HPP en MPV in de VG - Verloskundig Consortium Zuid

Commentaren

Transcriptie

HPP en MPV in de VG - Verloskundig Consortium Zuid
VSV: Verloskundige kringen van: de Kempen-Eindhoven-Strabrecht
en Máxima Medisch Centrum
Transmurale richtlijn 15
Datum invoering: maart 2004
Datum revisie: november 2010
Haemorrhagia post partum en/of manuele placenta verwijdering in
anamnese
Definitie:
Bloedverlies postpartum Nederland: > 1000 ml/24 uur. Internationaal: > 500
cc/24 uur
5% van de bevallingen
Herhalingsrisico: 10-15%
Herhalingsrisico retentio placentae met/zonder HPP: 33%
3e meest frequente oorzaak van directe maternale sterfte (8%)
Incidentie:
Indeling:
“Vroege”:
“Late” :
binnen eerste 24 uur na partus
tussen 24 uur en 6 weken postpartum
Deze richtlijn zal alleen ingaan op de “vroege” haemorrhagia postpartum
98% van de placenta’s wordt binnen 30 minuten geboren. Het aantal fluxus en retentio
placentae neemt sterk toe indien de placenta na 30 minuten nog niet geboren is.
Etiologie voor HPP:
• Uterusatonie (risicofactoren: overrekking van de uterus (b.v. polyhydramnion, meerlingen),
weeënzwakte tijdens de baring, langdurige baring, macrosomie, grande multipariteit,
chorioamnionitis, fundusexpressie, gebruik van uterusrelaxantia)
• Vastzittende placenta(rest) (risicofactoren: placenta accreta en placenta-afwijkingen, zoals
bilobata, extreme vroeggeboorte, eerdere retentio placentae, manuele placentaverwijdering
en HPP)
• Trauma van cervix, vagina, vulva (risicofactoren: kunstverlossing, fundusexpressie, foetale
macrosomie, episiotomie, sectio caesarea)
• Uterusruptuur (risicofactoren: voorafgaande uterusoperaties: myoomenucleaties, sectio
caesarea, versie en extractie, baringsonmogelijkheid als gevolg van wanverhouding,
meerlingzwangerschappen, abdominale foetale presentatie en kunstverlossingen, hoge
pariteit)
• Inversio uteri
• Stollingsstoornis (tgv: vitale fluxus, abruptio placentae, vruchtwaterembolie, HELLP-syndroom,
sepsis, acute leverinsufficiëntie en het ‘dead fetus syndrome', verworven of aangeboren
stollingsstoornissen of een trombocytopenie/trombocytopathie, coagulantia-gebruik)
• Uterus Myomatosus
Plaats van partus:
•
•
e
1 lijn:
• Haemorrhagia post partum uit een episiotomie in de voorgeschiedenis
Poliklinische partus op medische indicatie:
•
•
•
Grande multipariteit ( ≥ P5) en macrosomie poliklinisch onder leiding van de eerste lijn
Haemorrhagia post partum vanwege een uterusatonie in de voorgeschiedenis
Manuele placenta verwijdering of een placentarest in de voorgeschiedenis
•
•
Als de placenta niet is geboren <30 minuten postpartum en/of aanhoudend
e
bloedverlies > 500 cc tijdens het nageboortetijdperk, dan overdragen aan 2 lijn
e
2 lijn:
• Haemorrhagia post partum vanwege een uterusruptuur, een inversio uteri en een
stollingsstoornis in de voorgeschiedenis
• Haemorrhagia post partum > 1500 cc in de voorgeschiedenis (al dan niet met retentio
placentae) waarbij extra interventies zijn verricht; Bakriballon, embolisatie, B-Lynch
Zorg in eerste lijn bij retentio placentae en/of HPP thuis:
Directe therapeutische handelingen:
o
o
o
o
o
Catheter à demeure
Uterusmassage
Toedienen van uterotonica (in totaal: 2 x 10 IE syntocinon intramusculair)
Inspectie van cervix en vagina
Geen misoprostol rectaal
e
Verwijzing naar 2 lijn indien placenta 30 min postpartum niet geboren is en/of aanhoudend
bloedverlies > 500 cc.
Tijdig informeren van de ambulancehulpverlening:
o Bellen naar meldkamer regionale ambulancevoorziening:
§ A1 rit naar locatie van bevalling bij instabiele situatie.
§ A2 rit naar locatie van bevalling indien situatie voldoende veilig en
overzichtelijk
§ NB laagdrempelig A1 rit aanvragen
e
o Vooraankondiging aan de 2 lijn, en update indien situatie verslechtert tijdens de
ambulancerit.
• Mondelinge en schriftelijke informatieoverdracht naar ambulance en gynaecoloog door eerste
lijn omtrent:
o tijdstip geboorte kind
o gewogen bloedverlies
o allergieën
o medicatiegebruik
o bloedgroep en irregulaire antistoffen
(Kopie) zwangerschapskaart mee aan de ambulance
• Vanaf plaatsing van patiënte op brancard vindt overdracht van zorg en beleid naar
ambulanceverpleegkundige plaats.
• Minimaal één IV-toegang (bij voorkeur 18G (groen) of dikker), van de eerste professional die
zich hiertoe bekwaam acht.
o Circa 300 ml NaCl 0.9%iv toedienen voor elke 100 ml bloedverlies.
o Gebruik van drukzak indien aanwezig
o Ter overweging 10 IE syntocinon in de infuuszak (500/1000 ml)
o Een verloskundige dient vanaf 1 januari 2011 te beschikken over kennis en
vaardigheid hieromtrent alsmede over de benodigde middelen, inclusief
infuusmateriaal.
De eerstelijnsverloskundige heeft de mogelijkheid om zich binnen het VSV voor deze
vaardigheid te bekwamen. Bij overdrachtsmomenten op de verloskamers aanbrengen van
e
infuusnaald door de 1 lijnsverloskundige (bijv NVO, pijnstillingswens, HPP in
voorgeschiedenis)
e
• 2 lijn beschikt bij opvang HPP/ retentio placentae over tenminste 4 en bijvoorkeur 6 packed
cells en 4 FFP’s met kenmerk O negatief en Kell negatief, om transfusie tijdens type-enscreen-procedure mogelijk te maken. Tijd tussen aanvraag en beschikbaarheid van specifieke
bloedproducten minder dan een uur. Binnen het MMC geldt het “massaal bloedverlies
protocol”.
• Bij aankondiging van HPP OK in huis bellen, indien > 1500 cc bloedverlies in de thuissituatie.
•
Ter evaluatie van de zorgketen: audits (bv volgens LEMMoN criteria), gefaciliteerd vanuit
ROAZ en gedragen vanuit de VSV
Zorg poliklinische partus op medische indicatie vanwege HPP of MPV ia:
•
•
•
•
•
•
•
Consult tijdens de zwangerschap tussen AD 24-30 weken
De reden van de poliklinische partus op medische indicatie wordt bij aanmelding durante partu
vermeld, aan de dienstdoende arts-assistent/verloskundige. Het dossier van de patiënte wordt
dan opgezocht
Aanmaken MMC ponsplaatje
Waaknaald (laten) inbrengen en bloed afnemen voor HB, HT en kruisbloed en voor start
persen catheteriseren
Het nageboortetijdperk wordt actief geleid, door de eerstelijnsverloskundige (5 EH synto iv of
10 EH synto im)
e
Zorg wordt overgedragen aan de 2 lijn indien:
o de placenta 30 min postpartum nog niet geboren is en/of
o er sprake is van aanhoudend bloedverlies > 500 cc
De hoeveelheid bloedverlies wordt gemeten dmv. het wegen van de matjes.
Afspraken rondom ontslag:
•
•
In de ontslag brief na een HPP wordt een advies gegeven omtrent het beleid rondom de
volgende partus
e
Bij ontslag van patiënte wordt de 1 lijns verloskundige gebeld door de verzorgende op de
afdeling en voorzien van de volgende informatie:
o Totaal bloedverlies (let ook op late HPP)
o Hb, Ht
o Bloedtransfusie ja/nee
o Tensie en hartfrequentie
Deze revisie werd opgesteld door: L. de Wit-Zuurendonk, gynaecoloog, M. Porath, perinatoloog,
F. Wilms, gynaecoloog in opleiding, A. Meijs, eerstelijns verloskundige,
In samenwerking met: ROAZ, traumacentrum Brabant

Vergelijkbare documenten

HPP en of MPV in VG - Verloskundig Consortium Zuid

HPP en of MPV in VG - Verloskundig Consortium Zuid Etiologie voor HPP: • Uterusatonie (risicofactoren: overrekking van de uterus (b.v. polyhydramnion, meerlingen), weeënzwakte tijdens de baring, langdurige baring, macrosomie, grande multipariteit, ...

Nadere informatie

Protocol “Fluxus post partum” VSV Refaja

Protocol “Fluxus post partum” VSV Refaja Deze revisie werd opgesteld door: L. de Wit-Zuurendonk, gynaecoloog, M. Porath, perinatoloog, F. Wilms, gynaecoloog in opleiding, A. Meijs, eerstelijns verloskundige, In samenwerking met: ROAZ, tra...

Nadere informatie

Fluxus-overdracht

Fluxus-overdracht Als de placenta niet is geboren <30 minuten postpartum en/of aanhoudend e bloedverlies > 500 cc tijdens het nageboortetijdperk, dan overdragen aan 2 lijn

Nadere informatie

Protocol / werkafspraak: Manuele placenta verwijdering (MPV) in

Protocol / werkafspraak: Manuele placenta verwijdering (MPV) in De reden van de poliklinische partus op medische indicatie wordt bij aanmelding durante partu vermeld, aan de dienstdoende arts-assistent/verloskundige. Het dossier van de patiënte wordt dan opgezo...

Nadere informatie

bloedverlies in de tweede helft zwangerschap

bloedverlies in de tweede helft zwangerschap Etiologie voor HPP: • Uterusatonie (risicofactoren: overrekking van de uterus (b.v. polyhydramnion, meerlingen), weeënzwakte tijdens de baring, langdurige baring, macrosomie, grande multipariteit, ...

Nadere informatie

Lotusgeboorte - Yoga Sonja Smit

Lotusgeboorte - Yoga Sonja Smit • Mondelinge en schriftelijke informatieoverdracht naar ambulance en gynaecoloog door eerste lijn omtrent: o tijdstip geboorte kind o gewogen bloedverlies o allergieën o medicatiegebruik o bloedgro...

Nadere informatie

hier artikel NTOG_2015_10_Zorgt_oxytocine

hier artikel NTOG_2015_10_Zorgt_oxytocine De eerstelijnsverloskundige heeft de mogelijkheid om zich binnen het VSV voor deze vaardigheid te bekwamen. Bij overdrachtsmomenten op de verloskamers aanbrengen van e infuusnaald door de 1 lijnsve...

Nadere informatie