Centeren... room to move = room to improve!

Commentaren

Transcriptie

Centeren... room to move = room to improve!
Artikel 34
Centeren ……. room to move = room to improve!
“Centeren” is een bijzonder onderdeel in het basketball, een vak apart. Het woord “centeren”
is de werkwoordelijke vervoeging van het zelfstandig naamwoord center. De center is de
centrale speler op het veld. De lange man. Ook wel de post of pivot speler genaamd.
Voorbeelden? In de beginjaren van de NBA George Mikan - speler van de Minneapolis
Lakers. Later Kareem Abdul Jabbar ook pivot van de inmiddels naar Los Angeles verhuisde
Lakers. Maar ook onze landgenoot Rik Smits of Shaquille O’Neal waren topcenters. Het
spelen in de post is de laatste jaren sterk veranderd. De eisen die aan de huidige lichting
topcenters worden gesteld liggen meer divers. Inside spelers op de zogenaamde “4” en “5”
posities worden tegenwoordig verwacht all round te zijn. Dat betekent voor de praktijk
concreet een groter accent op buitenspel, het mijden van contact en minder creatief soms
bijna statisch inside spel, terwijl de voorbeelden die ik noemde in hun prime allen dynamisch
in de lage post opereerden.
Om te beginnen stel ik voor op de volgende manier naar het centeren te kijken: vanuit het
perspectief van room to move?
Centeren
“room to move?”
AANVAL
Met Bal
Zonder bal
VERDEDIGING
Rebound
Met Bal
Zonder bal
Rebound
In het onderwijs en het coachen van de jongere postspeler of center onderscheiden we
systematisch in de eerste plaats de aanval van de verdediging. Vervolgens wordt daarbinnen
een hink-stap-sprong naar drie werkende principes gemaakt, te weten spel met bal (MB),
zonder bal (ZB) en rebound. Tenslotte zullen in onderstaande tekst de belangrijkste
consequenties worden aangegeven voor de samenhang tussen deze drie grondslagen. Hoe
speelt de center MB? Hoe speelt hij ZB? En wat zijn de gevolgen in de rebound?
Dynamisch centeren
Ter toelichting beginnen we hier met een aanvallend prétactisch voorbeeld. Stelt u zich een
volgende situatie voor ogen. Een breakdown onder het bord – met de rug naar de basket/
geïsoleerd één-tegen-één. Door de drie seconden regel is de buffer tussen eerste en twee
raam voor de vrije worp posities een goed startpunt om te beginnen met opposten. Kracht
blijkt een belangrijk wapen voor postspelers. Toch overstijgen kennis en techniek de kracht
en tactiek. Wat is de eerste mentale richtlijn voor het centeren? Centeren vereist een totaal
andere wijze van denken dan perimeterspel.
De postspeler stelt zich vragen als:
• Hoe krijg ik de bal? Anders gezegd: hoe op te posten? (techniek MB/ZB)
• Hoe maak ik in de positie de bal vervolgens vrij? (MB)
• Hoe creëer ik ruimte in de drukte? (MB/ZB)
Bullit 1:
Bij de techniek van het opposten (ZB) is het “aanspeelbaar zijn” de kern. Bij het opposten
(MB) komt de back in dribbel in beeld. Bewegen en ruimte dienen in balans te zijn. Zo wordt
er ZB ook nog eens onderscheid gemaakt tussen enerzijds flash posting en aan de andere
kant het stationair posten. Bij het flash posten schuift het evenwicht meer naar “beweging.”
Bij stationair posten slaat het door naar “ruimte.” In dit type opposten ZB ontstaat door een
verklaring van de positie, het aanbieden van een “targethand” – buiten bereik van de
verdediging) ruimte om de bal “in” de postspeler te laten komen. Bij de dynamische variant is
de kunst “zelf in de bal komen” zonder hierbij echt de postruimte te verlaten.
Bullit 2:
Bijgeval de tweede vraag (Hoe maak ik de bal vrij?) komen teamtactische afspraken in
beeld. Post triple threat (MB) en onderlinge spacing (ZB) spelen naast technische vereisten –
als het sterk vangen, pivoteren, block and tuck, visie en balans – een even belangrijke rol.
Bullit 3:
Die totaal andere wijze van denken in de post positie is in het spel MB het best
gekarakteriseerd met: zigzag denken! Om dit duidelijk te maken wil ik het eerst hebben over
de zogenaamde wet van de inertie! Inertie is een natuurkundig begrip: “niet of moeilijk in
beweging te krijgen.” Zoals – ieder weet het - een stilstaande auto die niet wil starten en
aangeduwd moet worden eerst traag op gang komt en vervolgens met minder kracht en
energie versnelt. De wet van inertie in basketball heeft nog een ander gevolg dat elke speler
(her)kent:
To make a move off another move is easier than from a standstill position!
Dit beginsel werkt in tal van situaties. Na een schijnbeweging bijvoorbeeld. Ik noem de jab
and go opposite dribbelstart. Bij het maken van een beweging uit een eerdere beweging
spelen:
1. herkenning (van ruimte),
2. verrassing,
3. “beslismoment” en “reactietijd” een cruciale rol.
Snelheid is een meer-dimensionaal begrip. Ik sprak in vorige artikelen al over positieve en
negatieve snelheid. Zo betekent snelheid enerzijds (absolute) topsnelheid, anderzins ook
(relatief) het verschil tussen twee snelheden (tussen de snelheden van aanvaller en
verdediger bijvoorbeeld). Waar ik naartoe wil is dit. Hoe kan een tragere/ inerte speler een
snellere tegenstander verslaan? Door vanuit stilstand plotseling te starten bijvoorbeeld met
een voor de tegenstander onverwacht “beslismoment.” Ja dat kan! Soms werkt dat. Maar
met verloop van tijd steeds minder. Daarnaast kan de aanvaller door - eenmaal in beweging
gekomen - gebruik maken van (het voordeel van) de “reactietijd.” Het zigzag denken maakt
optimaal gebruik van dit fenomeen, omdat het meerdere kansen in zich weet. Voorwaarde is
wel dat bewegen en ruimte in balans zijn.
Even schematisch recapituleren:
SNELHEID
In relatie tot “beslismoment” en “reactietijd”
Relatieve
snelheid
Absolute
snelheid
Vanuit
stilstand
Veraf =
erlangs
In beweging
Dichtop =
pivot +
schot
Vanuit
stilstand
In beweging
Negatief
Ruimte
maken
Doorgaan/
richting
verandering
Positief
Veraf =
erlangs”
Sluiten/
richting
verandering
Inside theorie en methodiek
De genoemde wijze van denken (zigzag) is ook sterk gekoppeld aan het “kijken.” In de
eerste plaats wijken de post vision skills af van die van de perimeter posities. In het spel met
absolute snelheden spelen richtingskeuzes en visie een rol. In de wens meer dynamisch in
de lage post te leren spelen wordt een appel op de all round techniek van spelers gedaan.
Het centeren doet daarbij een groter beroep op beheersing van het spel van relatieve
snelheden. Dat komt a. door de ruimtelijke beperkingen (nabij de belijning onder de basket in
het inside gebied) en b. doordat in een qua omvang kleiner gebied moet worden geopereerd
dan het open veld met veel meer (fysieke) tegenkracht. Het is daarom logisch en methodisch
wenselijk bij de visie voor het centeren primair voor een “inside theorie” te kiezen. Zonder
hierbij – dient gezegd - de quick moves uit het oog te verliezen. Op de receptie van de bal
door de center met de rug naar de basket wordt een visie voordeel op de vloer bevorderd
door achtereenvolgens aandacht te vestigen op:
1. Catch it strong;
2. Make a threat and outside shoulder it;
3. Inside chin it, d.w.z. kin op de binnenste schouder draaien (insight);
4. Voeten parallel aan achterlijn positioneren.
De outside turn – en de quick baseline moves – zijn hier niet mee geëlimineerd. Integendeel
met één step through pivot is de inside view herbevestigd.
Een center is het kwetsbaarst (voor een steal of trap bijvoorbeeld) met zijn blikveld gericht op
de krappe kant van het veld. De blinde hoek (naar het midden) is dan het grootst. De hulplijn
om de krappe of wijde kant te bepalen is de lijn van de speler naar basket. Op de krappe
kant is (door het simpele feit van een aanwezige achterlijn) de minste ruimte beschikbaar. De
center kan daar niet blind (als slachtoffer) in dribbelen. Houd hij zijn blik op de wijde kant
gericht dan heeft hij het optimale overzicht op de speelvloer (exclusief de krappe kant). Een
logische keuze.
VISIE en RICHTING
In relatie tot outside en inside theorie
Relatieve
snelheid
=
Inside visie
Absolute
snelheid
=
Outside
theorie
Binnen door
buitenlangs
Binnen door
buitenlangs
Veraf =
erlangs
Negatieve
snelheid
Dichtop
= pivot +
schot
Ruimte
maken:
Zag it
Richting
verandering:
Zig it
Positieve snelheid
Inside chin it
Zig it
In zigzag denken en optimaal de vloer zien (“Insight”) is dus minder sprake van in rechte
lijnen bewegen dan bij perimeter aanval. Het lijkt tra(a)g(er), maar is gecombineerd met
tempowisseling en richtingsverandering bij juiste beslismomenten uiterst effectief. Het
bewegen krijgt een gekarteld karakter. Ruimte en beweging dienen – zoals een aantal maal
gezegd - in balans te blijven. Spelers die deze omschakeling niet kunnen maken vallen af.
Van de center wordt drie dingen gevraagd:
1. you want to be lower than your opponent;
2. you want to avoid chaos, inertion!
3. you don’t want to catch and stand ….. be active…attack (open space).
Een basale vraag voor spel van post (MB) luidt: waar ligt de open ruimte? Meestal niet in een
rechte lijn naar de sweet spot in het midden. Sluit de verdediger die lijn dan ligt (in de meest
nabijgelegen) hoek van het veld room to move. De zag-dribbel (in relatie tot achterwaartse
crossover + pullback start) is het middel om net dat beetje extra ruimte te creëren waardoor
de post (straks wellicht) kan scoren. Daarmee maak je net dat halve metertje extra ruimte om
te penetreren. Room to move! Hoe zit dat? Door de zag dribbel moet de verdediger bewegen
en dit doen met respect voor de baseline move(s) van de aanvaller. Zodoende opent zijn
reactie een strookje daglicht naar het midden. De aanvallende actie wordt dan sterk
aanvallend getint – zonder het hoofd te keren en met de stuit agressief naar het midden te
ziggen! Stel? Nu sluit de verdediger op zijn beurt weer? Dan is dit het volgende
beslismoment bij contact weer te zaggen! Voor veel perimeter spelers is de zigzag dribbel –
vroeger ook wel als crab dribble betiteld – een niet alledaagse actie. In de perimeter is dit
zogenaamde contraire dribbelen voor spelverdelers niet ongebruikelijk. In plaats van frontaal
naar de beoogde positie te bewegen worden de schouder en voeten as schuin naar achteren
gepivoteerd (reverse pivot op buitenste voet) met de bal aan de heup, wat het voor de
verdediger moeilijker maakt in te schatten wat de intentie(s) van de aanvaller worden.
Toegegeven de inside theorie staat voor veel spelers met een beperkt ruimtelijk begrip haaks
op hun beleving van wat basketball is en het centeren wordt daardoor voor veel spelers
moeilijker dan gedacht. Maar dit kan in de opleiding nooit een reden zijn volledig af te zien
van deze benadering. Ruimtelijk getalenteerde spelers pikken hem namelijk wel op, soms
zelfs volledig spontaan. Centeren is niet alleen vechten en nog eens vechten voor stukjes
veld onder het bord, met de nadruk dus op de factor fysiek geweld. Naast de mentale
vereisten dienen kandidaten bovendien de voor de positie benodigde vaardigheden – als
pull back dribbel , snelle pick ups en pivot stappen - in voldoende mate onder de knie krijgen.
Dat dit op zich al een lange weg is, begrijpt ieder. Maar dat dan ook nog eens een totaal
andersoortige nieuwe balans in denken en doen moet worden gevonden, is wellicht een nog
grotere crime. Het is – voor wie er een beetje op gelet heeft - nog niet zo lang geleden dat de
topclubs in de eredivisie aardig wat langere competente Nederlandse spelers onder het bord
in dienst hadden. Ons land heeft toch immers de langste bevolking ter wereld? Die trend van
lange mannen is de laatste jaren sterk achteruit gelopen. Coaches staan onder druk en de
benodigde tijd voor het teachen van dit meer dynamisch en onvoorspelbaar één-tegen-één
lage post spel ontbreekt.
Kijken we – even los van huidige coaches en spelers - louter naar het centergebied dan
wordt daar het volgende stuk van het veld mee bedoeld. Het betreft de rechthoek vanaf de
baseline daar waar de bucket randen hem raken met twee lijnen onder een hoek van 90° tot
voorbij het punt waar ze de vrije worplijn kruisen. (En nu we het toch over de bucket hebben
wil ik meteen wijzen op de sweet spot! Dit is de plaats in het midden van het 3secondengebied waar de diagonalen kruisen)
In relatie tot de spelers die dit gebied tot hun domein of werkterrein rekenen wordt
onderscheid gemaakt tussen:
1. lage post gebied;
2. midden post zone en
3. hoge post.
Omdat er in de aanval een natuurlijke zuiging van alle spelers op het veld richting doel
plaatsvindt (convergentie) is het post gebied ook het dichtst bevolkt stuk van het veld.
“Dat is moeilijk,” zou Cruyff zeggen, “Want iedereen loopt iedereen in de weg.
Spelers moeten weten waar naartoe! Als iemand wegloopt ontstaat ruimte!”
Cruyff refereert hiermee aan een teamtactische richtlijn ZB en tevens aan het spel MB. Ik
herhaal: bewegen (MB/ ZB) en ruimte horen in balans te zijn. Dit stelt zeker aanvallend hoge
eisen aan de skills en inzichten van de postspelers, maar ook aan die van mede spelers. Het
spel wordt hier meer op de vierkante centimeter gespeeld. Techniek op de cm². Aanvallend
betekent het openingen vinden en verdedigend is het (omgekeerd) ruimtes sluiten wat de
klok slaat.

Vergelijkbare documenten

Teletubbies

Teletubbies reactie een strookje daglicht naar het midden. De aanvallende actie wordt dan sterk aanvallend getint – zonder het hoofd te keren en met de stuit agressief naar het midden te ziggen! Stel? Nu sluit...

Nadere informatie