BA scriptie Zehra Kaya – Turkish Studies UL

Commentaren

Transcriptie

BA scriptie Zehra Kaya – Turkish Studies UL
De Celali Opstanden
Zehra Kaya
S1318977
Begeleider: Dr. Hans Theunissen
Bachelor werkstuk MOS/Turks
Universiteit Leiden
1
Inhoudsopgave
Inleiding……………………………………………………………………..……3
Hoofstuk 1: Het Osmaanse Rijk en Anatolië: een historische inleiding…..…..9
Hoofdstuk 2: De Celali opstanden volgens moderne historici en
Osmaanse geschiedschrijvers…..……………………………………………….16
Conclusie…..……………………………………………………………………..28
Literatuurlijst…..………………………………………………………….……..29
2
Inleiding
Açılın kapılar Şaha giderim
Mogen de deuren opengaan om naar de sjah te gaan
Een paar weken geleden werd in Istanbul de eerste steen gelegd voor de derde brug over de
Bosporus. De naam die voor de brug gekozen werd, was ”Yavuz Sultan Selim Brug”. Deze
naam leidde tot een stortvloed van kritiek, met name uit Alevitische hoek en legde een groot
historisch pijnpunt in het hedendaagse Turkije bloot. Zo zei Rüstem Gümüş, voorzitter van de
Alevitische vereniging in Kayseri, dat de naam Yavuz Sultan Selim voor de Alevieten tranen,
bloed en afslachting betekent: “Tijdens de regeerperiode van Selim had een geloof als het
Alevitisme, dat een ondervragend en kritisch geloof is, geen bestaansrecht. Het door Selim
gevolgde genocidale en assimilatiebeleid kwam niet voort uit de concurrentie tussen de
Osmanen en Safavieden, maar uit de heerszuchtigheid van de regering. Hierdoor wordt Selim
als het symbool van de vernietiging van de Alevieten, die bijna de helft van de Anatolische
bevolking vormen, gezien.”1 Hüsniye Takmaz, de voorzitter van de koepelorganisatie van
Alevitische verenigingen, eiste dan ook dat de naam van de brug direct veranderd zou worden
omdat de 25 miljoen Alevieten die in Turkije leven erg pijnlijke herinneringen aan deze naam
zouden hebben.2 Tijdens Cem-bijeenkomsten, hier komen Alevieten bijeen om te bidden, heb
ik ook vaak gehoord hoe boos Alevieten zijn op de Osmaanse Sultan Selim en wat voor een
grote afkeer ze hebben van het Osmaanse Rijk. Dit heb ik zowel van Turkse als van
Koerdische Alevieten gehoord. Ook werd er tijdens die Cem-bijeenkomst gezegd dat het
Alevitisme van oorsprong een Turkse geloofsovertuiging is. Veel Koerden waren het daar
echter niet mee eens en sommige beweerden juist dat het een Koerdische geloofsovertuiging
is. Deze discussie heb ik overigens niet alleen bij Cem-bijeenkomsten meegemaakt. Het is een
steeds terugkomende discussie bij Alevieten.
Het Alevitisme is een geloofsovertuiging die sterk afwijkt van de Soennitische Islam.
Hoewel het bepaalde overeenkomsten met de Sjiitische islam heeft (de rol van Ali; de 12
imams), wijkt het daar tegelijkertijd ook weer van af. Zo heeft het Alevitisme veel
1
Cafer Zengin, “Aleviler´den 'Yavuz Sultan Selim Köprüsü'ne tepki”, Radikal, 30 mei, 2013, gezien op 13 juni,
2013, http://www.radikal.com.tr/Türkiye/alevilerden_yavuz_sultan_selim_koprusune_tepki-1135626
2
“Alevi derneklerinden 3. köprü protestosu”, Milliyet, 3 juni, 2013, gezien op 13 juni, 2013,
http://gundem.milliyet.com.tr/alevi-derneklerinden-3-kopru/gundem/detay/1717829/default.htm
“Alevi derneklerinden 3. köprü protestosu”, Hürriyet, 2 juni, 2013, gezien op 13 juni, 2013,
http://www.hurriyet.com.tr/gundem/23419769.asp
3
syncretistische trekjes (invloeden uit andere godsdiensten). Toch zien we bij een groot deel
van de Alevieten sympathie voor Iran. Niet gek, want hun banden met wat nu Iran is, vinden
hun oorsprong in de geschiedenis, in de tijd van de strijd tussen het Osmaanse en het
Safavidische Rijk en de rol van de Anatolische Kızılbaş --de latere Alevieten-- daarin. Zo
worden er zelfs nu nog door Alevieten volksliederen gezongen over hun liefde voor Sjah
Ismail, die het Safavidische Rijk regeerde van 1501 tot 1524.
Ofschoon het Osmaans-Safavidische conflict nooit helemaal stopte, was aan het einde
van de 16e eeuw de grote confrontatie tussen de twee staten over. Dat wil echter niet zeggen
dat daarmee ook de problemen voor de Osmanen in Anatolië voorbij waren. Zowel in de 16 e
als in de 17e eeuw waren er grote opstanden in Osmaans Anatolië, waarin ook de Kızılbaş een
belangrijke rol speelden. Deze zogenaamde Celali opstanden leidden tot grote ontwrichting in
Anatolië en de Osmanen reageerden met militaire expedities om de opstanden neer te slaan.
Deze kwestie heeft ook de aandacht gekregen van moderne historici. Het onderwerp
leek een tijd verboden te zijn, maar na ongeveer 1970 begonnen de publicaties hierover toe te
nemen. Zo heeft Prof. Dr. Mustafa Akdağ als één van de eersten het taboe doorbroken en
onderzoek naar de Celali opstanden gedaan. Dit onderzoek heeft hij vastgelegd in zijn boek
Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları.3 Akdağ beschrijft hierin wat de
Celali opstanden zijn, wie de opstandelingen zijn, wat de redenen van de opstanden zijn en
hun doel. Het boek bestrijkt de periode van 1500-1603. Ook Baki Öz heeft de opstanden
tussen de 15e en 17e eeuw in 1992 in één boek gedocumenteerd. In zijn boek Osmanlı’da
Alevi ayaklanmaları4 beschrijft hij de etnische en religieuze aard van de opstanden in het
Osmaanse Rijk tussen de 15e en 17e eeuw. Een ander werk over dit onderwerp is het boek The
Great Anatolian Rebellion van William J. Griswold.5 Dit werk verscheen in 1983 en gaat over
de opstanden in Anatolië tussen 1591-1611. Verder zijn er weinig specifieke werken
geschreven die over de opstanden gaan. Er is wel het één en ander over geschreven in meer
algemene boeken die over de Osmaanse geschiedenis gaan. Zo wijd Colin Imber bijna tien
pagina’s aan het onderwerp in zijn boek The Ottoman Empire 1300-1650.6 Hij begint met het
beschrijven van de stichting van het Safavidische Rijk en het ontstaan van het Kızılbaş geloof.
Vervolgens gaat hij over op de opstanden. Halil İnalcık heeft er in zijn boek Osmanlı
İmparatorluğu klasik cağ (1300-1600) maar één pagina over geschreven.7 Hij beschrijft op
3
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celal isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları, 1965).
Baki Öz, Osmanlı’da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992).
5
William J. Griswold, The Great Anatolian rebellion (Berlin: Klaus Schwarz Verlag, 1983).
6
Colin Imber, The Ottoman empire 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002).
7
Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ 1300-1600 (İstanbul: Yapı kredi, 2003).
4
4
deze pagina de levenswijze van de Anatolische bevolking vóór de opstanden. Ook Metin Kunt
heeft er in zijn boek Turkiye tarihi 2: Osmanli devleti 1300-1600 maar één pagina over
geschreven.8 Kunt legt uit dat er na de overwinning van Yavuz Sultan Selim in Çaldıran, geen
einde kwam aan de opstanden in Anatolië. Vervolgens schrijft hij over de opstanden zelf. Ook
Mustafa Armağan wijdt in zijn boek Osmanlı tarihini yeniden yazmak maar één pagina aan de
opstanden.9 Hij blijft algemeen en vertelt in een paar zinnen wat over de Celali opstanden.
Caroline Finkel heeft er wel bijna acht pagina’s aan gewijd in haar boek De droom van
Osman.10 Finkel gaat meer dan al deze andere moderne historici in op de oorsprong van de
opstanden. Finkel beschrijft eerst het ontstaan van het Safavidische Rijk en daarna de
aanname van Sjiisme als staatgeloof. Vervolgens gaat Finkel in op de sympathie die de
bevolking in Anatolië had voor dit geloof en hoe ze vervolgens in opstand kwamen. Ze
schrijft ook over de fatwa’s die uitgevaardigd waren om het doden van de Kızılbaş te
rechtvaardigen. Ook Ismail Engin en Erhard Franz hebben er in hun boek Aleviler/Alewiten.
Cilt 1 Band: Kimlik ve Tarih/Identität und Geschicht, dat over de Alevieten gaat, slechts één
pagina aan de opstanden gewijd.11 Zij gaan echter wel in op de levenswijze van de
opstandelingen en de oorzaken van de opstanden. Giyas Şükürov heeft de MA thesis Safevî
Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri geschreven over de stichting van het Safavidische
Rijk en de regeerperiode van Sjah Ismail. 12 Deze thesis is een groot onderzoek dat 233
pagina’s beslaat. We moeten alleen niet vergeten dat deze thesis geschreven is aan de
Theologie Faculteit in Istanbul. Het kan daardoor best Soennitisch-Hanafitisch gekleurd zijn.
Elif Gül Akman gaat in op de Kızılbaş opstanden in de 16e eeuw in haar MA thesis On Altıncı
Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları.13 Het valt mij echter op dat zij bijna
alleen maar Turkse en Osmaanse bronnen heeft gebruikt. Het boek The Origins and
Development of the Ottoman-Safavid Conflict (906-962 1500-1555) van Adel Allouche
beschrijft voornamelijk het Osmaans-Safavidische conflict.14 Deze schrijver heeft het conflict
eerst vanuit het Safavidische perspectief en vervolgens vanuit het Osmaanse perspectief
8
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 13001600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995).
9
Mustafa Armağan, Osmanlı tarihini yeniden yazmak (İstanbul: Timas yayınları, 2011).
10
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000).
11
Ismail Engin en Erhard Franz, Aleviler / Alewiten. Cilt 1 Band: Kimlik ve Tarih / Identität und Geschicht (Cilt
1. Hamburg: Deutsches Orient Institut, 2000).
12
Giyas Şükürov, Safevî Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri (Ongepubliceerde MA Thesis, University of
Marmara, 2006).
13
Elif Gül Akman, On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları (Ongepubliceerde MA
thesis, University of Marmara, 2008).
14
Adel Allouche, The Origins and Development of the Ottoman-Safavid Conflict (906-962 1500-1555) (Berlijn:
Klaus Schwarz, 1983).
5
bekeken. Hij heeft ook veel Turkse, Osmaanse en buitenlandse bronnen gebruikt. Als we
kijken naar de geloofsovertuiging van de Safavieden en de Turkmenen in Anatolië kunnen we
het artikel Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer und Opfer der Safawidischen Theokratie van
Hans R. Roemer uit 1985 niet overslaan. In dit artikel wordt kort en bondig uitgelegd wat het
Kızılbaş geloof inhoudt en hoe het is ontstaan.15 Ook Irène Mélikoff heeft zich verdiept in de
geschiedenis van de Alevieten. In Alevi Identity, Cultural, Religious and Social Perspectives
heeft ze dan ook haar stuk Historical Bipartition and Its Consequences geplaatst.16 Dit stuk
gaat over de overgang van de Bektaşi groep in de Kızılbaş. Irène Mélikoff is echter
bekritiseerd vanwege haar “Turkse kijk” op zaken.
Er is dus genoeg moderne literatuur over het Osmaans-Safavidische conflict en de rol
van de Kızılbaş daarin. En ook over de latere opstanden in Anatolië en de rol van de Kızılbaş
daarin. Er wordt op een genuanceerde wijze ingegaan op het verloop en de oorzaken van de
opstanden. Maar dat zegt nog niet veel over hoe er in de tijd zelf door Osmaanse
geschiedschrijvers tegen deze opstanden werd aangekeken. Peçevi, die tussen 1572–1650
geleefd heeft, beschrijft de gebeurtenissen tussen 1520 en 1640 in het Osmaanse Rijk. Dat
doet hij heel uitgebreid en duidelijk, maar niet zo objectief. Hij noemt Kızılbaş Turkmenen
bijvoorbeeld slechte mensen. Wat hij wel doet is sommige dingen van twee kanten
beschrijven. Hij beschrijft bijvoorbeeld dat één van de opstanden werd veroorzaakt doordat de
sultan het grondgebied van deze opstandelingen in beslag zou hebben genomen. 17 In vier
andere Osmaanse werken die ik heb gebruikt, kreeg ik de gebeurtenissen echter alleen vannuit
het Osmaanse perspectief voorgeschoteld. In de Selim-Name, die geschreven is door Mustafa
Celal-zade die heeft geleefd van 1494-1564, worden bijvoorbeeld Yavuz Sultan Selim en
Kanuni Sultan Süleyman verheerlijkt en noemt de auteur het Kızılbaş geloof een idioot
geloof. Hij heeft de opstanden echter wel allemaal beschreven en niet overgeslagen. Hieruit
kunnen we goed opmaken hoe er werd gedacht over de opstandelingen in die tijd. 18 We
kunnen dat ook uit de Şerefname opmaken die door de Osmaans-Koerdische ambtenaar Idris
Bitlisi is geschreven die ongeveer heeft geleefd tussen 1452-1520. Deze auteur beschrijft dan
ook duidelijk hoe slecht de Celali’s en de Kızılbaş waren. Het boek gaat eigenlijk over de
geschiedenis van de Koerden en de auteur beschrijft alles wat van invloed was op het leven
15
Hans R. Roemer,“Die Turkmenischer Qizilbas: Grunder und Opfer der Safawidischen Theokratie,” Zeitschrift
Der Deutschen Morgenlandischen Gesellschaft, 1985, 135: 227-240.
16
Irène Mélikoff, ‘‘Historical Bipartition and Its Consequences’’, in Alevi Identity, Cultural, Religious and Social
Perspectives, ed. Tord Olsson, Elisabeth Özdalga en Catharina Raudvere (İstanbul: Swedish Research Institute in
İstanbul, 2003), 1-6.
17
Peçevi Ibrahim Efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası, 1981).
18
Mustafa Celal-zade, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık Basımevi, 1990).
6
van de Koerden. Zo beschrijft hij bijvoorbeeld dat sommige Koerdische landheren hebben
geholpen met de onderdrukking van de opstanden. De auteur zelf was ook één van deze
Koerden.19 Verder schrijft Naima Mustafa Efendi die heeft geleefd tussen 1655-1716 nog het
één en ander over dit onderwerp in zijn werk Tarih-i Naima. Het boek gaat over de
gebeurtenissen en invloedrijke personen tussen de jaren 1590 en 1660. Ook deze Osmaanse
auteur noemt de Kızılbaş vervloekte mensen. In dit werk wordt beschreven hoe er in die
periode tegen de Kızılbaş aangekeken werd en hoe de opstanden zijn onderdrukt.20 Mustafa
Nuri Paşa die tussen 1798-1879 heeft geleefd, heeft ook geen afwijkende visie over de
Kızılbaş. Hij beschrijft in zijn werk Netayic ul-vukuat dat de periode tot 1841 bestrijkt, hoe
Sjah Ismail het Kızılbaş geloof heeft verspreid en wat voor een slecht geloof het is.21
Uit de Osmaanse bronnen die ik hier besproken heb kan ik opmaken dat ze allemaal
subjectief zijn, maar wel allemaal weergeven hoe het Osmaanse establishment in die tijd dacht
over de opstandelingen. Ook slaan deze de opstanden niet over. Uit de moderne bronnen die
ik hier besproken heb, kan ik opmaken dat ze verschillen van de Osmaanse bronnen. De
moderne bronnen nuanceren de opstanden meer en bekijken het vanuit meerdere
perspectieven, ook gaan ze in op de diverse oorzaken. Ik wil aangeven in hoeverre deze
bronnen met elkaar overeenkomen. Dat doe ik met als doel het beantwoorden van de volgende
onderzoeksvraag: ‘Wat zijn volgens moderne historici de oorzaken van de Celali opstanden
en in hoeverre worden in de Osmaans historische werken diezelfde oorzaken genoemd?’ Het
doel van dit onderzoek is dus om te kijken waarom er opstanden in de 16 e en 17e eeuw in het
Osmaanse Rijk waren. Maar daarnaast wil ik ook verder ingaan op de vraag in hoeverre
etniciteit en religie een rol speelden bij deze opstanden. Dit om te kunnen beoordelen of de
opstandelingen een Turkse (Turkmeense), Koerdische of Perzische achtergrond hadden en of
Soennisme en Alevitisme (of beter gezegd het geloof van de Kızılbaş ) factoren zijn geweest
die bij deze opstanden een rol gespeeld hebben.
Dit onderzoek is ingedeeld in twee hoofdstukken: het eerste genaamd “Het Osmaanse
Rijk en Anatolië: een historische inleiding” zal voornamelijk gaan over de bevolking die in
Anatolië woonde voor de opstanden. Dit is een beschrijvend hoofdstuk. Het tweede hoofdstuk
genaamd “De Celali opstanden volgens moderne historici en Osmaanse geschiedschrijvers”
gaat over wat er geschreven is over de Celali opstanden door moderne en Osmaanse historici.
Hierin zal ik beschrijven hoe de opstanden zijn begonnen, wat het doel van de opstandelingen
19
İdrisi Bitlisi, Şerefname: Kürt tarihi (İstanbul: Hasat Yayınları, 1990).
Naima Mustafa Efendi, Tarih-i Naima (İstanbul: Bahar matbaası, 1967).
21
Mustafa Nuri Paşa, Netayic ül-vukuat: kurumları ve örgütleriyle Osmanlı tarihi (Ankara: Türk Tarih Kurumu
Basımevi, 1980).
20
7
was en hoe ze werden onderdrukt volgens moderne historici en Osmaanse geschiedschrijvers.
Uiteindelijk zal ik tot een conclusie komen en daarin een antwoord geven op mijn
onderzoeksvraag.
Bij het schrijven van deze scriptie maak ik gebruik van de bovengenoemde bronnen,
die voornamelijk in het Turks en Engels zijn geschreven. Ik heb ongeveer 95 pagina’s aan
Turkstalig bronnenmateriaal gebruikt. De Osmaans-Turkse teksten zijn het primaire
bronnenmateriaal en de rest het secundaire (wetenschappelijke) bronnenmateriaal. Ik verwijs
naar deze bronnen middels het Chicago bibliografisch systeem.
8
Hoofdstuk 1: Het Osmaanse Rijk en Anatolië: een historische inleiding
In dit hoofdstuk zal op basis van moderne wetenschappelijke literatuur beschreven worden
hoe de Turken naar Anatolië zijn gekomen, hoe de eerste Turkse staten zijn gesticht en hoe het
Osmaanse Rijk is gesticht. Vervolgens zullen de voor deze scriptie relevante islamitische
groepen worden behandeld en zal ingegaan worden op de oorsprong van de Kızılbaş.
Uiteindelijk zullen de banden van deze groep met de Safavieden beschreven worden en zal
het Osmaans-Safavidisch conflict besproken worden.
Toen de Oğuzen (Turken uit Centraal-Azië) het huidige Iran binnenvielen werden ze
door de Iraniërs Turkmenen genoemd. Deze Oğuzen leefden in de 10e eeuw bij de Seyhun
rivier. Het meest succesvol van de vroege golf Turkmenen waren de Selçukse Turken, die
vanuit Centraal-Azië geleidelijk naar het westen waren opgerukt als onderdeel van een
aanhoudende migratie van nomadische herdersvolken naar het Midden-Oosten en Anatolië.
De Selçukken ondervonden weinig weerstand en in 1071 versloegen zij onder hun Sultan
Alparslan het Byzantijnse leger in de slag van Malazgirt ten noorden van het Van meer in
Oost-Anatolië, waardoor voor Turkmeense migranten de weg naar het westen vrijwel open
kwam te liggen. Onder Alparslan’s opvolgers streken de Selçukken neer in Anatolië en
vestigden hun hoofdkwartier in Iznik, niet ver van Constantinopel, totdat de herovering van
die stad door de soldaten van de Eerste Kruistocht in 1097 hen dwong zich terug te trekken in
Konya in Midden-Anatolië.22
Het Anatolië waar deze Turkmenen binnentrokken was etnisch en cultureel gemengd.
Naast de islamitische Turkmenen waren er sinds lang gevestigde bevolkingsgroepen van
moslim Koerden en Arabieren, christelijke Grieken en Armeniërs en Joden. Aan de bloei van
het Anatolisch Selçukse Rijk kwam omstreeks het midden van de 13 e eeuw een einde door de
inval van de Mongolen. Voor de Mongoolse troepen uit waren er echter al veel mensen uit
Centraal-Azië en Iran naar het westen gevlucht. Daaronder bevonden zich ook veel derwisjen
uit Khorasan die naar Anatolië kwamen om de Mongoolse invasie te ontlopen. Ook mystici
als Baba Ishak en Hacı Bektaş Veli behoorden tot die vluchtelingen die zich in de eerste helft
van de 13e eeuw in Anatolië vestigden.23
Net als de Selçukse overwinning in Malazgirt in 1071 de ineenstorting van het
Byzantijnse gezag in Anatolië had bespoedigd, betekende de Mongoolse overwinning op een
22
Ayla Ödekan, Halil Berktay en Ümit Hassan, Türkiye Tarihi Cilt: 1 Osmanlı Devletine Kadar Türkler
(İstanbul: Cem Yayınevi, 1995), 330-342.
23
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 23-25; Metin Kunt, Suraiya
Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 1300-1600 (İstanbul: Cem
yayınevi, 1995), 26, 354-355.
9
Selçuks leger in 1243 in Kösedağ nabij Sivas in het noordelijke Centraal-Anatolië, het einde
van de onafhankelijkheid voor de Selçukken.24 Dit leidde tot de desintegratie van het Selçukse
Rijk en het ontstaan van een lappendeken van nieuwe Turkmeense emiraten. Vaak vormden
zij strategische allianties, maar onvermijdelijk kwamen zij ook met elkaar in conflict omdat
zij allemaal hun eigen specifieke economische en politiek doeleinden nastreefden.25
Onder deze vorstendommen bevond zich ook het kleine Osmaanse emiraat rond Söğüt
in het noordwesten van Anatolië. Dit vorstendom werd vanaf 1281 geregeerd door een zekere
Osman Bey die zijn grondgebied uitbreidde met omringende plaatsjes als Bilecik, Yarıhısar,
İnegöl en Yenihisar.26 Iets later in 1302, bezette Osman Bey de oude Byzantijnse hoofdstad
Iznik. Dit leidde tot een confrontatie met de Byzantijnen. Dit resulteerde echter in een
overwinning van Osman Bey in 1302 in Bapheus. De historicus Halil İnalcık neemt aan dat
met deze overwinning het Osmaanse Rijk van Osman Bey is gesticht. 27 Bij de stichting
hebben nomadische Turkmenen een grote rol gespeeld. De Osmanen behoorden namelijk zelf
tot deze groep.28 Hun rol was aanvankelijk vooral groot op militair gebied en in het
staatsbestuur. Met de komst van het “devşirme-systeem”, een wervingssysteem van slaafsoldaten die Janitsaren werden genoemd, begon de dominantie van de Turkmenen echter te
verzwakken. Dit omdat er door de devşirme in het leger vooral veel van oorsprong Christenen
met Balkan-Europese roots terecht kwamen. Zo ontstonden er twee belangrijke partijen: de
van oorsprong Turkmeense elite en bevolking en de Osmaanse devşirme of slavengroep. Met
de uitbreiding van het Rijk, veranderde dus de bevolkingsstructuur van het Rijk. Deze
verandering was ook terug te zien in het staatsbestuur. Tussen de Turkmeense groep en de
Europese devşirme-partij begonnen conflicten te ontstaan om macht en invloed. In de loop
van de tijd begon de devşirme-partij de heersende groep te worden.29 Het aantal Turkmenen in
het bestuur begon af te nemen. De Turkmenen waren nu de gedomineerde groep geworden.
Het woordje “Turk” werd voortaan ook als een belediging gezien, want de Anatolische
Turkmenen waren het ondergeschikte volk geworden. Ze werden de “reaya”, onderdanen, van
de Osmanen. Deze mentaliteit dreef deze twee groepen uit elkaar en zorgde voor een slechte
24
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 23-25; Metin Kunt, Suraiya
Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 1300-1600 (İstanbul: Cem
yayınevi, 1995), 26, 354-355.
25
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 23-25.
26
Ayla Ödekan, Halil Berktay en Ümit Hassan, Türkiye Tarihi Cilt: 1 Osmanlı Devletine Kadar Türkler
(İstanbul: Cem Yayınevi, 1995), 2, 26, 27.
27
Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ 1300-1600 (İstanbul: Yapı kredi, 2003), 12.
28
Hans R. Roemer, “Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer Und Opfer Der Safawidischen Theokratie”, 1985,
135: 227-240; Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 188-190; Halil İnalcık,
Osmanlı imparatorluğu klasik çağ 1300-1600 (İstanbul: Yapı kredi, 2003, 195.
29
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 58.
10
band tussen de Osmaanse staat en de Anatolische Turkmenen.30
Het geloof van deze Turkmenen verschilde ook erg van het geloof van de nieuwe
Osmaanse elite. Het is dan goed om eerst te kijken naar de vorm van Islam van de Oğuzen.
De Oğuzen bekeerden zich in de 10e eeuw tot de Islam, maar behielden ook veel van hun preislamitische religieuze gebruiken, ideeën en tradities. Deze islam had dus een syncretistisch
karakter en kende veel Sjamanistische (maar ook Boeddhistische en Christelijke) elementen. 31
Deze Islam arriveerde samen met de Selçukse Turken in het overwegend Christelijke
Anatolië.32 Volgens Prof. Dr. Ümit Hassan hadden deze Turkmenen ook veel aspecten van de
Islam van de Iraniërs overgenomen.33
De Turkmenen zijn dus niet plotseling moslim geworden. Dit heeft eeuwen geduurd.
Ook ging de “islamisering” (lees: soennitisering) van de stedelingen en dorpelingen niet
tegelijkertijd en was ook de vorm van Islam anders. De Perzisch-sprekende stedelingen die
onder sterke Perzische culturele invloed stonden bezochten Soennitische madrasa’s. Maar dit
gold niet voor de (semi-)nomadische Turkmeense stammen die nog erg gehecht waren aan de
religie en rituelen van hun voorvaderen. Zij lieten de rituelen van het geloof dat ze voor de
Islam aanhingen niet helemaal los en hadden het juist gecombineerd met elementen van de
Islam. Hierdoor hadden de stedelingen geen sympathie voor deze Turkmenen en noemden ze
de Turkmenen zelfs mensen met een zwak geloof. We zien dus verschillende vormen van
islam ontstaan. Een stedelijke vorm die zich sterk richtte op de orthodoxe islam en een
heterodoxe-syncretistische vorm met allerlei elementen uit verschillende godsdiensten met
name onder Turkmenen met een nomadische achtergrond op het platteland.34
Er wordt ook wel geschreven dat het geloof van deze Turkmenen op het Sjiisme lijkt.
Elif Gül Akman zegt echter dat het geen Sjiisme is maar dat deze Turkmenen onder invloed
zijn geraakt van het Soefisme en Sjiisme door Safavidische propaganda.35 We moeten ook niet
vergeten dat de derwisjen die uit Khorasan kwamen, veel invloed hebben gehad op deze
Turkmenen. Zo heeft Baba Ishak, zich zelf uitgeroepen tot profeet in een grot van Amasya in
1239. Hij kreeg veel aanhang onder de Turkmenen en zo ontstond het Babaisme. Ook Hacı
30
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları(İstanbul: Ant yayınları, 1992), 69, 70,141, 142.
Hans R. Roemer, “Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer Und Opfer Der Safawidischen Theokratie”, 1985,
135: 227-240; Ayla Ödekan, Halil Berktay en Ümit Hassan, Türkiye Tarihi Cilt: 1 Osmanlı Devletine Kadar
Türkler (İstanbul: Cem Yayınevi, 1995), 330-342.
32
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 23-25.
33
Ayla Ödekan, Halil Berktay en Ümit Hassan, Türkiye Tarihi Cilt: 1 Osmanlı Devletine Kadar Türkler
(İstanbul: Cem Yayınevi, 1995), 330-342.
34
Elif Gül Akman, “On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları” (MA thesis, University
of Marmara, 2008).
35
Elif Gül Akman, “On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları” (MA thesis, University
of Marmara, 2008).
31
11
Bektaş Veli had veel Turkmeense aanhangers waardoor het Bektaşiisme ontstond. Zo zijn er
nog meerdere van dit soort groepen ontstaan.36
Eén van deze groepen is de Kızılbaş die zijn oorsprong vindt in de 10 e eeuw. Het
woord Kızılbaş ontstond echter pas in de periode van de Iraanse Safavidische Sjeik Haydar
(1470-1488), maar de groep bestond al in de 10 e eeuw. Deze groep heeft zijn naam ontleend
aan een gemeenschappelijk rood hoofddeksel. Alle Turkmeense stammen droegen vanaf de
10e eeuw, de tijd dat ze de Islam hadden aangenomen, rode hoofddeksels om hun islamitische
geloof aan te duiden. In de loop van de tijd begonnen er echter verschillen te ontstaan in deze
groep Turkmenen die deze rode hoofddeksels droegen. Alleen de Turkmenen die zich in de
10e eeuw hadden bekeerd tot de Islam, maar tegelijkertijd hun eigen sjamanistische gebruiken
behielden en ook nog Sjiitische gebruiken aannamen zouden in de loop van de tijd Kızılbaş
genoemd worden. Later kregen deze hoofddeksels dan ook twaalf plooien ter aanduiding van
de Sjiitische Islam. Ook niet heel gek eigenlijk, want het dragen van een rood hoofddeksel
vindt zijn oorsprong in de tijd van Imam Ali. Imam Ali en zijn strijders droegen namelijk rode
hoofddeksels om zich te onderscheiden van de tegenpartij. 37
Leden van de Safavidische sufi-orde begonnen eind 15 e eeuw ook deze hoofddeksels
te dragen. De van oorsprong Soennitische Safavidische mystieke orde begon namelijk met
Sjeik Haydar Sjiitische trekjes te vertonen en toen Sjah Ismail het Safavidische Rijk stichtte
werd het Sjiisme zelfs de staatsgodsdienst van het Safavidische Rijk.38 Volgens
overleveringen droomde Sjeik Haydar (1460-1488) over Imam Ali. Na deze droom gaf hij al
zijn volgelingen de opdracht om een rood hoofddeksel te dragen. Om zich van de Kızılbaş te
onderscheiden begonnen Soennitische Turkmenen groene hoofddeksels te dragen. 39 Volgens
Giyas Şükürov begonnen na deze gebeurtenis de volgelingen van de Safavidische orde
Kızılbaş genoemd te worden. Deze mensen schoren hun baarden af en lieten hun snorren
groeien. Sjah Ismail nam in 1501 het Sjiisme als staatsgeloof aan en zijn aanhangers zagen
hem als reïncarnatie van Imam Ali. Wat hij onder Sjiisme verstond, was echter een
syncretistische mix omdat er allerlei heterodoxe elementen in het geloof te zien waren. Hij
36
Ayla Ödekan, Halil Berktay en Ümit Hassan, Türkiye Tarihi Cilt: 1 Osmanlı Devletine Kadar Türkler
(İstanbul: Cem Yayınevi, 1995), 354-355.
37
Giyas Şükürov, “Safevî Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri” (MA Thesis, University of Marmara,
2006); Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 131.
38
Giyas Şükürov, “Safevî Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri” (MA Thesis, University of Marmara,
2006); Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000), 131.
39
Elif Gül Akman, “On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları” (MA thesis, University
of Marmara, 2008); Irène Mélikoff, ‘‘Historical Bipartition and Its Consequences,’’ Alevi identity, Cultural,
religious and social perspectives, ed. Tord Olsson, Elisabeth Özdalga en Catharina Raudvere (İstanbul: Swedish
Research Institute in İstanbul, 2003), 1-6; Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt,
2000), 129.
12
geloofde bijvoorbeeld niet alleen in Ali en de elf andere imams, maar ook dat Ali God in een
mensenlichaam was. Ook geloofde hij in reïncarnatie. Deze afwijkende overtuigingen en
rituelen had Sjah İsmail van de Turkmenen overgenomen.40
Volgens Şükürov namen de Turkmenen in Anatolië die de heterodoxe Islam aanhingen
pas na de Safavieden deze uiterlijke kenmerken over. Deze mensen vormden een groot deel
van de bevolking en de benaming Kızılbaş begon geassocieerd te worden met deze mensen
die de heterodoxe Islam aanhingen, loyaal waren aan de Safavieden en deze uiterlijke
kenmerken hadden.41 Met behulp van de Anatolische Kızılbaş veroverde Sjah İsmail Tabriz en
Azerbeidzjan en stichtte hij het Safavidische Rijk in 1501.42 Sjah İsmail was zelf half
Turkmeens. Een van zijn grootvaders was de heerser van het Turkmeense Akkoyunlu
vorstendom. Hierdoor kon het door Sjah İsmail gestichte Rijk ook gezien worden als een
Turkmeens succes. Onder het woord Kızılbaş zouden nu de aan Iran loyale Turkmenen
worden verstaan.43 Volgens Irène Mélikoff is ook het Bektaşisme opgegaan in de Kızılbaş
groep. Zij zijn dan ook identiek aan elkaar volgens haar. Ze zouden dezelfde roots hebben
alleen andere etnische invloeden. Zo zouden de Bektaşi’s beïnvloed zijn door de Balkan en de
Kızılbaş door de Safavieden.44 Toen de Safavieden zich terugtrokken uit Anatolië toen het
conflict tussen de Osmanen en Safavieden eind 16 e eeuw bedaarde, begonnen de Kızılbaş
nauw verbonden te raken met de Bektaşi traditie die steeds meer geïntegreerd werd in de
Kızılbaş.45
Voordat Sjah İsmail de troon van Iran veroverde, vergrootte hij zijn aanhang door een
beroep te doen op de Kızılbaş Turkmenen in Anatolië. Veel Turkmeense strijders die in de
kustgebieden woonden en het economisch slecht hadden, sloten zich met de hoop op een
betere toekomst aan bij het leger van Sjah İsmail. Ze kwamen vooral uit Teke (Antalya) en
Hamit (Isparta).46 Ook was deze groep de centralisatiepolitiek van de Osmanen beu die vanaf
40
Hans R. Roemer, “Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer Und Opfer Der Safawidischen Theokratie”, 1985,
135: 227-240.
41
Giyas Şükürov, “Safevî Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri” (MA Thesis, University of Marmara,
2006); Hans R. Roemer, “Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer Und Opfer Der Safawidischen Theokratie”,
1985, 135: 227-240.
42
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
43
Hans R. Roemer, “Die Türkmenischer Qizilbas: Gründer Und Opfer Der Safawidischen Theokratie”, 1985,
135: 227-240.
44
Elif Gül Akman, “On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları” (MA thesis, University
of Marmara, 2008); Irène Mélikoff, ‘‘Historical Bipartition and Its Consequences,’’ Alevi identity, Cultural,
religious and social perspectives, ed. Tord Olsson, Elisabeth Özdalga en Catharina Raudvere (İstanbul: Swedish
Research Institute in İstanbul, 2003), 1-6; Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt,
2000), 129.
45
Markus Dressler, Writing Religion: The Making of Turkish Alevi Islam (USA: Oxford University Press, 2013),
6-7.
46
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları,
13
de tweede helft van de 14e eeuw toegepast werd. De Osmanen dwongen ze om op één vaste
plek te gaan wonen om belasting te kunnen innen. 47 Door de geleidelijke Soennitisering van
het Osmaanse Rijk voelden deze mensen zich ook meer aangetrokken tot de Sjiitische
Safavieden. Halil Inalcık schrijft dat er van deze heterodoxe groep niet verwacht kon worden
dat ze zich zouden vestigen op een plek en de Soennitische levenswijze en rituelen zouden
omarmen.48 Zo besloten veel van deze Kızılbaş te verhuizen naar het Safavidische Rijk of deel
uit te maken van het Safavidische leger.49 In 1503 won Sjah İsmail van de laatste Akkoyunlu
heerser in Hamadan en breidde hij zijn Rijk uit met midden en zuid Iran. 50 Met de komst van
Yavuz Sultan Selim ofwel Selim I, verslechterden de relaties tussen het Osmaanse en het
Safavidische Rijk. Dit had onder andere te maken met de voortschrijdende Soennitisering van
het Osmaanse Rijk, de loyaliteit van de Kızılbaş Turkmenen aan Sjah İsmail en de
emigratiegolf uit Anatolië naar het Safavidische Rijk. 51 Zo stuurden de Kızılbaş gemeenschap
in Osmaans Anatolië hun “nezir”, een religieuze belasting, naar Sjah İsmail. Ook maakte Sjah
Ismail Safavidische propaganda in Osmaanse gebieden.52 Yavuz Sultan Selim had echter de
heilige steden Mekka, Medina en Jeruzalem in bezit gekregen in 1516-7 waardoor hij de
beschermer van de Soennitische Islam werd. Hiermee kreeg het conflict tussen de Osmanen
en de Safavieden een sterke religieuze dimensie: Soennitische islam versus Sjiitische islam. 53
Het ging zelfs zo ver dat Sjah Ismail een Osmaanse ambassadeur dwong om te kijken naar de
verbranding van twee tegenstanders van hem. Van één was bekend dat hij Sunni was. Er
zouden vanaf de regeerperiode van Yavuz Sultan Selim ook Osmaanse fatwa’s uitgevaardigd
worden om de doodstraf voor de Kızılbaş te rechtvaardigen omdat ze “afvalligen” zouden
zijn.54 Als leider van de Kızılbaş had Sjah Ismail de ambitie om een rijk te stichten dat naast
Iraanse ook de Osmaanse en Mamlukse gebieden zou omvatten omdat hij ook daar
aanhangers had.55
1975), 125-122.
47
Ismail Engin en Erhard Franz, Aleviler / Alewiten. Cilt 1 Band: Kimlik ve Tarih / Identität und Geschichte Cilt
1 (Hamburg: Deutsches Orient Institut, 2000), 229; Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600)
(İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195.
48
Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600) (İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195.
49
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 129; Colin Imber, The Ottoman
empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
50
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
51
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 62.
52
Baki Öz, Osmanlı’da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
53
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 62; Baki Öz,
Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
54
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 183; Baki Öz, Osmanlı'da Alevi
ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
55
Adel Allouche, The Origins and Development of the Ottoman-Safavid Conflict (906-962 1500-1555) (Berlijn:
Klaus Schwarz, 1983), 68.
14
Met de komst van de nomadische Turkmenen is dus een heterodoxe vorm van de Islam
Anatolië binnengedrongen. Daaruit zijn de Osmanen voort gekomen die later een orthodoxe
vorm van de Islam zouden gaan aanhangen. De Selçukken, hun voorlopers, hadden ook al
sympathie voor het Soennitisme. Door de devşirme en de Soennitisering van het Rijk is er een
tweedeling ontstaan tussen Osmaanse stedelijke elite en de Turkmeense bevolking op het
Anatolische platteland waardoor deze groep voortaan niet meer de achterban maar de
oppositie van de Osmanen zou worden. Door de groei van het Osmaanse Rijk richting het
oosten in de 2e helft van de 15e en de eerste helft van de 16 e eeuw richtte deze groep zich
steeds meer op de Safavieden omdat zij zich meer aangetrokken voelden tot de Safavidische
vorm van godsdienst. Dit leidde tot een tweedeling in het Osmaanse Rijk en uiteindelijk tot
een conflict tussen de Osmanen en de Safavieden en legde de basis voor de opstanden in
Anatolië.
15
Hoofdstuk 2: De Celali Opstanden: een kritische vergelijking van de oorzaken volgens
moderne en Osmaanse historici
In het vorige hoofdstuk heb ik de situatie in Anatolië tot de opstanden beschreven. In dit
hoofdstuk zullen nu de opstanden zelf behandeld worden. Hiervoor zal eerst een overzicht van
de belangrijkste opstanden gegeven worden tot 1611. Dan vindt namelijk de laatste grote
Anatolische opstand in het Osmaanse Rijk plaats. Daarna zal beschreven worden wat de
Celali opstanden betekenen, waar en wanneer ze zijn ontstaan, welke groepen er achter zaten
en hoe de Osmanen hierop reageerden. Vervolgens zullen de oorzaken van de opstanden
geanalyseerd worden en daarna zal gekeken worden welke oorzaken Osmaanse
geschiedschrijvers naar voren brengen. Uiteindelijk zal er een kritische vergelijking gemaakt
worden van de oorzaken die moderne historici en Osmaanse geschiedschrijvers geven.
Maar wat betekenen de Celali opstanden eigenlijk precies? Volgens het werk Turk
halkının dirlik ve duzenlik kavgası: Celalî isyanları van Mustafa Akdağ zijn het de opstanden
in Anatolië tussen 1500-1610.56 Volgens Caroline Finkel zijn de Celali opstanden vernoemd
naar Sjeik Celal die in 1519 voor oproer in Anatolië zorgde. Zij neemt de periode 1519-1610
voor de Celali opstanden.57 Ook Metin Kunt rekent 1519 als start voor de Celali opstanden. 58
Volgens William J. Griswold werden de opstanden pas na 1590 Celali opstanden genoemd
door het Osmaanse Rijk.59 Ook Elif Gül Akman schrijft dat de Celali opstanden zijn begonnen
met Sjeik Celal in 1519 en dat het een religieus-sociale opstand was die bijna twee eeuwen
heeft geduurd.60 Als de bovengenoemde schrijvers in acht worden genomen kan aangenomen
worden dat de Celali opstanden in 1519 met Sjeik Celal in Yozgat begonnen zijn en tot begin
17e eeuw geduurd hebben. In dit werkstuk zullen de opstanden van 1500 tot ongeveer 1610
behandeld worden omdat bijna al deze opstanden veel met elkaar gemeen hebben.
In 1500 begon er een opstand bij het Taurus-gebergte. Dit was een makkelijk te
stoppen opstand omdat die klein en heel lokaal was. Dit was echter nog maar het begin van de
grote opstanden die zouden komen in Anatolië.61 In 1509 kwam volgens Prof. Dr. Mustafa
Akdağ een opstandeling genaamd Sjahkulu in de omstreken van Antalya tevoorschijn.
56
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları, 1975), 9.
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 225.
58
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın, en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 13001600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995)
59
William J. Griswold, The great Anatolian rebellion (Berlin: Klaus Schwarz Verlag, 1983), 25.
60
Elif Gül Akman, “On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları” (MA thesis, University
of Marmara, 2008).
61
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
57
16
Volgens Colin Imber was dat in het jaar 1511.62 In 1519 kwam er een soldaat genaamd Celal
in Yozgat in opstand.63 In de regeerperiode van Kanuni Sultan Süleyman zien we vooral
tussen 1526-1529 veel opstanden in Anatolië. Deze opstanden worden de Baba Zunnün
opstanden genoemd en werden geleid door Baba Zunnün, Kalender Çelebi, en Üzeyirli Seyid.
Deze opstanden vonden plaats op de (niet-Osmaanse) grondgebieden van de vorstendommen
Dülkadirli en Ramazanoğlu. Deze opstanden verspreidden zich echter ook naar enkele
Osmaanse steden.64 In 1527 vond de Kalenderoğlu opstand plaats.65 Later, in 1596 vond de
Kara Yazıcı opstand plaats. Er kwam een man genaamd Abdülhalim tevoorschijn die de
bijnaam Kara Yazıcı had, wat donkere schrijver betekent. Deze opstand begon in Karaman en
waaide later over naar Urfa, Amasya en Çorum. 66 In 1602 begon het broertje van Kara Yazıcı
genaamd Deli Hasan een opstand in Tokat. Deze verspreidde zich ook naar Ankara en
Kütahya. In 1605 kreeg de opstand een nieuwe leider genaamd Kalenderoğlu Mehmed.
Tegelijkertijd was er een andere opstand gaande in Syrië. Deze werd geleid door Ali
Canbulad. Nadat deze opstand iets was gekalmeerd stookte Kalenderoğlu Mehmed het vuur
weer op en gingen de opstanden door tot 1611.67
Maar welke groepen zaten achter deze opstanden en wat deed de Osmaanse staat tegen
de opstanden? Het begin van de Anatolische opstanden was in 1500 rondom het Taurusgebergte. Hier zaten vooral veel Turkmenen achter. De opstand begon met een lid van de
Karamanidische dynastie die Karaman, een voormalig vorstendom, weer terug wilde. Dit was
een makkelijk te stoppen opstand omdat die vooral lokaal was. 68 De opstand die hierop
volgde, en volgens sommige schrijvers in 1509 en volgens andere schrijvers in 1511 begon,
was de Sjahkulu opstand. Er kwam een opstandeling genaamd Sjahkulu in de omstreken van
Antalya tevoorschijn. Sjahkulu had vooral veel soldaten als aanhang en begon met zijn
aanhang provinciesteden te “terroriseren”. Vooral Kızılbaş en ontevreden soldaten namen deel
aan deze opstand. Sjahkulu overleed zelf tijdens de strijd in Sivas. Zijn aanhang had nu geen
62
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları, 1975),
125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 55-56.
63
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları,
1975), 125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002),
62.
64
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın, en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 13001600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995), 126; Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600)
(İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195; Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları
(İstanbul: Bilgi yayınları, 1975), 125-122.
65
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 64.
66
William J. Griswold, The great Anatolian rebellion.(Berlin: Klaus Schwarz Verlag, 1983), 24; Colin Imber,
The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98; Mustafa Armağan, Osmanlı
tarihini yeniden yazmak (İstanbul: Timas yayınları, 2011), 228.
67
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98.
68
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
17
leider meer waardoor ze vluchtten naar het Safavidische Rijk. Deze opstand had echter wel de
status van Sultan Bayezid geschaad waardoor zijn zoon Selim in opstand tegen zijn vader
kwam.69 De Sjeik Celal opstand die in 1519 uitbrak, genoot vooral aanhang onder de
Turkmeense Kızılbaş in Anatolië. Het Osmaanse leger onderdrukte de opstand met veel
moeite en Sjeik Celal vluchtte naar het Safavidische Rijk. 70 De Baba Zunnün opstand tussen
1526-1529 genoot ook vooral aanhang onder de Turkmeense Kızılbaş. Kalender Çelebi, één
van de leiders van de opstand was zelfs een Bektaşi Sjeik. Uit spionagerapporten blijkt dat
deze opstanden óók werden geleid door soldaten van de opstanden van 1511. Deze opstanden
vonden plaats in de vorstendommen Dulkadirli en Ramazanoğlu waar vooral veel Turkmenen
woonden. In 1528 kwam dezelfde groep weer in opstand en vermoordden ze een rechter uit
Istanbul en negen andere personen. Deze opstand was typisch een boerenbeweging. Ook
namen veel Soennitische soldaten (sipahi’s) en boeren deel aan deze opstanden die geen
Kızılbaş waren. De opstand was echter gestart door de Turkmeense Kızılbaş. Met veel moeite
werd deze opstand ook onderdrukt.71 De Kara Yazıcı opstand in 1596 had vooral veel sipahi
(soldaten) aanhangers. Toen de Sultan de bevel gaf aan de gouverneur van Karaman om de
opstandelingen aan te vallen, trok Kara Yazıcı (de opstandleider) zich terug in Urfa. De
Osmanen besloten samen te werken met hem en Kara Yazıcı werd sancak beyi, een soort
gouverneur, in Amasya en daarna in Çorum. Maar ook daar bleef Kara Yazıcı niet rustig en
uiteindelijk werd hij in 1601 verslagen.72 De Kara Yazıcı opstand werd in 1602 voortgezet
door Deli Hasan, het broertje van Kara Yazıcı en had dezelfde soort aanhangers. Het Rijk
bood hem een gouverneurschap in Bosnië aan om hem te stoppen. Hij accepteerde dit aanbod
en migreerde vervolgens met een deel van zijn aanhang naar Bosnië. 73 Het probleem in
Anatolië leek daarmee opgelost te zijn. Maar niet veel later kwamen er nieuwe opstandelingen
tevoorschijn die provinciesteden en dorpen plunderden. Deze opstanden mondden later uit in
de Kalenderoğlu opstand die plaatsvond in 1605 onder leiding van een nieuwe leider genaamd
Kalenderoğlu Mehmed. De Canbulad opstand die in dezelfde periode door Ali Canbulad werd
69
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları, 1975),
125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 55-56.
70
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları,
1975), 125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002),
62.
71
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın, en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 13001600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995), 126; Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600)
(İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195; Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları
(İstanbul: Bilgi yayınları, 1975), 125-122.
72
William J. Griswold, The great Anatolian rebellion.(Berlin: Klaus Schwarz Verlag, 1983), 24; Colin Imber,
The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98; Mustafa Armağan, Osmanlı
tarihini yeniden yazmak (İstanbul: Timas yayınları, 2011), 228.
73
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98.
18
geleid had vooral Noord-Syrische aanhangers die wilden dat Ali Canbulad een autonoom
heerser werd. Het antwoord van de Osmanen hierop was hard. De Osmanen gaven in 1606
grootvizier Kuyucu Murad Paşa de taak om deze opstand te onderdrukken. Kuyucu Murad
Paşa heeft in 1607 de aanhangers en de familie van Ali Canbulad vermoord. Ali Canbulad zelf
vluchtte naar het westen en vroeg de Sultan om vergeving. Hij werd aangesteld als
gouverneur, maar de bevolking accepteerde dit niet waarna hij in 1610 werd veroordeeld tot
de dood.74 Nadat Ali Canbulad werd verslagen, gingen de opstanden in Anatolië door onder
leiding van Kalenderoğlu. De poging van Kuyucu Murad Paşa om sommige Celali’s
(opstandelingen) gouverneurschappen aan te bieden was een succes. Hij kreeg het voor elkaar
om deze Celali’s aan zijn kant te krijgen. In 1608 had hij uiteindelijk Kalenderoğlu verslagen.
De strijd met de aanhangers van Kalenderoğlu ging echter wel door in 1610. In 1611 kwam
Kuyucu Murad Paşa om tijdens de oorlog tegen de Safavieden en in 1611 nam Nasuh Paşa
zijn plaats in. Nasuh Paşa ondertekende een vredesverdrag met Sjah Abbas, de nieuwe leider
van het Safavidische Rijk.75
Het Osmaanse Rijk reageerde niet altijd even zacht op de opstanden, vrijwel nooit
eigenlijk. Yavuz Sultan Selim had als missie deze opstanden de kop in te drukken. Daarom
nam hij ook de troon over van zijn vader. Om later grote problemen te voorkomen verbond
hij, door middel van de Osmaanse ambtenaar Idrisi Bitlisi, die zelf een Koerd was, de
Koerdische landheersers aan zich door ze fortuinen te geven. Yavuz zorgde er zo voor dat hij
deze Koerden aan zijn zijde had bij het onderdrukken van de opstanden. Idrisi Bitlisi blijkt
hierdoor zelfs rijk te zijn geworden. De Koerden bekleedden hoge posten in het Osmaanse
Rijk en hadden tot de opkomst van het nationalisme in de 19 e eeuw geen problemen met het
Osmaanse Rijk. Idrisi Bitlisi, schrijft in de Şeref-name, waarin hij de geschiedenis van
Koerden beschrijft, dat veel Koerdische landheren aan de kant van de Osmanen vochten tegen
de Safavieden en de Kızılbaş.76 Met behulp van deze Koerden zijn er in de tijd van Yavuz
Sultan Selim naar schatting tussen de 40.000-80.000 opstandelingen vermoord. Omdat er veel
Kızılbaş onder de opstandelingen zaten definieerde het Osmaanse Rijk ze als ketters om de
moord op hun te rechtvaardigen.77 Om de Kızılbaş officieel tot afvalligen te verklaren heeft
Yavuz Sultan Selim mufti Hamza Efendi om een fatwa gevraagd. Mufti Hamza Efendi gaf de
fatwa dat de Kızılbaş ongelovigen waren en dat degenen die hun hielpen ook ongelovigen
zouden zijn. Het uitmoorden van deze ongelovigen was dus een taak van “de goede moslims”.
74
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98.
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98.
76
İdrisi Bitlisi, Şerefname, Kürt tarihi (İstanbul: Hasat Yayınları, 1990), 119, 211.
77
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
75
19
Daarbij mocht niet geloofd worden in hun spijt en berouw. Ook zei Yavuz Sultan Selim dat
deze opstandelingen aan groepsseks deden en de Koran en moskeeën in brand staken.78
Caroline Finkel schrijft ook dat Yavuz Sultan Selim de grenzen met het Safavidische
Rijk sloot waardoor de Kızılbaş aanhangers van Sjah Ismail niet aan zijn zijde konden
vechten. Hierbij vermeldt ze dat de aanhangers van Sjah Ismail Turkmeens zijn. 79 Volgens
Baki Öz zijn deze opstanden een “Anatolisch Turkmeense beweging”. Wel vermeld hij dat Ali
Canbulad, de leider van de opstand in 1606, Koerdische roots had, maar je dit niet kunt
generaliseren. Hier en daar waren er volgens hem wel wat kleine Koerdische opstanden door
landheren om hun macht te vergroten, maar deze vielen niet onder de grote opstanden.80 Ook
worden in de Şeref-name de Kızılbaş als een aparte groep (van de Koerden) vermeld. 81 De
emigratiegolf naar het Safavidische Rijk nam toe tussen 1533-1535 en de Kızılbaş die binnen
de Osmaanse grenzen bleven, werden vervolgd na de fatwa van weer een andere mufti,
namelijk de Koerdische Sjeikh ul-Islam Ebu Suud. In de fatwa van Ebu Suud, die de functie
van Sjeikh ul-Islam had tussen 1545-1574, stond dat deze groep afvalligen waren, waarvoor
de kanonieke bestraffing de doodstraf was. Toen tussen 1555-1578 de strijd tussen de
Osmanen en Safavieden tijdelijk bedaarde, was de ‘Kızılbaş ketterij’ niet meer een probleem
dat militair ingrijpen tegen een buurstaat vergde, maar meer een binnenlandse kwestie. In zijn
streven een van overheidswege goedgekeurde vorm van islam op te leggen kende het
Osmaanse Rijk voor binnenlandse dissidenten geen pardon. Het vasten tijdens de maand
Ramadan werd verplicht. Degenen die tijdens de maand Ramadan wijn dronken, werden
bijvoorbeeld gestraft met kokend lood dat in hun keel gegoten werd.82
Op basis van dit overzicht van de opstanden en de groepen die erachter zaten, kunnen
we dus concluderen dat een grote meerderheid van de opstandelingen Kızılbaş Turkmeens
was en dat de opstanden een “Anatolisch Turkmeens” karakter hadden.83
Moderne historici wijzen op verschillende categorieën oorzaken voor de opstanden. Er
waren voor de opstandelingen verschillende economische, politieke, sociale en religieuze
redenen om zich tegen het Osmaanse bestuur te keren. De opstand rond het Taurus-gebergte in
1500 begon met een persoon die Karaman, een voormalig onafhankelijk vorstendom, weer
78
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 183, 142; Baki Öz, Osmanlı'da
Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
79
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 142.
80
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 141-142
81
İdrisi Bitlisi, Şerefname, Kürt tarihi (İstanbul: Hasat Yayınları, 1990), 119, 211.
82
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 183; Baki Öz, Osmanlı'da Alevi
ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 123-127.
83
İdrisi Bitlisi, Şerefname, Kürt tarihi (İstanbul: Hasat Yayınları, 1990), 119, 211; Baki Öz, Osmanlı'da Alevi
ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 141-142.
20
terug wilde, een politieke reden dus.84 De vader van Sjahkulu, de leider van de opstand in
1509 óf 1511, was in dienst geweest van de grootvader van Sjah İsmail. Toen zijn vader
overleed had Sjahkulu spionnen gestuurd om propaganda te maken voor de Safaviden.
Volgens een rapport dat Prins Korkud had ontvangen verspreidde zijn aanhang in Tekke
geruchten dat Sjahkulu een soort god, een soort profeet was en dat de mensen die niet in hem
geloofden, ongelovigen waren. De Kızılbaş en soldaten die deelnamen aan deze opstand
beweerden dat hun grondgebieden werden gestolen door oplichters. 85Hier spelen politieke en
religieuze redenen dus een rol. Yavuz Sultan Selim had na het veroveren van de heilige steden
het Soennisme boven het Sjiisme, verkozen en werd de beschermer van het Soennisme. Niet
iedereen in het Rijk was het hiermee eens. De oppositie in Anatolië die de kant van de
Safavieden koos, liet van zich horen en zo ontstond de Sjeik Celal opstand in 1519. 86 Politiekreligieuze redenen waren hier dus van belang. De aanleiding van de opstanden tussen 15261529 in Anatolië, was het Osmaanse beleid dat het nomadisch bestaan van de Turkmenen
bedreigde. Hieronder valt bijvoorbeeld de grondbelasting die verhoogd werd.87 De Osmaanse
centralisatie en sedentarisatie-politiek vormde hier dus een belangrijke reden. Toen in 1596
Kara Yazıcı een opstand begon, sloten vooral veel sipahi’s zich bij hem aan omdat ze
ontslagen werden uit het leger. Dit omdat de sipahi’s gevlucht waren tijdens de slag bij
Kereztes.88 De Canbulad opstand die tegelijkertijd gaande was in Noord-Syrië, begon omdat
Ali Canbulad een autonoom heerser wilde worden. Zijn vader Hüseyin Canbulad die
gouverneur van Aleppo was, werd in 1605 door de Osmanen uitgenodigd om deel te nemen
aan de oorlog tegen Iran. Toen hij dit weigerde kreeg hij de doodstraf. Dit zorgde ervoor dat
Ali Canbulad in opstand kwam. In 1606 eiste hij van de Sultan een vizierschap en wilde hij
zijn eigen ambtenaren inzetten rondom Aleppo. Politieke onafhankelijkheid speelde hier dus
een rol. De Kalenderoğlu opstanden die in 1608 en 1610 ontstonden waren een vervolg van de
Canbulad opstanden.89 In rapporten uit 1564 staat dat het slecht ging met de economie en dat
84
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 54.
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları, 1975),
125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 55-56.
86
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları,
1975), 125-122; Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002),
62.
87
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Huseyin G. Yurdaydın, en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2: Osmanlı devleti 13001600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995), 126; Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600)
(İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195; Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları
(İstanbul: Bilgi yayınları, 1975), 125-122.
88
William J. Griswold, The great Anatolian rebellion (Berlin: Klaus Schwarz Verlag, 1983), 24; Colin Imber,
The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98; Mustafa Armağan, Osmanlı
tarihini yeniden yazmak (İstanbul: Timas yayınları, 2011), 228.
89
Colin Imber, The Ottoman empire, 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan, 2002), 93-98.
85
21
het volk zelfs gras at. De Turkmenen die hun politieke en leidinggevende functie verloren,
begonnen het onderdrukte volk te worden. De opstanden waren dan ook gericht tegen de
heersende elite van devşirme origine.90 Deze Turkmenen klaagden over het verlies van hun
politieke en leidinggevende functies. Volgens de historicus Halil Inalcık hadden de
voormalige Karaman en Akkoyunlu gebieden nog steeds hun oude sociale (tribale) structuur.
Hierdoor wilden ze zich niet aanpassen aan de centralisatie waar Fatih Sultan Mehmed, mee
begon in de tweede helft van de 15e eeuw. Ze waren het nomadisch leven gewend waardoor ze
niet één woonplaats aanhielden en kenden dus ook niet het belastingssysteem. Met de
centralisatie werden ze door het Osmaanse Rijk gedwongen om een vaste woonplek aan te
houden zodat de staat belasting van ze kon innen. Daar hadden deze Turkmenen vanwege hun
nomadische bestaan veel moeite mee. Erg tolerant gingen de Osmaanse bureaucraten, met
veelal sedentaire en Balkan-Europese roots, ook niet om met het nomadische bestaan, de
rituelen en het geloof van deze Turkmenen.91 Net als Halil Inalcık schrijft Baki Öz dat de
reden van deze opstanden de Osmaanse orde was. Het doel van de opstanden zou dan het
oplossen van de maatschappelijke problemen, het omverwerpen van de regering of het
brengen van een nieuwe orde kunnen zijn.92 Volgens de historicus Halil Inalcık zou ook de
Bektaşi orde, een soefi orde, een uitdrukking van de Turkmeense oppositie in het oosten zijn
geweest.93 Mustafa Akdağ bekritiseert het stuk van Prof. dr. J. H. Kramers in de Islam
Encyclopedie waarin Kramers schrijft dat de “rebellen” tijdens de Kara Yazıcı opstand onder
invloed stonden van het Sjiisme. Kramers ‘bewijst’ dit met twee stukken. Het eerste is het
onderzoek van oriëntalist Franz Babinger naar de opstanden in de periode van Kanuni Sultan
Süleyman. De schrijver vindt het logisch dat de Kara Yazıcı opstand een sektarische opstand
was omdat deze opstand zijn wortels al in het verleden had. De tweede is dat de rentmeester
van Kara Yazıcı Sjahverdi werd genoemd. Akdağ schrijft dat Kramers hier de fout ingaat.
Want je zou niet tot deze conclusie kunnen komen door alleen naar een naam te kijken. Akdağ
schrijft dat de naam Sjahverdi ook in de Soennitische gemeenschap vaak voorkwam. 94 Als we
dan ook nog de uitspraak van Caroline Finkel nemen dat de enige serieuze Kızılbaş opstand in
1578 heeft plaatsgevonden, toen een man die beweerde dat hij Sjah Ismail was opdook tussen
90
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 58, 141-142
Ismail Engin en Erhard Franz, Aleviler / Alewiten. Cilt 1 Band: Kimlik ve Tarih / Identität und Geschichte Cilt
1 (Hamburg: Deutsches Orient Institut, 2000), 229; Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600)
(İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195.
92
Baki Öz, Osmanlı'da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992), 90.
93
Halil İnalcık, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ (1300-1600) (İstanbul: Yapı kredi, 2003), 195.
94
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul: Bilgi yayınları,
1975), 437.
91
22
de Turkmenen van Zuidwest-Anatolië, kunnen wij niet stellen dat de opstanden een zuiver
sektarische oorzaak hadden.95Omdat de Turkmenen genoeg hadden van de Osmaanse
centralisatiepolitiek en de onderdrukking door de devşirme, was de Safavidische staat een
soort toevluchtsoord voor ze. Sjah İsmail maakte hier dan ook gebruik van. Hij deed beroep
op deze Kızılbaş Turkmenen bij het stichten en uitbreiden van zijn Rijk. Sjah İsmail stuurde
zijn propagandisten dan ook naar Anatolië om de al begonnen opstanden van Kızılbaş
Turkmenen aan te moedigen zodat ze groter werden. We kunnen dus concluderen dat groepen
in opstand zijn gekomen om economische redenen, vanwege de centralisatiepolitiek van de
Osmanen, de Soennitisering van het Osmaanse Rijk, de Turkmeense loyaliteit aan de
Safavieden en omdat sommige opstandelingen onafhankelijkheid wilden.
Laten we nu eens kijken naar wat Osmaanse geschiedschrijvers over de periode van de
opstanden, de 16e en de 17e eeuw, schrijven.96 Mustafa Celal-Zade die een Osmaanse klerk
was, heeft zijn werk de Selim-name tijdens de regeerperiode van Kanuni Sultan Süleyman
(1520-1566) geschreven. Het werk gaat over het leven van Yavuz Sultan Selim en de
gebeurtenissen tijdens zijn regeerperiode. Mustafa Celal-Zade heeft zelf tijdens de
regeerperiode van Yavuz Sultan Selim geleefd en beschrijft in ieder geval alle grote opstanden
in dit werk uit zijn eigen ervaringen.97 Een ander Osmaans werk over de 16e en 17e eeuw is de
Peçevi Tarihi die door Ibrahim Peçevi is geschreven tussen 1572–1650. In het werk worden
de gebeurtenissen tussen 1520 en 1640 beschreven. De van oorsprong Hongaarse
kroniekschrijver Ibrahim Peçevi heeft zelf (deels) in de tijd van de Celali opstanden geleefd.
De opa van Peçevi was een sipahi en hijzelf een provinciale ambtenaar.98 Het Osmaanse werk
de Tarih-i Naima van Naima Mustafa Efendi gaat over de gebeurtenissen en invloedrijke
personen tussen de jaren 1590 en 1660. De auteur heeft tijdens het schrijven van dit boek
gebruik gemaakt van eerdere relevante werken als die van Peçevi, Katip Çelebi, Vecihi etc.
Naima Mustafa Efendi was zelf een Osmaanse bureaucraat en de zoon van een Janitsaar.99
Een ander werk over die tijd is de Netayic ul-vukuat. Mustafa Nuri Paşa heeft in dit werk de
gebeurtenissen tot 1841 vastgelegd. Dit zijn vooral veldslagen en opstanden. Mustafa Nuri
Paşa was een Osmaanse legerleider en schreef vanuit zijn eigen expertisegebied.
Maar wat schrijven deze Osmaanse geschiedschrijvers over de oorzaken van de
opstanden. Mustafa Celal-Zade, begint met het vertellen over de slag bij Çaldıran. Vervolgens
95
Caroline Finkel, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2008), 226.
Mustafa Celal-zade, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık Basımevi, 1990), 5.
97
Mustafa Celal-zade, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık Basımevi, 1990), 5.
98
Peçevi İbrahim efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası,1981), 90-94.
99
Naima Mustafa efendi, Tarih-i Naima (İstanbul: Bahar matbaası, 1967), 11.
96
23
gaat hij over naar de Celali opstanden in Anatolië. De Celali’s worden “ongehoorzame
perverzen” genoemd. Ze zouden Murad, de zoon van Ahmed die de broer van Yavuz Sultan
Selim was, hebben bekeerd tot het Kızılbaş geloof en aan de opstanden deel hebben laten
nemen. Deze opstandelingen werden “Kızılbaş-ı mezâhib-hırâş”, “de Kızılbaş die een
belediging zijn voor de soennitische rechtsscholen”, genoemd. 100 In de Selim-name wordt ook
over een opstand geschreven in Anatolië die in 1606 door Ali Canbulad in Anatolië werd
geleid. Ferhat Paşa zou deze hebben onderdrukt. Het zou een Turkmeense provincie zijn en
Ali Canbulad zou de gouverneur zijn. Deze provincie zou een bron van Celali bandieten zijn
van Turkmeense afkomst. Volgens Mustafa Celal-Zade was het doel van Ali Canbulad het
nemen van wraak op zijn “vijanden”.101 We zien dus dat in de Selim-name vooral de
Turkmeense Kızılbaş als oorzaak naar voren worden geschoven en daarmee hun antisoennitische karakter benadrukt wordt.
Volgens Peçevi vond er in 1525 een opstand in Adana plaats. Er was een aanhang van
zo’n vijf à zeshonderd opstandelingen die aan het plunderen waren. Door ze allemaal te
vermoorden zou deze opstand zijn onderdrukt. Hij schrijft ook over de Veli Halife opstand in
Adana in 1525. Deze opstandelingen zouden Kızılbaş aanhangers van Sjah Ismail zijn en door
hem zijn opgehitst. De man, genaamd Veli Halife zou het bestaan van God ontkennen en veel
van dit soort “slechte”mensen om zich heen hebben verzameld. Zo schrijft hij: “Adana
sancağına bağlı Karaisali cemaatından Rafızîliği ve Tanrı’nın birliğini inkâr etmesi ile
tanınan Veli Halife, İran Şahının <<halifesi>> şanını taşıdığından, birçok hayırsız kimseler
çevresine toplandı.102 Ze zouden allemaal zijn vermoord en overwonnen.103 Ook hier wordt het
ongelovige karakter van de opstandelingen benadrukt. In ongeveer diezelfde tijd ontstond de
Süklünoğlu Koca Baba Zunnün opstand. Deze opstandige Turkmenen zouden een rechter, zijn
klerk en Mustafa, de zoon van de broer van Yavuz Sultan Selim hebben vermoord. Dit zou
gebeurd zijn in de periode dat de Sultan, de beschermer van de islam, “ongelovige landen”
aan het aanvallen was. De opstandelingen zouden na de moord op de rechter, klerk en
Mustafa naar Sivas zijn gegaan om de boel daar te plunderen. De reden van de opstand legt
Peçevi als volgt uit: “Süklünoğlu moest 200 akçe als belasting betalen, maar accepteerde dat
niet en wilde slechts 100 akçe betalen. Dit werd niet geaccepteerd en Süklünoğlu bood
weerstand. Uiteindelijk werden de belastingverzamelaars erg boos en schoren ze de baard van
100
Mustafa Celal-zade, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık Basımevi, 1990), 448, 162.
Mustafa Celal-zade, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık Basımevi, 1990), 446.
102
“Veli Halife die verbonden is aan de Karaisali sekte in de provincie Adana, staat bekend als Kızılbaş en de
ontkenner van de eenheid van god, en omdat hij de roem had van de Iraanse Sjah verzamelde hij veel
onheilspellende mensen om zich heen.”
103
Peçevi İbrahim efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası,1981), 90-94.
101
24
een aanhanger van Süklünoğlu af en mishandelden hem ook nog. Omdat hun verzoek niet
werd geaccepteerd werden ze zo gestraft. In de woorden van Peçevi: “Adı geçen Sülün’ün
tasarrufunda olan mezraaya iki yüz akçe vergi yazarlar. Her ne kadar o bu paradan yüz
akçesinin bağışlanmasını ve yalnız ve yalnız yüzünün alınmasını rica ederse de dinlemezler.
Süllünoğlu ise isteginde direnir. En sonunda öfkelenen görevliler, Süllünoğlu’nun
adamlarından birini yakalayıp uzun sakalını keserler ve işkence ederler. Rica ve yakarmaları
kabul olunmadığından gayri böyle bir ihanete de uğrarlar. İşte bu yüzden ayaklanıp
kendilerine bağlanıp katılmayanları öldürürler ve mallarını yağma ederler.”104 Ook bleken er
sipahi’s onder de aanhangers te zitten. Baba Zünnün werd vermoord en de opstand werd met
moeite onderdrukt. In dit geval lijkt verzet tegen de Osmaanse belastingpolitiek als oorzaak
aangemerkt te worden. In 1526 was er een nieuwe opstand geleid door iemand die Kalender
heette en afstamde van Hacı Bektaş Veli. Kalender genoot het meeste aanzien van alle leiders
van opstanden tot nu toe. Peçevi beschrijft hoe alle personen die Işık of Abdal werden
genoemd en een fout geloof aanhingen zich om hem heen verzamelden. Ze vormden een
bende van ongeveer twintig à dertigduizend bandieten. Grootvizier Ibrahim Paşa kreeg de
taak om deze opstand te onderdrukken. De eerste poging was een fiasco. Er werd geprobeerd
om een deel van de Turkmeense “bandieten” over te halen om te stoppen. Dit lukte Ibrahim
Paşa. Er waren veel boze mensen onder de Turkmenen, want toen de Turkmeense
grondgebieden werden veroverd door de Osmaanse sultan werden veel grondgebieden van
deze mensen in beslag genomen door de sultan. Om deze reden hadden de meesten
deelgenomen aan de opstand van de “perversgelovige” Kalender, maar toen ze toch nog grond
kregen van Ibrahim Paşa keerden deze mensen hun rug toe naar Kalender en werd de opstand
marginaal: “Gerçekten de Türkmenler arasında birçok küskünler vardı. Çünkü Türkmen
vilâyeti Osmanlı padişahı tarafından feth edildiği zaman çok kimselerin timarları ellerinden
alınmış ve bunlar padişah haslarına eklenmişti. Çoğunun sapık inançlı Kalenderi’in
eşkiyalarına katılmaları bu yüzden olmuştu.”105 De overgebleven opstandelingen en Kalender
zelf werden verslagen en vermoord.106 Hier geeft Peçevi zowel een religieuze factor als de
politiek van de staat aan als redenen voor de opstand. Hierop volgde de Seydi en Inciryemez
104
“In de straat van de genoemde Sülün zal er 200 akçe aan belasting uitgeschreven worden. Hoe vaak hij ook
vraagt of ze maar 100 akçe mogen betalen, wordt het voorstel niet geaccepteerd. Süllünoğlu pleit verder.
Uiteindelijk zijn de bevoegden boos geworden en pakten één van de mannen van Süllünoğlu op en schoren zijn
lange baard en mishandelden hem. Ze werden op deze manier verraden terwijl het smeken niet wordt
geaccepteerd. Hierdoor kwamen ze in opstand en vermoordden ze en plunderden ze degenen die zich niet bij hun
aansloten.”
105
“Vele Turkmenen waren echt boos. Want toen de Turkmeense provincie door de Osmaanse sultan werd
veroverd, werden de gronden van veel mensen in bezit genomen door de sultan.”
106
Peçevi İbrahim efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası,1981), 90-94, 96-97, 413, 440.
25
opstand in 1529 in Adana. Adana was een periode zonder leiding omdat admiraal Piri Bey
ziek was. Het neefje van de gouverneur van Üzeyr, Seydi zag dit als een kans en zorgde voor
een opstand. Met een rood hoofddeksel op, vermoordde hij zijn oom, de gouverneur van
Üzeyr. Hij begon land te stelen en verzamelde ongeveer vijfduizend bandieten om zich heen.
Hij plunderde en brandde de dorp Ayas plat. Ook plunderden ze het dorp Karz. Op dat
moment voegde een bedelaar genaamd Inciryemez zich met vijfhonderd soldaten bij de
opstand. Veel opstandelingen werden vermoord en de opstand werd uiteindelijk onderdrukt. 107
In dit geval schrijft Peçevi de opstand toe aan iemand die eigen macht wilde en gewone
benadieten, ofschoon er ook wel gerefereerd wordt aan het rode hoofddeksel van de Kızılbaş.
Peçevi schrijft ook over een opstand in 1602 die werd geleid door Deli Hasan. Hij zou de
broer zijn geweest van Kara Yazıcı die met de Celali opstanden begonnen zou zijn. Hij
verzamelde ongeveer dertigduizend man om zich heen. Er wordt aangegeven dat de
opstandelingen Kızılbaş waren. Deli Hasan stopte echter met zijn opstand na toezeggingen
van de Osmanen en vervolgens diende hij het Osmaanse Rijk. Ook hier verwijst Peçevi naar
de religieuze factor: de Kızılbaş. Peçevi beschrijft verder de latere Celali opstanden die
Kuyucu Murad Paşa moest onderdrukken. Dat was zo rond 1606. Deze opstand telde zo’n
veertigduizend man. Daarentegen werden er maar 15.000 Osmaanse soldaten op de
“bandieten” afgestuurd. God zou deze “Islamsoldaten” hebben geholpen. De bandieten
zouden zijn gevlucht naar de Kızılbaş kant. De Islamsoldaten zouden achter hen aan zijn
gegaan en ze te pakken hebben gekregen waarna ze werden overgedragen aan Kuyucu Murad
Paşa. Kuyucu Murad Paşa zou putten hebben laten graven (vandaar zijn naam Kuyucu) om de
afgehakte hoofden van de “vervloekten” daarin te kunnen gooien. We kunnen concluderen dat
Peçevi verschillende redenen naar voren schuift. De meestgenoemde oorzaak is echter het
afwijkende geloof van de Kızılbaş en de loyaliteit aan Sjah İsmail, maar de politiek van de
staat wordt ook genoemd.108
Naima Mustafa Efendi beschrijft het vandalisme van de Kızılbaş ‘met lelijke
gezichten’ en bandieten in Anatolië en hoe dat werd neergeslagen door een Osmaanse
commandant.109 Hij gebruikt dus ook denigrerende woorden bij het benoemen van de
opstandelingen en geeft duidelijk aan dat deze een Kızılbaş achtergrond hadden.
Mustafa Nuri Paşa schrijft het volgende over de opstanden: “Bu sırada Memalik-i
Sjahâne’de (Osmanlı ülkesinde) derviş ve kalender kılıklı o kadar çok kişi belirdi ve bunlar
107
Peçevi İbrahim efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası,1981), 90-94, 96-97, 413, 440.
Peçevi İbrahim efendi, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası,1981), 90-94, 96-97, 413, 440.
109
Naima Mustafa efendi, Tarih-i Naima (İstanbul: Bahar matbaası, 1967), 534.
108
26
Osmanlı hükümdarına ve ehl-i sünnet mezhebinde olan müslümanlara o kadar çok düşmanlık
beslediler ve gizlice bağlı oldukları Sjah İsmail’e o kadar fedâkârca hizmet ettiler ki
anlatılamaz.”110 Ze zouden zelfs bijna zo ver gegaan zijn dat ze Sultan Bayezid II
vermoordden. Ondanks dat er geen tijd bij staat maken we hieruit op dat het gaat om de
opstanden tussen 1481-1512. Volgens Mustafa Nuri Paşa moesten dit soort schooiertypes die
het Sjiitische geloof aanhingen, verbannen worden. Echter, door de dwaasheid van Sultan
Bayezid II werden de opstanden groter in plaats van kleiner en begonnen zelfs sommige
staatsfunctionarissen sympathie te tonen voor deze sekte. Sultan Bayezid II zou zich terug
hebben getrokken waardoor Sjah Ismail zelfs Üsküdar tot doel maakte. Bayezid II zou het
probleem geprobeerd hebben te zacht op te lossen door bijvoorbeeld gronden weg te geven.
Zijn opvolger Yavuz Sultan Selim was echter van plan om het Safavidische Rijk en het
Sjiisme uit te roeien. Zelfs het Christendom zou beter zijn dan het Sjiisme. 111 We zien dus in
Netayic ul-vukuat dat vooral de Kızılbaş en de loyaliteit aan Sjah İsmail naar voren wordt
geschoven als oorzaken voor de opstanden.
In de bovengenoemde Osmaanse werken worden dus vooral de Kızılbaş en de
loyaliteit aan Sjah İsmail als oorzaak naar voren geschoven. Alleen Peçevi geeft andere
redenen die met name met de gevoerde politiek te maken hebben. Hiermee krijgen de
opstanden met name een religieuze lading. Het gaat om ketterse opstandelingen die zich tegen
het ware geloof --de soennitische islam-- keren. De Osmaanse geschiedschrijvers bekijken de
opstanden dus vooral door de bril van het Osmaanse soennitische bestuurlijke establishment
in de hoofdstad Istanbul. Veel begrip voor het andere karakter van Anatolië kon bij deze groep
dus niet verwacht worden.
110
“Ondertussen kwamen er meerdere personen met het uiterlijk van een Derviş of Kalender tevoorschijn in het
Osmaanse Rijk die een ontzettende haat hadden tegen de Osmaanse heerser en Soennitische moslims en in het
geheim verbonden waren met Sjah İsmail die ze onbaatzuchtig dienden.”
111
Mustafa Nuri Paşa, Netayic ül-vukuat: kurumları ve örgütleriyle Osmanlı tarihi (Ankara: Türk Tarih
Kurumu Basımevi, 1980), 73.
27
Conclusie
In de inleiding merkte ik op dat de er verschillend wordt gedacht over de oorzaken van
de Celali opstanden. In de rest van dit bachelorwerkstuk heb ik dit onderzocht en uitgewerkt
met het doel een antwoord te geven op de onderzoeksvraag die ik bij aanvang heb gesteld:
‘Wat zijn volgens moderne historici de oorzaken van de Celali opstanden en in hoeverre
worden in de Osmaans historische werken diezelfde oorzaken genoemd?’ Om deze vraag te
kunnen beantwoorden is in het eerste hoofdstuk de bevolking van Anatolië en de
staatsstructuur van het Osmaanse Rijk beschreven. Door eerst te kijken naar deze twee
aspecten zijn de oorzaken van de opstanden beter te begrijpen omdat de aanleiding voor de
opstanden veel eerder is ontstaan. Vervolgens is in het tweede hoofdstuk eerst een
omschrijving gegeven van de Celali opstanden en daarna bestudeerd wat de moderne historici
(secundaire bronnen) en de Osmaanse geschiedschrijvers (primaire bronnen) en over de Celali
opstanden hebben geschreven. De resultaten daarvan kunnen nu naast elkaar gelegd worden
om de onderzoeksvraag te beantwoorden.
Zowel in de Osmaanse werken als in de moderne wetenschappelijke bronnen wordt
gesteld dat de meeste opstandelingen een Kızılbaş Turkmeense achtergrond hebben. Maar
zoals we hebben kunnen zien schuiven met name Osmaanse geschiedschrijvers het Kızılbaş
geloof als belangrijkste reden naar voren, terwijl moderne historici vooral de slechte
economische situatie in Anatolië en de centralisatiepolitiek van de Osmanen als belangrijkste
oorzaken naar voren schuiven. Alleen de Osmaanse historicus Peçevi heeft ook oog voor deze
aspecten. We kunnen dus concluderen dat de oorzaken die moderne historici en Osmaanse
geschiedschrijvers naar voren schuiven slechts deels met elkaar overeenkomen. De Osmaanse
geschiedschrijvers schrijven vooral vanuit het (soennitisch) normatieve standpunt van de
Osmaanse staat en veroordelen daarom de opstanden. De moderne historici gaan vooral op
zoek naar de ware achterliggende oorzaken van de opstanden die in hun ogen minder
religieus-ideologisch zijn dan in de ogen van het Osmaanse establishment.
28
Literatuurlijst
Primaire bronnen
Bitlisi, İdrisi, Şerefname: Kürt tarihi (İstanbul: Hasat yayınları, 1990).
Celal-zade, Mustafa, Selim-Name (Ankara: Başbakanlık basımevi, 1990).
Naima, Mustafa, Tarih-i Naima (İstanbul: Bahar matbaası, 1967).
Nuri Paşa, Mustafa, Netayic ül-vukuat: kurumları ve örgütleriyle Osmanlı tarihi
(Ankara: Türk Tarih Kurumu basımevi, 1980).
Peçevi, İbrahim, Peçevi Tarihi (Ankara: Başbakanlık matbaası, 1981).
Secundaire bronnen
Mustafa Akdağ, Türk halkının dirlik ve düzenlik kavgası: Celali isyanları (İstanbul:
Bilgi yayınları, 1965).
Akman, Elif Gül, On Altıncı Asır Osmanlı Toplumunda Belli Başlı Kızılbaş İsyanları
(Ongepubliceerde MA thesis, University of Marmara, 2008).
Allouche, Adel, The Origins and Development of the Ottoman-Safavid Conflict (906962 1500-1555) (Berlijn: Klaus Schwarz, 1983).
Armağan, Mustafa, Osmanlı tarihini yeniden yazmak (İstanbul: Timas yayınları,
2011).
Dressler, Markus, Writing Religion: The Making of Turkish Alevi Islam (USA: Oxford
University Press, 2013).
Finkel, Caroline, De droom van Osman (Amsterdam: Mets & Schilt, 2000).
Griswold, William J., The Great Anatolian Rebellion (Berlin: Klaus Schwarz Verlag,
1983).
İmber, Colin, The Ottoman Empire 1300-1650 (Hampshire: Palgrave Macmillan,
2002).
İnalcık, Halil, Osmanlı imparatorluğu klasik çağ 1300-1600 (İstanbul: Yapı Kredi,
2003).
İsmail Engin en Erhard Franz, Aleviler/Alewiten. Cilt 1 Band: Kimlik ve
Tarih/Identität und Geschicht (Cilt 1. Hamburg: Deutsches Orient Institut, 2000).
Mélikoff, Irène, ‘‘Historical Bipartition and Its Consequences,’’ Alevi identity,
Cultural, Religious and Social perspectives, ed. Tord Olsson, Elisabeth Özdalga en
Catharina Raudvere (İstanbul: Swedish Research Institute in İstanbul, 2003).
Metin Kunt, Suraiya Faroqhi, Hüseyin G. Yurdaydın en Ayla Ödekan, Türkiye tarihi 2:
29
Osmanlı devleti 1300-1600 (İstanbul: Cem yayınevi, 1995).
Öz, Baki, Osmanlı’da Alevi ayaklanmaları (İstanbul: Ant yayınları, 1992).
Roemer, Hans R.,“Die Turkmenischer Qizilbas: Grunder Und Opfer Der
Safawidischen Theokratie,” Zeitschrift Der Deutschen Morgenlandischen
Gesellschaft, 1985, 135: 227-240.
Şükürov, Giyas, Safevî Devleti'nin Kuruluşu ve I. Şah İsmâîl Devri (Ongepubliceerde
MA Thesis, University of Marmara, 2006).
Yıldırım, Rıza, Turkomans between Two Empires: the Origins of the Qizilbash Identity
in Anatolia 1447-1514 (Ongepubliceerde PhD diss., University of Bilkent, 2008).
30

Vergelijkbare documenten

Scriptie voor de Bacheloropleiding Geschiedenis (2004

Scriptie voor de Bacheloropleiding Geschiedenis (2004 van de Koerden. Zo beschrijft hij bijvoorbeeld dat sommige Koerdische landheren hebben geholpen met de onderdrukking van de opstanden. De auteur zelf was ook één van deze Koerden.19 Verder schrijf...

Nadere informatie