Een grotere rol voor de sociaal-economische kringen ACS

Commentaren

Transcriptie

Een grotere rol voor de sociaal-economische kringen ACS
ISSN 1725-1958
EESC
September 2005 / Nieuw adres van het EESC:
Belliardstraat 99, B-1040 Brussel
INFO
HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ — EEN BRUG TUSSEN EUROPA EN HET MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD
WOORD VOORAF
Beste lezers,
Het EESC gaat een druk maar
hopelijk zeer productief najaar tegemoet op het vlak
van institutionele betrekkingen en communicatie. Naast
het gebruikelijke belangrijke advieswerk staat er ook
een aantal bijeenkomsten
en activiteiten op de agenda
die vermelding verdienen.
In juni van dit jaar besloot de Europese Raad, in het licht
van de uitslagen van de Franse en Nederlandse referenda, om een denkpauze in te lassen „zodat een breed debat kan plaatsvinden”. De Europese instellingen worden
geacht hieraan bij te dragen. Het Europees Parlement
besloot derhalve om ons te raadplegen over „Structuur,
onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie”. In juli werd al een eerste bespreking over dit onderwerp gehouden en voor de septemberzitting staat een tweede gepland. Het Comité
verwacht in oktober een advies te kunnen voorleggen.
De algemeen rapporteur, Jillian van Turnhout, zet verderop in deze editie enkele ideeën uiteen.
Zoals de leden weten, is het Comité een onophoudelijk
pleitbezorger voor de opzet van een daadwerkelijke en
gecoördineerde communicatiestrategie voor de EU. De
Europese Raad kwam in november 2004 met een verzoek in die zin aan de Commissie, dat echter werd ingehaald door de gebeurtenissen in het voorjaar. De Commissie is echter nog altijd voornemens om — met het
oog op overleg over dit onderwerp — een witboek uit
te brengen, waarschijnlijk in december. In dit verband
en om het aan dat witboek voorafgaande denkproces
van de Commissie te stimuleren, organiseert het Comité op 7 en 8 november een forum voor de betrokken
partijen, waar kan worden ingegaan op de vraag hoe ervoor kan worden gezorgd dat Europa en het Europese
integratieproces meer gaan leven onder de burgers.
Het forum wordt samen met de Commissie georganiseerd. Vice-president Margot Wallström heeft al aangekondigd het forum bij te zullen wonen.
Tot slot zal dit najaar het herziene protocol voor samenwerking met de Commissie worden ondertekend op
een nog nader te bepalen datum. De samenwerking
met de Commissie is altijd goed geweest. Het herziene
protocol kan dan ook worden beschouwd als het streven om de werkzaamheden nog beter op elkaar af te
stemmen, alhoewel er ook enkele belangrijke nieuwe
accenten worden gelegd, met name waar het gaat om
de rol van het Comité vis-à-vis het maatschappelijk
middenveld en om het streven van beide instellingen
om de communicatie te verbeteren. We gaan weer volop aan de slag dit najaar en ik weet zeker dat resultaten
niet achterwege zullen blijven. Het Comité maakt zich
sterk voor een meer op communicatie en participatie
gerichte Unie waarin de maatschappelijke organisaties
meer inspraak hebben.
Anne-Marie Sigmund
Voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
WWW.ESC.EU.INT
Een grotere rol voor de sociaal-economische
kringen ACS-EU
Tijdens de 24e vergadering van de sociaal-economische
kringen ACS-EU die eind juni 2005 plaatsvond in het gebouw van het Comité, deden commissaris Louis Michel
en commissaris Peter Mandelson de dringende oproep
de sociaal-economische kringen ACS-EU meer te betrekken bij het handelsbeleid en het ontwikkelingsbeleid
van hun respectieve landen. De bijeenkomst met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld
van de 77 ACS-landen (Afrika, Caribisch gebied, Stille
Oceaan) is een van de belangrijkste bijeenkomsten die
door het EESC worden georganiseerd.
Commissaris Louis Michel en Ann Davison, voorzitter van de
afdeling „Externe betrekkingen”.
De heer Michel, lid van de Europese Commissie belast
met ontwikkeling en humanitaire hulp, zei dat hij er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat de sociale
partners een veel gewichtigere rol kunnen vervullen op
het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Zijn collega,
de heer Mandelson, commissaris voor handel, riep ertoe
op de dialoog met het maatschappelijk middenveld over
economische partnerschapsovereenkomsten te institutionaliseren, bijvoorbeeld in de vorm van regionale socialedialoogcomités. Deze zouden kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van de sociale en beroepsorganisaties,
die dan onderzoek doen naar de economische, sociale
en regionale gevolgen van nieuwe handelsakkoorden
die in voorbereiding zijn.
De vergadering heeft een slotverklaring aangenomen
die toegezonden zal worden aan Europese en internationale organisaties en aan organisaties in de ACS-landen.
Aangezien het hier gaat om de uitvoering van de Overeenkomst van Cotonou door niet-gouvernementele organisaties, stelden de afgevaardigden nadrukkelijk dat
het van groot belang is de instellingen te versterken.
Ook moet er meer informatie beschikbaar komen over
het Cotonou-akkoord. Zij betreuren het dat de raadpleging op dit vlak tot nog toe zo beperkt is. Zij verzoeken
dan ook om meer armslag te geven aan niet-gouvernementele organisaties — voornamelijk op economisch en
sociaal gebied — door middel van een betere toegang
tot financiering.
De afgevaardigden stonden positief tegenover de onderhandelingen met betrekking tot de economischepartnerschapsovereenkomsten, mits aan een aantal voorwaarden, voornamelijk op sociaal vlak, wordt voldaan.
Verder dienen de sociaal-economische kringen regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd te worden in alle fasen van de onderhandelingen over de economischesamenwerkingsovereenkomsten. Ten slotte zijn zij van
mening dat de liberalisering van de handel niet een doel
op zich mag zijn, maar dat liberalisering de ontwikkeling en de schepping van regionale markten dient te bevorderen en bij dient te dragen aan de uitroeiing van de
armoede.
Andere prioriteiten op het vlak van regionale integratie
en duurzame ontwikkeling zijn bijvoorbeeld de bevordering van duurzame plattelandsontwikkeling, kansen
op het gebied van duurzaam toerisme, de dreigingen
die uitgaan van de klimaatsveranderingen en de noodzaak van een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Maar de conferentie noemde eveneens nadrukkelijk de verstrekkende gevolgen van ziekten als
hiv/aids, malaria en tuberculose, en wees op het belang
van onderwijs en de bevordering van gelijke kansen
voor mannen en vrouwen.
Comité en Parlement bundelen hun krachten
Op uitnodiging van de heer Daul, voorzitter van de
conferentie van voorzitters van de commissies van het
Europees Parlement, heeft mevrouw Sigmund opgeroepen tot een nauwere samenwerking tussen het Comité
en het Parlement. Het Comité biedt het Parlement en
diens commissies „zijn beschikbaarheid, zijn deskundigheid en zijn gestructureerde betrekkingen met het
maatschappelijk middenveld”, teneinde zijn rol van
bruggenbouwer tussen Europa en zijn burgers optimaal te vervullen.
Het is van belang dat het Comité en het Parlement hun
krachten bundelen, om zodoende zowel de representatieve als de participatieve democratie te bevorderen.
Volgens mevrouw Sigmund beschouwt het Comité
zichzelf als „een bron van kant-en-klare informatie en
communicatie die volledig ter beschikking staat van
het Parlement”.
Voor een betere samenwerking: het Europees Parlement in
Brussel, gezien vanuit de werkkamer van Anne-Marie Sigmund.
(vervolg op blz. 2)
IN DIT NUMMER
VOOR UW AGENDA
• „Ontmoetingen op donderdag” in het EESC: De toekomst van het Europese sociale model
Bladzijde 2
• Denkpauze m.b.t. de Grondwet — Advies van het EESC door Jillian van Turnhout
Bladzijde 3
• Volwaardige rol voor het Comité onder het Britse voorzitterschap
Bladzijde 3
• Hervorming van de suikermarkt: hoorzitting EESC bekritiseert de Commissie
Bladzijde 4
Stakeholdersforum: op 7 en 8 november 2005
houdt het Comité een stakeholdersforum met als
thema: „Europa over het voetlicht brengen”. De
deelnemers krijgen hier in de aanwezigheid van
Margot Wallström de gelegenheid om in een groot
aantal werkgroepen te discussiëren over wat Europa kan doen om de communicatie met de burgers
te verbeteren.
EESC-INFO / September 2005 / (vervolg van blz. 1)
„Ontmoetingen op donderdag” in het EESC
De toekomst van het Europese sociale model
De voorzitter van het Comité stelt verschillende terreinen van concrete samenwerking voor, met name een
uitgebreider overleg tussen parlementaire commissies
en de afdelingen van het Comité. De rapporteurs van
het Comité zouden ook de vergaderingen van de parlementaire commissies en de hoorzittingen moeten bijwonen en vice-versa. Ze pleit ook voor de organisatie
van gezamenlijke hoorzittingen. Tot slot zei ze te hopen dat het Parlement het Comité zal vragen om verkennende adviezen.
Hoe ziet het Europese sociale model er uit? Bestaat
het eigenlijk wel? Kunnen 25 lidstaten één en hetzelfde model hebben? Of zijn er verschillende modellen
(zoals het continentale, het Angelsaksische en het
Scandinavische) die met elkaar wedijveren? Nu Europa het hoofd boven water tracht te houden in de mondiale concurrentiestrijd en het zijn economie probeert
te moderniseren om vooral voor meer groei en banen
te zorgen, speelt het sociale model een hoofdrol in de
discussie over de toekomst van Europa. Het EESC laat
mensen met uiteenlopende standpunten aan het
woord en probeert antwoorden aan te dragen.
Modernisering om afbraak
te voorkomen
Tijdens een van zijn „ontmoetingen op donderdag”
heeft het EESC een discussie over het Europese sociale model georganiseerd. Gastspreker Brigita Schmögnerová, adjunct-secretaris-generaal van de VN en
hoofd van de in Genève gevestigde Economische
Commissie voor Europa, liet een interessant geluid
horen dat tot nadenken stemt. In haar ogen staat Europa nl. voor de keus tussen reconstruction or deconstruction, ofwel tussen verbouwen of afbreken. Volgens haar kan de huidige situatie niet langer in stand
worden gehouden. Er zit voor Europa in het begin van
deze 21e eeuw simpelweg niets anders op dan het
Europese sociale model te moderniseren.
Het debat is goed gepland, vindt mevrouw Schmögnerová, vooral nu Frankrijk de Europese Grondwet bij
referendum heeft afgewezen. Modernisering van het
Europese sociale model is onontbeerlijk om de EUeconomie beter te wapenen tegen de concurrentie,
meer op kennis te baseren, en in milieuopzicht duurzamer te maken. De wereld is veranderd, en nieuwe
tijden vragen om een nieuw model. In plaats van het
bestaande model echter af te breken, kan het volgens
mevrouw Schmögnerová beter worden verbouwd. Bepaalde aspecten ervan zijn hoe dan ook aan herziening toe.
Nieuwe manieren van denken …
De belangrijkste waarden en grondbeginselen van de
EU, zoals sociale rechtvaardigheid, solidariteit en
menselijke waardigheid, moeten overeind blijven.
Men kan echter van mening verschillen over de vraag
wat deze termen precies inhouden. Daarbij moet men
niet huiverig zijn om heilige huisjes aan te pakken. Er
zijn antwoorden nodig op cruciale vragen als: hoe
gaan we om met de vergrijzing? Hoe kan ons sociale
model ons concurrentievermogen ten goede komen?
Sociale zekerheden worden onderuitgehaald. Hoe kan
het sociale model hierop inspelen? Het is dus zaak dat
de sociale zekerheid, de verlening van diensten van
algemeen belang en het sociale partnerschap worden
hervormd. Niettemin ziet mevrouw Schmögnerová
socialebeleidsmaatregelen als een groeifactor die de
economie stabieler kan maken en nieuw leven kan inblazen. Naar haar mening staat een sociaal beleid een
concurrerende economie dus geenszins in de weg.
Het debat over de modernisering van het Europese
sociale model zal alleen nog maar heviger worden.
Het spitst zich toe op nieuwe benaderingen, zoals het
„nieuwe sociale contract”, d.w.z. de gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheid en burger. In dit verband wordt bepleit om de „verzorgingsstaat” om te
vormen tot een „verzorgingssamenleving”, aldus mevrouw Schmögnerová.
… en een grotere rol voor het
maatschappelijk middenveld
Iedere speler in dit model heeft zijn eigen afgebakende rol. Er zijn echter ook andere actoren dan de overheid en de individuele burgers, bijvoorbeeld het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zoals
liefdadigheidsinstellingen, kerkgenootschappen, enzovoort. De groeiende betrokkenheid van dit zogenaamde maatschappelijk middenveld (waarbij ook gedacht kan worden aan ngo’s, consumentenbonden,
denktanks en academische kringen) is van kapitaal
belang. Deze organisaties kunnen van buitenaf druk
op investeerders uitoefenen om maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen. Volgens me-
Goed nabuurschap: het Parlement
zou moeten profiteren van zijn
nieuwe buur
.
Vier vrouwen voor Europa: Eva Belabed, Dalia Grybauskaite,
Brigita Schmögnerová en Anne-Marie Sigmund na het debat
over het Europees sociaal model in het kader van de
„ontmoetingen op donderdag”.
vrouw Schmögnerová zal een gemoderniseerd Europees sociaal model nog altijd een hoeksteen van de
Europese integratie vormen.
Dit thema zal op een informele vergadering van de
staatshoofden en regeringsleiders van de EU in oktober nader worden belicht. In verband hiermee heeft
Douglas Alexander, minister van Europese Zaken van
het Verenigd Koninkrijk, de wens uitgesproken dat er
voor het EESC met al zijn ervaring en deskundigheid
een volwaardige rol zal zijn weggelegd in het overleg
(zie het artikel op blz. 3). Met zijn „ontmoetingen op
donderdag” heeft het EESC in ieder geval al een stevige eerste aanzet tot het debat gegeven.
Op bepaalde beleidsterreinen zou een nauwere samenwerking haar vruchten kunnen afwerpen, met name
t.a.v. de tenuitvoerlegging van de Lissabon-strategie —
een terrein waarop het Comité volgens de Europese
Raad een actieve rol moet spelen, en de thema’s duurzame ontwikkeling, externe betrekkingen en het initiatief „Europa over het voetlicht brengen”. Het Comité
wordt zo de „vleugelspeler” voor het Europees Parlement en steunt dit zo in zijn wetgevende taak en in zijn
streven Europese wetten uit te vaardigen die beantwoorden aan de behoeften van de burgers.
Een warm welkom aan
de nieuwe leden!
Bruno Clergeot is directeur van de
Franse bank Crédit Agricole de BriePicardie. Hij heeft tevens zitting in de
Fédération Nationale du Crédit Agricole, de denktank en vertegenwoordiger van de regionale banken van de
Groep. Hij is lid geworden van groep
I, Werkgevers, van het Comité en
heeft zitting in de afdeling „Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu” (NAT) en de afdeling „Economische en Monetaire Unie, economische en sociale samenhang” (ECO).
Meer informatie over de toespraak van mevrouw
Schmögnerová is te vinden op onze website:
http://www.esc. eu.int/president/thursdaymeetings/
index_en.asp.
Bezoek aan Kiev
Het EESC steunt het maatschappelijk middenveld in Oekraïne
De Oranjerevolutie van vorig jaar heeft voor een politieke aardverschuiving gezorgd in Oekraïne. Er is
echter nog een lange weg te gaan voordat de democratie, met name de participatiedemocratie, in Oekraïne tot volle ontwikkeling is gekomen. Op uitnodiging van de vice-premier is een delegatie van het
Comité onder leiding van zijn voorzitter, mevrouw
Sigmund, naar Kiev gereisd om zich te laten informeren over de vooruitgang en om de dialoog tussen maatschappelijke organisaties uit de EU en Oekraïne aan te moedigen en te bevorderen.
„Het Oekraïense maatschappelijk middenveld kan
op de steun van het EESC rekenen bij de uitvoering
van het actieplan EU-Oekraïne”, aldus mevrouw
Sigmund. „De uitvoering van het actieplan EU-Oekraïne ligt niet alleen in handen van de regering
maar van de hele samenleving. Zonder de deelname van alle betrokkenen zullen de inspanningen
van de regering geen resultaat opleveren. Wij willen het Oekraïense maatschappelijk middenveld
helpen zijn rol te spelen bij de
uitvoering van het actieplan EUOekraïne.”
Een grotere rol voor het
maatschappelijk middenveld
Het Comité wil een centrale
plaats veroveren in de betrekkingen tussen de Unie en Oekraïne
door overleg en wederzijds begrip te bevorderen. In dit verband
pleit het voor een grotere rol van
het maatschappelijk middenveld,
en dus van de participatiedemocratie.
„Wij willen terugkeren naar Oekraïne om er samen met onze
ambtsgenoten een conferentie van
het maatschappelijk middenveld te organiseren en
na te gaan wat de beste manier is om deze klus te
klaren”, aldus mevrouw Karin Alleweldt, voorzitter
van de contactgroep van het EESC „Oost-Europese
buurlanden”. Deze conferentie staat gepland voor
begin 2006 en zal „zo veel mogelijk informatie
over de waarden van de Unie” opleveren.
Volgens mevrouw Alleweldt wil het Comité op regelmatige basis in dialoog treden met zijn Oekraiense collega’s. Zo kan een platform gecreëerd worden waar de vorderingen van het partnerschap
EU-Oekraïne kunnen worden besproken en gevolgd.
Dankzij ontmoetingen met de vertegenwoordigers
van diverse Oekraïense maatschappelijke organisaties hebben deze informatie kunnen ontvangen
over de manier waarop het maatschappelijk middenveld in de praktijk wordt betrokken bij de Europese besluitvorming.
De delegatie van het EESC op bezoek in Kiev.
EESC-INFO / September 2005 / Denkpauze m.b.t. de Grondwet —
Advies van het EESC
door Jillian van Turnhout, algemeen rapporteur
De Europese Raad heeft in juni van dit jaar de balans opgemaakt van de uitslag van het Franse en Nederlandse
referendum en besloten een denkpauze in te lassen om
„een breed debat op gang te brengen”. Naar aanleiding
hiervan heeft het Europees Parlement besloten een verslag op te stellen en Andrew Duff en Johannes Voggenhuber als corapporteurs benoemd. In juli heeft de commissie Constitutionele zaken van het Europees Parlement, na
een bespreking met EESC-voorzitter Sigmund, besloten
het Europees Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over „de structuur, de onderwerpen en het kader
voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie”.
Tijdens de discussie die hierover is gehouden gedurende
de zitting van het EESC in juli, heeft het Comité besloten
een subcomité, onder voorzitterschap van de heer
Briesch, op te richten om het advies voor te bereiden en
mij als rapporteur te benoemen. Ik beschouw dit als een
grote eer, maar ben mij tegelijkertijd ook bewust van de
zware verantwoordelijkheid die op mijn schouders rust.
Europa staat, zo mag men wel stellen, voor een beslissende keuze. Mijn hoop is dat het EESC met zijn advies
aan het Europees Parlement ertoe kan bijdragen dat de
Europese Unie een strategie gaat volgen waarin zij echt
de dialoog aangaat en luistert naar wat de meningen zijn
ten aanzien van het Europees beleid en hoe de Europese
burgers hun gezamenlijke toekomst zien.
Vol vuur: Jillian van Turnhout tijdens een debat over de Europees
Grondwet in Hongarije.
Aangezien het Parlement het advies van het EESC al in
november wil hebben, dringt de tijd. Ik zal uiteraard
sterk steunen op mijn collega’s van het subcomité onder
voorzitterschap van de heer Briesch en breed overleg
voeren. Ook zal ik de standpunten meenemen die tijdens
de zitting van het EESC in juli naar voren zijn gekomen of
nog verwoord zullen worden tijdens de zitting in september. Anderzijds geloof ik niet dat wij de in het Comité gevoerde discussies nog eens moeten overdoen, noch dat
wij terug moeten komen op genomen beslissingen. Feit
is dat het Comité tot twee maal toe, in september 2003
en oktober 2004, met grote meerderheid van stemmen
zijn steun heeft uitgesproken vóór de ontwerp-Grondwet. Naar mijn mening hebben niet alleen de redeneringen en analyses die het Comité ertoe hebben bewogen
zich vóór de Grondwet uit te spreken, nog niets aan geldigheid ingeboet, maar staan ook de conclusies die men
hieruit getrokken heeft in het Verdrag, nog steeds overeind, met name, zo zou ik willen betogen, m.b.t. titel IV
betreffende het democratische leven in de Europese Unie
en artikel 47 betreffende de participerende democratie.
Uiteraard zal pas na de discussies en raadplegingen die
nog moeten plaatsvinden, duidelijk worden wat het advies van het EESC zal inhouden. Dit neemt niet weg dat
zich nu al een aantal lijnen aftekenen, zoals de participatie van het maatschappelijk middenveld en de noodzaak
— hiermee herhaalt het Comité zijn nadrukkelijke boodschap uit het advies van oktober 2004 — om in te gaan
op de zorgen die de Europese burger zich maakt over de
werkgelegenheid, groei en welvaart, zorgen die diep blijken te liggen, en derhalve een link te leggen met de strategie van Lissabon. Belangrijk is om een coherente communicatiestrategie uit te werken en betere
communicatie-instrumenten en -vaardigheden te ontwikkelen. Toch is dit maar één deel van het verhaal als wij de
zaken in evenwicht willen brengen. De grootste uitdaging is de burger het gevoel te geven inspraak te hebben
in zijn eigen toekomst met een visie waarin de burger
zich kan herkennen en beleid dat daarop geënt is. Zoals
vice-voorzitter Briesch in het hoofdartikel van EESC Info
van afgelopen juli schreef, ligt de grote ironie van de huidige toestand in het feit dat het uitblijven van een Grondwet juist de behoefte aan een dergelijke tekst benadrukt,
met name de behoefte aan bepalingen als hierboven genoemd betreffende de participerende democratie en de
civiele dialoog die een cruciale aanvulling vormen op de
besluitvormingsprocessen van de Unie.
Volwaardige rol voor het Comité
onder het Britse voorzitterschap
Douglas Alexander, minister van Europese Zaken van
het Verenigd Koninkrijk, het land dat nu het voorzitterschap van de EU bekleedt, heeft het EESC toegesproken tijdens diens zitting in juli. Bij die gelegenheid dankte hij het Comité hartelijk voor de „sterke
signalen van solidariteit” en de „warme blijken van
medeleven” naar aanleiding van de recente bomaanslagen in Londen. Ook heeft het Comité een minuut
stilte in acht genomen ter nagedachtenis van de slachtoffers en hun familieleden.
Daarna gaf de minister een overzicht van de belangrijkste prioriteiten voor de komende zes maanden.
De toespraak en de daaropvolgende gedachtewisseling gingen echter veel verder dan een eenvoudige
opsomming van prioriteiten. Minister Alexander zei
dat hij de mondialisering beschouwt als „Europa’s grootste uitdaging”. Dat is dan ook de reden waarom het
Britse voorzitterschap zo sterk de nadruk legt op een
concurrentiekrachtige, open en flexibele Europese
economie. Hij zei verder teleurgesteld te zijn over het
„reductionisme” dat een sterke tegenstelling suggereert tussen het Europese en het „Angelsaksische” sociale model. Er bestaan volgens hem in Europa allerlei
mengvormen van sociale bescherming en een flexibele arbeidsmarkt, en dat zeer zeker óók in het
Verenigd Koninkrijk. Waar het volgens hem allemaal
om draait is „het scheppen van groei en werkgelegenheid, de beste vorm van sociale zekerheid die er
maar bestaat”.
De voorgestelde informele ontmoeting van EU-regeringsleiders in Londen in de herfst is bedoeld om verder van gedachten te wisselen over de manier waarop de EU de voorwaarden kan scheppen voor een
moderne, dynamische en concurrentiekrachtige economie, die hand in hand gaat met een modern sociaal model dat mensen helpt het hoofd te bieden aan
moeilijke en snel veranderende economische omstandigheden. De minister hoopt dat het EESC met al
diens kennis en ervaring een volwaardig rol in de raadplegingen zal kunnen spelen.
(vervolg op blz. 4)
Cultuur is de ziel
van Europa!
Drie weken na zijn bezoek aan de gespecialiseerde EESC-afdeling „Werkgelegenheid, sociale
zaken en burgerschap” is Europees commissaris
Figel’ teruggekeerd naar het EESC om de voltallige vergadering tijdens de julizitting toe te spreken over „de rol van onderwijs, opleiding en cultuur in een kennismaatschappij”.
De heer Figel’ legde een rechtstreeks verband
tussen het breed opgezette debat over de toekomst van Europa en de door de EU voorgestelde nieuwe generatie programma’s inzake onderwijs, opleiding en cultuur. „Iedere euro die aan
de voorgestelde nieuwe generatie EU-programma’s inzake onderwijs en opleiding wordt besteed, is een investering in de toekomst van de
Unie”, aldus de EU-commissaris. Tijdens de daaropvolgende discussie wezen tal van sprekers op
het kleine percentage van de algemene EU-begroting dat voor deze programma’s is bestemd.
Deze programma’s zijn niet alleen van cruciaal
belang om de kloof tussen Europa en zijn burgers te dichten maar vormen ook een essentieel
onderdeel van de Lissabon-strategie voor groei
en nieuwe banen.
Commissaris Jan Figel´ tijdens de zitting van juli.
Europa moet van belang zijn voor
zijn burgers
Om aan de behoeften en verlangens van de Europese burgers tegemoet te komen, moet de EU
actief zijn op de gebieden die de burgers het
nauwst aan het hart liggen: onderwijs, opleiding, cultuur, jeugd en burgerschap. Het maatschappelijk middenveld neemt in deze context
een sleutelpositie in. In dit verband dankte de
heer Figel’ EESC-voorzitter Sigmund voor initiatieven als de „ontmoetingen op donderdag” die
onder haar voorzitterschap werden genomen.
Hij stelde voor de dialoog en samenwerking tussen Comité en Commissie verder te verdiepen.
Voorts onderstreepte hij het belang van onderwijs en wees hij op het feit dat de toekomst van
Europa afhangt van de kwaliteit van zijn menselijk potentieel. Het is zaak dat Europa zich kan
ontwikkelen tot een kennismaatschappij; onderwijs en beroepsopleiding zijn daarbij belangrijke
factoren. De EU-commissaris hoopt dat het EESC
een sleutelrol zal spelen op deze beleidsterreinen, bijvoorbeeld wat het Europees kader voor
kwalificaties betreft. Volgens hem wordt levenslang leren langzamerhand een realiteit, en nemen steeds meer Europeanen aan opleidingsprogramma’s deel.
Cultuur is de ziel van Europa
Anne-Marie Sigmund ontmoet Douglas Alexander, onderminister
van Europese Zaken van het Verenigd-Koninkrijk.
In overeenstemming met het werkprogramma
van mevrouw Sigmund verklaarde commissaris
Figel’ dat cultuur noodzakelijk is voor het welslagen van het Europese eenmakingsproces.
„Cultuur is de ziel van Europa”. De Commissie
kijkt met spanning uit naar het EESC-advies over
de sociale dimensie van cultuur. „Wat cultuur betreft, hebben we behoefte aan een geloofwaardig en geëngageerd optreden. Cultuur is geen
zondagsbesteding die gereserveerd is voor de
happy few”, aldus de EU-commissaris.
EESC-INFO / September 2005 / Aan het einde van het negende wereldcongres van sociaal-economische raden is de heer Wang Zhongyu,
voorzitter van de sociaal-economische raad van de
Volksrepubliek China, verkozen tot voorzitter van de Internationale vereniging van sociaal-economische raden
en aanverwante instellingen (Aicesis). Hij volgt de heer
Jacques Dermagne op, die voorzitter is van de Franse
SER.
Anne-Marie Sigmund was in haar toespraak vol lof over
het uitstekende werk dat voorzitter Dermagne tijdens
zijn mandaat heeft verricht. Ook heeft zij de Aicesis gecomplimenteerd met de keuze van de onderwerpen die
tijdens deze ontmoeting aan bod zijn gekomen: de wereldhandelsorde en de rechtspositie van de vrouw. Zij
onderstreepte dat de Unie en het EESC, als vertegen-
woordiger van de georganiseerde civiele samenleving
in Europa, een belangrijke bijdrage leveren aan de internationale discussie over deze onderwerpen. Het congres heeft deze rol erkend door hiernaar te verwijzen in
de „Verklaring van Parijs”, die unaniem is goedgekeurd.
De volgende bijeenkomst zal op 17 en 18 oktober
plaatsvinden in Shanghai. Het belangrijkste onderwerp
op de agenda is de strijd tegen de armoede. Er zal een
werkgroep opgericht worden om nieuwe internationale
middelen te identificeren om te strijden tegen armoede,
vóór ontwikkeling, en vóór gezondheid en onderwijs.
Het tweede grote onderwerp op de agenda is de schepping van gepaste en productieve arbeid, het thema van
de Ecosoc van de Verenigde Naties in 2006.
(vervolg van blz. 3)
Minister Alexander heeft verder de positieve rol benadrukt die het EESC op een groot aantal gebieden speelt.
Het Britse voorzitterschap kijkt in het bijzonder
uit naar de bijdragen van het Comité op het vlak van
de Lissabon-agenda en hoopt op de continue steun
van het Comité voor de inspanningen van het voorzitterschap ter verbetering van de wetgeving. Het
Britse voorzitterschap heeft het Comité verzocht om
een verkennend advies op te stellen over „beter wetgeven” en dat nog deze herfst goed te keuren.
Ondersteuning van het maatschappelijk middenveld wereldwijd
De minister zwaaide het EESC lof toe voor de ondersteuning die het overal in de wereld aan het
maatschappelijk middenveld verleent. Verder complimenteerde hij het Comité met zijn rol in het vredesproces in het Midden-Oosten en zei hij te hopen dat
het voornemen van het Comité om in de herfst een
trilaterale conferentie in de regio te beleggen, werkelijkheid zal kunnen worden.
EESC in een unieke positie om het
debat over Europa te stimuleren
Wat de huidige stand van zaken met betrekking tot de
Europese publieke opinie betreft, stelde de heer
Alexander dat er vooral gewoon „geluisterd” moet
worden. Hij riep in verband hiermee op tot een „breed
en open debat” in de hele EU en zag voor het EESC een
uitermate belangrijke rol weggelegd als brug tussen
de EU en het maatschappelijk middenveld: „Dankzij
de zeer uiteenlopende achtergrond van uw leden bent
u als geen ander in staat om het hele Europese
maatschappelijk middenveld te bestrijken en aldus zo
veel mogelijk mensen te betrekken bij dit essentiële
debat”, aldus de minister.
Onze publicaties
Onze activiteiten tijdens het Britse
voorzitterschap in 2005
Wilt u meer te weten komen over de activiteiten van het Comité tijdens
het Britse voorzitterschap? Hier is het antwoord op al uw vragen: het
Comité heeft zojuist een uitgebreid overzicht uitgebracht met de titel:
„De activiteiten van het EESC tijdens het Britse voorzitterschap van de
Europese Unie”. Deze brochure geeft een overzicht van de activiteiten
van het EESC, het lopende werk van de afdelingen, conferenties en dergelijke. De brochure is verkrijgbaar in
alle EU-talen.
Het programma van onze voorzitter
Deze brochure is beschikbaar in alle talen van de Unie en geeft een overzicht van
het werkprogramma van voorzitter Anne-Marie Sigmund tijdens haar mandaatsperiode van 2004-2006. U vindt hierin haar visie op een beter zichtbaar Comité, dat
actiever is en dat zijn rol als bruggenhoofd van het maatschappelijk middenveld,
ofwel als brug tussen Europa en haar burgers, goed vervult.
Zij geeft hierin tevens haar prioriteiten aan, met name de Lissabon-strategie, de
financiering van de Unie, het initiatief „Europa over het voetlicht brengen” maar ook
de Europese waarden, het Europees sociaal model, alsook de Europese cultuur en
identiteit. Wilt u hierover graag meer te weten komen? Schrijft u dan naar: [email protected], of: dienst Bezoekersgroepen en publicaties, Belliardstraat 99,
B-1040 Brussel.
EESC-INFO / Septembre 2005 / Hoofdredacteur • Christian Weger
Adjunct-redacteuren • Anna Škulavíková
Rédactricesadjointes • Agata Berdys
Adres • Europees Economisch en Sociaal Comité
Belliardstraat 99, B-1040 Brussel
Tel. (32-2) 546 93 96 of 546 95 86
Fax (32-2) 546 97 64
E-mail: [email protected]
Internet: http://www.esc.eu.int
Een versie in pdf-formaat van deze editie van EESC-Info
kan via de website van het EESC worden gedownload.
URL: http://www.esc.eu.int/press/eescinfo/index_nl.asp
EESC-Info kan gratis en in elektronische vorm worden verkregen bij
de persdienst van het Europees Economisch en Sociaal Comité.
EESC-Info is beschikbaar in elf talen en er zijn negen nummers per
jaar (bij iedere zitting van het EESC).
EESC-Info is niet het officiële verslag van de werkzaamheden van
het EESC. Voor die werkzaamheden wordt verwezen naar het
Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en andere
publicaties van het EESC.
Reproductie — met vermelding van EESC-Info — is toegestaan, op
voorwaarde dat de redactie een kopie wordt toegestuurd.
Oplage: 48 500 exemplaren
Het volgende nummer van EESC-Info komt uit in oktober 2005
IN HET KORT
Nauwe betrokkenheid EESC
en Turks maatschappelijk
middenveld bij de
onderhandelingen
Het gemengd raadgevend comité van het EESC en Turkije
heeft tijdens zijn laatste bijeenkomst in juli te Istanbul een
aantal aanbevelingen gedaan wat de toetredingsonderhandelingen betreft. Het maatschappelijk middenveld wil in
dit geheel een beslissende rol spelen en dus actief deelnemen aan de onderhandelingen. De leden van het gemengd
raadgevend comité hebben bij deze gelegenheid een ontmoeting gehad met de heer Murat Başesgioğlu, Turks minister van Werkgelegenheid en Sociale Zekerheid.
Het Comité pleit voor transparantie, betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel tijdens het gehele onderhandelingsproces. Ook dienen visaprocedures vereenvoudigd te
worden en moet er een permanente dialoog op touw gezet
worden. Het Comité nodigt maatschappelijke organisaties
ertoe uit een informatiecampagne op te zetten om de publieke opinie meer bekend te maken met het onderwerp.
Een sleutel voor Europa
In aanwezigheid van Anne-Marie Sigmund, Giampi Alhadeff, covoorzitter van de verbindingsgroep van het Comité, en Milkos Barabas, EESC-lid, heeft Margot Wallström de
prijs „citizen’s key to Europe” in ontvangst genomen. In
zijn toespraak tot mevrouw Wallström zegde de heer Alhadeff toe dat de NGO’s haar „plan D” zullen steunen: „Wij
moeten allemaal, in alle lidstaten van de Unie, samenwerken aan een gemeenschappelijke visie op Europa”, aldus
de heer Alhadeff. De initiatiefnemers van de prijs, zo’n
veertig Europese maatschappelijke organisaties, vragen
om een democratische infrastructuur in Europa. Hiermee
zou in heel Europa de directe betrokkenheid van mannen
en vrouwen bij burgerlijke en politieke activiteiten bevorderd kunnen worden, zodat de burger een sleutel tot Europa in handen krijgt.
Hervorming van de suikermarkt:
hoorzitting EESC bekritiseert
de Commissie
De gedachtewisseling over de
hervorming van de suikersector heeft opnieuw bevestigd
dat er evenwichtigere en dragelijkere voorstellen gedaan
moeten worden. Twee ministers van Landbouw van regionale regeringen, Susanna Cenni, van de regio Toscane, en
José Valín, van de regio Castilla y León waren bij de hoorzitting aanwezig.
„Het EESC onderkent dat er iets
gedaan moet worden”, aldus
Jean-Paul Bastian, EESC-rapporJean-Paul Bastian,
rapporteur van het EESC, teur inzake de suikermarkt,
„maar de voorstellen van de
geeft een toelichting op
zijn voorstellen tijdens de Commissie omtrent productiebeperking en prijsverlaging
openbare hoorzitting.
gaan veel te ver.” Tijdens de
hoorzitting gaven vele deelnemers blijk van hun zorgen
over de mogelijk zeer vergaande consequenties van de
hervorming, vooral in de vorm van verlies van arbeidsplaatsen in reeds sterk door werkloosheid getroffen regio’s. De sprekers stelden allemaal dat de verschillende
soorten compensaties die aan de boeren worden verstrekt,
verhoogd moeten worden. Overigens is het hoe dan ook
wenselijk dat driehoekshandel verboden wordt en dat er
sociale duurzaamheids- en milieucriteria opgesteld worden.
Mevrouw Cenni had voornamelijk kritiek op de incoherentie tussen de doelstellingen van de GLB-hervormingen als
geheel en de specifieke hervorming van de suikersector.
De heer Valín was van mening dat hervormingen noodzakelijk zijn, maar dat de voorgestelde productiebeperkingen over de schreef gaan en dat er geen bevredigende financieringswijzen aangeboden worden. De heer David
Barnes, landbouwdeskundige, zei namens het Britse voorzitterschap dat de Raad reeds vrij snel een besluit dient te
nemen over dit onderwerp. Het advies van het Comité
hieromtrent zal tijdens de zitting van 26 en 27 oktober
goedgekeurd worden.
QE-AA-05-007-NL-C
Azië volgt Europa op als voorzitter
van de Aicesis