Dag van de Vluchteling Teksten, liederen en gebeden Ter inspiratie

Commentaren

Transcriptie

Dag van de Vluchteling Teksten, liederen en gebeden Ter inspiratie
Dag van de Vluchteling
Teksten, liederen en gebeden
Ter inspiratie
1
Wereldvluchtelingendag
Wereldvluchtelingendag is een speciale herdenkingsdag die
jaarlijks gevierd wordt op 20 juni. De dag werd in 2000
ingesteld door de Algemene Vergadering van de VN om begrip
voor vluchtelingen te vragen en hun bijdrage aan de vrede te
vieren. Sindsdien wordt Vluchtelingendag in meer dan
honderd landen gevierd.
De Hoogstraatgemeenschap te Eindhoven, een gemeenschap
van Zusters van Liefde van Schijndel die al tientallen jaren
vluchtelingen opvangt in eigen huis, heeft het initiatief
genomen voor deze bundeling van gebeden en gedichten. In
Eindhoven heeft van het begin af aan de nadruk gelegen op
vluchtelingen zonder papieren; zij zijn immers de meest
kwetsbaren. Maar natuurlijk verdienen alle vluchtelingen onze
aandacht. Met deze bundeling willen de zusters anderen
aansporen om in het kader van de Vluchtelingendag tijdens
vieringen speciaal aandacht te schenken aan vluchtelingen. De
gebeurtenissen van de laatste tijd, wereldwijd en in ons eigen
land, maken deze oproep bijzonder actueel.
De Konferentie Nederlandse Religieuzen biedt u samen met
de oorspronkelijke samenstellers deze bundel aan in de hoop
dat mensen op veel plekken zelf een gebedsdienst of
andersoortige bijeenkomst zullen houden.
maart 2016
2
Bijbellezingen 5e zondag na Pinksteren
(19 juni 2016)
Epistel: Petr. 3, 8-15
Veelgeliefden, blijft allen één in het gebed; weest
medelijdend, vol liefde voor uw broeders; weest barmhartig,
welwillend en bescheiden. Vergeldt geen kwaad met kwaad,
of verwensing met verwensing; maar wenst daarentegen
elkander zegen toe; want daartoe zijt gij geroepen, om aldus
zelf zegen te beërven. Want: "wie een gelukkig leven wil
hebben en goede dagen wil zien, hij moet zijn tong afhouden
van het kwade, en zijn lippen geen bedrog laten spreken.
Laat hij het kwaad vermijden, en het goede doen; de vrede
moet hij zoeken en daarnaar streven. Want de ogen des
Heren rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oor is gericht op
hun smeken; maar het aanschijn des Heren is tegen degenen,
die kwaad doen." Bovendien, wie kan u kwaad doen, als gij
ijverig streeft naar het goede?
Maar al hebt gij ook iets te lijden om wille van de
gerechtigheid, gelukkig zijt gij dan! Maakt u echter niet
bevreesd voor hen, en laat u niet verontrusten; maar heiligt in
uw hart Christus de Heer.
Evangelie: Mt. 5, 20-24
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Als uw gerechtigheid
niet groter is dan die van de schriftgeleerden en farizeën, zult
gij het rijk der hemelen niet binnengaan! Gij hebt gehoord,
dat tot de ouden gezegd is: "Gij zult niet doodslaan"; en wie
doodslag begaat, is strafbaar voor het gerecht. Maar Ik zeg u:
3
ieder die toornig wordt op zijn broeder, is strafbaar voor het
gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas, hij is
strafbaar voor de hoge raad; en wie zegt: Gij goddeloze, hij is
strafbaar met het vuur van de hel. Als gij dus uw offergave
naar het altaar brengt, en u daar herinnert, dat uw broeder
iets tegen u heeft, laat dan uw offergave daar bij het altaar
achter, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; en kom dan
terug om uw gave te offeren.
Geschikte liederen voor een themadienst
over vluchtelingen

Voor mensen die naamloos zijn. (t. H.Jongerius / m. J.
Raas)

Om te leven met zo velen (t. Jan van Opbergen)

Gij die de stom geslagen mond verstaat. (t. H.
Oosterhuis / m. A. Oomen)

Keer ons om naar u toe (t. H.Oosterhuis / m. A. Oomen)

Ik zoek een land (t. H.Jongerius / m. J. De Backer)

Groter dan ons hart. (t. H.Oosterhuis / m. A. Oomen)

Het lied van de stad (t. H.Oosterhuis / m. J. Geraedts)

Als alles duister is (Taizé)
4
Gebeden, gedichten, teksten ter overweging
Noem mij geen vreemdeling
Noem mij geen vreemdeling:
mijn woorden klinken vreemd,
maar mijn gevoelens zijn dezelfde als die van jou.
Noem mij geen vreemdeling:
ik wil mensen dicht bij me,
omdat het zo koud is en kil
diep in mijn hart.
Noem mij geen vreemdeling:
de grond waarop wij lopen is dezelfde,
maar niet het ‘beloofde land’
dat ik had verwacht.
Noem mij geen vreemdeling:
grenzen zijn mensenwerk,
scheidingsmuren bouwen wij zelf
en isoleren ook jou.
Noem mij geen vreemdeling:
ik zoek zoals jij vrede en recht
in naam van God,
zo is er maar één….
Uit de Filipijnen.
5
Gebed van bootvluchtelingen
Verloren in de stormen
op de open zeeën
drijft onze kleine boot.
We zoeken land
in dagen en nachten zonder eind.
Wij zijn als het schuim
op de oceaan.
Wij zijn als stof
dat zweeft in de ruimte.
Onze noodkreet verwaait
in het huilen van de wind.
Zonder voedsel, zonder water,
liggen onze kinderen daar,
uitgeput en mager
totdat ze nooit meer huilen.
Wij zien uit naar land,
maar worden weggestuurd van elke kust.
Onze noodsignalen zijn vergeefs,
veel schepen varen door.
Hoeveel bootjes zijn er al vergaan?
Hoeveel gezinnen al begraven in de golven?
Heer Jezus, luistert U naar ons gebed?
Heer Allah, Boeddha, hoort u onze noodkreet?
Medemensen, horen jullie onze stem
6
vanuit de afgrond van de dood?
Vaste oever,
Wij verlangen naar jou.
Uit: Wereldwijd Brevier 2, bidden met de armen, 1986
Lampedusa
Op 8 juli 2014, tijdens zijn bezoek aan Lampedusa, droeg
Paus Franciscus een eenvoudige mis op in de open lucht. Hij
droeg een paars gewaad, de kleur van rouw en zei tijdens zijn
preek o.a. het volgende:
“Niemand voelt zich verantwoordelijk voor deze situatie; we
hebben het besef van broederlijke verantwoordelijkheid
verloren. We leven in een cultuur waarin mensen vooral op
zoek zijn naar het eigen welzijn; een cultuur die ons
ongevoelig maakt voor de roep van anderen, die ons doet
leven in een zeepbel die weliswaar mooi lijkt, maar die niets
voorstelt; het leidt tot een globalisering van de
onverschilligheid. We zijn gewend geraakt aan het lijden van
anderen. Het raakt ons niet, het is onze zaak niet”
(Vatican News)
7
Maar ik ben geen vluchteling
Want ik ben niet gevlucht.
Ik ben weggewaaid, als een blad van een boom.
Er is in ons land
een verschrikkelijke wind opgestoken;
een wind vol vuur en verkrachting.
En op ’n dag,
op een dag die ik me niet meer herinner,
op een dag die ik mij niet meer durf te herinneren,
ben ik weggewaaid.
Wie zou er uit zich zelf vluchten
Wie zou er uit zich zelf
Z’n eigen huis
Z’n eigen stad
Z’n eigen land
Z’n eigen familie in de staak laten
En dan ergens aankomen waar je niet welkom bent?
Vluchtelingen zijn nooit welkom
Dat weet iedereen
Dat heeft de geschiedenis al zo vaak bewezen.
Waarom dan een langzame dood
In een vreemd land
Als je op de drempel van je eigen huis
Ook kunt sterven?
Vluchtelingen bestaan niet.
8
Hij kwam als de arme
Te vaak zijn er goedbedoelende leiders die opstaan om
namens degenen te spreken die geen stem hebben. Zij
verheffen hun stem namens hen, in plaats van met hen.
We gaan ervan uit, omdat deze mensen niet gehoord
worden, ze dus ook niet spreken. De waarheid is dat de
mensen in de marge roepen, huilen en schreeuwen uit het
diepst van hun hart. Maar de rest van de wereld houdt stevig
de handen over de oren.
Leiders zijn mensen die ons kunnen helpen om de oordoppen
en oogkleppen te verwijderen, zodat we de pijn van anderen
kunnen zien, horen, voelen. Zodat we ons laten raken en we
niet anders kunnen dan de last van anderen te helpen dragen
en hun tranen uit te wissen…
Mensen die het diepst geraakt worden door pijn en onrecht
zijn de beste leiders. Dat is denk ik de reden dat Jezus niet
alleen kwam om de armen te helpen, Hij kwam als de arme.
Shane Claiborne en John Perkins in: ‘follow me to freedom’.
9
Red hen die geen verweer hebben
In de bijbel is het visioen van een menswaardige samenleving
en worden de grondslagen van een rechtvaardige politiek
geformuleerd: “Jij zult liefde hebben tot je naaste die een
mens is zoals jij.” Een beslissende toespitsing van dit woord:
“jij zult liefde hebben tot de vreemdeling’.
Vanaf de dag dat Moses ‘al deze woorden’ gesproken heeft,
van Godswege en in vuur, bestaat de utopie van de
gerechtigheid in een chaotische wereld, die door geweld en
eigenbelang geregeerd wordt en waar het leed en de dood
van anderen niet tellen, roept de Thora de mensenrechten
uit, het onvervreemdbare recht van ieder mens op leven.
Het is in de geest van de bijbel als geheel te zeggen: het kan.
De bijbel is in zijn geheel het verhaal over een God die
mensen vráágt, smeekt zelfs, hem na te volgen in zorg en
liefde voor mensen. Hij schept ruimte voor mensen – zo
zouden mensen ruimte en vrijheid moeten scheppen voor
elkaar. Hij ziet de ellende, hoort het schreeuwen om
bevrijding -.
In het Bijbelse verhaal is de inhoud van ‘de Naam van GodBevrijder: opstand tegen onderdrukking en onrecht, uittocht
uit alle verhoudingen waarin mensen vernederd worden,
ontroofd aan zichzelf, misbruikt, kleingehouden, kansloos
gemaakt. ‘De Naam’ is: oproepen tot sociale gerechtigheid,
pleidooi voor nieuwe menselijke verhoudingen en profetisch
toekomstvisioen. ‘God’ is de stem die roept in psalm 82:
Hoe lang nog het recht geloochend,
Ploert en Schender begunstigd?
Doe recht de minste, het weeskind,
10
De arme, beroofde, vernederde.
Red hen die geen verweer hebben,
Doe hen ontkomen
Aan de hand van de schender.
Uit: ‘Red hen die geen verweer hebben’
Huub Oosterhuis
Ik heb geen angst voor vluchtelingen,
en ik geloof niet in dichte gevangenismuren.
Maar ik geloof in mensen die stem geven
aan hen die geen verweer hebben.
11
Wie heeft gehuild?
Graag wil ik dat we ons nog een derde vraag stellen: ‘wie van
ons heeft gehuild om deze en dergelijke gebeurtenissen? Wie
heeft gehuild om de mensen op de boot? Om de jonge
moeders met hun kinderen? Om deze mannen op zoek naar
middelen om hun gezinnen te ondersteunen? Wij zijn een
maatschappij die huilen niet meer kan ervaren evenmin als
‘lijden met’. De mondialisering van de onverschilligheid heeft
gezorgd dat we niet meer kunnen huilen. In het evangelie
klinkt de lange weeklacht van Rachel, die huilt om haar
kinderen, omdat ze niet meer zijn. Herodes heeft dood
gezaaid om zijn eigen welzijn te verdedigen, zijn eigen
zeepbel. En zo gaat het nog steeds. Vraag de Heer om wat
van Herodes nog in ons hart is, uit te wissen. Vraag om de
gunst te huilen om onze onverschilligheid , om de wreedheid
in de wereld, in ons en ook in hen die anoniem sociaaleconomisch beslissingen moeten nemen die dergelijke
drama’s mogelijk maken. ‘Wie heeft gehuild? Wie heeft in de
wereld vandaag de dag gehuild?’
Vergeef ons Heer
Tijdens deze viering, die ook een dienst van boetedoening is,
vragen wij om vergeving voor de onverschilligheid tegenover
onze broeders en zusters . Wij vragen om vergeving, Vader,
voor wie zich erbij neerlegt, zich opsluit in zijn eigen welzijn
en daardoor zijn hart doof maakt. Wij vragen vergeving voor
hen die door hun beslissingen op wereldniveau situaties
hebben geschapen die leiden tot deze drama’s. Heer, vergeef
ons. Laat ons vandaag uw vragen horen: ‘Adam waar ben je?’
en ‘Waar is het bloed van je broeder?’
Paus Franciscus in Lampedusa
12
O weet je mijn vriend
Ik ben niet als vluchteling geboren
Ik heb nooit gedroomd of besloten
Een vluchteling te zijn.
Het is een lang verhaal
Als je naar mij wil luisteren
Geef dan je hand
En open je hart.
Ik ben een mens
Jij bent een mens (uit: asielz. vertellen)
Soms is een mensenleven Zo gekwetst,
Dat brood niet meer verzadigt
En water niet meer laaft,
Dat vuur niet meer verwarmt
En een huis niet meer herbergt.
Wonden worden soms alleen geheeld
Als iemand het opbrengt
Om voor een ander
Brood en water
Vuur en huis te zijn.
Er is veel vraag
Naar zo een mens
Die voor een ander
Nabij is als God.
Alleen vraag ik mij af
Wat ik ben: de vraag
Of het antwoord.
(uit de schaduw 2000)
13
Gebed om mededogen
Mijn zuster, mijn broeder
uit het zuiden, uit de derde wereld,
zie je mijn uitgestoken hand
en wil je die drukken?
Mijn hoofd is gebogen,
mijn ogen zijn neergeslagen,
mijn gezicht drukt beschaamdheid uit,
mijn gang is tastend
en mijn voeten vinden aarzelend hun weg.
Mijn zuster, mijn broeder,
wil je mijn uitgestoken hand,
mijn geopende hand
vullen met je vergeving en je mededogen,
met je wijsheid en je gelovige
verbondenheid?
Wil je mijn hand vullen
met je blijheid en je gulle gastvrijheid?
Mijn zuster, mijn broeder,
wil je tenslotte je handen vouwen
rond mijn geopende hand
en zullen we samen bidden:
geef ons heden ons dagelijks brood
en zullen we samen bidden
dat we mogen breken en delen
14
onze visies, onze krachten en talenten
onze rijkdom, onze genegenheid,
ons hart, ons geloof.
Mijn zuster, mijn broeder,
zullen we samen onze weg vervolgen.
(uit: Geef ons heden ons dagelijks brood; Bidden met de armen, Jan Brock)
Aandacht voor Christus die op straat ligt
Ieder van ons verwacht Christus te ontmoeten in de hemel,
maar heb aandacht voor Christus
die op straat voor uw deur ligt;
heb aandacht voor Christus
die honger heeft en kou lijdt,
die in nood verkeert en vreemdeling is.
Augustinus, preek 25, 8,8
15
Gebed voor een plek waar mensen welkom zijn
Heer,
Zoveel menen zijn op zoek naar een veilige plek.
Ze zijn ontworteld en ontheemd.
Hun geboortegrond bood hen geen zekerheid.
Ze zijn op zoek naar een plek waar ze welkom zijn,
waar ze hun leven zeker zijn.
Heer,
Geef dat wij de plek zijn waar ze warmte vinden en troost.
Geef dat wij hen ruimte geven om zichzelf te vinden.
Dat hun kinderen weer vrolijk kunnen zijn.
Dat ze zeker zullen zijn van hun leven en vrede vinden.
Heer,
we bidden u voor hun vaderlanden waar ze geboren zijn.
Kom, Heer, met uw vrede.
Wij bidden voor de kinderen die bang zijn en onzeker
We bidden voor de ouders die geen vertrouwen meer
hebben.
Heer, ontferm U.
16
Illegale God
Moeder van verworpenen,
zoon zonder papieren,
jouw grenzeloos Woord
heeft zonder stempels of visa
de wereld bestempeld tot woonplaats,
van allen die leven en liefhebben,
ook zonder papieren.
Het bekrompen beleid van visa-staten
verschraalt bij de ruime visie van jouw Rijk.
Hun uitgeslotenen zijn voorgangers
in de hemelse liturgie van het dagelijkse leven.
Terwijl wij ons druk maken
om jou een plek te geven in ons bestaan,
of dat niet meer doen en zeggen dat we Jou
niet meer zo zien zitten,
zit Jijzelf neer op onze drempel
En Je vraagt ons - als een mens op de vlucht om asiel, om bad en bed,
om werk en brood, een mensenrecht.
Je bent iedere man of vrouw zonder land.
Zonder huis, zonder eten en drinken.
Jij draagt de kiemen van solidariteit,
of het nu gaat om migranten,
asielzoekers, zigeuners, zieken
of andere gemarginaliseerden.
17
Jij stelt elke uitsluiting,
elke discriminatie aan de kaak,
of het nu gaat om clandestiene
vreemdelingen, illegale verblijvers
of andere rechtelozen.
Jij bent de toetssteen
van het respect voor mensenrechten.
Of we het graag horen of niet,
deze paria’s zijn ereburgers van het paradijs.
Niet alle mensen ineens,
niet de hele wereld leg jij op onze nek,
maar je komt ons tegen, van dag tot dag,
als iemand ons nodig heeft
die klopt op onze deur, om brood en beker,
om recht van bestaan.
Jij bent meestal onverwacht, op altijd ongelegen tijden,
en Je hoopt dat wij onze deur niet sluiten,
maar openstaan voor Jou.
Je overvalt ons en Je hoopt
dat wij gastvrij zullen zijn,
niet wetend wie wij herbergen:
mensen als wij,
engelen, ….. of Jou?
(uit Bidden met de armen, Jan Brock)
18
Ik wil weer vliegen als een duif
Ik wil me niet meer opsluiten
Opsluiten vanwege alles wat ik moeilijk vind om te vertellen.
Ik wil niet meer rennen
Rennen voor een wereld die ik niet begrijp.
Ik wil niet meer ontkennen
Ontkennen dat het leven anders kan zijn.
Dat het vreemd is.
Ik wil mij niet verbergen
Verbergen, wie ik ook ben
Ik wil niet meer bang zijn
Bang voor de donkerte
Bang voor de nacht
Bang zijn om door mensen verstoten te worden.
Als de wereld me daardoor vreemd vindt
Laten ze me vreemd vinden.
Ik wil langs deze gesloten kamers binnen treden
Ik wil deze onbekende ik omhelzen
Ik wil water uit deze rots laten stromen
Licht uit deze donkerte laten schijnen
Ik wil deze gekronkelde weg recht maken
Deze vieze rivier zoet maken
Ik wil weer vliegen als een duif.
(Uit: As I Left My Father’s House / Bright O. Richards)
19
Over de dageraad
Met de zon in de ene
en de maan in de andere hand
zweer ik,
dat de nacht,
hoe lang ze ook mag duren,
de dageraad niet kan overwinnen.
Met de wolken in de ene
en een bloem in de andere hand,
zweer ik,
dat de ballingschap,
hoe bitter ze ook mag zijn,
onze hoop niet kan bedreigen.
Met mijn zwaard in de ene
en een bloem in de andere hand
zweer ik,
dat onze strijd,
hoe hard ze ook mag zijn,
de weg zal openen
naar liefde
naar vrijheid
de weg naar de zon.
(gedicht uit de Westelijke Sahara)
20
Gebed voor bootvluchtelingen
Barmhartige God, U die onze harten en gedachten kent,
Bij U komen we met wat we horen over vluchtelingen,
die verdrinken in de Middellandse Zee.
Bij U leggen we de verschrikking neer van zoveel doden.
Voor uw aangezicht brengen wij de levens
van mensen die oorlog ontvluchtten,
die hoopten op een beter leven, maar die verdwenen in zee.
Houd hun namen geschreven in uw hand.
Wees bij allen die zich afvragen
of het hun directe verwanten zijn
die naamloos begraven worden.
Wees bij allen die leven in rouw.
Wees bij reddingswerkers die beelden
van verschrikking met zich meedragen.
Wees bij hen die drenkelingen opvangen.
Wees bij hen die de laatste zorg aan doden besteden.
Geef vrede.
Help ons toe te bewegen naar een wereld
waarin geen mens meer hoeft te vluchten.
Maak een einde aan de wijze waarop mensensmokkelaars
de nood van anderen uitbuiten.
Maak ons mild en barmhartig, wijs en handelingsbekwaam.
Dat wij doen wat gedaan moet worden,
dat ook wij niet loslaten het werk dat U in ons begon.
Barmhartige God, wij bidden om uw ontferming.
Amen.
(Ds. Karin van den Broeke, voorzitter van de PKN synode)
21
Vaderland
Zoveel vaderlanden als een mens heeft
Vaderlandloos
Thuisloos
Elke nieuwe verdrijving
Een nieuw land opent de armen
Min of meer
De armen van de pascontrole
En dan de mensen
Er zijn er altijd die
Armen openen
Een gymnastiek
In deze eeuw
Van de voeten van de armen
Slordig gebruik van onze ledenmaten
Altijd is er wel het een of ander
De moeite waard om van te houden
Het een of het andere is er nooit
Al deze landen hebben grenzen
Tegen buurlanden
(Hilde Domin)
22
Universele verklaring rechten van de mens
Artikel 1
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten
geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en
behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap
te gedragen.
Artikel 2
Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in
deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van
welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst,
politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke
afkomst, eigendom, geboorte of andere status.
Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de
politieke, juridische of internationale status van het land of
gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een
onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan
wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.
Artikel 3
Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en
onschendbaarheid van zijn persoon.
Artikel 4
Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden.
Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.
Artikel 5
Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan
een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of
bestraffing.
23
Artikel 6
Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als
persoon erkend te worden voor de wet.
Artikel 7
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid
aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben
aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling
in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een
dergelijke achterstelling.
Artikel 8
Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van
bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen,
welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij
Grondwet of wet.
Artikel 9
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige
arrestatie, detentie of verbanning.
Artikel 10
Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en
openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke
en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van
zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de
gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.
24
Op wolkenborgtocht
Ik heb heimwee naar een land
waar ik nooit geweest ben,
waar alle bomen en bloemen
mij kennen,
waar ik nooit binnenga,
maar waar de wolken
zich mij nauwkeurig herinneren,
een vreemdeling die in geen thuis
uithuilen kan.
Ik vaar naar eilanden zonder haven,
ik gooi de sleutels in zee
meteen bij vertrek.
Ik kom nergens aan.
Mijn zeil is een spinnenweb in de wind,
maar scheuren doet het niet.
En ver achter de horizon
waar de grote vogels
aan het eind van hun vlucht
hun vleugels drogen in de zon,
ligt een continent
waar ze mij wel moeten binnenlaten,
zonder paspoort,
op wolkenborgtocht.
25
In gammele boten
In gammele boten van leven niet zeker
hopend op kansen te kunnen bestaan.
Gevlucht voor de oorlog, geweld en het onrecht,
op zoek naar een plaats in vrede geluk.
Gelokt en verscheept als handel en afval
varend naar stranden van hoop en belofte,
niet wetend van grenzen van onwil en haat
en velen vol rijkdom die niet willen delen.
Van alles beroofd, geen geld en geen eten,
ogen vol angst kijken dood tegemoet.
Waar zijn de mensen die opstaan en schreeuwen,
die stokken verheffen en water doen splijten?
Als roze blauwe onschuld op duistere golven
van onrecht en onwil van schaamte en schuld,
verdronken in zeeën van hoop op iets beters,
een toekomst verloren en met hen zo velen.
Als jij bestaat, bevrijder van mensen,
keer dan het duistere lot van miljoenen,
in boten en wagens, treinen, langs wegen,
berooid en geslagen geen kans te bestaan.
Dat wij niet langer wegkijkend zwijgen.
Bereid zijn te delen ons geld en ons leven
spreken bevrijding en op deze aarde
doen schijnen het licht van de vrede.
Ter nagedachtenis aan alle vluchtelingen
op weg naar nieuw leven, verdronken op zee,
gestikt in vrachtwagens, omgekomen door uitputting.
(Franck Ploum)
26
Ik was als jij
Ik was als jij. Gewoon blij,
met mijn lief, mijn meiden, mijn huis,
mijn baan, mijn hectische bestaan
en met – oké - iets teveel aandacht
voor mijn eigen ego en zo.
Nee, ik wist niet hoeveel ik Tot het begon.
Het was warm. We zaten op het dakterras.
Toen vlak boven ons, buiten ons om, veel te dichtbij,
de waanzin begon.
Het gillend gefluit van een steeds groter ding.
Wij keken elkaar aan, één ogenblik,
ik zag de dood-in-grote-ogen-blik.
De glazen trilden. Ik wilde nog zeggen hoeveel ik Weg, in één tel. Hel.
Dat was twee jaar geleden.
Dat is elke dag weer. Dat ogenblik.
Ik wilde nog zeggen hoeveel ik Ik was als jij. Gewoon blij.
Nu ben ik een tas met kleren.
Ik kan niet terug. Ik vlucht steeds weer
voor het gillend gefluit. Dat ogenblik,
ik wilde nog zeggen hoeveel ikIk was als jij. Gewoon blij,
Met mijn lief, mijn meiden, mijnIk weet niet of ik zou doneren
voor een foto van een gevluchte vrouw
met grote ogen
en een tas met kleren.
(Regina Hilhorst)
27
De droom van een vluchteling
ik ben geplunderd als de huizen van mijn dorp
ik ben leeggehaald
ik ben in flarden gescheurd bevuild en vertrapt
ik ben de weg kwijt
ik ben dolend en ontheemd
ik ben niemand meer
wat is er van mij over anders
dan een leeg omhulsel
in een grijze wereld
waar woorden geen klank hebben,
tranen zijn opgedroogd
waar verdriet en emotie verworden zijn tot as
dat verwaaid is in de wind
ik ben meer dan verdwaald
ik ben weggeraakt uit de wereld
waar ik het woord hoop koesterde
maar toch
soms droom ik dat iemand
ooit iemand
misschien....
Marianne Wagener
28
Niemand verlaat zijn huis
Niemand verlaat zijn huis tenzij
je huis de mond van een haai geworden is.
Je rent enkel naar de grens
wanneer je ziet dat de hele stad rent,
je buren sneller dan jijzelf.
hun adem bloederig in hun kelen.
De jongen waarmee je naar school ging
en die je tot duizelingen toe kuste achter de oude tinfabriek
heeft een geweer in de hand groter dan zijn lichaam.
Je verlaat enkel je huis
wanneer je huis je niet langer laat blijven.
Niemand verlaat zijn huis tenzij je huis je wegjaagt
vuur onder je voeten, heet bloed in je buik,
het is iets wat je nooit dacht te doen,
totdat het mes dreigend in je nek brandt
en zelfs dan bleef je volkslied deel van je adem.
Je verscheurt enkel je paspoort in een luchthaven toilet,
terwijl je huilt omdat elk stukje papier
een bewijs is dat je niet terug kunt gaan.
Je moet snappen dat niemand zijn kinderen in een boot zet,
behalve als het water veiliger dan het land.
Niemand verbrandt zijn handpalmen onder treinen
tijdens het vervoer.
Niemand zit dagen en nachten in de maag van een truck
terwijl hij kranten opeet,
tenzij de gereden kilometers meer zijn dan alleen maar een
reis.
29
Niemand kruipt onder hekken,
niemand wil geslagen worden,
niemand zoekt zomaar een vluchtelingenkamp
of een plek waar je lichaam jeukt
of een gevangenis,
tenzij de gevangenis veiliger is
dan een stad onder vuur
en een gevangenisbewaker in de nacht
beter is dan een volle truck van mannen
die lijken op je vader.
Niemand kan het verdragen,
niemand kan het slikken,
geen enkele huid is stevig genoeg,
de “Ga terug zwarten, vluchtelingen,
vuile immigranten, asielzoekers die ons land uitzuigen
ze ruiken vreemd, wild, hebben hun eigen land verknald
en nu willen ze het onze verknallen.”
Hoe schud je de woorden en de vuile blikken van je af?
Waarschijnlijk omdat ze zachter zijn
dan een afgerukt been
of omdat de woorden meer teder zijn
dan 14 mannen tussen je benen
of de beledigingen makkelijker te verteren zijn
dan puin, dan beenderen,
dan de stukjes van je lichaam van je kind.
Ik wil naar huis gaan.
Maar huis is de mond van een haai,
thuis is het kruit van het geweer.
30
En niemand zou zijn huis willen verlaten,
tenzij thuis je naar de kust jaagt,
tenzij thuis je zei dat je je reppen moet,
je kleren achter moet laten,
door de woestijn moet kruipen,
door de oceaan moet waden,
verzopen, veilig,
vol honger, bedelend
weg met de trots,
je overleven is belangrijker.
Niemand verlaat zijn huis,
tenzij je huis een zweterige stem is in je oor
die zegt: ga weg,
ren weg van mij.
Ik weet niet wat het worden zal
maar ik weet dat om het even waar
veiliger is dan hier.
(Warsan Shire, een Keniaans Somalische schrijfster, dichter, werkzaam in de
educatie in London)
31
Voor meer informatie



Download de folder: Met Open Armen. Wat uw kerk
kan doen voor vluchtelingen.
http://www.knr.nl/UserFiles/File/cmbr/BROCHURE%20
Met%20open%20armen_%20Wat%20uw%20kerk%20k
an%20doen%20voor%20vluchtelingen.pdf
Voor mensen die steun willen bieden aan mensen
zonder verblijfsvergunning, download de brochure:
Basisrechten en plichten van ongedocumenteerden:
http://www.pharos.nl/documents/doc/fbasisrechten_ongedocumenteerden.pdf
www.gave.nl
Donaties aan de stichting ‘Vluchtelingen in de Knel’ zijn zeer
welkom. Rekeningnr. NL72 RABO 017 00 25 306
32

Vergelijkbare documenten