Handleiding voor de docent - In het spoor van de viziers

Commentaren

Transcriptie

Handleiding voor de docent - In het spoor van de viziers
In de voetsporen van de viziers
Handleiding voor de docent
Mathias Veracx
Seminarie historisch-didactisch onderzoek
2011-2012
Evelien Boonen en Walter Smits
1
Inhoudstafel
1) Opzet en doelstelling
Opzet
3
Algemene doelstelling
3
Concrete doelstellingen
4
Doelstellingen in leerplannen en eindtermen
5
VVKSO
6
GO!
9
2) Lesverloop
1e lesuur
11
2e lesuur
15
3) Bijlagen
Achtergrondinformatie voor de docent
Geschiedenis van het Ottomaanse rijk vanaf het
ontstaan tot 1683
17
Extra uitleg bij de vier belangrijke elementen
van het Ottomaanse rijk
19
Problemen en antwoordbladen
21
Spelbord
29
Afbeeldingen
30
4) Bibliografie
31
2
1) Opzet en doelstellingen
Opzet
Dit lessenpakket bestaat uit 2 lesuren, handelt over het Ottomaanse rijk
en is bestemd voor leerlingen van 4 ASO.
Het eerste lesuur bestaat uit twee grote onderdelen. Het eerste
onderdeel omvat de achtergrondinformatie, zodat de leerlingen zich een
beeld kunnen vormen over het Ottomaanse rijk. Het tweede onderdeel
bestaat uit het uitleggen van het spelconcept en het gezelschapspel zelf.
Het tweede lesuur bestaat ook uit twee grote onderdelen, namelijk
de voortzetting van het gezelschapspel en aansluitend op dit spel een
klasdiscussie, waarbij de leerlingen hun eigen redeneringen en meningen
kunnen uiten en verdedigen.
Algemene lesbedoeling
Tijdens het eerste lesuur krijgen de leerlingen een inleiding op de
geschiedenis van het Ottomaanse rijk. De leerlingen maken kennis met de
belangrijkste sultans, met de uitbreiding van het rijk en met enkele
belangrijke termen in verband met de Ottomaanse cultuur. Na die
inleiding volgt de uitleg van het gezelschapspel en het spelen van dit spel.
In het tweede lesuur spelen de leerlingen het vervolg van het spel.
De leerlingen worden tijdens het spel geconfronteerd met de vele
problemen,
waaronder
het
vergaren
van
macht
en
omgaan
met
verschillende religies, waarmee een sultan te maken kan krijgen. De vier
problemen waarmee de sultan tijdens zijn leven zal geconfronteerd
worden handelen over vier opvallende kenmerken uit het Ottomaanse rijk,
namelijk broedermoord, handel met Venetië, het millet-systeem en de
Janitsaren. Na het vervolledigen van het spel kunnen de leerlingen
klassikaal hun redeneringen en meningen geven over de behandelde
problemen, waardoor ze tot de kern van deze problemen doordringen en
3
zelf achterhalen wat deze problemen juist inhielden. Dankzij de inleiding
in het eerste lesuur, het gezelschapspel en de klasdiscussie hebben de
leerlingen een beeld gekregen van de belangrijkste elementen die het
Ottomaanse rijk in de Nieuwe Tijd typeerden.
Concrete lesdoelen
Kennis en inzicht
-De leerlingen kunnen beknopt de grote lijnen van de geschiedenis
van het Ottomaanse rijk (ontstaan, uitbreiding, bloeiperiode, verval)
beschrijven.
-De leerlingen kunnen termen die typisch zijn voor het Ottomaanse
rijk (harem, imam, vizier) kort uitleggen.
-De
leerlingen
kunnen
de
vier
behandelde
kenmerken
(broedermoord, handel met Venetië, het millet-systeem en de
Janitsaren ) in verband met het Ottomaanse rijk uitleggen.
-De
leerlingen
kunnen
westerse
manieren
van
oplossen
onderscheiden van Ottomaanse manieren van oplossen.
-De leerlingen kunnen bij iedere oplossing van een probleem zowel
een positief als een negatief element geven.
Vaardigheden
-De leerlingen kunnen de groei van het Ottomaanse rijk situeren op
een kaart.
-De leerlingen staan kritisch tegenover problemen en kunnen iedere
oplossing kritisch analyseren
Attitudes
-De leerlingen zijn er zich van bewust dat het regeren als sultan
meer inhield dan regeren als een dictator, maar dat een sultan met
veel verschillende zaken rekening moest houden
-De leerlingen kunnen samenwerken tijdens het gezelschapspel
-De leerlingen kunnen luisteren naar de redeneringen en meningen
van andere leerlingen en kunnen hiervoor ook respect opbrengen
4
Doelstellingen in leerplannen en eindtermen
Het lessenpakket handelt over het Ottomaanse rijk gedurende de nieuwe
tijd, een onderwerp dat deel uitmaakt van de leerinhoud van het vierde
jaar secundair onderwijs
Bij dit onderwerp maken de leerlingen kennis met de geschiedenis van het
Ottomaanse rijk, waardoor de leerlingen ook tot het besef komen dat er
buiten Europa ook belangrijke samenlevingen bestonden met elk hun
eigen kenmerken en geschiedenis. Het Ottomaanse rijk heeft een rijke
eigen cultuur en was ook een belangrijke speler binnen Europa, en dit tot
de twintigste eeuw. Een voorbeeld hiervan kan gevonden worden in het
drijven van handel tussen oost en west, met de Ottomanen als belangrijke
tussenhandelaars. Daardoor vormt de koppeling van een deel van de
Ottomaanse geschiedenis met de Europese geschiedenis geen probleem
en sluit deze mooi aan.
De leerlingen maken via dit lessenpakket niet enkel kennis met de
politieke geschiedenis van het Ottomaanse rijk. Ook enkele belangrijke
economisch, sociale en culturele invloeden zoals de handel met Europa, de
Janitsaren en het millet-systeem, komen aan bod.
5
VVKSO
Dit lessenpakket sluit aan bij de volgende onderdelen van het leerplan van
het VVKSO:
2. Algemene doelstellingen
2.1. Algemene doelstellingen voor de drie graden
3 inzicht in de tijds- en plaatsgebondenheid en socialiteit van het
menselijk handelen;
7 onderkennen van het discussie- en constructiekarakter van
historische kennis;
9 inleving in andere samenlevingsvormen dan de huidige en dan de
westerse;
3. Leerplandoelstellingen in de tweede graad
3.1. Historische kennis
3.1.2. Doelstellingen
2 De leerlingen kunnen systematisch verbanden leggen tussen de
dimensies
tijd,
ruimte
en
socialiteit,
tussen
de
verschillende
domeinen binnen de socialiteit, tussen de geschiedenis van onze
gewesten en de algemene Europese geschiedenis, de westerse
cultuur
en
de
niet-westerse
culturen,
de
eigentijdse
levensproblemen en deze van vroeger (E2, 5, 8, 9, 13) (E2, 5, 9,
10, 11).
6
3.3. Historische vaardigheden
3.3.1. Verantwoording en criteria
HBV 3: Het gebruiken van: 3.1 vaktermen zoals: historische feiten,
begrippen, relaties, processen, structuren, tijdperken en culturen …
HBV 5:
5.2 Het herkennen van de samenhang en de interactie van de
diverse maatschappelijke domeinen.
5.4 Het aantonen van het discussie- en constructiekader van
alle historische kennis.
3.3.2. Doelstellingen
8 De leerlingen verdiepen, verfijnen en verruimen de vaardigheden
van de eerste graad die verband houden met het formuleren en
toepassen van elementaire aspecten van de historische methode
(heuristiek, kritiek en synthese) en met het ordenen van informatie
in tijd, ruimte en maatschappelijk kader (E14, 15, 16, 17, 18, 19,
20, 21, 22, 23, 24, 25*, 26*) - (E12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20*,
21*).
13 De leerlingen kunnen het maatschappelijk gedrag uit het
verleden interpreteren vanuit de toenmalige, historische context; de
leerlingen
kunnen
minimaal
voorbeelden
geven
van
normconformerend en normafwijkend gedrag (E12).
7
3.4. Historische attitudes
3.4.1. Verantwoording en criteria
Intellectuele attitudes: HDA:
- Zich willen inleven in andere samenlevingsvormen dan
westerse, zowel in heden als verleden.
- Waardering opbrengen voor andere samenlevingsvormen en
waardepatronen.
- Openstaan voor verschillende verklaringsgronden.
Sociale attitudes: HDA:
- Respect hebben voor de culturele eigenheid van ieder volk.
- Tolerantie hebben ten aanzien van andere ideeën.
- Geen vooroordelen hebben ten aanzien van mensen uit
andere culturen.
-Tolerantie hebben ten aanzien van andere ideeën
3.4.2. Doelstellingen
20
De leerlingen beseffen dat de fundamentele problemen van
mens en samenleving dezelfde blijven maar dat de oplossingen
veranderlijk zijn en met de historische context verbonden (E28)
(E23*).
23 De leerlingen kunnen zich inleven in het dagelijkse leven van de
mens uit de bestudeerde samenleving.
4. Leerinhouden
4.1.2. Criteria
1- Historische denken
b) Inleven en betrokken zijn
2- De betrokkenheid van de leerlingen
3- Relativerend denken over de bestudeerde samenleving
8
GO!
Dit lessenpakket sluit aan bij de volgende onderdelen van het leerplan van
het GO!:
Visie
Specifieke visie op het vak in de tweede graad
Algemeen
De geschiedkundige stof, die in de tweede graad hoofdzakelijk
betrekking heeft op de geschiedenis van Europa en de wereld, wordt
onderwezen met bijzondere nadruk op:
a) de bijdragen van andere culturen en volkeren en de geleidelijke
ontwikkeling van een mondiale samenleving;
Leerplandoelstellingen
Kennis, inzicht en vaardigheden i.v.m. tijd, historische ruimte en socialiteit
Kennis, inzicht en vaardigheden i.v.m. tijd, historische ruimte en socialiteit
van de ‘Mijlpalen in de geschiedenis van mens en maatschappij’
(referentiekader)
De leerlingen,
2. kennen
over
de
socialiteitsdimensie
overeenkomsten
en
verschillen tussen de ‘Mijlpalen in de geschiedenis van mens en
maatschappij’ en tussen die mijlpalen en een niet-westerse
samenleving (ET 2);
3. kennen
nieuw
aangeleerde
historische
woordenschat
en
probleemstellingen
en kunnen die preciseren in de tijd en de historische ruimte van
het referentiekader (ET 3).
9
Kennis, inzicht en vaardigheden i.v.m. de bestudeerde samenlevingen
(van de 5de eeuw-1815)
De leerlingen,
5. kennen fundamentele kenmerken van een niet - westerse
samenleving die kadert in de wereld van de 5de eeuw - de 18de
eeuw (1815) (ET 5);
Vaardigheden i.v.m. de historische onderbouwing
Bevraging van het historisch materiaal
De leerlingen kunnen op basis van duidelijke vragen en opdrachten,
geformuleerd op het studiepeil van de leerlingengroep,
18.
informatie
interpreteren
en
mogelijke
betekenislagen
achterhalen (ET 19);
Historische redenering
De leerlingen kunnen op basis van duidelijke vragen en opdrachten,
geformuleerd op het studiepeil van
de leerlingengroep,
21. met coherente argumenten hun eigen standpunt tegenover een
historisch of actueel maatschappelijk probleem verdedigen (ET 22).
Attitudes
27. zijn bereid waarden en normen uit verleden, heden en andere
culturen te bestuderen vanuit historische en actuele context ( ET
28);
10
2) Lesverloop
Lessenpakket voor twee lesuren
1. Eerste lesuur: Achtergrondinformatie + uitleggen
van spel + gezelschapspel
Lesbegin
Materiaal
-bord
-powerpointpresentatie
Activiteiten
-Leerlingen laten plaatsnemen en elk een indelingskaartje geven.
-Agenda invullen
-Brainstorm rond de woorden Ottomaanse rijk, waarbij de docent de
term op het bord schrijft en deze aanvult met de antwoorden van de
leerlingen. Op deze manier wordt er gepeild naar de voorkennis en
eventuele misopvattingen van de leerlingen.
-Structuur van de les aan de leerlingen meedelen aan de hand van
inhoudstafel op de powerpointpresentatie
Probleemstelling
-Wie waren de Ottomanen?
-Welke waren de belangrijkste sultans?
-Met
welke
problemen
kan
een
sultan
tijdens
zijn
leven
geconfronteerd worden?
11
Eerste
lessequens:
Achtergrondinformatie
(Ottomaanse
geschiedenis tot 1683 en enkele termen)
Materiaal
-Bord
-Powerpointpresentatie
Activiteiten
-Doceren en onderwijsleergesprek
1) Achtergrondinformatie: Ottomaanse geschiedenis, van ontstaan
tot 1683
-stamvader van het Ottomaanse rijk, Osman I, waarbij ook de
link met de naamgeving gelegd wordt.
-Verovering van Constantinopel door Mehmet II en welke
invloed deze verovering had op het Ottomaanse rijk
-Bloei van het Ottomaanse rijk onder Suleyman I de Wetgever
/ de Prachtlievende
-Vanaf 17de eeuw: zwakkere vorsten en er komt een einde aan
de groei van het rijk
-1683: Beleg van Wenen en dit vormt het eindpunt van de
geschiedenis van de Ottomaanse rijk die in dit lessenpakket
besproken wordt.
2) Achtergrondinformatie: uitleg van enkele begrippen
-vizier: adviseur / minister / Grootvizier
-harem: verblijfplaats van de vrouwen van de sultan /
vrouwen zelf
-imam: geestelijke leider / islam
12
Tweede lessequens: uitleggen van spel
Materiaal
-Powerpointpresentatie
-Spelbord
Activiteiten
-uitleg van het spel:
De leerlingen zijn viziers, en hun belangrijkste taak is de
sultan bijstaan met raad. Het gaat hier over een fictieve
persoon die heel wat problemen zal tegenkomen tijdens zijn
regeerperiode. Deze problemen zijn problemen die in de
geschiedenis regelmatig voorkwamen, waardoor het spel zich
dus situeert rond een fictieve sultan met fictieve problemen,
maar waarvan de problemen gebaseerd zijn op historische
feiten. De leerlingen krijgen telkens een rol met daarin twee
papieren. Op het ene blad staat het probleem neergeschreven
waarmee de sultan te maken heeft. Op het andere blad staan
vier mogelijke oplossingen. De sultan vraagt bij dit probleem
advies aan zijn visiers. De leerlingen moeten het probleem en
alle oplossingen lezen, en bij elke oplossing zowel een
voordeel als een nadeel noteren. Wanneer ze dit gedaan
hebben moeten ze één oplossing kiezen, deze noteren en naar
de docent brengen. Snelheid is minder van belang, het geven
van de juiste oplossing staat centraal. Bij een juist antwoord
blijft de sultan 15 jaar langer regeren. Indien het antwoord
fout is moeten de leerlingen nogmaals overleggen en een
andere oplossing kiezen. Is het de tweede maal juist, dan blijf
hun sultan 10 jaar langer regeren. Bij de derde maal juist
regeert hun sultan 5 jaar langer en als het antwoord dan fout
is dan regeert hun sultan 0 jaar langer. De bedoeling van het
spel is dat hun sultan zo lang mogelijk blijft regeren.
13
Derde lessequens: gezelschapspel
Materiaal
-Spelbord
-Oorkonden
Activiteiten
-De leerlingen verdelen zich op in groepen van 3 of 4 leerlingen aan
de hand van de gegeven kaartjes bij het begin van de les.
-Uitdelen van de eerste oorkonde.
-De leerlingen spelen het spel
-Eventuele vragen beantwoorden, toezicht houden op de klas
-Bij het indienen van een oorkonde, controleren of er bij elke
oplossing zowel een voordeel als een nadeel vermeld staat en
controleren of de gekozen oplossing correct is. Bij een foute
oplossing geeft de docent de oorkonde terug, bij een juist antwoord
krijgen de leerlingen een nieuwe oorkonde en wordt het spelbord
aangepast.
Leseinde
Activiteiten
-Aankondigen dat de les bijna gedaan is.
-Nogmaals benadrukken dat het tweede probleem ook opgelost
moet zijn tegen het einde van deze eerste les.
14
2. Tweede lesuur: gezelschapspel
Lesbegin
Materiaal
-Spelbord
Activiteiten
-De leerlingen opnieuw laten plaatsnemen in hun groepjes zoals
vastgelegd in de vorige les.
-De stand overlopen.
Eerste lessequens: gezelschapspel
Materiaal
-Spelbord
-Oorkonden
Activiteiten
-De leerlingen spelen het spel
-Eventuele vragen beantwoorden, toezicht houden op de klas
-Bij het indienen van een oorkonde, controleren of er bij elke
oplossing zowel een voordeel als een nadeel vermeld staat en
controleren of de gekozen oplossing correct is. Bij een foute
oplossing geeft de docent de oorkonde terug, bij een juist antwoord
krijgen de leerlingen een nieuwe oorkonde en wordt het spelbord
aangepast.
-Overlopen van de eindstand en de winnaars feliciteren.
15
Tweede lessequens: klasdiscussie
Materiaal
-Bord
-Powerpointpresentatie
Activiteiten
-Een
leerling
van
elke
groep
hun
redeneerwijzen
en
hun
verschillende voordelen en nadelen bij een probleem laten uitleggen.
Wanneer een andere leerling hiermee niet akkoord gaat, dan kan
deze daarop reageren.
-Via
deze
belangrijke
klasdiscussie
elementen
komen
binnen
tot
het
een
bespreking
Ottomaanse
rijk
van
vier
namelijk
broedermoord, handel met Venetië, het millet-systeem en de
Janitsaren.
Bij
elk
van
kenmerken
opsommen
deze
en
elementen
waar
nodig
de
nog
leerlingen
aanvullen
laten
(extra
informatie in bijlage terug te vinden).
Leseinde
Activiteiten
-Terugkeren naar de kenmerken die opgeschreven waren bij het
lesbegin van het eerste lesuur.
-Leerlingen confronteren met misschien veranderde meningen en
visies.
16
3) Bijlagen
Achtergrondinformatie voor de docent
Geschiedenis van het Ottomaanse rijk vanaf het ontstaan tot 1683
Osman I wordt gezien als de stamvader van het Ottomaanse rijk. Osman
leefde van 1258 tot 1324 en zou het Ottomaanse rijk in het jaar 1299
gesticht hebben. Hij is afkomstig uit een nomadenstam en werd na de
dood van zijn vader stamhoofd van deze stam. Na het verstevigen van
zijn macht en het veroveren van nieuwe gebieden begon Osman met het
uitdelen van land aan zijn onderdanen. Zo evolueerde deze nomadische
stam naar een sedentaire stam. Vanuit zijn basis in het midden van het
huidige Turkije organiseerde Osman regelmatig plundertochten in de
gebieden gelegen rondom zijn rijk, waarbij hij al snel de focus legde op de
gebieden ten westen van zijn gebied.
Een volgende belangrijke sultan is Mehmet II en die leefde van 1432 tot
1481. Mehmet kreeg voor het eerst de macht over het Ottomaanse rijk in
handen in 1444, toen zijn vader Murat II besloot om op pensioen te gaan.
Toen was Mehmet slechts 11 jaar, en dit zorgde ervoor dat het
Ottomaanse rijk zonder een sterke leider zat. Hiervan maakten Polen en
Hongarije gebruik om het Ottomaanse rijk binnen te vallen. Onder druk
van de janitsaren nam Murat II opnieuw het sultanaat op zich, sloeg de
inval af en bleef op de troon tot 1451. Toen was Mehmet II wel klaar om
te regeren, en zijn regeerperiode zou duren tot 1481. De regeerperiode
van Mehmet II wordt gekenmerkt door een bijna ononderbroken serie van
veldtochten. Zijn belangrijkste verovering deed hij in 1453, namelijk de
verovering van Byzantium. Na een beleg van 2 maanden (50 dagen) gaf
de stad zich over, werd de stad omgedoopt tot Constantinopel en deed
deze dienst als de nieuwe hoofdstad van het Ottomaanse rijk.
17
De laatste sultan die hier nog in detail besproken wordt is Suleyman I en
deze leefde van 1494-1566. Op 26-jarige leeftijd, in 1520, werd Suleyman
sultan van het Ottomaanse rijk en hij regeerde tot 1566. Tijdens zijn
regeerperiode vond er opnieuw een enorme uitbreiding van het rijk plaats,
en dit in alle vier de windrichtingen. Naast deze veroveringspolitiek zocht
Suleyman ook bondgenoten bij de Europese vorsten, waaronder de Franse
koningen
en
enkele
Duitse
prinsen.
Onder
zijn
bestuur
was
het
Ottomaanse rijk op vlak van internationale macht op zijn hoogtepunt.
Naast zijn successen op politiek vlak is Suleyman ook nog gekend als
Suleyman
de
Wetgever.
Hij
was
namelijk
een
groot
rechter
en
rechtvaardig heerser, die bovendien zijn vertrouwelingen koos niet op
basis van hun afkomst maar op basis van hun intelligentie. Daarnaast
verspreidde hij over het hele rijk de Ottomaanse wetten, die vanaf toen de
norm werden. Ook op cultureel vlak was Suleyman zeer actief, met vele
gedichten en de bouw van de Suleyman-moskee als enkele voorbeelden
hiervan.
Daarom
kreeg
Suleyman
later
ook
nog
de
bijnaam
de
Prachtlievende.
Na Suleyman kwamen er minder succesvolle sultans, en vooral in de
zeventiende eeuw werd het sultanaat sterk gekenmerkt door zwakke
vorsten.
Tijdens
de
zeventiende
eeuw
zijn
er
enkele
pogingen
ondernomen om het grondgebied van het Ottomaanse rijk te vergroten,
maar deze veldtochten draaiden meestal uit op grote nederlagen. Naast
het mislukken van deze uitbreidingen hadden de sultan ook steeds meer
te kampen met interne opstanden. Niet alles was negatief aan deze eeuw,
want tijdens deze tijdsperiode werd namelijk de opdracht gegeven tot het
bouwen van de Blauwe Moskee. Deze moskee werd gebouwd in opdracht
van sultan Ahmet I en de bouw werd in 1617 beëindigd. Het beleg van
Wenen
vormt
het
einde
van
dit
overzicht
van
de
Ottomaanse
geschiedenis. Dit beleg vormde het sluitstuk van de laatste grote
veroveringstocht van de Ottomanen. Tijdens die veroveringtocht hadden
de Ottomanen in het begin enkele successen, maar het beleg van Wenen
18
werd een grote fiasco voor het Ottomaanse rijk. Door de nederlaag verloor
dit rijk namelijk alle veroverde gebieden en van deze nederlaag is het
Ottomaanse rijk nooit echt kunnen herstellen. Net voor het beleg van
Wenen was het Ottomaanse rijk op zich maximale grootte. Na dit beleg
verloor het Ottomaanse rijk steeds meer en meer macht en grondgebied.
Extra uitleg bij de vier belangrijke elementen van het Ottomaanse
rijk
-broedermoord
Broedermoorden zijn een veel voorkomend fenomeen in de geschiedenis
van het Ottomaanse rijk. Wanneer de sultan stierf streden alle zonen
onderling om de macht, want slechts één zoon kon het sultanaat erven.
Deze onderlinge strijd leidde soms tot grote verdeeldheid binnen het rijk,
en werd vanaf de veertiende eeuw een traditie, waarbij diegene die de
troon bemachtigde al zijn overgebleven mannelijke familieleden liet
vermoorden om zo elke concurrentie uit te schakelen.
-handel met Venetië
Venetië was gedurende een groot deel van de nieuwe tijd één van de
grootste handelsmachten van Europa. Het had namelijk bijna een
monopolie op de handel in het Middellandse zeegebied, waardoor bijna
alle handel met het oosten in hun handen lag. Door het uitbouwen van de
Ottomaanse vloot en het verslaan van de Venetiaanse vloot slaagden de
Ottomanen erin om zelf een monopolie te vestigen over de handel tussen
Europa en het oosten, wat voor heel wat inkomsten zorgde.
-millet-systeem
Door de vele veroveringen van de Ottomaanse sultans waren er in het
Ottomaanse rijk heel veel verschillende godsdiensten. De islam is
trouwens geen bekeringsgodsdienst, waardoor veel van deze godsdiensten
bleven
bestaan.
Om
toch
wat
controle
te
verkrijgen
over
deze
verschillende godsdiensten gebruikten de Ottomanen het millet-systeem.
Hierbij moesten bijvoorbeeld de katholieken een extra belastingen betalen
aan de Ottomaanse sultan om hun katholieke geloof te mogen belijden.
19
Dit hield in dat deze katholieken tegen de betaling van een bepaalde som
hun eigen regels mochten behouden, eigen onderwijs mochten inrichten,
een eigen belastingsinning mochten organiseren en hun eigen hiërarchie
mochten behouden. Dit millet-systeem gaf niet-moslims dus het recht om
hun eigen geloof te behouden, maar deze personen bleven steeds
ondergeschikt aan de Ottomanen zelf en ondergeschikt aan de islam.
-de Janitsaren
De Janitsaren waren een goedgetraind elite- en keurkorps van infanterie.
De leden van de Janitsaren werden gerekruteerd aan de hand van het
devshirme. Dit was een soort van bloedbelasting die niet-moslims
moesten betalen, waarbij het leger een aantal kinderen ging gaan ophalen
om dienst te doen in het leger. Deze kinderen kregen een opleiding in de
krijgskunst maar ook een algemene opleiding, en enkele van deze
Janitsaren hebben binnen de regeringen van bepaalde sultans belangrijke
functies uitgevoerd. Door deze belangrijke posten binnen de regeringen
slaagden de Janitsaren erin om hun macht steeds te vergroten, waarbij de
Janitsaren op een bepaald moment de machtigste groep binnen het
Ottomaanse rijk waren, waardoor ze mee bepaalden wie de troon besteeg
bij de strijd tussen verschillende zonen.
20
Problemen en antwoordbladen
De oude sultan Mohammed sterft op 56-jarige
leeftijd. Hij heeft een rustig leven gehad, en
onder zijn leiding was er voorspoed en vrede
binnen
het
Ottomaanse
Rijk.
Door
het
onverwacht jong overlijden van de sultan bestaat
er discussie over de opvolging van Mohammed,
want hij heeft namelijk 3 zonen die, door de rijke
haremtraditie binnen het Ottomaanse rijk, van 3
verschillende vrouwen waren. Eén van die zonen,
..............................
genaamd,
spreekt
jullie
aan in de hoop dat jullie hem kunnen helpen om
hem op te troon te plaatsen. Deze zoon bevindt
zich op het moment van het overlijden van zijn
vader
in
een
oostelijke
provincie
van
het
Ottomaanse rijk, terwijl zijn twee halfbroers zich
in andere provincies van het rijk bevinden. De
sultanszoon
ziet
slechts
vier
mogelijke
oplossingen, en het is nu aan jullie om de laatste
knoop door te hakken en het juiste advies te
geven aan deze sultanszoon.
21
Oplossing 1: Na overleg met zijn viziers reist jullie sultanzoon zo snel
mogelijk naar de hoofdstad van het rijk, Constantinopel, waar hij zich laat
benoemen tot sultan van het Ottomaanse rijk.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 2: Door jullie advies trekt jullie toekomstige sultan ten strijde
tegen zijn halfbroers, waarbij hij pas de titel van sultan opneemt wanneer
zijn 2 halfbroers verslagen en gedood zijn.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 3: Jullie zijn van mening dat de oudste zoon recht heeft op de
troon, waarbij jullie sultanszoon de oudste van de drie zonen is, waardoor
zijn halfbroers eeuwige trouw aan hem moeten zweren.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 4: Nadat jullie sultanszoon geluisterd heeft naar jullie advies
nodigt hij zijn 2 halfbroers uit om te onderhandelen over het bestuur van
het Ottomaanse rijk, waarbij jullie grote voorstander zijn van het opdelen
van het Ottomaanse rijk onder de drie broers, waarbij elk een even groot
en belangrijk deel krijgt.
Voordelen
Nadelen
22
Tot grote vreugde van de 4 adviseurs is jullie
sultan erin geslaagd om de troon op te eisen. Na
het bestijgen van de troon wordt de sultan
geconfronteerd met een nieuw probleem. Hij is
namelijk sultan van een immens groot rijk,
waarin een deel van de bevolking islamitisch is
(oosten van het rijk), een deel van de bevolking
christelijk is (westen van het rijk) en er in het
gehele
rijk
nog
vele
kleine
godsdiensten
aanwezig zijn. De sultan vraagt zich af hoe hij
moet
omgaan
met
deze
verschillende
godsdiensten binnen zijn rijk en vraagt hierover
advies aan jullie.
23
Oplossing 1: Jullie adviseren de sultan dat de beste oplossing, in verband
met de omgang met de verschillende religies, volledige godsdienstvrijheid
is.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 2: Na overleg met zijn viziers besluit de sultan om de andersgelovigen die leven binnen zijn rijk te vervolgen en hen te verdrijven uit
zijn rijk.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 3: Door jullie advies besluit de sultan om vele imams uit te
zenden die als belangrijkste taak “het bekeren van de anders-gelovige
bevolking” krijgen.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 4: Jullie zijn van mening dat de sultan een vorm van
godsdienstvrijheid moet toestaan binnen zijn rijk, maar dan enkel tegen
betaling. De anders-gelovige onderdanen moeten dus een bedrag betalen
aan het rijk om hun geloof te mogen blijven uitoefenen.
Voordelen
Nadelen
24
Nadat de problemen in verband met religie
opgelost
zijn,
kan
de
sultan
zijn
aandacht
verplaatsen naar een ander dringend probleem,
namelijk de handel. Op het moment dat jullie
sultan leeft hebben de handelaars uit Venetië de
handel in de Middellandse zee volledig in handen.
Deze handelaars kochten van de Ottomaanse
handelaars
vooral
specerijen,
wat
heel
wat
opbrengsten bracht voor Ottomaanse handelaars
en zo ook voor het Ottomaanse rijk. Nu dreigt
deze handel echter te verdwijnen doordat de
handelaars uit Venetië hun aandacht aan het
verplaatsen zijn naar jullie zuiderbuur, namelijk
het machtige Perzië. Ten einde raad vraagt de
sultan jullie advies in verband met dit dringend
probleem.
25
Oplossing 1: Jullie adviseren de sultan om ten strijde te trekken tegen het
machtige Perzië.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 2: Door jullie advies besluit de sultan dat de Ottomaanse handel
geen nood heeft aan handel met Europa. Onze eigen binnenlandse handel
zorgt voor genoeg inkomsten en producten.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 3: Na overleg met zijn viziers besluit de sultan om de
Ottomaanse vloot sterk uit te breiden om zo de controle te verkrijgen over
de Middellandse zee.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 4: Jullie zijn van mening dat de beste beslissing voor de sultan
het sturen van geschenken en giften naar Europese handelaars is, om zo
deze handelaars opnieuw naar het Ottomaanse rijk te lokken.
Voordelen
Nadelen
26
In de grote veroveringstraditie van de sultans neemt jullie
sultan het initiatief om zelf ook een enorme veroveringstocht te
organiseren. Deze verloopt zeer vlot, de Ottomaanse troepen
verslaan alle tegenstand en slagen erin om een deel van
Hongarije in te lijven. Dit deel van Europa bestaat echter
grotendeels uit kleine dorpjes met ertussen grote vlakten
zonder bewoning, waardoor de buit voor de troepen wat
tegenvalt. Het is namelijk de gewoonte dat soldaten tijdens een
veroveringstocht
de
streek
plunderen,
om
zo
wat
extra
inkomsten te hebben om hun soldij aan te vullen. Een
belangrijk onderdeel van dit Ottomaanse leger, namelijk de
janitsaren (elite-troepenmacht van de sultan, bestaande uit
christelijke jongens
die eerst als bloedbelasting door de
westerse bevolking van het Ottomaanse rijk betaald werd aan
de sultan waarna deze jongens een volledige opleiding kregen
en dienst namen in het leger) hebben het hier zeer moeilijk
mee. Deze vinden dat ze, door het ontbreken van extra
inkomsten, recht hebben op extra soldij en eisen dit van jullie
sultan. De sultan vraagt zich af hoe hij moet omgaan met dit
probleem en vraagt hierover aan jullie advies.
27
Oplossing 1: Door het grote aantal janitsaren verspreid over het hele rijk
geven jullie de sultan het advies dat hij de extra soldij moet betalen.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 2: Jullie zijn van mening dat de janitsaren, net zoals hun
medestrijders, bekeken moeten worden als gewone soldaten en daarom
hebben ze geen recht op extra soldij.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 3: Door jullie advies beslist de sultan om de veroveringstocht
verder te zetten, in de hoop dat de gebieden die nu veroverd zullen
worden toch wat meer waardevolle spullen herbergen.
Voordelen
Nadelen
Oplossing 4: Na overleg met zijn viziers beslist de sultan om geen extra
soldij uit te betalen. Bovendien zal, op zijn bevel, elke janitsaar die zich
durft verzetten tegen deze beslissing vervolgd en geëxecuteerd worden.
Voordelen
Nadelen
28
Spelbord
Team 1: sultan
Team 2: sultan
Team 3: sultan
Team 4: sultan
1570 1575 1580 1585 1590
1595 1600 1605 1610 1615 1620 1625 1630
29
Afbeeldingen
30
4) Bibliografie
BAER, M., Honored by the glory of Islam: conversion and conquest in
Ottoman Europe, New York, 2008.
BULL, D. e.a., De Ambassadeur, de Sultan en de Kunstenaar. Op audiëntie
in Istanbul, Zwolle, 2003.
FAROQHI, S., Kultur und Alltag im Osmanischen Reich. Vom Mittelalter bis
zum Anfang des 20. Jahrhunderts, München, 1995.
FINKEL, C., De droom van Osman: Geschiedenis van het Ottomaanse Rijk
1300-1923, Amsterdam, 2008.
HATHAWAY, J., The Arab lands under Ottoman rule, 1516-1800, Harlow,
2008.
IMBER, C., The Ottoman Empire, 1300-1650: The Structure of Power,
Basingstoke, 2002.
VIKOR, K., Between God and the sultan: a history of Islamic law, Oxford,
2005.
31

Vergelijkbare documenten