M20-21 - Rijnland

Commentaren

Transcriptie

M20-21 - Rijnland
20
䢇
Nachtrust: een Chinees gezin slaapt buiten op straat op kranten
Vijftien jaar lang monteerde zij aan de lopende band elektrische gitaren, autootjes,
vliegtuigjes, pratende poppen en ander gecompliceerd speelgoed voor Japanse, Amerikaanse en Europese kinderen. Zij woonde
met honderden andere meisjes en vrouwen
in een van de slaaphuizen van de fabriek en
at goedkoop in de kantine.
‘Ik verdiende in de eerste maand door ’s
nachts en op zondagen te werken al 200 yuan (20 euro) per maand. Dat was zes keer
zoveel als mijn ouders samen verdienden in
ons dorp. Ik was daar heel trots op en ik
voelde mij helemaal niet uitgebuit’, vertelt
zij monter.
‘Veel meisjes hielden het niet vol, het was
ook zwaar werk, maar ik voelde mij bevrijd.
In ons dorp was niets, we mochten niets, er
kon niets, want er was geen geld. Het was
altijd donker en somber.’
Daarmee is de vasthoudendheid van
de elegante, zorgvuldig opgemaakte vijftigplusser niet helemaal verklaard. Want:
‘Mijn grootvader had zijn fortuin vergaard
in Los Angeles en was in 1925 teruggekeerd
naar China. Hij bezat landerijen, ook in ons
dorp. En mijn vader kreeg zijn opleiding
van de jezuïeten in Kanton. Dus toen de
communisten aan de macht kwamen, kregen zij grote problemen.’
En vervolgt zij na enig slikken: ‘Een
groot deel van mijn familie vluchtte naar
Hongkong. Mijn opa stierf en mijn vader
moest van 1949 tot 1979 op het land werken. Mijn oma is tijdens de Culturele Revolutie heel erg gepest, zij werd iedere dag bespuugd en moest met teksten als “Ik ben
een kapitalist” door het dorp lopen. Ik wist
altijd wanneer dat was gebeurd, want dan
zat zij in haar stoel te huilen. We hebben
die tijd overleefd dankzij de hulp van onze
familie in Hongkong.’
Haar ouders wonen nu bij haar in. ‘Mijn
vader zegt iedere dag hoe blij hij is dat China zo veranderd is. Hij is gezond en gelukkig. Hij zegt wel dat er nog heel veel verbeterd kan worden in China, want we zijn nog
niet zo vrij als in Hongkong of in het Westen, hoewel het hier in Shenkou al veel beter is dan in andere gebieden.’
Mevrouw Li nam in 1993 ontslag bij
Kaida Toys, vestigde zich als schoonheidsspecialiste en opende een restaurant. Het
Kantonese eethuis mislukte en zij stapte
over naar het tweede verzekeringsconcern
van China, Ping An (Veiligheid). Zij is inmiddels gepromoveerd tot senior manager
sales met een salaris inclusief bonus van
30.000 euro per jaar.
Haar broer en zus die ook in de fabriek
zijn begonnen, werken bij Chinees-Amerikaanse ondernemingen en verdienen meer
dan zij. Alle drie behoren zij tot de groep van
vierhonderd miljoen Chinezen die dankzij de opendeurpolitiek de armoede zijn
ontstegen. ‘We hebben het inderdaad niet
slecht zo gedaan’, lacht zij als zij mij in haar
Toyota Corolla afzet bij het kantoor van China Merchants aan de baai.
‘Wereld aan de zee’
Vanuit zijn kantoor op de twaalfde verdieping kijkt meneer Gu Li Ji, bestuursvoorzitter van China Merchants Technology
Holdings, uit op de zeestraat, Hongkong
en het uitgaanscentrum van Shenkou. Te
midden van de Italiaanse, Japanse en Kantonese restaurants en de parken met palmbomen ligt, op het droge, een wit geschilderd passagiersschip, de Cruise Inn.
‘Toen we hier kwamen in ’78 was er
niets. Waar moesten we slapen? Waar moesten we gasten ontvangen en zaken doen?
We hebben toen een oud Frans passagiersschip gekocht en dat hier afgemeerd’, legt
meneer Gu uit. De vier reusachtige karakters op de brug van het hotelschip zijn ge-
schreven door Deng Xiaoping tijdens zijn
bezoek aan Shenkou in ’84.
‘Wereld aan de zee’ kalligrafeerde Deng
op een groot vel papier. Meneer Gu heeft de
foto van de schilderende leider aan de muur
hangen. Een van de jonge mannen op de
achtergrond is hijzelf, toen nog secretaris
van de directie. ‘Ik was een onbetekenende
notulist.’
De andere, wat oudere man op de foto
is meneer Liang Xian, hoogleraar economie
en adviseur van CIMC, de China Merchants-tak die containers maakt.
Gu: ‘De tekst “Wereld aan de Zee” hebben wij geïnterpreteerd als een teken dat
leider Deng het economische experiment in
Shenkou steunde. Hij zei namelijk niet zo
veel. Hij rookte alleen maar Pandasigaretten en luisterde naar het verslag van onze
resultaten.’ Ook Gu kon de in Sichuan geboren revolutionaire kameraad van Mao
niet goed verstaan. Deng sprak sowieso
weinig en dan nog het liefst in oneliners.
Mevrouw Li: ‘Mijn oma werd tijdens de Culturele
Revolutie bespuugd en moest met een bord
‘Ik ben kapitalist’ rondlopen’
Professor Liang: ‘Ik herinner mij dat hij na
het diner met maotai wijn wat spraakzamer
werd. We weten nu, achteraf, dat hij zich
grote zorgen maakte over de traagheid
waarmee de economische ontwikkeling op
gang kwam. Er was veel verzet tegen de
opendeurpolitiek, omdat sommige groepen vreesden voor de ondermijning van het
socialisme. Bovendien steeg de inflatie en
leverden investeringen in oude staatsindustrieën niets op.’
En: ‘We weten nu ook dat hij helemaal
geen masterplan had of zoiets. Hij was er alleen van overtuigd was dat China zichzelf
in hoog tempo moest moderniseren en de
deuren moest openen naar de wereld. Dat
was ook de betekenis van de tekst “Wereld
aan de Zee”.’
Aan de muur hangen foto’s van de ontwikkeling van de havens van Shenkou,
Shenzhen, Shanghai en Qingdao, alemaal
bedrijven van China Merchants of havenondernemingen waarin China Merchants
participeert.
De keuze om China Merchants te ontwikkelen tot een van belangrijkste maritieme ondernemingen van het land lag voor de
hand, zoals het zuiden van China, het gebied van Hongkong en de Parelrivierdelta,
een logische keuze was om als motor van de
economische ontwikkeling te dienen. Immers, Peking is ongunstig gesitueerd en in
䊳

Vergelijkbare documenten