’ (Flip de Jong, ‘Zieke illegale’, De andere wereld
7 januari 1996, Radio 1.)
45
Kenmerk 96.21.017, behandelend inspecteur P. Lens. Op 26 april 1996 liet ik de
Inspecteur voor de Gezondheidszorg te Haarlem in verband met de klacht van het
AMC het volgende weten: ‘Dat de term passieve euthanasie door hem gebezigd was
om de handelwijze van het AMC aan te duiden inzake de medische hulpverlening
aan een illegale, onverzekerde patiënt. Die handelwijze kwam hierop neer dat het
AMC niet tot operatief ingrijpen bij die zieke niet-verzekerde illegale patiënt is
246
overgegaan, terwijl zulks wel had gemoeten (…) Immers, er bestaat een redelijke
communis opinio dat er bij een spontane intracerebrale bloeding zoals bij patiënt in
casu geopereerd dient te worden wanneer de neurologische situatie verslechtert (…)
De patiënt is na twee dagen te zijn opgenomen, overleden.’
46
Zie hiervoor paragraaf 10.3.
47
Verscheidene voorvallen in casussen uit mijn beroepspraktijk brachten mij tot deze
uitspraak. Een aantal worden verspreid over deze publicatie beschreven.
48
Andrea Bosman, ‘Poortwachter van onmondige patiënten’, Trouw 21 september
1996.
49
Zie noot 5.
50
Inspecteur Biesenbeek van het IGZ liet het MTC desgevraagd weten op 8 mei
1996 ‘Met betrekking tot het transcript van het gesprek met de centralist van de CPA
en de daaruit door de heer Makdoembaks getrokken conclusie “we sturen een
wagen dokter” deel ik u mede dat ik persoonlijk de bandopname heb beluisterd. Het
weergegeven is een exacte weergave van het telefoongesprek.’ Daarna is blijkbaar
de band gewist? Het bewjsmateriaal was daardoor vernietigd (zie ook noot 5).
51
Daarnaast is het vreemd dat het IGZ geen zaak gemaakt heeft van het feit dat
dokter Nassier weggeroepen was voor een tweede spoedgeval. Volgens het protocol
(de KNMG-regels die ook in 1995 van toepassing waren) had hij zijn collega uit de
waarneemgroep om assistentie moeten vragen en deze collega uit de achterdienst
naar het tweede spoedgeval moeten sturen. Ook moest hij een collega in de
achterdienst hebben.
52
Door mijn waarneemgroep is dit in het bijzonder aangetoond bij het AMC. Tevens
kon aangetoond worden dat de ziekenhuizen de CPA haast nooit een gefingeerd ‘vol’
voorspiegelden en dat het de CPA haast altijd lukte een bed te vinden. Toen de
ambulance besteld werd, was er door waarnemer Nassier nog geen opnamebed
geregeld. Pas nadat de ambulance onderweg was naar de patiënt werd de CPA door
Nassier op de hoogte gebracht naar welk ziekenhuis de patiënt vervoerd kon
worden.
53
An., ‘Aantal illegalen stijgt’, Algemeen Dagblad 9 februari 2005.
54
Jeroen Trommelen, ‘Hoe groot is het probleem van de illegalen nu in
werkelijkheid?’, de Volkskrant 14 november 1992.
55
Ministerie van VROM, 27 augustus 2004. Website:
vrom.nl/pagina.html?id=18378#, printdatum 1 december 2005
56
Gegevens ontleend aan: Corine Egten e.a., Illegalen in beeld? Een inventarisatie
in gemeenten, SGBO, Onderzoeks- en Aviesbureau van de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG), mei 2004, VNG.
57
Elsje Jorritsma, 'Illegale arbeid is goed voor de productiviteit', NRC Handelsblad 15
december 2005.
58
Zie vorige noot.
59
Michèle de Waard, ‘De willekeur van de Europese uitzetindustrie’, NRC
Handelsblad 14 december 2005.
60
Zie noot 55.
61
Hein van der Steur, ‘Illegaal achter glas’, Trouw 6 november 2001.
62
Carel Brendel, ‘Asielzoekers eruit en de Polen erin’, Algemeen Dagblad 20 januari
2005.
63
An., ‘Harde aanpak illegalen en profiteurs’, NRC Handelsblad 21 april 2004.
64
An., ‘210.000 illegalen werken in Nederland, NRC Handelsblad 6 april 2004.
247
65
René Zwaap en Tonny van der Mee, ‘Criminelen hebben uitzendbranche in de
tang’,
Algemeen Dagblad 27 maart 2006.
66
Zie vorige noot.
67
An., ‘Vorig jaar 6468 illegalen weg’, Algemeen Dagblad 17 februari 2005.
68
Deedee Derksen, ‘Het Paspoort komt volgende week’, Volkskrant Magazine 1 juni
2002.
69
Jos Verlaan, ‘Uitzetting vaak slechts op papier’, NRC Handelsblad 31 juli 2003.
70
Marcel van Engelen, ‘Illegalen in Amsterdam: theorie en praktijk’, Het Parool 26
januari 2001.
71
Anja Vink, ‘Onzichtbare scholier’, NRC Handelsblad 2 en 3 november 2002.
72
Joyce Keuker, ‘CNV Bedrijvenbond zet deur open voor illegale schoonmaker’ en
idem, ‘Hoe meer werk, hoe beter’, Trouw 8 september 2006.
73
Hans Buddingh, ‘Geboortecijfer EU niet eerder zo laag’, NRC Handelsblad
7 januari 2000.
74
Zie vorige noot.
75
An., ‘Euroland immigratieland’, Trouw 6 januari 2000.
76
Zie vorige noot.
77
Ze noot 75.
78
An., ‘Politie Amsterdam pakt 66 illegalen op’, de Volkskrant 12 juni 2004.
79
Zie noot 68.
80
An., ‘De lonen stijgen wel, maar Oost-Europa blijft goedkoop’, Het Parool 15
februari 2005.
81
Zie vorige noot.
82
An., ‘Minimumloon moet Duitse banen redden’, Algemeen Dagblad 14 april 2005.
83
An., ‘Werkloosheid groeit hard’, NRC Handelsblad 1 juni 2005.
84
An., ‘Eén miljoen onder armoedegrens’, Algemeen Dagblad 15 juli 2004.
85
Paul de Beer, ‘Kabinet remt economisch herstel’, NRC Handelsblad 13 juli 2004.
86
Zie vorige noot.
87
An., ‘FNV: Te makkelijk ontslag om goedkope Pool in te huren’, Trouw 22 mei
2006.
88
An., ‘Marokko wil hulp van EU tegen illegale immigranten’, Trouw 23 november
2005.
89
Zie vorige noot.
90
Redactie, ‘Rechteloze illegalen’, Algemeen Dagblad 2 mei 2002.
91
Maaike Veen, ‘Angst voor Oost-Europese invasie’, Trouw 1 september 2006.
92
Wouter Bax, ‘Spanje wil meer hulp Europa tegen illegalen’ en idem, ‘Politici in het
Noorden moeten helpen een dam op te werpen’, Trouw 31 augustus 2006.
93
Arjan Paans, ‘Illegale Polen in aantocht’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
94
Paans, Arjan, ‘Illegale Polen in aantocht’, Algemeen Dagblad, 29 november 2003.
95
Arjan Paans, ‘Duitsland start Operatie Putzfrau’, Algemeen Dagblad 6 januari
2004.
96
An., ‘Mes in uitkeringen en zorg’, NRC Handelsblad, 16 september 2003.
97
Bart Dirks, ‘De terugkeer van de oude koppelbaas’, de Volkskrant 16 april 2002.
98
An., ‘Ruim 100 duizend illegalen werken via foute bureaus’, de Volkskrant, 6 april
2004.
99
John Hoogerwaard, ‘Hulp aan illegaal of krachtiger aanpak van uitbuitende
koppelbaas’, Trouw 7 december 2002.
248
100
An., ‘Aantal illegalen stijgt’, Algemeen Dagblad 9 februari 2005.
Bart Dirks, ‘Busjes vol illegalen rijden af en aan richting kassen’, de Volkskrant 22
juni 1999.
102
An., ‘Illegale krachten in trek bij horeca en boerenbedrijf’, Het Parool 15 december
2000.
103
An., ‘Illegalen weldaad voor de economie’, Het Parool 25 november 2000.
104
Zie noot 54.
105
Gert Onnink, ‘CNV: Inspectie slaat bij jacht op illegale arbeid nog geen deuk in
een pakje boter’, Algemeen Dagblad 25 februari 2006.
106
Zie vorige noot.
107
An., ‘Illegaal werk bij een op de vijf werkgevers’, NRC-Handelsblad 23 januari
2006.
108
Zie vorige noot.
109
Zie noot 105.
110
An., ‘Illegaliteit horeca blijkt hardnekkig’, NRC Handelsblad 29 augustus 2005.
111
Zie vorige noot.
112
Sion Besseling, ‘Bedrijven zetten illegalen aan de kant’, Het Parool 13 november
2002.
113
Zie vorige noot.
114
Zie noot 112.
115
RTL-Nieuws van 12 maart 2005 en an., ‘Moderne slavernij in Nederland’,
Algemeen Dagblad 14 maart 2005.
116
Illegalen moeten onder meer voor hun slaapplaats en identiteitspapieren betalen.
‘Hier is sprake van moderne slavernij,’ aldus de directeur Nico Laagland. In heel
extreme gevallen kunnen ze alleen een stoel huren voor 150 euro per maand”, aldus
de SIOD (zie vorige noot.) Zie over dit onderwerp meer in hoofdstuk 4.
117
Kim van Keken, ‘Illegale werkbemiddeling kost miljoenen’, de Volkskrant 7 april
2004.
118
An., ‘Illegaal vindt werk via klein uitzendbureau’, NRC Handelsblad 17 april 2003.
119
Redactie economie, ‘Uitzendbureaus hebben trucs genoeg’, Trouw 25 juli 2003.
120
Zie noot 118.
121
Zie noot 118.
122
An., ‘Controle op illegale arbeid werkt’, Het Parool 24 augustus 2005.
123
Marcel van Engelen, ‘Illegalen in Amsterdam: theorie en praktijk’, Het Parool 26
januari 2001.
124
An., ‘Illegale bouwvakkers op helft van bouwplaatsen’, Algemeen Dagblad 20
januari 2004.
125
Redactie economie, ‘Uitzendbureaus hebben trucs genoeg’, Trouw 25 juli 2003.
126
Zie noot 102.
127
Riet Pijnappels, ‘Pools heimwee’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
128
Zie vorige noot.
129
Gijs Moes, ‘Polen onderbetaald in Europese slachterijen’, Trouw 5 maart 2005.
130
Zie vorige noot.
131
Zie noot 129.
132
Zie noot 129
133
An., ‘Minder inspecties bij ondernemingen’, Trouw 9 september 2006.
134
An., ‘Bedrijf krijgt straks maar twee inspecteurs op bezoek’, NRC Handelsblad 8
september 2006.
101
249
135
Zie vorige noot.
Zie noot 133 en 134.
137
Marcel aan de Brugh, ‘De zelfdenkende kas’, NRC Handelsblad 16 januari 2004.
138
Zie vorige noot.
139
Redactie economie, ‘Rusland stopt import fruit en groente’, NRC Handelsblad
1 december 2004.
140
Zie noot 137.
141
An., ‘Illegale arbeider levert al jaren aanzienlijke bijdrage aan economie’, Trouw
3 mei 2002.
142
An., ‘Fraude bij kwekerijen’, Algemeen Dagblad 8 mei 2001.
143
Rachida Azough, ‘LTO erkent illegalen in tuinbouw’, de Volkskrant 12 maart 2004.
144
Zie vorige noot.
145
Renske Huysing, ‘Zwart werken kan gemakkelijk legaal’, Trouw 7 oktober 2004.
146
An., ‘Illegalen bij eenvijfde tuinders’, NRC Handelsblad 27 januari 2004.
147
Zie noot 117.
148
Zie noot 61.
149
An., ‘Arbeidsinspectie:bij 1.180 bedrijven illegalen gevonden’, NRC Handelsblad
4 augustus 1998.
150
Zie noot 143.
151
An., ‘Pak Poolse constructie sneller aan’, De Telegraaf 25 oktober 2004.
152
Zie vorige noot.
153
Zie noot 61.
154
Hella Rottenberg, ‘Bukken, plukken, wegrukken’, NRC Handelsblad 11 en 12
oktober 2003.
155
Per illegaal komt de boete thans neer op € 908. Dit bedrag werd in 2005 verhoogd
tot € 8.000.
156
€ 8.000 voor een illegale arbeider houdt in dat er 2.500 aangetroffen zullen
worden.
157
€ 908 voor een illegaal houdt in dat er ongeveer 3.330 illegalen aangetroffen
waren.
158
An., ‘Arbeidsinspectie geeft meer boetes voor illegale arbeid’, NRC Handelsblad
23 december 2005.
159
Zie noot 61.
160
An., Politie bestrijdt overlast in Amsterdam Zuidoost’, de Volkskrant 22 oktober
2005.
161
An., ‘Acties tegen illegalen op markt’, Het Parool 17 april 2003.
162
An., ‘Boete voor illegale arbeid’, NRC Handelsblad 14 april 2005.
163
Zie vorige noot.
164
Ben Haveman, ‘Berichten van het poetsfront’, de Volkskrant, 6 oktober 2003.
165
Zie vorige noot.
166
Zie noot 164.
167
Zie noot 164.
168
An., ‘Uitbuiting van au pairs kost geld’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
169
An., ‘Driekwart personeel pluimveebedrijf illegaal’, Algemeen Dagblad 3 juni 2004.
170
An., ‘Lichter werk’, Trouw 24 februari 2004.
171
An., ‘Slachterij beboet na dood in gierput’, Algemeen Dagblad 23 januari 2004.
172
Peter de Greef, ‘De dode illegaal in de gierput’, de Volkskrant 26 januari 2004.
136
250
173
In 2003 controleerde de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de politie Haaglanden 49 glastuinbouwbedrijven op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Bij 18 bedrijven werden overtredingen geconstateerd. Zie: An., ‘Veel gifovertredingen in glastuinbouw’, Algemeen
Dagblad 25 oktober 2003.
174
Zie noot 99.
175
Zie noot 112.
176
An., ‘Honderden asielzoekers ruimden kippen op zonder werkvergunning’,
de Volkskrant 16 juli 2003.
177
Zie vorige noot.
178
An., ‘Vogelpest in Limburg door asielzoekers’, de Volkskrant 7 augustus 2003;
an., ‘Ambtenaar vogelpestzaak handelde alleen’, Trouw 20 augustus 2003.
179
An., ‘Vogelgriepvirus velde 1000 mensen’, Trouw 14 oktober 2004.
180
An., ‘Alarm na dood van arts’, Algemeen Dagblad (Caraïbische editie) 22 april
2003.
181
Zie vorige noot.
182
Redactie, ‘Fiscus in de fout’, Algemeen Dagblad 12 juli 2003.
183
Roel Janssen, ‘We gaan geen muur om Nederland bouwen’, NRC Handelsblad
1 februari 2005.
184
Zie vorige noot en an., ‘Vertrek van werk valt mee’, Algemeen Dagblad 1 februari
2005.
185
An., ‘Economie vaart wel bij productie in lagelonenland’, NRC Handelsblad
31 januari 2005.
186
Zie vorige noot.
187
Gert Onnink, ‘Unilever ontziet Nederland niet bij uitbesteden werk naar het
buitenland’, Algemeen Dagblad 28 december 2005.
188
Rob Vreeken, ‘Hollandse roos bloeit op Ugandese ruïne’, de Volkskrant 16 juli
2003.
189
Zie vorige noot.
190
An., ‘Bloemen helpen KLM aan lijn naar Ethiopië’, Trouw 4 april 2005.
191
An., ‘Van Lier wijkt uit naar buitenland’, Het Parool 23 maart 2005.
192
Zie vorige noot.
193
An., ‘Mosa Porselein failliet door strijd met lagelonenlanden’, de Volkskrant
14 oktober 2004.
194
Zie noot 112.
195
An., ‘Tewerkstellen illegalen al hard gestraft’, de Volkskrant 15 december 2000.
196
Peter Groenendijk, ‘Meer illegalen in zware misdaad’, Algemeen Dagblad
26 november 2004.
197
An., ‘Illegaal kiest voor leven in de marge’, Algemeen Dagblad 26 november
2004.
198
An., ‘Fors meer boetes illegale arbeid’, Trouw 20 mei 2006.
199
Zie noot 197.
200
Zie noot 197.
201
Zie noot 196 en 197.
202
Zie noot 197.
203
Zie noot 196.
204
An., ‘PvdA in Senaat tegen harde taal in partij over illegalenbeleid’, NRC
Handelsblad 18 november 1992.
251
205
Zie vorige noot.
Kurt van Es, ‘Nordholt wijst uitzetten ‘gesettelde’ illegalen af’, Het Parool
18 november 1992; idem, ‘Men verwijt mij dat de realiteit niet anders is’, Het Parool
18 november 1992.
207
Bart Dirks, ‘Bende mensenhandelaars bestraft’, de Volkskrant 13 augustus 2003.
208
An., ‘Britse regering wil illegalen legaliseren’, NRC Handelsblad 14 november
2003.
209
Zie vorige noot.
210
An., ‘Legaliseren illegalen EU afstemmen’, NRC Handelsblad 31 januari 2005.
211
Zie vorige noot.
212
Zie noot 210.
213
An., ‘Rutte: Arbeiders uit Polen toch toelaten’, Algemeen Dagblad 27 november
2003.
214
Zie noot 54.
215
An., ‘Aantal bijstandstrekkers blijft stabiel, aantal WAO’ers daalt’, de Volkskrant
15 april 2005.
216
Antoinette Vietsch, ‘Is Florence Nightingale vergeten?’, Algemeen Dagblad 30 juni
2004.
217
Yvonne Doorduyn en Marc Peeperkorn, ‘Coalitie wil lonen onder minimum’,
de Volkskrant 14 oktober 2004.
218
Zie vorige noot.
219
An., ‘Toch knagen aan minimumloon’, Het Parool 4 december 2004.
220
An., ‘LTO vindt stop op Polen in tuinbouw geen optie’, Trouw 25 januari 2005.
221
Zie vorige noot en an., ‘Werkloze maakt handen niet graag vuil’, Het Parool
25 januari 2005.
222
Riet Pijnappels, ‘Pools heimwee’, Algemeen Dagblad 29 november 2003.
223
An., ‘Meer Polen werken in Nederland’, de Volkskrant 5 februari 2005.
224
An., ‘Polen vinden massaal werk op Nederlandse arbeidsmarkt’, Trouw 5 februari
2005.
225
Redactie binnenland, ‘Illegalen goedkoper dan asielzoekers’, Trouw 3 september
1999.
226
Zie vorige noot.
227
Yvonne Doorduyn, ’Zwartwerk naast uitkering onbestraft’, de Volkskrant 1 oktober
2004.
228
Zie vorige noot.
229
An., ‘SIOD vindt bijna zeventig gevallen van illegale arbeid’, de Volkskrant
15 maart 2004. (A952)
230
Zie noot 101.
231
Zie noot 154.
232
Zie noot 154.
233
Zie noot 154.
234
An., ‘Meeste illegalen werkten bij tuinders’, Trouw 12 december 2000.
235
An., ‘Kwart tuinders werkt met illegalen’, Allochtonen Krant 9 mei 2001.
236
An., ‘Ruim honderd illegalen opgepakt bij twee kwekers’, de Volkskrant 10 oktober
2001.
237
An., ‘Weer illegalen bij tuinders’, Algemeen Dagblad 24 juli 2003.
238
Claudia Kammer, ’We stuiten op allerlei criminele activiteiten’, NRC Handelsblad
26 en 27 november 2005.
206
252
239
Zie noot 229.
Zie noot 102.
241
An., ‘Veel verzet tegen opsporingsteams voor illegalen’ en an., ‘Stoere taal’,
Algemeen Dagblad 13 juni 2002.
242
Zie vorige noot.
243
An., ‘Stoere taal’ (noot 241).
244
Kurt van Es (zie noot 206).
245
Zie noot 240.
246
An., ‘Tewerkstellen illegalen al hard gestraft’, de Volkskrant 15 december 2000.
247
Zie noot 234.
248
An., ‘Werkgever illegalen gevangenis in’, Trouw 3 februari 2005.
249
Zie noot 206.
250
Zoals eerder vermeld, verklapte Nordholt in een interview in 1992 dat het een
beslissing was van de hoofdofficier van justitie in Amsterdam om een lage prioriteit te
geven aan het aanpakken van illegale confectieateliers. 'Er is in de ontstane
discussie ook weer de aandacht op gevestigd dat scherper moet worden opgetreden
tegen werkgevers die illegalen in dienst hebben. Ik kan daarvan zeggen dat dit stuit
op bezwaren bij het Openbaar Ministerie. Het is de hoofdofficier die hier de
opsporing en vervolging bepaalt.’ (Zie noot 206). Zie ook Arnold Koper en John
Wander, ’Daar is geen commissaris voor nodig’, de Volkskrant 30 november.
251
Thijs Wöltgens, ‘Bagatelliseren illegalenvraagstuk is onverantwoord’,
de Volkskrant 14 november 1992.
252
Malika el Ayadi, ‘Mensenhandel Europees aanpakken’, Trouw 7 november 2003.
253
Dit werd bevestigd door directeur Nico Laagland van de SIOD in RTL-Nieuws van
12 maart 2005 (zie noot 115) en Claudia Kammer (noot 238).
254
Sander van der Werff, , ‘Terreurverdachten hierheen via mensensmokkelroutes’,
Algemeen Dagblad 17 maart 2005; an., ‘Schiphol spil mensensmokkel’,
de Volkskrant 17 maart 2005.
255
Peter Groenendijk, ‘Schiphol spil in mensensmokkel’, Algemeen Dagblad
20 januari 2005.
256
An., ‘Smokkel mensen leidt tot hoge claim’, Het Parool 14 november 2003.
257
An., ‘Organisatie mensenhandel gearresteerd’, Het Parool 14 augustus 2003.
258
Zie noot 112.
259
An., ‘Massale arrestatie illegalen’, Algemeen Dagblad 14 maart 2003.
260
Zie noot 281.
261
Ron Meerhof, ‘Mensensmokkel verhardt verder na Dover’, de Volkskrant 15 maart
2003 en noot 259.
262
Pauline Sinnema, ‘De ziekte van Nederland’ (interview met Eric Nordholt),
Het Parool 3 juli 2004.
263
An., ‘Schiphol spil mensensmokkel’ (noot 254).
264
An., ‘Criminele sector voegt 3 miljard toe’, de Volkskrant 14 september 2005.
265
An., ‘In illegale economie gaat 3,3 miljard om’, Trouw 17 september 2004.
266
An., ‘KLM-personeel opgepakt voor mensensmokkel’, Algemeen Dagblad
28 oktober 2004.
267
Hoofdredactie, ‘Illegalen en de bond’, NRC Handelsblad 3 mei 2002.
268
Zie noot 115.
269
An., ‘4 Miljoen boete voor illegaal werk’, Algemeen Dagblad 14 april 2005.
270
Zie vorige noot.
240
253
271
Zie noot 82.
Anne Meijdam, ‘Den Haag wist van fraude post Peking’, Trouw 10 oktober 2003;
an., ‘Paspoortfraude in Peking’, Trouw 10 oktober 2003; an., ‘Visa-gesjoemel
onbewezen’, Trouw 28 mei 2004.
273
Zie noot 256.
274
An., ‘Justitie eist celstraf voor corruptie IND’, de Volkskrant 23 oktober 1999.
275
An., ‘Onderzoek valse visa via politie’, Het Parool 12 oktober 2000.
276
An., Corruptie bij dienst immigratie’, Algemeen Dagblad 7 april 2001.
277
An., ‘Zware eis voor frauderende IND’er’, Trouw 17 januari 2003.
278
An., ‘Arrestatie bij Vreemdelingendienst’, Algemeen Dagblad 12 februari 2003.
279
An., ‘Corruptiezaak bij Brabantse politie’, Algemeen Dagblad 9 september 2003.
280
An., ‘IND’ster opgepakt voor corruptie’, Algemeen Dagblad 20 november 2004.
281
Hedi de Vree, ’Poolse landdag bij de Roermondse rechtbank’, de Volkskrant
30 juli 2005.
282
An., ‘Huurder lijdt niet onder illegalen’, Trouw 26 augustus 2004.
283
An., ‘Kamer: Verdonk is te vaag’, Algemeen Dagblad 22 juni 2004.
284
Martijn van Best, ’Huisjesmelkerij is kankergezwel’, NRC Handelsblad 19 en 20
november 2005.
285
An., ‘Minister geschokt over illegale slaappanden’, VNG-Magazine 14 november
2003.
286
Jeroen Dijsselbloem e.a., ‘Huisjesmelkers harder aanpakken’, Trouw 23 oktober
2003; An., ‘Ontslag Poolse minister na blunder over ziekte’, de Volkskrant
9 december 2004.
287
Marc Kruyswijk, ‘Een eengezinswoning met 15 mannen’, Algemeen Dagblad 18
september 2003.
288
Zie vorige noot.
289
An., ‘Ontslag Poolse minister na blunder over ziekte’, (zie noot 286).
290
Zie noot 261.
291
An., ‘Illegalen in Rotterdam’, Eén op de middag, KRO, Radio 1, 3 september
2002.
292
An., ‘Boetes illegale kamerverhuur’, Het Parool 27 januari 2003.
293
Wybo Algra, ‘De echte huur was 350 euro’, Trouw 4 januari 2005.
294
Zie noot 115.
295
Zie noot 115.
296
An., ‘Politie: 21 illegalen in twee kamers’, NRC Handelsblad 20 oktober 2004.
297
Zie noot 54.
298
Bas Blokker, ‘Speurtocht naar spookbewoners’, NRC Handelsblad 14 mei 1996.
299
Zie noot 238.
300
An., ‘Weer 58 illegalen opgepakt’, Het Parool 12 februari 2004.
301
Marc Kruyswijk, ‘Khalid wil thuis zijn ogen sluiten’, Algemeen Dagblad
16 augustus 2002.
302
Marc Kruyswijk, ‘Vergunning komt te laat, Khalid sterft in ziekenhuis’, Algemeen
Dagblad 17 augustus 2002.
303
V.M. Crul, ‘Met één voet in de gezondheidszorg’, Medisch Contact 4 maart 2005,
pp.344-47.
304
An., ‘Mensenrechten en volksgezondheid’, NTvG 146 (24 augustus 2002) nr. 34,
pp.1603-04.
305
Zie vorige noot.
272
254
306
Zie noot 304.
An., ‘Amnesty bezorgd over ons land’, Het Parool 23 mei 2006.
308
Zoals de bekende Surinaamse journalist en oprichter van radio ABC, de heer
Johnny Kamperveen (zoon van de op 8 december 1980 doodgeschoten
verslaggever André Kamperveen) overkwam in 2003. Hij overleed aan de gevolgen
van dit zelfde ziektebeeld aan zijn voet in een Surinaams ziekenhuis.
309
Zie noot 303.
310
An., ‘Verslaafde illegalen krijgen onvoldoende zorg’, (Rubriek Nieuws Reflex),
Medisch Contact, nr.13, 1 april 2005.
311
An., ‘Hoogervorst wil voorrang voor orgaandonoren’, de Volkskrant 4 maart 2005.
312
Mr. dr. J.P. Balkenende, Minister President, ‘Brief aan de heer ing. A.M. Bos: Uw
verzoek tot schadeloosstelling’, d.d. 7 juni 2004, ministerie van Algemene Zaken,
Kenmerk 04M464996; NRC Handelsblad 12 en 13 juni 2004.
313
Zie noot 68.
314
An., ‘Organisatie KNMG’, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering
der Geneeskunst, website 28 november 2005.
315
Zie vorige noot.
316
An., ‘Illegaal niet uitsluiten van zorg artsen’, Het Parool 7 maart 1996.
317
P.C.H.M. Holland,’KNMG, Commissie Smeets’, Kenmerk: JL/MV/04-01451, p.55.
318
Zie vorige noot.
319
Johan Legemaate e.a., ‘Kwaliteitsmanifest’, Federatiewerkgroep Kwaliteit, KNMG,
16 september 2003.
320
Zie vorige noot.
321
Zie noot 319.
322
Zie noot 319.
323
Zie noot 319.
324
Zie noot 319.
325
Dénis van Vliet, ‘Patiënten vaker niet verzekerd’, Algemeen Dagblad 18 juni 2004.
326
Bert Pots, ‘Onverzekerd in IC-bed’, Medisch Contact, 58 (21 november 2003)
nr. 47, p 1801; F. Kievits en M.T. Adriaanse, ‘Niet verzekerd tegen ziektekosten’,
NTvG 147 (29 november 2003) nr. 48, p 2395-96; Persbericht CBS, 10 november
2003.
327
Ellen Danhof, ‘Minder patiënten verzekerd’, Algemeen Dagblad 11 oktober 2003.
328
Perry Feenstra, ‘Verzekeraars vrezen leger onverzekerden’, Trouw 26 november
2005.
329
Zie vorige noot.
330
Zie noot 319.
331
Zie noot 319.
332
An., ‘Vaker patiënt zonder polis in ziekenhuis’, Het Parool 6 januari 2000.
333
Zie noot 325.
334
Toine Heijmans en Bas Mesters, ‘Onverzekerde jaagt ziekenhuis op kosten’,
de Volkskrant 6 januari 2000.
335
An., ‘Aantal onverzekerden neemt aanzienlijk toe’, de Volkskrant 22 maart 2005.
336
Carl Mureau, ‘Illegalen zijn geen probleem, ze hebben er een’, Algemeen Dagblad
13 juni 2002; an., ‘Aantal onverzekerden neemt aanzienlijk toe’ (zie noot 335).
337
An., ‘Vaker patiënt zonder polis in ziekenhuis’, Het Parool 6 januari 2000.
338
Zie noot 334.
307
255
339
Zie noot 327 en an., ‘Toename onverzekerde patiënten’, NTvG 147 (1 november
2004) nr. 44, p. 2189.
340
Zie noot 334.
341
Zie noot 334.
342
Een vrouw liep een gecompliceerde beenbreuk op bij een aanrijding en bezocht
de afdeling Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis. Er was sprake van een gecompliceerde beenfractuur en dus was er een operatie-indicatie. Maar omdat de vrouw
onverzekerd was, werd de patiënte zo goedkoop mogelijk behandeld en werd het
been alleen in gips verpakt. Een dag later bleek bij controle dat haar voet donker
verkleurd was. De patiënte onderging alsnog een spoedoperatie om het been te
redden, maar jammergenoeg volgde er een amputatie.
343
Zie noot 334.
344
Zie noot 334.
345
S. van Es, K. Fogelberg en M. van den Muijsenbergh, ‘Vreemde tijden’, Medisch
Contact, 55 (3 maart 2000) nr.9, p 307.
346
Zie noot 319.
347
Epema, Illegaal: een zorg(e)loos bestaan? Een inventariserend onderzoek naar
de hulpverlening aan illegalen in Utrecht, Utrecht, GGD, Afdeling Maatschappelijke
Gezondheidsbevordering en Zorg, 1997.
348
H. Verkleij, Monitoring van de gezondheidstoestand van illegalen, ministerie VWS,
DIA, Uitvoering werkzaamheden door RIVM, 22 juni 1999.
349
Zie vorige noot.
350
Nationale Raad voor de Volksgezondheid, Gezondheidszorg voor illegaal
verblijvende vreemdelingen, Zoetermeer, 1995.
351
Zie noot 348.
352
Zie noot 348.
353
Eelke van der Veen, voorzitter Stichting Koppeling. Het bureau is gevestigd bij
Agis Zorgverzekeringen te Amsterdam, Postbus 22779, 1100 DG Amsterdam.
354
Zie vorige noot.
355
An., ‘Illegalen moeten altijd medicijnen kunnen krijgen’, de Volkskrant 24 oktober
2002.
356
Zie vorige noot en an., ‘Illegalen moeten contant betalen in apotheek’, Het Parool
23 oktober 2002.
357
An., ‘Medische zorg illegalen niet slechter door Koppelingswet’, NRC Handelsblad
22 oktober 2001.
358
Zie vorige noot.
359
Frank Renout, ‘Illegalen op tijd naar de dokter’, Algemeen Dagblad 22 oktober
2001.
360
Zie vorige noot.
361
An., ‘Zorg aan illegalen toereikend’, Algemeen Dagblad 7 juli 2001.
362
Patricia van der Zalm, ‘Illegalen: beperkte toegang tot zorg’, Medisch Vandaag
24 mei 2000.
363
Zie vorige noot.
364
Zie noot 362.
365
Interview huisarts mevr. Fogelberg van de Johannes Wier Stichting
(Mensenrechten en Gezondheidszorg) in het NOS-Journaal van 22 januari 2000
(18:20 uur), Radio I.
256
366
Begin 2005 is na jarenlange touwtrekken tussen de verantwoordelijke instanties
en autoriteiten de Wet op de Identificatieplicht voor burgers ouder dan 14 jaar
ingevoerd. De Nederlandse discussie over een beperkte of algemene identificatieplicht was al twintig jaar oud. Er werd dan keer op keer geconcludeerd dat een
algemene identificatieplicht te ver ging. Eind 2001 trok ook het kabinet Kok II deze
conclusie op basis van een degelijke analyse. (P.J. Hustinx, ‘Algemene Identificatieplicht ondoordacht’, NRC Handelsblad 13 februari 2003.)
In februari 2003 diende demissionair minister Donner van Justitie een wetsvoorstel in
voor het invoeren van een algehele identificatieplicht vanaf 12 jaar. Het College
Bescherming Persoonsgegevens (CBP) stelde echter in een advies dat dit wetsvoorstel strijdig was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dat
invoeren ervan zou leiden tot grootschalige registratie van onverdachte burgers. (An.,
‘Harde kritiek op identificatiewet’, NRC Handelsblad 13 februari 2003.) Het college
noemde het wetsvoorstel ‘misleidend’ omdat bewust argumenten tegen invoering van
die algemene identificatieplicht werden genegeerd. In het Europese Verdrag voor de
Rechten van de Mens is vastgelegd dat ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer
alleen wordt gerechtvaardigd door ‘een zwaarwegend maatschappelijk belang.’
(Hustinx, zie boven.)
Omdat het wetsvoorstel geen nieuwe argumenten bevatte, voldeed het kabinet
volgens het CBP niet aan de Europese eis om de inbreuk op de persoonlijke
levenssfeer te rechtvaardigen. Registratie van identificaties was noodzakelijk.
Daardoor viel bijvoorbeeld discriminerend optreden van politie te signaleren. In de
praktijk zou dat onder meer leiden tot een ‘aanzienlijke uitbreiding van de registratie
van onverdachte burgers’, of tot ‘oncontroleerbaarheid’ als gegevens onvolledig
werden opgeslagen. Volgens voorzitter P.J. Hustinx van het CBP werden te
voorziene discriminatoire en stigmatiserende gevolgen verbonden aan een algemene
identificatieplicht niet onderkend. En deze zouden nog vergroot worden door de
controlebevoegdheid die de Raad van Hoofdcommissarissen op 30 januari 2003
expliciet had geëist. (Hustinx, zie boven)
De Raad achtte invoering van een identificatieverplichting niet zinvol zonder de
mogelijkheid van zelfstandige controles, die bovendien systematisch moesten
worden vastgelegd.
Zo was de burger dus altijd verdachte. Volgens het college legde ‘de overheid haar
burgers een permanente verplichting op zonder te motiveren waarom specifieke
verplichtingen niet voldoende waren. Strafbaarstelling van het niet nakomen van de
identificatieplicht leidt tot een situatie waarin de overheid de burger naar believen als
verdachte kan bejegenen. De feitelijke identiteitscontroles en de registraties hiervan
kunnen de burger overlast bezorgen zonder dat het nut duidelijk of bewezen is.’ (An.,
‘Harde kritiek op identificatiewet’, NRC Handelsblad 13 februari 2003.)
Door de internationale terrorismedreiging hebben de sterke argumenten het
onderspit moeten delven en is vanaf begin 2005 de Wet op de identificatieplicht in
Nederland van kracht.
367
Mr. Rose Marie S. Doppegieter, ’KNMG: Noodzaak voor inbreuk op privacy?’,
Medisch Contact (17 juni 2005) nr. 24, p. 1152.
368
Maar in het AMC wordt de legitimatieplicht reeds vanaf begin jaren negentig
zonder enige bezwaar van een autoriteit toegepast. Men wilde meer zekerheid dat de
juiste patiënten indien nodig de medische behandeling krijgen. Tevens wilde men
257
voorkomen dat mensen verzekeringsbewijzen van iemand anders gebruiken. (Zie:
An., ‘Legitimatieplicht voor patiënt AMC’, Het Parool 31 mei 1994.)
Het AMC maakte in 1993 voor een miljoen gulden onkosten voor onverzekerde
illegalen. Volgens de wet hoeven ziekenhuispatiënten zich niet te legitimeren. De
Reinier de Graafziekenhuizen in Delft, Voorburg en Naaldwijk vragen vanaf eind
maart 2003 aan patiënten een officieel identiteitsbewijs te tonen. (An., ‘Ziekenhuis
vraagt om paspoort’, Algemeen Dagblad 5 maart 2003.)
Het NRC Handelsblad denkt overigens dat het AMC naar een identiteitsbewijs vanaf
begin 1996 vraagt. (Bas Blokker, ‘Speurtocht naar spookbewoners’, NRC Handelsblad 14 mei 1996.) Geen enkele Inspecteur voor Gezondheidszorg, minister of
Kamerlid heeft zich bovendien ooit afgevraagd of de legitimatieplichtbeleid van het
AMC wel legitiem was en in welke mate dit beleid de volksgezondheid in gevaar zou
kunnen brengen.
369
An., ‘Paspoort mee naar ziekenhuis’, Algemeen Dagblad 4 oktober 2003 en
redactie, ‘Wankele gezondheid’, Algemeen Dagblad 6 oktober 2003.
370
Zie noot 367.
371
Zie noot 367.
372
NOS Journaal van 6 januari 1996, Radio I, 07:40 uur.
373
Noël van Bemmel, ‘Legitimatie past niet bij ziekenhuis’, de Volkskrant 27 februari
2003.
374
Zie vorige noot.
375
Zie noot 373.
376
Zie noot 373.
377
Jan van der Ven, ‘Illegaal houdt de zorg die werkelijk nodig is’, Het Parool 14
maart 1996.
378
Zie noot 369.
379
Zie noot 369.
380
E. Borst-Eilers, ministerie van VWS, 24 april 1996.Kenmerk: GVM/MO/962399BB.
381
Zie vorige noot.
382
Ik kreeg afwijzingen van:
1. Univé Verzekeringen te Alkmaar, (Mw. J.A. van der Hoek, kenmerk:
PV/ACC).
2. Ohra Ziektekostenverzekeringen N.V. te Arnhem (R. de Graaf ); vroeg naar
een geldige verblijfsvergunning.
3.Nedasco BV assuradeuren te Amersfoort (Dhr. R.J.R. Brummel).
4.Verzekeringen Geové te Velp (A.F. van Beem, Kenmerk: AvB/ME/info);
vroeg naar een geldige verblijfsvergunning.
5.Zilveren Kruis te Noordwijk; vroeg naar een verblijfsvergunning (model A) of
een uittreksel van de Burgelijke Stand (Dhr. W.J.C. Sluijs, Kenmerk: A.V.).
6.Ziekenfonds Amsterdam en Omstreken, particulieren.
383
An., ‘Interpolis wil hennepkwekerijen verzekeren’, Algemeen Dagblad 21 oktober
2004.
384
Bas Groenendijk, ‘Ziekenfonds voor hond en kat’, Algemeen Dagblad 17 oktober
2002.
385
Richard Clevers, ‘Viervoeter zelfs op reis verzekerd’, Algemeen Dagblad 9 maart
2005.
386
Zie vorige noot.
258
387
An., ‘Huisdier in EU krijgt een eigen paspoort’, NRC Handelsblad 28 november
2003.
388
Zie vorige noot.
389
An., ‘Medisch noodfonds voor illegalen’, Nederlands Dagblad 11 september 1999.
390
Edwin Winkels, ‘Spanje wettigt illegalen’, Algemeen Dagblad 28 oktober 2004.
391
Zie vorige noot.
392
An., ‘Ruim 300.000 illegalen melden zich’, Trouw 9 april 2005.
393
Zie noot 390.
394
Steven Adolf, ‘Spanje: wie werk heeft mag blijven’, NRC Handelsblad 27 oktober
2004.
395
Paul-Kleis Jager, ‘Zapatero wil recht doen aan illegalen met baan’, Trouw
7 februari 2005.
396
Zie vorige noot.
397
Zie noot 395.
398
Zie noot 390.
399
An., ‘Artsen: hospitaal weigert patiënt’, NRC-Handelsblad 20 en 21 mei 2006.
400
An. ‘Artsen eisen waarborgfonds voor onverzekerden’, Trouw 27 juni 2006.
401
Zie noot 399.
402
An., ’Nederland helpt Afrika aan een eerste ziekenfonds’, Trouw 29 juni 2006.
403
Zie noot 68.
404
Zie noot 335.
405
Zie noot 335.
406
Zie noot 335.
407
NOS Journaal van 5 december 2005, Radio I.
408
Zie noot 390.
409
Jaap Stam, ‘Op zwarte school heerst de onkunde’, de Volkskrant, 24 december
2004.
410
Zie vorige noot.
411
Zie noot 409.
412
Pieter van der Ven, ‘Volgzaam, vroom en voor de kerk niet bang’, Trouw 26
november 2004.
413
Marieke Monden, ‘God swingt in de garages onder de Bijlmer’, Het Parool 19
januari 1999.
414
An., ‘Stervende bij AMC gedropt’, Het Parool 16 april 2003.
415
J.H. van Loenhout-Rooyackers en C. Richter, ‘De diagnostiek en behandeling van
halskliertuberculose’, NTvG, 144 (2000) nr. 47, pp. 2243-47.
416
I. Sutherland, ‘The ten-year incidence of clinical tuberculosis following ‘conversion’
in 2,550 individuals aged 14 to 19 years. In: TSRU Progress report. Den Haag
(KNCV), 1968.
417
R. van Altena en C. Richter, ’De kliniek en diagnostiek van pulmonale en
extrapulmonale vormen van TBC’, Nederlands Tijdsschrift voor Medische
Microbiologie, mei 2002, pp. 46-53.
418
Zie vorige noot.
419
Zie noot 417.
420
J.C. Verhave e.a., ‘Aanwijzingen voor miliaire tuberculose: welke diagnostiek en
wanneer behandelen?’, NTvG, 146 (2002) nr. 25, pp. 1161-65.
421
Arjanne Smeijers, ‘Tuberculosebestrijding GGD Regio IJssel-Vecht te Zwolle’,
GGD Nieuws 14 (2002) nr. 9.
259
422
Zie noot 417.
M.A. Behr e a., ’Transmission of M.Tuberculosis from patients smear-negative for
acid-fast bacilli’, The Lancet 1999, nr. 353, pp. 444-49.
424
Zie noot 17.
425
H. van Deutekom, ‘Tuberculose anno 1999’, Modern Medicine 1999, nr. 12,
pp.1024-29.
426
Wybo Algra, ‘Te vroeg gejuicht’, Trouw 22 maart 2000.
427
An., ‘Tuberculose in Nederland’, Infectieziekten Bulletin 16 (2005) nr. 1, p.35.
428
H. van Deutekom, ‘Tuberculose in Amsterdam in de 21ste eeuw nog steeds
actueel’, Infectieziekten Bulletin 13 (2002) nr. 4, pp.150-52.
429
J.H. van Loenhout-Rooyackers, ‘Risico van tuberculose bij inadequate opvang
van aspirant-asielzoekers’, NTvG 138 (10 december 1994) nr. 50, pp.2496-500.
430
M.A. Brouwer en S.T. Keizer, ‘Tuberculose bij asielzoekers’, Infectieziekten
Bulletin 14 (2003) nr.2 (zonder pag.nr.).
431
Zie vorige noot.
432
Volgens de KNCV bedroeg het aantal geregistreerde patiënten in 1995 nog
280.000. De Europese patiënten maken 10 procent uit van het geschatte totale
aantal wereldwijd (ruim 8 miljoen). Tweederde van de Europese patiënten woont in
Oost-Europa in één van de staten van de voormalige Sovjet-Unie. Hier doet zich de
grootste stijging van het aantal patiënten voor. Midden-Europa heeft meer TBCpatiënten dan West-Europa, gemiddeld 41 per 100.000 inwoners. Oost-Europa heeft
de meeste TBC-patiënten, gemiddeld 90 per 100.000 inwoners. Dit is vergelijkbaar
met de situatie in Nederland van voor de Tweede Wereldoorlog. (An., ‘Tuberculose in
Europa’, factsheet KNCV-Tuberculosefonds, december 2003)
433
Zie noot 421.
434
Zie noot 426.
435
Zie noot 426.
436
Marjon Bolwijn en Emilie Escher, ‘TBC, de strijd tegen een reislustige bacil’,
Het Parool 30 maart 1996.
437
Zie vorige noot.
438
Zie noot 436.
439
Zie noot 436.
440
Zie noot 436.
441
Zie noot 436.
442
Mijntje Klipp, ‘Tbc-patiënten krijgen eigen streepjescode’, Het Parool 26 augustus
1995.
443
Zie vorige noot.
444
Zie noot 442.
445
Persoonlijke mededeling door mevr. Roos Lopez Diaz, TBC-verpleegkundige,
GGD Amsterdam, 13 december 2005.
446
Zie noot 442.
447
E. Cerda de Palou e.a., ‘Een kind met meningo-encephalitis tuberculosa, door
DNA-“fingerprinting” in verband gebracht met een micro-epidemie van tuberculose in
Zuid-Limburg’, NTvG 143 (4 september 1999) nr. 36, pp. 1816-19.
448
An., ‘Tuberculose dichterbij’, de Volkskrant 15 februari 2003.
449
An., ‘Zwervers worden vaker op TBC onderzocht’, de Volkskrant 14 oktober 1995.
450
An., ‘Korthals: Meer doen tegen mensenhandel’, Trouw 14 mei 2002.
451
Zie noot 425.
423
260
452
Zie noot 425.
Zie noot 425.
454
Zie noot 449.
455
H.A. van Geuns, ‘De tuberculosebestrijding in Nederland’, NTvG (1982), nr. 126,
pp.482-5.
456
Zie noot 436.
457
Zie noot 436.
458
Zie noot 436.
459
Zie noot 436.
460
Zie noot 436.
461
Zie noot 436.
462
Zie noot 436.
463
Zie noot 436.
464
Zie noot 436.
465
Zie noot 436.
466
Arjan Paans, ‘Tijdelijke status voor illegale tbc-patiënten’, Algemeen Dagblad 12
november 1999.
467
Zie vorige noot en noot 436.
468
A. Straver, ZAO-Zorgverzekeringen-Amsterdam, kenmerk: 96.AM.0025\as, 19
januari 1996.
469
Aan longtuberculose moet men denken bij hoestklachten die langer dan drie
weken duren veranderingen in een al bestaand hoestpatroon en opgeven van
sputum, soms met bloedbijmenging. Indien verschijnselen van een luchtweginfectie
niet reageren op antibiotica, dient ook aan TBC te worden gedacht (zie uitgebreider
8.1).
470
Omdat er geen reactie volgens Mantoux werd verricht, zou – als de ZN-kleuring
negatief zou zijn geweest – de TB-GGD hebben kunnen volharden in hun conclusie
dat er geen sprake was van een specifieke longTBC, maar van een banale
pneumonie.
471
Zie noot 413.
472
75 mm in het eerste uur van de rode bloedcellen (BSE, normaal 10-15 mm).
473
De bloedbezinking (BSE) was met 106 mm het eerste uur zeer sterk verhoogd
(normaal tussen 10 en 15 mm).
474
Met name mesothelioom of pleuritis carcinomatosa.
475
Patiëntnummer 8345855.
476
Patiëntnummer 5468956.
477
Patiëntnummer 3154616.
478
Marc van den Broek, ‘Longziekte vaker fataal’, de Volkskrant 18 januari 2003.
479
Zie vorige noot.
480
Zie vorige noot.
481
Benoît Dôme, ‘Voorkomen van legionella is beter dan genezen’, Algemeen
Dagblad 4 december 2001; an., ‘Beter letten op legionella-infectie’, Algemeen
Dagblad 19 februari 2001.
482
Zie noot 449.
483
Willebrord Nieuwenhuis, ‘Illegalen moeilijker bereikbaar voor medici’, NRC
Handelsblad 30 juni 1998.
484
Vele onverzekerde zieke illegalen zijn in Nederland door het ondermaatse beleid
van gezondheidszorginstellingen ziek geworden.
453
261
485
Zie noot 483.
An., ‘Onderzoek stemt zeker tot nadenken’, Trouw 9 september 1999.
487
Zie vorige noot.
488
Zie noot 486.
489
Maurits Schmidt, ‘Drugsgebruikers nemen het niet zo nauw met tbc’, Het Parool
23 oktober 1993.
490
An., ‘Illegalen hebben recht op gezondheidszorg’, Nederlands Dagblad 16 juli
1999.
491
Zie noot 399 en Marie Kok en Frans Sikken, ‘Tweedeling op straat’, Medisch
Contact 61 (19 mei 2006), nr. 20, p.843; An., ‘Artsen: hospitaal weigert patiënt’,
NRC-Handelsblad 20 en 21 mei 2006.
492
Zie vorige noot.
493
Esther Rosenberg, ‘Ziekenhuizen moeten hard zijn’, NRC-Handelsblad 14 en 15
januari 2006; idem, ‘Den Haag beperkt hulp onverzekerden’, NRC-Handelsblad 21
december 2005.
494
Esther Rosenberg, ‘Den Haag beperkt hulp onverzekerden’ (zie vorige noot).
495
Esther Rosenberg, ‘Ziekenhuizen moeten hard zijn’ (zie noot 493); idem, ‘Wat is
spoedeisende zorg?’, NRC-Handelsblad 22 december 2005.
496
Emilie Escher, ‘De Witte Jas, hulp voor paria, Het Parool 12 december 1994.
497
C.M.A.M. van der Horst, AMC, 6 december 1996, kenmerk: ae, pat.nr. 2.005.127.
498
Dit naar aanleiding van de mogelijke acties van VWS en Justitie via de IGZ en het
MTC naar mijn handelen. Hieruit vloeide voorlopig twee tuchtzaken voort (CPA en
‘racisme’-uitspraak tegen Bijlmerartsen). Tussen 1996 en 1998 werden een stuk of
zes andere tuchtzaken succesvol door mij gepareerd. Gevolg was wel dat de media
mij massaal achtervolgden.
499
‘Arts in de Bijlmer’, Netwerk 5 januari 1997, KRO.
500
Een kleine 60% van de leerlingen met ongewenste seksuele ervaringen op school
praat daarover. Drie procent gaat naar een vertrouwenspersoon op school. Dat bleek
in december 2001 uit een promotieonderzoek door sociologe Cristien Bajema van de
Rijksuniversiteit Groningen. Bajema vindt dat leerlingen na een ernstig vergrijp vaker
hulp zouden moeten zoeken bij een vertrouwenspersoon. Die kan helpen de gebeurtenissen beter te verwerken. Bovendien kan de vertrouwenspersoon voorkomen dat
de docent of leerling die iemand seksueel heeft lastiggevallen meer slachtoffers
maakt. (Zie: An., ‘Seks op school taboe’, NRC Handelsblad, 6 december 2001.)
501
Al een paar jaar vóór de poliklinische controle van Maria door de AMCdermatologen hadden collega’s en de GZ in 1994 omtrent het vorenstaande de
volgende richtlijnen bekendgemaakt: ‘Hulpverleners die in hun werk te maken krijgen
met vermoedens van seksueel misbruik van kinderen, zijn moreel verplicht hun
bevindingen te melden.’ (Zie: An., ‘Sancties bij niet-melden van misbruiken kinderen’,
Het Parool, 11 maart 1994.) Dit zou onderdeel van hun beroepscode moeten worden
en tuchtrechtelijke sancties zouden moeten volgen als melding achterwege blijft.
502
In het rapport Hulp aan slachtoffers van seksueel geweld (2003) stelde de
Rutgers Nisso Groep, het landelijk kenniscentrum seksualiteit in Utrecht, dat de
behandeling van deze patiënten ernstig tekortschiet. In psychiatrische ziekenhuizen
had zelfs 75% van de behandelde slachtoffers nog last van ernstige stressklachten.
Volgens het onderzoekscentrum was de falende hulpverlening toe te schrijven aan
een gebrek aan deskundigheid bij de hulpverleners. 60% Van alle hulpverleners die
in de eerste- en tweedelijns geestelijke gezondheidszorg werken, is niet voldoende
486
262
geschoold in het behandelen van slachtoffers van seksueel misbruik. Volgens het
kenniscentrum zijn de uitkomsten van het onderzoek bijzonder alarmerend omdat
een grote groep cliënten een geschiedenis van seksueel geweld had. (Zie: An.,
‘Hulpverlening na seksueel geweld is ruim onvoldoende’, de Volkskrant 14 april
2003). De ervaringen met het hulpverleningsnetwerk n.a.v. het misbruik van kindje
Maria bevestigen in dit geval de bevindingen van de Rutgers Nisso Groep. De
Haarlemse therapeute F. Lamers, die vooral slachtoffertjes van seksueel geweld
behandelt, maakte zich in juni 1999 boos omdat nog steeds veel kinderen die de
dupe zijn geweest van seksueel misbruik, geen behandeling krijgen. Een deel van
deze kinderen loopt het risico zelf dader te worden omdat zij geen adequate hulp
hebben ontvangen, constateerde Lamers. (Zie: An., ‘Gevolgen seksueel misbruik
gaan niet vanzelf over’, de Volkskrant 26 juni 1999.)
Haar Amsterdamse collega R.Bullens, bijzonder hoogleraar forensische jeugd- en
kinderpsychologie zette daar een percentage van 30% bij. Het is volgens hem geen
wet van Meden en Perzen dat slachtoffertjes zelf ook dader worden. Wel leert de
ervaring dat het zaak is om extra alert te zijn als kinderen op zeer jonge leeftijd
andere kinderen misbruiken. ‘Misschien zijn ze zelf misbruikt en vieren ze hun
agressie op die manier bot’, dacht Bullens. Lamers ergerde zich aan de
maatschappelijke commotie over het soms gruwelijke gedrag van jongeren. ‘We zijn
verbijsterd als er iets ergs gebeurt, maar tegelijk laten we als maatschappij kinderen
in de kou staan’ (zelfde bron).
503
Zoals in de navolgende casus: in november 2003 was een vijfjarige kleuter in
Nijmegen van school gestuurd wegens seksueel misbruik van klasgenootjes. De
kleuter zou onder meer de geslachtsdelen van leeftijdgenootjes hebben betast en
stokjes in hun anus hebben gestopt. ‘Ouders en onderwijsinspectie hebben harde
kritiek op de leiding van de school in de wijk Dukenburg. De ouders vonden dat de
directie onmiddellijk na de eerste melding, op 28 augustus, in actie had moeten
komen. Ook de inspectie meende dat de zaak ‘te lang onder de pet is gehouden’.
(Zie: Annelieke Dijkstra, ‘Kleuter van school wegens seksueel misbruik’, Algemeen
Dagblad 20 november 2003.) ‘Volgens schoolbestuurder J. van de Logt was er
sprake van niet normaal, onderzoekend seksueel gedrag. Van de Logt riep een
adviesteam bijeen, waarin zedenpolitie en GGD zitting hadden. Ook de inspectie
kwam eraan te pas. De inspectie stelde een vertrouwensinspecteur beschikbaar.
Kort voor de herfstvakantie werden de ouders op de hoogte gesteld. Dat leidde tot
meer meldingen.’ (Zelfde bron.)
504
Temeer door de arrestatie in 2003 van een 32-jarige man. Deze was opgepakt
voor zeker vijf verkrachtingen en aanrandingen van minderjarige meisjes in Amsterdam Zuidoost, de wijk waar Maria woonde. Uit DNA-onderzoek bleek dat hij al in
1999 actief zou zijn geweest (Zie: An., ‘Arrestatie na serie verkrachtingen’, Algemeen
Dagblad 13 februari 2003). Een vertrouwensarts zou de zedenpolitie in verder onderzoek hebben kunnen aansturen omdat gebleken is dat politie en justitie vaak niet
deskundig zijn om aangiften van ingewikkelde zedendelicten te behandelen. (Zie:
An., ‘Politie niet deskundig in zedenzaak’, Het Parool 1 oktober 2001.)
505
Diana de Veld, ‘De patiënt, de onderzoeker en de wet’, Cicero (Maandblad van
het Leids Universitair Medisch Centrum) 24 maart 2006, nr.4, p.23.
506
WMO, Wet van 26 februari 1998, Stb.161, laatst aangevuld op 17 december
2003, Stb. 2004, 32.
507
An., ‘Rechten patiënt moeilijk voor arts’, NRC Handelsblad 17 november 2003.
263
508
Zie vorige noot.
De verminderde deelname van de niet-westerse migranten aan deze medische
trials wordt door literatuuronderzoek bevestigd.
510
M.A.F. Nievaard, R. de Vos, J.C.J.M. de Haes en M. Levi, ‘Redenen voor
patiënten om (niet) te participeren in klinische trials. Een systematisch literatuuroverzicht’, NTvG, 148 (24 januari 2004) nr. 4, pp.186-90.
511
H.D.C. Roscam Abbing, ‘Het recht op informatie in de medische praktijk’, NTvG
137 (1993) nr. 37, pp.1861-63.
512
Wim Meij, ‘Aantal medicijndoden kan fors naar beneden’, Algemeen Dagblad
1 maart 2005.
513
An., ‘Patiëntveiligheid is ver onder de maat’, Medisch Contact 59 (12 november
2004) nr. 46, p.1808.
514
P.L.A. Fraaij e.a., ‘Therapieontrouw HIV-geïnfecteerde kinderen’, Medisch
Contact 59 (5 november 2004) nr. 45. In dit multidisciplinair pediatrisch HIV-overleg
hadden vertegenwoordigers zitting van de Raad voor de Kinderbescherming, de
jeugdzorg, het arrondissementparket Rotterdam en het HIV-behandelteam van het
Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis.
515
Zie vorige noot.
516
Nancy de Randamie, ‘Wij gaan onze zoon niet dumpen in een tehuis’, (rubriek
‘Mens en Maatschappij’), De Ware Tijd (dagblad in Suriname), 13 mei 2006.
517
Zie vorige noot.
518
Zie vorige noot. Met ‘kunstmatige hartklep’ zal bedoeld zijn een prothese van
kunststof.
519
Mogelijk werd de heer Soeklall onjuist geïnformeerd en heeft de baby niet een
klep van zijn eigen weefsel ontvangen maar van een ander persoon of van een dier.
520
Zie noot 516.
521
W. Lammers e.a., Algemene Farmacotherapie. Het geneesmiddel in theorie en
praktijk, Leiden (Stafleu) 1975, pp. 236-37.
522
Geciteerd naar de brieven van de artsen Wolf (St.-Lucas Ziekenhuis), Derkx
(AMC) en De Ridder (AMC), gericht aan de huisarts van de patiënt.
523
Zie vorige noot.
524
Op de avond van de Bijlmerramp op 4 oktober 1992 waren beide moeders
overigens langer dan een uur vlakbij de rampplek aanwezig.
525
De deletie is voor 100 procent de novo. Diagnose: 22 q 13. (Vlgs. Donna
McDonald e.a., Associate Director, Clinical Genetics, Children Hospital of
Philadelphia, University of Washington. Zie:
www.geneclinics.org/profiles/22q11deletion/details.html (update 23 juli 2003)).
526
Uitgevoerd met cormid probes (Sc11.1 en M51) die in het Di George gebied
liggen. Een deletie van dit gebied werd uitgesloten. Echter bij trypsine Gymsa
kleuring werd vastgesteld dat het terminale gedeelte van de lange arm van een der
chromosomen 22 ontbrak. De diagnose deletie van chromosoom 22 q 13 werd
gesteld.
527
Kindje Shah is begin januari 1995 na een zwangerschap van 38 weken geboren
in het AMC. De Apgarscores waren 10 na 1 minuut en nog eens 10 na resp. 5
minuten. Het betrof een dysmatuur jongentje met een geboortegewicht van 1.740
gram.
528
FISH-diagnose negen jaar na geboorte: 22 q 11. Bij 93 procent van de patiënten
met een
509
264
22 Q 11 deletie is de aandoening de novo en bij 7 procent is de deletie geërfd van
een van de ouder (Zie noot 526).
529
Drie maanden vóór deze verklaring werd dokter Jansweijer door een collega van
het OLVG, dr.T.J. Herweijer, gevraagd of bij kindje Shah sprake zou kunnen zijn van
een syndroomdiagnose. Om een begin te kunnen maken deze vraag zo goed
mogelijk te beantwoorden is er behalve een medisch-technisch onderzoek, tevens
noodzakelijk alle in het AMC aanwezige documenten betreffende Shah van 1995
vanaf de opname tot de geboorte in het AMC te bestuderen. Mogelijk heeft dokter
Jansweijer in een van de documenten kunnen achterhalen dat het niet verzekerd zijn
de werkelijke reden van overplaatsing was.
530
Echografie van het hart toonde afwijkingen: een klein apicaal ventrikel septum
defect (VSD) en een verdenking op een atrium septum defect (ASD) type II. Ander
beeldvormend onderzoek was zonder afwijkingen.
531
Het resultaat van de toen verrichte cytogenetisch onderzoek luidde als volgt:
‘Normaal mannelijk karyotype 46, XY. Aanvankelijk bestond twijfel over de korte arm
van chromosoom 15. Daar is relatief veel satellietmateriaal aanwezig; het betreft een
normale variant zonder klinische betekenis. Een genetische oorzaak voor de
afwijkingen is hiermee niet uitgesloten.’
532
Bij onderzoek werd een kind gezien met dysmorfie: een kleine neus, kleine mond,
laag ingeplante oren. Shah groeide slecht. Hij woog maar 6980 gram (iets minder
dan twee standaarddeviaties onder de P3). Lengte 70½ cm (0,4 standaarddeviatie
onder de P3). Schedelomtrek 42½ cm (twee standaarddeviaties onder de P3). Het
hartgeruis werd niet meer gehoord. Shah zat nog niet zelfstandig en kroop ook nog
niet. Het hemoglobinegehalte was verlaagd: 6,2 mmol/l.
533
Zoals een scopie van de neus-keelholte, het inbrengen van een sonde voor
kunstmatige voeding, toedienen van neusdruppels en het opdringen van voeding.
534
Daarom werd mevrouw van Baren, psychologe, ingeschakeld om het eten weer
‘leuk’ te maken en om moeder te leren dat zij het eten niet moest opdringen. En om
de benauwdheid tijdens het drinken te verminderen schreef ze Ventolin en Atrovent
voor. Controleafspraak na een maand.
535
De linkerhand vertoonde een standafwijking: het linker handje was voornamelijk in
pronatiestand. De ontwikkeling: op de leeftijd van 14½ maand kon Shah nog niet
kruipen, liep nog niet, deed nog geen blokje in of uit een doos en gebruikte nog geen
enkel woordje.
536
Pas op de leeftijd van twee jaar begon Shah te lopen. Hij zei maar twee woorden:
‘Mama’ en ‘Nee’. Volgens moeder begreep hij alles. Bij lichamelijk onderzoek
vertoonde hij een nog duidelijker uiterlijk dan een jaar geleden in april 1996: een
opvallend platte neus, een plat voorhoofd en een kleine mond met afwijkende
tanden. Zijn gewicht bedroeg maar 8.650 gram op de leeftijd van ongeveer 2½ jaar
(< P3), bij een lengte van 80,5 cm (< P3) en een schedelomtrek van 45,5 cm (< P 3).
Rond de anus waren er twee fisuren zichtbaar.
537
Zo stelt zij: ‘Het typische gelaat doet niet direct denken aan één der bekende
proportionate short stature-syndromen. Was de geconstateerde anemie inderdaad
ferriprieve? In uw brief dd. juli 1996 was spake van nog normale ijzersaturatie (Ik
dacht aan eventueel Syndroom van Fanconi, hoewel de dysmorfie m.i. niet past, p.m.
controle volledig bloedbeeld). Zou beeldvormend onderzoek van de hersenen
kunnen bijdragen aan een diagnose? Is de suggestie van collega Nijdam, KNO-AMC,
voor re-evaluatie van de nasopharynx-hypoplasie ooit gevolgd? Mogelijk nieuw
265
diagnostisch aanknopingspunt? Indien nooit basisdiagnostiek naar aangeboren
stofwisselingsziekten heeft plaatsgevonden is ook dat te overwegen. Verder
kinderneurologische evaluatie geïndiceerd vanwege de centrale voortand (minimale
holoprosencefalie?) en dd. Marden-Walker. Zo nodig graag verder overleg.’
538
Na begin 1998 had kinderarts H.C. Kraakman van het OLVG de poliklinische
controles van Shah voortgezet. Hij vroeg aan de klinisch geneticus van het AMC,
mevrouw Plomp, een intercollegiaal consult om kindje Shah in het OLVG te
onderzoeken. De vraag van dokter Kraakman was wederom of er sprake was van
een syndroom, bijvoorbeeld het velocardiofaciaalsyndroom. Niet bekend is waarom
pas na bijna zes jaar de vraagstelling van dr. Kraakman door dr. Plomp beantwoord
kon worden.
539
FISH-diagnose negen jaar na geboorte: 22 q 11. Bij 93 procent van de patiënten
met een 22 Q 11 deletie is de aandoening de novo en bij 7 procent is de deletie
geërfd van een van de ouder (zie noot 526).
540
Bij het kindje Shah hebben artsen geen tijdelijke verblijfsvergunning kunnen of
willen aanvragen. Voor het reeds vorenstaande beschreven kind ‘Rasta’ die nodig
was voor een medisch experiment hebben artsen wel hun uiterste best gedaan om
bij de IND voor een verblijfsvergunning te pleiten.
541
An., ‘Politie wil vaker informatie van artsen’, Algemeen Dagblad 18 december
2004 en Bert Wiegman, ‘Laveren tussen redden en rekenen’, Jaarverslag AMC 1997.
542
C. Das en G. van der Wal, , ‘Het beroepsgeheim en de forensische geneeskunde’, NTvG 147 (18 oktober 2003) nr. 42, pp. 2076-79. Overigens was het VVD
Tweede Kamerlid Kamp in 1997 van mening dat ook zieke uitgeprocedeerde
asielzoekers het land uit moesten. En had iemand twee gebroken benen, dan kon hij
wat de VVD betreft nog altijd in een rolstoel (Zie: An., ‘Asielzoekers ook weg als ze
ziek zijn’, NRC Handelsblad 7 juni 1999).
Begin 2000 eiste eerdergenoemde kamerlid Kamp van de grote regeringspartij VVD,
momenteel minister van Defensie in het kabinet Balkenende II, dat de medische zorg
voor illegalen drastisch moet worden ingeperkt. Ook eiste Kamp dat artsen het bij de
politie moeten melden als zij uitgebreid hulp bieden aan illegalen. Volgens het
Kamerlid zijn artsen en andere hulpverleners die illegalen nachtelijk onderdak
bieden, verplicht dit bij de politie te melden. Dat is volgens Kamp niet in strijd met het
medisch beroepsgeheim; dat betreft volgens hem slechts medische informatie over
de patiënt’ (An., ‘Kamer kraakt VVD-plan voor aangeven zieke illegalen’, Algemeen
Dagblad 16 maart 2000).
543
Patricia van der Zalm, ‘Ethiek maakt huisartsenvak rijker’, Medisch Vandaag 11
september 2002.
544
Zie vorige noot.
545
Zie vorige noot.
546
Zie vorige noot.
547
Zie noot 26.
548
An., ‘Illegaal heeft recht op alle medische zorg’, de Volkskrant 12 februari 2000.
549
G. van Twillert e.a., ‘Ernstige psychose bij een Afrikaanse vrouw door het
antiretrovirale middel Efavirenz’, NTv G 149 (26 november 2005) nr. 48, pp.2687-89;
An., ‘Ernstige psychose bij een Afrikaanse vrouw door het antiretrovirale middel
Efavirenz’, NTvG 150 (18 maart 2006) nr. 11, pp. 642-44.
550
An., ‘Ernstige psychose bij een Afrikaanse vrouw door het antiretrovirale middel
Efavirenz’ (zie vorige noot).
266
551
Van Twillert (zie noot 549).
Deze waren mogelijk eveneens seropositief voor HIV. Zie: Ellen de Visser, ‘Een
daverend succes’, de Volkskrant 1 december 2005.
553
C.S. L ambregts-van Weezenbeek., S.T. Keizer e.a.. ‘Transmissie van multiresistente tuberculose in een Nederlands ziekenhuis’, NTvG 140 (16 november 1996) nr.
46, pp. 2293-95.
554
Hieromtrent zeggen artsen van de KNCV en van de GGD’s van Amsterdam en
Den Haag het volgende: ‘De richtlijn is om tenminste 2 geneesmiddelen waarmee
patiënt nog niet behandeld werd aan het schema toe te voegen. Hoewel betrouwbare
informatie over de eerdere behandeling in Duitsland ontbrak, lag het voor de hand
dat patiënt voordien ook al met Isoniazide werd behandeld. Omdat Rifampicineresistentie een belangrijke voorspellende waarde heeft ten aanzien van Isoniazideresistentie, was een intensieve fase met 5 middelen bij deze patiënt geïndiceerd’ (Zie
vorige noot).
555
Hieromtrent zeggen artsen van de KNCV en van de GGD’s van Amsterdam en
Den Haag het volgende: ‘Patiënt I werd na 3 weken behandeling uit de isolatie
ontslagen. In de toen geldende richtlijnen werd geadviseerd om besmettelijke TBCpatiënten de eerste 2-3 weken, onder chemotherapie, geïsoleerd te verplegen. Na
die periode kon de isolatie worden opgeheven, tenzij er belemmerende factoren
zoals resistentie en malabsorptie werden vermoed. Het advies om na 2-3 weken de
isolatie op te heffen was dus alleen van toepassing op ziektebeelden veroorzaakt
door goed gevoelige Mycobacterium tuberculosis-stammen, terwijl hier voldoende
reden was om resistentie te vermoeden.’ (Zie noot 553.)
556
Waarschijnlijk door de Vreemdelingenpolitie en zonder protest van de behandelende artsen van instelling A, daar men nog niet wist of patiënt nog besmettelijk was.
557
Zie noot 553.
558
Minimale remmende concentratie 10 – 20 mg/l.
559
TBC-infectie opgelopen tijdens een vliegreis is in 1996 beschreven (Zie: A.M.
Miller et al, ‘Tuberculosis risk after exposure on airplanes’, International Journal for
Tuberculosis and Lung Disease 77 (1996) nr. 5, pp. 414-19. Zie ook noot 546.
560
Arno Gelder, ‘Nooit achterover leunen’, Algemeen Dagblad 3 september 1999.
561
Aldus Jaap Veen, TBC-arts en consulent Europa verbonden aan de KNCV, als hij
spreekt over patiënten met multiresistente TBC, die voor een snelle verspreiding van
de bacil verantwoordelijk zijn. (Zie vorige noot.)
562
Zie noot 553.
563
Zie noot 553.
564
Jos Verlaan, ‘Asielzoeker met open tbc alleen genezen uitgezet’, Het Parool
24 april 1997.
565
Rechter in de zaak tegen Volkert van der Graaf, de heer Nol Vermolen, is als
bestuurslid van Vluchtelingen Werk Nederland medeverantwoordelijk geweest dat de
afdeling Apeldoorn in 1998 geld ter beschikking stelde om ‘vervalste’ paspoorten te
kopen voor familieleden van erkende Iraakse vluchtelingen. (Ruut Verhoeven,
‘Rechter Vermolen: betrokken en bedachtzaam’, Trouw 7 augustus 2002.) Die wilden
in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen: ‘Als het enige middel is
om mensen uit hun land te krijgen, kan de humanitaire nood prevaleren boven het
belang van de Nederlandse staat’, vond Vermolen destijds. Suzanne Wieberdink,
advocate in Haarlem en jarenlang kantoorgenoot van rechter Vermolen: ‘Tijdens de
552
267
bezettingsjaren in 1940-’45 is menig leven gered door valse documenten.’ (Zelfde
bron.)
566
Het AMC hoefde de ernstig zieke M.I. niet te laten arresteren. Sinds de jaren
negentig is het bekend dat de zorgverzekeraars de ziekenhuizen tegemoetkomen in
de kosten die illegale arbeiders niet kunnen betalen. Jaren later werd dit ook door het
AMC toegegeven. Een AMC-woordvoerder onder meer over de illegale werknemers:
‘Deze patiënten komen pas hulp vragen als het echt niet anders kan. Illegalen
proberen met hulp van familieleden de rekening te betalen. Gelukkig doet de
zorgverzekeraar niet moeilijk met vergoedingen.’ (An., ‘Meer onderzoek nodig naar
Tamils die asiel aanvragen’, NRC Handelsblad 17 juni 2000.)
567
Maria Ebben, ‘Opzeggen behandelrelatie moeilijke zaak’, Medisch Vandaag 18
december 2002.
568
Zie vorige noot.
569
F.J. Biesenbeek, Inspecteur voor de Gezondheidszorg, Staatstoezicht op de
Volksgezondheid, kenmerk fb/mg/961307.
570
F. de Graaf en C. Lameer, Medisch beroepsgeheim onder druk, Utrecht
(Molengraaf Instituut/ Universiteit van Utrecht) 1995.
571
Ziekenhuizen zijn niet dol op betalingsregelingen, omdat de meerderheid van
deze mensen na een eerste voorschot niets meer van zich laten horen. Ze zijn dan
ook niet meer te traceren.
572
Om deze reden werd dit gangbare eeuwenoude medisch standpunt dat door alle
Nederlandse artsen toegepast wordt, twee jaar later ook in de Koppelingswet (1 juli
1998) opgenomen.
573
E.I. Iwema Bakker, GG & GD Amsterdam, 29 juli 1993, referentie GGD: 319 ib.brf.
574
Kleuringen voor CEA waren focaal positief.
575
Indeling van carcinogene weefsels naar de ernst van ontwikkeling. T = tumor, N =
nodulus (knobbeltje). Volgens deze uitslag was de aandoening bij deze patiënt in
beginfase en nog niet overgegaan naar bijvoorbeeld de klieren.
576
Toine Heijmans, ‘Medische zorg illegalen is belabberd’, de Volkskrant 19 januari
2000.
577
Zie noot 365.
578
Zie noot 576.
579
Zie noot 576.
580
Zie noot 576.
581
An., ’Arts hoeft smokkelaar van bolletjes niet aan te geven’, Algemeen Dagblad
29 juli 1999.
582
Zie vorige noot.
583
Herman Staal, ‘Dominee hongert voor een illegaal’, NRC Handelsblad 22 juli
1999.
584
Annelies Smit, ‘Uit angst niet naar de dokter’, Algemeen Dagblad 1 juni 1999.
585
An., ‘Veelpleger springt uit flat en breekt been’, Het Parool 23 december 2004.
586
‘Bij controle in de schoonmaakbranche heeft de Arbeidsinspectie vorig jaar bij één
op de vijf gecontroleerde bedrijven illegale arbeid aangetroffen (…) Ook stelde de
inspectie vast dat dertien werknemers vervalste identiteitspapieren hadden of
werkten op de papieren van een ander. Dit blijkt uit een verslag van het ministerie
van Sociale Zaken.’ Zie: An., ‘Veel illegale arbeid in de schoonmaak’, Algemeen
Dagblad 3 mei 2006 (tevens gepubliceerd op www.AD.nl, d.d. 2 mei 2006).
268
587
An., ‘Ziekenhuis tipt politie over illegale moeder’, Trouw 8 december 2001; an.,
‘Illegale vrouw na bevalling bedreigd met uitzetting’, NRC-Handelsblad 11 december
2001.
588
An., ‘Illegale vrouw na bevalling bedreigd met uitzetting’ (vorige noot).
589
An., ‘VVD tegen ‘veel te ruime’ medische zorg voor illegalen’, NRC Handelsblad16 maart 2000.
590
Zie noot 587.
591
Frans Bosman, ’Half Suriname krijgt pillen uit Bijlmer’, Het Parool 13 november
1992.
592
Ik noemde mijn collega’s in de Bijlmermeer die zich niet inzetten voor sociaalmaatschappelijke minderheden, artsen ‘die alleen bezig [zijn] om hun portemonnee
te vullen’; collega’s die zich niet bekommerden om deze illegale, veelal allochtone
groep patiënten, noemde ik in het krantenartikel ‘racistisch’. Het was gespierde taal,
maar de kern van het sarcastische betoog bevatte mijn sterke overtuiging: ‘Ik kan
mijn beroep niet gescheiden zien van de sociaal-maatschappelijke omstandigheden…’
593
An., ‘Als ik geen verdachte in de pot heb zitten, ben ik alleen maar met
Westafrikanen bezig’, De Echo (editie Amsterdam Zuidoost), 15 december 1993.
594
Overigens is de artseneed niet de juridische grondslag van het beroepsgeheim.
Ook een arts die deze eed niet zou hebben afgelegd, is onderworpen aan het
beroepsgeheim. (Zie noot 542) In het Wetboek van Strafrecht is deze bepaling aan
het eind van de 19e eeuw overgenomen: artikel 272 stelt strafbaar ‘hij die enig
geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van
ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is
het te bewaren, opzettelijk schendt.’ (Zelfde bron) Het beroepsgeheim geldt niet
alleen voor een bepaalde en bekende individu, maar ook voor een hele groep
patiënten, bijvoorbeeld van een etnische minderheid, die bij een arts in de praktijk
staan geregistreerd. Grondslag van het medisch beroepsgeheim is bescherming van
de vertrouwelijkheid die nodig is in de relatie tussen behandelend arts en patiënt
(Zelfde bron). Dat huisartsen een beroepsgeheim hebben komt door de vertrouwelijke aard van hun beroep. ‘Mensen die bij hen hulp zoeken, moeten intieme zaken
prijsgeven om zo goed mogelijk geholpen te kunnen worden. Noodgedwongen wordt
de privacy aangetast.
595
Zie noot 542.
596
Dr. E.V. Simons, hoofd Medische Advies Dienst, ZAO-zorgverzekeringen,
Postbus 13605, 1100 KB Amsterdam, kenmerk: 93-MAD-1277/EvS/lz.
597
Roelfien Sant, ‘Dokter in de Bijlmer moet leren nee te zeggen’, Het Parool 20
november 1992.
598
An., ‘Huisarts krijgt vaak geen geld’, Het Parool 21 juli 1993.
599
An., ‘Aanpak zwart werk kan beter’, NRC Handelsblad 24 juni 1999 en noot 98.
600
An, ‘Aanpak zwart werk kan beter’ (vorige noot).
601
Zie noot 98.
602
An., ‘Snel dood, dan mag aids-vluchteling blijven’, de Volkskrant 22 januari 2000.
603
An.,‘Principes sterven uit in ziekenhuis’, Provinciale Zeeuwse Courant 1
november 2004.
604
An., ‘Campagne tegen hiv-toename Bijlmer’, NRC Handelsblad 4 februari 2004.
605
Marc van den Broek, ‘Arts zwijgt niet altijd meer’, de Volkskrant 9 augustus 2003.
606
An., ‘Schenden geheim algemeen belang’, NRC-Handelsblad 9 april 2004.
269
607
Folder ‘Grenshospitium’, ministerie van Justitie, directie voorlichting, Den Haag,
april 1992.
608
Zie vorige noot.
609
Kim van Keken, ‘Een graf zonder een naam voor een illegaal’, de Volkskrant
26 juli 2003.
610
Ellen de Visser, ‘Speciale kliniek illegalen met tbs’, de Volkskrant 28 oktober
2004.
611
Brochure ‘Gebouw van leugens’, Amsterdam (Autonoom Centrum), mei 1993.
612
Zie vorige noot en Kim van Keken, ‘Een graf zonder een naam voor een illegaal’,
de Volkskrant 26 juli 2003.
613
J.H. Schumacher, ‘Grenshospitium’, Het Parool 19 december 1992.
614
Zie noot 610.
615
An., ‘Artsen in Grenshospitium vrijuit na dood van Zaïrese’, Het Parool
17 augustus 1994.
616
Zie vorige noot.
617
Geboren 1 januari 1972 in Trabazan te Burkina Faso. Zie Persbericht van het
Autonoom Centrum te Amsterdam van 22 januari 2004.
618
Ruut Verhoeven, ‘Dood illegaal is schuld overheid’, Trouw 30 maart 2005.
619
Zie noot 601; Robert Doggers, ‘Op graf 615 staat een naam, Baraya’, Het Parool
4 augustus 2003; Ruut Verhoeven, ‘Arts ziet zieke illegaal als aansteller’, Trouw
13 februari 2003.
620
Verhoeven (vorige noot); idem, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’,
Trouw 30 december 2003.
621
Verhoeven (noot 618).
622
An., ‘Tragische dood Baraya herdacht in avondwake’, Amsterdams Stadsblad
6 augustus 2003.
623
Zie noot 608.
624
Doggers (noot 618)
625
Zie noot 609.
626
Zie noot 609.
627
Zie noot 609.
628
Zie noot 609.
629
Verhoeven, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’ (noot 620);
Persbericht Autonoom Centrum Amsterdam d.d. 22 januari 2004.
630
Zie noot 600 en Doggers (noot 619).
631
Verhoeven, ‘Arts ziet zieke illegaal als aansteller’ (noot 619).
632
Verhoeven, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’ (noot 620).
633
Verhoeven, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’ (noot 620).
634
Verhoeven, ‘Arts ziet zieke illegaal als aansteller’ (noot 619).
635
An., ‘Topambtenaar van onderzoek gehaald’, NRC Handelsblad 19 februari 2003.
636
Verhoeven, ‘Arts ziet zieke illegaal als aansteller’ (noot 619).
637
Verhoeven, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’ (noot 620).
638
Verhoeven, ‘Psycholoog sprak nog met de doodzieke man’ (noot 620).
639
Autonoom Centrum Amsterdam (noot 629).
640
An., ‘Tragische dood illegaal achtervolgt hulpverleners’, Trouw 2 februari 2005.
641
Zie vorige noot.
642
J.H. Schumacher, , ‘Grenshospitium’, Het Parool, 19 december 1992.
643
An., ‘Randstad herbergt 40 duizend illegalen’, de Volkskrant 5 juni 1998.
270
644
An., ‘Zieke illegaal leeft vaak berooid op straat’, Amsterdams Stadsblad
15 december 2004.
645
Redactie, ‘Illegalen en de bond’, NRC Handelsblad, 3 mei 2002.
646
Fauwe, Loes de, ‘Die blonde meid van de Kijk-pagina’, Het Parool 30 augustus
2003.
271
272
coverbinnenzijde02.eps
9/15/06
8:05:25 AM
Mission 2 vormt de tweede publicatie in de reeks van
Uitgeverij Het Tribunaal / www.solidariteitzo.nl
Eerder verschenen in deze reeks:
Mission 1: Nizaar Makdoembaks,
Openbare Gezondheidszorg: bedreiging van de volksgezondheid. Noodoproep Tweede Kamer: Regering dient
in te grijpen in Amsterdam, 2006. (ISBN 90-810890-2-1)
Projectbegeleiding: Bureau A tot Z, Amsterdam
Omslagontwerp: Aad van den Berg, Amsterdam
Druk: ADC Reproservice BV, ’s-Hertogenbosch
© Tekst Nizaar Makdoembaks, 2006
© Foto’s Arie Kievit, Ingeborg Mak, Nizaar Makdoembaks,
Utrechts Universiteitsmuseum, Redactie De Ware Tijd.
Reacties en bestellingen: [email protected]
Omslagfoto: Terminale patiënt Khalid Bakli in het IJsselland Ziekenhuis
met zijn zoontje Karim, augustus 2002. Foto: Arie Kievit, Rotterdam
ISBN
90-810890-1-3
[ISBN-13 978-90-810890-1-2]
ppcover06pms287.eps
9/26/06
5:09:52 PM
M
C
M
Y
CM
MY
CY
CMY
K
edisch gezien zijn illegale arbeiders in Nederland vogelvrij. Zieken
worden met medewerking van hulpverleners onbehandeld door
de overheid uitgewezen. Infectieziekten worden daardoor
verspreid. In ons land, maar ook in het land van herkomst. Onverzekerde
werknemers die toch in een ziekenhuis worden opgenomen, worden
nogal eens met zachte ‘dwang’ onderworpen aan medische trials: zij
worden studieobjecten en krijgen bij het optreden van complicaties niet de
voor-geschreven nazorg bij medische experimenten. Zelfs kinderen zonder
verblijfsvergunning ondergaan dit lot en raken blind en verlamd.
Illegalenbeleid en gezondheidszorg: twee onverenigbare grootheden?
Nizaar Makdoembaks, voormalig huisarts en politicus in Amsterdam
Zuid-oost, vindt van niet. In deze niets verhullende studie laat hij onomwonden zien hoe Nederland profiteert van illegale werknemers. De
economie van ons land behaalt in alle lagen winst uit hun aanwezigheid:
overheid, bedrijfsleven en particulieren. Maar wat gebeurt er als illegale
arbeiders ziek worden? Onverzekerden in Nederland hebben geen recht
op medische hulp. Het Hollandse gedoogbeleid in optima forma! Daarom
stelt de auteur: als illegalen een bijdrage leveren aan de economie,
hebben zij recht op gezondheidszorg. En hij laat zien hoe dat kan.
Een belangrijke oorzaak van de problematiek van onverzekerden ligt in
de kosten-batenoverwegingen binnen de gezondheidszorg. Deze bepalen
het overheidsbeleid in hoge mate. De verzekeringsstatus van een patiënt
bepaalt in veel gevallen de hulpverlening en therapeutische keuze. En
daardoor ook de ethiek en beslissingen van de meeste hulpverleners. Past
dat nog in deze tijd? En wie is verantwoordelijk voor de ‘suboptimale’
behandeling bij het infectieziektenbestrijdingsbeleid? TBC, HIV en Hepatitis
B hebben in Nederland vrij spel.
In deze kritische publicatie laat de medicus aan de hand van literatuuronderzoek, feitelijk materiaal en patiëntencasussen zien waar de gezondheidszorg zelf ziek is. Hij legt de vinger op de wonde: de overheid is op de
hoogte, maar reageert daar inefficiënt op. Daardoor komt de volksgezondheid in gevaar. Talloze Nederlandse burgers kunnen een infectieziekte
oplopen en anderen besmetten, zonder dat zij dat weten.
Een ieder die vertrouwen had in de openbare gezondheidszorg in
Nederland, komt na lezing van dit boek met een schok tot de realiteit.
Laser Proof

Vergelijkbare documenten