Atlas december 2013 - Sport - SIB

Commentaren

Transcriptie

Atlas december 2013 - Sport - SIB
Jaargang 25 | Nummer 1 | December 2013
Sport
Sport is óók showbizz
Voetballen in de zandbak
Sport en politiek, een echte wedstrijd
Orgaan van de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen
Inhoud
Inhoudsopgave
In Memoriam
Interview
Een mens met een hoofdletter ‘M’ 4
Interview met een Atlasoprichter
Jurgen Rinkel
Thijs Voets
Beschouwing
ingezonden
Sport is óók showbizz
10
Cricket als oplossing voor de lang- 20
slepende kwestie Kashmir
12
Kavish Sewnandan
16
Lieke Feenstra
Jan Hoed
Voetbal, volkssport nummer één
Evelien van Veen
Elista, de boeddhistische schaak-
hoofdstad
Voetballen in de zandbak
26
Schermen in de Vroegmoderne Tijd 32
Oskar ter Mors
Emile Frijns
Gaelic Athletic Association
37
Amber MacLean
Opinie
De beeldvorming van sport
5
Column
8
Floortje van Gameren
E-sport, can it be considered a
sport?
18
Edwin van der Velden
Het gevaar van de grote witte
olifant in de sportwereld
24
Thijs van Rijn
15
Maarten Rood
23
Els van Oosten
31
Jurgen Rinkel
39
Charlotte de Jong
De ‘moderne’ sport
28
Dominic Frauenfelder
Sport en politiek, een echte
wedstrijd
Aart Korevaar
2
Atlas - December 2013
34
Redactioneel
Colofon
Atlas is het onafhankelijke orgaan van
de Leidse Studentenvereniging voor
Internationale Betrekkingen.
Hoofdredactie
Floortje van Gameren
Thijs Voets
Eindredactie
Floortje van Gameren
Thijs Voets
Maarten Rood
Lay-out
Dominic Frauenfelder
Redactie
Lieke Feenstra, Dominic Frauenfelder,
Floortje van Gameren, Oskar ter Mors,
Thijs van Rijn, Jurgen Rinkel, Maarten
Rood, Kavish Sewnandan, Edwin van
der Velden, Thijs Voets, Charlotte de
Jong
Gastschrijvers
Els van Oosten, Jan Hoed, Evelien van
Veen, Emile Frijns, Aart Korevaar, Amber MacLean
Redactieadres
SIB t.n.v. redactie Atlas
Kaiserstraat 25
Postbus 439 2300 AK Leiden
Tel.: 071-5277559
Fax: 071-5277985
E-mail: [email protected]
De redactie heeft het recht ingezonden artikelen te weigeren, dan wel in
te korten. De redactie stelt zich niet
aansprakelijk voor de inhoud van het
geschrevene.
Bronnen foto voorblad:
www.birdtours.co.uk
Bronnen foto achterblad:
www.webstitevanhank.nl
Geachte lezer,
M
en zegt wel eens, dat voetbal slechts een spelletje is. Zij hebben waarschijnlijk nooit van de zogenaamde ‘Voetbaloorlog’
gehoord. Op 14 juli 1969 vonden de staten El Salvador en
Honduras in een door Honduras verloren voetbalwedstrijd een aanleiding om hun oude onderlinge frustraties tegen elkaar te botvieren. In
deze vier dagen durende oorlog vielen ongeveer 2.100 doden. Op dit
moment leggen tienduizenden Russen en arbeidsimmigranten de laatste hand op splinternieuwe stadia in Sotsji, waar de Olympische Winterspelen volgend jaar plaatsvinden. Het budget voor deze Winterspelen
bedraagt vijftig miljard dollar, een absoluut record in de geschiedenis van
de Winterspelen. En zeker Nelson Mandela interpreteerde sport niet zomaar een spelletje. Om zijn land te verenigen, feliciteerde Mandela in
een shirt van de springboks het Zuid-Afrikaanse rugbyteam, dat voornamelijk uit blanke landgenoten bestond. Laat het duidelijk zijn: sport is
een serieuze zaak. Dit is ook de reden waarom deze Atlas zich zal richten
op verschillende aspecten; de politieke, economische of puur sportieve
aspecten van allerlei sporten.
Ook de Atlas heeft een prestatie geleverd, zij het niet een sportieve. De
Atlas die u nu in uw handen vasthoudt, is niet zómaar de zoveelste editie,
het is de eerste Atlas van ons jubileumjaar! 25 jaar geleden werd in het
LAK-gebouw (wat nu het ‘Lipsius’ wordt genoemd) de eerste editie in
elkaar gezet door een handjevol SIB-leden. In een kwart eeuw is er maar
weinig veranderd, daar kan Bauke van der Meer over meepraten: “Net als
nu bestond de hoofdvulling van de Atlas uit geleuter over internationale
betrekkingen”, aldus de eerste hoofdredacteur. In een interview met Van
der Meer vertelt hij alles over het ontstaan van de Atlas, en vergelijkt hij
de eerste edities met de tegenwoordige.
De hoofdredactie feliciteert haar redacteuren en haar lezers met deze
prestatie. Niet alleen zijn wij trots op onze vereniging, maar ook op het
harde werk van onze redacteuren en gastschrijvers. De wereldse interesses van de verenigingsleden en de Atlasredacteuren maken het voortbestaan van onze mooie traditie mogelijk.
En ter conclusie wenst de hoofdredactie u, zoals altijd, veel leesplezier,
Floortje van Gameren
Thijs Voets
Hoofdredactie
Afbeeldingen waarbij geen bron vermeld staat, zijn afkomstig van Wikipedia of van Flickr.
Atlas - December 2013
3
In Memoriam
Een Mens met een hoofdletter ‘M’
Door Jurgen Rinkel
Op 11 februari 1990 verzamelt een grote menigte
zich voor de Victor Verster-gevangenis nabij Paarl,
Zuid-Afrika. Zij zijn daar vanwege de vrijlating
van de bekendste gevangene die die gevangenis ooit
heeft gehad: Nelson Mandela. Op een gegeven moment
komt een groep Afrikaanse mannen naar buiten en de
menigte, wetende dat hun held hier tussen moet lopen,
zoekt de gezichten af. Vruchteloos. Aangezien er van
Mandela niet meer bekend is dan een foto van meer dan
zevenentwintig jaar oud, herkent men zijn gezicht niet.
Dan steekt een van de mannen zijn rechterhand in een
gebalde vuist de lucht in. De menigte weet het. Dit is
Mandela. Hij is eindelijk vrij.
M
en zegt wel eens: over
de doden niets dan
goeds. Maar over de
op 5 december overleden Nelson Rolihlala Mandela kon ook
bij leven weinig slechts gezegd
worden. Het enige wat hem verweten is, werd hem gedaan door
Margaret Thatcher, die hem altijd
als een terrorist heeft beschouwd.
Strikt genomen heeft ze daarin
gelijk. Men kan zich echter afvragen of geweld dat gericht is tegen
het apartheidssysteem, zoals dat
van 1948 tot 1990 in Zuid-Afrika
gold, niet gerechtvaardigd is.
De woorden illustreren tevens de
meest bijzondere eigenschap van
zijn karakter, namelijk zijn haast
bovenmenselijke vermogen tot
verzoening en vergeving, een vergeving die zelfs de mensen gold
die hem al die jaren hadden vastgehouden en die hem hadden
Nelson Mandela (1918-2013) onderdrukt. Het is dit vermogen
waardoor wij hem nu als groot
man beschouwen, en waarmee hij
heel veel leed heeft weten te voorkomen.
Dat geweld bracht Mandela wel in de gevangenis. Tijdens het Rivonia-proces (1963-’64) werd hij tot levenslang veroordeeld, maar niet voordat hij tijdens zijn
slotpleidooi de volgende woorden, die hem door zijn
advocaten overigens waren ontraden, had gesproken: “I
have cherished the ideal of a democratic and free society, in
which all persons live together in harmony and with equal
opportunity. It is an ideal which I hope to live for and
achieve. But, if needs be, my Lord, it is an ideal for which
I am prepared to die.”
Gelukkig heeft hij er alleen maar voor hoeven leven.
In 1990 besliste president De Klerk dat de apartheid
moest worden afgeschaft en Mandela moest worden
4
Atlas - December 2013
vrijgelaten, waarna Mandela de leider werd van het
African National Congress (ANC). Hij zwoor het geweld af en onderhandelde met de blanke regering over
open verkiezingen voor alle inwoners van het land. Die
vonden plaats in 1994 en resulteerden in een klinkende overwinning voor het ANC en de verkiezing van
de 75-jarige Mandela tot president, wat hij tot zijn
vrijwillig aftreden in 1999 zou blijven. Tijdens zijn inauguratie sprak hij hierover terecht: “The sun shall never set on so glorious a human achievement.” Maar even
daarvoor had hij al gezegd dat: “Never, never and never again shall it be that this beautiful land will again
experience the oppression of one by another and suffer the
indignity of being the skunk of the world.” Dát bleken
uiteindelijk de sleutelwoorden van
zijn presidentschap, dat er geheel
op gericht was om verzoening te
brengen in een verscheurd land.
Tijdens mijn reis door Zuid-Afrika - een jaar of drie
- geleden, sprak ik de buschauffeur, een man van Afrikaner (dus blanke) afkomst, over Mandela. Naar zijn
mening was Mandela “geen groot politicus, maar een
groot president.” Dat hij dat onderscheid maakte, verbaasde mij destijds, maar nu vind ik er wel wat voor te
zeggen. Een politicus dient immers uiteindelijk slechts
de belangen van de groep die hem verkozen heeft.
Mandela diende iedereen, en deed dat met een menselijkheid die groter was dan die van enig ander twintigste-eeuws staatsman. Hij was dus geen politicus, hij
was een Mens, met een hoofdletter ‘M’.
Interview
Interview met een Atlasoprichter
Door Thijs Voets
De Atlas viert haar vijfde Lustrum en gaat daarom
in gesprek met Bauke van der Meer, één van de
oprichters van het ledenblad van de SIB.
D
e Atlas bestaat 25 jaar. Ter gelegenheid van
dit heugelijke feit ontmoet ik Bauke van der
Meer, één van de oprichters van de Atlas, in
de In Den Bierbengel in Leiden voor een diner. Hij
komt wat later, want hij staat in een file vanuit Schiphol, waar hij vanochtend was geland vanuit Moskou.
Voor Bauke is dit dus niets nieuws, want Moskou, de
plaats waar hij woont en zijn eigen advocatenkantoor
runt, is berucht om zijn files. Het oud-SIB-lid kijkt
met plezier terug op zijn studententijd bij de vereniging, en stelde zich daarom graag ter beschikking voor
een interview.
- “Met wie richtte je de Atlas op?”
“In november 1988 richtten we de Atlas op. Lydia
Lijkendijk (die verder gegaan is in het schrijven met
haar eigen bedrijf ) was hoofdredacteur, Hans van der
Lee was er ook bij. Verder Robin Schoon, die de eerste
Atlas heeft getekend. Olivia van der Veen en Marcel
Dellebeke hebben ook in de redactie gezeten, maar ik
weet niet meer of dat ook al bij de oprichting was.”
-“Waarom hebben jullie eigenlijk het blad opgericht?”
“Dat vonden we gewoon leuk, en daarnaast had de
SIB nog geen tijdschrift.”
- “Hoe werd de Atlas in het begin gemaakt?”
‘‘In het LAK-gebouw had ik toegang gekregen tot een
laserprinter. Die was eigenlijk niet voor studenten beschikbaar, maar immers levert de SIB ook een bijdrage
aan de wereldvrede, toch? Met behulp van een heus
tekstverwerkingsprogramma, WordPerfect 4.2, konden
we iets maken dat op een echt blad leek, namelijk met
het lettertype Times. Daarvoor schreven we alles met
de typemachine en kopieerden we het daarna, of, jazeker, stencilden we het. Deze techniek werd ook veel
gebruikt om tijdens de bezetting Vrij Nederland en Het
Parool te drukken.
Met de bladen uit de laserprinter gingen we naar de
drukkerij en die maakten er met de offsetpers een
echt blad van. Dat moest uiteraard nog ‘geraapt’ wor
den (pagina’s op de juiste volgorde leggen, gevouwen
en gesneden). Door een ploegje SIB’ers in te zetten
voor het rapen en de drukker te laten adverteren was
de offerte erg scherp. Natuurlijk gingen we ook nog op
acquisitie: Dansschool Van Alphen, waar de hele SIB
zich had ingeschreven, moest eraan geloven en ook
alle eetcafés op de route. En Napoleon, een fietsenheler op de Boommarkt, adverteerde ook. Het was wel
behelpen met Wordperfect, want het werkte nog niet
volgens het principe van WYSIWYG (What You See
is What You Get). Het was gewoon ‘old school’: een
klein zwart scherm met groene letters en knipperende
cursor, en als je wilt weten hoe het eruit zag, moest je
printen.
“Net als nu bestond de
hoofdvulling van de Atlas uit
geleuter over internationale
betrekkingen”
Bij de tweede editie van de Atlas was de techniek al
opgeschaald naar WordPerfect 5.0. Bij nummer drie
hoefde ik mijn ietwat sikkeneurige kamergenote die
op iets letterenachtigs aan het promoveren was niet
langer lastig te vallen. In het splinternieuwe computerlokaal van de universiteit waren vijftien Apple-computers beschikbaar voor studenten. Met het programma
Adobe Pagemaker kon je alles doen: kolommen laten
verspringen, paginanummers in negatief opmaken.
Dat kostte natuurlijk navenant meer tijd, maar een
goed uitziende vormgeving stimuleert tot schrijven en
is ook een prachtig visitekaartje.’’
- “Hoe ontwikkelde de Atlas zich onder jouw hoofdredacteurschap?”
‘‘Net als nu bestond de hoofdvulling van de Atlas uit
geleuter over internationale betrekkingen. Dit werd afgewisseld met artikelen van SIB’ers die echt iets bijzonders gedaan hebben (lees: verder zijn gekomen dan
Instituut Clingendael) en interviews met interessante
mensen. Zo hebben bijvoorbeeld Jeroen Boender en
Robbert Appeldoorn de tolk die Stalin gebruikte tijdens de onderhandelingen op Jalta geïnterviewd. De
Atlas - December 2013
5
Interview
opzet van het blad nodigde volgens mij wel uit tot wat
serieuzere artikelen die het niveau van schoolkrant
overstijgen. Natuurlijk was de redactie blij met iedere
kopij en ik denk dat dat nog steeds zo is. De ambitie
die de Leidse student zo eigen is, in combinatie met
een hopelijk ontluikend zelfkritisch vermogen, zorgt
voor artikelen die in ieder geval afgedrukt kunnen
worden.’’
- “Hoe was de SIB in de tijd dat de Atlas werd opgericht?”
‘‘De SIB was een paar honderd man sterk, maar samen
met de El Cid-leden die voor een half jaar lid werden,
zaten we op ongeveer zeshonderd leden. Dat maakte
ons tot één van de grootste studentenverenigingen van
Leiden. Natuurlijk waren niet alle leden actief, maar
het is ongelofelijk hoe divers de vereniging was. Er
waren zeer actieve werkgroepen zoals de werkgroep
Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Oost-Europa.
Commissies organiseerden speciale evenementen zoals
de Sovjet-Uniereis in 1987, de Polenreis in 1988, de
Amerikareis in 1989 en de uitwisseling met de SovjetUnie in 1990. Het bestuur Schukking begon in 1990
met een reeks lezingen door CEO’s (toen nog ‘president-directeur’ genoemd) van grote Nederlandse bedrijven zoals Philips, Shell en de NS.
In 1991 organiseerde het bestuur Bakker (waar ik vicevoorzitter van mocht zijn) een symposium over de
internationalisering van de juridische dienstverlening:
“De jurist: van dorpsnotabele tot wereldburger”. Natuurlijk was de SIB ook een gezelligheidsvereniging
waar vogels van zeer diverse pluimage zich thuis voelden. Er was bijvoorbeeld een werkgroep België die
zich enkel toelegde op het koken van smakelijke maaltijden voor haar leden. Af en toe organiseerden we een
sigarenrookavond waarbij de kamer van één van ons
donkerblauw werd gezet en de liedjes van Drs. P de
6
Atlas - December 2013
oubolligheid tot grote hoogte deden stijgen. Sommige
mensen zaten dagen op het SIB-hok van die tijd: een
wat muffig ruikende ruimte in de kelder van de rechtenfaculteit op de Hugo de Grootstraat 32. Daar stond
één typemachine en wat ordners in een kast. En we
hadden een werkgroep ‘Oxford style debating’, waar
Roderik van Grieken één van de eerste en zeer begeesterde leden van was. Roderik is nu directeur van het
Nederlands Debat Instituut.
“Met alle individualisme
die de SIB eigen is, kun je
zeggen dat het beste resultaat
altijd tot stand komt als
verschillende mensen hun
ambitie bundelen”
Toen we net waren begonnen met de Atlas, studeerde de toenmalige voorzitter van SIB landelijk (wiens
naam niet genoemd zal worden) geschiedenis. Hij was
naar verluidde een groot bewonderaar van Machiavelli en putte hier misschien de wijsheid uit om mij
te verbieden een blad alleen voor SIB-Leiden te maken. Volgens hen moest dit een blad voor SIB landelijk worden en wij mochten dus ook zeker niet zelfstandig aan acquisitie doen. Ons gesprek vond plaats
tijdens een of andere SIB-activiteit en werd enigszins
verhit. Op een zeker moment heb ik hem gezegd dat
hij dat blad dan maar zelf moest maken, waar deze
rasbestuurder niet van terug had.
Interview
Bauke van der Meer is nu werkzaam voor zijn eigen advocatenkantoor, BVDM Tax & Legal Services
Het was natuurlijk wel een nobel idee om iets te doen
voor álle SIB-verenigingen in alle universiteitssteden, maar er bestaat ook nog zoiets als ‘draagvlak’. Op
het niveau van een plaatselijke vereniging kun je snel
schakelen en dingen tot stand brengen, en ik vond het
landelijk bestuur (waar ik SIB-Leiden in 1991 mocht
vertegenwoordigen) toch meer een vergadermachine.
We onderhielden overigens uitstekende betrekkingen met de andere afdelingen. Mijn eerste reis naar de
Sovjet-Unie was met SIB-Amsterdam en dankzij de
ov-jaarkaart kwamen we vaak in Rotterdam, Utrecht
en zelfs in Groningen.’’
maar vooral ook van mensen van buiten; in het ‘echte’
leven is het niet anders. Beter gezegd: dat ís het echte
leven.
- “Hoe dacht je dat de Atlas verder zou gaan?”
‘‘Ik heb me daar eerlijk gezegd nooit één moment
druk over gemaakt. Toen ik na een jaar van misschien
iets te veel nevenactiviteiten de brui gaf aan het redacteurschap hebben anderen die plaats ingenomen.
Margit Kranenburg bijvoorbeeld, en die is later bij De
Mare gaan werken en daarna bij NRC Handelsblad.
Een blad maken is teamwork, en het is een uitdaging
om binnen een deadline en met de nodige financiële
beperkingen iets te maken dat de moeite waard is. Met
alle individualisme die de SIB eigen is, kun je zeggen
dat het beste resultaat altijd tot stand komt als verschillende mensen hun ambitie bundelen. Afspraken
maken en nakomen, accepteren dat iemand jouw artikel redigeert, dingen gedaan krijgen van medeleden
- “Kijkend naar de Atlas, wat is er ten positieve en ten negatieve veranderd?”
‘‘Puur naar het uiterlijk kijkend: de foto’s zijn nu veel
scherper en beter met de tekst geïntegreerd. Je zult het
niet geloven, maar foto’s werden toen pas tijdens het
drukken toegevoegd, je had nog geen jpeg-bestanden
die je in een tekstbestand kon voegen. Qua inhoud
geloof ik dat er niet zoveel veranderd is. Het blijft altijd lastig om een stuk te beginnen, en nog lastiger om
het af te maken. Dat zal nooit veranderen. En natuurlijk blijven de spelfouten, maar niet zoveel als in de
nieuwsbrieven.’’
Het maakt echt niets uit dat je later sommige dingen
voor geld doet. Als de innerlijke motivatie niet deugt,
dan helpt geld helemaal niets. Dat wist ik toen nog
niet; ik dacht dat het er bij kranten en in het bedrijfsleven veel ‘professioneler’ aan toe zou gaan. Gelukkig
zijn er al 25 jaar lang Leidse studenten die het leuk
vinden om een blad te maken, en dat vind ik echt geweldig!’’
Atlas - December 2013
7
Opinie
De beeldvorming van sport
Door Floortje van Gameren
Begin 2013 leek het voorgoed gedaan te zijn
met de al wankelende geloofwaardigheid van de
sportwereld. Na ‘Lance’s confession’ bij Oprah
volgde nog een reeks aan schandalen in de
sportwereld waar dopinggebruik hoogtij in vierde.
Ellende alom dus in sportland, of lijkt dat maar zo?
B
ij de eindejaarsoverzichten die over een aantal
weken gepresenteerd worden, zullen sportcommentatoren het publiek er veelvuldig aan herinneren wat voor een bewogen jaar het wel niet was.
De zaak ‘Armstrong’ begin dit jaar deed veel stof opwaaien, maar de wervelwind ging daar niet liggen,
want ook andere grote dopingaffaires kwamen aan
het licht. De Amerikaanse sprinter Tyson Gay bijvoorbeeld, werd betrapt op het gebruik van doping en
mocht niet naar het WK atletiek in Moskou. Ook de
start op datzelfde WK van de Jamaicaanse atlete Veronica Campell-Brown was onzeker. De olympische
sprintkampioene heeft inmiddels toegegeven middelen
te gebruiken die dopinggebruik maskeren.
Ja, de sport heeft een deuk in het imago opgelopen.
Uit cijfers van de NOS blijkt dan ook dat minder
mensen hebben gekeken naar wedstrijden zoals de
Tour de France (Volkskrant 2013). Kijkcijferspecialist René van Dammen vertelt in een interview aan
de Volkskrant dat er dit jaar minder massaal naar de
voorjaarsklassiekers is gekeken dan in 2012 en dat er
vooral een daling zichtbaar was na het uitkomen van
een aantal dopingschandalen rondom bekende sporters (Volkskrant 2013). Boze tongen begonnen al snel
met roepen dat het vroeger allemaal beter was: sport
was vroeger zuiverder. Maar was het vroeger allemaal
wel beter of speelt er meer mee?
8
vermaarde wielrenner uit Aberaman in Wales won op
24 mei 1896 de monsterrace van Bordeaux naar Parijs.
Volkomen uitgeput kwam hij over de finish, met een
voorsprong van één minuut en twee seconden op de
Fransman Rivière. Ruim acht weken later, op 23 juli,
overleed Arthur Linton, net 24 jaar oud. Enige tijd later speculeerden sportcommentatoren en andere ingewijden dat hij was overleden aan een combinatie van
tyfus met het gebruik van doping.
Rond diezelfde tijd kwamen enkele opzienbarende details naar boven over de trainer van Linton. De jonge
Linton werd getraind en begeleid door James Edward
‘Choppy’ Warburton, die we gerust de Michele Ferrari van zijn tijd mogen noemen. Deze Choppy genoot
toen al enige bekendheid als trainer die er niet voor
terugdeinsde zijn renners middelen toe te dienen ter
bestrijding van uitputting, of zoals schrijver en historicus Gerry More het verwoordt: ‘‘It was well known that
Linton’s manager Choppy Warburton carried a ‘little black
bottle’ of an unknown substance to revive his flagging cyclists’’ (More 2011).
Het gevaarlijke aan deze
versimpeling van het nieuws is
dat het jarenlang doorsluimert
en men andere feiten langzaam
maar zeker gaat vergeten
De geschiedenis in
Om antwoord te geven op de voorgaande vraag, moeten we de geschiedenis in en opzoek gaan naar een
zaak die veel stof deed opwaaien en enige raakvlakken
heeft met die van Armstrong. De zaak Linton-Warburton van begin vorige eeuw was er zo een.
De impact van Linton’s dood was groot. Momenten
van rouw werden aangekondigd en een gebrandschilderd raam met het portret van Linton werd aangebracht in de plaatselijk kerk van Aberaman. Daarnaast
stonden kranten wekenlang vol met nare details over
Warburton en over hoe treurig het wel niet was dat de
jonge Linton, die een prachtige carrière in het vooruitzicht had, nu overleden was. Journalisten en commentatoren raakten niet uitgepraat over de zaak (More
2011).
In 2004 werd Arthur Linton, tijdens een antidopingsforum in Sydney, Australië, officieel uitgeroepen tot
de eerste dopingdode in de historie van de sport. De
Het verhaal rondom de twijfelachtige Warburton eindigde overigens niet bij de dood van Linton. Enige
tijd later zette Warburton renner Jimmy Michael uit
Atlas - December 2013
Opinie
de ploeg omdat hij niet goed genoeg zou presteren,
waarop Michael zijn trainer voor het gerecht daagde.
Michael beschuldigde Warburton ervan dat hij zijn
renners vergiftigde en niet goed op de gezondheid lette van zijn renners. Uiteindelijk heeft Warburton zich
moeten terugtrekken uit de wielersport.
Wat vertelt de zaak Linton-Warburton ons nu? Kort
gezegd, vroeger was de sport absoluut niet zuiverder dan nu het geval is. Er is alleen één groot verschil
tussen het dopinggebruik van Armstrong en de dood
van Linton: er is sprake van een andere beeldvorming
ingezet door de normen en waarden van de tijdgeest,
vormgegeven door de media.
Beeldvorming door de media
De media is een vloek en een zegen tegelijk. Als waakhond van de samenleving stelt het twijfelachtige zaken
ter discussie en informeert het het grote publiek over
wat er al wel niet speelt in de wereld. Tegelijkertijd
draagt de media bij aan de beeldvorming van nieuws:
hoe iets gepresenteerd wordt en misschien nog wel
belangrijker hoe vaak iets gemeld wordt, speelt een
hele grote rol in hoe men uiteindelijk denkt over iets
(Volkskrant 2012).
In de vergelijking tussen de dood van Linton en het
dopinggebruik van Armstrong zijn twee grote verschillen merkbaar. De eerste is dat in Lintons tijd:
‘‘doping was not illegal under the rules of cycling, and was
common in many racing sports’’ (More 2011). Daarnaast
was de massaliteit van de media veel minder dan nu
het geval is.
In de tijd van Linton was men dus niet ondersteboven
van het dopinggebruik van de wielrenner, maar juist
van het feit dat doping tot de dood had geleid van één
van de geliefdste renners van dat moment. Degene die
gestraft moest worden was niet de dopinggebruikende
renner, maar zijn trainer die niet goed voor hem had
gezorgd. Doping toedienen was geen probleem voor
het publiek, maar dat Warburton zijn renners dwong
door te gaan tot ze er bij neervielen, werd niet geaccepteerd. In de langzaam ontstane beeldvorming was
Linton de held (ondanks zijn dopinggebruik) en Walburton de slechte trainer (More 2011). In het geval
van Armstrong was het net even iets anders. De wielrenner werd zelf afgebeeld als de boeman, juist door
zijn dopinggebruik dat tegenwoordig een strafbaar feit
is. De beeldvorming die ontstond in de pers was enerzijds een huilende Armstrong die bloemen omhooghield na zijn zevende Touroverwinning naast een gevallen man op de bank van Oprah.
De beeldvorming heeft geleid tot een versimpeling van
het nieuws. In het geval van Armstrong was het niet
alleen hij die fout zat, maar zijn hele team tot aan zijn
toenmalige vriendin aan toe. Het beeld in de media
toont echter alleen Armstrong als boegbeeld van de
jarenlange leugen. In de beeldvorming die toentertijd
ontstond rondom Linton werd niet gepraat over het
feit dat Linton zelf de doping in had genomen, het
was alleen zijn trainer die fout zat. Het gevaarlijke aan
deze versimpeling van het nieuws is dat het jarenlang
doorsluimert en men andere feiten langzaam maar zeker gaat vergeten. In het geval van Linton-Walburton
was het vergeten feit dat Linton doping had ingenomen.
Moderne technologie
De ontstane beeldvorming wordt tegenwoordig versterkt door nieuwe technologieën die het mogelijk
maken nieuws op andere snellere manieren dan de
krant te verspreiden. Toen de speculaties over Armstrongs dopinggebruik werkelijkheid werden, explodeerde de berichtgeving. Overal ter wereld berichtten
nieuwszenders en social mediaplatforms over Armstrongs biecht. In het geval van Linton bereikte het
nieuws het publiek pas na enkele dagen en daarbovenop kwam nog eens dat niet iedereen een krant had
en het nieuws ontging dan ook vooral de lagere sociale klassen (More 2011). Daarbij werd het nieuws niet
eindeloos herhaald, simpelweg omdat men toen nog
niet de middelen daartoe had. Kortom, het nieuws
speelde minder dan bij Armstrong het geval was.
Dit artikel is te kort om het onderwerp ‘beeldvorming
door de media’ met meer diepgang dan voorgaande
voorbeelden laten zien, te bespreken. Wel is duidelijk
dat beeldvorming tot een versimpeling leidt en dat is
gevaarlijk, want beeldvorming doet (zoals is laten zien)
niet altijd recht aan een volledige nieuwsverslaggeving
waardoor het idee nu speelt dat ‘doping’ iets is van de
laatste tijd – wat dus absoluut niet waar is.
Bronnen
- More, G. 2011. The little black bottle: Choppy Warburton, the
question of doping, and the deaths of his bicycle racers. San Francisco: Cycle publishing.
- Volkskrant. 2013. ‘‘Het jaar van de dope.’’ www.volkskrant.nl
(28 oktober 2013).
- Volkskrant. 2012. ‘‘Wij moeten elkaar controleren.’’ www.volkskrant.nl (28 oktober 2013).
Atlas - December 2013
9
Ingezonden
Sport is óók showbizz
Door Jan Hoed
Sporten lijkt lang niet meer het belangrijkste te zijn
bij de carrière van een topsporter. Bekendheid door
perikelen uit het privéleven spelen een grote rol bij
het beklimmen van de sportladder.
S
tel jezelf eens de volgende vraag: Waarom ken ik
Badr Hari? Is dat ‘A’ om zijn kickbokskunsten of
is dat ‘B’ om de relatie die hij had met socialite
Estelle Cruijff, het nichtje van oud-voetballer Johan
Cruijff, en zijn vechtpartij met Koen Everink in de
Skybox van dancefeest ‘Sensation’? De meesten zullen
waarschijnlijk ‘B’ aankruisen. Onderstrepend argument
hiervoor is dat de overwinning van Badr Hari in Moskou afgelopen november pas bekend werd toen bleek
dat Estelle de relatie had verbroken. Daarbovenop
komt nog eens dat kickboksen zo obscuur en omstreden is als sport, dat de uitslagen maar sporadisch tot
de sportpagina’s of reguliere sportprogramma’s doordringen. Ja, we kennen Badr dus vooral van Estelle en
zijn vechtpartij en niet omdat hij zulke goede sportprestaties heeft neergezet (NRC Handelsblad 2012).
De soap ‘Van der Vaart’
Sport en showbizz lijken onlosmakelijk aan elkaar
verbonden te zijn. Het sporten komt niet meer op de
eerste plaats, maar de relaties, de kleding en op welke
feestjes de sporthelden al wel niet verschijnen. Schrijnend voorbeeld hiervan is het woelige privéleven van
voetballer Rafael van der Vaart, speler bij het Duitse
Hamburger SV. Na zeven jaar liep zijn huwelijk met
Sylvie Meis op de klippen en binnen een paar maanden had hij een relatie met de nu voormalig beste
vriendin van Meis: Sabia Engizek, ex-vrouw van
voetballer Khalid Boulahrouz. De soap stopte echter
niet daar, rechtszaken werden aangespannen en affaires kwamen naar boven, maar waarom kwam dit alles
in de pers? Eigenlijk alleen omdat Van der Vaart een
profvoetballer is. Opmerkelijk is wel, dat afgelopen
jaar Van der Vaart nauwelijks in de media is geweest
vanwege zijn prestaties op het veld; sterker nog de
goede man was zelfs enige tijd helemaal uit beeld omdat hij de ene na de andere blessure opliep.
Show en publiciteit rondom bekende sporters is een
belangrijke bron van inkomsten zowel voor de spor
ters als voor de (roddel)pers. Zo heeft de Duitse krant
10
Atlas - December 2013
Bild miljoenen verdiend aan het privéleven van Van
de Vaart. Met name deze krant heeft het idee van een
soap omtrent de voetballer, zijn ex-vrouw en zijn nieuwe geliefde inganggezet. Ook Van der Vaart en Meis
hebben een aardige zak geld verdiend met zogenaamde exclusieve interviews aan kranten. Wat moeten we
als publiekzijnde nou vinden van wat het lijkt steeds
belangrijker wordende privéleven van sporters?
Meer publiek
Buiten kijf staat hier, dat we er alleen echt iets van
kunnen vinden als er grote gevolgen zijn voor hetgeen
waar alles omdraait: het sporten zelf. Uiteraard kun je
je storen aan de vele roddels of er juist van genieten,
maar dat is nog niet direct een reden dit fenomeen af
te keuren of juist toe te juichen. Positieve gevolgen zijn
vooral weggelegd voor de sporters, de bladen en de
clubs waar de sporters bij zijn aangesloten. Kortom, er
komt meer geld in het laatje omdat meer mensen bekender worden met een bepaalde sporter: door de vele
privédetails wordt een doelgroep aangetrokken naast
de doelgroep die altijd al naar de sportwedstrijden
keek, simpelweg omdat ze de sport leuk en interessant
vinden om te volgen.
Badr en Estelle op de cover van de nieuwste JFK
(www.volkskrant.nl)
Ingezonden
Lucia de Rijker
De negatieve gevolgen die voortvloeien uit de vele privéaandacht blijken toch wel wat groter te zijn dan de
positieve. Een mooi voorbeeld om hier aan te kaarten
zijn een aantal wedstrijden van de Nederlandse kickboksster Lucia Rijker ook wel ‘Lady Tyson’ genoemd.
Om veel publiek te trekken werd Rijker, één van de
beste vrouwelijke kickboksers aller tijden, tegen een
gewaagde rivaal gezet: Christy Martin. De twee vrouwen waren niet alleen aan elkaar gewaagd doordat ze
hun vak goed verstonden, maar ook omdat ze ruzie
hadden gekregen onder het oog van vele camera’s en
honderden toeschouwers.
In de weken voorafgaand aan het gevecht werd in de
media ontzettend veel aandacht besteed aan hoe de
wedstrijd zou kunnen verlopen en hoe de vrouwen
elkaar wel niet haatten. Op een persconferentie een
aantal weken voor de wedstrijd, waar beiden aanwezig
waren, werd nog eens pijnlijk duidelijk dat de vrouwen
elkaar niet naar het leven stonden. Het gevecht was
dus niet alleen belangrijk op professioneel vlak, maar
ook op privégebied en trok daarom veel aandacht. De
pers, sponsors, trainers en het publiek speelden gretig
in op de aankomende wedstrijd. Om nog even te onderstrepen hoe belangrijk het gevecht was: beide vrouwen zouden 250 duizend dollar krijgen voor deelname
en de winnaar zou daarbij nog eens 750 duizend dollar
mee naar huis krijgen.
Helaas, het gevecht moest worden afgelast, omdat Rijker tijdens een van haar trainingen vlakvoor de wedstrijd haar achillespees scheurde. Pas een jaar later was
ze volledig hersteld van haar zware blessure en wilde
ze nog één keer de ring in om te laten zien dat ze nog
steeds ‘The most dangerous woman in the world’ was.
Martin als tegenstander was geen optie meer, daarom
probeerde ze een wedstrijd te regelen met de bekende
Laila Ali, dochter van Muhammad Ali.
Laila Ali
Hoewel Rijker bekendheid genoot omdat ze zo goed
kon boksen, was Laila Ali nog net wat bekender bij
het grote publiek mede door haar springplank die haar
vader haar had meegegeven. Het gevecht tussen de
twee heeft nooit plaatsgevonden, maar de reden daarvoor bleef lange tijd onduidelijk. Uiteindelijk kwam
naar buiten dat Ali bijvoorkeur tegenstanders uitzocht
die bij haar ‘pasten’ en die zij zonder al te veel moeite
naar de grond kon werken. Gerenommeerd bokskampioen Lucia Rijker was geen match voor haar: Rijker
was te sterk en dat wist Ali maar al te goed. Gezichtsverlies aan de kant van Ali stond op het spel als zij in
een duel zou treden met Rijker. Als dochter-van moest
ze uiteraard wel een status hoog houden en veel mensen wilden haar daar ook bij helpen juist omdat haar
naam gelijk stond aan geld.
Sport en showbizz lijken
onlosmakelijk aan elkaar
verbonden te zijn
Om nog even op dit laatste verder te gaan, Ali maakte
goedgebruik van haar bekende naam, zo maakte ze reclametours voor haar geplande gevechten en publiek
betaalde gretig voor kaartjes om haar te kunnen zien
boksen. Wrange aan dit verhaal is dat Ali door kon
blijven boksen en veel geld verdiende terwijl Rijker
ondanks dat ze meer talent had dan Ali aan de kant
werd gezet en langzaamaan vergeten werd door het
publiek (Trouw 2007).
Wat we uit voorgaand voorbeeld kunnen concluderen
is dat overmatige aandacht voor het privéleven van een
sporter wel degelijk een negatieve invloed heeft op het
sporten zelf. Rijker kreeg geen kans om haar titels te
verdedigen en Ali had de macht (door haar bekende
vader) om ‘nee’ te zeggen tegen een duel zonder dat dit
ten koste zou gaan van haar eigen carrière.
Wat betreft Badr Hari, blijkt nu al dat de kaartjes voor
toernooien duurder zijn dan bij andere boksers. Orsat
Zovko, eigenaar van de Fight Channel Group en president van het FFC, bevestigde dit nog eens recentelijk
in een interview. Juist door zijn bekendheid zullen andere kickboksers hem zien als een gewaagde rivaal: als
ze deze bekende man verslaan, zullen zij in één klap
beroemd zijn. Andere goede kickboksers, maar minder bekend, zullen als gevolg minder benaderd worden
voor een duel. En wat betreft de gevolgen voor Van
der Vaart? Dat is voor nu nog even onduidelijk, maar
vaststaat is wel dat hij zijn privéleven maar eens onder
controle moet zien te krijgen.
Bronnen
NRC Handelsblad. 2012. ‘‘Badr Hari heeft spijt van vechtpartij bij
Sensation.’’ www.nrc.nl (28 november 2013).
Trouw. 2007.‘‘Laila Ali zoekt bij voorkeur zwakke tegenstandsters.’’ www.trouw.nl (28 november 2013).
Jan Hoed is freelance sportjournalist bij verschillende Belgische en Duitse kranten.
Atlas - December 2013
11
Opinie
Voetbal, volkssport nummer één
Door Evelien van Veen
Voetbal, komiek en zanger Louis Davids hield het in
1915 simpel: “Wie de voetbal in ’t net schopt hèt een
goaltje. En wie de meeste goaltjes krijgt die wint de
pot”. En zo is dat. Er is geen sport in de wereld die
zoveel wordt gespeeld en waar zoveel geld in omgaat
als voetbal. Waar komt dit balspelletje eigenlijk
vandaan?
D
e wereld kent veel gekke sporten. Zo is in
Centraal-Azië de sport ‘Buzkashi’ enorm
populair. Vrij vertaald: geiten grijpen. Een
kadaver van een geit, meestal onthoofd, wordt in het
midden van een cirkel gelegd. De deelnemers, in teams
van vijf personen, die op een paard zitten moeten proberen de geit over de doellijn van de ander te gooien.
Een andere leuke om hier te noemen is het Spaanse
‘Bossabal’, een variant van volleybal waarbij het handig is als je behoorlijk lening bent. Of je de bal bij
dit spel nu met een flikflak of een salto over het net
werkt, maakt niet uit: alles mag. Om het spel nog wat
spectaculairder te maken is het speelveld uitgerust met
luchtkussens en trampolines.
Het spel dat de Angelsaksen
speelden was overigens veel
ruwer en had wel iets weg
van het moderne rugby.
In Nederland kunnen we er ook wat van: met 22 man
achter een bal aanhollen en we zijn er allen gek op. De
Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, de KNVB
(die zich profileert met de slogan: ‘Voetbal is ons leven’) heeft bijna anderhalf miljoen leden geregistreerd
staan en nog steeds neemt het aantal leden elk jaar toe.
Nederland telt meer dan drieduizend amateurverenigingen en een twintigtal clubs waar voetballers betaald
krijgen voor hun kunsten (KNVB 2013). We zijn zelfs
zo lyrisch over het spelletje dat we er tv-programma’s
aan wijden en er krantenkaternen over vol schrijven
of zoals Trudo Dejonghe het verwoorde in zijn boek:
‘‘voetbal is de belangrijkst bijzaak ter wereld’’ (2007).
Kortom Nederland houdt van voetbal, maar waar
komt dit spel vandaan?
12
Atlas - December 2013
Met dank aan de Romeinen
Ruim tweeduizend jaar geleden werd er in China al
een spel gespeeld dat een beetje op het huidige voetbal lijkt. Dit spel heette Tsung Chu oftewel ‘schop bal’
en werd voornamelijk door de elite gespeeld. Ook de
vroegere Eskimo’s kenden het balspel. Archeologen
hebben in ivoorresten uitgesneden figuren teruggevonden die de sport uitbeelden. Ook bij de Grieken en de
Romeinen was een spel dat lijkt op voetbal mateloos
populair. Saillant detail: ‘hands’ was tijdens dit spel wel
toegestaan. Overigens had voetbal bij veel van onze
voorvaderen niet alleen ‘vermaak’ als doel, maar was
ook bedoeld om soldaten scherp te stellen voor een
gevecht (Blommendaal 1996).
Een vechtpartijtje hier en
daar was niet ongewoon,
het hoorde er gewoon bij
De Romeinen waren zo dol op het trappen van een
balletje, dat ze het spel meenamen naar alle plaatsen
waar ze voor een aantal jaar werden gestationeerd.
Zo verspreidden de Romeinen het balspel over heel
Europa. Op die manier kwam het spel terecht bij de
Germanen, die overigens al wel op de hoogte waren
van een soortgelijk balspel door oosterse stammen die
veelvuldig het spel speelden maar waar ze geregeld ruzie mee hadden om van alles.
Enthousiast werd het spel opgepakt door de Britons in
het huidige Groot-Brittannië. Ook de latere overheersers van de Britten, de Angelsaksen die in de vijfde
eeuw vanuit Noord-Europa naar het eiland kwamen,
pakten het voetbal op. Het spel dat de Angelsaksen
speelden was overigens veel ruwer en had wel iets weg
van het moderne rugby. Langzaam maar zeker werd
het spel een volkssport en werd voornamelijk beoefend tijdens feestelijkheden zoals een bruiloft of inhuldiging. De ballen die gebruikt werden, bestonden uit
verschillende materialen maar meestal werd de blaas
van een stier gebruikt en opgevuld met haar of vodden
(Blommendaal 1996).
Opinie
Toen het Nederlands elftal op 30 april 1905 haar eerste wedstrijd speelde, was voetbal nog geen
volkssport, maar een sport voor de rijke burgers
Vulgair tijdverdrijf
Het spel is nooit van de Britse eilanden verdwenen en
bleef door de eeuwen heen populair wat op het vaste
land wel anders was. Op sommige plekken in Europa
verdween de sport zelfs helemaal. In het ruwe rugbyspel van de Angelsaksen werden steeds meer regels
geïntroduceerd, zo kwam men op het idee om een veld
af te bakenen waar het spel op gespeeld moest worden.
Deze regel redde velen van de verdrinkingsdood, want
het gebeurde nogal eens weten we uit geschriften, dat
mensen verdronken doordat als de bal in het water
viel, de spelers massaal op de bal doken. Ook mocht
men nu nog maar drie passen zetten als men in het
bezit was van de bal in plaats van het hele veld over te
rennen met de bal in de armen.
Het spel werd voornamelijk gespeeld tussen boerenjongens. In de ogen van de autoriteiten was het een
vulgair en lawaaierig tijdverdrijf. Er werden zelfs herhaaldelijk pogingen ondernomen door de autoriteiten
om het spel te verbieden, omdat het de mensen weghield van hun verplichting en sommige boze tongen
beweerden zelfs dat het de mensen weghield van het
geloof. Een mooi voorbeeld hier is koning Edward die
in 1313 het spel verbood in Londen, omdat hij vreesde
dat zijn boogschutters te veel tijd zouden verliezen aan
het spel voor hun trainingen en dat was niet gunstig
met een oorlog tegen Frankrijk in het vooruitzicht.
Alleen maar nette heren
Zoals wel meer is gebeurd in de geschiedenis, luisterden weinig naar het gezag van de koning en ‘balletje trap’ ging dus gewoon door. Het was een gevaarlijk spel, waarbij armen en benen werden gebroken en
soms zelfs doden vielen maar desondanks mateloos
populair was onder de bevolking. Een meer fatsoenlijke versie van het spel vond in 1500 al vlug zijn weg in
het wereldje van de middenklasse bij de zonen van de
burgerij. Het voetbal werd gespeeld op openbare scholen en in de universiteiten van Oxford en Cambridge
waarna de eerste voetbalclubs werden opgericht die
uiteraard alleen toegankelijk waren voor nette heren
(Blommendaal 1996).
Desondanks dat het een spel voor nette heren was, kon
het er ruig aantoegaan op het veld aangezien er maar
één regel was: je mocht de bal met je handen stoppen,
maar daarna moest je de bal onmiddellijk weer met je
voet voortbewegen. De term ‘scheids’ was nog niet uitgevonden en onenigheid tussen de spelers vochten de
spelers dus ook onderling uit. Een vechtpartijtje hier
en daar was niet ongewoon, het hoorde er gewoon bij.
Niet iedereen was blij met de vele opstootjes. Op sommige scholen zoals de colleges van Charterhouse, Harrow, Eton en Westminister werd daarom een regel
ingevoerd om elk ruw contact te weren. Deze sympaAtlas - December 2013
13
Interview
Vandaag de dag wordt voetbal overal en door iedereen gespeeld (www.riadrepresents.com)
thiekere vorm van voetbal werd ‘dribbling game’ genoemd. In 1863 werd de Football Association opgericht door voetballers en fans van het spel. Deze club
bedacht een nieuw spel dat lijkt op het huidige voetbal
in combinatie met rugby.
lijks leven moest gedragen. Wederom was het dus een
sport voor ‘alleen maar nette heren’. Pas na de Eerste
Wereldoorlog werd voetbal pas echt een volkssport in
Nederland en werd het spel omarmd door alle lagen
van de bevolking.
Overgewaaid naar Nederland
Britse arbeidsmigranten brachten het voetbal naar
Nederland gedurende de achttiende en negentiende
eeuw. Rijkeluiszoon Pim Mulier, bevangen geraakt van
de balsport, richtte op veertienjarige leeftijd in 1879
de eerste Nederlandse footballclub op: de Haarlemse
Football Club (HFC; nu: Koninklijke HFC). Van Jordens, de Haarlemse burgemeester, kreeg Mulier een
veldje toegewezen ‘‘als worstelperk voor U en Uw kornuitjes’’: Mulier stond aan de wieg van het Nederlandse voetbal.
Voetbal heeft grote veranderingen doorgemaakt voordat het werd zoals het nu is: van een middel om soldaten scherp te stellen, naar een heftige volkssport
waar doden bij vielen tot wat het nu is: een sport van
en voor iedereen. Door het multiculturele karakter van
onze Nederlandse samenleving, de ontzuiling en de
niet te vergeten individualisering, wordt nogal eens geroepen dat we de binding met elkaar zijn kwijtgeraakt.
Maar diegene die dat roept, moet zichzelf nog maar
eens achter de oren krappen als Oranje speelt, want als
dat gebeurt, zijn we één.
Voetbal werd gezien als een hippe vorm van tijdverdrijf en vooral jonge mannen uit de elite sprongen als
eersten enthousiast in op de nieuwe rage. De nieuwe
sport ging samen met de grote moderniserende veranderingen in de Nederlandse samenleving. Het dagelijks leven van onze voorvaderen veranderde drastisch
door de komst van de trein, auto, telefoon en andere
sensationele uitvindingen. De nieuwe dynamische
sport voetbal paste daar goed bij.
Sport werd ook als hét middel gezien om het volk te
beschaven. Het idee was dat de spelregels en discipline
uit de sport goed lieten zien hoe men zich in het dage-
14
Atlas - December 2013
Bronnen
- Blommendaal, L. 1996. You’ll never walk alone. Amsterdam: L.J.
Veen.
- Dejonghe, T. 2007. Sport in de wereld. Gent: Academia Press.
- Gerardus, C. 1955. Voetbal in Nederland: maatschappelijke en
sportieve aspecten. Assen: Van Gorcum uitgeverij.
- KNVB. 2013. ‘‘Clubs en leden.’’ www,knvb.nl (28 november
2013).
Evelien van Veen heeft journalistiek gestudeerd aan de
Universiteit Leiden en is nu freelance sportjournalist.
Column
Geen spel en zeker geen sport
Thijs van Rijn
W
ees altijd de beste en blink uit ten opzichte van anderen”. Deze woorden lijken in hun strekking overeen te komen met “sneller, hoger, sterker”, het olympische motto. Ze zijn echter gericht aan Achilles,
die in de Ilias in zekere zin ‘wint’: het doden van Hector levert hem eeuwige roem op. Naast sport en
oorlog wordt op veel andere gebieden gestreden: van het politieke spel waarbij één zetel verlies als een nederlaag
wordt gepresenteerd tot het uitroeien van ziektes op mondiale schaal. De winnaar is ‘koning’, de verliezer een letterlijke loser.
Er is alleen wel degelijk een verschil tussen sport en spel enerzijds en oorlog, de politiek en de wereldgezondheid
anderzijds. Na een potje voetballen kan je beginnen met de derde helft en zijn winnen en verliezen alweer bijna
vergeten. De wedstrijduitslag heeft geen consequenties voor de rest van het leven omdat het tamelijk geïsoleerd
daarvan staat: sport en spel hebben hun eigen regels die losgelaten worden als men weer in de echte wereld stapt.
Hierdoor is sporten ongevaarlijk, eventuele voetbaloorlogen of klassiekers daargelaten.
Het leven als spel zien is echter wel degelijk gevaarlijk.
Vaak wordt de metafoor gebruikt om het leven minder zwaar te laten lijken. Dit brengt misschien op korte
termijn inderdaad wel wat verlichting, maar de metafoor faalt helaas op langere termijn. Verliezen levert nu
eenmaal nadelige consequenties op voor de toekomst:
te veel slechte peilingen zorgen voor het einde van een
lijsttrekker, door mislukking van de polio-uitroeiing kan
de ziekte nu opkomen in Syrië en gokken op een partij als de Moslimbroederschap kan een jarenlange gevangenisstraf opleveren.
Sporten is ongevaarlijk,
eventuele voetbaloorlogen
of klassiekers daargelaten
Het leven staat niet per se gelijk aan Russische roulette. Eén verkeerde keuze betekent in de meeste gevallen gelukkig niet het einde van je leven (maar als je overweegt lid te worden van de Moslimbroederschap moet je dit
echter nog eens goed overwegen). De metafoor dat het leven een spel is, levert echter wel een paradox op: enerzijds is het belangrijkste in een spel het winnen, anderzijds is een spel in tegenstelling tot het leven irrelevant. Het
gebruik van de metafoor is te verklaren doordat, zoals gezegd, de echte wereld vaak meer tegenslagen kent dan je
denkt, maar toch ook zeker omdat er te veel gewicht wordt toegekend aan sport. Worden er meer Keniaanse kinderen gevoed na een gouden medaille voor een hardloper? Worden er minder politieke gevangenen vastgehouden
nu Rusland trots mag zijn op de Olympische Spelen in Sotsji?
Sportregels zijn zo simpel
dat de beste vaak wint, maar
in het echte leven spelen er
veel meer factoren mee
Het enige dat topsport kan brengen, is verwant aan
de eerdergenoemde metafoor: de wereldmassa kan
voor een paar uurtjes ontsnappen aan de grote problemen van het dagelijks leven en dromen van een
eigen olympische medaille. Dat is zeker wat waard.
Het is echter slechts schijnbare verlichting op korte
termijn, terwijl het denken in termen van winnen en
verliezen te zwart-wit is. Sportregels zijn zo simpel
dat de beste vaak wint, maar in het echte leven spelen er veel meer factoren mee. Iemand komt niet zozeer door
eigen domheid maar veelal door externe factoren in de problemen. Deze een trap nageven door te stellen dat hij
simpelweg niet hard genoeg gevochten heeft, is onterecht. Achilles stierf zoals Hector: door toedoen van de goden, niet zozeer door eigen zwakte. Zijn overwinning was slechts te danken aan een goede goddelijke timing.
Atlas - December 2013
15
Ingezonden
Elista, de boeddhistische schaakhoofdstad
Door Emile Frijns
Het Russische Kalmykië staat niet alleen bekend als
enigste boeddhistische republiek van Europa, maar
is ook bekend door haar hoofdstad, Elista, waar de
schaaksport hoogtij viert.
A
an de oostgrens van Europa, nabij de Russische stad Astrakhan en de monding van de
rivier de Wolga, aan de Kaspische Zee, ligt
de republiek Kalmykië. Dit republiekje, dat voornamelijk uit steppeland en woestijn bestaat, is onderdeel van de Russische Federatie en is de enige boeddhistische republiek op het Europese continent. Het is
in de hoofdstad Elista dan ook in geen enkel opzicht
opmerkelijk dat een typisch beeld van Lenin een plein
moet delen met één of meerdere boeddhistische tempels. Elista is met haar ongeveer 104 duizend inwoners
de grootste stad van de arme republiek en staat niet alleen bekend om haar tempels, maar ook heeft zij naam
gemaakt als aspirantwereldschaakhoofdstad.
Chess City
Schaak? Ja, inderdaad: schaak! Nabij Elista ligt namelijk Chess City: een in 1998 aan de steppe ontworsteld
stukje stad, waarin de vier verdiepingen tellende City
Chess Hall centraal staat. Rondom deze reusachtige
schaakhal ligt een dorp dat wel wat weg heeft van een
olympisch dorp en waarin onder andere een conferentiecentrum, een openbaar zwembad en een museum
voor Kalmykse boeddhistische kunst te vinden zijn.
Daarnaast domineert de schaaksport het straatbeeld.
In de gebouwen, maar ook op de straten, zijn sculpturen te vinden die deze nobele sport lof toe dragen.
Het bouwen van Chess City was een persoonlijke
hobby van Kirsan Nikalojevitsj Iljoemzjinov, een politicus die president was van de Russische autonome
republiek van 1993 tot 2010. Deze oligarch was ten
tijde van de bouw van Chess City tevens president
van de FIDE (Fédération internationale des échecs – de
Wereldschaakfederatie) en zette alles in het werk om
de schaakstad af te hebben vóór de 33e schaakolympiade, die dan ook in 1998 in deze stad plaatsvond.
Iljoemzjinov wordt wereldwijd gezien als een corrupte incapabele leider, zo schafte hij de grondwet af in
1994; hij en hij alleen bepaalde vanaf toen het beleid.
Hoewel Kalmykië een van de armste regio’s van Rus
16
Atlas - December 2013
Een beeld van Ostap Bender in Elista (venividi.ru)
land is, gaf Iljoemzjinov drie keer zoveel geld uit aan
zaken zoals het nationale voetbalelftal dan aan onderwijs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Elista zo
groot is geworden als schaakstad.
Chess City heeft naast de schaakolympiade van 1998
ook nog onderkomen geboden aan de Wereldkampioenschappen Schaken voor Vrouwen in 2004 en de
Wereldkampioenschappen in 2006. Zo heeft het dus
maar liefst drie keer sinds haar bouw daadwerkelijk
schaaktoernooien van wereldformaat mogen organiseren. Deze sporadische bezetting houdt Iljoemzjinov
echter niet tegen te dromen van nog grootsere plannen: de uitbreiding van Chess City met enkele theaters, musea, scholen en religieuze centra staat op de
agenda.
Ingezonden
Ostap Bender
Als deze Chess City, gelegen midden in de steppes
die zich uitstrekken van de Wolga tot aan de Noordelijke Kaukasus, nog niet opmerkelijk genoeg is, dan
is het wel de reden tot het bouwen van deze stad. Iljoemzjinov werd tot het bouwen van de stad bewogen
niet alleen door zijn voorliefde voor schaak, maar ook
door zijn bewondering voor Ostap Bender. Deze Ostap Bender is een bekend persoon in Rusland en in
verschillende Russische steden (waaronder Elista) zijn
beelden van hem te vinden. Een markant personage
dus, die Ostap. Het enige probleem is: hij heeft nooit
bestaan! Ostap Bender is een geliefd personage uit de
twee romans van het Russisch/Oekraïense schrijversduo Ilja Ilf en Jevgenij Petrov die schreven aan het begin van de twintigste eeuw.
Iljoemzjinov werd tot het bouwen
van de stad bewogen niet alleen
door zijn voorliefde voor schaak,
maar ook door zijn bewondering
voor de fictieve Ostap Bender
Maar hoe kon dit fictieve personage zó inspireren dat
Iljoemzjinov midden in de steppes van zijn straatarme
republiek een heuse schaakstad uit de grond stampte?
De beste man liet zich waarschijnlijk leiden door een
passage uit het boek De Twaalf Stoelen dat werd uitgegeven in 1928. In dit boek van Ilf en Petrov staan
oplichter Ostap Bender en zijn reisgezel Vorobjaninov
centraal. Ten tijde van de Nieuwe Economische Politiek onderneemt het tweetal een reis door Rusland,
opzoek naar de verdwenen huisraad van de schoonmoeder van Vorobjaninov, die hierin de familiejuwelen
had verstopt. In de bewuste passage bevinden Bender en Vorobjaninov zich in een klein dorpje aan de
Wolga, Vasjoeki geheten. Beiden hebben geen geld om
verder te reizen, maar gelukkig heeft Ostap een plan:
hij introduceert zichzelf aan de leden van de lokale
schaakclub als schaakgrootmeester en weet hen over te
halen tot het organiseren van een avond waarin hij, de
grootmeester, simultaanschaak zal spelen op 160 borden. Het enige probleem is, dat Ostap nog nooit heeft
geschaakt!
Op de avond zelf houdt Ostap een toespraak aan
de geïnteresseerde (en betalende) menigte waarin hij een oproep doet om Vasjoeki internationaal
middels een schaaktoernooi als schaakhoofdstad op
de kaart te zetten. Zijn plannen gaan wel heel ver:
“Een toernooi waar de grootste wereldkampioenen
aan deelnemen, trekt immers schaakliefhebbers uit
de hele wereld. Honderdduizenden mensen, rijke
welgestelde mensen, komen spoorslags naar Vasjoeki, ’’ zo is zijn idee (Ilf en Petrov 1993).
De verrijzing van Chess City
Om van Vasjoeki een schaakstad te maken met
internationale roem moet er nog wel veel gebeuren. Punt één: het rivierverkeer kan een dergelijke
hoeveelheid passagiers niet aan. Het volkscommissariaat van Transport legt daarom een snelspoor Moskou-Vasjoeki aan. Dat is één en heeft
grote voordelen voor het stadje gezien het beter
bereikbaar wordt. Het paleis waarin het toernooi
gehouden wordt, is ook een ding, want dat moet
verbouwd worden om alle gasten te kunnen ontvangen. Dat geldt ook voor de bouw van garages
voor het autoverkeer van de gasten.
Nu, wat dat snelspoor Moskou-Vasjoeki betreft.
Dat zal ongetwijfeld niet over de vervoerscapaciteit beschikken om alle gegadigden naar Vasjoeki
te vervoeren. Daaruit vloeit de luchthaven ‘Groot
Vasjoeki’ voort van waaruit een regelmatig vertrek
van postvliegtuigen en luchtschepen naar alle einden der wereld, Los Angeles en Melbourne incluis
plaatsvindt. Al deze ontwikkelingen die genoemd
worden in het bok als gevolg van schaak inspireerde
Iljoemzjinov om van Elista een schaakstad te maken.
In het boek loopt het gelukkig goed af met Benders
escapades in Vasjoeki: de toehorende menigte ligt
aan zijn lippen bij deze toespraak, maar als het echt
op schaken aankomt, wordt Bender ontmaskerd.
Samen met Vorobjaninov steelt hij een roeibootje
terwijl hij achtervolgd wordt door een boze menigte. Als het bootje van de achtervolgers vervolgens
omslaat, weten Bender en Vorobjaninov zich veilig
uit de voeten te maken en vervolgen zij hun weg.
En zo gebeurt het dat de Chess City is verrezen in
de steppe van Kalmykië. Eén passage uit een boek,
één oligarch met geld en macht en zo wordt een
bedenksel van twee schrijvers werkelijkheid in de
late jaren van de twintigste eeuw.
Bronnen
- Ilf en Petrov, 1993. De twaalf stoelen. Amsterdam: Pegasus.
Emile Frijns is student Russische Studies aan de Universiteit Leiden.
Atlas - December 2013
17
Opinie
E-sport
Can it be considered a sport?
By Edwin van der Velden
As the crowd screams wildly, the faint clicking of a
computer mouse can be heard. When the player on
the screen lands his finishing blow, the commentators talk fervently about the complicated tactics
used. With a shirt on with multiple logos of sponsors
on it – the winning player stands up, ready to receive
his medallion. While this sounds like a fantasy tale,
it is all based on reality, and is known as e-sport, an
acronym for electronic sport.
W
ith the rise of computing and the Internet,
access to e-sports has become easier than
ever. However, the question remains, can esport be considered a sport? Before that question can
be answered, the growth of e-sport has to be looked at,
the similarities it has with real life sports, and where
the primary difference lies between these two.
First, some background information
To understand e-sport and what makes it possible
some background information about the games will
have to be introduced. Some of the largest e-sport
games today are DOTA2, League of Legends, Counter-Strike, and Starcraft. DOTA2 and League of Legends have very similar game play elements: opposing
teams have to choose heroes with unique capabilities and try to defeat the other team. Counter-strike
is about a first person shooter, and puts the player in
the role of a terrorist, or a counterterrorist with special
tactics and strengths. For each side there are two ways
to win. In the case of the terrorist by planting a bomb
at a designated location or by eliminating the opposing team. In the case of the counterterrorist it is the
mission to eliminate the terrorist or defuse the bomb
the terrorist has placed.
Starcraft plays on a whole different level. Players of
the game have to build a base, produce units, and manage resources. While the explanations of the games
provided might have been oversimplified, it provides a
good overview of the core play elements. All of these
mentioned examples are played on computers at home
which their connectivity with the Internet in order to
play the game.
18
Atlas - December 2013
Matches and championships are sometimes
commented and televised
The similarities between traditional and electronic sports
So where do the similarities between traditional sports
and electronic sports lie? Firstly, they both have organized competitions between national teams. This
is where teams, which have trained for hours on end,
compete with each other to win the cup. Like any
real life sport game, practice makes perfect and team
members often play practice matches against each
other to further hone their skills and improve upon
their strategies.
Secondly, the amount of sponsorship that goes on in
these electronic sport events can be quite large just
as in real life sport games. In football there are teams
where every player wears a shirt provided exclusively
by a certain company. Each of these shirts are plastered with logos representing the sponsors. In e-sport it
is largely the hardware that is used by the gamer, the
computer, the keyboard, the mouse or the headset
which are sponsored by large electronic companies.
Many of these electronic teams have include the name
of the business that sponsored them in their team
name.
Opinie
Thirdly, like any real game, e-sports are broadcast
worldwide. However, the main difference is that the
broadcasting of e-sports is largely done via 21st century technology: the Internet. Fourthly, a proper sports
game has commentators, people who comment on the
tactics used by the players during the game, which is a
trait e-sports shares with sports played in real life. Interestingly, the commentators dress up and even comment in the same manner as a football commentator
would do.
The amount of sponsorship
that goes on in these
electronic sport events can be
quite large
Lastly, e-sports can easily be tracked in terms of scores, and has enough leeway to facilitate the freedom
of using multiple strategies to get those points. With
teams, sponsorship, broadcasting worldwide, professional commentators, and a method of score keeping it
seems that e-sports fulfull many of the criteria of a real
life sport game.
Acceptance
Even after mentioning all these similarities, there are
still certain difference between e-sports and real sports
which many people will have an issue with before esports are accepted as a sport. One of these is that
e-sport does not depend on physical movement. But
what about chess than? Chess is a sport but does not
depend on physical movement but on strategy and a
lot of thinking – in fact in this sense chess is similar to
e-sport.
The definition of what a
sport is, has to be broadened
In DOTA2 for example there are more than a dozen
different so called ‘heroes’ you can start out with, who
each have a variety of skills, and throughout the game
play you can gain currency to buy items with. With
over a hundred items the amount of combinations can
be quite staggering. Your reactions and responses within the game have to be quick and correctly, a wrong
spell or action could end up in a disaster for the team
in the long run. But why then have people troubles
with accepting electronic games as a sport in which
strategy thinking as explained in the previous lines is a
core element?
The League of Legends World Championship took
place in a sold out ‘e-sport Arena’
The digital age, the age of personal computing has not
been around for long. Before the majority of the population can accept a new cultural aspect, there is usually a sort of transition period in which people can get
used to a different paradigm which is in this case esport. So people have to disconnect the definition of
sports with the traditional physical sports. In summation, the definition of what a sport is, has to be broadened.
In conclusion, should e-sports be considered a sport?
Yes, of course it should. It is an addition to the traditional sports, a sport of the 21st century – the age of
computing. It is an electronic game, played at a low
cost in which a fan of real life games can play in almost exactly the same environment as the professional players they watch fervently in for example
football games. Furthermore, the pot of money for
e-sports grows: some months ago a team who played
in a DOTA2 tournament won 1.4 million US dollars.
The more money there is available for playing digital
games like these makes the rise of e-sport inevitable. Once big money steps in, there is more money to
further inform people about large e-sport events about
to happen. And so the rise of the e-sport begins (BBC
News 2013).
Sources
- BBC News. 2013. ‘‘Swedish e-sports team win $1.4m DOTA2 video game prize.’’ www.bbc.com (26th Oct 2013)
Atlas - December 2013
19
Beschouwing
Cricket als oplossing voor de langslepende
kwestie Kashmir?
Door Kavish Sewnandan
De relatie tussen India en Pakistan wordt
gekenmerkt door spanningen, met name over de
kwestie Kashmir, waar beide landen niet uit weten te
komen. In dit artikel wordt ingegaan op de historie
van het conflict en of cricket een middel is om beide
landen nader tot elkaar te brengen.
I
n de eerste week van januari 1930 nam het Indiaas
Nationaal Congres, een onafhankelijkheidsbeweging, een resolutie aan die de laatste zondag van
die maand uitriep tot de dag van landelijke demonstraties voor een onafhankelijk India. Dit zou, zo dacht
men, de nationalistische aspiraties aanwakkeren en
de Britten dwingen om serieus na te denken over een
machtsoverdracht. De resolutie werd aangenomen in
de stad Lahore, in het huidige Pakistan, waar het Congres zijn jaarlijkse vergadering hield (Guha 2010, 3536). In dezelfde stad werd ook Jawaharlal Nehru (1889
– 1964) gekozen tot voorzitter van het Congres, een
bewijs dat binnen de Indiase nationale beweging zijn
ster snel rijzende was. De onafhankelijkheidbeweging
voor India leek aanvankelijk af te stevenen op een succes. Het geweld tussen hindoes en moslims nam echter sterk toe en de roep om een deling van India werd
groter (Guha 2010, 40-41).
Een verdeeld Kashmir (www.bbc.co.uk)
20
Atlas - December 2013
Deling van India
De Moslimliga, een partij die de belangen van moslims in India verdedigde, pleitte ondertussen voor een
onafhankelijke staat voor Indiase moslims: Pakistan.
De Liga werd geleid door Mohammad Ali Jinnah
(1876 – 1948). Net als Nehru en Mahatma Gandhi
(1869 – 1948) was hij ooit lid geweest van het Indiaas
Nationaal Congres, maar hij was eruit gestapt omdat
hij vond dat het een partij van en voor hindoes was.
Jinnah vond dat het Congres, hoewel het officieel de
nationalistische zaak was toegedaan, niet echt de belangen van India’s grootste minderheid, de moslims,
vertegenwoordigde (Guha 2010, 40-41).
Toen duidelijk werd dat een deling onvermijdbaar was,
werd de roep om een onafhankelijk Pakistan herhaald.
Jinnah onderhandelde hard, omdat hij kon rekenen op
massale steun van de moslims. De leiders van de Mos
limliga lieten weten dat nu de tijd was gekomen tot de
verwezenlijking van een eigen staat om op te komen
voor de rechten van moslims (Guha 2010, 65).
Hoewel niet duidelijk was op welke wijze een dergelijke deling op geschikte wijze diende te worden uitgevoerd, was er in 1933 wel een plan opgesteld door
de student Chaudhuri Rahmat Ali in Cambridge. In
het plan werd gesteld dat de noordwestelijke provincies waar moslims de meerderheid vormden, namelijk
Punjab, Kashmir, Sindh en Balochistan, moesten worden samengevoegd tot een onafhankelijk Pakistan. Dit
voorstel werd toen echter onpraktisch geacht, omdat
het een gigantische volksverhuizing met zich mee zou
brengen (Schofield, 2003, 21). Nadat een besluit was
genomen om het subcontinent te verdelen, werd een
‘Ministerie van Staten’ opgezet met als taak het aanmoedigen van de meer dan vijfhonderd vorstenstaten
om zich aan te sluiten bij India of Pakistan door zogenoemde ‘Aktes van Toetreding’ (Schofield 2003, 2324).
Twijfelende maharadja en invasie van Kashmir
De keuze voor India of Pakistan was niet voor alle staten even gemakkelijk, zoals in het geval van Kashmir.
In 1846 werd als onderdeel van het Verdrag van Am-
Beschouwing
ritsar bepaald dat Kashmir door de Britten zou worden verkocht aan een hindoe heerser, Gulab Singh.
Dit bracht met zich mee dat mensen van verschillende
talen, religies en culturele tradities onder één heerser
werden ondergebracht. De toekenning van Kashmir
betekende ook dat moslims de meerderheid in de staat
zouden vormen en dat hindoes, sikhs en boeddhisten
een aanzienlijke minderheid zouden blijven (Schofield
2003, 11). In 1947, stond hindoe heerser Hari Singh
voor een lastig dilemma: kiezen voor Pakistan zou betekenen dat het lot van hindoes in het zuiden en van
boeddhisten in het oosten onzeker zou zijn. Kiezen
voor India zou tegen het advies van de Britten ingaan,
waarin de maharadja werd geadviseerd goed na te denken over de islamitische meerderheid in zijn staat. De
maharadja bleef twijfelen, zonder dat een besluit werd
genomen (Schofield 2003, 25).
In oktober 1947 was er sprake van een onverwachte,
militaire invasie van Pathaanse stammen vanuit het
noordoosten van Kashmir. Volgens Indiase bronnen
drongen duizenden bewapende rebellen onverwachts
in hoog tempo de staat binnen en namen ze enkele
strategische gebieden en dorpen in. Na de verovering
van Muzaffarabad, een klein districtscentrum, bedreigden ze zelfs Srinagar, de zomerhoofdstad van Kashmir.
Vanuit de staat kwamen alarmerende berichten over
grootschalige moordpartijen, berovingen en verkrachtingen die de rebellen begingen tijdens hun opmars
naar het zuiden (Wirsing 1994, 39). De maharadja van
Kashmir vroeg India onmiddellijk om militaire steun
om de rebellen uit zijn staat te verdrijven. Hij had echter nog geen beslissing genomen over aansluiting bij
India of Pakistan. Nadat hij uiteindelijk de Akte van
Toetreding voor India had ondertekend, waren Indiase troepen in hoog tempo op weg om Srinagar te beschermen. De stad kon net op tijd op succesvolle wijze
worden verdedigd (Wirsing 1994, 39).
Beschuldigingen
India was alleen niet in staat om heel Kashmir te heroveren op de rebellen, vanwege de winter die weldra
zou invallen en de massale luchtsteun die nodig was
om het noorden en westen van het gebied onder controle te brengen. Het gevolg hiervan was dat Kashmir
werd verdeeld in een Indiaas en Pakistaans deel, waarbij Pakistan de controle hield over ongeveer een derde
deel van de staat (Guha 2010, 114).
Volgens India behoort Kashmir wettelijk gezien bij
India, vanwege de ondertekende Akte van Toetreding
door de toenmalige maharadja van de staat. Verder
wordt de vermoedelijke steun van Pakistan aan de Pa-
thaanse rebellen ten tijde van de invasie gezien als een
schending van Indiaas grondgebied. Pakistan is vanuit
Indiaas oogpunt illegaal aanwezig in Kashmir en heeft
hier dus ook geen zeggenschap over (Schofield 2003,
70-71). Pakistan beschouwt de Akte van Toetreding
echter als ongeldig, omdat de maharadja niet de steun
van de bevolking genoot. Verder zijn zij van mening
dat de Pathaanse inval een spontane actie was om te
vechten tegen het bewind van de maharadja, waarbij Pakistan geen enkele rol heeft gespeeld (Schofield
2003, 71-72).
Eindeloze dialogen
In de jaren zestig stond de kwestie Kashmir hoog op
de internationale agenda. In oktober 1962 vochten India en China een oorlog uit om gebieden in de Himalaya, waarvan de grenzen niet waren gedefinieerd.
Chinese troepen overvielen Indiase legerposten langs
de grens en drongen tevens Kashmir vanuit het oosten binnen. De Amerikanen en Britten wilden graag
militaire steun verlenen aan India, maar zonder het risico dat hierdoor de spanningen met Pakistan verder
zouden oplopen. President Kennedy beweerde dan
ook dat militaire steun aan India bedoeld was om de
communistische opmars vanuit China te stoppen. De
westerse mogendheden zagen het liefst dat India en
Pakistan de dialoog zouden aangaan om de Chinese
opmars tegen te houden, maar dan moesten zij het wel
eens worden over Kashmir (Schofield 2003, 99-100).
Duizenden bewapende
rebellen drongen in hoog
tempo de staat binnen
Beide partijen waren helaas niet enthousiast om deze
gesprekken te voeren over de gevoelige kwestie, maar
onder internationale druk werd besloten om toch het
gesprek aan te gaan. Tijdens de eerste bijeenkomst in
december 1962 opperde India om de huidige frontlinie vast te leggen als internationale grens, met enkele
kleine wijzigingen. Pakistan ging hier echter niet in
mee en claimde de hele staat, met uitzondering van de
stad Jammu in het uiterste zuidwesten van Kashmir.
De gesprekken gingen moeizaam verder en na zes
rondes werd vastgesteld dat de twee landen niet tot
een overeenstemming konden komen. In januari 1966
kwamen beide landen opnieuw bij elkaar in Tashkent, waar de Sovjet-Unie zich opstelde als bemiddelaar. Hier gaven beide landen opnieuw aan om een
vreedzame oplossing te willen vinden voor de kwestie
Kashmir. Desondanks liep ook deze bespreking op
Atlas - December 2013
21
Beschouwing
niets uit en tot op heden is er geen oplossing voor het
conflict gevonden (Schofield 2003, 99-102, 112).
Cricketdiplomatie
In 2002 dreigde het conflict rondom de kwestie
Kashmir te escaleren, maar ruim drie jaar later zaten
de president van Pakistan en de premier van India gezamenlijk een cricketwedstrijd te bekijken. Cricket is
al geruime tijd een middel geweest om de relaties tussen beide landen te verbeteren. Beide landen hebben
in 1999 een oorlog gevoerd in Kashmir en in 2001
liep een top tussen afgevaardigden uit beide landen in
Agra, een stad in India, wederom op niets uit.
Ook in een eerder geval bleek cricket een middel om
de relatie tussen beide landen te verbeteren. In 1987
stonden beide landen op de rand van oorlog, vanwege
een militaire oefening van het Indiaas leger in het betwiste gebied. Generaal Zia ul-Haq, de toenmalige leider van Pakistan, bracht toen een bezoek aan India en
bezocht een cricketwedstrijd. Hier werd de wens uitgesproken om het dialoog aan te gaan met zijn Indiase
collega (Croft 2005, 1039-1040).
Cricket lijkt dus in staat,
om althans op de korte
termijn, de relatie tussen
beide landen te verbeteren
Cricket lijkt dus in staat om, althans op de korte termijn, de relatie tussen beide landen te verbeteren. Volgens Naess-Holm (2007, 44-46), die een master thesis
schreef over de zogenoemde cricketdiplomatie tussen
beide landen, is de sport naar Brits-Indië gebracht
door Brite zeelui en soldaten rond het jaar 1721. Zij
speelden het spel in eerste instantie onderling, maar
langzamerhand werd het overgenomen door een welvarende groep Parsi’s, migranten vanuit Perzië die in
en rondom de stad Mumbai woonden. Hierna werden
diverse cricketclubs opgericht door hindoes, moslims
en andere religieuze groeperingen. Deze trend zette
zich in hoog tempo door totdat cricket bijna over het
gehele subcontinent werd beoefend. Na de deling van
India en Pakistan, zou cricket zich ontwikkelen tot een
wedijvermiddel om superioriteit.
Nadat de Britten in 1947 het subcontinent verlieten,
bleef de liefde en passie voor cricket in India en Pakistan bestaan. Na de afscheiding van beide landen, werd
cricket gezien als middel om bij te dragen aan natio-
22
Atlas - December 2013
Premier van Pakistan Yousaf Raza Gillani
(L) en premier van India Manmohan Singh
(R) bezochten in 2011 gezamenlijk een
cricketwedstrijd tussen beide landen in India
(Reuters)
nalistische gevoelens van de nieuw gevormde staten
(Naess-Holm 2007, 46-47). Tevens werden cricketwedstrijden tussen beide landen gezien als een zekere
concurrentiestrijd, waarbij conflicten die zich voordeden in de politieke en diplomatieke sfeer werden vertaald tijdens een wedstrijd. Verlies van het eigen land
tegen de rivaal wordt gezien als nationale vernedering
met maatschappelijke onrust tot gevolg. Toch lijkt ondanks deze sterke rivaliteit, cricket de enige verbindende factor tussen beide landen. Hierdoor is het een
krachtige, diplomatieke middel om India en Pakistan
nader tot elkaar te brengen (Naess-Holm 2007, 4850). Of dit ook zal werken is maar de vraag. Beide landen zullen uiteindelijk zelf hun verantwoordelijkheid
moeten nemen om voor eens en altijd een punt te zetten achter deze langslepende kwestie.
Bronnen
- Croft, S. 2005. South Asia’s Arms Control Process: Cricket Diplomacy and the Composite Dialogue. In: International Affairs, Vol.
81, No. 5, pp. 1039-1060.
- Guha, R. 2010. India: De geschiedenis van de grootste democratie ter wereld. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.
- Naess-Holm, A. 2007. Batting for Peace: A study of Cricket Diplomacy between India and Pakistan. Oslo: University of Oslo.
- Schofield, V. 2003. Kashmir in Conflict: India, Pakistan and the
Unending War. London: Tauris.
- Wirsing, R. 1994. India, Pakistan and the Kashmir Dispute. On
regional Conflict and its Resolution. New York: St. Martin’s Press
Column
De man van honderd miljoen
Maarten Rood
W
at is een mens waard? Tot in de negentiende eeuw werden op dagelijkse basis slaven verhandeld over
de hele wereld. De afschaffing van de slavernij en de slavenhandel lijkt een einde te hebben gemaakt
aan deze praktijk. Elk mensenleven is uniek en niet verhandelbaar, zelfs niet met Mastercard. Althans,
zo lijkt het. Moderne slavernij is echter wijdverspreid; zeker de helft van onze soort, en dan vooral in de derde wereld, leeft nog steeds onder de armoedegrens: een uitzichtloos bestaan van lange dagen werken voor een hongerloontje onder slechte omstandigheden.
Aan de andere kant van het spectrum zitten de ‘topbankiers’ en ‘topmanagers’ die voor miljoenen aan salaris en bonussen binnengehaald worden door grote corporaties om de aandeelhouders tevreden te houden.
Minder pervers, maar niet minder bizar zijn de topsporters – voetballers onder andere – die miljoenen verdienen met uit de hand gelopen, door commercie kapot gekochte spelletjes.
Neem nu de Colombiaanse voetballer Radamel Falcao die sinds dit jaar speelt voor de Monegaskische
voetbalploeg AS Monaco. Meneer Falcao heeft een talent, hij scoort makkelijk doelpunten – lees: hij kan
goed een bal in een netje schieten – en daarom heeft de Russische eigenaar van Monaco hem voor zestig
miljoen euro overgehaald van de Spaanse ploeg Atlético Madrid. De getalenteerde meneer Falcao verdient
op dit moment een nettobedrag van een miljoen euro per maand, wat hij waarschijnlijk aan belangrijke zaken uitgeeft als zijn vriendin(nen), auto’s en huizen.
Er wordt flink aan
het product Bale
verdiend
Ik chargeer, maar ik verbaas me ieder jaar weer over de bedragen die over en weer gaan in de Europese competitie. Iedere
zomerstop vindt er een soort handelsoorlog plaats waarbij de
clubs met het meeste geld, vaak van zeer dubieuze komaf, talentvolle spelers van minder bedeelde clubs wegkopen om zo
hun eigen voetbalsterrenkwartetten compleet te kunnen maken. Deze zomer ging het er ook weer prijzig aan toe. Een
transfer sloeg echter alles, die van de Welshman Gareth Bale.
Gareth, 24 jaar oud, speelde vorig jaar niet onaardig bij Tottenham Hostspur, hij scoorde 26 keer voor de
Spurs die daarmee vijfde werden in de Premier Cup (de eredivisie van Engeland). Door kenners, commentatoren en andere voetballers wordt Bale gezien als een groot talent, maar maakt dat hem honderd miljoen
euro waard? Want dat is de prijs waarvoor hij door Real Madrid binnengehaald is (volgens de Madrilenen
was het ‘maar’ 91 miljoen euro). Dit geld gaat overigens niet naar Bale, het gaat via commissies en regelingen naar een hele reeks clubs, voetbalmanagers, scouts en andere tussenpersonen die allen hebben bijgedragen aan het talent Bale. Er wordt flink aan het product Bale verdiend.
Niet alleen is het bizar dat we in de 21e eeuw nog aan de verkoop van mensen kunnen verdienen, het feit
dat een Spaanse voetbalclub zomaar even honderd miljoen kan neerleggen voor een nieuw speeltje is nog
ziekelijker. In Spanje is komend jaar 26 procent van de bevolking werkloos, één op de vier zit thuis op de
bank (voetbal te kijken?). De Spaanse regering moet flink bezuinigen, terwijl Real Madrid ieder jaar – Bale
is niet de eerste miljoenenaankoop – het dure verlangen naar nieuwe spelers kan bevredigen…
Het meest ironische: Bale was aan het begin van het seizoen meer dan een maand uit de running vanwege
een liesblessure. De man van honderd miljoen met opstartproblemen op de bank, is het al tijd voor een vergelijking met de Joint Strike Fighter?
Atlas - December 2013
23
Opinie
Het gevaar van grote witte olifanten in de
sportwereld
Door Charlotte de Jong
Als gastland van een groot prestigieus
sportevenement hoor je natuurlijke grote en
prestigieuze stadions te bouwen. Maar als de
wedstrijden zijn gespeeld en de sporters weer naar
hun eigen land zijn, blijft het gastland achter met
hoge schulden en lege stadions.
D
e naderende World Cup en Olympische Zomerspelen in Brazilië zijn een goed voorbeeld
van wat de bovenstaande alinea beschrijft
(Economist 2013). Met het bouwen en verbouwen van
maar liefst twaalf stadions is de discussie over grote
stadions voor eenmalig gebruik weer opgelaaid. Waarom worden er miljarden dollars gestoken in een stadion dat na het sportevenement een grote kostenpost
is voor het gastland? Is het wel eerlijk dat de bevolking
van het gastland opdraait voor deze kosten terwijl ze
het eigengebruik niet kunnen veroorloven? Het bouwen van megastadions die maar voor één evenement
gebruikt worden is een kwalijke zaak omdat ze ontzettend veel geld kosten en drukken op de lokale bevolking die geen geld heeft om het stadion te bezoeken.
Te veel geld
Het organiseren van een groot sportevenement kost
geld, veel geld. Alleen al voor het verbouwen van het
Estadio Nacional in de hoofdstad Brasilia wordt bijna vijfhonderd miljoen dollar uitgegeven (Bloomberg
2013). En de bouw van een gloednieuw stadion middenin het beschermde Amazonegebied, gaat de Braziliaanse belastingbetaler ruim 182 miljoen dollar kosten. Ja, de belastingbetaler, want hoewel de voormalige
minister van sport Orlando Silva in 2007 zei dat de
bouw van stadions niet zouden worden gefinancierd
met publiek geld, is tot nu toe 91% van de kosten toch
met publiek geld betaald. Het eerste argument waarom
ik tegen de bouw van grote stadions ben, is dan ook
de hoge kosten die het met zich meebrengt. Het lijkt
wel een sport geworden welk gastland de grootste en
duurste stadions kan bouwen.
Dit geld kan op een veel betere manier worden besteed. Om te blijven bij het voorbeeld van Brazilië, het
bouwen van de stadions is een zeer complexe operatie,
24
Atlas - December 2013
Het oude stadion in Manaus moest plaatsmaken
voor een gloednieuw stadion
zoals het geval is bij de Arena Amazonia in Manaus.
Ten eerste ligt het erg afgelegen en is het zeer moeilijk
bereikbaar door twee grote rivieren en bijna duizend
kilometer aan regenwoud die doorkruist moet worden.
En ten tweede worden de bouwmaterialen niet uit de
buurt gehaald, maar wordt het staal voor de ingewikkelde constructie gefabriceerd in Portugal, waarna er
meerdere schepen voor nodig zijn om het in Brazilië af
te leveren. Milieubelastend is de aanleg van het stadion zeker, laat ik het dan nog maar niet hebben over de
beschadigingen die worden aangebracht aan het kostbare Amazoneregenwoud. Zo worden op grote schaal
bomen gekapt om het nieuwe complex te kunnen bouwen (WWF 2013).
Witte olifanten
De tweede reden waarom ik tegen de bouw van grote
kostbare stadions ben, is dat deze projecten de kans
hebben om witte olifanten worden. ‘Witte olifanten’ is een metafoor voor grote, dure stadions die niet
gebruikt worden. De kosten van het stadion, en met
name die voor het onderhoud, wegen niet op tegen de
winst die eruit moet worden gehaald.
Eén van die witte olifanten is het noodlijdende stadion Moses Mabhida in Durban, Zuid-Afrika. Het
Opinie
stadion, dat ruim 25 miljoen euro heeft gekost, heeft
na de World Cup van 2010 weinig grote evenementen kunnen organiseren, wat resulteert in een jaarlijks
groot verlies. Vooral de reisbranche probeert nog wat
aan stadions als deze te verdienen. Zo wordt het ZuidAfrikaanse stadion op de website van Trip Advisor
(daar aangeduid met de term‘The Great White Elephant’) benoemd als een echte bezienswaardigheid. Een
tripje ernaartoe samen met een reisorganisatie is het
dus echt waard volgens de site (Trip Advisor 2013).
‘Witte olifanten’ is een
metafoor voor grote, dure
stadions die niet gebruikt
worden
Hoewel er met de bouw van de meeste stadions wel
plannen worden bedacht voor andere functies naast
sport, worden deze niet goed doordacht. Zo zijn de
plannen voor veel stadions in Brazilië dat ze gebruikt
gaan worden voor concerten en culturele activiteiten
(FIFA 2013). Maar er wordt geen rekening gehouden
dat veel van deze stadions worden gebouw in gebieden
waar de bevolking geen geld heeft om grote evenementen zoals sportwedstrijden en concerten te bezoeken.
Oplossingen voor de olifanten
Er zijn echter wel een aantal interessante ideeën ontwikkeld voor de grote witte olifanten. Zo zijn er in
Zuid-Afrika ideeën ontstaan om het Green Point Stadium in Kaapstad om te bouwen tot goedkope woningen (Telegraph 2012). Het stadion zou dan worden
omgebouwd tot één grote flat en het veld zou dienst
kunnen doen als gemeenschappelijke tuin. Het is echter de vraag of deze plannen gerealiseerd gaan worden,
aangezien er ook ideeën geopperd zijn om van het stadion een luxe nachtclub te maken (Telegraph 2012).
Hier ligt een les voor Brazilië en andere toekomstige
gastlanden van grote sportevenementen. Wil je toch
een groot stadion bouwen, dan moet er op zijn minst
voor aanvang van de bouw een goed plan zijn ontwikkeld over wat er naderhand met het stadion moet gaan
gebeuren. Zo kunnen de gemaakte kosten er hopelijk
snel weer uit worden gehaald. Een voorbeeld hiervan
is de bouw van een stadion in Beijing wat toentertijd
dienst deed als het olympische dorp en schermzaal. Na
de Olympische Spelen is dit stadion veranderd in een
conferentieruimte, kunst en entertainmentruimte. Ook
zijn er privéwoningen in het complex gevestigd. Hierdoor kon de lokale bevolking na het sportevenement
toch gebruik maken van het stadion.
De bouw van een groot stadion kan echter ook zorgen voor naamsbekendheid en extra toerisme. Zoals
het eerder gegeven voorbeeld van het Zuid-Afrikaanse
stadion proberen veel steden hun witte olifant te verkopen als toeristische attractie. En in veel gevallen lukt
dit ook aardig. De interessante architectuur van veel
stadions zorgt voor een vernieuwde skyline en een toename in het aantal toeristen. Maar toch is dit van tevoren niet te berekenen en zijn de inkomsten uit toerisme onvoorspelbaar.
Toch vind ik dat de voordelen van de bouw van een
groot nieuw stadion niet op wegen tegen de nadelen.
Het duurt jaren voordat de kosten zijn afbetaald, waardoor de lol van het organiseren van een groot evenement er wel af is. Daarnaast hebben de meeste landen
al stadions die met een paar aanpassingen geschikt
kunnen worden gemaakt voor grote wedstrijden. Een
nieuw stadion is dus vaak niet nodig. Daarbovenop
komt nog eens dat de kosten op de lokale bevolking
drukken, en deze worden vaak alleen maar hoger door
de leegstand van het stadion. Hoewel het organiseren
van een sportevenement een eer is voor een land, vind
ik dat er goed moet worden nagedacht over de gevolgen. Grote, dure, witte olifanten zullen zonder goed
uitgedacht plan de organisatoren nog lang lastig gaan
vallen.
Bronnen
- Bloomberg. 2013. ‘‘Brazil World Cup Puzzle Is What To Do With
Stadiums at End.’’ www.bloomberg.com (5 oktober 2013).
- FIFA. 2013. ‘‘Worldcup destination cities.’’ www.fifa.com (5 oktober 2013).
- Huffington Post. 2012. ‘‘How not to Host the Olympics.’’ www.
huffingtonpost.com (7 oktober 2013).
- Telegraph. 2012. ‘‘South Africa’s White Elephant Stadium
Should Be Converted into Housing.’’ www.telegraph.co.uk (7 oktober 2013).
- The Economist. 2013.‘‘Money No Object.’’ www.economist.com
(7 oktober 2013).
- The Guardian. 2013. ‘‘Brazil prepares for World Cup as cri-
ticism mounts over cost.’’ www.theguardian.com (10 oktober
2013).
- Trip Advisor. 2013. ‘‘Moses Mabhida Stadium Durban.’’ www.
tripadvisor.co.uk (10 oktober 2013).
- WWF. 2013. ‘‘Problems in the Amazon.’’ wwf.panda.org (10 oktober 2013).
Atlas - December 2013
25
Beschouwing
Voetballen in de zandbak
Wereldkampioenschappen en politieke en economische belangen
Door Lieke Feenstra
Veel is er inmiddels al over gezegd en geschreven:
het wereldkampioenschap voetbal 2022 dat
toegewezen is aan Qatar. Is het nu wel een
verstandige keuze om in de zomer in de hitte van de
woestijn intensief sport te beoefenen? Wat waren
precies de overwegingen om het WK aan Qatar
toe te wijzen? Politieke en economische motieven
speelden wellicht een rol bij de keuze voor de
oliestaat.
I
n december 2010 maakte de Wereldvoetbalbond,
de FIFA, bekend dat het WK van 2022 aan golfstaat Qatar was toegewezen. Twaalf jaar heeft de
golfstaat de tijd om de voorbereidingen te treffen voor
een gigantisch sportevenement waar vele miljoenen
dollars mee gemoeid zijn en dat wereldwijd bekeken
zal worden. Geld lijkt bij de organisatie geen probleem
te zijn, Qatar kan zich dankzij de rijke oliebronnen rekenen tot een van de rijkste staten ter wereld. Juist de
overvloed aan financiële middelen is nu waarschijnlijk
één van de redenen dat het WK in Qatar zal worden
gehouden.
Sporten in de hitte
Zodra de toewijzing aan Qatar bekend werd, barstte
een storm aan kritiek op de FIFA los. Qatar zou veel
te warm zijn om in de zomer te voetballen. Voetballers
zijn wellicht gewend om in hogere temperaturen hun
sport te beoefenen, maar in Qatar kan in de zomer de
temperatuur wel oplopen tot meer dan vijftig graden
Celsius. De enige oplossing voor dit probleem lijkt het
laten plaatsvinden van het evenement in de winter.
Tijdens een bijeenkomst van de Europese voetbalbond, de UEFA, in september van dit jaar, spraken alle
54 landen die lid zijn van de UEFA zich uit tegen het
organiseren van een WK in de zomermaanden van
Qatar. Maar, een WK in de winter zou een breuk betekenen met de traditie waarin Wk’s altijd in de zomer
worden gespeeld. De hele Europese voetbalcompetitie
is hier dan ook op ingesteld. Alle clubs hebben in de
zomer een winterstop en ook de Champions League
en Europa Cup worden buiten de zomermaanden om
gespeeld. Een wereldkampioenschap in de winter leidt
26
Atlas - December 2013
ertoe dat alle Europese competities zullen moeten
worden omgegooid. Dit heeft grote gevolgen voor onder andere trainingsschema’s van spelers, programma’s
van wedstrijden en sponsorbelangen.
Sponsoring
Opvallend zijn de enorme geldbedragen die de afgelopen jaren vanuit Qatar in het Europese voetbal zijn
gepompt. Met name voetbalclubs komen steeds vaker
in handen van rijke, uit Qatar afkomstige investeerders. Een goed voorbeeld hiervan is de Franse club
Paris Saint-Germain. In 2012 kocht de investeringsmaatschappij Qatar Sports Investment (QSI) alle aandelen van de Parijse voetbalclub. De grote man achter
QSI is Nasser Al-Khelaifi, ook bekend als de directeur van nieuwszender Al Jazeera. Zijn doel is om Paris Saint-Germain te laten behoren tot de top van de
voetbalwereld en te ontwikkelen tot een winstgevende
onderneming (Voetbal België 2012).
De FIFA geeft dus toe dat
als een land hiertoe bereid
toe is, een voetbaltoernooi
gewoonweg kan ‘kopen’
FC Barcelona is een andere club waar ook Qatarse
invloeden zijn waar te nemen. Waar de club tot voorheen weigerde om met shirtsponsoring te voetballen,
staat dit seizoen prominent het logo van Qatar Airways op de shirts van sterren als Lionel Messi en Andres Iniesta gedrukt. Volgens verschillende media zal
FC Barcelona in drie jaar tijd ongeveer 96 miljoen
euro van de vliegmaatschappij ontvangen in ruil voor
de shirtsponsoring en duidelijke vermeldingen van de
clubsponsor in en rond het stadion Camp Nou (Conn
2013).
Qatar lijkt niet het enige land te zijn dat een wereldkampioenschap toegewezen kreeg en grote financiële
belangen heeft in het Europese voetbal. Vier jaar voor
het grote evenement in Qatar zal plaatsvinden, is het
Beschouwing
Sepp Blatter wijst namens de FIFA het WK 2022
toe aan Qatar (www.bnr.nl)
de eer aan Rusland om het WK te gaan organiseren.
Net als Qatar is er vanuit Rusland veel geld in verschillende Europese competities gestopt. Het bekendste voorbeeld daarvan is zonder twijfel de eigenaar van
de Engelse club Chelsea: Roman Abramovich. Deze
Russische miljardair, rijk geworden dankzij de olie,
besloot om in 2004 de Londense voetbalclub te kopen. De Britse krant The Daily Mail rekende uit dat
Abramovich in ruim tien jaar tijd een bedrag van 713
miljoen pond besteed heeft aan zijn club. Dit geld is
vooral uitgetrokken om de beste spelers en trainers aan
te kunnen trekken met als doel het winnen van vele
nationale en internationale prijzen.
Corruptie
Het organiseren van een intensief sportevenement in
een staat die in de zomer geteisterd wordt door hitte is
dus absoluut niet ideaal. Geld, ter waarde van vele miljoenen dollars afkomstig uit de landen die WK’ s zullen organiseren, dat stroomt naar de Europese voetbalclubs is op zichzelf nog onvoldoende om te beweren
dat de FIFA geen goed overwogen en eerlijke keuze
heeft gemaakt bij de toewijzing van de beide voetbaltoernooien. FIFA-voorzitter Sepp Blatter heeft echter
in een interview met Die Zeit zelf ook verklaard dat
politieke en economische factoren een rol hebben gespeeld om het WK door Qatar te laten organiseren.
Dit betekent dus dat de FIFA toegeeft dat een land,
als het hiertoe bereid toe is, een voetbaltoernooi gewoonweg kan ‘kopen’.
Uiteraard is het van belang dat een land dat een dergelijk toernooi organiseert over de financiële middelen
beschikt om een geslaagd WK neer te zetten. Maar
verder dan dat zou het belang van geld geen rol moeten spelen bij de toewijzing van de organisatie van een
sportevenement.
De hele situatie rondom het WK in Qatar wordt
ook niet echt geholpen door het feit dat de Wereldvoetbalbond al diverse keren is geassocieerd met corruptie en malafide praktijken. In 2011 kwam een intern onderzoeksrapport van de FIFA naar buiten. De
ethische commissie van de Wereldvoetbalbond deed
onderzoek naar corruptie onder de bestuurders en
in het bijzonder naar kandidaten voor de positie van
voorzitter van de FIFA. Volgens deze commissie is er
uitgebreid, overtuigend en overweldigend bewijs dat
kandidaat-voorzitter Bin Hamman zich schuldig had
gemaakt aan corruptie. Hij zou samen met een andere
bestuurder hebben geprobeerd om leden van de Caribische voetbalbond om te kopen in aanloop naar de
voorzittersverkiezingen (NRC 2011). Het onderzoek
meldt verder niets over vermoedens van corruptie bij
de huidige voorzitter Blatter, die dankzij het omkoopschandaal rond Bin Hamman voor een nieuwe termijn
gekozen kon worden.
Wat de overwegingen ook waren om het WK aan Qatar toe te wijzen, het toernooi zal zeer waarschijnlijk
gewoon in de Emiraten plaatsvinden. Op welk moment in de wintermaanden is echter op dit moment
nog steeds onzeker. Maar ongeacht het precieze moment, een WK in de winter zal naar verwachting grote
gevolgen hebben voor de Europese voetbalcompetities.
Duidelijk is wel dat bij de toewijzing van een groot
sportevenement als een wereldkampioenschap niet
langer alleen gekeken wordt naar sportieve factoren.
Extra wrang is dit voor Nederland en België, die gezamenlijk een bid hadden uitgebracht om het WK van
2018 te mogen organiseren. Het blijft uiteraard speculeren, maar als alleen het sportieve element van belang
was geweest voor de toewijzing, dan had de Dutch/
Belgium-bid een hele goede kans gemaakt.
Bronnen
- Conn, T. 2013. ‘‘Barcelona and Qatar Airways announce €96
million sponsorship deal.’’ www.insidespanishfootball.com (12
november 2013).
- NRC Handelsblad. 2011. ‘‘Overweldigend bewijs corruptie
FIFA-bestuurders.’’ (12 november 2013).
- Sharma, R. 2013. ‘‘A decade of Roman rule: Chelsea’s 72 buys
under Abramovich costing a cool £713m – but who are hits and
who are the misses?’’ www.dailymail.co.uk (12 november 2013).
- Voetbal België. 2012. ‘‘PSG nu 100% in handen van Qatar.’’
www.voetbalbelgie.be (12 november 2013).
- Zeit. 2013. ‘‘Politische Einfluesse.’’ www.zeit.de (12 november
2013).
Atlas - December 2013
27
Opinie
De ‘moderne’ sport
Door Dominic Frauenfelder
Het tijdperk van ongestoorde professionele
sportbeoefening lijkt voorbij. De groeiende invloed
van geld dreigt de sportwereld te gronde te richten.
Toch heeft de samenwerking tussen sport en
commercie ook zo zijn voordelen.
M
atchfixing, dopinggebruik en dure toegangskaarten voor stadions waar voltijds
sporters onder de geluiden van keiharde
rockmuziek theatraal hun sport beoefenen terwijl de
‘moderne’ supporter onder het oog van tientallen camera’s nog van geluk mag spreken als hij voor een
normale prijs een alcoholvrij biertje en een kroket kan
kopen. Of we het nu hebben over voetbal of de Olympische Spelen, over Nederland of Rusland, de kritiek
op de ‘moderne’ sport regeert, waarbij vooral de rol
van de commercie hevig bekritiseerd wordt. Maar zijn
deze commerciële ontwikkelingen wel zo nieuw als
gedacht wordt? Heeft sport juist niet heel veel voordelen van de impulsen van het kapitaal?
Het verlenen van kapitaal,
wordt vaak direct verbonden
aan de financiële baten of
sociaaleconomische groei die
daaruit voortvloeit
Historisch perspectief
De geest van de Olympische Spelen zoals Pierre de
Coubertin (1863-1937) die voor ogen had, bestaat
vandaag de dag niet meer. De Coubertin stelde dat
niet de winst maar juist de strijd belangrijk is. Dat is
tegenwoordig wel anders, en dat beperkt zich niet louter tot de Olympische Spelen. Niet alleen de sportieve
winst is van belang voor het voortbestaan van de gemiddelde semiprofessionele sportvereniging, maar ook
de subsidies of het sponsorgeld die het op basis daarvan kan verwerven. Het verlenen van dit kapitaal, zowel uit private- als publieke middelen, wordt daarbij
vaak direct verbonden aan de financiële baten of sociaaleconomische groei die daaruit voortvloeit.
28
Atlas - December 2013
Toch is de samenwerking tussen sport en commercie
niet nieuw. Zo was Kodak, in 2008 één van de sponsors van de Olympische Zomerspelen in China, 112
jaar eerder ook al betrokken bij de eerste Spelen van
de moderne tijd. In datzelfde jaar, 1896, gaf de Engelse voetbalclub Sunderland aandelen uit om kapitaal
voor de bouw van een nieuw stadion aan te trekken
(Bottenburg 2006). Ook fenomenen die als gevolg van
de commercie zijn ontstaan, zoals wedstrijdvervalsing
en omkoping, hebben een eeuwenoude geschiedenis en zijn alles behalve ontwikkelingen van de laatste
twintig jaar. Waarom is de kritiek op de invloed van
commercie in sport dat dan wel?
De commercie in versnelling
Dit komt door wat Prof. dr. Maarten van Bottenburg, hoogleraar Sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, de ‘hypercommercialisering’ van de
sport noemt (2006). Hem citerende: ‘‘Het commercialiseringproces versneld, waardoor de reikwijdte
en consequenties hiervan groter zijn dan ooit tevoren’’(2006). Niet alleen de topsport, maar ook de
breedtesport komt hiermee in aanraking. Zo groeide de Nederlandse fitnessbranche van ongeveer
driehonderd fitnesscentra met negentigduizend leden in 1980 naar een omvangrijke volwassen markt
met zo’n zeventienhonderd clubs met in totaal
twee miljoen leden en een geschatte omzet van één
miljard euro (Hover et al 2012). Binnen de breedtesport is het voor verenigingen en organisaties
steeds normaler om de bedrijfsvoering te professionaliseren en te verzakelijken.
In de topsport doet de hypercommercialisering
zich bovenal voor in de vorm van sportsponsoring
door private bedrijven of vermogende personen.
Daar waar dit in breedtesport vaak nog uit liefde
voor de sport gebeurt, gebeurt dit in de topsport
veelal vanuit het oogpunt van marketing en winstbejag. Vele topsporten zijn daarbij een ware miljardenindustrie geworden, en vooral in het buitenland
is de verwevenheid tussen sport en ‘business’ goed
zichtbaar. Zo geeft het hedendaagse Engelse profvoetbal, de koploper in zijn soort, een wijde variatie
aan voorbeelden van hoe de samenwerking tussen
sport en commercie wel en niet dient te verlopen.
Opinie
Vroeger toen het beter was? (www.indehekken.net)
Het moderne voetbal als voorbeeld
Anno 2013 is de helft van de Engelse Premier
League-clubs in handen van buitenlandse eigenaren. Niet alleen investeringsmaatschappijen kopen
een meerderheidspercentage in aandelen op, maar
ook individuele oliemagnaten en zakenmensen wagen een kans. Dit hoeft in zoverre geen probleem
te zijn wanneer er een gedegen en realistische bedrijfsvoering gevoerd wordt. Een schoolvoorbeeld
hiervan is de Engelse zakenvrouw Karren Brady,
die als 23-jarige dame haar baas bij Sport Newspapers wist te overtuigen om het onder curatele
geplaatste Birmingham City te kopen en haar er
vervolgens als bedrijfsdirectrice te plaatsen. Zestien
jaar later werd het met winst verkocht en liet Brady
een winstgevende en schuldenloze club achter die
op het hoogste niveau meedeed en door Deloitte
als ‘dé blauwdruk voor het beheren van een voetbalclub’ werd bestempeld.
Anderszins is er een reeks aan voorbeelden waar
juist het tegenovergestelde gebeurt. Toen zakenman
Malcom Glazer in 2005 Manchester United opkocht werd de club met een schuld van honderden
miljoenen opgezadeld die het nog altijd aan het aflossen is. Buurman Manchester City werd een paar
jaar later door een steenrijke Saudische sjeik gekocht, en komt sindsdien geregeld in het nieuws vanwege de enorme verliescijfers die jaarlijks worden gepresenteerd. Ook al heeft de club met een verlies van
230 miljoen euro over boekjaar 2010/2011 een absoluut record, het is lang niet de enige sportclub die reëel
beleid heeft ingewisseld voor de macht van het grote
geld die private actoren te bieden hebben.
Wat legitimeert hypercommercialisering?
Vooral dit laatste veroorzaakt een nijpende verandering in de verhouding tussen de sport en het publiek.
Daar waar eerst de atleet centraal stond, ligt de nadruk
nu steeds vaker op de kijker. Toch is die kritiek van die
kijker in zekere zin hypocriet te noemen. Want ondanks de kritiek, ligt de rechtvaardiging voor absurde
salarissen, hoge toegangsprijzen en het uitgeven van
ongehoorde transfer- en sponsorbedragen nog altijd
in de bereidheid van de kijker om die ontwikkelingen
financieel rendabel te houden. Dan wel via het betalen van de immer stijgende prijzen voor de entree of
betaal-TV, dan wel via de indirecte commercie in de
vorm van merchandise, gezien zo’n beetje iedere fanatieke supportersschare vandaag de dag een eigen kledinglijn en webshop heeft.
Niet de commercie maar de versnelde vergroting van
haar invloed is schadelijk voor de sport zoals de liefhebber haar graag zien. In een tijd van economische
crises, waarin overheden noodgedwongen korten op
sportsubsidies en op hun doelstelling om meer mensen
aan het sporten te krijgen, is de intrede van de commercie eigenlijk heel logisch. Zodra die commercie
echter omslaat in blind winstbejag die ten koste gaat
van het sportieve aspect en daarmee de genotervaring
van de sport, is het aan de supporters om dat te stoppen. Zonder de supporter is het voor de commercie
namelijk onmogelijk om in de sportwereld actief te
blijven. Zo werd het kabinet-Rutte II door een gebrek aan draagvlak in de samenleving gedwongen om
de pogingen om de Olympische Spelen van 2028 naar
Nederland te halen te staken.
Atlas - December 2013
29
Opinie
De Amsterdamse supportersactie tegen Manchester City die Ajax een boete opleverde (betshoot.com)
De oplossing?
In ons eigen koude kikkerlandje werd de voetbalclub
SBV Vitesse anno 2010 door de Georgische zakenman Mjerab Zjordania opgekocht. Zjordania, een vermogende ondernemer met veel contacten in de voetbalwereld, bracht aan de hand van een ambitieus plan
een reeks van vernieuwingen teweeg om van de Arnhemse club binnen drie jaar een Nederlandse topclub
te maken. Nu, drie jaar later, speelt de Arnhemse club
aantrekkelijk voetbal, bezit het gloednieuwe faciliteiten
en staat het zelfs eerste op de ranglijst. Een shirtsponsor heeft het echter niet, en met halfvolle stadions blijven ook de bezoekersaantallen achter.
Dit is gezien het dubieuze imago van Zjordania en het
algehele status van de club Vitesse niet vreemd. Zo gebruikt Zjordania, wiens verleden uit voorarresten voor
verdenkingen van oplichting en verduistering bestaat,
zijn vriendschapsband met Chelsea-eigenaar Roman
Abramovich maar al te graag om de Arnhemse selectie te versterken, wat dit jaar met zes huurspelers van
Chelsea goed lijkt te zijn gelukt. Deze ontwikkelingen
komen echter niet ten goede aan het imago van Vitesse, waardoor het voor bedrijven minder aantrekkelijk is
om hun merknaam aan de Arnhemse club te verbinden. Doordat het daarnaast ook de identiteit van een
‘handelsclub’ krijgt, waarbij de plaatselijke supporter
zich niet meer met de club noch haar spelers weet te
identificeren, verliest het ook aan fans.
30
Atlas - December 2013
Naast de supporters en sponsoren kan ook veel gedaan
worden door de controlerende organen en sportbonden die met regelgeving een realistisch financieel en
sportief beleid kunnen afdwingen. In het Europese
voetbal wordt dit sinds een paar jaar versterkt door het
UEFA Financial Fair Play (FFP) concept dat financiële verliezen bij voetbalclubs moet voorkomen. En al
zijn er sindsdien hoge salarissen en nog hogere transferbedragen betaald, en is op last van de voetbalclubs
besloten om volledige invoering naar 2015 te verplaatsen, lijkt het clubs er wel toe te dwingen om een reëler beleid en bedrijfsplan te voeren. Wie weet stimuleert het schorsen van clubs van het hoogste Europese
clubvoetbal de voetballer uiteindelijk om toch voor het
sportieve succes te kiezen. In dat geval is Dirk Kuijt in
ieder geval van harte welkom voor een rentree bij Feyenoord, dat zeer waarschijnlijk wel gewoon Europees
voetbal zal spelen.
Bronnen
- Annema, Poul. 2005. ‘‘Commercie in de sport is een gruwel, of
toch een zegen?’’ www.volkskrant.nl (31 oktober 2013).
- Bottenburg, Maarten. 2006. ‘‘Het kapitaal van de sport.’’ Oratie
van Prof. dr. Maarten van Bottenburg, 18 oktober. www.vanbottenburg.nl (30 oktober 2013).
- Hover, Paul, S. Hakkers & K. Breedveld. 2012. ‘‘Trendrapport
Fitnessbranche 2012.’’ Mulier Instituut, Arko Sports Media.
- Koster, Bram. 2012. ‘‘Het jongensboek van de 23-jarige vrouw
die de voetbalwereld veroverde.’’ www.marketingfacts.nl (30 oktober 2013)
Column
Weg van sport
Els van Oosten
E
n maak het zwaarder! Maak het zwaarder!’’ schalt het stemgeluid van de spinninginstructeur door de
klamme sportruimte. Zwaarder betekent dat ik de weerstand van mijn spinningfietsje moet verhogen. Onderwijl schallen opzwepende deuntjes door de zaal welke titels hebben als Animals, Heart Attack en Tsunami. Zoek het gerust eens op als het u niets zegt. Er komt een zware klim aan, roept de instructeur enthousiast. Ik
heb een halve minuut de tijd me daarop in te stellen. Al kijkende naar een animatie van een prachtig berglandschap, met de muziek op de achtergrond en omgeven door fanatieke medefietsers, moet ik opeens aan Midas
Dekkers denken. Nog voordat ik ooit een voet over de drempel van de Leidsche Academie of het USC had gezet,
stelde de bioloog dat alle sportscholen zouden moeten worden omgebouwd tot bibliotheken. Het idee sprak me,
moet ik toegeven, enorm aan. De stelling van Dekkers hielp mij te doen geloven dat het niet
alleen mooier, maar zowaar ook beter was om buiten te sporten.
Op het hockey- of voetbalveld, op de tennisbaan of op de openbare weg. Ik opteerde afgelopen seizoen voor het laatste. Het
snelfietspad tussen Leiden en Den Haag heeft mij niet zelden
voorbij zien roetsjen. Het zijn de kleine
sporten die het leven
mooi maken
Je mogen bewegen tussen het academische bolwerk van vrijheid enerzijds en de stad van recht, vrede en veiligheid
anderzijds doet een mens goed. Niettemin blijf ik daarmee een “homo adidas’’ zoals Dekkers zou zeggen. Of je nu
traint in het landschap dat Van Goyen zo mooi op het doek kon vastleggen of jezelf op een fitnessmachine zet,
is voor Dekkers om het even. Toch blijf ik bij elke meter die ik over de openbare weg maak een tevreden mens.
Zo kan ik genieten van het vogelvrij fietsen over de gebaande fietspaden, zo kan ik ook genieten van het vogelvrij
studeren op onze Alma Mater: het Libertatis Praesidium. Bijvoorbeeld omdat in volle glorie een gammastudie
volgen, vanuit internationaal oogpunt, niet altijd vanzelfsprekend is.
Als u wilt weten hoe het met de academische vrijheid zit, dan kan mijn regel worden aangehouden dat deze studierichting in het algemeen uitstekend kan worden gevolgd in de landen waar je als fietser over de openbare weg
kan rijden. Uitzondering hierop is in elk geval Singapore, zoals Singapore wel vaker een uitzondering is. Dat
wordt wel eens vergeten als er wordt gesproken over economische voorspoed. Hoewel mijn regel misschien leuk is
bedacht, moet ik u toch teleurstellen. De geneugten van het vrije fietsen en studeren mogen er zijn, maar veel universeler en daarom misschien mooier zijn de momenten waarop sport de hele vraag over vrijheid overstijgt. Sterker nog: als mensen zich vrij voelen, omdat ze kunnen sporten. Het zijn, met andere woorden, de kleine sporten
die het leven mooi maken. De momenten dat je in een land met ellende en droefheid kinderen ziet voetballen. En
even besluit mee te doen. En je de kinderen hoort kirren van plezier. Of het moment dat je in grauwe voormalige
Sovjetlanden een dorpsplein treft waar mensen skaten, voetballen en dansen. Daar heb je geen halve minuut voorbereiding, een snelfietspad of een nummer als Tsunami voor nodig.
Al met al zou het mij niets verbazen als deze laatste theorie nog wel het beste kan worden uitgelegd door de
sportinstructeur; die letterlijk oproept het fietsen “zwaarder en zwaarder te maken”. Dat komt natuurlijk slechts
voort uit het besef dat je in Nederland zonder moeite kan fietsen en zonder grote academische beperkingen kan
studeren. Het kan, maar het hoeft niet. Doe uzelf een plezier en ga gewoon eens naar het trapveldje bij u om de
hoek en gooi een balletje op. En neem op reis altijd een bal mee, de bal kan taalbarrières en visaproblemen doen
verdwijnen en het mooiste: dat fijne universele sportgevoel oproepen. Ik verzeker u: daar kan geen bezoek aan de
bibliotheek of aan de sportschool tegenop. Atlas - December 2013
31
Beschouwing
Schermen in de Vroegmoderne Tijd
Door Oskar ter Mors
Schermen is niet alleen een sport van nu, maar was
al een populair tijdverdrijf in de Vroegmoderne Tijd.
S
chermen is als olympische sport niet meer weg
te denken. Samen met atletiek, wielrennen,
zwemmen en turnen, heeft het sinds het begin
van de moderne spelen bij iedere zomereditie op het
programma gestaan. Gezien het uitbannen van geweld één van de hoofddoelen van het IOC is, is dat
misschien wat verwonderlijk. Hoe kan immers een
zwaardvechtsport het toonbeeld van vrede zijn?
Geen vulgaire vechtpartij
De reden dat een schermwedstrijd niet uitmondt in
een vulgaire vechtpartij komt uiteraard door het feit
dat er regels aan het spel verbonden zijn. Zo mag een
schermer zijn tegenstanders niet omverlopen of buiten
de piste stappen en moet hij het recht van aanvallen
verkrijgen. Deze regels zorgen voor een ordelijk verloop van het gevecht en maken het makkelijker een
winnaar aan te wijzen. Je zou kunnen zeggen dat regels het schermen tot een sport maken. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar er schuilt echter meer achter.
Omdat het zwaard tegenwoordig thuishoort in het
rijk van de geschiedenis, fabels en films, willen we nog
weleens vergeten dat het schermen stamt uit de tijd
dat het een wezenlijke militaire rol vervulde en een
gekrenkt eergevoel als legitieme reden voor een duel
werd aangemerkt. In 1967 werd immers in Frankrijk
nog een duel uitgevochten met degens. Olympisch
schermen is dan ook de sportvariant van een vechtkunst die ook buiten de schermschool nog lang een
praktische toepassing behield. Dit is echter geen unieke ontwikkeling.
Omdat de beperkte ruimte het helaas niet toelaat om
al te diep op dit onderwerp in te gaan, beperk ik me
tot fechtschulen, een vroegmoderne vorm van wedstrijdschermen. Hiermee hoop ik niet alleen deze minder bekende schermsport te belichten, maar ook de
lezer meer inzicht te verschaffen in hoe vechtkunsten
zich in de loop der tijd hebben kunnen ontwikkelen
tot sport.
32
Atlas - December 2013
illustratie van hoe een het er op een fechtschule
aan toeging
Burgerlijke evenementen
Een fechtschule, ook wel schirmschule genoemd, was in
essentie een schermkampioenschap, waar de deelnemers het tegen elkaar opnamen om eer te behalen of
een geldprijs in de wacht te slepen. Zulke competities
vonden in de zestiende tot de achttiende eeuw plaats
in steden in Duitsland maar in een iets andere vorm
ook in Frankrijk en Vlaanderen. Daarmee waren het
burgerlijke evenementen bij uitstek. De wedstrijden
werden georganiseerd door gilden, die daarvoor toestemming hadden gekregen van het stadsbestuur en de
landheer. De gilden waren ook de belangrijkste bron
van deelnemers. Deze fechtschulen vonden vaak plaats
tijdens feestelijkheden ter ere van heersers en edelen
of tijdens schuttersfeesten. Zulke wedstrijden trokken
dan ook erg veel publiek (Maurer 2013).
Welnu, aan welke regels waren dergelijke wedstrijden
verbonden? Ten eerste waren er regels hoe lang een
gevecht zou moeten duren. Daarnaast waren er richtlijnen om vast te stellen wie een gevecht had gewonnen en waren er beperkingen gesteld aan de te gebruiken technieken. Tijdens een fechtschule stapten de
deelnemers met zijn allen het veld op en kozen daar
het wapen waarmee ze zouden vechten (meestal een
tweehandig zwaard of een houten sabel) en een tegenstander van een ander gilde voor een tweegevecht.
Beschouwing
Een gevecht bestond uit een vastgesteld aantal gängen,
die weer uit een vastgesteld aantal slagen per deelnemer bestonden. Winnaar was degene die zijn tegenstander de hoogste bloedende verwonding had toegebracht. Zo was een goede slag op het hoofd vaak de
overwinning waard. Wist geen van beide vechters tijdens de gängen zijn tegenstander te verwonden, dan
was er geen winnaar. Nu klinkt dit in vergelijking met
olympisch schermen uitermate gevaarlijk. Er werd
echter paal en perk gesteld aan de technieken die deelnemers mochten gebruiken. Zo mochten zij niet steken met de punt van hun zwaard of slaan met de knop
en ook het omverlopen van de tegenstander was verboden (Maurer 2009).
Winnaar was degene die
zijn tegenstander de hoogste
bloedende verwonding had
toegebracht
Waar een olympische schermwedstrijd binnen een bepaalde tijd plaatsvindt en de winnaar wordt bepaald
door het aantal behaalde punten, kent een wedstrijd
bij een fechtschule een slagenlimiet en wint, zoals al
eerder gezegd, degene die de hoogste bloedende wond
heeft aangebracht. Dit neemt echter niet weg dat in
beide gevallen deze regels bestaan om het verloop van
het gevecht in goede banen te leiden en een duidelijke winnaar aan te kunnen wijzen. Tot slot wijst de
lijst met verboden technieken op een duidelijke wens
het vechten en de sport van elkaar te scheiden. De leden van de zwaardvechtergilden kenden immers meer
dan genoeg vuile trucjes. Wie lid was van een dergelijk
gilde kreeg als soldaat dubbel betaald (Zabinsky 2010).
Wat echter een prima vechttechniek op het slagveld
was, was tijdens een fechtschule nadrukkelijk verboden.
De Vlaams-Franse variant
Een andere variant vinden we terug bij Vlaamse en
Noord-Franse schermgilden. De bedoeling was om de
koning van het gilde, de winnaar van de vorige wedstrijd, te verslaan en zijn plaats over te nemen. Lukte
dat niet, dan was de volgende deelnemer aan de beurt.
Wie aan het einde overbleef als koning won de competitie. Een instantie tussen de koning ging door tot
de naslag. Dat wil zeggen dat na de eerste treffer nog
één slag gemaakt mocht worden. Trof die doel, telde
de eerste treffer niet meer. De deelnemers mochten
alleen maar met de met krijt behandelde platte kant
van het tweehandige zwaarden slaan, waardoor men
In het moderne schermen staat veiligheid voorop
(fencersclub.com)
duidelijk kon zien wie er was geraakt. Verder mochten
deelnemers ook hier niet steken of worstelen en waren
slagen naar de handen, onderarmen en de benen niet
toegestaan. Wie zich hier niet aan hield, moest een
boete betalen.
Ook hier waren de regels opgesteld voor de veiligheid
van de deelnemers en om het jureren te vergemakkelijken. De regels zorgden er echter ook voor dat deelnemers hun best deden om niet geraakt te worden,
aangezien dat de enige manier was om een gevecht te
winnen (Galas 2010).
In de achttiende eeuw verloren de competities geleidelijk aan hun populariteit, tot de Franse Revolutie aan
het laatste schermgilde een einde maakte. Is deze tak
van sportschermen daarmee geheel uitgestorven? Niet
helemaal. De regels van de fechtschulen leven voort in
de mensur, een vorm van duelleren die bij Duitse studentencorpora nog veelvuldig voorkomt. Hoewel er
tegenwoordig ook weer wedstrijden worden gehouden
met de regels van de Franse schermgildes, kan alleen
de tijd leren of deze ontwikkeling zich zal doorzetten.
Wat de geschiedenis van vroegmoderne schermwedstrijden ons vooral leert, is dat olympisch schermen
geen uniek fenomeen is. De menselijke behoefte aan
sport en spel, en misschien ook wel de behoefte aan
spanning en spektakel, verandert vaak een dodelijke
vechtkunst in een sport die de goedkeuring van autoriteiten kan wegdragen, of dat nu een vroegmodern
stadsbestuur is, of het IOC.
Bronnen
- Galas, M. 2010. On the after-blow. HEMAC.
- Maurer, K. 2013. Further insights into the fechtschulen. HEMAC.
- Maurer, K. 2009. Insights into the fechtschulen of the Marxbruder
and Federfechter guilds. HEMAC.
- Zabinski, G. 2010. The Longsword teachings of Master Liechtenauer: the early Sixteenth century swordsmanship comments in the
“Goliath” manuscript. HEMAC.
Atlas - December 2013
33
Opinie
Sport en Politiek,
een echte wedstrijd!
Door Aart Korevaar, linkercentrale middenvelder in het
stemhokje, maar op het voetbalveld uiterst rechts.
Twee mensen lopen naast elkaar. Eén van hen
versnelt zijn pas. De ander reageert meteen en zet
een sprint in; daar laat de ander het niet bij zitten en
ook hij begint te rennen. Een wedstrijd is geboren.
Daar waar meerdere mensen met een beetje karakter
samen leven ontstaat al snel sport en ontstaan
wedstrijden.
D
e eerste bekende vorm van sport in competitieverband zijn de Olympische Spelen. Eén
van de drie mythen over het tot stand komen
van dit sporttoernooi beschrijft hoe koning Iphitos
van Elis zich, in de 9e eeuw voor Christus, tot het Orakel van Delphi wende, om een oplossing voor het oorlogsprobleem te vragen. De Olympische Spelen werden door het Orakel als oplossing aangedragen voor
deze politieke problemen. De morse van de Olympische vrede stamt dan ook uit deze tijd.
De Grieken organiseerden de Olympische Spelen om
vrede in de hand te werken en ook de Romeinen organiseerden spelen om het volk tevreden te houden.
Machthebbers omarmden de Olympische sporten en
gebruikte de sport om hun eigen positie te versterken.
Ook in de Middeleeuwen werd meer aan sport gedaan
dan over het algemeen wordt aangenomen, alhoewel
Koning Edward III probeerde om tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) verschillende volkssporten in Engeland te verbieden, omdat dit energieverspilling zou zijn. Edward III zag zijn burgers liever
werken of vechten.
Gedurende de industrialisatie blijkt werken en sporten
voor de gewone burger niet eenvoudig te combineren,
maar rond het jaar 1900 volgen er nieuwe ontwikkelingen die sport de status hebben gegeven die het nu
heeft. In deze tijd worden voetbalclubs als AFC Ajax
(1905) en Feijenoord Rotterdam (1908) opgericht.
Dit zorgt voor competitie en ontwikkeling van oudere
voetbalclubs, zoals Sparta Rotterdam (1888). Sparta
staat nog altijd bekend als een ‘eliteclub’, een stempel
dat het gevolg is van de beginjaren van de club, toen
sport nog voor de elite was.
34
Atlas - December 2013
In 1909, 1912 en 1917 worden de eerste Elfstedentochten georganiseerd, eerst nog vooral een eliteuitje, maar door de invoering van de 48-urige werkweek werd het een echt volksevenement. Wanneer de
AVRO in 1928 de eerste radioreportages van voetbalwedstrijden introduceert en er zelfs een ‘Sportman van
het Jaar’ verkiezing (1929) wordt georganiseerd, blijkt
dat er ook in Nederland een heuse sportcultuur ontstaat.
De sportcultuur die in de gehele westerse wereld ontstaat, wordt door de Italiaanse dictator Benito Mussolini gebruikt door in 1934 om het WK voetbal te
organiseren en in te zetten als promotie van zijn fascistische regime. De Olympische Spelen in Duitsland
(1936) worden vervolgens door Adolf Hitler gebruikt
om zijn partij, de NSDAP, in een goed daglicht te stellen. De strategie van machthebbers om sport te omarmen en te gebruiken om de eigen positie te versterken,
is hiermee weer overduidelijk aanwezig.
Machthebbers omarmden
de Olympische sporten en
gebruikte de sprot om hun
eigen positie te versterken
Na de Tweede Wereldoorlog kregen Japan (1964) en
Duitsland (1972) de kans om hun beschadigde imago
enigszins op te poetsen door de Olympische Spelen te
organiseren. De Duitse Olympische Spelen in München werden echter overschaduwd door een Palestijnse
gijzeling van het Israëlische Olympische team. Tijdens
de lange onderhandelingen werd een reddingsactie op
touw gezet om de gijzelaars te bevrijden. De reddingsactie werd live op TV vertoond, maar men ging voorbij
aan het feit dat de ruimte waar de gijzelnemers zich
ophielden ook was voorzien van een televisietoestel.
Ook een tweede reddingsactie mislukte doordat televisiekijkers massaal naar het vliegveld reden waar de
Opinie
Rensenbrink schiet de bal op de paal tijdens Nederland – Argentinie op het WK van 1978 (www.speld.nl)
bevrijdingsactie zou gaan plaatsvinden. Als gevolg van
de toestromende ramptoeristen liep de actie vertraging
op. De gijzelnemers raakten in paniek en de gegijzelde
sporters vonden de dood. De Spelen van München
zijn nog altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis
van de Olympische Spelen. De spelen van 1976 waren minder zwart, letterlijk, want de spelen in Canada
werden geboycot door veel Afrikaanse landen. Opnieuw werd de sportwereld pijnlijk geraakt door politieke issues.
De confrontatie tussen sport en politiek bereikt een
climax tijdens de wereldkampioenschappen voetbal in
1978. Dit toernooi werd georganiseerd in Argentinië,
waar de toenmalige president Jorge Videla een ‘Vuile
Oorlog’ voerde tegen zijn politieke tegenstanders. Tijdens de toekenning van dit evenement aan Argentinië zat Videla nog niet in het zadel, maar deze situatie veranderde in aanloop naar het toernooi, waardoor
veel politieke discussie op gang kwam. De wisselwerking tussen sport en politiek uitte zich op diverse manieren, maar er was geen dominante partij. De Argentijnse machthebbers gebruikte het toernooi natuurlijk
ter propaganda. Het enorme graantransport naar Peru,
het verplaatsen van de wedstrijd Argentinië-Peru en
de opvallende buitenspeldoelpunten in diezelfde wedstrijd, zijn zonder enige twijfel een gevolg van politieke inmenging in het sportevenement.
Anderzijds kon het beïnvloedden van randverschijnselen niet voorkomen dat de Nederlander Rob Rensenbrink in de laatste officiële speelminuut van de finalewedstrijd bijna de Argentijnse wereldtitel voorkwam.
Niet eerder werd op een meer extreme manier duidelijk dat sportprestaties een enorm politiek risico kunnen zijn. Bij winst zou de politieke macht van Videla
in het voetbalgekke Argentinië behoorlijk zijn verstevigd, maar bij verlies zou het laatste vertrouwen van
het volk in zijn leiderschap wegvallen en zouden de
woedende Argentijnse burgers zich zeer waarschijnlijk
tegen Het Argentijnse regime keren. Het leger stond
met zwaar materieel paraat om in te kunnen grijpen,
maar de bal bepaalde uiteindelijk het politieke lot.
De negatieve aandacht voor grote sportevenementen in het begin van de jaren ’70 had westerse landen
huiverig gemaakt om de organisatie op zich te nemen.
Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot
de organisatie, onder luid protest van dezelfde westerse
landen, toe te kennen aan de Sovjet-Unie. Er volgden
ondanks alle politieke weerstand zeer strak georganiseerde Olympische Spelen. China organiseerde onder
vergelijkbare politieke druk de Olympische Spelen in
Beijing en onlangs is er veel onrust ontstaan over de
WK 2022 in Qatar, waarvoor op dit moment elke dag
gemiddeld één Nepalese arbeider om het leven komt.
De politieke druk is aanwezig, maar de verhoudingen
zijn veranderd.
Atlas - December 2013
35
Opinie
Argentinie viert overwinning op Nederland tijdens de finale van het WK 1978 (www.spreekverbod.nl)
Voorheen kon de politieke macht sport laten staan of
vallen; duidelijk is dat sport de politiek hard nodig
had. In de loop van de 20e eeuw verliezen politieke
machthebbers de controle over de sport, doordat internationale comités meer en meer gaan bepalen wie evenementen mogen organiseren en welke landen mogen
deelnemen. De Sovjet-Unie (1980) profileerde zich
met haar goed georganiseerde spelen, maar kreeg die
kans dankzij het IOC.
balbond om het duel over te spelen, maar zijn verzoek
werd niet gehonoreerd. Minister Asscher van Sociale Zaken werkt aan een voorstel waardoor flexwerkers per 2015 na twee contractjaren een vast contract
krijgen aangeboden, maar toen in voetbaltalkshow
‘Voetbal International’ werd gesuggereerd dat dit voor
voetbalclubs nadelige gevolgen zou hebben, voelde de
minister zich gedwongen om direct een uitzonderingsregel aan te kondigen.
De confrontatie tussen
sport en politiek bereikt
een climax tijdens de
wereldkampioenschappen
voetbal in 1978
Deze voorbeelden maken duidelijk dat sport meer en
meer een zelfstandige business is geworden, waarbij de
wisselwerking tussen politiek & sport nog altijd bestaat. Sport groeide en maakte stappen vooruit dankzij
politieke steun, maar heeft aan invloed gewonnen en
de politiek bijgehaald. Nu gaan ze samen op, kop over
kop, aan elkaar gewaagd, zoals dat hoort in een echte
wedstrijd.
De Europese voetbalorganisatie, de UEFA, wil graag
dat in nationale competities minimaal vijf van de elf
voetbalspelers uit het eigen land komen, daarom is op
dit moment een Europees wetsvoorstel in behandeling. Nadat de voetballer Thierry Henry via een handsbal Frankrijk ten koste van Ierland naar het WK 2010
loodste, verzocht de Ierse minister van Justitie de voet-
36
Atlas - December 2013
Beschouwing
Gaelic Athletic Association
By Amber MacLean
Here in Holland, sports like hurling, Gaelic
football, and camogie do not really ring a bell. In
Ireland, however, these sports are well-known and
extremely popular. These are so-called Gaelic sports,
and are part of the Gaelic Athletic Association
(GAA) since 1884.
D
uring the nineteenth century, popular pastimes were being reformed in Great Britain.
Leisure was made to be useful; drinking was
to be replaced by sport (Black 2012). Thomas Cook
promoted trips around the world, while professional
football developed and became more and more popular. By 1895 the daily news covered racing, yachting,
rowing, lacrosse, football, hockey, angling, billiards,
athletics, cycling and chess. Less respectable traditional sports and pastimes, such as cockfighting, ratting
and morris-dancing (English folk dancing performed
by dancers in costume accompanied by music), lost popularity or were suppressed.
The growth of cultural
nationalism paved the way
for the emergence of radical
political nationalism
The morris-dancing became popular among ordinary
people in Scottish towns and cities before the Reformation. Then the Scottish Presbyterian Church stamped it out and the dancing was suppressed during the
next few centuries. Penalties for morris-dancing ranged from a 40-shilling fine for ‘dancing maskit and
with bellis’ in Aberdeen and Elgin to ‘condemnit...to
be hangit’ in Edinburgh (Dailyrecord 2013).
Rise of the Gaelic Athletic Association
The radical nationalist cultural organisations which
emerged at the end of the nineteenth century in Ireland, such as the Gaelic League (GL) and the Gaelic Athletic Association (GAA), are often seen as the
breeding ground for the republicanism of the early
twentieth century. In this view, the growth of cultural
nationalism paved the way for the emergence of radi-
Hurling in the old days (www.kennys.ie)
cal political nationalism (Auguteijn 2013). The GAA
shared several republican views. It promoted not only
Gaelic games, but also Gaelic music, dance and the
Irish language. This automatically excluded non-Irish
people.
The British were suspicious of the founding of the
GAA. Several suspected the Irish Republican Brotherhood (IRB) of being responsible for the founding
of the GAA. The Irish Republican Brotherhood was a
secret oath-bound fraternal organisation dedicated to
the establishment of an independent democratic republic in Ireland between 1858 and 1924. Indeed, several members of the IRB were founding fathers of the
GAA, and IRB members further infiltrated the GAA.
But they never were able to hold their power within
the GAA.
Bloody Sunday
Since the War of Independence (1919-1921) onward
the GAA became a political instrument for the republicans. The British government had prohibited Gaelic
games in 1918, but the games were still being played
by young nationalists. By playing Gaelic games, they
denied British authority. Gaelic clubs were often the
target of attacks by the British army. On a Sunday
morning in 1920, the Irish intelligence team, known
as ‘The Squad’, killed several British intelligence ofAtlas - December 2013
37
Beschouwing
ficers in Dublin, who at that time were still in their
beds. That afternoon, a Gaelic football match between
Tipperary and Dublin was being held at Croke Park
in Dublin. British soldiers entered Croke Park and
started shooting at the crowd near the field, killing
fourteen people, as a revenge for that morning. In total 31 people were killed – fourteen British civilians,
fourteen Irish civilians and three republican prisoners.
This day in 1920 is known as Bloody Sunday 1920.
Gaelic clubs were often
the target of attacks by the
British army
The GAA is often seen as a Catholic and nationalist
organisation, even though they prohibited links with
any political party. The Irish flag is waved at every
match, and the Irish national anthem is heard at major fixtures. The Protestants see themselves as excluded
from Gaelic games, even though it is not uncommon
for the GAA to have Protestant athletes and even
board members. Games still cause sectarian violence.
The GAA is prohibited to commemorate any event
that might glorify republican violence.
The future of the GAA
The GAA has seen some troubles in this modern age.
With migration and urbanisation, a lot of young Irish
athletes leave the countryside and some even leave
Ireland, but at the same time a lot of Gaelic clubs are
founded in foreign countries, in order to expand the
influence of the GAA. Especially in the United States
of America a lot of Gaelic clubs are recorded.
Northern Ireland is still a troubled place when it comes to Gaelic games. Here a sectarian battle is still
going on. In the rest of Ireland the GAA is very popular. Hurling and Gaelic football are the most popular
sports. With all the restrictions and motions the GAA
is in theory not used by any political party or republican organisation anymore. How this is in practice, is
debatable. Nowadays the GAA is just like any other
sport organisation, which are never strangers to absurdities. In 2011 the Irish crisp brand ‘Hunky Dory’
started a very kinky add campaign showing their support for Gaelic football. The campaign was eventually
banned.
Sources
- Augusteijn, J. 2013. Political Religion Beyond Totalitarianism:
The Sacralization of Politics in the Age of Democracy. New York:
Palgrave MacMillan.
- Daily record. 2013. ‘‘Only morris-dancers in Scotland offer free
beer for new recruits.’’ www.dailyrecord.com (22th November
2013).
Hurling (lománáiocht/lomáint)
The object of the game is for players to use a
wooden stick called a hurley (camán) to hit a small
ball (sliotar) between the opponents’ goalposts, either over the crossbar for one point, or under the
crossbar into a net guarded by a goalkeeper for
three points. The sliotar can be caught in the hand
and carried for not more than four steps, struck in
the air, or struck on the ground with the hurley. It
can be kicked or slapped with an open hand (the
hand pass) for short-range passing. A player who
wants to carry the ball for more than four steps has
to bounce or balance the sliotar on the end of the
stick and the ball can only be handled twice while
in his possession. There is a female version of hurling, called camogie (camógaiocht).
38
Atlas - December 2013
Gaelic football (Peil Ghaelach; Peil; Caid)
It is played between two teams of 15 players on a
rectangular grass pitch. The important part of the
game is to score points by passing the ball through
the other team’s goals (three points) or a set of two
upright post separated by a crossbar of two and a
half meters above the ground (one point). Players advance the football, a spherical leather ball, up
the field with a combination of carrying, bouncing,
kicking, hand-passing, and soloing (dropping the
bal and then toe-kicking the ball upward into the
hands). In the game, two types of scores are possible: points and goals. A point is awarded for kicking or hand-passing the ball over the crossbar,
signalled by the umpire raising a white flag. A goal
is awarded for kicking the ball under the crossbar into the net, signalled by the umpire raising a
green flag. Positions in Gaelic football are similar
to that in other football codes, and comprise one
goalkeeper, six backs, two midfielders, and six forwards, with a variable number of substitutes.
Column
Wie juicht er nog voor België?
Jurgen Rinkel
H
et is Louis van Gaal gelukt. Volgend jaar staat hij in Brazilië voor het eerst als bondscoach op een groot
toernooi. In 2002 gooiden de Ieren (die tot dan toe nauwelijks op voetballende kwaliteiten waren betrapt) nog roet in het eten. Van Gaals Oranje leed een smadelijke nederlaag waardoor deelname aan
het WK in Japan en Zuid-Korea niet door kon gaan. Maar dit jaar zijn we er dus gewoon weer bij. Kijkend naar
de kwalificatiereeks die Nederland heeft neergezet, mogen we ook tevreden zijn. Van alle wedstrijden tot aan de
kwalificatie werd er maar één gelijkgespeeld en geen enkele verloren. Hoed u echter voor al te hoge erwachtingen:
aan de vooravond van het EK in 2012 zag die reeks er nog rooskleuriger uit. Toen werd elke wedstrijd gewonnen,
maar bleven we op het toernooi zelf steken in de groepsfase. Alleen de Ieren – daar zijn ze weer – deden het toen
slechter.
Vergelijken we de resultaten met die van de andere landen, dan blijkt dat Nederland zich - samen met Duitsland
– gedeeld kampioen van de kwalificatie mag noemen. De grootste verrassing wordt echter verzorgd door het land
dat de derde plaats mag claimen: België. De Rode Duivels zijn er net als hun noorder- en oosterburen in geslaagd
het eindtoernooi te halen, wat ze voor het laatst lukten in – jawel – 2002. Het land lijkt eindelijk weer over een
generatie voetballers te beschikken die wat kan, waardoor de verwachtingen bij onze zuiderburen hooggespannen
zijn. Daarnaast zorgt het succes voor een hernieuwde populariteit van het elftal bij onze zuiderburen. Dit was te
merken toen de spelers terugkeerden uit Kroatië, waar de beslissende kwalificatiewedstrijd gespeeld werd, en de
ploeg warm onthaald werd op vliegveld Zaventem. Ook de opentrainingen werden goed bezocht.
Hier dringt een parallel met het andere nationale symbool van België zich op: de koning. Hoewel aanvankelijk
sceptisch bekeken, is Filips populariteit stijgende, nu hij zichtbaar groeit in zijn rol en zelfverzekerder overkomt
dan het geval was toen hij nog kroonprins was.
De federale regering kan zich echter (nog) niet verheugen in een toename van haar populariteit. Hoewel de regering-Di Rupo op economisch vlak de
zaken verstandig lijkt aan te pakken, loopt men met
name in Vlaanderen niet warm voor partijen die in
die regering hebben plaatsgenomen, waardoor die
partijen met angst in het hart vooruit moeten kijken naar de voor volgend jaar geplande verkiezingen.
Sterker nog, de oppositionele N-VA van de Antwerpse burgemeester De Wever lijkt steeds meer aanhang te krijgen. De Wever bracht daarom onlangs nog een nota uit over het hervormen van de Belgische staat. Voor het eerst
gaf hij daarmee invulling aan het door hem zo gekoesterde ‘ideaal’ van een confederatie.
De oppositionele N-VA van
De Wever lijkt steeds meer
aanhang te krijgen
De kritiek is echter niet mals. De zittende regering is tot stand gekomen na een moeizame onderhandeling over
de vijfde staatshervorming en een zesde ziet voorlopig niemand zitten. De liberale Open Vld liet bijvoorbeeld
weten best met de N-VA te willen onderhandelen, mits zij haar communautaire ‘fetisj’ liet varen. Eurocommissaris
De Gucht – lid van dezelfde partij – deed nog een duit in het zakje door te stallen dat het België dat De Wever
voor zich ziet, niet voldoet aan de eisen die de EU aan het lidmaatschap stelt.
Het lijkt er dan ook op dat geen van De Wevers wensen het gaat halen. Maar zijn partij gaat zeer waarschijnlijk
(weer) de grootste van Vlaanderen worden. Of het Di Rupo weer gaat lukken hem buiten de formatie te houden
zal moeten blijken en gaat waarschijnlijk alleen met buitengewone politieke handigheid gebeuren. Wellicht is de
enige hoop dat de Vlaamse kiezers zich op 25 mei, als de stembussen geopend zijn, herinneren hoe ze gejuicht
hebben toen België Kroatië versloeg en weer haar wapenspreuk eer aan deed: eendracht maakt macht.
Atlas - December 2013
39
“It always seems
impossible, until it’s
done.”

Vergelijkbare documenten